diff options
Diffstat (limited to '17139-8.txt')
| -rw-r--r-- | 17139-8.txt | 6829 |
1 files changed, 0 insertions, 6829 deletions
diff --git a/17139-8.txt b/17139-8.txt deleted file mode 100644 index 8fc7e91..0000000 --- a/17139-8.txt +++ /dev/null @@ -1,6829 +0,0 @@ -Project Gutenberg's De Nederlandse kerken en de joden, by J.M. Snoek - -This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with -almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or -re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included -with this eBook or online at www.gutenberg.org - - -Title: De Nederlandse kerken en de joden - -Author: J.M. Snoek - -Release Date: November 20, 2005 [EBook #17139] - -Language: Dutch - -Character set encoding: ISO-8859-1 - - -** This is a COPYRIGHTED Project Gutenberg eBook, Details Below ** -** Please follow the copyright guidelines in this file. ** - - - - -Produced by Gé Snoek - - - - -DE NEDERLANDSE KERKEN EN DE JODEN - -1940-1945 - -De protesten bij Seyss-Inquart -Hulp aan Joodse onderduikers -De motieven voor hulpverlening - - -door Ds. J.M. Snoek - - -UITGEVERSMAATSCHAPPIJ, J.H. KOK - KAMPEN - - "Hoe groter de duisternis - des te helderder het licht, - ook al is het niet meer - dan dat van een kleine kaars" - Heinz Leuner - -bewerkt door Gé J. Snoek (g.snoek3@chello.nl) -oorspronkelijke pagina nrs staan tussen <xxx> -foutnoten per hoofdstuk tussen [x.nn] zie eind -zie ook het Engelse The Grey Book onder nr E14764 - - -Inhoud - -INLEIDING 11 - -DEEL I: DE PROTESTEN 17 - -1. DE NEDERLANDSE KERKEN TIJDENS DE JAREN -DERTIG -a. Sfeer en situatie 19 -b. De zending onder de Joden 22 -c. Over synodes en deputaatschappen 24 -d. Het lidmaatschap van de NSB. 26 -e. Reacties op het antisemitisme in Duitsland 29 - -2. HET BEGIN -a. De situatie (mei - oktober 1940) 34 -b. Het Convent van Kerken 35 -c. De Lunterse Ring 38 -d. Tweemaal concentratiekamp Buchenwald 40 -e. Het eerste protest 43 - -3. VERSCHERPING -a. De situatie (november 1940 - maart 1941) 50 -b. Bijna te laat 51 -c, Een brief en twee arrestaties: 54 -d. Een synode in vergadering bijeen 57 -e. Afkondiging in een kerkdienst 60 - -4. MATHEID -a. De situatie (30 maart tot einddecember 1941) 63 -b. Hervormde stemmen 65 -c. Hervormd herderlijk schrijven 67 -d. De Gereformeerde synode 68 -e. Weinig activiteit 71 - -5. DE KATHOLIEKE KERK GAAT MEEDOEN - -AUDIENTIE BIJ SEYSS-INQUART -a. De situatie (eerste helft 1942) 73 -b. De houding van de Katholieke Kerk 74 -c. De RK in het Interkerkelijk Overleg (I.K.O.) 76 -d. De audiëntie 78 -e. De gevolgen 82 -f. De bordjes "verboden voor Joden" 84 - -6. MASSA-DEPORTATIES; HET TELEGRAM -a. De situatie (tweede halfjaar 1942) 88 -b. Nog een synode-vergadering 89 -c. Het telegram 90 -d. Duitse reactie 91 -e. Gebed, afkondiging van het protest 93 -f. De kosten 96 -g. Vergeefse pogingen 97 - -7. DE SCHERPSTE OPROEP, OOIT GEDAAN -a. De situatie (januari tot begin mei 1943) 101 -b. "Wie meewerkt is medeschuldig" 103 -c. Niet in de Gereformeerde Kerken afgelezen 105 -d. Nog een schep er bovenop 107 -e. Resultaat? 109 - -8. STERILISATIE; DE, "Joden-GOD"; DE "GEMENGD GEHUWDEN" -a. De situatie (begin mei - november 1943) 112 -b. Mooi Nederlands, geschreven in het Duits 113 -c. De Joden-God" en de "Joden-bijbel" 116 -d. "Gemengd-gehuwde"Joden 118 - -9. DE Joden-CHRISTENEN -a. Duitse beloften 121 -b. Geen Gereformeerde "haastdoop" 122 -c. Andere opvattingen 125 -d. Schmidt en Rauter 128 -e. Westerbork en daarna 130 -f. Bep Blok 132 - -10. EEN VERBLUFFENDE CONCLUSIE 136 - -DEEL II: HULP AAN JOODSE ONDERDUIKERS - -11. DE LO (LANDELIJKE ORGANISATIE VOOR HULP -AAN ONDERDUIKERS) 143 - -12. DE NV EN HAAR KINDEREN 149 - -13. DRIE ERVARINGEN -a. Ader 156 -b. Dobschiner 157 -c. Houwaart 159 - -14 WAAROM HIELP MEN Joden? -a. Dominee, boer, dominee 161 -b. Angst 166 -c. Om zielen te redden? 167 - -DEEL III: NA DE OORLOG - -15. VOETANGELS EN KLEMMEN 177 - -16. DE BEVRIJDING; EEN ENQUETE 182 - -17. GESCHIEDSCHRIJVERS ONDER VUUR 185 - -18. BEOORDELINGEN -a. Over het redden van de Joden-christenen 193 -b. Commentaar op de houding van de kerken -in het algemeen 196 - -19. EEN KLEINE KAARS 200 - -INLEIDING - -Dit boek heeft een voorgeschiedenis. Indertijd was ik (van 1958-1969) -predikant van de Schotse kerk te Tiberias, Israël. Met inspanning had -ik me de taal van het land, modern Hebreeuws (ook wel Ivriet genoemd), -eigen gemaakt. Vaak werd ik door een kiboets uitgenodigd om op vrijdagavond -(het begin van de sabbat) een lezing te houden. Op mijn inleiding placht er -immer een levendige discussie te komen. -In die tijd trok het toneelstuk van Rolf Hochhuth, der Stellvertreter -("de plaatsbekleder") sterk de aandacht: het stelde de houding van paus -Pius XII ten opzichte van de Jodenvervolgingen tijdens de tweede wereldoorlog -aan de orde. Hochhuth maakte de tongen los. Een Zwitserse predikant die toen -in Israël woonde schreef: "Er was (ten tijde van de tweede wereldoorlog) een -volledige en vreselijke stilte van de kant van de Kerk" (Jerusalem Post, -17 sept. 1963). Ook de toenmalige voorzitter van het Israëlische parlement, -Kadish Luz, deed een soortgelijke uitspraak (zitting van het parlement, -21 april 1963). -Nu kan men dergelijke uitspraken wel begrijpen, want in de loop der eeuwen -hebben christenen niet zelden actief deelgenomen aan Jodenvervolgingen. Van -daaruit bezien is het te begrijpen dat men meende: "Van de Kerken hadden we -niets goeds te verwachten en kwam ook niets goeds tijdens Hitlers vervolgingen". -Zo werd het ook telkens gesteld in de discussie na mijn lezing (over een heel -ander onderwerp, toen nog) in een kiboets. -Nu stond me helder voor de geest dat protesten tegen de Jodenvervolging wel -degelijk geklonken hadden vanaf de kansel van de kerk in het dorp waar ik tijdens -de tweede wereldoorlog woonde. Ze hadden toen grote indruk op me gemaakt. -Die protesten ging ik opzoeken; dat was niet moeilijk, want het onvolprezen -instituut Yad Vashem in Jeruzalem beschikt over de standaardwerken geschreven -door Touw en Delleman.[0.1] Ook van de Lutherse Kerk in Denemarken vond ik -een krachtig protest. Dit - samen met de belangrijkste Nederlandse protesten - -heb ik toen gepubliceerd in een brochure "Hebben de Kerken gezwegen?", die -verscheen in het Nederlands (1964) en in het Ivriet. De laatste ben ik gaan -aanbieden aan de heer Kadish Luz die in een kiboets dichtbij Tiberias woonde. - -<11> - -Deze ontving me vriendelijk en beloofde de brochure te zullen lezen. Niet zo -lang daarna is hij overleden. Ik heb geen reactie op mijn brochure meer van -hem ontvangen, had daar ook niet uitdrukkelijk om gevraagd. -Intussen was mijn belangstelling gewekt en bleef ik regelmatig naar Jeruzalem -gaan om meer materiaal te zoeken. Wat ik daar en elders vond, was veel meer -dan verwacht. Op Yad Vashem volgde men mijn project met belangstelling en niet -zelden kreeg ik krachtige hulp. Zo bestonden er belangrijke protesten van de -Bulgaarse (Oosters-Orthodoxe) metropoliet; ik ken geen Bulgaars, maar een -bevriende relatie bij Yad Vashem vertaalde de documenten voor me in het Ivriet, -waarna ik ze vertaalde in het Engels, want in die taal wilde ik publiceren. -In die tijd werden we eens geconfronteerd met een wel zeer optimistische kijk -op de houding van de Nederlanders: een gefortuneerde Amerikaan wilde in Israël -een bos planten ter ere van het Nederlandse volk en deszelfs heldhaftige daden, -verricht ten behoeve van de Joden. Bij Yad Vashem vroeg men mijn mening en dit -heeft ertoe bijgedragen dat het plan niet doorging; het zou meer eer zijn -geweest dan ons volk toekwam. -Eind 1969 werd het resultaat van mijn onderzoek gepubliceerd: The Grey Book.[0.2] -Het is niet meer verkrijgbaar, (zie Gutenberg eText nr 14764) maar een artikel van -mijn hand over hetzelfde onderwerp is opgenomen in de Encyclopaedia Judaica. [0.3] -Die is te vinden in bijna iedere grotere bibliotheek. - -Nu, bijna twintig jaar later, ben ik ertoe gekomen om speciaal de houding van -de Nederlandse Kerken nader te onderzoeken. Ook de Rooms-Katholieke Kerk is -in dit onderzoek betrokken; toch ligt er een extra accent op de Gereformeerde -Kerken in Nederland. Ten eerste omdat ik van die kerken lid ben en hun houding -dus van binnenuit kan beoordelen; ten tweede omdat men zich dient te beperken. -Zo heb ik bijvoorbeeld de besluitvorming zoals die in de Gereformeerde Kerken -plaatsvond, nauwkeuriger nagegaan dan bij de Hervormde en de Rooms-Katholieke -Kerk. En dan zijn de kleinere kerken nog niet eens genoemd. Er blijft nog heel -wat te onderzoeken. -De naam Seyss-Inquart - in de ondertitel - staat voor alles wat er van Duitse -kant aan geweld en onderdrukking is bedreven tijdens de tweede wereldoorlog, -met name jegens de Joden. - -<12> - -Terecht hebben de kerken, toen Seyss-Inquart de verantwoordelijkheid op een -ondergeschikte wilde afschuiven, verklaard dat zij "Uwe Excellentie beschouwen -als de verantwoordelijke voor alles wat in ons land gedurende de bezettingsjaren -geschied is en nog geschiedt". - -Het eerste gedeelte bevat de protesten, en de inhoud van herderlijke brieven, -die betrekking hadden op de Jodenvervolging. Alleen en passant is genoemd het -(blijven) toelaten van Joodse kinderen op christelijke scholen: soms ging het -verzet tegen de Duitse maatregelen hier direct van kerken uit, soms liep het -via de schoolbesturen. -De hoofdstukken 2 tot en met 9 geven allereerst een beschrijving van de situatie -in de periode die aan de orde is. Drie aspecten worden weergegeven. -Allereerst het verloop van oorlog en bezetting. Voor of na de Duitse nederlaag -bij Stalingrad, dat betekende nogal wat! -Daarop volgt een aantal fragmenten uit een dagboek - van mijn zuster, Maria -Snoek -, die bedoelen een indruk te geven van het dagelijks leven in die tijd. -Er waren immers zoveel andere dingen die een mens in beslag namen. Deze -fragmenten zijn steeds in inspringende, cursieve tekst weergegeven. -Ten derde wordt, uiterst summier, een overzicht van de anti-Joodse maatregelen -in de betreffende periode gegeven. Kennisname van de werken van Herzberg, Presser -en L. de Jong [0.4] wordt verondersteld. Hier gaat het alleen om de herinnering: -"toen gebeurde er dat". -In het tweede gedeelte van dit boek gaat het niet meer om het woord van het protest, -maar om de daad van de hulp aan onderduikers. -In het derde gedeelte komen enkele punten aan de orde ten aanzien van de houding -van de kerken - en de christenen - tijdens de tweede wereldoorlog, die nu volop -in discussie zijn. Geschiedenis is immers (men durft de veelgehoorde uitspraak -bijna niet meer te gebruiken) een discussie zonder einde. - -Nu ben ik geen vakhistoricus en dat besef ik - al heb ik er uiteraard naar -gestreefd het noodzakelijke "huiswerk" nauwgezet te verrichten. In zekere zin -van de nood een deugd makend, waag ik het te doen wat een "professional" niet -zou doen (maar juist "professionals" hebben me dit wel aangeraden): af en toe -zal ik een persoonlijke ervaring uit die tijd vermelden. Allereerst in de hoop -dat dit het geheel des te leesbaarder zal maken. Maar ook is het de bedoeling, -de eigen betrokkenheid aan te geven, me in zekere zin in de kaart te laten kijken". - -<13> - -Geen mens kan volledig afstand nemen van het door hem te behandelen onderwerp; -dat lijkt me ook niet nodig, zelfs niet gewenst. Maar wel is het nuttig om te -proberen, de aard van de eigen betrokkenheid te onderkennen. Zonder enige -zelfkennis in dit opzicht loopt men des te meer gevaar zich een karikatuurbeeld -- in positieve dan wel negatieve zin - te vormen en dat door te geven. Terwijl -het streven gericht dient te zijn op verheldering en een zo zuiver mogelijk -weergeven van de feiten. -Voor mij leidde de eigen betrokkenheid tot het inzicht: er was - in de houding -van de kerken - misère, maar er was ook grandeur; er was grandeur, maar er was -ook misère. Je mag het een niet wegstrepen tegen het ander. Omdat schrijver -dezes in de oorlogsjaren pas goed de misère van de kerk ontdekte, heeft hij -op het punt gestaan kerk en geloof vaarwel te zeggen. Maar het tijdens de -kerkdienst voorlezen van de protesten tegen de Jodenvervolging was een factor -die hem geholpen heeft, toch nog heil in de kerk te blijven zien, en te vinden. - -Nog een paar praktische gegevens. -De spelling van de documenten heb ik aangepast aan de tegenwoordige. -Het noten-apparaat is met opzet beperkt gehouden: het dient bijna uitsluitend -om aan te geven waar bepaalde gegevens vandaan kwamen. Wie daar niet in -geïnteresseerd is, kan de noten ongelezen laten. -De teksten van alle door de kerken gemeenschappelijk uitgevaardigde protesten -zijn te vinden zowel bij Touw als bij Delleman, terwijl men de herderlijke -brieven van de bisschoppen bij Stokman [0.5?] aantreft. Ik vond het daarom -overbodig, de vindplaatsen nog eens via noten te vermelden. -Bij auteurs van wie slechts uit één werk geciteerd wordt volsta ik - na de -eerste maal in de noot zowel auteur als titel genoemd te hebben - met -vermelding van auteursnaam en pagina. Van de Jong en Buskes is een enkele -maal uit een tweede werk geciteerd en dit wordt dan in een noot vermeld; -maar voor het overige betekent de Jong: L. de Jong, Het Koninkrijk der -Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog (Populaire editie); Buskes betekent -(tenzij anders vermeld): J.J. Buskes, Waar stond de Kerk? - -<14> - -Het was een voorrecht om bij het schrijven van dit boek hulp te ontvangen. -Mijn waardering en dank gaan allereerst - in chronologische volgorde - uit -naar prof. dr. J. van den Berg, kerkhistoricus te Leiden, en prof. dr. J.C.J. Blom, -historicus te Amsterdam, die me met name bij de start waardevol advies gegeven hebben. -Drs. J. Ridderbos Nic. zn. te Zwolle was zo vriendelijk het hele manuscript te -willen lezen; drs. G.C. Hovingh te Biddinghuizen en drs. M.J.H.M. van Rooij -te Utrecht lazen gedeelten. Hun suggesties heb ik bijna steeds ter harte genomen. -Aan hen allen, maar in het bijzonder aan collega Ridderbos, ben ik veel dank -verschuldigd. Het spreekt vanzelf dat de verantwoordelijkheid voor het eindresultaat -op mij blijft rusten. -Bovendien stel ik er prijs op, mijn dank en waardering te uiten jegens de -instanties, die toestemming gaven tot raadpleging van de archieven (zie de lijst -achterin). Sommige hebben daarenboven belangrijke hulp verleend door foto's te -verstrekken. Met name wil ik hier noemen: -de Commissie voor de Archieven van de Nederlandse Hervormde Kerk te Leidschendam, -de Archiefdienst van de Gereformeerde Kerken in Nederland te Leusden; het archief -van het Aartsbisdom Utrecht; het Historisch Documentatiecentrum voor het Nederlands -Protestantisme (1800-heden) te Amsterdam. - -DEEL I: DE PROTESTEN - -1. DE NEDERLANDSE KERKEN TIJDENS DE JAREN DERTIG - -a. Sfeer en situatie - -We hadden thuis een manufacturenzaak, in Renkum. "We", dat was mijn moeder -- vader was al jaren geleden overleden - met haar drie kinderen: een dochter -en twee zoons. Ik was de middelste. -Het eerste uit die tijd om te memoreren waren de economische crisis en de -werkeloosheid. In ons dorp hadden velen werk gevonden op de papierfabriek -van Van Gelder. Honderden kregen ontslag en moesten gaan stempelen. De uitkering -was gering, dus ook het aan kleding te besteden bedrag daalde. De omzet in -onze zaak ging met sprongen achteruit. Menig winkelier ging failliet. Dat -overkwam ons niet, maar zomer 1935 (ik was toen 15 en zojuist overgegaan naar -de vierde klas van het Chr. Lyceum in Arnhem) werd besloten dat er niets anders -op zat: ik moest van school af om thuis in de zaak te gaan meehelpen. -We waren Gereformeerd: mijn moeder belijdend lid en de kinderen dooplid. -Dus ging je 's zondags naar de kerk; de kinderen eerst alleen naar de ochtenddienst, -maar vanaf hun twaalfde jaar ook 's middags. In de middagdienst werd er meestal -gepreekt over de Heidelbergse Catechismus (HC), een uitleg van het Christelijk -geloof, geformuleerd in de vorm van vraag en antwoord en verdeeld in 52 "zondagen". -Ook op de catechisatie, waar men vanaf het twaalfde jaar heen ging, werd de HC -besproken en de kinderen leerden wekelijks een "zondag" uit het hoofd. Sommige -vragen ("Wat is Uw enige troost, beide in leven en sterven?"; "Wat is een waar -geloof?") en hun antwoorden bleven je je levenlang bij. -Aan tafel werd er door het gezinshoofd (bij ons thuis dus: mijn moeder) voor en -na de maaltijd hardop gebeden; zesmaal daags. Ten minste tweemaal per dag werd -er aan de etenstafel een bijbelgedeelte gelezen. -De jongens waren lid van de Gereformeerde knapenvereniging. Als je 16 werd, -mocht je naar de jongelingsvereniging (JV). Daar werd men voorbereid op de taak -in "kerk, staat en maatschappij". Ook de meisjes hadden hun verenigingen. - -<19> - -foto 1. Vooroorlogs zendingsbusje met een "dankbare Javaan" - -Als kind ging je naar een "school met de Bijbel". Op maandagmorgen nam je een -gift mee voor de zending. Die ging in een spaarbus, versierd met het borstbeeld -van een Javaan. Als de stuiver of cent in de gleuf viel, knikte hij vriendelijk. -We waren ervan overtuigd dat alle Javanen niet alleen hoffelijk waren, maar ook -uiterst dankbaar voor het feit dat hun het evangelie gebracht werd. Zendelingen -met verlof vertelden over snel groeiende kerken in Nederlands-Indië. Thuis hing -in de huiskamer een rood, blikken busje aan de muur, met het opschrift: "Voor -Joden, heidenen en mohammedanen". Als wij kinderen kattenkwaad hadden uitgehaald, -legde mijn moeder ons soms de straf op om van ons zakgeld een gift in het -zendingsbusje te doen. Waarop mijn broer protesteerde: "Dan worden de heidenen -bekeerd door onze zonden". Toen zag moeder verder van de methode af. - -<20> - -Als je middelbaar onderwijs mocht volgen, diende dat het liefst Christelijk -onderwijs te zijn. Ik ging dus naar Arnhem, ook al was de "neutrale" HBS in -Wageningen dichterbij. Je las een Christelijk dagblad - bij ons thuis: de Standaard. -Men stemde op een Christelijke politieke partij; Gereformeerden werden geacht -op de Anti-Revolutionaire partij van Colijn te stemmen. - -Tegenwoordig noemt men deze eenvormigheid "de verzuiling" [1.11] en nu hebben -we oog voor de negatieve kanten van het verschijnsel. Weinige zagen die toen. -Sommige aspecten ervan werden als positief ervaren en ze zouden tijdens de oorlog -van waarde blijken. De sterke verbondenheid met de eigen groep gaf een zeker -zelfvertrouwen; de eigen organisaties leverden het raamwerk voor de opbouw van -een verzetsbeweging; de eigen "nestgeur" zou een belangrijk hulpmiddel blijken -te zijn bij het vaststellen wie er te vertrouwen was en wie niet. -Zo belde tijdens de oorlog de K.P. (knokploeg)-leider Johannes Post eens aan -bij een politie-agent in Groningen en vroeg diens medewerking voor een verzetsdaad. -Post kon zich niet legitimeren en de ander wantrouwde hem: de onbekende kon -immers een provocateur zijn. Het was etenstijd, en Post werd aan tafel genodigd. -Hij schikte aan en zag, hoe de vrouw des huizes een bijbel klaarlegde. "Zijn -jullie Gereformeerd?", vroeg Post. "Ja", was het antwoord. Waarop Johannes zei: -Ik ook; ik ben ouderling in een dorp in Drenthe". De gastheer reageerde met -de woorden: "Wilt U ons dan voorgaan in gebed?" Johannes bad. En de gastheer -wist nu heel zeker: "deze man is een broeder (geloofsgenoot)". Na het eten werden -er zaken gedaan.[1.12] -Maar Duitsland was in de jaren dertig onze vijand nog niet; integendeel. Ons -gezin, maar ook de familie (ooms en tantes die in de buurt woonden; mijn moeder -had tien broers en zusters) was pro-Duits. Ten eerste omdat we vonden dat de -Duitsers bij de vrede van Versailles, in 1919, onbillijk behandeld waren, ten -tweede omdat we een hekel aan de Engelsen hadden. Die hadden immers de Boeren -in Transvaal en de Oranje-Vrijstaat geknecht. De boeken van L. Penning over de -heldhaftige strijd van de Boeren tegen de trouweloze Britten werden vlijtig -gelezen en hadden grote invloed. -Onze sympathieën en die van de overgrote meerderheid in de Gereformeerde Kerken -veranderden snel en grondig na de machtsovername in Duitsland door Hitler. - -<21> - -Hervormde predikanten hadden, veel meer dan bij de Gereformeerden het geval was, -intensieve contacten met de "Bekennende Kirche", dat deel van de Duitse kerk dat -zich niet door Hitler liet gelijkschakelen. Ger van Roon heeft het belang van -deze contacten voor de bewustwording in Nederland uitvoerig gedocumenteerd en -overtuigend aangetoond. [1.3] Maar dat gold vooral Hervormde en in veel mindere -mate Gereformeerde predikanten. Bij de Gereformeerden wogen de bezwaren tegen -de theoloog Karl Barth zwaar, en juist hij speelde in de Duitse kerkstrijd een -grote rol. Maar krant en radio brachten de berichten over ds. Niemöller die, -omdat hij het Nationaal-Socialisme openlijk bestreed, in een concentratiekamp -opgesloten werd; en er kwamen berichten over de Jodenvervolgingen. Daar kon -niemand omheen. - -Er woonden drie Joodse gezinnen in ons dorp, alle drie met een zaak: Manasse -de drogist, zijn broer de huisschilder, en de dames Cohen die een zaak in boter, -kaas en eieren hadden. Zij waren geen klant bij ons en wij niet bij hen, dus -was er zelden contact. Wel was er een aantal Joodse "reizigers", vertegenwoordigers -van een textiel-fabriek of -groothandel, die ons regelmatig bezochten. Met -sommigen hunner werd de relatie vriendschappelijk. -Of er in onze kerk ooit gepreekt werd op een manier die het antisemitisme -bevorderde? Ik kan het me niet herinneren. Wel weet ik, dat bij ons thuis -de Joodse zakenrelaties niet als onbetrouwbaar werden beschouwd; al waarschuwde -mijn moeder ons nadrukkelijk voor de onbetrouwbaarheid van een groothandelaar -in textiel die Gereformeerd was. - -b. De zending onder de Joden - -Er waren twee Hervormde verenigingen voor zending onder de Joden (Elim en de -Nederlandse Vereniging voor Israël), maar hier ging het om particulier initiatief. -De Gereformeerde zending onder de Joden evenwel was een direct-kerkelijke zaak -en stond onder de uiteindelijke verantwoordelijkheid van de generale (landelijke) -synode. Er waren commissies (deputaatschappen) ingesteld, die verantwoordelijk -waren voor een bepaalde activiteit en aan de volgende synode verantwoording -moesten afleggen. Er was ook een deputaatschap voor de zending onder de Joden. -Om te weten hoe men in het algemeen als Gereformeerden de Joden beschouwde, is -het van belang om stil te staan bij de Gereformeerde zending onder de Joden. -Dank zij Peter Treep's onderzoek hebben we daar een duidelijk overzicht van. [1.4] -Het deputaatschap voor de zending onder de Joden had de supervisie over drie -predikanten: Jac. van Nes te Den Haag (vanaf 1916), C. Kapteyn te Amsterdam -(vanaf 1929) en R. Bakker te Rotterdam (vanaf 1935). Deze predikanten leverden -elk kwartaal een schriftelijk rapport van hun werkzaamheden in bij hun deputaten. -De manier waarop men werkte, riep van Joodse zijde veel weerstand op en dat zal -ons nu nauwelijks verwonderen. In Den Haag waren clubs voor Joodse kinderen. -In een oplaag van 30.000 (1940) werd maandelijks "De Messias-bode" gratis en -ongevraagd aan Joodse adressen gezonden. Jaren later, toen we in Israël woonden, -vertelde ons een vriend van Nederlandse afkomst hoe hij indertijd in Nederland -enkele malen verzocht had, de Messias-bode niet meer te sturen. Dat hielp niet, -totdat hij opnieuw een brief naar de redactie schreef met het verzoek voortaan -twee exemplaren te sturen want, zo schreef hij, "het papier van dit geschrift -is uitermate geschikt om op de w.c. gebruikt te worden". Pas toen zag men van -verdere toezending af, aldus mijn vriend. - -<23> - -Veel huisbezoeken werden door de drie predikanten afgelegd. Slechts weinigen -uit de Joodse gemeenschap lieten zich dopen. Ds. Van Nes waarschuwde de -kerkeraden overigens tegen het te spoedig bedienen van de doop. Hij vond dat -er in het algemeen drie tot vier jaar catechetisch onderwijs nodig was voor -men tot dopen kon overgaan. [1.5] -In 1929 bezocht ds. Van Nes een Joden-zendingsconferentie te Neurenberg. -Hier werd hij geconfronteerd met de groei van het antisemitisme in Duitsland. -Sindsdien kozen hij en zijn twee collega's ondubbelzinnig partij ertegen. -Op de eerste conferentie van plaatselijke commissies voor zending onder de -Joden, in 1932, nam men met algemene stemmen een aantal resoluties aan waarvan -de eerste luidde: - -"De conferentie brandmerkt het antisemitisme als grove zonde en zij roept alle -Christenen op tot betoon van hartelijke liefde tot de Joden om Christus' wil". [1.6] - -Ook de Messias-bode keerde zich fel tegen het antisemitisme, de eerste keer in -een artikel van de hand van ds. Kapteyn, november 1930. Als ds. Van Nes over -dit onderwerp een lezing hield, kwam men nu ook van Joodse kant luisteren. -Toen hij in Aalten over het antisemitisme sprak, werd zelfs de synagogedienst -een kwartiertje vervroegd, opdat men nog naar deze bijeenkomst zou kunnen gaan. [1.7] -Maar toen deputaten op de synode van 1933 verslag uitbrachten, deelden zij mee: -"Thans volgen de rapporten, zoals die bij deputaten ingebracht werden door de drie -missionarissen, met weglating van de algemene opmerkingen waarin de missionarissen -over het lijden van het Jodendom en de reactie daarop in Joodse en Christelijke -kring praten." [1.8] - -c. Over synodes en deputaatschappen - -De Hervormde geschiedschrijver H.C. Touw schrijft Synode, met een hoofdletter; -de Gereformeerde Th. Delleman daarentegen schrijft synode zonder hoofdletter. -Dat is niet toevallig. De inrichting van de diverse kerkgenootschappen vertoont -op bepaalde punten onderling verschillen, bij voorbeeld wat betreft de taak van -de synode. De besluitvorming komt op verschillende wijzen tot stand. - -<24> - -In het volgende vertellen we iets over de structuur van de Gereformeerde Kerken -in Nederland. Het meervoud (kerken!) is veelbetekenend: men hecht veel waarde -aan de zelfstandigheid van iedere plaatselijke kerk (of: gemeente). -Op 1 januari 1940 waren er, volgens het jaarboek van 1940, 788 (plaatselijke) -kerken met 811 dienstdoende predikanten en 652.826 leden, waarvan 331.615 -belijdende leden. Er waren dus 321.211 doopleden, toen voornamelijk kinderen. -De toename over 1939 bedroeg 7.687 leden. - -Vooral in de grotere plaatsen beschikte een gemeente vaak over meer dan een -kerkgebouw, en meer dan een predikant. Iedere gemeente werd bestuurd door de -kerkenraad: ouderlingen, diakenen en de predikant(en), allen gekozen door (toen -nog alleen de mannelijke) belijdende leden. -De kerkenraad stuurde afgevaardigden (een predikant en een ouderling) naar de -classis: een regionaal verband van kerken dat eens in de drie maanden vergaderde. -Deze classis vaardigde vertegenwoordigers af naar de particuliere (of: provinciale) -synode die eens per jaar een dag vergaderde en dan afgevaardigden naar de generale -(of: nationale) synode koos. Deze vergaderde eens in de drie jaar (tenzij er "enige -dringende nood was om de tijd korter te nemen") enkele dagen en werd dan ontbonden. -Zo was er een synode in 1933 en daarna weer een in 1936. -Er waren 12 provinciale synodes: Limburg en Noord Brabant deden samen, maar -Zuid-Holland en Friesland hadden elk twee particuliere synodes. Iedere provinciale -synode mocht 4 leden afvaardigen naar de generale synode: 2 predikanten en 2 -ouderlingen. De generale synode bestond dus uit 24 predikanten en 24 ouderlingen, -plus, als prae-adviseurs, de theologische hoogleraren. -Synode-leden waren meestal van rijpere leeftijd. Er waren geen vrouwen bij: zij -hadden toen noch het actieve, noch het passieve kiesrecht, d.w.z. ze mochten -niet kiezen en niet gekozen worden. -Voor iedere synode koos men een vergaderplaats in weer een andere provincie. -Als een synode bijeenkwam, begon men met een moderamen (bestuur) te kiezen, -bestaande uit vier personen. Men vergaderde een aantal dagen, tijdens welke de -nodige besluiten werden genomen. Dan werd de synode gesloten en ging iedereen -naar huis. De synode was dus allerminst een permanent instituut. - -<25> - -De synode die in 1936 te Amsterdam bijeenkwam, vergaderde in totaal 16 dagen, -werd toen voorlopig gesloten en kwam in 1938 nog twee dagen bijeen. In die tijd -was er binnen de Gereformeerde Kerken een strijd ontbrand over bepaalde punten -van de geloofsleer. Om die reden werd de volgende synode, die van Sneek, in 1939 -niet definitief gesloten, maar waren er voortgezette synodevergaderingen: 6 dagen -in 1940, 12 dagen in 1941 en 19 dagen in 1942. In 1944 zouden de leergeschillen -tot een scheuring in de kerken leiden. Maar in ieder geval kon men van de nood -(de leergeschillen) een deugd maken: door oorlog en bezetting dienden zich -onverwachte maar dringende problemen aan en men had nu de gelegenheid om deze -te behandelen. -Het moderamen van de synode was gemachtigd om, na de sluiting van de synode, -toe te zien op de uitvoering van de genomen beslissingen. Het werd daarin -bijgestaan door deputaatschappen. Hierboven kwamen we het deputaatschap voor -de zending onder de Joden al tegen. -Een ander deputaatschap was dat voor "correspondentie met de Hoge overheid". -De taak van deze commissie was voor de tweede wereldoorlog nauwelijks meer dan -een ceremoniële: men stuurde namens de kerken bij voorkomende gelegenheden -een condoleantie- of felicitatie-telegram aan leden van het koninklijke huis. -Voorzitter van dit deputaatschap was de hoogleraar dr. H.H. Kuyper. -Zijn "secundus" (vervanger) was mr. dr. J. Donner, oud-minister van justitie -en lid van de Hoge Raad. Ook was hij de vader van de latere schaakmeester J.H. -Donner. - -d. Het lidmaatschap van de NSB. - -Van belang voor de inperking van invloed en aanhang van de NSB. is geweest, -dat drie Nederlandse kerkgenootschappen zich uitgesproken hebben over de -nationaal-socialistische beginselen, deze veroordeelden en daaruit de -consequenties trokken voor de leden van hun kerk die toegetreden waren tot de NSB. - -<26> - -Allereerst de Rooms-katholieke Kerk. De bisschoppen waarschuwden in een herderlijk -schrijven van 2 februari 1934 alle Katholieken om, "in het belang van de Kerk -en in het belang van ons gehele volk, niet mee te doen aan de fascistische en -nationaal-socialistische stromingen". - -"Wie ondanks dit Ons waarschuwend woord menen hun eigen inzichten te moeten -doordrijven, mogen weten, dat zij een zware verantwoordelijkheid op zich laden -en dat zij zich tegenover God en hun geweten hebben te verantwoorden over -hun kortzichtige roekeloosheid." [1.9] - -Een uitdrukkelijke veroordeling volgde op 6 mei 1936. De bisschoppen verklaarden -dat "allen die aan deze partij (de NSB.) belangrijke steun verlenen, niet tot -de H.H. Sacramenten kunnen worden toegelaten." [1.10] - -Wanneer de synode van de Gereformeerde Kerken in Nederland vergaderde, kwamen -de vragen op de agenda die door de "mindere" vergaderingen gesteld waren. -Al in 1933 had de classis Amersfoort aan de synode gevraagd, "hoe te handelen -met de leden der gemeente, die zich aansluiten bij, en propaganda voeren voor -de nationaal-socialistische beweging." [1.11] Men is er toen niet diep op -ingegaan, maar in 1936 kwamen diverse provinciale synodes en klassikale -(regionale) kerkvergaderingen met dezelfde vraag. Het was een jaar na de -verkiezingsoverwinning van de NSB. -Enkele kerkleden waren al door hun kerkenraad vermaand, en soms zelfs onder -censuur gesteld (de censuur is de kerkelijke tucht waarbij de betrokkene van -het Avondmaal afgehouden kan worden en leidde, na lang vermaan en met -uitdrukkelijke toestemming van de classis, uiteindelijk tot een geschrapt -worden als kerklid). -Zo werd de bekende NSB.-er E.J. Roskam door de kerkenraad van Amsterdam-Zuid -vermaand vanwege zijn artikel in "Volk en Vaderland", waarin hij de Gereformeerde -Kerken aanviel. Hij' verklaarde daarop, dat hij zijn artikel, "alhoewel daar -vele waarheden in voorkomen die ik moet handhaven, niet had mogen schrijven en -daarom ook terugneem, omdat daar een oordeel gegeven wordt over onze Gereformeerde -Kerken, dat mij' niet toekomt te vellen en op die plaats te publiceren." [1.12] - -<27> - -foto 3. Prof dr. K Schilder (1890-1952 - -Ook de vooraanstaande NSB.-er C. van Geelkerken werd door de raad van de -Gereformeerde kerk te Utrecht vermaand. Hij, Roskam en ook Mussert zelf -schreven daarop protestbrieven naar de synode. Delleman drukte Musserts brief -volledig af. [1.13] -De synode benoemde uit haar leden een commissie met als adviseurs de hoogleraren -H.H. Kuyper en K. Schilder. Kuyper stelde voor dat de commissie zich incompetent -zou verklaren en geen uitspraak zou doen. Dat voorstel werd verworpen. Het rapport, -dat eerst door de commissie en daarna door de synode aanvaard werd, was gebaseerd -op een concept van Schilder. [1.1414] Deze schreef kort daarop ter toelichting een -brochure: Geen duimbreed! Na een paar dagen was er al een herdruk nodig. -In het rapport worden vijf bezwaren tegen de NSB. ingebracht waaronder "het -streven naar de machtsstaat" en "het exclusief nationalistisch karakter": En al -moge ze (de NSB.) de "rassenvergoding" verwerpen, de manier, waarop zij zelfs -tot in haar program toe (artikel 2) de eenheid van de "Dietse stam" op de -voorgrond zet, toont, dat ze zich ook in dit opzicht niet onbesmet heeft gehouden; -aldus het rapport."[1.15] - -<28> - -Op 2 oktober 1936 betuigde de synode haar instemming met het rapport. Alle -plaatselijke kerkenraden zouden bij de NSB. aangesloten leden dienen te "vermanen -om dit lidmaatschap te beëindigen, en zo nodig de betrokkenen af te houden van -het avondmaal". -Aan een na de oorlog gehouden enquête deden 521 van de 782 kerkenraden mee. -Slechts twee daarvan bleken de maatregel niet te hebben uitgevoerd; 519 wel, -ook na 14 mei 1940. Het ging, wat deze 521 gemeenten betreft, om een totaal -van 272 Gereformeerde NSB.-ers. Sommigen hunner hebben door het vermaan der -kerk hun dwalingen nog tijdens de bezetting ingezien en braken met de NSB., -aldus Delleman. Een klein aantal Gereformeerde NSB.-ers werd na vermaan ten -slotte afgesneden (van het kerklidmaatschap vervallen verklaard), terwijl 37 -zich als lid onttrokken."[1.16] - -Wie, na dit alles gelezen te hebben, nu vervuld is van bewondering voor de -Gereformeerde karaktervastheid, dient ook te weten dat, tegelijk met de NSB., -de socialistisch-pacifistisch georiënteerde Christen-Democratische Unie (CDU.) -evenzeer door de synode op de korrel genomen werd. -Dat komt ons nu onbegrijpelijk voor, maar ik herinner me, uit 1936, een -inleiding op de jongelingsvereniging over de CDU. waarin de spreker betoogde: -"De CDU. is geen unie, is niet democratisch en evenmin christelijk". -Het is een schrale troost dat de (veel kleinere) Christelijke Gereformeerde -Kerken in Nederland (40.000 leden) in 1937 uitdrukkelijk afzagen van een -veroordeling van de CDU., maar wel besloten tot het uitoefenen van de tucht -over kerkleden die lid waren van de NSB." [1.17] - -e. Reacties op het antisemitisme in Duitsland - -Hitler werd rijkskanselier op 30 januari 1933 en na Hindenburgs overlijden -(2 augustus 1934) president, en opperbevelhebber van het leger. Onmiddellijk -na de machtsovername in Duitsland begonnen de antisemitische maatregelen. -Joodse winkels werden geboycot, Joden in overheidsdienst ontslagen. - -<29> - -De toelating van Joodse kinderen en studenten tot scholen en universiteiten -werd beperkt. Op 15 september 1935 werden de beruchte Neurenberger wetten -uitgevaardigd. "Gemengde" huwelijken waren voortaan verboden; vrouwen onder -de 45 jaar mochten niet in dienst van Joden staan. Het Duitse staatsburgerschap -zou voortaan mee door de "zuiverheid" van het bloed bepaald worden. -Zomer 1938 werden ongeveer 1500 Joden gevangen genomen en opgesloten in -concentratiekampen. In oktober van dat jaar werden 15.000-17.000 Joden -van Poolse afkomst gedeporteerd. Toen op 7 november 1938 in Parijs een -aanslag werd gepleegd op de Duitse ambassadefunctionaris Ernst vom Rath, -die op 9 november aan zijn verwondingen bezweek, was deze aanslag het -voorwendsel voor het ontketenen van pogroms door heel Duitsland; in de -zogenaamde Kristalnacht werden duizenden winkels van Joden geplunderd en -synagoges verbrand. Meer dan 26.000 Joden werden gevangen genomen, velen -hunner naar een concentratiekamp gevoerd; tenminste 91 vermoord. -Als reactie op deze van hogerhand gesanctioneerde terreur probeerden velen -Duitsland te verlaten. Dit gelukte in 1933 naar schatting aan 37.000 Joden. -In 1934 was hun aantal 23.000 en in 1935 vluchtten er 21.000. Voor 1936 en 1937 -bedroegen de geschatte cijfers respectievelijk 25.000 en 23.000. Vanaf begin -1938 tot 1 oktober 1941 - toen alle emigratie verboden werd - verlieten naar -schatting 170.000 Joden het Duitse "Reich". [1.18] - -Hoe waren nu de reacties op dit alles in Nederland? -Er waren augustus 1933 naar schatting ongeveer 6.000 - politieke en Joodse - -vluchtelingen in ons land. Mei 1934 besliste de regering dat niet-officieel -toegelaten vluchtelingen aan de grens moesten worden tegengehouden, tenzij -"aannemelijk wordt gemaakt dat terugkeer naar Duitsland onmiddellijk lijfsgevaar -voor de betrokkenen zal meebrengen". [1.19] Statenloze vluchtelingen moesten -naar Duitsland teruggeleid worden, maar met gematigdheid en zonder "aan -overijling gepaard gaande hardheden". In totaal werden door Nederland ruim -30.000 vluchtelingen opgenomen, in verhouding meer dan door andere landen, -aldus L. de Jong. [1.20] Maar Joodse vluchtelingen zijn in die jaren door de -Nederlandse marechaussee in opdracht van de regering Colijn wel "teruggeleid" -naar Duitsland. Na de Anschluss (waarbij Duitsland Oostenrijk inlijfde; -maart 1938) verscherpte de Nederlandse regering haar restrictief beleid. - -<30> - -Vele predikanten ondertekenden een manifest (in 1933) waarin het antisemitisme -werd afgewezen. [1.21] J.J. Buskes en W. Banning behoorden tot de sprekers op -een grote protestvergadering. [1.22] Op 19 sept. 1935 was opnieuw Buskes een -van de sprekers op een protestvergadering in de Apollo-hal, waar 6000 mensen -aanwezig waren. De toespraken werden gepubliceerd in de brochure "Vrede over -Israël". Er werd een Protestants hulpcomité, opgericht, het "Comité voor -zogenaamde niet-arische Christenen". In 1938 werd de naam veranderd in -"Protestants Hulp-Comité, voor uitgewekenen om ras of geloof'. We noemen deze -verschillende reacties slechts terloops: het ging hier immers niet om officiële -kerkelijke protesten. Van Roon verschaft uitvoerige gegevens in zijn Protestants -Nederland en Duitsland 1933-1941. - -Voor de tweede wereldoorlog heeft bijna geen enkel kerkgenootschap in Nederland -officieel en publiekelijk geprotesteerd tegen de Jodenvervolgingen. Kerken in -Duitsland, Groot-Brittannië, Zweden, Frankrijk en de Verenigde Staten hebben -dat wel gedaan.[1.23] Vanwaar die zwijgzaamheid in Nederland? De volgende punten -dienen hier genoemd te worden. -Vrij algemeen was men binnen de kerken van oordeel, dat het doen van "politieke" -uitspraken niet op de weg der kerken lag. Men had immers Christelijke politieke -partijen? Toentertijd werd dan ook - in tegenstelling tot nu - geen enkele -publieke uitspraak over welk politiek onderwerp dan ook door de kerken gedaan. -Bovendien bestond er - in tegenstelling tot nu - weinig contact tussen de kerken; -er was geen gezamenlijk optreden. Vooral de RK Kerk en de Gereformeerde Kerken -in Nederland zagen geen heil in interkerkelijke samenwerking. -Daar komt dan nog bij, dat men algemeen bevreesd was voor het in gevaar brengen -van Nederlands neutraliteit en van onze economische belangen: de handel met -Duitsland. Ook beschouwde men, ofschoon het nationaal-socialisme afwijzend, -Duitsland desondanks als een bolwerk tegen het veel groter geachte gevaar: -dat van het communistische Rusland. -Wat de Hervormde Kerk betreft, "de kerkorde maakte het nu eenmaal de Kerk -onmogelijk, te komen tot een gemeenschappelijk en openlijk getuigenis", aldus -Touw. "De Synode had geen bevoegdheid kerkelijke beslissingen te nemen, maar -had alleen een administratieve en financiële opdracht. De grote roeping van -het belijden, getuigen en handelen der Kerk werd in de kerkelijke vergaderingen -niet aan de orde gesteld, en in elk geval kon daarover geen bindende beslissing -genomen worden".[1.24] - -<31> - -Twee uitzonderingen op deze regel van officieel-kerkelijke stilzwijgendheid -zijn te melden. Allereerst kreeg de Commissie tot de Zaken (het dagelijks bestuur) -van de Remonstrantse Broederschap een brief van de gemeente te Amersfoort waarin -verzocht werd om de Jodenvervolging in Duitsland op de agenda van de komende -Algemene Vergadering te plaatsen. De hoogleraar G.J. Heering stelde daarop -een resolutie op: - -(...) Zonder voorbij te zien aan de schuld der wereld en onze eigen schuld in -deze loop van zaken, en open latende de vraag in hoever aan de houding der -getroffenen of aan die van hun geestverwanten of rasgenoten een en ander -verweten kan worden, op dit ogenblik kunnen wij slechts denken aan het onrecht, -dat geschiedt. Onrecht tegenover de pacifisten, tegenover de socialisten en -tegenover de Joden. (...) Het ergste is misschien, dat de Christelijke Kerk voor -het grootste deel zozeer de dienaresse is geworden van het nationalisme, dat zij -op enkele uitzonderingen na zwijgt, of instemming betuigt. [1.25] - -De overgrote meerderheid van de Vergadering stemde met Heering in. "Het was een -uitspraak voor intern gebruik, maar het bleef een uitspraak", aldus Van Roon. - -Ten tweede werd er een motie aangenomen door de Nederlandse afdeling van de -World Alliance for International Friendship through the Churches: - -"De Nederlandse Afdeling van de Wereldbond tot het bevorderen van een goede -verstandhouding tussen de volken door de kerken, bewust van zijn doel om de -vriendschappelijke verhouding tussen de volken te bevorderen en overtuigd, dat -deze ernstig geschaad wordt door de maatregelen in Duitsland genomen en uitgevoerd -tegen de Joden, die mede verklaard kunnen worden als uiting van rassenhaat, -verzoekt het dagelijks bestuur om zich over deze maatregelen uit te spreken en -verder alles te doen wat in zijn vermogen is om in overeenstemming met de beginselen -van de Wereldbond en zijn doel de spanning en de ergernis weg te nemen, die door -die maatregelen in Nederland en in de gehele beschaafde wereld zijn gewekt, -en om mede te werken tot het doen ontstaan van die verhouding die volgens het -Christelijk geweten tussen de rassen moet bestaan." [1.26] - -Men deed ook mededeling van inhoud en verzending van deze brief aan de permanente -commissie van het Ned. Israëlitisch Kerkgenootschap. Het verzoek aan het bestuur -van de Wereldbond had een positief resultaat. - -<32> - -2. HET BEGIN - -a. De situatie (mei - oktober 1940) - -Nederland werd door de Duitse legers onder de voet gelopen en capituleerde. -Koningin Wilhelmina was met haar gezin gevlucht. De ministers waren in Londen: -een Regering in ballingschap. -De Oostenrijker Arthur Seyss-Inquart werd benoemd tot Rijkscommissaris over -het bezette Nederland. Op 29 mei nam hij het burgerlijke bestuur over en hield -ter gelegenheid daarvan een rede in de Ridderzaal, de plaats waar de Koningin -op Prinsjesdag de Troonrede placht voor te lezen. De nieuwe gezagsdrager -beloofde "het tot nu toe geldende Nederlandse recht in kracht te laten en het -Nederlandse volk geen vreemde ideologie op te dringen". Een andere uitspraak -in zijn rede: - -"Wij Duitsers echter, die door dit land gaan met een blik die gescherpt is door -het begrip voor de waarden van de banden des bloeds en de ontbindingen des bloeds -in een volk, verheugen ons over de Nederlandse mensen. Wij verheugen ons over -de kinderen, wensen dat de jongens hier moedige, krachtige, energieke mannen en -de meisjes gelukkige moeders van grote gezinnen zullen worden. Wij gevoelen ons -heden, en in alle omstandigheden verantwoordelijk voor het goede bloed, want bloed -verplicht ook over uiterlijke feiten en ontbrekend begrip heen." - -In de maand juni werden de overgebleven Engelse troepen geëvacueerd uit Duinkerken. -De val van Parijs werd gevolgd door de capitulatie van heel Frankrijk. Vanaf 4 juli -was alleen luisteren naar de Nederlandse of Duitse radio toegestaan; in diezelfde -maand sprak de Koningin voor de eerste keer over radio Oranje. -Op 7 september vond de eerste grote Duitse luchtaanval op Londen plaats: -de "slag om Engeland" was begonnen. Eind september werd het drie-mogendheden -verdrag (Duitsland, Italië en Japan) bekendgemaakt. -Vanaf 1 oktober moesten de Nederlanders zich kunnen identificeren. Eind oktober -begon de aanval van Italië op Griekenland. - -<34> - -22 mei: morgen komen de schoenen op de bon, en binnenkort de textiel, zegt men, - de suiker was al op de bon. -18 juni: ook het brood wordt nu gedistribueerd, we eten er nu een prakje bij. -14 juli: morgen worden vel en andere levensmiddelen gedistribueerd. - 4 aug.: Het puntenstelsel voor de textiel zal nu in werking treden; 100 punten - per half jaar. Het eerste kwartaal mogen de mensen 40 punten besteden. - Lakenkatoen kost 10 punten per m2, een knot wol vijf punten. -15 juli: een half pond boter, vet of margarine in de week. Veel te weinig, maar - nu krijgen we allemaal een eiken botervlootje; dan kan ieder zo dik of - zo dun smeren als hij zelf wil. -16 aug.: Er zijn al lakens, overalls en molton van kunstvezel. De verkoop van - wollen stoffen en van bovenkleding is tot nader order verboden. -30 aug.: Morgen is de Koningin jarig. We mogen geen enkel teken van vreugde of - van rouw betonen. Ook geen rouwbanden dragen of in de etalage leggen, - (Politieagent) Driessen kwam dat speciaal zeggen. De boeren mogen zelf - niet meer karnen; de karnen zijn verzegeld. Nu gebruiken ze de wasmachine. -2 sept.: Gisteren hadden we een dominee die bad "voor degenen die thans over ons - heersen, of ze uit de greep van de leugengeest verlost mogen worden". -25 sept.: De zeep kwam kortgeleden op de bon, en nu ook het vlees. -2 okt.: De foto's van het Koninklijk huis zijn bij de boekhandelaars en het - postkantoor in beslag genomen. -6 okt.: We zijn in afwachting wat er boven ons hoofd hangt: Mussert of - zelfbeschikking. - -De eerste anti-joodse maatregel was de uitsluiting van Joden uit de luchtbescher- -mingsdiensten. Kort daarop (eind juli) volgde het verbod op ritueel slachten. In -Zandvoort werd, begin augustus, de synagoge opgeblazen. Op 30 september werd het -verbod uitgevaardigd om hen die "geheel of gedeeltelijk van Joodse bloede" waren, -in overheidsdienst te benoemen of, indien reeds in dienst, te bevorderen. - -b. Het Convent van Kerken - -Al gauw na de Nederlandse nederlaag in de meidagen en de daarop volgende bezetting -door de Duitsers, vonden er op kerkelijk terrein twee ontwikkelingen plaats die -van groot belang zouden blijken te zijn, allereerst voor de periode van de bezetting, -maar ook voor de tijd daarna, tot op de dag van vandaag. - -<35> - -Allereerst vonden de kerken elkaar in een permanent verband -het Convent van -Kerken, vanaf 1942 I.K.0. (Interkerkelijk Overleg) genoemd. De problemen die -uit de bezetting voortvloeiden noodzaakten tot overleg en het waar mogelijk -vormen van een gemeenschappelijk front. - -In een brief, gedateerd 20 juni 1940, nodigde de Algemene Synodale Commissie -der Nederlandse Hervormde Kerk afgevaardigden van zeven andere kerken uit tot -een samenspreking: "voor elk van die (Kerkgenootschappen) één afgevaardigde -en wel iemand die bevoegd zou zijn namens het Kerkgenootschap zich casu quo -te wenden tot de hoge overheid." -De eerste vergadering vond plaats op 25 juni. Vertegenwoordigd waren: -de Nederlandse Hervormde Kerk; -de Gereformeerde Kerken in Nederland, -de Christelijke Gereformeerde Kerk; -de Gereformeerde Kerken in Nederland in Hersteld Verband; -de Remonstrantse Broederschap; -de Algemene Doopsgezinde Sociëteit; -de Evangelisch Lutherse Kerk; -en het Hersteld Evangelisch Luthers Kerkgenootschap - -Zoals blijkt uit de volkstelling van 1930 waren er in dat jaar in Nederland -2,7 miljoen Hervormden, 640.000 Gereformeerden en 270.000 leden van de andere -bovengenoemde Kerkgenootschappen. [2.1] De Rooms-katholieke Kerk deed dus -(nog) niet mee; ze was niet uitgenodigd. -Als voorzitter trad op prof. J.R. Slotemaker de Bruïne. Al vrij spoedig daarna -zou hij moeten terugtreden wegens een ziekte, waaraan hij overleden is. Daarna -zijn onder anderen prof. P. Scholten, mr. J. Donner en dr. J.J.C. van Dijk -voorzitter geweest; de bezettende macht zorgde voor de roulatie: telkens werd -de voorzitter gevangen genomen. -Als secretaris van het Convent trad ds. K.H.E. Gravemeyer (geb. 1888) op, -een krachtige figuur, die op 1 april 1940 met de kleinst mogelijke meerderheid -was gekozen als secretaris van de Synode van de Ned. Hervormde Kerk. Eens zei -hij tegen een bezoeker: "We zijn er niet om de strijd (tussen Kerken en bezetters) -te voorkomen, maar om die goed te strijden". [2.2] - -<36> - -foto 4. Ds K.H.E. Gravemeyer - -Ds. Gravemeyer zou tot aan het einde van de bezetting (met een onderbreking van -enkele maanden in 1942 wegens gijzeling door de Duitsers) secretaris van het -Convent - later Interkerkelijk