summaryrefslogtreecommitdiff
diff options
context:
space:
mode:
-rw-r--r--.gitattributes3
-rw-r--r--17337-8.txt11897
-rw-r--r--17337-8.zipbin0 -> 225813 bytes
-rw-r--r--17337-h.zipbin0 -> 233860 bytes
-rw-r--r--17337-h/17337-h.htm11563
-rw-r--r--LICENSE.txt11
-rw-r--r--README.md2
7 files changed, 23476 insertions, 0 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes
new file mode 100644
index 0000000..6833f05
--- /dev/null
+++ b/.gitattributes
@@ -0,0 +1,3 @@
+* text=auto
+*.txt text
+*.md text
diff --git a/17337-8.txt b/17337-8.txt
new file mode 100644
index 0000000..a9c6b3a
--- /dev/null
+++ b/17337-8.txt
@@ -0,0 +1,11897 @@
+The Project Gutenberg EBook of Onder Moeders Vleugels, by Louise M. Alcott
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: Onder Moeders Vleugels
+
+Author: Louise M. Alcott
+
+Editor: G. W. Elberts
+
+Release Date: December 17, 2005 [EBook #17337]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK ONDER MOEDERS VLEUGELS ***
+
+
+
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at https://www.pgdp.net/
+
+
+
+
+
+
+
+ Onder Moeders Vleugels
+
+
+ Louise M. Alcott
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK I.
+
+KLEINE PELGRIMS.
+
+
+"Kerstmis zal geen Kerstmis zijn, zonder presenten," bromde Jo,
+die languit op het haardkleedje lag.
+
+"Het is verschrikkelijk, arm te zijn!" zuchtte Meta en keek naar haar
+oude japon.
+
+"Ik vind het heel oneerlijk, dat sommige meisjes allerlei mooie dingen
+hebben, en andere meisjes niets," voegde kleine Amy er ontevreden
+snuivend bij.
+
+"Wij hebben in elk geval toch Vader en Moeder en elkander," zei Bets
+vriendelijk uit haar hoekje.
+
+De vier jonge gezichtjes, bestraald door het haardvuur, klaarden bij
+die bemoedigende woorden op, maar betrokken weer, toen Jo droevig zei:
+
+"Wij hebben Vader niet, en zullen hem in lang niet hebben." Ze zei
+niet: "Misschien nooit weer," maar allen voegden het er in hun hart
+bij, en dachten aan den vader, die verre was, op het tooneel van
+den strijd.
+
+Niemand sprak gedurende de eerste oogenblikken; toen begon Meta weer
+op vroolijker toon:
+
+"Jullie weet, waarom Moeder voorstelde, dat we dit jaar geen
+Kerstpresenten zouden hebben: omdat het een moeilijke winter zal
+zijn voor iedereen, en ze vindt, dat wij geen geld mogen uitgeven
+voor ons pleizier, terwijl onze soldaten zooveel moeten doorstaan in
+het leger. Véél kunnen we niet doen, maar we kunnen ons wel zonder
+mopperen kleine opofferingen getroosten; maar ik geloof, dat ik te
+egoïstisch ben," en Meta schudde haar hoofd, terwijl ze met spijt
+dacht aan al de mooie dingen die ze graag wilde hebben.
+
+"Ik geloof niet, dat het beetje, dat wij te besteden hebben, veel
+zou kunnen uitrichten. We hebben elk een rijksdaalder, en het leger
+zou er niet veel bij winnen, of wij dien nu al gaven. Ik geef toe,
+dat ik niets van Moeder of van jou moet verwachten, maar ik zou zoo
+dol graag "Udine en Sintram" voor mezelf willen koopen, ik heb er al
+zoo lang naar verlangd," zei Jo, die een boekworm was.
+
+"Ik was van plan mijn geld te besteden aan nieuwe muziek," zei Bets
+met een zuchtje, dat echter door niemand gehoord werd.
+
+"Ik zal een mooi doosje met Faber's teekenpotlood koopen; die heb ik
+bepaald noodig," zei Amy vast besloten.
+
+"Moeder heeft niets gezegd van ons eigen geld, en ze zal toch niet
+verlangen, dat we alles opgeven. Laten we ieder iets koopen wat we
+graag willen hebben en wat pret maken; we zwegen heusch hard genoeg
+om het te verdienen," riep Jo, terwijl ze de hakken van haar laarzen
+op jongensmanier bekeek.
+
+"Ik tenminste wel,--die elken dag die gruwelijke kinderen moet
+leeren, terwijl ik er naar snak prettig thuis te zijn," begon Meta
+op klagenden toon.
+
+"Jij hebt het niet half zoo hard als ik," vond Jo. "Hoe zou jij het
+vinden, uren lang opgesloten te zijn met een zenuwachtige, zeurige,
+oude dame, die je al maar heen en weer laat loopen, nooit tevreden
+is, en je plaagt, tot je in staat zou zijn het raam uit te springen,
+of haar een oorveeg te geven?"
+
+"Het is slecht om ontevreden te zijn,--maar ik geloof, dat borden
+wasschen en alles netjes houden het naarste werk van de wereld is. Het
+bederft mijn humeur, en mijn handen worden zoo stijf; ik kan haast
+niet studeeren." En Bets keek naar haar ruwe handen met een zucht,
+die ditmaal heel goed te hooren was.
+
+"En ik geloof niet, dat een van allen het zoo erg heeft als ik,"
+riep Amy, "want jullie hoeven niet naar school te gaan met nuffen,
+die iemand plagen, als hij zijn lessen niet kent, of uitlachen om
+zijn kleeren, en met "étain" op iemands vader neerzien, als hij niet
+rijk is, en iemand beleedigen, als hij geen mooien neus heeft."
+
+"Als je "dédain" bedoelt, dan moest je dat zeggen en niet over "étain"
+praten, alsof Vader een tinnen peperbus was," spotte Jo lachend.
+
+"Ik weet heel goed, wat ik zeggen wil, en je hoeft er niet zoo
+"satiriek" over te zijn. Het is heel goed om juiste uitdrukkingen te
+gebruiken en zoo je "vocabulaire" te verrijken," zeide Amy deftig.
+
+"Nu, vlieg elkaar maar niet aan, kinderen! Zou jij niet willen, Jo,
+dat we al het geld nog hadden, dat Vader verloor, toen we nog klein
+waren? Hè, wat zouden we gelukkig en goed zijn, als we niets hadden,
+wat ons hinderde," zei Meta, die zich betere dagen herinnerde.
+
+"En gisteren heb je nog gezegd, dat je ons veel gelukkiger vond dan de
+kinderen King, omdat die altijd vochten en kibbelden, niettegenstaande
+ze zooveel geld hebben."
+
+"Dat heb ik ook gezegd, Bets; en ik geloof ook wel, dat het waar is,
+want al moeten wij ook werken, we hebben toch pret onder elkaar,
+en zijn een "moppig" troepje, zou Jo zeggen."
+
+"Jo gebruikt ook zulke platte uitdrukkingen," zei Amy en zag afkeurend
+naar de lange gestalte op het haardkleed. Jo ging dadelijk rechtop
+zitten, stak de handen in de zakken van haar schort en begon te
+fluiten.
+
+"Doe het toch niet, Jo, 't is zoo jongensachtig."
+
+"Daarom doe ik het juist."
+
+"Ik heb het land aan ruwe, onbeschaafde meisjes."
+
+"En ik aan gemaakte, opgeprikte nuffen."
+
+"Ieder vogeltje zingt, zooals het gebekt is," zei Bets, de
+vredestichtster, met zulk een grappig gezichtje, dat de beide scherpe
+stemmen zich in lachen oplosten en het "aanvliegen" voor 't oogenblik
+gedaan was.
+
+"Kinderen, jullie hebt beiden schuld," zei Meta, en begon als
+oudste zuster de les te lezen. "Jo, je bent nu oud genoeg om die
+jongensmanieren af te schaffen en je verstandig te gedragen. Het kwam
+er niet zooveel op aan, toen je nog een klein meisje was, maar nu je
+zoo lang bent geworden en je haar opgestoken draagt, moet je bedenken
+dat je langzamerhand een dame wordt."
+
+"Dat ben ik gelukkig nog niet! en als het van het opgestoken haar komt,
+dan zal ik het tot mijn twintigste jaar in twee staarten laten hangen,"
+dreigde Jo, terwijl ze haar haar lostrok en haar kastanjebruine manen
+schudde. "Ik wil er niet aan denken, dat ik volwassen moet worden en
+"Juffrouw March" moet heeten, lange japonnen moet dragen en er zoo
+deftig uitzien als een oude baker. Het is al erg genoeg een meisje te
+zijn, nu ik van jongensspelen, jongenswerk en jongensmanieren houd. Ik
+kan er maar niet overheen komen, dat ik geen jongen ben, en ik gevoel
+het tegenwoordig erger dan ooit, want ik sterf van verlangen om met
+Vader te gaan vechten, en ik kan niets doen dan thuisblijven en breien,
+als een grommige, oude vrouw," en Jo schudde de blauwe soldatensok,
+dat de naalden klepperden als castagnetten en haar kluwen door de
+kamer vloog.
+
+"Arme Jo, het is vreeselijk voor je! maar er is niets aan te doen;
+wees dus maar tevreden met je jongensachtigen naam en blijf maar voor
+broer spelen bij ons meisjes," zei Bets en streek met een hand, die
+al het bordenwasschen en stoffen ter wereld niet onzacht kon maken,
+over het warhoofd, dat tegen haar knie leunde.
+
+"En jij, Amy," vervolgde Meta, "jij bent veel te stijf en te
+deftig. Die airs zijn nu wel grappig, maar je zult een geaffecteerde
+kleine gans worden, als je niet oppast. Ik houd van je aardige
+manieren en beschaafde spraak, als je niet probeert een volwassen
+dame na te apen; maar jouw pedante woorden zijn soms even erg als
+Jo's platte uitdrukkingen.
+
+"Als Jo een halve jongen is en Amy een gans, wat ben ik dan?" vroeg
+Bets, die ook haar deel aan de strafpredikatie wilde hebben.
+
+"Jij bent een snoes, anders niets," antwoordde Meta hartelijk; en
+niemand sprak haar tegen; want het "muisje" was de lieveling van
+het gezin.
+
+De vier zusjes zaten in den schemer te breien, terwijl de
+Decembersneeuw zachtjes buiten neerviel en het vuur vroolijk
+knetterde in den haard. Het was een gezellige ouderwetsche kamer,
+hoewel het kleed verschoten en het ameublement heel eenvoudig was,
+maar aan den muur hingen een paar goede schilderijen, in alle hoeken
+stonden boekenstandaards of kleine tafeltjes, chrysanthemums en late
+roosjes bloeiden in het venster, en over het geheel lag een waas
+van huiselijkheid.
+
+Meta, de oudste van het viertal, was zestien jaar, en zag er heel
+lief uit. Ze was gevuld en blank, had groote oogen, zwaar, zacht,
+bruin haar, een vriendelijk mondje en witte tanden, waar ze nog al
+trotsch op was. De vijftienjarige Jo was heel lang, mager en donker,
+en deed iemand aan een veulen denken, want ze scheen nooit te weten,
+wat zij moest beginnen met haar lange ledematen, die haar erg in
+den weg stonden. Ze had een beslisten mond, een grappigen neus en
+verstandige grijze oogen, die alles schenen op te merken, en nu eens
+fel, dan weer guitig of peinzend keken. Het lange, dikke haar, haar
+eenige schoonheid, was gewoonlijk stijf in elkaar gedraaid, om uit
+den weg te zijn. Jo had ronde schouders, groote handen en voeten,
+iets slordigs in haar kleeding en een zekere linkschheid in haar
+manieren, die duidelijk deed zien, dat ze den kinderlijken leeftijd
+ontgroeide en dit alles behalve plezierig vond. Elisabeth, of Bets,
+zooals ieder haar noemde, was een blozend, blond dertienjarig kind, wat
+verlegen, met heldere oogen, een zacht stemmetje en een vriendelijke
+uitdrukking, die zelden verstoord werd. Haar vader noemde haar
+"Kleine Tevredenheid," en die naam paste volkomen bij haar; want
+ze scheen in een gelukkig eigen wereldje te leven, waar ze alleen
+nu en dan uitkwam, om de weinigen, die ze vertrouwde en liefhad, te
+ontmoeten. Amy, hoewel de jongste, was een zeer gewichtig persoontje,
+ten minste in haar eigen schatting. Een blank, blond kind, met blauwe
+oogen en mooie krullen, die tot op haar rug hingen; bleek en tenger,
+en zich altijd gedragende als een welopgevoede dame.
+
+'t Sloeg zes uur; en nadat Bets den haard had bijgeveegd, zette ze
+een paar pantoffels te warmen. Het gezicht van die oude schoenen had
+een goede uitwerking op de meisjes; want Moeder zou weldra thuiskomen
+en aller gezichten klaarden op om haar te verwelkomen. Meta hield op
+met preeken, en stak de lamp aan; Amy ging, zonder dat iemand iets
+zei, uit den leuningstoel, en Jo vergat haar vermoeidheid, en ging
+overeind zitten om de pantoffels dichter bij het vuur te houden.
+
+"Ze zijn totaal versleten; Moeder moet een nieuw paar hebben."
+
+"Ik was van plan haar een paar nieuwe te koopen voor mijn rijksdaalder"
+zei Bets.
+
+"Neen, dat wou ik doen!" riep Amy.
+
+"Ik ben de oudste," begon Meta, maar Jo brak alles af met een beslist:
+
+"Ik ben de man van het gezin, nu Vader weg is, en _ik_ zal de
+pantoffels koopen, want hij heeft mij opgedragen vooral op Moeder te
+passen, zoolang hij weg was,"
+
+"Neen, weet je wat we moesten doen?" bedacht Bets, "laten wij haar
+alle vier iets geven met Kerstmis en niets voor onszelf koopen."
+
+"Dat is juist iets voor Bep! Wat zullen we geven?" riep Jo.
+
+Allen dachten een poos na; toen kondigde Meta aan, alsof zij door
+het zien van haar eigen mooie handjes op dien inval was gekomen:
+"Ik geef een paar handschoenen."
+
+"Ik een paar flinke laarzen; de beste die er te krijgen zijn!" riep Jo.
+
+"Ik wat zakdoeken, zelf gezoomd," zei Bets.
+
+"Ik koop een fleschje eau de cologne; Moes houdt er veel van, en
+'t zal niet zoo erg veel kosten; dan blijft er nog iets over om voor
+mezelf wat te koopen," voegde Amy er bij.
+
+"Hoe zullen we alles geven?" vroeg Meta.
+
+"Alles op tafel leggen en dan Moeder binnen laten komen, dan zien we,
+hoe ze de pakjes openmaakt. Weet je niet meer, dat we dat vroeger op
+onze verjaardagen deden?" vroeg Jo.
+
+"Ik vond het altijd zoo griezelig als 't mijn beurt was om in den
+grooten stoel te zitten met een krans op, en als jullie dan allemaal
+binnenkwamen om mij de presenten te geven en te kussen, maar ik vond
+het verschrikkelijk de pakjes open te maken, terwijl iedereen naar me
+zat te kijken," zei Bets, die, te gelijk met het brood voor de thee,
+haar gezichtje voor het vuur roosterde.
+
+"Laat Moeder denken, dat we presenten voor onszelf koopen en haar dan
+verrassen. We moeten er morgenmiddag op uit, Meet; er is nog heel wat
+te doen voor de comedie op Kerstavond," zei Jo, die, met de handen
+op den rug en den neus in de lucht, de kamer op en neer liep.
+
+"Ik ben niet van plan in 't vervolg mee te spelen, ik word te oud voor
+die dingen," zei Meta, die zich intusschen nog kinderlijk verheugde
+over een verkleedpartij.
+
+"En ik wed, dat jij niet aan uitscheiden zult denken, zoolang je
+nog wandelen kunt in een witte japon, met hangende haren en een
+goudpapieren diadeem. Jij bent onze beste actrice, en als jij de
+planken vaarwel zegt, valt alles in duigen," zei Jo. "We moesten
+vanavond eens repeteeren. Kom hier, en doe de flauw-val-scène eens,
+want dat doe je zoo stijf als een lantaarnpaal."
+
+"Daar kan ik niets aan doen, ik heb nog nooit iemand zien flauw vallen,
+en ik heb geen lust mij bont en blauw te maken door zoo maar plat
+op den grond te rollen, zooals jij. Als ik me gemakkelijk neer kan
+laten zakken, zal ik het doen; maar kan dat niet, dan ben ik van plan
+zoo gracieus mogelijk op een stoel te vallen; ik geef er niets om,
+of Hugo met een pistool op mij afkomt," zei Amy, die de gave voor
+'t dramatische miste, maar gekozen was, omdat zij, als de kleinste,
+door den held van het stuk gillende kon worden weggedragen.
+
+"Zoo moet je 't doen; wring zoo je handen, waggel dan door de kamer en
+roep wanhopig: "Roderigo! red mij, red mij!" en Jo viel in onmacht,
+met zulk een hartroerenden kreet, dat hij de anderen door merg en
+been ging.
+
+Amy trachtte het haar na te doen, maar ze stak haar handen zoo houterig
+voor zich uit en zwaaide heen en weêr, alsof zij door touwtjes in
+beweging werd gebracht. Ook deed haar "Auw!" eerder denken dat ze
+met spelden geprikt werd, dan dat ze bezweek van schrik en angst. Jo
+zuchtte wanhopig en Meta lachte hardop, terwijl Bets haar brood liet
+verbranden, door al te aandachtig naar het spel te kijken.
+
+"Het geeft geen steek! doe het zoo goed je kunt, als de tijd daar is,
+maar als de toeschouwers fluiten, moet je 't _mij_ niet wijten. Kom
+Meta, ga door."
+
+Alles ging verder goed, want Don Pedro tartte de wereld, zonder een
+woord te haperen in een speech van twee bladzijden lang. Hagar, de
+heks, zong een verschrikkelijk lied over haar ketel kokende padden,
+wat een ontzaglijke uitwerking had; Roderigo verbrak met mannenmoed
+zijn ketenen, en Hugo stierf, onder vreeselijke folteringen van berouw
+en arsenicum, met den wilden kreet: "ha! ha!" op de lippen.
+
+"Dat is nog het beste, wat we gehad hebben," vond Meta, toen de doode
+schavuit opzat en zijn ellebogen wreef.
+
+"Ik begrijp niet, hoe je zulke prachtige dingen kunt maken en
+spelen! Jo, je bent een tweede Shakespeare!" riep Bets, vast overtuigd,
+dat haar zuster, vóór alle dingen, een bewonderenswaardig groot talent
+had gekregen.
+
+"Niet precies," antwoordde Jo bescheiden. "Ik geloof wel, dat "de
+Vloek van de Heks" nogal aardig is, maar ik zou zoo graag "Macbeth"
+eens probeeren, als we maar een valdeur hadden voor Banquo. Hè, ik gaf
+wat om de partij van den moordenaar eens op me te nemen! Is dat een
+dolk, dien ik daar voor mij zie?" prevelde Jo, met rollende oogen en
+met de vuist in de lucht slaande, zooals ze een beroemd acteur eens
+had zien doen.
+
+"Neen, het is de roostervork met Moeders pantoffel er aan, in plaats
+van een boterham. Bets is een en al spel!" riep Meta, en de repetitie
+eindigde onder algemeen gelach.
+
+"Ik ben blij jullie allemaal zoo vroolijk bij elkaar te vinden,
+kinderen," zei een vriendelijke stem, en spelers en toeschouwers
+keerden zich verrast om, naar een gezette dame, die iets echt
+gezellig moederlijks over zich had. Ze was niet bepaald mooi, maar
+moeders zijn altijd lief in de oogen van hun kinderen, en de meisjes
+vonden de dame in den grijzen mantel en den ouderwetschen hoed de
+bewonderenswaardigste vrouw ter wereld.
+
+"Wel, lievelingen, hoe is het vandaag gegaan? Er was zooveel te doen
+met het inpakken van de kisten, die morgen verzonden moeten worden,
+dat ik niet thuis kon komen eten. Is er iemand geweest, Bets? Hoe is
+het met de verkoudheid, Meta? Jo, je ziet er doodmoe uit. Kleintje,
+kom mij eens een kus geven!"
+
+Onder deze moederlijke vragen deed Mevrouw March haar natte
+bovenkleederen af, haar warme pantoffels aan, zette zich in den
+gemakkelijken stoel en trok Amy op haar schoot, om nu eens recht te
+genieten van het gelukkigste uur van den ganschen dag. De meisjes
+liepen rond om alles prettig in orde te maken, Meta zette de theetafel
+klaar, Jo legde blokjes op het vuur, schoof de stoelen om de tafel,
+liet alles vallen, gooide alles om en stootte tegen alles, wat ze
+aanraakte. Bets liep van de kamer naar de keuken en omgekeerd, stil
+en bedrijvig, terwijl Amy iedereen aanwijzingen deed en met de armen
+over elkaar zat toe te kijken.
+
+Toen allen gezeten waren zei mevrouw March met een blij gezicht:
+"Ik heb een heerlijke verrassing voor jullie na de thee." Het was of
+een zonnestraal over al de gezichtjes ging. Bets klapte in de handen,
+zonder te denken om de beschuit, die ze juist opgenomen had, en Jo
+gooide haar servet in de lucht, en riep: "Een brief, een brief! Drie
+hoera's voor Vader!"
+
+"Ja, een heerlijke lange brief. Vader is heel wel, en denkt, dat
+hij den winter beter door zal komen dan we dachten. Hij zendt alle
+mogelijke goede wenschen voor het Kerstfeest en een afzonderlijke
+boodschap voor jullie vieren," zei mevrouw March, over haar zak
+strijkende, alsof zij daar een schat bewaarde.
+
+"Maak dan wat voort, dat wij gauw klaar zijn. Houd ons nu maar niet
+op, met je pink te bekijken en op je bord te knoeien, Amy," riep Jo,
+die half stikte in haar thee, en in haar haast om klaar te komen,
+haar boterham, met den gesmeerden kant naar onderen, op het kleed
+liet vallen.
+
+Bets at niet meer, maar sloop naar haar rustig hoekje, om daar te
+soezen over het genot, dat haar wachtte, als de anderen klaar waren.
+
+"Ik vind het zoo prachtig van Vader, dat hij mee is getrokken als
+veldprediker, nu hij te oud was om met het detachement te gaan en
+niet sterk genoeg meer, om soldaat te zijn," zei Meta met warmte.
+
+"Wat zou ik me graag als trommelslager of als marketentster of als
+verpleegster opgeven, om bij hem te zijn en hem te helpen," zuchtte Jo.
+
+"'t Lijkt mij afschuwelijk, in een tent te slapen en allerlei akelige
+dingen te eten en uit een tinnen kroes te drinken," zei Amy.
+
+"Wanneer komt hij terug, Moeder?" vroeg Bets met een bevende stem.
+
+"Nog in verscheiden maanden niet, kindlief, tenzij hij ziek werd. Hij
+zal daar blijven en zijn werk doen, zoolang hij kan, en wij willen
+hem niet vragen een minuut vroeger terug te komen dan hij gemist kan
+worden. Komt nu naar den brief luisteren.
+
+Ze gingen allen bij het vuur zitten, Moeder in den grooten stoel,
+Bets aan haar voeten, Meta en Amy ieder op een arm van den stoel,
+en Jo over den rug leunende, waar niemand eenig teeken van ontroering
+kon opmerken, als de brief soms aandoenlijk mocht zijn.
+
+Zelden werd in die moeilijke dagen [1] een brief geschreven, die
+_niet_ aandoenlijk was, vooral wanneer een vader er een naar huis
+zond. In dezen werd echter weinig gezegd van de geleden ontberingen,
+de doorgestane gevaren, of het verlangen naar huis; het was een
+opgeruimde, hoopvolle brief, vol van levendige beschrijvingen van
+het kamp, de marschen en allerlei oorlogsnieuws; en eerst aan het
+einde vloeide het hart van den schrijver over van vaderlijke liefde
+en verlangen naar de dochtertjes thuis.
+
+"Groet ze alle vier recht hartelijk van mij met een kus. Zeg hun,
+dat ik den heelen dag aan hen denk en voor hen bid, en mijn grootsten
+troost te allen tijde vind in de gedachte, hoe lief ze mij hebben. Een
+jaar zonder ze te zien, schijnt me ontzettend lang toe, maar herinner
+ze, dat we al wachtende werken kunnen, zoodat die moeilijke dagen
+niet verloren hoeven te gaan. Ik weet, dat ze alles zullen onthouden,
+wat ik hun gezegd heb, dat ze lief en hartelijk voor je zullen zijn,
+getrouw hun plichten zullen vervullen, hun kleine zonden moedig
+bestrijden, en zoo leeren beheerschen, dat ik, wanneer ik terugkom,
+trotscher dan ooit zal kunnen zijn op mijn kleine meisjes."
+
+Allen snuften bij dat gedeelte; Jo schaamde zich niet over den dikken
+traan, die van haar neus droppelde, en Amy gaf er niet om, dat haar
+krullen in gevaar kwamen, toen zij haar gezicht verborg op haar moeders
+schouder en snikkend uitriep: "Ik _ben_ een zelfzuchtig spook! maar
+ik zal heusch mijn best zien te doen, dat Vader niet teleurgesteld is,
+als hij terugkomt."
+
+"We zullen allemaal ons best doen!" zei Meta. "Ik denk er veel te
+veel over, hoe ik er uitzie en mopper op mijn werk, maar dat zal ik
+niet meer doen--tenminste, ik zal het probeeren."
+
+"En ik zal trachten te worden, wat hij me zoo graag ziet: "een _echt_
+meisje", en niet zoo ruw en wild zijn; maar hier mijn plichtjes
+doen en niet altijd naar iets anders verlangen," beloofde Jo, die
+het echter veel moeilijker vond thuis in haar humeur te blijven,
+dan tegenover een paar rebellen te staan.
+
+Bets zei niets, maar veegde haar tranen af met de blauwe soldatensok en
+begon uit alle macht te breien, alsof ze geen tijd wilde verliezen in
+het volbrengen van den plicht die het eerst voor de hand lag, terwijl
+ze in haar zacht hartje het besluit nam, alles te zijn, wat haar
+vader hoopte in haar te zullen vinden, wanneer over een jaar de blijde
+hereeniging voor de deur stond. Mevrouw March verbrak de stilte, die
+op Jo's woorden volgde, door op vroolijken toon te zeggen: "Herinneren
+jullie je nog wel, hoe dikwijls jullie "De Pelgrimstocht" [2] speelden,
+toen jullie nog kleine kinderen waren? Niets was prettiger dan wanneer
+ik jullie kussens op den rug bond bij wijze van pak, en hoeden en
+stokken gaf en rollen papier, en jullie door het huis liet trekken,
+van den kelder, die de "Stad des Verderfs" was, naar boven al maar
+naar boven, tot aan het platte dak, waar we alle mogelijke aardige
+dingen bijeenverzameld hadden om een "Hemelsche Stad" te maken."
+
+"Ja, ja, dat was dol!" riep Jo, "vooral als we de leeuwen voorbij
+moesten, of met Apollyon moesten vechten, of de vallei doortrokken
+waar de booze geesten waren."
+
+"Ik hield het meest van de plaats, waar onze pakken afvielen en van
+de trappen rolden," zei Meta.
+
+"Mijn lievelingsplekje was boven op het platte dak, waar de bloemen
+en prieeltjes waren en onze mooie dingen, als we daar allemaal van
+blijdschap in den zonneschijn stonden te zingen," zei Bets glimlachend,
+alsof ze dat heerlijk oogenblik nog eens doorleefde.
+
+"Ik herinner er mij niet veel meer van, behalve dat ik bang was voor
+den kelder en den donkeren ingang, en het heerlijk vond, als ik de
+koek en de melk had, die wij boven kregen. Als ik niet veel te oud was
+voor zulke dingen, zou ik het graag nog eens over spelen," zei Amy,
+die er, op den gevorderden leeftijd van twaalf jaar, over begon te
+praten kinderlijke spelen te laten varen.
+
+"Voor dat spel zijn we nooit te oud, kindlief, omdat we het op de
+een of andere wijze altijd spelen. Ieder heeft zijn last te dragen,
+onze weg ligt vóór ons, en het verlangen om goed en gelukkig te zijn
+is de gids, die ons door allerlei moeilijkheden en misgrepen tot het
+vredige geluk leidt, dat met de Hemelsche Stad bedoeld wordt. Denk
+er maar eens over, om den pelgrimstocht nog eens weer te beginnen,
+niet spelend maar in ernst, en te zien hoever jullie 't brengen kunt,
+voordat Vader thuis komt."
+
+"Maar, Moeder, wat zijn onze pakken dan?" vroeg Amy, die alles
+letterlijk opvatte.
+
+"Wel, behalve Bets, hebben jullie allemaal al gezegd, wat je bezwaarde,
+en ik zou haast denken, dat zij niets heeft," zei mevrouw March.
+
+"Ja zeker wel; ik houd niet van vuile borden wasschen en stof afnemen;
+ik benijd altijd de meisjes, die een mooie piano hebben, en dan vind
+ik zoo naar, ik altijd verlegen ben voor vreemde menschen."
+
+Het pak van Bets scheen de anderen zoo grappig toe, dat ze moeite
+hadden niet te lachen; maar ze bedwongen zich, want het zou haar erg
+gegriefd hebben.
+
+"Als we 't eens deden," zei Meta peinzend. "Het is maar een andere
+naam voor probeeren om goed te zijn, en het verhaal zal ons misschien
+helpen; want al willen we ook nog zoo graag, het is vreeselijk
+moeilijk, en we vergeten het telkens weer."
+
+"We waren van avond in den "Poel der Moedeloosheid" tot Moeder kwam
+en er ons uittrok, zooals "Helper" in het boek deed. We moesten
+onze perkamenten rollen hebben met de aanwijzing, zooals Christiaan
+van Evangelist kreeg. Wat zullen wij daarvoor gebruiken?" vroeg Jo,
+verrukt over dien inval, die een kleurtje gaf aan de zoo drooge taak
+van haar plicht doen.
+
+"Kijk op Kerstmorgen maar eens onder je kussen, daar zul je je gids
+vinden," zei mevrouw March.
+
+Terwijl de oude Hanna de tafel opruimde, spraken ze over het nieuwe
+plan; toen werden de vier kleine werkdoosjes voor den dag gehaald,
+en de naalden vlogen door de lakens, die de meisjes voor tante
+March naaiden. Het was een vervelend werk, maar niemand was vanavond
+ontevreden. Ze volgden Jo's idee om de lange zoomen in vier deelen te
+verdeelen en ze Europa, Azië, Afrika en Amerika te noemen; zoo kwamen
+ze een heel eind vooruit, onder 't praten over de verschillende landen,
+die ze al zoomende moesten doortrekken.
+
+Om negen uur werd het werk opgeborgen en zongen ze zooals altijd, eer
+ze naar bed gingen. Niemand, behalve Bets, kon nog muziek ontlokken aan
+de oude piano; 't was of zij de gele toetsen op een bijzondere manier
+aanraakte, en de eenvoudige liederen, die zij zongen, wist ze altijd
+even prettig te begeleiden. Meta had een stem als een lijster en zij
+en haar moeder leidden het kleine koor. Amy zong als een krekeltje,
+en Jo kwinkeleerde naar welgevallen, maar kwam altijd verkeerd uit
+met een triller of iets dergelijks, hetgeen elke droefgeestige melodie
+totaal bedierf. Dat hadden ze altoos gedaan van het oogenblik, waarop
+ze konden lispelen:
+
+
+ Weet gij hoeveel hejde terren,
+ Aan den blauwen hemel taan.
+
+
+en het was eene vaste gewoonte geworden, want Moeder March was eene
+geboren zangeres. 's Morgens was haar stem het eerste wat gehoord werd,
+als ze het huis doorliep, zingend als een leeuwerik, en het laatste
+geluid 's avonds was hetzelfde lieflijke lied, want de meisjes werden
+nooit te oud voor dat overbekende wijsje.
+
+
+
+
+HOOFDSTUK II.
+
+EEN VROOLIJK KERSTFEEST.
+
+
+Jo werd het eerst wakker op den grauwen, schemerachtigen
+Kerstmorgen. Er hingen geen kousen bij den haard, en gedurende een paar
+minuten voelde ze zich even teleurgesteld, als toen, jaren geleden,
+haar kleine kous op den grond viel, omdat die zoo volgestopt was met
+lekkernijen. Toen herinnerde ze zich de belofte van haar moeder,
+stak haar hand onder het kussen en haalde er een rood gebonden
+boek onder uit. Ze kende het heel goed, want het was de mooie, oude
+geschiedenis van het beste leven, dat ooit geleefd is, en Jo voelde,
+dat het een trouwe gids was voor elken pelgrim, die de lange reis
+ging aanvaarden. Ze maakte Meta wakker met "een gelukkig Kerstfeest"
+en riep haar toe eens gauw te zien wat er onder haar kussen lag. Een
+groen boek kwam te voorschijn, met hetzelfde plaatje er in en een paar
+woorden door haar moeder geschreven, waardoor dit eenige kerstgeschenk
+heel kostbaar werd in de oogen der meisjes. Weldra werden Bets en
+Amy ook wakker, zochten en vonden hun boeken ook dadelijk--het eene
+grijs, het andere blauw; en alle vier zaten ze er naar te kijken
+en over te praten, terwijl het Oosten rood gekleurd werd door den
+aanbrekenden dag.
+
+In weerwil van haar kleine ijdelheden was Meta een zacht, goedhartig
+meisje, dat onbewust een goeden invloed uitoefende op haar zusters,
+vooral op Jo, die innig veel van haar hield en dikwijls haar raad
+volgde, omdat Meta haar op zoo'n vriendelijke manier terecht wees.
+
+"Kinderen," zei Meta ernstig, en keek van het verwarde hoofd naast
+haar, naar de twee krullebollen in de andere kamer. "Moeder hoopt,
+dat we de boeken zullen lezen, en er naar handelen, en we moeten er
+dadelijk mee beginnen. Wij deden het vroeger heel trouw, maar sedert
+Vader weg is en al de drukte van den oorlog ons uit ons gewone doen
+bracht, hebben wij 't schandelijk verwaarloosd. Jullie kunt doen,
+wat je wilt, maar _ik_ zal mijn boek hier op tafel laten liggen en
+er elken morgen, als ik wakker word, wat in lezen."
+
+De daad bij het woord voegende, deed Meta dadelijk haar nieuwe boek
+open en begon. Jo sloeg een arm om haar heen en las ook, tegen Meta
+aangeleund, met een zeldzaam rustige uitdrukking op haar beweeglijk
+gezicht.
+
+"Wat is Meta toch goed! Kom Amy, laten wij ook gaan lezen. Ik zal
+je wel helpen met de moeilijke woorden, en de anderen zullen het
+ons wel uitleggen, als we iets niet begrijpen," fluisterde Bets,
+die sterk onder den indruk was van de mooie boeken en het voorbeeld
+van haar oudste zuster.
+
+"Ik ben blij, dat het mijne blauw is," zei Amy. Daarop werd het stil
+in de kamer, terwijl de bladzijden zachtjes omgeslagen werden, en het
+winterzonnetje naar binnen sloop om de frissche, ernstige gezichtjes
+een kerstgroet te brengen.
+
+"Waar is Moeder" vroeg Meta, toen zij en Jo een half uur later naar
+beneden liepen om voor het cadeau te bedanken.
+
+"De hemel mag 't weten! Het een of ander arm schepsel kwam bedelen en
+je Ma ging er dadelijk heen om te zien wat ze noodig had. Er is geen
+tweede mensch zoo op de heele wereld; om zoo maar eten en drinken
+en kleeren en brandstof weg te geven," zei Hanna, die in het gezin
+gewoond had, sedert Meta geboren was, en door allen meer als een
+vriendin dan als een dienstbode werd beschouwd.
+
+"Ze zal wel gauw terugkomen, denk ik; maak dus maar alles klaar," zei
+Meta en zag de cadeaux nog eens na, die in een mandje bij elkaar lagen
+en onder de canapé verborgen waren, om op het rechte oogenblik voor
+den dag te komen. "Maar waar is Amy's fleschje eau de cologne?" voegde
+ze er bij.
+
+"Ze heeft het een oogenblik geleden weggenomen en is er mee
+weggeloopen, om er een lint of zoo iets om te doen," antwoordde Jo,
+door de kamer springende, om de eerste stijfheid weg te dansen van
+de nieuwe pantoffels.
+
+Wat zien mijn zakdoeken er netjes uit, niet? Hanna heeft ze voor me
+gewasschen en gestreken en ik heb ze alle geborduurd," zei Bets,
+met voldoening de min of meer onregelmatige letters bekijkende,
+die haar zooveel moeite gekost hadden.
+
+"Och, goed schaap, daar heeft zij er "Moeder" op gezet in plaats van
+"M. March"; hoe kom j'er bij!" riep Jo en nam er een in de hand.
+
+"Is het niet goed? ik dacht, dat het juist beter was zoo, omdat Meta's
+letters ook "M.M." zijn, en ik liever niet wou, dat iemand anders ze
+gebruikte dan Moeder," zei Bets verlegen.
+
+"Het is heel goed zoo, Bets, en heel aardig bedacht; heel slim ook,
+want nu is er geen vergissing mogelijk. Moeder zal er erg blij mee
+zijn, dat weet ik," zei Meta met een afkeurend gebaar voor Jo en een
+glimlach voor Bets.
+
+"Daar is Moeder, stop het mandje gauw weg," riep Jo, toen er een deur
+werd dicht gedaan en stappen in de gang weerklonken. Amy kwam haastig
+binnen en keek wel wat verlegen, toen ze zag, dat al de zusters op
+haar wachtten.
+
+"Waar ben je geweest, en wat hou je daar achter je rug?" vroeg Meta,
+verbaasd dat luie Amy, naar haar mantel en hoed te oordeelen, al zoo
+vroeg was uit geweest.
+
+"Lach mij niet uit, Jo; ik had gehoopt, dat niemand het van te voren
+zou gemerkt hebben. Ik ben alleen maar het kleine fleschje gaan
+verruilen voor een grooter, en ik heb er _al_ mijn geld voor gegeven,
+want ik wil _echt_ probeeren niet meer egoïstisch te zijn."
+
+Al sprekende liet Amy de groote flesch zien, die in de plaats van de
+goedkoope was gekomen. Ze zag er zoo ernstig uit in haar streven naar
+zelfverloochening, dat Meta haar omhelsde en Jo haar de bovenste beste
+noemde, terwijl Bets naar het raam liep en haar mooiste roos plukte,
+om er de statige flesch mee te versieren.
+
+"Zie je, ik schaamde me eigenlijk over mijn cadeau, na ons praten
+en lezen over goed zijn, en toen ben ik gauw uitgegaan om het te
+ruilen. Hè, ik ben er zóó blij om, want nu is mijn cadeau het mooiste."
+
+Weer werd de voordeur toegedaan en vloog de mand onder de canapé. De
+meisjes stoven naar de tafel, vol verlangen uitziende naar het ontbijt.
+
+"Een gelukkig Kerstfeest, Moeder! En nog vele jaren na dezen! Dank
+u wel voor uw boek; we hebben er al in gelezen en zijn van plan het
+elken dag te doen," riepen ze in koor.
+
+"Een gelukkig Kerstfeest, mijn dochtertjes! Ik ben blij dat jullie
+dadelijk begonnen bent en hoop, dat je er mee voort zult gaan. Maar
+ik moet jullie eerst iets vertellen, voordat we gaan zitten. Niet
+ver van ons huis is een arme vrouw met een pas geboren kindje. Zes
+kinderen zijn bij elkander in één bed gekropen om niet te bevriezen,
+want zij hebben geen vuur. Er is niets om te eten; en het oudste
+jongetje kwam mij vertellen, dat ze honger en kou leden. Meisjes,
+willen jullie je ontbijt afstaan voor een Kerstgeschenk?"
+
+Van 't lange wachten hadden alle vier ergen honger, en gedurende
+een oogenblik antwoordde niemand; maar ook slechts één oogenblik;
+toen riep Jo ontstuimig:
+
+"Ik ben zoo blij, dat u kwam, voordat we begonnen waren."
+
+"Mag ik meegaan en alles helpen dragen voor de arme kindertjes?" vroeg
+Bets.
+
+"En ik den room en de krentenbroodjes brengen," verzocht Amy, manmoedig
+afstand doende van de dingen, waar ze het meest van hield.
+
+Meta was al bezig de kadetjes en krentenbroodjes te smeren en stapelde
+ze op een groote schaal.
+
+"Ik dacht wel dat jullie het zoudt doen," zei mevrouw March, tevreden
+glimlachend. "Je kunt allemaal meegaan om me te helpen dragen, en
+als we terugkomen, zullen wij met boterhammen en melk ontbijten en
+van middag onze scha inhalen."
+
+Zoodra ze klaar waren, zette de optocht zich in beweging. Gelukkig was
+het nog vroeg, en gingen zij door achterstraatjes; weinig menschen
+zagen hen dus en niemand lachte om de grappige processie. Ze vonden
+een armoedige, leege, ellendige kamer, met gebroken ruiten, zonder
+vuur, eene zieke moeder, een schreiende baby, en een troepje bleeke,
+hongerige kinderen onder één oude gescheurde deken gestopt, in de hoop
+warm te blijven. Wat zetten zij groote oogen op, en hoe glimlachten
+de blauwe lippen, toen de meisjes binnenkwamen!
+
+"Ach, lieber Gott! dat zijn goede engelen, die daar komen!" riep de
+arme vrouw en stortte tranen van vreugde.
+
+"Grappige engelen, met hoeden en gebreide handschoenen," zei Jo en
+maakte ze aan het lachen. Binnen weinige minuten zag het er waarlijk
+uit alsof goede geesten aan het werk waren geweest. Hanna, die wat
+hout had gebracht, maakte een vuurtje aan en stopte de gebroken ruiten
+met oude kranten en haar eigen doek. Mevrouw March gaf de moeder
+wat thee en sago, en troostte haar door beloften van hulp, terwijl
+ze het kleine kindje zoo teeder aankleedde, alsof het haar eigen was
+geweest. De meisjes dekten intusschen de tafel, zetten de kinderen om
+het vuur, en voedden hen, alsof ze hongerige vogeltjes waren, lachten
+en praatten, en probeerden hun grappig gebroken taaltje te begrijpen.
+
+"Das ist gut!" "Die Engel-kinder!" riepen de arme schapen, terwijl
+ze zaten te eten, en hun verkleumde handjes in den heerlijken gloed
+koesterden. De meisjes waren nooit te voren engelen-kinderen genoemd,
+en vonden het heel aardig, vooral Jo, die sinds haar geboorte als
+de clown van de familie beschouwd was. 't Was een heerlijk ontbijt,
+hoewel zij er niets van mee kregen; en toen ze naar huis gingen,
+zooveel geluk achterlatende, waren er geloof ik in de gansene stad
+geen vroolijker schepseltjes dan de vier hongerige meisjes, die hun
+ontbijt hadden weggegeven en zich op dien Kerstmorgen tevreden stelden
+met brood en melk.
+
+"Dat is zijn naasten liever hebben dan zich zelf; ik vond het toch
+wel prettig," zei Meta, terwijl de meisjes hun cadeautjes uitstalden,
+en mevrouw March boven bezig was wat kleeren voor de arme hummels
+bij elkaar te zoeken.
+
+Het was volstrekt geen prachtige vertooning, maar er was veel
+liefde in de kleine pakjes; en de groote vaas met roode rozen, witte
+chrysanthemums en afhangende wingerdranken, die in het midden stond,
+gaf bepaald een elegant aanzien aan de tafel.
+
+"Daar komt ze! Vooruit, Bets! Doe de deur open, Amy. Drie hoera's
+voor Moeder!" riep Jo, heen en weer springende, terwijl Meta naar
+haar moeder liep om haar naar de eereplaats te geleiden.
+
+Betsy speelde haar vroolijksten marsch, Amy rukte de deur open,
+en Meta leidde haar moeder met de grootste waardigheid op. Mevrouw
+March, te gelijk verbaasd en ontroerd, glimlachte met de oogen vol
+tranen, terwijl ze haar cadeaux bekeek en de briefjes las, die er
+bij lagen. De pantoffels werden dadelijk aangetrokken, een nieuwe
+zakdoek ging aanstonds in den zak, bevochtigd met Amy's eau-de-cologne,
+de roos prijkte al heel gauw in haar japon en de mooie handschoenen
+bleken keurig te passen.
+
+Er werd heel wat gelachen, gekust en verteld, op de eenvoudige
+gezellige manier, die huiselijke feestjes op 't oogenblik zelf zoo
+prettig maken, en zoo'n heerlijke herinnering achterlaten, en toen
+gingen allen weer aan het werk.
+
+De morgenbezigheden namen zooveel tijd in beslag, dat het
+overige van den dag gewijd werd aan toebereidselen voor de
+avondvermakelijkheden. Daar de meisjes nog te jong waren om dikwijls
+naar de komedie te gaan, en niet rijk genoeg om zich groote uitgaven te
+veroorloven voor de voorstellingen thuis, moesten zij hun verbeelding
+meestal te hulp roepen, en daar de noodzakelijkheid de moeder is der
+uitvinding, maakten ze zelf alles, wat ze noodig hadden. Sommige
+van hun voortbrengselen waren wezenlijk heel aardig; gitaars van
+bordpapier, antieke lampen van ouderwetsche sauskommetjes gemaakt
+en met zilverpapier beplakt, prachtige japonnen van oud katoen,
+schitterend van tinnen loovertjes, uit een fabriek van ingelegd
+zuur afkomstig en wapenrustingen met stukjes van dezelfde metalen
+edelgesteenten versierd: afval van de deksels van inmaakblikken. Het
+huisraad werd gewoonlijk onderste boven gehaald en de groote kamer
+was het tooneel van menig onschuldig feest.
+
+Heeren werden niet toegelaten; dus kon Jo naar hartelust de
+mannenrollen op zich nemen, en ze was telkens weer verrukt over een
+paar bruinleeren laarzen, die ze van een vriendin gekregen had, die een
+dame kende, die weer een acteur kende. Deze laarzen, een oude floret en
+een oud fluweelen riddercostuum, dat eens door een schilder gebruikt
+was voor een schilderij, waren Jo's grootste schatten en kwamen bij
+elke gelegenheid op de proppen. Daar het gezelschap uit zoo weinig
+leden bestond, moesten de twee voornaamste acteurs noodzakelijk in
+verscheidene rollen optreden; en ze verdienden ongetwijfeld grooten lof
+voor de inspanning, die ze zich getroostten, drie of vier verschillende
+partijen van buiten te leeren, pakken te verwisselen en daarenboven de
+leiding en tooneelschikking op zich te nemen. Het was een uitmuntende
+oefening voor het geheugen, een onschuldig genoegen, en vulde menig
+uur, dat anders met luieren, vervelend zou zijn doorgebracht.
+
+Op Kerstavond nam een dozijn meisjes plaats in het ledikant dat de loge
+voorstelde, en zat achter de blauwe en gele sitsen gordijnen in een
+staat van gespannen verwachting. Er was nogal geritsel en gefluister
+op het tooneel, het rook naar het stoomen van een lamp, en af en toe
+hoorde men het gesmoord gegichel van Amy, die zenuwachtig werd door
+de opwinding van het oogenblik. Weldra luidde de bel, de gordijnen
+werden weggetrokken, en de tragedie nam een aanvang.
+
+"Een somber woud," volgens het eenige programma, werd voorgesteld
+door enkele heesters en potten, een stuk groen baai op den vloer en
+een hol op den achtergrond. In dit hol, dat een paardendek tot dak en
+kasten tot muren had, brandde een klein vuurtje in volle kracht; een
+zwart ijzeren potje hing er boven en een oude heks boog er zich over
+heen. Het tooneel was donker, en de gloed van het vuur maakte een fraai
+effekt, vooral wanneer er wezenlijk stoom kwam uit den ketel, toen de
+heks er het deksel aflichtte. De toeschouwers kregen een oogenblik om
+van de eerste verbazing te bekomen, toen trad Hugo, de ellendeling,
+op, met een rinkelend zwaard, een gedeukten hoed, zwarten baard, een
+geheimzinnigen mantel en de laarzen. Na een poosje zeer opgewonden
+heen en weer gestapt te hebben, sloeg hij zich tegen het voorhoofd,
+barstte los in een hartstochtelijk gezang waarin hij den haat uitte,
+dien hij Roderigo toedroeg, de liefde die hij voor Sara koesterde en
+zijn lieftallig besluit den een te dooden en de andere voor zich te
+winnen. De diepe toon van Hugo's stem, die nu en dan in een heesch
+geschreeuw oversloeg, wanneer zijn gevoel hem te sterk werd, maakte
+geweldigen indruk, en de toeschouwers juichten hem toe, zoodra hij
+maar even stil hield om adem te scheppen. Buigende, met het air van
+iemand aan bijval gewoon, ging hij naar de grot en gelastte Hagar er
+uit te komen, met een gebiedend: "Halo! oude heks, ik heb u noodig!"
+
+Daar verscheen Meta, met een grijs paardenharen pruik, die haar over
+'t gezicht hing, een rood en zwart gewaad, een staf en allerlei
+kabalistische teekens op haar mantel. Hugo verlangde een drankje van
+haar om Sara's liefde te winnen, en een om Roderigo van kant te maken.
+
+Hagar beloofde beide in een fraai dramatisch lied en slaagde er in
+den geest op te roepen, die den minnedrank moest brengen:
+
+
+ "Daal neder, gevleugelde geest, o, daal neer,
+ Verlaat uwe woning bij 't geestenheir!
+ Gij, dochter der rozen, weldadige fee,
+ Ach, breng ons uw kostlijken liefdedrank mee.
+ Maar maak hem heel geurig, heel zoet en heel sterk,
+ Opdat hij zeer spoedig volbrenge zijn werk.
+ Ja kom, goede geest, en voldoe aan den wensch
+ Van dezen verliefden, wanhopigen mensch."
+
+
+Plotseling klonk een zachte muziek, en toen kwam uit den achtergrond
+der grot een kleine, in wolken van gaas gehulde gedaante te voorschijn,
+met schitterende vleugels, gouden lokken, en een krans van rozen op
+het hoofd. Een staf zwaaiende zong deze geest:
+
+
+ "Hier daal ik neer
+ Uit hooger sfeer.
+ Ver boven lucht en maan,
+ En bied den drank u aan.
+ Hij werkt zeer snel
+ Gebruik hem wel,
+ Opdat de kracht niet moog' vergaan."
+
+
+en liet een klein verguld fleschje vallen voor de voeten der heks,
+waarna ze verdween. Een tweede lied van Hagar riep een tweeden geest
+te voorschijn, geen liefelijken, want--bons, daar sprong een leelijke
+dwerg het tooneel op, stootte een antwoord uit en wierp Hugo een donker
+fleschje toe, waarna hij met een honend gelach verdween. Hugo kweelde
+zijn dankbetuigingen, stak de drankjes in zijn laarzen en ging somber
+heen. Daarop deelde Hagar het publiek mee, dat ze hem, omdat hij in
+vervlogen tijden eenige van haar vrienden had gedood, vervloekt heeft,
+en nu voornemens is zich op hem te wreken door de verijdeling van zijn
+plannen. Toen viel het gordijn en konden de toeschouwers uitrusten,
+en onder 't genot van bonbons, de verdiensten van het stuk bespreken.
+
+Er moest heel wat getimmerd worden, eer het gordijn weer weggetrokken
+werd; maar toen het bleek welk een meesterstuk er tot stand was
+gebracht, klaagde niemand over het oponthoud. 't Was in één woord
+schitterend! Een toren reikte tot aan de zoldering; halfweg zag
+men een venster met een wit gordijn, waarachter een lamp stond
+te branden, en achter dit witte gordijn verscheen Sara, in een
+bekoorlijke blauwe japon met zilver versierd, in afwachting van
+Roderigo. Prachtig gekleed kwam hij aangestapt, met een gepluimde muts,
+een rooden mantel, kastanjebruine lokken, een gitaar, en de laarzen
+natuurlijk. Nederknielend aan den voet van den toren, bracht hij zijn
+aangebedene in smeltende tonen een serenade. Sara antwoordde en stemde
+er, na een gezongen gesprek, in toe, met hem te vluchten. Toen kwam het
+glanspunt van den avond; Roderigo haalde een touwladder te voorschijn,
+van vijf treden, wierp het eene eind omhoog en noodigde Sara uit er
+langs af te dalen. Angstig stapte ze uit het venster, legde haar hand
+op Roderigo's schouder, en maakte zich juist gereed om bevallig naar
+beneden te springen, toen ze, arme, arme Sara! haar sleep vergat,
+die in het raam bleef haken; de toren wankelde, helde over, viel met
+een slag om en bedolf de ongelukkige gelieven onder zijn bouwvallen!
+
+Een algemeen gegil verhief zich, toen de bruine laarzen woest heen
+en weer schopten tusschen de ruïne, en een goudlokkig hoofdje
+te voorschijn kwam, dat verontwaardigd riep: "Ik heb 't je wel
+gezegd!" Met verwonderlijke tegenwoordigheid van geest vloog Don
+Pedro, de wreede vader, toe en rukte er zijn dochter uit, met een
+gejaagd ter zijde: "Lach niet, net doen of alles in orde is!" Hij
+beval Roderigo op te staan, en verbande hem barsch en toornig uit
+zijn koninkrijk. Hoewel klaarblijkelijk verdoofd door den val,
+trotseerde Roderigo den ouden heer en weigerde zich van de plaats
+te verroeren. Dit onverschrokken voorbeeld vuurde Sara's moed aan;
+zij ook weerstond haar vader, totdat hij gebood beiden naar den
+donkersten kerker van zijn kasteel te sleepen. Daarop kwam er een
+dappere kleine lakei binnen, met ketenen beladen, en leidde hen weg,
+blijkbaar zoo verschrikt dat hij de heele speech vergat, die hij had
+behooren op te zeggen.
+
+Het derde bedrijf speelde in de zaal van het kasteel. Hier kwam Hagar
+weer op de planken, om de gelieven te bevrijden en Hugo van kant te
+maken. Zij hoort hem komen en verbergt zich; ziet dat hij de drankjes
+in twee bekers wijn doet en hoe hij den bedeesden kleinen bediende
+gelast: "Breng dien wijn den gevangenen in hun cel en zeg hun, dat
+ik weldra kom." Terwijl de bediende Hugo even ter zijde roept om hem
+iets mee te deelen, verwisselt Hagar de twee bekers met twee andere,
+die geen kwaad bevatten.
+
+Ferdinando, de bediende, brengt ze weg en Hagar zet den beker met
+het vergif, voor Roderigo bestemd, weer op tafel. Hugo, die na een
+roerende tirade dorstig begint te worden, drinkt hem leeg, raakt
+zijn bezinning kwijt, valt, na de noodige stuiptrekkingen, op den
+grond en sterft, terwijl Hagar hem in een krachtig, melodieus lied
+meedeelt wat ze gedaan heeft.
+
+'t Was heusch een treffend tooneel, al vonden sommigen ook, dat
+het plotseling te voorschijn komen van een massa lange lokken,
+het effect van den dood des ellendelings min of meer bedierf. Hij
+werd teruggeroepen en kwam heel zedig te voorschijn. Hagar bij de
+hand leidende, wier gezang mooier werd gevonden, dan al het andere
+bij elkaar.
+
+Het vierde bedrijf stelde den wanhopigen Roderigo voor, op het punt
+zichzelf te doorsteken, omdat men hem gezegd heeft, dat Sara hem
+ontrouw geworden is. Reeds richt hij den dolk op zijn hart, als
+eensklaps een liefelijk lied onder zijn venster wordt aangeheven,
+waarin hem verteld wordt, dat Sara getrouw bleef, maar in gevaar
+verkeert, en dat hij haar, indien hij slechts wil, kan redden. Er wordt
+een sleutel naar binnen geworpen, om de gevangenisdeur te openen,
+en opgetogen van vreugde rukt hij zijn ketenen los, en snelt weg om
+zijn geliefde te vinden en te bevrijden.
+
+Het vijfde bedrijf begon met een stormachtig gesprek tusschen Sara
+en Don Pedro. Hij wil, dat zijn dochter in een klooster zal gaan,
+maar zij wil er niet van hooren en is op het punt flauw te vallen,
+als Roderigo binnenvliegt en haar hand vraagt. Don Pedro weigert,
+omdat de minnaar niet rijk is. Onder luid getwist en een geweldig
+spektakel is Roderigo juist van plan de uitgeputte Sara weg te dragen,
+als de bedeesde lakei binnenkomt met een brief en een zak van Hagar,
+die op geheimzinnige wijze verdwenen is. In dezen brief deelt de heks
+het gezelschap mee, dat ze ongehoorde rijkdommen op het jonge paar
+doet nederdalen en Don Pedro met een vreeselijke vervloeking dreigt,
+als hij ze niet gelukkig maakt. De zak wordt geopend en een stroom
+tinnen geldstukjes valt op het tooneel, zoodat het schittert van al
+die pracht. Dit verzacht den strengen vader geheel en al; hij geeft
+zonder verdere tegenwerping zijn toestemming, allen heffen samen
+een vroolijk lied aan, en het gordijn valt, terwijl de gelieven,
+in de allerbevalligste houding, voor Don Pedro geknield liggen om
+zijn zegen te ontvangen.
+
+Een luid applaus volgde, maar werd plotseling gesmoord; want het
+bed, waarop de loge gebouwd was, viel eensklaps in en verzwolg het
+opgewonden publiek. Roderigo en Don Pedro vlogen te hulp en allen
+werden ongedeerd weer opgehaald, hoewel de meesten sprakeloos waren
+van 't lachen. Nauwelijks was dit tumult tot bedaren gekomen, toen
+Hanna binnenkwam met "de complimenten van mevrouw, en of de dames
+beneden wilden komen om te soupeeren."
+
+Dit was een verrassing, zelfs voor de spelers, en toen zij de tafel
+zagen, keken zij elkaar opgetogen en verbaasd aan. "Echt iets voor
+Moeder, ons eens te trakteeren!" Maar zooiets als dit was ongekend,
+sedert de vervlogen dagen van overvloed. Er was room-ijs, wezenlijk
+twee schaaltjes, rood en wit, en taart, en vruchten en heerlijke
+Fransche bonbons, en in het midden van de tafel stonden vier groote
+bouquetten kasbloemen! Met een kleur van blijdschap keken de meisjes
+eerst naar de tafel, en toen naar hun moeder, die er uitzag, alsof
+ze innig genoot.
+
+"Zijn er goede feeën geweest?" vroeg Amy.
+
+"Neen, Sinst Nicolaas," zei Bets.
+
+"Moeder heeft het gedaan," en Meta lachte met haar vriendelijksten
+glimlach, in weerwil van haar grijzen baard en witte wenkbrauwen.
+
+"Tante March had zeker een goede bui, en heeft al dat lekkers
+gestuurd," riep Jo, die een plotselinge ingeving kreeg.
+
+"Allemaal mis; de oude heer Laurence zond het," antwoordde mevrouw
+March.
+
+"De grootvader van dien jongen, hiernaast? Wat ter wereld bracht hem
+dat in 't hoofd? Wij kennen hem niet eens!" riep Meta.
+
+"Hanna vertelde toevallig aan een van zijn dienstboden van jullie
+ontbijtpartij; hij is een zonderlinge oude heer, maar dat beviel
+hem. Hij kende mijn vader jaren geleden, en hij schreef me van middag
+een beleefd briefje, om me te vragen of hij zijn vriendelijke gevoelens
+jegens mijn kinderen eens mocht toonen, door wat lekkernijen te sturen
+tot viering van den dag. Ik kon niet weigeren, en zoo komt het, dat
+jullie van avond een feestje hebt om je schadeloos te stellen voor
+het ontbijt van vanmorgen."
+
+"Dat heeft hem stellig die jongen in 't hoofd gebracht, ik weet het
+zeker! 't Is een aardige jongen, en ik wou maar, dat we kennis met hem
+konden maken. Hij ziet er net uit of hij 't heel prettig zou vinden
+om ons te kennen; maar hij is dood verlegen en Meta is zoo deftig,
+ze wil niet hebben, dat ik in het voorbijgaan een woordje tegen hem
+zeg," zei Jo, terwijl de schaaltjes rondgingen, en het ijs onder
+verrukte uitroepen van o! en hè! aanmerkelijk begon te verminderen.
+
+"Bedoel je de menschen, die in dat groote huis hiernaast wonen?" vroeg
+een der meisjes. "Moeder kent mijnheer Laurence wel, maar zegt, dat hij
+heel trotsch is, en niet graag met zijn buren omgaat. Hij houdt zijn
+kleinzoon altijd in huis, behalve wanneer hij gaat rijden of wandelen
+met zijn gouverneur; en hij laat hem vreeselijk hard studeeren. Wij
+hebben hem op onze partij gevraagd, maar hij is niet gekomen. Moeder
+zegt, dat hij heel aardig is, maar nooit tegen meisjes spreekt."
+
+"Toen laatst onze kat was weggeloopen, bracht hij die terug, en wij
+stonden juist even te praten over de schutting, over honkbal en zoo,
+toen hij Meta zag aankomen en wegliep. Jammer, we schoten best op,
+en ik ben ook vast van plan op een goeden dag verder kennis met hem
+te maken, want hij heeft wel een opvroolijking noodig, daar ben ik
+vast van overtuigd," zei Jo beslist.
+
+"'t Lijkt me een aardige nette jongen, en ik heb er niets tegen, dat
+jullie kennis met hem maakt, als de gelegenheid zich voordoet. Hij
+bracht de bloemen zelf, en als ik gerust geweest was op hetgeen
+boven voorviel, zou ik hem gevraagd hebben om te blijven. Stakkerd,
+hij zag er zoo nieuwsgierig uit, toen hij al de pret hoorde en hij
+trok zoo sneu weg."
+
+"'t Is een zegen, dat u het niet deedt, Moeder," lachte Jo, met een
+blik op haar laarzen. "Maar wij zullen later een andere voorstelling
+geven, die hij _wel_ mag zien. Misschien doet hij dan wel mee; zou
+dat niet heerlijk zijn?"
+
+"Ik heb nog nooit een bouquet gekregen; wat is dit een mooie," en
+Meta bekeek haar bloemen met de grootste aandacht.
+
+"Zij _zijn_ beelderig, maar Bets' rozen zijn mij nog liever," zei
+Mevrouw March aan het verlepte bouquetje in haar ceintuur ruikende.
+
+Bets kroop dicht tegen haar aan en fluisterde zacht: "Ik wou dat ik
+mijn bloemen aan Vader kon sturen. Ik ben bang dat hij niet zoo'n
+vroolijke Kerstmis heeft als wij."
+
+
+
+
+HOOFDSTUK III.
+
+"DIE JONGEN VAN HIERNAAST."
+
+
+"Jo! Jo! waar zit je?" riep Meta onder aan de zoldertrap.
+
+"Hier," antwoordde een doffe stem van boven, en toen Meta de trappen
+opgeloopen was, vond zij haar zuster bezig appels te eten en te
+schreien over "De Erfgenaam van Redclyff," met een dikken doek om,
+op eene driepootige canapé bij het zonnige venster. Dit was Jo's
+geliefkoosde toevlucht, en hier sloot zij zich op met een half
+dozijn appelen en een mooi boek, genietende van de stilte en van het
+gezelschap van een lievelingsrat, die daar dichtbij huisde en zich
+niet aan haar stoorde. Toen Meta kwam, trok Knabbelaar zich in haar
+hol terug. Jo veegde haar tranen af en wachtte geduldig op het nieuws.
+
+"Verbeeld je eens, hoe heerlijk, een invitatiekaart van mevrouw
+Gardiner voor morgenavond!" riep Meta, met het kostbaar document
+wuivend, en toen met jeugdige opgewondenheid voorlezend:
+
+"Het zal mevrouw Gardiner veel genoegen doen de jonge dames Meta en
+Josephina March tegenwoordig te zien bij een danspartijtje, dat ze
+voornemens is op Nieuwjaarsavond te geven." Moeder vindt het goed,
+dat wij gaan; maar _wat_ zullen we aandoen?"
+
+"Dat hoef je niet te vragen, je weet heel goed, dat wij niks anders
+kunnen aandoen dan onze zomerjurken, omdat wij niets anders hebben,"
+antwoordde Jo met een vollen mond.
+
+"Had ik maar een zijdje," zuchtte Meta. "Moeder zegt, dat ik er
+misschien een krijg, als ik achttien ben; maar twee jaar is een
+eeuwige tijd om te wachten."
+
+"O kom, onze lichte japonnen zijn goed genoeg voor ons. De jouwe is
+zoo goed als nieuw, maar o jé, ik vergat heelemaal dat ik de mijne
+gescheurd en gebrand heb. Wat zal ik doen? Dat gezengde is erg te
+zien en ik kan er niets uitnemen."
+
+"Je moet maar veel blijven zitten en je niet van achteren laten zien;
+van voren is alles in orde. Ik krijg een nieuw lint voor mijn haar,
+en Moeder zal me haar kleine juweelen broche leenen, en mijn nieuwe
+lage schoentjes zijn keurig en mijn handschoenen kunnen nog wel eens
+mee, al zijn ze niet zoo héél frisch meer."
+
+"De mijne zitten vol limonadevlekken, en ik kan geen nieuwe koopen,
+dus zal ik zonder dienen te gaan," zei Jo, die zich nooit veel om
+haar toilet bekommerde.
+
+"Je _moet_ handschoenen hebben, of ik ga niet!" riep Meta vast
+besloten. "Handschoenen zijn van nog meer belang dan iets anders; je
+kunt zonder handschoenen onmogelijk dansen, en als je ze niet aandoet,
+schaam ik me dood."
+
+"Dan zal ik maar stil blijven zitten; ik geef niks om die deftige
+dansen en dat statige voortzeilen. 't Is veel prettiger rond te
+vliegen en eens een bokkesprong te maken."
+
+"Je kunt Moeder niet om een paar nieuwen vragen, zij zijn zoo duur en
+je bent zoo wanhopig slordig. Moeder zei, toen je de andere bedorven
+hadt, dat je dezen winter geen nieuwe kreeg. Kun je 'r niets op
+bedenken?" vroeg Meta bezorgd.
+
+"Ik zal ze in mijn hand moffelen, dan kan niemand zien, hoe smerig ze
+zijn; dat is al wat ik kan doen. Neen! ik weet wat, laat ons ieder
+één goeden aantrekken, en een slechten in onze hand houden, vind je
+dat geen schitterend idee?"
+
+"Maar jou handen zijn grooter dan de mijne, en dan rek je mijn
+handschoen zoo vreeselijk uit," begon Meta, wier handschoenen een
+teere plek in haar hart besloegen.
+
+"Dan zal ik maar zonder gaan. Ik geef er niet om wat de menschen
+zeggen!" riep Jo, haar boek weer opnemende.
+
+"Och, neen, neem er dan maar liever een van mij, maar toe, wees er
+netjes op, en gedraag je ordentelijk; houd je handen niet op je rug,
+en sta niet te staren en zeg niet "verdraaid" en zoowat, toe, Jo?"
+
+"Maak je maar niet ongerust, ik zal zoo deftig zijn als een boonestaak
+en geen dommigheden begaan, als ik het maar eenigszins laten kan. Ga
+jij nu het antwoord maar schrijven en laat mij alstjeblieft mijn
+boek uitlezen."
+
+Meta ging dus naar beneden om "gaarne gebruik te maken van de
+vriendelijke invitatie," haar japon na te zien en een vroolijk deuntje
+te zingen, terwijl ze haar eenigen echt kanten kraag in orde maakte,
+terwijl Jo haar verhaal uitlas, haar appels opat en krijgertje speelde
+met Knabbelaar.
+
+Op Nieuwjaarsavond was de zitkamer verlaten, want de twee jongere
+meisjes speelden voor kamenier en de twee oudsten gingen heelemaal op
+in die allergewichtigste bezigheid: zich kleeden voor de partij. Hoe
+eenvoudig de toiletjes ook waren, viel er toch heel wat heen en weer
+te loopen onder druk gelach en gepraat, en op een zeker oogenblik
+was er een erge brandlucht door het huis. Meta wou graag van voren
+een paar krullen hebben en Jo nam op zich de papillotten er met een
+gloeiende tang in te branden.
+
+"Moeten ze zoo rooken?" vroeg Bets van haar zetel op het bed.
+
+"Dat is het vocht dat verdampt," zei Jo.
+
+"Wat een rare lucht! het ruikt net naar verbrande veeren," vond Amy
+en streek hare eigen mooie krullen met voldoening glad.
+
+"Ziezoo, nu zal ik ze uit de papieren doen en dan zul je eens zien,
+wat allerliefste krulletjes het geworden zijn," zei Jo, de tang
+neerleggende.
+
+Ze haalde de papillotten los, maar er kwamen geen krulletjes
+te voorschijn, want het haar kwam met de papiertjes mede, en de
+verschrikte kamenier legde een rijtje kleine, verschroeide hoopjes
+haar, op de tafel voor haar slachtoffer neer.
+
+"O, o, Jo! wat _heb_ je gedaan? Nou is álles bedorven! Ik kan niet
+gaan! Mijn haar! o mijn haar!" jammerde Meta, terwijl ze wanhopig
+het ongelijke kroes op haar voorhoofd bekeek.
+
+"Dat is alweer mijn ongeluk! je hadt het mij ook niet moeten vragen;
+ik bederf altijd alles. 't Spijt me allervreeselijkst, maar de tang
+was te heet, en zoo is het gekomen," kermde de arme Jo, en zag met
+tranen van berouw naar de zwarte pruikjes.
+
+"Het is nog niet bedorven; kam het maar op en steek dan den strik
+er achter, dat lijkt nogal op de laatste mode. Ik heb er verscheiden
+meisjes mee gezien," troostte Amy.
+
+"Dat komt omdat ik mij mooi wou maken. Ik wou, dat ik mijn haar maar
+met rust had gelaten," zei Meta wrevelig.
+
+"Dat wou ik ook, het was zoo mooi. Maar het zal wel gauw weer
+aangroeien," zei Bets, en kuste en troostte het geschoren lam.
+
+Na eenige kleinere tegenspoeden was Meta eindelijk gereed, en door
+de vereende krachten der familie kwam Jo's haar in orde en haar japon
+aan. Ze zagen er heel aardig uit in hun eenvoudige kleeding. Meta in
+een zilvergrijsje met een fluweelen lint in het haar, kanten kraag
+en mouwen en de juweelen broche; Jo in 't licht lila, met een open
+boordje en een paar witte chrysanten als eenig versiersel. Ieder trok
+één netten lichten handschoen aan, en ieder hield één bevlekten in
+de andere hand, en de heele familie verklaarde, dat het zoo heel best
+kon en heel vlug stond. Meta's hooggehakte schoentjes waren vreeselijk
+nauw en deden haar pijn, hoewel zij dat niet wilde erkennen; en Jo's
+negentien haarspelden schenen allemaal regelrecht in haar hoofd te
+steken, wat niet precies plezierig was; maar, lieve hemel! liever
+sterven, dan niet naar de mode zijn.
+
+"Veel plezier, kinderen," zei mevrouw March, toen de zusters vroolijk
+wegtrippelden. "Eet maar niet te veel, en Hanna zal jullie om elf
+uur komen halen; dadelijk meegaan hoor!"
+
+Toen het hek achter hen toeviel, riep een stem hen nog achterna:
+
+"Meisjes! meisjes! _heb_ jullie wel allebei een net zakdoekje?"
+
+"Ja, ja, keurig hoor, en Meta heeft eau-de-cologne op den hare!" riep
+Jo en voegde er lachend bij: "Ik geloof heusch, dat Moeder daar nog
+naar vragen zou, al vluchtten wij allemaal voor een aardbeving."
+
+"Dat komt omdat Moeder op en top een dame is, want een echte dame kun
+je dadelijk herkennen aan nette laarzen, handschoenen en zakdoek,"
+antwoordde Meta, die vond dat ze zelf nogal damesachtig was.
+
+"Denk er nu aan om die leelijke plek uit het gezicht te houden,
+Jo. Zit mijn ceintuur recht; en is mijn haar _erg_ leelijk?" vroeg
+Meta, terwijl ze zich, na een ernstige beschouwing, afwendde van den
+spiegel in mevrouw Gardiner's kleedkamer.
+
+"Ik weet wel haast zeker dat ik het vergeten zal. Als je me iets ziet
+doen, dat niet goed is, geef mij dan maar een wenk, wil je!" antwoordde
+Jo, trok eens aan haar jurk en streek haastig haar haar glad.
+
+"Neen, wenken is niet netjes; ik zal mijn wenkbrauwen optrekken,
+als iets niet goed is, en knikken als alles in orde is. Nu, doe nu je
+schouders naar beneden en neem kleine stappen en steek niet dadelijk
+een hand uit als iemand aan je wordt voorgesteld, dat hoort niet."
+
+"Hoe is het toch mogelijk al die dingen te onthouden? Ik zie er geen
+kans toe. Hè wat vroolijke muziek!"
+
+Zoo gingen ze naar beneden, wel wat verlegen, want ze kwamen zelden
+op partijen, en hoe weinig deftig deze ook was, het bleef toch een
+gebeurtenis van gewicht voor de zusjes. Mevrouw Gardiner, een statige,
+oude dame, ontving hen vriendelijk en gaf hen over aan de zorg van
+de oudste harer zes dochters. Meta kende Sallie en was dadelijk op
+haar gemak; maar Jo, die niet veel gaf om meisjes of meisjespraatjes,
+stond met haar rug tegen den muur geleund en voelde zich even weinig
+op haar plaats als een veulen in een bloemtuin. In een anderen hoek
+der kamer stond een troepje jongens over schaatsenrijden te praten,
+en Jo verlangde niets liever dan zich bij hen te voegen, want
+schaatsenrijden was een der grootste genoegens van haar leven. Ze
+telegrafeerde haar wensch naar Meta, maar de wenkbrauwen werden zóó
+verschrikt opgetrokken, dat ze zich niet durfde bewegen. Niemand kwam
+haar aanspreken, en langzamerhand verliep het groepje in haar buurt,
+totdat de arme Jo geheel alleen overbleef. Vrij heen en weer loopen
+kon ze niet, want dan zou de verzengde plek in 't gezicht komen,
+zoodat zij min of meer ongelukkig naar de anderen stond te kijken, tot
+het dansen begon. Meta werd dadelijk gevraagd, en de nauwe schoentjes
+trippelden zoo vroolijk rond, dat niemand de pijn kon vermoeden die
+hun eigenares met een glimlach verdroeg. Toen zag Jo een grooten,
+roodharigen jongen haar hoekje naderen, vreezende, dat hij van plan
+mocht zijn haar te vragen, sloop zij gauw in een aangrenzend kamertje,
+dat door een gordijn was afgeschoten, in de hoop ongestoord te kunnen
+kijken en zich zoo amuseeren. Ongelukkig had een andere verlegen gast
+dezelfde schuilplaats gekozen; want toen het gordijn zich achter haar
+sloot, stond Jo van aangezicht tot aangezicht tegenover "die jongen
+van hiernaast."
+
+"O, hemel! ik wist niet, dat hier iemand was," stamelde Jo, en maakte
+zich gereed even spoedig te verdwijnen als zij verschenen was.
+
+Maar de jongen lachte en zei vriendelijk, hoewel hij wat verlegen keek:
+
+"Stoor je niet aan mij maar blijf als je'r lust in hebt."
+
+"Hinder ik je niet?"
+
+"Volstrekt niet; ik kwam alleen hier omdat ik niet veel menschen ken,
+en mij in het eerst nogal vreemd voel."
+
+"Ik ook. Ga als 't je blieft niet weg, of je moest liever willen."
+
+De jongen ging weer zitten en keek naar zijn laarzen, totdat Jo,
+die beleefd en spraakzaam wilde zijn, begon:
+
+"Ik geloof, dat ik het genoegen gehad heb je al eens vroeger te
+zien. Je woont naast ons, is 't niet?"
+
+"Vlak naast jullie," en hij keek haar lachend aan, want Jo's deftigheid
+was nog al grappig na hun gesprek over het balspel, toen hij de
+kat terugbracht.
+
+Dat bracht Jo op haar gemak, en ze lachte ook, terwijl ze op
+hartelijken toon zei:
+
+"We hebben zoo'n prettigen avond gehad door jullie heerlijk cadeau
+op Kerstavond!"
+
+"Grootpapa zond het!"
+
+"Maar jij hebt hem zeker op de gedachte gebracht, hè?"
+
+"Hoe gaat het met uw kat, juffrouw March?" vroeg de jongen plechtig,
+al zijn best doende om ernstig te kijken, terwijl zijn zwarte oogen
+glinsterden van pret.
+
+"Heel goed, dank u, mijnheer Laurence, maar ik ben niet juffrouw March,
+ik ben alleen maar Jo," antwoordde de jonge dame.
+
+"Ik ben niet mijnheer Laurence, ik ben alleen maar Laurie."
+
+"Laurie Laurence? Wat een vreemde naam."
+
+"Mijn voornaam is Theodoor, maar ik houd niet van dien naam, want de
+jongens noemden mij Dora, en toen heb ik me Laurie laten noemen."
+
+"Ik heb ook een hekel aan mijn naam--zoo sentimenteel! Ik wou dat
+iedereen Jo zei, in plaats van Josephine. Hoe heb je er de jongens
+toe gekregen om niet langer Dora te zeggen?"
+
+"Ik ranselde ze."
+
+"Ik kan tante March moeilijk ranselen, dus zal ik het moeten
+verdragen," en Jo schikte zich met een zucht in haar lot.
+
+"Houdt u niet van dansen, juffrouw Jo?" vroeg Laurie; haar aankijkend
+alsof hij vond, dat de naam goed bij haar paste.
+
+"Ik houd er dol van, als er maar ruimte genoeg en iedereen jolig is. In
+zoo'n mooie kamer gooi ik zeker iets om, of trap op iemands toonen,
+of doe iets, dat onbehoorlijk is; daarom laat ik Meta er maar voor
+opkomen en blijf zelf buiten gevaar; dans jij niet?"
+
+"Soms. Zie je, ik ben verscheiden jaar in Europa geweest, en nog niet
+lang genoeg hier om te weten, hoe alles hier toegaat."
+
+"In Europa!" riep Jo. "O vertel er mij eens wat van! Ik hoor zoo
+dolgraag over reizen vertellen."
+
+Laurie scheen geen begin te kunnen maken; maar Jo's vurige vragen
+brachten hem weldra op streek, en hij vertelde haar, hoe hij te
+Vevey op school was geweest, waar de jongens nooit hoeden droegen,
+en bootjes hadden op het meer, en in de vacantie met hun meesters
+voetreisjes door Zwitserland deden.
+
+"Hè, wat wou ik graag, dat ik daar geweest was!" riep Jo. "Ben je
+ook in Parijs geweest?"
+
+"We zijn er den vorigen winter geweest."
+
+"Kun je goed Fransch spreken?"
+
+"Wij mochten te Vevey niet anders praten."
+
+"Zeg eens wat in 't Fransch. Ik kan het wel lezen, maar niet goed
+spreken."
+
+"Quel nom a cette jeune fille en les pantoufles jolis?" zei Laurie
+goedhartig.
+
+"Wat spreek je het mooi uit! Laat eens zien, je zei: Wie is die jonge
+dame met die mooie schoentjes, is 't niet?"
+
+"Oui, mademoiselle."
+
+"Dat is mijn zuster Margaretha, en dat wist je heel goed! Vind je
+haar mooi?"
+
+"Ja, ze doet mij denken aan de Duitsche meisjes; ze ziet er zoo frisch
+en kalm uit en danst zoo netjes."
+
+Jo glom van genoegen bij dezen jongensachtigen lof over haar zuster
+en onthield het goed om het aan Meta te vertellen. Beiden gluurden
+en critiseerden en keuvelden, tot zij een gevoel hadden, alsof ze
+oude kennissen waren. Laurie's verlegenheid ging heel gauw over,
+want Jo's jongensmanieren zetten hem op zijn gemak, en Jo was zoo
+vroolijk en natuurlijk als altijd, omdat zij niet meer aan haar
+japon dacht en niemand de wenkbrauwen tegen haar optrok. Ze vond
+"die jongen van hiernaast" erg aardig, en nam hem eens goed op, om
+hem aan de zusjes te kunnen beschrijven; want ze hadden geen broers,
+weinig neven, en jongens waren bijna onbekende wezens in hun kring.
+
+Krullend zwart haar, bruinig vel, groote zwarte oogen, lange neus
+en mooie tanden, kleine handen en voeten, zoo lang als ik; heel
+beleefd voor een jongen, en over het geheel genomen aardig. Hoe oud
+zou hij zijn?
+
+De vraag brandde haar op de tong: maar ze bedwong zich bijtijds,
+en zocht het, met ongewonen tact, langs omwegen te weten te komen.
+
+"Je gaat zeker gauw naar de academie? Ik zie je zoo vaak over je
+boeken zitten blokken--ik bedoel hard studeeren," en Jo bloosde over
+het onbeleefde "blokken" dat haar ontsnapt was.
+
+Laurie glimlachte, maar scheen niets geschokt en antwoordde
+schouderophalend:
+
+"Nog in geen twee of drie jaar; ik ga in geen geval vóór ik zeventien
+ben."
+
+"Ben je dan pas vijftien?" vroeg Jo, en zag den langen jongen aan,
+dien ze wel zeventien jaar gegeven had.
+
+"De volgende maand word ik zestien."
+
+"Ik wou, dat ik naar de academie kon gaan; jij schijnt het niet zoo
+heel prettig te vinden."
+
+"Ik heb er een hekel aan; het is hard werken of fuiven; en ik vind
+dat ze hier in Amerika geen van beide op een leuke manier doen."
+
+"Wat zou jij dan willen?"
+
+"In Italië wonen en mij op mijn eigen manier amuseeren."
+
+Jo zou erg graag gevraagd hebben, wat die eigen manier was, maar zijn
+zwarte wenkbrauwen zagen er nogal dreigend uit, als hij ze samentrok;
+dus veranderde zij het onderwerp van gesprek en zei, terwijl ze met
+haar voet de maat sloeg: "Dat is een heerlijke wals, waarom doe je
+niet eens mee?"
+
+"Als jij 't ook doet," antwoordde hij met een spottend buiginkje.
+
+"Ik kan niet, ik heb het Meta beloofd, omdat...." hier hield Jo op
+en wist niet, wat ze doen zou, het vertellen of lachen.
+
+"Omdat?" herhaalde Laurie nieuwsgierig.
+
+"Zul je het aan _niemand_ zeggen?"
+
+"Nooit."
+
+"Nou, ik heb de slechte gewoonte om vlak voor 't vuur te staan,
+en dan verbrand ik mijn jurken, en zoo is deze ook geschroeid, wel
+versteld, maar het valt toch erg op, en Meta zei, dat ik maar stil
+moest blijven zitten, dan zou niemand het zien. Je mag er gerust om
+lachen, als je wilt, ik weet heel goed, dat het gek is."
+
+Maar Laurie lachte niet; hij keek een oogenblik naar den grond. Jo wist
+niet, wat van zijn gezicht te maken, totdat hij zeer vriendelijk zei:
+
+"Stoor er je niet aan; maar zeg, ik weet wat: er is hier een lange
+gang, daar kunnen wij heerlijk in dansen, zonder dat iemand ons
+ziet. Kom als 't je belieft mee."
+
+Jo bedankte hem hartelijk en ging vroolijk mee, hoewel de wensch naar
+een paar nette handschoenen bij haar opkwam, toen ze het nieuwe witte
+paar zag, dat haar cavalier aantrok.
+
+De gang was leeg en ze dansten naar hartelust, want Laurie danste
+heel goed en leerde haar de Duitsche polka, die Jo verrukkelijk vond,
+omdat je er zoo heerlijk bij kon rondzwaaien. Toen de muziek zweeg,
+gingen ze even zitten om weer op adem te komen, en Laurie was juist
+midden in een verhaal van een studentenfeest te Heidelberg, toen Meta
+haar zuster kwam zoeken.
+
+Ze wenkte, en Jo volgde haar met tegenzin in een zijkamer, waar Meta
+op een sofa zat, bleek en met een pijnlijken voet.
+
+"Ik heb mijn enkel verstuikt. Die akelige hooge hak zwikte, en
+'t hindert mij afschuwelijk. Ik kan bijna niet meer staan, en ik
+weet niet, hoe ik thuis moet komen," zei ze, van pijn heen en weer
+wiegelend.
+
+"Ik wist wel, dat je je voet met die malle dingen bezeeren zou. Het
+spijt me, maar ik weet ook niet wat je doen moet: een rijtuig nemen
+of hier den heelen nacht blijven," antwoordde Jo, den armen enkel
+zachtjes wrijvend.
+
+"Een rijtuig is zoo duur; ik denk zelfs, dat ik er geen zal kunnen
+krijgen, want de meeste menschen komen in hun eigen, en de huurkoetsier
+woont zoover af en er is ook niemand, dien we er heen kunnen sturen."
+
+"Ik zal wel gaan."
+
+"Neen zeker niet; het is over tienen en pikdonker. Ik kan hier ook
+niet blijven, want het huis is vol; Sallie heeft al een paar meisjes
+te logeeren. Ik zal blijven zitten, totdat Hanna komt en dan zien,
+hoe het gaat."
+
+"Laat ik het Laurie vragen; hij zal wel gaan!" zei Jo, en haar gezicht
+klaarde op bij die gedachte.
+
+"O, toe, alsjeblieft niet; zeg het aan niemand. Krijg even mijn
+overschoenen en zet deze schoentjes bij ons goed. Ik kan toch niet
+meer dansen; maar zoodra het souper is afgeloopen, moet je op de
+wacht gaan staan voor Hanna en me dadelijk waarschuwen als ze komt."
+
+"Ze gaan nu soupeeren. Ik zal bij je blijven, dat doe ik wel graag."
+
+"Neen Jo, haal me veel liever een kop koffie. Ik ben zoo moe, dat ik
+me niet kan verroeren."
+
+Meta zette zich op haar gemak en hield de overschoenen zorgvuldig
+verborgen, en Jo ging de eetkamer zoeken, die ze niet vond, dan nadat
+ze een provisiekamertje was binnengeloopen en de deur had opengedaan
+van een kamer, waar de oude heer Gardiner in alle stilte zich een
+weinig zat te "restaureeren". Zij vloog op de tafel toe en maakte
+zich meester van een kop koffie, waarvan ze in haar haast echter het
+grootste gedeelte op haar japon morste, zoodat de voorbaan er nu al
+even erg uitzag als de achterbaan.
+
+"Och, wat ben ik toch een sukkel!" riep Jo, en bedierf Meta's
+handschoenen door er haar japon mee af te slaan.
+
+"Kan ik soms helpen?" vroeg een vriendelijke stem, en daar stond Laurie
+met een vol kopje in de eene en een schoteltje in de andere hand.
+
+"Ik zocht iets te bemachtigen voor Meta, die heel moe is, maar stootte
+me en nu zit ik er mooi mee," antwoordde Jo, terwijl ze mistroostig
+haar oogen liet gaan over de bevlekte japon en den koffiekleurigen
+handschoen.
+
+"Dat is een gek geval! Ik zocht juist iemand om dit aan te geven;
+mag ik het aan je zuster brengen?"
+
+"O, als 't je belieft; ik zal je wijzen, waar zij is. Ik zal maar niet
+aanbieden het zelf te dragen, want als ik het deed, zou ik zeker weer
+in nieuwe moeilijkheden komen."
+
+Jo wees den weg, en Laurie, die naar het scheen gewend was, dames te
+bedienen, trok een klein tafeltje naar Meta toe, bracht eene tweede
+bezending koffie en ijs voor Jo, en was zoo gedienstig, dat zelfs
+Meta erkende, dat hij een aardige jongen was. Ze maakten gekheid
+over de bonbons en ulevelpapiertjes, en waren in het midden van een
+geanimeerd spelletje met twee of drie andere jongelui, die zich bij
+hen gevoegd hadden, toen Hanna verscheen. Meta vergat haar voet,
+en stond zoo haastig op, dat ze genoodzaakt was Jo bij den arm te
+pakken met een schreeuw van pijn.
+
+"Stil, zeg niets," fluisterde ze en voegde er hardop bij: "Het is
+niets, ik verzwikte mijn voet even, dat is alles," en ze hinkte naar
+boven om haar goed om te doen.
+
+Hanna knorde, Meta schreide en Jo wist niet wat te doen, tot ze
+besloot zelf de zaak in handen te nemen. Stil wegsluipende liep ze naar
+beneden en een knecht tegenkomend, verzocht zij hem, of hij niet een
+rijtuig voor haar kon bestellen. Ongelukkig was het een vreemde knecht,
+die de buurt niet kende, en Jo zag rond naar hulp, toen Laurie, die
+gehoord had wat ze vroeg, naar haar toekwam en het rijtuig van zijn
+grootvader aanbood, dat juist voor hem was gekomen, zooals hij zei.
+
+"Het is nog zoo vroeg,--je zult nu toch nog niet heengaan," begon Jo,
+verlicht, maar nog aarzelend om het aanbod aan te nemen.
+
+"Ik ga altijd vroeg,--wezenlijk. Kom, laat ik jullie thuis brengen,
+het ligt in mijn weg, dat weet je, en ze zeggen, dat het regent."
+
+Dat gaf den doorslag; en nadat Jo hem op de hoogte had gebracht van
+Meta's ongeval, nam ze het voorstel dankbaar aan en vloog naar boven
+om de anderen te waarschuwen. Hanna had evenveel afkeer van regen als
+een poes en maakte dus geen tegenwerpingen; en even later rolden ze
+weg in het gemakkelijke dichte rijtuig, echt feestelijk en voornaam
+gestemd. Laurie was op den bok gaan zitten, zoodat Meta haar voet op
+de bank kon leggen, en de meisjes vrij over de partij konden spreken.
+
+"Ik heb een heerlijken avond gehad en jij?" vroeg Jo, haar haar wat
+losmakend en zich gemakkelijk achterover vleiend.
+
+"Ja, totdat ik mijn voet bezeerde. Sallie's vriendin, Anna Moffat,
+scheen me nogal aardig te vinden en vroeg, of ik een week bij haar
+wou komen logeeren, gelijk met Sallie. Ze gaat in 't voorjaar, als de
+opera begint, dol, hè, als Moeder me maar laat gaan," antwoordde Meta,
+door de gedachte aan de invitatie opgevroolijkt.
+
+"Ik zag je dansen met dien roodharige, waar ik voor weggeloopen ben;
+was hij aardig?"
+
+"O ja, heel aardig; zijn haar is kastanjebruin, niet rood; hij was
+heel beleefd en ik heb zóó pleizierig met hem gedanst!"
+
+"Hij zag er uit als een sprinkhaan, die een stuip krijgt, toen hij
+dien nieuwen pas deed. Laurie en ik hebben gebruld van 't lachen;
+kon je ons hooren?"
+
+"Neen, maar het is heel ongemanierd. Wat heb je toch al dien tijd
+achter dat gordijn uitgevoerd?"
+
+Jo vertelde haar avonturen, en toen ze er mee klaar was waren ze
+thuis. Onder hartelijke dankbetuigingen namen ze afscheid, en slopen
+stil naar boven, in de hoop niemand te zullen storen; maar op het
+oogenblik dat de deur van hun kamer kraakte, kwamen twee hoofden te
+voorschijn en twee slaperige, maar verlangende stemmen riepen:
+
+"Vertel wat van de partij, o, toe, vertel wat van de partij!"
+
+Jo had,--Meta vond het "ongemanierd"--wat lekkers voor de zusjes
+bewaard, en nadat deze de gewichtigste gebeurtenissen van den avond
+gehoord hadden, gingen ze tevreden slapen.
+
+"'k Heb net een gevoel of ik een rijke jonge dame ben, die in haar
+eigen rijtuig van een bal thuiskomt en nu in haar kamer zit met een
+kamenier tot haar dienst," zei Meta, terwijl Jo haar voet inwreef
+met arnica en daarna haar haar borstelde.
+
+"Ik geloof niet, dat rijke jonge dames meer pret hebben dan wij,
+ondanks verbrande krullen, oude japonnen, één handschoen per hoofd,
+en nauwe schoentjes, die je laten zwikken, als je zoo dwaas bent ze
+te dragen," antwoordde Jo, en ik geloof dat ze gelijk had.
+
+
+
+
+HOOFDSTUK IV.
+
+LASTEN.
+
+
+"Hè! wat is het moeilijk onze pakken weer op te nemen en voort te
+gaan," zuchtte Meta 's morgens na de partij; want nu de vacantie
+om was, maakte de week van pretmaken haar weinig geschikt tot het
+opgewekt hervatten van een taak, waar zij nooit mee ophad.
+
+"Ik wou, dat het altijd Kerstmis of Nieuwjaar was; zou dat niet
+genoeglijk zijn?" vroeg Jo, akelig geeuwende.
+
+"Wij zouden niet half zooveel plezier hebben als nu. Maar het _is_
+zoo heerlijk soupeetjes bij te wonen en bouquetten te krijgen, en naar
+partijen te gaan, en in een eigen rijtuig naar huis te rijden, veel te
+lezen en te rusten en niet te werken. Dat is zooals rijke menschen het
+hebben, en ik benijd altijd meisjes, die zulke dingen kunnen doen. O,
+ik houd eigenlijk zoo dol veel van weelde," bekende Meta, terwijl ze
+onderzocht, welke van twee versleten japonnen de minst versletene was.
+
+"Kom, laten we maar niet zaniken, we kunnen het nu eenmaal zoo niet
+hebben; laten we onze pakken dus maar opnemen en even tevreden
+voorstappen als Moeder. Jullie weet, Tante March is een echte
+nachtmerrie voor me, maar ik denk dat--als ik geleerd heb, haar
+nukken zonder klagen te verduren, de last van mij af zal vallen,
+of zoo licht worden dat ik er niets meer om geef."
+
+Deze gedachte prikkelde Jo's verbeelding en bracht haar in een goed
+humeur; maar Meta klaarde er niet door op, want haar last, uit vier
+bedorven kinderen bestaande, scheen zwaarder dan ooit. Ze had zelfs
+geen lust zich als naar gewoonte zoo mooi mogelijk te maken, door
+een blauw dasje om haar boord te knoopen en haar haar op de netste
+manier op te steken.
+
+"Wat doet het er toe, of ik me netjes aankleed, als niemand me ziet,
+behalve die lastige apen. Niemand geeft er een zier om, of ik er netjes
+uitzie of niet," pruttelde ze en deed haar la met een ruk dicht. "Ik
+zal mijn heele leven door moeten tobben en zwoegen, en alleen nu
+en dan eens een pretje hebben, en oud en leelijk en kribbig worden,
+omdat ik arm ben, en niet van mijn leven kan genieten zooals andere
+meisjes. 't Is ellendig!"
+
+Meta ging naar beneden met een verongelijkt gezicht en was aan 't
+ontbijt alles behalve vriendelijk gestemd.
+
+Iedereen scheen wel uit zijn humeur en knorrig. Bets had hoofdpijn en
+lag op de canapé, troost zoekende bij de kat met haar drie kleintjes;
+Amy pruilde omdat ze haar lessen niet geleerd had en haar overschoenen
+niet kon vinden; Jo _wilde_ niet uitscheiden met fluiten en maakte
+veel onnoodige drukte en beweging om klaar te komen; mevrouw March deed
+haar uiterste best een brief af te krijgen, die volstrekt dadelijk op
+de post moest en Hanna had een booze bui, want laat opblijven vleide
+haar niet.
+
+"Ik heb nog nooit zoo'n brompotten-familie gezien!" riep Jo, die
+uit haar humeur raakte, toen ze een inktkoker omgegooid, haar veters
+gebroken had, en op haar hoed was gaan zitten.
+
+"En jij bent de brommerigste van allemaal!" antwoordde Amy en veegde
+de som, die maar niet lukken wou, uit, met de tranen, die op haar
+lei vielen.
+
+"Bets, als je die akelige katten niet beneden in den kelder opsluit,
+laat ik ze verdrinken!" dreigde Meta boos, terwijl ze zich zocht te
+ontdoen van het katje dat langs haar rug was opgekropen en zich als
+een klis aan haar vastklemde.
+
+Jo lachte, Meta bromde, Bets smeekte om genade, en Amy huilde, omdat
+zij niet kon onthouden, hoeveel negen maal twaalf was.
+
+"Kinderen, kinderen! wees toch een oogenblik stil. Ik moet dezen brief
+afmaken en jullie brengt mij totaal in de war door dat gekibbel,"
+riep mevrouw March die voor den derden keer een zin in haar brief
+doorhaalde.
+
+Er was een poosje rust, onderbroken door Hanna, die naar binnen
+stormde, twee heete blikken puddingvormen op tafel zette en weer
+wegvloog. Dit was een vaste gewoonte, en de meisjes noemden ze
+"moffen," want ze hadden geen andere, en op koude ochtenden warmden
+ze hun handen aan die heete blikjes. Hanna vergat nooit ze te maken,
+hoe druk of knorrig ze ook mocht zijn, want de wandeling was lang
+en eentonig, en "de arme schapen" kregen niets anders dan die kleine
+trommelkoek voor hun twaalfuurtje en kwamen zelden vóór drieën thuis.
+
+"Liefkoos je katjes maar en beterschap met de hoofdpijn, Betsje. Goeden
+dag, Moeder, we zijn van morgen een troep akeligheden geweest, maar
+we komen als engelachtige wezens thuis. Kom Meta," en Jo stapte weg,
+ten volle overtuigd dat de Pelgrims niet volgens hun plicht de reis
+aanvaardden.
+
+Voor ze den hoek om gingen, keken ze altijd nog eens om, want mevrouw
+March stond altijd aan het raam om ze nog eens toe te knikken en na
+te wuiven. 't Was net of de meisjes den dag niet goed zouden kunnen
+doorkomen, als ze dat moesten missen. Want in welke stemming ze ook
+mochten zijn, de laatste glimlach van Moeders lief gezicht liet nooit
+na als een zonnetje op hen te werken.
+
+"Als Moeder haar vuist tegen ons balde, in plaats van ons zoo
+vriendelijk na te wuiven, zouden we ons verdiende loon hebben, want
+ondankbaarder spoken dan wij zijn, heb ik nooit gezien!" riep Jo,
+en trotseerde met een zekere voldoening den modderigen weg en den
+scherpen wind.
+
+"Gebruik toch zulke krasse uitdrukkingen niet," zei Meta van uit den
+dichten sluier, waarin ze zich gehuld had als een non, die wars is
+van de wereld.
+
+"Ik houd van flinke, krachtige woorden, die iets beteekenen,"
+antwoordde Jo, haar hoed grijpende, die op het punt stond weg te
+vliegen.
+
+"Geef jezelf zooveel scheldnamen als je verkiest; maar ik ben noch
+een akeligheid, noch een spook, en verkies niet zoo genoemd te worden."
+
+"Jij bent de verdrukte onschuld en vandaag bepaald ongenietbaar, omdat
+je niet altijd "in den schoot der weelde" kunt zitten. Arm schatje,
+wacht maar tot ik mijn fortuin heb gemaakt, dan zul je genieten
+van rijtuigen en van vanilleijs, en van hooggehakte schoentjes en
+bouquetten en van roodharige jongens om mee te dansen."
+
+"Wat ben je toch dwaas, Jo!" maar Meta lachte om den onzin, en voelde
+zich, of ze wilde of niet, toch opgevroolijkt.
+
+"Wees blij, dat ik dwaas ben, want als ik mij ook zoo beleedigd
+aanstelde en net zoo diep neerslachtig trachtte te zijn, als jij,
+zouden wij een heerlijk leven hebben. Gelukkig maar dat ik altijd iets
+kan vinden om het hoofd boven water te houden. Toe, mok niet langer,
+maar kom vroolijk thuis, dan ben je de beste."
+
+Jo gaf haar zuster een bemoedigend tikje op den schouder, toen ze
+afscheid namen, waar ieder een verschillenden kant opging, drukte
+haar klein warm trommeltje aan het hart en deed haar best opgeruimd
+te zijn, in weerwil van het koude winterweer, het harde werk, en veel
+onvoldane begeerten.
+
+Toen mijnheer March zijn vermogen verloor, door een ongelukkigen
+vriend bij te staan, hadden de twee oudste meisjes verzocht of zij
+niet iets zouden mogen doen, om tenminste in hun eigen behoeften te
+voorzien. Daar hun ouders meenden, dat ze niet te vroeg konden beginnen
+met zich te gewennen aan werk en te streven naar onafhankelijkheid,
+gaven ze hun toestemming, en beiden vatten hun werk op met dien vasten,
+goeden wil, die in spijt van alle moeilijkheden ten laatste zeker
+slaagt. Meta vond een plaats als gouvernante, en gevoelde zich rijk
+met haar klein salaris. Ze kwam er rond voor uit, dat ze hunkerde naar
+weelde, en armoede haar grootste verdriet was. Geen geld te hebben viel
+haar zwaarder dan de anderen, omdat zij zich een tijd kon herinneren,
+toen alles in huis mooi, het leven vol gemak en genot, en ontbering,
+van welken aard ook, onbekend was. Terwijl ze haar best deed niet
+jaloersch of ontevreden te zijn, was het niet meer dan natuurlijk,
+dat ze dikwijls verlangde naar mooie dingen, vroolijke vrienden en
+een gemakkelijk leven. Bij de familie King voelde ze dagelijks wat
+haar ontbrak, want de oudere zusters dier kinderen gingen dien winter
+voor het eerst uit, en Meta zag dikwijls met een oogwenk keurige
+baljaponnen en dure bouquetten, woonde levendige gesprekken bij
+over comedies, concerten, sleevaarten en pretjes van allerlei aard,
+en zag geld weggegooid voor kleinigheden, die voor haar schatten
+zouden geweest zijn. De arme Meta klaagde zelden, maar een gevoel
+van onrechtvaardigheid maakte, dat ze soms bitter gestemd was jegens
+iedereen, want ze had nog niet leeren beseffen, hoe rijk ze was in
+datgene, wat alleen het leven waarde geeft.
+
+Jo viel in den smaak van Tante March, die verlamd was en behoefte
+had aan een bedrijvig persoontje om haar te bedienen. Toen de slag
+viel had de kinderlooze oude dame aangeboden een van de meisjes als
+haar kind tot zich te nemen, en zich zeer beleedigd getoond, omdat
+haar aanbod werd afgeslagen. Andere vrienden deelden de Marches mee,
+dat ze alle kans verloren hadden op een legaat van de oude rijke dame,
+maar de onbaatzuchtige Marches hadden geantwoord:
+
+"Wij kunnen onze meisjes niet afstaan; voor geen dozijn legaten. Rijk
+of arm, we blijven bij elkaar en zullen samen gelukkig zijn."
+
+Geruimen tijd wilde de oude dame niet tegen hen spreken, maar toen ze
+Jo op zekeren dag bij een vriendin ontmoette, werd ze getroffen door
+een zeker iets in haar grappig gezicht en vrije manieren en stelde ze
+voor haar als gezelschapsjuffrouw te nemen. Dit viel volstrekt niet
+in Jo's smaak, maar ze nam de betrekking aan, omdat zich niets beters
+voordeed, en, tot ieders verbazing kon ze het zeer goed vinden met
+haar oploopende bloedverwant. Nu en dan had er wel een stormachtig
+tooneel plaats, en eens zelfs was Jo thuisgekomen met de verklaring,
+dat ze het niet langer kon uitstaan, maar Tante March draaide altijd
+gauw weer bij en verzocht haar nichtje met zulk een aandrang te willen
+terugkomen, dat ze niet kon blijven weigeren, want in haar hart hield
+ze veel van de oude, snibbige dame.
+
+Ik geloof eigenlijk, dat de ware aantrekkingskracht zat in een groote
+bibliotheek, die sinds den dood van Oom March een prooi geworden was
+van stof en spinnen. Jo herinnerde zich den ouden, vriendelijken heer
+nog zeer goed, die haar van zijn groote woordenboeken spoorwegen en
+bruggen liet bouwen, haar vertelseltjes vertelde over de wonderlijke
+plaatjes in zijn Latijnsche boeken, en lekkers voor haar kocht,
+telkens als hij haar op straat tegenkwam. De sombere, stoffige kamer,
+waar de bustes haar van de hooge boekenkasten aanstaarden, de globes,
+maar vooral de onafzienbare massa boeken, waarin ze zich naar hartelust
+kon begraven, maakten de bibliotheek een paradijs voor haar. Zoodra
+deed Tante March niet haar dutje of kreeg ze bezoek, of weg vloog
+Jo naar dat rustige plekje, nestelde zich in den grooten stoel, en
+verslond dichtwerken, romans, geschiedboeken, reisbeschrijvingen en
+plaatwerken, als een echte boekworm. Maar ook dat geluk duurde als
+naar gewoonte niet heel lang; Jo kon er zeker van zijn, dat zoodra ze
+het beslissend punt in een roman, het aandoenlijkste couplet in een
+lied, of het gevaarlijkste avontuur van haar reiziger genaderd was,
+een schrille stem zou roepen:
+
+"Jose-phine! Jose-phine!" en dan moest ze haar Eden verlaten om
+wol te winden, den poedel te wasschen, of urenlang uit "Belsham's
+Verhandelingen" voor te lezen.
+
+Jo's eerzucht ging er naar uit, iets groots te doen; ze kon zelf
+niet zeggen wat, maar ze liet het aan den tijd over dit te openbaren,
+en inmiddels bestond haar grootste verdriet hierin, dat ze niet naar
+hartelust kon lezen, loopen en beweging nemen. Een driftig humeur,
+een scherpe tong en een rustelooze geest brachten haar telkens
+in moeilijkheden, en haar leven bestond uit vallen en opstaan,
+aandoenlijk en grappig tegelijk. Maar de oefenschool, die ze bij
+Tante March doormaakte, was juist wat ze noodig had, en de gedachte
+dat ze iets deed voor haar eigen onderhoud maakte haar gelukkig,
+in spijt van het onophoudelijk: "Jose-phine!"
+
+Bets was te teer en te verlegen om naar school te gaan; er was een
+proef mee genomen, maar ze had zooveel geleden, dat men het had moeten
+opgeven; ze leerde nu thuis bij haar vader. Zelfs na zijn vertrek, en
+terwijl haar moeder geroepen was om haar beste krachten te wijden aan
+een vereeniging tot hulp en ondersteuning van de militairen te velde,
+ging Bets trouw alleen voort en deed haar uiterste best. Ze was een
+huishoudelijk schepseltje en hielp Hanna het huis netjes en gezellig
+houden voor de werkende leden van het gezin, zonder ooit eenige andere
+belooning te wenschen dan de liefde der haren. De dagen waren lang en
+stil voor haar, maar werden niet eenzaam of in ledigheid doorgebracht,
+want haar kleine wereld was bevolkt met denkbeeldige vrienden en
+ze was van nature een werkzaam bijtje. Elken morgen moesten er zes
+poppen opgenomen en aangekleed worden, want Bets was nog een kind en
+hield nog evenveel als vroeger van haar lievelingen, al was geen van
+de zes ook meer gaaf of mooi; het waren allemaal afgedankte invaliden,
+want toen haar zusters te groot waren geworden voor die liefhebberij,
+gingen ze op haar over, omdat Amy nooit iets wilde hebben, dat oud en
+leelijk was. Bets vertroetelde ze juist om die reden en richtte een
+hospitaal op voor gebrekkige poppen. Nooit stak ze een speld in hun
+katoenen ledematen, nooit hoorden ze een onvriendelijk woord of werden
+ze geslagen; het hartje van de meest terugstootende zelfs werd nooit
+gekrenkt door verwaarloozing, maar allen werden met onuitputtelijke
+teederheid gevoed en gekleed, verzorgd en geliefkoosd. Eén zwerveling
+uit het poppendom had aan Jo toebehoord, en was, na een stormachtig
+leven in de prullemand terecht gekomen, uit welk somber armhuis
+ze bevrijd werd door Bets en naar het hospitaal gebracht. Daar de
+stakkerd haar achterhoofd kwijt was, zette Bets haar een lief klein
+mutsje op, en daar de armen en beenen in den slag waren gebleven,
+wikkelde ze haar in een deken, om dit gebrek voor aller oogen te
+bedekken, terwijl ze haar beste kribje aan deze kwijnende zieke
+afstond. Indien iemand getuige was geweest van de zorg, aan dit popje
+besteed, zou het zeker zijn hart getroffen hebben, al wekte het ook
+tegelijkertijd den lachlust op. Bets bracht haar kleine bouquetjes,
+las haar voor, ging met haar in de lucht, warm ingestopt onder haar
+mantel, zong wiegeliedjes voor haar, en zou nooit naar bed gaan, zonder
+een kus te drukken op het verveloos gezichtje en zacht te fluisteren:
+"Ik hoop, lieveling, dat je een goeien nacht zult hebben."
+
+Bets had haar moeilijkheden zoo goed als de anderen, en daar zij geen
+engel was, maar een zeer menschelijk klein meisje, schreide ze dikwijls
+een deuntje, zooals Jo zei, omdat ze geen muziekles en geen mooie
+piano kon krijgen. Ze hield zooveel van muziek, deed zoo haar best
+om vooruit te komen en studeerde zoo gelukkig op het rammelende oude
+instrument, dat de een of ander (om niet van Tante March te spreken)
+haar waarlijk wel helpen mocht.
+
+Maar niemand deed het, en niemand zag hoe Bets, wanneer ze alleen
+was, de tranen afwischte van de gele oude toetsen, die zoo ontstemd
+waren. Ze deed haar werk zingend als een kleine leeuwerik, was nooit
+te vermoeid om voor Moeder en de meisjes te spelen, en zei telkens
+weer opnieuw hoopvol tot zichzelve: "Ik weet, dat ik mettertijd mijn
+muziek nog eens krijgen zal, als ik maar goed oppas."
+
+Er zijn veel van die Betsy's in de wereld, verlegen en stil in een
+hoekje verscholen, tenzij men ze noodig heeft, en zoo opgeruimd zich
+zelf vergetend voor anderen, dat niemand hun opofferingen ziet, totdat
+de kleine krekel aan den haard ophoudt met zingen en de liefelijke
+zonnige verschijning verdwijnt, stilte en schaduw achterlatend.
+
+Als iemand aan Amy gevraagd had, wat de grootste beproeving van haar
+leven was, zou ze zonder aarzelen geantwoord hebben: "Mijn neus." Toen
+ze nog heel klein was, had Jo haar bij ongeluk in het kolenhok laten
+vallen, en Amy hield vol, dat die val voor altijd haar neus bedorven
+had. Hij was niet dik of rood, alleen maar een beetje stomp, en al het
+knijpen ter wereld kon hem geen sierlijke punt geven. Niemand dan zij
+zelf vond het bizonder betreurenswaard, en het lichaamsdeel deed zijn
+best te groeien, maar Amy gevoelde diep het gemis van een Grieksch
+neusje, en teekende vellen vol mooie exemplaren om zich te troosten.
+
+"De klein Raphaël," zooals de zusjes haar noemden, had een bepaald
+talent voor teekenen, en was niet gelukkiger dan wanneer ze bloemen
+copieerde, of verhaaltjes met allerlei zonderlinge plaatjes kon
+versieren. Dikwijls klaagden haar onderwijzers er over dat ze in plaats
+van haar sommen te maken, haar lei vol teekende met dieren; de witte
+bladen van haar atlas gebruikte ze om kaarten op na te teekenen en de
+bespottelijkste caricaturen fladderden op een ongelukkig oogenblik
+uit al haar boeken. Ze rolde zoo goed ze kon door haar lessen, en
+wist aan straf te ontkomen door een voorbeeldig goed gedrag. Daar ze
+een goed humeur had, en de gelukkige gave bezat te behagen, zonder er
+moeite voor te doen, was ze de lieveling van al haar kennisjes. Haar
+kleine gemaaktheden en pedanterieën werden zeer bewonderd, evenals
+haar talenten, want behalve teekenen, kon zij twaalf stukjes spelen,
+aardig handwerken en Fransch lezen, zonder meer dan twee derde der
+woorden verkeerd uit te spreken. Daarbij kon ze op zoo'n droevigen
+toon zeggen: "Toen Papa rijk was, deden wij zoo en zoo," dat het
+heusch aandoenlijk klonk; en de meisjes op school vonden haar lange
+woorden wel wat driftig, maar toch "leuk".
+
+Men was mooi op weg Amy te bederven, want iedereen vertroetelde
+haar, en de kiemen van ijdelheid en zelfzucht ontwikkelden zich
+voorspoedig. Er was echter iets dat die ijdelheid beteugelde; Amy moest
+de kleeren van haar nichtje afdragen. Nu had Florence's mama volstrekt
+geen smaak, en Amy vond het vreeselijk, dat ze een rooden, in plaats
+van een blauwen hoed moest opzetten, bij jurken die haar niet kleurden,
+en akelig mooie boezelaars, die haar niet pasten. Alles was goed,
+netjes gemaakt en weinig versleten, maar Amy's kunstenaarsoog werd
+pijnlijk aangedaan, vooral dezen winter, nu haar schoolpak bestond
+uit een donker paarse jurk met gele moesjes en zonder eenig garneersel.
+
+"Mijn eenige troost is, dat Moeder tenminste geen opnaaisels in mijn
+jurken doet, telkens als ik ondeugend ben, zooals de moeder van Mary
+Park," zei ze met tranen in de oogen tegen Meta. "O, dat is wezenlijk
+iets verschrikkelijks; want Mary is soms zoo brutaal geweest, dat haar
+jurk tot boven haar knieën komt en ze niet naar school durft. Als ik
+aan zoo'n _deggeradatie_ denk, heb ik nog liever mijn platten neus
+en mijn paarse jurk met gele stippen."
+
+Meta was Amy's vertrouwde en raadsvrouw, en door de wonderlijke
+aantrekkingskracht die er dikwijls tusschen twee tegenovergestelde
+naturen bestaat, was Jo die van de zachte, vriendelijke Bets. Alleen
+aan Jo vertelde het schuwe kind haar gedachten, en zonder het te
+weten oefende ze op haar groote, wilde zuster meer invloed uit, dan
+eenig ander lid van het gezin. De twee oudste meisjes waren veel voor
+elkander, maar beide namen een van de jongere onder hun bescherming
+en zorgden er voor op hun manier; "bemoederden" ze, zooals ze het
+noemden, en gaven de zusjes de plaats der onttroonde poppen, met het
+moederlijk instinct van aankomende meisjes.
+
+"Heeft niemand iets te vertellen? 't Is zóó'n saaie dag geweest,
+dat ik naar een opvroolijking verlang," zei Meta, toen ze 's avonds
+bij elkaar zaten te naaien.
+
+"Ik heb nogal een grappigen dag bij Tante gehad, en ik trok vandaag
+aan 't langste eind," begon Jo, die heel graag vertelde. "Ik moest
+natuurlijk uit dien eindeloozen Belsham lezen, en dreunde maar voort,
+zooals gewoonlijk, want Tante valt gauw in slaap, en dan haal ik
+het een of ander mooi boek voor den dag en lees als een bezetene,
+totdat ze wakker wordt. Vandaag werd ik er zelf slaperig van, en
+voor dat ze nog begon te knikkebollen, gaapte ik zoo hoorbaar, dat ze
+mij vroeg, wat ik er mee bedoelde mijn mond zoo wijd open te zetten;
+'t was of ik het heele boek wel zoo wou opslokken.
+
+"Ik wou dat ik het kon, dan was ik er af," zei ik met een ernstig
+gezicht.
+
+"Jullie begrijpt, toen kreeg ik een lange preek over mijn verkeerdheden
+en raadde ze me aan er eens stil over te blijven nadenken, terwijl zij
+zich eens voor een oogenblikje "van binnen zou gaan bekijken." Nou,
+dat "oogenblikje" duurt gewoonlijk nogal heel lang, en zoodra ik dus
+haar muts zag heen en weer wiebelen als een topzware dahlia, haalde ik
+"De predikant van Wakefield" uit mijn zak, en las zoo vlug ik kon,
+met één oog op hem en één op Tante. Ik was juist gekomen, tot waar
+de heele familie in 't water valt, toen ik hardop begon te lachen. Ik
+_dacht_ niet meer aan Tante, dat snap je! Ze werd wakker, maar bleek
+na haar slaapje wat beter gehumeurd, commandeerde me, haar een eindje
+voor te lezen en eens te laten zien, welk beuzelachtig boek ik de
+voorkeur gaf boven den waardigen en leerzamen Belsham. Ik deed mijn
+uiterste best en 't beviel haar puik, maar ze zei niets anders dan:
+
+"Ik begrijp niet waar dat allemaal over is; begin nog eens van voren
+af aan, kind!"
+
+Ik begon opnieuw en maakte de Primroses zoo belangwekkend
+mogelijk. Toen 't haar juist erg boeide, hield ik midden in een passage
+op en zei zachtzinnig: "Ik ben bang, dat het u vervelen zal, Tante;
+wil ik nu maar uitscheiden?"
+
+Ze nam haar breiwerk op, dat ze had laten vallen, keek mij heel scherp
+aan door haar bril en zei kortaf:
+
+"Lees het hoofdstuk uit en wees niet brutaal, jongejuffrouw."
+
+"Erkende ze later, dat ze 't mooi vond?" vroeg Meta.
+
+"Wel neen! maar ze liet den ouden Belsham gelukkig rusten, en toen ik
+van middag terugkwam om mijn handschoenen, zat ze weer zoo verdiept
+in haar lievelingsschrijver, dat ze niet eens hoorde, hoe ik in de
+gang liep te springen en te dansen, uit blijdschap over den goeden
+tijd, die ophanden is. Wat zou ze een plezierig leven kunnen hebben,
+als ze maar wou. Ik benijd haar niets, al heeft ze ook nog zooveel
+geld, want alles wel beschouwd, hebben rijke menschen bijna evenveel
+moeilijkheden als arme, geloof ik," voegde Jo er philosofisch bij.
+
+"Nu schiet mij ook iets te binnen om te vertellen," zei Meta. "Het is
+niet zoo leuk, als dat van Jo, maar ik heb er op mijn terugwandeling
+over loopen denken. Bij de Kings vond ik vandaag alles van
+streek, en een van de kinderen zei, dat haar oudste broer iets heel
+verschrikkelijks had gedaan en dat Papa hem weggejaagd had. Ik hoorde
+mevrouw King schreien en mijnheer King heel hard spreken, en Grace
+en Ellen keerden hun gezicht af, toen ze mij voorbijgingen, om niet
+te laten zien hoe rood hun oogen waren. Ik vroeg natuurlijk naar
+niets; maar 't speet me zoo voor hen allemaal, en ik was eigenlijk
+blij, dat ik geen broer had, die slechte dingen deed en de familie
+onteerde. Ontzettend lijkt me dat."
+
+"Nu maar, ik vind, op school te pronk gezet te worden ook iets
+ontzettends," zei Amy en schudde haar hoofd, alsof haar ondervinding
+in het leven al bijzonder treurig was. "Susie Perkins kwam van
+morgen op school met een beelderig ringetje aan, met een donkerrood
+steentje. Ik wou het vreeselijk graag hebben, en dacht maar al: hè,
+'k wou dat ik Susie was! Maar later teekende ze een portret van meneer
+Davis, met een monsterachtigen neus en een bochel, en de woorden:
+"Jonge dames, mijn oog is op u gevestigd," kwamen uit zijn mond
+in een soort van ballon. Wij stikten er om, maar opeens _was_ zijn
+oog op ons gevestigd, en schreeuwde hij Susie toe, hem haar lei te
+brengen. Ze was _geparalitizeerd_ van schrik, maar ging toch en o,
+wat denk jullie, dat hij deed? Hij trok haar bij een oor, verbeeld
+je! is het niet verschrikkelijk en duwde haar onder het bord, waar
+ze een half uur moest blijven staan en haar lei zóó voor zich houden,
+dat iedereen de teekening zien kon."
+
+"Moesten de meisjes niet onbedaarlijk lachen?" vroeg Jo, die erg veel
+schik had in het geval.
+
+"Lachen! geen een, ze zaten zoo stil als muizen en Susie schreide
+vreeselijk, dat kan ik je wel zeggen. Ik benijdde haar toen heusch
+niet meer, want ik geloof, dat zelfs duizend gouden ringetjes mij
+na zooiets niet meer gelukkig zouden hebben gemaakt. Nooit, nooit
+zou ik zoo'n vernederenden morgen hebben kunnen doorkomen," en Amy
+naaide weer voort, in het trotsch bewustzijn van haar braafheid en
+het gelukkig ten einde brengen van zoo'n sierlijke zinsnede.
+
+"Ik heb heelemaal vergeten aan tafel te vertellen, wat ik van morgen
+voor aardigs gezien heb," kwam nu ook Bets uit den hoek, terwijl
+ze al pratende Jo's rommelig mandje opruimde. "Toen ik voor Hanna
+oesters ging halen, was mijnheer Laurence in den vischwinkel, maar
+hij zag me niet, want ik stond achter een ton en hij was bezig met
+Cutter, den vischboer. Toen kwam er een arme vrouw met een emmer en
+luiwagen en vroeg Cutter, of ze de straat mocht schrobben voor wat
+visch, omdat ze geen eten had voor haar kinderen en haar werk was
+misgeloopen. Cutter had haast en zei nogal knorrig: "Neen," en ze wou
+al hongerig en bedroefd weggaan, maar toen schoof mijnheer Laurence
+haar met zijn wandelstok een grooten visch toe. 't Arme menschje was
+zoo blij en verbaasd, dat ze den visch in haar arm nam en mijnheer
+wel tienmaal bedankte. Hij zei, dat ze nu maar gauw heen moest gaan
+en den visch dadelijk koken; en toen liep ze dolblij, op een drafje,
+naar huis. Aardig van hem, hè? O, ze zag er zoo grappig uit, toen
+ze dien grooten, glibberigen visch zoo aan haar hart drukte en zei,
+dat mijnheer Laurence er den hemel aan had verdiend."
+
+Toen allen over Bets' verhaal waren uitgepraat, vroegen de meisjes
+of Moeder niets beleefd had en na een oogenblik nadenkens begon
+Mevrouw March:
+
+"Terwijl ik van morgen blauw baaien borstrokken zat te knippen in
+het magazijn, voelde ik me ongerust over Vader, en dacht er over
+hoe eenzaam en bedroefd we toch zouden zijn, als hem eens iets
+overkwam. Dat was nu wel niet heel wijs van me, maar ik bleef aan
+het tobben, totdat er een oud man binnenkwam met een briefje voor
+enkele dingen. Hij ging dicht bij me zitten en ik sprak hem eens toe,
+want hij zag er zoo arm en vermoeid en bezorgd uit.
+
+"Heb je zoons in 't leger?" vroeg ik, want het briefje, dat hij bracht,
+was niet voor mij.
+
+"Ja mevrouw," vertelde de man, ik had er vier, maar er zijn er al
+twee doodgeschoten en één zit gevangen, en nu ga ik den vierden eens
+opzoeken. Die ligt hard ziek in een hospitaal in Washington."
+
+"Je hebt wel veel voor je vaderland over gehad," zei ik, en ik voelde
+nu eerder hoogachting dan medelijden.
+
+"Geen zier meer dan ik moest, mevrouw. Ik zou zelf gaan, als ik maar
+iets waard was; omdat ik het niet ben, geef ik mijn jongens, en ik
+geef ze van heeler harte."
+
+"Hij sprak zoo opgeruimd, keek me zoo oprecht aan, en scheen zoo
+gelukkig, dat hij zijn alles geven kon, dat ik mij over mijzelf
+schaamde. Ik had maar één man gegeven en vond het veel, terwijl hij
+er vier gaf zonder morren; ik had al mijn dochtertjes thuis om mij
+te troosten, en zijn laatste zoon wachtte mijlen ver op hem, om hem
+misschien voor altijd vaarwel te zeggen. Ik voelde mij zoo rijk, zoo
+gelukkig, toen ik mijn voorrechten overdacht, dat ik een flink pakje
+voor hem maakte, hem wat geld gaf en hem hartelijk dankte voor de les,
+die hij me gegeven had."
+
+"Vertel nog eens wat, Moeder, zoo'n soort verhaal, als dit. Ik denk
+er graag later nog eens over na, als het wezenlijk gebeurd en niet
+te preekachtig is," zei Jo, na een oogenblik van algemeen stilzwijgen.
+
+Mevrouw March glimlachte en begon terstond, want ze had sinds jaar
+en dag vertelseltjes verteld aan dit kleine gezelschap, en wist,
+hoe ze bezig te houden.
+
+"Er waren eens vier meisjes, die alles bezaten, wat ze noodig hadden;
+kleeren, eten en drinken in overvloed, tal van gemakken en genoegens,
+lieve vrienden en ouders, die ze innig liefhadden, en toch waren ze
+niet tevreden. (Hier wierpen de hoorderessen elkander steelsgewijze
+blikken toe en begonnen ijverig te naaien). Deze meisjes verlangden
+niets liever dan goed te zijn en namen veel flinke besluiten, maar--ze
+kwamen ze niet al te best na en zeiden gedurig: "Als wij dit maar
+hadden," of: "Als we dat maar konden doen," heelemaal vergetende,
+hoeveel ze al hadden, en hoeveel prettige dingen ze toch al konden
+doen; daarom vroegen ze eens aan een oude vrouw, of ze hun niet een
+toovermiddeltje kon geven om zich gelukkig te voelen, en het oudje
+antwoordde: zoodra als je ontevreden bent, denk dan eens na, over je
+zegeningen, en weest dankbaar." (Hier keek Jo plotseling op, alsof
+ze iets wilde zeggen, maar ze veranderde van gedachte, toen ze zag,
+dat het verhaal nog niet uit was).
+
+"Daar ze verstandige meisjes waren, besloten ze haar raad op te
+volgen en weldra waren ze verbaasd over de goede uitwerking. De eene
+ontdekte, dat geld niet bij machte is schande en droefheid uit de
+huizen der rijken te bannen; een andere, dat zij, hoewel arm, vrij
+wat gelukkiger was door haar jeugd, gezondheid en opgeruimd humeur,
+dan zekere knorrige, zwakke, oude dame, die niet genieten kon van haar
+schatten; een derde dat, hoe onaangenaam het ook wezen mocht het eten
+te helpen klaarmaken, 't nog veel harder was er om te moeten bedelen,
+en de vierde, dat zelfs gouden ringetjes niet zooveel waard zijn als
+een goed gedrag. Daarom sloten ze een verbond, niet langer te klagen,
+maar te genieten van het geluk dat ze hadden en te trachten zich dat
+waardig te maken; en ik geloof, dat ze nooit teleurgesteld werden of
+berouw kregen, dat ze den raad van die oude vrouw hadden opgevolgd."
+
+"Moeder, Moeder, dát is ondeugend van u, om onze eigen verhalen als
+een wapen tegen ons te gebruiken en ons een preek te geven, in plaats
+van een lang verhaal," riep Meta.
+
+"Ik houd wel van dat soort van preeken; ze lijken op die van Vader,"
+zei Bets, terwijl ze peinzend de spelden op Jo's kussentje gelijk stak.
+
+"Ik klaag niet _half_ zooveel als de anderen, en ik zal nu meer dan
+ooit mijn best doen, want ik heb een waarschuwing gehad door Susie,"
+zei Amy op zedigen toon.
+
+"We hadden het lesje noodig en zullen het niet vergeten. _Als_ we het
+soms doen, moet u maar tegen ons zeggen, wat Tante Chloe in de negerhut
+zei: "Denk aan je voorrechten, kinders, denk aan je voorrechten,"
+voegde Jo er bij, die, al zou het haar ook haar leven gekost hebben,
+niet nalaten kon uit de kleine preek een grapje te halen, hoewel ze
+die even goed ter harte nam als de anderen.
+
+
+
+
+HOOFDSTUK V.
+
+GOEDE BUREN.
+
+
+"Wat ter wereld ga je nu doen, Jo?" vroeg Meta op een sneeuwachtigen
+middag, toen haar zuster de gang door kwam stappen, met overschoenen
+aan, een ouden mantel om, een versleten hoed op het hoofd, een bezem
+in de eene hand en een schop in de andere.
+
+"Buiten wat bewegingen nemen," antwoordde Jo met van ondeugendheid
+flikkerende oogen.
+
+"Ik zou denken, dat twee lange wandelingen per dag genoeg waren. Het
+is koud en akelig buiten, en ik raad je, liever warm en droog bij
+'t vuur te blijven, zooals ik van plan ben," zei Meta huiverend.
+
+"Ik volg nooit iemands raad op, ik kan niet den heelen dag stilzitten,
+en omdat ik nu eenmaal geen poes ben, houd ik er niet van bij het
+vuur te zitten dommelen. Ik houd van avonturen, en ik ga ze opzoeken."
+
+Meta ging weer in de kamer om haar voeten te roosteren en "Ivanhoe"
+te lezen, en Jo toog met grooten ijver aan 't werk. De sneeuw lag
+niet hoog en met haar bezem had zij gauw een pad schoon geveegd, de
+heele lengte van den tuin, zoodat Bets, als de zon doorkwam, zou kunnen
+wandelen, want de zieke poppen hadden behoefte aan frissche lucht. Het
+huis der familie March grensde aan dat van den heer Laurence; beide
+lagen in een der buitenwijken, waar het nog landelijk was, met boschjes
+en laantjes, groote tuinen en stille straten, en een lage heg scheidde
+de twee eigendommen. Aan de eene zijde stond een oud, bruin huis,
+dat er wel wat kaal en armoedig uitzag, nu het beroofd was van de
+dichte wijngaard-blâren, die in den zomer zijn muren bedekten,
+en van de bloemen, die het dan omgaven; aan de andere zijde een
+statig steenen gebouw, dat duidelijk de kenteekenen droeg van gemak
+en weelde: van het groote koetshuis en den goed onderhouden tuin af,
+tot de serre toe, terwijl men hier en daar tusschen de zware gordijnen
+door, een kijkje kon nemen van de weelde daar binnen. Toch scheen het
+een eenzaam, uitgestorven soort van huis, want geen kinderen stoeiden
+op het grasveld, geen moederlijk gelaat glimlachte ooit achter de
+vensters en zelden ging er iemand in of uit, behalve de oude heer en
+zijn kleinzoon.
+
+Voor Jo's levendige verbeelding scheen de mooie villa een soort van
+betooverd paleis, vol heerlijke, wonderlijke dingen, waarvan niemand
+genoot. Ze had er al lang naar gehunkerd deze verborgen pracht eens
+te zien en "die jongen van hiernaast" te leeren kennen, die er wel
+naar uitzag, alsof hij kennis wilde maken, als hij maar wist hoe te
+beginnen. Sedert de partij was ze begeeriger dan ooit geweest en had
+ze menig plan gemaakt om vriendschap met hem te sluiten; maar in den
+laatsten tijd scheen hij nooit voor den dag te komen, zoodat Jo al
+begon te denken, dat hij weg was, toen ze op zekeren dag voor een
+der bovenvensters, een gebruind gezicht zag verschijnen, dat met
+verlangende oogen naar hun tuin tuurde, waar Bets en Amy elkander
+met sneeuwballen gooiden.
+
+"Die jongen snakt naar gezelschap en vroolijkheid," zei ze tot zich
+zelf. "Zijn grootvader weet niet wat goed voor hem is en houdt hem
+eenzaam opgesloten. Hij heeft behoefte aan een troep jongens om mee
+te spelen, of aan iemand die jong en vroolijk is. Ik heb grooten lust
+eens over te wippen en dat aan den ouden heer te gaan vertellen."
+
+Dat denkbeeld vatte post bij Jo, die graag waagstukken volbracht en
+Meta altijd ergerde door haar wonderlijke bedenksels. Het plan om "over
+te wippen" werd niet vergeten, en toen de sneeuwmiddag kwam, besloot
+Jo eens te probeeren wat ze kon doen. Zoodra ze mijnheer Laurence zag
+wegrijden, stapte ze naar buiten om een pad tot aan de heg te maken,
+waar ze even rust hield en eens rondkeek. Alles was stil, de gordijnen
+beneden waren neergelaten, de bedienden niet te zien, en nergens iets
+te bekennen, behalve een donker hoofd voor een der bovenramen.
+
+"Daar is hij," dacht Jo, "arme jongen! heelemaal alleen en ziek op
+zoo'n somberen dag. Het is schande! Ik zal een sneeuwbal naar boven
+gooien, dan zal hij wel eens kijken, en dan zal ik hem eens een
+vriendelijk woordje toeroepen."
+
+Een stevige bal vloog de lucht in, en het hoofd keerde zich dadelijk
+om en vertoonde een gezicht, dat onmiddellijk begon te glimlachen. Jo
+knikte, lachte terug en riep, zwaaiend met haar bezem:
+
+"Hoe gaat het? Ben je ziek?"
+
+Laurie schoof het raam op en riep met een schorre stem:
+
+"Wat beter, dank je. Ik ben geweldig verkouden geweest en heb een
+week huisarrest gehad."
+
+"Dat spijt me. Wat voer je uit?"
+
+"Niks, 't is hier zoo stil als in een graf."
+
+"Lees je niet?"
+
+"Niet veel; ze willen het niet hebben."
+
+"Kan niemand je voorlezen?"
+
+"Grootpapa doet het soms, maar hij vindt mijn boeken vervelend en ik
+heb er een hekel aan, het altijd aan Brooke te vragen."
+
+"Is er dan niemand, die je eens komt opzoeken?"
+
+"Er is niemand, dien ik graag zou willen zien. Jongens maken zoo'n
+kabaal en ik heb erge hoofdpijn."
+
+"Is er niet het een of ander aardig meisje, dat je zou willen
+voorlezen en gezelschap houden? Meisjes zijn stil en spelen graag
+voor ziekenoppasster."
+
+"Ik ken er geen een."
+
+"Je kent mij toch!" begon Jo lachend en zweeg toen.
+
+"Dat is waar! Wil jij komen?" riep Laurie.
+
+"_Ik_ ben toevallig _niet_ stil en aardig, maar ik wil wel komen,
+als Moeder 't goedvindt. Ik zal 't haar even vragen. Doe het raam nu
+weer dicht als een brave jongen en wacht tot ik kom."
+
+Met die woorden nam Jo den bezem op haar schouder en wandelde naar
+huis, in nieuwsgierige afwachting, wat de anderen wel tegen haar
+zeggen zouden. Laurie, wat opgewonden bij de gedachte, dat hij bezoek
+zou krijgen, vloog rond om alles in orde te maken; want hij was,
+zooals mevrouw March het uitdrukte, "een heertje", en ter eere van
+de verwachte gast, borstelde hij zijn haar glad, deed hij een schoon
+boord om, en begon hij de kamer op te ruimen, die er, ondanks een
+half dozijn dienstboden, alles behalve netjes uitzag. Na een poosje
+werd er haastig aan de bel getrokken en een flinke stem vroeg naar
+"mijnheer Laurie", waarop een verbaasde dienstbode naar boven liep
+om een jonge dame aan te dienen.
+
+"In orde, laat haar maar boven komen, 't is juffrouw Jo," zei Laurie
+en ging Jo tot aan de deur van zijn kleine zitkamer te gemoet. De
+bezoekster zag er blozend en vriendelijk uit en was volmaakt op haar
+gemak; in de eene hand hield ze een dekschaaltje en in de andere Bets'
+drie kleine katjes.
+
+"Hier ben ik met pak en zak," zei ze vroolijk. "Moeder laat je
+vriendelijk groeten en was heel blij, dat ik iets voor je kon
+doen. Meta wou, dat ik wat blanc manger meenam; ze heeft ze zelf zoo
+lekker klaargemaakt, en Bets dacht, dat je haar katjes wel aardig
+zou vinden. Ik wist wel, dat je er om lachen zou, maar ik kon het
+haar niet weigeren, ze wou zoo graag iets voor je doen."
+
+Het toeval wilde, dat Bets' pleegkinderen juist van pas kwamen, want
+Laurie vergat al lachende om de jolige jonge poesen zijn verlegenheid
+en was dadelijk heel gezellig.
+
+"Dat ziet er te lekker uit om op te eten," zei hij glimlachend, toen
+Jo het deksel van het schaaltje nam en den blanc manger vertoonde,
+omgeven door een krans van groene blaadjes en de vuurroode bloemen
+van Amy's lievelings-geranium.
+
+"Het is niet veel bijzonders, maar ze waren allemaal even
+vriendschappelijk gestemd en wilden dat ook graag toonen. Zeg
+aan de meid, dat ze het bewaart voor van avond bij de thee; er is
+niets scherps in, zoodat j'er gerust van kunt eten; 't is een echt
+ziekenkostje en glijdt gemakkelijk naar binnen, zonder je pijnlijke
+keel zeer te doen. Wat is dit een gezellige kamer."
+
+"Dat zou hij kunnen zijn, als 't hier maar wat netter was, maar de
+meiden zijn lui, en ik weet niet hoe ik het aan moet leggen om te
+maken, dat ze den boel onderhouden; 't is vervelend."
+
+"Ik zal 't binnen een paar minuten in orde brengen; want er mankeert
+niets aan, dan dat het om den haard wat aangestoft moet worden, zoo--en
+nu de ornamenten recht op den schoorsteen,--zoo en de boeken hier en de
+fleschjes daar, en je canapé met den rug naar het licht en de kussens
+een beetje opgeschud. Ziezoo, nu is het prettig."--En dat was waar,
+want al lachend en pratend had Jo de dingen op hun plaats gezet en de
+kamer een heel ander aanzien gegeven. Laurie keek in eerbiedige stilte
+naar haar; en toen ze hem uitnoodigde op de canapé te gaan zitten,
+zette hij zich met een zucht van voldoening neer en zei dankbaar:
+
+"Dank je wel! Ja, dat ontbrak er aan. Neem nou als t' je belieft dien
+grooten stoel en laat ik iets doen om mijn gast te amuseeren."
+
+"Neen, ik kwam juist om jou te amuseeren. Zal ik iets voorlezen?" en Jo
+keek verlangend naar een stapeltje uitlokkende boeken in de nabijheid.
+
+"Dank je, ik heb ze allemaal al gelezen en als je 't goedvindt zou
+ik liever wat praten," antwoordde Laurie.
+
+"Heel goed, ik kan den heelen dag wel praten, als je me maar aan den
+gang brengt. Bets zegt, dat ik nooit weet op te houden."
+
+"Is Bets niet het meisje met de roode wangen, dat veel thuis blijft
+en soms uitgaat met een mandje?" vroeg Laurie belangstellend.
+
+"Ja, dat is Bets, ze is mijn lievelingetje en een echte dot."
+
+"De mooie is Meta, en de kleine met de krullen Amy, is 't niet?"
+
+"Hoe ben je dat te weten gekomen?"
+
+Laurie bloosde, maar antwoordde oprecht: "Och, zie je, ik hoor jullie
+dikwijs elkaar roepen, en als ik hier boven alleen ben, kan ik niet
+nalaten naar je huis te kijken; jullie schijnt altijd zooveel pret
+te hebben. Neem me niet kwalijk, dat ik zoo gegluurd heb, maar je
+vergeet soms wel eens het gordijn te laten vallen voor het raam, waar
+de bloemen staan, en als de lamp dan aangestoken is, lijkt het precies
+een plaatje: het vuur en jullie allemaal om de tafel met je moeder;
+ze zit met haar gezicht hier naar toe en ze ziet er zoo vriendelijk
+uit achter die bloemen, dat ik niet kan laten er naar te kijken. Ik heb
+geen moeder zooals je weet," en Laurie pookte in het vuur om een lichte
+trilling van zijn lippen, die hij niet kon bedwingen, te verbergen.
+
+De droefgeestige, hongerige blik in zijn oogen vond rechtstreeks den
+weg naar Jo's warm hart. Ze was zoo eenvoudig opgevoed, dat er geen
+oogenblik dwaze gedachten in haar hoofd kwamen en ze op vijftienjarigen
+leeftijd even onschuldig en open was als een kind. Laurie was ziek
+en eenzaam; en gevoelende hoe rijk zij was aan huiselijk geluk en
+onderlinge liefde, wilde ze dien schat graag met hem deelen. Haar
+donkere oogen keken heel vriendelijk en haar scherpe stem klonk
+ongewoon zacht, toen ze zei:
+
+"We zullen dat gordijn nooit meer dicht doen, en ik geef je permissie
+zooveel te gluren als je wilt. Maar ik zou veel liever willen, dat je
+in plaats van naar ons te zitten kijken, ons eens kwam opzoeken. Moeder
+zou zoo hartelijk voor je zijn, en Bets kon voor je zingen, als ik
+het haar vroeg en Amy dansen; Meta en ik zouden je aan 't lachen
+kunnen maken met onze gekke vertooningen en zoo konden we samen een
+dolprettigen tijd hebben. Zou je grootvader het goed vinden?"
+
+"Ik denk het wel, als je moeder het hem vroeg. Grootpapa is heel
+aardig, al ziet hij er niet naar uit, en hij laat me vrij wel doen wat
+ik wil; hij is alleen maar bang, dat ik lastig zou zijn voor vreemden,"
+zei Laurie opgevroolijkt.
+
+"Wij zijn geen vreemden, wij zijn buren, en je hoeft nooit te denken,
+dat het ons lastig zou zijn. Wij _verlangen_ er naar dat je komt;
+ik heb al zoo vaak geprobeerd kennis te maken. We wonen hier nog niet
+lang, maar we kennen toch al onze buren, behalve jullie."
+
+"Ja, zie je, Grootpapa leeft in zijn boeken, en geeft niet veel om
+de buitenwereld. Mijnheer Brooke, mijn gouverneur, woont hier niet
+in huis, en ik heb niemand om met mij te loopen, dus blijf ik maar
+thuis en breng, zoo goed en zoo kwaad het kan, mijn tijd door."
+
+"Wat saai. Je moest het maar eens wagen om overal, waar je gevraagd
+wordt, een visite te gaan maken; dan zou je een massa vrienden krijgen
+en gelegenheid hebben om uit te gaan. Je moet j' er niet aan storen, of
+je wat verlegen bent; dat zal wel overgaan, als je maar veel uitgaat."
+
+Laurie kreeg weer een kleur, maar werd toch niet boos, dat hij zoo van
+verlegenheid beschuldigd werd, want Jo scheen zoo welgezind, dat het
+niet mogelijk was haar rondborstige verklaringen anders op te nemen,
+dan ze bedoeld waren.
+
+"Ga je op een prettige school?" vroeg hij, van onderwerp veranderend
+na een kleine pauze, waarin hij in het vuur had zitten staren en Jo
+voldaan had zitten rondkijken.
+
+"Ik ga niet naar school, ik ben een man van zaken, een "meisje" van
+zaken, bedoel ik. Ik houd mijn tante gezelschap, een lieve, kribbige,
+oude ziel," antwoordde Jo.
+
+Laurie opende zijn mond om nog een andere vraag te doen, maar zich
+bijtijds herinnerende, dat het niet beleefd is te veel naar iemands
+omstandigheden te informeeren, deed hij hem weer dicht en keek min of
+meer verlegen voor zich. Jo vond zijn bescheidenheid heel aardig en
+had er niets tegen, tante March tot onderwerp van het gesprek te maken;
+ze gaf hem dus een levendige beschrijving van die knorrige oude dame,
+haar vetten poedel, de papegaai, die Spaansch sprak, en de bibliotheek,
+waarvan ze genoot. Laurie had er veel plezier in, en toen ze hem
+vertelde van den deftigen ouden heer, die tante March eens het hof
+kwam maken, en hoe Poll hem, in het midden van een teederen volzin,
+tot zijn groote ontzetting, zijn pruik had afgerukt, viel de jongen
+achterover en lachte totdat de tranen langs zijn wangen liepen, en de
+meid haar hoofd binnen de deur stak om te zien wat er aan de hand was.
+
+"Prachtig! Je maakt me heelemaal beter; vertel nog meer als 't je
+blieft," zei hij rood en stralend van pret uit de canapékussens
+opduikende. Opgewonden door dien bijval, vertelde Jo verder over hun
+spelen en plannen, hun hoop en vrees voor vader, en de belangrijkste
+gebeurtenissen uit de kleine wereld, waarin de zusjes leefden. Toen
+begonnen ze over boeken te praten, en bemerkte Jo tot haar verrukking,
+dat Laurie evenveel van lezen hield als zij, en nog meer gelezen had.
+
+"Als je zooveel van boeken houdt, kom dan eens mee naar beneden om
+onze bibliotheek te zien. Grootpapa is uit, dus je hoeft niet bang
+te zijn," zei Laurie opstaande.
+
+"Ik ben nergens bang voor," antwoordde Jo, trotsch het hoofd
+oprichtend.
+
+"Dat geloof ik ook!" riep de jongen haar bewonderend aanziende,
+hoewel hij bij zichzelf dacht, dat ze toch alle reden zou hebben
+bevreesd te zijn voor den ouden heer, als ze hem in een van zijn
+booze buien aantrof.
+
+Daar er in het heele huis een zomersche temperatuur heerschte, leidde
+Laurie haar van kamer tot kamer en liet haar rustig alles bekijken
+wat haar aandacht trok, tot ze ten laatste bij de bibliotheek kwamen,
+waar Jo in de handen klapte en stond te trippelen van plezier, zooals
+ze altijd deed, wanneer ze bijzonder opgetogen was. De muren waren
+bezet met boekenkasten, er hingen mooie platen, hier en daar stonden
+statuetten, en allerliefste kleine kastjes met munten en curiositeiten,
+en heerlijke, gemakkelijke stoelen en aardige tafeltjes en bronzen
+ornamenten, en het best van alles was een groote open haard, met
+ouderwetsche tegels gevoerd.
+
+"Wat is 't hier mooi!" zuchtte Jo en zonk in een uitlokkenden armstoel
+neer, met een uitdrukking van de grootste voldoening om zich heen
+ziende. "Theodoor Laurence, jij moet wel de gelukkigste jongen op de
+wereld zijn," voegde ze er met nadruk bij.
+
+"Och, je kunt niet van boeken alleen leven," zei Laurie, terwijl
+hij op een tafel tegenover haar wipte. Eer hij er nog meer kon
+bijvoegen, werd er gescheld, en Jo sprong op, verschrikt uitroepend:
+"O, hemel! daar is je grootpapa!"
+
+"Nou, wat zou dat? Jij bent immers voor niemand bang," antwoordde
+Laurie ondeugend.
+
+"Ik geloof toch, dat ik een beetje bang voor hem ben, al zou ik niet
+weten waarom. Moeder zei, dat ik mocht gaan, en ik geloof niet,
+dat jij er erger door bent geworden," zei Jo op bedaarden toon,
+hoewel ze haar oogen op de deur gevestigd hield.
+
+"Ik voel me veel beter en ben er heel dankbaar voor. Als jij door al
+dat praten maar niet moe bent geworden, maar 't was _zoo_ prettig,
+dat ik je niet kon laten ophouden," zei Laurie hartelijk.
+
+"Daar is de dokter, jongeheer," en de meid wenkte hem terwijl ze sprak.
+
+"Mag ik je een oogenblikje alleen laten? Ik moet even naar hem toe,"
+zei Laurie.
+
+"Bekommer je niet om mij. Ik ben hier zoo gelukkig als een krekel,"
+antwoordde Jo. Laurie ging heen en zijn gast vermaakte zich op haar
+eigen wijze. Ze stond voor een mooi portret van den ouden heer, toen
+de deur weer openging en ze, zonder zich om te keeren, op beslisten
+toon zei: "Ik geloof nu zeker, dat ik niet bang voor hem zou zijn,
+want hij heeft heel vriendelijke oogen, maar zijn mond is streng,
+en hij ziet er uit, of hij een ontzettend vasten wil heeft. Hij is
+niet zoo knap als _mijn_ grootvader, maar hij lijkt me aardig."
+
+"Dank u, juffrouw," zei een barsche stem achter haar; en zich
+omkeerende, zag ze tot haar grooten schrik den ouden heer Laurence
+voor zich staan.
+
+De arme Jo bloosde tot achter de ooren, en haar hart begon geweldig te
+kloppen, toen ze bedacht wat ze gezegd had. Een oogenblik overviel
+haar een onweerstaanbare begeerte weg te loopen; maar dat was laf
+en de meisjes zouden haar uitlachen. Ze besloot dus te blijven,
+en zich zoo goed mogelijk uit de verlegenheid te helpen. Een
+tweede blik overtuigde haar, dat de levendige oogen onder de dikke,
+grijze wenkbrauwen nog vriendelijker waren dan de geschilderde, en
+er speelde eene lichte flikkering in, die haar vrees voor een groot
+deel wegnam. Maar de barsche stem was barscher dan ooit, toen de oude
+heer na een vreeselijke pauze kortaf vroeg:
+
+"Je bent dus niet bang voor me, hè?"
+
+"Niet erg, mijnheer."
+
+"En je vindt me niet zoo knap als je grootvader?"
+
+"Niet precies, mijnheer."
+
+"En ik heb een ontzettend vasten wil, nietwaar?"
+
+"Ik heb alleen maar gezegd, dat ik dat dacht."
+
+"Maar ik lijk je toch wel aardig?"
+
+"Ja, mijnheer."
+
+Dat antwoord beviel den ouden heer. Hij lachte, gaf haar een hand,
+en haar bij de kin nemende, lichtte hij haar gezicht op, bezag het
+ernstig en liet haar toen weer los, zeggende: "Je aardt naar je
+grootvader, al lijkt je dan ook uiterlijk niets op hem. Hij _was_
+een knap man, beste meid, maar wat nog beter is, hij was een braaf
+en een eerlijk man, en ik was er trotsch op zijn vriend te wezen."
+
+"Dank u, mijnheer," zei Jo en voelde zich van nu af volkomen op haar
+gemak, want zooiets viel juist in haar smaak.
+
+"Wat heb je met dien jongen van mij uitgevoerd, zeg?" was de volgende
+vraag, op eenigszins scherpen toon gedaan.
+
+"Ik heb alleen geprobeerd hem wat op te beuren, mijnheer," en Jo
+vertelde, hoe zij er toe gekomen was hem op te zoeken.
+
+"Je meent dus, dat hij wat vroolijkheid noodig heeft, is 't niet zoo?"
+
+"Ja, mijnheer; hij voelt zich wat eenzaam, geloof ik, en jongens
+van zijn leeftijd zouden hem misschien goed doen. Wij zijn maar
+meisjes, maar we zouden hem graag helpen, als 't kan, want we zijn het
+heerlijke Kerstpresent nog niet vergeten, dat u ons gezonden hebt,"
+zei Jo levendig.
+
+"Tut, tut, tut, dat was het werk van den jongen. Hoe gaat het met
+die arme vrouw?"
+
+"Dat gaat nogal, mijnheer." Jo stak in zee en sprak heel snel, en
+vertelde alles van de Hummels, voor wie haar moeder de belangstelling
+van een paar rijke vrienden had opgewekt.
+
+"Dat is juist dezelfde manier, waarop haar vader weldeed. Ik zal uw
+moeder eens komen bezoeken. Zeg haar dat. Daar gaat de bel; wij drinken
+vroeg thee om Teddy. Ga mee naar beneden en zet de kennismaking voort."
+
+"Als u goed vindt dat ik blijf, mijnheer."
+
+"Anders zou ik het niet vragen," zei mijnheer Laurence en bood haar
+met ouderwetsche beleefdheid zijn arm.
+
+"Wat zou Meta hier wel van zeggen?" dacht Jo, terwijl zij naast
+Laurie's grootvader voortstapte, en haar oogen dansten van pret bij
+de gedachte, hoe ze alles thuis zou vertellen.
+
+"Heila! wat ter wereld bezielt den jongen nu?" riep de oude heer,
+toen Laurie de trappen afkwam stormen en met een kreet van verbazing
+eensklaps bleef stilstaan, toen hij Jo gearmd zag loopen met zijn
+gevreesden grootvader.
+
+"Ik wist niet, dat u thuis was, Grootvader," begon hij, toen Jo hem
+zegevierend aanzag.
+
+"Dat schijnt zoo, te oordeelen naar de wijze waarop je de trappen af
+rent. Komt, laat ons gaan theedrinken en gedraag je fatsoenlijk," en na
+den knaap bij wijze van liefkoozing aan het haar te hebben getrokken,
+ging de heer Laurence naar de andere kamer, terwijl Laurie achter
+hun rug allerlei dwaze gebaren maakte, die Jo bijna deden uitbarsten
+in lachen.
+
+De oude heer zei niet veel onder het uitdrinken van zijn vier kopjes
+thee, maar hij sloeg de jongelui gade, die weldra als oude vrienden
+zaten te keuvelen, en de verandering in zijn kleinzoon ontging hem
+niet. Er was nu kleur, licht en leven op het gelaat van den knaap,
+zijn manieren waren levendig en zijn lach klonk echt vroolijk.
+
+"Ze heeft gelijk, de jongen _heeft_ het eenzaam. Ik zal eens kijken,
+wat die kleine meisjes voor hem doen kunnen," dacht de heer Laurence,
+toeziende en luisterende. Jo trok hem aan; haar eigenaardige, maar
+open manieren vielen in zijn smaak, en ze scheen zijn kleinzoon bijna
+zoo goed te begrijpen, alsof ze zelf een jongen geweest was.
+
+Indien de Laurences geweest waren wat Jo "stijf en harkerig" noemde,
+zou ze niet met hen overweg hebben gekund, want zulke menschen maakten
+haar altijd verlegen en onhandig; maar toen ze zag, dat ze vrij en
+gemakkelijk waren, werd zij het ook, en maakte een goeden indruk.
+
+Toen ze van de theetafel opstonden, stelde ze voor naar huis te gaan,
+maar Laurie zei, dat hij haar nog iets moest laten zien, en nam haar
+mee naar de oranjerie, die ter harer eere verlicht was. Jo voelde zich
+als in een feeënpaleis, toen ze daar op en neer wandelde tusschen
+al de bloemen en planten--het zachte licht, de vochtig warme lucht,
+en de zeldzame klimplanten en palmen, hoog boven haar--en intusschen
+sneed haar nieuwe vriend zooveel van de mooiste bloemen af, tot hij
+ze niet meer houden kon. Toen bond hij ze bij elkaar en zei met den
+opgeruimden blik, dien Jo zoo graag zag: "Geef deze bouquet als 't
+je blieft aan je moeder, en zeg haar, dat het geneesmiddel dat ze
+mij zond, bizonder in mijn smaak is gevallen."
+
+Ze vonden den heer Laurence voor het vuur staan in de zitkamer, maar
+Jo's aandacht werd aanstonds getrokken door een prachtige piano,
+die open stond.
+
+"Speel je?" vroeg ze, met iets van eerbied in haar stem, aan Laurie.
+
+"Soms," antwoordde hij bescheiden.
+
+"Och, speel dan nu eens, ik zou 't zoo graag eens willen hooren,
+om het aan Bets te kunnen vertellen."
+
+"Wil jij niet eerst?"
+
+"Ik zou niet weten hoe; te dom om 't te leeren, maar ik houd dol veel
+van muziek."
+
+Laurie begon dus te spelen en Jo luisterde, haar neus begraven in
+heliotropen en theerozen. Haar achting en bewondering voor "die jongen
+van hiernaast" stegen ten top, want hij speelde bijzonder goed en
+nam volstrekt geen airs aan. Jo wilde maar, dat Bets hem kon hooren,
+maar ze zei er niets van, en prees hem, tot hij verlegen werd en zijn
+grootvader hem te hulp kwam.
+
+"Genoeg, jongejuffrouw, genoeg; te veel zoetigheid is niet goed
+voor hem. Zijn spel is niet kwaad, maar ik hoop, dat hij het in
+belangrijker zaken evengoed zal maken. Ga je weg? Nu, ik ben je ten
+hoogste verplicht en hoop je eens weer te zien. Mijn beleefde groeten
+aan je moeder. Slaap wel, dokter Jo!"
+
+De oude heer drukte haar hartelijk de hand, maar zag er toch uit, alsof
+iets hem niet beviel. Toen ze in de gang waren gekomen, vroeg Jo aan
+Laurie, of ze iets verkeerds gezegd had, maar hij schudde zijn hoofd.
+
+"Neen, dat was om mij; Grootpapa hoort me niet erg graag piano spelen."
+
+"Waarom niet?"
+
+"Dat vertel ik je wel eens op een anderen keer. John zal je
+thuisbrengen; ik kan het nu niet doen."
+
+"Dat hoeft niet hoor, het is maar een stapje. Zul je goed op je
+zelf passen?"
+
+"Ja, maar je komt toch terug, hoop ik?"
+
+"Als je belooft bij ons te komen, zoodra je weer beter bent."
+
+"Ja, dat zal ik doen."
+
+"Dag Laurie!"
+
+"Dag Jo, slaap wel!"
+
+Toen alle merkwaardigheden van dien avond verteld waren, voelde de
+heele familie lust om gezamenlijk een bezoek te brengen in het groote
+huis aan de andere zijde van de heg; want ieder had iets, wat er haar
+speciaal aantrok. Mevrouw March verlangde wat te praten over haar vader
+met den ouden man, die hem blijkbaar niet vergeten had. Meta zou graag
+eens in de oranjerie wandelen. Bets smachtte naar de prachtige piano,
+en Amy wenschte niets vuriger dan de mooie platen en beeldjes te zien.
+
+"Moeder, waarom zou mijnheer Laurence Laurie niet graag hebben hooren
+spelen?" vroeg Jo, die van een onderzoekende natuur was.
+
+"Ik weet het niet zeker, maar ik denk, omdat zijn zoon, Laurie's
+vader, met een Italiaansche dame, een zangeres trouwde, waar de
+oude heer, die heel trotsch is, diep verontwaardigd over was. De
+jonge vrouw was goed en lief en beschaafd, maar hij hield niet van
+haar en zag zijn zoon niet weer na dat huwelijk. Ze stierven beiden,
+toen Laurie nog een klein kind was, waarna zijn grootvader hem tot
+zich nam. Waarschijnlijk is de jongen, die in Italië geboren werd,
+niet heel sterk, en is de oude man, uit angst hem te verliezen, zoo
+bezorgd voor hem. Laurie heeft een aangeboren talent voor muziek,
+want hij lijkt op zijn moeder en ik veronderstel, dat zijn grootvader
+bang is, dat hij lust zal krijgen zich aan de muziek te wijden; in
+elk geval herinnert zijn talent hem de vrouw, van wie hij niet veel
+hield, en daarom werd hij er zoo warm over, zooals Jo het uitdrukt."
+
+"Stel je voor, wat romantisch!" riep Meta.
+
+"Bespottelijk," zei Jo, "laat den jongen musicus worden als hij dat
+verlangt, en plaag hem niet dood door hem naar de academie te sturen,
+als hij er een hekel aan heeft."
+
+"Daarom heeft hij dus zulke mooie zwarte oogen en zulke aardige
+manieren; Italianen zijn altijd beleefd, geloof ik," zei Meta, die
+wat sentimenteel was.
+
+"Wat weet jij van zijn oogen en manieren? Je hebt nauwelijks twee
+woorden met hem gesproken," riep Jo, die _niet_ sentimenteel was.
+
+"Ik heb hem toch op de partij gezien, en uit je verhalen blijkt,
+dat hij zich goed kan voordoen. Dat was heel aardig wat hij zei over
+het geneesmiddel, dat Moeder hem zond."
+
+"Hij meende zeker den blanc manger."
+
+"Wat bén je toch nog een kind; hij bedoelde jou natuurlijk!"
+
+"Ja?" en Jo zette groote oogen op, alsof het iets heel nieuw voor
+haar was.
+
+"Ik heb nooit iemand zooals jij gezien; je begrijpt niet eens een
+complimentje, als j' er een krijgt," zei Meta, met het air van een
+jonge dame, die er alles van wist.
+
+"Onzin! Ik wou, dat je niet mal was en al mijn plezier bedierf. Laurie
+is een aardige jongen; ik houd van hem, en ik verkies geen gekheden te
+hooren over complimentjes en zulke flauwiteiten. We zullen allemaal
+aardig voor hem zijn, omdat hij geen moeder heeft, en hij mag hier
+bij ons komen, is 't niet, Moeder?"
+
+"Ja, Jo, je vriend is van harte welkom, en ik hoop, dat Meta bedenken
+zal, dat kinderen zoolang mogelijk kinderen moeten blijven."
+
+"Ik noem me zelf geen kind, en ik ben toch nog niet eens dertien,"
+merkte Amy op. "Wat zeg jij er van, Bets?"
+
+"Ik dacht over onzen "Pelgrimstocht," antwoordde Bets, die niet
+naar het gesprek geluisterd had. "Hoe we uit den "wankelmoedspoel"
+en door het "struikelaarspoortje" kwamen, door ons vast besluit om
+goed te zijn, en ons best te doen den heuvel op te klauteren, en
+dat het groote huis van Laurie's grootvader met al de mooie dingen
+misschien ons Paleis der Gelukkigen zal zijn."
+
+"Wij moeten eerst nog de leeuwen voorbij," zei Jo, op een toon alsof
+ze dat denkbeeld wel aardig vond.
+
+
+
+
+HOOFDSTUK VI.
+
+BETS VINDT "HET PALEIS DER GELUKKIGEN."
+
+
+Het groote huis bleek een eldorado te wezen, hoewel het een heelen tijd
+duurde, eer ze er allen in waren, en Bets het heel moeilijk vond "de
+leeuwen" [3] voorbij te komen. De oude heer Laurence was de grootste,
+maar na zijn bezoek, waarop hij ieder van de meisjes iets aardigs of
+vriendelijks gezegd en met hun moeder over oude tijden gepraat had,
+was niemand meer erg bang voor hem, behalve de bedeesde Bets. De andere
+leeuw was het feit, dat ze arm waren en Laurie rijk, want dat maakte
+hen huiverig om beleefdheden aan te nemen, die ze niet wederkeerig
+konden bewijzen. Na een poosje bemerkten ze echter, dat hij hen als de
+weldoensters beschouwde en niet genoeg kon doen om zijn dankbaarheid
+te toonen voor het moederlijk onthaal, dat Mevrouw March hem bereidde,
+het vroolijk gezelschap der meisjes, en de gezelligheid, die hij in
+hun eenvoudig huis vond, zoodat ze weldra allen trots op zij zetten
+en elkander vriendelijkheden bewezen, zonder er over na te denken,
+welke wel de grootste was.
+
+Allerlei prettige dingen gebeurden in dien tijd, want de nieuwe
+vriendschap groeide als gras in de lente. Ieder hield van Laurie, en
+hij deelde zijn gouverneur in het geheim mee, dat de Marches bepaald
+"echt leuke" meisjes waren. Met jeugdige geestdrift namen ze den
+eenzamen jongen in hun midden op, bewezen hem kleine vriendelijkheden,
+en hij vond iets bizonder aantrekkelijks in het gezelschap van de
+vroolijke buurtjes. Daar hij nooit een moeder of zuster gekend had,
+voelde hij al heel gauw den invloed, dien ze op hem uitoefenden,
+en hun bezig, opgewekt leventje leerde hem zich te schamen over het
+luie bestaan dat hij leidde. Boeken verveelden hem, en hij vond de
+menschen nu zoo belangwekkend, dat de heer Brooke zich genoodzaakt
+zag een slecht rapport over hem uit te brengen, want Laurie verzuimde
+gedurig zijn lessen en was dan steeds bij de Marches te vinden.
+
+"Enfin, laat hij maar eens vacantie nemen; hij zal het later wel
+weer inhalen," zei de oude heer. "Volgens onze vriendelijke buurvrouw
+studeert hij te hard en heeft hij behoefte aan den omgang met jonge
+menschen, aan uitspanning en lichaamsbeweging. Ik geloof, dat ze gelijk
+heeft, en dat ik den jongen vertroeteld heb, alsof ik zijn grootmoeder
+was. Laat hij doen waar hij plezier in heeft, als hij maar gelukkig
+is; bij die kleine nonnetjes hiernaast kan hem geen kwaad overkomen,
+en mevrouw March doet meer voor hem, dan wij zouden kunnen."
+
+Wat hadden ze een prettigen tijd! Zulke heerlijke voorstellingen en
+tableaux, sleetochtjes en hardrijderijen op schaatsen, zulke gezellige
+avondjes in de oude zitkamer, en nu en dan zulke vroolijke kleine
+partijtjes in het groote huis. Meta mocht in de broeikas wandelen,
+zooveel ze maar wilde en genieten van heerlijke ruikers; Jo verslond
+de nieuwe bibliotheek en deed den ouden heer soms in lachen uitbarsten
+door haar critiek; Amy copieerde schilderijen en genoot naar hartelust
+van al het schoone, en Laurie speelde op de aardigste manier voor
+gastheer.
+
+Maar Bets kon, hoewel ze naar de groote piano smachtte, geen moed
+genoeg vatten naar "het paradijs" te gaan, zooals Meta het noemde. On
+zekeren dag ging ze er met Jo heen, maar de oude heer, die haar
+zwakke zijde niet kende, staarde haar zóó aan van onder zijn zware
+wenkbrauwen, en zei zóó hard "hm", dat "haar beenen klapperden,"
+zooals ze aan haar moeder vertelde; ze liep zoo gauw mogelijk weg en
+verklaarde, dat zij er nooit meer heen durfde, zelfs niet ter wille
+van de mooie piano. Geen overredingen of beloften konden haar vrees
+overwinnen, totdat de heer Laurence op geheimzinnige wijze achter de
+waarheid kwam en de zaak zocht te herstellen. Gedurende een van zijn
+korte bezoeken, bracht hij behendig het gesprek op muziek; vertelde
+van groote zangers en zangeressen, die hij ontmoet, van fraaie orgels,
+die hij gehoord had, en kende zoovele aardige anecdoten, dat Bets
+onmogelijk in haar stil hoekje blijven kon, maar steeds nader en nader
+kwam, alsof ze betooverd werd. Ze stond stil bij den rug van zijn stoel
+en bleef met groote oogen staan luisteren, terwijl haar wangen rood
+gekleurd waren door de opwinding van deze buitengewoon moedige daad. De
+heer Laurence nam niet meer notitie van haar dan van een vlieg, sprak
+door over Laurie's lessen en onderwijzers en vertelde toen, alsof die
+gedachte hem eensklaps inviel: "De jongen verwaarloost nu zijn muziek,
+en ik ben er blij om, want hij begon er al te veel van te houden. Maar
+de piano wordt niet beter van dat ongebruikt staan; zouden niet een
+paar van uw meisjes er nu en dan eens op willen studeeren, alleen maar
+om te zorgen, dat zij niet ontstemt?" Bets ging een stapje vooruit en
+bedwong met alle macht de sterke verzoeking in haar handen te klappen;
+de gedachte op dat prachtig instrument te mogen spelen, deed haar een
+oogenblik haar adem inhouden. Voordat mevrouw March nog kon antwoorden,
+ging mijnheer Laurence voort met een eigenaardig knikje en glimlachje:
+"Ze hoeven niemand te zien of te spreken, maar kunnen ten allen tijde
+overloopen, want ik zit toch in mijn studeerkamer aan den anderen kant
+van het huis; Laurie is veel uit, en de dienstboden hebben na negen
+uur niets meer te maken in de zitkamer." Hier stond hij op, alsof
+hij wilde heengaan, en Bets was juist van plan te spreken, want die
+laatste schikking maakte, dat er niets te wenschen overbleef. "Wilt u
+zoo goed wezen dit aan de jonge dames te zeggen, en mochten ze soms
+geen lust hebben, dan is het ook goed." Hier kroop een smal handje
+in de zijne, en Bets zag met een van dankbaarheid stralend gezichtje
+tot hem op en zei op haar ernstig, maar verlegen maniertje:
+
+"O, mijnheer, ze hebben er héél veel lust in!"
+
+"Ben jij de musicienne?" vroeg Laurie's grootvader, zonder zijn
+schrikwekkend "hm!" en met een vriendelijken blik.
+
+"Ik ben Bets, ik houd dol veel van muziek en ik wil graag komen,
+als u zeker weet dat niemand me hooren kan--dien het hinderen zou,"
+voegde ze er bij, vreezende onbeleefd te zijn en bevende over haar
+eigen stoutmoedigheid.
+
+"Geen sterveling, lieve kind; het huis is den halven dag leeg, kom
+dus gerust en trommel zooveel je wilt, het zal mij genoegen doen."
+
+"Wat aardig van u, mijnheer!"
+
+Bets bloosde als een roosje, toen hij haar zoo welwillend aankeek,
+maar nu was zij niet verlegen en drukte dankbaar de groote hand,
+omdat ze geen woorden kon vinden om hem te danken voor het kostbaar
+geschenk dat hij haar gegeven had. De oude heer streek haar zachtjes
+het haar van het voorhoofd, en zich bukkende kuste hij haar en zei
+op een toon, die maar zelden iemand van hem hoorde:
+
+"Ik heb eenmaal een dochterje gehad met oogen als die van jou. God
+zegene je, kindlief; dag mevrouw," en hij vertrok haastig. Bets
+gaf zich in haar moeders armen aan haar blijdschap over, en snelde
+toen naar boven om het heerlijke nieuws aan haar zieke poppenfamilie
+mee te deelen, daar de zusters niet thuis waren. Hoe vroolijk zong
+ze dien avond, en hoe lachten de anderen haar uit, omdat ze Amy
+'s nachts wakker maakte, door in den slaap op haar gezicht piano te
+spelen. Toen Bets den volgenden dag den ouden en den jongenheer had
+zien wegwandelen, trok ze, na twee of driemaal te zijn teruggeloopen,
+de stoute schoenen aan, en sloop zoo stil als een muisje naar de
+zitkamer, waar het voorwerp van haar vereering stond. Heel toevallig
+natuurlijk, lag er wat lieve, gemakkelijke muziek op de piano, en
+met bevende vingers, en gedurig luisterend en rondziende, raakte ze
+eindelijk de toetsen aan, vergat toen haar vrees, zichzelf en alles,
+behalve het onuitsprekelijk genot, dat de muziek haar gaf, want ze
+klonk haar als de stem van een geliefd vriend.
+
+Ze bleef, totdat Hanna haar kwam halen om te eten; maar ze had geen
+eetlust, en kon alleen stilzitten en tegen ieder glimlachen in een
+staat van volkomen gelukzaligheid.
+
+Van nu af aan zag men het kleine, bruine hoedje bijna dagelijks door
+de heg kruipen, en in de groote zitkamer huisde een muzikale geest,
+die onzichtbaar verscheen en verdween. Bets kwam nooit te weten, dat
+mijnheer Laurence dikwijls de deur van zijn studeerkamer openzette om
+naar de ouderwetsche liedjes te luisteren, die hij zoo graag hoorde;
+ze zag nooit, hoe Laurie in de gang de wacht hield, om de bedienden
+op een afstand te houden; nooit kwam de gedachte bij haar op, dat de
+oefeningen en de nieuwe liederen, die ze in het muziekkastje vond,
+daar gelegd werden voor haar bijzonder gebruik; en als Laurie thuis
+met haar over muziek praatte, dacht ze er alleen over, hoe vriendelijk
+het toch van hem was, dat hij Bets allerlei dingen vertelde, die haar
+zoo voorthielpen. Bets genoot dus van ganscher harte en erkende, wat
+niet altijd het geval is, dat haar, nu _deze_ begeerte vervuld was,
+niets meer te wenschen overbleef. Misschien kreeg ze, omdat ze voor
+dezen zegen zoo dankbaar was, een nog grootere; ze verdiende in elk
+geval beiden.
+
+"Moeder, ik wou voor mijnheer Laurence een paar pantoffels maken. Hij
+is zoo goed voor me, dat ik hem mijn dankbaarheid moet toonen, en
+ik weet niets anders. Mag ik het doen?" vroeg Bets een paar weken na
+zijn gewichtig bezoek.
+
+"Ja, lieveling, het zal hem veel genoegen doen, en 't is een aardige
+manier om hem te bedanken. De meisjes zullen er je aan helpen, en ik
+zal het opmaken betalen," antwoordde mevrouw March, die bijzonder
+graag Bets' verzoek inwilligde, omdat zij zoo zelden iets voor
+zichzelf verlangde. Na veel ernstige overleggingen met Meta en Jo
+werd het patroon gekozen, de benoodigdheden gekocht en de pantoffels
+begonnen. Een bouquet stemmige, maar toch vroolijke viooltjes op een
+donkerpurperen grond werd juist geschikt verklaard en Bets werkte
+vroeg en laat en werd alleen maar hier en daar bij moeilijke eindjes
+geholpen. Zij was een handig, klein meisje en de pantoffels waren
+af, voor ze iemand begonnen te vervelen. Toen schreef ze een kort,
+eenvoudig briefje en wist ze met Laurie's hulp onder zijn Grootvaders
+schrijftafel te smokkelen, toen de oude heer nog niet bij de hand was.
+
+Toen dat pak van haar hart was, wachtte Bets af, wat er gebeuren
+zou. Die gansche dag ging voorbij en een gedeelte van den volgenden,
+zonder dat ze er iets van hoorde, en ze begon al te vreezen, dat ze
+haar grilligen vriend beleedigd had. Op den middag van den tweeden dag
+ging ze een boodschap doen en nam de arme Johanna, haar gebrekkige pop,
+mee voor haar dagelijksche wandeling.
+
+Bij haar terugkomst, zag zij al uit de verte drie, neen, vier
+hoofden uit de ramen kijken, en zoodra die hoofden haar zagen,
+wuifden verscheiden handen en riepen vier stemmen vroolijk:
+
+"Er is een brief van den ouden mijnheer; kom hem maar gauw lezen!"
+
+"O, Bets! hij heeft je--" begon Amy en zwaaide alles behalve
+fatsoenlijk met de handen; maar ze kon niet verder komen, want Jo
+smoorde haar ontboezeming door het raam dicht te slaan.
+
+Bets haastte zich wat ze kon met een van blijdschap bonzend hart; bij
+de deur namen haar zusters haar op en droegen haar in opgetogenheid
+naar de zitkamer, alle drie naar den hoek wijzende en roepende: "Kijk
+eens!" Bets keek, en werd bleek van verrukking en verrassing, want
+daar stond eene kleine piano met een brief er boven op, geadresseerd
+aan: Mejuffrouw Elizabeth March.
+
+"Voor mij?" fluisterde Bets en hield zich vast aan Jo, met een gevoel,
+alsof ze op den grond zou vallen; het was alles zoo wonderlijk,
+zoo overstelpend!
+
+"Ja; heelemaal voor jou, lieveling. Is dat niet kranig van hem? Vind
+je hem niet den liefsten ouden man in de heele wereld? De sleutel
+zit in den brief, we hebben hem niet opengemaakt, maar we branden
+van verlangen om te hooren, wat er in staat," riep Jo, terwijl ze
+haar zusje opgewonden tegen zich aandrukte en haar den brief in de
+hand stopte.
+
+"Lees jij hem alsjeblieft, ik kan niet, ik voel me zoo raar. O,
+hij is véél te mooi voor mij," en Bets verborg haar gezicht in Jo's
+boezelaar, voor het oogenblik heelemaal van streek.
+
+Jo opende den brief en begon te lachen, want de eerste woorden,
+die ze zag, waren:
+
+
+ Mejuffrouw March,
+
+ "Waarde, jonge Vriendin."
+
+ "Wat klinkt dat aardig! Ik wou dat iemand ook eens zoo aan mij
+ schreef!" zei Amy, die den ouderwetschen aanhef wel "deftig"
+ vond.
+
+ "Ik heb vele pantoffels gehad in mijn leven, maar nooit een paar,
+ dat mij zoo goed paste, als de uwe," ging Jo voort. "Viooltjes
+ zijn mijn geliefkoosde bloemen en deze zullen mij altijd de lieve
+ geefster in herinnering brengen. Ik doe gaarne mijn schulden af,
+ en ik denk dus, dat ge "den ouden heer" wel zult willen toestaan
+ u iets te zenden, wat eenmaal behoorde aan het kleindochtertje,
+ dat hij verloren heeft. Met hartelijken dank en beste wenschen
+ blijf ik,
+
+ Uw dankbare vriend en dienstw. dien.
+ James Laurence.
+
+
+"Nu Bets, dàt is een eer, waar je trotsch op mag zijn, zou ik
+denken! Laurie vertelde me, hoeveel mijnheer Laurence van dat kind
+hield, en hoe zorgvuldig hij al haar dingen bewaard heeft. Denk eens,
+hij heeft jou haar piano gegeven! Dat komt er van als je groote blauwe
+oogen hebt en van muziek houdt," zei Jo en zocht Bets te kalmeeren,
+die erg beefde en een kleur had van opgewondenheid.
