diff options
Diffstat (limited to '17337-8.txt')
| -rw-r--r-- | 17337-8.txt | 11897 |
1 files changed, 11897 insertions, 0 deletions
diff --git a/17337-8.txt b/17337-8.txt new file mode 100644 index 0000000..a9c6b3a --- /dev/null +++ b/17337-8.txt @@ -0,0 +1,11897 @@ +The Project Gutenberg EBook of Onder Moeders Vleugels, by Louise M. Alcott + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: Onder Moeders Vleugels + +Author: Louise M. Alcott + +Editor: G. W. Elberts + +Release Date: December 17, 2005 [EBook #17337] + +Language: Dutch + +Character set encoding: ISO-8859-1 + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK ONDER MOEDERS VLEUGELS *** + + + + +Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed +Proofreading Team at https://www.pgdp.net/ + + + + + + + + Onder Moeders Vleugels + + + Louise M. Alcott + + + + + +HOOFDSTUK I. + +KLEINE PELGRIMS. + + +"Kerstmis zal geen Kerstmis zijn, zonder presenten," bromde Jo, +die languit op het haardkleedje lag. + +"Het is verschrikkelijk, arm te zijn!" zuchtte Meta en keek naar haar +oude japon. + +"Ik vind het heel oneerlijk, dat sommige meisjes allerlei mooie dingen +hebben, en andere meisjes niets," voegde kleine Amy er ontevreden +snuivend bij. + +"Wij hebben in elk geval toch Vader en Moeder en elkander," zei Bets +vriendelijk uit haar hoekje. + +De vier jonge gezichtjes, bestraald door het haardvuur, klaarden bij +die bemoedigende woorden op, maar betrokken weer, toen Jo droevig zei: + +"Wij hebben Vader niet, en zullen hem in lang niet hebben." Ze zei +niet: "Misschien nooit weer," maar allen voegden het er in hun hart +bij, en dachten aan den vader, die verre was, op het tooneel van +den strijd. + +Niemand sprak gedurende de eerste oogenblikken; toen begon Meta weer +op vroolijker toon: + +"Jullie weet, waarom Moeder voorstelde, dat we dit jaar geen +Kerstpresenten zouden hebben: omdat het een moeilijke winter zal +zijn voor iedereen, en ze vindt, dat wij geen geld mogen uitgeven +voor ons pleizier, terwijl onze soldaten zooveel moeten doorstaan in +het leger. Véél kunnen we niet doen, maar we kunnen ons wel zonder +mopperen kleine opofferingen getroosten; maar ik geloof, dat ik te +egoïstisch ben," en Meta schudde haar hoofd, terwijl ze met spijt +dacht aan al de mooie dingen die ze graag wilde hebben. + +"Ik geloof niet, dat het beetje, dat wij te besteden hebben, veel +zou kunnen uitrichten. We hebben elk een rijksdaalder, en het leger +zou er niet veel bij winnen, of wij dien nu al gaven. Ik geef toe, +dat ik niets van Moeder of van jou moet verwachten, maar ik zou zoo +dol graag "Udine en Sintram" voor mezelf willen koopen, ik heb er al +zoo lang naar verlangd," zei Jo, die een boekworm was. + +"Ik was van plan mijn geld te besteden aan nieuwe muziek," zei Bets +met een zuchtje, dat echter door niemand gehoord werd. + +"Ik zal een mooi doosje met Faber's teekenpotlood koopen; die heb ik +bepaald noodig," zei Amy vast besloten. + +"Moeder heeft niets gezegd van ons eigen geld, en ze zal toch niet +verlangen, dat we alles opgeven. Laten we ieder iets koopen wat we +graag willen hebben en wat pret maken; we zwegen heusch hard genoeg +om het te verdienen," riep Jo, terwijl ze de hakken van haar laarzen +op jongensmanier bekeek. + +"Ik tenminste wel,--die elken dag die gruwelijke kinderen moet +leeren, terwijl ik er naar snak prettig thuis te zijn," begon Meta +op klagenden toon. + +"Jij hebt het niet half zoo hard als ik," vond Jo. "Hoe zou jij het +vinden, uren lang opgesloten te zijn met een zenuwachtige, zeurige, +oude dame, die je al maar heen en weer laat loopen, nooit tevreden +is, en je plaagt, tot je in staat zou zijn het raam uit te springen, +of haar een oorveeg te geven?" + +"Het is slecht om ontevreden te zijn,--maar ik geloof, dat borden +wasschen en alles netjes houden het naarste werk van de wereld is. Het +bederft mijn humeur, en mijn handen worden zoo stijf; ik kan haast +niet studeeren." En Bets keek naar haar ruwe handen met een zucht, +die ditmaal heel goed te hooren was. + +"En ik geloof niet, dat een van allen het zoo erg heeft als ik," +riep Amy, "want jullie hoeven niet naar school te gaan met nuffen, +die iemand plagen, als hij zijn lessen niet kent, of uitlachen om +zijn kleeren, en met "étain" op iemands vader neerzien, als hij niet +rijk is, en iemand beleedigen, als hij geen mooien neus heeft." + +"Als je "dédain" bedoelt, dan moest je dat zeggen en niet over "étain" +praten, alsof Vader een tinnen peperbus was," spotte Jo lachend. + +"Ik weet heel goed, wat ik zeggen wil, en je hoeft er niet zoo +"satiriek" over te zijn. Het is heel goed om juiste uitdrukkingen te +gebruiken en zoo je "vocabulaire" te verrijken," zeide Amy deftig. + +"Nu, vlieg elkaar maar niet aan, kinderen! Zou jij niet willen, Jo, +dat we al het geld nog hadden, dat Vader verloor, toen we nog klein +waren? Hè, wat zouden we gelukkig en goed zijn, als we niets hadden, +wat ons hinderde," zei Meta, die zich betere dagen herinnerde. + +"En gisteren heb je nog gezegd, dat je ons veel gelukkiger vond dan de +kinderen King, omdat die altijd vochten en kibbelden, niettegenstaande +ze zooveel geld hebben." + +"Dat heb ik ook gezegd, Bets; en ik geloof ook wel, dat het waar is, +want al moeten wij ook werken, we hebben toch pret onder elkaar, +en zijn een "moppig" troepje, zou Jo zeggen." + +"Jo gebruikt ook zulke platte uitdrukkingen," zei Amy en zag afkeurend +naar de lange gestalte op het haardkleed. Jo ging dadelijk rechtop +zitten, stak de handen in de zakken van haar schort en begon te +fluiten. + +"Doe het toch niet, Jo, 't is zoo jongensachtig." + +"Daarom doe ik het juist." + +"Ik heb het land aan ruwe, onbeschaafde meisjes." + +"En ik aan gemaakte, opgeprikte nuffen." + +"Ieder vogeltje zingt, zooals het gebekt is," zei Bets, de +vredestichtster, met zulk een grappig gezichtje, dat de beide scherpe +stemmen zich in lachen oplosten en het "aanvliegen" voor 't oogenblik +gedaan was. + +"Kinderen, jullie hebt beiden schuld," zei Meta, en begon als +oudste zuster de les te lezen. "Jo, je bent nu oud genoeg om die +jongensmanieren af te schaffen en je verstandig te gedragen. Het kwam +er niet zooveel op aan, toen je nog een klein meisje was, maar nu je +zoo lang bent geworden en je haar opgestoken draagt, moet je bedenken +dat je langzamerhand een dame wordt." + +"Dat ben ik gelukkig nog niet! en als het van het opgestoken haar komt, +dan zal ik het tot mijn twintigste jaar in twee staarten laten hangen," +dreigde Jo, terwijl ze haar haar lostrok en haar kastanjebruine manen +schudde. "Ik wil er niet aan denken, dat ik volwassen moet worden en +"Juffrouw March" moet heeten, lange japonnen moet dragen en er zoo +deftig uitzien als een oude baker. Het is al erg genoeg een meisje te +zijn, nu ik van jongensspelen, jongenswerk en jongensmanieren houd. Ik +kan er maar niet overheen komen, dat ik geen jongen ben, en ik gevoel +het tegenwoordig erger dan ooit, want ik sterf van verlangen om met +Vader te gaan vechten, en ik kan niets doen dan thuisblijven en breien, +als een grommige, oude vrouw," en Jo schudde de blauwe soldatensok, +dat de naalden klepperden als castagnetten en haar kluwen door de +kamer vloog. + +"Arme Jo, het is vreeselijk voor je! maar er is niets aan te doen; +wees dus maar tevreden met je jongensachtigen naam en blijf maar voor +broer spelen bij ons meisjes," zei Bets en streek met een hand, die +al het bordenwasschen en stoffen ter wereld niet onzacht kon maken, +over het warhoofd, dat tegen haar knie leunde. + +"En jij, Amy," vervolgde Meta, "jij bent veel te stijf en te +deftig. Die airs zijn nu wel grappig, maar je zult een geaffecteerde +kleine gans worden, als je niet oppast. Ik houd van je aardige +manieren en beschaafde spraak, als je niet probeert een volwassen +dame na te apen; maar jouw pedante woorden zijn soms even erg als +Jo's platte uitdrukkingen. + +"Als Jo een halve jongen is en Amy een gans, wat ben ik dan?" vroeg +Bets, die ook haar deel aan de strafpredikatie wilde hebben. + +"Jij bent een snoes, anders niets," antwoordde Meta hartelijk; en +niemand sprak haar tegen; want het "muisje" was de lieveling van +het gezin. + +De vier zusjes zaten in den schemer te breien, terwijl de +Decembersneeuw zachtjes buiten neerviel en het vuur vroolijk +knetterde in den haard. Het was een gezellige ouderwetsche kamer, +hoewel het kleed verschoten en het ameublement heel eenvoudig was, +maar aan den muur hingen een paar goede schilderijen, in alle hoeken +stonden boekenstandaards of kleine tafeltjes, chrysanthemums en late +roosjes bloeiden in het venster, en over het geheel lag een waas +van huiselijkheid. + +Meta, de oudste van het viertal, was zestien jaar, en zag er heel +lief uit. Ze was gevuld en blank, had groote oogen, zwaar, zacht, +bruin haar, een vriendelijk mondje en witte tanden, waar ze nog al +trotsch op was. De vijftienjarige Jo was heel lang, mager en donker, +en deed iemand aan een veulen denken, want ze scheen nooit te weten, +wat zij moest beginnen met haar lange ledematen, die haar erg in +den weg stonden. Ze had een beslisten mond, een grappigen neus en +verstandige grijze oogen, die alles schenen op te merken, en nu eens +fel, dan weer guitig of peinzend keken. Het lange, dikke haar, haar +eenige schoonheid, was gewoonlijk stijf in elkaar gedraaid, om uit +den weg te zijn. Jo had ronde schouders, groote handen en voeten, +iets slordigs in haar kleeding en een zekere linkschheid in haar +manieren, die duidelijk deed zien, dat ze den kinderlijken leeftijd +ontgroeide en dit alles behalve plezierig vond. Elisabeth, of Bets, +zooals ieder haar noemde, was een blozend, blond dertienjarig kind, wat +verlegen, met heldere oogen, een zacht stemmetje en een vriendelijke +uitdrukking, die zelden verstoord werd. Haar vader noemde haar +"Kleine Tevredenheid," en die naam paste volkomen bij haar; want +ze scheen in een gelukkig eigen wereldje te leven, waar ze alleen +nu en dan uitkwam, om de weinigen, die ze vertrouwde en liefhad, te +ontmoeten. Amy, hoewel de jongste, was een zeer gewichtig persoontje, +ten minste in haar eigen schatting. Een blank, blond kind, met blauwe +oogen en mooie krullen, die tot op haar rug hingen; bleek en tenger, +en zich altijd gedragende als een welopgevoede dame. + +'t Sloeg zes uur; en nadat Bets den haard had bijgeveegd, zette ze +een paar pantoffels te warmen. Het gezicht van die oude schoenen had +een goede uitwerking op de meisjes; want Moeder zou weldra thuiskomen +en aller gezichten klaarden op om haar te verwelkomen. Meta hield op +met preeken, en stak de lamp aan; Amy ging, zonder dat iemand iets +zei, uit den leuningstoel, en Jo vergat haar vermoeidheid, en ging +overeind zitten om de pantoffels dichter bij het vuur te houden. + +"Ze zijn totaal versleten; Moeder moet een nieuw paar hebben." + +"Ik was van plan haar een paar nieuwe te koopen voor mijn rijksdaalder" +zei Bets. + +"Neen, dat wou ik doen!" riep Amy. + +"Ik ben de oudste," begon Meta, maar Jo brak alles af met een beslist: + +"Ik ben de man van het gezin, nu Vader weg is, en _ik_ zal de +pantoffels koopen, want hij heeft mij opgedragen vooral op Moeder te +passen, zoolang hij weg was," + +"Neen, weet je wat we moesten doen?" bedacht Bets, "laten wij haar +alle vier iets geven met Kerstmis en niets voor onszelf koopen." + +"Dat is juist iets voor Bep! Wat zullen we geven?" riep Jo. + +Allen dachten een poos na; toen kondigde Meta aan, alsof zij door +het zien van haar eigen mooie handjes op dien inval was gekomen: +"Ik geef een paar handschoenen." + +"Ik een paar flinke laarzen; de beste die er te krijgen zijn!" riep Jo. + +"Ik wat zakdoeken, zelf gezoomd," zei Bets. + +"Ik koop een fleschje eau de cologne; Moes houdt er veel van, en +'t zal niet zoo erg veel kosten; dan blijft er nog iets over om voor +mezelf wat te koopen," voegde Amy er bij. + +"Hoe zullen we alles geven?" vroeg Meta. + +"Alles op tafel leggen en dan Moeder binnen laten komen, dan zien we, +hoe ze de pakjes openmaakt. Weet je niet meer, dat we dat vroeger op +onze verjaardagen deden?" vroeg Jo. + +"Ik vond het altijd zoo griezelig als 't mijn beurt was om in den +grooten stoel te zitten met een krans op, en als jullie dan allemaal +binnenkwamen om mij de presenten te geven en te kussen, maar ik vond +het verschrikkelijk de pakjes open te maken, terwijl iedereen naar me +zat te kijken," zei Bets, die, te gelijk met het brood voor de thee, +haar gezichtje voor het vuur roosterde. + +"Laat Moeder denken, dat we presenten voor onszelf koopen en haar dan +verrassen. We moeten er morgenmiddag op uit, Meet; er is nog heel wat +te doen voor de comedie op Kerstavond," zei Jo, die, met de handen +op den rug en den neus in de lucht, de kamer op en neer liep. + +"Ik ben niet van plan in 't vervolg mee te spelen, ik word te oud voor +die dingen," zei Meta, die zich intusschen nog kinderlijk verheugde +over een verkleedpartij. + +"En ik wed, dat jij niet aan uitscheiden zult denken, zoolang je +nog wandelen kunt in een witte japon, met hangende haren en een +goudpapieren diadeem. Jij bent onze beste actrice, en als jij de +planken vaarwel zegt, valt alles in duigen," zei Jo. "We moesten +vanavond eens repeteeren. Kom hier, en doe de flauw-val-scène eens, +want dat doe je zoo stijf als een lantaarnpaal." + +"Daar kan ik niets aan doen, ik heb nog nooit iemand zien flauw vallen, +en ik heb geen lust mij bont en blauw te maken door zoo maar plat +op den grond te rollen, zooals jij. Als ik me gemakkelijk neer kan +laten zakken, zal ik het doen; maar kan dat niet, dan ben ik van plan +zoo gracieus mogelijk op een stoel te vallen; ik geef er niets om, +of Hugo met een pistool op mij afkomt," zei Amy, die de gave voor +'t dramatische miste, maar gekozen was, omdat zij, als de kleinste, +door den held van het stuk gillende kon worden weggedragen. + +"Zoo moet je 't doen; wring zoo je handen, waggel dan door de kamer en +roep wanhopig: "Roderigo! red mij, red mij!" en Jo viel in onmacht, +met zulk een hartroerenden kreet, dat hij de anderen door merg en +been ging. + +Amy trachtte het haar na te doen, maar ze stak haar handen zoo houterig +voor zich uit en zwaaide heen en weêr, alsof zij door touwtjes in +beweging werd gebracht. Ook deed haar "Auw!" eerder denken dat ze +met spelden geprikt werd, dan dat ze bezweek van schrik en angst. Jo +zuchtte wanhopig en Meta lachte hardop, terwijl Bets haar brood liet +verbranden, door al te aandachtig naar het spel te kijken. + +"Het geeft geen steek! doe het zoo goed je kunt, als de tijd daar is, +maar als de toeschouwers fluiten, moet je 't _mij_ niet wijten. Kom +Meta, ga door." + +Alles ging verder goed, want Don Pedro tartte de wereld, zonder een +woord te haperen in een speech van twee bladzijden lang. Hagar, de +heks, zong een verschrikkelijk lied over haar ketel kokende padden, +wat een ontzaglijke uitwerking had; Roderigo verbrak met mannenmoed +zijn ketenen, en Hugo stierf, onder vreeselijke folteringen van berouw +en arsenicum, met den wilden kreet: "ha! ha!" op de lippen. + +"Dat is nog het beste, wat we gehad hebben," vond Meta, toen de doode +schavuit opzat en zijn ellebogen wreef. + +"Ik begrijp niet, hoe je zulke prachtige dingen kunt maken en +spelen! Jo, je bent een tweede Shakespeare!" riep Bets, vast overtuigd, +dat haar zuster, vóór alle dingen, een bewonderenswaardig groot talent +had gekregen. + +"Niet precies," antwoordde Jo bescheiden. "Ik geloof wel, dat "de +Vloek van de Heks" nogal aardig is, maar ik zou zoo graag "Macbeth" +eens probeeren, als we maar een valdeur hadden voor Banquo. Hè, ik gaf +wat om de partij van den moordenaar eens op me te nemen! Is dat een +dolk, dien ik daar voor mij zie?" prevelde Jo, met rollende oogen en +met de vuist in de lucht slaande, zooals ze een beroemd acteur eens +had zien doen. + +"Neen, het is de roostervork met Moeders pantoffel er aan, in plaats +van een boterham. Bets is een en al spel!" riep Meta, en de repetitie +eindigde onder algemeen gelach. + +"Ik ben blij jullie allemaal zoo vroolijk bij elkaar te vinden, +kinderen," zei een vriendelijke stem, en spelers en toeschouwers +keerden zich verrast om, naar een gezette dame, die iets echt +gezellig moederlijks over zich had. Ze was niet bepaald mooi, maar +moeders zijn altijd lief in de oogen van hun kinderen, en de meisjes +vonden de dame in den grijzen mantel en den ouderwetschen hoed de +bewonderenswaardigste vrouw ter wereld. + +"Wel, lievelingen, hoe is het vandaag gegaan? Er was zooveel te doen +met het inpakken van de kisten, die morgen verzonden moeten worden, +dat ik niet thuis kon komen eten. Is er iemand geweest, Bets? Hoe is +het met de verkoudheid, Meta? Jo, je ziet er doodmoe uit. Kleintje, +kom mij eens een kus geven!" + +Onder deze moederlijke vragen deed Mevrouw March haar natte +bovenkleederen af, haar warme pantoffels aan, zette zich in den +gemakkelijken stoel en trok Amy op haar schoot, om nu eens recht te +genieten van het gelukkigste uur van den ganschen dag. De meisjes +liepen rond om alles prettig in orde te maken, Meta zette de theetafel +klaar, Jo legde blokjes op het vuur, schoof de stoelen om de tafel, +liet alles vallen, gooide alles om en stootte tegen alles, wat ze +aanraakte. Bets liep van de kamer naar de keuken en omgekeerd, stil +en bedrijvig, terwijl Amy iedereen aanwijzingen deed en met de armen +over elkaar zat toe te kijken. + +Toen allen gezeten waren zei mevrouw March met een blij gezicht: +"Ik heb een heerlijke verrassing voor jullie na de thee." Het was of +een zonnestraal over al de gezichtjes ging. Bets klapte in de handen, +zonder te denken om de beschuit, die ze juist opgenomen had, en Jo +gooide haar servet in de lucht, en riep: "Een brief, een brief! Drie +hoera's voor Vader!" + +"Ja, een heerlijke lange brief. Vader is heel wel, en denkt, dat +hij den winter beter door zal komen dan we dachten. Hij zendt alle +mogelijke goede wenschen voor het Kerstfeest en een afzonderlijke +boodschap voor jullie vieren," zei mevrouw March, over haar zak +strijkende, alsof zij daar een schat bewaarde. + +"Maak dan wat voort, dat wij gauw klaar zijn. Houd ons nu maar niet +op, met je pink te bekijken en op je bord te knoeien, Amy," riep Jo, +die half stikte in haar thee, en in haar haast om klaar te komen, +haar boterham, met den gesmeerden kant naar onderen, op het kleed +liet vallen. + +Bets at niet meer, maar sloop naar haar rustig hoekje, om daar te +soezen over het genot, dat haar wachtte, als de anderen klaar waren. + +"Ik vind het zoo prachtig van Vader, dat hij mee is getrokken als +veldprediker, nu hij te oud was om met het detachement te gaan en +niet sterk genoeg meer, om soldaat te zijn," zei Meta met warmte. + +"Wat zou ik me graag als trommelslager of als marketentster of als +verpleegster opgeven, om bij hem te zijn en hem te helpen," zuchtte Jo. + +"'t Lijkt mij afschuwelijk, in een tent te slapen en allerlei akelige +dingen te eten en uit een tinnen kroes te drinken," zei Amy. + +"Wanneer komt hij terug, Moeder?" vroeg Bets met een bevende stem. + +"Nog in verscheiden maanden niet, kindlief, tenzij hij ziek werd. Hij +zal daar blijven en zijn werk doen, zoolang hij kan, en wij willen +hem niet vragen een minuut vroeger terug te komen dan hij gemist kan +worden. Komt nu naar den brief luisteren. + +Ze gingen allen bij het vuur zitten, Moeder in den grooten stoel, +Bets aan haar voeten, Meta en Amy ieder op een arm van den stoel, +en Jo over den rug leunende, waar niemand eenig teeken van ontroering +kon opmerken, als de brief soms aandoenlijk mocht zijn. + +Zelden werd in die moeilijke dagen [1] een brief geschreven, die +_niet_ aandoenlijk was, vooral wanneer een vader er een naar huis +zond. In dezen werd echter weinig gezegd van de geleden ontberingen, +de doorgestane gevaren, of het verlangen naar huis; het was een +opgeruimde, hoopvolle brief, vol van levendige beschrijvingen van +het kamp, de marschen en allerlei oorlogsnieuws; en eerst aan het +einde vloeide het hart van den schrijver over van vaderlijke liefde +en verlangen naar de dochtertjes thuis. + +"Groet ze alle vier recht hartelijk van mij met een kus. Zeg hun, +dat ik den heelen dag aan hen denk en voor hen bid, en mijn grootsten +troost te allen tijde vind in de gedachte, hoe lief ze mij hebben. Een +jaar zonder ze te zien, schijnt me ontzettend lang toe, maar herinner +ze, dat we al wachtende werken kunnen, zoodat die moeilijke dagen +niet verloren hoeven te gaan. Ik weet, dat ze alles zullen onthouden, +wat ik hun gezegd heb, dat ze lief en hartelijk voor je zullen zijn, +getrouw hun plichten zullen vervullen, hun kleine zonden moedig +bestrijden, en zoo leeren beheerschen, dat ik, wanneer ik terugkom, +trotscher dan ooit zal kunnen zijn op mijn kleine meisjes." + +Allen snuften bij dat gedeelte; Jo schaamde zich niet over den dikken +traan, die van haar neus droppelde, en Amy gaf er niet om, dat haar +krullen in gevaar kwamen, toen zij haar gezicht verborg op haar moeders +schouder en snikkend uitriep: "Ik _ben_ een zelfzuchtig spook! maar +ik zal heusch mijn best zien te doen, dat Vader niet teleurgesteld is, +als hij terugkomt." + +"We zullen allemaal ons best doen!" zei Meta. "Ik denk er veel te +veel over, hoe ik er uitzie en mopper op mijn werk, maar dat zal ik +niet meer doen--tenminste, ik zal het probeeren." + +"En ik zal trachten te worden, wat hij me zoo graag ziet: "een _echt_ +meisje", en niet zoo ruw en wild zijn; maar hier mijn plichtjes +doen en niet altijd naar iets anders verlangen," beloofde Jo, die +het echter veel moeilijker vond thuis in haar humeur te blijven, +dan tegenover een paar rebellen te staan. + +Bets zei niets, maar veegde haar tranen af met de blauwe soldatensok en +begon uit alle macht te breien, alsof ze geen tijd wilde verliezen in +het volbrengen van den plicht die het eerst voor de hand lag, terwijl +ze in haar zacht hartje het besluit nam, alles te zijn, wat haar +vader hoopte in haar te zullen vinden, wanneer over een jaar de blijde +hereeniging voor de deur stond. Mevrouw March verbrak de stilte, die +op Jo's woorden volgde, door op vroolijken toon te zeggen: "Herinneren +jullie je nog wel, hoe dikwijls jullie "De Pelgrimstocht" [2] speelden, +toen jullie nog kleine kinderen waren? Niets was prettiger dan wanneer +ik jullie kussens op den rug bond bij wijze van pak, en hoeden en +stokken gaf en rollen papier, en jullie door het huis liet trekken, +van den kelder, die de "Stad des Verderfs" was, naar boven al maar +naar boven, tot aan het platte dak, waar we alle mogelijke aardige +dingen bijeenverzameld hadden om een "Hemelsche Stad" te maken." + +"Ja, ja, dat was dol!" riep Jo, "vooral als we de leeuwen voorbij +moesten, of met Apollyon moesten vechten, of de vallei doortrokken +waar de booze geesten waren." + +"Ik hield het meest van de plaats, waar onze pakken afvielen en van +de trappen rolden," zei Meta. + +"Mijn lievelingsplekje was boven op het platte dak, waar de bloemen +en prieeltjes waren en onze mooie dingen, als we daar allemaal van +blijdschap in den zonneschijn stonden te zingen," zei Bets glimlachend, +alsof ze dat heerlijk oogenblik nog eens doorleefde. + +"Ik herinner er mij niet veel meer van, behalve dat ik bang was voor +den kelder en den donkeren ingang, en het heerlijk vond, als ik de +koek en de melk had, die wij boven kregen. Als ik niet veel te oud was +voor zulke dingen, zou ik het graag nog eens over spelen," zei Amy, +die er, op den gevorderden leeftijd van twaalf jaar, over begon te +praten kinderlijke spelen te laten varen. + +"Voor dat spel zijn we nooit te oud, kindlief, omdat we het op de +een of andere wijze altijd spelen. Ieder heeft zijn last te dragen, +onze weg ligt vóór ons, en het verlangen om goed en gelukkig te zijn +is de gids, die ons door allerlei moeilijkheden en misgrepen tot het +vredige geluk leidt, dat met de Hemelsche Stad bedoeld wordt. Denk +er maar eens over, om den pelgrimstocht nog eens weer te beginnen, +niet spelend maar in ernst, en te zien hoever jullie 't brengen kunt, +voordat Vader thuis komt." + +"Maar, Moeder, wat zijn onze pakken dan?" vroeg Amy, die alles +letterlijk opvatte. + +"Wel, behalve Bets, hebben jullie allemaal al gezegd, wat je bezwaarde, +en ik zou haast denken, dat zij niets heeft," zei mevrouw March. + +"Ja zeker wel; ik houd niet van vuile borden wasschen en stof afnemen; +ik benijd altijd de meisjes, die een mooie piano hebben, en dan vind +ik zoo naar, ik altijd verlegen ben voor vreemde menschen." + +Het pak van Bets scheen de anderen zoo grappig toe, dat ze moeite +hadden niet te lachen; maar ze bedwongen zich, want het zou haar erg +gegriefd hebben. + +"Als we 't eens deden," zei Meta peinzend. "Het is maar een andere +naam voor probeeren om goed te zijn, en het verhaal zal ons misschien +helpen; want al willen we ook nog zoo graag, het is vreeselijk +moeilijk, en we vergeten het telkens weer." + +"We waren van avond in den "Poel der Moedeloosheid" tot Moeder kwam +en er ons uittrok, zooals "Helper" in het boek deed. We moesten +onze perkamenten rollen hebben met de aanwijzing, zooals Christiaan +van Evangelist kreeg. Wat zullen wij daarvoor gebruiken?" vroeg Jo, +verrukt over dien inval, die een kleurtje gaf aan de zoo drooge taak +van haar plicht doen. + +"Kijk op Kerstmorgen maar eens onder je kussen, daar zul je je gids +vinden," zei mevrouw March. + +Terwijl de oude Hanna de tafel opruimde, spraken ze over het nieuwe +plan; toen werden de vier kleine werkdoosjes voor den dag gehaald, +en de naalden vlogen door de lakens, die de meisjes voor tante +March naaiden. Het was een vervelend werk, maar niemand was vanavond +ontevreden. Ze volgden Jo's idee om de lange zoomen in vier deelen te +verdeelen en ze Europa, Azië, Afrika en Amerika te noemen; zoo kwamen +ze een heel eind vooruit, onder 't praten over de verschillende landen, +die ze al zoomende moesten doortrekken. + +Om negen uur werd het werk opgeborgen en zongen ze zooals altijd, eer +ze naar bed gingen. Niemand, behalve Bets, kon nog muziek ontlokken aan +de oude piano; 't was of zij de gele toetsen op een bijzondere manier +aanraakte, en de eenvoudige liederen, die zij zongen, wist ze altijd +even prettig te begeleiden. Meta had een stem als een lijster en zij +en haar moeder leidden het kleine koor. Amy zong als een krekeltje, +en Jo kwinkeleerde naar welgevallen, maar kwam altijd verkeerd uit +met een triller of iets dergelijks, hetgeen elke droefgeestige melodie +totaal bedierf. Dat hadden ze altoos gedaan van het oogenblik, waarop +ze konden lispelen: + + + Weet gij hoeveel hejde terren, + Aan den blauwen hemel taan. + + +en het was eene vaste gewoonte geworden, want Moeder March was eene +geboren zangeres. 's Morgens was haar stem het eerste wat gehoord werd, +als ze het huis doorliep, zingend als een leeuwerik, en het laatste +geluid 's avonds was hetzelfde lieflijke lied, want de meisjes werden +nooit te oud voor dat overbekende wijsje. + + + + +HOOFDSTUK II. + +EEN VROOLIJK KERSTFEEST. + + +Jo werd het eerst wakker op den grauwen, schemerachtigen +Kerstmorgen. Er hingen geen kousen bij den haard, en gedurende een paar +minuten voelde ze zich even teleurgesteld, als toen, jaren geleden, +haar kleine kous op den grond viel, omdat die zoo volgestopt was met +lekkernijen. Toen herinnerde ze zich de belofte van haar moeder, +stak haar hand onder het kussen en haalde er een rood gebonden +boek onder uit. Ze kende het heel goed, want het was de mooie, oude +geschiedenis van het beste leven, dat ooit geleefd is, en Jo voelde, +dat het een trouwe gids was voor elken pelgrim, die de lange reis +ging aanvaarden. Ze maakte Meta wakker met "een gelukkig Kerstfeest" +en riep haar toe eens gauw te zien wat er onder haar kussen lag. Een +groen boek kwam te voorschijn, met hetzelfde plaatje er in en een paar +woorden door haar moeder geschreven, waardoor dit eenige kerstgeschenk +heel kostbaar werd in de oogen der meisjes. Weldra werden Bets en +Amy ook wakker, zochten en vonden hun boeken ook dadelijk--het eene +grijs, het andere blauw; en alle vier zaten ze er naar te kijken +en over te praten, terwijl het Oosten rood gekleurd werd door den +aanbrekenden dag. + +In weerwil van haar kleine ijdelheden was Meta een zacht, goedhartig +meisje, dat onbewust een goeden invloed uitoefende op haar zusters, +vooral op Jo, die innig veel van haar hield en dikwijls haar raad +volgde, omdat Meta haar op zoo'n vriendelijke manier terecht wees. + +"Kinderen," zei Meta ernstig, en keek van het verwarde hoofd naast +haar, naar de twee krullebollen in de andere kamer. "Moeder hoopt, +dat we de boeken zullen lezen, en er naar handelen, en we moeten er +dadelijk mee beginnen. Wij deden het vroeger heel trouw, maar sedert +Vader weg is en al de drukte van den oorlog ons uit ons gewone doen +bracht, hebben wij 't schandelijk verwaarloosd. Jullie kunt doen, +wat je wilt, maar _ik_ zal mijn boek hier op tafel laten liggen en +er elken morgen, als ik wakker word, wat in lezen." + +De daad bij het woord voegende, deed Meta dadelijk haar nieuwe boek +open en begon. Jo sloeg een arm om haar heen en las ook, tegen Meta +aangeleund, met een zeldzaam rustige uitdrukking op haar beweeglijk +gezicht. + +"Wat is Meta toch goed! Kom Amy, laten wij ook gaan lezen. Ik zal +je wel helpen met de moeilijke woorden, en de anderen zullen het +ons wel uitleggen, als we iets niet begrijpen," fluisterde Bets, +die sterk onder den indruk was van de mooie boeken en het voorbeeld +van haar oudste zuster. + +"Ik ben blij, dat het mijne blauw is," zei Amy. Daarop werd het stil +in de kamer, terwijl de bladzijden zachtjes omgeslagen werden, en het +winterzonnetje naar binnen sloop om de frissche, ernstige gezichtjes +een kerstgroet te brengen. + +"Waar is Moeder" vroeg Meta, toen zij en Jo een half uur later naar +beneden liepen om voor het cadeau te bedanken. + +"De hemel mag 't weten! Het een of ander arm schepsel kwam bedelen en +je Ma ging er dadelijk heen om te zien wat ze noodig had. Er is geen +tweede mensch zoo op de heele wereld; om zoo maar eten en drinken +en kleeren en brandstof weg te geven," zei Hanna, die in het gezin +gewoond had, sedert Meta geboren was, en door allen meer als een +vriendin dan als een dienstbode werd beschouwd. + +"Ze zal wel gauw terugkomen, denk ik; maak dus maar alles klaar," zei +Meta en zag de cadeaux nog eens na, die in een mandje bij elkaar lagen +en onder de canapé verborgen waren, om op het rechte oogenblik voor +den dag te komen. "Maar waar is Amy's fleschje eau de cologne?" voegde +ze er bij. + +"Ze heeft het een oogenblik geleden weggenomen en is er mee +weggeloopen, om er een lint of zoo iets om te doen," antwoordde Jo, +door de kamer springende, om de eerste stijfheid weg te dansen van +de nieuwe pantoffels. + +Wat zien mijn zakdoeken er netjes uit, niet? Hanna heeft ze voor me +gewasschen en gestreken en ik heb ze alle geborduurd," zei Bets, +met voldoening de min of meer onregelmatige letters bekijkende, +die haar zooveel moeite gekost hadden. + +"Och, goed schaap, daar heeft zij er "Moeder" op gezet in plaats van +"M. March"; hoe kom j'er bij!" riep Jo en nam er een in de hand. + +"Is het niet goed? ik dacht, dat het juist beter was zoo, omdat Meta's +letters ook "M.M." zijn, en ik liever niet wou, dat iemand anders ze +gebruikte dan Moeder," zei Bets verlegen. + +"Het is heel goed zoo, Bets, en heel aardig bedacht; heel slim ook, +want nu is er geen vergissing mogelijk. Moeder zal er erg blij mee +zijn, dat weet ik," zei Meta met een afkeurend gebaar voor Jo en een +glimlach voor Bets. + +"Daar is Moeder, stop het mandje gauw weg," riep Jo, toen er een deur +werd dicht gedaan en stappen in de gang weerklonken. Amy kwam haastig +binnen en keek wel wat verlegen, toen ze zag, dat al de zusters op +haar wachtten. + +"Waar ben je geweest, en wat hou je daar achter je rug?" vroeg Meta, +verbaasd dat luie Amy, naar haar mantel en hoed te oordeelen, al zoo +vroeg was uit geweest. + +"Lach mij niet uit, Jo; ik had gehoopt, dat niemand het van te voren +zou gemerkt hebben. Ik ben alleen maar het kleine fleschje gaan +verruilen voor een grooter, en ik heb er _al_ mijn geld voor gegeven, +want ik wil _echt_ probeeren niet meer egoïstisch te zijn." + +Al sprekende liet Amy de groote flesch zien, die in de plaats van de +goedkoope was gekomen. Ze zag er zoo ernstig uit in haar streven naar +zelfverloochening, dat Meta haar omhelsde en Jo haar de bovenste beste +noemde, terwijl Bets naar het raam liep en haar mooiste roos plukte, +om er de statige flesch mee te versieren. + +"Zie je, ik schaamde me eigenlijk over mijn cadeau, na ons praten +en lezen over goed zijn, en toen ben ik gauw uitgegaan om het te +ruilen. Hè, ik ben er zóó blij om, want nu is mijn cadeau het mooiste." + +Weer werd de voordeur toegedaan en vloog de mand onder de canapé. De +meisjes stoven naar de tafel, vol verlangen uitziende naar het ontbijt. + +"Een gelukkig Kerstfeest, Moeder! En nog vele jaren na dezen! Dank +u wel voor uw boek; we hebben er al in gelezen en zijn van plan het +elken dag te doen," riepen ze in koor. + +"Een gelukkig Kerstfeest, mijn dochtertjes! Ik ben blij dat jullie +dadelijk begonnen bent en hoop, dat je er mee voort zult gaan. Maar +ik moet jullie eerst iets vertellen, voordat we gaan zitten. Niet +ver van ons huis is een arme vrouw met een pas geboren kindje. Zes +kinderen zijn bij elkander in één bed gekropen om niet te bevriezen, +want zij hebben geen vuur. Er is niets om te eten; en het oudste +jongetje kwam mij vertellen, dat ze honger en kou leden. Meisjes, +willen jullie je ontbijt afstaan voor een Kerstgeschenk?" + +Van 't lange wachten hadden alle vier ergen honger, en gedurende +een oogenblik antwoordde niemand; maar ook slechts één oogenblik; +toen riep Jo ontstuimig: + +"Ik ben zoo blij, dat u kwam, voordat we begonnen waren." + +"Mag ik meegaan en alles helpen dragen voor de arme kindertjes?" vroeg +Bets. + +"En ik den room en de krentenbroodjes brengen," verzocht Amy, manmoedig +afstand doende van de dingen, waar ze het meest van hield. + +Meta was al bezig de kadetjes en krentenbroodjes te smeren en stapelde +ze op een groote schaal. + +"Ik dacht wel dat jullie het zoudt doen," zei mevrouw March, tevreden +glimlachend. "Je kunt allemaal meegaan om me te helpen dragen, en +als we terugkomen, zullen wij met boterhammen en melk ontbijten en +van middag onze scha inhalen." + +Zoodra ze klaar waren, zette de optocht zich in beweging. Gelukkig was +het nog vroeg, en gingen zij door achterstraatjes; weinig menschen +zagen hen dus en niemand lachte om de grappige processie. Ze vonden +een armoedige, leege, ellendige kamer, met gebroken ruiten, zonder +vuur, eene zieke moeder, een schreiende baby, en een troepje bleeke, +hongerige kinderen onder één oude gescheurde deken gestopt, in de hoop +warm te blijven. Wat zetten zij groote oogen op, en hoe glimlachten +de blauwe lippen, toen de meisjes binnenkwamen! + +"Ach, lieber Gott! dat zijn goede engelen, die daar komen!" riep de +arme vrouw en stortte tranen van vreugde. + +"Grappige engelen, met hoeden en gebreide handschoenen," zei Jo en +maakte ze aan het lachen. Binnen weinige minuten zag het er waarlijk +uit alsof goede geesten aan het werk waren geweest. Hanna, die wat +hout had gebracht, maakte een vuurtje aan en stopte de gebroken ruiten +met oude kranten en haar eigen doek. Mevrouw March gaf de moeder +wat thee en sago, en troostte haar door beloften van hulp, terwijl +ze het kleine kindje zoo teeder aankleedde, alsof het haar eigen was +geweest. De meisjes dekten intusschen de tafel, zetten de kinderen om +het vuur, en voedden hen, alsof ze hongerige vogeltjes waren, lachten +en praatten, en probeerden hun grappig gebroken taaltje te begrijpen. + +"Das ist gut!" "Die Engel-kinder!" riepen de arme schapen, terwijl +ze zaten te eten, en hun verkleumde handjes in den heerlijken gloed +koesterden. De meisjes waren nooit te voren engelen-kinderen genoemd, +en vonden het heel aardig, vooral Jo, die sinds haar geboorte als +de clown van de familie beschouwd was. 't Was een heerlijk ontbijt, +hoewel zij er niets van mee kregen; en toen ze naar huis gingen, +zooveel geluk achterlatende, waren er geloof ik in de gansene stad +geen vroolijker schepseltjes dan de vier hongerige meisjes, die hun +ontbijt hadden weggegeven en zich op dien Kerstmorgen tevreden stelden +met brood en melk. + +"Dat is zijn naasten liever hebben dan zich zelf; ik vond het toch +wel prettig," zei Meta, terwijl de meisjes hun cadeautjes uitstalden, +en mevrouw March boven bezig was wat kleeren voor de arme hummels +bij elkaar te zoeken. + +Het was volstrekt geen prachtige vertooning, maar er was veel +liefde in de kleine pakjes; en de groote vaas met roode rozen, witte +chrysanthemums en afhangende wingerdranken, die in het midden stond, +gaf bepaald een elegant aanzien aan de tafel. + +"Daar komt ze! Vooruit, Bets! Doe de deur open, Amy. Drie hoera's +voor Moeder!" riep Jo, heen en weer springende, terwijl Meta naar +haar moeder liep om haar naar de eereplaats te geleiden. + +Betsy speelde haar vroolijksten marsch, Amy rukte de deur open, +en Meta leidde haar moeder met de grootste waardigheid op. Mevrouw +March, te gelijk verbaasd en ontroerd, glimlachte met de oogen vol +tranen, terwijl ze haar cadeaux bekeek en de briefjes las, die er +bij lagen. De pantoffels werden dadelijk aangetrokken, een nieuwe +zakdoek ging aanstonds in den zak, bevochtigd met Amy's eau-de-cologne, +de roos prijkte al heel gauw in haar japon en de mooie handschoenen +bleken keurig te passen. + +Er werd heel wat gelachen, gekust en verteld, op de eenvoudige +gezellige manier, die huiselijke feestjes op 't oogenblik zelf zoo +prettig maken, en zoo'n heerlijke herinnering achterlaten, en toen +gingen allen weer aan het werk. + +De morgenbezigheden namen zooveel tijd in beslag, dat het +overige van den dag gewijd werd aan toebereidselen voor de +avondvermakelijkheden. Daar de meisjes nog te jong waren om dikwijls +naar de komedie te gaan, en niet rijk genoeg om zich groote uitgaven te +veroorloven voor de voorstellingen thuis, moesten zij hun verbeelding +meestal te hulp roepen, en daar de noodzakelijkheid de moeder is der +uitvinding, maakten ze zelf alles, wat ze noodig hadden. Sommige +van hun voortbrengselen waren wezenlijk heel aardig; gitaars van +bordpapier, antieke lampen van ouderwetsche sauskommetjes gemaakt +en met zilverpapier beplakt, prachtige japonnen van oud katoen, +schitterend van tinnen loovertjes, uit een fabriek van ingelegd +zuur afkomstig en wapenrustingen met stukjes van dezelfde metalen +edelgesteenten versierd: afval van de deksels van inmaakblikken. Het +huisraad werd gewoonlijk onderste boven gehaald en de groote kamer +was het tooneel van menig onschuldig feest. + +Heeren werden niet toegelaten; dus kon Jo naar hartelust de +mannenrollen op zich nemen, en ze was telkens weer verrukt over een +paar bruinleeren laarzen, die ze van een vriendin gekregen had, die een +dame kende, die weer een acteur kende. Deze laarzen, een oude floret en +een oud fluweelen riddercostuum, dat eens door een schilder gebruikt +was voor een schilderij, waren Jo's grootste schatten en kwamen bij +elke gelegenheid op de proppen. Daar het gezelschap uit zoo weinig +leden bestond, moesten de twee voornaamste acteurs noodzakelijk in +verscheidene rollen optreden; en ze verdienden ongetwijfeld grooten lof +voor de inspanning, die ze zich getroostten, drie of vier verschillende +partijen van buiten te leeren, pakken te verwisselen en daarenboven de +leiding en tooneelschikking op zich te nemen. Het was een uitmuntende +oefening voor het geheugen, een onschuldig genoegen, en vulde menig +uur, dat anders met luieren, vervelend zou zijn doorgebracht. + +Op Kerstavond nam een dozijn meisjes plaats in het ledikant dat de loge +voorstelde, en zat achter de blauwe en gele sitsen gordijnen in een +staat van gespannen verwachting. Er was nogal geritsel en gefluister +op het tooneel, het rook naar het stoomen van een lamp, en af en toe +hoorde men het gesmoord gegichel van Amy, die zenuwachtig werd door +de opwinding van het oogenblik. Weldra luidde de bel, de gordijnen +werden weggetrokken, en de tragedie nam een aanvang. + +"Een somber woud," volgens het eenige programma, werd voorgesteld +door enkele heesters en potten, een stuk groen baai op den vloer en +een hol op den achtergrond. In dit hol, dat een paardendek tot dak en +kasten tot muren had, brandde een klein vuurtje in volle kracht; een +zwart ijzeren potje hing er boven en een oude heks boog er zich over +heen. Het tooneel was donker, en de gloed van het vuur maakte een fraai +effekt, vooral wanneer er wezenlijk stoom kwam uit den ketel, toen de +heks er het deksel aflichtte. De toeschouwers kregen een oogenblik om +van de eerste verbazing te bekomen, toen trad Hugo, de ellendeling, +op, met een rinkelend zwaard, een gedeukten hoed, zwarten baard, een +geheimzinnigen mantel en de laarzen. Na een poosje zeer opgewonden +heen en weer gestapt te hebben, sloeg hij zich tegen het voorhoofd, +barstte los in een hartstochtelijk gezang waarin hij den haat uitte, +dien hij Roderigo toedroeg, de liefde die hij voor Sara koesterde en +zijn lieftallig besluit den een te dooden en de andere voor zich te +winnen. De diepe toon van Hugo's stem, die nu en dan in een heesch +geschreeuw oversloeg, wanneer zijn gevoel hem te sterk werd, maakte +geweldigen indruk, en de toeschouwers juichten hem toe, zoodra hij +maar even stil hield om adem te scheppen. Buigende, met het air van +iemand aan bijval gewoon, ging hij naar de grot en gelastte Hagar er +uit te komen, met een gebiedend: "Halo! oude heks, ik heb u noodig!" + +Daar verscheen Meta, met een grijs paardenharen pruik, die haar over +'t gezicht hing, een rood en zwart gewaad, een staf en allerlei +kabalistische teekens op haar mantel. Hugo verlangde een drankje van +haar om Sara's liefde te winnen, en een om Roderigo van kant te maken. + +Hagar beloofde beide in een fraai dramatisch lied en slaagde er in +den geest op te roepen, die den minnedrank moest brengen: + + + "Daal neder, gevleugelde geest, o, daal neer, + Verlaat uwe woning bij 't geestenheir! + Gij, dochter der rozen, weldadige fee, + Ach, breng ons uw kostlijken liefdedrank mee. + Maar maak hem heel geurig, heel zoet en heel sterk, + Opdat hij zeer spoedig volbrenge zijn werk. + Ja kom, goede geest, en voldoe aan den wensch + Van dezen verliefden, wanhopigen mensch." + + +Plotseling klonk een zachte muziek, en toen kwam uit den achtergrond +der grot een kleine, in wolken van gaas gehulde gedaante te voorschijn, +met schitterende vleugels, gouden lokken, en een krans van rozen op +het hoofd. Een staf zwaaiende zong deze geest: + + + "Hier daal ik neer + Uit hooger sfeer. + Ver boven lucht en maan, + En bied den drank u aan. + Hij werkt zeer snel + Gebruik hem wel, + Opdat de kracht niet moog' vergaan." + + +en liet een klein verguld fleschje vallen voor de voeten der heks, +waarna ze verdween. Een tweede lied van Hagar riep een tweeden geest +te voorschijn, geen liefelijken, want--bons, daar sprong een leelijke +dwerg het tooneel op, stootte een antwoord uit en wierp Hugo een donker +fleschje toe, waarna hij met een honend gelach verdween. Hugo kweelde +zijn dankbetuigingen, stak de drankjes in zijn laarzen en ging somber +heen. Daarop deelde Hagar het publiek mee, dat ze hem, omdat hij in +vervlogen tijden eenige van haar vrienden had gedood, vervloekt heeft, +en nu voornemens is zich op hem te wreken door de verijdeling van zijn +plannen. Toen viel het gordijn en konden de toeschouwers uitrusten, +en onder 't genot van bonbons, de verdiensten van het stuk bespreken. + +Er moest heel wat getimmerd worden, eer het gordijn weer weggetrokken +werd; maar toen het bleek welk een meesterstuk er tot stand was +gebracht, klaagde niemand over het oponthoud. 't Was in één woord +schitterend! Een toren reikte tot aan de zoldering; halfweg zag +men een venster met een wit gordijn, waarachter een lamp stond +te branden, en achter dit witte gordijn verscheen Sara, in een +bekoorlijke blauwe japon met zilver versierd, in afwachting van +Roderigo. Prachtig gekleed kwam hij aangestapt, met een gepluimde muts, +een rooden mantel, kastanjebruine lokken, een gitaar, en de laarzen +natuurlijk. Nederknielend aan den voet van den toren, bracht hij zijn +aangebedene in smeltende tonen een serenade. Sara antwoordde en stemde +er, na een gezongen gesprek, in toe, met hem te vluchten. Toen kwam het +glanspunt van den avond; Roderigo haalde een touwladder te voorschijn, +van vijf treden, wierp het eene eind omhoog en noodigde Sara uit er +langs af te dalen. Angstig stapte ze uit het venster, legde haar hand +op Roderigo's schouder, en maakte zich juist gereed om bevallig naar +beneden te springen, toen ze, arme, arme Sara! haar sleep vergat, +die in het raam bleef haken; de toren wankelde, helde over, viel met +een slag om en bedolf de ongelukkige gelieven onder zijn bouwvallen! + +Een algemeen gegil verhief zich, toen de bruine laarzen woest heen +en weer schopten tusschen de ruïne, en een goudlokkig hoofdje +te voorschijn kwam, dat verontwaardigd riep: "Ik heb 't je wel +gezegd!" Met verwonderlijke tegenwoordigheid van geest vloog Don +Pedro, de wreede vader, toe en rukte er zijn dochter uit, met een +gejaagd ter zijde: "Lach niet, net doen of alles in orde is!" Hij +beval Roderigo op te staan, en verbande hem barsch en toornig uit +zijn koninkrijk. Hoewel klaarblijkelijk verdoofd door den val, +trotseerde Roderigo den ouden heer en weigerde zich van de plaats +te verroeren. Dit onverschrokken voorbeeld vuurde Sara's moed aan; +zij ook weerstond haar vader, totdat hij gebood beiden naar den +donkersten kerker van zijn kasteel te sleepen. Daarop kwam er een +dappere kleine lakei binnen, met ketenen beladen, en leidde hen weg, +blijkbaar zoo verschrikt dat hij de heele speech vergat, die hij had +behooren op te zeggen. + +Het derde bedrijf speelde in de zaal van het kasteel. Hier kwam Hagar +weer op de planken, om de gelieven te bevrijden en Hugo van kant te +maken. Zij hoort hem komen en verbergt zich; ziet dat hij de drankjes +in twee bekers wijn doet en hoe hij den bedeesden kleinen bediende +gelast: "Breng dien wijn den gevangenen in hun cel en zeg hun, dat +ik weldra kom." Terwijl de bediende Hugo even ter zijde roept om hem +iets mee te deelen, verwisselt Hagar de twee bekers met twee andere, +die geen kwaad bevatten. + +Ferdinando, de bediende, brengt ze weg en Hagar zet den beker met +het vergif, voor Roderigo bestemd, weer op tafel. Hugo, die na een +roerende tirade dorstig begint te worden, drinkt hem leeg, raakt +zijn bezinning kwijt, valt, na de noodige stuiptrekkingen, op den +grond en sterft, terwijl Hagar hem in een krachtig, melodieus lied +meedeelt wat ze gedaan heeft. + +'t Was heusch een treffend tooneel, al vonden sommigen ook, dat +het plotseling te voorschijn komen van een massa lange lokken, +het effect van den dood des ellendelings min of meer bedierf. Hij +werd teruggeroepen en kwam heel zedig te voorschijn. Hagar bij de +hand leidende, wier gezang mooier werd gevonden, dan al het andere +bij elkaar. + +Het vierde bedrijf stelde den wanhopigen Roderigo voor, op het punt +zichzelf te doorsteken, omdat men hem gezegd heeft, dat Sara hem +ontrouw geworden is. Reeds richt hij den dolk op zijn hart, als +eensklaps een liefelijk lied onder zijn venster wordt aangeheven, +waarin hem verteld wordt, dat Sara getrouw bleef, maar in gevaar +verkeert, en dat hij haar, indien hij slechts wil, kan redden. Er wordt +een sleutel naar binnen geworpen, om de gevangenisdeur te openen, +en opgetogen van vreugde rukt hij zijn ketenen los, en snelt weg om +zijn geliefde te vinden en te bevrijden. + +Het vijfde bedrijf begon met een stormachtig gesprek tusschen Sara +en Don Pedro. Hij wil, dat zijn dochter in een klooster zal gaan, +maar zij wil er niet van hooren en is op het punt flauw te vallen, +als Roderigo binnenvliegt en haar hand vraagt. Don Pedro weigert, +omdat de minnaar niet rijk is. Onder luid getwist en een geweldig +spektakel is Roderigo juist van plan de uitgeputte Sara weg te dragen, +als de bedeesde lakei binnenkomt met een brief en een zak van Hagar, +die op geheimzinnige wijze verdwenen is. In dezen brief deelt de heks +het gezelschap mee, dat ze ongehoorde rijkdommen op het jonge paar +doet nederdalen en Don Pedro met een vreeselijke vervloeking dreigt, +als hij ze niet gelukkig maakt. De zak wordt geopend en een stroom +tinnen geldstukjes valt op het tooneel, zoodat het schittert van al +die pracht. Dit verzacht den strengen vader geheel en al; hij geeft +zonder verdere tegenwerping zijn toestemming, allen heffen samen +een vroolijk lied aan, en het gordijn valt, terwijl de gelieven, +in de allerbevalligste houding, voor Don Pedro geknield liggen om +zijn zegen te ontvangen. + +Een luid applaus volgde, maar werd plotseling gesmoord; want het +bed, waarop de loge gebouwd was, viel eensklaps in en verzwolg het +opgewonden publiek. Roderigo en Don Pedro vlogen te hulp en allen +werden ongedeerd weer opgehaald, hoewel de meesten sprakeloos waren +van 't lachen. Nauwelijks was dit tumult tot bedaren gekomen, toen +Hanna binnenkwam met "de complimenten van mevrouw, en of de dames +beneden wilden komen om te soupeeren." + +Dit was een verrassing, zelfs voor de spelers, en toen zij de tafel +zagen, keken zij elkaar opgetogen en verbaasd aan. "Echt iets voor +Moeder, ons eens te trakteeren!" Maar zooiets als dit was ongekend, +sedert de vervlogen dagen van overvloed. Er was room-ijs, wezenlijk +twee schaaltjes, rood en wit, en taart, en vruchten en heerlijke +Fransche bonbons, en in het midden van de tafel stonden vier groote +bouquetten kasbloemen! Met een kleur van blijdschap keken de meisjes +eerst naar de tafel, en toen naar hun moeder, die er uitzag, alsof +ze innig genoot. + +"Zijn er goede feeën geweest?" vroeg Amy. + +"Neen, Sinst Nicolaas," zei Bets. + +"Moeder heeft het gedaan," en Meta lachte met haar vriendelijksten +glimlach, in weerwil van haar grijzen baard en witte wenkbrauwen. + +"Tante March had zeker een goede bui, en heeft al dat lekkers +gestuurd," riep Jo, die een plotselinge ingeving kreeg. + +"Allemaal mis; de oude heer Laurence zond het," antwoordde mevrouw +March. + +"De grootvader van dien jongen, hiernaast? Wat ter wereld bracht hem +dat in 't hoofd? Wij kennen hem niet eens!" riep Meta. + +"Hanna vertelde toevallig aan een van zijn dienstboden van jullie +ontbijtpartij; hij is een zonderlinge oude heer, maar dat beviel +hem. Hij kende mijn vader jaren geleden, en hij schreef me van middag +een beleefd briefje, om me te vragen of hij zijn vriendelijke gevoelens +jegens mijn kinderen eens mocht toonen, door wat lekkernijen te sturen +tot viering van den dag. Ik kon niet weigeren, en zoo komt het, dat +jullie van avond een feestje hebt om je schadeloos te stellen voor +het ontbijt van vanmorgen." + +"Dat heeft hem stellig die jongen in 't hoofd gebracht, ik weet het +zeker! 't Is een aardige jongen, en ik wou maar, dat we kennis met hem +konden maken. Hij ziet er net uit of hij 't heel prettig zou vinden +om ons te kennen; maar hij is dood verlegen en Meta is zoo deftig, +ze wil niet hebben, dat ik in het voorbijgaan een woordje tegen hem +zeg," zei Jo, terwijl de schaaltjes rondgingen, en het ijs onder +verrukte uitroepen van o! en hè! aanmerkelijk begon te verminderen. + +"Bedoel je de menschen, die in dat groote huis hiernaast wonen?" vroeg +een der meisjes. "Moeder kent mijnheer Laurence wel, maar zegt, dat hij +heel trotsch is, en niet graag met zijn buren omgaat. Hij houdt zijn +kleinzoon altijd in huis, behalve wanneer hij gaat rijden of wandelen +met zijn gouverneur; en hij laat hem vreeselijk hard studeeren. Wij +hebben hem op onze partij gevraagd, maar hij is niet gekomen. Moeder +zegt, dat hij heel aardig is, maar nooit tegen meisjes spreekt." + +"Toen laatst onze kat was weggeloopen, bracht hij die terug, en wij +stonden juist even te praten over de schutting, over honkbal en zoo, +toen hij Meta zag aankomen en wegliep. Jammer, we schoten best op, +en ik ben ook vast van plan op een goeden dag verder kennis met hem +te maken, want hij heeft wel een opvroolijking noodig, daar ben ik +vast van overtuigd," zei Jo beslist. + +"'t Lijkt me een aardige nette jongen, en ik heb er niets tegen, dat +jullie kennis met hem maakt, als de gelegenheid zich voordoet. Hij +bracht de bloemen zelf, en als ik gerust geweest was op hetgeen +boven voorviel, zou ik hem gevraagd hebben om te blijven. Stakkerd, +hij zag er zoo nieuwsgierig uit, toen hij al de pret hoorde en hij +trok zoo sneu weg." + +"'t Is een zegen, dat u het niet deedt, Moeder," lachte Jo, met een +blik op haar laarzen. "Maar wij zullen later een andere voorstelling +geven, die hij _wel_ mag zien. Misschien doet hij dan wel mee; zou +dat niet heerlijk zijn?" + +"Ik heb nog nooit een bouquet gekregen; wat is dit een mooie," en +Meta bekeek haar bloemen met de grootste aandacht. + +"Zij _zijn_ beelderig, maar Bets' rozen zijn mij nog liever," zei +Mevrouw March aan het verlepte bouquetje in haar ceintuur ruikende. + +Bets kroop dicht tegen haar aan en fluisterde zacht: "Ik wou dat ik +mijn bloemen aan Vader kon sturen. Ik ben bang dat hij niet zoo'n +vroolijke Kerstmis heeft als wij." + + + + +HOOFDSTUK III. + +"DIE JONGEN VAN HIERNAAST." + + +"Jo! Jo! waar zit je?" riep Meta onder aan de zoldertrap. + +"Hier," antwoordde een doffe stem van boven, en toen Meta de trappen +opgeloopen was, vond zij haar zuster bezig appels te eten en te +schreien over "De Erfgenaam van Redclyff," met een dikken doek om, +op eene driepootige canapé bij het zonnige venster. Dit was Jo's +geliefkoosde toevlucht, en hier sloot zij zich op met een half +dozijn appelen en een mooi boek, genietende van de stilte en van het +gezelschap van een lievelingsrat, die daar dichtbij huisde en zich +niet aan haar stoorde. Toen Meta kwam, trok Knabbelaar zich in haar +hol terug. Jo veegde haar tranen af en wachtte geduldig op het nieuws. + +"Verbeeld je eens, hoe heerlijk, een invitatiekaart van mevrouw +Gardiner voor morgenavond!" riep Meta, met het kostbaar document +wuivend, en toen met jeugdige opgewondenheid voorlezend: + +"Het zal mevrouw Gardiner veel genoegen doen de jonge dames Meta en +Josephina March tegenwoordig te zien bij een danspartijtje, dat ze +voornemens is op Nieuwjaarsavond te geven." Moeder vindt het goed, +dat wij gaan; maar _wat_ zullen we aandoen?" + +"Dat hoef je niet te vragen, je weet heel goed, dat wij niks anders +kunnen aandoen dan onze zomerjurken, omdat wij niets anders hebben," +antwoordde Jo met een vollen mond. + +"Had ik maar een zijdje," zuchtte Meta. "Moeder zegt, dat ik er +misschien een krijg, als ik achttien ben; maar twee jaar is een +eeuwige tijd om te wachten." + +"O kom, onze lichte japonnen zijn goed genoeg voor ons. De jouwe is +zoo goed als nieuw, maar o jé, ik vergat heelemaal dat ik de mijne +gescheurd en gebrand heb. Wat zal ik doen? Dat gezengde is erg te +zien en ik kan er niets uitnemen." + +"Je moet maar veel blijven zitten en je niet van achteren laten zien; +van voren is alles in orde. Ik krijg een nieuw lint voor mijn haar, +en Moeder zal me haar kleine juweelen broche leenen, en mijn nieuwe +lage schoentjes zijn keurig en mijn handschoenen kunnen nog wel eens +mee, al zijn ze niet zoo héél frisch meer." + +"De mijne zitten vol limonadevlekken, en ik kan geen nieuwe koopen, +dus zal ik zonder dienen te gaan," zei Jo, die zich nooit veel om +haar toilet bekommerde. + +"Je _moet_ handschoenen hebben, of ik ga niet!" riep Meta vast +besloten. "Handschoenen zijn van nog meer belang dan iets anders; je +kunt zonder handschoenen onmogelijk dansen, en als je ze niet aandoet, +schaam ik me dood." + +"Dan zal ik maar stil blijven zitten; ik geef niks om die deftige +dansen en dat statige voortzeilen. 't Is veel prettiger rond te +vliegen en eens een bokkesprong te maken." + +"Je kunt Moeder niet om een paar nieuwen vragen, zij zijn zoo duur en +je bent zoo wanhopig slordig. Moeder zei, toen je de andere bedorven +hadt, dat je dezen winter geen nieuwe kreeg. Kun je 'r niets op +bedenken?" vroeg Meta bezorgd. + +"Ik zal ze in mijn hand moffelen, dan kan niemand zien, hoe smerig ze +zijn; dat is al wat ik kan doen. Neen! ik weet wat, laat ons ieder +één goeden aantrekken, en een slechten in onze hand houden, vind je +dat geen schitterend idee?" + +"Maar jou handen zijn grooter dan de mijne, en dan rek je mijn +handschoen zoo vreeselijk uit," begon Meta, wier handschoenen een +teere plek in haar hart besloegen. + +"Dan zal ik maar zonder gaan. Ik geef er niet om wat de menschen +zeggen!" riep Jo, haar boek weer opnemende. + +"Och, neen, neem er dan maar liever een van mij, maar toe, wees er +netjes op, en gedraag je ordentelijk; houd je handen niet op je rug, +en sta niet te staren en zeg niet "verdraaid" en zoowat, toe, Jo?" + +"Maak je maar niet ongerust, ik zal zoo deftig zijn als een boonestaak +en geen dommigheden begaan, als ik het maar eenigszins laten kan. Ga +jij nu het antwoord maar schrijven en laat mij alstjeblieft mijn +boek uitlezen." + +Meta ging dus naar beneden om "gaarne gebruik te maken van de +vriendelijke invitatie," haar japon na te zien en een vroolijk deuntje +te zingen, terwijl ze haar eenigen echt kanten kraag in orde maakte, +terwijl Jo haar verhaal uitlas, haar appels opat en krijgertje speelde +met Knabbelaar. + +Op Nieuwjaarsavond was de zitkamer verlaten, want de twee jongere +meisjes speelden voor kamenier en de twee oudsten gingen heelemaal op +in die allergewichtigste bezigheid: zich kleeden voor de partij. Hoe +eenvoudig de toiletjes ook waren, viel er toch heel wat heen en weer +te loopen onder druk gelach en gepraat, en op een zeker oogenblik +was er een erge brandlucht door het huis. Meta wou graag van voren +een paar krullen hebben en Jo nam op zich de papillotten er met een +gloeiende tang in te branden. + +"Moeten ze zoo rooken?" vroeg Bets van haar zetel op het bed. + +"Dat is het vocht dat verdampt," zei Jo. + +"Wat een rare lucht! het ruikt net naar verbrande veeren," vond Amy +en streek hare eigen mooie krullen met voldoening glad. + +"Ziezoo, nu zal ik ze uit de papieren doen en dan zul je eens zien, +wat allerliefste krulletjes het geworden zijn," zei Jo, de tang +neerleggende. + +Ze haalde de papillotten los, maar er kwamen geen krulletjes +te voorschijn, want het haar kwam met de papiertjes mede, en de +verschrikte kamenier legde een rijtje kleine, verschroeide hoopjes +haar, op de tafel voor haar slachtoffer neer. + +"O, o, Jo! wat _heb_ je gedaan? Nou is álles bedorven! Ik kan niet +gaan! Mijn haar! o mijn haar!" jammerde Meta, terwijl ze wanhopig +het ongelijke kroes op haar voorhoofd bekeek. + +"Dat is alweer mijn ongeluk! je hadt het mij ook niet moeten vragen; +ik bederf altijd alles. 't Spijt me allervreeselijkst, maar de tang +was te heet, en zoo is het gekomen," kermde de arme Jo, en zag met +tranen van berouw naar de zwarte pruikjes. + +"Het is nog niet bedorven; kam het maar op en steek dan den strik +er achter, dat lijkt nogal op de laatste mode. Ik heb er verscheiden +meisjes mee gezien," troostte Amy. + +"Dat komt omdat ik mij mooi wou maken. Ik wou, dat ik mijn haar maar +met rust had gelaten," zei Meta wrevelig. + +"Dat wou ik ook, het was zoo mooi. Maar het zal wel gauw weer +aangroeien," zei Bets, en kuste en troostte het geschoren lam. + +Na eenige kleinere tegenspoeden was Meta eindelijk gereed, en door +de vereende krachten der familie kwam Jo's haar in orde en haar japon +aan. Ze zagen er heel aardig uit in hun eenvoudige kleeding. Meta in +een zilvergrijsje met een fluweelen lint in het haar, kanten kraag +en mouwen en de juweelen broche; Jo in 't licht lila, met een open +boordje en een paar witte chrysanten als eenig versiersel. Ieder trok +één netten lichten handschoen aan, en ieder hield één bevlekten in +de andere hand, en de heele familie verklaarde, dat het zoo heel best +kon en heel vlug stond. Meta's hooggehakte schoentjes waren vreeselijk +nauw en deden haar pijn, hoewel zij dat niet wilde erkennen; en Jo's +negentien haarspelden schenen allemaal regelrecht in haar hoofd te +steken, wat niet precies plezierig was; maar, lieve hemel! liever +sterven, dan niet naar de mode zijn. + +"Veel plezier, kinderen," zei mevrouw March, toen de zusters vroolijk +wegtrippelden. "Eet maar niet te veel, en Hanna zal jullie om elf +uur komen halen; dadelijk meegaan hoor!" + +Toen het hek achter hen toeviel, riep een stem hen nog achterna: + +"Meisjes! meisjes! _heb_ jullie wel allebei een net zakdoekje?" + +"Ja, ja, keurig hoor, en Meta heeft eau-de-cologne op den hare!" riep +Jo en voegde er lachend bij: "Ik geloof heusch, dat Moeder daar nog +naar vragen zou, al vluchtten wij allemaal voor een aardbeving." + +"Dat komt omdat Moeder op en top een dame is, want een echte dame kun +je dadelijk herkennen aan nette laarzen, handschoenen en zakdoek," +antwoordde Meta, die vond dat ze zelf nogal damesachtig was. + +"Denk er nu aan om die leelijke plek uit het gezicht te houden, +Jo. Zit mijn ceintuur recht; en is mijn haar _erg_ leelijk?" vroeg +Meta, terwijl ze zich, na een ernstige beschouwing, afwendde van den +spiegel in mevrouw Gardiner's kleedkamer. + +"Ik weet wel haast zeker dat ik het vergeten zal. Als je me iets ziet +doen, dat niet goed is, geef mij dan maar een wenk, wil je!" antwoordde +Jo, trok eens aan haar jurk en streek haastig haar haar glad. + +"Neen, wenken is niet netjes; ik zal mijn wenkbrauwen optrekken, +als iets niet goed is, en knikken als alles in orde is. Nu, doe nu je +schouders naar beneden en neem kleine stappen en steek niet dadelijk +een hand uit als iemand aan je wordt voorgesteld, dat hoort niet." + +"Hoe is het toch mogelijk al die dingen te onthouden? Ik zie er geen +kans toe. Hè wat vroolijke muziek!" + +Zoo gingen ze naar beneden, wel wat verlegen, want ze kwamen zelden +op partijen, en hoe weinig deftig deze ook was, het bleef toch een +gebeurtenis van gewicht voor de zusjes. Mevrouw Gardiner, een statige, +oude dame, ontving hen vriendelijk en gaf hen over aan de zorg van +de oudste harer zes dochters. Meta kende Sallie en was dadelijk op +haar gemak; maar Jo, die niet veel gaf om meisjes of meisjespraatjes, +stond met haar rug tegen den muur geleund en voelde zich even weinig +op haar plaats als een veulen in een bloemtuin. In een anderen hoek +der kamer stond een troepje jongens over schaatsenrijden te praten, +en Jo verlangde niets liever dan zich bij hen te voegen, want +schaatsenrijden was een der grootste genoegens van haar leven. Ze +telegrafeerde haar wensch naar Meta, maar de wenkbrauwen werden zóó +verschrikt opgetrokken, dat ze zich niet durfde bewegen. Niemand kwam +haar aanspreken, en langzamerhand verliep het groepje in haar buurt, +totdat de arme Jo geheel alleen overbleef. Vrij heen en weer loopen +kon ze niet, want dan zou de verzengde plek in 't gezicht komen, +zoodat zij min of meer ongelukkig naar de anderen stond te kijken, tot +het dansen begon. Meta werd dadelijk gevraagd, en de nauwe schoentjes +trippelden zoo vroolijk rond, dat niemand de pijn kon vermoeden die +hun eigenares met een glimlach verdroeg. Toen zag Jo een grooten, +roodharigen jongen haar hoekje naderen, vreezende, dat hij van plan +mocht zijn haar te vragen, sloop zij gauw in een aangrenzend kamertje, +dat door een gordijn was afgeschoten, in de hoop ongestoord te kunnen +kijken en zich zoo amuseeren. Ongelukkig had een andere verlegen gast +dezelfde schuilplaats gekozen; want toen het gordijn zich achter haar +sloot, stond Jo van aangezicht tot aangezicht tegenover "die jongen +van hiernaast." + +"O, hemel! ik wist niet, dat hier iemand was," stamelde Jo, en maakte +zich gereed even spoedig te verdwijnen als zij verschenen was. + +Maar de jongen lachte en zei vriendelijk, hoewel hij wat verlegen keek: + +"Stoor je niet aan mij maar blijf als je'r lust in hebt." + +"Hinder ik je niet?" + +"Volstrekt niet; ik kwam alleen hier omdat ik niet veel menschen ken, +en mij in het eerst nogal vreemd voel." + +"Ik ook. Ga als 't je blieft niet weg, of je moest liever willen." + +De jongen ging weer zitten en keek naar zijn laarzen, totdat Jo, +die beleefd en spraakzaam wilde zijn, begon: + +"Ik geloof, dat ik het genoegen gehad heb je al eens vroeger te +zien. Je woont naast ons, is 't niet?" + +"Vlak naast jullie," en hij keek haar lachend aan, want Jo's deftigheid +was nog al grappig na hun gesprek over het balspel, toen hij de +kat terugbracht. + +Dat bracht Jo op haar gemak, en ze lachte ook, terwijl ze op +hartelijken toon zei: + +"We hebben zoo'n prettigen avond gehad door jullie heerlijk cadeau +op Kerstavond!" + +"Grootpapa zond het!" + +"Maar jij hebt hem zeker op de gedachte gebracht, hè?" + +"Hoe gaat het met uw kat, juffrouw March?" vroeg de jongen plechtig, +al zijn best doende om ernstig te kijken, terwijl zijn zwarte oogen +glinsterden van pret. + +"Heel goed, dank u, mijnheer Laurence, maar ik ben niet juffrouw March, +ik ben alleen maar Jo," antwoordde de jonge dame. + +"Ik ben niet mijnheer Laurence, ik ben alleen maar Laurie." + +"Laurie Laurence? Wat een vreemde naam." + +"Mijn voornaam is Theodoor, maar ik houd niet van dien naam, want de +jongens noemden mij Dora, en toen heb ik me Laurie laten noemen." + +"Ik heb ook een hekel aan mijn naam--zoo sentimenteel! Ik wou dat +iedereen Jo zei, in plaats van Josephine. Hoe heb je er de jongens +toe gekregen om niet langer Dora te zeggen?" + +"Ik ranselde ze." + +"Ik kan tante March moeilijk ranselen, dus zal ik het moeten +verdragen," en Jo schikte zich met een zucht in haar lot. + +"Houdt u niet van dansen, juffrouw Jo?" vroeg Laurie; haar aankijkend +alsof hij vond, dat de naam goed bij haar paste. + +"Ik houd er dol van, als er maar ruimte genoeg en iedereen jolig is. In +zoo'n mooie kamer gooi ik zeker iets om, of trap op iemands toonen, +of doe iets, dat onbehoorlijk is; daarom laat ik Meta er maar voor +opkomen en blijf zelf buiten gevaar; dans jij niet?" + +"Soms. Zie je, ik ben verscheiden jaar in Europa geweest, en nog niet +lang genoeg hier om te weten, hoe alles hier toegaat." + +"In Europa!" riep Jo. "O vertel er mij eens wat van! Ik hoor zoo +dolgraag over reizen vertellen." + +Laurie scheen geen begin te kunnen maken; maar Jo's vurige vragen +brachten hem weldra op streek, en hij vertelde haar, hoe hij te +Vevey op school was geweest, waar de jongens nooit hoeden droegen, +en bootjes hadden op het meer, en in de vacantie met hun meesters +voetreisjes door Zwitserland deden. + +"Hè, wat wou ik graag, dat ik daar geweest was!" riep Jo. "Ben je +ook in Parijs geweest?" + +"We zijn er den vorigen winter geweest." + +"Kun je goed Fransch spreken?" + +"Wij mochten te Vevey niet anders praten." + +"Zeg eens wat in 't Fransch. Ik kan het wel lezen, maar niet goed +spreken." + +"Quel nom a cette jeune fille en les pantoufles jolis?" zei Laurie +goedhartig. + +"Wat spreek je het mooi uit! Laat eens zien, je zei: Wie is die jonge +dame met die mooie schoentjes, is 't niet?" + +"Oui, mademoiselle." + +"Dat is mijn zuster Margaretha, en dat wist je heel goed! Vind je +haar mooi?" + +"Ja, ze doet mij denken aan de Duitsche meisjes; ze ziet er zoo frisch +en kalm uit en danst zoo netjes." + +Jo glom van genoegen bij dezen jongensachtigen lof over haar zuster +en onthield het goed om het aan Meta te vertellen. Beiden gluurden +en critiseerden en keuvelden, tot zij een gevoel hadden, alsof ze +oude kennissen waren. Laurie's verlegenheid ging heel gauw over, +want Jo's jongensmanieren zetten hem op zijn gemak, en Jo was zoo +vroolijk en natuurlijk als altijd, omdat zij niet meer aan haar +japon dacht en niemand de wenkbrauwen tegen haar optrok. Ze vond +"die jongen van hiernaast" erg aardig, en nam hem eens goed op, om +hem aan de zusjes te kunnen beschrijven; want ze hadden geen broers, +weinig neven, en jongens waren bijna onbekende wezens in hun kring. + +Krullend zwart haar, bruinig vel, groote zwarte oogen, lange neus +en mooie tanden, kleine handen en voeten, zoo lang als ik; heel +beleefd voor een jongen, en over het geheel genomen aardig. Hoe oud +zou hij zijn? + +De vraag brandde haar op de tong: maar ze bedwong zich bijtijds, +en zocht het, met ongewonen tact, langs omwegen te weten te komen. + +"Je gaat zeker gauw naar de academie? Ik zie je zoo vaak over je +boeken zitten blokken--ik bedoel hard studeeren," en Jo bloosde over +het onbeleefde "blokken" dat haar ontsnapt was. + +Laurie glimlachte, maar scheen niets geschokt en antwoordde +schouderophalend: + +"Nog in geen twee of drie jaar; ik ga in geen geval vóór ik zeventien +ben." + +"Ben je dan pas vijftien?" vroeg Jo, en zag den langen jongen aan, +dien ze wel zeventien jaar gegeven had. + +"De volgende maand word ik zestien." + +"Ik wou, dat ik naar de academie kon gaan; jij schijnt het niet zoo +heel prettig te vinden." + +"Ik heb er een hekel aan; het is hard werken of fuiven; en ik vind +dat ze hier in Amerika geen van beide op een leuke manier doen." + +"Wat zou jij dan willen?" + +"In Italië wonen en mij op mijn eigen manier amuseeren." + +Jo zou erg graag gevraagd hebben, wat die eigen manier was, maar zijn +zwarte wenkbrauwen zagen er nogal dreigend uit, als hij ze samentrok; +dus veranderde zij het onderwerp van gesprek en zei, terwijl ze met +haar voet de maat sloeg: "Dat is een heerlijke wals, waarom doe je +niet eens mee?" + +"Als jij 't ook doet," antwoordde hij met een spottend buiginkje. + +"Ik kan niet, ik heb het Meta beloofd, omdat...." hier hield Jo op +en wist niet, wat ze doen zou, het vertellen of lachen. + +"Omdat?" herhaalde Laurie nieuwsgierig. + +"Zul je het aan _niemand_ zeggen?" + +"Nooit." + +"Nou, ik heb de slechte gewoonte om vlak voor 't vuur te staan, +en dan verbrand ik mijn jurken, en zoo is deze ook geschroeid, wel +versteld, maar het valt toch erg op, en Meta zei, dat ik maar stil +moest blijven zitten, dan zou niemand het zien. Je mag er gerust om +lachen, als je wilt, ik weet heel goed, dat het gek is." + +Maar Laurie lachte niet; hij keek een oogenblik naar den grond. Jo wist +niet, wat van zijn gezicht te maken, totdat hij zeer vriendelijk zei: + +"Stoor er je niet aan; maar zeg, ik weet wat: er is hier een lange +gang, daar kunnen wij heerlijk in dansen, zonder dat iemand ons +ziet. Kom als 't je belieft mee." + +Jo bedankte hem hartelijk en ging vroolijk mee, hoewel de wensch naar +een paar nette handschoenen bij haar opkwam, toen ze het nieuwe witte +paar zag, dat haar cavalier aantrok. + +De gang was leeg en ze dansten naar hartelust, want Laurie danste +heel goed en leerde haar de Duitsche polka, die Jo verrukkelijk vond, +omdat je er zoo heerlijk bij kon rondzwaaien. Toen de muziek zweeg, +gingen ze even zitten om weer op adem te komen, en Laurie was juist +midden in een verhaal van een studentenfeest te Heidelberg, toen Meta +haar zuster kwam zoeken. + +Ze wenkte, en Jo volgde haar met tegenzin in een zijkamer, waar Meta +op een sofa zat, bleek en met een pijnlijken voet. + +"Ik heb mijn enkel verstuikt. Die akelige hooge hak zwikte, en +'t hindert mij afschuwelijk. Ik kan bijna niet meer staan, en ik +weet niet, hoe ik thuis moet komen," zei ze, van pijn heen en weer +wiegelend. + +"Ik wist wel, dat je je voet met die malle dingen bezeeren zou. Het +spijt me, maar ik weet ook niet wat je doen moet: een rijtuig nemen +of hier den heelen nacht blijven," antwoordde Jo, den armen enkel +zachtjes wrijvend. + +"Een rijtuig is zoo duur; ik denk zelfs, dat ik er geen zal kunnen +krijgen, want de meeste menschen komen in hun eigen, en de huurkoetsier +woont zoover af en er is ook niemand, dien we er heen kunnen sturen." + +"Ik zal wel gaan." + +"Neen zeker niet; het is over tienen en pikdonker. Ik kan hier ook +niet blijven, want het huis is vol; Sallie heeft al een paar meisjes +te logeeren. Ik zal blijven zitten, totdat Hanna komt en dan zien, +hoe het gaat." + +"Laat ik het Laurie vragen; hij zal wel gaan!" zei Jo, en haar gezicht +klaarde op bij die gedachte. + +"O, toe, alsjeblieft niet; zeg het aan niemand. Krijg even mijn +overschoenen en zet deze schoentjes bij ons goed. Ik kan toch niet +meer dansen; maar zoodra het souper is afgeloopen, moet je op de +wacht gaan staan voor Hanna en me dadelijk waarschuwen als ze komt." + +"Ze gaan nu soupeeren. Ik zal bij je blijven, dat doe ik wel graag." + +"Neen Jo, haal me veel liever een kop koffie. Ik ben zoo moe, dat ik +me niet kan verroeren." + +Meta zette zich op haar gemak en hield de overschoenen zorgvuldig +verborgen, en Jo ging de eetkamer zoeken, die ze niet vond, dan nadat +ze een provisiekamertje was binnengeloopen en de deur had opengedaan +van een kamer, waar de oude heer Gardiner in alle stilte zich een +weinig zat te "restaureeren". Zij vloog op de tafel toe en maakte +zich meester van een kop koffie, waarvan ze in haar haast echter het +grootste gedeelte op haar japon morste, zoodat de voorbaan er nu al +even erg uitzag als de achterbaan. + +"Och, wat ben ik toch een sukkel!" riep Jo, en bedierf Meta's +handschoenen door er haar japon mee af te slaan. + +"Kan ik soms helpen?" vroeg een vriendelijke stem, en daar stond Laurie +met een vol kopje in de eene en een schoteltje in de andere hand. + +"Ik zocht iets te bemachtigen voor Meta, die heel moe is, maar stootte +me en nu zit ik er mooi mee," antwoordde Jo, terwijl ze mistroostig +haar oogen liet gaan over de bevlekte japon en den koffiekleurigen +handschoen. + +"Dat is een gek geval! Ik zocht juist iemand om dit aan te geven; +mag ik het aan je zuster brengen?" + +"O, als 't je belieft; ik zal je wijzen, waar zij is. Ik zal maar niet +aanbieden het zelf te dragen, want als ik het deed, zou ik zeker weer +in nieuwe moeilijkheden komen." + +Jo wees den weg, en Laurie, die naar het scheen gewend was, dames te +bedienen, trok een klein tafeltje naar Meta toe, bracht eene tweede +bezending koffie en ijs voor Jo, en was zoo gedienstig, dat zelfs +Meta erkende, dat hij een aardige jongen was. Ze maakten gekheid +over de bonbons en ulevelpapiertjes, en waren in het midden van een +geanimeerd spelletje met twee of drie andere jongelui, die zich bij +hen gevoegd hadden, toen Hanna verscheen. Meta vergat haar voet, +en stond zoo haastig op, dat ze genoodzaakt was Jo bij den arm te +pakken met een schreeuw van pijn. + +"Stil, zeg niets," fluisterde ze en voegde er hardop bij: "Het is +niets, ik verzwikte mijn voet even, dat is alles," en ze hinkte naar +boven om haar goed om te doen. + +Hanna knorde, Meta schreide en Jo wist niet wat te doen, tot ze +besloot zelf de zaak in handen te nemen. Stil wegsluipende liep ze naar +beneden en een knecht tegenkomend, verzocht zij hem, of hij niet een +rijtuig voor haar kon bestellen. Ongelukkig was het een vreemde knecht, +die de buurt niet kende, en Jo zag rond naar hulp, toen Laurie, die +gehoord had wat ze vroeg, naar haar toekwam en het rijtuig van zijn +grootvader aanbood, dat juist voor hem was gekomen, zooals hij zei. + +"Het is nog zoo vroeg,--je zult nu toch nog niet heengaan," begon Jo, +verlicht, maar nog aarzelend om het aanbod aan te nemen. + +"Ik ga altijd vroeg,--wezenlijk. Kom, laat ik jullie thuis brengen, +het ligt in mijn weg, dat weet je, en ze zeggen, dat het regent." + +Dat gaf den doorslag; en nadat Jo hem op de hoogte had gebracht van +Meta's ongeval, nam ze het voorstel dankbaar aan en vloog naar boven +om de anderen te waarschuwen. Hanna had evenveel afkeer van regen als +een poes en maakte dus geen tegenwerpingen; en even later rolden ze +weg in het gemakkelijke dichte rijtuig, echt feestelijk en voornaam +gestemd. Laurie was op den bok gaan zitten, zoodat Meta haar voet op +de bank kon leggen, en de meisjes vrij over de partij konden spreken. + +"Ik heb een heerlijken avond gehad en jij?" vroeg Jo, haar haar wat +losmakend en zich gemakkelijk achterover vleiend. + +"Ja, totdat ik mijn voet bezeerde. Sallie's vriendin, Anna Moffat, +scheen me nogal aardig te vinden en vroeg, of ik een week bij haar +wou komen logeeren, gelijk met Sallie. Ze gaat in 't voorjaar, als de +opera begint, dol, hè, als Moeder me maar laat gaan," antwoordde Meta, +door de gedachte aan de invitatie opgevroolijkt. + +"Ik zag je dansen met dien roodharige, waar ik voor weggeloopen ben; +was hij aardig?" + +"O ja, heel aardig; zijn haar is kastanjebruin, niet rood; hij was +heel beleefd en ik heb zóó pleizierig met hem gedanst!" + +"Hij zag er uit als een sprinkhaan, die een stuip krijgt, toen hij +dien nieuwen pas deed. Laurie en ik hebben gebruld van 't lachen; +kon je ons hooren?" + +"Neen, maar het is heel ongemanierd. Wat heb je toch al dien tijd +achter dat gordijn uitgevoerd?" + +Jo vertelde haar avonturen, en toen ze er mee klaar was waren ze +thuis. Onder hartelijke dankbetuigingen namen ze afscheid, en slopen +stil naar boven, in de hoop niemand te zullen storen; maar op het +oogenblik dat de deur van hun kamer kraakte, kwamen twee hoofden te +voorschijn en twee slaperige, maar verlangende stemmen riepen: + +"Vertel wat van de partij, o, toe, vertel wat van de partij!" + +Jo had,--Meta vond het "ongemanierd"--wat lekkers voor de zusjes +bewaard, en nadat deze de gewichtigste gebeurtenissen van den avond +gehoord hadden, gingen ze tevreden slapen. + +"'k Heb net een gevoel of ik een rijke jonge dame ben, die in haar +eigen rijtuig van een bal thuiskomt en nu in haar kamer zit met een +kamenier tot haar dienst," zei Meta, terwijl Jo haar voet inwreef +met arnica en daarna haar haar borstelde. + +"Ik geloof niet, dat rijke jonge dames meer pret hebben dan wij, +ondanks verbrande krullen, oude japonnen, één handschoen per hoofd, +en nauwe schoentjes, die je laten zwikken, als je zoo dwaas bent ze +te dragen," antwoordde Jo, en ik geloof dat ze gelijk had. + + + + +HOOFDSTUK IV. + +LASTEN. + + +"Hè! wat is het moeilijk onze pakken weer op te nemen en voort te +gaan," zuchtte Meta 's morgens na de partij; want nu de vacantie +om was, maakte de week van pretmaken haar weinig geschikt tot het +opgewekt hervatten van een taak, waar zij nooit mee ophad. + +"Ik wou, dat het altijd Kerstmis of Nieuwjaar was; zou dat niet +genoeglijk zijn?" vroeg Jo, akelig geeuwende. + +"Wij zouden niet half zooveel plezier hebben als nu. Maar het _is_ +zoo heerlijk soupeetjes bij te wonen en bouquetten te krijgen, en naar +partijen te gaan, en in een eigen rijtuig naar huis te rijden, veel te +lezen en te rusten en niet te werken. Dat is zooals rijke menschen het +hebben, en ik benijd altijd meisjes, die zulke dingen kunnen doen. O, +ik houd eigenlijk zoo dol veel van weelde," bekende Meta, terwijl ze +onderzocht, welke van twee versleten japonnen de minst versletene was. + +"Kom, laten we maar niet zaniken, we kunnen het nu eenmaal zoo niet +hebben; laten we onze pakken dus maar opnemen en even tevreden +voorstappen als Moeder. Jullie weet, Tante March is een echte +nachtmerrie voor me, maar ik denk dat--als ik geleerd heb, haar +nukken zonder klagen te verduren, de last van mij af zal vallen, +of zoo licht worden dat ik er niets meer om geef." + +Deze gedachte prikkelde Jo's verbeelding en bracht haar in een goed +humeur; maar Meta klaarde er niet door op, want haar last, uit vier +bedorven kinderen bestaande, scheen zwaarder dan ooit. Ze had zelfs +geen lust zich als naar gewoonte zoo mooi mogelijk te maken, door +een blauw dasje om haar boord te knoopen en haar haar op de netste +manier op te steken. + +"Wat doet het er toe, of ik me netjes aankleed, als niemand me ziet, +behalve die lastige apen. Niemand geeft er een zier om, of ik er netjes +uitzie of niet," pruttelde ze en deed haar la met een ruk dicht. "Ik +zal mijn heele leven door moeten tobben en zwoegen, en alleen nu +en dan eens een pretje hebben, en oud en leelijk en kribbig worden, +omdat ik arm ben, en niet van mijn leven kan genieten zooals andere +meisjes. 