diff options
| author | Roger Frank <rfrank@pglaf.org> | 2025-10-15 04:51:20 -0700 |
|---|---|---|
| committer | Roger Frank <rfrank@pglaf.org> | 2025-10-15 04:51:20 -0700 |
| commit | df8837dd3ae36c9617c56306dd6a020f5837fadf (patch) | |
| tree | 1fdd36647236d75f92f480c2e3937cc84577825d /17528-8.txt | |
Diffstat (limited to '17528-8.txt')
| -rw-r--r-- | 17528-8.txt | 2903 |
1 files changed, 2903 insertions, 0 deletions
diff --git a/17528-8.txt b/17528-8.txt new file mode 100644 index 0000000..9c1f494 --- /dev/null +++ b/17528-8.txt @@ -0,0 +1,2903 @@ +The Project Gutenberg EBook of Stanley's tocht ter opsporing van +Livingstone, by Henry Stanley + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: Stanley's tocht ter opsporing van Livingstone + De Aarde en haar Volken, 1873 + +Author: Henry Stanley + +Release Date: January 16, 2006 [EBook #17528] + +Language: Dutch + +Character set encoding: ISO-8859-1 + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK STANLEY'S LIVINGSTONE *** + + + + +Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed +Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ + + + + + + + + + +STANLEY'S TOCHT TER OPSPORING VAN LIVINGSTONE. + + +Reeds vroeger maakten wij met enkele woorden melding van de +merkwaardige reis, door den Amerikaan Henry Stanley, ter opsporing van +Dr. Livingstone ondernomen, eene reis, met zoo gelukkigen uitslag +bekroond. Wat wij daaromtrent mededeelden, was ontleend aan de +berichten, die de onverschrokken reiziger, toen nog op zijne terugreis +naar Europa, vooruit had gezonden, en waarin, uit den aard der zaak, +alleen de hoofdtrekken van hetgeen hem ontmoet en bejegend was, konden +worden opgenomen. Sedert heeft Stanley een uitvoerig verhaal van zijne +reis naar het binnenland van Afrika in het licht gezonden: en het is +aan dat verhaal, dat wij eenige schetsen wenschen te ontleenen. Wij +zullen trachten een beknopt overzicht te geven van dezen, in menig +opzicht, gedenkwaardigen tocht, ondernomen om zekerheid te erlangen +omtrent het lot van een man, die door zijne reizen en de uitnemende +diensten door hem aan de wetenschap en de zaak der beschaving bewezen, +de algemeene belangstelling had verdiend en verworven. + +Het is bekend, dat Livingstone, in 1867 voor de derde maal naar Afrika +vertrokken, sedert geruimen tijd niets van zich had laten hooren. De +laatste tijding, die men van hem zelf ontvangen had, was een brief aan +den engelschen consul Kirk te Zanzibar, gedagteekend uit Oedzjidzji, +den 30sten Mei 1869. Na dien tijd had men niets meer van hem vernomen +en had zich bij herhaling het gerucht van zijn dood verspreid. Daar +evenwel die geruchten, van inlanders afkomstig, weinig vertrouwen +verdienden en van elders door niets bevestigd werden, was er sinds +lang sprake van pogingen, om zoo mogelijk, zekerheid te erlangen +aangaande het lot, dat den beroemden reiziger had getroffen. De +engelsche regeering weigerde de kosten van eene expeditie voor hare +rekening te nemen; in het begin van het vorige jaar werd eindelijk +door de _Geographical Society_ te Londen, door de bijdragen van +particulieren geholpen, eene expeditie uitgerust, waaraan ook de zoon +van Livingstone deel nam, en die zich bepaaldelijk ten doel stelde, +den moedigen reiziger in het binnenland te gaan opzoeken. + +De expeditie verscheen in Maart 1872 op de reede van Zanzibar, +maar kon ten gevolge van den ingevallen regentijd, voorloopig niets +ondernemen. Echter bleek het weldra, dat zij te laat kwam: want +inmiddels was iets anders geschied. + +Op den 16den October 1869, des morgens te tien uur, ontving de heer +Henry Stanley, correspondent van het amerikaansche dagblad de _New-York +Herald_, te Madrid, waar hij toen vertoefde, het volgende telegram: +"Kom aanstonds naar Parijs voor belangrijke zaken."--Dit telegram +was onderteekend door den heer James Gordon Bennet, mede-eigenaar +en hoofdredacteur van het genoemde dagblad, dat door zijn vader +was opgericht.--Twee uur later had den heer Stanley zijne koffers +gepakt; haastig werden eenige afscheidsbezoeken afgelegd; toen een +plaats genomen op den sneltrein; en den volgenden dag meldde de +correspondent zich aan in het Grand-Hotel te Parijs, waar de heer +Bennet gelogeerd was. + +Stanley trad de kamer binnen, en vond den heer Bennet te bed liggende. + +"Wie zijt gij?" + +"Stanley." + +"O! dat is waar ook. Neem een stoel en ga zitten. Waar denkt gij wel +dat Livingstone zich bevindt?" + +"Dat kan ik inderdaad zelfs niet gissen, mijnheer." + +"Denkt ge dat hij dood is?" + +"Ik weet het niet. Misschien is hij dood, misschien ook niet." + +"Ik denk dat hij nog leeft, en dat het mogelijk is hem te vinden; +en ik draag u op, hem te gaan zoeken." + +"In het hart van Afrika? Meent ge dat inderdaad?" + +"Ja, het is mijne bedoeling dat gij op reis gaat om hem te zoeken; +dat gij alle berichten inwint, die er omtrent hem te krijgen zijn; +en dan--wie weet!--misschien verkeert de oude man wel in nood! Neem +alles met u mede, wat gij denkt dat hem van dienst zou kunnen +zijn. Natuurlijk zult gij naar uwe eigene inzichten handelen. Doe +wat u goeddunkt; maar spoor Livingstone op." + +"Hebt ge er wel aan gedacht, mijnheer, hoeveel zulk een reis kosten +moet?" + +"Hoeveel zou dat wel zijn?" + +"Barton en Speke hebben tusschen de drie- en vijfduizend pond +uitgegeven; en ik vrees, dat het niet beneden de vijf-en-twintighonderd +pond (f 30,000) te doen is." + +"Nu dan: neem duizend pond mede; zijn die verteerd, dan trekt ge +een wissel voor een tweede duizend, daarna voor een derde, en zoo +vervolgens: maar spoor Livingstone op." + +"Goed. Moet ik onmiddellijk naar Afrika vertrekken?" + +"Neen; gij moet eerst de opening van het kanaal van Suez +bijwonen. Vandaar zult ge den Nijl opvaren; ik heb vernomen dat +Baker zich gereed maakt om naar Opper-Egypte te vertrekken: tracht +u zooveel mogelijk op de hoogte te stellen van zijne expeditie. Den +stroom opvarende, zult gij aanteekening houden van al hetgeen er voor +reizigers merkwaardigs te zien valt; bezorg ons een goed en bruikbaar +handboek, waarin ge alles opnoemt wat waard is gezien te worden, +en de wijze opgeeft, waarop men dat het beste zien kan." + +Vervolgens zult ge wel doen, naar Jeruzalem te gaan; naar men +zegt, doet kapitein Warren daar op dit oogenblik zeer belangrijke +ontdekkingen; vervolgens gaat ge naar Konstantinopel, waar ge +inlichtingen moet inwinnen omtrent de geschillen tusschen den +khedive en den sultan. Vandaar zult ge u naar de Krim begeven, en +de slagvelden rondom Sebastopol bezoeken; dan, over den Kaukasus +naar de Kaspische-zee: men zegt, dat daar eene russische expeditie +naar Khiwa wordt voorbereid. Dan zult ge door Perzië naar Indië +reizen; in het voorbijgaan kunt ge ons iets belangrijks melden over +Persepolis. Bagdad ligt op uwen weg: deel ons het een en ander mede +omtrent den ontworpen spoorweg door de vallei van den Euphraat; en +wanneer ge in Indië zijt gekomen, kunt ge naar Afrika oversteken, +om Livingstone te gaan zoeken.--En nu--goeden avond; en God zij met u!" + +Dit veelomvattende programma, dat onzen grootvaders als een onzinnig +sprookje in de ooren zou hebben geklonken, werd door den heer Stanley +stipt uitgevoerd: hij vertrok naar Egypte, bezocht achtereenvolgens +al de hem aangewezen steden en landen, en kwam eindelijk, in Augustus +1870, in Hindostan. Daar scheepte hij zich, den 12den October, te +Bombay op de _Polly_ in: een slechte zeiler, die zeven-en-dertig dagen +noodig had om naar Mauritius te komen. Aan boord van de Polly bevond +zich, als eerste stuurman, een Schot, Lawrence Farquhar genaamd, +een bekwaam en ervaren zeeman: en de heer Stanley, begrijpende dat +zulk een man hem uitnemend te pas zou kunnen komen, wist Farquhar +te bewegen, voor den geheelen duur der reis in zijne dienst te +treden. Van Mauritius ging de tocht naar de Seychellen-eilanden; +en na aldaar vier dagen vertoefd te hebben, ging de heer Stanley +wederom scheep, vergezeld van Farquhar en zijn getrouwen Selim, +een jongen christelijken Arabier, dien hij te Jeruzalem als tolk in +dienst had genomen. + +Eindelijk, den 6den Januari 1871, stapte de correspondent van de +_New-York Herald_ te Zanzibar aan land, waar hij door den consul +der Vereenigde-Staten, den kapitein Francis Webb, met de grootste +hartelijkheid ontvangen werd. Zijne verdere lotgevallen, voor zoover +wij die hier mededeelen, zullen wij hem zelf laten verhalen. + + + + +I. + + +De stad Zanzibar, die ik in alle richtingen heb doorkruist, heeft in +mijne herinnering een verward en onbevallig beeld achtergelaten. De +voorname, aanzienlijke wijk is eene warreling van nauwe bochtige +stegen, met witte huizen en met kalk bepleisterde straten; in de +wijk der Banyans is het eene opeenvolging van smalle, diepe, duistere +winkels, aan bedsteden gelijk: op den voorgrond eenige bronskleurige +mannen met roode tulbanden, en daarachter stapels van gemeene katoenen +stoffen: wit katoen, ongebleekt katoen, geruit, gestreept, gebloemd +katoen, katoen zonder einde; dan planken, zwoegende onder zware +olifantstanden; donkere hoeken, waar ge, in de schemering, hoopen +ruwe katoen, aardewerk, spijkers, gereedschappen en allerlei andere +artikelen, in bonte wanorde door elkander, ontdekt.--De negerwijk +laat de herinnering achter aan wollige kroeskoppen boven donkergele +of zwarte lichamen, meestal dampende van zweet: onbevallige gedaanten, +neergehurkt voor de deuren van ellendige krotten, lachende, babbelende, +twistende, schacherende, te midden van eene bedompte, stinkende, +bedorven lucht: een mengsel van allerlei uitwasemingen, van teer, +huiden, leer, verrottende planten en alle denkbare, niet te noemen +onreinheden en afval. + +Ik herinner mij groote, stevig gebouwde huizen, met platte +daken en hooge gebeeldhouwde deuren, van zware ijzeren kloppers +voorzien; voor de deur zit eene of andere donkerkleurige gestalte, +met gekruiste beenen, nauwlettend den ingang van de woning des +meesters bewakende. Voorts, een tamelijk ondiepen zeearm, met booten, +sloepen, schuiten, arabische daous, en een vreemde stoomsleepboot, +half verzonken in het slib, dat de eb heeft achtergelaten. Eindelijk, +een plein, Nazi-Moya genaamd, waar de Europeanen, des avonds, met +loome schreden op en neder drentelen, om de frissche zeelucht in te +ademen; eenige graftomben van zeelieden, die hier den laatsten adem +hebben uitgeblazen; een groot gebouw, bewoond door den heer Doctor +Tozer, bisschop van Centraal-Afrika, de bisschoppelijke school, +en duizende andere dingen.... Al te gader verwarde en onbestemde +beelden, waarin ik ter nauwernood de Arabieren van de Afrikanen, +de Afrikanen van de Banyans, de Banyans van de Hindi, de Hindi van +de Europeanen kan onderscheiden.... + +Zanzibar is zoowel het Bagdad als het Stamboel van oostelijk Afrika: +het is de groote markt- en stapelplaats voor den handel in ivoor: +kopalhars, verfmos, huiden, kostbare houtsoorten en slaven; daar +worden, diep uit het binnenland, de zwarte dochteren van Oehiyoe, +van Oegindo, Oegogo en het land der Gallas aangevoerd, om in het +openbaar verkocht te worden. Zanzibar drijft bovendien handel in +kruidnagelen, peper, sesam, schelpen en kokosolie. De waarde van den +uitvoer wordt op zeven millioen gulden, die van den invoer op ruim +acht millioen geschat. + +Deze geheele handel wordt door drie verschillende klassen van +lieden gedreven: door de Arabieren van Maskate, door de Banyans +en door de mohammedaansche Hindoes, die te zamen den hoogen en +den middelstand vormen. Zij zijn de grondeigenaars; zij bezitten +magazijnen en schepen; het geld en daarmede ook de macht, is in hunne +handen. De werkende klasse bestaat uit Afrikanen, hetzij dan slaven +of vrijen. Waarschijnlijk maken zij twee derde der bevolking uit, +die op tweehonderd-duizend zielen geschat wordt, waarvan omstreeks +de helft in de stad zelve woont. + +De Banyan is een geboren handelaar, een schacheraar van nature; het +geld stroomt even natuurlijk in zijne zakken, als het water eene steile +helling afloopt; in slimheid, oneerlijkheid en doortrapte bedriegerij +wint hij het zelfs van den Jood, en kent geen mededinger dan den +Parsi; bij hem vergeleken, is de Arabier een onbedreven knaap. Toch +zou ik bijna durven beweren, dat de Hindi, waar het op geslepenheid +en boosaardige roofzucht aankomt, niet voor den Banyan onderdoet. Ik +heb mij zelf dikwijls afgevraagd, aan wie van beiden de palm toekwam: +en ik heb lang geaarzeld, eer ik die den Banyan toekende. Met zulk +soort van lieden zou ik thans te doen krijgen. + +In de eerste plaats wenschte ik kennis te maken met den heer Kirk, +den consul en diplomatieken vertegenwoordiger van Groot-Brittanje. Hij +was de reisgezel van Livingstone geweest; en ik verbeeldde mij dat hij, +meer dan iemand anders, de man was, tot wien ik mij te wenden had om +eenige inlichtingen omtrent den beroemden reiziger, zijn vriend en +landgenoot, te bekomen.--De heer Webb stelde mij aan Dr. Kirk voor: +een schraal manneke, zeer eenvoudig gekleed, met eenigszins gebogen +rug, een mager gelaat, zwart haar en dito baard. Op het hooren van +mijn naam, trok hij zijne wenkbrauwen in de hoogte, en zag mij met +verbazing aan. Het gesprek liep over allerlei zaken; alleen als hij +over zijne jachtavonturen sprak, kwam er leven en beweging in zijne +stroeve trekken. Er werd geen woord gerept van hetgeen mij bovenal +ter harte ging; en ik moest den volgenden dinsdag afwachten, toen er +receptie was aan het britsche consulaat, om daarover met den consul +te kunnen spreken. + +Ik had mij naar het consulaat begeven, en verveelde mij daar +schrikkelijk, toen de heer Kirk eindelijk medelijden met mij kreeg. Hij +kwam naar mij toe, liet mij een kostbaar geweer voor de olifantenjacht +zien, en begon mij iets te vertellen van zijne vroegere reizen met +Livingstone. Ik haastte mij, van de gelegenheid gebruik te maken. + +"Waar denkt gij wel, dat Livingstone zich nu zou bevinden?" vroeg +ik hem. + +"Dat is moeilijk te zeggen; misschien is hij wel dood; er zijn +reeds twee jaar verloopen, sedert wij het laatst tijding van +hem ontvingen. Telkens zenden wij hem allerlei zaken. Op dit +oogenblik staat weer eene kleine karavaan te Bagamoyo gereed om te +vertrekken. Hij moest nu terugkeeren; hij wordt oud; en als hij +kwam te sterven, zouden al zijne ontdekkingen verloren zijn. Hij +houdt geen dagboek, en maakt weinig of geene aanteekeningen; hij +schrijft vluchtig iets op eene kaart, of maakt daarop een teeken, +waaruit niemand wijs kan worden. Hij moest nu waarlijk terugkeeren, +en de taak aan jongere overlaten." + +"Wat is het voor een man?" vroeg ik met levendige belangstelling. + +"Iemand met wien het niet gemakkelijk is om te gaan. Persoonlijk +heb ik mij nooit over hem te beklagen gehad; maar hoe dikwijls heb +ik hem tegen anderen zich driftig zien maken! Dat komt, geloof ik, +omdat hij geen reismakkers nevens zich dulden kan." + +"Maar stel eens, dat ik hem op mijne tochten ontmoet, wat zeer licht +gebeuren kan: hoe zou hij zich dan wel tegenover mij gedragen?" + +"Om u de waarheid te zeggen, geloof ik niet dat hem dit aangenaam zou +zijn. Ik weet wel, dat wanneer Burton, of Grant, of Baker hem wilden +gaan opzoeken, en hij daarvan de lucht kreeg, hij dadelijk zou zorgen +dat een afstand van een paar honderd mijlen ondoordringbare wildernis, +moerassen en poelen hen van hem scheidde. Ik houd mij overtuigd, +dat hij het zou doen." + +Behoef ik te zeggen, welken indruk die mededeelingen op mij maakten? Ik +was geheel uit het veld geslagen, en zou gaarne van mijn voornemen +hebben afgezien, indien de plicht mij niet ware opgelegd. Trouwens, +toen ik de taak op mij nam, Livingstone te gaan zoeken, wist ik heel +goed, dat mijn pad niet met rozen bestrooid zou zijn. De last was +stellig; ik had de verplichting op mij genomen; en al had ik nu zeker +geweten, dat ik als een indringer, als een ongeroepen mededinger, +als iemand die zich bemoeit met dingen, die hem niet aangaan, zou +worden afgewezen--toch moest ik Livingstone opzoeken, hem vinden zoo +hij nog in leven was, of anders mij de bewijzen verschaffen dat hij +was overleden. Dit was mijn plicht, en dus ook mijn vaste wil. + +Ik wist volstrekt niet, wat er al zoo voor eene expeditie naar het +binnenland van Afrika noodig was; en den ganschen nacht tobde ik +over vragen als deze:--Hoeveel geld moet ik medenemen?--Hoeveel +dragers?--Hoeveel soldaten? (Daarmede bedoelde ik de vrije negers, +van Zanzibar geboortig, of de vrijgelaten slaven, die de reizigers +vergezellen, en zich zelf _Askari_ noemen, een hindoesch woord dat +soldaat beteekent).--Hoeveel katoen, glaswerk, koperdraad en andere +snuisterijen?--Welke soorten van stoffen?--En op al die vragen +zocht ik te vergeefs een antwoord. Ik bedekte gansche vellen papier +met eindelooze reeksen van cijfers, om uit te rekenen hoeveel het +onderhoud van honderd man mij per jaar wel kosten zou: en ik kwam +tot geen resultaat. Ik bestudeerde Burton, Speke en Grant: ik vond +heel veel geographische, ethnographische en andere geleerdheid, maar +geen enkel woord omtrent de inrichting eener karavaan. De europeanen, +die ik daarover sprak, waren op dat punt al even wijs als ik; het +was ook trouwens hun zaak niet. + +Eindelijk wendde ik mij tot een Arabier, een vermogend en deftig +man, die juist uit het binnenland was teruggekeerd, en die de eerste +kooplui der stad in zijn huis ontving. Van hem vernam ik, dat voor +het onderhoud van honderd manschappen, tien doti of veertig ellen +katoen per dag voldoende waren; mijne reis op twee jaren rekenende, +had ik dus vijftigduizend el katoenen stof noodig, die ik nu verder +moest uitzoeken.