+
+"Zie eens wat aardige kandelaartjes voor de kaarsen, en wat mooie
+groene zij van achteren, in het midden opgenomen met een goud roosje,
+en de mooie stander en het krukje, alles bij elkander," voegde Meta
+er bij, de piano openende en alle schoonheden aanwijzende.
+
+""Uw dienstwillige dienaar, James Laurence;" verbeeldt je toch eens,
+dat schreef hij aan jou! Ik zal het de meisjes op school vertellen,
+die zullen het haast niet kunnen gelooven," riep Amy, op wie het
+briefje een diepen indruk gemaakt had.
+
+"Probeer 'm eens, liefje, laten we die dreumes van een piano eens
+hooren," zei Hanna, die altijd met haar gansche hart deelde in de
+vreugde en droefheid der familie.
+
+Bets speelde dus een stukje, en ieder zei, dat het de mooiste toon
+was, dien ze ooit gehoord hadden. Het instrument was klaarblijkelijk
+pas gestemd en opgeknapt; maar hoe volmaakt het ook was, geloof ik
+toch, dat er niets zoo bekoorlijk was als dat gelukkigste van alle
+gelukkige gezichtjes, die er over hingen, toen Bets met teedere handen
+de mooie zwarte en witte toetsen aanraakte en haar voeten de blinkende
+pedalen drukten.
+
+"Je zult hem moeten gaan bedanken," zei Jo, bij wijze van grap,
+want dat "het kind" werkelijk zou gaan, kwam niet in haar op.
+
+"Ja, dat ben ik ook stellig van plan; ik geloof, dat ik nu maar
+moest gaan, voordat ik bang word," en tot groote verbazing van het
+verzamelde gezin, stapte Bets vastbesloten den tuin in, de heg door
+en recht op het huis der Laurences aan.
+
+"Wel, heb ik van me leven! als dat niet het raarste is, wat ik ooit
+gezien heb; de piano heeft haar heelendal van de wijs gebracht;
+'t schaap zou nooit gegaan zijn, als ze bij der positieve was!" riep
+Hanna, haar naziende, terwijl het wonder de meisjes een oogenblik
+sprakeloos maakte. Ze zouden nog meer verwonderd zijn geweest, als
+ze gezien hadden, wat Bets verder deed. Ze liep, zonder zich ook
+maar een oogenblik te bedenken, naar de studeerkamer, klopte aan, en
+toen een forsche stem "binnen" riep, _ging_ ze werkelijk naar binnen,
+stapte op mijnheer Laurence af, die zeer verwonderd opkeek, stak hem
+haar hand toe en zei met een maar _even_ bevende stem: "Mijnheer,
+ik kwam u bedanken voor--" maar verder bracht ze het niet; want hij
+keek haar zoo vriendelijk aan, dat ze haar toespraak vergat; en er
+alleen aan denkende, dat hij het kleine meisje, dat hem zoo lief was
+geweest, verloren had, sloeg ze beide armen om zijn hals en kuste hem.
+
+Als het dak van het huis plotseling boven het hoofd van den ouden heer
+was ingestort, zou hij niet verbaasder hebben kunnen zijn, maar hij
+vond het heel plezierig--o ja! hij vond het _bijzonder_ plezierig; en
+hij was door dit groote bewijs van vertrouwen zoo geroerd en gelukkig,
+dat al zijne norschheid verdween. Hij nam haar op zijn knie en vleide
+zijn gerimpelde wang tegen haar blozend gezichtje, en verbeeldde
+zich, dat hij zijn eigen kleindochtertje terug had gekregen. Van dat
+oogenblik af had Bets niets geen angst meer voor hem, en zat ze zoo
+gezellig met hem te babbelen, alsof ze hem haar leven lang gekend had;
+want liefde sluit vrees uit en dankbaarheid kan trots overwinnen. Toen
+ze naar huis terugkeerde, bracht hij haar tot aan haar eigen deur,
+schudde haar hartelijk de hand, nam bij het afscheidnemen zijn hoed
+voor haar af, en wandelde statig en deftig terug, zooals een knap,
+krijgshaftig oud heer betaamt.
+
+Toen de meisjes dat zagen, _moest_ Jo een paar bokkesprongen maken
+om haar blijdschap te toonen; Amy viel in haar verbazing bijna uit
+het raam, en Meta riep met opgeheven handen: "Nou geloof ik heusch,
+dat de wereld op haar eind loopt!"
+
+
+
+
+HOOFDSTUK VII.
+
+AMY'S DAL DER VERNEDERING.
+
+
+"Die jongen is een echte cycloop, vindt jullie niet?" vroeg Amy op
+een keer, toen Laurie te paard voorbij rende en in het voorbijgaan
+met zijn zweep salueerde.
+
+"Hoe durf je dat te zeggen van een jongen, die zijn beide oogen heeft,
+en nog wel heel mooie ook!" riep Jo, die niet de minste aanmerking
+op haar vriend kon velen.
+
+"Ik zei niets van zijn oogen, en ik begrijp niet, waarom je zoo op
+moet vliegen, als ik zijn rijden bewonder."
+
+"O, lieve ziel! die kleine gans bedoelt een centaur en ze zegt een
+cycloop," riep Jo, in lachen uitbarstend.
+
+"Je hoeft je niet zoo ruw aan te stellen, het is alleen maar een
+"lapsus lingus," zooals mijnheer Davis zegt," antwoordde Amy, Jo met
+haar Latijn den mond snoerend. "Ik wou maar, dat ik een gedeelte van
+het geld had, dat Laurie aan dat paard verspilt," voegde ze er als
+tot zichzelf sprekend bij, maar toch in de hoop, dat haar zusters
+het hooren zouden.
+
+"Waarom?" vroeg Meta vriendelijk, want Jo kreeg een nieuwe lachbui
+bij Amy's tweede vergissing.
+
+"Ik heb het zoo hoog noodig; ik zit diep in de schuld en mijn beurt
+voor het prullengeld komt nog in geen maand."
+
+"In schulden, Amy, wat bedoel je?" vroeg Meta bezorgd.
+
+"Och, ik ben minstens een dozijn dadels schuldig, en je weet, ik kan
+ze niet betalen, voor ik geld heb, want Moeder heeft me volstrekt
+verboden iets op rekening te koopen."
+
+"Vertel mij de heele zaak eens. Zijn dadels nu in de mode? Vroeger
+waren het "balletjes," en Meta trachtte haar gezicht in de plooi te
+houden, want Amy zag er hoogst ernstig en gewichtig uit.
+
+"Och, zie je, de meisjes koopen ze telkens, en als je niet voor schriel
+wilt aangezien worden, moet je het ook wel's doen. Het zijn nu altijd
+dadels; iedereen zit er onder schooltijd in zijn lessenaar aan te
+zuigen en verruilt ze in het speelkwartier tegen potlooden, kralen,
+ringen en papieren poppetjes of iets anders. Als een meisje veel van
+een ander houdt, geeft ze haar er een mee; als zij boos op haar is,
+eet zij er een voor haar oogen op, zonder haar zelfs te vragen of
+ze er even aan wil zuigen. Ze tracteeren om beurten, en ik heb er al
+een hoop gehad, zonder ooit iets terug te doen; en dat moet ik toch,
+want het zijn eereschulden, is 't niet?"
+
+"Hoeveel heb je noodig, om alles af te doen en je crediet te
+herstellen?" vroeg Meta, haar beurs uit den zak halend.
+
+"Een kwartje zou genoeg zijn, dan bleef er nog wel wat over om jullie
+te trakteeren, of houden jullie niet veel van dadels?"
+
+"Niet erg, je mag mijn deel houden. Hier is het geld--maak er zooveel
+van als je kunt, want ik kan 't je niet dikwijls geven, dat weet je."
+
+"O, dank je wel; wat heerlijk toch om zakgeld te hebben. Ik zal
+een heel feest aanrichten, want ik heb de heele week geen dadel
+geproefd. Ik wou er liever geen een aannemen, omdat ik niets terug
+kon geven, en ik smacht er wezenlijk naar."
+
+Den volgenden dag kwam Amy vrij laat op school, maar ze kon de
+verzoeking niet weerstaan met vergeeflijken trots een vochtig,
+bruin papieren pakje te vertoonen, voordat ze het in de verborgenste
+schuilhoeken van haar lessenaar wegstopte. Het volgend oogenblik ging
+het praatje als een loopend vuurtje door de klasse, dat Amy March
+vierentwintig heerlijke dadels bij zich had (zij had er onderweg
+één opgegeten) en zou trakteeren, waarop ze door haar vriendinnen
+met attenties overladen werd. Katy Brown verzocht haar dadelijk op
+haar eerstvolgende partij, Mary Kingsley drong er op aan haar tot
+het speeluur haar horloge te leenen; en Jenny Snow, een satirieke
+jonge dame, die Amy laaghartig geplaagd had met haar dadelloozen
+staat, wierp haastig de wapens neer, en bood de antwoorden aan,
+voor een paar moeilijke sommen. Maar Amy had de scherpe opmerkingen
+niet vergeten van de jongejuffrouw Snow over "sommige menschen,
+wier neuzen niet te stomp waren om de dadels van anderen te ruiken,
+en verwaande menschen, die niet te trotsch waren er om te vragen,"
+en zij sloeg dadelijk de hoop van "dat kind Snow" den bodem in, door
+de vernietigende tijding: "Je hoeft niet plotseling zoo beleefd te
+zijn, want je krijgt er toch geen."
+
+Nu gebeurde het, dat de school dien morgen bezocht werd door
+een gewichtig personage, die Amy's net geteekende kaarten prees,
+welke eer, aan haar vijandin bewezen, een angel was in de ziel van
+jongejuffrouw Snow, en jongejuffrouw March de airs deed aannemen van
+een jonge pauw. Maar helaas, helaas! hoogmoed komt voor den val, en
+de wraakzuchtige Snow deed met rampzalig succes de kans keeren. Niet
+zoodra had de bezoeker de gewone complimenten gemaakt en den aftocht
+geblazen, of Jenny deelde den onderwijzer, mijnheer Davis, onder
+voorwendsel van iets belangrijks te vragen, mede, dat Amy March dadels
+in haar lessenaar had.
+
+Nu had de heer Davis dadels voor contrabande verklaard, en plechtig
+gezworen, dat de eerste, die de wet durfde overtreden, openlijk kennis
+zou maken met de handplak. De arme man, die heel wat te verdragen
+had, was er na een langen, hevigen oorlog in geslaagd de balletjes
+te verbannen, had een vuurtje gestookt van de in beslag genomen
+romannetjes en couranten, een privaat-postkantoor opgeheven, het
+gezichten trekken, het geven van bijnamen, het teekenen van caricaturen
+verboden, en alles gedaan wat één enkel man doen kan om een vijftigtal
+oproerige meisjes in bedwang te houden. Jongens stellen het menschelijk
+geduld meer dan genoeg op de proef, de hemel weet het! maar meisjes
+nog erger, vooral dat van zenuwachtige heeren met een tiranniek
+gemoed en niet meer talent voor het onderwijs dan "Dr. Blimber." De
+heer Davis had veel kennis van Grieksch, Latijn, algebra en "ologies"
+van allerlei soort, waarom hij een bijzonder goed onderwijzer genoemd
+werd, terwijl manieren, zedenleer, gevoelens en voorbeelden van niet
+veel belang beschouwd werden. Het was een zeer gelukkig oogenblik om
+Amy aan te klagen, en Jenny wist bet. Klaarblijkelijk had mijnheer
+Davis dien morgen te sterke koffie gedronken, er woei een Oostenwind,
+die altijd zijn zenuwen prikkelde en zijn leerlingen hadden hem niet
+die eer bewezen, die hij wist verdiend te hebben; daarom was hij,
+om den veelzeggenden, indien ook al niet bevalligen spreektrant van
+een schoolmeisje te gebruiken, "zoo kwaadaardig als een bul en zoo
+brommig als een beer." Het woord "dadel" werkte als vuur bij buskruit;
+zijn tanig gezicht werd vuurrood, en hij sloeg met zoo'n kracht op zijn
+lessenaar, dat Jenny met ongewone vlugheid naar haar plaats terugwipte.
+
+"Jonge dames, opletten _als 't je blieft_!"
+
+Op dat streng verzoek zweeg het geraas, en vijftig paar blauwe,
+zwarte, grijze en bruine oogen werden gehoorzaam gericht op zijn
+schrikwekkend gelaat.
+
+"Jongejuffrouw March, kom hier."
+
+Amy stond op om te gehoorzamen, uiterlijk bedaard maar inwendig
+angstig genoeg, want de dadels bezwaarden haar geweten.
+
+"Breng de dadels mee, die in je lessenaar zijn," klonk het onverwachte
+bevel, dat haar tegenhield, nog eer ze uit de bank was gekomen.
+
+"Neem ze niet allemaal mee," fluisterde haar buurvrouw, een jonge dame,
+die veel tegenwoordigheid van geest bezat.
+
+Amy schudde er haastig een half dozijn uit en legde de overige voor
+mijnheer Davis neer, vast overtuigd, dat ieder man, die een menschelijk
+hart in zich omdroeg, zachter gestemd zou worden, als die verrukkelijke
+geur zijn neus bereikte. Ongelukkig had de heer Davis een bijzonderen
+afkeer van de vrucht, en die afschuw deed zijn toorn stijgen.
+
+"Is dat alles?"
+
+"Neen, mijnheer," stamelde Amy.
+
+"Breng dadelijk het overige hier."
+
+Met een wanhopigen blik op haar clubje gehoorzaamde Amy.
+
+"Weet je zeker, dat er niet meer zijn?"
+
+"Ik jok nooit, mijnheer!"
+
+"Dat zie ik. Neem nu die walgelijke dingen twee aan twee op en smijt
+ze uit het raam."
+
+Een diepe zucht steeg uit aller hart op, die wel een kleine windvlaag
+geleek, toen de laatste hoop vervloog en de lekkernij ontstolen werd
+aan de smachtende lippen.
+
+Purper van schaamte en toorn deed Amy haar twaalf vreeselijke
+wandelingen heen en terug, en iederen keer, dat een veroordeeld paar,
+o, zoo dik en sappig! uit haar onwillige handen viel, vermeerderde een
+juichtoon van de straat de smart der meisjes, want die vreugdeuitingen
+zeiden hun, dat de kleine Iersche kinderen, hun geslagen vijanden,
+met Amy's tractatie hun voordeel deden. Dit was te veel; allen wierpen
+verontwaardigde of smeekende blikken op den onverbiddelijken Davis,
+en één hartstochtelijke dadelliefhebster barstte in tranen uit.
+
+Toen Amy van haar laatste tochtje terugkeerde, "hm"de de heer Davis
+gewichtig, en begon op zijn indrukmakendsten toon: "Jonge dames,
+gij herinnert u, wat ik een week geleden gezegd heb. Het spijt me,
+dat dit gebeurd is, maar ik kan niet toestaan, dat er inbreuk gemaakt
+wordt op mijn wetten, en ik breek _nooit_ mijn woord. Jongejuffrouw
+March, houd uw hand op."
+
+Amy schrikte, hield de beide handen op den rug en zag hem zoo smeekend
+aan, dat die blik krachtiger voor haar pleitte, dan de woorden,
+die ze niet kon uitbrengen. Ze was min of meer een lieveling van den
+"oude", zooals hij genoemd werd, en ik voor mij geloof, dat hij zijn
+woord _zou_ gebroken hebben, indien niet de verontwaardiging van een
+zichzelf niet beheerschende jonge dame, zich geuit had in een leelijk
+gesis. Dat gesis, hoe flauw het ook was, dreef den prikkelbaren
+leeraar tot het uiterste en besliste het lot der schuldige.
+
+"Uw hand, jongejuffrouw March!" was het eenig antwoord op haar stomme
+bede, en te trotsch om te schreien of vergiffenis te vragen, klemde
+Amy de tanden op elkaar, wierp het hoofd fier achterover, en verdroeg,
+zonder eenig teeken van pijn te geven, verscheiden slagen op haar
+kleine hand. Ze waren talrijk noch zwaar, die slagen, maar dat maakte
+geen verschil. Voor de eerste maal in haar leven was ze _geslagen_,
+en de vernedering was in haar oogen even groot, als wanneer hij haar
+een pak ransel gegeven had.
+
+"Ga nu tot het vrije kwartier voor het bord staan", beval mijnheer
+Davis, vast besloten de zaak door te zetten, nu hij eenmaal begonnen
+was.
+
+Dat was verschrikkelijk! Het zou al erg genoeg geweest zijn nu naar
+haar plaats terug te keeren, en de medelijdende gezichten te zien van
+haar vriendinnen, of de triomfeerende blikken van haar vijandinnen;
+maar om daar te pronk te staan, ten aanschouwe van de geheele school,
+terwijl de schande nog zoo versch in 't geheugen lag, scheen Amy
+ondraaglijk, en gedurende een oogenblik was liet haar, alsof ze zich
+voorover op den grond moest laten vallen en in heete tranen uitbarsten.
+
+Een bitter gevoel van verongelijkt te worden en de gedachte aan Jenny
+Snow hielpen het haar echter dragen. Toen ze de standplaats ingenomen
+had, vestigde ze haar oogen op de kachelpijp, boven wat haar nu een zee
+van hoofden toescheen. Daar stond ze, zoo onbeweeglijk en bleek, dat de
+meisjes het moeilijk vonden hun aandacht bij 't werk te houden, met die
+tragische kleine gedaante voor zich. Gedurende de vijftien minuten,
+die nu volgden, had het trotsche, gevoelige kleine ding, zooveel
+schaamte en verdriet te verdragen, dat ze het nimmer vergat. Voor
+anderen mocht het een belachelijke of weinig beteekenende zaak zijn,
+voor Amy was het een harde ondervinding. Gedurende de twaalf jaren
+van haar leven uitsluitend door liefde geregeerd, had haar nog nooit
+zoo iets getroffen. Al de pijn in haar hand en de smart van haar
+ziel werden vergeten bij de kwellende gedachte: "Ik moet het thuis
+vertellen en ze zullen zoo teleurgesteld over me zijn!" De vijftien
+minuten schenen haar een uur, maar ze waren toch eindelijk om, en het
+woord "opbergen" had haar nog nooit zoo welkom in de ooren geklonken.
+
+"Je kunt gaan, Amy March," zei mijnheer Davis en hij leek zooals hij
+zich ook gevoelde, alles behalve op zijn gemak.
+
+Het duurde lang, eer hij den verwijtenden blik vergat, dien Amy hem
+toewierp, toen ze, zonder een enkel woord te zeggen, naar de kleedkamer
+ging, haar goed van den kapstok rukte en de plaats "voor altijd"
+verliet, zooals ze zichzelf hartstochtelijk beloofde. Thuis raakte
+ze totaal overstuur, en toen de oudere meisjes eenigen tijd later
+terugkwamen, werd er dadelijk een zeer verontwaardigde vergadering
+gehouden. Mevrouw March zei niet veel, maar keek ontstemd en troostte
+haar bedroefd dochtertje op de teederste wijze. Meta bette het
+gepijnigde handje met glycerine en tranen; Bets voelde, dat zelfs
+haar geliefde katjes geen balsem konden brengen voor een smart als
+deze, en Jo meende in haar woede, dat mijnheer Davis zonder uitstel
+behoorde gearresteerd te worden, terwijl Hanna haar vuist balde tegen
+den "ellendeling" en de aardappelen voor het middagmaal met zulk een
+vuur fijnstampte, alsof ze _hem_ onder den lepel had.
+
+Niemand, behalve haar makkertjes, nam eenige notitie van Amy's vlucht;
+maar de scherpziende jonge dames merkten op, dat "Davis" 's middags
+bijzonder vriendelijk en ook buitengewoon zenuwachtig was. Even
+voordat de school begon, verscheen Jo met een "grimmig gelaat", stapte
+op den leeraar toe, en overhandigde hem een briefje van haar moeder;
+daarna pakte ze alles bij elkaar wat aan Amy toebehoorde en vertrok, na
+zorgvuldig haar laarzen afgeveegd te hebben op de mat bij de voordeur,
+alsof ze het gehate stof van haar voeten wilde schudden.
+
+"Ja, je kunt nu van deze school af gaan, maar moet dan elken dag een
+tijd met Bets studeeren," zei mevrouw March dien avond. "Ik ben tegen
+lichaamsstraf, vooral wat meisjes betreft. Ik houd niet van mijnheer
+Davis' manier van onderwijzen en geloof ook niet, dat de meisjes,
+waarmee je omgaat, je veel goed doen. Voor ik je naar een andere
+school zend wil ik eerst Vader eens raadplegen."
+
+"Heerlijk! Ik wou dat alle meisjes weggingen en zijn akelige school
+opgeruimd moest worden. Is 't niet om gek te worden, als je aan
+die heerlijke dadels denkt?" zuchtte Amy met het gezicht van een
+martelares.
+
+"Het spijt me niet, dat je ze verloren hebt, want je handelde in
+strijd met de regels en verdiende straf voor je ongehoorzaamheid,"
+was het strenge antwoord, dat de jonge dame die niets dan medelijden
+verwachtte, wel eenigszins teleurstelde.
+
+"Bedoelt u, dat u blij is, dat ik voor de geheele school vernederd
+ben?" riep Amy.
+
+"Ik zou niet dien weg inslaan om een gebrek te verbeteren," antwoordde
+haar moeder; "maar ik ben er niet zeker van of je deze methode niet
+meer goed zal doen, dan een zachtere manier. Je bent mooi op weg
+veel te verwaand en gewichtig in je eigen oogen te worden, kindlief,
+en het is meer dan tijd, dat je er eens goed acht op geeft. Je hebt
+veel goede eigenschappen en kleine deugden, maar het is niet noodig ze
+zoo uit te stallen, want verwaandheid bederft den besten aanleg. Een
+echt talent of echte goedheid zullen niet licht over het hoofd gezien
+worden, en al hád dit ook plaats, dan moest nog het bewustzijn,
+ze te bezitten en ferm te gebruiken, iemand voldoen. Bedenk dat de
+grootste aantrekkelijkheid van elk begaafd mensch is: bescheidenheid."
+
+"Ja, dat is waar," riep Laurie, die in een hoek met Jo zat te
+schaken. "Ik heb een meisje gekend, dat een bijzonder talent voor
+muziek had, zonder het zelf te weten; ze wist ook niet, hoe lief
+de kleine stukjes waren, die ze componeerde, wanneer ze alleen was,
+en zou het niet geloofd hebben, al had iemand het haar verteld."
+
+"Ik wou, dat ik dat meisje gekend had; ze zou mij misschien wel
+willen helpen, ik ben zoo dom," zei Bets, die gretig luisterend naast
+hem stond.
+
+"Je kent haar, en ze helpt je beter dan eenig mensch ter wereld zou
+kunnen," antwoordde Laurie en zag haar met zoo'n ondeugende uitdrukking
+in z'n vroolijke, zwarte oogen aan, dat Bets plotseling bloosde en
+haar gezicht verborg in een canapékussen, heelemaal ontsteld door
+die plotselinge ontdekking.
+
+Jo liet Laurie het spel winnen, om hem te beloonen voor dien lof,
+haar Bets toegezwaaid, die er echter niet toe te bewegen was dien
+avond iets te spelen na dat compliment. Laurie deed dus zijn best en
+zong uitstekend, daar hij in een bijzonder goede luim was, want aan
+de Marches toonde hij zelden de schaduwzijde van zijn karakter. Toen
+hij vertrokken was, vroeg Amy, die den geheelen avond peinzend had
+zitten kijken, plotseling, alsof haar een nieuwe gedachte inviel:
+"Is Laurie een begaafde jongen?"
+
+"Ja, hij heeft veel gaven en een prachtige opvoeding gehad; hij zal
+een knap man worden, als hij niet door vertroeteling bedorven wordt,"
+antwoordde haar moeder.
+
+"En hij is _niet_ verwaand, wel?" vroeg Amy.
+
+"Volstrekt niet; dat is juist de reden, waarom hij zoo aantrekkelijk
+is, en we allemaal zooveel van hem houden."
+
+"Ja, ik begrijp het, het is heel aardig begaafd te zijn en mooi en
+elegant, maar niet om vertooning te maken of er zich op te verheffen,"
+zei Amy nadenkend.
+
+"Die dingen worden altijd gevoeld en gewaardeerd in iemands manier van
+doen en van spreken, als ze maar met bescheidenheid gebruikt worden;
+het is heusch niet noodig er mee te koop te loopen," zei mevrouw March.
+
+"Net zoo min als je 't in je hoofd zou halen, al je hoeden en jurken
+en strikken tegelijk te dragen, om de menschen toch vooral maar te
+laten zien, dat je ze hebt," voegde Jo er bij, en "de preek" eindigde
+met gelach.
+
+
+
+
+HOOFDSTUK VIII.
+
+JO ONTMOET APPOLLYON.
+
+
+"Waar gaan jullie heen?" vroeg Amy, toen ze op een Zaterdagmiddag,
+in haar kamer komende, haar twee oudste zusters bezig vond hun goed
+aan te doen, met een zekere geheimzinnigheid die haar nieuwsgierigheid
+opwekte.
+
+"Dat gaat je niets aan; kleine kinderen moeten niet zoo nieuwsgierig
+zijn," antwoordde Jo scherp.
+
+Als er iets is, dat ons ergert, wanneer wij nog jong zijn, dan is
+het wel, dat ons dit onder den neus gewreven wordt, en nog grievender
+is het, als men ons daarbij vriendelijk verzoekt: "Nu maar gauw wat
+te gaan spelen." Amy stoof bij deze beleediging op, en besloot het
+geheim uit te vorschen, al moest ze er een uur lang om zeuren. Zich
+tot Meta wendende, die haar nooit lang iets kon weigeren, begon ze
+vleiend: "Toe vertel het me maar; je kon me _best_ laten meegaan;
+Bets is zoo verdiept in haar poppen, en ik heb niks te doen en 'k
+voel me zóó eenig!"
+
+"Ik kan je niet meenemen, liefje, omdat je niet gevraagd bent,"
+begon Meta, maar Jo viel haar ongeduldig in de rede met een: "Nu,
+Meta, houd je stil, of je zult alles bederven. Je kunt niet meegaan,
+Amy, stel je dus niet aan als een klein kind, door er om te dwingen."
+
+"Jullie gaan met Laurie ergens heen, ik weet het heel goed; je hebt
+gisterenavond samen op de canapé zitten fluisteren en lachen, en
+jullie hield in eens op, toen ik binnenkwam. Is 't soms niet waar?"
+
+"Ja, we gaan met Laurie ergens heen; wees nou maar stil en zanik
+niet langer."
+
+Amy zweeg, maar gebruikte haar oogen, en zag dat Meta een waaier in den
+zak stak. "Ik weet het al! Ik weet het al, jullie gaan naar de comedie,
+"De zeven Kasteelen" zien," riep ze, er vast besloten bijvoegende:
+"En _ik_ ga ook, want moeder heeft gezegd, dat ik het mocht zien,
+en ik heb het geld van de prullen nog bewaard! Onuitstaanbaar van
+jullie om mij niet bijtijds te waarschuwen."
+
+"Luister eens even naar me, en wees nu eens lief," zei Meta
+kalmeerend. "Moeder wou, dat je deze week nog niet gingt, omdat je
+oogen nog niet heel goed zijn om al het licht bij het tooverballet
+te verdragen. De volgende week kun jij gaan met Bets en Hanna, en
+een heerlijken avond hebben."
+
+"Dat vind ik niet half zoo plezierig als met jullie en Laurie. Och,
+laat mij maar meegaan? ik ben nu al zoolang om mijn verkoudheid thuis
+geweest, en ik snak naar een pretje. Toe, Meta, ik zal heel lief zijn,"
+smeekte Amy zoo roerend mogelijk.
+
+"Zouden we haar dan toch maar meenemen. Ik geloof niet dat Moeder er
+op tegen zou hebben, als we haar goed instopten," begon Meta.
+
+"Als _zij_ gaat, ga _ik_ niet; en als ik niet meega, heeft Laurie
+het land; 't zou trouwens heel onbeleefd zijn er Amy bij in te halen,
+nu hij alleen ons gevraagd heeft. Ik vind, dat ze zich schamen moest
+zich zoo in te dringen, waar ze niet begeerd wordt," zei Jo knorrig,
+want ze had niets geen lust op een beweeglijk kind te passen, nu ze
+zich voorgenomen had eens echt te genieten.
+
+Haar toon en manieren maakten Amy boos; ze begon haar laarzen aan te
+trekken en zei op de meest tergende manier: "Ik ga _toch_: Meta zegt,
+dat ik mag, en als ik voor mezelf betaal, heeft Laurie er niets mee
+te maken."
+
+"Je kunt niet bij ons zitten, want wij hebben gereserveerde plaatsen,
+en je kunt ook niet alleen zitten; Laurie moet je dan natuurlijk
+zijn plaats wel afstaan en dat zal ons plezier bederven; of hij neemt
+een andere plaats voor je en dat is onbehoorlijk, want je bent niet
+gevraagd. Je hoeft geen moeite te doen, want je blijft eenvoudig waar
+je bent," bromde Jo, knorriger dan ooit, daar ze zich juist in haar
+haast in den vinger had geprikt. Amy, die op den grond zat met één
+laars aan, begon te schreien, en Meta zocht haar tot rede te brengen,
+toen Laurie zich beneden liet hooren en de twee meisjes haastig
+naar hem toe gingen, haar zusje snikkend achterlatend; want nu en
+dan vergat Amy haar groote-menschen-manieren en gedroeg ze zich als
+een bedorven kind. Juist toen het gezelschap de deur uit zou gaan,
+riep ze op dreigenden toon over de leuning: "Het zal je berouwen,
+Jo March! dat beloof ik."
+
+"Malligheid!" antwoordde Jo, de deur toeslaande.
+
+Ze hadden een genotvollen avond, want de "Zeven Kasteelen aan het
+Kristallen Meer" waren zóó tooverachtig, zoo wonderschoon, als men
+maar verlangen kon. Maar in weerwil van de grappige roode dwergen, de
+schitterende elfen en de prachtig aangekleede prinsen en prinsessen,
+was Jo's genoegen met een bitteren droppel vermengd; de blonde
+krullen van de feeënkoningin herinnerden haar aan Amy, en tusschen
+de verschillende bedrijven hield ze zich bezig met te bedenken, wat
+haar zusje zou doen, om "het haar te doen berouwen." In den loop der
+jaren hadden zij en Amy al menige schermutseling gehad, want beiden
+hadden een driftig karakter en werden licht heftig, als ze eens los
+kwamen. Amy plaagde Jo, en Jo maakte Amy boos, en af en toe hadden
+er uitbarstingen plaats, waarover beiden zich later schaamden. Hoewel
+zij de oudste was, had Jo de minste zelfbeheersching en bracht menigen
+moeilijken dag door in het bestrijden van den driftigen geest, die haar
+zoo dikwijls in verdrietelijkheden bracht. Haar boosheid was nooit van
+langen duur, en als ze nederig haar schuld beleden had, voelde ze er
+oprecht berouw over, en trachtte zich te beteren. Haar zusters bekenden
+dikwijls, dat ze het wel "leuk" vonden Jo eens woedend te maken, omdat
+ze dan later zoo engelachtig lief was. De arme Jo deed wanhopig haar
+best om kalm te zijn, maar haar boezemvijand was altijd gereed op te
+vliegen en haar de nederlaag toe te brengen; en er was een jarenlange,
+geduldige strijd noodig om hem te verslaan. Toen ze thuis kwamen, zat
+Amy te lezen in de zitkamer. Ze nam een beleedigd air aan, sloeg haar
+oogen niet van haar boek op en deed geen enkele vraag. Misschien zou
+haar nieuwsgierigheid het gewonnen hebben van haar trots, als Bets er
+niet geweest was om naar alles te vragen en een opgewonden beschrijving
+van het stuk te krijgen. Toen Jo naar boven ging om haar besten hoed
+te bergen, keek ze het eerst naar de latafel, want bij den laatsten
+twist had Amy haar gevoel zoeken te luchten, door Jo's bovenste la
+op den grond om te keeren. Alles scheen nu evenwel op zijn plaats,
+en na een haastigen blik in haar kast, waschtafel en doozen, kwam Jo
+tot het besluit, dat Amy de beleediging vergeven en vergeten had.
+
+Maar daarin had Jo zich vergist, want den volgenden dag deed ze een
+ontdekking, die een storm teweegbracht. Meta, Bets en Amy zaten in
+den namiddag bij elkander, toen Jo opgewonden de kamer binnenstormde
+en ademloos vroeg: "Heeft iemand mijn sprookjes weggenomen?"
+
+Meta en Bets zeiden dadelijk "neen" en keken verbaasd op; Amy pookte
+in het vuur en zei niets. Jo zag, dat ze een kleur kreeg en vloog op
+haar toe.
+
+"Amy, jij hebt ze weggenomen!"
+
+"Neen."
+
+"Dan weet jij, waar ze zijn!"
+
+"Neen, dat weet ik niet."
+
+"Dat jok je!" riep Jo, haar bij de schouders vattende met zoo'n
+woedenden blik dat ze een moediger kind dan Amy, zou hebben doen
+schrikken.
+
+"Dat jok ik _niet_!" Ik heb ze niet, en weet niet waar ze zijn,
+en ik geef er ook geen zier om."
+
+"Je weet er iets van, en je zou beter doen het maar dadelijk te zeggen,
+of ik zal je er toe dwingen," en Jo schudde haar onzacht heen en weer.
+
+"Dreig maar zooveel je wilt, je krijgt je malle verhalen niet terug,"
+riep Amy, nu op haar beurt boos wordende.
+
+"Waarom niet?"
+
+"Ik heb ze verbrand."
+
+"Wat! mijn sprookjes, waar ik zooveel van hield en zoo hard aan werkte,
+en die ik van plan was af te maken, voordat Vader thuiskwam? Heb
+je ze wezenlijk verbrand?" vroeg Jo verbleekend, terwijl haar oogen
+schitterden en haar handen Amy zenuwachtig vastklemden.
+
+"Ja zeker! ik heb gezegd, dat het je berouwen zou, dat je gisteren
+zoo onaardig was, en daarom heb ik het gedaan, dus--" verder kon
+Amy het niet brengen, want Jo's driftige natuur werd haar de baas;
+ze schudde Amy, dat de tanden in haar mond klapperden, en riep in
+een hartstochtelijke vlaag van droefheid en woede:
+
+"Je bent een slecht, een akelig kind! Ik kan ze nooit meer zoo
+schrijven, en ik vergeef het je nooit, zoolang ik leef."
+
+"Meta vloog toe om Amy te ontzetten en Bets om Jo tot bedaren te
+brengen; maar Jo was geheel buiten zichzelf, en na Amy tot afscheid
+een klap om de ooren te hebben gegeven, vloog ze de kamer uit, naar
+de oude canapé op den zolder en streed haar strijd alleen.
+
+De storm klaarde beneden op toen mevrouw March thuiskwam; na het
+verhaal aangehoord te hebben, bracht ze Amy weldra tot inzicht
+van het onrecht, dat ze haar zuster had aangedaan. Jo's boek was
+de trots van haar hart, en werd door de huisgenooten beschouwd als
+een veelbelovend letterkundig spruitje. Het waren niet meer dan een
+half dozijn sprookjes, maar Jo had er geduldig aan gewerkt met haar
+gansche hart, in de hoop, iets te kunnen voortbrengen, dat de moeite
+waard was gedrukt te worden. Ze had ze juist zeer zorgvuldig in het
+net geschreven, en het klad verscheurd, zoodat Amy's brandstapel
+het dierbaar werk van verscheiden maanden had vernietigd. Mogelijk
+scheen het anderen een gering verlies toe, maar voor Jo was het een
+vreeselijk ongeluk, en ze gevoelde, dat het haar nooit vergoed kon
+worden. Bets treurde als om een gestorven katje, en Meta weigerde voor
+haar lieveling in de bres te springen; mevrouw March keek ernstig en
+bedroefd, en Amy was onder den indruk, dat niemand meer van haar zou
+houden, eer ze vergeving had gevraagd voor de daad, die ze nu meer
+dan iemand anders betreurde.
+
+Toen de theebel ging, verscheen Jo, maar ze zag er zoo boos
+en ongenaakbaar uit, dat Amy al haar moed bijeen moest rapen om
+zachtzinnig te zeggen: "Jo, wil je 't mij als 't je blieft vergeven? Ik
+heb er vreeselijk veel spijt van."
+
+"Ik zal het je _nooit_ vergeven," was Jo's beslist antwoord, en van
+dat oogenblik af, scheen ze Amy's bestaan geheel en al te vergeten.
+
+Niemand sprak over de droevige gebeurtenis, zelfs mevrouw March
+niet, want allen hadden door ondervinding geleerd, dat woorden
+niets uitwerkten als Jo in zoo'n bui was; en dat het wijste zou
+zijn, te wachten tot de een of andere kleine gebeurtenis, of Jo's
+eigen edelmoedige natuur, haar verbittering verzachtte en de breuk
+heelde. Het was geen gelukkige avond, want hoewel de meisjes als naar
+gewoonte zaten te werken, terwijl hun moeder voorlas uit Bremer, Scott
+of Edgeworth, ontbrak er toch iets aan, en de liefelijke, huiselijke
+vrede was verstoord. Ze gevoelden dit vooral toen het oogenblik van
+zingen was gekomen; want Bets kon alleen maar spelen, Jo zweeg als
+een steenen beeld, en Amy begon te schreien, zoodat Meta en Moeder
+alleen zongen. Maar in spijt van hun pogingen om zoo vroolijk te zijn
+als leeuwerikken, schenen de heldere stemmen toch niet zoo goed bij
+elkander te passen als gewoonlijk, en allen voelden zich ontstemd.
+
+Toen mevrouw March Jo een nachtkus gaf, fluisterde ze haar teeder
+toe: "Kindlief, laat de zon niet ondergaan over je toorn, vergeeft
+elkander, helpt elkander, en begin morgen weer opnieuw." Jo verlangde
+niets liever dan haar hoofd neer te leggen aan dat moederlijk hart
+en haar droefheid en boosheid uit te schreien; maar tranen waren
+een onmannelijke zwakheid, en ze voelde zich zoo diep beleedigd,
+dat ze nog niet _kon_ vergeven. Ze knipoogde dus uit alle macht,
+schudde haar hoofd en zei barsch, omdat Amy nog onder het bereik
+van haar stem was: "Het was een afschuwelijk leelijke streek, en ze
+verdient niet, dat ik het haar vergeef."
+
+Zoo stapte Jo naar haar kamer en naar bed, en er werd dien avond geen
+vroolijk of vertrouwelijk praatje gehouden.
+
+Amy voelde zich diep gegriefd, dat haar vredesvoorslagen van de hand
+gewezen waren en begon te wenschen dat ze zich niet zoo vernederd had,
+daarna zich hoe langer hoe meer beleedigd te achten en eindelijk zich
+op een onuitstaanbare wijze te verheffen op haar deugdzaamheid. Jo
+zag er nog altijd uit als een donderwolk, en niets ging dien dag
+goed. 's Morgens was het bitter koud; ze liet haar kostelijk warm
+puddingtrommeltje in de goot vallen, tante March had een aanval van
+rusteloosheid, Meta was afgetrokken, Bets keek bedroefd en neerslachtig
+toen ze thuiskwam, en Amy praatte gedurig over menschen, die altijd den
+mond vol hadden van goed te worden en er toch niet naar wilden streven,
+zelfs niet, wanneer andere menschen hun een goed voorbeeld gaven.
+
+"Ze zijn allemaal zoo onverdraaglijk, ik zal maar eens aan Laurie
+vragen, of hij met me wil gaan schaatsenrijden. Hij is altijd
+vriendelijk en vroolijk en zal me wel weer in mijn fatsoen brengen,
+dat weet ik zeker," zei Jo tot zichzelf en ging op weg.
+
+Amy hoorde het klepperen der schaatsen, en keek naar buiten met den
+ongeduldigen uitroep:
+
+"Daar nu! ze had me beloofd, dat ik den eersten den besten keer mee zou
+gaan, want dit is natuurlijk het laatste ijs, dat we dit jaar zullen
+hebben. Maar het zou vergeefsche moeite zijn aan zoo'n brombeer te
+vragen mij mee te nemen."
+
+"Zeg dat niet, Amy; je bent heel ondeugend geweest en het _is_
+moeilijk voor Jo je het verlies van haar kostbaar boekje te vergeven;
+maar ik vind, dat ze het nu wel doen kon, en ik denk ook wel, dat
+ze het doen zal, als je 't maar op het goede oogenblik vraagt," zei
+Meta. "Loop hen achterna, zeg niets voordat Jo weer in haar humeur
+gekomen is door Laurie, neem dan een gunstig oogenblik waar en geef
+haar een kus of doe iets liefs, en dan geloof ik zeker, dat ze met
+heel haar hart vrede zal sluiten."
+
+"Ik zal het probeeren," zei Amy, want die raad was naar haar smaak;
+en na zich haastig aangekleed te hebben, liep ze de vrienden na,
+die juist achter den heuvel verdwenen.
+
+Het was niet ver tot aan de rivier, maar beiden stonden al op de
+schaatsen, voordat Amy hen bereikte. Jo zag haar komen, en keerde zich
+om; Laurie zag haar niet, want hij probeerde zorgvuldig het ijs langs
+den kant, daar een warm zonnetje aan de laatste vorst was voorafgegaan.
+
+"Ik zal tot aan de eerste bocht gaan, en zien of alles in orde is
+voordat we om het hardst rijden," hoorde Amy hem zeggen, terwijl
+hij vooruit schoot en er in zijn pels en bonten muts uitzag als een
+jonge Rus.
+
+Jo hoorde hoe Amy hijgde na haar harde loopen, en hoe ze met de voeten
+stampte en haar vingers warm zocht te blazen, terwijl ze bezig was
+haar schaatsen aan te binden, maar Jo keerde zich volstrekt niet om,
+en reed langzaam "en zigzag" de rivier op, met een bitter en ongelukkig
+soort van voldoening in den tegenspoed van haar zuster. Ze had haar
+boosheid gekoesterd, tot het een krachtig gevoel was geworden, dat
+haar heelemaal beheerschte, zooals kwade gedachten en opwellingen
+altijd doen, tenzij men ze terstond verjaagt. Toen Laurie de bocht
+omging, riep hij terug:
+
+"Blijf aan den kant, het is in 't midden niet veilig". Jo hoorde het,
+maar Amy kwam juist overeind en verstond geen woord. Jo keek over
+haar schouder, en de kleine demon, dien ze schuilplaats verleende,
+fluisterde haar in 't oor:
+
+"'t Komt er niet op aan, of zij het hoorde of niet, laat ze maar voor
+zichzelf zorgen."
+
+Laurie was achter de bocht verdwenen, Jo kwam er juist dichtbij
+en Amy ver in de achterhoede, zette zich in beweging naar de mooie
+effen baan in het midden der rivier. Eén oogenblik stond Jo stil met
+een vreemd gevoel in haar hart; toen besloot ze verder te gaan, maar
+een zeker iets hield haar tegen en dwong haar nog eens om te kijken,
+juist bijtijds om te zien, hoe Amy de handen in de hoogte sloeg, en
+onder het plotseling kraken van brekend ijs, het geplas van water,
+en het uiten van een gil, die Jo's hart van schrik deed stilstaan,
+wegzonk. Ze wilde Laurie roepen, maar haar stem begaf haar; zij
+trachtte op haar zusje toe te schieten, maar haar voeten schenen alle
+macht verloren te hebben, en ze stond daar maar onbeweeglijk met een
+ontzet gezicht te staren naar het kleine blauwe hoedje boven het zwarte
+water. Eensklaps schoot haar iets pijlsnel voorbij, en Laurie's stem
+riep haar toe: "Haal een stok; gauw, gauw!"
+
+Hoe zij het deed, wist ze nooit te zeggen, maar de volgende
+oogenblikken werkte ze als een bezetene, blindelings gehoorzamende aan
+Laurie, die zijn zelfbeheersching niet verloor, en voorover liggende,
+Amy ophield met zijn armen, totdat Jo een lat aangesleept had en ze met
+vereende krachten het kind, meer verschrikt dan bezeerd, uit het ijs
+trokken. "Ziezoo, nu moeten wij zoo hard mogelijk met haar naar huis
+loopen; pak haar goed in met onze dingen, terwijl ik die verwenschte
+schaatsen losmaak," riep Laurie, zijn jas om Amy heenslaande en aan de
+riemen rukkende, die nooit te voren zoo ingewikkeld hadden geschenen.
+
+Rillend, druipend en schreiend brachten ze Amy thuis, en na wat
+van den schrik bekomen te zijn, viel ze bij een heet vuur en warm
+in dekens gewikkeld in slaap. Onder al de bemoeiingen had Jo bijna
+niet gesproken, maar bleek en verwilderd rondgevlogen, haar hoed en
+mantel half af, haar japon gescheurd, en haar handen opengehaald en
+bezeerd door ijs en latten en weerspannige gespen. Toen Amy rustig
+lag te slapen, het huis stil was, en mevrouw March voor het bed zat,
+riep ze Jo tot zich en begon hare gewonde handen te verbinden.
+
+"Weet u wel zeker, dat ze buiten gevaar is?" fluisterde Jo en zag
+vol wroeging naar het goudlokkig hoofdje, dat wel voor goed uit haar
+oogen had kunnen verdwijnen, onder het verraderlijke ijs.
+
+"Volkomen, mijn kind; ze heeft zich niet bezeerd, en zal zelfs niet
+verkouden worden, denk ik; je hebt haar zoo flink ingestopt en zoo
+gauw thuis gebracht," antwoordde haar moeder opgeruimd.
+
+"Dat heeft Laurie gedaan, ik liet haar haar gang gaan. Moeder, _als_
+Amy stierf, zou het mijn schuld zijn," en naast het bed neervallende
+bekende Jo, onder een stroom van berouwvolle tranen, al wat er
+gebeurd was, de hardheid van haar hart ten diepste veroordeelend
+en onder snikken haar dankbaarheid betuigend, dat de zware straf,
+die haar had kunnen treffen, haar bespaard was.
+
+"Het is alles de schuld van mijn ellendige drift! Ik tracht het te
+overwinnen, gedurig denk ik, dat ik het overwonnen heb, en dan is
+het weer erger dan ooit. O moeder! wat zal ik doen! Wat zal ik toch
+doen?" riep de arme Jo wanhopig.
+
+"Waak en bid, lieveling; geef nooit den strijd uit moedeloosheid op,
+en denk nooit dat het onmogelijk is een gebrek te overwinnen," zei
+Mevrouw March, en ze trok het verwilderde hoofd tegen haar schouder
+en kuste de betraande wang zoo teeder, dat Jo nog hartstochtelijker
+begon te schreien.
+
+"Ik weet het niet; u kunt niet begrijpen hoe erg het is! Als ik zoo
+driftig ben, geloof ik, dat ik tot alles in staat zou zijn. Ik word
+zoo woedend, dat ik iemand wel zou kunnen aanvliegen en kwaad doen,
+en er dan blij om zijn. Soms ben ik zoo bang, dat ik nog eens iets
+verschrikkelijks _zal_ doen en mijn leven bederven, en maken, dat
+iedereen mij haat. O Moeder, help me, help me toch alstublieft!"
+
+"Dat zal ik, mijn kind, dat zal ik. Schrei niet zoo bitter, maar
+vergeet dezen dag nooit, en neem je met heel je ziel voor er zoo
+nooit meer een te beleven. Jolief! wij hebben allen onze verzoekingen,
+sommigen veel grooter dan de jouwe, en we hebben dikwijls ons heele
+leven noodig om ze te overwinnen. Jij meent, dat je humeur het
+slechtste ter wereld is, maar het mijne was vroeger precies zoo."
+
+"Het uwe, Moeder? En u bent nooit boos!" riep Jo voor een oogenblik
+haar berouw in haar verbazing vergetende.
+
+"Veertig jaar heb ik er tegen gestreden, en daardoor geleerd mij te
+beheerschen. Ik word bijna elken dag van mijn leven boos, Jo; maar
+ik heb geleerd het niet te toonen, en ik hoop nog altijd ook dat te
+overwinnen, al moest het me ook nóg veertig jaar kosten."
+
+Het geduld en de nederigheid, die te lezen stonden op het gelaat,
+dat ze zoo liefhad, waren een betere les voor Jo dan de verstandigste
+preek, de scherpste bestraffing. Zij voelde zich dadelijk vertroost
+door haar moeders medegevoel en vertrouwen; de overtuiging, dat
+Moeder hetzelfde gebrek had en het steeds trachtte te verbeteren,
+maakte het voor haar zooveel gemakkelijker te dragen, en versterkte
+haar besluit er tegen te strijden; hoewel veertig in waken en bidden
+doorgebrachte jaren een meisje van vijftien wel lang schenen.
+
+"Moeder, is u boos als u uw lippen zoo op elkander drukt en soms de
+kamer uitgaat, wanneer Tante March bromt, of de menschen het u lastig
+maken?" vroeg Jo, die zich meer en inniger dan ooit te voren met haar
+moeder verbonden voelde.
+
+"Ja, ik heb geleerd de haastige woorden, die mij voor den mond komen,
+te bedwingen; en als ik voel, dat ze toch, tegen mijn wil, zouden
+ontsnappen, ga ik een oogenblik heen en neem mijzelf eens onderhanden,
+omdat ik zoo zwak en slecht was," antwoordde mevrouw March met een
+zucht en een glimlach, terwijl zij Jo's verwarde lokken gladstreek
+en in orde bracht.
+
+"Hoe hebt u geleerd u te bedwingen? Dat kost mij de meeste moeite--want
+de scherpe woorden ontvallen me, voordat ik weet wat ik doe; en hoe
+meer ik zeg, des te erger wordt het, totdat het me goed doet het gevoel
+van anderen te kwetsen en verschrikkelijke dingen te zeggen. Vertel
+mij toch eens, Moes, hoe u het aanlegt."
+
+"Mijn goede moeder hielp mij altijd--".
+
+"Zooals u ons helpt,"--viel Jo haar met een dankbaren kus in de rede.
+
+"Maar ik verloor haar, toen ik nog maar iets ouder was dan jij nu,
+en moest jarenlang alleen voortsukkelen, want ik was te trotsch om
+mijn zwakheid aan iemand anders te bekennen. Ik had een moeilijken
+tijd, Jo, en stortte veel bittere tranen over mijn tekortkomingen;
+want in weerwil van mijn pogingen scheen ik toch nooit vooruit te
+komen. Toen kwam je vader, en voelde ik me zoo gelukkig, dat het mij
+gemakkelijk viel goed te zijn. Maar weldra, toen ik vier dochtertjes
+om mij heen had, en we arm werden, begon de oude strijd opnieuw;
+want ik ben van natuur niet geduldig en het kostte me heel veel,
+als ik zag, dat mijn kinderen niet alles hadden, wat ze verlangden."
+
+"Arme Moeder! wie heeft u toen geholpen?"
+
+"Vader, Jo. Hij verliest nooit zijn geduld, twijfelt nooit, klaagt
+nooit, maar hoopt altijd, en werkt zoo opgeruimd, dat men zich schamen
+moet in zijn nabijheid anders te zijn. Hij hielp mij en beurde mij
+op, en toonde mij aan, dat ik naar al de deugden moest streven, die
+ik graag mijn kleine meisjes wilde zien bezitten, want ik moest hun
+voorbeeld zijn. Het was gemakkelijker daarnaar te trachten ter wille
+van jullie, dan ter wille van mezelf; een verschrikte of verbaasde
+blik van een van mijn kinderen, als ik eens scherp uitviel, was
+mij grooter verwijt dan woorden hadden kunnen zijn; en de liefde,
+de achting en het vertrouwen van mijn kinderen was de heerlijkste
+belooning, die ik kon ontvangen voor mijn streven, om de vrouw te
+worden, die ik wenschte, dat ze zouden navolgen."
+
+"O, Moeder! als ik ooit half zoo goed word als u, zal ik tevreden
+wezen," zei Jo aangedaan.
+
+"Ik hoop, dat je veel beter zult worden, lieve kind; maar je moet
+waken tegen je "boezemvijand", zooals je Vader zegt, anders zou hij je
+leven treurig maken, zoo niet bederven. Je hebt nu een waarschuwing
+gehad, onthoud die, en zoek met hart en ziel dit driftig humeur te
+beteugelen, voordat het je grooter droefheid en berouw veroorzaakt,
+dan je nu voelt."
+
+"Ik zal het probeeren, Moeder, ik zal wezenlijk mijn uiterste best
+doen. Maar u moet me helpen, het mij herinneren, en maken dat het
+niet tot zoo'n uitbarsting komt. Ik heb vroeger wel eens gezien, dat
+Vader soms zijn vinger op den mond hield, en u aanzag met een heel
+vriendelijk, maar ernstig gezicht; en dan klemde u altijd de lippen
+vast op elkaar, of ging weg; herinnerde hij er u dan aan?" vroeg
+Jo zacht.
+
+"Ja, ik had hem gevraagd mij zoo te willen helpen, en Vader vergat
+het nooit, maar bewaarde me voor menig scherp woord door die kleine
+beweging en dien vriendelijken blik."
+
+Jo zag, dat haar moeders oogen zich met tranen vulden, en dat haar
+lippen beefden, terwijl ze sprak. Vreezend, dat ze te veel gezegd had,
+fluisterde ze hartelijk: "Deed ik er verkeerd aan, dat ik zoo op u
+lette en dat ik er nu van sprak? Ik was niet van plan iets onliefs
+te zeggen, maar het is zoo prettig u alles te vertellen wat ik denk,
+en me bij u zoo veilig en gelukkig te voelen."
+
+"Mijn lieve Jo, je mag Moeder _alles_ zeggen, want het is mijn grootste
+geluk en trots, als ik voel, dat mijn meisjes vertrouwen in me stellen,
+en weten, hoe lief ik ze heb.""
+
+"Ik dacht, dat ik u bedroefd maakte."
+
+"Neen, kind, maar als ik zoo over Vader spreek, voel ik zoo diep
+zijn gemis, zoo duidelijk hoeveel ik hem verschuldigd ben, en hoe
+zorgvuldig ik waken en werken moet om zijn dochtertjes veilig en goed
+voor hem te bewaren."
+
+"En toch hebt u hem aangeraden te gaan, Moeder, en schreide niet,
+toen hij heenging, en u klaagt nu nooit en ziet er nooit uit, alsof
+u hulp noodig hebt," zei Jo verwonderd.
+
+"Ik gaf het beste, wat ik had, aan het land, dat ik liefheb, en
+bewaarde mijn tranen, tot hij vertrokken was. Waarom zou ik klagen,
+als we beiden slechts onzen plicht hebben gedaan, en er aan 't einde
+zeker gelukkiger om zullen zijn? Als het je toeschijnt, dat ik geen
+hulp noodig heb, dan is dat, omdat ik een beter vriend heb dan zelfs
+Vader is om mij te troosten en te steunen. Mijn kind, de moeiten en
+verzoekingen van je leven beginnen eerst, en zullen misschien vele
+zijn: maar je kunt ze allen bestrijden en overwinnen, zoo je de kracht
+en de teederheid leert kennen van onzen hemelschen Vader, zooals je die
+van je aardschen vader kent. Hoe meer je Hem liefhebt en vertrouwt,
+des te dichter zul je je bij Hem gevoelen, en zooveel minder zul je
+steunen op menschelijke macht en wijsheid. Zijn liefde en zorg worden
+niet moede, noch veranderen; ze kunnen je nooit ontnomen worden, en
+zullen je, hoop ik, een bron zijn van vrede, geluk en sterkte voor
+het heele leven. Geloof dit van harte, en ga tot God met al je kleine
+zorgen en bezwaren, je zonden en lasten, even vrij en vertrouwelijk,
+als je tot mij gaat."
+
+Jo's eenig antwoord was, dat ze haar moeder vaster omklemde, en in
+de stilte, die nu volgde, steeg het oprechtste gebed, dat ze ooit
+gebeden had, uit haar hart tot God op; want in dat droevig, maar
+toch zoo gelukkig uur had ze niet alleen de bitterheid van berouw en
+wanhoop leeren kennen, maar ook het liefelijke van zelfverloochening
+en zelfbeheersching, en geleid door haar moeders hand, was zij
+nader gekomen tot den Vriend, die ieder menschenkind welkom heet met
+een liefde, sterker dan die van eenig vader, teederder dan die van
+eenige moeder.
+
+Amy bewoog zich en zuchtte in haar slaap, en alsof ze er naar verlangde
+dadelijk haar fout te herstellen, keek Jo op met een uitdrukking op
+haar gezicht, die er vroeger nooit op te zien was geweest.
+
+"Ik liet de zon ondergaan over mijn toorn; ik wou haar niet vergeven,
+en vandaag zou het te laat geweest zijn, als Laurie ons niet geholpen
+had! Hoe kon ik zoo slecht zijn?" zei Jo halfluid, terwijl ze zich
+over haar zusje heenboog en het vochtige haar, dat op het kussen lag,
+streelde.
+
+Amy sloeg haar oogen op, alsof ze de woorden gehoord had en stak
+de armen uit met een glimlach, die rechtstreeks doordrong tot Jo's
+hart. Geen van beiden sprak een enkel woord, maar ze omhelsden elkander
+innig, in spijt van al de dekens, en alles werd met een hartelijken
+kus vergeven en vergeten.
+
+
+
+
+HOOFDSTUK IX.
+
+META GAAT NAAR DE KERMIS DER IJDELHEID.
+
+
+"Dat treft nu heusch al zoo gelukkig mogelijk, dat die kinderen juist
+nu de mazelen krijgen," zei Meta op zekeren dag in April, terwijl ze,
+omringd door haar zusjes, in haar kamer een koffer stond te pakken.
+
+"En zoo lief van Annie Moffat, dat ze haar belofte niet heeft
+vergeten. Lekker hoor, zoo veertien dagen lang plezier te gaan
+maken," antwoordde Jo, die wel een windmolen leek, zooals ze daar,
+met uitgespreide armen, rokken stond op te vouwen.
+
+"En zulk heerlijk weer, daar ben _ik_ zoo blij om," voegde Bets er bij,
+die zorgvuldig ceintuurs en haarlinten sorteerde en wegbergde in haar
+mooiste doos, die ze Meta voor de gewichtige gelegenheid geleend had.
+
+"Ik wou, dat ik zoo'n prettigen tijd te gemoet ging, en al die mooie
+dingen mocht dragen," zei Amy met haar mond vol spelden, om het kussen
+van de gelukkige smaakvol en kunstig te gaan besteken.
+
+"O, ik wou dat jullie allemaal meegingen, maar daar dat nu niet kan,
+zal ik mijn wederwaardigheden goed onthouden en jullie alles vertellen,
+als ik terugkom. Dat is ook al het minste, wat ik doen kan, nu jullie
+allemaal zoo lief zijn geweest om mij allerlei te leenen en in orde
+te helpen brengen," zei Meta, rondziende naar de eenvoudige kleeren,
+die in haar oogen bijna volmaakt waren.
+
+"Wat heeft Moeder je uit de schatkist gegeven?" vroeg Amy, die er
+niet bij tegenwoordig was geweest, toen een zeker cederhouten kastje
+openging, waarin mevrouw March enkele overblijfselen van vroegere
+weelde bewaarde, als geschenken voor haar meisjes, wanneer de geschikte
+tijd daarvoor gekomen zou zijn.
+
+"Een paar zijden kousen, dien mooi gesneden waaier, en een beeldig,
+blauw ceintuur. Ik had ook zoo graag die blauwe zijden japon gehad,
+maar er is geen tijd meer om hem te vermaken en ik moet dus maar
+tevreden zijn met mijn oude alpaca."
+
+"Mijn nieuwe neteldoekje zal je ook keurig staan en het lange zijden
+ceintuur zal alles zoo opvroolijken. Ik wou, dat ik mijn bloedkoralen
+armband niet kapot gegooid had, dan hadt je hem met plezier kunnen
+krijgen," zei Jo, die gaarne iets gaf of uitleende, maar wier
+bezittingen gewoonlijk te verminkt waren om nog tot eenig nut te zijn.
+
+"Er is in de "schatkist" een beelderig, ouderwetsch stel paarlen,
+maar Moeder zei, dat levende bloemen het mooiste sieraad zijn voor
+een jong meisje, en Laurie beloofde me te zullen zenden, wat ik noodig
+heb," antwoordde Meta. "Nu, laat eens zien, hier is mijn nieuw, grijs
+wandelpakje--och, Bets, krul de veer van mijn hoed eens wat op,--dan
+mijn alpaca voor Zondags en de kleine partij--het is wel wat zwaar
+voor het voorjaar, vind je niet? het blauwe zijdje zou zoo netjes
+staan; och hemel ja!"
+
+"O kom, je hebt de neteldoeksche voor de groote partij, en als je in
+'t wit bent, zie je er altijd engelachtig uit," zei Amy, heelemaal
+verdiept in den kleinen voorraad opschik, waar haar hart zoo naar
+uitging.
+
+"Die heeft geen lagen hals en geen sleep, maar het zal zoo wel
+moeten. Mijn blauwe huisjapon ziet er zoo netjes uit, nu hij gekeerd
+en nieuw opgemaakt is, dat het net een nieuwe lijkt. Jammer, mijn
+mantel is lang niet naar de laatste mode, en mijn hoed heeft niets van
+dien van Sallie. Ik heb maar niets gezegd, maar ik was ook vreeselijk
+teleurgesteld over mijn parapluie. Ik had Moeder verteld dat ik liefst
+een zwarte met een witten stok wou hebben, maar ze vergat het en kocht
+er een met een leelijken geelachtigen stok. Hij is sterk en netjes,
+dus moet ik niet klagen, maar ik weet dat ik er verlegen over zal zijn,
+als ik Annie's zijden parapluie met een gouden knop er naast zie,"
+zuchtte Meta en bekeek met grooten tegenzin het kleine regenscherm.
+
+"Ruil hem," raadde Jo.
+
+"Neen, dat zou flauw zijn, en ik wil Moeders gevoel ook niet kwetsen,
+nadat ze zooveel moeite gedaan heeft om alles voor me in orde te
+krijgen. Het is heel laf van me, dat ik er over denk, en ik ben
+niet van plan er aan toe te geven. Mijn zijden kousen en twee paar
+nieuwe handschoenen troosten me in mijn leed. Erg lief van je, Jo,
+dat je mij de jouwe wilt leenen. Ik voel me zoo rijk en deftig met
+twee nieuwe paren en de ouwe gewasschen voor dagelijksch gebruik;"
+en Meta nam een hartversterkend kijkje in haar handschoenendoos.
+
+"Annie Moffat heeft blauwe en rose lintjes in haar onderlijfjes;
+zou jij er ook niet een paar door de mijne willen rijgen?" vroeg ze,
+toen Bets met een berg schoon strijkgoed, versch uit Hanna's handen,
+kwam aandragen.
+
+"Hé, neen, dat zou ik niet doen; de lintjes zouden niet in
+overeenstemming zijn met je eenvoudige lijfjes, waaraan maar een
+onnoozel kantje zit. Arme menschen moeten zich niet opdirken," zei
+Jo beslist.
+
+"Ik zou wel eens willen weten, of ik _ooit_ zoo gelukkig zal zijn om
+_echte_ kant aan mijn ondergoed te hebben?" riep Meta wrevelig.
+
+"Laatst zei je, dat je volmaakt gelukkig zou zijn, als je maar
+bij Annie Moffat kon gaan logeeren," merkte Bets op haar bedaarde
+manier aan.
+
+"Dat heb ik ook gezegd! O, ik _ben_ ook wel gelukkig, en ik wil niet
+zeuren, maar het is toch net, of je meer verlangt, naarmate je meer
+krijgt; vindt jullie niet? Ziezoo, de bak is klaar en alles is er in,
+behalve mijn baljapon, die ik maar voor Moeder zal laten," zei Meta
+opvroolijkend, toen ze van den halfgevulden koffer naar het keurig
+gestreken neteldoekje keek, dat ze zeer gewichtig haar "baljapon"
+noemde.
+
+Den volgenden dag was het mooi weer, en Meta vertrok, behoorlijk
+toegerust, om veertien dagen van ongekend genot tegemoet te
+gaan. Mevrouw March had met eenigen tegenzin haar toestemming tot het
+uitstapje gegeven, vreezende, dat Meta ontevredener dan ze nu soms al
+was, zou terugkomen. Maar ze had er zoo om gebedeld, en Sallie had
+beloofd goed voor haar te zullen zorgen, en een kleine uitspanning
+scheen, na een zwaren winter, zoo begeerlijk, dat de moeder zich liet
+overhalen, en de dochter haar eerste proefje ging nemen van het leven
+in de "uitgaande kringen."
+
+De Moffats leefden op grooten voet, en de eenvoudige Meta was in
+het begin min of meer overbluft door de pracht van het huis en de
+elegante kleeding der bewoners. Maar het waren vriendelijke menschen,
+in weerwil van hun beuzelachtig leven, en ze zetten hun gast spoedig
+op haar gemak. Misschien gevoelde Meta wel, zonder precies te weten
+waarom, dat het geen bijzonder knappe of schrandere menschen waren,
+en dat al het verguldsel de gewone stof, waarvan ze gemaakt waren,
+niet kon verbergen. Het was zeker heel plezierig, lekker te eten,
+in een mooi rijtuig te rijden, elken dag haar beste japon te dragen
+en niets te doen, dan zich aangenaam bezig te houden. Zooiets viel
+echt in haar smaak, en het duurde niet lang, of zij begon de manieren
+en gesprekken van haar nieuwe omgeving na te volgen, nam kleine airs
+en gewoonten aan, gebruikte Fransche woorden, crêpeerde haar haar,
+nam haar japonnen in, en praatte zoo goed ze kon mee over de modes.
+
+Hoe meer ze zag van Annie Moffat's mooie dingen, hoe meer ze haar
+benijdde en smachtte naar rijkdom. Thuis scheen haar nu alles in de
+herinnering kaal en somber toe; te moeten werken, werd harder dan
+ooit, en Meta vond, dat ze een heel arm en slecht bedeeld meisje was,
+in weerwil van de handschoenen en de zijden kousen.
+
+Ze had echter niet veel tijd om te treuren, want de drie meisjes
+maakten het zich heel druk met allerlei pretjes. Ze winkelden,
+wandelden, reden, en legden elken dag bezoeken af; gingen naar de
+comedie en de opera, of hadden 's avonds thuis plezier, want Annie
+had veel vriendinnen en wist ze aardig bezig te houden. Haar oudere
+zusters waren mooie jonge dames, en een van hen was geëngageerd,
+wat in Meta's oog bizonder interessant en romantisch was. Mijnheer
+Moffat was een dik, vroolijk oud heer, die haar vader wel kende;
+en mevrouw Moffat, een gezette, vroolijke oude dame, die evenals haar
+dochter groote genegenheid opvatte voor Meta. Iedereen haalde haar aan,
+en men was mooi op weg "Daisy", zooals ze haar noemden, het hoofd op
+hol te brengen. Toen de avond voor de "kleine partij" aanbrak, merkte
+ze dat er van het alpaca'tje volstrekt geen sprake kon zijn, want
+de andere meisjes deden dunne japonnen aan en maakten veel toilet;
+dus haalde ze de witte voor den dag, die er naast Sallie's nieuwe
+japon, eenvoudiger uitzag dan ooit tevoren. Meta zag, hoe de meisjes
+er naar keken en haar wangen begonnen te gloeien; want ze was met al
+haar zachtheid toch heel trotsch. Niemand zei er een enkel woord over,
+maar Sallie bood aan haar haar op te maken, en Annie haar ceintuur te
+strikken, en Belle, de geëngageerde zuster, prees haar blanke armen. In
+al die vriendelijkheid zag Meta slechts medelijden met haar armoede,
+en haar hart was zwaar, toen de andere meisjes zoo lachten en praatten,
+zich coquet kapten, en als vluchtige vlinders heen en weer vlogen. Het
+harde, bittere gevoel was tot een aanmerkelijke hoogte gestegen,
+toen een der dienstmeisjes een doos met bloemen binnenbracht. Voor
+Meta nog iets kon zeggen, had Annie er het deksel reeds afgenomen,
+en allen bewonderden luide de prachtige rozen en andere bloemen.
+
+"Dat is natuurlijk voor Belle. George stuurt haar altijd bloemen, maar
+deze zijn wel _buitengewoon_ mooi!" riep Annie, de geur diep inademend.
+
+"Ze zijn voor Juffrouw March, werd er bij gezegd. En hier is een
+briefje," zei het meisje, het Meta overreikend.
+
+"Wat aardig! Van wien zijn zij? Ik wist niet, dat jij een aanbidder
+hadt!" riepen de meisjes en fladderden in de grootste nieuwsgierigheid
+en verbazing om Meta heen.
+
+"Het briefje is van Moeder, en de bloemen zijn van Laurie," zei Meta
+eenvoudig, maar toch zeer gestreeld dat hij haar niet vergeten had.
+
+"Zoo!" zei Annie met een spottenden blik, toen Meta het briefje in
+den zak stak, als een soort van talisman tegen afgunst, ijdelheid
+en valschen trots; want die enkele teedere woorden hadden haar goed
+gedaan, en de prachtige bloemen vroolijkten haar op.
+
+Ze voelde zich bijna weer gelukkig en legde een paar rozen en wat
+groen voor zichzelf op zijde, terwijl ze haastig van de overschietende
+bloemen allerliefste kleine bouquetjes maakte voor het haar, of
+het ceintuur van haar vriendinnen, en ze zoo vriendelijk aanbood,
+dat Clara, de oudere zuster, zei, dat ze het "aardigste kleine
+ding was dat ze ooit gezien had," en allen zeer ingenomen waren
+met die attentie. De vriendelijke daad maakte een einde aan haar
+neerslachtigheid, en toen allen gezamenlijk naar beneden gingen, om
+zich aan mevrouw Moffat te vertoonen, zag ze, toen ze voor den spiegel
+stond en de bloemen in haar golvend haar stak, een gelukkig gezichtje
+met schitterende oogen, terwijl de japon, door de rozen versierd, haar
+nu niet meer zoo eenvoudig toescheen. Ze had dien avond veel plezier,
+want ze danste naar hartelust; allen waren even vriendelijk voor haar,
+en ze kreeg twee complimentjes. Annie verzocht haar wat te zingen,
+en een der gasten maakte de opmerking, dat ze een bijzonder lieve
+stem had; majoor Lincoln vroeg "wie dat frissche, aardige meisje
+met de mooie oogen was!" Alles te zamen genomen had ze dus een recht
+prettigen avond, totdat ze een gedeelte van een gesprek hoorde, dat
+haar geheel van streek maakte. Ze zat juist in de serre te wachten,
+tot haar cavalier een portie ijs bracht, toen ze aan den anderen kant
+van een bloemen- en groenversiering een stem hoorde vragen:
+
+"Hoe oud is ze?"
+
+"Zestien of zeventien denk ik," antwoordde een andere stem.
+
+"Het zou een buitenkansje zijn voor een van die meisjes, zou het
+niet? Sallie zegt, dat zij heel intiem zijn, en de oude heer vreeselijk
+van hen houdt."
+
+"Mevrouw M. heeft haar plannen, wed ik, en zal haar spel wel
+goed spelen, al is het ook nog wat vroeg. Het meisje heeft er
+klaarblijkelijk geen idee van," zei mevrouw Moffat.
+
+"Ze vertelde dat leugentje omtrent haar mama anders, alsof zij er
+wel iets van wist, en kreeg een kleur, toen de bloemen kwamen."
+
+"Arm kind, ze zou er heel aardig uitzien als ze maar naar de mode
+gekleed was. Denkt u, dat ze beleedigd zou zijn, als we aanboden haar
+een japon voor Donderdag te leenen?" vroeg weer een andere stem.
+
+"Ze is trotsch, maar ik geloof niet, dat ze er tegen zou hebben,
+want ze heeft niets dan dat simpele neteldoekje. Misschien krijgt zij
+er van avond wel een scheur in, dat zou een goed voorwendsel zijn om
+haar een andere aan te bieden."
+
+"We zullen zien; ik zal dien Laurence een uitnoodiging zenden om
+haar een beleefdheid aan te doen, en dan kunnen we er later pret
+over maken."
+
+Hier verscheen Meta's partner met het ijs; zij zag er verhit en
+zenuwachtig uit. Haar "trots" kwam haar nu goed te pas, om haar
+verontwaardiging, haar woede en verdriet, over wat ze juist gehoord
+had, te verbergen; want hoe onschuldig en onergdenkend ze ook was,
+dit kon niet beletten, dat ze de praatjes van haar vrienden begreep. Ze
+deed haar best alles van zich af te zetten, maar het baatte niet, want
+gedurig herhaalde ze bij zichzelf: "Mevrouw M. heeft haar plannen,"
+"dat leugentje omtrent haar mama" en "simpel neteldoekje", tot ze
+op het punt was te gaan schreien, en gaarne naar huis gevlogen zou
+zijn, om al haar verdriet te vertellen en om raad te vragen. Daar dit
+onmogelijk was, deed zij haar best vroolijk te schijnen, en dank zij
+haar zenuwachtige opgewondenheid, slaagde ze daar zoo goed in, dat
+niemand vermoeden kon, hoeveel inspanning het haar kostte. Wat was
+ze dankbaar toen alles was afgeloopen en ze rustig in het bed lag,
+waar ze kon denken en zich verbazen en woedend zijn, totdat haar
+hoofd scheen te zullen barsten en haar gloeiende wangen afgekoeld
+werden door een stroom van tranen.
+
+Die dwaze, maar toch goed gemeende woorden, hadden een nieuwe wereld
+voor Meta ontsloten, en den vrede van de oude wereld, waarin ze
+tot nu toe zoo gelukkig als een kind had geleefd, verstoord. Haar
+onschuldige vriendschap met Laurie was bedorven door de dwaze praatjes,
+die ze afgeluisterd had; haar vertrouwen in haar moeder even geschokt
+door de wereldsche plannen, haar toegeschreven door mevrouw Moffat,
+die anderen naar zichzelf beoordeelde; en het verstandig besluit om
+tevreden te zijn met de eenvoudige kleeren, die aan de dochter van arme
+ouders voegden, aan het wankelen gebracht door het onnoodig medelijden
+van eenige meisjes, die meenden dat een niet modieuse japon een der
+grootste levensrampen was. De arme Meta had een onrustigen nacht en
+stond met zware oogen en diep ongelukkig op, half knorrig op haar
+vriendinnen, half beschaamd over zichzelf, dat zij niet ronduit alles
+vertelde en de zaak in orde bracht. Ieder verbeuzelde dien morgen
+en het werd middag, eer de meisjes lust genoeg konden verzamelen om
+zelfs maar een handwerkje op te nemen. Er was iets in de houding
+van haar kennisjes, dat dadelijk Meta's aandacht trok; ze meende,
+dat ze haar met meer onderscheiding behandelden, buitengewoon veel
+belangstelling toonden in alles, wat ze zei, en haar met nieuwsgierige
+blikken aankeken. Dit alles verwonderde en vleide haar, hoewel ze
+het niet begreep, totdat Belle van haar schrijftafel opzag en heel
+sentimenteel zei:
+
+"Daisy, ik heb een uitnoodiging gestuurd voor Donderdagavond aan je
+vriend Laurence. We zouden hem graag eens leeren kennen, en het zou
+voor jou heel aardig zijn, als hij kwam."
+
+Meta bloosde, maar een ondeugende inval om de meisjes te plagen,
+deed haar heel stemmig antwoorden:
+
+"Heel vriendelijk, maar ik vrees, dat hij niet zal komen."
+
+"Waarom niet?" vroeg Belle.
+
+"Hij is te oud."
+
+"Kind, wat bedoel je? Hoe oud is hij dan wel?" riep Clara.
+
+"Bijna zeventig, geloof ik," antwoordde Meta, steken tellende, om
+den opkomenden lach te verbergen.
+
+"Ondeugd! wij bedoelen natuurlijk het jongemensch Laurence," zei
+Belle lachend.
+
+"Die bestaat niet; Laurie is nog maar een jongen," en Meta lachte
+ook om den verbaasden blik, dien de zusters met elkander wisselden,
+toen zij haar onderstelden aanbidder zoo beschreef.
+
+"Zoowat van jouw leeftijd?" vroeg Nan.
+
+"Meer van dien van Jo; _ik_ word al zeventien in Augustus," antwoordde
+Meta, het hoofd achterover werpend.
+
+"Aardig van hem je bloemen te sturen, vind je niet?" vroeg Annie en
+keek alsof ze iets heel gewichtigs zei.
+
+"Ja, hij stuurt ze ons dikwijls, want zij hebben er zoo'n massa,
+en wij houden er zooveel van. Moeder en de oude heer Laurence zijn
+vrienden, dus is het heel natuurlijk, dat wij, kinderen, samen spelen,"
+en Meta hoopte, dat ze er hu over zwijgen zouden.
+
+"Het is duidelijk te merken, dat Daisy nog niet uitgaat," zei Clara
+met een knikje tegen Belle.
+
+"Heusch een idyllische eenvoud," antwoordde juffrouw Belle
+schouderophalend.
+
+"Ik ga uit om een paar kleinigheden voor de meisjes te koopen; kan ik
+ook iets voor jullie meebrengen, jonge dames?" vroeg mevrouw Moffat,
+als een schip met volle zeilen de kamer binnenkomende, sierlijk
+uitgedost in zijde en kant.
+
+"Neen, dank u, mevrouw," antwoordde Sallie; "ik heb mijn nieuwe roze
+zijdje voor Donderdag en heb verder niets noodig.
+
+"Ik ook niet--" begon Meta, maar zweeg, omdat het haar inviel, dat
+zij _wel_ verscheiden dingen noodig had, maar ze niet kon krijgen.
+
+"Wat doe jij aan?" vroeg Sallie.
+
+"Mijn oude witte weer, als ik die ten minste goed kan verstellen;
+ik heb den rok den vorigen keer erg gescheurd," zei Meta, en ze deed
+haar best kalm te spreken, hoewel ze alles behalve op haar gemak was.
+
+"Waarom schrijf je niet naar huis om een andere?" zei Sallie, die
+niet bijzonder slim was uitgevallen.
+
+"Ik heb geen andere." Het kostte Meta moeite dit te zeggen, maar
+Sallie merkte niets en riep in naïve verbazing:
+
+"Niets dan die eene! Wat grappig--" Ze eindigde haar zin niet, want
+Belle schudde het hoofd en viel haar vriendelijk in de rede:
+
+"Volstrekt niet grappig; waarom zou Daisy veel japonnen hebben, als ze
+nog niet uitgaat? Er is niets geen reden om naar huis te schrijven,
+Daisy, zelfs al had j' er een dozijn, want ik heb een keurig blauw
+zijdje, dat ik niet dragen kan, omdat het mij wat nauw is, en jij
+zult het wel willen aandoen om mij te plezieren."
+
+"Het is heel vriendelijk van je, maar ik vind het niets naar om mijn
+witte japon weer aan te trekken, als het jullie hetzelfde is; die is
+goed genoeg voor mij," zei Meta.
+
+"Kom, laat ik nu eens het plezier hebben je netjes aan te kleeden. Ik
+vind het zoo prettig en je zou heusch eene kleine beauté zijn, als
+er hier en daar maar een kleinigheidje werd aangebracht. Ik zal je
+aan niemand laten zien, voordat je kant en klaar bent, en dan komen
+we opeens voor den dag, zooals Asschepoetster en haar petemoei,
+toen zij naar het bal gingen," zei Belle overredend.
+
+Meta kon het zoo vriendelijk gedane aanbod niet weerstaan; de
+begeerte om zelf te zien, of ze "een kleine beauté" zou zijn,
+als ze wat opgekleed was, drong haar toe te geven, en al haar
+vroegere, onaangename gevoelens jegens de Moffats te vergeten. Toen
+de Donderdagavond daar was, sloot Belle zich op met haar kamenier,
+en die twee veranderden Meta in eene elegante jonge dame.
+
+Ze crêpeerden en krulden haar haar, poederden hals en armen, gaven
+haar lippen een mooie roode kleur, door er iets koraalzalf op te
+smeren, en Hortense, de kamenier, zou er graag _un soupçon de rouge"_
+aan toegevoegd hebben, als Meta er zich niet tegen verzet had. Het
+lichtblauwe japonnetje zat zoo strak, dat ze nauwelijks kon ademhalen,
+en was zoo laag uitgesneden, dat de zedige Meta over zichzelf bloosde,
+toen ze in den spiegel keek. Verder haalde Belle een fijn zilver
+kettinkje voor den dag, armbanden, speldjes en al wat er meer noodig
+bleek. Een toef theerozenknoppen en een ruche om den hals van haar
+japon verzoenden Meta met het tentoonstellen van haar welgevormde,
+blanke schouders, en een paar hooggehakte, blauw zijden schoentjes
+vervulden haar laatsten hartewensch. Eindelijk voltooiden een kanten
+zakdoek, een veeren waaier en een bouquet in een zilveren houder haar
+toilet, en Belle bekeek haar met de voldoening, waarmee een klein
+meisje een nieuw aangekleede pop beschouwt.
+
+"Mademoiselle est charmante, très joli, n'est-ce-pas?" riep Hortense,
+met gemaakte verrukking de handen in elkander slaande.
+
+"Kom nu mee om je te vertoonen," zei Belle, en ging haar vooruit
+naar de kamer, waar de anderen zaten te wachten. Toen Meta ritselend
+volgde met haar langen sleep, haar rinkelende armbanden, gefriseerde
+haren en kloppend hart, had zij een gevoel, alsof de "pret" nu pas
+wezenlijk zou beginnen, want de spiegel had haar duidelijk gezegd, dat
+ze een kleine beauté _was_. Haar vrienden herhaalden die streelende
+uitdrukking met warmte, en gedurende verscheidene oogenblikken stond
+Meta, als de kraai in de fabel, te genieten van haar geleende veeren,
+terwijl de anderen als een troep eksters om haar heen kakelden.
+
+"Nan, wil jij haar, terwijl ik mij kleed, eens een lesje geven, hoe ze
+haar sleep moet hanteeren, en oppassen met die Fransche hakken; anders
+kon ze zoo licht haar voet verstuiken. Steek dat zilveren kapelletje
+in de ruche van voren en haal dat krulletje aan den linkerkant van
+haar hoofd nog wat uit, Clara, en laat niemand uwer het bekoorlijke
+werk mijner handen verstoren," eindigde Belle plechtig, terwijl ze
+haastig de kamer uitvloog, zeer voldaan over den goeden uitslag van
+haar pogingen.
+
+"Ik durf haast niet naar beneden, ik voel me zoo stijf en vreemd,
+en net of ik maar half ben aangekleed," zei Meta tegen Sallie, toen
+de bel luidde en mevrouw Moffat een boodschap zond of de jonge dames
+dadelijk wilden komen.
+
+"Je lijkt niets op jezelf, maar je ziet er echt elegant uit. Ik ben
+niets, bij jou vergeleken, want Belle heeft ontzettend veel smaak,
+en jij bent precies een Françaisetje, heusch! Laat je bloemen gerust
+wat hangen, je moet er niet zoo bezorgd over zijn, en pas op, dat je
+niet zwikt," zei Sallie, die haar best deed niet jaloersch te zijn,
+dat Meta mooier was dan zij.
+
+De waarschuwing getrouw ter harte nemende, kwam Meta goed en wel
+beneden en landde in de salon aan, waar de Moffats en enkele vroege
+gasten reeds verzameld waren. Dadelijk ontdekte ze dat er een soort
+van aantrekkingskracht in mooie kleeren steekt, ten minste voor een
+zeker soort van menschen. Verscheiden jonge dames, die den vorigen keer
+volstrekt niet op haar gelet hadden, werden plotseling zeer hartelijk;
+verscheiden jongeheeren, die haar bij de eerste partij alleen maar
+aangestaard hadden, lieten het nu niet bij staren, maar kwamen om aan
+haar voorgesteld te worden en zeiden haar allerlei dwaze, maar toch
+aangename dingen; en verscheiden oude dames, die op hun gemak de rest
+van 't gezelschap zaten te beoordeelen, vroegen met belangstelling,
+wie ze was. Eens hoorde ze mevrouw Moffat antwoorden:
+
+"Meta March--de vader is kolonel in het leger--een van onze eerste
+families, maar ziet u, financieele klappen gehad; intieme vrienden
+van de Laurences; een allerliefst schepseltje, wezenlijk, mijn Ned
+dweept met haar!"
+
+"Zoo!" zei de oude dame, haar lorgnet gebruikende om Meta nog eens
+goed op te nemen, die haar best deed er uit te zien, alsof ze niets
+gehoord had, maar zich ergerde over Mevrouw Moffat's leugentje.
+
+Het "rare gevoel" ging niet over, maar ze verbeeldde zich maar, dat
+ze de rol van "uitgaand meisje" speelde, en dat ging haar nog al goed
+af, hoewel de nauwe japon haar een steek in de zij bezorgde, de sleep
+telkens onder haar voeten kwam, en ze in gestadige vrees was, dat haar
+"sieradiën" afvliegen, en verloren zouden raken. Juist speelde ze met
+haar waaier, lachend over de flauwe aardigheden van een jongmensch,
+dat geestig wilde zijn, toen ze eensklaps beschaamd met lachen ophield,
+want recht tegenover haar stond Laurie. Hij keek haar met ongeveinsde
+verbazing, en, zooals zij meende, afkeurend aan; want hoewel hij boog
+en tegen haar glimlachte, was er toch iets in zijn eerlijke oogen,
+dat haar deed blozen en wenschen, dat ze haar eigen japon aan had. Om
+haar verlegenheid nog grooter te maken, zag ze, dat Belle een wenk
+gaf aan Annie, waarop beiden van haar naar Laurie keken, die er tot
+haar blijdschap echt jongensachtig en verlegen uitzag.
+
+"Malle wezens, om zulke gedachten in mijn hoofd te brengen! Ik ben niet
+van plan er me iets aan te storen, of er eenigszins anders om te zijn,"
+dacht Meta, en ruischte de kamer door om haar vriend een hand te geven.
+
+"Ik ben blij, dat je gekomen bent, want ik was bang, dat je niet
+zoudt kunnen," zei ze zoo damesachtig mogelijk.
+
+"Jo wou graag dat ik ging, om haar te vertellen, hoe je er uitzag,"
+zei Laurie zonder haar aan te zien, daar hij lachen moest om haar
+moederlijken toon.
+
+"En wat zul je haar vertellen?" vroeg Meta, brandend nieuwsgierig
+zijn meening omtrent haar te hooren, en toch voor het eerst niet
+heelemaal met hem op haar gemak.
+
+"Ik zal zeggen, dat ik je niet herkende, want je ziet er zoo deftig
+en ongewoon uit, dat ik haast bang voor je ben," zei hij, en frommelde
+aan het knoopje van zijn handschoen.
+
+"Bespottelijk! de meisjes kleedden mij voor de aardigheid zoo mooi
+aan, en ik vind het wel prettig. Zou Jo niet vreemd opkijken, als
+ze me zag?" vroeg Meta, vast besloten van hem te hooren, of hij haar
+mooier vond dan anders of niet.
+
+"Ja, dat zou ze zeker," antwoordde Laurie ernstig.
+
+"Vind jij niet, dat ik er zoo aardig uitzie?" vroeg Meta.
+
+"Neen," was het openhartig antwoord.
+
+"Waarom niet?" klonk het op bezorgden toon.
+
+Hij zag naar haar gekapt hoofd, bloote schouders en druk gegarneerde
+japon met een uitdrukking, die haar nog meer terneersloeg dan zijn
+antwoord, dat geen greintje van zijn gewone beleefdheid bevatte.
+
+"Ik hou niet van al dat lawaai."
+
+Dat was ál te erg van een jongen, jonger dan zij zelf, en Meta stapte
+weg, na hem op beleedigden toon toegevoegd te hebben:
+
+"Je bent de onhebbelijkste jongen, dien ik ooit gezien heb."
+
+Zeer ontstemd ging ze naar een rustig hoekje bij een open raam om
+haar wangen wat te verkoelen, want de nauwe japon bezorgde haar een
+lastig hoogen blos. Terwijl ze daar stond, ging majoor Lincoln voorbij,
+en hoorde ze hem een oogenblik later tegen zijn moeder zeggen:
+
+"Ze maken een zottin van dat kleine meisje: ik had haar u zoo graag
+eens laten zien, maar ze hebben haar hier totaal bedorven; ze is van
+avond niets dan een pop."
+
+"Och!" zuchtte Meta, "ik wou, dat ik maar verstandig was geweest
+en mijn eigen japon gedragen had; dan zouden andere menschen niet
+'t land aan me hebben gekregen en had ik mezelf niet zoo onplezierig
+en beschaamd gevoeld."
+
+Met haar voorhoofd tegen het koele glas, stond ze half verborgen door
+de gordijnen, zonder er zich om te bekommeren, dat haar geliefkoosde
+wals een aanvang had genomen, toen iemand haar aanraakte. Zich
+omkeerende, zag ze Laurie staan; met een schuldig gezicht en zijn
+allerdiepste buiging zei hij, haar de hand toestekend:
+
+"Vergeef me als'tjeblieft mijn onbeleefdheid en kom met mij dansen."
+
+"Ik ben bang, dat het al te onplezierig voor je zal zijn," zei Meta,
+haar best doende beleedigd te kijken, wat haar echter volkomen
+mislukte.
+
+"Volstrekt niet, ik _sterf_ van verlangen. Kom, ik zal braaf zijn, ik
+vind je japon akelig, maar je bent anders--prachtig;" en hij maakte
+een handbeweging, alsof woorden ontbraken om zijn bewondering lucht
+te geven.
+
+Meta glimlachte, gaf toe en fluisterde, terwijl ze even wachtten om
+in de maat te komen:
+
+"Pas op, dat mijn sleep niet onder je voeten komt, hij is de plaag
+van mijn leven; en ik was een eend, dat ik die japon ooit heb willen
+aandoen."
+
+"Speld het ding om je hals, dan doet het nog nut," zie Laurie, naar de
+kleine, blauwe schoentjes kijkende, die hij klaarblijkelijk goedkeurde.
+
+Weg vlogen ze, licht en bevallig; want daar ze zich thuis dikwijls
+geoefend hadden, kwamen zij goed bij elkander, en het vroolijke
+jonge paar, dat daar zoo opgewekt ronddraaide,--na hun kleinen twist
+vriendschappelijker dan ooit gestemd--maakte op ieder een prettigen
+indruk.
+
+"Laurie, wil je me een plezier doen?" vroeg Meta, toen hij haar moest
+"bewaaien", omdat ze dien avond zoo bizonder gauw buiten adem was,
+hoewel zij het niet wilde erkennen.
+
+"Zeker!" riep Laurie bereidwillig.
+
+"Vertel ze dan als'tjeblieft thuis niets van deze japon. Ze zouden
+er de aardigheid niet van begrijpen, en het zou Moeder hinderen."
+
+"Waarom deed je het dan?" vroegen Laurie's oogen zoo duidelijk,
+dat Meta er haastig bijvoegde:
+
+"Ik zal het zelf wel vertellen en aan Moeder zeggen hoe dwaas ik
+geweest ben. Maar ik doe het liever zelf; dus jij houdt je mond, hè?"
+
+"Ik geef je mijn woord, dat ik zwijgen zal, maar wat moet ik zeggen,
+als ze er mij naar vragen?"
+
+"Zeg maar, dat ik er lief uitzag, en veel plezier had."
+
+"Het eerste wil ik met alle genoegen zeggen, maar wat het andere
+betreft? Je ziet er niet uit, alsof je veel plezier hebt," en Laurie
+zag haar aan met een uitdrukking, die haar fluisterend deed antwoorden:
+
+"Neen, vanavond niet. Vind me nu maar niet afschuwelijk, ik verlangde
+naar wat plezier, maar dit soort valt toch niet mee en ik heb er nu
+al genoeg van."
+
+"Daar komt Ned Moffat, wat moet die?" vroeg Laurie, terwijl hij zijn
+zwarte wenkbrauwen samentrok, alsof hij zijn jongen gastheer geen
+aangename vermeerdering van het gezelschap vond.
+
+"Hij heeft zich voor drie dansen ingeschreven, en ik vermoed, dat hij
+daarom komt; wat vervelend!" zuchtte Meta, met een gemaakt, kwijnend
+lachje, dat Laurie allervermakelijkst vond.
+
+Hij sprak haar niet meer tot na het souper, toen hij haar champagne
+zag drinken met Ned en zijn vriend Fisher, die zich als een "paar
+gekken aanstelden," zooals Laurie bij zichzelf zei, want hij voelde
+een soort van broederlijk recht om over de Marches te waken en voor
+hen op te komen, zoodra ze een verdediger noodig hadden.
+
+"Je zult morgen geduchte hoofdpijn hebben, als je daar veel van
+drinkt. Ik zou het niet doen, Meta, je moeder vindt het niet goed,
+dat weet je wel," fluisterde hij over haar stoel gebogen, toen Ned
+zich omdraaide om haar glas weer te vullen, en Fisher zich bukte om
+haar waaier op te rapen.
+
+"Ik ben van avond "Meta" niet; ik ben "een pop", die allerlei dwaze
+dingen doet. Morgen doe ik al "dat lawaai" af en ben weer wanhopig
+braaf," antwoordde ze met een gemaakt lachje.
+
+"Ik wou dan maar, dat het morgen was," mompelde Laurie, weinig gesticht
+over de verandering, die hij in haar opmerkte.
+
+Meta danste en coquetteerde, babbelde en gichelde, precies als de
+andere meisjes. Na het souper deed ze mee aan een nieuwen dans, hoewel
+ze er niets van kende, liet haar heer bijna vallen over haar lange
+japon en gedroeg zich op een manier, waarover Laurie, die toekeek,
+zich schaamde, zoodat hij zich voornam haar de les eens te lezen. Maar
+hij zag geen kans het zoover te brengen, want Meta hield zich op een
+afstand, tot hij afscheid van haar kwam nemen.
+
+"Denk er aan!" zei ze, met moeite glimlachend, want de zware hoofdpijn
+liet zich reeds voelen.
+
+"Silence à la mort," antwoordde Laurie met een sierlijke buiging.
+
+Dit apartje wekte Annie's nieuwsgierigheid op; maar Meta was te moe
+om napraatjes te houden en ging naar bed, met een gevoel, alsof zij
+op een maskerade was geweest en niet zooveel plezier had gehad, als
+ze zich had voorgesteld. Den volgenden dag was ze ziek en Zaterdags
+ging ze naar huis, door en door vermoeid van de prettige dagen, en
+overtuigd, dat ze lang genoeg "in den schoot der weelde" had geleefd.
+
+"Heerlijk, hier weer eens rustig te zitten en niet den heelen tijd
+zoo opgeschroefd te moeten doen. Het is thuis toch wel _erg_ prettig,
+al is het er lang niet zoo prachtig als bij de Moffats," zei Meta,
+vroolijk rondziende, toen ze Zondagsavonds met haar moeder en Jo
+gezellig zat te praten.
+
+"Ik ben blij, dat ik je dat hoor zeggen, mijn kind, want ik was bang,
+dat het je hier te saai en te eenvoudig zou toeschijnen, na al het
+moois, dat je daar gezien hebt," antwoordde haar moeder, die haar
+oudste dien dag menigmaal bezorgd had aangezien, want moederoogen
+zien dadelijk de minste verandering op het gezicht hunner kinderen.
+
+Meta had haar wederwaardigheden vroolijk verteld, en meer dan eens
+gezegd, dat ze zoo'n heerlijken tijd had gehad, maar het scheen alsof
+haar nog iets op het hart lag, en toen de jongere meisjes naar bed
+waren, zat ze peinzend in 't vuur te staren, zei weinig en zag er
+verdrietig uit. Toen het negen uur sloeg en Jo al voorstelde ook naar
+boven te gaan, stond Meta plotseling van haar stoel op, nam Bets'
+bankje, steunde de ellebogen op haar moeders schoot en begon zoo
+kordaat mogelijk:
+
+"Moeder, ik moet u wat vertellen."
+
+"Dat dacht ik wel. Wat is het, lieveling?"
+
+"Zal ik verdwijnen?" vroeg Jo bescheiden.
+
+"Natuurlijk niet, ik vertelde immers altijd alles? Ik schaamde er
+mij over om het te vertellen, terwijl de kleintjes er nog waren,
+maar ik wou, dat u al de schandelijke dingen wist, die ik bij de
+Moffats gedaan heb."
+
+"Wij luisteren," zei mevrouw March glimlachend, maar toch wel wat
+bezorgd.
+
+"Ik heb u wel verteld, dat ze mij wat opsierden, maar niet, dat ze
+me blanketten en inregen en friseerden, en er mij deden uitzien als
+een modeplaatje. Laurie vond het niet netjes; ik weet, dat hij er
+zoo over dacht, hoewel hij het niet zei, en een van de heeren noemde
+me een "pop." Ik weet, dat het dwaas was, maar ze vleiden mij zoo en
+zeiden, dat ik een kleine beauté was en nog allerlei nonsens meer,
+en zoo liet ik met me spelen."
+
+"Is dat alles?" vroeg Jo, toen mevrouw March zwijgend staarde op het
+verlegen gezicht van haar mooi dochtertje, en niet het hart had haar
+te bestraffen over haar kleine dwaasheden.
+
+"Neen, ik dronk champagne, en was veel te druk en ik flirtte, en,
+en--'k was in één woord onuitstaanbaar," bekende Meta berouwvol.
+
+"Er is nog iets meer, geloof ik," en mevrouw March liefkoosde de
+zachte wang, die plotseling bloosde, toen Meta langzaam zei:
+
+"Ja, het is heel mal, maar ik wou het toch maar vertellen, omdat ik
+het zoo naar vind, dat de menschen zulke dingen over ons en Laurie
+zeggen en denken."
+
+Toen deelde ze de praatjes mee, die ze bij de Moffats gehoord had, en
+onder het verhaal zag Jo, dat haar moeder de lippen op elkaar klemde,
+alsof het haar zeer onaangenaam aandeed, dat zulke gevoelens opgewekt
+waren in Meta's onschuldig gemoed.
+
+"Stel je voor! De grootste onzin, dien ik ooit gehoord heb!" riep Jo
+verontwaardigd. "Waarom kwam je niet dadelijk te voorschijn en bracht
+het hun aan het verstand?"
+
+"Ik kon niet; het was zoo moeilijk voor me. In het begin kon ik niet
+helpen, dat ik het hoorde, en daarna was ik te boos en te beschaamd,
+om er aan te denken, dat ik behoorde heen te gaan."
+
+"Wacht maar, tot _ik_ die Annie Moffat eens zie, dan zal ik je eens
+toonen, hoe je zulke malle praatjes den kop moet indrukken. Verbeeld
+je, wij "plannen" hebben en vriendelijk zijn tegen Laurie, omdat hij
+rijk is, en mettertijd met een van ons zou kunnen trouwen! Wat zal hij
+lachen, als ik hem vertel, wat idiote dingen die malle menschen over
+ons gezegd hebben!" en Jo lachte hartelijk, alsof, bij nader inzien,
+de zaak haar een grap toescheen.
+
+"Als je 't aan Laurie vertelt, vergeef ik 't je nooit! Ze mag het
+niet vertellen, wel Moeder?" zei Meta verschrikt.
+
+"Neen, breng die dwaze praatjes niet verder en vergeet ze zoo gauw
+mogelijk," zei mevrouw March ernstig. "Het was niet verstandig van me
+je bij menschen te laten logeeren, die ik zoo weinig ken; ze zijn zeker
+heel vriendelijk, maar wereldsch, niet fijnbeschaafd en vol onkiesche
+gedachten over jonge menschen. Het spijt me meer dan ik je zeggen kan,
+Meta, want dit bezoek heeft je misschien veel kwaad gedaan."
+
+"Trek er u maar niets van aan; ik zal zorgen, dat het mij geen kwaad
+doet; ik zal al het kwade vergeten, en alleen aan het goede denken,
+want ik heb er ook veel genoten en dank u wel, dat u mij hebt laten
+gaan. Ik zal niet sentimenteel of ontevreden zijn, Moeder; ik weet,
+dat ik dwaas gedaan heb en beter doe thuis te blijven, tot ik op mezelf
+kan passen. Maar het _is_ prettig geprezen en bewonderd te worden,
+en ik kan niet helpen, dat ik het vind," zei Meta, half beschaamd
+over haar bekentenis.
+
+"Dat is heel natuurlijk en onschuldig; als dat "prettig vinden" maar
+geen hartstocht wordt en er je toe brengt dwaze of onvrouwelijke
+dingen te doen. Leer den lof kennen en op prijs stellen, die waard
+is verdiend te worden, en streef naar de bewondering van uitnemende
+menschen, door zoowel natuurlijk en bescheiden als lief te zijn, Meta."
+
+Meta stond een oogenblik in gedachten, terwijl Jo haar, met de
+handen op den rug, belangstellend en verbaasd aankeek; want het was
+iets geheel nieuws Meta te zien blozen en praten over bewondering,
+aanbidders en dergelijke dingen, en Jo had een gevoel, alsof haar
+zuster gedurende die veertien dagen veel ouder was geworden en op het
+punt stond een wereld binnen te gaan, waar zij haar niet kon volgen.
+
+"Moeder, _hebt_ u "plannen", zooals mevrouw Moffat zei," vroeg Meta
+verlegen.
+
+"Ja, mijn kind, een heele boel; alle moeders maken ze; maar de mijne
+verschillen nogal veel van die van mevrouw Moffat, denk ik. Ik zal
+er je een paar van vertellen, want de tijd is gekomen, dat een enkel
+woord dit dwepend hoofdje en hartje op een zeer gewichtig punt tot
+rust kan brengen. Je bent wel jong, Meta, maar niet te jong om mij
+te begrijpen en Moeders zijn het meest geschikt om over zulke dingen
+met hun meisjes te spreken. Ja, jouw tijd zal misschien ook wel eens
+komen, luister dus ook naar mijn "plannen," en help me ze ten uitvoer
+brengen, als ze goed zijn."
+
+Jo kwam op de armleuning van den stoel zitten, met een gezicht
+alsof ze dacht, dat het een zeer gewichtige gebeurtenis gold. Met
+de hand van haar dochters in de hare en de twee jeugdige gezichtjes
+met teederheid beschouwende, zei mevrouw March op haar ernstige,
+maar toch opgeruimde manier:
+
+"Ik hoop, dat mijn dochters mooi, beschaafd en goed zullen worden;
+bewonderd, geliefd en geacht zullen zijn, eene onbezorgde jeugd zullen
+hebben, gelukkig en goed mogen trouwen, en een nuttig, aangenaam
+leven zullen kunnen leiden, door zoo weinig zorg en droefheid gekweld,
+als met Gods raad bestaanbaar is. Bemind en ten huwelijk gevraagd te
+worden door een goed man is het beste en liefelijkste lot, wat voor
+een vrouw weggelegd is, en ik hoop van harte, dat mijn meisjes die
+heerlijke ervaring zullen leeren kennen. Het is heel natuurlijk dat
+je er wel eens over denkt, Meta, volkomen geoorloofd het te hopen,
+en verstandig er je op voor te bereiden, zoodat je, wanneer die
+gelukkige tijd aanbreekt, gereed zult zijn voor de plichten, en
+het geluk waardig. Mijn lieve kinderen, ik stel mijn wenschen voor
+jullie heel hoog, maar begeer niet, dat je vooruit zoudt komen in
+de wereld door een rijk man te trouwen, alleen omdat hij rijk is, of
+een prachtig huis zoudt hebben, dat geen thuis is, omdat de liefde er
+ontbreekt. Geld is iets heel noodigs en begeerlijks in het leven en een
+zegen als het goed gebruikt wordt; maar ik zou niet willen, dat jullie
+het beschouwden, als den eersten of eenigen prijs, die te behalen
+is. Ik zou jullie liever gelukkig getrouwd zien met een arm man,
+dan als koningin op een troon, zonder vrede en achting voor je zelf."
+
+"Arme meisjes hebben geen kans, zegt Belle, als ze zich niet een
+beetje op den voorgrond stellen," zuchtte Meta.
+
+"Dan zullen wij oude vrijsters dienen te blijven," zei Jo opgewekt.
+
+"Goed zoo, Jo; het is beter een gelukkige, oude vrijster te zijn,
+dan een ongelukkige echtgenoot of onvrouwelijk meisje, dat haar best
+doet om een man te vinden," zei mevrouw March.
+
+"Maak je niet ongerust, Meta, armoede schrikt zelden een ernstig man
+af. Sommige der beste en meest geachte vrouwen onder mijn kennissen,
+waren arme meisjes, maar zoo beminnelijk, dat men ze geen gelegenheid
+liet oude vrijsters te worden. Laat die dingen maar over aan den tijd,
+maak dit thuis maar gelukkig, zoodat jullie geschikt zult zijn voor
+een eigen huis als het je aangeboden mocht worden, maar je hier ook
+tevreden gevoelen kunt, als dit niet het geval is. Onthoudt dit eene,
+mijn lieve kinderen, Moeder staat altijd klaar om je vertrouwde,
+Vader om je vriend te zijn; en wij beiden gelooven en hopen, dat onze
+dochters, getrouwd of ongetrouwd, de trots en vreugde van ons leven
+zullen uitmaken."
+
+"Dat zullen we, Moeder, dat zullen we!" riepen beiden uit het diepst
+van hun hart, toen mevrouw March hen goeden nacht kuste.
+
+
+
+
+HOOFDSTUK X.
+
+DE P.C. EN P.P.
+
+
+Toen de lente aanbrak, kwamen er verschillende, nieuwe vermakelijkheden
+aan de orde, en de lengende dagen brachten lange namiddagen voor werk
+en spel van allerlei aard. De tuin moest in orde gebracht worden,
+en ieder der meisjes had een klein lapje om mee te doen wat zij zelf
+wilde. Hanna zei altijd: "Ik zou je dadelijk kunnen vertellen, van
+wie de tuintjes waren, al zag ik ze ook in China," en ze had gelijk,
+want de smaak der meisjes verschilde evenveel als hun karakters. Meta
+had er rozen en heliotropen, een mirthe- en een oranjeboompje in. Dat
+van Jo was nooit tweemaal hetzelfde, want ze probeerde telkens weer
+iets anders; dit jaar was het een kweekerij van zonnebloemen; van die
+vroolijke, hoogop strevende planten had ze het zaad tot voedsel bestemd
+voor "tante Kloek" en haar familie kuikentjes. Bets had ouderwetsche
+bloemen in haar tuin: heerlijke balsemienen en reseda, riddersporen,
+anjelieren, viooltjes, akeleien, muur voor haar vogel, en kattekruid
+voor de poesjes. Amy had een prieeltje in haar tuintje, wel klein
+en vol oorwurmen, maar aardig voor het oog, heelemaal overdekt met
+kamperfoelie en morgenschoon, die hun veelkleurige hoorntjes en klokjes
+in sierlijke guirlandes lieten afhangen; voorts groote witte lelies,
+fijne varens en zooveel schitterende, decoratieve planten als wel de
+goedheid wilden hebben daar te bloeien.
+
+Tuinarbeid, wandelingen, roeitochtjes op de rivier en het verzamelen
+van wilde bloemen namen de mooie dagen in; en voor de regenachtige
+hadden ze vermakelijkheden binnenshuis, sommige oud, sommige
+nieuw,--alle meer of minder oorspronkelijk. Een van deze was de "P.C",
+want daar geheime genootschappen in zwang waren, vonden de meisjes
+het noodig er ook een te hebben; en daar ze alle vier met Dickens
+dweepten, noemden ze zich "de Pickwick" Club. Een jaar lang hadden
+ze dit vrij geregeld volgehouden, en waren ze elken Zaterdagavond
+te zamen gekomen op den grooten zolder, welke vergaderingen met de
+volgende plechtigheden gepaard gingen: Drie stoelen werden op een rij
+achter een tafel gezet; op die tafel stond een lamp, en lagen vier
+witte kaartjes, de clubinsignes met een groote "P.C." er op in vier
+verschillende kleuren, en het weekblad, dat de "Pickwick Portefeuille"
+werd genoemd, en waaraan ieder haar bijdrage moest leveren. Jo, nooit
+gelukkiger, dan wanneer ze pen en inkt hanteerde, was redacteur. Om
+zeven uur trokken de vier leden naar de vergaderzaal, bonden zich de
+insignes om het hoofd, en namen met groote deftigheid plaats. Meta, als
+de oudste, stelde Samuel Pickwick voor; Jo, als de meest literarisch
+ontwikkelde, Augustus Stockwall; Bets, omdat zij een blozend tonnetje
+was, Tracy Tupman; en Amy, die altijd probeerde te doen, wat ze toch
+niet kon, Nathaniël Winkle. Pickwick, de president, las het blad
+voor, dat gevuld was met oorspronkelijke verhalen, dichtstukjes,
+plaatselijk nieuws, grappige advertenties, en wenken, waarmee ze
+elkander op een aardige manier opmerkzaam maakten op hun gebreken en
+tekortkomingen. Bij een dezer gelegenheden zette de heer Pickwick
+zijn bril op zonder glazen, tikte op de tafel, kuchte, en begon te
+lezen, na eerst den heer Stockwall ernstig te hebben aangestaard,
+die achterover in zijn stoel gevallen was van 't lachen, en zoo tot
+de orde moest geroepen worden.
+
+
+
+ "DE PICKWICK PORTEFEUILLE."
+
+ 20 Mei 18--.
+
+
+ RUBRIEK DER GEDICHTEN.
+
+
+ OP EEN VERJAARDAG.
+
+ Welkom, lieve vrienden, welkom,
+ Op dee'z heugelijken dag!
+ Nu de Pickwick Club haar jaarfeest
+ Aan de kim verrijzen zag.
+
+ Allen zijn we tegenwoordig;
+ Allen zijn gezond en blij;
+ Voelen ons volmaakt gelukkig,
+ Van verdriet en zorgen vrij.
+
+ Onzen ijverigen Pickwick
+ Brengen wij den eersten groet;
+ Hem die 't welgevulde weekblad,
+ Voorleest met zoo'n warmt' en gloed.
+
+ Schoon hij zware kou gevat heeft,
+ Schor van keel is, heesch van stem,
+ Wil hij toch het werk niet staken.
+ Maar wie vreest dat ook van _hem_!
+
+ Zesvoet lange Stockwall zit daar
+ Met de gratie van een beer,
+ En zijn schalksche bruine tronie
+ Blikt lieftallig op ons neer.
+
+ Dichtvuur doet zijn oogen stralen,
+ "Moedig voorwaarts!" is zijn leus,
+ Eerzucht zetelt op zijn voorhoofd,
+ En een inktvlek op zijn neus.
+
+ Daarna volgt ons vriendje Tupman,
+ Zoo teerhartig, lief en goed;
+ Die om onze aardigheden
+ Altijd vreeselijk lachen moet.
+
+ Tot besluit de kleine Winkle.
+ 'n Aardig ventje, keurig net,
+ Die, al haat hij 't handen wasschen,
+ Keurig is op zijn toilet.
+
+ 't Jaar vloog om, wij bleven allen,
+ Onder pret en lach' tezaam,
+ Langs het letterkundig voetpad
+ Stromplen naar den berg der Faam.
+
+ Moog ons blad steeds floriseeren!
+ Onze Club, dat is mijn beê,
+ Menig jaarfeest vroolijk vieren!
+ Lang nog leve de "P.C!"
+
+ A. Stockwall
+
+
+
+ HET GEMASKERDE HUWELIJK.
+
+ EEN VERHAAL UIT VENETIË.
+
+
+ De eene gondel na de andere naderde de marmeren trappen en zette
+ haar lieven last af, om de statige, schitterend verlichte zalen van
+ den graaf de Adelon met haar gezelschap te vermeerderen. Ridders
+ en edelvrouwen, elfen en pages, monniken en bloemenmeisjes,
+ allen mengden zich vroolijk in den dans. Lieflijke stemmen en
+ welluidende melodieën vervulden de lucht, en zoo had de maskerade
+ plaats onder vroolijke muziek.
+
+ "Heeft uwe Hoogheid van avond ook Lady Viola gezien?" vroeg een
+ ridderlijk troubadour aan de elfenkoningin, die aan zijn arm de
+ zaal doorwandelde.
+
+ "Ja, is zij niet allerliefst, hoewel zij zoo treurig kijkt! Haar
+ japon is ook zoo goed gekozen, want binnen een week trouwt ze
+ met graaf Antonio, dien zij van ganscher harte haat."
+
+ "Bij mijn ziel, ik benijd hem, daar komt hij aan, gekleed als
+ een bruidegom, het zwarte masker niet medegerekend. Als hij dat
+ heeft afgedaan, kunnen wij zien, hoe hij de schoone maagd aanziet,
+ wier hart hij niet kan winnen, schoon haar strenge vader hem haar
+ hand beloofde," antwoordde de troubadour.
+
+ "Men vertelt dat zij den jongen Engelschen kunstenaar bemint, die
+ haar volgt als haar schaduw, en door haar vader veracht wordt,"
+ zei de dame, terwijl zij zich weer bij de dansers voegde.
+
+ Het feest had zijn toppunt bereikt, toen een priester binnentrad
+ en het jonge paar wenkte hem te volgen naar een met purper fluweel
+ behangen nis, waar hij hen verzocht neder te knielen. Diepe stilte
+ heerschte onmiddellijk in de vroolijke vergadering, en geen ander
+ geluid verbrak de stilte, dan het ruischen der fonteinen of het
+ gesuizel in de oranjeboschjes, die in het maanlicht sliepen,
+ toen graaf de Adelon aldus sprak:
+
+ "Mijne heeren en dames, vergeeft de list, die ik gebruikte om u
+ hier bijeen te vergaderen en getuigen te zijn van het huwelijk
+ mijner dochter.--Vader, wil met den dienst een aanvang maken."
+
+ Aller oogen wendden zich naar het bruidspaar, en een zacht
+ gemurmel van verbazing liep door de menigte, want noch de bruid
+ noch de bruidegom ontdeden zich van het masker. Nieuwsgierigheid en
+ verwondering vervulden aller hart, maar eerbied hield aller tong
+ in bedwang, totdat de heilige band gelegd was. Toen verzamelden
+ de toeschouwers zich om den graaf en verzochten een verklaring.
+
+ "Gaarne zou ik die geven, zoo ik maar kon, maar ik weet alleen,
+ dat het een gril was van mijn bedeesde Viola, en ik gaf toe. Nu,
+ mijne kinderen, laat het spel nu geëindigd zijn. Doet de maskers
+ af, en ontvangt mijn zegen."
+
+ Maar geen van beiden boog de knie, want de jonge bruidegom
+ antwoordde op een toon, die alle toehoorders deed verbleeken, en
+ toen hij het masker liet vallen werd het edel gelaat zichtbaar van
+ Ferdinand Devereux, den kunstenaar-minnaar, terwijl de schoone
+ Viola schitterend van vreugde en aanminnigheid het hoofd liet
+ rusten tegen de borst, waar nu de ster van een Engelschen graaf
+ fonkelde.
+
+ "Milord, gij hebt mij hooghártig gezegd, dat ik om de hand uwer
+ dochter mocht vragen, als ik mij beroemen kon op een even gevierden
+ naam en een even groot inkomen als graaf Antonio. Ik kan meer
+ doen dan dat, want zelfs uw eerzuchtige ziel kan voldaan zijn,
+ nu graaf de Devereux en de Vere zijn ouden naam en weêrgaloozen
+ rijkdom in ruil aanbiedt voor de geliefde hand dezer schoone dame,
+ nu mijn vrouw."
+
+ De graaf stond als versteend, en zich naar de verbaasde menigte
+ keerend, voegde Ferdinand er met een vroolijk triomfeerenden
+ glimlach bij: "U, mijn ridderlijke vrienden, kan ik slechts
+ toewenschen, dat uw begeerten even schitterend vervuld mogen worden
+ als de mijne, en dat gij allen een even schoone bruid moogt winnen,
+ als ik door dit gemaskerd huwelijk."
+
+ S. Pickwick
+
+
+
+ Waarom is de P.C. gelijk aan den toren van Babel?
+
+ Zij is vol onordelijke leden.
+
+
+ GESCHIEDENIS VAN EEN MELOEN.
+
+
+ Op zekeren dag zaaide een hovenier een zaadje in zijn tuin, en
+ na een poosje ontkiemde het en werd een flinke plant en droeg
+ verscheiden meloenen. Op zekeren dag in October, toen ze rijp
+ waren, plukte hij er een af en bracht dien naar de markt. Een
+ kruidenier kocht hem en legde hem in zijn winkel. Dienzelfden
+ morgen ging een klein meisje, met een bruinen hoed, een blauwe
+ jurk en een stompen neus naar den winkel en kocht hem voor haar
+ moeder. Ze bracht hem naar huis, sneed hem open, kookte hem in
+ een grooten pot, en diende een gedeelte er van op met suiker voor
+ het middagmaal; bij het overschietende deed zij een pintje melk,
+ twee eieren, vier lepels suiker, wat nootmuskaat, en een paar
+ beschuiten, deed het in een diepen schotel en bakte het, totdat
+ het lekker bruin was: en den volgenden dag werd het opgegeten
+ door een familie, March geheeten.
+
+ T. Tupman.
+
+
+
+
+ Aan den heer Pickwick.
+
+ Mijnheer,
+
+ Ik heb u iets te schrijven over een overtreding, de zondaar dien
+ ik bedoel is een man, Winkle genaamd die heel lastig is in de
+ vergadering, omdat hij lacht en soms geen stukken wil schrijven
+ in dit bewonderde blad en ik hoop, dat u hem zijn zonde wilt
+ vergeven en hem toe wilt staan een Fransche fabel in te zenden,
+ omdat hij niet uit zijn hoofd kan schrijven en omdat hij zooveel
+ lessen moet leeren en er geen hoofd voor heeft. In 't vervolg zal
+ ik probeeren den tijd bij de horens te vatten en een stukje klaar
+ te maken dat geheel _comme la fo_ zal zijn, ik bedoel heelemaal
+ in orde, ik eindig in haast want het is bijna schooltijd.
+
+ Uw dienaar,
+
+ N. Winkle.
+
+ (Het bovenstaande is een mannelijke en flinke erkenning van vroeger
+ slecht gedrag. Als onze jonge vriend zich eens op de interpunctie
+ wilde toeleggen, zou dat niet kwaad zijn.)
+
+
+
+
+ EEN DROEVIG ONGELUK.
+
+
+ Laatstleden Vrijdag werden we opgeschrikt door een hevigen slag in
+ onze benedenste verdieping, gevolgd door een angstig geschreeuw. We
+ vlogen gezamenlijk naar den kelder en ontdekten onzen geachten
+ president languit op den grond, daar hij gestruikeld en gevallen
+ was, toen hij hout wilde krijgen voor huiselijk gebruik. Een
+ waar tooneel van verwoesting ontrolde zich voor onze ontstelde
+ blikken, want de heer Pickwick was met hoofd en schouders in een
+ tobbe water terecht gekomen, had een vaatje groene zeep over zijn
+ kostbaar lichaam gekregen en zijn kleederen erg gehavend. Toen
+ hij uit zijn gevaarlijke positie verlost was, ontdekte men, dat
+ hem geen leed wedervaren was, behalve eenige lichte kneuzingen;
+ we kunnen er tot onze vreugde bijvoegen, dat hij vrij wel is.
+
+ Red.
+
+
+
+ DOODSBERICHT.
+
+
+ Het is ons een treurige plicht u het plotseling en geheimzinnig
+ verdwijnen mede te deelen van onze geliefde vriendin, mevrouw
+ Witvoet. Deze beminnenswaardige en beminde poes was de lieveling
+ van een grooten kring warme en bewonderende vrienden; haar
+ schoonheid trok aller oogen tot zich, haar bevalligheden en deugden
+ verzekerden haar een plaats in ieders hart, en haar verlies wordt
+ door het geheele gezelschap diep gevoeld.
+
+ Ze is het laatst gezien bij het hek, waar ze de kar van den
+ slagersjongen met hare opmerkzaamheid vereerde, en wij vreezen, dat
+ de een of andere ellendeling, verlokt door haar bekoorlijkheden,
+ haar heeft gestolen. Weken zijn voorbijgegaan, maar geen spoor
+ van haar is ontdekt; wij geven alle hoop op, binden een zwart
+ lint om haar mandje, zetten haar schotel ter zijde en beweenen
+ haar als ééne, die ons voor altijd ontvallen is.
+
+
+
+ Een medegevoelend vriend zendt ons het volgende dicht-kleinood.
+
+
+ KLAAGLIED OP WITVOET
+
+
+ Onze kleine Witvoet
+ Is helaas niet meer.
+ Z's plotseling verdwenen,
+ En ach, wij treuren zeer.
+ 't Grafje van haar kleintje
+ Onder gindschen eik,
+ Gaan wij trouw bezoeken--
+ Maar waar rust _haar_ lijk?
+ Ledig staat het mandje,
+ Roerloos ligt haar bal.
+ Kon ik maar vergeten,
+ Dat ik nooit meer zal
+ Hooren 't zacht miauwen,
+ 't Vriendelijk gespin--
+ Alsof zij wou zeggen,
+ "Toe, laat mij er in."
+ Ach, een ander katje
+ Loert op rat en muis,
+ Maar dat zal nooit worden
+ Speelpop hier in huis.
+ Want helaas! haar kopje
+ Is niet mooi of lief,
+ En zij mist de gratie
+ Van mijn hartelief.
+ En waar vroeger Witvoet
+ O, zoo rap en vlug!
+ Vreemde honden wegjoeg--
+ Blaast met hoogen rug,
+ Achter veil'ge tralies,
+ Nel naar 't vreemd gespuis;
+ Neen, zij zal nooit worden
+ 't Sieraad van ons huis.
+ Z' is wel goed en nuttig,
+ En 't is waar, haar plicht
+ Wordt heel trouw en ijverig,
+ Steeds door haar verricht:
+ Maar zij streelt niet de oogen;
+ Dus--zóó innig teer,
+ Als wij _u_ beminden,
+ Minnen wij nooit weer.
+
+
+ A. S.
+
+
+ ADVERTENTIES.
+
+
+ Mejuffrouw Ophelia Pennelikster, de beroemdste geletterde
+ redenaarster, zal haar uitstekend werkje over "de Vrouw en hare
+ Positie" in de Pickwick Club voorlezen, aanstaanden Zaterdag na
+ afloop der gewone werkzaamheden.
+
+
+ Er zal eene wekelijksche bijeenkomst gehouden worden in de
+ "Keukenzaal," om jonge dames te leeren koken. Hanna Brown zal
+ presideeren; alle leden worden verzocht trouw op te komen.
+
+
+ Naar wij vernemen zal de Stoffervereeniging aanstaanden
+ Woensdag een vergadering houden op de bovenste verdieping der
+ Sociëteit. Alle leden moeten in uniform precies te negen uur,
+ met den stoffer op schouder, verschijnen.
+
+
+ Mejuffrouw Betsy Poppe zal de volgende week haar nieuw magazijn
+ van Poppen-mode-artikelen openen. De laatste Parijsche modes
+ zijn gearriveerd, en alle bestellingen zullen met de grootste
+ zorg worden nagekomen.
+
+
+ Een nieuw stuk zal binnen weinig weken opgevoerd worden in het
+ Schuur-Theater, dat alles belooft te overtreffen, wat tot nog
+ toe op eenig Amerikaansch tooneel gegeven werd.
+
+ "De Grieksche Slavin of Constantijn de Wreker," is de titel van
+ dit roerend drama!!!
+
+
+
+ WENKEN.
+
+ Indien S.P. niet zooveel zeep voor zijn handen gebruikte, zou hij
+ 's morgens niet altijd te laat aan het ontbijt komen. A.S. wordt
+ verzocht niet op straat te fluiten. T.T. vergeet als 't je belieft
+ Amy's servet niet. N.W. moet niet mopperen, omdat hij geen negen
+ opnaaisels in zijn jurk heeft.
+
+
+
+ WEEKBERICHTEN.
+
+
+ Meta --Goed.
+ Jo --Slecht.
+ Betsy --Zeer goed.
+ Amy --Middelmatig.
+
+
+
+Toen de president geëindigd had met het voorlezen van het weekblad (een
+getrouwe copie van een blad dat eens door werkelijk bestaande meisjes
+geschreven werd) volgden er luide toejuichingen van alle kanten,
+en daarna stond de heer Stockwall op om een voorstel in te dienen.
+
+"Mijnheer de president en mijne heeren," begon hij, een houding en
+toon aannemende, waarvoor een parlementslid zich niet zou behoeven te
+schamen. "Ik zou u gaarne de toetreding van een nieuw lid in overweging
+geven; een vriend die dat ten zeerste verdient, er ten hoogste dankbaar
+voor zou zijn, en veel zou bijbrengen zoowel tot verhooging van het
+gehalte onzer Club, als tot de letterkundige waarde van ons blad,
+en die ontegenzeggelijk heel vroolijk en gezellig zou wezen. Ik stel
+den heer Theodoor Laurence voor als eerelid van de P.C.--Toe, vindt
+het maar goed."
+
+De plotselinge verandering in Jo's stem maakte de meisjes aan het
+lachen; maar geen van allen juichte het plan dadelijk toe, of zei
+een enkel woord, toen Stockwall weer ging zitten.
+
+"Wij zullen het in rondvraag brengen," zei de president. "Allen,
+die ten gunste van het voorstel willen stemmen, worden verzocht "ja"
+te zeggen."
+
+Een luide uitroep van Stockwall, tot ieders verbazing, gevolgd door
+een fluisterend "Ja" uit Bets' mond.
+
+"Die er tegen stemmen worden verzocht hun "neen" uit te spreken."
+
+Meta en Amy waren er tegen; en de heer Winkle stond op om met groote
+deftigheid te zeggen: "Wij hebben er liever geen jongens bij; ze
+maken maar gekheid en zijn zoo wild. Dit is een damesgezelschap,
+en we willen onder ons blijven."
+
+"Ik ben bang, dat hij ons weekblad gek vinden en ons achter den
+rug uitlachen zal," zei Pickwick en trok aan het krulletje op zijn
+voorhoofd, zooals hij altijd deed, wanneer hij in het een of ander
+niet tot een besluit kon komen.
+
+Daar vloog Stockwall vol vuur op, roepende:
+
+"Mijnheer, ik geef u mijn eerewoord, dat Laurie niets van dien aard zal
+doen. Hij schrijft graag, en hij zou ons blad veel aardiger maken door
+zijn bijdragen, en begrijp je dan niet, dat wij voor sentimentaliteit
+bewaard blijven, als hij er bij is? Wij kunnen zoo weinig voor hem
+doen, en hij doet zooveel voor ons, en ik vind dat we hem hartelijk
+welkom moeten heeten, als hij komt.
+
+Deze slimme zinspeling op bewezen weldaden, deed Tupman vastbesloten
+opspringen.
+
+"Ja, we moeten het doen, zelfs al _zijn_ we wat bang. _Ik_ zeg,
+dat hij komen mag en zijn Grootpapa ook als die wil."
+
+De flinke uiting van Bets bracht de andere clubleden in stomme
+verbazing en Jo verliet haar plaats om haar goedkeurend de hand
+te drukken.
+
+"Nu dan, laat ons opnieuw stemmen. Ieder herinnere zich dat het onzen
+Laurie geldt, en zegge "ja"!" riep Stockwall opgewonden maar plechtig.
+
+"Ja! Ja!" riepen drie stemmen tegelijk.
+
+"Goed! dank je wel! En daar nu niets beter is dan "den tijd bij de
+horens te vatten," zooals Winkle zeer juist heeft opgemerkt, neem ik
+de vrijheid u het nieuwe lid voor te stellen;" en tot ontsteltenis
+der overige leden rukte Jo de deur open van een klein kamertje,
+waar Laurie op een voddenkist zat, met een vuurrood gezicht van het
+ingehouden lachen.
+
+"Schurk! Verrader! Jo, hoe kon je dát doen?" riepen de drie meisjes,
+toen Stockwall haar vriend zegevierend naar voren bracht, hem een
+stoel en een insigne gaf, en onmiddellijk installeerde.
+
+"De onbeschaamdheid van die twee is waarlijk verbazingwekkend,"
+begon de heer Pickwick en trachtte zijn gelaat in een zeer ernstige
+plooi te zetten, hetgeen echter niet gelukte, daar zich slechts een
+beminlijken glimlach vertoonde. Maar het nieuwe lid bleek tegen den
+storm opgewassen; hij stond op, maakte een sierlijke buiging en begon
+op de innemendste wijze: "Mijnheer de president en dames--ik vraag
+excuus, _heeren_--vergunt mij mezelf aan u voor te stellen als Sam
+Weller, de zeer nederige dienaar der club."
+
+"Goed zoo, goed zoo!" riep Jo en stampte met den steel van de oude
+beddepan, waarop zij steunde.
+
+"Mijn trouwe vriend en edele beschermheer," vervolgde Laurie met een
+bevallig manuaal, "die mij op zoo vleiende wijze heeft voorgesteld,
+verdient geen berisping over de laaghartige krijgslist van dezen
+avond. Ik maakte het plan en hij gaf eerst na lang plagen toe."
+
+"Kom, Laurie, neem nu niet de heele schuld voor jouw rekening; je
+weet dat ik het kamertje verzonnen heb," viel Stockwall, die groote
+pret had, hem in de rede.
+
+"Luister niet, naar wat zij zegt. Ik ben de ellendeling, die het
+gedaan heeft, mijnheer," zei het nieuwe lid met een Wellerachtig knikje
+tegen den heer Pickwick. "Maar ik zal het op mijn eer nooit weer doen,
+en mij voortaan wijden aan de belangen van deze onsterfelijke club."
+
+"Hoor! hoor!" riep Jo en sloeg het deksel op den beddewarmer open en
+dicht, bij wijze van bekkens.
+
+"Ga voort, ga voort!" voegden Winkle en Tupman er bij, terwijl de
+president welwillend boog.
+
+"Ik wilde alleen nog maar zeggen, dat ik, als een gering blijk van
+mijn dankbaarheid voor de eer mij aangedaan, en als middel om het
+vriendschappelijk verkeer tusschen naburige volken te bevorderen,
+een postkantoor heb opgericht in de heg aan de achterzijde van den
+tuin; een fraai, ruim gebouw, met sloten op de deur en alle mogelijke
+gemakken. Het is het oude konijnenhok; maar ik heb de deur dicht en
+het dak opengemaakt, zoodat het alle soorten van dingen kan bevatten
+en ons veel kostbaren tijd zal besparen. Brieven, manuscripten,
+boeken en pakjes kunnen er in; en daar ieder volk een sleutel heeft,
+zal het bizonder practisch zijn, denk ik. Staat mij toe u den sleutel
+der club aan te bieden, en met hartelijken dank voor de bewezen gunst
+mijn plaats weder in te nemen."
+
+Een luid gejuich volgde, toen de heer Weller een kleinen sleutel op
+tafel neerlegde en weer ging zitten; de beddepan klapte en zwaaide
+geweldig, en het duurde een heelen tijd, eer de orde kon hersteld
+worden. Lange beraadslagingen volgden en allen spraken verwonderlijk
+goed, want allen deden hun best; het was dus een buitengewoon levendige
+vergadering, die eerst laat gesloten werd en eindigde met drie luide
+hoera's voor het nieuwe lid.
+
+Niemand had ooit berouw over de toelating van Weller; want een
+getrouwer, fatsoenlijker, en vroolijker lid kon in geen club gevonden
+worden. Hij bracht bepaald leven in de vergaderingen, en "pit" in
+het weekblad; zijn redevoeringen deden zijn toehoorders uitbarsten
+in lachen, en zijn bijdragen waren uitstekend, afwisselend,
+vaderlandslievend, klassiek, grappig, of treurig, maar nooit
+sentimenteel. Jo vond ze een Bacon, Milton of Shakespeare waardig en
+verbeterde er haar eigen opstellen met goed gevolg naar.
+
+Het P.K. was een prachtinstelling en bloeide buitengewoon; want er
+werden bijna evenveel wonderlijke dingen door verzonden als door een
+werkelijk postkantoor. Treurspelen en dasjes, gedichten en ingemaakt
+zuur, bloemzaad en lange brieven, muziek en boeken, gomelastiek,
+uitnoodigingen, berispingen en katjes. De oude heer had er plezier
+in, zond aardige pakjes, geheimzinnige boodschappen en grappige
+telegrammen, en zijn tuinman, getroffen door Hanna's bekoorlijkheden,
+zond haar eenmaal een minnebrief onder Jo's adres. Wat lachten de
+meisjes toen het geheim uitkwam, niet droomende, dat het kleine
+postkantoor in vervolg van tijd nog menigen dergelijken brief zou
+bevatten.
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XI.
+
+PROEFNEMINGEN.
+
+
+"1 Juni. Nu gaan de Kings morgen naar zee, en ik ben vrij! Drie
+maanden vacantie! Wat zál ik genieten!" riep Meta op zekeren warmen
+dag thuiskomend, waar ze Jo, totaal uitgeput, op de sofa vond liggen,
+terwijl Bets haar de stoffige laarzen uittrok en Amy limonade maakte,
+tot opfrissching van het heele gezelschap.
+
+"Tante March is vandaag afgereisd, waar ik zielsdankbaar voor ben!" zei
+Jo. "Ik was zoo bang, dat ze me vragen zou met haar mee te gaan. Als
+ze het gedaan had, zou ik niet hebben kunnen weigeren, maar Plumfield
+is, zooals je weet, al even vroolijk als een kerkhof, en ik blijf
+liever hier. 't Was me wat, hoor, eer we de oude dame klaar hadden,
+en de schrik sloeg me om het hart, telkens als ze iets tegen me zei;
+want in mijn verlangen om weg te komen, werd ik zoo buitengewoon
+behulpzaam en lief, dat ik nog bang was, dat ze onmogelijk van me zou
+kunnen scheiden. Ik beefde, tot ze goed en wel in het rijtuig zat, en
+kreeg nog tot besluit een geweldigen schrik, want toen zij wegreed,
+stak ze haar hoofd uit het raampje, en riep: "Jose--phine, zou je
+niet--". Ik hoorde niets meer, maar keerde me lafhartig om en ging
+aan den haal. Toen ik den hoek om was gehold, voelde ik me pas veilig."
+
+"Arme, arme Jo! ze kwam binnenvliegen, alsof ze door beren werd
+nagezeten," zei Bets, en wreef Jo's voeten op moederlijke wijze.
+
+"Tante March is een echte Samfier," zei Amy en proefde haar mengsel
+met een critisch gezicht.
+
+"Ze bedoelt _Vampier_; maar dat komt er zoo nauw niet op aan; het is
+te warm om op zijn woorden te letten," zuchtte Jo.
+
+"Wat zijn jullie van plan in de vacantie te doen?" vroeg Amy, behendig
+van onderwerp veranderend.
+
+Ik blijf 's morgens lang in bed liggen en doe niets," antwoordde Meta
+van uit haar gemakkelijken stoel. "Ik ben er den heelen winter vroeg
+uitgejaagd, om dag in dag uit voor andere menschen te werken; nu ben
+ik van plan rust te nemen en eens naar hartelust plezier te maken."
+
+"Neen", zei Jo, "dat luieren zou mij niet bevallen. Ik heb een massa
+boeken opgedaan, en ik ga mijn heerlijke uren gebruiken met lezen op
+mijn plaatsje in den ouden appelboom, als ik niet aan het h--".
+
+"Zeg niet herrie maken!" smeekte Amy, in weerwraak over de
+"sampier"-terechtwijzing.
+
+"Dan zal ik zeggen aan het "hollen" ben met Laurie; dat is een heel
+gepast woord, daar hij toch soms zoo'n woesteling is."
+
+"Dan moesten wij nu eens voor een poos ook geen werk doen, maar
+den heelen dag spelen en rusten, net als de anderen van plan zijn,"
+zei Amy.
+
+"Dat is goed, als moeder er niets tegen heeft. Ik zou graag wat nieuwe
+stukjes leeren, en mijn kinderen moeten voor den zomer in orde gebracht
+worden; ze zijn er treurig aan toe en hebben groot gebrek aan kleeren."
+
+"Vindt u het goed, Moeder?" vroeg Meta en wendde zich tot mevrouw
+March, die in "moedershoekje" zat te naaien.
+
+"Je kunt het eens voor een week probeeren en zien, hoe het jullie
+bevalt. Maar ik denk, dat je Zaterdagavond zult moeten erkennen, dat
+altijd spelen en niets uitvoeren al even erg is, als altijd werken
+en nooit spelen."
+
+"O hemel, neen! het zal heerlijk zijn, daar ben ik zeker van," zei
+Meta welbehaaglijk.
+
+"Ik stel een toast voor, zooals mijn "vriendin en collega Sairy Gamp"
+[4] zegt: "Den heelen dag pret en niets geen gezwoeg!" riep Jo
+opstaande, met het glas in de hand toen de limonade gepresenteerd was.
+
+Allen klonken met een vroolijk hart en begonnen met de proefneming,
+door het overige van den dag te luieren. Meta verscheen den volgenden
+morgen eerst om tien uur; haar eenzaam ontbijt smaakte haar niet,
+en de kamer scheen ongezellig en rommelig, want Jo had de vazen niet
+gevuld, Bets had geen stof afgenomen, en Amy's boeken lagen overal
+verspreid. Niets was netjes en uitlokkend dan "moedershoekje", dat
+er als naar gewoonte uitzag; en daar ging ze zitten rusten en lezen,
+hetgeen echter niet veel anders was dan geeuwen en zich voorstellen
+welke mooie zomerjaponnetjes ze voor haar salaris koopen zou. Jo bracht
+den morgen door op de rivier met Laurie, en den namiddag met lezen en
+schreien over _"De Wijde Wijde Wereld"_ boven in den appelboom. Bets
+begon alles uit de groote kast overhoop te halen, waar haar kinderen
+verblijf hielden, maar daar ze moe werd, eer ze halfweg was; liet
+ze den heelen rommel overhoop liggen en begon piano te spelen, blij
+dat ze niets behoefde om te wasschen. Amy bracht haar prieel in orde,
+deed haar beste witte jurk aan, maakte haar krullen netjes op en ging
+zitten teekenen onder de kamperfoelie, hopende, dat de een of ander
+haar zou opmerken en vragen, wie dat jonge kunstenaresje toch was.
+
+Daar niemand verscheen behalve een nieuwsgierige hooiwagen, die haar
+werk met veel belangstelling onderzocht, ging ze wandelen, werd door
+een regenbui overvallen, en kwam druipnat thuis.
+
+Aan de thee deelde ieder haar lotgevallen mee, en allen kwamen overeen,
+dat het een heerlijke, maar buitengewoon lange dag was geweest. Meta,
+die 's middags haar inkoopen was gaan doen en een "beelderig blauw
+neteldoekje" had gekocht, merkte, nadat ze de banen had afgeknipt,
+dat het niet gewasschen kon worden, welk ongeluk haar niet weinig uit
+haar humeur bracht; Jo had onder het roeien in de felle zon haar neus
+gevoelig gebrand en zware hoofdpijn opgedaan door te lang lezen. Bets
+werd gekweld door de wanorde van haar kast, en de onmogelijkheid
+om drie of vier stukjes tegelijk te leeren, en Amy betreurde diep
+de schade aan haar jurk, want den volgenden dag gaf Katy Brown een
+partijtje, en nu had zij, net als Flora Mc. Flimsy, "niets om aan te
+doen." Maar dat waren slechts kleinigheden, en ze verzekerden hun
+moeder, dat de proef uitstekend gelukte. Mevrouw March glimlachte,
+zei niets en deed met Hanna alles, wat de meisjes verzuimd hadden te
+doen, maakte "thuis" gezellig, en hield de huishoudelijke machine
+zachtjes aan den gang. Wonderlijk, hoe 'n vreemde en onaangename
+staat van zaken te voorschijn geroepen werd door dat leventje
+van "rust en genot." De dagen vielen steeds langer, het weer was
+buitengewoon veranderlijk en de humeuren dito. Een onrustig gevoel
+maakte zich meester van allen, en de duivel vond voor de ledige handen
+bezigheid in overvloed. Als toppunt van weelde en gemak, gaf Meta
+een gedeelte van het naaiwerk buitenshuis, maar vond den tijd toen
+zoo drukkend lang, dat ze haar kleeren ging veranderen en bederven,
+in haar pogen om ze te moderniseeren à la Moffat. Jo las, tot haar
+oogen haar begaven en ze genoeg had van boeken, werd zoo kribbig,
+dat zelfs de goedhartige Laurie met haar aan het kibbelen raakte en
+zoo droefgeestig, dat ze hartelijk wenschte, maar mee te zijn gegaan
+met tante March. Bets maakte het nogal goed, want ze vergat gedurig,
+dat ze _altijd kon spelen en niet hoefde te werken_, en verviel
+nu en dan weer in haar oude gewoonten, maar er scheen iets in de
+lucht, dat zelfs haar besmette, en meer dan eens werd haar rustig
+gemoed bewogen; zoo erg zelfs, dat ze bij een zekere gelegenheid de
+arme, lieve Johanna door elkaar schudde en haar uitmaakte voor "een
+vogelverschrikker". Amy kwam er het slechtst af, want zij had weinig
+om zich mee bezig te houden; en toen haar zusters haar aan haar lot
+overlieten en ze zich zelf moest amuseeren, vond ze haar begaafd,
+belangwekkend persoontje een grooten last. Van poppen hield ze niet;
+sprookjes vond ze kinderachtig en je kon niet altijd teekenen. Visites
+beteekenden niet veel, evenmin als picnics, tenzij ze heel plezierig
+waren ingericht. Als je een mooi huis had vol met aardige meisjes,
+of als je kon gaan reizen, zou de zomer heerlijk zijn; maar thuis te
+blijven met drie egoïstische zusters en een grooten jongen, was genoeg
+om "Job zijn geduld te doen verliezen," klaagde de kleine deftigheid,
+nadat ze zich verscheiden dagen verveeld had.
+
+Geen van allen wilde toegeven, dat ze genoeg hadden van de proefneming,
+maar Vrijdagavond erkende ieder voor zichzelf, blij te zijn, dat de
+week bijna om was. In de hoop hun het lesje dieper in te prenten,
+besloot mevrouw March, die veel van een grap hield, een waardig slot
+te maken aan de zaak. Ze gaf Hanna een dag vrijaf om de meisjes eens
+ten volle de gevolgen van zoo'n speelsysteem te doen gevoelen.
+
+Toen zij Zaterdagmorgen beneden kwamen, was er geen vuur aan in de
+keuken, geen ontbijt in de eetkamer, en Moeder nergens te zien.
+
+"Lieve hemel! wat is er gebeurd?" riep Jo, verbaasd rondziende.
+
+Meta liep naar boven en kwam al gauw weer terug, gerustgesteld,
+maar toch verwonderd en een beetje beschaamd.
+
+"Moeder is niet ziek, alleen erg moe, en ze zegt, dat ze den heelen
+dag rustig op haar kamer blijft en ons alles maar eens zal laten
+doen, zoo goed en zoo kwaad het gaat. Wel iets vreemds voor haar, ze
+is heel anders dan gewoonlijk, maar ze zegt, dat het een moeilijke
+week voor haar geweest is, en we dus niet verdrietig moeten zijn,
+maar ons zelf redden."
+
+"Dat is gemakkelijk genoeg, ik vind het wel aardig; ik snak er naar om
+eens iets te doen te hebben; dat is te zeggen, een nieuw pleziertje,"
+voegde Jo er haastig bij.
+
+En werkelijk, het _was_ een ware verlichting voor allen, dat ze iets te
+doen hadden, en ze begonnen vol goeden wil, maar ondervonden weldra de
+waarheid van Hanna's gezegde: "Huishouden doen is geen gekheid." Er
+was overvloed van eten in provisiekast en kelder, en terwijl Bets
+en Amy de tafel dekten, maakten Meta en Jo het ontbijt in orde,
+zich verwonderende, dat dienstboden ooit over zwaar werk klaagden.
+
+"Ik zal maar wat aan Moeder brengen; ze zei anders, dat wij maar niet
+aan haar moesten denken, want dat ze wel voor zichzelf zou zorgen," zei
+Meta, die presideerde en zich heel gewichtig voelde achter den trekpot.
+
+Er werd dus een blaadje in orde gemaakt, voordat de meisjes begonnen te
+eten, en naar boven gebracht, met de complimenten van de keukenmeid. De
+gekookte thee was heel bitter, de omelet verbrand en de geroosterde
+boterham smaakte naar den rook; maar mevrouw March nam haar ontbijt
+in dank aan, en lachte er hartelijk om, toen Jo weer naar beneden
+was gegaan.
+
+"Arme stumperds; ik ben bang dat ze 't vandaag heel moeilijk zullen
+hebben; maar ze zullen er niet van bederven en het zal hun eene goede
+les wezen," zei mevrouw March, terwijl ze de meer eetbare dingen
+te voorschijn haalde, waarvan zij zich voorzien had, en het slechte
+ontbijt opruimde, om het gevoel der meisjes niet te kwetsen;--eene
+kleine, moederlijke list, waar ze haar dankbaar voor waren.
+
+Menige klacht werd beneden gehoord, en groot was het verdriet der
+keukenprinses, dat alles zoo slecht was uitgevallen. "Wees maar stil,
+ik zal voor het middageten zorgen en de meid zijn; jij bent mevrouw,
+houd je handen schoon, ontvang bezoek en geef bevelen," zei Jo,
+die nog minder dan Meta ingewijd was in de geheimen der kookkunst.
+
+Dit vriendelijk aanbod werd met vreugde aangenomen, en Meta ging naar
+de zitkamer, die ze haastig in orde bracht, door allen rommel onder de
+canapé te schuiven en de jalouzieën te sluiten, hetgeen de moeite van
+'t stof afnemen uithaalde.
+
+Jo deed, met vast vertrouwen op eigen krachten en den vurigen wensch
+weer vrede te sluiten, een briefje in de bus voor Laurie, met een
+uitnoodiging om te komen eten.
+
+"Je zou beter doen met eerst te zien, wat voor eten je hebt, voordat
+je aan inviteeren denkt," zei Meta, toen zij de gastvrije, maar wel
+wat ondoordachte daad vernam.
+
+"O, er is biefstuk, en overvloed van aardappelen, en ik zal wat
+asperges en een kreeft zien te krijgen "voor een aardigheidje er bij,"
+zooals Hanna zegt. We zullen kropsla koopen en kreeftensla maken; ik
+weet wel niet hoe, maar dat staat wel in het boek. En dan blanc-manger
+en aardbeien voor dessert en koffie toe, als je 't graag heel mooi
+wilt hebben."
+
+"Probeer niet te veel, Jo, want je kunt niets eetbaars maken als
+kruidkoekjes en stroopwafeltjes. Ik trek mijn handen af van de partij,
+en nu jij op eigen gezag Laurie gevraagd hebt, moet jij ook maar voor
+hem zorgen."
+
+"Je hoeft niets anders te doen dan aardig tegen hem te zijn, en mij
+aan de pudding te helpen. Je zult mij toch wel raad willen geven,
+als ik niet verder kan?" vroeg Jo eenigszins gegriefd.
+
+"Ja, maar ik weet niet veel, behalve over brood en een paar
+kleinigheden. Je deed beter Moeder te vragen of zij het goed vindt,
+voor je iets bestelt," antwoordde Meta voorzichtig.
+
+"Natuurlijk zal ik dat; ik ben ook niet dom," en Jo ging knorrig heen,
+omdat er aan haar kundigheden getwijfeld werd.
+
+"Neem wat je wilt, en val mij niet lastig; ik moet van middag uit
+eten en heb geen tijd, om mij met de dingen te bemoeien," zei mevrouw
+March, toen Jo het haar vroeg. "Ik heb nooit veel van huishoudelijk
+werk gehouden, en neem vandaag eens een vacantiedag. 'k Ben van plan
+eens heerlijk te lezen, wat te schrijven, een paar visites te maken,
+en er eens een plezierigen dag van te nemen."
+
+Het ongewoon schouwspel, dat haar bedrijvige moeder in een
+gemakkelijken stoel 's morgens vroeg zat te lezen, gaf Jo een gevoel,
+alsof er een of ander zeldzaam natuurverschijnsel had plaats gehad,
+want een zon-eclips, een aardbeving of een vulkanische uitbarsting
+zou haar niet meer hebben kunnen verbazen.
+
+"Alles is van streek," zei ze bij zichzelf, toen ze weer naar beneden
+ging, "Bets zit te schreien--een zeker teeken, dat er iets niet in
+den haak is. Als Amy lastig wordt, schud ik haar door elkander."
+
+Zelf mooi uit haar humeur, stormde Jo al naar de zitkamer, en vond
+Bets schreiend over Pietje, de kanarie, die dood in zijn kooi lag, met
+zijn klauwtjes uitgestrekt, alsof hij roerend smeekte om het voedsel,
+dat hem onthouden was en waardoor hij van gebrek had moeten omkomen.
+
+"Het is allemaal mijn eigen schuld--ik heb hem heelemaal vergeten en
+er is geen zaadje of droppeltje water meer in de bakjes--o Piet! o
+Piet! hoe kon ik zoo wreed zijn?" riep Bets snikkend, nam het arme
+diertje in de hand en zocht het weer in 't leven terug te roepen.
+
+Jo keek in zijn halfgesloten oogjes, voelde aan zijn hartje en toen
+ze merkte dat hij stijf en koud was, schudde zij het hoofd, en bood
+het doosje van haar dominospel aan, om tot kist te dienen.
+
+"Leg hem eens in den oven, misschien zal hij dan warm en weer levend
+worden," zei Amy hoopvol.
+
+"Hij is van honger gestorven, en hij zal niet gebakken worden,
+nu hij dood is. Ik zal hem een lijkkleedje maken en hem begraven,
+en ik wil nooit een ander vogeltje hebben; neen, lieve Piet, nooit
+weer! want ik ben er _veel_ te slecht voor," fluisterde Bets, haar
+lieveling tegen zich aandrukkend.
+
+"De teraardebestelling zal van middag plaats hebben, en we zullen
+allen achter het lijk gaan. Huil maar niet, Bets, het is jammer, maar
+niets gaat goed deze week, en Piet is er het slechtst afgekomen. Maak
+het rouwkleed maar en leg hem in mijn kistje; en na het diner zullen
+wij een begrafenisje hebben," zei Jo, met een gevoel, alsof zij heel
+wat op zich genomen had.
+
+Het verder aan de anderen overlatende om Bets te troosten, ging Jo
+naar de keuken, die in een staat van treurige verwarring bleek. Ze
+deed een grooten boezelaar voor, en toog aan het werk, zette alle
+borden en schotels vast klaar, en merkte toen, dat het vuur uit was.
+
+"Een heerlijk vooruitzicht!" mopperde Jo, rukte het deurtje van het
+fornuis open, en begon zoo hard zij kon te poken. Toen ze het vuur wat
+opgerakeld had, dacht ze, dat het niet kwaad zou zijn, als ze naar de
+markt ging, terwijl het water heet werd. De wandeling verkwikte haar,
+en blij, dat ze zulke goede inkoopen gedaan had, keerde zij huiswaarts
+met een piepjonge kreeft, stokoude asperges en twee potjes niet al te
+rijpe aardbeien. Tegen dat ze alles in orde had gebracht, kwamen de
+artikelen voor het middagmaal, en was het fornuis gloeiend heet. Hanna
+had gezegd, dat het brood dien dag gebakken moest worden; Meta had
+het 's morgens vroeg gekneed en te rijzen gezet, maar er verder niet
+meer om gedacht. Ze zat juist heel genoeglijk met Sallie Gardiner
+te keuvelen, toen de deur openvloog en een verhit, verontwaardigd en
+bestoven gezicht om de deur kwam en uitdagend vroeg:
+
+"Zeg, is het brood nog niet genoeg gerezen, als de pan overloopt?"
+
+Sallie begon te lachen, maar Meta knikte en trok haar wenkbrauwen zoo
+hoog mogelijk op, waarna de verschijning verdween, om het ongelukkige
+brood zonder verder uitstel in den oven te zetten. Mevrouw March
+ging uit, na hier en daar eens rondgekeken te hebben hoe de zaken
+stonden, en na een woordje van troost tot Bets, die het lijkkleed zat
+te naaien, terwijl de geliefde doode in het dominospeldoosje lag. Een
+vreemd gevoel van hulpeloosheid maakte zich van de meisjes meester,
+toen de grijze hoed om den hoek der straat verdween, en wanhoop
+beving hen, toen een paar minuten later juffrouw Crocker verscheen en
+aankondigde, dat ze graag bleef eten. Juffrouw Crocker was een mager,
+taankleurig mensen, met een scherpen neus en onderzoekende oogen,
+die alles opmerkte en alles buitenaf bepraatte. De meisjes hielden
+niet van haar, maar hadden geleerd vriendelijk tegen haar te zijn,
+omdat zij arm en oud was en weinig vrienden had. Meta gaf haar dus
+den gemakkelijken stoel en deed haar best om haar aangenaam bezig te
+houden, terwijl de bezoekster naar alles vroeg, alles critiseerde,
+en allerlei dingen vertelde van menschen, die zij kende. Geen pen
+kan beschrijven hoeveel angst Jo dien morgen uitstond, hoeveel
+ondervinding ze opdeed, en hoe ze zich moest inspannen, terwijl het
+maal, dat ze opdischte, haar later altijd werd nagehouden. Daar zij
+geen verderen raad durfde vragen, tobde ze alleen voort en kwam tot
+de overtuiging, dat er om keukenmeid te zijn, meer noodig is dan lust
+en goeden wil. Ze kookte de asperges een uur lang op een heet vuur,
+en zag tot haar schrik, dat de kopjes er afkookten en de steelen
+hard en taai werden. Het brood verbrandde, want het klaarmaken der
+kreeftensla nam zoo haar aandacht in beslag, dat ze al het andere aan
+haar lot overliet tot ze zag, dat zij het gerecht toch niet eetbaar kon
+maken. De kreeft was een vuurrood mysterie voor de arme, geagiteerde
+Jo, maar zij hamerde en prikte er net zoolang op, tot de schaal
+losliet, en begroef toen den mageren inhoud onder de slablaadjes. De
+aardappelen moesten haastig gekookt worden, om de asperges niet te
+laten wachten, en bleken ten slotte toch niet gaar. De blanc-manger
+zat vol klontjes, en de aardbeien waren niet zoo rijp als ze eerst
+wel schenen, daar de mooiste zorgvuldig bovenop waren gelegd.
+
+"Dan moeten ze in vrede maar biefstuk met brood en boter eten, als ze
+honger hebben, maar het is wel sneu, dat ik den heelen morgen bezig
+ben geweest voor niets," dacht Jo, toen ze de etensbel een half uur
+later dan gewoonlijk luidde, en verhit, vermoeid en ontstemd het
+maal overzag, dat ze Laurie moest opdisschen, die alles zoo mooi en
+goed gewend was, en aan juffrouw Crocker, wier nieuwsgierige oogen
+alle gebreken zouden opmerken en wier babbeltong alles heinde en ver
+zou verspreiden.
+
+De arme Jo zou graag onder de tafel gekropen zijn, toen het eene
+gerecht voor, het andere na, geproefd en op zij geschoven werd;
+terwijl Amy giegelde, Meta verslagen keek, juffrouw Crocker
+veelbeteekenend haar lippen op elkaar klemde, en Laurie uit alle
+macht praatte en lachte, om het feestmaal op te vroolijken. Jo had
+al haar hoop gevestigd op de vruchten, want zij had ze goed gesuikerd
+en een kannetje heerlijken room besteld om er bij te gebruiken. Haar
+gloeiende wangen koelden wat af, en ze haalde diep adem, toen de mooie
+kristallen schoteltjes rondgingen, en ieder verheugd keek naar de
+kleine rose eilandjes, drijvend in een zee van room. Juffrouw Crocker
+proefde het eerst, trok een afschuwelijk gezicht, en dronk gauw wat
+water. Jo, die bedankt had, uit vrees dat er niet genoeg zou wezen,
+keek naar Laurie, maar hij at met mannenmoed door, hoewel hij zijn
+lippen met moeite in bedwang hield om niet uit te barsten in lachen,
+en hij strak op zijn bord staarde. Amy, verzot op lekkernijen, nam een
+flinken hap, stikte er bijna in, verborg haar gezicht in haar servet,
+en vloog de kamer uit.
+
+"O, wat mankeert er aan?" vroeg Jo bevend.
+
+"Zout in plaats van suiker, en de room is zuur," antwoordde Meta met
+een tragisch gebaar.
+
+Jo kreunde en viel achterover in haar stoel, zich herinnerend, dat
+ze de aardbeien inderhaast nog eens goed bestrooid had uit een van
+de twee potjes, die op de keukentafel stonden, en dat zij verzuimd
+had den room in de ijskast te zetten. Met een hoofd als vuur op
+het punt in tranen uit te barsten, ontmoette ze Laurie's oogen, die
+spottend _wilden_ kijken, in weerwil van zijn heldhaftige pogingen;
+de grappige kant van 't geval trof haar eensklaps, en zij lachte,
+lachte, tot de tranen haar langs de wangen rolden. Allen volgden
+haar voorbeeld, zelfs juffrouw Crocker, en het ongelukkige maal liep
+vroolijk af met brood en boter, bananen en pret.
+
+"Ik voel me nog niet in staat om nu den boel al te gaan opruimen;
+we moesten ons liever weer in een kalme stemming brengen door eerst
+de begrafenis bij te wonen," zei Jo, toen zij opstonden en juffrouw
+Crocker zich gereed maakte te vertrekken, om de dwaze historie aan
+andere vrienden te gaan vertellen.
+
+Allen bedaarden ter wille van Bets; Laurie dolf een grafje tusschen
+de varens in het boschje; het kleine Pietje werd er onder heete
+tranen door zijn teerhartige meesteres ingelegd en met mos bedekt,
+terwijl ze een krans van viooltjes en witte muur om den steen hing,
+die het grafschrift droeg, door Jo vervaardigd, terwijl ze zich met
+het eten afsloofde:
+
+
+ Dit is 't graf van Pietje March,
+ Die op zeven Juni stierf;
+ Betreurd door 't gansche huisgezin,
+ Daar hij aller gunst verwierf.
+
+
+Na afloop der plechtigheid trok Bets zich in haar kamer terug, akelig
+van droefheid en van de kreeft, maar er was geen rust voor haar te
+vinden, want de bedden waren nog niet opgemaakt, en ze ondervond dat
+haar verdriet wel iets verminderde onder het opschudden van kussens
+en het in orde brengen der kamer. Meta hielp Jo de overblijfselen
+van het feest weg te ruimen, dat den halven namiddag in beslag nam,
+en haar zoo vermoeide, dat zij overeen kwamen zich tevreden te stellen
+met thee en geroosterd brood voor het avondeten. Laurie ging wat met
+Amy rijden, een ware weldaad, want de zure room scheen een slechten
+invloed uitgeoefend te hebben op haar humeur. Toen Mevrouw March
+thuis kwam vond ze de drie oudste meisjes nog hard aan het werk, en
+gaf een blik in de provisiekamer haar eenig begrip van het welslagen
+van een gedeelte der proefneming.
+
+Voordat de huishoudsters konden gaan rusten, kwamen er verscheiden
+bezoekers, en hadden ze zich vreeselijk te haasten om klaar te komen,
+en ze te kunnen ontvangen; toen moest er thee gezet, en waren er een
+paar boodschappen te doen, daarna nog wat naaiwerk, dat volstrekt
+af moest, maar tot het laatste oogenblik uitgesteld was. Eindelijk,
+toen het begon te schemeren en het koel en rustig werd, konden ze in
+de waranda neervallen, waar de Junirozen zoo heerlijk in knop stonden,
+en allen zuchtten of steunden, vermoeid en ontstemd.
+
+"Wat is dit een verschrikkelijke dag geweest!" begon Jo, die gewoonlijk
+het gesprek opende.
+
+"Hij leek mij toch korter toe dan anders, maar wel erg ongezellig,"
+zei Meta.
+
+"Zoo héél anders dan we gewoon zijn," voegde Amy er bij.
+
+"Dat wil ik wel gelooven, zonder Moeder en Pietje," zuchtte Bets, en
+staarde met betraande oogen naar het ledige kooitje boven haar hoofd.
+
+"Hier is Moeder, kindlief, en je zult morgen een nieuw vogeltje hebben,
+als je 't graag wilt."
+
+Zoo sprekend kwam mevrouw March naar buiten, zette zich bij de meisjes
+neer, met een gezicht, alsof haar vacantiedag niet veel prettiger
+was geweest dan die van haar kinderen.
+
+"Wel, meisjes, zijn jullie tevreden over de proefneming, of verlang
+je nog zoo'n week?" vroeg ze, toen Bets zich tegen haar aan vleide
+en de anderen zich met opgeklaarde gezichtjes naar haar toekeerden,
+als bloemen naar de zon.
+
+"Ik stellig niet!" riep Jo beslist.
+
+"Ik ook niet," herhaalden de anderen.
+
+"Jullie vindt dus, dat het beter is enkele plichten te hebben, en
+ook wat voor anderen te leven, is 't niet?"
+
+"Luieren en pretmaken is niet het ware," merkte Jo hoofdschuddend
+op. "Ik heb er genoeg van, en ben van plan dadelijk aan 't werk te
+gaan met het een of ander."
+
+"Als jullie eens eenvoudig eten leerde koken, 't is bepaald noodig
+dat iedere vrouw dat kan," zei mevrouw March, hardop lachend, bij de
+herinnering aan Jo's maaltijd, want ze had juffrouw Crocker ontmoet,
+die er haar een verslag van had gegeven.
+
+"Moeder! is u uitgegaan en liet u alles aan zijn lot over, om eens
+te zien, hoe wij het er af zouden brengen!" riep Meta, die er den
+heelen dag een voorgevoel van had gehad.
+
+"Ja, ik wou, dat jullie eens zouden ondervinden, hoe de rust en het
+geluk van allen noodig maken, dat ieder trouw zijn plicht doet. Terwijl
+Hanna en ik jullie werk deden, ging alles vrij goed, hoewel ik niet
+geloof dat jullie heel gelukkig of prettig gestemd waren; daarom
+dacht ik, dat het geen kwaad zou kunnen als ik je eens liet zien,
+wat er gebeurt wanneer ieder uitsluitend aan zichzelf denkt. Voel
+jullie niet, dat het plezieriger is elkaar te helpen, dagelijksche
+plichten te hebben, die den vrijen tijd zoo kostbaar en heerlijk maken,
+en elkander te verdragen, zoodat ons "thuis" gezellig en prettig kan
+zijn voor iedereen?"
+
+"Ja, ja, Moeder, wij zien het nu wel in!" riepen de meisjes.
+
+"Nu, dan geef ik jullie den raad je kleine pakken maar weer op te
+nemen; want al schijnen ze soms zwaar, ze zijn toch goed voor ons,
+en worden lichter, naarmate we ze leeren dragen. Werken is gezond,
+en er is genoeg te doen voor alle menschen; 't komt lichaam en geest
+ten goede, en geeft ons een gevoel van macht en onafhankelijkheid,
+dat beter is dan geld."
+
+"Wij zullen werken als bijen en het prettig vinden ook; let u maar
+eens op, of het niet waar is!" zei Jo. "Ik stel mij in mijn vacantie
+tot taak de dagelijksche dingen te leeren koken, en mijn volgend
+diner zal uitstekend zijn."
+
+"Ik zal de hemden voor Vader naaien, en het niet weer aan u overlaten,
+Moeder. Ik kan het best doen en 't zal beter zijn, dan te zitten
+knoeien aan mijn eigen kleeren, die eigenlijk goed genoeg zijn,
+zooals ze zijn," beloofde Meta.
+
+"Ik zal elken dag mijn lessen leeren en niet zooveel tijd besteden
+aan mijn muziek en mijn poppen. Ik ben een dom kind en moest liever
+studeeren in plaats van te spelen," was Bets' besluit; terwijl Amy
+haar voorbeeld volgde, door met heldenmoed te verklaren:
+
+"Ik zal knoopsgaten leeren maken en op mijn taalfouten letten."
+
+"Heel goed, dan ben ik volmaakt tevreden met den uitslag der proef,
+en geloof niet, dat wij het nog eens zullen moeten herhalen; maar
+pas op, dat jullie niet in een ander uiterste vervalt en den heelen
+dag zwoegt," waarschuwde mevrouw March glimlachend.
+
+"Vaste uren voor werk en spel maken iederen dag nuttig en
+prettig. Toont dat je de waarde van den tijd begrijpt door hem
+verstandig te gebruiken, dan zal jullie leven goed besteed zijn."
+
+"Wij zullen het onthouden, Moeder!" en ze hielden woord.
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XII.
+
+HET KAMP LAURANCE.
+
+
+Bets was postdirecteur, daar ze bijna altijd thuis was, en er dus
+geregeld voor zorgen kon, en ze vond de taak van het deurtje open te
+maken en den inhoud te verdeelen alle dagen weer even heerlijk. Op
+zekeren Julidag kwam ze belast en beladen binnen en ging als een echte
+brievenbesteller het heele huis rond, om overal brieven en pakjes af
+te geven.
+
+"Hier zijn uw bloemen, Moeder! die vergeet Laurie nooit," zei
+ze, terwijl ze het frissche bouquetje in de vaas zette, dat in
+"moedershoekje" stond en altijd door Laurie gevuld werd.
+
+"Mejuffrouw Meta March! een brief en een handschoen," ging Bets voort,
+genoemde artikelen aan haar zuster overhandigende, die bij haar moeder
+manchetten zat te stikken.
+
+"Hé, ik heb hiernaast een paar laten liggen, en dit is er maar een,"
+zei Meta, den grijzen handschoen bekijkende. "Heb je den anderen ook
+in den tuin verloren?"
+
+"Neen, ik weet zeker van niet, want er was er maar één in de
+brievenbus."
+
+"Jammer, ik vind het zoo vervelend ongepaarde handschoenen te
+hebben. Nu, misschien komt de andere nog wel terecht. Mijn brief is
+alleen maar de vertaling van een Duitsch liedje, waarom ik gevraagd
+had; ik denk, dat mijnheer Brooke dit geschreven heeft, want het is
+Laurie's schrift niet.
+
+Mevrouw March zag Meta eens aan, die er in haar katoenen japonnetje,
+met de kleine krulletjes boven haar voorhoofd allerliefst uitzag,
+en zoo echt vrouwelijk aan haar werktafeltje vol nette klosjes zat te
+naaien. Ze was volkomen onbewust van de gedachte, die bij haar moeder
+opkwam, en naaide en zong, haar vingers ijverig bezig, en haar geest
+vervuld met meisjesdroomen, zoo onschuldig en frisch als de viooltjes
+in haar ceintuur, zoodat mevrouw March glimlachte en tevreden was.
+
+"Twee brieven voor Dr. Jo, een boek en een gekke, oude hoed, die boven
+op de brievenbus lag en hem heelemaal bedekte," zei Bets lachend,
+terwijl ze naar de studeerkamer ging, waar Jo zat te schrijven.
+
+"Wat een slimme vogel is die Laurie toch. Ik zei gisteren dat ik
+wou dat er grooter hoeden in de mode kwamen, want dat mijn gezicht
+elken zonnigen dag verbrandt. Hij zei: "Stoor je niet aan de mode,
+zet een grooten hoed op, als je dat plezieriger vindt." "Dat zou ik
+ook wel, als ik er maar een had," beweerde ik, en nu heeft hij mij
+dezen gestuurd, om eens te zien of ik mijn woord zal houden; ik zal
+hem natuurlijk dragen voor de grap en hem bewijzen, dat ik _niet_
+om de mode geef," en de breedgerande antiquiteit op een buste van
+Plato hangende, ging Jo haar brieven lezen.
+
+De eene was van haar moeder en bracht haar een blos op de wangen en
+een paar tranen in de oogen.
+
+"Lieveling, ik schrijf je een woordje, om je te zeggen, hoeveel
+genoegen het me doet te zien, dat je gedurig tracht je humeur te
+bedwingen. Je spreekt niet van je strijd, van je nederlagen en
+overwinningen, en je denkt misschien, dat niemand dat alles ziet,
+dan de Vriend, wiens hulp je dagelijks inroept, te oordeelen naar
+den versleten omslag van je boekje. Maar ook ik heb alles opgemerkt
+en stel vertrouwen in den ernst van je besluit. Ga maar geduldig en
+moedig voort, mijn lieve kind, en geloof altijd dat niemand je met
+teederder medegevoel gadeslaat dan je liefhebbende Moeder."
+
+"Dat doet mij goed! dat is beter dan duizenden guldens en hoopen
+loftuitingen. O, Moedertje, ik _doe_ mijn best. En ik zal voortgaan
+mijn best te doen, en het niet opgeven, nu ik u heb om mij te helpen."
+
+Jo legde het hoofd op de armen en bedauwde haar roman met een paar
+gelukkige tranen, want ze had inderdaad gedacht, dat niemand haar
+pogingen om goed te zijn had opgemerkt en begrepen; en nu was deze
+verzekering dubbel dierbaar en bemoedigend, daar ze zoo onverwacht
+kwam en van haar, wier goedkeuring ze het meest op prijs stelde. Zich
+nu sterker dan ooit voelende om haar gebrek te bestrijden, spelde ze
+het briefje vast aan den binnenkant van haar jurk, als een schild
+en een waarschuwing, bij een onverhoedschen aanval van den vijand,
+en ging toen over tot het openen van haar tweeden brief, gewapend op
+alles. Met een flinke, vaste hand schreef Laurie,--
+
+
+ "Lieve Jo,
+ Hi ha ho!
+
+
+"Morgen komen er een paar Engelsche jongens en meisjes bij me, en
+ik zou graag een prettigen dag met hen hebben. Als het mooi weer is,
+sla ik mijn tent op in Longmeadow en roei de heele bende daarheen om
+er te picknicken en te crocketten; we stoken er een vuurtje, om op
+zigeunermanier ons potje te koken, en al zulk soort van grappen. Het
+zijn aardige kennissen en ze houden van zulke dingen. Brooke gaat mee,
+om ons jongens, "in toom te houden," en Kate Vaughn komt, om de meisjes
+te chaperonneeren. Jullie moet allemaal komen, Bets ontspringt er ook
+niet aan; niemand zal haar plagen. Denk maar niet om de consumptie,
+daarvoor zorg ik natuurlijk en voor al de rest--als jullie maar komt,
+dan ben je de beste.
+
+
+ In vliegende hurrie
+ Voor altijd, je Laurie."
+
+
+"Dat belooft wat goeds!" riep Jo naar binnen vliegende om het nieuws
+aan Meta te vertellen.
+
+"Natuurlijk mogen we gaan, hè Moeder, het zal zooveel gemakkelijker
+zijn voor Laurie, want ik kan roeien en Meta kan voor de koffie
+zorgen, en de kleintjes zullen op de een of andere manier ook wel
+een handje helpen."
+
+"Ik hoop dat die Vaughns geen deftige, stijve menschen zijn. Weet je
+niets van hen, Jo?" vroeg Meta.
+
+"Alleen, dat ze met hun vieren zijn. Kate is ouder dan jij; Fred
+en Frank zijn tweelingen en van mijn leeftijd, en dan is er nog een
+klein meisje, Grace, dat negen of tien jaar is. Laurie heeft ze op
+reis ontmoet en houdt veel van de jongens; maar ik geloof niet, dat
+hij Kate erg bewondert, te oordeelen naar het gezicht dat hij trok,
+toen hij van haar sprak."
+
+"Ik ben zoo blij, dat mijn katoentje juist schoon is. Dat is er heel
+goed voor en het staat zoo frisch," zei Meta opgewekt. "Heb jij iets
+dragelijks om aan te doen, Jo?"
+
+"Mijn grijs roeipak is prachtig voor mij; ik moet roeien en draven,
+en kan dus geen keurig, gesteven goed gebruiken. Bets, jij gaat toch
+ook mee?"
+
+"Als jij oppast, dat geen van de jongens tegen mij spreekt."
+
+"Geen levende ziel!"
+
+"Ik wil graag Laurie plezier doen, en voor mijnheer Brooke ben ik niet
+bang, die is zoo vriendelijk; maar ik ben niet van plan te spelen of
+te zingen, of iets te zeggen. Ik zal doen wat ik kan en niemand lastig
+vallen, en als jij voor mij zorgen wilt, Jo, dan zal ik meegaan."
+
+"Je bent een dot, Bets; je doet je best om je verlegenheid af te
+leeren, en dat is ferm van je; 't is niet makkelijk gebreken te
+bestrijden, dat weet ik bij ondervinding, en een bemoedigend woord
+geeft dan zoo'n soort van zetje."--"Dank u, Moeder," en Jo drukte een
+dankbaren kus op de bleeke wang, waarvan mevrouw March de bedoeling
+wel vatte.
+
+"De post heeft mij een doosje chocolaadjes gebracht en een teekening,
+die ik graag wou copieeren," vertelde Amy, haar zending vertoonende.
+
+"En ik kreeg een briefje van mijnheer Laurence, om mij te vragen of
+ik van avond, voordat de lamp opgestoken werd, een poosje voor hem
+kwam spelen. Ik zal het maar doen," zei Bets, wier vriendschap met
+den ouden heer steeds inniger werd.
+
+"Kom, laten we dan nu gauw voortmaken en vandaag dubbel werk doen,
+zoodat we morgen met een gerust hart kunnen spelen," zei Jo, terwijl
+ze zich gereedmaakte de pen met een stofdoek te verwisselen.
+
+Toen de zon den volgenden morgen in de kamer van de meisjes keek, om
+haar een mooien dag te beloven, zag zij een komisch schouwspel. Ieder
+van haar had voor het feest de toebereidselen gemaakt, die haar nuttig
+en noodig schenen. Meta prijkte met een extra rijtje papillotjes
+boven haar voorhoofd; Jo had haar pijnlijk verbrand gezicht met
+coldcream ingesmeerd, Bets bleek Johanna mee naar bed te hebben
+genomen, om haar voor de aanstaande scheiding schadeloos te stellen,
+en Amy had het nog 't mooist van allen gemaakt door een waschklampje
+op haar neus te zetten, hopende dat ongelukkige lichaamsdeel wat in
+'t fatsoen te knijpen. Dit grappig tooneel scheen de zon te vermaken,
+want zij brak op eens zoo helder door de wolken, dat Jo wakker werd, en
+al haar zusters wekte, door een hartelijk gelach om Amy's versiersel.
+
+Zonneschijn en gelach zijn goede voorteekenen voor een buitenpartij, en
+spoedig heerschte in beide huizen een vroolijke drukte. Bets, die het
+eerst klaar was en voor het raam had post gevat, bracht trouw verslag
+uit van hetgeen er in het andere huis voorviel, en verlevendigde het
+toiletmaken van de anderen door steeds nieuwe mededeelingen, als:
+
+"Daar gaat de man met de tent! Ik zie, dat Juffrouw Barker de eetwaren
+in een draagkorf en in een groote mand pakt! Nu staat mijnheer Laurence
+naar de lucht te kijken en naar den weerhaan; ik wou dat hij ook
+meeging! Daar is Laurie, hij ziet er uit als een matroos--leuke jongen
+toch! O, hemel, daar is een rijtuig vol menschen--een jonge dame, een
+klein meisje en twee verschrikkelijke jongens. De eene is lam, arme
+ziel, hij loopt op een kruk. Dat heeft Laurie ons niet verteld. Maakt
+voort, zeg, het is al laat. Hé, daar is Ned Moffat ook! Kijk, Meta, is
+dat niet die man, die laatst voor je boog, toen we boodschappen deden?"
+
+"Ja, 't is waar, wat vreemd, dat hij ook gekomen is! Ik dacht, dat
+hij op reis was. Daar is Sallie, ik ben blij, dat ze bijtijds terug
+is. Ben ik netjes, Jo?" vroeg Meta geagiteerd.
+
+"Op en top een madeliefje! Houd je japon op, en zet je hoed recht;
+het staat zoo sentimenteel als hij zoo scheef staat, en hij zou bij
+het eerste stootje afvliegen. Nu, vooruit dan maar!"
+
+"O, och Jo! Je zult toch dat afschuwelijke ding niet opzetten, dat
+is heusch te gek. Je mag geen vogelverschrikker van jezelf maken,"
+smeekte Meta, toen Jo met een vuurrood lint den breedgeranden,
+ouderwetschen hoed vastbond dien Laurie haar voor de grap gegeven had.