't Is ellendig!" + +Meta ging naar beneden met een verongelijkt gezicht en was aan 't +ontbijt alles behalve vriendelijk gestemd. + +Iedereen scheen wel uit zijn humeur en knorrig. Bets had hoofdpijn en +lag op de canapé, troost zoekende bij de kat met haar drie kleintjes; +Amy pruilde omdat ze haar lessen niet geleerd had en haar overschoenen +niet kon vinden; Jo _wilde_ niet uitscheiden met fluiten en maakte +veel onnoodige drukte en beweging om klaar te komen; mevrouw March deed +haar uiterste best een brief af te krijgen, die volstrekt dadelijk op +de post moest en Hanna had een booze bui, want laat opblijven vleide +haar niet. + +"Ik heb nog nooit zoo'n brompotten-familie gezien!" riep Jo, die +uit haar humeur raakte, toen ze een inktkoker omgegooid, haar veters +gebroken had, en op haar hoed was gaan zitten. + +"En jij bent de brommerigste van allemaal!" antwoordde Amy en veegde +de som, die maar niet lukken wou, uit, met de tranen, die op haar +lei vielen. + +"Bets, als je die akelige katten niet beneden in den kelder opsluit, +laat ik ze verdrinken!" dreigde Meta boos, terwijl ze zich zocht te +ontdoen van het katje dat langs haar rug was opgekropen en zich als +een klis aan haar vastklemde. + +Jo lachte, Meta bromde, Bets smeekte om genade, en Amy huilde, omdat +zij niet kon onthouden, hoeveel negen maal twaalf was. + +"Kinderen, kinderen! wees toch een oogenblik stil. Ik moet dezen brief +afmaken en jullie brengt mij totaal in de war door dat gekibbel," +riep mevrouw March die voor den derden keer een zin in haar brief +doorhaalde. + +Er was een poosje rust, onderbroken door Hanna, die naar binnen +stormde, twee heete blikken puddingvormen op tafel zette en weer +wegvloog. Dit was een vaste gewoonte, en de meisjes noemden ze +"moffen," want ze hadden geen andere, en op koude ochtenden warmden +ze hun handen aan die heete blikjes. Hanna vergat nooit ze te maken, +hoe druk of knorrig ze ook mocht zijn, want de wandeling was lang +en eentonig, en "de arme schapen" kregen niets anders dan die kleine +trommelkoek voor hun twaalfuurtje en kwamen zelden vóór drieën thuis. + +"Liefkoos je katjes maar en beterschap met de hoofdpijn, Betsje. Goeden +dag, Moeder, we zijn van morgen een troep akeligheden geweest, maar +we komen als engelachtige wezens thuis. Kom Meta," en Jo stapte weg, +ten volle overtuigd dat de Pelgrims niet volgens hun plicht de reis +aanvaardden. + +Voor ze den hoek om gingen, keken ze altijd nog eens om, want mevrouw +March stond altijd aan het raam om ze nog eens toe te knikken en na +te wuiven. 't Was net of de meisjes den dag niet goed zouden kunnen +doorkomen, als ze dat moesten missen. Want in welke stemming ze ook +mochten zijn, de laatste glimlach van Moeders lief gezicht liet nooit +na als een zonnetje op hen te werken. + +"Als Moeder haar vuist tegen ons balde, in plaats van ons zoo +vriendelijk na te wuiven, zouden we ons verdiende loon hebben, want +ondankbaarder spoken dan wij zijn, heb ik nooit gezien!" riep Jo, +en trotseerde met een zekere voldoening den modderigen weg en den +scherpen wind. + +"Gebruik toch zulke krasse uitdrukkingen niet," zei Meta van uit den +dichten sluier, waarin ze zich gehuld had als een non, die wars is +van de wereld. + +"Ik houd van flinke, krachtige woorden, die iets beteekenen," +antwoordde Jo, haar hoed grijpende, die op het punt stond weg te +vliegen. + +"Geef jezelf zooveel scheldnamen als je verkiest; maar ik ben noch +een akeligheid, noch een spook, en verkies niet zoo genoemd te worden." + +"Jij bent de verdrukte onschuld en vandaag bepaald ongenietbaar, omdat +je niet altijd "in den schoot der weelde" kunt zitten. Arm schatje, +wacht maar tot ik mijn fortuin heb gemaakt, dan zul je genieten +van rijtuigen en van vanilleijs, en van hooggehakte schoentjes en +bouquetten en van roodharige jongens om mee te dansen." + +"Wat ben je toch dwaas, Jo!" maar Meta lachte om den onzin, en voelde +zich, of ze wilde of niet, toch opgevroolijkt. + +"Wees blij, dat ik dwaas ben, want als ik mij ook zoo beleedigd +aanstelde en net zoo diep neerslachtig trachtte te zijn, als jij, +zouden wij een heerlijk leven hebben. Gelukkig maar dat ik altijd iets +kan vinden om het hoofd boven water te houden. Toe, mok niet langer, +maar kom vroolijk thuis, dan ben je de beste." + +Jo gaf haar zuster een bemoedigend tikje op den schouder, toen ze +afscheid namen, waar ieder een verschillenden kant opging, drukte +haar klein warm trommeltje aan het hart en deed haar best opgeruimd +te zijn, in weerwil van het koude winterweer, het harde werk, en veel +onvoldane begeerten. + +Toen mijnheer March zijn vermogen verloor, door een ongelukkigen +vriend bij te staan, hadden de twee oudste meisjes verzocht of zij +niet iets zouden mogen doen, om tenminste in hun eigen behoeften te +voorzien. Daar hun ouders meenden, dat ze niet te vroeg konden beginnen +met zich te gewennen aan werk en te streven naar onafhankelijkheid, +gaven ze hun toestemming, en beiden vatten hun werk op met dien vasten, +goeden wil, die in spijt van alle moeilijkheden ten laatste zeker +slaagt. Meta vond een plaats als gouvernante, en gevoelde zich rijk +met haar klein salaris. Ze kwam er rond voor uit, dat ze hunkerde naar +weelde, en armoede haar grootste verdriet was. Geen geld te hebben viel +haar zwaarder dan de anderen, omdat zij zich een tijd kon herinneren, +toen alles in huis mooi, het leven vol gemak en genot, en ontbering, +van welken aard ook, onbekend was. Terwijl ze haar best deed niet +jaloersch of ontevreden te zijn, was het niet meer dan natuurlijk, +dat ze dikwijls verlangde naar mooie dingen, vroolijke vrienden en +een gemakkelijk leven. Bij de familie King voelde ze dagelijks wat +haar ontbrak, want de oudere zusters dier kinderen gingen dien winter +voor het eerst uit, en Meta zag dikwijls met een oogwenk keurige +baljaponnen en dure bouquetten, woonde levendige gesprekken bij +over comedies, concerten, sleevaarten en pretjes van allerlei aard, +en zag geld weggegooid voor kleinigheden, die voor haar schatten +zouden geweest zijn. De arme Meta klaagde zelden, maar een gevoel +van onrechtvaardigheid maakte, dat ze soms bitter gestemd was jegens +iedereen, want ze had nog niet leeren beseffen, hoe rijk ze was in +datgene, wat alleen het leven waarde geeft. + +Jo viel in den smaak van Tante March, die verlamd was en behoefte +had aan een bedrijvig persoontje om haar te bedienen. Toen de slag +viel had de kinderlooze oude dame aangeboden een van de meisjes als +haar kind tot zich te nemen, en zich zeer beleedigd getoond, omdat +haar aanbod werd afgeslagen. Andere vrienden deelden de Marches mee, +dat ze alle kans verloren hadden op een legaat van de oude rijke dame, +maar de onbaatzuchtige Marches hadden geantwoord: + +"Wij kunnen onze meisjes niet afstaan; voor geen dozijn legaten. Rijk +of arm, we blijven bij elkaar en zullen samen gelukkig zijn." + +Geruimen tijd wilde de oude dame niet tegen hen spreken, maar toen ze +Jo op zekeren dag bij een vriendin ontmoette, werd ze getroffen door +een zeker iets in haar grappig gezicht en vrije manieren en stelde ze +voor haar als gezelschapsjuffrouw te nemen. Dit viel volstrekt niet +in Jo's smaak, maar ze nam de betrekking aan, omdat zich niets beters +voordeed, en, tot ieders verbazing kon ze het zeer goed vinden met +haar oploopende bloedverwant. Nu en dan had er wel een stormachtig +tooneel plaats, en eens zelfs was Jo thuisgekomen met de verklaring, +dat ze het niet langer kon uitstaan, maar Tante March draaide altijd +gauw weer bij en verzocht haar nichtje met zulk een aandrang te willen +terugkomen, dat ze niet kon blijven weigeren, want in haar hart hield +ze veel van de oude, snibbige dame. + +Ik geloof eigenlijk, dat de ware aantrekkingskracht zat in een groote +bibliotheek, die sinds den dood van Oom March een prooi geworden was +van stof en spinnen. Jo herinnerde zich den ouden, vriendelijken heer +nog zeer goed, die haar van zijn groote woordenboeken spoorwegen en +bruggen liet bouwen, haar vertelseltjes vertelde over de wonderlijke +plaatjes in zijn Latijnsche boeken, en lekkers voor haar kocht, +telkens als hij haar op straat tegenkwam. De sombere, stoffige kamer, +waar de bustes haar van de hooge boekenkasten aanstaarden, de globes, +maar vooral de onafzienbare massa boeken, waarin ze zich naar hartelust +kon begraven, maakten de bibliotheek een paradijs voor haar. Zoodra +deed Tante March niet haar dutje of kreeg ze bezoek, of weg vloog +Jo naar dat rustige plekje, nestelde zich in den grooten stoel, en +verslond dichtwerken, romans, geschiedboeken, reisbeschrijvingen en +plaatwerken, als een echte boekworm. Maar ook dat geluk duurde als +naar gewoonte niet heel lang; Jo kon er zeker van zijn, dat zoodra ze +het beslissend punt in een roman, het aandoenlijkste couplet in een +lied, of het gevaarlijkste avontuur van haar reiziger genaderd was, +een schrille stem zou roepen: + +"Jose-phine! Jose-phine!" en dan moest ze haar Eden verlaten om +wol te winden, den poedel te wasschen, of urenlang uit "Belsham's +Verhandelingen" voor te lezen. + +Jo's eerzucht ging er naar uit, iets groots te doen; ze kon zelf +niet zeggen wat, maar ze liet het aan den tijd over dit te openbaren, +en inmiddels bestond haar grootste verdriet hierin, dat ze niet naar +hartelust kon lezen, loopen en beweging nemen. Een driftig humeur, +een scherpe tong en een rustelooze geest brachten haar telkens +in moeilijkheden, en haar leven bestond uit vallen en opstaan, +aandoenlijk en grappig tegelijk. Maar de oefenschool, die ze bij +Tante March doormaakte, was juist wat ze noodig had, en de gedachte +dat ze iets deed voor haar eigen onderhoud maakte haar gelukkig, +in spijt van het onophoudelijk: "Jose-phine!" + +Bets was te teer en te verlegen om naar school te gaan; er was een +proef mee genomen, maar ze had zooveel geleden, dat men het had moeten +opgeven; ze leerde nu thuis bij haar vader. Zelfs na zijn vertrek, en +terwijl haar moeder geroepen was om haar beste krachten te wijden aan +een vereeniging tot hulp en ondersteuning van de militairen te velde, +ging Bets trouw alleen voort en deed haar uiterste best. Ze was een +huishoudelijk schepseltje en hielp Hanna het huis netjes en gezellig +houden voor de werkende leden van het gezin, zonder ooit eenige andere +belooning te wenschen dan de liefde der haren. De dagen waren lang en +stil voor haar, maar werden niet eenzaam of in ledigheid doorgebracht, +want haar kleine wereld was bevolkt met denkbeeldige vrienden en +ze was van nature een werkzaam bijtje. Elken morgen moesten er zes +poppen opgenomen en aangekleed worden, want Bets was nog een kind en +hield nog evenveel als vroeger van haar lievelingen, al was geen van +de zes ook meer gaaf of mooi; het waren allemaal afgedankte invaliden, +want toen haar zusters te groot waren geworden voor die liefhebberij, +gingen ze op haar over, omdat Amy nooit iets wilde hebben, dat oud en +leelijk was. Bets vertroetelde ze juist om die reden en richtte een +hospitaal op voor gebrekkige poppen. Nooit stak ze een speld in hun +katoenen ledematen, nooit hoorden ze een onvriendelijk woord of werden +ze geslagen; het hartje van de meest terugstootende zelfs werd nooit +gekrenkt door verwaarloozing, maar allen werden met onuitputtelijke +teederheid gevoed en gekleed, verzorgd en geliefkoosd. Eén zwerveling +uit het poppendom had aan Jo toebehoord, en was, na een stormachtig +leven in de prullemand terecht gekomen, uit welk somber armhuis +ze bevrijd werd door Bets en naar het hospitaal gebracht. Daar de +stakkerd haar achterhoofd kwijt was, zette Bets haar een lief klein +mutsje op, en daar de armen en beenen in den slag waren gebleven, +wikkelde ze haar in een deken, om dit gebrek voor aller oogen te +bedekken, terwijl ze haar beste kribje aan deze kwijnende zieke +afstond. Indien iemand getuige was geweest van de zorg, aan dit popje +besteed, zou het zeker zijn hart getroffen hebben, al wekte het ook +tegelijkertijd den lachlust op. Bets bracht haar kleine bouquetjes, +las haar voor, ging met haar in de lucht, warm ingestopt onder haar +mantel, zong wiegeliedjes voor haar, en zou nooit naar bed gaan, zonder +een kus te drukken op het verveloos gezichtje en zacht te fluisteren: +"Ik hoop, lieveling, dat je een goeien nacht zult hebben." + +Bets had haar moeilijkheden zoo goed als de anderen, en daar zij geen +engel was, maar een zeer menschelijk klein meisje, schreide ze dikwijls +een deuntje, zooals Jo zei, omdat ze geen muziekles en geen mooie +piano kon krijgen. Ze hield zooveel van muziek, deed zoo haar best +om vooruit te komen en studeerde zoo gelukkig op het rammelende oude +instrument, dat de een of ander (om niet van Tante March te spreken) +haar waarlijk wel helpen mocht. + +Maar niemand deed het, en niemand zag hoe Bets, wanneer ze alleen +was, de tranen afwischte van de gele oude toetsen, die zoo ontstemd +waren. Ze deed haar werk zingend als een kleine leeuwerik, was nooit +te vermoeid om voor Moeder en de meisjes te spelen, en zei telkens +weer opnieuw hoopvol tot zichzelve: "Ik weet, dat ik mettertijd mijn +muziek nog eens krijgen zal, als ik maar goed oppas." + +Er zijn veel van die Betsy's in de wereld, verlegen en stil in een +hoekje verscholen, tenzij men ze noodig heeft, en zoo opgeruimd zich +zelf vergetend voor anderen, dat niemand hun opofferingen ziet, totdat +de kleine krekel aan den haard ophoudt met zingen en de liefelijke +zonnige verschijning verdwijnt, stilte en schaduw achterlatend. + +Als iemand aan Amy gevraagd had, wat de grootste beproeving van haar +leven was, zou ze zonder aarzelen geantwoord hebben: "Mijn neus." Toen +ze nog heel klein was, had Jo haar bij ongeluk in het kolenhok laten +vallen, en Amy hield vol, dat die val voor altijd haar neus bedorven +had. Hij was niet dik of rood, alleen maar een beetje stomp, en al het +knijpen ter wereld kon hem geen sierlijke punt geven. Niemand dan zij +zelf vond het bizonder betreurenswaard, en het lichaamsdeel deed zijn +best te groeien, maar Amy gevoelde diep het gemis van een Grieksch +neusje, en teekende vellen vol mooie exemplaren om zich te troosten. + +"De klein Raphaël," zooals de zusjes haar noemden, had een bepaald +talent voor teekenen, en was niet gelukkiger dan wanneer ze bloemen +copieerde, of verhaaltjes met allerlei zonderlinge plaatjes kon +versieren. Dikwijls klaagden haar onderwijzers er over dat ze in plaats +van haar sommen te maken, haar lei vol teekende met dieren; de witte +bladen van haar atlas gebruikte ze om kaarten op na te teekenen en de +bespottelijkste caricaturen fladderden op een ongelukkig oogenblik +uit al haar boeken. Ze rolde zoo goed ze kon door haar lessen, en +wist aan straf te ontkomen door een voorbeeldig goed gedrag. Daar ze +een goed humeur had, en de gelukkige gave bezat te behagen, zonder er +moeite voor te doen, was ze de lieveling van al haar kennisjes. Haar +kleine gemaaktheden en pedanterieën werden zeer bewonderd, evenals +haar talenten, want behalve teekenen, kon zij twaalf stukjes spelen, +aardig handwerken en Fransch lezen, zonder meer dan twee derde der +woorden verkeerd uit te spreken. Daarbij kon ze op zoo'n droevigen +toon zeggen: "Toen Papa rijk was, deden wij zoo en zoo," dat het +heusch aandoenlijk klonk; en de meisjes op school vonden haar lange +woorden wel wat driftig, maar toch "leuk". + +Men was mooi op weg Amy te bederven, want iedereen vertroetelde +haar, en de kiemen van ijdelheid en zelfzucht ontwikkelden zich +voorspoedig. Er was echter iets dat die ijdelheid beteugelde; Amy moest +de kleeren van haar nichtje afdragen. Nu had Florence's mama volstrekt +geen smaak, en Amy vond het vreeselijk, dat ze een rooden, in plaats +van een blauwen hoed moest opzetten, bij jurken die haar niet kleurden, +en akelig mooie boezelaars, die haar niet pasten. Alles was goed, +netjes gemaakt en weinig versleten, maar Amy's kunstenaarsoog werd +pijnlijk aangedaan, vooral dezen winter, nu haar schoolpak bestond +uit een donker paarse jurk met gele moesjes en zonder eenig garneersel. + +"Mijn eenige troost is, dat Moeder tenminste geen opnaaisels in mijn +jurken doet, telkens als ik ondeugend ben, zooals de moeder van Mary +Park," zei ze met tranen in de oogen tegen Meta. "O, dat is wezenlijk +iets verschrikkelijks; want Mary is soms zoo brutaal geweest, dat haar +jurk tot boven haar knieën komt en ze niet naar school durft. Als ik +aan zoo'n _deggeradatie_ denk, heb ik nog liever mijn platten neus +en mijn paarse jurk met gele stippen." + +Meta was Amy's vertrouwde en raadsvrouw, en door de wonderlijke +aantrekkingskracht die er dikwijls tusschen twee tegenovergestelde +naturen bestaat, was Jo die van de zachte, vriendelijke Bets. Alleen +aan Jo vertelde het schuwe kind haar gedachten, en zonder het te +weten oefende ze op haar groote, wilde zuster meer invloed uit, dan +eenig ander lid van het gezin. De twee oudste meisjes waren veel voor +elkander, maar beide namen een van de jongere onder hun bescherming +en zorgden er voor op hun manier; "bemoederden" ze, zooals ze het +noemden, en gaven de zusjes de plaats der onttroonde poppen, met het +moederlijk instinct van aankomende meisjes. + +"Heeft niemand iets te vertellen? 't Is zóó'n saaie dag geweest, +dat ik naar een opvroolijking verlang," zei Meta, toen ze 's avonds +bij elkaar zaten te naaien. + +"Ik heb nogal een grappigen dag bij Tante gehad, en ik trok vandaag +aan 't langste eind," begon Jo, die heel graag vertelde. "Ik moest +natuurlijk uit dien eindeloozen Belsham lezen, en dreunde maar voort, +zooals gewoonlijk, want Tante valt gauw in slaap, en dan haal ik +het een of ander mooi boek voor den dag en lees als een bezetene, +totdat ze wakker wordt. Vandaag werd ik er zelf slaperig van, en +voor dat ze nog begon te knikkebollen, gaapte ik zoo hoorbaar, dat ze +mij vroeg, wat ik er mee bedoelde mijn mond zoo wijd open te zetten; +'t was of ik het heele boek wel zoo wou opslokken. + +"Ik wou dat ik het kon, dan was ik er af," zei ik met een ernstig +gezicht. + +"Jullie begrijpt, toen kreeg ik een lange preek over mijn verkeerdheden +en raadde ze me aan er eens stil over te blijven nadenken, terwijl zij +zich eens voor een oogenblikje "van binnen zou gaan bekijken." Nou, +dat "oogenblikje" duurt gewoonlijk nogal heel lang, en zoodra ik dus +haar muts zag heen en weer wiebelen als een topzware dahlia, haalde ik +"De predikant van Wakefield" uit mijn zak, en las zoo vlug ik kon, +met één oog op hem en één op Tante. Ik was juist gekomen, tot waar +de heele familie in 't water valt, toen ik hardop begon te lachen. Ik +_dacht_ niet meer aan Tante, dat snap je! Ze werd wakker, maar bleek +na haar slaapje wat beter gehumeurd, commandeerde me, haar een eindje +voor te lezen en eens te laten zien, welk beuzelachtig boek ik de +voorkeur gaf boven den waardigen en leerzamen Belsham. Ik deed mijn +uiterste best en 't beviel haar puik, maar ze zei niets anders dan: + +"Ik begrijp niet waar dat allemaal over is; begin nog eens van voren +af aan, kind!" + +Ik begon opnieuw en maakte de Primroses zoo belangwekkend +mogelijk. Toen 't haar juist erg boeide, hield ik midden in een passage +op en zei zachtzinnig: "Ik ben bang, dat het u vervelen zal, Tante; +wil ik nu maar uitscheiden?" + +Ze nam haar breiwerk op, dat ze had laten vallen, keek mij heel scherp +aan door haar bril en zei kortaf: + +"Lees het hoofdstuk uit en wees niet brutaal, jongejuffrouw." + +"Erkende ze later, dat ze 't mooi vond?" vroeg Meta. + +"Wel neen! maar ze liet den ouden Belsham gelukkig rusten, en toen ik +van middag terugkwam om mijn handschoenen, zat ze weer zoo verdiept +in haar lievelingsschrijver, dat ze niet eens hoorde, hoe ik in de +gang liep te springen en te dansen, uit blijdschap over den goeden +tijd, die ophanden is. Wat zou ze een plezierig leven kunnen hebben, +als ze maar wou. Ik benijd haar niets, al heeft ze ook nog zooveel +geld, want alles wel beschouwd, hebben rijke menschen bijna evenveel +moeilijkheden als arme, geloof ik," voegde Jo er philosofisch bij. + +"Nu schiet mij ook iets te binnen om te vertellen," zei Meta. "Het is +niet zoo leuk, als dat van Jo, maar ik heb er op mijn terugwandeling +over loopen denken. Bij de Kings vond ik vandaag alles van +streek, en een van de kinderen zei, dat haar oudste broer iets heel +verschrikkelijks had gedaan en dat Papa hem weggejaagd had. Ik hoorde +mevrouw King schreien en mijnheer King heel hard spreken, en Grace +en Ellen keerden hun gezicht af, toen ze mij voorbijgingen, om niet +te laten zien hoe rood hun oogen waren. Ik vroeg natuurlijk naar +niets; maar 't speet me zoo voor hen allemaal, en ik was eigenlijk +blij, dat ik geen broer had, die slechte dingen deed en de familie +onteerde. Ontzettend lijkt me dat." + +"Nu maar, ik vind, op school te pronk gezet te worden ook iets +ontzettends," zei Amy en schudde haar hoofd, alsof haar ondervinding +in het leven al bijzonder treurig was. "Susie Perkins kwam van +morgen op school met een beelderig ringetje aan, met een donkerrood +steentje. Ik wou het vreeselijk graag hebben, en dacht maar al: hè, +'k wou dat ik Susie was! Maar later teekende ze een portret van meneer +Davis, met een monsterachtigen neus en een bochel, en de woorden: +"Jonge dames, mijn oog is op u gevestigd," kwamen uit zijn mond +in een soort van ballon. Wij stikten er om, maar opeens _was_ zijn +oog op ons gevestigd, en schreeuwde hij Susie toe, hem haar lei te +brengen. Ze was _geparalitizeerd_ van schrik, maar ging toch en o, +wat denk jullie, dat hij deed? Hij trok haar bij een oor, verbeeld +je! is het niet verschrikkelijk en duwde haar onder het bord, waar +ze een half uur moest blijven staan en haar lei zóó voor zich houden, +dat iedereen de teekening zien kon." + +"Moesten de meisjes niet onbedaarlijk lachen?" vroeg Jo, die erg veel +schik had in het geval. + +"Lachen! geen een, ze zaten zoo stil als muizen en Susie schreide +vreeselijk, dat kan ik je wel zeggen. Ik benijdde haar toen heusch +niet meer, want ik geloof, dat zelfs duizend gouden ringetjes mij +na zooiets niet meer gelukkig zouden hebben gemaakt. Nooit, nooit +zou ik zoo'n vernederenden morgen hebben kunnen doorkomen," en Amy +naaide weer voort, in het trotsch bewustzijn van haar braafheid en +het gelukkig ten einde brengen van zoo'n sierlijke zinsnede. + +"Ik heb heelemaal vergeten aan tafel te vertellen, wat ik van morgen +voor aardigs gezien heb," kwam nu ook Bets uit den hoek, terwijl +ze al pratende Jo's rommelig mandje opruimde. "Toen ik voor Hanna +oesters ging halen, was mijnheer Laurence in den vischwinkel, maar +hij zag me niet, want ik stond achter een ton en hij was bezig met +Cutter, den vischboer. Toen kwam er een arme vrouw met een emmer en +luiwagen en vroeg Cutter, of ze de straat mocht schrobben voor wat +visch, omdat ze geen eten had voor haar kinderen en haar werk was +misgeloopen. Cutter had haast en zei nogal knorrig: "Neen," en ze wou +al hongerig en bedroefd weggaan, maar toen schoof mijnheer Laurence +haar met zijn wandelstok een grooten visch toe. 't Arme menschje was +zoo blij en verbaasd, dat ze den visch in haar arm nam en mijnheer +wel tienmaal bedankte. Hij zei, dat ze nu maar gauw heen moest gaan +en den visch dadelijk koken; en toen liep ze dolblij, op een drafje, +naar huis. Aardig van hem, hè? O, ze zag er zoo grappig uit, toen +ze dien grooten, glibberigen visch zoo aan haar hart drukte en zei, +dat mijnheer Laurence er den hemel aan had verdiend." + +Toen allen over Bets' verhaal waren uitgepraat, vroegen de meisjes +of Moeder niets beleefd had en na een oogenblik nadenkens begon +Mevrouw March: + +"Terwijl ik van morgen blauw baaien borstrokken zat te knippen in +het magazijn, voelde ik me ongerust over Vader, en dacht er over +hoe eenzaam en bedroefd we toch zouden zijn, als hem eens iets +overkwam. Dat was nu wel niet heel wijs van me, maar ik bleef aan +het tobben, totdat er een oud man binnenkwam met een briefje voor +enkele dingen. Hij ging dicht bij me zitten en ik sprak hem eens toe, +want hij zag er zoo arm en vermoeid en bezorgd uit. + +"Heb je zoons in 't leger?" vroeg ik, want het briefje, dat hij bracht, +was niet voor mij. + +"Ja mevrouw," vertelde de man, ik had er vier, maar er zijn er al +twee doodgeschoten en één zit gevangen, en nu ga ik den vierden eens +opzoeken. Die ligt hard ziek in een hospitaal in Washington." + +"Je hebt wel veel voor je vaderland over gehad," zei ik, en ik voelde +nu eerder hoogachting dan medelijden. + +"Geen zier meer dan ik moest, mevrouw. Ik zou zelf gaan, als ik maar +iets waard was; omdat ik het niet ben, geef ik mijn jongens, en ik +geef ze van heeler harte." + +"Hij sprak zoo opgeruimd, keek me zoo oprecht aan, en scheen zoo +gelukkig, dat hij zijn alles geven kon, dat ik mij over mijzelf +schaamde. Ik had maar één man gegeven en vond het veel, terwijl hij +er vier gaf zonder morren; ik had al mijn dochtertjes thuis om mij +te troosten, en zijn laatste zoon wachtte mijlen ver op hem, om hem +misschien voor altijd vaarwel te zeggen. Ik voelde mij zoo rijk, zoo +gelukkig, toen ik mijn voorrechten overdacht, dat ik een flink pakje +voor hem maakte, hem wat geld gaf en hem hartelijk dankte voor de les, +die hij me gegeven had." + +"Vertel nog eens wat, Moeder, zoo'n soort verhaal, als dit. Ik denk +er graag later nog eens over na, als het wezenlijk gebeurd en niet +te preekachtig is," zei Jo, na een oogenblik van algemeen stilzwijgen. + +Mevrouw March glimlachte en begon terstond, want ze had sinds jaar +en dag vertelseltjes verteld aan dit kleine gezelschap, en wist, +hoe ze bezig te houden. + +"Er waren eens vier meisjes, die alles bezaten, wat ze noodig hadden; +kleeren, eten en drinken in overvloed, tal van gemakken en genoegens, +lieve vrienden en ouders, die ze innig liefhadden, en toch waren ze +niet tevreden. (Hier wierpen de hoorderessen elkander steelsgewijze +blikken toe en begonnen ijverig te naaien). Deze meisjes verlangden +niets liever dan goed te zijn en namen veel flinke besluiten, maar--ze +kwamen ze niet al te best na en zeiden gedurig: "Als wij dit maar +hadden," of: "Als we dat maar konden doen," heelemaal vergetende, +hoeveel ze al hadden, en hoeveel prettige dingen ze toch al konden +doen; daarom vroegen ze eens aan een oude vrouw, of ze hun niet een +toovermiddeltje kon geven om zich gelukkig te voelen, en het oudje +antwoordde: zoodra als je ontevreden bent, denk dan eens na, over je +zegeningen, en weest dankbaar." (Hier keek Jo plotseling op, alsof +ze iets wilde zeggen, maar ze veranderde van gedachte, toen ze zag, +dat het verhaal nog niet uit was). + +"Daar ze verstandige meisjes waren, besloten ze haar raad op te +volgen en weldra waren ze verbaasd over de goede uitwerking. De eene +ontdekte, dat geld niet bij machte is schande en droefheid uit de +huizen der rijken te bannen; een andere, dat zij, hoewel arm, vrij +wat gelukkiger was door haar jeugd, gezondheid en opgeruimd humeur, +dan zekere knorrige, zwakke, oude dame, die niet genieten kon van haar +schatten; een derde dat, hoe onaangenaam het ook wezen mocht het eten +te helpen klaarmaken, 't nog veel harder was er om te moeten bedelen, +en de vierde, dat zelfs gouden ringetjes niet zooveel waard zijn als +een goed gedrag. Daarom sloten ze een verbond, niet langer te klagen, +maar te genieten van het geluk dat ze hadden en te trachten zich dat +waardig te maken; en ik geloof, dat ze nooit teleurgesteld werden of +berouw kregen, dat ze den raad van die oude vrouw hadden opgevolgd." + +"Moeder, Moeder, dát is ondeugend van u, om onze eigen verhalen als +een wapen tegen ons te gebruiken en ons een preek te geven, in plaats +van een lang verhaal," riep Meta. + +"Ik houd wel van dat soort van preeken; ze lijken op die van Vader," +zei Bets, terwijl ze peinzend de spelden op Jo's kussentje gelijk stak. + +"Ik klaag niet _half_ zooveel als de anderen, en ik zal nu meer dan +ooit mijn best doen, want ik heb een waarschuwing gehad door Susie," +zei Amy op zedigen toon. + +"We hadden het lesje noodig en zullen het niet vergeten. _Als_ we het +soms doen, moet u maar tegen ons zeggen, wat Tante Chloe in de negerhut +zei: "Denk aan je voorrechten, kinders, denk aan je voorrechten," +voegde Jo er bij, die, al zou het haar ook haar leven gekost hebben, +niet nalaten kon uit de kleine preek een grapje te halen, hoewel ze +die even goed ter harte nam als de anderen. + + + + +HOOFDSTUK V. + +GOEDE BUREN. + + +"Wat ter wereld ga je nu doen, Jo?" vroeg Meta op een sneeuwachtigen +middag, toen haar zuster de gang door kwam stappen, met overschoenen +aan, een ouden mantel om, een versleten hoed op het hoofd, een bezem +in de eene hand en een schop in de andere. + +"Buiten wat bewegingen nemen," antwoordde Jo met van ondeugendheid +flikkerende oogen. + +"Ik zou denken, dat twee lange wandelingen per dag genoeg waren. Het +is koud en akelig buiten, en ik raad je, liever warm en droog bij +'t vuur te blijven, zooals ik van plan ben," zei Meta huiverend. + +"Ik volg nooit iemands raad op, ik kan niet den heelen dag stilzitten, +en omdat ik nu eenmaal geen poes ben, houd ik er niet van bij het +vuur te zitten dommelen. Ik houd van avonturen, en ik ga ze opzoeken." + +Meta ging weer in de kamer om haar voeten te roosteren en "Ivanhoe" +te lezen, en Jo toog met grooten ijver aan 't werk. De sneeuw lag +niet hoog en met haar bezem had zij gauw een pad schoon geveegd, de +heele lengte van den tuin, zoodat Bets, als de zon doorkwam, zou kunnen +wandelen, want de zieke poppen hadden behoefte aan frissche lucht. Het +huis der familie March grensde aan dat van den heer Laurence; beide +lagen in een der buitenwijken, waar het nog landelijk was, met boschjes +en laantjes, groote tuinen en stille straten, en een lage heg scheidde +de twee eigendommen. Aan de eene zijde stond een oud, bruin huis, +dat er wel wat kaal en armoedig uitzag, nu het beroofd was van de +dichte wijngaard-blâren, die in den zomer zijn muren bedekten, +en van de bloemen, die het dan omgaven; aan de andere zijde een +statig steenen gebouw, dat duidelijk de kenteekenen droeg van gemak +en weelde: van het groote koetshuis en den goed onderhouden tuin af, +tot de serre toe, terwijl men hier en daar tusschen de zware gordijnen +door, een kijkje kon nemen van de weelde daar binnen. Toch scheen het +een eenzaam, uitgestorven soort van huis, want geen kinderen stoeiden +op het grasveld, geen moederlijk gelaat glimlachte ooit achter de +vensters en zelden ging er iemand in of uit, behalve de oude heer en +zijn kleinzoon. + +Voor Jo's levendige verbeelding scheen de mooie villa een soort van +betooverd paleis, vol heerlijke, wonderlijke dingen, waarvan niemand +genoot. Ze had er al lang naar gehunkerd deze verborgen pracht eens +te zien en "die jongen van hiernaast" te leeren kennen, die er wel +naar uitzag, alsof hij kennis wilde maken, als hij maar wist hoe te +beginnen. Sedert de partij was ze begeeriger dan ooit geweest en had +ze menig plan gemaakt om vriendschap met hem te sluiten; maar in den +laatsten tijd scheen hij nooit voor den dag te komen, zoodat Jo al +begon te denken, dat hij weg was, toen ze op zekeren dag voor een +der bovenvensters, een gebruind gezicht zag verschijnen, dat met +verlangende oogen naar hun tuin tuurde, waar Bets en Amy elkander +met sneeuwballen gooiden. + +"Die jongen snakt naar gezelschap en vroolijkheid," zei ze tot zich +zelf. "Zijn grootvader weet niet wat goed voor hem is en houdt hem +eenzaam opgesloten. Hij heeft behoefte aan een troep jongens om mee +te spelen, of aan iemand die jong en vroolijk is. Ik heb grooten lust +eens over te wippen en dat aan den ouden heer te gaan vertellen." + +Dat denkbeeld vatte post bij Jo, die graag waagstukken volbracht en +Meta altijd ergerde door haar wonderlijke bedenksels. Het plan om "over +te wippen" werd niet vergeten, en toen de sneeuwmiddag kwam, besloot +Jo eens te probeeren wat ze kon doen. Zoodra ze mijnheer Laurence zag +wegrijden, stapte ze naar buiten om een pad tot aan de heg te maken, +waar ze even rust hield en eens rondkeek. Alles was stil, de gordijnen +beneden waren neergelaten, de bedienden niet te zien, en nergens iets +te bekennen, behalve een donker hoofd voor een der bovenramen. + +"Daar is hij," dacht Jo, "arme jongen! heelemaal alleen en ziek op +zoo'n somberen dag. Het is schande! Ik zal een sneeuwbal naar boven +gooien, dan zal hij wel eens kijken, en dan zal ik hem eens een +vriendelijk woordje toeroepen." + +Een stevige bal vloog de lucht in, en het hoofd keerde zich dadelijk +om en vertoonde een gezicht, dat onmiddellijk begon te glimlachen. Jo +knikte, lachte terug en riep, zwaaiend met haar bezem: + +"Hoe gaat het? Ben je ziek?" + +Laurie schoof het raam op en riep met een schorre stem: + +"Wat beter, dank je. Ik ben geweldig verkouden geweest en heb een +week huisarrest gehad." + +"Dat spijt me. Wat voer je uit?" + +"Niks, 't is hier zoo stil als in een graf." + +"Lees je niet?" + +"Niet veel; ze willen het niet hebben." + +"Kan niemand je voorlezen?" + +"Grootpapa doet het soms, maar hij vindt mijn boeken vervelend en ik +heb er een hekel aan, het altijd aan Brooke te vragen." + +"Is er dan niemand, die je eens komt opzoeken?" + +"Er is niemand, dien ik graag zou willen zien. Jongens maken zoo'n +kabaal en ik heb erge hoofdpijn." + +"Is er niet het een of ander aardig meisje, dat je zou willen +voorlezen en gezelschap houden? Meisjes zijn stil en spelen graag +voor ziekenoppasster." + +"Ik ken er geen een." + +"Je kent mij toch!" begon Jo lachend en zweeg toen. + +"Dat is waar! Wil jij komen?" riep Laurie. + +"_Ik_ ben toevallig _niet_ stil en aardig, maar ik wil wel komen, +als Moeder 't goedvindt. Ik zal 't haar even vragen. Doe het raam nu +weer dicht als een brave jongen en wacht tot ik kom." + +Met die woorden nam Jo den bezem op haar schouder en wandelde naar +huis, in nieuwsgierige afwachting, wat de anderen wel tegen haar +zeggen zouden. Laurie, wat opgewonden bij de gedachte, dat hij bezoek +zou krijgen, vloog rond om alles in orde te maken; want hij was, +zooals mevrouw March het uitdrukte, "een heertje", en ter eere van +de verwachte gast, borstelde hij zijn haar glad, deed hij een schoon +boord om, en begon hij de kamer op te ruimen, die er, ondanks een +half dozijn dienstboden, alles behalve netjes uitzag. Na een poosje +werd er haastig aan de bel getrokken en een flinke stem vroeg naar +"mijnheer Laurie", waarop een verbaasde dienstbode naar boven liep +om een jonge dame aan te dienen. + +"In orde, laat haar maar boven komen, 't is juffrouw Jo," zei Laurie +en ging Jo tot aan de deur van zijn kleine zitkamer te gemoet. De +bezoekster zag er blozend en vriendelijk uit en was volmaakt op haar +gemak; in de eene hand hield ze een dekschaaltje en in de andere Bets' +drie kleine katjes. + +"Hier ben ik met pak en zak," zei ze vroolijk. "Moeder laat je +vriendelijk groeten en was heel blij, dat ik iets voor je kon +doen. Meta wou, dat ik wat blanc manger meenam; ze heeft ze zelf zoo +lekker klaargemaakt, en Bets dacht, dat je haar katjes wel aardig +zou vinden. Ik wist wel, dat je er om lachen zou, maar ik kon het +haar niet weigeren, ze wou zoo graag iets voor je doen." + +Het toeval wilde, dat Bets' pleegkinderen juist van pas kwamen, want +Laurie vergat al lachende om de jolige jonge poesen zijn verlegenheid +en was dadelijk heel gezellig. + +"Dat ziet er te lekker uit om op te eten," zei hij glimlachend, toen +Jo het deksel van het schaaltje nam en den blanc manger vertoonde, +omgeven door een krans van groene blaadjes en de vuurroode bloemen +van Amy's lievelings-geranium. + +"Het is niet veel bijzonders, maar ze waren allemaal even +vriendschappelijk gestemd en wilden dat ook graag toonen. Zeg +aan de meid, dat ze het bewaart voor van avond bij de thee; er is +niets scherps in, zoodat j'er gerust van kunt eten; 't is een echt +ziekenkostje en glijdt gemakkelijk naar binnen, zonder je pijnlijke +keel zeer te doen. Wat is dit een gezellige kamer." + +"Dat zou hij kunnen zijn, als 't hier maar wat netter was, maar de +meiden zijn lui, en ik weet niet hoe ik het aan moet leggen om te +maken, dat ze den boel onderhouden; 't is vervelend." + +"Ik zal 't binnen een paar minuten in orde brengen; want er mankeert +niets aan, dan dat het om den haard wat aangestoft moet worden, zoo--en +nu de ornamenten recht op den schoorsteen,--zoo en de boeken hier en de +fleschjes daar, en je canapé met den rug naar het licht en de kussens +een beetje opgeschud. Ziezoo, nu is het prettig."--En dat was waar, +want al lachend en pratend had Jo de dingen op hun plaats gezet en de +kamer een heel ander aanzien gegeven. Laurie keek in eerbiedige stilte +naar haar; en toen ze hem uitnoodigde op de canapé te gaan zitten, +zette hij zich met een zucht van voldoening neer en zei dankbaar: + +"Dank je wel! Ja, dat ontbrak er aan. Neem nou als t' je belieft dien +grooten stoel en laat ik iets doen om mijn gast te amuseeren." + +"Neen, ik kwam juist om jou te amuseeren. Zal ik iets voorlezen?" en Jo +keek verlangend naar een stapeltje uitlokkende boeken in de nabijheid. + +"Dank je, ik heb ze allemaal al gelezen en als je 't goedvindt zou +ik liever wat praten," antwoordde Laurie. + +"Heel goed, ik kan den heelen dag wel praten, als je me maar aan den +gang brengt. Bets zegt, dat ik nooit weet op te houden." + +"Is Bets niet het meisje met de roode wangen, dat veel thuis blijft +en soms uitgaat met een mandje?" vroeg Laurie belangstellend. + +"Ja, dat is Bets, ze is mijn lievelingetje en een echte dot." + +"De mooie is Meta, en de kleine met de krullen Amy, is 't niet?" + +"Hoe ben je dat te weten gekomen?" + +Laurie bloosde, maar antwoordde oprecht: "Och, zie je, ik hoor jullie +dikwijs elkaar roepen, en als ik hier boven alleen ben, kan ik niet +nalaten naar je huis te kijken; jullie schijnt altijd zooveel pret +te hebben. Neem me niet kwalijk, dat ik zoo gegluurd heb, maar je +vergeet soms wel eens het gordijn te laten vallen voor het raam, waar +de bloemen staan, en als de lamp dan aangestoken is, lijkt het precies +een plaatje: het vuur en jullie allemaal om de tafel met je moeder; +ze zit met haar gezicht hier naar toe en ze ziet er zoo vriendelijk +uit achter die bloemen, dat ik niet kan laten er naar te kijken. Ik heb +geen moeder zooals je weet," en Laurie pookte in het vuur om een lichte +trilling van zijn lippen, die hij niet kon bedwingen, te verbergen. + +De droefgeestige, hongerige blik in zijn oogen vond rechtstreeks den +weg naar Jo's warm hart. Ze was zoo eenvoudig opgevoed, dat er geen +oogenblik dwaze gedachten in haar hoofd kwamen en ze op vijftienjarigen +leeftijd even onschuldig en open was als een kind. Laurie was ziek +en eenzaam; en gevoelende hoe rijk zij was aan huiselijk geluk en +onderlinge liefde, wilde ze dien schat graag met hem deelen. Haar +donkere oogen keken heel vriendelijk en haar scherpe stem klonk +ongewoon zacht, toen ze zei: + +"We zullen dat gordijn nooit meer dicht doen, en ik geef je permissie +zooveel te gluren als je wilt. Maar ik zou veel liever willen, dat je +in plaats van naar ons te zitten kijken, ons eens kwam opzoeken. Moeder +zou zoo hartelijk voor je zijn, en Bets kon voor je zingen, als ik +het haar vroeg en Amy dansen; Meta en ik zouden je aan 't lachen +kunnen maken met onze gekke vertooningen en zoo konden we samen een +dolprettigen tijd hebben. Zou je grootvader het goed vinden?" + +"Ik denk het wel, als je moeder het hem vroeg. Grootpapa is heel +aardig, al ziet hij er niet naar uit, en hij laat me vrij wel doen wat +ik wil; hij is alleen maar bang, dat ik lastig zou zijn voor vreemden," +zei Laurie opgevroolijkt. + +"Wij zijn geen vreemden, wij zijn buren, en je hoeft nooit te denken, +dat het ons lastig zou zijn. Wij _verlangen_ er naar dat je komt; +ik heb al zoo vaak geprobeerd kennis te maken. We wonen hier nog niet +lang, maar we kennen toch al onze buren, behalve jullie." + +"Ja, zie je, Grootpapa leeft in zijn boeken, en geeft niet veel om +de buitenwereld. Mijnheer Brooke, mijn gouverneur, woont hier niet +in huis, en ik heb niemand om met mij te loopen, dus blijf ik maar +thuis en breng, zoo goed en zoo kwaad het kan, mijn tijd door." + +"Wat saai. Je moest het maar eens wagen om overal, waar je gevraagd +wordt, een visite te gaan maken; dan zou je een massa vrienden krijgen +en gelegenheid hebben om uit te gaan. Je moet j' er niet aan storen, of +je wat verlegen bent; dat zal wel overgaan, als je maar veel uitgaat." + +Laurie kreeg weer een kleur, maar werd toch niet boos, dat hij zoo van +verlegenheid beschuldigd werd, want Jo scheen zoo welgezind, dat het +niet mogelijk was haar rondborstige verklaringen anders op te nemen, +dan ze bedoeld waren. + +"Ga je op een prettige school?" vroeg hij, van onderwerp veranderend +na een kleine pauze, waarin hij in het vuur had zitten staren en Jo +voldaan had zitten rondkijken. + +"Ik ga niet naar school, ik ben een man van zaken, een "meisje" van +zaken, bedoel ik. Ik houd mijn tante gezelschap, een lieve, kribbige, +oude ziel," antwoordde Jo. + +Laurie opende zijn mond om nog een andere vraag te doen, maar zich +bijtijds herinnerende, dat het niet beleefd is te veel naar iemands +omstandigheden te informeeren, deed hij hem weer dicht en keek min of +meer verlegen voor zich. Jo vond zijn bescheidenheid heel aardig en +had er niets tegen, tante March tot onderwerp van het gesprek te maken; +ze gaf hem dus een levendige beschrijving van die knorrige oude dame, +haar vetten poedel, de papegaai, die Spaansch sprak, en de bibliotheek, +waarvan ze genoot. Laurie had er veel plezier in, en toen ze hem +vertelde van den deftigen ouden heer, die tante March eens het hof +kwam maken, en hoe Poll hem, in het midden van een teederen volzin, +tot zijn groote ontzetting, zijn pruik had afgerukt, viel de jongen +achterover en lachte totdat de tranen langs zijn wangen liepen, en de +meid haar hoofd binnen de deur stak om te zien wat er aan de hand was. + +"Prachtig! Je maakt me heelemaal beter; vertel nog meer als 't je +blieft," zei hij rood en stralend van pret uit de canapékussens +opduikende. Opgewonden door dien bijval, vertelde Jo verder over hun +spelen en plannen, hun hoop en vrees voor vader, en de belangrijkste +gebeurtenissen uit de kleine wereld, waarin de zusjes leefden. Toen +begonnen ze over boeken te praten, en bemerkte Jo tot haar verrukking, +dat Laurie evenveel van lezen hield als zij, en nog meer gelezen had. + +"Als je zooveel van boeken houdt, kom dan eens mee naar beneden om +onze bibliotheek te zien. Grootpapa is uit, dus je hoeft niet bang +te zijn," zei Laurie opstaande. + +"Ik ben nergens bang voor," antwoordde Jo, trotsch het hoofd +oprichtend. + +"Dat geloof ik ook!" riep de jongen haar bewonderend aanziende, +hoewel hij bij zichzelf dacht, dat ze toch alle reden zou hebben +bevreesd te zijn voor den ouden heer, als ze hem in een van zijn +booze buien aantrof. + +Daar er in het heele huis een zomersche temperatuur heerschte, leidde +Laurie haar van kamer tot kamer en liet haar rustig alles bekijken +wat haar aandacht trok, tot ze ten laatste bij de bibliotheek kwamen, +waar Jo in de handen klapte en stond te trippelen van plezier, zooals +ze altijd deed, wanneer ze bijzonder opgetogen was. De muren waren +bezet met boekenkasten, er hingen mooie platen, hier en daar stonden +statuetten, en allerliefste kleine kastjes met munten en curiositeiten, +en heerlijke, gemakkelijke stoelen en aardige tafeltjes en bronzen +ornamenten, en het best van alles was een groote open haard, met +ouderwetsche tegels gevoerd. + +"Wat is 't hier mooi!" zuchtte Jo en zonk in een uitlokkenden armstoel +neer, met een uitdrukking van de grootste voldoening om zich heen +ziende. "Theodoor Laurence, jij moet wel de gelukkigste jongen op de +wereld zijn," voegde ze er met nadruk bij. + +"Och, je kunt niet van boeken alleen leven," zei Laurie, terwijl +hij op een tafel tegenover haar wipte. Eer hij er nog meer kon +bijvoegen, werd er gescheld, en Jo sprong op, verschrikt uitroepend: +"O, hemel! daar is je grootpapa!" + +"Nou, wat zou dat? Jij bent immers voor niemand bang," antwoordde +Laurie ondeugend. + +"Ik geloof toch, dat ik een beetje bang voor hem ben, al zou ik niet +weten waarom. Moeder zei, dat ik mocht gaan, en ik geloof niet, +dat jij er erger door bent geworden," zei Jo op bedaarden toon, +hoewel ze haar oogen op de deur gevestigd hield. + +"Ik voel me veel beter en ben er heel dankbaar voor. Als jij door al +dat praten maar niet moe bent geworden, maar 't was _zoo_ prettig, +dat ik je niet kon laten ophouden," zei Laurie hartelijk. + +"Daar is de dokter, jongeheer," en de meid wenkte hem terwijl ze sprak. + +"Mag ik je een oogenblikje alleen laten? Ik moet even naar hem toe," +zei Laurie. + +"Bekommer je niet om mij. Ik ben hier zoo gelukkig als een krekel," +antwoordde Jo. Laurie ging heen en zijn gast vermaakte zich op haar +eigen wijze. Ze stond voor een mooi portret van den ouden heer, toen +de deur weer openging en ze, zonder zich om te keeren, op beslisten +toon zei: "Ik geloof nu zeker, dat ik niet bang voor hem zou zijn, +want hij heeft heel vriendelijke oogen, maar zijn mond is streng, +en hij ziet er uit, of hij een ontzettend vasten wil heeft. Hij is +niet zoo knap als _mijn_ grootvader, maar hij lijkt me aardig." + +"Dank u, juffrouw," zei een barsche stem achter haar; en zich +omkeerende, zag ze tot haar grooten schrik den ouden heer Laurence +voor zich staan. + +De arme Jo bloosde tot achter de ooren, en haar hart begon geweldig te +kloppen, toen ze bedacht wat ze gezegd had. Een oogenblik overviel +haar een onweerstaanbare begeerte weg te loopen; maar dat was laf +en de meisjes zouden haar uitlachen. Ze besloot dus te blijven, +en zich zoo goed mogelijk uit de verlegenheid te helpen. Een +tweede blik overtuigde haar, dat de levendige oogen onder de dikke, +grijze wenkbrauwen nog vriendelijker waren dan de geschilderde, en +er speelde eene lichte flikkering in, die haar vrees voor een groot +deel wegnam. Maar de barsche stem was barscher dan ooit, toen de oude +heer na een vreeselijke pauze kortaf vroeg: + +"Je bent dus niet bang voor me, hè?" + +"Niet erg, mijnheer." + +"En je vindt me niet zoo knap als je grootvader?" + +"Niet precies, mijnheer." + +"En ik heb een ontzettend vasten wil, nietwaar?" + +"Ik heb alleen maar gezegd, dat ik dat dacht." + +"Maar ik lijk je toch wel aardig?" + +"Ja, mijnheer." + +Dat antwoord beviel den ouden heer. Hij lachte, gaf haar een hand, +en haar bij de kin nemende, lichtte hij haar gezicht op, bezag het +ernstig en liet haar toen weer los, zeggende: "Je aardt naar je +grootvader, al lijkt je dan ook uiterlijk niets op hem. Hij _was_ +een knap man, beste meid, maar wat nog beter is, hij was een braaf +en een eerlijk man, en ik was er trotsch op zijn vriend te wezen." + +"Dank u, mijnheer," zei Jo en voelde zich van nu af volkomen op haar +gemak, want zooiets viel juist in haar smaak. + +"Wat heb je met dien jongen van mij uitgevoerd, zeg?" was de volgende +vraag, op eenigszins scherpen toon gedaan. + +"Ik heb alleen geprobeerd hem wat op te beuren, mijnheer," en Jo +vertelde, hoe zij er toe gekomen was hem op te zoeken. + +"Je meent dus, dat hij wat vroolijkheid noodig heeft, is 't niet zoo?" + +"Ja, mijnheer; hij voelt zich wat eenzaam, geloof ik, en jongens +van zijn leeftijd zouden hem misschien goed doen. Wij zijn maar +meisjes, maar we zouden hem graag helpen, als 't kan, want we zijn het +heerlijke Kerstpresent nog niet vergeten, dat u ons gezonden hebt," +zei Jo levendig. + +"Tut, tut, tut, dat was het werk van den jongen. Hoe gaat het met +die arme vrouw?" + +"Dat gaat nogal, mijnheer." Jo stak in zee en sprak heel snel, en +vertelde alles van de Hummels, voor wie haar moeder de belangstelling +van een paar rijke vrienden had opgewekt. + +"Dat is juist dezelfde manier, waarop haar vader weldeed. Ik zal uw +moeder eens komen bezoeken. Zeg haar dat. Daar gaat de bel; wij drinken +vroeg thee om Teddy. Ga mee naar beneden en zet de kennismaking voort." + +"Als u goed vindt dat ik blijf, mijnheer." + +"Anders zou ik het niet vragen," zei mijnheer Laurence en bood haar +met ouderwetsche beleefdheid zijn arm. + +"Wat zou Meta hier wel van zeggen?" dacht Jo, terwijl zij naast +Laurie's grootvader voortstapte, en haar oogen dansten van pret bij +de gedachte, hoe ze alles thuis zou vertellen. + +"Heila! wat ter wereld bezielt den jongen nu?" riep de oude heer, +toen Laurie de trappen afkwam stormen en met een kreet van verbazing +eensklaps bleef stilstaan, toen hij Jo gearmd zag loopen met zijn +gevreesden grootvader. + +"Ik wist niet, dat u thuis was, Grootvader," begon hij, toen Jo hem +zegevierend aanzag. + +"Dat schijnt zoo, te oordeelen naar de wijze waarop je de trappen af +rent. Komt, laat ons gaan theedrinken en gedraag je fatsoenlijk," en na +den knaap bij wijze van liefkoozing aan het haar te hebben getrokken, +ging de heer Laurence naar de andere kamer, terwijl Laurie achter +hun rug allerlei dwaze gebaren maakte, die Jo bijna deden uitbarsten +in lachen. + +De oude heer zei niet veel onder het uitdrinken van zijn vier kopjes +thee, maar hij sloeg de jongelui gade, die weldra als oude vrienden +zaten te keuvelen, en de verandering in zijn kleinzoon ontging hem +niet. Er was nu kleur, licht en leven op het gelaat van den knaap, +zijn manieren waren levendig en zijn lach klonk echt vroolijk. + +"Ze heeft gelijk, de jongen _heeft_ het eenzaam. Ik zal eens kijken, +wat die kleine meisjes voor hem doen kunnen," dacht de heer Laurence, +toeziende en luisterende. Jo trok hem aan; haar eigenaardige, maar +open manieren vielen in zijn smaak, en ze scheen zijn kleinzoon bijna +zoo goed te begrijpen, alsof ze zelf een jongen geweest was. + +Indien de Laurences geweest waren wat Jo "stijf en harkerig" noemde, +zou ze niet met hen overweg hebben gekund, want zulke menschen maakten +haar altijd verlegen en onhandig; maar toen ze zag, dat ze vrij en +gemakkelijk waren, werd zij het ook, en maakte een goeden indruk. + +Toen ze van de theetafel opstonden, stelde ze voor naar huis te gaan, +maar Laurie zei, dat hij haar nog iets moest laten zien, en nam haar +mee naar de oranjerie, die ter harer eere verlicht was. Jo voelde zich +als in een feeënpaleis, toen ze daar op en neer wandelde tusschen +al de bloemen en planten--het zachte licht, de vochtig warme lucht, +en de zeldzame klimplanten en palmen, hoog boven haar--en intusschen +sneed haar nieuwe vriend zooveel van de mooiste bloemen af, tot hij +ze niet meer houden kon. Toen bond hij ze bij elkaar en zei met den +opgeruimden blik, dien Jo zoo graag zag: "Geef deze bouquet als 't +je blieft aan je moeder, en zeg haar, dat het geneesmiddel dat ze +mij zond, bizonder in mijn smaak is gevallen." + +Ze vonden den heer Laurence voor het vuur staan in de zitkamer, maar +Jo's aandacht werd aanstonds getrokken door een prachtige piano, +die open stond. + +"Speel je?" vroeg ze, met iets van eerbied in haar stem, aan Laurie. + +"Soms," antwoordde hij bescheiden. + +"Och, speel dan nu eens, ik zou 't zoo graag eens willen hooren, +om het aan Bets te kunnen vertellen." + +"Wil jij niet eerst?" + +"Ik zou niet weten hoe; te dom om 't te leeren, maar ik houd dol veel +van muziek." + +Laurie begon dus te spelen en Jo luisterde, haar neus begraven in +heliotropen en theerozen. Haar achting en bewondering voor "die jongen +van hiernaast" stegen ten top, want hij speelde bijzonder goed en +nam volstrekt geen airs aan. Jo wilde maar, dat Bets hem kon hooren, +maar ze zei er niets van, en prees hem, tot hij verlegen werd en zijn +grootvader hem te hulp kwam. + +"Genoeg, jongejuffrouw, genoeg; te veel zoetigheid is niet goed +voor hem. Zijn spel is niet kwaad, maar ik hoop, dat hij het in +belangrijker zaken evengoed zal maken. Ga je weg? Nu, ik ben je ten +hoogste verplicht en hoop je eens weer te zien. Mijn beleefde groeten +aan je moeder. Slaap wel, dokter Jo!" + +De oude heer drukte haar hartelijk de hand, maar zag er toch uit, alsof +iets hem niet beviel. Toen ze in de gang waren gekomen, vroeg Jo aan +Laurie, of ze iets verkeerds gezegd had, maar hij schudde zijn hoofd. + +"Neen, dat was om mij; Grootpapa hoort me niet erg graag piano spelen." + +"Waarom niet?" + +"Dat vertel ik je wel eens op een anderen keer. John zal je +thuisbrengen; ik kan het nu niet doen." + +"Dat hoeft niet hoor, het is maar een stapje. Zul je goed op je +zelf passen?" + +"Ja, maar je komt toch terug, hoop ik?" + +"Als je belooft bij ons te komen, zoodra je weer beter bent." + +"Ja, dat zal ik doen." + +"Dag Laurie!" + +"Dag Jo, slaap wel!" + +Toen alle merkwaardigheden van dien avond verteld waren, voelde de +heele familie lust om gezamenlijk een bezoek te brengen in het groote +huis aan de andere zijde van de heg; want ieder had iets, wat er haar +speciaal aantrok. Mevrouw March verlangde wat te praten over haar vader +met den ouden man, die hem blijkbaar niet vergeten had. Meta zou graag +eens in de oranjerie wandelen. Bets smachtte naar de prachtige piano, +en Amy wenschte niets vuriger dan de mooie platen en beeldjes te zien. + +"Moeder, waarom zou mijnheer Laurence Laurie niet graag hebben hooren +spelen?" vroeg Jo, die van een onderzoekende natuur was. + +"Ik weet het niet zeker, maar ik denk, omdat zijn zoon, Laurie's +vader, met een Italiaansche dame, een zangeres trouwde, waar de +oude heer, die heel trotsch is, diep verontwaardigd over was. De +jonge vrouw was goed en lief en beschaafd, maar hij hield niet van +haar en zag zijn zoon niet weer na dat huwelijk. Ze stierven beiden, +toen Laurie nog een klein kind was, waarna zijn grootvader hem tot +zich nam. Waarschijnlijk is de jongen, die in Italië geboren werd, +niet heel sterk, en is de oude man, uit angst hem te verliezen, zoo +bezorgd voor hem. Laurie heeft een aangeboren talent voor muziek, +want hij lijkt op zijn moeder en ik veronderstel, dat zijn grootvader +bang is, dat hij lust zal krijgen zich aan de muziek te wijden; in +elk geval herinnert zijn talent hem de vrouw, van wie hij niet veel +hield, en daarom werd hij er zoo warm over, zooals Jo het uitdrukt." + +"Stel je voor, wat romantisch!" riep Meta. + +"Bespottelijk," zei Jo, "laat den jongen musicus worden als hij dat +verlangt, en plaag hem niet dood door hem naar de academie te sturen, +als hij er een hekel aan heeft." + +"Daarom heeft hij dus zulke mooie zwarte oogen en zulke aardige +manieren; Italianen zijn altijd beleefd, geloof ik," zei Meta, die +wat sentimenteel was. + +"Wat weet jij van zijn oogen en manieren? Je hebt nauwelijks twee +woorden met hem gesproken," riep Jo, die _niet_ sentimenteel was. + +"Ik heb hem toch op de partij gezien, en uit je verhalen blijkt, +dat hij zich goed kan voordoen. Dat was heel aardig wat hij zei over +het geneesmiddel, dat Moeder hem zond." + +"Hij meende zeker den blanc manger." + +"Wat bén je toch nog een kind; hij bedoelde jou natuurlijk!" + +"Ja?" en Jo zette groote oogen op, alsof het iets heel nieuw voor +haar was. + +"Ik heb nooit iemand zooals jij gezien; je begrijpt niet eens een +complimentje, als j' er een krijgt," zei Meta, met het air van een +jonge dame, die er alles van wist. + +"Onzin! Ik wou, dat je niet mal was en al mijn plezier bedierf. Laurie +is een aardige jongen; ik houd van hem, en ik verkies geen gekheden te +hooren over complimentjes en zulke flauwiteiten. We zullen allemaal +aardig voor hem zijn, omdat hij geen moeder heeft, en hij mag hier +bij ons komen, is 't niet, Moeder?" + +"Ja, Jo, je vriend is van harte welkom, en ik hoop, dat Meta bedenken +zal, dat kinderen zoolang mogelijk kinderen moeten blijven." + +"Ik noem me zelf geen kind, en ik ben toch nog niet eens dertien," +merkte Amy op. "Wat zeg jij er van, Bets?" + +"Ik dacht over onzen "Pelgrimstocht," antwoordde Bets, die niet +naar het gesprek geluisterd had. "Hoe we uit den "wankelmoedspoel" +en door het "struikelaarspoortje" kwamen, door ons vast besluit om +goed te zijn, en ons best te doen den heuvel op te klauteren, en +dat het groote huis van Laurie's grootvader met al de mooie dingen +misschien ons Paleis der Gelukkigen zal zijn." + +"Wij moeten eerst nog de leeuwen voorbij," zei Jo, op een toon alsof +ze dat denkbeeld wel aardig vond. + + + + +HOOFDSTUK VI. + +BETS VINDT "HET PALEIS DER GELUKKIGEN." + + +Het groote huis bleek een eldorado te wezen, hoewel het een heelen tijd +duurde, eer ze er allen in waren, en Bets het heel moeilijk vond "de +leeuwen" [3] voorbij te komen. De oude heer Laurence was de grootste, +maar na zijn bezoek, waarop hij ieder van de meisjes iets aardigs of +vriendelijks gezegd en met hun moeder over oude tijden gepraat had, +was niemand meer erg bang voor hem, behalve de bedeesde Bets. De andere +leeuw was het feit, dat ze arm waren en Laurie rijk, want dat maakte +hen huiverig om beleefdheden aan te nemen, die ze niet wederkeerig +konden bewijzen. Na een poosje bemerkten ze echter, dat hij hen als de +weldoensters beschouwde en niet genoeg kon doen om zijn dankbaarheid +te toonen voor het moederlijk onthaal, dat Mevrouw March hem bereidde, +het vroolijk gezelschap der meisjes, en de gezelligheid, die hij in +hun eenvoudig huis vond, zoodat ze weldra allen trots op zij zetten +en elkander vriendelijkheden bewezen, zonder er over na te denken, +welke wel de grootste was. + +Allerlei prettige dingen gebeurden in dien tijd, want de nieuwe +vriendschap groeide als gras in de lente. Ieder hield van Laurie, en +hij deelde zijn gouverneur in het geheim mee, dat de Marches bepaald +"echt leuke" meisjes waren. Met jeugdige geestdrift namen ze den +eenzamen jongen in hun midden op, bewezen hem kleine vriendelijkheden, +en hij vond iets bizonder aantrekkelijks in het gezelschap van de +vroolijke buurtjes. Daar hij nooit een moeder of zuster gekend had, +voelde hij al heel gauw den invloed, dien ze op hem uitoefenden, +en hun bezig, opgewekt leventje leerde hem zich te schamen over het +luie bestaan dat hij leidde. Boeken verveelden hem, en hij vond de +menschen nu zoo belangwekkend, dat de heer Brooke zich genoodzaakt +zag een slecht rapport over hem uit te brengen, want Laurie verzuimde +gedurig zijn lessen en was dan steeds bij de Marches te vinden. + +"Enfin, laat hij maar eens vacantie nemen; hij zal het later wel +weer inhalen," zei de oude heer. "Volgens onze vriendelijke buurvrouw +studeert hij te hard en heeft hij behoefte aan den omgang met jonge +menschen, aan uitspanning en lichaamsbeweging. Ik geloof, dat ze gelijk +heeft, en dat ik den jongen vertroeteld heb, alsof ik zijn grootmoeder +was. Laat hij doen waar hij plezier in heeft, als hij maar gelukkig +is; bij die kleine nonnetjes hiernaast kan hem geen kwaad overkomen, +en mevrouw March doet meer voor hem, dan wij zouden kunnen." + +Wat hadden ze een prettigen tijd! Zulke heerlijke voorstellingen en +tableaux, sleetochtjes en hardrijderijen op schaatsen, zulke gezellige +avondjes in de oude zitkamer, en nu en dan zulke vroolijke kleine +partijtjes in het groote huis. Meta mocht in de broeikas wandelen, +zooveel ze maar wilde en genieten van heerlijke ruikers; Jo verslond +de nieuwe bibliotheek en deed den ouden heer soms in lachen uitbarsten +door haar critiek; Amy copieerde schilderijen en genoot naar hartelust +van al het schoone, en Laurie speelde op de aardigste manier voor +gastheer. + +Maar Bets kon, hoewel ze naar de groote piano smachtte, geen moed +genoeg vatten naar "het paradijs" te gaan, zooals Meta het noemde. On +zekeren dag ging ze er met Jo heen, maar de oude heer, die haar +zwakke zijde niet kende, staarde haar zóó aan van onder zijn zware +wenkbrauwen, en zei zóó hard "hm", dat "haar beenen klapperden," +zooals ze aan haar moeder vertelde; ze liep zoo gauw mogelijk weg en +verklaarde, dat zij er nooit meer heen durfde, zelfs niet ter wille +van de mooie piano. Geen overredingen of beloften konden haar vrees +overwinnen, totdat de heer Laurence op geheimzinnige wijze achter de +waarheid kwam en de zaak zocht te herstellen. Gedurende een van zijn +korte bezoeken, bracht hij behendig het gesprek op muziek; vertelde +van groote zangers en zangeressen, die hij ontmoet, van fraaie orgels, +die hij gehoord had, en kende zoovele aardige anecdoten, dat Bets +onmogelijk in haar stil hoekje blijven kon, maar steeds nader en nader +kwam, alsof ze betooverd werd. Ze stond stil bij den rug van zijn stoel +en bleef met groote oogen staan luisteren, terwijl haar wangen rood +gekleurd waren door de opwinding van deze buitengewoon moedige daad. De +heer Laurence nam niet meer notitie van haar dan van een vlieg, sprak +door over Laurie's lessen en onderwijzers en vertelde toen, alsof die +gedachte hem eensklaps inviel: "De jongen verwaarloost nu zijn muziek, +en ik ben er blij om, want hij begon er al te veel van te houden. Maar +de piano wordt niet beter van dat ongebruikt staan; zouden niet een +paar van uw meisjes er nu en dan eens op willen studeeren, alleen maar +om te zorgen, dat zij niet ontstemt?" Bets ging een stapje vooruit en +bedwong met alle macht de sterke verzoeking in haar handen te klappen; +de gedachte op dat prachtig instrument te mogen spelen, deed haar een +oogenblik haar adem inhouden. Voordat mevrouw March nog kon antwoorden, +ging mijnheer Laurence voort met een eigenaardig knikje en glimlachje: +"Ze hoeven niemand te zien of te spreken, maar kunnen ten allen tijde +overloopen, want ik zit toch in mijn studeerkamer aan den anderen kant +van het huis; Laurie is veel uit, en de dienstboden hebben na negen +uur niets meer te maken in de zitkamer." Hier stond hij op, alsof +hij wilde heengaan, en Bets was juist van plan te spreken, want die +laatste schikking maakte, dat er niets te wenschen overbleef. "Wilt u +zoo goed wezen dit aan de jonge dames te zeggen, en mochten ze soms +geen lust hebben, dan is het ook goed." Hier kroop een smal handje +in de zijne, en Bets zag met een van dankbaarheid stralend gezichtje +tot hem op en zei op haar ernstig, maar verlegen maniertje: + +"O, mijnheer, ze hebben