--Dan, het glaswerk, of liever de glazen koralen, +die in vele streken de eenige munt zijn. Het lastige hierbij was, +dat de smaak bij de verschillende stammen zeer uiteenloopt: de eene +wil witte kralen, een andere bruine of groene; in Oenyamoeëzi bij +voorbeeld, zijn de roode kralen zeer in trek, met uitsluiting van +alle anderen; in Oegogo daarentegen verlangt men alleen de zwarte, +die nergens anders gangbaar zijn. Burton moest eenige duizende +kralensnoeren weggooien, die niemand hebben wilde. + +Ik moest dus, hoe ongaarne ook, aan dit punt al mijne aandacht +wijden, en zooveel mogelijk trachten te berekenen, hoeveel tijd +ik in elke landstreek waarschijnlijk zou doorbrengen. Dat was een +vermoeiende arbeid. Telkens en telkens herhaalde ik bij mij zelf +de namen van dingen en maten en gewichten: barbaarsche namen, die +ik maar niet kon onthouden, en die mijn geduld op eene zware proef +stelden. Eindelijk, na allerlei berekeningen, kwam ik tot het besluit, +dat vijf-en-twintigduizend snoeren voldoende zouden zijn, en dat ik +mij tot elf verschillende soorten kon bepalen. + +Maar ik was nog niet klaar: na de glaskoralen, het koperdraad. In +de landstreek, die ik ging doortrekken, vervangen de glaskoralen +het kopergeld; de katoenen stoffen, het zilvergeld; en aan gene +zijde van het meer Tanganjika, bekleedt het koperdraad de plaats van +gouden munt. Met groote moeite, kwam ik eindelijk tot de wetenschap, +dat draden van ongeveer de dikte onzer telegraafdraden, de meest +gezochte waren, en dat ik aan driehonderd-vijftig pond koperdraad +meer dan genoeg zou hebben. + +Toen deze inkoopen volbracht waren, kon ik niet nalaten met zekere +zelfvoldoening een blik te werpen op mijne balen, netjes in de ruime +magazijnen van het consulaat gerangschikt. Toch was mijne taak +nog op verre na niet afgeloopen: nog ontbraken er mondbehoeften, +keukengereedschap, zakken, tenten, tuigen voor de ezels, teer, +zeildoek, naalden, gereedschappen, wapenen, ammunitie, geneesmiddelen, +dekens: in een woord, honderde artikelen die nog allen gekocht moesten +worden. En dan--het loven en bieden met die doortrapte, schraapzuchtige +kooplui! Voor de ezels, waarvan ik er twee-en-twintig noodig had, +vroeg men mij honderd tot honderd-vijf-en-twintig gulden het stuk; +ik kreeg ze eindelijk voor tusschen de veertig en vijftig gulden; +maar wat had ik daarvoor niet moeten redeneeren en pleiten, als gold +het eene halszaak! Ik kon geen kaart spelden koopen, zonder dat er +over den prijs getwist werd, hetgeen natuurlijk eindeloos veel tijd +kostte en mij soms buiten mij zelven bracht. + +Toen ik de ezels gekocht had, ontdekte ik dat er in de gansche stad +geen pakzadel te krijgen was. Er schoot niet anders over, dan ze +zelf te maken. Farquhar en ik togen aan het werk, en slaagden er in +de noodige pakzakels te vervaardigen van touwen, zeildoek en katoen; +wij volgden daarbij hetzelfde model, waarvan het engelsche leger bij +den veldtocht in Abessinië had gebruik gemaakt. + +Omstreeks dezen tijd kwam John William Shaw, te Londen geboren, en +derde stuurman op een amerikaansch koopvaardijschip, mij zijne diensten +aanbieden. Hoewel zijn vertrek van zijn schip een weinig verdacht was, +vond ik daarin toch geen reden om hem af te wijzen. Hij was vlug en +behendig, kon goed met de naald en schaar omgaan, had verstand van +varen, was werkzaam en voorkomend; ik nam hem dus in mijne dienst, +tegen een loon van zevenhonderd gulden per jaar. Mijn andere bediende, +Farquhar, was een zeer bekwaam zeeman, en een knap mathematicus; hij +was krachtig gebouwd, vol energie en had een goed karakter; jammer +genoeg was hij aan den drank verslaafd, en het losbandige leven, +dat hij te Zanzibar leidde, zou hem weldra noodlottig worden. + +Toen ik met mijne inkoopen klaar was, moest ik nog twintig man +aanwerven, die mij tot geleide moesten dienen, en hen wapenen en +uitrusten. Johari, de tolk van het consulaat, sprak mij over enkele +inlanders, die Speke op zijne reis hadden vergezeld. Het scheen mij +een groot voorrecht toe, indien het mij mocht gelukken, menschen in +mijne dienst te krijgen, die met de europeesche gewoonten en manieren +bekend waren, en die misschien andere geschikte personen zouden +overhalen om met hen te gaan. Vooral had ik aan Bombay gedacht, den +trouwen hoofdman van het geleide van Speke. Met behulp van Johari, +slaagde ik er in weinige uren in mij te verzekeren van Oeledi, den +voormaligen bediende van Grant; van Oelimengo, Barati, Mabroeki, +den bediende van Burton, en van Ambari, die alle vijf deel hadden +uitgemaakt van het gevolg van Speke. Bombay, de aanvoerder van het +geleide, bezorgde mij bovendien achttien vrijwilligers, die, zooals hij +verzekerde niet zouden wegloopen, en voor wier trouw hij instond. Het +waren mooie, welgevormde mannen, die er veel verstandiger uitzagen, +dan ik ooit van wilde Afrikanen had verwacht. Hunne maandelijksche +bezoldiging werd op drie dollars bepaald; ieder van hen ontving een +musket, een kruidhoorn, een zak met kogels, een bijl, een mes, en de +noodige ammunitie voor tweehonderd schoten. + +Ik ontveinsde mij geene enkele der vele moeilijkheden en bezwaren, +aan mijne onderneming verbonden, en beijverde mij zooveel mogelijk, +maatregelen te nemen om die moeilijkheden en bezwaren, die ik kon +vermoeden dat mij wachtten, te overwinnen. Als ik, aan den oever van +het meer Tanganjika gekomen en den overkant voor mij ziende, eens werd +opgehouden door den onwil van een of ander opperhoofd of de luimen van +een Arabier? Moest ik daarvan afhankelijk zijn? Om dit te voorkomen +kocht ik twee booten; de eene, waarvoor ik tachtig dollars betaalde, +kon twintig personen bevatten, met de noodige koopwaren; in de andere +konden zes personen met hunne bagage gemakkelijk plaats vinden. Ik +nam die vaartuigen uit elkander, en behield alleen het geraamte; +de rest verdeelde ik in pakken, die niet meer dan acht-en-zestig +pond wogen. De houten bekleeding werd vervangen door een bekleedsel +van stevig, geteerd, dubbel zeildoek: eene uitvinding van John Shaw, +die bij dit werk eene groote handigheid aan den dag legde. + +Ik verbeeldde mij dat een kleine kar, geschikt voor de bijkans +onbegaanbare wegen des lands, ons heel goed te pas zou kunnen +komen. Zoo een ezel honderd-veertig pond kon dragen, was het toch +waarschijnlijk, dat hij het dubbele van dien last zou kunnen trekken: +zoo doende zouden vier mannen zijn uitgewonnen. Of ik goed gezien had, +zal later blijken. + +Toen ik, nadat al deze voorbereidende werkzaamheden waren afgeloopen, +die lange reeksen van balen en zakken, van kisten en valiezen, die +tenten, die stapels van goederen van allerlei aard overzag, stond ik +een oogenblik versteld over mijne eigene stoutmoedigheid. Hoe zou ik +deze gansche massa door de woestijn vervoerd krijgen, die zich van de +kust tot aan de groote binnenlandsche meren uitstrekt?--Komaan! zeide +ik bij mij zelf, geen moed verloren! Handen uit de mouwen en aan +het werk! Iedere dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad; loopen wij +niet vooruit op den morgen. Het maximum van vracht voor een drager is +zeventig pond; aangenomen dat die rommel daar elfduizend pond weegt, +dan heb ik zoo wat honderd-zestig dragers noodig. Ik moet zien die +te krijgen. Te Bagamoyo zijn ze te vinden: alzoo naar Bagamoyo. + +Eene laatste onaangenaamheid wachtte mij nog bij de betaling mijner +rekeningen. Laat ieder, die te Zanzibar komt, zorgen dat hij baar +geld bij zich heeft. Credietbrieven, wissels, banknoten, mandaten, +wat ook, niets wordt hier aangenomen, zonder eene korting van twintig +tot dertig percent per dollar; en dan nog kost het de grootste moeite +uw papier kwijt te raken. Eindelijk was toch ook dit afgeloopen. Mij +restte nu nog slechts de Europeanen te bedanken, die mij hunne hulp en +medewerking hadden verleend, en afscheid te nemen van zijne hoogheid +den sultan, die mij een arabisch paard ten geschenke had gegeven en mij +ook op andere wijze zijne goede gezindheid had betoond. Hij gaf mij nu +aanbevelingsbrieven mede voor zijne ambtenaren langs de kust, en ook +een firman gericht aan alle Arabieren, die ik onder weg zou ontmoeten. + +Mijn laatste bezoek was aan den heer Goodhen, een amerikaansch +koopman, sedert geruimen tijd te Zanzibar gevestigd, en die mij, +bij het afscheid nemen, een bruinen vos ten geschenke gaf, een echt +raspaard, van de Kaap afkomstig, en dat minstens vijftienhonderd +gulden waard was. + +Den volgenden dag, 5 Februari, negen-en-twintig dagen na onze komst +op het eiland, lagen vier daous, arabische barken, ten anker voor +het consulaat der Vereenigde-Staten. Alles was ingescheept, alle +man was aan boord: John Shaw en Farquhar verschenen niet. Eindelijk, +na lang zoeken, vond men ze bij een drankverkooper. + +"Een slecht begin," zeide ik tot hen. + +"Denkt ge niet, mijnheer, dat ik verkeerd gedaan heb, toen ik beloofde +met u te gaan?" vroeg Shaw. + +"Hebt gij het contract niet geteekend?" vroeg ik op mijn beurt. "En +nu, spoedig aan boord. Wat ons ook te wachten sta, niemand mag zijn +plicht verzaken!" + + + + +II. + + +De afstand van het eiland Zanzibar naar Bagamoyo op den vasten wal +bedraagt niet veel meer dan vijf-en-twintig mijlen: toch had onze +luie daou niet minder dan tien uren voor die reis noodig. + +Eene bonte volksmenigte; uit Arabieren, Banyans en inlanders bestaande, +stond ons op het strand op te wachten; onder hen merkte ik een der +geestelijken op van de missie, die de Jezuïeten te Bagamoyo hebben +gesticht. De eerwaarde pater bood ons, met uitgezochte beleefdheid, +dadelijk de gastvrijheid aan; maar hoe hartelijk en dringend de +uitnoodiging ook mocht zijn, toch nam ik haar slechts voor een enkelen +nacht aan, daar mijne vrijheid mij boven alles waard is. + +Den volgenden morgen begaf ik mij reeds vroeg naar ons kamp en telde +mijne ezels; ik miste er twee, benevens een rol koperdraad. Blijkbaar +hadden al onze lieden geslapen, zonder aan dieven te denken. De +djemadar, de kommandant der plaats, werd van het voorgevallene +onderricht, soldaten werden in verschillende richtingen uitgezonden; +aan den vinder van het vermiste werd eene belooning toegezegd. Nog +voor den avond werd een der ezels teruggevonden in een maniokveld, +waar hij rustig de bladeren afknabbelde; de andere was evenwel voorgoed +verdwenen, evenals het koperdraad. + +In den loop van den dag ontving ik een bezoek van Ali-ben-Selim, +die mij kwam begroeten. Zijn broeder het voormalige opperhoofd der +karavaan van Burton en Speke, zou mijn agent zijn in Oenyanyembe; +ik liet mij door zijne beleefdheid innemen, en ging des avonds een +kop koffie bij hem drinken. De koffie, hoewel zonder suiker gebruikt, +was zeer goed; en het onthaal was zoo vriendelijk mogelijk. + +"Wat kan ik voor u doen? ik ben uw vriend, en wensch niets liever +dan u dit te toonen." + +"Ik heb groote behoefte," antwoordde ik, "aan een vertrouwd persoon, +die mij zoo spoedig mogelijk aan de noodige dragers helpt. Zoo gij +er mij honderd-veertig bezorgen kunt; wil ik u gaarne betalen wat +gij vraagt." + +"Mij betalen voor zoo kleine dienst!" hernam de slang, op +zoetvloeienden, zalvenden toon. "Ik vraag u niets, mijn vriend; +en wees maar gerust, over veertien dagen zijt gij niet meer hier." + +Twee gewichtige redenen deden mij een spoedig vertrek zeer wenschelijk +achten. Was het waar, dat Livingstone, zooals de heer Kirk beweerde, +eene ontmoeting met mij zou trachten te vermijden, dan kwam het er voor +mij op aan, Oedzjidzji te bereiken, vóór het gerucht mijner komst tot +daar kon zijn doorgedrongen. Nu was de masika, de regentijd, niet verre +meer: overviel zij mij te Bagamoyo, dan zou ik daar moeten vertoeven, +tot zij voorbij was: minstens een oponthoud van veertig dagen. + +Getrouw aan zijne belofte, kwam Ali den volgenden morgen bij mij, +en onderzocht met een zeer ernstig gezicht, mijne bagage. Hij +deelde mij mede, dat al die pakken en balen in matten zakken gepakt +moesten worden, en dat hij iemand zou zenden om daarvan de maat te +nemen. Vooral drukte hij mij op het hart, niet met dien man over +den prijs te spreken; daar zou hij voor zorgen. Het inpakken mijner +goederen had ik opgedragen aan een zekeren Jetta, commissionnair te +Zanzibar, die alles door elkander had ingepakt, zonder zich om het +gewicht te bekommeren. Nu verschijnen op zekeren dag twee pagazis +(dragers), die, eer zij zich verhuren, de bagage wenschen te zien. Zij +lichten de pakken op, trekken een bedenkelijk gezicht, en weigeren +eene overeenkomst aan te gaan. De bagage wordt nu gewogen: elk pak +woog minstens dertig pond meer dan het bepaalde maximum. Alles moest +weder losgemaakt, uit elkander genomen en op nieuw ingepakt worden. + +Dit verdrietig werk was eindelijk afgeloopen; de veertien dagen waren +verstreken: en nog was er geen drager te zien. Ik zond Mabroeki naar +Ben-Selim. "Over eenige dagen zult ge ze allen hebben," antwoordde de +Arabier; maar ik geloof er geen woord van, zeide Mabroeki, die mij +de boodschap overbracht; ik heb hem hooren zeggen, dat de sultan u +aan den djemadar had aanbevolen, en dat hij zich met uwe zaken niet +had te bemoeien.--De veertien dagen waren verloren! + +Ik herinnerde mij nu, dat een rijke Hindi mij gesproken had over een +zekeren Hadji Pallou, die wel nog zeer jong was, maar toch, volgens +hem, zijns gelijke niet had, als het op het vormen eener karavaan +aankwam. Dat was nog eene laatste uitkomst. Ik zond mijn tolk naar +Zanzibar; na verloop van drie dagen keerde hij terug met een brief +van den Hindi, en eene menigte zeer nuttige en bruikbare zaken, die de +heer Webb mij zond. Korten tijd daarna ontving ik een bezoek van Sour +Hadji Pallou. Hij deelde mij mede, dat er geen dragers dan tegen zeer +hoogen prijs te bekomen waren; dat eene menigte Arabieren steeds op +de loer lagen naar elke gelegenheid om er eenigen meester te worden, +en ieder man met twintig doti (tachtig el katoen) betaalden. En +toch moesten zij, die geen hooger bod deden, dikwijls nog een half +jaar wachten. "Zoo gij spoedig wilt vertrekken, zeide hij eindelijk, +moet gij minstens vijf-en-twintig doti geven; dan zult ge binnen drie +weken gereed zijn." + +"Het is goed," antwoordde ik, terwijl ik hem tevens liet zien dat ik +genoegzamen voorraad van stoffen had om ruim te kunnen betalen;--"en +voegde ik er bij, gij zult bovendien een geschenk ontvangen, waarmede +gij tevreden zult zijn."--"Een geschenk! O, neen! volstrekt niet!" hij +verzocht mij alleen aan mijne vrienden en landgenooten te doen weten, +"welk een geschikt, fatsoenlijk jongmensch hij was." Toen verhaalde +hij mij, tot mijne groote verwondering, dat hij bij zich aan huis +tien dragers had; en dat zoo ik hem aanstonds vier balen katoen, twee +zakken met koralen en twintig rollen koperdraad zond, de pagazis reeds +den volgenden morgen, met drie mijner soldaten, zouden vertrekken; +"want kleine karavanen verdienden de voorkeur boven groote, die de +begeerlijkheid der stamhoofden opwekten en hen maar al te dikwijls tot +vijandelijkheden uitlokten; de kleine daarentegen trokken ongemerkt +voorbij." + +De balen werden aan zijn huis bezorgd; ik wenschte mij zelf geluk, +dat ik met dien geschikten fatsoenlijken jonkman in aanraking was +gekomen, en schreef in mijn dagboek eene schitterende lofrede +over zijne bekwaamheid, hulpvaardigheid en belangeloosheid. Ik +dacht er reeds over na, welk geschenk ik hem geven zou, toen +hij den volgenden morgen bij mij kwam "om de zaak af te doen," +en mij, met de onverstoorbaarste kalmte, zijne rekening voorlei: +"Eene som van.... wegens de betaling van vijf-en-twintig doti, als +loon, aan iederen drager." Hij verzocht mij tevens, die rekening +zoo dadelijk in klinkende munt te betalen. Ik wist letterlijk niet +wat ik zeggen zou. Ik nam de vrijheid, dien fatsoenlijken jonkman +onder het oog te brengen, dat toen ik hem gisteren de drieduizend +doti liet zien, die in mijne tent waren, wij hadden afgesproken, +dat ik zelf de dragers betalen zou. Hij stemde dit toe, maar kwam er +openlijk voor uit dat hij zijne eigene waren wenschte te verkoopen, +en niet de mijne: en dat hij daarom het contract maar had ter zijde +gesteld. Ons gesprek duurde langer dan een uur. De brave jongeling +smeekte en bad en schreide, en beloofde dat hij zich nooit meer met +mijne zaken zou bemoeien. Ik gaf evenwel niet toe; en eindelijk ging +Hadji Pallou, tevreden met het commissieloon dat hem niet ontgaan kon, +heen, de drie soldaten met zich nemende, die zijne dragers moesten +vergezellen. Toen zijn katoen hem terug werd gegeven, bleek het, dat +in plaats van de vijf-en-twintig doti, die hij mij in rekening bracht, +de pagazis er hoogstens ieder niet meer dan twintig hadden ontvangen; +sommigen waren met twaalf doti afgescheept. + +Toch moest ik de hulp blijven inroepen van dien schavuit, die, +terwijl hij de halve stad door zijne in het oog loopende vroomheid +stichtte, mij tien malen per dag bestal, en als hij ontdekt werd, +daarover niet de minste schaamte gevoelde. Gedurende de zes weken, +die ik daar heb doorgebracht, heeft die onbeschaamde jongen mij meer +last en hoofdbreken veroorzaakt, dan al de gauwdieven van New-York +aan de--het is waar tamelijk zorgelooze--politie. Wellicht zal men mij +vragen, waarom ik dien fielt niet dadelijk de deur heb gewezen? Omdat +ik zonder hem misschien zes maanden te Bagamoyo had moeten blijven. + +Den 18den Februari ging de eerste afdeeling mijner karavaan op weg; +de tweede volgde op den 21sten, vier dagen later vertrok de derde; +den 11den Maart ging de vierde op reis, en den 21sten dier maand de +vijfde of laatste, waartoe ik zelf met Shaw behoorde. Verder bestond +ons gezelschap uit acht-en-twintig pagazis, twaalf soldaten, een kok, +een kleêrmaker, een tolk, een bediende, twee paarden, zeventien ezels +en een hond. In het geheel was onze karavaan honderd-twee-en-negentig +manschappen sterk. + +Ons vertrek van Bagamoyo geschiedde onder de gunstigste voor +teekenen. Wij waren allen vroolijk en opgewekt en vol hoop; de +soldaten zongen; de kirangozi, dat wil zeggen de gids, stiet allerlei +afschuwelijke geluiden uit, terwijl hij de vlag der Vereenigde-Staten +heen en weer zwaaide. Mijn hart klopte zoo hevig, dat ik groote moeite +had, de onverstoorbare kalmte te bewaren, die aan het opperhoofd +eener karavane voegt. De zorgen en beslommeringen, die mij sedert meer +dan twee maanden hadden bezig gehouden, waren vergeten; de toekomst +opende zich voor mij, rijk aan de schoonste beloften, de bemoedigendste +verwachtingen. De landstreek was bekoorlijk: vreemde boomen, vruchtbare +velden, een weelderige, liefelijke plantengroei. Vroolijk straalde de +zon boven mijn hoofd; vroolijk zongen de vogelen in bosch