summaryrefslogtreecommitdiff
path: root/17528-8.txt
diff options
context:
space:
mode:
Diffstat (limited to '17528-8.txt')
-rw-r--r--17528-8.txt2903
1 files changed, 2903 insertions, 0 deletions
diff --git a/17528-8.txt b/17528-8.txt
new file mode 100644
index 0000000..9c1f494
--- /dev/null
+++ b/17528-8.txt
@@ -0,0 +1,2903 @@
+The Project Gutenberg EBook of Stanley's tocht ter opsporing van
+Livingstone, by Henry Stanley
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: Stanley's tocht ter opsporing van Livingstone
+ De Aarde en haar Volken, 1873
+
+Author: Henry Stanley
+
+Release Date: January 16, 2006 [EBook #17528]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK STANLEY'S LIVINGSTONE ***
+
+
+
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at http://www.pgdp.net/
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+STANLEY'S TOCHT TER OPSPORING VAN LIVINGSTONE.
+
+
+Reeds vroeger maakten wij met enkele woorden melding van de
+merkwaardige reis, door den Amerikaan Henry Stanley, ter opsporing van
+Dr. Livingstone ondernomen, eene reis, met zoo gelukkigen uitslag
+bekroond. Wat wij daaromtrent mededeelden, was ontleend aan de
+berichten, die de onverschrokken reiziger, toen nog op zijne terugreis
+naar Europa, vooruit had gezonden, en waarin, uit den aard der zaak,
+alleen de hoofdtrekken van hetgeen hem ontmoet en bejegend was, konden
+worden opgenomen. Sedert heeft Stanley een uitvoerig verhaal van zijne
+reis naar het binnenland van Afrika in het licht gezonden: en het is
+aan dat verhaal, dat wij eenige schetsen wenschen te ontleenen. Wij
+zullen trachten een beknopt overzicht te geven van dezen, in menig
+opzicht, gedenkwaardigen tocht, ondernomen om zekerheid te erlangen
+omtrent het lot van een man, die door zijne reizen en de uitnemende
+diensten door hem aan de wetenschap en de zaak der beschaving bewezen,
+de algemeene belangstelling had verdiend en verworven.
+
+Het is bekend, dat Livingstone, in 1867 voor de derde maal naar Afrika
+vertrokken, sedert geruimen tijd niets van zich had laten hooren. De
+laatste tijding, die men van hem zelf ontvangen had, was een brief aan
+den engelschen consul Kirk te Zanzibar, gedagteekend uit Oedzjidzji,
+den 30sten Mei 1869. Na dien tijd had men niets meer van hem vernomen
+en had zich bij herhaling het gerucht van zijn dood verspreid. Daar
+evenwel die geruchten, van inlanders afkomstig, weinig vertrouwen
+verdienden en van elders door niets bevestigd werden, was er sinds
+lang sprake van pogingen, om zoo mogelijk, zekerheid te erlangen
+aangaande het lot, dat den beroemden reiziger had getroffen. De
+engelsche regeering weigerde de kosten van eene expeditie voor hare
+rekening te nemen; in het begin van het vorige jaar werd eindelijk
+door de _Geographical Society_ te Londen, door de bijdragen van
+particulieren geholpen, eene expeditie uitgerust, waaraan ook de zoon
+van Livingstone deel nam, en die zich bepaaldelijk ten doel stelde,
+den moedigen reiziger in het binnenland te gaan opzoeken.
+
+De expeditie verscheen in Maart 1872 op de reede van Zanzibar,
+maar kon ten gevolge van den ingevallen regentijd, voorloopig niets
+ondernemen. Echter bleek het weldra, dat zij te laat kwam: want
+inmiddels was iets anders geschied.
+
+Op den 16den October 1869, des morgens te tien uur, ontving de heer
+Henry Stanley, correspondent van het amerikaansche dagblad de _New-York
+Herald_, te Madrid, waar hij toen vertoefde, het volgende telegram:
+"Kom aanstonds naar Parijs voor belangrijke zaken."--Dit telegram
+was onderteekend door den heer James Gordon Bennet, mede-eigenaar
+en hoofdredacteur van het genoemde dagblad, dat door zijn vader
+was opgericht.--Twee uur later had den heer Stanley zijne koffers
+gepakt; haastig werden eenige afscheidsbezoeken afgelegd; toen een
+plaats genomen op den sneltrein; en den volgenden dag meldde de
+correspondent zich aan in het Grand-Hotel te Parijs, waar de heer
+Bennet gelogeerd was.
+
+Stanley trad de kamer binnen, en vond den heer Bennet te bed liggende.
+
+"Wie zijt gij?"
+
+"Stanley."
+
+"O! dat is waar ook. Neem een stoel en ga zitten. Waar denkt gij wel
+dat Livingstone zich bevindt?"
+
+"Dat kan ik inderdaad zelfs niet gissen, mijnheer."
+
+"Denkt ge dat hij dood is?"
+
+"Ik weet het niet. Misschien is hij dood, misschien ook niet."
+
+"Ik denk dat hij nog leeft, en dat het mogelijk is hem te vinden;
+en ik draag u op, hem te gaan zoeken."
+
+"In het hart van Afrika? Meent ge dat inderdaad?"
+
+"Ja, het is mijne bedoeling dat gij op reis gaat om hem te zoeken;
+dat gij alle berichten inwint, die er omtrent hem te krijgen zijn;
+en dan--wie weet!--misschien verkeert de oude man wel in nood! Neem
+alles met u mede, wat gij denkt dat hem van dienst zou kunnen
+zijn. Natuurlijk zult gij naar uwe eigene inzichten handelen. Doe
+wat u goeddunkt; maar spoor Livingstone op."
+
+"Hebt ge er wel aan gedacht, mijnheer, hoeveel zulk een reis kosten
+moet?"
+
+"Hoeveel zou dat wel zijn?"
+
+"Barton en Speke hebben tusschen de drie- en vijfduizend pond
+uitgegeven; en ik vrees, dat het niet beneden de vijf-en-twintighonderd
+pond (f 30,000) te doen is."
+
+"Nu dan: neem duizend pond mede; zijn die verteerd, dan trekt ge
+een wissel voor een tweede duizend, daarna voor een derde, en zoo
+vervolgens: maar spoor Livingstone op."
+
+"Goed. Moet ik onmiddellijk naar Afrika vertrekken?"
+
+"Neen; gij moet eerst de opening van het kanaal van Suez
+bijwonen. Vandaar zult ge den Nijl opvaren; ik heb vernomen dat
+Baker zich gereed maakt om naar Opper-Egypte te vertrekken: tracht
+u zooveel mogelijk op de hoogte te stellen van zijne expeditie. Den
+stroom opvarende, zult gij aanteekening houden van al hetgeen er voor
+reizigers merkwaardigs te zien valt; bezorg ons een goed en bruikbaar
+handboek, waarin ge alles opnoemt wat waard is gezien te worden,
+en de wijze opgeeft, waarop men dat het beste zien kan."
+
+Vervolgens zult ge wel doen, naar Jeruzalem te gaan; naar men
+zegt, doet kapitein Warren daar op dit oogenblik zeer belangrijke
+ontdekkingen; vervolgens gaat ge naar Konstantinopel, waar ge
+inlichtingen moet inwinnen omtrent de geschillen tusschen den
+khedive en den sultan. Vandaar zult ge u naar de Krim begeven, en
+de slagvelden rondom Sebastopol bezoeken; dan, over den Kaukasus
+naar de Kaspische-zee: men zegt, dat daar eene russische expeditie
+naar Khiwa wordt voorbereid. Dan zult ge door Perzië naar Indië
+reizen; in het voorbijgaan kunt ge ons iets belangrijks melden over
+Persepolis. Bagdad ligt op uwen weg: deel ons het een en ander mede
+omtrent den ontworpen spoorweg door de vallei van den Euphraat; en
+wanneer ge in Indië zijt gekomen, kunt ge naar Afrika oversteken,
+om Livingstone te gaan zoeken.--En nu--goeden avond; en God zij met u!"
+
+Dit veelomvattende programma, dat onzen grootvaders als een onzinnig
+sprookje in de ooren zou hebben geklonken, werd door den heer Stanley
+stipt uitgevoerd: hij vertrok naar Egypte, bezocht achtereenvolgens
+al de hem aangewezen steden en landen, en kwam eindelijk, in Augustus
+1870, in Hindostan. Daar scheepte hij zich, den 12den October, te
+Bombay op de _Polly_ in: een slechte zeiler, die zeven-en-dertig dagen
+noodig had om naar Mauritius te komen. Aan boord van de Polly bevond
+zich, als eerste stuurman, een Schot, Lawrence Farquhar genaamd,
+een bekwaam en ervaren zeeman: en de heer Stanley, begrijpende dat
+zulk een man hem uitnemend te pas zou kunnen komen, wist Farquhar
+te bewegen, voor den geheelen duur der reis in zijne dienst te
+treden. Van Mauritius ging de tocht naar de Seychellen-eilanden;
+en na aldaar vier dagen vertoefd te hebben, ging de heer Stanley
+wederom scheep, vergezeld van Farquhar en zijn getrouwen Selim,
+een jongen christelijken Arabier, dien hij te Jeruzalem als tolk in
+dienst had genomen.
+
+Eindelijk, den 6den Januari 1871, stapte de correspondent van de
+_New-York Herald_ te Zanzibar aan land, waar hij door den consul
+der Vereenigde-Staten, den kapitein Francis Webb, met de grootste
+hartelijkheid ontvangen werd. Zijne verdere lotgevallen, voor zoover
+wij die hier mededeelen, zullen wij hem zelf laten verhalen.
+
+
+
+
+I.
+
+
+De stad Zanzibar, die ik in alle richtingen heb doorkruist, heeft in
+mijne herinnering een verward en onbevallig beeld achtergelaten. De
+voorname, aanzienlijke wijk is eene warreling van nauwe bochtige
+stegen, met witte huizen en met kalk bepleisterde straten; in de
+wijk der Banyans is het eene opeenvolging van smalle, diepe, duistere
+winkels, aan bedsteden gelijk: op den voorgrond eenige bronskleurige
+mannen met roode tulbanden, en daarachter stapels van gemeene katoenen
+stoffen: wit katoen, ongebleekt katoen, geruit, gestreept, gebloemd
+katoen, katoen zonder einde; dan planken, zwoegende onder zware
+olifantstanden; donkere hoeken, waar ge, in de schemering, hoopen
+ruwe katoen, aardewerk, spijkers, gereedschappen en allerlei andere
+artikelen, in bonte wanorde door elkander, ontdekt.--De negerwijk
+laat de herinnering achter aan wollige kroeskoppen boven donkergele
+of zwarte lichamen, meestal dampende van zweet: onbevallige gedaanten,
+neergehurkt voor de deuren van ellendige krotten, lachende, babbelende,
+twistende, schacherende, te midden van eene bedompte, stinkende,
+bedorven lucht: een mengsel van allerlei uitwasemingen, van teer,
+huiden, leer, verrottende planten en alle denkbare, niet te noemen
+onreinheden en afval.
+
+Ik herinner mij groote, stevig gebouwde huizen, met platte
+daken en hooge gebeeldhouwde deuren, van zware ijzeren kloppers
+voorzien; voor de deur zit eene of andere donkerkleurige gestalte,
+met gekruiste beenen, nauwlettend den ingang van de woning des
+meesters bewakende. Voorts, een tamelijk ondiepen zeearm, met booten,
+sloepen, schuiten, arabische daous, en een vreemde stoomsleepboot,
+half verzonken in het slib, dat de eb heeft achtergelaten. Eindelijk,
+een plein, Nazi-Moya genaamd, waar de Europeanen, des avonds, met
+loome schreden op en neder drentelen, om de frissche zeelucht in te
+ademen; eenige graftomben van zeelieden, die hier den laatsten adem
+hebben uitgeblazen; een groot gebouw, bewoond door den heer Doctor
+Tozer, bisschop van Centraal-Afrika, de bisschoppelijke school,
+en duizende andere dingen.... Al te gader verwarde en onbestemde
+beelden, waarin ik ter nauwernood de Arabieren van de Afrikanen,
+de Afrikanen van de Banyans, de Banyans van de Hindi, de Hindi van
+de Europeanen kan onderscheiden....
+
+Zanzibar is zoowel het Bagdad als het Stamboel van oostelijk Afrika:
+het is de groote markt- en stapelplaats voor den handel in ivoor:
+kopalhars, verfmos, huiden, kostbare houtsoorten en slaven; daar
+worden, diep uit het binnenland, de zwarte dochteren van Oehiyoe,
+van Oegindo, Oegogo en het land der Gallas aangevoerd, om in het
+openbaar verkocht te worden. Zanzibar drijft bovendien handel in
+kruidnagelen, peper, sesam, schelpen en kokosolie. De waarde van den
+uitvoer wordt op zeven millioen gulden, die van den invoer op ruim
+acht millioen geschat.
+
+Deze geheele handel wordt door drie verschillende klassen van
+lieden gedreven: door de Arabieren van Maskate, door de Banyans
+en door de mohammedaansche Hindoes, die te zamen den hoogen en
+den middelstand vormen. Zij zijn de grondeigenaars; zij bezitten
+magazijnen en schepen; het geld en daarmede ook de macht, is in hunne
+handen. De werkende klasse bestaat uit Afrikanen, hetzij dan slaven
+of vrijen. Waarschijnlijk maken zij twee derde der bevolking uit,
+die op tweehonderd-duizend zielen geschat wordt, waarvan omstreeks
+de helft in de stad zelve woont.
+
+De Banyan is een geboren handelaar, een schacheraar van nature; het
+geld stroomt even natuurlijk in zijne zakken, als het water eene steile
+helling afloopt; in slimheid, oneerlijkheid en doortrapte bedriegerij
+wint hij het zelfs van den Jood, en kent geen mededinger dan den
+Parsi; bij hem vergeleken, is de Arabier een onbedreven knaap. Toch
+zou ik bijna durven beweren, dat de Hindi, waar het op geslepenheid
+en boosaardige roofzucht aankomt, niet voor den Banyan onderdoet. Ik
+heb mij zelf dikwijls afgevraagd, aan wie van beiden de palm toekwam:
+en ik heb lang geaarzeld, eer ik die den Banyan toekende. Met zulk
+soort van lieden zou ik thans te doen krijgen.
+
+In de eerste plaats wenschte ik kennis te maken met den heer Kirk,
+den consul en diplomatieken vertegenwoordiger van Groot-Brittanje. Hij
+was de reisgezel van Livingstone geweest; en ik verbeeldde mij dat hij,
+meer dan iemand anders, de man was, tot wien ik mij te wenden had om
+eenige inlichtingen omtrent den beroemden reiziger, zijn vriend en
+landgenoot, te bekomen.--De heer Webb stelde mij aan Dr. Kirk voor:
+een schraal manneke, zeer eenvoudig gekleed, met eenigszins gebogen
+rug, een mager gelaat, zwart haar en dito baard. Op het hooren van
+mijn naam, trok hij zijne wenkbrauwen in de hoogte, en zag mij met
+verbazing aan. Het gesprek liep over allerlei zaken; alleen als hij
+over zijne jachtavonturen sprak, kwam er leven en beweging in zijne
+stroeve trekken. Er werd geen woord gerept van hetgeen mij bovenal
+ter harte ging; en ik moest den volgenden dinsdag afwachten, toen er
+receptie was aan het britsche consulaat, om daarover met den consul
+te kunnen spreken.
+
+Ik had mij naar het consulaat begeven, en verveelde mij daar
+schrikkelijk, toen de heer Kirk eindelijk medelijden met mij kreeg. Hij
+kwam naar mij toe, liet mij een kostbaar geweer voor de olifantenjacht
+zien, en begon mij iets te vertellen van zijne vroegere reizen met
+Livingstone. Ik haastte mij, van de gelegenheid gebruik te maken.
+
+"Waar denkt gij wel, dat Livingstone zich nu zou bevinden?" vroeg
+ik hem.
+
+"Dat is moeilijk te zeggen; misschien is hij wel dood; er zijn
+reeds twee jaar verloopen, sedert wij het laatst tijding van
+hem ontvingen. Telkens zenden wij hem allerlei zaken. Op dit
+oogenblik staat weer eene kleine karavaan te Bagamoyo gereed om te
+vertrekken. Hij moest nu terugkeeren; hij wordt oud; en als hij
+kwam te sterven, zouden al zijne ontdekkingen verloren zijn. Hij
+houdt geen dagboek, en maakt weinig of geene aanteekeningen; hij
+schrijft vluchtig iets op eene kaart, of maakt daarop een teeken,
+waaruit niemand wijs kan worden. Hij moest nu waarlijk terugkeeren,
+en de taak aan jongere overlaten."
+
+"Wat is het voor een man?" vroeg ik met levendige belangstelling.
+
+"Iemand met wien het niet gemakkelijk is om te gaan. Persoonlijk
+heb ik mij nooit over hem te beklagen gehad; maar hoe dikwijls heb
+ik hem tegen anderen zich driftig zien maken! Dat komt, geloof ik,
+omdat hij geen reismakkers nevens zich dulden kan."
+
+"Maar stel eens, dat ik hem op mijne tochten ontmoet, wat zeer licht
+gebeuren kan: hoe zou hij zich dan wel tegenover mij gedragen?"
+
+"Om u de waarheid te zeggen, geloof ik niet dat hem dit aangenaam zou
+zijn. Ik weet wel, dat wanneer Burton, of Grant, of Baker hem wilden
+gaan opzoeken, en hij daarvan de lucht kreeg, hij dadelijk zou zorgen
+dat een afstand van een paar honderd mijlen ondoordringbare wildernis,
+moerassen en poelen hen van hem scheidde. Ik houd mij overtuigd,
+dat hij het zou doen."
+
+Behoef ik te zeggen, welken indruk die mededeelingen op mij maakten? Ik
+was geheel uit het veld geslagen, en zou gaarne van mijn voornemen
+hebben afgezien, indien de plicht mij niet ware opgelegd. Trouwens,
+toen ik de taak op mij nam, Livingstone te gaan zoeken, wist ik heel
+goed, dat mijn pad niet met rozen bestrooid zou zijn. De last was
+stellig; ik had de verplichting op mij genomen; en al had ik nu zeker
+geweten, dat ik als een indringer, als een ongeroepen mededinger,
+als iemand die zich bemoeit met dingen, die hem niet aangaan, zou
+worden afgewezen--toch moest ik Livingstone opzoeken, hem vinden zoo
+hij nog in leven was, of anders mij de bewijzen verschaffen dat hij
+was overleden. Dit was mijn plicht, en dus ook mijn vaste wil.
+
+Ik wist volstrekt niet, wat er al zoo voor eene expeditie naar het
+binnenland van Afrika noodig was; en den ganschen nacht tobde ik
+over vragen als deze:--Hoeveel geld moet ik medenemen?--Hoeveel
+dragers?--Hoeveel soldaten? (Daarmede bedoelde ik de vrije negers,
+van Zanzibar geboortig, of de vrijgelaten slaven, die de reizigers
+vergezellen, en zich zelf _Askari_ noemen, een hindoesch woord dat
+soldaat beteekent).--Hoeveel katoen, glaswerk, koperdraad en andere
+snuisterijen?--Welke soorten van stoffen?--En op al die vragen
+zocht ik te vergeefs een antwoord. Ik bedekte gansche vellen papier
+met eindelooze reeksen van cijfers, om uit te rekenen hoeveel het
+onderhoud van honderd man mij per jaar wel kosten zou: en ik kwam
+tot geen resultaat. Ik bestudeerde Burton, Speke en Grant: ik vond
+heel veel geographische, ethnographische en andere geleerdheid, maar
+geen enkel woord omtrent de inrichting eener karavaan. De europeanen,
+die ik daarover sprak, waren op dat punt al even wijs als ik; het
+was ook trouwens hun zaak niet.
+
+Eindelijk wendde ik mij tot een Arabier, een vermogend en deftig
+man, die juist uit het binnenland was teruggekeerd, en die de eerste
+kooplui der stad in zijn huis ontving. Van hem vernam ik, dat voor
+het onderhoud van honderd manschappen, tien doti of veertig ellen
+katoen per dag voldoende waren; mijne reis op twee jaren rekenende,
+had ik dus vijftigduizend el katoenen stof noodig, die ik nu verder
+moest uitzoeken.--Dan, het glaswerk, of liever de glazen koralen,
+die in vele streken de eenige munt zijn. Het lastige hierbij was,
+dat de smaak bij de verschillende stammen zeer uiteenloopt: de eene
+wil witte kralen, een andere bruine of groene; in Oenyamoeëzi bij
+voorbeeld, zijn de roode kralen zeer in trek, met uitsluiting van
+alle anderen; in Oegogo daarentegen verlangt men alleen de zwarte,
+die nergens anders gangbaar zijn. Burton moest eenige duizende
+kralensnoeren weggooien, die niemand hebben wilde.