+
+"Ik doe het toch; hij is juist goed; zoo practisch voor de zon,
+en zoo licht en groot. Ze zullen het allemaal grappig vinden, en
+ik geef er niet om of ik een vogelverschrikker ben, als mijn hoed
+maar gemakkelijk zit." Hiermee wandelde Jo vastbesloten weg, gevolgd
+door de anderen; een vroolijk troepje zusters, allen op haar netst,
+met vroolijke zomerpakjes en gelukkige gezichten.
+
+Laurie liep hun te gemoet en stelde hun op zijn hartelijke manier aan
+zijn vrienden voor. Het grasperk was de receptiekamer, en gedurende
+eenige minuten ging het daar zeer levendig toe. Meta viel een pak
+van het hart, toen ze zag, dat Kate, hoewel al twintig jaar, gekleed
+was met een eenvoud, die Amerikaansche meisjes wél zouden doen na te
+volgen; en ze voelde zich zeer gevleid door de verzekering van Ned,
+dat hij expres gekomen was, om haar te zien. Jo begreep waarom Laurie
+"een gezicht getrokken had," toen hij van Kate sprak, want de jonge
+dame had een zeker raak-mij-niet-aan air, dat sterk afstak bij de
+gulle en onbevangen manieren der andere meisjes.
+
+Bets nam de nieuwe jongens eens in oogenschouw en kwam tot de
+overtuiging, dat de kreupele niet "vreeselijk" was, maar zacht en zwak,
+en daarom besloot zij vriendelijk tegen hem te zijn. Amy vond Grace een
+welopgevoed, vroolijk persoontje, en nadat ze elkander een paar minuten
+zwijgend hadden aangestaard, werden ze plotseling dikke vriendinnen.
+
+Daar de tent, de eetwaren en de benoodigdheden voor het crocket-spel
+vooruit waren gezonden, was het gezelschap spoedig ingescheept, en de
+beide booten staken tegelijk van wal, terwijl mijnheer Laurence alleen
+op den oever achterbleef, en hen met zijn hoed nawuifde. Laurie en
+Jo roeiden de eene boot, mijnheer Brooke en Ned de andere, terwijl
+Fred Vaughn, de rumoerige tweeling, zijn best deed beiden te doen
+omkantelen, door in een een-persoons giek als een dolle waterspin
+overal heen te schieten. Jo's wonderlijke hoed was een dankzegging
+waard, en bleek van onbetaalbaar nut; hij brak het ijs in het begin,
+door ieder te doen lachen; hij veroorzaakte een verfrisschend
+koeltje, door als ze roeide, op en neer te flappen en zou, volgens
+Jo's verklaring, een uitmuntende parapluie voor het heele gezelschap
+zijn, als er een regenbui kwam opzetten. Kate zat zich over Jo's
+gedragingen telkens te verbazen, vooral toen ze, bij 't verliezen van
+een riem, uitriep: "Christoffel Columbus!" en toen Laurie zei: "Och,
+ouwe jongen, doe ik je pijn?" toen hij haar bij het naar zijn plaats
+gaan op den voet stapte. Maar nadat zij haar lorgnet eenige keeren op
+"dat eigenaardige meisje" had gericht, besloot juffrouw Kate, dat ze
+wonderlijk, maar toch wel "grappig" was, en lachte haar uit de verte
+eens toe.
+
+In het andere bootje had Meta eene kostelijke plaats, vlak tegenover
+de roeiers, die beiden hun uitzicht bewonderden en hun riemen met
+buitengewone kracht en behendigheid hanteerden.
+
+Brooke was een ernstig, stil jongmensch, met aardige, bruine oogen en
+eene prettige stem. Meta was zeer ingenomen met zijn rustige manier
+van doen, en beschouwde hem als een wandelende encyclopedie. Hij sprak
+niet veel met haar, maar keek des te meer naar haar, en ze wist wel
+zeker, dat hij haar niet onaardig vond. Ned, pas op de hoogeschool,
+had natuurlijk alle studenten-manieren aangenomen; hij was niet
+bijzonder knap, maar goedhartig en vroolijk, en over 't geheel een
+bizonder geschikt element voor een buitenpartij; Sallie Gardiner
+bleek een en al zorg om haar wit piqué japon schoon te houden, en
+maakte verder allerlei grappen met den overal tegenwoordigen Fred,
+die Bets door zijn toeren in voortdurenden angst hield.
+
+De tocht naar Longmeadow duurde niet lang, maar tegen dat zij
+aankwamen, was de tent al opgeslagen en stonden de boogjes. Het was
+een heerlijke, groene vlakte, met drie breedgetakte eiken in het
+midden en een gerold stuk grasveld om crocket op te spelen.
+
+"Welkom in 't Kamp Laurence!" zei de jonge gastheer, toen ze met
+uitroepen van verrukking aan wal sprongen. "Brooke is opperbevelhebber,
+ik ben luitenant-generaal, de andere jongens zijn staf-officieren en
+de dames zijn gasten. De tent is voor hun bijzonder gebruik; die eik
+is het salon, deze is de eetkamer en de derde is de veldkeuken. Laten
+wij nu dadelijk een partij spelen, eer het te warm wordt, en dan
+zullen wij voor het eten gaan zorgen."
+
+Frank, Bets, Amy en Grace gingen zitten om naar het spel te kijken,
+dat door de anderen gespeeld zou worden. Mijnheer Brooke koos Meta,
+Fred en Kate; Laurie nam Sallie, Jo en Ned. De Engelschen speelden
+goed, maar de Amerikanen speelden beter, en betwistten hun iederen duim
+gronds. Jo en Fred hadden verschillende schermutselingen en kregen eens
+bijna hooge woorden. Jo was door het laatste poortje gegaan, maar had
+het paaltje gemist, welke misslag haar reeds half uit haar humeur had
+gebracht. Fred kwam dicht achter haar, en was het eerst aan de beurt;
+hij deed een slag, zijn bal vloog tegen het poortje aan en bleef een
+duimbreed aan den verkeerden kant liggen. Niemand was er dicht bij,
+en toen hij er naar toe liep, gaf hij den bal een klein stootje met
+zijn voet, zoodat hij juist even aan den goeden kant kwam te liggen.
+
+"Ik ben er door! Nu, juffrouw Jo, nou zal ik u vinden en u een flink
+stuk vooruitkomen," riep de jongeheer, zijn hamer voor een volgenden
+slag zwaaiende.
+
+"Je hebt je bal voortgeschopt, ik heb het gezien; nu is 't mijn beurt,"
+zei Jo scherp.
+
+"Op mijn woord, ik heb hem niet aangeraakt! Hij rolde een eindje voort,
+maar dat mag; ga dus als 't je blieft uit den weg, en laat mij eens
+probeeren, of ik den paal kan raken."
+
+"Hier in Amerika spelen we niet valsch; maar je kunt het doen, als
+je er lust in hebt," antwoordde Jo boos.
+
+"Yankees zijn juist de grootste bedriegers, dat weet iedereen. Daar
+gaat-ie," riep Fred, haar bal ver wegslaande.
+
+Jo deed haar mond reeds open om een boos antwoord te geven, maar ze
+hield zich bijtijds in, werd vuurrood en bleef een paar minuten uit
+alle macht een poortje vaster in den grond slaan, terwijl Fred den paal
+raakte en luidruchtig verklaarde, dat hij uitgespeeld was. Daarop ging
+Jo haar bal zoeken, en het duurde lang, voor ze hem vond tusschen de
+struiken, maar ze kwam bedaard en kalm terug en speelde door zonder
+iets te zeggen. Eer ze weer op haar vorige plaats was, moest ze
+verscheiden slagen doen, en toen ze er kwam, had de tegenpartij bijna
+gewonnen, want Kate's bal was op een na de laatste en lag bij den paal.
+
+"Bij George, het is met ons gedaan! Goeien nacht, Kate! we hebben
+nog wat van juffrouw Jo te goed, dus het is uit met je," riep Fred
+opgewonden, terwijl ze allemaal naderbij kwamen om het einde te zien.
+
+"Yankees zijn edelmoedig jegens hun vijanden," zei Jo met een blik,
+die den jongenheer deed blozen, "vooral wanneer ze hen verslaan,"
+voegde ze er bij, terwijl ze Kate's bal onaangeroerd liet liggen en
+door een behendigen slag het spel won.
+
+Laurie wierp zijn hoed in de hoogte, herinnerde zich toen, dat het
+niet beleefd was om te juichen over de nederlaag van zijn gasten,
+en hield midden in een hoera op, om zijn vriendin toe te fluisteren:
+
+"Mooi zoo, Jo! Hij speelde valsch, ik zag het ook, maar wij kunnen 't
+hem niet zeggen. Hij zal 't niet weer probeeren, daar kun je op aan."
+
+Meta trok haar ter zijde, onder voorwendsel van een losgeraakte vlecht
+vast te spelden, en zei goedkeurend:
+
+"Het was tergend, maar je bent je drift de baas gebleven, en daar
+ben ik erg blij om, Jo."
+
+"Prijs me niet, Meta; want ik zou hem op dit oogenblik nog wel een
+pak slaag willen geven. Als ik niet zoolang tusschen die netels was
+gebleven, zou ik zeker losgebarsten zijn. Het vuur smeult nu nog,
+dus ik hoop maar, dat hij uit mijn weg zal blijven," antwoordde Jo,
+terwijl ze zich op de lippen beet en van onder haar grooten hoed
+woedende blikken op Fred wierp.
+
+"Tijd voor de lunch!" kondigde mijnheer Brooke aan, op zijn horloge
+ziende. "Luitenant-generaal, wilt u het vuur aanmaken en water halen,
+terwijl juffrouw March, juffrouw Sallie en ik de tafel dekken? Wie
+kan goede koffie zetten?"
+
+"Dat kan Jo," zei Meta, blij haar zuster te kunnen prijzen. Dus nam
+Jo, in het gevoel, dat haar laatste lessen in de kookkunst haar
+nu te pas moesten komen, het toezicht over de koffiekan op zich,
+terwijl de kleine meisjes doode takken zochten en de jongens een vuur
+aanmaakten en water uit een naburig beekje haalden. Kate schetste,
+en Frank praatte met Bets, die kleine matjes van gevlochten biezen
+maakte, om voor borden te dienen.
+
+De opperbevelhebber en zijn satellieten spreidden het tafellaken op
+den grond uit en bedekten het met een keur van uitlokkende gerechten,
+allen netjes met groene bladeren versierd. Jo kondigde aan, dat de
+koffie klaar was, en allen zetten zich tot een stevig maal, want ze
+hadden trek gekregen van al de beweging in de buitenlucht. En een
+luidruchtige maaltijd was het, want alles was zoo vroolijk en dwaas,
+dat een eerwaardig paard, dat in de nabijheid liep te grazen, gedurig
+opschrikte, door de herhaalde uitbarstingen van gelach. Er was een
+vermakelijke oneffenheid in de tafel, waardoor allerlei ongelukken met
+kopjes en borden ontstonden, eikels vielen in de melk, kleine zwarte
+mieren kwamen ongenood haar deel van de lekkernijen halen, en rupsen
+lieten zich uit den boom vallen, om te zien wat er toch aan de hand
+was. Drie vlasharige kinderen keken over de heg en een vervelende
+hond blafte hen van den overkant der rivier uit alle macht aan.
+
+"Hier is zout, als j'er dat soms bij verlangt," zei Laurie, toen hij
+Jo een schoteltje aardbeien aangaf.
+
+"Dank je, ik houd meer van spinnen," antwoordde ze, twee kleine
+onvoorzichtigen opvisschende, die hun dood in den room hadden
+gevonden. "Hoe durf je me aan die afschuwelijke partij te herinneren,
+nu de jouwe in alle opzichten zoo heerlijk is?" voegde ze er bij,
+terwijl ze beiden lachend van één bordje aten, daar de voorraad
+aardewerk niet groot was.
+
+"Ik heb erg veel plezier gehad dien dag, en moet er nog telkens aan
+denken. En dat het vandaag zoo gezellig is, daar komt mij de eer niet
+van toe, dat weet je; ik doe niets, jij en Meta en Brooke maken dat
+alles zoo goed gaat, en ik ben jullie ontzettend dankbaar. Wat zullen
+wij doen, wanneer we niet meer kunnen eten?" vroeg Laurie, die voelde,
+dat zijn beste kaart met het koffiemaal was uitgespeeld.
+
+"Spelletjes, totdat het wat koeler is. Ik heb het "auteurspel"
+meegebracht, en Kate weet zeker wel wat nieuws en aardigs. Ga het haar
+maar eens vragen; ze is een gast, en je moest meer bij haar blijven."
+
+"Ben jij dan ook geen gast? Ik dacht, dat ze wel met Brooke zou
+opschieten, maar hij blijft aldoor met Meta praten, en Kate doet niets,
+dan hen door dat bespottelijke lorgnet aanstaren. Ik zal dadelijk
+naar haar toe gaan, dus je kunt je zedepreken voor je houden, die
+gaan je toch niet goed af, Jo."
+
+Kate wist verscheiden spelletjes, en daar de meisjes niet meer wilden
+en de jongens niet meer konden eten, trokken allen naar het "salon"
+om deel te nemen aan het romanspel.
+
+"Iemand begint een verhaal--het een of ander verzinsel--en vertelt,
+zoolang hij wil, maar houdt plotseling op een zeer interessant
+punt op, en dan moet een ander verder vertellen. Het is heel aardig
+als het goed gedaan wordt en geeft stof genoeg tot lachen over het
+wonderlijk samenraapsel van tragische en comische gedeelten. Wees
+zoo goed te beginnen, mijnheer Brooke," zei Kate op bevelenden toon,
+tot verbazing van Meta, die den gouverneur even beleefd behandelde
+als elk ander heer.
+
+Brooke, die aan de voeten van de beide jonge dames in het gras lag,
+begon gehoorzaam zijn verhaal, terwijl zijn sprekende bruine oogen
+onafgewend op de zonnige rivier gevestigd bleven.
+
+"Op zekeren tijd trok een ridder de wereld in, om zijn fortuin te
+zoeken, want hij bezat niets dan zijn zwaard en zijn schild. Hij
+reisde overal heen, wel achtentwintig jaar lang, totdat hij kwam aan
+het paleis van een goed, oud koning, die een prijs had uitgeloofd
+aan den man, die een prachtig maar ongetemd veulen, waarvan de
+grijsaard zeer veel hield, dresseeren kon. De ridder bood aan het te
+beproeven, en vorderde er langzaam maar zeker mee, want het veulen
+was een verstandig dier en begon spoedig van zijn nieuwen meester
+te houden, hoe wild en nukkig het ook was. Elken dag gaf de ridder
+les aan den lieveling des konings, en reed met hem door de stad, en
+onder het rijden keek hij overal uit naar een boven alles lieftallig
+gelaat, dat hij dikwijls in zijn droomen had gezien, maar nooit had
+kunnen vinden. Eens toen hij door een stille straat galoppeerde,
+ontdekte hij het voor een vervallen kasteel. De ridder was verrukt,
+onderzocht wie in dat oude kasteel woonde, en vernam dat verscheiden
+prinsessen daar door tooverij gevangen werden gehouden, dag en nacht
+spinnende om geld voor een losprijs te verdienen. De ridder wenschte
+vurig haar te bevrijden; maar hij was arm en al wat hij doen kon was
+dagelijks voorbij te gaan om te zien, of hij het lieve gezichtje
+nog eens aanschouwen mocht, terwijl hij hartstochtelijk verlangde
+het daarbuiten in den zonneschijn te zien. Eindelijk besloot hij het
+kasteel binnen te dringen en te vragen, hoe hij haar helpen kon. Hij
+ging er heen en klopte; de deur vloog open, en hij zag--"
+
+"Een betooverend schoone jonkvrouw, die met een vreugdekreet uitriep:
+"Eindelijk, eindelijk," ging Kate voort, die fransche romans gelezen
+had, en den stijl daarvan bewonderde.
+
+"Zij is het!" riep ridder Gustave, terwijl hij, overstelpt van vreugde,
+aan haar voeten zonk.
+
+"O, sta op!" smeekte zij, hem een lelieblanke hand toestekend.
+
+"Nimmer, wanneer gij mij niet meedeelt, hoe ik u kan verlossen!" zwoer
+de ridder, steeds knielende.
+
+"Helaas, mijn wreed noodlot dwingt mij hier te blijven, totdat mijn
+dwingeland is gedood."
+
+"Waar is de schurk?"
+
+"In de purperen zaal; ga, moedige held, en red mij uit mijn
+vertwijfeling!"
+
+"Ik ga op uw bevel, en keer òf zegevierend òf nimmer terug!" Met deze
+treffende woorden ijlde hij voort, wierp de deur van de purperen zaal
+open, en was op het punt binnen te treden, toen hij--"
+
+"Een verdoovenden slag ontving met een Grieksch woordenboek, dat een
+gedaante in een zwarten mantel hem naar het hoofd gooide," vervolgde
+Ned. "De ridder, hoe-heet-hij-ook-weer, herstelde zich dadelijk,
+smeet den dwingeland uit het venster en keerde op zijn schreden terug,
+om overwinnend, hoewel met een buil op het hoofd, naar de jonkvrouw
+te snellen; hij vond de deur gesloten, rukte de gordijnen aan reepen,
+maakte er een touwladder van, klom die halverwege op; de ladder brak,
+en hij viel hals over kop in den vijver, die zestig voet daar beneden
+was. Gelukkig kon hij zwemmen als een eend; hij zwom dus om het kasteel
+heen, tot aan een klein deurtje, bewaakt door twee stevige kerels, en
+sloeg hun hoofden tegen elkander, zoodat ze kraakten als notendoppen;
+toen trapte hij met eene kleine inspanning van zijn verwonderlijke
+kracht de deur in, ging een trap op, bedekt met een voet dik stof,
+padden zoo groot als een vuist, en spinnen, waarvan u het op de
+zenuwen zou krijgen, juffrouw March. Boven aan die trap wachtte hem een
+schouwspel, dat hem den adem ontnam, en zijn bloed deed verstijven--"
+
+"Namelijk een lange gedaante, geheel in het wit, met een sluier over
+het hoofd en een lamp in de vermagerde hand," ging Meta voort. "Ze
+wenkte, terwijl zij onhoorbaar voor hem uitzweefde door een gang,
+zoo donker en koud als een graf. Schimmige, gewapende beelden stonden
+aan beide zijden; er heerschte een diepe stilte, de lamp wierp een
+blauwachtig schijnsel, en nu en dan keek de spookachtige gedaante
+naar hem om, waarbij hij een paar vreeselijke oogen door den sluier
+heen zag flikkeren. Zij bereikten een bekleede deur, waarachter
+liefelijke muziek klonk. De ridder sprong vooruit om binnen te gaan,
+maar de geest sleurde hem terug, terwijl ze dreigend boven zijn hoofd
+zwaaide met een--"
+
+"Snuifdoos," zei Jo op een graftoon, die het gezelschap in lachen
+deed uitbartsen. "Dank je," zei de ridder beleefd, terwijl hij een
+snuifje nam en zevenmaal zóó hard niesde, dat zijn hoofd afviel. "Ha,
+ha!" lachte de geest, en nadat ze door het sleutelgat had gezien,
+dat de prinses zat te spinnen, alsof haar leven er mee gemoeid was,
+nam ze haar slachtoffer op, en stopte hem in een groote tinnen doos,
+waarin nog elf andere ridders, ook zonder hoofd, als sardines naast
+elkaar lagen. Ze stonden alle twaalf op en begonnen--
+
+"Een horlepijp te dansen," viel Fred in, toen Jo buiten adem ophield,
+"en terwijl ze dansten, veranderde het oude nest van een kasteel in
+een oorlogsschip in volle zee. "De kluiver op, reef de val van de
+marszeilen, stuur sterk lijwaarts en bezet de kanonnen," brulde de
+kapitein, toen er een Portugeesch zeerooverschip in het gezicht kwam,
+met een pikzwarte vlag in top. "Er op los, en moedig vooruit, jongens,"
+riep de kapitein, en een hevig gevecht begon. Natuurlijk wonnen
+de Engelschen, dat doen ze altijd, en nadat zij den rooverkapitein
+gevangen hadden genomen, overzeilden zij den schoener, waarvan het dek
+opgestapeld met dooden lag, terwijl het bloed uit de spijgaten liep,
+want het bevel was geweest: "Hartsvangers, en geen genade!" "Bootsman,
+neem een bocht van het kluiverzeil en gooi den schelm over boord,
+wanneer hij niet één twee drie zijn zonden bekent," beval de Engelsche
+kapitein. De Portugees was stom als een visch en liet zich over boord
+gooien, terwijl de vroolijke pikbroeken juichten als bezetenen. Maar de
+slimme vos dook, kwam boven onder het oorlogsschip, wierp het omver,
+en naar den kelder ging het, met vliegende zeilen. Naar den bodem
+van de zee, zee, zee, waar--"
+
+"O lieve tijd, wat zal ik zeggen?" riep Sallie uit, toen Fred ophield
+met zijn poespas, waarin hij allerlei scheepstermen en tooneelen uit
+zijn geliefkoosde boeken door elkander had gewerkt. "Wel, zij kwamen
+op den bodem, en een lief zeemeerminnetje heette hen welkom, maar zij
+was zeer bedroefd toen zij de doos met de ridders vond, en pakte ze
+voorzichtig in zeegras, hopende nog iets naders aangaande hun lot te
+vernemen, want natuurlijk, ze was een vrouw en dus nieuwsgierig. Na
+eenigen tijd kwam daar beneden eens een duiker, en de meermin zei:
+"Deze doos met paarlen is voor u, als gij hem boven kunt brengen,"
+want zij verlangde de arme stakkerds weer te doen herleven, maar zij
+kon zelf die zware vracht niet omhoog krijgen. Dus haalde de duiker
+hen naar boven, en was zeer teleurgesteld, toen hij bij het openen
+geen paarlen vond. Hij liet de doos staan in een groot, eenzaam veld,
+waar hij gevonden werd door--"
+
+"Een klein ganzenhoedstertje, dat honderd vette ganzen op dat
+veld liet weiden," fantaseerde Amy, toen Sallie's verbeelding te
+kort schoot. "Het meisje had erg veel medelijden met hen en vroeg
+aan een oude vrouw, wat ze zou kunnen doen, om hen te helpen. "Dat
+zullen je ganzen je wel vertellen," zei de oude vrouw, "die weten
+alles." Daarom vroeg zij hen, wat ze voor nieuwe hoofden gebruiken
+zou, omdat de andere weg waren, en de ganzen deden hun honderd snavels
+open en riepen--"
+
+"Koolen," viel Laurie aanstonds in. "Dat is goed bedacht," zei het
+meisje en liep weg om twaalf mooie koolen uit haar tuin te halen. Ze
+zette ze op hun halzen; de ridders werden dadelijk levend, bedankten
+haar en gingen huns weegs, zonder iets van de verandering te merken,
+want er waren zooveel menschen met dergelijke hoofden, dat het niemand
+opviel. De ridder, dien ik ken, keerde terug, om het mooie gezichtje
+weer te vinden, en vernam, dat de prinsessen zich vrij hadden gesponnen
+en alle getrouwd waren op één na. Hij was zeer ontsteld over deze
+tijding, sprong op het veulen, dat naast hem stond, en rende door dik
+en dun naar het kasteel om te zien, wie er was overgebleven. Over de
+heg glurende zag hij de koningin zijns harten rozen plukken in haar
+tuin. "Wilt gij mij een roos geven?" verzocht hij. "Dan moet gij er
+een komen halen! ik kan niet naar u toegaan, dat is niet gepast,"
+antwoordde zij, met een stemmetje zoo zoet als honing. Hij probeerde
+over de haag te klimmen, maar die scheen al hooger en hooger te worden;
+toen trachtte hij er door te kruipen, maar zij werd al dikker en
+dikker, en de ridder werd wanhopig. Toen begon hij geduldig het eene
+takje na het andere af te breken, tot hij eindelijk een klein gaatje
+gemaakt had. Hij keek er door en riep smeekend: "Laat mij binnen, och,
+laat me binnen!" Maar de schoone prinses scheen hem niet te hooren,
+want zij plukte rustig haar bloemen en liet het aan hem over om te
+zien, hoe hij er komen zou. Of het hem gelukte of niet, zal Frank
+wel vertellen."
+
+"Dat kan ik niet, ik speel niet mee, dat doe ik nooit!" riep Frank,
+verschrikt over de onmogelijke positie, waaruit hij het sentimenteele
+paar moest redden. Bets kroop achter Jo weg, en Grace was in slaap
+gevallen.
+
+"Moet de arme ridder dus maar in de haag blijven steken?" vroeg Brooke,
+die nog steeds naar de rivier staafde en met de wilde roos in zijn
+knoopsgat speelde.
+
+"Ik denk, dat de prinses hem na een poos een bloem gaf en het hek
+opendeed," zei Laurie, terwijl hij spottend glimlachte, en zijn
+gouverneur met een paar eikels gooide.
+
+"Wat een prachtige verzameling nonsens hebben we samen geflansd. Met
+oefening zouden we het nog ver kunnen brengen. Kennen jullie
+"Waarheid"," vroeg Sallie, nadat zij over het verhaal gelachen hadden.
+
+"Ik hoop van wel," zei Meta met een ernstig gezicht.
+
+"Het spel," meen ik.
+
+"Hoe is dat?" vroeg Fred.
+
+"Wel, je legt je handen op elkaar, kiest een getal en trekt bij
+beurten je hand weg, en hij, wiens beurt met het getal samenvalt,
+moet naar waarheid alle vragen beantwoorden die hem door de anderen
+gedaan worden. Het is heel grappig."
+
+"Laten we 't eens probeeren," zei Jo, die veel van nieuwe proefnemingen
+hield.
+
+Kate en mijnheer Brooke, Meta en Ned wilden liever niet meedoen, maar
+Fred, Sallie, Jo en Laurie legden hun handen op elkaar en trokken en
+het lot viel op Laurie.
+
+"Wie zijn je lievelingshelden?" vroeg Jo.
+
+"Grootvader en Napoleon."
+
+"Welk meisje vindt je het mooist?" vroeg Sallie.
+
+"Meta."
+
+"En van welk houdt je het meest?" vroeg Fred.
+
+"Van Jo natuurlijk."
+
+"Wat doen jullie flauwe vragen!" en Jo trok verachtelijk de schouders
+op, terwijl de anderen lachten, omdat Laurie het zoo zei, alsof het
+vanzelf sprak.
+
+"Laten we 't nog eens doen: Waarheid is geen kwaad spel," zei Fred.
+
+"Het is een bijzonder goed spel voor jou," zei Jo zachtjes.
+
+Nu kwam haar beurt.
+
+"Wat is je grootste gebrek?" vroeg Fred, om eens te zien, of zij
+vaststond in de deugd, die hem ontbrak.
+
+"Opvliegendheid."
+
+"Wat zou je 't liefst willen hebben?" vroeg Laurie.
+
+"Een paar schoenveters," zei Jo, die zijn doel giste en het wilde
+verijdelen.
+
+"Geen waar antwoord. Je moet zeggen, wat je _werkelijk_ het liefst
+zou willen hebben."
+
+"Genie; zou je niet graag willen, dat je me daar wat van geven kon,
+Laurie?" en ze lachte ondeugend om zijn teleurgesteld gezicht.
+
+"Welke deugden bewonder je het meest in een man?" vroeg Sallie.
+
+"Moed en oprechtheid."
+
+"Nu is het mijn beurt," zei Fred, daar zijn hand er het laatst was
+uitgekomen.
+
+"Hij moet er inloopen," fluisterde Laurie Jo toe, die knikte en
+onmiddellijk vroeg:
+
+"Heb je niet valsch gespeeld met crocket?"
+
+"Nu ja, een klein beetje."
+
+"Goed! Heb je je verhaal niet genomen uit "De Zeeleeuw"?" vroeg Laurie.
+
+"Zoowat."
+
+"Verbeeld je je niet, dat de Engelsche natie in alle opzichten volmaakt
+is?" vroeg Sallie.
+
+"Ik zou me schamen, als ik dat niet deed."
+
+"Hij is een echte John Bull. Nu krijg jij een beurt Sallie, zonder
+dat je hoeft te trekken. Ik zal beginnen met je gevoelens te kwetsen,
+door je te vragen of je niet vindt dat je wel wat coquet bent?" vroeg
+Laurie, terwijl Jo Fred toeknikte, ten teeken dat de vrede gesloten
+was.
+
+"Onbeschaamde jongen! Heelemaal niet," ontkende Sallie op een manier,
+die het tegendeel bewees.
+
+"Waar heb je het meeste hekel aan?" vroeg Fred.
+
+"Aan spinnen en rijstetaart."
+
+"En waarvan houdt je het meest?" vroeg Jo.
+
+"Van dansen en Fransche handschoenen."
+
+"Nu, ik vind "Waarheid" een flauw spel; laten we nu eens als
+verstandige menschen het "auteurspel" gaan doen, om weer op te
+frisschen," stelde Jo voor.
+
+Ned, Frank en de kleine meisjes voegden zich bij hen, en terwijl ze
+speelden, zaten de drie oudsten met elkaar te praten. Kate haalde
+haar schetsboek weer voor den dag en Meta zat naar haar te kijken,
+terwijl Brooke in het gras lag met een boek, waarin hij niet las.
+
+"Wat doe je het mooi, ik wou dat ik teekenen kon," zei Meta op een
+toon, die bewondering en leedwezen te kennen gaf.
+
+"Waarom leer je het dan niet? Ik zou wel denken dat je er smaak en
+talent voor hebt," zei Kate neerbuigend.
+
+"Ik heb geen tijd."
+
+"Je mama heeft misschien meer op met andere talenten? De mijne ook,
+maar ik nam stil een paar lessen om haar te bewijzen, dat ik er
+werkelijk aanleg voor had, en toen vond ze heel goed, dat ik er mee
+voortging. Kun jij dat ook niet doen bij je gouvernante?"
+
+"Ik heb geen gouvernante."
+
+"Dat is waar; ik vergat dat de jonge dames in Amerika meer naar school
+gaan dan bij ons. En de scholen zijn hier zoo goed, zegt Papa. Jij
+gaat zeker naar een bijzondere school?"
+
+"Ik ga in het geheel niet; ik ben zelf gouvernante."
+
+"O, zoo!" zei juffrouw Kate, maar ze had even goed kunnen zeggen. "Wat
+afschuwelijk!" want haar stem gaf dat te kennen en een zekere
+uitdrukking op haar gezicht deed Meta blozen, en wenschen, dat ze
+niet zoo openhartig was geweest.
+
+Brooke keek op en zei snel: "De jonge meisjes in Amerika zijn evenzeer
+op hun vrijheid gesteld als hun voorouders, en worden bewonderd en
+geëerd, wanneer ze in staat zijn voor zichzelf te zorgen."
+
+"O zeker, natuurlijk, het is heel goed en heel flink, dat ze het
+doen. Bij ons doen verscheiden beschaafde jonge vrouwen hetzelfde,
+en ze worden veel door den adel gebruikt, omdat ze, als dochters van
+nette families, meestal ontwikkeld zijn, en ook goede manieren hebben,"
+zei Kate op een beschermenden toon, die Meta's trots wondde en maakte,
+dat ze haar werk niet alleen nog onaangenamer, maar ook onteerend
+ging vinden.
+
+"Beviel u het Duitsche versje, juffrouw March?" vroeg Brooke, om een
+onaangename stilte af te breken.
+
+"O ja, het is beeldig, en ik ben heel dankbaar aan dengene, die het
+voor mij vertaald heeft," zei Meta, terwijl haar bedrukt gezichtje
+ophelderde.
+
+"Lees je Duitsch?" vroeg Kate met een verbaasden blik.
+
+"Niet heel goed. Mijn vader, die bezig was het mij te leeren, is van
+huis, en alleen kan ik niet goed vooruit komen, want er is niemand
+om mij met de uitspraak te helpen."
+
+"Probeer het nu eens; hier is Schiller's "Maria Stuart" en een
+leermeester die graag onderwijst," en Brooke legde met een uitlokkenden
+glimlach het boek op haar schoot.
+
+"Het is zoo moeilijk, ik durf het niet goed te probeeren," zei Meta
+dankbaar, maar verlegen door de tegenwoordigheid van de talentvolle
+jonge dame naast haar.
+
+"Ik zal wel eerst een eindje lezen om je moed te geven," en juffrouw
+Kate las een van de schoonste gedeelten op onberispelijke wijze,
+wat de uitspraak betrof, maar zonder de minste uitdrukking.
+
+Brooke maakte geen aanmerking, toen ze het boek aan Meta teruggaf,
+die in haar eenvoud zei:
+
+"Ik dacht dat het poëzie was!"
+
+Een eigenaardige glimlach speelde om den mond van den gouverneur,
+terwijl hij het boek opende bij de klacht van de arme Maria.
+
+Meta volgde gehoorzaam het lange grassprietje, dat haar onderwijzer
+gebruikte om bij te wijzen, en las langzaam en beschroomd voort,
+terwijl zij door de zachte intonatie van haar lieve stem onwillekeurig
+aan de moeilijke woorden een poëtische uitdrukking gaf. Steeds lager
+wees de groene gids, en langzamerhand vergat Meta haar toehoorders
+door de schoonheid van het treurige verhaal en las ze alsof zij
+alleen was, onwillekeurig iets tragisch leggend in de woorden der
+ongelukkige koningin. Als ze toen de bruine oogen had gezien, zou
+ze plotseling zijn opgehouden, maar ze keek in het geheel niet op,
+en de les werd dus niet voor haar bedorven.
+
+"Lang niet slecht," zei Brooke, zonder eenige aanmerking op haar
+vele vergissingen en terwijl hij er uitzag alsof hij werkelijk
+"graag onderwees."
+
+Kate zette haar lorgnet op, sloot haar schetsboek, na nog een blik
+over het lieflijk landschap en zei welwillend:
+
+"Je hebt een goed accent en zult mettertijd best leeren lezen. Ik
+raad je aan deze studie voort te zetten; want de kennis van talen is
+eene groote aanbeveling voor onderwijzeressen. Kom, ik moet eens naar
+Grace gaan kijken; ze is veel te wild," en juffrouw Kate drentelde weg,
+schouderophalend bij zich zelf zeggende: "Ik ben niet gekomen om een
+gouvernante te chaperonneeren, hoe mooi en jong ze ook is. Wat zijn
+die Yankees toch wonderlijke menschen. Ik ben bang dat Laurie onder
+hen nog heelemaal bederven zal."
+
+"Ik vergat, dat Engelschen eigenlijk hun neus voor gouvernantes
+optrekken en ze niet behandelen zooals wij," zei Meta, die de
+wegwandelende gedaante ontstemd nakeek.
+
+"Gouverneurs hebben het in Engeland ook niet makkelijk, zooals ik bij
+ondervinding weet. Voor ons werkende menschen, is er geen beter land
+dan Amerika, juffrouw Meta," en Brooke keek zoo tevreden en vroolijk,
+dat Meta zich schaamde om over haar hard lot te klagen.
+
+"Dan ben ik blij dat ik er woon. Ik houd niet van mijn werk, maar
+ik heb er toch wel voldoening van, daarom mag ik niet klagen. Ik wou
+alleen maar dat ik zooveel van onderwijs geven hield als u."
+
+"Dat zou u zeker, denk ik, met een leerling als Laurie. Het zal mij
+veel moeite kosten hem 't volgend jaar te verliezen," zei Brooke,
+met aandacht gaatjes borend in het gras.
+
+"Hij gaat zeker naar de academie?" vroegen Meta's lippen, maar haar
+oogen voegden er bij: "En wat wordt er dan van u?"
+
+"Ja, het is hoog tijd, dat hij gaat, want hij is klaar, en zoodra
+hij weg is, word ik soldaat."
+
+"Daar ben ik blij om!" riep Meta. "Me dunkt, iedere jonge man moet
+verlangen te gaan, hoewel het ellendig is voor de moeders en zusters,
+die thuis moeten blijven," voegde ze er treurig bij.
+
+"Die heb ik niet, en ook heel weinig vrienden die er om zouden geven,
+of ik leef of dood ben," zei Brooke eenigszins bitter, terwijl hij
+verstrooid de roos in het gaatje stopte, dat hij gemaakt had, en dit
+toedekte met zand, alsof het een klein grafje was.
+
+"Laurie en zijn grootvader zouden er toch om geven, en wij zouden
+'t allemaal heel naar vinden als u iets overkwam," zei Meta hartelijk.
+
+"Dank u, dat klinkt aangenaam," begon Brooke, wat vroolijker kijkende;
+maar voor hij zijn zin kon voltooien, kwam Ned op het oude paard
+aandraven, om zijn rijkunst aan de dames te vertoonen, en verder was
+er dien dag geen rustig oogenblik meer.
+
+"Hou jij niet veel van rijden?" vroeg Grace aan Amy, terwijl ze samen
+stonden te rusten, na een harddraverij over het veld met de anderen,
+onder aanvoering van Ned.
+
+"Ik ben er dol op; Meta reed vroeger, toen Papa rijk was, maar nu
+houden wij geen paarden meer--behalve Hobbelaar," voegde Amy er
+lachend bij.
+
+"Vertel eens van Hobbelaar. Is dat een ezel?" vroeg Grace nieuwsgierig.
+
+"Och, zie je, Jo is net zoo dol op paarden als ik, maar we hebben
+alleen een oud dameszadel en geen paard. Nu is er in onzen tuin een
+appelboom met een heerlijken lagen tak; daar leg ik dan het zadel op,
+maak de leidsels aan den stam vast, en zoo draven we op Hobbelaar,
+wanneer wij maar willen."
+
+"Wat grappig," lachte Grace. Ik heb thuis een hit, en ik rijd haast
+elken dag met Fred en Kate in het park; het is heel prettig, want al
+mijn vriendinnetjes gaan er ook heen en de "Row" is altijd vol dames
+en heeren."
+
+"Hè, wat heerlijk! Ik hoop, dat ik den een of anderen tijd ook nog
+eens buitenslands ga, maar ik wou nog liever naar Rome, dan naar de
+"Row", zei Amy, die geen flauw idée had wat de "Row" [5] kon zijn,
+maar het voor niets ter wereld zou gevraagd hebben.
+
+Frank, die vlak achter de meisjes zat, hoorde wat zij zeiden en
+schoof met een ongeduldig gebaar zijn kruk van zich af, toen hij zag,
+hoe de andere jongens allerlei gymnastische toeren verrichtten. Bets,
+bezig de verstrooide kaarten van het auteurspel op te rapen, keek op,
+en zei met haar beschroomde maar vriendelijke stem:
+
+"Ik ben bang, dat je wat moe bent; kan ik soms iets voor je doen?"
+
+"Praat wat met me, als 't je blieft; 't is zoo stom vervelend hier
+alleen te zitten," antwoordde Frank, blijkbaar gewend, dat er tehuis
+veel werk van hem gemaakt werd.
+
+Wanneer hij de arme, verlegen Bets gevraagd had een latijnsche
+oratie uit te spreken, zou dit haar geen onmogelijker taak hebben
+toegeschenen; maar ze kon niet ontvluchten, er was geen Jo om zich
+achter te verbergen, en de arme jongen keek haar zoo droefgeestig aan,
+dat ze moedig besloot het te probeeren.
+
+"Waar praat je graag over?" vroeg zij verlegen, de kaarten
+gelijkschuddende, terwijl ze bij het samenbinden de helft weer verloor.
+
+"Och--ik hoor graag van cricketten en roeien en jagen," zei Frank, die
+nog niet geleerd had zijn vermaken naar zijn krachten in te richten.
+
+"O, wat zal ik toch beginnen! daar weet ik niets van," dacht Bets,
+en in haar verlegenheid het gebrek van Frank vergetende, zei zij,
+in de hoop hem aan het spreken te krijgen: "Ik heb nooit zien jagen,
+maar jij hebt het zeker wel's gedaan?"
+
+"Vroeger wel, maar ik kan 't nu natuurlijk nooit meer doen, want ik
+heb me bezeerd bij het springen over een hek. Voor mij bestaan er dus
+geen paarden en honden meer," zei Frank, met een zucht, die Bets haar
+onschuldige vergissing deed verwenschen.
+
+"Jullie herten zijn veel mooier dan onze leelijke buffels," zei zij,
+bij de prairiën hulp zoekende, en innig verheugd, dat ze een van de
+jongensboeken gelezen had, die Jo zoo gretig verslond.
+
+De buffels schenen verzachtend en bevredigend te werken, en in haar
+vurig verlangen om den armen Frank wat afleiding te geven, vergat Bets
+zich zelf, en bemerkte ze zelfs niets van de verbazing en blijdschap,
+waarmee Meta en Jo ontdekten, dat Bets druk zat te keuvelen met een der
+verschrikkelijke jongens, tegen wie ze haar bescherming had ingeroepen.
+
+"Lief hartje! Ze heeft medelijden met hem en daarom is ze zoo
+vriendelijk tegen hem," zei Jo, die van het crocketveld af, verrukt
+naar haar keek.
+
+"Ik heb altijd gezegd, dat zij een klein heiligje is," zei Meta,
+alsof de zaak nu aan geen twijfel meer onderhevig kon zijn.
+
+"Ik heb Frank in langen tijd niet zóó hooren lachen," zei Grace tot
+Amy, die samen over hun poppen zaten te praten, en theeserviesjes
+van eikels maakten.
+
+"Bets is een welgemaakt meisje, wanneer ze wil," zei Amy, trotsch
+over den lof, haar zuster toegezwaaid. Zij meende "welbespraakt", maar
+Grace merkte de vergissing niet op, zoodat Amy met haar "welgemaakt"
+den gewenschten indruk teweegbracht.
+
+Een geïmproviseerd paardenspel, de "kat en de muis," en een
+vriendschappelijk partijtje crocket vulden den namiddag. Tegen
+zonsondergang moest de tent afgebroken, werden de manden gepakt,
+de poortjes uit den grond getrokken, de booten beladen, en het heele
+gezelschap dreef, luid zingende, stroomaf.
+
+Ned werd sentimenteel en zong een serenade, met het weemoedig refrein:
+
+
+ "Alleen, alleen, ach gansch alleen!"
+
+
+en bij de regels:
+
+
+ "Jong en vol liefde zijn wij beiden,
+ Waarom blijft ons het noodlot scheiden!"
+
+
+zag hij Meta met zoo'n jammerlijke uitdrukking aan, dat ze hardop
+begon te lachen en de uitwerking van zijn lied bedierf.
+
+"Hoe kun je zoo wreed tegen me zijn," fluisterde hij, toen er
+een vroolijk, algemeen gezang volgde, "Je hebt den heelen dag aan
+dien uitgestreken Engelsche vastgeketend gezeten, en nu ben je zoo
+onaardig."
+
+"Dat wou ik niet zijn, maar je keek zoo dwaas, dat ik het heusch niet
+helpen kon," antwoordde Meta, het eerste gedeelte van zijn verwijt
+onbeantwoord latende; want het was volkomen waar, dat ze hem vermeden
+had, gedachtig aan de Moffatspartij en de praatjes daarna.
+
+Ned was beleedigd en ging zijn troost bij Sallie zoeken, die hij
+geraakt toefluisterde: "In die Meta zit nou geen zier coquetterie,
+vindt je wel?"
+
+"O, neen, geen zweempje, maar ze is tóch aardig," zei Sallie, haar
+vriendin verdedigend, hoewel zij haar tekortkomingen moest erkennen.
+
+Op het grasperk, waar het gezelschap bij elkaar was gekomen, scheidde
+men met hartelijke groeten en een vaarwel aan de Vaughn's, die naar
+Canada zouden vertrekken. Toen de vier zusters door den tuin naar
+huis gingen, keek Kate hen na en zei, nu niet op beschermenden toon:
+"Niettegenstaande hun vrijere manieren, zijn Amerikaansche meisjes,
+wanneer je ze eenmaal kent, toch héél aardig."
+
+"Dat ben ik geheel met u eens," antwoordde Brooke.
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XIII.
+
+LUCHTKASTEELEN.
+
+
+Op zekeren warmen September-namiddag lag Laurie heerlijk in zijn
+hangmat heen en weer te schommelen; hij was nieuwsgierig om te
+weten wat zijn buren toch uitvoerden, maar te lui om het te gaan
+onderzoeken. Laurie was uit zijn humeur, want hij had zijn dag
+nutteloos en onbevredigend doorgebracht en wenschte, dat hij hem nog
+eens over kon leven. Het warme weder maakte hem lui; hij had de hand
+gelicht met zijn werk, het geduld van den gouverneur tot het uiterste
+op de proef gesteld, zijn grootvader ontstemd door den halven middag
+piano te spelen, de dienstboden angst aangejaagd door geheimzinnig
+te kennen te geven, dat een van zijn honden dol scheen geworden,
+en nadat hij hooge woorden had uitgelokt met den stalknecht, over
+het een of ander vermeend verzuim aan zijn paard, was hij in zijn
+hangmat gevallen om te brommen over de "onmogelijkheid" van de wereld
+in het algemeen, tot de rust van den liefelijken namiddag hem, ondanks
+zichzelf, tot kalmte gebracht had. Naar boven starend in het groene
+looverdak van een wilde kastanje, droomde hij allerlei droomen, en
+verbeeldde hij zich juist rond te zwalken op den oceaan bij een reis
+rondom de wereld, toen het geluid van stemmen hem in een oogwenk aan
+land bracht. Door de mazen van de hangmat glurend, zag hij de meisjes
+March uit het huis komen, alsof ze de een of andere expeditie gingen
+ondernemen. "Wat ter wereld beginnen de meisjes nou?" dacht Laurie,
+zijn slaperige oogen wijd opensperrend om eens goed te kijken, want
+er was iets vreemds aan zijn buurmeisjes. Ze hadden elk een grooten,
+overhangenden hoed op, een bruin linnen zak over den schouder en een
+langen stok in de hand. Meta droeg een kussen, Jo een boek, Bets een
+mandje en Amy een portefeuille. Zeer bedaard liepen ze den tuin door,
+het achterhekje uit, om den heuvel te beklimmen, die tusschen hun
+huis en de rivier lag.
+
+"Dat is al héél leuk," zei Laurie bij zichzelf, "een buitenpartij te
+houden, en mij niet eens te vragen. Ze kunnen niet met de boot gaan,
+want ze hebben den sleutel niet. Misschien hebben ze hem vergeten;
+ik zal hem even gaan brengen en meteen eens zien, wat ze uitvoeren."
+
+Hoewel hij een half dozijn hoeden in zijn bezit had, duurde het eenigen
+tijd, voor hij er een vinden kon, toen moest hij naar den sleutel
+zoeken, dien hij eindelijk in zijn zak vond, zoodat de meisjes al ver
+uit het gezicht waren eer hij de heining oversprong en hen achterna
+draafde. Hij nam den kortsten weg naar het schuitenhuisje en wachtte
+daar hun komst af, maar niemand verscheen, dus beklom hij den heuvel
+om het terrein eens te overzien. Deze was gedeeltelijk bedekt door een
+dennenboschje, en uit het dichtst van dit geboomte kwam een sterker
+geluid, dan het zachte ruischen der dennen en het slaperige gezang
+der krekels.
+
+"Hier zit het wild," dacht Laurie, door de takken glurend, nu geheel
+wakker en in zijn humeur.
+
+De meisjes zaten lekker in de schaduw, terwijl het zonlicht door de
+takken speelde, een koeltje de geurige dennelucht door hun haren en
+langs hun gloeiende wangen blies en al de kleine boschbewoners met
+hun bezigheden voortgingen, alsof de Marches geen vreemdelingen maar
+vrienden waren. Meta die op haar kussen zat en met hare fijne handjes
+ijverig naaide, zag er in haar rose japonnetje op het groene gras zoo
+frisch en lief uit als een roos. Bets zocht ijverig naar dennenappels,
+waarmee de grond onder de struiken bezaaid lag, want zij maakte er
+allerlei aardige dingen van; Amy schetste een groep varens, en Jo
+breide een soldatensok terwijl ze las. Even betrok Laurie's gezicht,
+toen hij bedacht, dat hij eigenlijk behoorde heen te gaan, omdat hij
+niet mee gevraagd was; toch bleef hij staan, 't Scheen hem thuis zoo
+eenzaam toe, en dit rustige partijtje in het bosch had bijzonder veel
+aantrekkelijks voor hem in zijn ongedurige stemming. Hij stond zóó
+stil, dat een eekhoorn, bezig voedsel te zoeken, van een pijnboom vlak
+naast hem afkwam, maar toen met zulk een schrillen kreet terugrende,
+dat Bets omkeek, het verlegen gezicht tusschen de takken bemerkte,
+en hem met een bemoedigenden glimlach wenkte dichter bij te komen.
+
+"Mag ik dit heiligdom binnentreden, of zou ik maar tot last
+zijn?" vroeg hij, langzaam naderend.
+
+Meta trok haar wenkbrauwen op, maar Jo keek haar boos aan, en zei
+onmiddellijk: "Natuurlijk, mag je! We zouden je wel gevraagd hebben
+mee te gaan, maar we waren bang, dat je zoo'n meisjesbedenksel saai
+zou vinden."
+
+"Ik vind jullie bedenksels nooit saai, maar als Meta mij liever niet
+ziet, verdwijn ik."
+
+"Ik heb er niets tegen, wanneer je iets uitvoert; 't is tegen de orde
+hier leeg te zitten," zei Meta ernstig, maar vriendelijk.
+
+"Zeer verplicht; ik wil _alles_ doen, wanneer jullie mij een poosje
+duldt, want het is thuis zoo saai als in de Sahara. Zal ik naaien,
+lezen, denneappels zoeken, teekenen, of alles te gelijk? Gij hebt
+slechts te bevelen, ik ben tot uw dienst gereed," en Laurie ging
+zitten met zoo'n onderdanig gezicht, dat Meta verteederd werd.
+
+"Lees dit verhaal uit, terwijl ik de hiel zet," commandeerde Jo,
+hem het boek overhandigend.
+
+"Alstublieft, juffrouw," was het deemoedig antwoord, en Laurie las
+op zijn allersierlijkst om zijn dankbaarheid te toonen voor zijn
+toelating tot de "Nijvere-Bij-club."
+
+Het verhaal was niet lang, en toen hij het uitgelezen had, waagde
+hij het tot belooning voor de bewezen diensten een paar vragen te doen.
+
+"Als het niet te vrijpostig is, dames, zou ik wel eens willen vragen,
+of deze gezellige en hoogst nuttige vereeniging pas is opgericht?"
+
+"Mag hij het weten?" vroeg Meta aan de anderen.
+
+"Neen, hij zal ons uitlachen," waarschuwde Amy.
+
+"Wat zou dat?" vroeg Jo.
+
+"Ik wed, dat hij 't wel aardig zal vinden," meende Bets.
+
+"Wel ja, natuurlijk. Ik geef jullie mijn woord, dat ik niet zal
+lachen. Vertel op, Jo, en wees maar niet bang!"
+
+"'t Idée! bang voor jou? Nou, je moet weten, we _speelden_ vroeger
+altijd den Pelgrimstocht, maar sinds verleden winter stellen wij hem
+in _ernst_ voor."
+
+"Ja, dat weet ik," zei Laurie, met een knikje.
+
+"Wie heeft het je dan verteld?" vroeg Jo snibbig.
+
+"Een geest."
+
+"Neen, _ik_ heb het gedaan om hem eens te amuseeren op een avond,
+toen jullie allemaal uit waren, en hij zich zoo verveelde. Hij vond
+het niets gek; dus brom er maar niet over, Jo," zei Bets onderdanig.
+
+"Je kunt geen geheim bewaren. Nu, het doet er niet toe, het wint nu
+alweer moeite uit."
+
+"Ga voort, als 't je belieft," verzocht Laurie, toen Jo in haar werk
+verdiept, ontstemd voor zich bleef kijken.
+
+"O, heeft ze ons nieuwe plan niet verteld? Nou, we hebben ons best
+gedaan om onzen vacantietijd niet te verlummelen, maar ieder heeft
+een taak op zich genomen en geprobeerd die af te krijgen. De vacantie
+is bijna om, onze taken af, en we zijn vreeselijk blij, dat we niet
+geluierd hebben."
+
+"Ja, dat kan ik me begrijpen," en Laurie dacht berouwvol aan zijn
+eigen verbeuzelde dagen.
+
+"Moeder heeft graag, dat wij zooveel mogelijk buiten zijn; daarom
+nemen we onze taak hier mee naar toe; 't is hier heerlijk. Voor
+de grap stoppen we ons werk in deze zakken, zetten oude hoeden op,
+gebruiken lange stokken om den heuvel te beklimmen en spelen pelgrims,
+zooals we jaren geleden plachten te doen. Wij noemen dezen heuvel
+"de Berg der Verrukking", [6] omdat wij van hier het heerlijke land
+kunnen zien, waar wij eenmaal hopen te gaan wonen."
+
+Jo wees het hem, en Laurie kwam overeind om te kijken. Door een
+opening in het hout, zag men, over de breede, blauwe rivier, de
+weilanden aan den overkant, verder over de buitenwijken der stad,
+naar de groene heuvelen, die den horizon begrensden. De zon stond
+al laag, en de lucht baadde zich in den prachtigen gloed van een
+herfstzonsondergang. Gouden en purperen wolken zweefden boven de
+heuvels, en hoog in de roodgekleurde lucht verhieven zich nevelige
+toppen, als de zilveren kerktorens van de eene of andere "Hemelsche
+Stad." [7]
+
+"Heerlijk!" zei Laurie zacht, want hij had een open oog voor al wat
+mooi was.
+
+"Het is dikwijls zoo mooi, en we kijken er zoo graag naar, want
+het is nooit hetzelfde, maar altijd prachtig," zei Amy, wenschende,
+dat ze het kon teekenen.
+
+"Jo spreekt van het land, waar we eenmaal hopen te wonen; het
+wezenlijke land, meent ze, met varkens en kuikens en hooibergen;
+dat zou wel heerlijk zijn, maar ik wou, dat dat land daar in de
+wolken werkelijk bestond, en dat we daar eens heen konden gaan,"
+zei Bets peinzend.
+
+"Jij zult wel in de Hemelsche Stad komen, Bets, wees daar maar
+niet bang voor," zei Jo. "Ik ben degeen, die zal moeten strijden
+en werken, en klauteren en wachten, en misschien nog niet eens zal
+worden toegelaten."
+
+"Dan zul je mij tot gezelschap hebben, als je dat kan troosten. Ik zal
+heel wat moeten afreizen, voor ik jullie Hemelsche Stad bereik. Als ik
+er heel laat aankom, zul jij dan een goed woordje voor me doen, Bets?"
+
+Een zeker iets in Laurie's gezicht verontrustte zijn vriendinnetje,
+maar zij zei opgewekt, met haar vriendelijke oogen op de drijvende
+wolken gevestigd: "Als iemand echt verlangt er te komen, en er zijn
+heele leven zijn best voor doet, geloof ik, dat hij zeker zal mogen
+binnentreden, want ik denk niet, dat er grendels of wachters voor die
+poort zijn. Ik stel het me altijd voor, als op dat plaatje, waar de
+vriendelijke gedaanten de handen uitstrekken om den armen Christiaan
+[8] te verwelkomen, wanneer hij de rivier doorwaad heeft."
+
+"Wat zou het leuk zijn, als al de luchtkasteelen, die we bouwen,
+eens werkelijkheid werden, en wij er in konden wonen?" zuchtte Jo na
+eenige oogenblikken stilzwijgen.
+
+"Ik heb er al zooveel gebouwd, dat het me moeilijk zou vallen te
+zeggen, welk ik per slot van rekening zou verkiezen," zei Laurie,
+terwijl hij zich zoo lang als hij was op het mos liet vallen en
+denneappels gooide naar het eekhorentje dat hem verraden had.
+
+"Je zou natuurlijk je lievelingskasteel moeten kiezen; wat is
+dat?" vroeg Meta.
+
+"Als ik het mijne vertel, zullen jullie het dan ook doen?"
+
+"Ja, als de anderen het ook beloven."
+
+"Ja, dat is goed. Nu, Laurie!"
+
+"Zoodra ik genoeg van de wereld gezien had, zou ik in Duitschland
+willen gaan wonen, en zooveel van muziek genieten als ik maar kon. Ik
+zou zelf een groot genie willen zijn, zoodat alle menschen toestroomden
+om me te hooren; ik zou nooit iets van geldzaken of handel willen
+hooren, maar alleen genieten en leven voor de dingen waar ik van
+houd. Dat is mijn liefste luchtkasteel. En wat is het jouwe, Meta?"
+
+Meta scheen het wat moeilijk te vinden het hare te vertellen; zij
+streek met een varentakje langs haar gezicht, alsof ze denkbeeldige
+muggen wilde verdrijven, terwijl zij langzaam begon: "Ik zou graag
+een mooi huis hebben, vol met allerlei prachtige dingen; lekker
+eten, mooie kleeren, smaakvolle meubels, aardige menschen en hoopen
+geld. Ik zou er de eigenares van moeten zijn, en het heelemaal kunnen
+inrichten, zooals ik wou, met veel dienstboden, zoodat ik niet hoefde
+te werken. Wat zou ik er van genieten! Want ik zou niet luieren,
+maar veel goed doen en maken dat iedereen mij liefhad."
+
+"En moet je geen ridder in je kasteel hebben?" vroeg Laurie ondeugend.
+
+"Ik zei immers aardige menschen!" en Meta strikte zorgvuldig haar
+schoen vast, terwijl zij sprak, zoodat niemand haar gezicht kon zien.
+
+"Waarom noem je er niet bij op, dat je een volmaakt, verstandig,
+beminnelijk echtgenoot wilt hebben en een paar engelachtige
+kinderen? Je weet best, dat je kasteel zonder dat toch niet volmaakt
+zou zijn," riep de openhartige Jo, die nog geen "teedere gevoelens"
+koesterde, en liefdeshistories, behalve in boeken, verachtte.
+
+"Jij zou in het jouwe niets dan paarden, inktkokers en boeken willen
+hebben," zei Meta geraakt.
+
+"Dat snap je! Ik zou een stal vol Arabische paarden willen hebben,
+en kamers opgehoopt met boeken, en ik zou willen schrijven uit een
+betooverden inktkoker, zoodat mijn werken even beroemd werden als
+Laurie's muziek. Maar voordat ik mijn kasteel betrek, moet ik iets
+groots doen, iets heldhaftigs of ongeloofelijks, dat na mijn dood niet
+vergeten zal worden. Ik weet nog niet wat, maar ik ben steeds op den
+uitkijk, en van plan jullie allemaal nog eens te verrassen. Ik denk,
+dat ik boeken zal gaan schrijven en rijk en beroemd worden. Dat zou
+mij het best bevallen. Nou weet jullie _mijn_ lievelingsdroom."
+
+"En de mijne is, stil bij Vader en Moeder te blijven, en voor de
+anderen te helpen zorgen," zei Bets tevreden.
+
+"Verlang je niks anders?" vroeg Laurie.
+
+"Nu ik mijn piano heb, ben ik volkomen tevreden; ik hoop alleen,
+dat we allemaal gezond en bij elkander mogen blijven, anders niets."
+
+"Ik heb een massa wenschen; maar de voornaamste is, schilderes te
+worden, en naar Rome te gaan, en prachtige schilderijen te maken,
+en de beste schilderes van de heele wereld te zijn," was Amy's
+nederige begeerte.
+
+"Wat zijn we een eerzuchtig troepje! Behalve Bets, verlangen wij
+allemaal rijk en beroemd, en in ieder opzicht onovertreffelijk te
+worden. Ik zou wel eens willen weten, of we ooit een van allen onze
+wenschen bereiken zullen," zei Laurie, op een grasspriet kauwend als
+een nadenkend kalf.
+
+"Ik heb den sleutel van mijn luchtkasteel, maar het blijft de vraag,
+of ik de deur zal kunnen openkrijgen," zei Jo geheimzinnig.
+
+"Ik heb van het mijne ook den sleutel gekregen, maar ik mag hem niet
+probeeren. 'k Wou, dat de academie opvloog," mompelde Laurie met een
+ongeduldige zucht.
+
+"Hier is de mijne," en Amy zwaaide met haar penseel.
+
+"Ik heb er geen," zei Meta treurig.
+
+"Wel waar!" riep Laurie.
+
+"Waar dan?"
+
+"In je gezicht."
+
+"Nonsens, dat geeft niets."
+
+"Wacht maar af, of het je niet iets geven zal, dat de moeite waard is,"
+antwoordde Laurie, glimlachend bij de gedachte aan het aardige geheim,
+dat hij meende te weten.
+
+Meta bloosde achter haar varentakje, maar vroeg niet verder en keek
+naar de rivier, met dezelfde verlangende uitdrukking als Brooke,
+den dag, waarop hij van den ridder verteld had.
+
+"Als wij alle vijf over tien jaren nog leven, moesten we bij elkaar
+komen, om te zien, wiens wenschen vervuld zijn, en hoeveel nader wij
+er aan toe zijn dan nu," zei Jo, die altijd met een plan gereed was.
+
+"Och hemel, wat ben ik dan al oud--zeven-en-twintig," zuchtte Meta,
+die zich als een volwassen dame beschouwde, daar ze juist zeventien
+was geworden.
+
+"Jij en ik zullen zes-en-twintig zijn, Teddy; Bets vier-en-twintig
+en Amy twee-en-twintig; wat een eerwaardig gezelschap!" riep Jo.
+
+"Ik hoop, dat ik tegen dien tijd iets gedaan zal hebben om trotsch op
+te wezen; maar ik ben zoo'n luie hond, dat ik vrees, ik zal blijven
+lanterfanten, Jo."
+
+"Je hebt maar een prikkel noodig, zegt Moeder; als je dien eenmaal
+hebt, zul je wel flink aan 't werk gaan," zegt ze.
+
+"Zegt je Moeder dat? Bij Jupiter, ik zal het doen, zoo gauw ik er
+kans toe zie!" riep Laurie uit, met plotselinge geestdrift overeind
+komend. "Het moest mij genoeg zijn, wanneer ik Grootvader tevreden
+stel; en ik doe ook mijn best, maar het is tegen stroom opvaren, zie
+je, en dat valt niet mee. Hij wil, dat ik, net als hij vroeger, als
+koopman naar Indië zal gaan, maar ik laat me nog liever doodschieten;
+ik heb een hekel aan thee en zij en specerijen en al dien rommel,
+die met zijn schepen hierheen komt, en zoodra ze van mij zijn, kan
+'t me niets schelen, of zij naar den kelder gaan. Grootpapa moest
+tevreden zijn als ik de academie afloop; wanneer ik hem vier jaar
+van mijn leven geef, behoorde hij mij van den handel vrij te laten;
+maar hij staat er op, dat ik net doe, zooals hij gedaan heeft. Als ik
+maar niet wegloop en mijn eigen hoofd volg, zooals mijn vader! Was er
+maar iemand, om bij den ouden heer te blijven, dan deed ik het morgen."
+
+Laurie sprak opgewonden, en keek, alsof hij bereid was bij de minste
+aanleiding zijn bedreiging ten uitvoer te brengen; hij ontwikkelde
+zich sterk, en niettegenstaande zijn onverschillige manieren, had
+hij den gewonen jongensafkeer van onderdanigheid, en een rusteloos
+verlangen zelf zijn weg door de wereld te zoeken.
+
+"Ik zou in een van mijn eigen schepen wegzeilen en niet terugkomen,
+voor ik mijn fortuin beproefd had," zei Jo, wier verbeelding geprikkeld
+werd bij de gedachte aan den moed, die zulk een heldenfeit vereischte,
+en wier sympathie dadelijk was opgewekt door wat ze het "onrecht"
+noemde, Teddy aangedaan.
+
+"Dat is niet goed, Jo; zoo moet je niet spreken en Laurie mag je
+slechten raad niet opvolgen. Je moet doen, wat je grootvader van je
+verlangt," zei Meta op haar moederlijksten toon. "Doe je best aan de
+academie, en wanneer hij ziet dat je hem plezier wilt doen, ben ik
+zeker, dat hij niet hard of onrechtvaardig tegen je zal zijn. Er is,
+zooals je zegt, niemand om bij hem te blijven en hem lief te hebben, en
+je zou het je zelf nooit vergeven, als je hem zonder zijn toestemming
+verliet. Laat er je niet door terneer slaan, maar doe je plicht,
+dan zul je tenminste net als mijnheer Brooke de voldoening hebben,
+dat ieder je acht en van je houdt."
+
+"Wat weet jij van Brooke?" vroeg Laurie, dankbaar voor den goeden
+raad, maar ongeduldig over de vermaning, en verlangend om, na zijn
+ongewone uitbarsting, het gesprek van zichzelf af te leiden.
+
+"Alleen maar wat je Grootvader aan Moeder verteld heeft; hoe hij
+zorgde voor zijn moeder, tot zij stierf, en dat hij niet met een
+goede familie als gouverneur buitenslands wou gaan, omdat hij haar
+niet kon achterlaten, en dat hij nu een oude vrouw onderhoudt, die
+zijn moeder heeft opgepast, en er nooit tegen iemand van spreekt en
+altijd zoo edelmoedig en geduldig is, als een man maar wezen kan."
+
+"Dat is-ie, die beste kerel," riep Laurie hartelijk, toen Meta met
+een kleur eindigde. "Net iets voor Grootvader, om, zonder het Brooke
+te laten merken, dat alles van hem uit te visschen, om het dan aan
+anderen te vertellen, zoodat ze van hem gaan houden. Brooke kon
+ook al niet begrijpen, waarom je moeder zoo aardig voor hem was,
+en hem met mij meevroeg, en hem op haar lieve, vriendelijke manier
+behandelde. Hij vond haar absoluut volmaakt, geloof ik, en was in
+geen dagen over jullie allemaal uitgepraat. Je had hem eens moeten
+hooren! Wanneer ooit mijn wenschen uitkomen, zul j' eens zien, wat
+ik voor Brooke doen zal."
+
+"Begin nu maar liever, door hem niet dood te ergeren," zei Meta scherp.
+
+"Hoe weet je, dat ik dat doe, mejuffrouw?"
+
+"Ik kan 't altijd zien aan zijn gezicht, als hij weggaat. Wanneer je
+je best gedaan hebt, ziet hij er tevreden uit, en loopt hij vlug en
+opgewekt voorbij, maar als je hem geplaagd hebt, kijkt hij ernstig
+en loopt hij langzaam, alsof hij liever terug zou keeren, en het nog
+eens overdoen."
+
+"Zoo, dat is mooi! Jij houdt dus, volgens Brooke's gezicht, een
+aanteekenlijst van mijn goed of slecht gedrag? Ik zie hem wel buigen
+en glimlachen, wanneer hij jullie huis voorbijgaat, maar ik wist niet,
+dat er een telegraaf tusschen jou en hem bestond."
+
+"Dat is ook niet zoo; wees er maar niet boos om en o! vertel hem
+alstjeblieft niet, dat ik iets gezegd heb. Ik zei het alleen om je te
+toonen, dat ik wel weet, hoe je het maakt, en wat hier gezegd wordt,
+is in vertrouwen gezegd, dat begrijp je," riep Meta, ongerust over
+de mogelijke gevolgen van haar onnadenkende uitlating.
+
+"_Ik_ klik niet," zei Laurie met zijn "hooghartig air," zooals Jo een
+zekere uitdrukking noemde, die zijn mond soms aannam. "Maar wanneer
+Brooke voor thermometer gebruikt wordt, dien ik te zorgen dat hij
+altijd op "mooi weer" staat."
+
+"Och toe, Laurie, wees maar niet boos; ik wou eigenlijk niet preeken
+of zoo flauw zijn alles over te brieven; ik was alleen maar bang,
+dat Jo je zou aanmoedigen in gevoelens, waarover je later berouw zou
+hebben. Je bent zoo vriendelijk voor ons, dat we je als een broer
+beschouwen en alles zeggen, wat we denken; neem 't me maar niet
+kwalijk, ik meende het goed!" en Meta stak hem vriendschappelijk,
+maar verlegen de hand toe.
+
+Laurie drukte het handje en zei openhartig, daar hij beschaamd was over
+zijn oogenblikkelijke opwelling: "Ik heb eerder vergiffenis noodig;
+ik ben den heelen dag al uit mijn humeur. Ik vind het best, hoor,
+dat je mij op mijn gebreken wijst en een beetje over me "moedert;"
+geef er dus maar niet om, wanneer ik eens kwaad word; ik ben er je
+toch wel dankbaar voor."
+
+Om te toonen, dat hij niet beleedigd was, gedroeg Laurie zich verder
+zoo "beminnelijk" mogelijk; hij wond garen voor Meta op, reciteerde
+verzen voor Jo's plezier, schudde dennenappels voor Bets, hielp
+Amy met haar varens--en bewees zoo, dat hij waardig was om tot de
+"Nijvere-Bij-club" te behooren. Midden onder een levendige discussie
+over de gewoonten van schildpadden (daar juist zoo'n beminnelijk
+diertje uit de rivier was komen aanwandelen), waarschuwde hen het
+verwijderd geluid van de bel, dat Hanna de thee gezet had, en dat
+zij maar juist bijtijds voor het avondeten thuis zouden kunnen zijn.
+
+"Mag ik weerkomen?" vroeg Laurie.
+
+"Ja, "mits gij braaf oppast en naarstig leert," zooals de jongetjes
+in het A-B-C-boekje," zei Meta glimlachend.
+
+"Ik zal mijn best doen."
+
+"Dan mag je komen, en zal ik je leeren breien, zooals de Schotten;
+er is nu juist behoefte aan sokken," zei Jo, terwijl ze met de hare
+als een blauwe, gebreide banier tot afscheid wuifde.
+
+Terwijl Bets dien avond in den schemer voor grootvader Laurence
+speelde, stond "Teddy" in de schaduw voor het gordijn naar "de
+kleine David" te luisteren, wier eenvoudige muziek altijd zijn
+oproerige gedachten tot bedaren bracht, en toen hij naar den ouden
+man keek, zooals hij daar, met het grijze hoofd op de hand gesteund,
+verzonken zat in gedachten aan het verloren kind, dat hij zoo innig
+had liefgehad, herinnerde Laurie zich opeens het gesprek van dien
+middag, en zei hij tot zichzelf: "Ik zal mijn luchtkasteel opgeven
+en bij Grootpapa blijven, zoolang hij het verlangt, want ik ben alles
+wat hij nog in de wereld heeft."
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XIV.
+
+GEHEIMEN.
+
+
+Jo had het heel druk op zolder, want de Octoberdagen begonnen koel te
+worden en de middagen kort. Gedurende twee of drie uur scheen de zon
+door het hooge venster en koesterde ze Jo, die op de oude canapé zat,
+met al haar papieren voor zich op een koffer uitgespreid, terwijl
+Knabbelaar, de lievelingsrat, langs de hanebalken wandelde, vergezeld
+door zijn oudsten zoon, een flinken jongen, die blijkbaar heel trotsch
+op zijn snorren was. Totaal verdiept in haar werk, krabbelde Jo voort,
+tot de laatste bladzijde vol was. Toen zette ze er haar naam onder
+met een sierlijken krul, en wierp haar pen neer met den uitroep:
+
+"Daar, ik heb mijn best gedaan! Als dit niet goed genoeg is, zal ik
+moeten wachten, tot ik het beter kan."
+
+Languit op de canapé liggende las ze het manuscript nog eens zorgvuldig
+over, maakte hier en daar verbeteringen, versierde 't met ettelijke
+uitroepteekens, die er uitzagen als kleine luchtballons, rolde toen
+het schrift op, bond het vast met een mooi, rood bandje, en bleef
+een oogenblik zitten met een peinzend gezicht, dat duidelijk toonde,
+hoe ernstig ze haar werk had opgevat. Jo's lessenaar was een oude
+blikken poppenkeuken die met de opening tegen den muur hing. Hierin
+bewaarde ze haar paperassen en een paar boeken, veilig buiten bereik
+van Knabbelaar, die ook letterlievend van aard scheen en dit toonde,
+door alle boeken, die in zijn bereik vielen, af te knagen.
+
+Uit deze blikken bewaarplaats haalde Jo nog een ander manuscript,
+en nadat zij beide in haar zak had gestoken, ging zij zacht de trap
+af, haar vrienden vrijheid latende om aan haar pennen te knabbelen
+en van haar inkt te proeven.
+
+Zoo onhoorbaar mogelijk haalde ze hoed en mantel te voorschijn, ging
+naar het raam boven de achterdeur, klom daaruit op het lage afdak
+boven den ingang, kwam met een sprong in het zachte gras terecht,
+en bereikte langs een omweg den straatweg. Daar gekomen wachtte ze
+bedaard, wenkte een aankomenden omnibus en rolde naar de stad, met
+een buitengewoon vroolijk en geheimzinnig gezicht.
+
+Wanneer iemand op haar gelet had, zou hij haar gedrag zeker vreemd
+hebben gevonden, want toen ze uitgestapt was, liep ze met vluggen pas
+naar een zeker nommer in een zekere, drukke straat; nadat ze met eenige
+moeite het huis gevonden had, stapte ze 't voorportaal in, bekeek de
+morsige trap, stond een oogenblik stokstijf, en vloog toen even vlug
+als ze gekomen was, de straat weer uit. Deze manoeuvre herhaalde zij
+verscheiden malen, tot groot vermaak van een zwartoogig jongmensch,
+dat op zijn gemak in de vensterbank van een gebouw aan den overkant
+zat. Toen zij voor de vierde maal terugkwam, nam Jo een kloek besluit,
+trok haar hoed in de oogen en liep de trap op met een gezicht, alsof
+al haar tanden moesten uitgetrokken worden.
+
+Onder andere naamplaatjes op de deurpost, was er ook een van een
+tandmeester, en nadat de jongeheer aan den overkant een oogenblik
+gestaard had op een paar kunstmatige kakebeenen, die open en dicht
+gingen, om de aandacht op een prachtig stel tanden te vestigen, trok
+hij zijn jas aan, nam zijn hoed, en posteerde zich in de deur aan den
+overkant, terwijl hij met een glimlach en een rilling bij zichzelf zei:
+
+"Net iets voor haar om alleen te komen, maar als ze veel pijn heeft
+gehad, mag er toch wel iemand zijn om haar naar huis te brengen."
+
+Na tien minuten kwam Jo de trap afdraven met een rood gezicht en
+heelemaal het voorkomen van iemand, die pas de een of andere vuurproef
+heeft doorstaan. Toen ze het jongemensch zag, scheen ze de ontmoeting
+alles behalve aangenaam te vinden, en liep ze hem met een knikje
+voorbij, maar hij volgde haar en vroeg medelijdend:
+
+"Was het heel erg?"
+
+"Neen, zoo heel erg niet."
+
+"Je bent er nogal gauw afgekomen."
+
+"Ja, den hemel zij dank!"
+
+"Waarom ben je alleen gegaan?"
+
+"Ik wou niet, dat iemand het wist."
+
+"Jij bent toch het wonderlijkste wezen, dat ik ooit gezien heb! Hoeveel
+heb j'er laten trekken?"
+
+Jo keek haar vriend aan, alsof ze hem niet begreep, en begon toen te
+lachen, alsof hij iets bijzonder grappigs gevraagd had.
+
+"Ik wou er graag twee uit hebben, maar ik moet tot de volgende week
+wachten."
+
+"Waar lach je om? Je voert iets kwaads in 't schild, Jo," zei Laurie,
+op een dwaalspoor gebracht.
+
+"En jij ook. Wat deed je daar, jongmensch, in dat café?"
+
+"Ik vraag excuus, mejuffrouw, het was geen café, maar een schermschool,
+waar ik les neem."
+
+"Daar ben ik blij om."
+
+"Waarom?"
+
+"Dan kun je 't mij leeren; en wanneer we dan Hamlet opvoeren, kun
+jij Laertes zijn, en kunnen we dat gevecht mooi voorstellen."
+
+Laurie barstte uit in zoo'n hartelijk gelach, dat verscheiden
+voorbijgangers huns ondanks glimlachten.
+
+"Ik zal het je leeren, of we Hamlet spelen of niet; het is een
+heerlijke sport en het zal je spieren stalen. Maar ik geloof niet,
+dat dit de eenige reden was, waarom je zoo gedecideerd zei: "Daar
+ben ik blij om. Was het wel?"
+
+"Neen, ik was blij, dat het geen café was, omdat ik hoop, dat je nog
+niet naar zulke gelegenheden gaat. Doe je 't wel eens?"
+
+"Niet dikwijls."
+
+"Ik wou, dat je 't nooit deedt."
+
+"Er steekt niets in, Jo; ik heb thuis wel een biljart, maar er is
+niets aan, wanneer je geen goede spelers hebt, en omdat ik het graag
+doe, kom ik er wel eens om een partij met Ned Moffat, of een van de
+anderen te spelen."
+
+"Och heden, dat spijt mij, want je zult er al meer en meer van gaan
+houden, er je tijd en geld mee verspelen, en net als die akelige
+jongens worden. Ik had zoo'n hoop, dat jij degelijk zou blijven
+en je vrienden eer aan je zouden beleven," zei Jo, met moederlijke
+bezorgdheid haar hoofd schuddende.
+
+"Kan een jongmensch zich niet eens een onschuldige uitspanning
+veroorloven, zonder zijn aanspraak op "degelijkheid" te
+verbeuren?" vroeg Laurie eenigszins geraakt.
+
+"Dat hangt er van af, hoe en waar hij zich die veroorlooft. Ik
+houd niet van Ned en zijn club, en ik wou, dat jij je daar buiten
+hieldt. Moeder wil niet, dat hij bij ons aan huis komt, hoe graag
+hij ook wil, en als jij wordt als hij, zou ze niet meer toelaten,
+dat we zooveel pretjes met elkander hadden."
+
+"Kom!" zei Laurie, maar hij was wel wat ongerust.
+
+"Neen, ze kan dat soort van uitgaande heertjes niet uitstaan, en
+ze zou ons, geloof ik, nog liever alle vier in hoedendoozen pakken,
+dan ons met hen te laten omgaan."
+
+"Nou, je moeder heeft vooreerst haar hoedendoozen nog niet voor
+den dag te halen, ik ben niet van dat slag, en ik verlang er niet
+toe te behooren, maar ik houd nu en dan wel eens van een onschuldig
+amusementje, en jij?"
+
+"O, daar heeft natuurlijk niemand iets tegen; maak pret naar hartelust;
+als je maar niet "losbandig" wordt, want dan is er een eind aan al
+ons plezier."
+
+"Ik beloof je, een driedubbele heilige te worden."
+
+"Ik houd niet van heiligen, blijf maar een gewone, gezellige, nette
+jongen, dan zullen wij je nooit in den steek laten. Ik weet niet wat
+ik zou beginnen, als jij zooiets deed als de zoon van mijnheer King;
+hij had overvloed van geld, zoodat hij niet wist, wat hij er mee doen
+moest, en hij ging drinken en spelen en liep weg, en maakte valsche
+wissels op den naam van zijn vader, geloof ik, en was in ieder geval
+zoo slecht mogelijk."
+
+"Je denkt dus, dat ik waarschijnlijk ook zoo doen zal? Zeer verplicht."
+
+"Neen, dat denk ik niet, zeker niet! maar ik hoor oude menschen soms
+zeggen, dat veel geld hebben zoo verleidelijk is, en dan zou ik maar
+wenschen, dat je arm was; dan hoefde ik niet ongerust over je te zijn."
+
+"Bèn je dan ongerust over me, Jo?"
+
+"Ja, een beetje, als je zoo somber en ontevreden kijkt, zooals je
+soms doet; want je hebt zoo'n vasten wil, en wanneer je eenmaal den
+verkeerden weg opging, zou het moeilijk zijn je tegen te houden."
+
+Laurie liep een paar minuten zwijgend voort, en Jo keek hem eens
+van ter zijde aan, wenschende dat ze haar mond gehouden had, want de
+uitdrukking van zijn oogen was alles behalve vriendelijk, hoewel hij
+nog glimlachte, alsof hij met haar waarschuwingen den spot dreef.
+
+"Ben je van plan den heelen weg over te preeken?" vroeg hij opeens.
+
+"Natuurlijk niet--waarom?"
+
+"Omdat ik, als je 't van plan bent, in een omnibus stap; maar als
+j'er mee ophoudt, loop ik liever met je, om je iets belangrijks
+te vertellen."
+
+"Ik zal niet meer preeken, en ik verlang vreeselijk het nieuws
+te hooren."
+
+"Mooi, vooruit dan maar. 't Is een geheim, en als ik 't je vertel,
+moet je mij het jouwe ook vertellen."
+
+"Ik heb er geen," begon Jo, maar hield plotseling op, zich
+herinnerende, dat ze er wel een had.
+
+"Je weet wel beter; je kunt je toch niet goed houden! Voor den dag
+er dus mee, of ik vertel jou ook niets!" riep Laurie.
+
+"Is het jouwe een aardig geheim?"
+
+"Of het, en allemaal over menschen die je kent; zóó leuk! Je _moet_
+het weten, en ik heb al lang van verlangen gebrand om het je te
+vertellen. Kom, jij moet beginnen."
+
+"Zul je er thuis niet over spreken?"
+
+"Geen woord."
+
+"En er mij in 't geheim ook niet mee plagen?"
+
+"Ik plaag nooit."
+
+"Ja, dat doe je wel. Je kunt alles wat je weten wilt uit de menschen
+krijgen. Ik weet niet, hoe je het aanlegt, maar je bent een geboren
+flikflooier."
+
+"Dank je. Kom er nou maar mee voor den dag."
+
+"Nou, ik heb twee verhalen gebracht aan den uitgever van een courant,
+en hij zal mij de volgende week antwoord geven," fluisterde Jo in
+het oor van haar vertrouweling.
+
+"Hoera, voor juffrouw March, de beroemde Amerikaansche
+schrijfster!" riep Laurie, zijn hoed in de lucht gooiend en hem
+weer opvangend, tot groot vermaak van twee ganzen, vier katten, vijf
+kippen en een half dozijn Iersche kinderen; want ze waren nu buiten
+de stad gekomen.
+
+"Stil, er zal denkelijk niets van komen, maar ik had geen rust, voor
+ik het geprobeerd had, en ik heb er niets van gezegd, omdat ik niet
+wou dat iemand anders teleurgesteld zou worden."
+
+"Ze nemen het natuurlijk aan! Wel Jo, jouw verhalen zijn Shakespeare
+waardig, vergeleken bij de prullen, die dagelijks verschijnen. Aardig
+ze in druk te zien! Wat zullen we trotsch zijn op onze schrijfster!"
+
+Jo's oogen schitterden, gestreeld dat Laurie vertrouwen in haar
+stelde, want de lof van een vriend doet meer goed dan een half dozijn
+vleierijen in de courant.
+
+"En nu jouw geheim? Eerlijk opbiechten, Teddy, of ik geloof je
+nooit meer," zei ze, terwijl ze haar best deed de blijde hoop te
+onderdrukken, die bij Laurie's woord van aanmoediging opvlamde.
+
+"Ik werk er me misschien in wanneer ik het vertel, maar ik heb niet
+beloofd, dat ik het _niet_ vertellen zou, en dus zal ik het maar doen,
+want ik voel me altijd bezwaard, tot ik je elk kruimeltje nieuws dat
+ik te weten kom, verteld heb.--Ik weet waar Meta's handschoen is."
+
+"Is dàt alles?" riep Jo teleurgesteld, toen Laurie met een geheimzinnig
+gezicht bleef knikken en knipoogen.
+
+"Dat is meer dan voldoende voor 't oogenblik; en dat zul je met me
+eens zijn, zoo gauw je weet, waar hij is."
+
+"Zeg het dan."
+
+Laurie bukte en fluisterde Jo drie woorden in het oor, die eene komieke
+verandering teweegbrachten. Zij stond hem eenige oogenblikken verbaasd
+en verontwaardigd aan te staren en liep toen voort, terwijl zij op
+scherpen toon vroeg:
+
+"Hoe weet je dat?"
+
+"Gezien."
+
+"Waar?"
+
+"In zijn zak."
+
+"Al dien tijd?"
+
+"Ja; is 't niet romantisch?"
+
+"Neen, 't is afschuwelijk!"
+
+"Vindt je 't niet aardig?"
+
+"Neen, _natuurlijk_ niet; 't is bespottelijk, het mag niet. Genade! Wat
+zal Meta er van zeggen?"
+
+"Je mag het niemand vertellen, onthoud dat."
+
+"'k Heb niks beloofd."
+
+"Dat sprak vanzelf, en ik heb je vertrouwd."
+
+"Goed, dan zal ik het ten minste vooreerst niet doen, maar ik vind
+het afschuwelijk, en ik wou dat je 't mij niet verteld hadt."
+
+"Ik dacht dat je 't juist aardig zou vinden!"
+
+"Aardig? Dat iemand Meta wil komen weghalen! Hoe bedenk je 't."
+
+"Je zou het misschien aardiger vinden, als er iemand kwam om jou weg
+te halen," plaagde Laurie.
+
+"Ik zou 't wel eens iemand willen zien probeeren!" riep Jo uitdagend.
+
+"Ik ook," grinnikte Laurie.
+
+"Ik ben niet voor geheimen geschikt, geloof ik; 't is of er een
+pak op mijn hart ligt, sedert je 't mij verteld hebt," zuchtte de
+ondankbare Jo.
+
+"Loop dan maar eens hard den heuvel met me af, dan zul je wel weer
+in orde zijn," stelde Laurie voor.
+
+Nergens was iemand te zien; de dalende weg zag er zoo uitlokkend
+uit, dat Jo, voor de verzoeking bezwijkend, als een pijl uit den
+boog vooruit vloog, hoed en kam verliezende, en overal haarspelden
+rondstrooiend. Laurie bereikte het eindpunt het eerst, volkomen
+tevreden over de uitwerking van zijn voorschrift, want daar kwam
+zijn Atalante aanvliegen met fladderende haren, schitterende oogen,
+blozende wangen en geen spoor van ontevredenheid meer op het gezicht.
+
+"Ik wou dat ik een paard was; dan zou ik in deze heerlijke lucht
+uren lang kunnen voorthollen, zonder buiten adem te raken. Het was
+goddelijk, maar ik zie er nu ook uit als een vogelverschrikker. Toe,
+ga al mijn verloren schatten eens oprapen, engel, die je bent,"
+hijgde Jo, neervallende onder een ahornboom, die het gras met zijn
+schitterend roode bladen bezaaide.
+
+Laurie wandelde op zijn gemak terug om "de verloren schatten" te
+gaan zoeken, en Jo stak haar vlechten op, in de hoop, dat er niemand
+voorbij mocht komen, eer ze weer presentable was. Maar er _kwam_
+iemand voorbij, en wel niemand anders dan Meta, die er bijzonder
+damesachtig uitzag in haar beste plunje, want ze had visites gemaakt.
+
+"Kind, wat voer je uit!" riep zij, haar ontredderde zuster met
+verbazing bekijkende.
+
+"Bladen zoeken," zei Jo, de handvol roode bladeren sorteerende,
+die zij gauw had opgeraapt.
+
+"En haarspelden," zei Laurie, terwijl hij er een half dozijn op Jo's
+schoot gooide. "Die groeien hier langs den weg, Meta, net als kammen
+en bruine stroohoeden."
+
+"Je bent weer aan 't draven geweest, Jo; hoe _kon_ je het doen? Wanneer
+zul je toch die jongensmanieren eens afschaffen," zei Meta berispend,
+terwijl ze haar dasje verschoof en haar haar gladstreek.
+
+"Niet voordat ik oud en stijf ben en een kruk noodig heb. Doe maar niet
+je best om me voor den tijd oud te maken, Meta; het is al erg genoeg,
+dat jij zoo op eens veranderd bent; laat mij maar een kind blijven,
+zoolang ik kan."
+
+Terwijl ze dit zei, boog Jo zich over haar bladen om het beven van haar
+lippen te verbergen; want in den laatsten tijd had ze wel gevoeld,
+dat Meta gauw een jonge dame zou zijn, en Laurie's geheim maakte
+haar bang voor de scheiding, die eenmaal komen moest en nu zoo nabij
+scheen. Hij zag haar ontroering en trachtte Meta's aandacht af te
+leiden door haar te vragen:
+
+"Waar heb jij, zoo sierlijk uitgedost, visites gemaakt?"
+
+"Bij de Gardiners; en Sallie heeft me alles van het huwelijk van
+Belle Moffat verteld. Het was prachtig geweest en ze zijn den winter
+in Parijs gaan doorbrengen; denk eens aan wat heerlijk!"
+
+"Benijd je haar, Meta?" vroeg Laurie.
+
+"Ik vrees van ja."
+
+"Daar ben ik blij om," mompelde Jo, terwijl ze met een ruk haar
+hoed rechtzette.
+
+"Waarom?" vroeg Meta verwonderd.
+
+"Omdat je, als je op rijkdom gesteld bent, nooit hals over kop met een
+arm man zult trouwen," zei Jo, haar wenkbrauwen fronsend tegen Laurie,
+die haar zwijgend trachtte te waarschuwen, om toch niets ondoordachts
+te zeggen.
+
+"Ik zal nooit _hals-over-kop_ met _iemand_ trouwen," zei Meta,
+zoo waardig mogelijk vooruitstappend, terwijl de anderen lachend,
+fluisterend en steentjes gooiend volgden, en zich "aanstelden als
+kinderen", zooals Meta bij zichzelf zei, hoewel ze zeker lust gehad
+zou hebben mee te doen, wanneer ze niet haar beste japon had aangehad.
+
+Gedurende een paar weken gedroeg Jo zich zoo wonderlijk, dat haar
+zusters niet wisten, wat van haar te denken. Ze vloog naar de
+deur, als de postbode schelde, was opvallend onvriendelijk jegens
+mijnheer Brooke, wanneer ze hem ontmoette, kon soms een heele poos
+Meta weemoedig zitten aanstaren en dan plotseling opstaan, om haar
+door elkaar te schudden en haar dan op eens weer te omhelzen, alles
+op een even raadselachtige manier. Laurie en zij maakten altijd
+allerlei teekens en zinspelingen tegen elkander en praatten over
+"vliegende adelaars," tot de meisjes verklaarden, dat ze beiden
+hun verstand verloren hadden. Op den tweeden Zaterdag, nadat Jo het
+raam was uitgeklommen, keek Meta, die op de veranda zat te naaien,
+verontwaardigd, toen ze zag hoe Laurie Jo najoeg, den heelen tuin rond,
+en haar eindelijk in Amy's priëel gevangen nam. Wat daar voorviel,
+kon Meta niet zien, maar ze hoorde een luid gelach, gevolgd door een
+gemurmel van stemmen en een eindeloos geritsel met couranten.
+
+"Wat zullen we toch met dat kind doen! Zij zal zich _nooit_ als een
+volwassen meisje leeren gedragen," zuchtte Meta, den wedren met een
+afkeurend gezicht volgend.
+
+"Dat hoop ik ook niet; ze is juist zoo grappig en zoo lief, zooals
+ze is," zei Bets, die nooit liet blijken, dat ze een beetje gegriefd
+was door Jo's geheimen met een ander.
+
+"Ja, 't is vervelend, maar we zullen haar nooit _comme la fo_ kunnen
+maken," voegde Amy er bij, die een paar nieuwe strikjes voor zich zelf
+zat te naaien, en haar krullen bijzonder netjes opgemaakt had--twee
+aangename dingen, die haar een gevoel gaven van buitengewone élegantie
+en groote-damesachtigheid.
+
+Een paar minuten daarna stoof Jo naar binnen, viel op de canapé neer
+en deed alsof ze las.
+
+"Heb je daar iets moois?" vroeg Meta neerbuigend.
+
+"'t Is maar een verhaaltje, het beteekent niet veel, geloof ik,"
+antwoordde Jo, terwijl ze zorgvuldig den naam van het nieuwsblad
+bedekt hield.
+
+"Lees het liever hardop, dan hooren wij het meteen en heb je zelf
+iets te doen," zei Amy op haar deftigsten toon.
+
+"Hoe heet het?" vroeg Bets, verwonderd dat Jo haar gezicht achter
+het blad verborgen hield.
+
+"De Schilders-Wedstrijd."
+
+"Dat kan wel aardig zijn; lees het maar," zei Meta.
+
+Na een luid: "hm hm!" en een diepe ademhaling begon Jo zeer snel te
+lezen. De meisjes luisterden met belangstelling, want het verhaal
+was romantisch en eindigde heel aandoenlijk, daar de meeste personen
+tegen het slot stierven.
+
+"Dat over dat prachtige schilderij is een mooi eindje," zei Amy,
+toen Jo ophield.
+
+"Ik vind de liefdesgeschiedenis bizonder goed. Viola en Angelo zijn
+twee van onze geliefkoosde namen; toevallig hè?" zei Meta, haar oogen
+afvegende, want de liefdesgeschiedenis was héél tragisch.
+
+"Wie heeft het geschreven?" vroeg Bets, die een oogenblik Jo's gezicht
+te zien had gekregen.
+
+De lezeres kwam plotseling overeind, wierp het blad weg, waardoor
+een vuurrood hoofd voor den dag kwam en antwoordde, met een comische
+mengeling van plechtigheid en bedwongen pret:
+
+"Je zuster!"
+
+"Jij!" riep Meta en liet haar werk vallen.
+
+"Het is héél goed," zei Amy critisch.
+
+"Ik wist het wel! ik wist het wel! O, mijn lieve Jo, wat ben ik
+trotsch op je," en Bets vloog op haar zuster toe om haar te omhelzen,
+in haar innige vreugde over dit heerlijk succes.
+
+Wat waren ze allemaal gelukkig! Meta kon het niet gelooven, voor ze
+den naam: "Josefine March" wezenlijk in de courant gedrukt zag; Amy
+critiseerde genadig de gedeelten, die over de schilderkunst handelden,
+en gaf aanwijzingen voor een vervolg, dat ongelukkig niet tot stand
+kon komen, daar de held en de heldin beiden dood waren; Bets was meer
+dan opgewonden en danste en zong van plezier; en toen Hanna binnenkwam
+riep ze: "Wel lieve ziel, heb ik ooit!" in groote verbazing over "dat
+gedoe van die Jo." Hoe trotsch mevrouw March was, toen ze het vernam,
+laat zich denken, en Jo stond met tranen in de oogen te lachen, en
+verklaarde, dat ze nog een pauw zou worden en dat het nu genoeg was,
+terwijl van "de Vliegende Adelaar" gezegd kon worden, dat hij zijn
+vleugelen triomfantelijk over den huize March uitspreidde, daar het
+aldus genoemde nieuwsblad haastig van hand tot hand ging.
+
+"Vertel nu eens alles! Wanneer is het gekomen? Hoeveel heb j'er voor
+gekregen? Wat zal Vader zeggen! En wat zal Laurie lachen!" riep de
+familie in één adem, terwijl ze zich om Jo verdrongen, want de Marches
+maakten een jubilé van elke kleine huiselijke vreugde.
+
+"Houd op met dat gekakel, kinderen dan zal ik jullie alles vertellen,"
+zei Jo, die wel eens zou willen weten of bekende schrijfsters
+even trotsch waren geweest op hun eersteling als zij op haar
+"Schilders-wedstrijd." Nadat zij verteld had, hoe ze er met haar
+verhalen op uit was gegaan, vervolgde ze: "En toen ik het antwoord
+ging halen, zei de man, dat hij ze beide goed vond, maar dat hij
+eerst-beginnenden niet betaalde, en alleen maar de verhalen in zijn
+blad plaatste en recenseerde. Het was eene goede oefening, zei hij, en
+wanneer een auteur vooruitging, kon hij overal honorarium krijgen. Ik
+liet hem dus mijn twee verhalen houden, en vandaag werd mij dit blad
+toegezonden en Laurie ving mij juist op, toen ik het had, en hij wou
+het met alle geweld zien, en hij zei, dat het goed was, en nu ga ik
+meer schrijven en Laurie zal maken, dat ik voor het volgende betaald
+word; en o!--ik ben zóó blij, want mettertijd zal ik misschien in
+staat zijn om voor me zelf te zorgen en de zusjes te helpen."
+
+Hier geraakte Jo buiten adem, en haar hoofd in de courant verbergend,
+besproeide ze haar verhaal met een paar gelukkige tranen; want
+onafhankelijk te zijn en den lof in te oogsten van hen, die ze liefhad,
+waren de wenschen van haar hart en dit scheen haar de eerste stap
+naar dat heerlijke einde.
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XV.
+
+EEN TELEGRAM.
+
+
+"November is de naarste maand van het heele jaar," zei Meta, terwijl
+ze op een somberen achtermiddag aan het raam stond en in den bevroren
+tuin keek.
+
+"Daarom ben ik er zeker in geboren," liet Jo er peinzend op volgen,
+geheel onbewust van een inktvlek op haar neus.
+
+"Wanneer er nu eens iets heel plezierigs gebeurde, zouden we het
+juist een heerlijke maand vinden," zei Bets, die aan alles, zelfs
+aan November, eene lichtzijde zag.
+
+"Misschien, maar in deze familie gebeurt nooit eens iets plezierigs,"
+vond Meta, die uit haar humeur was. "Wij sloven dag aan dag voort
+zonder eenige wisseling en maar zelden een pretje. We konden evengoed
+in een tredmolen loopen."
+
+"Verschrikkelijk, wat zijn we somber!" riep Jo uit. "Het verbaast me
+niet, arme stakkerd, want je moet maar aanzien hoeveel plezier andere
+meisjes hebben, terwijl jij maar slooft, slooft, slooft, jaar in,
+jaar uit. O, ik wou, dat ik maar alles zoo netjes voor je regelen kon,
+als voor mijn heldinnen. Je bent al mooi en goed genoeg, dus zou ik
+je dadelijk van den een of anderen rijken bloedverwant een groote
+erfenis laten krijgen, en je voor den dag laten komen als een rijke,
+jonge dame, die ieder, die je beleedigd had, met den nek kon aanzien,
+buitenlands gaan en op een goeden dag terugkeeren als Barones die of
+die, in oogverblindende pracht en heerlijkheid."
+
+"Op die manier krijgen de menschen tegenwoordig geen erfenissen
+meer; mannen moeten voor geld werken, en vrouwen moeten voor geld
+trouwen. Het is een gruwelijk onrechtvaardige wereld," zei Meta bitter.
+
+"Jo en ik zullen voor ons allen fortuin maken; wacht maar eens tien
+jaar, en dan zul je zien, of het niet waar is," riep Amy, die in een
+hoek "modderpastijtjes" zat te maken, zooals Hanna haar modellen in
+klei, van vogels, vruchten en gezichten noemde.
+
+"Ik kan niet zoolang wachten, en ik vrees, dat ik ook niet veel
+vertrouwen heb in inkt en modder, hoewel ik dankbaar ben voor je
+goede bedoelingen."
+
+Meta zuchtte en keerde zich weer naar den doodschen tuin. Jo geeuwde
+en leunde in een verslagen houding met de beide ellebogen op tafel,
+maar Amy werkte vol vuur door, en Bets, die aan het andere raam zat,
+zei glimlachend: "Er zullen dadelijk twee prettige dingen gebeuren:
+Moedertje komt de straat af en Laurie holt door den tuin, alsof hij
+iets plezierigs te vertellen heeft."
+
+Beiden kwamen binnen; mevrouw Maren met de gewone vraag: "Ook een brief
+van Vader, meisjes?" en Laurie om op zijn onweerstaanbare manier te
+vragen: "Hebben niet een paar van jullie lust in een ritje? Ik heb
+mathesis zitten blokken, tot mijn hoofd suf is, en ga mijn hersens
+eens opfrisschen door een flinken toer. Het is wel druilig, maar
+niet erg koud, en ik mag Brooke naar huis brengen, dus zal het van
+binnen vroolijk zijn, al is het dan ook van buiten somber. Kom Jo,
+jij en Bets gaan wel mee, is 't niet, of Meta en Amy?"
+
+"Natuurlijk, graag!"
+
+"Dank je, ik heb het te druk," en Meta haalde haar werkmandje
+voor den dag, want ze had haar Moeder moeten toestemmen, dat het
+'t verstandigste was, niet al te dikwijls met den jongen buurman uit
+rijden te gaan.
+
+"Wij drieën zullen in een minuut klaar zijn," zei Amy, wegloopende
+om haar handen te wasschen.
+
+"Kan ik ook iets voor u doen, _Madame Mère_?" vroeg Laurie, terwijl
+hij over den stoel van mevrouw March leunde met den hartelijken blik,
+waarmee hij haar altijd aankeek.
+
+"Neen, dank je, behalve een boodschap naar het postkantoor, als je
+zoo vriendelijk wilt zijn, jongenlief. Het is onze gewone dag voor
+een brief, en de postbode is er niet geweest. Vader is zoo geregeld
+als de zon, maar misschien is er vertraging onderweg.
+
+"Een luide bel deed zich hooren en een oogenblik daarna kwam Hanna
+binnen met een enveloppe."
+
+"Het is zoo'n akelig ding, zoo'n telegram, mevrouw," zei ze, terwijl
+ze het couvert overhandigde, alsof ze bang was, dat het zou losbarsten
+en brand veroorzaken.
+
+Bij het woord "telegram", greep mevrouw March het haar uit de hand,
+las de twee regels, die het bevatte en zonk achterover in haar stoel,
+zoo bleek alsof dat stukje papier haar een kogel door het hart had
+geschoten. Laurie vloog naar de keuken om water te halen, terwijl
+Meta en Hanna haar ondersteunden en Jo met bevende stem voorlas:
+
+
+ Mevrouw March.
+
+ Uw Echtgenoot ernstig ziek. Kom onmiddellijk.
+
+ _S. Hale._
+ Blank Hospitaal, Washington.
+
+
+Hoe stil was het in de kamer, terwijl ze ademloos luisterden; hoe
+donker scheen het eensklaps buiten te worden, en hoe plotseling scheen
+de heele wereld te veranderen, terwijl de meisjes zich om hun moeder
+drongen, met een gevoel, alsof al het geluk en de veiligheid van haar
+leven op het punt waren haar ontrukt te worden.
+
+Mevrouw March herstelde zich dadelijk weer; ze las de tijding over en
+strekte de armen naar haar dochters uit, terwijl ze op een toon, dien
+zij nimmer vergaten, zei: "Ik zal dadelijk gaan, maar het kan misschien
+al te laat zijn; o, kinderen, kinderen! helpt het mij dragen!"
+
+Gedurende eenige minuten hoorde men niets in de kamer dan snikken,
+vermengd met afgebroken troostwoorden, teedere verzekeringen en
+hoopvol gefluister, dat in tranen wegstierf. De arme Hanna was de
+eerste, die tot bedaren kwam en zonder het zelf te weten de anderen
+een goed voorbeeld gaf; want voor haar was werken het onfeilbare
+middel tegen verdriet.
+
+"God beware den goeden man! Ik wil geen tijd meer verdoen met huilen,
+maar dadelijk uw goed bij elkander halen, mevrouw," zei zij hartelijk,
+terwijl ze haar gezicht met haar boezelaar afdroogde, haar mevrouw
+met haar vereelte vingers een warmen handdruk gaf, en aan het werk
+ging met een ijver voor drie.
+
+"Ze heeft gelijk, er is nu geen tijd voor tranen. Weest bedaard,
+meisjes, en laat me eens nadenken."
+
+Het viertal trachtte bedaard te zijn, terwijl hun moeder bleek maar
+kalm opstond, en haar smart op zij zette om de noodige schikkingen
+te maken.
+
+"Waar is Laurie?" vroeg ze, toen ze haar gedachten verzameld had en
+naging, wat het eerst gedaan moest worden.
+
+"Hier, mevrouw; o, kan ik iets voor u doen?" riep Laurie, die haastig
+uit de andere kamer kwam, waar hij zich had teruggetrokken, gevoelende,
+dat die eerste droefheid te heilig was, dan dat zelfs zijn oogen die
+mochten zien.
+
+"Zend een telegram, dat ik dadelijk zal komen. De eerstvolgende trein
+gaat morgen vroeg. Dien zal ik nemen."
+
+"Hebt u nog iets? De paarden staan klaar; ik kan overal
+heengaan,--alles doen," en hij zag er uit, alsof hij gereed was naar
+het einde der wereld te vliegen.
+
+"Een briefje brengen bij Tante March. Jo, geef me even pen en papier."
+
+Jo scheurde den witten kant van een pas beschreven blad af en schoof de
+tafel voor haar moeders stoel, wel wetende dat het geld voor de lange,
+droevige reis geleend moest worden, en met een gevoel of ze alles zou
+willen doen, om iets toe te voegen aan de kleine som voor haar vader.
+
+"Ga nu, beste jongen; maar krijg geen ongeluk door al te hard rijden;
+dat hoeft niet."
+
+Deze waarschuwing had mevrouw March kunnen sparen, want vijf minuten
+later stoof Laurie op zijn eigen paard voorbij, rijdende alsof zijn
+leven er mee gemoeid was.
+
+"Jo, ga naar de vergadering om Mevrouw King te zeggen, dat ik niet
+komen kan. Haal onderweg deze dingen. Ik zal ze opschrijven; ze zijn
+misschien noodig en ik moet alles zooveel mogelijk bij me hebben. De
+hospitalen zijn niet altijd goed voorzien. Bets, ga jij een paar
+flesschen ouden wijn vragen aan Mijnheer Laurence; ik ben niet te
+trotsch om iets voor Vader te vragen; hij moet van alles het beste
+hebben. Amy, zeg aan Hanna, dat ze den zwarten koffer van boven haalt
+en Meta, help jij me mijn goed krijgen, want ik ben half versuft."
+
+En geen wonder dat de arme mevrouw versufte door 't schrijven, denken
+en aanwijzingen geven. Meta smeekte haar een oogenblik stil in haar
+kamer te gaan zitten, en hen te laten werken. Allen vlogen uit elkander
+als bladeren voor den wind, en de rust van 't gezin was plotseling
+verstoord, alsof het telegram een boosaardige tooverroede geweest was.
+
+De oude heer Laurence kwam onmiddellijk met Bets terug en bracht
+alle verkwikkingen voor den zieke mede, die hij kon verzinnen, en
+beloofde gedurende de afwezigheid der moeder voor de meisjes te zullen
+zorgen, hetgeen mevrouw March zeer gerust stelde. Er was niets wat hij
+niet aanbood, van zijn eigen kamerjapon tot zijn geleide toe. Maar
+dit laatste was onmogelijk. Mevrouw March wilde er niet van hooren,
+dat de oude heer die lange reis zou ondernemen, hoewel ze eerst zeer
+verlicht scheen, toen hij er van sprak, want wanneer men angstig is, is
+men niet heel geschikt voor verre reizen. Hij zag den blik, fronste de
+wenkbrauwen, wreef zijn handen en stond plotseling op, zeggende dat hij
+dadelijk zou terugkomen. Niemand had meer tijd om aan hem te denken,
+totdat Meta, die met een paar overschoenen in de eene, en een kopje
+thee in de andere hand de gang doorliep, plotseling op Brooke stuitte.
+
+"Wat droevig nieuws, juffrouw March," zei hij op een hartelijken,
+kalmen toon, die haar in haar onrust weldadig toeklonk. "Ik kom om uw
+moeder mijn geleide aan te bieden. Mijnheer Laurence heeft iets voor
+me te doen in Washington, en het zal me een groote voldoening zijn,
+wanneer ik mevrouw March van dienst kan wezen."
+
+De overschoenen vielen op den grond, en bijna volgde de thee hun
+voorbeeld, terwijl Meta hem de hand reikte, met een gezicht zoo blij
+en dankbaar, dat Brooke zich ruimschoots beloond zou achten voor een
+nog veel grooter opoffering, dan die van wat tijd en gemak.
+
+"Wat is iedereen vriendelijk, Moeder zal het zeker aannemen; en het
+is zoo'n rust voor ons te weten, dat er iemand bij haar is die voor
+haar zorgen kan. Ik dank u heel, héél hartelijk."
+
+Meta sprak ernstig en vergat zichzelf geheel, totdat een zeker iets
+in de bruine oogen haar deed bedenken, dat de thee koud kon worden,
+waarop ze Brooke binnen liet en zei, dat ze haar moeder roepen zou.
+
+Alles was geregeld, toen Laurie terugkwam met een briefje van tante
+March, met de gevraagde som en een paar regels om te melden, dat
+zij altijd wel gezegd had, hoe bespottelijk het was voor March,
+zich bij het leger te voegen. Zij had altijd voorspeld, dat ze er
+spijt van zouden hebben, en ze hoopte, dat men een anderen keer naar
+haar raad luisteren zou. Mevrouw March wierp het briefje in het vuur,
+stak het geld in haar zak, en ging met vast opeengedrukte lippen voort
+met haar toebereidselen, op een manier, die Jo zou begrepen hebben,
+wanneer ze er bij was geweest.
+
+De korte namiddag liep ten einde; al de boodschappen waren gedaan; Meta
+en haar moeder waren druk bezig met naaiwerk, dat nog noodig af moest,
+terwijl Bets en Amy voor de thee zorgden, en Hanna met vliegende vaart
+stond te strijken, maar nog kwam Jo niet thuis. Men begon ongerust
+te worden en Laurie ging uit om haar te zoeken, want niemand kon
+weten welken nieuwen inval Jo nu weer in het hoofd mocht gekregen
+hebben. Hij liep haar evenwel mis, en ze kwam weldra binnenstappen
+met een vreemde uitdrukking op haar gezicht, eene mengeling van spot
+en vrees, voldoening en spijt, die de familie evenzeer verbaasde als
+het rolletje banknoten, dat zij voor haar moeder neerlegde, terwijl
+ze op ontroerden toon zei: "Dit is mijn bijdrage om Vader al het
+noodige te geven en hem naar huis te brengen."
+
+"Maar kind, waar heb je dat gekregen? vijf-en-twintig dollars! Jo,
+ik hoop, dat je niets overijlds gedaan hebt!"
+
+"Neen, het is eerlijk van mij; ik heb het niet gebedeld, geleend of
+gestolen. Ik heb het verdiend en ik geloof niet, dat u mij beknorren
+zult, want ik heb verkocht wat mijn eigendom was."
+
+Terwijl ze sprak, zette Jo haar hoed af, wat een algemeenen kreet
+uitlokte, want haar mooi, dik haar was afgeknipt.
+
+"Je haar! je prachtige haar!" "O, Jo, hoe kon je dat doen! Je eenige
+schoonheid!" "Mijn lieve kind, dat was niet noodig geweest." "Ze
+lijkt niets meer op mijn ouwe Jo, maar ik heb er haar des te liever om.
+
+Terwijl allen door elkander riepen en Bets den jongensbol teeder kuste,
+zette Jo een onverschillig gezicht, dat evenwel niemand misleidde,
+en zei, terwijl ze de korte lokken opstreek en haar best deed om te
+kijken, alsof ze 't plezierig vond: "Het heil der natie is er niet mee
+gemoeid; jammer dus maar niet, Meta. Het is goed voor mijn ijdelheid;
+ik werd te trotsch op mijn pruik en 't zal mijn hersens opfrisschen,
+dat er niet meer zoo'n vracht op drukt. Mijn hoofd voelt heerlijk
+licht en koel, en de kapper zei dat ik gauw een krullebol zou krijgen;
+dat zal dus heel netjes staan, en gemakkelijk zijn om in orde te
+houden. Ik ben er tevreden mee; neemt u dus als 't u belieft het geld
+en laat ons gaan eten."
+
+"Vertel me er alles van, Jo; _ik_ ben er niet zoo tevreden mee, hoewel
+ik niet op je kan knorren, want ik weet hoe gewillig je je ijdelheid,
+zooals je het noemt, hebt opgeofferd aan je liefde. Maar, lieveling,
+het was niet noodig, en ik vrees, dat het je gauw berouwen zal,"
+zei mevrouw March.
+
+"Neen, dat zal het niet," zei Jo beslist, zich verlicht voelende,
+dat ze om haar buitensporigheid niet heelemaal werd veroordeeld.
+
+"Hoe kwam je er toe?" vroeg Amy, die even lief haar hoofd als haar
+mooie krullen zou willen missen.
+
+"Wel, ik brandde van verlangen, om iets voor Vader te doen," zei Jo,
+terwijl zij om de tafel gingen zitten, want gezonde, jonge menschen
+kunnen zelfs in de grootste droefheid eten. "Ik haat leenen, net als
+Moeder, en ik wist, dat Tante March zou zeuren; dat doet zij altijd,
+al vraag je haar maar om een cent. Meta had haar salaris van dit
+kwartaal heelemaal voor de huur gegeven, en ik had voor het mijne
+alleen kleeren voor mezelf gekocht. Ik voelde me dus heel egoïstisch
+en moest geld zien te krijgen, al zou ik er ook mijn neus voor hebben
+moeten verkoopen."
+
+"Je hoefde je niet egoïstisch te voelen, mijn kind, want je hadt geen
+behoorlijke winterkleeren, en je hebt ze zoo eenvoudig mogelijk voor
+eigen, zuur verdiend geld gekocht," zei mevrouw March met een blik,
+die Jo's hart goeddeed.
+
+"Ik had er in 't eerst volstrekt geen idee op om mijn haar te gaan
+verkoopen, maar ik liep al maar te denken, wat ik toch zou kunnen
+doen, en ik kreeg bijna lust om mij zelf maar eens goed uit een van
+die groote magazijnen te bedienen. Voor het raam van een kapper zag
+ik haarvlechten hangen met den prijs er aan, en een zwarte staart,
+die wel wat langer, maar niet zoo dik was als de mijne, kostte veertig
+dollar. Op eens viel het me in, dat ik toch _iets_ bezat, wat geld
+waard was, en zonder er verder over na te denken, stapte ik naar binnen
+en vroeg of ze haar kochten, en wat dan het mijne waard zou zijn."
+
+"Ik weet niet, hoe je het durfde," zei Bets op een toon vol ontzag.
+
+"O, het was een heel klein mannetje, dat er uitzag of hij van zijn
+leven niets anders deed dan zijn haar parfumeeren. Hij keek eerst
+heel verbaasd, en was zeker niet gewoon, dat meisjes zijn winkel
+binnenstormden om te vragen, of hij hun haar wou koopen. Hij zei, dat
+hij volstrekt niet op het mijne gesteld was; het was de modekleur niet,
+en hij betaalde nooit veel voor levend haar; het werd pas geld waard
+door de bewerking. 't Werd laat, en ik was bang, dat, als ik het niet
+dadelijk deed, er niets meer van komen zou, en jullie weet, wanneer ik
+eens iets begin, heb ik er een hekel aan het op te geven. Ik verzocht
+hem dus dringend het te koopen, en vertelde hem, waarom ik zoo'n haast
+had. 't Was gek misschien, maar het scheen hem te treffen, want ik werd
+nogal opgewonden en vertelde de zaak op mijn holderdebolder-manier,
+en zijn vrouw hoorde het en zei heel vriendelijk:
+
+"Neem het maar, Thomas, om de jonge dame genoegen te doen; ik zou
+morgen aan den dag hetzelfde doen voor Jimmy, zoolang ik nog een
+spiertje haar over had."
+
+"Wie was Jimmy?" vroeg Amy, die graag dadelijk van alles uitleg had.
+
+"Haar zoon, zei ze, die ook in het leger is. Wat voel je je door
+zooiets eigen met vreemden, hè? Ze praatte al maar door, terwijl haar
+man knipte, en leidde daardoor mijn gedachten kostelijk af."
+
+"Vondt je 't niet vreeselijk, toen de schaar er voor 't eerst ingezet
+werd?" vroeg Meta met een huivering.
+
+"Ik sloeg nog een laatsten blik op mijn staart, terwijl de man zijn
+benoodigdheden kreeg, en dat was alles. Over zulke kleinigheden
+hoef ik nooit te schreien, maar ik moet toch zeggen, dat het me een
+wonderlijke gewaarwording gaf, toen ik mijn dierbare, oude pruik daar
+op de tafel zag liggen, en niets dan de korte vlokjes op mijn hoofd
+voelde. 't Was net of me een arm of een been was afgezet. De vrouw
+zag, dat ik er naar keek, en gaf me een lange lok om te bewaren. Die
+zal ik aan u geven, Moes, om u aan mijn vorige pracht te herinneren,
+want een kroeskop is zoo makkelijk, dat ik niet denk, ooit weer lange
+manen te laten groeien."
+
+Mevrouw March wond de golvende, kastanjebruine lok in elkander, en
+sloot die met een andere, een korte grijze, weg in haar lessenaar. Ze
+zei niets meer dan: "Dankje, lieveling!" maar een zeker iets in haar
+blik deed de meisjes van onderwerp veranderen, en zoo opgeruimd
+mogelijk doorpraten over de vriendelijkheid van mijnheer Brooke,
+de waarschijnlijkheid, dat het den volgenden dag mooi weer zou zijn,
+en den heerlijken tijd dien ze zouden hebben, als Vader thuiskwam om
+opgepast te worden.
+
+Niemand verlangde naar bed, toen mevrouw March om tien uur het laatste
+stuk verstelwerk neerlegde en zei: "Komt, meisjes." Bets ging naar de
+piano en speelde Vader's lievelingsgezang; allen begonnen vol moed,
+maar raakten een voor een van streek, zoodat ten laatste Bets alleen
+van ganscher harte bleef zingen, want voor haar was muziek altijd de
+beste troosteres.
+
+"Gaat nu naar bed en praat niet meer, want we moeten vroeg op en hebben
+wel al den slaap noodig, dien we krijgen kunnen. Goeden nacht, mijn
+lieve kinderen," zei mevrouw March, toen het gezang ten einde was,
+want niemand verlangde een tweede in te zetten.
+
+De meisjes kusten haar zwijgend en gingen zoo stil naar bed, alsof
+de dierbare zieke in de andere kamer lag. Bets en Amy vielen gauw in
+slaap, ondanks de groote droefheid, maar Meta lag wakker, vervuld
+van de ernstigste gedachten, die ze nog ooit in haar jong leven
+had overdacht. Jo verroerde zich niet, en Meta meende dat ze sliep,
+toen een gesmoorde snik en het voelen van een betraande wang haar
+deden uitroepen:
+
+"Jolief, wat is er? Schrei je om je vader?"
+
+"Neen, nu niet."
+
+"Waarom dan?"
+
+"Mijn--mijn haar," barstte de arme Jo uit, terwijl ze vergeefsche
+pogingen deed om haar aandoening in haar kussen te smoren.
+
+Het klonk Meta volstrekt niet belachelijk toe, en ze kuste en
+liefkoosde de bedroefde heldin zoo teeder mogelijk.
+
+"Het spijt me niet," riep Jo al snikkende. "Ik zou het morgen weer
+doen als ik kon. Het is alleen maar het zelfzuchtige, ijdele gedeelte
+van me, dat nu zoo moet schreien. Vertel het aan niemand, want het is
+nu al weer over. Ik dacht dat je sliep, en dat ik dus wel eens even
+in het geheim kermen mocht over mijn eenige schoonheid. Hoe kom jij
+zoo wakker te liggen?"
+
+"Ik kan niet slapen, ik ben zoo ongerust," zei Meta.
+
+"Denk dan aan iets plezierigs, dan zul je wel gauw onder zeil gaan."
+
+"Dat heb ik al geprobeerd, maar ik blijf klaar wakker."
+
+"Waar heb je dan aan gedacht?"
+
+"Aan knappe gezichten, oogen vooral," zei Meta, stilletjes glimlachend
+in het donker.
+
+"Van welke kleur van oogen houdt je het meest?"
+
+"Van bruine--dat is te zeggen--blauwe zijn soms ook heel
+aantrekkelijk."
+
+Jo lachte, waarop Meta haar op scherpen toon verbood langer te praten,
+haar toen weer heel hartelijk beloofde, dat ze haar haar zou friseeren
+en eindelijk in slaap viel om van haar luchtkasteel te droomen.
+
+De klok sloeg middernacht, en het was doodstil in de kamers, toen een
+gedaante van bed tot bed gleed, hier een deken recht leggende, daar
+een kussen verschikkende, en terwijl ze lang en teeder de slapende
+gezichtjes beschouwde, op ieder een lichten kus drukte, het hart vol
+van die onuitgesproken, maar innige gebeden, die slechts een moeder
+kan opzenden. Toen ze het gordijn ophaalde en in den somberen nacht
+naar buiten staarde, brak de maan plotseling door en keek haar aan,
+als een trouw, vriendelijk gelaat, dat haar zachtkens toefluisterde:
+"Houd moed; er is altijd licht achter de wolken."
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XVI.
+
+BRIEVEN.
+
+
+In de koude morgenschemering staken de meisjes het licht aan en
+lazen hun hoofdstuk met een tot nog toe ongekenden ernst, want nu
+de schaduw van wezenlijke droefheid op hen gevallen was, beseften
+ze eerst recht, hoe rijk aan zonneschijn hun leven geweest was. De
+kleine boekjes stonden vol woorden van hulp en troost, en terwijl ze
+zich aankleedden, kwamen ze overeen, blijmoedig en hoopvol afscheid
+te nemen, en hun moeder de reis te laten aanvaarden, zonder haar door
+tranen of klachten te bedroeven. Alles leek zoo vreemd, toen ze naar
+beneden gingen; buiten alles zoo donker en stil, binnen overal licht
+en beweging. Op dit vroege uur zag het ontbijt er zoo wonderlijk uit,
+en zelfs Hanna's gezicht scheen onnatuurlijk, zooals ze door de keuken
+vloog met haar nachtmuts op.
+
+De groote koffer stond klaar in de gang, Moeders hoed en shawl lagen
+op de canapé, en Moeder zelf zat daar en deed haar best om iets te
+eten, maar zag zoo bleek en afgemat door slapeloosheid en angst,
+dat het de meisjes veel moeite kostte zich dapper te houden. Meta's
+oogen stonden gedurig, voordat ze het wist, vol tranen; Jo moest
+meer dan eens haar gezicht in den keukenhanddoek verbergen, en in de
+oogen van "de kleintjes" lag een ernstige, verwonderde uitdrukking,
+alsof droefheid nog nieuw voor hen was. Niemand sprak veel, maar toen
+de tijd van scheiden naderde en ze op het rijtuig zaten te wachten,
+zei mevrouw March tot de meisjes, die allen om haar heen bezig waren,
+de een met het opvouwen van haar shawl, de andere met het strikken van
+haar keellinten, de derde met het aantrekken van haar overschoenen,
+en de vierde met het sluiten van haar reistasch:
+
+"Kinderen, ik laat jullie achter aan Hanna's zorg en in de hoede van
+mijnheer Laurence; Hanna, onze oude getrouwe, zal jullie tot grooten
+steun zijn en onze goede buurman zal over jullie waken, alsof je
+zijn eigen dochters waart. Ik ga dus zonder zorg, wat dat betreft,
+maar ik wou zoo graag, dat jullie deze droefheid op de rechte manier
+beschouwden. Gaat, als ik weg ben, niet zitten treuren of klagen, en
+denkt niet, dat je getroost zult worden als je niets uitvoert. Zet
+als naar gewoonte je bezigheden voort, want arbeid is een groote
+troost. Blijft hopen en werken: en wat er ook gebeure, bedenkt dat
+je nooit geheel vaderloos kunt zijn."
+
+"Ja, Moeder."
+
+"Meta, lieve, wees voorzichtig, pas op de zusjes, raadpleeg Hanna,
+en wanneer je geen raad weet met het een of ander, ga dan naar
+mijnheer Laurence. Jo, wees geduldig, wordt niet moedeloos, en doe
+geen overijlde dingen; schrijf me dikwijls en wees mijn flinke dochter,
+altijd gereed ons allen te helpen en op te beuren. Bets, zoek je troost
+in de muziek, lieve kind, en wees getrouw in je huiselijke plichten,
+en jij, Amy, wees zooveel mogelijk behulpzaam en gehoorzaam en blijf
+tevreden en rustig thuis."
+
+"We beloven 't u, Moeder," verzekerde het bedroefde viertal.
+
+Het geratel van een naderend rijtuig deed allen opschrikken en
+luisteren. Nu kwam het moeilijkste oogenblik, maar de meisjes stonden
+het moedig door; niemand schreide, niemand liep weg, niemand klaagde,
+hoewel 't hun angstig te moede werd, bij het zenden van hartelijke
+groeten aan Vader, terwijl ze bedachten, dat het mogelijk reeds te
+laat was, om ze hem te kunnen overbrengen. Kalm kusten zij hun moeder
+vaarwel, innig omhelsden ze haar en toen ze wegreed trachtten ze haar
+vroolijk na te wuiven.
+
+Laurie en zijn grootvader kwamen om haar te zien vertrekken, en de
+jonge Brooke zag er zoo ferm en verstandig en vriendelijk uit, dat
+de meisjes hem onmiddellijk "mijnheer Edelhart" [9] doopten.
+
+"Vaarwel, lievelingen! God zegene en behoede ons allen!" fluisterde
+mevrouw March, terwijl ze het eene dierbare gezichtje na het andere
+kuste, en zoo spoedig mogelijk in het rijtuig stapte.
+
+Terwijl ze wegreed, kwam de zon van achter de wolken te voorschijn,
+en toen zij nog eens omkeek, zag ze haar heldere stralen, als een goed
+voorteeken, rusten op het groepje bij het hek. De meisjes merkten het
+ook op en glimlachten en wuifden, en het laatste wat mevrouw March bij
+het omslaan van den hoek zag, waren de vier blijmoedige gezichtjes,
+en daarachter, als een soort van lijfwacht, de oude heer Laurence,
+de trouwe Hanna en de hartelijke Laurie.
+
+"Wat is iedereen vriendelijk voor ons," zei ze, zich tot den jongen
+man wendend, op wiens gezicht ze een nieuw bewijs van haar woorden
+vond, door het innig medegevoel dat er uit sprak.
+
+"Ik zou niet weten hoe iemand dat kon laten," antwoordde Brooke en
+lachte zoo aanstekelijk, dat mevrouw March een glimlach niet bedwingen
+kon; en zoo begon de reis onder de goede voorteekenen van zonneschijn
+en opwekkende woorden.
+
+"Ik heb een gevoel of er een aardbeving geweest is," zei Jo, toen
+de buren naar huis waren gegaan om te ontbijten, en de meisjes wat
+gingen rusten en zich verfrisschen.
+
+"Het is net of het huis uitgestorven is," voegde Meta er somber bij.
+
+Bets opende den mond om ook iets te zeggen, maar kon slechts wijzen
+naar den stapel net gemaasde kousen, die op Moeders tafel lag, als een
+bewijs hoe ze nog in de laatste oogenblikken aan hen had gedacht en
+voor hen gewerkt had. Het was maar een kleinigheid, maar het trof de
+meisjes in het diepst van haar ziel, en in spijt van al hun moedige
+voornemens, barstten ze allen in snikken uit.
+
+Hanna was zoo verstandig ze maar eerst te laten uitschreien; en toen de
+bui scheen op te klaren, kwam ze te hulp, gewapend met een koffiekan.
+
+"Nu, lieve kinders, bedenkt nu eens wat uw ma gezeid heeft van niet
+te treuren; kom, laten we allemaal een kopje troost drinken en dan aan
+'t werk gaan, en een eer zijn voor de familie."
+
+Koffie was een tractatie, en Hanna toonde veel tact, door ze dien
+morgen te zetten. Niemand kon haar aanmoedigende knikje of den
+welriekenden geur uit de tuit van de koffiekan weerstand bieden. Ze
+schoven aan tafel, verwisselden hun zakdoeken voor servetten, en
+waren binnen tien minuten allen weer op streek.
+
+"Hopen en werken," dat is een mooi motto voor ons; laten w' eens zien,
+wie dat het best onthoudt. Ik zal als naar gewoonte naar Tante March
+gaan; maar o, wat zál ze zeuren!" zei Jo, die met vernieuwden moed
+van haar kopje zat te genieten.
+
+"Ik zal naar mijn geliefde Kings trekken, hoewel ik veel liever thuis
+zou blijven, om hier allerlei kleinigheden te doen," zuchtte Meta,
+wenschende dat ze haar oogen niet zoo rood geschreid had.
+
+"Dat is niet noodig; Bets en ik kunnen heel goed huishouden," zei Amy,
+met een gewichtig air.
+
+"Hanna zal ons wel zeggen wat we doen moeten; en we zullen zorgen,
+dat alles netjes in orde is, tegen dat jullie thuis komt," voegde
+Bets er bij, terwijl ze zonder uitstel theedoek en afwaschbakje kreeg.
+
+"Ik vind verdriet eigenlijk wel interessant," zei Amy, die met een
+peinzend gezicht een hapje suiker nam.
+
+De meisjes _moesten_ lachen, of ze wilden of niet, en dat deed hun
+goed, hoewel Meta het hoofd schudde tegen de jonge dame, die troost
+kon vinden in den suikerpot.
+
+Een blik op de puddingtrommeltjes maakte Jo weer ernstig, en toen het
+tweetal aan den dagelijkschen arbeid trok, keken zij treurig om naar
+het raam, waarvoor ze altijd gewoon waren Moeder te zien. Helaas, ze
+was verdwenen; maar Bets had gedacht aan de oude, gezellige gewoonte,
+en stond te knikken, te knikken--als een rooskleurig Mandarijntje.
+
+"Net iets voor mijn Bets!" zei Jo, met een dankbaar gezicht haar
+hoed zwaaiende. "Adieu, Meet; ik hoop, dat de Kings vandaag niet
+zullen drenzen. Tob niet over Vader, beste," voegde ze er bij,
+terwijl ze scheidden.
+
+"En ik hoop, dat Tante Mach niet zal preeken. Je haar staat je erg
+jongensachtig, maar wel netjes," zei Meta, die haar best moest doen
+niet te lachen om het krullebolletje, dat zoo grappig klein scheen
+op haar lange zuster.
+
+"Dat is mijn eenige troost," zei Jo, aanslaande à la Laurie, met een
+gevoel, als een geschoren schaap op een winterdag.
+
+De eerstvolgende tijding van den zieke luidde gelukkig geruststellend;
+want hoewel hij gevaarlijk ziek was, had de tegenwoordigheid van de
+beste en teederste verzorgster hem reeds veel goed gedaan. Mijnheer
+Brooke zond elken dag een bulletin, dat met den dag hoopvoller werd,
+en als hoofd des huisgezins stond Meta er op, de berichten te mogen
+voorlezen. In het eerst verlangden allen om het hardst te schrijven,
+en volgepropte enveloppes werden zorgvuldig in de bus gestoken door een
+van de zusjes, die zich zeer gewichtig voelden door die Washingtonsche
+correspondentie. De pakketten bevatten soms karakteristieke brieven
+van de heele familie; zoo schreef Meta:
+
+
+
+ Liefste Moeder.
+
+ Ik kan u onmogelijk zeggen, hoe blij we met uw laatsten brief
+ waren, want het was zulk goed nieuws, dat we er om moesten lachen
+ en schreien tegelijk. Wat is mijnheer Brooke vriendelijk, en
+ wat een geluk, dat de zaken van mijnheer Laurence hem zoolang in
+ Washington houden, daar hij u en Vader van zooveel dienst is. "De
+ kleintjes" zijn erg lief. Jo helpt mij met naaien en staat er
+ op, alle moeilijke dingen te doen. Ik zou bang zijn, dat ze zich
+ overwerkte, als ik niet wist, dat haar "ijverige bui" wel niet
+ lang zal duren. Bets is met al haar bezigheden zoo geregeld als
+ de klok, en vergeet nooit wat u haar gezegd hebt. Ze treurt erg om
+ Vader, en kijkt altijd ernstig, behalve wanneer ze voor haar piano
+ zit. Amy is heel gehoorzaam, en ik zorg goed voor haar. Ze maakt
+ zelf haar haar op, en ik leer haar knoopsgaten maken en kousen
+ mazen. Zij doet aandoenlijk haar best, en ik denk, dat u blij
+ zult zijn over haar vorderingen, wanneer u terugkomt. Mijnheer
+ Laurence houdt de wacht over ons als een oude klokhen, zegt Jo,
+ en Laurie is heel vriendelijk en behulpzaam. Hij en Jo houden ons
+ vroolijk, want nu en dan zijn we erg triest en voelen we ons net
+ weezen, nu u en Vader zoo ver weg zijt. Hanna is een ware heilige;
+ ze bromt nooit en noemt mij "juffrouw Margaretha," heel gepast,
+ vindt u niet? en ze behandelt me met grappigen eerbied. We zijn
+ allen best in orde en druk aan 't werk, maar we verlangen dag en
+ nacht naar uw terugkomst. Kus Vader zoo hartelijk mogelijk van
+
+ Uw eigen Meta.
+
+
+
+Deze brief, netjes op geparfumeerd papier geschreven, vormde een
+groot contrast met den volgenden, die op een groot vel mailpapier was
+gekrabbeld, en versierd met vlekken en allerlei soort van krullen en
+langstaartige letters.
+
+
+
+ Mijn engelachtig Moedertje,
+
+ Driemaal hoera voor dien goeden, ouden Vader. Brooke is een juweel,
+ ons zoo dadelijk te telegrafeeren en ons de eerste minuut de beste
+ dat hij beter werd, dit te laten weten. Ik vloog naar den zolder
+ toen de brief kwam en trachtte God te danken, dat Hij zoo goed voor
+ ons was; maar ik kon alleen maar schreien en zeggen: "Wat ben ik
+ blij! Wat ben ik blij!" 't Was evengoed als een gebed, is 't niet,
+ want er waren er wel honderd in mijn hart. Wij hebben zoo'n grappig
+ leventje: iedereen is even wanhopig goed; 't is of we in een nest
+ van tortelduiven leven. U zoudt lachen als u Meta aan 't hoofd van
+ de tafel zag zitten en haar best doen om moederlijk te zijn. Ze
+ wordt met den dag mooier, en soms ben ik een beetje verliefd op
+ haar. De "kleintjes" zijn ware aartsengelen, en ik--ik ben Jo,
+ en zal wel nooit iets anders zijn. O, ik moet u nog vertellen,
+ dat ik bijna ruzie met Laurie gehad heb. Ik zei hem mijn opinie
+ over een kleinigheid, en hij was beleedigd. _Ik_ had gelijk,
+ maar ik pakte het niet goed aan en hij ging naar huis en zei,
+ dat hij niet terugkwam, voor ik hem vergeving gevraagd had. Nu,
+ daar bedankte ik voor en ik was woedend. Het duurde den heelen dag;
+ ik voelde mij doodongelukkig en verlangde erg naar u. Laurie en
+ ik zijn beiden zoo trotsch, en vergeving vragen is zoo moeielijk;
+ maar ik dacht dat hij wel komen zou, want ik _had_ gelijk. Maar
+ hij kwam niet, en juist 's avonds herinnerde ik mij wat u gezegd
+ had, toen Amy in 't water viel. Ik las in mijn boekje, bedaarde,
+ besloot "de zon niet over mijn toorn te doen ondergaan," en ging
+ naar Laurie om hem te zeggen, dat het mij speet. Bij het hek kwam
+ ik hem tegen; hij kwam met hetzelfde doel. U begrijpt hoe wij
+ lachten, we vroegen elkaar excuus en nu is het zaakje weer gezond.
+
+ Gisteren maakte ik een "vèrs," terwijl ik met Hanna de wasch deed;
+ en daar Vader nogal van mijn krabbelarijen houdt, sluit ik het in
+ om hem te amuseeren. Geef hem de hartelijkst mogelijke omhelzing,
+ en kus uzelf twaalf maal voor uw
+
+ Robbedoes Jo.
+
+
+
+ ZEEPSOP-LIED.
+
+
+ O, zeepzop! te midden van 't spattende schuim,
+ Steeg' vroolijk mijn lied naar omhoog.
+ Ik waschte met ijver, ik klopte en ik wrong,
+ Schoon 't nat ook om d' ooren mij vloog,
+ Nu hang ik de kleeren gauw op in den wind,
+ Die maakt, met de zon, ze weer droog.
+
+ Och, zeepsop! konden w'ons hart, zoo bevlekt,
+ Ook duchtig eens doen in de wasch,
+ Dat water en licht met hun toovrende macht
+ Zoo zuiver ons maakten als glas,
+ Dan had hier op aarde voorzeker steeds plaats
+ Het heerlijkste schoonmaakgeplas.
+
+ Langs 't pad van een flink en een nuttig bestaan
+ Bloeit vrede toch immers altijd,
+ Een ijverig mensch heeft wel anders te doen
+ Dan denken aan smart of aan spijt.
+ En zorgen worden gemakkelijk verjaagd
+ Door hem, die schrobt op zijn tijd.
+
+ 'k Ben blij, dat iederen volgenden dag
+ Een taak voor mij weg is gelegd;
+ Ze maakt me gezond en moedig en sterk;
+ Zoodat mijn geweten mij zegt:
+ "O hoofd, mijner vrij, o hart gevoel voort,
+ Maar, hand, breng gij alles terecht!"
+
+
+
+
+ Lieve Moeder,
+
+ Er is voor mij alleen nog maar een plaats om u even goeien dag
+ te zeggen en u een paar gedroogde viooltjes te sturen, van het
+ plantje, dat ik zoo zorgvuldig in huis heb gehouden, om ze aan
+ Vader te laten zien. Ik lees elken morgen, doe den heelen dag
+ mijn best om goed te zijn, en zing mezelf in slaap met Vaders
+ lied. Ik kan nu niet zingen: "Heerlijk land," want dan moet ik
+ schreien. Iedereen is heel vriendelijk, en we zijn zoo gelukkig als
+ we zonder u kunnen zijn. Amy moet de rest van het blaadje hebben,
+ dus eindig ik. Ik heb niet vergeten de ornamenten toe te dekken
+ en elken dag wind ik de klok op en lucht ik uw kamers.
+
+ Kus Vader op de wang, die hij de mijne noemt. O, kom toch gauw
+ terug bij
+
+ Uw liefhebbende kleine Bets.
+
+
+
+
+ "Lieve Mama,
+
+ "Wij zijn allemaal gezond, ik leer altijd mijn les en streef
+ nooit de meisjes tegen, Meta zegt, dat ik bedoel, spreek tegen,
+ daarom zet ik nu maar de beide woorden, dan kunt u het geschiktste
+ kiezen. Meta is heel lief voor me, ze geeft mij altijd jelei bij
+ de thee, het is zoo goed voor me, zegt Jo, omdat het mij zoo zoet
+ maakt. Laurie is niet zoo beleefd voor me als hij moest, nu ik
+ bijna dertien ben, hij noemt mij kuiken en kwetst mijn gevoel,
+ door heel gauw Fransch tegen me te gaan praten wanneer ik net
+ als Hattie King merci of bonjour zeg. De mouwen van mijn blauwe
+ jurk waren heelemaal versleten, en Meta heeft er nieuwe ingezet,
+ maar de ruimte zit niet op de goeie plaats en zij zijn blauwer
+ dan de jurk. Het speet me erg, maar ik heb niet gepruttelt; ik
+ doe mijn best mijn moeilijkheden goed te dragen, maar ik wou
+ wel graag dat Hanna meer stijfsel in mijn boezelaars deed en
+ elke dag kadetjes van de bakker nam. Mag dat niet? Heb ik dat
+ vraagteeken niet netjes gezet? Meta zegt dat mijn spelling en
+ mijn punktuaatsie schandelijk zijn en dat spijt me erg, maar, ik
+ heb ook zoo vreeselijk veel te doen dat ik daar niet op letten kan.
+
+ Adieu, ik zend een heeleboel kussen aan Papa.
+
+ Uw liefhebbende dochter,
+ Amy Curtis March.
+
+
+
+
+ "Lieve mevrouw March!"
+
+ Ik neem de pen op om u te zeggen alsdat wij allen gezont
+ zijn. De Meisjes passe goed op en vliege heel ijverig door het
+ huis. Juffrouw Meta zal een beste huishoudster wordt, ze hout
+ van dat soort werk en heef van de dinge erg gou de slag weg. Jo
+ doet van allemaal nog het meest haar best, maar ze denkt nooit
+ van te vore en je ken nooit wete, waarmee ze voor den dag zal
+ komme. Maandag heb ze een tobbe met goed gewasse, maar ze stijfde
+ het Goed voordat het gevronge was, en haalde een rozee katoene
+ Kleedje zoo blauw door dat ik dach alsdat ik een stuip kreeg van
+ 't lache. Bets is een lief schepseltje en een groot gemak voor
+ me omdat ze zoo handig en vertrouwt is. Zij perbeert alles te
+ leere en komt beter voor den Dag dan men van der jare verwachte
+ zouw; alsook in het opschrijve van alles dat ze met mijn hulp
+ verwonderlijk goed doet. We zijn tot noch toe heel zuinig gewees,
+ ik geef de meisjes geen koffie als eens in de week, zooals u graag
+ heef en kook eenvoudig gezond eeten. Amy pruttelt noch al niet ook
+ niet om lekkers en om der beste Kleeren an te hebbe. Jongeneer
+ Laurie is zoo vol grappen als altoos en zet gedurig het huis op
+ stelte, maar hij geeft de meisjes een verzetje en daarom laat ik
+ hun der gang maar gaan. De ouwe heer stuurt van alles en is wel
+ wat bemoeierig maar hij meent het goed en het past mij niet er ies
+ van te zegge. Men brood moet in den oven dus moet ik afbreke. Mijn
+ onderdanige groetenis aan Meheer en alsdat ik hoop dat hij geen
+ las meer van zen Longe zal hebbe. Zoo noem ik mij
+
+ U onderdanige Hanna Mullet.
+
+
+
+
+ Aan de Hoofdverpleegster van Zaal II.
+
+ Alles wel op de Rappahannock: de troepen in den besten welstand,
+ buitenlandsche posterij geregeld, de Hoofdwacht, onder aanvoering
+ van Kolonel Teddy, altijd onder de wapenen; de Opperbevelhebber,
+ Generaal Laurence, houdt dagelijks inspectie, de kwartiermeester
+ Mullet zorgt voor de victualiën en Majoor Lion houdt des
+ nachts de wacht. Een salvo van vierentwintig kanonnen begroette
+ het goede nieuws uit Washington en in het hoofdkwartier werd
+ groot-tenue-parade gehouden. De Opperbevelhebber wenscht u alles
+ goeds, evenals
+
+ Kolonel Teddy.
+
+
+
+
+ Hooggeachte Mevrouw,
+
+ De meisjes zijn allen wel; dagelijks krijg ik berichten van hen
+ door Bets en mijn jongen; Hanna is eene voorbeeldige dienstbode
+ en bewaakt de lieve Meta als een Cerberus. Het verheugt mij, dat
+ het gunstige weer aanhoudt; laat Brooke u zooveel mogelijk van
+ dienst zijn en trek gerust een wissel op mij, wanneer de kosten
+ uwe berekening mochten overtreffen. Laat het uw echtgenoot aan
+ niets ontbreken; Goddank, dat hij beter wordt.
+
+ Uw oprechte vriend en dienaar,
+ James Laurence.
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XVII.
+
+KLEINE GETROUWEN.
+
+
+Een heele week lang was iedereen zoo deugdzaam in het oude huis,
+dat men de geheele buurt tot voorbeeld zou hebben kunnen strekken. 't
+Was werkelijk bijzonder, want iedereen verkeerde in een bovenaardsch
+goede stemming, en zelfverloochening was aan de orde van den dag.
+
+Toen de meisjes evenwel ontheven waren van de eerste ongerustheid,
+verslapten ze merkbaar in hun lofwaardige pogingen en begonnen ze
+weer in hun oude gewoonten te vervallen. Ze vergaten hun motto wel
+niet, maar 't hopen en werken scheen gemakkelijker opgenomen te
+kunnen worden; en na de geweldige inspanning vonden ze dat "IJver"
+wel een vacantiedag verdiend had en gaven ze er hem meer dan een.
+
+Jo vatte zware kou, doordat ze vergat haar geschoren hoofd te bedekken,
+en kreeg bevel thuis te blijven, tot zij beter was, want tante March
+hield er niet van voorgelezen te worden door menschen met verkoudheden
+in 't hoofd. Dit was zeer naar Jo's zin, en na een nauwkeurige
+doorsnuffeling van zolder en kelder, bepaalde ze zich tot de canapé,
+waar zij haar kwaal met boeken en arsenicum trachtte te genezen. Amy
+kwam tot de ontdekking, dat huiselijke arbeid en kunst niet te
+vereenigen waren, en keerde tot haar modderpasteitjes terug. Meta
+ging dagelijks naar haar Kings, en naaide thuis, of meende althans,
+dat ze dit deed; maar veel tijd werd doorgebracht met lange brieven
+aan haar moeder te schrijven en de bulletins uit Washington te lezen
+en te herlezen. Bets bleef standvastig en verviel slechts zelden,
+en dan maar voor korten tijd, tot niets doen en treuren. Elken dag
+werden de kleine plichten trouw volbracht, behalve nog allerlei dingen,
+die de zusters hadden moeten doen, maar ze waren vergeetachtig, en het
+huis leek veel op een klok, waaruit de slinger is weggenomen. Wanneer
+haar hartje bezwaard was door verlangen naar Moeder, of bezorgdheid
+omtrent Vader, ging Bets naar een zekere kast, verborg haar gezicht
+in zekere dierbare, oude japon, uitte daar in stilte haar klacht en
+bad haar gebedje. Niemand wist waardoor zij na een treurige bui weer
+opgevroolijkt werd, maar ieder gevoelde hoe lief en hulpvaardig Bets
+was, en onwillekeurig gingen allen tot haar om troost of raad in hun
+kleine aangelegenheden.
+
+Geen der zusjes dacht er aan, dat deze periode een toetssteen voor
+hun karakter zou zijn, en toen de eerste spanning voorbij was, meenden
+ze allemaal, dat ze zich flink gehouden en lof verdiend hadden. Dien
+verdienden ze ook zoo; maar hun fout was, dat ze niet voortgingen
+met hun best te doen, 't geen ze tot hun schade en berouw ondervonden.
+
+"Meta, ik wou, dat je eens naar de Hummels ging; Moeder heeft gezegd,
+dat wij ze niet moesten vergeten," zei Bets, tien dagen na het vertrek
+van mevrouw March.
+
+"Ik ben te moe om vandaag te gaan," zei Meta, die gemakkelijk in een
+schommelstoel zat te naaien.
+
+"Kun jij het dan niet doen, Jo?" vroeg Bets.
+
+"Het is te winderig voor mij, met mijn verkoudheid."
+
+"Ik dacht, dat die zoo goed als beter was?"
+
+"In zoover wel dat ik met Laurie kan uitgaan, maar niet genoeg om
+naar de Hummels te gaan," zei Jo lachend, maar toch wat beschaamd
+over haar inconsequentie.
+
+"Waarom ga je zelf niet?" vroeg Meta.
+
+"Ik ben er al elken dag heen geweest, maar het kleinste kindje is
+ziek, en ik weet niet, wat ik er doen moet. Vrouw Hummel gaat uit
+werken en Lotje moet er op passen; maar het wordt al erger en erger,
+en ik vind, dat jullie of Hanna eens moesten gaan."
+
+Bets sprak ernstig en Meta beloofde, dat zij den volgenden dag
+gaan zou.
+
+"Vraag Hanna om iets lekkers en breng het even, Bets; de lucht zal
+je goed doen," zei Jo, terwijl ze er verontschuldigend bijvoegde:
+"Ik zou wel gaan, maar ik wou zoo graag mijn verhaal afmaken."
+
+"Ik heb zoo'n hoofdpijn, en ben zoo moe; daarom vroeg ik of een van
+jullie wilde gaan," zei Bets.
+
+"Amy zal wel dadelijk thuiskomen en er even voor ons heenloopen,"
+zei Meta.
+
+"Nu, dan zal ik een poosje gaan rusten en op haar wachten."
+
+Bets ging op de canapé liggen, de anderen hervatten hun werk en de
+Hummels werden vergeten. Een uur verliep, Amy kwam niet; Meta ging
+naar haar kamer om een nieuwe japon te passen, Jo was verdiept in haar
+verhaal en Hanna zat gerust voor het keukenvuur te dutten, toen Bets
+stil haar hoed opzette, een mandje met allerlei overblijfseltjes vulde
+voor de kinderen en met een pijnlijk hoofd en een droevige uitdrukking
+in haar geduldige oogen in de vinnige kou uitging. Het was reeds laat
+toen zij terugkwam, en niemand zag haar naar boven sluipen en in de
+kamer van haar moeder verdwijnen. Een half uur later ging Jo naar
+boven om 't een of ander uit "moeders kast" te halen, en daar vond
+ze Bets, gezeten op de medicijnkist met een heel ernstig gezicht,
+beschreide oogen en een fleschje met kamfer in de hand.
+
+"Wat is er te doen?" riep Jo, toen Bets een hand uitstak, als wilde
+ze haar afweren, en gejaagd vroeg:
+
+"Jij hebt het roodvonk gehad, is 't niet?"
+
+"Jaren geleden, toen Meta het had. Waarom?"
+
+"Dan zal ik het vertellen--o, Jo, het kindje is dood!"
+
+"Welk kindje?"
+
+"Van vrouw Hummel; het stierf op mijn schoot, voordat ze thuiskwam,"
+snikte Bets.
+
+"Mijn arm kind, wat vreeselijk voor je! Was _ik_ maar gegaan," zei
+Jo met een berouwvol gezicht, terwijl ze Bets op haar schoot trok in
+den grooten stoel van haar moeder.
+
+"Het was niet vreeselijk, Jo, alleen maar zoo treurig. Ik zag dadelijk
+dat het erger was, maar Lotje zei dat haar moeder den dokter was
+gaan halen, dus nam ik het kind, om Lotje wat te laten rusten. 't
+Leek net of het sliep, maar op eens gaf het een schreeuw, en beefde,
+en bleef toen heel stil liggen. Ik deed mijn best de kleine, koude
+voetjes te warmen, en Lotje gaf het wat melk, maar het bewoog zich
+niet, en toen zag ik dat het dood was."
+
+"Schrei niet zoo, lieveling; wat heb je toen verder gedaan?"
+
+"Ik bleef maar stil zitten en hield het voorzichtig vast, tot vrouw
+Hummel thuis kwam met den dokter. Hij zei, dat het dood was en keek
+naar Heinrich en Mina, die keelpijn hadden."
+
+"Roodvonk, vrouwtje; je hadt me eerder moeten roepen," zei hij
+knorrig. Vrouw Hummel vertelde hem toen, dat ze arm was en dat ze
+daarom zelf haar best gedaan had om het kindje te genezen; maar nu was
+het te laat, en ze kon hem slechts smeeken voor de anderen te zorgen,
+en hoopte, dat liefdadige menschen haar in staat zouden stellen hem te
+betalen. Toen glimlachte hij en werd wat vriendelijker, maar het was
+zoo treurig, en ik schreide met hen mee, tot de dokter zich op eens
+omkeerde en zei, dat ik dadelijk naar huis moest gaan en belladonna
+innemen, want dat ik anders ook het roodvonk zou krijgen."
+
+"O, neen, dat zul je niet!" riep Jo, haar met een verschrikt gezicht
+vast in de armen sluitende. "O, Bets, als jij ziek wordt, kan ik het
+me zelf nooit vergeven! Wat zullen we doen?"
+
+"Wees maar niet zoo angstig, ik denk, dat ik het niet erg zal hebben;
+ik keek eens in Moeders boek en daar stond, dat het begint met
+hoofdpijn, keelpijn en zoo'n wonderlijk gevoel als ik heb; dus toen
+heb ik wat belladonna genomen, en nu voel ik me al wat beter," zei
+Bets, terwijl zij haar ijskoude handen tegen haar brandend voorhoofd
+drukte en haar best deed om er gewoon uit te zien.
+
+"Was Moeder maar thuis!" riep Jo uit, terwijl ze naar het boek greep en
+gevoelde, dat Washington ontzettend ver weg was. Ze las een bladzijde,
+keek Bets eens aan, voelde haar hoofd, tuurde in haar keel en zei
+toen ernstig: "Je bent meer dan een week lang elken dag bij het kind
+geweest en bij de anderen, die op het punt staan het ook te krijgen;
+ik ben dus wel bang, dat jij ook besmet zult zijn, Bets. Ik zal Hanna
+roepen; die weet alles van ziekte af."
+
+"Laat Amy vooral niet hier komen, ze heeft het nooit gehad en ik zou
+niet willen, dat ze het van mij kreeg. Kunnen jij en Meta het niet
+nóg eens krijgen?" vroeg Bets angstig.
+
+"Ik denk het niet en ik geef er ook niets om; 't zou juist zijn
+wat ik verdiende, zelfzuchtig schepsel dat ik ben, met jou te laten
+gaan en zelf thuis te blijven om nonsens te schrijven," mompelde Jo,
+terwijl ze Hanna ging raadplegen.
+
+Die goede ziel was in een oogenblik klaar wakker en dadelijk gereed
+tot hulp en goeden raad; ze verzekerde Jo, dat er geen reden tot
+ongerustheid was; iedereen kreeg het roodvonk, en als het maar
+goed behandeld werd, stierf niemand er aan; hetgeen Jo alles als
+een evangelie aannam, zoodat ze, aanmerkelijk gerustgesteld, Meta
+ging roepen.
+
+"Nu zal ik u eens zeggen wat we zullen doen," zei Hanna, nadat ze Bets
+had bekeken en ondervraagd: "we zullen dokter Bangs laten halen, om
+eens even naar je te zien, liefje, en om te zorgen, dat we het niet
+verkeerd aanleggen; dan zullen wij Amy voor een poosje naar tante
+March sturen, om haar buiten de besmetting te houden, en moet een
+van de groote meisjes een paar dagen thuis blijven om Bets gezelschap
+te houden."
+
+"_Ik_ zal natuurlijk thuis blijven, ik ben de oudste," begon Meta,
+met een bezorgd en berouwvol gezicht.
+
+"Neen, _ik_, want het is mijn schuld, dat ze ziek is, ik zei tegen
+Moeder, dat ik de boodschappen zou doen, en ik heb het niet gedaan,"
+zei Jo beslist.
+
+"Wie wil je hebben, Bets? er is er maar één noodig," vroeg Hanna.
+
+"Liefst Jo," en Bets leunde haar hoofd tegen haar zuster aan met zulk
+een tevreden blik, dat dit punt op eens beslist was.
+
+"Ik zal het Amy gaan vertellen," zei Meta, wel wat gegriefd, maar over
+'t geheel verlicht, want zij hield niet van ziekenoppassen en Jo wel.
+
+Amy kwam in openlijken opstand en verklaarde hartstochtelijk, dat
+ze liever het roodvonk wou krijgen, dan naar tante March gaan. Meta
+redeneerde, smeekte en beval; alles vergeefs, Amy hield vol, dat
+ze _niet_ ging en Meta verliet haar in wanhoop om met Hanna te
+beraadslagen wat er gedaan moest worden. Voor zij terugkwam, trad
+Laurie de kamer binnen en vond Amy snikkende, met het hoofd in de
+canapékussens verborgen. In de hoop, troost te vinden, vertelde ze
+de reden van haar droefheid, maar Laurie stak de handen in den zak
+en wandelde met gefronste wenkbrauwen en zacht fluitend de kamer op
+en neer. Eindelijk kwam hij naast haar zitten en begon op zijn meest
+overredenden toon: "Kom, wees nu verstandig en doe wat ze zeggen. Neen,
+schrei niet, maar hoor eens wat een mooi plannetje ik gemaakt heb. Jij
+gaat naar tante March, en ik kom je elken dag halen om te wandelen
+of te rijden, en we zullen een hoop plezier samen hebben. Is dat niet
+beter, dan hier te zitten pruilen?"
+
+"Ik wil niet weggestuurd worden, alsof ik in den weg loop," snikte
+Amy op beleedigden toon.
+
+"Maar mijn lieve kind, het is om je gezond te houden. Je verlangt
+toch niet ziek te worden, is 't wel?"
+
+"Neen, natuurlijk niet; maar ik zal het tóch wel worden, want ik ben
+den heelen tijd bij Bets geweest."
+
+"Dat is juist de reden, waarom je dadelijk weg moet, dan blijf je
+misschien nog vrij. Verandering van lucht en voorzichtigheid zullen
+je, denk ik, wel vrijwaren, of in alle gevallen je het roodvonk in
+minderen graad doen krijgen. Ik raad je, maar zoo gauw mogelijk heen
+te gaan, want roodvonk is geen gekheid, juffertje."
+
+"Maar het is zoo vervelend bij tante March; ze is zoo knorrig,"
+zei Amy wel wat verschrikt.
+
+"Het zal niet zoo vervelend zijn, als ik elken dag eens in kom loopen
+om je te vertellen, hoe het met Bets is en om je te komen halen,
+om met mij uit te gaan. Ik sta nogal in een goed blaadje bij de oude
+dame, en ik zal zoo beleefd mogelijk tegen haar zijn; dan zullen we
+haar wel verteederen."
+
+"Zul je me met het hittenwagentje en Puck komen halen?"
+
+"Op mijn woord van eer."
+
+"Vast elken dag?"
+
+"Dat zul je eens zien."
+
+"En mij dadelijk terug halen, als Bets beter is?"
+
+"Op de minuut af."
+
+"En met mij naar de comedie gaan?"
+
+"Naar twaalf comedies, als we maar mogen."
+
+"Nou--dan--denk ik--dat ik maar gaan zal," zei Amy langzaam.
+
+"Mooi zoo! Ga nu Meta maar eens opsnorren en haar vertellen, dat
+je je hoofd gebogen hebt," zei Laurie, met een goedkeurend tikje,
+wat Amy nog meer ergerde, dan dat "het hoofd buigen."
+
+Meta en Jo kwamen naar beneden loopen om het wonder, dat had plaats
+gegrepen, te aanschouwen, en Amy, die zichzelf nu heel interessant
+en zelfopofferend begon te vinden, beloofde te zullen gaan, wanneer
+de dokter dacht, dat Bets ziek zou worden.
+
+"Hoe is 't met onze Bets?" vroeg Laurie, want Betsy was zijn bijzondere
+lieveling, en hij was veel ongeruster over haar dan hij wilde toonen.
+
+"Ze ligt nu een poosje op Moeders bed en voelt zich wat beter. De
+dood van dat kindje heeft haar erg getroffen, maar verder geloof ik
+dat het gevatte kou is. Hanna _zegt_ ook dat zij het denkt, maar ze
+kijkt ongerust, en dat maakt me zenuwachtig," antwoordde Meta.
+
+"Wat is de wereld toch een jammerdal," zuchtte Jo, met een wanhopig
+gebaar haar kuif opstrijkend. "Pas zijn we de eene zorg te boven,
+of er is weer een andere in aantocht! En nu moeder weg is, is er zoo
+niets om je aan vast te houden; ik ben ten minste ten einde raad."
+
+"Nou, maak maar geen stekelvarken van je zelf, dat staat je
+niks. Strijk je lokken glad, Jo, en vertel m'eens, of ik ook aan je
+moeder zal telegrafeeren of iets anders doen?" vroeg Laurie, die
+zich nog niet had kunnen verzoenen met het verlies van de "eenige
+schoonheid" zijner vriendin.
+
+"Dat is het juist wat me zenuwachtig maakt," zei Meta. "Ik vind dat
+we het moeder moeten berichten, wanneer Bets wezenlijk ziek is,
+maar Hanna zegt, dat we het niet moeten doen, omdat Moeder Vader
+niet alleen kan laten en het haar maar ongerust zou maken. Bets zal
+wel niet lang ziek zijn en Hanna weet precies wat ze doen moet, en
+Moeder zei, dat we naar haar moesten luisteren; dus moeten we ons,
+dunkt mij, aan Hanna houden, hoewel ik het toch niet heel goed vind."
+
+"Hm, ja, ik weet het niet; vraag het eens aan Grootvader, als de
+dokter er geweest is."
+
+"Ja, dat is goed; Jo, ga jij dadelijk Bangs halen, want we kunnen
+over niets beslissen, voordat hij er geweest is," commandeerde Meta.
+
+"Blijf waar je bent, Jo; ik ben de boodschaplooper van deze
+inrichting," zei Laurie zijn pet grijpende.
+
+"Heb je 't niet te druk?" begon Meta.
+
+"Neen, ik heb mijn werk voor vandaag af."
+
+"Werk je in de vacantie?" vroeg Jo.
+
+"Ik volg het goede voorbeeld van mijn buren," was Laurie's antwoord,
+toen hij de kamer uitstapte.
+
+"Ik heb de beste verwachtingen van mijn jongen," zei Jo, hem met een
+goedkeurenden glimlach naziende, terwijl hij over de heining sprong.
+
+"O, ja, hij is nog al geschikt--voor een jongen," was Meta's eenigszins
+onvriendelijk antwoord, want het onderwerp interesseerde haar niet.
+
+Dokter Bangs kwam en verklaarde dat Bets kenteekenen van roodvonk
+vertoonde, maar hij hoopte dat ze het in lichten graad zou
+hebben, hoewel hij zeer ernstig keek bij het vernemen van de
+Hummel-geschiedenis. Amy werd dadelijk weggezonden met een dosis
+voorbehoedmiddelen; ze vertrok in alle statie, met Jo en Laurie
+tot geleide.
+
+Tante March ontving hen met haar gewone gastvrijheid.
+
+"Wat moet je nu hebben?" vroeg zij, grimmig over haar bril
+heenkijkende, terwijl de papegaai, die op de leuning van haar stoel
+zat, krijschte:
+
+"Ga weg; geen jongens hier!"
+
+Laurie ging voor het raam staan en Jo deed haar verhaal.
+
+"Juist wat te verwachten was, wanneer je moeder jullie toestaat bij
+allerlei arme menschen in en uit te loopen. Amy kan blijven en zich
+hier nuttig maken, als ze niet ziek wordt; maar dat zal wel--zij
+ziet er nu al naar uit. Schrei niet, kind, ik word zenuwachtig,
+als ik menschen zoo hoor snuffen."
+
+Amy _was_ op het punt te gaan schreien, maar Laurie trok tersluiks
+den papegaai bij zijn staart, wat dit dier een verschrikten schreeuw
+ontlokte en hem op zoo'n dwazen toon "Genadige hemel!" deed roepen,
+dat ze in plaats daarvan begon te lachen.
+
+"Welke tijding heb je van je moeder?" vroeg de oude dame snibbig.
+
+"Vader is veel beter," antwoordde Jo, terwijl ze haar best deed een
+ernstig gezicht te zetten.
+
+"Zoo, waarlijk? Nu, dat zal niet lang duren, denk ik. March had nooit
+een sterk gestel," was het opbeurend antwoord.
+
+"Ha, ha, schep vreugd in 't leven! Een
+snuifje? Adieu! Adieu!" schreeuwde Polly, op zijn zitplaats
+rondspringend, en met zijn poot naar de muts van de oude dame slaande,
+toen Laurie hem achter haar rug kneep.
+
+"Houd je bek, oneerbiedig, oud dier! en Jo, jij deed beter dadelijk
+naar huis te gaan, in plaats van nog zoo laat rond te loopen met
+zoo'n dolleman van een jongen als...."
+
+"Houd je bek, oneerbiedig, oud dier!" riep Polly met een sprong van
+den stoel aftuimelend, om den "dolleman van een jongen" na te zitten,
+die bij dit laatste gezegde schudde van het lachen.
+
+"Ik denk, dat ik het niet zal _kunnen_ uithouden, maar ik zal het
+probeeren," dacht Amy, toen zij alleen bij tante March achtergelaten
+werd.
+
+"Ga weg, spook!" krijschte Polly, en bij dat onvriendelijk gezegde
+kon Amy een zacht gesnuf niet onderdrukken.
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XVIII.
+
+DONKERE DAGEN.
+
+
+Bets kreeg het roodvonk, en was veel zieker dan iemand, behalve Hanna
+en de dokter, vermoedde. De meisjes hadden volstrekt geen verstand van
+zieken, en mijnheer Laurence mocht niet bij haar komen; dus richtte
+Hanna alles naar haar zin in, en dokter Bangs die een drukke praktijk
+had, deed wel alles wat hij kon, maar moest veel op de uitmuntende
+verpleegster laten aankomen. Meta bleef thuis, uit vrees de besmetting
+bij de Kings over te brengen, deed het huishouden en had een onrustig
+en schuldig gevoel, wanneer zij brieven schreef, waarin van Bets'
+ziekte geen melding werd gemaakt. Ze kon het maar niet goed vinden,
+dat ze haar moeder moest misleiden, maar Moeder had haar aanbevolen
+naar Hanna te luisteren, en Hanna wilde er niet van hooren, "dat
+alles aan Mevrouw verteld zou worden, en dat men haar met zulk een
+kleinigheid zou lastig vallen." Jo wijdde zich dag en nacht aan Bets,
+en dit was geen zware taak, want Bets was uiterst geduldig en verdroeg
+haar leed zonder klagen, zoolang ze maar eenigszins kon. Maar er kwam
+een tijd, dat ze, bij verheffing van koorts, begon te spreken met
+een heesche en gebroken stem, en op de dekens te spelen, alsof het
+haar geliefde piano was, terwijl ze beproefde te zingen met een keel,
+zoo gezwollen, dat ze geen geluid kon uitbrengen; een tijd, waarop ze
+de welbekende gezichten rondom haar niet herkende, hen met verkeerde
+namen aansprak en dringend om Moeder riep. Toen werd Jo angstig en
+smeekte, dat Meta toch de waarheid schrijven mocht en zelfs Hanna
+zei "dat ze er eens over denken zou, hoewel er geen gevaar was." Een
+brief uit Washington vermeerderde nog de algemeene ongerustheid, want
+mijnheer March was weer ingestort en kon nog in geen weken vervoerd
+worden. Hoe somber schenen nu de dagen, hoe stil en treurig het huis,
+en hoe gedrukt werden de zusjes onder het werken en wachten, terwijl
+de angst voor Bets' toestand hen geen oogenblik losliet. Toen voelde
+Meta--als in de eenzaamheid de tranen op haar werk droppelden--hoe
+rijk ze geweest was in dingen, die met geen geld te betalen zijn: in
+liefde, bescherming, vrede en gezondheid, de grootste schatten van het
+leven. Toen leerde Jo in die donkere kamer, met dat geduldig lijdende
+gezichtje altijd voor oogen, en dat zwakke stemmetje in haar ooren,
+de schoonheid en beminnelijkheid van Bets' karakter pas ten volle
+begrijpen en gevoelen, welk een groote en dierbare plaats ze in aller
+harten besloeg, door haar onzelfzuchtig pogen, steeds voor anderen te
+leven en de omgeving thuis aangenaam te maken. En Amy snakte in haar
+ballingschap naar huis, om toch maar iets voor Bets te kunnen doen,
+overtuigd, dat geen enkele dienst haar nu moeilijk of vervelend zou
+toeschijnen, en zich met schaamte en berouw herinnerende, hoeveel
+verzuimd werk die gewillige handjes voor haar afgemaakt hadden. Laurie
+zwierf als een rustelooze geest door het huis, en de oude heer Laurence
+sloot de groote piano, daar hij niet kon verdragen, te worden herinnerd
+aan het kleine buurmeisje, dat zijn schemeruurtjes zoo aangenaam voor
+hem placht te maken. Iedereen miste Bets. De melkboer, de bakker, de
+kruidenier, de slager, allen vroegen naar haar; de arme vrouw Hummel
+kwam vergeving vragen voor haar onbedachtzaamheid en tegelijkertijd
+om een doodlaken voor haar Mina verzoeken; de buren zonden allerlei
+versnaperingen en goede wenschen, en zelfs zij, die haar het best
+kenden, stonden verwonderd over het groot aantal vrienden, dat hun
+beschroomde, kleine Bets zich verworven had.
+
+En ondertusschen lag ze te bed met de oude Johanna naast haar, want
+zelfs in haar ijlen vergat zij haar ongelukkig protégeetje niet. Ze
+verlangde naar haar katjes, maar wilde niet, dat men ze bij haar
+zou brengen, uit vrees, dat ze ziek zouden worden, en in haar kalme
+oogenblikken was ze vol bezorgdheid voor Jo. Zij zond allerlei aardige
+boodschapjes aan Amy, en droeg de zusters op haar moeder te laten
+weten, dat ze gauw schrijven zou. Dikwijls vroeg zij om potlood en
+papier en probeerde een woordje te schrijven; Vader mocht niet denken
+dat zij hem vergat. Maar weldra kwamen er niet meer zulke heldere
+tusschenpoozen, en lag ze uren lang te woelen onder het uiten van
+onsamenhangende woorden, of viel ze in een zwaren slaap, die haar geen
+verkwikking bracht. Dr. Bangs kwam tweemaal op een dag. Hanna waakte
+'s nachts. Meta had altijd in haar schrijflessenaar een telegram
+klaar liggen, dat elk oogenblik verzonden zou kunnen worden, en Jo
+week niet van Bets' kamer.
+
+De eerste December was een echte winterdag. Een gure wind loeide om
+het huis, de sneeuw viel met groote vlokken en het jaar scheen zich
+tot den dood voor te bereiden.
+
+Toen dokter Bangs dien morgen kwam, beschouwde hij Bets aandachtig,
+hield haar gloeiend handje een oogenblik in de zijne, legde het toen
+zachtjes neer, en zei fluisterend tot Hanna:
+
+"Als mevrouw March haar man verlaten kan, moet er om haar geschreven
+worden."
+
+Hanna knikte zonder spreken, want haar lippen beefden; Meta viel in een
+stoel neer; alle kracht scheen haar bij 't hooren van die woorden te
+ontzinken en Jo, die een oogenblik met een bleek gezicht roerloos had
+gestaan, vloog naar beneden, greep het telegram, sloeg haar mantel om
+en holde naar buiten in den storm. In een ommezien terug, was ze nog
+bezig onhoorbaar haar mantel af te doen, toen Laurie binnenkwam met
+een brief, die de heugelijke tijding bevatte, dat mijnheer March weer
+vooruitging. Jo las hem met een dankbaar hart, maar dit verminderde
+geenszins haar angst en droefheid en haar gezicht stond zóó treurig,
+dat Laurie oogenblikkelijk vroeg:
+
+"Wat is er, Jo? Is Bets erger?"
+
+"Ik heb om Moeder getelegrafeerd," zei Jo, en begon met een wanhopig
+gebaar haar overschoenen uit te trekken.
+
+"Mooi zoo, Jo! Heb je dat op je eigen verantwoording gedaan?" vroeg
+Laurie, terwijl hij haar zachtjes, ziende hoe haar handen beefden, op
+de bank in de gang neerdrukte en haar de weerspannige schoenen uittrok.
+
+"Neen, de dokter zei, dat het moest."
+
+"O, Jo, zoo erg is het toch niet?" riep Laurie verschrikt.
+
+"Ja, dat is het wel; ze kent ons niet, en spreekt zelfs niet meer over
+de groene duifjes, zooals zij de wingerdbladen op het behang noemde;
+zij lijkt niets meer op mijn eigen Bets, en er is niemand om het ons
+te helpen dragen; Moeder en Vader beiden weg, en God schijnt ook zoo
+ver af, dat ik Hem niet vinden kan."
+
+De tranen stroomden de arme Jo langs de wangen, terwijl ze haar hand
+hulpeloos uitstrekte, alsof zij in het donker rondtastte, maar Laurie
+greep die in de zijnen, en fluisterde zoo goed hij kon met een brok
+in zijn keel:
+
+"Ik ben hier; steun maar op mij, Jo, beste Jo!"
+
+Zij kon niet spreken, maar hield hem vast, en de warme druk van die
+vriendenhand vertroostte haar bedroefd hart. Laurie zou erg graag iets
+hartelijks en opbeurends gezegd hebben, maar hij kon geen woorden
+vinden; hij bleef dus maar zwijgend haar gebogen hoofd streelen,
+zooals hij haar moeder wel eens had zien doen.
+
+En dit was nog beter dan woorden, want Jo voelde de onuitgesproken
+sympathie en ondervond in zijn zwijgen den zoeten troost, dien liefde
+in droefheid geeft. Na een poosje droogde ze de tranen af, die haar
+hadden verlicht en met een dankbaar gezicht naar hem opziende, zei ze:
+
+"Dank je, Teddy, ik ben nu al wat beter; ik heb al niet meer zoo'n
+verlaten gevoel, en ik zal trachten het te dragen als het komt."
+
+"Blijf maar hopen, dat zal je het best helpen, Jo. Je moeder komt nu
+gauw, en dan zal alles wel goed gaan."
+
+"Ik ben zoo blij, dat Vader tenminste wat beter is; het zal haar
+nu niet zooveel kosten hem achter te laten. Och, och, het lijkt net
+of alle ellende op eens gekomen is, en ik het zwaarste deel op mijn
+schouders heb gekregen," zuchtte Jo, terwijl zij haar natten zakdoek
+over haar knieën uitspreidde om te drogen.
+
+"Laat Meta het dan maar op jou aankomen?" vroeg Laurie verontwaardigd.
+
+"O neen, dat zou zij nooit doen; maar zij heeft onze Bets niet zóó
+lief als ik; en zij zal haar niet zóó vreeselijk missen. Bets is
+mijn geweten, en ik kan niet buiten haar! O, ik kan niet, ik kan
+niet!" Jo's gezicht verdween weer achter den natten zakdoek en zij
+schreide wanhopig; want tot nu toe had ze zich altijd goed gehouden en
+geen traan gestort. Laurie streek met de hand over de oogen, maar hij
+kon niet spreken, eer hij het krampachtig gevoel in zijn keel en het
+beven van zijn lippen bedwongen had. Eindelijk, toen Jo's snikken wat
+bedaarde, zei hij op hoopvollen toon: "Ik denk niet dat Bets sterven
+zal; ze is zoo goed en we houden allemaal zoo ontzettend veel van haar;
+ik geloof nooit, dat God haar nu al van ons zal wegnemen."
+
+"De beste en liefste menschen sterven juist altijd," snikte Jo; maar
+zij hield op met schreien; de woorden van haar vriend gaven haar toch
+moed, in spijt van haar eigen twijfel en vrees.
+
+"Arme meid, je bent heelemaal van streek, 't Gebeurt niet licht dat
+je je zoo aan den grond voelt. Wacht maar eens, ik zal je in een
+ommezientje wat opkwikken."
+
+Laurie vloog met twee treden tegelijk de trap op, en Jo legde haar
+vermoeid hoofd neer op Bets' bruine hoedje, dat niemand nog had
+weggenomen van de tafel, waar ze het zelf den laatsten keer had
+neergelegd. Het was of het tooverkracht bevatte, want de geduldige
+gemoedsstemming van de zachtaardige eigenares scheen in Jo over te
+gaan; en toen Laurie naar beneden kwam met een glas wijn, nam ze het
+met een glimlach aan, en zei moedig: "Ik drink op de beterschap van
+onze Bets! Je bent een goed dokter, Teddy, en een puik vriend! Hoe
+zal ik het je ooit kunnen vergelden?" voegde ze er bij, toen de wijn
+haar lichaam verkwikte, evenals de vriendelijke woorden haar ziel
+nieuw leven hadden geschonken.
+
+"Wacht maar, den een of anderen tijd zal ik mijn rekening wel inzenden,
+en van avond zal ik je iets geven, wat alle vezels van je hart meer zal
+verwarmen dan ankers wijn," beloofde Laurie, terwijl hij haar aankeek
+met een gezicht, dat straalde van blijdschap over iets geheimzinnigs.
+
+"Wat dan?" riep Jo, voor een oogenblik in haar verbazing haar verdriet
+vergetende.
+
+"Ik heb gisteren aan je moeder getelegrafeerd, en Brooke antwoordde
+dat zij dadelijk komen zou; van avond kan ze al hier zijn, en dan
+zal alles wel goed gaan. Ben je niet blij, dat ik het maar gedaan heb?"
+
+Laurie sprak haastig en met een kleur van opgewondenheid, want hij
+had zijn plannetje geheim gehouden, uit vrees dat de meisjes het niet
+zouden goedkeuren, of dat het nadeelig voor Bets kon zijn. Jo werd
+doodsbleek, vloog van de bank op en bracht Laurie, tot het toppunt
+van verbazing, door plotseling haar armen om zijn hals te slaan en
+met een blijden kreet uit te roepen: "O, Laurie, o, Moeder! wat _ben_
+ik blij!" Zij begon niet weer te schreien, maar lachte zenuwachtig en
+beefde en klemde zich aan haar vriend vast, heelemaal in de war door
+dit plotselinge nieuws. Hoe verbaasd Laurie ook was, handelde hij toch
+met groote tegenwoordigheid van geest; hij klopte haar op den rug,
+en toen hij zag dat ze wat bijkwam, liet hij er een paar beschroomde
+kussen op volgen, die Jo op eens weer tot zichzelf brachten. Zich
+aan de trapleuning vasthoudend, duwde ze hem zachtjes weg, en zei
+buiten adem: "Och, doe dat niet! Het was mal van me, maar je bent
+zoo'n beste jongen, dat je het in spijt van Hanna toch gedaan hebt,
+dat ik niet laten kon om je hals te vliegen. Vertel me er nu alles van,
+en geef me alstjeblieft geen wijn meer, want daar kwam het van."