en veld, +vroolijk gonsden de insecten door de warme lucht: alles scheen mij +toe te roepen: Houd goeden moed! Geluk op reis! + + + + +III. + + +Den 26sten Maart kwamen wij te Kikoka, een dorp, of liever een +verzameling van strooien hutten, waar wij den nacht doorbrachten. De +weg, dien wij gevolgd waren, en die vóór mij nog door geen blanke was +betreden geworden, had ons door eene schoone, afwisselende landstreek +gevoerd: velden, bosschen, heuvelen, valleien. Ook toen wij den +volgenden morgen onze reis voortzetten, behield het landschap dat +eigenaardig, bekoorlijke karakter, dat mij aan een groot engelsch park +denken deed. Weldra begon de grond zich met gelijkmatige golvingen te +verheffen, eindelijk vertoonden zich enkele heuvelen met struikgewas en +riet bedekt. Op een dier heuvelen, door dicht en doornig kreupelhout +omgeven, ligt Rosako. Op korten afstand ligt een ander dorp, evenzeer +door een bij kans ondoordringbaren gordel van mimosas beschut. Tusschen +de beide dorpen breidt zich eene vruchtbare vallei uit, waardoor een +beek kronkelt. + +Rosako ligt op de grens van Oekoeéré; wij trokken het dorp binnen, +en sloegen midden tusschen de woningen ons kamp op. Reeds hadden wij +sedert eenigen tijd de vierde afdeeling onzer karavaan ingehaald. Toen +wij den volgenden morgen op het punt stonden van te vertrekken, +kwam Maganga, de aanvoerder dier bende, mij berichten dat drie +van zijne pagazis ziek waren. Ik liet de bende te Rosako achter, +en vervolgde met mijn eigen gezelschap den tocht. Maar weldra begon +ik mij over dit achterlaten te verontrusten en liet halt houden. Wij +bevonden ons juist nabij de bijkans uitgedroogde bedding eener beek, +waarin nog enkele plassen stonden. Nauwelijks hadden wij ons kamp +opgeslagen, of wij werden met schrik gewaar hoezeer het op deze plek +van insecten wemelde, vooral van vliegen, waarvan ik drie soorten +onderscheidde, die al gonzende, bij groote scharen, door mijne tent +rondvlogen. De tegenwoordigheid dier lastige en venijnige gasten +beviel mij volstrekt niet. Ik herinnerde mij, wat de heer Kirk had +verteld van de verderfelijke tsétsé, die in deze streken te huis +behoort. De inboorlingen verzekerden mij dat al deze vliegen de +gezworen en zeer gevaarlijke vijanden waren van het vee, hetgeen +ook de bijna volstrekte afwezigheid van runderen, in eene streek +zoo rijk aan weilanden, verklaarde. Ik onderzocht deze vliegen zoo +nauwkeurig mogelijk. De grootste, die bijna drie duim lang was, hield +ik voor de afrikaansche paardenvlieg. De tweede kwam meer overeen met +de beschrijving, die men mij van de tsétsé gegeven had. Zij was zoo +vlug, dat mijne lieden meer dan een uur werk hadden, eer zij er eene +gevangen hadden. Zoodra men haar aanvatte, stak zij met alle macht, +en hield met hare aanvallen niet op, voor haar een speld door het lijf +was gestoken. De derde maakte minder gerucht dan de beide anderen, +maar was veel geduchter; de paarden en ezels, door haar gestoken, +steigerden en sloegen van pijn, terwijl hun het bloed langs het lijf +liep. Later heb ik ontdekt dat zij inderdaad de beruchte tsétsé was. + +Reeds waren er twee dagen voorbijgegaan, zonder dat wij iets van +Maganga hadden vernomen. Ik liet hem zeggen, dat hij zich wat moest +haasten, en dat ik hem aan de volgende halt zou afwachten. Daarop +vertrokken wij naar Kingaroe, in eene nauwe moerassige vallei, +door hooge boschrijke heuvelen omringd, gelegen: een ware bakermat +voor de koorts. Het was dan ook een bij uitnemendheid ongezond oord, +vooral nu de regentijd zich reeds begon aan te kondigen door geweldige +stortbuien. Ik had nog geen twee dagen hier vertoefd, of reeds waren +mijne beide paarden bezweken; Selim kreeg de koorts, toen de kok, +toen diens bediende, toen de kleermaker. Van mijne vijf-en-twintig +manschappen, waren er tien ziek. + +Eindelijk den 4den April, verscheen Maganga, dien ik nu weder vooruit +liet trekken. Den volgenden morgen hervatten ook wij den tocht, +die ditmaal weder zeer bezwaarlijk was. Onze weg voerde ons door een +bijkans ondoordringbaar dicht kreupelhout, waar de uitwasemingen van +rottende planten ons schier deden stikken; het pad, dat tusschen twee +hooge muren van stekelige doornen voortliep, was niet veelmeer dan een +voet breed; en men kan zich moeielijk voorstellen wat het in heeft, +langs zulk een weg, zeventien zwaar beladen ezels door zeven mannen te +doen voortdrijven, te meer daar de scherpe doornen elk oogenblik in +de bagage bleven haken. Toen wij, na een uiterst vermoeienden tocht, +te Msoehoea aankwamen, moesten wij daar uitrusten, om menschen en +beesten weder eenigszins op hun verhaal te laten komen. Het opperhoofd +van het dorp gaf mij een zijner vetste schapen en vijf maten sorgho +ten geschenke, wat mij zeer gelegen kwam. Van mijne zijde schonk ik +hem acht ellen katoen, en liet hem mijne wapenen, en vooral mijne +revolvers zien, die in de hoogste mate zijne bewondering opwekten. + +Voorbij Msoehoea werd de weg aanmerkelijk beter, zoodat wij onze reis +door eene schilderachtig schoone, heuvelachtige landstreek, zonder +bezwaar konden vervolgen, en den 17den April te Moehalleh aankwamen, +waar ik Selim-ben-Râshid aantrof, die met driehonderd olifantstanden +uit het binnenland kwam. Hij schonk mij eene hoeveelheid rijst, +en gaf mij ook, wat nog meer waard was, eenige berichten aangaande +Livingstone. De brave Arabier had hem te Oedsjidsji achtergelaten, waar +hij, gedurende veertien dagen, in eene hut naast die van Livingstone +had gewoond. "Hij is zeer ziek geweest, zeide Selim, en ziet er uit +als een grijsaard: zijn gelaat is vervallen en zijn baard bijna wit." + +Den volgenden morgen gingen wij verder de vallei in, en trokken +langs de muren van Simbamoeënni, de hoofdstad van Oesegoehha. De +aanblik dezer stad, aan den voet der bergen van Oeroegoeroe, in +eene prachtige, door twee rivieren besproeide vallei gelegen, trof +mij. Zij telt ongeveer vijfduizend inwoners; de huizen zijn naar +afrikaansche wijze, maar in den besten stijl gebouwd; de stad is +volgens het arabisch-perzische stelsel versterkt. Aan iederen hoek +van de steenen omwalling verhief zich een massief steenen toren; +de muur had vier poorten, naar de vier windstreken gericht, die met +zware houten deuren gesloten werden. Het koninklijk paleis was een +langwerpig gebouw met eene veranda en een steil oploopend dak, dat ver +buiten den muur uitstak. Dit paleis werd bewoond door eene sultane, +dochter van zekere Kisabengo, een handigen schurk, die bij zijn leven +de schrik van zes gewesten was geweest. Van lage afkomst, maar met eene +buitengewone lichaamskracht begaafd, vlug ter taal, sluw en handig, had +Kisabengo zich een grooten invloed weten te verwerven op de weggeloopen +slaven, die hem als hun hoofd erkenden. Door de justitie achtervolgd, +was hij naar 't binnenland gevlucht, en had daar op groote schaal zijne +roof- en plundertochten voortgezet: met dat gevolg dat hij eindelijk +de Voeakami gedwongen had, hem eene uitgestrekte landstreek in hunne +prachtige vallei af te staan. Op de fraaiste plek dier streek had hij +zijne hoofdstad gebouwd, waaraan hij den naam gaf van Simbamoeënni, +dat wil zeggen Leeuwenstad. Tegen het einde van zijn leven, had de +oude bandiet zijn naam van Kisabengo voor dien zijner stad verruild; +en bij zijn sterven had hij gewild dat zijne dochter, die hem in de +regeering opvolgde, dienzelfden koninklijken naam zou voeren. + +Vier mijlen van Simbamoeënni, aan den oever der rivier, sloegen wij +ons kamp op. Wij waren midden in den regentijd; en zeer spoedig werd +ik gewaar, dat mijn verblijf in de moerassen van Arkansas mij nog +niet had gehard tegen de beproevingen van de afrikaansche masika. Ik +kreeg de koorts; maar het gelukte mij, die spoedig, althans voor +een tijd, te verdrijven. Intusschen was het onmogelijk den volgenden +dag te vertrekken, zooals ik mij had voorgenomen. De Oengerengeri, +in het droge jaargetijde een onbeteekenend rivierke, wordt in den +regentijd een geweldige stroom, die het water van de naburige bergen +ontvangt, en met geen mogelijkheid te doorwaden is. Bovendien regende +het aanhoudend: een dier vervelende regens, die u dwingen in huis te +blijven en u uit uw humeur maken; geen stortbuien, maar een voortdurend +bad van lauw water, met vochtigen nevel doormengd. + +De plek waar wij ons kamp hadden opgeslagen, mocht inderdaad een +kweekplaats voor de pest worden genoemd; de onreinheden, daar door +vele opvolgende geslachten van dragers achtergelaten, hadden gansche +zwermen van kruipende en wriemelende ongedierten gekweekt: de grond, +de boomen, de struiken, de lucht wemelden er van. Het was hier niet +uit te houden, en met vreugde maakten wij van den eersten helderen dag +gebruik, om onze bagage naar de overzijde der rivier te vervoeren. Dit +ging niet gemakkelijk, want wij moesten ons behelpen met eene brug, +die voor ieder ander dan negers of akrobaten van beroep onbegaanbaar +was. Zulk eene afrikaansche brug is niet anders dan een boom, die van +den eenen oever tot den anderen reikt; ge begint nu met van den oever +op een der takken te springen, die zeer dikwijls half onder water ligt; +dan scharrelt ge voort tot aan het andere einde, en moet dan weer +een sprong wagen om den vasten grond te bereiken. Met een vracht van +zeventig pond op den rug, is dat geene lichte zaak. Somwijlen heeft +men de voorzorg gebruikt, van eene liane, naast de zoogenaamde brug, +bij wijze van leuning, over de rivier te spannen: maar deze weelde +is verre van algemeen. De overtocht duurde vijf uur, maar liep zonder +ongelukken af. + +Wij trokken nu noordwaarts voort, en bereikten eindelijk den voet +van een heuvel, waar wij een zoogenaamde _khambi_, een kamp, vonden, +waarvan de hutten in een goeden staat verkeerden. Deze plek heette +Simbo. Van den top des heuvels overzagen wij eene wijde vlakte, de +vallei van de Makata, die wij nu moesten doortrekken. Deze uitgestrekte +moerassige vlakte, door eene menigte _nullahs_ (greppels, of liever +beddingen van beeken) doorsneden, die nu vol water stonden en met +riet en biezen waren begroeid, heeft bij mij alleen de herinnering +achtergelaten aan een vervelenden, uiterst vermoeienden marsch +van tien uren, waarin wij niet meer dan even zooveel mijlen hadden +afgelegd. Het was bijna middernacht, toen onze kar, door vier haast +van vermoeienis bezwijkende mannen begeleid, in het kamp, dat wij +in deze woestijn hadden opgeslagen, aankwam. Bombay, die medekwam, +verhaalde mij dat zijne bagage hem ontstolen was, toen hij die had +nedergelegd om de kar uit den modder, waarin zij bleef steken, te +helpen trekken. Naar zijne meening behoorden de dieven tot den stam der +Vouashensi, die de karavanen volgen met het doel om de achterblijvers +uit te plunderen. Onder de verloren voorwerpen bevonden zich een groote +amerikaansche bijl, een tent, een pistool en een hoorn met kruit van +de beste kwaliteit. Ik maakte mij zeer boos, en beval Bombay, bij +het krieken van den dag dadelijk op weg gaan, om zijn pak op te sporen. + +Tevens zond ik drie mijner soldaten naar Simbamoeënni om graan te +koopen, en den kok te halen, die reeds den vorigen dag was vertrokken +en niet teruggekomen. Drie dagen gingen voorbij, eer mijne manschappen +terugkeerden. Eindelijk verscheen Bombay: hij had niets gevonden. Ik +ontnam hem zijn titel van hoofdman, en zond Shaw uit om te onderzoeken +wat er van de anderen geworden was. Hij keerde nog denzelfden avond, +met een geweldige koorts op het lijf. + +Evenwel bracht hij mijne soldaten mede, die hij onderweg had +ontmoet. Zie hier wat hun overkomen was. Onderweg hadden zij +vernomen dat een witte ezel, zoo en zoo opgetuigd en beladen, door +twee mannen weder over de rivier was gevoerd. Niet twijfelende of +dit was de ezel van onzen kok, waren zij haastig naar Simbamoeënni +teruggekeerd, en hadden tegen de mannen, die de poort bewaakten, +gezegd, dat twee Vouashensi de stad waren binnen getrokken met een +ezel, wier meesters zij vermoord hadden. Voor de sultane gebracht, +hadden mijne soldaten hun bericht nog eens herhaald; en daar de +poortwachters inderdaad de twee Vouashensi hadden zien voorbijgaan, +had de sultane twintig musketiers uitgezonden, om de dieven op te +sporen. Weldra had men hen gevonden, en met den ezel en al de bagage +naar de stad teruggevoerd. Deze beide mannen verhaalden dat zij den +ezel aan een boom vastgebonden hadden gevonden, zonder dat er iemand +bij was, en dat zij het dier hadden medegenomen. Den kok hadden zij +niet gezien. Intusschen was de diefstal uitgemaakt, en de sultane +wilde dit vergrijp niet ongestraft laten voorbijgaan. Zij zeide tot +de beide dieven dat zij hen naar den sultan van Zanzibar zou zenden, +om daar hunne straf te ondergaan; en vroeg daarop aan mijne soldaten, +waarom ik de verschuldigde schatting niet betaald had. Deze, die +niet wisten dat de eerste afdeeling der karavaan ook reeds voor alle +volgende had voldaan, konden daar niet op antwoorden. De waardige +dochter van Kisabengo had hun daarop toegevoegd dat zij zich zelf +betalen zoude, niet alleen door den ezel met de bagage te behouden, +maar ook door hunne wapenen af te nemen; bovendien zouden zij zelf +in boeien geklonken worden, tot hun meester hen kwam verlossen. + +Zij had hare bedreiging ook uitgevoerd; en sedert zestien uren waren +mijne drie soldaten op de markt geboeid ten toon gesteld, ten spot der +menigte, toen een Arabier, dien ik te Kingaroe ontmoet had, de sheik +Thani, hen gelukkig herkende. Hij had zich naar de sultane begeven, +had haar een sterk gekleurd tafereel van mijne macht opgehangen; +haar onder het oog gebracht, aan welk gevaar zij zich blootstelde, en +haar eindelijk bewogen, mijne soldaten in vrijheid te stellen. Zelfs +werd de ezel met de bagage en een der drie geweren teruggegeven; +ook had men hun vergund, een genoegzamen voorraad koren te koopen, +om al mijne manschappen gedurende vier dagen te onderhouden. De goede +Arabier had de vrijgelatenen naar Simbo geleid, en Shaw had hen in +zijn kamp teruggevonden. + +Ondanks geweldige stortregens, braken wij ons kamp op en vervolgden +onzen tocht. Aanvankelijk vonden wij een drogen weg of dijk, maar +weldra bevonden wij ons weder in de vlakte, waar de grond week en +kleverig was als lijm. Shaw was ziek; op mij alleen rustte de zorg +voor het bestuur onzer karavaan. Elk oogenblik bleef een der ezels in +den modder steken: en als het ons eindelijk met groote moeite gelukt +was het arme dier weder op de been te helpen, zonk weer een ander in +den zachten grond, en zoo ging het telkens. Daar kwam bij, dat wij +bij herhaling rivieren moesten doorwaden, die in dit seizoen meest +allen geweldige watermassa's medevoeren; vooral de Makata, van eene +nederige beek tot een machtigen, onstuimigen, snelvlietenden stroom +aangegroeid, die verre buiten zijne oevers was getreden, en niet dan +met de grootste inspanning en wezenlijk gevaar was te doorwaden. + +De noodlottige tocht door deze moerassige, half overstroomde, ongezonde +vlakte duurde drie dagen. Wij plasten letterlijk door het water, dat +somwijlen tot aan de borst en de schouders kwam. Mijne manschappen +waren uitgeput van vermoeienis, de meesten waren ziek. Shaw had +voortdurend de koorts; een der soldaten had de pokken; Bombay leed aan +hevige krampen in de borst; Mabrâk, een stevige jonge neger, klaagde +over misselijkheid; de kleermaker had geen kracht om iets te doen; +de anderen waren allen evenzeer van streek. Zij gingen eenvoudig +in den modder liggen, en ik moest de toevlucht nemen tot de zweep, +om hen tot voortgaan te bewegen. Dit middel hielp: de kwalen weken +met verwonderlijke snelheid, en de uitgeputte krachten kwamen even +spoedig terug. Onze ezels bezweken bij twee en drie per dag: er bleven +eindelijk maar vijf over, die haast niet meer voort konden. Soldaten +en dragers leden vreeselijk; ik zelf was dood ziek. Toch hadden wij +slechts twee slachtoffers te betreuren: een pagazi, en mijn hond, +mijn armen Omar, die mij sedert mijn vertrek uit Indië had vergezeld. + + + + +IV. + + +Den 4den Mei sloegen wij ons kamp op te Rehenneko, het eerste dorp +in Oesagara, waar wij den nacht doorbrachten. Het was eigenlijk +meer een vlek dan een dorp, aan den voet van een berg, in eene zeer +gezonde luchtstreek gelegen. Hooge, vierkante, van leem opgetrokken +muren omringden eene menigte kegelvormige hutten met spits toeloopende +daken, waarin ongeveer een duizendtal menschen huisden. In den omtrek +lagen nog onderscheidene andere, even welvarende en volkrijke dorpen, +wier inwoners zich door zekere onafhankelijkheid en vrijheid van +manieren kenmerkten. + +Na vier dagen in deze liefelijke streek te hebben vertoefd, begonnen +wij de eerste steile hellingen van den berg te beklimmen. Op den top +gekomen, overzagen wij, als in een prachtig panorama, de gansche vallei +van de Makata, met hare heldere, snelvlietende wateren, als zilveren +snoeren door de vlakte kronkelend; hare palmbosschen, hare heuvelen +en bergen, in grootsche lijnen zich aansluitende aan de bergen van +Oeroegoeroe en Oesoeapanga, wier hooge toppen zich schemerend aan den +horizon afteekenden. Het was een heerlijk grootsch tafereel, dat ons +al de ellende en jammeren van den moeilijken tocht deed vergeten. + +Onze weg voerde ons nu dwars door eene bergachtige streek, naar het +armoedige, smerige dorp Kiora, met niet veelmeer dan twintig huizen, +maar eene ongeloofelijke menigte kinderen en nog veelmeer insecten +van allerlei soort, bekend en onbekend. Hier vond ik Farquhar, den +chef mijner derde karavaan: maar in welken toestand! Nooit zou ik +mijn Farquhar hebben herkend in dien bleeken man, met vreeselijk +gezwollen beenen, die zich met groote moeite voortsleepte. Ik liet +ons kamp op een luchtigen, frisschen heuvel opslaan, en den zieke +daarheen brengen. Verder wist ik niets te doen, want ik kon zelfs niet +gissen wat hem eigenlijk scheelde. Hij was zeer gelukkig dat ik hem +gevonden had: maar wat zou ik nu met hem aanvangen? Ik kon hem niet +te Kiora achterlaten; en hoe zou ik het aanleggen om hem verder te +vervoeren? De kleine kar was onbruikbaar geworden; er was groot gebrek +aan ezels. Eindelijk stond ik hem den