summaryrefslogtreecommitdiff
path: root/17139-8.txt
diff options
context:
space:
mode:
authorpgww <pgww@lists.pglaf.org>2025-09-22 03:59:49 -0700
committerpgww <pgww@lists.pglaf.org>2025-09-22 03:59:49 -0700
commit78bdb336a25019130e75ac568d393e4765e84a42 (patch)
treeb902026fcb04eca320ef5fd63474753da79f049a /17139-8.txt
parentf0bfd2a75e4739ab082b08f2cd82ca9cf4cd11c7 (diff)
from fix listHEADmain
Diffstat (limited to '17139-8.txt')
-rw-r--r--17139-8.txt6829
1 files changed, 0 insertions, 6829 deletions
diff --git a/17139-8.txt b/17139-8.txt
deleted file mode 100644
index 8fc7e91..0000000
--- a/17139-8.txt
+++ /dev/null
@@ -1,6829 +0,0 @@
-Project Gutenberg's De Nederlandse kerken en de joden, by J.M. Snoek
-
-This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
-almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
-re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
-with this eBook or online at www.gutenberg.org
-
-
-Title: De Nederlandse kerken en de joden
-
-Author: J.M. Snoek
-
-Release Date: November 20, 2005 [EBook #17139]
-
-Language: Dutch
-
-Character set encoding: ISO-8859-1
-
-
-** This is a COPYRIGHTED Project Gutenberg eBook, Details Below **
-** Please follow the copyright guidelines in this file. **
-
-
-
-
-Produced by Gé Snoek
-
-
-
-
-DE NEDERLANDSE KERKEN EN DE JODEN
-
-1940-1945
-
-De protesten bij Seyss-Inquart
-Hulp aan Joodse onderduikers
-De motieven voor hulpverlening
-
-
-door Ds. J.M. Snoek
-
-
-UITGEVERSMAATSCHAPPIJ, J.H. KOK - KAMPEN
-
- "Hoe groter de duisternis
- des te helderder het licht,
- ook al is het niet meer
- dan dat van een kleine kaars"
- Heinz Leuner
-
-bewerkt door Gé J. Snoek (g.snoek3@chello.nl)
-oorspronkelijke pagina nrs staan tussen <xxx>
-foutnoten per hoofdstuk tussen [x.nn] zie eind
-zie ook het Engelse The Grey Book onder nr E14764
-
-
-Inhoud
-
-INLEIDING 11
-
-DEEL I: DE PROTESTEN 17
-
-1. DE NEDERLANDSE KERKEN TIJDENS DE JAREN
-DERTIG
-a. Sfeer en situatie 19
-b. De zending onder de Joden 22
-c. Over synodes en deputaatschappen 24
-d. Het lidmaatschap van de NSB. 26
-e. Reacties op het antisemitisme in Duitsland 29
-
-2. HET BEGIN
-a. De situatie (mei - oktober 1940) 34
-b. Het Convent van Kerken 35
-c. De Lunterse Ring 38
-d. Tweemaal concentratiekamp Buchenwald 40
-e. Het eerste protest 43
-
-3. VERSCHERPING
-a. De situatie (november 1940 - maart 1941) 50
-b. Bijna te laat 51
-c, Een brief en twee arrestaties: 54
-d. Een synode in vergadering bijeen 57
-e. Afkondiging in een kerkdienst 60
-
-4. MATHEID
-a. De situatie (30 maart tot einddecember 1941) 63
-b. Hervormde stemmen 65
-c. Hervormd herderlijk schrijven 67
-d. De Gereformeerde synode 68
-e. Weinig activiteit 71
-
-5. DE KATHOLIEKE KERK GAAT MEEDOEN -
-AUDIENTIE BIJ SEYSS-INQUART
-a. De situatie (eerste helft 1942) 73
-b. De houding van de Katholieke Kerk 74
-c. De RK in het Interkerkelijk Overleg (I.K.O.) 76
-d. De audiëntie 78
-e. De gevolgen 82
-f. De bordjes "verboden voor Joden" 84
-
-6. MASSA-DEPORTATIES; HET TELEGRAM
-a. De situatie (tweede halfjaar 1942) 88
-b. Nog een synode-vergadering 89
-c. Het telegram 90
-d. Duitse reactie 91
-e. Gebed, afkondiging van het protest 93
-f. De kosten 96
-g. Vergeefse pogingen 97
-
-7. DE SCHERPSTE OPROEP, OOIT GEDAAN
-a. De situatie (januari tot begin mei 1943) 101
-b. "Wie meewerkt is medeschuldig" 103
-c. Niet in de Gereformeerde Kerken afgelezen 105
-d. Nog een schep er bovenop 107
-e. Resultaat? 109
-
-8. STERILISATIE; DE, "Joden-GOD"; DE "GEMENGD GEHUWDEN"
-a. De situatie (begin mei - november 1943) 112
-b. Mooi Nederlands, geschreven in het Duits 113
-c. De Joden-God" en de "Joden-bijbel" 116
-d. "Gemengd-gehuwde"Joden 118
-
-9. DE Joden-CHRISTENEN
-a. Duitse beloften 121
-b. Geen Gereformeerde "haastdoop" 122
-c. Andere opvattingen 125
-d. Schmidt en Rauter 128
-e. Westerbork en daarna 130
-f. Bep Blok 132
-
-10. EEN VERBLUFFENDE CONCLUSIE 136
-
-DEEL II: HULP AAN JOODSE ONDERDUIKERS
-
-11. DE LO (LANDELIJKE ORGANISATIE VOOR HULP
-AAN ONDERDUIKERS) 143
-
-12. DE NV EN HAAR KINDEREN 149
-
-13. DRIE ERVARINGEN
-a. Ader 156
-b. Dobschiner 157
-c. Houwaart 159
-
-14 WAAROM HIELP MEN Joden?
-a. Dominee, boer, dominee 161
-b. Angst 166
-c. Om zielen te redden? 167
-
-DEEL III: NA DE OORLOG
-
-15. VOETANGELS EN KLEMMEN 177
-
-16. DE BEVRIJDING; EEN ENQUETE 182
-
-17. GESCHIEDSCHRIJVERS ONDER VUUR 185
-
-18. BEOORDELINGEN
-a. Over het redden van de Joden-christenen 193
-b. Commentaar op de houding van de kerken
-in het algemeen 196
-
-19. EEN KLEINE KAARS 200
-
-INLEIDING
-
-Dit boek heeft een voorgeschiedenis. Indertijd was ik (van 1958-1969)
-predikant van de Schotse kerk te Tiberias, Israël. Met inspanning had
-ik me de taal van het land, modern Hebreeuws (ook wel Ivriet genoemd),
-eigen gemaakt. Vaak werd ik door een kiboets uitgenodigd om op vrijdagavond
-(het begin van de sabbat) een lezing te houden. Op mijn inleiding placht er
-immer een levendige discussie te komen.
-In die tijd trok het toneelstuk van Rolf Hochhuth, der Stellvertreter
-("de plaatsbekleder") sterk de aandacht: het stelde de houding van paus
-Pius XII ten opzichte van de Jodenvervolgingen tijdens de tweede wereldoorlog
-aan de orde. Hochhuth maakte de tongen los. Een Zwitserse predikant die toen
-in Israël woonde schreef: "Er was (ten tijde van de tweede wereldoorlog) een
-volledige en vreselijke stilte van de kant van de Kerk" (Jerusalem Post,
-17 sept. 1963). Ook de toenmalige voorzitter van het Israëlische parlement,
-Kadish Luz, deed een soortgelijke uitspraak (zitting van het parlement,
-21 april 1963).
-Nu kan men dergelijke uitspraken wel begrijpen, want in de loop der eeuwen
-hebben christenen niet zelden actief deelgenomen aan Jodenvervolgingen. Van
-daaruit bezien is het te begrijpen dat men meende: "Van de Kerken hadden we
-niets goeds te verwachten en kwam ook niets goeds tijdens Hitlers vervolgingen".
-Zo werd het ook telkens gesteld in de discussie na mijn lezing (over een heel
-ander onderwerp, toen nog) in een kiboets.
-Nu stond me helder voor de geest dat protesten tegen de Jodenvervolging wel
-degelijk geklonken hadden vanaf de kansel van de kerk in het dorp waar ik tijdens
-de tweede wereldoorlog woonde. Ze hadden toen grote indruk op me gemaakt.
-Die protesten ging ik opzoeken; dat was niet moeilijk, want het onvolprezen
-instituut Yad Vashem in Jeruzalem beschikt over de standaardwerken geschreven
-door Touw en Delleman.[0.1] Ook van de Lutherse Kerk in Denemarken vond ik
-een krachtig protest. Dit - samen met de belangrijkste Nederlandse protesten -
-heb ik toen gepubliceerd in een brochure "Hebben de Kerken gezwegen?", die
-verscheen in het Nederlands (1964) en in het Ivriet. De laatste ben ik gaan
-aanbieden aan de heer Kadish Luz die in een kiboets dichtbij Tiberias woonde.
-
-<11>
-
-Deze ontving me vriendelijk en beloofde de brochure te zullen lezen. Niet zo
-lang daarna is hij overleden. Ik heb geen reactie op mijn brochure meer van
-hem ontvangen, had daar ook niet uitdrukkelijk om gevraagd.
-Intussen was mijn belangstelling gewekt en bleef ik regelmatig naar Jeruzalem
-gaan om meer materiaal te zoeken. Wat ik daar en elders vond, was veel meer
-dan verwacht. Op Yad Vashem volgde men mijn project met belangstelling en niet
-zelden kreeg ik krachtige hulp. Zo bestonden er belangrijke protesten van de
-Bulgaarse (Oosters-Orthodoxe) metropoliet; ik ken geen Bulgaars, maar een
-bevriende relatie bij Yad Vashem vertaalde de documenten voor me in het Ivriet,
-waarna ik ze vertaalde in het Engels, want in die taal wilde ik publiceren.
-In die tijd werden we eens geconfronteerd met een wel zeer optimistische kijk
-op de houding van de Nederlanders: een gefortuneerde Amerikaan wilde in Israël
-een bos planten ter ere van het Nederlandse volk en deszelfs heldhaftige daden,
-verricht ten behoeve van de Joden. Bij Yad Vashem vroeg men mijn mening en dit
-heeft ertoe bijgedragen dat het plan niet doorging; het zou meer eer zijn
-geweest dan ons volk toekwam.
-Eind 1969 werd het resultaat van mijn onderzoek gepubliceerd: The Grey Book.[0.2]
-Het is niet meer verkrijgbaar, (zie Gutenberg eText nr 14764) maar een artikel van
-mijn hand over hetzelfde onderwerp is opgenomen in de Encyclopaedia Judaica. [0.3]
-Die is te vinden in bijna iedere grotere bibliotheek.
-
-Nu, bijna twintig jaar later, ben ik ertoe gekomen om speciaal de houding van
-de Nederlandse Kerken nader te onderzoeken. Ook de Rooms-Katholieke Kerk is
-in dit onderzoek betrokken; toch ligt er een extra accent op de Gereformeerde
-Kerken in Nederland. Ten eerste omdat ik van die kerken lid ben en hun houding
-dus van binnenuit kan beoordelen; ten tweede omdat men zich dient te beperken.
-Zo heb ik bijvoorbeeld de besluitvorming zoals die in de Gereformeerde Kerken
-plaatsvond, nauwkeuriger nagegaan dan bij de Hervormde en de Rooms-Katholieke
-Kerk. En dan zijn de kleinere kerken nog niet eens genoemd. Er blijft nog heel
-wat te onderzoeken.
-De naam Seyss-Inquart - in de ondertitel - staat voor alles wat er van Duitse
-kant aan geweld en onderdrukking is bedreven tijdens de tweede wereldoorlog,
-met name jegens de Joden.
-
-<12>
-
-Terecht hebben de kerken, toen Seyss-Inquart de verantwoordelijkheid op een
-ondergeschikte wilde afschuiven, verklaard dat zij "Uwe Excellentie beschouwen
-als de verantwoordelijke voor alles wat in ons land gedurende de bezettingsjaren
-geschied is en nog geschiedt".
-
-Het eerste gedeelte bevat de protesten, en de inhoud van herderlijke brieven,
-die betrekking hadden op de Jodenvervolging. Alleen en passant is genoemd het
-(blijven) toelaten van Joodse kinderen op christelijke scholen: soms ging het
-verzet tegen de Duitse maatregelen hier direct van kerken uit, soms liep het
-via de schoolbesturen.
-De hoofdstukken 2 tot en met 9 geven allereerst een beschrijving van de situatie
-in de periode die aan de orde is. Drie aspecten worden weergegeven.
-Allereerst het verloop van oorlog en bezetting. Voor of na de Duitse nederlaag
-bij Stalingrad, dat betekende nogal wat!
-Daarop volgt een aantal fragmenten uit een dagboek - van mijn zuster, Maria
-Snoek -, die bedoelen een indruk te geven van het dagelijks leven in die tijd.
-Er waren immers zoveel andere dingen die een mens in beslag namen. Deze
-fragmenten zijn steeds in inspringende, cursieve tekst weergegeven.
-Ten derde wordt, uiterst summier, een overzicht van de anti-Joodse maatregelen
-in de betreffende periode gegeven. Kennisname van de werken van Herzberg, Presser
-en L. de Jong [0.4] wordt verondersteld. Hier gaat het alleen om de herinnering:
-"toen gebeurde er dat".
-In het tweede gedeelte van dit boek gaat het niet meer om het woord van het protest,
-maar om de daad van de hulp aan onderduikers.
-In het derde gedeelte komen enkele punten aan de orde ten aanzien van de houding
-van de kerken - en de christenen - tijdens de tweede wereldoorlog, die nu volop
-in discussie zijn. Geschiedenis is immers (men durft de veelgehoorde uitspraak
-bijna niet meer te gebruiken) een discussie zonder einde.
-
-Nu ben ik geen vakhistoricus en dat besef ik - al heb ik er uiteraard naar
-gestreefd het noodzakelijke "huiswerk" nauwgezet te verrichten. In zekere zin
-van de nood een deugd makend, waag ik het te doen wat een "professional" niet
-zou doen (maar juist "professionals" hebben me dit wel aangeraden): af en toe
-zal ik een persoonlijke ervaring uit die tijd vermelden. Allereerst in de hoop
-dat dit het geheel des te leesbaarder zal maken. Maar ook is het de bedoeling,
-de eigen betrokkenheid aan te geven, me in zekere zin in de kaart te laten kijken".
-
-<13>
-
-Geen mens kan volledig afstand nemen van het door hem te behandelen onderwerp;
-dat lijkt me ook niet nodig, zelfs niet gewenst. Maar wel is het nuttig om te
-proberen, de aard van de eigen betrokkenheid te onderkennen. Zonder enige
-zelfkennis in dit opzicht loopt men des te meer gevaar zich een karikatuurbeeld
-- in positieve dan wel negatieve zin - te vormen en dat door te geven. Terwijl
-het streven gericht dient te zijn op verheldering en een zo zuiver mogelijk
-weergeven van de feiten.
-Voor mij leidde de eigen betrokkenheid tot het inzicht: er was - in de houding
-van de kerken - misère, maar er was ook grandeur; er was grandeur, maar er was
-ook misère. Je mag het een niet wegstrepen tegen het ander. Omdat schrijver
-dezes in de oorlogsjaren pas goed de misère van de kerk ontdekte, heeft hij
-op het punt gestaan kerk en geloof vaarwel te zeggen. Maar het tijdens de
-kerkdienst voorlezen van de protesten tegen de Jodenvervolging was een factor
-die hem geholpen heeft, toch nog heil in de kerk te blijven zien, en te vinden.
-
-Nog een paar praktische gegevens.
-De spelling van de documenten heb ik aangepast aan de tegenwoordige.
-Het noten-apparaat is met opzet beperkt gehouden: het dient bijna uitsluitend
-om aan te geven waar bepaalde gegevens vandaan kwamen. Wie daar niet in
-geïnteresseerd is, kan de noten ongelezen laten.
-De teksten van alle door de kerken gemeenschappelijk uitgevaardigde protesten
-zijn te vinden zowel bij Touw als bij Delleman, terwijl men de herderlijke
-brieven van de bisschoppen bij Stokman [0.5?] aantreft. Ik vond het daarom
-overbodig, de vindplaatsen nog eens via noten te vermelden.
-Bij auteurs van wie slechts uit één werk geciteerd wordt volsta ik - na de
-eerste maal in de noot zowel auteur als titel genoemd te hebben - met
-vermelding van auteursnaam en pagina. Van de Jong en Buskes is een enkele
-maal uit een tweede werk geciteerd en dit wordt dan in een noot vermeld;
-maar voor het overige betekent de Jong: L. de Jong, Het Koninkrijk der
-Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog (Populaire editie); Buskes betekent
-(tenzij anders vermeld): J.J. Buskes, Waar stond de Kerk?
-
-<14>
-
-Het was een voorrecht om bij het schrijven van dit boek hulp te ontvangen.
-Mijn waardering en dank gaan allereerst - in chronologische volgorde - uit
-naar prof. dr. J. van den Berg, kerkhistoricus te Leiden, en prof. dr. J.C.J. Blom,
-historicus te Amsterdam, die me met name bij de start waardevol advies gegeven hebben.
-Drs. J. Ridderbos Nic. zn. te Zwolle was zo vriendelijk het hele manuscript te
-willen lezen; drs. G.C. Hovingh te Biddinghuizen en drs. M.J.H.M. van Rooij
-te Utrecht lazen gedeelten. Hun suggesties heb ik bijna steeds ter harte genomen.
-Aan hen allen, maar in het bijzonder aan collega Ridderbos, ben ik veel dank
-verschuldigd. Het spreekt vanzelf dat de verantwoordelijkheid voor het eindresultaat
-op mij blijft rusten.
-Bovendien stel ik er prijs op, mijn dank en waardering te uiten jegens de
-instanties, die toestemming gaven tot raadpleging van de archieven (zie de lijst
-achterin). Sommige hebben daarenboven belangrijke hulp verleend door foto's te
-verstrekken. Met name wil ik hier noemen:
-de Commissie voor de Archieven van de Nederlandse Hervormde Kerk te Leidschendam,
-de Archiefdienst van de Gereformeerde Kerken in Nederland te Leusden; het archief
-van het Aartsbisdom Utrecht; het Historisch Documentatiecentrum voor het Nederlands
-Protestantisme (1800-heden) te Amsterdam.
-
-DEEL I: DE PROTESTEN
-
-1. DE NEDERLANDSE KERKEN TIJDENS DE JAREN DERTIG
-
-a. Sfeer en situatie
-
-We hadden thuis een manufacturenzaak, in Renkum. "We", dat was mijn moeder
-- vader was al jaren geleden overleden - met haar drie kinderen: een dochter
-en twee zoons. Ik was de middelste.
-Het eerste uit die tijd om te memoreren waren de economische crisis en de
-werkeloosheid. In ons dorp hadden velen werk gevonden op de papierfabriek
-van Van Gelder. Honderden kregen ontslag en moesten gaan stempelen. De uitkering
-was gering, dus ook het aan kleding te besteden bedrag daalde. De omzet in
-onze zaak ging met sprongen achteruit. Menig winkelier ging failliet. Dat
-overkwam ons niet, maar zomer 1935 (ik was toen 15 en zojuist overgegaan naar
-de vierde klas van het Chr. Lyceum in Arnhem) werd besloten dat er niets anders
-op zat: ik moest van school af om thuis in de zaak te gaan meehelpen.
-We waren Gereformeerd: mijn moeder belijdend lid en de kinderen dooplid.
-Dus ging je 's zondags naar de kerk; de kinderen eerst alleen naar de ochtenddienst,
-maar vanaf hun twaalfde jaar ook 's middags. In de middagdienst werd er meestal
-gepreekt over de Heidelbergse Catechismus (HC), een uitleg van het Christelijk
-geloof, geformuleerd in de vorm van vraag en antwoord en verdeeld in 52 "zondagen".
-Ook op de catechisatie, waar men vanaf het twaalfde jaar heen ging, werd de HC
-besproken en de kinderen leerden wekelijks een "zondag" uit het hoofd. Sommige
-vragen ("Wat is Uw enige troost, beide in leven en sterven?"; "Wat is een waar
-geloof?") en hun antwoorden bleven je je levenlang bij.
-Aan tafel werd er door het gezinshoofd (bij ons thuis dus: mijn moeder) voor en
-na de maaltijd hardop gebeden; zesmaal daags. Ten minste tweemaal per dag werd
-er aan de etenstafel een bijbelgedeelte gelezen.
-De jongens waren lid van de Gereformeerde knapenvereniging. Als je 16 werd,
-mocht je naar de jongelingsvereniging (JV). Daar werd men voorbereid op de taak
-in "kerk, staat en maatschappij". Ook de meisjes hadden hun verenigingen.
-
-<19>
-
-foto 1. Vooroorlogs zendingsbusje met een "dankbare Javaan"
-
-Als kind ging je naar een "school met de Bijbel". Op maandagmorgen nam je een
-gift mee voor de zending. Die ging in een spaarbus, versierd met het borstbeeld
-van een Javaan. Als de stuiver of cent in de gleuf viel, knikte hij vriendelijk.
-We waren ervan overtuigd dat alle Javanen niet alleen hoffelijk waren, maar ook
-uiterst dankbaar voor het feit dat hun het evangelie gebracht werd. Zendelingen
-met verlof vertelden over snel groeiende kerken in Nederlands-Indië. Thuis hing
-in de huiskamer een rood, blikken busje aan de muur, met het opschrift: "Voor
-Joden, heidenen en mohammedanen". Als wij kinderen kattenkwaad hadden uitgehaald,
-legde mijn moeder ons soms de straf op om van ons zakgeld een gift in het
-zendingsbusje te doen. Waarop mijn broer protesteerde: "Dan worden de heidenen
-bekeerd door onze zonden". Toen zag moeder verder van de methode af.
-
-<20>
-
-Als je middelbaar onderwijs mocht volgen, diende dat het liefst Christelijk
-onderwijs te zijn. Ik ging dus naar Arnhem, ook al was de "neutrale" HBS in
-Wageningen dichterbij. Je las een Christelijk dagblad - bij ons thuis: de Standaard.
-Men stemde op een Christelijke politieke partij; Gereformeerden werden geacht
-op de Anti-Revolutionaire partij van Colijn te stemmen.
-
-Tegenwoordig noemt men deze eenvormigheid "de verzuiling" [1.11] en nu hebben
-we oog voor de negatieve kanten van het verschijnsel. Weinige zagen die toen.
-Sommige aspecten ervan werden als positief ervaren en ze zouden tijdens de oorlog
-van waarde blijken. De sterke verbondenheid met de eigen groep gaf een zeker
-zelfvertrouwen; de eigen organisaties leverden het raamwerk voor de opbouw van
-een verzetsbeweging; de eigen "nestgeur" zou een belangrijk hulpmiddel blijken
-te zijn bij het vaststellen wie er te vertrouwen was en wie niet.
-Zo belde tijdens de oorlog de K.P. (knokploeg)-leider Johannes Post eens aan
-bij een politie-agent in Groningen en vroeg diens medewerking voor een verzetsdaad.
-Post kon zich niet legitimeren en de ander wantrouwde hem: de onbekende kon
-immers een provocateur zijn. Het was etenstijd, en Post werd aan tafel genodigd.
-Hij schikte aan en zag, hoe de vrouw des huizes een bijbel klaarlegde. "Zijn
-jullie Gereformeerd?", vroeg Post. "Ja", was het antwoord. Waarop Johannes zei:
-Ik ook; ik ben ouderling in een dorp in Drenthe". De gastheer reageerde met
-de woorden: "Wilt U ons dan voorgaan in gebed?" Johannes bad. En de gastheer
-wist nu heel zeker: "deze man is een broeder (geloofsgenoot)". Na het eten werden
-er zaken gedaan.[1.12]
-Maar Duitsland was in de jaren dertig onze vijand nog niet; integendeel. Ons
-gezin, maar ook de familie (ooms en tantes die in de buurt woonden; mijn moeder
-had tien broers en zusters) was pro-Duits. Ten eerste omdat we vonden dat de
-Duitsers bij de vrede van Versailles, in 1919, onbillijk behandeld waren, ten
-tweede omdat we een hekel aan de Engelsen hadden. Die hadden immers de Boeren
-in Transvaal en de Oranje-Vrijstaat geknecht. De boeken van L. Penning over de
-heldhaftige strijd van de Boeren tegen de trouweloze Britten werden vlijtig
-gelezen en hadden grote invloed.
-Onze sympathieën en die van de overgrote meerderheid in de Gereformeerde Kerken
-veranderden snel en grondig na de machtsovername in Duitsland door Hitler.
-
-<21>
-
-Hervormde predikanten hadden, veel meer dan bij de Gereformeerden het geval was,
-intensieve contacten met de "Bekennende Kirche", dat deel van de Duitse kerk dat
-zich niet door Hitler liet gelijkschakelen. Ger van Roon heeft het belang van
-deze contacten voor de bewustwording in Nederland uitvoerig gedocumenteerd en
-overtuigend aangetoond. [1.3] Maar dat gold vooral Hervormde en in veel mindere
-mate Gereformeerde predikanten. Bij de Gereformeerden wogen de bezwaren tegen
-de theoloog Karl Barth zwaar, en juist hij speelde in de Duitse kerkstrijd een
-grote rol. Maar krant en radio brachten de berichten over ds. Niemöller die,
-omdat hij het Nationaal-Socialisme openlijk bestreed, in een concentratiekamp
-opgesloten werd; en er kwamen berichten over de Jodenvervolgingen. Daar kon
-niemand omheen.
-
-Er woonden drie Joodse gezinnen in ons dorp, alle drie met een zaak: Manasse
-de drogist, zijn broer de huisschilder, en de dames Cohen die een zaak in boter,
-kaas en eieren hadden. Zij waren geen klant bij ons en wij niet bij hen, dus
-was er zelden contact. Wel was er een aantal Joodse "reizigers", vertegenwoordigers
-van een textiel-fabriek of -groothandel, die ons regelmatig bezochten. Met
-sommigen hunner werd de relatie vriendschappelijk.
-Of er in onze kerk ooit gepreekt werd op een manier die het antisemitisme
-bevorderde? Ik kan het me niet herinneren. Wel weet ik, dat bij ons thuis
-de Joodse zakenrelaties niet als onbetrouwbaar werden beschouwd; al waarschuwde
-mijn moeder ons nadrukkelijk voor de onbetrouwbaarheid van een groothandelaar
-in textiel die Gereformeerd was.
-
-b. De zending onder de Joden
-
-Er waren twee Hervormde verenigingen voor zending onder de Joden (Elim en de
-Nederlandse Vereniging voor Israël), maar hier ging het om particulier initiatief.
-De Gereformeerde zending onder de Joden evenwel was een direct-kerkelijke zaak
-en stond onder de uiteindelijke verantwoordelijkheid van de generale (landelijke)
-synode. Er waren commissies (deputaatschappen) ingesteld, die verantwoordelijk
-waren voor een bepaalde activiteit en aan de volgende synode verantwoording
-moesten afleggen. Er was ook een deputaatschap voor de zending onder de Joden.
-Om te weten hoe men in het algemeen als Gereformeerden de Joden beschouwde, is
-het van belang om stil te staan bij de Gereformeerde zending onder de Joden.
-Dank zij Peter Treep's onderzoek hebben we daar een duidelijk overzicht van. [1.4]
-Het deputaatschap voor de zending onder de Joden had de supervisie over drie
-predikanten: Jac. van Nes te Den Haag (vanaf 1916), C. Kapteyn te Amsterdam
-(vanaf 1929) en R. Bakker te Rotterdam (vanaf 1935). Deze predikanten leverden
-elk kwartaal een schriftelijk rapport van hun werkzaamheden in bij hun deputaten.
-De manier waarop men werkte, riep van Joodse zijde veel weerstand op en dat zal
-ons nu nauwelijks verwonderen. In Den Haag waren clubs voor Joodse kinderen.
-In een oplaag van 30.000 (1940) werd maandelijks "De Messias-bode" gratis en
-ongevraagd aan Joodse adressen gezonden. Jaren later, toen we in Israël woonden,
-vertelde ons een vriend van Nederlandse afkomst hoe hij indertijd in Nederland
-enkele malen verzocht had, de Messias-bode niet meer te sturen. Dat hielp niet,
-totdat hij opnieuw een brief naar de redactie schreef met het verzoek voortaan
-twee exemplaren te sturen want, zo schreef hij, "het papier van dit geschrift
-is uitermate geschikt om op de w.c. gebruikt te worden". Pas toen zag men van
-verdere toezending af, aldus mijn vriend.
-
-<23>
-
-Veel huisbezoeken werden door de drie predikanten afgelegd. Slechts weinigen
-uit de Joodse gemeenschap lieten zich dopen. Ds. Van Nes waarschuwde de
-kerkeraden overigens tegen het te spoedig bedienen van de doop. Hij vond dat
-er in het algemeen drie tot vier jaar catechetisch onderwijs nodig was voor
-men tot dopen kon overgaan. [1.5]
-In 1929 bezocht ds. Van Nes een Joden-zendingsconferentie te Neurenberg.
-Hier werd hij geconfronteerd met de groei van het antisemitisme in Duitsland.
-Sindsdien kozen hij en zijn twee collega's ondubbelzinnig partij ertegen.
-Op de eerste conferentie van plaatselijke commissies voor zending onder de
-Joden, in 1932, nam men met algemene stemmen een aantal resoluties aan waarvan
-de eerste luidde:
-
-"De conferentie brandmerkt het antisemitisme als grove zonde en zij roept alle
-Christenen op tot betoon van hartelijke liefde tot de Joden om Christus' wil". [1.6]
-
-Ook de Messias-bode keerde zich fel tegen het antisemitisme, de eerste keer in
-een artikel van de hand van ds. Kapteyn, november 1930. Als ds. Van Nes over
-dit onderwerp een lezing hield, kwam men nu ook van Joodse kant luisteren.
-Toen hij in Aalten over het antisemitisme sprak, werd zelfs de synagogedienst
-een kwartiertje vervroegd, opdat men nog naar deze bijeenkomst zou kunnen gaan. [1.7]
-Maar toen deputaten op de synode van 1933 verslag uitbrachten, deelden zij mee:
-"Thans volgen de rapporten, zoals die bij deputaten ingebracht werden door de drie
-missionarissen, met weglating van de algemene opmerkingen waarin de missionarissen
-over het lijden van het Jodendom en de reactie daarop in Joodse en Christelijke
-kring praten." [1.8]
-
-c. Over synodes en deputaatschappen
-
-De Hervormde geschiedschrijver H.C. Touw schrijft Synode, met een hoofdletter;
-de Gereformeerde Th. Delleman daarentegen schrijft synode zonder hoofdletter.
-Dat is niet toevallig. De inrichting van de diverse kerkgenootschappen vertoont
-op bepaalde punten onderling verschillen, bij voorbeeld wat betreft de taak van
-de synode. De besluitvorming komt op verschillende wijzen tot stand.
-
-<24>
-
-In het volgende vertellen we iets over de structuur van de Gereformeerde Kerken
-in Nederland. Het meervoud (kerken!) is veelbetekenend: men hecht veel waarde
-aan de zelfstandigheid van iedere plaatselijke kerk (of: gemeente).
-Op 1 januari 1940 waren er, volgens het jaarboek van 1940, 788 (plaatselijke)
-kerken met 811 dienstdoende predikanten en 652.826 leden, waarvan 331.615
-belijdende leden. Er waren dus 321.211 doopleden, toen voornamelijk kinderen.
-De toename over 1939 bedroeg 7.687 leden.
-
-Vooral in de grotere plaatsen beschikte een gemeente vaak over meer dan een
-kerkgebouw, en meer dan een predikant. Iedere gemeente werd bestuurd door de
-kerkenraad: ouderlingen, diakenen en de predikant(en), allen gekozen door (toen
-nog alleen de mannelijke) belijdende leden.
-De kerkenraad stuurde afgevaardigden (een predikant en een ouderling) naar de
-classis: een regionaal verband van kerken dat eens in de drie maanden vergaderde.
-Deze classis vaardigde vertegenwoordigers af naar de particuliere (of: provinciale)
-synode die eens per jaar een dag vergaderde en dan afgevaardigden naar de generale
-(of: nationale) synode koos. Deze vergaderde eens in de drie jaar (tenzij er "enige
-dringende nood was om de tijd korter te nemen") enkele dagen en werd dan ontbonden.
-Zo was er een synode in 1933 en daarna weer een in 1936.
-Er waren 12 provinciale synodes: Limburg en Noord Brabant deden samen, maar
-Zuid-Holland en Friesland hadden elk twee particuliere synodes. Iedere provinciale
-synode mocht 4 leden afvaardigen naar de generale synode: 2 predikanten en 2
-ouderlingen. De generale synode bestond dus uit 24 predikanten en 24 ouderlingen,
-plus, als prae-adviseurs, de theologische hoogleraren.
-Synode-leden waren meestal van rijpere leeftijd. Er waren geen vrouwen bij: zij
-hadden toen noch het actieve, noch het passieve kiesrecht, d.w.z. ze mochten
-niet kiezen en niet gekozen worden.
-Voor iedere synode koos men een vergaderplaats in weer een andere provincie.
-Als een synode bijeenkwam, begon men met een moderamen (bestuur) te kiezen,
-bestaande uit vier personen. Men vergaderde een aantal dagen, tijdens welke de
-nodige besluiten werden genomen. Dan werd de synode gesloten en ging iedereen
-naar huis. De synode was dus allerminst een permanent instituut.
-
-<25>
-
-De synode die in 1936 te Amsterdam bijeenkwam, vergaderde in totaal 16 dagen,
-werd toen voorlopig gesloten en kwam in 1938 nog twee dagen bijeen. In die tijd
-was er binnen de Gereformeerde Kerken een strijd ontbrand over bepaalde punten
-van de geloofsleer. Om die reden werd de volgende synode, die van Sneek, in 1939
-niet definitief gesloten, maar waren er voortgezette synodevergaderingen: 6 dagen
-in 1940, 12 dagen in 1941 en 19 dagen in 1942. In 1944 zouden de leergeschillen
-tot een scheuring in de kerken leiden. Maar in ieder geval kon men van de nood
-(de leergeschillen) een deugd maken: door oorlog en bezetting dienden zich
-onverwachte maar dringende problemen aan en men had nu de gelegenheid om deze
-te behandelen.
-Het moderamen van de synode was gemachtigd om, na de sluiting van de synode,
-toe te zien op de uitvoering van de genomen beslissingen. Het werd daarin
-bijgestaan door deputaatschappen. Hierboven kwamen we het deputaatschap voor
-de zending onder de Joden al tegen.
-Een ander deputaatschap was dat voor "correspondentie met de Hoge overheid".
-De taak van deze commissie was voor de tweede wereldoorlog nauwelijks meer dan
-een ceremoniële: men stuurde namens de kerken bij voorkomende gelegenheden
-een condoleantie- of felicitatie-telegram aan leden van het koninklijke huis.
-Voorzitter van dit deputaatschap was de hoogleraar dr. H.H. Kuyper.
-Zijn "secundus" (vervanger) was mr. dr. J. Donner, oud-minister van justitie
-en lid van de Hoge Raad. Ook was hij de vader van de latere schaakmeester J.H.
-Donner.
-
-d. Het lidmaatschap van de NSB.
-
-Van belang voor de inperking van invloed en aanhang van de NSB. is geweest,
-dat drie Nederlandse kerkgenootschappen zich uitgesproken hebben over de
-nationaal-socialistische beginselen, deze veroordeelden en daaruit de
-consequenties trokken voor de leden van hun kerk die toegetreden waren tot de NSB.
-
-<26>
-
-Allereerst de Rooms-katholieke Kerk. De bisschoppen waarschuwden in een herderlijk
-schrijven van 2 februari 1934 alle Katholieken om, "in het belang van de Kerk
-en in het belang van ons gehele volk, niet mee te doen aan de fascistische en
-nationaal-socialistische stromingen".
-
-"Wie ondanks dit Ons waarschuwend woord menen hun eigen inzichten te moeten
-doordrijven, mogen weten, dat zij een zware verantwoordelijkheid op zich laden
-en dat zij zich tegenover God en hun geweten hebben te verantwoorden over
-hun kortzichtige roekeloosheid." [1.9]
-
-Een uitdrukkelijke veroordeling volgde op 6 mei 1936. De bisschoppen verklaarden
-dat "allen die aan deze partij (de NSB.) belangrijke steun verlenen, niet tot
-de H.H. Sacramenten kunnen worden toegelaten." [1.10]
-
-Wanneer de synode van de Gereformeerde Kerken in Nederland vergaderde, kwamen
-de vragen op de agenda die door de "mindere" vergaderingen gesteld waren.
-Al in 1933 had de classis Amersfoort aan de synode gevraagd, "hoe te handelen
-met de leden der gemeente, die zich aansluiten bij, en propaganda voeren voor
-de nationaal-socialistische beweging." [1.11] Men is er toen niet diep op
-ingegaan, maar in 1936 kwamen diverse provinciale synodes en klassikale
-(regionale) kerkvergaderingen met dezelfde vraag. Het was een jaar na de
-verkiezingsoverwinning van de NSB.
-Enkele kerkleden waren al door hun kerkenraad vermaand, en soms zelfs onder
-censuur gesteld (de censuur is de kerkelijke tucht waarbij de betrokkene van
-het Avondmaal afgehouden kan worden en leidde, na lang vermaan en met
-uitdrukkelijke toestemming van de classis, uiteindelijk tot een geschrapt
-worden als kerklid).
-Zo werd de bekende NSB.-er E.J. Roskam door de kerkenraad van Amsterdam-Zuid
-vermaand vanwege zijn artikel in "Volk en Vaderland", waarin hij de Gereformeerde
-Kerken aanviel. Hij' verklaarde daarop, dat hij zijn artikel, "alhoewel daar
-vele waarheden in voorkomen die ik moet handhaven, niet had mogen schrijven en
-daarom ook terugneem, omdat daar een oordeel gegeven wordt over onze Gereformeerde
-Kerken, dat mij' niet toekomt te vellen en op die plaats te publiceren." [1.12]
-
-<27>
-
-foto 3. Prof dr. K Schilder (1890-1952
-
-Ook de vooraanstaande NSB.-er C. van Geelkerken werd door de raad van de
-Gereformeerde kerk te Utrecht vermaand. Hij, Roskam en ook Mussert zelf
-schreven daarop protestbrieven naar de synode. Delleman drukte Musserts brief
-volledig af. [1.13]
-De synode benoemde uit haar leden een commissie met als adviseurs de hoogleraren
-H.H. Kuyper en K. Schilder. Kuyper stelde voor dat de commissie zich incompetent
-zou verklaren en geen uitspraak zou doen. Dat voorstel werd verworpen. Het rapport,
-dat eerst door de commissie en daarna door de synode aanvaard werd, was gebaseerd
-op een concept van Schilder. [1.1414] Deze schreef kort daarop ter toelichting een
-brochure: Geen duimbreed! Na een paar dagen was er al een herdruk nodig.