+
+"Ik vond het niets erg!" plaagde Laurie, terwijl hij zijn das recht
+schoof. "Ja, zie je, ik werd ongerust en Grootpapa ook. Wij meenden,
+dat Hanna te veel de baas speelde en dat je moeder het behoorde te
+weten. Ze zou het ons nooit vergeven, als er eens iets gebeurde. Dus
+bracht ik er Grootpapa toe om te zeggen, dat het hoog tijd was,
+dat er iets gedaan werd, en zoo vloog ik gisteren naar het kantoor,
+want de dokter deed zoo ernstig en Hanna keek mij aan, alsof ze mijn
+hoofd wou afslaan, toen ik voorstelde een telegram te zenden. Nu _kan_
+ik nooit verdragen op mijn kop gezeten te worden, dus dit besliste de
+zaak, en seinde het zoo gauw mogelijk. Je moeder is onderweg, dat weet
+ik, en de laatste trein komt van nacht om twee uur aan. Ik zal haar
+gaan halen; dus je hoeft nu alleen nog je verrukking te bedwingen,
+en Bets rustig te houden, tot de geëerde dame hier is."
+
+"Laurie, je bent een engel! Hoe zal ik je er ooit voor danken?"
+
+"Vlieg mij maar eens weer om mijn hals; ik vond het nog al aardig,"
+zei Laurie, terwijl hij haar ondeugend aankeek--iets wat hij in geen
+veertien dagen gedaan had.
+
+"Neen, dankje. Dat zal ik liever bij volmacht doen, als je grootvader
+komt. Plaag mij niet, maar ga onmiddellijk naar huis om te slapen,
+want je moet den halven nacht op zijn. Ontvang mijn zegen, Teddy!"
+
+Jo was al sprekende achteruit geweken, en toen ze haar redevoering
+geëindigd had, verdween ze plotseling in de keuken, waar zij op
+de rechtbank neerviel en de vereenigde katten mededeelde, dat zij
+"gelukkig, dol, _dol_ gelukkig" was, terwijl Laurie vertrok, in de
+streelende overtuiging, dat hij dit zaakje nu eens netjes overlegd had.
+
+"Dat is de bemoeiachtigste jongen, dien ik ooit gezien heb; maar ik
+vergeef het hem en hoop dat onze mevrouw maar dadelijk zal komen,"
+zei Hanna, met een zucht van verlichting, toen Jo haar het goede
+nieuws vertelde.
+
+Meta zat in stille verrukking den brief te herlezen, terwijl Jo de
+ziekenkamer in orde bracht, en Hanna "het een en ander ging klaar
+maken voor 't geval, dat er soms onverwachts eens iemand komen mocht."
+
+Een ademtocht van nieuw leven scheen in het huis te zijn doorgedrongen,
+en iets beters dan zonneschijn verhelderde de stille kamers; alles
+scheen in de blijde verandering te deelen; Bets' vogel begon weer te
+tjilpen en Jo ontdekte een half ontloken roosje aan Amy's rozenstruikje
+op de vensterbank; 't was of het vuur buitengewoon vroolijk brandde,
+en elken keer, wanneer de meisjes elkaar tegenkwamen, vloog er een
+blijde glimlach over hun bleeke gezichten, terwijl ze elkander even
+beetpakten en bemoedigend toefluisterden: "Moeder komt! Goddank,
+Moeder komt!" Ieder was blij, behalve Bets; ze lag in een zware
+verdooving, onbewust van hoop en vreugde, angst en gevaar. Het
+was een droevig schouwspel--dat vroeger zoo lieve gezichtje, nu zoo
+veranderd en zonder uitdrukking--de eens zoo bezige handjes, zoo slap
+en vermagerd--die altijd vriendelijk glimlachende mond verstijfd--en
+het anders zoo mooie, zorgvuldig opgemaakte haar, zoo ruig en verward
+op het kussen. Den heelen dag lag ze zoo, behalve wanneer zij nu en
+dan even tot bewustzijn kwam en om "water!" riep, met zulke droge
+lippen, dat ze nauwelijks het woord konden uitspreken. Den heelen dag
+zweefden Jo en Meta om haar heen, wakend, wachtend en hopend, en op
+God en Moeder vertrouwend, en den heelen dag vielen de sneeuwvlokken,
+gierde de wind en kropen de uren langzaam om. Maar eindelijk viel de
+avond, en telkens wanneer de klok sloeg, zagen de zusters, die nog
+steeds aan weerskanten van het bed zaten, elkander met schitterende
+oogen aan, want ieder uur bracht hen nader tot de hulp, die komen
+zou. De dokter was er geweest, en had gezegd, dat er denkelijk tegen
+middernacht een verandering ten goede of ten kwade in zou treden,
+en dat hij dan zou terugkomen.
+
+Hanna was, door uitputting overmand, op de canapé, die aan het
+voeteneinde van het bed stond, neergevallen en in diepen slaap
+gezonken; de oude heer Laurence liep in de huiskamer op en neer, met
+een gevoel, alsof hij liever voor een vijandelijke batterij zou komen
+te staan, dan voor het angstig gelaat van mevrouw March, wanneer ze
+tehuis kwam. Laurie lag op het haardkleedje en deed alsof hij sliep,
+maar staarde in het vuur met een peinzenden blik, die zijn zwarte
+oogen buitengewoon aantrekkelijk maakte.
+
+Nooit vergaten de meisjes dien nacht, want geen slaap kwam in hun
+oogen, terwijl zij samen de wacht hielden, met dat ondragelijke gevoel
+van machteloosheid, dat ons in zulke uren overvalt.
+
+"Wanneer God Bets spaart, zal ik nooit meer ontevreden zijn,"
+fluisterde Meta ernstig.
+
+"Wanneer God Bets spaart, zal ik mijn best doen Hem mijn heele leven
+lief te hebben en te dienen," zei Jo even vurig.
+
+"Ik wou dat ik geen hart had, het doet zoo zeer," zuchtte Meta een
+poosje later.
+
+"Wanneer het leven _dikwijls_ zoo moeilijk is als nu, weet ik niet
+hoe we er door moeten komen," voegde Jo er moedeloos bij.
+
+Daar sloeg de klok twaalf; en beiden vergaten alles, om Bets gade te
+slaan, want ze meenden te zien, dat er een verandering kwam in haar
+vermagerde trekken. Het huis was als uitgestorven; niets dan het geluid
+van den wind verbrak de doodelijke stilte. De vermoeide Hanna sliep
+door, en slechts de beide meisjes zagen de bleeke schaduw, die op het
+bedje scheen te vallen. Een uur ging voorbij, waarin niets voorviel,
+behalve dat Laurie zoo zacht mogelijk het huis verliet om naar het
+station te gaan. Nog een uur--niemand kwam,--en allerlei angsten
+over oponthoud door den storm, ongelukken onderweg en vooral over
+een groote ramp te Washington, vervulden de harten der beide meisjes.
+
+Het was over tweeën, toen Jo, die aan het venster stond en er over
+dacht, hoe treurig de aarde onder haar doodskleed van sneeuw er uitzag,
+een beweging bij het bed hoorde, en haastig omkijkende zag, hoe
+Meta voor Moeders leuningstoel neerknielde, het gezicht in de handen
+verborgen. Een kil angstgevoel liep de arme Jo als een rilling over den
+rug: "Bets is dood," dacht ze, "en Meta durft het mij niet te zeggen."
+
+In een oogwenk was zij weer op haar post, en voor haar overspannen blik
+scheen er een groote verandering te zijn voorgevallen. De koortsgloed
+en de pijnlijke trek waren verdwenen, en het dierbare gezichtje zag er
+in die onbeweeglijke kalmte zoo vreedzaam en rustig uit, dat Jo geen
+behoefte aan tranen en klachten gevoelde. Zij boog zich diep over
+haar liefste zusje heen, kuste het klamme voorhoofd met de innige
+teederheid en fluisterde zacht: "Vaarwel, mijn lieve Bets, vaarwel!"
+
+Opgeschrikt door die beweging, sprong Hanna overeind uit den slaap,
+keek, bij het bed gekomen, Bets aandachtig aan, betastte haar handen,
+luisterde aan haar mond, wierp toen haar boezelaar over het hoofd,
+viel op een stoel neer en riep, al heen en weer wiegend, op gesmoorden
+toon: "De koorts is af, ze ligt in een natuurlijken slaap, haar
+huid is vochtig, en ze haalt gemakkelijk adem. God zij gedankt. O,
+groote goedheid!"
+
+Voordat de meisjes de heerlijke waarheid konden gelooven, kwam de
+dokter binnen en bevestigde haar. Hij was een eenvoudig man, maar zijn
+gelaat scheen allen toe als dat van een engel, toen hij glimlachte en
+met een vaderlijken blik tot hen zei: "Ja, lieve kinderen, ik denk,
+dat de kleine meid er dit keer door zal komen. Houdt het huis rustig;
+laat haar slapen en geef haar als ze wakker wordt...."
+
+Wat ze geven moesten, hoorden ze geen van beiden, want zij slopen
+naar het donkere portaal, en daar zaten ze op de trap, met de armen
+om elkaar heen geslagen, de harten te vol van blijdschap om iets te
+zeggen. Toen ze terugkwamen om door de oude Hanna gekust en gepakt te
+worden, vonden ze Bets in gerusten slaap in haar gewone houding, met
+haar rechterwang op haar hand; de doodelijke bleekheid was verdwenen
+en haar adem ging rustig, alsof zij pas in slaap gevallen was.
+
+"Als Moeder nu maar kwam!" zei Jo, toen de winterdageraad begon aan
+te breken.
+
+"Kijk," zei Meta, terwijl ze met een half geopend wit roosje aankwam,
+"ik dacht dat dit misschien nog niet eens open zou zijn, om in Bets'
+hand te leggen, als ze--van ons weggegaan zou zijn. Maar het is
+van nacht uitgekomen, en nu zal ik het hier in mijn vaasje zetten;
+als onze lieveling dan wakker wordt, zal het eerste wat zij ziet dit
+roosje en Moeders gezicht zijn."
+
+Nooit was de zon zoo schoon opgegaan, en nooit had de wereld er zoo
+heerlijk uitgezien, in de vermoeide oogen van Meta en Jo, als toen
+ze in den vroegen morgen naar buiten keken, en hun lange, treurige
+nachtwaak voorbij was.
+
+"Het lijkt net een sprookjeswereld," zei Meta, terwijl ze bij zichzelf
+glimlachte en achter het gordijn staande den blik over het schitterende
+schouwspel liet gaan.
+
+"Hoor!" riep Jo, opspringend.
+
+Ja, daar klonk een geluid van paardenbellen beneden voor de deur, een
+kreet van Hanna en Laurie's stem, die op een vroolijken fluistertoon
+zei:
+
+"Meisjes, ze is er! Ze _is_ er!"
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XIX.
+
+AMY'S TESTAMENT.
+
+
+Terwijl dit alles thuis voorviel, had Amy een moeilijken tijd bij
+Tante March. Haar ballingschap viel haar zwaar en voor 't eerst in
+haar leven besefte ze hoeveel liefde en toegevendheid thuis haar deel
+waren. Tante March gaf nooit iemand toe, daar was ze in principe tegen;
+maar ze meende het goed, want ze vond het kleine, welgemanierde meisje
+heel lief, en tante March had een teer plekje in haar oud hart voor
+de kinderen van haar neef, hoewel ze het niet raadzaam vond daarvoor
+uit te komen. Op haar manier deed ze haar best om Amy genoegen te
+doen, maar och, hoever sloeg ze de plank mis! Sommige oude menschen
+behouden een jong hart, ondanks hun rimpelige wangen en grijze haren;
+ze kunnen deelen in kinderlijke genoegens en verdrietelijkheden, hebben
+er slag van 't jonge volkje op zijn gemak te zetten, met hen te spelen
+en te praten op een echt vriendschappelijke manier. Maar Tante March
+bezat deze gave niet, en ze verveelde Amy doodelijk met haar regels
+en bevelen, haar stijve manieren en lange, droge redenaties. Daar
+ze dit kind volgzamer en zachtzinniger vond dan haar zuster, rekende
+de oude dame het zich ten plicht, zoovéél mogelijk een tegenwicht te
+geven tegen de vrijheid en toegevendheid, die Amy thuis genoot. Ze nam
+haar logéetje dus eens flink onderhanden, en behandelde haar, zooals
+zij zelf zestig jaar geleden behandeld was, een methode, die Amy diep
+ongelukkig maakte en haar een gevoel gaf, alsof ze een vliegje was in
+het web van een onmeedoogende spin. Elken morgen moest ze de kopjes
+omwasschen en de ouderwetsche theelepeltjes, den grooten zilveren
+trekpot en de glazen wrijven, tot ze glommen. Daarna moest ze stof
+afnemen, en wat een geduldsoefening was dat! Geen stofje ontsnapte aan
+het oog van Tante March, en al de meubelen hadden gedraaide pooten en
+allerlei snijwerk, dat nooit geheel naar haar zin behandeld werd. Dan
+moest Polly zijn eten hebben en de schoothond gekamd, en een dozijn
+boodschappen trap op trap af gedaan worden, om allerlei dingen te
+halen of bevelen over te brengen, want de oude dame was slecht ter been
+en kwam maar zelden uit haar stoel. Na deze vervelende werkjes moest
+Amy haar lessen opzeggen, wat nog de grootste beproeving van alles was.
+
+Dan mocht ze zich een uur ontspannen en spelen. Wat haalde zij daar
+haar hart aan op! Laurie kwam elken dag en wist meestal Tante March
+te bepraten, dat Amy met hem uit mocht gaan; ze gingen dan wandelen
+of rijden en hadden ontzaglijk veel plezier. Na het eten moest Amy
+voorlezen en stil zitten, terwijl de oude dame een slaapje deed,
+dat gewoonlijk een uur duurde, daar ze bij de eerste bladzijde al
+indommelde. Dan kwam er verstelwerk voor den dag of handdoeken om
+te zoomen, en Amy naaide totdat het donker werd, uiterlijk heel
+zachtzinnig, maar innerlijk heftig in opstand, en daarna mocht ze
+tot theetijd doen wat ze wilde. De avonden waren nog het allerergst;
+dan begon Tante March eindelooze verhalen uit haar jeugd te doen,
+die Amy zoo "afgrijselijk vervelend" vond, dat ze altijd blij was
+als zij naar bed kon gaan, telkens weer vast van plan haar treurig
+lot onder de dekens te beweenen, maar altijd vast in slaap, eer ze
+meer dan een paar tranen had te voorschijn gebracht.
+
+Waren Laurie en de oude Esther, de kamenier, er niet geweest, dan,
+meende ze, zou ze dien verschrikkelijken tijd nooit doorgekomen
+zijn. De papegaai alleen was al in staat haar dol te maken; want hij
+merkte dadelijk, dat ze hem niet bewonderde en wreekte zich door
+zoo kwaadaardig mogelijk te zijn. Hij trok haar aan het haar, als
+ze dicht bij hem kwam, gooide zijn brood en melk omver, om haar te
+plagen, wanneer zij pas zijn kooi had schoongemaakt, maakte Mop aan
+het blaffen door naar hem te pikken als de oude dame sliep, schold
+Amy uit terwijl er bezoek was, en gedroeg zich in alle opzichten
+als een onuitstaanbare, oude vogel. Den hond kon ze ook niet _zien_;
+het was een vet, kwaadaardig dier, dat tegen haar bromde en jankte,
+als ze zijn toilet maakte, en dat, als hij wat te eten wou hebben,
+op zijn rug ging liggen, met alle vier de pooten in de lucht en het
+onnoozelste gezicht van de wereld, een vertooning die ongeveer twaalf
+maal op een dag plaats had. De keukenmeid had een slecht humeur,
+de oude koetsier was doof, en Esther nog de eenige die ooit van het
+kind notitie nam.
+
+Esther was een Française, die al verscheiden jaren bij "Madame,"
+zooals ze Tante noemde, had gewoond, en die de oude dame aardig onder
+den duim had, omdat deze niet buiten haar kon. Haar eigenlijke naam
+was Estelle, maar tante March beval haar een anderen aan te nemen,
+en ze gehoorzaamde, onder voorwaarde, dat "Madame" nooit van haar zou
+eischen, ook van godsdienst te veranderen. Amy was erg met Mademoiselle
+ingenomen, en de Française vertelde haar dikwijls grappige verhalen
+uit haar leven in Frankrijk, als Amy bij haar zat, terwijl Esther de
+kanten jabots en andere fraaiïgheden van Madame in orde bracht. Zij
+liet haar ook door het huis dwalen om al de wonderlijke en aardige
+dingen te bekijken, die er in groote kleerkasten en ouderwetsche
+kisten bewaard werden; want Tante March had, als een ekster, van alles
+verzameld. Amy werd vooral altijd weer getrokken naar een Indisch
+kabinet, vol vreemde laatjes, vakjes en verborgen hoekjes, waar
+allerlei sieraden in geborgen waren; sommige heel kostbaar, sommige
+alleen maar vreemd, maar alle min of meer antiek. Amy vond het "dol"
+al die dingen te bezichtigen en te schikken, vooral de juweelkastjes,
+waarin, op fluweelen kussentjes, de ornamenten rustten, die jaren
+geleden de een of andere schoone hadden getooid. Het stel granaten, dat
+Tante March gedragen had, toen ze voor 't eerst uitging, de paarlen,
+die haar vader haar op haar trouwdag had gegeven, de diamanten van
+haar bruidegom, de gitten trouwringen en spelden, de vreemdsoortige
+medaillons met portretten van overleden vrienden en treurwilgjes van
+haarwerk aan den achterkant; de kleine bloedkralen armbandjes, die
+haar eenig dochtertje had gedragen, het groote, gouden horloge van
+Oom March, met het roode cachet, waarmee zooveel kinderhandjes hadden
+gespeeld, en heelemaal alleen, in een apart doosje, de trouwring van
+Tante March, die nu veel te nauw was voor haar dikke vingers, maar die,
+als het kostbaarste van al die kleinoodiën, zorgvuldig weggeborgen was.
+
+"Wat zou Mademoiselle kiezen, als ze mocht?" vroeg Esther, die er
+altijd bij zat om een oogje op de kostbaarheden te houden en ze weer
+weg te sluiten.
+
+"Ik vind de diamanten het mooist, maar daar is geen halsketting bij, en
+ik houd zooveel van kettinkjes, ze staan zoo netjes. Dit zou ik kiezen
+als ik mocht," zei Amy, terwijl ze met bewondering een snoer gouden
+en ebbenhouten kralen bekeek, waaraan een zwaar gouden kruis hing.
+
+"Dat zou ik ook heel graag hebben, maar niet voor een halsketting,
+o neen, voor mij was het een prachtige rozenkrans, en als een goed
+katholieke zou ik hem daarvoor ook gebruiken," zei Esther, de ketting
+met verlangende blikken aanziende.
+
+"Net zoo als die snoer houten kralen, die over je spiegel hangen,
+en die zoo lekker ruiken?" vroeg Amy.
+
+"Ja zeker, om bij te bidden. Het zou de heiligen stellig genoegen
+doen, wanneer men zooiets moois als dit voor rozenkrans gebruikte,
+in plaats van het als een sieraad te dragen."
+
+"Je schijnt veel troost in je gebeden te vinden, Esther, want je komt
+daarna altijd zoo kalm en tevreden beneden. Ik wou, dat het met mij
+ook zoo was."
+
+"Wanneer Mademoiselle Katholiek was, zou zij den waren troost ook
+vinden; maar nu dit niet zoo is, zou het toch goed zijn, wanneer
+Mademoiselle zich iederen dag een poosje afzonderde om te bidden,
+zooals die goede mevrouw deed, bij wie ik in betrekking was, voor ik
+bij Madame kwam. Zij had een klein bidkamertje en vond daar troost
+voor allerlei verdriet."
+
+"Zou het goed voor me zijn, om dat ook te doen?" vroeg Amy, die in haar
+eenzaamheid behoefte voelde aan de een of andere soort van bijstand,
+en merkte dat ze haar boekje vergat, nu Bets niet bij haar was om er
+haar aan te herinneren.
+
+"Het zou charmant zijn; en als u wilt, zal ik met alle genoegen het
+kleine kleedkamertje voor u inrichten. Zeg er maar niets van aan
+Madame, maar ga er dan, als ze slaapt, alleen zitten om aan goede
+dingen te denken en den lieven God om het herstel van uw zuster
+te bidden."
+
+Esther was waarlijk vroom en volkomen oprecht in haar raad, want
+ze had een liefhebbend hart en veel medelijden met de zusjes in hun
+droefheid. Amy vond het denkbeeld prachtig en liet Esther het kleine
+kamertje in orde brengen, dat naast het hare was.
+
+"Ik wou dat ik wist, wie al die mooie dingen zullen krijgen, als
+Tante March sterft," zei ze, terwijl ze langzaam den rozenkrans weer
+op haar plaats legde en de juweeldoosjes één voor één sloot.
+
+"U en uw zusters. Ik weet het; Madame heeft me in haar vertrouwen
+genomen; ik was bij het maken van haar testament, en zoo zal het zijn,"
+fluisterde Esther glimlachend.
+
+"Wat heerlijk! maar ik wou liever dat Tante ze ons nu gaf," zei Amy,
+met een laatsten blik op de diamanten.
+
+"De jonge dames zijn nog te jong om die dingen te dragen. De eerste,
+die verloofd is, krijgt de paarlen, heeft Madame gezegd; en ik denk
+haast wel, dat u dat turkooizen ringetje zult krijgen als u heengaat,
+want Madame is tevreden over uw gedrag en goede manieren."
+
+"Denk je dát? O, ik zal verder een lammetje zijn, als ik dat mooie
+ringetje krijg! Het is zooveel mooier dan dat van Kitty Bryant. Ik
+houd toch wel van Tante March," en Amy paste het ringetje met een
+verheugd gezicht, en nam zich vast vóór het te verdienen.
+
+Van dien dag af was ze een model van gehoorzaamheid, en de oude dame
+zag dit welgevallig aan als een gevolg van haar opvoedkunde. Esther
+bracht een tafeltje in het kamertje, zette er een voetenbankje voor en
+hing er een plaat boven, die ze uit een der kamers genomen had. Zij
+dacht niet dat die plaat veel waarde had, maar daar het onderwerp
+haar geschikt voorkwam, leende zij haar voor dat doel, wel wetende dat
+Madame het nooit zou bemerken en er ook niet om geven zou, al deed zij
+het. Het was evenwel een kostbare copie van een der meest beroemde
+schilderijen ter wereld, en Amy met haar schoonheidszin werd nooit
+moede te kijken naar het zachte gelaat der heilige moeder, terwijl
+haar hart met teedere gedachten aan haar eigen moedertje vervuld
+was. Op het tafeltje legde zij haar bijbeltje en haar gezangboek,
+en zette daarnaast een vaas met de mooiste bloemen, die Laurie
+haar bracht. Elken dag nu ging Amy hier een poosje alleen zitten,
+om aan goede dingen te denken en den lieven God te bidden dat Bets
+beter mocht worden. Esther had haar ook een rozenkrans van zwarte
+kralen met een zilveren kruis gegeven, maar die had Amy zonder hem
+te gebruiken opgehangen, betwijfelend of zoo iets wel hoorde bij
+protestantsche gebeden.
+
+Amy nam dit alles hoogst ernstig op, want daar zij zoo alleen buiten
+het veilige, ouderlijke nest moest blijven, voelde ze dringend behoefte
+aan een vriendelijke hand, waaraan ze zich kon vastklemmen. Nu
+ze de hulp van haar moeder miste om zichzelf te begrijpen en te
+beheerschen, deed zij eerlijk haar best den goeden weg te vinden en
+daarop vertrouwend voort te gaan. Maar Amy was nog een heel jonge
+pelgrim en op het oogenblik scheen haar last haar ondraaglijk zwaar
+toe. Ze trachtte zichzelf te vergeten, vroolijk te blijven en tevreden
+te zijn met te doen wat goed was, al merkte niemand het op en al werd
+ze door niemand geprezen. In haar eerste poging om héél braaf en goed
+te wezen, besloot zij haar testament te maken, net als Tante March
+gedaan had; zoodat _als_ ze ziek mocht worden en kwam te sterven,
+haar bezittingen naar recht en billijkheid zouden verdeeld worden. De
+gedachte alleen dat ze haar kleine schatten zou moeten opgeven,
+kostte haar heel wat, want ze waren in haar oogen even kostbaar als
+de juweelen van de oude dame.
+
+Gedurende haar speeluren schreef zij dit gewichtig document zoo goed
+ze kon, met eenige hulp van Esther, wat betreft de wettelijke termen,
+en toen de goedhartige Fransche haar naam geteekend had, viel Amy een
+pak van het hart en legde ze het papier weg, om het aan Laurie te laten
+zien, op wien haar keuze als tweeden getuige gevallen was. Daar het
+den heelen morgen regende, ging ze naar boven, om zich in een der
+groote kamers te amuseeren, Polly voor gezelschap meenemende. In
+deze kamer was een kleerkast vol ouderwetsche costumes, waarmee
+Esther haar toestond te spelen, en het was voor Amy een geliefkoosde
+uitspanning, zich in die verkleurde prachtgewaden uit te dossen, en
+voor den grooten spiegel heen en weer te wandelen, onder het maken
+van sierlijke buigingen en het zwaaien van een langen sleep, die
+"zoo echt deftig ruischte."
+
+Op den dag van het testament was ze hier zóó druk mee bezig, dat
+ze Laurie niet hoorde bellen en ook niet zag hoe hij om een hoekje
+van de deur gluurde, terwijl ze op en neer stapte, met haar waaier
+speelde, haar hoofd heen en weer draaide, dat met een grooten, rosen
+hoed versierd was, zonderling afstekend bij haar blauw zijden japon
+en gelen onderrok. Amy moest voorzichtig loopen, om de schoenen met
+hooge hakken, en het was een allerdolst gezicht, zooals Laurie later
+aan Jo vertelde, haar in dat fraaie toilet te zien voorttippelen,
+met Polly achter haar aan, die al zijn best deed haar na te bootsen,
+terwijl hij nu en dan stil stond om te lachen, of uit te roepen: "Zijn
+wij niet mooi? Ga weg, leelijkerd! Hou je bek! Kus me, liefje; ha, ha!"
+
+Nadat Laurie met moeite een uitbarsting van vroolijkheid had bedwongen,
+uit vrees hare majesteit te beleedigen, klopte hij aan, en werd
+minzaam ontvangen.
+
+"Ga zitten, terwijl ik dezen boel wegberg; en dan wou ik je graag over
+iets heel ernstigs raadplegen," zei Amy, toen ze haar pronkgewaad
+vertoond en Polly in een hoek gejaagd had. "Dat beest is de plaag
+van mijn leven," zuchtte ze, terwijl ze de rose verhevenheid van haar
+hoofd nam, en Laurie schrijlings op een stoel ging zitten. "Gisteren,
+toen Tante sliep en ik mijn best deed zoo stil als een muis te zijn,
+begon Polly opeens in zijn kooi te schreeuwen en te klapwieken. Ik liet
+hem er dus uit en vond er een groote spin in. Toen ik het griezelige
+dier wegjoeg, kroop het onder de boekenkast; Polly was er dadelijk
+bij; hij bukte en keek onder de kast, en riep op zijn dwazen toon
+met een knipoogje: "Kom er uit en ga mee wandelen, liefje." Ik _kon_
+niet helpen dat ik moest lachen, maar Pol begon te vloeken, zoodat
+Tante wakker werd en ons alle twee beknorde."
+
+"Nam de spin de invitatie van den ouden heer aan?" vroeg Laurie
+geeuwend.
+
+"Ja, hij kwam er uit, en Pol ging doodelijk verschrikt aan den haal
+en klauterde op Tante's stoel; al schreeuwend: "Pak hem, Pak hem,"
+terwijl ik de spin ving.
+
+"Dat is een leugen! Lieve lorre!" krijschte de papegaai, naar Laurie's
+voeten pikkende.
+
+"Ik zou je den nek omdraaien, als je van mij was, oude plaaggeest,"
+riep Laurie, terwijl hij zijn vuist schudde tegen den vogel, die zijn
+kop op zij hield en zeer ernstig riep:
+
+"Goed geslapen? goeden morgen, meneer!"
+
+"Ziezoo, nu ben ik klaar," zei Amy, nadat zij de kleerkast gesloten en
+een papier uit haar zak gehaald had. "Lees dit eens, als 't je blieft,
+en vertel mij eens of het in den vorm en goed is. Ik vond, dat ik het
+moest doen, want het leven is onzeker, en ik zou niet graag willen,
+dat er oneenigheid ontstond bij mijn graf."
+
+Laurie beet zich op de lippen, wendde zich een weinig van de in
+gedachten verzonken spreekster af, en las, de spelling in aanmerking
+genomen, met loffelijken ernst:
+
+
+
+ MIJN LAATSTE WIL EN TESTAMENT.
+
+
+ "Ik, Amy Curtis March, in de volle bezitting van mijn verstandige
+ vermogens geef en vermaak al mijn aardse bezittingen--dat is te
+ zeggen, namelijk:
+
+ "Aan mijnen vader mijne beste teekeningen, schetsen, portefeuilles
+ en kunstwerken, met de leisten. Ook mijn spaarpot, om mee te doen
+ wat hij wil.
+
+ "Aan mijne moeder al mijn kleederen, behalve de blauwe boezelaar
+ met de zakjes--ook mijn portret en mijn medaljon met mijn
+ hartelijke liefde.
+
+ "Aan mijn lieve zuster Margaretha geef ik mijn turkoos ringetje
+ (als ik het krijg), verder het groene doosje met de duifjes er op,
+ ook het stukje echte kant voor om haar hals, en mijn schets van
+ haar als een souvenier.
+
+ "Aan Jo vermaak ik mijn brosje, dat eene dat met lak gemaakt
+ is, en mijn bronsen inktkookertje (zij heeft zelf het dekseltje
+ weggemaakt) en mijn beeldrig konijntje van plijster, omdat het
+ mij spijt, dat ik haar verhaal verbrant heb.
+
+ "Aan Betsy (als zij mij overleeft) geef ik mijne poppen en het
+ kleine kasje, mijn waaier, mijn linnen boorden en mijn verlakte
+ pantoffeltjes, die ze misschien wel zal kunnen dragen, omdat ze
+ wel mager zal zijn als ze beter word. Ook betuig ik haar hierbij
+ mijn berouw dat ik ooit om haar ouwe Johanna gelachen heb.
+
+ "Aan mijn vriend en buurman Theodoor Laurence vermaak ik mijn
+ papiermaarsjee portefeuille en mijn model in klei van een paard,
+ al heeft hij ook gezegd dat het geen hals had. Daarenboven uit
+ erkentelijkheid voor zijn groote vriendelijkheid in de ure der
+ beproeving een mijner kunstwerken naar keus. De Noter-Dame is
+ het beste.
+
+ "Aan onzen eerwaardigen weldoener, den heer Laurence, laat ik na
+ mijn roode doosje met het spiegeltje in het deksel, dat goed voor
+ zijn pennen zal zijn, en hem de jonge afgestorvene zal herinneren,
+ die hem dankt voor al zijn gunsten aan haar familie en vooral
+ aan Bets bewezen.
+
+ "Aan mijn liefste vriendinnetje, Kitty Bryant, schenk ik mijn
+ blauwen boezelaar en mijn ringetje van gouddraad met een kus.
+
+ "Aan Hanna geef ik de hoedendoos, die zij zoo graag wou hebben
+ en al het verstelwerk dat ik nalaat, hopende dat ze mijner er
+ bij zal gedenken.
+
+ "En nu ik over mijn voornaamste bezittingen heb beschikt, hoop ik
+ dat allen tevreden zullen zijn en niets ten nadeele van de doode
+ zullen zeggen. Ik vergeef iedereen en hoop dat we elkander zullen
+ wederzien, wanneer de bazuin zal klinken. Amen.
+
+ "Onder deze erflating of testament zet ik mijn handteekening en
+ verzegel het heden den 20sten November Anno Domino 18..
+
+
+ Amy Curtis March
+
+ "Getuigen
+
+ Estelle Valnor
+ Theodoor Laurence."
+
+
+
+De laatste naam was met potlood geschreven, en Amy verzocht Laurie,
+dien met inkt over te schrijven en het stuk behoorlijk voor haar
+te verzegelen.
+
+"Wie heeft je dat in 't hoofd gebracht? Heeft iemand je soms verteld,
+dat Bets haar dingen heeft weggegeven?" vroeg Laurie ernstig, toen
+Amy een stukje rood band, een pijp lak, een kaars en een cachet voor
+den dag haalde.
+
+Zij legde het hem uit, en vroeg toen angstig: "Wat zei je van Bets?"
+
+"Het spijt mij, dat ik er over begonnen ben, maar nu ik dat eenmaal
+gedaan heb, zal ik het je vertellen. Ze voelde zich op een dag zoo
+naar, dat ze tegen Jo zei, dat ze haar piano aan Meta, haar vogel aan
+jou, en de arme, oude pop aan Jo wou geven, die er wel om harentwil
+van houden zou. Het speet haar, dat ze zoo weinig weg te geven had,
+maar ze liet ons allemaal een lokje van haar haar, en haar hartelijkste
+groeten aan Grootpapa. _Zij_ dacht geen oogenblik aan een testament."
+
+Al sprekende, teekende en verzegelde Laurie het document, en keek
+niet op, voordat een groote traan op het papier viel. Amy's gezicht
+stond diep bedroefd, maar ze vroeg alleen: "Maken de menschen ook
+weleens postscriptums onder hun testament?"
+
+"Ja, een codicil noemt men dat."
+
+"Zet dan onder het mijne--dat ik verlang, dat al mijn krullen zullen
+worden afgeknipt en onder mijn vrienden verdeeld. Ik vergat het,
+maar ik zou toch wel willen, dat het gedaan werd, al zal ik er dan
+wel wat raar uitzien."
+
+Laurie voegde het er bij, glimlachend om Amy's laatste en grootste
+opoffering. Vervolgens amuseerde hij haar een uur lang, en toonde veel
+belangstelling in al haar wederwaardigheden. Maar toen hij heenging,
+hield Amy hem even terug en fluisterde met bevende lippen: "Is Bets
+werkelijk in gevaar?"
+
+"Ik vrees van ja, maar we moeten er maar het beste van hopen; schrei
+dus niet, kleintje!" en Laurie sloeg op broederlijke wijze zijn arm
+om haar heen, wat haar merkbaar vertroostte.
+
+Toen hij weg was, ging Amy naar haar "bidkamertje," en terwijl ze
+daar in den schemer zat, bad zij voor Bets, onder een stroom van
+tranen en met een diep bedroefd hart, en voelde ze dat een millioen
+turkooizen ringen haar het verlies van haar lief zusje niet zouden
+kunnen vergoeden.
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XX.
+
+IN VERTROUWEN.
+
+
+Ik geloof niet, dat er woorden zijn, waarmee ik de ontmoeting van
+mevrouw March met haar dochters kan beschrijven. Zulke uren zijn
+heerlijk om te doorleven, maar men kan er niet goed over spreken;
+daarom zal ik dit maar aan de verbeelding van mijn lezers overlaten,
+en alleen zeggen, dat ze zich óver- en óvergelukkig voelden, en
+dat Meta's wensch vervuld werd, want de eerste dingen, waarop Bets'
+blik viel, toen ze uit haar eersten, verkwikkenden slaap ontwaakte,
+_waren_ het roosje en Moeders gezicht. Nog te zwak om zich over iets
+te verwonderen, glimlachte Bets dus slechts, en nestelde zich in de
+liefhebbende armen, die haar omvat hielden, met het zalige gevoel dat
+haar smachtend verlangen eindelijk bevredigd was. Toen viel ze weer in
+slaap, en de meisjes bedienden hun moeder, want ze wilde de vermagerde
+handjes niet losmaken, die de hare, zelfs in den slaap, omvat hielden.
+
+Hanna had een kolossaal ontbijt voor de reizigster opgedischt, omdat
+ze op geen andere manier haar blijdschap wist lucht te geven, en Meta
+en Jo voerden hun moeder, als plichtmatige jonge ooievaars, terwijl
+ze luisterden naar haar gefluisterd verhaal over Vaders toestand,
+de belofte van Brooke om bij hem te blijven en hem op te passen, het
+gedurig oponthoud, dat de storm op de terugreis had veroorzaakt en de
+onuitsprekelijke verlichting, die Laurie's hoopvol gezicht haar gegeven
+had, toen ze, uitgeput door vermoeidheid, angst en koude, aankwam.
+
+Wat was dat een vreemde en toch gelukkige dag! Buiten zoo
+schitterend en vroolijk, want iedereen scheen de eerste sneeuw te
+willen verwelkomen; binnen zoo rustig en kalm, daar allen sliepen,
+uitgeput door het waken. Een ware Sabbathstilte heerschte in het huis,
+terwijl de glimlachende Hanna aan de deur de wacht hield. Met het
+heerlijke gevoel, dat er een drukkende last van hen was afgewenteld,
+sloten Meta en Jo hun vermoeide oogen, tot rust gekomen als door
+storm voortgezweepte scheepjes, die eindelijk in een veilige haven
+waren beland. Mevrouw March wilde geen oogenblik Bets' zijde verlaten,
+maar sliep in den grooten leuningstoel, gedurig wakker schrikkend om
+naar haar kind te kijken, haar aan te raken en zich over haar heen
+te buigen, als een gierigaard over een herwonnen schat.
+
+Intusschen vloog Laurie weg om Amy te vertroosten, en deed zijn
+verhaal zóó welsprekend, dat Tante March waarlijk zelf moest "snuffen"
+en geen enkele maal zei: "Ik heb het wel gezegd!" Amy gedroeg zich
+heel verstandig bij deze gelegenheid; het scheen werkelijk, alsof de
+goede gedachten in het bidkamertje al vrucht begonnen te dragen. Zij
+droogde spoedig haar tranen, bedwong haar ongeduld om haar moeder
+te zien en dacht geen oogenblik aan het turkooizen ringetje, toen
+de oude dame van harte instemde met Laurie's verzekering, dat ze
+zich gedroeg "als een ferme, kleine meid". Zelfs Polly scheen er
+van onder den indruk, want hij noemde haar "meisjelief" en verzocht
+haar op zijn vriendelijksten toon: "Ga wat wandelen, liefje." Amy
+zou graag uitgegaan zijn om van het mooie winterweer te genieten;
+maar toen ze merkte, dat Laurie knikkebolde van den slaap, in spijt
+van zijn mannelijke pogingen het te verbergen, haalde ze hem over
+wat op de canapé te gaan liggen, terwijl zij een briefje aan haar
+moeder schreef. Ze was er lang mee bezig, en toen ze terugkwam, lag
+hij in een diepen slaap, met de armen onder het hoofd, terwijl Tante
+March de gordijnen had laten vallen, en in een plotselingen aanval
+van goedhartigheid er bij zat zonder iets te doen.
+
+Na een poosje begonnen ze te vreezen, dat hij misschien wel niet voor
+den avond zou wakker worden, en dat zou hij ook niet geworden zijn,
+wanneer hij niet was opgeschrikt door een vreugdekreet van Amy bij
+het zien van haar moeder.
+
+Er waren dien dag waarschijnlijk wel veel gelukkige, kleine meisjes in
+en rondom de stad, maar ik ben overtuigd dat Amy het gelukkigst van hen
+allen was, toen ze op haar moeders schoot zat en haar wederwaardigheden
+vertelde, troost en vergoeding ontvangende in den vorm van goedkeurende
+glimlachjes en innige liefkoozingen.
+
+Ze waren samen alleen in het bidkamertje, waartegen haar moeder geen
+bezwaren had, toen haar was uitgelegd hoe het gebruikt werd.
+
+"Integendeel, ik keur het heel goed, lieve kind," zei ze, van den
+stoffigen rozenkrans naar het veelgebruikte boekje en de mooie plaat
+met den krans van klimopbladeren ziende. "Het is een uitmuntend plan,
+een plaatsje te hebben, waar wij rustig alleen kunnen zijn, wanneer ons
+iets hindert of bedroeft. Er zijn veel moeilijke tijden in ons leven,
+maar we kunnen die altijd verdragen, wanneer wij op de rechte plaats
+hulp zoeken. Ik hoop, dat mijn kleine meid bezig is dit te leeren?"
+
+"Ja, Moeder, en als ik thuis kom, zal ik in de groote hangkast een
+hoekje leegmaken, waar ik mijn boeken kan neerleggen en de copie
+ophangen van deze plaat, die ik geprobeerd heb na te maken. Het
+gezicht van de vrouw is niet goed; dat is te mooi voor me om goed na te
+teekenen, maar het kindje is beter gelukt, en ik houd er erg veel van."
+
+Toen Amy het glimlachend Christuskind op den schoot der madonna
+aanwees, zag mevrouw March iets aan het opgeheven handje, dat haar
+deed glimlachen. Ze zei niets, maar Amy begreep den blik, en na een
+oogenblik zwijgen ging zij ernstig voort:
+
+"Ik had u ook hierover willen spreken, maar ik vergat het. Tante gaf
+mij vandaag dit ringetje. Ze riep me bij zich en kuste me, en zei
+dat ik haar eer aandeed, en dat ze me wel graag altijd bij zich zou
+willen houden. Kijk, dit aardige ringetje heeft Tante erbij gegeven
+om den ring tegen te houden, hij is me nog te wijd. Ik wou ze zoo
+graag dragen, Moeder. Mag ik?"
+
+"Ze zijn heel mooi, maar ik vind je nog wel wat jong voor zulke
+sieraden, Amy," zei mevrouw March, met een blik op het ronde handje,
+waaraan de blauwe steenen schitterden, vastgehouden door twee kleine
+gouden, in elkander gevatte handjes.
+
+"Ik zal mijn best doen niet ijdel te zijn," beloofde Amy; "ik geloof
+ook niet, dat ik er blij mee ben _alleen_ omdat ik ze mooi vind,
+maar ik zou ze graag dragen, zooals het meisje in het verhaal haar
+armband, om mij aan iets te herinneren.
+
+"Meen je aan tante March?" vroeg haar moeder lachende.
+
+"Neen, om me te herinneren niet zelfzuchtig te zijn." Amy zag er bij
+die woorden zoo ernstig en oprecht uit, dat haar moeder ophield te
+lachen en aandachtig naar het plannetje luisterde.
+
+"Ik heb in den laatsten tijd veel nagedacht over mijn "zondenpak"
+zooals Jo zegt en ik geloof, dat zelfzucht mijn ergste gebrek is, en
+nu ga ik mijn best doen om die af te leeren, als ik kan. Bets is niet
+zelfzuchtig, en daarom houdt iedereen van haar. 't Zou verschrikkelijk
+zijn als we haar verloren. De menschen zouden niet half zoo bedroefd
+om mij zijn, als ik ziek was, en dat verdien ik ook niet, maar ik
+wou toch ook wel graag door zooveel vrienden gemist worden, en daarom
+zal ik al mijn best doen om te worden zooals Bets. Ik vergeet zulke
+goeie dingen zoo licht, maar als ik altijd iets bij me had om er mij
+aan te herinneren, geloof ik, dat het misschien gaan zou. Mag ik het
+eens probeeren?"
+
+"Ja, maar ik heb meer vertrouwen in het hoekje van de groote
+hangkast. Draag je ring, mijn kind, en doe je best, en ik geloof
+dat het je lukken zal, want de vaste wil om goed te zijn, is al de
+helft van 't werk. Nu moet ik weer naar Bets. Blijf maar goedsmoeds,
+mijn dochtertje, en we zullen je gauw weer naar huis halen."
+
+Toen Meta dien avond bezig was aan haar vader te schrijven, om Moeders
+goede overkomst te berichten, sloop Jo naar boven, naar Bets' kamer
+en toen zij haar moeder op haar gewone plaatsje zag zitten, bleef ze
+een oogenblik staan, met een uitdrukking van twijfel en teleurstelling
+op haar gezicht, de hand door het haar strijkende.
+
+"Wat is er, kindlief?" vroeg mevrouw March, terwijl ze haar de hand
+toestak met een glimlach, die tot vertrouwen uitlokte.
+
+"Ik moet u iets vertellen, Moeder."
+
+"Omtrent Meta?"
+
+"Wat kunt u dat vlug raden! Ja, 't is over haar en hoewel het maar
+een kleinigheid is, hindert het mij toch."
+
+"Bets slaapt; spreek zachtjes en vertel er mij alles van. Die Moffat is
+toch niet hier geweest?" vroeg mevrouw March op tamelijk scherpen toon.
+
+"Neen, ik zou hem de deur voor den neus hebben toegegooid," zei Jo,
+terwijl zij bij haar moeder op den grond ging zitten.
+
+"Verleden zomer liet Meta een paar handschoenen bij de Laurences
+liggen, en er kwam er maar één terug. Wij dachten daar natuurlijk
+niet meer om, totdat Teddy mij vertelde, dat Brooke hem had. Hij
+droeg hem in zijn vestjeszak, en eens viel hij er uit, en toen Teddy
+er hem mee plaagde, erkende Brooke dat hij erg veel van Meta hield,
+maar er niet over durfde spreken, omdat zij zoo jong en hij zoo arm
+was. Vindt u dat niet _verschrikkelijk_?"
+
+"Denk je, dat Meta van hem houdt?" vroeg mevrouw March met een
+bezorgden blik.
+
+"Genade! ik heb niets geen verstand van liefde en zulk gezeur!" riep
+Jo, met een grappig mengelmoes van belangstelling en verachting. "In
+romans toonen de meisjes het door te schrikken en te blozen, flauw te
+vallen, mager te worden en zich als gekkinnen aan te stellen. Maar Meta
+doet niets van dien aard; ze eet en drinkt en slaapt als een gewoon
+mensch; ze kijkt mij vlak in de oogen, wanneer ik over dien man spreek,
+en bloost alleen maar een klein beetje, als Teddy gekheid maakt over
+aanbidders. Ik verbied hem wel dat te doen, maar hij luistert niet
+zoo naar mij, als hij moest."
+
+"Dus denk je dat Meta _niet_ van John houdt?"
+
+"Van wien?" riep Jo verbaasd.
+
+"Van Brooke; ik noem hem nu John; we kwamen daar zoo toe in het
+hospitaal, en hij heeft het graag."
+
+"O zoo! dan weet ik al, dat u zijn partij zult nemen; hij is goed voor
+Vader geweest en nu zult u hem niet weg willen sturen, maar hem met
+Meta laten trouwen, als ze wil. Echt min! om Vader te gaan oppassen
+en u te flikflooien, om u te bewegen van hem te gaan houden," en Jo
+gaf een verontwaardigden ruk aan haar haar.
+
+"Lieve kind, word er niet boos om, ik zal je vertellen hoe het
+gebeurd is. John ging met mij mee, op verzoek van mijnheer Laurence,
+en hij was zóo zorgzaam voor Vader, dat wij wel van hem moesten gaan
+houden. Hij was omtrent Meta volmaakt open en eerlijk, want hij zei
+ons dat hij haar liefhad, maar dat hij eerst een goed tehuis voor haar
+wilde verdienen, eer hij haar ten huwelijk vroeg, 't Is werkelijk een
+flink jongmensch, en we konden niet weigeren naar hem te luisteren;
+maar ik zal niet toestaan, dat Meta zich zoo jong engageert."
+
+"Natuurlijk niet, het zou idiotenwerk zijn! Ik dacht wel, dat er iets
+kwaads broeide; ik voelde het, en nu is het nog erger dan ik dacht. O,
+ik wou maar, dat ik zelf met Meta trouwen kon en haar zoo veilig in
+de familie houden."
+
+Mevrouw March glimlachte bij de gedachte aan zoo'n eigenaardige
+schikking, maar hernam ernstig: "Jo, ik vertrouw je, en verlang, dat je
+er vooreerst nog niet met Meta over spreken zult. Als John terugkomt en
+ik hen samen zie, kan ik beter over haar gevoelens voor hem oordeelen."
+
+"Ze zal de zijne zeker in "die mooie oogen" lezen, waarover ze altijd
+praat, en dan is ze natuurlijk dadelijk verloren. Ze heeft zoo'n
+gevoelig hart, dat het stellig als boter in de zon zal smelten,
+wanneer iemand haar sentimenteel aankijkt. De korte berichten,
+die hij schreef, las ze veel vaker over dan uw brieven, en ze kneep
+mij in mijn arm, toen ik daar iets van zei, en zij houdt van bruine
+oogen, en ze vindt John geen leelijken naam, en ze zal wel heel gauw
+verliefd worden, en dan is er een eind aan vrede en plezier en aan
+ons gezellig samenzijn! Ik zie het al vooruit; ze zullen loopen vrijen
+door het huis, en wij kunnen ons afsloven. Meta zal afgetrokken zijn,
+en nergens meer voor deugen; Brooke zal op de een of andere manier
+een fortuin oploopen, haar meenemen en een bres in de familie maken;
+en _ik_ zal mij dood ongelukkig voelen; en ons heele leven zal
+afschuwelijk ongezellig worden. Och, och!! waarom zijn we maar niet
+allemaal jongens! dan zou er niets geen ellende zijn!"
+
+Jo leunde in eene wanhopige houding met haar kin op haar knieën,
+en balde haar vuist tegen den schuldigen John, totdat mevrouw March
+zuchtte en ze eenigszins bemoedigend opkeek.
+
+"Vindt u het ook niet prettig, Moeder? Daar ben ik blij om; laten we
+hem dan zijn afscheid geven, en er niets van aan Meta zeggen en even
+gezellig samen voortleven als we altijd gedaan hebben."
+
+"Het was niet goed van me, dat ik zuchtte, Jo. Het is niet meer dan
+natuurlijk en billijk, dat jullie allen, in vervolg van tijd een
+eigen huis zult krijgen; maar ik houd mijn meisjes graag zoo lang
+mogelijk bij me; en het spijt me dat dit al zoo gauw gebeurd is,
+want Meta is pas zeventien, en het zal nog wel eenige jaren duren,
+eer John genoeg verdient. Vader en ik hebben besloten, dat zij zich
+in geen enkel opzicht moet binden, en in geen geval trouwen voor
+haar twintigste jaar. Wanneer zij en John elkaar liefhebben, kunnen
+ze wachten en hun liefde daardoor op de proef stellen. Meta heeft
+een ernstig karakter, en ik ben niet bang dat ze hem onvriendelijk
+behandelen zal. Onze lieve, teerhartige oudste! Ik hoop zoo innig,
+dat ze gelukkig mag worden!"
+
+"Zoudt u niet liever willen, dat ze met een rijken man trouwde?" vroeg
+Jo, toen haar moeder de laatste woorden aangedaan uitsprak.
+
+"Geld is een goed en nuttig ding, Jo; en ik hoop, dat mijn meisjes
+het gemis er van nooit al te zeer zullen gevoelen, evenmin als de
+verzoeking van te veel te hebben. Ik zou 't liefst zien dat John
+goed en wel gevestigd was in de een of andere zaak, die hem genoeg
+opbracht om buiten schulden te kunnen leven en Meta in haar stand
+te onderhouden. Ik verlang geen groot fortuin, geen hooge positie,
+of beroemden naam voor mijn meisjes. Wanneer rang en rijkdom gepaard
+gaan met liefde en een flink karakter, zou ik ze dankbaar aannemen
+en mij in jullie geluk verheugen, maar ik weet bij ondervinding,
+hoe gelukkig een mensch kan zijn in een klein, eenvoudig huisje, waar
+het dagelijksch brood verdiend moet worden en waar de ontberingen het
+genot van de genoegens verhoogen. Dat Meta eenvoudig beginnen moet,
+vind ik niets, want ik weet dat ze rijk zal zijn in het bezit van
+een besten man, en dat is meer waard dan een groot fortuin."
+
+"Ik begrijp u, Moeder, en ben het met u eens, maar ik ben zoo
+teleurgesteld in Meta, want ik had zoo'n mooi plannetje gemaakt,
+dat zij later met Teddy zou trouwen en haar heele leven in rijkdom
+leven. Zou dat niet aardig zijn!" vroeg Jo met een verhelderd gezicht
+opkijkende.
+
+"Hij is wat jonger dan zij, zooals je weet," begon mevrouw March,
+maar Jo viel haar in de rede:
+
+"O, dàt komt er niet op aan! Hij is oud voor zijn jaren en lang;
+en u weet, dat hij in zijn manieren al precies een heer kan zijn. En
+hij is rijk en hartelijk en goed, en houdt van ons allemaal, en _ik_
+zeg, dat het jammer is als mijn plan mislukt!"
+
+"Ik ben bang, dat Laurie voor Meta nog niet menschelijk genoeg is,
+en op het oogenblik te veel een weerhaan, dan dat iemand zich op
+hem zou kunnen verlaten. Maak geen plannen, Jo, maar laat het aan
+den tijd en aan de eigen harten van je vrienden over, om elkander
+te vinden. Het is niet goed zich met zulke dingen te bemoeien, en
+beter geen "romantischen onzin," zooals jij het noemt, in je hoofd
+te halen, op gevaar af, dat het onze vriendschappelijke verhouding
+benadeelen zou."
+
+"Goed, ik beloof u dat ik het niet doen zal; maar ik kan niet uitstaan,
+alle dingen kris kras door elkaar te zien gaan en in de war te zien
+komen, wanneer een rukje hier en een duwtje daar, alles in orde zou
+kunnen brengen. Ik wou, dat wij zware gewichten op ons hoofd konden
+dragen, om het groeien tegen te houden. Maar knoppen worden rozen en
+poesjes worden katten--jammer genoeg."
+
+"Wat is dat over gewichten en katten?" vroeg Meta, die zachtjes de
+kamer binnenkwam met den geschreven brief in haar hand.
+
+"O, niks! Een van mijn onzinnige redevoeringen. Ik ga naar bed;
+ga je mee?" zei Jo, terwijl ze met een geheimzinnig gezicht opstond.
+
+"Heel goed en netjes geschreven. Zet er nog bij, dat ik mijn
+hartelijke groeten aan John zend," zei mevrouw March, die den brief
+had doorgekeken en hem teruggaf.
+
+"Noemt u hem John?" vroeg Meta glimlachend, met haar onschuldige
+oogen haar moeder aanziende.
+
+"Ja, hij is als een zoon voor ons geweest, en we houden heel veel
+van hem," zei mevrouw March met een onderzoekenden blik.
+
+"Daar ben ik blij om; hij voelt zich zoo eenzaam. Nacht, Moes. Wat is
+het toch heerlijk u weer hier te hebben," was Meta's kalm antwoord. De
+kus, dien haar moeder haar gaf, was bijzonder teeder, en toen zij de
+kamer uit ging, zei mevrouw March bij zichzelf, met een wonderlijke
+mengeling van blijdschap en spijt: "Ze heeft hem nog niet lief,
+maar het zal er misschien wel toe komen."
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XXI.
+
+LAURIE STICHT KWAAD, EN JO HERSTELT DEN VREDE.
+
+
+Het was den volgenden dag de moeite waard Jo's gezicht te zien, want
+het geheim drukte haar en ze kon de verzoeking bijna niet weerstaan,
+zich geheimzinnig en gewichtig voor te doen. Meta bemerkte dit wel,
+maar nam de moeite niet haar te ondervragen, bij ondervinding wetende,
+dat ze Jo het eerst tot iets kreeg als ze er zich onverschillig
+voor toonde; ze rekende er dus vast op, dat ze alles hooren zou,
+wanneer ze maar niets vroeg. Het verwonderde haar dan ook geducht,
+dat het stilzwijgen niet werd opgeheven en Jo een beschermende
+houding tegenover haar aannam, iets wat Meta in de hoogste mate
+ergerde, zoodat zij op haar beurt zich in een wolk van waardige
+terughoudendheid hulde en zich geheel aan haar moeder wijdde. Daardoor
+was Jo aan zichzelf overgelaten, want mevrouw March had haar plaats
+als verpleegster ingenomen, en haar geraden, na de lange opsluiting
+in de ziekenkamer, eens goed uit te rusten, beweging buiten te nemen
+en zich te ontspannen. Nu Amy van huis was, bleef Laurie haar eenige
+toevlucht: maar hoe graag Jo ook met hem samen was, zou ze hem juist
+nu liever minder gezien hebben, want hij was een onverbeterlijke
+plaaggeest en ze vreesde, dat hij haar 't geheim nog zou ontfutselen.
+
+En daar had ze gelijk in; want niet zoodra kreeg het jongemensch de
+lucht van een geheim, of hij zette er zich toe om het uit te visschen
+en liet Jo rust noch duur. Hij probeerde het op alle manieren:
+door vleien, omkoopen, bespotten, dreigen en opspelen; hij wendde
+onverschilligheid voor, om bij verrassing achter de waarheid te komen;
+verklaarde nu eens dat hij alles wist en dan weer dat hij er niets
+om gaf, en ontdekte ten laatste, als vrucht van zijne onverpoosde
+volharding, dat het Meta en Brooke betrof. Verontwaardigd, dat hij
+niet door zijn goeverneur in vertrouwen was genomen, spande hij nu al
+zijn vernuft in om een geschikte wraakoefening voor deze beleediging
+uit te denken.
+
+Meta had intusschen schijnbaar alles vergeten, en was verdiept in de
+toebereidselen voor haar vaders thuiskomst; maar plotseling kwam er een
+volslagen verandering in haar, en gedurende een paar dagen was zij heel
+anders dan gewoonlijk. Ze schrikte als ze aangesproken werd, bloosde
+wanneer men haar aankeek, was bizonder stil, en zat met een bedeesd
+en ernstig gezicht te naaien. Op de bezorgde vragen van haar moeder
+antwoordde zij, dat ze volkomen wel was, en ze bracht Jo tot zwijgen,
+door het verzoek zich _alstjeblieft_ niet met haar te bemoeien.
+
+"Ze voelt, dat het in de lucht zit--liefde, meen ik--en ze gaat al hard
+vooruit. De meeste kenteekenen zijn er al; ze is kribbig en knorrig,
+eet niet, ligt 's nachts wakker en zit in hoeken te peinzen. Ik betrap
+haar telkens op het neuriën van sentimenteele liedjes, en eens zei ze
+"John" net als u, en werd toen zoo rood als een biet. Wàt zullen we
+nou beginnen?" zei Jo, met een gezicht, alsof ze zelfs voor de meest
+krasse middelen niet zou terugdeinzen.
+
+"Kalm afwachten! Laat haar met rust, wees vriendelijk en geduldig
+en als Vader thuis is, zal alles wel terecht komen," antwoordde
+mevrouw March.
+
+"Hier is een brief voor je, Meta, met vijf lakken. Wat raar! Teddy
+verzegelt de mijne nooit," zei Jo den volgenden dag, toen ze den
+inhoud van de postbus verdeelde.
+
+Mevrouw March en Jo waren beiden verdiept in hun eigen bezigheden, toen
+een kreet van Meta hen deed opzien, en daar stond ze met verschrikte
+oogen op haar briefje te staren.
+
+"Kind, wat is er?" riep haar moeder naar haar toegaande, terwijl Jo
+het velletje, dat die uitwerking had gehad, trachtte te grijpen.
+
+"Het was een vergissing--het wàs niet van hem--o Jo, hoe kon je
+_zooiets_ doen?" en Meta verborg haar gezicht in haar handen, en
+schreide alsof haar hart zou breken.
+
+"Ik? Ik heb niets gedaan! Waar praat ze toch over?" riep Jo verbijsterd
+uit.
+
+Meta's vriendelijke oogen schoten vuur, toen zij een verkreukeld
+briefje uit haar zak haalde, het Jo toewierp en op verwijtenden
+toon zei:
+
+"Jij hebt dit geschreven, en die akelige jongen heeft je geholpen. Hoe
+konden jullie zoo ruw, zoo min en zoo wreed jegens ons beiden
+handelen?"
+
+Jo hoorde nauwelijks wat ze zei, want ze was bezig met haar moeder het
+briefje te lezen, waarin, met een eigenaardige hand geschreven, stond:
+
+
+
+ Mijn liefste Meta.
+
+ Ik kan mijn gevoel niet langer bedwingen en moet de beslissing
+ van mijn lot weten, voor ik terugkom. Ik durf nog niet met uw
+ ouders spreken, maar ik geloof wel dat ze hun toestemming zullen
+ geven, wanneer ze weten, dat wij elkander liefhebben. De oude
+ heer Laurence zal mij wel aan een goede betrekking helpen en dan,
+ mijn lief meisje, zul je mij gelukkig maken, is 't niet? Ik smeek
+ je nog niets aan je familie te zeggen, maar door Laurie een enkel
+ hoopgevend woord te zenden aan je
+
+ zoo innig liefhebbenden
+
+ John.
+
+
+
+"O, die leelijke jongen! Op die manier dacht hij me dus te straffen,
+omdat ik mijn woord aan Moeder niet wou breken. Ik zal hem een stevige
+schrobbeering geven, en hem meebrengen om vergeving te vragen," riep
+Jo, van verlangen brandende, om snel recht te doen. Maar haar moeder
+riep haar terug, terwijl ze met een blik, die zelden op haar gelaat
+gezien werd, zei:
+
+"Wacht, Jo, je moet eerst rekenschap geven van je gedrag. Je hebt
+zoo veel guitenstreken uitgevoerd, dat ik vrees, dat je ook hierin
+de hand gehad hebt."
+
+"Neen, heusch niet, Moeder, op mijn woord van eer. Ik heb dat briefje
+nooit gezien, en ik weet er niets van, zoo waar ik leef!" betuigde
+Jo zóó ernstig, dat mevrouw March haar geloofde. "Als ik er de hand
+in gehad _had_, zou ik het beter gedaan en een verstandiger briefje
+geschreven hebben. Me dunkt, Meta, dat je wel had kunnen begrijpen,
+dat Brooke niet zulken onzin schrijven zou," voegde ze er bij, het
+papier verachtelijk op den grond gooiende.
+
+"Het is precies zijn schrift," stamelde Meta, terwijl ze het vergeleek
+met het briefje, dat ze nog in de hand hield.
+
+"O, Meta, je hebt er toch niet op geantwoord?" riep mevrouw March
+verschrikt uit.
+
+"Ja, dat heb ik wel," en diep beschaamd verborg Meta haar gezicht weer.
+
+"Dat is een gek geval! O, laat me toch dien ellendigen jongen hier
+halen, om alles uit te leggen en zijn portie te krijgen! Ik heb geen
+rust, voor ik hem hier heb," en Jo stapte weer naar de deur.
+
+"Stil, ik zal de zaak behandelen, want het is erger, dan ik
+dacht. Meta, vertel mij de heele geschiedenis," beval mevrouw March,
+terwijl zij naast Meta ging zitten, maar Jo bij de hand hield, uit
+vrees, dat ze weg zou vliegen.
+
+"Den eersten brief kreeg ik door Laurie, die er uitzag, alsof hij
+van niets wist," begon Meta, zonder op te zien.
+
+"Eerst bezwaarde het mij en wou ik het u vertellen; toen bedacht ik,
+hoeveel u van Brooke houdt, en meende dus dat u er niets tegen zou
+hebben, dat ik mijn geheim nog een paar dagen bewaarde. Ik was zoo
+flauw het aardig te vinden, dat niemand er iets van wist; en terwijl
+ik er over dacht, welk antwoord ik geven zou, voelde ik mij net
+als de meisjes in boeken, die zulke dingen ondervinden. O, Moeder,
+ik ben er wel voor gestraft; ik durf hem nooit weer aan te zien."
+
+"Wat heb je hem geantwoord?" vroeg mevrouw March.
+
+"Ik heb alleen gezegd, dat ik nog te jong was om aan zulke dingen te
+denken; dat ik geen geheimen voor u wou hebben, en dat hij met Vader
+spreken moest. Dat ik hem heel dankbaar was voor zijn goede opinie,
+en dat ik graag zijn vriendin wou zijn, maar vooreerst niets meer."
+
+Mevrouw March glimlachte tevreden en Jo klapte in de handen, terwijl
+ze lachend uitriep:
+
+"Je bent bijna een Caroline Percy, dat beroemde model van
+voorzichtigheid! Verder Meta. Wat antwoordde hij daarop?"
+
+"Hij schrijft nu op een totaal anderen toon; zegt dat hij mij nooit een
+brief geschreven heeft, en dat het hem zeer spijt, dat mijn ondeugende
+zuster Jo zich zulke vrijheden met onze namen veroorloofd heeft. De
+brief is heel vriendelijk en beleefd, maar o, denkt u eens _hoe_
+verschrikkelijk het voor me is."
+
+Meta leunde tegen haar moeder aan als een toonbeeld van wanhoop,
+en Jo liep de kamer op en neer, terwijl ze Laurie voor alles
+uitmaakte. Opeens stond ze stil, nam de beide briefjes op, en na ze
+nauwkeurig vergeleken te hebben, zei ze beslist: "Ik geloof niet dat
+Brooke ooit één van deze beide briefjes gezien heeft. Teddy heeft ze
+allebei geschreven, en het jouwe gehouden om over mij te triomfeeren,
+omdat ik hem mijn geheim niet wou vertellen."
+
+"Heb maar liever geen geheimen, Jo; vertel alles aan Moeder en houd
+je buiten alle gezeur, zooals ik gedaan moest hebben," zei Meta
+waarschuwend.
+
+"Hemel kind, Moeder heeft het mezelf verteld."
+
+"Genoeg, Jo. Ik zal Meta zien te troosten, terwijl jij Laurie gaat
+halen. We zullen deze zaak tot den bodem toe onderzoeken, en aan
+zulke grappen voorgoed een einde maken."
+
+Weg draafde Jo, en mevrouw March vertelde Meta voorzichtig den waren
+toestand van Brooke's gevoelens. "En nu mijn kind, hoe staat het met
+jezelf? Heb je hem lief genoeg, om te wachten, tot hij je een tehuis
+kan verschaffen, of verlang je nog geheel vrij te blijven?"
+
+"Ik ben zoo kwaad en verdrietig, dat ik er vooreerst heelemaal niet
+meer aan denken wil, en misschien wel nooit meer," antwoordde Meta
+kregel. "Als John _wezenlijk_ niets van die zotte geschiedenis weet,
+vertel het hem dan niet, en laten Jo en Laurie hun mond houden. Ik
+wil niet bedrogen en geplaagd en voor den gek gehouden worden--'t
+is schande!"
+
+Daar mevrouw March zag, dat de gewoonlijk zoo zachte Meta nu bepaald
+innig gegriefd was, en in haar trots gekwetst door de ongepaste grap,
+trachtte ze haar te kalmeeren met beloften van volslagen stilzwijgen
+en groote bescheidenheid voor het vervolg. Zoodra Laurie's stap in
+de gang gehoord werd, vluchtte Meta in de studeerkamer, en mevrouw
+March ontving den schuldige alleen. Jo had hem niet verteld waarom hij
+komen moest, uit vrees dat hij dan niet zou willen, maar hij wist het,
+zoodra hij het gezicht van mevrouw March zag, en stond zijn hoed rond
+te draaien met een beschaamd gezicht, dat duidelijk van zijn schuld
+getuigde. Jo werd weggezonden, maar bleef als een schildwacht in de
+gang op en neer stappen, uit vrees, dat de gevangene mocht willen
+vluchten. Gedurende een half uur hoorde ze het geluid van stemmen in
+de huiskamer, maar wat bij dat onderhoud voorviel, kwamen de meisjes
+nooit te weten.
+
+Toen zij binnen werden geroepen, stond Laurie met zoo'n berouwvol
+gezicht bij hun moeder, dat Jo hem onmiddellijk vergaf, hoewel ze
+het niet raadzaam vond dit te laten blijken. Meta nam zijn nederige
+verontschuldigingen genadig aan, en voelde zich zeer gerustgesteld
+door de verzekering, dat Brooke niets van de grap wist.
+
+"Ik zal het hem niet vertellen, nooit, al werd ik er ook voor op de
+pijnbank gelegd; vergeef 't me dus maar, Meta; ik zal alles doen om je
+te toonen, hoe ontzettend het mij spijt," voegde hij er beschaamd bij.
+
+"Ik zal het probeeren, maar het was min van je, zooiets te doen. Ik
+dacht niet, dat je zoo geslepen en slecht kon zijn, Laurie," antwoordde
+Meta, die haar verlegenheid onder een ernstig verwijtende houding
+trachtte te verbergen.
+
+"Ja, het was min, en ik verdien, dat je in een maand niet tot mij
+spreekt; maar dat zul je toch wel, hé?" en Laurie vouwde de handen met
+zulk een comisch smeekend gebaar, wendde de oogen zoo aandoenlijk ten
+hemel, en sprak op zoo'n onweerstaanbaar overredenden toon, dat het,
+ondanks zijn afkeurenswaardig gedrag, onmogelijk was hem langer kwaad
+aan te zien. Meta vergaf hem, en hoewel mevrouw March haar best deed
+ernstig te blijven, verloor haar gelaat toch iets van zijn strengheid,
+toen ze hem hoorde verklaren, dat hij bereid was zich alle mogelijke
+penitentiën voor zijn euveldaden te laten welgevallen, en dat hij zich
+als een worm in het stof voor de beleedigde jonkvrouw wilde vernederen.
+
+Jo bleef intusschen zeer statig staan en trachtte haar hart tegen
+hem te verharden, maar het lukte haar alleen een heel verontwaardigd
+gezicht te zetten. Laurie zag haar een paar maal aan, maar toen ze
+geen blijk van toenadering gaf, voelde hij zich beleedigd en keerde
+haar den rug toe, tot de anderen hem genoeg gekapitteld hadden,
+waarna hij een diepe buiging voor haar maakte, en zonder verder een
+woord te spreken, verdween.
+
+Zoodra hij weg was, wenschte ze dat zij meer vergevensgezind geweest
+was; en toen Meta en haar moeder naar boven gingen, voelde ze zich
+erg eenzaam en verlangde naar Teddy. Na een poos vruchteloos tegen
+dit verlangen gestreden te hebben, gaf ze er aan toe en ging naar het
+groote huis, gewapend met een boek, dat ze geleend had en nu terug
+kon brengen.
+
+"Is mijnheer thuis?" vroeg Jo aan een der dienstboden, die juist de
+trap afkwam.
+
+"Ja, juffrouw, maar ik geloof niet, dat hij op het oogenblik te
+spreken is."
+
+"Waarom niet, is hij ziek?"
+
+"O, heden neen, juffrouw; maar er schijnt wat voorgevallen tusschen
+hem en jongeheer Laurie, die zeker weer het een of ander uitgevoerd
+heeft. De oude heer was tenminste bar uit zijn humeur. Ik durf dus
+niet naar hem toegaan."
+
+"Waar is Laurie?"
+
+"Die heeft zich in zijn kamer opgesloten, en wou niet antwoorden
+toen ik klopte. Ik weet niet wat er van het eten moet worden, want
+het staat klaar en niemand komt beneden."
+
+"Ik zal eens gaan kijken wat er aan scheelt. Ik ben voor geen van
+beiden bang."
+
+Jo wipte naar boven, en klopte luid op de deur van Laurie's
+zitkamertje.
+
+"Schei uit, of ik zal open doen, en 't je afleeren!" riep het
+jongemensch op dreigenden toon.
+
+Aanstonds ging Jo weer aan het bonzen; de deur vloog open, en zij was
+binnen, eer Laurie van zijn verbazing bekomen kon. Toen Jo, die wel
+wist hoe ze met hem om moest springen, zag dat hij wezenlijk kwaad
+was, nam ze een boetvaardige houding aan, en plechtstatig voor hem op
+de knieën neerzinkende, zei ze zachtzinnig: "Vergeef me, dat ik zoo
+geweest ben. Ik kwam hier om het weer goed te maken en ik ga niet weg,
+voor het in orde is."
+
+"Mooi! maar sta nu maar op, en wees geen eend, Jo," was het ridderlijke
+antwoord op haar smeekbede.
+
+"Dank je, 'k zal zoo vrij zijn. Zou ik mogen vragen wat er aan
+scheelt? Je ziet er niet bepaald opgeruimd uit."
+
+"Ik ben door elkander geschud, en dat verdráág ik niet," snauwde
+Laurie verontwaardigd.
+
+"Door wien?" vroeg Jo.
+
+"Door Grootvader; als iemand anders het geprobeerd had, zou ik hem--"
+en de beleedigde jonge held eindigde den volzin met een sprekende
+beweging van den rechterarm.
+
+"Wat zou het? ik schud je zoo dikwijls door elkaar en daar geef je
+niets om," zei Jo om hem te bedaren.
+
+"Och wat, jij bent een meisje, en dan is het voor de grap; maar ik
+sta geen man toe _mij_ door elkaar te schudden."
+
+"Ik denk, dat niemand er lust in zou hebben, wanneer je er uitziet
+als een donderwolk, zooals nu. Waarom was het?"
+
+"Alleen omdat ik niet zeggen wou, waarom je moeder mij liet roepen. Ik
+had beloofd, dat ik het niet vertellen zou, en wou dus natuurlijk
+mijn woord niet breken."
+
+"Kon je je grootvader niet op een andere manier tevreden stellen?"
+
+"Neen, hij eischte de volle waarheid; ik zou hem mijn aandeel in de
+zaak wel verteld hebben, als ik het had kunnen doen, zonder Meta
+er bij te pas te brengen. Nu dit niet kon, hield ik mijn mond, en
+verdroeg het standje tot de ouwe heer me bij den kraag pakte. Toen
+werd ik driftig en liep naar mijn kamer, want ik was bang, dat ik
+mij zelf vergeten zou."
+
+"Ja, aardig was 't niet, maar het spijt hem nu stellig al, dat weet
+ik; ga dus naar beneden en maak het uit de wereld."
+
+"Ik mag gehangen worden, als ik het doe! Ik bedank er voor, om door
+iedereen bepreekt en geslagen te worden, alleen om een grap. Het speet
+mij _werkelijk_ om Meta; daarom heb ik haar als een man vergeving
+gevraagd, maar dat verdraai ik, als ik geen ongelijk heb."
+
+"Maar dat wist je grootpapa niet."
+
+"Hij moest mij vertrouwen, en niet doen, of ik een klein kind was. Het
+geeft niets, Jo; hij moet leeren, dat ik voor mezelf kan zorgen,
+en niet altijd aan iemands leiband verlang te loopen."
+
+"Jullie zijn een paar echte vaatjes buskruit," zuchtte Jo. "Hoe denk
+je de zaak nu weer in orde te brengen?"
+
+"Wel, hij moet mij om vergeving vragen, en mij gelooven, als ik zeg,
+dat ik niet vertellen kan wat er aan de hand was."
+
+"Genade! dat zal hij nooit doen!"
+
+"Ik ga niet naar beneden, voor hij 't doet."
+
+"Kom, Teddy, wees verstandig, laat dit nu maar passeeren, en ik zal
+hem zooveel mogelijk alles ophelderen. Je kunt hier toch niet altijd
+blijven; dus wat helpt het je, of je nu al theatraal doet."
+
+"Ik denk hier ook niet lang te blijven. Ik ga er stil vandoor, maak
+een reisje hier of daar naar toe, en als de ouwe heer me mist, zal
+hij gauw genoeg bijdraaien."
+
+"Misschien wel, maar je mag hem dat verdriet niet aandoen."
+
+"Preek als 't je belieft niet. Ik zal eens naar Washington gaan en
+Brooke opzoeken; het is daar vroolijk, en ik wil na al dat gezanik
+eens wat pret maken."
+
+"Dat zou heerlijk voor je zijn! Ik wou dat ik ook weg kon loopen!" zei
+Jo, die haar rol van Mentor vergat, bij de gedachte aan het
+interessante krijgsleven in de hoofdstad.
+
+"Ga mee! Waarom niet? Jij gaat je vader verrassen en ik ga Brooke eens
+opfrisschen. Het zou echt leuk zijn; toe laten we 't doen, Jo! Wij
+zullen een brief achterlaten, om te zeggen dat alles goed in orde is
+en dadelijk opmarcheeren. Ik heb geld genoeg; het zal jou goed doen,
+en er is geen kwaad bij, omdat je naar je vader gaat."
+
+Eén oogenblik keek Jo alsof ze zou toegeven; want juist omdat
+het zoo'n ongewoon plan was, beviel het haar. Ze had genoeg van
+de zorg en van 't in huis zitten, verlangde naar een verandering,
+en de gedachte aan haar vader vermengde zich op verleidelijke wijze
+met de onbekende bekoorlijkheden van legerplaatsen en hospitalen,
+vrijheid en pret. Haar oogen glinsterden, terwijl ze verlangend uit
+het venster keek, maar toen haar blik op het huis tegenover haar viel,
+schudde ze het hoofd met treurige beslistheid.
+
+"Als ik een jongen was, konden we samen wegloopen en plezier maken;
+maar daar ik het ongeluk heb een meisje te zijn, moet ik me kalm en
+behoorlijk gedragen en thuis blijven. Breng me niet in verzoeking,
+Teddy, het is een onwijs plan."
+
+"Dat is er juist het aardige van!" begon Laurie, die in een opgewonden
+bui was en volstrekt op de een of andere manier uit den band wilde
+springen.
+
+"Houd je mond!" riep Jo, haar ooren toestoppende. "Tobben en zwoegen is
+mijn noodlot, en daar moet ik me maar eens voor al aan onderwerpen. Ik
+kwam hier om zedelessen uit te deelen, maar niet om over dingen te
+praten, die mij uit mijn vel doen springen, als ik er van hoor."
+
+"Ik wist wel, dat Meta dadelijk den domper op zoo'n plan zou zetten,
+maar ik dacht dat jij meer durf in je had," begon Laurie overredend.
+
+"Wees stil, akelige jongen! Ga liever over je eigen zonden zitten
+nadenken, en haal mij niet over om de mijne nog te vermeerderen. Als
+ik je grootvader er toe breng, zich te verontschuldigen over dat door
+elkander schudden, zul je dan je idee om weg te loopen opgeven?" vroeg
+Jo ernstig.
+
+"Ja, maar je krijgt het niet gedaan," antwoordde Laurie, die verlangde
+de zaak uit te maken, maar zijn beleedigde waardigheid eerst bevredigd
+wilde zien.
+
+"Als ik 't met den jongen kan klaarspelen, kan ik het ook wel met den
+ouden," mompelde Jo, die al wegliep, Laurie achterlatende, gebogen
+over een spoorwegkaart en met de beide handen onder het hoofd.
+
+"Binnen!" en de barsche stem van den heer Laurence klonk barscher
+dan ooit, toen Jo aan zijn deur klopte.
+
+"Ik ben het maar, mijnheer, ik kom u een boek terugbrengen," zei Jo
+bedaard, terwijl ze binnentrad.
+
+"Wil je een ander hebben?" vroeg de oude heer, die er knorrig en
+ontstemd uitzag, maar zijn best deed het niet te toonen.
+
+"Ja, als 't u belieft, ik houd zooveel van den ouden Sam Johnson,
+dat ik het tweede deel ook wel eens wil inzien," antwoordde Jo,
+in de hoop hem zachter te stemmen door het aannemen van een tweede
+dosis "Boswell's Johnson," daar hij haar dit onderhoudend werk had
+aangeraden.
+
+De zware wenkbrauwen ontspanden zich even, toen hij het trapje naar
+de kast rolde, waar de Johnsonboeken stonden. Jo klom er op, en op
+de bovenste trede gezeten deed ze, alsof ze naar het boek zocht,
+maar zat eigenlijk na te denken, hoe ze het gevaarlijk doel van haar
+bezoek zou ter sprake brengen. Mijnheer Laurence scheen te gissen,
+dat ze iets in haar schild voerde, want nadat hij eenige malen driftig
+de kamer op en neer had gestapt, stond hij eensklaps bij haar stil,
+en sprak haar zoo onverwacht aan, dat Jo "Rasselas" van schrik open
+op den grond liet vallen.
+
+"Wat heeft de rakker uitgevoerd? Tracht hem nu niet te
+verontschuldigen! Ik weet, dat hij iets kwaads gedaan heeft, door
+de manier waarop hij thuis kwam. Ik kan geen woord uit hem krijgen,
+en toen ik hem dreigde, dat ik de waarheid wel uit hem schudden zou,
+vloog hij weg en sloot zich in zijn kamer op."
+
+"Hij had iets verkeerds gedaan; maar we hebben het hem vergeven, en
+allen beloofd, dat we er tegen niemand een woord van spreken zouden,"
+begon Jo langzaam.
+
+"Dat gaat niet; hij mag zich niet verschuilen achter een belofte van
+een paar teerhartige meisjes. Als hij iets verkeerds gedaan heeft,
+moet hij het erkennen, vergeving vragen en gestraft worden. Voor den
+dag er mee, Jo! ik wil niet in onwetendheid gehouden worden."
+
+Mijnheer Laurence zag er zoo grimmig uit en sprak zoo heftig, dat
+Jo graag weggeloopen zou zijn, als ze maar gekund had, maar ze zat
+daar boven op het trapje, en hij stond er voor als een leeuw op haar
+pad. Ze moest dus wel blijven en zich er door heen slaan.
+
+"Heusch, mijnheer, ik kan het u niet vertellen; Moeder heeft het
+verboden. Laurie heeft al schuld bekend en vergiffenis gevraagd, en hij
+is al genoeg gestraft. We zwijgen niet om hem, maar om iemand anders,
+en de zaak zou veel erger worden, wanneer u er u mee inliet. Doe
+het als 't u belieft niet; het was gedeeltelijk mijn schuld, maar nu
+is alles in orde; laten we 't dus maar vergeten en wat over boeken
+praten of over iets anders prettigs."
+
+"'k Heb mijn gedachten niet bij boeken; kom eens naar beneden, meisje,
+en verzeker mij op je woord, dat die schavuit van een jongen niets
+ondankbaars of onhebbelijks heeft uitgevoerd. _Als_ hij dat gedaan
+heeft, na al de vriendelijkheid, die jullie hem bewezen hebt, zal ik
+hem met mijn eigen handen afranselen."
+
+Die bedreiging klonk verschrikkelijk, maar verontrustte Jo niet in
+'t minst, want zij wist, dat de driftige oude man nooit een vinger
+tegen zijn kleinzoon zou opheffen, wat hij ook beweren mocht. Ze
+daalde gehoorzaam af, en stelde het gebeurde zoo licht mogelijk voor,
+zonder Meta te verraden of de waarheid te kort te doen.
+
+"Hm, ja! Nu, als de jongen zijn mond gehouden heeft, omdat hij het
+beloofd had en niet uit koppigheid, vergeef ik hem. Hij heeft een
+lastig karakter en is moeilijk te regeeren," zei mijnheer Laurence,
+zijn haar opstrijkend, tot hij er uitzag of hij in een orkaan uit
+wandelen was geweest, en daarna met een zucht van verlichting de
+rimpels op zijn voorhoofd gladwrijvende.
+
+"Dat ben ik ook, maar met een beetje vriendelijkheid kan men meer
+van mij gedaan krijgen, dan met een vijandig leger," zei Jo, om een
+woordje voor haar vriend in het midden te brengen, die van de eene
+moeilijkheid in de andere scheen te vervallen.
+
+"Je meent zeker, dat ik niet vriendelijk tegen hem ben, hè?" was het
+scherpe antwoord.
+
+"O neen, mijnheer; u is soms àl te vriendelijk en dan weer een klein
+beetje te driftig, als hij uw geduld op de proef stelt. Vindt u
+zelf niet?"
+
+Jo was vast besloten om nu maar alles te zeggen, en trachtte heel kalm
+te kijken, hoewel ze beefde toen ze de woorden had uitgesproken. Tot
+haar groote geruststelling en verwondering wierp de oude heer zijn
+bril rammelend op de tafel en riep openhartig uit:
+
+"Je hebt gelijk, beste meid, dat ben ik. Ik heb den jongen lief,
+maar soms stelt hij mijn geduld op een zware proef, en ik weet niet
+hoe het moet afloopen, als we zoo voortgaan."
+
+"Dat kan ik u wel zeggen--hij zal wegloopen." Zoodra Jo dit gezegd
+had, had zij er spijt van; ze had hem alleen maar willen waarschuwen,
+dat Laurie niet veel dwang dulden kon, en hoopte dat zijn grootvader
+verdraagzamer omtrent hem zou worden.
+
+Het gelaat van mijnheer Laurence veranderde plotseling en op een stoel
+neervallend keek hij ontsteld naar het portret van een knap man,
+dat boven zijn schrijftafel hing. Het was de vader van Laurie, die
+in zijn jeugd weggeloopen en getrouwd was tegen den heerschzuchtigen
+wil van den ouden heer. Jo meende, dat hij aan 't verleden dacht en
+dit betreurde, en ze wenschte, dat ze maar gezwegen had.
+
+"Hij zal het niet doen, als hij niet erg geplaagd wordt; hij praat er
+nu en dan maar eens over als het studeeren hem verveelt. Soms bekruipt
+mij de lust ook wel eens, vooral nadat mijn haar afgeknipt is; wanneer
+u ons dus ooit mist, moet u maar voor twee jongens adverteeren en
+ons op een Oostindie-vaarder zoeken."
+
+Jo lachte, terwijl ze sprak, en de oude heer keek weer vroolijk op
+en beschouwde alles klaarblijkelijk als een grap.
+
+"Ondeugd, hoe durf je zoo tegen me spreken? Waar is je eerbied voor
+mij en de vrucht van je goede opvoeding? Die jongens en meisjes! ze
+zijn de plaag van ons leven; en toch kunnen we niet buiten hen,"
+voegde hij er bij, met een vriendelijk kneepje in haar wang.
+
+"Ga den jongen maar halen om te komen eten; zeg hem dat alles weer in
+orde is, en dat hij niet weer zoo'n houding tegenover zijn grootvader
+mag aannemen; dat verdraag ik niet."
+
+"Hij wil niet komen, mijnheer; hij is zoo gegriefd, omdat u hem niet
+gelooven wou, toen hij zei, dat hij het niet vertellen kon. Ik geloof,
+dat het door elkander schudden zijn trots erg gekwetst heeft."
+
+Jo trachtte hoogst ernstig te kijken, maar het scheen haar niet al
+te best te gelukken, want mijnheer Laurence begon te lachen, en toen
+wist ze dat ze haar spel gewonnen had.
+
+"Dat spijt me, en ik moet hem zeker nog dankbaar zijn, dat hij _mij_
+niet door elkaar geschud heeft, veronderstel ik. Wat duivel verwacht
+die jongen van me?" en de oude heer keek wat beschaamd over zijn
+oploopendheid.
+
+"Als ik u was, zou ik hem een plechtig briefje met excuses schrijven,
+mijnheer. Hij zegt, dat hij anders niet beneden komt; hij wil naar
+Washington en is erg op zijn paardje. Een formeele verontschuldiging
+zal hem doen zien, hoe dwaas hij is, en ik wed, dat hij daarna heel
+beminnelijk en handelbaar zal wezen. Probeer het eens; hij houdt van
+een grap en 't is veel beter dan er lang over te praten. Ik zal het
+naar boven brengen en hem wel eens op zijn plaats zetten."
+
+Mijnheer Laurence zag haar uitvorschend aan, en zette zijn bril op,
+terwijl hij langzaam zei: "Jij bent een slim katje! maar ik zal er
+me maar in schikken, dat jij en Bets den baas over me spelen. Hier,
+geef mij een velletje papier en laat ons een einde aan die malligheid
+maken."
+
+Het briefje werd geschreven in bewoordingen, die de eene heer
+tegenover den anderen gebruiken zou, na eene zware beleediging. Jo
+drukte een kus op Grootvaders kale kruin, en liep naar boven om het
+episteltje onder Laurie's deur te steken, terwijl ze hem door het
+sleutelgat aanraadde, onderworpen, beleefd, en nog een paar andere
+onmogelijkheden meer te zijn. Daar de deur weer op slot was, liet ze
+de verdere uitwerking maar aan het briefje over en ging langzaam naar
+beneden, toen op eens de jongeheer haar op de leuning voorbijgleed,
+haar onder aan de trap opwachtte, en met zijn deugdzaamste gezicht zei:
+"Wat ben jij toch een beste kerel, Jo! Heb je er erg van langs gehad?"
+
+"Neen, over het geheel was hij nog al geschikt."
+
+"Ba, wat had ik het land, toen jij me ook afviel. Ik was waarachtig
+klaar om naar den duivel te loopen," begon Laurie verontschuldigend.
+
+"Onzin; sla een blaadje om, en begin opnieuw, Teddy, mijn zoon!"
+
+"Ik sla al maar nieuwe blaadjes om en beklad ze telkens weer, net als
+vroeger mijn schriften, en ik begin zoo dikwijls van voren af aan,
+dat er wel nooit een eind aan komen zal," zei Laurie somber.
+
+"Kom, ga maar eten; daarna zul je je wel beter voelen. Mannen brommen
+altijd, als ze honger hebben," en hiermee wipte ze de voordeur uit.
+
+"Dat noem ik met "étain" van mijn "sectie" spreken," zei Laurie,
+in navolging van Amy, terwijl hij naar binnen ging om ootmoedig met
+zijn grootvader aan tafel te gaan, die in een buitengewoon rooskleurig
+humeur was, en hem het overige van den dag met de grootste beleefdheid
+behandelde.
+
+Iedereen dacht, dat de zaak nu uit en de kleine wolk voorbijgedreven
+was; maar het onheil was gesticht, want _wie_ de zaak vergeten mocht,
+Meta niet. Ze sprak nooit over een zeker persoon, maar dacht des
+te meer aan hem en droomde meer dan ooit, en eens vond Jo, die in
+den schrijflessenaar van haar zuster naar postzegels snuffelde,
+een stukje papier, geheel bekrabbeld met de woorden: "Mevrouw John
+Brooke," waarop ze met een jammerkreet het stukje in het vuur wierp,
+vast overtuigd dat Laurie's dwaasheid het kwaad verhaast had.
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XXII.
+
+LIEFELIJKE WEIDEN.
+
+
+De weken, die nu volgden, waren als zonneschijn na den storm. De
+zieken namen voortdurend in beterschap toe, en mijnheer March begon
+er van te spreken, om in het begin van het nieuwe jaar naar huis
+terug te keeren. Bets was spoedig weer in staat den heelen dag op
+de rustbank te liggen, in het eerst spelend met de geliefde katjes,
+en daarna bezig met naaiwerk voor haar poppen, waarmee ze droevig ten
+achteren was gekomen. Haar eens zoo vlugge leden waren zoo stijf en
+zwak geworden, dat Jo haar dagelijks in haar sterke armen door het
+huis droeg, om een luchtje te scheppen. Meta verbrandde en bevuilde
+bereidwillig haar blanke handjes met het klaarmaken van lekkernijen
+voor "de lieve schat", terwijl Amy, onder den invloed van haar ring,
+bij haar thuiskomst aan de zusters zooveel van haar bezittingen
+uitdeelde, als ze maar wilden aannemen.
+
+Toen Kerstmis naderde, begon de gewone geheimzinnigheid in huis te
+heerschen, en Jo bracht gedurig de heele familie buiten zichzelf, door
+het opperen van volstrekt onmogelijke en onuitvoerbare, maar prachtige
+en origineele feestelijkheden, waardoor dit zoo buitengewoon vroolijk
+Kerstfeest luister moest bijgezet worden. Laurie was even onpractisch,
+en zou, als hij zijn zin had gehad, vreugdevuren, vuurpijlen en
+eerepoorten op het programma hebben gezet. Na veel schermutselingen
+en tegenstand, meende men de begeerten van het eerzuchtig paar genoeg
+gefnuikt te hebben; ze liepen dan ook met jammerlijke gezichten rond,
+die evenwel niet best gerijmd konden worden met de uitbarstingen van
+gelach, wanneer zij bij elkaar waren.
+
+Verscheiden buitengewoon zachte dagen gingen een prachtigen Kerstdag
+vooraf. Hanna "voelde het in haar botten, dat het een bijzonder
+feestelijke dag zou zijn," en ze bleek een goede profetes te wezen,
+want alles en iedereen scheen het er op gezet te hebben mee te werken
+tot een heerlijk geheel. Om te beginnen: mijnheer March schreef dat hij
+spoedig bij hen zou zijn; dan voelde Bets zich dien morgen bijzonder
+wel, en werd ze, gewikkeld in de gift van haar moeder, een lekkere,
+roode shawl, in triomf naar het raam gedragen om het present van Jo en
+Laurie te aanschouwen. De "onafscheidelijken" hadden zich niet uit het
+veld laten slaan; als kabouters hadden ze bij nacht hun werk verricht
+en een grappige verrassing tot stand gebracht. Buiten in den tuin stond
+een prachtige sneeuwjonkvrouw, met een krans van hulst om het hoofd,
+in de eene hand een mandje met vruchten en bloemen, in de andere eene
+groote rol nieuwe muziek, en op de kille schouders een voetenzak met
+alle kleuren van den regenboog, terwijl op een rose strook papier,
+het volgende Kerstlied uit haar mond vloeide:
+
+
+ DE JONKVROUW TOT BETS.
+
+ God zeegne u, lieve, kleine Bets
+ Op dezen Kerstfeestdag;
+ Dat heil, gezondheid, vrede en vreugd
+ U voortaan tegenlach'.
+
+ Zie bloemen hier en lekker fruit
+ Voor onze nijvre bij;
+ Een rol muziek, een voetenzak,
+ En óók wat snoeperij.
+
+ Joanna's beeld, een meesterstuk
+ Van onzen Rafaël,
+ Die 't maalde met de meeste zorg--
+ Mij dunkt, het lijkt ook wel.
+
+ Ontvang hierbij een helrood lint
+ Voor uw beminde kat.
+ Van Meta wat vanille-ijs:
+ Een gletscher in een vat.
+
+ Mijn makers legden in mijn borst
+ Van sneeuw hun warme min
+ Ik kom van Laurie en van Jo--
+ Zoo 'k hoop, u naar den zin.
+
+
+Wat moest Bets lachen toen ze 't allemaal zag?
+
+Wat liep Laurie heen en weer om de presenten aan te brengen, en wat
+grappige toespraken hield Jo bij het overhandigen.
+
+"Ik ben zoo boordevol geluk, dat er, als Vader er nu nog was, geen
+enkel droppeltje meer bij zou kunnen," zei Bets, met een zucht van
+tevredenheid, toen Jo haar naar de studeerkamer droeg, om na al die
+drukte wat uit te rusten, en zich te verkwikken met een gedeelte van
+de heerlijke druiven, die de "Sneeuwjonkvrouw" haar gebracht had.
+
+"Het gaat mij net zoo," riep Jo, terwijl zij eens op den band van
+het zoo lang gewenschte "Undine en Sintram" klopte.
+
+"En mij," juichte Amy, die zat te genieten van een gravure,
+voorstellende de Madonna en het kind, die haar moeder haar in een
+mooi lijstje gegeven had.
+
+"Mij natuurlijk ook," riep Meta, de zilverachtige plooien van haar
+eerste zijden japon gladstrijkende, want mijnheer Laurence had er op
+gestaan haar die te geven.
+
+"Kinderen, wat een gelukkige dag!" zei mevrouw March dankbaar, en
+haar oogen dwaalden van den brief van haar man naar het glimlachend
+gezichtje van Bets, terwijl haar hand de broche met grijs, goudblond,
+kastanje- en donkerbruin haar liefkoosde, die de meisjes haar juist
+hadden voorgespeld.
+
+Nu en dan gaat het wel eens in de wezenlijke wereld op de echte
+boekenmanier, en wat is dat dan heerlijk! Een half uur, nadat zij allen
+verklaard hadden zóó gelukkig te zijn, dat ze geen enkelen droppel
+meer in zich op konden nemen, kwam de droppel. Laurie opende de deur
+van de zitkamer en stak langzaam, bedaard het hoofd naar binnen,
+maar hij kon evengoed een luchtsprong gemaakt of een Indiaanschen
+strijdkreet aangeheven hebben, want zijn oogen verrieden zoo veel
+ingehouden opgewondenheid, en zijn stem was zoo verraderlijk vroolijk,
+dat iedereen opvloog, hoewel hij slechts op vreemden, gejaagden toon
+zei: "Hier is nóg een present voor de familie March."
+
+Eer de woorden goed en wel uit zijn mond waren, verdween hij,
+en in zijn plaats verscheen een lange, mannelijke gestalte tot
+aan de oogen ingepakt en geleund op den arm van eene andere lange,
+mannelijke gestalte, die iets trachtte te zeggen, maar er niet uit kon
+komen. Natuurlijk volgde er een algemeene agitatie; in de eerstvolgende
+oogenblikken scheen ieder zijn verstand verloren te hebben, want
+de vreemdste dingen werden gedaan, en niemand sprak een geregeld
+woord. Mijnheer March werd onzichtbaar in de omhelzing van vier paar
+liefhebbende armen; Jo beleefde de schande van bijna flauw te vallen
+en werd door Laurie in de gang gecureerd; Brooke kuste Meta heelemaal
+bij vergissing, zooals hij eenigszins onsamenhangend verklaarde, en
+Amy, de welgemanierde, struikelde over een voetenbankje, en omhelsde,
+zonder te wachten tot ze weer stond, de laarzen van haar vader en
+bedauwde ze met tranen op een alleraandoenlijkste manier. Mevrouw March
+herstelde zich het eerst en hield haar hand op met een waarschuwend:
+"Stil, denk aan Bets!"
+
+Maar het was al te laat; de deur van de studeerkamer ging open--de
+kleine, roode shawl verscheen op den drempel--vreugd verleende
+kracht aan de zwakke beenen, en Bets vloog regelrecht in haar vaders
+armen. Vraag maar niet wat er toen gebeurde, want de overkropte
+harten vloeiden over, zoodat al de bitterheid van het verleden werd
+uitgewischt en niets dan het blijde heden overbleef.
+
+Het was wel niet romantisch, maar een hartelijk gelach bracht ieder
+weer tot zichzelf--want achter de deur stond Hanna, snikkende over
+den vetten kalkoen, dien zij in de haast vergeten had neer te leggen,
+toen zij de keuken uitstormde. Zoodra het gelach ophield, begon
+mevrouw March Brooke te danken voor de trouwe zorg, die hij voor haar
+echtgenoot gedragen had, waarop Brooke zich plotseling herinnerde,
+dat mijnheer March rust noodig had, en Laurie bij de hand nemende,
+zoo haastig mogelijk verdween. Toen werd den twee invaliden bevolen
+rust te nemen, hetgeen ze ook deden, door samen in één grooten stoel
+te zitten en zoo druk mogelijk te praten.
+
+Mijnheer March vertelde, hoe hij verlangd had hen te verrassen, en hoe
+de dokter hem toegestaan had van het zachte weder gebruik te maken;
+hoe onschatbaar Brooke geweest was, en hoe hij in alle opzichten een
+hoogst achtenswaardig en ferm jongmensch was. Waarom mijnheer March
+juist toen een oogenblik ophield en, na een blik op Meta geworpen te
+hebben die hevig in het vuur stond te poken, zijn vrouw met vragend
+opgetrokken wenkbrauwen aanzag, laat ik aan uw verbeelding over, als
+ook, waarom mevrouw March zacht met het hoofd knikte en hem eenigszins
+plotseling vroeg, of hij niet wat te eten wilde hebben. Jo zag en
+begreep den blik, wandelde verontwaardigd weg om wijn en bouillon
+te halen en sloeg de deur vrij hard achter zich toe, bij zichzelf
+mompelend: "Ik háát achtenswaardige, ferme jongelui met bruine oogen!"
+
+_Nooit_ was er zoo'n vroolijke maaltijd op Kerstmis als dien dag. De
+vette kalkoen was een lust om te zien, toen Hanna hem opgevuld,
+heerlijk bruin gebraden en versierd binnen bracht. De plumpudding
+smolt in den mond, evenals de vla en de gelei, waarvan Amy genoot
+als een vlieg in een stroopkan. Alles viel goed uit; hetgeen volgens
+Hanna een gelukkig toeval was, "want ik was zoo veraltereerd, mevrouw,
+dat het een wonder is, dat ik de podding niet heb gebraden, en den
+kalkoen met rozijnen heb opgevuld, of hem in een doek gekookt."
+
+Mijnheer Laurence en zijn kleinzoon dineerden bij hen, evenals Brooke,
+die, tot Laurie's groot vermaak, voortdurend vijandig door Jo werd
+aangestaard. Twee gemakkelijke stoelen stonden naast elkander aan het
+boveneinde van de tafel, waarin Bets en haar vader zaten, die zich
+vergenoegden met een kipje en wat vruchten. Zij dronken, toastten,
+deden verhalen, zongen, "haalden op uit den ouden tijd," zooals oude
+menschen zeggen en vierden allerheerlijkst feest. Er had een plan
+bestaan op een sleetochtje, maar de meisjes wilden hun vader niet
+verlaten; dus vertrokken de gasten vroeg, en toen de schemer inviel
+vereenigde zich de gelukkige familie om het vuur.
+
+"Juist een jaar geleden zaten we te brommen over den treurigen
+Kerstdag, dien wij verwachtten. Weet jullie 't nog wel?" vroeg Jo, een
+korte stilte afbrekende, die op een gesprek over allerlei onderwerpen
+gevolgd was.
+
+"Het werd over 't geheel tóch een goed jaar," zei Meta, die glimlachend
+in het vuur staarde, en zich gelukwenschte, dat ze Brooke met
+waardigheid had behandeld.
+
+"_Ik_ vind, dat het een moeilijk jaar is geweest," merkte Amy op,
+terwijl ze met peinzenden blik naar het flikkeren van het licht op
+haar ring keek.
+
+"Ik ben blij, dat het om is, omdat wij u weer terug hebben," fluisterde
+Bets, die op Vaders knie zat.
+
+"Het was wel een oneffen weg voor jullie, mijn kleine pelgrims, vooral
+het laatste gedeelte. Maar je bent moedig voortgegaan, en ik geloof,
+dat de pakken mooi op weg zijn af te vallen," zei mijnheer March,
+terwijl hij met vaderlijk welgevallen de vier jonge gezichtjes aankeek.
+
+"Hoe weet u dat? Heeft Moeder u daarvan verteld?" vroeg Jo.
+
+"Niet veel, maar aan den weerhaan ziet men, uit welken hoek de wind
+waait, en ik heb vandaag verscheiden ontdekkingen gedaan."
+
+"O, vertel dan eens gauw wát!" riep Meta uit, die naast hem zat.
+
+"Hier is er een!" en haar hand vattende, die op den arm van zijn
+stoel rustte, wees hij op den ruwen wijsvinger, een blaartje op den
+rug en een paar harde plekjes in de palm. "Ik herinner mij een tijd,
+toen dat handje wit en zacht was, en toen het je voornaamste zorg
+scheen, het zoo te houden. Het was toen heel mooi, maar in mijn oog
+is het nu mooier, want in die schijnbare ontsieringen lees ik een
+heele geschiedenis. De ijdelheid is opgeofferd; dit vereelte handje
+heeft nog iets beters dan blaren opgedaan, en ik geloof zeker, dat
+het naaiwerk door deze beprikte vingertjes verricht, lang zal duren,
+daar de steken met zooveel goeden wil gemaakt werden. Metalief, ik
+schat de vrouwelijke bekwaamheden, die een thuis aangenaam maken,
+hooger dan witte handen of fraaie talenten, ik ben er trotsch op,
+dat ik dit flinke, ijverige handje drukken mag, en ik hoop, dat men
+ons niet gauw vragen zal, het weg te geven."
+
+Wanneer Meta een belooning verlangd had voor uren van geduldigen
+arbeid, ontving ze die nu in den handdruk en den goedkeurenden glimlach
+van haar vader.
+
+"Wat hebt u van Jo te zeggen? Toe, zeg iets goeds, want ze heeft zoo
+haar best gedaan, en ze is zoo heel, heel lief voor mij geweest,"
+fluisterde Bets haar vader in het oor.
+
+Mijnheer March glimlachte en keek naar het lange meisje tegenover hem,
+met die ongewoon zachte uitdrukking op haar bruin gelaat.
+
+"Ondanks den krullebol zie ik niet meer den "zoon Jo," dien ik een
+paar jaar geleden achterliet," zei mijnheer March. "Ik zie eene jonge
+dame, die haar kraagjes recht speldt, haar laarzen netjes toerijgt,
+en niet meer fluit, ruwe woorden gebruikt of languit op het haardkleed
+ligt, zooals vroeger. Op het oogenblik is zij vrij bleek en mager
+door zorg en waken; maar ik zie haar graag aan, want haar gezicht is
+vriendelijker en haar stem is zachter geworden; ze stampt niet meer,
+maar beweegt zich licht, en draagt voor zeker klein persoontje zorg op
+een moederlijke wijze, die ik met blijdschap opmerk. Ik mis mijn wilde
+meid wel min of meer, maar als ik daarvoor een sterke, behulpzame,
+teerhartige vrouw in de plaats krijg, zal ik meer dan voldaan zijn. Ik
+weet niet of ons zwart schaap door het scheren zoo bedaard is geworden,
+maar wel weet ik, dat ik in heel Washington niets kon vinden, mooi
+of goed genoeg, om er de vijfentwintig dollars voor uit te geven,
+die mijn dochter mij gezonden heeft."
+
+Jo's heldere oogen werden een oogenblik dof, en bij het licht van het
+vuur zag Bets, dat haar bleeke wangen door een blos overtogen werden
+bij den lof van haar vader, dien zij wist, voor een deel althans,
+verdiend te hebben.
+
+"Nu Bets," zei Amy, die verlangde dat haar beurt kwam, maar bereid
+was te wachten.
+
+"Er is zoo weinig van haar over, dat ik niet veel durf zeggen,
+uit vrees, dat zij heelemaal zal verdwijnen, hoewel ze niet meer
+zoo verlegen is als vroeger," schertste haar vader vroolijk; maar
+bij de herinnering hoe zij hem bijna ontvallen was, sloot hij haar
+vast in zijn armen, legde zijn wang tegen de hare en eindigde teeder:
+"Hier heb ik je veilig en wel, mijn kind, en hoop je zoo te behouden,
+als God wil."
+
+Na een oogenblikje stilzwijgen keek hij naar Amy, die op een
+voetenbankje voor hem zat en begon, terwijl hij haar glanzend haar
+liefkoosde:
+
+"Ik zag, dat Amy aan tafel de minst lekkere kluifjes nam, dat ze
+den heelen middag voor Moeder heen en weer liep, van avond Meta haar
+plaats afstond, en iedereen geduldig en vriendelijk bediend heeft. Ik
+merkte ook op, dat zij niet pruilde of in den spiegel keek, en dat ze
+geen woord gesproken heeft over het mooie ringetje, dat ze draagt;
+daaruit besluit ik, dat ze meer aan anderen en minder aan zichzelf
+heeft leeren denken en haar best gedaan om evengoed haar karakter
+te vormen, als haar figuurtjes van klei. Daar ben ik blij om, want,
+hoewel ik heel trotsch zou zijn op een mooi, door haar geboetseerd
+beeld, zal ik nog oneindig trotscher zijn op een lieve dochter, die de
+gave bezit, het leven voor anderen en voor zichzelf gelukkig te maken."
+
+"Waar denk je aan, Bets?" vroeg Jo, toen Amy haar vader had bedankt,
+en de geschiedenis van haar ring verteld had.
+
+"Ik las vandaag in "de Pelgrimstocht", hoe, na veel moeiten en gevaren,
+Christiana en Groothart aan een mooie, groene weide kwamen, waar de
+lelies het heele jaar door bloeiden, en dat ze daar heerlijk bleven
+uitrusten, zooals wij nu doen, voordat ze de reis verder voortzetten,"
+antwoordde Bets, en voegde er bij, terwijl ze zich langzaam losmaakte
+uit de armen van haar vader en naar de piano ging: "Het is tijd om
+te zingen, en ik verlang mijn oude plaats weer in te nemen. Ik zal
+probeeren het liedje van den herdersjongen te zingen, dat de Pelgrims
+hoorden. Ik heb de wijs voor Vader gemaakt, omdat hij zooveel van de
+woorden houdt."
+
+Bets ging voor haar piano zitten, raakte zacht de toetsen aan, en het
+lieve stemmetje, dat ze gevreesd hadden nimmer weer te zullen hooren,
+zong met eigen begeleiding het oude lied, dat zoo bijzonder op haar
+toepasselijk was:
+
+
+ Die laag staat, vreeze voor geen val,
+ De needrige geen trots;
+ Die klein van kracht is, bouwe vrij
+ Op God, als op een rots.
+
+ Ik ben tevreê met wat ik heb,
+ Of 't veel of weinig zij:
+ Tevreden wíl ik zijn, o Heer:
+ Dezulken toch mint Gij.
+
+ Voor hen is overvloed tot last,
+ Wier weg naar boven leidt.
+ Hier weinig en hiernamaals veel
+ Is 't best voor d' eeuwigheid.
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XXIII.
+
+TANTE MARCH BRENGT DE ZAAK TOT EEN BESLISSING.
+
+
+Net als de bijen achter hun koningin aanzwermen, zweefden moeder
+en dochters den volgenden dag rondom mijnheer March, en verzuimden
+alles om den pas aangekomen herstellende te zien, te hooren en te
+bedienen, zoodat hij gevaar liep door overmaat van verzorging weer
+ziek te worden. Zooals hij daar, omringd van kussens in den grooten
+stoel naast Bets' canapé zat, met de andere drie dicht om hem heen,
+terwijl Hanna nu en dan het hoofd eens om de deur stak, "om eens
+even den lieven man te zien," scheen het alsof er niets meer aan
+hun geluk ontbrak. En toch ontbrak er _iets_, en de ouders voelden
+het, hoewel niemand er over sprak. Mijnheer en mevrouw March zagen
+elkaar onrustig aan en volgden Meta met de oogen. Jo had plotselinge
+aanvallen van somberheid, en werd er op betrapt, dat zij nu en dan
+met haar vuist Brooke's parapluie dreigde, die in de gang was blijven
+staan. Meta was afgetrokken, verlegen en stil. Ze schrikte wanneer
+er gebeld werd, en bloosde als iemand John's naam noemde. Amy zei:
+"'t Is net of iedereen op iets wacht en niemand tot rust kan komen,
+en dat is toch vreemd, nu Vader weer goed en wel thuis is." En Bets
+verwonderde er zich in haar onschuld over, waarom de buren niet als
+naar gewoonte kwamen overloopen.
+
+'s Middags ging Laurie voorbij en scheen, toen hij Meta aan het venster
+zag staan, plotseling door een theatrale bui overvallen te worden,
+want hij viel op één knie neer in de sneeuw, sloeg zich op de borst,
+trok zich aan het haar, en hief zijn handen smeekend op, alsof hij om
+de een of andere gunst bad. En toen Meta hem zei, dat hij zich niet
+zoo gek moest aanstellen en doorloopen, wrong hij denkbeeldige tranen
+uit zijn zakdoek en wankelde den hoek om, alsof hij "der wanhoop ten
+prooi was."
+
+"Idioot! Wat zou hij daarmee meenen?" vroeg Meta lachende, en deed
+haar best, om er uit te zien, alsof ze er niets van begreep.
+
+"Hij deed maar eens voor, hoe jouw John zich zal aanstellen. Roerend,
+hè?" antwoordde Jo verachtelijk.
+
+"Zeg alstjeblieft niet _mijn John_, want dat is onzin en niet waar,"
+maar Meta sprak de woorden langzaam uit, alsof ze haar bijzonder lief
+toeklonken. "Toe, plaag me niet, Jo; ik heb je immers gezegd, dat ik
+niet _veel_ om hem geef, en hij heeft immers van niets gesproken;
+dus moeten wij allemaal maar gewoon vriendschappelijk zijn en net
+doen als vroeger."
+
+"Dat kunnen we niet, want er _is_ iets gezegd en Laurie's
+onhebbelijkheid heeft je voor mij bedorven. Ik zie het best en Moeder
+ook. Je bent heel anders dan vroeger; ik weet niet hoever je wel
+van me af lijkt. Ik ben niet van plan je te plagen, en ik zal het
+dragen als een man, maar ik wou dat alles nu maar bepaald was. 'k
+Heb een hekel aan dat wachten. Als je het dus ooit denkt te doen,
+haast je dan wat, dan is het gauw voorbij," zei Jo knorrig.
+
+"_Ik_ kan toch niets zeggen of doen, eer hij er van spreekt, en dat
+zal hij niet, omdat Vader gezegd heeft dat ik te jong was," begon Meta,
+terwijl ze zich met een ongeloovig glimlachje over haar werk heenboog,
+alsof ze het op dit punt niet geheel met haar vader eens was.
+
+"Als hij begon, zou je niet eens weten te antwoorden; je zou maar
+schreien en blozen en hem zijn zin geven, in plaats van beslist neen
+te zeggen."
+
+"Ik ben niet zoo kinderachtig en zwak, als je denkt. Ik weet precies,
+wat ik zeggen zal, want ik heb er een uitvoerig plan voor gemaakt,
+om niet onverwachts te worden verrast; je kunt nooit weten wat er
+gebeuren zal, en ik wil op alles bedacht zijn."
+
+Jo moest lachen om het gewichtig air, dat Meta onbewust had aangenomen,
+en dat haar heel goed stond, even als het aardig blosje, dat telkens
+haar wangen kleurde.
+
+"Zou je me niet eens willen vertellen, wat je zou zeggen?" vroeg Jo
+meer eerbiedig.
+
+"Met plezier. Je bent nu zestien, oud genoeg om mijn vertrouweling
+te zijn, en mijn ondervinding kan jou misschien mettertijd te pas
+komen in een dergelijke aangelegenheid."
+
+"Ik ben niet van plan die ooit te hebben. Ik vind het ontzettend
+grappig andere menschen het hof te zien maken, maar ik zou me
+bespottelijk voelen, als het mezelf overkwam," zei Jo, verschrikt
+bij de gedachte.
+
+"Dat geloof ik niet, als je veel van iemand hield en hij van jou." Meta
+zei het als tot zichzelf, en tuurde naar de laan, waar ze zoo dikwijls
+geëngageerde paartjes in de schemering had zien wandelen.
+
+"Ik dacht, dat je me je redevoering zou gaan opzeggen," zei Jo,
+de droomerij van haar zuster onbarmhartig verstorend.
+
+"O, ik zou alleen heel kalm en beslist zeggen: dank u, mijnheer Brooke,
+u is wel vriendelijk, maar ik ben het ééns met mijn vader, dat ik te
+jong ben om me al te engageeren; wees dus zoo goed er niet meer over
+te spreken, maar laat ons vrienden blijven als vroeger."
+
+"Hm, stijf en koel genoeg. Ik geloof niet, dat je dat ooit zult zeggen,
+en ik weet dat hij er niet mee tevreden zal zijn. Als hij aanhoudt,
+zooals gelukkige minnaars in boeken, zul je hem aannemen, liever dan
+hem te kwetsen."
+
+"Neen, dat zal ik niet! Ik zal hem zeggen, dat ik vast besloten ben,
+en dan de kamer met waardigheid verlaten."
+
+Meta stond op, toen zij dit zei, en was juist van plan haar
+indrukwekkenden uittocht voor te stellen, toen een stap in de gang
+haar naar haar stoel terug deed stuiven en op haar naaiwerk aanvallen,
+alsof haar leven er mee gemoeid was, zoo de zoom niet in een bepaalden
+tijd af kwam. Jo bedwong een lach bij de plotselinge verandering,
+en toen iemand bescheiden aan de deur tikte, opende zij die alles
+behalve gastvrij met een barsch gezicht.
+
+"Dag juffrouw March, ik kwam om mijn parapluie te halen--eigenlijk
+ook om te zien, hoe uw vader zich vandaag voelt," begon Brooke een
+beetje verlegen, terwijl zijn oog van het eene veelzeggende gezicht
+naar het andere vloog.
+
+"Best, hij is heel wel; de parapluie staat in den stander; ik zal hem
+even krijgen en zeggen dat u er is," zei Jo, en wipte de kamer uit om
+Meta de gelegenheid te geven haar redevoering in alle waardigheid af
+te steken. Maar zoodra ze weg was, begon Meta naar de deur te schuiven:
+
+"Moeder zal zeker blij zijn u te zien; ga zitten, ik zal haar roepen."
+
+"Ga niet weg; ben je bang voor me, Meta?" en Brooke keek zoo gegriefd,
+dat Meta vreesde iets heel ruws gedaan te hebben. Ze bloosde tot
+onder haar krulletjes, want hij had haar nog nooit bij haar naam
+genoemd, en ze was verbaasd, dat het zoo natuurlijk en prettig uit
+zijn mond klonk. Om vriendelijk en kalm te schijnen, stak ze haar
+hand vertrouwelijk uit en zei op dankbaren toon:
+
+"Hoe zou ik bang voor u kunnen zijn, terwijl u zoo goed voor Vader
+geweest is? Ik wou maar, dat we er u voor konden bedanken."
+
+"Zal ik je zeggen, hoe je dat kunt?" vroeg Brooke, die Meta's hand in
+zijn twee groote handen vastgreep, en haar aanzag met zooveel liefde in
+zijn bruine oogen, dat haar hart begon te bonzen en ze wel had willen
+wegloopen, maar toch ook graag wou blijven om het verdere te hooren.
+
+"Och neen, als 't u belieft niet--liever maar niet," zei ze, terwijl
+ze trachtte haar hand weg te trekken, en er heel schuw en verschrikt
+uitzag, al had ze beweerd niet bang voor hem te zijn.
+
+"Ik zal je niet plagen; ik wou alleen weten of je een beetje van
+me houdt; ik heb je al zoolang liefgehad, Meta," voegde Brooke er
+teeder bij.
+
+Dit was het oogenblik voor de kalme, gepaste redevoering, maar Meta
+sprak die niet uit; zij was alles vergeten, keek op den grond en
+antwoordde: "Ik weet het niet," zoo zachtjes, dat John zich bukken
+moest, om het kleine, dwaze antwoord te verstaan.
+
+Het scheen hem toch nogal te voldoen, want hij glimlachte met
+een stralend gezicht, drukte Meta's handje en vroeg op zijn meest
+overredenden toon: "Zou je willen probeeren, om het te weten te
+komen? Ik zou het zoo graag van je hooren, en kan niet met lust aan
+'t werk gaan, eer ik weet, of ik in 't eind mijn belooning zal krijgen
+of niet."
+
+"Ik ben nog te jong," stamelde Meta, verbaasd dat ze zoo overstuur
+raakte en dat ze het toch eigenlijk niets naar vond.
+
+"Ik zal wachten; en intusschen kun je misschien leeren van mij te
+houden. Zou 't een erg moeilijke les wezen, Meta?"
+
+"Niet, als ik hem graag wou leeren, maar--"
+
+"Toe, wil het maar, Meta. Ik houd van onderwijs geven, en dit is veel
+gemakkelijker dan Duitsch," riep John, haar andere hand grijpende,
+zoodat zij haar gezicht niet kon verbergen, toen hij zich bukte om
+haar in de oogen te zien.
+
+Zijn toon was "gepast smeekend," maar Meta keek hem eens van ter
+zijde schichtig aan en zag dat zijn oogen niet alleen teeder, maar
+ook vroolijk stonden en dat hij tevreden glimlachte, als iemand, die
+niet twijfelt aan zijn succes. Dit prikkelde haar; ze herinnerde zich
+Annie Moffat's dwaze lessen in coquetterie, en de zucht naar macht,
+die in 't hart, ook van de beste jonge meisjes sluimert, ontwaakte
+plotseling in haar en maakte zich van haar meester. Ze voelde zich
+zenuwachtig en vreemd, en niet wetende wat anders te doen, volgde ze
+een opkomende gril, trok haar handen los, en zei heftig: "Ik _wil_
+niet; ga als 't je blieft weg en laat mij alleen."
+
+De arme Brooke keek alsof zijn dierbaar luchtkasteel op hem
+neertuimelde, want hij had Meta nooit in zoo'n stemming gezien,
+en hij raakte er door in de war.
+
+"Meen je dat werkelijk?" vroeg hij dringend, haar met zijn blik
+volgend, terwijl ze de kamer uitliep.
+
+"Ja, ik meen het. Ik wil niet met die dingen geplaagd worden. Vader
+zegt, dat het niet hoeft; het is te vroeg en ik wil niet."
+
+"Maar mag ik niet hopen, dat je langzamerhand van plan veranderen
+zult? Ik wil wachten en niets zeggen, totdat je tijd hebt gehad. Speel
+niet met me, Meta. Dat had ik niet van je gedacht."
+
+"Denk maar in het geheel niet meer aan me. Ik wou liever, dat je
+'t niet deed," zei Meta, die in een ondeugende opwelling het geduld
+van haar minnaar en haar eigen macht eens op de proef wilde stellen.
+
+John was heel ernstig en bleek geworden en leek nu ongetwijfeld veel op
+de romanhelden, die ze tot nu toe bewonderd had; maar hij sloeg zich
+toch niet voor het voorhoofd en stampvoette niet op den grond, zooals
+zij deden; hij stond maar stil naar haar te kijken, zóó verlangend,
+zóó teeder, dat ze bijna berouw kreeg. Het is moeilijk na te gaan,
+wat er gebeurd zou zijn, als op dit hoogst belangwekkend oogenblik
+Tante March niet binnengestrompeld was.
+
+De oude dame kon het verlangen haar neef te zien, niet bedwingen,
+want ze had Laurie ontmoet op haar wandeling, en de terugkomst van
+mijnheer March vernemende, reed ze terstond uit om hem te bezoeken.
+
+De heele familie was juist achter in het huis en ze was stilletjes
+binnengekomen om hem te verrassen. Ze verraste twee anderen zóó, dat
+Meta schrikte alsof ze een geest zag en John Brooke in de studeerkamer
+ontsnapte.
+
+"Zeg! wat beteekent dit alles?" riep de oude dame, met een slag van
+haar wandelstok, terwijl ze van den bleeken jongeman naar de vuurroode
+jonge dame keek.
+
+"Een vriend van Vader. Ik ben zoo verrast u te zien," stamelde Meta,
+overtuigd dat haar thans de les zou worden gelezen.
+
+"Dat is duidelijk," antwoordde Tante March, en ging zitten. "Maar wat
+zei die vriend van je vader, dat je zoo purperrood gemaakt heeft? Er
+is iets niet in den haak hier, en ik eisch dat je me vertelt, wat er
+gebeurd is!"
+
+"We waren maar wat aan 't praten. Mijnheer Brooke kwam om zijn
+parapluie te halen," begon Meta, die mijnheer Brooke en zijn parapluie
+veilig de deur uitwenschte.
+
+"Brooke? De gouverneur van dien jongen? Aha, nu begrijp ik het! Ik
+weet er alles van. Jo versprak zich, toen ze mij een boodschap wou
+voorlezen uit een der brieven van je vader, en ik heb haar laten
+opbiechten. Je hebt hem toch niet geaccepteerd, kind?" riep Tante
+March verontwaardigd.
+
+"Stil toch! hij zal u hooren! Laat ik Moeder gaan roepen," zei Meta,
+hevig ontsteld.
+
+"Nog niet. Ik heb je iets te zeggen en zal dat eerst doen. Vertel m'
+eens, ben je van plan dien Brooke te trouwen? Als je dat doet, krijg je
+geen cent van me. Denk daar maar aan, en wees een verstandig meisje,"
+sprak de oude dame dreigend.
+
+Nu bezat Tante March in hooge mate de kunst, zelfs in de zachtste
+menschen een geest van verzet op te wekken en ze had er plezier
+in dat te doen. De besten onder ons hebben iets van koppigheid in
+zich, vooral wanneer zij jong en verliefd zijn. Als Tante March
+Meta verzocht had John Brooke aan te nemen, zou ze waarschijnlijk
+beslist hebben geweigerd; maar nu haar bevolen werd _niet_ van hem
+te houden, besloot zij terstond het wél te doen. Genegenheid, zoowel
+als koppigheid maakte dit besluit gemakkelijk, en in haar opgewonden
+toestand verzette Meta zich tegen de oude dame met ongewoon vuur.
+
+"Ik zal trouwen met wien ik wil, Tante, en u kunt uw geld geven aan
+wie u wilt," zei ze met een vastberaden knikje.
+
+"Wel, nu nog mooier! Is dat de manier, waarop je mijn raad volgt,
+meisje. 't Zal je gauw genoeg berouwen, als je de liefde in een hutje
+hebt leeren kennen en je die is tegengevallen."
+
+"In een hut is dikwijls veel meer liefde dan in sommige groote huizen,"
+antwoordde Meta.
+
+Tante March zette haar bril op en staarde haar nichtje aan--ze
+herkende haar niet in deze stemming. Meta begreep zichzelf nauwelijks;
+ze voelde zich zoo dapper en onafhankelijk, zoo blij dat ze John kon
+verdedigen en haar recht kon handhaven om hem lief te hebben als zij
+dat verkoos. Tante March zag in, dat ze de zaak verkeerd had aangepakt;
+na een poosje deed ze dus een nieuwen aanval en begon zoo zachtzinnig
+als haar mogelijk was:
+
+"Meta, lieve, wees nu eens verstandig en volg mijn raad. Ik meen het
+goed, en zou je niet graag je heele leven zien bederven door één
+misstap aan 't begin. Je behoort goed te trouwen en je familie te
+steunen. Het is je plicht een rijk huwelijk te doen en dat behoorde
+je ingeprent te zijn."
+
+"Vader en Moeder denken er anders over. Zij houden van John, al is
+hij arm."
+
+"Je vader en moeder, kindlief, hebben niet meer wereldwijsheid dan
+een paar zuigelingen."
+
+"Dat doet me pleizier!" riep Meta brutaal.
+
+Tante March deed alsof ze 't niet hoorde, maar ging voort met haar
+les. "Die Brooke is arm en heeft geen enkel rijk familielid, wel?"
+
+"Neen, maar heel veel hartelijke vrienden."
+
+"Daar kun je niet van leven; probeer het maar eens en zie hoe gauw
+die hartelijkheid bekoelt. Heeft hij een betrekking?"
+
+"Nog niet; mijnheer Laurence zal hem helpen."
+
+"Dat zal niet van langen duur zijn. James Laurence is een lastig oud
+man, op wien men niet kan rekenen. Dus je bent van plan iemand te
+trouwen zonder geld, zonder positie of betrekking, en harder te gaan
+werken dan je nu gewoon bent, terwijl je een gelukkig leven tegemoet
+kon gaan, door mijn raad te volgen en een beter huwelijk te doen. Ik
+dacht dat je verstandiger was, Meta."
+
+"Ik zou geen beter huwelijk _kunnen_ doen, al wachtte ik
+levenslang. John is goed en flink en knap; hij is begaafd en
+verstandig, hij wil werken en zal stellig vooruitkomen. Hij is sterk en
+goedhartig; iedereen houdt van hem en acht hem, en ik ben er trotsch
+op dat hij om mij geeft, ofschoon ik zoo arm en jong en dom ben,"
+zei Meta, die er in haar ernst liever uitzag dan ooit.
+
+"Hij weet dat je rijke verwanten hebt, kind; dat is, vermoed ik,
+het geheim van zijn liefde."
+
+"Hoe _durft_ u zooiets zeggen, Tante? John is boven zooiets
+verheven. Ik wil geen seconde langer naar u luisteren, als u zoo
+praat!" riep Meta, in haar verontwaardiging alles vergetende, behalve
+de onrechtvaardigheid van die verdenking. "John zou evenmin om geld
+trouwen als ik. Wij zijn bereid te werken, en willen wachten. Ik ben
+niet bang voor armoede, want ik ben gelukkig geweest tot nu toe, en ik
+weet dat ik het met hem ook zal zijn, omdat hij van me houdt, en ik--"
+
+Hier zweeg Meta, zich plotseling herinnerend, dat ze nog geen besluit
+genomen had, dat ze John had gezegd heen te gaan, en dat hij misschien
+haar veranderde verklaringen hoorde.
+
+Tante March was heel boos, want ze had het er op gezet, dat haar
+mooi nichtje een goede partij zou doen, en een zekere uitdrukking in
+'t bezielde, jonge gezichtje wekte een treurig en bitter gevoel op
+in de eenzame, oude vrouw.
+
+"Welnu, ik trek mijn handen van de heele zaak af. Je bent een
+koppig kind, en je verliest meer dan je vermoedt, door dezen dollen
+streek.--Neen, ik wil niet zwijgen. Ik ben in je teleurgesteld en
+heb geen lust, je vader nu te zien. Verwacht niets van mij, als je
+getrouwd bent. Die vrienden van je mijnheer Brooke moeten je dan maar
+voorthelpen. _Ik_ wil niets meer met je te doen hebben."
+
+En de deur voor Meta's neus dichtslaande, verdween Tante March in
+heftigen toorn. 't Was of ze al den moed van haar nichtje met zich mee
+genomen had, want zoodra Meta alleen was, stond ze een oogenblik in
+tweestrijd of ze zou lachen of schreien. Eer ze een besluit kon nemen,
+had Brooke zich van haar meester gemaakt, die in één adem uitriep:
+"Ik kon het niet helpen, ik _moest luisteren_, Meta. Ik dank jou voor
+je verdediging, en Tante March voor het bewijs, dat je al een beetje
+om me geeft."
+
+"Ik wist zelf niet hoeveel, tot ze kwaad van je ging spreken,"
+begon Meta.
+
+"En ik hoef niet weg te gaan, maar mag blijven en gelukkig zijn?"
+
+Hier bood zich weer een schoone gelegenheid om de verpletterende
+speech uit te spreken, en een statigen aftocht te blazen, maar Meta
+dacht er niet aan een van beide te doen, en verlaagde zich voor eeuwig
+in Jo's schatting, door zacht te fluisteren: "Ja, John," terwijl zij
+haar lief gezicht tegen John's vest verborg.
+
+Een kwartier na het vertrek van Tante March kwam Jo zachtjes naar
+beneden, wachtte even aan de kamerdeur, en geen geluid hoorende,
+knikte en lachte ze met een tevreden gezicht, en zei bij zichzelf:
+"Ze heeft hem weggestuurd, zooals we afgesproken hadden; dat zaakje
+is dus gezond! Ik zal maar eens naar binnen gaan om wat van de grap
+te hooren en er samen eens over te lachen."
+
+Maar de arme Jo is nooit zoover gekomen, want ze versteende al op den
+drempel bij het aanschouwen van een tooneel, dat haar met opengesperden
+mond en oogen terughield. Gekomen met het voornemen over een gevallen
+vijand te triomfeeren en een onverbiddelijke zuster te prijzen wegens
+de verbanning van een lastigen aanbidder, was het zeker een schok voor
+haar, toen ze moest aanschouwen, hoe bovengenoemde vijand genoeglijk op
+de canapé zat, en de onverbiddelijke zuster op zijn knie, met het meest
+onderworpen en gelukkige gezicht ter wereld. Jo hijgde, alsof ze een
+koud stortbad kreeg; zoo'n onverwachte omkeer benam haar den adem. Het
+rare geluid dat ze maakte, deed het paar omzien. Meta sprong op, met
+een mengeling van verlegenheid en trots op haar blozend gezichtje,
+maar "die man" zooals Jo hem noemde, waagde het nog te lachen, en
+zei bedaard, terwijl hij het verbaasde standbeeld kuste:
+
+"Zuster Jo, feliciteer ons maar!"
+
+Dat was beleediging op beleediging stapelen; het werd Jo te kras, en
+een woest gebaar makende, verdween ze, zonder een woord te spreken. Ze
+vloog de trappen op en verschrikte de zieken, door de kamer binnen
+te stormen en heftig uit te roepen: "O, laat er toch gauw iemand naar
+beneden gaan; John Brooke doet zoo onmogelijk en Meta laat het toe."
+
+Mijnheer en mevrouw March verlieten haastig de kamer, en op haar bed
+neervallend, brak Jo onder bittere tranen in luide jammerklachten los,
+terwijl ze Bets en Amy het verschrikkelijke nieuws vertelde. Maar
+de kleine meisjes vonden het een heel prettige en interessante
+gebeurtenis, en hier ook al geen troost vindende, trok Jo maar naar
+haar toevluchtsoord op den zolder en maakte de ratten deelgenoot van
+de ramp.
+
+Niemand kwam te weten, wat er dien middag in de huiskamer voorviel,
+maar er werd veel gepraat, en de dikwijls zoo stille Brooke verbaasde
+zijn vrienden door de welsprekendheid en het vuur, waarmee hij zijn
+zaak bepleitte tot hij alles naar zijn zin geregeld kreeg.
+
+De theebel luidde, eer hij geëindigd had met de beschrijving van het
+paradijs, dat hij voor Meta dacht te verdienen, en vol trots leidde
+hij haar naar binnen om te soupeeren, beiden zoo zichtbaar gelukkig,
+dat Jo het niet van zich kon verkrijgen, jaloersch of verdrietig te
+zijn. Amy was zeer gesticht door John's eerbiedige aanbidding en over
+de waardigheid, waarmee Meta zich die liet welgevallen; Bets zat hem
+in de verte glimlachend aan te staren, terwijl mijnheer en mevrouw
+March met zooveel blijde tevredenheid op het jonge paar neerzagen,
+dat Tante March blijkbaar gelijk had met hen "zoo onverstandig
+als een paar zuigelingen" te noemen. Niemand gebruikte veel, maar
+iedereen keek even gelukkig, en de oude kamer scheen als vernieuwd,
+nu de eerste roman in de familie er begon.
+
+"Nu zul je niet meer zeggen, Meta, dat hier nooit iets prettigs
+gebeurt, is 't wel?" riep Amy, terwijl ze tot een besluit zocht te
+komen, hoe ze het paar zou schikken voor een schets, die zij van plan
+was te maken.
+
+"Neen, zeker niet. Wat is er veel gebeurd sedert ik dat zei! Het
+schijnt wel een jaar geleden," antwoordde Meta, die in verheven sferen,
+ver boven gewone dingen zooals brood en boter, rondzweefde.
+
+"De aangename dingen volgden dezen keer al heel gauw op de treurige,
+en ik geloof, dat de veranderingen ten goede nu begonnen zijn," zei
+mevrouw March. "In de meeste families komt er nu en dan zoo'n gewichtig
+jaar; dit is er een voor ons geweest, maar het is gelukkig geëindigd."
+
+"'k Hoop, dat het volgende beter zal eindigen," mompelde Jo, die het
+heel hard vond Meta voor haar oogen heelemaal in een vreemde te zien
+opgaan; want de weinige personen, die Jo liefhad, had zij héél innig
+lief, en ze vreesde niets zoozeer als hun genegenheid te verliezen,
+of ook maar in het minst te zien verflauwen.
+
+"_Ik_ hoop, dat het _derde_ jaar, van nu af gerekend, gelukkig eindigen
+mag; en dat _zal_ het ook, als ik in leven blijf en mijn plannen ten
+uitvoer brengen kan," zei John, Meta toelachende, alsof hem nu niets
+meer onmogelijk scheen.
+
+"Lijkt het je niet vreeselijk, zoo'n tijd te moeten wachten," vroeg
+Amy, die verlangde, dat de trouwpartij nu maar voor de deur stond.
+
+"Ik moet nog zooveel leeren, eer ik er genoeg voor weet, dat het
+me kort zal toeschijnen," antwoordde Meta met een zachten ernst,
+die haar tot nog toe vreemd was.
+
+"Jij hebt maar te wachten. Ik zal het werk wel doen," zei John, zijn
+taak beginnende door Meta's servet op te rapen, met een gezicht, dat Jo
+aanleiding gaf haar hoofd te schudden, en met een zucht van verlichting
+tot zichzelf te zeggen, toen ze de voordeur hoorde dichtslaan: "Daar
+komt Laurie gelukkig; nu zullen we weer eens verstandig kunnen praten!"
+
+Maar Jo vergiste zich, want Laurie kwam binnenstormen met eene
+groote engagementsbouquet voor "Mevrouw John Brooke," terwijl hij
+blijkbaar in den waan verkeerde, dat alles zoo geloopen was door zijn
+voortreffelijke leiding.
+
+"Ik wist wel, dat Brooke zijn zin zou krijgen; dat lukt hem altijd! Als
+hij zich eenmaal voorneemt iets te doen, gebeurt het ook, al zou de
+hemel er bij invallen," zei Laurie, nadat hij zijn gelukwenschen en
+bloemen had aangeboden.
+
+"Zeer verplicht voor je gunstige opinie. Ik neem die aan als een
+goed voorteeken voor de toekomst, en vraag je nu reeds bij voorbaat
+op onze bruiloft," antwoordde Brooke, die op het oogenblik in vrede
+verkeerde met het heele menschdom, zelfs met zijn lastigen leerling.
+
+"Ik kom, al zat ik ook aan het einde der aarde, want alleen Jo's
+gezicht bij die gelegenheid, zal de moeite van de reis waard zijn. Je
+ziet er niet feestelijk uit, mejuffrouw, wat scheelt er aan?" vroeg
+Laurie, haar volgende in een hoek van de kamer, toen allen waren
+opgestaan om den ouden heer Laurence te begroeten.
+
+"Ik keur het huwelijk niet goed, maar ik heb me voorgenomen het te
+dragen en er geen woord over te zeggen," zei Jo plechtig. "Je kunt
+niet begrijpen, hoe hard het voor mij is Meta af te staan," kwam er
+met bevende stem achter.
+
+"Je stáát haar niet af. Je deelt haar maar," zei Laurie troostend.
+
+"Het kan nooit meer hetzelfde zijn. Ik heb mijn beste vriendin
+verloren," zuchtte Jo.
+
+"Maar je hebt mij nog. Ik ben wel niet veel waard, dat weet ik wel;
+maar ik zal je trouw blijven, Jo, al de dagen van mijn leven; op mijn
+woord, dat zal ik!" en Laurie meende wat hij zei.
+
+"Dat weet ik wel, en daar ben ik heel dankbaar voor. Je bent altijd een
+groote troost voor me, Teddy!" zei Jo, hem dankbaar de hand drukkende.
+
+"Wel, wees nu niet zoo somber meer, beste jongen. Alles is immers in
+orde. Meta is gelukkig, Brooke zal wel in een oogenblik een betrekking
+hebben, laat dat maar aan Grootpapa over, en het zal allerleukst
+zijn Meta in haar eigen huisje te zien. Als ze weg is zullen we nog
+een hoop plezier hebben, want dan duurt het niet lang meer, of ik
+ben klaar aan de academie, en dan gaan we naar Europa en doen een
+heerlijk reisje. Zou je dat niet troosten?"
+
+"Misschien wel; maar je weet nooit, wat er in drie jaar gebeuren kan,"
+zei Jo peinzend.
+
+"Dat is waar. Zou je niet wel eens in de toekomst willen zien, om te
+weten, waar we dan allemaal zullen zijn? Ik wel," zei Laurie.
+
+"Neen, ik niet, want misschien zou ik iets treurigs zien; en nu ziet
+ieder er zoo gelukkig uit, dat ik niet geloof, dat het veel beter
+worden kan," en Jo liet langzaam haar oogen door de kamer gaan, ondanks
+zichzelf glimlachend, want het was een allergenoegelijkst tooneeltje.
+
+Vader en Moeder zaten naast elkander en doorleefden nog eens weer
+het eerste hoofdstuk van _hun_ roman, die een jaar of twintig geleden
+begonnen was. Amy teekende de gelieven uit, die in een aparte wereld
+leefden, met zulke stralende gezichten, dat de kleine kunstenares ze
+wel niet op het papier zou kunnen teruggeven. Bets lag op haar canapé
+vroolijk met haar ouden vriend te praten, die haar handje vasthield,
+alsof hij voelde, dat het ook hem kon leiden op den weg des vredes
+dien Bets zelf bewandelde. Jo zat in haar geliefkoosd gemakkelijk
+stoeltje, met den ernstig, rustigen blik, die haar zoo goed stond,
+en Laurie, op den rug van haar stoel geleund, zoodat zijn kin op
+eene hoogte was met haar krullebol, knikte haar vriendelijk toe in
+den grooten spiegel, die hun beider beeld weerkaatste.
+
+En terwijl ze zoo zitten, valt het gordijn voor Meta, Jo, Bets en
+Amy. Het zal weer worden opgehaald, als we het eerste deel van dit
+huiselijk drama, getiteld: _Onder Moeders Vleugels_, vervolgen onder
+den titel: _Op Eigen Wieken_.
+
+
+
+
+
+INHOUD.
+
+
+
+Hoofdstuk I. Kleine Pelgrims
+Hoofdstuk II. Een vroolijk Kerstfeest
+Hoofdstuk III. "Die Jongen van Hiernaast"
+Hoofdstuk IV. Lasten
+Hoofdstuk V. Goede Buren
+Hoofdstuk VI. Bets vindt "het Paleis der Gelukkigen"
+Hoofdstuk VII. Amy's Dal der Vernedering
+Hoofdstuk VIII. Jo ontmoet Appollyon
+Hoofdstuk IX. Meta gaat naar de Kermis der IJdelheid
+Hoofdstuk X. De P.C. en P.P.
+Hoofdstuk XI. Proefnemingen
+Hoofdstuk XII. Het Kamp Laurence
+Hoofdstuk XIII. Luchtkasteelen
+Hoofdstuk XIV. Geheimen
+Hoofdstuk XV. Een Telegram
+Hoofdstuk XVI. Brieven
+Hoofdstuk XVII. Kleine Getrouwen
+Hoofdstuk XVIII. Donkere Dagen
+Hoofdstuk XIX. Amy's Testament
+Hoofdstuk XX. In vertrouwen
+Hoofdstuk XXI. Laurie sticht Kwaad, en Jo herstelt den Vrede
+Hoofdstuk XXII. Liefelijke Weiden
+Hoofdstuk XXIII. Tante March brengt de Zaak tot een Beslissing
+
+
+
+
+
+
+AANTEEKENINGEN
+
+
+[1] In den burgeroorlog dien de Noordelijke en Zuidelijke Staten van
+N. Amerika voerden over de afschaffing der slavernij.
+
+[2] _The Pilgrim's Progress_, een beroemd boek van den Engelschen
+schrijver John Bunyan. (Nederlandsche uitgaven verschenen bij D. Bolle
+te Rotterdam). De pelgrim Christiaan had op zijn reis naar de Hemelsche
+Stad allerlei moeilijkheden te overwinnen, zooals "de leeuwen",
+"Apollyon", een gevleugeld monster, "de booze geesten" enz.
+
+[3] De pelgrim in _The Pilgrim's Progress_ moet op zijn reis naar
+"de Hemelsche stad" o.a. ook "de leeuwen" voorbij. (Vert.)
+
+[4] Uit Dickens.
+
+[5] Rotten Row is een breede ruiterlaan in Hyde Park (Londen).
+
+[6] Uit "The Pelgrims Progress."
+
+[7] Uit "The Pelgrims Progress."
+
+[8] De Pelgrim.
+
+[9] Weer een der personen uit _The Pilgrim's Progress_.
+
+
+
+
+
+
+End of Project Gutenberg's Onder Moeders Vleugels, by Louise M. Alcott
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK ONDER MOEDERS VLEUGELS ***
+
+***** This file should be named 17337-8.txt or 17337-8.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ https://www.gutenberg.org/1/7/3/3/17337/
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at https://www.pgdp.net/
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+https://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at https://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at https://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit https://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including including checks, online payments and credit card
+donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ https://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
diff --git a/17337-8.zip b/17337-8.zip
new file mode 100644
index 0000000..513e7fe
--- /dev/null
+++ b/17337-8.zip
Binary files differ
diff --git a/17337-h.zip b/17337-h.zip
new file mode 100644
index 0000000..8ff31d3
--- /dev/null
+++ b/17337-h.zip
Binary files differ
diff --git a/17337-h/17337-h.htm b/17337-h/17337-h.htm
new file mode 100644
index 0000000..4aa1240
--- /dev/null
+++ b/17337-h/17337-h.htm
@@ -0,0 +1,11563 @@
+
+<!DOCTYPE html
+PUBLIC "-//W3C//DTD HTML 4.01 Transitional//EN" "http://www.w3.org/TR/html4/loose.dtd">
+
+<!-- This HTML file has been automatically generated from an XML source, using XSLT. If you find any mistakes, please edit the XML source. -->
+<html lang="nl-1900">
+<head>
+<meta http-equiv="Content-Type" content="text/html; charset=ISO-8859-1">
+
+<title>Onder Moeders Vleugels</title>
+<link rel="schema.DC" href="http://dublincore.org/documents/1998/09/dces/">
+<meta name="author" content="Louise M. Alcott">
+<meta name="DC.Creator" content="Louise M. Alcott">
+<meta name="DC.Title" content="Onder Moeders Vleugels">
+<meta name="DC.Date" content="##### 2005">
+<meta name="DC.Language" content="nl-1900"><style type="text/css">
+
+
+body
+{
+font: 100%/1.2em "Times New Roman", Times, serif;;
+margin: 1.58em 16% 1.58em 16%;
+}
+
+/* title page headers */
+
+h1.docTitle
+{
+font-size: 1.6em;
+line-height: 2em;
+}
+
+h2.docImprint, h1.docTitle, h2.byline, h2.docTitle
+{
+text-align: center;
+}
+
+h2.byline
+{
+font-size: 1.1em;
+line-height: 1.44em;
+font-weight: normal;
+}
+
+span.docAuthor
+{
+font-size: 1.2em;
+font-weight: bold;
+}
+
+h2.docImprint
+{
+font-size: 1.2em;
+font-weight: normal;
+}
+
+/*
+
+h1..h5 headers
+
+class
+sub subtitle
+label label (e.g. chapter twelve)
+
+lghead head of embedded poem, etc.
+
+*/
+
+.div0 { padding-bottom: 1.6em; }
+.div1 { padding-bottom: 1.44em; }
+.div2 { padding-bottom: 1.2em; }
+.div3, .div4, .div5 { padding-bottom: 1.0em; }
+
+h1, h2, h3, h4, h5
+{
+font-style: normal;
+text-transform: none;
+}
+
+h1
+{
+font-size: 1.44em;
+line-height: 1.5em;
+}
+
+h1.label
+{
+font-size: 1.2em;
+line-height: 1.2em;
+margin-bottom: 0;
+}
+
+h2
+{
+font-size: 1.2em;
+line-height: 1.2em;
+}
+
+h2.label
+{
+font-size: 1.0em;
+margin-bottom: 0;
+}
+
+h3
+{
+font-size: 1.0em;
+line-height: 1.2em;
+}
+
+h3.lghead
+{
+margin-left: 10%;
+margin-right: 10%;
+}
+
+h4
+{
+font-size: 1.0em;
+line-height: 1.0em;
+}
+
+h5
+{
+font-size: 1.0em;
+line-height: 1.0em;
+font-style: italic;
+}
+
+
+/*
+p -- paragraph
+
+class
+initial initial paragraph of chapter, i.e. no indentation
+argument argument, the list of topics at the head of a chapter
+note footnote
+quote quoted material, like blockquote
+stb small thematic break
+mtb medium thematic break
+ltb large thematic break
+figure figure, plate, illustration
+legend legend with figure, plate, or other type of illustration
+*/
+
+p
+{
+text-indent: 0em;
+}
+
+.alignleft
+{
+text-align: left;
+}
+
+.aligncenter
+{
+text-align: center;
+}
+
+.alignright
+{
+text-align: right;
+}
+
+.alignblock
+{
+text-align: justify;
+}
+
+p.poetry
+{
+margin: 0em 10% 1.58em 10%;
+}
+
+p.line
+{
+margin: 0 10% 0 10%;
+}
+
+p.beforeline, p.afterline
+{
+margin-top: 1em;
+}
+
+p.initial
+{
+text-indent: 0em;
+}
+
+p.argument, p.note
+{
+font-size: 0.9em;
+line-height: 1.2em;
+text-indent: 0em;
+}
+
+p.argument
+{
+margin: 1.58em 10% 1.58em 10%;
+}
+
+p.quote
+{
+font-size: 0.9em;
+line-height: 1.2em;
+margin: 1.58em 5% 1.58em 5%;
+}
+
+div.blockquote
+{
+font-size: 0.9em;
+line-height: 1.2em;
+margin: 1.58em 5% 1.58em 5%;
+}
+
+div.notetext
+{
+font-size: 0.8em;
+line-height: 1.1em;
+}
+
+div.divFigure
+{
+text-align: center;
+}
+
+.floatLeft
+{
+float: left;
+margin: 10px 10px 10px 0;
+}
+
+.floatRight
+{
+float: right;
+margin: 10px 0 10px 10px;
+}
+
+p.figureHead
+{
+text-align: center;
+}
+
+p.figure, p.legend
+{
+font-size: 0.9em;
+margin-top: 0;
+text-align: center;
+}
+
+p.smallprint, li.smallprint
+{
+font-size: 0.8em;
+line-height: 1.1em;
+color: #666666;
+}
+
+/* Special cases for Filipino Riddles */
+
+p.question
+{
+text-align: left;
+margin-bottom: 0em;
+}
+
+p.answer
+{
+text-align: right;
+margin-top: 0em;
+}
+
+p.explanation
+{
+margin-left: 0.9em;
+margin-right: 0.9em;
+font-size: smaller;
+}
+
+
+/*
+// span -- used for special effects in formatting.
+//
+// class
+// leftnote note in the left margin
+// rightnote note in the right margin
+// pageno page number, inserted at location of original page break.
+//
+// Note that the positioning only works properly in IE 5/6
+*/
+
+span.leftnote
+{
+position:absolute;
+left:1%;
+height:0em;
+width:14%;
+font-size: 0.8em;
+text-indent: 0em;
+line-height: 1.2em;
+}
+
+span.rightnote, span.pageno
+{
+position:absolute;
+left:86%;
+height:0em;
+width:14%;
+text-align:right;
+text-indent: 0em;
+font-size: 0.8em;
+line-height: 1.2em;
+}
+
+span.lineno
+{
+position: absolute;
+left: 12%;
+height: 0em;
+width: 12%;
+text-align: right;
+text-indent: 0em;
+font-size: 0.6em;
+line-height: 1em;
+font-style: normal;
+}
+
+.Greek
+{
+font-family: Gentium, "Arial Unicode MS", serif;
+}
+
+.Arabic
+{
+font-family: "Arial Unicode MS", sans-serif;
+}
+
+.letterspaced
+{
+letter-spacing: 0.2em;
+}
+
+span.smallcaps
+{
+font-variant: small-caps;
+}
+
+/*
+a -- anchor
+
+class
+offsite
+gloss glossary entry; should be less visible
+noteref (foot) note reference.
+hidden
+
+*/
+
+a.hidden:hover
+{
+text-decoration: none;
+}
+
+a.noteref:hover
+{
+text-decoration: none;
+}
+
+a.noteref
+{
+font-size: 0.7em;
+vertical-align: super;
+text-decoration: none;
+}
+
+a.hidden
+{
+text-decoration: none;
+}
+
+hr
+{
+width: 100%;
+height: 1px;
+color: black;
+}
+
+hr.tb
+{
+margin-top: 10px;
+margin-bottom: 10px;
+width: 25%;
+height: 1px;
+text-align: center;
+}
+
+hr.noteseparator
+{
+width: 25%;
+height: 1px;
+text-align: left;
+}
+
+
+
+
+
+body
+{
+background: #FFFFFF;
+font-family: "Times New Roman", Times, serif;
+}
+
+body, a.hidden
+{
+color: black;
+}
+
+h1, h2, h3, h4, h5, h6
+{
+color: #001FA4;
+font-family: Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif;
+}
+
+.figureHead, .noteref, span.leftnote, p.legend
+{
+color: #001FA4;
+}
+
+span.rightnote, span.pageno, span.lineno
+{
+color: #AAAAAA;
+}
+
+a.hidden:hover, a.noteref:hover
+{
+color: red;
+}
+
+
+</style></head>
+<body>
+
+
+<pre>
+
+The Project Gutenberg EBook of Onder Moeders Vleugels, by Louise M. Alcott
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: Onder Moeders Vleugels
+
+Author: Louise M. Alcott
+
+Editor: G. W. Elberts
+
+Release Date: December 17, 2005 [EBook #17337]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK ONDER MOEDERS VLEUGELS ***
+
+
+
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at https://www.pgdp.net/
+
+
+
+
+
+Character set for HTML: ISO-8859-1
+
+
+</pre>
+
+
+<h1 class="docTitle">Onder Moeders Vleugels</h1>
+<h2 class="byline"><span class="docAuthor">Louise M. Alcott</span></h2><span class="pageno">
+[1]
+</span><p class="div1"><a id="d0e77"></a></p>
+<h1 class="label">Hoofdstuk I.</h1>
+<h1>Kleine Pelgrims.</h1>
+<p>&#8220;Kerstmis zal geen Kerstmis zijn, zonder presenten,&#8221; bromde Jo, die languit op het haardkleedje lag.
+
+</p>
+<p>&#8220;Het is verschrikkelijk, arm te zijn!&#8221; zuchtte Meta en keek naar haar oude japon.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik vind het heel oneerlijk, dat sommige meisjes allerlei mooie dingen hebben, en andere meisjes niets,&#8221; voegde kleine Amy
+er ontevreden snuivend bij.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wij hebben in elk geval toch Vader en Moeder en elkander,&#8221; zei Bets vriendelijk uit haar hoekje.
+
+</p>
+<p>De vier jonge gezichtjes, bestraald door het haardvuur, klaarden bij die bemoedigende woorden op, maar betrokken weer, toen
+Jo droevig zei:
+
+</p>
+<p>&#8220;Wij hebben Vader niet, en zullen hem in lang niet hebben.&#8221; Ze zei niet: &#8220;Misschien nooit weer,&#8221; maar allen voegden het er
+in hun hart bij, en dachten aan den vader, die verre was, op het tooneel van den strijd.
+
+</p>
+<p>Niemand sprak gedurende de eerste oogenblikken; toen begon Meta weer op vroolijker toon:
+
+</p>
+<p>&#8220;Jullie weet, waarom Moeder voorstelde, dat we dit jaar geen Kerstpresenten zouden hebben: omdat het een moeilijke winter
+zal zijn voor iedereen, en ze vindt, dat wij geen geld mogen uitgeven voor ons pleizier, terwijl onze soldaten zooveel moeten
+doorstaan in het leger. V&eacute;&eacute;l kunnen we niet doen, maar we kunnen ons wel zonder mopperen kleine opofferingen getroosten; maar
+ik geloof, dat ik te ego&iuml;stisch ben,&#8221; en Meta schudde haar hoofd, terwijl ze met spijt dacht aan al de mooie dingen die ze
+graag wilde hebben.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik geloof niet, dat het beetje, dat wij te besteden hebben, veel zou kunnen uitrichten. We hebben elk een rijksdaalder, en
+het leger zou er niet veel bij winnen, of wij dien nu al gaven. Ik geef toe, dat ik niets van Moeder of van jou moet verwachten,
+maar ik zou zoo dol graag &#8220;Udine en Sintram&#8221; voor mezelf willen koopen, ik heb er al zoo lang naar verlangd,&#8221; zei Jo, die
+een boekworm was.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik was van plan mijn geld te besteden aan nieuwe muziek,&#8221; zei Bets met een zuchtje, dat echter door niemand gehoord werd.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik zal een mooi doosje met Faber&#8217;s teekenpotlood koopen; die heb ik bepaald noodig,&#8221; zei Amy vast besloten.
+
+</p>
+<p>&#8220;Moeder heeft niets gezegd van ons eigen geld, en ze zal toch <span class="pageno">
+[2]
+</span>niet verlangen, dat we alles opgeven. Laten we ieder iets koopen wat we graag willen hebben en wat pret maken; we zwegen heusch
+hard genoeg om het te verdienen,&#8221; riep Jo, terwijl ze de hakken van haar laarzen op jongensmanier bekeek.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik tenminste wel,&#8212;die elken dag die gruwelijke kinderen moet leeren, terwijl ik er naar snak prettig thuis te zijn,&#8221; begon
+Meta op klagenden toon.
+
+</p>
+<p>&#8220;Jij hebt het niet half zoo hard als ik,&#8221; vond Jo. &#8220;Hoe zou jij het vinden, uren lang opgesloten te zijn met een zenuwachtige,
+zeurige, oude dame, die je al maar heen en weer laat loopen, nooit tevreden is, en je plaagt, tot je in staat zou zijn het
+raam uit te springen, of haar een oorveeg te geven?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Het is slecht om ontevreden te zijn,&#8212;maar ik geloof, dat borden wasschen en alles netjes houden het naarste werk van de wereld
+is. Het bederft mijn humeur, en mijn handen worden zoo stijf; ik kan haast niet studeeren.&#8221; En Bets keek naar haar ruwe handen
+met een zucht, die ditmaal heel goed te hooren was.
+
+</p>
+<p>&#8220;En ik geloof niet, dat een van allen het zoo erg heeft als ik,&#8221; riep Amy, &#8220;want jullie hoeven niet naar school te gaan met
+nuffen, die iemand plagen, als hij zijn lessen niet kent, of uitlachen om zijn kleeren, en met &#8220;&eacute;tain&#8221; op iemands vader neerzien,
+als hij niet rijk is, en iemand beleedigen, als hij geen mooien neus heeft.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Als je &#8220;d&eacute;dain&#8221; bedoelt, dan moest je dat zeggen en niet over &#8220;&eacute;tain&#8221; praten, alsof Vader een tinnen peperbus was,&#8221; spotte
+Jo lachend.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik weet heel goed, wat ik zeggen wil, en je hoeft er niet zoo &#8220;satiriek&#8221; over te zijn. Het is heel goed om juiste uitdrukkingen
+te gebruiken en zoo je &#8220;vocabulaire&#8221; te verrijken,&#8221; zeide Amy deftig.
+
+</p>
+<p>&#8220;Nu, vlieg elkaar maar niet aan, kinderen! Zou jij niet willen, Jo, dat we al het geld nog hadden, dat Vader verloor, toen
+we nog klein waren? H&egrave;, wat zouden we gelukkig en goed zijn, als we niets hadden, wat ons hinderde,&#8221; zei Meta, die zich betere
+dagen herinnerde.
+
+</p>
+<p>&#8220;En gisteren heb je nog gezegd, dat je ons veel gelukkiger vond dan de kinderen King, omdat die altijd vochten en kibbelden,
+niettegenstaande ze zooveel geld hebben.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat heb ik ook gezegd, Bets; en ik geloof ook wel, dat het waar is, want al moeten wij ook werken, we hebben toch pret onder
+elkaar, en zijn een &#8220;moppig&#8221; troepje, zou Jo zeggen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Jo gebruikt ook zulke platte uitdrukkingen,&#8221; zei Amy en zag afkeurend naar de lange gestalte op het haardkleed. Jo ging dadelijk
+rechtop zitten, stak de handen in de zakken van haar schort en begon te fluiten.
+
+</p>
+<p>&#8220;Doe het toch niet, Jo, &#8217;t is zoo jongensachtig.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Daarom doe ik het juist.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik heb het land aan ruwe, onbeschaafde meisjes.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;En ik aan gemaakte, opgeprikte nuffen.&#8221;
+<span class="pageno">
+[3]
+</span></p>
+<p>&#8220;Ieder vogeltje zingt, zooals het gebekt is,&#8221; zei Bets, de vredestichtster, met zulk een grappig gezichtje, dat de beide scherpe
+stemmen zich in lachen oplosten en het &#8220;aanvliegen&#8221; voor &#8217;t oogenblik gedaan was.
+
+</p>
+<p>&#8220;Kinderen, jullie hebt beiden schuld,&#8221; zei Meta, en begon als oudste zuster de les te lezen. &#8220;Jo, je bent nu oud genoeg om
+die jongensmanieren af te schaffen en je verstandig te gedragen. Het kwam er niet zooveel op aan, toen je nog een klein meisje
+was, maar nu je zoo lang bent geworden en je haar opgestoken draagt, moet je bedenken dat je langzamerhand een dame wordt.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat ben ik gelukkig nog niet! en als het van het opgestoken haar komt, dan zal ik het tot mijn twintigste jaar in twee staarten
+laten hangen,&#8221; dreigde Jo, terwijl ze haar haar lostrok en haar kastanjebruine manen schudde. &#8220;Ik wil er niet aan denken,
+dat ik volwassen moet worden en &#8220;Juffrouw March&#8221; moet heeten, lange japonnen moet dragen en er zoo deftig uitzien als een
+oude baker. Het is al erg genoeg een meisje te zijn, nu ik van jongensspelen, jongenswerk en jongensmanieren houd. Ik kan
+er maar niet overheen komen, dat ik geen jongen ben, en ik gevoel het tegenwoordig erger dan ooit, want ik sterf van verlangen
+om met Vader te gaan vechten, en ik kan niets doen dan thuisblijven en breien, als een grommige, oude vrouw,&#8221; en Jo schudde
+de blauwe soldatensok, dat de naalden klepperden als castagnetten en haar kluwen door de kamer vloog.
+
+</p>
+<p>&#8220;Arme Jo, het is vreeselijk voor je! maar er is niets aan te doen; wees dus maar tevreden met je jongensachtigen naam en blijf
+maar voor broer spelen bij ons meisjes,&#8221; zei Bets en streek met een hand, die al het bordenwasschen en stoffen ter wereld
+niet onzacht kon maken, over het warhoofd, dat tegen haar knie leunde.
+
+</p>
+<p>&#8220;En jij, Amy,&#8221; vervolgde Meta, &#8220;jij bent veel te stijf en te deftig. Die airs zijn nu wel grappig, maar je zult een geaffecteerde
+kleine gans worden, als je niet oppast. Ik houd van je aardige manieren en beschaafde spraak, als je niet probeert een volwassen
+dame na te apen; maar jouw pedante woorden zijn soms even erg als Jo&#8217;s platte uitdrukkingen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Als Jo een halve jongen is en Amy een gans, wat ben ik dan?&#8221; vroeg Bets, die ook haar deel aan de strafpredikatie wilde hebben.
+
+</p>
+<p>&#8220;Jij bent een snoes, anders niets,&#8221; antwoordde Meta hartelijk; en niemand sprak haar tegen; want het &#8220;muisje&#8221; was de lieveling
+van het gezin.
+
+</p>
+<p>De vier zusjes zaten in den schemer te breien, terwijl de Decembersneeuw zachtjes buiten neerviel en het vuur vroolijk knetterde
+in den haard. Het was een gezellige ouderwetsche kamer, hoewel het kleed verschoten en het ameublement heel eenvoudig was,
+maar aan den muur hingen een paar goede schilderijen, in alle hoeken stonden boekenstandaards of kleine tafeltjes, chrysanthemums
+en <span class="pageno">
+[4]
+</span>late roosjes bloeiden in het venster, en over het geheel lag een waas van huiselijkheid.
+
+</p>
+<p>Meta, de oudste van het viertal, was zestien jaar, en zag er heel lief uit. Ze was gevuld en blank, had groote oogen, zwaar,
+zacht, bruin haar, een vriendelijk mondje en witte tanden, waar ze nog al trotsch op was. De vijftienjarige Jo was heel lang,
+mager en donker, en deed iemand aan een veulen denken, want ze scheen nooit te weten, wat zij moest beginnen met haar lange
+ledematen, die haar erg in den weg stonden. Ze had een beslisten mond, een grappigen neus en verstandige grijze oogen, die
+alles schenen op te merken, en nu eens fel, dan weer guitig of peinzend keken. Het lange, dikke haar, haar eenige schoonheid,
+was gewoonlijk stijf in elkaar gedraaid, om uit den weg te zijn. Jo had ronde schouders, groote handen en voeten, iets slordigs
+in haar kleeding en een zekere linkschheid in haar manieren, die duidelijk deed zien, dat ze den kinderlijken leeftijd ontgroeide
+en dit alles behalve plezierig vond. Elisabeth, of Bets, zooals ieder haar noemde, was een blozend, blond dertienjarig kind,
+wat verlegen, met heldere oogen, een zacht stemmetje en een vriendelijke uitdrukking, die zelden verstoord werd. Haar vader
+noemde haar &#8220;Kleine Tevredenheid,&#8221; en die naam paste volkomen bij haar; want ze scheen in een gelukkig eigen wereldje te leven,
+waar ze alleen nu en dan uitkwam, om de weinigen, die ze vertrouwde en liefhad, te ontmoeten. Amy, hoewel de jongste, was
+een zeer gewichtig persoontje, ten minste in haar eigen schatting. Een blank, blond kind, met blauwe oogen en mooie krullen,
+die tot op haar rug hingen; bleek en tenger, en zich altijd gedragende als een welopgevoede dame.
+
+</p>
+<p>&#8217;t Sloeg zes uur; en nadat Bets den haard had bijgeveegd, zette ze een paar pantoffels te warmen. Het gezicht van die oude
+schoenen had een goede uitwerking op de meisjes; want Moeder zou weldra thuiskomen en aller gezichten klaarden op om haar
+te verwelkomen. Meta hield op met preeken, en stak de lamp aan; Amy ging, zonder dat iemand iets zei, uit den leuningstoel,
+en Jo vergat haar vermoeidheid, en ging overeind zitten om de pantoffels dichter bij het vuur te houden.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ze zijn totaal versleten; Moeder moet een nieuw paar hebben.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik was van plan haar een paar nieuwe te koopen voor mijn rijksdaalder&#8221; zei Bets.
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen, dat wou ik doen!&#8221; riep Amy.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik ben de oudste,&#8221; begon Meta, maar Jo brak alles af met een beslist:
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik ben de man van het gezin, nu Vader weg is, en <i>ik</i> zal de pantoffels koopen, want hij heeft mij opgedragen vooral op Moeder te passen, zoolang hij weg was,&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen, weet je wat we moesten doen?&#8221; bedacht Bets, &#8220;laten wij haar alle vier iets geven met Kerstmis en niets voor onszelf
+koopen.&#8221;
+<span class="pageno">
+[5]
+</span></p>
+<p>&#8220;Dat is juist iets voor Bep! Wat zullen we geven?&#8221; riep Jo.
+
+</p>
+<p>Allen dachten een poos na; toen kondigde Meta aan, alsof zij door het zien van haar eigen mooie handjes op dien inval was
+gekomen: &#8220;Ik geef een paar handschoenen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik een paar flinke laarzen; de beste die er te krijgen zijn!&#8221; riep Jo.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik wat zakdoeken, zelf gezoomd,&#8221; zei Bets.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik koop een fleschje eau de cologne; Moes houdt er veel van, en &#8217;t zal niet zoo erg veel kosten; dan blijft er nog iets over
+om voor mezelf wat te koopen,&#8221; voegde Amy er bij.
+
+</p>
+<p>&#8220;Hoe zullen we alles geven?&#8221; vroeg Meta.
+
+</p>
+<p>&#8220;Alles op tafel leggen en dan Moeder binnen laten komen, dan zien we, hoe ze de pakjes openmaakt. Weet je niet meer, dat we
+dat vroeger op onze verjaardagen deden?&#8221; vroeg Jo.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik vond het altijd zoo griezelig als &#8217;t mijn beurt was om in den grooten stoel te zitten met een krans op, en als jullie
+dan allemaal binnenkwamen om mij de presenten te geven en te kussen, maar ik vond het verschrikkelijk de pakjes open te maken,
+terwijl iedereen naar me zat te kijken,&#8221; zei Bets, die, te gelijk met het brood voor de thee, haar gezichtje voor het vuur
+roosterde.
+
+</p>
+<p>&#8220;Laat Moeder denken, dat we presenten voor onszelf koopen en haar dan verrassen. We moeten er morgenmiddag op uit, Meet; er
+is nog heel wat te doen voor de comedie op Kerstavond,&#8221; zei Jo, die, met de handen op den rug en den neus in de lucht, de
+kamer op en neer liep.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik ben niet van plan in &#8217;t vervolg mee te spelen, ik word te oud voor die dingen,&#8221; zei Meta, die zich intusschen nog kinderlijk
+verheugde over een verkleedpartij.
+
+</p>
+<p>&#8220;En ik wed, dat jij niet aan uitscheiden zult denken, zoolang je nog wandelen kunt in een witte japon, met hangende haren
+en een goudpapieren diadeem. Jij bent onze beste actrice, en als jij de planken vaarwel zegt, valt alles in duigen,&#8221; zei Jo.
+&#8220;We moesten vanavond eens repeteeren. Kom hier, en doe de flauw-val-sc&egrave;ne eens, want dat doe je zoo stijf als een lantaarnpaal.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Daar kan ik niets aan doen, ik heb nog nooit iemand zien flauw vallen, en ik heb geen lust mij bont en blauw te maken door
+zoo maar plat op den grond te rollen, zooals jij. Als ik me gemakkelijk neer kan laten zakken, zal ik het doen; maar kan dat
+niet, dan ben ik van plan zoo gracieus mogelijk op een stoel te vallen; ik geef er niets om, of Hugo met een pistool op mij
+afkomt,&#8221; zei Amy, die de gave voor &#8217;t dramatische miste, maar gekozen was, omdat zij, als de kleinste, door den held van het
+stuk gillende kon worden weggedragen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Zoo moet je &#8217;t doen; wring zoo je handen, waggel dan door de kamer en roep wanhopig: &#8220;Roderigo! red mij, red mij!&#8221; en Jo
+viel in onmacht, met zulk een hartroerenden kreet, dat hij de anderen door merg en been ging.
+<span class="pageno">
+[6]
+</span></p>
+<p>Amy trachtte het haar na te doen, maar ze stak haar handen zoo houterig voor zich uit en zwaaide heen en we&ecirc;r, alsof zij door
+touwtjes in beweging werd gebracht. Ook deed haar &#8220;Auw!&#8221; eerder denken dat ze met spelden geprikt werd, dan dat ze bezweek
+van schrik en angst. Jo zuchtte wanhopig en Meta lachte hardop, terwijl Bets haar brood liet verbranden, door al te aandachtig
+naar het spel te kijken.
+
+</p>
+<p>&#8220;Het geeft geen steek! doe het zoo goed je kunt, als de tijd daar is, maar als de toeschouwers fluiten, moet je &#8217;t <i>mij</i> niet wijten. Kom Meta, ga door.&#8221;
+
+</p>
+<p>Alles ging verder goed, want Don Pedro tartte de wereld, zonder een woord te haperen in een speech van twee bladzijden lang.
+Hagar, de heks, zong een verschrikkelijk lied over haar ketel kokende padden, wat een ontzaglijke uitwerking had; Roderigo
+verbrak met mannenmoed zijn ketenen, en Hugo stierf, onder vreeselijke folteringen van berouw en arsenicum, met den wilden
+kreet: &#8220;ha! ha!&#8221; op de lippen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat is nog het beste, wat we gehad hebben,&#8221; vond Meta, toen de doode schavuit opzat en zijn ellebogen wreef.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik begrijp niet, hoe je zulke prachtige dingen kunt maken en spelen! Jo, je bent een tweede Shakespeare!&#8221; riep Bets, vast
+overtuigd, dat haar zuster, v&oacute;&oacute;r alle dingen, een bewonderenswaardig groot talent had gekregen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Niet precies,&#8221; antwoordde Jo bescheiden. &#8220;Ik geloof wel, dat &#8220;de Vloek van de Heks&#8221; nogal aardig is, maar ik zou zoo graag
+&#8220;Macbeth&#8221; eens probeeren, als we maar een valdeur hadden voor Banquo. H&egrave;, ik gaf wat om de partij van den moordenaar eens
+op me te nemen! Is dat een dolk, dien ik daar voor mij zie?&#8221; prevelde Jo, met rollende oogen en met de vuist in de lucht slaande,
+zooals ze een beroemd acteur eens had zien doen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen, het is de roostervork met Moeders pantoffel er aan, in plaats van een boterham. Bets is een en al spel!&#8221; riep Meta,
+en de repetitie eindigde onder algemeen gelach.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik ben blij jullie allemaal zoo vroolijk bij elkaar te vinden, kinderen,&#8221; zei een vriendelijke stem, en spelers en toeschouwers
+keerden zich verrast om, naar een gezette dame, die iets echt gezellig moederlijks over zich had. Ze was niet bepaald mooi,
+maar moeders zijn altijd lief in de oogen van hun kinderen, en de meisjes vonden de dame in den grijzen mantel en den ouderwetschen
+hoed de bewonderenswaardigste vrouw ter wereld.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wel, lievelingen, hoe is het vandaag gegaan? Er was zooveel te doen met het inpakken van de kisten, die morgen verzonden
+moeten worden, dat ik niet thuis kon komen eten. Is er iemand geweest, Bets? Hoe is het met de verkoudheid, Meta? Jo, je ziet
+er doodmoe uit. Kleintje, kom mij eens een kus geven!&#8221;
+
+</p>
+<p>Onder deze moederlijke vragen deed Mevrouw March haar natte bovenkleederen af, haar warme pantoffels aan, zette zich in den
+<span class="pageno">
+[7]
+</span>gemakkelijken stoel en trok Amy op haar schoot, om nu eens recht te genieten van het gelukkigste uur van den ganschen dag.
+De meisjes liepen rond om alles prettig in orde te maken, Meta zette de theetafel klaar, Jo legde blokjes op het vuur, schoof
+de stoelen om de tafel, liet alles vallen, gooide alles om en stootte tegen alles, wat ze aanraakte. Bets liep van de kamer
+naar de keuken en omgekeerd, stil en bedrijvig, terwijl Amy iedereen aanwijzingen deed en met de armen over elkaar zat toe
+te kijken.
+
+</p>
+<p>Toen allen gezeten waren zei mevrouw March met een blij gezicht: &#8220;Ik heb een heerlijke verrassing voor jullie na de thee.&#8221;
+Het was of een zonnestraal over al de gezichtjes ging. Bets klapte in de handen, zonder te denken om de beschuit, die ze juist
+opgenomen had, en Jo gooide haar servet in de lucht, en riep: &#8220;Een brief, een brief! Drie hoera&#8217;s voor Vader!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja, een heerlijke lange brief. Vader is heel wel, en denkt, dat hij den winter beter door zal komen dan we dachten. Hij zendt
+alle mogelijke goede wenschen voor het Kerstfeest en een afzonderlijke boodschap voor jullie vieren,&#8221; zei mevrouw March, over
+haar zak strijkende, alsof zij daar een schat bewaarde.
+
+</p>
+<p>&#8220;Maak dan wat voort, dat wij gauw klaar zijn. Houd ons nu maar niet op, met je pink te bekijken en op je bord te knoeien,
+Amy,&#8221; riep Jo, die half stikte in haar thee, en in haar haast om klaar te komen, haar boterham, met den gesmeerden kant naar
+onderen, op het kleed liet vallen.
+
+</p>
+<p>Bets at niet meer, maar sloop naar haar rustig hoekje, om daar te soezen over het genot, dat haar wachtte, als de anderen
+klaar waren.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik vind het zoo prachtig van Vader, dat hij mee is getrokken als veldprediker, nu hij te oud was om met het detachement te
+gaan en niet sterk genoeg meer, om soldaat te zijn,&#8221; zei Meta met warmte.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat zou ik me graag als trommelslager of als marketentster of als verpleegster opgeven, om bij hem te zijn en hem te helpen,&#8221;
+zuchtte Jo.
+
+</p>
+<p>&#8221;&#8217;t Lijkt mij afschuwelijk, in een tent te slapen en allerlei akelige dingen te eten en uit een tinnen kroes te drinken,&#8221;
+zei Amy.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wanneer komt hij terug, Moeder?&#8221; vroeg Bets met een bevende stem.
+
+</p>
+<p>&#8220;Nog in verscheiden maanden niet, kindlief, tenzij hij ziek werd. Hij zal daar blijven en zijn werk doen, zoolang hij kan,
+en wij willen hem niet vragen een minuut vroeger terug te komen dan hij gemist kan worden. Komt nu naar den brief luisteren.
+
+</p>
+<p>Ze gingen allen bij het vuur zitten, Moeder in den grooten stoel, Bets aan haar voeten, Meta en Amy ieder op een arm van den
+stoel, en Jo over den rug leunende, waar niemand eenig teeken van ontroering kon opmerken, als de brief soms aandoenlijk mocht
+zijn.
+
+</p>
+<p>Zelden werd in die moeilijke dagen<a id="d0e249src" href="#d0e249" class="noteref">1</a> een brief geschreven, die <span class="pageno">
+[8]
+</span><i>niet</i> aandoenlijk was, vooral wanneer een vader er een naar huis zond. In dezen werd echter weinig gezegd van de geleden ontberingen,
+de doorgestane gevaren, of het verlangen naar huis; het was een opgeruimde, hoopvolle brief, vol van levendige beschrijvingen
+van het kamp, de marschen en allerlei oorlogsnieuws; en eerst aan het einde vloeide het hart van den schrijver over van vaderlijke
+liefde en verlangen naar de dochtertjes thuis.