Overleg genoemd - blijven. Hij heeft het verzet -van de kerken ten zeerste gestimuleerd. -Op de eerste bijeenkomst typeerde de voorzitter die als "officieus, informatorisch -en vertrouwelijk". Men zou elkaar kunnen voorlichten en inlichten en bij belangrijke -zaken in eenparigheid jegens de overheid handelen, teneinde aan het optreden der -Protestantse kerken in Nederland aldus meer kracht bij te zetten. -De meeste bleken echter aanwezig zonder uitdrukkelijke machtiging van hun kerk. -Zo was de Gereformeerde vertegenwoordiger, prof. H.H. Kuyper, wel voorzitter van -"Deputaten voor de correspondentie met de hoge overheid", maar - zoals al eerder -opgemerkt - dit Deputaatschap had tot nu toe weinig betekend; zo mocht men slechts -antwoord geven, "als de overheid naar de mening van de kerk vroeg in een bepaalde -zaak, indien de synode zich althans over die zaak had uitgesproken." Maar die -zomer vergaderde de synode en verleende aan prof. Kuyper een meer uitgebreid, -aan de veranderde tijdsomstandigheden aangepast mandaat: "Eindelijk wordt het -moderamen (bestuur van de synode) gemachtigd om met de deputaten voor de -correspondentie met de Hoge Overheid beslissingen te nemen, wanneer er geen -synode kan samenkomen." [2.3] - -<37> - -In het begin besprak men in het Convent onderwerpen als: vergoeding van oorlogsschade -aan de kerken, zondagsarbeid, avondmaalsbrood (in verband met de distributie- -moeilijkheden), enz. Maar de notulen van 30 juli vermelden: In de volgende -vergadering zal over het karakter van het Convent nader gesproken worden. Verzocht -wordt, dan tevens de vraag aan de orde te stellen, of er voor de Kerken aanleiding -en zelfs plicht kan zijn, zich thans omtrent het antisemitisme uit te spreken." [2.4] -In augustus is er geen vergadering geweest en in september is men niet aan het -onderwerp antisemitisme toegekomen. De notulen zijn uiterst summier en het is -niet duidelijk of men er echt niet aan toe kwam, dan wel als een poes om de hete -brei heendraaide. Ds. J.J. Buskes, die de vergaderingen bijwoonde als afgevaardigde -van de Gereformeerde Kerken in Hersteld Verband, zou later schrijven: "het heeft -heel wat strijd en moeite gekost, om ten opzichte van de Jodenkwestie ten slotte -een waarlijk principieel geluid te laten horen." [2.5] Abel Herzberg merkte op: -"Ook de protestantse kerk ving aan zich te roeren. Dit laatste is niet ineens -gegaan, niet overal van ganser harte, maar veelal schoorvoetend en, naar -Nederlandse trant, bedachtzaam." [2.6] - -c. De Lunterse Ring - -Toch waren de zomermaanden geen verloren tijd. Eind augustus werd te Lunteren -een driedaagse "clandestiene" vergadering gehouden van een dertigtal predikanten -en gemeenteleden, voornamelijk uit de Hervormde Kerk en het al eerder genoemde -"Hersteld Verband" (een afsplitsing, sinds 1926, van de Gereformeerde Kerken -in Nederland). De deelnemers hadden, vooral door het volgen van de strijd van -de "belijdende Kerk" in Duitsland, al voor mei 1940 de gevaren van het nationaal- -socialisme beseft. J.J. Buskes was in Lunteren aanwezig, evenals J. Eykman, -J. Koopmans, K.H. Kroon, K.H. Miskotte en G. Oorthuys. Zij allen zouden een -rol in het verzet spelen. -Men besloot een brief tot de door de Hervormde Synode ingestelde, uit 19 leden -bestaande commissie Kerkelijk overleg te zenden; ook ging er een afschrift naar -het moderamen van de Gereformeerde synode. In deze brief drong men erop aan, -dat de officiële kerkelijke instanties zich "zo beslist, zo helder en zo snel -mogelijk ter voorlichting van de gemeente en, hetzij' direct of indirect, ook -van ons volk in zijn geheel, zouden uitspreken over "de moeiten, zorgen en -verzoekingen waarin wij en onze landgenoten verkeren." Met name genoemd werden -"de beginnende antisemitische propaganda, de geestelijke vrijheid, opvoeding -en school, en de willekeur van de bezettende macht". Over het eerstgenoemde punt -schreef men: - -<38> - -"Wij kwamen diep onder de indruk van het feit, dat de antisemitische propaganda -al veel verder in ons volk is doorgedrongen dan velen vermoeden en dat de -overeenkomstige maatregelen van hoger hand (slachtverbod, verklaring van de -luchtbeschermingsdienst enz.), bovendien de daden van belediging en overlast -de Joden aangedaan (de verkoop van "Sturmer" en "Misthoorn" op de openbare weg, -het opblazen van de synagoge te Zandvoort enz.) voor het geweten van tallozen -een ondraaglijke last zijn geworden." - -Buskes was een van de ondertekenaars. Hij was het geweest, die In het Convent -der Kerken verzocht had het onderwerp antisemitisme op de agenda te plaatsen. -Hij wist zich nu gesteund door zijn vrienden. Ook de leden van Kerkelijk Overleg, -waaronder ds. Gravemeyer, die bovendien secretaris van het Convent was, werden -aangemoedigd. Niet dat de brief van de kant van Kerkelijk Overleg een positieve -reactie kreeg: men nam de brief niet in behandeling, maar gaf deze door aan het -moderamen (bestuur) van de Hervormde Synode. Dit liet een antwoord opstellen door -een commissie onder voorzitterschap van prof. W.J. Aalders. We komen op dat -antwoord nog nader terug. -Toch zou de "naar boven" uitgeoefende druk niet vergeefs blijken te zijn geweest. -De brief zou de Gereformeerde synode inspireren tot het herderlijke schrijven -dat in maart 1941 publiekelijk 11 dwz. in de kerkdiensten - voorgelezen werd. -Het was een wisselwerking: vanuit de kerken kwamen stemmen die hun leiding om -een duidelijk woord vroegen, en als dat woord dan ook kwam, en vooral als het -hoorbaar (vanaf de preekstoel) in de zondagse kerkdienst weerklonk, werden de -gelovigen aangespoord tot een houding en daden van verzet. - -Zomer 1940 begint zich dus de tweede belangrijke ontwikkeling af te tekenen. -De eerste was, dat de kerken elkaar vonden in een gemeenschappelijk en permanent -beraad: het Convent van Kerken. De tweede was, dat men nu ook gezamenlijk en -publiek ging spreken. - -<39> - -In onze tijd wordt het als een gewone zaak beschouwd dat een kerk, of de Raad -van Kerken in Nederland, een publieke uitspraak doet over een of andere -belangrijke zaak. Bij menigeen roept het publieke spreken van de kerken zelfs -een gevoel van geïrriteerdheid op, indien naar eigen smaak de uitspraak te ver -dan wel niet ver genoeg gaat. In 1940 was het doen van een publieke uitspraak -iets geheel nieuws. De kerken hadden op dit punt geen enkele ervaring en de -Hervormde Kerk - de grootste - had een kerkorde die, zoals al in het vorige -hoofdstuk vermeld, publiek getuigen formeel onmogelijk maakte. Toch is dat -getuigenis er gekomen, vele malen en over in die tijd brandende kwesties. -Men richtte zich daarbij tegen een hardvochtige bezetter, die meermalen zou -reageren met gevangenneming van sommige bij' de opstelling van een protest -betrokkenen. -Het eerste publieke woord van de kerken was gericht tegen de vervolging van -de Joden en het antisemitisme. Dat was ook het eerste punt op het verlanglijstje -van de "Lunterse kring". - -d. Tweemaal concentratiekamp Buchenwald - -De door de Lunterse kring gesignaleerde "maatregelen van hogerhand" tegen de -Joden kwamen voor menigeen onverwacht. Men had kennis genomen van Seyss-lnquarts -toespraak bij zijn ambtsaanvaarding en geloofd in de fraaie beloften ("Het tot -nu toe geldende Nederlandse recht blijft van kracht"), maar niet goed geluisterd -naar de daarop volgende beperking: "voor zover het verenigbaar is met de bezetting". -Toen eind augustus 1940 de instructie afkwam dat Joden niet meer mochten worden -aangesteld in overheidsdienst noch, indien al in dienst, bevorderd, gingen de -hoogste nog aanwezige Nederlandse gezagsdragers - de secretarissen-generaal - -hiermee akkoord (6 september), zij het na enig protest. Daarop werd aan de -betreffende ambtenaren doorgegeven dat voortaan bij sollicitatiegesprekken de -vraag naar het al of niet Jood-zijn gesteld moest worden. -Een week later kreeg het hoofd van de sociale jeugddienst van het departement -van sociale zaken, de 48-jarige N.H. de Graaf, deze opdracht van zijn secretaris- -generaal. Hij weigerde, nam ontslag en las de volgende verklaring op maandag -16 september aan zijn medewerkers voor: - -<40> - -Foto 5. N.H. de Graaf - -Het is mij een behoefte u, als mijn medewerkers, met een kort woord duidelijk -te maken, wat het motief is geweest, waarom ik op 12 sept. jl. bij de waarnemende -Secretaris-Generaal mijn ontslag heb ingediend. Het is mij n.l. op die dag -duidelijk geworden, dat ook in ons land de z.g. ariër-paragraaf binnenkort zal -worden ingevoerd. Hierdoor zal het dus noodzakelijk worden, bij aanstelling -van personeel na te gaan, of de persoon in kwestie niet van Joodse afkomst is. -Het is daarom dat ik mij genoodzaakt heb gezien, hoe lief mij mijn werkkring -ook is, mijn ontslag in te dienen, daar ik voor mijn geweten als belijdend -Christen en als Nederlander deze vraag aan wie dan ook nooit zal willen stellen. -Iedere voorkeur van één mens boven een ander uit hoofde van zijn behoren tot een -bepaald ras of volk, is in strijd met de diepste gronden van het geloof in Jezus -Christus, in wie God, de almachtige Schepper van hemel en aarde, zich aan alle -mensen op deze wereld wil openbaren, en voor wie ieder mens volkomen gelijk staat. -Maar bovendien is een achterstelling van het Joodse volk in het bijzonder in -strijd met de inhoud van Gods Woord en Zijn Evangelie, omdat het Gods wonderbare -en ondoorgrondelijke wijsheid behaagd heeft, uit het volk der Joden de verlossing -aan alle volkeren en rassen te schenken door Jezus Christus, naar het vlees een -zoon van dit volk. Iedere verwerping van dit volk is daarmede een verwerping van Hem. - -<41> - -Het zal u duidelijk zijn dat, waar dit mijn diepste overtuiging uitmaakt, ik -voor God en mijn geweten nooit kan medewerken aan de toepassing van bovengenoemde -maatregel. Dat ik ook als Nederlander meen zo te moeten handelen, vindt zijn -oorzaak in mijn overtuiging, dat het Evangelie, zeker sedert onze vrijheidsstrijd -onder Willem de Zwijger, onlosmakelijk met ons volk verweven is, zodat deze -houding t.o.v. het Joodse volk ook bij anders georiënteerde Nederlanders -gemeengoed is geworden. -Ten slotte mag ik er nog op wijzen, dat ik in geloof er mij van bewust ben, dat -boven strijd en oorlog uit ieder mens persoonlijk en alle volkeren en rassen -gelijkelijk door dit Evangelie van Christus worden aangesproken en dat ik daarin -dus geen vriend of vijand onderscheid, of het Nederlander, Duitser, jood of -wie ook is. Want allen hebben als waarlijk enig levensbrood Gods erbarmen en -vergeving in Jezus Christus evenzeer nodig; ieder mens wie hij ook is; evenals -ikzelf slechts uit die genade waarlijk leven en sterven kan. -Boven alle stormen in deze wereld en in onze mensenharten uit, verwacht ik -daarom de verlossing alleen van Hem die gezegd heeft: "Mij is gegeven alle macht -in hemel en op aarde, en zie, Ik ben met ulieden alle dagen tot de voleinding -der wereld". -Wat mijn toekomst zal zijn weet ik evenmin als één uwer dit voor zich kan weten, -doch bezorgd behoeft niemand daarover te zijn, omdat, terwijl ik weet, dat er -in mij geen kracht is, ik alle kracht verwachten mag van Hem die een mens, ook -in de grootste nood, nooit verlaat. -Ik wil daarom eindigen met u voor te lezen Psalm 23, waarin nu reeds zoveel -eeuwen geleden door de Joodse ziener dit onverwoestbare Godsvertrouwen wordt -uitgesproken. -"De Heer is mijn herder, mij zal niets ontbreken. Hij doet mij nederliggen -in grazige weiden: Hij voert mij zachtkens aan zeer stille wateren. Hij verkwikt -mijn ziel, Hij leidt mij in het spoor der gerechtigheid om zijns naams wil. -Al ging ik ook in een dal der schaduwen des doods, ik zou geen kwaad vrezen, -want Gij zijt met mij: Uw stok en Uw staf die vertroosten mij. Gij richt een -tafel toe voor mijn aangezicht, tegenover mijn tegen-partijders. Gij maakt mijn -hoofd vet met olie, mijn beker is overvloeiende. Immers zullen mij het goede -en de weldadigheid volgen alle de dagen mijns levens, en ik zal in het huis -des Heren blijven in lengte van dagen." [2.7] - -Zijn vrouw vertelde later: "Het was natuurlijk wel een probleem, zo opeens -zonder betrekking, maar we dachten: er zal wel een oplossing komen. Je doet -die dingen vanuit je geloof." -De Graafs toespraak werd op grote schaal verspreid. Hijzelf werd kort daarop -gevangen genomen en als gijzelaar opgesloten in het concentratiekamp Buchenwald, -waar hij tot maart 1943 zou verblijven. - -<42> - -Omstreeks diezelfde tijd publiceerde dr. J. Eykman, een lid van de Lunterse -kring, een tot brochure omgewerkte preek, ook al had hij die preek gemaakt in -angst en beven. De brochure werd uitgegeven onder de titel Wij bouwen verder, -maar op welken grondslag? (Verg. 1 Corinthiërs 3: l1). De "afgoderij van bloed -en ras" werd scherp afgewezen: "Voor iedereen die ooit één woord in de bijbel -gelezen heeft, is het duidelijk dat God het Joodse volk en het Joodse ras als -een zegen in de wereld gewild heeft." -De verkoop van deze brochure werd begin september verboden, maar toen waren er -al 13.000 van verspreid. Ook dr. Eykman werd als gijzelaar naar Buchenwald gevoerd. - -e. Het eerste protest - -Terug naar het Convent van Kerken. -De notulen van 30 september 1940 vermelden: "Onderwerp antisemitisme zal -voorbereid worden door een nota van ds. Buskes, waarbij gevoegd zal worden -afschrift van een advies door prof. Aalders uitgebracht aan de Synode der Herv. -Kerk". Inderdaad is het onderwerp op de volgende vergadering besproken. -Het advies-Aalders, opgesteld naar aanleiding van de bovengenoemde brief van -de Lunterse kring aan de Synode, begon als volgt: - -"De kerk heeft in eerste aanleg niet te doen met het antisemitisme, d.w.z. met -het Semitische ras in het algemeen, maar met de aantasting van personen of -groepen, die, als Joden, tot dit ras behoren. En ook hier moet de kerk, krachtens -haar theologische visie, in de eerste plaats niet het oog hebben op de Joden in -het algemeen, maar op de Joden, welke tot de kerk behoren, de christenen onder -de Joden dus." [2.8] - -Het memorandum van ds. Buskes had de volgende inhoud: - -"De kwestie van het antisemitisme werd door mij aan de orde gesteld, omdat zij -naar mijn overtuiging de verhouding van kerk en overheid raakt. -De Secretaris-Generaal van het Departement van Binnenlandse Zaken heeft in -opdracht van de Commissaris-generaal voor Bestuur en justitie aan de colleges -van Gedeputeerde Staten der verschillende provincies brieven gestuurd inzake -de benoeming of bevordering van Joden in openbare dienst (30 september en -3 oktober 1940). Uit deze brieven blijkt, dat voortaan onderscheid zal worden -gemaakt tussen de Joodse en niet-Joodse Nederlandse burgers. - -<43> - -De Rijkscommissaris heeft toegezegd, in overeenstemming met het Landoorlog- -regelement (1907) de in ons land geldende wetten te zullen eerbiedigen, behoudens -volstrekte verhindering. -De nieuwe verordeningen hebben met militaire belangen niet te maken. Zij zijn -een uiting van het antisemitisme, dat behoort tot de wezenlijke bestanddelen -van het Nationaal-Socialisme. -Als zodanig betekenen deze verordeningen een principiële inbreuk op de vigerende -wetgeving welke de onderscheiding van Joodse en niet-Joodse Nederlandse burgers -niet kent. - -Foto 6. Dr J.J. Buskes (na oorlogse foto) - -Het antisemitisme is in strijd met het Evangelie van Jezus Christus, dat de -kerken hebben te prediken. De kerken moeten, krachtens hun prediking van dit -Evangelie, er op staan, dat aan de Joden hier te lande en in de gegeven situatie -een behandeling op gelijke voet met alle andere burgers wordt verzekerd. -Het antisemitisme zet de jood op zijn jood-zijn vast. Het werkt bij de jood -de verharding en bij de niet-jood de verhovaardiging in de hand en staat de -Evangelieprediking in de weg. Daarom staan de kerken met hun prediking van -het Evangelie in dit opzicht achter de vigerende wetgeving. -In het bijzonder moge ik er op wijzen, dat de verordeningen ook gelden voor -het bijzonder onderwijs, dus o.m. ook voor de scholen met de bijbel, terwijl -zij naar hun inhoud met het wezen van de scholen met de bijbel volstrekt in -strijd zijn. -Mijn voorstel is: Het Convent wende zich tot de Rijkscommissaris en make hem -uit naam van de kerken hun principiële bezwaren tegen deze verordeningen bekend." -[2.9] - -<44> - -Ook al kan men mijns inziens terecht tegen een zinsnede van deze nota bezwaar -maken ("Het antisemitisme werkt bij de jood de verharding in de hand"), toch -dwingt het geheel respect af. -Blijkbaar is er naar aanleiding van de nota een felle discussie geweest. -Ds. Buskes zou later vermelden: - -Het heeft veel strijd en moeite gekost, om ten opzichte van de Joden kwestie -tenslotte een waarlijk principieel geluid te laten horen. Bij velen ontbrak -elk bijbels inzicht in wat de Jodenvervolging betekende. Met verontwaardiging -denken wij terug aan wat een man als prof. Kuyper zowel in het IKO als in de -Heraut over de Jodenkwestie ten beste gaf (De Joodse kwestie raakte de kerken -niet rechtstreeks; reeds Groen van Prinsterer en Kuyper maakten onderscheid -tussen Joodse en niet-Joodse burgers), met teleurstelling aan wat enkele -anderen over de roeping der kerk tegenover de vervolgde Joden zeiden. Er waren -ogenblikken, dat wij in dit opzicht niets, maar dan ook niets konden verwachten. -[2.10] - -Ten slotte besloot men tot het indienen van een request bij de Rijkscommissaris. -Ook prof. Kuyper zette zijn handtekening, maar de twee Lutherse Kerken deden -niet mee. In een brief gedateerd 17 oktober 1940 wordt de afwijzing als volgt -gemotiveerd: - -De Algemene Kerkelijke Commissie van het Hersteld Evangelisch Kerkgenootschap, -op 16 juli 1940 in vergadering bijeen, kennis genomen hebbende van het voorstel -ingediend bij het Convent van Kerken om namens voornoemd Convent een adres te -zenden naar de Rijkscommissaris in verband met de z.g. Jodenverordening, heeft -mij opgedragen U beleefd te berichten dat Zij Haar medewerking niet kan geven, -omdat Zij van oordeel is dat Zij dan zou treden op het terrein van de Staat en -het absoluut tegen het Lutherse principe is zich te bemoeien met Staatsaan- -gelegenheden. Deze verordening toch betreft uitsluitend Rijks- en Gemeente -ambtenaren en heeft niets te maken met de kerkelijke aangelegenheden. Zij is -ervan overtuigd dat art. 5 van de Grondwet van het Koninkrijk der Nederlanden -een uitvloeisel is van de gedachten der Franse Revolutie, en dat een opkomen -voor de rechten daarin vervat niet een strijden is voor de Zaak van Jezus -Christus. Wanneer het om het laatste gaat zal Zij niet aarzelen om stelling te -nemen en zo nodig het martelaarschap ondergaan, maar zulks is nu niet het geval." -[2.11] - -Men had in de betreffende commissie van deze - ongeveer 10.000 leden tellende - -Kerk blijkbaar de kwestie van het al of niet meedoen met het protest besproken, -onmiddellijk nadat ds. Buskes een en ander in het Convent aan de orde gesteld had. -Zoals nog blijken zal, heeft deze Kerk met latere protesten tegen de Jodenvervolging -wel meegedaan. - -<45> - -Het request - eigenlijk een protest - was gedateerd: 24 oktober 1940. Het l -uidde als volgt: - -Excellentie - -De ondergetekenden, vertegenwoordigende de navolgende Protestantse Kerken in -Nederland in zaken betreffende de verhouding dezer kerkgenootschappen tot de -Hoge Overheid, te weten: -1. De Nederlandse Hervormde Kerk; -2. De Gereformeerde Kerken; -3. De Christelijke Gereformeerde Kerk; -4. De Gereformeerde Kerken in Nederland in Hersteld Verband; -5. De Remonstrantse Broederschap; -6. De Algemene Doopsgezinde Sociëteit, gevoelen zich gedrongen, naar aanleiding -van de onlangs uitgevaardigde voorschriften, waarbij de benoeming en bevordering -van ambtenaren en andere personen van Joodse bloede in Nederland wordt verboden, -zich tot Uwe Excellentie te wenden. -De strekking van de genomen maatregelen, waarbij gewichtige geestelijke belangen -ten nauwste zijn betrokken, achten zij in strijd met de Christelijke barmhartigheid. -Voorts treffen deze maatregelen de leden der Kerk zelve voorzover zij in de -laatste geslachten tot het christendom zijn overgegaan en in volkomen gelijk- -gerechtigheid, zoals de Heilige Schrift uitdrukkelijk verlangt (Romeinen 11: 12, -Galaten 3:28), in de Kerken zijn opgenomen. -Eindelijk worden de Kerken op het diepst ontroerd, omdat het hier betreft het -volk, waaruit de Zaligmaker der wereld is geboren en dat het voorwerp is van -de voorbede der Christenheid, opdat het zijn Heer en Koning lere erkennen. -Het is om deze redenen, dat zij zich wenden tot Uwe Excellentie met het dringende -verzoek te willen medewerken tot de intrekking van de bedoelde voorschriften. -Zij doen daarbij een beroep op de belofte, door Uwe Excellentie in een plechtig -uur geschonken, dat zij ons volkskarakter wil eerbiedigen en aan ons land geen -ideologie wenst op te dringen, die ons vreemd is. - -(10 handtekeningen) - -<46> - -H.C. Touw zou later schrijven: "De betekenis van dit eerste, gemeenschappelijke -protest tegen de Jodenverdrukking, in een tijd toen een groot deel van ons volk -de strekking nog niet doorzag, kan niet licht overschat worden. Voor het eerst -getuigden de kerken tezamen, getuigden zij tegen het antisemitisme, getuigden -zij op bijbelse gronden, en getuigden zij tijdig." -Misschien was het belangrijkste van de indiening van dit request, dat men besloot -om in alle kerkgebouwen mededeling aan de gemeente te doen van de indiening, -met een korte samenvatting van de inhoud. -Later zou de Hervormde predikant dr. H.M.J. Wagenaar, op wiens bureau (voor -predikantssalarissen) de meeste stukken gestencild werden, aan L. de Jong -vertellen hoe een besluit om een protest in alle plaatselijke kerken voor te -lezen, uitgevoerd werd: - -"Moest op zondag in alle hervormde kerken een bepaald schrijven voorgelezen -worden, dan werden de gestencilde stukken als regel op woensdag gereedgemaakt -en op donderdag door vertrouwde koeriers of koeriersters naar verschillende -adressen in den lande gebracht. Van daaruit waarschuwde men de gedelegeerden -van de classes; die lieten dan op vrijdag de stukken ophalen en droegen er -zaterdag zorg voor, dat elke predikant het voor hem bestemde exemplaar ontving. -Het was een distributiesysteem, buiten de post om, dat steeds feilloos functioneerde. -Het element van risico dat er in stak (de stukken kwamen ook in handen van 'foute' -predikanten) werd aanvaard." [2.12] - -Zondag 27 oktober, aldus Touw, werd een keerpunt in de geschiedenis der kerk: -"de stilte, waarin kerk en volk zovele maanden verkeerden, werd verbroken". -Er waren gemeenteleden die alleen maar naar de ochtenddienst plachten te gaan, -maar op die zondag ook naar de middagdienst kwamen om de afkondiging nog eens te horen. - -Maar de Gereformeerde prof. H.H. Kuyper oordeelde, dat "het niet oorbaar moest -worden geacht aan een verzoek publiciteit t. geven voordat het antwoord was -binnengekomen" (Seyss-Inquart heeft niet geantwoord). Wel werd de tekst aan de -plaatselijke kerkenraden gezonden, maar ook dat geschiedde met vertraging. -Zo werd op 29 oktober in alle Hervormde kerkdiensten mededeling gedaan van het -protest, maar de Gereformeerden hoorden er die zondag in hun kerkdiensten niets -over, al was het protest ook namens hen ingediend. - -<47> - -Prof. Kuyper maakte de zaak nog erger door zijn poging een en ander uit te leggen -in het weekblad de Heraut. De Duits-gezinde, Gereformeerde dr. H.W. van der Vaart -Smit maakte daar direct gebruik van om "het Gereformeerde standpunt" tegen het -Hervormde uit te spelen. -Geen wonder, dat een en ander leidde tot scherpe kritiek op prof. Kuyper. Ongeveer -twintig raden van (plaatselijke) Gereformeerde Kerken verzochten schriftelijk -om opheldering, of protesteerden tegen het feit dat in de Gereformeerde Kerken -niet publiekelijk mededeling van het request was gedaan. Daarop liet prof. Kuyper -weten, dat zijn hardhorendheid het hem steeds bezwaarlijker maakte, de besprekingen -in het Convent van Kerken te volgen en dat hij daarom zijn mede-deputaat, -mr. J. Donner, verzocht had zijn plaats in het Convent in te nemen. -Later zou de geschiedschrijver van de Gereformeerde Kerken, Th. Delleman, -schrijven: "Helaas nam prof. Kuyper, toen het op wezenlijk verzet aankwam, een -zodanig standpunt in dat hij het vertrouwen der kerken verloor. Hij zag de Duitsers -vrijwel alleen als Duitsers, voor wie hij altijd veel gevoeld had, meer dan voor -de Engelsen, die eens de Boeren overweldigden. Hij miskende de dodelijke ernst -waarmee de Duitsers het nationaal-socialisme begonnen in te voeren en schreef -artikelen in de Heraut die de Duitsers in het gevlei kwamen." - -Ook in de Evangelisch-Lutherse Kerk (rond 80.000 leden) kwam kritiek op het -niet-meedoen met het protest. Het bleek nodig, een bijzondere synode bijeen te -roepen. L. de Jong vermeldt: - -"Daar kreeg de synodale commissie (het kerkbestuur) nog juist een meerderheid -voor haar besluit, de brief aan de Reichskommissar niet mede te ondertekenen. -Het was een Pyrrhus-overwinning, want toen de uitslag van die stemming bekend -werd bij de gemeenten, rees er zulk een storm van protesten dat de synodale -commissie het geraden achtte, afgevaardigden van alle kerkenraden in vergadering -bijeen te roepen. Hier bleek duidelijk dat men wenste, dat de Evangelisch-Lutherse -Kerk voortaan met de overige protestantse kerkgenootschappen één lijn zou trekken." -[2.13] - -De kranten mochten de indiening van het protest en de afkondiging ervan vanaf -de kansels niet publiceren. Dit verbod werd evenwel overtreden door het -antisemitische blad De Misthoorn, dat in een artikel getiteld Eén in Juda de -afkondiging woordelijk afdrukte. - -<48> - -Bij ons thuis gingen we naar de diensten van de Gereformeerde Kerk en daar werd -dus niets voorgelezen of bekend gemaakt. Het weekblad De Heraut lazen we niet, -en ook prof. Kuypers poging tot uitleg ging ons dus voorbij. Wel hebben we - -enige tijd later, neem ik aan - N.J. de Graafs toespraak bij zijn ontslag- -aanvrage gelezen. Die maakte diepe indruk. - -Ruim een week na de afkondiging, op 5 november, vergaderde het Convent. De -notulen vermelden: "De voorzitter herinnert er aan, dat het onlangs tot de -Rijkscommissaris gerichte verzoek inzake verordening 137/1940 niet van het -Convent is uitgegaan en dat niet alle in het Convent vertegenwoordigde kerken -daaraan hebben deelgenomen. In verband daarmede wordt het onderwerp antisemitisme -(zie verslag zesde vergadering, par. 13) van het agendum afgevoerd." Het -commentaar van ds. Buskes: "De Duitsers hebben ervoor gezorgd dat dit onderwerp -weer op de agenda is gekomen." - -<49> - -3. VERSCHERPING - -a. De situatie (november 1940 - maart 1941) - -Op 5 november werd president Roosevelt herkozen. Op 9 december begonnen de -Engelsen hun offensief in Noord-Afrika, aanvankelijk met succes. -Op 25 en 26 februari (1941) vond de grote staking in Amsterdam plaats, die als -"de februari-staking" de geschiedenis zou ingaan. -Op 13 maart executeerden de Duitsers 15 "Geuzen" (leden van een van de eerste -verzetsorganisaties) en 3 februari-stakers: "de achttien doden", het bekende -gedicht van Jan Campert. - -3 nov.: Eieren, aardappelmeel, sago, koekjes, gebak enz. zijn nu ook op de bon -evenals kaas. Er is haast niets dat zonder bon verkocht mag worden, en -verschillende dingen, zoals room en levertraan, koop je alleen op gecontroleerd -doktersadvies. Goede toiletzeep mag niet meer verkocht worden. Wel een -eenheidszeep, maar dat is bocht en nog op de bon ook. De schoolkinderen hebben -van vrijdag tot dinsdag vrij, vanwege de brandstofbesparing. -24 nov.: Erwten en bonen zijn nu ook op de bon maar ze zijn heel slecht te -krijgen, evenals boter en eieren. -(Dan volgt een typische vermelding die de hele oorlog door in diverse formuleringen -zal worden neergeschreven. JMS.) Men voorspelt dat er met Kerstmis oproer zal -komen, omdat de Moffen dan naar huis willen. Misschien zijn we dan met Nieuwjaar -van het hele gezeur af. -22 dec.: De dominees worden tegenwoordig, tenminste door de jongelui, afgemeten -naar de wijze waarop ze zachtkens de politiek erbij halen in de preek. Hoe meer, -boe liever, al is 't gevaarlijk. -1 jan. (1941): Vandaag hebben we 1/3 van één van Wims konijnen opgegeten. -Gelukkig maar dat we hem hadden, want we hebben geen kruimel gewoon vlees gehad. -7 jan.: Nu is het tot overmaat van ramp ook nog vreselijk koud en we hebben -weinig kolen. Bonnen genoeg, maar er worden er haast geen geldig verklaard. -22 jan.: We stoken veel hout en cokes want kolen zijn er bijna niet meer. - Gelukkig is de vorst voorbij. Toch heeft de Rijn nog dicht gezeten. - -<50> - -2 febr.: De nieuwe (textiel) puntenkaart is er: 100 punten voor 7 maanden. - Thee en koffie-rantsoenen zijn al weer verminderd. We krijgen nu 125 g. - koffie, of 50 g. thee in de 6 weken per persoon. -16 febr: Gisteren collecteerden (de politie-agenten) Driessen en Hengeveld voor - de Winterhulp. Het was een zielig gezicht. -18 maart: Oud-minister Donner moest kortgeleden bij de Gestapo komen. Ze wilden - wel eens weten, wie het eigenlijk is die ons volk ophitst. Antwoord - Willem de Zwijger; die heeft ons volk vrijheidsliefde ingeplant. - -In de tweede helft van november (1940) werden alle Joden in overheidsdienst van -hun functie ontheven. -Op 10 januari (1941) werd verordend dat "alle personen van geheel of gedeeltelijk -joods bloed" zich moesten aanmelden. -Op 9 februari werd de eerste overval op Joden in Amsterdam gepleegd. Drie dagen -later werd de Joodse Raad ingesteld. Het ontslag van Joden in overheidsdienst -viel op 21 februari. De eerste grote razzia vond plaats op 22 en 23 februari: -425 Joodse jongemannen werden gevangen genomen, zwaar mishandeld en gedeporteerd -naar Buchenwald en Mauthausen. -Op 22 maart werd verordend, dat de Joden uit het bedrijfsleven verwijderd moesten -worden. - -b. Bijna te laat - -Ruim een week na de voorlezing van het protest van de kerken kwam het bevel, alle -Joodse ambtenaren uit hun functie te ontheffen. Al eerder (20 september) had de -bezetter van alle ambtenaren ondertekening van de z.g. 'Ariër-verklaring' geëist. -Dit was de eerste maatregel waardoor van niet-Joden medewerking werd geëist om de -Joden te isoleren en te treffen. Toch wordt, in het eerste protest van de kerken, -juist deze Duitse maatregel niet genoemd, wel andere. Is men ervoor teruggedeinsd, -de gelovigen openlijk op te roepen om de 'Ariër-verklaring' niet te tekenen? -Een lid van de Lunterse kring, dr. J. Koopmans, schreef een korte brochure, Bijna -te laat, een van de eerste "illegale" geschriften; de eerder genoemde brochure -van de hand van dr. Eykman was nog "bovengronds" verspreid. -We citeren de volgende gedeelten uit Bijna te laat: - -<51> - -foto 7 Dr. J Koopmans (ca 1945) - -Wanneer onze 'intrede in de geschiedenis' gekocht moet worden tegen de prijs van -een goed geweten, dan is het duizendmaal beter, dat wij uit de 'geschiedenis' -verdwijnen, dan dat wij ons geweten verkopen. -(...) Wie enigermate van nabij de kerkelijke methode van werken kent, zal er de -kerkelijke autoriteiten geen verwijt van maken, dat het getuigenis pas zo laat -gekomen is, bijna te laat. Met het oog op het al-of-niet invullen van de formulieren, -die ons geweten moeten helpen verduisteren, is ook het kerkelijk getuigenis te -laat gekomen. -(...) Moet ik tekenen of mag ik "uit beweegredenen van barmhartigheid en op -gronden aan de Heilige Schrift ontleend" de ondertekening alleen maar weigeren? -Op deze vraag kan de Kerk van Nederland mij geen antwoord geven. Daarvoor is -het te laat. -(...) De volgende slag wordt moeilijker. Nu komt natuurlijk het ontslag aan -personen 'van Joodse bloede'. (...) Zij gaan eruit - daaromtrent moeten we ons -niet de flauwste illusies maken. Zij gaan eruit en zij gaan eraan. - -<52> - -Koopmans doet een beroep: "Laat de instanties, die nu tot ondertekenen van de -verklaring verplicht of gedwongen of alleen maar gedrongen zijn, nu een duidelijke -en onomwonden verklaring afleggen, dat zij tot het ontslag van personen 'van -Joodse bloede' niet bereid zijn!" Hij richt zich speciaal tot de secretarissen- -generaal, de burgemeesters, de bestuurders van christelijke scholen en -omroepverenigingen. Ook de Maatschappij voor Geneeskunde, de Broederschap van -Notarissen en de verenigingen van personeel in overheidsdienst worden -aangesproken en vervolgens de Aartsbisschop, in zeer krachtige taal. -De brochure besluit met de volgende woorden: - -Volk van Nederland, het is bijna te laat - maar nog niet helemaal! Het is nog -niet helemaal te laat om terug te keren tot het christelijk geloof en het goede -geweten. Het is nog niet helemaal te laat om uit beweegredenen van barmhartigheid -en op gronden aan de Heilige Schrift ontleend op te komen voor onze Joodse -volksgenoten. Het is nog niet helemaal te laat om de Duitsers te laten zien, -dat hun goddeloosheid niet alle dingen overwint, maar dat er érgens mensen -wonen, die hun christelijk geloof en hun goede geweten niet zomaar laten roven. -0 God van Abraham, Izak en Jakob, Vader van onze Hete Jezus Christus! Kom Uw -arme Christenheid te hulp en ontferm U over Nederland. - -De brochure werd gedrukt te Noordwijk, in een oplaag van niet minder dan 50.000 -exemplaren. 's Nachts werden ze in grote pakken naar Amsterdam vervoerd, en per -post werden kleinere pakketten aan vertrouwde adressen in het hele land gezonden -voor verdere verspreiding. De secretarissen-generaal en alle burgemeesters, -notarissen en besturen van christelijke scholen kregen de brochure toegezonden. -Op hen speciaal immers deed de auteur zijn beroep. -Enkele maanden later, in april 1941, stonden een 57-jarige burgemeester en een -25-jarige chemicus terecht voor het Duitse Landesgericht, omdat ze te Deventer -in november 1940 de brochure verspreid hadden. De eerste beklaagde kreeg de -gelegenheid, zijn zienswijze als Christen uiteen te zetten, maar dat leverde -hem geen voordeel op. Integendeel, hij werd veroordeeld tot anderhalf jaar -gevangenisstraf. De tweede beschuldigde kreeg één jaar; beiden met aftrek van -voorarrest. In zijn requisitoir noemde de "General-Staatsanwalt" een dergelijke -propaganda zeer gevaarlijk voor het Nederlandse volk, "want daarin wordt het -Jodenprobleem voorgesteld als een christelijke zaak. Dat is niet juist ...." -(Touw, I, 392). - -<53> - -c, Een brief en twee arrestaties: - -In de vergadering van het Convent van Kerken op 25 februari 1941 - de dag waarop -in Amsterdam de februari-staking uitbrak - besloot men een brief te sturen aan -het college van secretarissengeneraal; zij immers waren, sinds het vertrek van -de Nederlandse regering, de hoogste Nederlandse gezagsdragers. -Dit schrijven werd verzonden op 5 maart. Ditmaal ondertekende ook de -vertegenwoordiger van de Evangelisch Lutherse Kerk. De inhoud luidde als volgt: - -(...) De Kerken zijn ten zeerste verontrust door de ontwikkeling der gebeurtenissen, -gelijk deze zich meer en meer aftekent. De haar door God opgedragen verkondiging -van Zijn Woord legt haar de dure roeping op om op te komen voor recht en -gerechtigheid, voor waarheid en liefde. Zij moet ook haar stem doen horen waar -in het openbare leven deze hoge waarden worden bedreigd of aangetast. Dat deze -waarden ernstig gevaar lopen kan door hem, die de toestand van ons volksleven -gadeslaat, moeilijk worden ontkend. -Zo zijn in het beeld, dat de openbare straat meer en meer gaat vertonen, - in -de behandeling welke in steeds toenemende mate aan het Joodse deel van de -Nederlandse bevolking ten deel valt, - in de groeiende rechtsonzekerheid, - in -de voortgaande aantasting van vrijheden welke de noodwendige voorwaarden zijn -voor de vervulling van Christenplichten, even zovele duidelijke symptomen te -zien van een toestand, die niet alleen een klem legt op het geweten van onze -landgenoten, maar ook naar de diepste overtuiging der Kerken indruist tegen -de eis van Gods Woord. -Het is om die reden dat de Kerken zich genoopt gevoelen zich tot Uw College te -wenden, met de dringende bede zoveel in Uw vermogen ligt te bevorderen, dat -recht, waarheid en barmhartigheid ook in het huidige tijdsbestel de richtsnoeren -zullen zijn voor het beleid der Overheid. -Harerzijds erkennen de Kerken gaarne in ootmoed haar dure roeping het volksleven -zodanig te bearbeiden en te beïnvloeden, dat daarin die geestelijke waarden -metterdaad worden beleefd. - -<54> - -Wij vertrouwen, dat Gij de stem der Kerken, zoals zij in dit adres tot uiting is -gebracht op de wijze die U daartoe dienstig zal voorkomen, mede zult willen doen -doorklinken tot hen, die tijdens de huidige bezettingstoestand de uiteindelijke -verantwoordelijkheid dragen voor de gang van zaken in ons Vaderland. -Met volledig begrip voor de hoogst moeilijke taak waarvoor Uw College zich in -dit tijdsgewricht gesteld ziet smeken zij God, dat Hij U Zijn licht en bijstand -moge schenken. - -De secretarissen-generaal hebben de brief niet beantwoord: zij beschouwden -zichzelf niet verantwoordelijk. Evenmin voldeden zij aan het verzoek om de -bezorgdheid der kerken over te brengen aan de bezettende macht. -De Hervormde Synode zond afschriften van de brief aan alle plaatselijke -kerkenraden, met de mededeling dat er geen bezwaar tegen was dat de gemeenten -op de hoogte gesteld werden van de gedane stap. Afkondiging of publicatie van -de brief was evenwel niet de bedoeling. Maar het nationaal-socialistische -Nationale Dagblad publiceerde de volledige tekst, met als commentaar: "Bij zoveel -volksvergif is de zwaarste straf te licht." -Ds. Gravemeyer stelde in het Convent voor, de brief of een samenvatting daarvan -van de kansels te laten voorlezen. Daar was men niet algemeen voor; wel was men -voor toezending aan de kerkenraden van alle kerken. Aan ds. Gravemeyer werd -verzocht, een boodschap tot de gemeenten voor te bereiden overeenkomstig de -strekking van de brief. Die boodschap zou dan in de kerkdiensten worden afgelezen. -Sinds december 1940 was prof. Slotemaker de Bruïne vanwege zijn ziekte uitgevallen -en mr. Donner trad nu op als voorzitter. Op de vergadering van het Convent van -11 maart deelde deze mee, dat de synode van de Gereformeerde Kerken een herderlijk -schrijven - waarover meer hierna - had opgesteld, dat in hun kerken op 23 maart -zou worden voorgelezen. Besloten werd daarom, dat op die datum in alle bij het -Convent aangesloten kerken een bidstond zou worden gehouden. Gravemeyer zond -aan alle Hervormde predikanten een "oproep tot gebed", qua inhoud aansluitend -op de brief aan de secretarissen-generaal. Deze oproep werd op woensdag 19 -maart verzonden. - -<55> - -De Duitsers kregen er lucht van, dat er iets in de kerken stond te gebeuren. -Waarschijnlijk heeft een predikant de stukken op woensdagavond ontvangen en aan -hen doorgespeeld. De februari-staking lag nog vers in het geheugen. Op 20 maart -zou Koningin Wilhelmina over radio Oranje spreken. Op die datum - donderdagochtend - -werden de twee leiders van het Convent gearresteerd: secretaris Gravemeyer en -voorzitter Donner. Eerst wist de een niet, dat ook de ander gevangen zat. - -Foto 8. Mr. dr. J. Donner - -Uit hun verhoren bleek, dat de bezettende macht de voorgenomen actie zag als -vermoedelijk het sein tot een algemene opstand. Men drong er bij de arrestanten -op aan, dat de afkondiging van de brief achterwege zou blijven. Ook werd het -feit, dat de kerken zich tot de secretarissen-generaal gewend hadden, door de -Duitsers beschouwd als een miskenning van hun gezag. -Donner legde uit, dat hij niet gemachtigd was tot het besluit om voorlezing -achterwege te laten, en dat overigens het herderlijk schrijven van zijn synode -los stond van de brief aan de secretarissen-generaal. Hij bood aan, het stuk -met zijn ondervrager door te nemen om aan te tonen dat het geen bedreiging van -de openbare orde inhield. Zulks geschiedde, op zaterdag. Mr. Donner werd daarop -'s avonds vrijgelaten. De volgende dag werd overal in de Gereformeerde Kerken -het herderlijk schrijven voorgelezen. - -<56> - -Gravemeyer evenwel beloofde de Duitsers, zijn best te zullen doen om de -afkondiging (van de samenvatting van de brief aan de secretarissen-generaal) -te voorkomen, "om geen aanleiding te geven tot demonstraties of tegen-demonstraties". -Die zaterdagavond werd aan de Hervormde dominees in de grote steden gevraagd wél -de bidstond, maar niet de kanselafkondiging te laten doorgaan, om "door deze -daad een overtuigend bewijs te geven dat de kerk geen politieke bijbedoelingen had." -De gang van zaken leidde tot kritiek op ds. Gravemeyer. Had hij wel de bevoegdheid, -persoonlijk de voorlezing van de kanselboodschap af te gelasten? Het vragen naar -iemands bevoegdheid is in Protestantse kerken een goed gebruik. - -d. Een synode in vergadering bijeen - -Het is wel aardig om, aan de hand van de Acta (notulen), na te gaan hoe de -besluitvorming in een synode plaatsvond. We kiezen daartoe een paar vergaderingen -van de synode van de Gereformeerde Kerken, die gehouden werden in maart 1941. -Op dinsdag 4 maart werd 's morgens, 's middags en 's avonds het rapport van -Deputaten voor de correspondentie met de Hoge Overheid behandeld. Eerst werd -het uitvoerige rapport voorgelezen, de eerste helft door H.H. Kuyper, de tweede -door Donner. Typisch voor de Gereformeerde Kerk-structuur is de opmerking: - -Hoewel het uit de aard der zaak volgt en in onze kerken dan ook gewoonte is, -dat deputaten eerst na afloop van hun mandaat op de volgende synode rekenschap -van hun handelingen afleggen, zijn zij echter volkomen bereid, dit reeds thans -te doen, nu de synode haar zittingen nog niet gesloten heeft en wederom te -Utrecht samenkomt, al zal hun rapport uitsluitend handelen over hetgeen door -hen is gedaan ten behoeve der kerken voor zover dit betrekking heeft op de -nieuwe situatie, die na de oorlog is ontstaan. - -Verder merken Deputaten langs hun neus weg op, dat "van correspondentie met de -Hoge Overheid in de zin die de Synoden krachtens hare instructies bedoelden, -geen sprake meer kan zijn, daar de correspondentie met Engeland onmogelijk was -geworden." Maar "uit de boezem der kerken zelf kwamen verzoeken om bij de -bezettende macht tussenbeide te komen, in het belang van deze kerken, of van de -ambtsdragers; adviezen te geven, hoe gehandeld behoorde te worden t.o.v. -verordeningen door de bezettende macht uitgevaardigd." - -<57> -foto 9. Een vergadering van de synode-Sneek 1939 van de Gereformeerde Kerken. -Op de 1e rij achter de tafel zitten enkele hoogleraren-adviseurs; rechts achter -de tafel staand met baard: H.H. Kuyper. Op de tweede rij de moderamentafel, met -geheel rechts ds. F.C. Meijster. - -Er werd gerapporteerd over het Convent van Kerken. Het voorzitterschap ervan -wordt tijdelijk waargenomen door dr. Donner wegens ziekte van prof. Slotemaker -de Bruïne. -Deputaten behandelden onder meer kwesties inzake oorlogsschade, Zondagsrust, -de gevangenneming van ambtsdragers der kerk, voorbede voor de Koningin, de -kerkelijke pers, arbeiders naar Duitsland, de Arbeidsdienst. Het protest van -het Convent tegen de Jodenvervolging werd in zijn geheel vermeld, maar gepoogd -werd het niet-afkondigen ervan in de Gereformeerde Kerken goed te praten. Ook -de brief gericht aan de secretarissen-generaal is in zijn geheel opgenomen. -De praeses (voorzitter) van de synode, de Rotterdamse ds. F.C. Meijster, opende -op die dag de avondzitting met het laten zingen van Ps. 46:6: - De Heer, de God der legerscharen, - Is met ons, hoedt ons in gevaren. - De Heer, de God van Jakobs zaad, - Is ons een burcht, een toeverlaat. - -<58> - -Daarna werd de bespreking van het rapport voortgezet en beëindigd. Het rapport -werd door de Synode met dankbaarheid aanvaard. - -In diezelfde week werd door de synode een herderlijk schrijven opgesteld. -Alle synode-leden waren er dus bij betrokken, in tegenstelling tot het protest -uitgevaardigd door het Convent van Kerken, dat a.h.w. met terugwerkende kracht -door de synode werd goedgekeurd. -Het besluit om dit "getuigenis" te doen uitgaan was genomen "mede naar aanleiding -van" de brief, afkomstig van de Lunterse kring (augustus 1940), waarin om een -besliste uitspraak gevraagd werd. De brief vanuit Lunteren wordt in de Acta -(art. 411) vermeld als "een schrijven van ds. K.H. Miskotte c.s.". -Voor het opstellen van het herderlijk schrijven benoemde men een commissie: drie -professoren, een predikant, twee ouderlingen en mr. dr. J. Donner als adviseur. -Dat gebeurde op dinsdag 4 maart, in de ochtendzitting. Op donderdag 6 maart werd -het concept voorgelezen door prof. dr. G.C. Berkouwer en, nadat er nog enige -wijziging in was aangebracht, door de synode vastgesteld op vrijdag 7 maart. -We citeren het gedeelte dat gaat over het Joodse volk: - -In onze tijd wordt met steeds meer klem de gedachte voorgestaan, dat niet de -verhouding tot Gods naam, maar de verbondenheid aan een bepaald volk of ras de -betekenis van iemands leven bepaalt en de grote scheidslijn vormt tussen de mensen. -Ge hebt, wanneer ge bij de Heilige Schrift leeft, het antwoord nimmer schuldig te -blijven tegenover deze leer, die bij zovelen reeds ingang vond. Tegenover deze -leer stelle de gemeente altijd niet eigen inzicht, maar de kracht van dat Woord, -dat sterk is en machtig. De zorgen, die in de laatste maanden velen onzer -volksgenoten vervulden, zijn ook aan U niet voorbijgegaan. Dat kan ook niet, -waar juist de gemeente van Christus vanuit het Evangelie in de historie van het -Joodse volk de Christus zag geboren worden en reeds op die grond nimmer de vraag -naar een bepaald ras kan laten worden tot een begrenzing van de liefde tot onze -naaste en van de barmhartigheid, die we schuldig zijn. -Waar gij zo bij al deze gebeurtenissen betrokken zijt, moge Uw bewogenheid zich -vooral uiten in de vurige bede tot God, dat Hij ook in dat naar Zijn bestel onder -de volken verstrooide volk het volle licht van de Christus in steeds meerdere -mate wil doen doordringen en het bovendien als een klem op aller consciëntie wil -leggen, dat noch de aristocratie van het ras, noch die van geslacht of natie -over de betekenis van ons leven beslist (Gal. 3:28, Coloss. 