-In het rapport worden vijf bezwaren tegen de NSB. ingebracht waaronder "het
-streven naar de machtsstaat" en "het exclusief nationalistisch karakter": En al
-moge ze (de NSB.) de "rassenvergoding" verwerpen, de manier, waarop zij zelfs
-tot in haar program toe (artikel 2) de eenheid van de "Dietse stam" op de
-voorgrond zet, toont, dat ze zich ook in dit opzicht niet onbesmet heeft gehouden;
-aldus het rapport."[1.15]
-
-<28>
-
-Op 2 oktober 1936 betuigde de synode haar instemming met het rapport. Alle
-plaatselijke kerkenraden zouden bij de NSB. aangesloten leden dienen te "vermanen
-om dit lidmaatschap te beëindigen, en zo nodig de betrokkenen af te houden van
-het avondmaal".
-Aan een na de oorlog gehouden enquête deden 521 van de 782 kerkenraden mee.
-Slechts twee daarvan bleken de maatregel niet te hebben uitgevoerd; 519 wel,
-ook na 14 mei 1940. Het ging, wat deze 521 gemeenten betreft, om een totaal
-van 272 Gereformeerde NSB.-ers. Sommigen hunner hebben door het vermaan der
-kerk hun dwalingen nog tijdens de bezetting ingezien en braken met de NSB.,
-aldus Delleman. Een klein aantal Gereformeerde NSB.-ers werd na vermaan ten
-slotte afgesneden (van het kerklidmaatschap vervallen verklaard), terwijl 37
-zich als lid onttrokken."[1.16]
-
-Wie, na dit alles gelezen te hebben, nu vervuld is van bewondering voor de
-Gereformeerde karaktervastheid, dient ook te weten dat, tegelijk met de NSB.,
-de socialistisch-pacifistisch georiënteerde Christen-Democratische Unie (CDU.)
-evenzeer door de synode op de korrel genomen werd.
-Dat komt ons nu onbegrijpelijk voor, maar ik herinner me, uit 1936, een
-inleiding op de jongelingsvereniging over de CDU. waarin de spreker betoogde:
-"De CDU. is geen unie, is niet democratisch en evenmin christelijk".
-Het is een schrale troost dat de (veel kleinere) Christelijke Gereformeerde
-Kerken in Nederland (40.000 leden) in 1937 uitdrukkelijk afzagen van een
-veroordeling van de CDU., maar wel besloten tot het uitoefenen van de tucht
-over kerkleden die lid waren van de NSB." [1.17]
-
-e. Reacties op het antisemitisme in Duitsland
-
-Hitler werd rijkskanselier op 30 januari 1933 en na Hindenburgs overlijden
-(2 augustus 1934) president, en opperbevelhebber van het leger. Onmiddellijk
-na de machtsovername in Duitsland begonnen de antisemitische maatregelen.
-Joodse winkels werden geboycot, Joden in overheids­dienst ontslagen.
-
-<29>
-
-De toelating van Joodse kinderen en studenten tot scholen en universiteiten
-werd beperkt. Op 15 september 1935 werden de beruchte Neurenberger wetten
-uitgevaardigd. "Gemengde" huwelijken waren voortaan verboden; vrouwen onder
-de 45 jaar mochten niet in dienst van Joden staan. Het Duitse staatsburgerschap
-zou voortaan mee door de "zuiverheid" van het bloed bepaald worden.
-Zomer 1938 werden ongeveer 1500 Joden gevangen genomen en opgesloten in
-concentratie­kampen. In oktober van dat jaar werden 15.000-17.000 Joden
-van Poolse afkomst gedeporteerd. Toen op 7 november 1938 in Parijs een
-aanslag werd gepleegd op de Duitse ambassadefunctionaris Ernst vom Rath,
-die op 9 november aan zijn verwondingen bezweek, was deze aanslag het
-voorwendsel voor het ontketenen van pogroms door heel Duitsland; in de
-zogenaamde Kristalnacht werden duizenden winkels van Joden geplunderd en
-synagoges verbrand. Meer dan 26.000 Joden werden gevangen genomen, velen
-hunner naar een concentratiekamp gevoerd; tenminste 91 vermoord.
-Als reactie op deze van hogerhand gesanctioneerde terreur probeerden velen
-Duitsland te verlaten. Dit gelukte in 1933 naar schatting aan 37.000 Joden.
-In 1934 was hun aantal 23.000 en in 1935 vluchtten er 21.000. Voor 1936 en 1937
-bedroegen de geschatte cijfers respectievelijk 25.000 en 23.000. Vanaf begin
-1938 tot 1 oktober 1941 - toen alle emigratie verboden werd - verlieten naar
-schatting 170.000 Joden het Duitse "Reich". [1.18]
-
-Hoe waren nu de reacties op dit alles in Nederland?
-Er waren augustus 1933 naar schatting ongeveer 6.000 - politieke en Joodse -
-vluchtelingen in ons land. Mei 1934 besliste de regering dat niet-officieel
-toegelaten vluchtelingen aan de grens moesten worden tegengehouden, tenzij
-"aannemelijk wordt gemaakt dat terugkeer naar Duitsland onmiddellijk lijfsgevaar
-voor de betrokkenen zal meebrengen". [1.19] Statenloze vluchtelingen moesten
-naar Duitsland teruggeleid worden, maar met gematigdheid en zonder "aan
-overijling gepaard gaande hardheden". In totaal werden door Nederland ruim
-30.000 vluchtelingen opgenomen, in verhouding meer dan door andere landen,
-aldus L. de Jong. [1.20] Maar Joodse vluchtelingen zijn in die jaren door de
-Nederlandse marechaussee in opdracht van de regering Colijn wel "teruggeleid"
-naar Duitsland. Na de Anschluss (waarbij Duitsland Oostenrijk inlijfde;
-maart 1938) verscherpte de Nederlandse regering haar restrictief beleid.
-
-<30>
-
-Vele predikanten ondertekenden een manifest (in 1933) waarin het antisemitisme
-werd afgewezen. [1.21] J.J. Buskes en W. Banning behoorden tot de sprekers op
-een grote protestvergadering. [1.22] Op 19 sept. 1935 was opnieuw Buskes een
-van de sprekers op een protestvergadering in de Apollo-hal, waar 6000 mensen
-aanwezig waren. De toespraken werden gepubliceerd in de brochure "Vrede over
-Israël". Er werd een Protestants hulpcomité, opgericht, het "Comité voor
-zogenaamde niet-arische Christenen". In 1938 werd de naam veranderd in
-"Protestants Hulp-Comité, voor uitgewekenen om ras of geloof'. We noemen deze
-verschillende reacties slechts terloops: het ging hier immers niet om officiële
-kerkelijke protesten. Van Roon verschaft uitvoerige gegevens in zijn Protestants
-Nederland en Duitsland 1933-1941.
-
-Voor de tweede wereldoorlog heeft bijna geen enkel kerkgenootschap in Nederland
-officieel en publiekelijk geprotesteerd tegen de Jodenvervolgingen. Kerken in
-Duitsland, Groot-Brittannië, Zweden, Frankrijk en de Verenigde Staten hebben
-dat wel gedaan.[1.23] Vanwaar die zwijgzaamheid in Nederland? De volgende punten
-dienen hier genoemd te worden.
-Vrij algemeen was men binnen de kerken van oordeel, dat het doen van "politieke"
-uitspraken niet op de weg der kerken lag. Men had immers Christelijke politieke
-partijen? Toentertijd werd dan ook - in tegenstelling tot nu - geen enkele
-publieke uitspraak over welk politiek onderwerp dan ook door de kerken gedaan.
-Bovendien bestond er - in tegenstelling tot nu - weinig contact tussen de kerken;
-er was geen gezamenlijk optreden. Vooral de RK Kerk en de Gereformeerde Kerken
-in Nederland zagen geen heil in interkerkelijke samenwerking.
-Daar komt dan nog bij, dat men algemeen bevreesd was voor het in gevaar brengen
-van Nederlands neutraliteit en van onze economische belangen: de handel met
-Duitsland. Ook beschouwde men, ofschoon het nationaal-socialisme afwijzend,
-Duitsland desondanks als een bolwerk tegen het veel groter geachte gevaar:
-dat van het communistische Rusland.
-Wat de Hervormde Kerk betreft, "de kerkorde maakte het nu eenmaal de Kerk
-onmogelijk, te komen tot een gemeenschappelijk en openlijk getuigenis", aldus
-Touw. "De Synode had geen bevoegdheid kerkelijke beslissingen te nemen, maar
-had alleen een administratieve en financiële opdracht. De grote roeping van
-het belijden, getuigen en handelen der Kerk werd in de kerkelijke vergaderingen
-niet aan de orde gesteld, en in elk geval kon daarover geen bindende beslissing
-genomen worden".[1.24]
-
-<31>
-
-Twee uitzonderingen op deze regel van officieel-kerkelijke stilzwijgendheid
-zijn te melden. Allereerst kreeg de Commissie tot de Zaken (het dagelijks bestuur)
-van de Remonstrantse Broederschap een brief van de gemeente te Amersfoort waarin
-verzocht werd om de Jodenvervolging in Duitsland op de agenda van de komende
-Algemene Vergadering te plaatsen. De hoogleraar G.J. Heering stelde daarop
-een resolutie op:
-
-(...) Zonder voorbij te zien aan de schuld der wereld en onze eigen schuld in
-deze loop van zaken, en open latende de vraag in hoever aan de houding der
-getroffenen of aan die van hun geestverwanten of rasgenoten een en ander
-verweten kan worden, op dit ogenblik kunnen wij slechts denken aan het onrecht,
-dat geschiedt. Onrecht tegenover de pacifisten, tegenover de socialisten en
-tegenover de Joden. (...) Het ergste is misschien, dat de Christelijke Kerk voor
-het grootste deel zozeer de dienaresse is geworden van het nationalisme, dat zij
-op enkele uitzonderingen na zwijgt, of instemming betuigt. [1.25]
-
-De overgrote meerderheid van de Vergadering stemde met Heering in. "Het was een
-uitspraak voor intern gebruik, maar het bleef een uitspraak", aldus Van Roon.
-
-Ten tweede werd er een motie aangenomen door de Nederlandse afdeling van de
-World Alliance for International Friendship through the Churches:
-
-"De Nederlandse Afdeling van de Wereldbond tot het bevorderen van een goede
-verstandhouding tussen de volken door de kerken, bewust van zijn doel om de
-vriendschappelijke verhouding tussen de volken te bevorderen en overtuigd, dat
-deze ernstig geschaad wordt door de maatregelen in Duitsland genomen en uitgevoerd
-tegen de Joden, die mede verklaard kunnen worden als uiting van rassenhaat,
-verzoekt het dagelijks bestuur om zich over deze maatregelen uit te spreken en
-verder alles te doen wat in zijn vermogen is om in overeenstemming met de beginselen
-van de Wereldbond en zijn doel de spanning en de ergernis weg te nemen, die door
-die maatregelen in Nederland en in de gehele beschaafde wereld zijn gewekt,
-en om mede te werken tot het doen ontstaan van die verhouding die volgens het
-Christelijk geweten tussen de rassen moet bestaan." [1.26]
-
-Men deed ook mededeling van inhoud en verzending van deze brief aan de permanente
-commissie van het Ned. Israëlitisch Kerkgenootschap. Het verzoek aan het bestuur
-van de Wereldbond had een positief resultaat.
-
-<32>
-
-2. HET BEGIN
-
-a. De situatie (mei - oktober 1940)
-
-Nederland werd door de Duitse legers onder de voet gelopen en capituleerde.
-Koningin Wilhelmina was met haar gezin gevlucht. De ministers waren in Londen:
-een Regering in ballingschap.
-De Oostenrijker Arthur Seyss-Inquart werd benoemd tot Rijkscommissaris over
-het bezette Nederland. Op 29 mei nam hij het burgerlijke bestuur over en hield
-ter gelegenheid daarvan een rede in de Ridderzaal, de plaats waar de Koningin
-op Prinsjesdag de Troonrede placht voor te lezen. De nieuwe gezagsdrager
-beloofde "het tot nu toe geldende Nederlandse recht in kracht te laten en het
-Nederlandse volk geen vreemde ideologie op te dringen". Een andere uitspraak
-in zijn rede:
-
-"Wij Duitsers echter, die door dit land gaan met een blik die gescherpt is door
-het begrip voor de waarden van de banden des bloeds en de ontbindingen des bloeds
-in een volk, verheugen ons over de Nederlandse mensen. Wij verheugen ons over
-de kinderen, wensen dat de jongens hier moedige, krachtige, energieke mannen en
-de meisjes gelukkige moeders van grote gezinnen zullen worden. Wij gevoelen ons
-heden, en in alle omstandigheden verantwoordelijk voor het goede bloed, want bloed
-verplicht ook over uiterlijke feiten en ontbrekend begrip heen."
-
-In de maand juni werden de overgebleven Engelse troepen geëvacueerd uit Duinkerken.
-De val van Parijs werd gevolgd door de capitulatie van heel Frankrijk. Vanaf 4 juli
-was alleen luisteren naar de Nederlandse of Duitse radio toegestaan; in diezelfde
-maand sprak de Koningin voor de eerste keer over radio Oranje.
-Op 7 september vond de eerste grote Duitse luchtaanval op Londen plaats:
-de "slag om Engeland" was begonnen. Eind september werd het drie-mogendheden
-verdrag (Duitsland, Italië en Japan) bekendgemaakt.
-Vanaf 1 oktober moesten de Nederlanders zich kunnen identificeren. Eind oktober
-begon de aanval van Italië op Griekenland.
-
-<34>
-
-22 mei: morgen komen de schoenen op de bon, en binnenkort de textiel, zegt men,
- de suiker was al op de bon.
-18 juni: ook het brood wordt nu gedistribueerd, we eten er nu een prakje bij.
-14 juli: morgen worden vel en andere levensmiddelen gedistribueerd.
- 4 aug.: Het puntenstelsel voor de textiel zal nu in werking treden; 100 punten
- per half jaar. Het eerste kwartaal mogen de mensen 40 punten besteden.
- Lakenkatoen kost 10 punten per m2, een knot wol vijf punten.
-15 juli: een half pond boter, vet of margarine in de week. Veel te weinig, maar
- nu krijgen we allemaal een eiken botervlootje; dan kan ieder zo dik of
- zo dun smeren als hij zelf wil.
-16 aug.: Er zijn al lakens, overalls en molton van kunstvezel. De verkoop van
- wollen stoffen en van bovenkleding is tot nader order verboden.
-30 aug.: Morgen is de Koningin jarig. We mogen geen enkel teken van vreugde of
- van rouw betonen. Ook geen rouwbanden dragen of in de etalage leggen,
- (Politieagent) Driessen kwam dat speciaal zeggen. De boeren mogen zelf
- niet meer karnen; de karnen zijn verzegeld. Nu gebruiken ze de wasmachine.
-2 sept.: Gisteren hadden we een dominee die bad "voor degenen die thans over ons
- heersen, of ze uit de greep van de leugengeest verlost mogen worden".
-25 sept.: De zeep kwam kortgeleden op de bon, en nu ook het vlees.
-2 okt.: De foto's van het Koninklijk huis zijn bij de boekhandelaars en het
- postkantoor in beslag genomen.
-6 okt.: We zijn in afwachting wat er boven ons hoofd hangt: Mussert of
- zelfbeschikking.
-
-De eerste anti-joodse maatregel was de uitsluiting van Joden uit de luchtbescher-
-mingsdiensten. Kort daarop (eind juli) volgde het verbod op ritueel slachten. In
-Zandvoort werd, begin augustus, de synagoge opgeblazen. Op 30 september werd het
-verbod uitgevaardigd om hen die "geheel of gedeeltelijk van Joodse bloede" waren,
-in overheidsdienst te benoemen of, indien reeds in dienst, te bevorderen.
-
-b. Het Convent van Kerken
-
-Al gauw na de Nederlandse nederlaag in de meidagen en de daarop volgende bezetting
-door de Duitsers, vonden er op kerkelijk terrein twee ontwikkelingen plaats die
-van groot belang zouden blijken te zijn, allereerst voor de periode van de bezetting,
-maar ook voor de tijd daarna, tot op de dag van vandaag.
-
-<35>
-
-Allereerst vonden de kerken elkaar in een permanent verband -het Convent van
-Kerken, vanaf 1942 I.K.0. (Interkerkelijk Overleg) genoemd. De problemen die
-uit de bezetting voortvloeiden noodzaakten tot overleg en het waar mogelijk
-vormen van een gemeenschappelijk front.
-
-In een brief, gedateerd 20 juni 1940, nodigde de Algemene Synodale Commissie
-der Nederlandse Hervormde Kerk afgevaardigden van zeven andere kerken uit tot
-een samenspreking: "voor elk van die (Kerkgenootschappen) één afgevaardigde
-en wel iemand die bevoegd zou zijn namens het Kerkgenootschap zich casu quo
-te wenden tot de hoge overheid."
-De eerste vergadering vond plaats op 25 juni. Vertegenwoordigd waren:
-de Nederlandse Hervormde Kerk;
-de Gereformeerde Kerken in Nederland,
-de Christelijke Gereformeerde Kerk;
-de Gereformeerde Kerken in Nederland in Hersteld Verband;
-de Remonstrantse Broederschap;
-de Algemene Doopsgezinde Sociëteit;
-de Evangelisch Lutherse Kerk;
-en het Hersteld Evangelisch Luthers Kerkgenootschap
-
-Zoals blijkt uit de volkstelling van 1930 waren er in dat jaar in Nederland
-2,7 miljoen Hervormden, 640.000 Gereformeerden en 270.000 leden van de andere
-bovengenoemde Kerkgenootschappen. [2.1] De Rooms-katholieke Kerk deed dus
-(nog) niet mee; ze was niet uitgenodigd.
-Als voorzitter trad op prof. J.R. Slotemaker de Bruïne. Al vrij spoedig daarna
-zou hij moeten terugtreden wegens een ziekte, waaraan hij overleden is. Daarna
-zijn onder anderen prof. P. Scholten, mr. J. Donner en dr. J.J.C. van Dijk
-voorzitter geweest; de bezettende macht zorgde voor de roulatie: telkens werd
-de voorzitter gevangen genomen.
-Als secretaris van het Convent trad ds. K.H.E. Gravemeyer (geb. 1888) op,
-een krachtige figuur, die op 1 april 1940 met de kleinst mogelijke meerderheid
-was gekozen als secretaris van de Synode van de Ned. Hervormde Kerk. Eens zei
-hij tegen een bezoeker: "We zijn er niet om de strijd (tussen Kerken en bezetters)
-te voorkomen, maar om die goed te strijden". [2.2]
-
-<36>
-
-foto 4. Ds K.H.E. Gravemeyer
-
-Ds. Gravemeyer zou tot aan het einde van de bezetting (met een onderbreking van
-enkele maanden in 1942 wegens gijzeling door de Duitsers) secretaris van het
-Convent - later Interkerkelijk Overleg genoemd - blijven. Hij heeft het verzet
-van de kerken ten zeerste gestimuleerd.
-Op de eerste bijeenkomst typeerde de voorzitter die als "officieus, informatorisch
-en vertrouwelijk". Men zou elkaar kunnen voorlichten en inlichten en bij belangrijke
-zaken in eenparigheid jegens de overheid handelen, teneinde aan het optreden der
-Protestantse kerken in Nederland aldus meer kracht bij te zetten.
-De meeste bleken echter aanwezig zonder uitdrukkelijke machtiging van hun kerk.
-Zo was de Gereformeerde vertegenwoordiger, prof. H.H. Kuyper, wel voorzitter van
-"Deputaten voor de correspondentie met de hoge overheid", maar - zoals al eerder
-opgemerkt - dit Deputaatschap had tot nu toe weinig betekend; zo mocht men slechts
-antwoord geven, "als de overheid naar de mening van de kerk vroeg in een bepaalde
-zaak, indien de synode zich althans over die zaak had uitgesproken." Maar die
-zomer vergaderde de synode en verleende aan prof. Kuyper een meer uitgebreid,
-aan de veranderde tijdsomstandigheden aangepast mandaat: "Eindelijk wordt het
-moderamen (bestuur van de synode) gemachtigd om met de deputaten voor de
-correspondentie met de Hoge Overheid beslissingen te nemen, wanneer er geen
-synode kan samenkomen." [2.3]
-
-<37>
-
-In het begin besprak men in het Convent onderwerpen als: vergoeding van oorlogsschade
-aan de kerken, zondagsarbeid, avondmaalsbrood (in verband met de distributie-
-moeilijkheden), enz. Maar de notulen van 30 juli vermelden: In de volgende
-vergadering zal over het karakter van het Convent nader gesproken worden. Verzocht
-wordt, dan tevens de vraag aan de orde te stellen, of er voor de Kerken aanleiding
-en zelfs plicht kan zijn, zich thans omtrent het antisemitisme uit te spreken." [2.4]
-In augustus is er geen vergadering geweest en in september is men niet aan het
-onderwerp antisemitisme toegekomen. De notulen zijn uiterst summier en het is
-niet duidelijk of men er echt niet aan toe kwam, dan wel als een poes om de hete
-brei heendraaide. Ds. J.J. Buskes, die de vergaderingen bijwoonde als afgevaardigde
-van de Gereformeerde Kerken in Hersteld Verband, zou later schrijven: "het heeft
-heel wat strijd en moeite gekost, om ten opzichte van de Jodenkwestie ten slotte
-een waarlijk principieel geluid te laten horen." [2.5] Abel Herzberg merkte op:
-"Ook de protestantse kerk ving aan zich te roeren. Dit laatste is niet ineens
-gegaan, niet overal van ganser harte, maar veelal schoorvoetend en, naar
-Nederlandse trant, bedachtzaam." [2.6]
-
-c. De Lunterse Ring
-
-Toch waren de zomermaanden geen verloren tijd. Eind augustus werd te Lunteren
-een driedaagse "clandestiene" vergadering gehouden van een dertigtal predikanten
-en gemeenteleden, voornamelijk uit de Hervormde Kerk en het al eerder genoemde
-"Hersteld Verband" (een afsplitsing, sinds 1926, van de Gereformeerde Kerken
-in Nederland). De deelnemers hadden, vooral door het volgen van de strijd van
-de "belijdende Kerk" in Duitsland, al voor mei 1940 de gevaren van het nationaal-
-socialisme beseft. J.J. Buskes was in Lunteren aanwezig, evenals J. Eykman,
-J. Koopmans, K.H. Kroon, K.H. Miskotte en G. Oorthuys. Zij allen zouden een
-rol in het verzet spelen.
-Men besloot een brief tot de door de Hervormde Synode ingestelde, uit 19 leden
-bestaande commissie Kerkelijk overleg te zenden; ook ging er een afschrift naar
-het moderamen van de Gereformeerde synode. In deze brief drong men erop aan,
-dat de officiële kerkelijke instanties zich "zo beslist, zo helder en zo snel
-mogelijk ter voorlichting van de gemeente en, hetzij' direct of indirect, ook
-van ons volk in zijn geheel, zouden uitspreken over "de moeiten, zorgen en
-verzoekingen waarin wij en onze landgenoten verkeren." Met name genoemd werden
-"de beginnende antisemitische propaganda, de geestelijke vrijheid, opvoeding
-en school, en de willekeur van de bezettende macht". Over het eerstgenoemde punt
-schreef men:
-
-<38>
-
-"Wij kwamen diep onder de indruk van het feit, dat de antisemitische propaganda
-al veel verder in ons volk is doorgedrongen dan velen vermoeden en dat de
-overeenkomstige maatregelen van hoger hand (slachtverbod, verklaring van de
-luchtbeschermingsdienst enz.), bovendien de daden van belediging en overlast
-de Joden aangedaan (de verkoop van "Sturmer" en "Misthoorn" op de openbare weg,
-het opblazen van de synagoge te Zandvoort enz.) voor het geweten van tallozen
-een ondraaglijke last zijn geworden."
-
-Buskes was een van de ondertekenaars. Hij was het geweest, die In het Convent
-der Kerken verzocht had het onderwerp antisemitisme op de agenda te plaatsen.
-Hij wist zich nu gesteund door zijn vrienden. Ook de leden van Kerkelijk Overleg,
-waaronder ds. Gravemeyer, die bovendien secretaris van het Convent was, werden
-aangemoedigd. Niet dat de brief van de kant van Kerkelijk Overleg een positieve
-reactie kreeg: men nam de brief niet in behandeling, maar gaf deze door aan het
-moderamen (bestuur) van de Hervormde Synode. Dit liet een antwoord opstellen door
-een commissie onder voorzitterschap van prof. W.J. Aalders. We komen op dat
-antwoord nog nader terug.
-Toch zou de "naar boven" uitgeoefende druk niet vergeefs blijken te zijn geweest.
-De brief zou de Gereformeerde synode inspireren tot het herderlijke schrijven
-dat in maart 1941 publiekelijk 11 dwz. in de kerkdiensten - voorgelezen werd.
-Het was een wisselwerking: vanuit de kerken kwamen stemmen die hun leiding om
-een duidelijk woord vroegen, en als dat woord dan ook kwam, en vooral als het
-hoorbaar (vanaf de preekstoel) in de zondagse kerkdienst weerklonk, werden de
-gelovigen aangespoord tot een houding en daden van verzet.
-
-Zomer 1940 begint zich dus de tweede belangrijke ontwikkeling af te tekenen.
-De eerste was, dat de kerken elkaar vonden in een gemeenschappelijk en permanent
-beraad: het Convent van Kerken. De tweede was, dat men nu ook gezamenlijk en
-publiek ging spreken.
-
-<39>
-
-In onze tijd wordt het als een gewone zaak beschouwd dat een kerk, of de Raad
-van Kerken in Nederland, een publieke uitspraak doet over een of andere
-belangrijke zaak. Bij menigeen roept het publieke spreken van de kerken zelfs
-een gevoel van geïrriteerdheid op, indien naar eigen smaak de uitspraak te ver
-dan wel niet ver genoeg gaat. In 1940 was het doen van een publieke uitspraak
-iets geheel nieuws. De kerken hadden op dit punt geen enkele ervaring en de
-Hervormde Kerk - de grootste - had een kerkorde die, zoals al in het vorige
-hoofdstuk vermeld, publiek getuigen formeel onmogelijk maakte. Toch is dat
-getuigenis er gekomen, vele malen en over in die tijd brandende kwesties.
-Men richtte zich daarbij tegen een hardvochtige bezetter, die meermalen zou
-reageren met gevangenneming van sommige bij' de opstelling van een protest
-betrokkenen.
-Het eerste publieke woord van de kerken was gericht tegen de vervolging van
-de Joden en het antisemitisme. Dat was ook het eerste punt op het verlanglijstje
-van de "Lunterse kring".
-
-d. Tweemaal concentratiekamp Buchenwald
-
-De door de Lunterse kring gesignaleerde "maatregelen van hogerhand" tegen de
-Joden kwamen voor menigeen onverwacht. Men had kennis genomen van Seyss-lnquarts
-toespraak bij zijn ambtsaanvaarding en geloofd in de fraaie beloften ("Het tot
-nu toe geldende Nederlandse recht blijft van kracht"), maar niet goed geluisterd
-naar de daarop volgende beperking: "voor zover het verenigbaar is met de bezetting".
-Toen eind augustus 1940 de instructie afkwam dat Joden niet meer mochten worden
-aangesteld in overheidsdienst noch, indien al in dienst, bevorderd, gingen de
-hoogste nog aanwezige Nederlandse gezagsdragers - de secretarissen-generaal -
-hiermee akkoord (6 september), zij het na enig protest. Daarop werd aan de
-betreffende ambtenaren doorgegeven dat voortaan bij sollicitatiegesprekken de
-vraag naar het al of niet Jood-zijn gesteld moest worden.
-Een week later kreeg het hoofd van de sociale jeugddienst van het departement
-van sociale zaken, de 48-jarige N.H. de Graaf, deze opdracht van zijn secretaris-
-generaal. Hij weigerde, nam ontslag en las de volgende verklaring op maandag
-16 september aan zijn medewerkers voor:
-
-<40>
-
-Foto 5. N.H. de Graaf
-
-Het is mij een behoefte u, als mijn medewerkers, met een kort woord duidelijk
-te maken, wat het motief is geweest, waarom ik op 12 sept. jl. bij de waarnemende
-Secretaris-Generaal mijn ontslag heb ingediend. Het is mij n.l. op die dag
-duidelijk geworden, dat ook in ons land de z.g. ariër-paragraaf binnenkort zal
-worden ingevoerd. Hierdoor zal het dus noodzakelijk worden, bij aanstelling
-van personeel na te gaan, of de persoon in kwestie niet van Joodse afkomst is.
-Het is daarom dat ik mij genoodzaakt heb gezien, hoe lief mij mijn werkkring
-ook is, mijn ontslag in te dienen, daar ik voor mijn geweten als belijdend
-Christen en als Nederlander deze vraag aan wie dan ook nooit zal willen stellen.
-Iedere voorkeur van één mens boven een ander uit hoofde van zijn behoren tot een
-bepaald ras of volk, is in strijd met de diepste gronden van het geloof in Jezus
-Christus, in wie God, de almachtige Schepper van hemel en aarde, zich aan alle
-mensen op deze wereld wil openbaren, en voor wie ieder mens volkomen gelijk staat.
-Maar bovendien is een achterstelling van het Joodse volk in het bijzonder in
-strijd met de inhoud van Gods Woord en Zijn Evangelie, omdat het Gods wonderbare
-en ondoorgrondelijke wijsheid behaagd heeft, uit het volk der Joden de verlossing
-aan alle volkeren en rassen te schenken door Jezus Christus, naar het vlees een
-zoon van dit volk. Iedere verwerping van dit volk is daarmede een verwerping van Hem.
-
-<41>
-
-Het zal u duidelijk zijn dat, waar dit mijn diepste overtuiging uitmaakt, ik
-voor God en mijn geweten nooit kan medewerken aan de toepassing van bovengenoemde
-maatregel. Dat ik ook als Nederlander meen zo te moeten handelen, vindt zijn
-oorzaak in mijn overtuiging, dat het Evangelie, zeker sedert onze vrijheidsstrijd
-onder Willem de Zwijger, onlosmakelijk met ons volk verweven is, zodat deze
-houding t.o.v. het Joodse volk ook bij anders georiënteerde Nederlanders
-gemeengoed is geworden.
-Ten slotte mag ik er nog op wijzen, dat ik in geloof er mij van bewust ben, dat
-boven strijd en oorlog uit ieder mens persoonlijk en alle volkeren en rassen
-gelijkelijk door dit Evangelie van Christus worden aangesproken en dat ik daarin
-dus geen vriend of vijand onderscheid, of het Nederlander, Duitser, jood of
-wie ook is. Want allen hebben als waarlijk enig levensbrood Gods erbarmen en
-vergeving in Jezus Christus evenzeer nodig; ieder mens wie hij ook is; evenals
-ikzelf slechts uit die genade waarlijk leven en sterven kan.
-Boven alle stormen in deze wereld en in onze mensenharten uit, verwacht ik
-daarom de verlossing alleen van Hem die gezegd heeft: "Mij is gegeven alle macht
-in hemel en op aarde, en zie, Ik ben met ulieden alle dagen tot de voleinding
-der wereld".
-Wat mijn toekomst zal zijn weet ik evenmin als één uwer dit voor zich kan weten,
-doch bezorgd behoeft niemand daarover te zijn, omdat, terwijl ik weet, dat er
-in mij geen kracht is, ik alle kracht verwachten mag van Hem die een mens, ook
-in de grootste nood, nooit verlaat.
-Ik wil daarom eindigen met u voor te lezen Psalm 23, waarin nu reeds zoveel
-eeuwen geleden door de Joodse ziener dit onverwoestbare Godsvertrouwen wordt
-uitgesproken.
-"De Heer is mijn herder, mij zal niets ontbreken. Hij doet mij nederliggen
-in grazige weiden: Hij voert mij zachtkens aan zeer stille wateren. Hij verkwikt
-mijn ziel, Hij leidt mij in het spoor der gerechtigheid om zijns naams wil.
-Al ging ik ook in een dal der schaduwen des doods, ik zou geen kwaad vrezen,
-want Gij zijt met mij: Uw stok en Uw staf die vertroosten mij. Gij richt een
-tafel toe voor mijn aangezicht, tegenover mijn tegen-partijders. Gij maakt mijn
-hoofd vet met olie, mijn beker is overvloeiende. Immers zullen mij het goede
-en de weldadigheid volgen alle de dagen mijns levens, en ik zal in het huis
-des Heren blijven in lengte van dagen." [2.7]
-
-Zijn vrouw vertelde later: "Het was natuurlijk wel een probleem, zo opeens
-zonder betrekking, maar we dachten: er zal wel een oplossing komen. Je doet
-die dingen vanuit je geloof."
-De Graafs toespraak werd op grote schaal verspreid. Hijzelf werd kort daarop
-gevangen genomen en als gijzelaar opgesloten in het concentratiekamp Buchenwald,
-waar hij tot maart 1943 zou verblijven.
-
-<42>
-
-Omstreeks diezelfde tijd publiceerde dr. J. Eykman, een lid van de Lunterse
-kring, een tot brochure omgewerkte preek, ook al had hij die preek gemaakt in
-angst en beven. De brochure werd uitgegeven onder de titel Wij bouwen verder,
-maar op welken grondslag? (Verg. 1 Corinthiërs 3: l1). De "afgoderij van bloed
-en ras" werd scherp afgewezen: "Voor iedereen die ooit één woord in de bijbel
-gelezen heeft, is het duidelijk dat God het Joodse volk en het Joodse ras als
-een zegen in de wereld gewild heeft."
-De verkoop van deze brochure werd begin september verboden, maar toen waren er
-al 13.000 van verspreid. Ook dr. Eykman werd als gijzelaar naar Buchenwald gevoerd.
-
-e. Het eerste protest
-
-Terug naar het Convent van Kerken.
-De notulen van 30 september 1940 vermelden: "Onderwerp antisemitisme zal
-voorbereid worden door een nota van ds. Buskes, waarbij gevoegd zal worden
-afschrift van een advies door prof. Aalders uitgebracht aan de Synode der Herv.
-Kerk". Inderdaad is het onderwerp op de volgende vergadering besproken.
-Het advies-Aalders, opgesteld naar aanleiding van de bovengenoemde brief van
-de Lunterse kring aan de Synode, begon als volgt:
-
-"De kerk heeft in eerste aanleg niet te doen met het antisemitisme, d.w.z. met
-het Semitische ras in het algemeen, maar met de aantasting van personen of
-groepen, die, als Joden, tot dit ras behoren. En ook hier moet de kerk, krachtens
-haar theologische visie, in de eerste plaats niet het oog hebben op de Joden in
-het algemeen, maar op de Joden, welke tot de kerk behoren, de christenen onder
-de Joden dus." [2.8]
-
-Het memorandum van ds. Buskes had de volgende inhoud:
-
-"De kwestie van het antisemitisme werd door mij aan de orde gesteld, omdat zij
-naar mijn overtuiging de verhouding van kerk en overheid raakt.
-De Secretaris-Generaal van het Departement van Binnenlandse Zaken heeft in
-opdracht van de Commissaris-generaal voor Bestuur en justitie aan de colleges
-van Gedeputeerde Staten der verschillende provincies brieven gestuurd inzake
-de benoeming of bevordering van Joden in openbare dienst (30 september en
-3 oktober 1940). Uit deze brieven blijkt, dat voortaan onderscheid zal worden
-gemaakt tussen de Joodse en niet-Joodse Nederlandse burgers.
-
-<43>
-
-De Rijkscommissaris heeft toegezegd, in overeenstemming met het Landoorlog-
-regelement (1907) de in ons land geldende wetten te zullen eerbiedigen, behoudens
-volstrekte verhindering.
-De nieuwe verordeningen hebben met militaire belangen niet te maken. Zij zijn
-een uiting van het antisemitisme, dat behoort tot de wezenlijke bestanddelen
-van het Nationaal-Socialisme.
-Als zodanig betekenen deze verordeningen een principiële inbreuk op de vigerende
-wetgeving welke de onderscheiding van Joodse en niet-Joodse Nederlandse burgers
-niet kent.
-
-Foto 6. Dr J.J. Buskes (na oorlogse foto)
-
-Het antisemitisme is in strijd met het Evangelie van Jezus Christus, dat de
-kerken hebben te prediken. De kerken moeten, krachtens hun prediking van dit
-Evangelie, er op staan, dat aan de Joden hier te lande en in de gegeven situatie
-een behandeling op gelijke voet met alle andere burgers wordt verzekerd.
-Het antisemitisme zet de jood op zijn jood-zijn vast. Het werkt bij de jood
-de verharding en bij de niet-jood de verhovaardiging in de hand en staat de
-Evangelieprediking in de weg. Daarom staan de kerken met hun prediking van
-het Evangelie in dit opzicht achter de vigerende wetgeving.
-In het bijzonder moge ik er op wijzen, dat de verordeningen ook gelden voor
-het bijzonder onderwijs, dus o.m. ook voor de scholen met de bijbel, terwijl
-zij naar hun inhoud met het wezen van de scholen met de bijbel volstrekt in
-strijd zijn.
-Mijn voorstel is: Het Convent wende zich tot de Rijkscommissaris en make hem
-uit naam van de kerken hun principiële bezwaren tegen deze verordeningen bekend."
-[2.9]
-
-<44>
-
-Ook al kan men mijns inziens terecht tegen een zinsnede van deze nota bezwaar
-maken ("Het antisemitisme werkt bij de jood de verharding in de hand"), toch
-dwingt het geheel respect af.
-Blijkbaar is er naar aanleiding van de nota een felle discussie geweest.
-Ds. Buskes zou later vermelden:
-
-Het heeft veel strijd en moeite gekost, om ten opzichte van de Joden kwestie
-tenslotte een waarlijk principieel geluid te laten horen. Bij velen ontbrak
-elk bijbels inzicht in wat de Jodenvervolging betekende. Met verontwaardiging
-denken wij terug aan wat een man als prof. Kuyper zowel in het IKO als in de
-Heraut over de Jodenkwestie ten beste gaf (De Joodse kwestie raakte de kerken
-niet rechtstreeks; reeds Groen van Prinsterer en Kuyper maakten onderscheid
-tussen Joodse en niet-Joodse burgers), met teleurstelling aan wat enkele
-anderen over de roeping der kerk tegenover de vervolgde Joden zeiden. Er waren
-ogenblikken, dat wij in dit opzicht niets, maar dan ook niets konden verwachten.