er héél veel lust in!" + +"Ben jij de musicienne?" vroeg Laurie's grootvader, zonder zijn +schrikwekkend "hm!" en met een vriendelijken blik. + +"Ik ben Bets, ik houd dol veel van muziek en ik wil graag komen, +als u zeker weet dat niemand me hooren kan--dien het hinderen zou," +voegde ze er bij, vreezende onbeleefd te zijn en bevende over haar +eigen stoutmoedigheid. + +"Geen sterveling, lieve kind; het huis is den halven dag leeg, kom +dus gerust en trommel zooveel je wilt, het zal mij genoegen doen." + +"Wat aardig van u, mijnheer!" + +Bets bloosde als een roosje, toen hij haar zoo welwillend aankeek, +maar nu was zij niet verlegen en drukte dankbaar de groote hand, +omdat ze geen woorden kon vinden om hem te danken voor het kostbaar +geschenk dat hij haar gegeven had. De oude heer streek haar zachtjes +het haar van het voorhoofd, en zich bukkende kuste hij haar en zei +op een toon, die maar zelden iemand van hem hoorde: + +"Ik heb eenmaal een dochterje gehad met oogen als die van jou. God +zegene je, kindlief; dag mevrouw," en hij vertrok haastig. Bets +gaf zich in haar moeders armen aan haar blijdschap over, en snelde +toen naar boven om het heerlijke nieuws aan haar zieke poppenfamilie +mee te deelen, daar de zusters niet thuis waren. Hoe vroolijk zong +ze dien avond, en hoe lachten de anderen haar uit, omdat ze Amy +'s nachts wakker maakte, door in den slaap op haar gezicht piano te +spelen. Toen Bets den volgenden dag den ouden en den jongenheer had +zien wegwandelen, trok ze, na twee of driemaal te zijn teruggeloopen, +de stoute schoenen aan, en sloop zoo stil als een muisje naar de +zitkamer, waar het voorwerp van haar vereering stond. Heel toevallig +natuurlijk, lag er wat lieve, gemakkelijke muziek op de piano, en +met bevende vingers, en gedurig luisterend en rondziende, raakte ze +eindelijk de toetsen aan, vergat toen haar vrees, zichzelf en alles, +behalve het onuitsprekelijk genot, dat de muziek haar gaf, want ze +klonk haar als de stem van een geliefd vriend. + +Ze bleef, totdat Hanna haar kwam halen om te eten; maar ze had geen +eetlust, en kon alleen stilzitten en tegen ieder glimlachen in een +staat van volkomen gelukzaligheid. + +Van nu af aan zag men het kleine, bruine hoedje bijna dagelijks door +de heg kruipen, en in de groote zitkamer huisde een muzikale geest, +die onzichtbaar verscheen en verdween. Bets kwam nooit te weten, dat +mijnheer Laurence dikwijls de deur van zijn studeerkamer openzette om +naar de ouderwetsche liedjes te luisteren, die hij zoo graag hoorde; +ze zag nooit, hoe Laurie in de gang de wacht hield, om de bedienden +op een afstand te houden; nooit kwam de gedachte bij haar op, dat de +oefeningen en de nieuwe liederen, die ze in het muziekkastje vond, +daar gelegd werden voor haar bijzonder gebruik; en als Laurie thuis +met haar over muziek praatte, dacht ze er alleen over, hoe vriendelijk +het toch van hem was, dat hij Bets allerlei dingen vertelde, die haar +zoo voorthielpen. Bets genoot dus van ganscher harte en erkende, wat +niet altijd het geval is, dat haar, nu _deze_ begeerte vervuld was, +niets meer te wenschen overbleef. Misschien kreeg ze, omdat ze voor +dezen zegen zoo dankbaar was, een nog grootere; ze verdiende in elk +geval beiden. + +"Moeder, ik wou voor mijnheer Laurence een paar pantoffels maken. Hij +is zoo goed voor me, dat ik hem mijn dankbaarheid moet toonen, en +ik weet niets anders. Mag ik het doen?" vroeg Bets een paar weken na +zijn gewichtig bezoek. + +"Ja, lieveling, het zal hem veel genoegen doen, en 't is een aardige +manier om hem te bedanken. De meisjes zullen er je aan helpen, en ik +zal het opmaken betalen," antwoordde mevrouw March, die bijzonder +graag Bets' verzoek inwilligde, omdat zij zoo zelden iets voor +zichzelf verlangde. Na veel ernstige overleggingen met Meta en Jo +werd het patroon gekozen, de benoodigdheden gekocht en de pantoffels +begonnen. Een bouquet stemmige, maar toch vroolijke viooltjes op een +donkerpurperen grond werd juist geschikt verklaard en Bets werkte +vroeg en laat en werd alleen maar hier en daar bij moeilijke eindjes +geholpen. Zij was een handig, klein meisje en de pantoffels waren +af, voor ze iemand begonnen te vervelen. Toen schreef ze een kort, +eenvoudig briefje en wist ze met Laurie's hulp onder zijn Grootvaders +schrijftafel te smokkelen, toen de oude heer nog niet bij de hand was. + +Toen dat pak van haar hart was, wachtte Bets af, wat er gebeuren +zou. Die gansche dag ging voorbij en een gedeelte van den volgenden, +zonder dat ze er iets van hoorde, en ze begon al te vreezen, dat ze +haar grilligen vriend beleedigd had. Op den middag van den tweeden dag +ging ze een boodschap doen en nam de arme Johanna, haar gebrekkige pop, +mee voor haar dagelijksche wandeling. + +Bij haar terugkomst, zag zij al uit de verte drie, neen, vier +hoofden uit de ramen kijken, en zoodra die hoofden haar zagen, +wuifden verscheiden handen en riepen vier stemmen vroolijk: + +"Er is een brief van den ouden mijnheer; kom hem maar gauw lezen!" + +"O, Bets! hij heeft je--" begon Amy en zwaaide alles behalve +fatsoenlijk met de handen; maar ze kon niet verder komen, want Jo +smoorde haar ontboezeming door het raam dicht te slaan. + +Bets haastte zich wat ze kon met een van blijdschap bonzend hart; bij +de deur namen haar zusters haar op en droegen haar in opgetogenheid +naar de zitkamer, alle drie naar den hoek wijzende en roepende: "Kijk +eens!" Bets keek, en werd bleek van verrukking en verrassing, want +daar stond eene kleine piano met een brief er boven op, geadresseerd +aan: Mejuffrouw Elizabeth March. + +"Voor mij?" fluisterde Bets en hield zich vast aan Jo, met een gevoel, +alsof ze op den grond zou vallen; het was alles zoo wonderlijk, +zoo overstelpend! + +"Ja; heelemaal voor jou, lieveling. Is dat niet kranig van hem? Vind +je hem niet den liefsten ouden man in de heele wereld? De sleutel +zit in den brief, we hebben hem niet opengemaakt, maar we branden +van verlangen om te hooren, wat er in staat," riep Jo, terwijl ze +haar zusje opgewonden tegen zich aandrukte en haar den brief in de +hand stopte. + +"Lees jij hem alsjeblieft, ik kan niet, ik voel me zoo raar. O, +hij is véél te mooi voor mij," en Bets verborg haar gezicht in Jo's +boezelaar, voor het oogenblik heelemaal van streek. + +Jo opende den brief en begon te lachen, want de eerste woorden, +die ze zag, waren: + + + Mejuffrouw March, + + "Waarde, jonge Vriendin." + + "Wat klinkt dat aardig! Ik wou dat iemand ook eens zoo aan mij + schreef!" zei Amy, die den ouderwetschen aanhef wel "deftig" + vond. + + "Ik heb vele pantoffels gehad in mijn leven, maar nooit een paar, + dat mij zoo goed paste, als de uwe," ging Jo voort. "Viooltjes + zijn mijn geliefkoosde bloemen en deze zullen mij altijd de lieve + geefster in herinnering brengen. Ik doe gaarne mijn schulden af, + en ik denk dus, dat ge "den ouden heer" wel zult willen toestaan + u iets te zenden, wat eenmaal behoorde aan het kleindochtertje, + dat hij verloren heeft. Met hartelijken dank en beste wenschen + blijf ik, + + Uw dankbare vriend en dienstw. dien. + James Laurence. + + +"Nu Bets, dàt is een eer, waar je trotsch op mag zijn, zou ik +denken! Laurie vertelde me, hoeveel mijnheer Laurence van dat kind +hield, en hoe zorgvuldig hij al haar dingen bewaard heeft. Denk eens, +hij heeft jou haar piano gegeven! Dat komt er van als je groote blauwe +oogen hebt en van muziek houdt," zei Jo en zocht Bets te kalmeeren, +die erg beefde en een kleur had van opgewondenheid. + +"Zie eens wat aardige kandelaartjes voor de kaarsen, en wat mooie +groene zij van achteren, in het midden opgenomen met een goud roosje, +en de mooie stander en het krukje, alles bij elkander," voegde Meta +er bij, de piano openende en alle schoonheden aanwijzende. + +""Uw dienstwillige dienaar, James Laurence;" verbeeldt je toch eens, +dat schreef hij aan jou! Ik zal het de meisjes op school vertellen, +die zullen het haast niet kunnen gelooven," riep Amy, op wie het +briefje een diepen indruk gemaakt had. + +"Probeer 'm eens, liefje, laten we die dreumes van een piano eens +hooren," zei Hanna, die altijd met haar gansche hart deelde in de +vreugde en droefheid der familie. + +Bets speelde dus een stukje, en ieder zei, dat het de mooiste toon +was, dien ze ooit gehoord hadden. Het instrument was klaarblijkelijk +pas gestemd en opgeknapt; maar hoe volmaakt het ook was, geloof ik +toch, dat er niets zoo bekoorlijk was als dat gelukkigste van alle +gelukkige gezichtjes, die er over hingen, toen Bets met teedere handen +de mooie zwarte en witte toetsen aanraakte en haar voeten de blinkende +pedalen drukten. + +"Je zult hem moeten gaan bedanken," zei Jo, bij wijze van grap, +want dat "het kind" werkelijk zou gaan, kwam niet in haar op. + +"Ja, dat ben ik ook stellig van plan; ik geloof, dat ik nu maar +moest gaan, voordat ik bang word," en tot groote verbazing van het +verzamelde gezin, stapte Bets vastbesloten den tuin in, de heg door +en recht op het huis der Laurences aan. + +"Wel, heb ik van me leven! als dat niet het raarste is, wat ik ooit +gezien heb; de piano heeft haar heelendal van de wijs gebracht; +'t schaap zou nooit gegaan zijn, als ze bij der positieve was!" riep +Hanna, haar naziende, terwijl het wonder de meisjes een oogenblik +sprakeloos maakte. Ze zouden nog meer verwonderd zijn geweest, als +ze gezien hadden, wat Bets verder deed. Ze liep, zonder zich ook +maar een oogenblik te bedenken, naar de studeerkamer, klopte aan, en +toen een forsche stem "binnen" riep, _ging_ ze werkelijk naar binnen, +stapte op mijnheer Laurence af, die zeer verwonderd opkeek, stak hem +haar hand toe en zei met een maar _even_ bevende stem: "Mijnheer, +ik kwam u bedanken voor--" maar verder bracht ze het niet; want hij +keek haar zoo vriendelijk aan, dat ze haar toespraak vergat; en er +alleen aan denkende, dat hij het kleine meisje, dat hem zoo lief was +geweest, verloren had, sloeg ze beide armen om zijn hals en kuste hem. + +Als het dak van het huis plotseling boven het hoofd van den ouden heer +was ingestort, zou hij niet verbaasder hebben kunnen zijn, maar hij +vond het heel plezierig--o ja! hij vond het _bijzonder_ plezierig; en +hij was door dit groote bewijs van vertrouwen zoo geroerd en gelukkig, +dat al zijne norschheid verdween. Hij nam haar op zijn knie en vleide +zijn gerimpelde wang tegen haar blozend gezichtje, en verbeeldde +zich, dat hij zijn eigen kleindochtertje terug had gekregen. Van dat +oogenblik af had Bets niets geen angst meer voor hem, en zat ze zoo +gezellig met hem te babbelen, alsof ze hem haar leven lang gekend had; +want liefde sluit vrees uit en dankbaarheid kan trots overwinnen. Toen +ze naar huis terugkeerde, bracht hij haar tot aan haar eigen deur, +schudde haar hartelijk de hand, nam bij het afscheidnemen zijn hoed +voor haar af, en wandelde statig en deftig terug, zooals een knap, +krijgshaftig oud heer betaamt. + +Toen de meisjes dat zagen, _moest_ Jo een paar bokkesprongen maken +om haar blijdschap te toonen; Amy viel in haar verbazing bijna uit +het raam, en Meta riep met opgeheven handen: "Nou geloof ik heusch, +dat de wereld op haar eind loopt!" + + + + +HOOFDSTUK VII. + +AMY'S DAL DER VERNEDERING. + + +"Die jongen is een echte cycloop, vindt jullie niet?" vroeg Amy op +een keer, toen Laurie te paard voorbij rende en in het voorbijgaan +met zijn zweep salueerde. + +"Hoe durf je dat te zeggen van een jongen, die zijn beide oogen heeft, +en nog wel heel mooie ook!" riep Jo, die niet de minste aanmerking +op haar vriend kon velen. + +"Ik zei niets van zijn oogen, en ik begrijp niet, waarom je zoo op +moet vliegen, als ik zijn rijden bewonder." + +"O, lieve ziel! die kleine gans bedoelt een centaur en ze zegt een +cycloop," riep Jo, in lachen uitbarstend. + +"Je hoeft je niet zoo ruw aan te stellen, het is alleen maar een +"lapsus lingus," zooals mijnheer Davis zegt," antwoordde Amy, Jo met +haar Latijn den mond snoerend. "Ik wou maar, dat ik een gedeelte van +het geld had, dat Laurie aan dat paard verspilt," voegde ze er als +tot zichzelf sprekend bij, maar toch in de hoop, dat haar zusters +het hooren zouden. + +"Waarom?" vroeg Meta vriendelijk, want Jo kreeg een nieuwe lachbui +bij Amy's tweede vergissing. + +"Ik heb het zoo hoog noodig; ik zit diep in de schuld en mijn beurt +voor het prullengeld komt nog in geen maand." + +"In schulden, Amy, wat bedoel je?" vroeg Meta bezorgd. + +"Och, ik ben minstens een dozijn dadels schuldig, en je weet, ik kan +ze niet betalen, voor ik geld heb, want Moeder heeft me volstrekt +verboden iets op rekening te koopen." + +"Vertel mij de heele zaak eens. Zijn dadels nu in de mode? Vroeger +waren het "balletjes," en Meta trachtte haar gezicht in de plooi te +houden, want Amy zag er hoogst ernstig en gewichtig uit. + +"Och, zie je, de meisjes koopen ze telkens, en als je niet voor schriel +wilt aangezien worden, moet je het ook wel's doen. Het zijn nu altijd +dadels; iedereen zit er onder schooltijd in zijn lessenaar aan te +zuigen en verruilt ze in het speelkwartier tegen potlooden, kralen, +ringen en papieren poppetjes of iets anders. Als een meisje veel van +een ander houdt, geeft ze haar er een mee; als zij boos op haar is, +eet zij er een voor haar oogen op, zonder haar zelfs te vragen of +ze er even aan wil zuigen. Ze tracteeren om beurten, en ik heb er al +een hoop gehad, zonder ooit iets terug te doen; en dat moet ik toch, +want het zijn eereschulden, is 't niet?" + +"Hoeveel heb je noodig, om alles af te doen en je crediet te +herstellen?" vroeg Meta, haar beurs uit den zak halend. + +"Een kwartje zou genoeg zijn, dan bleef er nog wel wat over om jullie +te trakteeren, of houden jullie niet veel van dadels?" + +"Niet erg, je mag mijn deel houden. Hier is het geld--maak er zooveel +van als je kunt, want ik kan 't je niet dikwijls geven, dat weet je." + +"O, dank je wel; wat heerlijk toch om zakgeld te hebben. Ik zal +een heel feest aanrichten, want ik heb de heele week geen dadel +geproefd. Ik wou er liever geen een aannemen, omdat ik niets terug +kon geven, en ik smacht er wezenlijk naar." + +Den volgenden dag kwam Amy vrij laat op school, maar ze kon de +verzoeking niet weerstaan met vergeeflijken trots een vochtig, +bruin papieren pakje te vertoonen, voordat ze het in de verborgenste +schuilhoeken van haar lessenaar wegstopte. Het volgend oogenblik ging +het praatje als een loopend vuurtje door de klasse, dat Amy March +vierentwintig heerlijke dadels bij zich had (zij had er onderweg +één opgegeten) en zou trakteeren, waarop ze door haar vriendinnen +met attenties overladen werd. Katy Brown verzocht haar dadelijk op +haar eerstvolgende partij, Mary Kingsley drong er op aan haar tot +het speeluur haar horloge te leenen; en Jenny Snow, een satirieke +jonge dame, die Amy laaghartig geplaagd had met haar dadelloozen +staat, wierp haastig de wapens neer, en bood de antwoorden aan, +voor een paar moeilijke sommen. Maar Amy had de scherpe opmerkingen +niet vergeten van de jongejuffrouw Snow over "sommige menschen, +wier neuzen niet te stomp waren om de dadels van anderen te ruiken, +en verwaande menschen, die niet te trotsch waren er om te vragen," +en zij sloeg dadelijk de hoop van "dat kind Snow" den bodem in, door +de vernietigende tijding: "Je hoeft niet plotseling zoo beleefd te +zijn, want je krijgt er toch geen." + +Nu gebeurde het, dat de school dien morgen bezocht werd door +een gewichtig personage, die Amy's net geteekende kaarten prees, +welke eer, aan haar vijandin bewezen, een angel was in de ziel van +jongejuffrouw Snow, en jongejuffrouw March de airs deed aannemen van +een jonge pauw. Maar helaas, helaas! hoogmoed komt voor den val, en +de wraakzuchtige Snow deed met rampzalig succes de kans keeren. Niet +zoodra had de bezoeker de gewone complimenten gemaakt en den aftocht +geblazen, of Jenny deelde den onderwijzer, mijnheer Davis, onder +voorwendsel van iets belangrijks te vragen, mede, dat Amy March dadels +in haar lessenaar had. + +Nu had de heer Davis dadels voor contrabande verklaard, en plechtig +gezworen, dat de eerste, die de wet durfde overtreden, openlijk kennis +zou maken met de handplak. De arme man, die heel wat te verdragen +had, was er na een langen, hevigen oorlog in geslaagd de balletjes +te verbannen, had een vuurtje gestookt van de in beslag genomen +romannetjes en couranten, een privaat-postkantoor opgeheven, het +gezichten trekken, het geven van bijnamen, het teekenen van caricaturen +verboden, en alles gedaan wat één enkel man doen kan om een vijftigtal +oproerige meisjes in bedwang te houden. Jongens stellen het menschelijk +geduld meer dan genoeg op de proef, de hemel weet het! maar meisjes +nog erger, vooral dat van zenuwachtige heeren met een tiranniek +gemoed en niet meer talent voor het onderwijs dan "Dr. Blimber." De +heer Davis had veel kennis van Grieksch, Latijn, algebra en "ologies" +van allerlei soort, waarom hij een bijzonder goed onderwijzer genoemd +werd, terwijl manieren, zedenleer, gevoelens en voorbeelden van niet +veel belang beschouwd werden. Het was een zeer gelukkig oogenblik om +Amy aan te klagen, en Jenny wist bet. Klaarblijkelijk had mijnheer +Davis dien morgen te sterke koffie gedronken, er woei een Oostenwind, +die altijd zijn zenuwen prikkelde en zijn leerlingen hadden hem niet +die eer bewezen, die hij wist verdiend te hebben; daarom was hij, +om den veelzeggenden, indien ook al niet bevalligen spreektrant van +een schoolmeisje te gebruiken, "zoo kwaadaardig als een bul en zoo +brommig als een beer." Het woord "dadel" werkte als vuur bij buskruit; +zijn tanig gezicht werd vuurrood, en hij sloeg met zoo'n kracht op zijn +lessenaar, dat Jenny met ongewone vlugheid naar haar plaats terugwipte. + +"Jonge dames, opletten _als 't je blieft_!" + +Op dat streng verzoek zweeg het geraas, en vijftig paar blauwe, +zwarte, grijze en bruine oogen werden gehoorzaam gericht op zijn +schrikwekkend gelaat. + +"Jongejuffrouw March, kom hier." + +Amy stond op om te gehoorzamen, uiterlijk bedaard maar inwendig +angstig genoeg, want de dadels bezwaarden haar geweten. + +"Breng de dadels mee, die in je lessenaar zijn," klonk het onverwachte +bevel, dat haar tegenhield, nog eer ze uit de bank was gekomen. + +"Neem ze niet allemaal mee," fluisterde haar buurvrouw, een jonge dame, +die veel tegenwoordigheid van geest bezat. + +Amy schudde er haastig een half dozijn uit en legde de overige voor +mijnheer Davis neer, vast overtuigd, dat ieder man, die een menschelijk +hart in zich omdroeg, zachter gestemd zou worden, als die verrukkelijke +geur zijn neus bereikte. Ongelukkig had de heer Davis een bijzonderen +afkeer van de vrucht, en die afschuw deed zijn toorn stijgen. + +"Is dat alles?" + +"Neen, mijnheer," stamelde Amy. + +"Breng dadelijk het overige hier." + +Met een wanhopigen blik op haar clubje gehoorzaamde Amy. + +"Weet je zeker, dat er niet meer zijn?" + +"Ik jok nooit, mijnheer!" + +"Dat zie ik. Neem nu die walgelijke dingen twee aan twee op en smijt +ze uit het raam." + +Een diepe zucht steeg uit aller hart op, die wel een kleine windvlaag +geleek, toen de laatste hoop vervloog en de lekkernij ontstolen werd +aan de smachtende lippen. + +Purper van schaamte en toorn deed Amy haar twaalf vreeselijke +wandelingen heen en terug, en iederen keer, dat een veroordeeld paar, +o, zoo dik en sappig! uit haar onwillige handen viel, vermeerderde een +juichtoon van de straat de smart der meisjes, want die vreugdeuitingen +zeiden hun, dat de kleine Iersche kinderen, hun geslagen vijanden, +met Amy's tractatie hun voordeel deden. Dit was te veel; allen wierpen +verontwaardigde of smeekende blikken op den onverbiddelijken Davis, +en één hartstochtelijke dadelliefhebster barstte in tranen uit. + +Toen Amy van haar laatste tochtje terugkeerde, "hm"de de heer Davis +gewichtig, en begon op zijn indrukmakendsten toon: "Jonge dames, +gij herinnert u, wat ik een week geleden gezegd heb. Het spijt me, +dat dit gebeurd is, maar ik kan niet toestaan, dat er inbreuk gemaakt +wordt op mijn wetten, en ik breek _nooit_ mijn woord. Jongejuffrouw +March, houd uw hand op." + +Amy schrikte, hield de beide handen op den rug en zag hem zoo smeekend +aan, dat die blik krachtiger voor haar pleitte, dan de woorden, +die ze niet kon uitbrengen. Ze was min of meer een lieveling van den +"oude", zooals hij genoemd werd, en ik voor mij geloof, dat hij zijn +woord _zou_ gebroken hebben, indien niet de verontwaardiging van een +zichzelf niet beheerschende jonge dame, zich geuit had in een leelijk +gesis. Dat gesis, hoe flauw het ook was, dreef den prikkelbaren +leeraar tot het uiterste en besliste het lot der schuldige. + +"Uw hand, jongejuffrouw March!" was het eenig antwoord op haar stomme +bede, en te trotsch om te schreien of vergiffenis te vragen, klemde +Amy de tanden op elkaar, wierp het hoofd fier achterover, en verdroeg, +zonder eenig teeken van pijn te geven, verscheiden slagen op haar +kleine hand. Ze waren talrijk noch zwaar, die slagen, maar dat maakte +geen verschil. Voor de eerste maal in haar leven was ze _geslagen_, +en de vernedering was in haar oogen even groot, als wanneer hij haar +een pak ransel gegeven had. + +"Ga nu tot het vrije kwartier voor het bord staan", beval mijnheer +Davis, vast besloten de zaak door te zetten, nu hij eenmaal begonnen +was. + +Dat was verschrikkelijk! Het zou al erg genoeg geweest zijn nu naar +haar plaats terug te keeren, en de medelijdende gezichten te zien van +haar vriendinnen, of de triomfeerende blikken van haar vijandinnen; +maar om daar te pronk te staan, ten aanschouwe van de geheele school, +terwijl de schande nog zoo versch in 't geheugen lag, scheen Amy +ondraaglijk, en gedurende een oogenblik was liet haar, alsof ze zich +voorover op den grond moest laten vallen en in heete tranen uitbarsten. + +Een bitter gevoel van verongelijkt te worden en de gedachte aan Jenny +Snow hielpen het haar echter dragen. Toen ze de standplaats ingenomen +had, vestigde ze haar oogen op de kachelpijp, boven wat haar nu een zee +van hoofden toescheen. Daar stond ze, zoo onbeweeglijk en bleek, dat de +meisjes het moeilijk vonden hun aandacht bij 't werk te houden, met die +tragische kleine gedaante voor zich. Gedurende de vijftien minuten, +die nu volgden, had het trotsche, gevoelige kleine ding, zooveel +schaamte en verdriet te verdragen, dat ze het nimmer vergat. Voor +anderen mocht het een belachelijke of weinig beteekenende zaak zijn, +voor Amy was het een harde ondervinding. Gedurende de twaalf jaren +van haar leven uitsluitend door liefde geregeerd, had haar nog nooit +zoo iets getroffen. Al de pijn in haar hand en de smart van haar +ziel werden vergeten bij de kwellende gedachte: "Ik moet het thuis +vertellen en ze zullen zoo teleurgesteld over me zijn!" De vijftien +minuten schenen haar een uur, maar ze waren toch eindelijk om, en het +woord "opbergen" had haar nog nooit zoo welkom in de ooren geklonken. + +"Je kunt gaan, Amy March," zei mijnheer Davis en hij leek zooals hij +zich ook gevoelde, alles behalve op zijn gemak. + +Het duurde lang, eer hij den verwijtenden blik vergat, dien Amy hem +toewierp, toen ze, zonder een enkel woord te zeggen, naar de kleedkamer +ging, haar goed van den kapstok rukte en de plaats "voor altijd" +verliet, zooals ze zichzelf hartstochtelijk beloofde. Thuis raakte +ze totaal overstuur, en toen de oudere meisjes eenigen tijd later +terugkwamen, werd er dadelijk een zeer verontwaardigde vergadering +gehouden. Mevrouw March zei niet veel, maar keek ontstemd en troostte +haar bedroefd dochtertje op de teederste wijze. Meta bette het +gepijnigde handje met glycerine en tranen; Bets voelde, dat zelfs +haar geliefde katjes geen balsem konden brengen voor een smart als +deze, en Jo meende in haar woede, dat mijnheer Davis zonder uitstel +behoorde gearresteerd te worden, terwijl Hanna haar vuist balde tegen +den "ellendeling" en de aardappelen voor het middagmaal met zulk een +vuur fijnstampte, alsof ze _hem_ onder den lepel had. + +Niemand, behalve haar makkertjes, nam eenige notitie van Amy's vlucht; +maar de scherpziende jonge dames merkten op, dat "Davis" 's middags +bijzonder vriendelijk en ook buitengewoon zenuwachtig was. Even +voordat de school begon, verscheen Jo met een "grimmig gelaat", stapte +op den leeraar toe, en overhandigde hem een briefje van haar moeder; +daarna pakte ze alles bij elkaar wat aan Amy toebehoorde en vertrok, na +zorgvuldig haar laarzen afgeveegd te hebben op de mat bij de voordeur, +alsof ze het gehate stof van haar voeten wilde schudden. + +"Ja, je kunt nu van deze school af gaan, maar moet dan elken dag een +tijd met Bets studeeren," zei mevrouw March dien avond. "Ik ben tegen +lichaamsstraf, vooral wat meisjes betreft. Ik houd niet van mijnheer +Davis' manier van onderwijzen en geloof ook niet, dat de meisjes, +waarmee je omgaat, je veel goed doen. Voor ik je naar een andere +school zend wil ik eerst Vader eens raadplegen." + +"Heerlijk! Ik wou dat alle meisjes weggingen en zijn akelige school +opgeruimd moest worden. Is 't niet om gek te worden, als je aan +die heerlijke dadels denkt?" zuchtte Amy met het gezicht van een +martelares. + +"Het spijt me niet, dat je ze verloren hebt, want je handelde in +strijd met de regels en verdiende straf voor je ongehoorzaamheid," +was het strenge antwoord, dat de jonge dame die niets dan medelijden +verwachtte, wel eenigszins teleurstelde. + +"Bedoelt u, dat u blij is, dat ik voor de geheele school vernederd +ben?" riep Amy. + +"Ik zou niet dien weg inslaan om een gebrek te verbeteren," antwoordde +haar moeder; "maar ik ben er niet zeker van of je deze methode niet +meer goed zal doen, dan een zachtere manier. Je bent mooi op weg +veel te verwaand en gewichtig in je eigen oogen te worden, kindlief, +en het is meer dan tijd, dat je er eens goed acht op geeft. Je hebt +veel goede eigenschappen en kleine deugden, maar het is niet noodig ze +zoo uit te stallen, want verwaandheid bederft den besten aanleg. Een +echt talent of echte goedheid zullen niet licht over het hoofd gezien +worden, en al hád dit ook plaats, dan moest nog het bewustzijn, +ze te bezitten en ferm te gebruiken, iemand voldoen. Bedenk dat de +grootste aantrekkelijkheid van elk begaafd mensch is: bescheidenheid." + +"Ja, dat is waar," riep Laurie, die in een hoek met Jo zat te +schaken. "Ik heb een meisje gekend, dat een bijzonder talent voor +muziek had, zonder het zelf te weten; ze wist ook niet, hoe lief +de kleine stukjes waren, die ze componeerde, wanneer ze alleen was, +en zou het niet geloofd hebben, al had iemand het haar verteld." + +"Ik wou, dat ik dat meisje gekend had; ze zou mij misschien wel +willen helpen, ik ben zoo dom," zei Bets, die gretig luisterend naast +hem stond. + +"Je kent haar, en ze helpt je beter dan eenig mensch ter wereld zou +kunnen," antwoordde Laurie en zag haar met zoo'n ondeugende uitdrukking +in z'n vroolijke, zwarte oogen aan, dat Bets plotseling bloosde en +haar gezicht verborg in een canapékussen, heelemaal ontsteld door +die plotselinge ontdekking. + +Jo liet Laurie het spel winnen, om hem te beloonen voor dien lof, +haar Bets toegezwaaid, die er echter niet toe te bewegen was dien +avond iets te spelen na dat compliment. Laurie deed dus zijn best en +zong uitstekend, daar hij in een bijzonder goede luim was, want aan +de Marches toonde hij zelden de schaduwzijde van zijn karakter. Toen +hij vertrokken was, vroeg Amy, die den geheelen avond peinzend had +zitten kijken, plotseling, alsof haar een nieuwe gedachte inviel: +"Is Laurie een begaafde jongen?" + +"Ja, hij heeft veel gaven en een prachtige opvoeding gehad; hij zal +een knap man worden, als hij niet door vertroeteling bedorven wordt," +antwoordde haar moeder. + +"En hij is _niet_ verwaand, wel?" vroeg Amy. + +"Volstrekt niet; dat is juist de reden, waarom hij zoo aantrekkelijk +is, en we allemaal zooveel van hem houden." + +"Ja, ik begrijp het, het is heel aardig begaafd te zijn en mooi en +elegant, maar niet om vertooning te maken of er zich op te verheffen," +zei Amy nadenkend. + +"Die dingen worden altijd gevoeld en gewaardeerd in iemands manier van +doen en van spreken, als ze maar met bescheidenheid gebruikt worden; +het is heusch niet noodig er mee te koop te loopen," zei mevrouw March. + +"Net zoo min als je 't in je hoofd zou halen, al je hoeden en jurken +en strikken tegelijk te dragen, om de menschen toch vooral maar te +laten zien, dat je ze hebt," voegde Jo er bij, en "de preek" eindigde +met gelach. + + + + +HOOFDSTUK VIII. + +JO ONTMOET APPOLLYON. + + +"Waar gaan jullie heen?" vroeg Amy, toen ze op een Zaterdagmiddag, +in haar kamer komende, haar twee oudste zusters bezig vond hun goed +aan te doen, met een zekere geheimzinnigheid die haar nieuwsgierigheid +opwekte. + +"Dat gaat je niets aan; kleine kinderen moeten niet zoo nieuwsgierig +zijn," antwoordde Jo scherp. + +Als er iets is, dat ons ergert, wanneer wij nog jong zijn, dan is +het wel, dat ons dit onder den neus gewreven wordt, en nog grievender +is het, als men ons daarbij vriendelijk verzoekt: "Nu maar gauw wat +te gaan spelen." Amy stoof bij deze beleediging op, en besloot het +geheim uit te vorschen, al moest ze er een uur lang om zeuren. Zich +tot Meta wendende, die haar nooit lang iets kon weigeren, begon ze +vleiend: "Toe vertel het me maar; je kon me _best_ laten meegaan; +Bets is zoo verdiept in haar poppen, en ik heb niks te doen en 'k +voel me zóó eenig!" + +"Ik kan je niet meenemen, liefje, omdat je niet gevraagd bent," +begon Meta, maar Jo viel haar ongeduldig in de rede met een: "Nu, +Meta, houd je stil, of je zult alles bederven. Je kunt niet meegaan, +Amy, stel je dus niet aan als een klein kind, door er om te dwingen." + +"Jullie gaan met Laurie ergens heen, ik weet het heel goed; je hebt +gisterenavond samen op de canapé zitten fluisteren en lachen, en +jullie hield in eens op, toen ik binnenkwam. Is 't soms niet waar?" + +"Ja, we gaan met Laurie ergens heen; wees nou maar stil en zanik +niet langer." + +Amy zweeg, maar gebruikte haar oogen, en zag dat Meta een waaier in den +zak stak. "Ik weet het al! Ik weet het al, jullie gaan naar de comedie, +"De zeven Kasteelen" zien," riep ze, er vast besloten bijvoegende: +"En _ik_ ga ook, want moeder heeft gezegd, dat ik het mocht zien, +en ik heb het geld van de prullen nog bewaard! Onuitstaanbaar van +jullie om mij niet bijtijds te waarschuwen." + +"Luister eens even naar me, en wees nu eens lief," zei Meta +kalmeerend. "Moeder wou, dat je deze week nog niet gingt, omdat je +oogen nog niet heel goed zijn om al het licht bij het tooverballet +te verdragen. De volgende week kun jij gaan met Bets en Hanna, en +een heerlijken avond hebben." + +"Dat vind ik niet half zoo plezierig als met jullie en Laurie. Och, +laat mij maar meegaan? ik ben nu al zoolang om mijn verkoudheid thuis +geweest, en ik snak naar een pretje. Toe, Meta, ik zal heel lief zijn," +smeekte Amy zoo roerend mogelijk. + +"Zouden we haar dan toch maar meenemen. Ik geloof niet dat Moeder er +op tegen zou hebben, als we haar goed instopten," begon Meta. + +"Als _zij_ gaat, ga _ik_ niet; en als ik niet meega, heeft Laurie +het land; 't zou trouwens heel onbeleefd zijn er Amy bij in te halen, +nu hij alleen ons gevraagd heeft. Ik vind, dat ze zich schamen moest +zich zoo in te dringen, waar ze niet begeerd wordt," zei Jo knorrig, +want ze had niets geen lust op een beweeglijk kind te passen, nu ze +zich voorgenomen had eens echt te genieten. + +Haar toon en manieren maakten Amy boos; ze begon haar laarzen aan te +trekken en zei op de meest tergende manier: "Ik ga _toch_: Meta zegt, +dat ik mag, en als ik voor mezelf betaal, heeft Laurie er niets mee +te maken." + +"Je kunt niet bij ons zitten, want wij hebben gereserveerde plaatsen, +en je kunt ook niet alleen zitten; Laurie moet je dan natuurlijk +zijn plaats wel afstaan en dat zal ons plezier bederven; of hij neemt +een andere plaats voor je en dat is onbehoorlijk, want je bent niet +gevraagd. Je hoeft geen moeite te doen, want je blijft eenvoudig waar +je bent," bromde Jo, knorriger dan ooit, daar ze zich juist in haar +haast in den vinger had geprikt. Amy, die op den grond zat met één +laars aan, begon te schreien, en Meta zocht haar tot rede te brengen, +toen Laurie zich beneden liet hooren en de twee meisjes haastig +naar hem toe gingen, haar zusje snikkend achterlatend; want nu en +dan vergat Amy haar groote-menschen-manieren en gedroeg ze zich als +een bedorven kind. Juist toen het gezelschap de deur uit zou gaan, +riep ze op dreigenden toon over de leuning: "Het zal je berouwen, +Jo March! dat beloof ik." + +"Malligheid!" antwoordde Jo, de deur toeslaande. + +Ze hadden een genotvollen avond, want de "Zeven Kasteelen aan het +Kristallen Meer" waren zóó tooverachtig, zoo wonderschoon, als men +maar verlangen kon. Maar in weerwil van de grappige roode dwergen, de +schitterende elfen en de prachtig aangekleede prinsen en prinsessen, +was Jo's genoegen met een bitteren droppel vermengd; de blonde +krullen van de feeënkoningin herinnerden haar aan Amy, en tusschen +de verschillende bedrijven hield ze zich bezig met te bedenken, wat +haar zusje zou doen, om "het haar te doen berouwen." In den loop der +jaren hadden zij en Amy al menige schermutseling gehad, want beiden +hadden een driftig karakter en werden licht heftig, als ze eens los +kwamen. Amy plaagde Jo, en Jo maakte Amy boos, en af en toe hadden +er uitbarstingen plaats, waarover beiden zich later schaamden. Hoewel +zij de oudste was, had Jo de minste zelfbeheersching en bracht menigen +moeilijken dag door in het bestrijden van den driftigen geest, die haar +zoo dikwijls in verdrietelijkheden bracht. Haar boosheid was nooit van +langen duur, en als ze nederig haar schuld beleden had, voelde ze er +oprecht berouw over, en trachtte zich te beteren. Haar zusters bekenden +dikwijls, dat ze het wel "leuk" vonden Jo eens woedend te maken, omdat +ze dan later zoo engelachtig lief was. De arme Jo deed wanhopig haar +best om kalm te zijn, maar haar boezemvijand was altijd gereed op te +vliegen en haar de nederlaag toe te brengen; en er was een jarenlange, +geduldige strijd noodig om hem te verslaan. Toen ze thuis kwamen, zat +Amy te lezen in de zitkamer. Ze nam een beleedigd air aan, sloeg haar +oogen niet van haar boek op en deed geen enkele vraag. Misschien zou +haar nieuwsgierigheid het gewonnen hebben van haar trots, als Bets er +niet geweest was om naar alles te vragen en een opgewonden beschrijving +van het stuk te krijgen. Toen Jo naar boven ging om haar besten hoed +te bergen, keek ze het eerst naar de latafel, want bij den laatsten +twist had Amy haar gevoel zoeken te luchten, door Jo's bovenste la +op den grond om te keeren. Alles scheen nu evenwel op zijn plaats, +en na een haastigen blik in haar kast, waschtafel en doozen, kwam Jo +tot het besluit, dat Amy de beleediging vergeven en vergeten had. + +Maar daarin had Jo zich vergist, want den volgenden dag deed ze een +ontdekking, die een storm teweegbracht. Meta, Bets en Amy zaten in +den namiddag bij elkander, toen Jo opgewonden de kamer binnenstormde +en ademloos vroeg: "Heeft iemand mijn sprookjes weggenomen?" + +Meta en Bets zeiden dadelijk "neen" en keken verbaasd op; Amy pookte +in het vuur en zei niets. Jo zag, dat ze een kleur kreeg en vloog op +haar toe. + +"Amy, jij hebt ze weggenomen!" + +"Neen." + +"Dan weet jij, waar ze zijn!" + +"Neen, dat weet ik niet." + +"Dat jok je!" riep Jo, haar bij de schouders vattende met zoo'n +woedenden blik dat ze een moediger kind dan Amy, zou hebben doen +schrikken. + +"Dat jok ik _niet_!" Ik heb ze niet, en weet niet waar ze zijn, +en ik geef er ook geen zier om." + +"Je weet er iets van, en je zou beter doen het maar dadelijk te zeggen, +of ik zal je er toe dwingen," en Jo schudde haar onzacht heen en weer. + +"Dreig maar zooveel je wilt, je krijgt je malle verhalen niet terug," +riep Amy, nu op haar beurt boos wordende. + +"Waarom niet?" + +"Ik heb ze verbrand." + +"Wat! mijn sprookjes, waar ik zooveel van hield en zoo hard aan werkte, +en die ik van plan was af te maken, voordat Vader thuiskwam? Heb +je ze wezenlijk verbrand?" vroeg Jo verbleekend, terwijl haar oogen +schitterden en haar handen Amy zenuwachtig vastklemden. + +"Ja zeker! ik heb gezegd, dat het je berouwen zou, dat je gisteren +zoo onaardig was, en daarom heb ik het gedaan, dus--" verder kon +Amy het niet brengen, want Jo's driftige natuur werd haar de baas; +ze schudde Amy, dat de tanden in haar mond klapperden, en riep in +een hartstochtelijke vlaag van droefheid en woede: + +"Je bent een slecht, een akelig kind! Ik kan ze nooit meer zoo +schrijven, en ik vergeef het je nooit, zoolang ik leef." + +"Meta vloog toe om Amy te ontzetten en Bets om Jo tot bedaren te +brengen; maar Jo was geheel buiten zichzelf, en na Amy tot afscheid +een klap om de ooren te hebben gegeven, vloog ze de kamer uit, naar +de oude canapé op den zolder en streed haar strijd alleen. + +De storm klaarde beneden op toen mevrouw March thuiskwam; na het +verhaal aangehoord te hebben, bracht ze Amy weldra tot inzicht +van het onrecht, dat ze haar zuster had aangedaan. Jo's boek was +de trots van haar hart, en werd door de huisgenooten beschouwd als +een veelbelovend letterkundig spruitje. Het waren niet meer dan een +half dozijn sprookjes, maar Jo had er geduldig aan gewerkt met haar +gansche hart, in de hoop, iets te kunnen voortbrengen, dat de moeite +waard was gedrukt te worden. Ze had ze juist zeer zorgvuldig in het +net geschreven, en het klad verscheurd, zoodat Amy's brandstapel +het dierbaar werk van verscheiden maanden had vernietigd. Mogelijk +scheen het anderen een gering verlies toe, maar voor Jo was het een +vreeselijk ongeluk, en ze gevoelde, dat het haar nooit vergoed kon +worden. Bets treurde als om een gestorven katje, en Meta weigerde voor +haar lieveling in de bres te springen; mevrouw March keek ernstig en +bedroefd, en Amy was onder den indruk, dat niemand meer van haar zou +houden, eer ze vergeving had gevraagd voor de daad, die ze nu meer +dan iemand anders betreurde. + +Toen de theebel ging, verscheen Jo, maar ze zag er zoo boos +en ongenaakbaar uit, dat Amy al haar moed bijeen moest rapen om +zachtzinnig te zeggen: "Jo, wil je 't mij als 't je blieft vergeven? Ik +heb er vreeselijk veel spijt van." + +"Ik zal het je _nooit_ vergeven," was Jo's beslist antwoord, en van +dat oogenblik af, scheen ze Amy's bestaan geheel en al te vergeten. + +Niemand sprak over de droevige gebeurtenis, zelfs mevrouw March +niet, want allen hadden door ondervinding geleerd, dat woorden +niets uitwerkten als Jo in zoo'n bui was; en dat het wijste zou +zijn, te wachten tot de een of andere kleine gebeurtenis, of Jo's +eigen edelmoedige natuur, haar verbittering verzachtte en de breuk +heelde. Het was geen gelukkige avond, want hoewel de meisjes als naar +gewoonte zaten te werken, terwijl hun moeder voorlas uit Bremer, Scott +of Edgeworth, ontbrak er toch iets aan, en de liefelijke, huiselijke +vrede was verstoord. Ze gevoelden dit vooral toen het oogenblik van +zingen was gekomen; want Bets kon alleen maar spelen, Jo zweeg als +een steenen beeld, en Amy begon te schreien, zoodat Meta en Moeder +alleen zongen. Maar in spijt van hun pogingen om zoo vroolijk te zijn +als leeuwerikken, schenen de heldere stemmen toch niet zoo goed bij +elkander te passen als gewoonlijk, en allen voelden zich ontstemd. + +Toen mevrouw March Jo een nachtkus gaf, fluisterde ze haar teeder +toe: "Kindlief, laat de zon niet ondergaan over je toorn, vergeeft +elkander, helpt elkander, en begin morgen weer opnieuw." Jo verlangde +niets liever dan haar hoofd neer te leggen aan dat moederlijk hart +en haar droefheid en boosheid uit te schreien; maar tranen waren +een onmannelijke zwakheid, en ze voelde zich zoo diep beleedigd, +dat ze nog niet _kon_ vergeven. Ze knipoogde dus uit alle macht, +schudde haar hoofd en zei barsch, omdat Amy nog onder het bereik +van haar stem was: "Het was een afschuwelijk leelijke streek, en ze +verdient niet, dat ik het haar vergeef." + +Zoo stapte Jo naar haar kamer en naar bed, en er werd dien avond geen +vroolijk of vertrouwelijk praatje gehouden. + +Amy voelde zich diep gegriefd, dat haar vredesvoorslagen van de hand +gewezen waren en begon te wenschen dat ze zich niet zoo vernederd had, +daarna zich hoe langer hoe meer beleedigd te achten en eindelijk zich +op een onuitstaanbare wijze te verheffen op haar deugdzaamheid. Jo +zag er nog altijd uit als een donderwolk, en niets ging dien dag +goed. 's Morgens was het bitter koud; ze liet haar kostelijk warm +puddingtrommeltje in de goot vallen, tante March had een aanval van +rusteloosheid, Meta was afgetrokken, Bets keek bedroefd en neerslachtig +toen ze thuiskwam, en Amy praatte gedurig over menschen, die altijd den +mond vol hadden van goed te worden en er toch niet naar wilden streven, +zelfs niet, wanneer andere menschen hun een goed voorbeeld gaven. + +"Ze zijn allemaal zoo onverdraaglijk, ik zal maar eens aan Laurie +vragen, of hij met me wil gaan schaatsenrijden. Hij is altijd +vriendelijk en vroolijk en zal me wel weer in mijn fatsoen brengen, +dat weet ik zeker," zei Jo tot zichzelf en ging op weg. + +Amy hoorde het klepperen der schaatsen, en keek naar buiten met den +ongeduldigen uitroep: + +"Daar nu! ze had me beloofd, dat ik den eersten den besten keer mee zou +gaan, want dit is natuurlijk het laatste ijs, dat we dit jaar zullen +hebben. Maar het zou vergeefsche moeite zijn aan zoo'n brombeer te +vragen mij mee te nemen." + +"Zeg dat niet, Amy; je bent heel ondeugend geweest en het _is_ +moeilijk voor Jo je het verlies van haar kostbaar boekje te vergeven; +maar ik vind, dat ze het nu wel doen kon, en ik denk ook wel, dat +ze het doen zal, als je 't maar op het goede oogenblik vraagt," zei +Meta. "Loop hen achterna, zeg niets voordat Jo weer in haar humeur +gekomen is door Laurie, neem dan een gunstig oogenblik waar en geef +haar een kus of doe iets liefs, en dan geloof ik zeker, dat ze met +heel haar hart vrede zal sluiten." + +"Ik zal het probeeren," zei Amy, want die raad was naar haar smaak; +en na zich haastig aangekleed te hebben, liep ze de vrienden na, +die juist achter den heuvel verdwenen. + +Het was niet ver tot aan de rivier, maar beiden stonden al op de +schaatsen, voordat Amy hen bereikte. Jo zag haar komen, en keerde zich +om; Laurie zag haar niet, want hij probeerde zorgvuldig het ijs langs +den kant, daar een warm zonnetje aan de laatste vorst was voorafgegaan. + +"Ik zal tot aan de eerste bocht gaan, en zien of alles in orde is +voordat we om het hardst rijden," hoorde Amy hem zeggen, terwijl +hij vooruit schoot en er in zijn pels en bonten muts uitzag als een +jonge Rus. + +Jo hoorde hoe Amy hijgde na haar harde loopen, en hoe ze met de voeten +stampte en haar vingers warm zocht te blazen, terwijl ze bezig was +haar schaatsen aan te binden, maar Jo keerde zich volstrekt niet om, +en reed langzaam "en zigzag" de rivier op, met een bitter en ongelukkig +soort van voldoening in den tegenspoed van haar zuster. Ze had haar +boosheid gekoesterd, tot het een krachtig gevoel was geworden, dat +haar heelemaal beheerschte, zooals kwade gedachten en opwellingen +altijd doen, tenzij men ze terstond verjaagt. Toen Laurie de bocht +omging, riep hij terug: + +"Blijf aan den kant, het is in 't midden niet veilig". Jo hoorde het, +maar Amy kwam juist overeind en verstond geen woord. Jo keek over +haar schouder, en de kleine demon, dien ze schuilplaats verleende, +fluisterde haar in 't oor: + +"'t Komt er niet op aan, of zij het hoorde of niet, laat ze maar voor +zichzelf zorgen." + +Laurie was achter de bocht verdwenen, Jo kwam er juist dichtbij +en Amy ver in de achterhoede, zette zich in beweging naar de mooie +effen baan in het midden der rivier. Eén oogenblik stond Jo stil met +een vreemd gevoel in haar hart; toen besloot ze verder te gaan, maar +een zeker iets hield haar tegen en dwong haar nog eens om te kijken, +juist bijtijds om te zien, hoe Amy de handen in de hoogte sloeg, en +onder het plotseling kraken van brekend ijs, het geplas van water, +en het uiten van een gil, die Jo's hart van schrik deed stilstaan, +wegzonk. Ze wilde Laurie roepen, maar haar stem begaf haar; zij +trachtte op haar zusje toe te schieten, maar haar voeten schenen alle +macht verloren te hebben, en ze stond daar maar onbeweeglijk met een +ontzet gezicht te staren naar het kleine blauwe hoedje boven het zwarte +water. Eensklaps schoot haar iets pijlsnel voorbij, en Laurie's stem +riep haar toe: "Haal een stok; gauw, gauw!" + +Hoe zij het deed, wist ze nooit te zeggen, maar de volgende +oogenblikken werkte ze als een bezetene, blindelings gehoorzamende aan +Laurie, die zijn zelfbeheersching niet verloor, en voorover liggende, +Amy ophield met zijn armen, totdat Jo een lat aangesleept had en ze met +vereende krachten het kind, meer verschrikt dan bezeerd, uit het ijs +trokken. "Ziezoo, nu moeten wij zoo hard mogelijk met haar naar huis +loopen; pak haar goed in met onze dingen, terwijl ik die verwenschte +schaatsen losmaak," riep Laurie, zijn jas om Amy heenslaande en aan de +riemen rukkende, die nooit te voren zoo ingewikkeld hadden geschenen. + +Rillend, druipend en schreiend brachten ze Amy thuis, en na wat +van den schrik bekomen te zijn, viel ze bij een heet vuur en warm +in dekens gewikkeld in slaap. Onder al de bemoeiingen had Jo bijna +niet gesproken, maar bleek en verwilderd rondgevlogen, haar hoed en +mantel half af, haar japon gescheurd, en haar handen opengehaald en +bezeerd door ijs en latten en weerspannige gespen. Toen Amy rustig +lag te slapen, het huis stil was, en mevrouw March voor het bed zat, +riep ze Jo tot zich en begon hare gewonde handen te verbinden. + +"Weet u wel zeker, dat ze buiten gevaar is?" fluisterde Jo en zag +vol wroeging naar het goudlokkig hoofdje, dat wel voor goed uit haar +oogen had kunnen verdwijnen, onder het verraderlijke ijs. + +"Volkomen, mijn kind; ze heeft zich niet bezeerd, en zal zelfs niet +verkouden worden, denk ik; je hebt haar zoo flink ingestopt en zoo +gauw thuis gebracht," antwoordde haar moeder opgeruimd. + +"Dat heeft Laurie gedaan, ik liet haar haar gang gaan. Moeder, _als_ +Amy stierf, zou het mijn schuld zijn," en naast het bed neervallende +bekende Jo, onder een stroom van berouwvolle tranen, al wat er +gebeurd was, de hardheid van haar hart ten diepste veroordeelend +en onder snikken haar dankbaarheid betuigend, dat de zware straf, +die haar had kunnen treffen, haar bespaard was. + +"Het is alles de schuld van mijn ellendige drift! Ik tracht het te +overwinnen, gedurig denk ik, dat ik het overwonnen heb, en dan is +het weer erger dan ooit. O moeder! wat zal ik doen! Wat zal ik toch +doen?" riep de arme Jo wanhopig. + +"Waak en bid, lieveling; geef nooit den strijd uit moedeloosheid op, +en denk nooit dat het onmogelijk is een gebrek te overwinnen," zei +Mevrouw March, en ze trok het verwilderde hoofd tegen haar schouder +en kuste de betraande wang zoo teeder, dat Jo nog hartstochtelijker +begon te schreien. + +"Ik weet het niet; u kunt niet begrijpen hoe erg het is! Als ik zoo +driftig ben, geloof ik, dat ik tot alles in staat zou zijn. Ik word +zoo woedend, dat ik iemand wel zou kunnen aanvliegen en kwaad doen, +en er dan blij om zijn. Soms ben ik zoo bang, dat ik nog eens iets +verschrikkelijks _zal_ doen en mijn leven bederven, en maken, dat +iedereen mij haat. O Moeder, help me, help me toch alstublieft!" + +"Dat zal ik, mijn kind, dat zal ik. Schrei niet zoo bitter, maar +vergeet dezen dag nooit, en neem je met heel je ziel voor er zoo +nooit meer een te beleven. Jolief! wij hebben allen onze verzoekingen, +sommigen veel grooter dan de jouwe, en we hebben dikwijls ons heele +leven noodig om ze te overwinnen. Jij meent, dat je humeur het +slechtste ter wereld is, maar het mijne was vroeger precies zoo." + +"Het uwe, Moeder? En u bent nooit boos!" riep Jo voor een oogenblik +haar berouw in haar verbazing vergetende. + +"Veertig jaar heb ik er tegen gestreden, en daardoor geleerd mij te +beheerschen. Ik word bijna elken dag van mijn leven boos, Jo; maar +ik heb geleerd het niet te toonen, en ik hoop nog altijd ook dat te +overwinnen, al moest het me ook nóg veertig jaar kosten." + +Het geduld en de nederigheid, die te lezen stonden op het gelaat, +dat ze zoo liefhad, waren een betere les voor Jo dan de verstandigste +preek, de scherpste bestraffing. Zij voelde zich dadelijk vertroost +door haar moeders medegevoel en vertrouwen; de overtuiging, dat +Moeder hetzelfde gebrek had en het steeds trachtte te verbeteren, +maakte het voor haar zooveel gemakkelijker te dragen, en versterkte +haar besluit er tegen te strijden; hoewel veertig in waken en bidden +doorgebrachte jaren een meisje van vijftien wel lang schenen. + +"Moeder, is u boos als u uw lippen zoo op elkander drukt en soms de +kamer uitgaat, wanneer Tante March bromt, of de menschen het u lastig +maken?" vroeg Jo, die zich meer en inniger dan ooit te voren met haar +moeder verbonden voelde. + +"Ja, ik heb geleerd de haastige woorden, die mij voor den mond komen, +te bedwingen; en als ik voel, dat ze toch, tegen mijn wil, zouden +ontsnappen, ga ik een oogenblik heen en neem mijzelf eens onderhanden, +omdat ik zoo zwak en slecht was," antwoordde mevrouw March met een +zucht en een glimlach, terwijl zij Jo's verwarde lokken gladstreek +en in orde bracht. + +"Hoe hebt u geleerd u te bedwingen? Dat kost mij de meeste moeite--want +de scherpe woorden ontvallen me, voordat ik weet wat ik doe; en hoe +meer ik zeg, des te erger wordt het, totdat het me goed doet het gevoel +van anderen te kwetsen en verschrikkelijke dingen te zeggen. Vertel +mij toch eens, Moes, hoe u het aanlegt." + +"Mijn goede moeder hielp mij altijd--". + +"Zooals u ons helpt,"--viel Jo haar met een dankbaren kus in de rede. + +"Maar ik verloor haar, toen ik nog maar iets ouder was dan jij nu, +en moest jarenlang alleen voortsukkelen, want ik was te trotsch om +mijn zwakheid aan iemand anders te bekennen. Ik had een moeilijken +tijd, Jo, en stortte veel bittere tranen over mijn tekortkomingen; +want in weerwil van mijn pogingen scheen ik toch nooit vooruit te +komen. Toen kwam je vader, en voelde ik me zoo gelukkig, dat het mij +gemakkelijk viel goed te zijn. Maar weldra, toen ik vier dochtertjes +om mij heen had, en we arm werden, begon de oude strijd opnieuw; +want ik ben van natuur niet geduldig en het kostte me heel veel, +als ik zag, dat mijn kinderen niet alles hadden, wat ze verlangden." + +"Arme Moeder! wie heeft u toen geholpen?" + +"Vader, Jo. Hij verliest nooit zijn geduld, twijfelt nooit, klaagt +nooit, maar hoopt altijd, en werkt zoo opgeruimd, dat men zich schamen +moet in zijn nabijheid anders te zijn. Hij hielp mij en beurde mij +op, en toonde mij aan, dat ik naar al de deugden moest streven, die +ik graag mijn kleine meisjes wilde zien bezitten, want ik moest hun +voorbeeld zijn. Het was gemakkelijker daarnaar te trachten ter wille +van jullie, dan ter wille van mezelf; een verschrikte of verbaasde +blik van een van mijn kinderen, als ik eens scherp uitviel, was +mij grooter verwijt dan woorden hadden kunnen zijn; en de liefde, +de achting en het vertrouwen van mijn kinderen was de heerlijkste +belooning, die ik kon ontvangen voor mijn streven, om de vrouw te +worden, die ik wenschte, dat ze zouden navolgen." + +"O, Moeder! als ik ooit half zoo goed word als u, zal ik tevreden +wezen," zei Jo aangedaan. + +"Ik hoop, dat je veel beter zult worden, lieve kind; maar je moet +waken tegen je "boezemvijand", zooals je Vader zegt, anders zou hij je +leven treurig maken, zoo niet bederven. Je hebt nu een waarschuwing +gehad, onthoud die, en zoek met hart en ziel dit driftig humeur te +beteugelen, voordat het je grooter droefheid en berouw veroorzaakt, +dan je nu voelt." + +"Ik zal het probeeren, Moeder, ik zal wezenlijk mijn uiterste best +doen. Maar u moet me helpen, het mij herinneren, en maken dat het +niet tot zoo'n uitbarsting komt. Ik heb vroeger wel eens gezien, dat +Vader soms zijn vinger op den mond hield, en u aanzag met een heel +vriendelijk, maar ernstig gezicht; en dan klemde u altijd de lippen +vast op elkaar, of ging weg; herinnerde hij er u dan aan?" vroeg +Jo zacht. + +"Ja, ik had hem gevraagd mij zoo te willen helpen, en Vader vergat +het nooit, maar bewaarde me voor menig scherp woord door die kleine +beweging en dien vriendelijken blik." + +Jo zag, dat haar moeders oogen zich met tranen vulden, en dat haar +lippen beefden, terwijl ze sprak. Vreezend, dat ze te veel gezegd had, +fluisterde ze hartelijk: "Deed ik er verkeerd aan, dat ik zoo op u +lette en dat ik er nu van sprak? Ik was niet van plan iets onliefs +te zeggen, maar het is zoo prettig u alles te vertellen wat ik denk, +en me bij u zoo veilig en gelukkig te voelen." + +"Mijn lieve Jo, je mag Moeder _alles_ zeggen, want het is mijn grootste +geluk en trots, als ik voel, dat mijn meisjes vertrouwen in me stellen, +en weten, hoe lief ik ze heb."" + +"Ik dacht, dat ik u bedroefd maakte." + +"Neen, kind, maar als ik zoo over Vader spreek, voel ik zoo diep +zijn gemis, zoo duidelijk hoeveel ik hem verschuldigd ben, en hoe +zorgvuldig ik waken en werken moet om zijn dochtertjes veilig en goed +voor hem te bewaren." + +"En toch hebt u hem aangeraden te gaan, Moeder, en schreide niet, +toen hij heenging, en u klaagt nu nooit en ziet er nooit uit, alsof +u hulp noodig hebt," zei Jo verwonderd. + +"Ik gaf het beste, wat ik had, aan het land, dat ik liefheb, en +bewaarde mijn tranen, tot hij vertrokken was. Waarom zou ik klagen, +als we beiden slechts onzen plicht hebben gedaan, en er aan 't einde +zeker gelukkiger om zullen zijn? Als het je toeschijnt, dat ik geen +hulp noodig heb, dan is dat, omdat ik een beter vriend heb dan zelfs +Vader is om mij te troosten en te steunen. Mijn kind, de moeiten en +verzoekingen van je leven beginnen eerst, en zullen misschien vele +zijn: maar je kunt ze allen bestrijden en overwinnen, zoo je de kracht +en de teederheid leert kennen van onzen hemelschen Vader, zooals je die +van je aardschen vader kent. Hoe meer je Hem liefhebt en vertrouwt, +des te dichter zul je je bij Hem gevoelen, en zooveel minder zul je +steunen op menschelijke macht en wijsheid. Zijn liefde en zorg worden +niet moede, noch veranderen; ze kunnen je nooit ontnomen worden, en +zullen je, hoop ik, een bron zijn van vrede, geluk en sterkte voor +het heele leven. Geloof dit van harte, en ga tot God met al je kleine +zorgen en bezwaren, je zonden en lasten, even vrij en vertrouwelijk, +als je tot mij gaat." + +Jo's eenig antwoord was, dat ze haar moeder vaster omklemde, en in +de stilte, die nu volgde, steeg het oprechtste gebed, dat ze ooit +gebeden had, uit haar hart tot God op; want in dat droevig, maar +toch zoo gelukkig uur had ze niet alleen de bitterheid van berouw en +wanhoop leeren kennen, maar ook het liefelijke van zelfverloochening +en zelfbeheersching, en geleid door haar moeders hand, was zij +nader gekomen tot den Vriend, die ieder menschenkind welkom heet met +een liefde, sterker dan die van eenig vader, teederder dan die van +eenige moeder. + +Amy bewoog zich en zuchtte in haar slaap, en alsof ze er naar verlangde +dadelijk haar fout te herstellen, keek Jo op met een uitdrukking op +haar gezicht, die er vroeger nooit op te zien was geweest. + +"Ik liet de zon ondergaan over mijn toorn; ik wou haar niet vergeven, +en vandaag zou het te laat geweest zijn, als Laurie ons niet geholpen +had! Hoe kon ik zoo slecht zijn?" zei Jo halfluid, terwijl ze zich +over haar zusje heenboog en het vochtige haar, dat op het kussen lag, +streelde. + +Amy sloeg haar oogen op, alsof ze de woorden gehoord had en stak +de armen uit met een glimlach, die rechtstreeks doordrong tot Jo's +hart. Geen van beiden sprak een enkel woord, maar ze omhelsden elkander +innig, in spijt van al de dekens, en alles werd met een hartelijken +kus vergeven en vergeten. + + + + +HOOFDSTUK IX. + +META GAAT NAAR DE KERMIS DER IJDELHEID. + + +"Dat treft nu heusch al zoo gelukkig mogelijk, dat die kinderen juist +nu de mazelen krijgen," zei Meta op zekeren dag in April, terwijl ze, +omringd door haar zusjes, in haar kamer een koffer stond te pakken. + +"En zoo lief van Annie Moffat, dat ze haar belofte niet heeft +vergeten. Lekker hoor, zoo veertien dagen lang plezier te gaan +maken," antwoordde Jo, die wel een windmolen leek, zooals ze daar, +met uitgespreide armen, rokken stond op te vouwen. + +"En zulk heerlijk weer, daar ben _ik_ zoo blij om," voegde Bets er bij, +die zorgvuldig ceintuurs en haarlinten sorteerde en wegbergde in haar +mooiste doos, die ze Meta voor de gewichtige gelegenheid geleend had. + +"Ik wou, dat ik zoo'n prettigen tijd te gemoet ging, en al die mooie +dingen mocht dragen," zei Amy met haar mond vol spelden, om het kussen +van de gelukkige smaakvol en kunstig te gaan besteken. + +"O, ik wou dat jullie allemaal meegingen, maar daar dat nu niet kan, +zal ik mijn wederwaardigheden goed onthouden en jullie alles vertellen, +als ik terugkom. Dat is ook al het minste, wat ik doen kan, nu jullie +allemaal zoo lief zijn geweest om mij allerlei te leenen en in orde +te helpen brengen," zei Meta, rondziende naar de eenvoudige kleeren, +die in haar oogen bijna volmaakt waren. + +"Wat heeft Moeder je uit de schatkist gegeven?" vroeg Amy, die er +niet bij tegenwoordig was geweest, toen een zeker cederhouten kastje +openging, waarin mevrouw March enkele overblijfselen van vroegere +weelde bewaarde, als geschenken voor haar meisjes, wanneer de geschikte +tijd daarvoor gekomen zou zijn. + +"Een paar zijden kousen, dien mooi gesneden waaier, en een beeldig, +blauw ceintuur. Ik had ook zoo graag die blauwe zijden japon gehad, +maar er is geen tijd meer om hem te vermaken en ik moet dus maar +tevreden zijn met mijn oude alpaca." + +"Mijn nieuwe neteldoekje zal je ook keurig staan en het lange zijden +ceintuur zal alles zoo opvroolijken. Ik wou, dat ik mijn bloedkoralen +armband niet kapot gegooid had, dan hadt je hem met plezier kunnen +krijgen," zei Jo, die gaarne iets gaf of uitleende, maar wier +bezittingen gewoonlijk te verminkt waren om nog tot eenig nut te zijn. + +"Er is in de "schatkist" een beelderig, ouderwetsch stel paarlen, +maar Moeder zei, dat levende bloemen het mooiste sieraad zijn voor +een jong meisje, en Laurie beloofde me te zullen zenden, wat ik noodig +heb," antwoordde Meta. "Nu, laat eens zien, hier is mijn nieuw, grijs +wandelpakje--och, Bets, krul de veer van mijn hoed eens wat op,--dan +mijn alpaca voor Zondags en de kleine partij--het is wel wat zwaar +voor het voorjaar, vind je niet? het blauwe zijdje zou zoo netjes +staan; och hemel ja!" + +"O kom, je hebt de neteldoeksche voor de groote partij, en als je in +'t wit bent, zie je er altijd engelachtig uit," zei Amy, heelemaal +verdiept in den kleinen voorraad opschik, waar haar hart zoo naar +uitging. + +"Die heeft geen lagen hals en geen sleep, maar het zal zoo wel +moeten. Mijn blauwe huisjapon ziet er zoo netjes uit, nu hij gekeerd +en nieuw opgemaakt is, dat het net een nieuwe lijkt. Jammer, mijn +mantel is lang niet naar de laatste mode, en mijn hoed heeft niets van +dien van Sallie. Ik heb maar niets gezegd, maar ik was ook vreeselijk +teleurgesteld over mijn parapluie. Ik had Moeder verteld dat ik liefst +een zwarte met een witten stok wou hebben, maar ze vergat het en kocht +er een met een leelijken geelachtigen stok. Hij is sterk en netjes, +dus moet ik niet klagen, maar ik weet dat ik er verlegen over zal zijn, +als ik Annie's zijden parapluie met een gouden knop er naast zie," +zuchtte Meta en bekeek met grooten tegenzin het kleine regenscherm. + +"Ruil hem," raadde Jo. + +"Neen, dat zou flauw zijn, en ik wil Moeders gevoel ook niet kwetsen, +nadat ze zooveel moeite gedaan heeft om alles voor me in orde te +krijgen. Het is heel laf van me, dat ik er over denk, en ik ben +niet van plan er aan toe te geven. Mijn zijden kousen en twee paar +nieuwe handschoenen troosten me in mijn leed. Erg lief van je, Jo, +dat je mij de jouwe wilt leenen. Ik voel me zoo rijk en deftig met +twee nieuwe paren en de ouwe gewasschen voor dagelijksch gebruik;" +en Meta nam een hartversterkend kijkje in haar handschoenendoos. + +"Annie Moffat heeft blauwe en rose lintjes in haar onderlijfjes; +zou jij er ook niet een paar door de mijne willen rijgen?" vroeg ze, +toen Bets met een berg schoon strijkgoed, versch uit Hanna's handen, +kwam aandragen. + +"Hé, neen, dat zou ik niet doen; de lintjes zouden niet in +overeenstemming zijn met je eenvoudige lijfjes, waaraan maar een +onnoozel kantje zit. Arme menschen moeten zich niet opdirken," zei +Jo beslist. + +"Ik zou wel eens willen weten, of ik _ooit_ zoo gelukkig zal zijn om +_echte_ kant aan mijn ondergoed te hebben?" riep Meta wrevelig. + +"Laatst zei je, dat je volmaakt gelukkig zou zijn, als je maar +bij Annie Moffat kon gaan logeeren," merkte Bets op haar bedaarde +manier aan. + +"Dat heb ik ook gezegd! O, ik _ben_ ook wel gelukkig, en ik wil niet +zeuren, maar het is toch net, of je meer verlangt, naarmate je meer +krijgt; vindt jullie niet? Ziezoo, de bak is klaar en alles is er in, +behalve mijn baljapon, die ik maar voor Moeder zal laten," zei Meta +opvroolijkend, toen ze van den halfgevulden koffer naar het keurig +gestreken neteldoekje keek, dat ze zeer gewichtig haar "baljapon" +noemde. + +Den volgenden dag was het mooi weer, en Meta vertrok, behoorlijk +toegerust, om veertien dagen van ongekend genot tegemoet te +gaan. Mevrouw March had met eenigen tegenzin haar toestemming tot het +uitstapje gegeven, vreezende, dat Meta ontevredener dan ze nu soms al +was, zou terugkomen. Maar ze had er zoo om gebedeld, en Sallie had +beloofd goed voor haar te zullen zorgen, en een kleine uitspanning +scheen, na een zwaren winter, zoo begeerlijk, dat de moeder zich liet +overhalen, en de dochter haar eerste proefje ging nemen van het leven +in de "uitgaande kringen." + +De Moffats leefden op grooten voet, en de eenvoudige Meta was in +het begin min of meer overbluft door de pracht van het huis en de +elegante kleeding der bewoners. Maar het waren vriendelijke menschen, +in weerwil van hun beuzelachtig leven, en ze zetten hun gast spoedig +op haar gemak. Misschien gevoelde Meta wel, zonder precies te weten +waarom, dat het geen bijzonder knappe of schrandere menschen waren, +en dat al het verguldsel de gewone stof, waarvan ze gemaakt waren, +niet kon verbergen. Het was zeker heel plezierig, lekker te eten, +in een mooi rijtuig te rijden, elken dag haar beste japon te dragen +en niets te doen, dan zich aangenaam bezig te houden. Zooiets viel +echt in haar smaak, en het duurde niet lang, of zij begon de manieren +en gesprekken van haar nieuwe omgeving na te volgen, nam kleine airs +en gewoonten aan, gebruikte Fransche woorden, crêpeerde haar haar, +nam haar japonnen in, en praatte zoo goed ze kon mee over de modes. + +Hoe meer ze zag van Annie Moffat's mooie dingen, hoe meer ze haar +benijdde en smachtte naar rijkdom. Thuis scheen haar nu alles in de +herinnering kaal en somber toe; te moeten werken, werd harder dan +ooit, en Meta vond, dat ze een heel arm en slecht bedeeld meisje was, +in weerwil van de handschoenen en de zijden kousen. + +Ze had echter niet veel tijd om te treuren, want de drie meisjes +maakten het zich heel druk met allerlei pretjes. Ze winkelden, +wandelden, reden, en legden elken dag bezoeken af; gingen naar de +comedie en de opera, of hadden 's avonds thuis plezier, want Annie +had veel vriendinnen en wist ze aardig bezig te houden. Haar oudere +zusters waren mooie jonge dames, en een van hen was geëngageerd, +wat in Meta's oog bizonder interessant en romantisch was. Mijnheer +Moffat was een dik, vroolijk oud heer, die haar vader wel kende; +en mevrouw Moffat, een gezette, vroolijke oude dame, die evenals haar +dochter groote genegenheid opvatte voor Meta. Iedereen haalde haar aan, +en men was mooi op weg "Daisy", zooals ze haar noemden, het hoofd op +hol te brengen. Toen de avond voor de "kleine partij" aanbrak, merkte +ze dat er van het alpaca'tje volstrekt geen sprake kon zijn, want +de andere meisjes deden dunne japonnen aan en maakten veel toilet; +dus haalde ze de witte voor den dag, die er naast Sallie's nieuwe +japon, eenvoudiger uitzag dan ooit tevoren. Meta zag, hoe de meisjes +er naar keken en haar wangen begonnen te gloeien; want ze was met al +haar zachtheid toch heel trotsch. Niemand zei er een enkel woord over, +maar Sallie bood aan haar haar op te maken, en Annie haar ceintuur te +strikken, en Belle, de geëngageerde zuster, prees haar blanke armen. In +al die vriendelijkheid zag Meta slechts medelijden met haar armoede, +en haar hart was zwaar, toen de andere meisjes zoo lachten en praatten, +zich coquet kapten, en als vluchtige vlinders heen en weer vlogen. Het +harde, bittere gevoel was tot een aanmerkelijke hoogte gestegen, +toen een der dienstmeisjes een doos met bloemen binnenbracht. Voor +Meta nog iets kon zeggen, had Annie er het deksel reeds afgenomen, +en allen bewonderden luide de prachtige rozen en andere bloemen. + +"Dat is natuurlijk voor Belle. George stuurt haar altijd bloemen, maar +deze zijn wel _buitengewoon_ mooi!" riep Annie, de geur diep inademend. + +"Ze zijn voor Juffrouw March, werd er bij gezegd. En hier is een +briefje," zei het meisje, het Meta overreikend. + +"Wat aardig! Van wien zijn zij? Ik wist niet, dat jij een aanbidder +hadt!" riepen de meisjes en fladderden in de grootste nieuwsgierigheid +en verbazing om Meta heen. + +"Het briefje is van Moeder, en de bloemen zijn van Laurie," zei Meta +eenvoudig, maar toch zeer gestreeld dat hij haar niet vergeten had. + +"Zoo!" zei Annie met een spottenden blik, toen Meta het briefje in +den zak stak, als een soort van talisman tegen afgunst, ijdelheid +en valschen trots; want die enkele teedere woorden hadden haar goed +gedaan, en de prachtige bloemen vroolijkten haar op. + +Ze voelde zich bijna weer gelukkig en legde een paar rozen en wat +groen voor zichzelf op zijde, terwijl ze haastig van de overschietende +bloemen allerliefste kleine bouquetjes maakte voor het haar, of +het ceintuur van haar vriendinnen, en ze zoo vriendelijk aanbood, +dat Clara, de oudere zuster, zei, dat ze het "aardigste kleine +ding was dat ze ooit gezien had," en allen zeer ingenomen waren +met die attentie. De vriendelijke daad maakte een einde aan haar +neerslachtigheid, en toen allen gezamenlijk naar beneden gingen, om +zich aan mevrouw Moffat te vertoonen, zag ze, toen ze voor den spiegel +stond en de bloemen in haar golvend haar stak, een gelukkig gezichtje +met schitterende oogen, terwijl de japon, door de rozen versierd, haar +nu niet meer zoo eenvoudig toescheen. Ze had dien avond veel plezier, +want ze danste naar hartelust; allen waren even vriendelijk voor haar, +en ze kreeg twee complimentjes. Annie verzocht haar wat te zingen, +en een der gasten maakte de opmerking, dat ze een bijzonder lieve +stem had; majoor Lincoln vroeg "wie dat frissche, aardige meisje +met de mooie oogen was!" Alles te zamen genomen had ze dus een recht +prettigen avond, totdat ze een gedeelte van een gesprek hoorde, dat +haar geheel van streek maakte. Ze zat juist in de serre te wachten, +tot haar cavalier een portie ijs bracht, toen ze aan den anderen kant +van een bloemen- en groenversiering een stem hoorde vragen: + +"Hoe oud is ze?" + +"Zestien of zeventien denk ik," antwoordde een andere stem. + +"Het zou een buitenkansje zijn voor een van die meisjes, zou het +niet? Sallie zegt, dat zij heel intiem zijn, en de oude heer vreeselijk +van hen houdt." + +"Mevrouw M. heeft haar plannen, wed ik, en zal haar spel wel +goed spelen, al is het ook nog wat vroeg. Het meisje heeft er +klaarblijkelijk geen idee van," zei mevrouw Moffat. + +"Ze vertelde dat leugentje omtrent haar mama anders, alsof zij er +wel iets van wist, en kreeg een kleur, toen de bloemen kwamen." + +"Arm kind, ze zou er heel aardig uitzien als ze maar naar de mode +gekleed was. Denkt u, dat ze beleedigd zou zijn, als we aanboden haar +een japon voor Donderdag te leenen?" vroeg weer een andere stem. + +"Ze is trotsch, maar ik geloof niet, dat ze er tegen zou hebben, +want ze heeft niets dan dat simpele neteldoekje. Misschien krijgt zij +er van avond wel een scheur in, dat zou een goed voorwendsel zijn om +haar een andere aan te bieden." + +"We zullen zien; ik zal dien Laurence een uitnoodiging zenden om +haar een beleefdheid aan te doen, en dan kunnen we er later pret +over maken." + +Hier verscheen Meta's partner met het ijs; zij zag er verhit en +zenuwachtig uit. Haar "trots" kwam haar nu goed te pas, om haar +verontwaardiging, haar woede en verdriet, over wat ze juist gehoord +had, te verbergen; want hoe onschuldig en onergdenkend ze ook was, +dit kon niet beletten, dat ze de praatjes van haar vrienden begreep. Ze +deed haar best alles van zich af te zetten, maar het baatte niet, want +gedurig herhaalde ze bij zichzelf: "Mevrouw M. heeft haar plannen," +"dat leugentje omtrent haar mama" en "simpel neteldoekje", tot ze +op het punt was te gaan schreien, en gaarne naar huis gevlogen zou +zijn, om al haar verdriet te vertellen en om raad te vragen. Daar dit +onmogelijk was, deed zij haar best vroolijk te schijnen, en dank zij +haar zenuwachtige opgewondenheid, slaagde ze daar zoo goed in, dat +niemand vermoeden kon, hoeveel inspanning het haar kostte. Wat was +ze dankbaar toen alles was afgeloopen en ze rustig in het bed lag, +waar ze kon denken en zich verbazen en woedend zijn, totdat haar +hoofd scheen te zullen barsten en haar gloeiende wangen afgekoeld +werden door een stroom van tranen. + +Die dwaze, maar toch goed gemeende woorden, hadden een nieuwe wereld +voor Meta ontsloten, en den vrede van de oude wereld, waarin ze +tot nu toe zoo gelukkig als een kind had geleefd, verstoord. Haar +onschuldige vriendschap met Laurie was bedorven door de dwaze praatjes, +die ze afgeluisterd had; haar vertrouwen in haar moeder even geschokt +door de wereldsche plannen, haar toegeschreven door mevrouw Moffat, +die anderen naar zichzelf beoordeelde; en het verstandig besluit om +tevreden te zijn met de eenvoudige kleeren, die aan de dochter van arme +ouders voegden, aan het wankelen gebracht door het onnoodig medelijden +van eenige meisjes, die meenden dat een niet modieuse japon een der +grootste levensrampen was. De arme Meta had een onrustigen nacht en +stond met zware oogen en diep ongelukkig op, half knorrig op haar +vriendinnen, half beschaamd over zichzelf, dat zij niet ronduit alles +vertelde en de zaak in orde bracht. Ieder verbeuzelde dien morgen +en het werd middag, eer de meisjes lust genoeg konden verzamelen om +zelfs maar een handwerkje op te nemen. Er was iets in de houding +van haar kennisjes, dat dadelijk Meta's aandacht trok; ze meende, +dat ze haar met meer onderscheiding behandelden, buitengewoon veel +belangstelling toonden in alles, wat ze zei, en