+
+</p>
+<p>&#8220;Groet ze alle vier recht hartelijk van mij met een kus. Zeg hun, dat ik den heelen dag aan hen denk en voor hen bid, en mijn
+grootsten troost te allen tijde vind in de gedachte, hoe lief ze mij hebben. Een jaar zonder ze te zien, schijnt me ontzettend
+lang toe, maar herinner ze, dat we al wachtende werken kunnen, zoodat die moeilijke dagen niet verloren hoeven te gaan. Ik
+weet, dat ze alles zullen onthouden, wat ik hun gezegd heb, dat ze lief en hartelijk voor je zullen zijn, getrouw hun plichten
+zullen vervullen, hun kleine zonden moedig bestrijden, en zoo leeren beheerschen, dat ik, wanneer ik terugkom, trotscher dan
+ooit zal kunnen zijn op mijn kleine meisjes.&#8221;
+
+</p>
+<p>Allen snuften bij dat gedeelte; Jo schaamde zich niet over den dikken traan, die van haar neus droppelde, en Amy gaf er niet
+om, dat haar krullen in gevaar kwamen, toen zij haar gezicht verborg op haar moeders schouder en snikkend uitriep: &#8220;Ik <i>ben</i> een zelfzuchtig spook! maar ik zal heusch mijn best zien te doen, dat Vader niet teleurgesteld is, als hij terugkomt.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;We zullen allemaal ons best doen!&#8221; zei Meta. &#8220;Ik denk er veel te veel over, hoe ik er uitzie en mopper op mijn werk, maar
+dat zal ik niet meer doen&#8212;tenminste, ik zal het probeeren.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;En ik zal trachten te worden, wat hij me zoo graag ziet: &#8220;een <i>echt</i> meisje&#8221;, en niet zoo ruw en wild zijn; maar hier mijn plichtjes doen en niet altijd naar iets anders verlangen,&#8221; beloofde
+Jo, die het echter veel moeilijker vond thuis in haar humeur te blijven, dan tegenover een paar rebellen te staan.
+
+</p>
+<p>Bets zei niets, maar veegde haar tranen af met de blauwe soldatensok en begon uit alle macht te breien, alsof ze geen tijd
+wilde verliezen in het volbrengen van den plicht die het eerst voor de hand lag, terwijl ze in haar zacht hartje het besluit
+nam, alles te zijn, wat haar vader hoopte in haar te zullen vinden, wanneer over een jaar de blijde hereeniging voor de deur
+stond. Mevrouw March verbrak de stilte, die op Jo&#8217;s woorden volgde, door op vroolijken toon te zeggen: &#8220;Herinneren jullie
+je nog wel, hoe dikwijls jullie &#8220;De Pelgrimstocht&#8221;<a id="d0e272src" href="#d0e272" class="noteref">2</a> speelden, toen jullie nog kleine kinderen waren? Niets was prettiger dan wanneer ik jullie kussens op den <span class="pageno">
+[9]
+</span>rug bond bij wijze van pak, en hoeden en stokken gaf en rollen papier, en jullie door het huis liet trekken, van den kelder,
+die de &#8220;Stad des Verderfs&#8221; was, naar boven al maar naar boven, tot aan het platte dak, waar we alle mogelijke aardige dingen
+bijeenverzameld hadden om een &#8220;Hemelsche Stad&#8221; te maken.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja, ja, dat was dol!&#8221; riep Jo, &#8220;vooral als we de leeuwen voorbij moesten, of met Apollyon moesten vechten, of de vallei doortrokken
+waar de booze geesten waren.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik hield het meest van de plaats, waar onze pakken afvielen en van de trappen rolden,&#8221; zei Meta.
+
+</p>
+<p>&#8220;Mijn lievelingsplekje was boven op het platte dak, waar de bloemen en prieeltjes waren en onze mooie dingen, als we daar
+allemaal van blijdschap in den zonneschijn stonden te zingen,&#8221; zei Bets glimlachend, alsof ze dat heerlijk oogenblik nog eens
+doorleefde.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik herinner er mij niet veel meer van, behalve dat ik bang was voor den kelder en den donkeren ingang, en het heerlijk vond,
+als ik de koek en de melk had, die wij boven kregen. Als ik niet veel te oud was voor zulke dingen, zou ik het graag nog eens
+over spelen,&#8221; zei Amy, die er, op den gevorderden leeftijd van twaalf jaar, over begon te praten kinderlijke spelen te laten
+varen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Voor dat spel zijn we nooit te oud, kindlief, omdat we het op de een of andere wijze altijd spelen. Ieder heeft zijn last
+te dragen, onze weg ligt v&oacute;&oacute;r ons, en het verlangen om goed en gelukkig te zijn is de gids, die ons door allerlei moeilijkheden
+en misgrepen tot het vredige geluk leidt, dat met de Hemelsche Stad bedoeld wordt. Denk er maar eens over, om den pelgrimstocht
+nog eens weer te beginnen, niet spelend maar in ernst, en te zien hoever jullie &#8217;t brengen kunt, voordat Vader thuis komt.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Maar, Moeder, wat zijn onze pakken dan?&#8221; vroeg Amy, die alles letterlijk opvatte.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wel, behalve Bets, hebben jullie allemaal al gezegd, wat je bezwaarde, en ik zou haast denken, dat zij niets heeft,&#8221; zei
+mevrouw March.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja zeker wel; ik houd niet van vuile borden wasschen en stof afnemen; ik benijd altijd de meisjes, die een mooie piano hebben,
+en dan vind ik zoo naar, ik altijd verlegen ben voor vreemde menschen.&#8221;
+
+</p>
+<p>Het pak van Bets scheen de anderen zoo grappig toe, dat ze moeite hadden niet te lachen; maar ze bedwongen zich, want het
+zou haar erg gegriefd hebben.
+
+</p>
+<p>&#8220;Als we &#8217;t eens deden,&#8221; zei Meta peinzend. &#8220;Het is maar een andere naam voor probeeren om goed te zijn, en het verhaal zal
+ons misschien helpen; want al willen we ook nog zoo graag, het is vreeselijk moeilijk, en we vergeten het telkens weer.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;We waren van avond in den &#8220;Poel der Moedeloosheid&#8221; tot Moeder kwam en er ons uittrok, zooals &#8220;Helper&#8221; in het boek deed. <span class="pageno">
+[10]
+</span>We moesten onze perkamenten rollen hebben met de aanwijzing, zooals Christiaan van Evangelist kreeg. Wat zullen wij daarvoor
+gebruiken?&#8221; vroeg Jo, verrukt over dien inval, die een kleurtje gaf aan de zoo drooge taak van haar plicht doen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Kijk op Kerstmorgen maar eens onder je kussen, daar zul je je gids vinden,&#8221; zei mevrouw March.
+
+</p>
+<p>Terwijl de oude Hanna de tafel opruimde, spraken ze over het nieuwe plan; toen werden de vier kleine werkdoosjes voor den
+dag gehaald, en de naalden vlogen door de lakens, die de meisjes voor tante March naaiden. Het was een vervelend werk, maar
+niemand was vanavond ontevreden. Ze volgden Jo&#8217;s idee om de lange zoomen in vier deelen te verdeelen en ze Europa, Azi&euml;, Afrika
+en Amerika te noemen; zoo kwamen ze een heel eind vooruit, onder &#8217;t praten over de verschillende landen, die ze al zoomende
+moesten doortrekken.
+
+</p>
+<p>Om negen uur werd het werk opgeborgen en zongen ze zooals altijd, eer ze naar bed gingen. Niemand, behalve Bets, kon nog muziek
+ontlokken aan de oude piano; &#8217;t was of zij de gele toetsen op een bijzondere manier aanraakte, en de eenvoudige liederen,
+die zij zongen, wist ze altijd even prettig te begeleiden. Meta had een stem als een lijster en zij en haar moeder leidden
+het kleine koor. Amy zong als een krekeltje, en Jo kwinkeleerde naar welgevallen, maar kwam altijd verkeerd uit met een triller
+of iets dergelijks, hetgeen elke droefgeestige melodie totaal bedierf. Dat hadden ze altoos gedaan van het oogenblik, waarop
+ze konden lispelen:
+
+</p>
+<p class="beforeline"></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">Weet gij hoeveel hejde terren,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">Aan den blauwen hemel taan.</span></p>
+<p class="afterline"></p>
+<p>en het was eene vaste gewoonte geworden, want Moeder March was eene geboren zangeres. &#8217;s Morgens was haar stem het eerste
+wat gehoord werd, als ze het huis doorliep, zingend als een leeuwerik, en het laatste geluid &#8217;s avonds was hetzelfde lieflijke
+lied, want de meisjes werden nooit te oud voor dat overbekende wijsje.
+
+
+
+</p>
+<p></p>
+<hr class="noteseparator">
+<div class="notetext">
+<p class="notetext"><a id="d0e249" href="#d0e249src" class="noteref">1</a> In den burgeroorlog dien de Noordelijke en Zuidelijke Staten van N. Amerika voerden over de afschaffing der slavernij.
+</p>
+</div>
+<div class="notetext">
+<p class="notetext"><a id="d0e272" href="#d0e272src" class="noteref">2</a> <i>The Pilgrim&#8217;s Progress</i>, een beroemd boek van den Engelschen schrijver John Bunyan. (Nederlandsche uitgaven verschenen bij D. Bolle te Rotterdam).
+De pelgrim Christiaan had op zijn reis naar de Hemelsche Stad allerlei moeilijkheden te overwinnen, zooals &#8220;de leeuwen&#8221;, &#8220;Apollyon&#8221;,
+een gevleugeld monster, &#8220;de booze geesten&#8221; enz.
+</p>
+</div>
+<p class="div1"><a id="d0e316"></a></p>
+<h1 class="label">Hoofdstuk II.</h1>
+<h1>Een vroolijk Kerstfeest.</h1>
+<p>Jo werd het eerst wakker op den grauwen, schemerachtigen Kerstmorgen. Er hingen geen kousen bij den haard, en gedurende een
+paar minuten voelde ze zich even teleurgesteld, als toen, jaren geleden, haar kleine kous op den grond viel, omdat die zoo
+volgestopt was met lekkernijen. Toen herinnerde ze zich de belofte van haar moeder, stak haar hand onder het kussen en haalde
+er een rood <span class="pageno">
+[11]
+</span>gebonden boek onder uit. Ze kende het heel goed, want het was de mooie, oude geschiedenis van het beste leven, dat ooit geleefd
+is, en Jo voelde, dat het een trouwe gids was voor elken pelgrim, die de lange reis ging aanvaarden. Ze maakte Meta wakker
+met &#8220;een gelukkig Kerstfeest&#8221; en riep haar toe eens gauw te zien wat er onder haar kussen lag. Een groen boek kwam te voorschijn,
+met hetzelfde plaatje er in en een paar woorden door haar moeder geschreven, waardoor dit eenige kerstgeschenk heel kostbaar
+werd in de oogen der meisjes. Weldra werden Bets en Amy ook wakker, zochten en vonden hun boeken ook dadelijk&#8212;het eene grijs,
+het andere blauw; en alle vier zaten ze er naar te kijken en over te praten, terwijl het Oosten rood gekleurd werd door den
+aanbrekenden dag.
+
+</p>
+<p>In weerwil van haar kleine ijdelheden was Meta een zacht, goedhartig meisje, dat onbewust een goeden invloed uitoefende op
+haar zusters, vooral op Jo, die innig veel van haar hield en dikwijls haar raad volgde, omdat Meta haar op zoo&#8217;n vriendelijke
+manier terecht wees.
+
+</p>
+<p>&#8220;Kinderen,&#8221; zei Meta ernstig, en keek van het verwarde hoofd naast haar, naar de twee krullebollen in de andere kamer. &#8220;Moeder
+hoopt, dat we de boeken zullen lezen, en er naar handelen, en we moeten er dadelijk mee beginnen. Wij deden het vroeger heel
+trouw, maar sedert Vader weg is en al de drukte van den oorlog ons uit ons gewone doen bracht, hebben wij &#8217;t schandelijk verwaarloosd.
+Jullie kunt doen, wat je wilt, maar <i>ik</i> zal mijn boek hier op tafel laten liggen en er elken morgen, als ik wakker word, wat in lezen.&#8221;
+
+</p>
+<p>De daad bij het woord voegende, deed Meta dadelijk haar nieuwe boek open en begon. Jo sloeg een arm om haar heen en las ook,
+tegen Meta aangeleund, met een zeldzaam rustige uitdrukking op haar beweeglijk gezicht.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat is Meta toch goed! Kom Amy, laten wij ook gaan lezen. Ik zal je wel helpen met de moeilijke woorden, en de anderen zullen
+het ons wel uitleggen, als we iets niet begrijpen,&#8221; fluisterde Bets, die sterk onder den indruk was van de mooie boeken en
+het voorbeeld van haar oudste zuster.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik ben blij, dat het mijne blauw is,&#8221; zei Amy. Daarop werd het stil in de kamer, terwijl de bladzijden zachtjes omgeslagen
+werden, en het winterzonnetje naar binnen sloop om de frissche, ernstige gezichtjes een kerstgroet te brengen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Waar is Moeder&#8221; vroeg Meta, toen zij en Jo een half uur later naar beneden liepen om voor het cadeau te bedanken.
+
+</p>
+<p>&#8220;De hemel mag &#8217;t weten! Het een of ander arm schepsel kwam bedelen en je Ma ging er dadelijk heen om te zien wat ze noodig
+had. Er is geen tweede mensch zoo op de heele wereld; om zoo maar eten en drinken en kleeren en brandstof weg te geven,&#8221; zei
+Hanna, die in het gezin gewoond had, sedert Meta geboren was, en <span class="pageno">
+[12]
+</span>door allen meer als een vriendin dan als een dienstbode werd beschouwd.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ze zal wel gauw terugkomen, denk ik; maak dus maar alles klaar,&#8221; zei Meta en zag de cadeaux nog eens na, die in een mandje
+bij elkaar lagen en onder de canap&eacute; verborgen waren, om op het rechte oogenblik voor den dag te komen. &#8220;Maar waar is Amy&#8217;s
+fleschje eau de cologne?&#8221; voegde ze er bij.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ze heeft het een oogenblik geleden weggenomen en is er mee weggeloopen, om er een lint of zoo iets om te doen,&#8221; antwoordde
+Jo, door de kamer springende, om de eerste stijfheid weg te dansen van de nieuwe pantoffels.
+
+</p>
+<p>Wat zien mijn zakdoeken er netjes uit, niet? Hanna heeft ze voor me gewasschen en gestreken en ik heb ze alle geborduurd,&#8221;
+zei Bets, met voldoening de min of meer onregelmatige letters bekijkende, die haar zooveel moeite gekost hadden.
+
+</p>
+<p>&#8220;Och, goed schaap, daar heeft zij er &#8220;Moeder&#8221; op gezet in plaats van &#8220;M. March&#8221;; hoe kom j&#8217;er bij!&#8221; riep Jo en nam er een
+in de hand.
+
+</p>
+<p>&#8220;Is het niet goed? ik dacht, dat het juist beter was zoo, omdat Meta&#8217;s letters ook &#8220;M.M.&#8221; zijn, en ik liever niet wou, dat
+iemand anders ze gebruikte dan Moeder,&#8221; zei Bets verlegen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Het is heel goed zoo, Bets, en heel aardig bedacht; heel slim ook, want nu is er geen vergissing mogelijk. Moeder zal er
+erg blij mee zijn, dat weet ik,&#8221; zei Meta met een afkeurend gebaar voor Jo en een glimlach voor Bets.
+
+</p>
+<p>&#8220;Daar is Moeder, stop het mandje gauw weg,&#8221; riep Jo, toen er een deur werd dicht gedaan en stappen in de gang weerklonken.
+Amy kwam haastig binnen en keek wel wat verlegen, toen ze zag, dat al de zusters op haar wachtten.
+
+</p>
+<p>&#8220;Waar ben je geweest, en wat hou je daar achter je rug?&#8221; vroeg Meta, verbaasd dat luie Amy, naar haar mantel en hoed te oordeelen,
+al zoo vroeg was uit geweest.
+
+</p>
+<p>&#8220;Lach mij niet uit, Jo; ik had gehoopt, dat niemand het van te voren zou gemerkt hebben. Ik ben alleen maar het kleine fleschje
+gaan verruilen voor een grooter, en ik heb er <i>al</i> mijn geld voor gegeven, want ik wil <i>echt</i> probeeren niet meer ego&iuml;stisch te zijn.&#8221;
+
+</p>
+<p>Al sprekende liet Amy de groote flesch zien, die in de plaats van de goedkoope was gekomen. Ze zag er zoo ernstig uit in haar
+streven naar zelfverloochening, dat Meta haar omhelsde en Jo haar de bovenste beste noemde, terwijl Bets naar het raam liep
+en haar mooiste roos plukte, om er de statige flesch mee te versieren.
+
+</p>
+<p>&#8220;Zie je, ik schaamde me eigenlijk over mijn cadeau, na ons praten en lezen over goed zijn, en toen ben ik gauw uitgegaan om
+het te ruilen. H&egrave;, ik ben er z&oacute;&oacute; blij om, want nu is mijn cadeau het mooiste.&#8221;
+
+</p>
+<p>Weer werd de voordeur toegedaan en vloog de mand onder de canap&eacute;. De meisjes stoven naar de tafel, vol verlangen uitziende
+naar het ontbijt.
+<span class="pageno">
+[13]
+</span></p>
+<p>&#8220;Een gelukkig Kerstfeest, Moeder! En nog vele jaren na dezen! Dank u wel voor uw boek; we hebben er al in gelezen en zijn
+van plan het elken dag te doen,&#8221; riepen ze in koor.
+
+</p>
+<p>&#8220;Een gelukkig Kerstfeest, mijn dochtertjes! Ik ben blij dat jullie dadelijk begonnen bent en hoop, dat je er mee voort zult
+gaan. Maar ik moet jullie eerst iets vertellen, voordat we gaan zitten. Niet ver van ons huis is een arme vrouw met een pas
+geboren kindje. Zes kinderen zijn bij elkander in &eacute;&eacute;n bed gekropen om niet te bevriezen, want zij hebben geen vuur. Er is
+niets om te eten; en het oudste jongetje kwam mij vertellen, dat ze honger en kou leden. Meisjes, willen jullie je ontbijt
+afstaan voor een Kerstgeschenk?&#8221;
+
+</p>
+<p>Van &#8217;t lange wachten hadden alle vier ergen honger, en gedurende een oogenblik antwoordde niemand; maar ook slechts &eacute;&eacute;n oogenblik;
+toen riep Jo ontstuimig:
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik ben zoo blij, dat u kwam, voordat we begonnen waren.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Mag ik meegaan en alles helpen dragen voor de arme kindertjes?&#8221; vroeg Bets.
+
+</p>
+<p>&#8220;En ik den room en de krentenbroodjes brengen,&#8221; verzocht Amy, manmoedig afstand doende van de dingen, waar ze het meest van
+hield.
+
+</p>
+<p>Meta was al bezig de kadetjes en krentenbroodjes te smeren en stapelde ze op een groote schaal.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik dacht wel dat jullie het zoudt doen,&#8221; zei mevrouw March, tevreden glimlachend. &#8220;Je kunt allemaal meegaan om me te helpen
+dragen, en als we terugkomen, zullen wij met boterhammen en melk ontbijten en van middag onze scha inhalen.&#8221;
+
+</p>
+<p>Zoodra ze klaar waren, zette de optocht zich in beweging. Gelukkig was het nog vroeg, en gingen zij door achterstraatjes;
+weinig menschen zagen hen dus en niemand lachte om de grappige processie. Ze vonden een armoedige, leege, ellendige kamer,
+met gebroken ruiten, zonder vuur, eene zieke moeder, een schreiende baby, en een troepje bleeke, hongerige kinderen onder
+&eacute;&eacute;n oude gescheurde deken gestopt, in de hoop warm te blijven. Wat zetten zij groote oogen op, en hoe glimlachten de blauwe
+lippen, toen de meisjes binnenkwamen!
+
+</p>
+<p>&#8220;Ach, lieber Gott! dat zijn goede engelen, die daar komen!&#8221; riep de arme vrouw en stortte tranen van vreugde.
+
+</p>
+<p>&#8220;Grappige engelen, met hoeden en gebreide handschoenen,&#8221; zei Jo en maakte ze aan het lachen. Binnen weinige minuten zag het
+er waarlijk uit alsof goede geesten aan het werk waren geweest. Hanna, die wat hout had gebracht, maakte een vuurtje aan en
+stopte de gebroken ruiten met oude kranten en haar eigen doek. Mevrouw March gaf de moeder wat thee en sago, en troostte haar
+door beloften van hulp, terwijl ze het kleine kindje zoo teeder aankleedde, alsof het haar eigen was geweest. De meisjes dekten
+intusschen de tafel, zetten de kinderen om het vuur, en voedden <span class="pageno">
+[14]
+</span>hen, alsof ze hongerige vogeltjes waren, lachten en praatten, en probeerden hun grappig gebroken taaltje te begrijpen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Das ist gut!&#8221; &#8220;Die Engel-kinder!&#8221; riepen de arme schapen, terwijl ze zaten te eten, en hun verkleumde handjes in den heerlijken
+gloed koesterden. De meisjes waren nooit te voren engelen-kinderen genoemd, en vonden het heel aardig, vooral Jo, die sinds
+haar geboorte als de clown van de familie beschouwd was. &#8217;t Was een heerlijk ontbijt, hoewel zij er niets van mee kregen;
+en toen ze naar huis gingen, zooveel geluk achterlatende, waren er geloof ik in de gansene stad geen vroolijker schepseltjes
+dan de vier hongerige meisjes, die hun ontbijt hadden weggegeven en zich op dien Kerstmorgen tevreden stelden met brood en
+melk.
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat is zijn naasten liever hebben dan zich zelf; ik vond het toch wel prettig,&#8221; zei Meta, terwijl de meisjes hun cadeautjes
+uitstalden, en mevrouw March boven bezig was wat kleeren voor de arme hummels bij elkaar te zoeken.
+
+</p>
+<p>Het was volstrekt geen prachtige vertooning, maar er was veel liefde in de kleine pakjes; en de groote vaas met roode rozen,
+witte chrysanthemums en afhangende wingerdranken, die in het midden stond, gaf bepaald een elegant aanzien aan de tafel.
+
+</p>
+<p>&#8220;Daar komt ze! Vooruit, Bets! Doe de deur open, Amy. Drie hoera&#8217;s voor Moeder!&#8221; riep Jo, heen en weer springende, terwijl
+Meta naar haar moeder liep om haar naar de eereplaats te geleiden.
+
+</p>
+<p>Betsy speelde haar vroolijksten marsch, Amy rukte de deur open, en Meta leidde haar moeder met de grootste waardigheid op.
+Mevrouw March, te gelijk verbaasd en ontroerd, glimlachte met de oogen vol tranen, terwijl ze haar cadeaux bekeek en de briefjes
+las, die er bij lagen. De pantoffels werden dadelijk aangetrokken, een nieuwe zakdoek ging aanstonds in den zak, bevochtigd
+met Amy&#8217;s eau-de-cologne, de roos prijkte al heel gauw in haar japon en de mooie handschoenen bleken keurig te passen.
+
+</p>
+<p>Er werd heel wat gelachen, gekust en verteld, op de eenvoudige gezellige manier, die huiselijke feestjes op &#8217;t oogenblik zelf
+zoo prettig maken, en zoo&#8217;n heerlijke herinnering achterlaten, en toen gingen allen weer aan het werk.
+
+</p>
+<p>De morgenbezigheden namen zooveel tijd in beslag, dat het overige van den dag gewijd werd aan toebereidselen voor de avondvermakelijkheden.
+Daar de meisjes nog te jong waren om dikwijls naar de komedie te gaan, en niet rijk genoeg om zich groote uitgaven te veroorloven
+voor de voorstellingen thuis, moesten zij hun verbeelding meestal te hulp roepen, en daar de noodzakelijkheid de moeder is
+der uitvinding, maakten ze zelf alles, wat ze noodig hadden. Sommige van hun voortbrengselen waren wezenlijk heel aardig;
+gitaars van bordpapier, antieke lampen van ouderwetsche sauskommetjes gemaakt en met zilverpapier beplakt, prachtige japonnen
+van oud katoen, schitterend van tinnen loovertjes, uit een fabriek van ingelegd zuur afkomstig en wapenrustingen met <span class="pageno">
+[15]
+</span>stukjes van dezelfde metalen edelgesteenten versierd: afval van de deksels van inmaakblikken. Het huisraad werd gewoonlijk
+onderste boven gehaald en de groote kamer was het tooneel van menig onschuldig feest.
+
+</p>
+<p>Heeren werden niet toegelaten; dus kon Jo naar hartelust de mannenrollen op zich nemen, en ze was telkens weer verrukt over
+een paar bruinleeren laarzen, die ze van een vriendin gekregen had, die een dame kende, die weer een acteur kende. Deze laarzen,
+een oude floret en een oud fluweelen riddercostuum, dat eens door een schilder gebruikt was voor een schilderij, waren Jo&#8217;s
+grootste schatten en kwamen bij elke gelegenheid op de proppen. Daar het gezelschap uit zoo weinig leden bestond, moesten
+de twee voornaamste acteurs noodzakelijk in verscheidene rollen optreden; en ze verdienden ongetwijfeld grooten lof voor de
+inspanning, die ze zich getroostten, drie of vier verschillende partijen van buiten te leeren, pakken te verwisselen en daarenboven
+de leiding en tooneelschikking op zich te nemen. Het was een uitmuntende oefening voor het geheugen, een onschuldig genoegen,
+en vulde menig uur, dat anders met luieren, vervelend zou zijn doorgebracht.
+
+</p>
+<p>Op Kerstavond nam een dozijn meisjes plaats in het ledikant dat de loge voorstelde, en zat achter de blauwe en gele sitsen
+gordijnen in een staat van gespannen verwachting. Er was nogal geritsel en gefluister op het tooneel, het rook naar het stoomen
+van een lamp, en af en toe hoorde men het gesmoord gegichel van Amy, die zenuwachtig werd door de opwinding van het oogenblik.
+Weldra luidde de bel, de gordijnen werden weggetrokken, en de tragedie nam een aanvang.
+
+</p>
+<p>&#8220;Een somber woud,&#8221; volgens het eenige programma, werd voorgesteld door enkele heesters en potten, een stuk groen baai op den
+vloer en een hol op den achtergrond. In dit hol, dat een paardendek tot dak en kasten tot muren had, brandde een klein vuurtje
+in volle kracht; een zwart ijzeren potje hing er boven en een oude heks boog er zich over heen. Het tooneel was donker, en
+de gloed van het vuur maakte een fraai effekt, vooral wanneer er wezenlijk stoom kwam uit den ketel, toen de heks er het deksel
+aflichtte. De toeschouwers kregen een oogenblik om van de eerste verbazing te bekomen, toen trad Hugo, de ellendeling, op,
+met een rinkelend zwaard, een gedeukten hoed, zwarten baard, een geheimzinnigen mantel en de laarzen. Na een poosje zeer opgewonden
+heen en weer gestapt te hebben, sloeg hij zich tegen het voorhoofd, barstte los in een hartstochtelijk gezang waarin hij den
+haat uitte, dien hij Roderigo toedroeg, de liefde die hij voor Sara koesterde en zijn lieftallig besluit den een te dooden
+en de andere voor zich te winnen. De diepe toon van Hugo&#8217;s stem, die nu en dan in een heesch geschreeuw oversloeg, wanneer
+zijn gevoel hem te sterk werd, maakte geweldigen indruk, en de toeschouwers juichten hem toe, zoodra hij maar even stil hield
+om adem te scheppen. Buigende, met het <span class="pageno">
+[16]
+</span>air van iemand aan bijval gewoon, ging hij naar de grot en gelastte Hagar er uit te komen, met een gebiedend: &#8220;Halo! oude
+heks, ik heb u noodig!&#8221;
+
+</p>
+<p>Daar verscheen Meta, met een grijs paardenharen pruik, die haar over &#8217;t gezicht hing, een rood en zwart gewaad, een staf en
+allerlei kabalistische teekens op haar mantel. Hugo verlangde een drankje van haar om Sara&#8217;s liefde te winnen, en een om Roderigo
+van kant te maken.
+
+</p>
+<p>Hagar beloofde beide in een fraai dramatisch lied en slaagde er in den geest op te roepen, die den minnedrank moest brengen:
+
+</p>
+<p class="beforeline"></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">&#8220;Daal neder, gevleugelde geest, o, daal neer,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">Verlaat uwe woning bij &#8217;t geestenheir!
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">Gij, dochter der rozen, weldadige fee,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">Ach, breng ons uw kostlijken liefdedrank mee.
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">Maar maak hem heel geurig, heel zoet en heel sterk,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">Opdat hij zeer spoedig volbrenge zijn werk.
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">Ja kom, goede geest, en voldoe aan den wensch
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">Van dezen verliefden, wanhopigen mensch.&#8221;</span></p>
+<p class="afterline"></p>
+<p>Plotseling klonk een zachte muziek, en toen kwam uit den achtergrond der grot een kleine, in wolken van gaas gehulde gedaante
+te voorschijn, met schitterende vleugels, gouden lokken, en een krans van rozen op het hoofd. Een staf zwaaiende zong deze
+geest:
+
+</p>
+<p class="beforeline"></p>
+<p class="line" style="text-indent: 4em; "><span class="poetryline">&#8220;Hier daal ik neer
+</span></p>
+<p class="line" style="text-indent: 4em; "><span class="poetryline">Uit hooger sfeer.
+</span></p>
+<p class="line" style="text-indent: 3em; "><span class="poetryline">Ver boven lucht en maan,
+</span></p>
+<p class="line" style="text-indent: 3em; "><span class="poetryline">En bied den drank u aan.
+</span></p>
+<p class="line" style="text-indent: 3em; "><span class="poetryline">Hij werkt zeer snel
+</span></p>
+<p class="line" style="text-indent: 3em; "><span class="poetryline">Gebruik hem wel,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">Opdat de kracht niet moog&#8217; vergaan.&#8221;</span></p>
+<p class="afterline"></p>
+<p>en liet een klein verguld fleschje vallen voor de voeten der heks, waarna ze verdween. Een tweede lied van Hagar riep een
+tweeden geest te voorschijn, geen liefelijken, want&#8212;bons, daar sprong een leelijke dwerg het tooneel op, stootte een antwoord
+uit en wierp Hugo een donker fleschje toe, waarna hij met een honend gelach verdween. Hugo kweelde zijn dankbetuigingen, stak
+de drankjes in zijn laarzen en ging somber heen. Daarop deelde Hagar het publiek mee, dat ze hem, omdat hij in vervlogen tijden
+eenige van haar vrienden had gedood, vervloekt heeft, en nu voornemens is zich op hem te wreken door de verijdeling van zijn
+plannen. Toen viel het gordijn en konden de toeschouwers uitrusten, en onder &#8217;t genot van bonbons, de verdiensten van het
+stuk bespreken.
+
+</p>
+<p>Er moest heel wat getimmerd worden, eer het gordijn weer weggetrokken werd; maar toen het bleek welk een meesterstuk er tot
+stand was gebracht, klaagde niemand over het oponthoud. &#8217;t Was in &eacute;&eacute;n woord schitterend! Een toren reikte tot aan de zoldering;
+halfweg zag men een venster met een wit gordijn, waarachter <span class="pageno">
+[17]
+</span>een lamp stond te branden, en achter dit witte gordijn verscheen Sara, in een bekoorlijke blauwe japon met zilver versierd,
+in afwachting van Roderigo. Prachtig gekleed kwam hij aangestapt, met een gepluimde muts, een rooden mantel, kastanjebruine
+lokken, een gitaar, en de laarzen natuurlijk. Nederknielend aan den voet van den toren, bracht hij zijn aangebedene in smeltende
+tonen een serenade. Sara antwoordde en stemde er, na een gezongen gesprek, in toe, met hem te vluchten. Toen kwam het glanspunt
+van den avond; Roderigo haalde een touwladder te voorschijn, van vijf treden, wierp het eene eind omhoog en noodigde Sara
+uit er langs af te dalen. Angstig stapte ze uit het venster, legde haar hand op Roderigo&#8217;s schouder, en maakte zich juist
+gereed om bevallig naar beneden te springen, toen ze, arme, arme Sara! haar sleep vergat, die in het raam bleef haken; de toren wankelde, helde over, viel met een slag om en bedolf de ongelukkige
+gelieven onder zijn bouwvallen!
+
+</p>
+<p>Een algemeen gegil verhief zich, toen de bruine laarzen woest heen en weer schopten tusschen de ru&iuml;ne, en een goudlokkig hoofdje
+te voorschijn kwam, dat verontwaardigd riep: &#8220;Ik heb &#8217;t je wel gezegd!&#8221; Met verwonderlijke tegenwoordigheid van geest vloog
+Don Pedro, de wreede vader, toe en rukte er zijn dochter uit, met een gejaagd ter zijde: &#8220;Lach niet, net doen of alles in
+orde is!&#8221; Hij beval Roderigo op te staan, en verbande hem barsch en toornig uit zijn koninkrijk. Hoewel klaarblijkelijk verdoofd
+door den val, trotseerde Roderigo den ouden heer en weigerde zich van de plaats te verroeren. Dit onverschrokken voorbeeld
+vuurde Sara&#8217;s moed aan; zij ook weerstond haar vader, totdat hij gebood beiden naar den donkersten kerker van zijn kasteel
+te sleepen. Daarop kwam er een dappere kleine lakei binnen, met ketenen beladen, en leidde hen weg, blijkbaar zoo verschrikt
+dat hij de heele speech vergat, die hij had behooren op te zeggen.
+
+</p>
+<p>Het derde bedrijf speelde in de zaal van het kasteel. Hier kwam Hagar weer op de planken, om de gelieven te bevrijden en Hugo
+van kant te maken. Zij hoort hem komen en verbergt zich; ziet dat hij de drankjes in twee bekers wijn doet en hoe hij den
+bedeesden kleinen bediende gelast: &#8220;Breng dien wijn den gevangenen in hun cel en zeg hun, dat ik weldra kom.&#8221; Terwijl de bediende
+Hugo even ter zijde roept om hem iets mee te deelen, verwisselt Hagar de twee bekers met twee andere, die geen kwaad bevatten.
+
+</p>
+<p>Ferdinando, de bediende, brengt ze weg en Hagar zet den beker met het vergif, voor Roderigo bestemd, weer op tafel. Hugo,
+die na een roerende tirade dorstig begint te worden, drinkt hem leeg, raakt zijn bezinning kwijt, valt, na de noodige stuiptrekkingen,
+op den grond en sterft, terwijl Hagar hem in een krachtig, melodieus lied meedeelt wat ze gedaan heeft.
+
+</p>
+<p>&#8217;t Was heusch een treffend tooneel, al vonden sommigen ook, dat het plotseling te voorschijn komen van een massa lange lokken,
+<span class="pageno">
+[18]
+</span>het effect van den dood des ellendelings min of meer bedierf. Hij werd teruggeroepen en kwam heel zedig te voorschijn. Hagar
+bij de hand leidende, wier gezang mooier werd gevonden, dan al het andere bij elkaar.
+
+</p>
+<p>Het vierde bedrijf stelde den wanhopigen Roderigo voor, op het punt zichzelf te doorsteken, omdat men hem gezegd heeft, dat
+Sara hem ontrouw geworden is. Reeds richt hij den dolk op zijn hart, als eensklaps een liefelijk lied onder zijn venster wordt
+aangeheven, waarin hem verteld wordt, dat Sara getrouw bleef, maar in gevaar verkeert, en dat hij haar, indien hij slechts
+wil, kan redden. Er wordt een sleutel naar binnen geworpen, om de gevangenisdeur te openen, en opgetogen van vreugde rukt
+hij zijn ketenen los, en snelt weg om zijn geliefde te vinden en te bevrijden.
+
+</p>
+<p>Het vijfde bedrijf begon met een stormachtig gesprek tusschen Sara en Don Pedro. Hij wil, dat zijn dochter in een klooster
+zal gaan, maar zij wil er niet van hooren en is op het punt flauw te vallen, als Roderigo binnenvliegt en haar hand vraagt.
+Don Pedro weigert, omdat de minnaar niet rijk is. Onder luid getwist en een geweldig spektakel is Roderigo juist van plan
+de uitgeputte Sara weg te dragen, als de bedeesde lakei binnenkomt met een brief en een zak van Hagar, die op geheimzinnige
+wijze verdwenen is. In dezen brief deelt de heks het gezelschap mee, dat ze ongehoorde rijkdommen op het jonge paar doet nederdalen
+en Don Pedro met een vreeselijke vervloeking dreigt, als hij ze niet gelukkig maakt. De zak wordt geopend en een stroom tinnen
+geldstukjes valt op het tooneel, zoodat het schittert van al die pracht. Dit verzacht den strengen vader geheel en al; hij
+geeft zonder verdere tegenwerping zijn toestemming, allen heffen samen een vroolijk lied aan, en het gordijn valt, terwijl
+de gelieven, in de allerbevalligste houding, voor Don Pedro geknield liggen om zijn zegen te ontvangen.
+
+</p>
+<p>Een luid applaus volgde, maar werd plotseling gesmoord; want het bed, waarop de loge gebouwd was, viel eensklaps in en verzwolg
+het opgewonden publiek. Roderigo en Don Pedro vlogen te hulp en allen werden ongedeerd weer opgehaald, hoewel de meesten sprakeloos
+waren van &#8217;t lachen. Nauwelijks was dit tumult tot bedaren gekomen, toen Hanna binnenkwam met &#8220;de complimenten van mevrouw,
+en of de dames beneden wilden komen om te soupeeren.&#8221;
+
+</p>
+<p>Dit was een verrassing, zelfs voor de spelers, en toen zij de tafel zagen, keken zij elkaar opgetogen en verbaasd aan. &#8220;Echt
+iets voor Moeder, ons eens te trakteeren!&#8221; Maar zooiets als dit was ongekend, sedert de vervlogen dagen van overvloed. Er
+was room-ijs, wezenlijk twee schaaltjes, rood en wit, en taart, en vruchten en heerlijke Fransche bonbons, en in het midden
+van de tafel stonden vier groote bouquetten kasbloemen! Met een kleur van blijdschap keken de meisjes eerst naar de tafel,
+en toen naar hun moeder, die er uitzag, alsof ze innig genoot.
+
+</p>
+<p>&#8220;Zijn er goede fee&euml;n geweest?&#8221; vroeg Amy.
+<span class="pageno">
+[19]
+</span></p>
+<p>&#8220;Neen, Sinst Nicolaas,&#8221; zei Bets.
+
+</p>
+<p>&#8220;Moeder heeft het gedaan,&#8221; en Meta lachte met haar vriendelijksten glimlach, in weerwil van haar grijzen baard en witte wenkbrauwen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Tante March had zeker een goede bui, en heeft al dat lekkers gestuurd,&#8221; riep Jo, die een plotselinge ingeving kreeg.
+
+</p>
+<p>&#8220;Allemaal mis; de oude heer Laurence zond het,&#8221; antwoordde mevrouw March.
+
+</p>
+<p>&#8220;De grootvader van dien jongen, hiernaast? Wat ter wereld bracht hem dat in &#8217;t hoofd? Wij kennen hem niet eens!&#8221; riep Meta.
+
+</p>
+<p>&#8220;Hanna vertelde toevallig aan een van zijn dienstboden van jullie ontbijtpartij; hij is een zonderlinge oude heer, maar dat
+beviel hem. Hij kende mijn vader jaren geleden, en hij schreef me van middag een beleefd briefje, om me te vragen of hij zijn
+vriendelijke gevoelens jegens mijn kinderen eens mocht toonen, door wat lekkernijen te sturen tot viering van den dag. Ik
+kon niet weigeren, en zoo komt het, dat jullie van avond een feestje hebt om je schadeloos te stellen voor het ontbijt van
+vanmorgen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat heeft hem stellig die jongen in &#8217;t hoofd gebracht, ik weet het zeker! &#8217;t Is een aardige jongen, en ik wou maar, dat we
+kennis met hem konden maken. Hij ziet er net uit of hij &#8217;t heel prettig zou vinden om ons te kennen; maar hij is dood verlegen
+en Meta is zoo deftig, ze wil niet hebben, dat ik in het voorbijgaan een woordje tegen hem zeg,&#8221; zei Jo, terwijl de schaaltjes
+rondgingen, en het ijs onder verrukte uitroepen van o! en h&egrave;! aanmerkelijk begon te verminderen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Bedoel je de menschen, die in dat groote huis hiernaast wonen?&#8221; vroeg een der meisjes. &#8220;Moeder kent mijnheer Laurence wel,
+maar zegt, dat hij heel trotsch is, en niet graag met zijn buren omgaat. Hij houdt zijn kleinzoon altijd in huis, behalve
+wanneer hij gaat rijden of wandelen met zijn gouverneur; en hij laat hem vreeselijk hard studeeren. Wij hebben hem op onze
+partij gevraagd, maar hij is niet gekomen. Moeder zegt, dat hij heel aardig is, maar nooit tegen meisjes spreekt.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Toen laatst onze kat was weggeloopen, bracht hij die terug, en wij stonden juist even te praten over de schutting, over honkbal
+en zoo, toen hij Meta zag aankomen en wegliep. Jammer, we schoten best op, en ik ben ook vast van plan op een goeden dag verder
+kennis met hem te maken, want hij heeft wel een opvroolijking noodig, daar ben ik vast van overtuigd,&#8221; zei Jo beslist.
+
+</p>
+<p>&#8221;&#8217;t Lijkt me een aardige nette jongen, en ik heb er niets tegen, dat jullie kennis met hem maakt, als de gelegenheid zich
+voordoet. Hij bracht de bloemen zelf, en als ik gerust geweest was op hetgeen boven voorviel, zou ik hem gevraagd hebben om
+te blijven. Stakkerd, hij zag er zoo nieuwsgierig uit, toen hij al de pret hoorde en hij trok zoo sneu weg.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8221;&#8217;t Is een zegen, dat u het niet deedt, Moeder,&#8221; lachte Jo, met een blik op haar laarzen. &#8220;Maar wij zullen later een andere
+voorstelling <span class="pageno">
+[20]
+</span>geven, die hij <i>wel</i> mag zien. Misschien doet hij dan wel mee; zou dat niet heerlijk zijn?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik heb nog nooit een bouquet gekregen; wat is dit een mooie,&#8221; en Meta bekeek haar bloemen met de grootste aandacht.
+
+</p>
+<p>&#8220;Zij <i>zijn</i> beelderig, maar Bets&#8217; rozen zijn mij nog liever,&#8221; zei Mevrouw March aan het verlepte bouquetje in haar ceintuur ruikende.
+
+</p>
+<p>Bets kroop dicht tegen haar aan en fluisterde zacht: &#8220;Ik wou dat ik mijn bloemen aan Vader kon sturen. Ik ben bang dat hij
+niet zoo&#8217;n vroolijke Kerstmis heeft als wij.&#8221;
+
+
+
+</p>
+<p class="div1"><a id="d0e531"></a></p>
+<h1 class="label">Hoofdstuk III.</h1>
+<h1>&#8220;Die Jongen van Hiernaast.&#8221;</h1>
+<p>&#8220;Jo! Jo! waar zit je?&#8221; riep Meta onder aan de zoldertrap.
+
+</p>
+<p>&#8220;Hier,&#8221; antwoordde een doffe stem van boven, en toen Meta de trappen opgeloopen was, vond zij haar zuster bezig appels te
+eten en te schreien over &#8220;De Erfgenaam van Redclyff,&#8221; met een dikken doek om, op eene driepootige canap&eacute; bij het zonnige venster.
+Dit was Jo&#8217;s geliefkoosde toevlucht, en hier sloot zij zich op met een half dozijn appelen en een mooi boek, genietende van
+de stilte en van het gezelschap van een lievelingsrat, die daar dichtbij huisde en zich niet aan haar stoorde. Toen Meta kwam,
+trok Knabbelaar zich in haar hol terug. Jo veegde haar tranen af en wachtte geduldig op het nieuws.
+
+</p>
+<p>&#8220;Verbeeld je eens, hoe heerlijk, een invitatiekaart van mevrouw Gardiner voor morgenavond!&#8221; riep Meta, met het kostbaar document
+wuivend, en toen met jeugdige opgewondenheid voorlezend:
+
+</p>
+<p>&#8220;Het zal mevrouw Gardiner veel genoegen doen de jonge dames Meta en Josephina March tegenwoordig te zien bij een danspartijtje,
+dat ze voornemens is op Nieuwjaarsavond te geven.&#8221; Moeder vindt het goed, dat wij gaan; maar <i>wat</i> zullen we aandoen?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat hoef je niet te vragen, je weet heel goed, dat wij niks anders kunnen aandoen dan onze zomerjurken, omdat wij niets anders
+hebben,&#8221; antwoordde Jo met een vollen mond.
+
+</p>
+<p>&#8220;Had ik maar een zijdje,&#8221; zuchtte Meta. &#8220;Moeder zegt, dat ik er misschien een krijg, als ik achttien ben; maar twee jaar is
+een eeuwige tijd om te wachten.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;O kom, onze lichte japonnen zijn goed genoeg voor ons. De jouwe is zoo goed als nieuw, maar o j&eacute;, ik vergat heelemaal dat
+ik de mijne gescheurd en gebrand heb. Wat zal ik doen? Dat gezengde is erg te zien en ik kan er niets uitnemen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Je moet maar veel blijven zitten en je niet van achteren laten <span class="pageno">
+[21]
+</span>zien; van voren is alles in orde. Ik krijg een nieuw lint voor mijn haar, en Moeder zal me haar kleine juweelen broche leenen,
+en mijn nieuwe lage schoentjes zijn keurig en mijn handschoenen kunnen nog wel eens mee, al zijn ze niet zoo h&eacute;&eacute;l frisch meer.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;De mijne zitten vol limonadevlekken, en ik kan geen nieuwe koopen, dus zal ik zonder dienen te gaan,&#8221; zei Jo, die zich nooit
+veel om haar toilet bekommerde.
+
+</p>
+<p>&#8220;Je <i>moet</i> handschoenen hebben, of ik ga niet!&#8221; riep Meta vast besloten. &#8220;Handschoenen zijn van nog meer belang dan iets anders; je
+kunt zonder handschoenen onmogelijk dansen, en als je ze niet aandoet, schaam ik me dood.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dan zal ik maar stil blijven zitten; ik geef niks om die deftige dansen en dat statige voortzeilen. &#8217;t Is veel prettiger
+rond te vliegen en eens een bokkesprong te maken.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Je kunt Moeder niet om een paar nieuwen vragen, zij zijn zoo duur en je bent zoo wanhopig slordig. Moeder zei, toen je de
+andere bedorven hadt, dat je dezen winter geen nieuwe kreeg. Kun je &#8217;r niets op bedenken?&#8221; vroeg Meta bezorgd.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik zal ze in mijn hand moffelen, dan kan niemand zien, hoe smerig ze zijn; dat is al wat ik kan doen. Neen! ik weet wat,
+laat ons ieder &eacute;&eacute;n goeden aantrekken, en een slechten in onze hand houden, vind je dat geen schitterend idee?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Maar jou handen zijn grooter dan de mijne, en dan rek je mijn handschoen zoo vreeselijk uit,&#8221; begon Meta, wier handschoenen
+een teere plek in haar hart besloegen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Dan zal ik maar zonder gaan. Ik geef er niet om wat de menschen zeggen!&#8221; riep Jo, haar boek weer opnemende.
+
+</p>
+<p>&#8220;Och, neen, neem er dan maar liever een van mij, maar toe, wees er netjes op, en gedraag je ordentelijk; houd je handen niet
+op je rug, en sta niet te staren en zeg niet &#8220;verdraaid&#8221; en zoowat, toe, Jo?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Maak je maar niet ongerust, ik zal zoo deftig zijn als een boonestaak en geen dommigheden begaan, als ik het maar eenigszins
+laten kan. Ga jij nu het antwoord maar schrijven en laat mij alstjeblieft mijn boek uitlezen.&#8221;
+
+</p>
+<p>Meta ging dus naar beneden om &#8220;gaarne gebruik te maken van de vriendelijke invitatie,&#8221; haar japon na te zien en een vroolijk deuntje te zingen, terwijl ze haar eenigen echt kanten kraag in orde maakte, terwijl Jo haar verhaal
+uitlas, haar appels opat en krijgertje speelde met Knabbelaar.
+
+</p>
+<p>Op Nieuwjaarsavond was de zitkamer verlaten, want de twee jongere meisjes speelden voor kamenier en de twee oudsten gingen
+heelemaal op in die allergewichtigste bezigheid: zich kleeden voor de partij. Hoe eenvoudig de toiletjes ook waren, viel er
+toch heel wat heen en weer te loopen onder druk gelach en gepraat, en op een zeker oogenblik was er een erge brandlucht door
+het huis. Meta wou graag van voren een paar krullen hebben en Jo nam op zich de papillotten er met een gloeiende tang in te
+branden.
+<span class="pageno">
+[22]
+</span></p>
+<p>&#8220;Moeten ze zoo rooken?&#8221; vroeg Bets van haar zetel op het bed.
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat is het vocht dat verdampt,&#8221; zei Jo.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat een rare lucht! het ruikt net naar verbrande veeren,&#8221; vond Amy en streek hare eigen mooie krullen met voldoening glad.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ziezoo, nu zal ik ze uit de papieren doen en dan zul je eens zien, wat allerliefste krulletjes het geworden zijn,&#8221; zei Jo,
+de tang neerleggende.
+
+</p>
+<p>Ze haalde de papillotten los, maar er kwamen geen krulletjes te voorschijn, want het haar kwam met de papiertjes mede, en
+de verschrikte kamenier legde een rijtje kleine, verschroeide hoopjes haar, op de tafel voor haar slachtoffer neer.
+
+</p>
+<p>&#8220;O, o, Jo! wat <i>heb</i> je gedaan? Nou is &aacute;lles bedorven! Ik kan niet gaan! Mijn haar! o mijn haar!&#8221; jammerde Meta, terwijl ze wanhopig het ongelijke
+kroes op haar voorhoofd bekeek.
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat is alweer mijn ongeluk! je hadt het mij ook niet moeten vragen; ik bederf altijd alles. &#8217;t Spijt me allervreeselijkst,
+maar de tang was te heet, en zoo is het gekomen,&#8221; kermde de arme Jo, en zag met tranen van berouw naar de zwarte pruikjes.
+
+</p>
+<p>&#8220;Het is nog niet bedorven; kam het maar op en steek dan den strik er achter, dat lijkt nogal op de laatste mode. Ik heb er
+verscheiden meisjes mee gezien,&#8221; troostte Amy.
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat komt omdat ik mij mooi wou maken. Ik wou, dat ik mijn haar maar met rust had gelaten,&#8221; zei Meta wrevelig.
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat wou ik ook, het was zoo mooi. Maar het zal wel gauw weer aangroeien,&#8221; zei Bets, en kuste en troostte het geschoren lam.
+
+</p>
+<p>Na eenige kleinere tegenspoeden was Meta eindelijk gereed, en door de vereende krachten der familie kwam Jo&#8217;s haar in orde
+en haar japon aan. Ze zagen er heel aardig uit in hun eenvoudige kleeding. Meta in een zilvergrijsje met een fluweelen lint
+in het haar, kanten kraag en mouwen en de juweelen broche; Jo in &#8217;t licht lila, met een open boordje en een paar witte chrysanten
+als eenig versiersel. Ieder trok &eacute;&eacute;n netten lichten handschoen aan, en ieder hield &eacute;&eacute;n bevlekten in de andere hand, en de
+heele familie verklaarde, dat het zoo heel best kon en heel vlug stond. Meta&#8217;s hooggehakte schoentjes waren vreeselijk nauw
+en deden haar pijn, hoewel zij dat niet wilde erkennen; en Jo&#8217;s negentien haarspelden schenen allemaal regelrecht in haar
+hoofd te steken, wat niet precies plezierig was; maar, lieve hemel! liever sterven, dan niet naar de mode zijn.
+
+</p>
+<p>&#8220;Veel plezier, kinderen,&#8221; zei mevrouw March, toen de zusters vroolijk wegtrippelden. &#8220;Eet maar niet te veel, en Hanna zal
+jullie om elf uur komen halen; dadelijk meegaan hoor!&#8221;
+
+</p>
+<p>Toen het hek achter hen toeviel, riep een stem hen nog achterna:
+
+</p>
+<p>&#8220;Meisjes! meisjes! <i>heb</i> jullie wel allebei een net zakdoekje?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja, ja, keurig hoor, en Meta heeft eau-de-cologne op den hare!&#8221; riep Jo en voegde er lachend bij: &#8220;Ik geloof heusch, dat
+Moeder daar nog naar vragen zou, al vluchtten wij allemaal voor een aardbeving.&#8221;
+<span class="pageno">
+[23]
+</span></p>
+<p>&#8220;Dat komt omdat Moeder op en top een dame is, want een echte dame kun je dadelijk herkennen aan nette laarzen, handschoenen
+en zakdoek,&#8221; antwoordde Meta, die vond dat ze zelf nogal damesachtig was.
+
+</p>
+<p>&#8220;Denk er nu aan om die leelijke plek uit het gezicht te houden, Jo. Zit mijn ceintuur recht; en is mijn haar <i>erg</i> leelijk?&#8221; vroeg Meta, terwijl ze zich, na een ernstige beschouwing, afwendde van den spiegel in mevrouw Gardiner&#8217;s kleedkamer.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik weet wel haast zeker dat ik het vergeten zal. Als je me iets ziet doen, dat niet goed is, geef mij dan maar een wenk,
+wil je!&#8221; antwoordde Jo, trok eens aan haar jurk en streek haastig haar haar glad.
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen, wenken is niet netjes; ik zal mijn wenkbrauwen optrekken, als iets niet goed is, en knikken als alles in orde is. Nu,
+doe nu je schouders naar beneden en neem kleine stappen en steek niet dadelijk een hand uit als iemand aan je wordt voorgesteld,
+dat hoort niet.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Hoe is het toch mogelijk al die dingen te onthouden? Ik zie er geen kans toe. H&egrave; wat vroolijke muziek!&#8221;
+
+</p>
+<p>Zoo gingen ze naar beneden, wel wat verlegen, want ze kwamen zelden op partijen, en hoe weinig deftig deze ook was, het bleef
+toch een gebeurtenis van gewicht voor de zusjes. Mevrouw Gardiner, een statige, oude dame, ontving hen vriendelijk en gaf
+hen over aan de zorg van de oudste harer zes dochters. Meta kende Sallie en was dadelijk op haar gemak; maar Jo, die niet
+veel gaf om meisjes of meisjespraatjes, stond met haar rug tegen den muur geleund en voelde zich even weinig op haar plaats
+als een veulen in een bloemtuin. In een anderen hoek der kamer stond een troepje jongens over schaatsenrijden te praten, en
+Jo verlangde niets liever dan zich bij hen te voegen, want schaatsenrijden was een der grootste genoegens van haar leven.
+Ze telegrafeerde haar wensch naar Meta, maar de wenkbrauwen werden z&oacute;&oacute; verschrikt opgetrokken, dat ze zich niet durfde bewegen.
+Niemand kwam haar aanspreken, en langzamerhand verliep het groepje in haar buurt, totdat de arme Jo geheel alleen overbleef.
+Vrij heen en weer loopen kon ze niet, want dan zou de verzengde plek in &#8217;t gezicht komen, zoodat zij min of meer ongelukkig
+naar de anderen stond te kijken, tot het dansen begon. Meta werd dadelijk gevraagd, en de nauwe schoentjes trippelden zoo
+vroolijk rond, dat niemand de pijn kon vermoeden die hun eigenares met een glimlach verdroeg. Toen zag Jo een grooten, roodharigen
+jongen haar hoekje naderen, vreezende, dat hij van plan mocht zijn haar te vragen, sloop zij gauw in een aangrenzend kamertje,
+dat door een gordijn was afgeschoten, in de hoop ongestoord te kunnen kijken en zich zoo amuseeren. Ongelukkig had een andere
+verlegen gast dezelfde schuilplaats gekozen; want toen het gordijn zich achter haar sloot, stond Jo van aangezicht tot aangezicht
+tegenover &#8220;die jongen van hiernaast.&#8221;
+<span class="pageno">
+[24]
+</span></p>
+<p>&#8220;O, hemel! ik wist niet, dat hier iemand was,&#8221; stamelde Jo, en maakte zich gereed even spoedig te verdwijnen als zij verschenen
+was.
+
+</p>
+<p>Maar de jongen lachte en zei vriendelijk, hoewel hij wat verlegen keek:
+
+</p>
+<p>&#8220;Stoor je niet aan mij maar blijf als je&#8217;r lust in hebt.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Hinder ik je niet?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Volstrekt niet; ik kwam alleen hier omdat ik niet veel menschen ken, en mij in het eerst nogal vreemd voel.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik ook. Ga als &#8217;t je blieft niet weg, of je moest liever willen.&#8221;
+
+</p>
+<p>De jongen ging weer zitten en keek naar zijn laarzen, totdat Jo, die beleefd en spraakzaam wilde zijn, begon:
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik geloof, dat ik het genoegen gehad heb je al eens vroeger te zien. Je woont naast ons, is &#8217;t niet?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Vlak naast jullie,&#8221; en hij keek haar lachend aan, want Jo&#8217;s deftigheid was nog al grappig na hun gesprek over het balspel,
+toen hij de kat terugbracht.
+
+</p>
+<p>Dat bracht Jo op haar gemak, en ze lachte ook, terwijl ze op hartelijken toon zei:
+
+</p>
+<p>&#8220;We hebben zoo&#8217;n prettigen avond gehad door jullie heerlijk cadeau op Kerstavond!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Grootpapa zond het!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Maar jij hebt hem zeker op de gedachte gebracht, h&egrave;?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Hoe gaat het met uw kat, juffrouw March?&#8221; vroeg de jongen plechtig, al zijn best doende om ernstig te kijken, terwijl zijn
+zwarte oogen glinsterden van pret.
+
+</p>
+<p>&#8220;Heel goed, dank u, mijnheer Laurence, maar ik ben niet juffrouw March, ik ben alleen maar Jo,&#8221; antwoordde de jonge dame.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik ben niet mijnheer Laurence, ik ben alleen maar Laurie.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Laurie Laurence? Wat een vreemde naam.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Mijn voornaam is Theodoor, maar ik houd niet van dien naam, want de jongens noemden mij Dora, en toen heb ik me Laurie laten
+noemen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik heb ook een hekel aan mijn naam&#8212;zoo sentimenteel! Ik wou dat iedereen Jo zei, in plaats van Josephine. Hoe heb je er de
+jongens toe gekregen om niet langer Dora te zeggen?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik ranselde ze.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik kan tante March moeilijk ranselen, dus zal ik het moeten verdragen,&#8221; en Jo schikte zich met een zucht in haar lot.
+
+</p>
+<p>&#8220;Houdt u niet van dansen, juffrouw Jo?&#8221; vroeg Laurie; haar aankijkend alsof hij vond, dat de naam goed bij haar paste.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik houd er dol van, als er maar ruimte genoeg en iedereen jolig is. In zoo&#8217;n mooie kamer gooi ik zeker iets om, of trap op
+iemands toonen, of doe iets, dat onbehoorlijk is; daarom laat ik Meta er maar voor opkomen en blijf zelf buiten gevaar; dans
+jij niet?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Soms. Zie je, ik ben verscheiden jaar in Europa geweest, en nog niet lang genoeg hier om te weten, hoe alles hier toegaat.&#8221;
+<span class="pageno">
+[25]
+</span></p>
+<p>&#8220;In Europa!&#8221; riep Jo. &#8220;O vertel er mij eens wat van! Ik hoor zoo dolgraag over reizen vertellen.&#8221;
+
+</p>
+<p>Laurie scheen geen begin te kunnen maken; maar Jo&#8217;s vurige vragen brachten hem weldra op streek, en hij vertelde haar, hoe
+hij te Vevey op school was geweest, waar de jongens nooit hoeden droegen, en bootjes hadden op het meer, en in de vacantie
+met hun meesters voetreisjes door Zwitserland deden.
+
+</p>
+<p>&#8220;H&egrave;, wat wou ik graag, dat ik daar geweest was!&#8221; riep Jo. &#8220;Ben je ook in Parijs geweest?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;We zijn er den vorigen winter geweest.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Kun je goed Fransch spreken?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Wij mochten te Vevey niet anders praten.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Zeg eens wat in &#8217;t Fransch. Ik kan het wel lezen, maar niet goed spreken.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Quel nom a cette jeune fille en les pantoufles jolis?&#8221; zei Laurie goedhartig.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat spreek je het mooi uit! Laat eens zien, je zei: Wie is die jonge dame met die mooie schoentjes, is &#8217;t niet?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Oui, mademoiselle.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat is mijn zuster Margaretha, en dat wist je heel goed! Vind je haar mooi?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja, ze doet mij denken aan de Duitsche meisjes; ze ziet er zoo frisch en kalm uit en danst zoo netjes.&#8221;
+
+</p>
+<p>Jo glom van genoegen bij dezen jongensachtigen lof over haar zuster en onthield het goed om het aan Meta te vertellen. Beiden
+gluurden en critiseerden en keuvelden, tot zij een gevoel hadden, alsof ze oude kennissen waren. Laurie&#8217;s verlegenheid ging
+heel gauw over, want Jo&#8217;s jongensmanieren zetten hem op zijn gemak, en Jo was zoo vroolijk en natuurlijk als altijd, omdat
+zij niet meer aan haar japon dacht en niemand de wenkbrauwen tegen haar optrok. Ze vond &#8220;die jongen van hiernaast&#8221; erg aardig,
+en nam hem eens goed op, om hem aan de zusjes te kunnen beschrijven; want ze hadden geen broers, weinig neven, en jongens
+waren bijna onbekende wezens in hun kring.
+
+</p>
+<p>Krullend zwart haar, bruinig vel, groote zwarte oogen, lange neus en mooie tanden, kleine handen en voeten, zoo lang als ik;
+heel beleefd voor een jongen, en over het geheel genomen aardig. Hoe oud zou hij zijn?
+
+</p>
+<p>De vraag brandde haar op de tong: maar ze bedwong zich bijtijds, en zocht het, met ongewonen tact, langs omwegen te weten
+te komen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Je gaat zeker gauw naar de academie? Ik zie je zoo vaak over je boeken zitten blokken&#8212;ik bedoel hard studeeren,&#8221; en Jo bloosde
+over het onbeleefde &#8220;blokken&#8221; dat haar ontsnapt was.
+
+</p>
+<p>Laurie glimlachte, maar scheen niets geschokt en antwoordde schouderophalend:
+
+</p>
+<p>&#8220;Nog in geen twee of drie jaar; ik ga in geen geval v&oacute;&oacute;r ik zeventien ben.&#8221;
+<span class="pageno">
+[26]
+</span></p>
+<p>&#8220;Ben je dan pas vijftien?&#8221; vroeg Jo, en zag den langen jongen aan, dien ze wel zeventien jaar gegeven had.
+
+</p>
+<p>&#8220;De volgende maand word ik zestien.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik wou, dat ik naar de academie kon gaan; jij schijnt het niet zoo heel prettig te vinden.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik heb er een hekel aan; het is hard werken of fuiven; en ik vind dat ze hier in Amerika geen van beide op een leuke manier
+doen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat zou jij dan willen?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;In Itali&euml; wonen en mij op mijn eigen manier amuseeren.&#8221;
+
+</p>
+<p>Jo zou erg graag gevraagd hebben, wat die eigen manier was, maar zijn zwarte wenkbrauwen zagen er nogal dreigend uit, als
+hij ze samentrok; dus veranderde zij het onderwerp van gesprek en zei, terwijl ze met haar voet de maat sloeg: &#8220;Dat is een
+heerlijke wals, waarom doe je niet eens mee?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Als jij &#8217;t ook doet,&#8221; antwoordde hij met een spottend buiginkje.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik kan niet, ik heb het Meta beloofd, omdat....&#8221; hier hield Jo op en wist niet, wat ze doen zou, het vertellen of lachen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Omdat?&#8221; herhaalde Laurie nieuwsgierig.
+
+</p>
+<p>&#8220;Zul je het aan <i>niemand</i> zeggen?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Nooit.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Nou, ik heb de slechte gewoonte om vlak voor &#8217;t vuur te staan, en dan verbrand ik mijn jurken, en zoo is deze ook geschroeid,
+wel versteld, maar het valt toch erg op, en Meta zei, dat ik maar stil moest blijven zitten, dan zou niemand het zien. Je
+mag er gerust om lachen, als je wilt, ik weet heel goed, dat het gek is.&#8221;
+
+</p>
+<p>Maar Laurie lachte niet; hij keek een oogenblik naar den grond. Jo wist niet, wat van zijn gezicht te maken, totdat hij zeer
+vriendelijk zei:
+
+</p>
+<p>&#8220;Stoor er je niet aan; maar zeg, ik weet wat: er is hier een lange gang, daar kunnen wij heerlijk in dansen, zonder dat iemand
+ons ziet. Kom als &#8217;t je belieft mee.&#8221;
+
+</p>
+<p>Jo bedankte hem hartelijk en ging vroolijk mee, hoewel de wensch naar een paar nette handschoenen bij haar opkwam, toen ze
+het nieuwe witte paar zag, dat haar cavalier aantrok.
+
+</p>
+<p>De gang was leeg en ze dansten naar hartelust, want Laurie danste heel goed en leerde haar de Duitsche polka, die Jo verrukkelijk
+vond, omdat je er zoo heerlijk bij kon rondzwaaien. Toen de muziek zweeg, gingen ze even zitten om weer op adem te komen,
+en Laurie was juist midden in een verhaal van een studentenfeest te Heidelberg, toen Meta haar zuster kwam zoeken.
+
+</p>
+<p>Ze wenkte, en Jo volgde haar met tegenzin in een zijkamer, waar Meta op een sofa zat, bleek en met een pijnlijken voet.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik heb mijn enkel verstuikt. Die akelige hooge hak zwikte, en &#8217;t hindert mij afschuwelijk. Ik kan bijna niet meer staan,
+en ik weet niet, hoe ik thuis moet komen,&#8221; zei ze, van pijn heen en weer wiegelend.
+<span class="pageno">
+[27]
+</span></p>
+<p>&#8220;Ik wist wel, dat je je voet met die malle dingen bezeeren zou. Het spijt me, maar ik weet ook niet wat je doen moet: een
+rijtuig nemen of hier den heelen nacht blijven,&#8221; antwoordde Jo, den armen enkel zachtjes wrijvend.
+
+</p>
+<p>&#8220;Een rijtuig is zoo duur; ik denk zelfs, dat ik er geen zal kunnen krijgen, want de meeste menschen komen in hun eigen, en
+de huurkoetsier woont zoover af en er is ook niemand, dien we er heen kunnen sturen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik zal wel gaan.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen zeker niet; het is over tienen en pikdonker. Ik kan hier ook niet blijven, want het huis is vol; Sallie heeft al een
+paar meisjes te logeeren. Ik zal blijven zitten, totdat Hanna komt en dan zien, hoe het gaat.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Laat ik het Laurie vragen; hij zal wel gaan!&#8221; zei Jo, en haar gezicht klaarde op bij die gedachte.
+
+</p>
+<p>&#8220;O, toe, alsjeblieft niet; zeg het aan niemand. Krijg even mijn overschoenen en zet deze schoentjes bij ons goed. Ik kan toch
+niet meer dansen; maar zoodra het souper is afgeloopen, moet je op de wacht gaan staan voor Hanna en me dadelijk waarschuwen
+als ze komt.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ze gaan nu soupeeren. Ik zal bij je blijven, dat doe ik wel graag.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen Jo, haal me veel liever een kop koffie. Ik ben zoo moe, dat ik me niet kan verroeren.&#8221;
+
+</p>
+<p>Meta zette zich op haar gemak en hield de overschoenen zorgvuldig verborgen, en Jo ging de eetkamer zoeken, die ze niet vond,
+dan nadat ze een provisiekamertje was binnengeloopen en de deur had opengedaan van een kamer, waar de oude heer Gardiner in
+alle stilte zich een weinig zat te &#8220;restaureeren&#8221;. Zij vloog op de tafel toe en maakte zich meester van een kop koffie, waarvan
+ze in haar haast echter het grootste gedeelte op haar japon morste, zoodat de voorbaan er nu al even erg uitzag als de achterbaan.
+
+</p>
+<p>&#8220;Och, wat ben ik toch een sukkel!&#8221; riep Jo, en bedierf Meta&#8217;s handschoenen door er haar japon mee af te slaan.
+
+</p>
+<p>&#8220;Kan ik soms helpen?&#8221; vroeg een vriendelijke stem, en daar stond Laurie met een vol kopje in de eene en een schoteltje in
+de andere hand.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik zocht iets te bemachtigen voor Meta, die heel moe is, maar stootte me en nu zit ik er mooi mee,&#8221; antwoordde Jo, terwijl
+ze mistroostig haar oogen liet gaan over de bevlekte japon en den koffiekleurigen handschoen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat is een gek geval! Ik zocht juist iemand om dit aan te geven; mag ik het aan je zuster brengen?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;O, als &#8217;t je belieft; ik zal je wijzen, waar zij is. Ik zal maar niet aanbieden het zelf te dragen, want als ik het deed,
+zou ik zeker weer in nieuwe moeilijkheden komen.&#8221;
+
+</p>
+<p>Jo wees den weg, en Laurie, die naar het scheen gewend was, dames te bedienen, trok een klein tafeltje naar Meta toe, bracht
+<span class="pageno">
+[28]
+</span>eene tweede bezending koffie en ijs voor Jo, en was zoo gedienstig, dat zelfs Meta erkende, dat hij een aardige jongen was.
+Ze maakten gekheid over de bonbons en ulevelpapiertjes, en waren in het midden van een geanimeerd spelletje met twee of drie
+andere jongelui, die zich bij hen gevoegd hadden, toen Hanna verscheen. Meta vergat haar voet, en stond zoo haastig op, dat
+ze genoodzaakt was Jo bij den arm te pakken met een schreeuw van pijn.
+
+</p>
+<p>&#8220;Stil, zeg niets,&#8221; fluisterde ze en voegde er hardop bij: &#8220;Het is niets, ik verzwikte mijn voet even, dat is alles,&#8221; en ze
+hinkte naar boven om haar goed om te doen.
+
+</p>
+<p>Hanna knorde, Meta schreide en Jo wist niet wat te doen, tot ze besloot zelf de zaak in handen te nemen. Stil wegsluipende
+liep ze naar beneden en een knecht tegenkomend, verzocht zij hem, of hij niet een rijtuig voor haar kon bestellen. Ongelukkig
+was het een vreemde knecht, die de buurt niet kende, en Jo zag rond naar hulp, toen Laurie, die gehoord had wat ze vroeg,
+naar haar toekwam en het rijtuig van zijn grootvader aanbood, dat juist voor hem was gekomen, zooals hij zei.
+
+</p>
+<p>&#8220;Het is nog zoo vroeg,&#8212;je zult nu toch nog niet heengaan,&#8221; begon Jo, verlicht, maar nog aarzelend om het aanbod aan te nemen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik ga altijd vroeg,&#8212;wezenlijk. Kom, laat ik jullie thuis brengen, het ligt in mijn weg, dat weet je, en ze zeggen, dat het
+regent.&#8221;
+
+</p>
+<p>Dat gaf den doorslag; en nadat Jo hem op de hoogte had gebracht van Meta&#8217;s ongeval, nam ze het voorstel dankbaar aan en vloog
+naar boven om de anderen te waarschuwen. Hanna had evenveel afkeer van regen als een poes en maakte dus geen tegenwerpingen;
+en even later rolden ze weg in het gemakkelijke dichte rijtuig, echt feestelijk en voornaam gestemd. Laurie was op den bok
+gaan zitten, zoodat Meta haar voet op de bank kon leggen, en de meisjes vrij over de partij konden spreken.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik heb een heerlijken avond gehad en jij?&#8221; vroeg Jo, haar haar wat losmakend en zich gemakkelijk achterover vleiend.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja, totdat ik mijn voet bezeerde. Sallie&#8217;s vriendin, Anna Moffat, scheen me nogal aardig te vinden en vroeg, of ik een week
+bij haar wou komen logeeren, gelijk met Sallie. Ze gaat in &#8217;t voorjaar, als de opera begint, dol, h&egrave;, als Moeder me maar laat
+gaan,&#8221; antwoordde Meta, door de gedachte aan de invitatie opgevroolijkt.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik zag je dansen met dien roodharige, waar ik voor weggeloopen ben; was hij aardig?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;O ja, heel aardig; zijn haar is kastanjebruin, niet rood; hij was heel beleefd en ik heb z&oacute;&oacute; pleizierig met hem gedanst!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Hij zag er uit als een sprinkhaan, die een stuip krijgt, toen hij dien nieuwen pas deed. Laurie en ik hebben gebruld van
+&#8217;t lachen; kon je ons hooren?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen, maar het is heel ongemanierd. Wat heb je toch al dien tijd achter dat gordijn uitgevoerd?&#8221;
+<span class="pageno">
+[29]
+</span></p>
+<p>Jo vertelde haar avonturen, en toen ze er mee klaar was waren ze thuis. Onder hartelijke dankbetuigingen namen ze afscheid,
+en slopen stil naar boven, in de hoop niemand te zullen storen; maar op het oogenblik dat de deur van hun kamer kraakte, kwamen
+twee hoofden te voorschijn en twee slaperige, maar verlangende stemmen riepen:
+
+</p>
+<p>&#8220;Vertel wat van de partij, o, toe, vertel wat van de partij!&#8221;
+
+</p>
+<p>Jo had,&#8212;Meta vond het &#8220;ongemanierd&#8221;&#8212;wat lekkers voor de zusjes bewaard, en nadat deze de gewichtigste gebeurtenissen van den
+avond gehoord hadden, gingen ze tevreden slapen.
+
+</p>
+<p>&#8221;&#8217;k Heb net een gevoel of ik een rijke jonge dame ben, die in haar eigen rijtuig van een bal thuiskomt en nu in haar kamer
+zit met een kamenier tot haar dienst,&#8221; zei Meta, terwijl Jo haar voet inwreef met arnica en daarna haar haar borstelde.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik geloof niet, dat rijke jonge dames meer pret hebben dan wij, ondanks verbrande krullen, oude japonnen, &eacute;&eacute;n handschoen
+per hoofd, en nauwe schoentjes, die je laten zwikken, als je zoo dwaas bent ze te dragen,&#8221; antwoordde Jo, en ik geloof dat
+ze gelijk had.
+
+
+
+</p>
+<p class="div1"><a id="d0e841"></a></p>
+<h1 class="label">Hoofdstuk IV.</h1>
+<h1>Lasten.</h1>
+<p>&#8220;H&egrave;! wat is het moeilijk onze pakken weer op te nemen en voort te gaan,&#8221; zuchtte Meta &#8217;s morgens na de partij; want nu de
+vacantie om was, maakte de week van pretmaken haar weinig geschikt tot het opgewekt hervatten van een taak, waar zij nooit
+mee ophad.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik wou, dat het altijd Kerstmis of Nieuwjaar was; zou dat niet genoeglijk zijn?&#8221; vroeg Jo, akelig geeuwende.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wij zouden niet half zooveel plezier hebben als nu. Maar het <i>is</i> zoo heerlijk soupeetjes bij te wonen en bouquetten te krijgen, en naar partijen te gaan, en in een eigen rijtuig naar huis
+te rijden, veel te lezen en te rusten en niet te werken. Dat is zooals rijke menschen het hebben, en ik benijd altijd meisjes,
+die zulke dingen kunnen doen. O, ik houd eigenlijk zoo dol veel van weelde,&#8221; bekende Meta, terwijl ze onderzocht, welke van
+twee versleten japonnen de minst versletene was.
+
+</p>
+<p>&#8220;Kom, laten we maar niet zaniken, we kunnen het nu eenmaal zoo niet hebben; laten we onze pakken dus maar opnemen en even
+tevreden voorstappen als Moeder. Jullie weet, Tante March is een echte nachtmerrie voor me, maar ik denk dat&#8212;als ik geleerd
+heb, haar nukken zonder klagen te verduren, de last van mij af zal vallen, of zoo licht worden dat ik er niets meer om geef.&#8221;
+
+</p>
+<p>Deze gedachte prikkelde Jo&#8217;s verbeelding en bracht haar in <span class="pageno">
+[30]
+</span>een goed humeur; maar Meta klaarde er niet door op, want haar last, uit vier bedorven kinderen bestaande, scheen zwaarder
+dan ooit. Ze had zelfs geen lust zich als naar gewoonte zoo mooi mogelijk te maken, door een blauw dasje om haar boord te
+knoopen en haar haar op de netste manier op te steken.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat doet het er toe, of ik me netjes aankleed, als niemand me ziet, behalve die lastige apen. Niemand geeft er een zier om,
+of ik er netjes uitzie of niet,&#8221; pruttelde ze en deed haar la met een ruk dicht. &#8220;Ik zal mijn heele leven door moeten tobben en zwoegen, en alleen nu en dan eens een pretje hebben, en oud en leelijk en kribbig
+worden, omdat ik arm ben, en niet van mijn leven kan genieten zooals andere meisjes. &#8217;t Is ellendig!&#8221;
+
+</p>
+<p>Meta ging naar beneden met een verongelijkt gezicht en was aan &#8217;t ontbijt alles behalve vriendelijk gestemd.
+
+</p>
+<p>Iedereen scheen wel uit zijn humeur en knorrig. Bets had hoofdpijn en lag op de canap&eacute;, troost zoekende bij de kat met haar
+drie kleintjes; Amy pruilde omdat ze haar lessen niet geleerd had en haar overschoenen niet kon vinden; Jo <i>wilde</i> niet uitscheiden met fluiten en maakte veel onnoodige drukte en beweging om klaar te komen; mevrouw March deed haar uiterste
+best een brief af te krijgen, die volstrekt dadelijk op de post moest en Hanna had een booze bui, want laat opblijven vleide
+haar niet.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik heb nog nooit zoo&#8217;n brompotten-familie gezien!&#8221; riep Jo, die uit haar humeur raakte, toen ze een inktkoker omgegooid,
+haar veters gebroken had, en op haar hoed was gaan zitten.
+
+</p>
+<p>&#8220;En jij bent de brommerigste van allemaal!&#8221; antwoordde Amy en veegde de som, die maar niet lukken wou, uit, met de tranen,
+die op haar lei vielen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Bets, als je die akelige katten niet beneden in den kelder opsluit, laat ik ze verdrinken!&#8221; dreigde Meta boos, terwijl ze
+zich zocht te ontdoen van het katje dat langs haar rug was opgekropen en zich als een klis aan haar vastklemde.
+
+</p>
+<p>Jo lachte, Meta bromde, Bets smeekte om genade, en Amy huilde, omdat zij niet kon onthouden, hoeveel negen maal twaalf was.
+
+</p>
+<p>&#8220;Kinderen, kinderen! wees toch een oogenblik stil. Ik moet dezen brief afmaken en jullie brengt mij totaal in de war door
+dat gekibbel,&#8221; riep mevrouw March die voor den derden keer een zin in haar brief doorhaalde.
+
+</p>
+<p>Er was een poosje rust, onderbroken door Hanna, die naar binnen stormde, twee heete blikken puddingvormen op tafel zette en
+weer wegvloog. Dit was een vaste gewoonte, en de meisjes noemden ze &#8220;moffen,&#8221; want ze hadden geen andere, en op koude ochtenden
+warmden ze hun handen aan die heete blikjes. Hanna vergat nooit ze te maken, hoe druk of knorrig ze ook mocht zijn, want de
+wandeling was lang en eentonig, en &#8220;de arme schapen&#8221; kregen niets anders dan die kleine trommelkoek voor hun twaalfuurtje
+en kwamen zelden v&oacute;&oacute;r drie&euml;n thuis.
+<span class="pageno">
+[31]
+</span></p>
+<p>&#8220;Liefkoos je katjes maar en beterschap met de hoofdpijn, Betsje. Goeden dag, Moeder, we zijn van morgen een troep akeligheden
+geweest, maar we komen als engelachtige wezens thuis. Kom Meta,&#8221; en Jo stapte weg, ten volle overtuigd dat de Pelgrims niet
+volgens hun plicht de reis aanvaardden.
+
+</p>
+<p>Voor ze den hoek om gingen, keken ze altijd nog eens om, want mevrouw March stond altijd aan het raam om ze nog eens toe te
+knikken en na te wuiven. &#8217;t Was net of de meisjes den dag niet goed zouden kunnen doorkomen, als ze dat moesten missen. Want
+in welke stemming ze ook mochten zijn, de laatste glimlach van Moeders lief gezicht liet nooit na als een zonnetje op hen
+te werken.
+
+</p>
+<p>&#8220;Als Moeder haar vuist tegen ons balde, in plaats van ons zoo vriendelijk na te wuiven, zouden we ons verdiende loon hebben,
+want ondankbaarder spoken dan wij zijn, heb ik nooit gezien!&#8221; riep Jo, en trotseerde met een zekere voldoening den modderigen
+weg en den scherpen wind.
+
+</p>
+<p>&#8220;Gebruik toch zulke krasse uitdrukkingen niet,&#8221; zei Meta van uit den dichten sluier, waarin ze zich gehuld had als een non,
+die wars is van de wereld.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik houd van flinke, krachtige woorden, die iets beteekenen,&#8221; antwoordde Jo, haar hoed grijpende, die op het punt stond weg
+te vliegen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Geef jezelf zooveel scheldnamen als je verkiest; maar ik ben noch een akeligheid, noch een spook, en verkies niet zoo genoemd
+te worden.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Jij bent de verdrukte onschuld en vandaag bepaald ongenietbaar, omdat je niet altijd &#8220;in den schoot der weelde&#8221; kunt zitten.
+Arm schatje, wacht maar tot ik mijn fortuin heb gemaakt, dan zul je genieten van rijtuigen en van vanilleijs, en van hooggehakte
+schoentjes en bouquetten en van roodharige jongens om mee te dansen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat ben je toch dwaas, Jo!&#8221; maar Meta lachte om den onzin, en voelde zich, of ze wilde of niet, toch opgevroolijkt.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wees blij, dat ik dwaas ben, want als ik mij ook zoo beleedigd aanstelde en net zoo diep neerslachtig trachtte te zijn, als
+jij, zouden wij een heerlijk leven hebben. Gelukkig maar dat ik altijd iets kan vinden om het hoofd boven water te houden.
+Toe, mok niet langer, maar kom vroolijk thuis, dan ben je de beste.&#8221;
+
+</p>
+<p>Jo gaf haar zuster een bemoedigend tikje op den schouder, toen ze afscheid namen, waar ieder een verschillenden kant opging,
+drukte haar klein warm trommeltje aan het hart en deed haar best opgeruimd te zijn, in weerwil van het koude winterweer, het
+harde werk, en veel onvoldane begeerten.
+
+</p>
+<p>Toen mijnheer March zijn vermogen verloor, door een ongelukkigen vriend bij te staan, hadden de twee oudste meisjes verzocht
+of zij niet iets zouden mogen doen, om tenminste in hun eigen behoeften te voorzien. Daar hun ouders meenden, dat ze niet
+te vroeg konden <span class="pageno">
+[32]
+</span>beginnen met zich te gewennen aan werk en te streven naar onafhankelijkheid, gaven ze hun toestemming, en beiden vatten hun
+werk op met dien vasten, goeden wil, die in spijt van alle moeilijkheden ten laatste zeker slaagt. Meta vond een plaats als
+gouvernante, en gevoelde zich rijk met haar klein salaris. Ze kwam er rond voor uit, dat ze hunkerde naar weelde, en armoede
+haar grootste verdriet was. Geen geld te hebben viel haar zwaarder dan de anderen, omdat zij zich een tijd kon herinneren,
+toen alles in huis mooi, het leven vol gemak en genot, en ontbering, van welken aard ook, onbekend was. Terwijl ze haar best
+deed niet jaloersch of ontevreden te zijn, was het niet meer dan natuurlijk, dat ze dikwijls verlangde naar mooie dingen,
+vroolijke vrienden en een gemakkelijk leven. Bij de familie King voelde ze dagelijks wat haar ontbrak, want de oudere zusters
+dier kinderen gingen dien winter voor het eerst uit, en Meta zag dikwijls met een oogwenk keurige baljaponnen en dure bouquetten,
+woonde levendige gesprekken bij over comedies, concerten, sleevaarten en pretjes van allerlei aard, en zag geld weggegooid
+voor kleinigheden, die voor haar schatten zouden geweest zijn. De arme Meta klaagde zelden, maar een gevoel van onrechtvaardigheid
+maakte, dat ze soms bitter gestemd was jegens iedereen, want ze had nog niet leeren beseffen, hoe rijk ze was in datgene,
+wat alleen het leven waarde geeft.
+
+</p>
+<p>Jo viel in den smaak van Tante March, die verlamd was en behoefte had aan een bedrijvig persoontje om haar te bedienen. Toen
+de slag viel had de kinderlooze oude dame aangeboden een van de meisjes als haar kind tot zich te nemen, en zich zeer beleedigd
+getoond, omdat haar aanbod werd afgeslagen. Andere vrienden deelden de Marches mee, dat ze alle kans verloren hadden op een
+legaat van de oude rijke dame, maar de onbaatzuchtige Marches hadden geantwoord:
+
+</p>
+<p>&#8220;Wij kunnen onze meisjes niet afstaan; voor geen dozijn legaten. Rijk of arm, we blijven bij elkaar en zullen samen gelukkig
+zijn.&#8221;
+
+</p>
+<p>Geruimen tijd wilde de oude dame niet tegen hen spreken, maar toen ze Jo op zekeren dag bij een vriendin ontmoette, werd ze
+getroffen door een zeker iets in haar grappig gezicht en vrije manieren en stelde ze voor haar als gezelschapsjuffrouw te
+nemen. Dit viel volstrekt niet in Jo&#8217;s smaak, maar ze nam de betrekking aan, omdat zich niets beters voordeed, en, tot ieders
+verbazing kon ze het zeer goed vinden met haar oploopende bloedverwant. Nu en dan had er wel een stormachtig tooneel plaats,
+en eens zelfs was Jo thuisgekomen met de verklaring, dat ze het niet langer kon uitstaan, maar Tante March draaide altijd
+gauw weer bij en verzocht haar nichtje met zulk een aandrang te willen terugkomen, dat ze niet kon blijven weigeren, want
+in haar hart hield ze veel van de oude, snibbige dame.
+
+</p>
+<p>Ik geloof eigenlijk, dat de ware aantrekkingskracht zat in een groote bibliotheek, die sinds den dood van Oom March een prooi
+<span class="pageno">
+[33]
+</span>geworden was van stof en spinnen. Jo herinnerde zich den ouden, vriendelijken heer nog zeer goed, die haar van zijn groote
+woordenboeken spoorwegen en bruggen liet bouwen, haar vertelseltjes vertelde over de wonderlijke plaatjes in zijn Latijnsche
+boeken, en lekkers voor haar kocht, telkens als hij haar op straat tegenkwam. De sombere, stoffige kamer, waar de bustes haar
+van de hooge boekenkasten aanstaarden, de globes, maar vooral de onafzienbare massa boeken, waarin ze zich naar hartelust
+kon begraven, maakten de bibliotheek een paradijs voor haar. Zoodra deed Tante March niet haar dutje of kreeg ze bezoek, of
+weg vloog Jo naar dat rustige plekje, nestelde zich in den grooten stoel, en verslond dichtwerken, romans, geschiedboeken,
+reisbeschrijvingen en plaatwerken, als een echte boekworm. Maar ook dat geluk duurde als naar gewoonte niet heel lang; Jo
+kon er zeker van zijn, dat zoodra ze het beslissend punt in een roman, het aandoenlijkste couplet in een lied, of het gevaarlijkste
+avontuur van haar reiziger genaderd was, een schrille stem zou roepen:
+
+</p>
+<p>&#8220;Jose-phine! Jose-phine!&#8221; en dan moest ze haar Eden verlaten om wol te winden, den poedel te wasschen, of urenlang uit &#8220;Belsham&#8217;s
+Verhandelingen&#8221; voor te lezen.
+
+</p>
+<p>Jo&#8217;s eerzucht ging er naar uit, iets groots te doen; ze kon zelf niet zeggen wat, maar ze liet het aan den tijd over dit te
+openbaren, en inmiddels bestond haar grootste verdriet hierin, dat ze niet naar hartelust kon lezen, loopen en beweging nemen.
+Een driftig humeur, een scherpe tong en een rustelooze geest brachten haar telkens in moeilijkheden, en haar leven bestond
+uit vallen en opstaan, aandoenlijk en grappig tegelijk. Maar de oefenschool, die ze bij Tante March doormaakte, was juist
+wat ze noodig had, en de gedachte dat ze iets deed voor haar eigen onderhoud maakte haar gelukkig, in spijt van het onophoudelijk:
+&#8220;Jose-phine!&#8221;
+
+</p>
+<p>Bets was te teer en te verlegen om naar school te gaan; er was een proef mee genomen, maar ze had zooveel geleden, dat men
+het had moeten opgeven; ze leerde nu thuis bij haar vader. Zelfs na zijn vertrek, en terwijl haar moeder geroepen was om haar
+beste krachten te wijden aan een vereeniging tot hulp en ondersteuning van de militairen te velde, ging Bets trouw alleen
+voort en deed haar uiterste best. Ze was een huishoudelijk schepseltje en hielp Hanna het huis netjes en gezellig houden voor
+de werkende leden van het gezin, zonder ooit eenige andere belooning te wenschen dan de liefde der haren. De dagen waren lang
+en stil voor haar, maar werden niet eenzaam of in ledigheid doorgebracht, want haar kleine wereld was bevolkt met denkbeeldige
+vrienden en ze was van nature een werkzaam bijtje. Elken morgen moesten er zes poppen opgenomen en aangekleed worden, want
+Bets was nog een kind en hield nog evenveel als vroeger van haar lievelingen, al was geen van de zes ook meer gaaf of mooi;
+het waren allemaal afgedankte invaliden, want toen haar zusters te groot waren geworden voor die liefhebberij, <span class="pageno">
+[34]
+</span>gingen ze op haar over, omdat Amy nooit iets wilde hebben, dat oud en leelijk was. Bets vertroetelde ze juist om die reden
+en richtte een hospitaal op voor gebrekkige poppen. Nooit stak ze een speld in hun katoenen ledematen, nooit hoorden ze een
+onvriendelijk woord of werden ze geslagen; het hartje van de meest terugstootende zelfs werd nooit gekrenkt door verwaarloozing,
+maar allen werden met onuitputtelijke teederheid gevoed en gekleed, verzorgd en geliefkoosd. E&eacute;n zwerveling uit het poppendom
+had aan Jo toebehoord, en was, na een stormachtig leven in de prullemand terecht gekomen, uit welk somber armhuis ze bevrijd
+werd door Bets en naar het hospitaal gebracht. Daar de stakkerd haar achterhoofd kwijt was, zette Bets haar een lief klein
+mutsje op, en daar de armen en beenen in den slag waren gebleven, wikkelde ze haar in een deken, om dit gebrek voor aller
+oogen te bedekken, terwijl ze haar beste kribje aan deze kwijnende zieke afstond. Indien iemand getuige was geweest van de
+zorg, aan dit popje besteed, zou het zeker zijn hart getroffen hebben, al wekte het ook tegelijkertijd den lachlust op. Bets
+bracht haar kleine bouquetjes, las haar voor, ging met haar in de lucht, warm ingestopt onder haar mantel, zong wiegeliedjes
+voor haar, en zou nooit naar bed gaan, zonder een kus te drukken op het verveloos gezichtje en zacht te fluisteren: &#8220;Ik hoop,
+lieveling, dat je een goeien nacht zult hebben.&#8221;
+
+</p>
+<p>Bets had haar moeilijkheden zoo goed als de anderen, en daar zij geen engel was, maar een zeer menschelijk klein meisje, schreide
+ze dikwijls een deuntje, zooals Jo zei, omdat ze geen muziekles en geen mooie piano kon krijgen. Ze hield zooveel van muziek,
+deed zoo haar best om vooruit te komen en studeerde zoo gelukkig op het rammelende oude instrument, dat de een of ander (om
+niet van Tante March te spreken) haar waarlijk wel helpen mocht.
+
+</p>
+<p>Maar niemand deed het, en niemand zag hoe Bets, wanneer ze alleen was, de tranen afwischte van de gele oude toetsen, die zoo
+ontstemd waren. Ze deed haar werk zingend als een kleine leeuwerik, was nooit te vermoeid om voor Moeder en de meisjes te
+spelen, en zei telkens weer opnieuw hoopvol tot zichzelve: &#8220;Ik weet, dat ik mettertijd mijn muziek nog eens krijgen zal, als
+ik maar goed oppas.&#8221;
+
+</p>
+<p>Er zijn veel van die Betsy&#8217;s in de wereld, verlegen en stil in een hoekje verscholen, tenzij men ze noodig heeft, en zoo opgeruimd
+zich zelf vergetend voor anderen, dat niemand hun opofferingen ziet, totdat de kleine krekel aan den haard ophoudt met zingen
+en de liefelijke zonnige verschijning verdwijnt, stilte en schaduw achterlatend.
+
+</p>
+<p>Als iemand aan Amy gevraagd had, wat de grootste beproeving van haar leven was, zou ze zonder aarzelen geantwoord hebben:
+&#8220;Mijn neus.&#8221; Toen ze nog heel klein was, had Jo haar bij ongeluk in het kolenhok laten vallen, en Amy hield vol, dat die val
+voor altijd haar neus bedorven had. Hij was niet dik of rood, alleen maar een beetje stomp, en al het knijpen ter wereld kon
+hem geen sierlijke <span class="pageno">
+[35]
+</span>punt geven. Niemand dan zij zelf vond het bizonder betreurenswaard, en het lichaamsdeel deed zijn best te groeien, maar Amy
+gevoelde diep het gemis van een Grieksch neusje, en teekende vellen vol mooie exemplaren om zich te troosten.
+
+</p>
+<p>&#8220;De klein Rapha&euml;l,&#8221; zooals de zusjes haar noemden, had een bepaald talent voor teekenen, en was niet gelukkiger dan wanneer
+ze bloemen copieerde, of verhaaltjes met allerlei zonderlinge plaatjes kon versieren. Dikwijls klaagden haar onderwijzers
+er over dat ze in plaats van haar sommen te maken, haar lei vol teekende met dieren; de witte bladen van haar atlas gebruikte
+ze om kaarten op na te teekenen en de bespottelijkste caricaturen fladderden op een ongelukkig oogenblik uit al haar boeken.
+Ze rolde zoo goed ze kon door haar lessen, en wist aan straf te ontkomen door een voorbeeldig goed gedrag. Daar ze een goed
+humeur had, en de gelukkige gave bezat te behagen, zonder er moeite voor te doen, was ze de lieveling van al haar kennisjes.
+Haar kleine gemaaktheden en pedanterie&euml;n werden zeer bewonderd, evenals haar talenten, want behalve teekenen, kon zij twaalf
+stukjes spelen, aardig handwerken en Fransch lezen, zonder meer dan twee derde der woorden verkeerd uit te spreken. Daarbij
+kon ze op zoo&#8217;n droevigen toon zeggen: &#8220;Toen Papa rijk was, deden wij zoo en zoo,&#8221; dat het heusch aandoenlijk klonk; en de
+meisjes op school vonden haar lange woorden wel wat driftig, maar toch &#8220;leuk&#8221;.
+
+</p>
+<p>Men was mooi op weg Amy te bederven, want iedereen vertroetelde haar, en de kiemen van ijdelheid en zelfzucht ontwikkelden
+zich voorspoedig. Er was echter iets dat die ijdelheid beteugelde; Amy moest de kleeren van haar nichtje afdragen. Nu had
+Florence&#8217;s mama volstrekt geen smaak, en Amy vond het vreeselijk, dat ze een rooden, in plaats van een blauwen hoed moest
+opzetten, bij jurken die haar niet kleurden, en akelig mooie boezelaars, die haar niet pasten. Alles was goed, netjes gemaakt
+en weinig versleten, maar Amy&#8217;s kunstenaarsoog werd pijnlijk aangedaan, vooral dezen winter, nu haar schoolpak bestond uit
+een donker paarse jurk met gele moesjes en zonder eenig garneersel.
+
+</p>
+<p>&#8220;Mijn eenige troost is, dat Moeder tenminste geen opnaaisels in mijn jurken doet, telkens als ik ondeugend ben, zooals de
+moeder van Mary Park,&#8221; zei ze met tranen in de oogen tegen Meta. &#8220;O, dat is wezenlijk iets verschrikkelijks; want Mary is
+soms zoo brutaal geweest, dat haar jurk tot boven haar knie&euml;n komt en ze niet naar school durft. Als ik aan zoo&#8217;n <i>deggeradatie</i> denk, heb ik nog liever mijn platten neus en mijn paarse jurk met gele stippen.&#8221;
+
+</p>
+<p>Meta was Amy&#8217;s vertrouwde en raadsvrouw, en door de wonderlijke aantrekkingskracht die er dikwijls tusschen twee tegenovergestelde
+naturen bestaat, was Jo die van de zachte, vriendelijke Bets. Alleen aan Jo vertelde het schuwe kind haar gedachten, en zonder
+het te weten oefende ze op haar groote, wilde zuster meer invloed uit, dan eenig ander lid van het gezin. De twee oudste <span class="pageno">
+[36]
+</span>meisjes waren veel voor elkander, maar beide namen een van de jongere onder hun bescherming en zorgden er voor op hun manier;
+&#8220;bemoederden&#8221; ze, zooals ze het noemden, en gaven de zusjes de plaats der onttroonde poppen, met het moederlijk instinct van
+aankomende meisjes.
+
+</p>
+<p>&#8220;Heeft niemand iets te vertellen? &#8217;t Is z&oacute;&oacute;&#8217;n saaie dag geweest, dat ik naar een opvroolijking verlang,&#8221; zei Meta, toen ze
+&#8217;s avonds bij elkaar zaten te naaien.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik heb nogal een grappigen dag bij Tante gehad, en ik trok vandaag aan &#8217;t langste eind,&#8221; begon Jo, die heel graag vertelde.
+&#8220;Ik moest natuurlijk uit dien eindeloozen Belsham lezen, en dreunde maar voort, zooals gewoonlijk, want Tante valt gauw in
+slaap, en dan haal ik het een of ander mooi boek voor den dag en lees als een bezetene, totdat ze wakker wordt. Vandaag werd
+ik er zelf slaperig van, en voor dat ze nog begon te knikkebollen, gaapte ik zoo hoorbaar, dat ze mij vroeg, wat ik er mee
+bedoelde mijn mond zoo wijd open te zetten; &#8217;t was of ik het heele boek wel zoo wou opslokken.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik wou dat ik het kon, dan was ik er af,&#8221; zei ik met een ernstig gezicht.
+
+</p>
+<p>&#8220;Jullie begrijpt, toen kreeg ik een lange preek over mijn verkeerdheden en raadde ze me aan er eens stil over te blijven nadenken,
+terwijl zij zich eens voor een oogenblikje &#8220;van binnen zou gaan bekijken.&#8221; Nou, dat &#8220;oogenblikje&#8221; duurt gewoonlijk nogal heel
+lang, en zoodra ik dus haar muts zag heen en weer wiebelen als een topzware dahlia, haalde ik &#8220;De predikant van Wakefield&#8221;
+uit mijn zak, en las zoo vlug ik kon, met &eacute;&eacute;n oog op hem en &eacute;&eacute;n op Tante. Ik was juist gekomen, tot waar de heele familie
+in &#8217;t water valt, toen ik hardop begon te lachen. Ik <i>dacht</i> niet meer aan Tante, dat snap je! Ze werd wakker, maar bleek na haar slaapje wat beter gehumeurd, commandeerde me, haar een
+eindje voor te lezen en eens te laten zien, welk beuzelachtig boek ik de voorkeur gaf boven den waardigen en leerzamen Belsham.
+Ik deed mijn uiterste best en &#8217;t beviel haar puik, maar ze zei niets anders dan:
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik begrijp niet waar dat allemaal over is; begin nog eens van voren af aan, kind!&#8221;
+
+</p>
+<p>Ik begon opnieuw en maakte de Primroses zoo belangwekkend mogelijk. Toen &#8217;t haar juist erg boeide, hield ik midden in een
+passage op en zei zachtzinnig: &#8220;Ik ben bang, dat het u vervelen zal, Tante; wil ik nu maar uitscheiden?&#8221;
+
+</p>
+<p>Ze nam haar breiwerk op, dat ze had laten vallen, keek mij heel scherp aan door haar bril en zei kortaf:
+
+</p>
+<p>&#8220;Lees het hoofdstuk uit en wees niet brutaal, jongejuffrouw.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Erkende ze later, dat ze &#8217;t mooi vond?&#8221; vroeg Meta.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wel neen! maar ze liet den ouden Belsham gelukkig rusten, en toen ik van middag terugkwam om mijn handschoenen, zat ze weer
+zoo verdiept in haar lievelingsschrijver, dat ze niet eens hoorde, hoe ik in de gang liep te springen en te dansen, uit blijdschap
+over <span class="pageno">
+[37]
+</span>den goeden tijd, die ophanden is. Wat zou ze een plezierig leven kunnen hebben, als ze maar wou. Ik benijd haar niets, al
+heeft ze ook nog zooveel geld, want alles wel beschouwd, hebben rijke menschen bijna evenveel moeilijkheden als arme, geloof
+ik,&#8221; voegde Jo er philosofisch bij.
+
+</p>
+<p>&#8220;Nu schiet mij ook iets te binnen om te vertellen,&#8221; zei Meta. &#8220;Het is niet zoo leuk, als dat van Jo, maar ik heb er op mijn
+terugwandeling over loopen denken. Bij de Kings vond ik vandaag alles van streek, en een van de kinderen zei, dat haar oudste
+broer iets heel verschrikkelijks had gedaan en dat Papa hem weggejaagd had. Ik hoorde mevrouw King schreien en mijnheer King
+heel hard spreken, en Grace en Ellen keerden hun gezicht af, toen ze mij voorbijgingen, om niet te laten zien hoe rood hun
+oogen waren. Ik vroeg natuurlijk naar niets; maar &#8217;t speet me zoo voor hen allemaal, en ik was eigenlijk blij, dat ik geen
+broer had, die slechte dingen deed en de familie onteerde. Ontzettend lijkt me dat.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Nu maar, ik vind, op school te pronk gezet te worden ook iets ontzettends,&#8221; zei Amy en schudde haar hoofd, alsof haar ondervinding
+in het leven al bijzonder treurig was. &#8220;Susie Perkins kwam van morgen op school met een beelderig ringetje aan, met een donkerrood
+steentje. Ik wou het vreeselijk graag hebben, en dacht maar al: h&egrave;, &#8217;k wou dat ik Susie was! Maar later teekende ze een portret
+van meneer Davis, met een monsterachtigen neus en een bochel, en de woorden: &#8220;Jonge dames, mijn oog is op u gevestigd,&#8221; kwamen
+uit zijn mond in een soort van ballon. Wij stikten er om, maar opeens <i>was</i> zijn oog op ons gevestigd, en schreeuwde hij Susie toe, hem haar lei te brengen. Ze was <i>geparalitizeerd</i> van schrik, maar ging toch en o, wat denk jullie, dat hij deed? Hij trok haar bij een oor, verbeeld je! is het niet verschrikkelijk
+en duwde haar onder het bord, waar ze een half uur moest blijven staan en haar lei z&oacute;&oacute; voor zich houden, dat iedereen de teekening
+zien kon.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Moesten de meisjes niet onbedaarlijk lachen?&#8221; vroeg Jo, die erg veel schik had in het geval.
+
+</p>
+<p>&#8220;Lachen! geen een, ze zaten zoo stil als muizen en Susie schreide vreeselijk, dat kan ik je wel zeggen. Ik benijdde haar toen
+heusch niet meer, want ik geloof, dat zelfs duizend gouden ringetjes mij na zooiets niet meer gelukkig zouden hebben gemaakt.
+Nooit, nooit zou ik zoo&#8217;n vernederenden morgen hebben kunnen doorkomen,&#8221; en Amy naaide weer voort, in het trotsch bewustzijn
+van haar braafheid en het gelukkig ten einde brengen van zoo&#8217;n sierlijke zinsnede.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik heb heelemaal vergeten aan tafel te vertellen, wat ik van morgen voor aardigs gezien heb,&#8221; kwam nu ook Bets uit den hoek,
+terwijl ze al pratende Jo&#8217;s rommelig mandje opruimde. &#8220;Toen ik voor Hanna oesters ging halen, was mijnheer Laurence in den
+vischwinkel, maar hij zag me niet, want ik stond achter een ton en hij was bezig met Cutter, den vischboer. Toen kwam er een
+arme <span class="pageno">
+[38]
+</span>vrouw met een emmer en luiwagen en vroeg Cutter, of ze de straat mocht schrobben voor wat visch, omdat ze geen eten had voor
+haar kinderen en haar werk was misgeloopen. Cutter had haast en zei nogal knorrig: &#8220;Neen,&#8221; en ze wou al hongerig en bedroefd
+weggaan, maar toen schoof mijnheer Laurence haar met zijn wandelstok een grooten visch toe. &#8217;t Arme menschje was zoo blij
+en verbaasd, dat ze den visch in haar arm nam en mijnheer wel tienmaal bedankte. Hij zei, dat ze nu maar gauw heen moest gaan
+en den visch dadelijk koken; en toen liep ze dolblij, op een drafje, naar huis. Aardig van hem, h&egrave;? O, ze zag er zoo grappig
+uit, toen ze dien grooten, glibberigen visch zoo aan haar hart drukte en zei, dat mijnheer Laurence er den hemel aan had verdiend.&#8221;
+
+</p>
+<p>Toen allen over Bets&#8217; verhaal waren uitgepraat, vroegen de meisjes of Moeder niets beleefd had en na een oogenblik nadenkens
+begon Mevrouw March:
+
+</p>
+<p>&#8220;Terwijl ik van morgen blauw baaien borstrokken zat te knippen in het magazijn, voelde ik me ongerust over Vader, en dacht
+er over hoe eenzaam en bedroefd we toch zouden zijn, als hem eens iets overkwam. Dat was nu wel niet heel wijs van me, maar
+ik bleef aan het tobben, totdat er een oud man binnenkwam met een briefje voor enkele dingen. Hij ging dicht bij me zitten
+en ik sprak hem eens toe, want hij zag er zoo arm en vermoeid en bezorgd uit.
+
+</p>
+<p>&#8220;Heb je zoons in &#8217;t leger?&#8221; vroeg ik, want het briefje, dat hij bracht, was niet voor mij.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja mevrouw,&#8221; vertelde de man, ik had er vier, maar er zijn er al twee doodgeschoten en &eacute;&eacute;n zit gevangen, en nu ga ik den
+vierden eens opzoeken. Die ligt hard ziek in een hospitaal in Washington.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Je hebt wel veel voor je vaderland over gehad,&#8221; zei ik, en ik voelde nu eerder hoogachting dan medelijden.
+
+</p>
+<p>&#8220;Geen zier meer dan ik moest, mevrouw. Ik zou zelf gaan, als ik maar iets waard was; omdat ik het niet ben, geef ik mijn jongens,
+en ik geef ze van heeler harte.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Hij sprak zoo opgeruimd, keek me zoo oprecht aan, en scheen zoo gelukkig, dat hij zijn alles geven kon, dat ik mij over mijzelf
+schaamde. Ik had maar &eacute;&eacute;n man gegeven en vond het veel, terwijl hij er vier gaf zonder morren; ik had al mijn dochtertjes
+thuis om mij te troosten, en zijn laatste zoon wachtte mijlen ver op hem, om hem misschien voor altijd vaarwel te zeggen.
+Ik voelde mij zoo rijk, zoo gelukkig, toen ik mijn voorrechten overdacht, dat ik een flink pakje voor hem maakte, hem wat
+geld gaf en hem hartelijk dankte voor de les, die hij me gegeven had.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Vertel nog eens wat, Moeder, zoo&#8217;n soort verhaal, als dit. Ik denk er graag later nog eens over na, als het wezenlijk gebeurd
+en niet te preekachtig is,&#8221; zei Jo, na een oogenblik van algemeen stilzwijgen.
+
+</p>
+<p>Mevrouw March glimlachte en begon terstond, want ze had sinds jaar en dag vertelseltjes verteld aan dit kleine gezelschap,
+en wist, hoe ze bezig te houden.
+<span class="pageno">
+[39]
+</span></p>
+<p>&#8220;Er waren eens vier meisjes, die alles bezaten, wat ze noodig hadden; kleeren, eten en drinken in overvloed, tal van gemakken
+en genoegens, lieve vrienden en ouders, die ze innig liefhadden, en toch waren ze niet tevreden. (Hier wierpen de hoorderessen
+elkander steelsgewijze blikken toe en begonnen ijverig te naaien). Deze meisjes verlangden niets liever dan goed te zijn en
+namen veel flinke besluiten, maar&#8212;ze kwamen ze niet al te best na en zeiden gedurig: &#8220;Als wij dit maar hadden,&#8221; of: &#8220;Als we
+dat maar konden doen,&#8221; heelemaal vergetende, hoeveel ze al hadden, en hoeveel prettige dingen ze toch al konden doen; daarom
+vroegen ze eens aan een oude vrouw, of ze hun niet een toovermiddeltje kon geven om zich gelukkig te voelen, en het oudje
+antwoordde: zoodra als je ontevreden bent, denk dan eens na, over je zegeningen, en weest dankbaar.&#8221; (Hier keek Jo plotseling
+op, alsof ze iets wilde zeggen, maar ze veranderde van gedachte, toen ze zag, dat het verhaal nog niet uit was).
+
+</p>
+<p>&#8220;Daar ze verstandige meisjes waren, besloten ze haar raad op te volgen en weldra waren ze verbaasd over de goede uitwerking.
+De eene ontdekte, dat geld niet bij machte is schande en droefheid uit de huizen der rijken te bannen; een andere, dat zij,
+hoewel arm, vrij wat gelukkiger was door haar jeugd, gezondheid en opgeruimd humeur, dan zekere knorrige, zwakke, oude dame,
+die niet genieten kon van haar schatten; een derde dat, hoe onaangenaam het ook wezen mocht het eten te helpen klaarmaken,
+&#8217;t nog veel harder was er om te moeten bedelen, en de vierde, dat zelfs gouden ringetjes niet zooveel waard zijn als een goed
+gedrag. Daarom sloten ze een verbond, niet langer te klagen, maar te genieten van het geluk dat ze hadden en te trachten zich
+dat waardig te maken; en ik geloof, dat ze nooit teleurgesteld werden of berouw kregen, dat ze den raad van die oude vrouw
+hadden opgevolgd.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Moeder, Moeder, d&aacute;t is ondeugend van u, om onze eigen verhalen als een wapen tegen ons te gebruiken en ons een preek te geven,
+in plaats van een lang verhaal,&#8221; riep Meta.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik houd wel van dat soort van preeken; ze lijken op die van Vader,&#8221; zei Bets, terwijl ze peinzend de spelden op Jo&#8217;s kussentje
+gelijk stak.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik klaag niet <i>half</i> zooveel als de anderen, en ik zal nu meer dan ooit mijn best doen, want ik heb een waarschuwing gehad door Susie,&#8221; zei Amy
+op zedigen toon.
+
+</p>
+<p>&#8220;We hadden het lesje noodig en zullen het niet vergeten. <i>Als</i> we het soms doen, moet u maar tegen ons zeggen, wat Tante Chloe in de negerhut zei: &#8220;Denk aan je voorrechten, kinders, denk
+aan je voorrechten,&#8221; voegde Jo er bij, die, al zou het haar ook haar leven gekost hebben, niet nalaten kon uit de kleine preek
+een grapje te halen, hoewel ze die even goed ter harte nam als de anderen.
+
+
+<span class="pageno">
+[40]
+</span></p>
+<p class="div1"><a id="d0e1035"></a></p>
+<h1 class="label">Hoofdstuk V.</h1>
+<h1>Goede Buren.</h1>
+<p>&#8220;Wat ter wereld ga je nu doen, Jo?&#8221; vroeg Meta op een sneeuwachtigen middag, toen haar zuster de gang door kwam stappen, met
+overschoenen aan, een ouden mantel om, een versleten hoed op het hoofd, een bezem in de eene hand en een schop in de andere.
+
+</p>
+<p>&#8220;Buiten wat bewegingen nemen,&#8221; antwoordde Jo met van ondeugendheid flikkerende oogen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik zou denken, dat twee lange wandelingen per dag genoeg waren. Het is koud en akelig buiten, en ik raad je, liever warm
+en droog bij &#8217;t vuur te blijven, zooals ik van plan ben,&#8221; zei Meta huiverend.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik volg nooit iemands raad op, ik kan niet den heelen dag stilzitten, en omdat ik nu eenmaal geen poes ben, houd ik er niet
+van bij het vuur te zitten dommelen. Ik houd van avonturen, en ik ga ze opzoeken.&#8221;
+
+</p>
+<p>Meta ging weer in de kamer om haar voeten te roosteren en &#8220;Ivanhoe&#8221; te lezen, en Jo toog met grooten ijver aan &#8217;t werk. De
+sneeuw lag niet hoog en met haar bezem had zij gauw een pad schoon geveegd, de heele lengte van den tuin, zoodat Bets, als
+de zon doorkwam, zou kunnen wandelen, want de zieke poppen hadden behoefte aan frissche lucht. Het huis der familie March
+grensde aan dat van den heer Laurence; beide lagen in een der buitenwijken, waar het nog landelijk was, met boschjes en laantjes,
+groote tuinen en stille straten, en een lage heg scheidde de twee eigendommen. Aan de eene zijde stond een oud, bruin huis,
+dat er wel wat kaal en armoedig uitzag, nu het beroofd was van de dichte wijngaard-bl&acirc;ren, die in den zomer zijn muren bedekten,
+en van de bloemen, die het dan omgaven; aan de andere zijde een statig steenen gebouw, dat duidelijk de kenteekenen droeg
+van gemak en weelde: van het groote koetshuis en den goed onderhouden tuin af, tot de serre toe, terwijl men hier en daar
+tusschen de zware gordijnen door, een kijkje kon nemen van de weelde daar binnen. Toch scheen het een eenzaam, uitgestorven
+soort van huis, want geen kinderen stoeiden op het grasveld, geen moederlijk gelaat glimlachte ooit achter de vensters en
+zelden ging er iemand in of uit, behalve de oude heer en zijn kleinzoon.
+
+</p>
+<p>Voor Jo&#8217;s levendige verbeelding scheen de mooie villa een soort van betooverd paleis, vol heerlijke, wonderlijke dingen, waarvan
+niemand genoot. Ze had er al lang naar gehunkerd deze verborgen pracht eens te zien en &#8220;die jongen van hiernaast&#8221; te leeren
+kennen, die er wel naar uitzag, alsof hij kennis wilde maken, als hij maar wist hoe te beginnen. Sedert de partij was ze begeeriger
+dan ooit geweest en had ze menig plan gemaakt om vriendschap met hem <span class="pageno">
+[41]
+</span>te sluiten; maar in den laatsten tijd scheen hij nooit voor den dag te komen, zoodat Jo al begon te denken, dat hij weg was,
+toen ze op zekeren dag voor een der bovenvensters, een gebruind gezicht zag verschijnen, dat met verlangende oogen naar hun
+tuin tuurde, waar Bets en Amy elkander met sneeuwballen gooiden.
+
+</p>
+<p>&#8220;Die jongen snakt naar gezelschap en vroolijkheid,&#8221; zei ze tot zich zelf. &#8220;Zijn grootvader weet niet wat goed voor hem is
+en houdt hem eenzaam opgesloten. Hij heeft behoefte aan een troep jongens om mee te spelen, of aan iemand die jong en vroolijk
+is. Ik heb grooten lust eens over te wippen en dat aan den ouden heer te gaan vertellen.&#8221;
+
+</p>
+<p>Dat denkbeeld vatte post bij Jo, die graag waagstukken volbracht en Meta altijd ergerde door haar wonderlijke bedenksels.
+Het plan om &#8220;over te wippen&#8221; werd niet vergeten, en toen de sneeuwmiddag kwam, besloot Jo eens te probeeren wat ze kon doen.
+Zoodra ze mijnheer Laurence zag wegrijden, stapte ze naar buiten om een pad tot aan de heg te maken, waar ze even rust hield
+en eens rondkeek. Alles was stil, de gordijnen beneden waren neergelaten, de bedienden niet te zien, en nergens iets te bekennen,
+behalve een donker hoofd voor een der bovenramen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Daar is hij,&#8221; dacht Jo, &#8220;arme jongen! heelemaal alleen en ziek op zoo&#8217;n somberen dag. Het is schande! Ik zal een sneeuwbal
+naar boven gooien, dan zal hij wel eens kijken, en dan zal ik hem eens een vriendelijk woordje toeroepen.&#8221;
+
+</p>
+<p>Een stevige bal vloog de lucht in, en het hoofd keerde zich dadelijk om en vertoonde een gezicht, dat onmiddellijk begon te
+glimlachen. Jo knikte, lachte terug en riep, zwaaiend met haar bezem:
+
+</p>
+<p>&#8220;Hoe gaat het? Ben je ziek?&#8221;
+
+</p>
+<p>Laurie schoof het raam op en riep met een schorre stem:
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat beter, dank je. Ik ben geweldig verkouden geweest en heb een week huisarrest gehad.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat spijt me. Wat voer je uit?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Niks, &#8217;t is hier zoo stil als in een graf.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Lees je niet?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Niet veel; ze willen het niet hebben.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Kan niemand je voorlezen?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Grootpapa doet het soms, maar hij vindt mijn boeken vervelend en ik heb er een hekel aan, het altijd aan Brooke te vragen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Is er dan niemand, die je eens komt opzoeken?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Er is niemand, dien ik graag zou willen zien. Jongens maken zoo&#8217;n kabaal en ik heb erge hoofdpijn.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Is er niet het een of ander aardig meisje, dat je zou willen voorlezen en gezelschap houden? Meisjes zijn stil en spelen
+graag voor ziekenoppasster.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik ken er geen een.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Je kent mij toch!&#8221; begon Jo lachend en zweeg toen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat is waar! Wil jij komen?&#8221; riep Laurie.
+<span class="pageno">
+[42]
+</span></p>
+<p>&#8220;<i>Ik</i> ben toevallig <i>niet</i> stil en aardig, maar ik wil wel komen, als Moeder &#8217;t goedvindt. Ik zal &#8217;t haar even vragen. Doe het raam nu weer dicht als
+een brave jongen en wacht tot ik kom.&#8221;
+
+</p>
+<p>Met die woorden nam Jo den bezem op haar schouder en wandelde naar huis, in nieuwsgierige afwachting, wat de anderen wel tegen
+haar zeggen zouden. Laurie, wat opgewonden bij de gedachte, dat hij bezoek zou krijgen, vloog rond om alles in orde te maken;
+want hij was, zooals mevrouw March het uitdrukte, &#8220;een heertje&#8221;, en ter eere van de verwachte gast, borstelde hij zijn haar
+glad, deed hij een schoon boord om, en begon hij de kamer op te ruimen, die er, ondanks een half dozijn dienstboden, alles
+behalve netjes uitzag. Na een poosje werd er haastig aan de bel getrokken en een flinke stem vroeg naar &#8220;mijnheer Laurie&#8221;,
+waarop een verbaasde dienstbode naar boven liep om een jonge dame aan te dienen.
+
+</p>
+<p>&#8220;In orde, laat haar maar boven komen, &#8217;t is juffrouw Jo,&#8221; zei Laurie en ging Jo tot aan de deur van zijn kleine zitkamer te
+gemoet. De bezoekster zag er blozend en vriendelijk uit en was volmaakt op haar gemak; in de eene hand hield ze een dekschaaltje
+en in de andere Bets&#8217; drie kleine katjes.
+
+</p>
+<p>&#8220;Hier ben ik met pak en zak,&#8221; zei ze vroolijk. &#8220;Moeder laat je vriendelijk groeten en was heel blij, dat ik iets voor je kon
+doen. Meta wou, dat ik wat blanc manger meenam; ze heeft ze zelf zoo lekker klaargemaakt, en Bets dacht, dat je haar katjes
+wel aardig zou vinden. Ik wist wel, dat je er om lachen zou, maar ik kon het haar niet weigeren, ze wou zoo graag iets voor
+je doen.&#8221;
+
+</p>
+<p>Het toeval wilde, dat Bets&#8217; pleegkinderen juist van pas kwamen, want Laurie vergat al lachende om de jolige jonge poesen zijn
+verlegenheid en was dadelijk heel gezellig.
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat ziet er te lekker uit om op te eten,&#8221; zei hij glimlachend, toen Jo het deksel van het schaaltje nam en den blanc manger
+vertoonde, omgeven door een krans van groene blaadjes en de vuurroode bloemen van Amy&#8217;s lievelings-geranium.
+
+</p>
+<p>&#8220;Het is niet veel bijzonders, maar ze waren allemaal even vriendschappelijk gestemd en wilden dat ook graag toonen. Zeg aan
+de meid, dat ze het bewaart voor van avond bij de thee; er is niets scherps in, zoodat j&#8217;er gerust van kunt eten; &#8217;t is een
+echt ziekenkostje en glijdt gemakkelijk naar binnen, zonder je pijnlijke keel zeer te doen. Wat is dit een gezellige kamer.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat zou hij kunnen zijn, als &#8217;t hier maar wat netter was, maar de meiden zijn lui, en ik weet niet hoe ik het aan moet leggen
+om te maken, dat ze den boel onderhouden; &#8217;t is vervelend.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik zal &#8217;t binnen een paar minuten in orde brengen; want er mankeert niets aan, dan dat het om den haard wat aangestoft moet
+worden, zoo&#8212;en nu de ornamenten recht op den schoorsteen,&#8212;zoo en de boeken hier en de fleschjes daar, en je canap&eacute; met den
+rug naar het licht en de kussens een beetje opgeschud. <span class="pageno">
+[43]
+</span>Ziezoo, nu is het prettig.&#8221;&#8212;En dat was waar, want al lachend en pratend had Jo de dingen op hun plaats gezet en de kamer een
+heel ander aanzien gegeven. Laurie keek in eerbiedige stilte naar haar; en toen ze hem uitnoodigde op de canap&eacute; te gaan zitten,
+zette hij zich met een zucht van voldoening neer en zei dankbaar:
+
+</p>
+<p>&#8220;Dank je wel! Ja, dat ontbrak er aan. Neem nou als t&#8217; je belieft dien grooten stoel en laat ik iets doen om mijn gast te amuseeren.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen, ik kwam juist om jou te amuseeren. Zal ik iets voorlezen?&#8221; en Jo keek verlangend naar een stapeltje uitlokkende boeken
+in de nabijheid.
+
+</p>
+<p>&#8220;Dank je, ik heb ze allemaal al gelezen en als je &#8217;t goedvindt zou ik liever wat praten,&#8221; antwoordde Laurie.
+
+</p>
+<p>&#8220;Heel goed, ik kan den heelen dag wel praten, als je me maar aan den gang brengt. Bets zegt, dat ik nooit weet op te houden.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Is Bets niet het meisje met de roode wangen, dat veel thuis blijft en soms uitgaat met een mandje?&#8221; vroeg Laurie belangstellend.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja, dat is Bets, ze is mijn lievelingetje en een echte dot.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;De mooie is Meta, en de kleine met de krullen Amy, is &#8217;t niet?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Hoe ben je dat te weten gekomen?&#8221;
+
+</p>
+<p>Laurie bloosde, maar antwoordde oprecht: &#8220;Och, zie je, ik hoor jullie dikwijs elkaar roepen, en als ik hier boven alleen ben,
+kan ik niet nalaten naar je huis te kijken; jullie schijnt altijd zooveel pret te hebben. Neem me niet kwalijk, dat ik zoo
+gegluurd heb, maar je vergeet soms wel eens het gordijn te laten vallen voor het raam, waar de bloemen staan, en als de lamp
+dan aangestoken is, lijkt het precies een plaatje: het vuur en jullie allemaal om de tafel met je moeder; ze zit met haar
+gezicht hier naar toe en ze ziet er zoo vriendelijk uit achter die bloemen, dat ik niet kan laten er naar te kijken. Ik heb
+geen moeder zooals je weet,&#8221; en Laurie pookte in het vuur om een lichte trilling van zijn lippen, die hij niet kon bedwingen,
+te verbergen.
+
+</p>
+<p>De droefgeestige, hongerige blik in zijn oogen vond rechtstreeks den weg naar Jo&#8217;s warm hart. Ze was zoo eenvoudig opgevoed,
+dat er geen oogenblik dwaze gedachten in haar hoofd kwamen en ze op vijftienjarigen leeftijd even onschuldig en open was als
+een kind. Laurie was ziek en eenzaam; en gevoelende hoe rijk zij was aan huiselijk geluk en onderlinge liefde, wilde ze dien
+schat graag met hem deelen. Haar donkere oogen keken heel vriendelijk en haar scherpe stem klonk ongewoon zacht, toen ze zei:
+
+</p>
+<p>&#8220;We zullen dat gordijn nooit meer dicht doen, en ik geef je permissie zooveel te gluren als je wilt. Maar ik zou veel liever
+willen, dat je in plaats van naar ons te zitten kijken, ons eens kwam opzoeken. Moeder zou zoo hartelijk voor je zijn, en
+Bets kon voor je zingen, als ik het haar vroeg en Amy dansen; Meta en ik zouden je aan &#8217;t lachen kunnen maken met onze gekke
+vertooningen en zoo <span class="pageno">
+[44]
+</span>konden we samen een dolprettigen tijd hebben. Zou je grootvader het goed vinden?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik denk het wel, als je moeder het hem vroeg. Grootpapa is heel aardig, al ziet hij er niet naar uit, en hij laat me vrij
+wel doen wat ik wil; hij is alleen maar bang, dat ik lastig zou zijn voor vreemden,&#8221; zei Laurie opgevroolijkt.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wij zijn geen vreemden, wij zijn buren, en je hoeft nooit te denken, dat het ons lastig zou zijn. Wij <i>verlangen</i> er naar dat je komt; ik heb al zoo vaak geprobeerd kennis te maken. We wonen hier nog niet lang, maar we kennen toch al onze
+buren, behalve jullie.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja, zie je, Grootpapa leeft in zijn boeken, en geeft niet veel om de buitenwereld. Mijnheer Brooke, mijn gouverneur, woont
+hier niet in huis, en ik heb niemand om met mij te loopen, dus blijf ik maar thuis en breng, zoo goed en zoo kwaad het kan,
+mijn tijd door.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat saai. Je moest het maar eens wagen om overal, waar je gevraagd wordt, een visite te gaan maken; dan zou je een massa
+vrienden krijgen en gelegenheid hebben om uit te gaan. Je moet j&#8217; er niet aan storen, of je wat verlegen bent; dat zal wel
+overgaan, als je maar veel uitgaat.&#8221;
+
+</p>
+<p>Laurie kreeg weer een kleur, maar werd toch niet boos, dat hij zoo van verlegenheid beschuldigd werd, want Jo scheen zoo welgezind,
+dat het niet mogelijk was haar rondborstige verklaringen anders op te nemen, dan ze bedoeld waren.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ga je op een prettige school?&#8221; vroeg hij, van onderwerp veranderend na een kleine pauze, waarin hij in het vuur had zitten
+staren en Jo voldaan had zitten rondkijken.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik ga niet naar school, ik ben een man van zaken, een &#8220;meisje&#8221; van zaken, bedoel ik. Ik houd mijn tante gezelschap, een lieve,
+kribbige, oude ziel,&#8221; antwoordde Jo.
+
+</p>
+<p>Laurie opende zijn mond om nog een andere vraag te doen, maar zich bijtijds herinnerende, dat het niet beleefd is te veel
+naar iemands omstandigheden te informeeren, deed hij hem weer dicht en keek min of meer verlegen voor zich. Jo vond zijn bescheidenheid
+heel aardig en had er niets tegen, tante March tot onderwerp van het gesprek te maken; ze gaf hem dus een levendige beschrijving
+van die knorrige oude dame, haar vetten poedel, de papegaai, die Spaansch sprak, en de bibliotheek, waarvan ze genoot. Laurie
+had er veel plezier in, en toen ze hem vertelde van den deftigen ouden heer, die tante March eens het hof kwam maken, en hoe
+Poll hem, in het midden van een teederen volzin, tot zijn groote ontzetting, zijn pruik had afgerukt, viel de jongen achterover
+en lachte totdat de tranen langs zijn wangen liepen, en de meid haar hoofd binnen de deur stak om te zien wat er aan de hand
+was.
+
+</p>
+<p>&#8220;Prachtig! Je maakt me heelemaal beter; vertel nog meer als &#8217;t je blieft,&#8221; zei hij rood en stralend van pret uit de canap&eacute;kussens
+<span class="pageno">
+[45]
+</span>opduikende. Opgewonden door dien bijval, vertelde Jo verder over hun spelen en plannen, hun hoop en vrees voor vader, en de
+belangrijkste gebeurtenissen uit de kleine wereld, waarin de zusjes leefden. Toen begonnen ze over boeken te praten, en bemerkte
+Jo tot haar verrukking, dat Laurie evenveel van lezen hield als zij, en nog meer gelezen had.
+
+</p>
+<p>&#8220;Als je zooveel van boeken houdt, kom dan eens mee naar beneden om onze bibliotheek te zien. Grootpapa is uit, dus je hoeft
+niet bang te zijn,&#8221; zei Laurie opstaande.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik ben nergens bang voor,&#8221; antwoordde Jo, trotsch het hoofd oprichtend.
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat geloof ik ook!&#8221; riep de jongen haar bewonderend aanziende, hoewel hij bij zichzelf dacht, dat ze toch alle reden zou
+hebben bevreesd te zijn voor den ouden heer, als ze hem in een van zijn booze buien aantrof.
+
+</p>
+<p>Daar er in het heele huis een zomersche temperatuur heerschte, leidde Laurie haar van kamer tot kamer en liet haar rustig
+alles bekijken wat haar aandacht trok, tot ze ten laatste bij de bibliotheek kwamen, waar Jo in de handen klapte en stond
+te trippelen van plezier, zooals ze altijd deed, wanneer ze bijzonder opgetogen was. De muren waren bezet met boekenkasten,
+er hingen mooie platen, hier en daar stonden statuetten, en allerliefste kleine kastjes met munten en curiositeiten, en heerlijke,
+gemakkelijke stoelen en aardige tafeltjes en bronzen ornamenten, en het best van alles was een groote open haard, met ouderwetsche
+tegels gevoerd.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat is &#8217;t hier mooi!&#8221; zuchtte Jo en zonk in een uitlokkenden armstoel neer, met een uitdrukking van de grootste voldoening
+om zich heen ziende. &#8220;Theodoor Laurence, jij moet wel de gelukkigste jongen op de wereld zijn,&#8221; voegde ze er met nadruk bij.
+
+</p>
+<p>&#8220;Och, je kunt niet van boeken alleen leven,&#8221; zei Laurie, terwijl hij op een tafel tegenover haar wipte. Eer hij er nog meer
+kon bijvoegen, werd er gescheld, en Jo sprong op, verschrikt uitroepend: &#8220;O, hemel! daar is je grootpapa!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Nou, wat zou dat? Jij bent immers voor niemand bang,&#8221; antwoordde Laurie ondeugend.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik geloof toch, dat ik een beetje bang voor hem ben, al zou ik niet weten waarom. Moeder zei, dat ik mocht gaan, en ik geloof
+niet, dat jij er erger door bent geworden,&#8221; zei Jo op bedaarden toon, hoewel ze haar oogen op de deur gevestigd hield.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik voel me veel beter en ben er heel dankbaar voor. Als jij door al dat praten maar niet moe bent geworden, maar &#8217;t was <i>zoo</i> prettig, dat ik je niet kon laten ophouden,&#8221; zei Laurie hartelijk.
+
+</p>
+<p>&#8220;Daar is de dokter, jongeheer,&#8221; en de meid wenkte hem terwijl ze sprak.
+
+</p>
+<p>&#8220;Mag ik je een oogenblikje alleen laten? Ik moet even naar hem toe,&#8221; zei Laurie.
+
+</p>
+<p>&#8220;Bekommer je niet om mij. Ik ben hier zoo gelukkig als een <span class="pageno">
+[46]
+</span>krekel,&#8221; antwoordde Jo. Laurie ging heen en zijn gast vermaakte zich op haar eigen wijze. Ze stond voor een mooi portret van
+den ouden heer, toen de deur weer openging en ze, zonder zich om te keeren, op beslisten toon zei: &#8220;Ik geloof nu zeker, dat
+ik niet bang voor hem zou zijn, want hij heeft heel vriendelijke oogen, maar zijn mond is streng, en hij ziet er uit, of hij
+een ontzettend vasten wil heeft. Hij is niet zoo knap als <i>mijn</i> grootvader, maar hij lijkt me aardig.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dank u, juffrouw,&#8221; zei een barsche stem achter haar; en zich omkeerende, zag ze tot haar grooten schrik den ouden heer Laurence
+voor zich staan.
+
+</p>
+<p>De arme Jo bloosde tot achter de ooren, en haar hart begon geweldig te kloppen, toen ze bedacht wat ze gezegd had. Een oogenblik
+overviel haar een onweerstaanbare begeerte weg te loopen; maar dat was laf en de meisjes zouden haar uitlachen. Ze besloot
+dus te blijven, en zich zoo goed mogelijk uit de verlegenheid te helpen. Een tweede blik overtuigde haar, dat de levendige
+oogen onder de dikke, grijze wenkbrauwen nog vriendelijker waren dan de geschilderde, en er speelde eene lichte flikkering
+in, die haar vrees voor een groot deel wegnam. Maar de barsche stem was barscher dan ooit, toen de oude heer na een vreeselijke
+pauze kortaf vroeg:
+
+</p>
+<p>&#8220;Je bent dus niet bang voor me, h&egrave;?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Niet erg, mijnheer.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;En je vindt me niet zoo knap als je grootvader?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Niet precies, mijnheer.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;En ik heb een ontzettend vasten wil, nietwaar?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik heb alleen maar gezegd, dat ik dat dacht.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Maar ik lijk je toch wel aardig?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja, mijnheer.&#8221;
+
+</p>
+<p>Dat antwoord beviel den ouden heer. Hij lachte, gaf haar een hand, en haar bij de kin nemende, lichtte hij haar gezicht op,
+bezag het ernstig en liet haar toen weer los, zeggende: &#8220;Je aardt naar je grootvader, al lijkt je dan ook uiterlijk niets
+op hem. Hij <i>was</i> een knap man, beste meid, maar wat nog beter is, hij was een braaf en een eerlijk man, en ik was er trotsch op zijn vriend
+te wezen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dank u, mijnheer,&#8221; zei Jo en voelde zich van nu af volkomen op haar gemak, want zooiets viel juist in haar smaak.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat heb je met dien jongen van mij uitgevoerd, zeg?&#8221; was de volgende vraag, op eenigszins scherpen toon gedaan.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik heb alleen geprobeerd hem wat op te beuren, mijnheer,&#8221; en Jo vertelde, hoe zij er toe gekomen was hem op te zoeken.
+
+</p>
+<p>&#8220;Je meent dus, dat hij wat vroolijkheid noodig heeft, is &#8217;t niet zoo?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja, mijnheer; hij voelt zich wat eenzaam, geloof ik, en jongens van zijn leeftijd zouden hem misschien goed doen. Wij zijn
+maar meisjes, maar we zouden hem graag helpen, als &#8217;t kan, want we <span class="pageno">
+[47]
+</span>zijn het heerlijke Kerstpresent nog niet vergeten, dat u ons gezonden hebt,&#8221; zei Jo levendig.
+
+</p>
+<p>&#8220;Tut, tut, tut, dat was het werk van den jongen. Hoe gaat het met die arme vrouw?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat gaat nogal, mijnheer.&#8221; Jo stak in zee en sprak heel snel, en vertelde alles van de Hummels, voor wie haar moeder de belangstelling
+van een paar rijke vrienden had opgewekt.
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat is juist dezelfde manier, waarop haar vader weldeed. Ik zal uw moeder eens komen bezoeken. Zeg haar dat. Daar gaat de
+bel; wij drinken vroeg thee om Teddy. Ga mee naar beneden en zet de kennismaking voort.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Als u goed vindt dat ik blijf, mijnheer.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Anders zou ik het niet vragen,&#8221; zei mijnheer Laurence en bood haar met ouderwetsche beleefdheid zijn arm.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat zou Meta hier wel van zeggen?&#8221; dacht Jo, terwijl zij naast Laurie&#8217;s grootvader voortstapte, en haar oogen dansten van
+pret bij de gedachte, hoe ze alles thuis zou vertellen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Heila! wat ter wereld bezielt den jongen nu?&#8221; riep de oude heer, toen Laurie de trappen afkwam stormen en met een kreet van
+verbazing eensklaps bleef stilstaan, toen hij Jo gearmd zag loopen met zijn gevreesden grootvader.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik wist niet, dat u thuis was, Grootvader,&#8221; begon hij, toen Jo hem zegevierend aanzag.
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat schijnt zoo, te oordeelen naar de wijze waarop je de trappen af rent. Komt, laat ons gaan theedrinken en gedraag je fatsoenlijk,&#8221;
+en na den knaap bij wijze van liefkoozing aan het haar te hebben getrokken, ging de heer Laurence naar de andere kamer, terwijl
+Laurie achter hun rug allerlei dwaze gebaren maakte, die Jo bijna deden uitbarsten in lachen.
+
+</p>
+<p>De oude heer zei niet veel onder het uitdrinken van zijn vier kopjes thee, maar hij sloeg de jongelui gade, die weldra als
+oude vrienden zaten te keuvelen, en de verandering in zijn kleinzoon ontging hem niet. Er was nu kleur, licht en leven op
+het gelaat van den knaap, zijn manieren waren levendig en zijn lach klonk echt vroolijk.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ze heeft gelijk, de jongen <i>heeft</i> het eenzaam. Ik zal eens kijken, wat die kleine meisjes voor hem doen kunnen,&#8221; dacht de heer Laurence, toeziende en luisterende.
+Jo trok hem aan; haar eigenaardige, maar open manieren vielen in zijn smaak, en ze scheen zijn kleinzoon bijna zoo goed te
+begrijpen, alsof ze zelf een jongen geweest was.
+
+</p>
+<p>Indien de Laurences geweest waren wat Jo &#8220;stijf en harkerig&#8221; noemde, zou ze niet met hen overweg hebben gekund, want zulke
+menschen maakten haar altijd verlegen en onhandig; maar toen ze zag, dat ze vrij en gemakkelijk waren, werd zij het ook, en
+maakte een goeden indruk.
+
+</p>
+<p>Toen ze van de theetafel opstonden, stelde ze voor naar huis <span class="pageno">
+[48]
+</span>te gaan, maar Laurie zei, dat hij haar nog iets moest laten zien, en nam haar mee naar de oranjerie, die ter harer eere verlicht
+was. Jo voelde zich als in een fee&euml;npaleis, toen ze daar op en neer wandelde tusschen al de bloemen en planten&#8212;het zachte
+licht, de vochtig warme lucht, en de zeldzame klimplanten en palmen, hoog boven haar&#8212;en intusschen sneed haar nieuwe vriend
+zooveel van de mooiste bloemen af, tot hij ze niet meer houden kon. Toen bond hij ze bij elkaar en zei met den opgeruimden
+blik, dien Jo zoo graag zag: &#8220;Geef deze bouquet als &#8217;t je blieft aan je moeder, en zeg haar, dat het geneesmiddel dat ze mij
+zond, bizonder in mijn smaak is gevallen.&#8221;
+
+</p>
+<p>Ze vonden den heer Laurence voor het vuur staan in de zitkamer, maar Jo&#8217;s aandacht werd aanstonds getrokken door een prachtige
+piano, die open stond.
+
+</p>
+<p>&#8220;Speel je?&#8221; vroeg ze, met iets van eerbied in haar stem, aan Laurie.
+
+</p>
+<p>&#8220;Soms,&#8221; antwoordde hij bescheiden.
+
+</p>
+<p>&#8220;Och, speel dan nu eens, ik zou &#8217;t zoo graag eens willen hooren, om het aan Bets te kunnen vertellen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Wil jij niet eerst?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik zou niet weten hoe; te dom om &#8217;t te leeren, maar ik houd dol veel van muziek.&#8221;
+
+</p>
+<p>Laurie begon dus te spelen en Jo luisterde, haar neus begraven in heliotropen en theerozen. Haar achting en bewondering voor
+&#8220;die jongen van hiernaast&#8221; stegen ten top, want hij speelde bijzonder goed en nam volstrekt geen airs aan. Jo wilde maar,
+dat Bets hem kon hooren, maar ze zei er niets van, en prees hem, tot hij verlegen werd en zijn grootvader hem te hulp kwam.
+
+</p>
+<p>&#8220;Genoeg, jongejuffrouw, genoeg; te veel zoetigheid is niet goed voor hem. Zijn spel is niet kwaad, maar ik hoop, dat hij het
+in belangrijker zaken evengoed zal maken. Ga je weg? Nu, ik ben je ten hoogste verplicht en hoop je eens weer te zien. Mijn
+beleefde groeten aan je moeder. Slaap wel, dokter Jo!&#8221;
+
+</p>
+<p>De oude heer drukte haar hartelijk de hand, maar zag er toch uit, alsof iets hem niet beviel. Toen ze in de gang waren gekomen,
+vroeg Jo aan Laurie, of ze iets verkeerds gezegd had, maar hij schudde zijn hoofd.
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen, dat was om mij; Grootpapa hoort me niet erg graag piano spelen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Waarom niet?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat vertel ik je wel eens op een anderen keer. John zal je thuisbrengen; ik kan het nu niet doen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat hoeft niet hoor, het is maar een stapje. Zul je goed op je zelf passen?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja, maar je komt toch terug, hoop ik?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Als je belooft bij ons te komen, zoodra je weer beter bent.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja, dat zal ik doen.&#8221;
+<span class="pageno">
+[49]
+</span></p>
+<p>&#8220;Dag Laurie!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dag Jo, slaap wel!&#8221;
+
+</p>
+<p>Toen alle merkwaardigheden van dien avond verteld waren, voelde de heele familie lust om gezamenlijk een bezoek te brengen
+in het groote huis aan de andere zijde van de heg; want ieder had iets, wat er haar speciaal aantrok. Mevrouw March verlangde
+wat te praten over haar vader met den ouden man, die hem blijkbaar niet vergeten had. Meta zou graag eens in de oranjerie
+wandelen. Bets smachtte naar de prachtige piano, en Amy wenschte niets vuriger dan de mooie platen en beeldjes te zien.
+
+</p>
+<p>&#8220;Moeder, waarom zou mijnheer Laurence Laurie niet graag hebben hooren spelen?&#8221; vroeg Jo, die van een onderzoekende natuur
+was.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik weet het niet zeker, maar ik denk, omdat zijn zoon, Laurie&#8217;s vader, met een Italiaansche dame, een zangeres trouwde, waar
+de oude heer, die heel trotsch is, diep verontwaardigd over was. De jonge vrouw was goed en lief en beschaafd, maar hij hield
+niet van haar en zag zijn zoon niet weer na dat huwelijk. Ze stierven beiden, toen Laurie nog een klein kind was, waarna zijn
+grootvader hem tot zich nam. Waarschijnlijk is de jongen, die in Itali&euml; geboren werd, niet heel sterk, en is de oude man,
+uit angst hem te verliezen, zoo bezorgd voor hem. Laurie heeft een aangeboren talent voor muziek, want hij lijkt op zijn moeder
+en ik veronderstel, dat zijn grootvader bang is, dat hij lust zal krijgen zich aan de muziek te wijden; in elk geval herinnert
+zijn talent hem de vrouw, van wie hij niet veel hield, en daarom werd hij er zoo warm over, zooals Jo het uitdrukt.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Stel je voor, wat romantisch!&#8221; riep Meta.
+
+</p>
+<p>&#8220;Bespottelijk,&#8221; zei Jo, &#8220;laat den jongen musicus worden als hij dat verlangt, en plaag hem niet dood door hem naar de academie
+te sturen, als hij er een hekel aan heeft.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Daarom heeft hij dus zulke mooie zwarte oogen en zulke aardige manieren; Italianen zijn altijd beleefd, geloof ik,&#8221; zei Meta,
+die wat sentimenteel was.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat weet jij van zijn oogen en manieren? Je hebt nauwelijks twee woorden met hem gesproken,&#8221; riep Jo, die <i>niet</i> sentimenteel was.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik heb hem toch op de partij gezien, en uit je verhalen blijkt, dat hij zich goed kan voordoen. Dat was heel aardig wat hij
+zei over het geneesmiddel, dat Moeder hem zond.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Hij meende zeker den blanc manger.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat b&eacute;n je toch nog een kind; hij bedoelde jou natuurlijk!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja?&#8221; en Jo zette groote oogen op, alsof het iets heel nieuw voor haar was.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik heb nooit iemand zooals jij gezien; je begrijpt niet eens een complimentje, als j&#8217; er een krijgt,&#8221; zei Meta, met het air
+van een jonge dame, die er alles van wist.
+
+</p>
+<p>&#8220;Onzin! Ik wou, dat je niet mal was en al mijn plezier bedierf. <span class="pageno">
+[50]
+</span>Laurie is een aardige jongen; ik houd van hem, en ik verkies geen gekheden te hooren over complimentjes en zulke flauwiteiten.
+We zullen allemaal aardig voor hem zijn, omdat hij geen moeder heeft, en hij mag hier bij ons komen, is &#8217;t niet, Moeder?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja, Jo, je vriend is van harte welkom, en ik hoop, dat Meta bedenken zal, dat kinderen zoolang mogelijk kinderen moeten blijven.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik noem me zelf geen kind, en ik ben toch nog niet eens dertien,&#8221; merkte Amy op. &#8220;Wat zeg jij er van, Bets?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik dacht over onzen &#8220;Pelgrimstocht,&#8221; antwoordde Bets, die niet naar het gesprek geluisterd had. &#8220;Hoe we uit den &#8220;wankelmoedspoel&#8221;
+en door het &#8220;struikelaarspoortje&#8221; kwamen, door ons vast besluit om goed te zijn, en ons best te doen den heuvel op te klauteren,
+en dat het groote huis van Laurie&#8217;s grootvader met al de mooie dingen misschien ons Paleis der Gelukkigen zal zijn.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Wij moeten eerst nog de leeuwen voorbij,&#8221; zei Jo, op een toon alsof ze dat denkbeeld wel aardig vond.
+
+
+
+</p>
+<p class="div1"><a id="d0e1342"></a></p>
+<h1 class="label">Hoofdstuk VI.</h1>
+<h1>Bets vindt &#8220;het Paleis der Gelukkigen.&#8221;</h1>
+<p>Het groote huis bleek een eldorado te wezen, hoewel het een heelen tijd duurde, eer ze er allen in waren, en Bets het heel
+moeilijk vond &#8220;de leeuwen&#8221;<a id="d0e1349src" href="#d0e1349" class="noteref">1</a> voorbij te komen. De oude heer Laurence was de grootste, maar na zijn bezoek, waarop hij ieder van de meisjes iets aardigs
+of vriendelijks gezegd en met hun moeder over oude tijden gepraat had, was niemand meer erg bang voor hem, behalve de bedeesde
+Bets. De andere leeuw was het feit, dat ze arm waren en Laurie rijk, want dat maakte hen huiverig om beleefdheden aan te nemen,
+die ze niet wederkeerig konden bewijzen. Na een poosje bemerkten ze echter, dat hij hen als de weldoensters beschouwde en
+niet genoeg kon doen om zijn dankbaarheid te toonen voor het moederlijk onthaal, dat Mevrouw March hem bereidde, het vroolijk
+gezelschap der meisjes, en de gezelligheid, die hij in hun eenvoudig huis vond, zoodat ze weldra allen trots op zij zetten
+en elkander vriendelijkheden bewezen, zonder er over na te denken, welke wel de grootste was.
+
+</p>
+<p>Allerlei prettige dingen gebeurden in dien tijd, want de nieuwe vriendschap groeide als gras in de lente. Ieder hield van
+Laurie, en hij deelde zijn gouverneur in het geheim mee, dat de Marches <span class="pageno">
+[51]
+</span>bepaald &#8220;echt leuke&#8221; meisjes waren. Met jeugdige geestdrift namen ze den eenzamen jongen in hun midden op, bewezen hem kleine
+vriendelijkheden, en hij vond iets bizonder aantrekkelijks in het gezelschap van de vroolijke buurtjes. Daar hij nooit een
+moeder of zuster gekend had, voelde hij al heel gauw den invloed, dien ze op hem uitoefenden, en hun bezig, opgewekt leventje
+leerde hem zich te schamen over het luie bestaan dat hij leidde. Boeken verveelden hem, en hij vond de menschen nu zoo belangwekkend,
+dat de heer Brooke zich genoodzaakt zag een slecht rapport over hem uit te brengen, want Laurie verzuimde gedurig zijn lessen
+en was dan steeds bij de Marches te vinden.
+
+</p>
+<p>&#8220;Enfin, laat hij maar eens vacantie nemen; hij zal het later wel weer inhalen,&#8221; zei de oude heer. &#8220;Volgens onze vriendelijke
+buurvrouw studeert hij te hard en heeft hij behoefte aan den omgang met jonge menschen, aan uitspanning en lichaamsbeweging.
+Ik geloof, dat ze gelijk heeft, en dat ik den jongen vertroeteld heb, alsof ik zijn grootmoeder was. Laat hij doen waar hij
+plezier in heeft, als hij maar gelukkig is; bij die kleine nonnetjes hiernaast kan hem geen kwaad overkomen, en mevrouw March
+doet meer voor hem, dan wij zouden kunnen.&#8221;
+
+</p>
+<p>Wat hadden ze een prettigen tijd! Zulke heerlijke voorstellingen en tableaux, sleetochtjes en hardrijderijen op schaatsen,
+zulke gezellige avondjes in de oude zitkamer, en nu en dan zulke vroolijke kleine partijtjes in het groote huis. Meta mocht
+in de broeikas wandelen, zooveel ze maar wilde en genieten van heerlijke ruikers; Jo verslond de nieuwe bibliotheek en deed
+den ouden heer soms in lachen uitbarsten door haar critiek; Amy copieerde schilderijen en genoot naar hartelust van al het
+schoone, en Laurie speelde op de aardigste manier voor gastheer.
+
+</p>
+<p>Maar Bets kon, hoewel ze naar de groote piano smachtte, geen moed genoeg vatten naar &#8220;het paradijs&#8221; te gaan, zooals Meta het
+noemde. On zekeren dag ging ze er met Jo heen, maar de oude heer, die haar zwakke zijde niet kende, staarde haar z&oacute;&oacute; aan van
+onder zijn zware wenkbrauwen, en zei z&oacute;&oacute; hard &#8220;hm&#8221;, dat &#8220;haar beenen klapperden,&#8221; zooals ze aan haar moeder vertelde; ze liep
+zoo gauw mogelijk weg en verklaarde, dat zij er nooit meer heen durfde, zelfs niet ter wille van de mooie piano. Geen overredingen
+of beloften konden haar vrees overwinnen, totdat de heer Laurence op geheimzinnige wijze achter de waarheid kwam en de zaak
+zocht te herstellen. Gedurende een van zijn korte bezoeken, bracht hij behendig het gesprek op muziek; vertelde van groote
+zangers en zangeressen, die hij ontmoet, van fraaie orgels, die hij gehoord had, en kende zoovele aardige anecdoten, dat Bets
+onmogelijk in haar stil hoekje blijven kon, maar steeds nader en nader kwam, alsof ze betooverd werd. Ze stond stil bij den
+rug van zijn stoel en bleef met groote oogen staan luisteren, terwijl haar wangen rood gekleurd waren door de opwinding van
+deze buitengewoon moedige daad. <span class="pageno">
+[52]
+</span>De heer Laurence nam niet meer notitie van haar dan van een vlieg, sprak door over Laurie&#8217;s lessen en onderwijzers en vertelde
+toen, alsof die gedachte hem eensklaps inviel: &#8220;De jongen verwaarloost nu zijn muziek, en ik ben er blij om, want hij begon
+er al te veel van te houden. Maar de piano wordt niet beter van dat ongebruikt staan; zouden niet een paar van uw meisjes
+er nu en dan eens op willen studeeren, alleen maar om te zorgen, dat zij niet ontstemt?&#8221; Bets ging een stapje vooruit en bedwong
+met alle macht de sterke verzoeking in haar handen te klappen; de gedachte op dat prachtig instrument te mogen spelen, deed
+haar een oogenblik haar adem inhouden. Voordat mevrouw March nog kon antwoorden, ging mijnheer Laurence voort met een eigenaardig
+knikje en glimlachje: &#8220;Ze hoeven niemand te zien of te spreken, maar kunnen ten allen tijde overloopen, want ik zit toch in
+mijn studeerkamer aan den anderen kant van het huis; Laurie is veel uit, en de dienstboden hebben na negen uur niets meer
+te maken in de zitkamer.&#8221; Hier stond hij op, alsof hij wilde heengaan, en Bets was juist van plan te spreken, want die laatste
+schikking maakte, dat er niets te wenschen overbleef. &#8220;Wilt u zoo goed wezen dit aan de jonge dames te zeggen, en mochten
+ze soms geen lust hebben, dan is het ook goed.&#8221; Hier kroop een smal handje in de zijne, en Bets zag met een van dankbaarheid
+stralend gezichtje tot hem op en zei op haar ernstig, maar verlegen maniertje:
+
+</p>
+<p>&#8220;O, mijnheer, ze hebben er h&eacute;&eacute;l veel lust in!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ben jij de musicienne?&#8221; vroeg Laurie&#8217;s grootvader, zonder zijn schrikwekkend &#8220;hm!&#8221; en met een vriendelijken blik.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik ben Bets, ik houd dol veel van muziek en ik wil graag komen, als u zeker weet dat niemand me hooren kan&#8212;dien het hinderen
+zou,&#8221; voegde ze er bij, vreezende onbeleefd te zijn en bevende over haar eigen stoutmoedigheid.
+
+</p>
+<p>&#8220;Geen sterveling, lieve kind; het huis is den halven dag leeg, kom dus gerust en trommel zooveel je wilt, het zal mij genoegen
+doen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat aardig van u, mijnheer!&#8221;
+
+</p>
+<p>Bets bloosde als een roosje, toen hij haar zoo welwillend aankeek, maar nu was zij niet verlegen en drukte dankbaar de groote
+hand, omdat ze geen woorden kon vinden om hem te danken voor het kostbaar geschenk dat hij haar gegeven had. De oude heer
+streek haar zachtjes het haar van het voorhoofd, en zich bukkende kuste hij haar en zei op een toon, die maar zelden iemand
+van hem hoorde:
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik heb eenmaal een dochterje gehad met oogen als die van jou. God zegene je, kindlief; dag mevrouw,&#8221; en hij vertrok haastig. Bets gaf zich in haar moeders
+armen aan haar blijdschap over, en snelde toen naar boven om het heerlijke nieuws aan haar zieke poppenfamilie mee te deelen,
+daar de zusters niet thuis waren. Hoe vroolijk zong ze dien avond, en hoe lachten de anderen haar uit, omdat ze Amy &#8217;s nachts
+wakker maakte, door in den slaap op haar <span class="pageno">
+[53]
+</span>gezicht piano te spelen. Toen Bets den volgenden dag den ouden en den jongenheer had zien wegwandelen, trok ze, na twee of
+driemaal te zijn teruggeloopen, de stoute schoenen aan, en sloop zoo stil als een muisje naar de zitkamer, waar het voorwerp
+van haar vereering stond. Heel toevallig natuurlijk, lag er wat lieve, gemakkelijke muziek op de piano, en met bevende vingers,
+en gedurig luisterend en rondziende, raakte ze eindelijk de toetsen aan, vergat toen haar vrees, zichzelf en alles, behalve
+het onuitsprekelijk genot, dat de muziek haar gaf, want ze klonk haar als de stem van een geliefd vriend.
+
+</p>
+<p>Ze bleef, totdat Hanna haar kwam halen om te eten; maar ze had geen eetlust, en kon alleen stilzitten en tegen ieder glimlachen
+in een staat van volkomen gelukzaligheid.
+
+</p>
+<p>Van nu af aan zag men het kleine, bruine hoedje bijna dagelijks door de heg kruipen, en in de groote zitkamer huisde een muzikale
+geest, die onzichtbaar verscheen en verdween. Bets kwam nooit te weten, dat mijnheer Laurence dikwijls de deur van zijn studeerkamer
+openzette om naar de ouderwetsche liedjes te luisteren, die hij zoo graag hoorde; ze zag nooit, hoe Laurie in de gang de wacht
+hield, om de bedienden op een afstand te houden; nooit kwam de gedachte bij haar op, dat de oefeningen en de nieuwe liederen,
+die ze in het muziekkastje vond, daar gelegd werden voor haar bijzonder gebruik; en als Laurie thuis met haar over muziek
+praatte, dacht ze er alleen over, hoe vriendelijk het toch van hem was, dat hij Bets allerlei dingen vertelde, die haar zoo
+voorthielpen. Bets genoot dus van ganscher harte en erkende, wat niet altijd het geval is, dat haar, nu <i>deze</i> begeerte vervuld was, niets meer te wenschen overbleef. Misschien kreeg ze, omdat ze voor dezen zegen zoo dankbaar was, een
+nog grootere; ze verdiende in elk geval beiden.
+
+</p>
+<p>&#8220;Moeder, ik wou voor mijnheer Laurence een paar pantoffels maken. Hij is zoo goed voor me, dat ik hem mijn dankbaarheid moet
+toonen, en ik weet niets anders. Mag ik het doen?&#8221; vroeg Bets een paar weken na zijn gewichtig bezoek.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja, lieveling, het zal hem veel genoegen doen, en &#8217;t is een aardige manier om hem te bedanken. De meisjes zullen er je aan
+helpen, en ik zal het opmaken betalen,&#8221; antwoordde mevrouw March, die bijzonder graag Bets&#8217; verzoek inwilligde, omdat zij
+zoo zelden iets voor zichzelf verlangde. Na veel ernstige overleggingen met Meta en Jo werd het patroon gekozen, de benoodigdheden
+gekocht en de pantoffels begonnen. Een bouquet stemmige, maar toch vroolijke viooltjes op een donkerpurperen grond werd juist
+geschikt verklaard en Bets werkte vroeg en laat en werd alleen maar hier en daar bij moeilijke eindjes geholpen. Zij was een
+handig, klein meisje en de pantoffels waren af, voor ze iemand begonnen te vervelen. Toen schreef ze een kort, eenvoudig briefje
+en wist ze met Laurie&#8217;s hulp onder zijn Grootvaders schrijftafel te smokkelen, toen de oude heer nog niet bij de hand was.
+<span class="pageno">
+[54]
+</span></p>
+<p>Toen dat pak van haar hart was, wachtte Bets af, wat er gebeuren zou. Die gansche dag ging voorbij en een gedeelte van den
+volgenden, zonder dat ze er iets van hoorde, en ze begon al te vreezen, dat ze haar grilligen vriend beleedigd had. Op den
+middag van den tweeden dag ging ze een boodschap doen en nam de arme Johanna, haar gebrekkige pop, mee voor haar dagelijksche
+wandeling.
+
+</p>
+<p>Bij haar terugkomst, zag zij al uit de verte drie, neen, vier hoofden uit de ramen kijken, en zoodra die hoofden haar zagen,
+wuifden verscheiden handen en riepen vier stemmen vroolijk:
+
+</p>
+<p>&#8220;Er is een brief van den ouden mijnheer; kom hem maar gauw lezen!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;O, Bets! hij heeft je&#8212;&#8221; begon Amy en zwaaide alles behalve fatsoenlijk met de handen; maar ze kon niet verder komen, want
+Jo smoorde haar ontboezeming door het raam dicht te slaan.
+
+</p>
+<p>Bets haastte zich wat ze kon met een van blijdschap bonzend hart; bij de deur namen haar zusters haar op en droegen haar in
+opgetogenheid naar de zitkamer, alle drie naar den hoek wijzende en roepende: &#8220;Kijk eens!&#8221; Bets keek, en werd bleek van verrukking
+en verrassing, want daar stond eene kleine piano met een brief er boven op, geadresseerd aan: Mejuffrouw Elizabeth March.
+
+</p>
+<p>&#8220;Voor mij?&#8221; fluisterde Bets en hield zich vast aan Jo, met een gevoel, alsof ze op den grond zou vallen; het was alles zoo
+wonderlijk, zoo overstelpend!
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja; heelemaal voor jou, lieveling. Is dat niet kranig van hem? Vind je hem niet den liefsten ouden man in de heele wereld?
+De sleutel zit in den brief, we hebben hem niet opengemaakt, maar we branden van verlangen om te hooren, wat er in staat,&#8221;
+riep Jo, terwijl ze haar zusje opgewonden tegen zich aandrukte en haar den brief in de hand stopte.
+
+</p>
+<p>&#8220;Lees jij hem alsjeblieft, ik kan niet, ik voel me zoo raar. O, hij is v&eacute;&eacute;l te mooi voor mij,&#8221; en Bets verborg haar gezicht
+in Jo&#8217;s boezelaar, voor het oogenblik heelemaal van streek.
+
+</p>
+<p>Jo opende den brief en begon te lachen, want de eerste woorden, die ze zag, waren:
+
+
+</p>
+<div class="blockquote">
+<p class="div1"></p>
+<p>Mejuffrouw March,
+
+
+</p>
+<p>&#8220;Waarde, jonge Vriendin.&#8221;
+
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat klinkt dat aardig! Ik wou dat iemand ook eens zoo aan mij schreef!&#8221; zei Amy, die den ouderwetschen aanhef wel &#8220;deftig&#8221;
+vond.
+
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik heb vele pantoffels gehad in mijn leven, maar nooit een paar, dat mij zoo goed paste, als de uwe,&#8221; ging Jo voort. &#8220;Viooltjes
+zijn mijn geliefkoosde bloemen en deze zullen mij altijd de lieve geefster in herinnering brengen. Ik doe gaarne mijn schulden
+af, en ik denk dus, dat ge &#8220;den ouden heer&#8221; wel zult willen toestaan u iets <span class="pageno">
+[55]
+</span>te zenden, wat eenmaal behoorde aan het kleindochtertje, dat hij verloren heeft. Met hartelijken dank en beste wenschen blijf
+ik,
+
+
+</p>
+<p>Uw dankbare vriend en dienstw. dien.
+<br>James Laurence.
+
+</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>&#8220;Nu Bets, d&agrave;t is een eer, waar je trotsch op mag zijn, zou ik denken! Laurie vertelde me, hoeveel mijnheer Laurence van dat
+kind hield, en hoe zorgvuldig hij al haar dingen bewaard heeft. Denk eens, hij heeft jou haar piano gegeven! Dat komt er van
+als je groote blauwe oogen hebt en van muziek houdt,&#8221; zei Jo en zocht Bets te kalmeeren, die erg beefde en een kleur had van
+opgewondenheid.
+
+</p>
+<p>&#8220;Zie eens wat aardige kandelaartjes voor de kaarsen, en wat mooie groene zij van achteren, in het midden opgenomen met een
+goud roosje, en de mooie stander en het krukje, alles bij elkander,&#8221; voegde Meta er bij, de piano openende en alle schoonheden
+aanwijzende.
+
+</p>
+<p>&#8220;&#8220;Uw dienstwillige dienaar, James Laurence;&#8221; verbeeldt je toch eens, dat schreef hij aan jou! Ik zal het de meisjes op school
+vertellen, die zullen het haast niet kunnen gelooven,&#8221; riep Amy, op wie het briefje een diepen indruk gemaakt had.
+
+</p>
+<p>&#8220;Probeer &#8217;m eens, liefje, laten we die dreumes van een piano eens hooren,&#8221; zei Hanna, die altijd met haar gansche hart deelde
+in de vreugde en droefheid der familie.
+
+</p>
+<p>Bets speelde dus een stukje, en ieder zei, dat het de mooiste toon was, dien ze ooit gehoord hadden. Het instrument was klaarblijkelijk
+pas gestemd en opgeknapt; maar hoe volmaakt het ook was, geloof ik toch, dat er niets zoo bekoorlijk was als dat gelukkigste
+van alle gelukkige gezichtjes, die er over hingen, toen Bets met teedere handen de mooie zwarte en witte toetsen aanraakte
+en haar voeten de blinkende pedalen drukten.
+
+</p>
+<p>&#8220;Je zult hem moeten gaan bedanken,&#8221; zei Jo, bij wijze van grap, want dat &#8220;het kind&#8221; werkelijk zou gaan, kwam niet in haar
+op.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja, dat ben ik ook stellig van plan; ik geloof, dat ik nu maar moest gaan, voordat ik bang word,&#8221; en tot groote verbazing
+van het verzamelde gezin, stapte Bets vastbesloten den tuin in, de heg door en recht op het huis der Laurences aan.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wel, heb ik van me leven! als dat niet het raarste is, wat ik ooit gezien heb; de piano heeft haar heelendal van de wijs
+gebracht; &#8217;t schaap zou nooit gegaan zijn, als ze bij der positieve was!&#8221; riep Hanna, haar naziende, terwijl het wonder de
+meisjes een oogenblik sprakeloos maakte. Ze zouden nog meer verwonderd zijn geweest, als ze gezien hadden, wat Bets verder
+deed. Ze liep, zonder zich ook maar een oogenblik te bedenken, naar de studeerkamer, klopte aan, en toen een forsche stem
+&#8220;binnen&#8221; riep, <i>ging</i> ze werkelijk naar binnen, stapte op mijnheer Laurence af, die zeer verwonderd opkeek, stak hem haar hand toe en zei met een
+maar <i>even</i> bevende stem: &#8220;Mijnheer, ik kwam u bedanken voor&#8212;&#8221; maar verder bracht <span class="pageno">
+[56]
+</span>ze het niet; want hij keek haar zoo vriendelijk aan, dat ze haar toespraak vergat; en er alleen aan denkende, dat hij het
+kleine meisje, dat hem zoo lief was geweest, verloren had, sloeg ze beide armen om zijn hals en kuste hem.
+
+</p>
+<p>Als het dak van het huis plotseling boven het hoofd van den ouden heer was ingestort, zou hij niet verbaasder hebben kunnen
+zijn, maar hij vond het heel plezierig&#8212;o ja! hij vond het <i>bijzonder</i> plezierig; en hij was door dit groote bewijs van vertrouwen zoo geroerd en gelukkig, dat al zijne norschheid verdween. Hij
+nam haar op zijn knie en vleide zijn gerimpelde wang tegen haar blozend gezichtje, en verbeeldde zich, dat hij zijn eigen
+kleindochtertje terug had gekregen. Van dat oogenblik af had Bets niets geen angst meer voor hem, en zat ze zoo gezellig met
+hem te babbelen, alsof ze hem haar leven lang gekend had; want liefde sluit vrees uit en dankbaarheid kan trots overwinnen.
+Toen ze naar huis terugkeerde, bracht hij haar tot aan haar eigen deur, schudde haar hartelijk de hand, nam bij het afscheidnemen
+zijn hoed voor haar af, en wandelde statig en deftig terug, zooals een knap, krijgshaftig oud heer betaamt.
+
+</p>
+<p>Toen de meisjes dat zagen, <i>moest</i> Jo een paar bokkesprongen maken om haar blijdschap te toonen; Amy viel in haar verbazing bijna uit het raam, en Meta riep
+met opgeheven handen: &#8220;Nou geloof ik heusch, dat de wereld op haar eind loopt!&#8221;
+
+
+
+</p>
+<p></p>
+<hr class="noteseparator">
+<div class="notetext">
+<p class="notetext"><a id="d0e1349" href="#d0e1349src" class="noteref">1</a> De pelgrim in <i>The Pilgrim&#8217;s Progress</i> moet op zijn reis naar &#8220;de Hemelsche stad&#8221; o.a. ook &#8220;de leeuwen&#8221; voorbij. (Vert.)
+</p>
+</div>
+<p class="div1"><a id="d0e1472"></a></p>
+<h1 class="label">Hoofdstuk VII.</h1>
+<h1>Amy&#8217;s Dal der Vernedering.</h1>
+<p>&#8220;Die jongen is een echte cycloop, vindt jullie niet?&#8221; vroeg Amy op een keer, toen Laurie te paard voorbij rende en in het
+voorbijgaan met zijn zweep salueerde.
+
+</p>
+<p>&#8220;Hoe durf je dat te zeggen van een jongen, die zijn beide oogen heeft, en nog wel heel mooie ook!&#8221; riep Jo, die niet de minste
+aanmerking op haar vriend kon velen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik zei niets van zijn oogen, en ik begrijp niet, waarom je zoo op moet vliegen, als ik zijn rijden bewonder.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;O, lieve ziel! die kleine gans bedoelt een centaur en ze zegt een cycloop,&#8221; riep Jo, in lachen uitbarstend.
+
+</p>
+<p>&#8220;Je hoeft je niet zoo ruw aan te stellen, het is alleen maar een &#8220;lapsus lingus,&#8221; zooals mijnheer Davis zegt,&#8221; antwoordde
+Amy, Jo met haar Latijn den mond snoerend. &#8220;Ik wou maar, dat ik een gedeelte van het geld had, dat Laurie aan dat paard verspilt,&#8221;
+voegde ze er als tot zichzelf sprekend bij, maar toch in de hoop, dat haar zusters het hooren zouden.
+<span class="pageno">
+[57]
+</span></p>
+<p>&#8220;Waarom?&#8221; vroeg Meta vriendelijk, want Jo kreeg een nieuwe lachbui bij Amy&#8217;s tweede vergissing.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik heb het zoo hoog noodig; ik zit diep in de schuld en mijn beurt voor het prullengeld komt nog in geen maand.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;In schulden, Amy, wat bedoel je?&#8221; vroeg Meta bezorgd.
+
+</p>
+<p>&#8220;Och, ik ben minstens een dozijn dadels schuldig, en je weet, ik kan ze niet betalen, voor ik geld heb, want Moeder heeft
+me volstrekt verboden iets op rekening te koopen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Vertel mij de heele zaak eens. Zijn dadels nu in de mode? Vroeger waren het &#8220;balletjes,&#8221; en Meta trachtte haar gezicht in
+de plooi te houden, want Amy zag er hoogst ernstig en gewichtig uit.
+
+</p>
+<p>&#8220;Och, zie je, de meisjes koopen ze telkens, en als je niet voor schriel wilt aangezien worden, moet je het ook wel&#8217;s doen.
+Het zijn nu altijd dadels; iedereen zit er onder schooltijd in zijn lessenaar aan te zuigen en verruilt ze in het speelkwartier
+tegen potlooden, kralen, ringen en papieren poppetjes of iets anders. Als een meisje veel van een ander houdt, geeft ze haar
+er een mee; als zij boos op haar is, eet zij er een voor haar oogen op, zonder haar zelfs te vragen of ze er even aan wil
+zuigen. Ze tracteeren om beurten, en ik heb er al een hoop gehad, zonder ooit iets terug te doen; en dat moet ik toch, want
+het zijn eereschulden, is &#8217;t niet?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Hoeveel heb je noodig, om alles af te doen en je crediet te herstellen?&#8221; vroeg Meta, haar beurs uit den zak halend.
+
+</p>
+<p>&#8220;Een kwartje zou genoeg zijn, dan bleef er nog wel wat over om jullie te trakteeren, of houden jullie niet veel van dadels?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Niet erg, je mag mijn deel houden. Hier is het geld&#8212;maak er zooveel van als je kunt, want ik kan &#8217;t je niet dikwijls geven,
+dat weet je.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;O, dank je wel; wat heerlijk toch om zakgeld te hebben. Ik zal een heel feest aanrichten, want ik heb de heele week geen
+dadel geproefd. Ik wou er liever geen een aannemen, omdat ik niets terug kon geven, en ik smacht er wezenlijk naar.&#8221;
+
+</p>
+<p>Den volgenden dag kwam Amy vrij laat op school, maar ze kon de verzoeking niet weerstaan met vergeeflijken trots een vochtig,
+bruin papieren pakje te vertoonen, voordat ze het in de verborgenste schuilhoeken van haar lessenaar wegstopte. Het volgend
+oogenblik ging het praatje als een loopend vuurtje door de klasse, dat Amy March vierentwintig heerlijke dadels bij zich had
+(zij had er onderweg &eacute;&eacute;n opgegeten) en zou trakteeren, waarop ze door haar vriendinnen met attenties overladen werd. Katy
+Brown verzocht haar dadelijk op haar eerstvolgende partij, Mary Kingsley drong er op aan haar tot het speeluur haar horloge
+te leenen; en Jenny Snow, een satirieke jonge dame, die Amy laaghartig geplaagd had met haar dadelloozen staat, wierp haastig
+de wapens neer, en bood de antwoorden aan, voor een paar moeilijke sommen. Maar Amy had de scherpe opmerkingen niet vergeten
+van de jongejuffrouw Snow over &#8220;sommige menschen, wier neuzen niet te stomp waren <span class="pageno">
+[58]
+</span>om de dadels van anderen te ruiken, en verwaande menschen, die niet te trotsch waren er om te vragen,&#8221; en zij sloeg dadelijk
+de hoop van &#8220;dat kind Snow&#8221; den bodem in, door de vernietigende tijding: &#8220;Je hoeft niet plotseling zoo beleefd te zijn, want
+je krijgt er toch geen.&#8221;
+
+</p>
+<p>Nu gebeurde het, dat de school dien morgen bezocht werd door een gewichtig personage, die Amy&#8217;s net geteekende kaarten prees,
+welke eer, aan haar vijandin bewezen, een angel was in de ziel van jongejuffrouw Snow, en jongejuffrouw March de airs deed
+aannemen van een jonge pauw. Maar helaas, helaas! hoogmoed komt voor den val, en de wraakzuchtige Snow deed met rampzalig
+succes de kans keeren. Niet zoodra had de bezoeker de gewone complimenten gemaakt en den aftocht geblazen, of Jenny deelde
+den onderwijzer, mijnheer Davis, onder voorwendsel van iets belangrijks te vragen, mede, dat Amy March dadels in haar lessenaar
+had.
+
+</p>
+<p>Nu had de heer Davis dadels voor contrabande verklaard, en plechtig gezworen, dat de eerste, die de wet durfde overtreden,
+openlijk kennis zou maken met de handplak. De arme man, die heel wat te verdragen had, was er na een langen, hevigen oorlog
+in geslaagd de balletjes te verbannen, had een vuurtje gestookt van de in beslag genomen romannetjes en couranten, een privaat-postkantoor
+opgeheven, het gezichten trekken, het geven van bijnamen, het teekenen van caricaturen verboden, en alles gedaan wat &eacute;&eacute;n enkel
+man doen kan om een vijftigtal oproerige meisjes in bedwang te houden. Jongens stellen het menschelijk geduld meer dan genoeg
+op de proef, de hemel weet het! maar meisjes nog erger, vooral dat van zenuwachtige heeren met een tiranniek gemoed en niet
+meer talent voor het onderwijs dan &#8220;Dr. Blimber.&#8221; De heer Davis had veel kennis van Grieksch, Latijn, algebra en &#8220;ologies&#8221;
+van allerlei soort, waarom hij een bijzonder goed onderwijzer genoemd werd, terwijl manieren, zedenleer, gevoelens en voorbeelden
+van niet veel belang beschouwd werden. Het was een zeer gelukkig oogenblik om Amy aan te klagen, en Jenny wist bet. Klaarblijkelijk
+had mijnheer Davis dien morgen te sterke koffie gedronken, er woei een Oostenwind, die altijd zijn zenuwen prikkelde en zijn
+leerlingen hadden hem niet die eer bewezen, die hij wist verdiend te hebben; daarom was hij, om den veelzeggenden, indien
+ook al niet bevalligen spreektrant van een schoolmeisje te gebruiken, &#8220;zoo kwaadaardig als een bul en zoo brommig als een
+beer.&#8221; Het woord &#8220;dadel&#8221; werkte als vuur bij buskruit; zijn tanig gezicht werd vuurrood, en hij sloeg met zoo&#8217;n kracht op
+zijn lessenaar, dat Jenny met ongewone vlugheid naar haar plaats terugwipte.