-[2.10]
-
-Ten slotte besloot men tot het indienen van een request bij de Rijkscommissaris.
-Ook prof. Kuyper zette zijn handtekening, maar de twee Lutherse Kerken deden
-niet mee. In een brief gedateerd 17 oktober 1940 wordt de afwijzing als volgt
-gemotiveerd:
-
-De Algemene Kerkelijke Commissie van het Hersteld Evangelisch Kerkgenootschap,
-op 16 juli 1940 in vergadering bijeen, kennis genomen hebbende van het voorstel
-ingediend bij het Convent van Kerken om namens voornoemd Convent een adres te
-zenden naar de Rijkscommissaris in verband met de z.g. Jodenverordening, heeft
-mij opgedragen U beleefd te berichten dat Zij Haar medewerking niet kan geven,
-omdat Zij van oordeel is dat Zij dan zou treden op het terrein van de Staat en
-het absoluut tegen het Lutherse principe is zich te bemoeien met Staatsaan-
-gelegenheden. Deze verordening toch betreft uitsluitend Rijks- en Gemeente
-ambtenaren en heeft niets te maken met de kerkelijke aangelegenheden. Zij is
-ervan overtuigd dat art. 5 van de Grondwet van het Koninkrijk der Nederlanden
-een uitvloeisel is van de gedachten der Franse Revolutie, en dat een opkomen
-voor de rechten daarin vervat niet een strijden is voor de Zaak van Jezus
-Christus. Wanneer het om het laatste gaat zal Zij niet aarzelen om stelling te
-nemen en zo nodig het martelaarschap ondergaan, maar zulks is nu niet het geval."
-[2.11]
-
-Men had in de betreffende commissie van deze - ongeveer 10.000 leden tellende -
-Kerk blijkbaar de kwestie van het al of niet meedoen met het protest besproken,
-onmiddellijk nadat ds. Buskes een en ander in het Convent aan de orde gesteld had.
-Zoals nog blijken zal, heeft deze Kerk met latere protesten tegen de Jodenvervolging
-wel meegedaan.
-
-<45>
-
-Het request - eigenlijk een protest - was gedateerd: 24 oktober 1940. Het l
-uidde als volgt:
-
-Excellentie
-
-De ondergetekenden, vertegenwoordigende de navolgende Protestantse Kerken in
-Nederland in zaken betreffende de verhouding dezer kerkgenootschappen tot de
-Hoge Overheid, te weten:
-1. De Nederlandse Hervormde Kerk;
-2. De Gereformeerde Kerken;
-3. De Christelijke Gereformeerde Kerk;
-4. De Gereformeerde Kerken in Nederland in Hersteld Verband;
-5. De Remonstrantse Broederschap;
-6. De Algemene Doopsgezinde Sociëteit, gevoelen zich gedrongen, naar aanleiding
-van de onlangs uitgevaardigde voorschriften, waarbij de benoeming en bevordering
-van ambtenaren en andere personen van Joodse bloede in Nederland wordt verboden,
-zich tot Uwe Excellentie te wenden.
-De strekking van de genomen maatregelen, waarbij gewichtige geestelijke belangen
-ten nauwste zijn betrokken, achten zij in strijd met de Christelijke barmhartigheid.
-Voorts treffen deze maatregelen de leden der Kerk zelve voorzover zij in de
-laatste geslachten tot het christendom zijn overgegaan en in volkomen gelijk-
-gerechtigheid, zoals de Heilige Schrift uitdrukkelijk verlangt (Romeinen 11: 12,
-Galaten 3:28), in de Kerken zijn opgenomen.
-Eindelijk worden de Kerken op het diepst ontroerd, omdat het hier betreft het
-volk, waaruit de Zaligmaker der wereld is geboren en dat het voorwerp is van
-de voorbede der Christenheid, opdat het zijn Heer en Koning lere erkennen.
-Het is om deze redenen, dat zij zich wenden tot Uwe Excellentie met het dringende
-verzoek te willen medewerken tot de intrekking van de bedoelde voorschriften.
-Zij doen daarbij een beroep op de belofte, door Uwe Excellentie in een plechtig
-uur geschonken, dat zij ons volkskarakter wil eerbiedigen en aan ons land geen
-ideologie wenst op te dringen, die ons vreemd is.
-
-(10 handtekeningen)
-
-<46>
-
-H.C. Touw zou later schrijven: "De betekenis van dit eerste, gemeenschappelijke
-protest tegen de Jodenverdrukking, in een tijd toen een groot deel van ons volk
-de strekking nog niet doorzag, kan niet licht overschat worden. Voor het eerst
-getuigden de kerken tezamen, getuigden zij tegen het antisemitisme, getuigden
-zij op bijbelse gronden, en getuigden zij tijdig."
-Misschien was het belangrijkste van de indiening van dit request, dat men besloot
-om in alle kerkgebouwen mededeling aan de gemeente te doen van de indiening,
-met een korte samenvatting van de inhoud.
-Later zou de Hervormde predikant dr. H.M.J. Wagenaar, op wiens bureau (voor
-predikants­salarissen) de meeste stukken gestencild werden, aan L. de Jong
-vertellen hoe een besluit om een protest in alle plaatselijke kerken voor te
-lezen, uitgevoerd werd:
-
-"Moest op zondag in alle hervormde kerken een bepaald schrijven voorgelezen
-worden, dan werden de gestencilde stukken als regel op woensdag gereedgemaakt
-en op donderdag door vertrouwde koeriers of koeriersters naar verschillende
-adressen in den lande gebracht. Van daaruit waarschuwde men de gedelegeerden
-van de classes; die lieten dan op vrijdag de stukken ophalen en droegen er
-zaterdag zorg voor, dat elke predikant het voor hem bestemde exemplaar ontving.
-Het was een distributiesysteem, buiten de post om, dat steeds feilloos functioneerde.
-Het element van risico dat er in stak (de stukken kwamen ook in handen van 'foute'
-predikanten) werd aanvaard." [2.12]
-
-Zondag 27 oktober, aldus Touw, werd een keerpunt in de geschiedenis der kerk:
-"de stilte, waarin kerk en volk zovele maanden verkeerden, werd verbroken".
-Er waren gemeenteleden die alleen maar naar de ochtenddienst plachten te gaan,
-maar op die zondag ook naar de middagdienst kwamen om de afkondiging nog eens te horen.
-
-Maar de Gereformeerde prof. H.H. Kuyper oordeelde, dat "het niet oorbaar moest
-worden geacht aan een verzoek publiciteit t. geven voordat het antwoord was
-binnengekomen" (Seyss-Inquart heeft niet geantwoord). Wel werd de tekst aan de
-plaatselijke kerkenraden gezonden, maar ook dat geschiedde met vertraging.
-Zo werd op 29 oktober in alle Hervormde kerkdiensten mededeling gedaan van het
-protest, maar de Gereformeerden hoorden er die zondag in hun kerkdiensten niets
-over, al was het protest ook namens hen ingediend.
-
-<47>
-
-Prof. Kuyper maakte de zaak nog erger door zijn poging een en ander uit te leggen
-in het weekblad de Heraut. De Duits-gezinde, Gereformeerde dr. H.W. van der Vaart
-Smit maakte daar direct gebruik van om "het Gereformeerde standpunt" tegen het
-Hervormde uit te spelen.
-Geen wonder, dat een en ander leidde tot scherpe kritiek op prof. Kuyper. Ongeveer
-twintig raden van (plaatselijke) Gereformeerde Kerken verzochten schriftelijk
-om opheldering, of protesteerden tegen het feit dat in de Gereformeerde Kerken
-niet publiekelijk mededeling van het request was gedaan. Daarop liet prof. Kuyper
-weten, dat zijn hardhorendheid het hem steeds bezwaarlijker maakte, de besprekingen
-in het Convent van Kerken te volgen en dat hij daarom zijn mede-deputaat,
-mr. J. Donner, verzocht had zijn plaats in het Convent in te nemen.
-Later zou de geschiedschrijver van de Gereformeerde Kerken, Th. Delleman,
-schrijven: "Helaas nam prof. Kuyper, toen het op wezenlijk verzet aankwam, een
-zodanig standpunt in dat hij het vertrouwen der kerken verloor. Hij zag de Duitsers
-vrijwel alleen als Duitsers, voor wie hij altijd veel gevoeld had, meer dan voor
-de Engelsen, die eens de Boeren overweldigden. Hij miskende de dodelijke ernst
-waarmee de Duitsers het nationaal-socialisme begonnen in te voeren en schreef
-artikelen in de Heraut die de Duitsers in het gevlei kwamen."
-
-Ook in de Evangelisch-Lutherse Kerk (rond 80.000 leden) kwam kritiek op het
-niet-meedoen met het protest. Het bleek nodig, een bijzondere synode bijeen te
-roepen. L. de Jong vermeldt:
-
-"Daar kreeg de synodale commissie (het kerkbestuur) nog juist een meerderheid
-voor haar besluit, de brief aan de Reichskommissar niet mede te ondertekenen.
-Het was een Pyrrhus-overwinning, want toen de uitslag van die stemming bekend
-werd bij de gemeenten, rees er zulk een storm van protesten dat de synodale
-commissie het geraden achtte, afgevaardigden van alle kerkenraden in vergadering
-bijeen te roepen. Hier bleek duidelijk dat men wenste, dat de Evangelisch-Lutherse
-Kerk voortaan met de overige protestantse kerkgenootschappen één lijn zou trekken."
-[2.13]
-
-De kranten mochten de indiening van het protest en de afkondiging ervan vanaf
-de kansels niet publiceren. Dit verbod werd evenwel overtreden door het
-antisemitische blad De Misthoorn, dat in een artikel getiteld Eén in Juda de
-afkondiging woordelijk afdrukte.
-
-<48>
-
-Bij ons thuis gingen we naar de diensten van de Gereformeerde Kerk en daar werd
-dus niets voorgelezen of bekend gemaakt. Het weekblad De Heraut lazen we niet,
-en ook prof. Kuypers poging tot uitleg ging ons dus voorbij. Wel hebben we -
-enige tijd later, neem ik aan - N.J. de Graafs toespraak bij zijn ontslag-
-aanvrage gelezen. Die maakte diepe indruk.
-
-Ruim een week na de afkondiging, op 5 november, vergaderde het Convent. De
-notulen vermelden: "De voorzitter herinnert er aan, dat het onlangs tot de
-Rijkscommissaris gerichte verzoek inzake verordening 137/1940 niet van het
-Convent is uitgegaan en dat niet alle in het Convent vertegen­woordigde kerken
-daaraan hebben deelgenomen. In verband daarmede wordt het onderwerp antisemitisme
-(zie verslag zesde vergadering, par. 13) van het agendum afgevoerd." Het
-commentaar van ds. Buskes: "De Duitsers hebben ervoor gezorgd dat dit onderwerp
-weer op de agenda is gekomen."
-
-<49>
-
-3. VERSCHERPING
-
-a. De situatie (november 1940 - maart 1941)
-
-Op 5 november werd president Roosevelt herkozen. Op 9 december begonnen de
-Engelsen hun offensief in Noord-Afrika, aanvankelijk met succes.
-Op 25 en 26 februari (1941) vond de grote staking in Amsterdam plaats, die als
-"de februari-staking" de geschiedenis zou ingaan.
-Op 13 maart executeerden de Duitsers 15 "Geuzen" (leden van een van de eerste
-verzets­organisaties) en 3 februari-stakers: "de achttien doden", het bekende
-gedicht van Jan Campert.
-
-3 nov.: Eieren, aardappelmeel, sago, koekjes, gebak enz. zijn nu ook op de bon
-evenals kaas. Er is haast niets dat zonder bon verkocht mag worden, en
-verschillende dingen, zoals room en levertraan, koop je alleen op gecontroleerd
-doktersadvies. Goede toiletzeep mag niet meer verkocht worden. Wel een
-eenheidszeep, maar dat is bocht en nog op de bon ook. De schoolkinderen hebben
-van vrijdag tot dinsdag vrij, vanwege de brandstofbesparing.
-24 nov.: Erwten en bonen zijn nu ook op de bon maar ze zijn heel slecht te
-krijgen, evenals boter en eieren.
-(Dan volgt een typische vermelding die de hele oorlog door in diverse formuleringen
-zal worden neergeschreven. JMS.) Men voorspelt dat er met Kerstmis oproer zal
-komen, omdat de Moffen dan naar huis willen. Misschien zijn we dan met Nieuwjaar
-van het hele gezeur af.
-22 dec.: De dominees worden tegenwoordig, tenminste door de jongelui, afgemeten
-naar de wijze waarop ze zachtkens de politiek erbij halen in de preek. Hoe meer,
-boe liever, al is 't gevaarlijk.
-1 jan. (1941): Vandaag hebben we 1/3 van één van Wims konijnen opgegeten.
-Gelukkig maar dat we hem hadden, want we hebben geen kruimel gewoon vlees gehad.
-7 jan.: Nu is het tot overmaat van ramp ook nog vreselijk koud en we hebben
-weinig kolen. Bonnen genoeg, maar er worden er haast geen geldig verklaard.
-22 jan.: We stoken veel hout en cokes want kolen zijn er bijna niet meer.
- Gelukkig is de vorst voorbij. Toch heeft de Rijn nog dicht gezeten.
-
-<50>
-
-2 febr.: De nieuwe (textiel) puntenkaart is er: 100 punten voor 7 maanden.
- Thee en koffie-rantsoenen zijn al weer verminderd. We krijgen nu 125 g.
- koffie, of 50 g. thee in de 6 weken per persoon.
-16 febr: Gisteren collecteerden (de politie-agenten) Driessen en Hengeveld voor
- de Winterhulp. Het was een zielig gezicht.
-18 maart: Oud-minister Donner moest kortgeleden bij de Gestapo komen. Ze wilden
- wel eens weten, wie het eigenlijk is die ons volk ophitst. Antwoord
- Willem de Zwijger; die heeft ons volk vrijheidsliefde ingeplant.
-
-In de tweede helft van november (1940) werden alle Joden in overheidsdienst van
-hun functie ontheven.
-Op 10 januari (1941) werd verordend dat "alle personen van geheel of gedeeltelijk
-joods bloed" zich moesten aanmelden.
-Op 9 februari werd de eerste overval op Joden in Amsterdam gepleegd. Drie dagen
-later werd de Joodse Raad ingesteld. Het ontslag van Joden in overheidsdienst
-viel op 21 februari. De eerste grote razzia vond plaats op 22 en 23 februari:
-425 Joodse jongemannen werden gevangen genomen, zwaar mishandeld en gedeporteerd
-naar Buchenwald en Mauthausen.
-Op 22 maart werd verordend, dat de Joden uit het bedrijfsleven verwijderd moesten
-worden.
-
-b. Bijna te laat
-
-Ruim een week na de voorlezing van het protest van de kerken kwam het bevel, alle
-Joodse ambtenaren uit hun functie te ontheffen. Al eerder (20 september) had de
-bezetter van alle ambtenaren ondertekening van de z.g. 'Ariër-verklaring' geëist.
-Dit was de eerste maatregel waardoor van niet-Joden medewerking werd geëist om de
-Joden te isoleren en te treffen. Toch wordt, in het eerste protest van de kerken,
-juist deze Duitse maatregel niet genoemd, wel andere. Is men ervoor teruggedeinsd,
-de gelovigen openlijk op te roepen om de 'Ariër-verklaring' niet te tekenen?
-Een lid van de Lunterse kring, dr. J. Koopmans, schreef een korte brochure, Bijna
-te laat, een van de eerste "illegale" geschriften; de eerder genoemde brochure
-van de hand van dr. Eykman was nog "bovengronds" verspreid.
-We citeren de volgende gedeelten uit Bijna te laat:
-
-<51>
-
-foto 7 Dr. J Koopmans (ca 1945)
-
-Wanneer onze 'intrede in de geschiedenis' gekocht moet worden tegen de prijs van
-een goed geweten, dan is het duizendmaal beter, dat wij uit de 'geschiedenis'
-verdwijnen, dan dat wij ons geweten verkopen.
-(...) Wie enigermate van nabij de kerkelijke methode van werken kent, zal er de
-kerkelijke autoriteiten geen verwijt van maken, dat het getuigenis pas zo laat
-gekomen is, bijna te laat. Met het oog op het al-of-niet invullen van de formulieren,
-die ons geweten moeten helpen verduisteren, is ook het kerkelijk getuigenis te
-laat gekomen.
-(...) Moet ik tekenen of mag ik "uit beweegredenen van barmhartigheid en op
-gronden aan de Heilige Schrift ontleend" de ondertekening alleen maar weigeren?
-Op deze vraag kan de Kerk van Nederland mij geen antwoord geven. Daarvoor is
-het te laat.
-(...) De volgende slag wordt moeilijker. Nu komt natuurlijk het ontslag aan
-personen 'van Joodse bloede'. (...) Zij gaan eruit - daaromtrent moeten we ons
-niet de flauwste illusies maken. Zij gaan eruit en zij gaan eraan.
-
-<52>
-
-Koopmans doet een beroep: "Laat de instanties, die nu tot ondertekenen van de
-verklaring verplicht of gedwongen of alleen maar gedrongen zijn, nu een duidelijke
-en onomwonden verklaring afleggen, dat zij tot het ontslag van personen 'van
-Joodse bloede' niet bereid zijn!" Hij richt zich speciaal tot de secretarissen-
-generaal, de burgemeesters, de bestuurders van christelijke scholen en
-omroepverenigingen. Ook de Maatschappij voor Geneeskunde, de Broederschap van
-Notarissen en de verenigingen van personeel in overheidsdienst worden
-aangesproken en vervolgens de Aartsbisschop, in zeer krachtige taal.
-De brochure besluit met de volgende woorden:
-
-Volk van Nederland, het is bijna te laat - maar nog niet helemaal! Het is nog
-niet helemaal te laat om terug te keren tot het christelijk geloof en het goede
-geweten. Het is nog niet helemaal te laat om uit beweegredenen van barmhartigheid
-en op gronden aan de Heilige Schrift ontleend op te komen voor onze Joodse
-volksgenoten. Het is nog niet helemaal te laat om de Duitsers te laten zien,
-dat hun goddeloosheid niet alle dingen overwint, maar dat er érgens mensen
-wonen, die hun christelijk geloof en hun goede geweten niet zomaar laten roven.
-0 God van Abraham, Izak en Jakob, Vader van onze Hete Jezus Christus! Kom Uw
-arme Christenheid te hulp en ontferm U over Nederland.
-
-De brochure werd gedrukt te Noordwijk, in een oplaag van niet minder dan 50.000
-exemplaren. 's Nachts werden ze in grote pakken naar Amsterdam vervoerd, en per
-post werden kleinere pakketten aan vertrouwde adressen in het hele land gezonden
-voor verdere verspreiding. De secretarissen-generaal en alle burgemeesters,
-notarissen en besturen van christelijke scholen kregen de brochure toegezonden.
-Op hen speciaal immers deed de auteur zijn beroep.
-Enkele maanden later, in april 1941, stonden een 57-jarige burgemeester en een
-25-jarige chemicus terecht voor het Duitse Landesgericht, omdat ze te Deventer
-in november 1940 de brochure verspreid hadden. De eerste beklaagde kreeg de
-gelegenheid, zijn zienswijze als Christen uiteen te zetten, maar dat leverde
-hem geen voordeel op. Integendeel, hij werd veroordeeld tot anderhalf jaar
-gevangenisstraf. De tweede beschuldigde kreeg één jaar; beiden met aftrek van
-voorarrest. In zijn requisitoir noemde de "General-Staatsanwalt" een dergelijke
-propaganda zeer gevaarlijk voor het Nederlandse volk, "want daarin wordt het
-Jodenprobleem voorgesteld als een christelijke zaak. Dat is niet juist ...."
-(Touw, I, 392).
-
-<53>
-
-c, Een brief en twee arrestaties:
-
-In de vergadering van het Convent van Kerken op 25 februari 1941 - de dag waarop
-in Amsterdam de februari-staking uitbrak - besloot men een brief te sturen aan
-het college van secretarissen­generaal; zij immers waren, sinds het vertrek van
-de Nederlandse regering, de hoogste Nederlandse gezagsdragers.
-Dit schrijven werd verzonden op 5 maart. Ditmaal ondertekende ook de
-vertegenwoordiger van de Evangelisch Lutherse Kerk. De inhoud luidde als volgt:
-
-(...) De Kerken zijn ten zeerste verontrust door de ontwikkeling der gebeurtenissen,
-gelijk deze zich meer en meer aftekent. De haar door God opgedragen verkondiging
-van Zijn Woord legt haar de dure roeping op om op te komen voor recht en
-gerechtigheid, voor waarheid en liefde. Zij moet ook haar stem doen horen waar
-in het openbare leven deze hoge waarden worden bedreigd of aangetast. Dat deze
-waarden ernstig gevaar lopen kan door hem, die de toestand van ons volksleven
-gadeslaat, moeilijk worden ontkend.
-Zo zijn in het beeld, dat de openbare straat meer en meer gaat vertonen, - in
-de behandeling welke in steeds toenemende mate aan het Joodse deel van de
-Nederlandse bevolking ten deel valt, - in de groeiende rechtsonzekerheid, - in
-de voortgaande aantasting van vrijheden welke de noodwendige voorwaarden zijn
-voor de vervulling van Christenplichten, even zovele duidelijke symptomen te
-zien van een toestand, die niet alleen een klem legt op het geweten van onze
-landgenoten, maar ook naar de diepste overtuiging der Kerken indruist tegen
-de eis van Gods Woord.
-Het is om die reden dat de Kerken zich genoopt gevoelen zich tot Uw College te
-wenden, met de dringende bede zoveel in Uw vermogen ligt te bevorderen, dat
-recht, waarheid en barmhartigheid ook in het huidige tijdsbestel de richtsnoeren
-zullen zijn voor het beleid der Overheid.
-Harerzijds erkennen de Kerken gaarne in ootmoed haar dure roeping het volksleven
-zodanig te bearbeiden en te beïnvloeden, dat daarin die geestelijke waarden
-metterdaad worden beleefd.
-
-<54>
-
-Wij vertrouwen, dat Gij de stem der Kerken, zoals zij in dit adres tot uiting is
-gebracht op de wijze die U daartoe dienstig zal voorkomen, mede zult willen doen
-doorklinken tot hen, die tijdens de huidige bezettingstoestand de uiteindelijke
-verantwoordelijkheid dragen voor de gang van zaken in ons Vaderland.
-Met volledig begrip voor de hoogst moeilijke taak waarvoor Uw College zich in
-dit tijdsgewricht gesteld ziet smeken zij God, dat Hij U Zijn licht en bijstand
-moge schenken.
-
-De secretarissen-generaal hebben de brief niet beantwoord: zij beschouwden
-zichzelf niet verantwoordelijk. Evenmin voldeden zij aan het verzoek om de
-bezorgdheid der kerken over te brengen aan de bezettende macht.
-De Hervormde Synode zond afschriften van de brief aan alle plaatselijke
-kerkenraden, met de mededeling dat er geen bezwaar tegen was dat de gemeenten
-op de hoogte gesteld werden van de gedane stap. Afkondiging of publicatie van
-de brief was evenwel niet de bedoeling. Maar het nationaal-socialistische
-Nationale Dagblad publiceerde de volledige tekst, met als commentaar: "Bij zoveel
-volksvergif is de zwaarste straf te licht."
-Ds. Gravemeyer stelde in het Convent voor, de brief of een samenvatting daarvan
-van de kansels te laten voorlezen. Daar was men niet algemeen voor; wel was men
-voor toezending aan de kerkenraden van alle kerken. Aan ds. Gravemeyer werd
-verzocht, een boodschap tot de gemeenten voor te bereiden overeenkomstig de
-strekking van de brief. Die boodschap zou dan in de kerkdiensten worden afgelezen.
-Sinds december 1940 was prof. Slotemaker de Bruïne vanwege zijn ziekte uitgevallen
-en mr. Donner trad nu op als voorzitter. Op de vergadering van het Convent van
-11 maart deelde deze mee, dat de synode van de Gereformeerde Kerken een herderlijk
-schrijven - waarover meer hierna - had opgesteld, dat in hun kerken op 23 maart
-zou worden voorgelezen. Besloten werd daarom, dat op die datum in alle bij het
-Convent aangesloten kerken een bidstond zou worden gehouden. Gravemeyer zond
-aan alle Hervormde predikanten een "oproep tot gebed", qua inhoud aansluitend
-op de brief aan de secretarissen-generaal. Deze oproep werd op woensdag 19
-maart verzonden.
-
-<55>
-
-De Duitsers kregen er lucht van, dat er iets in de kerken stond te gebeuren.
-Waarschijnlijk heeft een predikant de stukken op woensdagavond ontvangen en aan
-hen doorgespeeld. De februari-staking lag nog vers in het geheugen. Op 20 maart
-zou Koningin Wilhelmina over radio Oranje spreken. Op die datum - donderdagochtend -
-werden de twee leiders van het Convent gearresteerd: secretaris Gravemeyer en
-voorzitter Donner. Eerst wist de een niet, dat ook de ander gevangen zat.
-
-Foto 8. Mr. dr. J. Donner
-
-Uit hun verhoren bleek, dat de bezettende macht de voorgenomen actie zag als
-vermoedelijk het sein tot een algemene opstand. Men drong er bij de arrestanten
-op aan, dat de afkondiging van de brief achterwege zou blijven. Ook werd het
-feit, dat de kerken zich tot de secretarissen-generaal gewend hadden, door de
-Duitsers beschouwd als een miskenning van hun gezag.
-Donner legde uit, dat hij niet gemachtigd was tot het besluit om voorlezing
-achterwege te laten, en dat overigens het herderlijk schrijven van zijn synode
-los stond van de brief aan de secretarissen-generaal. Hij bood aan, het stuk
-met zijn ondervrager door te nemen om aan te tonen dat het geen bedreiging van
-de openbare orde inhield. Zulks geschiedde, op zaterdag. Mr. Donner werd daarop
-'s avonds vrijgelaten. De volgende dag werd overal in de Gereformeerde Kerken
-het herderlijk schrijven voorgelezen.
-
-<56>
-
-Gravemeyer evenwel beloofde de Duitsers, zijn best te zullen doen om de
-afkondiging (van de samenvatting van de brief aan de secretarissen-generaal)
-te voorkomen, "om geen aanleiding te geven tot demonstraties of tegen-demonstraties".
-Die zaterdagavond werd aan de Hervormde dominees in de grote steden gevraagd wél
-de bidstond, maar niet de kanselafkondiging te laten doorgaan, om "door deze
-daad een overtuigend bewijs te geven dat de kerk geen politieke bijbedoelingen had."
-De gang van zaken leidde tot kritiek op ds. Gravemeyer. Had hij wel de bevoegdheid,
-persoonlijk de voorlezing van de kanselboodschap af te gelasten? Het vragen naar
-iemands bevoegdheid is in Protestantse kerken een goed gebruik.
-
-d. Een synode in vergadering bijeen
-
-Het is wel aardig om, aan de hand van de Acta (notulen), na te gaan hoe de
-besluitvorming in een synode plaatsvond. We kiezen daartoe een paar vergaderingen
-van de synode van de Gereformeerde Kerken, die gehouden werden in maart 1941.
-Op dinsdag 4 maart werd 's morgens, 's middags en 's avonds het rapport van
-Deputaten voor de correspondentie met de Hoge Overheid behandeld. Eerst werd
-het uitvoerige rapport voorgelezen, de eerste helft door H.H. Kuyper, de tweede
-door Donner. Typisch voor de Gereformeerde Kerk-structuur is de opmerking:
-
-Hoewel het uit de aard der zaak volgt en in onze kerken dan ook gewoonte is,
-dat deputaten eerst na afloop van hun mandaat op de volgende synode rekenschap
-van hun handelingen afleggen, zijn zij echter volkomen bereid, dit reeds thans
-te doen, nu de synode haar zittingen nog niet gesloten heeft en wederom te
-Utrecht samenkomt, al zal hun rapport uitsluitend handelen over hetgeen door
-hen is gedaan ten behoeve der kerken voor zover dit betrekking heeft op de
-nieuwe situatie, die na de oorlog is ontstaan.
-
-Verder merken Deputaten langs hun neus weg op, dat "van correspondentie met de
-Hoge Overheid in de zin die de Synoden krachtens hare instructies bedoelden,
-geen sprake meer kan zijn, daar de correspondentie met Engeland onmogelijk was
-geworden." Maar "uit de boezem der kerken zelf kwamen verzoeken om bij de
-bezettende macht tussenbeide te komen, in het belang van deze kerken, of van de
-ambtsdragers; adviezen te geven, hoe gehandeld behoorde te worden t.o.v.
-verordeningen door de bezettende macht uitgevaardigd."
-
-<57>
-foto 9. Een vergadering van de synode-Sneek 1939 van de Gereformeerde Kerken.
-Op de 1e rij achter de tafel zitten enkele hoogleraren-adviseurs; rechts achter
-de tafel staand met baard: H.H. Kuyper. Op de tweede rij de moderamentafel, met
-geheel rechts ds. F.C. Meijster.
-
-Er werd gerapporteerd over het Convent van Kerken. Het voorzitterschap ervan
-wordt tijdelijk waargenomen door dr. Donner wegens ziekte van prof. Slotemaker
-de Bruïne.
-Deputaten behandelden onder meer kwesties inzake oorlogsschade, Zondagsrust,
-de gevangenneming van ambtsdragers der kerk, voorbede voor de Koningin, de
-kerkelijke pers, arbeiders naar Duitsland, de Arbeidsdienst. Het protest van
-het Convent tegen de Jodenvervolging werd in zijn geheel vermeld, maar gepoogd
-werd het niet-afkondigen ervan in de Gereformeerde Kerken goed te praten. Ook
-de brief gericht aan de secretarissen-generaal is in zijn geheel opgenomen.
-De praeses (voorzitter) van de synode, de Rotterdamse ds. F.C. Meijster, opende
-op die dag de avondzitting met het laten zingen van Ps. 46:6:
- De Heer, de God der legerscharen,
- Is met ons, hoedt ons in gevaren.
- De Heer, de God van Jakobs zaad,
- Is ons een burcht, een toeverlaat.
-
-<58>
-
-Daarna werd de bespreking van het rapport voortgezet en beëindigd. Het rapport
-werd door de Synode met dankbaarheid aanvaard.
-
-In diezelfde week werd door de synode een herderlijk schrijven opgesteld.
-Alle synode-leden waren er dus bij betrokken, in tegenstelling tot het protest
-uitgevaardigd door het Convent van Kerken, dat a.h.w. met terugwerkende kracht
-door de synode werd goedgekeurd.
-Het besluit om dit "getuigenis" te doen uitgaan was genomen "mede naar aanleiding
-van" de brief, afkomstig van de Lunterse kring (augustus 1940), waarin om een
-besliste uitspraak gevraagd werd. De brief vanuit Lunteren wordt in de Acta
-(art. 411) vermeld als "een schrijven van ds. K.H. Miskotte c.s.".
-Voor het opstellen van het herderlijk schrijven benoemde men een commissie: drie
-professoren, een predikant, twee ouderlingen en mr. dr. J. Donner als adviseur.
-Dat gebeurde op dinsdag 4 maart, in de ochtendzitting. Op donderdag 6 maart werd
-het concept voorgelezen door prof. dr. G.C. Berkouwer en, nadat er nog enige
-wijziging in was aangebracht, door de synode vastgesteld op vrijdag 7 maart.
-We citeren het gedeelte dat gaat over het Joodse volk:
-
-In onze tijd wordt met steeds meer klem de gedachte voorgestaan, dat niet de
-verhouding tot Gods naam, maar de verbondenheid aan een bepaald volk of ras de
-betekenis van iemands leven bepaalt en de grote scheidslijn vormt tussen de mensen.
-Ge hebt, wanneer ge bij de Heilige Schrift leeft, het antwoord nimmer schuldig te
-blijven tegenover deze leer, die bij zovelen reeds ingang vond. Tegenover deze
-leer stelle de gemeente altijd niet eigen inzicht, maar de kracht van dat Woord,
-dat sterk is en machtig. De zorgen, die in de laatste maanden velen onzer
-volksgenoten vervulden, zijn ook aan U niet voorbijgegaan. Dat kan ook niet,
-waar juist de gemeente van Christus vanuit het Evangelie in de historie van het
-Joodse volk de Christus zag geboren worden en reeds op die grond nimmer de vraag
-naar een bepaald ras kan laten worden tot een begrenzing van de liefde tot onze
-naaste en van de barmhartigheid, die we schuldig zijn.
-Waar gij zo bij al deze gebeurtenissen betrokken zijt, moge Uw bewogenheid zich
-vooral uiten in de vurige bede tot God, dat Hij ook in dat naar Zijn bestel onder
-de volken verstrooide volk het volle licht van de Christus in steeds meerdere
-mate wil doen doordringen en het bovendien als een klem op aller consciëntie wil
-leggen, dat noch de aristocratie van het ras, noch die van geslacht of natie
-over de betekenis van ons leven beslist (Gal. 3:28, Coloss. 3: 1l), maar alleen
-de Naam des Heren en dat Hij over de verwerping van die Naam eens Zijn heilige
-recht zal spreken.
-
-<59>
-
-e. Afkondiging in een kerkdienst
-
-Op zondagmorgen 23 maart 1941 was ik aanwezig in de Gereformeerde kerk te
-Renkum/Heelsum. Ik was toen bijna 21 jaar oud, een jongeman die weinig of
-geen heil zag in het christelijke geloof, laat staan in de kerk. Maar ja, als
-je wegbleef uit de kerkdienst, kreeg je heisa in gezin en familie. Dus je zat
-er, zij het zonder interesse.
-Zondag aan zondag stond ds. H.Z. de Mildt op de preekstoel, niet zo jong meer,
-beminnelijk, geen krachtpatser, ziekelijk; kort daarop zou hij met vervroegd
-emeritaat gaan. Hij preekte met zachte stem, wat lijzig. In de bank rechts van
-de preekstoel zaten de ouderlingen, in de bank links ervan de diakenen. Ik kende
-ze allemaal van haver tot gort: winkeliers (evenals wij), arbeiders en boeren.
-Met één van hen zou ik bijna slaande ruzie krijgen, toen hij tijdens het
-huisbezoek (dat werd trouw leder jaar bij ieder gezin door twee ouderlingen
-afgelegd) durfde te beweren dat je moest buigen voor de voorschriften van de
-bezettende macht, die volgens hem toch de overheid was.
-Die ochtend werd het herderlijk schrijven voorgelezen; nu vind ik het een veel
-te uitvoerig stuk: het beslaat in "Delleman" vier grote bladzijden, met kleine
-letters. Naar mijn herinnering duurde het toen helemaal niet lang. Ik luisterde
-ademloos, de hele gemeente trouwens.
-Het was kort na de februari-staking. Er waren al doden gevallen. Mijn dagboek
-(niet dat van mijn zus dit keer) vermeldt: "Gisteren is van de kansel een
-schrijven afgelezen dat uitmuntte door mannentaal. "En dat gebeurde overal,
-door het hele land, in meer dan 800 kerkgebouwen. Het is nu moeilijk na te
-voelen - ofschoon er achteraf op de inhoud zeker hier en daar kritiek te
-leveren valt -, hoezeer een dergelijk getuigenis de mensen een hart onder
-de riem stak.
-
-<60>
-
-De afkondiging van een protest of herderlijk schrijven in de kerkdiensten is
-in de Gereformeerde Kerken praktisch overal geschied. Alleen een predikant te
-Breda weigerde de voorlezing uitdrukkelijk. Het rapport aan de synode over
-handelwijze en argumenten van deze predikant eindigt met een advies bestaande
-uit 5 punten, waarvan het laatste luidde:
-
-De synode draagt aan de classis Klundert op, om over deze zaak verder met ds. T.
-te handelen, en hem ernstig te vermanen, zich te bekeren van de onschriftuurlijke
-beschouwingswijze, die in zijn bezwaren tot uitdrukking komt.
-
-Een andere (emeritus) predikant zat op dezelfde lijn en schreef een brochure,
-waarin hij volkomen lijdelijkheid (passiviteit) jegens de bezettende macht
-bepleitte, omdat deze "een oordeel Gods was, waaraan we ons te onderwerpen hadden."
-Over deze brochure werd gerapporteerd aan de classis Amersfoort, die daarop het
-standpunt van deze predikant beslist veroordeelde.
-Dit zijn de twee "afwijkende gevallen" als vermeld door Delleman in zijn
-hoofdstuk "Het verzet tegen het verzet", dat slechts 5 pagina's (389-393) beslaat.
-
-Ook in de Hervormde Kerk werden de protesten door de overgrote meerderheid van
-de predikanten publiekelijk voorgelezen, al waren er hier meer uitzonderingen
-die de regel bevestigden. Soms las men niet voor vanuit een houding van (godsdienstige)
-lijdelijkheid. We vermoeden deze achtergrond bij de 5 predikanten in de classis
-Zierikzee, die (april 1943) van hun classis een terechtwijzing ontvingen:
-
-Wij willen U er op wijzen, dat U daarmede ten opzichte van Uw roeping ernstig
-in gebreke zijt gebleven, het getuigenis der Kerk verzwakt hebt, en in strijd
-hebt gehandeld met hetgeen de Synode der Nederlandse Hervormde Kerk U heeft
-opgedragen. Het Classicaal Bestuur verwacht van U, dat U Uw houding bij een
-eventuele volgende gelegenheid zult wijzigen en U zult gedragen een Dienaar
-der Kerk waardig.
-
-Aldus Touw, in zijn uitvoerige hoofdstuk (V): "Problemen van het verzet". HIJ'
-noemt datgene wat ook In andere kerkgenootschappen wel zal zijn voorgekomen:
-"Tenslotte verzwegen vele predikanten de kanselboodschappen, eenvoudig uit
-persoonlijke vrees voor conflicten, uit angst voor arrestatie." Hij vervolgt dan:
-
-<61>
-
-De gemeenten signaleerden zulke predikanten al spoedig, en geleidelijk verloren
-ze het vertrouwen van de velen, die met diepe dankbaarheid vervuld waren voor
-de getuigenissen der Synode. Dan uitte de gemeente haar tucht-oefening op
-verschillende wijze. Typisch was de reactie in een eenvoudige Zeeuwse gemeente.
-Toen een nieuwe predikant zijn intree deed, hadden verschillende gemeenteleden
-het kippenhok van de pastorie van kippen voorzien. Maar toen de nieuwe dominee
-enige tijd later een kanselafkondiging niet voorlas, was een van de goede gevers
-zo diep teleurgesteld dat hij zijn kip uit het kippenhok weer weghaalde! (186)
-
-Voorwaar, in die tijd wel een zeer indringende manier van tuchtoefening over een
-voorganger.