+
+Ik moest dus, hoe ongaarne ook, aan dit punt al mijne aandacht
+wijden, en zooveel mogelijk trachten te berekenen, hoeveel tijd
+ik in elke landstreek waarschijnlijk zou doorbrengen. Dat was een
+vermoeiende arbeid. Telkens en telkens herhaalde ik bij mij zelf
+de namen van dingen en maten en gewichten: barbaarsche namen, die
+ik maar niet kon onthouden, en die mijn geduld op eene zware proef
+stelden. Eindelijk, na allerlei berekeningen, kwam ik tot het besluit,
+dat vijf-en-twintigduizend snoeren voldoende zouden zijn, en dat ik
+mij tot elf verschillende soorten kon bepalen.
+
+Maar ik was nog niet klaar: na de glaskoralen, het koperdraad. In
+de landstreek, die ik ging doortrekken, vervangen de glaskoralen
+het kopergeld; de katoenen stoffen, het zilvergeld; en aan gene
+zijde van het meer Tanganjika, bekleedt het koperdraad de plaats van
+gouden munt. Met groote moeite, kwam ik eindelijk tot de wetenschap,
+dat draden van ongeveer de dikte onzer telegraafdraden, de meest
+gezochte waren, en dat ik aan driehonderd-vijftig pond koperdraad
+meer dan genoeg zou hebben.
+
+Toen deze inkoopen volbracht waren, kon ik niet nalaten met zekere
+zelfvoldoening een blik te werpen op mijne balen, netjes in de ruime
+magazijnen van het consulaat gerangschikt. Toch was mijne taak
+nog op verre na niet afgeloopen: nog ontbraken er mondbehoeften,
+keukengereedschap, zakken, tenten, tuigen voor de ezels, teer,
+zeildoek, naalden, gereedschappen, wapenen, ammunitie, geneesmiddelen,
+dekens: in een woord, honderde artikelen die nog allen gekocht moesten
+worden. En dan--het loven en bieden met die doortrapte, schraapzuchtige
+kooplui! Voor de ezels, waarvan ik er twee-en-twintig noodig had,
+vroeg men mij honderd tot honderd-vijf-en-twintig gulden het stuk;
+ik kreeg ze eindelijk voor tusschen de veertig en vijftig gulden;
+maar wat had ik daarvoor niet moeten redeneeren en pleiten, als gold
+het eene halszaak! Ik kon geen kaart spelden koopen, zonder dat er
+over den prijs getwist werd, hetgeen natuurlijk eindeloos veel tijd
+kostte en mij soms buiten mij zelven bracht.
+
+Toen ik de ezels gekocht had, ontdekte ik dat er in de gansche stad
+geen pakzadel te krijgen was. Er schoot niet anders over, dan ze
+zelf te maken. Farquhar en ik togen aan het werk, en slaagden er in
+de noodige pakzakels te vervaardigen van touwen, zeildoek en katoen;
+wij volgden daarbij hetzelfde model, waarvan het engelsche leger bij
+den veldtocht in Abessinië had gebruik gemaakt.
+
+Omstreeks dezen tijd kwam John William Shaw, te Londen geboren, en
+derde stuurman op een amerikaansch koopvaardijschip, mij zijne diensten
+aanbieden. Hoewel zijn vertrek van zijn schip een weinig verdacht was,
+vond ik daarin toch geen reden om hem af te wijzen. Hij was vlug en
+behendig, kon goed met de naald en schaar omgaan, had verstand van
+varen, was werkzaam en voorkomend; ik nam hem dus in mijne dienst,
+tegen een loon van zevenhonderd gulden per jaar. Mijn andere bediende,
+Farquhar, was een zeer bekwaam zeeman, en een knap mathematicus; hij
+was krachtig gebouwd, vol energie en had een goed karakter; jammer
+genoeg was hij aan den drank verslaafd, en het losbandige leven,
+dat hij te Zanzibar leidde, zou hem weldra noodlottig worden.
+
+Toen ik met mijne inkoopen klaar was, moest ik nog twintig man
+aanwerven, die mij tot geleide moesten dienen, en hen wapenen en
+uitrusten. Johari, de tolk van het consulaat, sprak mij over enkele
+inlanders, die Speke op zijne reis hadden vergezeld. Het scheen mij
+een groot voorrecht toe, indien het mij mocht gelukken, menschen in
+mijne dienst te krijgen, die met de europeesche gewoonten en manieren
+bekend waren, en die misschien andere geschikte personen zouden
+overhalen om met hen te gaan. Vooral had ik aan Bombay gedacht, den
+trouwen hoofdman van het geleide van Speke. Met behulp van Johari,
+slaagde ik er in weinige uren in mij te verzekeren van Oeledi, den
+voormaligen bediende van Grant; van Oelimengo, Barati, Mabroeki,
+den bediende van Burton, en van Ambari, die alle vijf deel hadden
+uitgemaakt van het gevolg van Speke. Bombay, de aanvoerder van het
+geleide, bezorgde mij bovendien achttien vrijwilligers, die, zooals hij
+verzekerde niet zouden wegloopen, en voor wier trouw hij instond. Het
+waren mooie, welgevormde mannen, die er veel verstandiger uitzagen,
+dan ik ooit van wilde Afrikanen had verwacht. Hunne maandelijksche
+bezoldiging werd op drie dollars bepaald; ieder van hen ontving een
+musket, een kruidhoorn, een zak met kogels, een bijl, een mes, en de
+noodige ammunitie voor tweehonderd schoten.
+
+Ik ontveinsde mij geene enkele der vele moeilijkheden en bezwaren,
+aan mijne onderneming verbonden, en beijverde mij zooveel mogelijk,
+maatregelen te nemen om die moeilijkheden en bezwaren, die ik kon
+vermoeden dat mij wachtten, te overwinnen. Als ik, aan den oever van
+het meer Tanganjika gekomen en den overkant voor mij ziende, eens werd
+opgehouden door den onwil van een of ander opperhoofd of de luimen van
+een Arabier? Moest ik daarvan afhankelijk zijn? Om dit te voorkomen
+kocht ik twee booten; de eene, waarvoor ik tachtig dollars betaalde,
+kon twintig personen bevatten, met de noodige koopwaren; in de andere
+konden zes personen met hunne bagage gemakkelijk plaats vinden. Ik
+nam die vaartuigen uit elkander, en behield alleen het geraamte;
+de rest verdeelde ik in pakken, die niet meer dan acht-en-zestig
+pond wogen. De houten bekleeding werd vervangen door een bekleedsel
+van stevig, geteerd, dubbel zeildoek: eene uitvinding van John Shaw,
+die bij dit werk eene groote handigheid aan den dag legde.
+
+Ik verbeeldde mij dat een kleine kar, geschikt voor de bijkans
+onbegaanbare wegen des lands, ons heel goed te pas zou kunnen
+komen. Zoo een ezel honderd-veertig pond kon dragen, was het toch
+waarschijnlijk, dat hij het dubbele van dien last zou kunnen trekken:
+zoo doende zouden vier mannen zijn uitgewonnen. Of ik goed gezien had,
+zal later blijken.
+
+Toen ik, nadat al deze voorbereidende werkzaamheden waren afgeloopen,
+die lange reeksen van balen en zakken, van kisten en valiezen, die
+tenten, die stapels van goederen van allerlei aard overzag, stond ik
+een oogenblik versteld over mijne eigene stoutmoedigheid. Hoe zou ik
+deze gansche massa door de woestijn vervoerd krijgen, die zich van de
+kust tot aan de groote binnenlandsche meren uitstrekt?--Komaan! zeide
+ik bij mij zelf, geen moed verloren! Handen uit de mouwen en aan
+het werk! Iedere dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad; loopen wij
+niet vooruit op den morgen. Het maximum van vracht voor een drager is
+zeventig pond; aangenomen dat die rommel daar elfduizend pond weegt,
+dan heb ik zoo wat honderd-zestig dragers noodig. Ik moet zien die
+te krijgen. Te Bagamoyo zijn ze te vinden: alzoo naar Bagamoyo.
+
+Eene laatste onaangenaamheid wachtte mij nog bij de betaling mijner
+rekeningen. Laat ieder, die te Zanzibar komt, zorgen dat hij baar
+geld bij zich heeft. Credietbrieven, wissels, banknoten, mandaten,
+wat ook, niets wordt hier aangenomen, zonder eene korting van twintig
+tot dertig percent per dollar; en dan nog kost het de grootste moeite
+uw papier kwijt te raken. Eindelijk was toch ook dit afgeloopen. Mij
+restte nu nog slechts de Europeanen te bedanken, die mij hunne hulp en
+medewerking hadden verleend, en afscheid te nemen van zijne hoogheid
+den sultan, die mij een arabisch paard ten geschenke had gegeven en mij
+ook op andere wijze zijne goede gezindheid had betoond. Hij gaf mij nu
+aanbevelingsbrieven mede voor zijne ambtenaren langs de kust, en ook
+een firman gericht aan alle Arabieren, die ik onder weg zou ontmoeten.
+
+Mijn laatste bezoek was aan den heer Goodhen, een amerikaansch
+koopman, sedert geruimen tijd te Zanzibar gevestigd, en die mij,
+bij het afscheid nemen, een bruinen vos ten geschenke gaf, een echt
+raspaard, van de Kaap afkomstig, en dat minstens vijftienhonderd
+gulden waard was.
+
+Den volgenden dag, 5 Februari, negen-en-twintig dagen na onze komst
+op het eiland, lagen vier daous, arabische barken, ten anker voor
+het consulaat der Vereenigde-Staten. Alles was ingescheept, alle
+man was aan boord: John Shaw en Farquhar verschenen niet. Eindelijk,
+na lang zoeken, vond men ze bij een drankverkooper.
+
+"Een slecht begin," zeide ik tot hen.
+
+"Denkt ge niet, mijnheer, dat ik verkeerd gedaan heb, toen ik beloofde
+met u te gaan?" vroeg Shaw.
+
+"Hebt gij het contract niet geteekend?" vroeg ik op mijn beurt. "En
+nu, spoedig aan boord. Wat ons ook te wachten sta, niemand mag zijn
+plicht verzaken!"
+
+
+
+
+II.
+
+
+De afstand van het eiland Zanzibar naar Bagamoyo op den vasten wal
+bedraagt niet veel meer dan vijf-en-twintig mijlen: toch had onze
+luie daou niet minder dan tien uren voor die reis noodig.
+
+Eene bonte volksmenigte; uit Arabieren, Banyans en inlanders bestaande,
+stond ons op het strand op te wachten; onder hen merkte ik een der
+geestelijken op van de missie, die de Jezuïeten te Bagamoyo hebben
+gesticht. De eerwaarde pater bood ons, met uitgezochte beleefdheid,
+dadelijk de gastvrijheid aan; maar hoe hartelijk en dringend de
+uitnoodiging ook mocht zijn, toch nam ik haar slechts voor een enkelen
+nacht aan, daar mijne vrijheid mij boven alles waard is.
+
+Den volgenden morgen begaf ik mij reeds vroeg naar ons kamp en telde
+mijne ezels; ik miste er twee, benevens een rol koperdraad. Blijkbaar
+hadden al onze lieden geslapen, zonder aan dieven te denken. De
+djemadar, de kommandant der plaats, werd van het voorgevallene
+onderricht, soldaten werden in verschillende richtingen uitgezonden;
+aan den vinder van het vermiste werd eene belooning toegezegd. Nog
+voor den avond werd een der ezels teruggevonden in een maniokveld,
+waar hij rustig de bladeren afknabbelde; de andere was evenwel voorgoed
+verdwenen, evenals het koperdraad.
+
+In den loop van den dag ontving ik een bezoek van Ali-ben-Selim,
+die mij kwam begroeten. Zijn broeder het voormalige opperhoofd der
+karavaan van Burton en Speke, zou mijn agent zijn in Oenyanyembe;
+ik liet mij door zijne beleefdheid innemen, en ging des avonds een
+kop koffie bij hem drinken. De koffie, hoewel zonder suiker gebruikt,
+was zeer goed; en het onthaal was zoo vriendelijk mogelijk.
+
+"Wat kan ik voor u doen? ik ben uw vriend, en wensch niets liever
+dan u dit te toonen."
+
+"Ik heb groote behoefte," antwoordde ik, "aan een vertrouwd persoon,
+die mij zoo spoedig mogelijk aan de noodige dragers helpt. Zoo gij
+er mij honderd-veertig bezorgen kunt; wil ik u gaarne betalen wat
+gij vraagt."
+
+"Mij betalen voor zoo kleine dienst!" hernam de slang, op
+zoetvloeienden, zalvenden toon. "Ik vraag u niets, mijn vriend;
+en wees maar gerust, over veertien dagen zijt gij niet meer hier."
+
+Twee gewichtige redenen deden mij een spoedig vertrek zeer wenschelijk
+achten. Was het waar, dat Livingstone, zooals de heer Kirk beweerde,
+eene ontmoeting met mij zou trachten te vermijden, dan kwam het er voor
+mij op aan, Oedzjidzji te bereiken, vóór het gerucht mijner komst tot
+daar kon zijn doorgedrongen. Nu was de masika, de regentijd, niet verre
+meer: overviel zij mij te Bagamoyo, dan zou ik daar moeten vertoeven,
+tot zij voorbij was: minstens een oponthoud van veertig dagen.
+
+Getrouw aan zijne belofte, kwam Ali den volgenden morgen bij mij,
+en onderzocht met een zeer ernstig gezicht, mijne bagage. Hij
+deelde mij mede, dat al die pakken en balen in matten zakken gepakt
+moesten worden, en dat hij iemand zou zenden om daarvan de maat te
+nemen. Vooral drukte hij mij op het hart, niet met dien man over
+den prijs te spreken; daar zou hij voor zorgen. Het inpakken mijner
+goederen had ik opgedragen aan een zekeren Jetta, commissionnair te
+Zanzibar, die alles door elkander had ingepakt, zonder zich om het
+gewicht te bekommeren. Nu verschijnen op zekeren dag twee pagazis
+(dragers), die, eer zij zich verhuren, de bagage wenschen te zien. Zij
+lichten de pakken op, trekken een bedenkelijk gezicht, en weigeren
+eene overeenkomst aan te gaan. De bagage wordt nu gewogen: elk pak
+woog minstens dertig pond meer dan het bepaalde maximum. Alles moest
+weder losgemaakt, uit elkander genomen en op nieuw ingepakt worden.
+
+Dit verdrietig werk was eindelijk afgeloopen; de veertien dagen waren
+verstreken: en nog was er geen drager te zien. Ik zond Mabroeki naar
+Ben-Selim. "Over eenige dagen zult ge ze allen hebben," antwoordde de
+Arabier; maar ik geloof er geen woord van, zeide Mabroeki, die mij
+de boodschap overbracht; ik heb hem hooren zeggen, dat de sultan u
+aan den djemadar had aanbevolen, en dat hij zich met uwe zaken niet
+had te bemoeien.--De veertien dagen waren verloren!
+
+Ik herinnerde mij nu, dat een rijke Hindi mij gesproken had over een
+zekeren Hadji Pallou, die wel nog zeer jong was, maar toch, volgens
+hem, zijns gelijke niet had, als het op het vormen eener karavaan
+aankwam. Dat was nog eene laatste uitkomst. Ik zond mijn tolk naar
+Zanzibar; na verloop van drie dagen keerde hij terug met een brief
+van den Hindi, en eene menigte zeer nuttige en bruikbare zaken, die de
+heer Webb mij zond. Korten tijd daarna ontving ik een bezoek van Sour
+Hadji Pallou. Hij deelde mij mede, dat er geen dragers dan tegen zeer
+hoogen prijs te bekomen waren; dat eene menigte Arabieren steeds op
+de loer lagen naar elke gelegenheid om er eenigen meester te worden,
+en ieder man met twintig doti (tachtig el katoen) betaalden. En
+toch moesten zij, die geen hooger bod deden, dikwijls nog een half
+jaar wachten. "Zoo gij spoedig wilt vertrekken, zeide hij eindelijk,
+moet gij minstens vijf-en-twintig doti geven; dan zult ge binnen drie
+weken gereed zijn."
+
+"Het is goed," antwoordde ik, terwijl ik hem tevens liet zien dat ik
+genoegzamen voorraad van stoffen had om ruim te kunnen betalen;--"en
+voegde ik er bij, gij zult bovendien een geschenk ontvangen, waarmede
+gij tevreden zult zijn."--"Een geschenk! O, neen! volstrekt niet!" hij
+verzocht mij alleen aan mijne vrienden en landgenooten te doen weten,
+"welk een geschikt, fatsoenlijk jongmensch hij was." Toen verhaalde
+hij mij, tot mijne groote verwondering, dat hij bij zich aan huis
+tien dragers had; en dat zoo ik hem aanstonds vier balen katoen, twee
+zakken met koralen en twintig rollen koperdraad zond, de pagazis reeds
+den volgenden morgen, met drie mijner soldaten, zouden vertrekken;
+"want kleine karavanen verdienden de voorkeur boven groote, die de
+begeerlijkheid der stamhoofden opwekten en hen maar al te dikwijls tot
+vijandelijkheden uitlokten; de kleine daarentegen trokken ongemerkt
+voorbij."
+
+De balen werden aan zijn huis bezorgd; ik wenschte mij zelf geluk,
+dat ik met dien geschikten fatsoenlijken jonkman in aanraking was
+gekomen, en schreef in mijn dagboek eene schitterende lofrede
+over zijne bekwaamheid, hulpvaardigheid en belangeloosheid. Ik
+dacht er reeds over na, welk geschenk ik hem geven zou, toen
+hij den volgenden morgen bij mij kwam "om de zaak af te doen,"
+en mij, met de onverstoorbaarste kalmte, zijne rekening voorlei:
+"Eene som van.... wegens de betaling van vijf-en-twintig doti, als
+loon, aan iederen drager." Hij verzocht mij tevens, die rekening
+zoo dadelijk in klinkende munt te betalen. Ik wist letterlijk niet
+wat ik zeggen zou. Ik nam de vrijheid, dien fatsoenlijken jonkman
+onder het oog te brengen, dat toen ik hem gisteren de drieduizend
+doti liet zien, die in mijne tent waren, wij hadden afgesproken,
+dat ik zelf de dragers betalen zou. Hij stemde dit toe, maar kwam er
+openlijk voor uit dat hij zijne eigene waren wenschte te verkoopen,
+en niet de mijne: en dat hij daarom het contract maar had ter zijde
+gesteld. Ons gesprek duurde langer dan een uur. De brave jongeling
+smeekte en bad en schreide, en beloofde dat hij zich nooit meer met
+mijne zaken zou bemoeien. Ik gaf evenwel niet toe; en eindelijk ging
+Hadji Pallou, tevreden met het commissieloon dat hem niet ontgaan kon,
+heen, de drie soldaten met zich nemende, die zijne dragers moesten
+vergezellen. Toen zijn katoen hem terug werd gegeven, bleek het, dat
+in plaats van de vijf-en-twintig doti, die hij mij in rekening bracht,
+de pagazis er hoogstens ieder niet meer dan twintig hadden ontvangen;
+sommigen waren met twaalf doti afgescheept.
+
+Toch moest ik de hulp blijven inroepen van dien schavuit, die,
+terwijl hij de halve stad door zijne in het oog loopende vroomheid
+stichtte, mij tien malen per dag bestal, en als hij ontdekt werd,
+daarover niet de minste schaamte gevoelde. Gedurende de zes weken,
+die ik daar heb doorgebracht, heeft die onbeschaamde jongen mij meer
+last en hoofdbreken veroorzaakt, dan al de gauwdieven van New-York
+aan de--het is waar tamelijk zorgelooze--politie. Wellicht zal men mij
+vragen, waarom ik dien fielt niet dadelijk de deur heb gewezen? Omdat
+ik zonder hem misschien zes maanden te Bagamoyo had moeten blijven.
+
+Den 18den Februari ging de eerste afdeeling mijner karavaan op weg;
+de tweede volgde op den 21sten, vier dagen later vertrok de derde;
+den 11den Maart ging de vierde op reis, en den 21sten dier maand de
+vijfde of laatste, waartoe ik zelf met Shaw behoorde. Verder bestond
+ons gezelschap uit acht-en-twintig pagazis, twaalf soldaten, een kok,
+een kleêrmaker, een tolk, een bediende, twee paarden, zeventien ezels
+en een hond. In het geheel was onze karavaan honderd-twee-en-negentig
+manschappen sterk.
+
+Ons vertrek van Bagamoyo geschiedde onder de gunstigste voor
+teekenen. Wij waren allen vroolijk en opgewekt en vol hoop; de
+soldaten zongen; de kirangozi, dat wil zeggen de gids, stiet allerlei
+afschuwelijke geluiden uit, terwijl hij de vlag der Vereenigde-Staten
+heen en weer zwaaide. Mijn hart klopte zoo hevig, dat ik groote moeite
+had, de onverstoorbare kalmte te bewaren, die aan het opperhoofd
+eener karavane voegt. De zorgen en beslommeringen, die mij sedert meer
+dan twee maanden hadden bezig gehouden, waren vergeten; de toekomst
+opende zich voor mij, rijk aan de schoonste beloften, de bemoedigendste
+verwachtingen. De landstreek was bekoorlijk: vreemde boomen, vruchtbare
+velden, een weelderige, liefelijke plantengroei. Vroolijk straalde de
+zon boven mijn hoofd; vroolijk zongen de vogelen in bosch en veld,
+vroolijk gonsden de insecten door de warme lucht: alles scheen mij
+toe te roepen: Houd goeden moed! Geluk op reis!