+
+</p>
+<p>&#8220;Jonge dames, opletten <i>als &#8217;t je blieft</i>!&#8221;
+
+</p>
+<p>Op dat streng verzoek zweeg het geraas, en vijftig paar blauwe, zwarte, grijze en bruine oogen werden gehoorzaam gericht op
+zijn schrikwekkend gelaat.
+<span class="pageno">
+[59]
+</span></p>
+<p>&#8220;Jongejuffrouw March, kom hier.&#8221;
+
+</p>
+<p>Amy stond op om te gehoorzamen, uiterlijk bedaard maar inwendig angstig genoeg, want de dadels bezwaarden haar geweten.
+
+</p>
+<p>&#8220;Breng de dadels mee, die in je lessenaar zijn,&#8221; klonk het onverwachte bevel, dat haar tegenhield, nog eer ze uit de bank
+was gekomen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Neem ze niet allemaal mee,&#8221; fluisterde haar buurvrouw, een jonge dame, die veel tegenwoordigheid van geest bezat.
+
+</p>
+<p>Amy schudde er haastig een half dozijn uit en legde de overige voor mijnheer Davis neer, vast overtuigd, dat ieder man, die
+een menschelijk hart in zich omdroeg, zachter gestemd zou worden, als die verrukkelijke geur zijn neus bereikte. Ongelukkig
+had de heer Davis een bijzonderen afkeer van de vrucht, en die afschuw deed zijn toorn stijgen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Is dat alles?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen, mijnheer,&#8221; stamelde Amy.
+
+</p>
+<p>&#8220;Breng dadelijk het overige hier.&#8221;
+
+</p>
+<p>Met een wanhopigen blik op haar clubje gehoorzaamde Amy.
+
+</p>
+<p>&#8220;Weet je zeker, dat er niet meer zijn?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik jok nooit, mijnheer!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat zie ik. Neem nu die walgelijke dingen twee aan twee op en smijt ze uit het raam.&#8221;
+
+</p>
+<p>Een diepe zucht steeg uit aller hart op, die wel een kleine windvlaag geleek, toen de laatste hoop vervloog en de lekkernij
+ontstolen werd aan de smachtende lippen.
+
+</p>
+<p>Purper van schaamte en toorn deed Amy haar twaalf vreeselijke wandelingen heen en terug, en iederen keer, dat een veroordeeld
+paar, o, zoo dik en sappig! uit haar onwillige handen viel, vermeerderde een juichtoon van de straat de smart der meisjes,
+want die vreugdeuitingen zeiden hun, dat de kleine Iersche kinderen, hun geslagen vijanden, met Amy&#8217;s tractatie hun voordeel
+deden. Dit was te veel; allen wierpen verontwaardigde of smeekende blikken op den onverbiddelijken Davis, en &eacute;&eacute;n hartstochtelijke
+dadelliefhebster barstte in tranen uit.
+
+</p>
+<p>Toen Amy van haar laatste tochtje terugkeerde, &#8220;hm&#8220;de de heer Davis gewichtig, en begon op zijn indrukmakendsten toon: &#8220;Jonge
+dames, gij herinnert u, wat ik een week geleden gezegd heb. Het spijt me, dat dit gebeurd is, maar ik kan niet toestaan, dat
+er inbreuk gemaakt wordt op mijn wetten, en ik breek <i>nooit</i> mijn woord. Jongejuffrouw March, houd uw hand op.&#8221;
+
+</p>
+<p>Amy schrikte, hield de beide handen op den rug en zag hem zoo smeekend aan, dat die blik krachtiger voor haar pleitte, dan
+de woorden, die ze niet kon uitbrengen. Ze was min of meer een lieveling van den &#8220;oude&#8221;, zooals hij genoemd werd, en ik voor
+mij geloof, dat hij zijn woord <i>zou</i> gebroken hebben, indien niet de verontwaardiging van een zichzelf niet beheerschende jonge dame, zich geuit had in een leelijk
+gesis. Dat gesis, hoe flauw het ook was, <span class="pageno">
+[60]
+</span>dreef den prikkelbaren leeraar tot het uiterste en besliste het lot der schuldige.
+
+</p>
+<p>&#8220;Uw hand, jongejuffrouw March!&#8221; was het eenig antwoord op haar stomme bede, en te trotsch om te schreien of vergiffenis te
+vragen, klemde Amy de tanden op elkaar, wierp het hoofd fier achterover, en verdroeg, zonder eenig teeken van pijn te geven,
+verscheiden slagen op haar kleine hand. Ze waren talrijk noch zwaar, die slagen, maar dat maakte geen verschil. Voor de eerste
+maal in haar leven was ze <i>geslagen</i>, en de vernedering was in haar oogen even groot, als wanneer hij haar een pak ransel gegeven had.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ga nu tot het vrije kwartier voor het bord staan&#8221;, beval mijnheer Davis, vast besloten de zaak door te zetten, nu hij eenmaal
+begonnen was.
+
+</p>
+<p>Dat was verschrikkelijk! Het zou al erg genoeg geweest zijn nu naar haar plaats terug te keeren, en de medelijdende gezichten
+te zien van haar vriendinnen, of de triomfeerende blikken van haar vijandinnen; maar om daar te pronk te staan, ten aanschouwe
+van de geheele school, terwijl de schande nog zoo versch in &#8217;t geheugen lag, scheen Amy ondraaglijk, en gedurende een oogenblik
+was liet haar, alsof ze zich voorover op den grond moest laten vallen en in heete tranen uitbarsten.
+
+</p>
+<p>Een bitter gevoel van verongelijkt te worden en de gedachte aan Jenny Snow hielpen het haar echter dragen. Toen ze de standplaats
+ingenomen had, vestigde ze haar oogen op de kachelpijp, boven wat haar nu een zee van hoofden toescheen. Daar stond ze, zoo
+onbeweeglijk en bleek, dat de meisjes het moeilijk vonden hun aandacht bij &#8217;t werk te houden, met die tragische kleine gedaante
+voor zich. Gedurende de vijftien minuten, die nu volgden, had het trotsche, gevoelige kleine ding, zooveel schaamte en verdriet
+te verdragen, dat ze het nimmer vergat. Voor anderen mocht het een belachelijke of weinig beteekenende zaak zijn, voor Amy
+was het een harde ondervinding. Gedurende de twaalf jaren van haar leven uitsluitend door liefde geregeerd, had haar nog nooit
+zoo iets getroffen. Al de pijn in haar hand en de smart van haar ziel werden vergeten bij de kwellende gedachte: &#8220;Ik moet
+het thuis vertellen en ze zullen zoo teleurgesteld over me zijn!&#8221; De vijftien minuten schenen haar een uur, maar ze waren
+toch eindelijk om, en het woord &#8220;opbergen&#8221; had haar nog nooit zoo welkom in de ooren geklonken.
+
+</p>
+<p>&#8220;Je kunt gaan, Amy March,&#8221; zei mijnheer Davis en hij leek zooals hij zich ook gevoelde, alles behalve op zijn gemak.
+
+</p>
+<p>Het duurde lang, eer hij den verwijtenden blik vergat, dien Amy hem toewierp, toen ze, zonder een enkel woord te zeggen, naar
+de kleedkamer ging, haar goed van den kapstok rukte en de plaats &#8220;voor altijd&#8221; verliet, zooals ze zichzelf hartstochtelijk
+beloofde. Thuis raakte ze totaal overstuur, en toen de oudere meisjes eenigen tijd later terugkwamen, werd er dadelijk een
+zeer verontwaardigde <span class="pageno">
+[61]
+</span>vergadering gehouden. Mevrouw March zei niet veel, maar keek ontstemd en troostte haar bedroefd dochtertje op de teederste
+wijze. Meta bette het gepijnigde handje met glycerine en tranen; Bets voelde, dat zelfs haar geliefde katjes geen balsem konden
+brengen voor een smart als deze, en Jo meende in haar woede, dat mijnheer Davis zonder uitstel behoorde gearresteerd te worden,
+terwijl Hanna haar vuist balde tegen den &#8220;ellendeling&#8221; en de aardappelen voor het middagmaal met zulk een vuur fijnstampte,
+alsof ze <i>hem</i> onder den lepel had.
+
+</p>
+<p>Niemand, behalve haar makkertjes, nam eenige notitie van Amy&#8217;s vlucht; maar de scherpziende jonge dames merkten op, dat &#8220;Davis&#8221;
+&#8217;s middags bijzonder vriendelijk en ook buitengewoon zenuwachtig was. Even voordat de school begon, verscheen Jo met een &#8220;grimmig
+gelaat&#8221;, stapte op den leeraar toe, en overhandigde hem een briefje van haar moeder; daarna pakte ze alles bij elkaar wat
+aan Amy toebehoorde en vertrok, na zorgvuldig haar laarzen afgeveegd te hebben op de mat bij de voordeur, alsof ze het gehate
+stof van haar voeten wilde schudden.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja, je kunt nu van deze school af gaan, maar moet dan elken dag een tijd met Bets studeeren,&#8221; zei mevrouw March dien avond.
+&#8220;Ik ben tegen lichaamsstraf, vooral wat meisjes betreft. Ik houd niet van mijnheer Davis&#8217; manier van onderwijzen en geloof
+ook niet, dat de meisjes, waarmee je omgaat, je veel goed doen. Voor ik je naar een andere school zend wil ik eerst Vader
+eens raadplegen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Heerlijk! Ik wou dat alle meisjes weggingen en zijn akelige school opgeruimd moest worden. Is &#8217;t niet om gek te worden, als
+je aan die heerlijke dadels denkt?&#8221; zuchtte Amy met het gezicht van een martelares.
+
+</p>
+<p>&#8220;Het spijt me niet, dat je ze verloren hebt, want je handelde in strijd met de regels en verdiende straf voor je ongehoorzaamheid,&#8221;
+was het strenge antwoord, dat de jonge dame die niets dan medelijden verwachtte, wel eenigszins teleurstelde.
+
+</p>
+<p>&#8220;Bedoelt u, dat u blij is, dat ik voor de geheele school vernederd ben?&#8221; riep Amy.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik zou niet dien weg inslaan om een gebrek te verbeteren,&#8221; antwoordde haar moeder; &#8220;maar ik ben er niet zeker van of je deze
+methode niet meer goed zal doen, dan een zachtere manier. Je bent mooi op weg veel te verwaand en gewichtig in je eigen oogen
+te worden, kindlief, en het is meer dan tijd, dat je er eens goed acht op geeft. Je hebt veel goede eigenschappen en kleine
+deugden, maar het is niet noodig ze zoo uit te stallen, want verwaandheid bederft den besten aanleg. Een echt talent of echte
+goedheid zullen niet licht over het hoofd gezien worden, en al h&aacute;d dit ook plaats, dan moest nog het bewustzijn, ze te bezitten
+en ferm te gebruiken, iemand voldoen. Bedenk dat de grootste aantrekkelijkheid van elk begaafd mensch is: bescheidenheid.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja, dat is waar,&#8221; riep Laurie, die in een hoek met Jo zat te <span class="pageno">
+[62]
+</span>schaken. &#8220;Ik heb een meisje gekend, dat een bijzonder talent voor muziek had, zonder het zelf te weten; ze wist ook niet,
+hoe lief de kleine stukjes waren, die ze componeerde, wanneer ze alleen was, en zou het niet geloofd hebben, al had iemand
+het haar verteld.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik wou, dat ik dat meisje gekend had; ze zou mij misschien wel willen helpen, ik ben zoo dom,&#8221; zei Bets, die gretig luisterend
+naast hem stond.
+
+</p>
+<p>&#8220;Je kent haar, en ze helpt je beter dan eenig mensch ter wereld zou kunnen,&#8221; antwoordde Laurie en zag haar met zoo&#8217;n ondeugende
+uitdrukking in z&#8217;n vroolijke, zwarte oogen aan, dat Bets plotseling bloosde en haar gezicht verborg in een canap&eacute;kussen, heelemaal
+ontsteld door die plotselinge ontdekking.
+
+</p>
+<p>Jo liet Laurie het spel winnen, om hem te beloonen voor dien lof, haar Bets toegezwaaid, die er echter niet toe te bewegen
+was dien avond iets te spelen na dat compliment. Laurie deed dus zijn best en zong uitstekend, daar hij in een bijzonder goede
+luim was, want aan de Marches toonde hij zelden de schaduwzijde van zijn karakter. Toen hij vertrokken was, vroeg Amy, die
+den geheelen avond peinzend had zitten kijken, plotseling, alsof haar een nieuwe gedachte inviel: &#8220;Is Laurie een begaafde
+jongen?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja, hij heeft veel gaven en een prachtige opvoeding gehad; hij zal een knap man worden, als hij niet door vertroeteling bedorven
+wordt,&#8221; antwoordde haar moeder.
+
+</p>
+<p>&#8220;En hij is <i>niet</i> verwaand, wel?&#8221; vroeg Amy.
+
+</p>
+<p>&#8220;Volstrekt niet; dat is juist de reden, waarom hij zoo aantrekkelijk is, en we allemaal zooveel van hem houden.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja, ik begrijp het, het is heel aardig begaafd te zijn en mooi en elegant, maar niet om vertooning te maken of er zich op
+te verheffen,&#8221; zei Amy nadenkend.
+
+</p>
+<p>&#8220;Die dingen worden altijd gevoeld en gewaardeerd in iemands manier van doen en van spreken, als ze maar met bescheidenheid
+gebruikt worden; het is heusch niet noodig er mee te koop te loopen,&#8221; zei mevrouw March.
+
+</p>
+<p>&#8220;Net zoo min als je &#8217;t in je hoofd zou halen, al je hoeden en jurken en strikken tegelijk te dragen, om de menschen toch vooral
+maar te laten zien, dat je ze hebt,&#8221; voegde Jo er bij, en &#8220;de preek&#8221; eindigde met gelach.
+
+
+
+</p>
+<p class="div1"><a id="d0e1621"></a></p>
+<h1 class="label">Hoofdstuk VIII.</h1>
+<h1>Jo ontmoet Appollyon.</h1>
+<p>&#8220;Waar gaan jullie heen?&#8221; vroeg Amy, toen ze op een Zaterdagmiddag, in haar kamer komende, haar twee oudste zusters bezig <span class="pageno">
+[63]
+</span>vond hun goed aan te doen, met een zekere geheimzinnigheid die haar nieuwsgierigheid opwekte.
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat gaat je niets aan; kleine kinderen moeten niet zoo nieuwsgierig zijn,&#8221; antwoordde Jo scherp.
+
+</p>
+<p>Als er iets is, dat ons ergert, wanneer wij nog jong zijn, dan is het wel, dat ons dit onder den neus gewreven wordt, en nog
+grievender is het, als men ons daarbij vriendelijk verzoekt: &#8220;Nu maar gauw wat te gaan spelen.&#8221; Amy stoof bij deze beleediging
+op, en besloot het geheim uit te vorschen, al moest ze er een uur lang om zeuren. Zich tot Meta wendende, die haar nooit lang
+iets kon weigeren, begon ze vleiend: &#8220;Toe vertel het me maar; je kon me <i>best</i> laten meegaan; Bets is zoo verdiept in haar poppen, en ik heb niks te doen en &#8217;k voel me z&oacute;&oacute; eenig!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik kan je niet meenemen, liefje, omdat je niet gevraagd bent,&#8221; begon Meta, maar Jo viel haar ongeduldig in de rede met een:
+&#8220;Nu, Meta, houd je stil, of je zult alles bederven. Je kunt niet meegaan, Amy, stel je dus niet aan als een klein kind, door
+er om te dwingen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Jullie gaan met Laurie ergens heen, ik weet het heel goed; je hebt gisterenavond samen op de canap&eacute; zitten fluisteren en
+lachen, en jullie hield in eens op, toen ik binnenkwam. Is &#8217;t soms niet waar?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja, we gaan met Laurie ergens heen; wees nou maar stil en zanik niet langer.&#8221;
+
+</p>
+<p>Amy zweeg, maar gebruikte haar oogen, en zag dat Meta een waaier in den zak stak. &#8220;Ik weet het al! Ik weet het al, jullie
+gaan naar de comedie, &#8220;De zeven Kasteelen&#8221; zien,&#8221; riep ze, er vast besloten bijvoegende: &#8220;En <i>ik</i> ga ook, want moeder heeft gezegd, dat ik het mocht zien, en ik heb het geld van de prullen nog bewaard! Onuitstaanbaar van
+jullie om mij niet bijtijds te waarschuwen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Luister eens even naar me, en wees nu eens lief,&#8221; zei Meta kalmeerend. &#8220;Moeder wou, dat je deze week nog niet gingt, omdat
+je oogen nog niet heel goed zijn om al het licht bij het tooverballet te verdragen. De volgende week kun jij gaan met Bets
+en Hanna, en een heerlijken avond hebben.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat vind ik niet half zoo plezierig als met jullie en Laurie. Och, laat mij maar meegaan? ik ben nu al zoolang om mijn verkoudheid
+thuis geweest, en ik snak naar een pretje. Toe, Meta, ik zal heel lief zijn,&#8221; smeekte Amy zoo roerend mogelijk.
+
+</p>
+<p>&#8220;Zouden we haar dan toch maar meenemen. Ik geloof niet dat Moeder er op tegen zou hebben, als we haar goed instopten,&#8221; begon
+Meta.
+
+</p>
+<p>&#8220;Als <i>zij</i> gaat, ga <i>ik</i> niet; en als ik niet meega, heeft Laurie het land; &#8217;t zou trouwens heel onbeleefd zijn er Amy bij in te halen, nu hij alleen
+ons gevraagd heeft. Ik vind, dat ze zich schamen moest zich zoo in te dringen, waar ze niet begeerd wordt,&#8221; zei Jo knorrig,
+<span class="pageno">
+[64]
+</span>want ze had niets geen lust op een beweeglijk kind te passen, nu ze zich voorgenomen had eens echt te genieten.
+
+</p>
+<p>Haar toon en manieren maakten Amy boos; ze begon haar laarzen aan te trekken en zei op de meest tergende manier: &#8220;Ik ga <i>toch</i>: Meta zegt, dat ik mag, en als ik voor mezelf betaal, heeft Laurie er niets mee te maken.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Je kunt niet bij ons zitten, want wij hebben gereserveerde plaatsen, en je kunt ook niet alleen zitten; Laurie moet je dan
+natuurlijk zijn plaats wel afstaan en dat zal ons plezier bederven; of hij neemt een andere plaats voor je en dat is onbehoorlijk,
+want je bent niet gevraagd. Je hoeft geen moeite te doen, want je blijft eenvoudig waar je bent,&#8221; bromde Jo, knorriger dan
+ooit, daar ze zich juist in haar haast in den vinger had geprikt. Amy, die op den grond zat met &eacute;&eacute;n laars aan, begon te schreien,
+en Meta zocht haar tot rede te brengen, toen Laurie zich beneden liet hooren en de twee meisjes haastig naar hem toe gingen,
+haar zusje snikkend achterlatend; want nu en dan vergat Amy haar groote-menschen-manieren en gedroeg ze zich als een bedorven
+kind. Juist toen het gezelschap de deur uit zou gaan, riep ze op dreigenden toon over de leuning: &#8220;Het zal je berouwen, Jo
+March! dat beloof ik.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Malligheid!&#8221; antwoordde Jo, de deur toeslaande.
+
+</p>
+<p>Ze hadden een genotvollen avond, want de &#8220;Zeven Kasteelen aan het Kristallen Meer&#8221; waren z&oacute;&oacute; tooverachtig, zoo wonderschoon,
+als men maar verlangen kon. Maar in weerwil van de grappige roode dwergen, de schitterende elfen en de prachtig aangekleede
+prinsen en prinsessen, was Jo&#8217;s genoegen met een bitteren droppel vermengd; de blonde krullen van de fee&euml;nkoningin herinnerden
+haar aan Amy, en tusschen de verschillende bedrijven hield ze zich bezig met te bedenken, wat haar zusje zou doen, om &#8220;het
+haar te doen berouwen.&#8221; In den loop der jaren hadden zij en Amy al menige schermutseling gehad, want beiden hadden een driftig
+karakter en werden licht heftig, als ze eens los kwamen. Amy plaagde Jo, en Jo maakte Amy boos, en af en toe hadden er uitbarstingen
+plaats, waarover beiden zich later schaamden. Hoewel zij de oudste was, had Jo de minste zelfbeheersching en bracht menigen
+moeilijken dag door in het bestrijden van den driftigen geest, die haar zoo dikwijls in verdrietelijkheden bracht. Haar boosheid
+was nooit van langen duur, en als ze nederig haar schuld beleden had, voelde ze er oprecht berouw over, en trachtte zich te
+beteren. Haar zusters bekenden dikwijls, dat ze het wel &#8220;leuk&#8221; vonden Jo eens woedend te maken, omdat ze dan later zoo engelachtig
+lief was. De arme Jo deed wanhopig haar best om kalm te zijn, maar haar boezemvijand was altijd gereed op te vliegen en haar
+de nederlaag toe te brengen; en er was een jarenlange, geduldige strijd noodig om hem te verslaan. Toen ze thuis kwamen, zat
+Amy te lezen in de zitkamer. Ze nam een beleedigd air aan, sloeg haar oogen niet van haar boek op en deed geen enkele vraag.
+Misschien zou haar nieuwsgierigheid <span class="pageno">
+[65]
+</span>het gewonnen hebben van haar trots, als Bets er niet geweest was om naar alles te vragen en een opgewonden beschrijving van
+het stuk te krijgen. Toen Jo naar boven ging om haar besten hoed te bergen, keek ze het eerst naar de latafel, want bij den
+laatsten twist had Amy haar gevoel zoeken te luchten, door Jo&#8217;s bovenste la op den grond om te keeren. Alles scheen nu evenwel
+op zijn plaats, en na een haastigen blik in haar kast, waschtafel en doozen, kwam Jo tot het besluit, dat Amy de beleediging
+vergeven en vergeten had.
+
+</p>
+<p>Maar daarin had Jo zich vergist, want den volgenden dag deed ze een ontdekking, die een storm teweegbracht. Meta, Bets en
+Amy zaten in den namiddag bij elkander, toen Jo opgewonden de kamer binnenstormde en ademloos vroeg: &#8220;Heeft iemand mijn sprookjes
+weggenomen?&#8221;
+
+</p>
+<p>Meta en Bets zeiden dadelijk &#8220;neen&#8221; en keken verbaasd op; Amy pookte in het vuur en zei niets. Jo zag, dat ze een kleur kreeg
+en vloog op haar toe.
+
+</p>
+<p>&#8220;Amy, jij hebt ze weggenomen!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dan weet jij, waar ze zijn!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen, dat weet ik niet.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat jok je!&#8221; riep Jo, haar bij de schouders vattende met zoo&#8217;n woedenden blik dat ze een moediger kind dan Amy, zou hebben
+doen schrikken.
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat jok ik <i>niet</i>!&#8221; Ik heb ze niet, en weet niet waar ze zijn, en ik geef er ook geen zier om.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Je weet er iets van, en je zou beter doen het maar dadelijk te zeggen, of ik zal je er toe dwingen,&#8221; en Jo schudde haar onzacht
+heen en weer.
+
+</p>
+<p>&#8220;Dreig maar zooveel je wilt, je krijgt je malle verhalen niet terug,&#8221; riep Amy, nu op haar beurt boos wordende.
+
+</p>
+<p>&#8220;Waarom niet?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik heb ze verbrand.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat! mijn sprookjes, waar ik zooveel van hield en zoo hard aan werkte, en die ik van plan was af te maken, voordat Vader
+thuiskwam? Heb je ze wezenlijk verbrand?&#8221; vroeg Jo verbleekend, terwijl haar oogen schitterden en haar handen Amy zenuwachtig
+vastklemden.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja zeker! ik heb gezegd, dat het je berouwen zou, dat je gisteren zoo onaardig was, en daarom heb ik het gedaan, dus&#8212;&#8221; verder
+kon Amy het niet brengen, want Jo&#8217;s driftige natuur werd haar de baas; ze schudde Amy, dat de tanden in haar mond klapperden,
+en riep in een hartstochtelijke vlaag van droefheid en woede:
+
+</p>
+<p>&#8220;Je bent een slecht, een akelig kind! Ik kan ze nooit meer zoo schrijven, en ik vergeef het je nooit, zoolang ik leef.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Meta vloog toe om Amy te ontzetten en Bets om Jo tot bedaren te brengen; maar Jo was geheel buiten zichzelf, en na Amy <span class="pageno">
+[66]
+</span>tot afscheid een klap om de ooren te hebben gegeven, vloog ze de kamer uit, naar de oude canap&eacute; op den zolder en streed haar
+strijd alleen.
+
+</p>
+<p>De storm klaarde beneden op toen mevrouw March thuiskwam; na het verhaal aangehoord te hebben, bracht ze Amy weldra tot inzicht
+van het onrecht, dat ze haar zuster had aangedaan. Jo&#8217;s boek was de trots van haar hart, en werd door de huisgenooten beschouwd
+als een veelbelovend letterkundig spruitje. Het waren niet meer dan een half dozijn sprookjes, maar Jo had er geduldig aan
+gewerkt met haar gansche hart, in de hoop, iets te kunnen voortbrengen, dat de moeite waard was gedrukt te worden. Ze had
+ze juist zeer zorgvuldig in het net geschreven, en het klad verscheurd, zoodat Amy&#8217;s brandstapel het dierbaar werk van verscheiden
+maanden had vernietigd. Mogelijk scheen het anderen een gering verlies toe, maar voor Jo was het een vreeselijk ongeluk, en
+ze gevoelde, dat het haar nooit vergoed kon worden. Bets treurde als om een gestorven katje, en Meta weigerde voor haar lieveling
+in de bres te springen; mevrouw March keek ernstig en bedroefd, en Amy was onder den indruk, dat niemand meer van haar zou
+houden, eer ze vergeving had gevraagd voor de daad, die ze nu meer dan iemand anders betreurde.
+
+</p>
+<p>Toen de theebel ging, verscheen Jo, maar ze zag er zoo boos en ongenaakbaar uit, dat Amy al haar moed bijeen moest rapen om
+zachtzinnig te zeggen: &#8220;Jo, wil je &#8217;t mij als &#8217;t je blieft vergeven? Ik heb er vreeselijk veel spijt van.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik zal het je <i>nooit</i> vergeven,&#8221; was Jo&#8217;s beslist antwoord, en van dat oogenblik af, scheen ze Amy&#8217;s bestaan geheel en al te vergeten.
+
+</p>
+<p>Niemand sprak over de droevige gebeurtenis, zelfs mevrouw March niet, want allen hadden door ondervinding geleerd, dat woorden
+niets uitwerkten als Jo in zoo&#8217;n bui was; en dat het wijste zou zijn, te wachten tot de een of andere kleine gebeurtenis,
+of Jo&#8217;s eigen edelmoedige natuur, haar verbittering verzachtte en de breuk heelde. Het was geen gelukkige avond, want hoewel
+de meisjes als naar gewoonte zaten te werken, terwijl hun moeder voorlas uit Bremer, Scott of Edgeworth, ontbrak er toch iets
+aan, en de liefelijke, huiselijke vrede was verstoord. Ze gevoelden dit vooral toen het oogenblik van zingen was gekomen;
+want Bets kon alleen maar spelen, Jo zweeg als een steenen beeld, en Amy begon te schreien, zoodat Meta en Moeder alleen zongen.
+Maar in spijt van hun pogingen om zoo vroolijk te zijn als leeuwerikken, schenen de heldere stemmen toch niet zoo goed bij
+elkander te passen als gewoonlijk, en allen voelden zich ontstemd.
+
+</p>
+<p>Toen mevrouw March Jo een nachtkus gaf, fluisterde ze haar teeder toe: &#8220;Kindlief, laat de zon niet ondergaan over je toorn,
+vergeeft elkander, helpt elkander, en begin morgen weer opnieuw.&#8221; Jo verlangde niets liever dan haar hoofd neer te leggen
+aan dat moederlijk hart en haar droefheid en boosheid uit te schreien; maar <span class="pageno">
+[67]
+</span>tranen waren een onmannelijke zwakheid, en ze voelde zich zoo diep beleedigd, dat ze nog niet <i>kon</i> vergeven. Ze knipoogde dus uit alle macht, schudde haar hoofd en zei barsch, omdat Amy nog onder het bereik van haar stem
+was: &#8220;Het was een afschuwelijk leelijke streek, en ze verdient niet, dat ik het haar vergeef.&#8221;
+
+</p>
+<p>Zoo stapte Jo naar haar kamer en naar bed, en er werd dien avond geen vroolijk of vertrouwelijk praatje gehouden.
+
+</p>
+<p>Amy voelde zich diep gegriefd, dat haar vredesvoorslagen van de hand gewezen waren en begon te wenschen dat ze zich niet zoo
+vernederd had, daarna zich hoe langer hoe meer beleedigd te achten en eindelijk zich op een onuitstaanbare wijze te verheffen
+op haar deugdzaamheid. Jo zag er nog altijd uit als een donderwolk, en niets ging dien dag goed. &#8217;s Morgens was het bitter
+koud; ze liet haar kostelijk warm puddingtrommeltje in de goot vallen, tante March had een aanval van rusteloosheid, Meta
+was afgetrokken, Bets keek bedroefd en neerslachtig toen ze thuiskwam, en Amy praatte gedurig over menschen, die altijd den
+mond vol hadden van goed te worden en er toch niet naar wilden streven, zelfs niet, wanneer andere menschen hun een goed voorbeeld
+gaven.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ze zijn allemaal zoo onverdraaglijk, ik zal maar eens aan Laurie vragen, of hij met me wil gaan schaatsenrijden. Hij is altijd
+vriendelijk en vroolijk en zal me wel weer in mijn fatsoen brengen, dat weet ik zeker,&#8221; zei Jo tot zichzelf en ging op weg.
+
+</p>
+<p>Amy hoorde het klepperen der schaatsen, en keek naar buiten met den ongeduldigen uitroep:
+
+</p>
+<p>&#8220;Daar nu! ze had me beloofd, dat ik den eersten den besten keer mee zou gaan, want dit is natuurlijk het laatste ijs, dat
+we dit jaar zullen hebben. Maar het zou vergeefsche moeite zijn aan zoo&#8217;n brombeer te vragen mij mee te nemen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Zeg dat niet, Amy; je bent heel ondeugend geweest en het <i>is</i> moeilijk voor Jo je het verlies van haar kostbaar boekje te vergeven; maar ik vind, dat ze het nu wel doen kon, en ik denk
+ook wel, dat ze het doen zal, als je &#8217;t maar op het goede oogenblik vraagt,&#8221; zei Meta. &#8220;Loop hen achterna, zeg niets voordat
+Jo weer in haar humeur gekomen is door Laurie, neem dan een gunstig oogenblik waar en geef haar een kus of doe iets liefs,
+en dan geloof ik zeker, dat ze met heel haar hart vrede zal sluiten.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik zal het probeeren,&#8221; zei Amy, want die raad was naar haar smaak; en na zich haastig aangekleed te hebben, liep ze de vrienden
+na, die juist achter den heuvel verdwenen.
+
+</p>
+<p>Het was niet ver tot aan de rivier, maar beiden stonden al op de schaatsen, voordat Amy hen bereikte. Jo zag haar komen, en
+keerde zich om; Laurie zag haar niet, want hij probeerde zorgvuldig het ijs langs den kant, daar een warm zonnetje aan de
+laatste vorst was voorafgegaan.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik zal tot aan de eerste bocht gaan, en zien of alles in orde is voordat we om het hardst rijden,&#8221; hoorde Amy hem zeggen,
+terwijl <span class="pageno">
+[68]
+</span>hij vooruit schoot en er in zijn pels en bonten muts uitzag als een jonge Rus.
+
+</p>
+<p>Jo hoorde hoe Amy hijgde na haar harde loopen, en hoe ze met de voeten stampte en haar vingers warm zocht te blazen, terwijl
+ze bezig was haar schaatsen aan te binden, maar Jo keerde zich volstrekt niet om, en reed langzaam &#8220;en zigzag&#8221; de rivier op,
+met een bitter en ongelukkig soort van voldoening in den tegenspoed van haar zuster. Ze had haar boosheid gekoesterd, tot
+het een krachtig gevoel was geworden, dat haar heelemaal beheerschte, zooals kwade gedachten en opwellingen altijd doen, tenzij
+men ze terstond verjaagt. Toen Laurie de bocht omging, riep hij terug:
+
+</p>
+<p>&#8220;Blijf aan den kant, het is in &#8217;t midden niet veilig&#8221;. Jo hoorde het, maar Amy kwam juist overeind en verstond geen woord.
+Jo keek over haar schouder, en de kleine demon, dien ze schuilplaats verleende, fluisterde haar in &#8217;t oor:
+
+</p>
+<p>&#8221;&#8217;t Komt er niet op aan, of zij het hoorde of niet, laat ze maar voor zichzelf zorgen.&#8221;
+
+</p>
+<p>Laurie was achter de bocht verdwenen, Jo kwam er juist dichtbij en Amy ver in de achterhoede, zette zich in beweging naar
+de mooie effen baan in het midden der rivier. E&eacute;n oogenblik stond Jo stil met een vreemd gevoel in haar hart; toen besloot
+ze verder te gaan, maar een zeker iets hield haar tegen en dwong haar nog eens om te kijken, juist bijtijds om te zien, hoe
+Amy de handen in de hoogte sloeg, en onder het plotseling kraken van brekend ijs, het geplas van water, en het uiten van een
+gil, die Jo&#8217;s hart van schrik deed stilstaan, wegzonk. Ze wilde Laurie roepen, maar haar stem begaf haar; zij trachtte op
+haar zusje toe te schieten, maar haar voeten schenen alle macht verloren te hebben, en ze stond daar maar onbeweeglijk met
+een ontzet gezicht te staren naar het kleine blauwe hoedje boven het zwarte water. Eensklaps schoot haar iets pijlsnel voorbij,
+en Laurie&#8217;s stem riep haar toe: &#8220;Haal een stok; gauw, gauw!&#8221;
+
+</p>
+<p>Hoe zij het deed, wist ze nooit te zeggen, maar de volgende oogenblikken werkte ze als een bezetene, blindelings gehoorzamende
+aan Laurie, die zijn zelfbeheersching niet verloor, en voorover liggende, Amy ophield met zijn armen, totdat Jo een lat aangesleept
+had en ze met vereende krachten het kind, meer verschrikt dan bezeerd, uit het ijs trokken. &#8220;Ziezoo, nu moeten wij zoo hard
+mogelijk met haar naar huis loopen; pak haar goed in met onze dingen, terwijl ik die verwenschte schaatsen losmaak,&#8221; riep
+Laurie, zijn jas om Amy heenslaande en aan de riemen rukkende, die nooit te voren zoo ingewikkeld hadden geschenen.
+
+</p>
+<p>Rillend, druipend en schreiend brachten ze Amy thuis, en na wat van den schrik bekomen te zijn, viel ze bij een heet vuur
+en warm in dekens gewikkeld in slaap. Onder al de bemoeiingen had Jo bijna niet gesproken, maar bleek en verwilderd rondgevlogen,
+haar hoed en mantel half af, haar japon gescheurd, en haar handen <span class="pageno">
+[69]
+</span>opengehaald en bezeerd door ijs en latten en weerspannige gespen. Toen Amy rustig lag te slapen, het huis stil was, en mevrouw
+March voor het bed zat, riep ze Jo tot zich en begon hare gewonde handen te verbinden.
+
+</p>
+<p>&#8220;Weet u wel zeker, dat ze buiten gevaar is?&#8221; fluisterde Jo en zag vol wroeging naar het goudlokkig hoofdje, dat wel voor goed
+uit haar oogen had kunnen verdwijnen, onder het verraderlijke ijs.
+
+</p>
+<p>&#8220;Volkomen, mijn kind; ze heeft zich niet bezeerd, en zal zelfs niet verkouden worden, denk ik; je hebt haar zoo flink ingestopt
+en zoo gauw thuis gebracht,&#8221; antwoordde haar moeder opgeruimd.
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat heeft Laurie gedaan, ik liet haar haar gang gaan. Moeder, <i>als</i> Amy stierf, zou het mijn schuld zijn,&#8221; en naast het bed neervallende bekende Jo, onder een stroom van berouwvolle tranen,
+al wat er gebeurd was, de hardheid van haar hart ten diepste veroordeelend en onder snikken haar dankbaarheid betuigend, dat
+de zware straf, die haar had kunnen treffen, haar bespaard was.
+
+</p>
+<p>&#8220;Het is alles de schuld van mijn ellendige drift! Ik tracht het te overwinnen, gedurig denk ik, dat ik het overwonnen heb,
+en dan is het weer erger dan ooit. O moeder! wat zal ik doen! Wat zal ik toch doen?&#8221; riep de arme Jo wanhopig.
+
+</p>
+<p>&#8220;Waak en bid, lieveling; geef nooit den strijd uit moedeloosheid op, en denk nooit dat het onmogelijk is een gebrek te overwinnen,&#8221;
+zei Mevrouw March, en ze trok het verwilderde hoofd tegen haar schouder en kuste de betraande wang zoo teeder, dat Jo nog
+hartstochtelijker begon te schreien.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik weet het niet; u kunt niet begrijpen hoe erg het is! Als ik zoo driftig ben, geloof ik, dat ik tot alles in staat zou
+zijn. Ik word zoo woedend, dat ik iemand wel zou kunnen aanvliegen en kwaad doen, en er dan blij om zijn. Soms ben ik zoo
+bang, dat ik nog eens iets verschrikkelijks <i>zal</i> doen en mijn leven bederven, en maken, dat iedereen mij haat. O Moeder, help me, help me toch alstublieft!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat zal ik, mijn kind, dat zal ik. Schrei niet zoo bitter, maar vergeet dezen dag nooit, en neem je met heel je ziel voor
+er zoo nooit meer een te beleven. Jolief! wij hebben allen onze verzoekingen, sommigen veel grooter dan de jouwe, en we hebben
+dikwijls ons heele leven noodig om ze te overwinnen. Jij meent, dat je humeur het slechtste ter wereld is, maar het mijne
+was vroeger precies zoo.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Het uwe, Moeder? En u bent nooit boos!&#8221; riep Jo voor een oogenblik haar berouw in haar verbazing vergetende.
+
+</p>
+<p>&#8220;Veertig jaar heb ik er tegen gestreden, en daardoor geleerd mij te beheerschen. Ik word bijna elken dag van mijn leven boos,
+Jo; maar ik heb geleerd het niet te toonen, en ik hoop nog altijd ook dat te overwinnen, al moest het me ook n&oacute;g veertig jaar
+kosten.&#8221;
+
+</p>
+<p>Het geduld en de nederigheid, die te lezen stonden op het gelaat, dat ze zoo liefhad, waren een betere les voor Jo dan de
+verstandigste preek, de scherpste bestraffing. Zij voelde zich dadelijk vertroost <span class="pageno">
+[70]
+</span>door haar moeders medegevoel en vertrouwen; de overtuiging, dat Moeder hetzelfde gebrek had en het steeds trachtte te verbeteren,
+maakte het voor haar zooveel gemakkelijker te dragen, en versterkte haar besluit er tegen te strijden; hoewel veertig in waken
+en bidden doorgebrachte jaren een meisje van vijftien wel lang schenen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Moeder, is u boos als u uw lippen zoo op elkander drukt en soms de kamer uitgaat, wanneer Tante March bromt, of de menschen
+het u lastig maken?&#8221; vroeg Jo, die zich meer en inniger dan ooit te voren met haar moeder verbonden voelde.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja, ik heb geleerd de haastige woorden, die mij voor den mond komen, te bedwingen; en als ik voel, dat ze toch, tegen mijn
+wil, zouden ontsnappen, ga ik een oogenblik heen en neem mijzelf eens onderhanden, omdat ik zoo zwak en slecht was,&#8221; antwoordde
+mevrouw March met een zucht en een glimlach, terwijl zij Jo&#8217;s verwarde lokken gladstreek en in orde bracht.
+
+</p>
+<p>&#8220;Hoe hebt u geleerd u te bedwingen? Dat kost mij de meeste moeite&#8212;want de scherpe woorden ontvallen me, voordat ik weet wat
+ik doe; en hoe meer ik zeg, des te erger wordt het, totdat het me goed doet het gevoel van anderen te kwetsen en verschrikkelijke
+dingen te zeggen. Vertel mij toch eens, Moes, hoe u het aanlegt.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Mijn goede moeder hielp mij altijd&#8212;&#8221;.
+
+</p>
+<p>&#8220;Zooals u ons helpt,&#8221;&#8212;viel Jo haar met een dankbaren kus in de rede.
+
+</p>
+<p>&#8220;Maar ik verloor haar, toen ik nog maar iets ouder was dan jij nu, en moest jarenlang alleen voortsukkelen, want ik was te
+trotsch om mijn zwakheid aan iemand anders te bekennen. Ik had een moeilijken tijd, Jo, en stortte veel bittere tranen over
+mijn tekortkomingen; want in weerwil van mijn pogingen scheen ik toch nooit vooruit te komen. Toen kwam je vader, en voelde
+ik me zoo gelukkig, dat het mij gemakkelijk viel goed te zijn. Maar weldra, toen ik vier dochtertjes om mij heen had, en we
+arm werden, begon de oude strijd opnieuw; want ik ben van natuur niet geduldig en het kostte me heel veel, als ik zag, dat
+mijn kinderen niet alles hadden, wat ze verlangden.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Arme Moeder! wie heeft u toen geholpen?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Vader, Jo. Hij verliest nooit zijn geduld, twijfelt nooit, klaagt nooit, maar hoopt altijd, en werkt zoo opgeruimd, dat men
+zich schamen moet in zijn nabijheid anders te zijn. Hij hielp mij en beurde mij op, en toonde mij aan, dat ik naar al de deugden
+moest streven, die ik graag mijn kleine meisjes wilde zien bezitten, want ik moest hun voorbeeld zijn. Het was gemakkelijker
+daarnaar te trachten ter wille van jullie, dan ter wille van mezelf; een verschrikte of verbaasde blik van een van mijn kinderen,
+als ik eens scherp uitviel, was mij grooter verwijt dan woorden hadden kunnen zijn; en de liefde, de achting en het vertrouwen
+van mijn kinderen was de heerlijkste belooning, die ik kon ontvangen voor mijn streven, om de vrouw te worden, die ik wenschte,
+dat ze zouden navolgen.&#8221;
+<span class="pageno">
+[71]
+</span></p>
+<p>&#8220;O, Moeder! als ik ooit half zoo goed word als u, zal ik tevreden wezen,&#8221; zei Jo aangedaan.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik hoop, dat je veel beter zult worden, lieve kind; maar je moet waken tegen je &#8220;boezemvijand&#8221;, zooals je Vader zegt, anders
+zou hij je leven treurig maken, zoo niet bederven. Je hebt nu een waarschuwing gehad, onthoud die, en zoek met hart en ziel
+dit driftig humeur te beteugelen, voordat het je grooter droefheid en berouw veroorzaakt, dan je nu voelt.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik zal het probeeren, Moeder, ik zal wezenlijk mijn uiterste best doen. Maar u moet me helpen, het mij herinneren, en maken
+dat het niet tot zoo&#8217;n uitbarsting komt. Ik heb vroeger wel eens gezien, dat Vader soms zijn vinger op den mond hield, en
+u aanzag met een heel vriendelijk, maar ernstig gezicht; en dan klemde u altijd de lippen vast op elkaar, of ging weg; herinnerde
+hij er u dan aan?&#8221; vroeg Jo zacht.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja, ik had hem gevraagd mij zoo te willen helpen, en Vader vergat het nooit, maar bewaarde me voor menig scherp woord door
+die kleine beweging en dien vriendelijken blik.&#8221;
+
+</p>
+<p>Jo zag, dat haar moeders oogen zich met tranen vulden, en dat haar lippen beefden, terwijl ze sprak. Vreezend, dat ze te veel
+gezegd had, fluisterde ze hartelijk: &#8220;Deed ik er verkeerd aan, dat ik zoo op u lette en dat ik er nu van sprak? Ik was niet
+van plan iets onliefs te zeggen, maar het is zoo prettig u alles te vertellen wat ik denk, en me bij u zoo veilig en gelukkig
+te voelen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Mijn lieve Jo, je mag Moeder <i>alles</i> zeggen, want het is mijn grootste geluk en trots, als ik voel, dat mijn meisjes vertrouwen in me stellen, en weten, hoe lief
+ik ze heb.&#8221;&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik dacht, dat ik u bedroefd maakte.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen, kind, maar als ik zoo over Vader spreek, voel ik zoo diep zijn gemis, zoo duidelijk hoeveel ik hem verschuldigd ben,
+en hoe zorgvuldig ik waken en werken moet om zijn dochtertjes veilig en goed voor hem te bewaren.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;En toch hebt u hem aangeraden te gaan, Moeder, en schreide niet, toen hij heenging, en u klaagt nu nooit en ziet er nooit
+uit, alsof u hulp noodig hebt,&#8221; zei Jo verwonderd.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik gaf het beste, wat ik had, aan het land, dat ik liefheb, en bewaarde mijn tranen, tot hij vertrokken was. Waarom zou ik
+klagen, als we beiden slechts onzen plicht hebben gedaan, en er aan &#8217;t einde zeker gelukkiger om zullen zijn? Als het je toeschijnt,
+dat ik geen hulp noodig heb, dan is dat, omdat ik een beter vriend heb dan zelfs Vader is om mij te troosten en te steunen.
+Mijn kind, de moeiten en verzoekingen van je leven beginnen eerst, en zullen misschien vele zijn: maar je kunt ze allen bestrijden
+en overwinnen, zoo je de kracht en de teederheid leert kennen van onzen hemelschen Vader, zooals je die van je aardschen vader
+kent. Hoe meer je Hem liefhebt en vertrouwt, des te dichter zul je je bij Hem gevoelen, en zooveel minder zul je steunen op
+menschelijke macht en <span class="pageno">
+[72]
+</span>wijsheid. Zijn liefde en zorg worden niet moede, noch veranderen; ze kunnen je nooit ontnomen worden, en zullen je, hoop ik,
+een bron zijn van vrede, geluk en sterkte voor het heele leven. Geloof dit van harte, en ga tot God met al je kleine zorgen
+en bezwaren, je zonden en lasten, even vrij en vertrouwelijk, als je tot mij gaat.&#8221;
+
+</p>
+<p>Jo&#8217;s eenig antwoord was, dat ze haar moeder vaster omklemde, en in de stilte, die nu volgde, steeg het oprechtste gebed, dat
+ze ooit gebeden had, uit haar hart tot God op; want in dat droevig, maar toch zoo gelukkig uur had ze niet alleen de bitterheid
+van berouw en wanhoop leeren kennen, maar ook het liefelijke van zelfverloochening en zelfbeheersching, en geleid door haar
+moeders hand, was zij nader gekomen tot den Vriend, die ieder menschenkind welkom heet met een liefde, sterker dan die van
+eenig vader, teederder dan die van eenige moeder.
+
+</p>
+<p>Amy bewoog zich en zuchtte in haar slaap, en alsof ze er naar verlangde dadelijk haar fout te herstellen, keek Jo op met een
+uitdrukking op haar gezicht, die er vroeger nooit op te zien was geweest.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik liet de zon ondergaan over mijn toorn; ik wou haar niet vergeven, en vandaag zou het te laat geweest zijn, als Laurie
+ons niet geholpen had! Hoe kon ik zoo slecht zijn?&#8221; zei Jo halfluid, terwijl ze zich over haar zusje heenboog en het vochtige
+haar, dat op het kussen lag, streelde.
+
+</p>
+<p>Amy sloeg haar oogen op, alsof ze de woorden gehoord had en stak de armen uit met een glimlach, die rechtstreeks doordrong
+tot Jo&#8217;s hart. Geen van beiden sprak een enkel woord, maar ze omhelsden elkander innig, in spijt van al de dekens, en alles
+werd met een hartelijken kus vergeven en vergeten.
+
+
+
+</p>
+<p class="div1"><a id="d0e1847"></a></p>
+<h1 class="label">Hoofdstuk IX.</h1>
+<h1>Meta gaat naar de Kermis der IJdelheid.</h1>
+<p>&#8220;Dat treft nu heusch al zoo gelukkig mogelijk, dat die kinderen juist nu de mazelen krijgen,&#8221; zei Meta op zekeren dag in April,
+terwijl ze, omringd door haar zusjes, in haar kamer een koffer stond te pakken.
+
+</p>
+<p>&#8220;En zoo lief van Annie Moffat, dat ze haar belofte niet heeft vergeten. Lekker hoor, zoo veertien dagen lang plezier te gaan
+maken,&#8221; antwoordde Jo, die wel een windmolen leek, zooals ze daar, met uitgespreide armen, rokken stond op te vouwen.
+
+</p>
+<p>&#8220;En zulk heerlijk weer, daar ben <i>ik</i> zoo blij om,&#8221; voegde Bets er bij, die zorgvuldig ceintuurs en haarlinten sorteerde en wegbergde <span class="pageno">
+[73]
+</span>in haar mooiste doos, die ze Meta voor de gewichtige gelegenheid geleend had.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik wou, dat ik zoo&#8217;n prettigen tijd te gemoet ging, en al die mooie dingen mocht dragen,&#8221; zei Amy met haar mond vol spelden,
+om het kussen van de gelukkige smaakvol en kunstig te gaan besteken.
+
+</p>
+<p>&#8220;O, ik wou dat jullie allemaal meegingen, maar daar dat nu niet kan, zal ik mijn wederwaardigheden goed onthouden en jullie
+alles vertellen, als ik terugkom. Dat is ook al het minste, wat ik doen kan, nu jullie allemaal zoo lief zijn geweest om mij
+allerlei te leenen en in orde te helpen brengen,&#8221; zei Meta, rondziende naar de eenvoudige kleeren, die in haar oogen bijna
+volmaakt waren.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat heeft Moeder je uit de schatkist gegeven?&#8221; vroeg Amy, die er niet bij tegenwoordig was geweest, toen een zeker cederhouten
+kastje openging, waarin mevrouw March enkele overblijfselen van vroegere weelde bewaarde, als geschenken voor haar meisjes,
+wanneer de geschikte tijd daarvoor gekomen zou zijn.
+
+</p>
+<p>&#8220;Een paar zijden kousen, dien mooi gesneden waaier, en een beeldig, blauw ceintuur. Ik had ook zoo graag die blauwe zijden
+japon gehad, maar er is geen tijd meer om hem te vermaken en ik moet dus maar tevreden zijn met mijn oude alpaca.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Mijn nieuwe neteldoekje zal je ook keurig staan en het lange zijden ceintuur zal alles zoo opvroolijken. Ik wou, dat ik mijn
+bloedkoralen armband niet kapot gegooid had, dan hadt je hem met plezier kunnen krijgen,&#8221; zei Jo, die gaarne iets gaf of uitleende,
+maar wier bezittingen gewoonlijk te verminkt waren om nog tot eenig nut te zijn.
+
+</p>
+<p>&#8220;Er is in de &#8220;schatkist&#8221; een beelderig, ouderwetsch stel paarlen, maar Moeder zei, dat levende bloemen het mooiste sieraad
+zijn voor een jong meisje, en Laurie beloofde me te zullen zenden, wat ik noodig heb,&#8221; antwoordde Meta. &#8220;Nu, laat eens zien,
+hier is mijn nieuw, grijs wandelpakje&#8212;och, Bets, krul de veer van mijn hoed eens wat op,&#8212;dan mijn alpaca voor Zondags en de
+kleine partij&#8212;het is wel wat zwaar voor het voorjaar, vind je niet? het blauwe zijdje zou zoo netjes staan; och hemel ja!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;O kom, je hebt de neteldoeksche voor de groote partij, en als je in &#8217;t wit bent, zie je er altijd engelachtig uit,&#8221; zei Amy,
+heelemaal verdiept in den kleinen voorraad opschik, waar haar hart zoo naar uitging.
+
+</p>
+<p>&#8220;Die heeft geen lagen hals en geen sleep, maar het zal zoo wel moeten. Mijn blauwe huisjapon ziet er zoo netjes uit, nu hij
+gekeerd en nieuw opgemaakt is, dat het net een nieuwe lijkt. Jammer, mijn mantel is lang niet naar de laatste mode, en mijn
+hoed heeft niets van dien van Sallie. Ik heb maar niets gezegd, maar ik was ook vreeselijk teleurgesteld over mijn parapluie.
+Ik had Moeder verteld dat ik liefst een zwarte met een witten stok wou hebben, maar ze vergat het en kocht er een met een
+leelijken geelachtigen <span class="pageno">
+[74]
+</span>stok. Hij is sterk en netjes, dus moet ik niet klagen, maar ik weet dat ik er verlegen over zal zijn, als ik Annie&#8217;s zijden
+parapluie met een gouden knop er naast zie,&#8221; zuchtte Meta en bekeek met grooten tegenzin het kleine regenscherm.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ruil hem,&#8221; raadde Jo.
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen, dat zou flauw zijn, en ik wil Moeders gevoel ook niet kwetsen, nadat ze zooveel moeite gedaan heeft om alles voor me
+in orde te krijgen. Het is heel laf van me, dat ik er over denk, en ik ben niet van plan er aan toe te geven. Mijn zijden
+kousen en twee paar nieuwe handschoenen troosten me in mijn leed. Erg lief van je, Jo, dat je mij de jouwe wilt leenen. Ik
+voel me zoo rijk en deftig met twee nieuwe paren en de ouwe gewasschen voor dagelijksch gebruik;&#8221; en Meta nam een hartversterkend
+kijkje in haar handschoenendoos.
+
+</p>
+<p>&#8220;Annie Moffat heeft blauwe en rose lintjes in haar onderlijfjes; zou jij er ook niet een paar door de mijne willen rijgen?&#8221;
+vroeg ze, toen Bets met een berg schoon strijkgoed, versch uit Hanna&#8217;s handen, kwam aandragen.
+
+</p>
+<p>&#8220;H&eacute;, neen, dat zou ik niet doen; de lintjes zouden niet in overeenstemming zijn met je eenvoudige lijfjes, waaraan maar een
+onnoozel kantje zit. Arme menschen moeten zich niet opdirken,&#8221; zei Jo beslist.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik zou wel eens willen weten, of ik <i>ooit</i> zoo gelukkig zal zijn om <i>echte</i> kant aan mijn ondergoed te hebben?&#8221; riep Meta wrevelig.
+
+</p>
+<p>&#8220;Laatst zei je, dat je volmaakt gelukkig zou zijn, als je maar bij Annie Moffat kon gaan logeeren,&#8221; merkte Bets op haar bedaarde
+manier aan.
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat heb ik ook gezegd! O, ik <i>ben</i> ook wel gelukkig, en ik wil niet zeuren, maar het is toch net, of je meer verlangt, naarmate je meer krijgt; vindt jullie
+niet? Ziezoo, de bak is klaar en alles is er in, behalve mijn baljapon, die ik maar voor Moeder zal laten,&#8221; zei Meta opvroolijkend,
+toen ze van den halfgevulden koffer naar het keurig gestreken neteldoekje keek, dat ze zeer gewichtig haar &#8220;baljapon&#8221; noemde.
+
+</p>
+<p>Den volgenden dag was het mooi weer, en Meta vertrok, behoorlijk toegerust, om veertien dagen van ongekend genot tegemoet
+te gaan. Mevrouw March had met eenigen tegenzin haar toestemming tot het uitstapje gegeven, vreezende, dat Meta ontevredener
+dan ze nu soms al was, zou terugkomen. Maar ze had er zoo om gebedeld, en Sallie had beloofd goed voor haar te zullen zorgen,
+en een kleine uitspanning scheen, na een zwaren winter, zoo begeerlijk, dat de moeder zich liet overhalen, en de dochter haar
+eerste proefje ging nemen van het leven in de &#8220;uitgaande kringen.&#8221;
+
+</p>
+<p>De Moffats leefden op grooten voet, en de eenvoudige Meta was in het begin min of meer overbluft door de pracht van het huis
+en de elegante kleeding der bewoners. Maar het waren vriendelijke menschen, in weerwil van hun beuzelachtig leven, en ze zetten
+<span class="pageno">
+[75]
+</span>hun gast spoedig op haar gemak. Misschien gevoelde Meta wel, zonder precies te weten waarom, dat het geen bijzonder knappe
+of schrandere menschen waren, en dat al het verguldsel de gewone stof, waarvan ze gemaakt waren, niet kon verbergen. Het was
+zeker heel plezierig, lekker te eten, in een mooi rijtuig te rijden, elken dag haar beste japon te dragen en niets te doen,
+dan zich aangenaam bezig te houden. Zooiets viel echt in haar smaak, en het duurde niet lang, of zij begon de manieren en
+gesprekken van haar nieuwe omgeving na te volgen, nam kleine airs en gewoonten aan, gebruikte Fransche woorden, cr&ecirc;peerde
+haar haar, nam haar japonnen in, en praatte zoo goed ze kon mee over de modes.
+
+</p>
+<p>Hoe meer ze zag van Annie Moffat&#8217;s mooie dingen, hoe meer ze haar benijdde en smachtte naar rijkdom. Thuis scheen haar nu
+alles in de herinnering kaal en somber toe; te moeten werken, werd harder dan ooit, en Meta vond, dat ze een heel arm en slecht
+bedeeld meisje was, in weerwil van de handschoenen en de zijden kousen.
+
+</p>
+<p>Ze had echter niet veel tijd om te treuren, want de drie meisjes maakten het zich heel druk met allerlei pretjes. Ze winkelden,
+wandelden, reden, en legden elken dag bezoeken af; gingen naar de comedie en de opera, of hadden &#8217;s avonds thuis plezier,
+want Annie had veel vriendinnen en wist ze aardig bezig te houden. Haar oudere zusters waren mooie jonge dames, en een van
+hen was ge&euml;ngageerd, wat in Meta&#8217;s oog bizonder interessant en romantisch was. Mijnheer Moffat was een dik, vroolijk oud heer,
+die haar vader wel kende; en mevrouw Moffat, een gezette, vroolijke oude dame, die evenals haar dochter groote genegenheid
+opvatte voor Meta. Iedereen haalde haar aan, en men was mooi op weg &#8220;Daisy&#8221;, zooals ze haar noemden, het hoofd op hol te brengen.
+Toen de avond voor de &#8220;kleine partij&#8221; aanbrak, merkte ze dat er van het alpaca&#8217;tje volstrekt geen sprake kon zijn, want de
+andere meisjes deden dunne japonnen aan en maakten veel toilet; dus haalde ze de witte voor den dag, die er naast Sallie&#8217;s
+nieuwe japon, eenvoudiger uitzag dan ooit tevoren. Meta zag, hoe de meisjes er naar keken en haar wangen begonnen te gloeien;
+want ze was met al haar zachtheid toch heel trotsch. Niemand zei er een enkel woord over, maar Sallie bood aan haar haar op
+te maken, en Annie haar ceintuur te strikken, en Belle, de ge&euml;ngageerde zuster, prees haar blanke armen. In al die vriendelijkheid
+zag Meta slechts medelijden met haar armoede, en haar hart was zwaar, toen de andere meisjes zoo lachten en praatten, zich
+coquet kapten, en als vluchtige vlinders heen en weer vlogen. Het harde, bittere gevoel was tot een aanmerkelijke hoogte gestegen,
+toen een der dienstmeisjes een doos met bloemen binnenbracht. Voor Meta nog iets kon zeggen, had Annie er het deksel reeds
+afgenomen, en allen bewonderden luide de prachtige rozen en andere bloemen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat is natuurlijk voor Belle. George stuurt haar altijd bloemen, <span class="pageno">
+[76]
+</span>maar deze zijn wel <i>buitengewoon</i> mooi!&#8221; riep Annie, de geur diep inademend.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ze zijn voor Juffrouw March, werd er bij gezegd. En hier is een briefje,&#8221; zei het meisje, het Meta overreikend.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat aardig! Van wien zijn zij? Ik wist niet, dat jij een aanbidder hadt!&#8221; riepen de meisjes en fladderden in de grootste
+nieuwsgierigheid en verbazing om Meta heen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Het briefje is van Moeder, en de bloemen zijn van Laurie,&#8221; zei Meta eenvoudig, maar toch zeer gestreeld dat hij haar niet
+vergeten had.
+
+</p>
+<p>&#8220;Zoo!&#8221; zei Annie met een spottenden blik, toen Meta het briefje in den zak stak, als een soort van talisman tegen afgunst,
+ijdelheid en valschen trots; want die enkele teedere woorden hadden haar goed gedaan, en de prachtige bloemen vroolijkten
+haar op.
+
+</p>
+<p>Ze voelde zich bijna weer gelukkig en legde een paar rozen en wat groen voor zichzelf op zijde, terwijl ze haastig van de
+overschietende bloemen allerliefste kleine bouquetjes maakte voor het haar, of het ceintuur van haar vriendinnen, en ze zoo
+vriendelijk aanbood, dat Clara, de oudere zuster, zei, dat ze het &#8220;aardigste kleine ding was dat ze ooit gezien had,&#8221; en allen
+zeer ingenomen waren met die attentie. De vriendelijke daad maakte een einde aan haar neerslachtigheid, en toen allen gezamenlijk
+naar beneden gingen, om zich aan mevrouw Moffat te vertoonen, zag ze, toen ze voor den spiegel stond en de bloemen in haar
+golvend haar stak, een gelukkig gezichtje met schitterende oogen, terwijl de japon, door de rozen versierd, haar nu niet meer
+zoo eenvoudig toescheen. Ze had dien avond veel plezier, want ze danste naar hartelust; allen waren even vriendelijk voor
+haar, en ze kreeg twee complimentjes. Annie verzocht haar wat te zingen, en een der gasten maakte de opmerking, dat ze een
+bijzonder lieve stem had; majoor Lincoln vroeg &#8220;wie dat frissche, aardige meisje met de mooie oogen was!&#8221; Alles te zamen genomen
+had ze dus een recht prettigen avond, totdat ze een gedeelte van een gesprek hoorde, dat haar geheel van streek maakte. Ze
+zat juist in de serre te wachten, tot haar cavalier een portie ijs bracht, toen ze aan den anderen kant van een bloemen- en
+groenversiering een stem hoorde vragen:
+
+</p>
+<p>&#8220;Hoe oud is ze?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Zestien of zeventien denk ik,&#8221; antwoordde een andere stem.
+
+</p>
+<p>&#8220;Het zou een buitenkansje zijn voor een van die meisjes, zou het niet? Sallie zegt, dat zij heel intiem zijn, en de oude heer
+vreeselijk van hen houdt.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Mevrouw M. heeft haar plannen, wed ik, en zal haar spel wel goed spelen, al is het ook nog wat vroeg. Het meisje heeft er
+klaarblijkelijk geen idee van,&#8221; zei mevrouw Moffat.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ze vertelde dat leugentje omtrent haar mama anders, alsof zij er wel iets van wist, en kreeg een kleur, toen de bloemen kwamen.&#8221;
+<span class="pageno">
+[77]
+</span></p>
+<p>&#8220;Arm kind, ze zou er heel aardig uitzien als ze maar naar de mode gekleed was. Denkt u, dat ze beleedigd zou zijn, als we
+aanboden haar een japon voor Donderdag te leenen?&#8221; vroeg weer een andere stem.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ze is trotsch, maar ik geloof niet, dat ze er tegen zou hebben, want ze heeft niets dan dat simpele neteldoekje. Misschien
+krijgt zij er van avond wel een scheur in, dat zou een goed voorwendsel zijn om haar een andere aan te bieden.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;We zullen zien; ik zal dien Laurence een uitnoodiging zenden om haar een beleefdheid aan te doen, en dan kunnen we er later
+pret over maken.&#8221;
+
+</p>
+<p>Hier verscheen Meta&#8217;s partner met het ijs; zij zag er verhit en zenuwachtig uit. Haar &#8220;trots&#8221; kwam haar nu goed te pas, om
+haar verontwaardiging, haar woede en verdriet, over wat ze juist gehoord had, te verbergen; want hoe onschuldig en onergdenkend
+ze ook was, dit kon niet beletten, dat ze de praatjes van haar vrienden begreep. Ze deed haar best alles van zich af te zetten,
+maar het baatte niet, want gedurig herhaalde ze bij zichzelf: &#8220;Mevrouw M. heeft haar plannen,&#8221; &#8220;dat leugentje omtrent haar
+mama&#8221; en &#8220;simpel neteldoekje&#8221;, tot ze op het punt was te gaan schreien, en gaarne naar huis gevlogen zou zijn, om al haar
+verdriet te vertellen en om raad te vragen. Daar dit onmogelijk was, deed zij haar best vroolijk te schijnen, en dank zij
+haar zenuwachtige opgewondenheid, slaagde ze daar zoo goed in, dat niemand vermoeden kon, hoeveel inspanning het haar kostte.
+Wat was ze dankbaar toen alles was afgeloopen en ze rustig in het bed lag, waar ze kon denken en zich verbazen en woedend
+zijn, totdat haar hoofd scheen te zullen barsten en haar gloeiende wangen afgekoeld werden door een stroom van tranen.
+
+</p>
+<p>Die dwaze, maar toch goed gemeende woorden, hadden een nieuwe wereld voor Meta ontsloten, en den vrede van de oude wereld,
+waarin ze tot nu toe zoo gelukkig als een kind had geleefd, verstoord. Haar onschuldige vriendschap met Laurie was bedorven door de dwaze praatjes, die ze afgeluisterd had; haar vertrouwen in haar moeder even geschokt door de wereldsche
+plannen, haar toegeschreven door mevrouw Moffat, die anderen naar zichzelf beoordeelde; en het verstandig besluit om tevreden
+te zijn met de eenvoudige kleeren, die aan de dochter van arme ouders voegden, aan het wankelen gebracht door het onnoodig
+medelijden van eenige meisjes, die meenden dat een niet modieuse japon een der grootste levensrampen was. De arme Meta had
+een onrustigen nacht en stond met zware oogen en diep ongelukkig op, half knorrig op haar vriendinnen, half beschaamd over
+zichzelf, dat zij niet ronduit alles vertelde en de zaak in orde bracht. Ieder verbeuzelde dien morgen en het werd middag,
+eer de meisjes lust genoeg konden verzamelen om zelfs maar een handwerkje op te nemen. Er was iets in de houding van haar
+kennisjes, dat dadelijk Meta&#8217;s aandacht <span class="pageno">
+[78]
+</span>trok; ze meende, dat ze haar met meer onderscheiding behandelden, buitengewoon veel belangstelling toonden in alles, wat ze
+zei, en haar met nieuwsgierige blikken aankeken. Dit alles verwonderde en vleide haar, hoewel ze het niet begreep, totdat
+Belle van haar schrijftafel opzag en heel sentimenteel zei:
+
+</p>
+<p>&#8220;Daisy, ik heb een uitnoodiging gestuurd voor Donderdagavond aan je vriend Laurence. We zouden hem graag eens leeren kennen,
+en het zou voor jou heel aardig zijn, als hij kwam.&#8221;
+
+</p>
+<p>Meta bloosde, maar een ondeugende inval om de meisjes te plagen, deed haar heel stemmig antwoorden:
+
+</p>
+<p>&#8220;Heel vriendelijk, maar ik vrees, dat hij niet zal komen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Waarom niet?&#8221; vroeg Belle.
+
+</p>
+<p>&#8220;Hij is te oud.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Kind, wat bedoel je? Hoe oud is hij dan wel?&#8221; riep Clara.
+
+</p>
+<p>&#8220;Bijna zeventig, geloof ik,&#8221; antwoordde Meta, steken tellende, om den opkomenden lach te verbergen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ondeugd! wij bedoelen natuurlijk het jongemensch Laurence,&#8221; zei Belle lachend.
+
+</p>
+<p>&#8220;Die bestaat niet; Laurie is nog maar een jongen,&#8221; en Meta lachte ook om den verbaasden blik, dien de zusters met elkander
+wisselden, toen zij haar onderstelden aanbidder zoo beschreef.
+
+</p>
+<p>&#8220;Zoowat van jouw leeftijd?&#8221; vroeg Nan.
+
+</p>
+<p>&#8220;Meer van dien van Jo; <i>ik</i> word al zeventien in Augustus,&#8221; antwoordde Meta, het hoofd achterover werpend.
+
+</p>
+<p>&#8220;Aardig van hem je bloemen te sturen, vind je niet?&#8221; vroeg Annie en keek alsof ze iets heel gewichtigs zei.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja, hij stuurt ze ons dikwijls, want zij hebben er zoo&#8217;n massa, en wij houden er zooveel van. Moeder en de oude heer Laurence
+zijn vrienden, dus is het heel natuurlijk, dat wij, kinderen, samen spelen,&#8221; en Meta hoopte, dat ze er hu over zwijgen zouden.
+
+</p>
+<p>&#8220;Het is duidelijk te merken, dat Daisy nog niet uitgaat,&#8221; zei Clara met een knikje tegen Belle.
+
+</p>
+<p>&#8220;Heusch een idyllische eenvoud,&#8221; antwoordde juffrouw Belle schouderophalend.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik ga uit om een paar kleinigheden voor de meisjes te koopen; kan ik ook iets voor jullie meebrengen, jonge dames?&#8221; vroeg
+mevrouw Moffat, als een schip met volle zeilen de kamer binnenkomende, sierlijk uitgedost in zijde en kant.
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen, dank u, mevrouw,&#8221; antwoordde Sallie; &#8220;ik heb mijn nieuwe roze zijdje voor Donderdag en heb verder niets noodig.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik ook niet&#8212;&#8221; begon Meta, maar zweeg, omdat het haar inviel, dat zij <i>wel</i> verscheiden dingen noodig had, maar ze niet kon krijgen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat doe jij aan?&#8221; vroeg Sallie.
+
+</p>
+<p>&#8220;Mijn oude witte weer, als ik die ten minste goed kan verstellen; ik heb den rok den vorigen keer erg gescheurd,&#8221; zei Meta,
+en ze deed haar best kalm te spreken, hoewel ze alles behalve op haar gemak was.
+<span class="pageno">
+[79]
+</span></p>
+<p>&#8220;Waarom schrijf je niet naar huis om een andere?&#8221; zei Sallie, die niet bijzonder slim was uitgevallen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik heb geen andere.&#8221; Het kostte Meta moeite dit te zeggen, maar Sallie merkte niets en riep in na&iuml;ve verbazing:
+
+</p>
+<p>&#8220;Niets dan die eene! Wat grappig&#8212;&#8221; Ze eindigde haar zin niet, want Belle schudde het hoofd en viel haar vriendelijk in de
+rede:
+
+</p>
+<p>&#8220;Volstrekt niet grappig; waarom zou Daisy veel japonnen hebben, als ze nog niet uitgaat? Er is niets geen reden om naar huis
+te schrijven, Daisy, zelfs al had j&#8217; er een dozijn, want ik heb een keurig blauw zijdje, dat ik niet dragen kan, omdat het
+mij wat nauw is, en jij zult het wel willen aandoen om mij te plezieren.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Het is heel vriendelijk van je, maar ik vind het niets naar om mijn witte japon weer aan te trekken, als het jullie hetzelfde
+is; die is goed genoeg voor mij,&#8221; zei Meta.
+
+</p>
+<p>&#8220;Kom, laat ik nu eens het plezier hebben je netjes aan te kleeden. Ik vind het zoo prettig en je zou heusch eene kleine beaut&eacute;
+zijn, als er hier en daar maar een kleinigheidje werd aangebracht. Ik zal je aan niemand laten zien, voordat je kant en klaar
+bent, en dan komen we opeens voor den dag, zooals Asschepoetster en haar petemoei, toen zij naar het bal gingen,&#8221; zei Belle
+overredend.
+
+</p>
+<p>Meta kon het zoo vriendelijk gedane aanbod niet weerstaan; de begeerte om zelf te zien, of ze &#8220;een kleine beaut&eacute;&#8221; zou zijn,
+als ze wat opgekleed was, drong haar toe te geven, en al haar vroegere, onaangename gevoelens jegens de Moffats te vergeten.
+Toen de Donderdagavond daar was, sloot Belle zich op met haar kamenier, en die twee veranderden Meta in eene elegante jonge
+dame.
+
+</p>
+<p>Ze cr&ecirc;peerden en krulden haar haar, poederden hals en armen, gaven haar lippen een mooie roode kleur, door er iets koraalzalf
+op te smeren, en Hortense, de kamenier, zou er graag <i>un soup&ccedil;on de rouge&#8221;</i> aan toegevoegd hebben, als Meta er zich niet tegen verzet had. Het lichtblauwe japonnetje zat zoo strak, dat ze nauwelijks
+kon ademhalen, en was zoo laag uitgesneden, dat de zedige Meta over zichzelf bloosde, toen ze in den spiegel keek. Verder
+haalde Belle een fijn zilver kettinkje voor den dag, armbanden, speldjes en al wat er meer noodig bleek. Een toef theerozenknoppen
+en een ruche om den hals van haar japon verzoenden Meta met het tentoonstellen van haar welgevormde, blanke schouders, en
+een paar hooggehakte, blauw zijden schoentjes vervulden haar laatsten hartewensch. Eindelijk voltooiden een kanten zakdoek,
+een veeren waaier en een bouquet in een zilveren houder haar toilet, en Belle bekeek haar met de voldoening, waarmee een klein
+meisje een nieuw aangekleede pop beschouwt.
+
+</p>
+<p>&#8220;Mademoiselle est charmante, tr&egrave;s joli, n&#8217;est-ce-pas?&#8221; riep Hortense, met gemaakte verrukking de handen in elkander slaande.
+
+</p>
+<p>&#8220;Kom nu mee om je te vertoonen,&#8221; zei Belle, en ging haar vooruit naar de kamer, waar de anderen zaten te wachten. Toen Meta
+ritselend volgde met haar langen sleep, haar rinkelende armbanden, gefriseerde <span class="pageno">
+[80]
+</span>haren en kloppend hart, had zij een gevoel, alsof de &#8220;pret&#8221; nu pas wezenlijk zou beginnen, want de spiegel had haar duidelijk
+gezegd, dat ze een kleine beaut&eacute; <i>was</i>. Haar vrienden herhaalden die streelende uitdrukking met warmte, en gedurende verscheidene oogenblikken stond Meta, als de
+kraai in de fabel, te genieten van haar geleende veeren, terwijl de anderen als een troep eksters om haar heen kakelden.
+
+</p>
+<p>&#8220;Nan, wil jij haar, terwijl ik mij kleed, eens een lesje geven, hoe ze haar sleep moet hanteeren, en oppassen met die Fransche
+hakken; anders kon ze zoo licht haar voet verstuiken. Steek dat zilveren kapelletje in de ruche van voren en haal dat krulletje
+aan den linkerkant van haar hoofd nog wat uit, Clara, en laat niemand uwer het bekoorlijke werk mijner handen verstoren,&#8221;
+eindigde Belle plechtig, terwijl ze haastig de kamer uitvloog, zeer voldaan over den goeden uitslag van haar pogingen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik durf haast niet naar beneden, ik voel me zoo stijf en vreemd, en net of ik maar half ben aangekleed,&#8221; zei Meta tegen Sallie,
+toen de bel luidde en mevrouw Moffat een boodschap zond of de jonge dames dadelijk wilden komen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Je lijkt niets op jezelf, maar je ziet er echt elegant uit. Ik ben niets, bij jou vergeleken, want Belle heeft ontzettend
+veel smaak, en jij bent precies een Fran&ccedil;aisetje, heusch! Laat je bloemen gerust wat hangen, je moet er niet zoo bezorgd over
+zijn, en pas op, dat je niet zwikt,&#8221; zei Sallie, die haar best deed niet jaloersch te zijn, dat Meta mooier was dan zij.
+
+</p>
+<p>De waarschuwing getrouw ter harte nemende, kwam Meta goed en wel beneden en landde in de salon aan, waar de Moffats en enkele
+vroege gasten reeds verzameld waren. Dadelijk ontdekte ze dat er een soort van aantrekkingskracht in mooie kleeren steekt,
+ten minste voor een zeker soort van menschen. Verscheiden jonge dames, die den vorigen keer volstrekt niet op haar gelet hadden,
+werden plotseling zeer hartelijk; verscheiden jongeheeren, die haar bij de eerste partij alleen maar aangestaard hadden, lieten
+het nu niet bij staren, maar kwamen om aan haar voorgesteld te worden en zeiden haar allerlei dwaze, maar toch aangename dingen;
+en verscheiden oude dames, die op hun gemak de rest van &#8217;t gezelschap zaten te beoordeelen, vroegen met belangstelling, wie
+ze was. Eens hoorde ze mevrouw Moffat antwoorden:
+
+</p>
+<p>&#8220;Meta March&#8212;de vader is kolonel in het leger&#8212;een van onze eerste families, maar ziet u, financieele klappen gehad; intieme vrienden van de Laurences; een allerliefst schepseltje, wezenlijk, mijn Ned dweept met haar!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Zoo!&#8221; zei de oude dame, haar lorgnet gebruikende om Meta nog eens goed op te nemen, die haar best deed er uit te zien, alsof
+ze niets gehoord had, maar zich ergerde over Mevrouw Moffat&#8217;s leugentje.
+
+</p>
+<p>Het &#8220;rare gevoel&#8221; ging niet over, maar ze verbeeldde zich maar, <span class="pageno">
+[81]
+</span>dat ze de rol van &#8220;uitgaand meisje&#8221; speelde, en dat ging haar nog al goed af, hoewel de nauwe japon haar een steek in de zij
+bezorgde, de sleep telkens onder haar voeten kwam, en ze in gestadige vrees was, dat haar &#8220;sieradi&euml;n&#8221; afvliegen, en verloren
+zouden raken. Juist speelde ze met haar waaier, lachend over de flauwe aardigheden van een jongmensch, dat geestig wilde zijn,
+toen ze eensklaps beschaamd met lachen ophield, want recht tegenover haar stond Laurie. Hij keek haar met ongeveinsde verbazing,
+en, zooals zij meende, afkeurend aan; want hoewel hij boog en tegen haar glimlachte, was er toch iets in zijn eerlijke oogen,
+dat haar deed blozen en wenschen, dat ze haar eigen japon aan had. Om haar verlegenheid nog grooter te maken, zag ze, dat
+Belle een wenk gaf aan Annie, waarop beiden van haar naar Laurie keken, die er tot haar blijdschap echt jongensachtig en verlegen
+uitzag.
+
+</p>
+<p>&#8220;Malle wezens, om zulke gedachten in mijn hoofd te brengen! Ik ben niet van plan er me iets aan te storen, of er eenigszins
+anders om te zijn,&#8221; dacht Meta, en ruischte de kamer door om haar vriend een hand te geven.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik ben blij, dat je gekomen bent, want ik was bang, dat je niet zoudt kunnen,&#8221; zei ze zoo damesachtig mogelijk.
+
+</p>
+<p>&#8220;Jo wou graag dat ik ging, om haar te vertellen, hoe je er uitzag,&#8221; zei Laurie zonder haar aan te zien, daar hij lachen moest
+om haar moederlijken toon.
+
+</p>
+<p>&#8220;En wat zul je haar vertellen?&#8221; vroeg Meta, brandend nieuwsgierig zijn meening omtrent haar te hooren, en toch voor het eerst
+niet heelemaal met hem op haar gemak.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik zal zeggen, dat ik je niet herkende, want je ziet er zoo deftig en ongewoon uit, dat ik haast bang voor je ben,&#8221; zei hij,
+en frommelde aan het knoopje van zijn handschoen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Bespottelijk! de meisjes kleedden mij voor de aardigheid zoo mooi aan, en ik vind het wel prettig. Zou Jo niet vreemd opkijken,
+als ze me zag?&#8221; vroeg Meta, vast besloten van hem te hooren, of hij haar mooier vond dan anders of niet.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja, dat zou ze zeker,&#8221; antwoordde Laurie ernstig.
+
+</p>
+<p>&#8220;Vind jij niet, dat ik er zoo aardig uitzie?&#8221; vroeg Meta.
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen,&#8221; was het openhartig antwoord.
+
+</p>
+<p>&#8220;Waarom niet?&#8221; klonk het op bezorgden toon.
+
+</p>
+<p>Hij zag naar haar gekapt hoofd, bloote schouders en druk gegarneerde japon met een uitdrukking, die haar nog meer terneersloeg
+dan zijn antwoord, dat geen greintje van zijn gewone beleefdheid bevatte.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik hou niet van al dat lawaai.&#8221;
+
+</p>
+<p>Dat was &aacute;l te erg van een jongen, jonger dan zij zelf, en Meta stapte weg, na hem op beleedigden toon toegevoegd te hebben:
+
+</p>
+<p>&#8220;Je bent de onhebbelijkste jongen, dien ik ooit gezien heb.&#8221;
+
+</p>
+<p>Zeer ontstemd ging ze naar een rustig hoekje bij een open raam om haar wangen wat te verkoelen, want de nauwe japon bezorgde
+<span class="pageno">
+[82]
+</span>haar een lastig hoogen blos. Terwijl ze daar stond, ging majoor Lincoln voorbij, en hoorde ze hem een oogenblik later tegen
+zijn moeder zeggen:
+
+</p>
+<p>&#8220;Ze maken een zottin van dat kleine meisje: ik had haar u zoo graag eens laten zien, maar ze hebben haar hier totaal bedorven;
+ze is van avond niets dan een pop.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Och!&#8221; zuchtte Meta, &#8220;ik wou, dat ik maar verstandig was geweest en mijn eigen japon gedragen had; dan zouden andere menschen
+niet &#8217;t land aan me hebben gekregen en had ik mezelf niet zoo onplezierig en beschaamd gevoeld.&#8221;
+
+</p>
+<p>Met haar voorhoofd tegen het koele glas, stond ze half verborgen door de gordijnen, zonder er zich om te bekommeren, dat haar
+geliefkoosde wals een aanvang had genomen, toen iemand haar aanraakte. Zich omkeerende, zag ze Laurie staan; met een schuldig
+gezicht en zijn allerdiepste buiging zei hij, haar de hand toestekend:
+
+</p>
+<p>&#8220;Vergeef me als&#8217;tjeblieft mijn onbeleefdheid en kom met mij dansen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik ben bang, dat het al te onplezierig voor je zal zijn,&#8221; zei Meta, haar best doende beleedigd te kijken, wat haar echter
+volkomen mislukte.
+
+</p>
+<p>&#8220;Volstrekt niet, ik <i>sterf</i> van verlangen. Kom, ik zal braaf zijn, ik vind je japon akelig, maar je bent anders&#8212;prachtig;&#8221; en hij maakte een handbeweging,
+alsof woorden ontbraken om zijn bewondering lucht te geven.
+
+</p>
+<p>Meta glimlachte, gaf toe en fluisterde, terwijl ze even wachtten om in de maat te komen:
+
+</p>
+<p>&#8220;Pas op, dat mijn sleep niet onder je voeten komt, hij is de plaag van mijn leven; en ik was een eend, dat ik die japon ooit
+heb willen aandoen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Speld het ding om je hals, dan doet het nog nut,&#8221; zie Laurie, naar de kleine, blauwe schoentjes kijkende, die hij klaarblijkelijk
+goedkeurde.
+
+</p>
+<p>Weg vlogen ze, licht en bevallig; want daar ze zich thuis dikwijls geoefend hadden, kwamen zij goed bij elkander, en het vroolijke
+jonge paar, dat daar zoo opgewekt ronddraaide,&#8212;na hun kleinen twist vriendschappelijker dan ooit gestemd&#8212;maakte op ieder een
+prettigen indruk.
+
+</p>
+<p>&#8220;Laurie, wil je me een plezier doen?&#8221; vroeg Meta, toen hij haar moest &#8220;bewaaien&#8221;, omdat ze dien avond zoo bizonder gauw buiten
+adem was, hoewel zij het niet wilde erkennen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Zeker!&#8221; riep Laurie bereidwillig.
+
+</p>
+<p>&#8220;Vertel ze dan als&#8217;tjeblieft thuis niets van deze japon. Ze zouden er de aardigheid niet van begrijpen, en het zou Moeder
+hinderen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Waarom deed je het dan?&#8221; vroegen Laurie&#8217;s oogen zoo duidelijk, dat Meta er haastig bijvoegde:
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik zal het zelf wel vertellen en aan Moeder zeggen hoe dwaas ik geweest ben. Maar ik doe het liever zelf; dus jij houdt je
+mond, h&egrave;?&#8221;
+<span class="pageno">
+[83]
+</span></p>
+<p>&#8220;Ik geef je mijn woord, dat ik zwijgen zal, maar wat moet ik zeggen, als ze er mij naar vragen?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Zeg maar, dat ik er lief uitzag, en veel plezier had.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Het eerste wil ik met alle genoegen zeggen, maar wat het andere betreft? Je ziet er niet uit, alsof je veel plezier hebt,&#8221;
+en Laurie zag haar aan met een uitdrukking, die haar fluisterend deed antwoorden:
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen, vanavond niet. Vind me nu maar niet afschuwelijk, ik verlangde naar wat plezier, maar dit soort valt toch niet mee
+en ik heb er nu al genoeg van.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Daar komt Ned Moffat, wat moet die?&#8221; vroeg Laurie, terwijl hij zijn zwarte wenkbrauwen samentrok, alsof hij zijn jongen gastheer
+geen aangename vermeerdering van het gezelschap vond.
+
+</p>
+<p>&#8220;Hij heeft zich voor drie dansen ingeschreven, en ik vermoed, dat hij daarom komt; wat vervelend!&#8221; zuchtte Meta, met een gemaakt,
+kwijnend lachje, dat Laurie allervermakelijkst vond.
+
+</p>
+<p>Hij sprak haar niet meer tot na het souper, toen hij haar champagne zag drinken met Ned en zijn vriend Fisher, die zich als
+een &#8220;paar gekken aanstelden,&#8221; zooals Laurie bij zichzelf zei, want hij voelde een soort van broederlijk recht om over de Marches
+te waken en voor hen op te komen, zoodra ze een verdediger noodig hadden.
+
+</p>
+<p>&#8220;Je zult morgen geduchte hoofdpijn hebben, als je daar veel van drinkt. Ik zou het niet doen, Meta, je moeder vindt het niet
+goed, dat weet je wel,&#8221; fluisterde hij over haar stoel gebogen, toen Ned zich omdraaide om haar glas weer te vullen, en Fisher
+zich bukte om haar waaier op te rapen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik ben van avond &#8220;Meta&#8221; niet; ik ben &#8220;een pop&#8221;, die allerlei dwaze dingen doet. Morgen doe ik al &#8220;dat lawaai&#8221; af en ben weer
+wanhopig braaf,&#8221; antwoordde ze met een gemaakt lachje.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik wou dan maar, dat het morgen was,&#8221; mompelde Laurie, weinig gesticht over de verandering, die hij in haar opmerkte.
+
+</p>
+<p>Meta danste en coquetteerde, babbelde en gichelde, precies als de andere meisjes. Na het souper deed ze mee aan een nieuwen
+dans, hoewel ze er niets van kende, liet haar heer bijna vallen over haar lange japon en gedroeg zich op een manier, waarover
+Laurie, die toekeek, zich schaamde, zoodat hij zich voornam haar de les eens te lezen. Maar hij zag geen kans het zoover te
+brengen, want Meta hield zich op een afstand, tot hij afscheid van haar kwam nemen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Denk er aan!&#8221; zei ze, met moeite glimlachend, want de zware hoofdpijn liet zich reeds voelen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Silence &agrave; la mort,&#8221; antwoordde Laurie met een sierlijke buiging.
+
+</p>
+<p>Dit apartje wekte Annie&#8217;s nieuwsgierigheid op; maar Meta was te moe om napraatjes te houden en ging naar bed, met een gevoel,
+alsof zij op een maskerade was geweest en niet zooveel plezier had gehad, als ze zich had voorgesteld. Den volgenden dag was
+ze ziek en Zaterdags ging ze naar huis, door en door vermoeid van de <span class="pageno">
+[84]
+</span>prettige dagen, en overtuigd, dat ze lang genoeg &#8220;in den schoot der weelde&#8221; had geleefd.
+
+</p>
+<p>&#8220;Heerlijk, hier weer eens rustig te zitten en niet den heelen tijd zoo opgeschroefd te moeten doen. Het is thuis toch wel
+<i>erg</i> prettig, al is het er lang niet zoo prachtig als bij de Moffats,&#8221; zei Meta, vroolijk rondziende, toen ze Zondagsavonds met
+haar moeder en Jo gezellig zat te praten.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik ben blij, dat ik je dat hoor zeggen, mijn kind, want ik was bang, dat het je hier te saai en te eenvoudig zou toeschijnen,
+na al het moois, dat je daar gezien hebt,&#8221; antwoordde haar moeder, die haar oudste dien dag menigmaal bezorgd had aangezien,
+want moederoogen zien dadelijk de minste verandering op het gezicht hunner kinderen.
+
+</p>
+<p>Meta had haar wederwaardigheden vroolijk verteld, en meer dan eens gezegd, dat ze zoo&#8217;n heerlijken tijd had gehad, maar het
+scheen alsof haar nog iets op het hart lag, en toen de jongere meisjes naar bed waren, zat ze peinzend in &#8217;t vuur te staren,
+zei weinig en zag er verdrietig uit. Toen het negen uur sloeg en Jo al voorstelde ook naar boven te gaan, stond Meta plotseling
+van haar stoel op, nam Bets&#8217; bankje, steunde de ellebogen op haar moeders schoot en begon zoo kordaat mogelijk:
+
+</p>
+<p>&#8220;Moeder, ik moet u wat vertellen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat dacht ik wel. Wat is het, lieveling?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Zal ik verdwijnen?&#8221; vroeg Jo bescheiden.
+
+</p>
+<p>&#8220;Natuurlijk niet, ik vertelde immers altijd alles? Ik schaamde er mij over om het te vertellen, terwijl de kleintjes er nog
+waren, maar ik wou, dat u al de schandelijke dingen wist, die ik bij de Moffats gedaan heb.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Wij luisteren,&#8221; zei mevrouw March glimlachend, maar toch wel wat bezorgd.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik heb u wel verteld, dat ze mij wat opsierden, maar niet, dat ze me blanketten en inregen en friseerden, en er mij deden
+uitzien als een modeplaatje. Laurie vond het niet netjes; ik weet, dat hij er zoo over dacht, hoewel hij het niet zei, en
+een van de heeren noemde me een &#8220;pop.&#8221; Ik weet, dat het dwaas was, maar ze vleiden mij zoo en zeiden, dat ik een kleine beaut&eacute;
+was en nog allerlei nonsens meer, en zoo liet ik met me spelen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Is dat alles?&#8221; vroeg Jo, toen mevrouw March zwijgend staarde op het verlegen gezicht van haar mooi dochtertje, en niet het
+hart had haar te bestraffen over haar kleine dwaasheden.
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen, ik dronk champagne, en was veel te druk en ik flirtte, en, en&#8212;&#8217;k was in &eacute;&eacute;n woord onuitstaanbaar,&#8221; bekende Meta berouwvol.
+
+</p>
+<p>&#8220;Er is nog iets meer, geloof ik,&#8221; en mevrouw March liefkoosde de zachte wang, die plotseling bloosde, toen Meta langzaam zei:
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja, het is heel mal, maar ik wou het toch maar vertellen, omdat ik het zoo naar vind, dat de menschen zulke dingen over ons
+en Laurie zeggen en denken.&#8221;
+<span class="pageno">
+[85]
+</span></p>
+<p>Toen deelde ze de praatjes mee, die ze bij de Moffats gehoord had, en onder het verhaal zag Jo, dat haar moeder de lippen
+op elkaar klemde, alsof het haar zeer onaangenaam aandeed, dat zulke gevoelens opgewekt waren in Meta&#8217;s onschuldig gemoed.
+
+</p>
+<p>&#8220;Stel je voor! De grootste onzin, dien ik ooit gehoord heb!&#8221; riep Jo verontwaardigd. &#8220;Waarom kwam je niet dadelijk te voorschijn
+en bracht het hun aan het verstand?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik kon niet; het was zoo moeilijk voor me. In het begin kon ik niet helpen, dat ik het hoorde, en daarna was ik te boos en
+te beschaamd, om er aan te denken, dat ik behoorde heen te gaan.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Wacht maar, tot <i>ik</i> die Annie Moffat eens zie, dan zal ik je eens toonen, hoe je zulke malle praatjes den kop moet indrukken. Verbeeld je, wij
+&#8220;plannen&#8221; hebben en vriendelijk zijn tegen Laurie, omdat hij rijk is, en mettertijd met een van ons zou kunnen trouwen! Wat
+zal hij lachen, als ik hem vertel, wat idiote dingen die malle menschen over ons gezegd hebben!&#8221; en Jo lachte hartelijk, alsof,
+bij nader inzien, de zaak haar een grap toescheen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Als je &#8217;t aan Laurie vertelt, vergeef ik &#8217;t je nooit! Ze mag het niet vertellen, wel Moeder?&#8221; zei Meta verschrikt.
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen, breng die dwaze praatjes niet verder en vergeet ze zoo gauw mogelijk,&#8221; zei mevrouw March ernstig. &#8220;Het was niet verstandig
+van me je bij menschen te laten logeeren, die ik zoo weinig ken; ze zijn zeker heel vriendelijk, maar wereldsch, niet fijnbeschaafd
+en vol onkiesche gedachten over jonge menschen. Het spijt me meer dan ik je zeggen kan, Meta, want dit bezoek heeft je misschien
+veel kwaad gedaan.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Trek er u maar niets van aan; ik zal zorgen, dat het mij geen kwaad doet; ik zal al het kwade vergeten, en alleen aan het
+goede denken, want ik heb er ook veel genoten en dank u wel, dat u mij hebt laten gaan. Ik zal niet sentimenteel of ontevreden
+zijn, Moeder; ik weet, dat ik dwaas gedaan heb en beter doe thuis te blijven, tot ik op mezelf kan passen. Maar het <i>is</i> prettig geprezen en bewonderd te worden, en ik kan niet helpen, dat ik het vind,&#8221; zei Meta, half beschaamd over haar bekentenis.
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat is heel natuurlijk en onschuldig; als dat &#8220;prettig vinden&#8221; maar geen hartstocht wordt en er je toe brengt dwaze of onvrouwelijke
+dingen te doen. Leer den lof kennen en op prijs stellen, die waard is verdiend te worden, en streef naar de bewondering van
+uitnemende menschen, door zoowel natuurlijk en bescheiden als lief te zijn, Meta.&#8221;
+
+</p>
+<p>Meta stond een oogenblik in gedachten, terwijl Jo haar, met de handen op den rug, belangstellend en verbaasd aankeek; want
+het was iets geheel nieuws Meta te zien blozen en praten over bewondering, aanbidders en dergelijke dingen, en Jo had een
+gevoel, alsof haar zuster gedurende die veertien dagen veel ouder was geworden en op het punt stond een wereld binnen te gaan,
+waar zij haar niet kon volgen.
+<span class="pageno">
+[86]
+</span></p>
+<p>&#8220;Moeder, <i>hebt</i> u &#8220;plannen&#8221;, zooals mevrouw Moffat zei,&#8221; vroeg Meta verlegen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja, mijn kind, een heele boel; alle moeders maken ze; maar de mijne verschillen nogal veel van die van mevrouw Moffat, denk
+ik. Ik zal er je een paar van vertellen, want de tijd is gekomen, dat een enkel woord dit dwepend hoofdje en hartje op een
+zeer gewichtig punt tot rust kan brengen. Je bent wel jong, Meta, maar niet te jong om mij te begrijpen en Moeders zijn het
+meest geschikt om over zulke dingen met hun meisjes te spreken. Ja, jouw tijd zal misschien ook wel eens komen, luister dus
+ook naar mijn &#8220;plannen,&#8221; en help me ze ten uitvoer brengen, als ze goed zijn.&#8221;
+
+</p>
+<p>Jo kwam op de armleuning van den stoel zitten, met een gezicht alsof ze dacht, dat het een zeer gewichtige gebeurtenis gold.
+Met de hand van haar dochters in de hare en de twee jeugdige gezichtjes met teederheid beschouwende, zei mevrouw March op
+haar ernstige, maar toch opgeruimde manier:
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik hoop, dat mijn dochters mooi, beschaafd en goed zullen worden; bewonderd, geliefd en geacht zullen zijn, eene onbezorgde
+jeugd zullen hebben, gelukkig en goed mogen trouwen, en een nuttig, aangenaam leven zullen kunnen leiden, door zoo weinig
+zorg en droefheid gekweld, als met Gods raad bestaanbaar is. Bemind en ten huwelijk gevraagd te worden door een goed man is
+het beste en liefelijkste lot, wat voor een vrouw weggelegd is, en ik hoop van harte, dat mijn meisjes die heerlijke ervaring
+zullen leeren kennen. Het is heel natuurlijk dat je er wel eens over denkt, Meta, volkomen geoorloofd het te hopen, en verstandig
+er je op voor te bereiden, zoodat je, wanneer die gelukkige tijd aanbreekt, gereed zult zijn voor de plichten, en het geluk
+waardig. Mijn lieve kinderen, ik stel mijn wenschen voor jullie heel hoog, maar begeer niet, dat je vooruit zoudt komen in
+de wereld door een rijk man te trouwen, alleen omdat hij rijk is, of een prachtig huis zoudt hebben, dat geen thuis is, omdat
+de liefde er ontbreekt. Geld is iets heel noodigs en begeerlijks in het leven en een zegen als het goed gebruikt wordt; maar
+ik zou niet willen, dat jullie het beschouwden, als den eersten of eenigen prijs, die te behalen is. Ik zou jullie liever
+gelukkig getrouwd zien met een arm man, dan als koningin op een troon, zonder vrede en achting voor je zelf.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Arme meisjes hebben geen kans, zegt Belle, als ze zich niet een beetje op den voorgrond stellen,&#8221; zuchtte Meta.
+
+</p>
+<p>&#8220;Dan zullen wij oude vrijsters dienen te blijven,&#8221; zei Jo opgewekt.
+
+</p>
+<p>&#8220;Goed zoo, Jo; het is beter een gelukkige, oude vrijster te zijn, dan een ongelukkige echtgenoot of onvrouwelijk meisje, dat
+haar best doet om een man te vinden,&#8221; zei mevrouw March.
+
+</p>
+<p>&#8220;Maak je niet ongerust, Meta, armoede schrikt zelden een ernstig man af. Sommige der beste en meest geachte vrouwen onder
+mijn kennissen, waren arme meisjes, maar zoo beminnelijk, dat men ze geen gelegenheid liet oude vrijsters te worden. Laat
+die <span class="pageno">
+[87]
+</span>dingen maar over aan den tijd, maak dit thuis maar gelukkig, zoodat jullie geschikt zult zijn voor een eigen huis als het
+je aangeboden mocht worden, maar je hier ook tevreden gevoelen kunt, als dit niet het geval is. Onthoudt dit eene, mijn lieve
+kinderen, Moeder staat altijd klaar om je vertrouwde, Vader om je vriend te zijn; en wij beiden gelooven en hopen, dat onze
+dochters, getrouwd of ongetrouwd, de trots en vreugde van ons leven zullen uitmaken.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat zullen we, Moeder, dat zullen we!&#8221; riepen beiden uit het diepst van hun hart, toen mevrouw March hen goeden nacht kuste.
+
+
+
+</p>
+<p class="div1"><a id="d0e2225"></a></p>
+<h1 class="label">Hoofdstuk X.</h1>
+<h1>De P.C. en P.P.</h1>
+<p>Toen de lente aanbrak, kwamen er verschillende, nieuwe vermakelijkheden aan de orde, en de lengende dagen brachten lange namiddagen
+voor werk en spel van allerlei aard. De tuin moest in orde gebracht worden, en ieder der meisjes had een klein lapje om mee
+te doen wat zij zelf wilde. Hanna zei altijd: &#8220;Ik zou je dadelijk kunnen vertellen, van wie de tuintjes waren, al zag ik ze
+ook in China,&#8221; en ze had gelijk, want de smaak der meisjes verschilde evenveel als hun karakters. Meta had er rozen en heliotropen,
+een mirthe- en een oranjeboompje in. Dat van Jo was nooit tweemaal hetzelfde, want ze probeerde telkens weer iets anders;
+dit jaar was het een kweekerij van zonnebloemen; van die vroolijke, hoogop strevende planten had ze het zaad tot voedsel bestemd
+voor &#8220;tante Kloek&#8221; en haar familie kuikentjes. Bets had ouderwetsche bloemen in haar tuin: heerlijke balsemienen en reseda,
+riddersporen, anjelieren, viooltjes, akeleien, muur voor haar vogel, en kattekruid voor de poesjes. Amy had een prieeltje
+in haar tuintje, wel klein en vol oorwurmen, maar aardig voor het oog, heelemaal overdekt met kamperfoelie en morgenschoon,
+die hun veelkleurige hoorntjes en klokjes in sierlijke guirlandes lieten afhangen; voorts groote witte lelies, fijne varens
+en zooveel schitterende, decoratieve planten als wel de goedheid wilden hebben daar te bloeien.
+
+</p>
+<p>Tuinarbeid, wandelingen, roeitochtjes op de rivier en het verzamelen van wilde bloemen namen de mooie dagen in; en voor de
+regenachtige hadden ze vermakelijkheden binnenshuis, sommige oud, sommige nieuw,&#8212;alle meer of minder oorspronkelijk. Een van
+deze was de &#8220;P.C&#8221;, want daar geheime genootschappen in zwang waren, vonden de meisjes het noodig er ook een te hebben; en
+daar ze alle vier met Dickens dweepten, noemden ze zich &#8220;de Pickwick&#8221; Club. Een jaar lang hadden ze dit vrij geregeld volgehouden,
+en waren ze elken Zaterdagavond te zamen gekomen <span class="pageno">
+[88]
+</span>op den grooten zolder, welke vergaderingen met de volgende plechtigheden gepaard gingen: Drie stoelen werden op een rij achter
+een tafel gezet; op die tafel stond een lamp, en lagen vier witte kaartjes, de clubinsignes met een groote &#8220;P.C.&#8221; er op in
+vier verschillende kleuren, en het weekblad, dat de &#8220;Pickwick Portefeuille&#8221; werd genoemd, en waaraan ieder haar bijdrage moest
+leveren. Jo, nooit gelukkiger, dan wanneer ze pen en inkt hanteerde, was redacteur. Om zeven uur trokken de vier leden naar
+de vergaderzaal, bonden zich de insignes om het hoofd, en namen met groote deftigheid plaats. Meta, als de oudste, stelde
+Samuel Pickwick voor; Jo, als de meest literarisch ontwikkelde, Augustus Stockwall; Bets, omdat zij een blozend tonnetje was,
+Tracy Tupman; en Amy, die altijd probeerde te doen, wat ze toch niet kon, Nathani&euml;l Winkle. Pickwick, de president, las het
+blad voor, dat gevuld was met oorspronkelijke verhalen, dichtstukjes, plaatselijk nieuws, grappige advertenties, en wenken,
+waarmee ze elkander op een aardige manier opmerkzaam maakten op hun gebreken en tekortkomingen. Bij een dezer gelegenheden
+zette de heer Pickwick zijn bril op zonder glazen, tikte op de tafel, kuchte, en begon te lezen, na eerst den heer Stockwall
+ernstig te hebben aangestaard, die achterover in zijn stoel gevallen was van &#8217;t lachen, en zoo tot de orde moest geroepen
+worden.
+
+
+</p>
+<div class="blockquote">
+<p class="div1"></p>
+<h1>&#8220;De Pickwick Portefeuille.&#8221;</h1>
+<p><b>20 Mei 18&#8212;.</b>
+
+
+</p>
+<p class="div2"></p>
+<h2>Rubriek der Gedichten.</h2>
+<p class="beforeline"></p>
+<h3 class="lghead">Op een verjaardag.</h3>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">Welkom, lieve vrienden, welkom,
+</span></p>
+<p class="line" style="text-indent: 2em; "><span class="poetryline">Op dee&#8217;z heugelijken dag!
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">Nu de Pickwick Club haar jaarfeest
+</span></p>
+<p class="line" style="text-indent: 2em; "><span class="poetryline">Aan de kim verrijzen zag.
+</span></p>
+<p class="afterline"></p>
+<p class="beforeline"></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">Allen zijn we tegenwoordig;
+</span></p>
+<p class="line" style="text-indent: 2em; "><span class="poetryline">Allen zijn gezond en blij;
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">Voelen ons volmaakt gelukkig,
+</span></p>
+<p class="line" style="text-indent: 2em; "><span class="poetryline">Van verdriet en zorgen vrij.
+</span></p>
+<p class="afterline"></p>
+<p class="beforeline"></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">Onzen ijverigen Pickwick
+</span></p>
+<p class="line" style="text-indent: 2em; "><span class="poetryline">Brengen wij den eersten groet;
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">Hem die &#8217;t welgevulde weekblad,
+</span></p>
+<p class="line" style="text-indent: 2em; "><span class="poetryline">Voorleest met zoo&#8217;n warmt&#8217; en gloed.
+</span></p>
+<p class="afterline"></p>
+<p class="beforeline"></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">Schoon hij zware kou gevat heeft,
+</span></p>
+<p class="line" style="text-indent: 2em; "><span class="poetryline">Schor van keel is, heesch van stem,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">Wil hij toch het werk niet staken.
+</span></p>
+<p class="line" style="text-indent: 2em; "><span class="poetryline">Maar wie vreest dat ook van <i>hem</i>!
+</span></p>
+<p class="afterline"></p>
+<p class="beforeline"></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">Zesvoet lange Stockwall zit daar
+</span></p>
+<p class="line" style="text-indent: 2em; "><span class="poetryline">Met de gratie van een beer,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">En zijn schalksche bruine tronie
+</span></p>
+<p class="line" style="text-indent: 2em; "><span class="poetryline">Blikt lieftallig op ons neer.
+</span></p>
+<p class="afterline"></p>
+<p class="beforeline"></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">Dichtvuur doet zijn oogen stralen,
+</span></p>
+<p class="line" style="text-indent: 2em; "><span class="poetryline">&#8220;Moedig voorwaarts!&#8221; is zijn leus,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">Eerzucht zetelt op zijn voorhoofd,
+</span></p>
+<p class="line" style="text-indent: 2em; "><span class="poetryline">En een inktvlek op zijn neus.
+</span></p>
+<p class="afterline"></p>
+<p class="beforeline"></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">Daarna volgt ons vriendje Tupman,
+<span class="pageno">
+[89]
+</span></span></p>
+<p class="line" style="text-indent: 2em; "><span class="poetryline">Zoo teerhartig, lief en goed;
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">Die om onze aardigheden
+</span></p>
+<p class="line" style="text-indent: 2em; "><span class="poetryline">Altijd vreeselijk lachen moet.
+</span></p>
+<p class="afterline"></p>
+<p class="beforeline"></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">Tot besluit de kleine Winkle.
+</span></p>
+<p class="line" style="text-indent: 2em; "><span class="poetryline">&#8217;n Aardig ventje, keurig net,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">Die, al haat hij &#8217;t handen wasschen,
+</span></p>
+<p class="line" style="text-indent: 2em; "><span class="poetryline">Keurig is op zijn toilet.
+</span></p>
+<p class="afterline"></p>
+<p class="beforeline"></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">&#8217;t Jaar vloog om, wij bleven allen,
+</span></p>
+<p class="line" style="text-indent: 2em; "><span class="poetryline">Onder pret en lach&#8217; tezaam,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">Langs het letterkundig voetpad
+</span></p>
+<p class="line" style="text-indent: 2em; "><span class="poetryline">Stromplen naar den berg der Faam.
+</span></p>
+<p class="afterline"></p>
+<p class="beforeline"></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">Moog ons blad steeds floriseeren!
+</span></p>
+<p class="line" style="text-indent: 2em; "><span class="poetryline">Onze Club, dat is mijn be&ecirc;,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">Menig jaarfeest vroolijk vieren!
+</span></p>
+<p class="line" style="text-indent: 2em; "><span class="poetryline">Lang nog leve de &#8220;P.C!&#8221;
+</span></p>
+<p class="afterline"></p>
+<p><span class="smallcaps">A. Stockwall</span>
+
+
+
+</p>
+<p class="div2"></p>
+<h2>Het Gemaskerde Huwelijk.</h2>
+<h2>Een verhaal uit Veneti&euml;.</h2>
+<p>De eene gondel na de andere naderde de marmeren trappen en zette haar lieven last af, om de statige, schitterend verlichte
+zalen van den graaf de Adelon met haar gezelschap te vermeerderen. Ridders en edelvrouwen, elfen en pages, monniken en bloemenmeisjes,
+allen mengden zich vroolijk in den dans. Lieflijke stemmen en welluidende melodie&euml;n vervulden de lucht, en zoo had de maskerade
+plaats onder vroolijke muziek.
+
+
+</p>
+<p>&#8220;Heeft uwe Hoogheid van avond ook Lady Viola gezien?&#8221; vroeg een ridderlijk troubadour aan de elfenkoningin, die aan zijn arm
+de zaal doorwandelde.
+
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja, is zij niet allerliefst, hoewel zij zoo treurig kijkt! Haar japon is ook zoo goed gekozen, want binnen een week trouwt
+ze met graaf Antonio, dien zij van ganscher harte haat.&#8221;
+
+
+</p>
+<p>&#8220;Bij mijn ziel, ik benijd hem, daar komt hij aan, gekleed als een bruidegom, het zwarte masker niet medegerekend. Als hij
+dat heeft afgedaan, kunnen wij zien, hoe hij de schoone maagd aanziet, wier hart hij niet kan winnen, schoon haar strenge
+vader hem haar hand beloofde,&#8221; antwoordde de troubadour.
+
+
+</p>
+<p>&#8220;Men vertelt dat zij den jongen Engelschen kunstenaar bemint, die haar volgt als haar schaduw, en door haar vader veracht
+wordt,&#8221; zei de dame, terwijl zij zich weer bij de dansers voegde.
+
+
+</p>
+<p>Het feest had zijn toppunt bereikt, toen een priester binnentrad en het jonge paar wenkte hem te volgen naar een met purper
+fluweel behangen nis, waar hij hen verzocht neder te knielen. Diepe stilte heerschte onmiddellijk in de vroolijke vergadering,
+en geen ander geluid verbrak de stilte, dan het ruischen der fonteinen of het gesuizel in de oranjeboschjes, die in het maanlicht
+sliepen, toen graaf de Adelon aldus sprak:
+
+
+</p>
+<p>&#8220;Mijne heeren en dames, vergeeft de list, die ik gebruikte om u hier bijeen te vergaderen en getuigen te zijn van het huwelijk
+mijner dochter.&#8212;Vader, wil met den dienst een aanvang maken.&#8221;
+
+
+</p>
+<p>Aller oogen wendden zich naar het bruidspaar, en een zacht gemurmel van verbazing liep door de menigte, want noch de bruid
+noch de bruidegom ontdeden zich van het masker. Nieuwsgierigheid en verwondering vervulden aller hart, maar eerbied hield
+aller tong in bedwang, totdat de heilige band gelegd was. Toen verzamelden de toeschouwers zich om den graaf en verzochten
+een verklaring.
+
+
+</p>
+<p>&#8220;Gaarne zou ik die geven, zoo ik maar kon, maar ik weet alleen, dat het een gril was van mijn bedeesde Viola, en ik gaf toe.
+Nu, mijne kinderen, laat het spel nu ge&euml;indigd zijn. Doet de maskers af, en ontvangt mijn zegen.&#8221;
+
+
+</p>
+<p>Maar geen van beiden boog de knie, want de jonge bruidegom antwoordde op een toon, die alle toehoorders deed verbleeken, en
+<span class="pageno">
+[90]
+</span>toen hij het masker liet vallen werd het edel gelaat zichtbaar van Ferdinand Devereux, den kunstenaar-minnaar, terwijl de
+schoone Viola schitterend van vreugde en aanminnigheid het hoofd liet rusten tegen de borst, waar nu de ster van een Engelschen
+graaf fonkelde.
+
+
+</p>
+<p>&#8220;Milord, gij hebt mij hoogh&aacute;rtig gezegd, dat ik om de hand uwer dochter mocht vragen, als ik mij beroemen kon op een even
+gevierden naam en een even groot inkomen als graaf Antonio. Ik kan meer doen dan dat, want zelfs uw eerzuchtige ziel kan voldaan
+zijn, nu graaf de Devereux en de Vere zijn ouden naam en we&ecirc;rgaloozen rijkdom in ruil aanbiedt voor de geliefde hand dezer
+schoone dame, nu mijn vrouw.&#8221;
+
+
+</p>
+<p>De graaf stond als versteend, en zich naar de verbaasde menigte keerend, voegde Ferdinand er met een vroolijk triomfeerenden
+glimlach bij: &#8220;U, mijn ridderlijke vrienden, kan ik slechts toewenschen, dat uw begeerten even schitterend vervuld mogen worden
+als de mijne, en dat gij allen een even schoone bruid moogt winnen, als ik door dit gemaskerd huwelijk.&#8221;
+
+
+</p>
+<p><span class="smallcaps">S. Pickwick</span>
+
+</p>
+<hr class="tb"><p>
+
+
+</p>
+<p>Waarom is de P.C. gelijk aan den toren van Babel?
+
+
+</p>
+<p>Zij is vol onordelijke leden.
+
+
+</p>
+<p class="div2"></p>
+<h2>Geschiedenis van een Meloen.</h2>
+<p>Op zekeren dag zaaide een hovenier een zaadje in zijn tuin, en na een poosje ontkiemde het en werd een flinke plant en droeg
+verscheiden meloenen. Op zekeren dag in October, toen ze rijp waren, plukte hij er een af en bracht dien naar de markt. Een
+kruidenier kocht hem en legde hem in zijn winkel. Dienzelfden morgen ging een klein meisje, met een bruinen hoed, een blauwe
+jurk en een stompen neus naar den winkel en kocht hem voor haar moeder. Ze bracht hem naar huis, sneed hem open, kookte hem
+in een grooten pot, en diende een gedeelte er van op met suiker voor het middagmaal; bij het overschietende deed zij een pintje
+melk, twee eieren, vier lepels suiker, wat nootmuskaat, en een paar beschuiten, deed het in een diepen schotel en bakte het,
+totdat het lekker bruin was: en den volgenden dag werd het opgegeten door een familie, March geheeten.
+
+
+</p>
+<p><span class="smallcaps">T. Tupman.</span>
+
+</p>
+<hr class="tb"><p>
+
+
+
+</p>
+<p>Aan den heer Pickwick.
+
+
+</p>
+<p>Mijnheer,
+
+
+</p>
+<p>Ik heb u iets te schrijven over een overtreding, de zondaar dien ik bedoel is een man, Winkle genaamd die heel lastig is in
+de vergadering, omdat hij lacht en soms geen stukken wil schrijven in dit bewonderde blad en ik hoop, dat u hem zijn zonde
+wilt vergeven en hem toe wilt staan een Fransche fabel in te zenden, omdat hij niet uit zijn hoofd kan schrijven en omdat
+hij zooveel lessen moet leeren en er geen hoofd voor heeft. In &#8217;t vervolg zal ik probeeren den tijd bij de horens te vatten
+en een stukje klaar te maken dat geheel <i>comme la fo</i> zal zijn, ik bedoel heelemaal in orde, ik eindig in haast want het is bijna schooltijd.
+
+
+</p>
+<p>Uw dienaar,
+
+
+</p>
+<p><span class="smallcaps">N. Winkle.</span>
+
+
+</p>
+<p>(Het bovenstaande is een mannelijke en flinke erkenning van vroeger slecht gedrag. Als onze jonge vriend zich eens op de interpunctie
+wilde toeleggen, zou dat niet kwaad zijn.)
+
+</p>
+<hr class="tb"><p>
+
+
+</p>
+<p class="div2"></p>
+<h2>Een Droevig Ongeluk.</h2>
+<p>Laatstleden Vrijdag werden we opgeschrikt door een hevigen slag in onze benedenste verdieping, gevolgd door een angstig geschreeuw.
+We vlogen gezamenlijk naar den <span class="pageno">
+[91]
+</span>kelder en ontdekten onzen geachten president languit op den grond, daar hij gestruikeld en gevallen was, toen hij hout wilde
+krijgen voor huiselijk gebruik. Een waar tooneel van verwoesting ontrolde zich voor onze ontstelde blikken, want de heer Pickwick
+was met hoofd en schouders in een tobbe water terecht gekomen, had een vaatje groene zeep over zijn kostbaar lichaam gekregen
+en zijn kleederen erg gehavend. Toen hij uit zijn gevaarlijke positie verlost was, ontdekte men, dat hem geen leed wedervaren
+was, behalve eenige lichte kneuzingen; we kunnen er tot onze vreugde bijvoegen, dat hij vrij wel is.
+
+
+</p>
+<p><span class="smallcaps">Red.</span>
+
+
+
+</p>
+<p class="div2"></p>
+<h2>Doodsbericht.</h2>
+<p>Het is ons een treurige plicht u het plotseling en geheimzinnig verdwijnen mede te deelen van onze geliefde vriendin, mevrouw
+Witvoet. Deze beminnenswaardige en beminde poes was de lieveling van een grooten kring warme en bewonderende vrienden; haar
+schoonheid trok aller oogen tot zich, haar bevalligheden en deugden verzekerden haar een plaats in ieders hart, en haar verlies
+wordt door het geheele gezelschap diep gevoeld.
+
+
+</p>
+<p>Ze is het laatst gezien bij het hek, waar ze de kar van den slagersjongen met hare opmerkzaamheid vereerde, en wij vreezen,
+dat de een of andere ellendeling, verlokt door haar bekoorlijkheden, haar heeft gestolen. Weken zijn voorbijgegaan, maar geen
+spoor van haar is ontdekt; wij geven alle hoop op, binden een zwart lint om haar mandje, zetten haar schotel ter zijde en
+beweenen haar als &eacute;&eacute;ne, die ons voor altijd ontvallen is.
+
+</p>
+<hr class="tb"><p>
+
+</p>
+<p class="div2"></p>
+<p>Een medegevoelend vriend zendt ons het volgende dicht-kleinood.
+
+
+</p>
+<p class="beforeline"></p>
+<h3 class="lghead">Klaaglied op Witvoet</h3>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">Onze kleine Witvoet
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">Is helaas niet meer.
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">Z&#8217;s plotseling verdwenen,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">En ach, wij treuren zeer.
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">&#8217;t Grafje van haar kleintje
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">Onder gindschen eik,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">Gaan wij trouw bezoeken&#8212;
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">Maar waar rust <i>haar</i> lijk?
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">Ledig staat het mandje,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">Roerloos ligt haar bal.
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">Kon ik maar vergeten,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">Dat ik nooit meer zal
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">Hooren &#8217;t zacht miauwen,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">&#8217;t Vriendelijk gespin&#8212;
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">Alsof zij wou zeggen,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">&#8220;Toe, laat mij er in.&#8221;
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">Ach, een ander katje
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">Loert op rat en muis,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">Maar dat zal nooit worden
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">Speelpop hier in huis.
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">Want helaas! haar kopje
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">Is niet mooi of lief,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">En zij mist de gratie
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">Van mijn hartelief.
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">En waar vroeger Witvoet
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">O, zoo rap en vlug!
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">Vreemde honden wegjoeg&#8212;
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">Blaast met hoogen rug,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">Achter veil&#8217;ge tralies,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">Nel naar &#8217;t vreemd gespuis;
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">Neen, zij zal nooit worden
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">&#8217;t Sieraad van ons huis.
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">Z&#8217; is wel goed en nuttig,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">En &#8217;t is waar, haar plicht
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">Wordt heel trouw en ijverig,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">Steeds door haar verricht:
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">Maar zij streelt niet de oogen;
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">Dus&#8212;z&oacute;&oacute; innig teer,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">Als wij <i>u</i> beminden,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">Minnen wij nooit weer.
+</span></p>
+<p class="afterline"></p>
+<p>A. S.
+
+
+<span class="pageno">
+[92]
+</span>
+
+</p>
+<hr class="tb"><p>
+
+
+</p>
+<p class="div2"></p>
+<h2>Advertenties.</h2>
+<p>Mejuffrouw Ophelia Pennelikster, de beroemdste geletterde redenaarster, zal haar uitstekend werkje over &#8220;de Vrouw en hare
+Positie&#8221; in de Pickwick Club voorlezen, aanstaanden Zaterdag na afloop der gewone werkzaamheden.
+
+</p>
+<hr class="tb"><p>
+
+
+</p>
+<p>Er zal eene wekelijksche bijeenkomst gehouden worden in de &#8220;Keukenzaal,&#8221; om jonge dames te leeren koken. Hanna Brown zal presideeren;
+alle leden worden verzocht trouw op te komen.
+
+</p>
+<hr class="tb"><p>
+
+
+</p>
+<p>Naar wij vernemen zal de Stoffervereeniging aanstaanden Woensdag een vergadering houden op de bovenste verdieping der Soci&euml;teit.
+Alle leden moeten in uniform precies te negen uur, met den stoffer op schouder, verschijnen.
+
+</p>
+<hr class="tb"><p>
+
+
+</p>
+<p>Mejuffrouw Betsy Poppe zal de volgende week haar nieuw magazijn van Poppen-mode-artikelen openen. De laatste Parijsche modes
+zijn gearriveerd, en alle bestellingen zullen met de grootste zorg worden nagekomen.
+
+</p>
+<hr class="tb"><p>
+
+
+</p>
+<p>Een nieuw stuk zal binnen weinig weken opgevoerd worden in het Schuur-Theater, dat alles belooft te overtreffen, wat tot nog
+toe op eenig Amerikaansch tooneel gegeven werd.
+
+
+</p>
+<p>&#8220;De Grieksche Slavin of Constantijn de Wreker,&#8221; is de titel van dit roerend drama!!!
+
+</p>
+<hr class="tb"><p>
+
+</p>
+<p class="div2"></p>
+<h2>Wenken.</h2>
+<p>Indien S.P. niet zooveel zeep voor zijn handen gebruikte, zou hij &#8217;s morgens niet altijd te laat aan het ontbijt komen. A.S.
+wordt verzocht niet op straat te fluiten. T.T. vergeet als &#8217;t je belieft Amy&#8217;s servet niet. N.W. moet niet mopperen, omdat
+hij geen negen opnaaisels in zijn jurk heeft.
+
+</p>
+<hr class="tb"><p>
+
+</p>
+<p class="div2"></p>
+<h2>Weekberichten.</h2>
+<p> </p>
+<table width="100%">
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Meta </td>
+<td valign="top">&#8212;Goed.
+
+</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Jo </td>
+<td valign="top">&#8212;Slecht.
+
+</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Betsy </td>
+<td valign="top">&#8212;Zeer goed.
+
+</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Amy </td>
+<td valign="top">&#8212;Middelmatig.
+
+</td>
+</tr>
+</table><p>
+
+
+</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Toen de president ge&euml;indigd had met het voorlezen van het weekblad (een getrouwe copie van een blad dat eens door werkelijk
+bestaande meisjes geschreven werd) volgden er luide toejuichingen van alle kanten, en daarna stond de heer Stockwall op om
+een voorstel in te dienen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Mijnheer de president en mijne heeren,&#8221; begon hij, een houding en toon aannemende, waarvoor een parlementslid zich niet zou
+behoeven te schamen. &#8220;Ik zou u gaarne de toetreding van een nieuw lid in overweging geven; een vriend die dat ten zeerste
+verdient, er ten hoogste dankbaar voor zou zijn, en veel zou bijbrengen zoowel tot verhooging van het gehalte onzer Club,
+als tot de letterkundige waarde van ons blad, en die ontegenzeggelijk heel vroolijk en gezellig zou wezen. Ik stel den heer
+Theodoor Laurence voor als eerelid van de P.C.&#8212;Toe, vindt het maar goed.&#8221;
+<span class="pageno">
+[93]
+</span></p>
+<p>De plotselinge verandering in Jo&#8217;s stem maakte de meisjes aan het lachen; maar geen van allen juichte het plan dadelijk toe,
+of zei een enkel woord, toen Stockwall weer ging zitten.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wij zullen het in rondvraag brengen,&#8221; zei de president. &#8220;Allen, die ten gunste van het voorstel willen stemmen, worden verzocht
+&#8220;ja&#8221; te zeggen.&#8221;
+
+</p>
+<p>Een luide uitroep van Stockwall, tot ieders verbazing, gevolgd door een fluisterend &#8220;Ja&#8221; uit Bets&#8217; mond.
+
+</p>
+<p>&#8220;Die er tegen stemmen worden verzocht hun &#8220;neen&#8221; uit te spreken.&#8221;
+
+</p>
+<p>Meta en Amy waren er tegen; en de heer Winkle stond op om met groote deftigheid te zeggen: &#8220;Wij hebben er liever geen jongens
+bij; ze maken maar gekheid en zijn zoo wild. Dit is een damesgezelschap, en we willen onder ons blijven.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik ben bang, dat hij ons weekblad gek vinden en ons achter den rug uitlachen zal,&#8221; zei Pickwick en trok aan het krulletje
+op zijn voorhoofd, zooals hij altijd deed, wanneer hij in het een of ander niet tot een besluit kon komen.
+
+</p>
+<p>Daar vloog Stockwall vol vuur op, roepende:
+
+</p>
+<p>&#8220;Mijnheer, ik geef u mijn eerewoord, dat Laurie niets van dien aard zal doen. Hij schrijft graag, en hij zou ons blad veel
+aardiger maken door zijn bijdragen, en begrijp je dan niet, dat wij voor sentimentaliteit bewaard blijven, als hij er bij
+is? Wij kunnen zoo weinig voor hem doen, en hij doet zooveel voor ons, en ik vind dat we hem hartelijk welkom moeten heeten,
+als hij komt.
+
+</p>
+<p>Deze slimme zinspeling op bewezen weldaden, deed Tupman vastbesloten opspringen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja, we moeten het doen, zelfs al <i>zijn</i> we wat bang. <i>Ik</i> zeg, dat hij komen mag en zijn Grootpapa ook als die wil.&#8221;
+
+</p>
+<p>De flinke uiting van Bets bracht de andere clubleden in stomme verbazing en Jo verliet haar plaats om haar goedkeurend de
+hand te drukken.
+
+</p>
+<p>&#8220;Nu dan, laat ons opnieuw stemmen. Ieder herinnere zich dat het onzen Laurie geldt, en zegge &#8220;ja&#8221;!&#8221; riep Stockwall opgewonden
+maar plechtig.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja! Ja!&#8221; riepen drie stemmen tegelijk.
+
+</p>
+<p>&#8220;Goed! dank je wel! En daar nu niets beter is dan &#8220;den tijd bij de horens te vatten,&#8221; zooals Winkle zeer juist heeft opgemerkt,
+neem ik de vrijheid u het nieuwe lid voor te stellen;&#8221; en tot ontsteltenis der overige leden rukte Jo de deur open van een
+klein kamertje, waar Laurie op een voddenkist zat, met een vuurrood gezicht van het ingehouden lachen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Schurk! Verrader! Jo, hoe kon je d&aacute;t doen?&#8221; riepen de drie meisjes, toen Stockwall haar vriend zegevierend naar voren bracht,
+hem een stoel en een insigne gaf, en onmiddellijk installeerde.
+
+</p>
+<p>&#8220;De onbeschaamdheid van die twee is waarlijk verbazingwekkend,&#8221; begon de heer Pickwick en trachtte zijn gelaat in een zeer
+<span class="pageno">
+[94]
+</span></p>
+<p>ernstige plooi te zetten, hetgeen echter niet gelukte, daar zich slechts een beminlijken glimlach vertoonde. Maar het nieuwe
+lid bleek tegen den storm opgewassen; hij stond op, maakte een sierlijke buiging en begon op de innemendste wijze: &#8220;Mijnheer
+de president en dames&#8212;ik vraag excuus, <i>heeren</i>&#8212;vergunt mij mezelf aan u voor te stellen als Sam Weller, de zeer nederige dienaar der club.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Goed zoo, goed zoo!&#8221; riep Jo en stampte met den steel van de oude beddepan, waarop zij steunde.
+
+</p>
+<p>&#8220;Mijn trouwe vriend en edele beschermheer,&#8221; vervolgde Laurie met een bevallig manuaal, &#8220;die mij op zoo vleiende wijze heeft
+voorgesteld, verdient geen berisping over de laaghartige krijgslist van dezen avond. Ik maakte het plan en hij gaf eerst na
+lang plagen toe.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Kom, Laurie, neem nu niet de heele schuld voor jouw rekening; je weet dat ik het kamertje verzonnen heb,&#8221; viel Stockwall,
+die groote pret had, hem in de rede.
+
+</p>
+<p>&#8220;Luister niet, naar wat zij zegt. Ik ben de ellendeling, die het gedaan heeft, mijnheer,&#8221; zei het nieuwe lid met een Wellerachtig
+knikje tegen den heer Pickwick. &#8220;Maar ik zal het op mijn eer nooit weer doen, en mij voortaan wijden aan de belangen van deze
+onsterfelijke club.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Hoor! hoor!&#8221; riep Jo en sloeg het deksel op den beddewarmer open en dicht, bij wijze van bekkens.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ga voort, ga voort!&#8221; voegden Winkle en Tupman er bij, terwijl de president welwillend boog.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik wilde alleen nog maar zeggen, dat ik, als een gering blijk van mijn dankbaarheid voor de eer mij aangedaan, en als middel
+om het vriendschappelijk verkeer tusschen naburige volken te bevorderen, een postkantoor heb opgericht in de heg aan de achterzijde
+van den tuin; een fraai, ruim gebouw, met sloten op de deur en alle mogelijke gemakken. Het is het oude konijnenhok; maar
+ik heb de deur dicht en het dak opengemaakt, zoodat het alle soorten van dingen kan bevatten en ons veel kostbaren tijd zal
+besparen. Brieven, manuscripten, boeken en pakjes kunnen er in; en daar ieder volk een sleutel heeft, zal het bizonder practisch
+zijn, denk ik. Staat mij toe u den sleutel der club aan te bieden, en met hartelijken dank voor de bewezen gunst mijn plaats
+weder in te nemen.&#8221;
+
+</p>
+<p>Een luid gejuich volgde, toen de heer Weller een kleinen sleutel op tafel neerlegde en weer ging zitten; de beddepan klapte
+en zwaaide geweldig, en het duurde een heelen tijd, eer de orde kon hersteld worden. Lange beraadslagingen volgden en allen
+spraken verwonderlijk goed, want allen deden hun best; het was dus een buitengewoon levendige vergadering, die eerst laat
+gesloten werd en eindigde met drie luide hoera&#8217;s voor het nieuwe lid.
+
+</p>
+<p>Niemand had ooit berouw over de toelating van Weller; want <span class="pageno">
+[95]
+</span>een getrouwer, fatsoenlijker, en vroolijker lid kon in geen club gevonden worden. Hij bracht bepaald leven in de vergaderingen,
+en &#8220;pit&#8221; in het weekblad; zijn redevoeringen deden zijn toehoorders uitbarsten in lachen, en zijn bijdragen waren uitstekend,
+afwisselend, vaderlandslievend, klassiek, grappig, of treurig, maar nooit sentimenteel. Jo vond ze een Bacon, Milton of Shakespeare
+waardig en verbeterde er haar eigen opstellen met goed gevolg naar.
+
+</p>
+<p>Het P.K. was een prachtinstelling en bloeide buitengewoon; want er werden bijna evenveel wonderlijke dingen door verzonden
+als door een werkelijk postkantoor. Treurspelen en dasjes, gedichten en ingemaakt zuur, bloemzaad en lange brieven, muziek
+en boeken, gomelastiek, uitnoodigingen, berispingen en katjes. De oude heer had er plezier in, zond aardige pakjes, geheimzinnige
+boodschappen en grappige telegrammen, en zijn tuinman, getroffen door Hanna&#8217;s bekoorlijkheden, zond haar eenmaal een minnebrief
+onder Jo&#8217;s adres. Wat lachten de meisjes toen het geheim uitkwam, niet droomende, dat het kleine postkantoor in vervolg van
+tijd nog menigen dergelijken brief zou bevatten.
+
+
+
+
+</p>
+<p class="div1"><a id="d0e2669"></a></p>
+<h1 class="label">Hoofdstuk XI.</h1>
+<h1>Proefnemingen.</h1>
+<p>&#8220;1 Juni. Nu gaan de Kings morgen naar zee, en ik ben vrij! Drie maanden vacantie! Wat z&aacute;l ik genieten!&#8221; riep Meta op zekeren
+warmen dag thuiskomend, waar ze Jo, totaal uitgeput, op de sofa vond liggen, terwijl Bets haar de stoffige laarzen uittrok
+en Amy limonade maakte, tot opfrissching van het heele gezelschap.
+
+</p>
+<p>&#8220;Tante March is vandaag afgereisd, waar ik zielsdankbaar voor ben!&#8221; zei Jo. &#8220;Ik was zoo bang, dat ze me vragen zou met haar
+mee te gaan. Als ze het gedaan had, zou ik niet hebben kunnen weigeren, maar Plumfield is, zooals je weet, al even vroolijk
+als een kerkhof, en ik blijf liever hier. &#8217;t Was me wat, hoor, eer we de oude dame klaar hadden, en de schrik sloeg me om
+het hart, telkens als ze iets tegen me zei; want in mijn verlangen om weg te komen, werd ik zoo buitengewoon behulpzaam en
+lief, dat ik nog bang was, dat ze onmogelijk van me zou kunnen scheiden. Ik beefde, tot ze goed en wel in het rijtuig zat,
+en kreeg nog tot besluit een geweldigen schrik, want toen zij wegreed, stak ze haar hoofd uit het raampje, en riep: &#8220;Jose&#8212;phine,
+zou je niet&#8212;&#8221;. Ik hoorde niets meer, maar keerde me lafhartig om en ging aan den haal. Toen ik den hoek om was gehold, voelde
+ik me pas veilig.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Arme, arme Jo! ze kwam binnenvliegen, alsof ze door beren werd nagezeten,&#8221; zei Bets, en wreef Jo&#8217;s voeten op moederlijke
+wijze.
+<span class="pageno">
+[96]
+</span></p>
+<p>&#8220;Tante March is een echte Samfier,&#8221; zei Amy en proefde haar mengsel met een critisch gezicht.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ze bedoelt <i>Vampier</i>; maar dat komt er zoo nauw niet op aan; het is te warm om op zijn woorden te letten,&#8221; zuchtte Jo.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat zijn jullie van plan in de vacantie te doen?&#8221; vroeg Amy, behendig van onderwerp veranderend.
+
+</p>
+<p>Ik blijf &#8217;s morgens lang in bed liggen en doe niets,&#8221; antwoordde Meta van uit haar gemakkelijken stoel. &#8220;Ik ben er den heelen
+winter vroeg uitgejaagd, om dag in dag uit voor andere menschen te werken; nu ben ik van plan rust te nemen en eens naar hartelust
+plezier te maken.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen&#8221;, zei Jo, &#8220;dat luieren zou mij niet bevallen. Ik heb een massa boeken opgedaan, en ik ga mijn heerlijke uren gebruiken
+met lezen op mijn plaatsje in den ouden appelboom, als ik niet aan het h&#8212;&#8221;.
+
+</p>
+<p>&#8220;Zeg niet herrie maken!&#8221; smeekte Amy, in weerwraak over de &#8220;sampier&#8221;-terechtwijzing.
+
+</p>
+<p>&#8220;Dan zal ik zeggen aan het &#8220;hollen&#8221; ben met Laurie; dat is een heel gepast woord, daar hij toch soms zoo&#8217;n woesteling is.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dan moesten wij nu eens voor een poos ook geen werk doen, maar den heelen dag spelen en rusten, net als de anderen van plan
+zijn,&#8221; zei Amy.
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat is goed, als moeder er niets tegen heeft. Ik zou graag wat nieuwe stukjes leeren, en mijn kinderen moeten voor den zomer
+in orde gebracht worden; ze zijn er treurig aan toe en hebben groot gebrek aan kleeren.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Vindt u het goed, Moeder?&#8221; vroeg Meta en wendde zich tot mevrouw March, die in &#8220;moedershoekje&#8221; zat te naaien.
+
+</p>
+<p>&#8220;Je kunt het eens voor een week probeeren en zien, hoe het jullie bevalt. Maar ik denk, dat je Zaterdagavond zult moeten erkennen,
+dat altijd spelen en niets uitvoeren al even erg is, als altijd werken en nooit spelen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;O hemel, neen! het zal heerlijk zijn, daar ben ik zeker van,&#8221; zei Meta welbehaaglijk.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik stel een toast voor, zooals mijn &#8220;vriendin en collega Sairy Gamp&#8221;<a id="d0e2710src" href="#d0e2710" class="noteref">1</a> zegt: &#8220;Den heelen dag pret en niets geen gezwoeg!&#8221; riep Jo opstaande, met het glas in de hand toen de limonade gepresenteerd
+was.
+
+</p>
+<p>Allen klonken met een vroolijk hart en begonnen met de proefneming, door het overige van den dag te luieren. Meta verscheen
+den volgenden morgen eerst om tien uur; haar eenzaam ontbijt smaakte haar niet, en de kamer scheen ongezellig en rommelig,
+want Jo had de vazen niet gevuld, Bets had geen stof afgenomen, en Amy&#8217;s boeken lagen overal verspreid. Niets was netjes en
+uitlokkend dan &#8220;moedershoekje&#8221;, dat er als naar gewoonte uitzag; en <span class="pageno">
+[97]
+</span>daar ging ze zitten rusten en lezen, hetgeen echter niet veel anders was dan geeuwen en zich voorstellen welke mooie zomerjaponnetjes
+ze voor haar salaris koopen zou. Jo bracht den morgen door op de rivier met Laurie, en den namiddag met lezen en schreien
+over <i>&#8220;De Wijde Wijde Wereld&#8221;</i> boven in den appelboom. Bets begon alles uit de groote kast overhoop te halen, waar haar kinderen verblijf hielden, maar
+daar ze moe werd, eer ze halfweg was; liet ze den heelen rommel overhoop liggen en begon piano te spelen, blij dat ze niets
+behoefde om te wasschen. Amy bracht haar prieel in orde, deed haar beste witte jurk aan, maakte haar krullen netjes op en
+ging zitten teekenen onder de kamperfoelie, hopende, dat de een of ander haar zou opmerken en vragen, wie dat jonge kunstenaresje
+toch was.
+
+</p>
+<p>Daar niemand verscheen behalve een nieuwsgierige hooiwagen, die haar werk met veel belangstelling onderzocht, ging ze wandelen,
+werd door een regenbui overvallen, en kwam druipnat thuis.
+
+</p>
+<p>Aan de thee deelde ieder haar lotgevallen mee, en allen kwamen overeen, dat het een heerlijke, maar buitengewoon lange dag
+was geweest. Meta, die &#8217;s middags haar inkoopen was gaan doen en een &#8220;beelderig blauw neteldoekje&#8221; had gekocht, merkte, nadat
+ze de banen had afgeknipt, dat het niet gewasschen kon worden, welk ongeluk haar niet weinig uit haar humeur bracht; Jo had
+onder het roeien in de felle zon haar neus gevoelig gebrand en zware hoofdpijn opgedaan door te lang lezen. Bets werd gekweld
+door de wanorde van haar kast, en de onmogelijkheid om drie of vier stukjes tegelijk te leeren, en Amy betreurde diep de schade
+aan haar jurk, want den volgenden dag gaf Katy Brown een partijtje, en nu had zij, net als Flora Mc. Flimsy, &#8220;niets om aan
+te doen.&#8221; Maar dat waren slechts kleinigheden, en ze verzekerden hun moeder, dat de proef uitstekend gelukte. Mevrouw March
+glimlachte, zei niets en deed met Hanna alles, wat de meisjes verzuimd hadden te doen, maakte &#8220;thuis&#8221; gezellig, en hield de
+huishoudelijke machine zachtjes aan den gang. Wonderlijk, hoe &#8217;n vreemde en onaangename staat van zaken te voorschijn geroepen
+werd door dat leventje van &#8220;rust en genot.&#8221; De dagen vielen steeds langer, het weer was buitengewoon veranderlijk en de humeuren
+dito. Een onrustig gevoel maakte zich meester van allen, en de duivel vond voor de ledige handen bezigheid in overvloed. Als
+toppunt van weelde en gemak, gaf Meta een gedeelte van het naaiwerk buitenshuis, maar vond den tijd toen zoo drukkend lang,
+dat ze haar kleeren ging veranderen en bederven, in haar pogen om ze te moderniseeren &agrave; la Moffat. Jo las, tot haar oogen
+haar begaven en ze genoeg had van boeken, werd zoo kribbig, dat zelfs de goedhartige Laurie met haar aan het kibbelen raakte
+en zoo droefgeestig, dat ze hartelijk wenschte, maar mee te zijn gegaan met tante March. Bets maakte het nogal goed, want
+ze vergat gedurig, dat ze <i>altijd kon spelen en niet hoefde te werken</i>, en verviel nu en dan weer in haar oude gewoonten, maar <span class="pageno">
+[98]
+</span>er scheen iets in de lucht, dat zelfs haar besmette, en meer dan eens werd haar rustig gemoed bewogen; zoo erg zelfs, dat
+ze bij een zekere gelegenheid de arme, lieve Johanna door elkaar schudde en haar uitmaakte voor &#8220;een vogelverschrikker&#8221;. Amy
+kwam er het slechtst af, want zij had weinig om zich mee bezig te houden; en toen haar zusters haar aan haar lot overlieten
+en ze zich zelf moest amuseeren, vond ze haar begaafd, belangwekkend persoontje een grooten last. Van poppen hield ze niet;
+sprookjes vond ze kinderachtig en je kon niet altijd teekenen. Visites beteekenden niet veel, evenmin als picnics, tenzij
+ze heel plezierig waren ingericht. Als je een mooi huis had vol met aardige meisjes, of als je kon gaan reizen, zou de zomer
+heerlijk zijn; maar thuis te blijven met drie ego&iuml;stische zusters en een grooten jongen, was genoeg om &#8220;Job zijn geduld te
+doen verliezen,&#8221; klaagde de kleine deftigheid, nadat ze zich verscheiden dagen verveeld had.
+
+</p>
+<p>Geen van allen wilde toegeven, dat ze genoeg hadden van de proefneming, maar Vrijdagavond erkende ieder voor zichzelf, blij
+te zijn, dat de week bijna om was. In de hoop hun het lesje dieper in te prenten, besloot mevrouw March, die veel van een
+grap hield, een waardig slot te maken aan de zaak. Ze gaf Hanna een dag vrijaf om de meisjes eens ten volle de gevolgen van
+zoo&#8217;n speelsysteem te doen gevoelen.
+
+</p>
+<p>Toen zij Zaterdagmorgen beneden kwamen, was er geen vuur aan in de keuken, geen ontbijt in de eetkamer, en Moeder nergens
+te zien.
+
+</p>
+<p>&#8220;Lieve hemel! wat is er gebeurd?&#8221; riep Jo, verbaasd rondziende.
+
+</p>
+<p>Meta liep naar boven en kwam al gauw weer terug, gerustgesteld, maar toch verwonderd en een beetje beschaamd.
+
+</p>
+<p>&#8220;Moeder is niet ziek, alleen erg moe, en ze zegt, dat ze den heelen dag rustig op haar kamer blijft en ons alles maar eens
+zal laten doen, zoo goed en zoo kwaad het gaat. Wel iets vreemds voor haar, ze is heel anders dan gewoonlijk, maar ze zegt,
+dat het een moeilijke week voor haar geweest is, en we dus niet verdrietig moeten zijn, maar ons zelf redden.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat is gemakkelijk genoeg, ik vind het wel aardig; ik snak er naar om eens iets te doen te hebben; dat is te zeggen, een
+nieuw pleziertje,&#8221; voegde Jo er haastig bij.
+
+</p>
+<p>En werkelijk, het <i>was</i> een ware verlichting voor allen, dat ze iets te doen hadden, en ze begonnen vol goeden wil, maar ondervonden weldra de waarheid
+van Hanna&#8217;s gezegde: &#8220;Huishouden doen is geen gekheid.&#8221; Er was overvloed van eten in provisiekast en kelder, en terwijl Bets en Amy de tafel dekten, maakten Meta en Jo het ontbijt
+in orde, zich verwonderende, dat dienstboden ooit over zwaar werk klaagden.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik zal maar wat aan Moeder brengen; ze zei anders, dat wij maar niet aan haar moesten denken, want dat ze wel voor zichzelf
+zou zorgen,&#8221; zei Meta, die presideerde en zich heel gewichtig voelde achter den trekpot.
+<span class="pageno">
+[99]
+</span></p>
+<p>Er werd dus een blaadje in orde gemaakt, voordat de meisjes begonnen te eten, en naar boven gebracht, met de complimenten
+van de keukenmeid. De gekookte thee was heel bitter, de omelet verbrand en de geroosterde boterham smaakte naar den rook;
+maar mevrouw March nam haar ontbijt in dank aan, en lachte er hartelijk om, toen Jo weer naar beneden was gegaan.
+
+</p>
+<p>&#8220;Arme stumperds; ik ben bang dat ze &#8217;t vandaag heel moeilijk zullen hebben; maar ze zullen er niet van bederven en het zal
+hun eene goede les wezen,&#8221; zei mevrouw March, terwijl ze de meer eetbare dingen te voorschijn haalde, waarvan zij zich voorzien
+had, en het slechte ontbijt opruimde, om het gevoel der meisjes niet te kwetsen;&#8212;eene kleine, moederlijke list, waar ze haar
+dankbaar voor waren.
+
+</p>
+<p>Menige klacht werd beneden gehoord, en groot was het verdriet der keukenprinses, dat alles zoo slecht was uitgevallen. &#8220;Wees
+maar stil, ik zal voor het middageten zorgen en de meid zijn; jij bent mevrouw, houd je handen schoon, ontvang bezoek en geef
+bevelen,&#8221; zei Jo, die nog minder dan Meta ingewijd was in de geheimen der kookkunst.
+
+</p>
+<p>Dit vriendelijk aanbod werd met vreugde aangenomen, en Meta ging naar de zitkamer, die ze haastig in orde bracht, door allen
+rommel onder de canap&eacute; te schuiven en de jalouzie&euml;n te sluiten, hetgeen de moeite van &#8217;t stof afnemen uithaalde.
+
+</p>
+<p>Jo deed, met vast vertrouwen op eigen krachten en den vurigen wensch weer vrede te sluiten, een briefje in de bus voor Laurie, met een uitnoodiging om te
+komen eten.
+
+</p>
+<p>&#8220;Je zou beter doen met eerst te zien, wat voor eten je hebt, voordat je aan inviteeren denkt,&#8221; zei Meta, toen zij de gastvrije,
+maar wel wat ondoordachte daad vernam.
+
+</p>
+<p>&#8220;O, er is biefstuk, en overvloed van aardappelen, en ik zal wat asperges en een kreeft zien te krijgen &#8220;voor een aardigheidje
+er bij,&#8221; zooals Hanna zegt. We zullen kropsla koopen en kreeftensla maken; ik weet wel niet hoe, maar dat staat wel in het
+boek. En dan blanc-manger en aardbeien voor dessert en koffie toe, als je &#8217;t graag heel mooi wilt hebben.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Probeer niet te veel, Jo, want je kunt niets eetbaars maken als kruidkoekjes en stroopwafeltjes. Ik trek mijn handen af van
+de partij, en nu jij op eigen gezag Laurie gevraagd hebt, moet jij ook maar voor hem zorgen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Je hoeft niets anders te doen dan aardig tegen hem te zijn, en mij aan de pudding te helpen. Je zult mij toch wel raad willen
+geven, als ik niet verder kan?&#8221; vroeg Jo eenigszins gegriefd.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja, maar ik weet niet veel, behalve over brood en een paar kleinigheden. Je deed beter Moeder te vragen of zij het goed vindt,
+voor je iets bestelt,&#8221; antwoordde Meta voorzichtig.
+
+</p>
+<p>&#8220;Natuurlijk zal ik dat; ik ben ook niet dom,&#8221; en Jo ging knorrig heen, omdat er aan haar kundigheden getwijfeld werd.
+<span class="pageno">
+[100]
+</span></p>
+<p>&#8220;Neem wat je wilt, en val mij niet lastig; ik moet van middag uit eten en heb geen tijd, om mij met de dingen te bemoeien,&#8221;
+zei mevrouw March, toen Jo het haar vroeg. &#8220;Ik heb nooit veel van huishoudelijk werk gehouden, en neem vandaag eens een vacantiedag.
+&#8217;k Ben van plan eens heerlijk te lezen, wat te schrijven, een paar visites te maken, en er eens een plezierigen dag van te
+nemen.&#8221;
+
+</p>
+<p>Het ongewoon schouwspel, dat haar bedrijvige moeder in een gemakkelijken stoel &#8217;s morgens vroeg zat te lezen, gaf Jo een gevoel,
+alsof er een of ander zeldzaam natuurverschijnsel had plaats gehad, want een zon-eclips, een aardbeving of een vulkanische
+uitbarsting zou haar niet meer hebben kunnen verbazen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Alles is van streek,&#8221; zei ze bij zichzelf, toen ze weer naar beneden ging, &#8220;Bets zit te schreien&#8212;een zeker teeken, dat er
+iets niet in den haak is. Als Amy lastig wordt, schud ik haar door elkander.&#8221;
+
+</p>
+<p>Zelf mooi uit haar humeur, stormde Jo al naar de zitkamer, en vond Bets schreiend over Pietje, de kanarie, die dood in zijn
+kooi lag, met zijn klauwtjes uitgestrekt, alsof hij roerend smeekte om het voedsel, dat hem onthouden was en waardoor hij
+van gebrek had moeten omkomen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Het is allemaal mijn eigen schuld&#8212;ik heb hem heelemaal vergeten en er is geen zaadje of droppeltje water meer in de bakjes&#8212;o
+Piet! o Piet! hoe kon ik zoo wreed zijn?&#8221; riep Bets snikkend, nam het arme diertje in de hand en zocht het weer in &#8217;t leven
+terug te roepen.
+
+</p>
+<p>Jo keek in zijn halfgesloten oogjes, voelde aan zijn hartje en toen ze merkte dat hij stijf en koud was, schudde zij het hoofd,
+en bood het doosje van haar dominospel aan, om tot kist te dienen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Leg hem eens in den oven, misschien zal hij dan warm en weer levend worden,&#8221; zei Amy hoopvol.
+
+</p>
+<p>&#8220;Hij is van honger gestorven, en hij zal niet gebakken worden, nu hij dood is. Ik zal hem een lijkkleedje maken en hem begraven,
+en ik wil nooit een ander vogeltje hebben; neen, lieve Piet, nooit weer! want ik ben er <i>veel</i> te slecht voor,&#8221; fluisterde Bets, haar lieveling tegen zich aandrukkend.
+
+</p>
+<p>&#8220;De teraardebestelling zal van middag plaats hebben, en we zullen allen achter het lijk gaan. Huil maar niet, Bets, het is
+jammer, maar niets gaat goed deze week, en Piet is er het slechtst afgekomen. Maak het rouwkleed maar en leg hem in mijn kistje;
+en na het diner zullen wij een begrafenisje hebben,&#8221; zei Jo, met een gevoel, alsof zij heel wat op zich genomen had.
+
+</p>
+<p>Het verder aan de anderen overlatende om Bets te troosten, ging Jo naar de keuken, die in een staat van treurige verwarring
+bleek. Ze deed een grooten boezelaar voor, en toog aan het werk, zette alle borden en schotels vast klaar, en merkte toen,
+dat het vuur uit was.
+
+</p>
+<p>&#8220;Een heerlijk vooruitzicht!&#8221; mopperde Jo, rukte het deurtje <span class="pageno">
+[101]
+</span>van het fornuis open, en begon zoo hard zij kon te poken. Toen ze het vuur wat opgerakeld had, dacht ze, dat het niet kwaad
+zou zijn, als ze naar de markt ging, terwijl het water heet werd. De wandeling verkwikte haar, en blij, dat ze zulke goede
+inkoopen gedaan had, keerde zij huiswaarts met een piepjonge kreeft, stokoude asperges en twee potjes niet al te rijpe aardbeien.
+Tegen dat ze alles in orde had gebracht, kwamen de artikelen voor het middagmaal, en was het fornuis gloeiend heet. Hanna
+had gezegd, dat het brood dien dag gebakken moest worden; Meta had het &#8217;s morgens vroeg gekneed en te rijzen gezet, maar er
+verder niet meer om gedacht. Ze zat juist heel genoeglijk met Sallie Gardiner te keuvelen, toen de deur openvloog en een verhit,
+verontwaardigd en bestoven gezicht om de deur kwam en uitdagend vroeg:
+
+</p>
+<p>&#8220;Zeg, is het brood nog niet genoeg gerezen, als de pan overloopt?&#8221;
+
+</p>
+<p>Sallie begon te lachen, maar Meta knikte en trok haar wenkbrauwen zoo hoog mogelijk op, waarna de verschijning verdween, om
+het ongelukkige brood zonder verder uitstel in den oven te zetten. Mevrouw March ging uit, na hier en daar eens rondgekeken
+te hebben hoe de zaken stonden, en na een woordje van troost tot Bets, die het lijkkleed zat te naaien, terwijl de geliefde
+doode in het dominospeldoosje lag. Een vreemd gevoel van hulpeloosheid maakte zich van de meisjes meester, toen de grijze
+hoed om den hoek der straat verdween, en wanhoop beving hen, toen een paar minuten later juffrouw Crocker verscheen en aankondigde,
+dat ze graag bleef eten. Juffrouw Crocker was een mager, taankleurig mensen, met een scherpen neus en onderzoekende oogen,
+die alles opmerkte en alles buitenaf bepraatte. De meisjes hielden niet van haar, maar hadden geleerd vriendelijk tegen haar
+te zijn, omdat zij arm en oud was en weinig vrienden had. Meta gaf haar dus den gemakkelijken stoel en deed haar best om haar
+aangenaam bezig te houden, terwijl de bezoekster naar alles vroeg, alles critiseerde, en allerlei dingen vertelde van menschen,
+die zij kende. Geen pen kan beschrijven hoeveel angst Jo dien morgen uitstond, hoeveel ondervinding ze opdeed, en hoe ze zich
+moest inspannen, terwijl het maal, dat ze opdischte, haar later altijd werd nagehouden. Daar zij geen verderen raad durfde
+vragen, tobde ze alleen voort en kwam tot de overtuiging, dat er om keukenmeid te zijn, meer noodig is dan lust en goeden
+wil. Ze kookte de asperges een uur lang op een heet vuur, en zag tot haar schrik, dat de kopjes er afkookten en de steelen
+hard en taai werden. Het brood verbrandde, want het klaarmaken der kreeftensla nam zoo haar aandacht in beslag, dat ze al
+het andere aan haar lot overliet tot ze zag, dat zij het gerecht toch niet eetbaar kon maken. De kreeft was een vuurrood mysterie
+voor de arme, geagiteerde Jo, maar zij hamerde en prikte er net zoolang op, tot de schaal losliet, en begroef toen den mageren
+inhoud onder de slablaadjes. De aardappelen moesten <span class="pageno">
+[102]
+</span>haastig gekookt worden, om de asperges niet te laten wachten, en bleken ten slotte toch niet gaar. De blanc-manger zat vol
+klontjes, en de aardbeien waren niet zoo rijp als ze eerst wel schenen, daar de mooiste zorgvuldig bovenop waren gelegd.
+
+</p>
+<p>&#8220;Dan moeten ze in vrede maar biefstuk met brood en boter eten, als ze honger hebben, maar het is wel sneu, dat ik den heelen
+morgen bezig ben geweest voor niets,&#8221; dacht Jo, toen ze de etensbel een half uur later dan gewoonlijk luidde, en verhit, vermoeid
+en ontstemd het maal overzag, dat ze Laurie moest opdisschen, die alles zoo mooi en goed gewend was, en aan juffrouw Crocker,
+wier nieuwsgierige oogen alle gebreken zouden opmerken en wier babbeltong alles heinde en ver zou verspreiden.
+
+</p>
+<p>De arme Jo zou graag onder de tafel gekropen zijn, toen het eene gerecht voor, het andere na, geproefd en op zij geschoven
+werd; terwijl Amy giegelde, Meta verslagen keek, juffrouw Crocker veelbeteekenend haar lippen op elkaar klemde, en Laurie
+uit alle macht praatte en lachte, om het feestmaal op te vroolijken. Jo had al haar hoop gevestigd op de vruchten, want zij
+had ze goed gesuikerd en een kannetje heerlijken room besteld om er bij te gebruiken. Haar gloeiende wangen koelden wat af,
+en ze haalde diep adem, toen de mooie kristallen schoteltjes rondgingen, en ieder verheugd keek naar de kleine rose eilandjes,
+drijvend in een zee van room. Juffrouw Crocker proefde het eerst, trok een afschuwelijk gezicht, en dronk gauw wat water.
+Jo, die bedankt had, uit vrees dat er niet genoeg zou wezen, keek naar Laurie, maar hij at met mannenmoed door, hoewel hij
+zijn lippen met moeite in bedwang hield om niet uit te barsten in lachen, en hij strak op zijn bord staarde. Amy, verzot op
+lekkernijen, nam een flinken hap, stikte er bijna in, verborg haar gezicht in haar servet, en vloog de kamer uit.
+
+</p>
+<p>&#8220;O, wat mankeert er aan?&#8221; vroeg Jo bevend.
+
+</p>
+<p>&#8220;Zout in plaats van suiker, en de room is zuur,&#8221; antwoordde Meta met een tragisch gebaar.
+
+</p>
+<p>Jo kreunde en viel achterover in haar stoel, zich herinnerend, dat ze de aardbeien inderhaast nog eens goed bestrooid had
+uit een van de twee potjes, die op de keukentafel stonden, en dat zij verzuimd had den room in de ijskast te zetten. Met een
+hoofd als vuur op het punt in tranen uit te barsten, ontmoette ze Laurie&#8217;s oogen, die spottend <i>wilden</i> kijken, in weerwil van zijn heldhaftige pogingen; de grappige kant van &#8217;t geval trof haar eensklaps, en zij lachte, lachte,
+tot de tranen haar langs de wangen rolden. Allen volgden haar voorbeeld, zelfs juffrouw Crocker, en het ongelukkige maal liep
+vroolijk af met brood en boter, bananen en pret.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik voel me nog niet in staat om nu den boel al te gaan opruimen; we moesten ons liever weer in een kalme stemming brengen
+door eerst de begrafenis bij te wonen,&#8221; zei Jo, toen zij opstonden en juffrouw Crocker zich gereed maakte te vertrekken, om
+de dwaze historie aan andere vrienden te gaan vertellen.
+<span class="pageno">
+[103]
+</span></p>
+<p>Allen bedaarden ter wille van Bets; Laurie dolf een grafje tusschen de varens in het boschje; het kleine Pietje werd er onder
+heete tranen door zijn teerhartige meesteres ingelegd en met mos bedekt, terwijl ze een krans van viooltjes en witte muur
+om den steen hing, die het grafschrift droeg, door Jo vervaardigd, terwijl ze zich met het eten afsloofde:
+
+</p>
+<p class="beforeline"></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">Dit is &#8217;t graf van Pietje March,
+</span></p>
+<p class="line" style="text-indent: 2em; "><span class="poetryline">Die op zeven Juni stierf;
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">Betreurd door &#8217;t gansche huisgezin,
+</span></p>
+<p class="line" style="text-indent: 2em; "><span class="poetryline">Daar hij aller gunst verwierf.</span></p>
+<p class="afterline"></p>
+<p>Na afloop der plechtigheid trok Bets zich in haar kamer terug, akelig van droefheid en van de kreeft, maar er was geen rust
+voor haar te vinden, want de bedden waren nog niet opgemaakt, en ze ondervond dat haar verdriet wel iets verminderde onder
+het opschudden van kussens en het in orde brengen der kamer. Meta hielp Jo de overblijfselen van het feest weg te ruimen,
+dat den halven namiddag in beslag nam, en haar zoo vermoeide, dat zij overeen kwamen zich tevreden te stellen met thee en
+geroosterd brood voor het avondeten. Laurie ging wat met Amy rijden, een ware weldaad, want de zure room scheen een slechten
+invloed uitgeoefend te hebben op haar humeur. Toen Mevrouw March thuis kwam vond ze de drie oudste meisjes nog hard aan het
+werk, en gaf een blik in de provisiekamer haar eenig begrip van het welslagen van een gedeelte der proefneming.
+
+</p>
+<p>Voordat de huishoudsters konden gaan rusten, kwamen er verscheiden bezoekers, en hadden ze zich vreeselijk te haasten om klaar
+te komen, en ze te kunnen ontvangen; toen moest er thee gezet, en waren er een paar boodschappen te doen, daarna nog wat naaiwerk,
+dat volstrekt af moest, maar tot het laatste oogenblik uitgesteld was. Eindelijk, toen het begon te schemeren en het koel
+en rustig werd, konden ze in de waranda neervallen, waar de Junirozen zoo heerlijk in knop stonden, en allen zuchtten of steunden,
+vermoeid en ontstemd.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat is dit een verschrikkelijke dag geweest!&#8221; begon Jo, die gewoonlijk het gesprek opende.
+
+</p>
+<p>&#8220;Hij leek mij toch korter toe dan anders, maar wel erg ongezellig,&#8221; zei Meta.
+
+</p>
+<p>&#8220;Zoo h&eacute;&eacute;l anders dan we gewoon zijn,&#8221; voegde Amy er bij.
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat wil ik wel gelooven, zonder Moeder en Pietje,&#8221; zuchtte Bets, en staarde met betraande oogen naar het ledige kooitje boven
+haar hoofd.
+
+</p>
+<p>&#8220;Hier is Moeder, kindlief, en je zult morgen een nieuw vogeltje hebben, als je &#8217;t graag wilt.&#8221;
+
+</p>
+<p>Zoo sprekend kwam mevrouw March naar buiten, zette zich bij de meisjes neer, met een gezicht, alsof haar vacantiedag niet
+veel prettiger was geweest dan die van haar kinderen.
+<span class="pageno">
+[104]
+</span></p>
+<p>&#8220;Wel, meisjes, zijn jullie tevreden over de proefneming, of verlang je nog zoo&#8217;n week?&#8221; vroeg ze, toen Bets zich tegen haar
+aan vleide en de anderen zich met opgeklaarde gezichtjes naar haar toekeerden, als bloemen naar de zon.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik stellig niet!&#8221; riep Jo beslist.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik ook niet,&#8221; herhaalden de anderen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Jullie vindt dus, dat het beter is enkele plichten te hebben, en ook wat voor anderen te leven, is &#8217;t niet?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Luieren en pretmaken is niet het ware,&#8221; merkte Jo hoofdschuddend op. &#8220;Ik heb er genoeg van, en ben van plan dadelijk aan
+&#8217;t werk te gaan met het een of ander.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Als jullie eens eenvoudig eten leerde koken, &#8217;t is bepaald noodig dat iedere vrouw dat kan,&#8221; zei mevrouw March, hardop lachend,
+bij de herinnering aan Jo&#8217;s maaltijd, want ze had juffrouw Crocker ontmoet, die er haar een verslag van had gegeven.
+
+</p>
+<p>&#8220;Moeder! is u uitgegaan en liet u alles aan zijn lot over, om eens te zien, hoe wij het er af zouden brengen!&#8221; riep Meta,
+die er den heelen dag een voorgevoel van had gehad.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja, ik wou, dat jullie eens zouden ondervinden, hoe de rust en het geluk van allen noodig maken, dat ieder trouw zijn plicht
+doet. Terwijl Hanna en ik jullie werk deden, ging alles vrij goed, hoewel ik niet geloof dat jullie heel gelukkig of prettig
+gestemd waren; daarom dacht ik, dat het geen kwaad zou kunnen als ik je eens liet zien, wat er gebeurt wanneer ieder uitsluitend
+aan zichzelf denkt. Voel jullie niet, dat het plezieriger is elkaar te helpen, dagelijksche plichten te hebben, die den vrijen
+tijd zoo kostbaar en heerlijk maken, en elkander te verdragen, zoodat ons &#8220;thuis&#8221; gezellig en prettig kan zijn voor iedereen?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja, ja, Moeder, wij zien het nu wel in!&#8221; riepen de meisjes.
+
+</p>
+<p>&#8220;Nu, dan geef ik jullie den raad je kleine pakken maar weer op te nemen; want al schijnen ze soms zwaar, ze zijn toch goed
+voor ons, en worden lichter, naarmate we ze leeren dragen. Werken is gezond, en er is genoeg te doen voor alle menschen; &#8217;t
+komt lichaam en geest ten goede, en geeft ons een gevoel van macht en onafhankelijkheid, dat beter is dan geld.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Wij zullen werken als bijen en het prettig vinden ook; let u maar eens op, of het niet waar is!&#8221; zei Jo. &#8220;Ik stel mij in
+mijn vacantie tot taak de dagelijksche dingen te leeren koken, en mijn volgend diner zal uitstekend zijn.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik zal de hemden voor Vader naaien, en het niet weer aan u overlaten, Moeder. Ik kan het best doen en &#8217;t zal beter zijn,
+dan te zitten knoeien aan mijn eigen kleeren, die eigenlijk goed genoeg zijn, zooals ze zijn,&#8221; beloofde Meta.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik zal elken dag mijn lessen leeren en niet zooveel tijd besteden aan mijn muziek en mijn poppen. Ik ben een dom kind en
+moest liever studeeren in plaats van te spelen,&#8221; was Bets&#8217; besluit; terwijl Amy haar voorbeeld volgde, door met heldenmoed
+te verklaren:
+<span class="pageno">
+[105]
+</span></p>
+<p>&#8220;Ik zal knoopsgaten leeren maken en op mijn taalfouten letten.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Heel goed, dan ben ik volmaakt tevreden met den uitslag der proef, en geloof niet, dat wij het nog eens zullen moeten herhalen;
+maar pas op, dat jullie niet in een ander uiterste vervalt en den heelen dag zwoegt,&#8221; waarschuwde mevrouw March glimlachend.
+
+</p>
+<p>&#8220;Vaste uren voor werk en spel maken iederen dag nuttig en prettig. Toont dat je de waarde van den tijd begrijpt door hem verstandig
+te gebruiken, dan zal jullie leven goed besteed zijn.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Wij zullen het onthouden, Moeder!&#8221; en ze hielden woord.
+
+
+
+</p>
+<p></p>
+<hr class="noteseparator">
+<div class="notetext">
+<p class="notetext"><a id="d0e2710" href="#d0e2710src" class="noteref">1</a> Uit Dickens.
+</p>
+</div>
+<p class="div1"><a id="d0e2892"></a></p>
+<h1 class="label">Hoofdstuk XII.</h1>
+<h1>Het Kamp Laurance.</h1>
+<p>Bets was postdirecteur, daar ze bijna altijd thuis was, en er dus geregeld voor zorgen kon, en ze vond de taak van het deurtje
+open te maken en den inhoud te verdeelen alle dagen weer even heerlijk. Op zekeren Julidag kwam ze belast en beladen binnen
+en ging als een echte brievenbesteller het heele huis rond, om overal brieven en pakjes af te geven.
+
+</p>
+<p>&#8220;Hier zijn uw bloemen, Moeder! die vergeet Laurie nooit,&#8221; zei ze, terwijl ze het frissche bouquetje in de vaas zette, dat
+in &#8220;moedershoekje&#8221; stond en altijd door Laurie gevuld werd.
+
+</p>
+<p>&#8220;Mejuffrouw Meta March! een brief en een handschoen,&#8221; ging Bets voort, genoemde artikelen aan haar zuster overhandigende,
+die bij haar moeder manchetten zat te stikken.
+
+</p>
+<p>&#8220;H&eacute;, ik heb hiernaast een paar laten liggen, en dit is er maar een,&#8221; zei Meta, den grijzen handschoen bekijkende. &#8220;Heb je
+den anderen ook in den tuin verloren?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen, ik weet zeker van niet, want er was er maar &eacute;&eacute;n in de brievenbus.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Jammer, ik vind het zoo vervelend ongepaarde handschoenen te hebben. Nu, misschien komt de andere nog wel terecht. Mijn brief
+is alleen maar de vertaling van een Duitsch liedje, waarom ik gevraagd had; ik denk, dat mijnheer Brooke dit geschreven heeft,
+want het is Laurie&#8217;s schrift niet.
+
+</p>
+<p>Mevrouw March zag Meta eens aan, die er in haar katoenen japonnetje, met de kleine krulletjes boven haar voorhoofd allerliefst
+uitzag, en zoo echt vrouwelijk aan haar werktafeltje vol nette klosjes zat te naaien. Ze was volkomen onbewust van de gedachte,
+die bij haar moeder opkwam, en naaide en zong, haar vingers ijverig bezig, en haar geest vervuld met meisjesdroomen, zoo onschuldig
+en frisch als de viooltjes in haar ceintuur, zoodat mevrouw March glimlachte en tevreden was.
+<span class="pageno">
+[106]
+</span></p>
+<p>&#8220;Twee brieven voor Dr. Jo, een boek en een gekke, oude hoed, die boven op de brievenbus lag en hem heelemaal bedekte,&#8221; zei
+Bets lachend, terwijl ze naar de studeerkamer ging, waar Jo zat te schrijven.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat een slimme vogel is die Laurie toch. Ik zei gisteren dat ik wou dat er grooter hoeden in de mode kwamen, want dat mijn
+gezicht elken zonnigen dag verbrandt. Hij zei: &#8220;Stoor je niet aan de mode, zet een grooten hoed op, als je dat plezieriger
+vindt.&#8221; &#8220;Dat zou ik ook wel, als ik er maar een had,&#8221; beweerde ik, en nu heeft hij mij dezen gestuurd, om eens te zien of
+ik mijn woord zal houden; ik zal hem natuurlijk dragen voor de grap en hem bewijzen, dat ik <i>niet</i> om de mode geef,&#8221; en de breedgerande antiquiteit op een buste van Plato hangende, ging Jo haar brieven lezen.
+
+</p>
+<p>De eene was van haar moeder en bracht haar een blos op de wangen en een paar tranen in de oogen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Lieveling, ik schrijf je een woordje, om je te zeggen, hoeveel genoegen het me doet te zien, dat je gedurig tracht je humeur
+te bedwingen. Je spreekt niet van je strijd, van je nederlagen en overwinningen, en je denkt misschien, dat niemand dat alles
+ziet, dan de Vriend, wiens hulp je dagelijks inroept, te oordeelen naar den versleten omslag van je boekje. Maar ook ik heb
+alles opgemerkt en stel vertrouwen in den ernst van je besluit. Ga maar geduldig en moedig voort, mijn lieve kind, en geloof
+altijd dat niemand je met teederder medegevoel gadeslaat dan je liefhebbende Moeder.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat doet mij goed! dat is beter dan duizenden guldens en hoopen loftuitingen. O, Moedertje, ik <i>doe</i> mijn best. En ik zal voortgaan mijn best te doen, en het niet opgeven, nu ik u heb om mij te helpen.&#8221;
+
+</p>
+<p>Jo legde het hoofd op de armen en bedauwde haar roman met een paar gelukkige tranen, want ze had inderdaad gedacht, dat niemand
+haar pogingen om goed te zijn had opgemerkt en begrepen; en nu was deze verzekering dubbel dierbaar en bemoedigend, daar ze
+zoo onverwacht kwam en van haar, wier goedkeuring ze het meest op prijs stelde. Zich nu sterker dan ooit voelende om haar
+gebrek te bestrijden, spelde ze het briefje vast aan den binnenkant van haar jurk, als een schild en een waarschuwing, bij
+een onverhoedschen aanval van den vijand, en ging toen over tot het openen van haar tweeden brief, gewapend op alles. Met
+een flinke, vaste hand schreef Laurie,&#8212;
+
+</p>
+<p class="beforeline"></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">&#8220;Lieve Jo,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">Hi ha ho!</span></p>
+<p class="afterline"></p>
+<p>&#8220;Morgen komen er een paar Engelsche jongens en meisjes bij me, en ik zou graag een prettigen dag met hen hebben. Als het mooi
+weer is, sla ik mijn tent op in Longmeadow en roei de heele bende daarheen om er te picknicken en te crocketten; we stoken
+er een vuurtje, om op zigeunermanier ons potje te koken, en al zulk soort van grappen. Het zijn aardige kennissen en ze houden
+van zulke <span class="pageno">
+[107]
+</span> dingen. Brooke gaat mee, om ons jongens, &#8220;in toom te houden,&#8221; en Kate Vaughn komt, om de meisjes te chaperonneeren. Jullie
+moet allemaal komen, Bets ontspringt er ook niet aan; niemand zal haar plagen. Denk maar niet om de consumptie, daarvoor zorg
+ik natuurlijk en voor al de rest&#8212;als jullie maar komt, dan ben je de beste.
+
+</p>
+<p class="beforeline"></p>
+<p class="line" style="text-indent: 2em; "><span class="poetryline">In vliegende hurrie
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">Voor altijd, je Laurie.&#8221;</span></p>
+<p class="afterline"></p>
+<p>&#8220;Dat belooft wat goeds!&#8221; riep Jo naar binnen vliegende om het nieuws aan Meta te vertellen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Natuurlijk mogen we gaan, h&egrave; Moeder, het zal zooveel gemakkelijker zijn voor Laurie, want ik kan roeien en Meta kan voor
+de koffie zorgen, en de kleintjes zullen op de een of andere manier ook wel een handje helpen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik hoop dat die Vaughns geen deftige, stijve menschen zijn. Weet je niets van hen, Jo?&#8221; vroeg Meta.
+
+</p>
+<p>&#8220;Alleen, dat ze met hun vieren zijn. Kate is ouder dan jij; Fred en Frank zijn tweelingen en van mijn leeftijd, en dan is
+er nog een klein meisje, Grace, dat negen of tien jaar is. Laurie heeft ze op reis ontmoet en houdt veel van de jongens; maar
+ik geloof niet, dat hij Kate erg bewondert, te oordeelen naar het gezicht dat hij trok, toen hij van haar sprak.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik ben zoo blij, dat mijn katoentje juist schoon is. Dat is er heel goed voor en het staat zoo frisch,&#8221; zei Meta opgewekt.
+&#8220;Heb jij iets dragelijks om aan te doen, Jo?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Mijn grijs roeipak is prachtig voor mij; ik moet roeien en draven, en kan dus geen keurig, gesteven goed gebruiken. Bets,
+jij gaat toch ook mee?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Als jij oppast, dat geen van de jongens tegen mij spreekt.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Geen levende ziel!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik wil graag Laurie plezier doen, en voor mijnheer Brooke ben ik niet bang, die is zoo vriendelijk; maar ik ben niet van
+plan te spelen of te zingen, of iets te zeggen. Ik zal doen wat ik kan en niemand lastig vallen, en als jij voor mij zorgen
+wilt, Jo, dan zal ik meegaan.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Je bent een dot, Bets; je doet je best om je verlegenheid af te leeren, en dat is ferm van je; &#8217;t is niet makkelijk gebreken
+te bestrijden, dat weet ik bij ondervinding, en een bemoedigend woord geeft dan zoo&#8217;n soort van zetje.&#8221;&#8212;&#8220;Dank u, Moeder,&#8221;
+en Jo drukte een dankbaren kus op de bleeke wang, waarvan mevrouw March de bedoeling wel vatte.
+
+</p>
+<p>&#8220;De post heeft mij een doosje chocolaadjes gebracht en een teekening, die ik graag wou copieeren,&#8221; vertelde Amy, haar zending
+vertoonende.
+
+</p>
+<p>&#8220;En ik kreeg een briefje van mijnheer Laurence, om mij te vragen of ik van avond, voordat de lamp opgestoken werd, een poosje
+voor <span class="pageno">
+[108]
+</span>hem kwam spelen. Ik zal het maar doen,&#8221; zei Bets, wier vriendschap met den ouden heer steeds inniger werd.
+
+</p>
+<p>&#8220;Kom, laten we dan nu gauw voortmaken en vandaag dubbel werk doen, zoodat we morgen met een gerust hart kunnen spelen,&#8221; zei
+Jo, terwijl ze zich gereedmaakte de pen met een stofdoek te verwisselen.
+
+</p>
+<p>Toen de zon den volgenden morgen in de kamer van de meisjes keek, om haar een mooien dag te beloven, zag zij een komisch schouwspel.