-
-<62>
-
-4. MATHEID
-
-a. De situatie (30 maart tot einddecember 1941)
-
-Belangrijke ontwikkelingen vonden in deze maanden plaats, tengevolge waarvan de
-bevolking in de bezette gebieden heen en weer geslingerd werd tussen gevoelens
-van hoop en teleurstelling.
-Op 6 april begon de Duitse invasie in Joegoslavië en Griekenland. In dit laatste
-land hadden de Italianen vele nederlagen moeten incasseren. Nu was de strijd
-evenwel snel beslecht: op 30 april verlieten de laatste Engelse troepen Griekenland.
-20 dagen later was ook het eiland Kreta geheel in Duitse handen. Joegoslavië werd
-eveneens vernietigend verslagen. Duitsland scheen onoverwinnelijk.
-Op 10 mei vloog Rudolf Hess naar Engeland. De wildste speculaties deden uiteraard
-de ronde.
-De Duitse aanval op Rusland begon op 22 juni. Tot aan het einde van de oorlog
-zouden de steeds wisselende krijgskansen aldaar met hartstocht gevolgd worden
-door de Nederlanders: ons toekomstig lot hing immers grotendeels af van de uitkomst
-van deze strijd.
-De Britten begonnen in Noord-Afrika, na hun ernstige nederlaag tegen de Duitse
-generaal Rommel, een tegenoffensief op 18 november.
-Op 7 december vielen Japanse vliegtuigen onverhoeds de Amerikaanse vlootbasis
-te Pearl Harbour aan en vernietigden een groot deel van de Amerikaanse vloot:
-de oorlog tussen Japan en Amerika was begonnen. Op 11 december verklaarden
-Duitsland en Italië de oorlog aan de Verenigde Staten. Wij koesterden nieuwe hoop.
-
-11 maart: zo juist hoorde ik dat het Leger des Heils ontbonden is. Het Calvinistisch
-Weekblad is verboden.
-Ik heb nog een fiets kunnen kopen met banden. Banden zijn erg schaars; ze zijn
-alleen op vergunning te krijgen maar die worden haast niet gegeven.
-6 april.- Het Italiaanse koloniale rijk bestaat niet meer: Addis Abeba is gevallen.
-Met Pasen krijgen we een extra ei.
-
-<63>
-
-13 april de Duitsers hebben Benghasi (in Noord Afrika), Nochtans hoop ik op de
-uiteindelijke overwinning van de Geallieerden maar het zal wel lang duren.
-Dat is ook wel steeds gezegd door de Engelse radio, maar we dachten dat dit
-was om de vijand om de tuin te leiden.
-23 april: de melk is op de bon, sinds maandag: 1/4 liter per persoon per dag.
-4 mei: de aardappels zijn op de bon.' we mogen per persoon per week 1 1/2 kg
-hebben. Het vleesrantsoen is verminderd tot 2 1/2 pond in 16 dagen.
-Zo juist lees ik in de krant dat oranje-insignes en uitgezaagde munten niet
-mogen worden getoond, gedragen of wat dan ook.
-28 mei: er is een verplichte Arbeidsdienst afgekondigd, voor jongens en meisjes
-van 18-25 jaar.
-8 juni: we krijgen een extra suiker-rantsoen voor de inmaak.
-25 juni: taptemelk is ellendig spul om te koken; het brandt aan als een gek
-maar als je 't niet kookt is het in een minimum van tijd zuur.
-21 juli.- vanaf begin aug. komt er alleen nog taptemelk; geen thee meer.
-Alleen surrogaat-koffie op de bon.
-28 juli: verleden week moesten we ons koper en tin inleveren. Op aanraden van
-een massa mensen heeft moeder er één voorwerp heengebracht. Anders doen ze
-huiszoeking.
-7 aug.: we mogen nu nog maar 7-5 % gebruiken van de stroom die we verleden jaar
-in de overeenkomstige maand gebruikten.
-17 aug.: verleden week hebben we de laatste eierbon gehad. Er komen geen eieren meer.
-8 okt.: het broodrantsoen is verminderd; het is nu 1800 g. per week.
-30 dec,: op last van de Rijkscommissaris moeten de navolgende artikelen ingeleverd
-worden: wollen en halfwollen borstrokken, hemden, handschoenen, shawls, pullovers,
-sokken, kousen, breigarens, dekens en nog een heel stel lederen artikelen.
-Nu beginnen ze het eindelijk koud te krijgen in Rusland.
-
-In april werden restaurants "voor Joden verboden" verklaard.
-Op 11 juni werd de tweede grote razzia ontketend: 300 Joodse jongemannen werden
-gevangen genomen en gedeporteerd.
-Op 8 augustus moesten Joden hun bezit aan geld en effecten deponeren bij de
-fa. Lippmann-Rosenthal te Amsterdam, welke bank voortaan door de Duitsers beheerd
-werd. Drie dagen later werd alle Joodse grondbezit onteigend. Vanaf 21 augustus
-mochten Joodse kinderen in de grote steden niet meer naar niet-Joodse scholen.
-In september werden alle Joodse bibliotheken gesloten en verzegeld.
-Sportinrichtingen, concerten en openbare bijeenkomsten waren voortaan "voor
-Joden verboden".
-
-<64>
-
-Op 22 oktober werd verordend, dat Joden voortaan niet meer werkzaam mochten zijn
-in niet-Joodse gezinnen.
-
-b. Hervormde stemmen
-
-Tot mijn spijt heb ik tijdens de tweede wereldoorlog op geen enkele wijze vernomen
-van de volgende twee te noemen brochures, ook al werden ze op grote schaal verspreid.
-Er was duidelijk een Hervormd circuit van verspreiding waar de Gereformeerden
-buiten stonden, terwijl de ondergrondse pers nog in de kinderschoenen stond.
-Op Gereformeerd erf is er - voor zo ver mij bekend - toen niets vergelijkbaars
-gepubliceerd.
-
-K.H. Miskotte was de schrijver van de brochure Betere weerstand, die voorjaar
-1941 in enige tienduizenden exemplaren verspreid werd. Omdat de auteur een
- opvallende stijl had werd de brochure, om ontdekking te voorkomen, herschreven
-door ds. K.H. Kroon en H.M. van Randwijk.[4.1]
-Verreweg de belangrijkste publicatie uit deze periode achten we de brochure Wat
-wij wel en wat wij niet geloven, van de hand van de predikanten Miskotte, Kroon
-en Koopmans. In twaalf stellingen worden "de grondelementen van het Christelijk
-geloof uiteengezet. De vierde stelling luidde als volgt:
-
-IV. Wij geloven en belijden, dat God vanouds het volk Israël heeft uitverkoren,
-om Zijn openbaring te ontvangen tot op de verschijning van Jezus, de uit dit volk
-geboren Messias, te bewaren en in de gehoorzaamheid aan Hem in de wereld te
-verkondigen. Het is een daad van Gods onbegrepen vrije genade, waardoor Israël
-deze roeping heeft ontvangen, want op zichzelf was Israël niet beter, waardiger
-of geschikter dan de andere volkeren. Maar aan dit volk heeft de Here Zijn Woord
-toebetrouwd, zodat wie tot God komt, "bij Israël wordt ingelijfd".
-Daarom geloven wij, dat wie zich tegen Israël stelt, zich verzet tégen de God
-van Israël. Want wel is Israël ongehoorzaam geweest en heeft het wonder van zijn
-roeping veracht, toen het de Hete der Heerlijkheid gekruisigd heeft. En wel
-heeft God toen voor een tijd en voor een deel een verharding over Israël gelegd,
-maar in deze zaak tussen God en dit volk mag niemand zich eigenmachtig en
-hovaardig mengen. Allen, die niet uit Israël zijn, moeten veeleer in Israël het
-teken zien van de vrijmachtige goddelijke verkiezing in het teken van de algemeen
-menselijke ongehoorzaamheid. En allen, die uit Israël zijn, zullen hun bestemming
-vinden, als zij zich tot de Messias bekeren; dan zal vervuld worden wat de apostel
-zegt: "indien de volheid der heidenen zal ingegaan zijn, zo zal geheel Israël
-zalig worden."
-Daarom houden wij het antisemitisme voor iets veel ernstigers dan een onmenselijke
-rassenideologie. Wij houden het voor een van de hardnekkigste en dodelijkste
-vormen van verzet tegen de heilige en barmhartige God, wiens Naam wij belijden. [4.2]
-
-<65>
-
-L. de Jong merkte naar aanleiding van deze passage op: "Men kan de vraag stellen
-of het gepast was, in de zomer van '41, toen de Joden waarlijk al genoeg te dragen
-hadden, ook nog te betogen dat zij alleen hun 'bestemming' zouden vinden indien
-zij zich allen tot het Christendom bekeerden; dat Miskotte, Kroon en Koopmans
-met dat betoog alleen het heil der Joden op het oog hadden, spreekt overigens
-vanzelf en in elk geval bevatte hun betoog een afwijzing van het antisemitisme
- die voor protestantse lezers moeilijk in klemmender bewoordingen gesteld
-kon worden." [4.3]
-We voegen hier aan toe dat de opmerking, als zou Israël de Heer der heerlijkheid
-gekruisigd hebben, gemakkelijk kon leiden tot de oude en taaie misvatting: "de
-vervolging van de Joden is een straf, omdat 'ze' Christus gekruisigd hebben."
-
-Foto 10 Dr. K.H. Miskotte
-
-c. Hervormd herderlijk schrijven
-
-De bovengenoemde publicaties waren geen officiële stukken, bij de opstelling
-waarvan de Hervormde Kerk als zodanig betrokken was. Ze kwamen voort uit het
-initiatief van enkele predikanten.
-De Hervormde Synode heeft, maart 1941, overwogen een brochure te publiceren -
-Israël als teken. Het manuscript lag klaar: een korte uitleg van Romeinen 9-11
-en een analyse van Jodenhaat als een haat gericht tegen God zelf: "Door het
-antisemitisme wordt de Christelijke Kerk zelf in haar wortels aangetast."
-Aan de leden van de Synode werd verzocht om schriftelijk commentaar op het
-concept te geven. Maar juist in die tijd vond de arrestatie van ds. Gravemeyer
-plaats en men heeft toen de publicatie van "Israël als teken" niet aangedurfd.
-[4.4]
-Wel werd, zomer 1941, een Herderlijk Schrijven opgesteld en in september
-verzonden aan alle kerkenraden, met het verzoek de inhoud te bespreken en ook
-door te geven aan de gemeente. Over de Joden wordt uitvoerig gesproken.
-Uiteengezet wordt dat het gebod om de naaste lief te hebben hen in geheel
-dezelfde mate betreft als welke andere naaste ook." Men volgt dan min of meer
-de hier boven geciteerde stelling IV uit Wat wij wel en wat wij niet geloven.
-Dat is te begrijpen, want van beide stukken was dr. J. Koopmans een van de
-opstellers.
-"Israël is voor ons het toonbeeld en teken van Gods vrije genade". Wel heeft het
-"Christus niet erkend, maar verworpen." Nu zijn zij "niet meer 'Israël' in de
-oorspronkelijke zin, zij zijn 'Joden'. "Een jood is een mens uit Israël, die
-Jezus Christus verwerpt. Daarin zijn zij ons een teken van de menselijke
-vijandschap tegen het Evangelie. - Het gedeelte over Israël besluit als volgt:
-
-Daarom zien wij in Israël een teken van Gods onveranderlijke trouw, waardoor
-Hij in Zijn barmhartigheid een toekomst openhoudt ook voor wie zich het meest
-vijandig betonen.
-De gemeente van Jezus Christus weet zich gehouden tot de voorbede voor de
-Joden. En zij roept hen, op grond van de oude, nog steeds geldende beloften,
-terug tot hun Messias. [4.5]
-
-Buskes zou later opmerken: "Om de eigenlijke vragen, die aan de orde waren
-en de ' gemeente in onzekerheid en verwarring brachten, loopt de synode heen.
-In de bezettingsjaren was een eerste vereiste, concreet en antithetisch te
-spreken. Dat gebeurt in dit herderlijk schrijven niet.(...)
-
-<67>
-
-Klaar en duidelijk wordt doorgegeven wat de Bijbel over Israël zegt: Israël is
-het teken van 1) Gods vrije genade, 2) de menselijke vijandschap tegen het
-Evangelie, 3) Gods onveranderlijke trouw. De gemeente wordt opgeroepen voor
-de Joden te bidden. Over het Antisemitisme wordt echter in alle talen gezwegen.
-De vraag, wat wij voor de vervolgde Joden hebben te doen, wordt niet gesteld
-en dus ook niet beantwoord. Dit eerste herderlijke schrijven was uitermate zwak,
-omdat het volstrekt tijdloos was." [4.6]
-
-d. De Gereformeerde synode
-
-De classis Den Haag, daartoe aangewezen door de synode, besloot een "Bidstond
-voor de nood der tijden" uit te schrijven, die op 14 september 1941 gehouden is.
-De desbetreffende oproep spreekt zorg uit "ten opzichte van de voorziening van
-onze stoffelijke nooddruft, vooral in voedsel en huisbrand" en noemt ook de
-"vele belemmeringen voor onze christelijke actie op menig terrein." Nodig is
-een gebed om "getrouw makende genade" en om "verder standvastig te zijn...
-ook op het terrein van staat en maatschappij, niet het minst ook ten aanzien
-van het principieel karakter van onze scholen en jeugdverenigingen." En "om
-staande te blijven (...), zelfs dan wanneer gehoorzaamheid aan de Here gemis
-van noodzakelijk levensonderhoud dreigt mee te brengen."
-De Joden werden in de oproep niet genoemd.
-
-Toen de generale synode - na op 25 maart 1941 voorlopig te zijn gesloten -
-op 9 december van dat jaar werd voortgezet, verwelkomde de voorzitter, ds. F.C.
-Meijster, speciaal "de broeders die in de vorige zittingen gedwongen afwezig
-waren". Dan volgt: "Helaas worden weer anderen uit ons midden gemist (...);
-van onze deputaten voor de correspondentie met de Hoge Overheid mr. dr. J. Donner,
-die voor de derde maal van zijn vrijheid is beroofd, dr. A.A.L. Rutgers en
-mr. J.A. de Wilde.
-Daarna deelde hij mee:
-
-Waar in de gelederen van deputaten voor de correspondentie met de Hoge Overheid
-zulk een bres werd geslagen, heeft het moderamen opnieuw gebruik moeten maken
-van zijn bevoegdheid om andere broeders aan te zoeken in dit zo gewichtig en
-hoogst verantwoordelijk deputaatschap zitting te nemen. Dat daarbij dr. J.J.C.
-van Dijk, onze oud-minister van defensie, bereid gevonden werd zich een benoeming
-te laten welgevallen, en in plaats van dr. Rutgers onze kerken in het Convent
-van kerken te vertegenwoordigen, stemt ons tot grote dank. [4.7]
-
-<68>
-
-Nadat Donner de tweede maal gevangen genomen was, werd dr. A.A.L. Rutgers de
-vertegenwoordiger van de Gereformeerde Kerken in het Convent. Vrij spoedig
-daarop werd ook hij gevangen genomen.
-Toen J.J.C. van Dijk toetrad tot deputaten, was hij 70 jaar oud. Hij was
-officier geweest, lid van de Tweede Kamer en tweemaal minister van oorlog.
-Na de theoloog Kuyper en de jurist Donner werd nu dus een oud-militair benoemd.
-Al spoedig, na de internering van prof. Paul Scholten, zou dr. van Dijk
-voorzitter van het Convent worden. Hij is dat gebleven totdat ook hij (1 april
-1943) gevangen genomen werd. Later zou J.J. Buskes schrijven: "Zij (Donner en
-Van Dijk) hebben honderdvoudig goedgemaakt, wat prof. Kuyper bedorven had.
-Ze waren niet alleen dappere, maar ook wijze mannen." [4.8]
-
-Uit het openingswoord van ds. Meijster blijkt verder: "Feitelijk had het
-moderamen alleen opdracht de synode weer bijeen te roepen voor de (theologische)
-"meningsverschillen". Maar nu waren er ook andere redenen: vragen "die samenhangen
-met de bezettingstoestand van ons vaderland".
-
-<69>
-
-Het blijkt dat "meermalen is getracht het moderamen te maken (...) tot een bureau
-van advies of interventie, maar wij (...) hebben geen enkele stap gedaan in de
-richting van een regerend kerkelijk college of een centraal kerkelijk gezag".
-De kerken zelf moeten in haar meerdere vergaderingen haar eigen zaken beslissen,
-aldus ds. Meijster.
-Uit het rapport van deputaten voor de correspondentie met de Hoge Overheid blijkt,
-dat vier van hun leden gevangen genomen waren en prof. J. Ridderbos aan arrestatie
-ontsnapt was door onder te duiken. Het aantal deputaten was dientengevolge geslonken
-van 8 tot 3. Voorts werd meegedeeld dat deputaten over gewichtige zaken steeds
-het moderamen van de synode hebben geraadpleegd. Over alles wordt uitvoerig aan
-de synode gerapporteerd: Arbeidsdienst, vakbeweging, kerkelijke pers, voorbede
-voor de Koningin, collectenverbod, enz.
-Over "de Joden kwestie" wordt gezegd:
-
-Het onrecht de Joden aangedaan en de toenemende vervolging van onze Joodse
-medeburgers, welke reeds vroeger aan Uw deputaten aanleiding had gegeven om
-daartegen met de andere protestantse kerken bij de Rijkscommissaris te protesteren
-en waarop ze wederom hebben gewezen in hun request bovengenoemd tot het college
-van secretarissen-generaal gericht, bleef voor Uw deputaten evenzeer als voor de
-andere afgevaardigden in het convent een voortdurende oorzaak van ergernis.
-Ze hebben wel overwogen om gezamenlijk ten behoeve van de Joden, inzonderheid
-die naar het buitenland gevoerd waren en waaronder een schrikbarende sterfte
-heerste, tussenbeide te komen, maar de vrees, dat juist daardoor hun lot
-verergerd zou worden, waarom de Joden zelf verzocht hadden, dit niet te doen,
-weerhield hen tot dusver. [4.9]
-
-Niet vermeld werd, welke Joden "verzocht hadden, dit niet te doen."
-
-Daarop kwamen gedurende 4 dagen (9 - 12 december) alle in het rapport genoemde
-onderwerpen aan de orde, waarna het "in zijn algemene strekking" aanvaard werd.
-
-<70>
-
-e. Weinig activiteit
-
-Voorjaar 1941 hield ds. J.J. Buskes een voordracht, waarin hij het protest van
-de kerken tegen de Jodenvervolgingen (zie boven, in hfdst. 2) besprak en toelichtte.
-Zijn toespraak werd gepubliceerd in het tijdschrift "Woord en Wereld". Waarop de
-Duitsers de verdere verschijning van dit blad verboden en ds. Buskes op 2 juli 1941
-gevangennamen.
-Nu zaten er dus 3 ondernemende leden van het Convent vast (Gravemeyer, Donner en
-Buskes). Rutgers, de vervanger van Donner, was eveneens gearresteerd. Was het
-daarom, dat het Convent wat ingeslapen scheen? Men leek wel geïntimideerd.
-Datzelfde gold voor de twee grootste deelnemende kerken. Zoals we hierboven
-gezien hebben, stelde de Hervormde Kerk in haar herderlijk schrijven het
-antisemitisme niet aan de orde en lieten de Gereformeerde Kerken na, tot gebed
-voor de Joden op te roepen.
-Wie werkt, maakt fouten. Maar hier werden dingen nagelaten. Een grote matheid
-leek zich gedurende deze periode te hebben uitgespreid over de kerken.
-Van de vergaderingen van het Convent werden, om overigens begrijpelijke redenen,
-na maart 1941 geen notulen meer geschreven. Die waren toch al uiterst summier
-geweest. Dientengevolge is het niet meer na te gaan, of men althans overwogen
-heeft enige stap te doen ten behoeve van de Joden, die juist in deze periode
-steeds meer geïsoleerd en in het nauw gedreven werden.
-Uit de in de oproep tot een bidstond wel genoemde onderwerpen blijkt, hoe diep
-de oorlog begon in te grijpen in eigen kerkelijk en persoonlijk leven. Kwam het
-daardoor, dat men gedurende deze periode weinig of niet toekwam aan het opkomen
-voor de Joden?
-We laten het vraagteken staan, en vermelden nog dat het september 1941 (ook de
-christelijke) scholen verboden werd, voortaan Joodse kinderen toe te laten; de
-aanwezige Joodse leerlingen moesten weggestuurd worden. De Hervormde Raad voor
-kerk en school adviseerde de schoolbesturen, hieraan op geen enkele manier
-medewerking te verlenen. Ook de grote schoolorganisaties weigerden elke medewerking.
-Toen dreigde de betreffende secretaris-generaal: "indien u weigert de Joodse
-kinderen van uw school te verwijderen zullen de ouders van die kinderen daarvoor
-moeten boeten. [4.10] Voorwaar, een afschuwelijk dilemma.
-
-<71>
-
-5. DE KATHOLIEKE KERK GAAT MEEDOEN - AUDIENTIE BIJ SEYSS-INQUART
-
-a. De situatie (eerste helft 1942)
-
-Op 19 januari werd. prof. Titus Brandsma gearresteerd.
-Op 16 februari veroverden de Japanners Singapore; op 27 febr. vond de slag in
-de Java-zee plaats: het grootste deel van de Nederlandse vloot ging ten onder.
-Op 9 maart gaf het Koninklijk Nederlands-lndische Leger zich over.
-3 mei: executie van 72 OD-ers (leden van de z.g. Orde-dienst, een van de eerste
-illegale organisaties). Op 15 mei moesten alle officieren zich melden en werden
-teruggevoerd in krijgsgevangenschap. Duizend Britse bommenwerpers deden een aanval
-op Keulen. Duizenden mannen moesten in Duitsland gaan werken.
-De Amerikanen behaalden een grote overwinning (4/5 juni) in de zeeslag bij Midway.
-Maar in Noord-Afrika heroverde generaal Rommel Tobroek (21 juni) en eind juni
-begonnen de Duitsers een groot offensief in Rusland.
-
-2 febr.: De christelijke scholen worden ernstig bedreigd. Voor a. s. zondag is
-er een bidstond uitgeschreven. Het gaat om de benoeming van een N.S.B.-onderwijzer,
-wat het schoolbestuur geweigerd heeft.
-10 febr.: In Noorwegen is Quisling nu de baas; als Mussert het hier maar niet wordt.
-19 april Er is vanmorgen een kort maar krachtig stuk voorgelezen van de kansel.
-20 mei., (neef) Jan de Nooij uit Ede is opgepakt wegens het dragen van een
-Jodenster. (Hij werd op 6 juni vrijgelaten).
-7juni.- We verkopen op iedere babykaart twee luiers, met afstempeling.
-
-In januari 1942 moesten Joden uit verschillende steden hun woonplaats verlaten:
-ze werden gedwongen zich in Amsterdam te vestigen.
-In maart werden personenauto's "voor Joden verboden". Vanaf 3 mei was iedere
-jood verplicht om in het openbaar de Jodenster te dragen. Op 30 juni werd
-gedecreteerd dat Joden zich van 8 uur 's avonds tot 6 uur 's morgens binnenshuis
-moesten bevinden.
-
-<73>
-
-b. De houding van de Katholieke Kerk
-
-Tot nu toe was de Rooms-Katholieke Kerk niet betrokken geweest bij de acties van
-het Convent van Kerken. Toch heeft deze Kerk zich vroegtijdig en krachtig tegen
-het nationaal-socialisme verzet. Zoals we al eerder memoreerden, hadden de
-Nederlandse bisschoppen eerst het lidmaatschap van de N.S.B. "ontraden", terwijl
-ze in mei 1936 verklaarden dat "allen die aan deze partij in belangrijke mate
-steun verlenen, niet tot de H. Sacramenten kunnen worden toegelaten." Dit betrof
-de leiders van de N.S.B., niet de gewone leden.
-Deze maatregel werd tijdens de Duitse bezetting niet ingetrokken of verzwakt.
-Integendeel, op 13 januari 1941 werd verordend dat ook aan gewone leden van de
-N.S.B. de sacramenten voortaan geweigerd moesten worden. Dit gold bovendien voor
-sympathiserende leden, propagandisten en contribuanten. N.S.B. - ers mochten
-voortaan niet meer kerkelijk trouwen; als beide ouders van een kind N.S.B.-er
-waren, mocht het kind niet gedoopt worden. N.S.B.-ers mochten niet meer kerkelijk
-begraven worden. [5.1]
-
-Foto 12. Aartsbisschop J. de Jong (foto uit 1946 t.g.v. zijn verheffing tot kardinaal)
-
-<74>
-
-Een en ander was door de aartsbisschop in overleg met de andere bisschoppen
-vastgesteld. Op 26 januari 1941 werd de maatregel overal vanaf de kansels
-bekendgemaakt.
-Toen de bezetter het RK Werkliedenverbond ophief, werd in een Herderlijke brief
-(van alle kansels afgelezen op 3 augustus 1941) uitgesproken, dat nu voortaan
-het lidmaatschap van nationaal-socialistische mantel-organisaties niet alleen
-verboden was, maar ook uitsluiting van de sacramenten met zich mee zou brengen.
-
-De van Ameland afkomstige Jan de Jong (geb. 1885) was in 1935 coadjutor van de
-aartsbisschop van Utrecht geworden, en in 1936 diens opvolger. Toen, aan het
-begin van de Duitse bezetting, enkelen van zijn geestelijken hem wilden bewegen
-een enigszins tegemoetkomende houding jegens het nieuwe bewind aan te nemen was
-zijn antwoord: "Wat is dat voor onzin, heren? Ik wil geen tweede Innitzer zijn..."
-Innitzer was de Oostenrijkse kardinaal die de nazi's zeer ver tegemoet kwam.
-De aartsbisschop was voorzitter van het Nederlands Episcopaat en kwam als zodanig
-primus inter pares (de eerste tussen gelijken). Hij kon zijn mede-bisschoppen
-niets opleggen, maar diende hen te raadplegen en zo nodig te overtuigen. Dat
-waren de bisschoppen van Breda, Haarlem, 's-Hertogenbosch en Roermond. Vooral
-de bisschop van Den Bosch was aanvankelijk verre van militant, aldus Aukes, de
-biograaf van mgr. de Jong. [5.2] Van Rooij verschaft hier verdere bijzonderheden.
-Ook over de manier waarop de besluitvorming plaatsvond:
-
-Het gezamenlijke beleid van de kerkprovincie werd bepaald in ongeveer 4 maal
-per jaar gehouden bisschopsconferenties en via rondzendbrieven. Zij gingen uit
-van een consensus voor het nemen van besluiten. De Aartsbisschop had als
-voorzitter een zeer invloedrijke stem, maar iedere bisschop had in zijn eigen
-diocees een grote vrijheid van handelen. [5.3]
-
-Het volgende verhaal, verteld door biograaf Aukes, is typerend voor de
-aartsbisschop en evenzeer voor zijn beproefde steun en rechterhand, dr. J. Geerdinck.
-
-<75>
-In de nacht van zaterdag op zondag 3 augustus, vlak voor de bovengenoemde afkondiging,
-rinkelde in het aartsbisschoppelijk paleis de telefoon. De Sicherheitspolizei
-wilde de aartsbisschop spreken, en wel onmiddellijk. De aartsbisschop laat
-dr. Geerdinck meedelen, dat de heren over een half uur komen kunnen. Beiden
-besluiten, dat de ontmoeting in scène moet worden gezet. De aartsbisschop dost
-zich uit in ambtskledij; in het grote vertrek voor bijzondere audiënties
-branden de luchters.
-Als er, precies om vier uur, gebeld wordt doet dr. Geerdinck open, vraagt de
-mannen van Himmler zich van hun jas te ontdoen en bestijgt voor hen uit de
-staatsietrap. Voor de deur aangekomen, vraagt hij hun namen, klopt en geleidt
-de heren naar binnen. De aartsbisschop staat in zijn ambtskledij achter de
-tafel en zwijgt. Dr. Geerdinck kondigt aan: "Excellentie, Obersturmführer
-Matzker en zijn adjudant." Monseigneur buigt licht, en blijft zwijgen. Geerdinck
-zegt: "setzen Sie sich". Iedereen gaat zitten, en iedereen zwijgt.
-Ten slotte haalt de Obersturmführer een smal rolletje papier tevoorschijn en
-begint voor te lezen: de afkondiging morgenochtend mag niet plaatsvinden.
-De aartsbisschop geeft te kennen dat hij de boodschap begrepen heeft, waarop
-zijn bezoeker zegt: "Het is nu vier uur. Alle pastorieën kunnen per telefoon
-bereikt worden. De voorlezing kan zonder moeite worden afgelast". De bisschop
-mompelt, dat dat hem duidelijk is.
-Dan is het weer stil, een lange tijd. Ten slotte zegt Geerdinck: "Heren, hebt
-U hiermee Uw opdracht vervuld?" Ze mompelen van ja, waarop Geerdinck opstaat
-en de bezoekers zijn voorbeeld volgen. Het papier, vermoedelijk een telexstrook,
-wappert achter hen aan terwijl hij hen uitgeleide doet. Geen woord. Bij de
-voordeur wervelt het strookje over de grond mee naar buiten. Geen groet.
-De volgende zondagmorgen gaat - uiteraard - de voorlezing overal door, de woorden
-non possumus non loqui klinken - "Wij kunnen niet zwijgen.
-
-c. De RK in het Interkerkelijk Overleg (I.K.0.)
-
-In de loop van 1942 besloot men, om de naam "Convent van Kerken- te veranderen
-in Interkerkelijk Overleg" (afgekort: I.K.O.). "Convent" kon niet, zo vreesde
-men, de indruk wekken dat het om een organisatie van kerken ging, die eventueel
-door de bezetter kon worden opgeheven. "Overleg" bedoelde de indruk te geven
-dat het ging om niet meer dan incidenteel overleg.
-
-<76>
-
-Er was al af en toe contact geweest tussen Protestantse voormannen en de
-aartsbisschop. Prof. Slotemaker de Bruïne had hem indertijd een afschrift
-van het allereerste protest tegen de Jodenvervolging (zie hierboven, hfdst. 2)
-doen toekomen en overwogen is toen om ook vanaf de Katholieke kansels een
-getuigenis te doen weerklinken. De meningen onder de bisschoppen waren toen
-evenwel verdeeld. [5.453] Verder was er overleg geweest inzake de schoolstrijd
-(met mr. J. Donner), de Winterhulp en het radiobeleid. De officiële relatie
-zou niet lang meer op zich laten wachten.
-
-Op 31 oktober 1941 - uitgerekend op Hervormingsdag, zei men later - bezocht de
-toenmalige voorzitter van het I.K.O., de Amsterdamse hoogleraar Paul Scholten,
-mgr. de Jong en tijdens dat bezoek werden spijkers met koppen geslagen. Het was
-het begin van een blijvende betrokkenheid van de Rooms-Katholieke Kerk bij het I.K.O.
-
-<77>
-
-Naar ik meen is het feit, dat vandaag de dag de Katholieke Kerk lid is van de
-Raad van Kerken in Nederland, moeilijk los te denken van de beslissing die
-toen genomen is.
-
-Prof. Schotten schreef, de dag na zijn ontmoeting met mgr. de Jong, aan ds. Gravemeyer:
-
-Gisteren had ik een belangrijk onderhoud met de Aartsbisschop waarvan ik mij
-haast U op de hoogte te brengen. (...) Maar wat nog belangrijker is, is het
-gesprek over een protest bij de Overheid in de Jodenquestie. Niet alleen voelde
-hij daar veel voor, maar hij verklaarde zich bereid dat in dat geval de Rooms-
-Katholieke Kerk met onze Kerk gezamenlijk de bedoelde audiëntie zou aanvragen.
-Hij zou daarvoor dan een hooggeplaatst geestelijke aanwijzen.
-Hij maakte evenwel tweeërlei voorbehoud. Ten eerste kan hij dit niet alleen
-beslissen, maar moet hij met de andere bisschoppen overleg plegen. En in de
-tweede plaats voelde bij meer voor een algemeen protest over alle onrecht dan
-voor een betreffende alleen de Joden. Ik antwoordde dat ik dit principieel
-wel met hem eens was, doch dat dit algemene protest ernstig zou moeten worden
-voorbereid en gedocumenteerd, wat nog enige tijd zou kosten, terwijl de
-Jodenquestie haast heeft. Dit maakte wel indruk en hij zal mij nader
-berichten. (...) [5.5]
-
-De bisschoppen gingen met de voorgestelde samenwerking akkoord. Besloten werd
-dat de officiaal van het bisdom, mgr. F.J.E.H. van de Loo, namens de bisschoppen
-het contact met het Convent van Kerken zou onderhouden. Vanaf eind 1941 heeft
-hij de meeste vergaderingen bijgewoond en protesten werden door hem mede-ondertekend.
-Van Rooij beschrijft zijn functie als volgt:
-
-Mgr. Van de Loo was officiaal van het aartsbisdom, de hoogste canonieke rechter
-van de RK Kerk in Nederland, die in naam en in opdracht van de Aartsbisschop de
-canonieke rechtsmacht uitoefende. Hij was bovendien kanunnik van het metropolitaan
-kapittel te Utrecht. Het kapittel heeft tot taak de Aartsbisschop te adviseren
-en bij te staan in het bestuur van het aartsbisdom. Een hooggeschoold jurist,
-zowel in canoniek als in wereldlijk recht. [5.6]
-
-d. De audiëntie
-
-Zoals al bleek uit de brief van Scholten aan Gravemeyer, was men voornemens een
-audiëntie bij de Rijkscommissaris aan te vragen. Daartoe vond allereerst een
-onderhoud plaats met de secretaris-
-
-<78>
-
-generaal van justitie, prof. J.J. Schrieke. Prof. P. Scholten en ds. Gravemeyer
-vertegenwoordigden de Hervormde Kerk, mgr. Van de Loo de bisschoppen, dr. J.J.C.
-van Dijk de Gereformeerde Kerken, terwijl de overige Protestantse kerken
-vertegenwoordigd werden door een vijftal afgevaardigden, onder wie ook ds.
-Buskes. Het onderhoud vond plaats op 5 januari 1942. Prof. Schotten las een
-memorandum voor, waarin ingegaan werd op "de schier volslagen rechteloosheid,
-de onbarmhartigheid ten opzichte van hen die van Joodse afstamming zijn en het
-opdringen van de nationaal-socialistische wereldbeschouwing." We citeren het slot:
-
-De Kerken doen dit (getuigen) in de eerste plaats tegenover de Secretaris-Generaal
-van justitie, die thans in Nederland tot handhaving van het recht geroepen is
-en op wiens schouders te dier zake een zware verantwoor­delijkheid rust jegens
-het Nederlandse volk.
-Zij richten zich mede in hem tot zijn ambtgenoten, Secretarissen Generaal der
-overige Departementen.
-De Nederlandse Kerken vragen voorts de Secretaris-Generaal van justitie haar
-een audiëntie te verschaffen bij de hoogste Duitse autoriteit, die over deze
-dingen beschikt, opdat zij ook tegenover die autoriteit van haar oordeel mogen
-doen blijken.
-
-Nadat prof. Schotten een en ander had toegelicht, antwoordde Schrieke dat hij
-niet terstond op het adres kon ingaan, omdat het niet van tevoren te zijner
-kennis was gebracht. De kerken moesten zich realiseren "de niet te weerhouden
-kracht van de wereldgebeurtenis, die bezig was zich te voltrekken en die te
-vergelijken was met een sneltrein die in grote vaart alles wat zich op zijn
-weg plaatst vermorzelt."
-Schrieke, die N.S.B.-er was, is na de oorlog veroordeeld tot de doodstraf,
-later omgezet in levenslange gevangenisstraf.
-
-De gevraagde audiëntie werd toegestaan. Het was de bedoeling dat de heren
-Schotten (Herv.), Van de Loo (RK) en Van Dijk (Geref.) zouden gaan. Maar
-Seyss-lnquart liet weten dat hij prof. Schotten niet wenste te ontvangen.
-Men informeerde naar de reden daarvoor; intussen werd prof. Schotten gevangen
-genomen, waarna hem een plaats van internering werd aangewezen. Overwogen is
-toen om af te zien van de audiëntie, maar ten slotte besloot men dat prof. W.J.
-Aalders in de plaats van Schotten de Hervormde vertegenwoordiger zou zijn.
-
-<79>
-
-De audiëntie vond plaats op 17 februari (een dag na de val van Singapore; geen
-vrolijk moment) in een zaal van het departement van Buitenlandse Zaken. Een
-portret van Hitler hing aan de muur. Aan de ene kant van een grote, ronde tafel
-zat Seyss-Inquart, met aan zijn rechterhand prof. Schrieke en links F. Schmidt.
-Tegenover hem mgr. Van de Loo, prof. Aalders en dr. Van Dijk. De vergadering
-begon om twaalf uur.
-Allereerst leidde prof. Aalders het - van tevoren toegezonden - memorandum in,
-waarvan het begin en ook de opmerkingen over de vervolging van de Joden letterlijk
-overeenstemden met het stuk dat al eerder aan Schrieke was aangeboden. Deze
-luidden als volgt:
-
-Verder dient de behandeling van hen die van Joodse afstamming zijn genoemd te
-worden. De Kerken onthouden zich hier van een beoordeling van het antisemitisme,
-dat zij overigens vanuit Christelijke beweegredenen principieel afwijzen. Ook
-wensen zij nu niet een debat te openen over de politieke maatregelen tegen de
-Joden in bel algemeen. Zij wensen zich te beperken tot het feit dat in de loop
-van het jaar 1941 talrijke Joden gevangengenomen en weggevoerd zijn, en dat
-sindsdien officiële mededelingen omtrent schrikbarend hoge sterftegevallen onder
-deze gedeporteerden zijn binnengekomen. De Kerken zouden hun meest elementaire
-plichten verzaken, als zij niet van de Overheid zouden verlangen dat aan deze
-maatregelen paal en perk wordt gesteld. Dit toch is een eis van Christelijke
-barmhartigheid.
-
-Seyss-Inquart ging daarna uitvoerig in op de diverse naar voren gebrachte punten,
-blijkbaar aan de hand van notities gemaakt op basis van het ontvangen memorandum.
-Hij ging daarbij uit van Rusland: hiertegen moest alles gericht worden, hiermee
-alles vergeleken. Daarna sprak hij over de gerechtigheid, de barmhartigheid en
-de gewetensvrijheid.