+
+
+
+
+III.
+
+
+Den 26sten Maart kwamen wij te Kikoka, een dorp, of liever een
+verzameling van strooien hutten, waar wij den nacht doorbrachten. De
+weg, dien wij gevolgd waren, en die vóór mij nog door geen blanke was
+betreden geworden, had ons door eene schoone, afwisselende landstreek
+gevoerd: velden, bosschen, heuvelen, valleien. Ook toen wij den
+volgenden morgen onze reis voortzetten, behield het landschap dat
+eigenaardig, bekoorlijke karakter, dat mij aan een groot engelsch park
+denken deed. Weldra begon de grond zich met gelijkmatige golvingen te
+verheffen, eindelijk vertoonden zich enkele heuvelen met struikgewas en
+riet bedekt. Op een dier heuvelen, door dicht en doornig kreupelhout
+omgeven, ligt Rosako. Op korten afstand ligt een ander dorp, evenzeer
+door een bij kans ondoordringbaren gordel van mimosas beschut. Tusschen
+de beide dorpen breidt zich eene vruchtbare vallei uit, waardoor een
+beek kronkelt.
+
+Rosako ligt op de grens van Oekoeéré; wij trokken het dorp binnen,
+en sloegen midden tusschen de woningen ons kamp op. Reeds hadden wij
+sedert eenigen tijd de vierde afdeeling onzer karavaan ingehaald. Toen
+wij den volgenden morgen op het punt stonden van te vertrekken,
+kwam Maganga, de aanvoerder dier bende, mij berichten dat drie
+van zijne pagazis ziek waren. Ik liet de bende te Rosako achter,
+en vervolgde met mijn eigen gezelschap den tocht. Maar weldra begon
+ik mij over dit achterlaten te verontrusten en liet halt houden. Wij
+bevonden ons juist nabij de bijkans uitgedroogde bedding eener beek,
+waarin nog enkele plassen stonden. Nauwelijks hadden wij ons kamp
+opgeslagen, of wij werden met schrik gewaar hoezeer het op deze plek
+van insecten wemelde, vooral van vliegen, waarvan ik drie soorten
+onderscheidde, die al gonzende, bij groote scharen, door mijne tent
+rondvlogen. De tegenwoordigheid dier lastige en venijnige gasten
+beviel mij volstrekt niet. Ik herinnerde mij, wat de heer Kirk had
+verteld van de verderfelijke tsétsé, die in deze streken te huis
+behoort. De inboorlingen verzekerden mij dat al deze vliegen de
+gezworen en zeer gevaarlijke vijanden waren van het vee, hetgeen
+ook de bijna volstrekte afwezigheid van runderen, in eene streek
+zoo rijk aan weilanden, verklaarde. Ik onderzocht deze vliegen zoo
+nauwkeurig mogelijk. De grootste, die bijna drie duim lang was, hield
+ik voor de afrikaansche paardenvlieg. De tweede kwam meer overeen met
+de beschrijving, die men mij van de tsétsé gegeven had. Zij was zoo
+vlug, dat mijne lieden meer dan een uur werk hadden, eer zij er eene
+gevangen hadden. Zoodra men haar aanvatte, stak zij met alle macht,
+en hield met hare aanvallen niet op, voor haar een speld door het lijf
+was gestoken. De derde maakte minder gerucht dan de beide anderen,
+maar was veel geduchter; de paarden en ezels, door haar gestoken,
+steigerden en sloegen van pijn, terwijl hun het bloed langs het lijf
+liep. Later heb ik ontdekt dat zij inderdaad de beruchte tsétsé was.
+
+Reeds waren er twee dagen voorbijgegaan, zonder dat wij iets van
+Maganga hadden vernomen. Ik liet hem zeggen, dat hij zich wat moest
+haasten, en dat ik hem aan de volgende halt zou afwachten. Daarop
+vertrokken wij naar Kingaroe, in eene nauwe moerassige vallei,
+door hooge boschrijke heuvelen omringd, gelegen: een ware bakermat
+voor de koorts. Het was dan ook een bij uitnemendheid ongezond oord,
+vooral nu de regentijd zich reeds begon aan te kondigen door geweldige
+stortbuien. Ik had nog geen twee dagen hier vertoefd, of reeds waren
+mijne beide paarden bezweken; Selim kreeg de koorts, toen de kok,
+toen diens bediende, toen de kleermaker. Van mijne vijf-en-twintig
+manschappen, waren er tien ziek.
+
+Eindelijk den 4den April, verscheen Maganga, dien ik nu weder vooruit
+liet trekken. Den volgenden morgen hervatten ook wij den tocht,
+die ditmaal weder zeer bezwaarlijk was. Onze weg voerde ons door een
+bijkans ondoordringbaar dicht kreupelhout, waar de uitwasemingen van
+rottende planten ons schier deden stikken; het pad, dat tusschen twee
+hooge muren van stekelige doornen voortliep, was niet veelmeer dan een
+voet breed; en men kan zich moeielijk voorstellen wat het in heeft,
+langs zulk een weg, zeventien zwaar beladen ezels door zeven mannen te
+doen voortdrijven, te meer daar de scherpe doornen elk oogenblik in
+de bagage bleven haken. Toen wij, na een uiterst vermoeienden tocht,
+te Msoehoea aankwamen, moesten wij daar uitrusten, om menschen en
+beesten weder eenigszins op hun verhaal te laten komen. Het opperhoofd
+van het dorp gaf mij een zijner vetste schapen en vijf maten sorgho
+ten geschenke, wat mij zeer gelegen kwam. Van mijne zijde schonk ik
+hem acht ellen katoen, en liet hem mijne wapenen, en vooral mijne
+revolvers zien, die in de hoogste mate zijne bewondering opwekten.
+
+Voorbij Msoehoea werd de weg aanmerkelijk beter, zoodat wij onze reis
+door eene schilderachtig schoone, heuvelachtige landstreek, zonder
+bezwaar konden vervolgen, en den 17den April te Moehalleh aankwamen,
+waar ik Selim-ben-Râshid aantrof, die met driehonderd olifantstanden
+uit het binnenland kwam. Hij schonk mij eene hoeveelheid rijst,
+en gaf mij ook, wat nog meer waard was, eenige berichten aangaande
+Livingstone. De brave Arabier had hem te Oedsjidsji achtergelaten, waar
+hij, gedurende veertien dagen, in eene hut naast die van Livingstone
+had gewoond. "Hij is zeer ziek geweest, zeide Selim, en ziet er uit
+als een grijsaard: zijn gelaat is vervallen en zijn baard bijna wit."
+
+Den volgenden morgen gingen wij verder de vallei in, en trokken
+langs de muren van Simbamoeënni, de hoofdstad van Oesegoehha. De
+aanblik dezer stad, aan den voet der bergen van Oeroegoeroe, in
+eene prachtige, door twee rivieren besproeide vallei gelegen, trof
+mij. Zij telt ongeveer vijfduizend inwoners; de huizen zijn naar
+afrikaansche wijze, maar in den besten stijl gebouwd; de stad is
+volgens het arabisch-perzische stelsel versterkt. Aan iederen hoek
+van de steenen omwalling verhief zich een massief steenen toren;
+de muur had vier poorten, naar de vier windstreken gericht, die met
+zware houten deuren gesloten werden. Het koninklijk paleis was een
+langwerpig gebouw met eene veranda en een steil oploopend dak, dat ver
+buiten den muur uitstak. Dit paleis werd bewoond door eene sultane,
+dochter van zekere Kisabengo, een handigen schurk, die bij zijn leven
+de schrik van zes gewesten was geweest. Van lage afkomst, maar met eene
+buitengewone lichaamskracht begaafd, vlug ter taal, sluw en handig, had
+Kisabengo zich een grooten invloed weten te verwerven op de weggeloopen
+slaven, die hem als hun hoofd erkenden. Door de justitie achtervolgd,
+was hij naar 't binnenland gevlucht, en had daar op groote schaal zijne
+roof- en plundertochten voortgezet: met dat gevolg dat hij eindelijk
+de Voeakami gedwongen had, hem eene uitgestrekte landstreek in hunne
+prachtige vallei af te staan. Op de fraaiste plek dier streek had hij
+zijne hoofdstad gebouwd, waaraan hij den naam gaf van Simbamoeënni,
+dat wil zeggen Leeuwenstad. Tegen het einde van zijn leven, had de
+oude bandiet zijn naam van Kisabengo voor dien zijner stad verruild;
+en bij zijn sterven had hij gewild dat zijne dochter, die hem in de
+regeering opvolgde, dienzelfden koninklijken naam zou voeren.
+
+Vier mijlen van Simbamoeënni, aan den oever der rivier, sloegen wij
+ons kamp op. Wij waren midden in den regentijd; en zeer spoedig werd
+ik gewaar, dat mijn verblijf in de moerassen van Arkansas mij nog
+niet had gehard tegen de beproevingen van de afrikaansche masika. Ik
+kreeg de koorts; maar het gelukte mij, die spoedig, althans voor
+een tijd, te verdrijven. Intusschen was het onmogelijk den volgenden
+dag te vertrekken, zooals ik mij had voorgenomen. De Oengerengeri,
+in het droge jaargetijde een onbeteekenend rivierke, wordt in den
+regentijd een geweldige stroom, die het water van de naburige bergen
+ontvangt, en met geen mogelijkheid te doorwaden is. Bovendien regende
+het aanhoudend: een dier vervelende regens, die u dwingen in huis te
+blijven en u uit uw humeur maken; geen stortbuien, maar een voortdurend
+bad van lauw water, met vochtigen nevel doormengd.
+
+De plek waar wij ons kamp hadden opgeslagen, mocht inderdaad een
+kweekplaats voor de pest worden genoemd; de onreinheden, daar door
+vele opvolgende geslachten van dragers achtergelaten, hadden gansche
+zwermen van kruipende en wriemelende ongedierten gekweekt: de grond,
+de boomen, de struiken, de lucht wemelden er van. Het was hier niet
+uit te houden, en met vreugde maakten wij van den eersten helderen dag
+gebruik, om onze bagage naar de overzijde der rivier te vervoeren. Dit
+ging niet gemakkelijk, want wij moesten ons behelpen met eene brug,
+die voor ieder ander dan negers of akrobaten van beroep onbegaanbaar
+was. Zulk eene afrikaansche brug is niet anders dan een boom, die van
+den eenen oever tot den anderen reikt; ge begint nu met van den oever
+op een der takken te springen, die zeer dikwijls half onder water ligt;
+dan scharrelt ge voort tot aan het andere einde, en moet dan weer
+een sprong wagen om den vasten grond te bereiken. Met een vracht van
+zeventig pond op den rug, is dat geene lichte zaak. Somwijlen heeft
+men de voorzorg gebruikt, van eene liane, naast de zoogenaamde brug,
+bij wijze van leuning, over de rivier te spannen: maar deze weelde
+is verre van algemeen. De overtocht duurde vijf uur, maar liep zonder
+ongelukken af.
+
+Wij trokken nu noordwaarts voort, en bereikten eindelijk den voet
+van een heuvel, waar wij een zoogenaamde _khambi_, een kamp, vonden,
+waarvan de hutten in een goeden staat verkeerden. Deze plek heette
+Simbo. Van den top des heuvels overzagen wij eene wijde vlakte, de
+vallei van de Makata, die wij nu moesten doortrekken. Deze uitgestrekte
+moerassige vlakte, door eene menigte _nullahs_ (greppels, of liever
+beddingen van beeken) doorsneden, die nu vol water stonden en met
+riet en biezen waren begroeid, heeft bij mij alleen de herinnering
+achtergelaten aan een vervelenden, uiterst vermoeienden marsch
+van tien uren, waarin wij niet meer dan even zooveel mijlen hadden
+afgelegd. Het was bijna middernacht, toen onze kar, door vier haast
+van vermoeienis bezwijkende mannen begeleid, in het kamp, dat wij
+in deze woestijn hadden opgeslagen, aankwam. Bombay, die medekwam,
+verhaalde mij dat zijne bagage hem ontstolen was, toen hij die had
+nedergelegd om de kar uit den modder, waarin zij bleef steken, te
+helpen trekken. Naar zijne meening behoorden de dieven tot den stam der
+Vouashensi, die de karavanen volgen met het doel om de achterblijvers
+uit te plunderen. Onder de verloren voorwerpen bevonden zich een groote
+amerikaansche bijl, een tent, een pistool en een hoorn met kruit van
+de beste kwaliteit. Ik maakte mij zeer boos, en beval Bombay, bij
+het krieken van den dag dadelijk op weg gaan, om zijn pak op te sporen.
+
+Tevens zond ik drie mijner soldaten naar Simbamoeënni om graan te
+koopen, en den kok te halen, die reeds den vorigen dag was vertrokken
+en niet teruggekomen. Drie dagen gingen voorbij, eer mijne manschappen
+terugkeerden. Eindelijk verscheen Bombay: hij had niets gevonden. Ik
+ontnam hem zijn titel van hoofdman, en zond Shaw uit om te onderzoeken
+wat er van de anderen geworden was. Hij keerde nog denzelfden avond,
+met een geweldige koorts op het lijf.
+
+Evenwel bracht hij mijne soldaten mede, die hij onderweg had
+ontmoet. Zie hier wat hun overkomen was. Onderweg hadden zij
+vernomen dat een witte ezel, zoo en zoo opgetuigd en beladen, door
+twee mannen weder over de rivier was gevoerd. Niet twijfelende of
+dit was de ezel van onzen kok, waren zij haastig naar Simbamoeënni
+teruggekeerd, en hadden tegen de mannen, die de poort bewaakten,
+gezegd, dat twee Vouashensi de stad waren binnen getrokken met een
+ezel, wier meesters zij vermoord hadden. Voor de sultane gebracht,
+hadden mijne soldaten hun bericht nog eens herhaald; en daar de
+poortwachters inderdaad de twee Vouashensi hadden zien voorbijgaan,
+had de sultane twintig musketiers uitgezonden, om de dieven op te
+sporen. Weldra had men hen gevonden, en met den ezel en al de bagage
+naar de stad teruggevoerd. Deze beide mannen verhaalden dat zij den
+ezel aan een boom vastgebonden hadden gevonden, zonder dat er iemand
+bij was, en dat zij het dier hadden medegenomen. Den kok hadden zij
+niet gezien. Intusschen was de diefstal uitgemaakt, en de sultane
+wilde dit vergrijp niet ongestraft laten voorbijgaan. Zij zeide tot
+de beide dieven dat zij hen naar den sultan van Zanzibar zou zenden,
+om daar hunne straf te ondergaan; en vroeg daarop aan mijne soldaten,
+waarom ik de verschuldigde schatting niet betaald had. Deze, die
+niet wisten dat de eerste afdeeling der karavaan ook reeds voor alle
+volgende had voldaan, konden daar niet op antwoorden. De waardige
+dochter van Kisabengo had hun daarop toegevoegd dat zij zich zelf
+betalen zoude, niet alleen door den ezel met de bagage te behouden,
+maar ook door hunne wapenen af te nemen; bovendien zouden zij zelf
+in boeien geklonken worden, tot hun meester hen kwam verlossen.
+
+Zij had hare bedreiging ook uitgevoerd; en sedert zestien uren waren
+mijne drie soldaten op de markt geboeid ten toon gesteld, ten spot der
+menigte, toen een Arabier, dien ik te Kingaroe ontmoet had, de sheik
+Thani, hen gelukkig herkende. Hij had zich naar de sultane begeven,
+had haar een sterk gekleurd tafereel van mijne macht opgehangen;
+haar onder het oog gebracht, aan welk gevaar zij zich blootstelde, en
+haar eindelijk bewogen, mijne soldaten in vrijheid te stellen. Zelfs
+werd de ezel met de bagage en een der drie geweren teruggegeven;
+ook had men hun vergund, een genoegzamen voorraad koren te koopen,
+om al mijne manschappen gedurende vier dagen te onderhouden. De goede
+Arabier had de vrijgelatenen naar Simbo geleid, en Shaw had hen in
+zijn kamp teruggevonden.
+
+Ondanks geweldige stortregens, braken wij ons kamp op en vervolgden
+onzen tocht. Aanvankelijk vonden wij een drogen weg of dijk, maar
+weldra bevonden wij ons weder in de vlakte, waar de grond week en
+kleverig was als lijm. Shaw was ziek; op mij alleen rustte de zorg
+voor het bestuur onzer karavaan. Elk oogenblik bleef een der ezels in
+den modder steken: en als het ons eindelijk met groote moeite gelukt
+was het arme dier weder op de been te helpen, zonk weer een ander in
+den zachten grond, en zoo ging het telkens. Daar kwam bij, dat wij
+bij herhaling rivieren moesten doorwaden, die in dit seizoen meest
+allen geweldige watermassa's medevoeren; vooral de Makata, van eene
+nederige beek tot een machtigen, onstuimigen, snelvlietenden stroom
+aangegroeid, die verre buiten zijne oevers was getreden, en niet dan
+met de grootste inspanning en wezenlijk gevaar was te doorwaden.
+
+De noodlottige tocht door deze moerassige, half overstroomde, ongezonde
+vlakte duurde drie dagen. Wij plasten letterlijk door het water, dat
+somwijlen tot aan de borst en de schouders kwam. Mijne manschappen
+waren uitgeput van vermoeienis, de meesten waren ziek. Shaw had
+voortdurend de koorts; een der soldaten had de pokken; Bombay leed aan
+hevige krampen in de borst; Mabrâk, een stevige jonge neger, klaagde
+over misselijkheid; de kleermaker had geen kracht om iets te doen;
+de anderen waren allen evenzeer van streek. Zij gingen eenvoudig
+in den modder liggen, en ik moest de toevlucht nemen tot de zweep,
+om hen tot voortgaan te bewegen. Dit middel hielp: de kwalen weken
+met verwonderlijke snelheid, en de uitgeputte krachten kwamen even
+spoedig terug. Onze ezels bezweken bij twee en drie per dag: er bleven
+eindelijk maar vijf over, die haast niet meer voort konden. Soldaten
+en dragers leden vreeselijk; ik zelf was dood ziek. Toch hadden wij
+slechts twee slachtoffers te betreuren: een pagazi, en mijn hond,
+mijn armen Omar, die mij sedert mijn vertrek uit Indië had vergezeld.
+
+
+
+
+IV.
+
+
+Den 4den Mei sloegen wij ons kamp op te Rehenneko, het eerste dorp
+in Oesagara, waar wij den nacht doorbrachten. Het was eigenlijk
+meer een vlek dan een dorp, aan den voet van een berg, in eene zeer
+gezonde luchtstreek gelegen. Hooge, vierkante, van leem opgetrokken
+muren omringden eene menigte kegelvormige hutten met spits toeloopende
+daken, waarin ongeveer een duizendtal menschen huisden. In den omtrek
+lagen nog onderscheidene andere, even welvarende en volkrijke dorpen,
+wier inwoners zich door zekere onafhankelijkheid en vrijheid van
+manieren kenmerkten.
+
+Na vier dagen in deze liefelijke streek te hebben vertoefd, begonnen
+wij de eerste steile hellingen van den berg te beklimmen. Op den top
+gekomen, overzagen wij, als in een prachtig panorama, de gansche vallei
+van de Makata, met hare heldere, snelvlietende wateren, als zilveren
+snoeren door de vlakte kronkelend; hare palmbosschen, hare heuvelen
+en bergen, in grootsche lijnen zich aansluitende aan de bergen van
+Oeroegoeroe en Oesoeapanga, wier hooge toppen zich schemerend aan den
+horizon afteekenden. Het was een heerlijk grootsch tafereel, dat ons
+al de ellende en jammeren van den moeilijken tocht deed vergeten.
+
+Onze weg voerde ons nu dwars door eene bergachtige streek, naar het
+armoedige, smerige dorp Kiora, met niet veelmeer dan twintig huizen,
+maar eene ongeloofelijke menigte kinderen en nog veelmeer insecten
+van allerlei soort, bekend en onbekend. Hier vond ik Farquhar, den
+chef mijner derde karavaan: maar in welken toestand! Nooit zou ik
+mijn Farquhar hebben herkend in dien bleeken man, met vreeselijk
+gezwollen beenen, die zich met groote moeite voortsleepte. Ik liet
+ons kamp op een luchtigen, frisschen heuvel opslaan, en den zieke
+daarheen brengen. Verder wist ik niets te doen, want ik kon zelfs niet
+gissen wat hem eigenlijk scheelde. Hij was zeer gelukkig dat ik hem
+gevonden had: maar wat zou ik nu met hem aanvangen? Ik kon hem niet
+te Kiora achterlaten; en hoe zou ik het aanleggen om hem verder te
+vervoeren? De kleine kar was onbruikbaar geworden; er was groot gebrek
+aan ezels. Eindelijk stond ik hem den mijnen af, en wij begaven ons
+op weg met de derde karavaan, die zich nu met de onze vereenigd had.