+Ieder van haar had voor het feest de toebereidselen gemaakt, die haar nuttig en noodig schenen. Meta prijkte met een extra
+rijtje papillotjes boven haar voorhoofd; Jo had haar pijnlijk verbrand gezicht met coldcream ingesmeerd, Bets bleek Johanna
+mee naar bed te hebben genomen, om haar voor de aanstaande scheiding schadeloos te stellen, en Amy had het nog &#8217;t mooist van
+allen gemaakt door een waschklampje op haar neus te zetten, hopende dat ongelukkige lichaamsdeel wat in &#8217;t fatsoen te knijpen.
+Dit grappig tooneel scheen de zon te vermaken, want zij brak op eens zoo helder door de wolken, dat Jo wakker werd, en al
+haar zusters wekte, door een hartelijk gelach om Amy&#8217;s versiersel.
+
+</p>
+<p>Zonneschijn en gelach zijn goede voorteekenen voor een buitenpartij, en spoedig heerschte in beide huizen een vroolijke drukte.
+Bets, die het eerst klaar was en voor het raam had post gevat, bracht trouw verslag uit van hetgeen er in het andere huis
+voorviel, en verlevendigde het toiletmaken van de anderen door steeds nieuwe mededeelingen, als:
+
+</p>
+<p>&#8220;Daar gaat de man met de tent! Ik zie, dat Juffrouw Barker de eetwaren in een draagkorf en in een groote mand pakt! Nu staat
+mijnheer Laurence naar de lucht te kijken en naar den weerhaan; ik wou dat hij ook meeging! Daar is Laurie, hij ziet er uit
+als een matroos&#8212;leuke jongen toch! O, hemel, daar is een rijtuig vol menschen&#8212;een jonge dame, een klein meisje en twee verschrikkelijke
+jongens. De eene is lam, arme ziel, hij loopt op een kruk. Dat heeft Laurie ons niet verteld. Maakt voort, zeg, het is al
+laat. H&eacute;, daar is Ned Moffat ook! Kijk, Meta, is dat niet die man, die laatst voor je boog, toen we boodschappen deden?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja, &#8217;t is waar, wat vreemd, dat hij ook gekomen is! Ik dacht, dat hij op reis was. Daar is Sallie, ik ben blij, dat ze bijtijds
+terug is. Ben ik netjes, Jo?&#8221; vroeg Meta geagiteerd.
+
+</p>
+<p>&#8220;Op en top een madeliefje! Houd je japon op, en zet je hoed recht; het staat zoo sentimenteel als hij zoo scheef staat, en
+hij zou bij het eerste stootje afvliegen. Nu, vooruit dan maar!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;O, och Jo! Je zult toch dat afschuwelijke ding niet opzetten, dat is heusch te gek. Je mag geen vogelverschrikker van jezelf
+maken,&#8221; smeekte Meta, toen Jo met een vuurrood lint den breedgeranden, ouderwetschen hoed vastbond dien Laurie haar voor de
+grap gegeven had.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik doe het toch; hij is juist goed; zoo practisch voor de zon, <span class="pageno">
+[109]
+</span>en zoo licht en groot. Ze zullen het allemaal grappig vinden, en ik geef er niet om of ik een vogelverschrikker ben, als mijn
+hoed maar gemakkelijk zit.&#8221; Hiermee wandelde Jo vastbesloten weg, gevolgd door de anderen; een vroolijk troepje zusters, allen
+op haar netst, met vroolijke zomerpakjes en gelukkige gezichten.
+
+</p>
+<p>Laurie liep hun te gemoet en stelde hun op zijn hartelijke manier aan zijn vrienden voor. Het grasperk was de receptiekamer,
+en gedurende eenige minuten ging het daar zeer levendig toe. Meta viel een pak van het hart, toen ze zag, dat Kate, hoewel
+al twintig jaar, gekleed was met een eenvoud, die Amerikaansche meisjes w&eacute;l zouden doen na te volgen; en ze voelde zich zeer
+gevleid door de verzekering van Ned, dat hij expres gekomen was, om haar te zien. Jo begreep waarom Laurie &#8220;een gezicht getrokken
+had,&#8221; toen hij van Kate sprak, want de jonge dame had een zeker raak-mij-niet-aan air, dat sterk afstak bij de gulle en onbevangen
+manieren der andere meisjes.
+
+</p>
+<p>Bets nam de nieuwe jongens eens in oogenschouw en kwam tot de overtuiging, dat de kreupele niet &#8220;vreeselijk&#8221; was, maar zacht
+en zwak, en daarom besloot zij vriendelijk tegen hem te zijn. Amy vond Grace een welopgevoed, vroolijk persoontje, en nadat
+ze elkander een paar minuten zwijgend hadden aangestaard, werden ze plotseling dikke vriendinnen.
+
+</p>
+<p>Daar de tent, de eetwaren en de benoodigdheden voor het crocket-spel vooruit waren gezonden, was het gezelschap spoedig ingescheept,
+en de beide booten staken tegelijk van wal, terwijl mijnheer Laurence alleen op den oever achterbleef, en hen met zijn hoed
+nawuifde. Laurie en Jo roeiden de eene boot, mijnheer Brooke en Ned de andere, terwijl Fred Vaughn, de rumoerige tweeling,
+zijn best deed beiden te doen omkantelen, door in een een-persoons giek als een dolle waterspin overal heen te schieten. Jo&#8217;s
+wonderlijke hoed was een dankzegging waard, en bleek van onbetaalbaar nut; hij brak het ijs in het begin, door ieder te doen
+lachen; hij veroorzaakte een verfrisschend koeltje, door als ze roeide, op en neer te flappen en zou, volgens Jo&#8217;s verklaring,
+een uitmuntende parapluie voor het heele gezelschap zijn, als er een regenbui kwam opzetten. Kate zat zich over Jo&#8217;s gedragingen
+telkens te verbazen, vooral toen ze, bij &#8217;t verliezen van een riem, uitriep: &#8220;Christoffel Columbus!&#8221; en toen Laurie zei: &#8220;Och,
+ouwe jongen, doe ik je pijn?&#8221; toen hij haar bij het naar zijn plaats gaan op den voet stapte. Maar nadat zij haar lorgnet
+eenige keeren op &#8220;dat eigenaardige meisje&#8221; had gericht, besloot juffrouw Kate, dat ze wonderlijk, maar toch wel &#8220;grappig&#8221;
+was, en lachte haar uit de verte eens toe.
+
+</p>
+<p>In het andere bootje had Meta eene kostelijke plaats, vlak tegenover de roeiers, die beiden hun uitzicht bewonderden en hun
+riemen met buitengewone kracht en behendigheid hanteerden.
+
+</p>
+<p>Brooke was een ernstig, stil jongmensch, met aardige, bruine oogen en eene prettige stem. Meta was zeer ingenomen met zijn
+<span class="pageno">
+[110]
+</span>rustige manier van doen, en beschouwde hem als een wandelende encyclopedie. Hij sprak niet veel met haar, maar keek des te
+meer naar haar, en ze wist wel zeker, dat hij haar niet onaardig vond. Ned, pas op de hoogeschool, had natuurlijk alle studenten-manieren
+aangenomen; hij was niet bijzonder knap, maar goedhartig en vroolijk, en over &#8217;t geheel een bizonder geschikt element voor
+een buitenpartij; Sallie Gardiner bleek een en al zorg om haar wit piqu&eacute; japon schoon te houden, en maakte verder allerlei
+grappen met den overal tegenwoordigen Fred, die Bets door zijn toeren in voortdurenden angst hield.
+
+</p>
+<p>De tocht naar Longmeadow duurde niet lang, maar tegen dat zij aankwamen, was de tent al opgeslagen en stonden de boogjes.
+Het was een heerlijke, groene vlakte, met drie breedgetakte eiken in het midden en een gerold stuk grasveld om crocket op
+te spelen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Welkom in &#8217;t Kamp Laurence!&#8221; zei de jonge gastheer, toen ze met uitroepen van verrukking aan wal sprongen. &#8220;Brooke is opperbevelhebber,
+ik ben luitenant-generaal, de andere jongens zijn staf-officieren en de dames zijn gasten. De tent is voor hun bijzonder gebruik;
+die eik is het salon, deze is de eetkamer en de derde is de veldkeuken. Laten wij nu dadelijk een partij spelen, eer het te
+warm wordt, en dan zullen wij voor het eten gaan zorgen.&#8221;
+
+</p>
+<p>Frank, Bets, Amy en Grace gingen zitten om naar het spel te kijken, dat door de anderen gespeeld zou worden. Mijnheer Brooke
+koos Meta, Fred en Kate; Laurie nam Sallie, Jo en Ned. De Engelschen speelden goed, maar de Amerikanen speelden beter, en
+betwistten hun iederen duim gronds. Jo en Fred hadden verschillende schermutselingen en kregen eens bijna hooge woorden. Jo
+was door het laatste poortje gegaan, maar had het paaltje gemist, welke misslag haar reeds half uit haar humeur had gebracht.
+Fred kwam dicht achter haar, en was het eerst aan de beurt; hij deed een slag, zijn bal vloog tegen het poortje aan en bleef
+een duimbreed aan den verkeerden kant liggen. Niemand was er dicht bij, en toen hij er naar toe liep, gaf hij den bal een
+klein stootje met zijn voet, zoodat hij juist even aan den goeden kant kwam te liggen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik ben er door! Nu, juffrouw Jo, nou zal ik u vinden en u een flink stuk vooruitkomen,&#8221; riep de jongeheer, zijn hamer voor
+een volgenden slag zwaaiende.
+
+</p>
+<p>&#8220;Je hebt je bal voortgeschopt, ik heb het gezien; nu is &#8217;t mijn beurt,&#8221; zei Jo scherp.
+
+</p>
+<p>&#8220;Op mijn woord, ik heb hem niet aangeraakt! Hij rolde een eindje voort, maar dat mag; ga dus als &#8217;t je blieft uit den weg,
+en laat mij eens probeeren, of ik den paal kan raken.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Hier in Amerika spelen we niet valsch; maar je kunt het doen, als je er lust in hebt,&#8221; antwoordde Jo boos.
+
+</p>
+<p>&#8220;Yankees zijn juist de grootste bedriegers, dat weet iedereen. Daar gaat-ie,&#8221; riep Fred, haar bal ver wegslaande.
+
+</p>
+<p>Jo deed haar mond reeds open om een boos antwoord te geven, <span class="pageno">
+[111]
+</span>maar ze hield zich bijtijds in, werd vuurrood en bleef een paar minuten uit alle macht een poortje vaster in den grond slaan,
+terwijl Fred den paal raakte en luidruchtig verklaarde, dat hij uitgespeeld was. Daarop ging Jo haar bal zoeken, en het duurde
+lang, voor ze hem vond tusschen de struiken, maar ze kwam bedaard en kalm terug en speelde door zonder iets te zeggen. Eer
+ze weer op haar vorige plaats was, moest ze verscheiden slagen doen, en toen ze er kwam, had de tegenpartij bijna gewonnen,
+want Kate&#8217;s bal was op een na de laatste en lag bij den paal.
+
+</p>
+<p>&#8220;Bij George, het is met ons gedaan! Goeien nacht, Kate! we hebben nog wat van juffrouw Jo te goed, dus het is uit met je,&#8221;
+riep Fred opgewonden, terwijl ze allemaal naderbij kwamen om het einde te zien.
+
+</p>
+<p>&#8220;Yankees zijn edelmoedig jegens hun vijanden,&#8221; zei Jo met een blik, die den jongenheer deed blozen, &#8220;vooral wanneer ze hen
+verslaan,&#8221; voegde ze er bij, terwijl ze Kate&#8217;s bal onaangeroerd liet liggen en door een behendigen slag het spel won.
+
+</p>
+<p>Laurie wierp zijn hoed in de hoogte, herinnerde zich toen, dat het niet beleefd was om te juichen over de nederlaag van zijn
+gasten, en hield midden in een hoera op, om zijn vriendin toe te fluisteren:
+
+</p>
+<p>&#8220;Mooi zoo, Jo! Hij speelde valsch, ik zag het ook, maar wij kunnen &#8217;t hem niet zeggen. Hij zal &#8217;t niet weer probeeren, daar
+kun je op aan.&#8221;
+
+</p>
+<p>Meta trok haar ter zijde, onder voorwendsel van een losgeraakte vlecht vast te spelden, en zei goedkeurend:
+
+</p>
+<p>&#8220;Het was tergend, maar je bent je drift de baas gebleven, en daar ben ik erg blij om, Jo.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Prijs me niet, Meta; want ik zou hem op dit oogenblik nog wel een pak slaag willen geven. Als ik niet zoolang tusschen die
+netels was gebleven, zou ik zeker losgebarsten zijn. Het vuur smeult nu nog, dus ik hoop maar, dat hij uit mijn weg zal blijven,&#8221;
+antwoordde Jo, terwijl ze zich op de lippen beet en van onder haar grooten hoed woedende blikken op Fred wierp.
+
+</p>
+<p>&#8220;Tijd voor de lunch!&#8221; kondigde mijnheer Brooke aan, op zijn horloge ziende. &#8220;Luitenant-generaal, wilt u het vuur aanmaken
+en water halen, terwijl juffrouw March, juffrouw Sallie en ik de tafel dekken? Wie kan goede koffie zetten?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat kan Jo,&#8221; zei Meta, blij haar zuster te kunnen prijzen. Dus nam Jo, in het gevoel, dat haar laatste lessen in de kookkunst
+haar nu te pas moesten komen, het toezicht over de koffiekan op zich, terwijl de kleine meisjes doode takken zochten en de
+jongens een vuur aanmaakten en water uit een naburig beekje haalden. Kate schetste, en Frank praatte met Bets, die kleine
+matjes van gevlochten biezen maakte, om voor borden te dienen.
+
+</p>
+<p>De opperbevelhebber en zijn satellieten spreidden het tafellaken op den grond uit en bedekten het met een keur van uitlokkende
+<span class="pageno">
+[112]
+</span>gerechten, allen netjes met groene bladeren versierd. Jo kondigde aan, dat de koffie klaar was, en allen zetten zich tot een
+stevig maal, want ze hadden trek gekregen van al de beweging in de buitenlucht. En een luidruchtige maaltijd was het, want
+alles was zoo vroolijk en dwaas, dat een eerwaardig paard, dat in de nabijheid liep te grazen, gedurig opschrikte, door de
+herhaalde uitbarstingen van gelach. Er was een vermakelijke oneffenheid in de tafel, waardoor allerlei ongelukken met kopjes
+en borden ontstonden, eikels vielen in de melk, kleine zwarte mieren kwamen ongenood haar deel van de lekkernijen halen, en
+rupsen lieten zich uit den boom vallen, om te zien wat er toch aan de hand was. Drie vlasharige kinderen keken over de heg
+en een vervelende hond blafte hen van den overkant der rivier uit alle macht aan.
+
+</p>
+<p>&#8220;Hier is zout, als j&#8217;er dat soms bij verlangt,&#8221; zei Laurie, toen hij Jo een schoteltje aardbeien aangaf.
+
+</p>
+<p>&#8220;Dank je, ik houd meer van spinnen,&#8221; antwoordde ze, twee kleine onvoorzichtigen opvisschende, die hun dood in den room hadden
+gevonden. &#8220;Hoe durf je me aan die afschuwelijke partij te herinneren, nu de jouwe in alle opzichten zoo heerlijk is?&#8221; voegde
+ze er bij, terwijl ze beiden lachend van &eacute;&eacute;n bordje aten, daar de voorraad aardewerk niet groot was.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik heb erg veel plezier gehad dien dag, en moet er nog telkens aan denken. En dat het vandaag zoo gezellig is, daar komt
+mij de eer niet van toe, dat weet je; ik doe niets, jij en Meta en Brooke maken dat alles zoo goed gaat, en ik ben jullie
+ontzettend dankbaar. Wat zullen wij doen, wanneer we niet meer kunnen eten?&#8221; vroeg Laurie, die voelde, dat zijn beste kaart
+met het koffiemaal was uitgespeeld.
+
+</p>
+<p>&#8220;Spelletjes, totdat het wat koeler is. Ik heb het &#8220;auteurspel&#8221; meegebracht, en Kate weet zeker wel wat nieuws en aardigs.
+Ga het haar maar eens vragen; ze is een gast, en je moest meer bij haar blijven.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ben jij dan ook geen gast? Ik dacht, dat ze wel met Brooke zou opschieten, maar hij blijft aldoor met Meta praten, en Kate
+doet niets, dan hen door dat bespottelijke lorgnet aanstaren. Ik zal dadelijk naar haar toe gaan, dus je kunt je zedepreken
+voor je houden, die gaan je toch niet goed af, Jo.&#8221;
+
+</p>
+<p>Kate wist verscheiden spelletjes, en daar de meisjes niet meer wilden en de jongens niet meer konden eten, trokken allen naar
+het &#8220;salon&#8221; om deel te nemen aan het romanspel.
+
+</p>
+<p>&#8220;Iemand begint een verhaal&#8212;het een of ander verzinsel&#8212;en vertelt, zoolang hij wil, maar houdt plotseling op een zeer interessant
+punt op, en dan moet een ander verder vertellen. Het is heel aardig als het goed gedaan wordt en geeft stof genoeg tot lachen
+over het wonderlijk samenraapsel van tragische en comische gedeelten. Wees zoo goed te beginnen, mijnheer Brooke,&#8221; zei Kate
+op bevelenden toon, tot verbazing van Meta, die den gouverneur even beleefd behandelde als elk ander heer.
+<span class="pageno">
+[113]
+</span></p>
+<p>Brooke, die aan de voeten van de beide jonge dames in het gras lag, begon gehoorzaam zijn verhaal, terwijl zijn sprekende
+bruine oogen onafgewend op de zonnige rivier gevestigd bleven.
+
+</p>
+<p>&#8220;Op zekeren tijd trok een ridder de wereld in, om zijn fortuin te zoeken, want hij bezat niets dan zijn zwaard en zijn schild.
+Hij reisde overal heen, wel achtentwintig jaar lang, totdat hij kwam aan het paleis van een goed, oud koning, die een prijs
+had uitgeloofd aan den man, die een prachtig maar ongetemd veulen, waarvan de grijsaard zeer veel hield, dresseeren kon. De
+ridder bood aan het te beproeven, en vorderde er langzaam maar zeker mee, want het veulen was een verstandig dier en begon
+spoedig van zijn nieuwen meester te houden, hoe wild en nukkig het ook was. Elken dag gaf de ridder les aan den lieveling
+des konings, en reed met hem door de stad, en onder het rijden keek hij overal uit naar een boven alles lieftallig gelaat,
+dat hij dikwijls in zijn droomen had gezien, maar nooit had kunnen vinden. Eens toen hij door een stille straat galoppeerde,
+ontdekte hij het voor een vervallen kasteel. De ridder was verrukt, onderzocht wie in dat oude kasteel woonde, en vernam dat
+verscheiden prinsessen daar door tooverij gevangen werden gehouden, dag en nacht spinnende om geld voor een losprijs te verdienen.
+De ridder wenschte vurig haar te bevrijden; maar hij was arm en al wat hij doen kon was dagelijks voorbij te gaan om te zien,
+of hij het lieve gezichtje nog eens aanschouwen mocht, terwijl hij hartstochtelijk verlangde het daarbuiten in den zonneschijn
+te zien. Eindelijk besloot hij het kasteel binnen te dringen en te vragen, hoe hij haar helpen kon. Hij ging er heen en klopte;
+de deur vloog open, en hij zag&#8212;&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Een betooverend schoone jonkvrouw, die met een vreugdekreet uitriep: &#8220;Eindelijk, eindelijk,&#8221; ging Kate voort, die fransche
+romans gelezen had, en den stijl daarvan bewonderde.
+
+</p>
+<p>&#8220;Zij is het!&#8221; riep ridder Gustave, terwijl hij, overstelpt van vreugde, aan haar voeten zonk.
+
+</p>
+<p>&#8220;O, sta op!&#8221; smeekte zij, hem een lelieblanke hand toestekend.
+
+</p>
+<p>&#8220;Nimmer, wanneer gij mij niet meedeelt, hoe ik u kan verlossen!&#8221; zwoer de ridder, steeds knielende.
+
+</p>
+<p>&#8220;Helaas, mijn wreed noodlot dwingt mij hier te blijven, totdat mijn dwingeland is gedood.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Waar is de schurk?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;In de purperen zaal; ga, moedige held, en red mij uit mijn vertwijfeling!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik ga op uw bevel, en keer &ograve;f zegevierend &ograve;f nimmer terug!&#8221; Met deze treffende woorden ijlde hij voort, wierp de deur van
+de purperen zaal open, en was op het punt binnen te treden, toen hij&#8212;&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Een verdoovenden slag ontving met een Grieksch woordenboek, dat een gedaante in een zwarten mantel hem naar het hoofd gooide,&#8221;
+vervolgde Ned. &#8220;De ridder, hoe-heet-hij-ook-weer, herstelde zich dadelijk, smeet den dwingeland uit het venster en keerde
+<span class="pageno">
+[114]
+</span>op zijn schreden terug, om overwinnend, hoewel met een buil op het hoofd, naar de jonkvrouw te snellen; hij vond de deur gesloten,
+rukte de gordijnen aan reepen, maakte er een touwladder van, klom die halverwege op; de ladder brak, en hij viel hals over
+kop in den vijver, die zestig voet daar beneden was. Gelukkig kon hij zwemmen als een eend; hij zwom dus om het kasteel heen,
+tot aan een klein deurtje, bewaakt door twee stevige kerels, en sloeg hun hoofden tegen elkander, zoodat ze kraakten als notendoppen;
+toen trapte hij met eene kleine inspanning van zijn verwonderlijke kracht de deur in, ging een trap op, bedekt met een voet
+dik stof, padden zoo groot als een vuist, en spinnen, waarvan u het op de zenuwen zou krijgen, juffrouw March. Boven aan die
+trap wachtte hem een schouwspel, dat hem den adem ontnam, en zijn bloed deed verstijven&#8212;&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Namelijk een lange gedaante, geheel in het wit, met een sluier over het hoofd en een lamp in de vermagerde hand,&#8221; ging Meta
+voort. &#8220;Ze wenkte, terwijl zij onhoorbaar voor hem uitzweefde door een gang, zoo donker en koud als een graf. Schimmige, gewapende
+beelden stonden aan beide zijden; er heerschte een diepe stilte, de lamp wierp een blauwachtig schijnsel, en nu en dan keek
+de spookachtige gedaante naar hem om, waarbij hij een paar vreeselijke oogen door den sluier heen zag flikkeren. Zij bereikten
+een bekleede deur, waarachter liefelijke muziek klonk. De ridder sprong vooruit om binnen te gaan, maar de geest sleurde hem
+terug, terwijl ze dreigend boven zijn hoofd zwaaide met een&#8212;&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Snuifdoos,&#8221; zei Jo op een graftoon, die het gezelschap in lachen deed uitbartsen. &#8220;Dank je,&#8221; zei de ridder beleefd, terwijl
+hij een snuifje nam en zevenmaal z&oacute;&oacute; hard niesde, dat zijn hoofd afviel. &#8220;Ha, ha!&#8221; lachte de geest, en nadat ze door het sleutelgat
+had gezien, dat de prinses zat te spinnen, alsof haar leven er mee gemoeid was, nam ze haar slachtoffer op, en stopte hem
+in een groote tinnen doos, waarin nog elf andere ridders, ook zonder hoofd, als sardines naast elkaar lagen. Ze stonden alle
+twaalf op en begonnen&#8212;
+
+</p>
+<p>&#8220;Een horlepijp te dansen,&#8221; viel Fred in, toen Jo buiten adem ophield, &#8220;en terwijl ze dansten, veranderde het oude nest van
+een kasteel in een oorlogsschip in volle zee. &#8220;De kluiver op, reef de val van de marszeilen, stuur sterk lijwaarts en bezet
+de kanonnen,&#8221; brulde de kapitein, toen er een Portugeesch zeerooverschip in het gezicht kwam, met een pikzwarte vlag in top.
+&#8220;Er op los, en moedig vooruit, jongens,&#8221; riep de kapitein, en een hevig gevecht begon. Natuurlijk wonnen de Engelschen, dat
+doen ze altijd, en nadat zij den rooverkapitein gevangen hadden genomen, overzeilden zij den schoener, waarvan het dek opgestapeld
+met dooden lag, terwijl het bloed uit de spijgaten liep, want het bevel was geweest: &#8220;Hartsvangers, en geen genade!&#8221; &#8220;Bootsman,
+neem een bocht van het kluiverzeil en gooi den schelm over boord, wanneer hij niet &eacute;&eacute;n twee drie zijn zonden bekent,&#8221; beval
+de Engelsche kapitein. De <span class="pageno">
+[115]
+</span>Portugees was stom als een visch en liet zich over boord gooien, terwijl de vroolijke pikbroeken juichten als bezetenen. Maar
+de slimme vos dook, kwam boven onder het oorlogsschip, wierp het omver, en naar den kelder ging het, met vliegende zeilen.
+Naar den bodem van de zee, zee, zee, waar&#8212;&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;O lieve tijd, wat zal ik zeggen?&#8221; riep Sallie uit, toen Fred ophield met zijn poespas, waarin hij allerlei scheepstermen
+en tooneelen uit zijn geliefkoosde boeken door elkander had gewerkt. &#8220;Wel, zij kwamen op den bodem, en een lief zeemeerminnetje
+heette hen welkom, maar zij was zeer bedroefd toen zij de doos met de ridders vond, en pakte ze voorzichtig in zeegras, hopende
+nog iets naders aangaande hun lot te vernemen, want natuurlijk, ze was een vrouw en dus nieuwsgierig. Na eenigen tijd kwam
+daar beneden eens een duiker, en de meermin zei: &#8220;Deze doos met paarlen is voor u, als gij hem boven kunt brengen,&#8221; want zij
+verlangde de arme stakkerds weer te doen herleven, maar zij kon zelf die zware vracht niet omhoog krijgen. Dus haalde de duiker
+hen naar boven, en was zeer teleurgesteld, toen hij bij het openen geen paarlen vond. Hij liet de doos staan in een groot,
+eenzaam veld, waar hij gevonden werd door&#8212;&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Een klein ganzenhoedstertje, dat honderd vette ganzen op dat veld liet weiden,&#8221; fantaseerde Amy, toen Sallie&#8217;s verbeelding
+te kort schoot. &#8220;Het meisje had erg veel medelijden met hen en vroeg aan een oude vrouw, wat ze zou kunnen doen, om hen te
+helpen. &#8220;Dat zullen je ganzen je wel vertellen,&#8221; zei de oude vrouw, &#8220;die weten alles.&#8221; Daarom vroeg zij hen, wat ze voor nieuwe
+hoofden gebruiken zou, omdat de andere weg waren, en de ganzen deden hun honderd snavels open en riepen&#8212;&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Koolen,&#8221; viel Laurie aanstonds in. &#8220;Dat is goed bedacht,&#8221; zei het meisje en liep weg om twaalf mooie koolen uit haar tuin
+te halen. Ze zette ze op hun halzen; de ridders werden dadelijk levend, bedankten haar en gingen huns weegs, zonder iets van
+de verandering te merken, want er waren zooveel menschen met dergelijke hoofden, dat het niemand opviel. De ridder, dien ik
+ken, keerde terug, om het mooie gezichtje weer te vinden, en vernam, dat de prinsessen zich vrij hadden gesponnen en alle
+getrouwd waren op &eacute;&eacute;n na. Hij was zeer ontsteld over deze tijding, sprong op het veulen, dat naast hem stond, en rende door
+dik en dun naar het kasteel om te zien, wie er was overgebleven. Over de heg glurende zag hij de koningin zijns harten rozen
+plukken in haar tuin. &#8220;Wilt gij mij een roos geven?&#8221; verzocht hij. &#8220;Dan moet gij er een komen halen! ik kan niet naar u toegaan,
+dat is niet gepast,&#8221; antwoordde zij, met een stemmetje zoo zoet als honing. Hij probeerde over de haag te klimmen, maar die
+scheen al hooger en hooger te worden; toen trachtte hij er door te kruipen, maar zij werd al dikker en dikker, en de ridder
+werd wanhopig. Toen begon hij geduldig het eene takje na het andere af te breken, tot hij eindelijk een klein <span class="pageno">
+[116]
+</span>gaatje gemaakt had. Hij keek er door en riep smeekend: &#8220;Laat mij binnen, och, laat me binnen!&#8221; Maar de schoone prinses scheen
+hem niet te hooren, want zij plukte rustig haar bloemen en liet het aan hem over om te zien, hoe hij er komen zou. Of het
+hem gelukte of niet, zal Frank wel vertellen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat kan ik niet, ik speel niet mee, dat doe ik nooit!&#8221; riep Frank, verschrikt over de onmogelijke positie, waaruit hij het
+sentimenteele paar moest redden. Bets kroop achter Jo weg, en Grace was in slaap gevallen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Moet de arme ridder dus maar in de haag blijven steken?&#8221; vroeg Brooke, die nog steeds naar de rivier staafde en met de wilde
+roos in zijn knoopsgat speelde.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik denk, dat de prinses hem na een poos een bloem gaf en het hek opendeed,&#8221; zei Laurie, terwijl hij spottend glimlachte,
+en zijn gouverneur met een paar eikels gooide.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat een prachtige verzameling nonsens hebben we samen geflansd. Met oefening zouden we het nog ver kunnen brengen. Kennen
+jullie &#8220;Waarheid&#8221;,&#8221; vroeg Sallie, nadat zij over het verhaal gelachen hadden.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik hoop van wel,&#8221; zei Meta met een ernstig gezicht.
+
+</p>
+<p>&#8220;Het spel,&#8221; meen ik.
+
+</p>
+<p>&#8220;Hoe is dat?&#8221; vroeg Fred.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wel, je legt je handen op elkaar, kiest een getal en trekt bij beurten je hand weg, en hij, wiens beurt met het getal samenvalt,
+moet naar waarheid alle vragen beantwoorden die hem door de anderen gedaan worden. Het is heel grappig.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Laten we &#8217;t eens probeeren,&#8221; zei Jo, die veel van nieuwe proefnemingen hield.
+
+</p>
+<p>Kate en mijnheer Brooke, Meta en Ned wilden liever niet meedoen, maar Fred, Sallie, Jo en Laurie legden hun handen op elkaar
+en trokken en het lot viel op Laurie.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wie zijn je lievelingshelden?&#8221; vroeg Jo.
+
+</p>
+<p>&#8220;Grootvader en Napoleon.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Welk meisje vindt je het mooist?&#8221; vroeg Sallie.
+
+</p>
+<p>&#8220;Meta.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;En van welk houdt je het meest?&#8221; vroeg Fred.
+
+</p>
+<p>&#8220;Van Jo natuurlijk.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat doen jullie flauwe vragen!&#8221; en Jo trok verachtelijk de schouders op, terwijl de anderen lachten, omdat Laurie het zoo
+zei, alsof het vanzelf sprak.
+
+</p>
+<p>&#8220;Laten we &#8217;t nog eens doen: Waarheid is geen kwaad spel,&#8221; zei Fred.
+
+</p>
+<p>&#8220;Het is een bijzonder goed spel voor jou,&#8221; zei Jo zachtjes.
+
+</p>
+<p>Nu kwam haar beurt.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat is je grootste gebrek?&#8221; vroeg Fred, om eens te zien, of zij vaststond in de deugd, die hem ontbrak.
+
+</p>
+<p>&#8220;Opvliegendheid.&#8221;
+<span class="pageno">
+[117]
+</span></p>
+<p>&#8220;Wat zou je &#8217;t liefst willen hebben?&#8221; vroeg Laurie.
+
+</p>
+<p>&#8220;Een paar schoenveters,&#8221; zei Jo, die zijn doel giste en het wilde verijdelen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Geen waar antwoord. Je moet zeggen, wat je <i>werkelijk</i> het liefst zou willen hebben.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Genie; zou je niet graag willen, dat je me daar wat van geven kon, Laurie?&#8221; en ze lachte ondeugend om zijn teleurgesteld
+gezicht.
+
+</p>
+<p>&#8220;Welke deugden bewonder je het meest in een man?&#8221; vroeg Sallie.
+
+</p>
+<p>&#8220;Moed en oprechtheid.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Nu is het mijn beurt,&#8221; zei Fred, daar zijn hand er het laatst was uitgekomen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Hij moet er inloopen,&#8221; fluisterde Laurie Jo toe, die knikte en onmiddellijk vroeg:
+
+</p>
+<p>&#8220;Heb je niet valsch gespeeld met crocket?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Nu ja, een klein beetje.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Goed! Heb je je verhaal niet genomen uit &#8220;De Zeeleeuw&#8221;?&#8221; vroeg Laurie.
+
+</p>
+<p>&#8220;Zoowat.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Verbeeld je je niet, dat de Engelsche natie in alle opzichten volmaakt is?&#8221; vroeg Sallie.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik zou me schamen, als ik dat niet deed.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Hij is een echte John Bull. Nu krijg jij een beurt Sallie, zonder dat je hoeft te trekken. Ik zal beginnen met je gevoelens
+te kwetsen, door je te vragen of je niet vindt dat je wel wat coquet bent?&#8221; vroeg Laurie, terwijl Jo Fred toeknikte, ten teeken
+dat de vrede gesloten was.
+
+</p>
+<p>&#8220;Onbeschaamde jongen! Heelemaal niet,&#8221; ontkende Sallie op een manier, die het tegendeel bewees.
+
+</p>
+<p>&#8220;Waar heb je het meeste hekel aan?&#8221; vroeg Fred.
+
+</p>
+<p>&#8220;Aan spinnen en rijstetaart.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;En waarvan houdt je het meest?&#8221; vroeg Jo.
+
+</p>
+<p>&#8220;Van dansen en Fransche handschoenen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Nu, ik vind &#8220;Waarheid&#8221; een flauw spel; laten we nu eens als verstandige menschen het &#8220;auteurspel&#8221; gaan doen, om weer op te
+frisschen,&#8221; stelde Jo voor.
+
+</p>
+<p>Ned, Frank en de kleine meisjes voegden zich bij hen, en terwijl ze speelden, zaten de drie oudsten met elkaar te praten.
+Kate haalde haar schetsboek weer voor den dag en Meta zat naar haar te kijken, terwijl Brooke in het gras lag met een boek,
+waarin hij niet las.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat doe je het mooi, ik wou dat ik teekenen kon,&#8221; zei Meta op een toon, die bewondering en leedwezen te kennen gaf.
+
+</p>
+<p>&#8220;Waarom leer je het dan niet? Ik zou wel denken dat je er smaak en talent voor hebt,&#8221; zei Kate neerbuigend.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik heb geen tijd.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Je mama heeft misschien meer op met andere talenten? De <span class="pageno">
+[118]
+</span>mijne ook, maar ik nam stil een paar lessen om haar te bewijzen, dat ik er werkelijk aanleg voor had, en toen vond ze heel
+goed, dat ik er mee voortging. Kun jij dat ook niet doen bij je gouvernante?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik heb geen gouvernante.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat is waar; ik vergat dat de jonge dames in Amerika meer naar school gaan dan bij ons. En de scholen zijn hier zoo goed,
+zegt Papa. Jij gaat zeker naar een bijzondere school?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik ga in het geheel niet; ik ben zelf gouvernante.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;O, zoo!&#8221; zei juffrouw Kate, maar ze had even goed kunnen zeggen. &#8220;Wat afschuwelijk!&#8221; want haar stem gaf dat te kennen en
+een zekere uitdrukking op haar gezicht deed Meta blozen, en wenschen, dat ze niet zoo openhartig was geweest.
+
+</p>
+<p>Brooke keek op en zei snel: &#8220;De jonge meisjes in Amerika zijn evenzeer op hun vrijheid gesteld als hun voorouders, en worden
+bewonderd en ge&euml;erd, wanneer ze in staat zijn voor zichzelf te zorgen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;O zeker, natuurlijk, het is heel goed en heel flink, dat ze het doen. Bij ons doen verscheiden beschaafde jonge vrouwen hetzelfde,
+en ze worden veel door den adel gebruikt, omdat ze, als dochters van nette families, meestal ontwikkeld zijn, en ook goede
+manieren hebben,&#8221; zei Kate op een beschermenden toon, die Meta&#8217;s trots wondde en maakte, dat ze haar werk niet alleen nog
+onaangenamer, maar ook onteerend ging vinden.
+
+</p>
+<p>&#8220;Beviel u het Duitsche versje, juffrouw March?&#8221; vroeg Brooke, om een onaangename stilte af te breken.
+
+</p>
+<p>&#8220;O ja, het is beeldig, en ik ben heel dankbaar aan dengene, die het voor mij vertaald heeft,&#8221; zei Meta, terwijl haar bedrukt
+gezichtje ophelderde.
+
+</p>
+<p>&#8220;Lees je Duitsch?&#8221; vroeg Kate met een verbaasden blik.
+
+</p>
+<p>&#8220;Niet heel goed. Mijn vader, die bezig was het mij te leeren, is van huis, en alleen kan ik niet goed vooruit komen, want
+er is niemand om mij met de uitspraak te helpen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Probeer het nu eens; hier is Schiller&#8217;s &#8220;Maria Stuart&#8221; en een leermeester die graag onderwijst,&#8221; en Brooke legde met een
+uitlokkenden glimlach het boek op haar schoot.
+
+</p>
+<p>&#8220;Het is zoo moeilijk, ik durf het niet goed te probeeren,&#8221; zei Meta dankbaar, maar verlegen door de tegenwoordigheid van de
+talentvolle jonge dame naast haar.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik zal wel eerst een eindje lezen om je moed te geven,&#8221; en juffrouw Kate las een van de schoonste gedeelten op onberispelijke
+wijze, wat de uitspraak betrof, maar zonder de minste uitdrukking.
+
+</p>
+<p>Brooke maakte geen aanmerking, toen ze het boek aan Meta teruggaf, die in haar eenvoud zei:
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik dacht dat het po&euml;zie was!&#8221;
+
+</p>
+<p>Een eigenaardige glimlach speelde om den mond van den gouverneur, terwijl hij het boek opende bij de klacht van de arme Maria.
+
+</p>
+<p>Meta volgde gehoorzaam het lange grassprietje, dat haar onderwijzer <span class="pageno">
+[119]
+</span>gebruikte om bij te wijzen, en las langzaam en beschroomd voort, terwijl zij door de zachte intonatie van haar lieve stem
+onwillekeurig aan de moeilijke woorden een po&euml;tische uitdrukking gaf. Steeds lager wees de groene gids, en langzamerhand vergat
+Meta haar toehoorders door de schoonheid van het treurige verhaal en las ze alsof zij alleen was, onwillekeurig iets tragisch
+leggend in de woorden der ongelukkige koningin. Als ze toen de bruine oogen had gezien, zou ze plotseling zijn opgehouden,
+maar ze keek in het geheel niet op, en de les werd dus niet voor haar bedorven.
+
+</p>
+<p>&#8220;Lang niet slecht,&#8221; zei Brooke, zonder eenige aanmerking op haar vele vergissingen en terwijl hij er uitzag alsof hij werkelijk
+&#8220;graag onderwees.&#8221;
+
+</p>
+<p>Kate zette haar lorgnet op, sloot haar schetsboek, na nog een blik over het lieflijk landschap en zei welwillend:
+
+</p>
+<p>&#8220;Je hebt een goed accent en zult mettertijd best leeren lezen. Ik raad je aan deze studie voort te zetten; want de kennis
+van talen is eene groote aanbeveling voor onderwijzeressen. Kom, ik moet eens naar Grace gaan kijken; ze is veel te wild,&#8221;
+en juffrouw Kate drentelde weg, schouderophalend bij zich zelf zeggende: &#8220;Ik ben niet gekomen om een gouvernante te chaperonneeren,
+hoe mooi en jong ze ook is. Wat zijn die Yankees toch wonderlijke menschen. Ik ben bang dat Laurie onder hen nog heelemaal
+bederven zal.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik vergat, dat Engelschen eigenlijk hun neus voor gouvernantes optrekken en ze niet behandelen zooals wij,&#8221; zei Meta, die
+de wegwandelende gedaante ontstemd nakeek.
+
+</p>
+<p>&#8220;Gouverneurs hebben het in Engeland ook niet makkelijk, zooals ik bij ondervinding weet. Voor ons werkende menschen, is er
+geen beter land dan Amerika, juffrouw Meta,&#8221; en Brooke keek zoo tevreden en vroolijk, dat Meta zich schaamde om over haar
+hard lot te klagen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Dan ben ik blij dat ik er woon. Ik houd niet van mijn werk, maar ik heb er toch wel voldoening van, daarom mag ik niet klagen.
+Ik wou alleen maar dat ik zooveel van onderwijs geven hield als u.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat zou u zeker, denk ik, met een leerling als Laurie. Het zal mij veel moeite kosten hem &#8217;t volgend jaar te verliezen,&#8221;
+zei Brooke, met aandacht gaatjes borend in het gras.
+
+</p>
+<p>&#8220;Hij gaat zeker naar de academie?&#8221; vroegen Meta&#8217;s lippen, maar haar oogen voegden er bij: &#8220;En wat wordt er dan van u?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja, het is hoog tijd, dat hij gaat, want hij is klaar, en zoodra hij weg is, word ik soldaat.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Daar ben ik blij om!&#8221; riep Meta. &#8220;Me dunkt, iedere jonge man moet verlangen te gaan, hoewel het ellendig is voor de moeders
+en zusters, die thuis moeten blijven,&#8221; voegde ze er treurig bij.
+
+</p>
+<p>&#8220;Die heb ik niet, en ook heel weinig vrienden die er om zouden geven, of ik leef of dood ben,&#8221; zei Brooke eenigszins bitter,
+terwijl hij verstrooid de roos in het gaatje stopte, dat hij gemaakt had, en dit toedekte met zand, alsof het een klein grafje
+was.
+<span class="pageno">
+[120]
+</span></p>
+<p>&#8220;Laurie en zijn grootvader zouden er toch om geven, en wij zouden &#8217;t allemaal heel naar vinden als u iets overkwam,&#8221; zei Meta
+hartelijk.
+
+</p>
+<p>&#8220;Dank u, dat klinkt aangenaam,&#8221; begon Brooke, wat vroolijker kijkende; maar voor hij zijn zin kon voltooien, kwam Ned op het
+oude paard aandraven, om zijn rijkunst aan de dames te vertoonen, en verder was er dien dag geen rustig oogenblik meer.
+
+</p>
+<p>&#8220;Hou jij niet veel van rijden?&#8221; vroeg Grace aan Amy, terwijl ze samen stonden te rusten, na een harddraverij over het veld
+met de anderen, onder aanvoering van Ned.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik ben er dol op; Meta reed vroeger, toen Papa rijk was, maar nu houden wij geen paarden meer&#8212;behalve Hobbelaar,&#8221; voegde
+Amy er lachend bij.
+
+</p>
+<p>&#8220;Vertel eens van Hobbelaar. Is dat een ezel?&#8221; vroeg Grace nieuwsgierig.
+
+</p>
+<p>&#8220;Och, zie je, Jo is net zoo dol op paarden als ik, maar we hebben alleen een oud dameszadel en geen paard. Nu is er in onzen
+tuin een appelboom met een heerlijken lagen tak; daar leg ik dan het zadel op, maak de leidsels aan den stam vast, en zoo
+draven we op Hobbelaar, wanneer wij maar willen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat grappig,&#8221; lachte Grace. Ik heb thuis een hit, en ik rijd haast elken dag met Fred en Kate in het park; het is heel prettig,
+want al mijn vriendinnetjes gaan er ook heen en de &#8220;Row&#8221; is altijd vol dames en heeren.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;H&egrave;, wat heerlijk! Ik hoop, dat ik den een of anderen tijd ook nog eens buitenslands ga, maar ik wou nog liever naar Rome,
+dan naar de &#8220;Row&#8221;, zei Amy, die geen flauw id&eacute;e had wat de &#8220;Row&#8221;<a id="d0e3280src" href="#d0e3280" class="noteref">1</a> kon zijn, maar het voor niets ter wereld zou gevraagd hebben.
+
+</p>
+<p>Frank, die vlak achter de meisjes zat, hoorde wat zij zeiden en schoof met een ongeduldig gebaar zijn kruk van zich af, toen
+hij zag, hoe de andere jongens allerlei gymnastische toeren verrichtten. Bets, bezig de verstrooide kaarten van het auteurspel
+op te rapen, keek op, en zei met haar beschroomde maar vriendelijke stem:
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik ben bang, dat je wat moe bent; kan ik soms iets voor je doen?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Praat wat met me, als &#8217;t je blieft; &#8217;t is zoo stom vervelend hier alleen te zitten,&#8221; antwoordde Frank, blijkbaar gewend,
+dat er tehuis veel werk van hem gemaakt werd.
+
+</p>
+<p>Wanneer hij de arme, verlegen Bets gevraagd had een latijnsche oratie uit te spreken, zou dit haar geen onmogelijker taak
+hebben toegeschenen; maar ze kon niet ontvluchten, er was geen Jo om zich achter te verbergen, en de arme jongen keek haar
+zoo droefgeestig aan, dat ze moedig besloot het te probeeren.
+
+</p>
+<p>&#8220;Waar praat je graag over?&#8221; vroeg zij verlegen, de kaarten gelijkschuddende, terwijl ze bij het samenbinden de helft weer
+verloor.
+<span class="pageno">
+[121]
+</span></p>
+<p>&#8220;Och&#8212;ik hoor graag van cricketten en roeien en jagen,&#8221; zei Frank, die nog niet geleerd had zijn vermaken naar zijn krachten
+in te richten.
+
+</p>
+<p>&#8220;O, wat zal ik toch beginnen! daar weet ik niets van,&#8221; dacht Bets, en in haar verlegenheid het gebrek van Frank vergetende,
+zei zij, in de hoop hem aan het spreken te krijgen: &#8220;Ik heb nooit zien jagen, maar jij hebt het zeker wel&#8217;s gedaan?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Vroeger wel, maar ik kan &#8217;t nu natuurlijk nooit meer doen, want ik heb me bezeerd bij het springen over een hek. Voor mij
+bestaan er dus geen paarden en honden meer,&#8221; zei Frank, met een zucht, die Bets haar onschuldige vergissing deed verwenschen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Jullie herten zijn veel mooier dan onze leelijke buffels,&#8221; zei zij, bij de prairi&euml;n hulp zoekende, en innig verheugd, dat
+ze een van de jongensboeken gelezen had, die Jo zoo gretig verslond.
+
+</p>
+<p>De buffels schenen verzachtend en bevredigend te werken, en in haar vurig verlangen om den armen Frank wat afleiding te geven,
+vergat Bets zich zelf, en bemerkte ze zelfs niets van de verbazing en blijdschap, waarmee Meta en Jo ontdekten, dat Bets druk
+zat te keuvelen met een der verschrikkelijke jongens, tegen wie ze haar bescherming had ingeroepen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Lief hartje! Ze heeft medelijden met hem en daarom is ze zoo vriendelijk tegen hem,&#8221; zei Jo, die van het crocketveld af,
+verrukt naar haar keek.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik heb altijd gezegd, dat zij een klein heiligje is,&#8221; zei Meta, alsof de zaak nu aan geen twijfel meer onderhevig kon zijn.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik heb Frank in langen tijd niet z&oacute;&oacute; hooren lachen,&#8221; zei Grace tot Amy, die samen over hun poppen zaten te praten, en theeserviesjes
+van eikels maakten.
+
+</p>
+<p>&#8220;Bets is een welgemaakt meisje, wanneer ze wil,&#8221; zei Amy, trotsch over den lof, haar zuster toegezwaaid. Zij meende &#8220;welbespraakt&#8221;,
+maar Grace merkte de vergissing niet op, zoodat Amy met haar &#8220;welgemaakt&#8221; den gewenschten indruk teweegbracht.
+
+</p>
+<p>Een ge&iuml;mproviseerd paardenspel, de &#8220;kat en de muis,&#8221; en een vriendschappelijk partijtje crocket vulden den namiddag. Tegen
+zonsondergang moest de tent afgebroken, werden de manden gepakt, de poortjes uit den grond getrokken, de booten beladen, en
+het heele gezelschap dreef, luid zingende, stroomaf.
+
+</p>
+<p>Ned werd sentimenteel en zong een serenade, met het weemoedig refrein:
+
+</p>
+<p class="beforeline"></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">&#8220;Alleen, alleen, ach gansch alleen!&#8221;</span></p>
+<p class="afterline"></p>
+<p>en bij de regels:
+
+</p>
+<p class="beforeline"></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">&#8220;Jong en vol liefde zijn wij beiden,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">Waarom blijft ons het noodlot scheiden!&#8221;</span></p>
+<p class="afterline"></p>
+<p>zag hij Meta met zoo&#8217;n jammerlijke uitdrukking aan, dat ze hardop begon te lachen en de uitwerking van zijn lied bedierf.
+<span class="pageno">
+[122]
+</span></p>
+<p>&#8220;Hoe kun je zoo wreed tegen me zijn,&#8221; fluisterde hij, toen er een vroolijk, algemeen gezang volgde, &#8220;Je hebt den heelen dag
+aan dien uitgestreken Engelsche vastgeketend gezeten, en nu ben je zoo onaardig.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat wou ik niet zijn, maar je keek zoo dwaas, dat ik het heusch niet helpen kon,&#8221; antwoordde Meta, het eerste gedeelte van
+zijn verwijt onbeantwoord latende; want het was volkomen waar, dat ze hem vermeden had, gedachtig aan de Moffatspartij en
+de praatjes daarna.
+
+</p>
+<p>Ned was beleedigd en ging zijn troost bij Sallie zoeken, die hij geraakt toefluisterde: &#8220;In die Meta zit nou geen zier coquetterie,
+vindt je wel?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;O, neen, geen zweempje, maar ze is t&oacute;ch aardig,&#8221; zei Sallie, haar vriendin verdedigend, hoewel zij haar tekortkomingen moest
+erkennen.
+
+</p>
+<p>Op het grasperk, waar het gezelschap bij elkaar was gekomen, scheidde men met hartelijke groeten en een vaarwel aan de Vaughn&#8217;s,
+die naar Canada zouden vertrekken. Toen de vier zusters door den tuin naar huis gingen, keek Kate hen na en zei, nu niet op
+beschermenden toon: &#8220;Niettegenstaande hun vrijere manieren, zijn Amerikaansche meisjes, wanneer je ze eenmaal kent, toch h&eacute;&eacute;l
+aardig.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat ben ik geheel met u eens,&#8221; antwoordde Brooke.
+
+
+
+</p>
+<p></p>
+<hr class="noteseparator">
+<div class="notetext">
+<p class="notetext"><a id="d0e3280" href="#d0e3280src" class="noteref">1</a> Rotten Row is een breede ruiterlaan in Hyde Park (Londen).
+</p>
+</div>
+<p class="div1"><a id="d0e3341"></a></p>
+<h1 class="label">Hoofdstuk XIII.</h1>
+<h1>Luchtkasteelen.</h1>
+<p>Op zekeren warmen September-namiddag lag Laurie heerlijk in zijn hangmat heen en weer te schommelen; hij was nieuwsgierig
+om te weten wat zijn buren toch uitvoerden, maar te lui om het te gaan onderzoeken. Laurie was uit zijn humeur, want hij had
+zijn dag nutteloos en onbevredigend doorgebracht en wenschte, dat hij hem nog eens over kon leven. Het warme weder maakte
+hem lui; hij had de hand gelicht met zijn werk, het geduld van den gouverneur tot het uiterste op de proef gesteld, zijn grootvader
+ontstemd door den halven middag piano te spelen, de dienstboden angst aangejaagd door geheimzinnig te kennen te geven, dat
+een van zijn honden dol scheen geworden, en nadat hij hooge woorden had uitgelokt met den stalknecht, over het een of ander
+vermeend verzuim aan zijn paard, was hij in zijn hangmat gevallen om te brommen over de &#8220;onmogelijkheid&#8221; van de wereld in
+het algemeen, tot de rust van den liefelijken namiddag hem, ondanks zichzelf, tot kalmte gebracht had. Naar boven starend
+in het groene looverdak <span class="pageno">
+[123]
+</span>van een wilde kastanje, droomde hij allerlei droomen, en verbeeldde hij zich juist rond te zwalken op den oceaan bij een reis
+rondom de wereld, toen het geluid van stemmen hem in een oogwenk aan land bracht. Door de mazen van de hangmat glurend, zag
+hij de meisjes March uit het huis komen, alsof ze de een of andere expeditie gingen ondernemen. &#8220;Wat ter wereld beginnen de
+meisjes nou?&#8221; dacht Laurie, zijn slaperige oogen wijd opensperrend om eens goed te kijken, want er was iets vreemds aan zijn
+buurmeisjes. Ze hadden elk een grooten, overhangenden hoed op, een bruin linnen zak over den schouder en een langen stok in
+de hand. Meta droeg een kussen, Jo een boek, Bets een mandje en Amy een portefeuille. Zeer bedaard liepen ze den tuin door,
+het achterhekje uit, om den heuvel te beklimmen, die tusschen hun huis en de rivier lag.
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat is al h&eacute;&eacute;l leuk,&#8221; zei Laurie bij zichzelf, &#8220;een buitenpartij te houden, en mij niet eens te vragen. Ze kunnen niet met
+de boot gaan, want ze hebben den sleutel niet. Misschien hebben ze hem vergeten; ik zal hem even gaan brengen en meteen eens
+zien, wat ze uitvoeren.&#8221;
+
+</p>
+<p>Hoewel hij een half dozijn hoeden in zijn bezit had, duurde het eenigen tijd, voor hij er een vinden kon, toen moest hij naar
+den sleutel zoeken, dien hij eindelijk in zijn zak vond, zoodat de meisjes al ver uit het gezicht waren eer hij de heining
+oversprong en hen achterna draafde. Hij nam den kortsten weg naar het schuitenhuisje en wachtte daar hun komst af, maar niemand
+verscheen, dus beklom hij den heuvel om het terrein eens te overzien. Deze was gedeeltelijk bedekt door een dennenboschje,
+en uit het dichtst van dit geboomte kwam een sterker geluid, dan het zachte ruischen der dennen en het slaperige gezang der
+krekels.
+
+</p>
+<p>&#8220;Hier zit het wild,&#8221; dacht Laurie, door de takken glurend, nu geheel wakker en in zijn humeur.
+
+</p>
+<p>De meisjes zaten lekker in de schaduw, terwijl het zonlicht door de takken speelde, een koeltje de geurige dennelucht door
+hun haren en langs hun gloeiende wangen blies en al de kleine boschbewoners met hun bezigheden voortgingen, alsof de Marches
+geen vreemdelingen maar vrienden waren. Meta die op haar kussen zat en met hare fijne handjes ijverig naaide, zag er in haar
+rose japonnetje op het groene gras zoo frisch en lief uit als een roos. Bets zocht ijverig naar dennenappels, waarmee de grond
+onder de struiken bezaaid lag, want zij maakte er allerlei aardige dingen van; Amy schetste een groep varens, en Jo breide
+een soldatensok terwijl ze las. Even betrok Laurie&#8217;s gezicht, toen hij bedacht, dat hij eigenlijk behoorde heen te gaan, omdat
+hij niet mee gevraagd was; toch bleef hij staan, &#8217;t Scheen hem thuis zoo eenzaam toe, en dit rustige partijtje in het bosch
+had bijzonder veel aantrekkelijks voor hem in zijn ongedurige stemming. Hij stond z&oacute;&oacute; stil, dat een eekhoorn, bezig voedsel
+te zoeken, van een pijnboom vlak naast <span class="pageno">
+[124]
+</span>hem afkwam, maar toen met zulk een schrillen kreet terugrende, dat Bets omkeek, het verlegen gezicht tusschen de takken bemerkte,
+en hem met een bemoedigenden glimlach wenkte dichter bij te komen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Mag ik dit heiligdom binnentreden, of zou ik maar tot last zijn?&#8221; vroeg hij, langzaam naderend.
+
+</p>
+<p>Meta trok haar wenkbrauwen op, maar Jo keek haar boos aan, en zei onmiddellijk: &#8220;Natuurlijk, mag je! We zouden je wel gevraagd
+hebben mee te gaan, maar we waren bang, dat je zoo&#8217;n meisjesbedenksel saai zou vinden.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik vind jullie bedenksels nooit saai, maar als Meta mij liever niet ziet, verdwijn ik.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik heb er niets tegen, wanneer je iets uitvoert; &#8217;t is tegen de orde hier leeg te zitten,&#8221; zei Meta ernstig, maar vriendelijk.
+
+</p>
+<p>&#8220;Zeer verplicht; ik wil <i>alles</i> doen, wanneer jullie mij een poosje duldt, want het is thuis zoo saai als in de Sahara. Zal ik naaien, lezen, denneappels
+zoeken, teekenen, of alles te gelijk? Gij hebt slechts te bevelen, ik ben tot uw dienst gereed,&#8221; en Laurie ging zitten met
+zoo&#8217;n onderdanig gezicht, dat Meta verteederd werd.
+
+</p>
+<p>&#8220;Lees dit verhaal uit, terwijl ik de hiel zet,&#8221; commandeerde Jo, hem het boek overhandigend.
+
+</p>
+<p>&#8220;Alstublieft, juffrouw,&#8221; was het deemoedig antwoord, en Laurie las op zijn allersierlijkst om zijn dankbaarheid te toonen
+voor zijn toelating tot de &#8220;Nijvere-Bij-club.&#8221;
+
+</p>
+<p>Het verhaal was niet lang, en toen hij het uitgelezen had, waagde hij het tot belooning voor de bewezen diensten een paar
+vragen te doen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Als het niet te vrijpostig is, dames, zou ik wel eens willen vragen, of deze gezellige en hoogst nuttige vereeniging pas
+is opgericht?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Mag hij het weten?&#8221; vroeg Meta aan de anderen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen, hij zal ons uitlachen,&#8221; waarschuwde Amy.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat zou dat?&#8221; vroeg Jo.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik wed, dat hij &#8217;t wel aardig zal vinden,&#8221; meende Bets.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wel ja, natuurlijk. Ik geef jullie mijn woord, dat ik niet zal lachen. Vertel op, Jo, en wees maar niet bang!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8221;&#8217;t Id&eacute;e! bang voor jou? Nou, je moet weten, we <i>speelden</i> vroeger altijd den Pelgrimstocht, maar sinds verleden winter stellen wij hem in <i>ernst</i> voor.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja, dat weet ik,&#8221; zei Laurie, met een knikje.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wie heeft het je dan verteld?&#8221; vroeg Jo snibbig.
+
+</p>
+<p>&#8220;Een geest.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen, <i>ik</i> heb het gedaan om hem eens te amuseeren op een avond, toen jullie allemaal uit waren, en hij zich zoo verveelde. Hij vond
+het niets gek; dus brom er maar niet over, Jo,&#8221; zei Bets onderdanig.
+
+</p>
+<p>&#8220;Je kunt geen geheim bewaren. Nu, het doet er niet toe, het wint nu alweer moeite uit.&#8221;
+<span class="pageno">
+[125]
+</span></p>
+<p>&#8220;Ga voort, als &#8217;t je belieft,&#8221; verzocht Laurie, toen Jo in haar werk verdiept, ontstemd voor zich bleef kijken.
+
+</p>
+<p>&#8220;O, heeft ze ons nieuwe plan niet verteld? Nou, we hebben ons best gedaan om onzen vacantietijd niet te verlummelen, maar
+ieder heeft een taak op zich genomen en geprobeerd die af te krijgen. De vacantie is bijna om, onze taken af, en we zijn vreeselijk
+blij, dat we niet geluierd hebben.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja, dat kan ik me begrijpen,&#8221; en Laurie dacht berouwvol aan zijn eigen verbeuzelde dagen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Moeder heeft graag, dat wij zooveel mogelijk buiten zijn; daarom nemen we onze taak hier mee naar toe; &#8217;t is hier heerlijk.
+Voor de grap stoppen we ons werk in deze zakken, zetten oude hoeden op, gebruiken lange stokken om den heuvel te beklimmen
+en spelen pelgrims, zooals we jaren geleden plachten te doen. Wij noemen dezen heuvel &#8220;de Berg der Verrukking&#8221;,<a id="d0e3421src" href="#d0e3421" class="noteref">1</a> omdat wij van hier het heerlijke land kunnen zien, waar wij eenmaal hopen te gaan wonen.&#8221;
+
+</p>
+<p>Jo wees het hem, en Laurie kwam overeind om te kijken. Door een opening in het hout, zag men, over de breede, blauwe rivier,
+de weilanden aan den overkant, verder over de buitenwijken der stad, naar de groene heuvelen, die den horizon begrensden.
+De zon stond al laag, en de lucht baadde zich in den prachtigen gloed van een herfstzonsondergang. Gouden en purperen wolken
+zweefden boven de heuvels, en hoog in de roodgekleurde lucht verhieven zich nevelige toppen, als de zilveren kerktorens van
+de eene of andere &#8220;Hemelsche Stad.&#8221;<a id="d0e3426src" href="#d0e3426" class="noteref">2</a>
+
+</p>
+<p>&#8220;Heerlijk!&#8221; zei Laurie zacht, want hij had een open oog voor al wat mooi was.
+
+</p>
+<p>&#8220;Het is dikwijls zoo mooi, en we kijken er zoo graag naar, want het is nooit hetzelfde, maar altijd prachtig,&#8221; zei Amy, wenschende,
+dat ze het kon teekenen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Jo spreekt van het land, waar we eenmaal hopen te wonen; het wezenlijke land, meent ze, met varkens en kuikens en hooibergen;
+dat zou wel heerlijk zijn, maar ik wou, dat dat land daar in de wolken werkelijk bestond, en dat we daar eens heen konden
+gaan,&#8221; zei Bets peinzend.
+
+</p>
+<p>&#8220;Jij zult wel in de Hemelsche Stad komen, Bets, wees daar maar niet bang voor,&#8221; zei Jo. &#8220;Ik ben degeen, die zal moeten strijden
+en werken, en klauteren en wachten, en misschien nog niet eens zal worden toegelaten.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dan zul je mij tot gezelschap hebben, als je dat kan troosten. Ik zal heel wat moeten afreizen, voor ik jullie Hemelsche
+Stad bereik. Als ik er heel laat aankom, zul jij dan een goed woordje voor me doen, Bets?&#8221;
+
+</p>
+<p>Een zeker iets in Laurie&#8217;s gezicht verontrustte zijn vriendinnetje, <span class="pageno">
+[126]
+</span>maar zij zei opgewekt, met haar vriendelijke oogen op de drijvende wolken gevestigd: &#8220;Als iemand echt verlangt er te komen,
+en er zijn heele leven zijn best voor doet, geloof ik, dat hij zeker zal mogen binnentreden, want ik denk niet, dat er grendels
+of wachters voor die poort zijn. Ik stel het me altijd voor, als op dat plaatje, waar de vriendelijke gedaanten de handen
+uitstrekken om den armen Christiaan<a id="d0e3443src" href="#d0e3443" class="noteref">3</a> te verwelkomen, wanneer hij de rivier doorwaad heeft.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat zou het leuk zijn, als al de luchtkasteelen, die we bouwen, eens werkelijkheid werden, en wij er in konden wonen?&#8221; zuchtte
+Jo na eenige oogenblikken stilzwijgen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik heb er al zooveel gebouwd, dat het me moeilijk zou vallen te zeggen, welk ik per slot van rekening zou verkiezen,&#8221; zei
+Laurie, terwijl hij zich zoo lang als hij was op het mos liet vallen en denneappels gooide naar het eekhorentje dat hem verraden
+had.
+
+</p>
+<p>&#8220;Je zou natuurlijk je lievelingskasteel moeten kiezen; wat is dat?&#8221; vroeg Meta.
+
+</p>
+<p>&#8220;Als ik het mijne vertel, zullen jullie het dan ook doen?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja, als de anderen het ook beloven.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja, dat is goed. Nu, Laurie!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Zoodra ik genoeg van de wereld gezien had, zou ik in Duitschland willen gaan wonen, en zooveel van muziek genieten als ik
+maar kon. Ik zou zelf een groot genie willen zijn, zoodat alle menschen toestroomden om me te hooren; ik zou nooit iets van
+geldzaken of handel willen hooren, maar alleen genieten en leven voor de dingen waar ik van houd. Dat is mijn liefste luchtkasteel.
+En wat is het jouwe, Meta?&#8221;
+
+</p>
+<p>Meta scheen het wat moeilijk te vinden het hare te vertellen; zij streek met een varentakje langs haar gezicht, alsof ze denkbeeldige
+muggen wilde verdrijven, terwijl zij langzaam begon: &#8220;Ik zou graag een mooi huis hebben, vol met allerlei prachtige dingen;
+lekker eten, mooie kleeren, smaakvolle meubels, aardige menschen en hoopen geld. Ik zou er de eigenares van moeten zijn, en
+het heelemaal kunnen inrichten, zooals ik wou, met veel dienstboden, zoodat ik niet hoefde te werken. Wat zou ik er van genieten!
+Want ik zou niet luieren, maar veel goed doen en maken dat iedereen mij liefhad.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;En moet je geen ridder in je kasteel hebben?&#8221; vroeg Laurie ondeugend.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik zei immers aardige menschen!&#8221; en Meta strikte zorgvuldig haar schoen vast, terwijl zij sprak, zoodat niemand haar gezicht
+kon zien.
+
+</p>
+<p>&#8220;Waarom noem je er niet bij op, dat je een volmaakt, verstandig, beminnelijk echtgenoot wilt hebben en een paar engelachtige
+kinderen? Je weet best, dat je kasteel zonder dat toch niet volmaakt <span class="pageno">
+[127]
+</span>zou zijn,&#8221; riep de openhartige Jo, die nog geen &#8220;teedere gevoelens&#8221; koesterde, en liefdeshistories, behalve in boeken, verachtte.
+
+</p>
+<p>&#8220;Jij zou in het jouwe niets dan paarden, inktkokers en boeken willen hebben,&#8221; zei Meta geraakt.
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat snap je! Ik zou een stal vol Arabische paarden willen hebben, en kamers opgehoopt met boeken, en ik zou willen schrijven
+uit een betooverden inktkoker, zoodat mijn werken even beroemd werden als Laurie&#8217;s muziek. Maar voordat ik mijn kasteel betrek,
+moet ik iets groots doen, iets heldhaftigs of ongeloofelijks, dat na mijn dood niet vergeten zal worden. Ik weet nog niet
+wat, maar ik ben steeds op den uitkijk, en van plan jullie allemaal nog eens te verrassen. Ik denk, dat ik boeken zal gaan
+schrijven en rijk en beroemd worden. Dat zou mij het best bevallen. Nou weet jullie <i>mijn</i> lievelingsdroom.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;En de mijne is, stil bij Vader en Moeder te blijven, en voor de anderen te helpen zorgen,&#8221; zei Bets tevreden.
+
+</p>
+<p>&#8220;Verlang je niks anders?&#8221; vroeg Laurie.
+
+</p>
+<p>&#8220;Nu ik mijn piano heb, ben ik volkomen tevreden; ik hoop alleen, dat we allemaal gezond en bij elkander mogen blijven, anders
+niets.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik heb een massa wenschen; maar de voornaamste is, schilderes te worden, en naar Rome te gaan, en prachtige schilderijen
+te maken, en de beste schilderes van de heele wereld te zijn,&#8221; was Amy&#8217;s nederige begeerte.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat zijn we een eerzuchtig troepje! Behalve Bets, verlangen wij allemaal rijk en beroemd, en in ieder opzicht onovertreffelijk
+te worden. Ik zou wel eens willen weten, of we ooit een van allen onze wenschen bereiken zullen,&#8221; zei Laurie, op een grasspriet
+kauwend als een nadenkend kalf.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik heb den sleutel van mijn luchtkasteel, maar het blijft de vraag, of ik de deur zal kunnen openkrijgen,&#8221; zei Jo geheimzinnig.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik heb van het mijne ook den sleutel gekregen, maar ik mag hem niet probeeren. &#8217;k Wou, dat de academie opvloog,&#8221; mompelde
+Laurie met een ongeduldige zucht.
+
+</p>
+<p>&#8220;Hier is de mijne,&#8221; en Amy zwaaide met haar penseel.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik heb er geen,&#8221; zei Meta treurig.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wel waar!&#8221; riep Laurie.
+
+</p>
+<p>&#8220;Waar dan?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;In je gezicht.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Nonsens, dat geeft niets.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Wacht maar af, of het je niet iets geven zal, dat de moeite waard is,&#8221; antwoordde Laurie, glimlachend bij de gedachte aan
+het aardige geheim, dat hij meende te weten.
+
+</p>
+<p>Meta bloosde achter haar varentakje, maar vroeg niet verder en keek naar de rivier, met dezelfde verlangende uitdrukking als
+Brooke, den dag, waarop hij van den ridder verteld had.
+
+</p>
+<p>&#8220;Als wij alle vijf over tien jaren nog leven, moesten we bij elkaar komen, om te zien, wiens wenschen vervuld zijn, en hoeveel
+nader <span class="pageno">
+[128]
+</span>wij er aan toe zijn dan nu,&#8221; zei Jo, die altijd met een plan gereed was.
+
+</p>
+<p>&#8220;Och hemel, wat ben ik dan al oud&#8212;zeven-en-twintig,&#8221; zuchtte Meta, die zich als een volwassen dame beschouwde, daar ze juist
+zeventien was geworden.
+
+</p>
+<p>&#8220;Jij en ik zullen zes-en-twintig zijn, Teddy; Bets vier-en-twintig en Amy twee-en-twintig; wat een eerwaardig gezelschap!&#8221;
+riep Jo.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik hoop, dat ik tegen dien tijd iets gedaan zal hebben om trotsch op te wezen; maar ik ben zoo&#8217;n luie hond, dat ik vrees,
+ik zal blijven lanterfanten, Jo.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Je hebt maar een prikkel noodig, zegt Moeder; als je dien eenmaal hebt, zul je wel flink aan &#8217;t werk gaan,&#8221; zegt ze.
+
+</p>
+<p>&#8220;Zegt je Moeder dat? Bij Jupiter, ik zal het doen, zoo gauw ik er kans toe zie!&#8221; riep Laurie uit, met plotselinge geestdrift
+overeind komend. &#8220;Het moest mij genoeg zijn, wanneer ik Grootvader tevreden stel; en ik doe ook mijn best, maar het is tegen
+stroom opvaren, zie je, en dat valt niet mee. Hij wil, dat ik, net als hij vroeger, als koopman naar Indi&euml; zal gaan, maar
+ik laat me nog liever doodschieten; ik heb een hekel aan thee en zij en specerijen en al dien rommel, die met zijn schepen
+hierheen komt, en zoodra ze van mij zijn, kan &#8217;t me niets schelen, of zij naar den kelder gaan. Grootpapa moest tevreden zijn
+als ik de academie afloop; wanneer ik hem vier jaar van mijn leven geef, behoorde hij mij van den handel vrij te laten; maar
+hij staat er op, dat ik net doe, zooals hij gedaan heeft. Als ik maar niet wegloop en mijn eigen hoofd volg, zooals mijn vader!
+Was er maar iemand, om bij den ouden heer te blijven, dan deed ik het morgen.&#8221;
+
+</p>
+<p>Laurie sprak opgewonden, en keek, alsof hij bereid was bij de minste aanleiding zijn bedreiging ten uitvoer te brengen; hij
+ontwikkelde zich sterk, en niettegenstaande zijn onverschillige manieren, had hij den gewonen jongensafkeer van onderdanigheid,
+en een rusteloos verlangen zelf zijn weg door de wereld te zoeken.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik zou in een van mijn eigen schepen wegzeilen en niet terugkomen, voor ik mijn fortuin beproefd had,&#8221; zei Jo, wier verbeelding
+geprikkeld werd bij de gedachte aan den moed, die zulk een heldenfeit vereischte, en wier sympathie dadelijk was opgewekt
+door wat ze het &#8220;onrecht&#8221; noemde, Teddy aangedaan.
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat is niet goed, Jo; zoo moet je niet spreken en Laurie mag je slechten raad niet opvolgen. Je moet doen, wat je grootvader
+van je verlangt,&#8221; zei Meta op haar moederlijksten toon. &#8220;Doe je best aan de academie, en wanneer hij ziet dat je hem plezier
+wilt doen, ben ik zeker, dat hij niet hard of onrechtvaardig tegen je zal zijn. Er is, zooals je zegt, niemand om bij hem
+te blijven en hem lief te hebben, en je zou het je zelf nooit vergeven, als je hem zonder zijn toestemming verliet. Laat er
+je niet door terneer slaan, maar doe je plicht, dan zul je tenminste net als mijnheer Brooke de voldoening hebben, dat ieder
+je acht en van je houdt.&#8221;
+<span class="pageno">
+[129]
+</span></p>
+<p>&#8220;Wat weet jij van Brooke?&#8221; vroeg Laurie, dankbaar voor den goeden raad, maar ongeduldig over de vermaning, en verlangend om,
+na zijn ongewone uitbarsting, het gesprek van zichzelf af te leiden.
+
+</p>
+<p>&#8220;Alleen maar wat je Grootvader aan Moeder verteld heeft; hoe hij zorgde voor zijn moeder, tot zij stierf, en dat hij niet
+met een goede familie als gouverneur buitenslands wou gaan, omdat hij haar niet kon achterlaten, en dat hij nu een oude vrouw
+onderhoudt, die zijn moeder heeft opgepast, en er nooit tegen iemand van spreekt en altijd zoo edelmoedig en geduldig is,
+als een man maar wezen kan.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat is-ie, die beste kerel,&#8221; riep Laurie hartelijk, toen Meta met een kleur eindigde. &#8220;Net iets voor Grootvader, om, zonder
+het Brooke te laten merken, dat alles van hem uit te visschen, om het dan aan anderen te vertellen, zoodat ze van hem gaan
+houden. Brooke kon ook al niet begrijpen, waarom je moeder zoo aardig voor hem was, en hem met mij meevroeg, en hem op haar
+lieve, vriendelijke manier behandelde. Hij vond haar absoluut volmaakt, geloof ik, en was in geen dagen over jullie allemaal
+uitgepraat. Je had hem eens moeten hooren! Wanneer ooit mijn wenschen uitkomen, zul j&#8217; eens zien, wat ik voor Brooke doen
+zal.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Begin nu maar liever, door hem niet dood te ergeren,&#8221; zei Meta scherp.
+
+</p>
+<p>&#8220;Hoe weet je, dat ik dat doe, mejuffrouw?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik kan &#8217;t altijd zien aan zijn gezicht, als hij weggaat. Wanneer je je best gedaan hebt, ziet hij er tevreden uit, en loopt
+hij vlug en opgewekt voorbij, maar als je hem geplaagd hebt, kijkt hij ernstig en loopt hij langzaam, alsof hij liever terug
+zou keeren, en het nog eens overdoen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Zoo, dat is mooi! Jij houdt dus, volgens Brooke&#8217;s gezicht, een aanteekenlijst van mijn goed of slecht gedrag? Ik zie hem
+wel buigen en glimlachen, wanneer hij jullie huis voorbijgaat, maar ik wist niet, dat er een telegraaf tusschen jou en hem
+bestond.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat is ook niet zoo; wees er maar niet boos om en o! vertel hem alstjeblieft niet, dat ik iets gezegd heb. Ik zei het alleen
+om je te toonen, dat ik wel weet, hoe je het maakt, en wat hier gezegd wordt, is in vertrouwen gezegd, dat begrijp je,&#8221; riep
+Meta, ongerust over de mogelijke gevolgen van haar onnadenkende uitlating.
+
+</p>
+<p>&#8221;<i>Ik</i> klik niet,&#8221; zei Laurie met zijn &#8220;hooghartig air,&#8221; zooals Jo een zekere uitdrukking noemde, die zijn mond soms aannam. &#8220;Maar
+wanneer Brooke voor thermometer gebruikt wordt, dien ik te zorgen dat hij altijd op &#8220;mooi weer&#8221; staat.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Och toe, Laurie, wees maar niet boos; ik wou eigenlijk niet preeken of zoo flauw zijn alles over te brieven; ik was alleen
+maar bang, dat Jo je zou aanmoedigen in gevoelens, waarover je later berouw zou hebben. Je bent zoo vriendelijk voor ons,
+dat we je als een broer beschouwen en alles zeggen, wat we denken; neem &#8217;t me <span class="pageno">
+[130]
+</span>maar niet kwalijk, ik meende het goed!&#8221; en Meta stak hem vriendschappelijk, maar verlegen de hand toe.
+
+</p>
+<p>Laurie drukte het handje en zei openhartig, daar hij beschaamd was over zijn oogenblikkelijke opwelling: &#8220;Ik heb eerder vergiffenis
+noodig; ik ben den heelen dag al uit mijn humeur. Ik vind het best, hoor, dat je mij op mijn gebreken wijst en een beetje
+over me &#8220;moedert;&#8221; geef er dus maar niet om, wanneer ik eens kwaad word; ik ben er je toch wel dankbaar voor.&#8221;
+
+</p>
+<p>Om te toonen, dat hij niet beleedigd was, gedroeg Laurie zich verder zoo &#8220;beminnelijk&#8221; mogelijk; hij wond garen voor Meta
+op, reciteerde verzen voor Jo&#8217;s plezier, schudde dennenappels voor Bets, hielp Amy met haar varens&#8212;en bewees zoo, dat hij
+waardig was om tot de &#8220;Nijvere-Bij-club&#8221; te behooren. Midden onder een levendige discussie over de gewoonten van schildpadden
+(daar juist zoo&#8217;n beminnelijk diertje uit de rivier was komen aanwandelen), waarschuwde hen het verwijderd geluid van de bel,
+dat Hanna de thee gezet had, en dat zij maar juist bijtijds voor het avondeten thuis zouden kunnen zijn.
+
+</p>
+<p>&#8220;Mag ik weerkomen?&#8221; vroeg Laurie.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja, &#8220;mits gij braaf oppast en naarstig leert,&#8221; zooals de jongetjes in het A-B-C-boekje,&#8221; zei Meta glimlachend.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik zal mijn best doen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dan mag je komen, en zal ik je leeren breien, zooals de Schotten; er is nu juist behoefte aan sokken,&#8221; zei Jo, terwijl ze
+met de hare als een blauwe, gebreide banier tot afscheid wuifde.
+
+</p>
+<p>Terwijl Bets dien avond in den schemer voor grootvader Laurence speelde, stond &#8220;Teddy&#8221; in de schaduw voor het gordijn naar
+&#8220;de kleine David&#8221; te luisteren, wier eenvoudige muziek altijd zijn oproerige gedachten tot bedaren bracht, en toen hij naar
+den ouden man keek, zooals hij daar, met het grijze hoofd op de hand gesteund, verzonken zat in gedachten aan het verloren
+kind, dat hij zoo innig had liefgehad, herinnerde Laurie zich opeens het gesprek van dien middag, en zei hij tot zichzelf:
+&#8220;Ik zal mijn luchtkasteel opgeven en bij Grootpapa blijven, zoolang hij het verlangt, want ik ben alles wat hij nog in de
+wereld heeft.&#8221;
+
+
+
+</p>
+<p></p>
+<hr class="noteseparator">
+<div class="notetext">
+<p class="notetext"><a id="d0e3421" href="#d0e3421src" class="noteref">1</a> Uit &#8220;The Pelgrims Progress.&#8221;
+</p>
+</div>
+<div class="notetext">
+<p class="notetext"><a id="d0e3426" href="#d0e3426src" class="noteref">2</a> Uit &#8220;The Pelgrims Progress.&#8221;
+</p>
+</div>
+<div class="notetext">
+<p class="notetext"><a id="d0e3443" href="#d0e3443src" class="noteref">3</a> De Pelgrim.
+</p>
+</div>
+<p class="div1"><a id="d0e3567"></a></p>
+<h1 class="label">Hoofdstuk XIV.</h1>
+<h1>Geheimen.</h1>
+<p>Jo had het heel druk op zolder, want de Octoberdagen begonnen koel te worden en de middagen kort. Gedurende twee of drie uur
+scheen de zon door het hooge venster en koesterde ze Jo, die op de oude canap&eacute; zat, met al haar papieren voor zich op een
+koffer uitgespreid, <span class="pageno">
+[131]
+</span>terwijl Knabbelaar, de lievelingsrat, langs de hanebalken wandelde, vergezeld door zijn oudsten zoon, een flinken jongen,
+die blijkbaar heel trotsch op zijn snorren was. Totaal verdiept in haar werk, krabbelde Jo voort, tot de laatste bladzijde
+vol was. Toen zette ze er haar naam onder met een sierlijken krul, en wierp haar pen neer met den uitroep:
+
+</p>
+<p>&#8220;Daar, ik heb mijn best gedaan! Als dit niet goed genoeg is, zal ik moeten wachten, tot ik het beter kan.&#8221;
+
+</p>
+<p>Languit op de canap&eacute; liggende las ze het manuscript nog eens zorgvuldig over, maakte hier en daar verbeteringen, versierde
+&#8217;t met ettelijke uitroepteekens, die er uitzagen als kleine luchtballons, rolde toen het schrift op, bond het vast met een
+mooi, rood bandje, en bleef een oogenblik zitten met een peinzend gezicht, dat duidelijk toonde, hoe ernstig ze haar werk
+had opgevat. Jo&#8217;s lessenaar was een oude blikken poppenkeuken die met de opening tegen den muur hing. Hierin bewaarde ze haar
+paperassen en een paar boeken, veilig buiten bereik van Knabbelaar, die ook letterlievend van aard scheen en dit toonde, door
+alle boeken, die in zijn bereik vielen, af te knagen.
+
+</p>
+<p>Uit deze blikken bewaarplaats haalde Jo nog een ander manuscript, en nadat zij beide in haar zak had gestoken, ging zij zacht
+de trap af, haar vrienden vrijheid latende om aan haar pennen te knabbelen en van haar inkt te proeven.
+
+</p>
+<p>Zoo onhoorbaar mogelijk haalde ze hoed en mantel te voorschijn, ging naar het raam boven de achterdeur, klom daaruit op het
+lage afdak boven den ingang, kwam met een sprong in het zachte gras terecht, en bereikte langs een omweg den straatweg. Daar
+gekomen wachtte ze bedaard, wenkte een aankomenden omnibus en rolde naar de stad, met een buitengewoon vroolijk en geheimzinnig
+gezicht.
+
+</p>
+<p>Wanneer iemand op haar gelet had, zou hij haar gedrag zeker vreemd hebben gevonden, want toen ze uitgestapt was, liep ze met
+vluggen pas naar een zeker nommer in een zekere, drukke straat; nadat ze met eenige moeite het huis gevonden had, stapte ze
+&#8217;t voorportaal in, bekeek de morsige trap, stond een oogenblik stokstijf, en vloog toen even vlug als ze gekomen was, de straat
+weer uit. Deze manoeuvre herhaalde zij verscheiden malen, tot groot vermaak van een zwartoogig jongmensch, dat op zijn gemak
+in de vensterbank van een gebouw aan den overkant zat. Toen zij voor de vierde maal terugkwam, nam Jo een kloek besluit, trok
+haar hoed in de oogen en liep de trap op met een gezicht, alsof al haar tanden moesten uitgetrokken worden.
+
+</p>
+<p>Onder andere naamplaatjes op de deurpost, was er ook een van een tandmeester, en nadat de jongeheer aan den overkant een oogenblik
+gestaard had op een paar kunstmatige kakebeenen, die open en dicht gingen, om de aandacht op een prachtig stel tanden te vestigen,
+trok hij zijn jas aan, nam zijn hoed, en posteerde zich <span class="pageno">
+[132]
+</span>in de deur aan den overkant, terwijl hij met een glimlach en een rilling bij zichzelf zei:
+
+</p>
+<p>&#8220;Net iets voor haar om alleen te komen, maar als ze veel pijn heeft gehad, mag er toch wel iemand zijn om haar naar huis te
+brengen.&#8221;
+
+</p>
+<p>Na tien minuten kwam Jo de trap afdraven met een rood gezicht en heelemaal het voorkomen van iemand, die pas de een of andere
+vuurproef heeft doorstaan. Toen ze het jongemensch zag, scheen ze de ontmoeting alles behalve aangenaam te vinden, en liep
+ze hem met een knikje voorbij, maar hij volgde haar en vroeg medelijdend:
+
+</p>
+<p>&#8220;Was het heel erg?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen, zoo heel erg niet.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Je bent er nogal gauw afgekomen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja, den hemel zij dank!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Waarom ben je alleen gegaan?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik wou niet, dat iemand het wist.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Jij bent toch het wonderlijkste wezen, dat ik ooit gezien heb! Hoeveel heb j&#8217;er laten trekken?&#8221;
+
+</p>
+<p>Jo keek haar vriend aan, alsof ze hem niet begreep, en begon toen te lachen, alsof hij iets bijzonder grappigs gevraagd had.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik wou er graag twee uit hebben, maar ik moet tot de volgende week wachten.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Waar lach je om? Je voert iets kwaads in &#8217;t schild, Jo,&#8221; zei Laurie, op een dwaalspoor gebracht.
+
+</p>
+<p>&#8220;En jij ook. Wat deed je daar, jongmensch, in dat caf&eacute;?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik vraag excuus, mejuffrouw, het was geen caf&eacute;, maar een schermschool, waar ik les neem.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Daar ben ik blij om.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Waarom?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dan kun je &#8217;t mij leeren; en wanneer we dan Hamlet opvoeren, kun jij Laertes zijn, en kunnen we dat gevecht mooi voorstellen.&#8221;
+
+</p>
+<p>Laurie barstte uit in zoo&#8217;n hartelijk gelach, dat verscheiden voorbijgangers huns ondanks glimlachten.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik zal het je leeren, of we Hamlet spelen of niet; het is een heerlijke sport en het zal je spieren stalen. Maar ik geloof
+niet, dat dit de eenige reden was, waarom je zoo gedecideerd zei: &#8220;Daar ben ik blij om. Was het wel?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen, ik was blij, dat het geen caf&eacute; was, omdat ik hoop, dat je nog niet naar zulke gelegenheden gaat. Doe je &#8217;t wel eens?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Niet dikwijls.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik wou, dat je &#8217;t nooit deedt.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Er steekt niets in, Jo; ik heb thuis wel een biljart, maar er is niets aan, wanneer je geen goede spelers hebt, en omdat
+ik het graag doe, kom ik er wel eens om een partij met Ned Moffat, of een van de anderen te spelen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Och heden, dat spijt mij, want je zult er al meer en meer van <span class="pageno">
+[133]
+</span>gaan houden, er je tijd en geld mee verspelen, en net als die akelige jongens worden. Ik had zoo&#8217;n hoop, dat jij degelijk
+zou blijven en je vrienden eer aan je zouden beleven,&#8221; zei Jo, met moederlijke bezorgdheid haar hoofd schuddende.
+
+</p>
+<p>&#8220;Kan een jongmensch zich niet eens een onschuldige uitspanning veroorloven, zonder zijn aanspraak op &#8220;degelijkheid&#8221; te verbeuren?&#8221;
+vroeg Laurie eenigszins geraakt.
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat hangt er van af, hoe en waar hij zich die veroorlooft. Ik houd niet van Ned en zijn club, en ik wou, dat jij je daar
+buiten hieldt. Moeder wil niet, dat hij bij ons aan huis komt, hoe graag hij ook wil, en als jij wordt als hij, zou ze niet
+meer toelaten, dat we zooveel pretjes met elkander hadden.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Kom!&#8221; zei Laurie, maar hij was wel wat ongerust.
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen, ze kan dat soort van uitgaande heertjes niet uitstaan, en ze zou ons, geloof ik, nog liever alle vier in hoedendoozen
+pakken, dan ons met hen te laten omgaan.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Nou, je moeder heeft vooreerst haar hoedendoozen nog niet voor den dag te halen, ik ben niet van dat slag, en ik verlang
+er niet toe te behooren, maar ik houd nu en dan wel eens van een onschuldig amusementje, en jij?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;O, daar heeft natuurlijk niemand iets tegen; maak pret naar hartelust; als je maar niet &#8220;losbandig&#8221; wordt, want dan is er
+een eind aan al ons plezier.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik beloof je, een driedubbele heilige te worden.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik houd niet van heiligen, blijf maar een gewone, gezellige, nette jongen, dan zullen wij je nooit in den steek laten. Ik
+weet niet wat ik zou beginnen, als jij zooiets deed als de zoon van mijnheer King; hij had overvloed van geld, zoodat hij
+niet wist, wat hij er mee doen moest, en hij ging drinken en spelen en liep weg, en maakte valsche wissels op den naam van
+zijn vader, geloof ik, en was in ieder geval zoo slecht mogelijk.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Je denkt dus, dat ik waarschijnlijk ook zoo doen zal? Zeer verplicht.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen, dat denk ik niet, zeker niet! maar ik hoor oude menschen soms zeggen, dat veel geld hebben zoo verleidelijk is, en
+dan zou ik maar wenschen, dat je arm was; dan hoefde ik niet ongerust over je te zijn.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;B&egrave;n je dan ongerust over me, Jo?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja, een beetje, als je zoo somber en ontevreden kijkt, zooals je soms doet; want je hebt zoo&#8217;n vasten wil, en wanneer je
+eenmaal den verkeerden weg opging, zou het moeilijk zijn je tegen te houden.&#8221;
+
+</p>
+<p>Laurie liep een paar minuten zwijgend voort, en Jo keek hem eens van ter zijde aan, wenschende dat ze haar mond gehouden had,
+want de uitdrukking van zijn oogen was alles behalve vriendelijk, hoewel hij nog glimlachte, alsof hij met haar waarschuwingen
+den spot dreef.
+<span class="pageno">
+[134]
+</span></p>
+<p>&#8220;Ben je van plan den heelen weg over te preeken?&#8221; vroeg hij opeens.
+
+</p>
+<p>&#8220;Natuurlijk niet&#8212;waarom?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Omdat ik, als je &#8217;t van plan bent, in een omnibus stap; maar als j&#8217;er mee ophoudt, loop ik liever met je, om je iets belangrijks
+te vertellen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik zal niet meer preeken, en ik verlang vreeselijk het nieuws te hooren.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Mooi, vooruit dan maar. &#8217;t Is een geheim, en als ik &#8217;t je vertel, moet je mij het jouwe ook vertellen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik heb er geen,&#8221; begon Jo, maar hield plotseling op, zich herinnerende, dat ze er wel een had.
+
+</p>
+<p>&#8220;Je weet wel beter; je kunt je toch niet goed houden! Voor den dag er dus mee, of ik vertel jou ook niets!&#8221; riep Laurie.
+
+</p>
+<p>&#8220;Is het jouwe een aardig geheim?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Of het, en allemaal over menschen die je kent; z&oacute;&oacute; leuk! Je <i>moet</i> het weten, en ik heb al lang van verlangen gebrand om het je te vertellen. Kom, jij moet beginnen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Zul je er thuis niet over spreken?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Geen woord.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;En er mij in &#8217;t geheim ook niet mee plagen?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik plaag nooit.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja, dat doe je wel. Je kunt alles wat je weten wilt uit de menschen krijgen. Ik weet niet, hoe je het aanlegt, maar je bent
+een geboren flikflooier.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dank je. Kom er nou maar mee voor den dag.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Nou, ik heb twee verhalen gebracht aan den uitgever van een courant, en hij zal mij de volgende week antwoord geven,&#8221; fluisterde
+Jo in het oor van haar vertrouweling.
+
+</p>
+<p>&#8220;Hoera, voor juffrouw March, de beroemde Amerikaansche schrijfster!&#8221; riep Laurie, zijn hoed in de lucht gooiend en hem weer
+opvangend, tot groot vermaak van twee ganzen, vier katten, vijf kippen en een half dozijn Iersche kinderen; want ze waren
+nu buiten de stad gekomen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Stil, er zal denkelijk niets van komen, maar ik had geen rust, voor ik het geprobeerd had, en ik heb er niets van gezegd,
+omdat ik niet wou dat iemand anders teleurgesteld zou worden.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ze nemen het natuurlijk aan! Wel Jo, jouw verhalen zijn Shakespeare waardig, vergeleken bij de prullen, die dagelijks verschijnen.
+Aardig ze in druk te zien! Wat zullen we trotsch zijn op onze schrijfster!&#8221;
+
+</p>
+<p>Jo&#8217;s oogen schitterden, gestreeld dat Laurie vertrouwen in haar stelde, want de lof van een vriend doet meer goed dan een
+half dozijn vleierijen in de courant.
+
+</p>
+<p>&#8220;En nu jouw geheim? Eerlijk opbiechten, Teddy, of ik geloof je nooit meer,&#8221; zei ze, terwijl ze haar best deed de blijde hoop
+te onderdrukken, die bij Laurie&#8217;s woord van aanmoediging opvlamde.
+<span class="pageno">
+[135]
+</span></p>
+<p>&#8220;Ik werk er me misschien in wanneer ik het vertel, maar ik heb niet beloofd, dat ik het <i>niet</i> vertellen zou, en dus zal ik het maar doen, want ik voel me altijd bezwaard, tot ik je elk kruimeltje nieuws dat ik te weten
+kom, verteld heb.&#8212;Ik weet waar Meta&#8217;s handschoen is.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Is d&agrave;t alles?&#8221; riep Jo teleurgesteld, toen Laurie met een geheimzinnig gezicht bleef knikken en knipoogen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat is meer dan voldoende voor &#8217;t oogenblik; en dat zul je met me eens zijn, zoo gauw je weet, waar hij is.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Zeg het dan.&#8221;
+
+</p>
+<p>Laurie bukte en fluisterde Jo drie woorden in het oor, die eene komieke verandering teweegbrachten. Zij stond hem eenige oogenblikken
+verbaasd en verontwaardigd aan te staren en liep toen voort, terwijl zij op scherpen toon vroeg:
+
+</p>
+<p>&#8220;Hoe weet je dat?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Gezien.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Waar?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;In zijn zak.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Al dien tijd?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja; is &#8217;t niet romantisch?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen, &#8217;t is afschuwelijk!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Vindt je &#8217;t niet aardig?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen, <i>natuurlijk</i> niet; &#8217;t is bespottelijk, het mag niet. Genade! Wat zal Meta er van zeggen?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Je mag het niemand vertellen, onthoud dat.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8221;&#8217;k Heb niks beloofd.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat sprak vanzelf, en ik heb je vertrouwd.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Goed, dan zal ik het ten minste vooreerst niet doen, maar ik vind het afschuwelijk, en ik wou dat je &#8217;t mij niet verteld
+hadt.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik dacht dat je &#8217;t juist aardig zou vinden!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Aardig? Dat iemand Meta wil komen weghalen! Hoe bedenk je &#8217;t.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Je zou het misschien aardiger vinden, als er iemand kwam om jou weg te halen,&#8221; plaagde Laurie.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik zou &#8217;t wel eens iemand willen zien probeeren!&#8221; riep Jo uitdagend.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik ook,&#8221; grinnikte Laurie.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik ben niet voor geheimen geschikt, geloof ik; &#8217;t is of er een pak op mijn hart ligt, sedert je &#8217;t mij verteld hebt,&#8221; zuchtte
+de ondankbare Jo.
+
+</p>
+<p>&#8220;Loop dan maar eens hard den heuvel met me af, dan zul je wel weer in orde zijn,&#8221; stelde Laurie voor.
+
+</p>
+<p>Nergens was iemand te zien; de dalende weg zag er zoo uitlokkend uit, dat Jo, voor de verzoeking bezwijkend, als een pijl
+uit den boog vooruit vloog, hoed en kam verliezende, en overal haarspelden rondstrooiend. Laurie bereikte het eindpunt het
+eerst, volkomen tevreden over de uitwerking van zijn voorschrift, want <span class="pageno">
+[136]
+</span>daar kwam zijn Atalante aanvliegen met fladderende haren, schitterende oogen, blozende wangen en geen spoor van ontevredenheid
+meer op het gezicht.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik wou dat ik een paard was; dan zou ik in deze heerlijke lucht uren lang kunnen voorthollen, zonder buiten adem te raken.
+Het was goddelijk, maar ik zie er nu ook uit als een vogelverschrikker. Toe, ga al mijn verloren schatten eens oprapen, engel,
+die je bent,&#8221; hijgde Jo, neervallende onder een ahornboom, die het gras met zijn schitterend roode bladen bezaaide.
+
+</p>
+<p>Laurie wandelde op zijn gemak terug om &#8220;de verloren schatten&#8221; te gaan zoeken, en Jo stak haar vlechten op, in de hoop, dat
+er niemand voorbij mocht komen, eer ze weer presentable was. Maar er <i>kwam</i> iemand voorbij, en wel niemand anders dan Meta, die er bijzonder damesachtig uitzag in haar beste plunje, want ze had visites
+gemaakt.
+
+</p>
+<p>&#8220;Kind, wat voer je uit!&#8221; riep zij, haar ontredderde zuster met verbazing bekijkende.
+
+</p>
+<p>&#8220;Bladen zoeken,&#8221; zei Jo, de handvol roode bladeren sorteerende, die zij gauw had opgeraapt.
+
+</p>
+<p>&#8220;En haarspelden,&#8221; zei Laurie, terwijl hij er een half dozijn op Jo&#8217;s schoot gooide. &#8220;Die groeien hier langs den weg, Meta,
+net als kammen en bruine stroohoeden.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Je bent weer aan &#8217;t draven geweest, Jo; hoe <i>kon</i> je het doen? Wanneer zul je toch die jongensmanieren eens afschaffen,&#8221; zei Meta berispend, terwijl ze haar dasje verschoof
+en haar haar gladstreek.
+
+</p>
+<p>&#8220;Niet voordat ik oud en stijf ben en een kruk noodig heb. Doe maar niet je best om me voor den tijd oud te maken, Meta; het
+is al erg genoeg, dat jij zoo op eens veranderd bent; laat mij maar een kind blijven, zoolang ik kan.&#8221;
+
+</p>
+<p>Terwijl ze dit zei, boog Jo zich over haar bladen om het beven van haar lippen te verbergen; want in den laatsten tijd had
+ze wel gevoeld, dat Meta gauw een jonge dame zou zijn, en Laurie&#8217;s geheim maakte haar bang voor de scheiding, die eenmaal
+komen moest en nu zoo nabij scheen. Hij zag haar ontroering en trachtte Meta&#8217;s aandacht af te leiden door haar te vragen:
+
+</p>
+<p>&#8220;Waar heb jij, zoo sierlijk uitgedost, visites gemaakt?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Bij de Gardiners; en Sallie heeft me alles van het huwelijk van Belle Moffat verteld. Het was prachtig geweest en ze zijn
+den winter in Parijs gaan doorbrengen; denk eens aan wat heerlijk!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Benijd je haar, Meta?&#8221; vroeg Laurie.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik vrees van ja.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Daar ben ik blij om,&#8221; mompelde Jo, terwijl ze met een ruk haar hoed rechtzette.
+
+</p>
+<p>&#8220;Waarom?&#8221; vroeg Meta verwonderd.
+
+</p>
+<p>&#8220;Omdat je, als je op rijkdom gesteld bent, nooit hals over kop met een arm man zult trouwen,&#8221; zei Jo, haar wenkbrauwen fronsend
+<span class="pageno">
+[137]
+</span>tegen Laurie, die haar zwijgend trachtte te waarschuwen, om toch niets ondoordachts te zeggen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik zal nooit <i>hals-over-kop</i> met <i>iemand</i> trouwen,&#8221; zei Meta, zoo waardig mogelijk vooruitstappend, terwijl de anderen lachend, fluisterend en steentjes gooiend volgden,
+en zich &#8220;aanstelden als kinderen&#8221;, zooals Meta bij zichzelf zei, hoewel ze zeker lust gehad zou hebben mee te doen, wanneer
+ze niet haar beste japon had aangehad.
+
+</p>
+<p>Gedurende een paar weken gedroeg Jo zich zoo wonderlijk, dat haar zusters niet wisten, wat van haar te denken. Ze vloog naar
+de deur, als de postbode schelde, was opvallend onvriendelijk jegens mijnheer Brooke, wanneer ze hem ontmoette, kon soms een
+heele poos Meta weemoedig zitten aanstaren en dan plotseling opstaan, om haar door elkaar te schudden en haar dan op eens
+weer te omhelzen, alles op een even raadselachtige manier. Laurie en zij maakten altijd allerlei teekens en zinspelingen tegen
+elkander en praatten over &#8220;vliegende adelaars,&#8221; tot de meisjes verklaarden, dat ze beiden hun verstand verloren hadden. Op
+den tweeden Zaterdag, nadat Jo het raam was uitgeklommen, keek Meta, die op de veranda zat te naaien, verontwaardigd, toen
+ze zag hoe Laurie Jo najoeg, den heelen tuin rond, en haar eindelijk in Amy&#8217;s pri&euml;el gevangen nam. Wat daar voorviel, kon
+Meta niet zien, maar ze hoorde een luid gelach, gevolgd door een gemurmel van stemmen en een eindeloos geritsel met couranten.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat zullen we toch met dat kind doen! Zij zal zich <i>nooit</i> als een volwassen meisje leeren gedragen,&#8221; zuchtte Meta, den wedren met een afkeurend gezicht volgend.
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat hoop ik ook niet; ze is juist zoo grappig en zoo lief, zooals ze is,&#8221; zei Bets, die nooit liet blijken, dat ze een beetje
+gegriefd was door Jo&#8217;s geheimen met een ander.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja, &#8217;t is vervelend, maar we zullen haar nooit <i>comme la fo</i> kunnen maken,&#8221; voegde Amy er bij, die een paar nieuwe strikjes voor zich zelf zat te naaien, en haar krullen bijzonder netjes
+opgemaakt had&#8212;twee aangename dingen, die haar een gevoel gaven van buitengewone &eacute;legantie en groote-damesachtigheid.
+
+</p>
+<p>Een paar minuten daarna stoof Jo naar binnen, viel op de canap&eacute; neer en deed alsof ze las.
+
+</p>
+<p>&#8220;Heb je daar iets moois?&#8221; vroeg Meta neerbuigend.
+
+</p>
+<p>&#8221;&#8217;t Is maar een verhaaltje, het beteekent niet veel, geloof ik,&#8221; antwoordde Jo, terwijl ze zorgvuldig den naam van het nieuwsblad
+bedekt hield.
+
+</p>
+<p>&#8220;Lees het liever hardop, dan hooren wij het meteen en heb je zelf iets te doen,&#8221; zei Amy op haar deftigsten toon.
+
+</p>
+<p>&#8220;Hoe heet het?&#8221; vroeg Bets, verwonderd dat Jo haar gezicht achter het blad verborgen hield.
+
+</p>
+<p>&#8220;De Schilders-Wedstrijd.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat kan wel aardig zijn; lees het maar,&#8221; zei Meta.
+<span class="pageno">
+[138]
+</span></p>
+<p>Na een luid: &#8220;hm hm!&#8221; en een diepe ademhaling begon Jo zeer snel te lezen. De meisjes luisterden met belangstelling, want
+het verhaal was romantisch en eindigde heel aandoenlijk, daar de meeste personen tegen het slot stierven.
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat over dat prachtige schilderij is een mooi eindje,&#8221; zei Amy, toen Jo ophield.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik vind de liefdesgeschiedenis bizonder goed. Viola en Angelo zijn twee van onze geliefkoosde namen; toevallig h&egrave;?&#8221; zei Meta,
+haar oogen afvegende, want de liefdesgeschiedenis was h&eacute;&eacute;l tragisch.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wie heeft het geschreven?&#8221; vroeg Bets, die een oogenblik Jo&#8217;s gezicht te zien had gekregen.
+
+</p>
+<p>De lezeres kwam plotseling overeind, wierp het blad weg, waardoor een vuurrood hoofd voor den dag kwam en antwoordde, met
+een comische mengeling van plechtigheid en bedwongen pret:
+
+</p>
+<p>&#8220;Je zuster!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Jij!&#8221; riep Meta en liet haar werk vallen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Het is h&eacute;&eacute;l goed,&#8221; zei Amy critisch.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik wist het wel! ik wist het wel! O, mijn lieve Jo, wat ben ik trotsch op je,&#8221; en Bets vloog op haar zuster toe om haar te
+omhelzen, in haar innige vreugde over dit heerlijk succes.
+
+</p>
+<p>Wat waren ze allemaal gelukkig! Meta kon het niet gelooven, voor ze den naam: &#8220;Josefine March&#8221; wezenlijk in de courant gedrukt
+zag; Amy critiseerde genadig de gedeelten, die over de schilderkunst handelden, en gaf aanwijzingen voor een vervolg, dat
+ongelukkig niet tot stand kon komen, daar de held en de heldin beiden dood waren; Bets was meer dan opgewonden en danste en
+zong van plezier; en toen Hanna binnenkwam riep ze: &#8220;Wel lieve ziel, heb ik ooit!&#8221; in groote verbazing over &#8220;dat gedoe van
+die Jo.&#8221; Hoe trotsch mevrouw March was, toen ze het vernam, laat zich denken, en Jo stond met tranen in de oogen te lachen,
+en verklaarde, dat ze nog een pauw zou worden en dat het nu genoeg was, terwijl van &#8220;de Vliegende Adelaar&#8221; gezegd kon worden,
+dat hij zijn vleugelen triomfantelijk over den huize March uitspreidde, daar het aldus genoemde nieuwsblad haastig van hand
+tot hand ging.
+
+</p>
+<p>&#8220;Vertel nu eens alles! Wanneer is het gekomen? Hoeveel heb j&#8217;er voor gekregen? Wat zal Vader zeggen! En wat zal Laurie lachen!&#8221;
+riep de familie in &eacute;&eacute;n adem, terwijl ze zich om Jo verdrongen, want de Marches maakten een jubil&eacute; van elke kleine huiselijke
+vreugde.
+
+</p>
+<p>&#8220;Houd op met dat gekakel, kinderen dan zal ik jullie alles vertellen,&#8221; zei Jo, die wel eens zou willen weten of bekende schrijfsters
+even trotsch waren geweest op hun eersteling als zij op haar &#8220;Schilders-wedstrijd.&#8221; Nadat zij verteld had, hoe ze er met haar
+verhalen op uit was gegaan, vervolgde ze: &#8220;En toen ik het antwoord ging halen, zei de man, dat hij ze beide goed vond, maar
+dat hij eerst-beginnenden niet betaalde, en alleen maar de verhalen in zijn blad <span class="pageno">
+[139]
+</span>plaatste en recenseerde. Het was eene goede oefening, zei hij, en wanneer een auteur vooruitging, kon hij overal honorarium
+krijgen. Ik liet hem dus mijn twee verhalen houden, en vandaag werd mij dit blad toegezonden en Laurie ving mij juist op,
+toen ik het had, en hij wou het met alle geweld zien, en hij zei, dat het goed was, en nu ga ik meer schrijven en Laurie zal
+maken, dat ik voor het volgende betaald word; en o!&#8212;ik ben z&oacute;&oacute; blij, want mettertijd zal ik misschien in staat zijn om voor
+me zelf te zorgen en de zusjes te helpen.&#8221;
+
+</p>
+<p>Hier geraakte Jo buiten adem, en haar hoofd in de courant verbergend, besproeide ze haar verhaal met een paar gelukkige tranen;
+want onafhankelijk te zijn en den lof in te oogsten van hen, die ze liefhad, waren de wenschen van haar hart en dit scheen
+haar de eerste stap naar dat heerlijke einde.
+
+
+
+</p>
+<p class="div1"><a id="d0e3876"></a></p>
+<h1 class="label">Hoofdstuk XV.</h1>
+<h1>Een Telegram.</h1>
+<p>&#8220;November is de naarste maand van het heele jaar,&#8221; zei Meta, terwijl ze op een somberen achtermiddag aan het raam stond en
+in den bevroren tuin keek.
+
+</p>
+<p>&#8220;Daarom ben ik er zeker in geboren,&#8221; liet Jo er peinzend op volgen, geheel onbewust van een inktvlek op haar neus.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wanneer er nu eens iets heel plezierigs gebeurde, zouden we het juist een heerlijke maand vinden,&#8221; zei Bets, die aan alles,
+zelfs aan November, eene lichtzijde zag.
+
+</p>
+<p>&#8220;Misschien, maar in deze familie gebeurt nooit eens iets plezierigs,&#8221; vond Meta, die uit haar humeur was. &#8220;Wij sloven dag aan dag voort zonder eenige wisseling en maar zelden een pretje. We konden evengoed in een tredmolen
+loopen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Verschrikkelijk, wat zijn we somber!&#8221; riep Jo uit. &#8220;Het verbaast me niet, arme stakkerd, want je moet maar aanzien hoeveel
+plezier andere meisjes hebben, terwijl jij maar slooft, slooft, slooft, jaar in, jaar uit. O, ik wou, dat ik maar alles zoo
+netjes voor je regelen kon, als voor mijn heldinnen. Je bent al mooi en goed genoeg, dus zou ik je dadelijk van den een of
+anderen rijken bloedverwant een groote erfenis laten krijgen, en je voor den dag laten komen als een rijke, jonge dame, die
+ieder, die je beleedigd had, met den nek kon aanzien, buitenlands gaan en op een goeden dag terugkeeren als Barones die of
+die, in oogverblindende pracht en heerlijkheid.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Op die manier krijgen de menschen tegenwoordig geen erfenissen meer; mannen moeten voor geld werken, en vrouwen moeten <span class="pageno">
+[140]
+</span>voor geld trouwen. Het is een gruwelijk onrechtvaardige wereld,&#8221; zei Meta bitter.
+
+</p>
+<p>&#8220;Jo en ik zullen voor ons allen fortuin maken; wacht maar eens tien jaar, en dan zul je zien, of het niet waar is,&#8221; riep Amy,
+die in een hoek &#8220;modderpastijtjes&#8221; zat te maken, zooals Hanna haar modellen in klei, van vogels, vruchten en gezichten noemde.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik kan niet zoolang wachten, en ik vrees, dat ik ook niet veel vertrouwen heb in inkt en modder, hoewel ik dankbaar ben voor
+je goede bedoelingen.&#8221;
+
+</p>
+<p>Meta zuchtte en keerde zich weer naar den doodschen tuin. Jo geeuwde en leunde in een verslagen houding met de beide ellebogen
+op tafel, maar Amy werkte vol vuur door, en Bets, die aan het andere raam zat, zei glimlachend: &#8220;Er zullen dadelijk twee prettige
+dingen gebeuren: Moedertje komt de straat af en Laurie holt door den tuin, alsof hij iets plezierigs te vertellen heeft.&#8221;
+
+</p>
+<p>Beiden kwamen binnen; mevrouw Maren met de gewone vraag: &#8220;Ook een brief van Vader, meisjes?&#8221; en Laurie om op zijn onweerstaanbare
+manier te vragen: &#8220;Hebben niet een paar van jullie lust in een ritje? Ik heb mathesis zitten blokken, tot mijn hoofd suf is,
+en ga mijn hersens eens opfrisschen door een flinken toer. Het is wel druilig, maar niet erg koud, en ik mag Brooke naar huis
+brengen, dus zal het van binnen vroolijk zijn, al is het dan ook van buiten somber. Kom Jo, jij en Bets gaan wel mee, is &#8217;t
+niet, of Meta en Amy?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Natuurlijk, graag!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dank je, ik heb het te druk,&#8221; en Meta haalde haar werkmandje voor den dag, want ze had haar Moeder moeten toestemmen, dat
+het &#8217;t verstandigste was, niet al te dikwijls met den jongen buurman uit rijden te gaan.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wij drie&euml;n zullen in een minuut klaar zijn,&#8221; zei Amy, wegloopende om haar handen te wasschen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Kan ik ook iets voor u doen, <i>Madame M&egrave;re</i>?&#8221; vroeg Laurie, terwijl hij over den stoel van mevrouw March leunde met den hartelijken blik, waarmee hij haar altijd aankeek.
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen, dank je, behalve een boodschap naar het postkantoor, als je zoo vriendelijk wilt zijn, jongenlief. Het is onze gewone
+dag voor een brief, en de postbode is er niet geweest. Vader is zoo geregeld als de zon, maar misschien is er vertraging onderweg.
+
+</p>
+<p>&#8220;Een luide bel deed zich hooren en een oogenblik daarna kwam Hanna binnen met een enveloppe.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Het is zoo&#8217;n akelig ding, zoo&#8217;n telegram, mevrouw,&#8221; zei ze, terwijl ze het couvert overhandigde, alsof ze bang was, dat het
+zou losbarsten en brand veroorzaken.
+
+</p>
+<p>Bij het woord &#8220;telegram&#8221;, greep mevrouw March het haar uit de hand, las de twee regels, die het bevatte en zonk achterover
+in haar stoel, zoo bleek alsof dat stukje papier haar een kogel door het hart had geschoten. Laurie vloog naar de keuken om
+water <span class="pageno">
+[141]
+</span>te halen, terwijl Meta en Hanna haar ondersteunden en Jo met bevende stem voorlas:
+
+
+</p>
+<div class="blockquote">
+<p>Mevrouw March.
+
+
+</p>
+<p>Uw Echtgenoot ernstig ziek. Kom onmiddellijk.
+
+
+</p>
+<p><span class="smallcaps">S. Hale.</span>
+<br>Blank Hospitaal, Washington.
+</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Hoe stil was het in de kamer, terwijl ze ademloos luisterden; hoe donker scheen het eensklaps buiten te worden, en hoe plotseling
+scheen de heele wereld te veranderen, terwijl de meisjes zich om hun moeder drongen, met een gevoel, alsof al het geluk en
+de veiligheid van haar leven op het punt waren haar ontrukt te worden.
+
+</p>
+<p>Mevrouw March herstelde zich dadelijk weer; ze las de tijding over en strekte de armen naar haar dochters uit, terwijl ze
+op een toon, dien zij nimmer vergaten, zei: &#8220;Ik zal dadelijk gaan, maar het kan misschien al te laat zijn; o, kinderen, kinderen!
+helpt het mij dragen!&#8221;
+
+</p>
+<p>Gedurende eenige minuten hoorde men niets in de kamer dan snikken, vermengd met afgebroken troostwoorden, teedere verzekeringen
+en hoopvol gefluister, dat in tranen wegstierf. De arme Hanna was de eerste, die tot bedaren kwam en zonder het zelf te weten
+de anderen een goed voorbeeld gaf; want voor haar was werken het onfeilbare middel tegen verdriet.
+
+</p>
+<p>&#8220;God beware den goeden man! Ik wil geen tijd meer verdoen met huilen, maar dadelijk uw goed bij elkander halen, mevrouw,&#8221;
+zei zij hartelijk, terwijl ze haar gezicht met haar boezelaar afdroogde, haar mevrouw met haar vereelte vingers een warmen
+handdruk gaf, en aan het werk ging met een ijver voor drie.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ze heeft gelijk, er is nu geen tijd voor tranen. Weest bedaard, meisjes, en laat me eens nadenken.&#8221;
+
+</p>
+<p>Het viertal trachtte bedaard te zijn, terwijl hun moeder bleek maar kalm opstond, en haar smart op zij zette om de noodige
+schikkingen te maken.
+
+</p>
+<p>&#8220;Waar is Laurie?&#8221; vroeg ze, toen ze haar gedachten verzameld had en naging, wat het eerst gedaan moest worden.
+
+</p>
+<p>&#8220;Hier, mevrouw; o, kan ik iets voor u doen?&#8221; riep Laurie, die haastig uit de andere kamer kwam, waar hij zich had teruggetrokken,
+gevoelende, dat die eerste droefheid te heilig was, dan dat zelfs zijn oogen die mochten zien.
+
+</p>
+<p>&#8220;Zend een telegram, dat ik dadelijk zal komen. De eerstvolgende trein gaat morgen vroeg. Dien zal ik nemen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Hebt u nog iets? De paarden staan klaar; ik kan overal heengaan,&#8212;alles doen,&#8221; en hij zag er uit, alsof hij gereed was naar
+het einde der wereld te vliegen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Een briefje brengen bij Tante March. Jo, geef me even pen en papier.&#8221;
+<span class="pageno">
+[142]
+</span></p>
+<p>Jo scheurde den witten kant van een pas beschreven blad af en schoof de tafel voor haar moeders stoel, wel wetende dat het
+geld voor de lange, droevige reis geleend moest worden, en met een gevoel of ze alles zou willen doen, om iets toe te voegen
+aan de kleine som voor haar vader.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ga nu, beste jongen; maar krijg geen ongeluk door al te hard rijden; dat hoeft niet.&#8221;
+
+</p>
+<p>Deze waarschuwing had mevrouw March kunnen sparen, want vijf minuten later stoof Laurie op zijn eigen paard voorbij, rijdende
+alsof zijn leven er mee gemoeid was.
+
+</p>
+<p>&#8220;Jo, ga naar de vergadering om Mevrouw King te zeggen, dat ik niet komen kan. Haal onderweg deze dingen. Ik zal ze opschrijven;
+ze zijn misschien noodig en ik moet alles zooveel mogelijk bij me hebben. De hospitalen zijn niet altijd goed voorzien. Bets,
+ga jij een paar flesschen ouden wijn vragen aan Mijnheer Laurence; ik ben niet te trotsch om iets voor Vader te vragen; hij
+moet van alles het beste hebben. Amy, zeg aan Hanna, dat ze den zwarten koffer van boven haalt en Meta, help jij me mijn goed
+krijgen, want ik ben half versuft.&#8221;
+
+</p>
+<p>En geen wonder dat de arme mevrouw versufte door &#8217;t schrijven, denken en aanwijzingen geven. Meta smeekte haar een oogenblik
+stil in haar kamer te gaan zitten, en hen te laten werken. Allen vlogen uit elkander als bladeren voor den wind, en de rust
+van &#8217;t gezin was plotseling verstoord, alsof het telegram een boosaardige tooverroede geweest was.
+
+</p>
+<p>De oude heer Laurence kwam onmiddellijk met Bets terug en bracht alle verkwikkingen voor den zieke mede, die hij kon verzinnen,
+en beloofde gedurende de afwezigheid der moeder voor de meisjes te zullen zorgen, hetgeen mevrouw March zeer gerust stelde.
+Er was niets wat hij niet aanbood, van zijn eigen kamerjapon tot zijn geleide toe. Maar dit laatste was onmogelijk. Mevrouw
+March wilde er niet van hooren, dat de oude heer die lange reis zou ondernemen, hoewel ze eerst zeer verlicht scheen, toen
+hij er van sprak, want wanneer men angstig is, is men niet heel geschikt voor verre reizen. Hij zag den blik, fronste de wenkbrauwen,
+wreef zijn handen en stond plotseling op, zeggende dat hij dadelijk zou terugkomen. Niemand had meer tijd om aan hem te denken,
+totdat Meta, die met een paar overschoenen in de eene, en een kopje thee in de andere hand de gang doorliep, plotseling op
+Brooke stuitte.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat droevig nieuws, juffrouw March,&#8221; zei hij op een hartelijken, kalmen toon, die haar in haar onrust weldadig toeklonk.
+&#8220;Ik kom om uw moeder mijn geleide aan te bieden. Mijnheer Laurence heeft iets voor me te doen in Washington, en het zal me
+een groote voldoening zijn, wanneer ik mevrouw March van dienst kan wezen.&#8221;
+
+</p>
+<p>De overschoenen vielen op den grond, en bijna volgde de thee hun voorbeeld, terwijl Meta hem de hand reikte, met een gezicht
+<span class="pageno">
+[143]
+</span>zoo blij en dankbaar, dat Brooke zich ruimschoots beloond zou achten voor een nog veel grooter opoffering, dan die van wat
+tijd en gemak.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat is iedereen vriendelijk, Moeder zal het zeker aannemen; en het is zoo&#8217;n rust voor ons te weten, dat er iemand bij haar
+is die voor haar zorgen kan. Ik dank u heel, h&eacute;&eacute;l hartelijk.&#8221;
+
+</p>
+<p>Meta sprak ernstig en vergat zichzelf geheel, totdat een zeker iets in de bruine oogen haar deed bedenken, dat de thee koud
+kon worden, waarop ze Brooke binnen liet en zei, dat ze haar moeder roepen zou.
+
+</p>
+<p>Alles was geregeld, toen Laurie terugkwam met een briefje van tante March, met de gevraagde som en een paar regels om te melden,
+dat zij altijd wel gezegd had, hoe bespottelijk het was voor March, zich bij het leger te voegen. Zij had altijd voorspeld,
+dat ze er spijt van zouden hebben, en ze hoopte, dat men een anderen keer naar haar raad luisteren zou. Mevrouw March wierp
+het briefje in het vuur, stak het geld in haar zak, en ging met vast opeengedrukte lippen voort met haar toebereidselen, op
+een manier, die Jo zou begrepen hebben, wanneer ze er bij was geweest.
+
+</p>
+<p>De korte namiddag liep ten einde; al de boodschappen waren gedaan; Meta en haar moeder waren druk bezig met naaiwerk, dat
+nog noodig af moest, terwijl Bets en Amy voor de thee zorgden, en Hanna met vliegende vaart stond te strijken, maar nog kwam
+Jo niet thuis. Men begon ongerust te worden en Laurie ging uit om haar te zoeken, want niemand kon weten welken nieuwen inval
+Jo nu weer in het hoofd mocht gekregen hebben. Hij liep haar evenwel mis, en ze kwam weldra binnenstappen met een vreemde
+uitdrukking op haar gezicht, eene mengeling van spot en vrees, voldoening en spijt, die de familie evenzeer verbaasde als
+het rolletje banknoten, dat zij voor haar moeder neerlegde, terwijl ze op ontroerden toon zei: &#8220;Dit is mijn bijdrage om Vader
+al het noodige te geven en hem naar huis te brengen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Maar kind, waar heb je dat gekregen? vijf-en-twintig dollars! Jo, ik hoop, dat je niets overijlds gedaan hebt!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen, het is eerlijk van mij; ik heb het niet gebedeld, geleend of gestolen. Ik heb het verdiend en ik geloof niet, dat u
+mij beknorren zult, want ik heb verkocht wat mijn eigendom was.&#8221;
+
+</p>
+<p>Terwijl ze sprak, zette Jo haar hoed af, wat een algemeenen kreet uitlokte, want haar mooi, dik haar was afgeknipt.
+
+</p>
+<p>&#8220;Je haar! je prachtige haar!&#8221; &#8220;O, Jo, hoe kon je dat doen! Je eenige schoonheid!&#8221; &#8220;Mijn lieve kind, dat was niet noodig geweest.&#8221;
+&#8220;Ze lijkt niets meer op mijn ouwe Jo, maar ik heb er haar des te liever om.
+
+</p>
+<p>Terwijl allen door elkander riepen en Bets den jongensbol teeder kuste, zette Jo een onverschillig gezicht, dat evenwel niemand
+misleidde, en zei, terwijl ze de korte lokken opstreek en haar best deed om te kijken, alsof ze &#8217;t plezierig vond: &#8220;Het heil
+der natie <span class="pageno">
+[144]
+</span>is er niet mee gemoeid; jammer dus maar niet, Meta. Het is goed voor mijn ijdelheid; ik werd te trotsch op mijn pruik en &#8217;t
+zal mijn hersens opfrisschen, dat er niet meer zoo&#8217;n vracht op drukt. Mijn hoofd voelt heerlijk licht en koel, en de kapper
+zei dat ik gauw een krullebol zou krijgen; dat zal dus heel netjes staan, en gemakkelijk zijn om in orde te houden. Ik ben
+er tevreden mee; neemt u dus als &#8217;t u belieft het geld en laat ons gaan eten.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Vertel me er alles van, Jo; <i>ik</i> ben er niet zoo tevreden mee, hoewel ik niet op je kan knorren, want ik weet hoe gewillig je je ijdelheid, zooals je het
+noemt, hebt opgeofferd aan je liefde. Maar, lieveling, het was niet noodig, en ik vrees, dat het je gauw berouwen zal,&#8221; zei
+mevrouw March.
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen, dat zal het niet,&#8221; zei Jo beslist, zich verlicht voelende, dat ze om haar buitensporigheid niet heelemaal werd veroordeeld.
+
+</p>
+<p>&#8220;Hoe kwam je er toe?&#8221; vroeg Amy, die even lief haar hoofd als haar mooie krullen zou willen missen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wel, ik brandde van verlangen, om iets voor Vader te doen,&#8221; zei Jo, terwijl zij om de tafel gingen zitten, want gezonde,
+jonge menschen kunnen zelfs in de grootste droefheid eten. &#8220;Ik haat leenen, net als Moeder, en ik wist, dat Tante March zou
+zeuren; dat doet zij altijd, al vraag je haar maar om een cent. Meta had haar salaris van dit kwartaal heelemaal voor de huur
+gegeven, en ik had voor het mijne alleen kleeren voor mezelf gekocht. Ik voelde me dus heel ego&iuml;stisch en moest geld zien
+te krijgen, al zou ik er ook mijn neus voor hebben moeten verkoopen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Je hoefde je niet ego&iuml;stisch te voelen, mijn kind, want je hadt geen behoorlijke winterkleeren, en je hebt ze zoo eenvoudig
+mogelijk voor eigen, zuur verdiend geld gekocht,&#8221; zei mevrouw March met een blik, die Jo&#8217;s hart goeddeed.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik had er in &#8217;t eerst volstrekt geen idee op om mijn haar te gaan verkoopen, maar ik liep al maar te denken, wat ik toch
+zou kunnen doen, en ik kreeg bijna lust om mij zelf maar eens goed uit een van die groote magazijnen te bedienen. Voor het
+raam van een kapper zag ik haarvlechten hangen met den prijs er aan, en een zwarte staart, die wel wat langer, maar niet zoo
+dik was als de mijne, kostte veertig dollar. Op eens viel het me in, dat ik toch <i>iets</i> bezat, wat geld waard was, en zonder er verder over na te denken, stapte ik naar binnen en vroeg of ze haar kochten, en wat
+dan het mijne waard zou zijn.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik weet niet, hoe je het durfde,&#8221; zei Bets op een toon vol ontzag.
+
+</p>
+<p>&#8220;O, het was een heel klein mannetje, dat er uitzag of hij van zijn leven niets anders deed dan zijn haar parfumeeren. Hij
+keek eerst heel verbaasd, en was zeker niet gewoon, dat meisjes zijn winkel binnenstormden om te vragen, of hij hun haar wou
+koopen. Hij zei, dat hij volstrekt niet op het mijne gesteld was; het was de modekleur niet, en hij betaalde nooit veel voor
+levend haar; het werd pas geld waard door de bewerking. &#8217;t Werd laat, en ik was <span class="pageno">
+[145]
+</span>bang, dat, als ik het niet dadelijk deed, er niets meer van komen zou, en jullie weet, wanneer ik eens iets begin, heb ik
+er een hekel aan het op te geven. Ik verzocht hem dus dringend het te koopen, en vertelde hem, waarom ik zoo&#8217;n haast had.
+&#8217;t Was gek misschien, maar het scheen hem te treffen, want ik werd nogal opgewonden en vertelde de zaak op mijn holderdebolder-manier,
+en zijn vrouw hoorde het en zei heel vriendelijk:
+
+</p>
+<p>&#8220;Neem het maar, Thomas, om de jonge dame genoegen te doen; ik zou morgen aan den dag hetzelfde doen voor Jimmy, zoolang ik
+nog een spiertje haar over had.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Wie was Jimmy?&#8221; vroeg Amy, die graag dadelijk van alles uitleg had.
+
+</p>
+<p>&#8220;Haar zoon, zei ze, die ook in het leger is. Wat voel je je door zooiets eigen met vreemden, h&egrave;? Ze praatte al maar door,
+terwijl haar man knipte, en leidde daardoor mijn gedachten kostelijk af.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Vondt je &#8217;t niet vreeselijk, toen de schaar er voor &#8217;t eerst ingezet werd?&#8221; vroeg Meta met een huivering.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik sloeg nog een laatsten blik op mijn staart, terwijl de man zijn benoodigdheden kreeg, en dat was alles. Over zulke kleinigheden
+hoef ik nooit te schreien, maar ik moet toch zeggen, dat het me een wonderlijke gewaarwording gaf, toen ik mijn dierbare,
+oude pruik daar op de tafel zag liggen, en niets dan de korte vlokjes op mijn hoofd voelde. &#8217;t Was net of me een arm of een
+been was afgezet. De vrouw zag, dat ik er naar keek, en gaf me een lange lok om te bewaren. Die zal ik aan u geven, Moes,
+om u aan mijn vorige pracht te herinneren, want een kroeskop is zoo makkelijk, dat ik niet denk, ooit weer lange manen te
+laten groeien.&#8221;
+
+</p>
+<p>Mevrouw March wond de golvende, kastanjebruine lok in elkander, en sloot die met een andere, een korte grijze, weg in haar
+lessenaar. Ze zei niets meer dan: &#8220;Dankje, lieveling!&#8221; maar een zeker iets in haar blik deed de meisjes van onderwerp veranderen,
+en zoo opgeruimd mogelijk doorpraten over de vriendelijkheid van mijnheer Brooke, de waarschijnlijkheid, dat het den volgenden
+dag mooi weer zou zijn, en den heerlijken tijd dien ze zouden hebben, als Vader thuiskwam om opgepast te worden.
+
+</p>
+<p>Niemand verlangde naar bed, toen mevrouw March om tien uur het laatste stuk verstelwerk neerlegde en zei: &#8220;Komt, meisjes.&#8221;
+Bets ging naar de piano en speelde Vader&#8217;s lievelingsgezang; allen begonnen vol moed, maar raakten een voor een van streek,
+zoodat ten laatste Bets alleen van ganscher harte bleef zingen, want voor haar was muziek altijd de beste troosteres.
+
+</p>
+<p>&#8220;Gaat nu naar bed en praat niet meer, want we moeten vroeg op en hebben wel al den slaap noodig, dien we krijgen kunnen. Goeden
+nacht, mijn lieve kinderen,&#8221; zei mevrouw March, toen het gezang ten einde was, want niemand verlangde een tweede in te zetten.
+
+</p>
+<p>De meisjes kusten haar zwijgend en gingen zoo stil naar bed, <span class="pageno">
+[146]
+</span>alsof de dierbare zieke in de andere kamer lag. Bets en Amy vielen gauw in slaap, ondanks de groote droefheid, maar Meta lag
+wakker, vervuld van de ernstigste gedachten, die ze nog ooit in haar jong leven had overdacht. Jo verroerde zich niet, en
+Meta meende dat ze sliep, toen een gesmoorde snik en het voelen van een betraande wang haar deden uitroepen:
+
+</p>
+<p>&#8220;Jolief, wat is er? Schrei je om je vader?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen, nu niet.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Waarom dan?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Mijn&#8212;mijn haar,&#8221; barstte de arme Jo uit, terwijl ze vergeefsche pogingen deed om haar aandoening in haar kussen te smoren.
+
+</p>
+<p>Het klonk Meta volstrekt niet belachelijk toe, en ze kuste en liefkoosde de bedroefde heldin zoo teeder mogelijk.
+
+</p>
+<p>&#8220;Het spijt me niet,&#8221; riep Jo al snikkende. &#8220;Ik zou het morgen weer doen als ik kon. Het is alleen maar het zelfzuchtige, ijdele
+gedeelte van me, dat nu zoo moet schreien. Vertel het aan niemand, want het is nu al weer over. Ik dacht dat je sliep, en
+dat ik dus wel eens even in het geheim kermen mocht over mijn eenige schoonheid. Hoe kom jij zoo wakker te liggen?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik kan niet slapen, ik ben zoo ongerust,&#8221; zei Meta.
+
+</p>
+<p>&#8220;Denk dan aan iets plezierigs, dan zul je wel gauw onder zeil gaan.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat heb ik al geprobeerd, maar ik blijf klaar wakker.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Waar heb je dan aan gedacht?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Aan knappe gezichten, oogen vooral,&#8221; zei Meta, stilletjes glimlachend in het donker.
+
+</p>
+<p>&#8220;Van welke kleur van oogen houdt je het meest?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Van bruine&#8212;dat is te zeggen&#8212;blauwe zijn soms ook heel aantrekkelijk.&#8221;
+
+</p>
+<p>Jo lachte, waarop Meta haar op scherpen toon verbood langer te praten, haar toen weer heel hartelijk beloofde, dat ze haar
+haar zou friseeren en eindelijk in slaap viel om van haar luchtkasteel te droomen.
+
+</p>
+<p>De klok sloeg middernacht, en het was doodstil in de kamers, toen een gedaante van bed tot bed gleed, hier een deken recht
+leggende, daar een kussen verschikkende, en terwijl ze lang en teeder de slapende gezichtjes beschouwde, op ieder een lichten
+kus drukte, het hart vol van die onuitgesproken, maar innige gebeden, die slechts een moeder kan opzenden. Toen ze het gordijn
+ophaalde en in den somberen nacht naar buiten staarde, brak de maan plotseling door en keek haar aan, als een trouw, vriendelijk
+gelaat, dat haar zachtkens toefluisterde: &#8220;Houd moed; er is altijd licht achter de wolken.&#8221;
+
+
+
+<span class="pageno">
+[147]
+</span></p>
+<p class="div1"><a id="d0e4075"></a></p>
+<h1 class="label">Hoofdstuk XVI.</h1>
+<h1>Brieven.</h1>
+<p>In de koude morgenschemering staken de meisjes het licht aan en lazen hun hoofdstuk met een tot nog toe ongekenden ernst,
+want nu de schaduw van wezenlijke droefheid op hen gevallen was, beseften ze eerst recht, hoe rijk aan zonneschijn hun leven
+geweest was. De kleine boekjes stonden vol woorden van hulp en troost, en terwijl ze zich aankleedden, kwamen ze overeen,
+blijmoedig en hoopvol afscheid te nemen, en hun moeder de reis te laten aanvaarden, zonder haar door tranen of klachten te
+bedroeven. Alles leek zoo vreemd, toen ze naar beneden gingen; buiten alles zoo donker en stil, binnen overal licht en beweging.
+Op dit vroege uur zag het ontbijt er zoo wonderlijk uit, en zelfs Hanna&#8217;s gezicht scheen onnatuurlijk, zooals ze door de keuken
+vloog met haar nachtmuts op.
+
+</p>
+<p>De groote koffer stond klaar in de gang, Moeders hoed en shawl lagen op de canap&eacute;, en Moeder zelf zat daar en deed haar best
+om iets te eten, maar zag zoo bleek en afgemat door slapeloosheid en angst, dat het de meisjes veel moeite kostte zich dapper
+te houden. Meta&#8217;s oogen stonden gedurig, voordat ze het wist, vol tranen; Jo moest meer dan eens haar gezicht in den keukenhanddoek
+verbergen, en in de oogen van &#8220;de kleintjes&#8221; lag een ernstige, verwonderde uitdrukking, alsof droefheid nog nieuw voor hen
+was. Niemand sprak veel, maar toen de tijd van scheiden naderde en ze op het rijtuig zaten te wachten, zei mevrouw March tot
+de meisjes, die allen om haar heen bezig waren, de een met het opvouwen van haar shawl, de andere met het strikken van haar
+keellinten, de derde met het aantrekken van haar overschoenen, en de vierde met het sluiten van haar reistasch:
+
+</p>
+<p>&#8220;Kinderen, ik laat jullie achter aan Hanna&#8217;s zorg en in de hoede van mijnheer Laurence; Hanna, onze oude getrouwe, zal jullie
+tot grooten steun zijn en onze goede buurman zal over jullie waken, alsof je zijn eigen dochters waart. Ik ga dus zonder zorg,
+wat dat betreft, maar ik wou zoo graag, dat jullie deze droefheid op de rechte manier beschouwden. Gaat, als ik weg ben, niet
+zitten treuren of klagen, en denkt niet, dat je getroost zult worden als je niets uitvoert. Zet als naar gewoonte je bezigheden
+voort, want arbeid is een groote troost. Blijft hopen en werken: en wat er ook gebeure, bedenkt dat je nooit geheel vaderloos
+kunt zijn.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja, Moeder.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Meta, lieve, wees voorzichtig, pas op de zusjes, raadpleeg Hanna, en wanneer je geen raad weet met het een of ander, ga dan
+naar mijnheer Laurence. Jo, wees geduldig, wordt niet moedeloos, en doe geen overijlde dingen; schrijf me dikwijls en wees
+mijn flinke <span class="pageno">
+[148]
+</span>dochter, altijd gereed ons allen te helpen en op te beuren. Bets, zoek je troost in de muziek, lieve kind, en wees getrouw
+in je huiselijke plichten, en jij, Amy, wees zooveel mogelijk behulpzaam en gehoorzaam en blijf tevreden en rustig thuis.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;We beloven &#8217;t u, Moeder,&#8221; verzekerde het bedroefde viertal.
+
+</p>
+<p>Het geratel van een naderend rijtuig deed allen opschrikken en luisteren. Nu kwam het moeilijkste oogenblik, maar de meisjes
+stonden het moedig door; niemand schreide, niemand liep weg, niemand klaagde, hoewel &#8217;t hun angstig te moede werd, bij het
+zenden van hartelijke groeten aan Vader, terwijl ze bedachten, dat het mogelijk reeds te laat was, om ze hem te kunnen overbrengen.
+Kalm kusten zij hun moeder vaarwel, innig omhelsden ze haar en toen ze wegreed trachtten ze haar vroolijk na te wuiven.
+
+</p>
+<p>Laurie en zijn grootvader kwamen om haar te zien vertrekken, en de jonge Brooke zag er zoo ferm en verstandig en vriendelijk
+uit, dat de meisjes hem onmiddellijk &#8220;mijnheer Edelhart&#8221;<a id="d0e4098src" href="#d0e4098" class="noteref">1</a> doopten.
+
+</p>
+<p>&#8220;Vaarwel, lievelingen! God zegene en behoede ons allen!&#8221; fluisterde mevrouw March, terwijl ze het eene dierbare gezichtje
+na het andere kuste, en zoo spoedig mogelijk in het rijtuig stapte.
+
+</p>
+<p>Terwijl ze wegreed, kwam de zon van achter de wolken te voorschijn, en toen zij nog eens omkeek, zag ze haar heldere stralen,
+als een goed voorteeken, rusten op het groepje bij het hek. De meisjes merkten het ook op en glimlachten en wuifden, en het
+laatste wat mevrouw March bij het omslaan van den hoek zag, waren de vier blijmoedige gezichtjes, en daarachter, als een soort
+van lijfwacht, de oude heer Laurence, de trouwe Hanna en de hartelijke Laurie.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat is iedereen vriendelijk voor ons,&#8221; zei ze, zich tot den jongen man wendend, op wiens gezicht ze een nieuw bewijs van
+haar woorden vond, door het innig medegevoel dat er uit sprak.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik zou niet weten hoe iemand dat kon laten,&#8221; antwoordde Brooke en lachte zoo aanstekelijk, dat mevrouw March een glimlach
+niet bedwingen kon; en zoo begon de reis onder de goede voorteekenen van zonneschijn en opwekkende woorden.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik heb een gevoel of er een aardbeving geweest is,&#8221; zei Jo, toen de buren naar huis waren gegaan om te ontbijten, en de meisjes
+wat gingen rusten en zich verfrisschen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Het is net of het huis uitgestorven is,&#8221; voegde Meta er somber bij.
+
+</p>
+<p>Bets opende den mond om ook iets te zeggen, maar kon slechts wijzen naar den stapel net gemaasde kousen, die op Moeders tafel
+lag, als een bewijs hoe ze nog in de laatste oogenblikken aan hen had gedacht en voor hen gewerkt had. Het was maar een kleinigheid,
+maar het trof de meisjes in het diepst van haar ziel, en in spijt van al hun moedige voornemens, barstten ze allen in snikken
+uit.
+
+</p>
+<p>Hanna was zoo verstandig ze maar eerst te laten uitschreien; <span class="pageno">
+[149]
+</span>en toen de bui scheen op te klaren, kwam ze te hulp, gewapend met een koffiekan.
+
+</p>
+<p>&#8220;Nu, lieve kinders, bedenkt nu eens wat uw ma gezeid heeft van niet te treuren; kom, laten we allemaal een kopje troost drinken
+en dan aan &#8217;t werk gaan, en een eer zijn voor de familie.&#8221;
+
+</p>
+<p>Koffie was een tractatie, en Hanna toonde veel tact, door ze dien morgen te zetten. Niemand kon haar aanmoedigende knikje
+of den welriekenden geur uit de tuit van de koffiekan weerstand bieden. Ze schoven aan tafel, verwisselden hun zakdoeken voor
+servetten, en waren binnen tien minuten allen weer op streek.
+
+</p>
+<p>&#8220;Hopen en werken,&#8221; dat is een mooi motto voor ons; laten w&#8217; eens zien, wie dat het best onthoudt. Ik zal als naar gewoonte
+naar Tante March gaan; maar o, wat z&aacute;l ze zeuren!&#8221; zei Jo, die met vernieuwden moed van haar kopje zat te genieten.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik zal naar mijn geliefde Kings trekken, hoewel ik veel liever thuis zou blijven, om hier allerlei kleinigheden te doen,&#8221;
+zuchtte Meta, wenschende dat ze haar oogen niet zoo rood geschreid had.
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat is niet noodig; Bets en ik kunnen heel goed huishouden,&#8221; zei Amy, met een gewichtig air.
+
+</p>
+<p>&#8220;Hanna zal ons wel zeggen wat we doen moeten; en we zullen zorgen, dat alles netjes in orde is, tegen dat jullie thuis komt,&#8221;
+voegde Bets er bij, terwijl ze zonder uitstel theedoek en afwaschbakje kreeg.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik vind verdriet eigenlijk wel interessant,&#8221; zei Amy, die met een peinzend gezicht een hapje suiker nam.
+
+</p>
+<p>De meisjes <i>moesten</i> lachen, of ze wilden of niet, en dat deed hun goed, hoewel Meta het hoofd schudde tegen de jonge dame, die troost kon vinden
+in den suikerpot.
+
+</p>
+<p>Een blik op de puddingtrommeltjes maakte Jo weer ernstig, en toen het tweetal aan den dagelijkschen arbeid trok, keken zij
+treurig om naar het raam, waarvoor ze altijd gewoon waren Moeder te zien. Helaas, ze was verdwenen; maar Bets had gedacht
+aan de oude, gezellige gewoonte, en stond te knikken, te knikken&#8212;als een rooskleurig Mandarijntje.
+
+</p>
+<p>&#8220;Net iets voor mijn Bets!&#8221; zei Jo, met een dankbaar gezicht haar hoed zwaaiende. &#8220;Adieu, Meet; ik hoop, dat de Kings vandaag
+niet zullen drenzen. Tob niet over Vader, beste,&#8221; voegde ze er bij, terwijl ze scheidden.
+
+</p>
+<p>&#8220;En ik hoop, dat Tante Mach niet zal preeken. Je haar staat je erg jongensachtig, maar wel netjes,&#8221; zei Meta, die haar best
+moest doen niet te lachen om het krullebolletje, dat zoo grappig klein scheen op haar lange zuster.
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat is mijn eenige troost,&#8221; zei Jo, aanslaande &agrave; la Laurie, met een gevoel, als een geschoren schaap op een winterdag.
+
+</p>
+<p>De eerstvolgende tijding van den zieke luidde gelukkig geruststellend; want hoewel hij gevaarlijk ziek was, had de tegenwoordigheid
+van de beste en teederste verzorgster hem reeds veel goed <span class="pageno">
+[150]
+</span>gedaan. Mijnheer Brooke zond elken dag een bulletin, dat met den dag hoopvoller werd, en als hoofd des huisgezins stond Meta
+er op, de berichten te mogen voorlezen. In het eerst verlangden allen om het hardst te schrijven, en volgepropte enveloppes
+werden zorgvuldig in de bus gestoken door een van de zusjes, die zich zeer gewichtig voelden door die Washingtonsche correspondentie.
+De pakketten bevatten soms karakteristieke brieven van de heele familie; zoo schreef Meta:
+
+
+</p>
+<div class="blockquote">
+<p class="div1"></p>
+<p>Liefste Moeder.
+
+
+</p>
+<p>Ik kan u onmogelijk zeggen, hoe blij we met uw laatsten brief waren, want het was zulk goed nieuws, dat we er om moesten lachen
+en schreien tegelijk. Wat is mijnheer Brooke vriendelijk, en wat een geluk, dat de zaken van mijnheer Laurence hem zoolang
+in Washington houden, daar hij u en Vader van zooveel dienst is. &#8220;De kleintjes&#8221; zijn erg lief. Jo helpt mij met naaien en
+staat er op, alle moeilijke dingen te doen. Ik zou bang zijn, dat ze zich overwerkte, als ik niet wist, dat haar &#8220;ijverige
+bui&#8221; wel niet lang zal duren. Bets is met al haar bezigheden zoo geregeld als de klok, en vergeet nooit wat u haar gezegd
+hebt. Ze treurt erg om Vader, en kijkt altijd ernstig, behalve wanneer ze voor haar piano zit. Amy is heel gehoorzaam, en
+ik zorg goed voor haar. Ze maakt zelf haar haar op, en ik leer haar knoopsgaten maken en kousen mazen. Zij doet aandoenlijk
+haar best, en ik denk, dat u blij zult zijn over haar vorderingen, wanneer u terugkomt. Mijnheer Laurence houdt de wacht over
+ons als een oude klokhen, zegt Jo, en Laurie is heel vriendelijk en behulpzaam. Hij en Jo houden ons vroolijk, want nu en
+dan zijn we erg triest en voelen we ons net weezen, nu u en Vader zoo ver weg zijt. Hanna is een ware heilige; ze bromt nooit
+en noemt mij &#8220;juffrouw Margaretha,&#8221; heel gepast, vindt u niet? en ze behandelt me met grappigen eerbied. We zijn allen best
+in orde en druk aan &#8217;t werk, maar we verlangen dag en nacht naar uw terugkomst. Kus Vader zoo hartelijk mogelijk van
+
+
+</p>
+<p>Uw eigen Meta.
+
+</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Deze brief, netjes op geparfumeerd papier geschreven, vormde een groot contrast met den volgenden, die op een groot vel mailpapier
+was gekrabbeld, en versierd met vlekken en allerlei soort van krullen en langstaartige letters.
+
+
+</p>
+<div class="blockquote">
+<p class="div1"></p>
+<p>Mijn engelachtig Moedertje,
+
+
+</p>
+<p>Driemaal hoera voor dien goeden, ouden Vader. Brooke is een juweel, ons zoo dadelijk te telegrafeeren en ons de eerste minuut
+de beste dat hij beter werd, dit te laten weten. Ik vloog naar den zolder toen de brief kwam en trachtte God te danken, dat
+Hij zoo goed voor ons was; maar ik kon alleen maar schreien en zeggen: &#8220;Wat ben ik blij! Wat ben ik blij!&#8221; &#8217;t Was evengoed
+als een gebed, <span class="pageno">
+[151]
+</span>is &#8217;t niet, want er waren er wel honderd in mijn hart. Wij hebben zoo&#8217;n grappig leventje: iedereen is even wanhopig goed;
+&#8217;t is of we in een nest van tortelduiven leven. U zoudt lachen als u Meta aan &#8217;t hoofd van de tafel zag zitten en haar best
+doen om moederlijk te zijn. Ze wordt met den dag mooier, en soms ben ik een beetje verliefd op haar. De &#8220;kleintjes&#8221; zijn ware
+aartsengelen, en ik&#8212;ik ben Jo, en zal wel nooit iets anders zijn. O, ik moet u nog vertellen, dat ik bijna ruzie met Laurie
+gehad heb. Ik zei hem mijn opinie over een kleinigheid, en hij was beleedigd. <i>Ik</i> had gelijk, maar ik pakte het niet goed aan en hij ging naar huis en zei, dat hij niet terugkwam, voor ik hem vergeving gevraagd
+had. Nu, daar bedankte ik voor en ik was woedend. Het duurde den heelen dag; ik voelde mij doodongelukkig en verlangde erg
+naar u. Laurie en ik zijn beiden zoo trotsch, en vergeving vragen is zoo moeielijk; maar ik dacht dat hij wel komen zou, want
+ik <i>had</i> gelijk. Maar hij kwam niet, en juist &#8217;s avonds herinnerde ik mij wat u gezegd had, toen Amy in &#8217;t water viel. Ik las in mijn
+boekje, bedaarde, besloot &#8220;de zon niet over mijn toorn te doen ondergaan,&#8221; en ging naar Laurie om hem te zeggen, dat het mij
+speet. Bij het hek kwam ik hem tegen; hij kwam met hetzelfde doel. U begrijpt hoe wij lachten, we vroegen elkaar excuus en
+nu is het zaakje weer gezond.
+
+
+</p>
+<p>Gisteren maakte ik een &#8220;v&egrave;rs,&#8221; terwijl ik met Hanna de wasch deed; en daar Vader nogal van mijn krabbelarijen houdt, sluit
+ik het in om hem te amuseeren. Geef hem de hartelijkst mogelijke omhelzing, en kus uzelf twaalf maal voor uw
+
+
+</p>
+<p>Robbedoes Jo.
+
+</p>
+</div><p>
+
+
+
+</p>
+<p class="beforeline"></p>
+<h3 class="lghead">Zeepsop-lied.</h3>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">O, zeepzop! te midden van &#8217;t spattende schuim,
+</span></p>
+<p class="line" style="text-indent: 2em; "><span class="poetryline">Steeg&#8217; vroolijk mijn lied naar omhoog.
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">Ik waschte met ijver, ik klopte en ik wrong,
+</span></p>
+<p class="line" style="text-indent: 2em; "><span class="poetryline">Schoon &#8217;t nat ook om d&#8217; ooren mij vloog,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">Nu hang ik de kleeren gauw op in den wind,
+</span></p>
+<p class="line" style="text-indent: 2em; "><span class="poetryline">Die maakt, met de zon, ze weer droog.</span></p>
+<p class="afterline"></p>
+<p class="beforeline"></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">Och, zeepsop! konden w&#8217;ons hart, zoo bevlekt,
+</span></p>
+<p class="line" style="text-indent: 2em; "><span class="poetryline">Ook duchtig eens doen in de wasch,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">Dat water en licht met hun toovrende macht
+</span></p>
+<p class="line" style="text-indent: 2em; "><span class="poetryline">Zoo zuiver ons maakten als glas,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">Dan had hier op aarde voorzeker steeds plaats
+</span></p>
+<p class="line" style="text-indent: 2em; "><span class="poetryline">Het heerlijkste schoonmaakgeplas.</span></p>
+<p class="afterline"></p>
+<p class="beforeline"></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">Langs &#8217;t pad van een flink en een nuttig bestaan
+</span></p>
+<p class="line" style="text-indent: 2em; "><span class="poetryline">Bloeit vrede toch immers altijd,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">Een ijverig mensch heeft wel anders te doen
+</span></p>
+<p class="line" style="text-indent: 2em; "><span class="poetryline">Dan denken aan smart of aan spijt.
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">En zorgen worden gemakkelijk verjaagd
+</span></p>
+<p class="line" style="text-indent: 2em; "><span class="poetryline">Door hem, die schrobt op zijn tijd.</span></p>
+<p class="afterline"></p><span class="pageno">
+[152]
+</span><p class="beforeline"></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">&#8217;k Ben blij, dat iederen volgenden dag
+</span></p>
+<p class="line" style="text-indent: 2em; "><span class="poetryline">Een taak voor mij weg is gelegd;
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">Ze maakt me gezond en moedig en sterk;
+</span></p>
+<p class="line" style="text-indent: 2em; "><span class="poetryline">Zoodat mijn geweten mij zegt:
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">&#8220;O hoofd, mijner vrij, o hart gevoel voort,
+</span></p>
+<p class="line" style="text-indent: 2em; "><span class="poetryline">Maar, hand, breng gij alles terecht!&#8221;</span></p>
+<p class="afterline"></p>
+<div class="blockquote">
+<p class="div1"></p>
+<p>Lieve Moeder,
+
+
+</p>
+<p>Er is voor mij alleen nog maar een plaats om u even goeien dag te zeggen en u een paar gedroogde viooltjes te sturen, van
+het plantje, dat ik zoo zorgvuldig in huis heb gehouden, om ze aan Vader te laten zien. Ik lees elken morgen, doe den heelen
+dag mijn best om goed te zijn, en zing mezelf in slaap met Vaders lied. Ik kan nu niet zingen: &#8220;Heerlijk land,&#8221; want dan moet
+ik schreien. Iedereen is heel vriendelijk, en we zijn zoo gelukkig als we zonder u kunnen zijn. Amy moet de rest van het blaadje
+hebben, dus eindig ik. Ik heb niet vergeten de ornamenten toe te dekken en elken dag wind ik de klok op en lucht ik uw kamers.
+
+
+</p>
+<p>Kus Vader op de wang, die hij de mijne noemt. O, kom toch gauw terug bij
+
+
+</p>
+<p>Uw liefhebbende <br>kleine Bets.
+
+</p>
+</div>
+<div class="blockquote">
+<p class="div1"></p>
+<p>&#8220;Lieve Mama,
+
+
+</p>
+<p>&#8220;Wij zijn allemaal gezond, ik leer altijd mijn les en streef nooit de meisjes tegen, Meta zegt, dat ik bedoel, spreek tegen,
+daarom zet ik nu maar de beide woorden, dan kunt u het geschiktste kiezen. Meta is heel lief voor me, ze geeft mij altijd
+jelei bij de thee, het is zoo goed voor me, zegt Jo, omdat het mij zoo zoet maakt. Laurie is niet zoo beleefd voor me als
+hij moest, nu ik bijna dertien ben, hij noemt mij kuiken en kwetst mijn gevoel, door heel gauw Fransch tegen me te gaan praten
+wanneer ik net als Hattie King merci of bonjour zeg. De mouwen van mijn blauwe jurk waren heelemaal versleten, en Meta heeft
+er nieuwe ingezet, maar de ruimte zit niet op de goeie plaats en zij zijn blauwer dan de jurk. Het speet me erg, maar ik heb
+niet gepruttelt; ik doe mijn best mijn moeilijkheden goed te dragen, maar ik wou wel graag dat Hanna meer stijfsel in mijn
+boezelaars deed en elke dag kadetjes van de bakker nam. Mag dat niet? Heb ik dat vraagteeken niet netjes gezet? Meta zegt
+dat mijn spelling en mijn punktuaatsie schandelijk zijn en dat spijt me erg, maar, ik heb ook zoo vreeselijk veel te doen
+dat ik daar niet op letten kan.
+
+
+</p>
+<p>Adieu, ik zend een heeleboel kussen aan Papa.
+
+
+</p>
+<p>Uw liefhebbende dochter,
+<br>Amy Curtis March.
+
+</p>
+</div><span class="pageno">
+[153]
+</span><div class="blockquote">
+<p class="div1"></p>
+<p>&#8220;Lieve mevrouw March!&#8221;
+
+
+</p>
+<p>Ik neem de pen op om u te zeggen alsdat wij allen gezont zijn. De Meisjes passe goed op en vliege heel ijverig door het huis.
+Juffrouw Meta zal een beste huishoudster wordt, ze hout van dat soort werk en heef van de dinge erg gou de slag weg. Jo doet
+van allemaal nog het meest haar best, maar ze denkt nooit van te vore en je ken nooit wete, waarmee ze voor den dag zal komme.
+Maandag heb ze een tobbe met goed gewasse, maar ze stijfde het Goed voordat het gevronge was, en haalde een rozee katoene
+Kleedje zoo blauw door dat ik dach alsdat ik een stuip kreeg van &#8217;t lache. Bets is een lief schepseltje en een groot gemak
+voor me omdat ze zoo handig en vertrouwt is. Zij perbeert alles te leere en komt beter voor den Dag dan men van der jare verwachte
+zouw; alsook in het opschrijve van alles dat ze met mijn hulp verwonderlijk goed doet. We zijn tot noch toe heel zuinig gewees,
+ik geef de meisjes geen koffie als eens in de week, zooals u graag heef en kook eenvoudig gezond eeten. Amy pruttelt noch
+al niet ook niet om lekkers en om der beste Kleeren an te hebbe. Jongeneer Laurie is zoo vol grappen als altoos en zet gedurig
+het huis op stelte, maar hij geeft de meisjes een verzetje en daarom laat ik hun der gang maar gaan. De ouwe heer stuurt van
+alles en is wel wat bemoeierig maar hij meent het goed en het past mij niet er ies van te zegge. Men brood moet in den oven
+dus moet ik afbreke. Mijn onderdanige groetenis aan Meheer en alsdat ik hoop dat hij geen las meer van zen Longe zal hebbe.
+Zoo noem ik mij
+
+
+</p>
+<p>U onderdanige <br>Hanna Mullet.
+
+</p>
+</div>
+<div class="blockquote">
+<p class="div1"></p>
+<p>Aan de Hoofdverpleegster van Zaal II.
+
+
+</p>
+<p>Alles wel op de Rappahannock: de troepen in den besten welstand, buitenlandsche posterij geregeld, de Hoofdwacht, onder aanvoering
+van Kolonel Teddy, altijd onder de wapenen; de Opperbevelhebber, Generaal Laurence, houdt dagelijks inspectie, de kwartiermeester
+Mullet zorgt voor de victuali&euml;n en Majoor Lion houdt des nachts de wacht. Een salvo van vierentwintig kanonnen begroette het
+goede nieuws uit Washington en in het hoofdkwartier werd groot-tenue-parade gehouden. De Opperbevelhebber wenscht u alles
+goeds, evenals
+
+
+</p>
+<p>Kolonel Teddy.
+
+</p>
+</div>
+<div class="blockquote">
+<p class="div1"></p>
+<p>Hooggeachte Mevrouw,
+
+
+</p>
+<p>De meisjes zijn allen wel; dagelijks krijg ik berichten van hen door Bets en mijn jongen; Hanna is eene voorbeeldige dienstbode
+en bewaakt de lieve Meta als een Cerberus. Het verheugt mij, <span class="pageno">
+[154]
+</span>dat het gunstige weer aanhoudt; laat Brooke u zooveel mogelijk van dienst zijn en trek gerust een wissel op mij, wanneer de
+kosten uwe berekening mochten overtreffen. Laat het uw echtgenoot aan niets ontbreken; Goddank, dat hij beter wordt.
+
+
+</p>
+<p>Uw oprechte vriend en dienaar,
+<br>James Laurence.
+
+</p>
+</div>
+<p></p>
+<hr class="noteseparator">
+<div class="notetext">
+<p class="notetext"><a id="d0e4098" href="#d0e4098src" class="noteref">1</a> Weer een der personen uit <i>The Pilgrim&#8217;s Progress</i>.
+</p>
+</div>
+<p class="div1"><a id="d0e4307"></a></p>
+<h1 class="label">Hoofdstuk XVII.</h1>
+<h1>Kleine Getrouwen.</h1>
+<p>Een heele week lang was iedereen zoo deugdzaam in het oude huis, dat men de geheele buurt tot voorbeeld zou hebben kunnen
+strekken. &#8217;t Was werkelijk bijzonder, want iedereen verkeerde in een bovenaardsch goede stemming, en zelfverloochening was
+aan de orde van den dag.
+
+</p>
+<p>Toen de meisjes evenwel ontheven waren van de eerste ongerustheid, verslapten ze merkbaar in hun lofwaardige pogingen en begonnen
+ze weer in hun oude gewoonten te vervallen. Ze vergaten hun motto wel niet, maar &#8217;t hopen en werken scheen gemakkelijker opgenomen
+te kunnen worden; en na de geweldige inspanning vonden ze dat &#8220;IJver&#8221; wel een vacantiedag verdiend had en gaven ze er hem
+meer dan een.
+
+</p>
+<p>Jo vatte zware kou, doordat ze vergat haar geschoren hoofd te bedekken, en kreeg bevel thuis te blijven, tot zij beter was,
+want tante March hield er niet van voorgelezen te worden door menschen met verkoudheden in &#8217;t hoofd. Dit was zeer naar Jo&#8217;s
+zin, en na een nauwkeurige doorsnuffeling van zolder en kelder, bepaalde ze zich tot de canap&eacute;, waar zij haar kwaal met boeken
+en arsenicum trachtte te genezen. Amy kwam tot de ontdekking, dat huiselijke arbeid en kunst niet te vereenigen waren, en
+keerde tot haar modderpasteitjes terug. Meta ging dagelijks naar haar Kings, en naaide thuis, of meende althans, dat ze dit
+deed; maar veel tijd werd doorgebracht met lange brieven aan haar moeder te schrijven en de bulletins uit Washington te lezen
+en te herlezen. Bets bleef standvastig en verviel slechts zelden, en dan maar voor korten tijd, tot niets doen en treuren.
+Elken dag werden de kleine plichten trouw volbracht, behalve nog allerlei dingen, die de zusters hadden moeten doen, maar
+ze waren vergeetachtig, en het huis leek veel op een klok, waaruit de slinger is weggenomen. Wanneer haar hartje bezwaard
+was door verlangen naar Moeder, of bezorgdheid omtrent Vader, ging Bets naar een zekere kast, verborg haar gezicht in zekere
+dierbare, oude japon, uitte daar in stilte haar <span class="pageno">
+[155]
+</span>klacht en bad haar gebedje. Niemand wist waardoor zij na een treurige bui weer opgevroolijkt werd, maar ieder gevoelde hoe
+lief en hulpvaardig Bets was, en onwillekeurig gingen allen tot haar om troost of raad in hun kleine aangelegenheden.
+
+</p>
+<p>Geen der zusjes dacht er aan, dat deze periode een toetssteen voor hun karakter zou zijn, en toen de eerste spanning voorbij
+was, meenden ze allemaal, dat ze zich flink gehouden en lof verdiend hadden. Dien verdienden ze ook zoo; maar hun fout was,
+dat ze niet voortgingen met hun best te doen, &#8217;t geen ze tot hun schade en berouw ondervonden.
+
+</p>
+<p>&#8220;Meta, ik wou, dat je eens naar de Hummels ging; Moeder heeft gezegd, dat wij ze niet moesten vergeten,&#8221; zei Bets, tien dagen
+na het vertrek van mevrouw March.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik ben te moe om vandaag te gaan,&#8221; zei Meta, die gemakkelijk in een schommelstoel zat te naaien.
+
+</p>
+<p>&#8220;Kun jij het dan niet doen, Jo?&#8221; vroeg Bets.
+
+</p>
+<p>&#8220;Het is te winderig voor mij, met mijn verkoudheid.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik dacht, dat die zoo goed als beter was?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;In zoover wel dat ik met Laurie kan uitgaan, maar niet genoeg om naar de Hummels te gaan,&#8221; zei Jo lachend, maar toch wat
+beschaamd over haar inconsequentie.
+
+</p>
+<p>&#8220;Waarom ga je zelf niet?&#8221; vroeg Meta.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik ben er al elken dag heen geweest, maar het kleinste kindje is ziek, en ik weet niet, wat ik er doen moet. Vrouw Hummel
+gaat uit werken en Lotje moet er op passen; maar het wordt al erger en erger, en ik vind, dat jullie of Hanna eens moesten
+gaan.&#8221;
+
+</p>
+<p>Bets sprak ernstig en Meta beloofde, dat zij den volgenden dag gaan zou.
+
+</p>
+<p>&#8220;Vraag Hanna om iets lekkers en breng het even, Bets; de lucht zal je goed doen,&#8221; zei Jo, terwijl ze er verontschuldigend
+bijvoegde: &#8220;Ik zou wel gaan, maar ik wou zoo graag mijn verhaal afmaken.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik heb zoo&#8217;n hoofdpijn, en ben zoo moe; daarom vroeg ik of een van jullie wilde gaan,&#8221; zei Bets.
+
+</p>
+<p>&#8220;Amy zal wel dadelijk thuiskomen en er even voor ons heenloopen,&#8221; zei Meta.
+
+</p>
+<p>&#8220;Nu, dan zal ik een poosje gaan rusten en op haar wachten.&#8221;
+
+</p>
+<p>Bets ging op de canap&eacute; liggen, de anderen hervatten hun werk en de Hummels werden vergeten. Een uur verliep, Amy kwam niet;
+Meta ging naar haar kamer om een nieuwe japon te passen, Jo was verdiept in haar verhaal en Hanna zat gerust voor het keukenvuur
+te dutten, toen Bets stil haar hoed opzette, een mandje met allerlei overblijfseltjes vulde voor de kinderen en met een pijnlijk
+hoofd en een droevige uitdrukking in haar geduldige oogen in de vinnige kou uitging. Het was reeds laat toen zij terugkwam,
+en niemand zag haar naar boven sluipen en in de kamer van haar moeder verdwijnen. Een half uur later ging Jo naar boven om
+&#8217;t een of ander uit &#8220;moeders kast&#8221; te halen, en daar vond ze Bets, <span class="pageno">
+[156]
+</span>gezeten op de medicijnkist met een heel ernstig gezicht, beschreide oogen en een fleschje met kamfer in de hand.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat is er te doen?&#8221; riep Jo, toen Bets een hand uitstak, als wilde ze haar afweren, en gejaagd vroeg:
+
+</p>
+<p>&#8220;Jij hebt het roodvonk gehad, is &#8217;t niet?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Jaren geleden, toen Meta het had. Waarom?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dan zal ik het vertellen&#8212;o, Jo, het kindje is dood!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Welk kindje?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Van vrouw Hummel; het stierf op mijn schoot, voordat ze thuiskwam,&#8221; snikte Bets.
+
+</p>
+<p>&#8220;Mijn arm kind, wat vreeselijk voor je! Was <i>ik</i> maar gegaan,&#8221; zei Jo met een berouwvol gezicht, terwijl ze Bets op haar schoot trok in den grooten stoel van haar moeder.
+
+</p>
+<p>&#8220;Het was niet vreeselijk, Jo, alleen maar zoo treurig. Ik zag dadelijk dat het erger was, maar Lotje zei dat haar moeder den
+dokter was gaan halen, dus nam ik het kind, om Lotje wat te laten rusten. &#8217;t Leek net of het sliep, maar op eens gaf het een
+schreeuw, en beefde, en bleef toen heel stil liggen. Ik deed mijn best de kleine, koude voetjes te warmen, en Lotje gaf het
+wat melk, maar het bewoog zich niet, en toen zag ik dat het dood was.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Schrei niet zoo, lieveling; wat heb je toen verder gedaan?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik bleef maar stil zitten en hield het voorzichtig vast, tot vrouw Hummel thuis kwam met den dokter. Hij zei, dat het dood
+was en keek naar Heinrich en Mina, die keelpijn hadden.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Roodvonk, vrouwtje; je hadt me eerder moeten roepen,&#8221; zei hij knorrig. Vrouw Hummel vertelde hem toen, dat ze arm was en
+dat ze daarom zelf haar best gedaan had om het kindje te genezen; maar nu was het te laat, en ze kon hem slechts smeeken voor
+de anderen te zorgen, en hoopte, dat liefdadige menschen haar in staat zouden stellen hem te betalen. Toen glimlachte hij
+en werd wat vriendelijker, maar het was zoo treurig, en ik schreide met hen mee, tot de dokter zich op eens omkeerde en zei,
+dat ik dadelijk naar huis moest gaan en belladonna innemen, want dat ik anders ook het roodvonk zou krijgen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;O, neen, dat zul je niet!&#8221; riep Jo, haar met een verschrikt gezicht vast in de armen sluitende. &#8220;O, Bets, als jij ziek wordt,
+kan ik het me zelf nooit vergeven! Wat zullen we doen?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Wees maar niet zoo angstig, ik denk, dat ik het niet erg zal hebben; ik keek eens in Moeders boek en daar stond, dat het
+begint met hoofdpijn, keelpijn en zoo&#8217;n wonderlijk gevoel als ik heb; dus toen heb ik wat belladonna genomen, en nu voel ik
+me al wat beter,&#8221; zei Bets, terwijl zij haar ijskoude handen tegen haar brandend voorhoofd drukte en haar best deed om er
+gewoon uit te zien.
+
+</p>
+<p>&#8220;Was Moeder maar thuis!&#8221; riep Jo uit, terwijl ze naar het boek greep en gevoelde, dat Washington ontzettend ver weg was. Ze
+las een bladzijde, keek Bets eens aan, voelde haar hoofd, tuurde in haar keel en zei toen ernstig: &#8220;Je bent meer dan een week
+lang <span class="pageno">
+[157]
+</span>elken dag bij het kind geweest en bij de anderen, die op het punt staan het ook te krijgen; ik ben dus wel bang, dat jij ook
+besmet zult zijn, Bets. Ik zal Hanna roepen; die weet alles van ziekte af.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Laat Amy vooral niet hier komen, ze heeft het nooit gehad en ik zou niet willen, dat ze het van mij kreeg. Kunnen jij en
+Meta het niet n&oacute;g eens krijgen?&#8221; vroeg Bets angstig.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik denk het niet en ik geef er ook niets om; &#8217;t zou juist zijn wat ik verdiende, zelfzuchtig schepsel dat ik ben, met jou
+te laten gaan en zelf thuis te blijven om nonsens te schrijven,&#8221; mompelde Jo, terwijl ze Hanna ging raadplegen.
+
+</p>
+<p>Die goede ziel was in een oogenblik klaar wakker en dadelijk gereed tot hulp en goeden raad; ze verzekerde Jo, dat er geen
+reden tot ongerustheid was; iedereen kreeg het roodvonk, en als het maar goed behandeld werd, stierf niemand er aan; hetgeen
+Jo alles als een evangelie aannam, zoodat ze, aanmerkelijk gerustgesteld, Meta ging roepen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Nu zal ik u eens zeggen wat we zullen doen,&#8221; zei Hanna, nadat ze Bets had bekeken en ondervraagd: &#8220;we zullen dokter Bangs
+laten halen, om eens even naar je te zien, liefje, en om te zorgen, dat we het niet verkeerd aanleggen; dan zullen wij Amy
+voor een poosje naar tante March sturen, om haar buiten de besmetting te houden, en moet een van de groote meisjes een paar
+dagen thuis blijven om Bets gezelschap te houden.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8221;<i>Ik</i> zal natuurlijk thuis blijven, ik ben de oudste,&#8221; begon Meta, met een bezorgd en berouwvol gezicht.
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen, <i>ik</i>, want het is mijn schuld, dat ze ziek is, ik zei tegen Moeder, dat ik de boodschappen zou doen, en ik heb het niet gedaan,&#8221;
+zei Jo beslist.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wie wil je hebben, Bets? er is er maar &eacute;&eacute;n noodig,&#8221; vroeg Hanna.
+
+</p>
+<p>&#8220;Liefst Jo,&#8221; en Bets leunde haar hoofd tegen haar zuster aan met zulk een tevreden blik, dat dit punt op eens beslist was.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik zal het Amy gaan vertellen,&#8221; zei Meta, wel wat gegriefd, maar over &#8217;t geheel verlicht, want zij hield niet van ziekenoppassen
+en Jo wel.
+
+</p>
+<p>Amy kwam in openlijken opstand en verklaarde hartstochtelijk, dat ze liever het roodvonk wou krijgen, dan naar tante March
+gaan. Meta redeneerde, smeekte en beval; alles vergeefs, Amy hield vol, dat ze <i>niet</i> ging en Meta verliet haar in wanhoop om met Hanna te beraadslagen wat er gedaan moest worden. Voor zij terugkwam, trad Laurie
+de kamer binnen en vond Amy snikkende, met het hoofd in de canap&eacute;kussens verborgen. In de hoop, troost te vinden, vertelde
+ze de reden van haar droefheid, maar Laurie stak de handen in den zak en wandelde met gefronste wenkbrauwen en zacht fluitend
+de kamer op en neer. Eindelijk kwam hij naast haar zitten en begon op zijn meest overredenden toon: &#8220;Kom, wees nu verstandig
+en doe wat ze zeggen. Neen, schrei niet, maar hoor eens <span class="pageno">
+[158]
+</span>wat een mooi plannetje ik gemaakt heb. Jij gaat naar tante March, en ik kom je elken dag halen om te wandelen of te rijden,
+en we zullen een hoop plezier samen hebben. Is dat niet beter, dan hier te zitten pruilen?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik wil niet weggestuurd worden, alsof ik in den weg loop,&#8221; snikte Amy op beleedigden toon.
+
+</p>
+<p>&#8220;Maar mijn lieve kind, het is om je gezond te houden. Je verlangt toch niet ziek te worden, is &#8217;t wel?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen, natuurlijk niet; maar ik zal het t&oacute;ch wel worden, want ik ben den heelen tijd bij Bets geweest.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat is juist de reden, waarom je dadelijk weg moet, dan blijf je misschien nog vrij. Verandering van lucht en voorzichtigheid
+zullen je, denk ik, wel vrijwaren, of in alle gevallen je het roodvonk in minderen graad doen krijgen. Ik raad je, maar zoo
+gauw mogelijk heen te gaan, want roodvonk is geen gekheid, juffertje.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Maar het is zoo vervelend bij tante March; ze is zoo knorrig,&#8221; zei Amy wel wat verschrikt.
+
+</p>
+<p>&#8220;Het zal niet zoo vervelend zijn, als ik elken dag eens in kom loopen om je te vertellen, hoe het met Bets is en om je te
+komen halen, om met mij uit te gaan. Ik sta nogal in een goed blaadje bij de oude dame, en ik zal zoo beleefd mogelijk tegen
+haar zijn; dan zullen we haar wel verteederen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Zul je me met het hittenwagentje en Puck komen halen?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Op mijn woord van eer.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Vast elken dag?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat zul je eens zien.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;En mij dadelijk terug halen, als Bets beter is?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Op de minuut af.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;En met mij naar de comedie gaan?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Naar twaalf comedies, als we maar mogen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Nou&#8212;dan&#8212;denk ik&#8212;dat ik maar gaan zal,&#8221; zei Amy langzaam.
+
+</p>
+<p>&#8220;Mooi zoo! Ga nu Meta maar eens opsnorren en haar vertellen, dat je je hoofd gebogen hebt,&#8221; zei Laurie, met een goedkeurend
+tikje, wat Amy nog meer ergerde, dan dat &#8220;het hoofd buigen.&#8221;
+
+</p>
+<p>Meta en Jo kwamen naar beneden loopen om het wonder, dat had plaats gegrepen, te aanschouwen, en Amy, die zichzelf nu heel
+interessant en zelfopofferend begon te vinden, beloofde te zullen gaan, wanneer de dokter dacht, dat Bets ziek zou worden.
+
+</p>
+<p>&#8220;Hoe is &#8217;t met onze Bets?&#8221; vroeg Laurie, want Betsy was zijn bijzondere lieveling, en hij was veel ongeruster over haar dan
+hij wilde toonen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ze ligt nu een poosje op Moeders bed en voelt zich wat beter. De dood van dat kindje heeft haar erg getroffen, maar verder
+geloof ik dat het gevatte kou is. Hanna <i>zegt</i> ook dat zij het denkt, maar ze kijkt ongerust, en dat maakt me zenuwachtig,&#8221; antwoordde Meta.
+<span class="pageno">
+[159]
+</span></p>
+<p>&#8220;Wat is de wereld toch een jammerdal,&#8221; zuchtte Jo, met een wanhopig gebaar haar kuif opstrijkend. &#8220;Pas zijn we de eene zorg
+te boven, of er is weer een andere in aantocht! En nu moeder weg is, is er zoo niets om je aan vast te houden; ik ben ten
+minste ten einde raad.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Nou, maak maar geen stekelvarken van je zelf, dat staat je niks. Strijk je lokken glad, Jo, en vertel m&#8217;eens, of ik ook aan
+je moeder zal telegrafeeren of iets anders doen?&#8221; vroeg Laurie, die zich nog niet had kunnen verzoenen met het verlies van
+de &#8220;eenige schoonheid&#8221; zijner vriendin.
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat is het juist wat me zenuwachtig maakt,&#8221; zei Meta. &#8220;Ik vind dat we het moeder moeten berichten, wanneer Bets wezenlijk
+ziek is, maar Hanna zegt, dat we het niet moeten doen, omdat Moeder Vader niet alleen kan laten en het haar maar ongerust
+zou maken. Bets zal wel niet lang ziek zijn en Hanna weet precies wat ze doen moet, en Moeder zei, dat we naar haar moesten
+luisteren; dus moeten we ons, dunkt mij, aan Hanna houden, hoewel ik het toch niet heel goed vind.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Hm, ja, ik weet het niet; vraag het eens aan Grootvader, als de dokter er geweest is.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja, dat is goed; Jo, ga jij dadelijk Bangs halen, want we kunnen over niets beslissen, voordat hij er geweest is,&#8221; commandeerde
+Meta.
+
+</p>
+<p>&#8220;Blijf waar je bent, Jo; ik ben de boodschaplooper van deze inrichting,&#8221; zei Laurie zijn pet grijpende.
+
+</p>
+<p>&#8220;Heb je &#8217;t niet te druk?&#8221; begon Meta.