mijnen af, en wij begaven ons +op weg met de derde karavaan, die zich nu met de onze vereenigd had. + +Na een tocht van acht mijlen, bereikten wij den oever van +de Moekoedokoea, de samenvloeiing van de beide Makata's en een +paar andere rivieren; en na dezen stroom te zijn overgetrokken, +bevonden wij ons in eene naakte wildernis, ontbloot van bosschen, +alleen hier en daar door struikgewas en cactussen verlevendigd, +en voorts eene opeenvolging van grijsachtig witte, door de zon +geblakerde rotsen. Vijf dagen lang moesten wij door deze gloeiende +woestijn voorttrekken, tot wij eindelijk den noordelijken oever van +het meer Oegombo bereikten, in de nabijheid van de berg van gelijken +naam. De oever van dit meer bestaat, over eene breedte van minstens +zestien ellen, uit een ongenaakbaar moeras, geheel met rietbosschen +en waterplanten bedekt, waartusschen het rivierpaard zich met zijn +log lichaam een weg baant. Hier komen giraffen, buffels, zebra's, +wilde zwijnen en kudden van antilopen, tegen het vallen van den avond, +hun dorst lesschen. Gansche zwermen van vogels drijven en dartelen en +spelen en zweven over de oppervlakte van het water. Vischarenden en +andere roofvogels beschrijven groote kringen in de lucht, loerende +op hunne prooi; uit het hooge struikgewas in den omtrek weerklinken +de kreten van het parelhoen en den toucan, het gekir der duiven, het +geschreeuw van den uil, en de stemmen van een aantal andere vogels, +in de dichte biezen verscholen. + +Den 16den trokken wij door de vlakte, die zich ten westen van den +berg Oegombo uitstrekt, en waar baobabs, reusachtige tamarinden +en mimosas eene welkome schaduw verspreidden. Wij hadden vijf uren +gemarcheerd, toen de bergketen, waar langs wij voorttrokken, zich naar +het noordoosten wendde. Onze weg liep in noordwestelijke richting +en voerde ons naar de khambi van Mpoepoea, waar wij den sheik Thani +aantroffen, dien braven Arabier, wiens tusschenkomst bij de dochter +van Kisabengo ons zoo nuttig was geweest. Hij had zijne tent opgeslagen +onder een reusachtigen, wilden vijgeboom, en onthaalde zich sedert twee +dagen op schapen- en ossenvleesch en melkspijs. Hij scheen nog niet +van voornemen om spoedig de moeielijke reis te aanvaarden, die wij +zoo pas hadden afgelegd, en deed zijn best om ook mij over te halen, +hier te toeven en mijn manschappen en mijn beesten een paar dagen te +laten uitrusten. Het was aanvankelijk mijn plan geweest, zoo spoedig +mogelijk Oegogo te bereiken, dat mij als het beloofde land verscheen, +waar ik mijne uitgeputte krachten zou kunnen herstellen; maar toen +ik vernam, dat deze plaats niet minder gezegend en welvarend was, +gaf ik aan den raad van den Arabier gehoor. Weldra stroomden ons +van alle kanten eieren, melk, boter, honig, schapenvleesch, meel en +boonen, toe, en konden wij ons een heerlijken maaltijd bereiden, die +ons te beter smaakte, nadat wij twee maanden lang hoofdzakelijk van +een aftreksel van sorgho en half bedorven geitenvleesch hadden geleefd. + +Intusschen was Farquhar zoo zwak geworden, dat hij de reis niet verder +kon voortzetten, te minder daar er op nieuw twee ezels gestorven waren, +zoodat het onmogelijk was geworden, hem een rijdier te bezorgen. Ik +vond voor hem eene zeer geschikte verblijfplaats in een der vele +dorpen van deze liefelijke landstreek. Leucolé, het opperhoofd van dat +dorp, een man, wiens gunstig uiterlijk mij dadelijk voor hem innam, +belastte zich met de zorg voor onzen zieke; hij beloofde mij, dat +hij Farquhar met eene goede karavaan naar de kust zou terugzenden, +zoodra de staat van zijne gezondheid dit zou toelaten. + +Den 22ste Mei ontmoetten drie karavanen--die van Thani, die van +Hamed, een Arabier, die een paar dagen te voren was aangekomen, +en de mijne--elkander te Koenyo, een station, ruim drie-en-een-half +uur van Mpoeapoea verwijderd. Een voorsprong van den berg beschermt +het dorp tegen de hevige rukwinden, die uit de naburige kloven en +bergpassen schieten; maar het water is hier afschuwelijk. Aan deze +omstandigheid ontleent de vlakte, die Oesagara van Oegogo scheidt, +haren naam van Marenga-Mkali, dat wil zeggen, bitter water. Ondanks +den afschuwelijken smaak, drinken de Arabieren en de inboorlingen dit +water, zonder daarvan eenigen hinder te ondervinden; maar zij dragen +wel zorg dat hunne ezels daar niet van gebruiken. Hiermede onbekend, +liet ik mijne beesten vrij drinken, zooals zij dat altijd na een marsch +deden; maar weldra ondervond ik daarvan de noodlottige gevolgen: +weinige dagen later had ik vijf van mijne beste ezels verloren; +er bleven nu nog slechts vier over. + +Toch maakte onze karavaan, bij ons vertrek van Koenyo, een waarlijk +indrukwekkende vertooning: ongeveer vierhonderd mannen, met een aantal +geweren, vlaggen, trommen en trompetten. Onder luid gerucht van muziek +en gezang en geschreeuw, toog men op weg. Die opwekking was wel noodig: +want om Oegogo te bereiken moesten wij twee dagreizen afleggen door +eene wildernis, waar geen enkele droppel water is te vinden. + +Naarmate wij de grenzen van Oegogo naderden, begon de naakte bodem +zich met gras, straks met kreupelhout en geboomte te bedekken; +eindelijk zagen wij weder akkers en bebouwde velden: wij waren in +Oegogo. Gaandeweg nam nu het landschap een ander karakter aan: de +heuvelen waren met statige bosschen getooid; in de vlakte verhieven +zich overal, te midden der bebouwde velden, reusachtige baobabs. Wij +naderden een dorp; een man van zekeren leeftijd hoedde in het veld +eene kudde runderen, maar zag plotseling verbaasd op, toen hij mij +gewaar werd. Hij staarde mij een oogenblik aan, en riep toen met eene +luide stem, die ver in het ronde weerklonk: "_Yambo moussoungou, +yambo bana, bana!_" Nauwelijks was dit woord moussoungou vernomen, +of van alle kanten kwamen mannen, vrouwen en kinderen aanloopen, +om den vreemdeling te zien. De menigte groeide voortdurend aan, en +volgde ons op den weg, dringende en vechtende en joelende, als ware +ik een of ander monster geweest, dat ieder wilde zien. Ook toen wij +ons kamp hadden opgeslagen, bleef een nieuwsgierige volkshoop rondom +de doornige palissade geschaard; zich alles getroostende, om slechts +een blik te kunnen werpen op den moussoungou. + +Den volgenden morgen trokken wij naar Mvoemi, waar het opperhoofd +dezer landstreek woonde. Hier vooral bleek het ons, dat de roem van +rijkdom, en vruchtbaarheid, die van dit gewest uitgaat, ten volle +verdiend is. Melk, maïs, sorgho, gerst, boonen, boter, vruchten: +alles werd ons in overvloed aangeboden, zonder dat wij noodig hadden +ons eenige moeite te geven. De aandrang der verkoopers was zoo groot, +dat zij bijna met de geringste betaling tevreden waren; zij namen +zelfs kleine lapjes katoen en versleten gordels aan. + +Wij mochten niet van hier gaan, zonder de verschuldigde +schatting te betalen: dit te verzuimen zou gelijkstaan met eene +oorlogsverklaring. Twee slaven van Thani, slim en welbespraakt en +daarbij goed bekend met de hoofden en met de gewoonten des lands, +gingen van onzentwege den sultan vier-en-twintig el van verschillende +stof aanbieden. Dit geschenk werd onvoldoende geoordeeld, en ondanks +de welsprekendheid onzer gezanten, niet eenmaal aangenomen. De +sultan verlangde meer. Ik wilde eerst weigeren, maar Thani bracht +mij tot andere gedachten. "Ik moet toegeven," zoo sprak hij, +"anders zal de oorlog uitbarsten, uwe pagazis zullen wegloopen, +en u en uwe bagage in de macht laten der Vouagogo. Geloof mij: laat +ons den sultan niet verbitteren."--De slaven vertrokken weder, en +namen honderd-twintig el mede. Een uur later kwamen zij terug: het +geschenk was ditmaal aangenomen, maar nog niet voldoende geoordeeld: +het opperhoofd verlangde bovendien twee-en-zeventig el calicot en +twaalf snoeren zwarte kralen. Zij werden hem gezonden. De sultan nam +ze aan, maar merkte toen op dat de stof van den moussoungou te kort en +die der Arabieren van slechte kwaliteit was: hij verlangde mitsdien +nog twee-en-dertig el katoen. Mijn aandeel in die nieuwe schatting +bedroeg twaalf el; ik liet die zoo ruim mogelijk uitmeten, en zond ze +den sultan door Bombay. Maar de Arabieren spartelden tegen en leverden +maar acht el, in plaats van twintig. De sultan eischte nu dat de twaalf +ontbrekende ellen van kostbaarder stof zouden worden geleverd: en onzen +Arabieren schoot niets anders over, dan dien roover zijn zin te geven. + +Den volgenden morgen verlieten wij deze koninklijke residentie, +en vervolgden onzen weg door een vruchtbaar, uitnemend bebouwd en +dichtbevolkt land, met welvarende dorpen bezaaid. Aan het volgende +station, te Matamboeroe, gekomen, vonden wij daar denzelfden toevloed +van nieuwsgierigen, en dezelfde verbazende begeerte om ons te zien. Het +opperhoofd, een man van eene herkulische gestalte, toonde zich vrij wat +handelbaarder dan zijn buurman. Hoewel hij gezag voerde over veertig +dorpen en dus eene vrij aanzienlijke macht tot zijne beschikking had, +stelde hij zich tevreden met twintig el katoen. + +Toen ik den volgenden morgen de talrijke groepen gadesloeg, die +zich langs den weg hadden geschaard om den moussoungou te zien +voorbijgaan, kwamen mij de hooge eischen der opperhoofden minder +ergerlijk voor. Blijkbaar behoefde het hun niet de minste moeite +te kosten, om ons te berooven van alles wat wij hadden. Ik begon +zekeren eerbied te gevoelen voor een volk, dat, zich zijner kracht +bewust, daarvan toch geen misbruik maakt, en dat, ondanks de sterke +verzoeking, toch de karavanen ongehinderd zijn land liet doortrekken, +zonder iets anders te vorderen dan een zeker transito-recht. + +Zoowel uit een physiek als uit een moreel oogpunt, staan de Vouagogo +hooger dan een der andere stammen, waarmede wij tot dusver kennis +hebben gemaakt. Hun voorhoofd doet u eenigszins aan dat van den +leeuw denken; hun gelaat heeft eene uitdrukking van verstand en +scherpzinnigheid; hunne oogen zijn groot en wijd geopend. Hun neus +is plat en hunne lippen zijn dik, maar toch niet in die mate, als bij +andere negers het geval is. Ondanks zijne heftigheid en opvliegendheid, +die hem, eenmaal in drift ontstoken, tot alles in staat doet zijn, +maakt de Mgogo een gunstigen indruk op ons. Hij is trotsch op zijn +opperhoofd, trotsch op zijn land, trotsch op zich zelf, op zijne +heldendaden, op zijne wapenen, op alles wat hem toebehoort. Hij is +ijdel, pralend, zelfzuchtig, heerschzuchtig, maar ook tot groote liefde +en toewijding bekwaam. Hij zal geen moeite ontzien, om iemand, dien +hij bemint, een dienst of een genoegen te doen; de hoofdfout van zijn +karakter, die hem vooral bij den vreemdeling van eene ongunstige zijde +doet kennen, is zijn hebzucht. Ondanks zijn krachtvol, indrukwekkend +voorkomen, ondanks zijne heftigheid, zijn prikkelbaren trots, zijn +twistzieken aard, wordt deze halve wilde toch een kind tegenover den +hooger beschaafde, die hem tracht te begrijpen, en, zonder hem te +kwetsen of te krenken, zijn karakter tracht te doorgronden. + +De wapenen van een Mgogo zijn met veel kunst vervaardigd. Zij bestaan +uit een boog en scherpe pijlen; uit een paar assagaaien of werpspiesen; +uit een lans, waarvan de meer dan twee voet lange punt op het lemmer +van een sabel gelijkt; uit een bijl en een kleinen knots, roungou +genaamd. Van zijne kindsheid in de behandeling dezer wapenen geoefend, +weet hij, er op vijftienjarigen leeftijd volkomen mede om te gaan. + +Moet er gevochten worden, dan gaat de bode van het opperhoofd van +het eene dorp naar het andere, uit alle macht op zijn ossenhoorn +blazende. Zoodra de Mgogo dit signaal verneemt, neemt hij zijn +spade op den schouder, spoedt zich naar zijne woning, en komt eenige +oogenblikken later weder te voorschijn in vollen krijgsdos: zijn hoofd +is versierd met struis-, arend- of valkenvederen; van zijne schouders +golft een lange roode mantel naar beneden. Aan zijn linkerarm hangt +een schild van olifants-, rhinoceros- of buffelhuid, met zwarte en +witte figuren beschilderd; in de eene hand houdt hij zijne lans, +in de andere zijne werpspiesen. Zijn lichaam is met rood geverfd; +aan de knieën en aan de enkels draagt hij belletjes, en om de polsen +een aantal ivoren ringen, waarmede hij van tijd tot tijd rammelt. Hij +heeft met de spade ook het voorkomen van den boer afgelegd; hij is +nu een krijgsman, vol moed en geestdrift, den tijger in kracht en +vlugheid gelijk en hunkerende naar het slagveld. + +Evenals in het westen van Oesagara, zijn ook in Oegogo de woningen +nevens elkander langs de vier zijden van een veld of perk gebouwd, +dat daardoor geheel is ingesloten en waarop alle deuren uitkomen: +dit plein is de zoogenaamde _tembé_, dien wij tot aan het groote +meer overal zullen aantreffen. Het doorloopend platte dak der +woningen dient tot bergplaats voor het koren, het hooi, de tabak +en andere voortbrengselen van den landbouw. In den buitenmuur zijn +kleine openingen aangebracht, die tegelijk tot kijk- en schietgaten +dienen. In Oegogo is deze muur slechts van klei en aarde opgetrokken, +met drie of vier palen, waarop de balken rusten, die het platte dak +schragen. Een geweerkogel dringt zonder moeite door deze zwakke muren +heen, die daarentegen in Ochyanzi veel steviger zijn en inderdaad +eene soort van vesting mogen heeten. In ieder vertrek, dat door een +beschot van het aangrenzende wordt afgescheiden, woont een huisgezin, +waarvan de kinderen op beestenvellen op den grond slapen. De ouders +slapen op een soort van bed, bestaande uit een ossenhuid of de schors +van den myombo, op een raam uitgespannen. Onder de huisdieren mogen +alleen de katten, de koeien, en de schapen binnen de woning komen: +de honden en de ossen zijn buitengesloten. + +Den 7den Juni, des morgens ten zeven uur, trokken wij over de grenzen +van Oegogo, waar onze manschappen, vanwege den zeer prikkelbaren +aard der inwoners, zich niet recht op hun gemak hadden gevoeld. Te +negen uur hielden wij halt aan den oever van de Maboengoeroe, nu eene +uitgedroogde beek, die Oegogo van Magoenda-Mkali scheidt; wij sloegen +ons kamp op ter hoogte van vierduizend-vijfhonderd voeten boven de zee. + +De twee Arabieren, Thani en sheik Hamed, waren nog altijd bij ons; +die titel van sheik wordt hier beleefdheidshalve aan iederen Arabier +van middelbaren leeftijd en van zekeren stand gegeven. Hamed, aan wien +wij het bevel over de drie karavanen hadden opgedragen, was een klein +mager manneke, maar die het weinig indrukwekkende van zijn voorkomen +vergoedde door eene buitengewone levendigheid en bewegelijkheid. Hij +had nooit rust; zelfs in het kamp was hij onophoudelijk op de been, +heen en weder loopende, alles nasnuffelende, zich met alles bemoeiende +en allen voortdurend last en moeite veroorzakende. Wij hadden dien dag +twintig mijlen afgelegd, en verlangden dus hartelijk naar rust. Om +één uur na middernacht, bij helderen maneschijn, blies Hamed op den +hoorn, en gaf bevel tot opbreken. Zwijgend ging de karavaan op weg: +de thermometer teekende geen twaalf graden; de dauw was koud als +ijzel. De dragers, die bijkans geheel naakt waren, liepen zoo hard +zij konden om zich te verwarmen; velen hunner verwondden zich de +voeten door tegen de rotsen te stooten of in de doornen te loopen. + +Te Oenyambogi aangekomen, gingen wij op den grond liggen, en weldra +waren allen in diepen slaap gedompeld. Toen ik ontwaakte was het +helder dag; de zon scheen mij in de oogen. Hamed was twee uren geleden +vertrokken; hij had Thani willen medenemen, die evenwel geweigerd +en hem zijn onverstand verweten had. Op het volgende station vonden +wij hem weder driftiger en onrustiger dan ooit. Zijne geliefkoosde +slavin was gestorven, en drie zijner dragers waren weggeloopen, +hunne bagage medenemende, waartoe ook de fraaie staatsiekleederen +behoorden, die sheik Hamed in Oenyanyembi hoopte aan te trekken, +om behoorlijk voor den dag te komen. Hamed trachtte vergeefs de +deserteurs op te sporen, en voegde zich weder bij ons. Toch verliet +hij ons eenige dagen later, toen wij te Koesoeri, aan de grenzen van +Magoenda-Mkali, waren gekomen. Daar moest ik ook Thani achterlaten, +wiens dragers voor het meerendeel door de pokken waren aangetast. + +Na een tocht van enkele dagen bereikten wij Koeïkoeroe, ongeveer +twee mijlen ten zuiden van Tabora, de hoofdplaats der arabische +nederzettingen. Al mijne manschappen hebben hunne beste kleederen +aangetrokken; met ontplooide vaandels, slaande trom en schetterende +trompetten hielden wij onzen intocht in de stad, waarnaar wij weken +achtereen zoo verlangend hadden uitgezien. + + + + +V. + + +Koeïkoeroe, de hoofdstad van Oenyanyembi, was de residentie +van Mkasihoua, het opperhoofd der Voeanyamoeësi van dit +gewest. Seïd-ben-Selim, de gouverneur der arabische kolonie, hield +mede daar zijn verblijf, en noodigde mij uit, hem naar zijne woning +te vergezellen. Eene dichte menigte stond langs onzen weg geschaard; +maar geen enkele kreet liet zich hooren: alleen het oude opperhoofd +en de Arabieren spraken tot mij. + +Het huis van Ben-Selim stond op den hoek van een ruim plein, door een +staketsel afgesloten. Men schonk ons thee uit een zilveren trekpot; +in een overdekte schotel van hetzelfde metaal werden heete koekjes +gepresenteerd. Ik had nog niets gebruikt, en daarbij grooten trek; +de gouverneur zal zich waarschijnlijk wel verwonderd hebben over het +gemak, waarmede ik elf kopjes van zijne keurige thee uitdronk en eene +geduchte bres in zijn stapel gebakjes maakte. Nadat ik hem van harte +mijn dank had betuigd, haalde ik mijne pijp voor den dag. + +"Vriend sheik, wilt gij rooken?" vroeg ik mijn gastheer. + +"Dank u; de Arabieren rooken niet." + +"Vergunt ge mij, dat ik na den eten, om de spijsvertering te +bevorderen....." + +"O, zeker; ga gerust uw gang." + +Nu begon het vragen over en weder. Nieuws van de reis; nieuws van +Zanzibar, van Maskate, van de oude kennissen: alles kwam te berde. + +"Waar is tegenwoordig," vroeg Seïd-ben-Selim, "die Hadji Abdallah, +die hier zoowat twaalf jaar geleden geweest is met Spiki?" + +"Die Abdallah heet bij ons Burton; hij is tegenwoordig consul te +Damaskus; Speke is op de jacht omgekomen." + +"Ouallah! Is Spiki dood? jammer! jammer! het was zoo'n