haar met nieuwsgierige +blikken aankeken. Dit alles verwonderde en vleide haar, hoewel ze +het niet begreep, totdat Belle van haar schrijftafel opzag en heel +sentimenteel zei: + +"Daisy, ik heb een uitnoodiging gestuurd voor Donderdagavond aan je +vriend Laurence. We zouden hem graag eens leeren kennen, en het zou +voor jou heel aardig zijn, als hij kwam." + +Meta bloosde, maar een ondeugende inval om de meisjes te plagen, +deed haar heel stemmig antwoorden: + +"Heel vriendelijk, maar ik vrees, dat hij niet zal komen." + +"Waarom niet?" vroeg Belle. + +"Hij is te oud." + +"Kind, wat bedoel je? Hoe oud is hij dan wel?" riep Clara. + +"Bijna zeventig, geloof ik," antwoordde Meta, steken tellende, om +den opkomenden lach te verbergen. + +"Ondeugd! wij bedoelen natuurlijk het jongemensch Laurence," zei +Belle lachend. + +"Die bestaat niet; Laurie is nog maar een jongen," en Meta lachte +ook om den verbaasden blik, dien de zusters met elkander wisselden, +toen zij haar onderstelden aanbidder zoo beschreef. + +"Zoowat van jouw leeftijd?" vroeg Nan. + +"Meer van dien van Jo; _ik_ word al zeventien in Augustus," antwoordde +Meta, het hoofd achterover werpend. + +"Aardig van hem je bloemen te sturen, vind je niet?" vroeg Annie en +keek alsof ze iets heel gewichtigs zei. + +"Ja, hij stuurt ze ons dikwijls, want zij hebben er zoo'n massa, +en wij houden er zooveel van. Moeder en de oude heer Laurence zijn +vrienden, dus is het heel natuurlijk, dat wij, kinderen, samen spelen," +en Meta hoopte, dat ze er hu over zwijgen zouden. + +"Het is duidelijk te merken, dat Daisy nog niet uitgaat," zei Clara +met een knikje tegen Belle. + +"Heusch een idyllische eenvoud," antwoordde juffrouw Belle +schouderophalend. + +"Ik ga uit om een paar kleinigheden voor de meisjes te koopen; kan ik +ook iets voor jullie meebrengen, jonge dames?" vroeg mevrouw Moffat, +als een schip met volle zeilen de kamer binnenkomende, sierlijk +uitgedost in zijde en kant. + +"Neen, dank u, mevrouw," antwoordde Sallie; "ik heb mijn nieuwe roze +zijdje voor Donderdag en heb verder niets noodig. + +"Ik ook niet--" begon Meta, maar zweeg, omdat het haar inviel, dat +zij _wel_ verscheiden dingen noodig had, maar ze niet kon krijgen. + +"Wat doe jij aan?" vroeg Sallie. + +"Mijn oude witte weer, als ik die ten minste goed kan verstellen; +ik heb den rok den vorigen keer erg gescheurd," zei Meta, en ze deed +haar best kalm te spreken, hoewel ze alles behalve op haar gemak was. + +"Waarom schrijf je niet naar huis om een andere?" zei Sallie, die +niet bijzonder slim was uitgevallen. + +"Ik heb geen andere." Het kostte Meta moeite dit te zeggen, maar +Sallie merkte niets en riep in naïve verbazing: + +"Niets dan die eene! Wat grappig--" Ze eindigde haar zin niet, want +Belle schudde het hoofd en viel haar vriendelijk in de rede: + +"Volstrekt niet grappig; waarom zou Daisy veel japonnen hebben, als ze +nog niet uitgaat? Er is niets geen reden om naar huis te schrijven, +Daisy, zelfs al had j' er een dozijn, want ik heb een keurig blauw +zijdje, dat ik niet dragen kan, omdat het mij wat nauw is, en jij +zult het wel willen aandoen om mij te plezieren." + +"Het is heel vriendelijk van je, maar ik vind het niets naar om mijn +witte japon weer aan te trekken, als het jullie hetzelfde is; die is +goed genoeg voor mij," zei Meta. + +"Kom, laat ik nu eens het plezier hebben je netjes aan te kleeden. Ik +vind het zoo prettig en je zou heusch eene kleine beauté zijn, als +er hier en daar maar een kleinigheidje werd aangebracht. Ik zal je +aan niemand laten zien, voordat je kant en klaar bent, en dan komen +we opeens voor den dag, zooals Asschepoetster en haar petemoei, +toen zij naar het bal gingen," zei Belle overredend. + +Meta kon het zoo vriendelijk gedane aanbod niet weerstaan; de +begeerte om zelf te zien, of ze "een kleine beauté" zou zijn, +als ze wat opgekleed was, drong haar toe te geven, en al haar +vroegere, onaangename gevoelens jegens de Moffats te vergeten. Toen +de Donderdagavond daar was, sloot Belle zich op met haar kamenier, +en die twee veranderden Meta in eene elegante jonge dame. + +Ze crêpeerden en krulden haar haar, poederden hals en armen, gaven +haar lippen een mooie roode kleur, door er iets koraalzalf op te +smeren, en Hortense, de kamenier, zou er graag _un soupçon de rouge"_ +aan toegevoegd hebben, als Meta er zich niet tegen verzet had. Het +lichtblauwe japonnetje zat zoo strak, dat ze nauwelijks kon ademhalen, +en was zoo laag uitgesneden, dat de zedige Meta over zichzelf bloosde, +toen ze in den spiegel keek. Verder haalde Belle een fijn zilver +kettinkje voor den dag, armbanden, speldjes en al wat er meer noodig +bleek. Een toef theerozenknoppen en een ruche om den hals van haar +japon verzoenden Meta met het tentoonstellen van haar welgevormde, +blanke schouders, en een paar hooggehakte, blauw zijden schoentjes +vervulden haar laatsten hartewensch. Eindelijk voltooiden een kanten +zakdoek, een veeren waaier en een bouquet in een zilveren houder haar +toilet, en Belle bekeek haar met de voldoening, waarmee een klein +meisje een nieuw aangekleede pop beschouwt. + +"Mademoiselle est charmante, très joli, n'est-ce-pas?" riep Hortense, +met gemaakte verrukking de handen in elkander slaande. + +"Kom nu mee om je te vertoonen," zei Belle, en ging haar vooruit +naar de kamer, waar de anderen zaten te wachten. Toen Meta ritselend +volgde met haar langen sleep, haar rinkelende armbanden, gefriseerde +haren en kloppend hart, had zij een gevoel, alsof de "pret" nu pas +wezenlijk zou beginnen, want de spiegel had haar duidelijk gezegd, dat +ze een kleine beauté _was_. Haar vrienden herhaalden die streelende +uitdrukking met warmte, en gedurende verscheidene oogenblikken stond +Meta, als de kraai in de fabel, te genieten van haar geleende veeren, +terwijl de anderen als een troep eksters om haar heen kakelden. + +"Nan, wil jij haar, terwijl ik mij kleed, eens een lesje geven, hoe ze +haar sleep moet hanteeren, en oppassen met die Fransche hakken; anders +kon ze zoo licht haar voet verstuiken. Steek dat zilveren kapelletje +in de ruche van voren en haal dat krulletje aan den linkerkant van +haar hoofd nog wat uit, Clara, en laat niemand uwer het bekoorlijke +werk mijner handen verstoren," eindigde Belle plechtig, terwijl ze +haastig de kamer uitvloog, zeer voldaan over den goeden uitslag van +haar pogingen. + +"Ik durf haast niet naar beneden, ik voel me zoo stijf en vreemd, +en net of ik maar half ben aangekleed," zei Meta tegen Sallie, toen +de bel luidde en mevrouw Moffat een boodschap zond of de jonge dames +dadelijk wilden komen. + +"Je lijkt niets op jezelf, maar je ziet er echt elegant uit. Ik ben +niets, bij jou vergeleken, want Belle heeft ontzettend veel smaak, +en jij bent precies een Françaisetje, heusch! Laat je bloemen gerust +wat hangen, je moet er niet zoo bezorgd over zijn, en pas op, dat je +niet zwikt," zei Sallie, die haar best deed niet jaloersch te zijn, +dat Meta mooier was dan zij. + +De waarschuwing getrouw ter harte nemende, kwam Meta goed en wel +beneden en landde in de salon aan, waar de Moffats en enkele vroege +gasten reeds verzameld waren. Dadelijk ontdekte ze dat er een soort +van aantrekkingskracht in mooie kleeren steekt, ten minste voor een +zeker soort van menschen. Verscheiden jonge dames, die den vorigen keer +volstrekt niet op haar gelet hadden, werden plotseling zeer hartelijk; +verscheiden jongeheeren, die haar bij de eerste partij alleen maar +aangestaard hadden, lieten het nu niet bij staren, maar kwamen om aan +haar voorgesteld te worden en zeiden haar allerlei dwaze, maar toch +aangename dingen; en verscheiden oude dames, die op hun gemak de rest +van 't gezelschap zaten te beoordeelen, vroegen met belangstelling, +wie ze was. Eens hoorde ze mevrouw Moffat antwoorden: + +"Meta March--de vader is kolonel in het leger--een van onze eerste +families, maar ziet u, financieele klappen gehad; intieme vrienden +van de Laurences; een allerliefst schepseltje, wezenlijk, mijn Ned +dweept met haar!" + +"Zoo!" zei de oude dame, haar lorgnet gebruikende om Meta nog eens +goed op te nemen, die haar best deed er uit te zien, alsof ze niets +gehoord had, maar zich ergerde over Mevrouw Moffat's leugentje. + +Het "rare gevoel" ging niet over, maar ze verbeeldde zich maar, dat +ze de rol van "uitgaand meisje" speelde, en dat ging haar nog al goed +af, hoewel de nauwe japon haar een steek in de zij bezorgde, de sleep +telkens onder haar voeten kwam, en ze in gestadige vrees was, dat haar +"sieradiën" afvliegen, en verloren zouden raken. Juist speelde ze met +haar waaier, lachend over de flauwe aardigheden van een jongmensch, +dat geestig wilde zijn, toen ze eensklaps beschaamd met lachen ophield, +want recht tegenover haar stond Laurie. Hij keek haar met ongeveinsde +verbazing, en, zooals zij meende, afkeurend aan; want hoewel hij boog +en tegen haar glimlachte, was er toch iets in zijn eerlijke oogen, +dat haar deed blozen en wenschen, dat ze haar eigen japon aan had. Om +haar verlegenheid nog grooter te maken, zag ze, dat Belle een wenk +gaf aan Annie, waarop beiden van haar naar Laurie keken, die er tot +haar blijdschap echt jongensachtig en verlegen uitzag. + +"Malle wezens, om zulke gedachten in mijn hoofd te brengen! Ik ben niet +van plan er me iets aan te storen, of er eenigszins anders om te zijn," +dacht Meta, en ruischte de kamer door om haar vriend een hand te geven. + +"Ik ben blij, dat je gekomen bent, want ik was bang, dat je niet +zoudt kunnen," zei ze zoo damesachtig mogelijk. + +"Jo wou graag dat ik ging, om haar te vertellen, hoe je er uitzag," +zei Laurie zonder haar aan te zien, daar hij lachen moest om haar +moederlijken toon. + +"En wat zul je haar vertellen?" vroeg Meta, brandend nieuwsgierig +zijn meening omtrent haar te hooren, en toch voor het eerst niet +heelemaal met hem op haar gemak. + +"Ik zal zeggen, dat ik je niet herkende, want je ziet er zoo deftig +en ongewoon uit, dat ik haast bang voor je ben," zei hij, en frommelde +aan het knoopje van zijn handschoen. + +"Bespottelijk! de meisjes kleedden mij voor de aardigheid zoo mooi +aan, en ik vind het wel prettig. Zou Jo niet vreemd opkijken, als +ze me zag?" vroeg Meta, vast besloten van hem te hooren, of hij haar +mooier vond dan anders of niet. + +"Ja, dat zou ze zeker," antwoordde Laurie ernstig. + +"Vind jij niet, dat ik er zoo aardig uitzie?" vroeg Meta. + +"Neen," was het openhartig antwoord. + +"Waarom niet?" klonk het op bezorgden toon. + +Hij zag naar haar gekapt hoofd, bloote schouders en druk gegarneerde +japon met een uitdrukking, die haar nog meer terneersloeg dan zijn +antwoord, dat geen greintje van zijn gewone beleefdheid bevatte. + +"Ik hou niet van al dat lawaai." + +Dat was ál te erg van een jongen, jonger dan zij zelf, en Meta stapte +weg, na hem op beleedigden toon toegevoegd te hebben: + +"Je bent de onhebbelijkste jongen, dien ik ooit gezien heb." + +Zeer ontstemd ging ze naar een rustig hoekje bij een open raam om +haar wangen wat te verkoelen, want de nauwe japon bezorgde haar een +lastig hoogen blos. Terwijl ze daar stond, ging majoor Lincoln voorbij, +en hoorde ze hem een oogenblik later tegen zijn moeder zeggen: + +"Ze maken een zottin van dat kleine meisje: ik had haar u zoo graag +eens laten zien, maar ze hebben haar hier totaal bedorven; ze is van +avond niets dan een pop." + +"Och!" zuchtte Meta, "ik wou, dat ik maar verstandig was geweest +en mijn eigen japon gedragen had; dan zouden andere menschen niet +'t land aan me hebben gekregen en had ik mezelf niet zoo onplezierig +en beschaamd gevoeld." + +Met haar voorhoofd tegen het koele glas, stond ze half verborgen door +de gordijnen, zonder er zich om te bekommeren, dat haar geliefkoosde +wals een aanvang had genomen, toen iemand haar aanraakte. Zich +omkeerende, zag ze Laurie staan; met een schuldig gezicht en zijn +allerdiepste buiging zei hij, haar de hand toestekend: + +"Vergeef me als'tjeblieft mijn onbeleefdheid en kom met mij dansen." + +"Ik ben bang, dat het al te onplezierig voor je zal zijn," zei Meta, +haar best doende beleedigd te kijken, wat haar echter volkomen +mislukte. + +"Volstrekt niet, ik _sterf_ van verlangen. Kom, ik zal braaf zijn, ik +vind je japon akelig, maar je bent anders--prachtig;" en hij maakte +een handbeweging, alsof woorden ontbraken om zijn bewondering lucht +te geven. + +Meta glimlachte, gaf toe en fluisterde, terwijl ze even wachtten om +in de maat te komen: + +"Pas op, dat mijn sleep niet onder je voeten komt, hij is de plaag +van mijn leven; en ik was een eend, dat ik die japon ooit heb willen +aandoen." + +"Speld het ding om je hals, dan doet het nog nut," zie Laurie, naar de +kleine, blauwe schoentjes kijkende, die hij klaarblijkelijk goedkeurde. + +Weg vlogen ze, licht en bevallig; want daar ze zich thuis dikwijls +geoefend hadden, kwamen zij goed bij elkander, en het vroolijke +jonge paar, dat daar zoo opgewekt ronddraaide,--na hun kleinen twist +vriendschappelijker dan ooit gestemd--maakte op ieder een prettigen +indruk. + +"Laurie, wil je me een plezier doen?" vroeg Meta, toen hij haar moest +"bewaaien", omdat ze dien avond zoo bizonder gauw buiten adem was, +hoewel zij het niet wilde erkennen. + +"Zeker!" riep Laurie bereidwillig. + +"Vertel ze dan als'tjeblieft thuis niets van deze japon. Ze zouden +er de aardigheid niet van begrijpen, en het zou Moeder hinderen." + +"Waarom deed je het dan?" vroegen Laurie's oogen zoo duidelijk, +dat Meta er haastig bijvoegde: + +"Ik zal het zelf wel vertellen en aan Moeder zeggen hoe dwaas ik +geweest ben. Maar ik doe het liever zelf; dus jij houdt je mond, hè?" + +"Ik geef je mijn woord, dat ik zwijgen zal, maar wat moet ik zeggen, +als ze er mij naar vragen?" + +"Zeg maar, dat ik er lief uitzag, en veel plezier had." + +"Het eerste wil ik met alle genoegen zeggen, maar wat het andere +betreft? Je ziet er niet uit, alsof je veel plezier hebt," en Laurie +zag haar aan met een uitdrukking, die haar fluisterend deed antwoorden: + +"Neen, vanavond niet. Vind me nu maar niet afschuwelijk, ik verlangde +naar wat plezier, maar dit soort valt toch niet mee en ik heb er nu +al genoeg van." + +"Daar komt Ned Moffat, wat moet die?" vroeg Laurie, terwijl hij zijn +zwarte wenkbrauwen samentrok, alsof hij zijn jongen gastheer geen +aangename vermeerdering van het gezelschap vond. + +"Hij heeft zich voor drie dansen ingeschreven, en ik vermoed, dat hij +daarom komt; wat vervelend!" zuchtte Meta, met een gemaakt, kwijnend +lachje, dat Laurie allervermakelijkst vond. + +Hij sprak haar niet meer tot na het souper, toen hij haar champagne +zag drinken met Ned en zijn vriend Fisher, die zich als een "paar +gekken aanstelden," zooals Laurie bij zichzelf zei, want hij voelde +een soort van broederlijk recht om over de Marches te waken en voor +hen op te komen, zoodra ze een verdediger noodig hadden. + +"Je zult morgen geduchte hoofdpijn hebben, als je daar veel van +drinkt. Ik zou het niet doen, Meta, je moeder vindt het niet goed, +dat weet je wel," fluisterde hij over haar stoel gebogen, toen Ned +zich omdraaide om haar glas weer te vullen, en Fisher zich bukte om +haar waaier op te rapen. + +"Ik ben van avond "Meta" niet; ik ben "een pop", die allerlei dwaze +dingen doet. Morgen doe ik al "dat lawaai" af en ben weer wanhopig +braaf," antwoordde ze met een gemaakt lachje. + +"Ik wou dan maar, dat het morgen was," mompelde Laurie, weinig gesticht +over de verandering, die hij in haar opmerkte. + +Meta danste en coquetteerde, babbelde en gichelde, precies als de +andere meisjes. Na het souper deed ze mee aan een nieuwen dans, hoewel +ze er niets van kende, liet haar heer bijna vallen over haar lange +japon en gedroeg zich op een manier, waarover Laurie, die toekeek, +zich schaamde, zoodat hij zich voornam haar de les eens te lezen. Maar +hij zag geen kans het zoover te brengen, want Meta hield zich op een +afstand, tot hij afscheid van haar kwam nemen. + +"Denk er aan!" zei ze, met moeite glimlachend, want de zware hoofdpijn +liet zich reeds voelen. + +"Silence à la mort," antwoordde Laurie met een sierlijke buiging. + +Dit apartje wekte Annie's nieuwsgierigheid op; maar Meta was te moe +om napraatjes te houden en ging naar bed, met een gevoel, alsof zij +op een maskerade was geweest en niet zooveel plezier had gehad, als +ze zich had voorgesteld. Den volgenden dag was ze ziek en Zaterdags +ging ze naar huis, door en door vermoeid van de prettige dagen, en +overtuigd, dat ze lang genoeg "in den schoot der weelde" had geleefd. + +"Heerlijk, hier weer eens rustig te zitten en niet den heelen tijd +zoo opgeschroefd te moeten doen. Het is thuis toch wel _erg_ prettig, +al is het er lang niet zoo prachtig als bij de Moffats," zei Meta, +vroolijk rondziende, toen ze Zondagsavonds met haar moeder en Jo +gezellig zat te praten. + +"Ik ben blij, dat ik je dat hoor zeggen, mijn kind, want ik was bang, +dat het je hier te saai en te eenvoudig zou toeschijnen, na al het +moois, dat je daar gezien hebt," antwoordde haar moeder, die haar +oudste dien dag menigmaal bezorgd had aangezien, want moederoogen +zien dadelijk de minste verandering op het gezicht hunner kinderen. + +Meta had haar wederwaardigheden vroolijk verteld, en meer dan eens +gezegd, dat ze zoo'n heerlijken tijd had gehad, maar het scheen alsof +haar nog iets op het hart lag, en toen de jongere meisjes naar bed +waren, zat ze peinzend in 't vuur te staren, zei weinig en zag er +verdrietig uit. Toen het negen uur sloeg en Jo al voorstelde ook naar +boven te gaan, stond Meta plotseling van haar stoel op, nam Bets' +bankje, steunde de ellebogen op haar moeders schoot en begon zoo +kordaat mogelijk: + +"Moeder, ik moet u wat vertellen." + +"Dat dacht ik wel. Wat is het, lieveling?" + +"Zal ik verdwijnen?" vroeg Jo bescheiden. + +"Natuurlijk niet, ik vertelde immers altijd alles? Ik schaamde er +mij over om het te vertellen, terwijl de kleintjes er nog waren, +maar ik wou, dat u al de schandelijke dingen wist, die ik bij de +Moffats gedaan heb." + +"Wij luisteren," zei mevrouw March glimlachend, maar toch wel wat +bezorgd. + +"Ik heb u wel verteld, dat ze mij wat opsierden, maar niet, dat ze +me blanketten en inregen en friseerden, en er mij deden uitzien als +een modeplaatje. Laurie vond het niet netjes; ik weet, dat hij er +zoo over dacht, hoewel hij het niet zei, en een van de heeren noemde +me een "pop." Ik weet, dat het dwaas was, maar ze vleiden mij zoo en +zeiden, dat ik een kleine beauté was en nog allerlei nonsens meer, +en zoo liet ik met me spelen." + +"Is dat alles?" vroeg Jo, toen mevrouw March zwijgend staarde op het +verlegen gezicht van haar mooi dochtertje, en niet het hart had haar +te bestraffen over haar kleine dwaasheden. + +"Neen, ik dronk champagne, en was veel te druk en ik flirtte, en, +en--'k was in één woord onuitstaanbaar," bekende Meta berouwvol. + +"Er is nog iets meer, geloof ik," en mevrouw March liefkoosde de +zachte wang, die plotseling bloosde, toen Meta langzaam zei: + +"Ja, het is heel mal, maar ik wou het toch maar vertellen, omdat ik +het zoo naar vind, dat de menschen zulke dingen over ons en Laurie +zeggen en denken." + +Toen deelde ze de praatjes mee, die ze bij de Moffats gehoord had, en +onder het verhaal zag Jo, dat haar moeder de lippen op elkaar klemde, +alsof het haar zeer onaangenaam aandeed, dat zulke gevoelens opgewekt +waren in Meta's onschuldig gemoed. + +"Stel je voor! De grootste onzin, dien ik ooit gehoord heb!" riep Jo +verontwaardigd. "Waarom kwam je niet dadelijk te voorschijn en bracht +het hun aan het verstand?" + +"Ik kon niet; het was zoo moeilijk voor me. In het begin kon ik niet +helpen, dat ik het hoorde, en daarna was ik te boos en te beschaamd, +om er aan te denken, dat ik behoorde heen te gaan." + +"Wacht maar, tot _ik_ die Annie Moffat eens zie, dan zal ik je eens +toonen, hoe je zulke malle praatjes den kop moet indrukken. Verbeeld +je, wij "plannen" hebben en vriendelijk zijn tegen Laurie, omdat hij +rijk is, en mettertijd met een van ons zou kunnen trouwen! Wat zal hij +lachen, als ik hem vertel, wat idiote dingen die malle menschen over +ons gezegd hebben!" en Jo lachte hartelijk, alsof, bij nader inzien, +de zaak haar een grap toescheen. + +"Als je 't aan Laurie vertelt, vergeef ik 't je nooit! Ze mag het +niet vertellen, wel Moeder?" zei Meta verschrikt. + +"Neen, breng die dwaze praatjes niet verder en vergeet ze zoo gauw +mogelijk," zei mevrouw March ernstig. "Het was niet verstandig van me +je bij menschen te laten logeeren, die ik zoo weinig ken; ze zijn zeker +heel vriendelijk, maar wereldsch, niet fijnbeschaafd en vol onkiesche +gedachten over jonge menschen. Het spijt me meer dan ik je zeggen kan, +Meta, want dit bezoek heeft je misschien veel kwaad gedaan." + +"Trek er u maar niets van aan; ik zal zorgen, dat het mij geen kwaad +doet; ik zal al het kwade vergeten, en alleen aan het goede denken, +want ik heb er ook veel genoten en dank u wel, dat u mij hebt laten +gaan. Ik zal niet sentimenteel of ontevreden zijn, Moeder; ik weet, +dat ik dwaas gedaan heb en beter doe thuis te blijven, tot ik op mezelf +kan passen. Maar het _is_ prettig geprezen en bewonderd te worden, +en ik kan niet helpen, dat ik het vind," zei Meta, half beschaamd +over haar bekentenis. + +"Dat is heel natuurlijk en onschuldig; als dat "prettig vinden" maar +geen hartstocht wordt en er je toe brengt dwaze of onvrouwelijke +dingen te doen. Leer den lof kennen en op prijs stellen, die waard +is verdiend te worden, en streef naar de bewondering van uitnemende +menschen, door zoowel natuurlijk en bescheiden als lief te zijn, Meta." + +Meta stond een oogenblik in gedachten, terwijl Jo haar, met de +handen op den rug, belangstellend en verbaasd aankeek; want het was +iets geheel nieuws Meta te zien blozen en praten over bewondering, +aanbidders en dergelijke dingen, en Jo had een gevoel, alsof haar +zuster gedurende die veertien dagen veel ouder was geworden en op het +punt stond een wereld binnen te gaan, waar zij haar niet kon volgen. + +"Moeder, _hebt_ u "plannen", zooals mevrouw Moffat zei," vroeg Meta +verlegen. + +"Ja, mijn kind, een heele boel; alle moeders maken ze; maar de mijne +verschillen nogal veel van die van mevrouw Moffat, denk ik. Ik zal +er je een paar van vertellen, want de tijd is gekomen, dat een enkel +woord dit dwepend hoofdje en hartje op een zeer gewichtig punt tot +rust kan brengen. Je bent wel jong, Meta, maar niet te jong om mij +te begrijpen en Moeders zijn het meest geschikt om over zulke dingen +met hun meisjes te spreken. Ja, jouw tijd zal misschien ook wel eens +komen, luister dus ook naar mijn "plannen," en help me ze ten uitvoer +brengen, als ze goed zijn." + +Jo kwam op de armleuning van den stoel zitten, met een gezicht +alsof ze dacht, dat het een zeer gewichtige gebeurtenis gold. Met +de hand van haar dochters in de hare en de twee jeugdige gezichtjes +met teederheid beschouwende, zei mevrouw March op haar ernstige, +maar toch opgeruimde manier: + +"Ik hoop, dat mijn dochters mooi, beschaafd en goed zullen worden; +bewonderd, geliefd en geacht zullen zijn, eene onbezorgde jeugd zullen +hebben, gelukkig en goed mogen trouwen, en een nuttig, aangenaam +leven zullen kunnen leiden, door zoo weinig zorg en droefheid gekweld, +als met Gods raad bestaanbaar is. Bemind en ten huwelijk gevraagd te +worden door een goed man is het beste en liefelijkste lot, wat voor +een vrouw weggelegd is, en ik hoop van harte, dat mijn meisjes die +heerlijke ervaring zullen leeren kennen. Het is heel natuurlijk dat +je er wel eens over denkt, Meta, volkomen geoorloofd het te hopen, +en verstandig er je op voor te bereiden, zoodat je, wanneer die +gelukkige tijd aanbreekt, gereed zult zijn voor de plichten, en +het geluk waardig. Mijn lieve kinderen, ik stel mijn wenschen voor +jullie heel hoog, maar begeer niet, dat je vooruit zoudt komen in +de wereld door een rijk man te trouwen, alleen omdat hij rijk is, of +een prachtig huis zoudt hebben, dat geen thuis is, omdat de liefde er +ontbreekt. Geld is iets heel noodigs en begeerlijks in het leven en een +zegen als het goed gebruikt wordt; maar ik zou niet willen, dat jullie +het beschouwden, als den eersten of eenigen prijs, die te behalen +is. Ik zou jullie liever gelukkig getrouwd zien met een arm man, +dan als koningin op een troon, zonder vrede en achting voor je zelf." + +"Arme meisjes hebben geen kans, zegt Belle, als ze zich niet een +beetje op den voorgrond stellen," zuchtte Meta. + +"Dan zullen wij oude vrijsters dienen te blijven," zei Jo opgewekt. + +"Goed zoo, Jo; het is beter een gelukkige, oude vrijster te zijn, +dan een ongelukkige echtgenoot of onvrouwelijk meisje, dat haar best +doet om een man te vinden," zei mevrouw March. + +"Maak je niet ongerust, Meta, armoede schrikt zelden een ernstig man +af. Sommige der beste en meest geachte vrouwen onder mijn kennissen, +waren arme meisjes, maar zoo beminnelijk, dat men ze geen gelegenheid +liet oude vrijsters te worden. Laat die dingen maar over aan den tijd, +maak dit thuis maar gelukkig, zoodat jullie geschikt zult zijn voor +een eigen huis als het je aangeboden mocht worden, maar je hier ook +tevreden gevoelen kunt, als dit niet het geval is. Onthoudt dit eene, +mijn lieve kinderen, Moeder staat altijd klaar om je vertrouwde, +Vader om je vriend te zijn; en wij beiden gelooven en hopen, dat onze +dochters, getrouwd of ongetrouwd, de trots en vreugde van ons leven +zullen uitmaken." + +"Dat zullen we, Moeder, dat zullen we!" riepen beiden uit het diepst +van hun hart, toen mevrouw March hen goeden nacht kuste. + + + + +HOOFDSTUK X. + +DE P.C. EN P.P. + + +Toen de lente aanbrak, kwamen er verschillende, nieuwe vermakelijkheden +aan de orde, en de lengende dagen brachten lange namiddagen voor werk +en spel van allerlei aard. De tuin moest in orde gebracht worden, +en ieder der meisjes had een klein lapje om mee te doen wat zij zelf +wilde. Hanna zei altijd: "Ik zou je dadelijk kunnen vertellen, van +wie de tuintjes waren, al zag ik ze ook in China," en ze had gelijk, +want de smaak der meisjes verschilde evenveel als hun karakters. Meta +had er rozen en heliotropen, een mirthe- en een oranjeboompje in. Dat +van Jo was nooit tweemaal hetzelfde, want ze probeerde telkens weer +iets anders; dit jaar was het een kweekerij van zonnebloemen; van die +vroolijke, hoogop strevende planten had ze het zaad tot voedsel bestemd +voor "tante Kloek" en haar familie kuikentjes. Bets had ouderwetsche +bloemen in haar tuin: heerlijke balsemienen en reseda, riddersporen, +anjelieren, viooltjes, akeleien, muur voor haar vogel, en kattekruid +voor de poesjes. Amy had een prieeltje in haar tuintje, wel klein +en vol oorwurmen, maar aardig voor het oog, heelemaal overdekt met +kamperfoelie en morgenschoon, die hun veelkleurige hoorntjes en klokjes +in sierlijke guirlandes lieten afhangen; voorts groote witte lelies, +fijne varens en zooveel schitterende, decoratieve planten als wel de +goedheid wilden hebben daar te bloeien. + +Tuinarbeid, wandelingen, roeitochtjes op de rivier en het verzamelen +van wilde bloemen namen de mooie dagen in; en voor de regenachtige +hadden ze vermakelijkheden binnenshuis, sommige oud, sommige +nieuw,--alle meer of minder oorspronkelijk. Een van deze was de "P.C", +want daar geheime genootschappen in zwang waren, vonden de meisjes +het noodig er ook een te hebben; en daar ze alle vier met Dickens +dweepten, noemden ze zich "de Pickwick" Club. Een jaar lang hadden +ze dit vrij geregeld volgehouden, en waren ze elken Zaterdagavond +te zamen gekomen op den grooten zolder, welke vergaderingen met de +volgende plechtigheden gepaard gingen: Drie stoelen werden op een rij +achter een tafel gezet; op die tafel stond een lamp, en lagen vier +witte kaartjes, de clubinsignes met een groote "P.C." er op in vier +verschillende kleuren, en het weekblad, dat de "Pickwick Portefeuille" +werd genoemd, en waaraan ieder haar bijdrage moest leveren. Jo, nooit +gelukkiger, dan wanneer ze pen en inkt hanteerde, was redacteur. Om +zeven uur trokken de vier leden naar de vergaderzaal, bonden zich de +insignes om het hoofd, en namen met groote deftigheid plaats. Meta, als +de oudste, stelde Samuel Pickwick voor; Jo, als de meest literarisch +ontwikkelde, Augustus Stockwall; Bets, omdat zij een blozend tonnetje +was, Tracy Tupman; en Amy, die altijd probeerde te doen, wat ze toch +niet kon, Nathaniël Winkle. Pickwick, de president, las het blad +voor, dat gevuld was met oorspronkelijke verhalen, dichtstukjes, +plaatselijk nieuws, grappige advertenties, en wenken, waarmee ze +elkander op een aardige manier opmerkzaam maakten op hun gebreken en +tekortkomingen. Bij een dezer gelegenheden zette de heer Pickwick +zijn bril op zonder glazen, tikte op de tafel, kuchte, en begon te +lezen, na eerst den heer Stockwall ernstig te hebben aangestaard, +die achterover in zijn stoel gevallen was van 't lachen, en zoo tot +de orde moest geroepen worden. + + + + "DE PICKWICK PORTEFEUILLE." + + 20 Mei 18--. + + + RUBRIEK DER GEDICHTEN. + + + OP EEN VERJAARDAG. + + Welkom, lieve vrienden, welkom, + Op dee'z heugelijken dag! + Nu de Pickwick Club haar jaarfeest + Aan de kim verrijzen zag. + + Allen zijn we tegenwoordig; + Allen zijn gezond en blij; + Voelen ons volmaakt gelukkig, + Van verdriet en zorgen vrij. + + Onzen ijverigen Pickwick + Brengen wij den eersten groet; + Hem die 't welgevulde weekblad, + Voorleest met zoo'n warmt' en gloed. + + Schoon hij zware kou gevat heeft, + Schor van keel is, heesch van stem, + Wil hij toch het werk niet staken. + Maar wie vreest dat ook van _hem_! + + Zesvoet lange Stockwall zit daar + Met de gratie van een beer, + En zijn schalksche bruine tronie + Blikt lieftallig op ons neer. + + Dichtvuur doet zijn oogen stralen, + "Moedig voorwaarts!" is zijn leus, + Eerzucht zetelt op zijn voorhoofd, + En een inktvlek op zijn neus. + + Daarna volgt ons vriendje Tupman, + Zoo teerhartig, lief en goed; + Die om onze aardigheden + Altijd vreeselijk lachen moet. + + Tot besluit de kleine Winkle. + 'n Aardig ventje, keurig net, + Die, al haat hij 't handen wasschen, + Keurig is op zijn toilet. + + 't Jaar vloog om, wij bleven allen, + Onder pret en lach' tezaam, + Langs het letterkundig voetpad + Stromplen naar den berg der Faam. + + Moog ons blad steeds floriseeren! + Onze Club, dat is mijn beê, + Menig jaarfeest vroolijk vieren! + Lang nog leve de "P.C!" + + A. Stockwall + + + + HET GEMASKERDE HUWELIJK. + + EEN VERHAAL UIT VENETIË. + + + De eene gondel na de andere naderde de marmeren trappen en zette + haar lieven last af, om de statige, schitterend verlichte zalen van + den graaf de Adelon met haar gezelschap te vermeerderen. Ridders + en edelvrouwen, elfen en pages, monniken en bloemenmeisjes, + allen mengden zich vroolijk in den dans. Lieflijke stemmen en + welluidende melodieën vervulden de lucht, en zoo had de maskerade + plaats onder vroolijke muziek. + + "Heeft uwe Hoogheid van avond ook Lady Viola gezien?" vroeg een + ridderlijk troubadour aan de elfenkoningin, die aan zijn arm de + zaal doorwandelde. + + "Ja, is zij niet allerliefst, hoewel zij zoo treurig kijkt! Haar + japon is ook zoo goed gekozen, want binnen een week trouwt ze + met graaf Antonio, dien zij van ganscher harte haat." + + "Bij mijn ziel, ik benijd hem, daar komt hij aan, gekleed als + een bruidegom, het zwarte masker niet medegerekend. Als hij dat + heeft afgedaan, kunnen wij zien, hoe hij de schoone maagd aanziet, + wier hart hij niet kan winnen, schoon haar strenge vader hem haar + hand beloofde," antwoordde de troubadour. + + "Men vertelt dat zij den jongen Engelschen kunstenaar bemint, die + haar volgt als haar schaduw, en door haar vader veracht wordt," + zei de dame, terwijl zij zich weer bij de dansers voegde. + + Het feest had zijn toppunt bereikt, toen een priester binnentrad + en het jonge paar wenkte hem te volgen naar een met purper fluweel + behangen nis, waar hij hen verzocht neder te knielen. Diepe stilte + heerschte onmiddellijk in de vroolijke vergadering, en geen ander + geluid verbrak de stilte, dan het ruischen der fonteinen of het + gesuizel in de oranjeboschjes, die in het maanlicht sliepen, + toen graaf de Adelon aldus sprak: + + "Mijne heeren en dames, vergeeft de list, die ik gebruikte om u + hier bijeen te vergaderen en getuigen te zijn van het huwelijk + mijner dochter.--Vader, wil met den dienst een aanvang maken." + + Aller oogen wendden zich naar het bruidspaar, en een zacht + gemurmel van verbazing liep door de menigte, want noch de bruid + noch de bruidegom ontdeden zich van het masker. Nieuwsgierigheid en + verwondering vervulden aller hart, maar eerbied hield aller tong + in bedwang, totdat de heilige band gelegd was. Toen verzamelden + de toeschouwers zich om den graaf en verzochten een verklaring. + + "Gaarne zou ik die geven, zoo ik maar kon, maar ik weet alleen, + dat het een gril was van mijn bedeesde Viola, en ik gaf toe. Nu, + mijne kinderen, laat het spel nu geëindigd zijn. Doet de maskers + af, en ontvangt mijn zegen." + + Maar geen van beiden boog de knie, want de jonge bruidegom + antwoordde op een toon, die alle toehoorders deed verbleeken, en + toen hij het masker liet vallen werd het edel gelaat zichtbaar van + Ferdinand Devereux, den kunstenaar-minnaar, terwijl de schoone + Viola schitterend van vreugde en aanminnigheid het hoofd liet + rusten tegen de borst, waar nu de ster van een Engelschen graaf + fonkelde. + + "Milord, gij hebt mij hooghártig gezegd, dat ik om de hand uwer + dochter mocht vragen, als ik mij beroemen kon op een even gevierden + naam en een even groot inkomen als graaf Antonio. Ik kan meer + doen dan dat, want zelfs uw eerzuchtige ziel kan voldaan zijn, + nu graaf de Devereux en de Vere zijn ouden naam en weêrgaloozen + rijkdom in ruil aanbiedt voor de geliefde hand dezer schoone dame, + nu mijn vrouw." + + De graaf stond als versteend, en zich naar de verbaasde menigte + keerend, voegde Ferdinand er met een vroolijk triomfeerenden + glimlach bij: "U, mijn ridderlijke vrienden, kan ik slechts + toewenschen, dat uw begeerten even schitterend vervuld mogen worden + als de mijne, en dat gij allen een even schoone bruid moogt winnen, + als ik door dit gemaskerd huwelijk." + + S. Pickwick + + + + Waarom is de P.C. gelijk aan den toren van Babel? + + Zij is vol onordelijke leden. + + + GESCHIEDENIS VAN EEN MELOEN. + + + Op zekeren dag zaaide een hovenier een zaadje in zijn tuin, en + na een poosje ontkiemde het en werd een flinke plant en droeg + verscheiden meloenen. Op zekeren dag in October, toen ze rijp + waren, plukte hij er een af en bracht dien naar de markt. Een + kruidenier kocht hem en legde hem in zijn winkel. Dienzelfden + morgen ging een klein meisje, met een bruinen hoed, een blauwe + jurk en een stompen neus naar den winkel en kocht hem voor haar + moeder. Ze bracht hem naar huis, sneed hem open, kookte hem in + een grooten pot, en diende een gedeelte er van op met suiker voor + het middagmaal; bij het overschietende deed zij een pintje melk, + twee eieren, vier lepels suiker, wat nootmuskaat, en een paar + beschuiten, deed het in een diepen schotel en bakte het, totdat + het lekker bruin was: en den volgenden dag werd het opgegeten + door een familie, March geheeten. + + T. Tupman. + + + + + Aan den heer Pickwick. + + Mijnheer, + + Ik heb u iets te schrijven over een overtreding, de zondaar dien + ik bedoel is een man, Winkle genaamd die heel lastig is in de + vergadering, omdat hij lacht en soms geen stukken wil schrijven + in dit bewonderde blad en ik hoop, dat u hem zijn zonde wilt + vergeven en hem toe wilt staan een Fransche fabel in te zenden, + omdat hij niet uit zijn hoofd kan schrijven en omdat hij zooveel + lessen moet leeren en er geen hoofd voor heeft. In 't vervolg zal + ik probeeren den tijd bij de horens te vatten en een stukje klaar + te maken dat geheel _comme la fo_ zal zijn, ik bedoel heelemaal + in orde, ik eindig in haast want het is bijna schooltijd. + + Uw dienaar, + + N. Winkle. + + (Het bovenstaande is een mannelijke en flinke erkenning van vroeger + slecht gedrag. Als onze jonge vriend zich eens op de interpunctie + wilde toeleggen, zou dat niet kwaad zijn.) + + + + + EEN DROEVIG ONGELUK. + + + Laatstleden Vrijdag werden we opgeschrikt door een hevigen slag in + onze benedenste verdieping, gevolgd door een angstig geschreeuw. We + vlogen gezamenlijk naar den kelder en ontdekten onzen geachten + president languit op den grond, daar hij gestruikeld en gevallen + was, toen hij hout wilde krijgen voor huiselijk gebruik. Een + waar tooneel van verwoesting ontrolde zich voor onze ontstelde + blikken, want de heer Pickwick was met hoofd en schouders in een + tobbe water terecht gekomen, had een vaatje groene zeep over zijn + kostbaar lichaam gekregen en zijn kleederen erg gehavend. Toen + hij uit zijn gevaarlijke positie verlost was, ontdekte men, dat + hem geen leed wedervaren was, behalve eenige lichte kneuzingen; + we kunnen er tot onze vreugde bijvoegen, dat hij vrij wel is. + + Red. + + + + DOODSBERICHT. + + + Het is ons een treurige plicht u het plotseling en geheimzinnig + verdwijnen mede te deelen van onze geliefde vriendin, mevrouw + Witvoet. Deze beminnenswaardige en beminde poes was de lieveling + van een grooten kring warme en bewonderende vrienden; haar + schoonheid trok aller oogen tot zich, haar bevalligheden en deugden + verzekerden haar een plaats in ieders hart, en haar verlies wordt + door het geheele gezelschap diep gevoeld. + + Ze is het laatst gezien bij het hek, waar ze de kar van den + slagersjongen met hare opmerkzaamheid vereerde, en wij vreezen, dat + de een of andere ellendeling, verlokt door haar bekoorlijkheden, + haar heeft gestolen. Weken zijn voorbijgegaan, maar geen spoor + van haar is ontdekt; wij geven alle hoop op, binden een zwart + lint om haar mandje, zetten haar schotel ter zijde en beweenen + haar als ééne, die ons voor altijd ontvallen is. + + + + Een medegevoelend vriend zendt ons het volgende dicht-kleinood. + + + KLAAGLIED OP WITVOET + + + Onze kleine Witvoet + Is helaas niet meer. + Z's plotseling verdwenen, + En ach, wij treuren zeer. + 't Grafje van haar kleintje + Onder gindschen eik, + Gaan wij trouw bezoeken-- + Maar waar rust _haar_ lijk? + Ledig staat het mandje, + Roerloos ligt haar bal. + Kon ik maar vergeten, + Dat ik nooit meer zal + Hooren 't zacht miauwen, + 't Vriendelijk gespin-- + Alsof zij wou zeggen, + "Toe, laat mij er in." + Ach, een ander katje + Loert op rat en muis, + Maar dat zal nooit worden + Speelpop hier in huis. + Want helaas! haar kopje + Is niet mooi of lief, + En zij mist de gratie + Van mijn hartelief. + En waar vroeger Witvoet + O, zoo rap en vlug! + Vreemde honden wegjoeg-- + Blaast met hoogen rug, + Achter veil'ge tralies, + Nel naar 't vreemd gespuis; + Neen, zij zal nooit worden + 't Sieraad van ons huis. + Z' is wel goed en nuttig, + En 't is waar, haar plicht + Wordt heel trouw en ijverig, + Steeds door haar verricht: + Maar zij streelt niet de oogen; + Dus--zóó innig teer, + Als wij _u_ beminden, + Minnen wij nooit weer. + + + A. S. + + + ADVERTENTIES. + + + Mejuffrouw Ophelia Pennelikster, de beroemdste geletterde + redenaarster, zal haar uitstekend werkje over "de Vrouw en hare + Positie" in de Pickwick Club voorlezen, aanstaanden Zaterdag na + afloop der gewone werkzaamheden. + + + Er zal eene wekelijksche bijeenkomst gehouden worden in de + "Keukenzaal," om jonge dames te leeren koken. Hanna Brown zal + presideeren; alle leden worden verzocht trouw op te komen. + + + Naar wij vernemen zal de Stoffervereeniging aanstaanden + Woensdag een vergadering houden op de bovenste verdieping der + Sociëteit. Alle leden moeten in uniform precies te negen uur, + met den stoffer op schouder, verschijnen. + + + Mejuffrouw Betsy Poppe zal de volgende week haar nieuw magazijn + van Poppen-mode-artikelen openen. De laatste Parijsche modes + zijn gearriveerd, en alle bestellingen zullen met de grootste + zorg worden nagekomen. + + + Een nieuw stuk zal binnen weinig weken opgevoerd worden in het + Schuur-Theater, dat alles belooft te overtreffen, wat tot nog + toe op eenig Amerikaansch tooneel gegeven werd. + + "De Grieksche Slavin of Constantijn de Wreker," is de titel van + dit roerend drama!!! + + + + WENKEN. + + Indien S.P. niet zooveel zeep voor zijn handen gebruikte, zou hij + 's morgens niet altijd te laat aan het ontbijt komen. A.S. wordt + verzocht niet op straat te fluiten. T.T. vergeet als 't je belieft + Amy's servet niet. N.W. moet niet mopperen, omdat hij geen negen + opnaaisels in zijn jurk heeft. + + + + WEEKBERICHTEN. + + + Meta --Goed. + Jo --Slecht. + Betsy --Zeer goed. + Amy --Middelmatig. + + + +Toen de president geëindigd had met het voorlezen van het weekblad (een +getrouwe copie van een blad dat eens door werkelijk bestaande meisjes +geschreven werd) volgden er luide toejuichingen van alle kanten, +en daarna stond de heer Stockwall op om een voorstel in te dienen. + +"Mijnheer de president en mijne heeren," begon hij, een houding en +toon aannemende, waarvoor een parlementslid zich niet zou behoeven te +schamen. "Ik zou u gaarne de toetreding van een nieuw lid in overweging +geven; een vriend die dat ten zeerste verdient, er ten hoogste dankbaar +voor zou zijn, en veel zou bijbrengen zoowel tot verhooging van het +gehalte onzer Club, als tot de letterkundige waarde van ons blad, +en die ontegenzeggelijk heel vroolijk en gezellig zou wezen. Ik stel +den heer Theodoor Laurence voor als eerelid van de P.C.--Toe, vindt +het maar goed." + +De plotselinge verandering in Jo's stem maakte de meisjes aan het +lachen; maar geen van allen juichte het plan dadelijk toe, of zei +een enkel woord, toen Stockwall weer ging zitten. + +"Wij zullen het in rondvraag brengen," zei de president. "Allen, +die ten gunste van het voorstel willen stemmen, worden verzocht "ja" +te zeggen." + +Een luide uitroep van Stockwall, tot ieders verbazing, gevolgd door +een fluisterend "Ja" uit Bets' mond. + +"Die er tegen stemmen worden verzocht hun "neen" uit te spreken." + +Meta en Amy waren er tegen; en de heer Winkle stond op om met groote +deftigheid te zeggen: "Wij hebben er liever geen jongens bij; ze +maken maar gekheid en zijn zoo wild. Dit is een damesgezelschap, +en we willen onder ons blijven." + +"Ik ben bang, dat hij ons weekblad gek vinden en ons achter den +rug uitlachen zal," zei Pickwick en trok aan het krulletje op zijn +voorhoofd, zooals hij altijd deed, wanneer hij in het een of ander +niet tot een besluit kon komen. + +Daar vloog Stockwall vol vuur op, roepende: + +"Mijnheer, ik geef u mijn eerewoord, dat Laurie niets van dien aard zal +doen. Hij schrijft graag, en hij zou ons blad veel aardiger maken door +zijn bijdragen, en begrijp je dan niet, dat wij voor sentimentaliteit +bewaard blijven, als hij er bij is? Wij kunnen zoo weinig voor hem +doen, en hij doet zooveel voor ons, en ik vind dat we hem hartelijk +welkom moeten heeten, als hij komt. + +Deze slimme zinspeling op bewezen weldaden, deed Tupman vastbesloten +opspringen. + +"Ja, we moeten het doen, zelfs al _zijn_ we wat bang. _Ik_ zeg, +dat hij komen mag en zijn Grootpapa ook als die wil." + +De flinke uiting van Bets bracht de andere clubleden in stomme +verbazing en Jo verliet haar plaats om haar goedkeurend de hand +te drukken. + +"Nu dan, laat ons opnieuw stemmen. Ieder herinnere zich dat het onzen +Laurie geldt, en zegge "ja"!" riep Stockwall opgewonden maar plechtig. + +"Ja! Ja!" riepen drie stemmen tegelijk. + +"Goed! dank je wel! En daar nu niets beter is dan "den tijd bij de +horens te vatten," zooals Winkle zeer juist heeft opgemerkt, neem ik +de vrijheid u het nieuwe lid voor te stellen;" en tot ontsteltenis +der overige leden rukte Jo de deur open van een klein kamertje, +waar Laurie op een voddenkist zat, met een vuurrood gezicht van het +ingehouden lachen. + +"Schurk! Verrader! Jo, hoe kon je dát doen?" riepen de drie meisjes, +toen Stockwall haar vriend zegevierend naar voren bracht, hem een +stoel en een insigne gaf, en onmiddellijk installeerde. + +"De onbeschaamdheid van die twee is waarlijk verbazingwekkend," +begon de heer Pickwick en trachtte zijn gelaat in een zeer ernstige +plooi te zetten, hetgeen echter niet gelukte, daar zich slechts een +beminlijken glimlach vertoonde. Maar het nieuwe lid bleek tegen den +storm opgewassen; hij stond op, maakte een sierlijke buiging en begon +op de innemendste wijze: "Mijnheer de president en dames--ik vraag +excuus, _heeren_--vergunt mij mezelf aan u voor te stellen als Sam +Weller, de zeer nederige dienaar der club." + +"Goed zoo, goed zoo!" riep Jo en stampte met den steel van de oude +beddepan, waarop zij steunde. + +"Mijn trouwe vriend en edele beschermheer," vervolgde Laurie met een +bevallig manuaal, "die mij op zoo vleiende wijze heeft voorgesteld, +verdient geen berisping over de laaghartige krijgslist van dezen +avond. Ik maakte het plan en hij gaf eerst na lang plagen toe." + +"Kom, Laurie, neem nu niet de heele schuld voor jouw rekening; je +weet dat ik het kamertje verzonnen heb," viel Stockwall, die groote +pret had, hem in de rede. + +"Luister niet, naar wat zij zegt. Ik ben de ellendeling, die het +gedaan heeft, mijnheer," zei het nieuwe lid met een Wellerachtig knikje +tegen den heer Pickwick. "Maar ik zal het op mijn eer nooit weer doen, +en mij voortaan wijden aan de belangen van deze onsterfelijke club." + +"Hoor! hoor!" riep Jo en sloeg het deksel op den beddewarmer open en +dicht, bij wijze van bekkens. + +"Ga voort, ga voort!" voegden Winkle en Tupman er bij, terwijl de +president welwillend boog. + +"Ik wilde alleen nog maar zeggen, dat ik, als een gering blijk van +mijn dankbaarheid voor de eer mij aangedaan, en als middel om het +vriendschappelijk verkeer tusschen naburige volken te bevorderen, +een postkantoor heb opgericht in de heg aan de achterzijde van den +tuin; een fraai, ruim gebouw, met sloten op de deur en alle mogelijke +gemakken. Het is het oude konijnenhok; maar ik heb de deur dicht en +het dak opengemaakt, zoodat het alle soorten van dingen kan bevatten +en ons veel kostbaren tijd zal besparen. Brieven, manuscripten, +boeken en pakjes kunnen er in; en daar ieder volk een sleutel heeft, +zal het bizonder practisch zijn, denk ik. Staat mij toe u den sleutel +der club aan te bieden, en met hartelijken dank voor de bewezen gunst +mijn plaats weder in te nemen." + +Een luid gejuich volgde, toen de heer Weller een kleinen sleutel op +tafel neerlegde en weer ging zitten; de beddepan klapte en zwaaide +geweldig, en het duurde een heelen tijd, eer de orde kon hersteld +worden. Lange beraadslagingen volgden en allen spraken verwonderlijk +goed, want allen deden hun best; het was dus een buitengewoon levendige +vergadering, die eerst laat gesloten werd en eindigde met drie luide +hoera's voor het nieuwe lid. + +Niemand had ooit berouw over de toelating van Weller; want een +getrouwer, fatsoenlijker, en vroolijker lid kon in geen club gevonden +worden. Hij bracht bepaald leven in de vergaderingen, en "pit" in +het weekblad; zijn redevoeringen deden zijn toehoorders uitbarsten +in lachen, en zijn bijdragen waren uitstekend, afwisselend, +vaderlandslievend, klassiek, grappig, of treurig, maar nooit +sentimenteel. Jo vond ze een Bacon, Milton of Shakespeare waardig en +verbeterde er haar eigen opstellen met goed gevolg naar. + +Het P.K. was een prachtinstelling en bloeide buitengewoon; want er +werden bijna evenveel wonderlijke dingen door verzonden als door een +werkelijk postkantoor. Treurspelen en dasjes, gedichten en ingemaakt +zuur, bloemzaad en lange brieven, muziek en boeken, gomelastiek, +uitnoodigingen, berispingen en katjes. De oude heer had er plezier +in, zond aardige pakjes, geheimzinnige boodschappen en grappige +telegrammen, en zijn tuinman, getroffen door Hanna's bekoorlijkheden, +zond haar eenmaal een minnebrief onder Jo's adres. Wat lachten de +meisjes toen het geheim uitkwam, niet droomende, dat het kleine +postkantoor in vervolg van tijd nog menigen dergelijken brief zou +bevatten. + + + + +HOOFDSTUK XI. + +PROEFNEMINGEN. + + +"1 Juni. Nu gaan de Kings morgen naar zee, en ik ben vrij! Drie +maanden vacantie! Wat zál ik genieten!" riep Meta op zekeren warmen +dag thuiskomend, waar ze Jo, totaal uitgeput, op de sofa vond liggen, +terwijl Bets haar de stoffige laarzen uittrok en Amy limonade maakte, +tot opfrissching van het heele gezelschap. + +"Tante March is vandaag afgereisd, waar ik zielsdankbaar voor ben!" zei +Jo. "Ik was zoo bang, dat ze me vragen zou met haar mee te gaan. Als +ze het gedaan had, zou ik niet hebben kunnen weigeren, maar Plumfield +is, zooals je weet, al even vroolijk als een kerkhof, en ik blijf +liever hier. 't Was me wat, hoor, eer we de oude dame klaar hadden, +en de schrik sloeg me om het hart, telkens als ze iets tegen me zei; +want in mijn verlangen om weg te komen, werd ik zoo buitengewoon +behulpzaam en lief, dat ik nog bang was, dat ze onmogelijk van me zou +kunnen scheiden. Ik beefde, tot ze goed en wel in het rijtuig zat, en +kreeg nog tot besluit een geweldigen schrik, want toen zij wegreed, +stak ze haar hoofd uit het raampje, en riep: "Jose--phine, zou je +niet--". Ik hoorde niets meer, maar keerde me lafhartig om en ging +aan den haal. Toen ik den hoek om was gehold, voelde ik me pas veilig." + +"Arme, arme Jo! ze kwam binnenvliegen, alsof ze door beren werd +nagezeten," zei Bets, en wreef Jo's voeten op moederlijke wijze. + +"Tante March is een echte Samfier," zei Amy en proefde haar mengsel +met een critisch gezicht. + +"Ze bedoelt _Vampier_; maar dat komt er zoo nauw niet op aan; het is +te warm om op zijn woorden te letten," zuchtte Jo. + +"Wat zijn jullie van plan in de vacantie te doen?" vroeg Amy, behendig +van onderwerp veranderend. + +Ik blijf 's morgens lang in bed liggen en doe niets," antwoordde Meta +van uit haar gemakkelijken stoel. "Ik ben er den heelen winter vroeg +uitgejaagd, om dag in dag uit voor andere menschen te werken; nu ben +ik van plan rust te nemen en eens naar hartelust plezier te maken." + +"Neen", zei Jo, "dat luieren zou mij niet bevallen. Ik heb een massa +boeken opgedaan, en ik ga mijn heerlijke uren gebruiken met lezen op +mijn plaatsje in den ouden appelboom, als ik niet aan het h--". + +"Zeg niet herrie maken!" smeekte Amy, in weerwraak over de +"sampier"-terechtwijzing. + +"Dan zal ik zeggen aan het "hollen" ben met Laurie; dat is een heel +gepast woord, daar hij toch soms zoo'n woesteling is." + +"Dan moesten wij nu eens voor een poos ook geen werk doen, maar +den heelen dag spelen en rusten, net als de anderen van plan zijn," +zei Amy. + +"Dat is goed, als moeder er niets tegen heeft. Ik zou graag wat nieuwe +stukjes leeren, en mijn kinderen moeten voor den zomer in orde gebracht +worden; ze zijn er treurig aan toe en hebben groot gebrek aan kleeren." + +"Vindt u het goed, Moeder?" vroeg Meta en wendde zich tot mevrouw +March, die in "moedershoekje" zat te naaien. + +"Je kunt het eens voor een week probeeren en zien, hoe het jullie +bevalt. Maar ik denk, dat je Zaterdagavond zult moeten erkennen, dat +altijd spelen en niets uitvoeren al even erg is, als altijd werken +en nooit spelen." + +"O hemel, neen! het zal heerlijk zijn, daar ben ik zeker van," zei +Meta welbehaaglijk. + +"Ik stel een toast voor, zooals mijn "vriendin en collega Sairy Gamp" +[4] zegt: "Den heelen dag pret en niets geen gezwoeg!" riep Jo +opstaande, met het glas in de hand toen de limonade gepresenteerd was. + +Allen klonken met een vroolijk hart en begonnen met de proefneming, +door het overige van den dag te luieren. Meta verscheen den volgenden +morgen eerst om tien uur; haar eenzaam ontbijt smaakte haar niet, +en de kamer scheen ongezellig en rommelig, want Jo had de vazen niet +gevuld, Bets had geen stof afgenomen, en Amy's boeken lagen overal +verspreid. Niets was netjes en uitlokkend dan "moedershoekje", dat +er als naar gewoonte uitzag; en daar ging ze zitten rusten en lezen, +hetgeen echter niet veel anders was dan geeuwen en zich voorstellen +welke mooie zomerjaponnetjes ze voor haar salaris koopen zou. Jo bracht +den morgen door op de rivier met Laurie, en den namiddag met lezen en +schreien over _"De Wijde Wijde Wereld"_ boven in den appelboom. Bets +begon alles uit de groote kast overhoop te halen, waar haar kinderen +verblijf hielden, maar daar ze moe werd, eer ze halfweg was; liet +ze den heelen rommel overhoop liggen en begon piano te spelen, blij +dat ze niets behoefde om te wasschen. Amy bracht haar prieel in orde, +deed haar beste witte jurk aan, maakte haar krullen netjes op en ging +zitten teekenen onder de kamperfoelie, hopende, dat de een of ander +haar zou opmerken en vragen, wie dat jonge kunstenaresje toch was. + +Daar niemand verscheen behalve een nieuwsgierige hooiwagen, die haar +werk met veel belangstelling onderzocht, ging ze wandelen, werd door +een regenbui overvallen, en kwam druipnat thuis. + +Aan de thee deelde ieder haar lotgevallen mee, en allen kwamen overeen, +dat het een heerlijke, maar buitengewoon lange dag was geweest. Meta, +die 's middags haar inkoopen was gaan doen en een "beelderig blauw +neteldoekje" had gekocht, merkte, nadat ze de banen had afgeknipt, +dat het niet gewasschen kon worden, welk ongeluk haar niet weinig uit +haar humeur bracht; Jo had onder het roeien in de felle zon haar neus +gevoelig gebrand en zware hoofdpijn opgedaan door te lang lezen. Bets +werd gekweld door de wanorde van haar kast, en de onmogelijkheid +om drie of vier stukjes tegelijk te leeren, en Amy betreurde diep +de schade aan haar jurk, want den volgenden dag gaf Katy Brown een +partijtje, en nu had zij, net als Flora Mc. Flimsy, "niets om aan te +doen." Maar dat waren slechts kleinigheden, en ze verzekerden hun +moeder, dat de proef uitstekend gelukte. Mevrouw March glimlachte, +zei niets en deed met Hanna alles, wat de meisjes verzuimd hadden te +doen, maakte "thuis" gezellig, en hield de huishoudelijke machine +zachtjes aan den gang. Wonderlijk, hoe 'n vreemde en onaangename +staat van zaken te voorschijn geroepen werd door dat leventje +van "rust en genot." De dagen vielen steeds langer, het weer was +buitengewoon veranderlijk en de humeuren dito. Een onrustig gevoel +maakte zich meester van allen, en de duivel vond voor de ledige handen +bezigheid in overvloed. Als toppunt van weelde en gemak, gaf Meta +een gedeelte van het naaiwerk buitenshuis, maar vond den tijd toen +zoo drukkend lang, dat ze haar kleeren ging veranderen en bederven, +in haar pogen om ze te moderniseeren à la Moffat. Jo las, tot haar +oogen haar begaven en ze genoeg had van boeken, werd zoo kribbig, +dat zelfs de goedhartige Laurie met haar aan het kibbelen raakte en +zoo droefgeestig, dat ze hartelijk wenschte, maar mee te zijn gegaan +met tante March. Bets maakte het nogal goed, want ze vergat gedurig, +dat ze _altijd kon spelen en niet hoefde te werken_, en verviel +nu en dan weer in haar oude gewoonten, maar er scheen iets in de +lucht, dat zelfs haar besmette, en meer dan eens werd haar rustig +gemoed bewogen; zoo erg zelfs, dat ze bij een zekere gelegenheid de +arme, lieve Johanna door elkaar schudde en haar uitmaakte voor "een +vogelverschrikker". Amy kwam er het slechtst af, want zij had weinig +om zich mee bezig te houden; en toen haar zusters haar aan haar lot +overlieten en ze zich zelf moest amuseeren, vond ze haar begaafd, +belangwekkend persoontje een grooten last. Van poppen hield ze niet; +sprookjes vond ze kinderachtig en je kon niet altijd teekenen. Visites +beteekenden niet veel, evenmin als picnics, tenzij ze heel plezierig +waren ingericht. Als je een mooi huis had vol met aardige meisjes, +of als je kon gaan reizen, zou de zomer heerlijk zijn; maar thuis te +blijven met drie egoïstische zusters en een grooten jongen, was genoeg +om "Job zijn geduld te doen verliezen," klaagde de kleine deftigheid, +nadat ze zich verscheiden dagen verveeld had. + +Geen van allen wilde toegeven, dat ze genoeg hadden van de proefneming, +maar Vrijdagavond erkende ieder voor zichzelf, blij te zijn, dat de +week bijna om was. In de hoop hun het lesje dieper in te prenten, +besloot mevrouw March, die veel van een grap hield, een waardig slot +te maken aan de zaak. Ze gaf Hanna een dag vrijaf om de meisjes eens +ten volle de gevolgen van zoo'n speelsysteem te doen gevoelen. + +Toen zij Zaterdagmorgen beneden kwamen, was er geen vuur aan in de +keuken, geen ontbijt in de eetkamer, en Moeder nergens te zien. + +"Lieve hemel! wat is er gebeurd?" riep Jo, verbaasd rondziende. + +Meta liep naar boven en kwam al gauw weer terug, gerustgesteld, +maar toch verwonderd en een beetje beschaamd. + +"Moeder is niet ziek, alleen erg moe, en ze zegt, dat ze den heelen +dag rustig op haar kamer blijft en ons alles maar eens zal laten +doen, zoo goed en zoo kwaad het gaat. Wel iets vreemds voor haar, ze +is heel anders dan gewoonlijk, maar ze zegt, dat het een moeilijke +week voor haar geweest is, en we dus niet verdrietig moeten zijn, +maar ons zelf redden." + +"Dat is gemakkelijk genoeg, ik vind het wel aardig; ik snak er naar om +eens iets te doen te hebben; dat is te zeggen, een nieuw pleziertje," +voegde Jo er haastig bij. + +En werkelijk, het _was_ een ware verlichting voor allen, dat ze iets te +doen hadden, en ze begonnen vol goeden wil, maar ondervonden weldra de +waarheid van Hanna's gezegde: "Huishouden doen is geen gekheid." Er +was overvloed van eten in provisiekast en kelder, en terwijl Bets +en Amy de tafel dekten, maakten Meta en Jo het ontbijt in orde, +zich verwonderende, dat dienstboden ooit over zwaar werk klaagden. + +"Ik zal maar wat aan Moeder brengen; ze zei anders, dat wij maar niet +aan haar moesten denken, want dat ze wel voor zichzelf zou zorgen," zei +Meta, die presideerde en zich heel gewichtig voelde achter den trekpot. + +Er werd dus een blaadje in orde gemaakt, voordat de meisjes begonnen te +eten, en naar boven gebracht, met de complimenten van de keukenmeid. De +gekookte thee was heel bitter, de omelet verbrand en de geroosterde +boterham smaakte naar den rook; maar mevrouw March nam haar ontbijt +in dank aan, en lachte er hartelijk om, toen Jo weer naar beneden +was gegaan. + +"Arme stumperds; ik ben bang dat ze 't vandaag heel moeilijk zullen +hebben; maar ze zullen er niet van bederven en het zal hun eene goede +les wezen," zei mevrouw March, terwijl ze de meer eetbare dingen +te voorschijn haalde, waarvan zij zich voorzien had, en het slechte +ontbijt opruimde, om het gevoel der meisjes niet te kwetsen;--eene +kleine, moederlijke list, waar ze haar dankbaar voor waren. + +Menige klacht werd beneden gehoord, en groot was het verdriet der +keukenprinses, dat alles zoo slecht was uitgevallen. "Wees maar stil, +ik zal voor het middageten zorgen en de meid zijn; jij bent mevrouw, +houd je handen schoon, ontvang bezoek en geef bevelen," zei Jo, +die nog minder dan Meta ingewijd was in de geheimen der kookkunst. + +Dit vriendelijk aanbod werd met vreugde aangenomen, en Meta ging naar +de zitkamer, die ze haastig in orde bracht, door allen rommel onder de +canapé te schuiven en de jalouzieën te sluiten, hetgeen de moeite van +'t stof afnemen uithaalde. + +Jo deed, met vast vertrouwen op eigen krachten en den vurigen wensch +weer vrede te sluiten, een briefje in de bus voor Laurie, met een +uitnoodiging om te komen eten. + +"Je zou beter doen met eerst te zien, wat voor eten je hebt, voordat +je aan inviteeren denkt," zei Meta, toen zij de gastvrije, maar wel +wat ondoordachte daad vernam. + +"O, er is biefstuk, en overvloed van aardappelen, en ik zal wat +asperges en een kreeft zien te krijgen "voor een aardigheidje er bij," +zooals Hanna zegt. We zullen kropsla koopen en kreeftensla maken; ik +weet wel niet hoe, maar dat staat wel in het boek. En dan blanc-manger +en aardbeien voor dessert en koffie toe, als je 't graag heel mooi +wilt hebben." + +"Probeer niet te veel, Jo, want je kunt niets eetbaars maken als +kruidkoekjes en stroopwafeltjes. Ik trek mijn handen af van de partij, +en nu jij op eigen gezag Laurie gevraagd hebt, moet jij ook maar voor +hem zorgen." + +"Je hoeft niets anders te doen dan aardig tegen hem te zijn, en mij +aan de pudding te helpen. Je zult mij toch wel raad willen geven, +als ik niet verder kan?" vroeg Jo eenigszins gegriefd. + +"Ja, maar ik weet niet veel, behalve over brood en een paar +kleinigheden. Je deed beter Moeder te vragen of zij het goed vindt, +voor je iets bestelt," antwoordde Meta voorzichtig. + +"Natuurlijk zal ik dat; ik ben ook niet dom," en Jo ging knorrig heen, +omdat er aan haar kundigheden getwijfeld werd. + +"Neem wat je wilt, en val mij niet lastig; ik moet van middag uit +eten en heb geen tijd, om mij met de dingen te bemoeien," zei mevrouw +March, toen Jo het haar vroeg. "Ik heb nooit veel van huishoudelijk +werk gehouden, en neem vandaag eens een vacantiedag. 