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen, ik heb mijn werk voor vandaag af.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Werk je in de vacantie?&#8221; vroeg Jo.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik volg het goede voorbeeld van mijn buren,&#8221; was Laurie&#8217;s antwoord, toen hij de kamer uitstapte.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik heb de beste verwachtingen van mijn jongen,&#8221; zei Jo, hem met een goedkeurenden glimlach naziende, terwijl hij over de
+heining sprong.
+
+</p>
+<p>&#8220;O, ja, hij is nog al geschikt&#8212;voor een jongen,&#8221; was Meta&#8217;s eenigszins onvriendelijk antwoord, want het onderwerp interesseerde
+haar niet.
+
+</p>
+<p>Dokter Bangs kwam en verklaarde dat Bets kenteekenen van roodvonk vertoonde, maar hij hoopte dat ze het in lichten graad zou
+hebben, hoewel hij zeer ernstig keek bij het vernemen van de Hummel-geschiedenis. Amy werd dadelijk weggezonden met een dosis
+voorbehoedmiddelen; ze vertrok in alle statie, met Jo en Laurie tot geleide.
+
+</p>
+<p>Tante March ontving hen met haar gewone gastvrijheid.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat moet je nu hebben?&#8221; vroeg zij, grimmig over haar bril heenkijkende, terwijl de papegaai, die op de leuning van haar stoel
+zat, krijschte:
+
+</p>
+<p>&#8220;Ga weg; geen jongens hier!&#8221;
+
+</p>
+<p>Laurie ging voor het raam staan en Jo deed haar verhaal.
+<span class="pageno">
+[160]
+</span></p>
+<p>&#8220;Juist wat te verwachten was, wanneer je moeder jullie toestaat bij allerlei arme menschen in en uit te loopen. Amy kan blijven
+en zich hier nuttig maken, als ze niet ziek wordt; maar dat zal wel&#8212;zij ziet er nu al naar uit. Schrei niet, kind, ik word
+zenuwachtig, als ik menschen zoo hoor snuffen.&#8221;
+
+</p>
+<p>Amy <i>was</i> op het punt te gaan schreien, maar Laurie trok tersluiks den papegaai bij zijn staart, wat dit dier een verschrikten schreeuw
+ontlokte en hem op zoo&#8217;n dwazen toon &#8220;Genadige hemel!&#8221; deed roepen, dat ze in plaats daarvan begon te lachen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Welke tijding heb je van je moeder?&#8221; vroeg de oude dame snibbig.
+
+</p>
+<p>&#8220;Vader is veel beter,&#8221; antwoordde Jo, terwijl ze haar best deed een ernstig gezicht te zetten.
+
+</p>
+<p>&#8220;Zoo, waarlijk? Nu, dat zal niet lang duren, denk ik. March had nooit een sterk gestel,&#8221; was het opbeurend antwoord.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ha, ha, schep vreugd in &#8217;t leven! Een snuifje? Adieu! Adieu!&#8221; schreeuwde Polly, op zijn zitplaats rondspringend, en met zijn
+poot naar de muts van de oude dame slaande, toen Laurie hem achter haar rug kneep.
+
+</p>
+<p>&#8220;Houd je bek, oneerbiedig, oud dier! en Jo, jij deed beter dadelijk naar huis te gaan, in plaats van nog zoo laat rond te
+loopen met zoo&#8217;n dolleman van een jongen als....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Houd je bek, oneerbiedig, oud dier!&#8221; riep Polly met een sprong van den stoel aftuimelend, om den &#8220;dolleman van een jongen&#8221;
+na te zitten, die bij dit laatste gezegde schudde van het lachen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik denk, dat ik het niet zal <i>kunnen</i> uithouden, maar ik zal het probeeren,&#8221; dacht Amy, toen zij alleen bij tante March achtergelaten werd.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ga weg, spook!&#8221; krijschte Polly, en bij dat onvriendelijk gezegde kon Amy een zacht gesnuf niet onderdrukken.
+
+
+
+</p>
+<p class="div1"><a id="d0e4519"></a></p>
+<h1 class="label">Hoofdstuk XVIII.</h1>
+<h1>Donkere Dagen.</h1>
+<p>Bets kreeg het roodvonk, en was veel zieker dan iemand, behalve Hanna en de dokter, vermoedde. De meisjes hadden volstrekt
+geen verstand van zieken, en mijnheer Laurence mocht niet bij haar komen; dus richtte Hanna alles naar haar zin in, en dokter
+Bangs die een drukke praktijk had, deed wel alles wat hij kon, maar moest veel op de uitmuntende verpleegster laten aankomen.
+Meta bleef thuis, uit vrees de besmetting bij de Kings over te brengen, deed het huishouden en had een onrustig en schuldig
+gevoel, wanneer zij brieven schreef, waarin van Bets&#8217; ziekte geen melding werd gemaakt. <span class="pageno">
+[161]
+</span>Ze kon het maar niet goed vinden, dat ze haar moeder moest misleiden, maar Moeder had haar aanbevolen naar Hanna te luisteren,
+en Hanna wilde er niet van hooren, &#8220;dat alles aan Mevrouw verteld zou worden, en dat men haar met zulk een kleinigheid zou
+lastig vallen.&#8221; Jo wijdde zich dag en nacht aan Bets, en dit was geen zware taak, want Bets was uiterst geduldig en verdroeg
+haar leed zonder klagen, zoolang ze maar eenigszins kon. Maar er kwam een tijd, dat ze, bij verheffing van koorts, begon te
+spreken met een heesche en gebroken stem, en op de dekens te spelen, alsof het haar geliefde piano was, terwijl ze beproefde
+te zingen met een keel, zoo gezwollen, dat ze geen geluid kon uitbrengen; een tijd, waarop ze de welbekende gezichten rondom
+haar niet herkende, hen met verkeerde namen aansprak en dringend om Moeder riep. Toen werd Jo angstig en smeekte, dat Meta
+toch de waarheid schrijven mocht en zelfs Hanna zei &#8220;dat ze er eens over denken zou, hoewel er geen gevaar was.&#8221; Een brief
+uit Washington vermeerderde nog de algemeene ongerustheid, want mijnheer March was weer ingestort en kon nog in geen weken
+vervoerd worden. Hoe somber schenen nu de dagen, hoe stil en treurig het huis, en hoe gedrukt werden de zusjes onder het werken
+en wachten, terwijl de angst voor Bets&#8217; toestand hen geen oogenblik losliet. Toen voelde Meta&#8212;als in de eenzaamheid de tranen
+op haar werk droppelden&#8212;hoe rijk ze geweest was in dingen, die met geen geld te betalen zijn: in liefde, bescherming, vrede
+en gezondheid, de grootste schatten van het leven. Toen leerde Jo in die donkere kamer, met dat geduldig lijdende gezichtje
+altijd voor oogen, en dat zwakke stemmetje in haar ooren, de schoonheid en beminnelijkheid van Bets&#8217; karakter pas ten volle
+begrijpen en gevoelen, welk een groote en dierbare plaats ze in aller harten besloeg, door haar onzelfzuchtig pogen, steeds
+voor anderen te leven en de omgeving thuis aangenaam te maken. En Amy snakte in haar ballingschap naar huis, om toch maar
+iets voor Bets te kunnen doen, overtuigd, dat geen enkele dienst haar nu moeilijk of vervelend zou toeschijnen, en zich met
+schaamte en berouw herinnerende, hoeveel verzuimd werk die gewillige handjes voor haar afgemaakt hadden. Laurie zwierf als
+een rustelooze geest door het huis, en de oude heer Laurence sloot de groote piano, daar hij niet kon verdragen, te worden
+herinnerd aan het kleine buurmeisje, dat zijn schemeruurtjes zoo aangenaam voor hem placht te maken. Iedereen miste Bets.
+De melkboer, de bakker, de kruidenier, de slager, allen vroegen naar haar; de arme vrouw Hummel kwam vergeving vragen voor
+haar onbedachtzaamheid en tegelijkertijd om een doodlaken voor haar Mina verzoeken; de buren zonden allerlei versnaperingen
+en goede wenschen, en zelfs zij, die haar het best kenden, stonden verwonderd over het groot aantal vrienden, dat hun beschroomde,
+kleine Bets zich verworven had.
+
+</p>
+<p>En ondertusschen lag ze te bed met de oude Johanna naast haar, <span class="pageno">
+[162]
+</span>want zelfs in haar ijlen vergat zij haar ongelukkig prot&eacute;geetje niet. Ze verlangde naar haar katjes, maar wilde niet, dat
+men ze bij haar zou brengen, uit vrees, dat ze ziek zouden worden, en in haar kalme oogenblikken was ze vol bezorgdheid voor
+Jo. Zij zond allerlei aardige boodschapjes aan Amy, en droeg de zusters op haar moeder te laten weten, dat ze gauw schrijven
+zou. Dikwijls vroeg zij om potlood en papier en probeerde een woordje te schrijven; Vader mocht niet denken dat zij hem vergat.
+Maar weldra kwamen er niet meer zulke heldere tusschenpoozen, en lag ze uren lang te woelen onder het uiten van onsamenhangende
+woorden, of viel ze in een zwaren slaap, die haar geen verkwikking bracht. Dr. Bangs kwam tweemaal op een dag. Hanna waakte
+&#8217;s nachts. Meta had altijd in haar schrijflessenaar een telegram klaar liggen, dat elk oogenblik verzonden zou kunnen worden,
+en Jo week niet van Bets&#8217; kamer.
+
+</p>
+<p>De eerste December was een echte winterdag. Een gure wind loeide om het huis, de sneeuw viel met groote vlokken en het jaar
+scheen zich tot den dood voor te bereiden.
+
+</p>
+<p>Toen dokter Bangs dien morgen kwam, beschouwde hij Bets aandachtig, hield haar gloeiend handje een oogenblik in de zijne,
+legde het toen zachtjes neer, en zei fluisterend tot Hanna:
+
+</p>
+<p>&#8220;Als mevrouw March haar man verlaten kan, moet er om haar geschreven worden.&#8221;
+
+</p>
+<p>Hanna knikte zonder spreken, want haar lippen beefden; Meta viel in een stoel neer; alle kracht scheen haar bij &#8217;t hooren
+van die woorden te ontzinken en Jo, die een oogenblik met een bleek gezicht roerloos had gestaan, vloog naar beneden, greep
+het telegram, sloeg haar mantel om en holde naar buiten in den storm. In een ommezien terug, was ze nog bezig onhoorbaar haar
+mantel af te doen, toen Laurie binnenkwam met een brief, die de heugelijke tijding bevatte, dat mijnheer March weer vooruitging.
+Jo las hem met een dankbaar hart, maar dit verminderde geenszins haar angst en droefheid en haar gezicht stond z&oacute;&oacute; treurig,
+dat Laurie oogenblikkelijk vroeg:
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat is er, Jo? Is Bets erger?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik heb om Moeder getelegrafeerd,&#8221; zei Jo, en begon met een wanhopig gebaar haar overschoenen uit te trekken.
+
+</p>
+<p>&#8220;Mooi zoo, Jo! Heb je dat op je eigen verantwoording gedaan?&#8221; vroeg Laurie, terwijl hij haar zachtjes, ziende hoe haar handen
+beefden, op de bank in de gang neerdrukte en haar de weerspannige schoenen uittrok.
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen, de dokter zei, dat het moest.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;O, Jo, zoo erg is het toch niet?&#8221; riep Laurie verschrikt.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja, dat is het wel; ze kent ons niet, en spreekt zelfs niet meer over de groene duifjes, zooals zij de wingerdbladen op het
+behang noemde; zij lijkt niets meer op mijn eigen Bets, en er is niemand om het ons te helpen dragen; Moeder en Vader beiden
+weg, <span class="pageno">
+[163]
+</span>en God schijnt ook zoo ver af, dat ik Hem niet vinden kan.&#8221;
+
+</p>
+<p>De tranen stroomden de arme Jo langs de wangen, terwijl ze haar hand hulpeloos uitstrekte, alsof zij in het donker rondtastte,
+maar Laurie greep die in de zijnen, en fluisterde zoo goed hij kon met een brok in zijn keel:
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik ben hier; steun maar op mij, Jo, beste Jo!&#8221;
+
+</p>
+<p>Zij kon niet spreken, maar hield hem vast, en de warme druk van die vriendenhand vertroostte haar bedroefd hart. Laurie zou
+erg graag iets hartelijks en opbeurends gezegd hebben, maar hij kon geen woorden vinden; hij bleef dus maar zwijgend haar
+gebogen hoofd streelen, zooals hij haar moeder wel eens had zien doen.
+
+</p>
+<p>En dit was nog beter dan woorden, want Jo voelde de onuitgesproken sympathie en ondervond in zijn zwijgen den zoeten troost,
+dien liefde in droefheid geeft. Na een poosje droogde ze de tranen af, die haar hadden verlicht en met een dankbaar gezicht
+naar hem opziende, zei ze:
+
+</p>
+<p>&#8220;Dank je, Teddy, ik ben nu al wat beter; ik heb al niet meer zoo&#8217;n verlaten gevoel, en ik zal trachten het te dragen als het
+komt.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Blijf maar hopen, dat zal je het best helpen, Jo. Je moeder komt nu gauw, en dan zal alles wel goed gaan.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik ben zoo blij, dat Vader tenminste wat beter is; het zal haar nu niet zooveel kosten hem achter te laten. Och, och, het
+lijkt net of alle ellende op eens gekomen is, en ik het zwaarste deel op mijn schouders heb gekregen,&#8221; zuchtte Jo, terwijl
+zij haar natten zakdoek over haar knie&euml;n uitspreidde om te drogen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Laat Meta het dan maar op jou aankomen?&#8221; vroeg Laurie verontwaardigd.
+
+</p>
+<p>&#8220;O neen, dat zou zij nooit doen; maar zij heeft onze Bets niet z&oacute;&oacute; lief als ik; en zij zal haar niet z&oacute;&oacute; vreeselijk missen.
+Bets is mijn geweten, en ik kan niet buiten haar! O, ik kan niet, ik kan niet!&#8221; Jo&#8217;s gezicht verdween weer achter den natten
+zakdoek en zij schreide wanhopig; want tot nu toe had ze zich altijd goed gehouden en geen traan gestort. Laurie streek met
+de hand over de oogen, maar hij kon niet spreken, eer hij het krampachtig gevoel in zijn keel en het beven van zijn lippen
+bedwongen had. Eindelijk, toen Jo&#8217;s snikken wat bedaarde, zei hij op hoopvollen toon: &#8220;Ik denk niet dat Bets sterven zal;
+ze is zoo goed en we houden allemaal zoo ontzettend veel van haar; ik geloof nooit, dat God haar nu al van ons zal wegnemen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;De beste en liefste menschen sterven juist altijd,&#8221; snikte Jo; maar zij hield op met schreien; de woorden van haar vriend
+gaven haar toch moed, in spijt van haar eigen twijfel en vrees.
+
+</p>
+<p>&#8220;Arme meid, je bent heelemaal van streek, &#8217;t Gebeurt niet licht dat je je zoo aan den grond voelt. Wacht maar eens, ik zal
+je in een ommezientje wat opkwikken.&#8221;
+
+</p>
+<p>Laurie vloog met twee treden tegelijk de trap op, en Jo legde haar vermoeid hoofd neer op Bets&#8217; bruine hoedje, dat niemand
+<span class="pageno">
+[164]
+</span>nog had weggenomen van de tafel, waar ze het zelf den laatsten keer had neergelegd. Het was of het tooverkracht bevatte, want
+de geduldige gemoedsstemming van de zachtaardige eigenares scheen in Jo over te gaan; en toen Laurie naar beneden kwam met
+een glas wijn, nam ze het met een glimlach aan, en zei moedig: &#8220;Ik drink op de beterschap van onze Bets! Je bent een goed
+dokter, Teddy, en een puik vriend! Hoe zal ik het je ooit kunnen vergelden?&#8221; voegde ze er bij, toen de wijn haar lichaam verkwikte,
+evenals de vriendelijke woorden haar ziel nieuw leven hadden geschonken.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wacht maar, den een of anderen tijd zal ik mijn rekening wel inzenden, en van avond zal ik je iets geven, wat alle vezels
+van je hart meer zal verwarmen dan ankers wijn,&#8221; beloofde Laurie, terwijl hij haar aankeek met een gezicht, dat straalde van
+blijdschap over iets geheimzinnigs.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat dan?&#8221; riep Jo, voor een oogenblik in haar verbazing haar verdriet vergetende.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik heb gisteren aan je moeder getelegrafeerd, en Brooke antwoordde dat zij dadelijk komen zou; van avond kan ze al hier zijn,
+en dan zal alles wel goed gaan. Ben je niet blij, dat ik het maar gedaan heb?&#8221;
+
+</p>
+<p>Laurie sprak haastig en met een kleur van opgewondenheid, want hij had zijn plannetje geheim gehouden, uit vrees dat de meisjes
+het niet zouden goedkeuren, of dat het nadeelig voor Bets kon zijn. Jo werd doodsbleek, vloog van de bank op en bracht Laurie,
+tot het toppunt van verbazing, door plotseling haar armen om zijn hals te slaan en met een blijden kreet uit te roepen: &#8220;O,
+Laurie, o, Moeder! wat <i>ben</i> ik blij!&#8221; Zij begon niet weer te schreien, maar lachte zenuwachtig en beefde en klemde zich aan haar vriend vast, heelemaal
+in de war door dit plotselinge nieuws. Hoe verbaasd Laurie ook was, handelde hij toch met groote tegenwoordigheid van geest;
+hij klopte haar op den rug, en toen hij zag dat ze wat bijkwam, liet hij er een paar beschroomde kussen op volgen, die Jo
+op eens weer tot zichzelf brachten. Zich aan de trapleuning vasthoudend, duwde ze hem zachtjes weg, en zei buiten adem: &#8220;Och,
+doe dat niet! Het was mal van me, maar je bent zoo&#8217;n beste jongen, dat je het in spijt van Hanna toch gedaan hebt, dat ik
+niet laten kon om je hals te vliegen. Vertel me er nu alles van, en geef me alstjeblieft geen wijn meer, want daar kwam het
+van.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik vond het niets erg!&#8221; plaagde Laurie, terwijl hij zijn das recht schoof. &#8220;Ja, zie je, ik werd ongerust en Grootpapa ook.
+Wij meenden, dat Hanna te veel de baas speelde en dat je moeder het behoorde te weten. Ze zou het ons nooit vergeven, als
+er eens iets gebeurde. Dus bracht ik er Grootpapa toe om te zeggen, dat het hoog tijd was, dat er iets gedaan werd, en zoo
+vloog ik gisteren naar het kantoor, want de dokter deed zoo ernstig en Hanna keek mij aan, alsof ze mijn hoofd wou afslaan,
+toen ik voorstelde een telegram te zenden. Nu <i>kan</i> ik nooit verdragen op mijn kop gezeten <span class="pageno">
+[165]
+</span>te worden, dus dit besliste de zaak, en seinde het zoo gauw mogelijk. Je moeder is onderweg, dat weet ik, en de laatste trein
+komt van nacht om twee uur aan. Ik zal haar gaan halen; dus je hoeft nu alleen nog je verrukking te bedwingen, en Bets rustig
+te houden, tot de ge&euml;erde dame hier is.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Laurie, je bent een engel! Hoe zal ik je er ooit voor danken?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Vlieg mij maar eens weer om mijn hals; ik vond het nog al aardig,&#8221; zei Laurie, terwijl hij haar ondeugend aankeek&#8212;iets wat
+hij in geen veertien dagen gedaan had.
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen, dankje. Dat zal ik liever bij volmacht doen, als je grootvader komt. Plaag mij niet, maar ga onmiddellijk naar huis
+om te slapen, want je moet den halven nacht op zijn. Ontvang mijn zegen, Teddy!&#8221;
+
+</p>
+<p>Jo was al sprekende achteruit geweken, en toen ze haar redevoering ge&euml;indigd had, verdween ze plotseling in de keuken, waar
+zij op de rechtbank neerviel en de vereenigde katten mededeelde, dat zij &#8220;gelukkig, dol, <i>dol</i> gelukkig&#8221; was, terwijl Laurie vertrok, in de streelende overtuiging, dat hij dit zaakje nu eens netjes overlegd had.
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat is de bemoeiachtigste jongen, dien ik ooit gezien heb; maar ik vergeef het hem en hoop dat onze mevrouw maar dadelijk
+zal komen,&#8221; zei Hanna, met een zucht van verlichting, toen Jo haar het goede nieuws vertelde.
+
+</p>
+<p>Meta zat in stille verrukking den brief te herlezen, terwijl Jo de ziekenkamer in orde bracht, en Hanna &#8220;het een en ander
+ging klaar maken voor &#8217;t geval, dat er soms onverwachts eens iemand komen mocht.&#8221;
+
+</p>
+<p>Een ademtocht van nieuw leven scheen in het huis te zijn doorgedrongen, en iets beters dan zonneschijn verhelderde de stille
+kamers; alles scheen in de blijde verandering te deelen; Bets&#8217; vogel begon weer te tjilpen en Jo ontdekte een half ontloken
+roosje aan Amy&#8217;s rozenstruikje op de vensterbank; &#8217;t was of het vuur buitengewoon vroolijk brandde, en elken keer, wanneer
+de meisjes elkaar tegenkwamen, vloog er een blijde glimlach over hun bleeke gezichten, terwijl ze elkander even beetpakten
+en bemoedigend toefluisterden: &#8220;Moeder komt! Goddank, Moeder komt!&#8221; Ieder was blij, behalve Bets; ze lag in een zware verdooving,
+onbewust van hoop en vreugde, angst en gevaar. Het was een droevig schouwspel&#8212;dat vroeger zoo lieve gezichtje, nu zoo veranderd
+en zonder uitdrukking&#8212;de eens zoo bezige handjes, zoo slap en vermagerd&#8212;die altijd vriendelijk glimlachende mond verstijfd&#8212;en
+het anders zoo mooie, zorgvuldig opgemaakte haar, zoo ruig en verward op het kussen. Den heelen dag lag ze zoo, behalve wanneer
+zij nu en dan even tot bewustzijn kwam en om &#8220;water!&#8221; riep, met zulke droge lippen, dat ze nauwelijks het woord konden uitspreken.
+Den heelen dag zweefden Jo en Meta om haar heen, wakend, wachtend en hopend, en op God en Moeder vertrouwend, en den heelen
+dag vielen de <span class="pageno">
+[166]
+</span>sneeuwvlokken, gierde de wind en kropen de uren langzaam om. Maar eindelijk viel de avond, en telkens wanneer de klok sloeg,
+zagen de zusters, die nog steeds aan weerskanten van het bed zaten, elkander met schitterende oogen aan, want ieder uur bracht
+hen nader tot de hulp, die komen zou. De dokter was er geweest, en had gezegd, dat er denkelijk tegen middernacht een verandering
+ten goede of ten kwade in zou treden, en dat hij dan zou terugkomen.
+
+</p>
+<p>Hanna was, door uitputting overmand, op de canap&eacute;, die aan het voeteneinde van het bed stond, neergevallen en in diepen slaap
+gezonken; de oude heer Laurence liep in de huiskamer op en neer, met een gevoel, alsof hij liever voor een vijandelijke batterij
+zou komen te staan, dan voor het angstig gelaat van mevrouw March, wanneer ze tehuis kwam. Laurie lag op het haardkleedje
+en deed alsof hij sliep, maar staarde in het vuur met een peinzenden blik, die zijn zwarte oogen buitengewoon aantrekkelijk
+maakte.
+
+</p>
+<p>Nooit vergaten de meisjes dien nacht, want geen slaap kwam in hun oogen, terwijl zij samen de wacht hielden, met dat ondragelijke
+gevoel van machteloosheid, dat ons in zulke uren overvalt.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wanneer God Bets spaart, zal ik nooit meer ontevreden zijn,&#8221; fluisterde Meta ernstig.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wanneer God Bets spaart, zal ik mijn best doen Hem mijn heele leven lief te hebben en te dienen,&#8221; zei Jo even vurig.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik wou dat ik geen hart had, het doet zoo zeer,&#8221; zuchtte Meta een poosje later.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wanneer het leven <i>dikwijls</i> zoo moeilijk is als nu, weet ik niet hoe we er door moeten komen,&#8221; voegde Jo er moedeloos bij.
+
+</p>
+<p>Daar sloeg de klok twaalf; en beiden vergaten alles, om Bets gade te slaan, want ze meenden te zien, dat er een verandering
+kwam in haar vermagerde trekken. Het huis was als uitgestorven; niets dan het geluid van den wind verbrak de doodelijke stilte.
+De vermoeide Hanna sliep door, en slechts de beide meisjes zagen de bleeke schaduw, die op het bedje scheen te vallen. Een
+uur ging voorbij, waarin niets voorviel, behalve dat Laurie zoo zacht mogelijk het huis verliet om naar het station te gaan.
+Nog een uur&#8212;niemand kwam,&#8212;en allerlei angsten over oponthoud door den storm, ongelukken onderweg en vooral over een groote
+ramp te Washington, vervulden de harten der beide meisjes.
+
+</p>
+<p>Het was over twee&euml;n, toen Jo, die aan het venster stond en er over dacht, hoe treurig de aarde onder haar doodskleed van sneeuw
+er uitzag, een beweging bij het bed hoorde, en haastig omkijkende zag, hoe Meta voor Moeders leuningstoel neerknielde, het
+gezicht in de handen verborgen. Een kil angstgevoel liep de arme Jo als een rilling over den rug: &#8220;Bets is dood,&#8221; dacht ze,
+&#8220;en Meta durft het mij niet te zeggen.&#8221;
+
+</p>
+<p>In een oogwenk was zij weer op haar post, en voor haar overspannen blik scheen er een groote verandering te zijn voorgevallen.
+De koortsgloed en de pijnlijke trek waren verdwenen, en het dierbare <span class="pageno">
+[167]
+</span>gezichtje zag er in die onbeweeglijke kalmte zoo vreedzaam en rustig uit, dat Jo geen behoefte aan tranen en klachten gevoelde.
+Zij boog zich diep over haar liefste zusje heen, kuste het klamme voorhoofd met de innige teederheid en fluisterde zacht:
+&#8220;Vaarwel, mijn lieve Bets, vaarwel!&#8221;
+
+</p>
+<p>Opgeschrikt door die beweging, sprong Hanna overeind uit den slaap, keek, bij het bed gekomen, Bets aandachtig aan, betastte
+haar handen, luisterde aan haar mond, wierp toen haar boezelaar over het hoofd, viel op een stoel neer en riep, al heen en
+weer wiegend, op gesmoorden toon: &#8220;De koorts is af, ze ligt in een natuurlijken slaap, haar huid is vochtig, en ze haalt gemakkelijk
+adem. God zij gedankt. O, groote goedheid!&#8221;
+
+</p>
+<p>Voordat de meisjes de heerlijke waarheid konden gelooven, kwam de dokter binnen en bevestigde haar. Hij was een eenvoudig
+man, maar zijn gelaat scheen allen toe als dat van een engel, toen hij glimlachte en met een vaderlijken blik tot hen zei:
+&#8220;Ja, lieve kinderen, ik denk, dat de kleine meid er dit keer door zal komen. Houdt het huis rustig; laat haar slapen en geef
+haar als ze wakker wordt....&#8221;
+
+</p>
+<p>Wat ze geven moesten, hoorden ze geen van beiden, want zij slopen naar het donkere portaal, en daar zaten ze op de trap, met
+de armen om elkaar heen geslagen, de harten te vol van blijdschap om iets te zeggen. Toen ze terugkwamen om door de oude Hanna
+gekust en gepakt te worden, vonden ze Bets in gerusten slaap in haar gewone houding, met haar rechterwang op haar hand; de
+doodelijke bleekheid was verdwenen en haar adem ging rustig, alsof zij pas in slaap gevallen was.
+
+</p>
+<p>&#8220;Als Moeder nu maar kwam!&#8221; zei Jo, toen de winterdageraad begon aan te breken.
+
+</p>
+<p>&#8220;Kijk,&#8221; zei Meta, terwijl ze met een half geopend wit roosje aankwam, &#8220;ik dacht dat dit misschien nog niet eens open zou zijn,
+om in Bets&#8217; hand te leggen, als ze&#8212;van ons weggegaan zou zijn. Maar het is van nacht uitgekomen, en nu zal ik het hier in
+mijn vaasje zetten; als onze lieveling dan wakker wordt, zal het eerste wat zij ziet dit roosje en Moeders gezicht zijn.&#8221;
+
+</p>
+<p>Nooit was de zon zoo schoon opgegaan, en nooit had de wereld er zoo heerlijk uitgezien, in de vermoeide oogen van Meta en
+Jo, als toen ze in den vroegen morgen naar buiten keken, en hun lange, treurige nachtwaak voorbij was.
+
+</p>
+<p>&#8220;Het lijkt net een sprookjeswereld,&#8221; zei Meta, terwijl ze bij zichzelf glimlachte en achter het gordijn staande den blik over
+het schitterende schouwspel liet gaan.
+
+</p>
+<p>&#8220;Hoor!&#8221; riep Jo, opspringend.
+
+</p>
+<p>Ja, daar klonk een geluid van paardenbellen beneden voor de deur, een kreet van Hanna en Laurie&#8217;s stem, die op een vroolijken
+fluistertoon zei:
+
+</p>
+<p>&#8220;Meisjes, ze is er! Ze <i>is</i> er!&#8221;
+
+
+
+<span class="pageno">
+[168]
+</span></p>
+<p class="div1"><a id="d0e4667"></a></p>
+<h1 class="label">Hoofdstuk XIX.</h1>
+<h1>Amy&#8217;s Testament.</h1>
+<p>Terwijl dit alles thuis voorviel, had Amy een moeilijken tijd bij Tante March. Haar ballingschap viel haar zwaar en voor &#8217;t
+eerst in haar leven besefte ze hoeveel liefde en toegevendheid thuis haar deel waren. Tante March gaf nooit iemand toe, daar
+was ze in principe tegen; maar ze meende het goed, want ze vond het kleine, welgemanierde meisje heel lief, en tante March
+had een teer plekje in haar oud hart voor de kinderen van haar neef, hoewel ze het niet raadzaam vond daarvoor uit te komen.
+Op haar manier deed ze haar best om Amy genoegen te doen, maar och, hoever sloeg ze de plank mis! Sommige oude menschen behouden
+een jong hart, ondanks hun rimpelige wangen en grijze haren; ze kunnen deelen in kinderlijke genoegens en verdrietelijkheden,
+hebben er slag van &#8217;t jonge volkje op zijn gemak te zetten, met hen te spelen en te praten op een echt vriendschappelijke
+manier. Maar Tante March bezat deze gave niet, en ze verveelde Amy doodelijk met haar regels en bevelen, haar stijve manieren
+en lange, droge redenaties. Daar ze dit kind volgzamer en zachtzinniger vond dan haar zuster, rekende de oude dame het zich
+ten plicht, zoov&eacute;&eacute;l mogelijk een tegenwicht te geven tegen de vrijheid en toegevendheid, die Amy thuis genoot. Ze nam haar
+log&eacute;etje dus eens flink onderhanden, en behandelde haar, zooals zij zelf zestig jaar geleden behandeld was, een methode, die
+Amy diep ongelukkig maakte en haar een gevoel gaf, alsof ze een vliegje was in het web van een onmeedoogende spin. Elken morgen
+moest ze de kopjes omwasschen en de ouderwetsche theelepeltjes, den grooten zilveren trekpot en de glazen wrijven, tot ze
+glommen. Daarna moest ze stof afnemen, en wat een geduldsoefening was dat! Geen stofje ontsnapte aan het oog van Tante March,
+en al de meubelen hadden gedraaide pooten en allerlei snijwerk, dat nooit geheel naar haar zin behandeld werd. Dan moest Polly
+zijn eten hebben en de schoothond gekamd, en een dozijn boodschappen trap op trap af gedaan worden, om allerlei dingen te
+halen of bevelen over te brengen, want de oude dame was slecht ter been en kwam maar zelden uit haar stoel. Na deze vervelende
+werkjes moest Amy haar lessen opzeggen, wat nog de grootste beproeving van alles was.
+
+</p>
+<p>Dan mocht ze zich een uur ontspannen en spelen. Wat haalde zij daar haar hart aan op! Laurie kwam elken dag en wist meestal
+Tante March te bepraten, dat Amy met hem uit mocht gaan; ze gingen dan wandelen of rijden en hadden ontzaglijk veel plezier.
+Na het eten moest Amy voorlezen en stil zitten, terwijl de oude dame een slaapje deed, dat gewoonlijk een uur duurde, daar
+ze bij de eerste bladzijde al indommelde. Dan kwam er verstelwerk <span class="pageno">
+[169]
+</span>voor den dag of handdoeken om te zoomen, en Amy naaide totdat het donker werd, uiterlijk heel zachtzinnig, maar innerlijk
+heftig in opstand, en daarna mocht ze tot theetijd doen wat ze wilde. De avonden waren nog het allerergst; dan begon Tante
+March eindelooze verhalen uit haar jeugd te doen, die Amy zoo &#8220;afgrijselijk vervelend&#8221; vond, dat ze altijd blij was als zij
+naar bed kon gaan, telkens weer vast van plan haar treurig lot onder de dekens te beweenen, maar altijd vast in slaap, eer
+ze meer dan een paar tranen had te voorschijn gebracht.
+
+</p>
+<p>Waren Laurie en de oude Esther, de kamenier, er niet geweest, dan, meende ze, zou ze dien verschrikkelijken tijd nooit doorgekomen
+zijn. De papegaai alleen was al in staat haar dol te maken; want hij merkte dadelijk, dat ze hem niet bewonderde en wreekte
+zich door zoo kwaadaardig mogelijk te zijn. Hij trok haar aan het haar, als ze dicht bij hem kwam, gooide zijn brood en melk
+omver, om haar te plagen, wanneer zij pas zijn kooi had schoongemaakt, maakte Mop aan het blaffen door naar hem te pikken
+als de oude dame sliep, schold Amy uit terwijl er bezoek was, en gedroeg zich in alle opzichten als een onuitstaanbare, oude
+vogel. Den hond kon ze ook niet <i>zien</i>; het was een vet, kwaadaardig dier, dat tegen haar bromde en jankte, als ze zijn toilet maakte, en dat, als hij wat te eten
+wou hebben, op zijn rug ging liggen, met alle vier de pooten in de lucht en het onnoozelste gezicht van de wereld, een vertooning
+die ongeveer twaalf maal op een dag plaats had. De keukenmeid had een slecht humeur, de oude koetsier was doof, en Esther
+nog de eenige die ooit van het kind notitie nam.
+
+</p>
+<p>Esther was een Fran&ccedil;aise, die al verscheiden jaren bij &#8220;Madame,&#8221; zooals ze Tante noemde, had gewoond, en die de oude dame
+aardig onder den duim had, omdat deze niet buiten haar kon. Haar eigenlijke naam was Estelle, maar tante March beval haar
+een anderen aan te nemen, en ze gehoorzaamde, onder voorwaarde, dat &#8220;Madame&#8221; nooit van haar zou eischen, ook van godsdienst
+te veranderen. Amy was erg met Mademoiselle ingenomen, en de Fran&ccedil;aise vertelde haar dikwijls grappige verhalen uit haar leven
+in Frankrijk, als Amy bij haar zat, terwijl Esther de kanten jabots en andere fraai&iuml;gheden van Madame in orde bracht. Zij
+liet haar ook door het huis dwalen om al de wonderlijke en aardige dingen te bekijken, die er in groote kleerkasten en ouderwetsche
+kisten bewaard werden; want Tante March had, als een ekster, van alles verzameld. Amy werd vooral altijd weer getrokken naar
+een Indisch kabinet, vol vreemde laatjes, vakjes en verborgen hoekjes, waar allerlei sieraden in geborgen waren; sommige heel
+kostbaar, sommige alleen maar vreemd, maar alle min of meer antiek. Amy vond het &#8220;dol&#8221; al die dingen te bezichtigen en te
+schikken, vooral de juweelkastjes, waarin, op fluweelen kussentjes, de ornamenten rustten, die jaren geleden de een of andere
+schoone hadden getooid. Het stel granaten, dat Tante March gedragen had, toen ze voor &#8217;t eerst uitging, de <span class="pageno">
+[170]
+</span>paarlen, die haar vader haar op haar trouwdag had gegeven, de diamanten van haar bruidegom, de gitten trouwringen en spelden,
+de vreemdsoortige medaillons met portretten van overleden vrienden en treurwilgjes van haarwerk aan den achterkant; de kleine
+bloedkralen armbandjes, die haar eenig dochtertje had gedragen, het groote, gouden horloge van Oom March, met het roode cachet,
+waarmee zooveel kinderhandjes hadden gespeeld, en heelemaal alleen, in een apart doosje, de trouwring van Tante March, die
+nu veel te nauw was voor haar dikke vingers, maar die, als het kostbaarste van al die kleinoodi&euml;n, zorgvuldig weggeborgen
+was.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat zou Mademoiselle kiezen, als ze mocht?&#8221; vroeg Esther, die er altijd bij zat om een oogje op de kostbaarheden te houden
+en ze weer weg te sluiten.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik vind de diamanten het mooist, maar daar is geen halsketting bij, en ik houd zooveel van kettinkjes, ze staan zoo netjes.
+Dit zou ik kiezen als ik mocht,&#8221; zei Amy, terwijl ze met bewondering een snoer gouden en ebbenhouten kralen bekeek, waaraan
+een zwaar gouden kruis hing.
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat zou ik ook heel graag hebben, maar niet voor een halsketting, o neen, voor mij was het een prachtige rozenkrans, en als
+een goed katholieke zou ik hem daarvoor ook gebruiken,&#8221; zei Esther, de ketting met verlangende blikken aanziende.
+
+</p>
+<p>&#8220;Net zoo als die snoer houten kralen, die over je spiegel hangen, en die zoo lekker ruiken?&#8221; vroeg Amy.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja zeker, om bij te bidden. Het zou de heiligen stellig genoegen doen, wanneer men zooiets moois als dit voor rozenkrans
+gebruikte, in plaats van het als een sieraad te dragen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Je schijnt veel troost in je gebeden te vinden, Esther, want je komt daarna altijd zoo kalm en tevreden beneden. Ik wou,
+dat het met mij ook zoo was.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Wanneer Mademoiselle Katholiek was, zou zij den waren troost ook vinden; maar nu dit niet zoo is, zou het toch goed zijn,
+wanneer Mademoiselle zich iederen dag een poosje afzonderde om te bidden, zooals die goede mevrouw deed, bij wie ik in betrekking
+was, voor ik bij Madame kwam. Zij had een klein bidkamertje en vond daar troost voor allerlei verdriet.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Zou het goed voor me zijn, om dat ook te doen?&#8221; vroeg Amy, die in haar eenzaamheid behoefte voelde aan de een of andere soort
+van bijstand, en merkte dat ze haar boekje vergat, nu Bets niet bij haar was om er haar aan te herinneren.
+
+</p>
+<p>&#8220;Het zou charmant zijn; en als u wilt, zal ik met alle genoegen het kleine kleedkamertje voor u inrichten. Zeg er maar niets
+van aan Madame, maar ga er dan, als ze slaapt, alleen zitten om aan goede dingen te denken en den lieven God om het herstel
+van uw zuster te bidden.&#8221;
+
+</p>
+<p>Esther was waarlijk vroom en volkomen oprecht in haar raad, want ze had een liefhebbend hart en veel medelijden met de zusjes
+<span class="pageno">
+[171]
+</span>in hun droefheid. Amy vond het denkbeeld prachtig en liet Esther het kleine kamertje in orde brengen, dat naast het hare was.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik wou dat ik wist, wie al die mooie dingen zullen krijgen, als Tante March sterft,&#8221; zei ze, terwijl ze langzaam den rozenkrans
+weer op haar plaats legde en de juweeldoosjes &eacute;&eacute;n voor &eacute;&eacute;n sloot.
+
+</p>
+<p>&#8220;U en uw zusters. Ik weet het; Madame heeft me in haar vertrouwen genomen; ik was bij het maken van haar testament, en zoo
+zal het zijn,&#8221; fluisterde Esther glimlachend.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat heerlijk! maar ik wou liever dat Tante ze ons nu gaf,&#8221; zei Amy, met een laatsten blik op de diamanten.
+
+</p>
+<p>&#8220;De jonge dames zijn nog te jong om die dingen te dragen. De eerste, die verloofd is, krijgt de paarlen, heeft Madame gezegd;
+en ik denk haast wel, dat u dat turkooizen ringetje zult krijgen als u heengaat, want Madame is tevreden over uw gedrag en
+goede manieren.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Denk je d&aacute;t? O, ik zal verder een lammetje zijn, als ik dat mooie ringetje krijg! Het is zooveel mooier dan dat van Kitty
+Bryant. Ik houd toch wel van Tante March,&#8221; en Amy paste het ringetje met een verheugd gezicht, en nam zich vast v&oacute;&oacute;r het te
+verdienen.
+
+</p>
+<p>Van dien dag af was ze een model van gehoorzaamheid, en de oude dame zag dit welgevallig aan als een gevolg van haar opvoedkunde.
+Esther bracht een tafeltje in het kamertje, zette er een voetenbankje voor en hing er een plaat boven, die ze uit een der
+kamers genomen had. Zij dacht niet dat die plaat veel waarde had, maar daar het onderwerp haar geschikt voorkwam, leende zij
+haar voor dat doel, wel wetende dat Madame het nooit zou bemerken en er ook niet om geven zou, al deed zij het. Het was evenwel
+een kostbare copie van een der meest beroemde schilderijen ter wereld, en Amy met haar schoonheidszin werd nooit moede te
+kijken naar het zachte gelaat der heilige moeder, terwijl haar hart met teedere gedachten aan haar eigen moedertje vervuld
+was. Op het tafeltje legde zij haar bijbeltje en haar gezangboek, en zette daarnaast een vaas met de mooiste bloemen, die
+Laurie haar bracht. Elken dag nu ging Amy hier een poosje alleen zitten, om aan goede dingen te denken en den lieven God te
+bidden dat Bets beter mocht worden. Esther had haar ook een rozenkrans van zwarte kralen met een zilveren kruis gegeven, maar
+die had Amy zonder hem te gebruiken opgehangen, betwijfelend of zoo iets wel hoorde bij protestantsche gebeden.
+
+</p>
+<p>Amy nam dit alles hoogst ernstig op, want daar zij zoo alleen buiten het veilige, ouderlijke nest moest blijven, voelde ze
+dringend behoefte aan een vriendelijke hand, waaraan ze zich kon vastklemmen. Nu ze de hulp van haar moeder miste om zichzelf
+te begrijpen en te beheerschen, deed zij eerlijk haar best den goeden weg te vinden en daarop vertrouwend voort te gaan. Maar
+Amy <span class="pageno">
+[172]
+</span>was nog een heel jonge pelgrim en op het oogenblik scheen haar last haar ondraaglijk zwaar toe. Ze trachtte zichzelf te vergeten,
+vroolijk te blijven en tevreden te zijn met te doen wat goed was, al merkte niemand het op en al werd ze door niemand geprezen.
+In haar eerste poging om h&eacute;&eacute;l braaf en goed te wezen, besloot zij haar testament te maken, net als Tante March gedaan had;
+zoodat <i>als</i> ze ziek mocht worden en kwam te sterven, haar bezittingen naar recht en billijkheid zouden verdeeld worden. De gedachte alleen
+dat ze haar kleine schatten zou moeten opgeven, kostte haar heel wat, want ze waren in haar oogen even kostbaar als de juweelen
+van de oude dame.
+
+</p>
+<p>Gedurende haar speeluren schreef zij dit gewichtig document zoo goed ze kon, met eenige hulp van Esther, wat betreft de wettelijke
+termen, en toen de goedhartige Fransche haar naam geteekend had, viel Amy een pak van het hart en legde ze het papier weg,
+om het aan Laurie te laten zien, op wien haar keuze als tweeden getuige gevallen was. Daar het den heelen morgen regende,
+ging ze naar boven, om zich in een der groote kamers te amuseeren, Polly voor gezelschap meenemende. In deze kamer was een
+kleerkast vol ouderwetsche costumes, waarmee Esther haar toestond te spelen, en het was voor Amy een geliefkoosde uitspanning,
+zich in die verkleurde prachtgewaden uit te dossen, en voor den grooten spiegel heen en weer te wandelen, onder het maken
+van sierlijke buigingen en het zwaaien van een langen sleep, die &#8220;zoo echt deftig ruischte.&#8221;
+
+</p>
+<p>Op den dag van het testament was ze hier z&oacute;&oacute; druk mee bezig, dat ze Laurie niet hoorde bellen en ook niet zag hoe hij om een
+hoekje van de deur gluurde, terwijl ze op en neer stapte, met haar waaier speelde, haar hoofd heen en weer draaide, dat met
+een grooten, rosen hoed versierd was, zonderling afstekend bij haar blauw zijden japon en gelen onderrok. Amy moest voorzichtig
+loopen, om de schoenen met hooge hakken, en het was een allerdolst gezicht, zooals Laurie later aan Jo vertelde, haar in dat
+fraaie toilet te zien voorttippelen, met Polly achter haar aan, die al zijn best deed haar na te bootsen, terwijl hij nu en
+dan stil stond om te lachen, of uit te roepen: &#8220;Zijn wij niet mooi? Ga weg, leelijkerd! Hou je bek! Kus me, liefje; ha, ha!&#8221;
+
+</p>
+<p>Nadat Laurie met moeite een uitbarsting van vroolijkheid had bedwongen, uit vrees hare majesteit te beleedigen, klopte hij
+aan, en werd minzaam ontvangen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ga zitten, terwijl ik dezen boel wegberg; en dan wou ik je graag over iets heel ernstigs raadplegen,&#8221; zei Amy, toen ze haar
+pronkgewaad vertoond en Polly in een hoek gejaagd had. &#8220;Dat beest is de plaag van mijn leven,&#8221; zuchtte ze, terwijl ze de rose
+verhevenheid van haar hoofd nam, en Laurie schrijlings op een stoel ging zitten. &#8220;Gisteren, toen Tante sliep en ik mijn best
+deed zoo stil als een muis te zijn, begon Polly opeens in zijn kooi te <span class="pageno">
+[173]
+</span>schreeuwen en te klapwieken. Ik liet hem er dus uit en vond er een groote spin in. Toen ik het griezelige dier wegjoeg, kroop
+het onder de boekenkast; Polly was er dadelijk bij; hij bukte en keek onder de kast, en riep op zijn dwazen toon met een knipoogje:
+&#8220;Kom er uit en ga mee wandelen, liefje.&#8221; Ik <i>kon</i> niet helpen dat ik moest lachen, maar Pol begon te vloeken, zoodat Tante wakker werd en ons alle twee beknorde.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Nam de spin de invitatie van den ouden heer aan?&#8221; vroeg Laurie geeuwend.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja, hij kwam er uit, en Pol ging doodelijk verschrikt aan den haal en klauterde op Tante&#8217;s stoel; al schreeuwend: &#8220;Pak hem,
+Pak hem,&#8221; terwijl ik de spin ving.
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat is een leugen! Lieve lorre!&#8221; krijschte de papegaai, naar Laurie&#8217;s voeten pikkende.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik zou je den nek omdraaien, als je van mij was, oude plaaggeest,&#8221; riep Laurie, terwijl hij zijn vuist schudde tegen den
+vogel, die zijn kop op zij hield en zeer ernstig riep:
+
+</p>
+<p>&#8220;Goed geslapen? goeden morgen, meneer!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ziezoo, nu ben ik klaar,&#8221; zei Amy, nadat zij de kleerkast gesloten en een papier uit haar zak gehaald had. &#8220;Lees dit eens,
+als &#8217;t je blieft, en vertel mij eens of het in den vorm en goed is. Ik vond, dat ik het moest doen, want het leven is onzeker,
+en ik zou niet graag willen, dat er oneenigheid ontstond bij mijn graf.&#8221;
+
+</p>
+<p>Laurie beet zich op de lippen, wendde zich een weinig van de in gedachten verzonken spreekster af, en las, de spelling in
+aanmerking genomen, met loffelijken ernst:
+
+
+</p>
+<div class="blockquote">
+<p class="div1"></p>
+<p>Mijn laatste wil en testament.
+
+
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik, Amy Curtis March, in de volle bezitting van mijn verstandige vermogens geef en vermaak al mijn aardse bezittingen&#8212;dat
+is te zeggen, namelijk:
+
+
+</p>
+<p>&#8220;Aan mijnen vader mijne beste teekeningen, schetsen, portefeuilles en kunstwerken, met de leisten. Ook mijn spaarpot, om mee
+te doen wat hij wil.
+
+
+</p>
+<p>&#8220;Aan mijne moeder al mijn kleederen, behalve de blauwe boezelaar met de zakjes&#8212;ook mijn portret en mijn medaljon met mijn
+hartelijke liefde.
+
+
+</p>
+<p>&#8220;Aan mijn lieve zuster Margaretha geef ik mijn turkoos ringetje (als ik het krijg), verder het groene doosje met de duifjes
+er op, ook het stukje echte kant voor om haar hals, en mijn schets van haar als een souvenier.
+
+
+</p>
+<p>&#8220;Aan Jo vermaak ik mijn brosje, dat eene dat met lak gemaakt is, en mijn bronsen inktkookertje (zij heeft zelf het dekseltje
+weggemaakt) en mijn beeldrig konijntje van plijster, omdat het mij spijt, dat ik haar verhaal verbrant heb.
+
+
+</p>
+<p>&#8220;Aan Betsy (als zij mij overleeft) geef ik mijne poppen en het kleine kasje, mijn waaier, mijn linnen boorden en mijn verlakte
+<span class="pageno">
+[174]
+</span>pantoffeltjes, die ze misschien wel zal kunnen dragen, omdat ze wel mager zal zijn als ze beter word. Ook betuig ik haar hierbij
+mijn berouw dat ik ooit om haar ouwe Johanna gelachen heb.
+
+
+</p>
+<p>&#8220;Aan mijn vriend en buurman Theodoor Laurence vermaak ik mijn papiermaarsjee portefeuille en mijn model in klei van een paard,
+al heeft hij ook gezegd dat het geen hals had. Daarenboven uit erkentelijkheid voor zijn groote vriendelijkheid in de ure
+der beproeving een mijner kunstwerken naar keus. De Noter-Dame is het beste.
+
+
+</p>
+<p>&#8220;Aan onzen eerwaardigen weldoener, den heer Laurence, laat ik na mijn roode doosje met het spiegeltje in het deksel, dat goed
+voor zijn pennen zal zijn, en hem de jonge afgestorvene zal herinneren, die hem dankt voor al zijn gunsten aan haar familie
+en vooral aan Bets bewezen.
+
+
+</p>
+<p>&#8220;Aan mijn liefste vriendinnetje, Kitty Bryant, schenk ik mijn blauwen boezelaar en mijn ringetje van gouddraad met een kus.
+
+
+</p>
+<p>&#8220;Aan Hanna geef ik de hoedendoos, die zij zoo graag wou hebben en al het verstelwerk dat ik nalaat, hopende dat ze mijner
+er bij zal gedenken.
+
+
+</p>
+<p>&#8220;En nu ik over mijn voornaamste bezittingen heb beschikt, hoop ik dat allen tevreden zullen zijn en niets ten nadeele van
+de doode zullen zeggen. Ik vergeef iedereen en hoop dat we elkander zullen wederzien, wanneer de bazuin zal klinken. Amen.
+
+
+</p>
+<p>&#8220;Onder deze erflating of testament zet ik mijn handteekening en verzegel het heden den 20sten November Anno Domino 18..
+
+
+
+</p>
+<p>Amy Curtis March
+
+
+</p>
+<p>&#8220;Getuigen
+
+
+</p>
+<p>Estelle Valnor
+<br>Theodoor Laurence.&#8221;
+
+</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>De laatste naam was met potlood geschreven, en Amy verzocht Laurie, dien met inkt over te schrijven en het stuk behoorlijk
+voor haar te verzegelen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wie heeft je dat in &#8217;t hoofd gebracht? Heeft iemand je soms verteld, dat Bets haar dingen heeft weggegeven?&#8221; vroeg Laurie
+ernstig, toen Amy een stukje rood band, een pijp lak, een kaars en een cachet voor den dag haalde.
+
+</p>
+<p>Zij legde het hem uit, en vroeg toen angstig: &#8220;Wat zei je van Bets?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Het spijt mij, dat ik er over begonnen ben, maar nu ik dat eenmaal gedaan heb, zal ik het je vertellen. Ze voelde zich op
+een dag zoo naar, dat ze tegen Jo zei, dat ze haar piano aan Meta, haar vogel aan jou, en de arme, oude pop aan Jo wou geven,
+die er wel om harentwil van houden zou. Het speet haar, dat ze zoo weinig weg te geven had, maar ze liet ons allemaal een
+lokje van haar haar, en haar hartelijkste groeten aan Grootpapa. <i>Zij</i> dacht geen oogenblik aan een testament.&#8221;
+
+</p>
+<p>Al sprekende, teekende en verzegelde Laurie het document, en <span class="pageno">
+[175]
+</span>keek niet op, voordat een groote traan op het papier viel. Amy&#8217;s gezicht stond diep bedroefd, maar ze vroeg alleen: &#8220;Maken
+de menschen ook weleens postscriptums onder hun testament?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja, een codicil noemt men dat.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Zet dan onder het mijne&#8212;dat ik verlang, dat al mijn krullen zullen worden afgeknipt en onder mijn vrienden verdeeld. Ik vergat
+het, maar ik zou toch wel willen, dat het gedaan werd, al zal ik er dan wel wat raar uitzien.&#8221;
+
+</p>
+<p>Laurie voegde het er bij, glimlachend om Amy&#8217;s laatste en grootste opoffering. Vervolgens amuseerde hij haar een uur lang,
+en toonde veel belangstelling in al haar wederwaardigheden. Maar toen hij heenging, hield Amy hem even terug en fluisterde
+met bevende lippen: &#8220;Is Bets werkelijk in gevaar?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik vrees van ja, maar we moeten er maar het beste van hopen; schrei dus niet, kleintje!&#8221; en Laurie sloeg op broederlijke
+wijze zijn arm om haar heen, wat haar merkbaar vertroostte.
+
+</p>
+<p>Toen hij weg was, ging Amy naar haar &#8220;bidkamertje,&#8221; en terwijl ze daar in den schemer zat, bad zij voor Bets, onder een stroom
+van tranen en met een diep bedroefd hart, en voelde ze dat een millioen turkooizen ringen haar het verlies van haar lief zusje
+niet zouden kunnen vergoeden.
+
+
+
+</p>
+<p class="div1"><a id="d0e4821"></a></p>
+<h1 class="label">Hoofdstuk XX.</h1>
+<h1>In vertrouwen.</h1>
+<p>Ik geloof niet, dat er woorden zijn, waarmee ik de ontmoeting van mevrouw March met haar dochters kan beschrijven. Zulke uren
+zijn heerlijk om te doorleven, maar men kan er niet goed over spreken; daarom zal ik dit maar aan de verbeelding van mijn
+lezers overlaten, en alleen zeggen, dat ze zich &oacute;ver- en &oacute;vergelukkig voelden, en dat Meta&#8217;s wensch vervuld werd, want de
+eerste dingen, waarop Bets&#8217; blik viel, toen ze uit haar eersten, verkwikkenden slaap ontwaakte, <i>waren</i> het roosje en Moeders gezicht. Nog te zwak om zich over iets te verwonderen, glimlachte Bets dus slechts, en nestelde zich
+in de liefhebbende armen, die haar omvat hielden, met het zalige gevoel dat haar smachtend verlangen eindelijk bevredigd was.
+Toen viel ze weer in slaap, en de meisjes bedienden hun moeder, want ze wilde de vermagerde handjes niet losmaken, die de
+hare, zelfs in den slaap, omvat hielden.
+
+</p>
+<p>Hanna had een kolossaal ontbijt voor de reizigster opgedischt, omdat ze op geen andere manier haar blijdschap wist lucht te
+geven, en Meta en Jo voerden hun moeder, als plichtmatige jonge ooievaars, terwijl ze luisterden naar haar gefluisterd verhaal
+over Vaders <span class="pageno">
+[176]
+</span>toestand, de belofte van Brooke om bij hem te blijven en hem op te passen, het gedurig oponthoud, dat de storm op de terugreis
+had veroorzaakt en de onuitsprekelijke verlichting, die Laurie&#8217;s hoopvol gezicht haar gegeven had, toen ze, uitgeput door
+vermoeidheid, angst en koude, aankwam.
+
+</p>
+<p>Wat was dat een vreemde en toch gelukkige dag! Buiten zoo schitterend en vroolijk, want iedereen scheen de eerste sneeuw te
+willen verwelkomen; binnen zoo rustig en kalm, daar allen sliepen, uitgeput door het waken. Een ware Sabbathstilte heerschte
+in het huis, terwijl de glimlachende Hanna aan de deur de wacht hield. Met het heerlijke gevoel, dat er een drukkende last
+van hen was afgewenteld, sloten Meta en Jo hun vermoeide oogen, tot rust gekomen als door storm voortgezweepte scheepjes,
+die eindelijk in een veilige haven waren beland. Mevrouw March wilde geen oogenblik Bets&#8217; zijde verlaten, maar sliep in den
+grooten leuningstoel, gedurig wakker schrikkend om naar haar kind te kijken, haar aan te raken en zich over haar heen te buigen,
+als een gierigaard over een herwonnen schat.
+
+</p>
+<p>Intusschen vloog Laurie weg om Amy te vertroosten, en deed zijn verhaal z&oacute;&oacute; welsprekend, dat Tante March waarlijk zelf moest
+&#8220;snuffen&#8221; en geen enkele maal zei: &#8220;Ik heb het wel gezegd!&#8221; Amy gedroeg zich heel verstandig bij deze gelegenheid; het scheen
+werkelijk, alsof de goede gedachten in het bidkamertje al vrucht begonnen te dragen. Zij droogde spoedig haar tranen, bedwong
+haar ongeduld om haar moeder te zien en dacht geen oogenblik aan het turkooizen ringetje, toen de oude dame van harte instemde
+met Laurie&#8217;s verzekering, dat ze zich gedroeg &#8220;als een ferme, kleine meid&#8221;. Zelfs Polly scheen er van onder den indruk, want
+hij noemde haar &#8220;meisjelief&#8221; en verzocht haar op zijn vriendelijksten toon: &#8220;Ga wat wandelen, liefje.&#8221; Amy zou graag uitgegaan
+zijn om van het mooie winterweer te genieten; maar toen ze merkte, dat Laurie knikkebolde van den slaap, in spijt van zijn
+mannelijke pogingen het te verbergen, haalde ze hem over wat op de canap&eacute; te gaan liggen, terwijl zij een briefje aan haar
+moeder schreef. Ze was er lang mee bezig, en toen ze terugkwam, lag hij in een diepen slaap, met de armen onder het hoofd,
+terwijl Tante March de gordijnen had laten vallen, en in een plotselingen aanval van goedhartigheid er bij zat zonder iets
+te doen.
+
+</p>
+<p>Na een poosje begonnen ze te vreezen, dat hij misschien wel niet voor den avond zou wakker worden, en dat zou hij ook niet
+geworden zijn, wanneer hij niet was opgeschrikt door een vreugdekreet van Amy bij het zien van haar moeder.
+
+</p>
+<p>Er waren dien dag waarschijnlijk wel veel gelukkige, kleine meisjes in en rondom de stad, maar ik ben overtuigd dat Amy het
+gelukkigst van hen allen was, toen ze op haar moeders schoot zat en haar wederwaardigheden vertelde, troost en vergoeding
+ontvangende in den vorm van goedkeurende glimlachjes en innige liefkoozingen.
+<span class="pageno">
+[177]
+</span></p>
+<p>Ze waren samen alleen in het bidkamertje, waartegen haar moeder geen bezwaren had, toen haar was uitgelegd hoe het gebruikt
+werd.
+
+</p>
+<p>&#8220;Integendeel, ik keur het heel goed, lieve kind,&#8221; zei ze, van den stoffigen rozenkrans naar het veelgebruikte boekje en de
+mooie plaat met den krans van klimopbladeren ziende. &#8220;Het is een uitmuntend plan, een plaatsje te hebben, waar wij rustig
+alleen kunnen zijn, wanneer ons iets hindert of bedroeft. Er zijn veel moeilijke tijden in ons leven, maar we kunnen die altijd
+verdragen, wanneer wij op de rechte plaats hulp zoeken. Ik hoop, dat mijn kleine meid bezig is dit te leeren?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja, Moeder, en als ik thuis kom, zal ik in de groote hangkast een hoekje leegmaken, waar ik mijn boeken kan neerleggen en
+de copie ophangen van deze plaat, die ik geprobeerd heb na te maken. Het gezicht van de vrouw is niet goed; dat is te mooi
+voor me om goed na te teekenen, maar het kindje is beter gelukt, en ik houd er erg veel van.&#8221;
+
+</p>
+<p>Toen Amy het glimlachend Christuskind op den schoot der madonna aanwees, zag mevrouw March iets aan het opgeheven handje,
+dat haar deed glimlachen. Ze zei niets, maar Amy begreep den blik, en na een oogenblik zwijgen ging zij ernstig voort:
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik had u ook hierover willen spreken, maar ik vergat het. Tante gaf mij vandaag dit ringetje. Ze riep me bij zich en kuste
+me, en zei dat ik haar eer aandeed, en dat ze me wel graag altijd bij zich zou willen houden. Kijk, dit aardige ringetje heeft
+Tante erbij gegeven om den ring tegen te houden, hij is me nog te wijd. Ik wou ze zoo graag dragen, Moeder. Mag ik?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ze zijn heel mooi, maar ik vind je nog wel wat jong voor zulke sieraden, Amy,&#8221; zei mevrouw March, met een blik op het ronde
+handje, waaraan de blauwe steenen schitterden, vastgehouden door twee kleine gouden, in elkander gevatte handjes.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik zal mijn best doen niet ijdel te zijn,&#8221; beloofde Amy; &#8220;ik geloof ook niet, dat ik er blij mee ben <i>alleen</i> omdat ik ze mooi vind, maar ik zou ze graag dragen, zooals het meisje in het verhaal haar armband, om mij aan iets te herinneren.
+
+</p>
+<p>&#8220;Meen je aan tante March?&#8221; vroeg haar moeder lachende.
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen, om me te herinneren niet zelfzuchtig te zijn.&#8221; Amy zag er bij die woorden zoo ernstig en oprecht uit, dat haar moeder
+ophield te lachen en aandachtig naar het plannetje luisterde.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik heb in den laatsten tijd veel nagedacht over mijn &#8220;zondenpak&#8221; zooals Jo zegt en ik geloof, dat zelfzucht mijn ergste gebrek
+is, en nu ga ik mijn best doen om die af te leeren, als ik kan. Bets is niet zelfzuchtig, en daarom houdt iedereen van haar.
+&#8217;t Zou verschrikkelijk zijn als we haar verloren. De menschen zouden niet half zoo bedroefd om mij zijn, als ik ziek was,
+en dat verdien ik ook niet, maar ik wou toch ook wel graag door zooveel vrienden gemist worden, en daarom zal ik al mijn best
+doen om te worden <span class="pageno">
+[178]
+</span>zooals Bets. Ik vergeet zulke goeie dingen zoo licht, maar als ik altijd iets bij me had om er mij aan te herinneren, geloof
+ik, dat het misschien gaan zou. Mag ik het eens probeeren?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja, maar ik heb meer vertrouwen in het hoekje van de groote hangkast. Draag je ring, mijn kind, en doe je best, en ik geloof
+dat het je lukken zal, want de vaste wil om goed te zijn, is al de helft van &#8217;t werk. Nu moet ik weer naar Bets. Blijf maar
+goedsmoeds, mijn dochtertje, en we zullen je gauw weer naar huis halen.&#8221;
+
+</p>
+<p>Toen Meta dien avond bezig was aan haar vader te schrijven, om Moeders goede overkomst te berichten, sloop Jo naar boven,
+naar Bets&#8217; kamer en toen zij haar moeder op haar gewone plaatsje zag zitten, bleef ze een oogenblik staan, met een uitdrukking
+van twijfel en teleurstelling op haar gezicht, de hand door het haar strijkende.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat is er, kindlief?&#8221; vroeg mevrouw March, terwijl ze haar de hand toestak met een glimlach, die tot vertrouwen uitlokte.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik moet u iets vertellen, Moeder.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Omtrent Meta?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat kunt u dat vlug raden! Ja, &#8217;t is over haar en hoewel het maar een kleinigheid is, hindert het mij toch.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Bets slaapt; spreek zachtjes en vertel er mij alles van. Die Moffat is toch niet hier geweest?&#8221; vroeg mevrouw March op tamelijk
+scherpen toon.
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen, ik zou hem de deur voor den neus hebben toegegooid,&#8221; zei Jo, terwijl zij bij haar moeder op den grond ging zitten.
+
+</p>
+<p>&#8220;Verleden zomer liet Meta een paar handschoenen bij de Laurences liggen, en er kwam er maar &eacute;&eacute;n terug. Wij dachten daar natuurlijk
+niet meer om, totdat Teddy mij vertelde, dat Brooke hem had. Hij droeg hem in zijn vestjeszak, en eens viel hij er uit, en
+toen Teddy er hem mee plaagde, erkende Brooke dat hij erg veel van Meta hield, maar er niet over durfde spreken, omdat zij
+zoo jong en hij zoo arm was. Vindt u dat niet <i>verschrikkelijk</i>?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Denk je, dat Meta van hem houdt?&#8221; vroeg mevrouw March met een bezorgden blik.
+
+</p>
+<p>&#8220;Genade! ik heb niets geen verstand van liefde en zulk gezeur!&#8221; riep Jo, met een grappig mengelmoes van belangstelling en
+verachting. &#8220;In romans toonen de meisjes het door te schrikken en te blozen, flauw te vallen, mager te worden en zich als
+gekkinnen aan te stellen. Maar Meta doet niets van dien aard; ze eet en drinkt en slaapt als een gewoon mensch; ze kijkt mij
+vlak in de oogen, wanneer ik over dien man spreek, en bloost alleen maar een klein beetje, als Teddy gekheid maakt over aanbidders.
+Ik verbied hem wel dat te doen, maar hij luistert niet zoo naar mij, als hij moest.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dus denk je dat Meta <i>niet</i> van John houdt?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Van wien?&#8221; riep Jo verbaasd.
+
+</p>
+<p>&#8220;Van Brooke; ik noem hem nu John; we kwamen daar zoo toe in het hospitaal, en hij heeft het graag.&#8221;
+<span class="pageno">
+[179]
+</span></p>
+<p>&#8220;O zoo! dan weet ik al, dat u zijn partij zult nemen; hij is goed voor Vader geweest en nu zult u hem niet weg willen sturen,
+maar hem met Meta laten trouwen, als ze wil. Echt min! om Vader te gaan oppassen en u te flikflooien, om u te bewegen van
+hem te gaan houden,&#8221; en Jo gaf een verontwaardigden ruk aan haar haar.
+
+</p>
+<p>&#8220;Lieve kind, word er niet boos om, ik zal je vertellen hoe het gebeurd is. John ging met mij mee, op verzoek van mijnheer
+Laurence, en hij was z&oacute;o zorgzaam voor Vader, dat wij wel van hem moesten gaan houden. Hij was omtrent Meta volmaakt open
+en eerlijk, want hij zei ons dat hij haar liefhad, maar dat hij eerst een goed tehuis voor haar wilde verdienen, eer hij haar
+ten huwelijk vroeg, &#8217;t Is werkelijk een flink jongmensch, en we konden niet weigeren naar hem te luisteren; maar ik zal niet
+toestaan, dat Meta zich zoo jong engageert.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Natuurlijk niet, het zou idiotenwerk zijn! Ik dacht wel, dat er iets kwaads broeide; ik voelde het, en nu is het nog erger
+dan ik dacht. O, ik wou maar, dat ik zelf met Meta trouwen kon en haar zoo veilig in de familie houden.&#8221;
+
+</p>
+<p>Mevrouw March glimlachte bij de gedachte aan zoo&#8217;n eigenaardige schikking, maar hernam ernstig: &#8220;Jo, ik vertrouw je, en verlang,
+dat je er vooreerst nog niet met Meta over spreken zult. Als John terugkomt en ik hen samen zie, kan ik beter over haar gevoelens
+voor hem oordeelen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ze zal de zijne zeker in &#8220;die mooie oogen&#8221; lezen, waarover ze altijd praat, en dan is ze natuurlijk dadelijk verloren. Ze
+heeft zoo&#8217;n gevoelig hart, dat het stellig als boter in de zon zal smelten, wanneer iemand haar sentimenteel aankijkt. De
+korte berichten, die hij schreef, las ze veel vaker over dan uw brieven, en ze kneep mij in mijn arm, toen ik daar iets van
+zei, en zij houdt van bruine oogen, en ze vindt John geen leelijken naam, en ze zal wel heel gauw verliefd worden, en dan
+is er een eind aan vrede en plezier en aan ons gezellig samenzijn! Ik zie het al vooruit; ze zullen loopen vrijen door het
+huis, en wij kunnen ons afsloven. Meta zal afgetrokken zijn, en nergens meer voor deugen; Brooke zal op de een of andere manier
+een fortuin oploopen, haar meenemen en een bres in de familie maken; en <i>ik</i> zal mij dood ongelukkig voelen; en ons heele leven zal afschuwelijk ongezellig worden. Och, och!! waarom zijn we maar niet
+allemaal jongens! dan zou er niets geen ellende zijn!&#8221;
+
+</p>
+<p>Jo leunde in eene wanhopige houding met haar kin op haar knie&euml;n, en balde haar vuist tegen den schuldigen John, totdat mevrouw
+March zuchtte en ze eenigszins bemoedigend opkeek.
+
+</p>
+<p>&#8220;Vindt u het ook niet prettig, Moeder? Daar ben ik blij om; laten we hem dan zijn afscheid geven, en er niets van aan Meta
+zeggen en even gezellig samen voortleven als we altijd gedaan hebben.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Het was niet goed van me, dat ik zuchtte, Jo. Het is niet meer <span class="pageno">
+[180]
+</span>dan natuurlijk en billijk, dat jullie allen, in vervolg van tijd een eigen huis zult krijgen; maar ik houd mijn meisjes graag
+zoo lang mogelijk bij me; en het spijt me dat dit al zoo gauw gebeurd is, want Meta is pas zeventien, en het zal nog wel eenige
+jaren duren, eer John genoeg verdient. Vader en ik hebben besloten, dat zij zich in geen enkel opzicht moet binden, en in
+geen geval trouwen voor haar twintigste jaar. Wanneer zij en John elkaar liefhebben, kunnen ze wachten en hun liefde daardoor
+op de proef stellen. Meta heeft een ernstig karakter, en ik ben niet bang dat ze hem onvriendelijk behandelen zal. Onze lieve,
+teerhartige oudste! Ik hoop zoo innig, dat ze gelukkig mag worden!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Zoudt u niet liever willen, dat ze met een rijken man trouwde?&#8221; vroeg Jo, toen haar moeder de laatste woorden aangedaan uitsprak.
+
+</p>
+<p>&#8220;Geld is een goed en nuttig ding, Jo; en ik hoop, dat mijn meisjes het gemis er van nooit al te zeer zullen gevoelen, evenmin
+als de verzoeking van te veel te hebben. Ik zou &#8217;t liefst zien dat John goed en wel gevestigd was in de een of andere zaak,
+die hem genoeg opbracht om buiten schulden te kunnen leven en Meta in haar stand te onderhouden. Ik verlang geen groot fortuin,
+geen hooge positie, of beroemden naam voor mijn meisjes. Wanneer rang en rijkdom gepaard gaan met liefde en een flink karakter,
+zou ik ze dankbaar aannemen en mij in jullie geluk verheugen, maar ik weet bij ondervinding, hoe gelukkig een mensch kan zijn
+in een klein, eenvoudig huisje, waar het dagelijksch brood verdiend moet worden en waar de ontberingen het genot van de genoegens
+verhoogen. Dat Meta eenvoudig beginnen moet, vind ik niets, want ik weet dat ze rijk zal zijn in het bezit van een besten
+man, en dat is meer waard dan een groot fortuin.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik begrijp u, Moeder, en ben het met u eens, maar ik ben zoo teleurgesteld in Meta, want ik had zoo&#8217;n mooi plannetje gemaakt,
+dat zij later met Teddy zou trouwen en haar heele leven in rijkdom leven. Zou dat niet aardig zijn!&#8221; vroeg Jo met een verhelderd
+gezicht opkijkende.
+
+</p>
+<p>&#8220;Hij is wat jonger dan zij, zooals je weet,&#8221; begon mevrouw March, maar Jo viel haar in de rede:
+
+</p>
+<p>&#8220;O, d&agrave;t komt er niet op aan! Hij is oud voor zijn jaren en lang; en u weet, dat hij in zijn manieren al precies een heer kan
+zijn. En hij is rijk en hartelijk en goed, en houdt van ons allemaal, en <i>ik</i> zeg, dat het jammer is als mijn plan mislukt!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik ben bang, dat Laurie voor Meta nog niet menschelijk genoeg is, en op het oogenblik te veel een weerhaan, dan dat iemand
+zich op hem zou kunnen verlaten. Maak geen plannen, Jo, maar laat het aan den tijd en aan de eigen harten van je vrienden
+over, om elkander te vinden. Het is niet goed zich met zulke dingen te bemoeien, en beter geen &#8220;romantischen onzin,&#8221; zooals
+jij het noemt, in je hoofd te halen, op gevaar af, dat het onze vriendschappelijke verhouding benadeelen zou.&#8221;
+<span class="pageno">
+[181]
+</span></p>
+<p>&#8220;Goed, ik beloof u dat ik het niet doen zal; maar ik kan niet uitstaan, alle dingen kris kras door elkaar te zien gaan en
+in de war te zien komen, wanneer een rukje hier en een duwtje daar, alles in orde zou kunnen brengen. Ik wou, dat wij zware
+gewichten op ons hoofd konden dragen, om het groeien tegen te houden. Maar knoppen worden rozen en poesjes worden katten&#8212;jammer
+genoeg.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat is dat over gewichten en katten?&#8221; vroeg Meta, die zachtjes de kamer binnenkwam met den geschreven brief in haar hand.
+
+</p>
+<p>&#8220;O, niks! Een van mijn onzinnige redevoeringen. Ik ga naar bed; ga je mee?&#8221; zei Jo, terwijl ze met een geheimzinnig gezicht
+opstond.
+
+</p>
+<p>&#8220;Heel goed en netjes geschreven. Zet er nog bij, dat ik mijn hartelijke groeten aan John zend,&#8221; zei mevrouw March, die den
+brief had doorgekeken en hem teruggaf.
+
+</p>
+<p>&#8220;Noemt u hem John?&#8221; vroeg Meta glimlachend, met haar onschuldige oogen haar moeder aanziende.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja, hij is als een zoon voor ons geweest, en we houden heel veel van hem,&#8221; zei mevrouw March met een onderzoekenden blik.
+
+</p>
+<p>&#8220;Daar ben ik blij om; hij voelt zich zoo eenzaam. Nacht, Moes. Wat is het toch heerlijk u weer hier te hebben,&#8221; was Meta&#8217;s
+kalm antwoord. De kus, dien haar moeder haar gaf, was bijzonder teeder, en toen zij de kamer uit ging, zei mevrouw March bij
+zichzelf, met een wonderlijke mengeling van blijdschap en spijt: &#8220;Ze heeft hem nog niet lief, maar het zal er misschien wel
+toe komen.&#8221;
+
+
+
+</p>
+<p class="div1"><a id="d0e4955"></a></p>
+<h1 class="label">Hoofdstuk XXI.</h1>
+<h1>Laurie sticht Kwaad, en Jo herstelt den Vrede.</h1>
+<p>Het was den volgenden dag de moeite waard Jo&#8217;s gezicht te zien, want het geheim drukte haar en ze kon de verzoeking bijna
+niet weerstaan, zich geheimzinnig en gewichtig voor te doen. Meta bemerkte dit wel, maar nam de moeite niet haar te ondervragen,
+bij ondervinding wetende, dat ze Jo het eerst tot iets kreeg als ze er zich onverschillig voor toonde; ze rekende er dus vast
+op, dat ze alles hooren zou, wanneer ze maar niets vroeg. Het verwonderde haar dan ook geducht, dat het stilzwijgen niet werd
+opgeheven en Jo een beschermende houding tegenover haar aannam, iets wat Meta in de hoogste mate ergerde, zoodat zij op haar
+beurt zich in een wolk van waardige terughoudendheid hulde en zich geheel aan haar moeder wijdde. Daardoor was Jo aan zichzelf
+overgelaten, want mevrouw March had haar plaats als verpleegster ingenomen, en haar geraden, na de lange opsluiting in <span class="pageno">
+[182]
+</span>de ziekenkamer, eens goed uit te rusten, beweging buiten te nemen en zich te ontspannen. Nu Amy van huis was, bleef Laurie
+haar eenige toevlucht: maar hoe graag Jo ook met hem samen was, zou ze hem juist nu liever minder gezien hebben, want hij
+was een onverbeterlijke plaaggeest en ze vreesde, dat hij haar &#8217;t geheim nog zou ontfutselen.
+
+</p>
+<p>En daar had ze gelijk in; want niet zoodra kreeg het jongemensch de lucht van een geheim, of hij zette er zich toe om het
+uit te visschen en liet Jo rust noch duur. Hij probeerde het op alle manieren: door vleien, omkoopen, bespotten, dreigen en
+opspelen; hij wendde onverschilligheid voor, om bij verrassing achter de waarheid te komen; verklaarde nu eens dat hij alles
+wist en dan weer dat hij er niets om gaf, en ontdekte ten laatste, als vrucht van zijne onverpoosde volharding, dat het Meta
+en Brooke betrof. Verontwaardigd, dat hij niet door zijn goeverneur in vertrouwen was genomen, spande hij nu al zijn vernuft
+in om een geschikte wraakoefening voor deze beleediging uit te denken.
+
+</p>
+<p>Meta had intusschen schijnbaar alles vergeten, en was verdiept in de toebereidselen voor haar vaders thuiskomst; maar plotseling
+kwam er een volslagen verandering in haar, en gedurende een paar dagen was zij heel anders dan gewoonlijk. Ze schrikte als
+ze aangesproken werd, bloosde wanneer men haar aankeek, was bizonder stil, en zat met een bedeesd en ernstig gezicht te naaien.
+Op de bezorgde vragen van haar moeder antwoordde zij, dat ze volkomen wel was, en ze bracht Jo tot zwijgen, door het verzoek
+zich <i>alstjeblieft</i> niet met haar te bemoeien.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ze voelt, dat het in de lucht zit&#8212;liefde, meen ik&#8212;en ze gaat al hard vooruit. De meeste kenteekenen zijn er al; ze is kribbig
+en knorrig, eet niet, ligt &#8217;s nachts wakker en zit in hoeken te peinzen. Ik betrap haar telkens op het neuri&euml;n van sentimenteele
+liedjes, en eens zei ze &#8220;John&#8221; net als u, en werd toen zoo rood als een biet. W&agrave;t zullen we nou beginnen?&#8221; zei Jo, met een
+gezicht, alsof ze zelfs voor de meest krasse middelen niet zou terugdeinzen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Kalm afwachten! Laat haar met rust, wees vriendelijk en geduldig en als Vader thuis is, zal alles wel terecht komen,&#8221; antwoordde
+mevrouw March.
+
+</p>
+<p>&#8220;Hier is een brief voor je, Meta, met vijf lakken. Wat raar! Teddy verzegelt de mijne nooit,&#8221; zei Jo den volgenden dag, toen
+ze den inhoud van de postbus verdeelde.
+
+</p>
+<p>Mevrouw March en Jo waren beiden verdiept in hun eigen bezigheden, toen een kreet van Meta hen deed opzien, en daar stond
+ze met verschrikte oogen op haar briefje te staren.
+
+</p>
+<p>&#8220;Kind, wat is er?&#8221; riep haar moeder naar haar toegaande, terwijl Jo het velletje, dat die uitwerking had gehad, trachtte te
+grijpen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Het was een vergissing&#8212;het w&agrave;s niet van hem&#8212;o Jo, hoe kon je <i>zooiets</i> doen?&#8221; en Meta verborg haar gezicht in haar handen, en schreide alsof haar hart zou breken.
+<span class="pageno">
+[183]
+</span></p>
+<p>&#8220;Ik? Ik heb niets gedaan! Waar praat ze toch over?&#8221; riep Jo verbijsterd uit.
+
+</p>
+<p>Meta&#8217;s vriendelijke oogen schoten vuur, toen zij een verkreukeld briefje uit haar zak haalde, het Jo toewierp en op verwijtenden
+toon zei:
+
+</p>
+<p>&#8220;Jij hebt dit geschreven, en die akelige jongen heeft je geholpen. Hoe konden jullie zoo ruw, zoo min en zoo wreed jegens
+ons beiden handelen?&#8221;
+
+</p>
+<p>Jo hoorde nauwelijks wat ze zei, want ze was bezig met haar moeder het briefje te lezen, waarin, met een eigenaardige hand
+geschreven, stond:
+
+
+</p>
+<div class="blockquote">
+<p class="div1"></p>
+<p>Mijn liefste Meta.
+
+
+</p>
+<p>Ik kan mijn gevoel niet langer bedwingen en moet de beslissing van mijn lot weten, voor ik terugkom. Ik durf nog niet met
+uw ouders spreken, maar ik geloof wel dat ze hun toestemming zullen geven, wanneer ze weten, dat wij elkander liefhebben.
+De oude heer Laurence zal mij wel aan een goede betrekking helpen en dan, mijn lief meisje, zul je mij gelukkig maken, is
+&#8217;t niet? Ik smeek je nog niets aan je familie te zeggen, maar door Laurie een enkel hoopgevend woord te zenden aan je
+
+
+</p>
+<p>zoo innig liefhebbenden
+
+
+</p>
+<p>John.
+
+</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>&#8220;O, die leelijke jongen! Op die manier dacht hij me dus te straffen, omdat ik mijn woord aan Moeder niet wou breken. Ik zal
+hem een stevige schrobbeering geven, en hem meebrengen om vergeving te vragen,&#8221; riep Jo, van verlangen brandende, om snel
+recht te doen. Maar haar moeder riep haar terug, terwijl ze met een blik, die zelden op haar gelaat gezien werd, zei:
+
+</p>
+<p>&#8220;Wacht, Jo, je moet eerst rekenschap geven van je gedrag. Je hebt zoo veel guitenstreken uitgevoerd, dat ik vrees, dat je
+ook hierin de hand gehad hebt.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen, heusch niet, Moeder, op mijn woord van eer. Ik heb dat briefje nooit gezien, en ik weet er niets van, zoo waar ik leef!&#8221;
+betuigde Jo z&oacute;&oacute; ernstig, dat mevrouw March haar geloofde. &#8220;Als ik er de hand in gehad <i>had</i>, zou ik het beter gedaan en een verstandiger briefje geschreven hebben. Me dunkt, Meta, dat je wel had kunnen begrijpen,
+dat Brooke niet zulken onzin schrijven zou,&#8221; voegde ze er bij, het papier verachtelijk op den grond gooiende.
+
+</p>
+<p>&#8220;Het is precies zijn schrift,&#8221; stamelde Meta, terwijl ze het vergeleek met het briefje, dat ze nog in de hand hield.
+
+</p>
+<p>&#8220;O, Meta, je hebt er toch niet op geantwoord?&#8221; riep mevrouw March verschrikt uit.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja, dat heb ik wel,&#8221; en diep beschaamd verborg Meta haar gezicht weer.
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat is een gek geval! O, laat me toch dien ellendigen jongen <span class="pageno">
+[184]
+</span>hier halen, om alles uit te leggen en zijn portie te krijgen! Ik heb geen rust, voor ik hem hier heb,&#8221; en Jo stapte weer naar
+de deur.
+
+</p>
+<p>&#8220;Stil, ik zal de zaak behandelen, want het is erger, dan ik dacht. Meta, vertel mij de heele geschiedenis,&#8221; beval mevrouw
+March, terwijl zij naast Meta ging zitten, maar Jo bij de hand hield, uit vrees, dat ze weg zou vliegen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Den eersten brief kreeg ik door Laurie, die er uitzag, alsof hij van niets wist,&#8221; begon Meta, zonder op te zien.
+
+</p>
+<p>&#8220;Eerst bezwaarde het mij en wou ik het u vertellen; toen bedacht ik, hoeveel u van Brooke houdt, en meende dus dat u er niets
+tegen zou hebben, dat ik mijn geheim nog een paar dagen bewaarde. Ik was zoo flauw het aardig te vinden, dat niemand er iets
+van wist; en terwijl ik er over dacht, welk antwoord ik geven zou, voelde ik mij net als de meisjes in boeken, die zulke dingen
+ondervinden. O, Moeder, ik ben er wel voor gestraft; ik durf hem nooit weer aan te zien.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat heb je hem geantwoord?&#8221; vroeg mevrouw March.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik heb alleen gezegd, dat ik nog te jong was om aan zulke dingen te denken; dat ik geen geheimen voor u wou hebben, en dat
+hij met Vader spreken moest. Dat ik hem heel dankbaar was voor zijn goede opinie, en dat ik graag zijn vriendin wou zijn,
+maar vooreerst niets meer.&#8221;
+
+</p>
+<p>Mevrouw March glimlachte tevreden en Jo klapte in de handen, terwijl ze lachend uitriep:
+
+</p>
+<p>&#8220;Je bent bijna een Caroline Percy, dat beroemde model van voorzichtigheid! Verder Meta. Wat antwoordde hij daarop?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Hij schrijft nu op een totaal anderen toon; zegt dat hij mij nooit een brief geschreven heeft, en dat het hem zeer spijt,
+dat mijn ondeugende zuster Jo zich zulke vrijheden met onze namen veroorloofd heeft. De brief is heel vriendelijk en beleefd,
+maar o, denkt u eens <i>hoe</i> verschrikkelijk het voor me is.&#8221;
+
+</p>
+<p>Meta leunde tegen haar moeder aan als een toonbeeld van wanhoop, en Jo liep de kamer op en neer, terwijl ze Laurie voor alles
+uitmaakte. Opeens stond ze stil, nam de beide briefjes op, en na ze nauwkeurig vergeleken te hebben, zei ze beslist: &#8220;Ik geloof
+niet dat Brooke ooit &eacute;&eacute;n van deze beide briefjes gezien heeft. Teddy heeft ze allebei geschreven, en het jouwe gehouden om
+over mij te triomfeeren, omdat ik hem mijn geheim niet wou vertellen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Heb maar liever geen geheimen, Jo; vertel alles aan Moeder en houd je buiten alle gezeur, zooals ik gedaan moest hebben,&#8221;
+zei Meta waarschuwend.
+
+</p>
+<p>&#8220;Hemel kind, Moeder heeft het mezelf verteld.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Genoeg, Jo. Ik zal Meta zien te troosten, terwijl jij Laurie gaat halen. We zullen deze zaak tot den bodem toe onderzoeken,
+en aan zulke grappen voorgoed een einde maken.&#8221;
+
+</p>
+<p>Weg draafde Jo, en mevrouw March vertelde Meta voorzichtig den waren toestand van Brooke&#8217;s gevoelens. &#8220;En nu mijn kind, <span class="pageno">
+[185]
+</span>hoe staat het met jezelf? Heb je hem lief genoeg, om te wachten, tot hij je een tehuis kan verschaffen, of verlang je nog
+geheel vrij te blijven?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik ben zoo kwaad en verdrietig, dat ik er vooreerst heelemaal niet meer aan denken wil, en misschien wel nooit meer,&#8221; antwoordde
+Meta kregel. &#8220;Als John <i>wezenlijk</i> niets van die zotte geschiedenis weet, vertel het hem dan niet, en laten Jo en Laurie hun mond houden. Ik wil niet bedrogen
+en geplaagd en voor den gek gehouden worden&#8212;&#8217;t is schande!&#8221;
+
+</p>
+<p>Daar mevrouw March zag, dat de gewoonlijk zoo zachte Meta nu bepaald innig gegriefd was, en in haar trots gekwetst door de
+ongepaste grap, trachtte ze haar te kalmeeren met beloften van volslagen stilzwijgen en groote bescheidenheid voor het vervolg.
+Zoodra Laurie&#8217;s stap in de gang gehoord werd, vluchtte Meta in de studeerkamer, en mevrouw March ontving den schuldige alleen.
+Jo had hem niet verteld waarom hij komen moest, uit vrees dat hij dan niet zou willen, maar hij wist het, zoodra hij het gezicht
+van mevrouw March zag, en stond zijn hoed rond te draaien met een beschaamd gezicht, dat duidelijk van zijn schuld getuigde.
+Jo werd weggezonden, maar bleef als een schildwacht in de gang op en neer stappen, uit vrees, dat de gevangene mocht willen
+vluchten. Gedurende een half uur hoorde ze het geluid van stemmen in de huiskamer, maar wat bij dat onderhoud voorviel, kwamen
+de meisjes nooit te weten.
+
+</p>
+<p>Toen zij binnen werden geroepen, stond Laurie met zoo&#8217;n berouwvol gezicht bij hun moeder, dat Jo hem onmiddellijk vergaf,
+hoewel ze het niet raadzaam vond dit te laten blijken. Meta nam zijn nederige verontschuldigingen genadig aan, en voelde zich
+zeer gerustgesteld door de verzekering, dat Brooke niets van de grap wist.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik zal het hem niet vertellen, nooit, al werd ik er ook voor op de pijnbank gelegd; vergeef &#8217;t me dus maar, Meta; ik zal
+alles doen om je te toonen, hoe ontzettend het mij spijt,&#8221; voegde hij er beschaamd bij.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik zal het probeeren, maar het was min van je, zooiets te doen. Ik dacht niet, dat je zoo geslepen en slecht kon zijn, Laurie,&#8221;
+antwoordde Meta, die haar verlegenheid onder een ernstig verwijtende houding trachtte te verbergen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja, het was min, en ik verdien, dat je in een maand niet tot mij spreekt; maar dat zul je toch wel, h&eacute;?&#8221; en Laurie vouwde
+de handen met zulk een comisch smeekend gebaar, wendde de oogen zoo aandoenlijk ten hemel, en sprak op zoo&#8217;n onweerstaanbaar
+overredenden toon, dat het, ondanks zijn afkeurenswaardig gedrag, onmogelijk was hem langer kwaad aan te zien. Meta vergaf
+hem, en hoewel mevrouw March haar best deed ernstig te blijven, verloor haar gelaat toch iets van zijn strengheid, toen ze
+hem hoorde verklaren, dat hij bereid was zich alle mogelijke penitenti&euml;n voor <span class="pageno">
+[186]
+</span>zijn euveldaden te laten welgevallen, en dat hij zich als een worm in het stof voor de beleedigde jonkvrouw wilde vernederen.
+
+</p>
+<p>Jo bleef intusschen zeer statig staan en trachtte haar hart tegen hem te verharden, maar het lukte haar alleen een heel verontwaardigd
+gezicht te zetten. Laurie zag haar een paar maal aan, maar toen ze geen blijk van toenadering gaf, voelde hij zich beleedigd
+en keerde haar den rug toe, tot de anderen hem genoeg gekapitteld hadden, waarna hij een diepe buiging voor haar maakte, en
+zonder verder een woord te spreken, verdween.
+
+</p>
+<p>Zoodra hij weg was, wenschte ze dat zij meer vergevensgezind geweest was; en toen Meta en haar moeder naar boven gingen, voelde
+ze zich erg eenzaam en verlangde naar Teddy. Na een poos vruchteloos tegen dit verlangen gestreden te hebben, gaf ze er aan
+toe en ging naar het groote huis, gewapend met een boek, dat ze geleend had en nu terug kon brengen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Is mijnheer thuis?&#8221; vroeg Jo aan een der dienstboden, die juist de trap afkwam.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja, juffrouw, maar ik geloof niet, dat hij op het oogenblik te spreken is.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Waarom niet, is hij ziek?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;O, heden neen, juffrouw; maar er schijnt wat voorgevallen tusschen hem en jongeheer Laurie, die zeker weer het een of ander
+uitgevoerd heeft. De oude heer was tenminste bar uit zijn humeur. Ik durf dus niet naar hem toegaan.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Waar is Laurie?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Die heeft zich in zijn kamer opgesloten, en wou niet antwoorden toen ik klopte. Ik weet niet wat er van het eten moet worden,
+want het staat klaar en niemand komt beneden.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik zal eens gaan kijken wat er aan scheelt. Ik ben voor geen van beiden bang.&#8221;
+
+</p>
+<p>Jo wipte naar boven, en klopte luid op de deur van Laurie&#8217;s zitkamertje.
+
+</p>
+<p>&#8220;Schei uit, of ik zal open doen, en &#8217;t je afleeren!&#8221; riep het jongemensch op dreigenden toon.
+
+</p>
+<p>Aanstonds ging Jo weer aan het bonzen; de deur vloog open, en zij was binnen, eer Laurie van zijn verbazing bekomen kon. Toen
+Jo, die wel wist hoe ze met hem om moest springen, zag dat hij wezenlijk kwaad was, nam ze een boetvaardige houding aan, en
+plechtstatig voor hem op de knie&euml;n neerzinkende, zei ze zachtzinnig: &#8220;Vergeef me, dat ik zoo geweest ben. Ik kwam hier om
+het weer goed te maken en ik ga niet weg, voor het in orde is.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Mooi! maar sta nu maar op, en wees geen eend, Jo,&#8221; was het ridderlijke antwoord op haar smeekbede.
+
+</p>
+<p>&#8220;Dank je, &#8217;k zal zoo vrij zijn. Zou ik mogen vragen wat er aan scheelt? Je ziet er niet bepaald opgeruimd uit.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik ben door elkander geschud, en dat verdr&aacute;&aacute;g ik niet,&#8221; snauwde Laurie verontwaardigd.
+<span class="pageno">
+[187]
+</span></p>
+<p>&#8220;Door wien?&#8221; vroeg Jo.
+
+</p>
+<p>&#8220;Door Grootvader; als iemand anders het geprobeerd had, zou ik hem&#8212;&#8221; en de beleedigde jonge held eindigde den volzin met een
+sprekende beweging van den rechterarm.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat zou het? ik schud je zoo dikwijls door elkaar en daar geef je niets om,&#8221; zei Jo om hem te bedaren.
+
+</p>
+<p>&#8220;Och wat, jij bent een meisje, en dan is het voor de grap; maar ik sta geen man toe <i>mij</i> door elkaar te schudden.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik denk, dat niemand er lust in zou hebben, wanneer je er uitziet als een donderwolk, zooals nu. Waarom was het?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Alleen omdat ik niet zeggen wou, waarom je moeder mij liet roepen. Ik had beloofd, dat ik het niet vertellen zou, en wou
+dus natuurlijk mijn woord niet breken.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Kon je je grootvader niet op een andere manier tevreden stellen?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen, hij eischte de volle waarheid; ik zou hem mijn aandeel in de zaak wel verteld hebben, als ik het had kunnen doen, zonder
+Meta er bij te pas te brengen. Nu dit niet kon, hield ik mijn mond, en verdroeg het standje tot de ouwe heer me bij den kraag
+pakte. Toen werd ik driftig en liep naar mijn kamer, want ik was bang, dat ik mij zelf vergeten zou.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja, aardig was &#8217;t niet, maar het spijt hem nu stellig al, dat weet ik; ga dus naar beneden en maak het uit de wereld.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik mag gehangen worden, als ik het doe! Ik bedank er voor, om door iedereen bepreekt en geslagen te worden, alleen om een
+grap. Het speet mij <i>werkelijk</i> om Meta; daarom heb ik haar als een man vergeving gevraagd, maar dat verdraai ik, als ik geen ongelijk heb.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Maar dat wist je grootpapa niet.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Hij moest mij vertrouwen, en niet doen, of ik een klein kind was. Het geeft niets, Jo; hij moet leeren, dat ik voor mezelf
+kan zorgen, en niet altijd aan iemands leiband verlang te loopen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Jullie zijn een paar echte vaatjes buskruit,&#8221; zuchtte Jo. &#8220;Hoe denk je de zaak nu weer in orde te brengen?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Wel, hij moet mij om vergeving vragen, en mij gelooven, als ik zeg, dat ik niet vertellen kan wat er aan de hand was.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Genade! dat zal hij nooit doen!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik ga niet naar beneden, voor hij &#8217;t doet.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Kom, Teddy, wees verstandig, laat dit nu maar passeeren, en ik zal hem zooveel mogelijk alles ophelderen. Je kunt hier toch
+niet altijd blijven; dus wat helpt het je, of je nu al theatraal doet.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik denk hier ook niet lang te blijven. Ik ga er stil vandoor, maak een reisje hier of daar naar toe, en als de ouwe heer
+me mist, zal hij gauw genoeg bijdraaien.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Misschien wel, maar je mag hem dat verdriet niet aandoen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Preek als &#8217;t je belieft niet. Ik zal eens naar Washington gaan <span class="pageno">
+[188]
+</span>en Brooke opzoeken; het is daar vroolijk, en ik wil na al dat gezanik eens wat pret maken.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat zou heerlijk voor je zijn! Ik wou dat ik ook weg kon loopen!&#8221; zei Jo, die haar rol van Mentor vergat, bij de gedachte
+aan het interessante krijgsleven in de hoofdstad.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ga mee! Waarom niet? Jij gaat je vader verrassen en ik ga Brooke eens opfrisschen. Het zou echt leuk zijn; toe laten we &#8217;t
+doen, Jo! Wij zullen een brief achterlaten, om te zeggen dat alles goed in orde is en dadelijk opmarcheeren. Ik heb geld genoeg;
+het zal jou goed doen, en er is geen kwaad bij, omdat je naar je vader gaat.&#8221;
+
+</p>
+<p>E&eacute;n oogenblik keek Jo alsof ze zou toegeven; want juist omdat het zoo&#8217;n ongewoon plan was, beviel het haar. Ze had genoeg
+van de zorg en van &#8217;t in huis zitten, verlangde naar een verandering, en de gedachte aan haar vader vermengde zich op verleidelijke
+wijze met de onbekende bekoorlijkheden van legerplaatsen en hospitalen, vrijheid en pret. Haar oogen glinsterden, terwijl
+ze verlangend uit het venster keek, maar toen haar blik op het huis tegenover haar viel, schudde ze het hoofd met treurige
+beslistheid.
+
+</p>
+<p>&#8220;Als ik een jongen was, konden we samen wegloopen en plezier maken; maar daar ik het ongeluk heb een meisje te zijn, moet
+ik me kalm en behoorlijk gedragen en thuis blijven. Breng me niet in verzoeking, Teddy, het is een onwijs plan.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat is er juist het aardige van!&#8221; begon Laurie, die in een opgewonden bui was en volstrekt op de een of andere manier uit
+den band wilde springen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Houd je mond!&#8221; riep Jo, haar ooren toestoppende. &#8220;Tobben en zwoegen is mijn noodlot, en daar moet ik me maar eens voor al
+aan onderwerpen. Ik kwam hier om zedelessen uit te deelen, maar niet om over dingen te praten, die mij uit mijn vel doen springen,
+als ik er van hoor.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik wist wel, dat Meta dadelijk den domper op zoo&#8217;n plan zou zetten, maar ik dacht dat jij meer durf in je had,&#8221; begon Laurie
+overredend.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wees stil, akelige jongen! Ga liever over je eigen zonden zitten nadenken, en haal mij niet over om de mijne nog te vermeerderen.
+Als ik je grootvader er toe breng, zich te verontschuldigen over dat door elkander schudden, zul je dan je idee om weg te
+loopen opgeven?&#8221; vroeg Jo ernstig.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja, maar je krijgt het niet gedaan,&#8221; antwoordde Laurie, die verlangde de zaak uit te maken, maar zijn beleedigde waardigheid
+eerst bevredigd wilde zien.
+
+</p>
+<p>&#8220;Als ik &#8217;t met den jongen kan klaarspelen, kan ik het ook wel met den ouden,&#8221; mompelde Jo, die al wegliep, Laurie achterlatende,
+gebogen over een spoorwegkaart en met de beide handen onder het hoofd.
+<span class="pageno">
+[189]
+</span></p>
+<p>&#8220;Binnen!&#8221; en de barsche stem van den heer Laurence klonk barscher dan ooit, toen Jo aan zijn deur klopte.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik ben het maar, mijnheer, ik kom u een boek terugbrengen,&#8221; zei Jo bedaard, terwijl ze binnentrad.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wil je een ander hebben?&#8221; vroeg de oude heer, die er knorrig en ontstemd uitzag, maar zijn best deed het niet te toonen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja, als &#8217;t u belieft, ik houd zooveel van den ouden Sam Johnson, dat ik het tweede deel ook wel eens wil inzien,&#8221; antwoordde
+Jo, in de hoop hem zachter te stemmen door het aannemen van een tweede dosis &#8220;Boswell&#8217;s Johnson,&#8221; daar hij haar dit onderhoudend
+werk had aangeraden.
+
+</p>
+<p>De zware wenkbrauwen ontspanden zich even, toen hij het trapje naar de kast rolde, waar de Johnsonboeken stonden. Jo klom
+er op, en op de bovenste trede gezeten deed ze, alsof ze naar het boek zocht, maar zat eigenlijk na te denken, hoe ze het
+gevaarlijk doel van haar bezoek zou ter sprake brengen. Mijnheer Laurence scheen te gissen, dat ze iets in haar schild voerde,
+want nadat hij eenige malen driftig de kamer op en neer had gestapt, stond hij eensklaps bij haar stil, en sprak haar zoo
+onverwacht aan, dat Jo &#8220;Rasselas&#8221; van schrik open op den grond liet vallen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat heeft de rakker uitgevoerd? Tracht hem nu niet te verontschuldigen! Ik weet, dat hij iets kwaads gedaan heeft, door de
+manier waarop hij thuis kwam. Ik kan geen woord uit hem krijgen, en toen ik hem dreigde, dat ik de waarheid wel uit hem schudden
+zou, vloog hij weg en sloot zich in zijn kamer op.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Hij had iets verkeerds gedaan; maar we hebben het hem vergeven, en allen beloofd, dat we er tegen niemand een woord van spreken
+zouden,&#8221; begon Jo langzaam.
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat gaat niet; hij mag zich niet verschuilen achter een belofte van een paar teerhartige meisjes. Als hij iets verkeerds
+gedaan heeft, moet hij het erkennen, vergeving vragen en gestraft worden. Voor den dag er mee, Jo! ik wil niet in onwetendheid
+gehouden worden.&#8221;
+
+</p>
+<p>Mijnheer Laurence zag er zoo grimmig uit en sprak zoo heftig, dat Jo graag weggeloopen zou zijn, als ze maar gekund had, maar
+ze zat daar boven op het trapje, en hij stond er voor als een leeuw op haar pad. Ze moest dus wel blijven en zich er door
+heen slaan.
+
+</p>
+<p>&#8220;Heusch, mijnheer, ik kan het u niet vertellen; Moeder heeft het verboden. Laurie heeft al schuld bekend en vergiffenis gevraagd,
+en hij is al genoeg gestraft. We zwijgen niet om hem, maar om iemand anders, en de zaak zou veel erger worden, wanneer u er
+u mee inliet. Doe het als &#8217;t u belieft niet; het was gedeeltelijk mijn schuld, maar nu is alles in orde; laten we &#8217;t dus maar
+vergeten en wat over boeken praten of over iets anders prettigs.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8221;&#8217;k Heb mijn gedachten niet bij boeken; kom eens naar beneden, meisje, en verzeker mij op je woord, dat die schavuit van een
+jongen niets ondankbaars of onhebbelijks heeft uitgevoerd. <i>Als</i> <span class="pageno">
+[190]
+</span>hij dat gedaan heeft, na al de vriendelijkheid, die jullie hem bewezen hebt, zal ik hem met mijn eigen handen afranselen.&#8221;
+
+</p>
+<p>Die bedreiging klonk verschrikkelijk, maar verontrustte Jo niet in &#8217;t minst, want zij wist, dat de driftige oude man nooit
+een vinger tegen zijn kleinzoon zou opheffen, wat hij ook beweren mocht. Ze daalde gehoorzaam af, en stelde het gebeurde zoo
+licht mogelijk voor, zonder Meta te verraden of de waarheid te kort te doen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Hm, ja! Nu, als de jongen zijn mond gehouden heeft, omdat hij het beloofd had en niet uit koppigheid, vergeef ik hem. Hij
+heeft een lastig karakter en is moeilijk te regeeren,&#8221; zei mijnheer Laurence, zijn haar opstrijkend, tot hij er uitzag of
+hij in een orkaan uit wandelen was geweest, en daarna met een zucht van verlichting de rimpels op zijn voorhoofd gladwrijvende.
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat ben ik ook, maar met een beetje vriendelijkheid kan men meer van mij gedaan krijgen, dan met een vijandig leger,&#8221; zei
+Jo, om een woordje voor haar vriend in het midden te brengen, die van de eene moeilijkheid in de andere scheen te vervallen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Je meent zeker, dat ik niet vriendelijk tegen hem ben, h&egrave;?&#8221; was het scherpe antwoord.
+
+</p>
+<p>&#8220;O neen, mijnheer; u is soms &agrave;l te vriendelijk en dan weer een klein beetje te driftig, als hij uw geduld op de proef stelt.
+Vindt u zelf niet?&#8221;
+
+</p>
+<p>Jo was vast besloten om nu maar alles te zeggen, en trachtte heel kalm te kijken, hoewel ze beefde toen ze de woorden had
+uitgesproken. Tot haar groote geruststelling en verwondering wierp de oude heer zijn bril rammelend op de tafel en riep openhartig
+uit:
+
+</p>
+<p>&#8220;Je hebt gelijk, beste meid, dat ben ik. Ik heb den jongen lief, maar soms stelt hij mijn geduld op een zware proef, en ik
+weet niet hoe het moet afloopen, als we zoo voortgaan.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat kan ik u wel zeggen&#8212;hij zal wegloopen.&#8221; Zoodra Jo dit gezegd had, had zij er spijt van; ze had hem alleen maar willen
+waarschuwen, dat Laurie niet veel dwang dulden kon, en hoopte dat zijn grootvader verdraagzamer omtrent hem zou worden.
+
+</p>
+<p>Het gelaat van mijnheer Laurence veranderde plotseling en op een stoel neervallend keek hij ontsteld naar het portret van
+een knap man, dat boven zijn schrijftafel hing. Het was de vader van Laurie, die in zijn jeugd weggeloopen en getrouwd was
+tegen den heerschzuchtigen wil van den ouden heer. Jo meende, dat hij aan &#8217;t verleden dacht en dit betreurde, en ze wenschte,
+dat ze maar gezwegen had.
+
+</p>
+<p>&#8220;Hij zal het niet doen, als hij niet erg geplaagd wordt; hij praat er nu en dan maar eens over als het studeeren hem verveelt.
+Soms bekruipt mij de lust ook wel eens, vooral nadat mijn haar afgeknipt is; wanneer u ons dus ooit mist, moet u maar voor
+twee jongens adverteeren en ons op een Oostindie-vaarder zoeken.&#8221;
+<span class="pageno">
+[191]
+</span></p>
+<p>Jo lachte, terwijl ze sprak, en de oude heer keek weer vroolijk op en beschouwde alles klaarblijkelijk als een grap.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ondeugd, hoe durf je zoo tegen me spreken? Waar is je eerbied voor mij en de vrucht van je goede opvoeding? Die jongens en
+meisjes! ze zijn de plaag van ons leven; en toch kunnen we niet buiten hen,&#8221; voegde hij er bij, met een vriendelijk kneepje
+in haar wang.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ga den jongen maar halen om te komen eten; zeg hem dat alles weer in orde is, en dat hij niet weer zoo&#8217;n houding tegenover
+zijn grootvader mag aannemen; dat verdraag ik niet.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Hij wil niet komen, mijnheer; hij is zoo gegriefd, omdat u hem niet gelooven wou, toen hij zei, dat hij het niet vertellen
+kon. Ik geloof, dat het door elkander schudden zijn trots erg gekwetst heeft.&#8221;
+
+</p>
+<p>Jo trachtte hoogst ernstig te kijken, maar het scheen haar niet al te best te gelukken, want mijnheer Laurence begon te lachen,
+en toen wist ze dat ze haar spel gewonnen had.
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat spijt me, en ik moet hem zeker nog dankbaar zijn, dat hij <i>mij</i> niet door elkaar geschud heeft, veronderstel ik. Wat duivel verwacht die jongen van me?&#8221; en de oude heer keek wat beschaamd
+over zijn oploopendheid.
+
+</p>
+<p>&#8220;Als ik u was, zou ik hem een plechtig briefje met excuses schrijven, mijnheer. Hij zegt, dat hij anders niet beneden komt;
+hij wil naar Washington en is erg op zijn paardje. Een formeele verontschuldiging zal hem doen zien, hoe dwaas hij is, en
+ik wed, dat hij daarna heel beminnelijk en handelbaar zal wezen. Probeer het eens; hij houdt van een grap en &#8217;t is veel beter
+dan er lang over te praten. Ik zal het naar boven brengen en hem wel eens op zijn plaats zetten.&#8221;
+
+</p>
+<p>Mijnheer Laurence zag haar uitvorschend aan, en zette zijn bril op, terwijl hij langzaam zei: &#8220;Jij bent een slim katje! maar
+ik zal er me maar in schikken, dat jij en Bets den baas over me spelen. Hier, geef mij een velletje papier en laat ons een
+einde aan die malligheid maken.&#8221;
+
+</p>
+<p>Het briefje werd geschreven in bewoordingen, die de eene heer tegenover den anderen gebruiken zou, na eene zware beleediging.
+Jo drukte een kus op Grootvaders kale kruin, en liep naar boven om het episteltje onder Laurie&#8217;s deur te steken, terwijl ze
+hem door het sleutelgat aanraadde, onderworpen, beleefd, en nog een paar andere onmogelijkheden meer te zijn. Daar de deur
+weer op slot was, liet ze de verdere uitwerking maar aan het briefje over en ging langzaam naar beneden, toen op eens de jongeheer
+haar op de leuning voorbijgleed, haar onder aan de trap opwachtte, en met zijn deugdzaamste gezicht zei: &#8220;Wat ben jij toch
+een beste kerel, Jo! Heb je er erg van langs gehad?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen, over het geheel was hij nog al geschikt.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ba, wat had ik het land, toen jij me ook afviel. Ik was waarachtig <span class="pageno">
+[192]
+</span>klaar om naar den duivel te loopen,&#8221; begon Laurie verontschuldigend.
+
+</p>
+<p>&#8220;Onzin; sla een blaadje om, en begin opnieuw, Teddy, mijn zoon!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik sla al maar nieuwe blaadjes om en beklad ze telkens weer, net als vroeger mijn schriften, en ik begin zoo dikwijls van
+voren af aan, dat er wel nooit een eind aan komen zal,&#8221; zei Laurie somber.
+
+</p>
+<p>&#8220;Kom, ga maar eten; daarna zul je je wel beter voelen. Mannen brommen altijd, als ze honger hebben,&#8221; en hiermee wipte ze de
+voordeur uit.
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat noem ik met &#8220;&eacute;tain&#8221; van mijn &#8220;sectie&#8221; spreken,&#8221; zei Laurie, in navolging van Amy, terwijl hij naar binnen ging om ootmoedig
+met zijn grootvader aan tafel te gaan, die in een buitengewoon rooskleurig humeur was, en hem het overige van den dag met
+de grootste beleefdheid behandelde.
+
+</p>
+<p>Iedereen dacht, dat de zaak nu uit en de kleine wolk voorbijgedreven was; maar het onheil was gesticht, want <i>wie</i> de zaak vergeten mocht, Meta niet. Ze sprak nooit over een zeker persoon, maar dacht des te meer aan hem en droomde meer
+dan ooit, en eens vond Jo, die in den schrijflessenaar van haar zuster naar postzegels snuffelde, een stukje papier, geheel
+bekrabbeld met de woorden: &#8220;Mevrouw John Brooke,&#8221; waarop ze met een jammerkreet het stukje in het vuur wierp, vast overtuigd
+dat Laurie&#8217;s dwaasheid het kwaad verhaast had.
+
+
+
+</p>
+<p class="div1"><a id="d0e5264"></a></p>
+<h1 class="label">Hoofdstuk XXII.</h1>
+<h1>Liefelijke Weiden.</h1>
+<p>De weken, die nu volgden, waren als zonneschijn na den storm. De zieken namen voortdurend in beterschap toe, en mijnheer March
+begon er van te spreken, om in het begin van het nieuwe jaar naar huis terug te keeren. Bets was spoedig weer in staat den
+heelen dag op de rustbank te liggen, in het eerst spelend met de geliefde katjes, en daarna bezig met naaiwerk voor haar poppen,
+waarmee ze droevig ten achteren was gekomen. Haar eens zoo vlugge leden waren zoo stijf en zwak geworden, dat Jo haar dagelijks
+in haar sterke armen door het huis droeg, om een luchtje te scheppen. Meta verbrandde en bevuilde bereidwillig haar blanke
+handjes met het klaarmaken van lekkernijen voor &#8220;de lieve schat&#8221;, terwijl Amy, onder den invloed van haar ring, bij haar thuiskomst
+aan de zusters zooveel van haar bezittingen uitdeelde, als ze maar wilden aannemen.
+
+</p>
+<p>Toen Kerstmis naderde, begon de gewone geheimzinnigheid in <span class="pageno">
+[193]
+</span>huis te heerschen, en Jo bracht gedurig de heele familie buiten zichzelf, door het opperen van volstrekt onmogelijke en onuitvoerbare,
+maar prachtige en origineele feestelijkheden, waardoor dit zoo buitengewoon vroolijk Kerstfeest luister moest bijgezet worden.
+Laurie was even onpractisch, en zou, als hij zijn zin had gehad, vreugdevuren, vuurpijlen en eerepoorten op het programma
+hebben gezet. Na veel schermutselingen en tegenstand, meende men de begeerten van het eerzuchtig paar genoeg gefnuikt te hebben;
+ze liepen dan ook met jammerlijke gezichten rond, die evenwel niet best gerijmd konden worden met de uitbarstingen van gelach,
+wanneer zij bij elkaar waren.
+
+</p>
+<p>Verscheiden buitengewoon zachte dagen gingen een prachtigen Kerstdag vooraf. Hanna &#8220;voelde het in haar botten, dat het een
+bijzonder feestelijke dag zou zijn,&#8221; en ze bleek een goede profetes te wezen, want alles en iedereen scheen het er op gezet
+te hebben mee te werken tot een heerlijk geheel. Om te beginnen: mijnheer March schreef dat hij spoedig bij hen zou zijn;
+dan voelde Bets zich dien morgen bijzonder wel, en werd ze, gewikkeld in de gift van haar moeder, een lekkere, roode shawl,
+in triomf naar het raam gedragen om het present van Jo en Laurie te aanschouwen. De &#8220;onafscheidelijken&#8221; hadden zich niet uit
+het veld laten slaan; als kabouters hadden ze bij nacht hun werk verricht en een grappige verrassing tot stand gebracht. Buiten
+in den tuin stond een prachtige sneeuwjonkvrouw, met een krans van hulst om het hoofd, in de eene hand een mandje met vruchten
+en bloemen, in de andere eene groote rol nieuwe muziek, en op de kille schouders een voetenzak met alle kleuren van den regenboog,
+terwijl op een rose strook papier, het volgende Kerstlied uit haar mond vloeide:
+
+
+
+</p>
+<p class="beforeline"></p>
+<h3 class="lghead">De Jonkvrouw tot Bets.</h3>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">God zeegne u, lieve, kleine Bets
+</span></p>
+<p class="line" style="text-indent: 2em; "><span class="poetryline">Op dezen Kerstfeestdag;
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">Dat heil, gezondheid, vrede en vreugd
+</span></p>
+<p class="line" style="text-indent: 2em; "><span class="poetryline">U voortaan tegenlach&#8217;.</span></p>
+<p class="afterline"></p>
+<p class="beforeline"></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">Zie bloemen hier en lekker fruit
+</span></p>
+<p class="line" style="text-indent: 2em; "><span class="poetryline">Voor onze nijvre bij;
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">Een rol muziek, een voetenzak,
+</span></p>
+<p class="line" style="text-indent: 2em; "><span class="poetryline">En &oacute;&oacute;k wat snoeperij.</span></p>
+<p class="afterline"></p>
+<p class="beforeline"></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">Joanna&#8217;s beeld, een meesterstuk
+</span></p>
+<p class="line" style="text-indent: 2em; "><span class="poetryline">Van onzen Rafa&euml;l,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">Die &#8217;t maalde met de meeste zorg&#8212;
+</span></p>
+<p class="line" style="text-indent: 2em; "><span class="poetryline">Mij dunkt, het lijkt ook wel.</span></p>
+<p class="afterline"></p>
+<p class="beforeline"></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">Ontvang hierbij een helrood lint
+</span></p>
+<p class="line" style="text-indent: 2em; "><span class="poetryline">Voor uw beminde kat.
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">Van Meta wat vanille-ijs:
+</span></p>
+<p class="line" style="text-indent: 2em; "><span class="poetryline">Een gletscher in een vat.</span></p>
+<p class="afterline"></p><span class="pageno">
+[194]
+</span><p class="beforeline"></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">Mijn makers legden in mijn borst
+</span></p>
+<p class="line" style="text-indent: 2em; "><span class="poetryline">Van sneeuw hun warme min
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">Ik kom van Laurie en van Jo&#8212;
+</span></p>
+<p class="line" style="text-indent: 2em; "><span class="poetryline">Zoo &#8217;k hoop, u naar den zin.</span></p>
+<p class="afterline"></p>
+<p>Wat moest Bets lachen toen ze &#8217;t allemaal zag?
+
+</p>
+<p>Wat liep Laurie heen en weer om de presenten aan te brengen, en wat grappige toespraken hield Jo bij het overhandigen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik ben zoo boordevol geluk, dat er, als Vader er nu nog was, geen enkel droppeltje meer bij zou kunnen,&#8221; zei Bets, met een
+zucht van tevredenheid, toen Jo haar naar de studeerkamer droeg, om na al die drukte wat uit te rusten, en zich te verkwikken
+met een gedeelte van de heerlijke druiven, die de &#8220;Sneeuwjonkvrouw&#8221; haar gebracht had.
+
+</p>
+<p>&#8220;Het gaat mij net zoo,&#8221; riep Jo, terwijl zij eens op den band van het zoo lang gewenschte &#8220;Undine en Sintram&#8221; klopte.
+
+</p>
+<p>&#8220;En mij,&#8221; juichte Amy, die zat te genieten van een gravure, voorstellende de Madonna en het kind, die haar moeder haar in
+een mooi lijstje gegeven had.
+
+</p>
+<p>&#8220;Mij natuurlijk ook,&#8221; riep Meta, de zilverachtige plooien van haar eerste zijden japon gladstrijkende, want mijnheer Laurence
+had er op gestaan haar die te geven.
+
+</p>
+<p>&#8220;Kinderen, wat een gelukkige dag!&#8221; zei mevrouw March dankbaar, en haar oogen dwaalden van den brief van haar man naar het
+glimlachend gezichtje van Bets, terwijl haar hand de broche met grijs, goudblond, kastanje- en donkerbruin haar liefkoosde,
+die de meisjes haar juist hadden voorgespeld.
+
+</p>
+<p>Nu en dan gaat het wel eens in de wezenlijke wereld op de echte boekenmanier, en wat is dat dan heerlijk! Een half uur, nadat
+zij allen verklaard hadden z&oacute;&oacute; gelukkig te zijn, dat ze geen enkelen droppel meer in zich op konden nemen, kwam de droppel.
+Laurie opende de deur van de zitkamer en stak langzaam, bedaard het hoofd naar binnen, maar hij kon evengoed een luchtsprong
+gemaakt of een Indiaanschen strijdkreet aangeheven hebben, want zijn oogen verrieden zoo veel ingehouden opgewondenheid, en
+zijn stem was zoo verraderlijk vroolijk, dat iedereen opvloog, hoewel hij slechts op vreemden, gejaagden toon zei: &#8220;Hier is
+n&oacute;g een present voor de familie March.&#8221;
+
+</p>
+<p>Eer de woorden goed en wel uit zijn mond waren, verdween hij, en in zijn plaats verscheen een lange, mannelijke gestalte tot
+aan de oogen ingepakt en geleund op den arm van eene andere lange, mannelijke gestalte, die iets trachtte te zeggen, maar
+er niet uit kon komen. Natuurlijk volgde er een algemeene agitatie; in de eerstvolgende oogenblikken scheen ieder zijn verstand
+verloren te hebben, want de vreemdste dingen werden gedaan, en niemand sprak een geregeld woord. Mijnheer March werd onzichtbaar
+in de omhelzing van vier paar liefhebbende armen; Jo beleefde de schande <span class="pageno">
+[195]
+</span>van bijna flauw te vallen en werd door Laurie in de gang gecureerd; Brooke kuste Meta heelemaal bij vergissing, zooals hij
+eenigszins onsamenhangend verklaarde, en Amy, de welgemanierde, struikelde over een voetenbankje, en omhelsde, zonder te wachten
+tot ze weer stond, de laarzen van haar vader en bedauwde ze met tranen op een alleraandoenlijkste manier. Mevrouw March herstelde
+zich het eerst en hield haar hand op met een waarschuwend: &#8220;Stil, denk aan Bets!&#8221;
+
+</p>
+<p>Maar het was al te laat; de deur van de studeerkamer ging open&#8212;de kleine, roode shawl verscheen op den drempel&#8212;vreugd verleende
+kracht aan de zwakke beenen, en Bets vloog regelrecht in haar vaders armen. Vraag maar niet wat er toen gebeurde, want de
+overkropte harten vloeiden over, zoodat al de bitterheid van het verleden werd uitgewischt en niets dan het blijde heden overbleef.
+
+</p>
+<p>Het was wel niet romantisch, maar een hartelijk gelach bracht ieder weer tot zichzelf&#8212;want achter de deur stond Hanna, snikkende
+over den vetten kalkoen, dien zij in de haast vergeten had neer te leggen, toen zij de keuken uitstormde. Zoodra het gelach
+ophield, begon mevrouw March Brooke te danken voor de trouwe zorg, die hij voor haar echtgenoot gedragen had, waarop Brooke
+zich plotseling herinnerde, dat mijnheer March rust noodig had, en Laurie bij de hand nemende, zoo haastig mogelijk verdween.
+Toen werd den twee invaliden bevolen rust te nemen, hetgeen ze ook deden, door samen in &eacute;&eacute;n grooten stoel te zitten en zoo
+druk mogelijk te praten.
+
+</p>
+<p>Mijnheer March vertelde, hoe hij verlangd had hen te verrassen, en hoe de dokter hem toegestaan had van het zachte weder gebruik
+te maken; hoe onschatbaar Brooke geweest was, en hoe hij in alle opzichten een hoogst achtenswaardig en ferm jongmensch was.
+Waarom mijnheer March juist toen een oogenblik ophield en, na een blik op Meta geworpen te hebben die hevig in het vuur stond
+te poken, zijn vrouw met vragend opgetrokken wenkbrauwen aanzag, laat ik aan uw verbeelding over, als ook, waarom mevrouw
+March zacht met het hoofd knikte en hem eenigszins plotseling vroeg, of hij niet wat te eten wilde hebben. Jo zag en begreep
+den blik, wandelde verontwaardigd weg om wijn en bouillon te halen en sloeg de deur vrij hard achter zich toe, bij zichzelf
+mompelend: &#8220;Ik h&aacute;&aacute;t achtenswaardige, ferme jongelui met bruine oogen!&#8221;
+
+</p>
+<p><i>Nooit</i> was er zoo&#8217;n vroolijke maaltijd op Kerstmis als dien dag. De vette kalkoen was een lust om te zien, toen Hanna hem opgevuld,
+heerlijk bruin gebraden en versierd binnen bracht. De plumpudding smolt in den mond, evenals de vla en de gelei, waarvan Amy
+genoot als een vlieg in een stroopkan. Alles viel goed uit; hetgeen volgens Hanna een gelukkig toeval was, &#8220;want ik was zoo
+veraltereerd, mevrouw, dat het een wonder is, dat ik de podding niet heb gebraden, en den kalkoen met rozijnen heb opgevuld,
+of hem in een doek gekookt.&#8221;
+<span class="pageno">
+[196]
+</span></p>
+<p>Mijnheer Laurence en zijn kleinzoon dineerden bij hen, evenals Brooke, die, tot Laurie&#8217;s groot vermaak, voortdurend vijandig
+door Jo werd aangestaard. Twee gemakkelijke stoelen stonden naast elkander aan het boveneinde van de tafel, waarin Bets en
+haar vader zaten, die zich vergenoegden met een kipje en wat vruchten. Zij dronken, toastten, deden verhalen, zongen, &#8220;haalden
+op uit den ouden tijd,&#8221; zooals oude menschen zeggen en vierden allerheerlijkst feest. Er had een plan bestaan op een sleetochtje,
+maar de meisjes wilden hun vader niet verlaten; dus vertrokken de gasten vroeg, en toen de schemer inviel vereenigde zich
+de gelukkige familie om het vuur.
+
+</p>
+<p>&#8220;Juist een jaar geleden zaten we te brommen over den treurigen Kerstdag, dien wij verwachtten. Weet jullie &#8217;t nog wel?&#8221; vroeg
+Jo, een korte stilte afbrekende, die op een gesprek over allerlei onderwerpen gevolgd was.
+
+</p>
+<p>&#8220;Het werd over &#8217;t geheel t&oacute;ch een goed jaar,&#8221; zei Meta, die glimlachend in het vuur staarde, en zich gelukwenschte, dat ze
+Brooke met waardigheid had behandeld.
+
+</p>
+<p>&#8221;<i>Ik</i> vind, dat het een moeilijk jaar is geweest,&#8221; merkte Amy op, terwijl ze met peinzenden blik naar het flikkeren van het licht
+op haar ring keek.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik ben blij, dat het om is, omdat wij u weer terug hebben,&#8221; fluisterde Bets, die op Vaders knie zat.
+
+</p>
+<p>&#8220;Het was wel een oneffen weg voor jullie, mijn kleine pelgrims, vooral het laatste gedeelte. Maar je bent moedig voortgegaan,
+en ik geloof, dat de pakken mooi op weg zijn af te vallen,&#8221; zei mijnheer March, terwijl hij met vaderlijk welgevallen de vier
+jonge gezichtjes aankeek.
+
+</p>
+<p>&#8220;Hoe weet u dat? Heeft Moeder u daarvan verteld?&#8221; vroeg Jo.
+
+</p>
+<p>&#8220;Niet veel, maar aan den weerhaan ziet men, uit welken hoek de wind waait, en ik heb vandaag verscheiden ontdekkingen gedaan.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;O, vertel dan eens gauw w&aacute;t!&#8221; riep Meta uit, die naast hem zat.
+
+</p>
+<p>&#8220;Hier is er een!&#8221; en haar hand vattende, die op den arm van zijn stoel rustte, wees hij op den ruwen wijsvinger, een blaartje
+op den rug en een paar harde plekjes in de palm. &#8220;Ik herinner mij een tijd, toen dat handje wit en zacht was, en toen het
+je voornaamste zorg scheen, het zoo te houden. Het was toen heel mooi, maar in mijn oog is het nu mooier, want in die schijnbare
+ontsieringen lees ik een heele geschiedenis. De ijdelheid is opgeofferd; dit vereelte handje heeft nog iets beters dan blaren
+opgedaan, en ik geloof zeker, dat het naaiwerk door deze beprikte vingertjes verricht, lang zal duren, daar de steken met
+zooveel goeden wil gemaakt werden. Metalief, ik schat de vrouwelijke bekwaamheden, die een thuis aangenaam maken, hooger dan
+witte handen of fraaie talenten, ik ben er trotsch op, dat ik dit flinke, ijverige handje drukken mag, en ik hoop, dat men
+ons niet gauw vragen zal, het weg te geven.&#8221;
+<span class="pageno">
+[197]
+</span></p>
+<p>Wanneer Meta een belooning verlangd had voor uren van geduldigen arbeid, ontving ze die nu in den handdruk en den goedkeurenden
+glimlach van haar vader.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat hebt u van Jo te zeggen? Toe, zeg iets goeds, want ze heeft zoo haar best gedaan, en ze is zoo heel, heel lief voor mij
+geweest,&#8221; fluisterde Bets haar vader in het oor.
+
+</p>
+<p>Mijnheer March glimlachte en keek naar het lange meisje tegenover hem, met die ongewoon zachte uitdrukking op haar bruin gelaat.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ondanks den krullebol zie ik niet meer den &#8220;zoon Jo,&#8221; dien ik een paar jaar geleden achterliet,&#8221; zei mijnheer March. &#8220;Ik
+zie eene jonge dame, die haar kraagjes recht speldt, haar laarzen netjes toerijgt, en niet meer fluit, ruwe woorden gebruikt
+of languit op het haardkleed ligt, zooals vroeger. Op het oogenblik is zij vrij bleek en mager door zorg en waken; maar ik
+zie haar graag aan, want haar gezicht is vriendelijker en haar stem is zachter geworden; ze stampt niet meer, maar beweegt
+zich licht, en draagt voor zeker klein persoontje zorg op een moederlijke wijze, die ik met blijdschap opmerk. Ik mis mijn
+wilde meid wel min of meer, maar als ik daarvoor een sterke, behulpzame, teerhartige vrouw in de plaats krijg, zal ik meer
+dan voldaan zijn. Ik weet niet of ons zwart schaap door het scheren zoo bedaard is geworden, maar wel weet ik, dat ik in heel
+Washington niets kon vinden, mooi of goed genoeg, om er de vijfentwintig dollars voor uit te geven, die mijn dochter mij gezonden
+heeft.&#8221;
+
+</p>
+<p>Jo&#8217;s heldere oogen werden een oogenblik dof, en bij het licht van het vuur zag Bets, dat haar bleeke wangen door een blos
+overtogen werden bij den lof van haar vader, dien zij wist, voor een deel althans, verdiend te hebben.
+
+</p>
+<p>&#8220;Nu Bets,&#8221; zei Amy, die verlangde dat haar beurt kwam, maar bereid was te wachten.
+
+</p>
+<p>&#8220;Er is zoo weinig van haar over, dat ik niet veel durf zeggen, uit vrees, dat zij heelemaal zal verdwijnen, hoewel ze niet
+meer zoo verlegen is als vroeger,&#8221; schertste haar vader vroolijk; maar bij de herinnering hoe zij hem bijna ontvallen was,
+sloot hij haar vast in zijn armen, legde zijn wang tegen de hare en eindigde teeder: &#8220;Hier heb ik je veilig en wel, mijn kind,
+en hoop je zoo te behouden, als God wil.&#8221;
+
+</p>
+<p>Na een oogenblikje stilzwijgen keek hij naar Amy, die op een voetenbankje voor hem zat en begon, terwijl hij haar glanzend
+haar liefkoosde:
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik zag, dat Amy aan tafel de minst lekkere kluifjes nam, dat ze den heelen middag voor Moeder heen en weer liep, van avond
+Meta haar plaats afstond, en iedereen geduldig en vriendelijk bediend heeft. Ik merkte ook op, dat zij niet pruilde of in
+den spiegel keek, en dat ze geen woord gesproken heeft over het mooie ringetje, dat ze draagt; daaruit besluit ik, dat ze
+meer aan anderen en minder <span class="pageno">
+[198]
+</span>aan zichzelf heeft leeren denken en haar best gedaan om evengoed haar karakter te vormen, als haar figuurtjes van klei. Daar
+ben ik blij om, want, hoewel ik heel trotsch zou zijn op een mooi, door haar geboetseerd beeld, zal ik nog oneindig trotscher
+zijn op een lieve dochter, die de gave bezit, het leven voor anderen en voor zichzelf gelukkig te maken.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Waar denk je aan, Bets?&#8221; vroeg Jo, toen Amy haar vader had bedankt, en de geschiedenis van haar ring verteld had.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik las vandaag in &#8220;de Pelgrimstocht&#8221;, hoe, na veel moeiten en gevaren, Christiana en Groothart aan een mooie, groene weide
+kwamen, waar de lelies het heele jaar door bloeiden, en dat ze daar heerlijk bleven uitrusten, zooals wij nu doen, voordat
+ze de reis verder voortzetten,&#8221; antwoordde Bets, en voegde er bij, terwijl ze zich langzaam losmaakte uit de armen van haar
+vader en naar de piano ging: &#8220;Het is tijd om te zingen, en ik verlang mijn oude plaats weer in te nemen. Ik zal probeeren
+het liedje van den herdersjongen te zingen, dat de Pelgrims hoorden. Ik heb de wijs voor Vader gemaakt, omdat hij zooveel
+van de woorden houdt.&#8221;
+
+</p>
+<p>Bets ging voor haar piano zitten, raakte zacht de toetsen aan, en het lieve stemmetje, dat ze gevreesd hadden nimmer weer
+te zullen hooren, zong met eigen begeleiding het oude lied, dat zoo bijzonder op haar toepasselijk was:
+
+</p>
+<p class="beforeline"></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">Die laag staat, vreeze voor geen val,
+</span></p>
+<p class="line" style="text-indent: 2em; "><span class="poetryline">De needrige geen trots;
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">Die klein van kracht is, bouwe vrij
+</span></p>
+<p class="line" style="text-indent: 2em; "><span class="poetryline">Op God, als op een rots.</span></p>
+<p class="afterline"></p>
+<p class="beforeline"></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">Ik ben tevre&ecirc; met wat ik heb,
+</span></p>
+<p class="line" style="text-indent: 2em; "><span class="poetryline">Of &#8217;t veel of weinig zij:
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">Tevreden w&iacute;l ik zijn, o Heer:
+</span></p>
+<p class="line" style="text-indent: 2em; "><span class="poetryline">Dezulken toch mint Gij.</span></p>
+<p class="afterline"></p>
+<p class="beforeline"></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">Voor hen is overvloed tot last,
+</span></p>
+<p class="line" style="text-indent: 2em; "><span class="poetryline">Wier weg naar boven leidt.
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">Hier weinig en hiernamaals veel
+</span></p>
+<p class="line" style="text-indent: 2em; "><span class="poetryline">Is &#8217;t best voor d&#8217; eeuwigheid.</span></p>
+<p class="afterline"></p>
+<p class="div1"><a id="d0e5438"></a></p>
+<h1 class="label">Hoofdstuk XXIII.</h1>
+<h1>Tante March brengt de Zaak tot een Beslissing.</h1>
+<p>Net als de bijen achter hun koningin aanzwermen, zweefden moeder en dochters den volgenden dag rondom mijnheer March, en verzuimden
+alles om den pas aangekomen herstellende te zien, te hooren en te bedienen, zoodat hij gevaar liep door overmaat <span class="pageno">
+[199]
+</span>van verzorging weer ziek te worden. Zooals hij daar, omringd van kussens in den grooten stoel naast Bets&#8217; canap&eacute; zat, met
+de andere drie dicht om hem heen, terwijl Hanna nu en dan het hoofd eens om de deur stak, &#8220;om eens even den lieven man te
+zien,&#8221; scheen het alsof er niets meer aan hun geluk ontbrak. En toch ontbrak er <i>iets</i>, en de ouders voelden het, hoewel niemand er over sprak. Mijnheer en mevrouw March zagen elkaar onrustig aan en volgden Meta
+met de oogen. Jo had plotselinge aanvallen van somberheid, en werd er op betrapt, dat zij nu en dan met haar vuist Brooke&#8217;s
+parapluie dreigde, die in de gang was blijven staan. Meta was afgetrokken, verlegen en stil. Ze schrikte wanneer er gebeld
+werd, en bloosde als iemand John&#8217;s naam noemde. Amy zei: &#8221;&#8217;t Is net of iedereen op iets wacht en niemand tot rust kan komen,
+en dat is toch vreemd, nu Vader weer goed en wel thuis is.&#8221; En Bets verwonderde er zich in haar onschuld over, waarom de buren
+niet als naar gewoonte kwamen overloopen.
+
+</p>
+<p>&#8217;s Middags ging Laurie voorbij en scheen, toen hij Meta aan het venster zag staan, plotseling door een theatrale bui overvallen
+te worden, want hij viel op &eacute;&eacute;n knie neer in de sneeuw, sloeg zich op de borst, trok zich aan het haar, en hief zijn handen
+smeekend op, alsof hij om de een of andere gunst bad. En toen Meta hem zei, dat hij zich niet zoo gek moest aanstellen en
+doorloopen, wrong hij denkbeeldige tranen uit zijn zakdoek en wankelde den hoek om, alsof hij &#8220;der wanhoop ten prooi was.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Idioot! Wat zou hij daarmee meenen?&#8221; vroeg Meta lachende, en deed haar best, om er uit te zien, alsof ze er niets van begreep.
+
+</p>
+<p>&#8220;Hij deed maar eens voor, hoe jouw John zich zal aanstellen. Roerend, h&egrave;?&#8221; antwoordde Jo verachtelijk.
+
+</p>
+<p>&#8220;Zeg alstjeblieft niet <i>mijn John</i>, want dat is onzin en niet waar,&#8221; maar Meta sprak de woorden langzaam uit, alsof ze haar bijzonder lief toeklonken. &#8220;Toe,
+plaag me niet, Jo; ik heb je immers gezegd, dat ik niet <i>veel</i> om hem geef, en hij heeft immers van niets gesproken; dus moeten wij allemaal maar gewoon vriendschappelijk zijn en net doen
+als vroeger.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat kunnen we niet, want er <i>is</i> iets gezegd en Laurie&#8217;s onhebbelijkheid heeft je voor mij bedorven. Ik zie het best en Moeder ook. Je bent heel anders dan
+vroeger; ik weet niet hoever je wel van me af lijkt. Ik ben niet van plan je te plagen, en ik zal het dragen als een man,
+maar ik wou dat alles nu maar bepaald was. &#8217;k Heb een hekel aan dat wachten. Als je het dus ooit denkt te doen, haast je dan
+wat, dan is het gauw voorbij,&#8221; zei Jo knorrig.
+
+</p>
+<p>&#8221;<i>Ik</i> kan toch niets zeggen of doen, eer hij er van spreekt, en dat zal hij niet, omdat Vader gezegd heeft dat ik te jong was,&#8221;
+begon Meta, terwijl ze zich met een ongeloovig glimlachje over haar werk heenboog, alsof ze het op dit punt niet geheel met
+haar vader eens was.
+
+</p>
+<p>&#8220;Als hij begon, zou je niet eens weten te antwoorden; je zou <span class="pageno">
+[200]
+</span>maar schreien en blozen en hem zijn zin geven, in plaats van beslist neen te zeggen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik ben niet zoo kinderachtig en zwak, als je denkt. Ik weet precies, wat ik zeggen zal, want ik heb er een uitvoerig plan
+voor gemaakt, om niet onverwachts te worden verrast; je kunt nooit weten wat er gebeuren zal, en ik wil op alles bedacht zijn.&#8221;
+
+</p>
+<p>Jo moest lachen om het gewichtig air, dat Meta onbewust had aangenomen, en dat haar heel goed stond, even als het aardig blosje,
+dat telkens haar wangen kleurde.
+
+</p>
+<p>&#8220;Zou je me niet eens willen vertellen, wat je zou zeggen?&#8221; vroeg Jo meer eerbiedig.
+
+</p>
+<p>&#8220;Met plezier. Je bent nu zestien, oud genoeg om mijn vertrouweling te zijn, en mijn ondervinding kan jou misschien mettertijd
+te pas komen in een dergelijke aangelegenheid.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik ben niet van plan die ooit te hebben. Ik vind het ontzettend grappig andere menschen het hof te zien maken, maar ik zou
+me bespottelijk voelen, als het mezelf overkwam,&#8221; zei Jo, verschrikt bij de gedachte.
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat geloof ik niet, als je veel van iemand hield en hij van jou.&#8221; Meta zei het als tot zichzelf, en tuurde naar de laan,
+waar ze zoo dikwijls ge&euml;ngageerde paartjes in de schemering had zien wandelen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik dacht, dat je me je redevoering zou gaan opzeggen,&#8221; zei Jo, de droomerij van haar zuster onbarmhartig verstorend.
+
+</p>
+<p>&#8220;O, ik zou alleen heel kalm en beslist zeggen: dank u, mijnheer Brooke, u is wel vriendelijk, maar ik ben het &eacute;&eacute;ns met mijn
+vader, dat ik te jong ben om me al te engageeren; wees dus zoo goed er niet meer over te spreken, maar laat ons vrienden blijven
+als vroeger.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Hm, stijf en koel genoeg. Ik geloof niet, dat je dat ooit zult zeggen, en ik weet dat hij er niet mee tevreden zal zijn.
+Als hij aanhoudt, zooals gelukkige minnaars in boeken, zul je hem aannemen, liever dan hem te kwetsen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen, dat zal ik niet! Ik zal hem zeggen, dat ik vast besloten ben, en dan de kamer met waardigheid verlaten.&#8221;
+
+</p>
+<p>Meta stond op, toen zij dit zei, en was juist van plan haar indrukwekkenden uittocht voor te stellen, toen een stap in de
+gang haar naar haar stoel terug deed stuiven en op haar naaiwerk aanvallen, alsof haar leven er mee gemoeid was, zoo de zoom
+niet in een bepaalden tijd af kwam. Jo bedwong een lach bij de plotselinge verandering, en toen iemand bescheiden aan de deur
+tikte, opende zij die alles behalve gastvrij met een barsch gezicht.
+
+</p>
+<p>&#8220;Dag juffrouw March, ik kwam om mijn parapluie te halen&#8212;eigenlijk ook om te zien, hoe uw vader zich vandaag voelt,&#8221; begon
+Brooke een beetje verlegen, terwijl zijn oog van het eene veelzeggende gezicht naar het andere vloog.
+
+</p>
+<p>&#8220;Best, hij is heel wel; de parapluie staat in den stander; ik zal hem even krijgen en zeggen dat u er is,&#8221; zei Jo, en wipte
+de kamer <span class="pageno">
+[201]
+</span>uit om Meta de gelegenheid te geven haar redevoering in alle waardigheid af te steken. Maar zoodra ze weg was, begon Meta
+naar de deur te schuiven:
+
+</p>
+<p>&#8220;Moeder zal zeker blij zijn u te zien; ga zitten, ik zal haar roepen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ga niet weg; ben je bang voor me, Meta?&#8221; en Brooke keek zoo gegriefd, dat Meta vreesde iets heel ruws gedaan te hebben. Ze
+bloosde tot onder haar krulletjes, want hij had haar nog nooit bij haar naam genoemd, en ze was verbaasd, dat het zoo natuurlijk
+en prettig uit zijn mond klonk. Om vriendelijk en kalm te schijnen, stak ze haar hand vertrouwelijk uit en zei op dankbaren
+toon:
+
+</p>
+<p>&#8220;Hoe zou ik bang voor u kunnen zijn, terwijl u zoo goed voor Vader geweest is? Ik wou maar, dat we er u voor konden bedanken.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Zal ik je zeggen, hoe je dat kunt?&#8221; vroeg Brooke, die Meta&#8217;s hand in zijn twee groote handen vastgreep, en haar aanzag met
+zooveel liefde in zijn bruine oogen, dat haar hart begon te bonzen en ze wel had willen wegloopen, maar toch ook graag wou
+blijven om het verdere te hooren.
+
+</p>
+<p>&#8220;Och neen, als &#8217;t u belieft niet&#8212;liever maar niet,&#8221; zei ze, terwijl ze trachtte haar hand weg te trekken, en er heel schuw
+en verschrikt uitzag, al had ze beweerd niet bang voor hem te zijn.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik zal je niet plagen; ik wou alleen weten of je een beetje van me houdt; ik heb je al zoolang liefgehad, Meta,&#8221; voegde Brooke
+er teeder bij.
+
+</p>
+<p>Dit was het oogenblik voor de kalme, gepaste redevoering, maar Meta sprak die niet uit; zij was alles vergeten, keek op den
+grond en antwoordde: &#8220;Ik weet het niet,&#8221; zoo zachtjes, dat John zich bukken moest, om het kleine, dwaze antwoord te verstaan.
+
+</p>
+<p>Het scheen hem toch nogal te voldoen, want hij glimlachte met een stralend gezicht, drukte Meta&#8217;s handje en vroeg op zijn
+meest overredenden toon: &#8220;Zou je willen probeeren, om het te weten te komen? Ik zou het zoo graag van je hooren, en kan niet
+met lust aan &#8217;t werk gaan, eer ik weet, of ik in &#8217;t eind mijn belooning zal krijgen of niet.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik ben nog te jong,&#8221; stamelde Meta, verbaasd dat ze zoo overstuur raakte en dat ze het toch eigenlijk niets naar vond.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik zal wachten; en intusschen kun je misschien leeren van mij te houden. Zou &#8217;t een erg moeilijke les wezen, Meta?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Niet, als ik hem graag wou leeren, maar&#8212;&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Toe, wil het maar, Meta. Ik houd van onderwijs geven, en dit is veel gemakkelijker dan Duitsch,&#8221; riep John, haar andere hand
+grijpende, zoodat zij haar gezicht niet kon verbergen, toen hij zich bukte om haar in de oogen te zien.
+
+</p>
+<p>Zijn toon was &#8220;gepast smeekend,&#8221; maar Meta keek hem eens van ter zijde schichtig aan en zag dat zijn oogen niet alleen teeder,
+maar ook vroolijk stonden en dat hij tevreden glimlachte, als iemand, die niet twijfelt aan zijn succes. Dit prikkelde haar;
+ze herinnerde zich Annie Moffat&#8217;s dwaze lessen in coquetterie, en de zucht naar <span class="pageno">
+[202]
+</span>macht, die in &#8217;t hart, ook van de beste jonge meisjes sluimert, ontwaakte plotseling in haar en maakte zich van haar meester.
+Ze voelde zich zenuwachtig en vreemd, en niet wetende wat anders te doen, volgde ze een opkomende gril, trok haar handen los,
+en zei heftig: &#8220;Ik <i>wil</i> niet; ga als &#8217;t je blieft weg en laat mij alleen.&#8221;
+
+</p>
+<p>De arme Brooke keek alsof zijn dierbaar luchtkasteel op hem neertuimelde, want hij had Meta nooit in zoo&#8217;n stemming gezien,
+en hij raakte er door in de war.
+
+</p>
+<p>&#8220;Meen je dat werkelijk?&#8221; vroeg hij dringend, haar met zijn blik volgend, terwijl ze de kamer uitliep.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja, ik meen het. Ik wil niet met die dingen geplaagd worden. Vader zegt, dat het niet hoeft; het is te vroeg en ik wil niet.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Maar mag ik niet hopen, dat je langzamerhand van plan veranderen zult? Ik wil wachten en niets zeggen, totdat je tijd hebt
+gehad. Speel niet met me, Meta. Dat had ik niet van je gedacht.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Denk maar in het geheel niet meer aan me. Ik wou liever, dat je &#8217;t niet deed,&#8221; zei Meta, die in een ondeugende opwelling
+het geduld van haar minnaar en haar eigen macht eens op de proef wilde stellen.
+
+</p>
+<p>John was heel ernstig en bleek geworden en leek nu ongetwijfeld veel op de romanhelden, die ze tot nu toe bewonderd had; maar
+hij sloeg zich toch niet voor het voorhoofd en stampvoette niet op den grond, zooals zij deden; hij stond maar stil naar haar
+te kijken, z&oacute;&oacute; verlangend, z&oacute;&oacute; teeder, dat ze bijna berouw kreeg. Het is moeilijk na te gaan, wat er gebeurd zou zijn, als
+op dit hoogst belangwekkend oogenblik Tante March niet binnengestrompeld was.
+
+</p>
+<p>De oude dame kon het verlangen haar neef te zien, niet bedwingen, want ze had Laurie ontmoet op haar wandeling, en de terugkomst
+van mijnheer March vernemende, reed ze terstond uit om hem te bezoeken.
+
+</p>
+<p>De heele familie was juist achter in het huis en ze was stilletjes binnengekomen om hem te verrassen. Ze verraste twee anderen
+z&oacute;&oacute;, dat Meta schrikte alsof ze een geest zag en John Brooke in de studeerkamer ontsnapte.
+
+</p>
+<p>&#8220;Zeg! wat beteekent dit alles?&#8221; riep de oude dame, met een slag van haar wandelstok, terwijl ze van den bleeken jongeman naar
+de vuurroode jonge dame keek.
+
+</p>
+<p>&#8220;Een vriend van Vader. Ik ben zoo verrast u te zien,&#8221; stamelde Meta, overtuigd dat haar thans de les zou worden gelezen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat is duidelijk,&#8221; antwoordde Tante March, en ging zitten. &#8220;Maar wat zei die vriend van je vader, dat je zoo purperrood gemaakt
+heeft? Er is iets niet in den haak hier, en ik eisch dat je me vertelt, wat er gebeurd is!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;We waren maar wat aan &#8217;t praten. Mijnheer Brooke kwam om zijn parapluie te halen,&#8221; begon Meta, die mijnheer Brooke en zijn
+parapluie veilig de deur uitwenschte.
+
+</p>
+<p>&#8220;Brooke? De gouverneur van dien jongen? Aha, nu begrijp ik <span class="pageno">
+[203]
+</span>het! Ik weet er alles van. Jo versprak zich, toen ze mij een boodschap wou voorlezen uit een der brieven van je vader, en
+ik heb haar laten opbiechten. Je hebt hem toch niet geaccepteerd, kind?&#8221; riep Tante March verontwaardigd.
+
+</p>
+<p>&#8220;Stil toch! hij zal u hooren! Laat ik Moeder gaan roepen,&#8221; zei Meta, hevig ontsteld.
+
+</p>
+<p>&#8220;Nog niet. Ik heb je iets te zeggen en zal dat eerst doen. Vertel m&#8217; eens, ben je van plan dien Brooke te trouwen? Als je
+dat doet, krijg je geen cent van me. Denk daar maar aan, en wees een verstandig meisje,&#8221; sprak de oude dame dreigend.
+
+</p>
+<p>Nu bezat Tante March in hooge mate de kunst, zelfs in de zachtste menschen een geest van verzet op te wekken en ze had er
+plezier in dat te doen. De besten onder ons hebben iets van koppigheid in zich, vooral wanneer zij jong en verliefd zijn.
+Als Tante March Meta verzocht had John Brooke aan te nemen, zou ze waarschijnlijk beslist hebben geweigerd; maar nu haar bevolen
+werd <i>niet</i> van hem te houden, besloot zij terstond het w&eacute;l te doen. Genegenheid, zoowel als koppigheid maakte dit besluit gemakkelijk,
+en in haar opgewonden toestand verzette Meta zich tegen de oude dame met ongewoon vuur.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik zal trouwen met wien ik wil, Tante, en u kunt uw geld geven aan wie u wilt,&#8221; zei ze met een vastberaden knikje.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wel, nu nog mooier! Is dat de manier, waarop je mijn raad volgt, meisje. &#8217;t Zal je gauw genoeg berouwen, als je de liefde
+in een hutje hebt leeren kennen en je die is tegengevallen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;In een hut is dikwijls veel meer liefde dan in sommige groote huizen,&#8221; antwoordde Meta.
+
+</p>
+<p>Tante March zette haar bril op en staarde haar nichtje aan&#8212;ze herkende haar niet in deze stemming. Meta begreep zichzelf nauwelijks;
+ze voelde zich zoo dapper en onafhankelijk, zoo blij dat ze John kon verdedigen en haar recht kon handhaven om hem lief te
+hebben als zij dat verkoos. Tante March zag in, dat ze de zaak verkeerd had aangepakt; na een poosje deed ze dus een nieuwen
+aanval en begon zoo zachtzinnig als haar mogelijk was:
+
+</p>
+<p>&#8220;Meta, lieve, wees nu eens verstandig en volg mijn raad. Ik meen het goed, en zou je niet graag je heele leven zien bederven
+door &eacute;&eacute;n misstap aan &#8217;t begin. Je behoort goed te trouwen en je familie te steunen. Het is je plicht een rijk huwelijk te
+doen en dat behoorde je ingeprent te zijn.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Vader en Moeder denken er anders over. Zij houden van John, al is hij arm.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Je vader en moeder, kindlief, hebben niet meer wereldwijsheid dan een paar zuigelingen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat doet me pleizier!&#8221; riep Meta brutaal.
+
+</p>
+<p>Tante March deed alsof ze &#8217;t niet hoorde, maar ging voort met haar les. &#8220;Die Brooke is arm en heeft geen enkel rijk familielid,
+wel?&#8221;
+<span class="pageno">
+[204]
+</span></p>
+<p>&#8220;Neen, maar heel veel hartelijke vrienden.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Daar kun je niet van leven; probeer het maar eens en zie hoe gauw die hartelijkheid bekoelt. Heeft hij een betrekking?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Nog niet; mijnheer Laurence zal hem helpen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat zal niet van langen duur zijn. James Laurence is een lastig oud man, op wien men niet kan rekenen. Dus je bent van plan
+iemand te trouwen zonder geld, zonder positie of betrekking, en harder te gaan werken dan je nu gewoon bent, terwijl je een
+gelukkig leven tegemoet kon gaan, door mijn raad te volgen en een beter huwelijk te doen. Ik dacht dat je verstandiger was,
+Meta.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik zou geen beter huwelijk <i>kunnen</i> doen, al wachtte ik levenslang. John is goed en flink en knap; hij is begaafd en verstandig, hij wil werken en zal stellig
+vooruitkomen. Hij is sterk en goedhartig; iedereen houdt van hem en acht hem, en ik ben er trotsch op dat hij om mij geeft,
+ofschoon ik zoo arm en jong en dom ben,&#8221; zei Meta, die er in haar ernst liever uitzag dan ooit.
+
+</p>
+<p>&#8220;Hij weet dat je rijke verwanten hebt, kind; dat is, vermoed ik, het geheim van zijn liefde.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Hoe <i>durft</i> u zooiets zeggen, Tante? John is boven zooiets verheven. Ik wil geen seconde langer naar u luisteren, als u zoo praat!&#8221; riep
+Meta, in haar verontwaardiging alles vergetende, behalve de onrechtvaardigheid van die verdenking. &#8220;John zou evenmin om geld
+trouwen als ik. Wij zijn bereid te werken, en willen wachten. Ik ben niet bang voor armoede, want ik ben gelukkig geweest
+tot nu toe, en ik weet dat ik het met hem ook zal zijn, omdat hij van me houdt, en ik&#8212;&#8221;
+
+</p>
+<p>Hier zweeg Meta, zich plotseling herinnerend, dat ze nog geen besluit genomen had, dat ze John had gezegd heen te gaan, en
+dat hij misschien haar veranderde verklaringen hoorde.
+
+</p>
+<p>Tante March was heel boos, want ze had het er op gezet, dat haar mooi nichtje een goede partij zou doen, en een zekere uitdrukking
+in &#8217;t bezielde, jonge gezichtje wekte een treurig en bitter gevoel op in de eenzame, oude vrouw.
+
+</p>
+<p>&#8220;Welnu, ik trek mijn handen van de heele zaak af. Je bent een koppig kind, en je verliest meer dan je vermoedt, door dezen
+dollen streek.&#8212;Neen, ik wil niet zwijgen. Ik ben in je teleurgesteld en heb geen lust, je vader nu te zien. Verwacht niets
+van mij, als je getrouwd bent. Die vrienden van je mijnheer Brooke moeten je dan maar voorthelpen. <i>Ik</i> wil niets meer met je te doen hebben.&#8221;
+
+</p>
+<p>En de deur voor Meta&#8217;s neus dichtslaande, verdween Tante March in heftigen toorn. &#8217;t Was of ze al den moed van haar nichtje
+met zich mee genomen had, want zoodra Meta alleen was, stond ze een oogenblik in tweestrijd of ze zou lachen of schreien.
+Eer ze een besluit kon nemen, had Brooke zich van haar meester gemaakt, die in &eacute;&eacute;n adem uitriep: &#8220;Ik kon het niet helpen,
+ik <i>moest luisteren</i>, Meta. Ik dank jou voor je verdediging, en Tante March voor het bewijs, dat je al een beetje om me geeft.&#8221;
+<span class="pageno">
+[205]
+</span></p>
+<p>&#8220;Ik wist zelf niet hoeveel, tot ze kwaad van je ging spreken,&#8221; begon Meta.
+
+</p>
+<p>&#8220;En ik hoef niet weg te gaan, maar mag blijven en gelukkig zijn?&#8221;
+
+</p>
+<p>Hier bood zich weer een schoone gelegenheid om de verpletterende speech uit te spreken, en een statigen aftocht te blazen,
+maar Meta dacht er niet aan een van beide te doen, en verlaagde zich voor eeuwig in Jo&#8217;s schatting, door zacht te fluisteren:
+&#8220;Ja, John,&#8221; terwijl zij haar lief gezicht tegen John&#8217;s vest verborg.
+
+</p>
+<p>Een kwartier na het vertrek van Tante March kwam Jo zachtjes naar beneden, wachtte even aan de kamerdeur, en geen geluid hoorende,
+knikte en lachte ze met een tevreden gezicht, en zei bij zichzelf: &#8220;Ze heeft hem weggestuurd, zooals we afgesproken hadden;
+dat zaakje is dus gezond! Ik zal maar eens naar binnen gaan om wat van de grap te hooren en er samen eens over te lachen.&#8221;
+
+</p>
+<p>Maar de arme Jo is nooit zoover gekomen, want ze versteende al op den drempel bij het aanschouwen van een tooneel, dat haar
+met opengesperden mond en oogen terughield. Gekomen met het voornemen over een gevallen vijand te triomfeeren en een onverbiddelijke
+zuster te prijzen wegens de verbanning van een lastigen aanbidder, was het zeker een schok voor haar, toen ze moest aanschouwen,
+hoe bovengenoemde vijand genoeglijk op de canap&eacute; zat, en de onverbiddelijke zuster op zijn knie, met het meest onderworpen
+en gelukkige gezicht ter wereld. Jo hijgde, alsof ze een koud stortbad kreeg; zoo&#8217;n onverwachte omkeer benam haar den adem.
+Het rare geluid dat ze maakte, deed het paar omzien. Meta sprong op, met een mengeling van verlegenheid en trots op haar blozend
+gezichtje, maar &#8220;die man&#8221; zooals Jo hem noemde, waagde het nog te lachen, en zei bedaard, terwijl hij het verbaasde standbeeld
+kuste:
+
+</p>
+<p>&#8220;Zuster Jo, feliciteer ons maar!&#8221;
+
+</p>
+<p>Dat was beleediging op beleediging stapelen; het werd Jo te kras, en een woest gebaar makende, verdween ze, zonder een woord
+te spreken. Ze vloog de trappen op en verschrikte de zieken, door de kamer binnen te stormen en heftig uit te roepen: &#8220;O,
+laat er toch gauw iemand naar beneden gaan; John Brooke doet zoo onmogelijk en Meta laat het toe.&#8221;
+
+</p>
+<p>Mijnheer en mevrouw March verlieten haastig de kamer, en op haar bed neervallend, brak Jo onder bittere tranen in luide jammerklachten
+los, terwijl ze Bets en Amy het verschrikkelijke nieuws vertelde. Maar de kleine meisjes vonden het een heel prettige en interessante
+gebeurtenis, en hier ook al geen troost vindende, trok Jo maar naar haar toevluchtsoord op den zolder en maakte de ratten
+deelgenoot van de ramp.
+
+</p>
+<p>Niemand kwam te weten, wat er dien middag in de huiskamer voorviel, maar er werd veel gepraat, en de dikwijls zoo stille Brooke
+verbaasde zijn vrienden door de welsprekendheid en het vuur, <span class="pageno">
+[206]
+</span>waarmee hij zijn zaak bepleitte tot hij alles naar zijn zin geregeld kreeg.
+
+</p>
+<p>De theebel luidde, eer hij ge&euml;indigd had met de beschrijving van het paradijs, dat hij voor Meta dacht te verdienen, en vol
+trots leidde hij haar naar binnen om te soupeeren, beiden zoo zichtbaar gelukkig, dat Jo het niet van zich kon verkrijgen,
+jaloersch of verdrietig te zijn. Amy was zeer gesticht door John&#8217;s eerbiedige aanbidding en over de waardigheid, waarmee Meta
+zich die liet welgevallen; Bets zat hem in de verte glimlachend aan te staren, terwijl mijnheer en mevrouw March met zooveel
+blijde tevredenheid op het jonge paar neerzagen, dat Tante March blijkbaar gelijk had met hen &#8220;zoo onverstandig als een paar
+zuigelingen&#8221; te noemen. Niemand gebruikte veel, maar iedereen keek even gelukkig, en de oude kamer scheen als vernieuwd, nu
+de eerste roman in de familie er begon.
+
+</p>
+<p>&#8220;Nu zul je niet meer zeggen, Meta, dat hier nooit iets prettigs gebeurt, is &#8217;t wel?&#8221; riep Amy, terwijl ze tot een besluit
+zocht te komen, hoe ze het paar zou schikken voor een schets, die zij van plan was te maken.
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen, zeker niet. Wat is er veel gebeurd sedert ik dat zei! Het schijnt wel een jaar geleden,&#8221; antwoordde Meta, die in verheven
+sferen, ver boven gewone dingen zooals brood en boter, rondzweefde.
+
+</p>
+<p>&#8220;De aangename dingen volgden dezen keer al heel gauw op de treurige, en ik geloof, dat de veranderingen ten goede nu begonnen
+zijn,&#8221; zei mevrouw March. &#8220;In de meeste families komt er nu en dan zoo&#8217;n gewichtig jaar; dit is er een voor ons geweest, maar
+het is gelukkig ge&euml;indigd.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8221;&#8217;k Hoop, dat het volgende beter zal eindigen,&#8221; mompelde Jo, die het heel hard vond Meta voor haar oogen heelemaal in een
+vreemde te zien opgaan; want de weinige personen, die Jo liefhad, had zij h&eacute;&eacute;l innig lief, en ze vreesde niets zoozeer als
+hun genegenheid te verliezen, of ook maar in het minst te zien verflauwen.
+
+</p>
+<p>&#8221;<i>Ik</i> hoop, dat het <i>derde</i> jaar, van nu af gerekend, gelukkig eindigen mag; en dat <i>zal</i> het ook, als ik in leven blijf en mijn plannen ten uitvoer brengen kan,&#8221; zei John, Meta toelachende, alsof hem nu niets meer
+onmogelijk scheen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Lijkt het je niet vreeselijk, zoo&#8217;n tijd te moeten wachten,&#8221; vroeg Amy, die verlangde, dat de trouwpartij nu maar voor de
+deur stond.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik moet nog zooveel leeren, eer ik er genoeg voor weet, dat het me kort zal toeschijnen,&#8221; antwoordde Meta met een zachten
+ernst, die haar tot nog toe vreemd was.
+
+</p>
+<p>&#8220;Jij hebt maar te wachten. Ik zal het werk wel doen,&#8221; zei John, zijn taak beginnende door Meta&#8217;s servet op te rapen, met een
+gezicht, dat Jo aanleiding gaf haar hoofd te schudden, en met een zucht van verlichting tot zichzelf te zeggen, toen ze de
+voordeur <span class="pageno">
+[207]
+</span>hoorde dichtslaan: &#8220;Daar komt Laurie gelukkig; nu zullen we weer eens verstandig kunnen praten!&#8221;
+
+</p>
+<p>Maar Jo vergiste zich, want Laurie kwam binnenstormen met eene groote engagementsbouquet voor &#8220;Mevrouw John Brooke,&#8221; terwijl
+hij blijkbaar in den waan verkeerde, dat alles zoo geloopen was door zijn voortreffelijke leiding.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik wist wel, dat Brooke zijn zin zou krijgen; dat lukt hem altijd! Als hij zich eenmaal voorneemt iets te doen, gebeurt het
+ook, al zou de hemel er bij invallen,&#8221; zei Laurie, nadat hij zijn gelukwenschen en bloemen had aangeboden.
+
+</p>
+<p>&#8220;Zeer verplicht voor je gunstige opinie. Ik neem die aan als een goed voorteeken voor de toekomst, en vraag je nu reeds bij
+voorbaat op onze bruiloft,&#8221; antwoordde Brooke, die op het oogenblik in vrede verkeerde met het heele menschdom, zelfs met
+zijn lastigen leerling.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik kom, al zat ik ook aan het einde der aarde, want alleen Jo&#8217;s gezicht bij die gelegenheid, zal de moeite van de reis waard
+zijn. Je ziet er niet feestelijk uit, mejuffrouw, wat scheelt er aan?&#8221; vroeg Laurie, haar volgende in een hoek van de kamer,
+toen allen waren opgestaan om den ouden heer Laurence te begroeten.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik keur het huwelijk niet goed, maar ik heb me voorgenomen het te dragen en er geen woord over te zeggen,&#8221; zei Jo plechtig.
+&#8220;Je kunt niet begrijpen, hoe hard het voor mij is Meta af te staan,&#8221; kwam er met bevende stem achter.
+
+</p>
+<p>&#8220;Je st&aacute;&aacute;t haar niet af. Je deelt haar maar,&#8221; zei Laurie troostend.
+
+</p>
+<p>&#8220;Het kan nooit meer hetzelfde zijn. Ik heb mijn beste vriendin verloren,&#8221; zuchtte Jo.
+
+</p>
+<p>&#8220;Maar je hebt mij nog. Ik ben wel niet veel waard, dat weet ik wel; maar ik zal je trouw blijven, Jo, al de dagen van mijn
+leven; op mijn woord, dat zal ik!&#8221; en Laurie meende wat hij zei.
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat weet ik wel, en daar ben ik heel dankbaar voor. Je bent altijd een groote troost voor me, Teddy!&#8221; zei Jo, hem dankbaar
+de hand drukkende.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wel, wees nu niet zoo somber meer, beste jongen. Alles is immers in orde. Meta is gelukkig, Brooke zal wel in een oogenblik
+een betrekking hebben, laat dat maar aan Grootpapa over, en het zal allerleukst zijn Meta in haar eigen huisje te zien. Als
+ze weg is zullen we nog een hoop plezier hebben, want dan duurt het niet lang meer, of ik ben klaar aan de academie, en dan
+gaan we naar Europa en doen een heerlijk reisje. Zou je dat niet troosten?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Misschien wel; maar je weet nooit, wat er in drie jaar gebeuren kan,&#8221; zei Jo peinzend.
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat is waar. Zou je niet wel eens in de toekomst willen zien, om te weten, waar we dan allemaal zullen zijn? Ik wel,&#8221; zei
+Laurie.
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen, ik niet, want misschien zou ik iets treurigs zien; en nu ziet ieder er zoo gelukkig uit, dat ik niet geloof, dat het
+veel beter worden kan,&#8221; en Jo liet langzaam haar oogen door de kamer gaan, <span class="pageno">
+[208]
+</span>ondanks zichzelf glimlachend, want het was een allergenoegelijkst tooneeltje.
+
+</p>
+<p>Vader en Moeder zaten naast elkander en doorleefden nog eens weer het eerste hoofdstuk van <i>hun</i> roman, die een jaar of twintig geleden begonnen was. Amy teekende de gelieven uit, die in een aparte wereld leefden, met
+zulke stralende gezichten, dat de kleine kunstenares ze wel niet op het papier zou kunnen teruggeven. Bets lag op haar canap&eacute;
+vroolijk met haar ouden vriend te praten, die haar handje vasthield, alsof hij voelde, dat het ook hem kon leiden op den weg
+des vredes dien Bets zelf bewandelde. Jo zat in haar geliefkoosd gemakkelijk stoeltje, met den ernstig, rustigen blik, die
+haar zoo goed stond, en Laurie, op den rug van haar stoel geleund, zoodat zijn kin op eene hoogte was met haar krullebol,
+knikte haar vriendelijk toe in den grooten spiegel, die hun beider beeld weerkaatste.
+
+</p>
+<p>En terwijl ze zoo zitten, valt het gordijn voor Meta, Jo, Bets en Amy. Het zal weer worden opgehaald, als we het eerste deel
+van dit huiselijk drama, getiteld: <i>Onder Moeders Vleugels</i>, vervolgen onder den titel: <i>Op Eigen Wieken</i>.
+
+
+
+
+</p><span class="pageno">
+[209]
+</span><p class="div1"></p>
+<h1>Inhoud.</h1>
+<p></p>
+<table width="100%">
+<tr valign="top">
+<td valign="top"> </td>
+<td valign="top"> </td>
+<td valign="top">Bladz.</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Hoofdstuk I. </td>
+<td valign="top"><a href="#d0e77">Kleine Pelgrims</a>
+</td>
+<td valign="top"> 1</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Hoofdstuk II. </td>
+<td valign="top"><a href="#d0e316">Een vroolijk Kerstfeest</a>
+</td>
+<td valign="top"> 10</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Hoofdstuk III. </td>
+<td valign="top"><a href="#d0e531">&#8220;Die Jongen van Hiernaast&#8221;</a>
+</td>
+<td valign="top"> 20</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Hoofdstuk IV. </td>
+<td valign="top"><a href="#d0e841">Lasten</a>
+</td>
+<td valign="top"> 29</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Hoofdstuk V. </td>
+<td valign="top"><a href="#d0e1035">Goede Buren</a>
+</td>
+<td valign="top"> 40</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Hoofdstuk VI. </td>
+<td valign="top"><a href="#d0e1342">Bets vindt &#8220;het Paleis der Gelukkigen&#8221;</a>
+</td>
+<td valign="top"> 50</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Hoofdstuk VII. </td>
+<td valign="top"><a href="#d0e1472">Amy&#8217;s Dal der Vernedering</a>
+</td>
+<td valign="top"> 56</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Hoofdstuk VIII. </td>
+<td valign="top"><a href="#d0e1621">Jo ontmoet Appollyon</a>
+</td>
+<td valign="top"> 62</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Hoofdstuk IX. </td>
+<td valign="top"><a href="#d0e1847">Meta gaat naar de Kermis der IJdelheid</a>
+</td>
+<td valign="top"> 72</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Hoofdstuk X. </td>
+<td valign="top"><a href="#d0e2225">De P.C. en P.P.</a>
+</td>
+<td valign="top"> 87</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Hoofdstuk XI. </td>
+<td valign="top"><a href="#d0e2669">Proefnemingen</a>
+</td>
+<td valign="top"> 95</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Hoofdstuk XII. </td>
+<td valign="top"><a href="#d0e2892">Het Kamp Laurence</a>
+</td>
+<td valign="top">105</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Hoofdstuk XIII. </td>
+<td valign="top"><a href="#d0e3341">Luchtkasteelen</a>
+</td>
+<td valign="top">122<span class="pageno">
+[210]
+</span></td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Hoofdstuk XIV. </td>
+<td valign="top"><a href="#d0e3567">Geheimen</a>
+</td>
+<td valign="top">130</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Hoofdstuk XV. </td>
+<td valign="top"><a href="#d0e3876">Een Telegram</a>
+</td>
+<td valign="top">139</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Hoofdstuk XVI. </td>
+<td valign="top"><a href="#d0e4075">Brieven</a>
+</td>
+<td valign="top">147</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Hoofdstuk XVII. </td>
+<td valign="top"><a href="#d0e4307">Kleine Getrouwen</a>
+</td>
+<td valign="top">154</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Hoofdstuk XVIII. </td>
+<td valign="top"><a href="#d0e4519">Donkere Dagen</a>
+</td>
+<td valign="top">160</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Hoofdstuk XIX. </td>
+<td valign="top"><a href="#d0e4667">Amy&#8217;s Testament</a>
+</td>
+<td valign="top">168</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Hoofdstuk XX. </td>
+<td valign="top"><a href="#d0e4821">In vertrouwen</a>
+</td>
+<td valign="top">175</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Hoofdstuk XXI. </td>
+<td valign="top"><a href="#d0e4955">Laurie sticht Kwaad, en Jo herstelt den Vrede</a>
+</td>
+<td valign="top">181</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Hoofdstuk XXII. </td>
+<td valign="top"><a href="#d0e5264">Liefelijke Weiden</a>
+</td>
+<td valign="top">192</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Hoofdstuk XXIII. </td>
+<td valign="top"><a href="#d0e5438">Tante March brengt de Zaak tot een Beslissing</a>
+</td>
+<td valign="top">198</td>
+</tr>
+</table><p>
+
+
+<span class="pageno">
+[211]
+</span></p>
+<p class="div1"></p>
+<p><span class="smallcaps">Uitgave van Firma D. Bolle te Rotterdam</span>
+
+</p>
+<p><b>M<sup>rs</sup>. Clifford</b>
+
+</p>
+<p><b>Dora en Betty</b>
+
+</p>
+<p><span class="smallcaps">Vertelling voor Meisjes</span>
+
+</p>
+<p><span class="smallcaps">Vrij Bewerkt uit het Engelsch</span>
+
+</p>
+<p><span class="smallcaps">Door</span>
+
+<b><span class="smallcaps">Helene van Holland</span></b>
+
+</p>
+<p><span class="smallcaps">Tweede Druk</span>
+
+</p>
+<p><span class="smallcaps">Groote Prachtuitgave</span>
+
+</p>
+<p><span class="smallcaps">Met</span>
+
+</p>
+<p>26 <span class="smallcaps">Fraaie Illustrati&euml;n</span>
+
+
+</p>
+<p><span class="smallcaps">Ingenaaid Slechts</span> &#402; 2,25
+
+</p>
+<p><span class="smallcaps">In Rijken Prachtband Slechts</span> &#402; 3,50
+
+</p>
+<p>&#8220;<i>Dora en Betty is een frisch, gezond kinderboek, dat menig hart sneller kan doen kloppen</i>&#8221;.
+
+</p>
+<p><i>Arnh. Courant</i>
+
+</p>
+<p>&#8220;<i>Een mooi Boek voor Meisjes van 8 tot 12 jaar</i>&#8221;.
+
+</p>
+<p><i>Middelb. Courant</i>.
+
+<span class="pageno">
+[212]
+</span>
+
+</p>
+<p><span class="smallcaps">Uitgaven van Firma D. Bolle te Rotterdam</span>
+
+</p>
+<p><b><span class="smallcaps">Joh. Spyri</span></b>
+
+</p>
+<p><b><span class="smallcaps">De Kleine Heidi in den Vreemde</span></b>
+
+</p>
+<p><span class="smallcaps">Nieuwe Uitgave</span>
+
+</p>
+<p><span class="smallcaps">Met 4 Platen</span>
+
+</p>
+<p><span class="smallcaps">In <b>Keurigen Prachtband</b> Slechts</span> &#402;2,10
+</p>
+<hr class="tb"><p>
+
+</p>
+<p><b><span class="smallcaps">Joh. Spyri</span></b>
+
+</p>
+<p><b><span class="smallcaps">De Kleine Heidi Thuis</span></b>
+
+</p>
+<p><span class="smallcaps">Nieuwe Uitgave</span>
+
+</p>
+<p><span class="smallcaps">Met 4 Platen</span>
+
+</p>
+<p><span class="smallcaps">In <b>keurigen prachtband</b> slechts</span> &#402;2,10
+</p>
+<hr class="tb"><p>
+
+</p>
+<p><span class="smallcaps">Bovenstaande op elkander volgende werken zijn ook verkrijgbaar <b>samen</b> in <b>&eacute;en keurigen prachtband</b></span>
+
+</p>
+<p><span class="smallcaps">Voor slechts</span> &#402;3,50
+
+</p>
+
+
+
+
+
+
+
+<pre>
+
+
+
+
+
+End of Project Gutenberg's Onder Moeders Vleugels, by Louise M. Alcott
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK ONDER MOEDERS VLEUGELS ***
+
+***** This file should be named 17337-h.htm or 17337-h.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ https://www.gutenberg.org/1/7/3/3/17337/
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at https://www.pgdp.net/
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+https://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at https://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at https://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit https://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including including checks, online payments and credit card
+donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ https://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
+
+
+</pre>
+
+</body>
+</html>
diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt
new file mode 100644
index 0000000..6312041
--- /dev/null
+++ b/LICENSE.txt
@@ -0,0 +1,11 @@
+This eBook, including all associated images, markup, improvements,
+metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be
+in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES.
+
+Procedures for determining public domain status are described in
+the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org.
+
+No investigation has been made concerning possible copyrights in
+jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize
+this eBook outside of the United States should confirm copyright
+status under the laws that apply to them.
diff --git a/README.md b/README.md
new file mode 100644
index 0000000..fdfaf96
--- /dev/null
+++ b/README.md
@@ -0,0 +1,2 @@
+Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for
+eBook #17337 (https://www.gutenberg.org/ebooks/17337)