-
-Wat de Joden betrof, barmhartigheid jegens hen te betrachten, zoals we gevraagd
-hadden, was naar het oordeel van de R. te veel verlangd. (...) Het was dan ook
-afkeurenswaardig, dat wij hier in Nederland de Joden als volwaardige vaderlanders
-beschouwden en hun de volle staatsburgerlijke rechten toekenden. Neen, barmhartigheid
-jegens hen was misplaatst; alleen kon men, voorzover het algemeen belang zulks
-gedoogde, recht en gerechtigheid jegens hen laten gelden.
-
-Dat was de reactie van Seyss-Inquart, naar de aantekeningen van officiaal Van
-de Loo en weergegeven in "Delleman". Mgr. Van de Loo was het die tijdens de
-discussie terugkwam op het lot der Joden:
-
-<80>
-
-foto 14. De audiëntie bij Seyss-Inquart, naar een tekening van J.H. Isings uit 1945.
-Van links naar rechts: dr. J.J.C. van Dijk, prof. dr. W.J. Aalders, mgr, F.E.H.
-van de Loo, prof. mr. J.J, Schrieke, Seyss-Inquart en E. Schmidt
-
-Wat de Joden betreft, werd de R. er door mij aan herinnerd dat niet alleen recht
-en gerechtigheid, maar ook barmhartigheid Christenplicht was en dat de hoogste
-Christelijke norm niet ras, bloed en bodem was, maar de wet van het Evangelie,
-die rassenhaat categorisch veroordeelde. Overigens, zo betoogde ik, zouden wij
-al verheugd zijn wanneer althans de rechtvaardigheid tegenover de Joden betracht
-werd, daar tot nu toe vaak hun meest elementaire rechten met voeten waren getreden.
-Speciaal voor onze Joodse volksgenoten vroegen wij rechtvaardige behandeling,
-overtuigd als we waren dat tallozen onder hen als onschuldige slachtoffers waren
-gevallen van de rassenhaat, hoewel zij zich steeds als eerzame burgers gedragen hadden.
-
-Dr. Van Dijk vroeg of de onbarmhartigheid tegenover de Joden zover ging dat er
-geen barmhartigheid zou worden geoefend tegenover de individuele Jood. Het antwoord
-was: "neen". Gevraagd naar het standpunt ten opzichte van de Christen-Joden, was
-het antwoord eveneens: "geen barmhartigheid: het Jodenvraagstuk moet in zijn geheel
-worden opgelost.
-
-<81>
-
-Prof. Aalders zei, na afloop: "Mijn indruk is dat deze audiëntie niets goeds kan
-doen verwachten. Wij kunnen het alleen van belang achten, persoonlijk en tegenover
-de Kerk, dat we een getuigenis hebben afgelegd."
-
-e. De gevolgen
-
-Prof. Schrieke beweerde na de audiëntie dat de Rijkscommissaris toch wel onder
-de indruk was geweest. Seyss-Inquart was Katholiek opgevoed; een broer van hem
-is zelfs enkele jaren kloosterling geweest, maar daarna uitgetreden. [5.7]
-Toch bleek de pessimistische taxatie van de vertegenwoordigers der kerken juist
-te zijn geweest: de Duitse onderdrukking ging in verscherpte mate door, met name
-de terreur tegen de Joden. Zomer 1942 zouden de massadeportaties beginnen.
-Prof. Aalders werd kort daarop gearresteerd, overigens niet vanwege zijn deelname
-aan de audiëntie maar omdat hij hoofdbestuurslid was van een van de grote
-Christelijke school-organisaties.
-
-Het I.K.O. was voornemens de plaatselijke gemeenten in te lichten over de audiëntie
-en bovendien over nieuwe maatregelen van de bezetter. Daartoe werd een kanselboodschap
-opgesteld, die op zondag 22 maart zou worden voorgelezen.
-De Sicherheitspolizei bleek evenwel op de hoogte, want ds. Gravemeyer ontving
-een boodschap waarin gewaarschuwd werd voor de gevolgen ("gevangenis of erger")
-als de afkondiging zou doorgaan. Gravemeyer deelde daarop mee dat de kerken zich
-zouden beraden, maar "dat de kerken onder geen enkel beding op dit punt zouden
-kunnen toegeven en zich door de Duitse overheid zouden kunnen laten voorschrijven
-wat zij al of niet mochten laten afkondigen". Het I.K.O. heeft daarop besloten,
-op die datum de afkondiging niet te laten doorgaan "om een acuut conflict te
-voorkomen", zoals geschreven werd in een protestbrief aan Seyss-Inquart (7 april
-1942), waarin tegen het ingrijpen van "de politie" geprotesteerd werd. Bij dit
-besluit hebben de bisschoppen zich uit solidariteit aangesloten, aldus Stokman,
-m.a.w. zij hadden wel openbaar mededeling willen doen van de audiëntie.
-Wel werd kort daarna, op zondag 19 april, in alle (bij het I.K.O. aangesloten)
-Protestantse kerken een "Getuigenis" voorgelezen dat als volgt begon:
-
-<82>
-
-Het is de gemeente bekend, dat de Kerk met grote bekommering is vervuld over de
-gang van zaken in ons land, met name over de wijze waarop drie grondslagen van
-ons volksleven: de gerechtigheid, de barmhartigheid en de vrijheid van geweten
-en overtuiging, die verankerd liggen in het Christelijk geloof, zijn en worden
-aangetast.
-Over de rechteloosheid, de onbarmhartigheid tegenover het Joodse volksdeel en
-het opdringen van een recht tegen het Evangelie ingaande, nationaal-socialistische
-levens- en wereldbeschouwing heeft de Kerk haar getuigenis gegeven.
-
-Ds. Gravemeyer bezocht - voor het eerst - mgr. de Jong om te bepleiten dat dit
-Getuigenis ook in de Katholieke kerken zou worden voorgelezen. Dat leverde
-praktische bezwaren op, maar in Utrecht lag een Herderlijke brief over de
-Arbeidsdienst klaar ter afkondiging, en de aartsbisschop laste de kernzinnen
-uit het Getuigenis, waaronder bovenstaand citaat, in de aanhef van de eigen
-Herderlijke brief in. [5.8]
-
-In bovengenoemd Getuigenis was de audiëntie bij Seyss-Inquart niet vermeld. Maar
-men zond (21 april 1942) een zeer uitvoerige mededeling aan alle kerkenraden over
-een en ander, waar boven stond: "Uitsluitend bestemd voor interne voorlichting".
-Dat betekende, dat tienduizenden gelovigen over het ter audiëntie besprokene
-geïnformeerd werden; maar als men de publieke afkondiging had doorgezet, zouden
-het er een paar miljoen zijn geweest. Het I.K.O. had toch een stap terug gedaan.
-Toch denke men vanuit onze situatie niet te gemakkelijk over de zwaarte van de
-dilemma's van toen. Enkele predikanten en diverse gemeenteleden waren al omgekomen
-in het concentratiekamp. Kort daarop (4 mei) werd ds. Gravemeyer door de Duitsers
-in gijzeling genomen; de gijzeling zou voortduren tot 18 december 1942.
-
-Twee dagen later (6 mei) zond de permanente Commissie Algemene Zaken van het
-Nederlandsch Israëlietisch Kerkgenootschap een brief aan ds. Gravemeyer met de
-volgende inhoud:
-
-Het moge mij vergund zijn deze brief aan te vangen met een woord van diepgevoelde
-dank en erkentelijkheid voor het medeleven van de vaderlandse Kerk in het lot, dat
-de Nederlandse Joodse gemeenschap thans heeft te dragen.
-Ook wij zullen U wederkerig in onze gebeden gedenken en voor onze ogen houden het
-Psalmwoord 145 vers 19.
-(handtekening onleesbaar)
-
-<83>
-
-De woorden van dit psalmvers luiden: "Hij vervult de wens van wie Hem vrezen,
-Hij hoort hun hulpgeroep en verlost hen." [5.9]
-
-Een aantal predikanten die - naar aanleiding van de afkondiging op 19 april -
-over Jodenvervolgingen gepreekt hadden, werden gevangen genomen; onder hen was
-de latere hoogleraar A.A. van Ruler.
-
-f. De bordjes "verboden voor Joden"
-
-Het was het Duitse plan om de Joden steeds meer te isoleren. Daartoe moest een
-bordje "Verboden voor Joden" worden aangebracht op alle openbare gebouwen. Ook
-de kerkgebouwen vielen daar onder. Niet alleen was de zondagse kerkdienst een
-openbare aangelegenheid en voor iedereen die dat wenste toegankelijk, maar bovendien
-werden in de kerkgebouwen door de week vergaderingen van diverse verenigingen
-en clubs gehouden.
-In het archief vond ik een brief van de "Raden der Gereformeerde Kerken van
-Metslawier en Nijawier", die aan hun burgemeester schrijven:
-
-Als antwoord op de mondeling namens U gedane mededeling betreffende het aanbrengen
-van het z.g. Jodenbordje aan de consistorie of leerkamer, moge het volgende dienen:
-a. dat de kerkenraad der Geref. Kerk en van Metslawier en van Nijawier tegen deze
-aanbrenging principieel bezwaar heeft - de kerk van Christus mag geen onderscheid
-naar ras maken - en deze dies wil voorkomen;
-b. in afwachting van het resultaat der besprekingen van deputaten voor de
-correspondentie met de Hoge Overheid te Den Haag daarom heeft besloten voorlopig
-alleen toegang tot bedoelde leerkamer te verlenen aan vergaderingen van hen,
-die als zuiver kerkelijk of zendingscollege of jeugd onder kerkelijk toezicht
-staan. [5.10]
-
-Men kreeg in Den Haag van diverse kerkenraden verzoeken om advies. Het eerste
-antwoord was - zowel van de Algemene Synodale Commissie van de Hervormde Kerk
-als van Gereformeerde deputaten - dat "op een voor christelijke doeleinden
-bestemd gebouw het bewuste bordje principieel niet kan worden toegelaten, omdat
-het is een verloochening van het Evangelie."
-
-<84>
-
-Werd een aan de kerk behorend gebouw ook gebruikt voor niet-kerkelijke activiteiten
-(waarvoor het bord bevolen werd), dan moesten die voortaan achterwege blijven,
-liever dan dat men het bordje plaatste. Ook concerten of sport-activiteiten
-moesten dan maar vervallen.
-In de drie noordelijke provincies, evenwel eiste de procureur-generaal te
-Leeuwarden, dat het bordje zou aangebracht worden ook daar waar uitsluitend
-zuiver kerkelijke bijeenkomsten werden gehouden. Dit gaf aanleiding tot een
-aantal directe conflicten.
-Op 9 april 1942 hadden ds. Gravemeyer en dr. Van Dijk namens het I.K.O. een
-onderhoud met de secretaris-generaal van justitie, Schrieke. Ze zonden hem
-daarna een brief (24 april) waarin zij meedeelden:
-
-(...) De Kerk mag niet dulden, dat op haar terrein geweld wordt aangedaan aan
-het beginsel van de toelating van allen, die krachtens het Evangelie van Jezus
-Christus, toelating begeren.
-
-Nu kan men zich afvragen of er veel Joden "toelating begeerden", laat staan of
-dat het geval was in een of ander Fries dorp. Maar, het ging om het principe,
-zou het I.K.O. stellig geantwoord hebben. Hoe dan ook, in dezelfde brief werd
-voorgesteld:
-
-1) dat in of aan kerkelijke lokaliteiten de bedoelde borden niet behoeven te worden
-aangebracht, indien deze lokaliteiten uitsluitend worden gebruikt voor godsdienst-
-oefeningen (en andere) vergaderingen van zuiver godsdienstig-zedelijke strekking.
-2) dat, wanneer godsdienstoefeningen worden gehouden in niet-kerkelijke lokalen,
-tijdens de dienst in die lokalen geen verbodsbord aanwezig behoeft te zijn;
-dat algemene vergaderingen, met name ook jaarvergaderingen van (...) Christelijke
-verenigingen in kerkgebouwen kunnen worden gehouden.
-
-Schrieke ging daarmee akkoord en wijzigde de verordening.
-Een krachtige houding namen de Hervormde predikanten van Sneek en omgeving aan:
-begrafenis­diensten vonden vaak plaats in het plaatselijk café. Welnu, de predikanten
-weigerden en gingen voortaan alleen voor als de dienst in een kerkelijk gebouw
-gehouden werd. De café-houders protesteerden! Toen zijn er hier en daar
-begrafenisdiensten in een café gehouden nadat eerst het verafschuwde bordje
-voor die dag verwijderd was. Zoiets lijkt haast komisch, maar het was een zaak
-van grimmige ernst. Dat besefte de Sicherheitsdienst, die een betreffende
-predikant bedreigde voor 't geval hij nog eens het bordje zou laten weghalen.
-
-<85>
-
-De motivering van het I.K.O. bleef wat vaag: het antisemitisme werd niet genoemd,
-terwijl het daarom toch juist ging. De bisschoppen evenwel waren duidelijker in
-hun afwijzing. Van Rooij vermeldt dat Mgr. de Jong in overleg met de andere vier
-bisschoppen het aanbrengen van de bordjes op RK instellingen verbood, "omdat die
-bordjes een uiting zijn van principieel antisemitisme en daar mogen zeker onze
-RK instellingen niet aan mee doen." Iets later stelde de aartsbisschop zich
-'permissief' op als het om sportterreinen of zwembaden ging (toen waren er nog
-Katholieke...), m.a.w. men behoefde ze niet te verwijderen als de politie ze
-had aangebracht. Maar op RK leeszalen mocht het absoluut niet en evenmin op het
-sociëteitsgebouw van het RK studentencorps te Nijmegen.
-"De Rector Magnificus was van mening dat het bordje mocht blijven hangen. Er
-hingen er al zo veel in Nijmegen. De burgerij zag het toch als een teken van
-overmacht." Mgr. de Jong was het daar niet mee eens:
-
-Als Wij Ons niet vergissen, zijn de katholieke studentenverenigingen van Wageningen
-en Nijmegen de enige die nog bestaan. In deze omstandigheden zouden Wij het
-betreuren als alleen die beide zich aan de bepaling zouden onderwerpen. De
-studenten zullen het offer moeten brengen.
-
-In september 1942 liet het Episcopaat haar principieel afwijzende houding ten
-opzichte van de bordjes varen. De deportaties waren in volle gang. De bordjes
-kwestie was een bijzaak geworden; aldus van Rooij. [5.11]
-
-6. MASSA-DEPORTATIES; HET TELEGRAM
-
-a. De situatie (tweede halfjaar 1942)
-
-Belangrijke oorlogshandelingen waarvan de afloop gunstig voor de geallieerden was,
-deden de hoop in de bezette gebieden op een spoedige eindoverwinning stijgen.
-De aanval van geallieerde commando's op de Noord-Franse plaats Dieppe toonde aan
-dat de Engelsen in staat waren door de Duitse verdedigingswerken langs de kust
-heen te komen en zich zelfs enige tijd op het continent te handhaven (19 aug.).
-Op 13 sept. begon de Duitse aanval op Stalingrad, maar de Russen hielden stand
-en begonnen (19 nov.) hun tegen-offensief. De Engelsen onder generaal Montgomery
-vielen aan in Noord-Afrika (23 okt.) bij El Alamein. Kort daarop (nov.) landden
-Amerikanen en Engelsen in Marokko en Algerië, waarop de Duitsers nu ook Zuid-
-Frankrijk ("Vichy") bezetten.
-
-16 juli.: vordering van koperen melkbussen, standbeelden en kerkklokken. Alle
-jeugdverenigingen zijn opgeheven. Deze week zijn er overal fietsen gevorderd.
-De Joden worden thans massaal weggevoerd naar Polen en Silezië. Ook de kerken
-hebben geprotesteerd.
-We hebben een huisgenootje gekregen, Leen, een Rotterdammertje van 3 jaar,
-waarvan de ouders bij het bombardement in 1940 omgekomen zijn. (Dat was Leo.-
-zijn vader en moeder waren Joodse vrienden, inderdaad uit Rotterdam maar niet
-omgekomen. Alle drie hebben de oorlog overleefd).
-15 aug.: vandaag zijn er vijf gijzelaars doodgeschoten.
-29 aug.: Leen is gisteren weer naar huis gegaan. Hij stak erg af bij de
-dorpskinderen en had daardoor nogal veel bekijks. Bovendien was het voor zijn
-gezondheid niet wenselijk om veel buiten te komen, dus daar moest ook op gelet
-worden. (We vonden voor Leo een ander onderduik-adres).
-10 sept.: de taptemelk is nu ook op de bon: 1/4 L. per pers. per dag.
-Er zijn uitsluitend zijden veters in de handel en papieren zakdoeken. Vergunning
-tot het rijden op benzine wordt haast niet gegeven; verder rijdt men op houtgas,
-waarvoor de vergunning gemakkelijker gegeven wordt.
-16 okt.: de familie Manasse (dorpsgenoten) is gevlucht of ondergedoken.
-29 nov.: een groot deel van de kuststreek zal geëvacueerd moeten worden.
-
-<88>
-
-Eind juni had Seyss-Inquarts naaste medewerker Schmidt openlijk bekend gemaakt,
-dat de Joden uit Nederland gedeporteerd zouden worden. In juli begonnen de massa-
-deportaties.
-De eerste oproepen werden op zondag 5 juli per extra bestelling via de post bezorgd.
-Op 14 juli werd een grote razzia op Joden in Amsterdam gehouden. De volgende dag
-vertrok de eerste deportatie-trein van Amsterdam naar Westerbork. Van 14-17 juli
-moesten 4000 Joden uit Amsterdam zich op het Centraal Station melden.
-Op 2 augustus werden op verschillende plaatsen in Nederland Katholieke Joden
-gegrepen. Die maand werden er nog meer razzia's op Joden in Amsterdam uitgevoerd.
-Sindsdien bleven de treinen rijden: van Amsterdam naar Westerbork, en van
-Westerbork naar "het Oosten": week na week, maand na maand.
-
-b. Nog een synode-vergadering
-
-We zullen in dit hoofdstuk de gebeurtenissen rondom het protest van de kerken
-tegen de Jodenvervolging uitvoerig weergeven. Daartoe beginnen we evenwel met
-een kijkje in een synode-vergadering die - zo vermoeden we - een direct bij
-het protest betrokkene, dr. J.J.C. van Dijk, geholpen heeft bij het handhaven
-van een besliste houding.
-De synode van de Gereformeerde Kerken in Nederland vergaderde eind mei en begin
-juni; daarna zou men pas weer in september bijeenkomen. De voortzetting van de
-synode, die al lang afgelopen had moeten zijn, was nodig geworden tengevolge van
-de leergeschillen die nu hoog oplaaiden. Hoe is zoiets mogelijk, terwijl er een
-wereldoorlog aan de gang en je land bezet is, denk je nu (en dachten toen ook al velen).
-
-Op dinsdag 9 juni kwam dr. Van Dijk ter synodevergadering en rapporteerde over
-"de werkzaamheden, door deputaten (voor de correspondentie met de Hoge Overheid)
-verricht". Het bordje "Verboden voor Joden" kwam ter sprake, de Arbeidsdienst enz.
-[6.1]
-
-<89>
-
-Er volgt dan: "Nadat de praeses (voorzitter) aan dr. Van Dijk de dank der synode
-heeft overgebracht voor zijn vele bemoeienissen en hem Gods wijsheid en bijstand
-bij zijn verdere gewichtige arbeid heeft toegewenst en de vergadering hem
-Psalm 121:4 toegezongen heeft, verlaat dr. Van Dijk de vergadering."
-Dat psalmvers luidde, in de berijming van toen:
- De Heer zal U steeds gadeslaan
- Opdat Hij in gevaar
- Uw ziel voor ramp bewaar'.
- De Heer, 't zij g'in of uit moogt gaan,
- En waar g'u heen moogt spoeden,
- Zal eeuwig u behoeden.
-
-Dat was meer dan een psalmversje; het was een gebed, een zegenbede. Die werd bij
-bepaalde plechtige gelegenheden in de kerk gezongen en de gemeente ging daar dan
-bij staan. Dat is ongetwijfeld ook op deze synodevergadering gebeurd.
-Men wist: deze man zet zijn vrijheid - misschien zijn leven - op het spel.
-Dr. Van Dijk wist: 'mijn synode staat achter mij' en mijn mede-deputaten; de
-broeders bidden voor ons en ze steunen ons.
-
-c. Het telegram
-
-De Kerken die samenwerkten in het I.K.O. (Interkerkelijk Overleg) hadden besloten
-een bezwaarschrift tegen de Jodenvervolging bij Seyss-Inquart in te dienen. Het
-schrijven van een concept daartoe was opgedragen aan een kleine commissie, bestaande
-uit de bekende zendingsman en taalgeleerde prof. H. Kraemer (die prof. P. Scholten
-sinds diens verbanning verving), mgr. Van de Loo en dr. M.C. Slotemaker de Bruïne
-(niet te verwarren met zijn vader, de eerste voorzitter van het Convent, die
-intussen overleden was).
-
-Toen het I.K.O. op 10 juli vergaderde, was het concept nog niet klaar. Op grond
-van de binnengekomen alarmerende berichten besloot men, allereerst een telegrafisch
-protest aan de Rijkscommissaris te zenden. De tekst van dit telegram werd op
-diezelfde vergadering vastgesteld en luidde als volgt:
-
-<90>
-
-De hieronder vermelde Nederlandse Kerken, reeds diep geschokt door de maatregelen
-tegen de Joden in Nederland, waardoor zij uitgesloten worden van het deelnemen
-aan het normale volksleven, hebben met ontzetting kennis genomen van de nieuwe
-maatregelen, waardoor mannen, vrouwen, kinderen en gehele gezinnen zullen worden
-weggevoerd naar het Duitse rijksgebied en onderhorigheden.
-Het leed dat hiermede over tienduizenden gebracht wordt, de wetenschap dat deze
-maatregelen tegen het diepste zedelijk besef van het Nederlandse volk strijden,
-bovenal het indruisen van deze maatregelen tegen hetgeen ons van Godswege als
-eis van gerechtigheid en barmhartigheid gesteld wordt, nopen de Kerken tot U de
-dringende bede te richten, aan deze maatregelen geen uitvoering te geven.
-Voor de Christenen onder de Joden wordt ons deze dringende bede tot U bovendien
-ingegeven door de overweging, dat hun door deze maatregelen het deelnemen aan
-het kerkelijk leven wordt afgesneden.
-
-Tien Nederlandse kerken hebben dit telegram ondertekend: beide Lutherse Kerken
-deden ditmaal mee, de RK Kerk was er bij gekomen, en bovendien ondertekenden de
-"Gereformeerde Gemeenten in Nederland" (vertegenwoordigd door ds. G.H. Kersten)
-het protest.
-Het telegram werd verzonden op 11 juli. Het ging, behalve naar Seyss-Inquart,
-ook naar de Generalkommissaris, das Sicherheitswesen H.A. Rauter, de General-
-kommissar zur besonderen Venvendung F. Schmidt en de Wehrmachtsbefehlshaber in
-den Niederlanden F.C. Christiansen. Deze stuurde zijn exemplaar door aan
-Seyss-Inquart, met erop aangetekend het voorstel om ook de ondertekenaars
-te deporteren.
-De kerken hadden het voornemen om, behalve het telegram, ook nog een uitvoeriger
-schriftelijk protest in te dienen. Prof. dr. H. Kraemer zou hiervoor het concept
-schrijven, maar twee dagen later werd hij gegijzeld.
-
-d. Duitse reactie
-
-Tot nu toe hadden de kerken op hun tegen de Jodenvervolging ingediende protesten
-nog geen enkel antwoord ontvangen, maar ditmaal kwam er wel een reactie en zelfs
-zeer snel.
-Op 14 juli werd ds. H.J. Dijckmeester - waarnemend secretaris van de Hervormde
-Synode in plaats van de gegijzelde ds. Gravemeyer - ontboden bij Schmidt. Deze
-deelde hem mee dat de Christen-Joden die voor 1 januari 1941 gedoopt waren, van
-deportaties zouden worden vrijgesteld en dat aan verzachting der maatregelen voor
-gemengd-gehuwden nog gewerkt werd. Schmidt verzocht ds. Dijckmeester, een en ander
-aan de ondertekenaars van het telegram mee te delen.
-
-<91>
-
-Op 15 juli vergaderde de Hervormde Synode. Daar tekende zich een lijn af die afweek
-van het standpunt, ingenomen door het I.K.O. Ten eerste voelde een meerderheid
-niet voor het indienen van een uitvoerig, schriftelijk protest. Desnoods wilde men
-alleen een verzoek tot de bezettende macht richten. Ten tweede vond men de (op de
-vergadering van het I.K.O. afgesproken) voorlezing van het telegram in de kerkdiensten
-van minder belang dan een "gebed, in een toon van ootmoed en schuldbesef". Wel zou
-het telegram in de inleiding tot het gebed worden opgenomen. We komen op de inhoud
-van dat gebed nog terug.
-
-Op 17 juli hield Seyss-Inquart met zijn naaste medewerkers een z.g. Chefsitzung.
-Daardoor weten wij nu (maar toen wisten de kerken dat uiteraard niet) dat de
-Rijkscommissaris bepaald niet van plan was om de gedoopte Joden blijvend van
-deportatie vrij te stellen. Het ging er slechts om, door deze tegemoetkoming
-de kerken tot zwijgen te brengen. Zijn uiteindelijke beslissing zou afhangen
-van de houding der kerken.
-Aan Rauter werd tijdens die vergadering opgedragen, op de komende zondagen de
-kerkdiensten te controleren in verband met een mogelijke kanselafkondiging. [6.2]
-
-Zoals gebruikelijk ging er een stuk uit (23 juli) naar alle plaatselijke kerken
-met de tekst van het af te kondigen telegram van 11 juni, en van het gebed, bestemd
-voor de kerkdiensten op 26 juli.
-Blijkbaar zijn de Duitsers daar onmiddellijk achter gekomen, want een dag later,
-op vrijdag 24 juli, werd ds. Dijckmeester ontboden bij de plaatsvervanger van
-Schmidt, Hauptmann I. Gruffke. Deze bleek op de hoogte van de voorgenomen voorlezing
-van het telegram en drong erop aan deze achterwege te laten: het ging volgens
-Gruffke om een vertrouwelijk document. Anders zou de basis voor verdere
-onderhandelingen verbroken zijn.
-Volgens ds. Dijckmeester hoorden telegram en gebed bij' elkaar: "gebed en daad
-zijn niet te scheiden; als een gelovige een drenkeling in het water ziet, zal
-hij wel een gebed voor hem doen maar ook een daad verrichten. Welnu, het telegram
-is zulk een daad." Waarop Gruffke de beeldspraak overnam en zei: "Maar u kunt
-niet zwemmen; of wel: U vraagt Schmidt om te springen, maar hij weigert."
-
-<92>
-
-Ds. Dijckmeester, die zelf vond dat het telegram voorgelezen diende te worden,
-bracht de kwestie ter Synode. Daar overheerste de gedachte dat "onder fatsoenlijke
-mensen de éne partij niet tot publikatie van een document mag overgaan wanneer
-de andere partij zich daartegen verzet". Ook vreesde men dat "wat nu voor de
-christen-Joden bereikt was, dan weer verloren zou gaan", aldus Touw. Zo werd aan
-Schmidt nog diezelfde dag (vrijdag 24 juli) bericht dat de Synode bereid was de
-afkondiging van het telegram in te trekken; maar mogelijk zou het bericht
-daaromtrent een aantal gemeenten niet tijdig meer kunnen bereiken.
-
-Er is veel kritiek gekomen op de handelwijze van de Synode, ook vanuit de eigen
-kerk: gemeenteleden uit Leiden, Oegstgeest en Rotterdam betreurden in een request
-aan de Synode dat de beginselvastheid in het gedrang gekomen en de eenparigheid
-van handelen verbroken was. J.J. Buskes zou het later hebben over "dat andere,
-afgrijselijke argument van prof. (W.J.) Aalders: de hoffelijkheid." [6.3]
-De auteur van Het verzet der Hervormde Kerk, Touw, acht het fatsoensargument van
-de Synode naïef, maar laat "de levens van honderden" zwaar wegen. Ging het er
-hier niet om, "een stukje van een oor uit de muil van de leeuw te redden (Amos 3:12)?"
-Touw besluit dan als volgt: "Heeft de Synode inderdaad de rechte beslissing genomen?
-Of is zij voor een satanische verzoeking bezweken? Is zij om de levens van haar
-eigen leden te redden, ontrouw geweest aan haar Heer?"
-
-e. Gebed, afkondiging van het protest
-
-Het gebed dat "in een toon van ootmoed en schuldbesef" zou dienen te zijn, zoals
-we reeds vermeldden, werd wel toegestuurd aan alle Hervormde plaatselijke gemeenten
-- trouwens ook aan die van de andere bij het I.K.O. aangesloten kerkgenootschappen.
-In het gebed werd gevraagd om bewaring" opdat wij niet alleen anderen aanklagen
-maar allereerst onszelf. Beweeg ons door Uw Heilige Geest, zo, dat wij voor alles
-en in alles klagen over onze zonden."
-
-<93>
-
-Nu zou men met zo'n strofe nog vrede kunnen hebben, als "onze zonden" dan tenminste
-op enigszins actuele wijze gespecificeerd zouden zijn geworden, bijv. lafhartigheid,
-en gebrek aan offerbereidheid in het opkomen voor de Joodse naaste. Maar de catalogus
-van opgesomde zonden bleef zo algemeen, dat het nietszeggend werd.
-Even verder luidt het gebed: "Leer ons aanvaarden en dragen wat Gij ons oplegt,
-zolang het U behaagt ons te straffen, omdat wij het hebben verdiend." Zou men
-echt geloofd hebben dat God de oorlogsellende "oplegde" en dat Hitler als een
-oordeel Gods beschouwd diende te worden over "onze zonden"? Zouden het Zwitserse
-en het Zweedse volk, ofschoon de oorlog hun grens voorbijging, minder bedreven
-hebben dan het Nederlandse?
-"Aanvaarden en dragen" is toch wat anders dan verzet tegen de boze bieden. Wel
-wordt het geloof beleden in een God "die het recht doet zegepralen" en wordt er
-gesmeekt: "Laat Uw macht blijken, Uw recht openbaar worden." Gemist in dit gebed
-wordt het besef dat het onze taak is om voor de openbaarwording van Gods recht op
-te komen.
-Evenmin fraai was het gedeelte waarin voor de Joden gebeden werd:
-
-Wij dragen bepaaldelijk aan U op het volk Israël, dat in deze dagen zo bitter
-wordt beproefd. Gij zult hen niet voor altijd verstoten, want bij U zijn levende
-beloften voor hun toekomst. Houd hen staande. Breng hen tot bekering, opdat zij
-de waarachtige verlossing mogen verkrijgen die Gij geschonken hebt in Christus,
-Uw Zoon. In het bijzonder bidden wij U voor die kinderen Israëls, die met ons
-verbonden zijn door eenzelfde geloof. Schenk hun de kracht om hun kruis te dragen,
-achter Hem aan, in wie zij hun Verlossing hebben gevonden.
-
-Maar Paulus heeft nota bene geschreven dat God zijn volk nu juist niet verstoten
-heeft, en hij noemt de Joden "geliefden om der vaderen wil" (Romeinen 11 vs 1 en 28).
-En, hoe men ook over "de bekering der Joden" moge denken - we komen daarop terug
-in het derde gedeelte van dit boek -, op het moment van de massadeportaties, die
-zouden leiden tot massa-moord, was er toch nog wel iets anders om voor de Joden
-af te smeken van de God van Israël. Afgezien nog van de vraag of het juist was
-om de Christen-Joden apart te noemen: ook voor hen was er wel een andere bede
-denkbaar dan "de kracht om hun kruis te dragen".
-
-<94>
-
-Tegen dit soort gebeden behoefde de bezetter geen enkel bezwaar te hebben; ze
-speelden hem veeleer in de kaart. Toch werd het gebed door de meeste andere kerken
-overgenomen. Wel werd hier de kleur van wat er gebeden werd, mede bepaald door
-de inhoud van het scherpe protest-telegram, dat voorafgaand aan het gebed werd
-voorgelezen.
-
-Later zou Touw schrijven: "Voor het vormen van een billijk oordeel moet wel in
-het oog gehouden worden, dat alléén de Hervormde Kerk voor de pijnlijke beslissing
-gesteld werd, die de andere kerken bespaard bleef' (nl. het al of niet afkondigen
-van het telegram). Hier evenwel vergiste Touw zich, en in zijn spoor diverse
-andere auteurs.[6.4] De andere kerken hebben wel degelijk bewust gekozen voor
-afkondiging. Soms was één enkel persoon degeen die de beslissing nam. Men kan
-zich afvragen hoe het besluit was uitgevallen,als op de dag van de beslissing
-ook de Gereformeerde synode vergaderd had en had moeten beslissen: wel of niet
-toegeven?
-De Gereformeerde synode zou pas in september weer vergaderen; Van Dijk was intussen
-gemachtigd om dergelijke zaken te beslissen en het schijnt dat hij geen ogenblik
-geaarzeld heeft. Toen ds. Dijckmeester hem het door de Hervormde Synode genomen
-besluit meedeelde, antwoordde Van Dijk onmiddellijk dat, wat de andere kerken ook
-mochten doen, het telegram in de Gereformeerde Kerken voorgelezen zou worden.
-Van Dijk deelde dit eveneens mee aan de vertegenwoordigers van de andere kerken,
-ook aan mgr. Van de Loo, die op zijn beurt de aartsbisschop informeerde inzake
-de Duitse eis. "Die (eis) is er overigens het bewijs van, hoezeer de Duitsers
-de kracht van de afkondiging vrezen, en daarom voor mij persoonlijk een reden
-te meer, om deze wel te laten doorgaan", aldus mgr. Van de Loo. [6.5]
-Hij had Van Dijk al gezegd ervan overtuigd te zijn dat de aartsbisschop in
-geen geval het telegram zou schrappen. Het voorlezen bleek inderdaad voor
-mgr. De Jong zo vanzelfsprekend dat hij de andere leden van het episcopaat
-pas 's maandags (na de voorlezing dus) op de hoogte heeft gesteld. 'Wij mochten
-toch niet toelaten,' schreef hij hen, 'dat de wereldse overheid beslist, wat in
-onze kerken zal worden voorgelezen, afgezien nog van de praktische bezwaren.'
-In dezelfde brief schrijft hij ook enkele woorden over het besluit van de Hervormde
-Synode. Men was te verontschuldigen, want 'de Nederlandse Hervormde Kerk heeft
-zwaar geleden,' bijna al haar voormannen waren gearresteerd. [6.6]
-
-<95>
-
-f. De kosten
-
-Het telegram werd inderdaad op zondag 26 juli voorgelezen in de meeste kerkdiensten.
-De volgende dag vergaderde Seyss-Inquart met zijn medewerkers. De bijeenkomst
-duurde ongeveer een uur. Uit de notulen:
-
-2. Omdat de katholieke bisschoppen - ofschoon ze er niets mee te maken hadden
-- zich in de aangelegenheid (van de deportaties) hebben gemengd, worden nu alle
-katholieke Joden nog deze week gedeporteerd. Met interventies mag geen rekening
-worden gehouden. Commissaris-generaal Schmidt zal op zondag 2.8.42 op een partij-
-vergadering in Limburg de bisschoppen in het openbaar antwoord geven.
-3. Voor het geval dat ook een overwegend aantal protestantse kerken het telegram
-aan de Rijkscommissaris hebben laten voorlezen, worden ook de protestantse Joden
-weggevoerd. Tot dit doel moeten de lijsten reeds worden gereedgemaakt. [6.7]
-
-Inderdaad hield Schmidt op zondag 2 augustus een rede waarin hij zei:
-
-(...) Nu werd de vorige zondag, voornamelijk in de katholieke kerken, een schrijven
-voorgelezen waarin de geestelijkheid de maatregelen tegen de Joden, die ter
-beveiliging van onze strijd tegen de erfvijand van het avondland worden ondernomen,
-kritiseert.
-Ook in enige protestantse kerken werd een schrijven voorgelezen waarin een principieel
-standpunt werd ingenomen. De vertegenwoordigers van de protestantse kerken hebben
-ons echter meegedeeld dat de voorlezing van de volledige tekst niet in hun bedoeling
-lag, maar door technische moeilijkheden niet overal kon worden verhinderd.
-Wanneer echter de katholieke geestelijkheid op deze wijze blijk geeft zich niets
-aan te trekken van gevoerde onderhandelingen, dan zijn wij van onze kant gedwongen,
-de katholieke Joden als onze ergste vijanden te beschouwen en voor hun onmiddellijk
-transport naar het Oosten te zorgen. Dat is geschied. [6.8]
-
-Van der Leeuw, [6.969] die over het hier volgende uitvoerige gegevens verschaft,
-acht het onduidelijk waarom bijv. ook de Gereformeerde Joden toen niet gedeporteerd
-zijn: misschien omdat er een gebrek aan kennis van de kerkelijke verhoudingen bij
-de bezettingsmacht was, of was het een poging om de samenwerking tussen Protestanten
-en Katholieken te ondermijnen?
-Maar Schmidt heeft ongetwijfeld geweten (hij had zijn spionnen, ook in kerkdiensten)
-dat in alle Protestantse kerken behalve in de Hervormde - en daar soms ook omdat
-het consigne "geen telegram voorlezen" niet iedere gemeente tijdig bereikt had - het
-telegram is voorgelezen. Er valt dan ook nauwelijks aan te twijfelen of de bezettende
-macht Probeerde de kerken uit elkaar te spelen.
-
-<96>
-
-Daarbij leek het feit dat de Protestants-gedoopte Christen-Joden niet gedeporteerd
-werden een concessie; in de praktijk werd het een chantage-middel. Eind februari
-1944 zou Seyss-Inquart schrijven aan Bormann: Ik heb, zoals bekend is, de inmenging
-van de kerken in het hele Joodse vraagstuk hoofdzakelijk afgeweerd door de gedoopte
-Joden in een gesloten kamp in Nederland bijeen te houden".
-Rauters uiteindelijke bedoeling blijkt uit zijn brief van 24 september 1942 aan
-Himmler: Die protestantischen Juden sind noch hier, hetgeen zeggen wil: ze komen
-later. Aldus Herzberg (134).
-
-Op die zondag, 2 augustus, waren in alle vroegte 213 Rooms-Katholieke Joden
-gearresteerd en naar Amersfoort gebracht. De volgende dag werden 44 hunner
-vrijgelaten: ze waren "gemengd gehuwd". De overigen gingen naar Westerbork en
-92 hunner werden nog in augustus naar Auschwitz gebracht en aldaar vermoord.