goede man." + +"Maar," hernam ik, "zeg mij eens, waar ligt Kazeh?" + +"Dat weet ik niet." + +"Hoe nu! en gij waart zelf daar met Burton, met Speke, en later +met Grant. Hebben Burton en Speke hun intrek niet genomen bij +Moura-Mzouri?" + +"Ja wel; maar te Tabora." + +"Maar waar ligt dan toch Kazeh? Ik vraag dat aan iedereen, en niemand +kan het mij zeggen. Toch noemen de drie reizigers de plaats, waar +gij ze ontmoet hebt, met dien naam." + +"Ik heb dien naam nooit gehoord. Maar, wacht eens: in de landtaal +beteekent Kazeh koninkrijk; misschien hebben zij de plaats, waar +zij bij hunne komst stilhielden, aldus genoemd. Zeker is het, dat ik +hen meermalen bezocht heb, en dat de beide huizen, waarin zij toen +verblijf hielden, te Tabora stonden. Maar ik zal u uwe woning toonen; +zij ligt te Koeïhara, en niet meer dan een uur gaans van Tabora." + +Wij begaven ons op weg en bereikten weldra Koeïhara, in eene tamelijk +eentonige vallei gelegen. Voor de deur mijner woning, vond ik mijne +pagazis, nevens hun bagage op den grond gezeten. + +"Treedt binnen," zeide Ben-Selim; "deze woning behoort aan u. Ziehier +het verblijf voor uwe manschappen; daar zijn de magazijnen, de keuken, +de gevangenis. Hier kunt ge de Arabieren ontvangen. Deze vertrekken +zijn voor uw reismakker. En deze hier zijn kamers voor u zelf: +slaapkamer, badkamer, wapenkamer, enz." + +Ik moest nu in de eerste plaats zorgen voor het bergen der koopwaren, +en de betaling der pagazis, wier diensttijd verstreken was. Toen +dit alles was afgeloopen, en al de balen en pakken eene behoorlijke +plaats hadden gekregen, zette ik mij aan den maaltijd, die door slaven +voor mij was gereed gemaakt. Na den maaltijd verschenen weder eenige +slaven, die mij vijf vette ossen, acht schapen en tien geiten ten +geschenke brachten; van eene andere zijde ontving ik twaalf kippen +en een dozijn eieren. Zulk eene vorstelijke gastvrijheid had ik bijna +nog nooit ondervonden. + +Den volgenden morgen kwamen de aanzienlijken van Tabora mij +begroeten. Tabora, door Burton, Speke en Grant Kazeh genoemd, is de +voornaamste arabische nederzetting in het binnenland van Afrika. De +stad telde toen meer dan duizend huizen; het getal der inwoners, +Arabieren, Zanzibariten en inboorlingen, kon veilig op vijf duizend +worden geschat. + +Het was inderdaad een lust, mijne bezoekers te zien: bijna zonder +uitzondering waren het mannen met een schoon, edel voorkomen, vol +waardigheid en innemende bevalligheid tevens. De meesten waren van +het eiland Omar of Arabië afkomstig; sommigen waren van de kust van +Afrika geboortig. Aan hunne edelmoedigheid dankte ik de schitterende +geschenken, die mij den vorigen avond waren geworden. Zij waren +allen zeer vermogend, en leefden op grooten voet. De vlakte van +Tabora, hoewel arm aan boomen, is bij uitnemendheid vruchtbaar; +overal ziet men weilanden met vee, of akkers met rijst, sorgho, +maïs, gerst, sesam of andere vruchten bebouwd. Rondom hunne tembés +laten deze Arabieren rogge telen, en hebben zij vruchtboomen geplant, +die zeergoed opgroeien. Eens in het jaar ontvangen zij van de kust +den noodigen voorraad specerijen, ingelegde vruchten, wijn on andere +dranken: in een woord, alles waaraan zij behoefte hebben. + +Het bezoek van deze groote heeren was niet meer dan eene beleefdheid; +ons gesprek was nietsbeduidend: eenige vragen naar mijne gezondheid +van hun kant, dankbetuigingen van mijne zijde; daarmede was alles +afgeloopen, en keerde mijne bezoekers naar hunne woning terug. + +Drie dagen later begaf ik mij, met een gevolg van achttien personen, +op weg, om tegenbezoeken af te leggen. Ik begaf mij eerst naar de +woning van Ben-Ali: een dorp in het klein, eene verzameling van tembés +en hutten, in gedaante aan bijenkorven gelijk. Na een uur wandelens, +zat ik onder de veranda van dezen vermogenden man. + +Na de moka-koffie en de sorbet, die mij werden aangeboden, te hebben +gebruikt, begaf ik mij naar de woning van Khamis-ben-Abdallah, +waar ik een groot gezelschap bijeen vond. Ik kwam juist op het +oogenblik, dat er een soort van krijgsraad zou gehouden worden, +en men noodigde mij uit, daaraan deel te nemen. Zekere Mirambo, zoo +vernam ik nu, lag sedert geruimen tijd overhoop met al de hoofden uit +den omtrek. Deze man, aanvankelijk een eenvoudige pagazi, had zich, +door allerlei middelen en streken, tot den hoogsten rang weten te +verheffen. Eenige gelukkige ondernemingen, waarbij zijne volgelingen +zich hadden verrijkt, hadden zijn gezag bevestigd; en sedert kende +zijne vermetelheid geene grenzen meer. Hij had zijne vernielende +strooptochten uitgestrekt tot aan Oevinza en Oekonoego; laatstelijk +had hij twist gezocht met Mkasihoua, vorst van Oenyanyembi, en nam +het nu den Arabieren kwalijk, dat zij weigerden hem in zijn oorlog +tegen hun ouden vriend te helpen. Als bewijs zijner ontevredenheid, +had hij van eene karavaan, die zich naar Oedsjidsji begaf, eene +schatting gevorderd van vijf vaatjes kruit, vijf geweren en vijf balen +katoen. Toen, na lange onderhandeling, deze buitensporige schatting +was betaald geworden, had hij de karavaan gelast terug te keeren, +met de verzekering, dat voortaan geen enkele karavaan zijn gebied +zou mogen doortrekken. + +Seïd-ben-Selim, gouverneur der kolonie, had zijn uiterste best gedaan +om den tiran tot andere gedachten te brengen; maar Mirambo had naar +geen reden willen luisteren, en zeer duidelijk te verstaan gegeven, +dat hij de Arabieren zou verjagen en Oenyanyembi veroveren. Het gold +nu de vraag, wat men doen zou. Hoewel een enkele nog tot verzoening +ried, was toch de overgroote meerderheid van oordeel, dat aan deze +onbeschaamdheid een einde moest worden gemaakt; er werd dan ook tot +den oorlog besloten. + +Volgens de Arabieren zou de zaak spoedig afgeloopen zijn en hoogstens +een veertien dagen duren. Ik bood mijne hulp aan; mijne bagage zou te +Mfoeto achterblijven, onder de hoede van enkelen mijner manschappen; +de anderen zouden met mij aan den krijgstocht deelnemen; was eenmaal +de weg vrijgemaakt, dan zou ik mijne reis vervolgen. + +Den 18den Juli brak ik met mijne manschappen van Koeïhara +op. Aanvankelijk hadden zij zeer weinig ingenomenheid getoond met het +denkbeeld, hun lui en vroolijk leven vaarwel te moeten zeggen om te +gaan vechten, en misschien den dood op het slagveld te vinden. Maar +nu zij eenmaal op marsch waren, kwam hun strijdlustige natuur weer +boven; met geestdrift volgden zij het wapperende vaandel, en deden +de lucht weergalmen van hun eentonig gezang, dat uren lang achtereen +werd voortgezet. + +In den morgen van den vierden dag kwamen wij te Mfoeto, +waar wij de Arabieren zouden vinden. Kort daarop waren hier +tweeduizend-tweehonderd-vijftig manschappen bijeen, waarvan +vijftienhonderd van vuurwapenen waren voorzien. Ook was er ammunitie +in overvloed. Wij vormden dus een niet onaanzienlijk leger. + +Twee dagen later hielden wij halt voor Zimbiso, eene versterkte +plaats, waar een der schatplichtige leenmannen van den vorst van +Oehyohoué verblijf hield. Terwijl onze manschappen de hun aangewezen +posten bezetten, werden wij uit het woud met geweerschoten begroet, +waarop ons leger dapper antwoordde. Het was een wonderlijk gezicht, +die schutters met onbegrijpelijke vlugheid als kikvorschen heen en +weer te zien springen, nu ter zijde, dan naar voren, straks weder +naar achtereen. Toch was het gevecht ernstig gemeend; en nadat het +vuur des vijands tot zwijgen was gebracht, bestormden onze lieden de +vesting, braken de poorten open, en klauterden tegen de palissaden op, +terwijl de inwoners zich door eene haastige vlucht in het gebergte +poogden te redden. + +Wij lieten in Zimbiso eene bezetting achter, en vervolgden +onzen tocht. Een uur later waren nog twee vijandelijke dorpen +in onze handen gevallen, geplunderd en in brand gestoken.--Den +volgenden dag verspreidden zich zevenhonderd soldaten door geheel de +omliggende streek, tot aan Voeïlyankoeroe, alles te vuur en te zwaard +verwoestende. Saoud-ben-Seïd en twintig andere jonge Arabieren sloegen, +aan het hoofd van vijfhonderd man, het beleg voor deze laatste plaats, +waar zij meenden dat Mirambo zich ophield. Reeds des morgens vroeg +was ik naar Ben-Selim gegaan, om hem onder het oog te brengen, dat +hij het hooge gras en de struiken in brand moest steken, waarin de +vijand zich zoo gemakkelijk kon verschuilen. Toen ik in mijne tent +terugkwam, werd ik op nieuw door de koorts aangetast, en het ongeluk +wilde dat men mijn raad in den wind sloeg. + +Tegen zes uur in den avond vernam men te Zimbiso de noodlottige +tijding dat al de Arabieren, die Saoud gevolgd waren, waren +gesneuveld, benevens de grootste helft hunner soldaten. De meesten +mijner manschappen waren mede in den strijd getogen, vijf hunner, +waaronder de voormalige bediende van Grant, hadden den dood op het +slagveld gevonden. Latere tijdingen meldden ons, hoe de zaak zich had +toegedragen. De Arabieren hadden zich, na korten tegenstand, al spoedig +van Voeïlyankoeroe meester gemaakt. Zij waren reeds op den terugtocht, +honderd olifantstanden, twee- à driehonderd slaven en zestig balen +katoen als buit medevoerende, toen Mirambo en zijne krijgslieden, in +het hooge gras weggedoken, plotseling waren opgerezen, en de verraste, +met hun buit beladen, soldaten met een regen van kogels en pijlen +hadden begroet. De dappere Saoud had twee hunner aanvallers in het +zand doen tuimelen; hij was juist bezig zijn geweer voor de derde +maal te laden, toen een werpspies hem doorboorde. Al zijne vrienden +ondergingen hetzelfde lot. + +Den volgenden morgen sprak men over den terugtocht; ik liet aan de +Arabieren zeggen, dat zij daardoor Mirambo gelegenheid zouden geven, +hen in hun eigen land aan te vallen; dat onze strijdkrachten nog ruim +voldoende waren, en dat de oorlog moest worden voortgezet; maar de +koorts dwong mij op mijn leger te blijven, en beroofde mij weldra van +alle bewustzijn. In den namiddag kwam mijn bediende Selim mij wekken: +"Sta op, mijnheer," zeide hij, "zij vluchten allen!"--Ik sleepte mij +met moeite naar de deur, en zag een Arabier, die doodelijk ontsteld, +mij toeriep: "Haast u! Mirambo is in aantocht!" + +Zij waren inderdaad allen gevloden. Van mijne manschappen waren er +slechts zeven bij mij gebleven: al de anderen waren verdwenen. Ik zette +mij op mijn ezel, en draafde heen. Zoodra ik de Arabieren wederzag, +verweet ik hun hun lafhartig gedrag, en kondigde hen tevens aan, +dat ik verder geene gemeene zaak meer met hen maken kon, maar mijne +reis zou vervolgen. + +Doch welken weg moest ik inslaan? De gewone weg was door den oorlog +afgesloten. Noordwaarts omtrekken? Daar viel niet aan te denken: +daar woonden de Voeasoehi, en de Voeatoeta, bekend vanwege hunne +roofzucht en bondgenooten van Mirambo. De zuidelijke richting was +verkieselijker; maar weinig lieden kenden dien weg, en de weinigen, +die er mede bekend waren, wezen op het gebrek aan water en op de +vijandelijke Voeazavira, door wier land deze weg voerde.--Maar +eer ik mijne keus op dezen of eenigen anderen weg vestigen kon, +moest ik nieuwe dragers vinden: want mijne tegenwoordige pagazis +beschouwden hun diensttijd als geëindigd, en de dood van vijf hunner +had hun ijver merkelijk doen bekoelen. Mijn toestand was inderdaad +moeilijk geworden, want de Voeanyamoeësi willen in oorlogstijd nooit +op reis gaan. Toch wilde ik de zaak nog niet opgeven: te minder daar +ik begreep, dat indien Livingstone zich nog in Oedsjidsji bevond, hij +dat land evenmin kon verlaten als ik Oenyanyembi: de oorlog sneed hem +den weg naar Zanzibar af; gebrek aan beschikbare middelen moest hem +beletten den Nijl af te zakken. Men had mij bericht, dat Livingstone, +bij het oversteken van het meer Liemba, door het omslaan van een zijner +booten, zijn ganschen voorraad katoen verloren had. De koopwaren, +die men hem sedert gezonden had, waren nog altijd onderweg met mijne +eigene bagage: het moest hem dus aan alles ontbreken. + +Den 13den Augustus kreeg ik bericht dat Farquhar overleden was, even +als de bediende, dien ik bij hem gelaten had om hem op te passen. Hij +was de eerste van ons drieën, die weggenomen werd: wie zou nu volgen? + +De oorlog woedde nog altijd voort, hoewel de Arabieren meer praatten +dan handelden. Den 22sten werden wij des morgens plotseling verrast +door kanongebulder in de richting van Tabora. Wij spoedden ons naar de +deur: het schieten hield nog steeds aan. Mirambo had, met tweeduizend +man, Tabora van de eene zijde aangetast; terwijl een duizendtal +Voeatoeta, door de hoop op buit aangelokt, de stad op andere punten +bestormden. Tegen den middag kwamen gansche scharen van vluchtelingen +naar Koeïhara, en brachten ons de tijding dat vijf der voornaamste +Arabieren gedood waren, en daaronder de dappere Khamis. Tabora was +een prooi der vlammen geworden; de inwoners verspreidden zich naar +alle kanten. + +Ik liet in de dikke muren van onzen tembé behoorlijke schietgaten +boren, en alles in orde brengen voor mogelijken tegenweer. Dit gaf +mijnen lieden nieuwen moed; onderscheidene inboorlingen meldden +zich aan om ons te helpen; en des avonds had ik honderd-vijftig man +bijeen, die ik op de verschillende punten verdeelde, waar een aanval +te duchten was. Maar ook de volgende dag ging voorbij, zonder dat +wij iets van Mirambo gewaar werden; hij was naar Kazima getrokken, +een vlek twee mijlen ten noordwesten van Tabora gelegen. Den 27sten +trokken de Arabieren op, om het dorp aan te vallen; toen zij er kwamen, +was Mirambo reeds weder vertrokken. Zij bleven praten en redeneeren, +en opperden reeds het denkbeeld om naar Zanzibar terug te keeren, +daar het land nu toch verwoest was. + +Daar het onmogelijk was Voeanyamoeësi in mijne dienst te krijgen, +huurde ik renegaten van Zanzibar, tegen driemaal het gewone loon. Maar +ik had niet genoeg soldaten, en ik zag geen kans er meer aan te +werven: want niemand toont hier den minsten lust om iets te doen of +te ondernemen. Shaw deed niets meer: hij zat letterlijk roerloos, +als een beeld, onbestemd voor zich heen te staren, zonder een hand +uit te steken. Ik bad en smeekte en dreigde en vleide: niets hielp, +hij bleef in dezelfde werkeloosheid verzonken. En toch was hij eens +zoo vlug en zoo handig, en in alles de eerste geweest! Bovendien slonk +het getal mijner oude soldaten: de een was blind geworden; een ander +leed aan eene afschuwelijke wond. Den 4den September stierf Barati aan +de pokken: hij was het zevende slachtoffer na ons vertrek van Zanzibar. + +Den 15den September was mijne karavaan eindelijk voltallig: sedert +mijne komst in Oenyanyembi waren juist drie maanden verloopen. In de +hoop dat onze marsch daardoor zou worden versneld, had ik de vracht +van ieder man tot op vijftig pond verminderd. Te Koeïhara liet ik de +goederen achter, die ik eerst op onze terugreis zou noodig hebben; +en alle toebereidselen volbracht hebbende, gaf ik mijn manschappen +een paar dagen vrij, om zich met hunne vrienden en bloedverwanten op +mijne kosten te onthalen. + +Den 20sten September vertrokken wij. Onze karavaan bestond uit +vier-en-vijftig personen: dragers, soldaten en anderen. Het had +moeite gekost ze bijeen te krijgen, en niet minder moeite hen zoover +te brengen, dat zij voor de reis gereed waren: maar eindelijk waren +wij dan toch op weg. Vier dagen later, na een tocht door eene fraaie, +heuvelachtige streek, kwamen wij te Kigandoe, waar wij onzen intrek +namen in een oud, verlaten kamp. Bij den ingang der palissade, +liet Shaw, die de gansche reis over geklaagd had, zich op den grond +nedervallen, en bleef onbewegelijk zitten. Toen ik hem aansprak, +antwoordde hij schreiende, dat hij naar Koeïhara wilde terugkeeren. Ik +trachtte hem van dat denkbeeld terug te brengen; ik wees er op dat hij +daar niemand zou vinden om hem op te passen: niets mocht baten. Ik +liet eenige levensmiddelen en een draagbaar voor hem gereed maken, +en huurde in het dorp vier krachtige mannen om hem te vervoeren. Den +volgenden morgen sloeg hij den weg in naar het noorden, terwijl ik +mij zuidwaarts richtte. + +Wij beklommen eene hoogte, met reusachtige blokken van syeniet bezaaid, +die hoog boven het lage hout uitstaken. Vandaar overzagen wij een +landschap, dat voor ons niets verrassends had. Het grenzenlooze woud +strekte zich voor onze blikken uit; met bosch bedekte heuvelreeksen +verhieven zich in onafzienbare lijnen boven en achter elkander, +allengs wegsmeltende in de doorgloeide, trillende atmosfeer, die, +op zekeren afstand, alle voorwerpen als met een blauwachtigen sluier +omhulde. Dagen en weken achtereen ging onze tocht nu door eene +eindelooze opeenvolging van wouden, hier en daar afgebroken door +enkele dorpen, verloren te midden dezer groene wildernis; afgebroken +ook nu en dan door lage, moerassige gronden, met hooge jungles bedekt: +kweekplaatsen van de koorts. + +Het was een treurige, moeilijke tocht. Mijn volk, door vermoeienis +uitgeput, dreigde zelfs een enkele maal in openbaar verzet te komen, +en werd alleen door mijne kalmte en tegenwoordigheid van geest in +bedwang gehouden. Selim, mijn getrouwe Selim, die mij van Jeruzalem +had vergezeld, en mij de uitnemendste diensten bewezen, werd zoo ziek, +dat wij in een der dorpen eenige dagen halt moesten houden, om hem +althans eenigszins tot zijne krachten te laten komen. Daar kwam bij, +dat overal in de omliggende streek, de stammen met elkander in oorlog +waren, waardoor onze reis zeer werd bemoeielijkt, en wij telkens van +den naasten weg moesten afwijken. + +In de eerste dagen van November bereikten wij de oevers van den +Malagarazi, die zijne wateren in het meer Tanganjika uitstort. Daar +ontmoetten wij eene kleine karavaan, die uit Oedsjidsji kwam, en +ons belangrijke tijdingen bracht. "Een moussoungou is van Manyema +gekomen.--Een blanke?--Ja.--Hoe is hij gekleed?--Zooals gij.--Is +hij jong?--Neen, het is een oud man, met een grijzen baard.--Is hij +nog te Oedsjidsji?--Geen acht dagen geleden hebben wij hem daar +nog gezien.