+
+Na een tocht van acht mijlen, bereikten wij den oever van
+de Moekoedokoea, de samenvloeiing van de beide Makata's en een
+paar andere rivieren; en na dezen stroom te zijn overgetrokken,
+bevonden wij ons in eene naakte wildernis, ontbloot van bosschen,
+alleen hier en daar door struikgewas en cactussen verlevendigd,
+en voorts eene opeenvolging van grijsachtig witte, door de zon
+geblakerde rotsen. Vijf dagen lang moesten wij door deze gloeiende
+woestijn voorttrekken, tot wij eindelijk den noordelijken oever van
+het meer Oegombo bereikten, in de nabijheid van de berg van gelijken
+naam. De oever van dit meer bestaat, over eene breedte van minstens
+zestien ellen, uit een ongenaakbaar moeras, geheel met rietbosschen
+en waterplanten bedekt, waartusschen het rivierpaard zich met zijn
+log lichaam een weg baant. Hier komen giraffen, buffels, zebra's,
+wilde zwijnen en kudden van antilopen, tegen het vallen van den avond,
+hun dorst lesschen. Gansche zwermen van vogels drijven en dartelen en
+spelen en zweven over de oppervlakte van het water. Vischarenden en
+andere roofvogels beschrijven groote kringen in de lucht, loerende
+op hunne prooi; uit het hooge struikgewas in den omtrek weerklinken
+de kreten van het parelhoen en den toucan, het gekir der duiven, het
+geschreeuw van den uil, en de stemmen van een aantal andere vogels,
+in de dichte biezen verscholen.
+
+Den 16den trokken wij door de vlakte, die zich ten westen van den
+berg Oegombo uitstrekt, en waar baobabs, reusachtige tamarinden
+en mimosas eene welkome schaduw verspreidden. Wij hadden vijf uren
+gemarcheerd, toen de bergketen, waar langs wij voorttrokken, zich naar
+het noordoosten wendde. Onze weg liep in noordwestelijke richting
+en voerde ons naar de khambi van Mpoepoea, waar wij den sheik Thani
+aantroffen, dien braven Arabier, wiens tusschenkomst bij de dochter
+van Kisabengo ons zoo nuttig was geweest. Hij had zijne tent opgeslagen
+onder een reusachtigen, wilden vijgeboom, en onthaalde zich sedert twee
+dagen op schapen- en ossenvleesch en melkspijs. Hij scheen nog niet
+van voornemen om spoedig de moeielijke reis te aanvaarden, die wij
+zoo pas hadden afgelegd, en deed zijn best om ook mij over te halen,
+hier te toeven en mijn manschappen en mijn beesten een paar dagen te
+laten uitrusten. Het was aanvankelijk mijn plan geweest, zoo spoedig
+mogelijk Oegogo te bereiken, dat mij als het beloofde land verscheen,
+waar ik mijne uitgeputte krachten zou kunnen herstellen; maar toen
+ik vernam, dat deze plaats niet minder gezegend en welvarend was,
+gaf ik aan den raad van den Arabier gehoor. Weldra stroomden ons
+van alle kanten eieren, melk, boter, honig, schapenvleesch, meel en
+boonen, toe, en konden wij ons een heerlijken maaltijd bereiden, die
+ons te beter smaakte, nadat wij twee maanden lang hoofdzakelijk van
+een aftreksel van sorgho en half bedorven geitenvleesch hadden geleefd.
+
+Intusschen was Farquhar zoo zwak geworden, dat hij de reis niet verder
+kon voortzetten, te minder daar er op nieuw twee ezels gestorven waren,
+zoodat het onmogelijk was geworden, hem een rijdier te bezorgen. Ik
+vond voor hem eene zeer geschikte verblijfplaats in een der vele
+dorpen van deze liefelijke landstreek. Leucolé, het opperhoofd van dat
+dorp, een man, wiens gunstig uiterlijk mij dadelijk voor hem innam,
+belastte zich met de zorg voor onzen zieke; hij beloofde mij, dat
+hij Farquhar met eene goede karavaan naar de kust zou terugzenden,
+zoodra de staat van zijne gezondheid dit zou toelaten.
+
+Den 22ste Mei ontmoetten drie karavanen--die van Thani, die van
+Hamed, een Arabier, die een paar dagen te voren was aangekomen,
+en de mijne--elkander te Koenyo, een station, ruim drie-en-een-half
+uur van Mpoeapoea verwijderd. Een voorsprong van den berg beschermt
+het dorp tegen de hevige rukwinden, die uit de naburige kloven en
+bergpassen schieten; maar het water is hier afschuwelijk. Aan deze
+omstandigheid ontleent de vlakte, die Oesagara van Oegogo scheidt,
+haren naam van Marenga-Mkali, dat wil zeggen, bitter water. Ondanks
+den afschuwelijken smaak, drinken de Arabieren en de inboorlingen dit
+water, zonder daarvan eenigen hinder te ondervinden; maar zij dragen
+wel zorg dat hunne ezels daar niet van gebruiken. Hiermede onbekend,
+liet ik mijne beesten vrij drinken, zooals zij dat altijd na een marsch
+deden; maar weldra ondervond ik daarvan de noodlottige gevolgen:
+weinige dagen later had ik vijf van mijne beste ezels verloren;
+er bleven nu nog slechts vier over.
+
+Toch maakte onze karavaan, bij ons vertrek van Koenyo, een waarlijk
+indrukwekkende vertooning: ongeveer vierhonderd mannen, met een aantal
+geweren, vlaggen, trommen en trompetten. Onder luid gerucht van muziek
+en gezang en geschreeuw, toog men op weg. Die opwekking was wel noodig:
+want om Oegogo te bereiken moesten wij twee dagreizen afleggen door
+eene wildernis, waar geen enkele droppel water is te vinden.
+
+Naarmate wij de grenzen van Oegogo naderden, begon de naakte bodem
+zich met gras, straks met kreupelhout en geboomte te bedekken;
+eindelijk zagen wij weder akkers en bebouwde velden: wij waren in
+Oegogo. Gaandeweg nam nu het landschap een ander karakter aan: de
+heuvelen waren met statige bosschen getooid; in de vlakte verhieven
+zich overal, te midden der bebouwde velden, reusachtige baobabs. Wij
+naderden een dorp; een man van zekeren leeftijd hoedde in het veld
+eene kudde runderen, maar zag plotseling verbaasd op, toen hij mij
+gewaar werd. Hij staarde mij een oogenblik aan, en riep toen met eene
+luide stem, die ver in het ronde weerklonk: "_Yambo moussoungou,
+yambo bana, bana!_" Nauwelijks was dit woord moussoungou vernomen,
+of van alle kanten kwamen mannen, vrouwen en kinderen aanloopen,
+om den vreemdeling te zien. De menigte groeide voortdurend aan, en
+volgde ons op den weg, dringende en vechtende en joelende, als ware
+ik een of ander monster geweest, dat ieder wilde zien. Ook toen wij
+ons kamp hadden opgeslagen, bleef een nieuwsgierige volkshoop rondom
+de doornige palissade geschaard; zich alles getroostende, om slechts
+een blik te kunnen werpen op den moussoungou.
+
+Den volgenden morgen trokken wij naar Mvoemi, waar het opperhoofd
+dezer landstreek woonde. Hier vooral bleek het ons, dat de roem van
+rijkdom, en vruchtbaarheid, die van dit gewest uitgaat, ten volle
+verdiend is. Melk, maïs, sorgho, gerst, boonen, boter, vruchten:
+alles werd ons in overvloed aangeboden, zonder dat wij noodig hadden
+ons eenige moeite te geven. De aandrang der verkoopers was zoo groot,
+dat zij bijna met de geringste betaling tevreden waren; zij namen
+zelfs kleine lapjes katoen en versleten gordels aan.
+
+Wij mochten niet van hier gaan, zonder de verschuldigde
+schatting te betalen: dit te verzuimen zou gelijkstaan met eene
+oorlogsverklaring. Twee slaven van Thani, slim en welbespraakt en
+daarbij goed bekend met de hoofden en met de gewoonten des lands,
+gingen van onzentwege den sultan vier-en-twintig el van verschillende
+stof aanbieden. Dit geschenk werd onvoldoende geoordeeld, en ondanks
+de welsprekendheid onzer gezanten, niet eenmaal aangenomen. De
+sultan verlangde meer. Ik wilde eerst weigeren, maar Thani bracht
+mij tot andere gedachten. "Ik moet toegeven," zoo sprak hij,
+"anders zal de oorlog uitbarsten, uwe pagazis zullen wegloopen,
+en u en uwe bagage in de macht laten der Vouagogo. Geloof mij: laat
+ons den sultan niet verbitteren."--De slaven vertrokken weder, en
+namen honderd-twintig el mede. Een uur later kwamen zij terug: het
+geschenk was ditmaal aangenomen, maar nog niet voldoende geoordeeld:
+het opperhoofd verlangde bovendien twee-en-zeventig el calicot en
+twaalf snoeren zwarte kralen. Zij werden hem gezonden. De sultan nam
+ze aan, maar merkte toen op dat de stof van den moussoungou te kort en
+die der Arabieren van slechte kwaliteit was: hij verlangde mitsdien
+nog twee-en-dertig el katoen. Mijn aandeel in die nieuwe schatting
+bedroeg twaalf el; ik liet die zoo ruim mogelijk uitmeten, en zond ze
+den sultan door Bombay. Maar de Arabieren spartelden tegen en leverden
+maar acht el, in plaats van twintig. De sultan eischte nu dat de twaalf
+ontbrekende ellen van kostbaarder stof zouden worden geleverd: en onzen
+Arabieren schoot niets anders over, dan dien roover zijn zin te geven.
+
+Den volgenden morgen verlieten wij deze koninklijke residentie,
+en vervolgden onzen weg door een vruchtbaar, uitnemend bebouwd en
+dichtbevolkt land, met welvarende dorpen bezaaid. Aan het volgende
+station, te Matamboeroe, gekomen, vonden wij daar denzelfden toevloed
+van nieuwsgierigen, en dezelfde verbazende begeerte om ons te zien. Het
+opperhoofd, een man van eene herkulische gestalte, toonde zich vrij wat
+handelbaarder dan zijn buurman. Hoewel hij gezag voerde over veertig
+dorpen en dus eene vrij aanzienlijke macht tot zijne beschikking had,
+stelde hij zich tevreden met twintig el katoen.
+
+Toen ik den volgenden morgen de talrijke groepen gadesloeg, die
+zich langs den weg hadden geschaard om den moussoungou te zien
+voorbijgaan, kwamen mij de hooge eischen der opperhoofden minder
+ergerlijk voor. Blijkbaar behoefde het hun niet de minste moeite
+te kosten, om ons te berooven van alles wat wij hadden. Ik begon
+zekeren eerbied te gevoelen voor een volk, dat, zich zijner kracht
+bewust, daarvan toch geen misbruik maakt, en dat, ondanks de sterke
+verzoeking, toch de karavanen ongehinderd zijn land liet doortrekken,
+zonder iets anders te vorderen dan een zeker transito-recht.
+
+Zoowel uit een physiek als uit een moreel oogpunt, staan de Vouagogo
+hooger dan een der andere stammen, waarmede wij tot dusver kennis
+hebben gemaakt. Hun voorhoofd doet u eenigszins aan dat van den
+leeuw denken; hun gelaat heeft eene uitdrukking van verstand en
+scherpzinnigheid; hunne oogen zijn groot en wijd geopend. Hun neus
+is plat en hunne lippen zijn dik, maar toch niet in die mate, als bij
+andere negers het geval is. Ondanks zijne heftigheid en opvliegendheid,
+die hem, eenmaal in drift ontstoken, tot alles in staat doet zijn,
+maakt de Mgogo een gunstigen indruk op ons. Hij is trotsch op zijn
+opperhoofd, trotsch op zijn land, trotsch op zich zelf, op zijne
+heldendaden, op zijne wapenen, op alles wat hem toebehoort. Hij is
+ijdel, pralend, zelfzuchtig, heerschzuchtig, maar ook tot groote liefde
+en toewijding bekwaam. Hij zal geen moeite ontzien, om iemand, dien
+hij bemint, een dienst of een genoegen te doen; de hoofdfout van zijn
+karakter, die hem vooral bij den vreemdeling van eene ongunstige zijde
+doet kennen, is zijn hebzucht. Ondanks zijn krachtvol, indrukwekkend
+voorkomen, ondanks zijne heftigheid, zijn prikkelbaren trots, zijn
+twistzieken aard, wordt deze halve wilde toch een kind tegenover den
+hooger beschaafde, die hem tracht te begrijpen, en, zonder hem te
+kwetsen of te krenken, zijn karakter tracht te doorgronden.
+
+De wapenen van een Mgogo zijn met veel kunst vervaardigd. Zij bestaan
+uit een boog en scherpe pijlen; uit een paar assagaaien of werpspiesen;
+uit een lans, waarvan de meer dan twee voet lange punt op het lemmer
+van een sabel gelijkt; uit een bijl en een kleinen knots, roungou
+genaamd. Van zijne kindsheid in de behandeling dezer wapenen geoefend,
+weet hij, er op vijftienjarigen leeftijd volkomen mede om te gaan.
+
+Moet er gevochten worden, dan gaat de bode van het opperhoofd van
+het eene dorp naar het andere, uit alle macht op zijn ossenhoorn
+blazende. Zoodra de Mgogo dit signaal verneemt, neemt hij zijn
+spade op den schouder, spoedt zich naar zijne woning, en komt eenige
+oogenblikken later weder te voorschijn in vollen krijgsdos: zijn hoofd
+is versierd met struis-, arend- of valkenvederen; van zijne schouders
+golft een lange roode mantel naar beneden. Aan zijn linkerarm hangt
+een schild van olifants-, rhinoceros- of buffelhuid, met zwarte en
+witte figuren beschilderd; in de eene hand houdt hij zijne lans,
+in de andere zijne werpspiesen. Zijn lichaam is met rood geverfd;
+aan de knieën en aan de enkels draagt hij belletjes, en om de polsen
+een aantal ivoren ringen, waarmede hij van tijd tot tijd rammelt. Hij
+heeft met de spade ook het voorkomen van den boer afgelegd; hij is
+nu een krijgsman, vol moed en geestdrift, den tijger in kracht en
+vlugheid gelijk en hunkerende naar het slagveld.
+
+Evenals in het westen van Oesagara, zijn ook in Oegogo de woningen
+nevens elkander langs de vier zijden van een veld of perk gebouwd,
+dat daardoor geheel is ingesloten en waarop alle deuren uitkomen:
+dit plein is de zoogenaamde _tembé_, dien wij tot aan het groote
+meer overal zullen aantreffen. Het doorloopend platte dak der
+woningen dient tot bergplaats voor het koren, het hooi, de tabak
+en andere voortbrengselen van den landbouw. In den buitenmuur zijn
+kleine openingen aangebracht, die tegelijk tot kijk- en schietgaten
+dienen. In Oegogo is deze muur slechts van klei en aarde opgetrokken,
+met drie of vier palen, waarop de balken rusten, die het platte dak
+schragen. Een geweerkogel dringt zonder moeite door deze zwakke muren
+heen, die daarentegen in Ochyanzi veel steviger zijn en inderdaad
+eene soort van vesting mogen heeten. In ieder vertrek, dat door een
+beschot van het aangrenzende wordt afgescheiden, woont een huisgezin,
+waarvan de kinderen op beestenvellen op den grond slapen. De ouders
+slapen op een soort van bed, bestaande uit een ossenhuid of de schors
+van den myombo, op een raam uitgespannen. Onder de huisdieren mogen
+alleen de katten, de koeien, en de schapen binnen de woning komen:
+de honden en de ossen zijn buitengesloten.
+
+Den 7den Juni, des morgens ten zeven uur, trokken wij over de grenzen
+van Oegogo, waar onze manschappen, vanwege den zeer prikkelbaren
+aard der inwoners, zich niet recht op hun gemak hadden gevoeld. Te
+negen uur hielden wij halt aan den oever van de Maboengoeroe, nu eene
+uitgedroogde beek, die Oegogo van Magoenda-Mkali scheidt; wij sloegen
+ons kamp op ter hoogte van vierduizend-vijfhonderd voeten boven de zee.
+
+De twee Arabieren, Thani en sheik Hamed, waren nog altijd bij ons;
+die titel van sheik wordt hier beleefdheidshalve aan iederen Arabier
+van middelbaren leeftijd en van zekeren stand gegeven. Hamed, aan wien
+wij het bevel over de drie karavanen hadden opgedragen, was een klein
+mager manneke, maar die het weinig indrukwekkende van zijn voorkomen
+vergoedde door eene buitengewone levendigheid en bewegelijkheid. Hij
+had nooit rust; zelfs in het kamp was hij onophoudelijk op de been,
+heen en weder loopende, alles nasnuffelende, zich met alles bemoeiende
+en allen voortdurend last en moeite veroorzakende. Wij hadden dien dag
+twintig mijlen afgelegd, en verlangden dus hartelijk naar rust. Om
+één uur na middernacht, bij helderen maneschijn, blies Hamed op den
+hoorn, en gaf bevel tot opbreken. Zwijgend ging de karavaan op weg:
+de thermometer teekende geen twaalf graden; de dauw was koud als
+ijzel. De dragers, die bijkans geheel naakt waren, liepen zoo hard
+zij konden om zich te verwarmen; velen hunner verwondden zich de
+voeten door tegen de rotsen te stooten of in de doornen te loopen.
+
+Te Oenyambogi aangekomen, gingen wij op den grond liggen, en weldra
+waren allen in diepen slaap gedompeld. Toen ik ontwaakte was het
+helder dag; de zon scheen mij in de oogen. Hamed was twee uren geleden
+vertrokken; hij had Thani willen medenemen, die evenwel geweigerd
+en hem zijn onverstand verweten had. Op het volgende station vonden
+wij hem weder driftiger en onrustiger dan ooit. Zijne geliefkoosde
+slavin was gestorven, en drie zijner dragers waren weggeloopen,
+hunne bagage medenemende, waartoe ook de fraaie staatsiekleederen
+behoorden, die sheik Hamed in Oenyanyembi hoopte aan te trekken,
+om behoorlijk voor den dag te komen. Hamed trachtte vergeefs de
+deserteurs op te sporen, en voegde zich weder bij ons. Toch verliet
+hij ons eenige dagen later, toen wij te Koesoeri, aan de grenzen van
+Magoenda-Mkali, waren gekomen. Daar moest ik ook Thani achterlaten,
+wiens dragers voor het meerendeel door de pokken waren aangetast.
+
+Na een tocht van enkele dagen bereikten wij Koeïkoeroe, ongeveer
+twee mijlen ten zuiden van Tabora, de hoofdplaats der arabische
+nederzettingen. Al mijne manschappen hebben hunne beste kleederen
+aangetrokken; met ontplooide vaandels, slaande trom en schetterende
+trompetten hielden wij onzen intocht in de stad, waarnaar wij weken
+achtereen zoo verlangend hadden uitgezien.
+
+
+
+
+V.
+
+
+Koeïkoeroe, de hoofdstad van Oenyanyembi, was de residentie
+van Mkasihoua, het opperhoofd der Voeanyamoeësi van dit
+gewest. Seïd-ben-Selim, de gouverneur der arabische kolonie, hield
+mede daar zijn verblijf, en noodigde mij uit, hem naar zijne woning
+te vergezellen. Eene dichte menigte stond langs onzen weg geschaard;
+maar geen enkele kreet liet zich hooren: alleen het oude opperhoofd
+en de Arabieren spraken tot mij.
+
+Het huis van Ben-Selim stond op den hoek van een ruim plein, door een
+staketsel afgesloten. Men schonk ons thee uit een zilveren trekpot;
+in een overdekte schotel van hetzelfde metaal werden heete koekjes
+gepresenteerd. Ik had nog niets gebruikt, en daarbij grooten trek;
+de gouverneur zal zich waarschijnlijk wel verwonderd hebben over het
+gemak, waarmede ik elf kopjes van zijne keurige thee uitdronk en eene
+geduchte bres in zijn stapel gebakjes maakte. Nadat ik hem van harte
+mijn dank had betuigd, haalde ik mijne pijp voor den dag.
+
+"Vriend sheik, wilt gij rooken?" vroeg ik mijn gastheer.
+
+"Dank u; de Arabieren rooken niet."
+
+"Vergunt ge mij, dat ik na den eten, om de spijsvertering te
+bevorderen....."
+
+"O, zeker; ga gerust uw gang."
+
+Nu begon het vragen over en weder. Nieuws van de reis; nieuws van
+Zanzibar, van Maskate, van de oude kennissen: alles kwam te berde.
+
+"Waar is tegenwoordig," vroeg Seïd-ben-Selim, "die Hadji Abdallah,
+die hier zoowat twaalf jaar geleden geweest is met Spiki?"
+
+"Die Abdallah heet bij ons Burton; hij is tegenwoordig consul te
+Damaskus; Speke is op de jacht omgekomen."
+
+"Ouallah! Is Spiki dood? jammer! jammer! het was zoo'n goede man."
+
+"Maar," hernam ik, "zeg mij eens, waar ligt Kazeh?"