'k Ben van plan +eens heerlijk te lezen, wat te schrijven, een paar visites te maken, +en er eens een plezierigen dag van te nemen." + +Het ongewoon schouwspel, dat haar bedrijvige moeder in een +gemakkelijken stoel 's morgens vroeg zat te lezen, gaf Jo een gevoel, +alsof er een of ander zeldzaam natuurverschijnsel had plaats gehad, +want een zon-eclips, een aardbeving of een vulkanische uitbarsting +zou haar niet meer hebben kunnen verbazen. + +"Alles is van streek," zei ze bij zichzelf, toen ze weer naar beneden +ging, "Bets zit te schreien--een zeker teeken, dat er iets niet in +den haak is. Als Amy lastig wordt, schud ik haar door elkander." + +Zelf mooi uit haar humeur, stormde Jo al naar de zitkamer, en vond +Bets schreiend over Pietje, de kanarie, die dood in zijn kooi lag, met +zijn klauwtjes uitgestrekt, alsof hij roerend smeekte om het voedsel, +dat hem onthouden was en waardoor hij van gebrek had moeten omkomen. + +"Het is allemaal mijn eigen schuld--ik heb hem heelemaal vergeten en +er is geen zaadje of droppeltje water meer in de bakjes--o Piet! o +Piet! hoe kon ik zoo wreed zijn?" riep Bets snikkend, nam het arme +diertje in de hand en zocht het weer in 't leven terug te roepen. + +Jo keek in zijn halfgesloten oogjes, voelde aan zijn hartje en toen +ze merkte dat hij stijf en koud was, schudde zij het hoofd, en bood +het doosje van haar dominospel aan, om tot kist te dienen. + +"Leg hem eens in den oven, misschien zal hij dan warm en weer levend +worden," zei Amy hoopvol. + +"Hij is van honger gestorven, en hij zal niet gebakken worden, +nu hij dood is. Ik zal hem een lijkkleedje maken en hem begraven, +en ik wil nooit een ander vogeltje hebben; neen, lieve Piet, nooit +weer! want ik ben er _veel_ te slecht voor," fluisterde Bets, haar +lieveling tegen zich aandrukkend. + +"De teraardebestelling zal van middag plaats hebben, en we zullen +allen achter het lijk gaan. Huil maar niet, Bets, het is jammer, maar +niets gaat goed deze week, en Piet is er het slechtst afgekomen. Maak +het rouwkleed maar en leg hem in mijn kistje; en na het diner zullen +wij een begrafenisje hebben," zei Jo, met een gevoel, alsof zij heel +wat op zich genomen had. + +Het verder aan de anderen overlatende om Bets te troosten, ging Jo +naar de keuken, die in een staat van treurige verwarring bleek. Ze +deed een grooten boezelaar voor, en toog aan het werk, zette alle +borden en schotels vast klaar, en merkte toen, dat het vuur uit was. + +"Een heerlijk vooruitzicht!" mopperde Jo, rukte het deurtje van het +fornuis open, en begon zoo hard zij kon te poken. Toen ze het vuur wat +opgerakeld had, dacht ze, dat het niet kwaad zou zijn, als ze naar de +markt ging, terwijl het water heet werd. De wandeling verkwikte haar, +en blij, dat ze zulke goede inkoopen gedaan had, keerde zij huiswaarts +met een piepjonge kreeft, stokoude asperges en twee potjes niet al te +rijpe aardbeien. Tegen dat ze alles in orde had gebracht, kwamen de +artikelen voor het middagmaal, en was het fornuis gloeiend heet. Hanna +had gezegd, dat het brood dien dag gebakken moest worden; Meta had +het 's morgens vroeg gekneed en te rijzen gezet, maar er verder niet +meer om gedacht. Ze zat juist heel genoeglijk met Sallie Gardiner +te keuvelen, toen de deur openvloog en een verhit, verontwaardigd en +bestoven gezicht om de deur kwam en uitdagend vroeg: + +"Zeg, is het brood nog niet genoeg gerezen, als de pan overloopt?" + +Sallie begon te lachen, maar Meta knikte en trok haar wenkbrauwen zoo +hoog mogelijk op, waarna de verschijning verdween, om het ongelukkige +brood zonder verder uitstel in den oven te zetten. Mevrouw March +ging uit, na hier en daar eens rondgekeken te hebben hoe de zaken +stonden, en na een woordje van troost tot Bets, die het lijkkleed zat +te naaien, terwijl de geliefde doode in het dominospeldoosje lag. Een +vreemd gevoel van hulpeloosheid maakte zich van de meisjes meester, +toen de grijze hoed om den hoek der straat verdween, en wanhoop +beving hen, toen een paar minuten later juffrouw Crocker verscheen en +aankondigde, dat ze graag bleef eten. Juffrouw Crocker was een mager, +taankleurig mensen, met een scherpen neus en onderzoekende oogen, +die alles opmerkte en alles buitenaf bepraatte. De meisjes hielden +niet van haar, maar hadden geleerd vriendelijk tegen haar te zijn, +omdat zij arm en oud was en weinig vrienden had. Meta gaf haar dus +den gemakkelijken stoel en deed haar best om haar aangenaam bezig te +houden, terwijl de bezoekster naar alles vroeg, alles critiseerde, +en allerlei dingen vertelde van menschen, die zij kende. Geen pen +kan beschrijven hoeveel angst Jo dien morgen uitstond, hoeveel +ondervinding ze opdeed, en hoe ze zich moest inspannen, terwijl het +maal, dat ze opdischte, haar later altijd werd nagehouden. Daar zij +geen verderen raad durfde vragen, tobde ze alleen voort en kwam tot +de overtuiging, dat er om keukenmeid te zijn, meer noodig is dan lust +en goeden wil. Ze kookte de asperges een uur lang op een heet vuur, +en zag tot haar schrik, dat de kopjes er afkookten en de steelen +hard en taai werden. Het brood verbrandde, want het klaarmaken der +kreeftensla nam zoo haar aandacht in beslag, dat ze al het andere aan +haar lot overliet tot ze zag, dat zij het gerecht toch niet eetbaar kon +maken. De kreeft was een vuurrood mysterie voor de arme, geagiteerde +Jo, maar zij hamerde en prikte er net zoolang op, tot de schaal +losliet, en begroef toen den mageren inhoud onder de slablaadjes. De +aardappelen moesten haastig gekookt worden, om de asperges niet te +laten wachten, en bleken ten slotte toch niet gaar. De blanc-manger +zat vol klontjes, en de aardbeien waren niet zoo rijp als ze eerst +wel schenen, daar de mooiste zorgvuldig bovenop waren gelegd. + +"Dan moeten ze in vrede maar biefstuk met brood en boter eten, als ze +honger hebben, maar het is wel sneu, dat ik den heelen morgen bezig +ben geweest voor niets," dacht Jo, toen ze de etensbel een half uur +later dan gewoonlijk luidde, en verhit, vermoeid en ontstemd het +maal overzag, dat ze Laurie moest opdisschen, die alles zoo mooi en +goed gewend was, en aan juffrouw Crocker, wier nieuwsgierige oogen +alle gebreken zouden opmerken en wier babbeltong alles heinde en ver +zou verspreiden. + +De arme Jo zou graag onder de tafel gekropen zijn, toen het eene +gerecht voor, het andere na, geproefd en op zij geschoven werd; +terwijl Amy giegelde, Meta verslagen keek, juffrouw Crocker +veelbeteekenend haar lippen op elkaar klemde, en Laurie uit alle +macht praatte en lachte, om het feestmaal op te vroolijken. Jo had +al haar hoop gevestigd op de vruchten, want zij had ze goed gesuikerd +en een kannetje heerlijken room besteld om er bij te gebruiken. Haar +gloeiende wangen koelden wat af, en ze haalde diep adem, toen de mooie +kristallen schoteltjes rondgingen, en ieder verheugd keek naar de +kleine rose eilandjes, drijvend in een zee van room. Juffrouw Crocker +proefde het eerst, trok een afschuwelijk gezicht, en dronk gauw wat +water. Jo, die bedankt had, uit vrees dat er niet genoeg zou wezen, +keek naar Laurie, maar hij at met mannenmoed door, hoewel hij zijn +lippen met moeite in bedwang hield om niet uit te barsten in lachen, +en hij strak op zijn bord staarde. Amy, verzot op lekkernijen, nam een +flinken hap, stikte er bijna in, verborg haar gezicht in haar servet, +en vloog de kamer uit. + +"O, wat mankeert er aan?" vroeg Jo bevend. + +"Zout in plaats van suiker, en de room is zuur," antwoordde Meta met +een tragisch gebaar. + +Jo kreunde en viel achterover in haar stoel, zich herinnerend, dat +ze de aardbeien inderhaast nog eens goed bestrooid had uit een van +de twee potjes, die op de keukentafel stonden, en dat zij verzuimd +had den room in de ijskast te zetten. Met een hoofd als vuur op +het punt in tranen uit te barsten, ontmoette ze Laurie's oogen, die +spottend _wilden_ kijken, in weerwil van zijn heldhaftige pogingen; +de grappige kant van 't geval trof haar eensklaps, en zij lachte, +lachte, tot de tranen haar langs de wangen rolden. Allen volgden +haar voorbeeld, zelfs juffrouw Crocker, en het ongelukkige maal liep +vroolijk af met brood en boter, bananen en pret. + +"Ik voel me nog niet in staat om nu den boel al te gaan opruimen; +we moesten ons liever weer in een kalme stemming brengen door eerst +de begrafenis bij te wonen," zei Jo, toen zij opstonden en juffrouw +Crocker zich gereed maakte te vertrekken, om de dwaze historie aan +andere vrienden te gaan vertellen. + +Allen bedaarden ter wille van Bets; Laurie dolf een grafje tusschen +de varens in het boschje; het kleine Pietje werd er onder heete +tranen door zijn teerhartige meesteres ingelegd en met mos bedekt, +terwijl ze een krans van viooltjes en witte muur om den steen hing, +die het grafschrift droeg, door Jo vervaardigd, terwijl ze zich met +het eten afsloofde: + + + Dit is 't graf van Pietje March, + Die op zeven Juni stierf; + Betreurd door 't gansche huisgezin, + Daar hij aller gunst verwierf. + + +Na afloop der plechtigheid trok Bets zich in haar kamer terug, akelig +van droefheid en van de kreeft, maar er was geen rust voor haar te +vinden, want de bedden waren nog niet opgemaakt, en ze ondervond dat +haar verdriet wel iets verminderde onder het opschudden van kussens +en het in orde brengen der kamer. Meta hielp Jo de overblijfselen +van het feest weg te ruimen, dat den halven namiddag in beslag nam, +en haar zoo vermoeide, dat zij overeen kwamen zich tevreden te stellen +met thee en geroosterd brood voor het avondeten. Laurie ging wat met +Amy rijden, een ware weldaad, want de zure room scheen een slechten +invloed uitgeoefend te hebben op haar humeur. Toen Mevrouw March +thuis kwam vond ze de drie oudste meisjes nog hard aan het werk, en +gaf een blik in de provisiekamer haar eenig begrip van het welslagen +van een gedeelte der proefneming. + +Voordat de huishoudsters konden gaan rusten, kwamen er verscheiden +bezoekers, en hadden ze zich vreeselijk te haasten om klaar te komen, +en ze te kunnen ontvangen; toen moest er thee gezet, en waren er een +paar boodschappen te doen, daarna nog wat naaiwerk, dat volstrekt +af moest, maar tot het laatste oogenblik uitgesteld was. Eindelijk, +toen het begon te schemeren en het koel en rustig werd, konden ze in +de waranda neervallen, waar de Junirozen zoo heerlijk in knop stonden, +en allen zuchtten of steunden, vermoeid en ontstemd. + +"Wat is dit een verschrikkelijke dag geweest!" begon Jo, die gewoonlijk +het gesprek opende. + +"Hij leek mij toch korter toe dan anders, maar wel erg ongezellig," +zei Meta. + +"Zoo héél anders dan we gewoon zijn," voegde Amy er bij. + +"Dat wil ik wel gelooven, zonder Moeder en Pietje," zuchtte Bets, en +staarde met betraande oogen naar het ledige kooitje boven haar hoofd. + +"Hier is Moeder, kindlief, en je zult morgen een nieuw vogeltje hebben, +als je 't graag wilt." + +Zoo sprekend kwam mevrouw March naar buiten, zette zich bij de meisjes +neer, met een gezicht, alsof haar vacantiedag niet veel prettiger +was geweest dan die van haar kinderen. + +"Wel, meisjes, zijn jullie tevreden over de proefneming, of verlang +je nog zoo'n week?" vroeg ze, toen Bets zich tegen haar aan vleide +en de anderen zich met opgeklaarde gezichtjes naar haar toekeerden, +als bloemen naar de zon. + +"Ik stellig niet!" riep Jo beslist. + +"Ik ook niet," herhaalden de anderen. + +"Jullie vindt dus, dat het beter is enkele plichten te hebben, en +ook wat voor anderen te leven, is 't niet?" + +"Luieren en pretmaken is niet het ware," merkte Jo hoofdschuddend +op. "Ik heb er genoeg van, en ben van plan dadelijk aan 't werk te +gaan met het een of ander." + +"Als jullie eens eenvoudig eten leerde koken, 't is bepaald noodig +dat iedere vrouw dat kan," zei mevrouw March, hardop lachend, bij de +herinnering aan Jo's maaltijd, want ze had juffrouw Crocker ontmoet, +die er haar een verslag van had gegeven. + +"Moeder! is u uitgegaan en liet u alles aan zijn lot over, om eens +te zien, hoe wij het er af zouden brengen!" riep Meta, die er den +heelen dag een voorgevoel van had gehad. + +"Ja, ik wou, dat jullie eens zouden ondervinden, hoe de rust en het +geluk van allen noodig maken, dat ieder trouw zijn plicht doet. Terwijl +Hanna en ik jullie werk deden, ging alles vrij goed, hoewel ik niet +geloof dat jullie heel gelukkig of prettig gestemd waren; daarom +dacht ik, dat het geen kwaad zou kunnen als ik je eens liet zien, +wat er gebeurt wanneer ieder uitsluitend aan zichzelf denkt. Voel +jullie niet, dat het plezieriger is elkaar te helpen, dagelijksche +plichten te hebben, die den vrijen tijd zoo kostbaar en heerlijk maken, +en elkander te verdragen, zoodat ons "thuis" gezellig en prettig kan +zijn voor iedereen?" + +"Ja, ja, Moeder, wij zien het nu wel in!" riepen de meisjes. + +"Nu, dan geef ik jullie den raad je kleine pakken maar weer op te +nemen; want al schijnen ze soms zwaar, ze zijn toch goed voor ons, +en worden lichter, naarmate we ze leeren dragen. Werken is gezond, +en er is genoeg te doen voor alle menschen; 't komt lichaam en geest +ten goede, en geeft ons een gevoel van macht en onafhankelijkheid, +dat beter is dan geld." + +"Wij zullen werken als bijen en het prettig vinden ook; let u maar +eens op, of het niet waar is!" zei Jo. "Ik stel mij in mijn vacantie +tot taak de dagelijksche dingen te leeren koken, en mijn volgend +diner zal uitstekend zijn." + +"Ik zal de hemden voor Vader naaien, en het niet weer aan u overlaten, +Moeder. Ik kan het best doen en 't zal beter zijn, dan te zitten +knoeien aan mijn eigen kleeren, die eigenlijk goed genoeg zijn, +zooals ze zijn," beloofde Meta. + +"Ik zal elken dag mijn lessen leeren en niet zooveel tijd besteden +aan mijn muziek en mijn poppen. Ik ben een dom kind en moest liever +studeeren in plaats van te spelen," was Bets' besluit; terwijl Amy +haar voorbeeld volgde, door met heldenmoed te verklaren: + +"Ik zal knoopsgaten leeren maken en op mijn taalfouten letten." + +"Heel goed, dan ben ik volmaakt tevreden met den uitslag der proef, +en geloof niet, dat wij het nog eens zullen moeten herhalen; maar +pas op, dat jullie niet in een ander uiterste vervalt en den heelen +dag zwoegt," waarschuwde mevrouw March glimlachend. + +"Vaste uren voor werk en spel maken iederen dag nuttig en +prettig. Toont dat je de waarde van den tijd begrijpt door hem +verstandig te gebruiken, dan zal jullie leven goed besteed zijn." + +"Wij zullen het onthouden, Moeder!" en ze hielden woord. + + + + +HOOFDSTUK XII. + +HET KAMP LAURANCE. + + +Bets was postdirecteur, daar ze bijna altijd thuis was, en er dus +geregeld voor zorgen kon, en ze vond de taak van het deurtje open te +maken en den inhoud te verdeelen alle dagen weer even heerlijk. Op +zekeren Julidag kwam ze belast en beladen binnen en ging als een echte +brievenbesteller het heele huis rond, om overal brieven en pakjes af +te geven. + +"Hier zijn uw bloemen, Moeder! die vergeet Laurie nooit," zei +ze, terwijl ze het frissche bouquetje in de vaas zette, dat in +"moedershoekje" stond en altijd door Laurie gevuld werd. + +"Mejuffrouw Meta March! een brief en een handschoen," ging Bets voort, +genoemde artikelen aan haar zuster overhandigende, die bij haar moeder +manchetten zat te stikken. + +"Hé, ik heb hiernaast een paar laten liggen, en dit is er maar een," +zei Meta, den grijzen handschoen bekijkende. "Heb je den anderen ook +in den tuin verloren?" + +"Neen, ik weet zeker van niet, want er was er maar één in de +brievenbus." + +"Jammer, ik vind het zoo vervelend ongepaarde handschoenen te +hebben. Nu, misschien komt de andere nog wel terecht. Mijn brief is +alleen maar de vertaling van een Duitsch liedje, waarom ik gevraagd +had; ik denk, dat mijnheer Brooke dit geschreven heeft, want het is +Laurie's schrift niet. + +Mevrouw March zag Meta eens aan, die er in haar katoenen japonnetje, +met de kleine krulletjes boven haar voorhoofd allerliefst uitzag, +en zoo echt vrouwelijk aan haar werktafeltje vol nette klosjes zat te +naaien. Ze was volkomen onbewust van de gedachte, die bij haar moeder +opkwam, en naaide en zong, haar vingers ijverig bezig, en haar geest +vervuld met meisjesdroomen, zoo onschuldig en frisch als de viooltjes +in haar ceintuur, zoodat mevrouw March glimlachte en tevreden was. + +"Twee brieven voor Dr. Jo, een boek en een gekke, oude hoed, die boven +op de brievenbus lag en hem heelemaal bedekte," zei Bets lachend, +terwijl ze naar de studeerkamer ging, waar Jo zat te schrijven. + +"Wat een slimme vogel is die Laurie toch. Ik zei gisteren dat ik +wou dat er grooter hoeden in de mode kwamen, want dat mijn gezicht +elken zonnigen dag verbrandt. Hij zei: "Stoor je niet aan de mode, +zet een grooten hoed op, als je dat plezieriger vindt." "Dat zou ik +ook wel, als ik er maar een had," beweerde ik, en nu heeft hij mij +dezen gestuurd, om eens te zien of ik mijn woord zal houden; ik zal +hem natuurlijk dragen voor de grap en hem bewijzen, dat ik _niet_ +om de mode geef," en de breedgerande antiquiteit op een buste van +Plato hangende, ging Jo haar brieven lezen. + +De eene was van haar moeder en bracht haar een blos op de wangen en +een paar tranen in de oogen. + +"Lieveling, ik schrijf je een woordje, om je te zeggen, hoeveel +genoegen het me doet te zien, dat je gedurig tracht je humeur te +bedwingen. Je spreekt niet van je strijd, van je nederlagen en +overwinningen, en je denkt misschien, dat niemand dat alles ziet, +dan de Vriend, wiens hulp je dagelijks inroept, te oordeelen naar +den versleten omslag van je boekje. Maar ook ik heb alles opgemerkt +en stel vertrouwen in den ernst van je besluit. Ga maar geduldig en +moedig voort, mijn lieve kind, en geloof altijd dat niemand je met +teederder medegevoel gadeslaat dan je liefhebbende Moeder." + +"Dat doet mij goed! dat is beter dan duizenden guldens en hoopen +loftuitingen. O, Moedertje, ik _doe_ mijn best. En ik zal voortgaan +mijn best te doen, en het niet opgeven, nu ik u heb om mij te helpen." + +Jo legde het hoofd op de armen en bedauwde haar roman met een paar +gelukkige tranen, want ze had inderdaad gedacht, dat niemand haar +pogingen om goed te zijn had opgemerkt en begrepen; en nu was deze +verzekering dubbel dierbaar en bemoedigend, daar ze zoo onverwacht +kwam en van haar, wier goedkeuring ze het meest op prijs stelde. Zich +nu sterker dan ooit voelende om haar gebrek te bestrijden, spelde ze +het briefje vast aan den binnenkant van haar jurk, als een schild +en een waarschuwing, bij een onverhoedschen aanval van den vijand, +en ging toen over tot het openen van haar tweeden brief, gewapend op +alles. Met een flinke, vaste hand schreef Laurie,-- + + + "Lieve Jo, + Hi ha ho! + + +"Morgen komen er een paar Engelsche jongens en meisjes bij me, en +ik zou graag een prettigen dag met hen hebben. Als het mooi weer is, +sla ik mijn tent op in Longmeadow en roei de heele bende daarheen om +er te picknicken en te crocketten; we stoken er een vuurtje, om op +zigeunermanier ons potje te koken, en al zulk soort van grappen. Het +zijn aardige kennissen en ze houden van zulke dingen. Brooke gaat mee, +om ons jongens, "in toom te houden," en Kate Vaughn komt, om de meisjes +te chaperonneeren. Jullie moet allemaal komen, Bets ontspringt er ook +niet aan; niemand zal haar plagen. Denk maar niet om de consumptie, +daarvoor zorg ik natuurlijk en voor al de rest--als jullie maar komt, +dan ben je de beste. + + + In vliegende hurrie + Voor altijd, je Laurie." + + +"Dat belooft wat goeds!" riep Jo naar binnen vliegende om het nieuws +aan Meta te vertellen. + +"Natuurlijk mogen we gaan, hè Moeder, het zal zooveel gemakkelijker +zijn voor Laurie, want ik kan roeien en Meta kan voor de koffie +zorgen, en de kleintjes zullen op de een of andere manier ook wel +een handje helpen." + +"Ik hoop dat die Vaughns geen deftige, stijve menschen zijn. Weet je +niets van hen, Jo?" vroeg Meta. + +"Alleen, dat ze met hun vieren zijn. Kate is ouder dan jij; Fred +en Frank zijn tweelingen en van mijn leeftijd, en dan is er nog een +klein meisje, Grace, dat negen of tien jaar is. Laurie heeft ze op +reis ontmoet en houdt veel van de jongens; maar ik geloof niet, dat +hij Kate erg bewondert, te oordeelen naar het gezicht dat hij trok, +toen hij van haar sprak." + +"Ik ben zoo blij, dat mijn katoentje juist schoon is. Dat is er heel +goed voor en het staat zoo frisch," zei Meta opgewekt. "Heb jij iets +dragelijks om aan te doen, Jo?" + +"Mijn grijs roeipak is prachtig voor mij; ik moet roeien en draven, +en kan dus geen keurig, gesteven goed gebruiken. Bets, jij gaat toch +ook mee?" + +"Als jij oppast, dat geen van de jongens tegen mij spreekt." + +"Geen levende ziel!" + +"Ik wil graag Laurie plezier doen, en voor mijnheer Brooke ben ik niet +bang, die is zoo vriendelijk; maar ik ben niet van plan te spelen of +te zingen, of iets te zeggen. Ik zal doen wat ik kan en niemand lastig +vallen, en als jij voor mij zorgen wilt, Jo, dan zal ik meegaan." + +"Je bent een dot, Bets; je doet je best om je verlegenheid af te +leeren, en dat is ferm van je; 't is niet makkelijk gebreken te +bestrijden, dat weet ik bij ondervinding, en een bemoedigend woord +geeft dan zoo'n soort van zetje."--"Dank u, Moeder," en Jo drukte een +dankbaren kus op de bleeke wang, waarvan mevrouw March de bedoeling +wel vatte. + +"De post heeft mij een doosje chocolaadjes gebracht en een teekening, +die ik graag wou copieeren," vertelde Amy, haar zending vertoonende. + +"En ik kreeg een briefje van mijnheer Laurence, om mij te vragen of +ik van avond, voordat de lamp opgestoken werd, een poosje voor hem +kwam spelen. Ik zal het maar doen," zei Bets, wier vriendschap met +den ouden heer steeds inniger werd. + +"Kom, laten we dan nu gauw voortmaken en vandaag dubbel werk doen, +zoodat we morgen met een gerust hart kunnen spelen," zei Jo, terwijl +ze zich gereedmaakte de pen met een stofdoek te verwisselen. + +Toen de zon den volgenden morgen in de kamer van de meisjes keek, om +haar een mooien dag te beloven, zag zij een komisch schouwspel. Ieder +van haar had voor het feest de toebereidselen gemaakt, die haar nuttig +en noodig schenen. Meta prijkte met een extra rijtje papillotjes +boven haar voorhoofd; Jo had haar pijnlijk verbrand gezicht met +coldcream ingesmeerd, Bets bleek Johanna mee naar bed te hebben +genomen, om haar voor de aanstaande scheiding schadeloos te stellen, +en Amy had het nog 't mooist van allen gemaakt door een waschklampje +op haar neus te zetten, hopende dat ongelukkige lichaamsdeel wat in +'t fatsoen te knijpen. Dit grappig tooneel scheen de zon te vermaken, +want zij brak op eens zoo helder door de wolken, dat Jo wakker werd, en +al haar zusters wekte, door een hartelijk gelach om Amy's versiersel. + +Zonneschijn en gelach zijn goede voorteekenen voor een buitenpartij, en +spoedig heerschte in beide huizen een vroolijke drukte. Bets, die het +eerst klaar was en voor het raam had post gevat, bracht trouw verslag +uit van hetgeen er in het andere huis voorviel, en verlevendigde het +toiletmaken van de anderen door steeds nieuwe mededeelingen, als: + +"Daar gaat de man met de tent! Ik zie, dat Juffrouw Barker de eetwaren +in een draagkorf en in een groote mand pakt! Nu staat mijnheer Laurence +naar de lucht te kijken en naar den weerhaan; ik wou dat hij ook +meeging! Daar is Laurie, hij ziet er uit als een matroos--leuke jongen +toch! O, hemel, daar is een rijtuig vol menschen--een jonge dame, een +klein meisje en twee verschrikkelijke jongens. De eene is lam, arme +ziel, hij loopt op een kruk. Dat heeft Laurie ons niet verteld. Maakt +voort, zeg, het is al laat. Hé, daar is Ned Moffat ook! Kijk, Meta, is +dat niet die man, die laatst voor je boog, toen we boodschappen deden?" + +"Ja, 't is waar, wat vreemd, dat hij ook gekomen is! Ik dacht, dat +hij op reis was. Daar is Sallie, ik ben blij, dat ze bijtijds terug +is. Ben ik netjes, Jo?" vroeg Meta geagiteerd. + +"Op en top een madeliefje! Houd je japon op, en zet je hoed recht; +het staat zoo sentimenteel als hij zoo scheef staat, en hij zou bij +het eerste stootje afvliegen. Nu, vooruit dan maar!" + +"O, och Jo! Je zult toch dat afschuwelijke ding niet opzetten, dat +is heusch te gek. Je mag geen vogelverschrikker van jezelf maken," +smeekte Meta, toen Jo met een vuurrood lint den breedgeranden, +ouderwetschen hoed vastbond dien Laurie haar voor de grap gegeven had. + +"Ik doe het toch; hij is juist goed; zoo practisch voor de zon, +en zoo licht en groot. Ze zullen het allemaal grappig vinden, en +ik geef er niet om of ik een vogelverschrikker ben, als mijn hoed +maar gemakkelijk zit." Hiermee wandelde Jo vastbesloten weg, gevolgd +door de anderen; een vroolijk troepje zusters, allen op haar netst, +met vroolijke zomerpakjes en gelukkige gezichten. + +Laurie liep hun te gemoet en stelde hun op zijn hartelijke manier aan +zijn vrienden voor. Het grasperk was de receptiekamer, en gedurende +eenige minuten ging het daar zeer levendig toe. Meta viel een pak +van het hart, toen ze zag, dat Kate, hoewel al twintig jaar, gekleed +was met een eenvoud, die Amerikaansche meisjes wél zouden doen na te +volgen; en ze voelde zich zeer gevleid door de verzekering van Ned, +dat hij expres gekomen was, om haar te zien. Jo begreep waarom Laurie +"een gezicht getrokken had," toen hij van Kate sprak, want de jonge +dame had een zeker raak-mij-niet-aan air, dat sterk afstak bij de +gulle en onbevangen manieren der andere meisjes. + +Bets nam de nieuwe jongens eens in oogenschouw en kwam tot de +overtuiging, dat de kreupele niet "vreeselijk" was, maar zacht en zwak, +en daarom besloot zij vriendelijk tegen hem te zijn. Amy vond Grace een +welopgevoed, vroolijk persoontje, en nadat ze elkander een paar minuten +zwijgend hadden aangestaard, werden ze plotseling dikke vriendinnen. + +Daar de tent, de eetwaren en de benoodigdheden voor het crocket-spel +vooruit waren gezonden, was het gezelschap spoedig ingescheept, en de +beide booten staken tegelijk van wal, terwijl mijnheer Laurence alleen +op den oever achterbleef, en hen met zijn hoed nawuifde. Laurie en +Jo roeiden de eene boot, mijnheer Brooke en Ned de andere, terwijl +Fred Vaughn, de rumoerige tweeling, zijn best deed beiden te doen +omkantelen, door in een een-persoons giek als een dolle waterspin +overal heen te schieten. Jo's wonderlijke hoed was een dankzegging +waard, en bleek van onbetaalbaar nut; hij brak het ijs in het begin, +door ieder te doen lachen; hij veroorzaakte een verfrisschend +koeltje, door als ze roeide, op en neer te flappen en zou, volgens +Jo's verklaring, een uitmuntende parapluie voor het heele gezelschap +zijn, als er een regenbui kwam opzetten. Kate zat zich over Jo's +gedragingen telkens te verbazen, vooral toen ze, bij 't verliezen van +een riem, uitriep: "Christoffel Columbus!" en toen Laurie zei: "Och, +ouwe jongen, doe ik je pijn?" toen hij haar bij het naar zijn plaats +gaan op den voet stapte. Maar nadat zij haar lorgnet eenige keeren op +"dat eigenaardige meisje" had gericht, besloot juffrouw Kate, dat ze +wonderlijk, maar toch wel "grappig" was, en lachte haar uit de verte +eens toe. + +In het andere bootje had Meta eene kostelijke plaats, vlak tegenover +de roeiers, die beiden hun uitzicht bewonderden en hun riemen met +buitengewone kracht en behendigheid hanteerden. + +Brooke was een ernstig, stil jongmensch, met aardige, bruine oogen en +eene prettige stem. Meta was zeer ingenomen met zijn rustige manier +van doen, en beschouwde hem als een wandelende encyclopedie. Hij sprak +niet veel met haar, maar keek des te meer naar haar, en ze wist wel +zeker, dat hij haar niet onaardig vond. Ned, pas op de hoogeschool, +had natuurlijk alle studenten-manieren aangenomen; hij was niet +bijzonder knap, maar goedhartig en vroolijk, en over 't geheel een +bizonder geschikt element voor een buitenpartij; Sallie Gardiner +bleek een en al zorg om haar wit piqué japon schoon te houden, en +maakte verder allerlei grappen met den overal tegenwoordigen Fred, +die Bets door zijn toeren in voortdurenden angst hield. + +De tocht naar Longmeadow duurde niet lang, maar tegen dat zij +aankwamen, was de tent al opgeslagen en stonden de boogjes. Het was +een heerlijke, groene vlakte, met drie breedgetakte eiken in het +midden en een gerold stuk grasveld om crocket op te spelen. + +"Welkom in 't Kamp Laurence!" zei de jonge gastheer, toen ze met +uitroepen van verrukking aan wal sprongen. "Brooke is opperbevelhebber, +ik ben luitenant-generaal, de andere jongens zijn staf-officieren en +de dames zijn gasten. De tent is voor hun bijzonder gebruik; die eik +is het salon, deze is de eetkamer en de derde is de veldkeuken. Laten +wij nu dadelijk een partij spelen, eer het te warm wordt, en dan +zullen wij voor het eten gaan zorgen." + +Frank, Bets, Amy en Grace gingen zitten om naar het spel te kijken, +dat door de anderen gespeeld zou worden. Mijnheer Brooke koos Meta, +Fred en Kate; Laurie nam Sallie, Jo en Ned. De Engelschen speelden +goed, maar de Amerikanen speelden beter, en betwistten hun iederen duim +gronds. Jo en Fred hadden verschillende schermutselingen en kregen eens +bijna hooge woorden. Jo was door het laatste poortje gegaan, maar had +het paaltje gemist, welke misslag haar reeds half uit haar humeur had +gebracht. Fred kwam dicht achter haar, en was het eerst aan de beurt; +hij deed een slag, zijn bal vloog tegen het poortje aan en bleef een +duimbreed aan den verkeerden kant liggen. Niemand was er dicht bij, +en toen hij er naar toe liep, gaf hij den bal een klein stootje met +zijn voet, zoodat hij juist even aan den goeden kant kwam te liggen. + +"Ik ben er door! Nu, juffrouw Jo, nou zal ik u vinden en u een flink +stuk vooruitkomen," riep de jongeheer, zijn hamer voor een volgenden +slag zwaaiende. + +"Je hebt je bal voortgeschopt, ik heb het gezien; nu is 't mijn beurt," +zei Jo scherp. + +"Op mijn woord, ik heb hem niet aangeraakt! Hij rolde een eindje voort, +maar dat mag; ga dus als 't je blieft uit den weg, en laat mij eens +probeeren, of ik den paal kan raken." + +"Hier in Amerika spelen we niet valsch; maar je kunt het doen, als +je er lust in hebt," antwoordde Jo boos. + +"Yankees zijn juist de grootste bedriegers, dat weet iedereen. Daar +gaat-ie," riep Fred, haar bal ver wegslaande. + +Jo deed haar mond reeds open om een boos antwoord te geven, maar ze +hield zich bijtijds in, werd vuurrood en bleef een paar minuten uit +alle macht een poortje vaster in den grond slaan, terwijl Fred den paal +raakte en luidruchtig verklaarde, dat hij uitgespeeld was. Daarop ging +Jo haar bal zoeken, en het duurde lang, voor ze hem vond tusschen de +struiken, maar ze kwam bedaard en kalm terug en speelde door zonder +iets te zeggen. Eer ze weer op haar vorige plaats was, moest ze +verscheiden slagen doen, en toen ze er kwam, had de tegenpartij bijna +gewonnen, want Kate's bal was op een na de laatste en lag bij den paal. + +"Bij George, het is met ons gedaan! Goeien nacht, Kate! we hebben +nog wat van juffrouw Jo te goed, dus het is uit met je," riep Fred +opgewonden, terwijl ze allemaal naderbij kwamen om het einde te zien. + +"Yankees zijn edelmoedig jegens hun vijanden," zei Jo met een blik, +die den jongenheer deed blozen, "vooral wanneer ze hen verslaan," +voegde ze er bij, terwijl ze Kate's bal onaangeroerd liet liggen en +door een behendigen slag het spel won. + +Laurie wierp zijn hoed in de hoogte, herinnerde zich toen, dat het +niet beleefd was om te juichen over de nederlaag van zijn gasten, +en hield midden in een hoera op, om zijn vriendin toe te fluisteren: + +"Mooi zoo, Jo! Hij speelde valsch, ik zag het ook, maar wij kunnen 't +hem niet zeggen. Hij zal 't niet weer probeeren, daar kun je op aan." + +Meta trok haar ter zijde, onder voorwendsel van een losgeraakte vlecht +vast te spelden, en zei goedkeurend: + +"Het was tergend, maar je bent je drift de baas gebleven, en daar +ben ik erg blij om, Jo." + +"Prijs me niet, Meta; want ik zou hem op dit oogenblik nog wel een +pak slaag willen geven. Als ik niet zoolang tusschen die netels was +gebleven, zou ik zeker losgebarsten zijn. Het vuur smeult nu nog, +dus ik hoop maar, dat hij uit mijn weg zal blijven," antwoordde Jo, +terwijl ze zich op de lippen beet en van onder haar grooten hoed +woedende blikken op Fred wierp. + +"Tijd voor de lunch!" kondigde mijnheer Brooke aan, op zijn horloge +ziende. "Luitenant-generaal, wilt u het vuur aanmaken en water halen, +terwijl juffrouw March, juffrouw Sallie en ik de tafel dekken? Wie +kan goede koffie zetten?" + +"Dat kan Jo," zei Meta, blij haar zuster te kunnen prijzen. Dus nam +Jo, in het gevoel, dat haar laatste lessen in de kookkunst haar +nu te pas moesten komen, het toezicht over de koffiekan op zich, +terwijl de kleine meisjes doode takken zochten en de jongens een vuur +aanmaakten en water uit een naburig beekje haalden. Kate schetste, +en Frank praatte met Bets, die kleine matjes van gevlochten biezen +maakte, om voor borden te dienen. + +De opperbevelhebber en zijn satellieten spreidden het tafellaken op +den grond uit en bedekten het met een keur van uitlokkende gerechten, +allen netjes met groene bladeren versierd. Jo kondigde aan, dat de +koffie klaar was, en allen zetten zich tot een stevig maal, want ze +hadden trek gekregen van al de beweging in de buitenlucht. En een +luidruchtige maaltijd was het, want alles was zoo vroolijk en dwaas, +dat een eerwaardig paard, dat in de nabijheid liep te grazen, gedurig +opschrikte, door de herhaalde uitbarstingen van gelach. Er was een +vermakelijke oneffenheid in de tafel, waardoor allerlei ongelukken met +kopjes en borden ontstonden, eikels vielen in de melk, kleine zwarte +mieren kwamen ongenood haar deel van de lekkernijen halen, en rupsen +lieten zich uit den boom vallen, om te zien wat er toch aan de hand +was. Drie vlasharige kinderen keken over de heg en een vervelende +hond blafte hen van den overkant der rivier uit alle macht aan. + +"Hier is zout, als j'er dat soms bij verlangt," zei Laurie, toen hij +Jo een schoteltje aardbeien aangaf. + +"Dank je, ik houd meer van spinnen," antwoordde ze, twee kleine +onvoorzichtigen opvisschende, die hun dood in den room hadden +gevonden. "Hoe durf je me aan die afschuwelijke partij te herinneren, +nu de jouwe in alle opzichten zoo heerlijk is?" voegde ze er bij, +terwijl ze beiden lachend van één bordje aten, daar de voorraad +aardewerk niet groot was. + +"Ik heb erg veel plezier gehad dien dag, en moet er nog telkens aan +denken. En dat het vandaag zoo gezellig is, daar komt mij de eer niet +van toe, dat weet je; ik doe niets, jij en Meta en Brooke maken dat +alles zoo goed gaat, en ik ben jullie ontzettend dankbaar. Wat zullen +wij doen, wanneer we niet meer kunnen eten?" vroeg Laurie, die voelde, +dat zijn beste kaart met het koffiemaal was uitgespeeld. + +"Spelletjes, totdat het wat koeler is. Ik heb het "auteurspel" +meegebracht, en Kate weet zeker wel wat nieuws en aardigs. Ga het haar +maar eens vragen; ze is een gast, en je moest meer bij haar blijven." + +"Ben jij dan ook geen gast? Ik dacht, dat ze wel met Brooke zou +opschieten, maar hij blijft aldoor met Meta praten, en Kate doet niets, +dan hen door dat bespottelijke lorgnet aanstaren. Ik zal dadelijk +naar haar toe gaan, dus je kunt je zedepreken voor je houden, die +gaan je toch niet goed af, Jo." + +Kate wist verscheiden spelletjes, en daar de meisjes niet meer wilden +en de jongens niet meer konden eten, trokken allen naar het "salon" +om deel te nemen aan het romanspel. + +"Iemand begint een verhaal--het een of ander verzinsel--en vertelt, +zoolang hij wil, maar houdt plotseling op een zeer interessant +punt op, en dan moet een ander verder vertellen. Het is heel aardig +als het goed gedaan wordt en geeft stof genoeg tot lachen over het +wonderlijk samenraapsel van tragische en comische gedeelten. Wees +zoo goed te beginnen, mijnheer Brooke," zei Kate op bevelenden toon, +tot verbazing van Meta, die den gouverneur even beleefd behandelde +als elk ander heer. + +Brooke, die aan de voeten van de beide jonge dames in het gras lag, +begon gehoorzaam zijn verhaal, terwijl zijn sprekende bruine oogen +onafgewend op de zonnige rivier gevestigd bleven. + +"Op zekeren tijd trok een ridder de wereld in, om zijn fortuin te +zoeken, want hij bezat niets dan zijn zwaard en zijn schild. Hij +reisde overal heen, wel achtentwintig jaar lang, totdat hij kwam aan +het paleis van een goed, oud koning, die een prijs had uitgeloofd +aan den man, die een prachtig maar ongetemd veulen, waarvan de +grijsaard zeer veel hield, dresseeren kon. De ridder bood aan het te +beproeven, en vorderde er langzaam maar zeker mee, want het veulen +was een verstandig dier en begon spoedig van zijn nieuwen meester +te houden, hoe wild en nukkig het ook was. Elken dag gaf de ridder +les aan den lieveling des konings, en reed met hem door de stad, en +onder het rijden keek hij overal uit naar een boven alles lieftallig +gelaat, dat hij dikwijls in zijn droomen had gezien, maar nooit had +kunnen vinden. Eens toen hij door een stille straat galoppeerde, +ontdekte hij het voor een vervallen kasteel. De ridder was verrukt, +onderzocht wie in dat oude kasteel woonde, en vernam dat verscheiden +prinsessen daar door tooverij gevangen werden gehouden, dag en nacht +spinnende om geld voor een losprijs te verdienen. De ridder wenschte +vurig haar te bevrijden; maar hij was arm en al wat hij doen kon was +dagelijks voorbij te gaan om te zien, of hij het lieve gezichtje +nog eens aanschouwen mocht, terwijl hij hartstochtelijk verlangde +het daarbuiten in den zonneschijn te zien. Eindelijk besloot hij het +kasteel binnen te dringen en te vragen, hoe hij haar helpen kon. Hij +ging er heen en klopte; de deur vloog open, en hij zag--" + +"Een betooverend schoone jonkvrouw, die met een vreugdekreet uitriep: +"Eindelijk, eindelijk," ging Kate voort, die fransche romans gelezen +had, en den stijl daarvan bewonderde. + +"Zij is het!" riep ridder Gustave, terwijl hij, overstelpt van vreugde, +aan haar voeten zonk. + +"O, sta op!" smeekte zij, hem een lelieblanke hand toestekend. + +"Nimmer, wanneer gij mij niet meedeelt, hoe ik u kan verlossen!" zwoer +de ridder, steeds knielende. + +"Helaas, mijn wreed noodlot dwingt mij hier te blijven, totdat mijn +dwingeland is gedood." + +"Waar is de schurk?" + +"In de purperen zaal; ga, moedige held, en red mij uit mijn +vertwijfeling!" + +"Ik ga op uw bevel, en keer òf zegevierend òf nimmer terug!" Met deze +treffende woorden ijlde hij voort, wierp de deur van de purperen zaal +open, en was op het punt binnen te treden, toen hij--" + +"Een verdoovenden slag ontving met een Grieksch woordenboek, dat een +gedaante in een zwarten mantel hem naar het hoofd gooide," vervolgde +Ned. "De ridder, hoe-heet-hij-ook-weer, herstelde zich dadelijk, +smeet den dwingeland uit het venster en keerde op zijn schreden terug, +om overwinnend, hoewel met een buil op het hoofd, naar de jonkvrouw +te snellen; hij vond de deur gesloten, rukte de gordijnen aan reepen, +maakte er een touwladder van, klom die halverwege op; de ladder brak, +en hij viel hals over kop in den vijver, die zestig voet daar beneden +was. Gelukkig kon hij zwemmen als een eend; hij zwom dus om het kasteel +heen, tot aan een klein deurtje, bewaakt door twee stevige kerels, en +sloeg hun hoofden tegen elkander, zoodat ze kraakten als notendoppen; +toen trapte hij met eene kleine inspanning van zijn verwonderlijke +kracht de deur in, ging een trap op, bedekt met een voet dik stof, +padden zoo groot als een vuist, en spinnen, waarvan u het op de +zenuwen zou krijgen, juffrouw March. Boven aan die trap wachtte hem een +schouwspel, dat hem den adem ontnam, en zijn bloed deed verstijven--" + +"Namelijk een lange gedaante, geheel in het wit, met een sluier over +het hoofd en een lamp in de vermagerde hand," ging Meta voort. "Ze +wenkte, terwijl zij onhoorbaar voor hem uitzweefde door een gang, +zoo donker en koud als een graf. Schimmige, gewapende beelden stonden +aan beide zijden; er heerschte een diepe stilte, de lamp wierp een +blauwachtig schijnsel, en nu en dan keek de spookachtige gedaante +naar hem om, waarbij hij een paar vreeselijke oogen door den sluier +heen zag flikkeren. Zij bereikten een bekleede deur, waarachter +liefelijke muziek klonk. De ridder sprong vooruit om binnen te gaan, +maar de geest sleurde hem terug, terwijl ze dreigend boven zijn hoofd +zwaaide met een--" + +"Snuifdoos," zei Jo op een graftoon, die het gezelschap in lachen +deed uitbartsen. "Dank je," zei de ridder beleefd, terwijl hij een +snuifje nam en zevenmaal zóó hard niesde, dat zijn hoofd afviel. "Ha, +ha!" lachte de geest, en nadat ze door het sleutelgat had gezien, +dat de prinses zat te spinnen, alsof haar leven er mee gemoeid was, +nam ze haar slachtoffer op, en stopte hem in een groote tinnen doos, +waarin nog elf andere ridders, ook zonder hoofd, als sardines naast +elkaar lagen. Ze stonden alle twaalf op en begonnen-- + +"Een horlepijp te dansen," viel Fred in, toen Jo buiten adem ophield, +"en terwijl ze dansten, veranderde het oude nest van een kasteel in +een oorlogsschip in volle zee. "De kluiver op, reef de val van de +marszeilen, stuur sterk lijwaarts en bezet de kanonnen," brulde de +kapitein, toen er een Portugeesch zeerooverschip in het gezicht kwam, +met een pikzwarte vlag in top. "Er op los, en moedig vooruit, jongens," +riep de kapitein, en een hevig gevecht begon. Natuurlijk wonnen +de Engelschen, dat doen ze altijd, en nadat zij den rooverkapitein +gevangen hadden genomen, overzeilden zij den schoener, waarvan het dek +opgestapeld met dooden lag, terwijl het bloed uit de spijgaten liep, +want het bevel was geweest: "Hartsvangers, en geen genade!" "Bootsman, +neem een bocht van het kluiverzeil en gooi den schelm over boord, +wanneer hij niet één twee drie zijn zonden bekent," beval de Engelsche +kapitein. De Portugees was stom als een visch en liet zich over boord +gooien, terwijl de vroolijke pikbroeken juichten als bezetenen. Maar de +slimme vos dook, kwam boven onder het oorlogsschip, wierp het omver, +en naar den kelder ging het, met vliegende zeilen. Naar den bodem +van de zee, zee, zee, waar--" + +"O lieve tijd, wat zal ik zeggen?" riep Sallie uit, toen Fred ophield +met zijn poespas, waarin hij allerlei scheepstermen en tooneelen uit +zijn geliefkoosde boeken door elkander had gewerkt. "Wel, zij kwamen +op den bodem, en een lief zeemeerminnetje heette hen welkom, maar zij +was zeer bedroefd toen zij de doos met de ridders vond, en pakte ze +voorzichtig in zeegras, hopende nog iets naders aangaande hun lot te +vernemen, want natuurlijk, ze was een vrouw en dus nieuwsgierig. Na +eenigen tijd kwam daar beneden eens een duiker, en de meermin zei: +"Deze doos met paarlen is voor u, als gij hem boven kunt brengen," +want zij verlangde de arme stakkerds weer te doen herleven, maar zij +kon zelf die zware vracht niet omhoog krijgen. Dus haalde de duiker +hen naar boven, en was zeer teleurgesteld, toen hij bij het openen +geen paarlen vond. Hij liet de doos staan in een groot, eenzaam veld, +waar hij gevonden werd door--" + +"Een klein ganzenhoedstertje, dat honderd vette ganzen op dat +veld liet weiden," fantaseerde Amy, toen Sallie's verbeelding te +kort schoot. "Het meisje had erg veel medelijden met hen en vroeg +aan een oude vrouw, wat ze zou kunnen doen, om hen te helpen. "Dat +zullen je ganzen je wel vertellen," zei de oude vrouw, "die weten +alles." Daarom vroeg zij hen, wat ze voor nieuwe hoofden gebruiken +zou, omdat de andere weg waren, en de ganzen deden hun honderd snavels +open en riepen--" + +"Koolen," viel Laurie aanstonds in. "Dat is goed bedacht," zei het +meisje en liep weg om twaalf mooie koolen uit haar tuin te halen. Ze +zette ze op hun halzen; de ridders werden dadelijk levend, bedankten +haar en gingen huns weegs, zonder iets van de verandering te merken, +want er waren zooveel menschen met dergelijke hoofden, dat het niemand +opviel. De ridder, dien ik ken, keerde terug, om het mooie gezichtje +weer te vinden, en vernam, dat de prinsessen zich vrij hadden gesponnen +en alle getrouwd waren op één na. Hij was zeer ontsteld over deze +tijding, sprong op het veulen, dat naast hem stond, en rende door dik +en dun naar het kasteel om te zien, wie er was overgebleven. Over de +heg glurende zag hij de koningin zijns harten rozen plukken in haar +tuin. "Wilt gij mij een roos geven?" verzocht hij. "Dan moet gij er +een komen halen! ik kan niet naar u toegaan, dat is niet gepast," +antwoordde zij, met een stemmetje zoo zoet als honing. Hij probeerde +over de haag te klimmen, maar die scheen al hooger en hooger te worden; +toen trachtte hij er door te kruipen, maar zij werd al dikker en +dikker, en de ridder werd wanhopig. Toen begon hij geduldig het eene +takje na het andere af te breken, tot hij eindelijk een klein gaatje +gemaakt had. Hij keek er door en riep smeekend: "Laat mij binnen, och, +laat me binnen!" Maar de schoone prinses scheen hem niet te hooren, +want zij plukte rustig haar bloemen en liet het aan hem over om te +zien, hoe hij er komen zou. Of het hem gelukte of niet, zal Frank +wel vertellen." + +"Dat kan ik niet, ik speel niet mee, dat doe ik nooit!" riep Frank, +verschrikt over de onmogelijke positie, waaruit hij het sentimenteele +paar moest redden. Bets kroop achter Jo weg, en Grace was in slaap +gevallen. + +"Moet de arme ridder dus maar in de haag blijven steken?" vroeg Brooke, +die nog steeds naar de rivier staafde en met de wilde roos in zijn +knoopsgat speelde. + +"Ik denk, dat de prinses hem na een poos een bloem gaf en het hek +opendeed," zei Laurie, terwijl hij spottend glimlachte, en zijn +gouverneur met een paar eikels gooide. + +"Wat een prachtige verzameling nonsens hebben we samen geflansd. Met +oefening zouden we het nog ver kunnen brengen. Kennen jullie +"Waarheid"," vroeg Sallie, nadat zij over het verhaal gelachen hadden. + +"Ik hoop van wel," zei Meta met een ernstig gezicht. + +"Het spel," meen ik. + +"Hoe is dat?" vroeg Fred. + +"Wel, je legt je handen op elkaar, kiest een getal en trekt bij +beurten je hand weg, en hij, wiens beurt met het getal samenvalt, +moet naar waarheid alle vragen beantwoorden die hem door de anderen +gedaan worden. Het is heel grappig." + +"Laten we 't eens probeeren," zei Jo, die veel van nieuwe proefnemingen +hield. + +Kate en mijnheer Brooke, Meta en Ned wilden liever niet meedoen, maar +Fred, Sallie, Jo en Laurie legden hun handen op elkaar en trokken en +het lot viel op Laurie. + +"Wie zijn je lievelingshelden?" vroeg Jo. + +"Grootvader en Napoleon." + +"Welk meisje vindt je het mooist?" vroeg Sallie. + +"Meta." + +"En van welk houdt je het meest?" vroeg Fred. + +"Van Jo natuurlijk." + +"Wat doen jullie flauwe vragen!" en Jo trok verachtelijk de schouders +op, terwijl de anderen lachten, omdat Laurie het zoo zei, alsof het +vanzelf sprak. + +"Laten we 't nog eens doen: Waarheid is geen kwaad spel," zei Fred. + +"Het is een bijzonder goed spel voor jou," zei Jo zachtjes. + +Nu kwam haar beurt. + +"Wat is je grootste gebrek?" vroeg Fred, om eens te zien, of zij +vaststond in de deugd, die hem ontbrak. + +"Opvliegendheid." + +"Wat zou je 't liefst willen hebben?" vroeg Laurie. + +"Een paar schoenveters," zei Jo, die zijn doel giste en het wilde +verijdelen. + +"Geen waar antwoord. Je moet zeggen, wat je _werkelijk_ het liefst +zou willen hebben." + +"Genie; zou je niet graag willen, dat je me daar wat van geven kon, +Laurie?" en ze lachte ondeugend om zijn teleurgesteld gezicht. + +"Welke deugden bewonder je het meest in een man?" vroeg Sallie. + +"Moed en oprechtheid." + +"Nu is het mijn beurt," zei Fred, daar zijn hand er het laatst was +uitgekomen. + +"Hij moet er inloopen," fluisterde Laurie Jo toe, die knikte en +onmiddellijk vroeg: + +"Heb je niet valsch gespeeld met crocket?" + +"Nu ja, een klein beetje." + +"Goed! Heb je je verhaal niet genomen uit "De Zeeleeuw"?" vroeg Laurie. + +"Zoowat." + +"Verbeeld je je niet, dat de Engelsche natie in alle opzichten volmaakt +is?" vroeg Sallie. + +"Ik zou me schamen, als ik dat niet deed." + +"Hij is een echte John Bull. Nu krijg jij een beurt Sallie, zonder +dat je hoeft te trekken. Ik zal beginnen met je gevoelens te kwetsen, +door je te vragen of je niet vindt dat je wel wat coquet bent?" vroeg +Laurie, terwijl Jo Fred toeknikte, ten teeken dat de vrede gesloten +was. + +"Onbeschaamde jongen! Heelemaal niet," ontkende Sallie op een manier, +die het tegendeel bewees. + +"Waar heb je het meeste hekel aan?" vroeg Fred. + +"Aan spinnen en rijstetaart." + +"En waarvan houdt je het meest?" vroeg Jo. + +"Van dansen en Fransche handschoenen." + +"Nu, ik vind "Waarheid" een flauw spel; laten we nu eens als +verstandige menschen het "auteurspel" gaan doen, om weer op te +frisschen," stelde Jo voor. + +Ned, Frank en de kleine meisjes voegden zich bij hen, en terwijl ze +speelden, zaten de drie oudsten met elkaar te praten. Kate haalde +haar schetsboek weer voor den dag en Meta zat naar haar te kijken, +terwijl Brooke in het gras lag met een boek, waarin hij niet las. + +"Wat doe je het mooi, ik wou dat ik teekenen kon," zei Meta op een +toon, die bewondering en leedwezen te kennen gaf. + +"Waarom leer je het dan niet? Ik zou wel denken dat je er smaak en +talent voor hebt," zei Kate neerbuigend. + +"Ik heb geen tijd." + +"Je mama heeft misschien meer op met andere talenten? De mijne ook, +maar ik nam stil een paar lessen om haar te bewijzen, dat ik er +werkelijk aanleg voor had, en toen vond ze heel goed, dat ik er mee +voortging. Kun jij dat ook niet doen bij je gouvernante?" + +"Ik heb geen gouvernante." + +"Dat is waar; ik vergat dat de jonge dames in Amerika meer naar school +gaan dan bij ons. En de scholen zijn hier zoo goed, zegt Papa. Jij +gaat zeker naar een bijzondere school?" + +"Ik ga in het geheel niet; ik ben zelf gouvernante." + +"O, zoo!" zei juffrouw Kate, maar ze had even goed kunnen zeggen. "Wat +afschuwelijk!" want haar stem gaf dat te kennen en een zekere +uitdrukking op haar gezicht deed Meta blozen, en wenschen, dat ze +niet zoo openhartig was geweest. + +Brooke keek op en zei snel: "De jonge meisjes in Amerika zijn evenzeer +op hun vrijheid gesteld als hun voorouders, en worden bewonderd en +geëerd, wanneer ze in staat zijn voor zichzelf te zorgen." + +"O zeker, natuurlijk, het is heel goed en heel flink, dat ze het +doen. Bij ons doen verscheiden beschaafde jonge vrouwen hetzelfde, +en ze worden veel door den adel gebruikt, omdat ze, als dochters van +nette families, meestal ontwikkeld zijn, en ook goede manieren hebben," +zei Kate op een beschermenden toon, die Meta's trots wondde en maakte, +dat ze haar werk niet alleen nog onaangenamer, maar ook onteerend +ging vinden. + +"Beviel u het Duitsche versje, juffrouw March?" vroeg Brooke, om een +onaangename stilte af te breken. + +"O ja, het is beeldig, en ik ben heel dankbaar aan dengene, die het +voor mij vertaald heeft," zei Meta, terwijl haar bedrukt gezichtje +ophelderde. + +"Lees je Duitsch?" vroeg Kate met een verbaasden blik. + +"Niet heel goed. Mijn vader, die bezig was het mij te leeren, is van +huis, en alleen kan ik niet goed vooruit komen, want er is niemand +om mij met de uitspraak te helpen." + +"Probeer het nu eens; hier is Schiller's "Maria Stuart" en een +leermeester die graag onderwijst," en Brooke legde met een uitlokkenden +glimlach het boek op haar schoot. + +"Het is zoo moeilijk, ik durf het niet goed te probeeren," zei Meta +dankbaar, maar verlegen door de tegenwoordigheid van de talentvolle +jonge dame naast haar. + +"Ik zal wel eerst een eindje lezen om je moed te geven," en juffrouw +Kate las een van de schoonste gedeelten op onberispelijke wijze, +wat de uitspraak betrof, maar zonder de minste uitdrukking. + +Brooke maakte geen aanmerking, toen ze het boek aan Meta teruggaf, +die in haar eenvoud zei: + +"Ik dacht dat het poëzie was!" + +Een eigenaardige glimlach speelde om den mond van den gouverneur, +terwijl hij het boek opende bij de klacht van de arme Maria. + +Meta volgde gehoorzaam het lange grassprietje, dat haar onderwijzer +gebruikte om bij te wijzen, en las langzaam en beschroomd voort, +terwijl zij door de zachte intonatie van haar lieve stem onwillekeurig +aan de moeilijke woorden een poëtische uitdrukking gaf. Steeds lager +wees de groene gids, en langzamerhand vergat Meta haar toehoorders +door de schoonheid van het treurige verhaal en las ze alsof zij +alleen was, onwillekeurig iets tragisch leggend in de woorden der +ongelukkige koningin. Als ze toen de bruine oogen had gezien, zou +ze plotseling zijn opgehouden, maar ze keek in het geheel niet op, +en de les werd dus niet voor haar bedorven. + +"Lang niet slecht," zei Brooke, zonder eenige aanmerking op haar +vele vergissingen en terwijl hij er uitzag alsof hij werkelijk +"graag onderwees." + +Kate zette haar lorgnet op, sloot haar schetsboek, na nog een blik +over het lieflijk landschap en zei welwillend: + +"Je hebt een goed accent en zult mettertijd best leeren lezen. Ik +raad je aan deze studie voort te zetten; want de kennis van talen is +eene groote aanbeveling voor onderwijzeressen. Kom, ik moet eens naar +Grace gaan kijken; ze is veel te wild," en juffrouw Kate drentelde weg, +schouderophalend bij zich zelf zeggende: "Ik ben niet gekomen om een +gouvernante te chaperonneeren, hoe mooi en jong ze ook is. Wat zijn +die Yankees toch wonderlijke menschen. Ik ben bang dat Laurie onder +hen nog heelemaal bederven zal." + +"Ik vergat, dat Engelschen eigenlijk hun neus voor gouvernantes +optrekken en ze niet behandelen zooals wij," zei Meta, die de +wegwandelende gedaante ontstemd nakeek. + +"Gouverneurs hebben het in Engeland ook niet makkelijk, zooals ik bij +ondervinding weet. Voor ons werkende menschen, is er geen beter land +dan Amerika, juffrouw Meta," en Brooke keek zoo tevreden en vroolijk, +dat Meta zich schaamde om over haar hard lot te klagen. + +"Dan ben ik blij dat ik er woon. Ik houd niet van mijn werk, maar +ik heb er toch wel voldoening van, daarom mag ik niet klagen. Ik wou +alleen maar dat ik zooveel van onderwijs geven hield als u." + +"Dat zou u zeker, denk ik, met een leerling als Laurie. Het zal mij +veel moeite kosten hem 't volgend jaar te verliezen," zei Brooke, +met aandacht gaatjes borend in het gras. + +"Hij gaat zeker naar de academie?" vroegen Meta's lippen, maar haar +oogen voegden er bij: "En wat wordt er dan van u?" + +"Ja, het is hoog tijd, dat hij gaat, want hij is klaar, en zoodra +hij weg is, word ik soldaat." + +"Daar ben ik blij om!" riep Meta. "Me dunkt, iedere jonge man moet +verlangen te gaan, hoewel het ellendig is voor de moeders en zusters, +die thuis moeten blijven," voegde ze er treurig bij. + +"Die heb ik niet, en ook heel weinig vrienden die er om zouden geven, +of ik leef of dood ben," zei Brooke eenigszins bitter, terwijl hij +verstrooid de roos in het gaatje stopte, dat hij gemaakt had, en dit +toedekte met zand, alsof het een klein grafje was. + +"Laurie en zijn grootvader zouden er toch om geven, en wij zouden +'t allemaal heel naar vinden als u iets overkwam," zei Meta hartelijk. + +"Dank u, dat klinkt aangenaam," begon Brooke, wat vroolijker kijkende; +maar voor hij zijn zin kon voltooien, kwam Ned op het oude paard +aandraven, om zijn rijkunst aan de dames te vertoonen, en verder was +er dien dag geen rustig oogenblik meer. + +"Hou jij niet veel van rijden?" vroeg Grace aan Amy, terwijl ze samen +stonden te rusten, na een harddraverij over het veld met de anderen, +onder aanvoering van Ned. + +"Ik ben er dol op; Meta reed vroeger, toen Papa rijk was, maar nu +houden wij geen paarden meer--behalve Hobbelaar," voegde Amy er +lachend bij. + +"Vertel eens van Hobbelaar. Is dat een ezel?" vroeg Grace nieuwsgierig. + +"Och, zie je, Jo is net zoo dol op paarden als ik, maar we hebben +alleen een oud dameszadel en geen paard. Nu is er in onzen tuin een +appelboom met een heerlijken lagen tak; daar leg ik dan het zadel op, +maak de leidsels aan den stam vast, en zoo draven we op Hobbelaar, +wanneer wij maar willen." + +"Wat grappig," lachte Grace. Ik heb thuis een hit, en ik rijd haast +elken dag met Fred en Kate in het park; het is heel prettig, want al +mijn vriendinnetjes gaan er ook heen en de "Row" is altijd vol dames +en heeren." + +"Hè, wat heerlijk! Ik hoop, dat ik den een of anderen tijd ook nog +eens buitenslands ga, maar ik wou nog liever naar Rome, dan naar de +"Row", zei Amy, die geen flauw idée had wat de "Row" [5] kon zijn, +maar het voor niets ter wereld zou gevraagd hebben. + +Frank, die vlak achter de meisjes zat, hoorde wat zij zeiden en +schoof met een ongeduldig gebaar zijn kruk van zich af, toen hij zag, +hoe de andere jongens allerlei gymnastische toeren verrichtten. Bets, +bezig de verstrooide kaarten van het auteurspel op te rapen, keek op, +en zei met haar beschroomde maar vriendelijke stem: + +"Ik ben bang, dat je wat moe bent; kan ik soms iets voor je doen?" + +"Praat wat met me, als 't je blieft; 't is zoo stom vervelend hier +alleen te zitten," antwoordde Frank, blijkbaar gewend, dat er tehuis +veel werk van hem gemaakt werd. + +Wanneer hij de arme, verlegen Bets gevraagd had een latijnsche +oratie uit te spreken, zou dit haar geen onmogelijker taak hebben +toegeschenen; maar ze kon niet ontvluchten, er was geen Jo om zich +achter te verbergen, en de arme jongen keek haar zoo droefgeestig aan, +dat ze moedig besloot het te probeeren. + +"Waar praat je graag over?" vroeg zij verlegen, de kaarten +gelijkschuddende, terwijl ze bij het samenbinden de helft weer verloor. + +"Och--ik hoor graag van cricketten en roeien en jagen," zei Frank, die +nog niet geleerd had zijn vermaken naar zijn krachten in te richten. + +"O, wat zal ik toch beginnen! daar weet ik niets van," dacht Bets, +en in haar verlegenheid het gebrek van Frank vergetende, zei zij, +in de hoop hem aan het spreken te krijgen: "Ik heb nooit zien jagen, +maar jij hebt het zeker wel's gedaan?" + +"Vroeger wel, maar ik kan 't nu natuurlijk nooit meer doen, want ik +heb me bezeerd bij het springen over een hek. Voor mij bestaan er dus +geen paarden en honden meer," zei Frank, met een zucht, die Bets haar +onschuldige vergissing deed verwenschen. + +"Jullie herten zijn veel mooier dan onze leelijke buffels," zei zij, +bij de prairiën hulp zoekende, en innig verheugd, dat ze een van de +jongensboeken gelezen had, die Jo zoo gretig verslond. + +De buffels schenen verzachtend en bevredigend te werken, en in haar +vurig verlangen om den armen Frank wat afleiding te geven, vergat Bets +zich zelf, en bemerkte ze zelfs niets van de verbazing en blijdschap, +waarmee Meta en Jo ontdekten, dat Bets druk zat te keuvelen met een der +verschrikkelijke jongens, tegen wie ze haar bescherming had ingeroepen. + +"Lief hartje! Ze heeft medelijden met hem en daarom is ze zoo +vriendelijk tegen hem," zei Jo, die van het crocketveld af, verrukt +naar haar keek. + +"Ik heb altijd gezegd, dat zij een klein heiligje is," zei Meta, +alsof de zaak nu aan geen twijfel meer onderhevig kon zijn. + +"Ik heb Frank in langen tijd niet zóó hooren lachen," zei Grace tot +Amy, die samen over hun poppen zaten te praten, en theeserviesjes +van eikels maakten. + +"Bets is een welgemaakt meisje, wanneer ze wil," zei Amy, trotsch +over den lof, haar zuster toegezwaaid. Zij meende "welbespraakt", maar +Grace merkte de vergissing niet op, zoodat Amy met haar "welgemaakt" +den gewenschten indruk teweegbracht. + +Een geïmproviseerd paardenspel, de "kat en de muis," en een +vriendschappelijk partijtje crocket vulden den namiddag. Tegen +zonsondergang moest de tent afgebroken, werden de manden gepakt, +de poortjes uit den grond getrokken, de booten beladen, en het heele +gezelschap dreef, luid zingende, stroomaf. + +Ned werd sentimenteel en zong een serenade, met het weemoedig refrein: + + + "Alleen, alleen, ach gansch alleen!" + + +en bij de regels: + + + "Jong en vol liefde zijn wij beiden, + Waarom blijft ons het noodlot scheiden!" + + +zag hij Meta met zoo'n jammerlijke uitdrukking aan, dat ze hardop +begon te lachen en de uitwerking van zijn lied bedierf. + +"Hoe kun je zoo wreed tegen me zijn," fluisterde hij, toen er +een vroolijk, algemeen gezang volgde, "Je hebt den heelen dag aan +dien uitgestreken Engelsche vastgeketend gezeten, en nu ben je zoo +onaardig." + +"Dat wou ik niet zijn, maar je keek zoo dwaas, dat ik het heusch niet +helpen kon," antwoordde Meta, het eerste gedeelte van zijn verwijt +onbeantwoord latende; want het was volkomen waar, dat ze hem vermeden +had, gedachtig aan de Moffatspartij en de praatjes daarna. + +Ned was beleedigd en ging zijn troost bij Sallie zoeken, die hij +geraakt toefluisterde: "In die Meta zit nou geen zier coquetterie, +vindt je wel?" + +"O, neen, geen zweempje, maar ze is tóch aardig," zei Sallie, haar +vriendin verdedigend, hoewel zij haar tekortkomingen moest erkennen. + +Op het grasperk, waar het gezelschap bij elkaar was gekomen, scheidde +men met hartelijke groeten en een vaarwel aan de Vaughn's, die naar +Canada zouden vertrekken. Toen de vier zusters door den tuin naar +huis gingen, keek Kate hen na en zei, nu niet op beschermenden toon: +"Niettegenstaande hun vrijere manieren, zijn Amerikaansche meisjes, +wanneer je ze eenmaal kent, toch héél aardig." + +"Dat ben ik geheel met u eens," antwoordde Brooke. + + + + +HOOFDSTUK XIII. + +LUCHTKASTEELEN. + + +Op zekeren warmen September-namiddag lag Laurie heerlijk in zijn +hangmat heen en weer te schommelen; hij was nieuwsgierig om te +weten wat zijn buren toch uitvoerden, maar te lui om het te gaan +onderzoeken. Laurie was uit zijn humeur, want hij had zijn dag +nutteloos en onbevredigend doorgebracht en wenschte, dat hij hem nog +eens over kon leven. Het warme weder maakte hem lui; hij had de hand +gelicht met zijn werk, het geduld van den gouverneur tot het uiterste +op de proef gesteld, zijn grootvader ontstemd door den halven middag +piano te spelen, de dienstboden angst aangejaagd door geheimzinnig +te kennen te geven, dat een van zijn honden dol scheen geworden, +en nadat hij hooge woorden had uitgelokt met den stalknecht, over +het een of ander vermeend verzuim aan zijn paard, was hij in zijn +hangmat gevallen om te brommen over de "onmogelijkheid" van de wereld +in het algemeen, tot de rust van den liefelijken namiddag hem, ondanks +zichzelf, tot kalmte gebracht had. Naar boven starend in het groene +looverdak van een wilde kastanje, droomde hij allerlei droomen, en +verbeeldde hij zich juist rond te zwalken op den oceaan bij een reis +rondom de wereld, toen het geluid van stemmen hem in een oogwenk aan +land bracht. Door de mazen van de hangmat glurend, zag hij de meisjes +March uit het huis komen, alsof ze de een of andere expeditie gingen +ondernemen. "Wat ter wereld beginnen de meisjes nou?" dacht Laurie, +zijn slaperige oogen wijd opensperrend om eens goed te kijken, want +er was iets vreemds aan zijn buurmeisjes. Ze hadden elk een grooten, +overhangenden hoed op, een bruin linnen zak over den schouder en een +langen stok in de hand. Meta droeg een kussen, Jo een boek, Bets een +mandje en Amy een portefeuille. Zeer bedaard liepen ze den tuin door, +het achterhekje uit, om den heuvel te beklimmen, die tusschen hun +huis en de rivier lag. + +"Dat is al héél leuk," zei Laurie bij zichzelf, "een buitenpartij te +houden, en mij niet eens te vragen. Ze kunnen niet met de boot gaan, +want ze hebben den sleutel niet. Misschien hebben ze hem vergeten; +ik zal hem even gaan brengen en meteen eens zien, wat ze uitvoeren." + +Hoewel hij een half dozijn hoeden in zijn bezit had, duurde het eenigen +tijd, voor hij er een vinden kon, toen moest hij naar den sleutel +zoeken, dien hij eindelijk in zijn zak vond, zoodat de meisjes al ver +uit het gezicht waren eer hij de heining oversprong en hen achterna +draafde. Hij nam den kortsten weg naar het schuitenhuisje en wachtte +daar hun komst af, maar niemand verscheen, dus beklom hij den heuvel +om het terrein eens te overzien. Deze was gedeeltelijk bedekt door een +dennenboschje, en uit het dichtst van dit geboomte kwam een sterker +geluid, dan het zachte ruischen der dennen en het slaperige gezang +der krekels. + +"Hier zit het wild," dacht Laurie, door de takken glurend, nu geheel +wakker en in zijn humeur. + +De meisjes zaten lekker in de schaduw, terwijl het zonlicht door de +takken speelde, een koeltje de geurige dennelucht door hun haren en +langs hun gloeiende wangen blies en al de kleine boschbewoners met +hun bezigheden voortgingen, alsof de Marches geen vreemdelingen maar +vrienden waren. Meta die op haar kussen zat en met hare fijne handjes +ijverig naaide, zag er in haar rose japonnetje op het groene gras zoo +frisch en lief uit als een roos. Bets zocht ijverig naar dennenappels, +waarmee de grond onder de struiken bezaaid lag, want zij maakte er +allerlei aardige dingen van; Amy schetste een groep varens, en Jo +breide een soldatensok terwijl ze las. Even betrok Laurie's gezicht, +toen hij bedacht, dat hij eigenlijk behoorde heen te gaan, omdat hij +niet mee gevraagd was; toch bleef hij staan, 't Scheen hem thuis zoo +eenzaam toe, en dit rustige partijtje in het bosch had bijzonder veel +aantrekkelijks voor hem in zijn ongedurige stemming. Hij stond zóó +stil, dat een eekhoorn, bezig voedsel te zoeken, van een pijnboom vlak +naast hem afkwam, maar toen met zulk een schrillen kreet terugrende, +dat Bets omkeek, het verlegen gezicht tusschen de takken bemerkte, +en hem met een bemoedigenden glimlach wenkte dichter bij te komen. + +"Mag ik dit heiligdom binnentreden, of zou ik maar tot last +zijn?" vroeg hij, langzaam naderend. + +Meta trok haar wenkbrauwen op, maar Jo keek haar boos aan, en zei +onmiddellijk: "Natuurlijk, mag je! We zouden je wel gevraagd hebben +mee te gaan, maar we waren bang, dat je zoo'n meisjesbedenksel saai +zou vinden." + +"Ik vind jullie bedenksels nooit saai, maar als Meta mij liever niet +ziet, verdwijn ik." + +"Ik heb er niets tegen, wanneer je iets uitvoert; 't is tegen de orde +hier leeg te zitten," zei Meta ernstig, maar vriendelijk. + +"Zeer verplicht; ik wil _alles_ doen, wanneer jullie mij een poosje +duldt, want het is thuis zoo saai als in de Sahara. Zal ik naaien, +lezen, denneappels zoeken, teekenen, of alles te gelijk? Gij hebt +slechts te bevelen, ik ben tot uw dienst gereed," en Laurie ging +zitten met zoo'n onderdanig gezicht, dat Meta verteederd werd. + +"Lees dit verhaal uit, terwijl ik de hiel zet," commandeerde Jo, +hem het boek overhandigend. + +"Alstublieft, juffrouw," was het deemoedig antwoord, en Laurie las +op zijn allersierlijkst om zijn dankbaarheid te toonen voor zijn +toelating tot de "Nijvere-Bij-club." + +Het verhaal was niet lang, en toen hij het uitgelezen had, waagde +hij het tot belooning voor de bewezen diensten een paar vragen te doen. + +"Als het niet te vrijpostig is, dames, zou ik wel eens willen vragen, +of deze gezellige en hoogst nuttige vereeniging pas is opgericht?" + +"Mag hij het weten?" vroeg Meta aan de anderen. + +"Neen, hij zal ons uitlachen," waarschuwde Amy. + +"Wat zou dat?" vroeg Jo. + +"Ik wed, dat hij 't wel aardig zal vinden," meende Bets. + +"Wel ja, natuurlijk. Ik geef jullie mijn woord, dat ik niet zal +lachen. Vertel op, Jo, en wees maar niet bang!" + +"'t Idée! bang voor jou? Nou, je moet weten, we _speelden_ vroeger +altijd den Pelgrimstocht, maar sinds verleden winter stellen wij hem +in _ernst_ voor." + +"Ja, dat weet ik," zei Laurie, met een knikje. + +"Wie heeft het je dan verteld?" vroeg Jo snibbig. + +"Een geest." + +"Neen, _ik_ heb het gedaan om hem eens te amuseeren op een avond, +toen jullie allemaal uit waren, en hij zich zoo verveelde. Hij vond +het niets gek; dus brom er maar niet over, Jo," zei Bets onderdanig. + +"Je kunt geen geheim bewaren. Nu, het doet er niet toe, het wint nu +alweer moeite uit." + +"Ga voort, als 't je belieft," verzocht Laurie, toen Jo in haar werk +verdiept, ontstemd voor zich bleef kijken. + +"O, heeft ze ons nieuwe plan niet verteld? Nou, we hebben ons best +gedaan om onzen vacantietijd niet te verlummelen, maar ieder heeft +een taak op zich genomen en geprobeerd die af te krijgen. De vacantie +is bijna om, onze taken af, en we zijn vreeselijk blij, dat we niet +geluierd hebben." + +"Ja, dat kan ik me begrijpen," en Laurie dacht berouwvol aan zijn +eigen verbeuzelde dagen. + +"Moeder heeft graag, dat wij zooveel mogelijk buiten zijn; daarom +nemen we onze taak hier mee naar toe; 't is hier heerlijk. Voor +de grap stoppen we ons werk in deze zakken, zetten oude hoeden op, +gebruiken lange stokken om den heuvel te beklimmen en spelen pelgrims, +zooals we jaren geleden plachten te doen. Wij noemen dezen heuvel +"de Berg der Verrukking", [6] omdat wij van hier het heerlijke land +kunnen zien, waar wij eenmaal hopen te gaan wonen." + +Jo wees het hem, en Laurie kwam overeind om te kijken. Door een +opening in het hout, zag men, over de breede, blauwe rivier, de +weilanden aan den overkant, verder over de buitenwijken der stad, +naar de groene heuvelen, die den horizon begrensden. De zon stond +al laag, en de lucht baadde zich in den prachtigen gloed van een +herfstzonsondergang. Gouden en purperen wolken zweefden boven de +heuvels, en hoog in de roodgekleurde lucht verhieven zich nevelige +toppen, als de zilveren kerktorens van de eene of andere "Hemelsche +Stad." [7] + +"Heerlijk!" zei Laurie zacht, want hij had een open oog voor al wat +mooi was. + +"Het is dikwijls zoo mooi, en we kijken er zoo graag naar, want +het is nooit hetzelfde, maar altijd prachtig," zei Amy, wenschende, +dat ze het kon teekenen. + +"Jo spreekt van het land, waar we eenmaal hopen te wonen; het +wezenlijke land, meent ze, met varkens en kuikens en hooibergen; +dat zou wel heerlijk zijn, maar ik wou, dat dat land daar in de +wolken werkelijk bestond, en dat we daar eens heen konden gaan," +zei Bets peinzend. + +"Jij zult wel in de Hemelsche Stad komen, Bets, wees daar maar +niet bang voor," zei Jo. "Ik ben degeen, die zal moeten strijden +en werken, en klauteren en wachten, en misschien nog niet eens zal +worden toegelaten." + +"Dan zul je mij tot gezelschap hebben, als je dat kan troosten. Ik zal +heel wat moeten afreizen, voor ik jullie Hemelsche Stad bereik. Als ik +er heel laat aankom, zul jij dan een goed woordje voor me doen, Bets?" + +Een zeker iets in Laurie's gezicht verontrustte zijn vriendinnetje, +maar zij zei opgewekt, met haar vriendelijke oogen op de drijvende +wolken gevestigd: "Als iemand echt verlangt er te komen, en er zijn +heele leven zijn best voor doet, geloof ik, dat hij zeker zal mogen +binnentreden, want ik denk niet, dat er grendels of wachters voor die +poort zijn. Ik stel het me altijd voor, als op dat plaatje, waar de +vriendelijke gedaanten de handen uitstrekken om den armen Christiaan +[8] te verwelkomen, wanneer hij de rivier doorwaad heeft." + +"Wat zou het leuk zijn, als al de luchtkasteelen, die we bouwen, +eens werkelijkheid werden, en wij er in konden wonen?" zuchtte Jo na +eenige oogenblikken stilzwijgen. + +"Ik heb er al zooveel gebouwd, dat het me moeilijk zou vallen te +zeggen, welk ik per slot van rekening zou verkiezen," zei Laurie, +terwijl hij zich zoo lang als hij was op het mos liet vallen en +denneappels gooide naar het eekhorentje dat hem verraden had. + +"Je zou natuurlijk je lievelingskasteel moeten kiezen; wat is +dat?" vroeg Meta. + +"Als ik het mijne vertel, zullen jullie het dan ook doen?" + +"Ja, als de anderen het ook beloven." + +"Ja, dat is goed. Nu, Laurie!" + +"Zoodra ik genoeg van de wereld gezien had, zou ik in Duitschland +willen gaan wonen, en zooveel van muziek genieten als ik maar kon. Ik +zou zelf een groot genie willen zijn, zoodat alle menschen toestroomden +om me te hooren; ik zou nooit iets van geldzaken of handel willen +hooren, maar alleen genieten en leven voor de dingen waar ik van +houd. Dat is mijn liefste luchtkasteel. En wat is het jouwe, Meta?" + +Meta scheen het wat moeilijk te vinden het hare te vertellen; zij +streek met een varentakje langs haar gezicht, alsof ze denkbeeldige +muggen wilde verdrijven, terwijl zij langzaam begon: "Ik zou graag +een mooi huis hebben, vol met allerlei prachtige dingen; lekker +eten, mooie kleeren, smaakvolle meubels, aardige menschen en hoopen +geld. Ik zou er de eigenares van moeten zijn, en het heelemaal kunnen +inrichten, zooals ik wou, met veel dienstboden, zoodat ik niet hoefde +te werken. Wat zou ik er van genieten! Want ik zou niet luieren, +maar veel goed doen en maken dat iedereen mij liefhad." + +"En moet je geen ridder in je kasteel hebben?" vroeg Laurie ondeugend. + +"Ik zei immers aardige menschen!" en Meta strikte zorgvuldig haar +schoen vast, terwijl zij sprak, zoodat niemand haar gezicht kon zien. + +"Waarom noem je er niet bij op, dat je een volmaakt, verstandig, +beminnelijk echtgenoot wilt hebben en een paar engelachtige +kinderen? Je weet best, dat je kasteel zonder dat toch niet volmaakt +zou zijn," riep de openhartige Jo, die nog geen "teedere gevoelens" +koesterde, en liefdeshistories, behalve in boeken, verachtte. + +"Jij zou in het jouwe niets dan paarden, inktkokers en boeken willen +hebben," zei Meta geraakt. + +"Dat snap je! Ik zou een stal vol Arabische paarden willen hebben, +en kamers opgehoopt met boeken, en ik zou willen schrijven uit een +betooverden inktkoker, zoodat mijn werken even beroemd werden als +Laurie's muziek. Maar voordat ik mijn kasteel betrek, moet ik iets +groots doen, iets heldhaftigs of ongeloofelijks, dat na mijn dood niet +vergeten zal worden. Ik weet nog niet wat, maar ik ben steeds op den +uitkijk, en van plan jullie allemaal nog eens te verrassen. Ik denk, +dat ik boeken zal gaan schrijven en rijk en beroemd worden. Dat zou +mij het best bevallen. Nou weet jullie _mijn_ lievelingsdroom." + +"En de mijne is, stil bij Vader en Moeder te blijven, en voor de +anderen te helpen zorgen," zei Bets tevreden. + +"Verlang je niks anders?" vroeg Laurie. + +"Nu ik mijn piano heb, ben ik volkomen tevreden; ik hoop alleen, +dat we allemaal gezond en bij elkander mogen blijven, anders niets." + +"Ik heb een massa wenschen; maar de voornaamste is, schilderes te +worden, en naar Rome te gaan, en prachtige schilderijen te maken, +en de beste schilderes van de heele wereld te zijn," was Amy's +nederige begeerte. + +"Wat zijn we een eerzuchtig troepje! Behalve Bets, verlangen wij +allemaal rijk en beroemd, en in ieder opzicht onovertreffelijk te +worden. Ik zou wel eens willen weten, of we ooit een van allen onze +wenschen bereiken zullen," zei Laurie, op een grasspriet kauwend als +een nadenkend kalf. + +"Ik heb den sleutel van mijn luchtkasteel, maar het blijft de vraag, +of ik de deur zal kunnen openkrijgen," zei Jo geheimzinnig. + +"Ik heb van het mijne ook den sleutel gekregen, maar ik mag hem niet +probeeren. 