--"--Hoezee, dat was Livingstone! Nu haastig vooruit, +anders mocht hij ons ontsnappen! Ik beloof mijn manschappen ieder +acht ellen katoen, indien zij, zonder verder halt te houden, naar +Oedsjidsji zullen doormarscheeren. Allen namen mijn aanbod aan; +zij waren bijna even verheugd als ik zelf. + +Aanstonds hervatten wij den tocht. Toch hadden wij nog met tegenspoed +te worstelen. Wij moesten, alvorens Oedsjidsji te bereiken, door +Oehha trekken, en den doortocht door dat land moesten wij van de +schraapzuchtige en bedriegelijke hoofden koopen door het betalen van +buitensporige schattingen, waaraan ik mij zeker niet zou onderworpen +hebben, ware het niet geweest dat elke bedenking moest wijken voor +de vurige begeerte om zoo spoedig mogelijk de lang gewenschte plaats +onzer bestemming, het einddoel onzer reis, te bereiken. + +Eindelijk, na een nachtelijken tocht om ons aan verdere afzetterijen +te onttrekken, kwamen wij te Nyantaga, het eerste dorp in Oedsjidsji, +waar wij met groote vriendelijkheid ontvangen werden. Wij slaan ons +kamp op. "Haal mijne nieuwe kleederen uit den koffer," zeg ik tegen +Selim, "opdat ik in behoorlijk gewaad kunne verschijnen voor den man, +dien wij morgen zullen zien." + + + + +VI. + + +Het is den 10den November 1871, de tweehonderd-zes-en-dertigste dag +sedert ons vertrek van de kust: wij hebben een marsch van zes uur +voor ons, eer wij Oedsjidsji zullen bereiken. Het is prachtig weer: +een heerlijke morgen; eene frissche lucht; een heldere hemel; een +fraai landschap. Wij allen gevoelen ons zoo opgewekt, zoo welgemoed, +als op den morgen--hoe lang is dat al geleden!--toen wij van Zanzibar +opbraken. + +"Voorwaarts, kameraden!"--"Ja, bij Allah! meester!" en wij gaan snel +vooruit. Met fikschen stap vervolgen wij onzen weg, heuvel op, heuvel +af, twee, drie uren achtereen. Eindelijk, na een hoogen, steilen +heuvel bestegen te hebben, wat schemert daar in de verte? "Hoezee, +Tanganjika!" Daar ligt het voor ons, in al zijne uitgestrektheid, +het groote meer, schitterende als een metalen spiegel, met zijn krans +van groenende bergen.--Haastig dalen wij den heuvel af, en bereiken +omstreeks elf uur in den voormiddag den zoom der rivier Lioeké, die +in het meer uitloopt. Wij doorwaden den stroom, en bevinden ons nu te +midden van een weelderig landschap, een groot park, vol bosschages +en tuinen, waartusschen een aantal dorpjes verscholen liggen. Nog +een steilen rotsachtigen heuvel, den laatsten, bestegen, en aan onze +voeten ligt het dorp Oedsjidsji, aan den oever van het meer. + +"Ontplooi de vlag, en laadt uwe geweren!--Een, twee, drie!"--Een salvo +uit meer dan vijftig geweren begroet het vlek, waar zich de man bevond, +dien wij zochten. De salvo's werden een en andermaal herhaald, om de +aankomst eener karavaan te melden; en de dorpelingen kwamen weldra +in grooten getale toeloopen. Spoedig zagen wij ons door eene dichte +menigte omgeven: Zanzibariten, inboorlingen en Arabieren roepen ons +het welkom toe. Te midden der luide kreten van _Yambo bana!_ die ons +van alle kanten tegenklinken, hoor ik eensklaps aan mijne rechterhand +de bekende woorden: "Good morning sir."--Ik keer haastig het hoofd om, +om te zien wie daar gesproken heeft; en ik ontdek een vroolijk lachend, +maar pikzwart gezicht, gedekt door een katoenen tulband. + +"Wie duivel zijt gij?" vraag ik. + +"Souzi, de bediende van Livingstone," antwoordt hij lachende, zoodat +zijne witte tanden mij tegen blinken. + +"Is de doctor hier?" + +"Ja, mijnheer." + +"Weet ge dat wel zeker?" + +"Ik heb hem zooeven verlaten." + +"Good morning sir," zegt nu eene andere stem. + +"Nog al een!" roep ik verbaasd uit. + +"Ja, mijnheer." + +"Uw naam?" + +"Ik heet Shoumah." + +"De vriend van Vouékotani, die met Livingstone vertrokken was?" + +"Ja, mijnheer." + +"Maakt de doctor het goed?" + +"Neen, mijnheer." + +"Nu, Souzi, ga uw meester bericht geven van mijne aankomst." + +Souzi verdwijnt als een pijl van den boog, maar komt weldra terug +om mijn naam te vragen. De doctor, die hem niet had willen gelooven, +had hem daarnaar gevraagd, en hij had geen antwoord kunnen geven. Maar +inmiddels had zich reeds het gerucht verspreid dat de karavaan van een +blanke was aangekomen; de voornaamste Arabieren hadden zich voor de +woning van Livingstone vereenigd, en deze had zich bij hen gevoegd +om te vernemen wat er gaande was. De karavaan hield stil. "Ik zie +den doctor," zeide Selim tot mij; "hij is zeer oud." + +Wat had ik niet willen geven voor een afgezonderd plekje, om aan +de aandoeningen, die mij overstelpten den vrijen teugel te kunnen +vieren! Maar hoewel mijn hart hoorbaar bonsde, moest ik toch, om mijner +waardigheids wille, zorgen, dat geen enkele trek op mijn gelaat mijne +innerlijke ontroering verried. Ik hield mij dan zoo kalm mogelijk, en +trad tusschen twee rijen nieuwsgierigen, naar de in een halven kring +geschaarde Arabieren, in wier midden de man met den grijzen baard +stond. Terwijl ik langzaam voortschreed, trof mij zijne bleekheid +en de vermoeide uitdrukking van zijn gelaat. Hij droeg een grijzen +pantalon, een kort rood jasje en een blauwen pet met verschoten gouden +band. Ik had naar hem toe willen vliegen, maar moest mij bedwingen om +de schare. Ik had hem willen omhelzen: maar hij was een Engelschman, +en ik wist niet hoe ik ontvangen zou worden. Ik handelde dus naar de +ingevingen van valsche schaamte en verkeerd geplaatsten hoogmoed: ik +trad langzaam vooruit, nam mijn hoed af, en sprak: "Doctor Livingstone, +naar ik meen?" + +"Ja," antwoordde hij, zijn pet afnemende, met een vriendelijken +lach. Wij dekten ons weder, en drukten elkander de hand. + +"Ik dank God," hernam ik met luider stem, "dat Hij mij vergund heeft, +u hier te ontmoeten." + +"Het doet mij genoegen," sprak hij, "hier te zijn, om u te kunnen +ontvangen." + +Ik groette daarna de Arabieren, die de doctor mij nu allen bij name +voorstelde. Toen vergat ik de omstanders, mijn reisgezelschap en alles, +en volgde Livingstone. Hij geleidde mij onder zijne veranda en deed mij +nevens hem nederzitten. Ons gesprek begon. Wat wij spraken?--ik weet +het niet. Stellig begonnen wij elkander wederkeerig te ondervragen: +maar noch van zijne antwoorden, noch van de mijne weet ik mij iets te +herinneren: de indruk van het oogenblik had mij geheel overweldigd. Ik +kon den blik niet van dien merkwaardigen man afwenden: iedere trek van +dat bleeke, vermoeide gelaat, waarop eene gansche geschiedenis te lezen +stond, prentte zich onuitwischbaar diep in mijn gemoed. Tegelijkertijd +luisterde ik naar zijne mededeelingen. Hij had zooveel te vertellen, +dat hij met het laatste begon, niet bedenkende dat hij verslag had +te doen over vijf of zes jaar. Maar gaandeweg breidde het verhaal +zich uit, en de gansche wondervolle geschiedenis ontrolde zich voor +mijn oog. + +De Arabieren verlieten ons: met fijnen takt begrepen zij, dat wij +behoefte hadden alleen te zijn. Ik zond Bombay tot hen, om hun de +nieuwstijdingen mede te deelen, waarbij zij rechtstreeksch belang +hadden; ik beval dat mijne manschappen van het noodige zouden worden +voorzien; toen riep ik Kaïf-Halek, een der soldaten van de karavaan +van Livingstone, dien ik van Koeïhara had medegenomen, opdat hij zelf +de depêches zou overgeven, die hem waren toevertrouwd. + +Livingstone nam den zak, die reeds meer dan een jaar geleden van +Zanzibar was verzonden. Hij zag de brieven na, die er in waren, en +opende er twee, door zijne kinderen geschreven; zijn gelaat helderde +op. Toen hij ze gelezen had, vroeg hij mij naar berichten. + +"Uw brieven gaan voor, doctor; gij moet wel verlangend wezen ze +te lezen." + +"Och," hernam hij, "ik heb jaren lang op brieven gewacht; ik kan best +nog wat geduld oefenen. Verhaal mij nu eens, wat er alzoo in de wereld +is gebeurd." + +"Weet ge dat het kanaal van Suez is geopend, en daardoor een geregelde +stoomvaart bestaat tusschen Europa en Azië?" + +"Ik wist niet dat het kanaal voltooid was; dat is belangrijk nieuws; +en wat verder?" + +Ik had groote dingen te vertellen: er was zooveel en zooveel +wonderlijks gebeurd in de laatste jaren! De spoorweg naar den +Stillen-Oceaan, de opstand op Kreta, de omwenteling in Spanje, de moord +van Prim, de oorlog tegen Denemarken met zijne onberekenbare gevolgen, +Sadowa en de vestiging van den noord-duitschen bond; dan de oorlog met +Frankrijk, het pruissische leger te Parijs, Napoleon op Wilhelmshöhe, +Frankrijk overwonnen en aan de uiterste verwarring ten prooi!..... Wat +overstelpende reeks van aangrijpende gebeurtenissen voor iemand, die +zoo pas de ongerepte wouden van Manyema verlaten heeft! Met ingespannen +aandacht luisterde Livingstone naar mijn verhaal; blijkbaar doorleefde +hij in zijne gedachten deze ontzaglijke episode in het groote drama +der wereldgeschiedenis. + +Korten tijd nadat zij ons verlaten hadden, zonden de Arabieren ons +hunne geschenken, en wel in den vorm van spijzen: vleeschpasteitjes, +kippen, rijst, vruchten en zoo voorts. De gaven waren ons welkom. Ik +had een kolossalen eetlust, nu nog door de vermoeienissen der reis +geprikkeld: het was dus niet meer dan natuurlijk dat ik mij te goed +deed. Maar ook Livingstone, die zich beklaagd had dat hij allen eetlust +had verloren en slechts van tijd tot tijd een kop thee kon gebruiken, +at, tot mijne groote voldoening, zoogoed als de beste.--"Gauw, Selim, +ga de flesch halen: ge weet wel welke. En breng meteen de zilveren +bekers mede."--Selim kwam weldra terug met een flesch Silléry, +die ik voor deze gelegenheid had medegebracht. Ik vulde den beker +van Livingstone tot den rand, en goot in den mijne iets van den +tintelenden, opwekkenden wijn. + +"Op uwe gezondheid, doctor!" + +"Op de uwe, mijnheer Stanley!" + +Zelden werden bij de champagne hartelijker gemeende toasten +uitgebracht. En voortdurend droeg men nieuwe schotels aan, en +wij bleven maar eten. Halimah, de huishoudster van den doctor, +was buiten zich zelf van verbazing. Elk oogenblik stak zij haar +hoofd buiten de keuken om haar heer te zien eten. Zij kon er niet +van zwijgen, en vertelde dit ongehoorde feit aan allen die het maar +wilden hooren. Terwijl de trouwe ziel dus aan hare vreugde lucht gaf, +weidde de doctor uit over hare goede en belangelooze diensten: hij +verhaalde mij, hoe de tijding dat er een karavaan van een blanke +was aangekomen haar had ontsteld, en hoe zij het onmogelijke had +beproefd om althans een eenigszins voldoenden maaltijd te bereiden: +"Want, meester, het is toch een der onzen." Dan hare vreugde toen +zij mijne dragers gewaar werd: "Een rijk man, mijnheer. Spreek mij +niet van die Arabieren! Wat zijn zij, vergeleken met de blanken!" + +"Wie kon die rijke man zijn", vervolgde Livingstone: "ik was zeer +benieuwd dit te weten. Eerst dacht ik dat het een Franschman zou zijn, +door zijne regeering gezonden ter vervanging van den luitenant Le +Saint. Maar de vlag der Vereenigde-Staten hielp mij uit den droom; +en dit deed mij genoegen, want ik zou den Franschman niet in zijne +taal hebben kunnen aanspreken, en als hij geen engelsch had verstaan, +zouden wij een dwaas figuur hebben gemaakt; want tolken staan hier +niet tot onze dienst." + +Deze gelukkige dag ging, als ieder ander, ten einde. Al pratende, +zagen wij de avondschemering de palmbosschen omhullen en langzaam +opstijgen tegen de berghellingen, die welhaast onzichtbaar werden. Met +een van dankbaarheid overvloeiend hart zagen wij de sterren flikkeren +aan den helderen hemel en luisterden naar het kabbelen der golven +van het groote meer.... + +"Maar, doctor," zeide ik, "denk aan uwe brieven." + +"Dat is waar," antwoordde hij: "ik ga ze lezen. Het is laat geworden; +goeden nacht. God zegene u." + +Met welke gewaarwordingen ontwaakte ik den volgenden morgen. Bevond ik +mij werkelijk in eene kamer, in een bed? Eene eenvoudige legerstede, +wel is waar: vier houten planken, palmbladen, een met haar gevulde +zak en mijn beerevel; maar toch is het een bed. In waarheid, ik heb +Livingstone gevonden en ben in zijn huis. + +Wat zullen wij nu doen? Ik zal hem mededeelen wie mij gezonden heeft, +en waarom ik gekomen ben; want dat weet hij nog niet. Dan zal ik hem +verzoeken, aan den heer Bennett te schrijven, al was het maar alleen om +te bewijzen, dat ik hem ontmoet heb. Zal hij dat doen? Waarom niet? Hij +is volstrekt niet de sombere, menschenschuwe man, dien men van hem +gemaakt heeft. In weerwil van mijne koele begroeting en van zijn +lakoniek antwoord, heeft hij mij toch met aandoening de hand gedrukt. + +Ik kleedde mij stil aan, om, in afwachting dat mijn gastheer zou +ontwaken, langs het meer te gaan wandelen. De deur mijner kamer knarst +afschuwelijk; ik treed in de veranda.--"Hoe nu, doctor, reeds op?" + +"Goeden morgen, mijnheer Stanley; ik hoop dat gij goed geslapen +hebt? Ik ben eerst laat naar bed gegaan; ik heb al mijne brieven +gelezen. Gij hebt mij goede en slechte tijdingen gebracht. Maar +ga zitten." + +Ik nam plaats aan zijne zijde. Hij scheen volstrekt niet van plan, +zich uit de voeten te maken, waarvoor ik den ganschen weg over +gevreesd had.--"Nu zult ge wel willen weten, zeide ik, waarom ik +eigenlijk hier ben." + +"Ja, gaarne," antwoordde hij. + +"Wel nu--schrik niet, doctor--ik zocht u op." + +"Mij?" + +"Ja u. Kent gij de _New-York Herald_?"--En nu vertelde ik hem welke +zending mij was opgedragen. + +"Ik ben den heer Bennett zeer dankbaar," zeide Livingstone; "ik ben er +waarlijk trotsch op, dat gij, Amerikanen, zooveel belang in mij stelt." + +Kalm en rustig gingen nu de dagen voorbij. Mijn vriend nam telkens +in beterschap toe, en naarmate zijne krachten bijkwamen, herleefde +ook weder de lust naar werkzaamheid en beweging; maar wat kon hij +uitrichten met vijf manschappen en dertig of veertig el katoen? + +"Kent gij de landstreek ten noorden van het meer?" vroeg ik hem op +zekeren avond. + +"Neen," antwoordde hij; "ik heb getracht daarheen te gaan; maar de +Vouadsjidsji hebben mij op dezelfde manier als Burton en Speke willen +behandelen, dat wil zeggen mij zooveel mogelijk afzetten; en ik was +niet rijk. Als ik die reis gemaakt had, zou ik niet naar Manyema hebben +kunnen gaan, dat toch van veelmeer belang was. Toch houd ik het er +voor, dat een rivier, van dit meer, dat ik de Boven-Tanganjika noem, +uitgaande, zich in de Albert-Nyanza, die dan de Beneden-Tanganjika +zou zijn, uitstort. Deze meening berust op de berichten der Arabieren +en op de waarnemingen, die ik, met behulp van waterplanten, omtrent +den stroom gemaakt heb. Toch, om tot zekerheid te komen zijn er meer +waarnemingen en studiën noodig." + +"In uwe plaats," hernam ik, "zou ik Oedsjidsji niet willen verlaten, +alvorens ik daaromtrent zekerheid had verkregen. De geographische +Maatschappij te Londen stelt groot belang in de oplossing dezer +vraag. Indien ik u in dit opzicht van eenige dienst kan zijn, hebt +ge slechts te spreken. Ik zou gaarne de bestaande onzekerheid zien +opgeheven, en ben volgaarne bereid met u te gaan. Ik heb twintig man +bij mij, die zeer goed kunnen roeien. Wij hebben geweren, katoen, +koralen; zoo gij van de Arabieren eene boot kunt krijgen, is de +zaak gevonden." + +"Wij zullen er een krijgen," antwoordde de doctor, "een van +Seïd-ben-Medjid, die altijd hoogst welwillend en dienstvaardig voor +mij geweest is, en zich een echt gentleman heeft getoond." + +"Wij zullen dus den tocht ondernemen?" + +"Wanneer gij maar wilt." + +"Ik ben geheel tot uwe dienst; aan u, den tijd te bepalen." + +Van dat oogenblik kende ik Livingstone geheel. Trouwens, het is +onmogelijk eenigen tijd met hem samen te zijn, zonder hem te leeren +kennen; want alle veinzerij en gemaaktheid is hem vreemd: zooals hij +zich voordoet, zoo is hij ook inderdaad. Ik beschrijf hem, zooals ik +hem gezien heb; het portret, dat men mij van hem had opgehangen, kwam +volstrekt niet met het origineel overeen. Van den 10den November 1871 +tot den 14den Maart 1872 ben ik onafgebroken bij hem geweest; ik heb +hem in al zijne gedragingen nauwkeurig gadegeslagen, zoowel in het kamp +als op reis: en mijne bewondering voor hem is er slechts te grooter +om geworden. En nu is er geen beter gelegenheid om iemand in den +grond te leeren kennen, dan het kamp van den zwervenden voetreiziger; +nergens zullen de zwakke zijden van iemands karakter, zijne luimen en +grillen, zijne eigenaardige hebbelijkheden sterker uitkomen, dan juist +daar. Die deze proef doorstaat, heeft zijne innerlijke gehalte bewezen. + +Livingstone is ongeveer zestig jaar oud; zoodra hij evenwel weder +geheel hersteld was, zou men hem niet meer dan vijftig hebben +gegeven. Zijn haar, hoewel hier en daar grijzende, is nog altijd +bruin. De knevel en de bakkebaarden zijn bijna wit; maar de lichtbruine +oogen hebben nog niets van hunne helderheid en levendigheid verloren; +zij zien u aan met al de doordringende kracht van den valkenblik. Toen +hij in Londa was, moest hij van rauwe maïs leven; dientengevolge +zijn zijne tanden losgeraakt: dit is ook het eenige in zijn voorkomen +dat aan een grijsaard denken doet. Zijne gestalte is iets boven het +middelmatige; hij is stevig en forsch gebouwd; de schouders zijn een +weinig gewelfd. Hij heeft den eigenaardigen zwaren gang van iemand, +die veel vermoeienissen heeft ondergaan; maar zijn stap is vast. Hij +draagt steeds een uniformpet van een engelsch zee-officier; aan dit +hoofddeksel is hij overal kenbaar. De kleederen die hij aan had, +toen ik hem voor het eerst zag, droegen de sporen van herhaaldelijk +hersteld en gelapt te zijn, maar waren onberispelijk netjes. + +Naar sommige berichten te oordeelen, moest ik hem voor een +menschenhater houden, althans voor iemand van een somber, +teruggetrokken karakter. Anderen hadden mij verhaald, dat hij niet wel +meer bij het hoofd was, en in niets meer geleek op den Livingstone +van weleer. Zijne tochten hadden alle belang verloren; hij maakte +geene aanteekeningen meer, deed geene waarnemingen, althans geene, +die iets beteekenden. Zelfs had men mij verteld, dat hij met eene +afrikaansche prinses in het huwelijk was getreden. + +Van al deze geruchten is er, naar mijne overtuiging, geen enkel dat +geloof verdient. + +Wat zijne werkzaamheid aangaat: het zeer lijvige en uitvoerige dagboek, +dat ik aan zijne dochter ter hand heb gesteld, is het beste antwoord +op de beweringen van hen, die zeggen dat hij geene aanteekeningen +houdt, geene waarnemingen doet. Ik zelf heb gezien, hoe hij