+
+"Dat weet ik niet."
+
+"Hoe nu! en gij waart zelf daar met Burton, met Speke, en later
+met Grant. Hebben Burton en Speke hun intrek niet genomen bij
+Moura-Mzouri?"
+
+"Ja wel; maar te Tabora."
+
+"Maar waar ligt dan toch Kazeh? Ik vraag dat aan iedereen, en niemand
+kan het mij zeggen. Toch noemen de drie reizigers de plaats, waar
+gij ze ontmoet hebt, met dien naam."
+
+"Ik heb dien naam nooit gehoord. Maar, wacht eens: in de landtaal
+beteekent Kazeh koninkrijk; misschien hebben zij de plaats, waar
+zij bij hunne komst stilhielden, aldus genoemd. Zeker is het, dat ik
+hen meermalen bezocht heb, en dat de beide huizen, waarin zij toen
+verblijf hielden, te Tabora stonden. Maar ik zal u uwe woning toonen;
+zij ligt te Koeïhara, en niet meer dan een uur gaans van Tabora."
+
+Wij begaven ons op weg en bereikten weldra Koeïhara, in eene tamelijk
+eentonige vallei gelegen. Voor de deur mijner woning, vond ik mijne
+pagazis, nevens hun bagage op den grond gezeten.
+
+"Treedt binnen," zeide Ben-Selim; "deze woning behoort aan u. Ziehier
+het verblijf voor uwe manschappen; daar zijn de magazijnen, de keuken,
+de gevangenis. Hier kunt ge de Arabieren ontvangen. Deze vertrekken
+zijn voor uw reismakker. En deze hier zijn kamers voor u zelf:
+slaapkamer, badkamer, wapenkamer, enz."
+
+Ik moest nu in de eerste plaats zorgen voor het bergen der koopwaren,
+en de betaling der pagazis, wier diensttijd verstreken was. Toen
+dit alles was afgeloopen, en al de balen en pakken eene behoorlijke
+plaats hadden gekregen, zette ik mij aan den maaltijd, die door slaven
+voor mij was gereed gemaakt. Na den maaltijd verschenen weder eenige
+slaven, die mij vijf vette ossen, acht schapen en tien geiten ten
+geschenke brachten; van eene andere zijde ontving ik twaalf kippen
+en een dozijn eieren. Zulk eene vorstelijke gastvrijheid had ik bijna
+nog nooit ondervonden.
+
+Den volgenden morgen kwamen de aanzienlijken van Tabora mij
+begroeten. Tabora, door Burton, Speke en Grant Kazeh genoemd, is de
+voornaamste arabische nederzetting in het binnenland van Afrika. De
+stad telde toen meer dan duizend huizen; het getal der inwoners,
+Arabieren, Zanzibariten en inboorlingen, kon veilig op vijf duizend
+worden geschat.
+
+Het was inderdaad een lust, mijne bezoekers te zien: bijna zonder
+uitzondering waren het mannen met een schoon, edel voorkomen, vol
+waardigheid en innemende bevalligheid tevens. De meesten waren van
+het eiland Omar of Arabië afkomstig; sommigen waren van de kust van
+Afrika geboortig. Aan hunne edelmoedigheid dankte ik de schitterende
+geschenken, die mij den vorigen avond waren geworden. Zij waren
+allen zeer vermogend, en leefden op grooten voet. De vlakte van
+Tabora, hoewel arm aan boomen, is bij uitnemendheid vruchtbaar;
+overal ziet men weilanden met vee, of akkers met rijst, sorgho,
+maïs, gerst, sesam of andere vruchten bebouwd. Rondom hunne tembés
+laten deze Arabieren rogge telen, en hebben zij vruchtboomen geplant,
+die zeergoed opgroeien. Eens in het jaar ontvangen zij van de kust
+den noodigen voorraad specerijen, ingelegde vruchten, wijn on andere
+dranken: in een woord, alles waaraan zij behoefte hebben.
+
+Het bezoek van deze groote heeren was niet meer dan eene beleefdheid;
+ons gesprek was nietsbeduidend: eenige vragen naar mijne gezondheid
+van hun kant, dankbetuigingen van mijne zijde; daarmede was alles
+afgeloopen, en keerde mijne bezoekers naar hunne woning terug.
+
+Drie dagen later begaf ik mij, met een gevolg van achttien personen,
+op weg, om tegenbezoeken af te leggen. Ik begaf mij eerst naar de
+woning van Ben-Ali: een dorp in het klein, eene verzameling van tembés
+en hutten, in gedaante aan bijenkorven gelijk. Na een uur wandelens,
+zat ik onder de veranda van dezen vermogenden man.
+
+Na de moka-koffie en de sorbet, die mij werden aangeboden, te hebben
+gebruikt, begaf ik mij naar de woning van Khamis-ben-Abdallah,
+waar ik een groot gezelschap bijeen vond. Ik kwam juist op het
+oogenblik, dat er een soort van krijgsraad zou gehouden worden,
+en men noodigde mij uit, daaraan deel te nemen. Zekere Mirambo, zoo
+vernam ik nu, lag sedert geruimen tijd overhoop met al de hoofden uit
+den omtrek. Deze man, aanvankelijk een eenvoudige pagazi, had zich,
+door allerlei middelen en streken, tot den hoogsten rang weten te
+verheffen. Eenige gelukkige ondernemingen, waarbij zijne volgelingen
+zich hadden verrijkt, hadden zijn gezag bevestigd; en sedert kende
+zijne vermetelheid geene grenzen meer. Hij had zijne vernielende
+strooptochten uitgestrekt tot aan Oevinza en Oekonoego; laatstelijk
+had hij twist gezocht met Mkasihoua, vorst van Oenyanyembi, en nam
+het nu den Arabieren kwalijk, dat zij weigerden hem in zijn oorlog
+tegen hun ouden vriend te helpen. Als bewijs zijner ontevredenheid,
+had hij van eene karavaan, die zich naar Oedsjidsji begaf, eene
+schatting gevorderd van vijf vaatjes kruit, vijf geweren en vijf balen
+katoen. Toen, na lange onderhandeling, deze buitensporige schatting
+was betaald geworden, had hij de karavaan gelast terug te keeren,
+met de verzekering, dat voortaan geen enkele karavaan zijn gebied
+zou mogen doortrekken.
+
+Seïd-ben-Selim, gouverneur der kolonie, had zijn uiterste best gedaan
+om den tiran tot andere gedachten te brengen; maar Mirambo had naar
+geen reden willen luisteren, en zeer duidelijk te verstaan gegeven,
+dat hij de Arabieren zou verjagen en Oenyanyembi veroveren. Het gold
+nu de vraag, wat men doen zou. Hoewel een enkele nog tot verzoening
+ried, was toch de overgroote meerderheid van oordeel, dat aan deze
+onbeschaamdheid een einde moest worden gemaakt; er werd dan ook tot
+den oorlog besloten.
+
+Volgens de Arabieren zou de zaak spoedig afgeloopen zijn en hoogstens
+een veertien dagen duren. Ik bood mijne hulp aan; mijne bagage zou te
+Mfoeto achterblijven, onder de hoede van enkelen mijner manschappen;
+de anderen zouden met mij aan den krijgstocht deelnemen; was eenmaal
+de weg vrijgemaakt, dan zou ik mijne reis vervolgen.
+
+Den 18den Juli brak ik met mijne manschappen van Koeïhara
+op. Aanvankelijk hadden zij zeer weinig ingenomenheid getoond met het
+denkbeeld, hun lui en vroolijk leven vaarwel te moeten zeggen om te
+gaan vechten, en misschien den dood op het slagveld te vinden. Maar
+nu zij eenmaal op marsch waren, kwam hun strijdlustige natuur weer
+boven; met geestdrift volgden zij het wapperende vaandel, en deden
+de lucht weergalmen van hun eentonig gezang, dat uren lang achtereen
+werd voortgezet.
+
+In den morgen van den vierden dag kwamen wij te Mfoeto,
+waar wij de Arabieren zouden vinden. Kort daarop waren hier
+tweeduizend-tweehonderd-vijftig manschappen bijeen, waarvan
+vijftienhonderd van vuurwapenen waren voorzien. Ook was er ammunitie
+in overvloed. Wij vormden dus een niet onaanzienlijk leger.
+
+Twee dagen later hielden wij halt voor Zimbiso, eene versterkte
+plaats, waar een der schatplichtige leenmannen van den vorst van
+Oehyohoué verblijf hield. Terwijl onze manschappen de hun aangewezen
+posten bezetten, werden wij uit het woud met geweerschoten begroet,
+waarop ons leger dapper antwoordde. Het was een wonderlijk gezicht,
+die schutters met onbegrijpelijke vlugheid als kikvorschen heen en
+weer te zien springen, nu ter zijde, dan naar voren, straks weder
+naar achtereen. Toch was het gevecht ernstig gemeend; en nadat het
+vuur des vijands tot zwijgen was gebracht, bestormden onze lieden de
+vesting, braken de poorten open, en klauterden tegen de palissaden op,
+terwijl de inwoners zich door eene haastige vlucht in het gebergte
+poogden te redden.
+
+Wij lieten in Zimbiso eene bezetting achter, en vervolgden
+onzen tocht. Een uur later waren nog twee vijandelijke dorpen
+in onze handen gevallen, geplunderd en in brand gestoken.--Den
+volgenden dag verspreidden zich zevenhonderd soldaten door geheel de
+omliggende streek, tot aan Voeïlyankoeroe, alles te vuur en te zwaard
+verwoestende. Saoud-ben-Seïd en twintig andere jonge Arabieren sloegen,
+aan het hoofd van vijfhonderd man, het beleg voor deze laatste plaats,
+waar zij meenden dat Mirambo zich ophield. Reeds des morgens vroeg
+was ik naar Ben-Selim gegaan, om hem onder het oog te brengen, dat
+hij het hooge gras en de struiken in brand moest steken, waarin de
+vijand zich zoo gemakkelijk kon verschuilen. Toen ik in mijne tent
+terugkwam, werd ik op nieuw door de koorts aangetast, en het ongeluk
+wilde dat men mijn raad in den wind sloeg.
+
+Tegen zes uur in den avond vernam men te Zimbiso de noodlottige
+tijding dat al de Arabieren, die Saoud gevolgd waren, waren
+gesneuveld, benevens de grootste helft hunner soldaten. De meesten
+mijner manschappen waren mede in den strijd getogen, vijf hunner,
+waaronder de voormalige bediende van Grant, hadden den dood op het
+slagveld gevonden. Latere tijdingen meldden ons, hoe de zaak zich had
+toegedragen. De Arabieren hadden zich, na korten tegenstand, al spoedig
+van Voeïlyankoeroe meester gemaakt. Zij waren reeds op den terugtocht,
+honderd olifantstanden, twee- à driehonderd slaven en zestig balen
+katoen als buit medevoerende, toen Mirambo en zijne krijgslieden, in
+het hooge gras weggedoken, plotseling waren opgerezen, en de verraste,
+met hun buit beladen, soldaten met een regen van kogels en pijlen
+hadden begroet. De dappere Saoud had twee hunner aanvallers in het
+zand doen tuimelen; hij was juist bezig zijn geweer voor de derde
+maal te laden, toen een werpspies hem doorboorde. Al zijne vrienden
+ondergingen hetzelfde lot.
+
+Den volgenden morgen sprak men over den terugtocht; ik liet aan de
+Arabieren zeggen, dat zij daardoor Mirambo gelegenheid zouden geven,
+hen in hun eigen land aan te vallen; dat onze strijdkrachten nog ruim
+voldoende waren, en dat de oorlog moest worden voortgezet; maar de
+koorts dwong mij op mijn leger te blijven, en beroofde mij weldra van
+alle bewustzijn. In den namiddag kwam mijn bediende Selim mij wekken:
+"Sta op, mijnheer," zeide hij, "zij vluchten allen!"--Ik sleepte mij
+met moeite naar de deur, en zag een Arabier, die doodelijk ontsteld,
+mij toeriep: "Haast u! Mirambo is in aantocht!"
+
+Zij waren inderdaad allen gevloden. Van mijne manschappen waren er
+slechts zeven bij mij gebleven: al de anderen waren verdwenen. Ik zette
+mij op mijn ezel, en draafde heen. Zoodra ik de Arabieren wederzag,
+verweet ik hun hun lafhartig gedrag, en kondigde hen tevens aan,
+dat ik verder geene gemeene zaak meer met hen maken kon, maar mijne
+reis zou vervolgen.
+
+Doch welken weg moest ik inslaan? De gewone weg was door den oorlog
+afgesloten. Noordwaarts omtrekken? Daar viel niet aan te denken:
+daar woonden de Voeasoehi, en de Voeatoeta, bekend vanwege hunne
+roofzucht en bondgenooten van Mirambo. De zuidelijke richting was
+verkieselijker; maar weinig lieden kenden dien weg, en de weinigen,
+die er mede bekend waren, wezen op het gebrek aan water en op de
+vijandelijke Voeazavira, door wier land deze weg voerde.--Maar
+eer ik mijne keus op dezen of eenigen anderen weg vestigen kon,
+moest ik nieuwe dragers vinden: want mijne tegenwoordige pagazis
+beschouwden hun diensttijd als geëindigd, en de dood van vijf hunner
+had hun ijver merkelijk doen bekoelen. Mijn toestand was inderdaad
+moeilijk geworden, want de Voeanyamoeësi willen in oorlogstijd nooit
+op reis gaan. Toch wilde ik de zaak nog niet opgeven: te minder daar
+ik begreep, dat indien Livingstone zich nog in Oedsjidsji bevond, hij
+dat land evenmin kon verlaten als ik Oenyanyembi: de oorlog sneed hem
+den weg naar Zanzibar af; gebrek aan beschikbare middelen moest hem
+beletten den Nijl af te zakken. Men had mij bericht, dat Livingstone,
+bij het oversteken van het meer Liemba, door het omslaan van een zijner
+booten, zijn ganschen voorraad katoen verloren had. De koopwaren,
+die men hem sedert gezonden had, waren nog altijd onderweg met mijne
+eigene bagage: het moest hem dus aan alles ontbreken.
+
+Den 13den Augustus kreeg ik bericht dat Farquhar overleden was, even
+als de bediende, dien ik bij hem gelaten had om hem op te passen. Hij
+was de eerste van ons drieën, die weggenomen werd: wie zou nu volgen?
+
+De oorlog woedde nog altijd voort, hoewel de Arabieren meer praatten
+dan handelden. Den 22sten werden wij des morgens plotseling verrast
+door kanongebulder in de richting van Tabora. Wij spoedden ons naar de
+deur: het schieten hield nog steeds aan. Mirambo had, met tweeduizend
+man, Tabora van de eene zijde aangetast; terwijl een duizendtal
+Voeatoeta, door de hoop op buit aangelokt, de stad op andere punten
+bestormden. Tegen den middag kwamen gansche scharen van vluchtelingen
+naar Koeïhara, en brachten ons de tijding dat vijf der voornaamste
+Arabieren gedood waren, en daaronder de dappere Khamis. Tabora was
+een prooi der vlammen geworden; de inwoners verspreidden zich naar
+alle kanten.
+
+Ik liet in de dikke muren van onzen tembé behoorlijke schietgaten
+boren, en alles in orde brengen voor mogelijken tegenweer. Dit gaf
+mijnen lieden nieuwen moed; onderscheidene inboorlingen meldden
+zich aan om ons te helpen; en des avonds had ik honderd-vijftig man
+bijeen, die ik op de verschillende punten verdeelde, waar een aanval
+te duchten was. Maar ook de volgende dag ging voorbij, zonder dat
+wij iets van Mirambo gewaar werden; hij was naar Kazima getrokken,
+een vlek twee mijlen ten noordwesten van Tabora gelegen. Den 27sten
+trokken de Arabieren op, om het dorp aan te vallen; toen zij er kwamen,
+was Mirambo reeds weder vertrokken. Zij bleven praten en redeneeren,
+en opperden reeds het denkbeeld om naar Zanzibar terug te keeren,
+daar het land nu toch verwoest was.
+
+Daar het onmogelijk was Voeanyamoeësi in mijne dienst te krijgen,
+huurde ik renegaten van Zanzibar, tegen driemaal het gewone loon. Maar
+ik had niet genoeg soldaten, en ik zag geen kans er meer aan te
+werven: want niemand toont hier den minsten lust om iets te doen of
+te ondernemen. Shaw deed niets meer: hij zat letterlijk roerloos,
+als een beeld, onbestemd voor zich heen te staren, zonder een hand
+uit te steken. Ik bad en smeekte en dreigde en vleide: niets hielp,
+hij bleef in dezelfde werkeloosheid verzonken. En toch was hij eens
+zoo vlug en zoo handig, en in alles de eerste geweest! Bovendien slonk
+het getal mijner oude soldaten: de een was blind geworden; een ander
+leed aan eene afschuwelijke wond. Den 4den September stierf Barati aan
+de pokken: hij was het zevende slachtoffer na ons vertrek van Zanzibar.
+
+Den 15den September was mijne karavaan eindelijk voltallig: sedert
+mijne komst in Oenyanyembi waren juist drie maanden verloopen. In de
+hoop dat onze marsch daardoor zou worden versneld, had ik de vracht
+van ieder man tot op vijftig pond verminderd. Te Koeïhara liet ik de
+goederen achter, die ik eerst op onze terugreis zou noodig hebben;
+en alle toebereidselen volbracht hebbende, gaf ik mijn manschappen
+een paar dagen vrij, om zich met hunne vrienden en bloedverwanten op
+mijne kosten te onthalen.
+
+Den 20sten September vertrokken wij. Onze karavaan bestond uit
+vier-en-vijftig personen: dragers, soldaten en anderen. Het had
+moeite gekost ze bijeen te krijgen, en niet minder moeite hen zoover
+te brengen, dat zij voor de reis gereed waren: maar eindelijk waren
+wij dan toch op weg. Vier dagen later, na een tocht door eene fraaie,
+heuvelachtige streek, kwamen wij te Kigandoe, waar wij onzen intrek
+namen in een oud, verlaten kamp. Bij den ingang der palissade,
+liet Shaw, die de gansche reis over geklaagd had, zich op den grond
+nedervallen, en bleef onbewegelijk zitten. Toen ik hem aansprak,
+antwoordde hij schreiende, dat hij naar Koeïhara wilde terugkeeren. Ik
+trachtte hem van dat denkbeeld terug te brengen; ik wees er op dat hij
+daar niemand zou vinden om hem op te passen: niets mocht baten. Ik
+liet eenige levensmiddelen en een draagbaar voor hem gereed maken,
+en huurde in het dorp vier krachtige mannen om hem te vervoeren. Den
+volgenden morgen sloeg hij den weg in naar het noorden, terwijl ik
+mij zuidwaarts richtte.
+
+Wij beklommen eene hoogte, met reusachtige blokken van syeniet bezaaid,
+die hoog boven het lage hout uitstaken. Vandaar overzagen wij een
+landschap, dat voor ons niets verrassends had. Het grenzenlooze woud
+strekte zich voor onze blikken uit; met bosch bedekte heuvelreeksen
+verhieven zich in onafzienbare lijnen boven en achter elkander,
+allengs wegsmeltende in de doorgloeide, trillende atmosfeer, die,
+op zekeren afstand, alle voorwerpen als met een blauwachtigen sluier
+omhulde. Dagen en weken achtereen ging onze tocht nu door eene
+eindelooze opeenvolging van wouden, hier en daar afgebroken door
+enkele dorpen, verloren te midden dezer groene wildernis; afgebroken
+ook nu en dan door lage, moerassige gronden, met hooge jungles bedekt:
+kweekplaatsen van de koorts.
+
+Het was een treurige, moeilijke tocht. Mijn volk, door vermoeienis
+uitgeput, dreigde zelfs een enkele maal in openbaar verzet te komen,
+en werd alleen door mijne kalmte en tegenwoordigheid van geest in
+bedwang gehouden. Selim, mijn getrouwe Selim, die mij van Jeruzalem
+had vergezeld, en mij de uitnemendste diensten bewezen, werd zoo ziek,
+dat wij in een der dorpen eenige dagen halt moesten houden, om hem
+althans eenigszins tot zijne krachten te laten komen. Daar kwam bij,
+dat overal in de omliggende streek, de stammen met elkander in oorlog
+waren, waardoor onze reis zeer werd bemoeielijkt, en wij telkens van
+den naasten weg moesten afwijken.
+
+In de eerste dagen van November bereikten wij de oevers van den
+Malagarazi, die zijne wateren in het meer Tanganjika uitstort. Daar
+ontmoetten wij eene kleine karavaan, die uit Oedsjidsji kwam, en
+ons belangrijke tijdingen bracht. "Een moussoungou is van Manyema
+gekomen.--Een blanke?--Ja.--Hoe is hij gekleed?--Zooals gij.--Is
+hij jong?--Neen, het is een oud man, met een grijzen baard.--Is hij
+nog te Oedsjidsji?--Geen acht dagen geleden hebben wij hem daar
+nog gezien.--"--Hoezee, dat was Livingstone! Nu haastig vooruit,
+anders mocht hij ons ontsnappen! Ik beloof mijn manschappen ieder
+acht ellen katoen, indien zij, zonder verder halt te houden, naar
+Oedsjidsji zullen doormarscheeren. Allen namen mijn aanbod aan;
+zij waren bijna even verheugd als ik zelf.