-Onder hen waren een aantal kloosterlingen: uit het ene gezin Loeb zelfs drie
-broers en twee zusters; ook de bekende filosofe Edith Stein, die in haar klooster
-te Echt was gearresteerd, samen met haar zuster Rosa die daar portierster geworden
-was.
-Wielek vertelt: "Niemand van de Joodse vrouwen of mannen, die gedoopt en pater
-of non waren geworden, was aan deze deportatie ontkomen. Eén voor één hadden zij
-moedig en gelovig hun lot gedragen." Tegen de wil van Edith Stein werd door
-bemiddeling van een marechaussee de aartsbisschop te Utrecht opgebeld. Maar
-deze kon niets bereiken. "En de nonnen en paters in hun zwarte en bruine
-kloosterdracht met de goudgele ster bestegen, terwijl zij de rozenkrans door
-hun handen lieten glijden en het Onze Vader baden, de wagon naar Polen." [6.10]
-Aartsbisschop de Jong zond op 2 augustus een telegram naar Seyss-Inquart waarin
-hij om "barmhartigheid" vroeg. Hij heeft geen antwoord gekregen.
-
-g. Vergeefse pogingen
-
-Ook pogingen die tot niets leidden zijn soms het vermelden waard. We noemen er twee.
-
-Foto 15. Dr. Edith Stein
-
-<97>
-
-In zijn Waar stond de Kerk? vertelde ds. Buskes:
-
-Wij herinneren ons een vergadering (van het I.K.O.) waarin de Remonstrantse ds.
-Kleijn een voorstel deed, dat zeker geen praktisch resultaat zou hebben opgeleverd,
-maar dat toch op ons een diepe indruk maakte. De Jodenrazzia's waren in Amsterdam
-begonnen. Ds. Kleijn stelde voor de Nieuwe Kerk op de Dam tot een toevluchtsoord
-voor de bedreigde Joden te maken. De voorgangers van de verschillende kerken
-zouden in ambtsgewaad de toegangen tot de kerk moeten bezetten en met de Joden
-in de kerk moeten staan of vallen. Als demonstratie zou dit gebeuren van de
-allergrootste betekenis zijn geweest, een getuigenis met de daad in het hart
-van ons volksleven. [6.11]
-
-Later gaf Buskes nog het volgende commentaar: "Nadat hij (Kleijn) gesproken had
-waren allen met stomheid geslagen. Ze waren onder de indruk. Toch maar heel even.
-In feite waren ze allen bang voor een publieke demonstratie. Het voorstel werd
-dan ook als de uiting van onwerkelijke romantiek van tafel geveegd. Ik was
-inderdaad de enige die uit volle overtuiging het voorstel steunde..." [6.12]
-
-<98>
-
-Ook bij een ander voorval was Buskes betrokken:
-
-In onze herinnering leeft verder nog voort de tocht, die wij samen met ds. Brink
-op verzoek van de voorzitter van het I.K.O., dr. Van Dijk, naar Westerbork maakten.
-De Joden werden uit Westerbork naar Duitsland op de meest onmenselijke wijze
-getransporteerd. Dr. Van Dijk wilde gegevens hebben om bij de Duitsers te kunnen
-protesteren. Het gelukte ds. Brink en mij - ieder op eigen gelegenheid - tot
-vlak bij het transport door te dringen. Het was het derde transport op 21 juli 1942.
-Nooit zullen we vergeten wat we op de morgen van die prachtige zomerdag zagen.
-De Joden werden in veewagens gestopt: in elke wagon ongeveer zestig mensen.
-Zo'n wagon heeft een oppervlak van 21 1/2 M2. Mannen, vrouwen, jongens en meisjes,
-alles door elkaar, met al hun bagage. De wagons werden van buiten gegrendeld. De
-reis zou enkele dagen en nachten duren. Medische hulp was afwezig. Particulieren
-- niet de Duitsers - zorgden ervoor dat in elke wagon twee emmers waren: één voor
-drinkwater en één als WC. [6.13]
-
-Inderdaad heeft dr. Van Dijk bij Schmidt geprotesteerd; het heeft geen enkel
-resultaat gehad.
-
-<99>
-
-7. DE SCHERPSTE OPROEP, OOIT GEDAAN
-
-a. De situatie (januari tot begin mei 1943)
-
-Op 19 januari werd prinses Margriet geboren. Dat was al gauw overal bekend en
-was voor velen reden tot grote vreugde.
-De slag om Stalingrad eindigde met Duitslands nederlaag (2 febr.); generaal
-Paulus werd gevangen genomen. 3 dagen later werd de beruchte Nederlandse generaal
-Seyffardt door het verzet doodgeschoten. Omdat er aanwijzingen waren dat studenten
-de aanslag gepleegd hadden, werden op 6 februari grote razzia's op studenten
-gehouden. Er werden er een 600 gegrepen.
-Op 25 maart weigerden de Nederlandse artsen om lid van de Artsenkamer te worden.
-Op 27 maart werd het Amsterdamse bevolkingsregister in brand gestoken.
-Leden van het overkoepelende "Nationale Comité" (waaronder dr. J.J.C. van Dijk)
-werden op 1 april gearresteerd. Op 29 april maakte generaal Christiansen bekend
-dat alle ex-militairen terug zouden worden gevoerd in krijgsgevangenschap.
-Bovendien zouden nieuwe lichtingen jongemannen worden opgeroepen om in Duitsland
-te gaan werken. Daarop braken (30 april) stakingen uit in het gehele land.
-Op 1 mei werd in het gehele land het standrecht afgekondigd. Op verschillende
-plaatsen werden stakenden in de daarop volgende dagen geëxecuteerd.
-
-19,jan.: Leningrad is ontzet. Ik ben er stuk van gewoon. Dat is meestal met een
-of twee dagen weer over want dan komen er berichten, dat het nog niet zo is en
-dan zakt het enthousiasme weer. Maar nu worden de moffen overal teruggeslagen,
-en de Jappen ook, en de Prinses (Juliana) is in het ziekenhuis (voor de bevalling)
-en ik ben ook zo vreselijk blij dat we muisjes hebben.
-29 jan.: De rantsoenen van vlees en melk zijn weer verminderd: vlees krijgen we
-nu 175 g. per week met been, dat is ± 135 g. zonder been. En taptemelk 3/4 1.
-per dag met z'n vieren, zoals bij ons.
-7 febr.: Hier in Renkum is door de Grune Polizei huiszoeking gedaan bij
-verschillende mensen. In een huis hebben ze 3 Joden gevonden.
-
-<101>
-
-22 febr.: Er worden afschuwelijke dingen verteld over de behandeling van de
-mensen in concentratiekampen; ze hebben veel te weinig kleren aan, moeten soms
-met het bovenlijf bloot lopen en worden geranseld en gebeuld. Als ze een pakje
-krijgen, wordt er soms voor hun ogen wat uitgegapt door de moffen. En de mensen
-in Dachau moeten in kalkmijnen werken, en over smalle planken mei kruiwagens lopen.
-Heel vaak vallen ze van de planken af en dan krijgt men thuis bericht: "door een
-ongeval om het leven gekomen."
-28 maart: Verleden week is er bij een zekere Brouwer op de Bennekomse weg een
-inval gedaan. Er waren 5 Joden in huis. Nu was er achter zijn huis een overdekte
-kuil, waarin ze bij nood konden vluchten, wat ze inderdaad ook deden. Maar de
-kerels die kwamen wisten dat er Joden waren, en hebben Brouwer net zo lang op
-zijn gezicht geranseld tot hij het zei. Het moet afschuwelijk geweest zijn.
-5 april.: Alle Joden, behalve in N. en Z. Holland en in Utrecht, moeten zich
-melden in Vught. Ze mogen hun kostbaarheden meenemen ...
-30 april.: (Eerst uitvoerig over de staking; wij staken ook: de winkel is op
-slot gegaan. Dan:) Voor de aardigheid wil ik even de "zwarte" prijzen van een
-paar artikelen memoreren:
-boter: 14 - 20 gld./pond
-vet: 14 - 25 gld./pond
-vlees 3 1/2 - 6 gld./pond
-koffie 75 - 90 gld./pond (geven de moffen)
-Zojuist hoorde ik dat er aangeplakt staat dat alle zaken morgen gewoon open
-moeten zijn, en dat het verboden is zich tussen 20 u. en 6 u. op straat te begeven.
-3 mei: Vanmorgen stond er in de krant dat er 17 personen gefusilleerd zijn.
-5 mei: Op de Hevea-fabriek zijn er 7 mensen gefusilleerd, wegens staking.
-
-Op 21 januari werden de 1200 verpleegden uit de Joodse psychiatrische inrichting
-"het Apeldoornse Bos" gedeporteerd.
-Op 1 april werden ook alle gemengd-gehuwde Joodse ambtenaren ontslagen. Op diezelfde
-dag moesten de Joden uit de provincie naar het concentratiekamp Vught. In de loop
-van deze maand begon ook de "vrijwillige" sterilisatie van Joden die "gemengd
-gehuwd" waren.
-Vanaf 14 mei was voortaan aan alle Joden het verblijf in Amsterdam verboden, tenzij
-uitdrukkelijk van deze maatregel vrijgesteld.
-
-<102>
-
-b. "Wie meewerkt is medeschuldig "
-
-Er zou iets voor te zeggen zijn om nu eerst de gebeurtenissen rondom de Protestants-
-gedoopte Joden weer te geven; we komen evenwel op hun lot terug in hfdst. 9 en
-vervolgen de chronologische behandeling van de protesten van de kerken.
-Het scherpste publieke protest ooit ingediend kwam tot stand mede onder leiding
-van de uit zijn gijzeling ontslagen en kennelijk ongebroken ds. Gravemeyer.
-De kanselboodschap luidde als volgt:
-
-De gebeurtenissen van de laatste weken nopen de Kerken zich tot de gemeenten te wenden.
-Het is de taak der Kerk, hoe zeer ook doordrongen van eigen schuld voor God -
-krachtens haar van Christus' wege opgelegde roeping -, haar stem te doen horen,
-ook wanneer in het openbare leven de in het Evangelie verankerde beginselen worden
-aangetast. Zij heeft zich derhalve reeds meermalen gewend tot de bezettende macht
-met ernstig beklag over maatregelen, die bijzonder in strijd zijn met de beginselen
-die de grondslagen vormen van ons Christelijk volksleven: gerechtigheid, barmhartig-
-heid en vrijheid van levensovertuiging. De kerk zou immers schuldig staan, indien zij
-niet de machthebbers erop zou wijzen, dat ook zij aan de Goddelijke Wet onderworpen
-zijn. Daarom bracht zij reeds onder de aandacht van de bezettende macht:
- de toenemende rechteloosheid;
- het ten dode vervolgen van Joodse medeburgers;
- het opdringen van een levens- en wereldbeschouwing, die lijnrecht in strijd
- is met het Evangelie van Jezus Christus;
- de verplichte arbeidsdienst als nationaal-socialistisch opvoedingsinstituut;
- het aantasten van de vrijheid van het Christelijk onderwijs;
- het gedwongen tewerkstellen van Nederlandse arbeiders in Duitsland;
- het ter dood brengen van gijzelaars;
- het gevangen nemen en het gevangen houden van velen, o.a. van kerkelijke
-ambtsdragers onder zodanige omstandigheden dat reeds een ontstellend aantal
-in de concentratiekampen het offer van hun leven moesten brengen.
-Thans moet zij opkomen tegen het opjagen, grijpen en wegvoeren van duizenden
-jonge mensen.
-Aan de andere kant acht de Kerk zich echter geroepen met de meeste nadruk te
-waarschuwen tegen haat en wraakgevoelens in het hart van ons volk en haar stem
-te verheffen tegen de uitingen daarvan. Niemand mag, naar het Woord van God,
-het recht in eigen hand nemen.
-
-<103>
-
-Maar evenzeer hebben zij de roeping ook dit Woord van God te prediken: "Men moet
-Gode meer gehoorzaam zijn dan de mensen". Dit Woord geldt immers als richtsnoer
-bij alle gewetensconflicten, ook bij die, welke door de genomen maatregelen zijn
-opgeroepen.
-Dit Woord verbiedt medewerking te verlenen aan daden van onrecht, waardoor men
-zich mede aan dat onrecht schuldig zou maken.
-De Kerken zullen dit opnieuw onder de aandacht van de Heer Rijkscommissaris
-brengen en zij bidden van God, dat en de bezettende macht en ons volk de weg
-der gerechtigheid en der gehoorzaamheid aan Zijn Woord mogen gaan.
-
-Het bovenstaande is de versie die van alle kansels afgekondigd diende te worden
-in de kerkdiensten op zondag 21 februari. Seyss-Inquart ontving een iets gewijzigde
-versie (en in het Duits), gedateerd 17 februari, waarin de kernzinnen gelijkluidend
-waren aan het voor te lezen protest. De brief aan de Rijkscommissaris eindigt als
-volgt:
-
-Heer Rijkscommissaris, het is in gehoorzaamheid aan haar Heer, dat de Kerken dit
-woord tot U moeten richten; zij bidden God, dat Hij U in Zijn weg moge leiden tot
-herstel van het zo ernstig geschonden recht in de uitoefening van de Macht.
-
-In dit protest wordt "het ten dode vervolgen van Joodse medeburgers" nadrukkelijk
-genoemd, maar "de gebeurtenissen van de laatste weken" noopten de kerken tot dit
-protest. De Joden werden al maandenlang opgejaagd en gearresteerd. Het is te
-betreuren, dat de krachtige uitspraken in dit protest niet veel eerder van alle
-kansels geklonken hebben.
-We maken nog een paar kanttekeningen.
-De lijst van de acht punten waartegen geprotesteerd werd toont, hoe zeer ons
-volk door de bezetters in het nauw gedreven werd. Toch waarschuwden de kerken
-tegen "het recht in eigen hand nemen", kennelijk naar aanleiding van de aanslag
-op Seyffardt. Het belangrijkste was: in feite riepen de kerken op tot burgerlijke
-ongehoorzaamheid. In de brief aan Seyss-Inquart is het zelfs nog iets scherper
-geformuleerd dan in de kanselafkondiging: "Om der wille van het recht Gods mag
-door niemand enige medewerking worden verleend aan daden van onrecht, omdat men
-zich daardoor aan dat onrecht medeschuldig maakt."
-
-<104>
-
-De politie-agenten bijv. die de opdracht kregen om Joden of ondergedoken arbeiders
-te arresteren, wisten nu, wat hun plicht was. Eigenlijk wisten ze dat toch al wel,
-ook zonder kerkelijke uitspraken, want het ging om een waarheid als een koe. Maar
-arglistig is ons hart en een excuus is snel gevonden, vooral als het nakomen van
-je plicht je duur kan komen te staan.
-
-c. Niet in de Gereformeerde Kerken afgelezen
-
-Alle bij het I.K.O. aangesloten kerken ondertekenden dit protest, maar de
-Gereformeerde vertegenwoordigers vroegen wat betreft de publieke afkondiging
-om uitstel. Delleman vermeldt:
-
-De Gereformeerde Kerken hebben zich daarbij niet kunnen aansluiten, aangezien
-in het I.K.O. van de zijde der Herv. Kerk het voorstel tot kanselafkondiging
-onverwacht werd gedaan, ten einde nog vóór de indiening van het protest de
-voorlezing te doen plaatshebben. Van de zijde der Gereformeerde Kerken werd
-meegedeeld, dat het niet mogelijk zou zijn aan de kerkenraden tijdig de nodige
-mededelingen te doen toekomen; een voorstel om de beslissing een week uit te
-stellen werd niet aanvaard. Aangezien het in het voornemen lag van de
-Gereformeerde Kerken, dat binnen korte tijd een bidstond zou worden uitgeschreven,
-werd in de bidstond van 7 maart 1943 de nood van de wereld en in het bijzonder
-de nood van ons volksleven voor de troon van Gods genade gebracht.
-
-Nu achten wij bidden aanbevelenswaardig, maar tijdens de hierboven aangekondigde
-bidstond werd nu juist niet gezegd wat er wel in het protest gezegd was:
-Nadat diverse plaatselijke kerken naar de redenen voor het niet aflezen geïnformeerd
-hadden, stuurde de synode - na raadpleging van deputaten voor de correspondentie
-met de Hoge Overheid - een brief naar de kerkenraden, waarin men zich achter de
-handelwijze van deputaten stelde en, behalve het reeds bovengenoemde argument,
-nog aanvoerde: "een publiek getuigenis dient om principiële redenen slechts in
-zeer bijzondere gevallen te geschieden." Bovendien zou het bedoelde adres in
-de kerken worden voorgelezen voordat het aan Seyss-Inquart was toegezonden,
-"hetgeen in strijd was met de door de kerken tot dusver gevolgde en door ons
-als juist geoordeelde praktijk." [7.1] Maar waren dit alle redenen? Ook De
-Jong kwam daar niet uit. [7.2]
-
-<105>
-
-Later, in deel 13, noemt de Jong dan een reden die noch door Delleman, noch door
-de synodale brief vermeld was: "Ook trof het hen (de Gereformeerden) pijnlijk
-dat de Hervormden samen met de kleinere protestantse kerken, maar zonder overleg
-met hen, reeds alle nodige stukken hadden opgesteld." [7.3] Helaas ben ik er
-niet in geslaagd te weten te komen, uit welke bron de Jong hier put.
-
-Het blijft verwonderlijk dat een militant man als oud-minister van defensie Van
-Dijk, die zomer 1942 onmiddellijk tot afkondiging van het telegram had besloten,
-nu blijkbaar aan de (te) voorzichtige kant bleef.
-Nu is ds. F.C. Meijster stellig betrokken geweest bij de beslissing om ditmaal
-niet af te kondigen: het moderamen (bestuur) was daartoe immers, met deputaten
-voor de correspondentie met de Hoge Overheid, gemachtigd (zie hfdst. 2, b).
-Ds. Meijster was, behalve praeses (voorzitter) van de synode, ook praeses van
-de kerkeraad van Rotterdam. In de notulen van een vergadering van die raad, welke
-onder zijn leiding stond, vond ik vermeld:
-
-Het adres van 22 februari aan Seyss-Inquart is niet ter kennis van de gemeente
-gebracht. Hierover wordt gesproken, alsmede over de bedoeling van de zinsnede:
-'Om der wille van het recht Gods mag door niemand enige medewerking worden verleend
-aan daden van onrecht, omdat men zich daardoor aan het onrecht medeschuldig maakt'.
-Aan ouderlingen en diakenen zal een afschrift van dit adres worden ter hand gesteld.
-[7.4]
-
-De bedoeling van de uit het protest geciteerde zinsnede lijkt ons glashelder;
-maar om deze aansporing tot ongehoorzaamheid aan de bezettende macht publiekelijk
-voor te lezen en eventueel zelf te volbrengen, daar had men blijkbaar moeite mee...
-
-Wegens zijn lid-zijn van het Nationaal Comité (een overkoepelende geheime
-organisatie, waarin hij fungeerde als de militaire specialist) werd dr. J.J.C.
-van Dijk op 1 april 1943 gearresteerd. Dr. A.A.L. Rutgers volgde hem op in het I.K.O.
-
-Ruim twee maanden na de afkondiging - op zaterdagavond 1 mei - werd ik door twee
-agenten gegrepen en opgesloten in de cel van het politiebureau. Ik was na achten
-op straat geweest, ofschoon de Duitsers vanwege de uitgebroken staking "avondklok"
-hadden gedecreteerd. Gelukkig wisten de agenten niet dat mijn broer (die wist te
-ontsnappen) en ik zo juist een oproep hadden aangeplakt om de staking voort te zetten.
-
-<106>
-
-Een van de twee agenten was Gereformeerd. Ik vraag me af of hij de moed zou hebben
-gehad om me te laten lopen, als het hierboven besproken protest ("medewerking maakt
-medeschuldig") ook in onze kerk was afgelezen.
-
-d. Nog een schep er bovenop
-
-Aukes, de biograaf van mgr. de Jong, verhaalt dat de aartsbisschop in een brief
-aan de overige bisschoppen schreef:
-Het tempo waarin de gebeurtenissen zich afspelen, is haast niet bij te houden.
-Wij sturen daarom een koerier. Eerst zouden alleen de Joden ter sprake gebracht
-worden, en nauwelijks was de discussie afgesloten, of er kwam bij het gewelddadig
-wegvoeren van studenten en andere jeugdige personen. Wij hebben U daarover reeds
-geschreven. Intussen zaten ook de Protestanten niet stil. (Men had in die kring
-een request aan de Rijkscommissaris opgesteld). Wij zouden dat niet weten te
-verbeteren.
-
-Het was de bedoeling dat dit request door Protestanten en Katholieken van de
-kansels zou worden voorgelezen, met een eigen tekst omraamd. De aartsbisschop
-vond, dat in die omraming een "uitdrukkelijk verbod tot medewerking aan het
-ellendig lot van de talloze onschuldigen" moest worden opgenomen.
-Bericht voor woensdag, "op een of andere manier", was gewenst (nl. of de
-bisschoppen akkoord gingen). De donderdag was dan voor het afdrukken van het
-herderlijk schrijven. Pas 's avonds kon dat klaar komen. "Daarom is het nodig,
-dat u nu al begint met de organisatie van het rondsturen. Wij verwachten,
-dat ieder uwer vrijdagmorgen (op zijn vroegst donderdagavond na 7 uur) iemand
-stuurt om zijn exemplaren te halen. Om tijd te winnen kan deze persoon voor
-donderdagnacht logies zoeken in Utrecht. Dan kan hij 's morgens met de eerste
-trein vertrekken." [7.5]
-
-Door middel van deze brief krijgen we een indruk van de "logistieke" problemen
-die moesten worden opgelost. Drie dagen later schreef mgr. de Jong aan zijn mede-
-bisschoppen, dat huiszoeking door de Sicherheitspolizei mogelijk was en dat hij
-maatregelen nam om de stukken onvindbaar op te bergen.
-Mgr. (...) stelt de vraag wat wij moeten doen, indien bijv. 's avonds zich
-bezoek aandient met de bedoeling om het voorlezen te verhinderen. Het is
-duidelijk, dat wij allen dan één lijn moeten trekken en wij twijfelen niet,
-of wij moeten antwoorden, dat wij ons door niemand laten beletten ons ambt u
-it te oefenen, dus voor geen dreigementen op zij gaan.
-
-<107>
-
-Daarom had hij onder het stuk laten zetten, ging de aartsbisschop voort, "dat
-de pastoors inzake het voorlezen van herderlijke brieven zich uitsluitend hebben
-te houden aan de instructie van hun bisschop." Dan wisten ook zij wat zij casu
-quo te doen hadden, zo besloot hij.
-
-Zo werd op zondag 21 februari in alle Rooms-Katholieke kerkdiensten het herderlijk
-schrijven voorgelezen. Daarin werd allereerst het volledige protest gericht aan
-Seyss-Inquart geciteerd. Daarna volgde:
-
-Dierbare gelovigen! Bij alle onrecht dat geschiedt en het leed, dat wordt geleden,
-gaat onze deelneming zeer in het bijzonder uit naar de jeugdige personen die met
-geweld uit het ouderlijk huis zijn weggevoerd, alsook naar de Joden, en naar onze
-katholieke geloofsgenoten die uit het Joodse volk zijn voortgekomen, die aan zulk
-groot lijden zijn blootgesteld.
-Bovendien echter gevoelen Wij Ons gegriefd door het feit, dat voor de uitvoering
-van de tegen deze twee groepen van personen genomen maatregelen de medewerking
-wordt geëist van onze eigen landgenoten zoals van autoriteiten, van ambtenaren,
-van bestuurders van inrichtingen.
-Beminde gelovigen, het is Ons bekend, in welk een gewetensnood daardoor de
-betrokken personen geraakt zijn. Welnu: om alle twijfel en onzekerheid omtrent
-dit punt bij u weg te nemen, verklaren Wij met alle nadruk, dat medewerking in
-dezen in geweten ongeoorloofd is. En, mocht het weigeren van medewerking offers
-van u vragen, weest dan sterk en standvastig in het besef, dat gij voor God en
-de mensen uw plicht doet.
-Dierbare gelovigen! Machtsmiddelen staan ons niet ten dienste. Des te meer wekken
-Wij u op tot het uiteindelijk nooit falende middel van een smekend gebed, dat God
-spoedig medelijden moge hebben met Ons en de wereld.
-
-Bij de Gereformeerden was de oproep tot gebed in plaats van de afkondiging van
-het protest gekomen. Bij de Katholieken daarentegen kwam het gebed helemaal aan
-het eind, na de afkondiging van het protest en van de oproep om niet mee te doen
-aan het onrecht. Dat was veel sterker.
-
-De bisschoppen hadden bovendien de klem van de oproep tot dienstweigering op
-geen enkele manier afgezwakt. Integendeel, zij hadden die in hun eigen herderlijk
-schrijven herhaald en aangescherpt.
-
-<108>
-
-Stokman vermeldt nog: "Ernstige pogingen zijn in het werk gesteld om hen (nl.
-politie-agenten die opdracht kregen Joden op te halen) tot een algemeen en
-consequent volgehouden weigering van deze opdrachten te brengen, doch dit is
-slechts ten dele gelukt. [7.6]
-
-e. Resultaat?
-
-"Ten dele gelukt", dat weten we:
-
-Wanneer een zestal Rooms-Katholieke agenten van politie op 24 februari 1943 de
-Utrechtse hoofdcommissaris meedelen, dat zij op grond van een in de kerk op 21
-februari voorgelezen herderlijk schrijven zouden weigeren, indien daartoe bevolen,
-Joden te arresteren, dreigt deze hoofdcommissaris met ontslag zonder pensioen,
-gage of wachtgeld, terwijl zij, die hem van hun voorgenomen weigering geen
-mededeling doen en zich toch daartoe verstouten, 'als saboteurs zullen worden
-beschouwd met alle ernstige gevolgen daaraan verbonden.' Hier voegen wij aan
-toe, dat de zes voornoemd meteen door de Duitsers werden gezocht; men arresteerde,
-toen zij ondergedoken bleken, hun vrouwen en kinderen.
-
-Aldus Presser. [7.7]
-Dat waren zes Katholieke agenten in Utrecht. Waren er meer RK agenten die
-weigerden, en waren er ook Protestantse?
-Volgens de gegevens verstrekt door L. de Jong zagen vele leden van het
-politiekorps te Utrecht, die eerst mee hadden willen doen, daarvan af omdat
-"pogingen die van Utrecht uit ondernomen waren om de politiekorpsen van Amsterdam,
-Den Haag en Rotterdam tot een collectieve weigering te bewegen, geen enkel
-succes hadden." [7.8]
-De Jong noemt verder de weigering van het hele politiecorps te Enschede, maar
-onder zware pressie hielden slechts vier stand die onderdoken. Verder werden
-twee weigeraars te Assen gearresteerd (een hunner kwam om in Dachau), elf in
-Grootegast werden naar Vught gebracht, vijf te Nunspeet eveneens. Toen de elf
-van Grootegast geteld werden, zei een Duitser; "Er zijn er toch elf, ja, es
-stimmt". Waarop een van de gevangenen, Boonstra, zei: "Het is fout, er zijn er
-twaalf, u hebt God vergeten, Hij' gaat altijd met ons mee." Ook Boonstra kwam
-om in Dachau.
-
-Huizing en Aartsma schreven:
-
-<109>
-
-Wat de politieorganisaties nalaten, doen de kerken. Wat de meeste politie-chefs
-niet durven, nemen talrijke predikanten en priesters voor hun verantwoording.
-De kerk laat zich horen bij ethische vragen over racisme, dwangarbeid, deportatie
-van Joden, de jacht op mensen. Het blijken dan ook vooral gelovige politiemensen
-te zijn die in verzet komen.
-
-Dezelfde auteurs noemen nog vier politieagenten te Kampen die geweigerd hebben
-om Joden op te halen. [7.9]
-Desondanks blijft het een onloochenbaar feit dat de overgrote meerderheid (ook
-van hen die tot een kerk behoorden) voor de druk bezweken is en wél heeft meegewerkt.
-
-Dat het protest van de kerken - behalve tot politieagenten - ook tot andere
-functionarissen gericht was en hen aansprak, moge blijken uit een protestbrief
-van zeven burgemeesters in Noord-Holland, gericht tot vier secretarissen-generaal.
-De formulering van deze brief is hier en daar letterlijk overgenomen uit het
-kerkelijk protest.[7.10] Een veel groter aantal burgemeesters ondertekende een
-andere, soortgelijke brief.
-Maar de toenmalige burgemeester van de gemeente Renkum was een Gereformeerde broeder.
-Als er een bevel kwam om Joden in de gemeente op te halen ging hij, het hoofd van
-de politie, een paar dagen met vakantie. Als hij terugkwam, was de arrestatie
-geschied. Na de oorlog hebben we geprobeerd deze man in het kader van de zuivering
-weg te krijgen; dat is ons niet gelukt.
-
-Wie nu hen die toen faalden be- en veroordeelt, diene te bedenken dat de prijs
-voor weigering hoog was: diverse politiemannen werden gearresteerd en sommigen
-hunner kwamen om. Wie onderdook ging een onzekere toekomst tegemoet; de grote
-groei van de LO (Landelijke Organisatie tot steun aan onderduikers) vond pas
-zomer 1943 plaats. Voor die tijd was het een klemmende vraag: wie zorgt er voor
-de zo noodzakelijke (distributie-) bonkaarten, als je onderduikt? Bovendien kwam
-ontslag zonder pensioen hard aan: de crisis-jaren lagen nog vers in het geheugen.
-Velen kenden uit eigen ervaring de vloek van de werkeloosheid.
-Mogelijk was een van de belangrijkste resultaten van de kerkelijke oproep tot
-dienstweigering: bevordering van de bereidheid om onder te duiken, ook al deed
-men dat nog niet op stel en sprong. Zomer 1943 groeide het aantal van hen die
-als politieman verdwenen, met medeneming van hun wapens.
-
-<110>
-
-Intussen had de Landelijke Organisatie zich uitgebreid als een olievlek. Schrijver
-dezes was in zijn dorp "plaatselijk leider" (zo heette dat) van deze organisatie
-geworden. Via het LO-netwerk kreeg ik de vraag of een zekere politieman Cornelis
-van Veldhuizen betrouwbaar was. Dat was Kim; we waren samen naar school gegaan
-en hadden op dezelfde jongelingsvereniging gezeten. Ik liet weten: "100 % betrouwbaar".
-Kort daarna dook Kim onder met medeneming van zijn wapens. Hij trad toe tot een
-KP (= knokploeg: een gewapende groep die distributiebureaus en gemeentehuizen
-overviel, teneinde bonkaarten en persoonsbewijzen voor onderduikers te bemachtigen).
-Daarop werden Kims ouders, een broer en zijn verloofde gearresteerd en overgebracht
-naar het concentratiekamp te Vught. Toen Kim desondanks niet boven water kwam,
-werden ze na een half jaar vrijgelaten.
-
-III
-
-8. STERILISATIE; DE, "Joden-GOD";
-DE "GEMENGD GEHUWDEN"
-
-a. De situatie (begin mei - november 1943)
-
-Op 7 mei werd bekendgemaakt dat alle mannen van 18 - 35 jaar zich bij de Arbeids-
-bureaus zouden moeten melden, voor tewerkstelling in Duitsland. Een week later
-kwam het bevel tot inlevering van alle radio's. De Engelsen bombardeerden met
-succes twee stuwdammen in Duitsland, waardoor grote schade werd aangericht.
-Op 9 juli landden de geallieerden op Sicilië; vrij snel daarna (25 juli) werd
-Mussolini afgezet. Op 8 sept. volgde de capitulatie van Italië en de dag daarop
-landden de geallieerden bij Salerno; de Engelsen waren definitief terug op het
-vasteland van Europa.
-Die zomer lanceerden de Duitsers een groot offensief in Rusland en boekten
-aanvankelijk enige terreinwinst; maar het offensief liep vast, de Russen begonnen
-hun tegenaanval en heroverden op 8 november de stad Kiew.
-In het verre Oosten maakten de Amerikanen gestadig vorderingen; 20 november
-landden ze op de Gilbert-eilanden.
-
-10 mei (1943): Drie jaar hebben we nu oorlog. Drie jaar van onderdrukking,
-bezetting, slavernij, bloed en tranen. Het lijkt onoverkomelijk, als men alles
-van te voren zou weten; toch is ons gezinsleven nog betrekkelijk normaal, en
-kunnen we zelfs op z'n tijd nog echt plezier hebben en lachen.
-Zaterdagmorgen werd er bekendgemaakt, dat alle mannen van 18 - 35 jaar zich
-voor de "Arbeidsinzet" moeten melden. Nu zijn onze jongens eindelijk ook de pier.
-Enfin, ze zullen geen gemakkelijke aan ons hebben. In het begin waren we nogal
-ontdaan, maar bij nader inzien beschouwen we deze maatregel als de laatste stuip-
-trekkingen van het wilde beest. Want zaterdagmorgen werd er nog een ander bericht
-bekendgemaakt: n.l. de val van Tunis en Bizerta.
-13 mei: Thee surrogaat en juspoeder zijn nu ook op de bon.
-19 mei: Drie jaar hebben we gewacht, gewacht... en nu eindelijk lijkt bet zo
-dichtbij. Misschien duurt het nog een half jaar, een jaar, maar het kan haast
-niet meer. Zo lang houden we het nu niet meer uit.
-23 mei: Dinsdag moeten de jongens zich melden die in '22 en '23 geboren zijn.
-Nu is eindelijk één van onze jongens de klos n.l. Wim. Natuurlijk zal bij zich
-niet gaan melden. Dat wordt onderduiken.
-
-<112>
-
-Zoals reeds in het vorige hoofdstuk vermeld, werd per 14 mei 1943 aan alle Joden
-het verblijf in Amsterdam verboden tenzij men een speciale vrijstelling had.
-Op 25 juli werd er een geheim bericht door de Sicherheitsdienst naar Berlijn
-gezonden: "Van de 140.000 Joden in Nederland zijn er thans 102.000 weg, waarvan
-72.000 gedeporteerd...'
-Nu ging de aandacht zich richten op de groepen waarvan de deportatie nog was
-uitgesteld. Daartoe behoorden de "gemengd-gehuwden". Er waren er in Nederland
-ruim 12.000, waaronder ongeveer 1500 mannen en ruim 1000 vrouwen die geen kinderen
-hadden, De kinderloze gemengd-gehuwden moesten naar Westerbork gevoerd worden,
-maar wat betreft de overige gemengd gehuwden diende er "naar vrijwillige
-sterilisatie gestreefd te worden", aldus W. Harster, bevelhebber van de
-Sicherheitsdienst. Als bewijs van de "vrijwilligheid" zouden de betrokkenen
-dienaangaande een schriftelijke verklaring hebben af te leggen.
-Op 13 augustus werden de patiënten van het Nederlands Israëlietisch Ziekenhuis
-te Amsterdam naar Westerbork gedeporteerd. Op 29 september werden er nog 3000
-Joden te Amsterdam opgehaald die tot nader order van deportatie vrijgesteld
-waren geweest; onder hen de twee voorzitters van de Joodse Raad. Hun werk was
-afgelopen.
-
-b. Mooi Nederlands, geschreven in het Duits
-
-De gemengd-gehuwden die al in Westerbork waren (600 zonder, maar 103 met kinderen)
-werden op 14 mei voor de "vrijwillige" keus gesteld: sterilisatie of deportatie.
-Het hele kamp sprak over de nieuwe maatregel, en vermoedelijk daardoor kwam de
-zaak ter ore van het te Amsterdam gevestigde "Advies-bureau ten bate van niet-
-Arische christenen", waarvan de Hervormde predikant dr. J. Koopmans de drijvende
-kracht was. Indertijd had hij de hier eerder vermelde brochure Bijna te laat
-geschreven.
-Koopmans nam onmiddellijk contact op met de vertegenwoordigers van de kerken in
-het I.K.0. Men verzocht hem, een concept op te stellen hetwelk hij zonder dralen
-deed.
-Vaak malen kerkelijke molens langzaam, maar ditmaal was dat niet het geval. Het
-protest tegen de sterilisatie werd door alle leden van het I.K.O. goedgekeurd,
-ondertekend en vervolgens aan Seyss-Inquart gezonden. Het was gedateerd 19 mei
-1943, en luidde als volgt:
-
-<113>
-
-Na al hetgeen waartegen de Christelijke Kerken in Nederland zich in de jaren der
-bezetting reeds gedwongen hebben gezien bij Uwe Excellentie ernstige bezwaren in
-te brengen, met name als het ging om de Joodse burgers van ons land, gebeurt er
-op het ogenblik iets zo ontzettends, dat wij onmogelijk kunnen nalaten in de
-Naam van onze Heer een woord tot Uwe Excellentie te richten.
-Wij hebben ons reeds beklaagd over verschillende daden van de bezettende macht,
-die indruisen tegen de geestelijke grondslagen van ons volk, dat sinds de tijd
-van zijn ontstaan althans getracht heeft met zijn regering onder het woord van
-God te leven.
-Nu heeft men in de laatste weken een begin gemaakt met de sterilisatie van de
-zogenaamd gemengd gehuwden. Maar God, die hemel en aarde geschapen heeft en wiens
-gebod voor alle mensen geldt, voor wie ook Uwe Excellentie eenmaal rekenschap
-zal moeten afleggen, heeft tot de mens gezegd: Weest vruchtbaar en vermenigvuldigt
-u (Gen. 1: 28). De sterilisatie betekent een verminking naar lichaam en ziel, die
-lijnrecht in strijd is met het goddelijk gebod, dat wij de naaste niet zullen
-"onteren, haten, kwetsen of doden". De sterilisatie betekent een schennis zowel
-van goddelijke geboden alsook van menselijk recht. Zij is de uiterste consequentie
-van een antichristelijke en volksvernietigende rassenleer, van een mateloze
-zelfverheffing, van een wereld- en levens­beschouwing die een waarlijk christelijk
-en menselijk leven onmogelijk maakt.
- Gij, Excellentie, zijt op het ogenblik in Nederland in feite de hoogste politieke
-autoriteit. Aan U is het, zoals de zaken thans staan, toevertrouwd recht en orde in
-dit land te handhaven - toevertrouwd niet alleen door de leider van het Duitse Rijk,
-maar krachtens een ondoorgrondelijke beschikking ook door die God, die de Christelijke
-Kerk op aarde verkondigt. Voor U gelden, op dezelfde wijze als voor alle andere
-mensen, maar nog in het bijzonder omdat Gij nu eenmaal deze hoge plaats bekleedt,
-de geboden van de Heer en Rechter der gehele aarde.
-Daarom zeggen de Christelijke Kerken in Nederland in opdracht van God en op grond
-van Zijn Woord tot Uwe Excellentie: het is de plicht van Uwe Excellentie de
-schandelijke praktijken dergenen, die de sterilisatie toepassen, te verhinderen.