iederen +avond zorgvuldig zijne aanteekeningen schikte en bijeen verzamelde; +en ik weet dat hij in een blikken trommel eene menigte zakboekjes +bewaart, waarvan de inhoud te zijner tijd het licht zal zien. Ook +zijne kaarten getuigen van veel studie en oplettendheid. + +Zijn karakter heb ik, door langdurigen omgang, leeren kennen als boven +allen blaam verheven. De Arabieren en de inboorlingen, die hem eerst +met groot wantrouwen gadesloegen, hadden hem aanvankelijk op alle +mogelijke wijzen tegengewerkt en zich op een afstand gehouden. Maar +zijne rechtschapenheid en welwillendheid hadden eindelijk al deze +vooroordeelen overwonnen, en aller harten tot hem getrokken. Telkens +werd ik getroffen door de bewijzen van achting en eerbied, die hem van +alle zijden ten deel vielen; de strengste en ijverigste Mohamedanen +gingen zelfs nooit zijne woning voorbij, zonder hem te groeten en +den zegen van Allah toe te wenschen. Dat hij nu juist niet Jan en +alleman als reisgenoot verlangt, is hem niet kwalijk te nemen: dat +overkomt ieder onzer. Er zijn menschen, wier geheele karakter en +aanleg zoozeer van de onze verschillen, dat wij niet anders kunnen, +dan hen zooveel mogelijk op een afstand houden; maar zoo Livingstone +ooit zulke lieden op zijn weg ontmoet heeft, hebben die ontmoetingen +toch zijn gemoed niet verbitterd, noch hem tot kwaadspreken verleid. + +Men heeft er hem een verwijt van gemaakt dat hij niet best twijfelingen +en kritiek kan verdragen, en daar boos om wordt: maar dat is bij een +man als hij lichtelijk te verklaren. Wie zijn het toch in den regel, +die zijne opgaven in twijfel trekken en zijne berichten aan hunne +kritiek onderwerpen? Voor zoover ik weet, geen wetenschappelijke, +degelijke reizigers; ik herinner mij niet dat mannen als Burton of +Winwood Read tegen zijne berichten zijn opgekomen. En zoudt ge nu +meenen, dat het pleizierig is voor een man, die zich zooveel moeite en +opoffering getroost heeft, te zien hoe zijne kaarten en waarnemingen +worden verknoeid en bedorven door lieden, op wie hij geen vat heeft, +of die ze opzettelijk vervalschen ter wille hunner eigene theoriën? Het +is zeerwel mogelijk dat hij zich op sommige punten vergist; maar als +hij ziet, hoe men eene gansche bergketen van niet minder dan drie +graden lengte uitvindt, alleen om het bewijs te leveren dat hem de +weg versperd is:--ja, dan heeft hij wel een weinig het recht, zich +boos te maken. + +Toch laat hij zich ook door zulke miskenning en kleingeestigen naijver +niet ontmoedigen; rustig gaat hij zijn gang, onvermoeid de vrijwillig +aanvaarde taak volbrengende. + +"Voelt ge geen behoefte aan rust? Wenscht ge uwe betrekkingen niet +weder te zien?" vroeg ik hem eens; "er zijn nu toch reeds zes jaren +verloopen sinds gij Engeland verliet." + +"Ja," hernam hij: "het zou mij een groot geluk zijn, indien ik mijn +vaderland mocht wederzien en mijne kinderen aan het hart drukken; +maar ik mag mijne taak niet opgeven, juist nu zij bijna ten einde +gaat. Ik heb nog maar vijf of zes maanden noodig om de rivier, die +ik ontdekt heb, tot aan de Albert Nyanza of den tak van Petherick te +vervolgen. Waarom zou ik tot later uitstellen, hetgeen gevoegelijk +nu kan geschieden?" + +"Maar waarom hebt ge dan niet dadelijk uw plan volvoerd, alvorens +hier terug te komen?" + +"Daar was ik toe gedwongen: mijn volk wilde het land in opstand +brengen, en van de verwarring gebruik maken om mij te verlaten. In dat +geval zou ik onvermijdelijk zijn omgekomen.--Bovendien had ik geen +katoen meer. Ik heb een afstand van zevenhonderd mijlen afgelegd om +herwaarts te komen, ten einde hier de goederen in ontvang te nemen, die +ik vast vertrouwde er te zullen vinden, en om eene nieuwe karavaan te +vormen. Maar ik vond niets, en ik bleef verstoken van alles, ziek naar +lichaam en geest, hard ziek, bijna tot stervens toe. Ik begon wel weder +te herstellen; maar ik werd er niet rijker op: integendeel.--Voorwaar, +gij zijt te rechter tijd gekomen; ik had anders misschien welhaast +moeten bedelen om niet van gebrek om te komen." + +Eene ontdekkingsreis van zes jaren was hem nog niet voldoende; hij +wilde tot den einde volhouden, en niet terugkeeren, dan na zijn taak +volkomen te hebben volvoerd. Veeleer scheen het of de geestdrift +voor zijn werk met den dag klom. Zijne opgeruimdheid is trouwens +onuitputtelijk; aanvankelijk dacht ik dat die vroolijke, blijmoedige +stemming het gevolg was onzer ontmoeting: maar weldra kwam ik tot +de ontdekking dat zij bij hem gewoon was en in zijne natuur lag. Als +hij eene of andere anecdote of vermakelijke ontmoeting vertelde,--en +hij had, zooals licht te begrijpen valt, over een rijken voorraad te +beschikken--dan kon hij zoo hartelijk lachen, dat ge onwederstaanbaar +medelachen moest. Zijn eenigszins vervallen en verouderd voorkomen +verborg een uiterst levendigen, opgewekten geest: deze zooveel +beproefde man had eene frischheid, een schat van jeugd overgehouden, +die menigeen hem benijden mocht. Wat mij bijkans het meest verwonderde, +was zijn wonderbaarlijk geheugen: hij kende gansche gedichten van +Byron, Burns, Tennyson, Longfellow en anderen van buiten: en dat, +na zooveel jaren in Afrika te hebben doorgebracht, en zonder boeken. + +Maar wie van Livingstone spreekt en van zijne vroomheid zwijgt, +teekent een zeer onvolkomen beeld van dezen merkwaardigen man. Hij is +zendeling: maar zijne godsdienst is hem geen stelsel; hij loopt niet +met haar te koop, dringt haar niet op; zijn gedrag en wandel getuigt +voortdurend en ieder oogenblik van en voor haar; zij openbaart zich +door weldadigheid, door liefde en toewijding. De vroomheid vertoont +zich bij hem in hare ware, aanminnigste gedaante: zij heeft deze +vurige, hartstochtelijke natuur veredeld en verfijnd, deze ontembare +wilskracht gelouterd en aan hooger ondergeschikt gemaakt; zij heeft +dezen man van eene alles overwinnende, niets ontziende energie, +gemaakt tot een welwillenden, toegevenden, geduldigen meester +voor zijne onderhoorigen, tot een innemend vriend voor zijne +bekenden. Iederen zondag roept hij zijne kleine gemeente bijeen, +leest de voorgeschreven gebeden en een hoofdstuk uit den Bijbel voor, +en houdt dan, op den meest natuurlijken toon, eene korte, eenvoudige +toespraak naar aanleiding van het gelezene. Blijkbaar worden zijne +woorden met aandacht, en eerbied aangehoord. + + + + +VII. + + +Op zekeren avond nam ik mijn aanteekeningboekje en begon hem +te ondervragen over zijne reizen. Zonder eenige aarzeling toonde +hij zich bereid op mijne vragen te antwoorden, en gaf hij mij een +volledig overzicht van hetgeen hij in de laatste zes jaren had gedaan +en ondervonden. Voorzeker zullen mijne lezers met belangstelling eene +korte schets van dit verhaal ontvangen. + +Livingstone verliet Zanzibar in Maart 1866; den 7den der volgende +maand vertrok hij van de baai van Mikindiny, om het binnenland van +Afrika te gaan bezoeken. Zijn gevolg bestond uit twaalf cipayers, +negen Anjoehanneezen, zeven vrijgelatenen, en twee inboorlingen van de +oevers van den Zambese. Verder behoorden tot de karavaan zes kameelen, +drie buffels, twee muilezels en drie ezels. + +Aanvankelijk volgde het gezelschap den linkeroever van de Rovoema, +een der moeilijkste en bezwaarlijkste wegen, die men zich kan denken: +een pad, zich midden door het dichtste en ondoordringbaarste bosch +heenslingerende, zonder zich in het minst te bekommeren over de +richting, die het volgt. De dragers konden hier met eenige moeite nog +voortkomen; maar de kameelen konden geen stap doen, wanneer niet eerst +de baan met de bijl was geopend. Deze manier van reizen, op zich zelf +reeds tamelijk langzaam, werd dit nog te meer omdat de cipayers en de +Anjoehanneezen telkens stilhielden en weigerden een hand uit te steken. + +Weldra werd het nog erger, en schroomden zij niet tot vijandelijkheden +over te gaan. Hopende Livingstone tot den terugkeer te dwingen, +mishandelden zij de lastdieren op zoo gruwelijke wijze, dat zij na +verloop van eenige dagen allen waren bezweken. Toen dit middel niet +hielp, trachtten zij de inboorlingen tegen den doctor op te zetten, en +verspreidden het gerucht dat hij over geheime krachten beschikken kon +en een toovenaar was. Deze beschuldiging was een zeer bedenkelijken +aard, en kon ernstige gevolgen hebben: Livingstone besloot daarom, +zonder verwijl de cipayers terug te zenden. Hij voorzag hen evenwel +van het noodige, om de kust te kunnen bereiken. + +Den 18den Juli bevond zich de karavaan, nu zonder de twaalf soldaten, +in een dorp van Voëahihyou, acht dagreizen ten zuiden van de +Rovoema. Tusschen deze rivier en het dorp ligt eene woeste, onbewoonde +landstreek, waar de reizigers veel van den honger hadden te lijden, +en nog ettelijke lieden wegliepen. In het begin van Augustus kwam de +karavaan bij Mponda, die dicht bij de Nyassa woonde. Wederom waren +twee mannen gedeserteerd. + +Zij trok daarop naar den oever van het meer, naar een dorp, aan welks +hoofd een Babisa stond. Daar ontmoette Livingstone een arabischen +mulat, die van den westelijken oever kwam, en verhaalde dat hij +door eene bende van Mazitoes was aangevallen en uitgeplunderd +geworden. Moeza, de aanvoerder der Anjoehanneezen, wist zeergoed +dat er van deze zoogenaamde bende niets te duchten was; bovendien +verklaarde het dorpshoofd en Livingstone beiden, dat het gansche +verhaal van dien aanval een fabeltje was. Toch greep Moeza dit als +een voorwendsel aan, om met al zijne lieden te kunnen vertrekken. Het +waren deze Anjoehanneezen, die na hunne terugkomst te Zanzibar het +gerucht verspreidden van Livingstone's dood, om daardoor hunne desertie +te verontschuldigen. + +"Gelukkig", vervolgde Livingstone, "bevond ik mij in eene landstreek, +waar de slavenhandelaar nog niet was doorgedrongen; en, zooals +altijd in dergelijke gevallen, werd ik door de bewoners met groote +gastvrijheid en vriendelijkheid ontvangen. Voor een bagatel waren +zij steeds bereid mijne bagage van het eene dorp naar het andere +te dragen." + +In het begin van December verliet hij deze gastvrije streek, en +kwam nu in een gewest, dat door de rooftochten en invallen der +Mazitoes schrikkelijk geleden had. Al het vee, de gansche voorraad +van mondbehoeften was verloren; de inwoners waren gevlucht, en hadden +gepoogd zich in verwijderde streken tegen de aanvallen dezer woeste +roovers te beveiligen. Wederom had de karavaan met honger en gebrek +te kampen: men moest zich tevreden stellen met de wilde vruchten, +die men hier en daar aantrof. Andermaal liepen er eenigen van het volk +weg, sommigen met het linnengoed en andere voorwerpen van waarde van +Livingstone zelf: de toestand begon hoogst moeilijk te worden. + +Voortdurend met allerlei bezwaren en tegenspoeden worstelende, +trok de doctor door Babisa, Lobemba, Maroengoe, Ba-Oeloengoe en +Loenda. In dit laatste land woont Cazembé, wiens naam het eerst in +Europa bekend werd door den portugeeschen reiziger Lacerda. Cazembé is +een zeer verlicht vorst. Hij ontving Livingstone met groote staatsie: +gekleed in een korten jurk van rood mousseline met groote bloemen, +die zijn galakostuum scheen te zijn, en omringd door zijne voornaamste +hovelingen en zijne lijfwachten. Een opperhoofd, die van den koning +den last had ontvangen om zooveel mogelijk inlichtingen omtrent den +reiziger in te winnen, was bij de audiëntie tegenwoordig, en deed met +luider stemme verslag van zijne bevinding. Hij had vernomen dat de +blanke man in het land gekomen was, om de beken, de rivieren en de +meren te onderzoeken. Hoewel hij niet kon begrijpen, welk belang de +blanke man er bij hebben kon om zich bekend te maken met wateren die +hem vreemd waren, twijfelde hij er toch niet aan of dit geschiedde +met goede bedoelingen. + +Cazembé vroeg daarop aan den reiziger wat eigenlijk zijn doel was, +en waarheen hij zich dacht te begeven. + +Livingstone antwoordde, dat het zijn wensch was naar het zuiden te +gaan, aangezien hij vernomen had dat daar meren en rivieren waren. + +"Het is niet noodig daarvoor naar het zuiden te gaan," hervatte +Cazembé; "er is hier in den omtrek water in overvloed." Hij beval +daarop, dat men den blanken man overal in zijne staten ongehinderd zou +laten reizen en onderzoeken, zonder hem iets in den weg te leggen. "Dit +is de eerste Engelschman, dien ik ooit heb gezien, zeide hij; en ik +wil zijn vriend zijn." + +Al spoedig na de opening der audiëntie, was de koningin binnengetreden, +gevolgd door een aantal amazonen, met lansen gewapend. Jong, schoon +en rijzig van gestalte, had zij het er blijkbaar op gezet op den +blanken man indruk te maken, want zij had zich in al haar koninklijk +prachtgewaad uitgedost, en hield eene groote lans in de hand. Maar +hare onverwachte verschijning en haar wonderlijke opschik deden +Livingstone in een luid gelach uitbarsten, waardoor de gehoopte +uitwerking verloren ging. Doch, wel verre van zich daarover boos te +maken, begon de vorstin zelf te lachen, welk voorbeeld straks door hare +amazonen en het gansche hof gevolgd werd. Door al deze vroolijkheid +zelf van haar stuk gebracht, liep de koningin eensklaps weg, gevolgd +door hare vrouwelijke lijfwacht. + +Kort nadat hij de grenzen van Londa had overschreden, en nog voor hij +het gebied van Cazembé had bereikt, was Livingstone eene groote rivier +overgestoken, die men de Chambezi noemde. De gelijkheid van naam had +hem aanvankelijk in den waan gebracht, dat hij den Zambèse voor zich +had, en dat deze rivier dus in geene betrekking hoegenaamd stond met +den Nijl, waarvan hij de bronnen opspoorde. Hij werd nog te meer in +die opvatting versterkt, omdat de Portugeezen hem herhaaldelijk gezegd +hadden: "De Tsjambesi is onze rivier;--als men van de Nyassa naar +Cazembé gaat, moet men den Zambèse oversteken." Niet alleen hadden +zij hem dit gezegd, maar ook hunne boeken en kaarten stemden daarmede +overeen.--Deze verkeerde opgave heeft Livingstone veel moeite en +tijdverlies veroorzaakt. Van het begin van 1867, toen hij bij Cazembé +kwam, tot in Maart 1869, toen hij te Oedsjidsji verscheen, is hij +bijna onophoudelijk bezig geweest met het ophelderen en herstellen +van deze dwaling. + +Toen hij den strijd ontdekte tusschen de berichten zijner voorgangers +en wat zijne eigene aanschouwing hem leerde, keerde hij op zijne +schreden terug. Ten einde volkomen zekerheid te erlangen, doorkruiste +hij in alle richtingen de uitgestrekte landstreek, waardoor deze +rivieren, die een zoo zonderling ingewikkeld stelsel vormen, haar +loop nemen; voortdurend heen en weder trekkende als een boeteling; +overal dezelfde vragen doende, en iedereen aansprekende, tot hij op +het gelaat zijner toehoorders de gedachte kon lezen: "Die man is gek; +de wateren hebben hem het hoofd op hol gebracht." + +Deze, voor de aardrijkskundige wetenschap zoo uiterst belangrijke +en vruchtbare nasporingen, brachten Livingstone ook aan den oever +van een meer, ten noordoosten van het gebied van Cazembé, en waaraan +de inboorlingen den naam geven van Liemba, naar de landstreek, die +ten zuiden en ten oosten aan het meer grenst. Onze reiziger volgde +den oever, zijn weg nemende naar het noorden, en nu kwam hij tot +de ontdekking dat dit meer hetzelfde was als het meer Tanganjika, +waarvan de zuidelijke punt op op ongeveer 8°42' zuiderbreedte ligt: +de groote waterplas heeft mitsdien van het noorden naar het zuiden +eene uitgestrektheid van driehonderd-zestig geographische mijlen. + +Zich van het meer Tanganjika verwijderende, trok Livingstone door +Maroengoe, en bereikte het meer Moéro, dat in de lengte ongeveer zestig +mijlen beslaat. Aan het zuidelijk uiteinde van dit meer bevindt zich +de mond eener rivier, die van het zuiden komt en de Loeäpoela heet. De +doctor voer de rivier op, tot waar zij uit het groote meer Bangouéolo +komt, dat in uitgestrektheid weinig voor dat van Tanganjika onderdoet. + +Eene nauwkeurige studie van dit meer en de daarin uitloopende +rivieren schonk Livingstone de overtuiging, dat de Chambezi daarvan +verreweg de voornaamste was. Hij bevond nu, dat de Chambezi, die hij +van haar oorsprong gevolgd was, tot aan het meer Bangouéolo, aan de +noordelijke punt van dit meer weder daaruit te voorschijn trad, en +onder den naam van de Loeäpoela zich in het meer Moéro uitstortte. Hij +keerde daarop naar Cazembé terug, nu bij ondervinding wetende wat de +portugeesche berichten en kaarten waard waren, en met steeds klimmende +belangstelling den loop dezer rivier volgende, die zich tot dusver +onafgebroken naar het noorden richtte. + +Aan het hof van Cazembé ontmoette onze reiziger een grijsaard, +Mohammed-ben-Selim geheeten, een arabischen kleurling, dien de koning +gevangen hield, omdat hij zijne gangen wantrouwde. Livingstone maakte +van zijn invloed op den vorst gebruik, om Mohammed in vrijheid te +doen stellen; en daar zij beiden denzelfden weg volgden, nam hij het +voorstel van den Arabier aan, om te zamen te reizen. De oude kleurling +toonde zijn dankbaarheid op zeer zonderlinge wijze: hij ontzag geene +middelen, om de bedienden en reisgenooten van den doctor tot ontrouw +en desertie te bewegen, en plaagde hem zelf op alle mogelijke wijzen +tot hunne komst te Oedsjidsji. In dit vlek, waar Livingstone in Maart +1869 aankwam, schreef hij de brieven, die het gerucht van zijn dood, +door de Anjoehanneezen zijner eerste karavaan verspreid, logenstraften. + +De doctor bracht drie maanden te Oedsjidsji door. Gedurende zijn +verblijf aldaar, wilde hij het noordelijk gedeelte van het meer +onderzoeken; hij meende dat vandaar een rivier moest uitgaan, die +met den Nijl in verbinding stond. Maar de tegenwerking, die hij van +de Arabieren en de inboorlingen ondervond, en de afpersingen, waaraan +hij bloot stond, dwongen Livingstone dit plan op te geven. Hij hoopte +later eene gunstige gelegenheid te vinden, en stak het meer Tanganjika +over, om naar Oegoehha te gaan, een dorp op den westelijken oever. + +Toen Burton en Speke zich te Oedsjidsji ophielden, was het land, +waarheen de docter zijne schreden richtte, volkomen onbekend; zelfs +de Arabieren wisten nauwelijks den naam. De moedigsten hunner, die in +het binnenland den ivoorhandel dreven, gingen toch niet verder dan de +grenzen