3: 1l), maar alleen -de Naam des Heren en dat Hij over de verwerping van die Naam eens Zijn heilige -recht zal spreken. - -<59> - -e. Afkondiging in een kerkdienst - -Op zondagmorgen 23 maart 1941 was ik aanwezig in de Gereformeerde kerk te -Renkum/Heelsum. Ik was toen bijna 21 jaar oud, een jongeman die weinig of -geen heil zag in het christelijke geloof, laat staan in de kerk. Maar ja, als -je wegbleef uit de kerkdienst, kreeg je heisa in gezin en familie. Dus je zat -er, zij het zonder interesse. -Zondag aan zondag stond ds. H.Z. de Mildt op de preekstoel, niet zo jong meer, -beminnelijk, geen krachtpatser, ziekelijk; kort daarop zou hij met vervroegd -emeritaat gaan. Hij preekte met zachte stem, wat lijzig. In de bank rechts van -de preekstoel zaten de ouderlingen, in de bank links ervan de diakenen. Ik kende -ze allemaal van haver tot gort: winkeliers (evenals wij), arbeiders en boeren. -Met één van hen zou ik bijna slaande ruzie krijgen, toen hij tijdens het -huisbezoek (dat werd trouw leder jaar bij ieder gezin door twee ouderlingen -afgelegd) durfde te beweren dat je moest buigen voor de voorschriften van de -bezettende macht, die volgens hem toch de overheid was. -Die ochtend werd het herderlijk schrijven voorgelezen; nu vind ik het een veel -te uitvoerig stuk: het beslaat in "Delleman" vier grote bladzijden, met kleine -letters. Naar mijn herinnering duurde het toen helemaal niet lang. Ik luisterde -ademloos, de hele gemeente trouwens. -Het was kort na de februari-staking. Er waren al doden gevallen. Mijn dagboek -(niet dat van mijn zus dit keer) vermeldt: "Gisteren is van de kansel een -schrijven afgelezen dat uitmuntte door mannentaal. "En dat gebeurde overal, -door het hele land, in meer dan 800 kerkgebouwen. Het is nu moeilijk na te -voelen - ofschoon er achteraf op de inhoud zeker hier en daar kritiek te -leveren valt -, hoezeer een dergelijk getuigenis de mensen een hart onder -de riem stak. - -<60> - -De afkondiging van een protest of herderlijk schrijven in de kerkdiensten is -in de Gereformeerde Kerken praktisch overal geschied. Alleen een predikant te -Breda weigerde de voorlezing uitdrukkelijk. Het rapport aan de synode over -handelwijze en argumenten van deze predikant eindigt met een advies bestaande -uit 5 punten, waarvan het laatste luidde: - -De synode draagt aan de classis Klundert op, om over deze zaak verder met ds. T. -te handelen, en hem ernstig te vermanen, zich te bekeren van de onschriftuurlijke -beschouwingswijze, die in zijn bezwaren tot uitdrukking komt. - -Een andere (emeritus) predikant zat op dezelfde lijn en schreef een brochure, -waarin hij volkomen lijdelijkheid (passiviteit) jegens de bezettende macht -bepleitte, omdat deze "een oordeel Gods was, waaraan we ons te onderwerpen hadden." -Over deze brochure werd gerapporteerd aan de classis Amersfoort, die daarop het -standpunt van deze predikant beslist veroordeelde. -Dit zijn de twee "afwijkende gevallen" als vermeld door Delleman in zijn -hoofdstuk "Het verzet tegen het verzet", dat slechts 5 pagina's (389-393) beslaat. - -Ook in de Hervormde Kerk werden de protesten door de overgrote meerderheid van -de predikanten publiekelijk voorgelezen, al waren er hier meer uitzonderingen -die de regel bevestigden. Soms las men niet voor vanuit een houding van (godsdienstige) -lijdelijkheid. We vermoeden deze achtergrond bij de 5 predikanten in de classis -Zierikzee, die (april 1943) van hun classis een terechtwijzing ontvingen: - -Wij willen U er op wijzen, dat U daarmede ten opzichte van Uw roeping ernstig -in gebreke zijt gebleven, het getuigenis der Kerk verzwakt hebt, en in strijd -hebt gehandeld met hetgeen de Synode der Nederlandse Hervormde Kerk U heeft -opgedragen. Het Classicaal Bestuur verwacht van U, dat U Uw houding bij een -eventuele volgende gelegenheid zult wijzigen en U zult gedragen een Dienaar -der Kerk waardig. - -Aldus Touw, in zijn uitvoerige hoofdstuk (V): "Problemen van het verzet". HIJ' -noemt datgene wat ook In andere kerkgenootschappen wel zal zijn voorgekomen: -"Tenslotte verzwegen vele predikanten de kanselboodschappen, eenvoudig uit -persoonlijke vrees voor conflicten, uit angst voor arrestatie." Hij vervolgt dan: - -<61> - -De gemeenten signaleerden zulke predikanten al spoedig, en geleidelijk verloren -ze het vertrouwen van de velen, die met diepe dankbaarheid vervuld waren voor -de getuigenissen der Synode. Dan uitte de gemeente haar tucht-oefening op -verschillende wijze. Typisch was de reactie in een eenvoudige Zeeuwse gemeente. -Toen een nieuwe predikant zijn intree deed, hadden verschillende gemeenteleden -het kippenhok van de pastorie van kippen voorzien. Maar toen de nieuwe dominee -enige tijd later een kanselafkondiging niet voorlas, was een van de goede gevers -zo diep teleurgesteld dat hij zijn kip uit het kippenhok weer weghaalde! (186) - -Voorwaar, in die tijd wel een zeer indringende manier van tuchtoefening over een -voorganger. - -<62> - -4. MATHEID - -a. De situatie (30 maart tot einddecember 1941) - -Belangrijke ontwikkelingen vonden in deze maanden plaats, tengevolge waarvan de -bevolking in de bezette gebieden heen en weer geslingerd werd tussen gevoelens -van hoop en teleurstelling. -Op 6 april begon de Duitse invasie in Joegoslavië en Griekenland. In dit laatste -land hadden de Italianen vele nederlagen moeten incasseren. Nu was de strijd -evenwel snel beslecht: op 30 april verlieten de laatste Engelse troepen Griekenland. -20 dagen later was ook het eiland Kreta geheel in Duitse handen. Joegoslavië werd -eveneens vernietigend verslagen. Duitsland scheen onoverwinnelijk. -Op 10 mei vloog Rudolf Hess naar Engeland. De wildste speculaties deden uiteraard -de ronde. -De Duitse aanval op Rusland begon op 22 juni. Tot aan het einde van de oorlog -zouden de steeds wisselende krijgskansen aldaar met hartstocht gevolgd worden -door de Nederlanders: ons toekomstig lot hing immers grotendeels af van de uitkomst -van deze strijd. -De Britten begonnen in Noord-Afrika, na hun ernstige nederlaag tegen de Duitse -generaal Rommel, een tegenoffensief op 18 november. -Op 7 december vielen Japanse vliegtuigen onverhoeds de Amerikaanse vlootbasis -te Pearl Harbour aan en vernietigden een groot deel van de Amerikaanse vloot: -de oorlog tussen Japan en Amerika was begonnen. Op 11 december verklaarden -Duitsland en Italië de oorlog aan de Verenigde Staten. Wij koesterden nieuwe hoop. - -11 maart: zo juist hoorde ik dat het Leger des Heils ontbonden is. Het Calvinistisch -Weekblad is verboden. -Ik heb nog een fiets kunnen kopen met banden. Banden zijn erg schaars; ze zijn -alleen op vergunning te krijgen maar die worden haast niet gegeven. -6 april.- Het Italiaanse koloniale rijk bestaat niet meer: Addis Abeba is gevallen. -Met Pasen krijgen we een extra ei. - -<63> - -13 april de Duitsers hebben Benghasi (in Noord Afrika), Nochtans hoop ik op de -uiteindelijke overwinning van de Geallieerden maar het zal wel lang duren. -Dat is ook wel steeds gezegd door de Engelse radio, maar we dachten dat dit -was om de vijand om de tuin te leiden. -23 april: de melk is op de bon, sinds maandag: 1/4 liter per persoon per dag. -4 mei: de aardappels zijn op de bon.' we mogen per persoon per week 1 1/2 kg -hebben. Het vleesrantsoen is verminderd tot 2 1/2 pond in 16 dagen. -Zo juist lees ik in de krant dat oranje-insignes en uitgezaagde munten niet -mogen worden getoond, gedragen of wat dan ook. -28 mei: er is een verplichte Arbeidsdienst afgekondigd, voor jongens en meisjes -van 18-25 jaar. -8 juni: we krijgen een extra suiker-rantsoen voor de inmaak. -25 juni: taptemelk is ellendig spul om te koken; het brandt aan als een gek -maar als je 't niet kookt is het in een minimum van tijd zuur. -21 juli.- vanaf begin aug. komt er alleen nog taptemelk; geen thee meer. -Alleen surrogaat-koffie op de bon. -28 juli: verleden week moesten we ons koper en tin inleveren. Op aanraden van -een massa mensen heeft moeder er één voorwerp heengebracht. Anders doen ze -huiszoeking. -7 aug.: we mogen nu nog maar 7-5 % gebruiken van de stroom die we verleden jaar -in de overeenkomstige maand gebruikten. -17 aug.: verleden week hebben we de laatste eierbon gehad. Er komen geen eieren meer. -8 okt.: het broodrantsoen is verminderd; het is nu 1800 g. per week. -30 dec,: op last van de Rijkscommissaris moeten de navolgende artikelen ingeleverd -worden: wollen en halfwollen borstrokken, hemden, handschoenen, shawls, pullovers, -sokken, kousen, breigarens, dekens en nog een heel stel lederen artikelen. -Nu beginnen ze het eindelijk koud te krijgen in Rusland. - -In april werden restaurants "voor Joden verboden" verklaard. -Op 11 juni werd de tweede grote razzia ontketend: 300 Joodse jongemannen werden -gevangen genomen en gedeporteerd. -Op 8 augustus moesten Joden hun bezit aan geld en effecten deponeren bij de -fa. Lippmann-Rosenthal te Amsterdam, welke bank voortaan door de Duitsers beheerd -werd. Drie dagen later werd alle Joodse grondbezit onteigend. Vanaf 21 augustus -mochten Joodse kinderen in de grote steden niet meer naar niet-Joodse scholen. -In september werden alle Joodse bibliotheken gesloten en verzegeld. -Sportinrichtingen, concerten en openbare bijeenkomsten waren voortaan "voor -Joden verboden". - -<64> - -Op 22 oktober werd verordend, dat Joden voortaan niet meer werkzaam mochten zijn -in niet-Joodse gezinnen. - -b. Hervormde stemmen - -Tot mijn spijt heb ik tijdens de tweede wereldoorlog op geen enkele wijze vernomen -van de volgende twee te noemen brochures, ook al werden ze op grote schaal verspreid. -Er was duidelijk een Hervormd circuit van verspreiding waar de Gereformeerden -buiten stonden, terwijl de ondergrondse pers nog in de kinderschoenen stond. -Op Gereformeerd erf is er - voor zo ver mij bekend - toen niets vergelijkbaars -gepubliceerd. - -K.H. Miskotte was de schrijver van de brochure Betere weerstand, die voorjaar -1941 in enige tienduizenden exemplaren verspreid werd. Omdat de auteur een - opvallende stijl had werd de brochure, om ontdekking te voorkomen, herschreven -door ds. K.H. Kroon en H.M. van Randwijk.[4.1] -Verreweg de belangrijkste publicatie uit deze periode achten we de brochure Wat -wij wel en wat wij niet geloven, van de hand van de predikanten Miskotte, Kroon -en Koopmans. In twaalf stellingen worden "de grondelementen van het Christelijk -geloof uiteengezet. De vierde stelling luidde als volgt: - -IV. Wij geloven en belijden, dat God vanouds het volk Israël heeft uitverkoren, -om Zijn openbaring te ontvangen tot op de verschijning van Jezus, de uit dit volk -geboren Messias, te bewaren en in de gehoorzaamheid aan Hem in de wereld te -verkondigen. Het is een daad van Gods onbegrepen vrije genade, waardoor Israël -deze roeping heeft ontvangen, want op zichzelf was Israël niet beter, waardiger -of geschikter dan de andere volkeren. Maar aan dit volk heeft de Here Zijn Woord -toebetrouwd, zodat wie tot God komt, "bij Israël wordt ingelijfd". -Daarom geloven wij, dat wie zich tegen Israël stelt, zich verzet tégen de God -van Israël. Want wel is Israël ongehoorzaam geweest en heeft het wonder van zijn -roeping veracht, toen het de Hete der Heerlijkheid gekruisigd heeft. En wel -heeft God toen voor een tijd en voor een deel een verharding over Israël gelegd, -maar in deze zaak tussen God en dit volk mag niemand zich eigenmachtig en -hovaardig mengen. Allen, die niet uit Israël zijn, moeten veeleer in Israël het -teken zien van de vrijmachtige goddelijke verkiezing in het teken van de algemeen -menselijke ongehoorzaamheid. En allen, die uit Israël zijn, zullen hun bestemming -vinden, als zij zich tot de Messias bekeren; dan zal vervuld worden wat de apostel -zegt: "indien de volheid der heidenen zal ingegaan zijn, zo zal geheel Israël -zalig worden." -Daarom houden wij het antisemitisme voor iets veel ernstigers dan een onmenselijke -rassenideologie. Wij houden het voor een van de hardnekkigste en dodelijkste -vormen van verzet tegen de heilige en barmhartige God, wiens Naam wij belijden. [4.2] - -<65> - -L. de Jong merkte naar aanleiding van deze passage op: "Men kan de vraag stellen -of het gepast was, in de zomer van '41, toen de Joden waarlijk al genoeg te dragen -hadden, ook nog te betogen dat zij alleen hun 'bestemming' zouden vinden indien -zij zich allen tot het Christendom bekeerden; dat Miskotte, Kroon en Koopmans -met dat betoog alleen het heil der Joden op het oog hadden, spreekt overigens -vanzelf en in elk geval bevatte hun betoog een afwijzing van het antisemitisme - die voor protestantse lezers moeilijk in klemmender bewoordingen gesteld -kon worden." [4.3] -We voegen hier aan toe dat de opmerking, als zou Israël de Heer der heerlijkheid -gekruisigd hebben, gemakkelijk kon leiden tot de oude en taaie misvatting: "de -vervolging van de Joden is een straf, omdat 'ze' Christus gekruisigd hebben." - -Foto 10 Dr. K.H. Miskotte - -c. Hervormd herderlijk schrijven - -De bovengenoemde publicaties waren geen officiële stukken, bij de opstelling -waarvan de Hervormde Kerk als zodanig betrokken was. Ze kwamen voort uit het -initiatief van enkele predikanten. -De Hervormde Synode heeft, maart 1941, overwogen een brochure te publiceren - -Israël als teken. Het manuscript lag klaar: een korte uitleg van Romeinen 9-11 -en een analyse van Jodenhaat als een haat gericht tegen God zelf: "Door het -antisemitisme wordt de Christelijke Kerk zelf in haar wortels aangetast." -Aan de leden van de Synode werd verzocht om schriftelijk commentaar op het -concept te geven. Maar juist in die tijd vond de arrestatie van ds. Gravemeyer -plaats en men heeft toen de publicatie van "Israël als teken" niet aangedurfd. -[4.4] -Wel werd, zomer 1941, een Herderlijk Schrijven opgesteld en in september -verzonden aan alle kerkenraden, met het verzoek de inhoud te bespreken en ook -door te geven aan de gemeente. Over de Joden wordt uitvoerig gesproken. -Uiteengezet wordt dat het gebod om de naaste lief te hebben hen in geheel -dezelfde mate betreft als welke andere naaste ook." Men volgt dan min of meer -de hier boven geciteerde stelling IV uit Wat wij wel en wat wij niet geloven. -Dat is te begrijpen, want van beide stukken was dr. J. Koopmans een van de -opstellers. -"Israël is voor ons het toonbeeld en teken van Gods vrije genade". Wel heeft het -"Christus niet erkend, maar verworpen." Nu zijn zij "niet meer 'Israël' in de -oorspronkelijke zin, zij zijn 'Joden'. "Een jood is een mens uit Israël, die -Jezus Christus verwerpt. Daarin zijn zij ons een teken van de menselijke -vijandschap tegen het Evangelie. - Het gedeelte over Israël besluit als volgt: - -Daarom zien wij in Israël een teken van Gods onveranderlijke trouw, waardoor -Hij in Zijn barmhartigheid een toekomst openhoudt ook voor wie zich het meest -vijandig betonen. -De gemeente van Jezus Christus weet zich gehouden tot de voorbede voor de -Joden. En zij roept hen, op grond van de oude, nog steeds geldende beloften, -terug tot hun Messias. [4.5] - -Buskes zou later opmerken: "Om de eigenlijke vragen, die aan de orde waren -en de ' gemeente in onzekerheid en verwarring brachten, loopt de synode heen. -In de bezettingsjaren was een eerste vereiste, concreet en antithetisch te -spreken. Dat gebeurt in dit herderlijk schrijven niet.(...) - -<67> - -Klaar en duidelijk wordt doorgegeven wat de Bijbel over Israël zegt: Israël is -het teken van 1) Gods vrije genade, 2) de menselijke vijandschap tegen het -Evangelie, 3) Gods onveranderlijke trouw. De gemeente wordt opgeroepen voor -de Joden te bidden. Over het Antisemitisme wordt echter in alle talen gezwegen. -De vraag, wat wij voor de vervolgde Joden hebben te doen, wordt niet gesteld -en dus ook niet beantwoord. Dit eerste herderlijke schrijven was uitermate zwak, -omdat het volstrekt tijdloos was." [4.6] - -d. De Gereformeerde synode - -De classis Den Haag, daartoe aangewezen door de synode, besloot een "Bidstond -voor de nood der tijden" uit te schrijven, die op 14 september 1941 gehouden is. -De desbetreffende oproep spreekt zorg uit "ten opzichte van de voorziening van -onze stoffelijke nooddruft, vooral in voedsel en huisbrand" en noemt ook de -"vele belemmeringen voor onze christelijke actie op menig terrein." Nodig is -een gebed om "getrouw makende genade" en om "verder standvastig te zijn... -ook op het terrein van staat en maatschappij, niet het minst ook ten aanzien -van het principieel karakter van onze scholen en jeugdverenigingen." En "om -staande te blijven (...), zelfs dan wanneer gehoorzaamheid aan de Here gemis -van noodzakelijk levensonderhoud dreigt mee te brengen." -De Joden werden in de oproep niet genoemd. - -Toen de generale synode - na op 25 maart 1941 voorlopig te zijn gesloten - -op 9 december van dat jaar werd voortgezet, verwelkomde de voorzitter, ds. F.C. -Meijster, speciaal "de broeders die in de vorige zittingen gedwongen afwezig -waren". Dan volgt: "Helaas worden weer anderen uit ons midden gemist (...); -van onze deputaten voor de correspondentie met de Hoge Overheid mr. dr. J. Donner, -die voor de derde maal van zijn vrijheid is beroofd, dr. A.A.L. Rutgers en -mr. J.A. de Wilde. -Daarna deelde hij mee: - -Waar in de gelederen van deputaten voor de correspondentie met de Hoge Overheid -zulk een bres werd geslagen, heeft het moderamen opnieuw gebruik moeten maken -van zijn bevoegdheid om andere broeders aan te zoeken in dit zo gewichtig en -hoogst verantwoordelijk deputaatschap zitting te nemen. Dat daarbij dr. J.J.C. -van Dijk, onze oud-minister van defensie, bereid gevonden werd zich een benoeming -te laten welgevallen, en in plaats van dr. Rutgers onze kerken in het Convent -van kerken te vertegenwoordigen, stemt ons tot grote dank. [4.7] - -<68> - -Nadat Donner de tweede maal gevangen genomen was, werd dr. A.A.L. Rutgers de -vertegenwoordiger van de Gereformeerde Kerken in het Convent. Vrij spoedig -daarop werd ook hij gevangen genomen. -Toen J.J.C. van Dijk toetrad tot deputaten, was hij 70 jaar oud. Hij was -officier geweest, lid van de Tweede Kamer en tweemaal minister van oorlog. -Na de theoloog Kuyper en de jurist Donner werd nu dus een oud-militair benoemd. -Al spoedig, na de internering van prof. Paul Scholten, zou dr. van Dijk -voorzitter van het Convent worden. Hij is dat gebleven totdat ook hij (1 april -1943) gevangen genomen werd. Later zou J.J. Buskes schrijven: "Zij (Donner en -Van Dijk) hebben honderdvoudig goedgemaakt, wat prof. Kuyper bedorven had. -Ze waren niet alleen dappere, maar ook wijze mannen." [4.8] - -Uit het openingswoord van ds. Meijster blijkt verder: "Feitelijk had het -moderamen alleen opdracht de synode weer bijeen te roepen voor de (theologische) -"meningsverschillen". Maar nu waren er ook andere redenen: vragen "die samenhangen -met de bezettingstoestand van ons vaderland". - -<69> - -Het blijkt dat "meermalen is getracht het moderamen te maken (...) tot een bureau -van advies of interventie, maar wij (...) hebben geen enkele stap gedaan in de -richting van een regerend kerkelijk college of een centraal kerkelijk gezag". -De kerken zelf moeten in haar meerdere vergaderingen haar eigen zaken beslissen, -aldus ds. Meijster. -Uit het rapport van deputaten voor de correspondentie met de Hoge Overheid blijkt, -dat vier van hun leden gevangen genomen waren en prof. J. Ridderbos aan arrestatie -ontsnapt was door onder te duiken. Het aantal deputaten was dientengevolge geslonken -van 8 tot 3. Voorts werd meegedeeld dat deputaten over gewichtige zaken steeds -het moderamen van de synode hebben geraadpleegd. Over alles wordt uitvoerig aan -de synode gerapporteerd: Arbeidsdienst, vakbeweging, kerkelijke pers, voorbede -voor de Koningin, collectenverbod, enz. -Over "de Joden kwestie" wordt gezegd: - -Het onrecht de Joden aangedaan en de toenemende vervolging van onze Joodse -medeburgers, welke reeds vroeger aan Uw deputaten aanleiding had gegeven om -daartegen met de andere protestantse kerken bij de Rijkscommissaris te protesteren -en waarop ze wederom hebben gewezen in hun request bovengenoemd tot het college -van secretarissen-generaal gericht, bleef voor Uw deputaten evenzeer als voor de -andere afgevaardigden in het convent een voortdurende oorzaak van ergernis. -Ze hebben wel overwogen om gezamenlijk ten behoeve van de Joden, inzonderheid -die naar het buitenland gevoerd waren en waaronder een schrikbarende sterfte -heerste, tussenbeide te komen, maar de vrees, dat juist daardoor hun lot -verergerd zou worden, waarom de Joden zelf verzocht hadden, dit niet te doen, -weerhield hen tot dusver. [4.9] - -Niet vermeld werd, welke Joden "verzocht hadden, dit niet te doen." - -Daarop kwamen gedurende 4 dagen (9 - 12 december) alle in het rapport genoemde -onderwerpen aan de orde, waarna het "in zijn algemene strekking" aanvaard werd. - -<70> - -e. Weinig activiteit - -Voorjaar 1941 hield ds. J.J. Buskes een voordracht, waarin hij het protest van -de kerken tegen de Jodenvervolgingen (zie boven, in hfdst. 2) besprak en toelichtte. -Zijn toespraak werd gepubliceerd in het tijdschrift "Woord en Wereld". Waarop de -Duitsers de verdere verschijning van dit blad verboden en ds. Buskes op 2 juli 1941 -gevangennamen. -Nu zaten er dus 3 ondernemende leden van het Convent vast (Gravemeyer, Donner en -Buskes). Rutgers, de vervanger van Donner, was eveneens gearresteerd. Was het -daarom, dat het Convent wat ingeslapen scheen? Men leek wel geïntimideerd. -Datzelfde gold voor de twee grootste deelnemende kerken. Zoals we hierboven -gezien hebben, stelde de Hervormde Kerk in haar herderlijk schrijven het -antisemitisme niet aan de orde en lieten de Gereformeerde Kerken na, tot gebed -voor de Joden op te roepen. -Wie werkt, maakt fouten. Maar hier werden dingen nagelaten. Een grote matheid -leek zich gedurende deze periode te hebben uitgespreid over de kerken. -Van de vergaderingen van het Convent werden, om overigens begrijpelijke redenen, -na maart 1941 geen notulen meer geschreven. Die waren toch al uiterst summier -geweest. Dientengevolge is het niet meer na te gaan, of men althans overwogen -heeft enige stap te doen ten behoeve van de Joden, die juist in deze periode -steeds meer geïsoleerd en in het nauw gedreven werden. -Uit de in de oproep tot een bidstond wel genoemde onderwerpen blijkt, hoe diep -de oorlog begon in te grijpen in eigen kerkelijk en persoonlijk leven. Kwam het -daardoor, dat men gedurende deze periode weinig of niet toekwam aan het opkomen -voor de Joden? -We laten het vraagteken staan, en vermelden nog dat het september 1941 (ook de -christelijke) scholen verboden werd, voortaan Joodse kinderen toe te laten; de -aanwezige Joodse leerlingen moesten weggestuurd worden. De Hervormde Raad voor -kerk en school adviseerde de schoolbesturen, hieraan op geen enkele manier -medewerking te verlenen. Ook de grote schoolorganisaties weigerden elke medewerking. -Toen dreigde de betreffende secretaris-generaal: "indien u weigert de Joodse -kinderen van uw school te verwijderen zullen de ouders van die kinderen daarvoor -moeten boeten. [4.10] Voorwaar, een afschuwelijk dilemma. - -<71> - -5. DE KATHOLIEKE KERK GAAT MEEDOEN - AUDIENTIE BIJ SEYSS-INQUART - -a. De situatie (eerste helft 1942) - -Op 19 januari werd. prof. Titus Brandsma gearresteerd. -Op 16 februari veroverden de Japanners Singapore; op 27 febr. vond de slag in -de Java-zee plaats: het grootste deel van de Nederlandse vloot ging ten onder. -Op 9 maart gaf het Koninklijk Nederlands-lndische Leger zich over. -3 mei: executie van 72 OD-ers (leden van de z.g. Orde-dienst, een van de eerste -illegale organisaties). Op 15 mei moesten alle officieren zich melden en werden -teruggevoerd in krijgsgevangenschap. Duizend Britse bommenwerpers deden een aanval -op Keulen. Duizenden mannen moesten in Duitsland gaan werken. -De Amerikanen behaalden een grote overwinning (4/5 juni) in de zeeslag bij Midway. -Maar in Noord-Afrika heroverde generaal Rommel Tobroek (21 juni) en eind juni -begonnen de Duitsers een groot offensief in Rusland. - -2 febr.: De christelijke scholen worden ernstig bedreigd. Voor a. s. zondag is -er een bidstond uitgeschreven. Het gaat om de benoeming van een N.S.B.-onderwijzer, -wat het schoolbestuur geweigerd heeft. -10 febr.: In Noorwegen is Quisling nu de baas; als Mussert het hier maar niet wordt. -19 april Er is vanmorgen een kort maar krachtig stuk voorgelezen van de kansel. -20 mei., (neef) Jan de Nooij uit Ede is opgepakt wegens het dragen van een -Jodenster. (Hij werd op 6 juni vrijgelaten). -7juni.- We verkopen op iedere babykaart twee luiers, met afstempeling. - -In januari 1942 moesten Joden uit verschillende steden hun woonplaats verlaten: -ze werden gedwongen zich in Amsterdam te vestigen. -In maart werden personenauto's "voor Joden verboden". Vanaf 3 mei was iedere -jood verplicht om in het openbaar de Jodenster te dragen. Op 30 juni werd -gedecreteerd dat Joden zich van 8 uur 's avonds tot 6 uur 's morgens binnenshuis -moesten bevinden. - -<73> - -b. De houding van de Katholieke Kerk - -Tot nu toe was de Rooms-Katholieke Kerk niet betrokken geweest bij de acties van -het Convent van Kerken. Toch heeft deze Kerk zich vroegtijdig en krachtig tegen -het nationaal-socialisme verzet. Zoals we al eerder memoreerden, hadden de -Nederlandse bisschoppen eerst het lidmaatschap van de N.S.B. "ontraden", terwijl -ze in mei 1936 verklaarden dat "allen die aan deze partij in belangrijke mate -steun verlenen, niet tot de H. Sacramenten kunnen worden toegelaten." Dit betrof -de leiders van de N.S.B., niet de gewone leden. -Deze maatregel werd tijdens de Duitse bezetting niet ingetrokken of verzwakt. -Integendeel, op 13 januari 1941 werd verordend dat ook aan gewone leden van de -N.S.B. de sacramenten voortaan geweigerd moesten worden. Dit gold bovendien voor -sympathiserende leden, propagandisten en contribuanten. N.S.B. - ers mochten -voortaan niet meer kerkelijk trouwen; als beide ouders van een kind N.S.B.-er -waren, mocht het kind niet gedoopt worden. N.S.B.-ers mochten niet meer kerkelijk -begraven worden. [5.1] - -Foto 12. Aartsbisschop J. de Jong (foto uit 1946 t.g.v. zijn verheffing tot kardinaal) - -<74> - -Een en ander was door de aartsbisschop in overleg met de andere bisschoppen -vastgesteld. Op 26 januari 1941 werd de maatregel overal vanaf de kansels -bekendgemaakt. -Toen de bezetter het RK Werkliedenverbond ophief, werd in een Herderlijke brief -(van alle kansels afgelezen op 3 augustus 1941) uitgesproken, dat nu voortaan -het lidmaatschap van nationaal-socialistische mantel-organisaties niet alleen -verboden was, maar ook uitsluiting van de sacramenten met zich mee zou brengen. - -De van Ameland afkomstige Jan de Jong (geb. 1885) was in 1935 coadjutor van de -aartsbisschop van Utrecht geworden, en in 1936 diens opvolger. Toen, aan het -begin van de Duitse bezetting, enkelen van zijn geestelijken hem wilden bewegen -een enigszins tegemoetkomende houding jegens het nieuwe bewind aan te nemen was -zijn antwoord: "Wat is dat voor onzin, heren? Ik wil geen tweede Innitzer zijn..." -Innitzer was de Oostenrijkse kardinaal die de nazi's zeer ver tegemoet kwam. -De aartsbisschop was voorzitter van het Nederlands Episcopaat en kwam als zodanig -primus inter pares (de eerste tussen gelijken). Hij kon zijn mede-bisschoppen -niets opleggen, maar diende hen te raadplegen en zo nodig te overtuigen. Dat -waren de bisschoppen van Breda, Haarlem, 's-Hertogenbosch en Roermond. Vooral -de bisschop van Den Bosch was aanvankelijk verre van militant, aldus Aukes, de -biograaf van mgr. de Jong. [5.2] Van Rooij verschaft hier verdere bijzonderheden. -Ook over de manier waarop de besluitvorming plaatsvond: - -Het gezamenlijke beleid van de kerkprovincie werd bepaald in ongeveer 4 maal -per jaar gehouden bisschopsconferenties en via rondzendbrieven. Zij gingen uit -van een consensus voor het nemen van besluiten. De Aartsbisschop had als -voorzitter een zeer invloedrijke stem, maar iedere bisschop had in zijn eigen -diocees een grote vrijheid van handelen. [5.3] - -Het volgende verhaal, verteld door biograaf Aukes, is typerend voor de -aartsbisschop en evenzeer voor zijn beproefde steun en rechterhand, dr. J. Geerdinck. - -<75> -In de nacht van zaterdag op zondag 3 augustus, vlak voor de bovengenoemde afkondiging, -rinkelde in het aartsbisschoppelijk paleis de telefoon. De Sicherheitspolizei -wilde de aartsbisschop spreken, en wel onmiddellijk. De aartsbisschop laat -dr. Geerdinck meedelen, dat de heren over een half uur komen kunnen. Beiden -besluiten, dat de ontmoeting in scène moet worden gezet. De aartsbisschop dost -zich uit in ambtskledij; in het grote vertrek voor bijzondere audiënties -branden de luchters. -Als er, precies om vier uur, gebeld wordt doet dr. Geerdinck open, vraagt de -mannen van Himmler zich van hun jas te ontdoen en bestijgt voor hen uit de -staatsietrap. Voor de deur aangekomen, vraagt hij hun namen, klopt en geleidt -de heren naar binnen. De aartsbisschop staat in zijn ambtskledij achter de -tafel en zwijgt. Dr. Geerdinck kondigt aan: "Excellentie, Obersturmführer -Matzker en zijn adjudant." Monseigneur buigt licht, en blijft zwijgen. Geerdinck -zegt: "setzen Sie sich". Iedereen gaat zitten, en iedereen zwijgt. -Ten slotte haalt de Obersturmführer een smal rolletje papier tevoorschijn en -begint voor te lezen: de afkondiging morgenochtend mag niet plaatsvinden. -De aartsbisschop geeft te kennen dat hij de boodschap begrepen heeft, waarop -zijn bezoeker zegt: "Het is nu vier uur. Alle pastorieën kunnen per telefoon -bereikt worden. De voorlezing kan zonder moeite worden afgelast". De bisschop -mompelt, dat dat hem duidelijk is. -Dan is het weer stil, een lange tijd. Ten slotte zegt Geerdinck: "Heren, hebt -U hiermee Uw opdracht vervuld?" Ze mompelen van ja, waarop Geerdinck opstaat -en de bezoekers zijn voorbeeld volgen. Het papier, vermoedelijk een telexstrook, -wappert achter hen aan terwijl hij hen uitgeleide doet. Geen woord. Bij de -voordeur wervelt het strookje over de grond mee naar buiten. Geen groet. -De volgende zondagmorgen gaat - uiteraard - de voorlezing overal door, de woorden -non possumus non loqui klinken - "Wij kunnen niet zwijgen. - -c. De RK in het Interkerkelijk Overleg (I.K.0.) - -In de loop van 1942 besloot men, om de naam "Convent van Kerken- te veranderen -in Interkerkelijk Overleg" (afgekort: I.K.O.). "Convent" kon niet, zo vreesde -men, de indruk wekken dat het om een organisatie van kerken ging, die eventueel -door de bezetter kon worden opgeheven. "Overleg" bedoelde de indruk te geven -dat het ging om niet meer dan incidenteel overleg. - -<76> - -Er was al af en toe contact geweest tussen Protestantse voormannen en de -aartsbisschop. Prof. Slotemaker de Bruïne had hem indertijd een afschrift -van het allereerste protest tegen de Jodenvervolging (zie hierboven, hfdst. 2) -doen toekomen en overwogen is toen om ook vanaf de Katholieke kansels een -getuigenis te doen weerklinken. De meningen onder de bisschoppen waren toen -evenwel verdeeld. [5.453] Verder was er overleg geweest inzake de schoolstrijd -(met mr. J. Donner), de Winterhulp en het radiobeleid. De officiële relatie -zou niet lang meer op zich laten wachten. - -Op 31 oktober 1941 - uitgerekend op Hervormingsdag, zei men later - bezocht de -toenmalige voorzitter van het I.K.O., de Amsterdamse hoogleraar Paul Scholten, -mgr. de Jong en tijdens dat bezoek werden spijkers met koppen geslagen. Het was -het begin van een blijvende betrokkenheid van de Rooms-Katholieke Kerk bij het I.K.O. - -<77> - -Naar ik meen is het feit, dat vandaag de dag de Katholieke Kerk lid is van de -Raad van Kerken in Nederland, moeilijk los te denken van de beslissing die -toen genomen is. - -Prof. Schotten schreef, de dag na zijn ontmoeting met mgr. de Jong, aan ds. Gravemeyer: - -Gisteren had ik een belangrijk onderhoud met de Aartsbisschop waarvan ik mij -haast U op de hoogte te brengen. (...) Maar wat nog belangrijker is, is het -gesprek over een protest bij de Overheid in de Jodenquestie. Niet alleen voelde -hij daar veel voor, maar hij verklaarde zich bereid dat in dat geval de Rooms- -Katholieke Kerk met onze Kerk gezamenlijk de bedoelde audiëntie zou aanvragen. -Hij zou daarvoor dan een hooggeplaatst geestelijke aanwijzen. -Hij maakte evenwel tweeërlei voorbehoud. Ten eerste kan hij dit niet alleen -beslissen, maar moet hij met de andere bisschoppen overleg plegen. En in de -tweede plaats voelde bij meer voor een algemeen protest over alle onrecht dan -voor een betreffende alleen de Joden. Ik antwoordde dat ik dit principieel -wel met hem eens was, doch dat dit algemene protest ernstig zou moeten worden -voorbereid en gedocumenteerd, wat nog enige tijd zou kosten, terwijl de -Jodenquestie haast heeft. Dit maakte wel indruk en hij zal mij nader -berichten. (...) [5.5] - -De bisschoppen gingen met de voorgestelde samenwerking akkoord. Besloten werd -dat de officiaal van het bisdom, mgr. F.J.E.H. van de Loo, namens de bisschoppen -het contact met het Convent van Kerken zou onderhouden. Vanaf eind 1941 heeft -hij de meeste vergaderingen bijgewoond en protesten werden door hem mede-ondertekend. -Van Rooij beschrijft zijn functie als volgt: - -Mgr. Van de Loo was officiaal van het aartsbisdom, de hoogste canonieke rechter -van de RK Kerk in Nederland, die in naam en in opdracht van de Aartsbisschop de -canonieke rechtsmacht uitoefende. Hij was bovendien kanunnik van het metropolitaan -kapittel te Utrecht. Het kapittel heeft tot taak de Aartsbisschop te adviseren -en bij te staan in het bestuur van het aartsbisdom. Een hooggeschoold jurist, -zowel in canoniek als in wereldlijk recht. [5.6] - -d. De audiëntie - -Zoals al bleek uit de brief van Scholten aan Gravemeyer, was men voornemens een -audiëntie bij de Rijkscommissaris aan te vragen. Daartoe vond allereerst een -onderhoud plaats met de secretaris- - -<78> - -generaal van justitie, prof. J.J. Schrieke. Prof. P. Scholten en ds. Gravemeyer -vertegenwoordigden de Hervormde Kerk, mgr. Van de Loo de bisschoppen, dr. J.J.C. -van Dijk de Gereformeerde Kerken, terwijl de overige Protestantse kerken -vertegenwoordigd werden door een vijftal afgevaardigden, onder wie ook ds. -Buskes. Het onderhoud vond plaats op 5 januari 1942. Prof. Schotten las een -memorandum voor, waarin ingegaan werd op "de schier volslagen rechteloosheid, -de onbarmhartigheid ten opzichte van hen die van Joodse afstamming zijn en het -opdringen van de nationaal-socialistische wereldbeschouwing." We citeren het slot: - -De Kerken doen dit (getuigen) in de eerste plaats tegenover de Secretaris-Generaal -van justitie, die thans in Nederland tot handhaving van het recht geroepen is -en op wiens schouders te dier zake een zware verantwoordelijkheid rust jegens -het Nederlandse volk. -Zij richten zich mede in hem tot zijn ambtgenoten, Secretarissen Generaal der -overige Departementen. -De Nederlandse Kerken vragen voorts de Secretaris-Generaal van justitie haar -een audiëntie te verschaffen bij de hoogste Duitse autoriteit, die over deze -dingen beschikt, opdat zij ook tegenover die autoriteit van haar oordeel mogen -doen blijken. - -Nadat prof. Schotten een en ander had toegelicht, antwoordde Schrieke dat hij -niet terstond op het adres kon ingaan, omdat het niet van tevoren te zijner -kennis was gebracht. De kerken moesten zich realiseren "de niet te weerhouden -kracht van de wereldgebeurtenis, die bezig was zich te voltrekken en die te -vergelijken was met een sneltrein die in grote vaart alles wat zich op zijn -weg plaatst vermorzelt." -Schrieke, die N.S.B.-er was, is na de oorlog veroordeeld tot de doodstraf, -later omgezet in levenslange gevangenisstraf. - -De gevraagde audiëntie werd toegestaan. Het was de bedoeling dat de heren -Schotten (Herv.), Van de Loo (RK) en Van Dijk (Geref.) zouden gaan. Maar -Seyss-lnquart liet weten dat hij prof. Schotten niet wenste te ontvangen. -Men informeerde naar de reden daarvoor; intussen werd prof. Schotten gevangen -genomen, waarna hem een plaats van internering werd aangewezen. Overwogen is -toen om af te zien van de audiëntie, maar ten slotte besloot men dat prof. W.J. -Aalders in de plaats van Schotten de Hervormde vertegenwoordiger zou zijn. - -<79> - -De audiëntie vond plaats op 17 februari (een dag na de val van Singapore; geen -vrolijk moment) in een zaal van het departement van Buitenlandse Zaken. Een -portret van Hitler hing aan de muur. Aan de ene kant van een grote, ronde tafel -zat Seyss-Inquart, met aan zijn rechterhand prof. Schrieke en links F. Schmidt. -Tegenover hem mgr. Van de Loo, prof. Aalders en dr. Van Dijk. De vergadering -begon om twaalf uur. -Allereerst leidde prof. Aalders het - van tevoren toegezonden - memorandum in, -waarvan het begin en ook de opmerkingen over de vervolging van de Joden letterlijk -overeenstemden met het stuk dat al eerder aan Schrieke was aangeboden. Deze -luidden als volgt: - -Verder dient de behandeling van hen die van Joodse afstamming zijn genoemd te -worden. De Kerken onthouden zich hier van een beoordeling van het antisemitisme, -dat zij overigens vanuit Christelijke beweegredenen principieel afwijzen. Ook -wensen zij nu niet een debat te openen over de politieke maatregelen tegen de -Joden in bel algemeen. Zij wensen zich te beperken tot het feit dat in de loop -van het jaar 1941 talrijke Joden gevangengenomen en weggevoerd zijn, en dat -sindsdien officiële mededelingen omtrent schrikbarend hoge sterftegevallen onder -deze gedeporteerden zijn binnengekomen. De Kerken zouden hun meest elementaire -plichten verzaken, als zij niet van de Overheid zouden verlangen dat aan deze -maatregelen paal en perk wordt gesteld. Dit toch is een eis van Christelijke -barmhartigheid. - -Seyss-Inquart ging daarna uitvoerig in op de diverse naar voren gebrachte punten, -blijkbaar aan de hand van notities gemaakt op basis van het ontvangen memorandum. -Hij ging daarbij uit van Rusland: hiertegen moest alles gericht worden, hiermee -alles vergeleken. Daarna sprak hij over de gerechtigheid, de barmhartigheid en -de gewetensvrijheid. - -Wat de Joden betrof, barmhartigheid jegens hen te betrachten, zoals we gevraagd -hadden, was naar het oordeel van de R. te veel verlangd. (...) Het was dan ook -afkeurenswaardig, dat wij hier in Nederland de Joden als volwaardige vaderlanders -beschouwden en hun de volle staatsburgerlijke rechten toekenden. Neen, barmhartigheid -jegens hen was misplaatst; alleen kon men, voorzover het algemeen belang zulks -gedoogde, recht en gerechtigheid jegens hen laten gelden. - -Dat was de reactie van Seyss-Inquart, naar de aantekeningen van officiaal Van -de Loo en weergegeven in "Delleman". Mgr. Van de Loo was het die tijdens de -discussie terugkwam op het lot der Joden: - -<80> - -foto 14. De audiëntie bij Seyss-Inquart, naar een tekening van J.H. Isings uit 1945. -Van links naar rechts: dr. J.J.C. van Dijk, prof. dr. W.J. Aalders, mgr, F.E.H. -van de Loo, prof. mr. J.J, Schrieke, Seyss-Inquart en E. Schmidt - -Wat de Joden betreft, werd de R. er door mij aan herinnerd dat niet alleen recht -en gerechtigheid, maar ook barmhartigheid Christenplicht was en dat de hoogste -Christelijke norm niet ras, bloed en bodem was, maar de wet van het Evangelie, -die rassenhaat categorisch veroordeelde. Overigens, zo betoogde ik, zouden wij -al verheugd zijn wanneer althans de rechtvaardigheid tegenover de Joden betracht -werd, daar tot nu toe vaak hun meest elementaire rechten met voeten waren getreden. -Speciaal voor onze Joodse volksgenoten vroegen wij rechtvaardige behandeling, -overtuigd als we waren dat tallozen onder hen als onschuldige slachtoffers waren -gevallen van de rassenhaat, hoewel zij zich steeds als eerzame burgers gedragen hadden. - -Dr. Van Dijk vroeg of de onbarmhartigheid tegenover de Joden zover ging dat er -geen barmhartigheid zou worden geoefend tegenover de individuele Jood. Het antwoord -was: "neen". Gevraagd naar het standpunt ten opzichte van de Christen-Joden, was -het antwoord eveneens: "geen barmhartigheid: het Jodenvraagstuk moet in zijn geheel -worden opgelost. - -<81> - -Prof. Aalders zei, na afloop: "Mijn indruk is dat deze audiëntie niets goeds kan -doen verwachten. Wij kunnen het alleen van belang achten, persoonlijk en tegenover -de Kerk, dat we een getuigenis hebben afgelegd." - -e. De gevolgen - -Prof. Schrieke beweerde na de audiëntie dat de Rijkscommissaris toch wel onder -de indruk was geweest. Seyss-Inquart was Katholiek opgevoed; een broer van hem -is zelfs enkele jaren kloosterling geweest, maar daarna uitgetreden. [5.7] -Toch bleek de pessimistische taxatie van de vertegenwoordigers der kerken juist -te zijn geweest: de Duitse onderdrukking ging in verscherpte mate door, met name -de terreur tegen de Joden. Zomer 1942 zouden de massadeportaties beginnen. -Prof. Aalders werd kort daarop gearresteerd, overigens niet vanwege zijn deelname -aan de audiëntie maar omdat hij hoofdbestuurslid was van een van de grote -Christelijke school-organisaties. - -Het I.K.O. was voornemens de plaatselijke gemeenten in te lichten over de audiëntie -en bovendien over nieuwe maatregelen van de bezetter. Daartoe werd een kanselboodschap -opgesteld, die op zondag 22 maart zou worden voorgelezen. -De Sicherheitspolizei bleek evenwel op de hoogte, want ds. Gravemeyer ontving -een boodschap waarin gewaarschuwd werd voor de gevolgen ("gevangenis of erger") -als de afkondiging zou doorgaan. Gravemeyer deelde daarop mee dat de kerken zich -zouden beraden, maar "dat de kerken onder geen enkel beding op dit punt zouden -kunnen toegeven en zich door de Duitse overheid zouden kunnen laten voorschrijven -wat zij al of niet mochten laten afkondigen". Het I.K.O. heeft daarop besloten, -op die datum de afkondiging niet te laten doorgaan "om een acuut conflict te -voorkomen", zoals geschreven werd in een protestbrief aan Seyss-Inquart (7 april -1942), waarin tegen het ingrijpen van "de politie" geprotesteerd werd. Bij dit -besluit hebben de bisschoppen zich uit solidariteit aangesloten, aldus Stokman, -m.a.w. zij hadden wel openbaar mededeling willen doen van de audiëntie. -Wel werd kort daarna, op zondag 19 april, in alle (bij het I.K.O. aangesloten) -Protestantse kerken een "Getuigenis" voorgelezen dat als volgt begon: - -<82> - -Het is de gemeente bekend, dat de Kerk met grote bekommering is vervuld over de -gang van zaken in ons land, met name over de wijze waarop drie grondslagen van -ons volksleven: de gerechtigheid, de barmhartigheid en de vrijheid van geweten -en overtuiging, die verankerd liggen in het Christelijk geloof, zijn en worden -aangetast. -Over de rechteloosheid, de onbarmhartigheid tegenover het Joodse volksdeel en -het opdringen van een recht tegen het Evangelie ingaande, nationaal-socialistische -levens- en wereldbeschouwing heeft de Kerk haar getuigenis gegeven. - -Ds. Gravemeyer bezocht - voor het eerst - mgr. de Jong om te bepleiten dat dit -Getuigenis ook in de Katholieke kerken zou worden voorgelezen. Dat leverde -praktische bezwaren op, maar in Utrecht lag een Herderlijke brief over de -Arbeidsdienst klaar ter afkondiging, en de aartsbisschop laste de kernzinnen -uit het Getuigenis, waaronder bovenstaand citaat, in de aanhef van de eigen -Herderlijke brief in. [5.8] - -In bovengenoemd Getuigenis was de audiëntie bij Seyss-Inquart niet vermeld. Maar -men zond (21 april 1942) een zeer uitvoerige mededeling aan alle kerkenraden over -een en ander, waar boven stond: "Uitsluitend bestemd voor interne voorlichting". -Dat betekende, dat tienduizenden gelovigen over het ter audiëntie besprokene -geïnformeerd werden; maar als men de publieke afkondiging had doorgezet, zouden -het er een paar miljoen zijn geweest. Het I.K.O. had toch een stap terug gedaan. -Toch denke men vanuit onze situatie niet te gemakkelijk over de zwaarte van de -dilemma's van toen. Enkele predikanten en diverse gemeenteleden waren al omgekomen -in het concentratiekamp. Kort daarop (4 mei) werd ds. Gravemeyer door de Duitsers -in gijzeling genomen; de gijzeling zou voortduren tot 18 december 1942. - -Twee dagen later (6 mei) zond de permanente Commissie Algemene Zaken van het -Nederlandsch Israëlietisch Kerkgenootschap een brief aan ds. Gravemeyer met de -volgende inhoud: - -Het moge mij vergund zijn deze brief aan te vangen met een woord van diepgevoelde -dank en erkentelijkheid voor het medeleven van de vaderlandse Kerk in het lot, dat -de Nederlandse Joodse gemeenschap thans heeft te dragen. -Ook wij zullen U wederkerig in onze gebeden gedenken en voor onze ogen houden het -Psalmwoord 145 vers 19. -(handtekening onleesbaar) - -<83> - -De woorden van dit psalmvers luiden: "Hij vervult de wens van wie Hem vrezen, -Hij hoort hun hulpgeroep en verlost hen." [5.9] - -Een aantal predikanten die - naar aanleiding van de afkondiging op 19 april - -over Jodenvervolgingen gepreekt hadden, werden gevangen genomen; onder hen was -de latere hoogleraar A.A. van Ruler. - -f. De bordjes "verboden voor Joden" - -Het was het Duitse plan om de Joden steeds meer te isoleren. Daartoe moest een -bordje "Verboden voor Joden" worden aangebracht op alle openbare gebouwen. Ook -de kerkgebouwen vielen daar onder. Niet alleen was de zondagse kerkdienst een -openbare aangelegenheid en voor iedereen die dat wenste toegankelijk, maar bovendien -werden in de kerkgebouwen door de week vergaderingen van diverse verenigingen -en clubs gehouden. -In het archief vond ik een brief van de "Raden der Gereformeerde Kerken van -Metslawier en Nijawier", die aan hun burgemeester schrijven: - -Als antwoord op de mondeling namens U gedane mededeling betreffende het aanbrengen -van het z.g. Jodenbordje aan de consistorie of leerkamer, moge het volgende dienen: -a. dat de kerkenraad der Geref. Kerk en van Metslawier en van Nijawier tegen deze -aanbrenging principieel bezwaar heeft - de kerk van Christus mag geen onderscheid -naar ras maken - en deze dies wil voorkomen; -b. in afwachting van het resultaat der besprekingen van deputaten voor de -correspondentie met de Hoge Overheid te Den Haag daarom heeft besloten voorlopig -alleen toegang tot bedoelde leerkamer te verlenen aan vergaderingen van hen, -die als zuiver kerkelijk of zendingscollege of jeugd onder kerkelijk toezicht -staan. [5.10] - -Men kreeg in Den Haag van diverse kerkenraden verzoeken om advies. Het eerste -antwoord was - zowel van de Algemene Synodale Commissie van de Hervormde Kerk -als van Gereformeerde deputaten - dat "op een voor christelijke doeleinden -bestemd gebouw het bewuste bordje principieel niet kan worden toegelaten, omdat -het is een verloochening van het Evangelie." - -<84> - -Werd een aan de kerk behorend gebouw ook gebruikt voor niet-kerkelijke activiteiten -(waarvoor het bord bevolen werd), dan moesten die voortaan achterwege blijven, -liever dan dat men het bordje plaatste. Ook concerten of sport-activiteiten -moesten dan maar vervallen. -In de drie noordelijke provincies, evenwel eiste de procureur-generaal te -Leeuwarden, dat het bordje zou aangebracht worden ook daar waar uitsluitend -zuiver kerkelijke bijeenkomsten werden gehouden. Dit gaf aanleiding tot een -aantal directe conflicten. -Op 9 april 1942 hadden ds. Gravemeyer en dr. Van Dijk namens het I.K.O. een -onderhoud met de secretaris-generaal van justitie, Schrieke. Ze zonden hem -daarna een brief (24 april) waarin zij meedeelden: - -(...) De Kerk mag niet dulden, dat op haar terrein geweld wordt aangedaan aan -het beginsel van de toelating van allen, die krachtens het Evangelie van Jezus -Christus, toelating begeren. - -Nu kan men zich afvragen of er veel Joden "toelating begeerden", laat staan of -dat het geval was in een of ander Fries dorp. Maar, het ging om het principe, -zou het I.K.O. stellig geantwoord hebben. Hoe dan ook, in dezelfde brief werd -voorgesteld: - -1) dat in of aan kerkelijke lokaliteiten de bedoelde borden niet behoeven te worden -aangebracht, indien deze lokaliteiten uitsluitend worden gebruikt voor godsdienst- -oefeningen (en andere) vergaderingen van zuiver godsdienstig-zedelijke strekking. -2) dat, wanneer godsdienstoefeningen worden gehouden in niet-kerkelijke lokalen, -tijdens de dienst in die lokalen geen verbodsbord aanwezig behoeft te zijn; -dat algemene vergaderingen, met name ook jaarvergaderingen van (...) Christelijke -verenigingen in kerkgebouwen kunnen worden gehouden. - -Schrieke ging daarmee akkoord en wijzigde de verordening. -Een krachtige houding namen de Hervormde predikanten van Sneek en omgeving aan: -begrafenisdiensten vonden vaak plaats in het plaatselijk café. Welnu, de predikanten -weigerden en gingen voortaan alleen voor als de dienst in een kerkelijk gebouw -gehouden werd. De café-houders protesteerden! Toen zijn er hier en daar -begrafenisdiensten in een café gehouden nadat eerst het verafschuwde bordje -voor die dag verwijderd was. Zoiets lijkt haast komisch, maar het was een zaak -van grimmige ernst. Dat besefte de Sicherheitsdienst, die een betreffende -predikant bedreigde voor 't geval hij nog eens het bordje zou laten weghalen. - -<85> - -De motivering van het I.K.O. bleef wat vaag: het antisemitisme werd niet genoemd, -terwijl het daarom toch juist ging. De bisschoppen evenwel waren duidelijker in -hun afwijzing. Van Rooij vermeldt dat Mgr. de Jong in overleg met de andere vier -bisschoppen het aanbrengen van de bordjes op RK instellingen verbood, "omdat die -bordjes een uiting zijn van principieel antisemitisme en daar mogen zeker onze -RK instellingen niet aan mee doen." Iets later stelde de aartsbisschop zich -'permissief' op als het om sportterreinen of zwembaden ging (toen waren er nog -Katholieke...), m.a.w. men behoefde ze niet te verwijderen als de politie ze -had aangebracht. Maar op RK leeszalen mocht het absoluut niet en evenmin op het -sociëteitsgebouw van het RK studentencorps te Nijmegen. -"De Rector Magnificus was van mening dat het bordje mocht blijven hangen. Er -hingen er al zo veel in Nijmegen. De burgerij zag het toch als een teken van -overmacht." Mgr. de Jong was het daar niet mee eens: - -Als Wij Ons niet vergissen, zijn de katholieke studentenverenigingen van Wageningen -en Nijmegen de enige die nog bestaan. In deze omstandigheden zouden Wij het -betreuren als alleen die beide zich aan de bepaling zouden onderwerpen. De -studenten zullen het offer moeten brengen. - -In september 1942 liet het Episcopaat haar principieel afwijzende houding ten -opzichte van de bordjes varen. De deportaties waren in volle gang. De bordjes -kwestie was een bijzaak geworden; aldus van Rooij. [5.11] - -6. MASSA-DEPORTATIES; HET TELEGRAM - -a. De situatie (tweede halfjaar 1942) - -Belangrijke oorlogshandelingen waarvan de afloop gunstig voor de geallieerden was, -deden de hoop in de bezette gebieden op een spoedige eindoverwinning stijgen. -De aanval van geallieerde commando's op de Noord-Franse plaats Dieppe toonde aan -dat de Engelsen in staat waren door de Duitse verdedigingswerken langs de kust -heen te komen en zich zelfs enige tijd op het continent te handhaven (19 aug.). -Op 13 sept. begon de Duitse aanval op Stalingrad, maar de Russen hielden stand -en begonnen (19 nov.) hun tegen-offensief. De Engelsen onder generaal Montgomery -vielen aan in Noord-Afrika (23 okt.) bij El Alamein. Kort daarop (nov.) landden -Amerikanen en Engelsen in Marokko en Algerië, waarop de Duitsers nu ook Zuid- -Frankrijk ("Vichy") bezetten. - -16 juli.: vordering van koperen melkbussen, standbeelden en kerkklokken. Alle -jeugdverenigingen zijn opgeheven. Deze week zijn er overal fietsen gevorderd. -De Joden worden thans massaal weggevoerd naar Polen en Silezië. Ook de kerken -hebben geprotesteerd. -We hebben een huisgenootje gekregen, Leen, een Rotterdammertje van 3 jaar, -waarvan de ouders bij het bombardement in 1940 omgekomen zijn. (Dat was Leo.