-Wij maken ons geen illusies. Wij zijn ons wel bewust, dat wij nauwelijks kunnen
-verwachten dat Uwe Excellentie acht zal geven op de stem der Kerk, dat is op de
-stem van het Evangelie, dat is op de stem van God. Maar wat men menselijkerwijs
-gesproken niet kan verwachten, dat mogen wij in het christelijk geloof hopen.
-De levende God heeft macht ook het hart van Uwe Excellentie te neigen tot bekering
-en gehoorzaamheid. Dat bidden wij dus van God, Uwer Excellentie en ons lijdend
-volk ten goede.
-
-<114>
-
-De woorden "de naaste niet onteren, haten, kwetsen of doden" zijn een aanhaling
-uit het antwoord van de Heidelbergse Catechismus (zondag 40) op de vraag: "Wat
-eist God in het zesde gebod"? (Gij zult niet doden).
-
-De Oud-Katholieke aartsbisschop schreef kort daarop (8 juni) aan ds. Gravemeyer:
-
-(...) Hedenmorgen ontving ik van particuliere zijde een afschrift van een "protest"
-van 9 kerken in zake de sterilisatie-zaak. Tegelijkertijd verneem ik, dat zelfs
-Rooms-Katholieken er hun bevreemding over uitspreken en het betreuren, dat onze
-kerk niet onder de ondertekenaars behoort. Mijn medebisschoppen en ik moeten dit
-van harte beamen: wij behoorden eveneens daaronder te staan... [8.1]
-
-Daarop stuurden de bisschoppen van de Oud-Katholieke kerk een brief aan de
-Rijkscommissaris waarin zij hun instemming met het protest tegen de sterilisatie
-betuigden.
-
-Het protest werd niet vanaf de kansels voorgelezen, wel aan alle kerkenraden
-toegezonden. De Gereformeerde deputaat dr. A.A.L. Rutgers voorzag het stuk
-van de aantekening: "Dit adres is niet bestemd voor publicatie of voor mededeling
-van de kansel; overigens is geheimhouding niet vereist maar acht ik het zelfs
-gewenst, dat de gemeente kennis draagt van dit adres."
-Touw wijst erop, dat de toon van het protest wel een heel andere was dan die van
-het eerste request over de maatregelen tegen de Joden (okt. 1940). Hij acht "dit
-profetisch getuigenis een der aangrijpendste documenten uit de gehele strijd der
-kerk tegen het goddeloze nationaal-socialisme. De toon doet denken aan die van
-de grootste documenten uit klassieke tijden: aan Guido de Bres, aan John Knox."
-Herzberg vindt dat het "tot het mooiste Nederlands behoort dat ooit in het Duits
-is geschreven." [8.2]
-Ook ditmaal kwam er geen rechtstreeks antwoord van Seyss-Inquart, maar zijn
-voornaamste Sachbearbeiter op kerkelijk gebied, prof. H. Nelis, deelde mee dat
-de sterilisatie op basis van vrijwilligheid plaatsvond, dat Rauter ermee belast
-was en de kerken zich dus tot hem dienden te wenden. Waarop de kerken nogmaals
-aan Seyss-Inquart een brief gestuurd hebben waarin zij schreven dat zij "Uwe
-Excellentie beschouwen als de uiteindelijk verantwoordelijke voor alles wat in
-ons land gedurende de bezettingsjaren geschied is en nog geschiedt."
-
-<115>
-
-c. De Joden-God" en de "Joden-bijbel"
-
-Een voorbeeld van wel langzaam malende kerkelijke molens was de ontstaansgeschiedenis
-van het tweede Hervormde Herderlijk schrijven. In oktober 1942 besloot de Hervormde
-Synode al tot een geschrift, waarin de tegenstelling tussen het Christelijk geloof
-en het nationaal-socialisme duidelijk zou worden uiteengezet.
-Het concept was, op verzoek van dr. K.H. Miskotte, geschreven door ds. R. Bijlsma.
-Door allerlei omstandigheden (aldus Touw) duurde het geruime tijd eer het gereed was.
-Op 30 mei 1943 werd het besproken in de Algemene Synodale Commissie, die het stuk
-ter uiteindelijke beslissing aan de Synode zond; ds. Gravemeyer had het direct
-willen doen uitgaan naar de gemeenten. De Synode besprak het op 19 juli, waarbij
-wel diverse bezwaren gemaakt werden; o.a. werd opgemerkt dat het nationaal-
-socialisme toch al aan het afbrokkelen was... Anderen daarentegen vonden het een
-voortreffelijk stuk. Ten slotte besloot men met algemene stemmen om het te doen
-uitgaan naar kerkenraden en predikanten. Op 25 oktober 1943 werd meegedeeld, dat
-alle exemplaren verzonden waren.
-
-De Herderlijke Brief, getiteld "Christelijk geloof en Nationaal Socialisme",
-bespreekt, na een uitvoerige inleiding, de onderwerpen:
-1. Een andere God; 2. Een andere zedelijkheid; 3. Het antisemitisme; 4. Het
-volk; 5. Bloed en bodem; 6. De staat; waarna het besluit met het concluderende
-"Een onverzoenlijke tegenstelling", waarop dan nog een beschouwing over "opzicht
-en tucht" volgt.
-Het hele schrijven is ongemeen boeiend, zeker wanneer men zich tijdens het lezen
-rekenschap blijft geven van het feit dat het onder Duitse bezetting opgesteld,
-goedgekeurd, en verspreid is. Toch nemen we hier alleen het gedeelte over het
-antisemitisme over:
-
-Het scherpst is deze "andere God" en deze "andere zedelijkheid" te herkennen in
-het principieel antisemitisme. Dat het volk Israël met fanatieke hartstocht wordt
-gehaat, vervolgd en met voorbedachten rade planmatig uitgeroeid is, is een
-verschijnsel dat zich in deze vorm in de geschiedenis nog niet heeft voorgedaan;
-het zijn dan ook tenslotte geen strategische, economische, culturele gronden
-die daarvoor kunnen worden aangevoerd; het zit dieper en dat moet de Kerk goed zien.
-
-<116>
-
-De grondeloze en mateloze haat tegen de Joden is een uitvloeisel van de natuurlijke
-afkeer, die men ondervindt tegenover de "Joden-God" en de "Joden-Bijbel". Deze
-smaad en deze laster in vele geschriften verbreid en tot de geestelijke spijze
-van miljoenen gemaakt (wel te verstaan onder een staatsvorm, waarin de Staat en
-de Staat alléén verantwoordelijk is en verantwoordelijk wil zijn inzake de
-voorlichting van het volk, waarbij dus nimmer, als onder een democratisch
-staatsbestel, aan de willekeur van particuliere personen of groepen kan worden
-toegeschreven wat er publiekelijk wordt gesproken en geschreven) behoort voor
-de christelijke Kerk een onmiskenbaar bewijs te zijn dat het geloof zelf in
-zijn diepste fundamenten wordt aangetast.
-De Kerk mag zich niet ontveinzen, dat ook in dit opzicht een schriftuurlijke
-voorlichting der gemeente dringend noodzakelijk is; want er zijn nog steeds
-gemeenteleden, die weliswaar de systematische verdelging van onze Joodse
-medemensen en medeburgers verafschuwen, maar anderzijds hun natuurlijke afkeer
-van de Jood rechtvaardigen met het oordeel Gods. Dat Israël, ofschoon het Jezus
-als de Messias niet erkend heeft, ons veel meer verwant is in herkomst en
-belijdenis van het heldendom, dat zich opwerpt als zijn bestraffer, verstaan
-sommigen niet helder genoeg. Het raadsel van de Joden en hun tijdelijke
-verharding mag nimmer dienen als motief om dit antisemitisme goed te praten;
-dat God een zaak heeft met de Joden, betekent niet dat wij en anderen, die
-van nature heidenen zijn, nu ook een zaak met hen zouden hebben. De waarschuwing
-van Rom. 11: 20 (n. b. tot christenen!): "wees niet hoog gevoelende, maar vrees",
-moet steeds haar volle kracht blijven behouden. In het antisemitisme leeft zich
-de hoog moedige levenshouding uit, die bij christenen (laat staan bij heidenen!)
-vooral in crisis-tijden alle bezinning overwoekert, zelf een nieuw farizeïsme
-kweekt en tenslotte in een volkomen verharding tegenover Gods oordeel en genade
-overgaat. Omdat de kiem daarvan ook in ons allen leeft, daarom kan deze
-verschrikkelijke zonde alleen maar en telkens weer door het geloof in Christus'
-verzoenende gerechtigheid overwonnen worden.
-
-Inderdaad, dit was een voortreffelijk stuk; niet alleen het door ons geciteerde
-gedeelte over het antisemitisme. Maar juist in dat gedeelte treft me weer het
-woord "verharding". We kwamen dat woord al eerder tegen, nl. in het memorandum
-waarmee ds. Buskes het antisemitisme (en de noodzaak er iets tegen te doen!)
-in het Convent van Kerken aan de orde stelde. Het is een woord, indertijd door
-de apostel Paulus gebruikt: "Want, broeders, opdat gij niet eigenwijs zoudt
-zijn, wil ik u niet onkundig laten van dit geheimenis: een gedeeltelijke verharding
-is over Israël gekomen, totdat de volheid der heidenen binnengaat, en aldus zal
-gans Israël behouden worden" (Romeinen 11:25, vert. NBG).
-
-<117>
-
-Wat heeft Paulus bedoeld, en hoe functioneerden zijn woorden bij de schrijver
-van de herderlijke brief? Zelfs een poging deze vragen hier te beantwoorden zou
-ons te ver voeren. Daarom beperken we ons tot de opmerking dat we het gebruik
-van het woord verharding in de herderlijke brief betreuren, en evenzo de
-uitdrukking "dat God een zaak heeft met de Joden".
-
-Touw bericht dat de invloedssfeer van dit stuk soms beperkt was: de risico's
-die aan de publicatie ervan verbonden waren, verhinderden een algemene
-verspreiding. Het stuk was geadresseerd aan de kerkenraden en soms durfde
-men de herderlijke brief niet te bespreken. Eens zelfs weigerde de voorzitter
-van de kerkenraad bespreking, de brief werd opgeborgen in een trommel met een
-letterslot en lag daar ter inzage van kerkenraadsleden. Op andere plaatsen
-evenwel werd het herderlijk schrijven terdege bestudeerd en doorgegeven, op
-bijbelkringen, cursussen en jeugd­samenkomsten. Ook werkte het veelszins door
-in de prediking.
-Het Algemeen Handelsblad (30 maart 1944) besprak de brief in een uitvoerig
-artikel: "onschriftuurlijk, onwaardig en verblind". Touw daarentegen acht de
-herderlijke brief een der hoogtepunten van het kerkelijk verzet. "Dit stuk had
-voor de geestelijke strijd tegen de bezetter geen mindere betekenis dan een
-jaargang van de zo fel vervolgde ondergrondse pers."
-
-d. "Gemengd-gehuwde"Joden
-
-Een andere Duitse maatregel maakte het de niet-Joodse partner in een "gemengd
-huwelijk" mogelijk om zich via een eenvoudige procedure van de Joodse partner
-te laten scheiden. Ook hiertegen hebben de kerken die verenigd waren in het
-I.K.O. scherp geprotesteerd, in een brief aan Seyss-Inquart gedateerd 14 oktober
-1943:
-
-Meer dan eens hebben de Christelijke Kerken in Nederland zich tot Uwe Excellentie
-gewend in aangelegenheden betreffende de Joodse burgers van ons land, die van
-oudsher in Nederland gevestigd en in ons volksleven opgenomen waren. Uw Excellentie
-heeft gemeend, naar het dringende woord van vermaan van de Kerken niet te moeten
-horen.
-
-<118>
-
-In de laatste tijd zijn de meeste van onze tot nu toe nog in zekere vrijheid
-levende Joodse medeburgers weggevoerd. Voor deze als ook voor de zeer kleine
-groep, die nu nog over is, wordt een dringend beroep gedaan op Uwe Excellentie
-om hen niet allen uit Nederland te laten wegvoeren, maar veeleer hun in Nederland
-een bevoorrechte behandeling toe te staan.
-Verder zijn de Kerken ernstig verontrust in verband met de tekenen die er op
-wijzen, dat men van Duitse zijde nu aan het probleem van het zogenaamde gemengde
-huwelijk opnieuw bijzondere opmerkzaamheid wijdt, en dat een van de overheid
-bewerkte scheiding althans bij een aantal dezer huwelijken in de bedoeling ligt;
-deze bedoeling kan, gelijk ook bij de sterilisatie geschiedde, door een
-voorgewende vrijwilligheid als meer onschuldig voorgesteld worden.
-De Kerken roepen ook nu Uwe Excellentie op 't nadrukkelijkst toe: De weg der
-ontbinding van het huwelijk mag niet betreden worden.- De Here Jezus zegt -
-en Hij zegt het niet slechts tot Zijn Kerk maar tot heel de wereld, ook tot
-Uwe Excellentie - Wat God samengevoegd heeft, scheide de mens niet" (Mattheus 19:6).
-De Kerken doen derhalve een zeer dringend beroep op Uwe Excellentie, om deze
-kleine, tot nu toe ook reeds voor uitzonderingsbepalingen in aanmerking komende
-groepen, nu ook in de in de laatste tijd voor enigen van ben geopende mogelijkheid,
-om van bepaalde, voor Joden geldende beperkingen bevrijd te worden, te laten delen.
-De om menigvuldige redenen groeiende onrust en verontwaardiging kunnen niet afnemen,
-als voortgevaren wordt met maatregelen, die het Nederlandse volk in zijn diepste
-religieuze en morele gevoelens kwetsen.
-
-De toon van dit protest is krachtig; de argumenten zijn deels ontleend aan de
-bijbel, deels ook gebaseerd op algemene overwegingen die Seyss-Inquart meer zullen
-hebben aangesproken. Men proeft er, evenals in het protest tegen de sterilisatie,
-sterke gevoelens van verontwaardiging in.
-
-Toen het leek alsof de Rijkscommissaris zich aan eenmaal gedane beloften zou
-onttrekken, kwamen de Kerken nogmaals op voor de "gemengd-gehuwden", in een
-brief gedateerd 17 maart 1944, en op 1 april 1944 zonden ze een telegram,
-diezelfde dag nog gevolgd door een uitvoeriger brief.
-
-Heeft het allemaal iets geholpen? Misschien wel. In ieder geval hebben de
-meeste "gemengd-gehuwden" het Duitse schrikbewind overleefd. Ofschoon Rauter
-vond dat eigenlijk alle gemengd-gehuwden met een Joodse mannelijke partner
-naar het Oosten moest verdwijnen: "Wir werden mit diesen Fallen sonst ewig
-Schwierigkeiten haben." [8.3]
-
-<119>
-
-Maar men was bezorgd voor reacties vanuit de Nederlandse bevolking. Ook het
-feit dat een nederlaag voor Duitsland zich steeds duidelijker aftekende, heeft
-ongetwijfeld een rol gespeeld.
-Wielek noemt "de bemoeiingen der Hervormde Synode- (lees: het Interkerkelijk
-Overleg) als de eerste factor - naast twee andere - waaraan het te danken is
-dat het grootste deel der gemengd-gehuwden in Nederland mocht blijven. [8.4]
-
-<120>
-
-9. DE Joden-CHRISTENEN
-
-a. Duitse beloften
-
-Al eerder - in hoofdstuk 6 - hebben we de gang van zaken besproken rondom het
-al of niet voorlezen van het protest tegen de deportaties dat aan Seyss-Inquart
-was gezonden. Een van diens naaste medewerkers, Schmidt, had daarop ds. H.J.
-Dijckmeester (vervanger van ds. Gravemeyer die gegijzeld was) ontboden en hem
-meegedeeld dat de Christen-Joden die voor 1 januari 1941 gedoopt waren,
-vrijgesteld zouden worden van "Verschickung".
-Ds. Dijckmeester heeft daarop geantwoord dat de kerken voor deze toezegging
-erkentelijk waren, maar natuurlijk het standpunt handhaafden dat het protest-
-telegram zou worden voorgelezen. Zoals al eerder beschreven: de Hervormde Synode
-besloot uiteindelijk, het telegram niet voor te lezen. De andere kerken deden
-dat wel, waarop de RK-gedoopte Joden - voor zover niet "gemengd-gehuwd" - door
-de Duitsers gevangen genomen, naar Auschwitz gedeporteerd en aldaar vermoord werden.
-Voor de Protestants-gedoopte Christen-Joden bleef de Duitse toezegging van kracht.
-Hoe lang? Dat wist niemand.
-
-De kerken probeerden allereerst, de norm die voor "vrijstelling gold te verwijden
-en zodoende het aantal vrijgestelden te vergroten. Daarbij werd geargumenteerd
-dat ook wie op de cruciale datum kerkelijk onderricht ontving, ja zelfs zij die
-toen al regelmatig de kerkdiensten bezochten, toch eigenlijk behoorden tot de
-kerk... Besprekingen werden gevoerd met Schmidts medewerker, F. Buhner. Met hem
-werd overeengekomen:
-"Geacht moeten worden tot een Christelijke Kerk te behoren zij:
-1. die geboren zijn uit tot de Kerk behorende ouders;
-2. die onderwijs in de Christelijke leer ontvangen met de bedoeling tot belijdenis
-des geloofs te komen;
-3. die de godsdienstoefeningen regelmatig bijwonen en met wie de Kerkenraad
-geestelijk contact heeft;
-4. die gedoopt zijn;
-5. die belijdenis des geloofs hebben afgelegd
-
-<121>
-
-De "bedoeling" genoemd onder 2 moest voor 1 januari 1941 gebleken zijn en dat
-gold ook het "regelmatig" bijwonen van kerkdiensten.
-
-Onder normale omstandigheden zou geen enkele kerk personen die onder 2 en 3
-vielen, als lid hebben beschouwd. Voor de Duitsers was het niet na te gaan of
-iemand inderdaad "onderwijs in de Christelijke leer" ontving en/of geregeld
-kerkdiensten bezocht, en sinds wanneer.
-De namen van hen die door een kerk als haar leden werden beschouwd werden op
-een lijst gezet, die naar de Duitsers ging. Die lijst gaf ook aan tot welke
-van de vijf "categorieën" iemand behoorde. De betrokkene zelf ontving van de
-kerk een z.g. bewijs van kerkelijke Angehörigkeit.
-Het was een tijd waarin men zich aan iedere strohalm vastgreep; op een lijst
-staan scheen te helpen; je had de lijst-Weinreb, de lijst-Calmeyer, de lijst-
-Frederiks en de lijst van de z.g. Diamant-gruppe, om enkele te noemen. De meeste
-lijsten "platzten" (vervielen) op een zeker moment, maar niet alle: zo heeft de
-lijst-Calmeyer het, wonder boven wonder, tot het einde van de oorlog toe
-volgehouden.
-Het Adviesbureau dat door de Hervormde kerk te Amsterdam was geopend (20 augustus
-1942) en onder leiding stond van de bekende dr. J. Koopmans (schrijver van de
-brochure Bijna te laat en ook, in 1943, van het protest tegen de sterilisatie)
-hield driemaal per week zitting in de Nieuwe Kerk. Het werd overstelpt met
-schriftelijke en telefonische verzoeken om op de lijst geplaatst te worden.
-Aldus Touw.
-Het is ook Touw die vertelt dat een predikant tot een jaar gevangenisstraf
-veroordeeld werd wegens Schriftverfalschung, omdat hij een geantedateerde
-verklaring van "Angehörigkeit" had afgegeven. Een andere predikant daarentegen
-("gelukkig een hoge uitzondering") had er bezwaar tegen om een Joods gezin dat
-trouw de kerkdiensten bezocht te dopen, want "mijn vrouw is zo bang dat ik iets
-doe waar de bezettende macht zich aan stoot."
-
-<122>
-
-b. Geen Gereformeerde "haastdoop"
-
-Delleman, de Gereformeerde geschiedschrijver, heeft in zijn Opdat wij niet
-vergeten enkele hoofdstukken samen met anderen geschreven; het schrijven van
-een paar hoofdstukken liet hij over aan een direct-betrokkene. Zo is hoofdstuk
-IV (Het kerkelijk verzet) geschreven samen met Donner, Van Dijk en Rutgers die,
-ieder op zijn beurt, de Gereformeerde vertegenwoordigers in het I.K.O. waren
-geweest. Hoofdstuk V, "Het Jodendom en de Kerk in bezettingstijd", is evenwel
-van de hand van ds. Jac. van Nes. We kwamen hem al tegen in ons eerste hoofdstuk
-als missionair predikant (sinds 1916) onder de Joden te Den Haag, ook zijn
-opvatting (voor de oorlog!) "dat er in het algemeen drie tot vier jaar
-catechetisch onderwijs nodig was voor men tot dopen kon overgaan", kwam reeds
-ter sprake.
-Alle Gereformeerde kerkenraden kregen - zomer 1942 - het verzoek om de namen
-van de Joodse Christenen, voor wie dus vrijstelling van deportatie moest worden
-aangevraagd, te zenden aan het Kerkelijk bureau van de Gereformeerde kerk van
-'s Gravenhage-West. In de desbetreffende circulaire wordt gewaarschuwd:
-
-De kerkenraad houde er voorts rekening mede, dat te verwachten is, dat van
-Duitse zijde een onderzoek zal worden ingesteld naar de juistheid der verstrekte
-gegevens, waarvoor dus alle op deze aangelegenheid betrekking hebbende gegevens
-aanwezig moeten zijn.
-
-Ds. Van Nes heeft een en ander - en zijn eigen opvattingen - uitvoerig weergegeven
-in zijn drie-maandelijkse rapporten en later heeft hij uit die rapporten geciteerd
-ten behoeve van zijn hoofdstuk in Delleman:
-
-Wij kennen in onze Gereformeerde Kerken geen "haastdoop". 't Schijnt helaas, dat
-er in de Nederlands Hervormde Kerk wel zijn, die zulk een doop voor mogelijk achten.
-Er hebben zich gevallen voorgedaan in die kerk, dat Joodse personen eerst gedoopt
-werden en daarna onderwijs ontvingen.
-Wij betreuren dat ten zeerste. En wij weten, dat er in de Nederlands Hervormde
-kring zelf ook bezwaar tegen gemaakt is. Van de zijde der synode is er dan ook
-een waarschuwing aan de kerken gezonden. Zulke "sneldopen" verzwakken de betekenis
-van de doop voor het besef van de Joden en van de overheid aan wie het doopbewijs
-wordt getoond en brengen degenen, die na ernstige voorbereiding gedoopt werden,
-in gevaar dat hun doop ook niet als serieus wordt beschouwd.
-
-Nog een citaat van Van Nes (ook dit komt zowel in een van zijn rapporten als ook
-in "Delleman" voor):
-
-<123>
-
-Wat moeten wij dankbaar zijn, dat de Duitse autoriteiten de bepalingen voor de
-Christen Joden hebben willen uitbreiden, zodat zij, die reeds voor 1941 serieus
-bearbeid konden worden, ofschoon zij nog niet tot de gemeenten behoorden, ook
-konden worden beschermd door een verklaring der kerk! Hoe is daardoor ook onder
-de Joden een zeker getuigenis uitgegaan, dat Christus de Zijnen beschut!
-Wat zouden wij graag alle Joden in deze dagen geholpen hebben, als 't aan ons
-gestaan had. Wat was 't ontzettend benauwend, vaak zo machteloos te staan
-tegenover hun lijden. Hoe konden we 't begrijpen, dat ze zich in uiterste nood
-tot de kerk wendden, om te trachten onder haar bescherming bevrijd te worden
-van de dreiging der wegvoering.
-Maar wij moesten het dan tot dezulken, die nu eerst tot de kerk kwamen, zeggen,
-dat het daarvoor nu te laat was en dat de kerk geen misbruik mocht maken van de
-haar gegeven bevoegdheid en de heiligheden van het Koninkrijk Gods hoog moest
-houden, door alleen een verklaring af te geven aan hen, van wie wij overtuigd
-waren, dat zij er recht op hadden.
-
-Voor wat er in het eerste citaat gezegd wordt, kunnen we nog enig begrip opbrengen;
-dat men in normale tijden niet te snel overging tot het dopen van wie dan ook,
-dat lijkt ons prima. Ook de rabbijnen zijn uiterst terughoudend jegens aspirant-
-bekeerlingen. Maar het was geen gewone tijd! De vraag of men, door ruimer te dopen,
-voor anderen daardoor het risico vergrootte, diende overwogen te worden; akkoord.
-Maar dan. De uitdrukking "dankbaar zijn" hierboven, achten we totaal misplaatst.
-De bewering "dat Christus de Zijnen beschut" is zo mogelijk nog erger. Later zal
-Van Nes in ditzelfde hoofdstuk de martelgang wat betreft de "vrijstellingen"
-verhalen.
-Blijkbaar is hij er niet aan toegekomen om, vanuit die realiteit, nog eens te kijken
-naar de opgetogen uitspraak ("Wat moeten we dankbaar zijn..."), die hij uit zijn
-eigen rapport, gedateerd 9 september 1942, had overgenomen.
-Ongetwijfeld was Van Nes bewogen met het lot der Joden: dat blijkt uit de alinea
-Wat zouden wij graag... " Van Nes heeft ook (tenminste) gepoogd Joden te helpen
-onderduiken. [9.188] Bovendien was hij "een beminnelijk mens, gedreven door een
-grote liefde voor Israël." [9.2]
-Later zouden bovenstaande woorden van Van Nes door sommigen gebruikt worden voor
-het trekken van vergaande conclusies wat betreft de houding van de Gereformeerde
-Kerken in Nederland in het algemeen. We komen daarop nog terug in het derde
-gedeelte van dit boek.
-
-<124>
-
-c. Andere opvattingen
-
-Het is niet gemakkelijk na te gaan, in hoeverre men het in de Gereformeerde Kerken
-met de opvattingen van ds. Van Nes eens was en zijn "lijn" gevolgd heeft.
-In het notulenboek van de Gereformeerde kerkenraad te Rotterdam-Kralingen (mijn
-tegenwoordige woonplaats) vond ik het volgende verslag:
-
-Notulen van de gehouden buitengewone kerkenraadsvergadering op donderdag 20 mei 1943.
-
-De Praeses ds. G.R. Kuijper opent de verg., leest Romeinen 11: 11-21 en gaat voor
-in gebed.
-De Praeses deelt mede, dat hij deze verg. heeft uitgeschreven op verzoek van ds.
-Den Boeft. Deze, het woord verkrijgend, brengt een verzoek over van de heer Lion
-Mozes Gerzon, Voorschoterlaan 57, Israëliet zijnde, om in de Geref. Kerk na
-aflegging van belijdenis des geloofs te worden gedoopt.
-In normale gevallen zou deze nog wel wat meer onderwijs moeten ontvangen, daar
-het onderwijs slechts enkele maanden heeft geduurd. Zodoende zijn er nog heel
-wat hiaten in zijn kennis. Ds. Den Boeft heeft het doopformulier met hem besproken.
-De onzekerheid met het lot der Joden drong er toe met deze doop wat spoed te maken,
-en de laatste dagen zijn de omstandigheden van die aard, dat het zeer gewenst is,
-dat deze doop plaats vindt op de kortst mogelijke termijn, daar de mogelijkheid
-zeer groot is, dat deze doop over een dag of tien niet meer kan worden bediend,
-wegens mogelijke deportatie.(...)
-De Kerkeraad heeft er geen bezwaar tegen, dat in dit speciale geval de approbatie
-van de gemeente niet plaats kan hebben. De bediening van de doop zal plaats vinden
-a.s. zondag in de kerkzaal van "Pro Rege".
-
-De "approbatie van de gemeente" was de goedkeuring: de namen van wie belijdenis
-wilden doen werden tijdens de diensten gedurende twee zondagen afgelezen met de
-mededeling: "Indien geen wettig bezwaar zal worden ingebracht..." Gebruikelijk
-was dat de goedkeuring op die manier stilzwijgend plaatsvond, maar er waren wel
-twee weken extra mee gemoeid. Daar zag men nu dus van af, evenals van "wat meer
-onderwijs". Nu, 46 jaar later, blijkt het al moeilijk om de achtergronden van
-een dergelijk voorval uit te zoeken. In ieder geval heeft de heer Gerzon de oorlog
-overleefd. Hij is niet gedeporteerd, overigens - naar ik vermoed - niet op grond
-van zijn gedoopt-zijn: hij was "gemengd-gehuwd"; zijn vrouw was Gereformeerd
-dooplid en deed najaar 1943 eveneens belijdenis.
-
-<125>
-
-Verder nog in onformalistisch handelen ging de Gereformeerde kerkenraad te
-Veenendaal, die aan een ondergedoken jood ter beveiliging een document gaf
-dat - met officiële handtekeningen bekrachtigd - verklaarde dat de betrokkene
-door de kerkenraad was benoemd "tot hulpprediker in buitengewone dienst voor
-de geestelijke verzorging van de geëvacueerden in haar ressort". [9.3]
-We kunnen ons moeilijk voorstellen, dat ds. Van Nes ooit een dergelijke valse
-verklaring ondertekend zou hebben.
-
-In andere landen (Bulgarije, Griekenland) hebben tijdens de tweede wereldoorlog
-doops­bedieningen plaatsgevonden, waarbij de betrokken geestelijke wist dat het
-niet om het redden van zielen ging, maar om het redden van mensenlevens. Daartoe
-gaf de (orthodoxe) aartsbisschop van Athene, Damaskinos, zelfs uitdrukkelijk
-opdracht. [9.4]
-Bij mijn weten is de kwestie "niet dopen maar wel een 'doopbewijs' verschaffen"
-het krachtigst geformuleerd door ds. Buskes:
-
-Wij weten heel goed, dat vele predikanten er principieel bezwaar tegen hadden, om
-valse doopbewijzen te schrijven en af te geven. Maar er waren goddank ook vele
-predikanten, die er principieel bezwaar tegen hadden, om het niet te doen.
-Zo'n vals doopbewijs was een leugen. Natuurlijk. Maar wie het schreef en aan een
-jood gaf, diende de waarheid en hielp zijn naaste. Wie het niet schreef en het
-een jood weigerde, diende de leugen en liet de jood in de kou staan.
-Er is een waarheid die leugen en een leugen die waarheid is. God gebood ons, te
-liegen in dienst van de waarheid. Niet het doel, maar wel de gehoorzaamheid aan
-Gods gebod heiligde het middel. [9.5]
-
-"Wie het schreef en aan een jood gaf, ... hielp zijn naaste", vond Buskes. Maar
-nu weten we dat de Duitsers - dank zij de medewerking van de rijksinspectie van
-de bevolkingsregisters - beschikten over een gedrukte Lijst van personen van vol-
-Joodsen bloede die als kerkelijke gezindte een Christelijke godsdienst hebben
-opgegeven. De lijst berustte op gegevens door de betrokkenen zelf verstrekt, en
-wel begin 1941. [9.6]
-Men kan zich dan ook moeilijk onttrekken aan de conclusie dat, alle goede
-bedoelingen ten spijt, het verstrekken van "Angehörigkeits"-verklaringen met
-onjuiste gegevens eerder kwaad dan goed gedaan heeft.
-
-Dat besefte dr. J.J.C. van Dijk toen al. Hij schreef nl. op 26 september 1942
-een brief aan ds. S. Doornbos te Amsterdam:
-
-Uw brief van 14 dezer ligt nog op beantwoording te wachten; de toevloed van
-kerkelijke brieven is zo groot, dat ik geen kans zag eerder tot beantwoording
-te komen.(...)
-Er zijn 2 verschillende lijsten. Er is, naast de lijst door de Kerken opgemaakt
-en ingezonden, een andere lijst van Duitse zijde opgemaakt op grond van de gegevens
-van de Burgerlijke Stand, waarop dus alleen de Joodse Christenen voorkomen, die
-zich t.z.t. bij de Burgerlijke Stand hebben opgegeven als te behoren tot een der
-Christelijke kerken; dat zijn dus de belijdende leden en, wellicht, doopleden.(...)
-Sophia Maria Boas-Berg staat op de lijst met (categorie) 4, maar dat is niet juist:
-ze werd op 1 juni '41 gedoopt, terwijl de toestand van voor januari moest worden
-opgegeven.
-Haar positie is dus niet veilig: op de Duitse lijst komt zij natuurlijk niet voor;
-uit dien hoofde is het niet uitgesloten dat zij gehaald wordt.(...)
-Het zou natuurlijk wel gewenst zijn, dat zij niet kan worden gehaald. [9.7]
-
-"Haar positie is dus niet veilig": deputaat J.J.C. van Dijk raadde ds. Doornbos
-daarom aan te zorgen dat de dame om wie het ging, "niet kan worden gehaald".
-M.a.w.: ze zou moeten onderduiken.
-
-De beslissing om onder te duiken was voor de betrokkenen - aangenomen dat er
-een onderduik­adres beschikbaar was - niet gemakkelijk en kon verstrekkende
-consequenties hebben. Wie als onderduiker gepakt werd was een z.g. strafgeval
-en werd niet alleen naar Westerbork gestuurd, maar bovendien op de kortste termijn
-vandaar naar "Polen".
-Bij de afweging moest men óf ervan uitgaan dat de kerkelijke verklaring en het
-op "de lijst" staan voldoende bescherming bood (ondanks alle twijfel daaraan),
-óf de stap van de onderduik wagen, met weer heel andere risico's daaraan verbonden.
-Het was een dilemma dat ook gold voor de "gemengd-gehuwden".
-Een ander punt van overweging kon zijn: er zijn te weinig onderduikadressen
-beschikbaar; welnu, mag ik, die tot een tenminste enigszins beschermde groep
-behoor, de onderduik-plaats innemen van iemand, die anders geen enkele bescherming
-heeft?
-
-<127>
-
-Zoals bekend hebben verreweg de meeste "gemengd-gehuwden" de oorlog overleefd zonder
-onder te duiken. Een enkel "gemengd-gehuwd" echtpaar waagde het zelfs een Joods
-familielid bij zich te laten onderduiken.
-Wat de twee lijsten (die van de kerken en die gebaseerd op gegevens uit het
-bevolkingsregister) betreft: kort na de hierboven aangehaalde brief, op 15 oktober
-1942, schreef dr. Van Dijk aan de Amsterdamse predikant P.N. Kruyswijk: "Het
-bevolkingsregister beslist!" [9.8]
-
-d. Schmidt en Rauter
-
-"Het bevolkingsregister beslist". Maar hoe zat het dan met de toezeggingen, gedaan
-door Schmidt en Buhner?
-Er bestond een scherpe tegenstelling tussen twee van Seyss-Inquarts naaste
-medewerkers. F. Schmidt was zijn Generalkommissar zur besonderen Verwendung en
-vertegenwoordigde de belangen van de partij (de NSDAP). De SS-er H.A. Rauter,
-Generalkommissaris fur das Sicherheitswesen, stond wel onder Seyss-Inquart,
-maar rapporteerde bovendien rechtstreeks aan de Reichsfuhrer-SS, de gevreesde
-Himmler, wiens bewonderaar Rauter was. Het ligt voor de hand dat zich tussen
-Schmidt en Rauter een competentiestrijd ontwikkelde. Ze werden elkaars verklaarde
-tegenstanders.
-Toen Schmidt vóór de inrichting van een ghetto in Amsterdam was, verklaarde Rauter
-zich tegen. Herzberg beschrijft hoe de vete tussen de twee ertoe bijgedragen heeft
-dat de secretaris-generaal van Binnenlandse Zaken, K.J. Frederiks, het gedaan kreeg
-zeshonderd Joden - de "Barnevelders" - voor lange tijd in Nederland te houden: "Rauter
-was er tegen, en dus was Schmidt er voor."
-Wat betreft de deportatie van "gemengd-gehuwde" Joden wilde Seyss-Inquart (ja,
-zelfs Hitler) behoedzaam optreden, zolang de oorlog voortduurde: het diende
-voorkomen te worden dat de niet-Joodse partners te zeer in onrust geraakten. Rauter
-was daar tegen: allen moesten weg.
-De Hervormde dr. W.J. de Wilde kwam zich eens beklagen bij Schmidt over het feit
-dat gedane beloften telkens gebroken werden. "Rijkscommissaris en SS staan vierkant
-tegenover elkaar, en als u iets belooft, verbiedt Rauter het weer", zei hij. "So
-ist 's genau", antwoordde Schmidt laconiek.
-
-<128>
-
-Seyss-Inquart had bij monde van Schmidt beloofd, dat de Joden-Christenen (later
-beperkt tot de Protestantse) niet gedeporteerd zouden worden. Rauter zou het
-liefst alle Joden-Christenen gedeporteerd hebben. En Rauter was belast met de
-uitvoering van de deportaties.
-Zoals we hierboven gezien hebben, was met Schmidt overeengekomen dat ook zij'
-die kerkelijk onderricht volgden en/of regelmatig kerkdiensten bijwoonden
-(categorieën 2 en 3) zouden worden vrijgesteld, terwijl als beslissende datum
-1 januari 1941 zou gelden. Maar Rauter accepteerde dat niet: categorieën 2 en 3
-golden voor hem niet en als datum hield hij 9 mei 1940 aan: men diende vóór
-9 mei 1940 gedoopt en sinds die tijd lid van een Christelijke kerk gebleven te
-zijn. Dat moest blijken uit de gegevens van de Burgerlijke Stand.
-Door de vertegenwoordigers van de kerken is er toen telkens onderhandeld en
-geprotesteerd. Touw geeft een en ander uitvoerig weer. Het had weinig resultaat.
-
-Ds. Van Nes heeft, zoals we hierboven al memoreerden, voor het hoofdstuk dat
-hij in "Delleman" schreef een citaat gebruikt uit zijn eigen rapport dat gedateerd
-was 9 sept. 1942:
-
-Wat moeten wij dankbaar zijn dat de Duitse autoriteiten de bepalingen voor de
-Christen-Joden hebben willen uitbreiden, (...). Hoe is daardoor ook onder de
-Joden een zeker getuigenis uitgegaan, dat Christus de Zijnen beschut!
-
-Dat citaat staat bij Delleman op pagina 159. Maar op pagina 161 schreef dezelfde
-ds. Van Nes:
-
-Groot is de teleurstelling geweest, die op de uitreiking der "Angehörigkeits"-
-verklaringen is gevolgd. De Duitsers toch hebben hun gegeven woord verbroken,
-en vele Joodse personen, die zich zo verheugd hadden over de ontvangen verklaring
-der kerk, die meenden, daardoor gevrijwaard te zijn voor deportatie, werden
-opgeroepen en weggevoerd, eerst naar Vught of Westerbork en later zelfs verderop,
-naar het Oosten van Europa.