van Roeha. Omstreeks het einde van Juni, brak de doctor van +den oever van het meer op, en richtte zich naar laatstgenoemde plaats, +in gezelschap van eenige kooplieden. Een marsch van vijftien dagen, +in westelijke richting, bracht hen te Bambarre, de eerste ivoormarkt +in Manyema of Manyoeëma, zooals de inboorlingen zeggen. Hier werd hij +zes maanden lang opgehouden door eene verzwering aan zijne voeten, +die door de vermoeienissen der reis zeer verergerd was. + +Zoodra hij genezen was, vertrok onze reiziger in de richting +van het noorden. Na verloop van eenige dagen bereikte hij eene +ontzaglijk breede rivier, die met tragen stroom en in de zonderlingste +slingeringen, nu eens naar het noorden, dan naar het westen, enkele +malen zelfs naar het zuiden, liep. Met onbezweken volharding volgde +hij die rivier in haar kronkelenden loop, en bevond dat zij zich in +een smal en langwerpig meer, Kamolondo genaamd, uitstortte. Toen +wendde hij zich ten zuiden, volgde de rivier opwaarts, en kwam +eindelijk aan de plek, waar de Loëapoela in het meer Moéro treedt, +waaruit zij weder onder den naam van Loeäloeba te voorschijn komt. + +Het was een lust, hem dit prachtige landschap te hooren +beschrijven. Hooge bergen omgeven aan alle zijden het meer Moéro, en +hunne breede hellingen, met den weelderigsten tropischen plantengroei +bedekt, dalen tot den oever af. Het overtollige water van het meer +baant zich een uitweg door eene diepe spleet; schuimend en kokend +stort het zich met donderend geweld door de nauwe opening, om straks +bedaard en rustig te worden opgenomen in de breede bedding van de +Loeäloeba. Om dit gedeelte der rivier te onderscheiden van andere +wateren, die bij de inboorlingen denzelfden naam dragen, heeft de +doctor haar de rivier Webb genoemd, ter eere van een zijner oudste +en beste vrienden, den eigenaar van Newstead-Abbey. + +Ten zuidwesten van het meer Kamolondo, waarin de Webb uitloopt, +bevindt zich een ander groot meer, dat mede met eene rivier in +verbinding staat door middel van een belangrijken stroom, de Loéki of +Lomame. Dit groote meer, bij de inboorlingen als het meer Tsjeboego +bekend, ontving van Livingstone den naam van Lincoln, ter herinnering +aan den president der Vereenigde-Staten. Een weinig noordwaarts van de +plaats waar de Webb het meer Komolondo verlaat, neemt zij de Loefira +op, eene aanzienlijke rivier, die van het zuid-zuid-westen komt. Het +aantal harer andere nevenstroomen is zoo groot, dat de doctor voor +allen geene plaats had op zijne kaart. + +Altijd door de eindelooze kronkelingen en wendingen van de Webb +volgende, bereikte Livingstone den vierden graad zuiderbreedte, waar +hij nog van een ander meer hoorde spreken, meer noordwaarts gelegen, +en waarin de Webb uitliep. + +Ook had men hem gesproken van vier bronnen, waarvan de wateren zich +deels in de Loeäloeba, dat wil zeggen de Webb, en deels in den Zambèse +stortten. Bij herhaling hadden de inboorlingen hem over deze bronnen +gesproken, menigmaal was hij zelf ze tot op honderd mijlen genaderd; +maar telkens was er iets in den weg gekomen, dat hem verhinderde ze +te bereiken. Naar de berichten van lieden, die deze fonteinen hadden +gezien, kwamen zij te voorschijn uit een kleinen heuvel van aarde, dien +sommigen een mierenhoop noemden. Een dezer bronnen of bekkens was, naar +het zeggen, zoo breed, dat men te nauwernood de overzijde kon zien. + +Livingstone zegt dat deze bronnen niet zuidelijker liggen dan die van +het meer Bangoeëlo; in den brief, door hem aan den _New-York Herald_ +geschreven, merkt hij op, dat deze vier vijvers, waaruit het water +te voorschijn treedt en zich in vier groote rivieren splitst, die +van hetzelfde punt uitgaan, tot op zekere hoogte overeenkomen met de +beschrijving der bronnen van den Nijl, zooals wij die bij Herodotus +vinden en die hij te Saïs had opgeteekend uit den mond der egyptische +priesters. + +In ieder geval, sprak Livingstone tot mij, moeten deze bronnen en +hare ligging nauwkeurig opgenomen worden. Dat meer, ten noorden +van den vierden graad gelegen, en waarin de Webb uitliep, met +welk water stond dat in gemeenschap? Juist toen hij hieromtrent +zekerheid hoopte te erlangen, zag Livingstone zich gedwongen naar +Oedsjidsji terug te keeren: eene lange en treurige reis, vol gevaren +en ontberingen, en die hem met iederen stap verder verwijderde van +het doel, dat hij bijna bereikt had. In plaats van de blijde hoop, +den opgewekten moed, die bij den tocht voorwaarts, over alle bezwaren +en hinderpalen doet triomfeeren--de moedeloosheid van den eentonigen +terugtocht; in plaats van de spanning, die de aanstaande ontdekking +als vooruitgrijpt--de teleurstelling der bedrogen verwachting, de +terugkeer na een nederlaag.--Wat wonder dat de oude reiziger bijkans +den moed liet zinken, dat zijne krachten hem bijna begaven? + +Den 16den October kwam hij te Oedsjidsji, doodkrank en +uitgeput. Gedurende de reis trachtte hij zich zelf moed in te +spreken. "Het is slechts, zoo sprak hij bij zich zelf, een uitstel +van vijf of zes maanden: dat beteekent niet veel. Te Oedsjidsji +vind ik mijne goederen; daar zal ik manschappen in dienst nemen, +en onmiddellijk weder op reis gaan." Men verbeelde zich zijne +teleurstelling, toen hij vernam dat de persoon, die hem zijne goederen +ter hand moest stellen, daarover op andere wijze had beschikt! + +Des avonds na zijne terugkomst ontmoette hij Shouma en Sousi, die +bitterlijk weenden; toen hij hen naar de reden hunner droefheid +vroeg, ontving hij het antwoord: "Er is niets meer, mijnheer. Sherif +heeft alles verkocht!"--Een oogenblik later verscheen Sherif zelf, +en had de onbeschaamdheid, Livingstone de hand te reiken. Deze wees +hem af, zeggende dat hij geen dief de hand gaf; waarop Sherif ter +verontschuldiging aanvoerde dat hij den Koran had geraadpleegd, en +daaruit vernomen had dat de doctor dood was. Aangezien nu de goederen +heerloos waren geworden, had hij ze tegen ivoor ingeruild. Dat ivoor +had hij weder verkocht, en het daarvoor ontvangen geld verbruikt:--in +één woord, Livingstone had niets meer. + +Ook dit zeer beknopte overzicht van Livingstone's laatste ontdekkingen +zal eenigermate doen beseffen van hoe groot gewicht zij voor de +wetenschap zijn. Livingstone houdt zich overtuigd dat die rivier, die, +onder verschillende namen, van het eene meer naar het ander loopt, +steeds hare richting noordwaarts nemende, de Boven-Nijl is. De groote +bochten, die deze stroom naar het westen en zuidwesten maakt, hadden +hem aanvankelijk aan het twijfelen gebracht. Eerst dacht hij dat het de +Congo was; maar later heeft hij ontdekt dat deze stroom wordt gevormd +door de samenvloeiing van de Kassaï en de Koeango, twee rivieren, +die aan de westelijke helling ontspringen van den hoogen rug, welke de +beide bekkens scheidt. Na herhaalde en nauwkeurige onderzoekingen der +streek, na de overtuiging verkregen te hebben dat de Webb, ondanks hare +afwijkingen, toch haar loop naar het noorden richtte, en wel door een +dal, ter wederzijde door hooge bergen ingesloten, meende Livingstone +te mogen vaststellen dat deze rivier de zuidelijke tak van den Nijl +was. De aloude heilige rivier van Egypte zou daardoor eene lengte +verkrijgen van twee-en-veertig graden, en dus, na den Mississippi, +de grootste rivier der wereld zijn. + +Het spreekt van zelf, dat latere nasporingen de juistheid dezer meening +zullen moeten staven; Livingstone zelf heeft zich ten taak gesteld, +dit punt tot zekerheid te brengen. + +De twee gewesten, waardoor de Webb stroomt en een aantal meren vormt, +heeten Roêa en Manyoeëma. In deze uitgestrekte landstreek--tusschen +het meer Tanganjika en de gewaande bronnen van den Congo--leven +millioenen menschen, die niets wisten van het bestaan der blanken, +en waarvan ook de Europeanen nooit hadden hooren spreken, voor +Livingstone deze onbekende streken bezocht. Deze onmetelijke landen, +wier uitgestrektheid nog zelfs niet bij benadering kan worden bepaald, +zijn niet in eenige groote staten of koninkrijken gesplitst: ieder dorp +staat geheel op zich zelf en gehoorzaamt aan een eigen opperhoofd. Ook +de meest ontwikkelden van deze dorpshoofden zijn volslagen onbekend +met hetgeen dertig mijlen buiten hunne grenzen ligt: eene onwetendheid, +die de taak van Livingstone oneindig verzwaarde. In dat opzicht mochten +de volksstammen, die hij elders ontmoet had, vergelijkenderwijze zeer +beschaafd worden genoemd; maar wat het persoonlijk karakter betrof, +stonden de inboorlingen van Manyoeëma hooger dan hunne broeders van +elders. Zij hebben het tamelijk ver gebracht in de kunst van wapens +te vervaardigen, en weven uit zeer fijn gras eene soort van stof, die +met indische weefsels van gelijken aard wedijveren kan; deze stoffen +verwen zij met verschillende kleuren, zooals zwart, geel, donkerblauw. + +Deze landstreken zijn overrijk aan ivoor, waarvan de inboorlingen +de waarde volstrekt niet kenden, en dat zij voor allerlei huiselijk +gebruik aanwenden. Nu ongeveer vier jaar geleden, ontdekte een Arabier +voor het eerst dezen schat, en sedert dien tijd stroomen de kooplieden +naar Manyoeëma, om ivoor machtig te worden. De komst der Arabieren deed +de inboorlingen begrijpen, welk eene waarde dit bij hen zoo weinig +geachte artikel had, en weldra steeg de prijs dan ook aanmerkelijk, +hoezeer nog altijd laag genoeg blijvende om den kooplieden eene enorme +winst te verzekeren. + +Jammer slechts dat de vredelievende bevolking dezer streken door de +gruweldaden der slavenhandelaars verwilderd, en tot haat en weerwraak +geprikkeld wordt. De slaven uit Manyoeëma worden, om hun schoonen +lichaamsbouw en hun zachtaardig karakter, boven de anderen geschat; +de vrouwen vooral zijn zeer schoon; heur haar uitgezonderd, hebben zij +zeer weinig van het negerras; de kleur van haar huid is zeer licht, +dikwijls niet veel donkerder dan die van eene portugeesche. Deze +schoone vrouwen vinden veel aftrek bij de mestiezen langs de kust, +en zelfs bij de Turken en Arabieren, die ze gaarne in hunne harems +opnemen. De handel in slaven en slavinnen is dan ook nog wel zoo +winstgevend als die in ivoor: want de eersten worden eenvoudig met +geweld weggevoerd. Wie zou het beletten? De arme inboorlingen, die +geen vuurwapenen bezitten, zijn weerloos tegenover de slavenhalers, +die de dorpen overvallen, onder de machtelooze bewoners een bloedbad +aanrichten en eenige honderde gevangenen medevoeren. Geen wonder +voorwaar, dat de Arabieren hier overal zoo gehaat zijn; dat door +hunne schuld de naam van blanken een vervloeking is geworden; en +dat van tijd tot tijd de getergde stammen, zich vereenigende of bij +hunne meer ontwikkelde en beter gewapende broeders aansluitende, +eene vreeselijke weerwraak oefenen. Livingstone zelf, hoezeer hij, +eenmaal bekend zijnde, over geene kwade bejegening te klagen had, +liep meer dan eens gevaar vermoord te worden, omdat men hem voor een +Arabier hield. + + + +Het ligt buiten ons bestek, verder den heer Stanley te volgen op +den tocht, dien hij met Livingstone op het meer Tanganjika en +door een deel der aangrenzende landstreek ondernam. Wij hebben +hem alleen willen vergezellen op zijn weg, tot hij den beroemden +reiziger had gevonden en het groote vraagstuk omtrent diens leven of +dood opgelost. Want dat hij dit werkelijk gedaan heeft, is wel aan +geen redelijken twijfel onderhevig, al moge de waarheid der verdere +beweringen van den heer Stanley en de juistheid zijner mededeelingen +omtrent zijne ontdekkingen, van zeer ernstige zijde tegenspraak +hebben uitgelokt. Trouwens, indien er geen goed deel _humbug_ onder +zijne verhalen en mededeelingen liep, zou hij zeker zijn karakter +als Amerikaan, en nog wel als amerikaansch journalist, geheel hebben +moeten verloochenen. Het is ook uit dien hoofde veiliger, de berichten +van Livingstone zelf, wanneer deze van zijne nog niet geëindigde reis +zal zijn teruggekeerd, af te wachten. + + + + + + +IETS OVER KHIWA. + + +Naar het zich laat aanzien is thans aan Khiwa, betrekkelijk het +kleinste en onaanzienlijkste der khanaten of vorstendommen van +Turkestan, de beurt gekomen om door de steeds meer naar het zuiden +voortdringende russische macht te worden verzwolgen, en zijne +eeuwenoude onafhankelijkheid te verliezen. Aan de oevers van den +Oxus (Amoe-Darja) gelegen, waar deze rivier zich noordwestelijk +naar het meer Aral richt, bedraagt de geheele lengte van het khanaat +ternauwernood vijftig geographische mijlen; de grootste breedte van het +meestal aan den linkeroever gelegen bebouwde land zal in de omstreken +van Koektshek, niet veelmeer dan zes mijlen bedragen. De voor bebouwing +vatbare streek is niet groot: het eigenlijke Khiwa strekt zich niet +verder uit, dan het water van den Oxus, hetzij door natuurlijke, hetzij +door kunstmatig aangelegde kanalen, in het binnenland kan doordringen +en den grond vruchtbaar maken. Verder op begint de woestijn. + +De rechteroever van den Oxus ligt veel hooger dan de linker, en +grenst onmiddellijk aan een onafzienbaar steppenland, eene onbeheerde +wildernis; vandaar dat, voor zoover wij weten, aan dien rechteroever +nooit beschaafde bevolkingen hebben gewoond, en dat land ook nu alleen +door nomaden wordt bezocht, die er hunne kudden laten weiden. Als +wij van Khiwa spreken, denken wij daarbij altijd aan den linkeroever, +waar landbouw, welvaart en ontwikkeling in de eerste plaats afhankelijk +zijn van den ijver en de kunst, waarmede de bewoners de levenbrengende +wateren door het land weten te verspreiden. In de middeleeuwen moet +Khiwa of Kharesm, zooals het toen heette, een veel uitgebreider en +beter onderhouden net van kanalen en waterleidingen hebben gehad dan +tegenwoordig: want niet alleen bezat het destijds eene driemaal sterker +bevolking, maar het was ook wegens zijne hooge beschaving door geheel +het Oosten beroemd. Nog vroeger, in de vóór-islamitische tijden, was +het oude Kharesm een brandpunt van geestelijk leven en ontwikkeling. + +Nadat de landen aan den Beneden-Oxus met geweld tot den islam waren +bekeerd geworden, openbaarde zich met den triomf der vreemden, +weldra de innerlijke tweespalt. De Tahiriden, die tot het einde der +negende eeuw als vreemde dynastie den troon bekleedden, hadden maar +al te dikwijls het welzijn des lands aan hunne eigene heersch- en +hebzuchtige plannen opgeofferd; onder de opvolgende vorstenhuizen werd +dit nog erger. Weldra begon eene onafzienbare reeks van oorlogen. De +horden der Mongolen overstroomden het land, alles te vuur en te zwaard +verwoestende, overal dood en verderf verspreidende. En ook nadat +de wateren van dezen zondvloed waren afgetrokken, keerde de vrede +niet. Nu eens kwamen de verwoestende oorlogen van buiten, zooals van +Bokhara, toen dit machtig genoeg geworden was om de verovering van den +westelijken nabuur te beproeven; of wel innerlijke verdeeldheden en +burgerkrijgen verscheurden het ongelukkige land. Waar eene landbouwende +bevolking, aan bijna alle zijden, door talrijke roof- en krijgslustige +nomaden is ingesloten, daar kan eigenlijk van rust en vrede geen sprake +zijn. De nomaad, die huis noch hof bezit, geen arbeid of bestendige +bezigheid kent, is uit den aard der zaak hebzuchtiger dan de vreedzame +landbouwer; en daar hij zich voor de ontberingen van zijn werkeloos +leven schadeloos tracht te stellen met de vruchten van den arbeid +zijns buurmans, zoo zijn rooftochten, plunderingen en veroveringen +van gansche landstreken telkens voorkomende zaken. Niet zelden is het +den roofzieken nomaden gelukt, de gezeten bevolking geheel aan zich +te onderwerpen: en zoo zien wij dan ook, gedurende de drie laatste +eeuwen, de stammen der Kalmukken, Kasaken, Karakalpaken, Jomoeten en +Oezbeken achtereenvolgens den schepter over Khiwa zwaaien. + +Het thans heerschende ras, de Oezbeken, is een eenvoudig, werkzaam, +verstandig volk, dat zich in menig opzicht gunstig van zijne naburen +onderscheidt. Hunne gelaatskleur is zeer blank, vooral bij de vrouwen, +die, de ovale oogen uitgezonderd, wel eenigszins op hare zusters uit +zuidelijk Duitschland gelijken. De mannen zijn krachtig en gespierd, +met een groot hoofd, een breed voorhoofd en dunnen baard. In +hun voorkomen hebben zij iets plomps en slaperigs, waartoe ook de +kleeding--een groote pelsmuts, een dik gewatteerde lange jas of kaftan, +en een paar groote hooge laarzen, met linnen of stroo opgevuld--veel +bijdraagt. Eene zekere deftigheid, een onverstoorbare ernst en kalme +waardigheid kenmerkt de Oezbeken in den omgang, vooral met vreemden; +in denk- en spreekwijze openbaren zij het echte oostersche karakter, +hier te sterker uitkomende, daar deze stammen in het hart van Azië tot +dusverre nooit den invloed der europeesche beschaving, van westersche +begrippen en zeden, ondervonden. + +Waarschijnlijk is de dag niet meer verre, dat het Westen, door Rusland +vertegenwoordigd, hier zijne heerschappij zal vestigen. En wanneer de +Tartaren van Khiwa voor het verlies hunner onafhankelijkheid schadeloos +worden gesteld door de vestiging eener rechtvaardige en verlichte +regeering, in de plaats van het grenzenloos willekeurig despotisme, +dat thans het land ten geesel is:--wie zal zeggen, dat het volk bij +dien ruil verloren heeft? + + + + + + +End of the Project Gutenberg EBook of Stanley's tocht ter opsporing van +Livingstone, by Henry Stanley + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK STANLEY'S LIVINGSTONE *** + +***** This file should be named 17528-8.txt or 17528-8.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + http://www.gutenberg.org/1/7/5/2/17528/ + +Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed +Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ + + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +http://gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at http://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at http://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit http://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including checks, online payments and credit card donations. +To donate, please visit: http://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + http://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. |