'k Wou, dat de academie opvloog," mompelde Laurie met een +ongeduldige zucht. + +"Hier is de mijne," en Amy zwaaide met haar penseel. + +"Ik heb er geen," zei Meta treurig. + +"Wel waar!" riep Laurie. + +"Waar dan?" + +"In je gezicht." + +"Nonsens, dat geeft niets." + +"Wacht maar af, of het je niet iets geven zal, dat de moeite waard is," +antwoordde Laurie, glimlachend bij de gedachte aan het aardige geheim, +dat hij meende te weten. + +Meta bloosde achter haar varentakje, maar vroeg niet verder en keek +naar de rivier, met dezelfde verlangende uitdrukking als Brooke, +den dag, waarop hij van den ridder verteld had. + +"Als wij alle vijf over tien jaren nog leven, moesten we bij elkaar +komen, om te zien, wiens wenschen vervuld zijn, en hoeveel nader wij +er aan toe zijn dan nu," zei Jo, die altijd met een plan gereed was. + +"Och hemel, wat ben ik dan al oud--zeven-en-twintig," zuchtte Meta, +die zich als een volwassen dame beschouwde, daar ze juist zeventien +was geworden. + +"Jij en ik zullen zes-en-twintig zijn, Teddy; Bets vier-en-twintig +en Amy twee-en-twintig; wat een eerwaardig gezelschap!" riep Jo. + +"Ik hoop, dat ik tegen dien tijd iets gedaan zal hebben om trotsch op +te wezen; maar ik ben zoo'n luie hond, dat ik vrees, ik zal blijven +lanterfanten, Jo." + +"Je hebt maar een prikkel noodig, zegt Moeder; als je dien eenmaal +hebt, zul je wel flink aan 't werk gaan," zegt ze. + +"Zegt je Moeder dat? Bij Jupiter, ik zal het doen, zoo gauw ik er +kans toe zie!" riep Laurie uit, met plotselinge geestdrift overeind +komend. "Het moest mij genoeg zijn, wanneer ik Grootvader tevreden +stel; en ik doe ook mijn best, maar het is tegen stroom opvaren, zie +je, en dat valt niet mee. Hij wil, dat ik, net als hij vroeger, als +koopman naar Indië zal gaan, maar ik laat me nog liever doodschieten; +ik heb een hekel aan thee en zij en specerijen en al dien rommel, +die met zijn schepen hierheen komt, en zoodra ze van mij zijn, kan +'t me niets schelen, of zij naar den kelder gaan. Grootpapa moest +tevreden zijn als ik de academie afloop; wanneer ik hem vier jaar +van mijn leven geef, behoorde hij mij van den handel vrij te laten; +maar hij staat er op, dat ik net doe, zooals hij gedaan heeft. Als ik +maar niet wegloop en mijn eigen hoofd volg, zooals mijn vader! Was er +maar iemand, om bij den ouden heer te blijven, dan deed ik het morgen." + +Laurie sprak opgewonden, en keek, alsof hij bereid was bij de minste +aanleiding zijn bedreiging ten uitvoer te brengen; hij ontwikkelde +zich sterk, en niettegenstaande zijn onverschillige manieren, had +hij den gewonen jongensafkeer van onderdanigheid, en een rusteloos +verlangen zelf zijn weg door de wereld te zoeken. + +"Ik zou in een van mijn eigen schepen wegzeilen en niet terugkomen, +voor ik mijn fortuin beproefd had," zei Jo, wier verbeelding geprikkeld +werd bij de gedachte aan den moed, die zulk een heldenfeit vereischte, +en wier sympathie dadelijk was opgewekt door wat ze het "onrecht" +noemde, Teddy aangedaan. + +"Dat is niet goed, Jo; zoo moet je niet spreken en Laurie mag je +slechten raad niet opvolgen. Je moet doen, wat je grootvader van je +verlangt," zei Meta op haar moederlijksten toon. "Doe je best aan de +academie, en wanneer hij ziet dat je hem plezier wilt doen, ben ik +zeker, dat hij niet hard of onrechtvaardig tegen je zal zijn. Er is, +zooals je zegt, niemand om bij hem te blijven en hem lief te hebben, en +je zou het je zelf nooit vergeven, als je hem zonder zijn toestemming +verliet. Laat er je niet door terneer slaan, maar doe je plicht, +dan zul je tenminste net als mijnheer Brooke de voldoening hebben, +dat ieder je acht en van je houdt." + +"Wat weet jij van Brooke?" vroeg Laurie, dankbaar voor den goeden +raad, maar ongeduldig over de vermaning, en verlangend om, na zijn +ongewone uitbarsting, het gesprek van zichzelf af te leiden. + +"Alleen maar wat je Grootvader aan Moeder verteld heeft; hoe hij +zorgde voor zijn moeder, tot zij stierf, en dat hij niet met een +goede familie als gouverneur buitenslands wou gaan, omdat hij haar +niet kon achterlaten, en dat hij nu een oude vrouw onderhoudt, die +zijn moeder heeft opgepast, en er nooit tegen iemand van spreekt en +altijd zoo edelmoedig en geduldig is, als een man maar wezen kan." + +"Dat is-ie, die beste kerel," riep Laurie hartelijk, toen Meta met +een kleur eindigde. "Net iets voor Grootvader, om, zonder het Brooke +te laten merken, dat alles van hem uit te visschen, om het dan aan +anderen te vertellen, zoodat ze van hem gaan houden. Brooke kon +ook al niet begrijpen, waarom je moeder zoo aardig voor hem was, +en hem met mij meevroeg, en hem op haar lieve, vriendelijke manier +behandelde. Hij vond haar absoluut volmaakt, geloof ik, en was in +geen dagen over jullie allemaal uitgepraat. Je had hem eens moeten +hooren! Wanneer ooit mijn wenschen uitkomen, zul j' eens zien, wat +ik voor Brooke doen zal." + +"Begin nu maar liever, door hem niet dood te ergeren," zei Meta scherp. + +"Hoe weet je, dat ik dat doe, mejuffrouw?" + +"Ik kan 't altijd zien aan zijn gezicht, als hij weggaat. Wanneer je +je best gedaan hebt, ziet hij er tevreden uit, en loopt hij vlug en +opgewekt voorbij, maar als je hem geplaagd hebt, kijkt hij ernstig +en loopt hij langzaam, alsof hij liever terug zou keeren, en het nog +eens overdoen." + +"Zoo, dat is mooi! Jij houdt dus, volgens Brooke's gezicht, een +aanteekenlijst van mijn goed of slecht gedrag? Ik zie hem wel buigen +en glimlachen, wanneer hij jullie huis voorbijgaat, maar ik wist niet, +dat er een telegraaf tusschen jou en hem bestond." + +"Dat is ook niet zoo; wees er maar niet boos om en o! vertel hem +alstjeblieft niet, dat ik iets gezegd heb. Ik zei het alleen om je te +toonen, dat ik wel weet, hoe je het maakt, en wat hier gezegd wordt, +is in vertrouwen gezegd, dat begrijp je," riep Meta, ongerust over +de mogelijke gevolgen van haar onnadenkende uitlating. + +"_Ik_ klik niet," zei Laurie met zijn "hooghartig air," zooals Jo een +zekere uitdrukking noemde, die zijn mond soms aannam. "Maar wanneer +Brooke voor thermometer gebruikt wordt, dien ik te zorgen dat hij +altijd op "mooi weer" staat." + +"Och toe, Laurie, wees maar niet boos; ik wou eigenlijk niet preeken +of zoo flauw zijn alles over te brieven; ik was alleen maar bang, +dat Jo je zou aanmoedigen in gevoelens, waarover je later berouw zou +hebben. Je bent zoo vriendelijk voor ons, dat we je als een broer +beschouwen en alles zeggen, wat we denken; neem 't me maar niet +kwalijk, ik meende het goed!" en Meta stak hem vriendschappelijk, +maar verlegen de hand toe. + +Laurie drukte het handje en zei openhartig, daar hij beschaamd was over +zijn oogenblikkelijke opwelling: "Ik heb eerder vergiffenis noodig; +ik ben den heelen dag al uit mijn humeur. Ik vind het best, hoor, +dat je mij op mijn gebreken wijst en een beetje over me "moedert;" +geef er dus maar niet om, wanneer ik eens kwaad word; ik ben er je +toch wel dankbaar voor." + +Om te toonen, dat hij niet beleedigd was, gedroeg Laurie zich verder +zoo "beminnelijk" mogelijk; hij wond garen voor Meta op, reciteerde +verzen voor Jo's plezier, schudde dennenappels voor Bets, hielp +Amy met haar varens--en bewees zoo, dat hij waardig was om tot de +"Nijvere-Bij-club" te behooren. Midden onder een levendige discussie +over de gewoonten van schildpadden (daar juist zoo'n beminnelijk +diertje uit de rivier was komen aanwandelen), waarschuwde hen het +verwijderd geluid van de bel, dat Hanna de thee gezet had, en dat +zij maar juist bijtijds voor het avondeten thuis zouden kunnen zijn. + +"Mag ik weerkomen?" vroeg Laurie. + +"Ja, "mits gij braaf oppast en naarstig leert," zooals de jongetjes +in het A-B-C-boekje," zei Meta glimlachend. + +"Ik zal mijn best doen." + +"Dan mag je komen, en zal ik je leeren breien, zooals de Schotten; +er is nu juist behoefte aan sokken," zei Jo, terwijl ze met de hare +als een blauwe, gebreide banier tot afscheid wuifde. + +Terwijl Bets dien avond in den schemer voor grootvader Laurence +speelde, stond "Teddy" in de schaduw voor het gordijn naar "de +kleine David" te luisteren, wier eenvoudige muziek altijd zijn +oproerige gedachten tot bedaren bracht, en toen hij naar den ouden +man keek, zooals hij daar, met het grijze hoofd op de hand gesteund, +verzonken zat in gedachten aan het verloren kind, dat hij zoo innig +had liefgehad, herinnerde Laurie zich opeens het gesprek van dien +middag, en zei hij tot zichzelf: "Ik zal mijn luchtkasteel opgeven +en bij Grootpapa blijven, zoolang hij het verlangt, want ik ben alles +wat hij nog in de wereld heeft." + + + + +HOOFDSTUK XIV. + +GEHEIMEN. + + +Jo had het heel druk op zolder, want de Octoberdagen begonnen koel te +worden en de middagen kort. Gedurende twee of drie uur scheen de zon +door het hooge venster en koesterde ze Jo, die op de oude canapé zat, +met al haar papieren voor zich op een koffer uitgespreid, terwijl +Knabbelaar, de lievelingsrat, langs de hanebalken wandelde, vergezeld +door zijn oudsten zoon, een flinken jongen, die blijkbaar heel trotsch +op zijn snorren was. Totaal verdiept in haar werk, krabbelde Jo voort, +tot de laatste bladzijde vol was. Toen zette ze er haar naam onder +met een sierlijken krul, en wierp haar pen neer met den uitroep: + +"Daar, ik heb mijn best gedaan! Als dit niet goed genoeg is, zal ik +moeten wachten, tot ik het beter kan." + +Languit op de canapé liggende las ze het manuscript nog eens zorgvuldig +over, maakte hier en daar verbeteringen, versierde 't met ettelijke +uitroepteekens, die er uitzagen als kleine luchtballons, rolde toen +het schrift op, bond het vast met een mooi, rood bandje, en bleef +een oogenblik zitten met een peinzend gezicht, dat duidelijk toonde, +hoe ernstig ze haar werk had opgevat. Jo's lessenaar was een oude +blikken poppenkeuken die met de opening tegen den muur hing. Hierin +bewaarde ze haar paperassen en een paar boeken, veilig buiten bereik +van Knabbelaar, die ook letterlievend van aard scheen en dit toonde, +door alle boeken, die in zijn bereik vielen, af te knagen. + +Uit deze blikken bewaarplaats haalde Jo nog een ander manuscript, +en nadat zij beide in haar zak had gestoken, ging zij zacht de trap +af, haar vrienden vrijheid latende om aan haar pennen te knabbelen +en van haar inkt te proeven. + +Zoo onhoorbaar mogelijk haalde ze hoed en mantel te voorschijn, ging +naar het raam boven de achterdeur, klom daaruit op het lage afdak +boven den ingang, kwam met een sprong in het zachte gras terecht, +en bereikte langs een omweg den straatweg. Daar gekomen wachtte ze +bedaard, wenkte een aankomenden omnibus en rolde naar de stad, met +een buitengewoon vroolijk en geheimzinnig gezicht. + +Wanneer iemand op haar gelet had, zou hij haar gedrag zeker vreemd +hebben gevonden, want toen ze uitgestapt was, liep ze met vluggen pas +naar een zeker nommer in een zekere, drukke straat; nadat ze met eenige +moeite het huis gevonden had, stapte ze 't voorportaal in, bekeek de +morsige trap, stond een oogenblik stokstijf, en vloog toen even vlug +als ze gekomen was, de straat weer uit. Deze manoeuvre herhaalde zij +verscheiden malen, tot groot vermaak van een zwartoogig jongmensch, +dat op zijn gemak in de vensterbank van een gebouw aan den overkant +zat. Toen zij voor de vierde maal terugkwam, nam Jo een kloek besluit, +trok haar hoed in de oogen en liep de trap op met een gezicht, alsof +al haar tanden moesten uitgetrokken worden. + +Onder andere naamplaatjes op de deurpost, was er ook een van een +tandmeester, en nadat de jongeheer aan den overkant een oogenblik +gestaard had op een paar kunstmatige kakebeenen, die open en dicht +gingen, om de aandacht op een prachtig stel tanden te vestigen, trok +hij zijn jas aan, nam zijn hoed, en posteerde zich in de deur aan den +overkant, terwijl hij met een glimlach en een rilling bij zichzelf zei: + +"Net iets voor haar om alleen te komen, maar als ze veel pijn heeft +gehad, mag er toch wel iemand zijn om haar naar huis te brengen." + +Na tien minuten kwam Jo de trap afdraven met een rood gezicht en +heelemaal het voorkomen van iemand, die pas de een of andere vuurproef +heeft doorstaan. Toen ze het jongemensch zag, scheen ze de ontmoeting +alles behalve aangenaam te vinden, en liep ze hem met een knikje +voorbij, maar hij volgde haar en vroeg medelijdend: + +"Was het heel erg?" + +"Neen, zoo heel erg niet." + +"Je bent er nogal gauw afgekomen." + +"Ja, den hemel zij dank!" + +"Waarom ben je alleen gegaan?" + +"Ik wou niet, dat iemand het wist." + +"Jij bent toch het wonderlijkste wezen, dat ik ooit gezien heb! Hoeveel +heb j'er laten trekken?" + +Jo keek haar vriend aan, alsof ze hem niet begreep, en begon toen te +lachen, alsof hij iets bijzonder grappigs gevraagd had. + +"Ik wou er graag twee uit hebben, maar ik moet tot de volgende week +wachten." + +"Waar lach je om? Je voert iets kwaads in 't schild, Jo," zei Laurie, +op een dwaalspoor gebracht. + +"En jij ook. Wat deed je daar, jongmensch, in dat café?" + +"Ik vraag excuus, mejuffrouw, het was geen café, maar een schermschool, +waar ik les neem." + +"Daar ben ik blij om." + +"Waarom?" + +"Dan kun je 't mij leeren; en wanneer we dan Hamlet opvoeren, kun +jij Laertes zijn, en kunnen we dat gevecht mooi voorstellen." + +Laurie barstte uit in zoo'n hartelijk gelach, dat verscheiden +voorbijgangers huns ondanks glimlachten. + +"Ik zal het je leeren, of we Hamlet spelen of niet; het is een +heerlijke sport en het zal je spieren stalen. Maar ik geloof niet, +dat dit de eenige reden was, waarom je zoo gedecideerd zei: "Daar +ben ik blij om. Was het wel?" + +"Neen, ik was blij, dat het geen café was, omdat ik hoop, dat je nog +niet naar zulke gelegenheden gaat. Doe je 't wel eens?" + +"Niet dikwijls." + +"Ik wou, dat je 't nooit deedt." + +"Er steekt niets in, Jo; ik heb thuis wel een biljart, maar er is +niets aan, wanneer je geen goede spelers hebt, en omdat ik het graag +doe, kom ik er wel eens om een partij met Ned Moffat, of een van de +anderen te spelen." + +"Och heden, dat spijt mij, want je zult er al meer en meer van gaan +houden, er je tijd en geld mee verspelen, en net als die akelige +jongens worden. Ik had zoo'n hoop, dat jij degelijk zou blijven +en je vrienden eer aan je zouden beleven," zei Jo, met moederlijke +bezorgdheid haar hoofd schuddende. + +"Kan een jongmensch zich niet eens een onschuldige uitspanning +veroorloven, zonder zijn aanspraak op "degelijkheid" te +verbeuren?" vroeg Laurie eenigszins geraakt. + +"Dat hangt er van af, hoe en waar hij zich die veroorlooft. Ik +houd niet van Ned en zijn club, en ik wou, dat jij je daar buiten +hieldt. Moeder wil niet, dat hij bij ons aan huis komt, hoe graag +hij ook wil, en als jij wordt als hij, zou ze niet meer toelaten, +dat we zooveel pretjes met elkander hadden." + +"Kom!" zei Laurie, maar hij was wel wat ongerust. + +"Neen, ze kan dat soort van uitgaande heertjes niet uitstaan, en +ze zou ons, geloof ik, nog liever alle vier in hoedendoozen pakken, +dan ons met hen te laten omgaan." + +"Nou, je moeder heeft vooreerst haar hoedendoozen nog niet voor +den dag te halen, ik ben niet van dat slag, en ik verlang er niet +toe te behooren, maar ik houd nu en dan wel eens van een onschuldig +amusementje, en jij?" + +"O, daar heeft natuurlijk niemand iets tegen; maak pret naar hartelust; +als je maar niet "losbandig" wordt, want dan is er een eind aan al +ons plezier." + +"Ik beloof je, een driedubbele heilige te worden." + +"Ik houd niet van heiligen, blijf maar een gewone, gezellige, nette +jongen, dan zullen wij je nooit in den steek laten. Ik weet niet wat +ik zou beginnen, als jij zooiets deed als de zoon van mijnheer King; +hij had overvloed van geld, zoodat hij niet wist, wat hij er mee doen +moest, en hij ging drinken en spelen en liep weg, en maakte valsche +wissels op den naam van zijn vader, geloof ik, en was in ieder geval +zoo slecht mogelijk." + +"Je denkt dus, dat ik waarschijnlijk ook zoo doen zal? Zeer verplicht." + +"Neen, dat denk ik niet, zeker niet! maar ik hoor oude menschen soms +zeggen, dat veel geld hebben zoo verleidelijk is, en dan zou ik maar +wenschen, dat je arm was; dan hoefde ik niet ongerust over je te zijn." + +"Bèn je dan ongerust over me, Jo?" + +"Ja, een beetje, als je zoo somber en ontevreden kijkt, zooals je +soms doet; want je hebt zoo'n vasten wil, en wanneer je eenmaal den +verkeerden weg opging, zou het moeilijk zijn je tegen te houden." + +Laurie liep een paar minuten zwijgend voort, en Jo keek hem eens +van ter zijde aan, wenschende dat ze haar mond gehouden had, want de +uitdrukking van zijn oogen was alles behalve vriendelijk, hoewel hij +nog glimlachte, alsof hij met haar waarschuwingen den spot dreef. + +"Ben je van plan den heelen weg over te preeken?" vroeg hij opeens. + +"Natuurlijk niet--waarom?" + +"Omdat ik, als je 't van plan bent, in een omnibus stap; maar als +j'er mee ophoudt, loop ik liever met je, om je iets belangrijks +te vertellen." + +"Ik zal niet meer preeken, en ik verlang vreeselijk het nieuws +te hooren." + +"Mooi, vooruit dan maar. 't Is een geheim, en als ik 't je vertel, +moet je mij het jouwe ook vertellen." + +"Ik heb er geen," begon Jo, maar hield plotseling op, zich +herinnerende, dat ze er wel een had. + +"Je weet wel beter; je kunt je toch niet goed houden! Voor den dag +er dus mee, of ik vertel jou ook niets!" riep Laurie. + +"Is het jouwe een aardig geheim?" + +"Of het, en allemaal over menschen die je kent; zóó leuk! Je _moet_ +het weten, en ik heb al lang van verlangen gebrand om het je te +vertellen. Kom, jij moet beginnen." + +"Zul je er thuis niet over spreken?" + +"Geen woord." + +"En er mij in 't geheim ook niet mee plagen?" + +"Ik plaag nooit." + +"Ja, dat doe je wel. Je kunt alles wat je weten wilt uit de menschen +krijgen. Ik weet niet, hoe je het aanlegt, maar je bent een geboren +flikflooier." + +"Dank je. Kom er nou maar mee voor den dag." + +"Nou, ik heb twee verhalen gebracht aan den uitgever van een courant, +en hij zal mij de volgende week antwoord geven," fluisterde Jo in +het oor van haar vertrouweling. + +"Hoera, voor juffrouw March, de beroemde Amerikaansche +schrijfster!" riep Laurie, zijn hoed in de lucht gooiend en hem +weer opvangend, tot groot vermaak van twee ganzen, vier katten, vijf +kippen en een half dozijn Iersche kinderen; want ze waren nu buiten +de stad gekomen. + +"Stil, er zal denkelijk niets van komen, maar ik had geen rust, voor +ik het geprobeerd had, en ik heb er niets van gezegd, omdat ik niet +wou dat iemand anders teleurgesteld zou worden." + +"Ze nemen het natuurlijk aan! Wel Jo, jouw verhalen zijn Shakespeare +waardig, vergeleken bij de prullen, die dagelijks verschijnen. Aardig +ze in druk te zien! Wat zullen we trotsch zijn op onze schrijfster!" + +Jo's oogen schitterden, gestreeld dat Laurie vertrouwen in haar +stelde, want de lof van een vriend doet meer goed dan een half dozijn +vleierijen in de courant. + +"En nu jouw geheim? Eerlijk opbiechten, Teddy, of ik geloof je +nooit meer," zei ze, terwijl ze haar best deed de blijde hoop te +onderdrukken, die bij Laurie's woord van aanmoediging opvlamde. + +"Ik werk er me misschien in wanneer ik het vertel, maar ik heb niet +beloofd, dat ik het _niet_ vertellen zou, en dus zal ik het maar doen, +want ik voel me altijd bezwaard, tot ik je elk kruimeltje nieuws dat +ik te weten kom, verteld heb.--Ik weet waar Meta's handschoen is." + +"Is dàt alles?" riep Jo teleurgesteld, toen Laurie met een geheimzinnig +gezicht bleef knikken en knipoogen. + +"Dat is meer dan voldoende voor 't oogenblik; en dat zul je met me +eens zijn, zoo gauw je weet, waar hij is." + +"Zeg het dan." + +Laurie bukte en fluisterde Jo drie woorden in het oor, die eene komieke +verandering teweegbrachten. Zij stond hem eenige oogenblikken verbaasd +en verontwaardigd aan te staren en liep toen voort, terwijl zij op +scherpen toon vroeg: + +"Hoe weet je dat?" + +"Gezien." + +"Waar?" + +"In zijn zak." + +"Al dien tijd?" + +"Ja; is 't niet romantisch?" + +"Neen, 't is afschuwelijk!" + +"Vindt je 't niet aardig?" + +"Neen, _natuurlijk_ niet; 't is bespottelijk, het mag niet. Genade! Wat +zal Meta er van zeggen?" + +"Je mag het niemand vertellen, onthoud dat." + +"'k Heb niks beloofd." + +"Dat sprak vanzelf, en ik heb je vertrouwd." + +"Goed, dan zal ik het ten minste vooreerst niet doen, maar ik vind +het afschuwelijk, en ik wou dat je 't mij niet verteld hadt." + +"Ik dacht dat je 't juist aardig zou vinden!" + +"Aardig? Dat iemand Meta wil komen weghalen! Hoe bedenk je 't." + +"Je zou het misschien aardiger vinden, als er iemand kwam om jou weg +te halen," plaagde Laurie. + +"Ik zou 't wel eens iemand willen zien probeeren!" riep Jo uitdagend. + +"Ik ook," grinnikte Laurie. + +"Ik ben niet voor geheimen geschikt, geloof ik; 't is of er een +pak op mijn hart ligt, sedert je 't mij verteld hebt," zuchtte de +ondankbare Jo. + +"Loop dan maar eens hard den heuvel met me af, dan zul je wel weer +in orde zijn," stelde Laurie voor. + +Nergens was iemand te zien; de dalende weg zag er zoo uitlokkend +uit, dat Jo, voor de verzoeking bezwijkend, als een pijl uit den +boog vooruit vloog, hoed en kam verliezende, en overal haarspelden +rondstrooiend. Laurie bereikte het eindpunt het eerst, volkomen +tevreden over de uitwerking van zijn voorschrift, want daar kwam +zijn Atalante aanvliegen met fladderende haren, schitterende oogen, +blozende wangen en geen spoor van ontevredenheid meer op het gezicht. + +"Ik wou dat ik een paard was; dan zou ik in deze heerlijke lucht +uren lang kunnen voorthollen, zonder buiten adem te raken. Het was +goddelijk, maar ik zie er nu ook uit als een vogelverschrikker. Toe, +ga al mijn verloren schatten eens oprapen, engel, die je bent," +hijgde Jo, neervallende onder een ahornboom, die het gras met zijn +schitterend roode bladen bezaaide. + +Laurie wandelde op zijn gemak terug om "de verloren schatten" te +gaan zoeken, en Jo stak haar vlechten op, in de hoop, dat er niemand +voorbij mocht komen, eer ze weer presentable was. Maar er _kwam_ +iemand voorbij, en wel niemand anders dan Meta, die er bijzonder +damesachtig uitzag in haar beste plunje, want ze had visites gemaakt. + +"Kind, wat voer je uit!" riep zij, haar ontredderde zuster met +verbazing bekijkende. + +"Bladen zoeken," zei Jo, de handvol roode bladeren sorteerende, +die zij gauw had opgeraapt. + +"En haarspelden," zei Laurie, terwijl hij er een half dozijn op Jo's +schoot gooide. "Die groeien hier langs den weg, Meta, net als kammen +en bruine stroohoeden." + +"Je bent weer aan 't draven geweest, Jo; hoe _kon_ je het doen? Wanneer +zul je toch die jongensmanieren eens afschaffen," zei Meta berispend, +terwijl ze haar dasje verschoof en haar haar gladstreek. + +"Niet voordat ik oud en stijf ben en een kruk noodig heb. Doe maar niet +je best om me voor den tijd oud te maken, Meta; het is al erg genoeg, +dat jij zoo op eens veranderd bent; laat mij maar een kind blijven, +zoolang ik kan." + +Terwijl ze dit zei, boog Jo zich over haar bladen om het beven van haar +lippen te verbergen; want in den laatsten tijd had ze wel gevoeld, +dat Meta gauw een jonge dame zou zijn, en Laurie's geheim maakte +haar bang voor de scheiding, die eenmaal komen moest en nu zoo nabij +scheen. Hij zag haar ontroering en trachtte Meta's aandacht af te +leiden door haar te vragen: + +"Waar heb jij, zoo sierlijk uitgedost, visites gemaakt?" + +"Bij de Gardiners; en Sallie heeft me alles van het huwelijk van +Belle Moffat verteld. Het was prachtig geweest en ze zijn den winter +in Parijs gaan doorbrengen; denk eens aan wat heerlijk!" + +"Benijd je haar, Meta?" vroeg Laurie. + +"Ik vrees van ja." + +"Daar ben ik blij om," mompelde Jo, terwijl ze met een ruk haar +hoed rechtzette. + +"Waarom?" vroeg Meta verwonderd. + +"Omdat je, als je op rijkdom gesteld bent, nooit hals over kop met een +arm man zult trouwen," zei Jo, haar wenkbrauwen fronsend tegen Laurie, +die haar zwijgend trachtte te waarschuwen, om toch niets ondoordachts +te zeggen. + +"Ik zal nooit _hals-over-kop_ met _iemand_ trouwen," zei Meta, +zoo waardig mogelijk vooruitstappend, terwijl de anderen lachend, +fluisterend en steentjes gooiend volgden, en zich "aanstelden als +kinderen", zooals Meta bij zichzelf zei, hoewel ze zeker lust gehad +zou hebben mee te doen, wanneer ze niet haar beste japon had aangehad. + +Gedurende een paar weken gedroeg Jo zich zoo wonderlijk, dat haar +zusters niet wisten, wat van haar te denken. Ze vloog naar de +deur, als de postbode schelde, was opvallend onvriendelijk jegens +mijnheer Brooke, wanneer ze hem ontmoette, kon soms een heele poos +Meta weemoedig zitten aanstaren en dan plotseling opstaan, om haar +door elkaar te schudden en haar dan op eens weer te omhelzen, alles +op een even raadselachtige manier. Laurie en zij maakten altijd +allerlei teekens en zinspelingen tegen elkander en praatten over +"vliegende adelaars," tot de meisjes verklaarden, dat ze beiden +hun verstand verloren hadden. Op den tweeden Zaterdag, nadat Jo het +raam was uitgeklommen, keek Meta, die op de veranda zat te naaien, +verontwaardigd, toen ze zag hoe Laurie Jo najoeg, den heelen tuin rond, +en haar eindelijk in Amy's priëel gevangen nam. Wat daar voorviel, +kon Meta niet zien, maar ze hoorde een luid gelach, gevolgd door een +gemurmel van stemmen en een eindeloos geritsel met couranten. + +"Wat zullen we toch met dat kind doen! Zij zal zich _nooit_ als een +volwassen meisje leeren gedragen," zuchtte Meta, den wedren met een +afkeurend gezicht volgend. + +"Dat hoop ik ook niet; ze is juist zoo grappig en zoo lief, zooals +ze is," zei Bets, die nooit liet blijken, dat ze een beetje gegriefd +was door Jo's geheimen met een ander. + +"Ja, 't is vervelend, maar we zullen haar nooit _comme la fo_ kunnen +maken," voegde Amy er bij, die een paar nieuwe strikjes voor zich zelf +zat te naaien, en haar krullen bijzonder netjes opgemaakt had--twee +aangename dingen, die haar een gevoel gaven van buitengewone élegantie +en groote-damesachtigheid. + +Een paar minuten daarna stoof Jo naar binnen, viel op de canapé neer +en deed alsof ze las. + +"Heb je daar iets moois?" vroeg Meta neerbuigend. + +"'t Is maar een verhaaltje, het beteekent niet veel, geloof ik," +antwoordde Jo, terwijl ze zorgvuldig den naam van het nieuwsblad +bedekt hield. + +"Lees het liever hardop, dan hooren wij het meteen en heb je zelf +iets te doen," zei Amy op haar deftigsten toon. + +"Hoe heet het?" vroeg Bets, verwonderd dat Jo haar gezicht achter +het blad verborgen hield. + +"De Schilders-Wedstrijd." + +"Dat kan wel aardig zijn; lees het maar," zei Meta. + +Na een luid: "hm hm!" en een diepe ademhaling begon Jo zeer snel te +lezen. De meisjes luisterden met belangstelling, want het verhaal +was romantisch en eindigde heel aandoenlijk, daar de meeste personen +tegen het slot stierven. + +"Dat over dat prachtige schilderij is een mooi eindje," zei Amy, +toen Jo ophield. + +"Ik vind de liefdesgeschiedenis bizonder goed. Viola en Angelo zijn +twee van onze geliefkoosde namen; toevallig hè?" zei Meta, haar oogen +afvegende, want de liefdesgeschiedenis was héél tragisch. + +"Wie heeft het geschreven?" vroeg Bets, die een oogenblik Jo's gezicht +te zien had gekregen. + +De lezeres kwam plotseling overeind, wierp het blad weg, waardoor +een vuurrood hoofd voor den dag kwam en antwoordde, met een comische +mengeling van plechtigheid en bedwongen pret: + +"Je zuster!" + +"Jij!" riep Meta en liet haar werk vallen. + +"Het is héél goed," zei Amy critisch. + +"Ik wist het wel! ik wist het wel! O, mijn lieve Jo, wat ben ik +trotsch op je," en Bets vloog op haar zuster toe om haar te omhelzen, +in haar innige vreugde over dit heerlijk succes. + +Wat waren ze allemaal gelukkig! Meta kon het niet gelooven, voor ze +den naam: "Josefine March" wezenlijk in de courant gedrukt zag; Amy +critiseerde genadig de gedeelten, die over de schilderkunst handelden, +en gaf aanwijzingen voor een vervolg, dat ongelukkig niet tot stand +kon komen, daar de held en de heldin beiden dood waren; Bets was meer +dan opgewonden en danste en zong van plezier; en toen Hanna binnenkwam +riep ze: "Wel lieve ziel, heb ik ooit!" in groote verbazing over "dat +gedoe van die Jo." Hoe trotsch mevrouw March was, toen ze het vernam, +laat zich denken, en Jo stond met tranen in de oogen te lachen, en +verklaarde, dat ze nog een pauw zou worden en dat het nu genoeg was, +terwijl van "de Vliegende Adelaar" gezegd kon worden, dat hij zijn +vleugelen triomfantelijk over den huize March uitspreidde, daar het +aldus genoemde nieuwsblad haastig van hand tot hand ging. + +"Vertel nu eens alles! Wanneer is het gekomen? Hoeveel heb j'er voor +gekregen? Wat zal Vader zeggen! En wat zal Laurie lachen!" riep de +familie in één adem, terwijl ze zich om Jo verdrongen, want de Marches +maakten een jubilé van elke kleine huiselijke vreugde. + +"Houd op met dat gekakel, kinderen dan zal ik jullie alles vertellen," +zei Jo, die wel eens zou willen weten of bekende schrijfsters +even trotsch waren geweest op hun eersteling als zij op haar +"Schilders-wedstrijd." Nadat zij verteld had, hoe ze er met haar +verhalen op uit was gegaan, vervolgde ze: "En toen ik het antwoord +ging halen, zei de man, dat hij ze beide goed vond, maar dat hij +eerst-beginnenden niet betaalde, en alleen maar de verhalen in zijn +blad plaatste en recenseerde. Het was eene goede oefening, zei hij, en +wanneer een auteur vooruitging, kon hij overal honorarium krijgen. Ik +liet hem dus mijn twee verhalen houden, en vandaag werd mij dit blad +toegezonden en Laurie ving mij juist op, toen ik het had, en hij wou +het met alle geweld zien, en hij zei, dat het goed was, en nu ga ik +meer schrijven en Laurie zal maken, dat ik voor het volgende betaald +word; en o!--ik ben zóó blij, want mettertijd zal ik misschien in +staat zijn om voor me zelf te zorgen en de zusjes te helpen." + +Hier geraakte Jo buiten adem, en haar hoofd in de courant verbergend, +besproeide ze haar verhaal met een paar gelukkige tranen; want +onafhankelijk te zijn en den lof in te oogsten van hen, die ze liefhad, +waren de wenschen van haar hart en dit scheen haar de eerste stap +naar dat heerlijke einde. + + + + +HOOFDSTUK XV. + +EEN TELEGRAM. + + +"November is de naarste maand van het heele jaar," zei Meta, terwijl +ze op een somberen achtermiddag aan het raam stond en in den bevroren +tuin keek. + +"Daarom ben ik er zeker in geboren," liet Jo er peinzend op volgen, +geheel onbewust van een inktvlek op haar neus. + +"Wanneer er nu eens iets heel plezierigs gebeurde, zouden we het +juist een heerlijke maand vinden," zei Bets, die aan alles, zelfs +aan November, eene lichtzijde zag. + +"Misschien, maar in deze familie gebeurt nooit eens iets plezierigs," +vond Meta, die uit haar humeur was. "Wij sloven dag aan dag voort +zonder eenige wisseling en maar zelden een pretje. We konden evengoed +in een tredmolen loopen." + +"Verschrikkelijk, wat zijn we somber!" riep Jo uit. "Het verbaast me +niet, arme stakkerd, want je moet maar aanzien hoeveel plezier andere +meisjes hebben, terwijl jij maar slooft, slooft, slooft, jaar in, +jaar uit. O, ik wou, dat ik maar alles zoo netjes voor je regelen kon, +als voor mijn heldinnen. Je bent al mooi en goed genoeg, dus zou ik +je dadelijk van den een of anderen rijken bloedverwant een groote +erfenis laten krijgen, en je voor den dag laten komen als een rijke, +jonge dame, die ieder, die je beleedigd had, met den nek kon aanzien, +buitenlands gaan en op een goeden dag terugkeeren als Barones die of +die, in oogverblindende pracht en heerlijkheid." + +"Op die manier krijgen de menschen tegenwoordig geen erfenissen +meer; mannen moeten voor geld werken, en vrouwen moeten voor geld +trouwen. Het is een gruwelijk onrechtvaardige wereld," zei Meta bitter. + +"Jo en ik zullen voor ons allen fortuin maken; wacht maar eens tien +jaar, en dan zul je zien, of het niet waar is," riep Amy, die in een +hoek "modderpastijtjes" zat te maken, zooals Hanna haar modellen in +klei, van vogels, vruchten en gezichten noemde. + +"Ik kan niet zoolang wachten, en ik vrees, dat ik ook niet veel +vertrouwen heb in inkt en modder, hoewel ik dankbaar ben voor je +goede bedoelingen." + +Meta zuchtte en keerde zich weer naar den doodschen tuin. Jo geeuwde +en leunde in een verslagen houding met de beide ellebogen op tafel, +maar Amy werkte vol vuur door, en Bets, die aan het andere raam zat, +zei glimlachend: "Er zullen dadelijk twee prettige dingen gebeuren: +Moedertje komt de straat af en Laurie holt door den tuin, alsof hij +iets plezierigs te vertellen heeft." + +Beiden kwamen binnen; mevrouw Maren met de gewone vraag: "Ook een brief +van Vader, meisjes?" en Laurie om op zijn onweerstaanbare manier te +vragen: "Hebben niet een paar van jullie lust in een ritje? Ik heb +mathesis zitten blokken, tot mijn hoofd suf is, en ga mijn hersens +eens opfrisschen door een flinken toer. Het is wel druilig, maar +niet erg koud, en ik mag Brooke naar huis brengen, dus zal het van +binnen vroolijk zijn, al is het dan ook van buiten somber. Kom Jo, +jij en Bets gaan wel mee, is 't niet, of Meta en Amy?" + +"Natuurlijk, graag!" + +"Dank je, ik heb het te druk," en Meta haalde haar werkmandje +voor den dag, want ze had haar Moeder moeten toestemmen, dat het +'t verstandigste was, niet al te dikwijls met den jongen buurman uit +rijden te gaan. + +"Wij drieën zullen in een minuut klaar zijn," zei Amy, wegloopende +om haar handen te wasschen. + +"Kan ik ook iets voor u doen, _Madame Mère_?" vroeg Laurie, terwijl +hij over den stoel van mevrouw March leunde met den hartelijken blik, +waarmee hij haar altijd aankeek. + +"Neen, dank je, behalve een boodschap naar het postkantoor, als je +zoo vriendelijk wilt zijn, jongenlief. Het is onze gewone dag voor +een brief, en de postbode is er niet geweest. Vader is zoo geregeld +als de zon, maar misschien is er vertraging onderweg. + +"Een luide bel deed zich hooren en een oogenblik daarna kwam Hanna +binnen met een enveloppe." + +"Het is zoo'n akelig ding, zoo'n telegram, mevrouw," zei ze, terwijl +ze het couvert overhandigde, alsof ze bang was, dat het zou losbarsten +en brand veroorzaken. + +Bij het woord "telegram", greep mevrouw March het haar uit de hand, +las de twee regels, die het bevatte en zonk achterover in haar stoel, +zoo bleek alsof dat stukje papier haar een kogel door het hart had +geschoten. Laurie vloog naar de keuken om water te halen, terwijl +Meta en Hanna haar ondersteunden en Jo met bevende stem voorlas: + + + Mevrouw March. + + Uw Echtgenoot ernstig ziek. Kom onmiddellijk. + + _S. Hale._ + Blank Hospitaal, Washington. + + +Hoe stil was het in de kamer, terwijl ze ademloos luisterden; hoe +donker scheen het eensklaps buiten te worden, en hoe plotseling scheen +de heele wereld te veranderen, terwijl de meisjes zich om hun moeder +drongen, met een gevoel, alsof al het geluk en de veiligheid van haar +leven op het punt waren haar ontrukt te worden. + +Mevrouw March herstelde zich dadelijk weer; ze las de tijding over en +strekte de armen naar haar dochters uit, terwijl ze op een toon, dien +zij nimmer vergaten, zei: "Ik zal dadelijk gaan, maar het kan misschien +al te laat zijn; o, kinderen, kinderen! helpt het mij dragen!" + +Gedurende eenige minuten hoorde men niets in de kamer dan snikken, +vermengd met afgebroken troostwoorden, teedere verzekeringen en +hoopvol gefluister, dat in tranen wegstierf. De arme Hanna was de +eerste, die tot bedaren kwam en zonder het zelf te weten de anderen +een goed voorbeeld gaf; want voor haar was werken het onfeilbare +middel tegen verdriet. + +"God beware den goeden man! Ik wil geen tijd meer verdoen met huilen, +maar dadelijk uw goed bij elkander halen, mevrouw," zei zij hartelijk, +terwijl ze haar gezicht met haar boezelaar afdroogde, haar mevrouw +met haar vereelte vingers een warmen handdruk gaf, en aan het werk +ging met een ijver voor drie. + +"Ze heeft gelijk, er is nu geen tijd voor tranen. Weest bedaard, +meisjes, en laat me eens nadenken." + +Het viertal trachtte bedaard te zijn, terwijl hun moeder bleek maar +kalm opstond, en haar smart op zij zette om de noodige schikkingen +te maken. + +"Waar is Laurie?" vroeg ze, toen ze haar gedachten verzameld had en +naging, wat het eerst gedaan moest worden. + +"Hier, mevrouw; o, kan ik iets voor u doen?" riep Laurie, die haastig +uit de andere kamer kwam, waar hij zich had teruggetrokken, gevoelende, +dat die eerste droefheid te heilig was, dan dat zelfs zijn oogen die +mochten zien. + +"Zend een telegram, dat ik dadelijk zal komen. De eerstvolgende trein +gaat morgen vroeg. Dien zal ik nemen." + +"Hebt u nog iets? De paarden staan klaar; ik kan overal +heengaan,--alles doen," en hij zag er uit, alsof hij gereed was naar +het einde der wereld te vliegen. + +"Een briefje brengen bij Tante March. Jo, geef me even pen en papier." + +Jo scheurde den witten kant van een pas beschreven blad af en schoof de +tafel voor haar moeders stoel, wel wetende dat het geld voor de lange, +droevige reis geleend moest worden, en met een gevoel of ze alles zou +willen doen, om iets toe te voegen aan de kleine som voor haar vader. + +"Ga nu, beste jongen; maar krijg geen ongeluk door al te hard rijden; +dat hoeft niet." + +Deze waarschuwing had mevrouw March kunnen sparen, want vijf minuten +later stoof Laurie op zijn eigen paard voorbij, rijdende alsof zijn +leven er mee gemoeid was. + +"Jo, ga naar de vergadering om Mevrouw King te zeggen, dat ik niet +komen kan. Haal onderweg deze dingen. Ik zal ze opschrijven; ze zijn +misschien noodig en ik moet alles zooveel mogelijk bij me hebben. De +hospitalen zijn niet altijd goed voorzien. Bets, ga jij een paar +flesschen ouden wijn vragen aan Mijnheer Laurence; ik ben niet te +trotsch om iets voor Vader te vragen; hij moet van alles het beste +hebben. Amy, zeg aan Hanna, dat ze den zwarten koffer van boven haalt +en Meta, help jij me mijn goed krijgen, want ik ben half versuft." + +En geen wonder dat de arme mevrouw versufte door 't schrijven, denken +en aanwijzingen geven. Meta smeekte haar een oogenblik stil in haar +kamer te gaan zitten, en hen te laten werken. Allen vlogen uit elkander +als bladeren voor den wind, en de rust van 't gezin was plotseling +verstoord, alsof het telegram een boosaardige tooverroede geweest was. + +De oude heer Laurence kwam onmiddellijk met Bets terug en bracht +alle verkwikkingen voor den zieke mede, die hij kon verzinnen, en +beloofde gedurende de afwezigheid der moeder voor de meisjes te zullen +zorgen, hetgeen mevrouw March zeer gerust stelde. Er was niets wat hij +niet aanbood, van zijn eigen kamerjapon tot zijn geleide toe. Maar +dit laatste was onmogelijk. Mevrouw March wilde er niet van hooren, +dat de oude heer die lange reis zou ondernemen, hoewel ze eerst zeer +verlicht scheen, toen hij er van sprak, want wanneer men angstig is, is +men niet heel geschikt voor verre reizen. Hij zag den blik, fronste de +wenkbrauwen, wreef zijn handen en stond plotseling op, zeggende dat hij +dadelijk zou terugkomen. Niemand had meer tijd om aan hem te denken, +totdat Meta, die met een paar overschoenen in de eene, en een kopje +thee in de andere hand de gang doorliep, plotseling op Brooke stuitte. + +"Wat droevig nieuws, juffrouw March," zei hij op een hartelijken, +kalmen toon, die haar in haar onrust weldadig toeklonk. "Ik kom om uw +moeder mijn geleide aan te bieden. Mijnheer Laurence heeft iets voor +me te doen in Washington, en het zal me een groote voldoening zijn, +wanneer ik mevrouw March van dienst kan wezen." + +De overschoenen vielen op den grond, en bijna volgde de thee hun +voorbeeld, terwijl Meta hem de hand reikte, met een gezicht zoo blij +en dankbaar, dat Brooke zich ruimschoots beloond zou achten voor een +nog veel grooter opoffering, dan die van wat tijd en gemak. + +"Wat is iedereen vriendelijk, Moeder zal het zeker aannemen; en het +is zoo'n rust voor ons te weten, dat er iemand bij haar is die voor +haar zorgen kan. Ik dank u heel, héél hartelijk." + +Meta sprak ernstig en vergat zichzelf geheel, totdat een zeker iets +in de bruine oogen haar deed bedenken, dat de thee koud kon worden, +waarop ze Brooke binnen liet en zei, dat ze haar moeder roepen zou. + +Alles was geregeld, toen Laurie terugkwam met een briefje van tante +March, met de gevraagde som en een paar regels om te melden, dat +zij altijd wel gezegd had, hoe bespottelijk het was voor March, +zich bij het leger te voegen. Zij had altijd voorspeld, dat ze er +spijt van zouden hebben, en ze hoopte, dat men een anderen keer naar +haar raad luisteren zou. Mevrouw March wierp het briefje in het vuur, +stak het geld in haar zak, en ging met vast opeengedrukte lippen voort +met haar toebereidselen, op een manier, die Jo zou begrepen hebben, +wanneer ze er bij was geweest. + +De korte namiddag liep ten einde; al de boodschappen waren gedaan; Meta +en haar moeder waren druk bezig met naaiwerk, dat nog noodig af moest, +terwijl Bets en Amy voor de thee zorgden, en Hanna met vliegende vaart +stond te strijken, maar nog kwam Jo niet thuis. Men begon ongerust +te worden en Laurie ging uit om haar te zoeken, want niemand kon +weten welken nieuwen inval Jo nu weer in het hoofd mocht gekregen +hebben. Hij liep haar evenwel mis, en ze kwam weldra binnenstappen +met een vreemde uitdrukking op haar gezicht, eene mengeling van spot +en vrees, voldoening en spijt, die de familie evenzeer verbaasde als +het rolletje banknoten, dat zij voor haar moeder neerlegde, terwijl +ze op ontroerden toon zei: "Dit is mijn bijdrage om Vader al het +noodige te geven en hem naar huis te brengen." + +"Maar kind, waar heb je dat gekregen? vijf-en-twintig dollars! Jo, +ik hoop, dat je niets overijlds gedaan hebt!" + +"Neen, het is eerlijk van mij; ik heb het niet gebedeld, geleend of +gestolen. Ik heb het verdiend en ik geloof niet, dat u mij beknorren +zult, want ik heb verkocht wat mijn eigendom was." + +Terwijl ze sprak, zette Jo haar hoed af, wat een algemeenen kreet +uitlokte, want haar mooi, dik haar was afgeknipt. + +"Je haar! je prachtige haar!" "O, Jo, hoe kon je dat doen! Je eenige +schoonheid!" "Mijn lieve kind, dat was niet noodig geweest." "Ze +lijkt niets meer op mijn ouwe Jo, maar ik heb er haar des te liever om. + +Terwijl allen door elkander riepen en Bets den jongensbol teeder kuste, +zette Jo een onverschillig gezicht, dat evenwel niemand misleidde, +en zei, terwijl ze de korte lokken opstreek en haar best deed om te +kijken, alsof ze 't plezierig vond: "Het heil der natie is er niet mee +gemoeid; jammer dus maar niet, Meta. Het is goed voor mijn ijdelheid; +ik werd te trotsch op mijn pruik en 't zal mijn hersens opfrisschen, +dat er niet meer zoo'n vracht op drukt. Mijn hoofd voelt heerlijk +licht en koel, en de kapper zei dat ik gauw een krullebol zou krijgen; +dat zal dus heel netjes staan, en gemakkelijk zijn om in orde te +houden. Ik ben er tevreden mee; neemt u dus als 't u belieft het geld +en laat ons gaan eten." + +"Vertel me er alles van, Jo; _ik_ ben er niet zoo tevreden mee, hoewel +ik niet op je kan knorren, want ik weet hoe gewillig je je ijdelheid, +zooals je het noemt, hebt opgeofferd aan je liefde. Maar, lieveling, +het was niet noodig, en ik vrees, dat het je gauw berouwen zal," +zei mevrouw March. + +"Neen, dat zal het niet," zei Jo beslist, zich verlicht voelende, +dat ze om haar buitensporigheid niet heelemaal werd veroordeeld. + +"Hoe kwam je er toe?" vroeg Amy, die even lief haar hoofd als haar +mooie krullen zou willen missen. + +"Wel, ik brandde van verlangen, om iets voor Vader te doen," zei Jo, +terwijl zij om de tafel gingen zitten, want gezonde, jonge menschen +kunnen zelfs in de grootste droefheid eten. "Ik haat leenen, net als +Moeder, en ik wist, dat Tante March zou zeuren; dat doet zij altijd, +al vraag je haar maar om een cent. Meta had haar salaris van dit +kwartaal heelemaal voor de huur gegeven, en ik had voor het mijne +alleen kleeren voor mezelf gekocht. Ik voelde me dus heel egoïstisch +en moest geld zien te krijgen, al zou ik er ook mijn neus voor hebben +moeten verkoopen." + +"Je hoefde je niet egoïstisch te voelen, mijn kind, want je hadt geen +behoorlijke winterkleeren, en je hebt ze zoo eenvoudig mogelijk voor +eigen, zuur verdiend geld gekocht," zei mevrouw March met een blik, +die Jo's hart goeddeed. + +"Ik had er in 't eerst volstrekt geen idee op om mijn haar te gaan +verkoopen, maar ik liep al maar te denken, wat ik toch zou kunnen +doen, en ik kreeg bijna lust om mij zelf maar eens goed uit een van +die groote magazijnen te bedienen. Voor het raam van een kapper zag +ik haarvlechten hangen met den prijs er aan, en een zwarte staart, +die wel wat langer, maar niet zoo dik was als de mijne, kostte veertig +dollar. Op eens viel het me in, dat ik toch _iets_ bezat, wat geld +waard was, en zonder er verder over na te denken, stapte ik naar binnen +en vroeg of ze haar kochten, en wat dan het mijne waard zou zijn." + +"Ik weet niet, hoe je het durfde," zei Bets op een toon vol ontzag. + +"O, het was een heel klein mannetje, dat er uitzag of hij van zijn +leven niets anders deed dan zijn haar parfumeeren. Hij keek eerst +heel verbaasd, en was zeker niet gewoon, dat meisjes zijn winkel +binnenstormden om te vragen, of hij hun haar wou koopen. Hij zei, dat +hij volstrekt niet op het mijne gesteld was; het was de modekleur niet, +en hij betaalde nooit veel voor levend haar; het werd pas geld waard +door de bewerking. 't Werd laat, en ik was bang, dat, als ik het niet +dadelijk deed, er niets meer van komen zou, en jullie weet, wanneer ik +eens iets begin, heb ik er een hekel aan het op te geven. Ik verzocht +hem dus dringend het te koopen, en vertelde hem, waarom ik zoo'n haast +had. 't Was gek misschien, maar het scheen hem te treffen, want ik werd +nogal opgewonden en vertelde de zaak op mijn holderdebolder-manier, +en zijn vrouw hoorde het en zei heel vriendelijk: + +"Neem het maar, Thomas, om de jonge dame genoegen te doen; ik zou +morgen aan den dag hetzelfde doen voor Jimmy, zoolang ik nog een +spiertje haar over had." + +"Wie was Jimmy?" vroeg Amy, die graag dadelijk van alles uitleg had. + +"Haar zoon, zei ze, die ook in het leger is. Wat voel je je door +zooiets eigen met vreemden, hè? Ze praatte al maar door, terwijl haar +man knipte, en leidde daardoor mijn gedachten kostelijk af." + +"Vondt je 't niet vreeselijk, toen de schaar er voor 't eerst ingezet +werd?" vroeg Meta met een huivering. + +"Ik sloeg nog een laatsten blik op mijn staart, terwijl de man zijn +benoodigdheden kreeg, en dat was alles. Over zulke kleinigheden +hoef ik nooit te schreien, maar ik moet toch zeggen, dat het me een +wonderlijke gewaarwording gaf, toen ik mijn dierbare, oude pruik daar +op de tafel zag liggen, en niets dan de korte vlokjes op mijn hoofd +voelde. 't Was net of me een arm of een been was afgezet. De vrouw +zag, dat ik er naar keek, en gaf me een lange lok om te bewaren. Die +zal ik aan u geven, Moes, om u aan mijn vorige pracht te herinneren, +want een kroeskop is zoo makkelijk, dat ik niet denk, ooit weer lange +manen te laten groeien." + +Mevrouw March wond de golvende, kastanjebruine lok in elkander, en +sloot die met een andere, een korte grijze, weg in haar lessenaar. Ze +zei niets meer dan: "Dankje, lieveling!" maar een zeker iets in haar +blik deed de meisjes van onderwerp veranderen, en zoo opgeruimd +mogelijk doorpraten over de vriendelijkheid van mijnheer Brooke, +de waarschijnlijkheid, dat het den volgenden dag mooi weer zou zijn, +en den heerlijken tijd dien ze zouden hebben, als Vader thuiskwam om +opgepast te worden. + +Niemand verlangde naar bed, toen mevrouw March om tien uur het laatste +stuk verstelwerk neerlegde en zei: "Komt, meisjes." Bets ging naar de +piano en speelde Vader's lievelingsgezang; allen begonnen vol moed, +maar raakten een voor een van streek, zoodat ten laatste Bets alleen +van ganscher harte bleef zingen, want voor haar was muziek altijd de +beste troosteres. + +"Gaat nu naar bed en praat niet meer, want we moeten vroeg op en hebben +wel al den slaap noodig, dien we krijgen kunnen. Goeden nacht, mijn +lieve kinderen," zei mevrouw March, toen het gezang ten einde was, +want niemand verlangde een tweede in te zetten. + +De meisjes kusten haar zwijgend en gingen zoo stil naar bed, alsof +de dierbare zieke in de andere kamer lag. Bets en Amy vielen gauw in +slaap, ondanks de groote droefheid, maar Meta lag wakker, vervuld +van de ernstigste gedachten, die ze nog ooit in haar jong leven +had overdacht. Jo verroerde zich niet, en Meta meende dat ze sliep, +toen een gesmoorde snik en het voelen van een betraande wang haar +deden uitroepen: + +"Jolief, wat is er? Schrei je om je vader?" + +"Neen, nu niet." + +"Waarom dan?" + +"Mijn--mijn haar," barstte de arme Jo uit, terwijl ze vergeefsche +pogingen deed om haar aandoening in haar kussen te smoren. + +Het klonk Meta volstrekt niet belachelijk toe, en ze kuste en +liefkoosde de bedroefde heldin zoo teeder mogelijk. + +"Het spijt me niet," riep Jo al snikkende. "Ik zou het morgen weer +doen als ik kon. Het is alleen maar het zelfzuchtige, ijdele gedeelte +van me, dat nu zoo moet schreien. Vertel het aan niemand, want het is +nu al weer over. Ik dacht dat je sliep, en dat ik dus wel eens even +in het geheim kermen mocht over mijn eenige schoonheid. Hoe kom jij +zoo wakker te liggen?" + +"Ik kan niet slapen, ik ben zoo ongerust," zei Meta. + +"Denk dan aan iets plezierigs, dan zul je wel gauw onder zeil gaan." + +"Dat heb ik al geprobeerd, maar ik blijf klaar wakker." + +"Waar heb je dan aan gedacht?" + +"Aan knappe gezichten, oogen vooral," zei Meta, stilletjes glimlachend +in het donker. + +"Van welke kleur van oogen houdt je het meest?" + +"Van bruine--dat is te zeggen--blauwe zijn soms ook heel +aantrekkelijk." + +Jo lachte, waarop Meta haar op scherpen toon verbood langer te praten, +haar toen weer heel hartelijk beloofde, dat ze haar haar zou friseeren +en eindelijk in slaap viel om van haar luchtkasteel te droomen. + +De klok sloeg middernacht, en het was doodstil in de kamers, toen een +gedaante van bed tot bed gleed, hier een deken recht leggende, daar +een kussen verschikkende, en terwijl ze lang en teeder de slapende +gezichtjes beschouwde, op ieder een lichten kus drukte, het hart vol +van die onuitgesproken, maar innige gebeden, die slechts een moeder +kan opzenden. Toen ze het gordijn ophaalde en in den somberen nacht +naar buiten staarde, brak de maan plotseling door en keek haar aan, +als een trouw, vriendelijk gelaat, dat haar zachtkens toefluisterde: +"Houd moed; er is altijd licht achter de wolken." + + + + +HOOFDSTUK XVI. + +BRIEVEN. + + +In de koude morgenschemering staken de meisjes het licht aan en +lazen hun hoofdstuk met een tot nog toe ongekenden ernst, want nu +de schaduw van wezenlijke droefheid op hen gevallen was, beseften +ze eerst recht, hoe rijk aan zonneschijn hun leven geweest was. De +kleine boekjes stonden vol woorden van hulp en troost, en terwijl ze +zich aankleedden, kwamen ze overeen, blijmoedig en hoopvol afscheid +te nemen, en hun moeder de reis te laten aanvaarden, zonder haar door +tranen of klachten te bedroeven. Alles leek zoo vreemd, toen ze naar +beneden gingen; buiten alles zoo donker en stil, binnen overal licht +en beweging. Op dit vroege uur zag het ontbijt er zoo wonderlijk uit, +en zelfs Hanna's gezicht scheen onnatuurlijk, zooals ze door de keuken +vloog met haar nachtmuts op. + +De groote koffer stond klaar in de gang, Moeders hoed en shawl lagen +op de canapé, en Moeder zelf zat daar en deed haar best om iets te +eten, maar zag zoo bleek en afgemat door slapeloosheid en angst, +dat het de meisjes veel moeite kostte zich dapper te houden. Meta's +oogen stonden gedurig, voordat ze het wist, vol tranen; Jo moest +meer dan eens haar gezicht in den keukenhanddoek verbergen, en in de +oogen van "de kleintjes" lag een ernstige, verwonderde uitdrukking, +alsof droefheid nog nieuw voor hen was. Niemand sprak veel, maar toen +de tijd van scheiden naderde en ze op het rijtuig zaten te wachten, +zei mevrouw March tot de meisjes, die allen om haar heen bezig waren, +de een met het opvouwen van haar shawl, de andere met het strikken van +haar keellinten, de derde met het aantrekken van haar overschoenen, +en de vierde met het sluiten van haar reistasch: + +"Kinderen, ik laat jullie achter aan Hanna's zorg en in de hoede van +mijnheer Laurence; Hanna, onze oude getrouwe, zal jullie tot grooten +steun zijn en onze goede buurman zal over jullie waken, alsof je +zijn eigen dochters waart. Ik ga dus zonder zorg, wat dat betreft, +maar ik wou zoo graag, dat jullie deze droefheid op de rechte manier +beschouwden. Gaat, als ik weg ben, niet zitten treuren of klagen, en +denkt niet, dat je getroost zult worden als je niets uitvoert. Zet +als naar gewoonte je bezigheden voort, want arbeid is een groote +troost. Blijft hopen en werken: en wat er ook gebeure, bedenkt dat +je nooit geheel vaderloos kunt zijn." + +"Ja, Moeder." + +"Meta, lieve, wees voorzichtig, pas op de zusjes, raadpleeg Hanna, +en wanneer je geen raad weet met het een of ander, ga dan naar +mijnheer Laurence. Jo, wees geduldig, wordt niet moedeloos, en doe +geen overijlde dingen; schrijf me dikwijls en wees mijn flinke dochter, +altijd gereed ons allen te helpen en op te beuren. Bets, zoek je troost +in de muziek, lieve kind, en wees getrouw in je huiselijke plichten, +en jij, Amy, wees zooveel mogelijk behulpzaam en gehoorzaam en blijf +tevreden en rustig thuis." + +"We beloven 't u, Moeder," verzekerde het bedroefde viertal. + +Het geratel van een naderend rijtuig deed allen opschrikken en +luisteren. Nu kwam het moeilijkste oogenblik, maar de meisjes stonden +het moedig door; niemand schreide, niemand liep weg, niemand klaagde, +hoewel 't hun angstig te moede werd, bij het zenden van hartelijke +groeten aan Vader, terwijl ze bedachten, dat het mogelijk reeds te +laat was, om ze hem te kunnen overbrengen. Kalm kusten zij hun moeder +vaarwel, innig omhelsden ze haar en toen ze wegreed trachtten ze haar +vroolijk na te wuiven. + +Laurie en zijn grootvader kwamen om haar te zien vertrekken, en de +jonge Brooke zag er zoo ferm en verstandig en vriendelijk uit, dat +de meisjes hem onmiddellijk "mijnheer Edelhart" [9] doopten. + +"Vaarwel, lievelingen! God zegene en behoede ons allen!" fluisterde +mevrouw March, terwijl ze het eene dierbare gezichtje na het andere +kuste, en zoo spoedig mogelijk in het rijtuig stapte. + +Terwijl ze wegreed, kwam de zon van achter de wolken te voorschijn, +en toen zij nog eens omkeek, zag ze haar heldere stralen, als een goed +voorteeken, rusten op het groepje bij het hek. De meisjes merkten het +ook op en glimlachten en wuifden, en het laatste wat mevrouw March bij +het omslaan van den hoek zag, waren de vier blijmoedige gezichtjes, +en daarachter, als een soort van lijfwacht, de oude heer Laurence, +de trouwe Hanna en de hartelijke Laurie. + +"Wat is iedereen vriendelijk voor ons," zei ze, zich tot den jongen +man wendend, op wiens gezicht ze een nieuw bewijs van haar woorden +vond, door het innig medegevoel dat er uit sprak. + +"Ik zou niet weten hoe iemand dat kon laten," antwoordde Brooke en +lachte zoo aanstekelijk, dat mevrouw March een glimlach niet bedwingen +kon; en zoo begon de reis onder de goede voorteekenen van zonneschijn +en opwekkende woorden. + +"Ik heb een gevoel of er een aardbeving geweest is," zei Jo, toen +de buren naar huis waren gegaan om te ontbijten, en de meisjes wat +gingen rusten en zich verfrisschen. + +"Het is net of het huis uitgestorven is," voegde Meta er somber bij. + +Bets opende den mond om ook iets te zeggen, maar kon slechts wijzen +naar den stapel net gemaasde kousen, die op Moeders tafel lag, als een +bewijs hoe ze nog in de laatste oogenblikken aan hen had gedacht en +voor hen gewerkt had. Het was maar een kleinigheid, maar het trof de +meisjes in het diepst van haar ziel, en in spijt van al hun moedige +voornemens, barstten ze allen in snikken uit. + +Hanna was zoo verstandig ze maar eerst te laten uitschreien; en toen de +bui scheen op te klaren, kwam ze te hulp, gewapend met een koffiekan. + +"Nu, lieve kinders, bedenkt nu eens wat uw ma gezeid heeft van niet +te treuren; kom, laten we allemaal een kopje troost drinken en dan aan +'t werk gaan, en een eer zijn voor de familie." + +Koffie was een tractatie, en Hanna toonde veel tact, door ze dien +morgen te zetten. Niemand kon haar aanmoedigende knikje of den +welriekenden geur uit de tuit van de koffiekan weerstand bieden. Ze +schoven aan tafel, verwisselden hun zakdoeken voor servetten, en +waren binnen tien minuten allen weer op streek. + +"Hopen en werken," dat is een mooi motto voor ons; laten w' eens zien, +wie dat het best onthoudt. Ik zal als naar gewoonte naar Tante March +gaan; maar o, wat zál ze zeuren!" zei Jo, die met vernieuwden moed +van haar kopje zat te genieten. + +"Ik zal naar mijn geliefde Kings trekken, hoewel ik veel liever thuis +zou blijven, om hier allerlei kleinigheden te doen," zuchtte Meta, +wenschende dat ze haar oogen niet zoo rood geschreid had. + +"Dat is niet noodig; Bets en ik kunnen heel goed huishouden," zei Amy, +met een gewichtig air. + +"Hanna zal ons wel zeggen wat we doen moeten; en we zullen zorgen, +dat alles netjes in orde is, tegen dat jullie thuis komt," voegde +Bets er bij, terwijl ze zonder uitstel theedoek en afwaschbakje kreeg. + +"Ik vind verdriet eigenlijk wel interessant," zei Amy, die met een +peinzend gezicht een hapje suiker nam. + +De meisjes _moesten_ lachen, of ze wilden of niet, en dat deed hun +goed, hoewel Meta het hoofd schudde tegen de jonge dame, die troost +kon vinden in den suikerpot. + +Een blik op de puddingtrommeltjes maakte Jo weer ernstig, en toen het +tweetal aan den dagelijkschen arbeid trok, keken zij treurig om naar +het raam, waarvoor ze altijd gewoon waren Moeder te zien. Helaas, ze +was verdwenen; maar Bets had gedacht aan de oude, gezellige gewoonte, +en stond te knikken, te knikken--als een rooskleurig Mandarijntje. + +"Net iets voor mijn Bets!" zei Jo, met een dankbaar gezicht haar +hoed zwaaiende. "Adieu, Meet; ik hoop, dat de Kings vandaag niet +zullen drenzen. Tob niet over Vader, beste," voegde ze er bij, +terwijl ze scheidden. + +"En ik hoop, dat Tante Mach niet zal preeken. Je haar staat je erg +jongensachtig, maar wel netjes," zei Meta, die haar best moest doen +niet te lachen om het krullebolletje, dat zoo grappig klein scheen +op haar lange zuster. + +"Dat is mijn eenige troost," zei Jo, aanslaande à la Laurie, met een +gevoel, als een geschoren schaap op een winterdag. + +De eerstvolgende tijding van den zieke luidde gelukkig geruststellend; +want hoewel hij gevaarlijk ziek was, had de tegenwoordigheid van de +beste en teederste verzorgster hem reeds veel goed gedaan. Mijnheer +Brooke zond elken dag een bulletin, dat met den dag hoopvoller werd, +en als hoofd des huisgezins stond Meta er op, de berichten te mogen +voorlezen. In het eerst verlangden allen om het hardst te schrijven, +en volgepropte enveloppes werden zorgvuldig in de bus gestoken door een +van de zusjes, die zich zeer gewichtig voelden door die Washingtonsche +correspondentie. De pakketten bevatten soms karakteristieke brieven +van de heele familie; zoo schreef Meta: + + + + Liefste Moeder. + + Ik kan u onmogelijk zeggen, hoe blij we met uw laatsten brief + waren, want het was zulk goed nieuws, dat we er om moesten lachen + en schreien tegelijk. Wat is mijnheer Brooke vriendelijk, en + wat een geluk, dat de zaken van mijnheer Laurence hem zoolang in + Washington houden, daar hij u en Vader van zooveel dienst is. "De + kleintjes" zijn erg lief. Jo helpt mij met naaien en staat er + op, alle moeilijke dingen te doen. Ik zou bang zijn, dat ze zich + overwerkte, als ik niet wist, dat haar "ijverige bui" wel niet + lang zal duren. Bets is met al haar bezigheden zoo geregeld als + de klok, en vergeet nooit wat u haar gezegd hebt. Ze treurt erg om + Vader, en kijkt altijd ernstig, behalve wanneer ze voor haar piano + zit. Amy is heel gehoorzaam, en ik zorg goed voor haar. Ze maakt + zelf haar haar op, en ik leer haar knoopsgaten maken en kousen + mazen. Zij doet aandoenlijk haar best, en ik denk, dat u blij + zult zijn over haar vorderingen, wanneer u terugkomt. Mijnheer + Laurence houdt de wacht over ons als een oude klokhen, zegt Jo, + en Laurie is heel vriendelijk en behulpzaam. Hij en Jo houden ons + vroolijk, want nu en dan zijn we erg triest en voelen we ons net + weezen, nu u en Vader zoo ver weg zijt. Hanna is een ware heilige; + ze bromt nooit en noemt mij "juffrouw Margaretha," heel gepast, + vindt u niet? en ze behandelt me met grappigen eerbied. We zijn + allen best in orde en druk aan 't werk, maar we verlangen dag en + nacht naar uw terugkomst. Kus Vader zoo hartelijk mogelijk van + + Uw eigen Meta. + + + +Deze brief, netjes op geparfumeerd papier geschreven, vormde een +groot contrast met den volgenden, die op een groot vel mailpapier was +gekrabbeld, en versierd met vlekken en allerlei soort van krullen en +langstaartige letters. + + + + Mijn engelachtig Moedertje, + + Driemaal hoera voor dien goeden, ouden Vader. Brooke is een juweel, + ons zoo dadelijk te telegrafeeren en ons de eerste minuut de beste + dat hij beter werd, dit te laten weten. Ik vloog naar den zolder + toen de brief kwam en trachtte God te danken, dat Hij zoo goed voor + ons was; maar ik kon alleen maar schreien en zeggen: "Wat ben ik + blij! Wat ben ik blij!" 't Was evengoed als een gebed, is 't niet, + want er waren er wel honderd in mijn hart. Wij hebben zoo'n grappig + leventje: iedereen is even wanhopig goed; 't is of we in een nest + van tortelduiven leven. U zoudt lachen als u Meta aan 't hoofd van + de tafel zag zitten en haar best doen om moederlijk te zijn. Ze + wordt met den dag mooier, en soms ben ik een beetje verliefd op + haar. De "kleintjes" zijn ware aartsengelen, en ik--ik ben Jo, + en zal wel nooit iets anders zijn. O, ik moet u nog vertellen, + dat ik bijna ruzie met Laurie gehad heb. Ik zei hem mijn opinie + over een kleinigheid, en hij was beleedigd. _Ik_ had gelijk, + maar ik pakte het niet goed aan en hij ging naar huis en zei, + dat hij niet terugkwam, voor ik hem vergeving gevraagd had. Nu, + daar bedankte ik voor en ik was woedend. Het duurde den heelen dag; + ik voelde mij doodongelukkig en verlangde erg naar u. Laurie en + ik zijn beiden zoo trotsch, en vergeving vragen is zoo moeielijk; + maar ik dacht dat hij wel komen zou, want ik _had_ gelijk. Maar + hij kwam niet, en juist 's avonds herinnerde ik mij wat u gezegd + had, toen Amy in 't water viel. Ik las in mijn boekje, bedaarde, + besloot "de zon niet over mijn toorn te doen ondergaan," en ging + naar Laurie om hem te zeggen, dat het mij speet. Bij het hek kwam + ik hem tegen; hij kwam met hetzelfde doel. U begrijpt hoe wij + lachten, we vroegen elkaar excuus en nu is het zaakje weer gezond. + + Gisteren maakte ik een "vèrs," terwijl ik met Hanna de wasch deed; + en daar Vader nogal van mijn krabbelarijen houdt, sluit ik het in + om hem te amuseeren. Geef hem de hartelijkst mogelijke omhelzing, + en kus uzelf twaalf maal voor uw + + Robbedoes Jo. + + + + ZEEPSOP-LIED. + + + O, zeepzop! te midden van 't spattende schuim, + Steeg' vroolijk mijn lied naar omhoog. + Ik waschte met ijver, ik klopte en ik wrong, + Schoon 't nat ook om d' ooren mij vloog, + Nu hang ik de kleeren gauw op in den wind, + Die maakt, met de zon, ze weer droog. + + Och, zeepsop! konden w'ons hart, zoo bevlekt, + Ook duchtig eens doen in de wasch, + Dat water en licht met hun toovrende macht + Zoo zuiver ons maakten als glas, + Dan had hier op aarde voorzeker steeds plaats + Het heerlijkste schoonmaakgeplas. + + Langs 't pad van een flink en een nuttig bestaan + Bloeit vrede toch immers altijd, + Een ijverig mensch heeft wel anders te doen + Dan denken aan smart of aan spijt. + En zorgen worden gemakkelijk verjaagd + Door hem, die schrobt op zijn tijd. + + 'k Ben blij, dat iederen volgenden dag + Een taak voor mij weg is gelegd; + Ze maakt me gezond en moedig en sterk; + Zoodat mijn geweten mij zegt: + "O hoofd, mijner vrij, o hart gevoel voort, + Maar, hand, breng gij alles terecht!" + + + + + Lieve Moeder, + + Er is voor mij alleen nog maar een plaats om u even goeien dag + te zeggen en u een paar gedroogde viooltjes te sturen, van het + plantje, dat ik zoo zorgvuldig in huis heb gehouden, om ze aan + Vader te laten zien. Ik lees elken morgen, doe den heelen dag + mijn best om goed te zijn, en zing mezelf in slaap met Vaders + lied. Ik kan nu niet zingen: "Heerlijk land," want dan moet ik + schreien. Iedereen is heel vriendelijk, en we zijn zoo gelukkig als + we zonder u kunnen zijn. Amy moet de rest van het blaadje hebben, + dus eindig ik. Ik heb niet vergeten de ornamenten toe te dekken + en elken dag wind ik de klok op en lucht ik uw kamers. + + Kus Vader op de wang, die hij de mijne noemt. O, kom toch gauw + terug bij + + Uw liefhebbende kleine Bets. + + + + + "Lieve Mama, + + "Wij zijn allemaal gezond, ik leer altijd mijn les en streef + nooit de meisjes tegen, Meta zegt, dat ik bedoel, spreek tegen, + daarom zet ik nu maar de beide woorden, dan kunt u het geschiktste + kiezen. Meta is heel lief voor me, ze geeft mij altijd jelei bij + de thee, het is zoo goed voor me, zegt Jo, omdat het mij zoo zoet + maakt. Laurie is niet zoo beleefd voor me als hij moest, nu ik + bijna dertien ben, hij noemt mij kuiken en kwetst mijn gevoel, + door heel gauw Fransch tegen me te gaan praten wanneer ik net + als Hattie King merci of bonjour zeg. De mouwen van mijn blauwe + jurk waren heelemaal versleten, en Meta heeft er nieuwe ingezet, + maar de ruimte zit niet op de goeie plaats en zij zijn blauwer + dan de jurk. Het speet me erg, maar ik heb niet gepruttelt; ik + doe mijn best mijn moeilijkheden goed te dragen, maar ik wou + wel graag dat Hanna meer stijfsel in mijn boezelaars deed en + elke dag kadetjes van de bakker nam. Mag dat niet? Heb ik dat + vraagteeken niet netjes gezet? Meta zegt dat mijn spelling en + mijn punktuaatsie schandelijk zijn en dat spijt me erg, maar, ik + heb ook zoo vreeselijk veel te doen dat ik daar niet op letten kan. + + Adieu, ik zend een heeleboel kussen aan Papa. + + Uw liefhebbende dochter, + Amy Curtis March. + + + + + "Lieve mevrouw March!" + + Ik neem de pen op om u te zeggen alsdat wij allen gezont + zijn. De Meisjes passe goed op en vliege heel ijverig door het + huis. Juffrouw Meta zal een beste huishoudster wordt, ze hout + van dat soort werk en heef van de dinge erg gou de slag weg. Jo + doet van allemaal nog het meest haar best, maar ze denkt nooit + van te vore en je ken nooit wete, waarmee ze voor den dag zal + komme. Maandag heb ze een tobbe met goed gewasse, maar ze stijfde + het Goed voordat het gevronge was, en haalde een rozee katoene + Kleedje zoo blauw door dat ik dach alsdat ik een stuip kreeg van + 't lache. Bets is een lief schepseltje en een groot gemak voor + me omdat ze zoo handig en vertrouwt is. Zij perbeert alles te + leere en komt beter voor den Dag dan men van der jare verwachte + zouw; alsook in het opschrijve van alles dat ze met mijn hulp + verwonderlijk goed doet. We zijn tot noch toe heel zuinig gewees, + ik geef de meisjes geen koffie als eens in de week, zooals u graag + heef en kook eenvoudig gezond eeten. Amy pruttelt noch al niet ook + niet om lekkers en om der beste Kleeren an te hebbe. Jongeneer + Laurie is zoo vol grappen als altoos en zet gedurig het huis op + stelte, maar hij geeft de meisjes een verzetje en daarom laat ik + hun der gang maar gaan. De ouwe heer stuurt van alles en is wel + wat bemoeierig maar hij meent het goed en het past mij niet er ies + van te zegge. Men brood moet in den oven dus moet ik afbreke. Mijn + onderdanige groetenis aan Meheer en alsdat ik hoop dat hij geen + las meer van zen Longe zal hebbe. Zoo noem ik mij + + U onderdanige Hanna Mullet. + + + + + Aan de Hoofdverpleegster van Zaal II. + + Alles wel op de Rappahannock: de troepen in den besten welstand, + buitenlandsche posterij geregeld, de Hoofdwacht, onder aanvoering + van Kolonel Teddy, altijd onder de wapenen; de Opperbevelhebber, + Generaal Laurence, houdt dagelijks inspectie, de kwartiermeester + Mullet zorgt voor de victualiën en Majoor Lion houdt des + nachts de wacht. Een salvo van vierentwintig kanonnen begroette + het goede nieuws uit Washington en in het hoofdkwartier werd + groot-tenue-parade gehouden. De Opperbevelhebber wenscht u alles + goeds, evenals + + Kolonel Teddy. + + + + + Hooggeachte Mevrouw, + + De meisjes zijn allen wel; dagelijks krijg ik berichten van hen + door Bets en mijn jongen; Hanna is eene voorbeeldige dienstbode + en bewaakt de lieve Meta als een Cerberus. Het verheugt mij, dat + het gunstige weer aanhoudt; laat Brooke u zooveel mogelijk van + dienst zijn en trek gerust een wissel op mij, wanneer de kosten + uwe berekening mochten overtreffen. Laat het uw echtgenoot aan + niets ontbreken; Goddank, dat hij beter wordt. + + Uw oprechte vriend en dienaar, + James Laurence. + + + + + +HOOFDSTUK XVII. + +KLEINE GETROUWEN. + + +Een heele week lang was iedereen zoo deugdzaam in het oude huis, +dat men de geheele buurt tot voorbeeld zou hebben kunnen strekken. 't +Was werkelijk bijzonder, want iedereen verkeerde in een bovenaardsch +goede stemming, en zelfverloochening was aan de orde van den dag. + +Toen de meisjes evenwel ontheven waren van de eerste ongerustheid, +verslapten ze merkbaar in hun lofwaardige pogingen en begonnen ze +weer in hun oude gewoonten te vervallen. Ze vergaten hun motto wel +niet, maar 't hopen en werken scheen gemakkelijker opgenomen te +kunnen worden; en na de geweldige inspanning vonden ze dat "IJver" +wel een vacantiedag verdiend had en gaven ze er hem meer dan een. + +Jo vatte zware kou, doordat ze vergat haar geschoren hoofd te bedekken, +en kreeg bevel thuis te blijven, tot zij beter was, want tante March +hield er niet van voorgelezen te worden door menschen met verkoudheden +in 't hoofd. Dit was zeer naar Jo's zin, en na een nauwkeurige +doorsnuffeling van zolder en kelder, bepaalde ze zich tot de canapé, +waar zij haar kwaal met boeken en arsenicum trachtte te genezen. Amy +kwam tot de ontdekking, dat huiselijke arbeid en kunst niet te +vereenigen waren, en keerde tot haar modderpasteitjes terug. Meta +ging dagelijks naar haar Kings, en naaide thuis, of meende althans, +dat ze dit deed; maar veel tijd werd doorgebracht met lange brieven +aan haar moeder te schrijven en de bulletins uit Washington te lezen +en te herlezen. Bets bleef standvastig en verviel slechts zelden, +en dan maar voor korten tijd, tot niets doen en treuren. Elken dag +werden de kleine plichten trouw volbracht, behalve nog allerlei dingen, +die de zusters hadden moeten doen, maar ze waren vergeetachtig, en het +huis leek veel op een klok, waaruit de slinger is weggenomen. Wanneer +haar hartje bezwaard was door verlangen naar Moeder, of bezorgdheid +omtrent Vader, ging Bets naar een zekere kast, verborg haar gezicht +in zekere dierbare, oude japon, uitte daar in stilte haar klacht en +bad haar gebedje. Niemand wist waardoor zij na een treurige bui weer +opgevroolijkt werd, maar ieder gevoelde hoe lief en hulpvaardig Bets +was, en onwillekeurig gingen allen tot haar om troost of raad in hun +kleine aangelegenheden. + +Geen der zusjes dacht er aan, dat deze periode een toetssteen voor +hun karakter zou zijn, en toen de eerste spanning voorbij was, meenden +ze allemaal, dat ze zich flink gehouden en lof verdiend hadden. Dien +verdienden ze ook zoo; maar hun fout was, dat ze niet voortgingen +met hun best te doen, 't geen ze tot hun schade en berouw ondervonden. + +"Meta, ik wou, dat je eens naar de Hummels ging; Moeder heeft gezegd, +dat wij ze niet moesten vergeten," zei Bets, tien dagen na het vertrek +van mevrouw March. + +"Ik ben te moe om vandaag te gaan," zei Meta, die gemakkelijk in een +schommelstoel zat te naaien. + +"Kun jij het dan niet doen, Jo?" vroeg Bets. + +"Het is te winderig voor mij, met mijn verkoudheid." + +"Ik dacht, dat die zoo goed als beter was?" + +"In zoover wel dat ik met Laurie kan uitgaan, maar niet genoeg om +naar de Hummels te gaan," zei Jo lachend, maar toch wat beschaamd +over haar inconsequentie. + +"Waarom ga je zelf niet?" vroeg Meta. + +"Ik ben er al elken dag heen geweest, maar het kleinste kindje is +ziek, en ik weet niet, wat ik er doen moet. Vrouw Hummel gaat uit +werken en Lotje moet er op passen; maar het wordt al erger en erger, +en ik vind, dat jullie of Hanna eens moesten gaan." + +Bets sprak ernstig en Meta beloofde, dat zij den volgenden dag +gaan zou. + +"Vraag Hanna om iets lekkers en breng het even, Bets; de lucht zal +je goed doen," zei Jo, terwijl ze er verontschuldigend bijvoegde: +"Ik zou wel gaan, maar ik wou zoo graag mijn verhaal afmaken." + +"Ik heb zoo'n hoofdpijn, en ben zoo moe; daarom vroeg ik of een van +jullie wilde gaan," zei Bets. + +"Amy zal wel dadelijk thuiskomen en er even voor ons heenloopen," +zei Meta. + +"Nu, dan zal ik een poosje gaan rusten en op haar wachten." + +Bets ging op de canapé liggen, de anderen hervatten hun werk en de +Hummels werden vergeten. Een uur verliep, Amy kwam niet; Meta ging +naar haar kamer om een nieuwe japon te passen, Jo was verdiept in haar +verhaal en Hanna zat gerust voor het keukenvuur te dutten, toen Bets +stil haar hoed opzette, een mandje met allerlei overblijfseltjes vulde +voor de kinderen en met een pijnlijk hoofd en een droevige uitdrukking +in haar geduldige oogen in de vinnige kou uitging. Het was reeds laat +toen zij terugkwam, en niemand zag haar naar boven sluipen en in de +kamer van haar moeder verdwijnen. Een half uur later ging Jo naar +boven om 't een of ander uit "moeders kast" te halen, en daar vond +ze Bets, gezeten op de medicijnkist met een heel ernstig gezicht, +beschreide oogen en een fleschje met kamfer in de hand. + +"Wat is er te doen?" riep Jo, toen Bets een hand uitstak, als wilde +ze haar afweren, en gejaagd vroeg: + +"Jij hebt het roodvonk gehad, is 't niet?" + +"Jaren geleden, toen Meta het had. Waarom?" + +"Dan zal ik het vertellen--o, Jo, het kindje is dood!" + +"Welk kindje?" + +"Van vrouw Hummel; het stierf op mijn schoot, voordat ze thuiskwam," +snikte Bets. + +"Mijn arm kind, wat vreeselijk voor je! Was _ik_ maar gegaan," zei +Jo met een berouwvol gezicht, terwijl ze Bets op haar schoot trok in +den grooten stoel van haar moeder. + +"Het was niet vreeselijk, Jo, alleen maar zoo treurig. Ik zag dadelijk +dat het erger was, maar Lotje zei dat haar moeder den dokter was +gaan halen, dus nam ik het kind, om Lotje wat te laten rusten. 