- -zijn vader en moeder waren Joodse vrienden, inderdaad uit Rotterdam maar niet -omgekomen. Alle drie hebben de oorlog overleefd). -15 aug.: vandaag zijn er vijf gijzelaars doodgeschoten. -29 aug.: Leen is gisteren weer naar huis gegaan. Hij stak erg af bij de -dorpskinderen en had daardoor nogal veel bekijks. Bovendien was het voor zijn -gezondheid niet wenselijk om veel buiten te komen, dus daar moest ook op gelet -worden. (We vonden voor Leo een ander onderduik-adres). -10 sept.: de taptemelk is nu ook op de bon: 1/4 L. per pers. per dag. -Er zijn uitsluitend zijden veters in de handel en papieren zakdoeken. Vergunning -tot het rijden op benzine wordt haast niet gegeven; verder rijdt men op houtgas, -waarvoor de vergunning gemakkelijker gegeven wordt. -16 okt.: de familie Manasse (dorpsgenoten) is gevlucht of ondergedoken. -29 nov.: een groot deel van de kuststreek zal geëvacueerd moeten worden. - -<88> - -Eind juni had Seyss-Inquarts naaste medewerker Schmidt openlijk bekend gemaakt, -dat de Joden uit Nederland gedeporteerd zouden worden. In juli begonnen de massa- -deportaties. -De eerste oproepen werden op zondag 5 juli per extra bestelling via de post bezorgd. -Op 14 juli werd een grote razzia op Joden in Amsterdam gehouden. De volgende dag -vertrok de eerste deportatie-trein van Amsterdam naar Westerbork. Van 14-17 juli -moesten 4000 Joden uit Amsterdam zich op het Centraal Station melden. -Op 2 augustus werden op verschillende plaatsen in Nederland Katholieke Joden -gegrepen. Die maand werden er nog meer razzia's op Joden in Amsterdam uitgevoerd. -Sindsdien bleven de treinen rijden: van Amsterdam naar Westerbork, en van -Westerbork naar "het Oosten": week na week, maand na maand. - -b. Nog een synode-vergadering - -We zullen in dit hoofdstuk de gebeurtenissen rondom het protest van de kerken -tegen de Jodenvervolging uitvoerig weergeven. Daartoe beginnen we evenwel met -een kijkje in een synode-vergadering die - zo vermoeden we - een direct bij -het protest betrokkene, dr. J.J.C. van Dijk, geholpen heeft bij het handhaven -van een besliste houding. -De synode van de Gereformeerde Kerken in Nederland vergaderde eind mei en begin -juni; daarna zou men pas weer in september bijeenkomen. De voortzetting van de -synode, die al lang afgelopen had moeten zijn, was nodig geworden tengevolge van -de leergeschillen die nu hoog oplaaiden. Hoe is zoiets mogelijk, terwijl er een -wereldoorlog aan de gang en je land bezet is, denk je nu (en dachten toen ook al velen). - -Op dinsdag 9 juni kwam dr. Van Dijk ter synodevergadering en rapporteerde over -"de werkzaamheden, door deputaten (voor de correspondentie met de Hoge Overheid) -verricht". Het bordje "Verboden voor Joden" kwam ter sprake, de Arbeidsdienst enz. -[6.1] - -<89> - -Er volgt dan: "Nadat de praeses (voorzitter) aan dr. Van Dijk de dank der synode -heeft overgebracht voor zijn vele bemoeienissen en hem Gods wijsheid en bijstand -bij zijn verdere gewichtige arbeid heeft toegewenst en de vergadering hem -Psalm 121:4 toegezongen heeft, verlaat dr. Van Dijk de vergadering." -Dat psalmvers luidde, in de berijming van toen: - De Heer zal U steeds gadeslaan - Opdat Hij in gevaar - Uw ziel voor ramp bewaar'. - De Heer, 't zij g'in of uit moogt gaan, - En waar g'u heen moogt spoeden, - Zal eeuwig u behoeden. - -Dat was meer dan een psalmversje; het was een gebed, een zegenbede. Die werd bij -bepaalde plechtige gelegenheden in de kerk gezongen en de gemeente ging daar dan -bij staan. Dat is ongetwijfeld ook op deze synodevergadering gebeurd. -Men wist: deze man zet zijn vrijheid - misschien zijn leven - op het spel. -Dr. Van Dijk wist: 'mijn synode staat achter mij' en mijn mede-deputaten; de -broeders bidden voor ons en ze steunen ons. - -c. Het telegram - -De Kerken die samenwerkten in het I.K.O. (Interkerkelijk Overleg) hadden besloten -een bezwaarschrift tegen de Jodenvervolging bij Seyss-Inquart in te dienen. Het -schrijven van een concept daartoe was opgedragen aan een kleine commissie, bestaande -uit de bekende zendingsman en taalgeleerde prof. H. Kraemer (die prof. P. Scholten -sinds diens verbanning verving), mgr. Van de Loo en dr. M.C. Slotemaker de Bruïne -(niet te verwarren met zijn vader, de eerste voorzitter van het Convent, die -intussen overleden was). - -Toen het I.K.O. op 10 juli vergaderde, was het concept nog niet klaar. Op grond -van de binnengekomen alarmerende berichten besloot men, allereerst een telegrafisch -protest aan de Rijkscommissaris te zenden. De tekst van dit telegram werd op -diezelfde vergadering vastgesteld en luidde als volgt: - -<90> - -De hieronder vermelde Nederlandse Kerken, reeds diep geschokt door de maatregelen -tegen de Joden in Nederland, waardoor zij uitgesloten worden van het deelnemen -aan het normale volksleven, hebben met ontzetting kennis genomen van de nieuwe -maatregelen, waardoor mannen, vrouwen, kinderen en gehele gezinnen zullen worden -weggevoerd naar het Duitse rijksgebied en onderhorigheden. -Het leed dat hiermede over tienduizenden gebracht wordt, de wetenschap dat deze -maatregelen tegen het diepste zedelijk besef van het Nederlandse volk strijden, -bovenal het indruisen van deze maatregelen tegen hetgeen ons van Godswege als -eis van gerechtigheid en barmhartigheid gesteld wordt, nopen de Kerken tot U de -dringende bede te richten, aan deze maatregelen geen uitvoering te geven. -Voor de Christenen onder de Joden wordt ons deze dringende bede tot U bovendien -ingegeven door de overweging, dat hun door deze maatregelen het deelnemen aan -het kerkelijk leven wordt afgesneden. - -Tien Nederlandse kerken hebben dit telegram ondertekend: beide Lutherse Kerken -deden ditmaal mee, de RK Kerk was er bij gekomen, en bovendien ondertekenden de -"Gereformeerde Gemeenten in Nederland" (vertegenwoordigd door ds. G.H. Kersten) -het protest. -Het telegram werd verzonden op 11 juli. Het ging, behalve naar Seyss-Inquart, -ook naar de Generalkommissaris, das Sicherheitswesen H.A. Rauter, de General- -kommissar zur besonderen Venvendung F. Schmidt en de Wehrmachtsbefehlshaber in -den Niederlanden F.C. Christiansen. Deze stuurde zijn exemplaar door aan -Seyss-Inquart, met erop aangetekend het voorstel om ook de ondertekenaars -te deporteren. -De kerken hadden het voornemen om, behalve het telegram, ook nog een uitvoeriger -schriftelijk protest in te dienen. Prof. dr. H. Kraemer zou hiervoor het concept -schrijven, maar twee dagen later werd hij gegijzeld. - -d. Duitse reactie - -Tot nu toe hadden de kerken op hun tegen de Jodenvervolging ingediende protesten -nog geen enkel antwoord ontvangen, maar ditmaal kwam er wel een reactie en zelfs -zeer snel. -Op 14 juli werd ds. H.J. Dijckmeester - waarnemend secretaris van de Hervormde -Synode in plaats van de gegijzelde ds. Gravemeyer - ontboden bij Schmidt. Deze -deelde hem mee dat de Christen-Joden die voor 1 januari 1941 gedoopt waren, van -deportaties zouden worden vrijgesteld en dat aan verzachting der maatregelen voor -gemengd-gehuwden nog gewerkt werd. Schmidt verzocht ds. Dijckmeester, een en ander -aan de ondertekenaars van het telegram mee te delen. - -<91> - -Op 15 juli vergaderde de Hervormde Synode. Daar tekende zich een lijn af die afweek -van het standpunt, ingenomen door het I.K.O. Ten eerste voelde een meerderheid -niet voor het indienen van een uitvoerig, schriftelijk protest. Desnoods wilde men -alleen een verzoek tot de bezettende macht richten. Ten tweede vond men de (op de -vergadering van het I.K.O. afgesproken) voorlezing van het telegram in de kerkdiensten -van minder belang dan een "gebed, in een toon van ootmoed en schuldbesef". Wel zou -het telegram in de inleiding tot het gebed worden opgenomen. We komen op de inhoud -van dat gebed nog terug. - -Op 17 juli hield Seyss-Inquart met zijn naaste medewerkers een z.g. Chefsitzung. -Daardoor weten wij nu (maar toen wisten de kerken dat uiteraard niet) dat de -Rijkscommissaris bepaald niet van plan was om de gedoopte Joden blijvend van -deportatie vrij te stellen. Het ging er slechts om, door deze tegemoetkoming -de kerken tot zwijgen te brengen. Zijn uiteindelijke beslissing zou afhangen -van de houding der kerken. -Aan Rauter werd tijdens die vergadering opgedragen, op de komende zondagen de -kerkdiensten te controleren in verband met een mogelijke kanselafkondiging. [6.2] - -Zoals gebruikelijk ging er een stuk uit (23 juli) naar alle plaatselijke kerken -met de tekst van het af te kondigen telegram van 11 juni, en van het gebed, bestemd -voor de kerkdiensten op 26 juli. -Blijkbaar zijn de Duitsers daar onmiddellijk achter gekomen, want een dag later, -op vrijdag 24 juli, werd ds. Dijckmeester ontboden bij de plaatsvervanger van -Schmidt, Hauptmann I. Gruffke. Deze bleek op de hoogte van de voorgenomen voorlezing -van het telegram en drong erop aan deze achterwege te laten: het ging volgens -Gruffke om een vertrouwelijk document. Anders zou de basis voor verdere -onderhandelingen verbroken zijn. -Volgens ds. Dijckmeester hoorden telegram en gebed bij' elkaar: "gebed en daad -zijn niet te scheiden; als een gelovige een drenkeling in het water ziet, zal -hij wel een gebed voor hem doen maar ook een daad verrichten. Welnu, het telegram -is zulk een daad." Waarop Gruffke de beeldspraak overnam en zei: "Maar u kunt -niet zwemmen; of wel: U vraagt Schmidt om te springen, maar hij weigert." - -<92> - -Ds. Dijckmeester, die zelf vond dat het telegram voorgelezen diende te worden, -bracht de kwestie ter Synode. Daar overheerste de gedachte dat "onder fatsoenlijke -mensen de éne partij niet tot publikatie van een document mag overgaan wanneer -de andere partij zich daartegen verzet". Ook vreesde men dat "wat nu voor de -christen-Joden bereikt was, dan weer verloren zou gaan", aldus Touw. Zo werd aan -Schmidt nog diezelfde dag (vrijdag 24 juli) bericht dat de Synode bereid was de -afkondiging van het telegram in te trekken; maar mogelijk zou het bericht -daaromtrent een aantal gemeenten niet tijdig meer kunnen bereiken. - -Er is veel kritiek gekomen op de handelwijze van de Synode, ook vanuit de eigen -kerk: gemeenteleden uit Leiden, Oegstgeest en Rotterdam betreurden in een request -aan de Synode dat de beginselvastheid in het gedrang gekomen en de eenparigheid -van handelen verbroken was. J.J. Buskes zou het later hebben over "dat andere, -afgrijselijke argument van prof. (W.J.) Aalders: de hoffelijkheid." [6.3] -De auteur van Het verzet der Hervormde Kerk, Touw, acht het fatsoensargument van -de Synode naïef, maar laat "de levens van honderden" zwaar wegen. Ging het er -hier niet om, "een stukje van een oor uit de muil van de leeuw te redden (Amos 3:12)?" -Touw besluit dan als volgt: "Heeft de Synode inderdaad de rechte beslissing genomen? -Of is zij voor een satanische verzoeking bezweken? Is zij om de levens van haar -eigen leden te redden, ontrouw geweest aan haar Heer?" - -e. Gebed, afkondiging van het protest - -Het gebed dat "in een toon van ootmoed en schuldbesef" zou dienen te zijn, zoals -we reeds vermeldden, werd wel toegestuurd aan alle Hervormde plaatselijke gemeenten -- trouwens ook aan die van de andere bij het I.K.O. aangesloten kerkgenootschappen. -In het gebed werd gevraagd om bewaring" opdat wij niet alleen anderen aanklagen -maar allereerst onszelf. Beweeg ons door Uw Heilige Geest, zo, dat wij voor alles -en in alles klagen over onze zonden." - -<93> - -Nu zou men met zo'n strofe nog vrede kunnen hebben, als "onze zonden" dan tenminste -op enigszins actuele wijze gespecificeerd zouden zijn geworden, bijv. lafhartigheid, -en gebrek aan offerbereidheid in het opkomen voor de Joodse naaste. Maar de catalogus -van opgesomde zonden bleef zo algemeen, dat het nietszeggend werd. -Even verder luidt het gebed: "Leer ons aanvaarden en dragen wat Gij ons oplegt, -zolang het U behaagt ons te straffen, omdat wij het hebben verdiend." Zou men -echt geloofd hebben dat God de oorlogsellende "oplegde" en dat Hitler als een -oordeel Gods beschouwd diende te worden over "onze zonden"? Zouden het Zwitserse -en het Zweedse volk, ofschoon de oorlog hun grens voorbijging, minder bedreven -hebben dan het Nederlandse? -"Aanvaarden en dragen" is toch wat anders dan verzet tegen de boze bieden. Wel -wordt het geloof beleden in een God "die het recht doet zegepralen" en wordt er -gesmeekt: "Laat Uw macht blijken, Uw recht openbaar worden." Gemist in dit gebed -wordt het besef dat het onze taak is om voor de openbaarwording van Gods recht op -te komen. -Evenmin fraai was het gedeelte waarin voor de Joden gebeden werd: - -Wij dragen bepaaldelijk aan U op het volk Israël, dat in deze dagen zo bitter -wordt beproefd. Gij zult hen niet voor altijd verstoten, want bij U zijn levende -beloften voor hun toekomst. Houd hen staande. Breng hen tot bekering, opdat zij -de waarachtige verlossing mogen verkrijgen die Gij geschonken hebt in Christus, -Uw Zoon. In het bijzonder bidden wij U voor die kinderen Israëls, die met ons -verbonden zijn door eenzelfde geloof. Schenk hun de kracht om hun kruis te dragen, -achter Hem aan, in wie zij hun Verlossing hebben gevonden. - -Maar Paulus heeft nota bene geschreven dat God zijn volk nu juist niet verstoten -heeft, en hij noemt de Joden "geliefden om der vaderen wil" (Romeinen 11 vs 1 en 28). -En, hoe men ook over "de bekering der Joden" moge denken - we komen daarop terug -in het derde gedeelte van dit boek -, op het moment van de massadeportaties, die -zouden leiden tot massa-moord, was er toch nog wel iets anders om voor de Joden -af te smeken van de God van Israël. Afgezien nog van de vraag of het juist was -om de Christen-Joden apart te noemen: ook voor hen was er wel een andere bede -denkbaar dan "de kracht om hun kruis te dragen". - -<94> - -Tegen dit soort gebeden behoefde de bezetter geen enkel bezwaar te hebben; ze -speelden hem veeleer in de kaart. Toch werd het gebed door de meeste andere kerken -overgenomen. Wel werd hier de kleur van wat er gebeden werd, mede bepaald door -de inhoud van het scherpe protest-telegram, dat voorafgaand aan het gebed werd -voorgelezen. - -Later zou Touw schrijven: "Voor het vormen van een billijk oordeel moet wel in -het oog gehouden worden, dat alléén de Hervormde Kerk voor de pijnlijke beslissing -gesteld werd, die de andere kerken bespaard bleef' (nl. het al of niet afkondigen -van het telegram). Hier evenwel vergiste Touw zich, en in zijn spoor diverse -andere auteurs.[6.4] De andere kerken hebben wel degelijk bewust gekozen voor -afkondiging. Soms was één enkel persoon degeen die de beslissing nam. Men kan -zich afvragen hoe het besluit was uitgevallen,als op de dag van de beslissing -ook de Gereformeerde synode vergaderd had en had moeten beslissen: wel of niet -toegeven? -De Gereformeerde synode zou pas in september weer vergaderen; Van Dijk was intussen -gemachtigd om dergelijke zaken te beslissen en het schijnt dat hij geen ogenblik -geaarzeld heeft. Toen ds. Dijckmeester hem het door de Hervormde Synode genomen -besluit meedeelde, antwoordde Van Dijk onmiddellijk dat, wat de andere kerken ook -mochten doen, het telegram in de Gereformeerde Kerken voorgelezen zou worden. -Van Dijk deelde dit eveneens mee aan de vertegenwoordigers van de andere kerken, -ook aan mgr. Van de Loo, die op zijn beurt de aartsbisschop informeerde inzake -de Duitse eis. "Die (eis) is er overigens het bewijs van, hoezeer de Duitsers -de kracht van de afkondiging vrezen, en daarom voor mij persoonlijk een reden -te meer, om deze wel te laten doorgaan", aldus mgr. Van de Loo. [6.5] -Hij had Van Dijk al gezegd ervan overtuigd te zijn dat de aartsbisschop in -geen geval het telegram zou schrappen. Het voorlezen bleek inderdaad voor -mgr. De Jong zo vanzelfsprekend dat hij de andere leden van het episcopaat -pas 's maandags (na de voorlezing dus) op de hoogte heeft gesteld. 'Wij mochten -toch niet toelaten,' schreef hij hen, 'dat de wereldse overheid beslist, wat in -onze kerken zal worden voorgelezen, afgezien nog van de praktische bezwaren.' -In dezelfde brief schrijft hij ook enkele woorden over het besluit van de Hervormde -Synode. Men was te verontschuldigen, want 'de Nederlandse Hervormde Kerk heeft -zwaar geleden,' bijna al haar voormannen waren gearresteerd. [6.6] - -<95> - -f. De kosten - -Het telegram werd inderdaad op zondag 26 juli voorgelezen in de meeste kerkdiensten. -De volgende dag vergaderde Seyss-Inquart met zijn medewerkers. De bijeenkomst -duurde ongeveer een uur. Uit de notulen: - -2. Omdat de katholieke bisschoppen - ofschoon ze er niets mee te maken hadden -- zich in de aangelegenheid (van de deportaties) hebben gemengd, worden nu alle -katholieke Joden nog deze week gedeporteerd. Met interventies mag geen rekening -worden gehouden. Commissaris-generaal Schmidt zal op zondag 2.8.42 op een partij- -vergadering in Limburg de bisschoppen in het openbaar antwoord geven. -3. Voor het geval dat ook een overwegend aantal protestantse kerken het telegram -aan de Rijkscommissaris hebben laten voorlezen, worden ook de protestantse Joden -weggevoerd. Tot dit doel moeten de lijsten reeds worden gereedgemaakt. [6.7] - -Inderdaad hield Schmidt op zondag 2 augustus een rede waarin hij zei: - -(...) Nu werd de vorige zondag, voornamelijk in de katholieke kerken, een schrijven -voorgelezen waarin de geestelijkheid de maatregelen tegen de Joden, die ter -beveiliging van onze strijd tegen de erfvijand van het avondland worden ondernomen, -kritiseert. -Ook in enige protestantse kerken werd een schrijven voorgelezen waarin een principieel -standpunt werd ingenomen. De vertegenwoordigers van de protestantse kerken hebben -ons echter meegedeeld dat de voorlezing van de volledige tekst niet in hun bedoeling -lag, maar door technische moeilijkheden niet overal kon worden verhinderd. -Wanneer echter de katholieke geestelijkheid op deze wijze blijk geeft zich niets -aan te trekken van gevoerde onderhandelingen, dan zijn wij van onze kant gedwongen, -de katholieke Joden als onze ergste vijanden te beschouwen en voor hun onmiddellijk -transport naar het Oosten te zorgen. Dat is geschied. [6.8] - -Van der Leeuw, [6.969] die over het hier volgende uitvoerige gegevens verschaft, -acht het onduidelijk waarom bijv. ook de Gereformeerde Joden toen niet gedeporteerd -zijn: misschien omdat er een gebrek aan kennis van de kerkelijke verhoudingen bij -de bezettingsmacht was, of was het een poging om de samenwerking tussen Protestanten -en Katholieken te ondermijnen? -Maar Schmidt heeft ongetwijfeld geweten (hij had zijn spionnen, ook in kerkdiensten) -dat in alle Protestantse kerken behalve in de Hervormde - en daar soms ook omdat -het consigne "geen telegram voorlezen" niet iedere gemeente tijdig bereikt had - het -telegram is voorgelezen. Er valt dan ook nauwelijks aan te twijfelen of de bezettende -macht Probeerde de kerken uit elkaar te spelen. - -<96> - -Daarbij leek het feit dat de Protestants-gedoopte Christen-Joden niet gedeporteerd -werden een concessie; in de praktijk werd het een chantage-middel. Eind februari -1944 zou Seyss-Inquart schrijven aan Bormann: Ik heb, zoals bekend is, de inmenging -van de kerken in het hele Joodse vraagstuk hoofdzakelijk afgeweerd door de gedoopte -Joden in een gesloten kamp in Nederland bijeen te houden". -Rauters uiteindelijke bedoeling blijkt uit zijn brief van 24 september 1942 aan -Himmler: Die protestantischen Juden sind noch hier, hetgeen zeggen wil: ze komen -later. Aldus Herzberg (134). - -Op die zondag, 2 augustus, waren in alle vroegte 213 Rooms-Katholieke Joden -gearresteerd en naar Amersfoort gebracht. De volgende dag werden 44 hunner -vrijgelaten: ze waren "gemengd gehuwd". De overigen gingen naar Westerbork en -92 hunner werden nog in augustus naar Auschwitz gebracht en aldaar vermoord. -Onder hen waren een aantal kloosterlingen: uit het ene gezin Loeb zelfs drie -broers en twee zusters; ook de bekende filosofe Edith Stein, die in haar klooster -te Echt was gearresteerd, samen met haar zuster Rosa die daar portierster geworden -was. -Wielek vertelt: "Niemand van de Joodse vrouwen of mannen, die gedoopt en pater -of non waren geworden, was aan deze deportatie ontkomen. Eén voor één hadden zij -moedig en gelovig hun lot gedragen." Tegen de wil van Edith Stein werd door -bemiddeling van een marechaussee de aartsbisschop te Utrecht opgebeld. Maar -deze kon niets bereiken. "En de nonnen en paters in hun zwarte en bruine -kloosterdracht met de goudgele ster bestegen, terwijl zij de rozenkrans door -hun handen lieten glijden en het Onze Vader baden, de wagon naar Polen." [6.10] -Aartsbisschop de Jong zond op 2 augustus een telegram naar Seyss-Inquart waarin -hij om "barmhartigheid" vroeg. Hij heeft geen antwoord gekregen. - -g. Vergeefse pogingen - -Ook pogingen die tot niets leidden zijn soms het vermelden waard. We noemen er twee. - -Foto 15. Dr. Edith Stein - -<97> - -In zijn Waar stond de Kerk? vertelde ds. Buskes: - -Wij herinneren ons een vergadering (van het I.K.O.) waarin de Remonstrantse ds. -Kleijn een voorstel deed, dat zeker geen praktisch resultaat zou hebben opgeleverd, -maar dat toch op ons een diepe indruk maakte. De Jodenrazzia's waren in Amsterdam -begonnen. Ds. Kleijn stelde voor de Nieuwe Kerk op de Dam tot een toevluchtsoord -voor de bedreigde Joden te maken. De voorgangers van de verschillende kerken -zouden in ambtsgewaad de toegangen tot de kerk moeten bezetten en met de Joden -in de kerk moeten staan of vallen. Als demonstratie zou dit gebeuren van de -allergrootste betekenis zijn geweest, een getuigenis met de daad in het hart -van ons volksleven. [6.11] - -Later gaf Buskes nog het volgende commentaar: "Nadat hij (Kleijn) gesproken had -waren allen met stomheid geslagen. Ze waren onder de indruk. Toch maar heel even. -In feite waren ze allen bang voor een publieke demonstratie. Het voorstel werd -dan ook als de uiting van onwerkelijke romantiek van tafel geveegd. Ik was -inderdaad de enige die uit volle overtuiging het voorstel steunde..." [6.12] - -<98> - -Ook bij een ander voorval was Buskes betrokken: - -In onze herinnering leeft verder nog voort de tocht, die wij samen met ds. Brink -op verzoek van de voorzitter van het I.K.O., dr. Van Dijk, naar Westerbork maakten. -De Joden werden uit Westerbork naar Duitsland op de meest onmenselijke wijze -getransporteerd. Dr. Van Dijk wilde gegevens hebben om bij de Duitsers te kunnen -protesteren. Het gelukte ds. Brink en mij - ieder op eigen gelegenheid - tot -vlak bij het transport door te dringen. Het was het derde transport op 21 juli 1942. -Nooit zullen we vergeten wat we op de morgen van die prachtige zomerdag zagen. -De Joden werden in veewagens gestopt: in elke wagon ongeveer zestig mensen. -Zo'n wagon heeft een oppervlak van 21 1/2 M2. Mannen, vrouwen, jongens en meisjes, -alles door elkaar, met al hun bagage. De wagons werden van buiten gegrendeld. De -reis zou enkele dagen en nachten duren. Medische hulp was afwezig. Particulieren -- niet de Duitsers - zorgden ervoor dat in elke wagon twee emmers waren: één voor -drinkwater en één als WC. [6.13] - -Inderdaad heeft dr. Van Dijk bij Schmidt geprotesteerd; het heeft geen enkel -resultaat gehad. - -<99> - -7. DE SCHERPSTE OPROEP, OOIT GEDAAN - -a. De situatie (januari tot begin mei 1943) - -Op 19 januari werd prinses Margriet geboren. Dat was al gauw overal bekend en -was voor velen reden tot grote vreugde. -De slag om Stalingrad eindigde met Duitslands nederlaag (2 febr.); generaal -Paulus werd gevangen genomen. 3 dagen later werd de beruchte Nederlandse generaal -Seyffardt door het verzet doodgeschoten. Omdat er aanwijzingen waren dat studenten -de aanslag gepleegd hadden, werden op 6 februari grote razzia's op studenten -gehouden. Er werden er een 600 gegrepen. -Op 25 maart weigerden de Nederlandse artsen om lid van de Artsenkamer te worden. -Op 27 maart werd het Amsterdamse bevolkingsregister in brand gestoken. -Leden van het overkoepelende "Nationale Comité" (waaronder dr. J.J.C. van Dijk) -werden op 1 april gearresteerd. Op 29 april maakte generaal Christiansen bekend -dat alle ex-militairen terug zouden worden gevoerd in krijgsgevangenschap. -Bovendien zouden nieuwe lichtingen jongemannen worden opgeroepen om in Duitsland -te gaan werken. Daarop braken (30 april) stakingen uit in het gehele land. -Op 1 mei werd in het gehele land het standrecht afgekondigd. Op verschillende -plaatsen werden stakenden in de daarop volgende dagen geëxecuteerd. - -19,jan.: Leningrad is ontzet. Ik ben er stuk van gewoon. Dat is meestal met een -of twee dagen weer over want dan komen er berichten, dat het nog niet zo is en -dan zakt het enthousiasme weer. Maar nu worden de moffen overal teruggeslagen, -en de Jappen ook, en de Prinses (Juliana) is in het ziekenhuis (voor de bevalling) -en ik ben ook zo vreselijk blij dat we muisjes hebben. -29 jan.: De rantsoenen van vlees en melk zijn weer verminderd: vlees krijgen we -nu 175 g. per week met been, dat is ± 135 g. zonder been. En taptemelk 3/4 1. -per dag met z'n vieren, zoals bij ons. -7 febr.: Hier in Renkum is door de Grune Polizei huiszoeking gedaan bij -verschillende mensen. In een huis hebben ze 3 Joden gevonden. - -<101> - -22 febr.: Er worden afschuwelijke dingen verteld over de behandeling van de -mensen in concentratiekampen; ze hebben veel te weinig kleren aan, moeten soms -met het bovenlijf bloot lopen en worden geranseld en gebeuld. Als ze een pakje -krijgen, wordt er soms voor hun ogen wat uitgegapt door de moffen. En de mensen -in Dachau moeten in kalkmijnen werken, en over smalle planken mei kruiwagens lopen. -Heel vaak vallen ze van de planken af en dan krijgt men thuis bericht: "door een -ongeval om het leven gekomen." -28 maart: Verleden week is er bij een zekere Brouwer op de Bennekomse weg een -inval gedaan. Er waren 5 Joden in huis. Nu was er achter zijn huis een overdekte -kuil, waarin ze bij nood konden vluchten, wat ze inderdaad ook deden. Maar de -kerels die kwamen wisten dat er Joden waren, en hebben Brouwer net zo lang op -zijn gezicht geranseld tot hij het zei. Het moet afschuwelijk geweest zijn. -5 april.: Alle Joden, behalve in N. en Z. Holland en in Utrecht, moeten zich -melden in Vught. Ze mogen hun kostbaarheden meenemen ... -30 april.: (Eerst uitvoerig over de staking; wij staken ook: de winkel is op -slot gegaan. Dan:) Voor de aardigheid wil ik even de "zwarte" prijzen van een -paar artikelen memoreren: -boter: 14 - 20 gld./pond -vet: 14 - 25 gld./pond -vlees 3 1/2 - 6 gld./pond -koffie 75 - 90 gld./pond (geven de moffen) -Zojuist hoorde ik dat er aangeplakt staat dat alle zaken morgen gewoon open -moeten zijn, en dat het verboden is zich tussen 20 u. en 6 u. op straat te begeven. -3 mei: Vanmorgen stond er in de krant dat er 17 personen gefusilleerd zijn. -5 mei: Op de Hevea-fabriek zijn er 7 mensen gefusilleerd, wegens staking. - -Op 21 januari werden de 1200 verpleegden uit de Joodse psychiatrische inrichting -"het Apeldoornse Bos" gedeporteerd. -Op 1 april werden ook alle gemengd-gehuwde Joodse ambtenaren ontslagen. Op diezelfde -dag moesten de Joden uit de provincie naar het concentratiekamp Vught. In de loop -van deze maand begon ook de "vrijwillige" sterilisatie van Joden die "gemengd -gehuwd" waren. -Vanaf 14 mei was voortaan aan alle Joden het verblijf in Amsterdam verboden, tenzij -uitdrukkelijk van deze maatregel vrijgesteld. - -<102> - -b. "Wie meewerkt is medeschuldig " - -Er zou iets voor te zeggen zijn om nu eerst de gebeurtenissen rondom de Protestants- -gedoopte Joden weer te geven; we komen evenwel op hun lot terug in hfdst. 9 en -vervolgen de chronologische behandeling van de protesten van de kerken. -Het scherpste publieke protest ooit ingediend kwam tot stand mede onder leiding -van de uit zijn gijzeling ontslagen en kennelijk ongebroken ds. Gravemeyer. -De kanselboodschap luidde als volgt: - -De gebeurtenissen van de laatste weken nopen de Kerken zich tot de gemeenten te wenden. -Het is de taak der Kerk, hoe zeer ook doordrongen van eigen schuld voor God - -krachtens haar van Christus' wege opgelegde roeping -, haar stem te doen horen, -ook wanneer in het openbare leven de in het Evangelie verankerde beginselen worden -aangetast. Zij heeft zich derhalve reeds meermalen gewend tot de bezettende macht -met ernstig beklag over maatregelen, die bijzonder in strijd zijn met de beginselen -die de grondslagen vormen van ons Christelijk volksleven: gerechtigheid, barmhartig- -heid en vrijheid van levensovertuiging. De kerk zou immers schuldig staan, indien zij -niet de machthebbers erop zou wijzen, dat ook zij aan de Goddelijke Wet onderworpen -zijn. Daarom bracht zij reeds onder de aandacht van de bezettende macht: - de toenemende rechteloosheid; - het ten dode vervolgen van Joodse medeburgers; - het opdringen van een levens- en wereldbeschouwing, die lijnrecht in strijd - is met het Evangelie van Jezus Christus; - de verplichte arbeidsdienst als nationaal-socialistisch opvoedingsinstituut; - het aantasten van de vrijheid van het Christelijk onderwijs; - het gedwongen tewerkstellen van Nederlandse arbeiders in Duitsland; - het ter dood brengen van gijzelaars; - het gevangen nemen en het gevangen houden van velen, o.a. van kerkelijke -ambtsdragers onder zodanige omstandigheden dat reeds een ontstellend aantal -in de concentratiekampen het offer van hun leven moesten brengen. -Thans moet zij opkomen tegen het opjagen, grijpen en wegvoeren van duizenden -jonge mensen. -Aan de andere kant acht de Kerk zich echter geroepen met de meeste nadruk te -waarschuwen tegen haat en wraakgevoelens in het hart van ons volk en haar stem -te verheffen tegen de uitingen daarvan. Niemand mag, naar het Woord van God, -het recht in eigen hand nemen. - -<103> - -Maar evenzeer hebben zij de roeping ook dit Woord van God te prediken: "Men moet -Gode meer gehoorzaam zijn dan de mensen". Dit Woord geldt immers als richtsnoer -bij alle gewetensconflicten, ook bij die, welke door de genomen maatregelen zijn -opgeroepen. -Dit Woord verbiedt medewerking te verlenen aan daden van onrecht, waardoor men -zich mede aan dat onrecht schuldig zou maken. -De Kerken zullen dit opnieuw onder de aandacht van de Heer Rijkscommissaris -brengen en zij bidden van God, dat en de bezettende macht en ons volk de weg -der gerechtigheid en der gehoorzaamheid aan Zijn Woord mogen gaan. - -Het bovenstaande is de versie die van alle kansels afgekondigd diende te worden -in de kerkdiensten op zondag 21 februari. Seyss-Inquart ontving een iets gewijzigde -versie (en in het Duits), gedateerd 17 februari, waarin de kernzinnen gelijkluidend -waren aan het voor te lezen protest. De brief aan de Rijkscommissaris eindigt als -volgt: - -Heer Rijkscommissaris, het is in gehoorzaamheid aan haar Heer, dat de Kerken dit -woord tot U moeten richten; zij bidden God, dat Hij U in Zijn weg moge leiden tot -herstel van het zo ernstig geschonden recht in de uitoefening van de Macht. - -In dit protest wordt "het ten dode vervolgen van Joodse medeburgers" nadrukkelijk -genoemd, maar "de gebeurtenissen van de laatste weken" noopten de kerken tot dit -protest. De Joden werden al maandenlang opgejaagd en gearresteerd. Het is te -betreuren, dat de krachtige uitspraken in dit protest niet veel eerder van alle -kansels geklonken hebben. -We maken nog een paar kanttekeningen. -De lijst van de acht punten waartegen geprotesteerd werd toont, hoe zeer ons -volk door de bezetters in het nauw gedreven werd. Toch waarschuwden de kerken -tegen "het recht in eigen hand nemen", kennelijk naar aanleiding van de aanslag -op Seyffardt. Het belangrijkste was: in feite riepen de kerken op tot burgerlijke -ongehoorzaamheid. In de brief aan Seyss-Inquart is het zelfs nog iets scherper -geformuleerd dan in de kanselafkondiging: "Om der wille van het recht Gods mag -door niemand enige medewerking worden verleend aan daden van onrecht, omdat men -zich daardoor aan dat onrecht medeschuldig maakt." - -<104> - -De politie-agenten bijv. die de opdracht kregen om Joden of ondergedoken arbeiders -te arresteren, wisten nu, wat hun plicht was. Eigenlijk wisten ze dat toch al wel, -ook zonder kerkelijke uitspraken, want het ging om een waarheid als een koe. Maar -arglistig is ons hart en een excuus is snel gevonden, vooral als het nakomen van -je plicht je duur kan komen te staan. - -c. Niet in de Gereformeerde Kerken afgelezen - -Alle bij het I.K.O. aangesloten kerken ondertekenden dit protest, maar de -Gereformeerde vertegenwoordigers vroegen wat betreft de publieke afkondiging -om uitstel. Delleman vermeldt: - -De Gereformeerde Kerken hebben zich daarbij niet kunnen aansluiten, aangezien -in het I.K.O. van de zijde der Herv. Kerk het voorstel tot kanselafkondiging -onverwacht werd gedaan, ten einde nog vóór de indiening van het protest de -voorlezing te doen plaatshebben. Van de zijde der Gereformeerde Kerken werd -meegedeeld, dat het niet mogelijk zou zijn aan de kerkenraden tijdig de nodige -mededelingen te doen toekomen; een voorstel om de beslissing een week uit te -stellen werd niet aanvaard. Aangezien het in het voornemen lag van de -Gereformeerde Kerken, dat binnen korte tijd een bidstond zou worden uitgeschreven, -werd in de bidstond van 7 maart 1943 de nood van de wereld en in het bijzonder -de nood van ons volksleven voor de troon van Gods genade gebracht. - -Nu achten wij bidden aanbevelenswaardig, maar tijdens de hierboven aangekondigde -bidstond werd nu juist niet gezegd wat er wel in het protest gezegd was: -Nadat diverse plaatselijke kerken naar de redenen voor het niet aflezen geïnformeerd -hadden, stuurde de synode - na raadpleging van deputaten voor de correspondentie -met de Hoge Overheid - een brief naar de kerkenraden, waarin men zich achter de -handelwijze van deputaten stelde en, behalve het reeds bovengenoemde argument, -nog aanvoerde: "een publiek getuigenis dient om principiële redenen slechts in -zeer bijzondere gevallen te geschieden." Bovendien zou het bedoelde adres in -de kerken worden voorgelezen voordat het aan Seyss-Inquart was toegezonden, -"hetgeen in strijd was met de door de kerken tot dusver gevolgde en door ons -als juist geoordeelde praktijk." [7.1] Maar waren dit alle redenen? Ook De -Jong kwam daar niet uit. [7.2] - -<105> - -Later, in deel 13, noemt de Jong dan een reden die noch door Delleman, noch door -de synodale brief vermeld was: "Ook trof het hen (de Gereformeerden) pijnlijk -dat de Hervormden samen met de kleinere protestantse kerken, maar zonder overleg -met hen, reeds alle nodige stukken hadden opgesteld." [7.3] Helaas ben ik er -niet in geslaagd te weten te komen, uit welke bron de Jong hier put. - -Het blijft verwonderlijk dat een militant man als oud-minister van defensie Van -Dijk, die zomer 1942 onmiddellijk tot afkondiging van het telegram had besloten, -nu blijkbaar aan de (te) voorzichtige kant bleef. -Nu is ds. F.C. Meijster stellig betrokken geweest bij de beslissing om ditmaal -niet af te kondigen: het moderamen (bestuur) was daartoe immers, met deputaten -voor de correspondentie met de Hoge Overheid, gemachtigd (zie hfdst. 2, b). -Ds. Meijster was, behalve praeses (voorzitter) van de synode, ook praeses van -de kerkeraad van Rotterdam. In de notulen van een vergadering van die raad, welke -onder zijn leiding stond, vond ik vermeld: - -Het adres van 22 februari aan Seyss-Inquart is niet ter kennis van de gemeente -gebracht. Hierover wordt gesproken, alsmede over de bedoeling van de zinsnede: -'Om der wille van het recht Gods mag door niemand enige medewerking worden verleend -aan daden van onrecht, omdat men zich daardoor aan het onrecht medeschuldig maakt'. -Aan ouderlingen en diakenen zal een afschrift van dit adres worden ter hand gesteld. -[7.4] - -De bedoeling van de uit het protest geciteerde zinsnede lijkt ons glashelder; -maar om deze aansporing tot ongehoorzaamheid aan de bezettende macht publiekelijk -voor te lezen en eventueel zelf te volbrengen, daar had men blijkbaar moeite mee... - -Wegens zijn lid-zijn van het Nationaal Comité (een overkoepelende geheime -organisatie, waarin hij fungeerde als de militaire specialist) werd dr. J.J.C. -van Dijk op 1 april 1943 gearresteerd. Dr. A.A.L. Rutgers volgde hem op in het I.K.O. - -Ruim twee maanden na de afkondiging - op zaterdagavond 1 mei - werd ik door twee -agenten gegrepen en opgesloten in de cel van het politiebureau. Ik was na achten -op straat geweest, ofschoon de Duitsers vanwege de uitgebroken staking "avondklok" -hadden gedecreteerd. Gelukkig wisten de agenten niet dat mijn broer (die wist te -ontsnappen) en ik zo juist een oproep hadden aangeplakt om de staking voort te zetten. - -<106> - -Een van de twee agenten was Gereformeerd. Ik vraag me af of hij de moed zou hebben -gehad om me te laten lopen, als het hierboven besproken protest ("medewerking maakt -medeschuldig") ook in onze kerk was afgelezen. - -d. Nog een schep er bovenop - -Aukes, de biograaf van mgr. de Jong, verhaalt dat de aartsbisschop in een brief -aan de overige bisschoppen schreef: -Het tempo waarin de gebeurtenissen zich afspelen, is haast niet bij te houden. -Wij sturen daarom een koerier. Eerst zouden alleen de Joden ter sprake gebracht -worden, en nauwelijks was de discussie afgesloten, of er kwam bij het gewelddadig -wegvoeren van studenten en andere jeugdige personen. Wij hebben U daarover reeds -geschreven. Intussen zaten ook de Protestanten niet stil. (Men had in die kring -een request aan de Rijkscommissaris opgesteld). Wij zouden dat niet weten te -verbeteren. - -Het was de bedoeling dat dit request door Protestanten en Katholieken van de -kansels zou worden voorgelezen, met een eigen tekst omraamd. De aartsbisschop -vond, dat in die omraming een "uitdrukkelijk verbod tot medewerking aan het -ellendig lot van de talloze onschuldigen" moest worden opgenomen. -Bericht voor woensdag, "op een of andere manier", was gewenst (nl. of de -bisschoppen akkoord gingen). De donderdag was dan voor het afdrukken van het -herderlijk schrijven. Pas 's avonds kon dat klaar komen. "Daarom is het nodig, -dat u nu al begint met de organisatie van het rondsturen. Wij verwachten, -dat ieder uwer vrijdagmorgen (op zijn vroegst donderdagavond na 7 uur) iemand -stuurt om zijn exemplaren te halen. Om tijd te winnen kan deze persoon voor -donderdagnacht logies zoeken in Utrecht. Dan kan hij 's morgens met de eerste -trein vertrekken." [7.5] - -Door middel van deze brief krijgen we een indruk van de "logistieke" problemen -die moesten worden opgelost. Drie dagen later schreef mgr. de Jong aan zijn mede- -bisschoppen, dat huiszoeking door de Sicherheitspolizei mogelijk was en dat hij -maatregelen nam om de stukken onvindbaar op te bergen. -Mgr. (...) stelt de vraag wat wij moeten doen, indien bijv. 's avonds zich -bezoek aandient met de bedoeling om het voorlezen te verhinderen. Het is -duidelijk, dat wij allen dan één lijn moeten trekken en wij twijfelen niet, -of wij moeten antwoorden, dat wij ons door niemand laten beletten ons ambt u -it te oefenen, dus voor geen dreigementen op zij gaan. - -<107> - -Daarom had hij onder het stuk laten zetten, ging de aartsbisschop voort, "dat -de pastoors inzake het voorlezen van herderlijke brieven zich uitsluitend hebben -te houden aan de instructie van hun bisschop." Dan wisten ook zij wat zij casu -quo te doen hadden, zo besloot hij. - -Zo werd op zondag 21 februari in alle Rooms-Katholieke kerkdiensten het herderlijk -schrijven voorgelezen. Daarin werd allereerst het volledige protest gericht aan -Seyss-Inquart geciteerd. Daarna volgde: - -Dierbare gelovigen! Bij alle onrecht dat geschiedt en het leed, dat wordt geleden, -gaat onze deelneming zeer in het bijzonder uit naar de jeugdige personen die met -geweld uit het ouderlijk huis zijn weggevoerd, alsook naar de Joden, en naar onze -katholieke geloofsgenoten die uit het Joodse volk zijn voortgekomen, die aan zulk -groot lijden zijn blootgesteld. -Bovendien echter gevoelen Wij Ons gegriefd door het feit, dat voor de uitvoering -van de tegen deze twee groepen van personen genomen maatregelen de medewerking -wordt geëist van onze eigen landgenoten zoals van autoriteiten, van ambtenaren, -van bestuurders van inrichtingen. -Beminde gelovigen, het is Ons bekend, in welk een gewetensnood daardoor de -betrokken personen geraakt zijn. Welnu: om alle twijfel en onzekerheid omtrent -dit punt bij u weg te nemen, verklaren Wij met alle nadruk, dat medewerking in -dezen in geweten ongeoorloofd is. En, mocht het weigeren van medewerking offers -van u vragen, weest dan sterk en standvastig in het besef, dat gij voor God en -de mensen uw plicht doet. -Dierbare gelovigen! Machtsmiddelen staan ons niet ten dienste. Des te meer wekken -Wij u op tot het uiteindelijk nooit falende middel van een smekend gebed, dat God -spoedig medelijden moge hebben met Ons en de wereld. - -Bij de Gereformeerden was de oproep tot gebed in plaats van de afkondiging van -het protest gekomen. Bij de Katholieken daarentegen kwam het gebed helemaal aan -het eind, na de afkondiging van het protest en van de oproep om niet mee te doen -aan het onrecht. Dat was veel sterker. - -De bisschoppen hadden bovendien de klem van de oproep tot dienstweigering op -geen enkele manier afgezwakt. Integendeel, zij hadden die in hun eigen herderlijk -schrijven herhaald en aangescherpt. - -<108> - -Stokman vermeldt nog: "Ernstige pogingen zijn in het werk gesteld om hen (nl. -politie-agenten die opdracht kregen Joden op te halen) tot een algemeen en -consequent volgehouden weigering van deze opdrachten te brengen, doch dit is -slechts ten dele gelukt. [7.6] - -e. Resultaat? - -"Ten dele gelukt", dat weten we: - -Wanneer een zestal Rooms-Katholieke agenten van politie op 24 februari 1943 de -Utrechtse hoofdcommissaris meedelen, dat zij op grond van een in de kerk op 21 -februari voorgelezen herderlijk schrijven zouden weigeren, indien daartoe bevolen, -Joden te arresteren, dreigt deze hoofdcommissaris met ontslag zonder pensioen, -gage of wachtgeld, terwijl zij, die hem van hun voorgenomen weigering geen -mededeling doen en zich toch daartoe verstouten, 'als saboteurs zullen worden -beschouwd met alle ernstige gevolgen daaraan verbonden.' Hier voegen wij aan -toe, dat de zes voornoemd meteen door de Duitsers werden gezocht; men arresteerde, -toen zij ondergedoken bleken, hun vrouwen en kinderen. - -Aldus Presser. [7.7] -Dat waren zes Katholieke agenten in Utrecht. Waren er meer RK agenten die -weigerden, en waren er ook Protestantse? -Volgens de gegevens verstrekt door L. de Jong zagen vele leden van het -politiekorps te Utrecht, die eerst mee hadden willen doen, daarvan af omdat -"pogingen die van Utrecht uit ondernomen waren om de politiekorpsen van Amsterdam, -Den Haag en Rotterdam tot een collectieve weigering te bewegen, geen enkel -succes hadden." [7.8] -De Jong noemt verder de weigering van het hele politiecorps te Enschede, maar -onder zware pressie hielden slechts vier stand die onderdoken. Verder werden -twee weigeraars te Assen gearresteerd (een hunner kwam om in Dachau), elf in -Grootegast werden naar Vught gebracht, vijf te Nunspeet eveneens. Toen de elf -van Grootegast geteld werden, zei een Duitser; "Er zijn er toch elf, ja, es -stimmt". Waarop een van de gevangenen, Boonstra, zei: "Het is fout, er zijn er -twaalf, u hebt God vergeten, Hij' gaat altijd met ons mee." Ook Boonstra kwam -om in Dachau. - -Huizing en Aartsma schreven: - -<109> - -Wat de politieorganisaties nalaten, doen de kerken. Wat de meeste politie-chefs -niet durven, nemen talrijke predikanten en priesters voor hun verantwoording. -De kerk laat zich horen bij ethische vragen over racisme, dwangarbeid, deportatie -van Joden, de jacht op mensen. Het blijken dan ook vooral gelovige politiemensen -te zijn die in verzet komen. - -Dezelfde auteurs noemen nog vier politieagenten te Kampen die geweigerd hebben -om Joden op te halen. [7.9] -Desondanks blijft het een onloochenbaar feit dat de overgrote meerderheid (ook -van hen die tot een kerk behoorden) voor de druk bezweken is en wél heeft meegewerkt. - -Dat het protest van de kerken - behalve tot politieagenten - ook tot andere -functionarissen gericht was en hen aansprak, moge blijken uit een protestbrief -van zeven burgemeesters in Noord-Holland, gericht tot vier secretarissen-generaal. -De formulering van deze brief is hier en daar letterlijk overgenomen uit het -kerkelijk protest.