+
+Aanstonds hervatten wij den tocht. Toch hadden wij nog met tegenspoed
+te worstelen. Wij moesten, alvorens Oedsjidsji te bereiken, door
+Oehha trekken, en den doortocht door dat land moesten wij van de
+schraapzuchtige en bedriegelijke hoofden koopen door het betalen van
+buitensporige schattingen, waaraan ik mij zeker niet zou onderworpen
+hebben, ware het niet geweest dat elke bedenking moest wijken voor
+de vurige begeerte om zoo spoedig mogelijk de lang gewenschte plaats
+onzer bestemming, het einddoel onzer reis, te bereiken.
+
+Eindelijk, na een nachtelijken tocht om ons aan verdere afzetterijen
+te onttrekken, kwamen wij te Nyantaga, het eerste dorp in Oedsjidsji,
+waar wij met groote vriendelijkheid ontvangen werden. Wij slaan ons
+kamp op. "Haal mijne nieuwe kleederen uit den koffer," zeg ik tegen
+Selim, "opdat ik in behoorlijk gewaad kunne verschijnen voor den man,
+dien wij morgen zullen zien."
+
+
+
+
+VI.
+
+
+Het is den 10den November 1871, de tweehonderd-zes-en-dertigste dag
+sedert ons vertrek van de kust: wij hebben een marsch van zes uur
+voor ons, eer wij Oedsjidsji zullen bereiken. Het is prachtig weer:
+een heerlijke morgen; eene frissche lucht; een heldere hemel; een
+fraai landschap. Wij allen gevoelen ons zoo opgewekt, zoo welgemoed,
+als op den morgen--hoe lang is dat al geleden!--toen wij van Zanzibar
+opbraken.
+
+"Voorwaarts, kameraden!"--"Ja, bij Allah! meester!" en wij gaan snel
+vooruit. Met fikschen stap vervolgen wij onzen weg, heuvel op, heuvel
+af, twee, drie uren achtereen. Eindelijk, na een hoogen, steilen
+heuvel bestegen te hebben, wat schemert daar in de verte? "Hoezee,
+Tanganjika!" Daar ligt het voor ons, in al zijne uitgestrektheid,
+het groote meer, schitterende als een metalen spiegel, met zijn krans
+van groenende bergen.--Haastig dalen wij den heuvel af, en bereiken
+omstreeks elf uur in den voormiddag den zoom der rivier Lioeké, die
+in het meer uitloopt. Wij doorwaden den stroom, en bevinden ons nu te
+midden van een weelderig landschap, een groot park, vol bosschages
+en tuinen, waartusschen een aantal dorpjes verscholen liggen. Nog
+een steilen rotsachtigen heuvel, den laatsten, bestegen, en aan onze
+voeten ligt het dorp Oedsjidsji, aan den oever van het meer.
+
+"Ontplooi de vlag, en laadt uwe geweren!--Een, twee, drie!"--Een salvo
+uit meer dan vijftig geweren begroet het vlek, waar zich de man bevond,
+dien wij zochten. De salvo's werden een en andermaal herhaald, om de
+aankomst eener karavaan te melden; en de dorpelingen kwamen weldra
+in grooten getale toeloopen. Spoedig zagen wij ons door eene dichte
+menigte omgeven: Zanzibariten, inboorlingen en Arabieren roepen ons
+het welkom toe. Te midden der luide kreten van _Yambo bana!_ die ons
+van alle kanten tegenklinken, hoor ik eensklaps aan mijne rechterhand
+de bekende woorden: "Good morning sir."--Ik keer haastig het hoofd om,
+om te zien wie daar gesproken heeft; en ik ontdek een vroolijk lachend,
+maar pikzwart gezicht, gedekt door een katoenen tulband.
+
+"Wie duivel zijt gij?" vraag ik.
+
+"Souzi, de bediende van Livingstone," antwoordt hij lachende, zoodat
+zijne witte tanden mij tegen blinken.
+
+"Is de doctor hier?"
+
+"Ja, mijnheer."
+
+"Weet ge dat wel zeker?"
+
+"Ik heb hem zooeven verlaten."
+
+"Good morning sir," zegt nu eene andere stem.
+
+"Nog al een!" roep ik verbaasd uit.
+
+"Ja, mijnheer."
+
+"Uw naam?"
+
+"Ik heet Shoumah."
+
+"De vriend van Vouékotani, die met Livingstone vertrokken was?"
+
+"Ja, mijnheer."
+
+"Maakt de doctor het goed?"
+
+"Neen, mijnheer."
+
+"Nu, Souzi, ga uw meester bericht geven van mijne aankomst."
+
+Souzi verdwijnt als een pijl van den boog, maar komt weldra terug
+om mijn naam te vragen. De doctor, die hem niet had willen gelooven,
+had hem daarnaar gevraagd, en hij had geen antwoord kunnen geven. Maar
+inmiddels had zich reeds het gerucht verspreid dat de karavaan van een
+blanke was aangekomen; de voornaamste Arabieren hadden zich voor de
+woning van Livingstone vereenigd, en deze had zich bij hen gevoegd
+om te vernemen wat er gaande was. De karavaan hield stil. "Ik zie
+den doctor," zeide Selim tot mij; "hij is zeer oud."
+
+Wat had ik niet willen geven voor een afgezonderd plekje, om aan
+de aandoeningen, die mij overstelpten den vrijen teugel te kunnen
+vieren! Maar hoewel mijn hart hoorbaar bonsde, moest ik toch, om mijner
+waardigheids wille, zorgen, dat geen enkele trek op mijn gelaat mijne
+innerlijke ontroering verried. Ik hield mij dan zoo kalm mogelijk, en
+trad tusschen twee rijen nieuwsgierigen, naar de in een halven kring
+geschaarde Arabieren, in wier midden de man met den grijzen baard
+stond. Terwijl ik langzaam voortschreed, trof mij zijne bleekheid
+en de vermoeide uitdrukking van zijn gelaat. Hij droeg een grijzen
+pantalon, een kort rood jasje en een blauwen pet met verschoten gouden
+band. Ik had naar hem toe willen vliegen, maar moest mij bedwingen om
+de schare. Ik had hem willen omhelzen: maar hij was een Engelschman,
+en ik wist niet hoe ik ontvangen zou worden. Ik handelde dus naar de
+ingevingen van valsche schaamte en verkeerd geplaatsten hoogmoed: ik
+trad langzaam vooruit, nam mijn hoed af, en sprak: "Doctor Livingstone,
+naar ik meen?"
+
+"Ja," antwoordde hij, zijn pet afnemende, met een vriendelijken
+lach. Wij dekten ons weder, en drukten elkander de hand.
+
+"Ik dank God," hernam ik met luider stem, "dat Hij mij vergund heeft,
+u hier te ontmoeten."
+
+"Het doet mij genoegen," sprak hij, "hier te zijn, om u te kunnen
+ontvangen."
+
+Ik groette daarna de Arabieren, die de doctor mij nu allen bij name
+voorstelde. Toen vergat ik de omstanders, mijn reisgezelschap en alles,
+en volgde Livingstone. Hij geleidde mij onder zijne veranda en deed mij
+nevens hem nederzitten. Ons gesprek begon. Wat wij spraken?--ik weet
+het niet. Stellig begonnen wij elkander wederkeerig te ondervragen:
+maar noch van zijne antwoorden, noch van de mijne weet ik mij iets te
+herinneren: de indruk van het oogenblik had mij geheel overweldigd. Ik
+kon den blik niet van dien merkwaardigen man afwenden: iedere trek van
+dat bleeke, vermoeide gelaat, waarop eene gansche geschiedenis te lezen
+stond, prentte zich onuitwischbaar diep in mijn gemoed. Tegelijkertijd
+luisterde ik naar zijne mededeelingen. Hij had zooveel te vertellen,
+dat hij met het laatste begon, niet bedenkende dat hij verslag had
+te doen over vijf of zes jaar. Maar gaandeweg breidde het verhaal
+zich uit, en de gansche wondervolle geschiedenis ontrolde zich voor
+mijn oog.
+
+De Arabieren verlieten ons: met fijnen takt begrepen zij, dat wij
+behoefte hadden alleen te zijn. Ik zond Bombay tot hen, om hun de
+nieuwstijdingen mede te deelen, waarbij zij rechtstreeksch belang
+hadden; ik beval dat mijne manschappen van het noodige zouden worden
+voorzien; toen riep ik Kaïf-Halek, een der soldaten van de karavaan
+van Livingstone, dien ik van Koeïhara had medegenomen, opdat hij zelf
+de depêches zou overgeven, die hem waren toevertrouwd.
+
+Livingstone nam den zak, die reeds meer dan een jaar geleden van
+Zanzibar was verzonden. Hij zag de brieven na, die er in waren, en
+opende er twee, door zijne kinderen geschreven; zijn gelaat helderde
+op. Toen hij ze gelezen had, vroeg hij mij naar berichten.
+
+"Uw brieven gaan voor, doctor; gij moet wel verlangend wezen ze
+te lezen."
+
+"Och," hernam hij, "ik heb jaren lang op brieven gewacht; ik kan best
+nog wat geduld oefenen. Verhaal mij nu eens, wat er alzoo in de wereld
+is gebeurd."
+
+"Weet ge dat het kanaal van Suez is geopend, en daardoor een geregelde
+stoomvaart bestaat tusschen Europa en Azië?"
+
+"Ik wist niet dat het kanaal voltooid was; dat is belangrijk nieuws;
+en wat verder?"
+
+Ik had groote dingen te vertellen: er was zooveel en zooveel
+wonderlijks gebeurd in de laatste jaren! De spoorweg naar den
+Stillen-Oceaan, de opstand op Kreta, de omwenteling in Spanje, de moord
+van Prim, de oorlog tegen Denemarken met zijne onberekenbare gevolgen,
+Sadowa en de vestiging van den noord-duitschen bond; dan de oorlog met
+Frankrijk, het pruissische leger te Parijs, Napoleon op Wilhelmshöhe,
+Frankrijk overwonnen en aan de uiterste verwarring ten prooi!..... Wat
+overstelpende reeks van aangrijpende gebeurtenissen voor iemand, die
+zoo pas de ongerepte wouden van Manyema verlaten heeft! Met ingespannen
+aandacht luisterde Livingstone naar mijn verhaal; blijkbaar doorleefde
+hij in zijne gedachten deze ontzaglijke episode in het groote drama
+der wereldgeschiedenis.
+
+Korten tijd nadat zij ons verlaten hadden, zonden de Arabieren ons
+hunne geschenken, en wel in den vorm van spijzen: vleeschpasteitjes,
+kippen, rijst, vruchten en zoo voorts. De gaven waren ons welkom. Ik
+had een kolossalen eetlust, nu nog door de vermoeienissen der reis
+geprikkeld: het was dus niet meer dan natuurlijk dat ik mij te goed
+deed. Maar ook Livingstone, die zich beklaagd had dat hij allen eetlust
+had verloren en slechts van tijd tot tijd een kop thee kon gebruiken,
+at, tot mijne groote voldoening, zoogoed als de beste.--"Gauw, Selim,
+ga de flesch halen: ge weet wel welke. En breng meteen de zilveren
+bekers mede."--Selim kwam weldra terug met een flesch Silléry,
+die ik voor deze gelegenheid had medegebracht. Ik vulde den beker
+van Livingstone tot den rand, en goot in den mijne iets van den
+tintelenden, opwekkenden wijn.
+
+"Op uwe gezondheid, doctor!"
+
+"Op de uwe, mijnheer Stanley!"
+
+Zelden werden bij de champagne hartelijker gemeende toasten
+uitgebracht. En voortdurend droeg men nieuwe schotels aan, en
+wij bleven maar eten. Halimah, de huishoudster van den doctor,
+was buiten zich zelf van verbazing. Elk oogenblik stak zij haar
+hoofd buiten de keuken om haar heer te zien eten. Zij kon er niet
+van zwijgen, en vertelde dit ongehoorde feit aan allen die het maar
+wilden hooren. Terwijl de trouwe ziel dus aan hare vreugde lucht gaf,
+weidde de doctor uit over hare goede en belangelooze diensten: hij
+verhaalde mij, hoe de tijding dat er een karavaan van een blanke
+was aangekomen haar had ontsteld, en hoe zij het onmogelijke had
+beproefd om althans een eenigszins voldoenden maaltijd te bereiden:
+"Want, meester, het is toch een der onzen." Dan hare vreugde toen
+zij mijne dragers gewaar werd: "Een rijk man, mijnheer. Spreek mij
+niet van die Arabieren! Wat zijn zij, vergeleken met de blanken!"
+
+"Wie kon die rijke man zijn", vervolgde Livingstone: "ik was zeer
+benieuwd dit te weten. Eerst dacht ik dat het een Franschman zou zijn,
+door zijne regeering gezonden ter vervanging van den luitenant Le
+Saint. Maar de vlag der Vereenigde-Staten hielp mij uit den droom;
+en dit deed mij genoegen, want ik zou den Franschman niet in zijne
+taal hebben kunnen aanspreken, en als hij geen engelsch had verstaan,
+zouden wij een dwaas figuur hebben gemaakt; want tolken staan hier
+niet tot onze dienst."
+
+Deze gelukkige dag ging, als ieder ander, ten einde. Al pratende,
+zagen wij de avondschemering de palmbosschen omhullen en langzaam
+opstijgen tegen de berghellingen, die welhaast onzichtbaar werden. Met
+een van dankbaarheid overvloeiend hart zagen wij de sterren flikkeren
+aan den helderen hemel en luisterden naar het kabbelen der golven
+van het groote meer....
+
+"Maar, doctor," zeide ik, "denk aan uwe brieven."
+
+"Dat is waar," antwoordde hij: "ik ga ze lezen. Het is laat geworden;
+goeden nacht. God zegene u."
+
+Met welke gewaarwordingen ontwaakte ik den volgenden morgen. Bevond ik
+mij werkelijk in eene kamer, in een bed? Eene eenvoudige legerstede,
+wel is waar: vier houten planken, palmbladen, een met haar gevulde
+zak en mijn beerevel; maar toch is het een bed. In waarheid, ik heb
+Livingstone gevonden en ben in zijn huis.
+
+Wat zullen wij nu doen? Ik zal hem mededeelen wie mij gezonden heeft,
+en waarom ik gekomen ben; want dat weet hij nog niet. Dan zal ik hem
+verzoeken, aan den heer Bennett te schrijven, al was het maar alleen om
+te bewijzen, dat ik hem ontmoet heb. Zal hij dat doen? Waarom niet? Hij
+is volstrekt niet de sombere, menschenschuwe man, dien men van hem
+gemaakt heeft. In weerwil van mijne koele begroeting en van zijn
+lakoniek antwoord, heeft hij mij toch met aandoening de hand gedrukt.
+
+Ik kleedde mij stil aan, om, in afwachting dat mijn gastheer zou
+ontwaken, langs het meer te gaan wandelen. De deur mijner kamer knarst
+afschuwelijk; ik treed in de veranda.--"Hoe nu, doctor, reeds op?"
+
+"Goeden morgen, mijnheer Stanley; ik hoop dat gij goed geslapen
+hebt? Ik ben eerst laat naar bed gegaan; ik heb al mijne brieven
+gelezen. Gij hebt mij goede en slechte tijdingen gebracht. Maar
+ga zitten."
+
+Ik nam plaats aan zijne zijde. Hij scheen volstrekt niet van plan,
+zich uit de voeten te maken, waarvoor ik den ganschen weg over
+gevreesd had.--"Nu zult ge wel willen weten, zeide ik, waarom ik
+eigenlijk hier ben."
+
+"Ja, gaarne," antwoordde hij.
+
+"Wel nu--schrik niet, doctor--ik zocht u op."
+
+"Mij?"
+
+"Ja u. Kent gij de _New-York Herald_?"--En nu vertelde ik hem welke
+zending mij was opgedragen.
+
+"Ik ben den heer Bennett zeer dankbaar," zeide Livingstone; "ik ben er
+waarlijk trotsch op, dat gij, Amerikanen, zooveel belang in mij stelt."
+
+Kalm en rustig gingen nu de dagen voorbij. Mijn vriend nam telkens
+in beterschap toe, en naarmate zijne krachten bijkwamen, herleefde
+ook weder de lust naar werkzaamheid en beweging; maar wat kon hij
+uitrichten met vijf manschappen en dertig of veertig el katoen?
+
+"Kent gij de landstreek ten noorden van het meer?" vroeg ik hem op
+zekeren avond.
+
+"Neen," antwoordde hij; "ik heb getracht daarheen te gaan; maar de
+Vouadsjidsji hebben mij op dezelfde manier als Burton en Speke willen
+behandelen, dat wil zeggen mij zooveel mogelijk afzetten; en ik was
+niet rijk. Als ik die reis gemaakt had, zou ik niet naar Manyema hebben
+kunnen gaan, dat toch van veelmeer belang was. Toch houd ik het er
+voor, dat een rivier, van dit meer, dat ik de Boven-Tanganjika noem,
+uitgaande, zich in de Albert-Nyanza, die dan de Beneden-Tanganjika
+zou zijn, uitstort. Deze meening berust op de berichten der Arabieren
+en op de waarnemingen, die ik, met behulp van waterplanten, omtrent
+den stroom gemaakt heb. Toch, om tot zekerheid te komen zijn er meer
+waarnemingen en studiën noodig."
+
+"In uwe plaats," hernam ik, "zou ik Oedsjidsji niet willen verlaten,
+alvorens ik daaromtrent zekerheid had verkregen. De geographische
+Maatschappij te Londen stelt groot belang in de oplossing dezer
+vraag. Indien ik u in dit opzicht van eenige dienst kan zijn, hebt
+ge slechts te spreken. Ik zou gaarne de bestaande onzekerheid zien
+opgeheven, en ben volgaarne bereid met u te gaan. Ik heb twintig man
+bij mij, die zeer goed kunnen roeien. Wij hebben geweren, katoen,
+koralen; zoo gij van de Arabieren eene boot kunt krijgen, is de
+zaak gevonden."
+
+"Wij zullen er een krijgen," antwoordde de doctor, "een van
+Seïd-ben-Medjid, die altijd hoogst welwillend en dienstvaardig voor
+mij geweest is, en zich een echt gentleman heeft getoond."
+
+"Wij zullen dus den tocht ondernemen?"
+
+"Wanneer gij maar wilt."
+
+"Ik ben geheel tot uwe dienst; aan u, den tijd te bepalen."
+
+Van dat oogenblik kende ik Livingstone geheel. Trouwens, het is
+onmogelijk eenigen tijd met hem samen te zijn, zonder hem te leeren
+kennen; want alle veinzerij en gemaaktheid is hem vreemd: zooals hij
+zich voordoet, zoo is hij ook inderdaad. Ik beschrijf hem, zooals ik
+hem gezien heb; het portret, dat men mij van hem had opgehangen, kwam
+volstrekt niet met het origineel overeen. Van den 10den November 1871
+tot den 14den Maart 1872 ben ik onafgebroken bij hem geweest; ik heb
+hem in al zijne gedragingen nauwkeurig gadegeslagen, zoowel in het kamp
+als op reis: en mijne bewondering voor hem is er slechts te grooter
+om geworden. En nu is er geen beter gelegenheid om iemand in den
+grond te leeren kennen, dan het kamp van den zwervenden voetreiziger;
+nergens zullen de zwakke zijden van iemands karakter, zijne luimen en
+grillen, zijne eigenaardige hebbelijkheden sterker uitkomen, dan juist
+daar. Die deze proef doorstaat, heeft zijne innerlijke gehalte bewezen.
+
+Livingstone is ongeveer zestig jaar oud; zoodra hij evenwel weder
+geheel hersteld was, zou men hem niet meer dan vijftig hebben
+gegeven. Zijn haar, hoewel hier en daar grijzende, is nog altijd
+bruin. De knevel en de bakkebaarden zijn bijna wit; maar de lichtbruine
+oogen hebben nog niets van hunne helderheid en levendigheid verloren;
+zij zien u aan met al de doordringende kracht van den valkenblik. Toen
+hij in Londa was, moest hij van rauwe maïs leven; dientengevolge
+zijn zijne tanden losgeraakt: dit is ook het eenige in zijn voorkomen
+dat aan een grijsaard denken doet. Zijne gestalte is iets boven het
+middelmatige; hij is stevig en forsch gebouwd; de schouders zijn een
+weinig gewelfd. Hij heeft den eigenaardigen zwaren gang van iemand,
+die veel vermoeienissen heeft ondergaan; maar zijn stap is vast. Hij
+draagt steeds een uniformpet van een engelsch zee-officier; aan dit
+hoofddeksel is hij overal kenbaar. De kleederen die hij aan had,
+toen ik hem voor het eerst zag, droegen de sporen van herhaaldelijk
+hersteld en gelapt te zijn, maar waren onberispelijk netjes.