't +Leek net of het sliep, maar op eens gaf het een schreeuw, en beefde, +en bleef toen heel stil liggen. Ik deed mijn best de kleine, koude +voetjes te warmen, en Lotje gaf het wat melk, maar het bewoog zich +niet, en toen zag ik dat het dood was." + +"Schrei niet zoo, lieveling; wat heb je toen verder gedaan?" + +"Ik bleef maar stil zitten en hield het voorzichtig vast, tot vrouw +Hummel thuis kwam met den dokter. Hij zei, dat het dood was en keek +naar Heinrich en Mina, die keelpijn hadden." + +"Roodvonk, vrouwtje; je hadt me eerder moeten roepen," zei hij +knorrig. Vrouw Hummel vertelde hem toen, dat ze arm was en dat ze +daarom zelf haar best gedaan had om het kindje te genezen; maar nu was +het te laat, en ze kon hem slechts smeeken voor de anderen te zorgen, +en hoopte, dat liefdadige menschen haar in staat zouden stellen hem te +betalen. Toen glimlachte hij en werd wat vriendelijker, maar het was +zoo treurig, en ik schreide met hen mee, tot de dokter zich op eens +omkeerde en zei, dat ik dadelijk naar huis moest gaan en belladonna +innemen, want dat ik anders ook het roodvonk zou krijgen." + +"O, neen, dat zul je niet!" riep Jo, haar met een verschrikt gezicht +vast in de armen sluitende. "O, Bets, als jij ziek wordt, kan ik het +me zelf nooit vergeven! Wat zullen we doen?" + +"Wees maar niet zoo angstig, ik denk, dat ik het niet erg zal hebben; +ik keek eens in Moeders boek en daar stond, dat het begint met +hoofdpijn, keelpijn en zoo'n wonderlijk gevoel als ik heb; dus toen +heb ik wat belladonna genomen, en nu voel ik me al wat beter," zei +Bets, terwijl zij haar ijskoude handen tegen haar brandend voorhoofd +drukte en haar best deed om er gewoon uit te zien. + +"Was Moeder maar thuis!" riep Jo uit, terwijl ze naar het boek greep en +gevoelde, dat Washington ontzettend ver weg was. Ze las een bladzijde, +keek Bets eens aan, voelde haar hoofd, tuurde in haar keel en zei +toen ernstig: "Je bent meer dan een week lang elken dag bij het kind +geweest en bij de anderen, die op het punt staan het ook te krijgen; +ik ben dus wel bang, dat jij ook besmet zult zijn, Bets. Ik zal Hanna +roepen; die weet alles van ziekte af." + +"Laat Amy vooral niet hier komen, ze heeft het nooit gehad en ik zou +niet willen, dat ze het van mij kreeg. Kunnen jij en Meta het niet +nóg eens krijgen?" vroeg Bets angstig. + +"Ik denk het niet en ik geef er ook niets om; 't zou juist zijn +wat ik verdiende, zelfzuchtig schepsel dat ik ben, met jou te laten +gaan en zelf thuis te blijven om nonsens te schrijven," mompelde Jo, +terwijl ze Hanna ging raadplegen. + +Die goede ziel was in een oogenblik klaar wakker en dadelijk gereed +tot hulp en goeden raad; ze verzekerde Jo, dat er geen reden tot +ongerustheid was; iedereen kreeg het roodvonk, en als het maar +goed behandeld werd, stierf niemand er aan; hetgeen Jo alles als +een evangelie aannam, zoodat ze, aanmerkelijk gerustgesteld, Meta +ging roepen. + +"Nu zal ik u eens zeggen wat we zullen doen," zei Hanna, nadat ze Bets +had bekeken en ondervraagd: "we zullen dokter Bangs laten halen, om +eens even naar je te zien, liefje, en om te zorgen, dat we het niet +verkeerd aanleggen; dan zullen wij Amy voor een poosje naar tante +March sturen, om haar buiten de besmetting te houden, en moet een +van de groote meisjes een paar dagen thuis blijven om Bets gezelschap +te houden." + +"_Ik_ zal natuurlijk thuis blijven, ik ben de oudste," begon Meta, +met een bezorgd en berouwvol gezicht. + +"Neen, _ik_, want het is mijn schuld, dat ze ziek is, ik zei tegen +Moeder, dat ik de boodschappen zou doen, en ik heb het niet gedaan," +zei Jo beslist. + +"Wie wil je hebben, Bets? er is er maar één noodig," vroeg Hanna. + +"Liefst Jo," en Bets leunde haar hoofd tegen haar zuster aan met zulk +een tevreden blik, dat dit punt op eens beslist was. + +"Ik zal het Amy gaan vertellen," zei Meta, wel wat gegriefd, maar over +'t geheel verlicht, want zij hield niet van ziekenoppassen en Jo wel. + +Amy kwam in openlijken opstand en verklaarde hartstochtelijk, dat +ze liever het roodvonk wou krijgen, dan naar tante March gaan. Meta +redeneerde, smeekte en beval; alles vergeefs, Amy hield vol, dat +ze _niet_ ging en Meta verliet haar in wanhoop om met Hanna te +beraadslagen wat er gedaan moest worden. Voor zij terugkwam, trad +Laurie de kamer binnen en vond Amy snikkende, met het hoofd in de +canapékussens verborgen. In de hoop, troost te vinden, vertelde ze +de reden van haar droefheid, maar Laurie stak de handen in den zak +en wandelde met gefronste wenkbrauwen en zacht fluitend de kamer op +en neer. Eindelijk kwam hij naast haar zitten en begon op zijn meest +overredenden toon: "Kom, wees nu verstandig en doe wat ze zeggen. Neen, +schrei niet, maar hoor eens wat een mooi plannetje ik gemaakt heb. Jij +gaat naar tante March, en ik kom je elken dag halen om te wandelen +of te rijden, en we zullen een hoop plezier samen hebben. Is dat niet +beter, dan hier te zitten pruilen?" + +"Ik wil niet weggestuurd worden, alsof ik in den weg loop," snikte +Amy op beleedigden toon. + +"Maar mijn lieve kind, het is om je gezond te houden. Je verlangt +toch niet ziek te worden, is 't wel?" + +"Neen, natuurlijk niet; maar ik zal het tóch wel worden, want ik ben +den heelen tijd bij Bets geweest." + +"Dat is juist de reden, waarom je dadelijk weg moet, dan blijf je +misschien nog vrij. Verandering van lucht en voorzichtigheid zullen +je, denk ik, wel vrijwaren, of in alle gevallen je het roodvonk in +minderen graad doen krijgen. Ik raad je, maar zoo gauw mogelijk heen +te gaan, want roodvonk is geen gekheid, juffertje." + +"Maar het is zoo vervelend bij tante March; ze is zoo knorrig," +zei Amy wel wat verschrikt. + +"Het zal niet zoo vervelend zijn, als ik elken dag eens in kom loopen +om je te vertellen, hoe het met Bets is en om je te komen halen, +om met mij uit te gaan. Ik sta nogal in een goed blaadje bij de oude +dame, en ik zal zoo beleefd mogelijk tegen haar zijn; dan zullen we +haar wel verteederen." + +"Zul je me met het hittenwagentje en Puck komen halen?" + +"Op mijn woord van eer." + +"Vast elken dag?" + +"Dat zul je eens zien." + +"En mij dadelijk terug halen, als Bets beter is?" + +"Op de minuut af." + +"En met mij naar de comedie gaan?" + +"Naar twaalf comedies, als we maar mogen." + +"Nou--dan--denk ik--dat ik maar gaan zal," zei Amy langzaam. + +"Mooi zoo! Ga nu Meta maar eens opsnorren en haar vertellen, dat +je je hoofd gebogen hebt," zei Laurie, met een goedkeurend tikje, +wat Amy nog meer ergerde, dan dat "het hoofd buigen." + +Meta en Jo kwamen naar beneden loopen om het wonder, dat had plaats +gegrepen, te aanschouwen, en Amy, die zichzelf nu heel interessant +en zelfopofferend begon te vinden, beloofde te zullen gaan, wanneer +de dokter dacht, dat Bets ziek zou worden. + +"Hoe is 't met onze Bets?" vroeg Laurie, want Betsy was zijn bijzondere +lieveling, en hij was veel ongeruster over haar dan hij wilde toonen. + +"Ze ligt nu een poosje op Moeders bed en voelt zich wat beter. De +dood van dat kindje heeft haar erg getroffen, maar verder geloof ik +dat het gevatte kou is. Hanna _zegt_ ook dat zij het denkt, maar ze +kijkt ongerust, en dat maakt me zenuwachtig," antwoordde Meta. + +"Wat is de wereld toch een jammerdal," zuchtte Jo, met een wanhopig +gebaar haar kuif opstrijkend. "Pas zijn we de eene zorg te boven, +of er is weer een andere in aantocht! En nu moeder weg is, is er zoo +niets om je aan vast te houden; ik ben ten minste ten einde raad." + +"Nou, maak maar geen stekelvarken van je zelf, dat staat je +niks. Strijk je lokken glad, Jo, en vertel m'eens, of ik ook aan je +moeder zal telegrafeeren of iets anders doen?" vroeg Laurie, die +zich nog niet had kunnen verzoenen met het verlies van de "eenige +schoonheid" zijner vriendin. + +"Dat is het juist wat me zenuwachtig maakt," zei Meta. "Ik vind dat +we het moeder moeten berichten, wanneer Bets wezenlijk ziek is, +maar Hanna zegt, dat we het niet moeten doen, omdat Moeder Vader +niet alleen kan laten en het haar maar ongerust zou maken. Bets zal +wel niet lang ziek zijn en Hanna weet precies wat ze doen moet, en +Moeder zei, dat we naar haar moesten luisteren; dus moeten we ons, +dunkt mij, aan Hanna houden, hoewel ik het toch niet heel goed vind." + +"Hm, ja, ik weet het niet; vraag het eens aan Grootvader, als de +dokter er geweest is." + +"Ja, dat is goed; Jo, ga jij dadelijk Bangs halen, want we kunnen +over niets beslissen, voordat hij er geweest is," commandeerde Meta. + +"Blijf waar je bent, Jo; ik ben de boodschaplooper van deze +inrichting," zei Laurie zijn pet grijpende. + +"Heb je 't niet te druk?" begon Meta. + +"Neen, ik heb mijn werk voor vandaag af." + +"Werk je in de vacantie?" vroeg Jo. + +"Ik volg het goede voorbeeld van mijn buren," was Laurie's antwoord, +toen hij de kamer uitstapte. + +"Ik heb de beste verwachtingen van mijn jongen," zei Jo, hem met een +goedkeurenden glimlach naziende, terwijl hij over de heining sprong. + +"O, ja, hij is nog al geschikt--voor een jongen," was Meta's eenigszins +onvriendelijk antwoord, want het onderwerp interesseerde haar niet. + +Dokter Bangs kwam en verklaarde dat Bets kenteekenen van roodvonk +vertoonde, maar hij hoopte dat ze het in lichten graad zou +hebben, hoewel hij zeer ernstig keek bij het vernemen van de +Hummel-geschiedenis. Amy werd dadelijk weggezonden met een dosis +voorbehoedmiddelen; ze vertrok in alle statie, met Jo en Laurie +tot geleide. + +Tante March ontving hen met haar gewone gastvrijheid. + +"Wat moet je nu hebben?" vroeg zij, grimmig over haar bril +heenkijkende, terwijl de papegaai, die op de leuning van haar stoel +zat, krijschte: + +"Ga weg; geen jongens hier!" + +Laurie ging voor het raam staan en Jo deed haar verhaal. + +"Juist wat te verwachten was, wanneer je moeder jullie toestaat bij +allerlei arme menschen in en uit te loopen. Amy kan blijven en zich +hier nuttig maken, als ze niet ziek wordt; maar dat zal wel--zij +ziet er nu al naar uit. Schrei niet, kind, ik word zenuwachtig, +als ik menschen zoo hoor snuffen." + +Amy _was_ op het punt te gaan schreien, maar Laurie trok tersluiks +den papegaai bij zijn staart, wat dit dier een verschrikten schreeuw +ontlokte en hem op zoo'n dwazen toon "Genadige hemel!" deed roepen, +dat ze in plaats daarvan begon te lachen. + +"Welke tijding heb je van je moeder?" vroeg de oude dame snibbig. + +"Vader is veel beter," antwoordde Jo, terwijl ze haar best deed een +ernstig gezicht te zetten. + +"Zoo, waarlijk? Nu, dat zal niet lang duren, denk ik. March had nooit +een sterk gestel," was het opbeurend antwoord. + +"Ha, ha, schep vreugd in 't leven! Een +snuifje? Adieu! Adieu!" schreeuwde Polly, op zijn zitplaats +rondspringend, en met zijn poot naar de muts van de oude dame slaande, +toen Laurie hem achter haar rug kneep. + +"Houd je bek, oneerbiedig, oud dier! en Jo, jij deed beter dadelijk +naar huis te gaan, in plaats van nog zoo laat rond te loopen met +zoo'n dolleman van een jongen als...." + +"Houd je bek, oneerbiedig, oud dier!" riep Polly met een sprong van +den stoel aftuimelend, om den "dolleman van een jongen" na te zitten, +die bij dit laatste gezegde schudde van het lachen. + +"Ik denk, dat ik het niet zal _kunnen_ uithouden, maar ik zal het +probeeren," dacht Amy, toen zij alleen bij tante March achtergelaten +werd. + +"Ga weg, spook!" krijschte Polly, en bij dat onvriendelijk gezegde +kon Amy een zacht gesnuf niet onderdrukken. + + + + +HOOFDSTUK XVIII. + +DONKERE DAGEN. + + +Bets kreeg het roodvonk, en was veel zieker dan iemand, behalve Hanna +en de dokter, vermoedde. De meisjes hadden volstrekt geen verstand van +zieken, en mijnheer Laurence mocht niet bij haar komen; dus richtte +Hanna alles naar haar zin in, en dokter Bangs die een drukke praktijk +had, deed wel alles wat hij kon, maar moest veel op de uitmuntende +verpleegster laten aankomen. Meta bleef thuis, uit vrees de besmetting +bij de Kings over te brengen, deed het huishouden en had een onrustig +en schuldig gevoel, wanneer zij brieven schreef, waarin van Bets' +ziekte geen melding werd gemaakt. Ze kon het maar niet goed vinden, +dat ze haar moeder moest misleiden, maar Moeder had haar aanbevolen +naar Hanna te luisteren, en Hanna wilde er niet van hooren, "dat +alles aan Mevrouw verteld zou worden, en dat men haar met zulk een +kleinigheid zou lastig vallen." Jo wijdde zich dag en nacht aan Bets, +en dit was geen zware taak, want Bets was uiterst geduldig en verdroeg +haar leed zonder klagen, zoolang ze maar eenigszins kon. Maar er kwam +een tijd, dat ze, bij verheffing van koorts, begon te spreken met +een heesche en gebroken stem, en op de dekens te spelen, alsof het +haar geliefde piano was, terwijl ze beproefde te zingen met een keel, +zoo gezwollen, dat ze geen geluid kon uitbrengen; een tijd, waarop ze +de welbekende gezichten rondom haar niet herkende, hen met verkeerde +namen aansprak en dringend om Moeder riep. Toen werd Jo angstig en +smeekte, dat Meta toch de waarheid schrijven mocht en zelfs Hanna +zei "dat ze er eens over denken zou, hoewel er geen gevaar was." Een +brief uit Washington vermeerderde nog de algemeene ongerustheid, want +mijnheer March was weer ingestort en kon nog in geen weken vervoerd +worden. Hoe somber schenen nu de dagen, hoe stil en treurig het huis, +en hoe gedrukt werden de zusjes onder het werken en wachten, terwijl +de angst voor Bets' toestand hen geen oogenblik losliet. Toen voelde +Meta--als in de eenzaamheid de tranen op haar werk droppelden--hoe +rijk ze geweest was in dingen, die met geen geld te betalen zijn: in +liefde, bescherming, vrede en gezondheid, de grootste schatten van het +leven. Toen leerde Jo in die donkere kamer, met dat geduldig lijdende +gezichtje altijd voor oogen, en dat zwakke stemmetje in haar ooren, +de schoonheid en beminnelijkheid van Bets' karakter pas ten volle +begrijpen en gevoelen, welk een groote en dierbare plaats ze in aller +harten besloeg, door haar onzelfzuchtig pogen, steeds voor anderen te +leven en de omgeving thuis aangenaam te maken. En Amy snakte in haar +ballingschap naar huis, om toch maar iets voor Bets te kunnen doen, +overtuigd, dat geen enkele dienst haar nu moeilijk of vervelend zou +toeschijnen, en zich met schaamte en berouw herinnerende, hoeveel +verzuimd werk die gewillige handjes voor haar afgemaakt hadden. Laurie +zwierf als een rustelooze geest door het huis, en de oude heer Laurence +sloot de groote piano, daar hij niet kon verdragen, te worden herinnerd +aan het kleine buurmeisje, dat zijn schemeruurtjes zoo aangenaam voor +hem placht te maken. Iedereen miste Bets. De melkboer, de bakker, de +kruidenier, de slager, allen vroegen naar haar; de arme vrouw Hummel +kwam vergeving vragen voor haar onbedachtzaamheid en tegelijkertijd +om een doodlaken voor haar Mina verzoeken; de buren zonden allerlei +versnaperingen en goede wenschen, en zelfs zij, die haar het best +kenden, stonden verwonderd over het groot aantal vrienden, dat hun +beschroomde, kleine Bets zich verworven had. + +En ondertusschen lag ze te bed met de oude Johanna naast haar, want +zelfs in haar ijlen vergat zij haar ongelukkig protégeetje niet. Ze +verlangde naar haar katjes, maar wilde niet, dat men ze bij haar +zou brengen, uit vrees, dat ze ziek zouden worden, en in haar kalme +oogenblikken was ze vol bezorgdheid voor Jo. Zij zond allerlei aardige +boodschapjes aan Amy, en droeg de zusters op haar moeder te laten +weten, dat ze gauw schrijven zou. Dikwijls vroeg zij om potlood en +papier en probeerde een woordje te schrijven; Vader mocht niet denken +dat zij hem vergat. Maar weldra kwamen er niet meer zulke heldere +tusschenpoozen, en lag ze uren lang te woelen onder het uiten van +onsamenhangende woorden, of viel ze in een zwaren slaap, die haar geen +verkwikking bracht. Dr. Bangs kwam tweemaal op een dag. Hanna waakte +'s nachts. Meta had altijd in haar schrijflessenaar een telegram +klaar liggen, dat elk oogenblik verzonden zou kunnen worden, en Jo +week niet van Bets' kamer. + +De eerste December was een echte winterdag. Een gure wind loeide om +het huis, de sneeuw viel met groote vlokken en het jaar scheen zich +tot den dood voor te bereiden. + +Toen dokter Bangs dien morgen kwam, beschouwde hij Bets aandachtig, +hield haar gloeiend handje een oogenblik in de zijne, legde het toen +zachtjes neer, en zei fluisterend tot Hanna: + +"Als mevrouw March haar man verlaten kan, moet er om haar geschreven +worden." + +Hanna knikte zonder spreken, want haar lippen beefden; Meta viel in een +stoel neer; alle kracht scheen haar bij 't hooren van die woorden te +ontzinken en Jo, die een oogenblik met een bleek gezicht roerloos had +gestaan, vloog naar beneden, greep het telegram, sloeg haar mantel om +en holde naar buiten in den storm. In een ommezien terug, was ze nog +bezig onhoorbaar haar mantel af te doen, toen Laurie binnenkwam met +een brief, die de heugelijke tijding bevatte, dat mijnheer March weer +vooruitging. Jo las hem met een dankbaar hart, maar dit verminderde +geenszins haar angst en droefheid en haar gezicht stond zóó treurig, +dat Laurie oogenblikkelijk vroeg: + +"Wat is er, Jo? Is Bets erger?" + +"Ik heb om Moeder getelegrafeerd," zei Jo, en begon met een wanhopig +gebaar haar overschoenen uit te trekken. + +"Mooi zoo, Jo! Heb je dat op je eigen verantwoording gedaan?" vroeg +Laurie, terwijl hij haar zachtjes, ziende hoe haar handen beefden, op +de bank in de gang neerdrukte en haar de weerspannige schoenen uittrok. + +"Neen, de dokter zei, dat het moest." + +"O, Jo, zoo erg is het toch niet?" riep Laurie verschrikt. + +"Ja, dat is het wel; ze kent ons niet, en spreekt zelfs niet meer over +de groene duifjes, zooals zij de wingerdbladen op het behang noemde; +zij lijkt niets meer op mijn eigen Bets, en er is niemand om het ons +te helpen dragen; Moeder en Vader beiden weg, en God schijnt ook zoo +ver af, dat ik Hem niet vinden kan." + +De tranen stroomden de arme Jo langs de wangen, terwijl ze haar hand +hulpeloos uitstrekte, alsof zij in het donker rondtastte, maar Laurie +greep die in de zijnen, en fluisterde zoo goed hij kon met een brok +in zijn keel: + +"Ik ben hier; steun maar op mij, Jo, beste Jo!" + +Zij kon niet spreken, maar hield hem vast, en de warme druk van die +vriendenhand vertroostte haar bedroefd hart. Laurie zou erg graag iets +hartelijks en opbeurends gezegd hebben, maar hij kon geen woorden +vinden; hij bleef dus maar zwijgend haar gebogen hoofd streelen, +zooals hij haar moeder wel eens had zien doen. + +En dit was nog beter dan woorden, want Jo voelde de onuitgesproken +sympathie en ondervond in zijn zwijgen den zoeten troost, dien liefde +in droefheid geeft. Na een poosje droogde ze de tranen af, die haar +hadden verlicht en met een dankbaar gezicht naar hem opziende, zei ze: + +"Dank je, Teddy, ik ben nu al wat beter; ik heb al niet meer zoo'n +verlaten gevoel, en ik zal trachten het te dragen als het komt." + +"Blijf maar hopen, dat zal je het best helpen, Jo. Je moeder komt nu +gauw, en dan zal alles wel goed gaan." + +"Ik ben zoo blij, dat Vader tenminste wat beter is; het zal haar +nu niet zooveel kosten hem achter te laten. Och, och, het lijkt net +of alle ellende op eens gekomen is, en ik het zwaarste deel op mijn +schouders heb gekregen," zuchtte Jo, terwijl zij haar natten zakdoek +over haar knieën uitspreidde om te drogen. + +"Laat Meta het dan maar op jou aankomen?" vroeg Laurie verontwaardigd. + +"O neen, dat zou zij nooit doen; maar zij heeft onze Bets niet zóó +lief als ik; en zij zal haar niet zóó vreeselijk missen. Bets is +mijn geweten, en ik kan niet buiten haar! O, ik kan niet, ik kan +niet!" Jo's gezicht verdween weer achter den natten zakdoek en zij +schreide wanhopig; want tot nu toe had ze zich altijd goed gehouden en +geen traan gestort. Laurie streek met de hand over de oogen, maar hij +kon niet spreken, eer hij het krampachtig gevoel in zijn keel en het +beven van zijn lippen bedwongen had. Eindelijk, toen Jo's snikken wat +bedaarde, zei hij op hoopvollen toon: "Ik denk niet dat Bets sterven +zal; ze is zoo goed en we houden allemaal zoo ontzettend veel van haar; +ik geloof nooit, dat God haar nu al van ons zal wegnemen." + +"De beste en liefste menschen sterven juist altijd," snikte Jo; maar +zij hield op met schreien; de woorden van haar vriend gaven haar toch +moed, in spijt van haar eigen twijfel en vrees. + +"Arme meid, je bent heelemaal van streek, 't Gebeurt niet licht dat +je je zoo aan den grond voelt. Wacht maar eens, ik zal je in een +ommezientje wat opkwikken." + +Laurie vloog met twee treden tegelijk de trap op, en Jo legde haar +vermoeid hoofd neer op Bets' bruine hoedje, dat niemand nog had +weggenomen van de tafel, waar ze het zelf den laatsten keer had +neergelegd. Het was of het tooverkracht bevatte, want de geduldige +gemoedsstemming van de zachtaardige eigenares scheen in Jo over te +gaan; en toen Laurie naar beneden kwam met een glas wijn, nam ze het +met een glimlach aan, en zei moedig: "Ik drink op de beterschap van +onze Bets! Je bent een goed dokter, Teddy, en een puik vriend! Hoe +zal ik het je ooit kunnen vergelden?" voegde ze er bij, toen de wijn +haar lichaam verkwikte, evenals de vriendelijke woorden haar ziel +nieuw leven hadden geschonken. + +"Wacht maar, den een of anderen tijd zal ik mijn rekening wel inzenden, +en van avond zal ik je iets geven, wat alle vezels van je hart meer zal +verwarmen dan ankers wijn," beloofde Laurie, terwijl hij haar aankeek +met een gezicht, dat straalde van blijdschap over iets geheimzinnigs. + +"Wat dan?" riep Jo, voor een oogenblik in haar verbazing haar verdriet +vergetende. + +"Ik heb gisteren aan je moeder getelegrafeerd, en Brooke antwoordde +dat zij dadelijk komen zou; van avond kan ze al hier zijn, en dan +zal alles wel goed gaan. Ben je niet blij, dat ik het maar gedaan heb?" + +Laurie sprak haastig en met een kleur van opgewondenheid, want hij +had zijn plannetje geheim gehouden, uit vrees dat de meisjes het niet +zouden goedkeuren, of dat het nadeelig voor Bets kon zijn. Jo werd +doodsbleek, vloog van de bank op en bracht Laurie, tot het toppunt +van verbazing, door plotseling haar armen om zijn hals te slaan en +met een blijden kreet uit te roepen: "O, Laurie, o, Moeder! wat _ben_ +ik blij!" Zij begon niet weer te schreien, maar lachte zenuwachtig en +beefde en klemde zich aan haar vriend vast, heelemaal in de war door +dit plotselinge nieuws. Hoe verbaasd Laurie ook was, handelde hij toch +met groote tegenwoordigheid van geest; hij klopte haar op den rug, +en toen hij zag dat ze wat bijkwam, liet hij er een paar beschroomde +kussen op volgen, die Jo op eens weer tot zichzelf brachten. Zich +aan de trapleuning vasthoudend, duwde ze hem zachtjes weg, en zei +buiten adem: "Och, doe dat niet! Het was mal van me, maar je bent +zoo'n beste jongen, dat je het in spijt van Hanna toch gedaan hebt, +dat ik niet laten kon om je hals te vliegen. Vertel me er nu alles van, +en geef me alstjeblieft geen wijn meer, want daar kwam het van." + +"Ik vond het niets erg!" plaagde Laurie, terwijl hij zijn das recht +schoof. "Ja, zie je, ik werd ongerust en Grootpapa ook. Wij meenden, +dat Hanna te veel de baas speelde en dat je moeder het behoorde te +weten. Ze zou het ons nooit vergeven, als er eens iets gebeurde. Dus +bracht ik er Grootpapa toe om te zeggen, dat het hoog tijd was, +dat er iets gedaan werd, en zoo vloog ik gisteren naar het kantoor, +want de dokter deed zoo ernstig en Hanna keek mij aan, alsof ze mijn +hoofd wou afslaan, toen ik voorstelde een telegram te zenden. Nu _kan_ +ik nooit verdragen op mijn kop gezeten te worden, dus dit besliste de +zaak, en seinde het zoo gauw mogelijk. Je moeder is onderweg, dat weet +ik, en de laatste trein komt van nacht om twee uur aan. Ik zal haar +gaan halen; dus je hoeft nu alleen nog je verrukking te bedwingen, +en Bets rustig te houden, tot de geëerde dame hier is." + +"Laurie, je bent een engel! Hoe zal ik je er ooit voor danken?" + +"Vlieg mij maar eens weer om mijn hals; ik vond het nog al aardig," +zei Laurie, terwijl hij haar ondeugend aankeek--iets wat hij in geen +veertien dagen gedaan had. + +"Neen, dankje. Dat zal ik liever bij volmacht doen, als je grootvader +komt. Plaag mij niet, maar ga onmiddellijk naar huis om te slapen, +want je moet den halven nacht op zijn. Ontvang mijn zegen, Teddy!" + +Jo was al sprekende achteruit geweken, en toen ze haar redevoering +geëindigd had, verdween ze plotseling in de keuken, waar zij op +de rechtbank neerviel en de vereenigde katten mededeelde, dat zij +"gelukkig, dol, _dol_ gelukkig" was, terwijl Laurie vertrok, in de +streelende overtuiging, dat hij dit zaakje nu eens netjes overlegd had. + +"Dat is de bemoeiachtigste jongen, dien ik ooit gezien heb; maar ik +vergeef het hem en hoop dat onze mevrouw maar dadelijk zal komen," +zei Hanna, met een zucht van verlichting, toen Jo haar het goede +nieuws vertelde. + +Meta zat in stille verrukking den brief te herlezen, terwijl Jo de +ziekenkamer in orde bracht, en Hanna "het een en ander ging klaar +maken voor 't geval, dat er soms onverwachts eens iemand komen mocht." + +Een ademtocht van nieuw leven scheen in het huis te zijn doorgedrongen, +en iets beters dan zonneschijn verhelderde de stille kamers; alles +scheen in de blijde verandering te deelen; Bets' vogel begon weer te +tjilpen en Jo ontdekte een half ontloken roosje aan Amy's rozenstruikje +op de vensterbank; 't was of het vuur buitengewoon vroolijk brandde, +en elken keer, wanneer de meisjes elkaar tegenkwamen, vloog er een +blijde glimlach over hun bleeke gezichten, terwijl ze elkander even +beetpakten en bemoedigend toefluisterden: "Moeder komt! Goddank, +Moeder komt!" Ieder was blij, behalve Bets; ze lag in een zware +verdooving, onbewust van hoop en vreugde, angst en gevaar. Het +was een droevig schouwspel--dat vroeger zoo lieve gezichtje, nu zoo +veranderd en zonder uitdrukking--de eens zoo bezige handjes, zoo slap +en vermagerd--die altijd vriendelijk glimlachende mond verstijfd--en +het anders zoo mooie, zorgvuldig opgemaakte haar, zoo ruig en verward +op het kussen. Den heelen dag lag ze zoo, behalve wanneer zij nu en +dan even tot bewustzijn kwam en om "water!" riep, met zulke droge +lippen, dat ze nauwelijks het woord konden uitspreken. Den heelen dag +zweefden Jo en Meta om haar heen, wakend, wachtend en hopend, en op +God en Moeder vertrouwend, en den heelen dag vielen de sneeuwvlokken, +gierde de wind en kropen de uren langzaam om. Maar eindelijk viel de +avond, en telkens wanneer de klok sloeg, zagen de zusters, die nog +steeds aan weerskanten van het bed zaten, elkander met schitterende +oogen aan, want ieder uur bracht hen nader tot de hulp, die komen +zou. De dokter was er geweest, en had gezegd, dat er denkelijk tegen +middernacht een verandering ten goede of ten kwade in zou treden, +en dat hij dan zou terugkomen. + +Hanna was, door uitputting overmand, op de canapé, die aan het +voeteneinde van het bed stond, neergevallen en in diepen slaap +gezonken; de oude heer Laurence liep in de huiskamer op en neer, met +een gevoel, alsof hij liever voor een vijandelijke batterij zou komen +te staan, dan voor het angstig gelaat van mevrouw March, wanneer ze +tehuis kwam. Laurie lag op het haardkleedje en deed alsof hij sliep, +maar staarde in het vuur met een peinzenden blik, die zijn zwarte +oogen buitengewoon aantrekkelijk maakte. + +Nooit vergaten de meisjes dien nacht, want geen slaap kwam in hun +oogen, terwijl zij samen de wacht hielden, met dat ondragelijke gevoel +van machteloosheid, dat ons in zulke uren overvalt. + +"Wanneer God Bets spaart, zal ik nooit meer ontevreden zijn," +fluisterde Meta ernstig. + +"Wanneer God Bets spaart, zal ik mijn best doen Hem mijn heele leven +lief te hebben en te dienen," zei Jo even vurig. + +"Ik wou dat ik geen hart had, het doet zoo zeer," zuchtte Meta een +poosje later. + +"Wanneer het leven _dikwijls_ zoo moeilijk is als nu, weet ik niet +hoe we er door moeten komen," voegde Jo er moedeloos bij. + +Daar sloeg de klok twaalf; en beiden vergaten alles, om Bets gade te +slaan, want ze meenden te zien, dat er een verandering kwam in haar +vermagerde trekken. Het huis was als uitgestorven; niets dan het geluid +van den wind verbrak de doodelijke stilte. De vermoeide Hanna sliep +door, en slechts de beide meisjes zagen de bleeke schaduw, die op het +bedje scheen te vallen. Een uur ging voorbij, waarin niets voorviel, +behalve dat Laurie zoo zacht mogelijk het huis verliet om naar het +station te gaan. Nog een uur--niemand kwam,--en allerlei angsten +over oponthoud door den storm, ongelukken onderweg en vooral over +een groote ramp te Washington, vervulden de harten der beide meisjes. + +Het was over tweeën, toen Jo, die aan het venster stond en er over +dacht, hoe treurig de aarde onder haar doodskleed van sneeuw er uitzag, +een beweging bij het bed hoorde, en haastig omkijkende zag, hoe +Meta voor Moeders leuningstoel neerknielde, het gezicht in de handen +verborgen. Een kil angstgevoel liep de arme Jo als een rilling over den +rug: "Bets is dood," dacht ze, "en Meta durft het mij niet te zeggen." + +In een oogwenk was zij weer op haar post, en voor haar overspannen blik +scheen er een groote verandering te zijn voorgevallen. De koortsgloed +en de pijnlijke trek waren verdwenen, en het dierbare gezichtje zag er +in die onbeweeglijke kalmte zoo vreedzaam en rustig uit, dat Jo geen +behoefte aan tranen en klachten gevoelde. Zij boog zich diep over +haar liefste zusje heen, kuste het klamme voorhoofd met de innige +teederheid en fluisterde zacht: "Vaarwel, mijn lieve Bets, vaarwel!" + +Opgeschrikt door die beweging, sprong Hanna overeind uit den slaap, +keek, bij het bed gekomen, Bets aandachtig aan, betastte haar handen, +luisterde aan haar mond, wierp toen haar boezelaar over het hoofd, +viel op een stoel neer en riep, al heen en weer wiegend, op gesmoorden +toon: "De koorts is af, ze ligt in een natuurlijken slaap, haar +huid is vochtig, en ze haalt gemakkelijk adem. God zij gedankt. O, +groote goedheid!" + +Voordat de meisjes de heerlijke waarheid konden gelooven, kwam de +dokter binnen en bevestigde haar. Hij was een eenvoudig man, maar zijn +gelaat scheen allen toe als dat van een engel, toen hij glimlachte en +met een vaderlijken blik tot hen zei: "Ja, lieve kinderen, ik denk, +dat de kleine meid er dit keer door zal komen. Houdt het huis rustig; +laat haar slapen en geef haar als ze wakker wordt...." + +Wat ze geven moesten, hoorden ze geen van beiden, want zij slopen +naar het donkere portaal, en daar zaten ze op de trap, met de armen +om elkaar heen geslagen, de harten te vol van blijdschap om iets te +zeggen. Toen ze terugkwamen om door de oude Hanna gekust en gepakt te +worden, vonden ze Bets in gerusten slaap in haar gewone houding, met +haar rechterwang op haar hand; de doodelijke bleekheid was verdwenen +en haar adem ging rustig, alsof zij pas in slaap gevallen was. + +"Als Moeder nu maar kwam!" zei Jo, toen de winterdageraad begon aan +te breken. + +"Kijk," zei Meta, terwijl ze met een half geopend wit roosje aankwam, +"ik dacht dat dit misschien nog niet eens open zou zijn, om in Bets' +hand te leggen, als ze--van ons weggegaan zou zijn. Maar het is +van nacht uitgekomen, en nu zal ik het hier in mijn vaasje zetten; +als onze lieveling dan wakker wordt, zal het eerste wat zij ziet dit +roosje en Moeders gezicht zijn." + +Nooit was de zon zoo schoon opgegaan, en nooit had de wereld er zoo +heerlijk uitgezien, in de vermoeide oogen van Meta en Jo, als toen +ze in den vroegen morgen naar buiten keken, en hun lange, treurige +nachtwaak voorbij was. + +"Het lijkt net een sprookjeswereld," zei Meta, terwijl ze bij zichzelf +glimlachte en achter het gordijn staande den blik over het schitterende +schouwspel liet gaan. + +"Hoor!" riep Jo, opspringend. + +Ja, daar klonk een geluid van paardenbellen beneden voor de deur, een +kreet van Hanna en Laurie's stem, die op een vroolijken fluistertoon +zei: + +"Meisjes, ze is er! Ze _is_ er!" + + + + +HOOFDSTUK XIX. + +AMY'S TESTAMENT. + + +Terwijl dit alles thuis voorviel, had Amy een moeilijken tijd bij +Tante March. Haar ballingschap viel haar zwaar en voor 't eerst in +haar leven besefte ze hoeveel liefde en toegevendheid thuis haar deel +waren. Tante March gaf nooit iemand toe, daar was ze in principe tegen; +maar ze meende het goed, want ze vond het kleine, welgemanierde meisje +heel lief, en tante March had een teer plekje in haar oud hart voor +de kinderen van haar neef, hoewel ze het niet raadzaam vond daarvoor +uit te komen. Op haar manier deed ze haar best om Amy genoegen te +doen, maar och, hoever sloeg ze de plank mis! Sommige oude menschen +behouden een jong hart, ondanks hun rimpelige wangen en grijze haren; +ze kunnen deelen in kinderlijke genoegens en verdrietelijkheden, hebben +er slag van 't jonge volkje op zijn gemak te zetten, met hen te spelen +en te praten op een echt vriendschappelijke manier. Maar Tante March +bezat deze gave niet, en ze verveelde Amy doodelijk met haar regels +en bevelen, haar stijve manieren en lange, droge redenaties. Daar +ze dit kind volgzamer en zachtzinniger vond dan haar zuster, rekende +de oude dame het zich ten plicht, zoovéél mogelijk een tegenwicht te +geven tegen de vrijheid en toegevendheid, die Amy thuis genoot. Ze nam +haar logéetje dus eens flink onderhanden, en behandelde haar, zooals +zij zelf zestig jaar geleden behandeld was, een methode, die Amy diep +ongelukkig maakte en haar een gevoel gaf, alsof ze een vliegje was in +het web van een onmeedoogende spin. Elken morgen moest ze de kopjes +omwasschen en de ouderwetsche theelepeltjes, den grooten zilveren +trekpot en de glazen wrijven, tot ze glommen. Daarna moest ze stof +afnemen, en wat een geduldsoefening was dat! Geen stofje ontsnapte aan +het oog van Tante March, en al de meubelen hadden gedraaide pooten en +allerlei snijwerk, dat nooit geheel naar haar zin behandeld werd. Dan +moest Polly zijn eten hebben en de schoothond gekamd, en een dozijn +boodschappen trap op trap af gedaan worden, om allerlei dingen te +halen of bevelen over te brengen, want de oude dame was slecht ter been +en kwam maar zelden uit haar stoel. Na deze vervelende werkjes moest +Amy haar lessen opzeggen, wat nog de grootste beproeving van alles was. + +Dan mocht ze zich een uur ontspannen en spelen. Wat haalde zij daar +haar hart aan op! Laurie kwam elken dag en wist meestal Tante March +te bepraten, dat Amy met hem uit mocht gaan; ze gingen dan wandelen +of rijden en hadden ontzaglijk veel plezier. Na het eten moest Amy +voorlezen en stil zitten, terwijl de oude dame een slaapje deed, +dat gewoonlijk een uur duurde, daar ze bij de eerste bladzijde al +indommelde. Dan kwam er verstelwerk voor den dag of handdoeken om +te zoomen, en Amy naaide totdat het donker werd, uiterlijk heel +zachtzinnig, maar innerlijk heftig in opstand, en daarna mocht ze +tot theetijd doen wat ze wilde. De avonden waren nog het allerergst; +dan begon Tante March eindelooze verhalen uit haar jeugd te doen, +die Amy zoo "afgrijselijk vervelend" vond, dat ze altijd blij was +als zij naar bed kon gaan, telkens weer vast van plan haar treurig +lot onder de dekens te beweenen, maar altijd vast in slaap, eer ze +meer dan een paar tranen had te voorschijn gebracht. + +Waren Laurie en de oude Esther, de kamenier, er niet geweest, dan, +meende ze, zou ze dien verschrikkelijken tijd nooit doorgekomen +zijn. De papegaai alleen was al in staat haar dol te maken; want hij +merkte dadelijk, dat ze hem niet bewonderde en wreekte zich door +zoo kwaadaardig mogelijk te zijn. Hij trok haar aan het haar, als +ze dicht bij hem kwam, gooide zijn brood en melk omver, om haar te +plagen, wanneer zij pas zijn kooi had schoongemaakt, maakte Mop aan +het blaffen door naar hem te pikken als de oude dame sliep, schold +Amy uit terwijl er bezoek was, en gedroeg zich in alle opzichten +als een onuitstaanbare, oude vogel. Den hond kon ze ook niet _zien_; +het was een vet, kwaadaardig dier, dat tegen haar bromde en jankte, +als ze zijn toilet maakte, en dat, als hij wat te eten wou hebben, +op zijn rug ging liggen, met alle vier de pooten in de lucht en het +onnoozelste gezicht van de wereld, een vertooning die ongeveer twaalf +maal op een dag plaats had. De keukenmeid had een slecht humeur, +de oude koetsier was doof, en Esther nog de eenige die ooit van het +kind notitie nam. + +Esther was een Française, die al verscheiden jaren bij "Madame," +zooals ze Tante noemde, had gewoond, en die de oude dame aardig onder +den duim had, omdat deze niet buiten haar kon. Haar eigenlijke naam +was Estelle, maar tante March beval haar een anderen aan te nemen, +en ze gehoorzaamde, onder voorwaarde, dat "Madame" nooit van haar zou +eischen, ook van godsdienst te veranderen. Amy was erg met Mademoiselle +ingenomen, en de Française vertelde haar dikwijls grappige verhalen +uit haar leven in Frankrijk, als Amy bij haar zat, terwijl Esther de +kanten jabots en andere fraaiïgheden van Madame in orde bracht. Zij +liet haar ook door het huis dwalen om al de wonderlijke en aardige +dingen te bekijken, die er in groote kleerkasten en ouderwetsche +kisten bewaard werden; want Tante March had, als een ekster, van alles +verzameld. Amy werd vooral altijd weer getrokken naar een Indisch +kabinet, vol vreemde laatjes, vakjes en verborgen hoekjes, waar +allerlei sieraden in geborgen waren; sommige heel kostbaar, sommige +alleen maar vreemd, maar alle min of meer antiek. Amy vond het "dol" +al die dingen te bezichtigen en te schikken, vooral de juweelkastjes, +waarin, op fluweelen kussentjes, de ornamenten rustten, die jaren +geleden de een of andere schoone hadden getooid. Het stel granaten, dat +Tante March gedragen had, toen ze voor 't eerst uitging, de paarlen, +die haar vader haar op haar trouwdag had gegeven, de diamanten van +haar bruidegom, de gitten trouwringen en spelden, de vreemdsoortige +medaillons met portretten van overleden vrienden en treurwilgjes van +haarwerk aan den achterkant; de kleine bloedkralen armbandjes, die +haar eenig dochtertje had gedragen, het groote, gouden horloge van +Oom March, met het roode cachet, waarmee zooveel kinderhandjes hadden +gespeeld, en heelemaal alleen, in een apart doosje, de trouwring van +Tante March, die nu veel te nauw was voor haar dikke vingers, maar die, +als het kostbaarste van al die kleinoodiën, zorgvuldig weggeborgen was. + +"Wat zou Mademoiselle kiezen, als ze mocht?" vroeg Esther, die er +altijd bij zat om een oogje op de kostbaarheden te houden en ze weer +weg te sluiten. + +"Ik vind de diamanten het mooist, maar daar is geen halsketting bij, en +ik houd zooveel van kettinkjes, ze staan zoo netjes. Dit zou ik kiezen +als ik mocht," zei Amy, terwijl ze met bewondering een snoer gouden +en ebbenhouten kralen bekeek, waaraan een zwaar gouden kruis hing. + +"Dat zou ik ook heel graag hebben, maar niet voor een halsketting, +o neen, voor mij was het een prachtige rozenkrans, en als een goed +katholieke zou ik hem daarvoor ook gebruiken," zei Esther, de ketting +met verlangende blikken aanziende. + +"Net zoo als die snoer houten kralen, die over je spiegel hangen, +en die zoo lekker ruiken?" vroeg Amy. + +"Ja zeker, om bij te bidden. Het zou de heiligen stellig genoegen +doen, wanneer men zooiets moois als dit voor rozenkrans gebruikte, +in plaats van het als een sieraad te dragen." + +"Je schijnt veel troost in je gebeden te vinden, Esther, want je komt +daarna altijd zoo kalm en tevreden beneden. Ik wou, dat het met mij +ook zoo was." + +"Wanneer Mademoiselle Katholiek was, zou zij den waren troost ook +vinden; maar nu dit niet zoo is, zou het toch goed zijn, wanneer +Mademoiselle zich iederen dag een poosje afzonderde om te bidden, +zooals die goede mevrouw deed, bij wie ik in betrekking was, voor ik +bij Madame kwam. Zij had een klein bidkamertje en vond daar troost +voor allerlei verdriet." + +"Zou het goed voor me zijn, om dat ook te doen?" vroeg Amy, die in haar +eenzaamheid behoefte voelde aan de een of andere soort van bijstand, +en merkte dat ze haar boekje vergat, nu Bets niet bij haar was om er +haar aan te herinneren. + +"Het zou charmant zijn; en als u wilt, zal ik met alle genoegen het +kleine kleedkamertje voor u inrichten. Zeg er maar niets van aan +Madame, maar ga er dan, als ze slaapt, alleen zitten om aan goede +dingen te denken en den lieven God om het herstel van uw zuster +te bidden." + +Esther was waarlijk vroom en volkomen oprecht in haar raad, want +ze had een liefhebbend hart en veel medelijden met de zusjes in hun +droefheid. Amy vond het denkbeeld prachtig en liet Esther het kleine +kamertje in orde brengen, dat naast het hare was. + +"Ik wou dat ik wist, wie al die mooie dingen zullen krijgen, als +Tante March sterft," zei ze, terwijl ze langzaam den rozenkrans weer +op haar plaats legde en de juweeldoosjes één voor één sloot. + +"U en uw zusters. Ik weet het; Madame heeft me in haar vertrouwen +genomen; ik was bij het maken van haar testament, en zoo zal het zijn," +fluisterde Esther glimlachend. + +"Wat heerlijk! maar ik wou liever dat Tante ze ons nu gaf," zei Amy, +met een laatsten blik op de diamanten. + +"De jonge dames zijn nog te jong om die dingen te dragen. De eerste, +die verloofd is, krijgt de paarlen, heeft Madame gezegd; en ik denk +haast wel, dat u dat turkooizen ringetje zult krijgen als u heengaat, +want Madame is tevreden over uw gedrag en goede manieren." + +"Denk je dát? O, ik zal verder een lammetje zijn, als ik dat mooie +ringetje krijg! Het is zooveel mooier dan dat van Kitty Bryant. Ik +houd toch wel van Tante March," en Amy paste het ringetje met een +verheugd gezicht, en nam zich vast vóór het te verdienen. + +Van dien dag af was ze een model van gehoorzaamheid, en de oude dame +zag dit welgevallig aan als een gevolg van haar opvoedkunde. Esther +bracht een tafeltje in het kamertje, zette er een voetenbankje voor en +hing er een plaat boven, die ze uit een der kamers genomen had. Zij +dacht niet dat die plaat veel waarde had, maar daar het onderwerp +haar geschikt voorkwam, leende zij haar voor dat doel, wel wetende dat +Madame het nooit zou bemerken en er ook niet om geven zou, al deed zij +het. Het was evenwel een kostbare copie van een der meest beroemde +schilderijen ter wereld, en Amy met haar schoonheidszin werd nooit +moede te kijken naar het zachte gelaat der heilige moeder, terwijl +haar hart met teedere gedachten aan haar eigen moedertje vervuld +was. Op het tafeltje legde zij haar bijbeltje en haar gezangboek, +en zette daarnaast een vaas met de mooiste bloemen, die Laurie +haar bracht. Elken dag nu ging Amy hier een poosje alleen zitten, +om aan goede dingen te denken en den lieven God te bidden dat Bets +beter mocht worden. Esther had haar ook een rozenkrans van zwarte +kralen met een zilveren kruis gegeven, maar die had Amy zonder hem +te gebruiken opgehangen, betwijfelend of zoo iets wel hoorde bij +protestantsche gebeden. + +Amy nam dit alles hoogst ernstig op, want daar zij zoo alleen buiten +het veilige, ouderlijke nest moest blijven, voelde ze dringend behoefte +aan een vriendelijke hand, waaraan ze zich kon vastklemmen. Nu +ze de hulp van haar moeder miste om zichzelf te begrijpen en te +beheerschen, deed zij eerlijk haar best den goeden weg te vinden en +daarop vertrouwend voort te gaan. Maar Amy was nog een heel jonge +pelgrim en op het oogenblik scheen haar last haar ondraaglijk zwaar +toe. Ze trachtte zichzelf te vergeten, vroolijk te blijven en tevreden +te zijn met te doen wat goed was, al merkte niemand het op en al werd +ze door niemand geprezen. In haar eerste poging om héél braaf en goed +te wezen, besloot zij haar testament te maken, net als Tante March +gedaan had; zoodat _als_ ze ziek mocht worden en kwam te sterven, +haar bezittingen naar recht en billijkheid zouden verdeeld worden. De +gedachte alleen dat ze haar kleine schatten zou moeten opgeven, +kostte haar heel wat, want ze waren in haar oogen even kostbaar als +de juweelen van de oude dame. + +Gedurende haar speeluren schreef zij dit gewichtig document zoo goed +ze kon, met eenige hulp van Esther, wat betreft de wettelijke termen, +en toen de goedhartige Fransche haar naam geteekend had, viel Amy een +pak van het hart en legde ze het papier weg, om het aan Laurie te laten +zien, op wien haar keuze als tweeden getuige gevallen was. Daar het +den heelen morgen regende, ging ze naar boven, om zich in een der +groote kamers te amuseeren, Polly voor gezelschap meenemende. In +deze kamer was een kleerkast vol ouderwetsche costumes, waarmee +Esther haar toestond te spelen, en het was voor Amy een geliefkoosde +uitspanning, zich in die verkleurde prachtgewaden uit te dossen, en +voor den grooten spiegel heen en weer te wandelen, onder het maken +van sierlijke buigingen en het zwaaien van een langen sleep, die +"zoo echt deftig ruischte." + +Op den dag van het testament was ze hier zóó druk mee bezig, dat +ze Laurie niet hoorde bellen en ook niet zag hoe hij om een hoekje +van de deur gluurde, terwijl ze op en neer stapte, met haar waaier +speelde, haar hoofd heen en weer draaide, dat met een grooten, rosen +hoed versierd was, zonderling afstekend bij haar blauw zijden japon +en gelen onderrok. Amy moest voorzichtig loopen, om de schoenen met +hooge hakken, en het was een allerdolst gezicht, zooals Laurie later +aan Jo vertelde, haar in dat fraaie toilet te zien voorttippelen, +met Polly achter haar aan, die al zijn best deed haar na te bootsen, +terwijl hij nu en dan stil stond om te lachen, of uit te roepen: "Zijn +wij niet mooi? Ga weg, leelijkerd! Hou je bek! Kus me, liefje; ha, ha!" + +Nadat Laurie met moeite een uitbarsting van vroolijkheid had bedwongen, +uit vrees hare majesteit te beleedigen, klopte hij aan, en werd +minzaam ontvangen. + +"Ga zitten, terwijl ik dezen boel wegberg; en dan wou ik je graag over +iets heel ernstigs raadplegen," zei Amy, toen ze haar pronkgewaad +vertoond en Polly in een hoek gejaagd had. "Dat beest is de plaag +van mijn leven," zuchtte ze, terwijl ze de rose verhevenheid van haar +hoofd nam, en Laurie schrijlings op een stoel ging zitten. "Gisteren, +toen Tante sliep en ik mijn best deed zoo stil als een muis te zijn, +begon Polly opeens in zijn kooi te schreeuwen en te klapwieken. Ik liet +hem er dus uit en vond er een groote spin in. Toen ik het griezelige +dier wegjoeg, kroop het onder de boekenkast; Polly was er dadelijk +bij; hij bukte en keek onder de kast, en riep op zijn dwazen toon +met een knipoogje: "Kom er uit en ga mee wandelen, liefje." Ik _kon_ +niet helpen dat ik moest lachen, maar Pol begon te vloeken, zoodat +Tante wakker werd en ons alle twee beknorde." + +"Nam de spin de invitatie van den ouden heer aan?" vroeg Laurie +geeuwend. + +"Ja, hij kwam er uit, en Pol ging doodelijk verschrikt aan den haal +en klauterde op Tante's stoel; al schreeuwend: "Pak hem, Pak hem," +terwijl ik de spin ving. + +"Dat is een leugen! Lieve lorre!" krijschte de papegaai, naar Laurie's +voeten pikkende. + +"Ik zou je den nek omdraaien, als je van mij was, oude plaaggeest," +riep Laurie, terwijl hij zijn vuist schudde tegen den vogel, die zijn +kop op zij hield en zeer ernstig riep: + +"Goed geslapen? goeden morgen, meneer!" + +"Ziezoo, nu ben ik klaar," zei Amy, nadat zij de kleerkast gesloten en +een papier uit haar zak gehaald had. "Lees dit eens, als 't je blieft, +en vertel mij eens of het in den vorm en goed is. Ik vond, dat ik het +moest doen, want het leven is onzeker, en ik zou niet graag willen, +dat er oneenigheid ontstond bij mijn graf." + +Laurie beet zich op de lippen, wendde zich een weinig van de in +gedachten verzonken spreekster af, en las, de spelling in aanmerking +genomen, met loffelijken ernst: + + + + MIJN LAATSTE WIL EN TESTAMENT. + + + "Ik, Amy Curtis March, in de volle bezitting van mijn verstandige + vermogens geef en vermaak al mijn aardse bezittingen--dat is te + zeggen, namelijk: + + "Aan mijnen vader mijne beste teekeningen, schetsen, portefeuilles + en kunstwerken, met de leisten. Ook mijn spaarpot, om mee te doen + wat hij wil. + + "Aan mijne moeder al mijn kleederen, behalve de blauwe boezelaar + met de zakjes--ook mijn portret en mijn medaljon met mijn + hartelijke liefde. + + "Aan mijn lieve zuster Margaretha geef ik mijn turkoos ringetje + (als ik het krijg), verder het groene doosje met de duifjes er op, + ook het stukje echte kant voor om haar hals, en mijn schets van + haar als een souvenier. + + "Aan Jo vermaak ik mijn brosje, dat eene dat met lak gemaakt + is, en mijn bronsen inktkookertje (zij heeft zelf het dekseltje + weggemaakt) en mijn beeldrig konijntje van plijster, omdat het + mij spijt, dat ik haar verhaal verbrant heb. + + "Aan Betsy (als zij mij overleeft) geef ik mijne poppen en het + kleine kasje, mijn waaier, mijn linnen boorden en mijn verlakte + pantoffeltjes, die ze misschien wel zal kunnen dragen, omdat ze + wel mager zal zijn als ze beter word. Ook betuig ik haar hierbij + mijn berouw dat ik ooit om haar ouwe Johanna gelachen heb. + + "Aan mijn vriend en buurman Theodoor Laurence vermaak ik mijn + papiermaarsjee portefeuille en mijn model in klei van een paard, + al heeft hij ook gezegd dat het geen hals had. Daarenboven uit + erkentelijkheid voor zijn groote vriendelijkheid in de ure der + beproeving een mijner kunstwerken naar keus. De Noter-Dame is + het beste. + + "Aan onzen eerwaardigen weldoener, den heer Laurence, laat ik na + mijn roode doosje met het spiegeltje in het deksel, dat goed voor + zijn pennen zal zijn, en hem de jonge afgestorvene zal herinneren, + die hem dankt voor al zijn gunsten aan haar familie en vooral + aan Bets bewezen. + + "Aan mijn liefste vriendinnetje, Kitty Bryant, schenk ik mijn + blauwen boezelaar en mijn ringetje van gouddraad met een kus. + + "Aan Hanna geef ik de hoedendoos, die zij zoo graag wou hebben + en al het verstelwerk dat ik nalaat, hopende dat ze mijner er + bij zal gedenken. + + "En nu ik over mijn voornaamste bezittingen heb beschikt, hoop ik + dat allen tevreden zullen zijn en niets ten nadeele van de doode + zullen zeggen. Ik vergeef iedereen en hoop dat we elkander zullen + wederzien, wanneer de bazuin zal klinken. Amen. + + "Onder deze erflating of testament zet ik mijn handteekening en + verzegel het heden den 20sten November Anno Domino 18.. + + + Amy Curtis March + + "Getuigen + + Estelle Valnor + Theodoor Laurence." + + + +De laatste naam was met potlood geschreven, en Amy verzocht Laurie, +dien met inkt over te schrijven en het stuk behoorlijk voor haar +te verzegelen. + +"Wie heeft je dat in 't hoofd gebracht? Heeft iemand je soms verteld, +dat Bets haar dingen heeft weggegeven?" vroeg Laurie ernstig, toen +Amy een stukje rood band, een pijp lak, een kaars en een cachet voor +den dag haalde. + +Zij legde het hem uit, en vroeg toen angstig: "Wat zei je van Bets?" + +"Het spijt mij, dat ik er over begonnen ben, maar nu ik dat eenmaal +gedaan heb, zal ik het je vertellen. Ze voelde zich op een dag zoo +naar, dat ze tegen Jo zei, dat ze haar piano aan Meta, haar vogel aan +jou, en de arme, oude pop aan Jo wou geven, die er wel om harentwil +van houden zou. Het speet haar, dat ze zoo weinig weg te geven had, +maar ze liet ons allemaal een lokje van haar haar, en haar hartelijkste +groeten aan Grootpapa. _Zij_ dacht geen oogenblik aan een testament." + +Al sprekende, teekende en verzegelde Laurie het document, en keek +niet op, voordat een groote traan op het papier viel. Amy's gezicht +stond diep bedroefd, maar ze vroeg alleen: "Maken de menschen ook +weleens postscriptums onder hun testament?" + +"Ja, een codicil noemt men dat." + +"Zet dan onder het mijne--dat ik verlang, dat al mijn krullen zullen +worden afgeknipt en onder mijn vrienden verdeeld. Ik vergat het, +maar ik zou toch wel willen, dat het gedaan werd, al zal ik er dan +wel wat raar uitzien." + +Laurie voegde het er bij, glimlachend om Amy's laatste en grootste +opoffering. Vervolgens amuseerde hij haar een uur lang, en toonde veel +belangstelling in al haar wederwaardigheden. Maar toen hij heenging, +hield Amy hem even terug en fluisterde met bevende lippen: "Is Bets +werkelijk in gevaar?" + +"Ik vrees van ja, maar we moeten er maar het beste van hopen; schrei +dus niet, kleintje!" en Laurie sloeg op broederlijke wijze zijn arm +om haar heen, wat haar merkbaar vertroostte. + +Toen hij weg was, ging Amy naar haar "bidkamertje," en terwijl ze +daar in den schemer zat, bad zij voor Bets, onder een stroom van +tranen en met een diep bedroefd hart, en voelde ze dat een millioen +turkooizen ringen haar het verlies van haar lief zusje niet zouden +kunnen vergoeden. + + + + +HOOFDSTUK XX. + +IN VERTROUWEN. + + +Ik geloof niet, dat er woorden zijn, waarmee ik de ontmoeting van +mevrouw March met haar dochters kan beschrijven. Zulke uren zijn +heerlijk om te doorleven, maar men kan er niet goed over spreken; +daarom zal ik dit maar aan de verbeelding van mijn lezers overlaten, +en alleen zeggen, dat ze zich óver- en óvergelukkig voelden, en +dat Meta's wensch vervuld werd, want de eerste dingen, waarop Bets' +blik viel, toen ze uit haar eersten, verkwikkenden slaap ontwaakte, +_waren_ het roosje en Moeders gezicht. Nog te zwak om zich over iets +te verwonderen, glimlachte Bets dus slechts, en nestelde zich in de +liefhebbende armen, die haar omvat hielden, met het zalige gevoel dat +haar smachtend verlangen eindelijk bevredigd was. Toen viel ze weer in +slaap, en de meisjes bedienden hun moeder, want ze wilde de vermagerde +handjes niet losmaken, die de hare, zelfs in den slaap, omvat hielden. + +Hanna had een kolossaal ontbijt voor de reizigster opgedischt, omdat +ze op geen andere manier haar blijdschap wist lucht te geven, en Meta +en Jo voerden hun moeder, als plichtmatige jonge ooievaars, terwijl +ze luisterden naar haar gefluisterd verhaal over Vaders toestand, +de belofte van Brooke om bij hem te blijven en hem op te passen, het +gedurig oponthoud, dat de storm op de terugreis had veroorzaakt en de +onuitsprekelijke verlichting, die Laurie's hoopvol gezicht haar gegeven +had, toen ze, uitgeput door vermoeidheid, angst en koude, aankwam. + +Wat was dat een vreemde en toch gelukkige dag! Buiten zoo +schitterend en vroolijk, want iedereen scheen de eerste sneeuw te +willen verwelkomen; binnen zoo rustig en kalm, daar allen sliepen, +uitgeput door het waken. Een ware Sabbathstilte heerschte in het huis, +terwijl de glimlachende Hanna aan de deur de wacht hield. Met het +heerlijke gevoel, dat er een drukkende last van hen was afgewenteld, +sloten Meta en Jo hun vermoeide oogen, tot rust gekomen als door +storm voortgezweepte scheepjes, die eindelijk in een veilige haven +waren beland. Mevrouw March wilde geen oogenblik Bets' zijde verlaten, +maar sliep in den grooten leuningstoel, gedurig wakker schrikkend om +naar haar kind te kijken, haar aan te raken en zich over haar heen +te buigen, als een gierigaard over een herwonnen schat. + +Intusschen vloog Laurie weg om Amy te vertroosten, en deed zijn +verhaal zóó welsprekend, dat Tante March waarlijk zelf moest "snuffen" +en geen enkele maal zei: "Ik heb het wel gezegd!" Amy gedroeg zich +heel verstandig bij deze gelegenheid; het scheen werkelijk, alsof de +goede gedachten in het bidkamertje al vrucht begonnen te dragen. Zij +droogde spoedig haar tranen, bedwong haar ongeduld om haar moeder +te zien en dacht geen oogenblik aan het turkooizen ringetje, toen +de oude dame van harte instemde met Laurie's verzekering, dat ze +zich gedroeg "als een ferme, kleine meid". Zelfs Polly scheen er +van onder den indruk, want hij noemde haar "meisjelief" en verzocht +haar op zijn vriendelijksten toon: "Ga wat wandelen, liefje." Amy +zou graag uitgegaan zijn om van het mooie winterweer te genieten; +maar toen ze merkte, dat Laurie knikkebolde van den slaap, in spijt +van zijn mannelijke pogingen het te verbergen, haalde ze hem over +wat op de canapé te gaan liggen, terwijl zij een briefje aan haar +moeder schreef. Ze was er lang mee bezig, en toen ze terugkwam, lag +hij in een diepen slaap, met de armen onder het hoofd, terwijl Tante +March de gordijnen had laten vallen, en in een plotselingen aanval +van goedhartigheid er bij zat zonder iets te doen. + +Na een poosje begonnen ze te vreezen, dat hij misschien wel niet voor +den avond zou wakker worden, en dat zou hij ook niet geworden zijn, +wanneer hij niet was opgeschrikt door een vreugdekreet van Amy bij +het zien van haar moeder. + +Er waren dien dag waarschijnlijk wel veel gelukkige, kleine meisjes in +en rondom de stad, maar ik ben overtuigd dat Amy het gelukkigst van hen +allen was, toen ze op haar moeders schoot zat en haar wederwaardigheden +vertelde, troost en vergoeding ontvangende in den vorm van goedkeurende +glimlachjes en innige liefkoozingen. + +Ze waren samen alleen in het bidkamertje, waartegen haar moeder geen +bezwaren had, toen haar was uitgelegd hoe het gebruikt werd. + +"Integendeel, ik keur het heel goed, lieve kind," zei ze, van den +stoffigen rozenkrans naar het veelgebruikte boekje en de mooie plaat +met den krans van klimopbladeren ziende. "Het is een uitmuntend plan, +een plaatsje te hebben, waar wij rustig alleen kunnen zijn, wanneer ons +iets hindert of bedroeft. Er zijn veel moeilijke tijden in ons leven, +maar we kunnen die altijd verdragen, wanneer wij op de rechte plaats +hulp zoeken. Ik hoop, dat mijn kleine meid bezig is dit te leeren?" + +"Ja, Moeder, en als ik thuis kom, zal ik in de groote hangkast een +hoekje leegmaken, waar ik mijn boeken kan neerleggen en de copie +ophangen van deze plaat, die ik geprobeerd heb na te maken. Het +gezicht van de vrouw is niet goed; dat is te mooi voor me om goed na te +teekenen, maar het kindje is beter gelukt, en ik houd er erg veel van." + +Toen Amy het glimlachend Christuskind op den schoot der madonna +aanwees, zag mevrouw March iets aan het opgeheven handje, dat haar +deed glimlachen. Ze zei niets, maar Amy begreep den blik, en na een +oogenblik zwijgen ging zij ernstig voort: + +"Ik had u ook hierover willen spreken, maar ik vergat het. Tante gaf +mij vandaag dit ringetje. Ze riep me bij zich en kuste me, en zei +dat ik haar eer aandeed, en dat ze me wel graag altijd bij zich zou +willen houden. Kijk, dit aardige ringetje heeft Tante erbij gegeven +om den ring tegen te houden, hij is me nog te wijd. Ik wou ze zoo +graag dragen, Moeder. Mag ik?" + +"Ze zijn heel mooi, maar ik vind je nog wel wat jong voor zulke +sieraden, Amy," zei mevrouw March, met een blik op het ronde handje, +waaraan de blauwe steenen schitterden, vastgehouden door twee kleine +gouden, in elkander gevatte handjes. + +"Ik zal mijn best doen niet ijdel te zijn," beloofde Amy; "ik geloof +ook niet, dat ik er blij mee ben _alleen_ omdat ik ze mooi vind, +maar ik zou ze graag dragen, zooals het meisje in het verhaal haar +armband, om mij aan iets te herinneren. + +"Meen je aan tante March?" vroeg haar moeder lachende. + +"Neen, om me te herinneren niet zelfzuchtig te zijn." Amy zag er bij +die woorden zoo ernstig en oprecht uit, dat haar moeder ophield te +lachen en aandachtig naar het plannetje luisterde. + +"Ik heb in den laatsten tijd veel nagedacht over mijn "zondenpak" +zooals Jo zegt en ik geloof, dat zelfzucht mijn ergste gebrek is, en +nu ga ik mijn best doen om die af te leeren, als ik kan. Bets is niet +zelfzuchtig, en daarom houdt iedereen van haar. 't Zou verschrikkelijk +zijn als we haar verloren. De menschen zouden niet half zoo bedroefd +om mij zijn, als ik ziek was, en dat verdien ik ook niet, maar ik +wou toch ook wel graag door zooveel vrienden gemist worden, en daarom +zal ik al mijn best doen om te worden zooals Bets. Ik vergeet zulke +goeie dingen zoo licht, maar als ik altijd iets bij me had om er mij +aan te herinneren, geloof ik, dat het misschien gaan zou. Mag ik het +eens probeeren?" + +"Ja, maar ik heb meer vertrouwen in het hoekje van de groote +hangkast. Draag je ring, mijn kind, en doe je best, en ik geloof +dat het je lukken zal, want de vaste wil om goed te zijn, is al de +helft van 't werk. Nu moet ik weer naar Bets. Blijf maar goedsmoeds, +mijn dochtertje, en we zullen je gauw weer naar huis halen." + +Toen Meta dien avond bezig was aan haar vader te schrijven, om Moeders +goede overkomst te berichten, sloop Jo naar boven, naar Bets' kamer +en toen zij haar moeder op haar gewone plaatsje zag zitten, bleef ze +een oogenblik staan, met een uitdrukking van twijfel en teleurstelling +op haar gezicht, de hand door het haar strijkende. + +"Wat is er, kindlief?" vroeg mevrouw March, terwijl ze haar de hand +toestak met een glimlach, die tot vertrouwen uitlokte. + +"Ik moet u iets vertellen, Moeder." + +"Omtrent Meta?" + +"Wat kunt u dat vlug raden! Ja, 't is over haar en hoewel het maar +een kleinigheid is, hindert het mij toch." + +"Bets slaapt; spreek zachtjes en vertel er mij alles van. Die Moffat is +toch niet hier geweest?" vroeg mevrouw March op tamelijk scherpen toon. + +"Neen, ik zou hem de deur voor den neus hebben toegegooid," zei Jo, +terwijl zij bij haar moeder op den grond ging zitten. + +"Verleden zomer liet Meta een paar handschoenen bij de Laurences +liggen, en er kwam er maar één terug. Wij dachten daar natuurlijk +niet meer om, totdat Teddy mij vertelde, dat Brooke hem had. Hij +droeg hem in zijn vestjeszak, en eens viel hij er uit, en toen Teddy +er hem mee plaagde, erkende Brooke dat hij erg veel van Meta hield, +maar er niet over durfde spreken, omdat zij zoo jong en hij zoo arm +was. Vindt u dat niet _verschrikkelijk_?" + +"Denk je, dat Meta van hem houdt?" vroeg mevrouw March met een +bezorgden blik. + +"Genade! ik heb niets geen verstand van liefde en zulk gezeur!" riep +Jo, met een grappig mengelmoes van belangstelling en verachting. "In +romans toonen de meisjes het door te schrikken en te blozen, flauw te +vallen, mager te worden en zich als gekkinnen aan te stellen. Maar Meta +doet niets van dien aard; ze eet en drinkt en slaapt als een gewoon +mensch; ze kijkt mij vlak in de oogen, wanneer ik over dien man spreek, +en bloost alleen maar een klein beetje, als Teddy gekheid maakt over +aanbidders. Ik verbied hem wel dat te doen, maar hij luistert niet +zoo naar mij, als hij moest." + +"Dus denk je dat Meta _niet_ van John houdt?" + +"Van wien?" riep Jo verbaasd. + +"Van Brooke; ik noem hem nu John; we kwamen daar zoo toe in het +hospitaal, en hij heeft het graag." + +"O zoo! dan weet ik al, dat u zijn partij zult nemen; hij is goed voor +Vader geweest en nu zult u hem niet weg willen sturen, maar hem met +Meta laten trouwen, als ze wil. Echt min! om Vader te gaan oppassen +en u te flikflooien, om u te bewegen van hem te gaan houden," en Jo +gaf een verontwaardigden ruk aan haar haar. + +"Lieve kind, word er niet boos om, ik zal je vertellen hoe het +gebeurd is. John ging met mij mee, op verzoek van mijnheer Laurence, +en hij was zóo zorgzaam voor Vader, dat wij wel van hem moesten gaan +houden. Hij was omtrent Meta volmaakt open en eerlijk, want hij zei +ons dat hij haar liefhad, maar dat hij eerst een goed tehuis voor haar +wilde verdienen, eer hij haar ten huwelijk vroeg, 't Is werkelijk een +flink jongmensch, en we konden niet weigeren naar hem te luisteren; +maar ik zal niet toestaan, dat Meta zich zoo jong engageert." + +"Natuurlijk niet, het zou idiotenwerk zijn! Ik dacht wel, dat er iets +kwaads broeide; ik voelde het, en nu is het nog erger dan ik dacht. O, +ik wou maar, dat ik zelf met Meta trouwen kon en haar zoo veilig in +de familie houden." + +Mevrouw March glimlachte bij de gedachte aan zoo'n eigenaardige +schikking, maar hernam ernstig: "Jo, ik vertrouw je, en verlang, dat je +er vooreerst nog niet met Meta over spreken zult. Als John terugkomt en +ik hen samen zie, kan ik beter over haar gevoelens voor hem oordeelen." + +"Ze zal de zijne zeker in "die mooie oogen" lezen, waarover ze altijd +praat, en dan is ze natuurlijk dadelijk verloren. Ze heeft zoo'n +gevoelig hart, dat het stellig als boter in de zon zal smelten, +wanneer iemand haar sentimenteel aankijkt. De korte berichten, +die hij schreef, las ze veel vaker over dan uw brieven, en ze kneep +mij in mijn arm, toen ik daar iets van zei, en zij houdt van bruine +oogen, en ze vindt John geen leelijken naam, en ze zal wel heel gauw +verliefd worden, en dan is er een eind aan vrede en plezier en aan +ons gezellig samenzijn! Ik zie het al vooruit; ze zullen loopen vrijen +door het huis, en wij kunnen ons afsloven. Meta zal afgetrokken zijn, +en nergens meer voor deugen; Brooke zal op de een of andere manier +een fortuin oploopen, haar meenemen en een bres in de familie maken; +en _ik_ zal mij dood ongelukkig voelen; en ons heele leven zal +afschuwelijk ongezellig worden. Och, och!! waarom zijn we maar niet +allemaal jongens! dan zou er niets geen ellende zijn!" + +Jo leunde in eene wanhopige houding met haar kin op haar knieën, +en balde haar vuist tegen den schuldigen John, totdat mevrouw March +zuchtte en ze eenigszins bemoedigend opkeek. + +"Vindt u het ook niet prettig, Moeder? Daar ben ik blij om; laten we +hem dan zijn afscheid geven, en er niets van aan Meta zeggen en even +gezellig samen voortleven als we altijd gedaan hebben." + +"Het was niet goed van me, dat ik zuchtte, Jo. Het is niet meer dan +natuurlijk en billijk, dat jullie allen, in vervolg van tijd een +eigen huis zult krijgen; maar ik houd mijn meisjes graag zoo lang +mogelijk bij me; en het spijt me dat dit al zoo gauw gebeurd is, +want Meta is pas zeventien, en het zal nog wel eenige jaren duren, +eer John genoeg verdient. Vader en ik hebben besloten, dat zij zich +in geen enkel opzicht moet binden, en in geen geval trouwen voor +haar twintigste jaar. Wanneer zij en John elkaar liefhebben, kunnen +ze wachten en hun liefde daardoor op de proef stellen. Meta heeft +een ernstig karakter, en ik ben niet bang dat ze hem onvriendelijk +behandelen zal. Onze lieve, teerhartige oudste! Ik hoop zoo innig, +dat ze gelukkig mag worden!" + +"Zoudt u niet liever willen, dat ze met een rijken man trouwde?" vroeg +Jo, toen haar moeder de laatste woorden aangedaan uitsprak. + +"Geld is een goed en nuttig ding, Jo; en ik hoop, dat mijn meisjes +het gemis er van nooit al te zeer zullen gevoelen, evenmin als de +verzoeking van te veel te hebben. Ik zou 't liefst zien dat John +goed en wel gevestigd was in de een of andere zaak, die hem genoeg +opbracht om buiten schulden te kunnen leven en Meta in haar stand +te onderhouden. Ik verlang geen groot fortuin, geen hooge positie, +of beroemden naam voor mijn meisjes. Wanneer rang en rijkdom gepaard +gaan met liefde en een flink karakter, zou ik ze dankbaar aannemen +en mij in jullie geluk verheugen, maar ik weet bij ondervinding, +hoe gelukkig een mensch kan zijn in een klein, eenvoudig huisje, waar +het dagelijksch brood verdiend moet worden en waar de ontberingen het +genot van de genoegens verhoogen. Dat Meta eenvoudig beginnen moet, +vind ik niets, want ik weet dat ze rijk zal zijn in het bezit van +een besten man, en dat is meer waard dan een groot fortuin." + +"Ik begrijp u, Moeder, en ben het met u eens, maar ik ben zoo +teleurgesteld in Meta, want ik had zoo'n mooi plannetje gemaakt, +dat zij later met Teddy zou trouwen en haar heele leven in rijkdom +leven. Zou dat niet aardig zijn!" vroeg Jo met een verhelderd gezicht +opkijkende. + +"Hij is wat jonger dan zij, zooals je weet," begon mevrouw March, +maar Jo viel haar in de rede: + +"O, dàt komt er niet op aan! Hij is oud voor zijn jaren en lang; +en u weet, dat hij in zijn manieren al precies een heer kan zijn. En +hij is rijk en hartelijk en goed, en houdt van ons allemaal, en _ik_ +zeg, dat het jammer is als mijn plan mislukt!" + +"Ik ben bang, dat Laurie voor Meta nog niet menschelijk genoeg is, +en op het oogenblik te veel een weerhaan, dan dat iemand zich op +hem zou kunnen verlaten. Maak geen plannen, Jo, maar laat het aan +den tijd en aan de eigen harten van je vrienden over, om elkander +te vinden. Het is niet goed zich met zulke dingen te bemoeien, en +beter geen "romantischen onzin," zooals jij het noemt, in je hoofd +te halen, op gevaar af, dat het onze vriendschappelijke verhouding +benadeelen zou." + +"Goed, ik beloof u dat ik het niet doen zal; maar ik kan niet uitstaan, +alle dingen kris kras door elkaar te zien gaan en in de war te zien +komen, wanneer een rukje hier en een duwtje daar, alles in orde zou +kunnen brengen. Ik wou, dat wij zware gewichten op ons hoofd konden +dragen, om het groeien tegen te houden. Maar knoppen worden rozen en +poesjes worden katten--jammer genoeg." + +"Wat is dat over gewichten en katten?" vroeg Meta, die zachtjes de +kamer binnenkwam met den geschreven brief in haar hand. + +"O, niks! Een van mijn onzinnige redevoeringen. Ik ga naar bed; +ga je mee?" zei Jo, terwijl ze met een geheimzinnig gezicht opstond. + +"Heel goed en netjes geschreven. Zet er nog bij, dat ik mijn +hartelijke groeten aan John zend," zei mevrouw March, die den brief +had doorgekeken en hem teruggaf. + +"Noemt u hem John?" vroeg Meta glimlachend, met haar onschuldige +oogen haar moeder aanziende. + +"Ja, hij is als een zoon voor ons geweest, en we houden heel veel +van hem," zei mevrouw March met een onderzoekenden blik. + +"Daar ben ik blij om; hij voelt zich zoo eenzaam. Nacht, Moes. Wat is +het toch heerlijk u weer hier te hebben," was Meta's kalm antwoord. De +kus, dien haar moeder haar gaf, was bijzonder teeder, en toen zij de +kamer uit ging, zei mevrouw March bij zichzelf, met een wonderlijke +mengeling van blijdschap en spijt: "Ze heeft hem nog niet lief, +maar het zal er misschien wel toe komen." + + + + +HOOFDSTUK XXI. + +LAURIE STICHT KWAAD, EN JO HERSTELT DEN VREDE. + + +Het was den volgenden dag de moeite waard Jo's gezicht te zien, want +het geheim drukte haar en ze kon de verzoeking bijna niet weerstaan, +zich geheimzinnig en gewichtig voor te doen. Meta bemerkte dit wel, +maar nam de moeite niet haar te ondervragen, bij ondervinding wetende, +dat ze Jo het eerst tot iets kreeg als ze er zich onverschillig +voor toonde; ze rekende er dus vast op, dat ze alles hooren zou, +wanneer ze maar niets vroeg. Het verwonderde haar dan ook geducht, +dat het stilzwijgen niet werd opgeheven en Jo een beschermende +houding tegenover haar aannam, iets wat Meta in de hoogste mate +ergerde, zoodat zij op haar beurt zich in een wolk van waardige +terughoudendheid hulde en zich geheel aan haar moeder wijdde. Daardoor +was Jo aan zichzelf overgelaten, want mevrouw March had haar plaats +als verpleegster ingenomen, en haar geraden, na de lange opsluiting +in de ziekenkamer, eens goed uit te rusten, beweging buiten te nemen +en zich te ontspannen. Nu Amy van huis was, bleef Laurie haar eenige +toevlucht: maar hoe graag Jo ook met hem samen was, zou ze hem juist +nu liever minder gezien hebben, want hij was een onverbeterlijke +plaaggeest en ze vreesde, dat hij haar 't geheim nog zou ontfutselen. + +En daar had ze gelijk in; want niet zoodra kreeg het jongemensch de +lucht van een geheim, of hij zette er zich toe om het uit te visschen +en liet Jo rust noch duur. Hij probeerde het op alle manieren: +door vleien, omkoopen, bespotten, dreigen en opspelen; hij wendde +onverschilligheid voor, om bij verrassing achter de waarheid te komen; +verklaarde nu eens dat hij alles wist en dan weer dat hij er niets +om gaf, en ontdekte ten laatste, als vrucht van zijne onverpoosde +volharding, dat het Meta en Brooke betrof. Verontwaardigd, dat hij +niet door zijn goeverneur in vertrouwen was genomen, spande hij nu al +zijn vernuft in om een geschikte wraakoefening voor deze beleediging +uit te denken. + +Meta had intusschen schijnbaar alles vergeten, en was verdiept in de +toebereidselen voor haar vaders thuiskomst; maar plotseling kwam er een +volslagen verandering in haar, en gedurende een paar dagen was zij heel +anders dan gewoonlijk. Ze schrikte als ze aangesproken werd, bloosde +wanneer men haar aankeek, was bizonder stil, en zat met een bedeesd +en ernstig gezicht te naaien. Op de bezorgde vragen van haar moeder +antwoordde zij, dat ze volkomen wel was, en ze bracht Jo tot zwijgen, +door het verzoek zich _alstjeblieft_ niet met haar te bemoeien. + +"Ze voelt, dat het in de lucht zit--liefde, meen ik--en ze gaat al hard +vooruit. De meeste kenteekenen zijn er al; ze is kribbig en knorrig, +eet niet, ligt 's nachts wakker en zit in hoeken te peinzen. Ik betrap +haar telkens op het neuriën van sentimenteele liedjes, en eens zei ze +"John" net als u, en werd toen zoo rood als een biet. Wàt zullen we +nou beginnen?" zei Jo, met een gezicht, alsof ze zelfs voor de meest +krasse middelen niet zou terugdeinzen. + +"Kalm afwachten! Laat haar met rust, wees vriendelijk en geduldig +en als Vader thuis is, zal alles wel terecht komen," antwoordde +mevrouw March. + +"Hier is een brief voor je, Meta, met vijf lakken. Wat raar! Teddy +verzegelt de mijne nooit," zei Jo den volgenden dag, toen ze den +inhoud van de postbus verdeelde. + +Mevrouw March en Jo waren beiden verdiept in hun eigen bezigheden, toen +een kreet van Meta hen deed opzien, en daar stond ze met verschrikte +oogen op haar briefje te staren. + +"Kind, wat is er?" riep haar moeder naar haar toegaande, terwijl Jo +het velletje, dat die uitwerking had gehad, trachtte te grijpen. + +"Het was een vergissing--het wàs niet van hem--o