[7.10] Een veel groter aantal burgemeesters ondertekende een -andere, soortgelijke brief. -Maar de toenmalige burgemeester van de gemeente Renkum was een Gereformeerde broeder. -Als er een bevel kwam om Joden in de gemeente op te halen ging hij, het hoofd van -de politie, een paar dagen met vakantie. Als hij terugkwam, was de arrestatie -geschied. Na de oorlog hebben we geprobeerd deze man in het kader van de zuivering -weg te krijgen; dat is ons niet gelukt. - -Wie nu hen die toen faalden be- en veroordeelt, diene te bedenken dat de prijs -voor weigering hoog was: diverse politiemannen werden gearresteerd en sommigen -hunner kwamen om. Wie onderdook ging een onzekere toekomst tegemoet; de grote -groei van de LO (Landelijke Organisatie tot steun aan onderduikers) vond pas -zomer 1943 plaats. Voor die tijd was het een klemmende vraag: wie zorgt er voor -de zo noodzakelijke (distributie-) bonkaarten, als je onderduikt? Bovendien kwam -ontslag zonder pensioen hard aan: de crisis-jaren lagen nog vers in het geheugen. -Velen kenden uit eigen ervaring de vloek van de werkeloosheid. -Mogelijk was een van de belangrijkste resultaten van de kerkelijke oproep tot -dienstweigering: bevordering van de bereidheid om onder te duiken, ook al deed -men dat nog niet op stel en sprong. Zomer 1943 groeide het aantal van hen die -als politieman verdwenen, met medeneming van hun wapens. - -<110> - -Intussen had de Landelijke Organisatie zich uitgebreid als een olievlek. Schrijver -dezes was in zijn dorp "plaatselijk leider" (zo heette dat) van deze organisatie -geworden. Via het LO-netwerk kreeg ik de vraag of een zekere politieman Cornelis -van Veldhuizen betrouwbaar was. Dat was Kim; we waren samen naar school gegaan -en hadden op dezelfde jongelingsvereniging gezeten. Ik liet weten: "100 % betrouwbaar". -Kort daarna dook Kim onder met medeneming van zijn wapens. Hij trad toe tot een -KP (= knokploeg: een gewapende groep die distributiebureaus en gemeentehuizen -overviel, teneinde bonkaarten en persoonsbewijzen voor onderduikers te bemachtigen). -Daarop werden Kims ouders, een broer en zijn verloofde gearresteerd en overgebracht -naar het concentratiekamp te Vught. Toen Kim desondanks niet boven water kwam, -werden ze na een half jaar vrijgelaten. - -III - -8. STERILISATIE; DE, "Joden-GOD"; -DE "GEMENGD GEHUWDEN" - -a. De situatie (begin mei - november 1943) - -Op 7 mei werd bekendgemaakt dat alle mannen van 18 - 35 jaar zich bij de Arbeids- -bureaus zouden moeten melden, voor tewerkstelling in Duitsland. Een week later -kwam het bevel tot inlevering van alle radio's. De Engelsen bombardeerden met -succes twee stuwdammen in Duitsland, waardoor grote schade werd aangericht. -Op 9 juli landden de geallieerden op Sicilië; vrij snel daarna (25 juli) werd -Mussolini afgezet. Op 8 sept. volgde de capitulatie van Italië en de dag daarop -landden de geallieerden bij Salerno; de Engelsen waren definitief terug op het -vasteland van Europa. -Die zomer lanceerden de Duitsers een groot offensief in Rusland en boekten -aanvankelijk enige terreinwinst; maar het offensief liep vast, de Russen begonnen -hun tegenaanval en heroverden op 8 november de stad Kiew. -In het verre Oosten maakten de Amerikanen gestadig vorderingen; 20 november -landden ze op de Gilbert-eilanden. - -10 mei (1943): Drie jaar hebben we nu oorlog. Drie jaar van onderdrukking, -bezetting, slavernij, bloed en tranen. Het lijkt onoverkomelijk, als men alles -van te voren zou weten; toch is ons gezinsleven nog betrekkelijk normaal, en -kunnen we zelfs op z'n tijd nog echt plezier hebben en lachen. -Zaterdagmorgen werd er bekendgemaakt, dat alle mannen van 18 - 35 jaar zich -voor de "Arbeidsinzet" moeten melden. Nu zijn onze jongens eindelijk ook de pier. -Enfin, ze zullen geen gemakkelijke aan ons hebben. In het begin waren we nogal -ontdaan, maar bij nader inzien beschouwen we deze maatregel als de laatste stuip- -trekkingen van het wilde beest. Want zaterdagmorgen werd er nog een ander bericht -bekendgemaakt: n.l. de val van Tunis en Bizerta. -13 mei: Thee surrogaat en juspoeder zijn nu ook op de bon. -19 mei: Drie jaar hebben we gewacht, gewacht... en nu eindelijk lijkt bet zo -dichtbij. Misschien duurt het nog een half jaar, een jaar, maar het kan haast -niet meer. Zo lang houden we het nu niet meer uit. -23 mei: Dinsdag moeten de jongens zich melden die in '22 en '23 geboren zijn. -Nu is eindelijk één van onze jongens de klos n.l. Wim. Natuurlijk zal bij zich -niet gaan melden. Dat wordt onderduiken. - -<112> - -Zoals reeds in het vorige hoofdstuk vermeld, werd per 14 mei 1943 aan alle Joden -het verblijf in Amsterdam verboden tenzij men een speciale vrijstelling had. -Op 25 juli werd er een geheim bericht door de Sicherheitsdienst naar Berlijn -gezonden: "Van de 140.000 Joden in Nederland zijn er thans 102.000 weg, waarvan -72.000 gedeporteerd...' -Nu ging de aandacht zich richten op de groepen waarvan de deportatie nog was -uitgesteld. Daartoe behoorden de "gemengd-gehuwden". Er waren er in Nederland -ruim 12.000, waaronder ongeveer 1500 mannen en ruim 1000 vrouwen die geen kinderen -hadden, De kinderloze gemengd-gehuwden moesten naar Westerbork gevoerd worden, -maar wat betreft de overige gemengd gehuwden diende er "naar vrijwillige -sterilisatie gestreefd te worden", aldus W. Harster, bevelhebber van de -Sicherheitsdienst. Als bewijs van de "vrijwilligheid" zouden de betrokkenen -dienaangaande een schriftelijke verklaring hebben af te leggen. -Op 13 augustus werden de patiënten van het Nederlands Israëlietisch Ziekenhuis -te Amsterdam naar Westerbork gedeporteerd. Op 29 september werden er nog 3000 -Joden te Amsterdam opgehaald die tot nader order van deportatie vrijgesteld -waren geweest; onder hen de twee voorzitters van de Joodse Raad. Hun werk was -afgelopen. - -b. Mooi Nederlands, geschreven in het Duits - -De gemengd-gehuwden die al in Westerbork waren (600 zonder, maar 103 met kinderen) -werden op 14 mei voor de "vrijwillige" keus gesteld: sterilisatie of deportatie. -Het hele kamp sprak over de nieuwe maatregel, en vermoedelijk daardoor kwam de -zaak ter ore van het te Amsterdam gevestigde "Advies-bureau ten bate van niet- -Arische christenen", waarvan de Hervormde predikant dr. J. Koopmans de drijvende -kracht was. Indertijd had hij de hier eerder vermelde brochure Bijna te laat -geschreven. -Koopmans nam onmiddellijk contact op met de vertegenwoordigers van de kerken in -het I.K.0. Men verzocht hem, een concept op te stellen hetwelk hij zonder dralen -deed. -Vaak malen kerkelijke molens langzaam, maar ditmaal was dat niet het geval. Het -protest tegen de sterilisatie werd door alle leden van het I.K.O. goedgekeurd, -ondertekend en vervolgens aan Seyss-Inquart gezonden. Het was gedateerd 19 mei -1943, en luidde als volgt: - -<113> - -Na al hetgeen waartegen de Christelijke Kerken in Nederland zich in de jaren der -bezetting reeds gedwongen hebben gezien bij Uwe Excellentie ernstige bezwaren in -te brengen, met name als het ging om de Joodse burgers van ons land, gebeurt er -op het ogenblik iets zo ontzettends, dat wij onmogelijk kunnen nalaten in de -Naam van onze Heer een woord tot Uwe Excellentie te richten. -Wij hebben ons reeds beklaagd over verschillende daden van de bezettende macht, -die indruisen tegen de geestelijke grondslagen van ons volk, dat sinds de tijd -van zijn ontstaan althans getracht heeft met zijn regering onder het woord van -God te leven. -Nu heeft men in de laatste weken een begin gemaakt met de sterilisatie van de -zogenaamd gemengd gehuwden. Maar God, die hemel en aarde geschapen heeft en wiens -gebod voor alle mensen geldt, voor wie ook Uwe Excellentie eenmaal rekenschap -zal moeten afleggen, heeft tot de mens gezegd: Weest vruchtbaar en vermenigvuldigt -u (Gen. 1: 28). De sterilisatie betekent een verminking naar lichaam en ziel, die -lijnrecht in strijd is met het goddelijk gebod, dat wij de naaste niet zullen -"onteren, haten, kwetsen of doden". De sterilisatie betekent een schennis zowel -van goddelijke geboden alsook van menselijk recht. Zij is de uiterste consequentie -van een antichristelijke en volksvernietigende rassenleer, van een mateloze -zelfverheffing, van een wereld- en levensbeschouwing die een waarlijk christelijk -en menselijk leven onmogelijk maakt. - Gij, Excellentie, zijt op het ogenblik in Nederland in feite de hoogste politieke -autoriteit. Aan U is het, zoals de zaken thans staan, toevertrouwd recht en orde in -dit land te handhaven - toevertrouwd niet alleen door de leider van het Duitse Rijk, -maar krachtens een ondoorgrondelijke beschikking ook door die God, die de Christelijke -Kerk op aarde verkondigt. Voor U gelden, op dezelfde wijze als voor alle andere -mensen, maar nog in het bijzonder omdat Gij nu eenmaal deze hoge plaats bekleedt, -de geboden van de Heer en Rechter der gehele aarde. -Daarom zeggen de Christelijke Kerken in Nederland in opdracht van God en op grond -van Zijn Woord tot Uwe Excellentie: het is de plicht van Uwe Excellentie de -schandelijke praktijken dergenen, die de sterilisatie toepassen, te verhinderen. -Wij maken ons geen illusies. Wij zijn ons wel bewust, dat wij nauwelijks kunnen -verwachten dat Uwe Excellentie acht zal geven op de stem der Kerk, dat is op de -stem van het Evangelie, dat is op de stem van God. Maar wat men menselijkerwijs -gesproken niet kan verwachten, dat mogen wij in het christelijk geloof hopen. -De levende God heeft macht ook het hart van Uwe Excellentie te neigen tot bekering -en gehoorzaamheid. Dat bidden wij dus van God, Uwer Excellentie en ons lijdend -volk ten goede. - -<114> - -De woorden "de naaste niet onteren, haten, kwetsen of doden" zijn een aanhaling -uit het antwoord van de Heidelbergse Catechismus (zondag 40) op de vraag: "Wat -eist God in het zesde gebod"? (Gij zult niet doden). - -De Oud-Katholieke aartsbisschop schreef kort daarop (8 juni) aan ds. Gravemeyer: - -(...) Hedenmorgen ontving ik van particuliere zijde een afschrift van een "protest" -van 9 kerken in zake de sterilisatie-zaak. Tegelijkertijd verneem ik, dat zelfs -Rooms-Katholieken er hun bevreemding over uitspreken en het betreuren, dat onze -kerk niet onder de ondertekenaars behoort. Mijn medebisschoppen en ik moeten dit -van harte beamen: wij behoorden eveneens daaronder te staan... [8.1] - -Daarop stuurden de bisschoppen van de Oud-Katholieke kerk een brief aan de -Rijkscommissaris waarin zij hun instemming met het protest tegen de sterilisatie -betuigden. - -Het protest werd niet vanaf de kansels voorgelezen, wel aan alle kerkenraden -toegezonden. De Gereformeerde deputaat dr. A.A.L. Rutgers voorzag het stuk -van de aantekening: "Dit adres is niet bestemd voor publicatie of voor mededeling -van de kansel; overigens is geheimhouding niet vereist maar acht ik het zelfs -gewenst, dat de gemeente kennis draagt van dit adres." -Touw wijst erop, dat de toon van het protest wel een heel andere was dan die van -het eerste request over de maatregelen tegen de Joden (okt. 1940). Hij acht "dit -profetisch getuigenis een der aangrijpendste documenten uit de gehele strijd der -kerk tegen het goddeloze nationaal-socialisme. De toon doet denken aan die van -de grootste documenten uit klassieke tijden: aan Guido de Bres, aan John Knox." -Herzberg vindt dat het "tot het mooiste Nederlands behoort dat ooit in het Duits -is geschreven." [8.2] -Ook ditmaal kwam er geen rechtstreeks antwoord van Seyss-Inquart, maar zijn -voornaamste Sachbearbeiter op kerkelijk gebied, prof. H. Nelis, deelde mee dat -de sterilisatie op basis van vrijwilligheid plaatsvond, dat Rauter ermee belast -was en de kerken zich dus tot hem dienden te wenden. Waarop de kerken nogmaals -aan Seyss-Inquart een brief gestuurd hebben waarin zij schreven dat zij "Uwe -Excellentie beschouwen als de uiteindelijk verantwoordelijke voor alles wat in -ons land gedurende de bezettingsjaren geschied is en nog geschiedt." - -<115> - -c. De Joden-God" en de "Joden-bijbel" - -Een voorbeeld van wel langzaam malende kerkelijke molens was de ontstaansgeschiedenis -van het tweede Hervormde Herderlijk schrijven. In oktober 1942 besloot de Hervormde -Synode al tot een geschrift, waarin de tegenstelling tussen het Christelijk geloof -en het nationaal-socialisme duidelijk zou worden uiteengezet. -Het concept was, op verzoek van dr. K.H. Miskotte, geschreven door ds. R. Bijlsma. -Door allerlei omstandigheden (aldus Touw) duurde het geruime tijd eer het gereed was. -Op 30 mei 1943 werd het besproken in de Algemene Synodale Commissie, die het stuk -ter uiteindelijke beslissing aan de Synode zond; ds. Gravemeyer had het direct -willen doen uitgaan naar de gemeenten. De Synode besprak het op 19 juli, waarbij -wel diverse bezwaren gemaakt werden; o.a. werd opgemerkt dat het nationaal- -socialisme toch al aan het afbrokkelen was... Anderen daarentegen vonden het een -voortreffelijk stuk. Ten slotte besloot men met algemene stemmen om het te doen -uitgaan naar kerkenraden en predikanten. Op 25 oktober 1943 werd meegedeeld, dat -alle exemplaren verzonden waren. - -De Herderlijke Brief, getiteld "Christelijk geloof en Nationaal Socialisme", -bespreekt, na een uitvoerige inleiding, de onderwerpen: -1. Een andere God; 2. Een andere zedelijkheid; 3. Het antisemitisme; 4. Het -volk; 5. Bloed en bodem; 6. De staat; waarna het besluit met het concluderende -"Een onverzoenlijke tegenstelling", waarop dan nog een beschouwing over "opzicht -en tucht" volgt. -Het hele schrijven is ongemeen boeiend, zeker wanneer men zich tijdens het lezen -rekenschap blijft geven van het feit dat het onder Duitse bezetting opgesteld, -goedgekeurd, en verspreid is. Toch nemen we hier alleen het gedeelte over het -antisemitisme over: - -Het scherpst is deze "andere God" en deze "andere zedelijkheid" te herkennen in -het principieel antisemitisme. Dat het volk Israël met fanatieke hartstocht wordt -gehaat, vervolgd en met voorbedachten rade planmatig uitgeroeid is, is een -verschijnsel dat zich in deze vorm in de geschiedenis nog niet heeft voorgedaan; -het zijn dan ook tenslotte geen strategische, economische, culturele gronden -die daarvoor kunnen worden aangevoerd; het zit dieper en dat moet de Kerk goed zien. - -<116> - -De grondeloze en mateloze haat tegen de Joden is een uitvloeisel van de natuurlijke -afkeer, die men ondervindt tegenover de "Joden-God" en de "Joden-Bijbel". Deze -smaad en deze laster in vele geschriften verbreid en tot de geestelijke spijze -van miljoenen gemaakt (wel te verstaan onder een staatsvorm, waarin de Staat en -de Staat alléén verantwoordelijk is en verantwoordelijk wil zijn inzake de -voorlichting van het volk, waarbij dus nimmer, als onder een democratisch -staatsbestel, aan de willekeur van particuliere personen of groepen kan worden -toegeschreven wat er publiekelijk wordt gesproken en geschreven) behoort voor -de christelijke Kerk een onmiskenbaar bewijs te zijn dat het geloof zelf in -zijn diepste fundamenten wordt aangetast. -De Kerk mag zich niet ontveinzen, dat ook in dit opzicht een schriftuurlijke -voorlichting der gemeente dringend noodzakelijk is; want er zijn nog steeds -gemeenteleden, die weliswaar de systematische verdelging van onze Joodse -medemensen en medeburgers verafschuwen, maar anderzijds hun natuurlijke afkeer -van de Jood rechtvaardigen met het oordeel Gods. Dat Israël, ofschoon het Jezus -als de Messias niet erkend heeft, ons veel meer verwant is in herkomst en -belijdenis van het heldendom, dat zich opwerpt als zijn bestraffer, verstaan -sommigen niet helder genoeg. Het raadsel van de Joden en hun tijdelijke -verharding mag nimmer dienen als motief om dit antisemitisme goed te praten; -dat God een zaak heeft met de Joden, betekent niet dat wij en anderen, die -van nature heidenen zijn, nu ook een zaak met hen zouden hebben. De waarschuwing -van Rom. 11: 20 (n. b. tot christenen!): "wees niet hoog gevoelende, maar vrees", -moet steeds haar volle kracht blijven behouden. In het antisemitisme leeft zich -de hoog moedige levenshouding uit, die bij christenen (laat staan bij heidenen!) -vooral in crisis-tijden alle bezinning overwoekert, zelf een nieuw farizeïsme -kweekt en tenslotte in een volkomen verharding tegenover Gods oordeel en genade -overgaat. Omdat de kiem daarvan ook in ons allen leeft, daarom kan deze -verschrikkelijke zonde alleen maar en telkens weer door het geloof in Christus' -verzoenende gerechtigheid overwonnen worden. - -Inderdaad, dit was een voortreffelijk stuk; niet alleen het door ons geciteerde -gedeelte over het antisemitisme. Maar juist in dat gedeelte treft me weer het -woord "verharding". We kwamen dat woord al eerder tegen, nl. in het memorandum -waarmee ds. Buskes het antisemitisme (en de noodzaak er iets tegen te doen!) -in het Convent van Kerken aan de orde stelde. Het is een woord, indertijd door -de apostel Paulus gebruikt: "Want, broeders, opdat gij niet eigenwijs zoudt -zijn, wil ik u niet onkundig laten van dit geheimenis: een gedeeltelijke verharding -is over Israël gekomen, totdat de volheid der heidenen binnengaat, en aldus zal -gans Israël behouden worden" (Romeinen 11:25, vert. NBG). - -<117> - -Wat heeft Paulus bedoeld, en hoe functioneerden zijn woorden bij de schrijver -van de herderlijke brief? Zelfs een poging deze vragen hier te beantwoorden zou -ons te ver voeren. Daarom beperken we ons tot de opmerking dat we het gebruik -van het woord verharding in de herderlijke brief betreuren, en evenzo de -uitdrukking "dat God een zaak heeft met de Joden". - -Touw bericht dat de invloedssfeer van dit stuk soms beperkt was: de risico's -die aan de publicatie ervan verbonden waren, verhinderden een algemene -verspreiding. Het stuk was geadresseerd aan de kerkenraden en soms durfde -men de herderlijke brief niet te bespreken. Eens zelfs weigerde de voorzitter -van de kerkenraad bespreking, de brief werd opgeborgen in een trommel met een -letterslot en lag daar ter inzage van kerkenraadsleden. Op andere plaatsen -evenwel werd het herderlijk schrijven terdege bestudeerd en doorgegeven, op -bijbelkringen, cursussen en jeugdsamenkomsten. Ook werkte het veelszins door -in de prediking. -Het Algemeen Handelsblad (30 maart 1944) besprak de brief in een uitvoerig -artikel: "onschriftuurlijk, onwaardig en verblind". Touw daarentegen acht de -herderlijke brief een der hoogtepunten van het kerkelijk verzet. "Dit stuk had -voor de geestelijke strijd tegen de bezetter geen mindere betekenis dan een -jaargang van de zo fel vervolgde ondergrondse pers." - -d. "Gemengd-gehuwde"Joden - -Een andere Duitse maatregel maakte het de niet-Joodse partner in een "gemengd -huwelijk" mogelijk om zich via een eenvoudige procedure van de Joodse partner -te laten scheiden. Ook hiertegen hebben de kerken die verenigd waren in het -I.K.O. scherp geprotesteerd, in een brief aan Seyss-Inquart gedateerd 14 oktober -1943: - -Meer dan eens hebben de Christelijke Kerken in Nederland zich tot Uwe Excellentie -gewend in aangelegenheden betreffende de Joodse burgers van ons land, die van -oudsher in Nederland gevestigd en in ons volksleven opgenomen waren. Uw Excellentie -heeft gemeend, naar het dringende woord van vermaan van de Kerken niet te moeten -horen. - -<118> - -In de laatste tijd zijn de meeste van onze tot nu toe nog in zekere vrijheid -levende Joodse medeburgers weggevoerd. Voor deze als ook voor de zeer kleine -groep, die nu nog over is, wordt een dringend beroep gedaan op Uwe Excellentie -om hen niet allen uit Nederland te laten wegvoeren, maar veeleer hun in Nederland -een bevoorrechte behandeling toe te staan. -Verder zijn de Kerken ernstig verontrust in verband met de tekenen die er op -wijzen, dat men van Duitse zijde nu aan het probleem van het zogenaamde gemengde -huwelijk opnieuw bijzondere opmerkzaamheid wijdt, en dat een van de overheid -bewerkte scheiding althans bij een aantal dezer huwelijken in de bedoeling ligt; -deze bedoeling kan, gelijk ook bij de sterilisatie geschiedde, door een -voorgewende vrijwilligheid als meer onschuldig voorgesteld worden. -De Kerken roepen ook nu Uwe Excellentie op 't nadrukkelijkst toe: De weg der -ontbinding van het huwelijk mag niet betreden worden.- De Here Jezus zegt - -en Hij zegt het niet slechts tot Zijn Kerk maar tot heel de wereld, ook tot -Uwe Excellentie - Wat God samengevoegd heeft, scheide de mens niet" (Mattheus 19:6). -De Kerken doen derhalve een zeer dringend beroep op Uwe Excellentie, om deze -kleine, tot nu toe ook reeds voor uitzonderingsbepalingen in aanmerking komende -groepen, nu ook in de in de laatste tijd voor enigen van ben geopende mogelijkheid, -om van bepaalde, voor Joden geldende beperkingen bevrijd te worden, te laten delen. -De om menigvuldige redenen groeiende onrust en verontwaardiging kunnen niet afnemen, -als voortgevaren wordt met maatregelen, die het Nederlandse volk in zijn diepste -religieuze en morele gevoelens kwetsen. - -De toon van dit protest is krachtig; de argumenten zijn deels ontleend aan de -bijbel, deels ook gebaseerd op algemene overwegingen die Seyss-Inquart meer zullen -hebben aangesproken. Men proeft er, evenals in het protest tegen de sterilisatie, -sterke gevoelens van verontwaardiging in. - -Toen het leek alsof de Rijkscommissaris zich aan eenmaal gedane beloften zou -onttrekken, kwamen de Kerken nogmaals op voor de "gemengd-gehuwden", in een -brief gedateerd 17 maart 1944, en op 1 april 1944 zonden ze een telegram, -diezelfde dag nog gevolgd door een uitvoeriger brief. - -Heeft het allemaal iets geholpen? Misschien wel. In ieder geval hebben de -meeste "gemengd-gehuwden" het Duitse schrikbewind overleefd. Ofschoon Rauter -vond dat eigenlijk alle gemengd-gehuwden met een Joodse mannelijke partner -naar het Oosten moest verdwijnen: "Wir werden mit diesen Fallen sonst ewig -Schwierigkeiten haben." [8.3] - -<119> - -Maar men was bezorgd voor reacties vanuit de Nederlandse bevolking. Ook het -feit dat een nederlaag voor Duitsland zich steeds duidelijker aftekende, heeft -ongetwijfeld een rol gespeeld. -Wielek noemt "de bemoeiingen der Hervormde Synode- (lees: het Interkerkelijk -Overleg) als de eerste factor - naast twee andere - waaraan het te danken is -dat het grootste deel der gemengd-gehuwden in Nederland mocht blijven. [8.4] - -<120> - -9. DE Joden-CHRISTENEN - -a. Duitse beloften - -Al eerder - in hoofdstuk 6 - hebben we de gang van zaken besproken rondom het -al of niet voorlezen van het protest tegen de deportaties dat aan Seyss-Inquart -was gezonden. Een van diens naaste medewerkers, Schmidt, had daarop ds. H.J. -Dijckmeester (vervanger van ds. Gravemeyer die gegijzeld was) ontboden en hem -meegedeeld dat de Christen-Joden die voor 1 januari 1941 gedoopt waren, -vrijgesteld zouden worden van "Verschickung". -Ds. Dijckmeester heeft daarop geantwoord dat de kerken voor deze toezegging -erkentelijk waren, maar natuurlijk het standpunt handhaafden dat het protest- -telegram zou worden voorgelezen. Zoals al eerder beschreven: de Hervormde Synode -besloot uiteindelijk, het telegram niet voor te lezen. De andere kerken deden -dat wel, waarop de RK-gedoopte Joden - voor zover niet "gemengd-gehuwd" - door -de Duitsers gevangen genomen, naar Auschwitz gedeporteerd en aldaar vermoord werden. -Voor de Protestants-gedoopte Christen-Joden bleef de Duitse toezegging van kracht. -Hoe lang? Dat wist niemand. - -De kerken probeerden allereerst, de norm die voor "vrijstelling gold te verwijden -en zodoende het aantal vrijgestelden te vergroten. Daarbij werd geargumenteerd -dat ook wie op de cruciale datum kerkelijk onderricht ontving, ja zelfs zij die -toen al regelmatig de kerkdiensten bezochten, toch eigenlijk behoorden tot de -kerk... Besprekingen werden gevoerd met Schmidts medewerker, F. Buhner. Met hem -werd overeengekomen: -"Geacht moeten worden tot een Christelijke Kerk te behoren zij: -1. die geboren zijn uit tot de Kerk behorende ouders; -2. die onderwijs in de Christelijke leer ontvangen met de bedoeling tot belijdenis -des geloofs te komen; -3. die de godsdienstoefeningen regelmatig bijwonen en met wie de Kerkenraad -geestelijk contact heeft; -4. die gedoopt zijn; -5. die belijdenis des geloofs hebben afgelegd - -<121> - -De "bedoeling" genoemd onder 2 moest voor 1 januari 1941 gebleken zijn en dat -gold ook het "regelmatig" bijwonen van kerkdiensten. - -Onder normale omstandigheden zou geen enkele kerk personen die onder 2 en 3 -vielen, als lid hebben beschouwd. Voor de Duitsers was het niet na te gaan of -iemand inderdaad "onderwijs in de Christelijke leer" ontving en/of geregeld -kerkdiensten bezocht, en sinds wanneer. -De namen van hen die door een kerk als haar leden werden beschouwd werden op -een lijst gezet, die naar de Duitsers ging. Die lijst gaf ook aan tot welke -van de vijf "categorieën" iemand behoorde. De betrokkene zelf ontving van de -kerk een z.g. bewijs van kerkelijke Angehörigkeit. -Het was een tijd waarin men zich aan iedere strohalm vastgreep; op een lijst -staan scheen te helpen; je had de lijst-Weinreb, de lijst-Calmeyer, de lijst- -Frederiks en de lijst van de z.g. Diamant-gruppe, om enkele te noemen. De meeste -lijsten "platzten" (vervielen) op een zeker moment, maar niet alle: zo heeft de -lijst-Calmeyer het, wonder boven wonder, tot het einde van de oorlog toe -volgehouden. -Het Adviesbureau dat door de Hervormde kerk te Amsterdam was geopend (20 augustus -1942) en onder leiding stond van de bekende dr. J. Koopmans (schrijver van de -brochure Bijna te laat en ook, in 1943, van het protest tegen de sterilisatie) -hield driemaal per week zitting in de Nieuwe Kerk. Het werd overstelpt met -schriftelijke en telefonische verzoeken om op de lijst geplaatst te worden. -Aldus Touw. -Het is ook Touw die vertelt dat een predikant tot een jaar gevangenisstraf -veroordeeld werd wegens Schriftverfalschung, omdat hij een geantedateerde -verklaring van "Angehörigkeit" had afgegeven. Een andere predikant daarentegen -("gelukkig een hoge uitzondering") had er bezwaar tegen om een Joods gezin dat -trouw de kerkdiensten bezocht te dopen, want "mijn vrouw is zo bang dat ik iets -doe waar de bezettende macht zich aan stoot." - -<122> - -b. Geen Gereformeerde "haastdoop" - -Delleman, de Gereformeerde geschiedschrijver, heeft in zijn Opdat wij niet -vergeten enkele hoofdstukken samen met anderen geschreven; het schrijven van -een paar hoofdstukken liet hij over aan een direct-betrokkene. Zo is hoofdstuk -IV (Het kerkelijk verzet) geschreven samen met Donner, Van Dijk en Rutgers die, -ieder op zijn beurt, de Gereformeerde vertegenwoordigers in het I.K.O. waren -geweest. Hoofdstuk V, "Het Jodendom en de Kerk in bezettingstijd", is evenwel -van de hand van ds. Jac. van Nes. We kwamen hem al tegen in ons eerste hoofdstuk -als missionair predikant (sinds 1916) onder de Joden te Den Haag, ook zijn -opvatting (voor de oorlog!) "dat er in het algemeen drie tot vier jaar -catechetisch onderwijs nodig was voor men tot dopen kon overgaan", kwam reeds -ter sprake. -Alle Gereformeerde kerkenraden kregen - zomer 1942 - het verzoek om de namen -van de Joodse Christenen, voor wie dus vrijstelling van deportatie moest worden -aangevraagd, te zenden aan het Kerkelijk bureau van de Gereformeerde kerk van -'s Gravenhage-West. In de desbetreffende circulaire wordt gewaarschuwd: - -De kerkenraad houde er voorts rekening mede, dat te verwachten is, dat van -Duitse zijde een onderzoek zal worden ingesteld naar de juistheid der verstrekte -gegevens, waarvoor dus alle op deze aangelegenheid betrekking hebbende gegevens -aanwezig moeten zijn. - -Ds. Van Nes heeft een en ander - en zijn eigen opvattingen - uitvoerig weergegeven -in zijn drie-maandelijkse rapporten en later heeft hij uit die rapporten geciteerd -ten behoeve van zijn hoofdstuk in Delleman: - -Wij kennen in onze Gereformeerde Kerken geen "haastdoop". 't Schijnt helaas, dat -er in de Nederlands Hervormde Kerk wel zijn, die zulk een doop voor mogelijk achten. -Er hebben zich gevallen voorgedaan in die kerk, dat Joodse personen eerst gedoopt -werden en daarna onderwijs ontvingen. -Wij betreuren dat ten zeerste. En wij weten, dat er in de Nederlands Hervormde -kring zelf ook bezwaar tegen gemaakt is. Van de zijde der synode is er dan ook -een waarschuwing aan de kerken gezonden. Zulke "sneldopen" verzwakken de betekenis -van de doop voor het besef van de Joden en van de overheid aan wie het doopbewijs -wordt getoond en brengen degenen, die na ernstige voorbereiding gedoopt werden, -in gevaar dat hun doop ook niet als serieus wordt beschouwd. - -Nog een citaat van Van Nes (ook dit komt zowel in een van zijn rapporten als ook -in "Delleman" voor): - -<123> - -Wat moeten wij dankbaar zijn, dat de Duitse autoriteiten de bepalingen voor de -Christen Joden hebben willen uitbreiden, zodat zij, die reeds voor 1941 serieus -bearbeid konden worden, ofschoon zij nog niet tot de gemeenten behoorden, ook -konden worden beschermd door een verklaring der kerk! Hoe is daardoor ook onder -de Joden een zeker getuigenis uitgegaan, dat Christus de Zijnen beschut! -Wat zouden wij graag alle Joden in deze dagen geholpen hebben, als 't aan ons -gestaan had. Wat was 't ontzettend benauwend, vaak zo machteloos te staan -tegenover hun lijden. Hoe konden we 't begrijpen, dat ze zich in uiterste nood -tot de kerk wendden, om te trachten onder haar bescherming bevrijd te worden -van de dreiging der wegvoering. -Maar wij moesten het dan tot dezulken, die nu eerst tot de kerk kwamen, zeggen, -dat het daarvoor nu te laat was en dat de kerk geen misbruik mocht maken van de -haar gegeven bevoegdheid en de heiligheden van het Koninkrijk Gods hoog moest -houden, door alleen een verklaring af te geven aan hen, van wie wij overtuigd -waren, dat zij er recht op hadden. - -Voor wat er in het eerste citaat gezegd wordt, kunnen we nog enig begrip opbrengen; -dat men in normale tijden niet te snel overging tot het dopen van wie dan ook, -dat lijkt ons prima. Ook de rabbijnen zijn uiterst terughoudend jegens aspirant- -bekeerlingen. Maar het was geen gewone tijd! De vraag of men, door ruimer te dopen, -voor anderen daardoor het risico vergrootte, diende overwogen te worden; akkoord. -Maar dan. De uitdrukking "dankbaar zijn" hierboven, achten we totaal misplaatst. -De bewering "dat Christus de Zijnen beschut" is zo mogelijk nog erger. Later zal -Van Nes in ditzelfde hoofdstuk de martelgang wat betreft de "vrijstellingen" -verhalen. -Blijkbaar is hij er niet aan toegekomen om, vanuit die realiteit, nog eens te kijken -naar de opgetogen uitspraak ("Wat moeten we dankbaar zijn..."), die hij uit zijn -eigen rapport, gedateerd 9 september 1942, had overgenomen. -Ongetwijfeld was Van Nes bewogen met het lot der Joden: dat blijkt uit de alinea -Wat zouden wij graag... " Van Nes heeft ook (tenminste) gepoogd Joden te helpen -onderduiken. [9.188] Bovendien was hij "een beminnelijk mens, gedreven door een -grote liefde voor Israël." [9.2] -Later zouden bovenstaande woorden van Van Nes door sommigen gebruikt worden voor -het trekken van vergaande conclusies wat betreft de houding van de Gereformeerde -Kerken in Nederland in het algemeen. We komen daarop nog terug in het derde -gedeelte van dit boek. - -<124> - -c. Andere opvattingen - -Het is niet gemakkelijk na te gaan, in hoeverre men het in de Gereformeerde Kerken -met de opvattingen van ds. Van Nes eens was en zijn "lijn" gevolgd heeft. -In het notulenboek van de Gereformeerde kerkenraad te Rotterdam-Kralingen (mijn -tegenwoordige woonplaats) vond ik het volgende verslag: - -Notulen van de gehouden buitengewone kerkenraadsvergadering op donderdag 20 mei 1943. - -De Praeses ds. G.R. Kuijper opent de verg., leest Romeinen 11: 11-21 en gaat voor -in gebed. -De Praeses deelt mede, dat hij deze verg. heeft uitgeschreven op verzoek van ds. -Den Boeft. Deze, het woord verkrijgend, brengt een verzoek over van de heer Lion -Mozes Gerzon, Voorschoterlaan 57, Israëliet zijnde, om in de Geref. Kerk na -aflegging van belijdenis des geloofs te worden gedoopt. -In normale gevallen zou deze nog wel wat meer onderwijs moeten ontvangen, daar -het onderwijs slechts enkele maanden heeft geduurd. Zodoende zijn er nog heel -wat hiaten in zijn kennis. Ds. Den Boeft heeft het doopformulier met hem besproken. -De onzekerheid met het lot der Joden drong er toe met deze doop wat spoed te maken, -en de laatste dagen zijn de omstandigheden van die aard, dat het zeer gewenst is, -dat deze doop plaats vindt op de kortst mogelijke termijn, daar de mogelijkheid -zeer groot is, dat deze doop over een dag of tien niet meer kan worden bediend, -wegens mogelijke deportatie.(...) -De Kerkeraad heeft er geen bezwaar tegen, dat in dit speciale geval de approbatie -van de gemeente niet plaats kan hebben. De bediening van de doop zal plaats vinden -a.s. zondag in de kerkzaal van "Pro Rege". - -De "approbatie van de gemeente" was de goedkeuring: de namen van wie belijdenis -wilden doen werden tijdens de diensten gedurende twee zondagen afgelezen met de -mededeling: "Indien geen wettig bezwaar zal worden ingebracht..." Gebruikelijk -was dat de goedkeuring op die manier stilzwijgend plaatsvond, maar er waren wel -twee weken extra mee gemoeid. Daar zag men nu dus van af, evenals van "wat meer -onderwijs". Nu, 46 jaar later, blijkt het al moeilijk om de achtergronden van -een dergelijk voorval uit te zoeken. In ieder geval heeft de heer Gerzon de oorlog -overleefd. Hij is niet gedeporteerd, overigens - naar ik vermoed - niet op grond -van zijn gedoopt-zijn: hij was "gemengd-gehuwd"; zijn vrouw was Gereformeerd -dooplid en deed najaar 1943 eveneens belijdenis. - -<125> - -Verder nog in onformalistisch handelen ging de Gereformeerde kerkenraad te -Veenendaal, die aan een ondergedoken jood ter beveiliging een document gaf -dat - met officiële handtekeningen bekrachtigd - verklaarde dat de betrokkene -door de kerkenraad was benoemd "tot hulpprediker in buitengewone dienst voor -de geestelijke verzorging van de geëvacueerden in haar ressort". [9.3] -We kunnen ons moeilijk voorstellen, dat ds. Van Nes ooit een dergelijke valse -verklaring ondertekend zou hebben. - -In andere landen (Bulgarije, Griekenland) hebben tijdens de tweede wereldoorlog -doopsbedieningen plaatsgevonden, waarbij de betrokken geestelijke wist dat het -niet om het redden van zielen ging, maar om het redden van mensenlevens. Daartoe -gaf de (orthodoxe) aartsbisschop van Athene, Damaskinos, zelfs uitdrukkelijk -opdracht. [9.4] -Bij mijn weten is de kwestie "niet dopen maar wel een 'doopbewijs' verschaffen" -het krachtigst geformuleerd door ds. Buskes: - -Wij weten heel goed, dat vele predikanten er principieel bezwaar tegen hadden, om -valse doopbewijzen te schrijven en af te geven. Maar er waren goddank ook vele -predikanten, die er principieel bezwaar tegen hadden, om het niet te doen. -Zo'n vals doopbewijs was een leugen. Natuurlijk. Maar wie het schreef en aan een -jood gaf, diende de waarheid en hielp zijn naaste. Wie het niet schreef en het -een jood weigerde, diende de leugen en liet de jood in de kou staan. -Er is een waarheid die leugen en een leugen die waarheid is. God gebood ons, te -liegen in dienst van de waarheid. Niet het doel, maar wel de gehoorzaamheid aan -Gods gebod heiligde het middel. [9.5] - -"Wie het schreef en aan een jood gaf, ... hielp zijn naaste", vond Buskes. Maar -nu weten we dat de Duitsers - dank zij de medewerking van de rijksinspectie van -de bevolkingsregisters - beschikten over een gedrukte Lijst van personen van vol- -Joodsen bloede die als kerkelijke gezindte een Christelijke godsdienst hebben -opgegeven. De lijst berustte op gegevens door de betrokkenen zelf verstrekt, en -wel begin 1941. [9.6] -Men kan zich dan ook moeilijk onttrekken aan de conclusie dat, alle goede -bedoelingen ten spijt, het verstrekken van "Angehörigkeits"-verklaringen met -onjuiste gegevens eerder kwaad dan goed gedaan heeft. - -Dat besefte dr. J.J.C. van Dijk toen al. Hij schreef nl. op 26 september 1942 -een brief aan ds. S. Doornbos te Amsterdam: - -Uw brief van 14 dezer ligt nog op beantwoording te wachten; de toevloed van -kerkelijke brieven is zo groot, dat ik geen kans zag eerder tot beantwoording -te komen.(...) -Er zijn 2 verschillende lijsten. Er is, naast de lijst door de Kerken opgemaakt -en ingezonden, een andere lijst van Duitse zijde opgemaakt op grond van de gegevens -van de Burgerlijke Stand, waarop dus alleen de Joodse Christenen voorkomen, die -zich t.z.t. bij de Burgerlijke Stand hebben opgegeven als te behoren tot een der -Christelijke kerken; dat zijn dus de belijdende leden en, wellicht, doopleden.(...) -Sophia Maria Boas-Berg staat op de lijst met (categorie) 4, maar dat is niet juist: -ze werd op 1 juni '41 gedoopt, terwijl de toestand van voor januari moest worden -opgegeven. -Haar positie is dus niet veilig: op de Duitse lijst komt zij natuurlijk niet voor; -uit dien hoofde is het niet uitgesloten dat zij gehaald wordt.(...) -Het zou natuurlijk wel gewenst zijn, dat zij niet kan worden gehaald. [9.7] - -"Haar positie is dus niet veilig": deputaat J.J.C. van Dijk raadde ds. Doornbos -daarom aan te zorgen dat de dame om wie het ging, "niet kan worden gehaald". -M.a.w.: ze zou moeten onderduiken. - -De beslissing om onder te duiken was voor de betrokkenen - aangenomen dat er -een onderduikadres beschikbaar was - niet gemakkelijk en kon verstrekkende -consequenties hebben. Wie als onderduiker gepakt werd was een z.g. strafgeval -en werd niet alleen naar Westerbork gestuurd, maar bovendien op de kortste termijn -vandaar naar "Polen". -Bij de afweging moest men óf ervan uitgaan dat de kerkelijke verklaring en het -op "de lijst" staan voldoende bescherming bood (ondanks alle twijfel daaraan), -óf de stap van de onderduik wagen, met weer heel andere risico's daaraan verbonden. -Het was een dilemma dat ook gold voor de "gemengd-gehuwden". -Een ander punt van overweging kon zijn: er zijn te weinig onderduikadressen -beschikbaar; welnu, mag ik, die tot een tenminste enigszins beschermde groep -behoor, de onderduik-plaats innemen van iemand, die anders geen enkele bescherming -heeft? - -<127> - -Zoals bekend hebben verreweg de meeste "gemengd-gehuwden" de oorlog overleefd zonder -onder te duiken. Een enkel "gemengd-gehuwd" echtpaar waagde het zelfs een Joods -familielid bij zich te laten onderduiken. -Wat de twee lijsten (die van de kerken en die gebaseerd op gegevens uit het -bevolkingsregister) betreft: kort na de hierboven aangehaalde brief, op 15 oktober -1942, schreef dr. Van Dijk aan de Amsterdamse predikant P.N. Kruyswijk: "Het -bevolkingsregister beslist!" [9.8] - -d. Schmidt en Rauter - -"Het bevolkingsregister beslist". Maar hoe zat het dan met de toezeggingen, gedaan -door Schmidt en Buhner? -Er bestond een scherpe tegenstelling tussen twee van Seyss-Inquarts naaste -medewerkers. F. Schmidt was zijn Generalkommissar zur besonderen Verwendung en -vertegenwoordigde de belangen van de partij (de NSDAP). De SS-er H.A. Rauter, -Generalkommissaris fur das Sicherheitswesen, stond wel onder Seyss-Inquart, -maar rapporteerde bovendien rechtstreeks aan de Reichsfuhrer-SS, de gevreesde -Himmler, wiens bewonderaar Rauter was. Het ligt voor de hand dat zich tussen -Schmidt en Rauter een competentiestrijd ontwikkelde. Ze werden elkaars verklaarde -tegenstanders. -Toen Schmidt vóór de inrichting van een ghetto in Amsterdam was, verklaarde Rauter -zich tegen. Herzberg beschrijft hoe de vete tussen de twee ertoe bijgedragen heeft -dat de secretaris-generaal van Binnenlandse Zaken, K.J. Frederiks, het gedaan kreeg -zeshonderd Joden - de "Barnevelders" - voor lange tijd in Nederland te houden: "Rauter -was er tegen, en dus was Schmidt er voor." -Wat betreft de deportatie van "gemengd-gehuwde" Joden wilde Seyss-Inquart (ja, -zelfs Hitler) behoedzaam optreden, zolang de oorlog voortduurde: het diende -voorkomen te worden dat de niet-Joodse partners te zeer in onrust geraakten. Rauter -was daar tegen: allen moesten weg. -De Hervormde dr. W.J. de Wilde kwam zich eens beklagen bij Schmidt over het feit -dat gedane beloften telkens gebroken werden. "Rijkscommissaris en SS staan vierkant -tegenover elkaar, en als u iets belooft, verbiedt Rauter het weer", zei hij. "So -ist 's genau", antwoordde Schmidt laconiek. - -<128> - -Seyss-Inquart had bij monde van Schmidt beloofd, dat de Joden-Christenen (later -beperkt tot de Protestantse) niet gedeporteerd zouden worden. Rauter zou het -liefst alle Joden-Christenen gedeporteerd hebben. En Rauter was belast met de -uitvoering van de deportaties. -Zoals we hierboven gezien hebben, was met Schmidt overeengekomen dat ook zij' -die kerkelijk onderricht volgden en/of regelmatig kerkdiensten bijwoonden -(categorieën 2 en 3) zouden worden vrijgesteld, terwijl als beslissende datum -1 januari 1941 zou gelden. Maar Rauter accepteerde dat niet: categorieën 2 en 3 -golden voor hem niet en als datum hield hij 9 mei 1940 aan: men diende vóór -9 mei 1940 gedoopt en sinds die tijd lid van een Christelijke kerk gebleven te -zijn. Dat moest blijken uit de gegevens van de Burgerlijke Stand. -Door de vertegenwoordigers van de kerken is er toen telkens onderhandeld en -geprotesteerd. Touw geeft een en ander uitvoerig weer. Het had weinig resultaat. - -Ds. Van Nes heeft, zoals we hierboven al memoreerden, voor het hoofdstuk dat -hij in "Delleman" schreef een citaat gebruikt uit zijn eigen rapport dat gedateerd -was 9 sept. 1942: - -Wat moeten wij dankbaar zijn dat de Duitse autoriteiten de bepalingen voor de -Christen-Joden hebben willen uitbreiden, (...). Hoe is daardoor ook onder de -Joden een zeker getuigenis uitgegaan, dat Christus de Zijnen beschut! - -Dat citaat staat bij Delleman op pagina 159. Maar op pagina 161 schreef dezelfde -ds. Van Nes: - -Groot is de teleurstelling geweest, die op de uitreiking der "Angehörigkeits"- -verklaringen is gevolgd. De Duitsers toch hebben hun gegeven woord verbroken, -en vele Joodse personen, die zich zo verheugd hadden over de ontvangen verklaring -der kerk, die meenden, daardoor gevrijwaard te zijn voor deportatie, werden -opgeroepen en weggevoerd, eerst naar Vught of Westerbork en later zelfs verderop, -naar het Oosten van Europa. -De Duitse instanties waren onderling verdeeld ten opzichte van de behandeling -der Joden en werkten elkaar tegen. En alle pogingen, die aangewend werden, om -te komen tot eenheid van handelen en tot rechtvaardige handhaving van de gemaakte -bepalingen, bleken vruchteloos. Slechts bij uitzondering gelukte het, reeds -weggevoerden nog terug te doen keren. - -<129> - -Ds. Van Nes heeft daarbij niet uitgelegd, hoe hij dit heeft kunnen rijmen met -de uitspraak "dat Christus de Zijnen beschut". Hij is er evenmin toe gekomen -de andere optimistische klanken van p. 159 (alle stammend uit het rapport van -9 sept. 1942) enigszins in overeenstemming te brengen met de sombere tonen op p. 161. - -e. Westerbork en daarna - -Ook de Protestants-gedoopte Joden-Christenen moesten ten slotte - sommigen al -zomer 1942, anderen voorjaar 1943 - naar Westerbork, het merendeel hunner nadat -ze enige tijd in Vught hadden gezeten. -In Westerbork werden ze ondergebracht in een aparte barak, no. 73. 's Zondags -werden er godsdienstoefeningen gehouden. De meeste diensten werden geleid door -ds. S.P. Tabaksblatt of door ds. M. Enker, als voorgangers benoemd door de -Hervormde Synode. Maar B. Benfey die van Duitse afkomst was, wist - zo vertelt -ds. Tabaksblatt - van de SS in Den Haag gedaan te krijgen dat voortaan de diensten -op de eerste zondag in de maand door hem gehouden zouden worden. - -Toen wij op genoemde zondag (5 maart 1944) de zaal binnenkwamen, vonden wij deze -mooi versierd en nadat Benfey met de dienst begonnen was, werd deze door een -filmoperateur verfilmd. Enker en ik verlieten bij deze verfilming de zaal... -De daarop volgende woensdag 8 maart werden wij beiden bij de commandant geroepen -om verantwoording af te leggen van ons "verraderlijk gedrag", zoals Gemmeker -dat noemde. Hij zag ons verlaten van de dienst als een demonstratief optreden -met het doel om de gemeente mee te krijgen en op die manier zijn bedoelingen -te dwarsbomen. Hij beschuldigde ons van "insubordinatie" en noemde ons saboteurs, -die voor ons onbehoorlijk gedrag de juiste straf zouden krijgen: straftransport -naar Polen... - -Beiden kwamen inderdaad in de strafbarak terecht, stonden twee dinsdagen achtereen -klaar voor het transport maar werden op het laatste nippertje, vóór het vertrek -van de trein, teruggehaald. [9.996] -Van ds. Max Enker is een brief bewaard gebleven van drie kantjes, met potlood -geschreven. De kopie in mijn bezit is voor een groot deel nauwelijks leesbaar. -De brief was gericht aan dr. W.J. de Wilde die een tijdlang secretaris van de -Hervormde Synode was. Een citaat: - -<130> - -Weest U ervan verzekerd dat, als de verkondiging van het Woord in deze tijd meer -duidelijkheid vereist, diegenen onder ons, die werkelijk onze Heer angehörig zijn, -bereid zijn, desnoods, in vertrouwen op die Heer, naar Polen te gaan. [9.10] - -De brief was gedateerd 5 maart 1943. Kort daarvoor, op 24 februari, was van de -kansels in de Hervormde plaatselijke kerken het protest afgelezen dat door ons -in hfdst. 7 besproken werd (geen medewerking verlenen aan daden van onrecht). -In het moeilijke dilemma: publiekelijk zwijgen en zo (misschien) levens redden, -óf spreken maar daarbij levens op het spel zetten, had ds. Enker duidelijk gekozen, -ofschoon ook zijn eigen leven op het spel stond. - -Had men als Joden-Christen dan in Westerbork een zekere bescherming tegen -wegvoering naar een van de vernietigingskampen? In zekere mate. De kerken hadden -door middel van de Joodse Raad vernomen, dat, tenzij men vóór 9 mei 1940 gedoopt -was, in Westerbork het bewijs dat men tot een kerk behoorde volslagen waardeloos -was... [9.11] Was men wel vóór die datum gedoopt, dan gaf dat bewijs wel een -zekere bescherming, tenzij men een "strafgeval" was, en dat werd men al gauw. -Wielek schreef: - -De synode werd trouwens meer en meer één der organen die voor de nog overblijvende, -niet alleen gedoopte, Joden op de bres stonden. Was iemand strafgeval, dan kon -een doopbewijs hem niet redden. Was iemand ont-S-t, dan betekende een doopbewijs -voor hem: niet doorgestuurd worden naar Polen. [9.12] - -Voor de groep als geheel dreigde acuut gevaar nadat de geallieerden, op 6 juni 1944, -waren geland in Normandië. Op zaterdag 12 juni vroeg de beruchte Rauter aan de -kerken hun toestemming om de Joden-Christenen van Westerbork naar Theresienstadt -over te brengen. Daar zou het, in geval de Wehrmacht Westerbork zou willen ontruimen, -veiliger voor hen zijn. De kerken zouden een vertrouwensman mee mogen laten gaan. -De kerken vroegen drie dagen bedenktijd, maar weigerden reeds de volgende dag, zich -beroepend op eerder door Seyss-Inquart gedane beloften. Mocht de situatie rondom -Westerbork in verband met de invasie onveilig worden, dan diende men de betrokkenen -niet naar Theresienstadt over te brengen maar hen vrij te laten; aldus de kerken. - -<131> - -Begin september 1944 werden desondanks de Joden-Christenen van Westerbork naar -Theresienstadt gevoerd, zonder kerkelijke vertrouwensman. De kerken zonden daarop -een protest-telegram naar Seyss-Inquart. Voor de eerste en enige keer stuurde deze -een antwoord, en wel op 5 september; dolle dinsdag! Het geeft je een soort schok -als je de brief met de oorspronkelijke handtekening van de man zelf in het archief -tegenkomt. Touw en Delleman hebben de brief in zijn geheel gereproduceerd. -De Rijkscommissaris erkende, indertijd de belofte gegeven te hebben dat een aantal -Joden in Nederland zou blijven, in leder geval niet naar het Oosten zou worden -overgebracht. Voorts herinnerde hij aan het voorstel dat hij via Rauter gedaan -had en aan de weigering van de kerken. Maar, als dit land nu toneel van militaire -acties zou worden, dan zou hij niet kunnen beletten dat de betrokkenen weggevoerd -zouden worden. Maar bij Himmler had Seyss-Inquart tenminste nog kunnen bereiken, -dat het transport naar Theresienstadt zou gaan. -Volgens Herzberg was aldaar het leven relatief nog draaglijk "en vandaar zijn -de meeste geïnterneerden - voorzover zij niet ter vergassing naar Auschwitz zijn -gezonden, hetgeen met de gedoopte Joden inderdaad niet het geval is geweest - ook -teruggekeerd." Iemand als ds. Tabaksblatt evenwel is, met zijn gezin, ook in -Theresienstadt maar ternauwernood ontkomen aan doorzending naar een vernietigings- -kamp. [9.14] - -Er valt nauwelijks aan te twijfelen of de Protestantse Joden, en ook de "gemengd- -gehuwden", zouden ten slotte gedeporteerd zijn als Hitler de oorlog gewonnen had. -Maar Hitler verloor en de "gemengd-gehuwden" bleven voor het grootste gedeelte in -leven. -Uiteindelijk kwamen er ruim 400 Protestantse Joden-Christenen terug naar Nederland. -Zij hadden het overleefd. Voor zover Protestantse Joden-Christenen "gemengd-gehuwd" -waren, bleef op die basis hun vrijstelling gelden en werden zij niet gedeporteerd. - -f. Bep Blok - -<132> - -Ze wilde gedoopt worden, maar ze wilde niet vanwege haar doop gevrijwaard worden -van deportatie. -Ds. Buskes vertelde over haar in zijn autobiografie. [9.15] Bep Blok wilde gedoopt -worden opdat zij, als zij opgepakt zou worden, erbij zou horen, bij de gemeente. -De dienst tijdens welke ze gedoopt werd, is gehouden in de dagen, toen overal de -bordjes "Joden niet gewenst" aangebracht werden. Velen verklaarden zich bereid -haar bij zich te laten onderduiken, maar Bep weigerde. - -Foto 16 Bep Blok, dopelinge van ds Buskes - -In het archief van ds. Buskes [9.16] bevinden zich haar brieven aan hem, -helaas niet die van hem aan haar. Haar eerste brief is geschreven op zondag 16 -augustus, 1942: - -Na die paar haastig gewisselde woorden van drie weken geleden, wilde ik U graag -een nadere verklaring geven. Ik ben die jodin, die na afloop van de dienst even -bij U kwam, heet Bep Blok en ben 20 jaar. -U had het voorstel gedaan mij te dopen; ik heb het om de volgende redenen niet -willen doen.(...) ze zullen één ding nooit van me kunnen zeggen, n.l. dat ik me -heb laten dopen om vrij te komen van Polen. -Voorlopig heb ik uitstel, omdat ik onderwijzeres ben, maar ik heil oprecht van -plan om me, zodra mijn oproep komt, te laten dopen en zo weg te gaan. Ik geloof -niet, dat ik het recht heb me eraan te onttrekken. Alle Joden moeten, dus ik ook. -(...) - -<133> - -Vader en moeder hebben uitstel, omdat moeder in het ziekenhuis ligt. Toch moest -dinsdag alles klaargemaakt worden. Zo'n dag is onbeschrijfelijk. Maandagavond -kwamen de oproepen; die nacht dus niet geslapen en dan de hele dag heen en weer -draven om alles te hebben: alles moet genaaid en gepakt zijn.(...) -Nu wachten we tot moeder uit het ziekenhuis komt en tot de volgende oproep -verschijnt. Vader zei laatst: 'We wachten allemaal op een wonder, dat niet -gebeurt.' Ik heb toen ontdekt, dat ik zelfs niet eens op dat wonder wacht. -Is dat nu gebrek aan Godsvertrouwen?(...) Ds. Buskes, neemt U mij deze lange -brief vooral niet kwalijk. Ik had zo graag over al deze dingen mondeling met -U gesproken, maar ik mag niet bij U komen en omdat ik U het toch zeggen wou, -heb ik het geschreven. Het zijn problemen die ons niet loslaten en die zo -verschrikkelijk belangrijk zijn. Misschien mag ik U een keer komen halen op -zondagochtend, als U naar de kerk loopt. Wilt U mij eens een keer terugschrijven, -als U tijd hebt? - -Blijkbaar heeft ds. Buskes haar brief snel beantwoord, want op 31 augustus -schreef ze hem wanneer ze op school was en wanneer vrij. Bep Blok is door -ds. Buskes gedoopt. Ook zij kreeg de oproep voor Westerbork en ze is gegaan. -Vanuit Westerbork stuurde ze ds. Buskes een briefkaart d.d. 21.4.'43: - -Wat hebt U fijn vlug teruggeschreven. Ik was heel blij met Uw brief. U zult wel -gehoord hebben dat het hier best uit te houden is. Vader en moeder met al mijn -vrienden zijn gisterenochtend vertrokken. Dat is beroerd. In het land waar ze -komen hebben ze het niet slecht, dat weten we positief.(...) -Er is hier een vrij groot aantal gedoopte Joden. Op het ogenblik is onze dominee -Enker(...) Het is een heerlijk gevoel om je te horen toespreken met 'Gemeente -van onze Heer Jezus Christus' en te weten dat wij er echt bijhoren. - -Het volgende stuk in het archief is een circulaire afkomstig van de Joodsche -Raad voor Amsterdam - Bureau Rotterdam", gericht aan Mevrouw J.J. Buskes en -gedateerd 26-4-1943: - -Wij ontvingen van de hieronder genoemde personen het telegrafisch verzoek, of U -voor doorzending aan hen van na te melden artikelen wilt zorgdragen naar het -DOORGANGSKAMP WESTERBORK, Post Hooghalen-Oost (Drente). (...) -Naam: Rebekka Blok. Geboortedatum: 14-11-1921. -Baraknummer: 72. - -Op 3 mei kwam er van haar een briefkaart: "Pakket ontvangen. Hartelijk dank!" -Daarna niets meer. - -<134> - -10. EEN VERBLUFFENDE CONCLUSIE - -Tot nu toe betroffen de diverse commentaren de houding van de Nederlandse kerken -in het algemeen. Maar er bleken al verschillen tussen de houding van de ene en -die van de andere kerk. Welk beeld krijgen we, wanneer we een vergelijking gaan -maken tussen de kerken onderling? -Veel hangt uiteraard af van de vraag welke criteria gebruikt worden. Men zou in -de diverse Herderlijke brieven kunnen nagaan, in hoeverre de kerken die deze -brieven uitvaardigden reeds de z.g. substitutie-theologie ("de kerk is in de -plaats van het Joodse volk als verbondsvolk gekomen") hadden afgezworen; naar -ik vermoed, zou de Hervormde Kerk er dan het beste uit komen. Of men zou kunnen -nagaan: door de leden van welke kerk zijn de meeste Joden geholpen om onder -te duiken? Naar het oordeel van L. de Jong hebben de Gereformeerden op dit gebied -het er - relatief - het beste afgebracht: "Er is, gelijk reeds gezegd, door -communisten en socialisten veel hulp geboden, daarnaast (maar, naar onze indruk: -in een iets later stadium) door Gereformeerden. (...) Wat de Gereformeerden aangaat, -verdient het de aandacht dat zij die toch niet meer dan 8% van de bevolking -vormden, uiteindelijk ongeveer een kwart van de Joodse onderduikers geherbergd -hebben." [10.1] - -We achten het een belangrijke vraag, die bovendien aan de hand van de hier -besproken documenten beantwoord kan worden: In hoeverre heeft een bepaalde kerk -publiekelijk, d.w.z. door middel van voorlezing van een protest in de kerkdiensten, -stelling genomen tegen de Duitse gruweldaden jegens de Joden? -Protesten die niet werden voorgelezen, hadden weinig of geen zin: de Duitse -instanties konden ze zonder meer aan de kant leggen. Maar de openbare afkondiging, -in een tijd waarin krant en radio alleen bekend maakten wat de bezettende macht -goedgekeurd had, was een geducht wapen. -Welnu, welke van de drie grootste kerken in Nederland heeft het er op dit punt -het best (of: het minst slecht) van afgebracht? We laten daarbij dus de andere -- aanzienlijk kleinere - kerken buiten beschouwing, ondanks alle erkenning van -het belang van iemand als ds. J.J. Buskes, de afgevaardigde van de Gereformeerde -Kerken in Hersteld Verband; of van iemand als de Remonstrantse ds. F. Kleijn. -Een protest afgekondigd in een van deze kerken bereikte immers maar betrekkelijk -weinig kerkgangers. - -<136> - -In hfdst. 