+
+Naar sommige berichten te oordeelen, moest ik hem voor een
+menschenhater houden, althans voor iemand van een somber,
+teruggetrokken karakter. Anderen hadden mij verhaald, dat hij niet wel
+meer bij het hoofd was, en in niets meer geleek op den Livingstone
+van weleer. Zijne tochten hadden alle belang verloren; hij maakte
+geene aanteekeningen meer, deed geene waarnemingen, althans geene,
+die iets beteekenden. Zelfs had men mij verteld, dat hij met eene
+afrikaansche prinses in het huwelijk was getreden.
+
+Van al deze geruchten is er, naar mijne overtuiging, geen enkel dat
+geloof verdient.
+
+Wat zijne werkzaamheid aangaat: het zeer lijvige en uitvoerige dagboek,
+dat ik aan zijne dochter ter hand heb gesteld, is het beste antwoord
+op de beweringen van hen, die zeggen dat hij geene aanteekeningen
+houdt, geene waarnemingen doet. Ik zelf heb gezien, hoe hij iederen
+avond zorgvuldig zijne aanteekeningen schikte en bijeen verzamelde;
+en ik weet dat hij in een blikken trommel eene menigte zakboekjes
+bewaart, waarvan de inhoud te zijner tijd het licht zal zien. Ook
+zijne kaarten getuigen van veel studie en oplettendheid.
+
+Zijn karakter heb ik, door langdurigen omgang, leeren kennen als boven
+allen blaam verheven. De Arabieren en de inboorlingen, die hem eerst
+met groot wantrouwen gadesloegen, hadden hem aanvankelijk op alle
+mogelijke wijzen tegengewerkt en zich op een afstand gehouden. Maar
+zijne rechtschapenheid en welwillendheid hadden eindelijk al deze
+vooroordeelen overwonnen, en aller harten tot hem getrokken. Telkens
+werd ik getroffen door de bewijzen van achting en eerbied, die hem van
+alle zijden ten deel vielen; de strengste en ijverigste Mohamedanen
+gingen zelfs nooit zijne woning voorbij, zonder hem te groeten en
+den zegen van Allah toe te wenschen. Dat hij nu juist niet Jan en
+alleman als reisgenoot verlangt, is hem niet kwalijk te nemen: dat
+overkomt ieder onzer. Er zijn menschen, wier geheele karakter en
+aanleg zoozeer van de onze verschillen, dat wij niet anders kunnen,
+dan hen zooveel mogelijk op een afstand houden; maar zoo Livingstone
+ooit zulke lieden op zijn weg ontmoet heeft, hebben die ontmoetingen
+toch zijn gemoed niet verbitterd, noch hem tot kwaadspreken verleid.
+
+Men heeft er hem een verwijt van gemaakt dat hij niet best twijfelingen
+en kritiek kan verdragen, en daar boos om wordt: maar dat is bij een
+man als hij lichtelijk te verklaren. Wie zijn het toch in den regel,
+die zijne opgaven in twijfel trekken en zijne berichten aan hunne
+kritiek onderwerpen? Voor zoover ik weet, geen wetenschappelijke,
+degelijke reizigers; ik herinner mij niet dat mannen als Burton of
+Winwood Read tegen zijne berichten zijn opgekomen. En zoudt ge nu
+meenen, dat het pleizierig is voor een man, die zich zooveel moeite en
+opoffering getroost heeft, te zien hoe zijne kaarten en waarnemingen
+worden verknoeid en bedorven door lieden, op wie hij geen vat heeft,
+of die ze opzettelijk vervalschen ter wille hunner eigene theoriën? Het
+is zeerwel mogelijk dat hij zich op sommige punten vergist; maar als
+hij ziet, hoe men eene gansche bergketen van niet minder dan drie
+graden lengte uitvindt, alleen om het bewijs te leveren dat hem de
+weg versperd is:--ja, dan heeft hij wel een weinig het recht, zich
+boos te maken.
+
+Toch laat hij zich ook door zulke miskenning en kleingeestigen naijver
+niet ontmoedigen; rustig gaat hij zijn gang, onvermoeid de vrijwillig
+aanvaarde taak volbrengende.
+
+"Voelt ge geen behoefte aan rust? Wenscht ge uwe betrekkingen niet
+weder te zien?" vroeg ik hem eens; "er zijn nu toch reeds zes jaren
+verloopen sinds gij Engeland verliet."
+
+"Ja," hernam hij: "het zou mij een groot geluk zijn, indien ik mijn
+vaderland mocht wederzien en mijne kinderen aan het hart drukken;
+maar ik mag mijne taak niet opgeven, juist nu zij bijna ten einde
+gaat. Ik heb nog maar vijf of zes maanden noodig om de rivier, die
+ik ontdekt heb, tot aan de Albert Nyanza of den tak van Petherick te
+vervolgen. Waarom zou ik tot later uitstellen, hetgeen gevoegelijk
+nu kan geschieden?"
+
+"Maar waarom hebt ge dan niet dadelijk uw plan volvoerd, alvorens
+hier terug te komen?"
+
+"Daar was ik toe gedwongen: mijn volk wilde het land in opstand
+brengen, en van de verwarring gebruik maken om mij te verlaten. In dat
+geval zou ik onvermijdelijk zijn omgekomen.--Bovendien had ik geen
+katoen meer. Ik heb een afstand van zevenhonderd mijlen afgelegd om
+herwaarts te komen, ten einde hier de goederen in ontvang te nemen, die
+ik vast vertrouwde er te zullen vinden, en om eene nieuwe karavaan te
+vormen. Maar ik vond niets, en ik bleef verstoken van alles, ziek naar
+lichaam en geest, hard ziek, bijna tot stervens toe. Ik begon wel weder
+te herstellen; maar ik werd er niet rijker op: integendeel.--Voorwaar,
+gij zijt te rechter tijd gekomen; ik had anders misschien welhaast
+moeten bedelen om niet van gebrek om te komen."
+
+Eene ontdekkingsreis van zes jaren was hem nog niet voldoende; hij
+wilde tot den einde volhouden, en niet terugkeeren, dan na zijn taak
+volkomen te hebben volvoerd. Veeleer scheen het of de geestdrift
+voor zijn werk met den dag klom. Zijne opgeruimdheid is trouwens
+onuitputtelijk; aanvankelijk dacht ik dat die vroolijke, blijmoedige
+stemming het gevolg was onzer ontmoeting: maar weldra kwam ik tot
+de ontdekking dat zij bij hem gewoon was en in zijne natuur lag. Als
+hij eene of andere anecdote of vermakelijke ontmoeting vertelde,--en
+hij had, zooals licht te begrijpen valt, over een rijken voorraad te
+beschikken--dan kon hij zoo hartelijk lachen, dat ge onwederstaanbaar
+medelachen moest. Zijn eenigszins vervallen en verouderd voorkomen
+verborg een uiterst levendigen, opgewekten geest: deze zooveel
+beproefde man had eene frischheid, een schat van jeugd overgehouden,
+die menigeen hem benijden mocht. Wat mij bijkans het meest verwonderde,
+was zijn wonderbaarlijk geheugen: hij kende gansche gedichten van
+Byron, Burns, Tennyson, Longfellow en anderen van buiten: en dat,
+na zooveel jaren in Afrika te hebben doorgebracht, en zonder boeken.
+
+Maar wie van Livingstone spreekt en van zijne vroomheid zwijgt,
+teekent een zeer onvolkomen beeld van dezen merkwaardigen man. Hij is
+zendeling: maar zijne godsdienst is hem geen stelsel; hij loopt niet
+met haar te koop, dringt haar niet op; zijn gedrag en wandel getuigt
+voortdurend en ieder oogenblik van en voor haar; zij openbaart zich
+door weldadigheid, door liefde en toewijding. De vroomheid vertoont
+zich bij hem in hare ware, aanminnigste gedaante: zij heeft deze
+vurige, hartstochtelijke natuur veredeld en verfijnd, deze ontembare
+wilskracht gelouterd en aan hooger ondergeschikt gemaakt; zij heeft
+dezen man van eene alles overwinnende, niets ontziende energie,
+gemaakt tot een welwillenden, toegevenden, geduldigen meester
+voor zijne onderhoorigen, tot een innemend vriend voor zijne
+bekenden. Iederen zondag roept hij zijne kleine gemeente bijeen,
+leest de voorgeschreven gebeden en een hoofdstuk uit den Bijbel voor,
+en houdt dan, op den meest natuurlijken toon, eene korte, eenvoudige
+toespraak naar aanleiding van het gelezene. Blijkbaar worden zijne
+woorden met aandacht, en eerbied aangehoord.
+
+
+
+
+VII.
+
+
+Op zekeren avond nam ik mijn aanteekeningboekje en begon hem
+te ondervragen over zijne reizen. Zonder eenige aarzeling toonde
+hij zich bereid op mijne vragen te antwoorden, en gaf hij mij een
+volledig overzicht van hetgeen hij in de laatste zes jaren had gedaan
+en ondervonden. Voorzeker zullen mijne lezers met belangstelling eene
+korte schets van dit verhaal ontvangen.
+
+Livingstone verliet Zanzibar in Maart 1866; den 7den der volgende
+maand vertrok hij van de baai van Mikindiny, om het binnenland van
+Afrika te gaan bezoeken. Zijn gevolg bestond uit twaalf cipayers,
+negen Anjoehanneezen, zeven vrijgelatenen, en twee inboorlingen van de
+oevers van den Zambese. Verder behoorden tot de karavaan zes kameelen,
+drie buffels, twee muilezels en drie ezels.
+
+Aanvankelijk volgde het gezelschap den linkeroever van de Rovoema,
+een der moeilijkste en bezwaarlijkste wegen, die men zich kan denken:
+een pad, zich midden door het dichtste en ondoordringbaarste bosch
+heenslingerende, zonder zich in het minst te bekommeren over de
+richting, die het volgt. De dragers konden hier met eenige moeite nog
+voortkomen; maar de kameelen konden geen stap doen, wanneer niet eerst
+de baan met de bijl was geopend. Deze manier van reizen, op zich zelf
+reeds tamelijk langzaam, werd dit nog te meer omdat de cipayers en de
+Anjoehanneezen telkens stilhielden en weigerden een hand uit te steken.
+
+Weldra werd het nog erger, en schroomden zij niet tot vijandelijkheden
+over te gaan. Hopende Livingstone tot den terugkeer te dwingen,
+mishandelden zij de lastdieren op zoo gruwelijke wijze, dat zij na
+verloop van eenige dagen allen waren bezweken. Toen dit middel niet
+hielp, trachtten zij de inboorlingen tegen den doctor op te zetten, en
+verspreidden het gerucht dat hij over geheime krachten beschikken kon
+en een toovenaar was. Deze beschuldiging was een zeer bedenkelijken
+aard, en kon ernstige gevolgen hebben: Livingstone besloot daarom,
+zonder verwijl de cipayers terug te zenden. Hij voorzag hen evenwel
+van het noodige, om de kust te kunnen bereiken.
+
+Den 18den Juli bevond zich de karavaan, nu zonder de twaalf soldaten,
+in een dorp van Voëahihyou, acht dagreizen ten zuiden van de
+Rovoema. Tusschen deze rivier en het dorp ligt eene woeste, onbewoonde
+landstreek, waar de reizigers veel van den honger hadden te lijden,
+en nog ettelijke lieden wegliepen. In het begin van Augustus kwam de
+karavaan bij Mponda, die dicht bij de Nyassa woonde. Wederom waren
+twee mannen gedeserteerd.
+
+Zij trok daarop naar den oever van het meer, naar een dorp, aan welks
+hoofd een Babisa stond. Daar ontmoette Livingstone een arabischen
+mulat, die van den westelijken oever kwam, en verhaalde dat hij
+door eene bende van Mazitoes was aangevallen en uitgeplunderd
+geworden. Moeza, de aanvoerder der Anjoehanneezen, wist zeergoed
+dat er van deze zoogenaamde bende niets te duchten was; bovendien
+verklaarde het dorpshoofd en Livingstone beiden, dat het gansche
+verhaal van dien aanval een fabeltje was. Toch greep Moeza dit als
+een voorwendsel aan, om met al zijne lieden te kunnen vertrekken. Het
+waren deze Anjoehanneezen, die na hunne terugkomst te Zanzibar het
+gerucht verspreidden van Livingstone's dood, om daardoor hunne desertie
+te verontschuldigen.
+
+"Gelukkig", vervolgde Livingstone, "bevond ik mij in eene landstreek,
+waar de slavenhandelaar nog niet was doorgedrongen; en, zooals
+altijd in dergelijke gevallen, werd ik door de bewoners met groote
+gastvrijheid en vriendelijkheid ontvangen. Voor een bagatel waren
+zij steeds bereid mijne bagage van het eene dorp naar het andere
+te dragen."
+
+In het begin van December verliet hij deze gastvrije streek, en
+kwam nu in een gewest, dat door de rooftochten en invallen der
+Mazitoes schrikkelijk geleden had. Al het vee, de gansche voorraad
+van mondbehoeften was verloren; de inwoners waren gevlucht, en hadden
+gepoogd zich in verwijderde streken tegen de aanvallen dezer woeste
+roovers te beveiligen. Wederom had de karavaan met honger en gebrek
+te kampen: men moest zich tevreden stellen met de wilde vruchten,
+die men hier en daar aantrof. Andermaal liepen er eenigen van het volk
+weg, sommigen met het linnengoed en andere voorwerpen van waarde van
+Livingstone zelf: de toestand begon hoogst moeilijk te worden.
+
+Voortdurend met allerlei bezwaren en tegenspoeden worstelende,
+trok de doctor door Babisa, Lobemba, Maroengoe, Ba-Oeloengoe en
+Loenda. In dit laatste land woont Cazembé, wiens naam het eerst in
+Europa bekend werd door den portugeeschen reiziger Lacerda. Cazembé is
+een zeer verlicht vorst. Hij ontving Livingstone met groote staatsie:
+gekleed in een korten jurk van rood mousseline met groote bloemen,
+die zijn galakostuum scheen te zijn, en omringd door zijne voornaamste
+hovelingen en zijne lijfwachten. Een opperhoofd, die van den koning
+den last had ontvangen om zooveel mogelijk inlichtingen omtrent den
+reiziger in te winnen, was bij de audiëntie tegenwoordig, en deed met
+luider stemme verslag van zijne bevinding. Hij had vernomen dat de
+blanke man in het land gekomen was, om de beken, de rivieren en de
+meren te onderzoeken. Hoewel hij niet kon begrijpen, welk belang de
+blanke man er bij hebben kon om zich bekend te maken met wateren die
+hem vreemd waren, twijfelde hij er toch niet aan of dit geschiedde
+met goede bedoelingen.
+
+Cazembé vroeg daarop aan den reiziger wat eigenlijk zijn doel was,
+en waarheen hij zich dacht te begeven.
+
+Livingstone antwoordde, dat het zijn wensch was naar het zuiden te
+gaan, aangezien hij vernomen had dat daar meren en rivieren waren.
+
+"Het is niet noodig daarvoor naar het zuiden te gaan," hervatte
+Cazembé; "er is hier in den omtrek water in overvloed." Hij beval
+daarop, dat men den blanken man overal in zijne staten ongehinderd zou
+laten reizen en onderzoeken, zonder hem iets in den weg te leggen. "Dit
+is de eerste Engelschman, dien ik ooit heb gezien, zeide hij; en ik
+wil zijn vriend zijn."
+
+Al spoedig na de opening der audiëntie, was de koningin binnengetreden,
+gevolgd door een aantal amazonen, met lansen gewapend. Jong, schoon
+en rijzig van gestalte, had zij het er blijkbaar op gezet op den
+blanken man indruk te maken, want zij had zich in al haar koninklijk
+prachtgewaad uitgedost, en hield eene groote lans in de hand. Maar
+hare onverwachte verschijning en haar wonderlijke opschik deden
+Livingstone in een luid gelach uitbarsten, waardoor de gehoopte
+uitwerking verloren ging. Doch, wel verre van zich daarover boos te
+maken, begon de vorstin zelf te lachen, welk voorbeeld straks door hare
+amazonen en het gansche hof gevolgd werd. Door al deze vroolijkheid
+zelf van haar stuk gebracht, liep de koningin eensklaps weg, gevolgd
+door hare vrouwelijke lijfwacht.
+
+Kort nadat hij de grenzen van Londa had overschreden, en nog voor hij
+het gebied van Cazembé had bereikt, was Livingstone eene groote rivier
+overgestoken, die men de Chambezi noemde. De gelijkheid van naam had
+hem aanvankelijk in den waan gebracht, dat hij den Zambèse voor zich
+had, en dat deze rivier dus in geene betrekking hoegenaamd stond met
+den Nijl, waarvan hij de bronnen opspoorde. Hij werd nog te meer in
+die opvatting versterkt, omdat de Portugeezen hem herhaaldelijk gezegd
+hadden: "De Tsjambesi is onze rivier;--als men van de Nyassa naar
+Cazembé gaat, moet men den Zambèse oversteken." Niet alleen hadden
+zij hem dit gezegd, maar ook hunne boeken en kaarten stemden daarmede
+overeen.--Deze verkeerde opgave heeft Livingstone veel moeite en
+tijdverlies veroorzaakt. Van het begin van 1867, toen hij bij Cazembé
+kwam, tot in Maart 1869, toen hij te Oedsjidsji verscheen, is hij
+bijna onophoudelijk bezig geweest met het ophelderen en herstellen
+van deze dwaling.
+
+Toen hij den strijd ontdekte tusschen de berichten zijner voorgangers
+en wat zijne eigene aanschouwing hem leerde, keerde hij op zijne
+schreden terug. Ten einde volkomen zekerheid te erlangen, doorkruiste
+hij in alle richtingen de uitgestrekte landstreek, waardoor deze
+rivieren, die een zoo zonderling ingewikkeld stelsel vormen, haar
+loop nemen; voortdurend heen en weder trekkende als een boeteling;
+overal dezelfde vragen doende, en iedereen aansprekende, tot hij op
+het gelaat zijner toehoorders de gedachte kon lezen: "Die man is gek;
+de wateren hebben hem het hoofd op hol gebracht."
+
+Deze, voor de aardrijkskundige wetenschap zoo uiterst belangrijke
+en vruchtbare nasporingen, brachten Livingstone ook aan den oever
+van een meer, ten noordoosten van het gebied van Cazembé, en waaraan
+de inboorlingen den naam geven van Liemba, naar de landstreek, die
+ten zuiden en ten oosten aan het meer grenst. Onze reiziger volgde
+den oever, zijn weg nemende naar het noorden, en nu kwam hij tot
+de ontdekking dat dit meer hetzelfde was als het meer Tanganjika,
+waarvan de zuidelijke punt op op ongeveer 8°42' zuiderbreedte ligt:
+de groote waterplas heeft mitsdien van het noorden naar het zuiden
+eene uitgestrektheid van driehonderd-zestig geographische mijlen.
+
+Zich van het meer Tanganjika verwijderende, trok Livingstone door
+Maroengoe, en bereikte het meer Moéro, dat in de lengte ongeveer zestig
+mijlen beslaat. Aan het zuidelijk uiteinde van dit meer bevindt zich
+de mond eener rivier, die van het zuiden komt en de Loeäpoela heet. De
+doctor voer de rivier op, tot waar zij uit het groote meer Bangouéolo
+komt, dat in uitgestrektheid weinig voor dat van Tanganjika onderdoet.
+
+Eene nauwkeurige studie van dit meer en de daarin uitloopende
+rivieren schonk Livingstone de overtuiging, dat de Chambezi daarvan
+verreweg de voornaamste was. Hij bevond nu, dat de Chambezi, die hij
+van haar oorsprong gevolgd was, tot aan het meer Bangouéolo, aan de
+noordelijke punt van dit meer weder daaruit te voorschijn trad, en
+onder den naam van de Loeäpoela zich in het meer Moéro uitstortte. Hij
+keerde daarop naar Cazembé terug, nu bij ondervinding wetende wat de
+portugeesche berichten en kaarten waard waren, en met steeds klimmende
+belangstelling den loop dezer rivier volgende, die zich tot dusver
+onafgebroken naar het noorden richtte.
+
+Aan het hof van Cazembé ontmoette onze reiziger een grijsaard,
+Mohammed-ben-Selim geheeten, een arabischen kleurling, dien de koning
+gevangen hield, omdat hij zijne gangen wantrouwde. Livingstone maakte
+van zijn invloed op den vorst gebruik, om Mohammed in vrijheid te
+doen stellen; en daar zij beiden denzelfden weg volgden, nam hij het
+voorstel van den Arabier aan, om te zamen te reizen. De oude kleurling
+toonde zijn dankbaarheid op zeer zonderlinge wijze: hij ontzag geene
+middelen, om de bedienden en reisgenooten van den doctor tot ontrouw
+en desertie te bewegen, en plaagde hem zelf op alle mogelijke wijzen
+tot hunne komst te Oedsjidsji. In dit vlek, waar Livingstone in Maart
+1869 aankwam, schreef hij de brieven, die het gerucht van zijn dood,
+door de Anjoehanneezen zijner eerste karavaan verspreid, logenstraften.