Jo, hoe kon je +_zooiets_ doen?" en Meta verborg haar gezicht in haar handen, en +schreide alsof haar hart zou breken. + +"Ik? Ik heb niets gedaan! Waar praat ze toch over?" riep Jo verbijsterd +uit. + +Meta's vriendelijke oogen schoten vuur, toen zij een verkreukeld +briefje uit haar zak haalde, het Jo toewierp en op verwijtenden +toon zei: + +"Jij hebt dit geschreven, en die akelige jongen heeft je geholpen. Hoe +konden jullie zoo ruw, zoo min en zoo wreed jegens ons beiden +handelen?" + +Jo hoorde nauwelijks wat ze zei, want ze was bezig met haar moeder het +briefje te lezen, waarin, met een eigenaardige hand geschreven, stond: + + + + Mijn liefste Meta. + + Ik kan mijn gevoel niet langer bedwingen en moet de beslissing + van mijn lot weten, voor ik terugkom. Ik durf nog niet met uw + ouders spreken, maar ik geloof wel dat ze hun toestemming zullen + geven, wanneer ze weten, dat wij elkander liefhebben. De oude + heer Laurence zal mij wel aan een goede betrekking helpen en dan, + mijn lief meisje, zul je mij gelukkig maken, is 't niet? Ik smeek + je nog niets aan je familie te zeggen, maar door Laurie een enkel + hoopgevend woord te zenden aan je + + zoo innig liefhebbenden + + John. + + + +"O, die leelijke jongen! Op die manier dacht hij me dus te straffen, +omdat ik mijn woord aan Moeder niet wou breken. Ik zal hem een stevige +schrobbeering geven, en hem meebrengen om vergeving te vragen," riep +Jo, van verlangen brandende, om snel recht te doen. Maar haar moeder +riep haar terug, terwijl ze met een blik, die zelden op haar gelaat +gezien werd, zei: + +"Wacht, Jo, je moet eerst rekenschap geven van je gedrag. Je hebt +zoo veel guitenstreken uitgevoerd, dat ik vrees, dat je ook hierin +de hand gehad hebt." + +"Neen, heusch niet, Moeder, op mijn woord van eer. Ik heb dat briefje +nooit gezien, en ik weet er niets van, zoo waar ik leef!" betuigde +Jo zóó ernstig, dat mevrouw March haar geloofde. "Als ik er de hand +in gehad _had_, zou ik het beter gedaan en een verstandiger briefje +geschreven hebben. Me dunkt, Meta, dat je wel had kunnen begrijpen, +dat Brooke niet zulken onzin schrijven zou," voegde ze er bij, het +papier verachtelijk op den grond gooiende. + +"Het is precies zijn schrift," stamelde Meta, terwijl ze het vergeleek +met het briefje, dat ze nog in de hand hield. + +"O, Meta, je hebt er toch niet op geantwoord?" riep mevrouw March +verschrikt uit. + +"Ja, dat heb ik wel," en diep beschaamd verborg Meta haar gezicht weer. + +"Dat is een gek geval! O, laat me toch dien ellendigen jongen hier +halen, om alles uit te leggen en zijn portie te krijgen! Ik heb geen +rust, voor ik hem hier heb," en Jo stapte weer naar de deur. + +"Stil, ik zal de zaak behandelen, want het is erger, dan ik +dacht. Meta, vertel mij de heele geschiedenis," beval mevrouw March, +terwijl zij naast Meta ging zitten, maar Jo bij de hand hield, uit +vrees, dat ze weg zou vliegen. + +"Den eersten brief kreeg ik door Laurie, die er uitzag, alsof hij +van niets wist," begon Meta, zonder op te zien. + +"Eerst bezwaarde het mij en wou ik het u vertellen; toen bedacht ik, +hoeveel u van Brooke houdt, en meende dus dat u er niets tegen zou +hebben, dat ik mijn geheim nog een paar dagen bewaarde. Ik was zoo +flauw het aardig te vinden, dat niemand er iets van wist; en terwijl +ik er over dacht, welk antwoord ik geven zou, voelde ik mij net +als de meisjes in boeken, die zulke dingen ondervinden. O, Moeder, +ik ben er wel voor gestraft; ik durf hem nooit weer aan te zien." + +"Wat heb je hem geantwoord?" vroeg mevrouw March. + +"Ik heb alleen gezegd, dat ik nog te jong was om aan zulke dingen te +denken; dat ik geen geheimen voor u wou hebben, en dat hij met Vader +spreken moest. Dat ik hem heel dankbaar was voor zijn goede opinie, +en dat ik graag zijn vriendin wou zijn, maar vooreerst niets meer." + +Mevrouw March glimlachte tevreden en Jo klapte in de handen, terwijl +ze lachend uitriep: + +"Je bent bijna een Caroline Percy, dat beroemde model van +voorzichtigheid! Verder Meta. Wat antwoordde hij daarop?" + +"Hij schrijft nu op een totaal anderen toon; zegt dat hij mij nooit een +brief geschreven heeft, en dat het hem zeer spijt, dat mijn ondeugende +zuster Jo zich zulke vrijheden met onze namen veroorloofd heeft. De +brief is heel vriendelijk en beleefd, maar o, denkt u eens _hoe_ +verschrikkelijk het voor me is." + +Meta leunde tegen haar moeder aan als een toonbeeld van wanhoop, +en Jo liep de kamer op en neer, terwijl ze Laurie voor alles +uitmaakte. Opeens stond ze stil, nam de beide briefjes op, en na ze +nauwkeurig vergeleken te hebben, zei ze beslist: "Ik geloof niet dat +Brooke ooit één van deze beide briefjes gezien heeft. Teddy heeft ze +allebei geschreven, en het jouwe gehouden om over mij te triomfeeren, +omdat ik hem mijn geheim niet wou vertellen." + +"Heb maar liever geen geheimen, Jo; vertel alles aan Moeder en houd +je buiten alle gezeur, zooals ik gedaan moest hebben," zei Meta +waarschuwend. + +"Hemel kind, Moeder heeft het mezelf verteld." + +"Genoeg, Jo. Ik zal Meta zien te troosten, terwijl jij Laurie gaat +halen. We zullen deze zaak tot den bodem toe onderzoeken, en aan +zulke grappen voorgoed een einde maken." + +Weg draafde Jo, en mevrouw March vertelde Meta voorzichtig den waren +toestand van Brooke's gevoelens. "En nu mijn kind, hoe staat het met +jezelf? Heb je hem lief genoeg, om te wachten, tot hij je een tehuis +kan verschaffen, of verlang je nog geheel vrij te blijven?" + +"Ik ben zoo kwaad en verdrietig, dat ik er vooreerst heelemaal niet +meer aan denken wil, en misschien wel nooit meer," antwoordde Meta +kregel. "Als John _wezenlijk_ niets van die zotte geschiedenis weet, +vertel het hem dan niet, en laten Jo en Laurie hun mond houden. Ik +wil niet bedrogen en geplaagd en voor den gek gehouden worden--'t +is schande!" + +Daar mevrouw March zag, dat de gewoonlijk zoo zachte Meta nu bepaald +innig gegriefd was, en in haar trots gekwetst door de ongepaste grap, +trachtte ze haar te kalmeeren met beloften van volslagen stilzwijgen +en groote bescheidenheid voor het vervolg. Zoodra Laurie's stap in +de gang gehoord werd, vluchtte Meta in de studeerkamer, en mevrouw +March ontving den schuldige alleen. Jo had hem niet verteld waarom hij +komen moest, uit vrees dat hij dan niet zou willen, maar hij wist het, +zoodra hij het gezicht van mevrouw March zag, en stond zijn hoed rond +te draaien met een beschaamd gezicht, dat duidelijk van zijn schuld +getuigde. Jo werd weggezonden, maar bleef als een schildwacht in de +gang op en neer stappen, uit vrees, dat de gevangene mocht willen +vluchten. Gedurende een half uur hoorde ze het geluid van stemmen in +de huiskamer, maar wat bij dat onderhoud voorviel, kwamen de meisjes +nooit te weten. + +Toen zij binnen werden geroepen, stond Laurie met zoo'n berouwvol +gezicht bij hun moeder, dat Jo hem onmiddellijk vergaf, hoewel ze +het niet raadzaam vond dit te laten blijken. Meta nam zijn nederige +verontschuldigingen genadig aan, en voelde zich zeer gerustgesteld +door de verzekering, dat Brooke niets van de grap wist. + +"Ik zal het hem niet vertellen, nooit, al werd ik er ook voor op de +pijnbank gelegd; vergeef 't me dus maar, Meta; ik zal alles doen om je +te toonen, hoe ontzettend het mij spijt," voegde hij er beschaamd bij. + +"Ik zal het probeeren, maar het was min van je, zooiets te doen. Ik +dacht niet, dat je zoo geslepen en slecht kon zijn, Laurie," antwoordde +Meta, die haar verlegenheid onder een ernstig verwijtende houding +trachtte te verbergen. + +"Ja, het was min, en ik verdien, dat je in een maand niet tot mij +spreekt; maar dat zul je toch wel, hé?" en Laurie vouwde de handen met +zulk een comisch smeekend gebaar, wendde de oogen zoo aandoenlijk ten +hemel, en sprak op zoo'n onweerstaanbaar overredenden toon, dat het, +ondanks zijn afkeurenswaardig gedrag, onmogelijk was hem langer kwaad +aan te zien. Meta vergaf hem, en hoewel mevrouw March haar best deed +ernstig te blijven, verloor haar gelaat toch iets van zijn strengheid, +toen ze hem hoorde verklaren, dat hij bereid was zich alle mogelijke +penitentiën voor zijn euveldaden te laten welgevallen, en dat hij zich +als een worm in het stof voor de beleedigde jonkvrouw wilde vernederen. + +Jo bleef intusschen zeer statig staan en trachtte haar hart tegen +hem te verharden, maar het lukte haar alleen een heel verontwaardigd +gezicht te zetten. Laurie zag haar een paar maal aan, maar toen ze +geen blijk van toenadering gaf, voelde hij zich beleedigd en keerde +haar den rug toe, tot de anderen hem genoeg gekapitteld hadden, +waarna hij een diepe buiging voor haar maakte, en zonder verder een +woord te spreken, verdween. + +Zoodra hij weg was, wenschte ze dat zij meer vergevensgezind geweest +was; en toen Meta en haar moeder naar boven gingen, voelde ze zich +erg eenzaam en verlangde naar Teddy. Na een poos vruchteloos tegen +dit verlangen gestreden te hebben, gaf ze er aan toe en ging naar het +groote huis, gewapend met een boek, dat ze geleend had en nu terug +kon brengen. + +"Is mijnheer thuis?" vroeg Jo aan een der dienstboden, die juist de +trap afkwam. + +"Ja, juffrouw, maar ik geloof niet, dat hij op het oogenblik te +spreken is." + +"Waarom niet, is hij ziek?" + +"O, heden neen, juffrouw; maar er schijnt wat voorgevallen tusschen +hem en jongeheer Laurie, die zeker weer het een of ander uitgevoerd +heeft. De oude heer was tenminste bar uit zijn humeur. Ik durf dus +niet naar hem toegaan." + +"Waar is Laurie?" + +"Die heeft zich in zijn kamer opgesloten, en wou niet antwoorden +toen ik klopte. Ik weet niet wat er van het eten moet worden, want +het staat klaar en niemand komt beneden." + +"Ik zal eens gaan kijken wat er aan scheelt. Ik ben voor geen van +beiden bang." + +Jo wipte naar boven, en klopte luid op de deur van Laurie's +zitkamertje. + +"Schei uit, of ik zal open doen, en 't je afleeren!" riep het +jongemensch op dreigenden toon. + +Aanstonds ging Jo weer aan het bonzen; de deur vloog open, en zij was +binnen, eer Laurie van zijn verbazing bekomen kon. Toen Jo, die wel +wist hoe ze met hem om moest springen, zag dat hij wezenlijk kwaad +was, nam ze een boetvaardige houding aan, en plechtstatig voor hem op +de knieën neerzinkende, zei ze zachtzinnig: "Vergeef me, dat ik zoo +geweest ben. Ik kwam hier om het weer goed te maken en ik ga niet weg, +voor het in orde is." + +"Mooi! maar sta nu maar op, en wees geen eend, Jo," was het ridderlijke +antwoord op haar smeekbede. + +"Dank je, 'k zal zoo vrij zijn. Zou ik mogen vragen wat er aan +scheelt? Je ziet er niet bepaald opgeruimd uit." + +"Ik ben door elkander geschud, en dat verdráág ik niet," snauwde +Laurie verontwaardigd. + +"Door wien?" vroeg Jo. + +"Door Grootvader; als iemand anders het geprobeerd had, zou ik hem--" +en de beleedigde jonge held eindigde den volzin met een sprekende +beweging van den rechterarm. + +"Wat zou het? ik schud je zoo dikwijls door elkaar en daar geef je +niets om," zei Jo om hem te bedaren. + +"Och wat, jij bent een meisje, en dan is het voor de grap; maar ik +sta geen man toe _mij_ door elkaar te schudden." + +"Ik denk, dat niemand er lust in zou hebben, wanneer je er uitziet +als een donderwolk, zooals nu. Waarom was het?" + +"Alleen omdat ik niet zeggen wou, waarom je moeder mij liet roepen. Ik +had beloofd, dat ik het niet vertellen zou, en wou dus natuurlijk +mijn woord niet breken." + +"Kon je je grootvader niet op een andere manier tevreden stellen?" + +"Neen, hij eischte de volle waarheid; ik zou hem mijn aandeel in de +zaak wel verteld hebben, als ik het had kunnen doen, zonder Meta +er bij te pas te brengen. Nu dit niet kon, hield ik mijn mond, en +verdroeg het standje tot de ouwe heer me bij den kraag pakte. Toen +werd ik driftig en liep naar mijn kamer, want ik was bang, dat ik +mij zelf vergeten zou." + +"Ja, aardig was 't niet, maar het spijt hem nu stellig al, dat weet +ik; ga dus naar beneden en maak het uit de wereld." + +"Ik mag gehangen worden, als ik het doe! Ik bedank er voor, om door +iedereen bepreekt en geslagen te worden, alleen om een grap. Het speet +mij _werkelijk_ om Meta; daarom heb ik haar als een man vergeving +gevraagd, maar dat verdraai ik, als ik geen ongelijk heb." + +"Maar dat wist je grootpapa niet." + +"Hij moest mij vertrouwen, en niet doen, of ik een klein kind was. Het +geeft niets, Jo; hij moet leeren, dat ik voor mezelf kan zorgen, +en niet altijd aan iemands leiband verlang te loopen." + +"Jullie zijn een paar echte vaatjes buskruit," zuchtte Jo. "Hoe denk +je de zaak nu weer in orde te brengen?" + +"Wel, hij moet mij om vergeving vragen, en mij gelooven, als ik zeg, +dat ik niet vertellen kan wat er aan de hand was." + +"Genade! dat zal hij nooit doen!" + +"Ik ga niet naar beneden, voor hij 't doet." + +"Kom, Teddy, wees verstandig, laat dit nu maar passeeren, en ik zal +hem zooveel mogelijk alles ophelderen. Je kunt hier toch niet altijd +blijven; dus wat helpt het je, of je nu al theatraal doet." + +"Ik denk hier ook niet lang te blijven. Ik ga er stil vandoor, maak +een reisje hier of daar naar toe, en als de ouwe heer me mist, zal +hij gauw genoeg bijdraaien." + +"Misschien wel, maar je mag hem dat verdriet niet aandoen." + +"Preek als 't je belieft niet. Ik zal eens naar Washington gaan en +Brooke opzoeken; het is daar vroolijk, en ik wil na al dat gezanik +eens wat pret maken." + +"Dat zou heerlijk voor je zijn! Ik wou dat ik ook weg kon loopen!" zei +Jo, die haar rol van Mentor vergat, bij de gedachte aan het +interessante krijgsleven in de hoofdstad. + +"Ga mee! Waarom niet? Jij gaat je vader verrassen en ik ga Brooke eens +opfrisschen. Het zou echt leuk zijn; toe laten we 't doen, Jo! Wij +zullen een brief achterlaten, om te zeggen dat alles goed in orde is +en dadelijk opmarcheeren. Ik heb geld genoeg; het zal jou goed doen, +en er is geen kwaad bij, omdat je naar je vader gaat." + +Eén oogenblik keek Jo alsof ze zou toegeven; want juist omdat +het zoo'n ongewoon plan was, beviel het haar. Ze had genoeg van +de zorg en van 't in huis zitten, verlangde naar een verandering, +en de gedachte aan haar vader vermengde zich op verleidelijke wijze +met de onbekende bekoorlijkheden van legerplaatsen en hospitalen, +vrijheid en pret. Haar oogen glinsterden, terwijl ze verlangend uit +het venster keek, maar toen haar blik op het huis tegenover haar viel, +schudde ze het hoofd met treurige beslistheid. + +"Als ik een jongen was, konden we samen wegloopen en plezier maken; +maar daar ik het ongeluk heb een meisje te zijn, moet ik me kalm en +behoorlijk gedragen en thuis blijven. Breng me niet in verzoeking, +Teddy, het is een onwijs plan." + +"Dat is er juist het aardige van!" begon Laurie, die in een opgewonden +bui was en volstrekt op de een of andere manier uit den band wilde +springen. + +"Houd je mond!" riep Jo, haar ooren toestoppende. "Tobben en zwoegen is +mijn noodlot, en daar moet ik me maar eens voor al aan onderwerpen. Ik +kwam hier om zedelessen uit te deelen, maar niet om over dingen te +praten, die mij uit mijn vel doen springen, als ik er van hoor." + +"Ik wist wel, dat Meta dadelijk den domper op zoo'n plan zou zetten, +maar ik dacht dat jij meer durf in je had," begon Laurie overredend. + +"Wees stil, akelige jongen! Ga liever over je eigen zonden zitten +nadenken, en haal mij niet over om de mijne nog te vermeerderen. Als +ik je grootvader er toe breng, zich te verontschuldigen over dat door +elkander schudden, zul je dan je idee om weg te loopen opgeven?" vroeg +Jo ernstig. + +"Ja, maar je krijgt het niet gedaan," antwoordde Laurie, die verlangde +de zaak uit te maken, maar zijn beleedigde waardigheid eerst bevredigd +wilde zien. + +"Als ik 't met den jongen kan klaarspelen, kan ik het ook wel met den +ouden," mompelde Jo, die al wegliep, Laurie achterlatende, gebogen +over een spoorwegkaart en met de beide handen onder het hoofd. + +"Binnen!" en de barsche stem van den heer Laurence klonk barscher +dan ooit, toen Jo aan zijn deur klopte. + +"Ik ben het maar, mijnheer, ik kom u een boek terugbrengen," zei Jo +bedaard, terwijl ze binnentrad. + +"Wil je een ander hebben?" vroeg de oude heer, die er knorrig en +ontstemd uitzag, maar zijn best deed het niet te toonen. + +"Ja, als 't u belieft, ik houd zooveel van den ouden Sam Johnson, +dat ik het tweede deel ook wel eens wil inzien," antwoordde Jo, +in de hoop hem zachter te stemmen door het aannemen van een tweede +dosis "Boswell's Johnson," daar hij haar dit onderhoudend werk had +aangeraden. + +De zware wenkbrauwen ontspanden zich even, toen hij het trapje naar +de kast rolde, waar de Johnsonboeken stonden. Jo klom er op, en op +de bovenste trede gezeten deed ze, alsof ze naar het boek zocht, +maar zat eigenlijk na te denken, hoe ze het gevaarlijk doel van haar +bezoek zou ter sprake brengen. Mijnheer Laurence scheen te gissen, +dat ze iets in haar schild voerde, want nadat hij eenige malen driftig +de kamer op en neer had gestapt, stond hij eensklaps bij haar stil, +en sprak haar zoo onverwacht aan, dat Jo "Rasselas" van schrik open +op den grond liet vallen. + +"Wat heeft de rakker uitgevoerd? Tracht hem nu niet te +verontschuldigen! Ik weet, dat hij iets kwaads gedaan heeft, door +de manier waarop hij thuis kwam. Ik kan geen woord uit hem krijgen, +en toen ik hem dreigde, dat ik de waarheid wel uit hem schudden zou, +vloog hij weg en sloot zich in zijn kamer op." + +"Hij had iets verkeerds gedaan; maar we hebben het hem vergeven, en +allen beloofd, dat we er tegen niemand een woord van spreken zouden," +begon Jo langzaam. + +"Dat gaat niet; hij mag zich niet verschuilen achter een belofte van +een paar teerhartige meisjes. Als hij iets verkeerds gedaan heeft, +moet hij het erkennen, vergeving vragen en gestraft worden. Voor den +dag er mee, Jo! ik wil niet in onwetendheid gehouden worden." + +Mijnheer Laurence zag er zoo grimmig uit en sprak zoo heftig, dat +Jo graag weggeloopen zou zijn, als ze maar gekund had, maar ze zat +daar boven op het trapje, en hij stond er voor als een leeuw op haar +pad. Ze moest dus wel blijven en zich er door heen slaan. + +"Heusch, mijnheer, ik kan het u niet vertellen; Moeder heeft het +verboden. Laurie heeft al schuld bekend en vergiffenis gevraagd, en hij +is al genoeg gestraft. We zwijgen niet om hem, maar om iemand anders, +en de zaak zou veel erger worden, wanneer u er u mee inliet. Doe +het als 't u belieft niet; het was gedeeltelijk mijn schuld, maar nu +is alles in orde; laten we 't dus maar vergeten en wat over boeken +praten of over iets anders prettigs." + +"'k Heb mijn gedachten niet bij boeken; kom eens naar beneden, meisje, +en verzeker mij op je woord, dat die schavuit van een jongen niets +ondankbaars of onhebbelijks heeft uitgevoerd. _Als_ hij dat gedaan +heeft, na al de vriendelijkheid, die jullie hem bewezen hebt, zal ik +hem met mijn eigen handen afranselen." + +Die bedreiging klonk verschrikkelijk, maar verontrustte Jo niet in +'t minst, want zij wist, dat de driftige oude man nooit een vinger +tegen zijn kleinzoon zou opheffen, wat hij ook beweren mocht. Ze +daalde gehoorzaam af, en stelde het gebeurde zoo licht mogelijk voor, +zonder Meta te verraden of de waarheid te kort te doen. + +"Hm, ja! Nu, als de jongen zijn mond gehouden heeft, omdat hij het +beloofd had en niet uit koppigheid, vergeef ik hem. Hij heeft een +lastig karakter en is moeilijk te regeeren," zei mijnheer Laurence, +zijn haar opstrijkend, tot hij er uitzag of hij in een orkaan uit +wandelen was geweest, en daarna met een zucht van verlichting de +rimpels op zijn voorhoofd gladwrijvende. + +"Dat ben ik ook, maar met een beetje vriendelijkheid kan men meer +van mij gedaan krijgen, dan met een vijandig leger," zei Jo, om een +woordje voor haar vriend in het midden te brengen, die van de eene +moeilijkheid in de andere scheen te vervallen. + +"Je meent zeker, dat ik niet vriendelijk tegen hem ben, hè?" was het +scherpe antwoord. + +"O neen, mijnheer; u is soms àl te vriendelijk en dan weer een klein +beetje te driftig, als hij uw geduld op de proef stelt. Vindt u +zelf niet?" + +Jo was vast besloten om nu maar alles te zeggen, en trachtte heel kalm +te kijken, hoewel ze beefde toen ze de woorden had uitgesproken. Tot +haar groote geruststelling en verwondering wierp de oude heer zijn +bril rammelend op de tafel en riep openhartig uit: + +"Je hebt gelijk, beste meid, dat ben ik. Ik heb den jongen lief, +maar soms stelt hij mijn geduld op een zware proef, en ik weet niet +hoe het moet afloopen, als we zoo voortgaan." + +"Dat kan ik u wel zeggen--hij zal wegloopen." Zoodra Jo dit gezegd +had, had zij er spijt van; ze had hem alleen maar willen waarschuwen, +dat Laurie niet veel dwang dulden kon, en hoopte dat zijn grootvader +verdraagzamer omtrent hem zou worden. + +Het gelaat van mijnheer Laurence veranderde plotseling en op een stoel +neervallend keek hij ontsteld naar het portret van een knap man, +dat boven zijn schrijftafel hing. Het was de vader van Laurie, die +in zijn jeugd weggeloopen en getrouwd was tegen den heerschzuchtigen +wil van den ouden heer. Jo meende, dat hij aan 't verleden dacht en +dit betreurde, en ze wenschte, dat ze maar gezwegen had. + +"Hij zal het niet doen, als hij niet erg geplaagd wordt; hij praat er +nu en dan maar eens over als het studeeren hem verveelt. Soms bekruipt +mij de lust ook wel eens, vooral nadat mijn haar afgeknipt is; wanneer +u ons dus ooit mist, moet u maar voor twee jongens adverteeren en +ons op een Oostindie-vaarder zoeken." + +Jo lachte, terwijl ze sprak, en de oude heer keek weer vroolijk op +en beschouwde alles klaarblijkelijk als een grap. + +"Ondeugd, hoe durf je zoo tegen me spreken? Waar is je eerbied voor +mij en de vrucht van je goede opvoeding? Die jongens en meisjes! ze +zijn de plaag van ons leven; en toch kunnen we niet buiten hen," +voegde hij er bij, met een vriendelijk kneepje in haar wang. + +"Ga den jongen maar halen om te komen eten; zeg hem dat alles weer in +orde is, en dat hij niet weer zoo'n houding tegenover zijn grootvader +mag aannemen; dat verdraag ik niet." + +"Hij wil niet komen, mijnheer; hij is zoo gegriefd, omdat u hem niet +gelooven wou, toen hij zei, dat hij het niet vertellen kon. Ik geloof, +dat het door elkander schudden zijn trots erg gekwetst heeft." + +Jo trachtte hoogst ernstig te kijken, maar het scheen haar niet al +te best te gelukken, want mijnheer Laurence begon te lachen, en toen +wist ze dat ze haar spel gewonnen had. + +"Dat spijt me, en ik moet hem zeker nog dankbaar zijn, dat hij _mij_ +niet door elkaar geschud heeft, veronderstel ik. Wat duivel verwacht +die jongen van me?" en de oude heer keek wat beschaamd over zijn +oploopendheid. + +"Als ik u was, zou ik hem een plechtig briefje met excuses schrijven, +mijnheer. Hij zegt, dat hij anders niet beneden komt; hij wil naar +Washington en is erg op zijn paardje. Een formeele verontschuldiging +zal hem doen zien, hoe dwaas hij is, en ik wed, dat hij daarna heel +beminnelijk en handelbaar zal wezen. Probeer het eens; hij houdt van +een grap en 't is veel beter dan er lang over te praten. Ik zal het +naar boven brengen en hem wel eens op zijn plaats zetten." + +Mijnheer Laurence zag haar uitvorschend aan, en zette zijn bril op, +terwijl hij langzaam zei: "Jij bent een slim katje! maar ik zal er +me maar in schikken, dat jij en Bets den baas over me spelen. Hier, +geef mij een velletje papier en laat ons een einde aan die malligheid +maken." + +Het briefje werd geschreven in bewoordingen, die de eene heer +tegenover den anderen gebruiken zou, na eene zware beleediging. Jo +drukte een kus op Grootvaders kale kruin, en liep naar boven om het +episteltje onder Laurie's deur te steken, terwijl ze hem door het +sleutelgat aanraadde, onderworpen, beleefd, en nog een paar andere +onmogelijkheden meer te zijn. Daar de deur weer op slot was, liet ze +de verdere uitwerking maar aan het briefje over en ging langzaam naar +beneden, toen op eens de jongeheer haar op de leuning voorbijgleed, +haar onder aan de trap opwachtte, en met zijn deugdzaamste gezicht zei: +"Wat ben jij toch een beste kerel, Jo! Heb je er erg van langs gehad?" + +"Neen, over het geheel was hij nog al geschikt." + +"Ba, wat had ik het land, toen jij me ook afviel. Ik was waarachtig +klaar om naar den duivel te loopen," begon Laurie verontschuldigend. + +"Onzin; sla een blaadje om, en begin opnieuw, Teddy, mijn zoon!" + +"Ik sla al maar nieuwe blaadjes om en beklad ze telkens weer, net als +vroeger mijn schriften, en ik begin zoo dikwijls van voren af aan, +dat er wel nooit een eind aan komen zal," zei Laurie somber. + +"Kom, ga maar eten; daarna zul je je wel beter voelen. Mannen brommen +altijd, als ze honger hebben," en hiermee wipte ze de voordeur uit. + +"Dat noem ik met "étain" van mijn "sectie" spreken," zei Laurie, +in navolging van Amy, terwijl hij naar binnen ging om ootmoedig met +zijn grootvader aan tafel te gaan, die in een buitengewoon rooskleurig +humeur was, en hem het overige van den dag met de grootste beleefdheid +behandelde. + +Iedereen dacht, dat de zaak nu uit en de kleine wolk voorbijgedreven +was; maar het onheil was gesticht, want _wie_ de zaak vergeten mocht, +Meta niet. Ze sprak nooit over een zeker persoon, maar dacht des +te meer aan hem en droomde meer dan ooit, en eens vond Jo, die in +den schrijflessenaar van haar zuster naar postzegels snuffelde, +een stukje papier, geheel bekrabbeld met de woorden: "Mevrouw John +Brooke," waarop ze met een jammerkreet het stukje in het vuur wierp, +vast overtuigd dat Laurie's dwaasheid het kwaad verhaast had. + + + + +HOOFDSTUK XXII. + +LIEFELIJKE WEIDEN. + + +De weken, die nu volgden, waren als zonneschijn na den storm. De +zieken namen voortdurend in beterschap toe, en mijnheer March begon +er van te spreken, om in het begin van het nieuwe jaar naar huis +terug te keeren. Bets was spoedig weer in staat den heelen dag op +de rustbank te liggen, in het eerst spelend met de geliefde katjes, +en daarna bezig met naaiwerk voor haar poppen, waarmee ze droevig ten +achteren was gekomen. Haar eens zoo vlugge leden waren zoo stijf en +zwak geworden, dat Jo haar dagelijks in haar sterke armen door het +huis droeg, om een luchtje te scheppen. Meta verbrandde en bevuilde +bereidwillig haar blanke handjes met het klaarmaken van lekkernijen +voor "de lieve schat", terwijl Amy, onder den invloed van haar ring, +bij haar thuiskomst aan de zusters zooveel van haar bezittingen +uitdeelde, als ze maar wilden aannemen. + +Toen Kerstmis naderde, begon de gewone geheimzinnigheid in huis te +heerschen, en Jo bracht gedurig de heele familie buiten zichzelf, door +het opperen van volstrekt onmogelijke en onuitvoerbare, maar prachtige +en origineele feestelijkheden, waardoor dit zoo buitengewoon vroolijk +Kerstfeest luister moest bijgezet worden. Laurie was even onpractisch, +en zou, als hij zijn zin had gehad, vreugdevuren, vuurpijlen en +eerepoorten op het programma hebben gezet. Na veel schermutselingen +en tegenstand, meende men de begeerten van het eerzuchtig paar genoeg +gefnuikt te hebben; ze liepen dan ook met jammerlijke gezichten rond, +die evenwel niet best gerijmd konden worden met de uitbarstingen van +gelach, wanneer zij bij elkaar waren. + +Verscheiden buitengewoon zachte dagen gingen een prachtigen Kerstdag +vooraf. Hanna "voelde het in haar botten, dat het een bijzonder +feestelijke dag zou zijn," en ze bleek een goede profetes te wezen, +want alles en iedereen scheen het er op gezet te hebben mee te werken +tot een heerlijk geheel. Om te beginnen: mijnheer March schreef dat hij +spoedig bij hen zou zijn; dan voelde Bets zich dien morgen bijzonder +wel, en werd ze, gewikkeld in de gift van haar moeder, een lekkere, +roode shawl, in triomf naar het raam gedragen om het present van Jo en +Laurie te aanschouwen. De "onafscheidelijken" hadden zich niet uit het +veld laten slaan; als kabouters hadden ze bij nacht hun werk verricht +en een grappige verrassing tot stand gebracht. Buiten in den tuin stond +een prachtige sneeuwjonkvrouw, met een krans van hulst om het hoofd, +in de eene hand een mandje met vruchten en bloemen, in de andere eene +groote rol nieuwe muziek, en op de kille schouders een voetenzak met +alle kleuren van den regenboog, terwijl op een rose strook papier, +het volgende Kerstlied uit haar mond vloeide: + + + DE JONKVROUW TOT BETS. + + God zeegne u, lieve, kleine Bets + Op dezen Kerstfeestdag; + Dat heil, gezondheid, vrede en vreugd + U voortaan tegenlach'. + + Zie bloemen hier en lekker fruit + Voor onze nijvre bij; + Een rol muziek, een voetenzak, + En óók wat snoeperij. + + Joanna's beeld, een meesterstuk + Van onzen Rafaël, + Die 't maalde met de meeste zorg-- + Mij dunkt, het lijkt ook wel. + + Ontvang hierbij een helrood lint + Voor uw beminde kat. + Van Meta wat vanille-ijs: + Een gletscher in een vat. + + Mijn makers legden in mijn borst + Van sneeuw hun warme min + Ik kom van Laurie en van Jo-- + Zoo 'k hoop, u naar den zin. + + +Wat moest Bets lachen toen ze 't allemaal zag? + +Wat liep Laurie heen en weer om de presenten aan te brengen, en wat +grappige toespraken hield Jo bij het overhandigen. + +"Ik ben zoo boordevol geluk, dat er, als Vader er nu nog was, geen +enkel droppeltje meer bij zou kunnen," zei Bets, met een zucht van +tevredenheid, toen Jo haar naar de studeerkamer droeg, om na al die +drukte wat uit te rusten, en zich te verkwikken met een gedeelte van +de heerlijke druiven, die de "Sneeuwjonkvrouw" haar gebracht had. + +"Het gaat mij net zoo," riep Jo, terwijl zij eens op den band van +het zoo lang gewenschte "Undine en Sintram" klopte. + +"En mij," juichte Amy, die zat te genieten van een gravure, +voorstellende de Madonna en het kind, die haar moeder haar in een +mooi lijstje gegeven had. + +"Mij natuurlijk ook," riep Meta, de zilverachtige plooien van haar +eerste zijden japon gladstrijkende, want mijnheer Laurence had er op +gestaan haar die te geven. + +"Kinderen, wat een gelukkige dag!" zei mevrouw March dankbaar, en +haar oogen dwaalden van den brief van haar man naar het glimlachend +gezichtje van Bets, terwijl haar hand de broche met grijs, goudblond, +kastanje- en donkerbruin haar liefkoosde, die de meisjes haar juist +hadden voorgespeld. + +Nu en dan gaat het wel eens in de wezenlijke wereld op de echte +boekenmanier, en wat is dat dan heerlijk! Een half uur, nadat zij allen +verklaard hadden zóó gelukkig te zijn, dat ze geen enkelen droppel +meer in zich op konden nemen, kwam de droppel. Laurie opende de deur +van de zitkamer en stak langzaam, bedaard het hoofd naar binnen, +maar hij kon evengoed een luchtsprong gemaakt of een Indiaanschen +strijdkreet aangeheven hebben, want zijn oogen verrieden zoo veel +ingehouden opgewondenheid, en zijn stem was zoo verraderlijk vroolijk, +dat iedereen opvloog, hoewel hij slechts op vreemden, gejaagden toon +zei: "Hier is nóg een present voor de familie March." + +Eer de woorden goed en wel uit zijn mond waren, verdween hij, +en in zijn plaats verscheen een lange, mannelijke gestalte tot +aan de oogen ingepakt en geleund op den arm van eene andere lange, +mannelijke gestalte, die iets trachtte te zeggen, maar er niet uit kon +komen. Natuurlijk volgde er een algemeene agitatie; in de eerstvolgende +oogenblikken scheen ieder zijn verstand verloren te hebben, want +de vreemdste dingen werden gedaan, en niemand sprak een geregeld +woord. Mijnheer March werd onzichtbaar in de omhelzing van vier paar +liefhebbende armen; Jo beleefde de schande van bijna flauw te vallen +en werd door Laurie in de gang gecureerd; Brooke kuste Meta heelemaal +bij vergissing, zooals hij eenigszins onsamenhangend verklaarde, en +Amy, de welgemanierde, struikelde over een voetenbankje, en omhelsde, +zonder te wachten tot ze weer stond, de laarzen van haar vader en +bedauwde ze met tranen op een alleraandoenlijkste manier. Mevrouw March +herstelde zich het eerst en hield haar hand op met een waarschuwend: +"Stil, denk aan Bets!" + +Maar het was al te laat; de deur van de studeerkamer ging open--de +kleine, roode shawl verscheen op den drempel--vreugd verleende +kracht aan de zwakke beenen, en Bets vloog regelrecht in haar vaders +armen. Vraag maar niet wat er toen gebeurde, want de overkropte +harten vloeiden over, zoodat al de bitterheid van het verleden werd +uitgewischt en niets dan het blijde heden overbleef. + +Het was wel niet romantisch, maar een hartelijk gelach bracht ieder +weer tot zichzelf--want achter de deur stond Hanna, snikkende over +den vetten kalkoen, dien zij in de haast vergeten had neer te leggen, +toen zij de keuken uitstormde. Zoodra het gelach ophield, begon +mevrouw March Brooke te danken voor de trouwe zorg, die hij voor haar +echtgenoot gedragen had, waarop Brooke zich plotseling herinnerde, +dat mijnheer March rust noodig had, en Laurie bij de hand nemende, +zoo haastig mogelijk verdween. Toen werd den twee invaliden bevolen +rust te nemen, hetgeen ze ook deden, door samen in één grooten stoel +te zitten en zoo druk mogelijk te praten. + +Mijnheer March vertelde, hoe hij verlangd had hen te verrassen, en hoe +de dokter hem toegestaan had van het zachte weder gebruik te maken; +hoe onschatbaar Brooke geweest was, en hoe hij in alle opzichten een +hoogst achtenswaardig en ferm jongmensch was. Waarom mijnheer March +juist toen een oogenblik ophield en, na een blik op Meta geworpen te +hebben die hevig in het vuur stond te poken, zijn vrouw met vragend +opgetrokken wenkbrauwen aanzag, laat ik aan uw verbeelding over, als +ook, waarom mevrouw March zacht met het hoofd knikte en hem eenigszins +plotseling vroeg, of hij niet wat te eten wilde hebben. Jo zag en +begreep den blik, wandelde verontwaardigd weg om wijn en bouillon +te halen en sloeg de deur vrij hard achter zich toe, bij zichzelf +mompelend: "Ik háát achtenswaardige, ferme jongelui met bruine oogen!" + +_Nooit_ was er zoo'n vroolijke maaltijd op Kerstmis als dien dag. De +vette kalkoen was een lust om te zien, toen Hanna hem opgevuld, +heerlijk bruin gebraden en versierd binnen bracht. De plumpudding +smolt in den mond, evenals de vla en de gelei, waarvan Amy genoot +als een vlieg in een stroopkan. Alles viel goed uit; hetgeen volgens +Hanna een gelukkig toeval was, "want ik was zoo veraltereerd, mevrouw, +dat het een wonder is, dat ik de podding niet heb gebraden, en den +kalkoen met rozijnen heb opgevuld, of hem in een doek gekookt." + +Mijnheer Laurence en zijn kleinzoon dineerden bij hen, evenals Brooke, +die, tot Laurie's groot vermaak, voortdurend vijandig door Jo werd +aangestaard. Twee gemakkelijke stoelen stonden naast elkander aan het +boveneinde van de tafel, waarin Bets en haar vader zaten, die zich +vergenoegden met een kipje en wat vruchten. Zij dronken, toastten, +deden verhalen, zongen, "haalden op uit den ouden tijd," zooals oude +menschen zeggen en vierden allerheerlijkst feest. Er had een plan +bestaan op een sleetochtje, maar de meisjes wilden hun vader niet +verlaten; dus vertrokken de gasten vroeg, en toen de schemer inviel +vereenigde zich de gelukkige familie om het vuur. + +"Juist een jaar geleden zaten we te brommen over den treurigen +Kerstdag, dien wij verwachtten. Weet jullie 't nog wel?" vroeg Jo, een +korte stilte afbrekende, die op een gesprek over allerlei onderwerpen +gevolgd was. + +"Het werd over 't geheel tóch een goed jaar," zei Meta, die glimlachend +in het vuur staarde, en zich gelukwenschte, dat ze Brooke met +waardigheid had behandeld. + +"_Ik_ vind, dat het een moeilijk jaar is geweest," merkte Amy op, +terwijl ze met peinzenden blik naar het flikkeren van het licht op +haar ring keek. + +"Ik ben blij, dat het om is, omdat wij u weer terug hebben," fluisterde +Bets, die op Vaders knie zat. + +"Het was wel een oneffen weg voor jullie, mijn kleine pelgrims, vooral +het laatste gedeelte. Maar je bent moedig voortgegaan, en ik geloof, +dat de pakken mooi op weg zijn af te vallen," zei mijnheer March, +terwijl hij met vaderlijk welgevallen de vier jonge gezichtjes aankeek. + +"Hoe weet u dat? Heeft Moeder u daarvan verteld?" vroeg Jo. + +"Niet veel, maar aan den weerhaan ziet men, uit welken hoek de wind +waait, en ik heb vandaag verscheiden ontdekkingen gedaan." + +"O, vertel dan eens gauw wát!" riep Meta uit, die naast hem zat. + +"Hier is er een!" en haar hand vattende, die op den arm van zijn +stoel rustte, wees hij op den ruwen wijsvinger, een blaartje op den +rug en een paar harde plekjes in de palm. "Ik herinner mij een tijd, +toen dat handje wit en zacht was, en toen het je voornaamste zorg +scheen, het zoo te houden. Het was toen heel mooi, maar in mijn oog +is het nu mooier, want in die schijnbare ontsieringen lees ik een +heele geschiedenis. De ijdelheid is opgeofferd; dit vereelte handje +heeft nog iets beters dan blaren opgedaan, en ik geloof zeker, dat +het naaiwerk door deze beprikte vingertjes verricht, lang zal duren, +daar de steken met zooveel goeden wil gemaakt werden. Metalief, ik +schat de vrouwelijke bekwaamheden, die een thuis aangenaam maken, +hooger dan witte handen of fraaie talenten, ik ben er trotsch op, +dat ik dit flinke, ijverige handje drukken mag, en ik hoop, dat men +ons niet gauw vragen zal, het weg te geven." + +Wanneer Meta een belooning verlangd had voor uren van geduldigen +arbeid, ontving ze die nu in den handdruk en den goedkeurenden glimlach +van haar vader. + +"Wat hebt u van Jo te zeggen? Toe, zeg iets goeds, want ze heeft zoo +haar best gedaan, en ze is zoo heel, heel lief voor mij geweest," +fluisterde Bets haar vader in het oor. + +Mijnheer March glimlachte en keek naar het lange meisje tegenover hem, +met die ongewoon zachte uitdrukking op haar bruin gelaat. + +"Ondanks den krullebol zie ik niet meer den "zoon Jo," dien ik een +paar jaar geleden achterliet," zei mijnheer March. "Ik zie eene jonge +dame, die haar kraagjes recht speldt, haar laarzen netjes toerijgt, +en niet meer fluit, ruwe woorden gebruikt of languit op het haardkleed +ligt, zooals vroeger. Op het oogenblik is zij vrij bleek en mager +door zorg en waken; maar ik zie haar graag aan, want haar gezicht is +vriendelijker en haar stem is zachter geworden; ze stampt niet meer, +maar beweegt zich licht, en draagt voor zeker klein persoontje zorg op +een moederlijke wijze, die ik met blijdschap opmerk. Ik mis mijn wilde +meid wel min of meer, maar als ik daarvoor een sterke, behulpzame, +teerhartige vrouw in de plaats krijg, zal ik meer dan voldaan zijn. Ik +weet niet of ons zwart schaap door het scheren zoo bedaard is geworden, +maar wel weet ik, dat ik in heel Washington niets kon vinden, mooi +of goed genoeg, om er de vijfentwintig dollars voor uit te geven, +die mijn dochter mij gezonden heeft." + +Jo's heldere oogen werden een oogenblik dof, en bij het licht van het +vuur zag Bets, dat haar bleeke wangen door een blos overtogen werden +bij den lof van haar vader, dien zij wist, voor een deel althans, +verdiend te hebben. + +"Nu Bets," zei Amy, die verlangde dat haar beurt kwam, maar bereid +was te wachten. + +"Er is zoo weinig van haar over, dat ik niet veel durf zeggen, +uit vrees, dat zij heelemaal zal verdwijnen, hoewel ze niet meer +zoo verlegen is als vroeger," schertste haar vader vroolijk; maar +bij de herinnering hoe zij hem bijna ontvallen was, sloot hij haar +vast in zijn armen, legde zijn wang tegen de hare en eindigde teeder: +"Hier heb ik je veilig en wel, mijn kind, en hoop je zoo te behouden, +als God wil." + +Na een oogenblikje stilzwijgen keek hij naar Amy, die op een +voetenbankje voor hem zat en begon, terwijl hij haar glanzend haar +liefkoosde: + +"Ik zag, dat Amy aan tafel de minst lekkere kluifjes nam, dat ze +den heelen middag voor Moeder heen en weer liep, van avond Meta haar +plaats afstond, en iedereen geduldig en vriendelijk bediend heeft. Ik +merkte ook op, dat zij niet pruilde of in den spiegel keek, en dat ze +geen woord gesproken heeft over het mooie ringetje, dat ze draagt; +daaruit besluit ik, dat ze meer aan anderen en minder aan zichzelf +heeft leeren denken en haar best gedaan om evengoed haar karakter +te vormen, als haar figuurtjes van klei. Daar ben ik blij om, want, +hoewel ik heel trotsch zou zijn op een mooi, door haar geboetseerd +beeld, zal ik nog oneindig trotscher zijn op een lieve dochter, die de +gave bezit, het leven voor anderen en voor zichzelf gelukkig te maken." + +"Waar denk je aan, Bets?" vroeg Jo, toen Amy haar vader had bedankt, +en de geschiedenis van haar ring verteld had. + +"Ik las vandaag in "de Pelgrimstocht", hoe, na veel moeiten en gevaren, +Christiana en Groothart aan een mooie, groene weide kwamen, waar de +lelies het heele jaar door bloeiden, en dat ze daar heerlijk bleven +uitrusten, zooals wij nu doen, voordat ze de reis verder voortzetten," +antwoordde Bets, en voegde er bij, terwijl ze zich langzaam losmaakte +uit de armen van haar vader en naar de piano ging: "Het is tijd om +te zingen, en ik verlang mijn oude plaats weer in te nemen. Ik zal +probeeren het liedje van den herdersjongen te zingen, dat de Pelgrims +hoorden. Ik heb de wijs voor Vader gemaakt, omdat hij zooveel van de +woorden houdt." + +Bets ging voor haar piano zitten, raakte zacht de toetsen aan, en het +lieve stemmetje, dat ze gevreesd hadden nimmer weer te zullen hooren, +zong met eigen begeleiding het oude lied, dat zoo bijzonder op haar +toepasselijk was: + + + Die laag staat, vreeze voor geen val, + De needrige geen trots; + Die klein van kracht is, bouwe vrij + Op God, als op een rots. + + Ik ben tevreê met wat ik heb, + Of 't veel of weinig zij: + Tevreden wíl ik zijn, o Heer: + Dezulken toch mint Gij. + + Voor hen is overvloed tot last, + Wier weg naar boven leidt. + Hier weinig en hiernamaals veel + Is 't best voor d' eeuwigheid. + + + + +HOOFDSTUK XXIII. + +TANTE MARCH BRENGT DE ZAAK TOT EEN BESLISSING. + + +Net als de bijen achter hun koningin aanzwermen, zweefden moeder +en dochters den volgenden dag rondom mijnheer March, en verzuimden +alles om den pas aangekomen herstellende te zien, te hooren en te +bedienen, zoodat hij gevaar liep door overmaat van verzorging weer +ziek te worden. Zooals hij daar, omringd van kussens in den grooten +stoel naast Bets' canapé zat, met de andere drie dicht om hem heen, +terwijl Hanna nu en dan het hoofd eens om de deur stak, "om eens +even den lieven man te zien," scheen het alsof er niets meer aan +hun geluk ontbrak. En toch ontbrak er _iets_, en de ouders voelden +het, hoewel niemand er over sprak. Mijnheer en mevrouw March zagen +elkaar onrustig aan en volgden Meta met de oogen. Jo had plotselinge +aanvallen van somberheid, en werd er op betrapt, dat zij nu en dan +met haar vuist Brooke's parapluie dreigde, die in de gang was blijven +staan. Meta was afgetrokken, verlegen en stil. Ze schrikte wanneer +er gebeld werd, en bloosde als iemand John's naam noemde. Amy zei: +"'t Is net of iedereen op iets wacht en niemand tot rust kan komen, +en dat is toch vreemd, nu Vader weer goed en wel thuis is." En Bets +verwonderde er zich in haar onschuld over, waarom de buren niet als +naar gewoonte kwamen overloopen. + +'s Middags ging Laurie voorbij en scheen, toen hij Meta aan het venster +zag staan, plotseling door een theatrale bui overvallen te worden, +want hij viel op één knie neer in de sneeuw, sloeg zich op de borst, +trok zich aan het haar, en hief zijn handen smeekend op, alsof hij om +de een of andere gunst bad. En toen Meta hem zei, dat hij zich niet +zoo gek moest aanstellen en doorloopen, wrong hij denkbeeldige tranen +uit zijn zakdoek en wankelde den hoek om, alsof hij "der wanhoop ten +prooi was." + +"Idioot! Wat zou hij daarmee meenen?" vroeg Meta lachende, en deed +haar best, om er uit te zien, alsof ze er niets van begreep. + +"Hij deed maar eens voor, hoe jouw John zich zal aanstellen. Roerend, +hè?" antwoordde Jo verachtelijk. + +"Zeg alstjeblieft niet _mijn John_, want dat is onzin en niet waar," +maar Meta sprak de woorden langzaam uit, alsof ze haar bijzonder lief +toeklonken. "Toe, plaag me niet, Jo; ik heb je immers gezegd, dat ik +niet _veel_ om hem geef, en hij heeft immers van niets gesproken; +dus moeten wij allemaal maar gewoon vriendschappelijk zijn en net +doen als vroeger." + +"Dat kunnen we niet, want er _is_ iets gezegd en Laurie's +onhebbelijkheid heeft je voor mij bedorven. Ik zie het best en Moeder +ook. Je bent heel anders dan vroeger; ik weet niet hoever je wel +van me af lijkt. Ik ben niet van plan je te plagen, en ik zal het +dragen als een man, maar ik wou dat alles nu maar bepaald was. 'k +Heb een hekel aan dat wachten. Als je het dus ooit denkt te doen, +haast je dan wat, dan is het gauw voorbij," zei Jo knorrig. + +"_Ik_ kan toch niets zeggen of doen, eer hij er van spreekt, en dat +zal hij niet, omdat Vader gezegd heeft dat ik te jong was," begon Meta, +terwijl ze zich met een ongeloovig glimlachje over haar werk heenboog, +alsof ze het op dit punt niet geheel met haar vader eens was. + +"Als hij begon, zou je niet eens weten te antwoorden; je zou maar +schreien en blozen en hem zijn zin geven, in plaats van beslist neen +te zeggen." + +"Ik ben niet zoo kinderachtig en zwak, als je denkt. Ik weet precies, +wat ik zeggen zal, want ik heb er een uitvoerig plan voor gemaakt, +om niet onverwachts te worden verrast; je kunt nooit weten wat er +gebeuren zal, en ik wil op alles bedacht zijn." + +Jo moest lachen om het gewichtig air, dat Meta onbewust had aangenomen, +en dat haar heel goed stond, even als het aardig blosje, dat telkens +haar wangen kleurde. + +"Zou je me niet eens willen vertellen, wat je zou zeggen?" vroeg Jo +meer eerbiedig. + +"Met plezier. Je bent nu zestien, oud genoeg om mijn vertrouweling +te zijn, en mijn ondervinding kan jou misschien mettertijd te pas +komen in een dergelijke aangelegenheid." + +"Ik ben niet van plan die ooit te hebben. Ik vind het ontzettend +grappig andere menschen het hof te zien maken, maar ik zou me +bespottelijk voelen, als het mezelf overkwam," zei Jo, verschrikt +bij de gedachte. + +"Dat geloof ik niet, als je veel van iemand hield en hij van jou." Meta +zei het als tot zichzelf, en tuurde naar de laan, waar ze zoo dikwijls +geëngageerde paartjes in de schemering had zien wandelen. + +"Ik dacht, dat je me je redevoering zou gaan opzeggen," zei Jo, +de droomerij van haar zuster onbarmhartig verstorend. + +"O, ik zou alleen heel kalm en beslist zeggen: dank u, mijnheer Brooke, +u is wel vriendelijk, maar ik ben het ééns met mijn vader, dat ik te +jong ben om me al te engageeren; wees dus zoo goed er niet meer over +te spreken, maar laat ons vrienden blijven als vroeger." + +"Hm, stijf en koel genoeg. Ik geloof niet, dat je dat ooit zult zeggen, +en ik weet dat hij er niet mee tevreden zal zijn. Als hij aanhoudt, +zooals gelukkige minnaars in boeken, zul je hem aannemen, liever dan +hem te kwetsen." + +"Neen, dat zal ik niet! Ik zal hem zeggen, dat ik vast besloten ben, +en dan de kamer met waardigheid verlaten." + +Meta stond op, toen zij dit zei, en was juist van plan haar +indrukwekkenden uittocht voor te stellen, toen een stap in de gang +haar naar haar stoel terug deed stuiven en op haar naaiwerk aanvallen, +alsof haar leven er mee gemoeid was, zoo de zoom niet in een bepaalden +tijd af kwam. Jo bedwong een lach bij de plotselinge verandering, +en toen iemand bescheiden aan de deur tikte, opende zij die alles +behalve gastvrij met een barsch gezicht. + +"Dag juffrouw March, ik kwam om mijn parapluie te halen--eigenlijk +ook om te zien, hoe uw vader zich vandaag voelt," begon Brooke een +beetje verlegen, terwijl zijn oog van het eene veelzeggende gezicht +naar het andere vloog. + +"Best, hij is heel wel; de parapluie staat in den stander; ik zal hem +even krijgen en zeggen dat u er is," zei Jo, en wipte de kamer uit om +Meta de gelegenheid te geven haar redevoering in alle waardigheid af +te steken. Maar zoodra ze weg was, begon Meta naar de deur te schuiven: + +"Moeder zal zeker blij zijn u te zien; ga zitten, ik zal haar roepen." + +"Ga niet weg; ben je bang voor me, Meta?" en Brooke keek zoo gegriefd, +dat Meta vreesde iets heel ruws gedaan te hebben. Ze bloosde tot +onder haar krulletjes, want hij had haar nog nooit bij haar naam +genoemd, en ze was verbaasd, dat het zoo natuurlijk en prettig uit +zijn mond klonk. Om vriendelijk en kalm te schijnen, stak ze haar +hand vertrouwelijk uit en zei op dankbaren toon: + +"Hoe zou ik bang voor u kunnen zijn, terwijl u zoo goed voor Vader +geweest is? Ik wou maar, dat we er u voor konden bedanken." + +"Zal ik je zeggen, hoe je dat kunt?" vroeg Brooke, die Meta's hand in +zijn twee groote handen vastgreep, en haar aanzag met zooveel liefde in +zijn bruine oogen, dat haar hart begon te bonzen en ze wel had willen +wegloopen, maar toch ook graag wou blijven om het verdere te hooren. + +"Och neen, als 't u belieft niet--liever maar niet," zei ze, terwijl +ze trachtte haar hand weg te trekken, en er heel schuw en verschrikt +uitzag, al had ze beweerd niet bang voor hem te zijn. + +"Ik zal je niet plagen; ik wou alleen weten of je een beetje van +me houdt; ik heb je al zoolang liefgehad, Meta," voegde Brooke er +teeder bij. + +Dit was het oogenblik voor de kalme, gepaste redevoering, maar Meta +sprak die niet uit; zij was alles vergeten, keek op den grond en +antwoordde: "Ik weet het niet," zoo zachtjes, dat John zich bukken +moest, om het kleine, dwaze antwoord te verstaan. + +Het scheen hem toch nogal te voldoen, want hij glimlachte met +een stralend gezicht, drukte Meta's handje en vroeg op zijn meest +overredenden toon: "Zou je willen probeeren, om het te weten te +komen? Ik zou het zoo graag van je hooren, en kan niet met lust aan +'t werk gaan, eer ik weet, of ik in 't eind mijn belooning zal krijgen +of niet." + +"Ik ben nog te jong," stamelde Meta, verbaasd dat ze zoo overstuur +raakte en dat ze het toch eigenlijk niets naar vond. + +"Ik zal wachten; en intusschen kun je misschien leeren van mij te +houden. Zou 't een erg moeilijke les wezen, Meta?" + +"Niet, als ik hem graag wou leeren, maar--" + +"Toe, wil het maar, Meta. Ik houd van onderwijs geven, en dit is veel +gemakkelijker dan Duitsch," riep John, haar andere hand grijpende, +zoodat zij haar gezicht niet kon verbergen, toen hij zich bukte om +haar in de oogen te zien. + +Zijn toon was "gepast smeekend," maar Meta keek hem eens van ter +zijde schichtig aan en zag dat zijn oogen niet alleen teeder, maar +ook vroolijk stonden en dat hij tevreden glimlachte, als iemand, die +niet twijfelt aan zijn succes. Dit prikkelde haar; ze herinnerde zich +Annie Moffat's dwaze lessen in coquetterie, en de zucht naar macht, +die in 't hart, ook van de beste jonge meisjes sluimert, ontwaakte +plotseling in haar en maakte zich van haar meester. Ze voelde zich +zenuwachtig en vreemd, en niet wetende wat anders te doen, volgde ze +een opkomende gril, trok haar handen los, en zei heftig: "Ik _wil_ +niet; ga als 't je blieft weg en laat mij alleen." + +De arme Brooke keek alsof zijn dierbaar luchtkasteel op hem +neertuimelde, want hij had Meta nooit in zoo'n stemming gezien, +en hij raakte er door in de war. + +"Meen je dat werkelijk?" vroeg hij dringend, haar met zijn blik +volgend, terwijl ze de kamer uitliep. + +"Ja, ik meen het. Ik wil niet met die dingen geplaagd worden. Vader +zegt, dat het niet hoeft; het is te vroeg en ik wil niet." + +"Maar mag ik niet hopen, dat je langzamerhand van plan veranderen +zult? Ik wil wachten en niets zeggen, totdat je tijd hebt gehad. Speel +niet met me, Meta. Dat had ik niet van je gedacht." + +"Denk maar in het geheel niet meer aan me. Ik wou liever, dat je +'t niet deed," zei Meta, die in een ondeugende opwelling het geduld +van haar minnaar en haar eigen macht eens op de proef wilde stellen. + +John was heel ernstig en bleek geworden en leek nu ongetwijfeld veel op +de romanhelden, die ze tot nu toe bewonderd had; maar hij sloeg zich +toch niet voor het voorhoofd en stampvoette niet op den grond, zooals +zij deden; hij stond maar stil naar haar te kijken, zóó verlangend, +zóó teeder, dat ze bijna berouw kreeg. Het is moeilijk na te gaan, +wat er gebeurd zou zijn, als op dit hoogst belangwekkend oogenblik +Tante March niet binnengestrompeld was. + +De oude dame kon het verlangen haar neef te zien, niet bedwingen, +want ze had Laurie ontmoet op haar wandeling, en de terugkomst van +mijnheer March vernemende, reed ze terstond uit om hem te bezoeken. + +De heele familie was juist achter in het huis en ze was stilletjes +binnengekomen om hem te verrassen. Ze verraste twee anderen zóó, dat +Meta schrikte alsof ze een geest zag en John Brooke in de studeerkamer +ontsnapte. + +"Zeg! wat beteekent dit alles?" riep de oude dame, met een slag van +haar wandelstok, terwijl ze van den bleeken jongeman naar de vuurroode +jonge dame keek. + +"Een vriend van Vader. Ik ben zoo verrast u te zien," stamelde Meta, +overtuigd dat haar thans de les zou worden gelezen. + +"Dat is duidelijk," antwoordde Tante March, en ging zitten. "Maar wat +zei die vriend van je vader, dat je zoo purperrood gemaakt heeft? Er +is iets niet in den haak hier, en ik eisch dat je me vertelt, wat er +gebeurd is!" + +"We waren maar wat aan 't praten. Mijnheer Brooke kwam om zijn +parapluie te halen," begon Meta, die mijnheer Brooke en zijn parapluie +veilig de deur uitwenschte. + +"Brooke? De gouverneur van dien jongen? Aha, nu begrijp ik het! Ik +weet er alles van. Jo versprak zich, toen ze mij een boodschap wou +voorlezen uit een der brieven van je vader, en ik heb haar laten +opbiechten. Je hebt hem toch niet geaccepteerd, kind?" riep Tante +March verontwaardigd. + +"Stil toch! hij zal u hooren! Laat ik Moeder gaan roepen," zei Meta, +hevig ontsteld. + +"Nog niet. Ik heb je iets te zeggen en zal dat eerst doen. Vertel m' +eens, ben je van plan dien Brooke te trouwen? Als je dat doet, krijg je +geen cent van me. Denk daar maar aan, en wees een verstandig meisje," +sprak de oude dame dreigend. + +Nu bezat Tante March in hooge mate de kunst, zelfs in de zachtste +menschen een geest van verzet op te wekken en ze had er plezier +in dat te doen. De besten onder ons hebben iets van koppigheid in +zich, vooral wanneer zij jong en verliefd zijn. Als Tante March +Meta verzocht had John Brooke aan te nemen, zou ze waarschijnlijk +beslist hebben geweigerd; maar nu haar bevolen werd _niet_ van hem +te houden, besloot zij terstond het wél te doen. Genegenheid, zoowel +als koppigheid maakte dit besluit gemakkelijk, en in haar opgewonden +toestand verzette Meta zich tegen de oude dame met ongewoon vuur. + +"Ik zal trouwen met wien ik wil, Tante, en u kunt uw geld geven aan +wie u wilt," zei ze met een vastberaden knikje. + +"Wel, nu nog mooier! Is dat de manier, waarop je mijn raad volgt, +meisje. 't Zal je gauw genoeg berouwen, als je de liefde in een hutje +hebt leeren kennen en je die is tegengevallen." + +"In een hut is dikwijls veel meer liefde dan in sommige groote huizen," +antwoordde Meta. + +Tante March zette haar bril op en staarde haar nichtje aan--ze +herkende haar niet in deze stemming. Meta begreep zichzelf nauwelijks; +ze voelde zich zoo dapper en onafhankelijk, zoo blij dat ze John kon +verdedigen en haar recht kon handhaven om hem lief te hebben als zij +dat verkoos. Tante March zag in, dat ze de zaak verkeerd had aangepakt; +na een poosje deed ze dus een nieuwen aanval en begon zoo zachtzinnig +als haar mogelijk was: + +"Meta, lieve, wees nu eens verstandig en volg mijn raad. Ik meen het +goed, en zou je niet graag je heele leven zien bederven door één +misstap aan 't begin. Je behoort goed te trouwen en je familie te +steunen. Het is je plicht een rijk huwelijk te doen en dat behoorde +je ingeprent te zijn." + +"Vader en Moeder denken er anders over. Zij houden van John, al is +hij arm." + +"Je vader en moeder, kindlief, hebben niet meer wereldwijsheid dan +een paar zuigelingen." + +"Dat doet me pleizier!" riep Meta brutaal. + +Tante March deed alsof ze 't niet hoorde, maar ging voort met haar +les. "Die Brooke is arm en heeft geen enkel rijk familielid, wel?" + +"Neen, maar heel veel hartelijke vrienden." + +"Daar kun je niet van leven; probeer het maar eens en zie hoe gauw +die hartelijkheid bekoelt. Heeft hij een betrekking?" + +"Nog niet; mijnheer Laurence zal hem helpen." + +"Dat zal niet van langen duur zijn. James Laurence is een lastig oud +man, op wien men niet kan rekenen. Dus je bent van plan iemand te +trouwen zonder geld, zonder positie of betrekking, en harder te gaan +werken dan je nu gewoon bent, terwijl je een gelukkig leven tegemoet +kon gaan, door mijn raad te volgen en een beter huwelijk te doen. Ik +dacht dat je verstandiger was, Meta." + +"Ik zou geen beter huwelijk _kunnen_ doen, al wachtte ik +levenslang. John is goed en flink en knap; hij is begaafd en +verstandig, hij wil werken en zal stellig vooruitkomen. Hij is sterk en +goedhartig; iedereen houdt van hem en acht hem, en ik ben er trotsch +op dat hij om mij geeft, ofschoon ik zoo arm en jong en dom ben," +zei Meta, die er in haar ernst liever uitzag dan ooit. + +"Hij weet dat je rijke verwanten hebt, kind; dat is, vermoed ik, +het geheim van zijn liefde." + +"Hoe _durft_ u zooiets zeggen, Tante? John is boven zooiets +verheven. Ik wil geen seconde langer naar u luisteren, als u zoo +praat!" riep Meta, in haar verontwaardiging alles vergetende, behalve +de onrechtvaardigheid van die verdenking. "John zou evenmin om geld +trouwen als ik. Wij zijn bereid te werken, en willen wachten. Ik ben +niet bang voor armoede, want ik ben gelukkig geweest tot nu toe, en ik +weet dat ik het met hem ook zal zijn, omdat hij van me houdt, en ik--" + +Hier zweeg Meta, zich plotseling herinnerend, dat ze nog geen besluit +genomen had, dat ze John had gezegd heen te gaan, en dat hij misschien +haar veranderde verklaringen hoorde. + +Tante March was heel boos, want ze had het er op gezet, dat haar +mooi nichtje een goede partij zou doen, en een zekere uitdrukking in +'t bezielde, jonge gezichtje wekte een treurig en bitter gevoel op +in de eenzame, oude vrouw. + +"Welnu, ik trek mijn handen van de heele zaak af. Je bent een +koppig kind, en je verliest meer dan je vermoedt, door dezen dollen +streek.--Neen, ik wil niet zwijgen. Ik ben in je teleurgesteld en +heb geen lust, je vader nu te zien. Verwacht niets van mij, als je +getrouwd bent. Die vrienden van je mijnheer Brooke moeten je dan maar +voorthelpen. _Ik_ wil niets meer met je te doen hebben." + +En de deur voor Meta's neus dichtslaande, verdween Tante March in +heftigen toorn. 't Was of ze al den moed van haar nichtje met zich mee +genomen had, want zoodra Meta alleen was, stond ze een oogenblik in +tweestrijd of ze zou lachen of schreien. Eer ze een besluit kon nemen, +had Brooke zich van haar meester gemaakt, die in één adem uitriep: +"Ik kon het niet helpen, ik _moest luisteren_, Meta. Ik dank jou voor +je verdediging, en Tante March voor het bewijs, dat je al een beetje +om me geeft." + +"Ik wist zelf niet hoeveel, tot ze kwaad van je ging spreken," +begon Meta. + +"En ik hoef niet weg te gaan, maar mag blijven en gelukkig zijn?" + +Hier bood zich weer een schoone gelegenheid om de verpletterende +speech uit te spreken, en een statigen aftocht te blazen, maar Meta +dacht er niet aan een van beide te doen, en verlaagde zich voor eeuwig +in Jo's schatting, door zacht te fluisteren: "Ja, John," terwijl zij +haar lief gezicht tegen John's vest verborg. + +Een kwartier na het vertrek van Tante March kwam Jo zachtjes naar +beneden, wachtte even aan de kamerdeur, en geen geluid hoorende, +knikte en lachte ze met een tevreden gezicht, en zei bij zichzelf: +"Ze heeft hem weggestuurd, zooals we afgesproken hadden; dat zaakje +is dus gezond! Ik zal maar eens naar binnen gaan om wat van de grap +te hooren en er samen eens over te lachen." + +Maar de arme Jo is nooit zoover gekomen, want ze versteende al op den +drempel bij het aanschouwen van een tooneel, dat haar met opengesperden +mond en oogen terughield. Gekomen met het voornemen over een gevallen +vijand te triomfeeren en een onverbiddelijke zuster te prijzen wegens +de verbanning van een lastigen aanbidder, was het zeker een schok voor +haar, toen ze moest aanschouwen, hoe bovengenoemde vijand genoeglijk op +de canapé zat, en de onverbiddelijke zuster op zijn knie, met het meest +onderworpen en gelukkige gezicht ter wereld. Jo hijgde, alsof ze een +koud stortbad kreeg; zoo'n onverwachte omkeer benam haar den adem. Het +rare geluid dat ze maakte, deed het paar omzien. Meta sprong op, met +een mengeling van verlegenheid en trots op haar blozend gezichtje, +maar "die man" zooals Jo hem noemde, waagde het nog te lachen, en +zei bedaard, terwijl hij het verbaasde standbeeld kuste: + +"Zuster Jo, feliciteer ons maar!" + +Dat was beleediging op beleediging stapelen; het werd Jo te kras, en +een woest gebaar makende, verdween ze, zonder een woord te spreken. Ze +vloog de trappen op en verschrikte de zieken, door de kamer binnen +te stormen en heftig uit te roepen: "O, laat er toch gauw iemand naar +beneden gaan; John Brooke doet zoo onmogelijk en Meta laat het toe." + +Mijnheer en mevrouw March verlieten haastig de kamer, en op haar bed +neervallend, brak Jo onder bittere tranen in luide jammerklachten los, +terwijl ze Bets en Amy het verschrikkelijke nieuws vertelde. Maar +de kleine meisjes vonden het een heel prettige en interessante +gebeurtenis, en hier ook al geen troost vindende, trok Jo maar naar +haar toevluchtsoord op den zolder en maakte de ratten deelgenoot van +de ramp. + +Niemand kwam te weten, wat er dien middag in de huiskamer voorviel, +maar er werd veel gepraat, en de dikwijls zoo stille Brooke verbaasde +zijn vrienden door de welsprekendheid en het vuur, waarmee hij zijn +zaak bepleitte tot hij alles naar zijn zin geregeld kreeg. + +De theebel luidde, eer hij geëindigd had met de beschrijving van het +paradijs, dat hij voor Meta dacht te verdienen, en vol trots leidde +hij haar naar binnen om te soupeeren, beiden zoo zichtbaar gelukkig, +dat Jo het niet van zich kon verkrijgen, jaloersch of verdrietig te +zijn. Amy was zeer gesticht door John's eerbiedige aanbidding en over +de waardigheid, waarmee Meta zich die liet welgevallen; Bets zat hem +in de verte glimlachend aan te staren, terwijl mijnheer en mevrouw +March met zooveel blijde tevredenheid op het jonge paar neerzagen, +dat Tante March blijkbaar gelijk had met hen "zoo onverstandig +als een paar zuigelingen" te noemen. Niemand gebruikte veel, maar +iedereen keek even gelukkig, en de oude kamer scheen als vernieuwd, +nu de eerste roman in de familie er begon. + +"Nu zul je niet meer zeggen, Meta, dat hier nooit iets prettigs +gebeurt, is 't wel?" riep Amy, terwijl ze tot een besluit zocht te +komen, hoe ze het paar zou schikken voor een schets, die zij van plan +was te maken. + +"Neen, zeker niet. Wat is er veel gebeurd sedert ik dat zei! Het +schijnt wel een jaar geleden," antwoordde Meta, die in verheven sferen, +ver boven gewone dingen zooals brood en boter, rondzweefde. + +"De aangename dingen volgden dezen keer al heel gauw op de treurige, +en ik geloof, dat de veranderingen ten goede nu begonnen zijn," zei +mevrouw March. "In de meeste families komt er nu en dan zoo'n gewichtig +jaar; dit is er een voor ons geweest, maar het is gelukkig geëindigd." + +"'k Hoop, dat het volgende beter zal eindigen," mompelde Jo, die het +heel hard vond Meta voor haar oogen heelemaal in een vreemde te zien +opgaan; want de weinige personen, die Jo liefhad, had zij héél innig +lief, en ze vreesde niets zoozeer als hun genegenheid te verliezen, +of ook maar in het minst te zien verflauwen. + +"_Ik_ hoop, dat het _derde_ jaar, van nu af gerekend, gelukkig eindigen +mag; en dat _zal_ het ook, als ik in leven blijf en mijn plannen ten +uitvoer brengen kan," zei John, Meta toelachende, alsof hem nu niets +meer onmogelijk scheen. + +"Lijkt het je niet vreeselijk, zoo'n tijd te moeten wachten," vroeg +Amy, die verlangde, dat de trouwpartij nu maar voor de deur stond. + +"Ik moet nog zooveel leeren, eer ik er genoeg voor weet, dat het +me kort zal toeschijnen," antwoordde Meta met een zachten ernst, +die haar tot nog toe vreemd was. + +"Jij hebt maar te wachten. Ik zal het werk wel doen," zei John, zijn +taak beginnende door Meta's servet op te rapen, met een gezicht, dat Jo +aanleiding gaf haar hoofd te schudden, en met een zucht van verlichting +tot zichzelf te zeggen, toen ze de voordeur hoorde dichtslaan: "Daar +komt Laurie gelukkig; nu zullen we weer eens verstandig kunnen praten!" + +Maar Jo vergiste zich, want Laurie kwam binnenstormen met eene +groote engagementsbouquet voor "Mevrouw John Brooke," terwijl hij +blijkbaar in den waan verkeerde, dat alles zoo geloopen was door zijn +voortreffelijke leiding. + +"Ik wist wel, dat Brooke zijn zin zou krijgen; dat lukt hem altijd! Als +hij zich eenmaal voorneemt iets te doen, gebeurt het ook, al zou de +hemel er bij invallen," zei Laurie, nadat hij zijn gelukwenschen en +bloemen had aangeboden. + +"Zeer verplicht voor je gunstige opinie. Ik neem die aan als een +goed voorteeken voor de toekomst, en vraag je nu reeds bij voorbaat +op onze bruiloft," antwoordde Brooke, die op het oogenblik in vrede +verkeerde met het heele menschdom, zelfs met zijn lastigen leerling. + +"Ik kom, al zat ik ook aan het einde der aarde, want alleen Jo's +gezicht bij die gelegenheid, zal de moeite van de reis waard zijn. Je +ziet er niet feestelijk uit, mejuffrouw, wat scheelt er aan?" vroeg +Laurie, haar volgende in een hoek van de kamer, toen allen waren +opgestaan om den ouden heer Laurence te begroeten. + +"Ik keur het huwelijk niet goed, maar ik heb me voorgenomen het te +dragen en er geen woord over te zeggen," zei Jo plechtig. "Je kunt +niet begrijpen, hoe hard het voor mij is Meta af te staan," kwam er +met bevende stem achter. + +"Je stáát haar niet af. Je deelt haar maar," zei Laurie troostend. + +"Het kan nooit meer hetzelfde zijn. Ik heb mijn beste vriendin +verloren," zuchtte Jo. + +"Maar je hebt mij nog. Ik ben wel niet veel waard, dat weet ik wel; +maar ik zal je trouw blijven, Jo, al de dagen van mijn leven; op mijn +woord, dat zal ik!" en Laurie meende wat hij zei. + +"Dat weet ik wel, en daar ben ik heel dankbaar voor. Je bent altijd een +groote troost voor me, Teddy!" zei Jo, hem dankbaar de hand drukkende. + +"Wel, wees nu niet zoo somber meer, beste jongen. Alles is immers in +orde. Meta is gelukkig, Brooke zal wel in een oogenblik een betrekking +hebben, laat dat maar aan Grootpapa over, en het zal allerleukst +zijn Meta in haar eigen huisje te zien. Als ze weg is zullen we nog +een hoop plezier hebben, want dan duurt het niet lang meer, of ik +ben klaar aan de academie, en dan gaan we naar Europa en doen een +heerlijk reisje. Zou je dat niet troosten?" + +"Misschien wel; maar je weet nooit, wat er in drie jaar gebeuren kan," +zei Jo peinzend. + +"Dat is waar. Zou je niet wel eens in de toekomst willen zien, om te +weten, waar we dan allemaal zullen zijn? Ik wel," zei Laurie. + +"Neen, ik niet, want misschien zou ik iets treurigs zien; en nu ziet +ieder er zoo gelukkig uit, dat ik niet geloof, dat het veel beter +worden kan," en Jo liet langzaam haar oogen door de kamer gaan, ondanks +zichzelf glimlachend, want het was een allergenoegelijkst tooneeltje. + +Vader en Moeder zaten naast elkander en doorleefden nog eens weer +het eerste hoofdstuk van _hun_ roman, die een jaar of twintig geleden +begonnen was. Amy teekende de gelieven uit, die in een aparte wereld +leefden, met zulke stralende gezichten, dat de kleine kunstenares ze +wel niet op het papier zou kunnen teruggeven. Bets lag op haar canapé +vroolijk met haar ouden vriend te praten, die haar handje vasthield, +alsof hij voelde, dat het ook hem kon leiden op den weg des vredes +dien Bets zelf bewandelde. Jo zat in haar geliefkoosd gemakkelijk +stoeltje, met den ernstig, rustigen blik, die haar zoo goed stond, +en Laurie, op den rug van haar stoel geleund, zoodat zijn kin op +eene hoogte was met haar krullebol, knikte haar vriendelijk toe in +den grooten spiegel, die hun beider beeld weerkaatste. + +En terwijl ze zoo zitten, valt het gordijn voor Meta, Jo, Bets en +Amy. Het zal weer worden opgehaald, als we het eerste deel van dit +huiselijk drama, getiteld: _Onder Moeders Vleugels_, vervolgen onder +den titel: _Op Eigen Wieken_. + + + + + +INHOUD. + + + +Hoofdstuk I. Kleine Pelgrims +Hoofdstuk II. Een vroolijk Kerstfeest +Hoofdstuk III. "Die Jongen van Hiernaast" +Hoofdstuk IV. Lasten +Hoofdstuk V. Goede Buren +Hoofdstuk VI. Bets vindt "het Paleis der Gelukkigen" +Hoofdstuk VII. Amy's Dal der Vernedering +Hoofdstuk VIII. Jo ontmoet Appollyon +Hoofdstuk IX. Meta gaat naar de Kermis der IJdelheid +Hoofdstuk X. De P.C. en P.P. +Hoofdstuk XI. Proefnemingen +Hoofdstuk XII. Het Kamp Laurence +Hoofdstuk XIII. Luchtkasteelen +Hoofdstuk XIV. Geheimen +Hoofdstuk XV. Een Telegram +Hoofdstuk XVI. Brieven +Hoofdstuk XVII. Kleine Getrouwen +Hoofdstuk XVIII. Donkere Dagen +Hoofdstuk XIX. Amy's Testament +Hoofdstuk XX. In vertrouwen +Hoofdstuk XXI. Laurie sticht Kwaad, en Jo herstelt den Vrede +Hoofdstuk XXII. Liefelijke Weiden +Hoofdstuk XXIII. Tante March brengt de Zaak tot een Beslissing + + + + + + +AANTEEKENINGEN + + +[1] In den burgeroorlog dien de Noordelijke en Zuidelijke Staten van +N. Amerika voerden over de afschaffing der slavernij. + +[2] _The Pilgrim's Progress_, een beroemd boek van den Engelschen +schrijver John Bunyan. (Nederlandsche uitgaven verschenen bij D. Bolle +te Rotterdam). De pelgrim Christiaan had op zijn reis naar de Hemelsche +Stad allerlei moeilijkheden te overwinnen, zooals "de leeuwen", +"Apollyon", een gevleugeld monster, "de booze geesten" enz. + +[3] De pelgrim in _The Pilgrim's Progress_ moet op zijn reis naar +"de Hemelsche stad" o.a. ook "de leeuwen" voorbij. (Vert.) + +[4] Uit Dickens. + +[5] Rotten Row is een breede ruiterlaan in Hyde Park (Londen). + +[6] Uit "The Pelgrims Progress." + +[7] Uit "The Pelgrims Progress." + +[8] De Pelgrim. + +[9] Weer een der personen uit _The Pilgrim's Progress_. + + + + + + +End of Project Gutenberg's Onder Moeders Vleugels, by Louise M. Alcott + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK ONDER MOEDERS VLEUGELS *** + +***** This file should be named 17337-8.txt or 17337-8.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + https://www.gutenberg.org/1/7/3/3/17337/ + +Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed +Proofreading Team at https://www.pgdp.net/ + + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +https://gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at https://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at https://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit https://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including including checks, online payments and credit card +donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + https://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. |