1 bleek, dat voor 1940 zowel de RK bisschoppen alsook de Gereformeerde -synode een duidelijk standpunt hebben ingenomen tegen het lidmaatschap van de NSB. -Vervolgens zagen we (2), hoe bij het eerste protest tegen het antisemitisme van -de bezetter de Gereformeerde vertegenwoordiger in het Convent, prof. H.H. Kuyper, -het liet afweten. Tengevolge van zijn houding werd dit protest in de Gereformeerde -kerkdiensten niet afgelezen. -In het Convent van Kerken werd Kuyper vervangen door Donner - bij de synode waren -veel bezwaren tegen Kuypers houding ingediend. -In het derde hoofdstuk bleken de rollen in zekere zin omgedraaid: ds. Gravemeyer -bond in en trachtte de publieke voorlezing van het adres aan de secretarissen- -generaal te voorkomen. Donner daarentegen liet de voorlezing van de Gereformeerde -herderlijke brief wel doorgaan. -Hoofdstuk 4 beschreef hoe, in een voor de Joden kritieke periode de kerken helaas -weinig actie ondernomen hebben. - -Vanaf eind 1941 gingen de RK deelnemen aan de gemeenschappelijke protesten (hfdst. 5). -De aartsbisschop had de kerkelijke maatregelen tegen leden van de NSB., nadat de -Duitsers ons land bezet hadden, niet alleen gehandhaafd maar zelfs aangescherpt: -ook "gewone- en sympathiserende leden van de NSB. - ja zelfs leden van nationaal- -socialistische mantelorganisaties - werden uitgesloten van de sacramenten: geen -doop van hun kinderen dus, uitsluiting van de communie, geen kerkelijk huwelijk -en evenmin een kerkelijke begrafenis. Deze maatregelen werden publiekelijk - van -de kansels - bekendgemaakt. -Toen het aankwam op bekendmaking van het tijdens de audiëntie met Seyss-Inquart -besprokene, was het ds. Gravemeyer die - zij het onder zware pressie - een stap -terug deed. Het treft ons bovendien dat, bij de afwijzing van de bordjes "Verboden -voor Joden", de Protestanten als reden het enigszins vage "omdat het is een -verloochening van het Evangelie" aanvoerden; terwijl de bisschoppen duidelijker -waren: "omdat die bordjes een uiting zijn van principieel antisemitisme en daar -mogen zeker onze RK instellingen niet aan mee doen." - -<137> - -Tussen Hervormden en Gereformeerden lijkt het soms een soort stoelendans. Het -belangrijke protest van juli 1942 werd -volgens de beslissing van de Hervormde -Synode - in de Hervormde kerkdiensten niet afgelezen. De andere kerken - waaronder -de Katholieke en de Gereformeerde - deden dat wel, al waren ook zij (in -tegenstelling van wat soms beweerd wordt) wel degelijk voor de beslissing -gesteld. De RK werden voor hun consequente houding gestraft: de Duitsers hebben -tientallen RK-gedoopte Joden gearresteerd, gedeporteerd en vermoord. - -In hfdst. 7 bespraken we het scherpste protest ooit publiekelijk uitgevaardigd, -en de oproep daaraan verbonden om niet aan onrecht mee te werken: "Om der wille -van het recht Gods mag door niemand enige medewerking worden verleend aan daden -van onrecht, omdat men zich daardoor aan dat onrecht medeschuldig maakt." Dat -protest werd - om allerminst overtuigende redenen - in de Gereformeerde -kerkdiensten niet voorgelezen; zulks volgens het besluit van dr. Van Dijk en -zijn mede-deputaten, vermoedelijk na overleg met één of meerdere leden van het -moderamen van de synode. Later heeft de synode zich met de beslissing om het -protest niet voor te lezen akkoord verklaard, waarbij redenen werden genoemd -die ons evenmin overtuigden. -De bisschoppen evenwel deden er nog een schep bovenop; ze lieten niet alleen -het protest voorlezen maar in hun tegelijkertijd voorgelezen herderlijke brief -verklaarden ze nog eens "met alle nadruk, dat medewerking in dezen in geweten -ongeoorloofd is. - -Als ik in de een of andere kerkelijke of niet-kerkelijke kring vertel met dit -onderzoek bezig te zijn en dan de vraag stel, welke kerk zich het beste gehouden -heeft wat betreft het publiekelijk getuigen tegen de Jodenvervolging, dan is -er tot nu toe nog niemand geweest die zei: "de Rooms-katholieke Kerk". Toch kan -men, het geheel overziende, moeilijk tot een andere conclusie komen. -De Hervormden en de Gereformeerden hebben het om de beurt laten afweten, terwijl -in de RK kerken vanaf het moment waarop men meedeed alle verklaringen zijn -voorgelezen. Bovendien formuleerden de bisschoppen hun afwijzing van het gehate -bordje "Verboden voor Joden" duidelijker dan de Protestanten deden. - -<138> - -Het is algemeen bekend dat in de loop der eeuwen menigeen in de R.K. Kerk zich -schuldig gemaakt heeft aan het doen van antisemitische uitlatingen, ja dat de -kerk zelf betrokken was bij het vervolgen der Joden en bij het uitvaardigen van -antisemitische wetten. We gaan daar hier niet verder op in. [10.2] Ook valt het -buiten het bestek van dit boek, om de houding van paus Pius XII tijdens de tweede -wereldoorlog te onderzoeken; daar is intussen een aardige bibliotheek over -volgeschreven. Het gaat ons om de houding van de kerken in Nederland, en wel -tijdens de tweede wereldoorlog. - -Welnu, we komen tot de conclusie dat de Katholieke Kerk in Nederland, wat betreft -het publiekelijk protesteren tegen de Duitse gruweldaden jegens de Joden, zich in -vergelijking met de andere kerken in Nederland het beste gehouden heeft. - -Onzes inziens mag kennis van wat er in de loop der eeuwen door de Rooms-Katholieke -vaderen - dat waren de vaderen, ook van de Protestanten - jegens het Joodse volk -miszegd en misdaan is, er niet toe leiden dat men zijn ogen sluit voor het goede, -geschied tijdens de tweede wereldoorlog. Veeleer vormt het verleden de donkere -achtergrond, waartegen het opkomen voor de Joden door de Katholieke Kerk in -Nederland tijdens de tweede wereldoorlog des te scherper contouren krijgt. - -<139> - -DEEL II: HULP AAN JOODSE ONDERDUIKERS - -11. DE LO (LANDELIJKE ORGANISATIE VOOR HULP AAN ONDERDUIKERS) - -Voorjaar 1943 leken zowel onderdrukking als verzet - iets daarvan werd reeds -gememoreerd in de hoofdstukken 7 en 8 - in een stroomversnelling te komen. -Studenten dienden een "loyaliteitsverklaring" te ondertekenen; wie daartoe -niet bereid was (de overgrote meerderheid), stond voor de keus: of naar Duitsland, -of onderduiken. Ook de oud-militairen moesten zich melden. In mei werd -bekendgemaakt dat alle mannen tussen de 18-35 jaar opgeroepen zouden worden -voor de "Arbeits-Einsatz" in Duitsland. Men begon bij de jongsten. Velen uit -deze drie categorieën doken onder. Een gedeelte hunner ging actief deelnemen -aan het verzet. - -De voor mij meest schokkende gebeurtenis uit die periode staat opgetekend in -mijn dagboek, 29 april 1943. De dames Cohen (twee zusters) waren één van de -drie Joodse families in ons dorp. Tot op de dag van vandaag kan ik me hen -helder voor de geest halen. De oudste, achter in de vijftig, had een rond -gezicht; knap, grijs haar. De jongste zal achter in de veertig geweest zijn; -haar gezicht was ovaal. Het was voor iedereen te zien dat ze sterk aan elkaar -gehecht waren. Al was er weinig contact tussen hen en ons, we kenden elkaar. -Ze waren ondergedoken. Bij wie? Ik weet het niet meer. Maar diegenen die hen -verborgen hielden werden, toen de oorlog langer bleek te duren dan verwacht -was, bang. Men vroeg de zusters weg te gaan. Dat hebben ze gedaan. In de nacht -hebben ze toen bij een paar bekenden aangebeld met de vraag: "Wilt u ons in -huis nemen?" Iedereen weigerde. Iemand hunner vertelde dat de volgende dag - -wel met enige schaamte - bij ons in de winkel. De twee zusters zijn toen naar -de Rijn gegaan en hebben zich verdronken. Later spoelden hun lichamen aan in -Wageningen; ze hadden zich met een lint aan elkaar vastgebonden. -Als de dames Cohen bij ons hadden aangebeld, zouden we ze niet hebben -weggestuurd. Maar dat wisten ze niet, en ze zagen geen andere uitweg meer. -Hoe afgrijselijk. Zulke dingen kwamen toen voor, in een gewoon dorp. In een -stad als Amsterdam hadden de gruwelen een nog veel groter omvang. - -<143> - -Het kenmerkende van die tijd was de onmacht: je werd aan alle kanten ingesnoerd. -Iedereen was verplicht een persoonsbewijs (pb) bij zich te hebben. Het was op -een ingewikkelde manier samengesteld en dus uiterst moeilijk na te maken of te -vervalsen. En verder kwamen onderduikers in moeilijkheden, omdat ze hun distributie- -bescheiden niet meer op de gewone, "legale" manier op het distributiekantoor -konden krijgen. In deze uiterst moeilijke situatie kwam juist in die tijd -verandering: de "Landelijke Organisatie voor hulp aan onderduikers" (afgekort: LO) -groeide voorjaar 1943 als een wonderboom. -Mijn broer en ik werden door een oom in Ede per telefoon uitgenodigd om bij hem -op een theevisite - zei hij - te komen. Die "visite" vond plaats op 26 mei 1943, -een dag nadat ik 23 jaar was geworden. Aanwezig was ds. F. Slomp, alias Frits de -Zwerver. Hij legde (aan een vijftiental aanwezigen, denk ik) de eerste beginselen -van de LO uit. Er dienden in iedere plaats mensen geholpen te worden om onder -te duiken wanneer de nood aan de man kwam, ,n er moesten mensen bewogen worden -om een onderduiker in huis te nemen. Vaak kon die onderduiker weer aan de slag -komen in zijn eigen beroep; jongemannen die melken konden waren zeer in trek. -De LO zorgde voor een uitwisseling van vraag en aanbod; daartoe was er allereerst -de "districts-beurs" - voor de regio. Raakte men daar de onderduikers niet kwijt -dat werd de aanvraag of het aanbod doorgesluisd naar de "provinciale beurs". -Daarboven stond, de landelijke beurs", ook wel "top" genoemd. -Aan het eind van de vergadering in Ede werden de taken verdeeld. Mijn broer Wim -en ik zouden beginnen in Renkum dat, samen met het naburige Heelsum, onder -Wageningen ging ressorteren. Maar Wim moest kort daarop zelf onderduiken: hij -was in 1922 geboren en werd dat jaar al spoedig opgeroepen voor uitzending naar -Duitsland. Hij werd plaatsvervangend districtsleider voor de LO van het district -Gorcum en omstreken. Daar werd hij najaar 1943 gegrepen tengevolge van verraad. - -Het oprichten van een plaatselijke afdeling van de LO hield onder meer in dat -je een netwerk van medewerkers ging opzetten. Gezocht diende te worden naar -contact-personen bij de plaatselijke politie, op het gemeentehuis (persoons- -bewijzen!) en op het distributiebureau. Verder moesten er onderduikplaatsen -gezocht en gevonden worden; dat kon je niet alleen. - -<144> - -Bovendien was geld nodig. Na verloop van tijd werd er in de plaatselijke kerken -(ook in de Katholieke) te Renkum regelmatig gecollecteerd voor "bijzondere noden" -en dat geld was voor onze organisatie bestemd. In die tijd kwam ik voor het eerst -in intensieve relatie met "andersdenkenden"; daar zijn levenslange vriendschappen -uit voortgekomen. -Al gauw was de LO in staat om voor voldoende (distributie-)bonkaarten te zorgen, -dank zij gewapende overvallen gepleegd door de z.g. knokploegen op distributie- -bureaus: de eerste (van een LO knokploeg) vond plaats op 4 juni 1943 en wel op -het distributiekantoor te Langweer (Fr.). Als regel was een dergelijke overval -mee voorbereid door een van de ambtenaren van het distributiekantoor, die voor -de nodige informatie gezorgd had. Het sprak vanzelf dat deze geheime medewerker, -evenals de andere distributie-ambtenaren, bij het begin van de overval vakkundig -geboeid werd en een prop in de mond kreeg. -De techniek om een persoonsbewijs te vervalsen ontwikkelde zich snel. Dank zij -die techniek heeft, na de arrestatie van mijn broer, niemand ontdekt dat zijn -geboortejaar 1922 is en niet, zoals het pb aangaf, 1918. - -Eerst was het uiterst moeilijk om onderduikplaatsen te vinden, maar gaandeweg -ging dat beter. Eind juni 1943 kwam er een nieuwe predikant naar Renkum-Heelsum, -ds. B.D. Smeenk (1908). Al tijdens de intreedienst sloeg hij krachtige taal uit, -o.a. in de richting van de ook in die dienst aanwezige burgemeester, eveneens -Gereformeerd: "overheidsdienaren dienden goed te bedenken welke de wettige -overheid was en ze konden beter aftreden dan hand- en spandiensten te verlenen -bij het plegen van daden van onrecht." Achteraf denk ik: misschien was ds. Smeenk -geïnspireerd door het Protest (febr. 1943), dat niet in de Gereformeerde diensten -afgelezen maar wel naar de kerkenraden gezonden was. Ofschoon ds. Smeenk niet een -man was die aanmoediging van de synode nodig had om tot verzet te komen. -Helaas: de burgemeester kreeg de gelegenheid een woord van welkom te richten tot -de nieuw-bevestigde predikant, en hij maakte van die gelegenheid gebruik om te -proberen zijn eigen straatje schoon te vegen: "sommigen zouden willen dat je gaat, -maar anderen zijn juist dankbaar dat je nog gebleven bent, want zodoende kun je -nog zoveel goeds doen". Als die man dan tenminste nog iets goeds gedaan had; maar -hij dekte zich aan alle kanten, ofschoon ook in ons dorp Joden werden opgehaald. - -<145> - -We sidderden van afgrijzen. En dat hij dan ook nog het laatste woord had, want -de kerkdienst liep ten einde. -Maar nee, het laatste woord had deze burgemeester niet. Er volgde nl. nog een -slotgebed; daarin richtte de nieuwe predikant zich natuurlijk tot de Allerhoogste, -maar hij speelde het toch ook een beetje over de band en de hele gemeente kreeg -via dat gebed nog eens heel duidelijk te horen welke onze houding jegens de -bezettende macht behoorde te zijn. -Dank zij de invloed van ds. Smeenk werd het gemakkelijker, onderduikers in Renkum -te plaatsen. Hij zelf begon op grote schaal Joden onder te brengen bij leden van -onze gemeente. De LO zorgde voor de benodigde bonkaarten. Al gauw had hij er 80 -(als ik me goed herinner) nodig en hij kreeg ze. Maar de - landelijke zowel als -plaatselijke - LO richtte zich allereerst op het helpen onderduiken van hen die -in Duitsland moesten gaan werken, oud-militairen enz. -Eens vertrokken twee onderofficieren die ik had verborgen, naar elders en er -kwamen dus twee plaatsen vrij. Maar de volgende dag al bleek ds. Smeenk op mijn -plaatsen twee Joden te hebben ondergebracht. Toen ik t.a.v. die gang van zaken -bij hem protest aantekende, zei hij: jawel, dat doe ik als ik de kans krijg weer; -want wie naar Duitsland moet gaan als militair, arbeider of student, gaat wel -een onzekere toekomst tegemoet, maar dat is niet zo erg als het lot van de Joden, -want dat is verschrikkelijk." Dat moet eind 1943 of begin 1944 zijn geweest. - -De LO als geheel stelde het onderbrengen van Joden niet als eerste prioriteit. -In het Gedenkboek van het verzet in LO en LKP (Landelijke knokploegen) staat: - -Bij het onderbrengen van Joden heeft de LO slechts een bescheiden rol gespeeld. -In 1942, toen de Joden moesten duiken, was deze organisatie nog niet tot -ontwikkeling gekomen. Ook leende de werkwijze der LO, gericht op de massale -hulp aan grote groepen, zich minder voor het zeer speciale Jodenwerk. De meeste -Joden zijn geholpen door kleine Joden-organisaties, waarin studenten prachtig -werk verrichtten. Wel zijn vele Joden-helpers later medewerkers der LO geworden, -werkten de J-organisaties nauw samen met de LO en heeft de LO belangrijke hulp -aan de ondergedoken Joden verleend door de verstrekking van bonkaarten e.d. [11.1] - -<146> - -H. van Riessen, die in de top van de LO heeft gezeten, verklaarde voor de Enquête- -commissie: - -Jodenwerk. Hier en daar met de LO verbonden, soms een afdeling, soms er helemaal -los van, soms alleen maar een bonkaartencontact. Een onderduiker kon men aan de -lopende band behandelen. U kunt zich echter voorstellen dat, wanneer het op de -beurs om 100 onderduikers ging, waarvan 4 Joden, de Joden nooit aan de beurt kwamen. -Het ging er op de beurs om snel zaken te doen en het was zeer moeilijk ze te -herbergen. Bijna niemand nam ze. Wij hebben dat zelf ook begrepen en wij hebben -toen zelf gestimuleerd het probleem van de Joden, die zoveel moeilijker op te -bergen waren en waarvoor men ook zoveel banger was, langs een apart kanaal te -behandelen of het over te dragen. Men moest voor dit vraagstuk iemand nemen, -die er zelf geheel voor zorgde, zodat het geval tot zijn recht kon komen. -Vraag: Het ging er dus eigenlijk om, dat men voor de Joden geselecteerde adressen -zocht? -ja, over het algemeen was de illegaliteit overladen met werk en m de LO ging -het om massawerk, met problemen die je overvielen en waarvan je niet wist, hoe -er uit te komen. Allerlei dingen, die men kon afschuiven, schoof men dan ook af. -Men kon vijf a zes adressen vinden, waar men onderduikers kon plaatsen, tegen -hoogstens één adres, waar men een jood kon plaatsen. Terwijl men zo ontzaglijk -veel adressen nodig had voor de onderduikers-niet-Joden, begon men daar maar aan. -Ten slotte meende men goed te doen, er naar te streven, het Jodenwerk in een apart -kanaal te leiden. [11.2] - -Op die regel waren uitzonderingen. Mijn broer vertelde later dat Kees Chardon -uit Delft naar de provinciale beurs Zuid-Holland van de LO kwam en altijd Joden -probeerde onder te brengen; "hij ziet er absoluut niet joods uit", placht Kees -te zeggen. Dan schrok je wel even, als de betrokkene arriveerde; aldus mijn -broer. Kees Chardon heeft de oorlog niet overleefd. zijn zwager, Klaas van Houten, -bracht te Wageningen veel Joden onder. Hij heeft de LO eens voorgesteld, een -aparte afdeling op te richten die zich speciaal zou bezighouden met Jodenhulp. -Men heeft dat van de hand gewezen als "te gevaarlijk". [11.3] -Als ik de oorlogstijd kon overdoen, zou ik het helpen van Joden als mijn eerste -prioriteit stellen; we weten nu, hoezeer mijn dominee van toen gelijk had: hun -lot was onvergelijkelijk veel erger dan dat van niet-Joodse onderduikers. -De LO heeft aan individuele Joden, en ook aan andere organisaties die zich wel -speciaal op het helpen van Joden toelegden, belangrijke steun verleend in het -verschaffen van bonkaarten en persoonsbewijzen. Toch, zo denk ik, had het lot -der Joden deze organisatie meer ter harte moeten gaan. - -<147> - -De meeste (maar niet allen) van de ongeveer 15.000 medewerkers van de LO-LKP -waren kerklid. 1100 LO-ers en 500 KP-ers kwamen om. - -Dit hoofdstuk lieten we ter beoordeling lezen aan de heer L. Scheepstra ("Bob"), -die leider van de Landelijke KP was. Zijn reactie: je hebt wel gelijk, maar -vergeet niet: iemand als ik bijv. was opgegroeid op een eiland (Schiermonnikoog); -ik was zomer 1943 (toen de LO/LKP op grote schaal begon te opereren) nog geen -25 jaar oud, en we hebben het al improviserend moeten leren". - -<148> - -12. DE NV EN HAAR KINDEREN - -Er zijn enkele organisaties geweest - veel kleiner dan de LO met zijn 15.000 -medewerkers - die zich toegelegd hebben op het helpen van Joden. Onder deze -groepen waren er vier van enige omvang die zich speciaal bezighielden met het -verbergen van Joodse kinderen. -Allereerst een groep Utrechtse studenten (het "Utrechtse kindercomité") en ten -tweede een Amsterdamse groep, van Piet Meerburg, die samenwerkte met ds. Mesdag -en kapelaan Jansen te Sneek. De derde was de Trouw-groep (Gesina H.J. van der -Molen, dr. J.W. van Hulst en Sandor Baracs). -De vierde groep noemde zich de NV; inderdaad: een naamloze vennootschap. Men -legde de nadruk op de anonimiteit - andere groepen ook uiteraard - en dat kwam -uit in de naam. Men heeft die anonimiteit ook na de oorlog nog lange tijd in -acht genomen en dat zal dan ook de reden ervan zijn dat L. de Jong deze groep -niet vermeldt. Toch heeft de NV niet minder dan 250 Joodse kinderen weten te -onttrekken aan deportatie. -Pas 37 jaar na de tweede wereldoorlog werd de anonimiteit opgeheven. Toen -verscheen er een boek met verhalen [12.1] en daarna een doctoraal-scriptie van -de hand van de zoon van één van de "aandeelhouders" van de NV, Bert Jan Flim: -De NV en haar kinderen, 1942-1945 [12.2] (we hebben veel van het volgende geput -uit deze scriptie). En ten slotte organiseerde één van de -kinderen", Jack -Aldewereld, in mei 1989 een grote reünie te Brunssum waar "kinderen", helpers -en pleegfamilies elkander weer ontmoetten. Ed van Thijn, ook een "kind", sprak -de feestrede uit. - -In het vervolg zal een aantal predikanten een rol spelen; ik vermeld telkens - -behalve de naam - hun geboortejaar. -De "oprichting" van de NV vloeide voort uit een kerkdienst: op zondag 5 juli 1942 -ging dominee Constan Sikkel (1895) voor in de Rafaëlpleinkerk te Amsterdam. -Tot zijn gemeente behoorde de familie Braun: man, vrouw en twee kinderen van 19 -en 15 jaar oud. Zij waren na de Anschluss uit Oostenrijk gevlucht. Het waren -Joden-christenen. Toch kregen ook de twee kinderen de gevreesde oproep om zich -te melden. - -<149> - -Ds. Sikkel maakte tijdens de dienst een opmerking over het onheil dat de familie -Braun getroffen had. Tot de kerkgangers behoorden de twee broers Jaap en Gerard -Musch, toen 29 en 21 jaar oud. Na afloop van de dienst spraken ze ds. Sikkel aan -en vroegen het adres van de familie Braun, gingen daar heen en boden de twee -kinderen hun hulp aan om onder te duiken. Die wilden dat alleen, op voorwaarde -dat ook hun ouders zouden onderduiken: anders zouden immers de Duitsers de -verdwijning van de kinderen wreken op de ouders. -Er is toen besloten dat het hele gezin zou onderduiken en zo geschiedde. De -kinderen gingen naar Friesland, de ouders werden ondergebracht met hulp van -een dominee in Barneveld voor wie ds. Sikkel de gebroeders Musch een introductie- -brief had meegegeven; dat moet ds. W.L. Korfker (1883) geweest zijn. - -Dat was het begin. Kort daarop gingen Jaap en Gerard zich nog intensiever met -het helpen onderduiken van Joden bezighouden. Jaaps verloofde evenwel vond -Jodenhulp veel te gevaarlijk; waarop Jaap besloot de verloving te verbreken. -Hij, zijn broer Gerard en diens vriend Dick Groenewegen van Wijk (evenals -Gerard 21 jaar) waren bewogen met het lot der Joden, "een lot waarmee ze iedere -dag geconfronteerd werden". Dat was de belangrijkste drijfveer. "Ook voelden ze -zich als christenen verplicht te proberen zoveel mogelijk Joden uit handen van -de Duitsers te houden". Aldus Bert Jan Flim. -Ze gingen zich vooral toeleggen op het helpen van Joodse kinderen: die waren -gemakkelijker dan volwassenen onder te brengen, accepteerden de autoriteit van -hun helpers (de helpers zelf waren nog zo jong!), hadden geen persoonsbewijs nodig, -waren het meest hulpeloos, maar vormden desondanks de toekomst van het Joodse volk. - -<150> - -Drie problemen moesten worden opgelost: hoe de kinderen uit Duitse handen te -krijgen? Hoe de nodige onderduikplaatsen te vinden?, hoe de kinderen naar hun -plaats van bestemming te brengen? -Er was in Amsterdam, Plantage Middenlaan 31, een crèche die op last van de Duitsers -ingericht was, als dependance van de Hollandse Schouwburg, het gevreesde -concentratiepunt voor hen die gedeporteerd zouden worden. Welnu, men vond -(zoals ook door L. de Jong beschreven) allerlei wegen om telkens kinderen de -crèche uit te smokkelen, vaak via de nabijgelegen Hervormde kweekschool en met -behulp van de directeur daarvan, J.W. van Hulst. Joop Woortman was de verbindings- -schakel tussen de NV aan de ene kant, en de directrice van de crèche, mevrouw -Pimentel, en de medewerker van de Joodse Raad Walter Susskind aan de andere kant. - -Foto 17. Jaap Mush (1913-1944) - -Wat het tweede probleem betreft: Jaap Musch (hij was chemisch analist) -solliciteerde bij de Staatsmijnen in Heerlen en werd daar aangenomen. -Dientengevolge zou hij zelf voorlopig niet behoeven onder te duiken om werken -in Duitsland te ontgaan: de mijnen waren "Kriegswichtig". Gerard en Dick voegden -zich bij hem; zij moesten wel onderduiken, maar konden dan ook voortaan al hun -tijd aan de NV wijden. -Jaap nam contact op met de plaatselijke Gereformeerde predikant, ds. G.J. -Pontier (1888), die zelf ondergedoken Joden in huis verborgen hield. Flim -vertelt: "Dominee Pontier maakte een lijst van gemeenteleden, die volgens hem -wel genegen waren een joods kind bij hen in huis te nemen. Gewapend met die -lijst en een introductiebrief van ds. Pontier gingen Dick en Gerard de boer op. -Aangekomen bij zo'n adres belden zij aan en spraken de woorden: 'Ik kom van ds. -Pontier." - -Dat was toch een deuropener daar. Dat bracht je in de voorkamer. Eenmaal binnen -vertelden zij aan de mensen die daar woonden van hun ervaringen uit Amsterdam: -hoe zij zelf hadden gezien dat mensen uit hun huizen werden gesleept en als vee -werden weggevoerd. Dit was noodzakelijk, want veel mensen in Zuid-Limburg wisten -in het geheel niet, wat er gaande was in Amsterdam. -Vervolgens vroegen zij of de betrokken familie een joods kind onderdak wilde -verschaffen. Dit was wel gebonden aan de voorwaarde dat dat kind in zijn nieuwe -omgeving gewoon buiten kon spelen en gewoon naar school kon gaan. Tevens zou -één van de NV-medewerkers eens per maand langskomen om erop toe te zien dat dit -inderdaad gebeurde. [12.3] - -De groep van medewerkers en medewerksters groeide. Vooral de laatsten waren -belangrijk voor het met zo weinig mogelijk risico overbrengen van de kinderen -uit Amsterdam naar Limburg: een jonge vrouw met een kind in de trein trekt minder -de aandacht dan idem een jongeman. - -<152> - -Vanaf zomer 1943 zorgde de LO (de hier eerder besproken Landelijke Organisatie") -voor de broodnodige bonkaarten. Het werk breidde zich uit: ds. H. Bouma (1887) -te Treebeek/Brunssum werd ingeschakeld; via hem kwam er een fors aantal beschikbare -adressen bij. Volgende medewerkers waren ds. H.R. de Jong (1911) te Venlo en de -Hervormde ds. C.R. de Jong (1911) te Rossum. In een iets later stadium kreeg men -vaste voet in Twente: de familie Flim te Nijverdal zette zich daar in voor de NV. -Het domineescircuit bleef daarbij belangrijk. Dat blijkt uit het volgende citaat, -waarbij wat tussen haken staat mijn toevoeging is: - -Koos verscheen op het toneel met het verzoek om tachtig adressen. Herman (Flim) -en Koos gingen direct aan het werk. De Gereformeerde predikant in Nijverdal, ds. -(R.) Hamming (1876), verwees hen door naar zijn collega in Lemelerveld, ds. (A.J.W.) -Vogelaar (1907), en naar een dominee in Heerde (C.J.W. Teeuwen; 1898). Vervolgens -werden de taken verdeeld. Koos ging op een vrijdag en daarop volgende zaterdag naar -Heerde met een introductie van ds. Hamming. Herman werkte op vrijdag Lemelerveld af. -[12.4] - -Ook in de Betuwe wist men kinderen onder te brengen. Pas onlangs ontdekte ik dat -ook het Joodse meisje dat tijdens de oorlog bij mijn tante in Leerdam verbleef -een "kind van de NV" was. -Al deze kinderen "moesten gewoon opgroeien in een pleeggezin, naar school gaan, -buiten spelen, kortom, alles doen wat een "gewoon" kind gewend was om te doen. -Alleen onder deze voorwaarden werden de kinderen geplaatst", aldus Flim. 's Zondags -gingen ze dus ook met het gezin mee naar de kerk, en ze hoorden "thuis" het -dagelijks gebed en het lezen uit de bijbel aan. Voorts gingen ze ongetwijfeld -naar "de school met de Bijbel' en, als ze de leeftijd daarvoor hadden, samen met -de andere opgroeiende kinderen van het gezin naar de catechisatie: het kerkelijk -onderricht bestemd voor de jeugd vanaf 12 jaar op een avond in de week. Dat -behoorde bij het leefpatroon en indien men daarvan wat betreft "een Rotterdams -pleegkind" (de bewering die naar buiten gebruikt werd en die, tengevolge van -het bombardement van Rotterdam, moeilijk te controleren was) afweek, kon daardoor -ongewenste aandacht opgeroepen worden. -Als er gevaar dreigde, moest een kind naar een ander adres gebracht worden. Ook -om persoonlijke redenen (angst van de pleegouders bijv.) kon overplaatsing -noodzakelijk worden. Misschien kwam het kind in kwestie dan terecht in een -gezin met heel andere opvattingen dan die van het vorige. Geleidelijk aan werden -namelijk ook plaatsen in RK gezinnen gevonden. -Ed van Thijn vertelde: - -<153> - -Ik wisselde ook regelmatig van godsdienst. De ene keer zat ik in een streng -gereformeerd gezin. De andere keer bij een katholieke familie. (Daar bad hij -dan ook vrolijk de rozenkrans mee). Je moest je onmiddellijk aanpassen, ja... -onmiddellijk. Was ik net een beetje wegwijs in de Statenbijbel... [12.5] - -Zij die de NV op touw gezet hadden, deden dat voor het merendeel (niet allemaal) -vanuit een christelijke overtuiging. Ze deden dat om levens te redden, niet om -de kinderen tot een ander geloof over te halen. Gold dat ook wat betreft de -pleeggezinnen? Ik denk dat men altijd, om te beginnen, een kind opnam om een -leven te redden. Daarna heeft men soms - soms ook niet - geprobeerd het eigen -geloof uit te dragen. -Jack Aldewereld (al eerder genoemd) werd opgenomen door een echtpaar zonder -kinderen. Toen na de oorlog bleek, dat zijn ouders omgekomen waren, is hij bij -de pleegouders gebleven. Hij werd door hen gereformeerd opgevoed, maar is altijd -vrijgelaten in zijn keuze. -"Flip Amsterdammer" vertelt daarentegen over zijn vroegere pleegvader: - -Hij heeft in 1975 of 1976 contact met mij opgenomen.(...) Het is een uiterst -openhartig gesprek geworden, omdat hij claimde dat hij mijn leven gered had, -wat dus waar is, en ik op die grond niet van het pad van Jezus had mogen afwijken. -Hij had dus ontdekt (...) dat ik een socialist was geworden en als godslasteraar -op het verkeerde pad was gegaan en hij vroeg mij op grond ervan dat hij mijn -leven gered had, terug te keren tot het ware geloof. Dat was een uiterst pijnlijke -toestand.[12.6] - -Ds. Pontier hield, zoals al eerder even aangestipt, in zijn huis Joden verborgen, -een familie van strikt orthodoxe opvattingen. Een van de zoons kreeg van ds. Pontier -een nieuw testament. Aan de andere kant werd er voor de onderduikers, die een -eigen gedeelte van het huis tot hun beschikking hadden en daar hun gebeden konden -verrichten, zo lang het mogelijk was kosjer gekookt. [12.71] Zo combineerde het -echtpaar Pontier blijkbaar de bereidheid om de overtuiging van de ander te -respecteren met het verlangen om eigen geloofsgoed aan die ander over te dragen. - -<154> - -Van de 250 kinderen die door de NV ondergebracht werden is er zelfs niet één in -de handen van de Duitsers gevallen. Maar september 1944 werd een inval gedaan - -min of meer bij toeval - in een landhuisje bij Nijverdal, waar Jaap Musch verbleef -met vier Joodse kinderen. Jaap vluchtte niet, om de kinderen de kans te geven weg -te komen en dat is hun gelukt. Hijzelf werd weggevoerd, zwaar gemarteld en - toen -hij desondanks niets losliet - in de nacht van 9 op 10 september vermoord. -Ook Joop Woortman is omgebracht, in Bergen Belsen. Ds. H.R. de Jong moest -(maart 1944) onderduiken na een overval van de SD op de pastorie in Venlo. Hij -raakte toen nog dieper betrokken bij het werk voor de LO en "Trouw". januari -1945 werd hij gevangen genomen en op 12 februari 1945 vermoord, nog geen 34 jaar -oud. Alle andere medewerkers van de NV hebben de oorlog overleefd. - -<155> - -13. DRIE ERVARINGEN - -a. Ader - -Het verhaal van mevrouw J.A. Ader-Appels, Een Groninger pastorie in de storm, -[13.1] beleefde de ene herdruk na de andere en dat is geen wonder: het verhaal -vertelt op boeiende wijze hoe mensen ondanks hun angst - kwamen tot het helpen -van Joden. -Ds. B.J. Ader was Hervormd predikant te Nieuw-Beerta. Zijn vrouw had een Joodse -vriendin in Amsterdam en die schreef haar: "Kan ik niet een tijdje bij jullie -logeren? Ik ben in grote nood". Toen mevrouw Ader deze brief aan haar man liet -lezen, was die juist in een pessimistische bui en zei: "Daar heb je 't al.... -ik eindig mijn leven nog in een concentratiekamp" (91). Maar de vriendin mocht -wel komen, en na haar vele anderen. Over de twee honderd werden ondergebracht. -Verraad noodzaakte ds. Ader onder te duiken. Op korte termijn moesten toen dus -ook alle Joodse gasten van de pastorie elders worden ondergebracht. Mevrouw Ader -bleef. -Toen de overval kwam waren de vogels gevlogen, maar mevrouw Ader werd - ofschoon -in verwachting - meegenomen, evenals de hulp in de huishouding. Mevrouw Ader werd -verhoord door een inspecteur van politie die N.S.B.-er was. Tijdens een van de -verhoren zei ze: "U sprak gisteren over christen-zijn. Dat houdt in, dat volgens -onze overtuiging we bereid zouden moeten zijn om een mens die in nood is, te -helpen - wie het ook is. En als er daarom iemand bij ons kwam die vervolgd werd, -en in levensgevaar verkeerde en ons vroeg om bescherming, dan zouden we hem of -haar die geven, ten koste van onze eigen veiligheid" (25l). -Geen woord in de geest van: "we moeten hun zielen redden". -Maar van de bij hen ondergedokenen werden twee meisjes later gegrepen en naar -Westerbork gevoerd. Van daaruit vroegen ze vlak vóór hun deportatie naar Polen -- om bijbeltjes en die zijn toen aan hen gestuurd. -Mevrouw Ader werd kort daarop losgelaten, maar moest de pastorie uit; die werd -leeggeplunderd. Ds. Ader had zomer 1944, toen de geallieerden in Frankrijk snel -oprukten, het plan beraamd om - bij de nadering der bevrijders - het kamp Westerbork -te overvallen en de gevangenen te bevrijden. Twee gedeserteerde Duitse soldaten -hadden hem daartoe hun uniformen gegeven. Het plan werd verraden. De twee Duitsers -zijn onmiddellijk terechtgesteld. - -<156> - -foto 18 a + b ds B.J. Ader en zijn vrouw J.A. Ader-Appels - -Ds. Ader werd op 23 juli 1944 gevangengenomen. Tijdens zijn gevangenschap schreef -hij enkele aangrijpende gedichten. [13.2] Op 20 november 1944 werd hij in de -bossen bij Veenendaal gefusilleerd. - -b. Dobschiner - -Mevrouw Ader toonde nergens de behoefte om aan anderen haar geloof op te dringen, -maar de verzetshouding en de daden van haar man en haar hebben ongetwijfeld grote -indruk gemaakt op hen die ze verborgen. Dat blijkt ook uit het boek van Johanna- -Ruth Dobschiner [13.3], die geruime tijd bij het echtpaar Ader ondergedoken is -geweest. - -<157> - -Zij wilde, strikt orthodox-joods opgevoed als ze was, de Joodse spijswetten zoveel -mogelijk blijven naleven en zag daarom af van het eten van vlees. Het feit dat ze -in een domineesgezin verbleef joeg haar angst aan: Ik had gehoord van nonnen, die -Joodse kinderen stalen om ze te redden uit de handen van de vijand. Dan werden zij -in de kloosters verborgen en later gedoopt. (...) Was mijn bezorgdheid ook maar -enigszins gegrond? Nog maar enkele ogenblikken geleden had ik Domie (Groningse -afkorting voor dominee; JMS) bewonderd om zijn zuiverheid, zijn eerlijkheid. Nee, -hij kon daar niet bij horen. Hij was geen non of priester. Hij was een gewoon mens, -nee, een buitengewoon mens. Ik zou hem vertrouwen, zelfs al was hij een dominee"(134). -Toen de overval dreigde en alle onderduikers naar een andere schuilplaats moesten -worden overgebracht, zat iedereen in spanning te wachten op het moment waarop er -iemand zou komen om hen af te halen. Mevrouw Ader ging aan de piano zitten; zij -speelde haar eigen kerkliederen. Haar twee neefs (ondergedoken studenten) zongen -mee. "Wij meisjes luisterden en een paar van ons volgden de woorden in het -gezangenboekje". De schrijfster vertelt dan hoe zij "Frans" (haar onderduik-naam), -wel zin had om mee te zingen, maar "Welk een vriend is onze Jezus", dat ging -natuurlijk niet; dus ze zong: "Welk een vriend is onze Mozes" (173). - -Foto 19: Johanna Ruth Dobschiner als verpleegster op 17 jarige leeftijd - -<158> - -Tenslotte vond "Frans" een nieuwe schuilplaats in Limburg waar ze, najaar 1944, -door de Amerikanen bevrijd werd. "Toen ik bijna zes weken naar de dorpskerk was -geweest, vond ik, dat de tijd gekomen was lid te worden. Ik maakte een afspraak -met de predikant voor een gesprek." Eerst vonden hij en zijn kerkenraad het maar -vreemd (ze had niet eens catechisatie gehad!), maar tenslotte hadden ze geen -bezwaar: ze deed reeds de daarop volgende zondag belijdenis, en werd gedoopt. - -c. Houwaart - -Totaal anders ' waren de levensloop en ervaringen van Dick Houwaart, zoals hij -die beschrijft in Verduisterde bevrijding. [13.4] Formeel gezien hoort hij -in dit hoofdstuk niet thuis, want hij is nooit ondergedoken geweest in de -letterlijke - wel in de figuurlijke zin. Die ervaring beschrijft hij als volgt: -"De Jood, die de christelijke glans gebruikte om zijn Jood-zijn te verbergen". -Houwaart vervolgt dan: "Het is de omgekeerde weg van de jodin, die een boek -schreef over haar overgang naar het christendom in oorlogstijd. Een Anneke -Beekman in pais en vree. Maar hoe kan een overgang in oorlogstijd ooit een -vrijwillige zaak zijn? Hoe kan een mens vrijwillig besluiten christen te worden, -als zijn leven wordt bedreigd? Als zijn ontvangers hem voorhouden dat het kruis -hem zal redden. Wie zal de peilloze angsten, de psychische druk, de ijver van de -omgeving weerstaan, als het er om gaat het vege lijf te redden?" Aldus Houwaart. -We menen dat, als Houwaart op het hierboven genoemde boek doelde, hij het niet -voldoende grondig gelezen heeft en onnauwkeurig weergeeft; zo vond "de overgang -naar het christendom in oorlogstijd" van Johanna-Ruth Dobschiner plaats na haar -bevrijding en vernemen we niets over "psychische druk, de ijver van de omgeving". - -<159> - -Blijkbaar is Houwaart pas later tot de ontdekking gekomen, hoezeer men bij het -nemen van belangrijke beslissingen geleid kan worden door angst: "Hoe onwaarachtig -was mijn gedwongen doop in de roomse kerk.(...) Het was pure angst. Het was de -doodsangst van een moeder voor haar kinderen en zichzelf. Nog was zij niet aan de -beurt, maar zij wist met een Joodse zekerheid dat haar dag en die van haar kinderen -zou komen. Daarom zocht zij de tijdelijke veiligheid van de roomse kerk" (19-20). -Gedoopt in de Rooms-Katholieke, maar later overgegaan naar een Protestantse - naar -ik vermoed de NH - kerk: "Het protestantisme overspoelde mij als een lauwe golf -veiligheid" (66). Behoefte aan veiligheid en daarom "oorlogs-christen" geworden -en enige tijd gebleven. Houwaart verwijt dat niet zijn moeder aan wie hij zijn -boek opdraagt, wel zichzelf. -In gedachten voert hij een gesprek met een omgekomen familielid waarin hem "verraad" -verweten wordt (36). En later bekent hij: Ik heb al verteld, dat ik duizenden malen -nee zei tegen het Jood-zijn. Ik aarzelde om het te zeggen. Omdat ik bang was. Ik -wilde mij verbergen voor de bordjes ('Verboden voor Joden'). Voor de razzia's. -Voor het halen"(50). -In 1973 keerde Houwaart terug tot het Jodendom. Hij had afgerekend met zijn "oorlogs- -christen" zijn. - -<160> - -14 WAAROM HIELP MEN Joden? - -a. Dominee, boer, dominee - -Hij was 56 jaar oud en stond al 27 jaar in zijn tweede gemeente, Heerlen. We -hebben hem al eerder ontmoet - met zijn hulp begon de NV Joodse kinderen onder -te brengen in Limburg: ds. G.J. Pontier. Met vrouw en 4 kinderen bewoonde hij -een vrij klein huis. Het merendeel van zijn gemeenteleden werkte in de mijn; -velen waren uit Friesland of Drente afkomstig. In Limburg stichtten ze een eigen -kerk en een "school met den Bijbel". Het was een Protestants eilandje in een Rooms- -Katholieke omgeving. -Dicht bij hen woonde de familie Silber: man, vrouw en vier kinderen (twee andere -kinderen hadden kans gezien te emigreren naar het toenmalige Palestina). Joden, -gevlucht uit Polen waren het. Eerst was er nauwelijks contact tussen de twee -gezinnen. -Maar eens sprak ds. Pontier een van de jonge Silbers aan op straat en zei: "als -jullie in nood komt, kom dan bij ons." Aldus de oudste dochter Pontier. [14.1] -Al spoedig kwam inderdaad de nood aan de man: de 3 zoons werden opgeroepen. Eerst -leek de pastorie niet meer dan twee gasten te kunnen herbergen; dus meldde zich -een van de zoons en werd gedeporteerd. Hij heeft de oorlog desondanks overleefd. -Mevrouw Pontier heeft er een heftig schuldgevoel over gehouden: "waarom kon hij -er niet bij?" -Kort daarop moesten ook de andere Silbers zich melden en zij vonden eveneens een -schuilplaats in de pastorie. Er werd toen ruimte geschapen. De oudste dochter van -het gezin Pontier ging iedere nacht bij de buren slapen. Het gezin Silber kreeg -de zolder als slaapvertrek en de studeerkamer als zitkamer. "Waar maakte Uw vader -dan zijn preken?", vroeg ik. "Beneden; daar was zijn bureau heengegaan. Dan gingen -de schuifdeuren (van de kamer en suite) dicht en dienden de kinderen zich stil -te houden". - -Het gezin Silber was orthodox-joods. Geheel op eigen terrein kon men de gebeden -dus blijven verrichten. Een enkele keer keken de kinderen Pontier om de hoek en -bewonderden de gebedsmantels. Mevrouw Pontier bereidde het eten en zorgde ervoor -dat het kosjer was, "zo lang als dat mogelijk bleek". Mevrouw Pontier was het ook, -die op haar fiets de gemeente introk om plaatsen te zoeken voor "de kinderen van -de NV". - -<161> - -foto 20 (Het gezin Pontier-Wartena; foto omstreeks 1938) - -Op 6 november 1943 kwam de SD ds. Pontier arresteren: hij had een jongeman die -de (nationaal-socialistisch getinte) Arbeidsdienst in moest, helpen onderduiken. -Merkwaardigerwijs hebben ze de dominee meegenomen zonder verder huiszoeking te -doen: zo ontkwamen de Silbers. Ds. Pontier werd drie dagen vastgehouden in het -huis van bewaring te Maastricht en toen overgebracht naar de cellenbarakken te -Scheveningen. Op 17 mei 1944 werd hij vrijgelaten, nadat hij beloofd had, geen -onderduikers meer te zullen helpen. Met die belofte had hij het wel een beetje -moeilijk, maar hij heeft het toch maar beloofd want, zo dacht hij: "het is mijn -vrouw die het meeste werk doet op dit gebied". -Mijn laatste vraag in het gesprek met zijn dochter was: "Waarom hielp Uw vader -de familie Silber, ofschoon hij die toch nauwelijks kende?" Het antwoord was: -"Hij zag de Joden als het uitverkoren volk; daarom vond hij dat wij hen behoorden -te helpen ondanks de gevaren - en daarom hadden ze bij hem een streepje voor, -vergeleken bij andere onderduikers." - -<162> - -<163> (foto 21 van Oom Hannes - Johannes Boogaard Jr. - -Nu was de opvatting dat de Joden nog steeds het uitverkoren volk zijn (het -"Verbondsvolk") in die tijd allerminst gemeengoed onder Gereformeerde predikanten. -Eerder, zo menen we, vond men die gedachte onder gemeenteleden. Een hunner was -Johannes Bogaard, een keuterboertje in de Haarlemmermeer. [14.2] We noemden -hem: "oom Hannes". Zijn vader is in de oorlog omgekomen; ook een broer, ook een -zoon. De familie was onvermoeibaar in het onderbrengen van Joden. L. de Jong -besteedt uitvoerig aandacht aan hen en aan hun ondernemingen. [14.3] -Toen "oom Hannes" de eerste keer bij ons aanbelde, heeft schrijver dezes hem -niet binnengelaten, maar hem gevraagd na een half uur terug te komen. Ik vond -hem er nl. onguur uitzien en vertrouwde hem niet. Toen hij terugkwam, zag mijn -zuster hem en haar reactie was anders dan de mijne. Ze schreef later in haar -dagboek: "Oom Hannes bij ons geweest. Ik kwam terug van een boodschap en zag -hem voor de deur staan: hij had net gebeld. En meteen wist ik dat dit nu oom -Hannes was, al had ik hem nog nooit gezien. 'Van buiten zwart, van binnen rein', -zeggen zijn logés." -Achteraf spijt het me dat we toen nooit met hem gepraat hebben over de vraag: -"Waarom doet men in de oorlog de dingen die men doet?" Een van de onderduikers -van toen wees me evenwel op een boek over het verzet in en om de Haarlemmermeer. -Daarin vinden we: - -De Boogaards hebben altijd de onderdrukten en hongerenden geholpen. Na de Eerste -Wereldoorlog hadden ze Hongaarse kinderen in huis. Nederland had altijd onderdak -aan de Joden en andere ontheemden verstrekt. Dat hóórden we ook gewoon te doen, -vonden de Boogaards. De voornaamste reden daarvoor vonden ze in de Bijbel: 'De Joden -zijn Gods uitverkoren volk.' 'En de Duitsers horen hier niet', voegden ze er dan aan -toe (75). - -En even verder horen we wat er gebeurde tijdens de tweede overval op de boerderij: -"Elf mensen uit de kelder werden gepakt. (...) De oude Hannes, toen al 77, wilde de -mensen niet laten gaan. Met de Bijbel in zijn handen bezwoer hij de politiemannen, -dat zij de Joden niet mochten oppakken. 'Ze zijn Gods uitverkoren volk.' 'je houdt -je smoel of je gaat ook mee', schreeuwden ze. 'Ik ga mee,' zei de oude Hannes en -hij ging mee."