+
+De doctor bracht drie maanden te Oedsjidsji door. Gedurende zijn
+verblijf aldaar, wilde hij het noordelijk gedeelte van het meer
+onderzoeken; hij meende dat vandaar een rivier moest uitgaan, die
+met den Nijl in verbinding stond. Maar de tegenwerking, die hij van
+de Arabieren en de inboorlingen ondervond, en de afpersingen, waaraan
+hij bloot stond, dwongen Livingstone dit plan op te geven. Hij hoopte
+later eene gunstige gelegenheid te vinden, en stak het meer Tanganjika
+over, om naar Oegoehha te gaan, een dorp op den westelijken oever.
+
+Toen Burton en Speke zich te Oedsjidsji ophielden, was het land,
+waarheen de docter zijne schreden richtte, volkomen onbekend; zelfs
+de Arabieren wisten nauwelijks den naam. De moedigsten hunner, die in
+het binnenland den ivoorhandel dreven, gingen toch niet verder dan de
+grenzen van Roeha. Omstreeks het einde van Juni, brak de doctor van
+den oever van het meer op, en richtte zich naar laatstgenoemde plaats,
+in gezelschap van eenige kooplieden. Een marsch van vijftien dagen,
+in westelijke richting, bracht hen te Bambarre, de eerste ivoormarkt
+in Manyema of Manyoeëma, zooals de inboorlingen zeggen. Hier werd hij
+zes maanden lang opgehouden door eene verzwering aan zijne voeten,
+die door de vermoeienissen der reis zeer verergerd was.
+
+Zoodra hij genezen was, vertrok onze reiziger in de richting
+van het noorden. Na verloop van eenige dagen bereikte hij eene
+ontzaglijk breede rivier, die met tragen stroom en in de zonderlingste
+slingeringen, nu eens naar het noorden, dan naar het westen, enkele
+malen zelfs naar het zuiden, liep. Met onbezweken volharding volgde
+hij die rivier in haar kronkelenden loop, en bevond dat zij zich in
+een smal en langwerpig meer, Kamolondo genaamd, uitstortte. Toen
+wendde hij zich ten zuiden, volgde de rivier opwaarts, en kwam
+eindelijk aan de plek, waar de Loëapoela in het meer Moéro treedt,
+waaruit zij weder onder den naam van Loeäloeba te voorschijn komt.
+
+Het was een lust, hem dit prachtige landschap te hooren
+beschrijven. Hooge bergen omgeven aan alle zijden het meer Moéro, en
+hunne breede hellingen, met den weelderigsten tropischen plantengroei
+bedekt, dalen tot den oever af. Het overtollige water van het meer
+baant zich een uitweg door eene diepe spleet; schuimend en kokend
+stort het zich met donderend geweld door de nauwe opening, om straks
+bedaard en rustig te worden opgenomen in de breede bedding van de
+Loeäloeba. Om dit gedeelte der rivier te onderscheiden van andere
+wateren, die bij de inboorlingen denzelfden naam dragen, heeft de
+doctor haar de rivier Webb genoemd, ter eere van een zijner oudste
+en beste vrienden, den eigenaar van Newstead-Abbey.
+
+Ten zuidwesten van het meer Kamolondo, waarin de Webb uitloopt,
+bevindt zich een ander groot meer, dat mede met eene rivier in
+verbinding staat door middel van een belangrijken stroom, de Loéki of
+Lomame. Dit groote meer, bij de inboorlingen als het meer Tsjeboego
+bekend, ontving van Livingstone den naam van Lincoln, ter herinnering
+aan den president der Vereenigde-Staten. Een weinig noordwaarts van de
+plaats waar de Webb het meer Komolondo verlaat, neemt zij de Loefira
+op, eene aanzienlijke rivier, die van het zuid-zuid-westen komt. Het
+aantal harer andere nevenstroomen is zoo groot, dat de doctor voor
+allen geene plaats had op zijne kaart.
+
+Altijd door de eindelooze kronkelingen en wendingen van de Webb
+volgende, bereikte Livingstone den vierden graad zuiderbreedte, waar
+hij nog van een ander meer hoorde spreken, meer noordwaarts gelegen,
+en waarin de Webb uitliep.
+
+Ook had men hem gesproken van vier bronnen, waarvan de wateren zich
+deels in de Loeäloeba, dat wil zeggen de Webb, en deels in den Zambèse
+stortten. Bij herhaling hadden de inboorlingen hem over deze bronnen
+gesproken, menigmaal was hij zelf ze tot op honderd mijlen genaderd;
+maar telkens was er iets in den weg gekomen, dat hem verhinderde ze
+te bereiken. Naar de berichten van lieden, die deze fonteinen hadden
+gezien, kwamen zij te voorschijn uit een kleinen heuvel van aarde, dien
+sommigen een mierenhoop noemden. Een dezer bronnen of bekkens was, naar
+het zeggen, zoo breed, dat men te nauwernood de overzijde kon zien.
+
+Livingstone zegt dat deze bronnen niet zuidelijker liggen dan die van
+het meer Bangoeëlo; in den brief, door hem aan den _New-York Herald_
+geschreven, merkt hij op, dat deze vier vijvers, waaruit het water
+te voorschijn treedt en zich in vier groote rivieren splitst, die
+van hetzelfde punt uitgaan, tot op zekere hoogte overeenkomen met de
+beschrijving der bronnen van den Nijl, zooals wij die bij Herodotus
+vinden en die hij te Saïs had opgeteekend uit den mond der egyptische
+priesters.
+
+In ieder geval, sprak Livingstone tot mij, moeten deze bronnen en
+hare ligging nauwkeurig opgenomen worden. Dat meer, ten noorden
+van den vierden graad gelegen, en waarin de Webb uitliep, met
+welk water stond dat in gemeenschap? Juist toen hij hieromtrent
+zekerheid hoopte te erlangen, zag Livingstone zich gedwongen naar
+Oedsjidsji terug te keeren: eene lange en treurige reis, vol gevaren
+en ontberingen, en die hem met iederen stap verder verwijderde van
+het doel, dat hij bijna bereikt had. In plaats van de blijde hoop,
+den opgewekten moed, die bij den tocht voorwaarts, over alle bezwaren
+en hinderpalen doet triomfeeren--de moedeloosheid van den eentonigen
+terugtocht; in plaats van de spanning, die de aanstaande ontdekking
+als vooruitgrijpt--de teleurstelling der bedrogen verwachting, de
+terugkeer na een nederlaag.--Wat wonder dat de oude reiziger bijkans
+den moed liet zinken, dat zijne krachten hem bijna begaven?
+
+Den 16den October kwam hij te Oedsjidsji, doodkrank en
+uitgeput. Gedurende de reis trachtte hij zich zelf moed in te
+spreken. "Het is slechts, zoo sprak hij bij zich zelf, een uitstel
+van vijf of zes maanden: dat beteekent niet veel. Te Oedsjidsji
+vind ik mijne goederen; daar zal ik manschappen in dienst nemen,
+en onmiddellijk weder op reis gaan." Men verbeelde zich zijne
+teleurstelling, toen hij vernam dat de persoon, die hem zijne goederen
+ter hand moest stellen, daarover op andere wijze had beschikt!
+
+Des avonds na zijne terugkomst ontmoette hij Shouma en Sousi, die
+bitterlijk weenden; toen hij hen naar de reden hunner droefheid
+vroeg, ontving hij het antwoord: "Er is niets meer, mijnheer. Sherif
+heeft alles verkocht!"--Een oogenblik later verscheen Sherif zelf,
+en had de onbeschaamdheid, Livingstone de hand te reiken. Deze wees
+hem af, zeggende dat hij geen dief de hand gaf; waarop Sherif ter
+verontschuldiging aanvoerde dat hij den Koran had geraadpleegd, en
+daaruit vernomen had dat de doctor dood was. Aangezien nu de goederen
+heerloos waren geworden, had hij ze tegen ivoor ingeruild. Dat ivoor
+had hij weder verkocht, en het daarvoor ontvangen geld verbruikt:--in
+één woord, Livingstone had niets meer.
+
+Ook dit zeer beknopte overzicht van Livingstone's laatste ontdekkingen
+zal eenigermate doen beseffen van hoe groot gewicht zij voor de
+wetenschap zijn. Livingstone houdt zich overtuigd dat die rivier, die,
+onder verschillende namen, van het eene meer naar het ander loopt,
+steeds hare richting noordwaarts nemende, de Boven-Nijl is. De groote
+bochten, die deze stroom naar het westen en zuidwesten maakt, hadden
+hem aanvankelijk aan het twijfelen gebracht. Eerst dacht hij dat het de
+Congo was; maar later heeft hij ontdekt dat deze stroom wordt gevormd
+door de samenvloeiing van de Kassaï en de Koeango, twee rivieren,
+die aan de westelijke helling ontspringen van den hoogen rug, welke de
+beide bekkens scheidt. Na herhaalde en nauwkeurige onderzoekingen der
+streek, na de overtuiging verkregen te hebben dat de Webb, ondanks hare
+afwijkingen, toch haar loop naar het noorden richtte, en wel door een
+dal, ter wederzijde door hooge bergen ingesloten, meende Livingstone
+te mogen vaststellen dat deze rivier de zuidelijke tak van den Nijl
+was. De aloude heilige rivier van Egypte zou daardoor eene lengte
+verkrijgen van twee-en-veertig graden, en dus, na den Mississippi,
+de grootste rivier der wereld zijn.
+
+Het spreekt van zelf, dat latere nasporingen de juistheid dezer meening
+zullen moeten staven; Livingstone zelf heeft zich ten taak gesteld,
+dit punt tot zekerheid te brengen.
+
+De twee gewesten, waardoor de Webb stroomt en een aantal meren vormt,
+heeten Roêa en Manyoeëma. In deze uitgestrekte landstreek--tusschen
+het meer Tanganjika en de gewaande bronnen van den Congo--leven
+millioenen menschen, die niets wisten van het bestaan der blanken,
+en waarvan ook de Europeanen nooit hadden hooren spreken, voor
+Livingstone deze onbekende streken bezocht. Deze onmetelijke landen,
+wier uitgestrektheid nog zelfs niet bij benadering kan worden bepaald,
+zijn niet in eenige groote staten of koninkrijken gesplitst: ieder dorp
+staat geheel op zich zelf en gehoorzaamt aan een eigen opperhoofd. Ook
+de meest ontwikkelden van deze dorpshoofden zijn volslagen onbekend
+met hetgeen dertig mijlen buiten hunne grenzen ligt: eene onwetendheid,
+die de taak van Livingstone oneindig verzwaarde. In dat opzicht mochten
+de volksstammen, die hij elders ontmoet had, vergelijkenderwijze zeer
+beschaafd worden genoemd; maar wat het persoonlijk karakter betrof,
+stonden de inboorlingen van Manyoeëma hooger dan hunne broeders van
+elders. Zij hebben het tamelijk ver gebracht in de kunst van wapens
+te vervaardigen, en weven uit zeer fijn gras eene soort van stof, die
+met indische weefsels van gelijken aard wedijveren kan; deze stoffen
+verwen zij met verschillende kleuren, zooals zwart, geel, donkerblauw.
+
+Deze landstreken zijn overrijk aan ivoor, waarvan de inboorlingen
+de waarde volstrekt niet kenden, en dat zij voor allerlei huiselijk
+gebruik aanwenden. Nu ongeveer vier jaar geleden, ontdekte een Arabier
+voor het eerst dezen schat, en sedert dien tijd stroomen de kooplieden
+naar Manyoeëma, om ivoor machtig te worden. De komst der Arabieren deed
+de inboorlingen begrijpen, welk eene waarde dit bij hen zoo weinig
+geachte artikel had, en weldra steeg de prijs dan ook aanmerkelijk,
+hoezeer nog altijd laag genoeg blijvende om den kooplieden eene enorme
+winst te verzekeren.
+
+Jammer slechts dat de vredelievende bevolking dezer streken door de
+gruweldaden der slavenhandelaars verwilderd, en tot haat en weerwraak
+geprikkeld wordt. De slaven uit Manyoeëma worden, om hun schoonen
+lichaamsbouw en hun zachtaardig karakter, boven de anderen geschat;
+de vrouwen vooral zijn zeer schoon; heur haar uitgezonderd, hebben zij
+zeer weinig van het negerras; de kleur van haar huid is zeer licht,
+dikwijls niet veel donkerder dan die van eene portugeesche. Deze
+schoone vrouwen vinden veel aftrek bij de mestiezen langs de kust,
+en zelfs bij de Turken en Arabieren, die ze gaarne in hunne harems
+opnemen. De handel in slaven en slavinnen is dan ook nog wel zoo
+winstgevend als die in ivoor: want de eersten worden eenvoudig met
+geweld weggevoerd. Wie zou het beletten? De arme inboorlingen, die
+geen vuurwapenen bezitten, zijn weerloos tegenover de slavenhalers,
+die de dorpen overvallen, onder de machtelooze bewoners een bloedbad
+aanrichten en eenige honderde gevangenen medevoeren. Geen wonder
+voorwaar, dat de Arabieren hier overal zoo gehaat zijn; dat door
+hunne schuld de naam van blanken een vervloeking is geworden; en
+dat van tijd tot tijd de getergde stammen, zich vereenigende of bij
+hunne meer ontwikkelde en beter gewapende broeders aansluitende,
+eene vreeselijke weerwraak oefenen. Livingstone zelf, hoezeer hij,
+eenmaal bekend zijnde, over geene kwade bejegening te klagen had,
+liep meer dan eens gevaar vermoord te worden, omdat men hem voor een
+Arabier hield.
+
+
+
+Het ligt buiten ons bestek, verder den heer Stanley te volgen op
+den tocht, dien hij met Livingstone op het meer Tanganjika en
+door een deel der aangrenzende landstreek ondernam. Wij hebben
+hem alleen willen vergezellen op zijn weg, tot hij den beroemden
+reiziger had gevonden en het groote vraagstuk omtrent diens leven of
+dood opgelost. Want dat hij dit werkelijk gedaan heeft, is wel aan
+geen redelijken twijfel onderhevig, al moge de waarheid der verdere
+beweringen van den heer Stanley en de juistheid zijner mededeelingen
+omtrent zijne ontdekkingen, van zeer ernstige zijde tegenspraak
+hebben uitgelokt. Trouwens, indien er geen goed deel _humbug_ onder
+zijne verhalen en mededeelingen liep, zou hij zeker zijn karakter
+als Amerikaan, en nog wel als amerikaansch journalist, geheel hebben
+moeten verloochenen. Het is ook uit dien hoofde veiliger, de berichten
+van Livingstone zelf, wanneer deze van zijne nog niet geëindigde reis
+zal zijn teruggekeerd, af te wachten.
+
+
+
+
+
+
+IETS OVER KHIWA.
+
+
+Naar het zich laat aanzien is thans aan Khiwa, betrekkelijk het
+kleinste en onaanzienlijkste der khanaten of vorstendommen van
+Turkestan, de beurt gekomen om door de steeds meer naar het zuiden
+voortdringende russische macht te worden verzwolgen, en zijne
+eeuwenoude onafhankelijkheid te verliezen. Aan de oevers van den
+Oxus (Amoe-Darja) gelegen, waar deze rivier zich noordwestelijk
+naar het meer Aral richt, bedraagt de geheele lengte van het khanaat
+ternauwernood vijftig geographische mijlen; de grootste breedte van het
+meestal aan den linkeroever gelegen bebouwde land zal in de omstreken
+van Koektshek, niet veelmeer dan zes mijlen bedragen. De voor bebouwing
+vatbare streek is niet groot: het eigenlijke Khiwa strekt zich niet
+verder uit, dan het water van den Oxus, hetzij door natuurlijke, hetzij
+door kunstmatig aangelegde kanalen, in het binnenland kan doordringen
+en den grond vruchtbaar maken. Verder op begint de woestijn.
+
+De rechteroever van den Oxus ligt veel hooger dan de linker, en
+grenst onmiddellijk aan een onafzienbaar steppenland, eene onbeheerde
+wildernis; vandaar dat, voor zoover wij weten, aan dien rechteroever
+nooit beschaafde bevolkingen hebben gewoond, en dat land ook nu alleen
+door nomaden wordt bezocht, die er hunne kudden laten weiden. Als
+wij van Khiwa spreken, denken wij daarbij altijd aan den linkeroever,
+waar landbouw, welvaart en ontwikkeling in de eerste plaats afhankelijk
+zijn van den ijver en de kunst, waarmede de bewoners de levenbrengende
+wateren door het land weten te verspreiden. In de middeleeuwen moet
+Khiwa of Kharesm, zooals het toen heette, een veel uitgebreider en
+beter onderhouden net van kanalen en waterleidingen hebben gehad dan
+tegenwoordig: want niet alleen bezat het destijds eene driemaal sterker
+bevolking, maar het was ook wegens zijne hooge beschaving door geheel
+het Oosten beroemd. Nog vroeger, in de vóór-islamitische tijden, was
+het oude Kharesm een brandpunt van geestelijk leven en ontwikkeling.
+
+Nadat de landen aan den Beneden-Oxus met geweld tot den islam waren
+bekeerd geworden, openbaarde zich met den triomf der vreemden,
+weldra de innerlijke tweespalt. De Tahiriden, die tot het einde der
+negende eeuw als vreemde dynastie den troon bekleedden, hadden maar
+al te dikwijls het welzijn des lands aan hunne eigene heersch- en
+hebzuchtige plannen opgeofferd; onder de opvolgende vorstenhuizen werd
+dit nog erger. Weldra begon eene onafzienbare reeks van oorlogen. De
+horden der Mongolen overstroomden het land, alles te vuur en te zwaard
+verwoestende, overal dood en verderf verspreidende. En ook nadat
+de wateren van dezen zondvloed waren afgetrokken, keerde de vrede
+niet. Nu eens kwamen de verwoestende oorlogen van buiten, zooals van
+Bokhara, toen dit machtig genoeg geworden was om de verovering van den
+westelijken nabuur te beproeven; of wel innerlijke verdeeldheden en
+burgerkrijgen verscheurden het ongelukkige land. Waar eene landbouwende
+bevolking, aan bijna alle zijden, door talrijke roof- en krijgslustige
+nomaden is ingesloten, daar kan eigenlijk van rust en vrede geen sprake
+zijn. De nomaad, die huis noch hof bezit, geen arbeid of bestendige
+bezigheid kent, is uit den aard der zaak hebzuchtiger dan de vreedzame
+landbouwer; en daar hij zich voor de ontberingen van zijn werkeloos
+leven schadeloos tracht te stellen met de vruchten van den arbeid
+zijns buurmans, zoo zijn rooftochten, plunderingen en veroveringen
+van gansche landstreken telkens voorkomende zaken. Niet zelden is het
+den roofzieken nomaden gelukt, de gezeten bevolking geheel aan zich
+te onderwerpen: en zoo zien wij dan ook, gedurende de drie laatste
+eeuwen, de stammen der Kalmukken, Kasaken, Karakalpaken, Jomoeten en
+Oezbeken achtereenvolgens den schepter over Khiwa zwaaien.
+
+Het thans heerschende ras, de Oezbeken, is een eenvoudig, werkzaam,
+verstandig volk, dat zich in menig opzicht gunstig van zijne naburen
+onderscheidt. Hunne gelaatskleur is zeer blank, vooral bij de vrouwen,
+die, de ovale oogen uitgezonderd, wel eenigszins op hare zusters uit
+zuidelijk Duitschland gelijken. De mannen zijn krachtig en gespierd,
+met een groot hoofd, een breed voorhoofd en dunnen baard. In
+hun voorkomen hebben zij iets plomps en slaperigs, waartoe ook de
+kleeding--een groote pelsmuts, een dik gewatteerde lange jas of kaftan,
+en een paar groote hooge laarzen, met linnen of stroo opgevuld--veel
+bijdraagt. Eene zekere deftigheid, een onverstoorbare ernst en kalme
+waardigheid kenmerkt de Oezbeken in den omgang, vooral met vreemden;
+in denk- en spreekwijze openbaren zij het echte oostersche karakter,
+hier te sterker uitkomende, daar deze stammen in het hart van Azië tot
+dusverre nooit den invloed der europeesche beschaving, van westersche
+begrippen en zeden, ondervonden.
+
+Waarschijnlijk is de dag niet meer verre, dat het Westen, door Rusland
+vertegenwoordigd, hier zijne heerschappij zal vestigen. En wanneer de
+Tartaren van Khiwa voor het verlies hunner onafhankelijkheid schadeloos
+worden gesteld door de vestiging eener rechtvaardige en verlichte
+regeering, in de plaats van het grenzenloos willekeurig despotisme,
+dat thans het land ten geesel is:--wie zal zeggen, dat het volk bij
+dien ruil verloren heeft?
+
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of Stanley's tocht ter opsporing van
+Livingstone, by Henry Stanley
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK STANLEY'S LIVINGSTONE ***
+
+***** This file should be named 17528-8.txt or 17528-8.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ http://www.gutenberg.org/1/7/5/2/17528/
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at http://www.pgdp.net/
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+http://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at http://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at http://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit http://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including checks, online payments and credit card donations.
+To donate, please visit: http://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ http://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.