(84). - -<164> - -foto 22 Ds . C. Kapteyn Dzn. (1895-1965) - -Een derde voorbeeld was de Amsterdamse ds. C. Kapteyn, collega van de al vaker -genoemde ds. J. van Nes. Hij werd wegens hulp aan Joden gevangen genomen en -verhoord door Sachbearbeiter Nagel. Deze vroeg Kapteyn, waarom hij Joden geholpen -had bij het onderduiken. - -En het antwoord was, dat Christus ons dat geleerd heeft en dat deze bijzonder -aangedrongen heeft op barmhartigheid voor de Joden. Ds. Kapteyn las uit zijn -bijbel voor Romeinen 11:30-32. -De heer Nagel antwoordde niets, maar liet het door ds. Kapteyn gezegde, met het -Schriftbewijs erbij, kort in de protocollen invullen. Toen verder aan ds. Kapteyn -gevraagd werd, waar de door hem geholpen Joden waren, zei hij, dat hij dat niet -kon zeggen. En het tot grote verbazing van ds. Kapteyn gegeven wederwoord was: -"Als ik op uw standpunt stond, dan vertikte ik het ook, om het te zeggen." -En aan de typiste werd gedicteerd voor het protocol: "Wo diese Juden sind, kann -ich nicht sagen". [14.5] - -<165> - -Het frappeert me dat de niet-kerkelijke geschiedschrijvers met geen woord reppen -van dit motief om Joden te helpen: "Gods uitverkoren volk" of "het oude Bondsvolk" -of een soortgelijke uitdrukking. Ook L. de Jong zegt wel: "Wat de gereformeerden -aangaat, verdient het de aandacht dat zij die toch niet meer dan 8% van de -bevolking vormden, uiteindelijk ongeveer een kwart van de Joodse onderduikers -geherbergd hebben." [14.6] De vraag evenwel, wat voor dat herbergen het motief -zou kunnen geweest zijn, wordt door hem niet behandeld. -Een uitzondering op de regel van dit niet noemen van het "Gods volk-motief' is -het onlangs verschenen De altruïstische persoonlijkheid - Waarom riskeerden -gewone mannen en vrouwen kun levens om anderen te redden? Een citaat: - -Voor bepaalde gereformeerde helpers in Nederland hadden alle Joden een speciale -verdienste, los van de gedragingen of eigenschappen van individuen, want die was -hen geschonken door God zelf. - -Wat het Joodse volk betrof, werden wij opgevoed in een traditie waarin we geleerd -hadden dat het Joodse volk het volk was van de Heer. - -De belangrijkste reden is dat we wisten dat zij het uitverkoren volk Gods zijn. -We moesten hen redden. We vonden dat we dat moesten doen - en met die overtuiging -riskeer je dan alles. - -Zoals ik u al zei, we hebben altijd van het Joodse volk gehouden omdat het Joodse -volk Gods volk is. [14.7] - -Naast de specifieke ("de Joden zijn Gods volk") gold zeker niet minder ook de meer -algemene opdracht: "Heb uw naaste lief als uzelf." De naam van het gedenkboek van -het verzet in LO en LKP bedoelt te verwijzen naar die opdracht: "Het grote gebod." - -b. Angst - -Nu is met dit alles bepaald niet gezegd, dat een meerderheid van de Gereformeerden -metterdaad Joden geholpen heeft. In werkelijkheid heeft slechts een (kleine) -minderheid dat gedaan. De meerderheid liet het afweten, ook bij hen. -Op de vraag, waarom mensen het uitdrukkelijke voorschrift van hun geloofsovertuiging -soms (vaak!) naast zich neerlegden - terwijl "niet-gelovigen" dat gebod niet zelden -wél vervulden", kunnen verschillende antwoorden gegeven worden. Ongetwijfeld was -een belangrijke factor om géén Joden te helpen: de angst. Die kon men dan eventueel -verbergen achter een min of meer aannemelijke verontschuldiging. - -<166> - -Eens vroeg ik aan iemand - eigenaar van een grote, eenzaam gelegen boerderij - een -joods kind in huis te nemen. Zijn huisgenoten wilden wel, hij niet. Hij erkende het -eerlijk: "ik ben bang". De man was Gereformeerd ouderling en, ofschoon ikzelf -toentertijd allesbehalve godvruchtig was, achtte ik het gewenst hem de voor de -hand liggende duimschroeven aan te leggen. Dus hield ik hem voor dat, naar zijn -geloofsovertuiging, hij eens voor de rechterstoel van God verantwoording zou moeten -afleggen van wat hij nagelaten had; ook van het geen onderdak verschaffen aan een -joods kind. Ik vroeg hem of hij daarvoor niet banger was dan voor wat de Duitsers -bij eventuele ontdekking hem zouden kunnen aandoen. -Nog zie ik in gedachten het gezicht van de man voor me; hij zweette ervan. Maar -het antwoord was: je hebt gelijk; toch durf ik niet." Het ironische van het geval -is dat dezelfde man, aan het eind van de oorlog toen zijn dorp onder vuur lag en -men moest evacueren, niet te bang was om terug te gaan in een poging om wat huisraad -te redden. Dat heeft hem toen zijn leven gekost. -Inderdaad was men soms, hoe onlogisch het klinken moge, minder bezorgd over het -verliezen van lijf dan van goed. Na de slag bij Arnhem waren er nogal wat Engelse -militairen ondergebracht bij burgers op de Veluwe. Men wist bij ontdekking de -doodstraf te zullen krijgen, maar dat risico werd aanvaard. Toen evenwel bleek, -dat de Duitsers bij ontdekking niet alleen de heer des huizes fusilleerden, -maar ook zijn huis of boerderij verwoestten, zijn er een paar boeren geweest -die zelden: "Dat wordt me te kras; zoek een andere plaats voor die Engelsman." -Al eerder noemden we terloops hoe mevrouw Ader-Appels de pastorie moest verlaten -en hoe die werd leeggeroofd, vanwege de hulp door haar en haar man verleend aan Joden. -Zoiets was ook een harde klap, misschien harder dan we ons nu kunnen voorstellen. - -c. Om zielen te redden? - -Als een jood onderdook bij een christen, hielp de christen hem dan met de bedoeling, -hem te winnen voor het christelijk geloof? Die vraag kwam reeds zijdelings aan -de orde en dient hier nu uitvoeriger besproken te worden. - -<167> - -Duidelijk was de mening van een van de deelnemers aan een radio-uitzending van -IKON [14.8] die op een desbetreffende vraag uitsprak, dat "het laten onderduiken -soms ook een bijbedoeling had" en dat zij die lieten onderduiken dachten "dat zij -het instrument waren in Gods hand om de Joden te confronteren met hun Messias." -Ook verklaarde hij, dat "die diepste motivering eerder regel dan uitzondering was." -Nadat die mening in het dagblad Trouw' samengevat was als zou "meer dan de helft -van de christenen die Joden in hun huis deden onderduiken, dit uit bekeringsdrang" -gedaan hebben, nuanceerde hij evenwel zijn standpunt: "algemene uitspraken zijn -hier natuurlijk niet te doen." - -Krachtig wees de Hervormde emeritus-predikant G.C. Tromp (in Trouw, 15.6.1988) de -mening als zou men Joden in huis genomen hebben om ze te "bekeren", van de hand. -Hij sprak - als hulpprediker in de oude binnenstad van Amsterdam in de jaren -1943-1945 - uit eigen ervaring: - -Mij is geen enkel geval bekend van christenen die een Joodse onderduiker wilden -helpen 'uit bekeringsdrang'. Ik denk nu aan gezinnen die behoorden tot de -hervormde, de gereformeerde, de christelijke gereformeerde kerken en tot de -gereformeerde gemeente. Dat men aan onderduikers onderdak bood was vaak iets -dat men deed - met vrees en beven; maar men dééd het, om levens te redden. Men -deed het uit geloof zoals anderen het deden vanuit hun humanitaire overtuiging. - -Humoristisch (maar niet onjuist) is een andere opmerking van Tromp: - -Men kan ervan overtuigd zijn dat mensen die in de oorlog ondanks de struggle -for life, een 'bekeringsdrang' in zich voelden, volop gelegenheid vonden die -drang zonder risico uit te oefenen. Er waren tal van Nederlanders, die niet het -christelijk geloof beleden. Men kon vrijuit met hen spreken, zonder het risico -in een concentratiekamp terecht te komen. Daarom is het onbegrijpelijk dat er -mensen geweest zouden zijn, die Joden in hun huis lieten onderduiken uit -bekeringsdrang. - -Ds. Tromp vond dat "op deze wijze de eer en de goede naam van christenen die -onderduikers in hun gezin opnamen, wordt aangetast", en achtte het gevaar van -geschiedvervalsing aanwezig. -Wij zijn, met ds. Tromp, van mening dat bekeringsdrang nimmer de reden is geweest -om Joden als onderduikers in huis te nemen, in een tijd toen het verlenen van -hulp aan Joden ernstig gevaar voor schade aan lijf en goed met zich mee bracht. - -<168> - -Men dient zich evenwel, ter beoordeling van de problematiek, in te denken wat -er gebeurde wanneer een Joodse man, vrouw of kind onderdook bij een christelijk -(laten we aannemen: een Gereformeerd) gezin. Dat was voor beide kanten een soort -culturele schok. Zelden was het gastgezin gewend om intensief met "andersdenkenden" -om te gaan; het was nog de tijd van de "verzuiling". Voor de gast was de schok -nog groter. -Het gezin had een vast patroon wat betreft de beleving van het geloof- op zondag -ging men tweemaal naar een kerkdienst; door de week gingen de opgroeiende kinderen -naar de catechisatie (kerkelijk onderricht) en naar de -eveneens kerkelijk -georiënteerde - jeugdvereniging. Dat alles ging de onderduiker nog grotendeels -voorbij; al werd er in vele gezinnen thuis nagepraat over de preek en werd er -bij de jeugd geïnformeerd naar wat er besproken was op catechisatie of -jeugdvereniging. Maar - tenzij men een gedeelte van het huis apart kon bewonen -(de Silbers bij Pontier) het dagelijks huiselijk bedrijf ging de onderduiker -allerminst voorbij. In de meeste gevallen zat hij met het gezin aan de etenstafel -en hoorde zodoende driemaal daags lezen uit de Bijbel, en zesmaal daags een hardop -uitgesproken gebed. -Soms zal de onderduiker geboeid zijn geweest door de krachtige woorden waarmee -in het gebed gevraagd werd om Gods bescherming voor de verdrukten, alsook om de -ondergang van de verdrukkers. Maar dat werd gevraagd "in Christus' naam", en dat -zal hem een minder behaaglijk gevoel gegeven hebben. Of, sterker, hij of zij -voelde zich miserabel. -Anne de Vries vertelt, in De levensroman van Johannes Post: - -In de boerderij staat de tafel gedekt. Spoedig dampt een warm maal op de schalen. -De Joden scharen zich om de dis. Johannes gaat voor in gebed. Hij neemt geen blad -voor zijn mond. Ofschoon hij gaarne de gevoelens van anderen ontziet, in zijn -gebed moet hij oprecht en openhartig zijn. "Here, wij danken U, dat Gij ons bewaard -hebt en dat Gij deze levens aan het woeden van de vijand hebt ontrukt. Wil deze -vervolgden een Vader en Beschermer zijn, om Christus' wil, die ook hun Messias is, -al erkennen ze Hem nog niet..." [14.10] - -Men nam - het zij nogmaals beklemtoond - Joden in huis om levens te redden, niet -om ze te bekeren. Toch ligt het voor de hand dat, als ze eenmaal in huis waren en -men elkaar beter ging kennen, de gedachte kon opkomen: "wat zou het fijn zijn als -onze huisgenoot 'het heil in Christus' vindt." Men had als kind al op de catechisatie -uit het hoofd geleerd, dat er "bij niemand anders (dan bij Jezus) enige zaligheid -te zoeken of te vinden is" (Heidelbergse Catechismus, zondag 1l). - -<169> - -We achten een dergelijke hoop op zichzelf respectabel. Ieder, die de eigen geloofs- -overtuiging ervaart als iets waardevols, zal het verlangen kennen om dat waardevolle -met een ander te delen. Zowel de bereidheid om een mensenleven te redden en daarbij -groot persoonlijk risico te lopen, als ook het verlangen om de ander tot geloof te -brengen, kónden voortkomen uit dezelfde bron: oprechte naastenliefde. -Bovendien, niemand was zijn leven zeker; de helper evenmin als de geholpene. Als -alles tegenliep, en een laatste, bittere werkelijkheid aanvaard moest worden, dan -bleek de wetenschap dat die ander - hetzij jood of niet-jood - tot geloof was gekomen, -een geweldige troost. Dat heb ik gezien, toen onze vriend Lodewijk van Duuren - -samen met de anderen van de z.g. Trouwgroep - augustus 1944 door de Duitsers -gefusilleerd was en zijn ouders kort daarop zijn afscheidsbrief kregen. -Welnu, het lag voor de hand dat, als er een onderduiker -jood of niet-jood - bij -een meelevend-christelijk gezin ondergebracht was en hij na verloop van tijd -belangstellende vragen naar hun geloof begon te stellen, hem dan met genoegen -antwoord gegeven werd. -Schrijver dezes is van mening, dat "verantwoording afleggen van de hoop die in -ons is" (1 Petrus 3:15) geen verwerpelijke zaak behoeft te zijn, vooral indien -men bedenkt dat Petrus erbij zei: "aan al wie u rekenschap vraagt." En indien, ten -tweede, aanvaard wordt dat de ander eveneens het volste recht heeft om op zijn beurt -mij te confronteren met zijn - van de mijne afwijkende - geloofsovertuiging. -Ten derde dient bedacht te worden - en hier juist wrong soms de schoen - dat een -uitwisseling van wederzijdse overtuigingen alleen op een zuivere manier kan -plaatsvinden indien beide gesprekspartners op basis van gelijkheid spreken; met -andere woorden: als niet de een over de ander macht uitoefent of zelfs maar -probeert uit te oefenen. Men kan de ruimte van de ander op allerlei manieren -inperken, ook door verbaal geweld of psychische druk. Terecht heeft Dick Houwaart -op dit gevaar gewezen. Een machtspositie kan verankerd zijn in de situatie, zelfs -op een manier waarbij de betrokkenen zich de ongelijkheid op het moment niet eens -realiseren. - -<170> - -Een onderduiker was van het gastgezin afhankelijk voor de redding van zijn leven, -en bovendien voor het dagelijks levensonderhoud. Van die afhankelijkheid - en de -consequenties daarvan voor de omgang met elkaar - is zich niet iedere gastheer -en gastvrouw bewust geweest. En dan spreken we nog niet eens over een kwalijke -uitschieter als waarvan "Flip Amsterdammer" vertelde (zie hierboven, hfdst. 12). -Wie een geloofsovertuiging bezit, mag die (proberen) uit (te) dragen; maar wie -daarbij de ander niet de ruimte laat (ook de ruimte tot besliste afwijzing) en -geen - of te weinig - besef heeft van de corrumperende invloed die macht kan -hebben op menselijke relaties, die loopt gevaar te spreken en/ of te handelen -op een manier die we in strijd achten met de bedoeling van het evangelie. In -die zin zijn er ongetwijfeld fouten gemaakt. -L. de Jong schreef: "Die 'Jodenzending' (begrijpelijk en goed bedoeld, maar, -naar ons oordeel, onzuiver omdat zij zich op afhankelijke mensen richtte) heeft -niet veel succes gehad". [14.11] -Vermoedelijk ging het, in een christelijk gezin met Joodse onderduikers, nog het -beste als de Joodse gasten orthodox waren. Dan herkende men in het geloofsgoed -van elkaar veel van het eigene: het hele Oude Testament (Tenach); vooral de Psalmen. -Zo vertelt Corrie ten Boom, toch een geducht evangeliste, hoe de orthodoxe Meier -Mossel (later "Eusie" - naar Eusebius - genoemd) bij hen onderdak vond. Vader -Ten Boom zei al gauw, na de eerste kennismaking: Ik zou het een eer vinden, als -u ons vanavond (uit de bijbel) wilt voorlezen". En Meier ging staan, zette zijn -gebedskapje op en las het aan de beurt zijnde hoofdstuk (uit Jeremia). En toen -Kerstmis naderde: - -In. Béjé, (de Barteljorisstraat in Haarlem) moesten we niet alleen Kerstmis -vieren, maar ook Chanoeka, het Joodse "Feest van de Lichten". Betsie vond een -Chanoeka-kandelaar tussen de schatten die achter de kast van de eetkamer waren -opgeborgen en zette die op de piano. Elke avond staken we een kaars aan, terwijl -Eusie de geschiedenis van de Makkabeëen voorlas. Dan zongen we melancholieke -woestijn-muziek. We waren op die avonden allemaal erg joods. [14.12] - -<171> - -Een bevriend echtpaar vertelde: "We woonden toen in Den Haag. De Joodse -onderduikster die bij ons in huis kwam was orthodox. De eerste vraag die ze -stelde was: 'Waar ligt Jeruzalem?', want in die richting wilde ze bidden. We -hebben maar in de richting van Wateringen gewezen". Dat bidden werd gerespecteerd. -Maar wanneer de Joodse gast niet gelovig was, nam men het recht dat toch ook hij -of zij op eigen opvattingen had, soms minder serieus en achtte veeleer als het -ware een vacuüm aanwezig; een gat in de markt, dat gevuld diende te worden. - -Dat wil nog niet zeggen, dat men zijn medemens op een agressief-getuigende manier -tegemoet trad. Eerder was - en is - men in orthodox-protestantse kringen, waar het -om geloofszaken gaat, geremd in het spreken. -Als voorbeeld moge dienen de bekende "oom Hannes", de boer uit Nieuw-Vennep die -we al eerder noemden. Hij kwam geregeld bij ons thuis en hoorde dat ik me in -kerkelijk/godsdienstig opzicht afwijzend opstelde; dat speet hem kennelijk, maar -hij heeft geen poging gedaan, me tot een ander inzicht te brengen. Toen hij evenwel, -een twintig jaar later, ons in Israël bezocht, vond hij het fijn dat ik na de oorlog -theologie was gaan studeren en predikant geworden was. Toen werd er uiteraard ook -over het geloof gesproken; niet tijdens de oorlog. -Niet tegen mij, evenmin tegen zijn onderduikers, zo vernam ik van een hunner. Al -zou hij, denk ik, hen graag het geloof gegeven hebben, als hij dat gekund had. Maar -dat kan niemand. Trouwens, hij was er niet alleen de man niet naar om te -"evangeliseren", maar bovendien werd hij zeer in beslag genomen door het zoeken -naar onderduikplaatsen, het voorzien in de behoeften van distributie kaarten, -persoonsbewijzen enz. -Zijn vader, Hannes Sr., getuigde wél: zowel tegen Joodse onderduikers alsook tegen -de Duitsers. Het heeft hem zijn leven gekost. -Ook iemand als N.H. de Graaf (zie hierboven: hfdst. 2, c) was ervan overtuigd, dat -het evangelie voor alle "volkeren en rassen" bestemd is: "Want allen hebben als -waarlijk enig levensbrood Gods erbarmen en vergeving in Jezus Christus evenzeer -nodig; ieder mens wie hij ook is; evenals ikzelf slechts uit die genade leven -en sterven kan." -Men kan het met die overtuiging eens zijn of niet - dat staat ieder vrij - maar -ook indien met het er niet mee eens is, dan nog verdienen mensen als De Graaf -en de oude Hannes Boogaard [l4.13] mijns inziens ons respect. We achten het -bovendien kwalijk, wanneer het "bekerings-motief" gebruikt wordt om een karikatuur- -beeld te schetsen van wat de gastgezinnen van Joodse onderduikers bewoog om hen -in huis te nemen. - -<172> - -DEEL III: NA DE OORLOG - -15. VOETANGELS EN KLEMMEN - -Allereerst bespreken we nu enkele factoren die van invloed kunnen zijn op Iemands -beoordeling van de houding van kerken en christenen tijdens de tweede wereldoorlog. - -Het valt op dat niet alleen de historicus, maar ook - misschien mag men zeggen - -de doorsnee-Nederlander vaak een vrij duidelijk omlijnde mening heeft over het -onderwerp dat ons bezighoudt. Dat blijkt telkens, bijv. uit "Ingezonden brieven" -in diverse kranten. Over het algemeen is men van oordeel dat de kerken gezwegen -hebben, met name als het gaat om de Rooms-Katholieke Kerk. In de Inleiding noemden -we al twee uitspraken die een aantal jaren geleden gedaan werden. Om een meer -recente stem te laten klinken, Micha Kat schreef in de Volkskrant (19.8.1989): - -De katholieke kerk heeft, zonder twijfel uit angst dat ze de hele hand zouden -pakken, nooit een vinger voor de Joden uitgestoken toen ze door de nazi's werden -uitgeroeid; ze heeft in die periode het nazi-regime zelfs niet veroordeeld (en -ook dat geven ze nu nog niet toe); ze heeft haar aanhang nooit opgeroepen de -Joden bij te staan, et cetera. - -Voor wie weet heeft van antisemitische uitspraken en daden, in de loop der eeuwen -bedreven door leiders der kerk, voor wie bovendien persoonlijk geleden heeft -en/of familieleden weggevoerd zag worden naar een vernietigingskamp, is het -uiterst moeilijk om te geloven dat niet slechts enkele "rechtvaardigen uit de -volkeren", maar ook de kerken in Nederland, met inbegrip van de Rooms-Katholieke -Kerk, hun stem publiekelijk verheven hebben tegen de Jodenvervolging tijdens de -tweede wereldoorlog. -Toch ontbreekt het, zoals we nog zullen zien, niet aan (ook Joodse) historici, -die het protest van de kerken uitdrukkelijk genoemd hebben. -De voetangels en klemmen op de weg naar een evenwichtige evaluatie zijn velerlei. -Indien men zelf betrokken geweest was bij het verzet der kerken, lag het gevaar -voor de hand dat men gemaakte fouten probeerde goed te praten. - -<177> - -Twee andere factoren die het oordeel - ook van de direct-betrokkenen - beïnvloedden, -waren: 1e het (eventueel: hernieuwde) besef hoe erg de ramp geweest was: dat het -om niet minder dan de sjoa ging; en 2e hun godsdienstige opvattingen. - -De godsdienstig meelevende Protestant beleed dat "ook onze beste werken in dit leven -alle onvolkomen en met zonden bevlekt zijn" (Heidelbergse Catechismus, zondag 24). -En wat er aan goeds gedaan is, dat is Gods werk in ons en door ons-, Gods genade, -geen verdienste. Alle eer aan God! -Een typerende uitspraak: "De hulpverlening - niet alleen in ons gezin, maar door -veel meer Nederlandse mensen - was een geloofsdaad. Wij waren alleen werktuigen -bij haar redding. Zoals ik het zie was het niet mijn werk - het was Gods werk".' -Bovendien nam men, als het goed was, de radicaliteit van het Goddelijk gebod tot -naastenliefde serieus: een christen behóórde zijn leven in te zetten voor de -medemens. -Gemeten naar die maatstaf heeft welhaast iedereen gefaald tijdens de tweede -wereldoorlog. Terecht zei dr. W. Banning: "Als de kerk voor honderd procent de -geloofsgehoorzaamheid had opgebracht, zou er geen dominee of pastoor het levend -hebben afgebracht. [15.2] -Zij die niet al te zeer gefaald hadden, zullen zich bovendien het bijbelwoord -herinnerd hebben: "Zo moet ook gij, nadat gij alles gedaan hebt wat u bevolen is, -zeggen: Wij' zijn onnutte slaven; wij hebben slechts gedaan wat wij moesten doen" -(Lucas 17: 10). - -Beide factoren - het hernieuwd besef hoe groot de ramp was geweest en zijn -godsdienstige overtuiging - zullen bij ds. Buskes meegespeeld hebben toen hij -voor het weekblad Hervormd Nederland het boek van J. Presser, Ondergang, besprak: -"Mij werd weinig tijd gegeven, zodat ik de elfhonderd bladzijden van de twee delen -in één ruk gelezen heb. Ik wist veel. Dat dacht ik tenminste. Toen ik diep in de -nacht het boek uit had, wist ik, dat wij het nog op geen stukken na weten en dat -ons volk voor het grootste gedeelte het nog helemaal niet weet. Ik was er kapot van. -Ik voelde mij' ziek, lichamelijk en geestelijk geschonden." [15.3] -Later in zijn artikel zegt hij dan: - -<178> - -Maar laat ik niet voortgaan. Het windt me te veel op. Ook vanwege eigen falen. -Waarom heb ik niet feller gevochten dan ik deed voor wat ik zag als 'de heilige -plicht' van de kerk? Waarom ben ik op alle mogelijke onwezenlijke redeneringen -ingegaan? Waarom heb ik mij laten verleiden - ja, verleiden - tot compromissen? -Waarom heb ik niet gezegd: zo spreekt de Heer? Het is een pijnlijke zaak, ook -voor hen van wie men, zoals van mij, zegt dat ze zich goed hebben gehouden. -Het gaat er immers maar om, welke maatstaf men aanlegt. - -"Het gaat er maar om, welke maatstaf men aanlegt. " Inderdaad. -De maatstaf van ds. Buskes was een heel andere dan die van Abel Herzberg, toen -hij eens tegen me zei: Ik verwijt het niemand als hij geen Joden verborgen heeft, -want ik weet niet of ik het zelf gedurfd zou hebben". -Sommige scribenten over de tweede wereldoorlog lijken te schrijven vanuit de eigen -rustige en veilige studeerkamer, zonder iets te beseffen van de angst en de pijn -van toen; zonder zelfs maar te proberen, zich in de situatie van toen te verplaatsen. -Het moet erkend worden, dat dat een uiterst moeilijke opgaaf is. -Zo dient men zich bijvoorbeeld te realiseren: nu weten we dingen die toen niet -bekend waren, en wij kunnen de kennis van wat er in Auschwitz gebeurde, niet uit -onze herinnering wissen. Toen hebben we soms iets ervan vermoed, dan weer van ons -af gezet. De eerder (hfdst. 9, f) geciteerde brief van Bep Blok aan ds. Buskes was -typerend voor velen: In het land waar ze komen hebben ze het niet slecht, dat weten -we positief. " Zou ook ds. Buskes, toen hij dat las, het geloofd - of althans -gehoopt - hebben? - -De Duitsers gebruikten de wapens van bedreiging ("wie onderduikt en gepakt wordt, -gaat rechtstreeks naar Mauthausen"), verdeeldheid zaaien, en misleiding. [15.4] -De werkelijkheid was zo afschuwelijk, dat men lange tijd er niet aan wilde. Men -probeerde optimistisch te blijven en verdrong informatie die in strijd was met -dat optimisme. Totdat het afweermechanisme bezweek onder druk van de feiten, en -dan sloeg het optimisme vaak om in een verlammend pessimisme. Bijna iedereen was -toen min of meer "manisch-depressief": het ene ogenblik op de bergtoppen, het -volgende in een diep dal. -"Als bleek dat het ongelooflijke echt plaatsvond, begon het allemaal noodzakelijk -en onvermijdelijk te lijken". Aldus Michael R. Marrus. [15.5] Deze auteur en ook -L. de Jong [15.6] leggen uit, waarom velen de binnenkomende berichten over de -massamoord niet geloofd hebben. Een van de redenen was: men beschouwde die berichten -als "oorlogs-propaganda tegen de Duitsers". Dat gold voor velen buiten het door -de Duitsers bezette gebied, maar ook daarbinnen. - -<179> - -In het bezette gebied had men bovendien te kampen met de dagelijkse problemen: -kleding-, brandstof- en voedselschaarste; voor jongemannen de keus om onder te -duiken dan wel gedwongen in Duitsland te gaan werken. Ook diegenen die leiding -aan de kerken dienden te geven hadden, in de persoonlijke levenssfeer, deze vragen -onder de ogen te zien. -Bovendien was de vervolging der Joden wel het eerste waartegen de kerken bij de -Duitse bezetter geprotesteerd hebben, maar niet het enige. Stappen, door de kerken -ondernomen, geven een indruk van wat er tengevolge van de bezetting aan andere -kwesties op hen afkwam: - - voorbede in de kerkdiensten voor de koningin; - arrestatie van predikanten; - muilkorving en daarna opheffing van de kerkelijke pers; - de jeugd moet lid worden van de Arbeidsdienst, waar ze in nationaal- - socialistische zin geïndoctrineerd werd; - vordering van kerkklokken; - deportatie van arbeiders naar Duitsland; - sluiting van het Nederlands Bijbelgenootschap; - alle kerkelijke conferenties verboden; - ter dood veroordelingen; - deportatie van studenten; - nationaal-socialistische opvoeding in christelijke scholen. - -Wie nu geroepen is om de situatie van toen te beoordelen, dient al deze aspecten -te overwegen. Er is een mooie Joodse spreuk, toegeschreven aan Hillel: "veroordeel -je naaste niet, eer je in zijn situatie komt."[15.7] Nu behoort de situatie van -toen - gelukkig - tot de verleden tijd en, als men Hillels spreuk absoluut neemt, -zou men niemands handelwijze van toen kunnen beoordelen en eventueel veroordelen. -Dat is uiteraard niet de bedoeling. Maar wel menen we, dat men althans moet proberen -zich in de situatie van toen in te leven, opdat het oordeel billijk zij. - -Wanneer ik, in de jaren zestig, in Israël een lezing over "de houding der kerken" -hield, heb ik mijn gehoor wel eens uitgenodigd, zich voor te stellen dat (de hemel -verhoede) het land Israël bezet zou zijn door een vreemde mogendheid (de Turken, -of de Chinezen) die een groot deel van de Joodse bevolking zou wegvoeren voor het -verrichten van dwangarbeid in het buitenland; dat het voedsel op de bon zou zijn -enz.; maar dat het eigen leven geen gevaar liep zolang men zich maar schikte naar -de voorschriften van de vijand. Dat een christelijke minderheid evenwel gedeporteerd -en vernietigd werd; dat christenen die onderdoken geen distributiekaart meer -ontvingen, dat hun identiteitskaart gestempeld werd met een grote C en dat ze een -geel kruis op hun kleding moesten dragen om hen te isoleren van de niet-christenen. - -<180> - -Dan vroeg ik: "Zoudt U, in zo'n situatie, bereid zijn een strenge straf te riskeren -om mijn vrouw, een van mijn kinderen of mijzelf te verbergen - ook al zien we er -erg 'arisch' uit en ofschoon U beseft dat U gevaar loopt verraden te worden, en het -nog grotere risico om gepakt te worden tengevolge van mensen die hun mond niet -kunnen houden? Zou de opperrabbijn bereid zijn publiekelijk te protesteren tegen -de anti-christelijke maatregelen, en opdracht geven om dat protest in alle synagoges -in de diensten op vrijdagavond en op zaterdag voor te lezen?" - -Nogmaals: oordelen - en eventueel: veroordelen - staat ieder vrij. Maar wie bereid -is tot een oefening als boven beschreven (die uiteraard niet alleen voor Israël -nuttig is), heeft een betere kans dat zijn oordeel fair zal zijn. - -<181> - -16. DE BEVRIJDING; EEN ENQUETE - -Eindelijk capituleerde Duitsland en brak de dag van de bevrijding aan. De -onderduikers kwamen boven water. Het gewone leven kwam weer op gang. Geleidelijk -aan werden de verschrikkingen van de concentratiekampen in hun volle omvang bekend. -Slechts een klein gedeelte van de weggevoerde Joden kwam terug. -De eerste gedenkdag van de bevrijding werd op tal van plaatsen gevierd in -oecumenische kerkdiensten. Uit het gebed, behorende tot de liturgie voor deze -diensten, citeren we het volgende gedeelte: - -Met name gedenken wij de Joden, die meer dan de anderen hebben geleden, meer dan -de anderen zijn vernederd en gesmaad. Hun gezinnen zijn meedogenloos uiteengescheurd. -De vijand heeft getracht hen uit te roeien. Wij weten thans, dat honderd duizenden -koelbloedig en op de wreedste wijze zijn omgebracht. Hoor, o God, hoe het bloed, -dat in de aarde wegzonk, roept tot U in de hemel. [16.1] - -Al spoedig zond ds. J. van Nes een circulaire (gedateerd 1 juni 1945) aan alle -plaatselijke Gereformeerde Kerken met het volgende verzoek: - -Gij zoudt ons bijzonder verplichten, als gij een opgave zoudt kunnen doen van -het aantal Joden, dat ten Uwent ondergedoken is geweest, en ook van het aantal -Gereformeerden, waar aan Joodse personen onderdak werd verleend of waar Joodse -kinderen werden opgenomen. -En dan is 't voor ons van het grootste belang te weten, of er ook bijzondere -geestelijke contacten zijn gelegd tussen Joden en Gereformeerden ten Uwent -tijdens de oorlogsjaren. Voor alles, wat gij ons over de Joden en de Joden- -zending kunt meedelen, en ook het verkeer tussen Joden en (Gereformeerde) -Christenen, zullen wij U zeer dankbaar zijn. -Wij willen trachten, de gegevens daarover in 't hele land te verzamelen. Wij -houden ons aanbevolen voor een lijst van de adressen der Joden in Uwe gemeente, -want gij begrijpt wel, dat ons Joodse adressen materiaal geheel verouderd is. -[16.2] - -<182> - -Op dit verzoek kwamen veel antwoorden binnen. Men vindt ze, getypt op niet minder -dan 222 vellen, in het archief. [16.3138] Elk vel bevat een aantal antwoorden. -Sommige verslagen over de relatie met de voormalige onderduikers (naar mijn -schatting: verreweg de meeste) waren positief. Zo schreef iemand: "Mevr. R. was -een flinke, eerlijke huisgenote die steeds met genoegen is 'opgeborgen'. Tussen -haar en de familie T. is een hechte vriendschap gegroeid" (vel no. 16). - -Nu werd er in de eerder genoemde IKON radio-uitzending op 4 mei 1988 gezegd: - -De antwoorden, uit tientallen gemeentes over meer dan 1000 Joden, zijn onthutsend -te noemen. Joden die gedurende hun onderduiktijd geen interesse hadden getoond -voor het evangelie, worden afgeschilderd als lui, slecht, dom, halsstarrig. - -Bij navraag bleek me evenwel uit informatie, verstrekt door de samenstellers -van het betreffende programma, dat het niet om één, maar om verschillende brieven -ging waaruit men de woorden gehaald en daarna gecombineerd had tot één zin. Zelf -ben Ik erin geslaagd om een brief te vinden waarin het woord "halsstarrig" -inderdaad voorkwam. De andere woorden heb ik niet gevonden, maar ik zocht dan ook -naar een combinatie van de vier genoemde woorden. -Het komt me voor dat de combinatie suggestief is en een cumulatief effect heeft. -Ook is allerminst duidelijk, of -afgezien van "halsstarrig" - de woorden "lui, -slecht en dom" iets te maken hadden met het al of niet interesse tonen voor het -evangelie, zoals gesuggereerd werd. -In de uitzending werd in vervolg hierop gezegd: - -Ik denk: de Duitse propaganda had uiteindelijk toch zijn werk gedaan; het Duitse -vergif, het antisemitisme, dat na de oorlog in heviger mate aanwezig was dan voor -de oorlog. - -Naar mijn mening doet men met het trekken van deze conclusie de betrokkenen onrecht. -Men had - behalve het reeds genoemde - immers dienen te overwegen dat het, na een -moeilijke periode van - in veel gevallen - samenleven met te veel personen in een -beperkte ruimte, waarbij het gevaar bij ontdekking ernstige gevolgen zou hebben -vooral voor de onderduiker(s), maar toch ook voor het gastgezin, te verwachten -was dat er af en toe spanningen en irritaties zouden optreden en wel aan beide kanten. -Op grond van diverse positieve reacties op de circulaire van ds. Van Nes zou men -overigens ook een artikel kunnen schrijven (of een radio-uitzending kunnen -samenstellen) met als titel: - -<183> - -"Vriendschap tussen Gereformeerden en Joden, dankzij de onderduik." -Daarmee wil niet beweerd zijn, dat er géén antisemitisme bij Gereformeerden voorkwam -of voorkomt. Slechts zijn we van oordeel, dat het in de betreffende IKON-uitzending -niet is aangetoond. Daar komt dan nog bij, dat de betrokkenen veel op het spel gezet -hadden met het verbergen van hun Joodse medemens. Dat wil nog niet zeggen dat zij -immuun waren voor de bacil van het antisemitisme. Wel betekent het, dat men bij het -trekken van conclusies jegens hen extra zorgvuldig had dienen te zijn. - -Een totaal andere vraag (niet in de IKON-uitzending besproken) is, of het houden -van deze enquête correct was jegens degenen omtrent wie men de gegevens verzamelde. -We achten het incorrect dat informatie gevraagd en verstrekt werd over mensen die - -in een noodsituatie - afhankelijk waren geweest van anderen. We beschouwen deze -handelwijze - afgezien van de vraag of de verstrekte gegevens juist dan wel onjuist -waren - een inbreuk op de privacy waarop ieder mens recht heeft, en als zodanig te -betreuren. - -<184> - -17. GESCHIEDSCHRIJVERS ONDER VUUR - -Na de oorlog verscheen al spoedig (in 1946) het bekende werk van H.C. Touw, -Het verzet der Hervormde Kerk (in twee delen). Het werk van Touw blijft onmisbaar -voor ieder die zich een oordeel wil vormen over de houding van de Hervormde Kerk -tijdens de tweede wereldoorlog. Toch oogstte zijn boek - behalve waardering - ook -forse kritiek. - -Daar was allereerst ds. J.J. Buskes, die aan Het verzet der Hervormde Kerk twee -artikelen wijdde; het eerste was waarderend, maar het tweede bevatte "enkele -kritische kanttekeningen" (In de Waagschaal, 5 september 1947). -Zoals hij gewend was, wond ds. Buskes er geen doekjes om. Zo schreef hij over -het besluit van de Hervormde Synode om het telegram van protest tegen de Joden- -deportaties niet voor te lezen: "Ds. Touw, die bezwaren heeft tegen het Synode- -besluit, tracht het toch zo veel mogelijk goed te praten en te verdedigen." -Ook wees ds. Buskes erop, dat prof. W.J. Aalders op de vergadering van het Convent -al tegen voorlezing van het telegram was, maar omdat alle anderen vóór waren, -"legde de Synode er zich bij neer, maar niet van harte. Toen kwam het verzoek -van Seyss-Inquart (om niet af te lezen) en willigde de Synode dit verzoek in." -Bovendien werd in de officiële mededeling over het niet-voorlezen van het telegram -die de Synode aan de predikanten zond, over het in gevaar brengen van de Joden- -Christenen niet gesproken. Aldus ds. Buskes. - -Ook H.M. van Randwijk had het een en ander af te dingen op de weergave van ds. -Touw. Hij deed dat in een brief aan deze (13 februari 1950), naar aanleiding van -Touws artikel geschreven voor Onderdrukking en Verzet over "Het verzet der -Hervormde Kerk". Touw accepteerde de door Van Randwijk voorgestelde correcties. -Wanneer Touws weergave in het artikel afwijkt van die in zijn eerdere boek, -verdient de weergave van het artikel dus de voorkeur (zie ook hierboven: hfdst. -4, noot 1). - -<185> - -Pas in 1949 verscheen: Opdat wij niet vergeten - De bijdrage van de Gereformeerde -Kerken, van haar voorgangers en leden, in het verzet tegen het Nationaal-Socialisme -en de Duitse tyrannie. Uit de inleiding blijkt dat eerst anderen de opdracht -gekregen hadden, "maar tot hun leedwezen om velerlei oorzaak geen gelegenheid -vonden deze arbeid aan te vangen en derhalve van de hun opgedragen taak moesten -ontheven worden. " Daarop had ds. Th. Delleman, studentenpredikant te Groningen, -de synodale opdracht aanvaard en daaraan "met bekwame spoed" uitvoering gegeven. - -Ds. Delleman heeft de hulp verkregen van 16 medewerkers. Hoofdstuk IV ("Het Kerkelijk -Verzet") is geschreven door hemzelf, mr. dr. J. Donner, dr. J.J.C. van Dijk en -dr. A.A.L. Rutgers; de laatste drie hadden de Gereformeerde Kerken vertegenwoordigd -in het lnterkerkelijk Convent/I.K.O. In dit hoofdstuk worden de reacties van de kerken -op de anti-Joodse maatregelen slechts summier behandeld. Telkens wordt verwezen naar -hoofdstuk V: "Het Jodendom en de Kerk in bezettingstijd". Dit hoofdstuk is geschreven -door ds. J. van Nes, toenmaals predikant te 's Gravenhage voor de zending onder -de Joden. Vanaf 1916 tot aan zijn dood in 1949 heeft hij deze speciale opdracht gehad. -Ds. Van Nes is nooit predikant van een gemeente geweest. -We weten niet, waarom men juist hem verzocht heeft dit hoofdstuk te schrijven. -Hij was, in tegenstelling tot de zojuist genoemde drie Gereformeerde vertegen- -woordigers in het I.K.O., wat het verzet der kerken betreft figurant geweest. -De protesten tegen de Jodenvervolging waren door anderen opgesteld. Ook de -moeizame onderhandelingen met de Duitsers - waarbij de vertegenwoordigers van -de kerken het risico liepen, gevangen genomen te worden - waren door anderen -gevoerd. Ook de vraag of men een protest al dan niet publiekelijk zou afkondigen, -werd beslist geheel buiten ds. Van Nes om. Wel had ds. Van Nes de namen ontvangen -van hen die als Christen-Joden golden en voor wie men op die grond vrijstelling -van deportatie vroeg. -We weten evenmin of er iemand - hetzij ds. Delleman, hetzij iemand anders - kritisch -naar de bijdrage van ds. Van Nes gekeken heeft, alvorens deze geplaatst werd. - -In zijn bijdrage schreef ds. Van Nes uitvoerig over de protesten tegen de Joden- -vervolging, de bordjes "Verboden voor Joden" enz. - -<186> - -Toch krijgt men bij het lezen van hoofdstuk V telkens de indruk, dat men een rapport -over de zending onder de Joden leest. De auteur gebruikt als bron dan ook veelvuldig -de drie-maandelijkse rapporten die hijzelf bij Deputaten voor de zending onder de -Joden had ingeleverd. -We memoreerden al eerder (hfdst. 9, b) dat, toen de Duitsers de uitzonderings- -bepalingen voor de Joden-Christenen iets verruimden, ds. Van Nes in zijn rapport -(9 september 1942) schreef: "Hoe is daardoor onder de Joden een getuigenis uitgegaan, -dat Christus de zijnen beschut. " Deze woorden maken deel uit van een citaat dat -uiterst triomfantelijk van toon is. Dat hele citaat nam hij uit zijn rapport aan -deputaten over in hoofdstuk V van "Delleman". -Maar even verder in datzelfde hoofdstuk moest hij, in het vervolg van zijn verhaal, -berichten: - -Groot is de teleurstelling geweest, die op de uitreiking der "Angehörigkeits"- -verklaringen gevolgd is. De Duitsers toch hebben hun gegeven woord verbroken, en -vele Joodse personen, die zich zo verheugd hadden over de ontvangen verklaring der -kerk, die meenden daardoor gevrijwaard te zijn voor deportatie, werden opgeroepen -en weggevoerd, eerst naar Vught of Westerbork en later zelfs verderop, naar het -Oosten van Europa.(...) En alle pogingen, die aangewend werden, om te komen tot -eenheid van handelen en tot rechtvaardige handhaving van de gemaakte bepalingen -bleken vruchteloos. Slechts bij uitzondering gelukte het, reeds weggevoerden nog -terug te doen keren. [17.1] - -Blijkbaar heeft ds. Van Nes zich niet afgevraagd, of de eerste hierboven geciteerde -uitspraak heroverwogen diende te worden in het licht van latere ontwikkelingen als -beschreven in de tweede uitspraak. -Daarbij laten we dan nog de vraag maar onbeantwoord, of de boven geciteerde zin -("...dat Christus de zijnen beschut", in verband met de Duitse "concessies") wél -te handhaven ware geweest indien de Duitsers -hun gegeven woord" niet verbroken hadden. - -Later is er kritiek gekomen op diverse uitspraken van ds. Van Nes; daar kunnen -we inkomen. Zo kunnen we ons indenken, dat men bezwaar maakt tegen de stelligheid -waarmee ds. Van Nes bepaalde standpunten poneerde, bijv. dat de "heiligheden van -het Koninkrijk Gods" hooggehouden moesten worden, nl. door alleen een -"Angehörigkeits"-verklaring af te geven aan die Joden die er "recht" op hadden. - -<187> - -Nu waren er inderdaad (zoals reeds uiteengezet in hfdst. 9) gegronde redenen om -geen onjuiste verklaringen af te geven. Maar bij ds. Van Nes krijgen we de indruk, -dat hij meer oog had voor "de heiligheden van het Koninkrijk" dan voor de nood -waarin zij die om een verklaring vroegen verkeerden. -Opnieuw ergert men zich - en, zo menen we, terecht - aan de volgende van een -zekere voldoening getuigende opmerking: "De vaak maar heel vluchtige kennismaking -met het Evangelie, het op reis meegegeven bijbeltje, de hartelijkheid en het -medeleven in de uren van de diepste nood, dat alles heeft op velen indruk gemaakt -en sporen nagelaten." [17.2] -"Op reis" betekende deportatie. Hoe vaak heeft men "zielen" willen redden en geen -of te weinig oog gehad voor de noodzaak om levens te redden? Men gaf een bijbeltje -mee, maar heeft men ook hulp om onder te duiken aangeboden? -In de al genoemde IKON radio-uitzending werden diverse citaten uit het door ds. -Van Nes geschreven hoofdstuk voorgelezen, op zalvende toon. - -We zien dan, zowel in de IKON radio-uitzending als in de scriptie van A.A. Bekker, -dat de kritiek zich niet alleen richt tegen de opvattingen van ds. Van Nes, maar -ook tegen de houding van de Gereformeerde Kerken in het algemeen. -De IKON-uitzending begon als volgt: Joden-zending leidde onbedoeld tot Joden- -vernietiging. Toen (de kerken) de lijsten (van Joden die kerklid waren) -overhandigden, speelden de Duitsers perfect in op de bekeringsijver van de kerken." -Voorts wordt dan de kerken - met name de Gereformeerde -verweten: Joden die zich -tot de kerken wendden met het verzoek alsnog gedoopt te worden om zodoende op de -lijsten (van Joodse kerkleden) terecht te komen, vonden, op een enkele uitzondering -na, de kerkdeur gesloten". -Toch dient men o.i. op dit punt ds. Van Nes gelijk te geven: "Waar doop in de -tegenwoordige tijd, doordat 1 januari 1941 de 'fatale datum' is, niet bijzonder -beschermt, daar is er geen enkele uitwendige reden ook, die dringt tot haasten". -[17.3] - -Vervolgens wordt in de IKON-uitzending beweerd dat "de lijsten een omgekeerd -effect" hadden en een gevaarlijke illusie" waren. - -<188> - -Het eerder hier door ons gememoreerde verwijt in de IKON-uitzending, dat de kerken -de toelating tot de doop te moeilijk maakten (en te weinig scheutig waren met het -verstrekken van de verklaring dat iemand lid van de kerk was), lijkt ons op gespannen -voet te staan met dit tweede punt van kritiek: men kan de kerken moeilijk verwijten -niet voldoende scheutig te zijn geweest met het verstrekken van lidmaatschaps- -verklaringen, indien die nu juist niet hielpen maar veeleer het gevaar vergrootten. -Het "omgekeerde effect" van de lijsten baseerden de samenstellers van het IKON- -programma op het feit dat velen, vooral zij die tot de categorieën 3 en 4 -(Kerkelijk onderricht volgend en/of kerkdiensten bezoekend) behoorden, desondanks -gedeporteerd zijn. -Maar de kerken probeerden de mazen van het net waarmee men de Joden wilde vangen -te verwijden om zo de kans op redding te vergroten. Daarom gingen ze óók als -kerklid beschouwen wie in normale tijden niet als zodanig beschouwd werd. -Het waren evenwel geen normale tijden; er stonden mensenlevens op het spel, -dus ging men niet-formalistisch te werk en verruimde de kerkelijke regels. -Met weinig succes, helaas. Maar als men dit niet geprobeerd had, was er onzes -inziens juist reden tot scherpe kritiek geweest. -Toch kwamen de samenstellers van de IKON-uitzending - juist met gebruikmaking -van deze mislukte poging om althans een aantal mensenlevens te redden - tot hun -kwetsende bewering: "De kerken waren - zij het ongewild - een instrument in -handen van de Nazi's." - -Waren de "Angehörigkeits" -verklaringen inderdaad "een gevaarlijke illusie"? -In feite hielpen deze verklaringen niet, indien het ging om na 9 mei 1940 -gedoopten of om hen die slechts kerkelijk onderricht volgden of kerkdiensten -bijwoonden. Iemand als dr. J.J.C. van Dijk wist al op 26 september 1942 (zie -zijn brief aan ds. Doornbos, hierboven in hfdst. 9) dat de Duitsers hun eigen -lijst hadden en dat die lijst voor hen besliste. En de namen van hen die behoorden -tot de zo juist genoemde categorieën stonden niet op deze lijst. -Daarentegen waren de verklaringen wel van enig nut voorzover het ging om Joden- -christenen, die al voor de Duitse bezetting lid van een kerk waren geworden. -Ook toen de Joden-christenen gedwongen werden naar Westerbork te gaan, bleven -de kerkelijke verklaringen van enige waarde. Philip Mechanicus getuigt daarvan -in zijn dagboek. [17.4] - -<189> - -Ofschoon (zie hierboven, hfdst. 9) tenslotte ook de Joden-christenen van Westerbork -naar Theresienstadt gedeporteerd werden, hebben ongeveer 400 hunner de sjoa -overleefd. Ds. Tabaksblatt haalde, in de discussie rondom de IKON-uitzending, hier -een uitspraak van de Joodse wijzen aan: "Wie één mensenleven redt, is alsof hij -een hele wereld gered heeft" (Misjnatractaat Sanhedrin IV, 14). - -We menen, dat de samenstellers van de IKON-uitzending, vanuit hun - op zichzelf -begrijpelijke - bezwaar tegen bepaalde uitspraken van ds. Van Nes en ook vanuit -hun afwijzing van Joden-zending", onbillijk zijn geweest in hun kritiek op de -houding van de Gereformeerde Kerken in het algemeen tijdens de tweede wereldoorlog. - -Ook A.A. Bekker velt een scherp oordeel over de Gereformeerde Kerken: "De kerken -accepteerden dat (nl. het niet-deporteren van de Joden-christenen) en waren vanaf -dat moment alleen nog maar gefixeerd op de positie van de christen-Joden ". [17.5] -Evenwel dient opgemerkt te worden dat (nog afgezien van de vraag of de uitdrukking -"accepteerden" terecht is) de kerken "vanaf dat moment" geprotesteerd hebben tegen -"het ten dode vervolgen van Joodse medeburgers" (februari, 1943) en tegen de -sterilisatie (mei, 1943). Bovendien kwamen de kerken nadrukkelijk op voor de -"gemengd-gehuwde" Joden. -De constatering van de Hervormde H.C. Touw (in het eerste gedeelte van de volgende -zin) is schrijnend, maar juist: "Terwijl er voor de andere Joden niets meer te doen -valt, moet er voortdurend gestreden worden voor de belangen van de Christen-Joden -en de z.g. gemengd-gehuwden". [17.6] -Daarmee willen we overigens uitdrukkelijk niet beweren, dat de kerken het er in -alle opzichten goed afgebracht hebben. - -Mevrouw Bekker velt een negatief oordeel over de Generale synode. Zo meent zij -(inzake het lidmaatschap van de N.S.B., p. 35): "Onder druk van deze verzoeken -(van classes en particuliere synodes) was de Generale Synode wel gedwongen nu -een duidelijk standpunt in te nemen". Maar een Generale synode kon en mocht zich -alleen uitspreken over een kwestie, wanneer zij door "mindere" kerkelijke -vergaderingen om haar oordeel dienaangaande gevraagd werd. - -<190> - -Vervolgens stelt mevrouw Bekker: "De Generale Synode deed tijdens de bijeenkomsten -nooit een uitspraak over de behandeling van de Joden in het land" (78). En op de -volgende bladzijde heet het: "Nogmaals, de zaak met betrekking tot de Joden was -afgeschoven op de Deputaten voor de correspondentie met de Hoge Overheid". -Zoals bekend mag worden verondersteld, vergaderde de synode maar af en toe. Er -was dan een lange agenda en het was steeds gebruikelijk geweest dat vele zaken -ter behartiging gedelegeerd werden aan de diverse deputaatschappen, die slagvaardiger -konden opereren dan een synode kon en vaak heel wat deskundigheid in huis hadden. -Welnu, zoals we gezien hebben (hierboven, hfdst. 2, b), was in 1940 besloten dat -het moderamen (bestuur) van de synode samen met deputaten voor de correspondentie -met de Hoge Overheid beslissingen zou mogen nemen wanneer de synode niet vergaderde. -Ook de zaken die samenhingen met de vervolging der Joden werden behandeld door deze -deputaten. Dat was noodzakelijk, niet alleen omdat de synode slechts af en toe -vergaderde, maar ook omdat ze niet over een apparaat beschikte om diverse taken -te verrichten. Men vergaderde, zoals gezegd, een paar dagen en ging vervolgens -naar huis. Er was zelfs geen schijn van enige permanente organisatie. - -Toch bleef de synode wel volledig verantwoordelijk. Afgezien nog van het overleg -tussen het moderamen en deputaten (als de synode niet vergaderde): ter synode- -vergadering werd verslag uitgebracht, het gevoerde beleid (inclusief de publieke -protesten) werd uitvoerig besproken en daarop werden de handelingen van deputaten, -die zij namens de synode verricht hadden, goed- of afgekeurd. Al eerder (in hfdst. -3, d en 6, b) hebben we getracht een beeld te geven van een dergelijke vergadering -van de synode. Onder de protesten staat dan ook: De Gereformeerde Kerken in Nederland. - -We kunnen ons niet aan de indruk onttrekken dat men, zowel in de IKON radio- -uitzending als ook in de doctoraal-scriptie van mevrouw Bekker, vanuit de afwijzing -van de "zending onder de Joden" (zie ook wat we schreven in hfdst. 14, c: Om zielen -te redden?) gekomen is tot een te negatieve beoordeling van de houding van de -Gereformeerde Kerken in het algemeen, met name wat betreft de publieke protesten. - -<191> - -Wijzelf daarentegen achten het voor een nauwkeurige en evenwichtige beoordeling -gewenst, dat men de twee aspecten - "zending onder de Joden" en "protesten" - -afzonderlijk beziet. - -<192> - -18. BEOORDELINGEN - -a. Over het redden van de Joden-christenen - -De beoordelingen van de houding der kerken tonen onderling nogal enige verschillen. -We beginnen met stemmen over de handelwijze ten aanzien van de Joden-christenen. - -Touw schreef: "Grote gevaren en verzoekingen dreigden hier. Voortdurend kwam hier -immers van Duitse zijde de stem van de verzoeker: Niet protesteren, alleen -onderhandelen! Zwijg verder over de Joden, dan valt er verder met ons wel te -praten over de christen-Joden! In de geschiedenis van het verzet hebben die -stemmen telkens opnieuw geklonken. Het is een groot wonder, dat de kerk deze -stemmen in het algemeen als stemmen van de verzoeker heeft herkend, en afgewezen." -[18.1] - -Presser daarentegen velt een scherp vonnis: "En de kerken? Hoe aarzelend waren -zij niet begonnen? Hoe velen helaas schikten zich niet in de noodlottige maatregelen -van de bezetter (met een beroep op bijbelteksten e.d.), ja, werkten eraan mee? Hoe -vaak kozen zij niet in de eerste plaats partij, niet voor de vervolgde Joden, maar -voor de vervolgde dopelingen?" (IL 128). Wat betreft het argument dat ongeveer 400 -Protestantse Joden de oorlog overleefd hadden tengevolge van de bemoeienis der -kerken, is Presser voorzichtig: "De historicus tast hier in het duister; het is -immers niet altijd mogelijk, hier de causale samenhangen duidelijk te zien.(...) -Wie wijst de determinerende factor aan in dit causale kluwen?" [18.2] -Veel positiever dan de mening van Presser is die van Herzberg: "De gedoopte Joden, -die hun leven hebben kunnen redden, hebben dit uitsluitend te danken aan het -verzet der kerken, een verzet dat vooral indrukwekkend is door zijn principieel -karakter". En: "De kerken hebben ook verder het menselijk mogelijke voor de -gedoopte Joden gedaan." [18.3] - -<193> - -L. de Jong merkt op: "Ongeveer vierhonderd hervormde (lees: Protestantse; JMS) -Joden zouden gespaard blijven, maar de door de synode (lees: de kerken; JMS) -geboden bescherming is, achteraf beschouwd, slechts een factor uit vele geweest -die dat resultaat bewerkstelligd hebben". [18.4] - -Ten slotte de mening van de toenmalige secretaris-generaal van de Wereldraad van -Kerken te Geneve, dr. W.A. Visser 't Hooft: "Toen bedreigingen niets opleverden, -trachtten de Duitsers de kerken te chanteren. Hierdoor kwamen de kerken in een -ernstig gewetensconflict. Moesten ze het publiekelijk protesteren opgeven, opdat -de ene of de andere groep kerkleden gespaard zou worden? Of moesten ze voorwaarts -gaan zonder acht te slaan op de consequenties die dat kon hebben voor anderen? -Dit zijn moeilijke vragen, die men niet kan beslissen op de ingeving van het -moment, of terwijl men van buitenaf naar de situatie kijkt". [18.5] - -De hierboven genoemde - wel rhetorisch bedoelde - vraag van Presser ("Hoe vaak -kozen zij niet in de eerste plaats partij...") is te beantwoorden. Tweemaal hebben -de kerken de Joden-christenen in hun protest apart vermeld: in het eerste protest -(hfdst. 2, e) en toen de massa-deportaties begonnen (hfdst. 6, c). We achten dit -apart noemen te betreuren. -Bovendien heeft de Hervormde Kerk (juli 1942) het protest-telegram niet afgekondigd; -de andere kerken daarentegen hebben de Duitse eis dienaangaande naast zich neergelegd. -Waarop de Duitsers zich gewroken hebben op de Rooms-Katholiek gedoopte Joden, voor -zover niet "gemengd gehuwd". We bespraken dit in hfdst. 6, f. -Het niet aflezen van het telegram door een van de kerken achten we betreurenswaardig. -Overigens, wie, zoals wij, nooit voor zulk een duivels dilemma gestaan heeft als -waarmee de kerken zomer 1942 geconfronteerd werden, die zij terughoudend in zijn -oordeel. -Wanneer we dit dilemma nader overwegen,dan kan het onzes inziens geen twijfel -lijden of Seyss-Inquart en Rauter zouden inderdaad, indien het protest-telegram -in alle Protestantse kerken was voorgelezen, ook de Protestants-gedoopte Joden -hebben laten arresteren en wegvoeren. De door ons al eerder genoemde notulen -(zie hierboven: hfdst. 6, f) spraken duidelijke taal: "Voor het geval dat ook -een overwegend aantal protestantse kerken het telegram aan de Rijkscommissaris -hebben laten voorlezen, worden ook de protestantse Joden weggevoerd. Tot dit -doel moeten de lijsten reeds worden gereedgemaakt." - -<194> - -Wat de overwegingen betreft om van publieke voorlezing af te zien: -Het z.g. fatsoensargument ("onder fatsoenlijke mensen mag de ene partij niet tot -publicatie van een document overgaan wanneer de andere partij zich daartegen verzet") -achten we uiterst aanvechtbaar. -De bezorgdheid dat de vrijstelling van de Joden-christenen ingetrokken zou worden, -beschouwen we als begrijpelijk, maar zoals hierboven betoogd - we menen dat die -bezorgdheid niet de doorslag had mogen geven. -L. de Jong noemt nog een ander element dat ongetwijfeld heeft meegespeeld: In -werkelijkheid was de synode bevreesd: bevreesd wellicht voor strafmaatregelen -tegen haar voorgangers wanneer zij de bezetter trotseerde..." [18.6] We twijfelen -er niet aan of er waren Synode-leden die angstig waren: Gravemeyer en Kraemer -waren in gijzeling genomen, Scholten verbannen. Erger: er waren al doodsberichten -binnengekomen van diverse gevangengenomen collega's. -Maar aan de andere kant stond het argument als verwoord door ringt. Van de Loo: -"Die (eis tot niet-afkondiging) is er het bewijs van, hoezeer de Duitsers de kracht -van de afkondiging vrezen..." (hfdst. 6, f). - -Het lot van de Joden-christenen mocht zwaar wegen, maar niet zwaarder dan dat van -de niet-gedoopten. Welnu, een agenda, opgesteld vanuit een consequente verzetshouding, -had er als volgt uit kunnen zien: -1. Elk tot de Duitsers gericht protest afkondigen, ongeacht bedreigingen van welke - aard dan ook (het standpunt van mgr. De Jong). -2. De Joden-christenen - die door die bepaalde afkondiging direct in de gevarenlinie - kwamen - zoveel als mogelijk was helpen om onder te duiken. Al dient hier bedacht - te worden, dat het op dat moment (juli 1942) nog uiterst moeilijk was om onderduik- - plaatsen te vinden. -3. De kerkleden openlijk oproepen om de herbergzaamheid te betrachten jegens hen - die in nood waren. -4. De gemeenteleden oproepen om geen medewerking te verlenen aan daden van onrecht. - -<195> - -Zoals we zagen, hebben de kerken deze laatste uitspraak inderdaad gedaan, maar in -de Gereformeerde Kerken werd deze niet afgelezen; ook kwam de uitspraak pas nadat -er al maandenlang Joden waren gearresteerd en gedeporteerd. - -b. Commentaar op de houding van de kerken in het algemeen - -Allereerst weer enkele stemmen uit verschillende richtingen. -Dr. W.A. Visser 't Hooft merkte op: "Deze documenten moeten zorgvuldig gelezen -worden. Ze zijn kostbaar, want zij die ze opstelden en ook zij die ze voorlazen -vanaf de kansel waren in groot gevaar; ze zetten, toen ze hun getuigenis aflegden, -veel op het spel." [18.7] - -Touw was aarzelend: "Ook haar strijd voor de Joden was een strijd van vallen en -opstaan, maar dat neemt niet weg, dat deze strijd ter wille van het Joodse volk -het meest bevlogen, meest dramatisch, meest hardnekkig gestreden gedeelte is -geweest uit de Nederlandse kerkstrijd." [18.8] -Nog een uitspraak van Touw: "Zoals er op de kansels te veel is gezwegen, is er in -de huizen ongetwijfeld te weinig geherbergd. Het werd door velen ook als een -gemis gevoeld, dat de Synode in dit opzicht geen leiding gaf, geen vermaning deed -horen, geen vormen vond om de gewetens te scherpen. Hier moet van een grote -gemeenschappelijke schuld gesproken worden. Er is geen enkele reden voor de -Christenheid zich hier te beroemen. Eerder alle reden zich te schamen." [18.9] - -Wielek evenwel oordeelt positiever: In april 1942 werden er belangrijke verklaringen -die waardigheid en moed toonden, voorgelezen van de kansels van de kerken. De -activiteit van de kerk verslapte niet. De predikanten toonden persoonlijke moed; -ook zonder Synodale aansporing wisten ze, hoe te handelen. Hun preken schoten niet -te kort in helderheid, speciaal wat de vervolging der Joden en hun vervolgers betrof. -Vele predikanten moesten voor hun moedige houding betalen met een tijd in een -concentratiekamp." [18.10] -In hun algemeenheid achten we de tweede, derde en vierde zin van deze uitspraak -onjuist. - -<196> - -In een brief aan de Duitse Kerken, gedateerd 9 maart 1946, schreef de Nederlandse -Hervormde Kerk onder meer: "God heeft ons de kracht gegeven, de strijd tegen het -nationaal-socialisme te voeren. Wc bekennen openlijk voor God en de wereld, dat we -in deze strijd niet voldoende trouw, bereid tot offers en dapper geweest zijn." -[18.11] - -Aan wat reeds door ons in hoofdstuk 10 (Een verbluffende conclusie) werd opgemerkt, -willen we hier nog het volgende toevoegen. Allereerst: het zal duidelijk zijn dat -we beweringen (vermeld in de inleiding), als zouden de kerken tijdens de vervolging -van de Joden gezwegen hebben, afwijzen. De kerken hebben wel degelijk gesproken, -en dat in uiterst moeilijke omstandigheden. Ze hebben geprotesteerd tegen wat de -Joden werd aangedaan en hun protest klonk niet alleen in de oren van de bezetter, -maar het werd ook herhaaldelijk voorgelezen tijdens de openbare godsdienst- -oefeningen. Dat gold voor andere landen, het gold bepaald ook voor Nederland. -We achten het dan ook te betreuren, dat soms de houding van de kerken lichtvaardig -be- en veroordeeld werd en wordt. Dat de kerken gesproken hebben valt, voor wie -bereid is de stukken na te gaan, niet te ontkennen. Over de vraag of de kerk vroeg -genoeg, vaak genoeg en klemmend genoeg tot de bezetter heeft gesproken, werd al -tijdens de bezetting verschillend gedacht - maar gesproken heeft zij." [18.12] - -Het verwijt dat de kerken gezwegen hebben, is niet gefundeerd op de feiten en het -is onverdiend. Dat wil evenwel niet zeggen, dat de kerken het in alle opzichten -voortreffelijk gedaan hebben en dat er op de kwaliteit van diverse protesten niets -valt af te dingen. Integendeel. Zoals we in vorige hoofdstukken reeds herhaaldelijk -zagen, zijn er telkens fouten gemaakt. Dat is ook erkend, o.a. door H.C. Touw, -de auteur van Het Verzet der Hervormde Kerk (zie zijn eerder in dit hoofdstuk -geciteerde uitspraken). "Van verheerlijking van het kerkelijk verzet dient men -zich overigens te onthouden. Zij die er midden in stonden, deden dat ook". [18.13] -De strijd van de kerken voor de Joden was een strijd van vallen en opstaan. Kan men -dus zeggen, dat de houding van de kerken soms goed, soms fout is geweest? E.H. -Kossmann heeft, -tussen goed en fout", het begrip accommodatie (aanpassing) -ingevoerd: secretarissen-generaal en het bedrijfsleven hebben menigmaal een -houding van accommodatie aangenomen. [18.14] Welnu, we menen dat het onjuist en -bovendien onbillijk is, de kerken ervan te beschuldigen "fout" te zijn geweest, -in de zin dat ze met de bezetter zouden hebben gecollaboreerd (samengewerkt). -Maar soms (lang niet altijd, Goddank) zijn ze wel in de valkuil van de accommodatie -gevallen. [18.15] - -<197> - -Zoals we gezien hebben, faalden de ene keer de Hervormde Kerk, de andere keer -de Gereformeerde Kerken. Waarbij nogmaals vermeld dient te worden dat de -Rooms-Katholieke Kerk, voor wat betreft het publiekelijk afkondigen van de -protesten tegen de vervolging van de Joden, geen enkele maal water in de wijn -gedaan heeft. "Ik wil geen tweede Innitzer (Oostenrijks kardinaal) zijn", had -mgr. de Jong aan het begin van de bezetting verklaard. Hij is in dit voornemen -volledig geslaagd. - -Geen verheerlijking van het kerkelijk verzet dus. Men kan er geen "witboek" -over schrijven. Evenmin een "zwartboek" trouwens. Daarom noemde ik een vroegere -studie dan ook The Grey Book. Zowel de witte als de zwarte legende dient afgewezen -te worden. -Wat betreft het kerkelijk verzet in het algemeen, maar in het bijzonder wat -betreft de houding van de kerken in Nederland ten opzichte van de Jodenvervolging, -geldt: "Kerk was zij in een onderdrukt land en aan die druk kon ook zij zich niet -ten volle ontworstelen. Maar dat maakt het feit niet ongedaan dat zij, met -overwinning van de menselijke angst, de leer en de praktijken van de bezetter -veelvuldig en duidelijk publiekelijk verworpen en bestreden heeft." [18.16] - -<199> - -19. EEN KLEINE KAARS - -We reden, op weg naar Hongarije, door Oostenrijk. Mijn broer wees me de wegwijzer -aan: "Kijk, daar: de weg naar Mauthausen". Tegelijk zei hij: "Ik heb geen behoefte -om er heen te gaan." Hij heeft in een concentratiekamp (Vught) gezeten, en in -Duitse gevangenissen. -Je verbaast je erover dat Mauthausen ook een gewoon dorp is: het staat op de -kaart en er zijn borden die de weg er naartoe wijzen. De naam betekent: "tolhuizen". - -Later heb ik gezegd dat ik op de terugweg toch graag naar Mauthausen wilde, en -dat mijn broer dan buiten op me zou kunnen wachten. -Je rijdt, na de grote verkeersweg verlaten te hebben en de Donau te zijn overgegaan, -door een lieflijk landschap. Je passeert een paar schilderachtige dorpjes, elk -met een kerktoren. Mauthausen ligt in een prachtige omgeving. -Ten slotte gingen we toch samen naar binnen. Mijn broer wees het me aan: "Kijk, -dat moet de appel-plaats geweest zijn". Blijkbaar werden de concentratiekampen -volgens een standaardtype gebouwd. -We zagen de beruchte steengroeve met de treden; het gedenkteken voor de homofielen -("dood geslagen - dood gezwegen"). Wij allen zijn eraan schuldig. We zagen -de "klaagmuur", en vele foto's. Bij sommige denk je: "Mag men dit wel tonen? Mag -men dit de overledene aandoen?" -Er waren veel bezoekers. Toch was het er stil. Mijn broer zei: Ik hoor een vogel -fluiten; ik neem het die vogel haast kwalijk". Ik dacht aan de kerktorens die we -gezien hadden. In die kerken zullen ook toen diensten gehouden zijn. Ik dacht -terug aan de Duitse predikant aan wie ik eens vroeg: "Hebt u het niet geweten?" -Hij antwoordde: "We hebben het niet geweten, en juist dat is onze schuld; we -hadden het moeten weten en we hadden het kunnen weten". - -<200> - -Maar betrekkelijk weinig Nederlanders zijn er in Mauthausen vermoord. Die naam -was wel het schrikbeeld. Daarheen gingen zij die bij de eerste razzia gepakt -waren, en van de 340 hebben slechts drie het overleefd. Van de bij de tweede -razzia (juni 1941) gegrepenen kwamen allen hier om.' Sindsdien functioneerde -de naam Mauthausen als de stok waarmee men de fuik werd ingedreven: "Meld je; -waag het niet om onder te duiken, want als we je dan pakken, ga je regelrecht -naar Mauthausen." Zo bleef Mauthausen de hele oorlog door en daarna de plaats -van de opperste verschrikking. -Velen meldden zich en inderdaad werden ze niet naar Mauthausen gestuurd, maar -naar Auschwitz, Sobibor of Bergen-Belsen. - -Na in Mauthausen te zijn geweest is men geneigd zich af te vragen: wat doet het -er eigenlijk toe, of kerken af en toe geprotesteerd hebben? Of christenen hier -en daar geholpen hebben? Wat stelde dat voor, vergeleken bij deze afgrond van -ellende en duisternis? -De duisternis van de sjoa was zo diep, dat men het nauwelijks kan bevatten. -Het is te begrijpen dat velen de kleine (te kleine) lichtpunten die er waren, -over het hoofd zien. -Toch: iemand - Heinz Leuner - vertelde eens een verhaal van hulp en zelfopoffering -in moeilijke tijden, toen medelijden een misdaad was.' Van hem is ook de uitspraak: -"Hoe groter de duisternis, des te helderder het licht, ook al is het niet meer dan -dat van een kleine kaars." - -<201> - -******************************************************************************* - -VOETNOOT VERWIJZINGEN PER HOOFDSTUK - -Noten - 1. H.C. Touw, Het Verzet der Hervormde Kerk. 's-Gravenhage, 1946; twee delen. - Th. Delleman (red.), Opdat wij niet vergeten. Kampen, 1949. - 2. Johan M. Snoek, The Grey Book - A Collection of Protests against Antisemitism - and the Persecution of Jews issued by Non-Roman Catholic Churches and Church - Leaders during Hitler's Rule. Assen, 1969. - 3. Encyclopaedia Judaica, deel 8, Jerusalem, 1971; 914-916. - 4. Abel J. Herzberg, Kroniek der Jodenvervolging. Arnhem/Amsterdam, 1950. - J. Presser, Ondergang (2 delen). 's-Gravenhage, 1965. - L. de Jong, Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereld oorlog - Populaire - editie (13 delen). 's-Gravenhage, 1969-1988. - 5. S. Stokman, Het verzet van de Nederlandse Bisschoppen legen Nationaal-Socialisme - en Duitse Tyrannie. Utrecht, 1945. - -pag 33 -Hoofdstuk 1 -Noten - 1. Zie J.C.H. Blom, Verzuiling in Nederland - in het bijzonder op lokaal niveau, - 1850-1925. Amsterdam, 1981. - 2. Het verhaal wordt verteld door Anne de Vries in: De Levensroman van Johannes - Post. Kampen, z.j., p. 271-272. - 3. Ger van Roon, Protestants Nederland en Duitsland 1933-1941. Utrecht/Antwerpen, - 1973; herdr. Kampen 1990. - 4. Peter Treep, 'Gereformeerde Zending onder Nederlandse Joden "een kerkhistorisch - onderzoek naar haar ontstaan, organisatie, functioneren en werkwijze,toegespitst - op de jaren twintig en dertig' (doctoraal-scriptie; niet uitgegeven). Kampen, 1984. - 5. Treep, 57. - 6. Treep, 62. - 7. Treep, 68. - 8. Idem. - 9. Stokman, 22. -10. Stokman, 23. -11. Th. Delleman (red.), Opdat wij niet vergeten. Kampen, 1949, 57. Zie voor het - hier volgende ook: Harmjan Dam, De NSB en de Kerken. Kampen, 1986, 142 e.v. -12. Delleman, 55 -13. Idem, 58 -14. Van Roon, 51-52. -15. Delleman, 486; vgl. ook K. Schilder, Geen Duimbreed! Een synodaal besluit - inzake 't lidmaatschap van N.S.B. en C.D.U. Kampen, 1936. -16. Delleman, 62-63. -17. Van Roon, 51-52. -18. Gegevens uit: Wolfgang Scheffer, Judenverfolgung im Dritten Reich. - Berlin/Dahlem, 1960. -19. De Jong, 1, 454. -20. Idem, 454. -21. De Standaard, 5 en 22 mei 1933. -22. Idem, 24 mei 1933. -23. Johan M. Snoek, The Grey Book. Assen, 1969, passim. -24. Touw, 31 en 35. -25. Van Roon, 25 -26. De Standaard, 27 april 1933. - -Hoofdstuk 2 -Noten - 1. Deze cijfers worden vermeld door De Jong, 4, 718. - 2. De Jong, 4, 716. - 3. Acia (notulen) van de voortgezette generale synode van Sneek, 1939; art. 386. - 4. De notulen van het Convent, Algemeen Rijksarchief Den Haag (Afgekort: ARA) 11, - NHK, alg. syn. no. 915. - 5. J.J. Buskes, Waar stond de Kerk? Amsterdam, 1947. 67. - 6. Herzberg, 45. - 7. Touw, 1, 376-377. - 8. Buskes, 68 - 9. Idem, 66-67. -10. Idem, 67. -11. ARA 11, NHK, no. 914. -12. De Jong, V, 667. -13. Idem, V, 678. - -Hoofdstuk 3 geen Noten - -Hoofdstuk 4 -Noten - 1. De volledige tekst bij Touw, 1, 22-227. H.M. van Randwijk zou later - (13 februari 1950) aan Touw schrijven: "De verspreiding van pamfletten als - 'Betere weerstand' (...) geschiedde in nauwe samenwerking en soms zelfs op - initiatief van Vrij Nederland. (...) Ook het geschrift zelf was vaak een - product van samenwerking van meerderen. Zo herinner ik me nog goed zelf een - groot aandeel te hebben gehad in de tekst van 'Betere weerstand', tesamen met - Joop Bartels, dat op een avond, of liever in een nacht, bij mij thuis werd - herschreven" (ARA, 2.21.255, archief H.C. Touw, inv. no. 27). - 2. De volledige tekst bij Touw, 227-236. - 3. De Jong, V, 670-671. - 4. Touw, 1, 386. - 5. Idem, 11, 48-49. - 6. Buskes, 30. - 7. Acta, 56-57. - 8. In de Waagschaal, 5 sept. 1947 - 9. Acta, p. 238-239. -10. Touw, 1, 388; Delleman, 88. - -Hoofdstuk 5 -Noten - 1. Stokman, 28-30, 183v. - 2. H.W.F. Aukes, Kardinaal de Jong. Utrecht-Antwerpen, 1956, 255. Uitvoeriger - op dit punt is M.J.H.M. van Rooij, "Al is het maar een Getuigen". Leiden, 1983 - (doctoraal scriptie), 4-5. Zie ook: A.F. Manning, 'De Nederlandse Katholieken - in de eerste jaren van de bezetting', in: jaarboek Katholiek Documentatie - Centrum, 1978, 105 e.v. - 3. Van Rooij, 4-5. - 4. Uitvoeriger gegevens bij Van Rooij, 12-13. - 5. ARA 11, archief NHK, Alg. syn., 915. - 6. Van Rooij, 22. - 7. Deze en veel andere persoonlijke gegevens over de Rijkscommissaris bij: - H.J. Neuman, Arthur Seyss-Inquart. Utrecht, 1967. - 8. Aukes, 376-379; Stokman, 236. - 9. ARA, 11, NHK, alg. syn., no. 915. -10. Archief deputaten voor de corr. Hoge Overheid, no. 7. -11. Van Rooij, 31-33. - -Hoofdstuk 6 -Noten - 1. Acta, p. 97-98. - 2. A J. van der Leeuw, Die Deportation der Romisch-Katholischen Juden aus den - Niederlanden im Monat August 1942. Notities voor het geschiedwerk no. 136. - Archief Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatic (afgekort: RIOD), 1966, 3. - 3. In de Waagschaal, 5.9.1947, - 4. J. Presser, Ondergang. Den Haag, 1965, 1, 260-261; H. Wielek, De Oorlog die - Hitler won. Amsterdam, 1947, 218. - 5. L. de Jong (VI, 18) geeft de gang van zaken juist weer, maar desondanks vergiste - hij zich later op dit punt in zijn: Drie voordrachten aan de Harvard Universiteit, - Den Haag, 1989, 18. - 6. Daarentegen bij A.J. Herzberg (Kroniek der Jodenvervolging; Arnhem-Amsterdam, - 1950, 134) de juiste lezing. Van Rooij, 40-41. Aukes, 386-387. - 7. Robert M.W. Kempner, Twee uit honderdduizend - Anne Frank en Edith Stein. - Bilthoven, 100. Zie ook Van der Leeuw. - 8. Uitvoeriger bij Kempner, 102. - 9. Van der Leeuw, 6-7. -10. Wielek, 292. -11. Buskes, p. 69. -12. Buskes aan L. de Jong, 24.12.73 (Archief RIOD). -13. Buskes, 69. - -Hoofdstuk 7 -Noten - 1. Delleman, 607-608. - 2. De Jong, 6, 605. - 3. Idem, 13, 115. - 4. Notulen d.d. 3 maart 1943; in het gemeente-archief Rotterdam. - 5. Aukes, 420. De brief was gedateerd: 15 febr. 1943. - 6. Stokman, p. 118. - 7. Presser, 11, 177; zie ook L. de jong, 6, 608. - 8. De Jong, 6, 608-609. - 9. Bert Huizing en Koen Aartsma, De zwarte politie 1940-1945. Weesp, 1986, 38 en 41. -10. De Jong, 6, 603. - -III - -Hoofdstuk 8 -Noten - 1. ARA, arch. NHK, 914. - 2. Herzberg, 129. - 3. Presser, 11, 88. - 4. Wielek, 302. - -Hoofdstuk 9 -Noten - 1. Mededeling van mevrouw W. de Nooij-van Nes te Ede. - 2. Aldus ds. B.D. Smeenk (geciteerd bij Treep, 34). - 3. Mededeling van I.S. Meijer te Oosterhout. Fotokopie van de verklaring in mijn bezit. - 4. Snoek, 26-28. - 5. Buskes, 89. - 6. L. de Jong, 6, 293. - 7. Archief deputaten corr. Hoge Overheid, no. 124. - 8. Idem. - 9. S.P. Tabaksblatt, Bladen uit mijn levensboek. Kampen, 1980, 31. -10. Touw, I. 423. -11. Idem, I. 411 -12. Wielek, 289. -13. Herzberg, 131, 135. -14. Tabaksblatt, 32-34. -15. J.J. Buskes, Hoera voor het leven. Amsterdam, 1959, 191 e.v. -16. Aanwezig in het Historisch Documentatiecentrum voor het Nederlands Protestantisme - (1800-heden), Vrije Universiteit, Amsterdam. - -Hoofdstuk 10 -Noten - 1. De Jong, 6, 333. - 2. Bij mijn weten de eerste die gewezen heeft op de overeenkomsten tussen kerkelijke - anti-joodse maatregelen en de wetgeving onder Hitler, was Raul Hilberg, The - Destruction of the European Jews. Chicago, 1961; revised and definite edition: - New York/London, 1985. - Het desbetreffende hoofdstuk in Nederlandse vertaling is te vinden bij: Hans - Jansen, Christelijke theologie na Auschwitz - deel 1: Theologische en kerkelijke - wortels van het antisemitisme. 's Gravenhage, 1981, 539-563. - -Hoofdstuk 11 -Noten - 1. Het Grote Gebod. Gedenkboek van het verzet in LO en LKP. Kampen/Bilthoven, 1951 - (herdr. 1989),1, 14. - 2. (Verslag van de) Enquetecommissie Regeringsbeleid 1940-45. Den Haag, 1949-1956, - deel 7c, 262. - 3. Mededeling van K. van Houten, Wageningen. - -Hoofdstuk 12 -Noten - 1. Bert Kok, Aan het goede adres. Utrecht, 1985. - 2. Bert Jan Flim, 'De NV en haar kinderen 1942-1945' - geschiedenis van een - Nederlandse onderduikorganisatie gespecialiseerd in hulp aan joodse kinderen. - Groningen, 1987 (doctoraal-scriptie; niet uitgegeven). - 3. Flim, 18. - 4. Idem, 94. - 5. Limburgs Dagblad, 6.5.1989. - 6. Flim, 128. - 7. Mededeling van mevrouw L. van Eden-Pontier te Wassenaar. - -Hoofdstuk 13 -Noten - 1. J.A. Ader-Appels, Een Groninger pastorie in de storm, Franeker, 1981 (twaalfde - druk). - 2. De gedichten zijn, behalve in bovengenoemd boek, afgedrukt in Touw, 11, 315-316. - 3. Johanna-Ruth Dobschiner, Te mogen leven. Franeker, 1974. - 4. Dick Houwaart, Verduisterde bevrijding. 's-Gravenhage, 1982. - -Hoofdstuk 14 -Noten - 1. Mevrouw L. van Eden-Pontier te Wassenaar. - 2. De naam Bogaard wordt soms met één, soms met twee o's gespeld. Van de afd. - burgerzaken van het gemeentehuis te Hoofddorp vernam ik dat Johannes Boogaard - Sr. twee o's meekreeg, zijn zoon ("oom Hannes") daarentegen slechts één. Ook - de straat, die naar "oom Hannes" genoemd werd, heeft slechts één o. - 3. L. de Jong, 6, 335-337; en 7, 443-444. - 4. Cor van Stam, Wacht binnen de dijken - Verzet in en om de Haarlemmermeer. - Haarlem, 1986, 75-84. - 5. Delleman, 150. - 6. L. de Jong, 6, 333. - 7. Samuel en Pearl Oliner, De Altruïstische Persoonlijkheid. Amsterdam, 1988, - 172-173. - 8. IKON-radio uitzending in de rubriek 'Door het oog van de naald': Jodenzending - '40-'45 en de gevolgen", 4 mei 1988. - 9. Dagblad Trouw, 5 mei 1988. -10. De Vries, 131-132. -11. L. de Jong, 7, 445. -12. Corrie ten Boom, De Schuilplaats. Hoornaar, z.j., 120 en 140. -13. Zie hierboven, noot 2. - -Hoofdstuk 15 -Noten - 1. Oliner en Oliner, 151. - 2. Buskes, 93. - 3. Hervormd Nederland, 1 mei 1965. - 4. L. de Jong, Drie voordrachten aan de Harvard Universiteit. Den Haag, 1989, - 16 e.v. - 5. Michael R. Marrus, The Holocaust in History. Londen, 1987, vooral 157-163. - L. de Jong, Drie voordrachten, 13 e.v. Zie ook mijn The Grey Book, 10-11. - 6. L. de Jong, 7, 308 e.v. (Wat wist men van Auschwitz en Sobibor?) - 7. Spreuken der Vaderen, 11, 5. - -Hoofdstuk 16 -Noten - 1. Delleman, 456. - 2. Archief van de Gereformeerde Kerken, Utrecht. Kerk en Israël, no. 45. - 3. Idem, no. 121. - -Hoofdstuk 17 -Noten - 1. Delleman, 161. - 2. A.A. Bekker, 'Het joodse Probleem' - Een onderzoek naar het gedrag van de - Gereformeerde Kerken in Nederland ten aanzien van de Jodenvervolging 1933-1945. - Doctoraal scriptie Vakgroep van Industriële Samenlevingen, Subfaculteit - Maatschappijgeschiedenis, Erasmus Universiteit. Rotterdam, 1987 (niet - uitgegeven), 103. - 3. Delleman, 176. - 4. Philip Mechanicus, In depot - Dagboek uit Westerbork. Amsterdam, 3e dr. 1964, - bijv. op 24, 75, 171. - 5. Bekker, 105. - 6. Touw, 1, 72. - -Hoofdstuk 18 -Noten - 1. Touw, 1, 74. - 2. Presser, 11, 86. - 3. Herzberg, 133, 135. - 4. De Jong, 6, 2 1. - 5. W.A. Visser 't Hooft, The Struggle of the Dutch Church for the Maintenance - of the Commandments of God in the Life of the State. Londen, 1944, 13. - 6. De Jong, 6, 17-18. - 7. Visser 't Hooft, 7. - 8. Touw, 1, 371. - 9. Idem, 1, 434. -10. Wielek, 216. -11. Touw, 11, 206. -12. De Jong, 5, 660. -13. Idem, 5, 662. -14. F.H. Kossmann (met assistentie van W.E. Krul), Winkler Prins Geschiedenis - der Nederlanden. Amsterdam/Brussel, 1977, 111, 272-277. Zie ook: J.C.H. Blom, - In de ban van goed en fout? - Wetenschappelijke geschiedschrijving over de - bezettingstijd in Nederland." In: G. Abma (red.), Tussen goed en fout. - Franeker, 1986. -15. De Jong, 5, 664. - -Hoofdstuk 19 -Noten - 1. Presser, 1, 88, 89. - 2. Heinz Leuner, When Compassion was a Crime. Londen, 1966; p. 16. Zijn uitspraak - luidt in her Engels: "the greater the darkness, the brighter the light, - be it no more than that of a small candle." - -ENKELE BRONNEN - -Er is veel geschreven over de tweede wereldoorlog; er is ook veel geschreven over -de Jodenvervolging. Menig auteur behandelt daarbij - hetzij direct, hetzij -zijdelings - de houding van de kerken. Men vindt een uitvoerige bibliografie in -mijn eerdere The Grey Book. Hier beperken we ons tot de bronnen waaruit in dit -boek geciteerd werd: - -Acta van de voortgezette generale synode van de Gereformeerde Kerken in Nederland -van Sneek, 1939. - -J.A. Ader-Appels, Een Groningerpastorie in de storm. Franeker, 1981 (geciteerd -werd uit de twaalfde druk). - -H.W.F. Aukes, Kardinaal de Jong. Utrecht/Antwerpen, 1956. - -A.A. Bekker, 'Het joodse probleem' - Een onderzoek naar het gedrag van de -Gereformeerde Kerken in Nederland ten aanzien van de Jodenvervolging 1933-1945. -Doctoraalscriptie Vakgroep van Industriële Samenlevingen, Subfaculteit Maatschappij- -geschiedenis, Erasmus Universiteit. Rotterdam, 1987 (niet uitgegeven). - -J.C.H. Blom, Verzuiling in Nederland - in het bijzonder op lokaal niveau, -1850-1925. Amsterdam, 1981. - -J.C.H. Blom, 'In de ban van goed en fout? Wetenschappelijke geschiedschrijving -over de bezettingstijd in Nederland' In: G. Abma (red.) e.a., Tussen goed en fout, -Nieuwe gezichtspunten in de geschiedschrijving 1940-1945. Franeker, 1986. - -Corrie ten Boom, De Schuilplaats. Hoornaar, z.j. - -J.J. Buskes, Waar stond de Kerk? Amsterdam, 1947. - -J.J. Buskes, Hoera voor bet leven. Amsterdam, 1959. - -Harm Jan Dam, De NSB en de kerken. De opstelling van de Nationaal Socialistische -Beweging in Nederland ten opzichte van het christendom en met name de Gereformeerde -Kerken 1931-1940. Kampen, 1986. - -Th. Delleman (red.), Opdat wij niet vergelen. De bijdrage van de Gereformeerde -Kerken, van haar voorgangers en leden, in het verzet tegen het nationaal-socialisme -en de Duitse tyrannie. Kampen, 1949. - -Johanna-Ruth Dobschiner, Te mogen h~ven! Franeker, 1974. - -Encyclopaedia Judaica, deel 8. Jeruzalem, 1971. - -(Verslag van de) Enquetecommissie Regeringsbeleid ]940-1945 's Gravenhage,1949-1956. -Bert Jan Flim, 'De NV en haar kinderen 1942-1945' - Geschiedenis van een Nederlandse -onderduikorganisatie gespecialiseerd in hulp aan joodse kinderen. Groningen, 1987 -(doctoraal-scriptie; niet uitgegeven). - -Het Grote Gebod. Gedenkboek van het verzet in LO en LKP. Kampen/Bilthoven, 1951 -(heruitgave met registers, Kampen 1989). - -Abel J. Herzberg, Kroniek der Jodenvervolging. Arnhem/ Amsterdam, 1950. - -Raul Hilberg, The Destruction of the European Jews. Chicago, 1961; revised and -definite edition: New York/London, 1985. - -Dick Houwaart, Verduisterde bevrijding. 's Gravenhage, 1982. - -Bert Huizing en Koen Aartsma, De zwarte politie 1940-1945. Weesp, 1986. - -Hans Jansen, Christelijke Theologie na Auschwitz, Deel 1: Theologische en kerkelijke -wortels van het antisemitisme. 's Gravenhage, 1981. - - -L. de Jong, Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog. Populaire -editie. Den Haag, 1969-1988. Inmiddels verschenen 13 delen. - -L. de Jong, Drie voordrachten aan de Harvard Universiteit. 's Gravenhage, 1989. - -Robert M.W. Kempner, Twee uit honderdduizend - Anne Frank en Edith Stein. Bilthoven, -1969. - -Bert Kok, Aan het goede adres. Utrecht, 1985. - -E.H. Kossmann (met assistentie van W.E. Krul), Winkler Prins Geschiedenis der -Nederlanden, Deel 3, De Lage Landen van 1780 tot 1970. Amsterdam/Brussel, 1977. - -A.J. van der Leeuw, Die Deportation der Reimtich-Kalbolimben, juden aus den -Niederlanden im Monat August 1942. Notities voor het geschiedwerk, no. 136 -(Archief RIOD). - -Heinz Leuner, When Compassion was a Crime. Londen, 1966. - -A.F. Manning, De Nederlandse Katholieken in de eerste jaren van de bezetting. -In: jaarboek Katholiek Documentatie Centrum, 1978. - -Michael R. Marrus, The Holocaust in History. Londen, 1987. - -Philip Mechanicus, In depot - Dagboek uit Westerbork. Amsterdam, 1964. - -H.J. Neuman, Arthur Seyss-Inquart. Utrecht, 1967. - -Samuel en Pearl Oliner, De altruïstische persoonlijkheid. Amsterdam, 1989. - -J. Presser, Ondergang - De vervolging en verdelging van het Nederlandse Jodendom -1940-1945 (2 delen). 's Gravenhage, 1965. - -Ger van Roon, Protestants Nederland en Duitsland 1933 -194 1. Utrecht 1 Antwerpen, -1973 (herdr. Kampen 1990). - -M J.H.M. van Rooij, 'Al is bet maar een getuigen' - De officiële houding van -het Episcopaat van de Nederlandse R.K. Kerkprovincie inzake de Joden in Nederland -tijdens de Tweede Wereldoorlog. Leiden, 1983 (doctoraal-scriptie; niet uitgegeven). - -Wolfgang Scheffer, Judenverfolgung im Dritten Reich. Berlin-Dahlem, 1960. - -Johan M. Snoek, The Grey Book - A Collection of Protests against AntiSemitism -and the Persecution of Jews Issued by Non-Roman Catholic Churches and Church -Leaders During Hitler's Rule. Assen, 1969. - -Cor van Stam, Wacht binnen de dijken - Verzet in en om de Haarlemmermeer. -Haarlem, 1986. - -S. Stokman, Het verzet van de Nederlandse Bisschoppen legen Nationaal-Socialisme -en Duitse Tyrannie. Herderlijke brieven, instructies en andere documenten. Utrecht, -1945. - -S.P. Tabaksblatt, Bladen uit mijn levensboek. Kampen, 1980. - -H.C. Touw, Het Verzet der Hervormde Kerk. In Onderdrukking en Verzet; red.: -J.J. van Bolhuis e.a. Arnhem/Amsterdam, z.j., deel 11, p. 430-450 - -H.C. Touw, Het Verzet der Hervormde Kerk (2 delen). 's Gravenhage, 1946. - -Peter Treep, Gereformeerde zending onder Nederlandse Joden - een kerkhistorisch -onderzoek naar haar ontstaan, organisatie, functioneren en werkwijze, toegespitst -op de jaren twintig en dertig. Kampen, 1984 (doctoraal-scriptie; niet gepubliceerd). - -Anne de Vries, De Levensroman van Johannes Post. Kampen, z.j. (1948; div. herdrukken). - -W.A. Visser 't Hooft, The Struggle of the Dutch Church for the Maintenance of the -Commandments of God in the Life of the State. Londen, 1944. - -H. Wielek, De Oorlog die Hitler won. Amsterdam, 1947. - -Diversen: - -Incidenteel werd geciteerd uit dagbladen: de Standaard, Limburgs Dagblad, Trouw -en NRC; en uit weekbladen: In de waagschaal en Hervormd Nederland. -Voorts werd een bandopname gebruikt van de IKON radio-uitzending, Jodenzending -'40-'45 en de gevolgen", in de rubriek Het oog van de naald, op 4 mei 1988. - -GERAADPLEEGDE ARCHIEVEN - -Archief van het Deputaatschap Kerk en Israël (vroeger: Deputaatschap voor de Zending -onder de Joden). Rijksarchief, Utrecht. - -Archief van het Deputaatschap voor de correspondentie met de Hoge Overheid. -Rijksarchief, Utrecht. - -Synodale archieven van de Gereformeerde Kerken in Nederland. Rijksarchief, Utrecht. - -Archief van de Generale Synode der Nederlandse Hervormde Kerk. Algemeen Rijksarchief -(afgekort: ARA). Den Haag. - -Archief Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie (afgekort: RIOD). Amsterdam. - -Archief dr. J.J. Buskes. Historisch Documentatiecentrum voor het Nederlands -Protestantisme (1800-heden), Vrije Universiteit, Amsterdam. - -Archief van de Gereformeerde kerk te Rotterdam. Gemeente-archief, Rotterdam. - -Notulen van de Raad van de Gereformeerde kerk te Kralingen. - -VERANTWOORDING VAN DE ILLUSTRATIES - -De auteur betuigt zijn dank aan de volgende personen en instellingen, die -illustratiemateriaal voor het boek beschikbaar stelden: - -Archiefdienst van de Gereformeerde Kerken in Nederland, Leusden (foto nr. 1); -mevr. W. van Nes, Rotterdam-Hillegersberg (nr. 2); Historisch Documentatiecentrum -voor het Nederlands Protestantisme (1800-heden), Amsterdam (nrs. 3, 8, 9 en 10); -Commissie voor de Archieven der Nederlands Hervormde Kerk, Leidschendam (nr. 4); -Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie, Amsterdam (nrs. 5 en 14); Fotoarchief -Spaarnestad, Haarlem (nr. 11); Aartsbisdom Utrecht, Utrecht (nrs. 12 en 13); -Arch ief dr. J.J. Buskes, Amsterdam (nr. 16); mevr. W. Musch, Breskens (nr. 17); -Uitgeverij Van Wijnen, Franeker (nrs. 18 en 19); mevr. L. van Eden-Pontier, -Wassenaar (nr. 20); de heer M. van Zuiden, Ankeveen (nr. 21) en de heer J.C. Kapteyn, -Amsterdam (nr. 22). Overige illustraties: Fotoarchief Kok, Kampen. - - ******************** - - -INFORMATIE OVER DE AUTEUR: - - -Johannes Martinus Snoek (25-5-1920) - -studeerde theologie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam -(1949-1953), woonde en werkte met zijn gezin 11 jaar in Israël -als predikant van de Schotse Kerk in Tiberias van 1958-1969. -werkte bij de Wereldraad van kerken te Geneve als secretaris -van het comite voor de Kerken en het Joodse volk van 1970-1975. - -Publicaties: - -1. The Grey Book – A collection of protests against Anti-semitism -and the persecution of Jews issued by non-Roman Catholic Churches -and Leaders during Hitler's rule; van Gorcum Assen 1969, -dit boek is nu te downloaden als Ebook 14764 bij Project Gutenberg. - -2. De Nederlandse kerken en de Joden 1940-1945 – De protesten bij -Seyss-Inquart, Hulp aan Joodse onderduikers, De motieven voor -hulpverlening. Kok Kampen, 1990. ISBN 90242 0949 8 NUGI 631 - -3. Soms moet een mens kleur bekennen – Een terugblik op 70 jaar. -Kok Kampen, 1992. - -Ook schreef hij in de Encyclopaedia Judaica het artikel over -de Niet-RK kerken tijdens de Holocaust. - - - -Both the Grey Book and the Dutch Churches 1940-1945 are -prepared for Gutenberg eText by his nephew Ge J. Snoek, -errors and remarks please mail to: g.snoek3@chello.nl. - -*************************************************************** - - - - - -End of Project Gutenberg's De Nederlandse kerken en de joden, by J.M. Snoek - -*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE NEDERLANDSE KERKEN EN DE JODEN *** - -***** This file should be named 17139-8.txt or 17139-8.zip ***** -This and all associated files of various formats will be found in: - https://www.gutenberg.org/1/7/1/3/17139/ - -Produced by Ge Snoek - -Updated editions will replace the previous one--the old editions -will be renamed. - -Creating the works from public domain print editions means that no -one owns a United States copyright in these works, so the Foundation -(and you!) can copy and distribute it in the United States without -permission and without paying copyright royalties. Special rules, -set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to -copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to -protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project -Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you -charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you -do not charge anything for copies of this eBook, complying with the -rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose -such as creation of derivative works, reports, performances and -research. They may be modified and printed and given away--you may do -practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is -subject to the trademark license, especially commercial -redistribution. - - - -*** START: FULL LICENSE *** - -THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE -PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK - -To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free -distribution of electronic works, by using or distributing this work -(or any other work associated in any way with the phrase "Project -Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project -Gutenberg-tm License (available with this file or online at -https://gutenberg.org/license). - - -Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm -electronic works - -1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm -electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to -and accept all the terms of this license and intellectual property -(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all -the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy -all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. -If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project -Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the -terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or -entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. - -1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be -used on or associated in any way with an electronic work by people who -agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few -things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works -even without complying with the full terms of this agreement. See -paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project -Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement -and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic -works. See paragraph 1.E below. - -1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" -or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project -Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the -collection are in the public domain in the United States. If an -individual work is in the public domain in the United States and you are -located in the United States, we do not claim a right to prevent you from -copying, distributing, performing, displaying or creating derivative -works based on the work as long as all references to Project Gutenberg -are removed. Of course, we hope that you will support the Project -Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by -freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of -this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with -the work. You can easily comply with the terms of this agreement by -keeping this work in the same format with its attached full Project -Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. - -1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern -what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in -a constant state of change. If you are outside the United States, check -the laws of your country in addition to the terms of this agreement -before downloading, copying, displaying, performing, distributing or -creating derivative works based on this work or any other Project -Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning -the copyright status of any work in any country outside the United -States. - -1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: - -1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate -access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently -whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the -phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project -Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, -copied or distributed: - -This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with -almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or -re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included -with this eBook or online at www.gutenberg.org - -1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived -from the public domain (does not contain a notice indicating that it is -posted with permission of the copyright holder), the work can be copied -and distributed to anyone in the United States without paying any fees -or charges. If you are redistributing or providing access to a work -with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the -work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 -through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the -Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or -1.E.9. - -1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted -with the permission of the copyright holder, your use and distribution -must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional -terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked -to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the -permission of the copyright holder found at the beginning of this work. - -1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm -License terms from this work, or any files containing a part of this -work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. - -1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this -electronic work, or any part of this electronic work, without -prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with -active links or immediate access to the full terms of the Project -Gutenberg-tm License. - -1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, -compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any -word processing or hypertext form. However, if you provide access to or -distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than -"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version -posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), -you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a -copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon -request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other -form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm -License as specified in paragraph 1.E.1. - -1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, -performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works -unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. - -1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing -access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided -that - -- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from - the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method - you already use to calculate your applicable taxes. The fee is - owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he - has agreed to donate royalties under this paragraph to the - Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments - must be paid within 60 days following each date on which you - prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax - returns. Royalty payments should be clearly marked as such and - sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the - address specified in Section 4, "Information about donations to - the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." - -- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies - you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he - does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm - License. You must require such a user to return or - destroy all copies of the works possessed in a physical medium - and discontinue all use of and all access to other copies of - Project Gutenberg-tm works. - -- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any - money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the - electronic work is discovered and reported to you within 90 days - of receipt of the work. - -- You comply with all other terms of this agreement for free - distribution of Project Gutenberg-tm works. - -1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm -electronic work or group of works on different terms than are set -forth in this agreement, you must obtain permission in writing from -both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael -Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the -Foundation as set forth in Section 3 below. - -1.F. - -1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable -effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread -public domain works in creating the Project Gutenberg-tm -collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic -works, and the medium on which they may be stored, may contain -"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or -corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual -property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a -computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by -your equipment. - -1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right -of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project -Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project -Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all -liability to you for damages, costs and expenses, including legal -fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT -LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE -PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE -TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE -LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR -INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH -DAMAGE. - -1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a -defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can -receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a -written explanation to the person you received the work from. If you -received the work on a physical medium, you must return the medium with -your written explanation. The person or entity that provided you with -the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a -refund. If you received the work electronically, the person or entity -providing it to you may choose to give you a second opportunity to -receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy -is also defective, you may demand a refund in writing without further -opportunities to fix the problem. - -1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth -in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER -WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO -WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. - -1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied -warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. -If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the -law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be -interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by -the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any -provision of this agreement shall not void the remaining provisions. - -1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the -trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone -providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance -with this agreement, and any volunteers associated with the production, -promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, -harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, -that arise directly or indirectly from any of the following which you do -or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm -work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any -Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. - - -Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm - -Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of -electronic works in formats readable by the widest variety of computers -including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists -because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from -people in all walks of life. - -Volunteers and financial support to provide volunteers with the -assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's -goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will -remain freely available for generations to come. In 2001, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure -and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. -To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation -and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 -and the Foundation web page at https://www.pglaf.org. - - -Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive -Foundation - -The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit -501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the -state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal -Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification -number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at -https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg -Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent -permitted by U.S. federal laws and your state's laws. - -The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. -Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered -throughout numerous locations. Its business office is located at -809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email -business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact -information can be found at the Foundation's web site and official -page at https://pglaf.org - -For additional contact information: - Dr. Gregory B. Newby - Chief Executive and Director - gbnewby@pglaf.org - - -Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg -Literary Archive Foundation - -Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide -spread public support and donations to carry out its mission of -increasing the number of public domain and licensed works that can be -freely distributed in machine readable form accessible by the widest -array of equipment including outdated equipment. Many small donations -($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt -status with the IRS. - -The Foundation is committed to complying with the laws regulating -charities and charitable donations in all 50 states of the United -States. Compliance requirements are not uniform and it takes a -considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up -with these requirements. We do not solicit donations in locations -where we have not received written confirmation of compliance. To -SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any -particular state visit https://pglaf.org - -While we cannot and do not solicit contributions from states where we -have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition -against accepting unsolicited donations from donors in such states who -approach us with offers to donate. - -International donations are gratefully accepted, but we cannot make -any statements concerning tax treatment of donations received from -outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. - -Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation -methods and addresses. Donations are accepted in a number of other -ways including including checks, online payments and credit card -donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate - - -Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic -works. - -Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm -concept of a library of electronic works that could be freely shared -with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project -Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. - - -Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed -editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. -unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily -keep eBooks in compliance with any particular paper edition. - - -Most people start at our Web site which has the main PG search facility: - - https://www.gutenberg.org - -This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, -including how to make donations to the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to -subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. |