-De Duitse instanties waren onderling verdeeld ten opzichte van de behandeling
-der Joden en werkten elkaar tegen. En alle pogingen, die aangewend werden, om
-te komen tot eenheid van handelen en tot rechtvaardige handhaving van de gemaakte
-bepalingen, bleken vruchteloos. Slechts bij uitzondering gelukte het, reeds
-weggevoerden nog terug te doen keren.
-
-<129>
-
-Ds. Van Nes heeft daarbij niet uitgelegd, hoe hij dit heeft kunnen rijmen met
-de uitspraak "dat Christus de Zijnen beschut". Hij is er evenmin toe gekomen
-de andere optimistische klanken van p. 159 (alle stammend uit het rapport van
-9 sept. 1942) enigszins in overeenstemming te brengen met de sombere tonen op p. 161.
-
-e. Westerbork en daarna
-
-Ook de Protestants-gedoopte Joden-Christenen moesten ten slotte - sommigen al
-zomer 1942, anderen voorjaar 1943 - naar Westerbork, het merendeel hunner nadat
-ze enige tijd in Vught hadden gezeten.
-In Westerbork werden ze ondergebracht in een aparte barak, no. 73. 's Zondags
-werden er godsdienstoefeningen gehouden. De meeste diensten werden geleid door
-ds. S.P. Tabaksblatt of door ds. M. Enker, als voorgangers benoemd door de
-Hervormde Synode. Maar B. Benfey die van Duitse afkomst was, wist - zo vertelt
-ds. Tabaksblatt - van de SS in Den Haag gedaan te krijgen dat voortaan de diensten
-op de eerste zondag in de maand door hem gehouden zouden worden.
-
-Toen wij op genoemde zondag (5 maart 1944) de zaal binnenkwamen, vonden wij deze
-mooi versierd en nadat Benfey met de dienst begonnen was, werd deze door een
-filmoperateur verfilmd. Enker en ik verlieten bij deze verfilming de zaal...
-De daarop volgende woensdag 8 maart werden wij beiden bij de commandant geroepen
-om verantwoording af te leggen van ons "verraderlijk gedrag", zoals Gemmeker
-dat noemde. Hij zag ons verlaten van de dienst als een demonstratief optreden
-met het doel om de gemeente mee te krijgen en op die manier zijn bedoelingen
-te dwarsbomen. Hij beschuldigde ons van "insubordinatie" en noemde ons saboteurs,
-die voor ons onbehoorlijk gedrag de juiste straf zouden krijgen: straftransport
-naar Polen...
-
-Beiden kwamen inderdaad in de strafbarak terecht, stonden twee dinsdagen achtereen
-klaar voor het transport maar werden op het laatste nippertje, vóór het vertrek
-van de trein, teruggehaald. [9.996]
-Van ds. Max Enker is een brief bewaard gebleven van drie kantjes, met potlood
-geschreven. De kopie in mijn bezit is voor een groot deel nauwelijks leesbaar.
-De brief was gericht aan dr. W.J. de Wilde die een tijdlang secretaris van de
-Hervormde Synode was. Een citaat:
-
-<130>
-
-Weest U ervan verzekerd dat, als de verkondiging van het Woord in deze tijd meer
-duidelijkheid vereist, diegenen onder ons, die werkelijk onze Heer angehörig zijn,
-bereid zijn, desnoods, in vertrouwen op die Heer, naar Polen te gaan. [9.10]
-
-De brief was gedateerd 5 maart 1943. Kort daarvoor, op 24 februari, was van de
-kansels in de Hervormde plaatselijke kerken het protest afgelezen dat door ons
-in hfdst. 7 besproken werd (geen medewerking verlenen aan daden van onrecht).
-In het moeilijke dilemma: publiekelijk zwijgen en zo (misschien) levens redden,
-óf spreken maar daarbij levens op het spel zetten, had ds. Enker duidelijk gekozen,
-ofschoon ook zijn eigen leven op het spel stond.
-
-Had men als Joden-Christen dan in Westerbork een zekere bescherming tegen
-wegvoering naar een van de vernietigingskampen? In zekere mate. De kerken hadden
-door middel van de Joodse Raad vernomen, dat, tenzij men vóór 9 mei 1940 gedoopt
-was, in Westerbork het bewijs dat men tot een kerk behoorde volslagen waardeloos
-was... [9.11] Was men wel vóór die datum gedoopt, dan gaf dat bewijs wel een
-zekere bescherming, tenzij men een "strafgeval" was, en dat werd men al gauw.
-Wielek schreef:
-
-De synode werd trouwens meer en meer één der organen die voor de nog overblijvende,
-niet alleen gedoopte, Joden op de bres stonden. Was iemand strafgeval, dan kon
-een doopbewijs hem niet redden. Was iemand ont-S-t, dan betekende een doopbewijs
-voor hem: niet doorgestuurd worden naar Polen. [9.12]
-
-Voor de groep als geheel dreigde acuut gevaar nadat de geallieerden, op 6 juni 1944,
-waren geland in Normandië. Op zaterdag 12 juni vroeg de beruchte Rauter aan de
-kerken hun toestemming om de Joden-Christenen van Westerbork naar Theresienstadt
-over te brengen. Daar zou het, in geval de Wehrmacht Westerbork zou willen ontruimen,
-veiliger voor hen zijn. De kerken zouden een vertrouwensman mee mogen laten gaan.
-De kerken vroegen drie dagen bedenktijd, maar weigerden reeds de volgende dag, zich
-beroepend op eerder door Seyss-Inquart gedane beloften. Mocht de situatie rondom
-Westerbork in verband met de invasie onveilig worden, dan diende men de betrokkenen
-niet naar Theresienstadt over te brengen maar hen vrij te laten; aldus de kerken.
-
-<131>
-
-Begin september 1944 werden desondanks de Joden-Christenen van Westerbork naar
-Theresienstadt gevoerd, zonder kerkelijke vertrouwensman. De kerken zonden daarop
-een protest-telegram naar Seyss-Inquart. Voor de eerste en enige keer stuurde deze
-een antwoord, en wel op 5 september; dolle dinsdag! Het geeft je een soort schok
-als je de brief met de oorspronkelijke handtekening van de man zelf in het archief
-tegenkomt. Touw en Delleman hebben de brief in zijn geheel gereproduceerd.
-De Rijkscommissaris erkende, indertijd de belofte gegeven te hebben dat een aantal
-Joden in Nederland zou blijven, in leder geval niet naar het Oosten zou worden
-overgebracht. Voorts herinnerde hij aan het voorstel dat hij via Rauter gedaan
-had en aan de weigering van de kerken. Maar, als dit land nu toneel van militaire
-acties zou worden, dan zou hij niet kunnen beletten dat de betrokkenen weggevoerd
-zouden worden. Maar bij Himmler had Seyss-Inquart tenminste nog kunnen bereiken,
-dat het transport naar Theresienstadt zou gaan.
-Volgens Herzberg was aldaar het leven relatief nog draaglijk "en vandaar zijn
-de meeste geïnterneerden - voorzover zij niet ter vergassing naar Auschwitz zijn
-gezonden, hetgeen met de gedoopte Joden inderdaad niet het geval is geweest - ook
-teruggekeerd." Iemand als ds. Tabaksblatt evenwel is, met zijn gezin, ook in
-Theresienstadt maar ternauwernood ontkomen aan doorzending naar een vernietigings-
-kamp. [9.14]
-
-Er valt nauwelijks aan te twijfelen of de Protestantse Joden, en ook de "gemengd-
-gehuwden", zouden ten slotte gedeporteerd zijn als Hitler de oorlog gewonnen had.
-Maar Hitler verloor en de "gemengd-gehuwden" bleven voor het grootste gedeelte in
-leven.
-Uiteindelijk kwamen er ruim 400 Protestantse Joden-Christenen terug naar Nederland.
-Zij hadden het overleefd. Voor zover Protestantse Joden-Christenen "gemengd-gehuwd"
-waren, bleef op die basis hun vrijstelling gelden en werden zij niet gedeporteerd.
-
-f. Bep Blok
-
-<132>
-
-Ze wilde gedoopt worden, maar ze wilde niet vanwege haar doop gevrijwaard worden
-van deportatie.
-Ds. Buskes vertelde over haar in zijn autobiografie. [9.15] Bep Blok wilde gedoopt
-worden opdat zij, als zij opgepakt zou worden, erbij zou horen, bij de gemeente.
-De dienst tijdens welke ze gedoopt werd, is gehouden in de dagen, toen overal de
-bordjes "Joden niet gewenst" aangebracht werden. Velen verklaarden zich bereid
-haar bij zich te laten onderduiken, maar Bep weigerde.
-
-Foto 16 Bep Blok, dopelinge van ds Buskes
-
-In het archief van ds. Buskes [9.16] bevinden zich haar brieven aan hem,
-helaas niet die van hem aan haar. Haar eerste brief is geschreven op zondag 16
-augustus, 1942:
-
-Na die paar haastig gewisselde woorden van drie weken geleden, wilde ik U graag
-een nadere verklaring geven. Ik ben die jodin, die na afloop van de dienst even
-bij U kwam, heet Bep Blok en ben 20 jaar.
-U had het voorstel gedaan mij te dopen; ik heb het om de volgende redenen niet
-willen doen.(...) ze zullen één ding nooit van me kunnen zeggen, n.l. dat ik me
-heb laten dopen om vrij te komen van Polen.
-Voorlopig heb ik uitstel, omdat ik onderwijzeres ben, maar ik heil oprecht van
-plan om me, zodra mijn oproep komt, te laten dopen en zo weg te gaan. Ik geloof
-niet, dat ik het recht heb me eraan te onttrekken. Alle Joden moeten, dus ik ook.
-(...)
-
-<133>
-
-Vader en moeder hebben uitstel, omdat moeder in het ziekenhuis ligt. Toch moest
-dinsdag alles klaargemaakt worden. Zo'n dag is onbeschrijfelijk. Maandagavond
-kwamen de oproepen; die nacht dus niet geslapen en dan de hele dag heen en weer
-draven om alles te hebben: alles moet genaaid en gepakt zijn.(...)
-Nu wachten we tot moeder uit het ziekenhuis komt en tot de volgende oproep
-verschijnt. Vader zei laatst: 'We wachten allemaal op een wonder, dat niet
-gebeurt.' Ik heb toen ontdekt, dat ik zelfs niet eens op dat wonder wacht.
-Is dat nu gebrek aan Godsvertrouwen?(...) Ds. Buskes, neemt U mij deze lange
-brief vooral niet kwalijk. Ik had zo graag over al deze dingen mondeling met
-U gesproken, maar ik mag niet bij U komen en omdat ik U het toch zeggen wou,
-heb ik het geschreven. Het zijn problemen die ons niet loslaten en die zo
-verschrikkelijk belangrijk zijn. Misschien mag ik U een keer komen halen op
-zondagochtend, als U naar de kerk loopt. Wilt U mij eens een keer terugschrijven,
-als U tijd hebt?
-
-Blijkbaar heeft ds. Buskes haar brief snel beantwoord, want op 31 augustus
-schreef ze hem wanneer ze op school was en wanneer vrij. Bep Blok is door
-ds. Buskes gedoopt. Ook zij kreeg de oproep voor Westerbork en ze is gegaan.
-Vanuit Westerbork stuurde ze ds. Buskes een briefkaart d.d. 21.4.'43:
-
-Wat hebt U fijn vlug teruggeschreven. Ik was heel blij met Uw brief. U zult wel
-gehoord hebben dat het hier best uit te houden is. Vader en moeder met al mijn
-vrienden zijn gisterenochtend vertrokken. Dat is beroerd. In het land waar ze
-komen hebben ze het niet slecht, dat weten we positief.(...)
-Er is hier een vrij groot aantal gedoopte Joden. Op het ogenblik is onze dominee
-Enker(...) Het is een heerlijk gevoel om je te horen toespreken met 'Gemeente
-van onze Heer Jezus Christus' en te weten dat wij er echt bijhoren.
-
-Het volgende stuk in het archief is een circulaire afkomstig van de Joodsche
-Raad voor Amsterdam - Bureau Rotterdam", gericht aan Mevrouw J.J. Buskes en
-gedateerd 26-4-1943:
-
-Wij ontvingen van de hieronder genoemde personen het telegrafisch verzoek, of U
-voor doorzending aan hen van na te melden artikelen wilt zorgdragen naar het
-DOORGANGSKAMP WESTERBORK, Post Hooghalen-Oost (Drente). (...)
-Naam: Rebekka Blok. Geboortedatum: 14-11-1921.
-Baraknummer: 72.
-
-Op 3 mei kwam er van haar een briefkaart: "Pakket ontvangen. Hartelijk dank!"
-Daarna niets meer.
-
-<134>
-
-10. EEN VERBLUFFENDE CONCLUSIE
-
-Tot nu toe betroffen de diverse commentaren de houding van de Nederlandse kerken
-in het algemeen. Maar er bleken al verschillen tussen de houding van de ene en
-die van de andere kerk. Welk beeld krijgen we, wanneer we een vergelijking gaan
-maken tussen de kerken onderling?
-Veel hangt uiteraard af van de vraag welke criteria gebruikt worden. Men zou in
-de diverse Herderlijke brieven kunnen nagaan, in hoeverre de kerken die deze
-brieven uitvaardigden reeds de z.g. substitutie-theologie ("de kerk is in de
-plaats van het Joodse volk als verbondsvolk gekomen") hadden afgezworen; naar
-ik vermoed, zou de Hervormde Kerk er dan het beste uit komen. Of men zou kunnen
-nagaan: door de leden van welke kerk zijn de meeste Joden geholpen om onder
-te duiken? Naar het oordeel van L. de Jong hebben de Gereformeerden op dit gebied
-het er - relatief - het beste afgebracht: "Er is, gelijk reeds gezegd, door
-communisten en socialisten veel hulp geboden, daarnaast (maar, naar onze indruk:
-in een iets later stadium) door Gereformeerden. (...) Wat de Gereformeerden aangaat,
-verdient het de aandacht dat zij die toch niet meer dan 8% van de bevolking
-vormden, uiteindelijk ongeveer een kwart van de Joodse onderduikers geherbergd
-hebben." [10.1]
-
-We achten het een belangrijke vraag, die bovendien aan de hand van de hier
-besproken documenten beantwoord kan worden: In hoeverre heeft een bepaalde kerk
-publiekelijk, d.w.z. door middel van voorlezing van een protest in de kerkdiensten,
-stelling genomen tegen de Duitse gruweldaden jegens de Joden?
-Protesten die niet werden voorgelezen, hadden weinig of geen zin: de Duitse
-instanties konden ze zonder meer aan de kant leggen. Maar de openbare afkondiging,
-in een tijd waarin krant en radio alleen bekend maakten wat de bezettende macht
-goedgekeurd had, was een geducht wapen.
-Welnu, welke van de drie grootste kerken in Nederland heeft het er op dit punt
-het best (of: het minst slecht) van afgebracht? We laten daarbij dus de andere
-- aanzienlijk kleinere - kerken buiten beschouwing, ondanks alle erkenning van
-het belang van iemand als ds. J.J. Buskes, de afgevaardigde van de Gereformeerde
-Kerken in Hersteld Verband; of van iemand als de Remonstrantse ds. F. Kleijn.
-Een protest afgekondigd in een van deze kerken bereikte immers maar betrekkelijk
-weinig kerkgangers.
-
-<136>
-
-In hfdst. 1 bleek, dat voor 1940 zowel de RK bisschoppen alsook de Gereformeerde
-synode een duidelijk standpunt hebben ingenomen tegen het lidmaatschap van de NSB.
-Vervolgens zagen we (2), hoe bij het eerste protest tegen het antisemitisme van
-de bezetter de Gereformeerde vertegenwoordiger in het Convent, prof. H.H. Kuyper,
-het liet afweten. Tengevolge van zijn houding werd dit protest in de Gereformeerde
-kerkdiensten niet afgelezen.
-In het Convent van Kerken werd Kuyper vervangen door Donner - bij de synode waren
-veel bezwaren tegen Kuypers houding ingediend.
-In het derde hoofdstuk bleken de rollen in zekere zin omgedraaid: ds. Gravemeyer
-bond in en trachtte de publieke voorlezing van het adres aan de secretarissen-
-generaal te voorkomen. Donner daarentegen liet de voorlezing van de Gereformeerde
-herderlijke brief wel doorgaan.
-Hoofdstuk 4 beschreef hoe, in een voor de Joden kritieke periode de kerken helaas
-weinig actie ondernomen hebben.
-
-Vanaf eind 1941 gingen de RK deelnemen aan de gemeenschappelijke protesten (hfdst. 5).
-De aartsbisschop had de kerkelijke maatregelen tegen leden van de NSB., nadat de
-Duitsers ons land bezet hadden, niet alleen gehandhaafd maar zelfs aangescherpt:
-ook "gewone- en sympathiserende leden van de NSB. - ja zelfs leden van nationaal-
-socialistische mantelorganisaties - werden uitgesloten van de sacramenten: geen
-doop van hun kinderen dus, uitsluiting van de communie, geen kerkelijk huwelijk
-en evenmin een kerkelijke begrafenis. Deze maatregelen werden publiekelijk - van
-de kansels - bekendgemaakt.
-Toen het aankwam op bekendmaking van het tijdens de audiëntie met Seyss-Inquart
-besprokene, was het ds. Gravemeyer die - zij het onder zware pressie - een stap
-terug deed. Het treft ons bovendien dat, bij de afwijzing van de bordjes "Verboden
-voor Joden", de Protestanten als reden het enigszins vage "omdat het is een
-verloochening van het Evangelie" aanvoerden; terwijl de bisschoppen duidelijker
-waren: "omdat die bordjes een uiting zijn van principieel antisemitisme en daar
-mogen zeker onze RK instellingen niet aan mee doen."
-
-<137>
-
-Tussen Hervormden en Gereformeerden lijkt het soms een soort stoelendans. Het
-belangrijke protest van juli 1942 werd -volgens de beslissing van de Hervormde
-Synode - in de Hervormde kerkdiensten niet afgelezen. De andere kerken - waaronder
-de Katholieke en de Gereformeerde - deden dat wel, al waren ook zij (in
-tegenstelling van wat soms beweerd wordt) wel degelijk voor de beslissing
-gesteld. De RK werden voor hun consequente houding gestraft: de Duitsers hebben
-tientallen RK-gedoopte Joden gearresteerd, gedeporteerd en vermoord.
-
-In hfdst. 7 bespraken we het scherpste protest ooit publiekelijk uitgevaardigd,
-en de oproep daaraan verbonden om niet aan onrecht mee te werken: "Om der wille
-van het recht Gods mag door niemand enige medewerking worden verleend aan daden
-van onrecht, omdat men zich daardoor aan dat onrecht medeschuldig maakt." Dat
-protest werd - om allerminst overtuigende redenen - in de Gereformeerde
-kerkdiensten niet voorgelezen; zulks volgens het besluit van dr. Van Dijk en
-zijn mede-deputaten, vermoedelijk na overleg met één of meerdere leden van het
-moderamen van de synode. Later heeft de synode zich met de beslissing om het
-protest niet voor te lezen akkoord verklaard, waarbij redenen werden genoemd
-die ons evenmin overtuigden.
-De bisschoppen evenwel deden er nog een schep bovenop; ze lieten niet alleen
-het protest voorlezen maar in hun tegelijkertijd voorgelezen herderlijke brief
-verklaarden ze nog eens "met alle nadruk, dat medewerking in dezen in geweten
-ongeoorloofd is.
-
-Als ik in de een of andere kerkelijke of niet-kerkelijke kring vertel met dit
-onderzoek bezig te zijn en dan de vraag stel, welke kerk zich het beste gehouden
-heeft wat betreft het publiekelijk getuigen tegen de Jodenvervolging, dan is
-er tot nu toe nog niemand geweest die zei: "de Rooms-katholieke Kerk". Toch kan
-men, het geheel overziende, moeilijk tot een andere conclusie komen.
-De Hervormden en de Gereformeerden hebben het om de beurt laten afweten, terwijl
-in de RK kerken vanaf het moment waarop men meedeed alle verklaringen zijn
-voorgelezen. Bovendien formuleerden de bisschoppen hun afwijzing van het gehate
-bordje "Verboden voor Joden" duidelijker dan de Protestanten deden.
-
-<138>
-
-Het is algemeen bekend dat in de loop der eeuwen menigeen in de R.K. Kerk zich
-schuldig gemaakt heeft aan het doen van antisemitische uitlatingen, ja dat de
-kerk zelf betrokken was bij het vervolgen der Joden en bij het uitvaardigen van
-antisemitische wetten. We gaan daar hier niet verder op in. [10.2] Ook valt het
-buiten het bestek van dit boek, om de houding van paus Pius XII tijdens de tweede
-wereldoorlog te onderzoeken; daar is intussen een aardige bibliotheek over
-volgeschreven. Het gaat ons om de houding van de kerken in Nederland, en wel
-tijdens de tweede wereldoorlog.
-
-Welnu, we komen tot de conclusie dat de Katholieke Kerk in Nederland, wat betreft
-het publiekelijk protesteren tegen de Duitse gruweldaden jegens de Joden, zich in
-vergelijking met de andere kerken in Nederland het beste gehouden heeft.
-
-Onzes inziens mag kennis van wat er in de loop der eeuwen door de Rooms-Katholieke
-vaderen - dat waren de vaderen, ook van de Protestanten - jegens het Joodse volk
-miszegd en misdaan is, er niet toe leiden dat men zijn ogen sluit voor het goede,
-geschied tijdens de tweede wereldoorlog. Veeleer vormt het verleden de donkere
-achtergrond, waartegen het opkomen voor de Joden door de Katholieke Kerk in
-Nederland tijdens de tweede wereldoorlog des te scherper contouren krijgt.
-
-<139>
-
-DEEL II: HULP AAN JOODSE ONDERDUIKERS
-
-11. DE LO (LANDELIJKE ORGANISATIE VOOR HULP AAN ONDERDUIKERS)
-
-Voorjaar 1943 leken zowel onderdrukking als verzet - iets daarvan werd reeds
-gememoreerd in de hoofdstukken 7 en 8 - in een stroomversnelling te komen.
-Studenten dienden een "loyaliteits­verklaring" te ondertekenen; wie daartoe
-niet bereid was (de overgrote meerderheid), stond voor de keus: of naar Duitsland,
-of onderduiken. Ook de oud-militairen moesten zich melden. In mei werd
-bekendgemaakt dat alle mannen tussen de 18-35 jaar opgeroepen zouden worden
-voor de "Arbeits-Einsatz" in Duitsland. Men begon bij de jongsten. Velen uit
-deze drie categorieën doken onder. Een gedeelte hunner ging actief deelnemen
-aan het verzet.
-
-De voor mij meest schokkende gebeurtenis uit die periode staat opgetekend in
-mijn dagboek, 29 april 1943. De dames Cohen (twee zusters) waren één van de
-drie Joodse families in ons dorp. Tot op de dag van vandaag kan ik me hen
-helder voor de geest halen. De oudste, achter in de vijftig, had een rond
-gezicht; knap, grijs haar. De jongste zal achter in de veertig geweest zijn;
-haar gezicht was ovaal. Het was voor iedereen te zien dat ze sterk aan elkaar
-gehecht waren. Al was er weinig contact tussen hen en ons, we kenden elkaar.
-Ze waren ondergedoken. Bij wie? Ik weet het niet meer. Maar diegenen die hen
-verborgen hielden werden, toen de oorlog langer bleek te duren dan verwacht
-was, bang. Men vroeg de zusters weg te gaan. Dat hebben ze gedaan. In de nacht
-hebben ze toen bij een paar bekenden aangebeld met de vraag: "Wilt u ons in
-huis nemen?" Iedereen weigerde. Iemand hunner vertelde dat de volgende dag -
-wel met enige schaamte - bij ons in de winkel. De twee zusters zijn toen naar
-de Rijn gegaan en hebben zich verdronken. Later spoelden hun lichamen aan in
-Wageningen; ze hadden zich met een lint aan elkaar vastgebonden.
-Als de dames Cohen bij ons hadden aangebeld, zouden we ze niet hebben
-weggestuurd. Maar dat wisten ze niet, en ze zagen geen andere uitweg meer.
-Hoe afgrijselijk. Zulke dingen kwamen toen voor, in een gewoon dorp. In een
-stad als Amsterdam hadden de gruwelen een nog veel groter omvang.
-
-<143>
-
-Het kenmerkende van die tijd was de onmacht: je werd aan alle kanten ingesnoerd.
-Iedereen was verplicht een persoonsbewijs (pb) bij zich te hebben. Het was op
-een ingewikkelde manier samengesteld en dus uiterst moeilijk na te maken of te
-vervalsen. En verder kwamen onderduikers in moeilijkheden, omdat ze hun distributie-
-bescheiden niet meer op de gewone, "legale" manier op het distributiekantoor
-konden krijgen. In deze uiterst moeilijke situatie kwam juist in die tijd
-verandering: de "Landelijke Organisatie voor hulp aan onderduikers" (afgekort: LO)
-groeide voorjaar 1943 als een wonderboom.
-Mijn broer en ik werden door een oom in Ede per telefoon uitgenodigd om bij hem
-op een theevisite - zei hij - te komen. Die "visite" vond plaats op 26 mei 1943,
-een dag nadat ik 23 jaar was geworden. Aanwezig was ds. F. Slomp, alias Frits de
-Zwerver. Hij legde (aan een vijftiental aanwezigen, denk ik) de eerste beginselen
-van de LO uit. Er dienden in iedere plaats mensen geholpen te worden om onder
-te duiken wanneer de nood aan de man kwam, ,n er moesten mensen bewogen worden
-om een onderduiker in huis te nemen. Vaak kon die onderduiker weer aan de slag
-komen in zijn eigen beroep; jongemannen die melken konden waren zeer in trek.
-De LO zorgde voor een uitwisseling van vraag en aanbod; daartoe was er allereerst
-de "districts-beurs" - voor de regio. Raakte men daar de onderduikers niet kwijt
-dat werd de aanvraag of het aanbod doorgesluisd naar de "provinciale beurs".
-Daarboven stond, de landelijke beurs", ook wel "top" genoemd.
-Aan het eind van de vergadering in Ede werden de taken verdeeld. Mijn broer Wim
-en ik zouden beginnen in Renkum dat, samen met het naburige Heelsum, onder
-Wageningen ging ressorteren. Maar Wim moest kort daarop zelf onderduiken: hij
-was in 1922 geboren en werd dat jaar al spoedig opgeroepen voor uitzending naar
-Duitsland. Hij werd plaatsvervangend districtsleider voor de LO van het district
-Gorcum en omstreken. Daar werd hij najaar 1943 gegrepen tengevolge van verraad.
-
-Het oprichten van een plaatselijke afdeling van de LO hield onder meer in dat
-je een netwerk van medewerkers ging opzetten. Gezocht diende te worden naar
-contact-personen bij de plaatselijke politie, op het gemeentehuis (persoons-
-bewijzen!) en op het distributiebureau. Verder moesten er onderduikplaatsen
-gezocht en gevonden worden; dat kon je niet alleen.
-
-<144>
-
-Bovendien was geld nodig. Na verloop van tijd werd er in de plaatselijke kerken
-(ook in de Katholieke) te Renkum regelmatig gecollecteerd voor "bijzondere noden"
-en dat geld was voor onze organisatie bestemd. In die tijd kwam ik voor het eerst
-in intensieve relatie met "andersdenkenden"; daar zijn levenslange vriendschappen
-uit voortgekomen.
-Al gauw was de LO in staat om voor voldoende (distributie-)bonkaarten te zorgen,
-dank zij gewapende overvallen gepleegd door de z.g. knokploegen op distributie-
-bureaus: de eerste (van een LO knokploeg) vond plaats op 4 juni 1943 en wel op
-het distributiekantoor te Langweer (Fr.). Als regel was een dergelijke overval
-mee voorbereid door een van de ambtenaren van het distributiekantoor, die voor
-de nodige informatie gezorgd had. Het sprak vanzelf dat deze geheime medewerker,
-evenals de andere distributie-ambtenaren, bij het begin van de overval vakkundig
-geboeid werd en een prop in de mond kreeg.
-De techniek om een persoonsbewijs te vervalsen ontwikkelde zich snel. Dank zij
-die techniek heeft, na de arrestatie van mijn broer, niemand ontdekt dat zijn
-geboortejaar 1922 is en niet, zoals het pb aangaf, 1918.
-
-Eerst was het uiterst moeilijk om onderduikplaatsen te vinden, maar gaandeweg
-ging dat beter. Eind juni 1943 kwam er een nieuwe predikant naar Renkum-Heelsum,
-ds. B.D. Smeenk (1908). Al tijdens de intreedienst sloeg hij krachtige taal uit,
-o.a. in de richting van de ook in die dienst aanwezige burgemeester, eveneens
-Gereformeerd: "overheidsdienaren dienden goed te bedenken welke de wettige
-overheid was en ze konden beter aftreden dan hand- en spandiensten te verlenen
-bij het plegen van daden van onrecht." Achteraf denk ik: misschien was ds. Smeenk
-geïnspireerd door het Protest (febr. 1943), dat niet in de Gereformeerde diensten
-afgelezen maar wel naar de kerkenraden gezonden was. Ofschoon ds. Smeenk niet een
-man was die aanmoediging van de synode nodig had om tot verzet te komen.
-Helaas: de burgemeester kreeg de gelegenheid een woord van welkom te richten tot
-de nieuw-bevestigde predikant, en hij maakte van die gelegenheid gebruik om te
-proberen zijn eigen straatje schoon te vegen: "sommigen zouden willen dat je gaat,
-maar anderen zijn juist dankbaar dat je nog gebleven bent, want zodoende kun je
-nog zoveel goeds doen". Als die man dan tenminste nog iets goeds gedaan had; maar
-hij dekte zich aan alle kanten, ofschoon ook in ons dorp Joden werden opgehaald.
-
-<145>
-
-We sidderden van afgrijzen. En dat hij dan ook nog het laatste woord had, want
-de kerkdienst liep ten einde.
-Maar nee, het laatste woord had deze burgemeester niet. Er volgde nl. nog een
-slotgebed; daarin richtte de nieuwe predikant zich natuurlijk tot de Allerhoogste,
-maar hij speelde het toch ook een beetje over de band en de hele gemeente kreeg
-via dat gebed nog eens heel duidelijk te horen welke onze houding jegens de
-bezettende macht behoorde te zijn.
-Dank zij de invloed van ds. Smeenk werd het gemakkelijker, onderduikers in Renkum
-te plaatsen. Hij zelf begon op grote schaal Joden onder te brengen bij leden van
-onze gemeente. De LO zorgde voor de benodigde bonkaarten. Al gauw had hij er 80
-(als ik me goed herinner) nodig en hij kreeg ze. Maar de - landelijke zowel als
-plaatselijke - LO richtte zich allereerst op het helpen onderduiken van hen die
-in Duitsland moesten gaan werken, oud-militairen enz.
-Eens vertrokken twee onderofficieren die ik had verborgen, naar elders en er
-kwamen dus twee plaatsen vrij. Maar de volgende dag al bleek ds. Smeenk op mijn
-plaatsen twee Joden te hebben ondergebracht. Toen ik t.a.v. die gang van zaken
-bij hem protest aantekende, zei hij: jawel, dat doe ik als ik de kans krijg weer;
-want wie naar Duitsland moet gaan als militair, arbeider of student, gaat wel
-een onzekere toekomst tegemoet, maar dat is niet zo erg als het lot van de Joden,
-want dat is verschrikkelijk." Dat moet eind 1943 of begin 1944 zijn geweest.
-
-De LO als geheel stelde het onderbrengen van Joden niet als eerste prioriteit.
-In het Gedenkboek van het verzet in LO en LKP (Landelijke knokploegen) staat:
-
-Bij het onderbrengen van Joden heeft de LO slechts een bescheiden rol gespeeld.
-In 1942, toen de Joden moesten duiken, was deze organisatie nog niet tot
-ontwikkeling gekomen. Ook leende de werkwijze der LO, gericht op de massale
-hulp aan grote groepen, zich minder voor het zeer speciale Jodenwerk. De meeste
-Joden zijn geholpen door kleine Joden-organisaties, waarin studenten prachtig
-werk verrichtten. Wel zijn vele Joden-helpers later medewerkers der LO geworden,
-werkten de J-organisaties nauw samen met de LO en heeft de LO belangrijke hulp
-aan de ondergedoken Joden verleend door de verstrekking van bonkaarten e.d. [11.1]
-
-<146>
-
-H. van Riessen, die in de top van de LO heeft gezeten, verklaarde voor de Enquête-
-commissie:
-
-Jodenwerk. Hier en daar met de LO verbonden, soms een afdeling, soms er helemaal
-los van, soms alleen maar een bonkaartencontact. Een onderduiker kon men aan de
-lopende band behandelen. U kunt zich echter voorstellen dat, wanneer het op de
-beurs om 100 onderduikers ging, waarvan 4 Joden, de Joden nooit aan de beurt kwamen.
-Het ging er op de beurs om snel zaken te doen en het was zeer moeilijk ze te
-herbergen. Bijna niemand nam ze. Wij hebben dat zelf ook begrepen en wij hebben
-toen zelf gestimuleerd het probleem van de Joden, die zoveel moeilijker op te
-bergen waren en waarvoor men ook zoveel banger was, langs een apart kanaal te
-behandelen of het over te dragen. Men moest voor dit vraagstuk iemand nemen,
-die er zelf geheel voor zorgde, zodat het geval tot zijn recht kon komen.
-Vraag: Het ging er dus eigenlijk om, dat men voor de Joden geselecteerde adressen
-zocht?
-ja, over het algemeen was de illegaliteit overladen met werk en m de LO ging
-het om massawerk, met problemen die je overvielen en waarvan je niet wist, hoe
-er uit te komen. Allerlei dingen, die men kon afschuiven, schoof men dan ook af.
-Men kon vijf a zes adressen vinden, waar men onderduikers kon plaatsen, tegen
-hoogstens één adres, waar men een jood kon plaatsen. Terwijl men zo ontzaglijk
-veel adressen nodig had voor de onderduikers-niet-Joden, begon men daar maar aan.
-Ten slotte meende men goed te doen, er naar te streven, het Jodenwerk in een apart
-kanaal te leiden. [11.2]
-
-Op die regel waren uitzonderingen. Mijn broer vertelde later dat Kees Chardon
-uit Delft naar de provinciale beurs Zuid-Holland van de LO kwam en altijd Joden
-probeerde onder te brengen; "hij ziet er absoluut niet joods uit", placht Kees
-te zeggen. Dan schrok je wel even, als de betrokkene arriveerde; aldus mijn
-broer. Kees Chardon heeft de oorlog niet overleefd. zijn zwager, Klaas van Houten,
-bracht te Wageningen veel Joden onder. Hij heeft de LO eens voorgesteld, een
-aparte afdeling op te richten die zich speciaal zou bezighouden met Jodenhulp.
-Men heeft dat van de hand gewezen als "te gevaarlijk". [11.3]
-Als ik de oorlogstijd kon overdoen, zou ik het helpen van Joden als mijn eerste
-prioriteit stellen; we weten nu, hoezeer mijn dominee van toen gelijk had: hun
-lot was onvergelijkelijk veel erger dan dat van niet-Joodse onderduikers.
-De LO heeft aan individuele Joden, en ook aan andere organisaties die zich wel
-speciaal op het helpen van Joden toelegden, belangrijke steun verleend in het
-verschaffen van bonkaarten en persoonsbewijzen. Toch, zo denk ik, had het lot
-der Joden deze organisatie meer ter harte moeten gaan.
-
-<147>
-
-De meeste (maar niet allen) van de ongeveer 15.000 medewerkers van de LO-LKP
-waren kerklid. 1100 LO-ers en 500 KP-ers kwamen om.
-
-Dit hoofdstuk lieten we ter beoordeling lezen aan de heer L. Scheepstra ("Bob"),
-die leider van de Landelijke KP was. Zijn reactie: je hebt wel gelijk, maar
-vergeet niet: iemand als ik bijv. was opgegroeid op een eiland (Schiermonnikoog);
-ik was zomer 1943 (toen de LO/LKP op grote schaal begon te opereren) nog geen
-25 jaar oud, en we hebben het al improviserend moeten leren".
-
-<148>
-
-12. DE NV EN HAAR KINDEREN
-
-Er zijn enkele organisaties geweest - veel kleiner dan de LO met zijn 15.000
-medewerkers - die zich toegelegd hebben op het helpen van Joden. Onder deze
-groepen waren er vier van enige omvang die zich speciaal bezighielden met het
-verbergen van Joodse kinderen.
-Allereerst een groep Utrechtse studenten (het "Utrechtse kindercomité") en ten
-tweede een Amsterdamse groep, van Piet Meerburg, die samenwerkte met ds. Mesdag
-en kapelaan Jansen te Sneek. De derde was de Trouw-groep (Gesina H.J. van der
-Molen, dr. J.W. van Hulst en Sandor Baracs).
-De vierde groep noemde zich de NV; inderdaad: een naamloze vennootschap. Men
-legde de nadruk op de anonimiteit - andere groepen ook uiteraard - en dat kwam
-uit in de naam. Men heeft die anonimiteit ook na de oorlog nog lange tijd in
-acht genomen en dat zal dan ook de reden ervan zijn dat L. de Jong deze groep
-niet vermeldt. Toch heeft de NV niet minder dan 250 Joodse kinderen weten te
-onttrekken aan deportatie.
-Pas 37 jaar na de tweede wereldoorlog werd de anonimiteit opgeheven. Toen
-verscheen er een boek met verhalen [12.1] en daarna een doctoraal-scriptie van
-de hand van de zoon van één van de "aandeelhouders" van de NV, Bert Jan Flim:
-De NV en haar kinderen, 1942-1945 [12.2] (we hebben veel van het volgende geput
-uit deze scriptie). En ten slotte organiseerde één van de -kinderen", Jack
-Aldewereld, in mei 1989 een grote reünie te Brunssum waar "kinderen", helpers
-en pleegfamilies elkander weer ontmoetten. Ed van Thijn, ook een "kind", sprak
-de feestrede uit.
-
-In het vervolg zal een aantal predikanten een rol spelen; ik vermeld telkens -
-behalve de naam - hun geboortejaar.
-De "oprichting" van de NV vloeide voort uit een kerkdienst: op zondag 5 juli 1942
-ging dominee Constan Sikkel (1895) voor in de Rafaëlpleinkerk te Amsterdam.
-Tot zijn gemeente behoorde de familie Braun: man, vrouw en twee kinderen van 19
-en 15 jaar oud. Zij waren na de Anschluss uit Oostenrijk gevlucht. Het waren
-Joden-christenen. Toch kregen ook de twee kinderen de gevreesde oproep om zich
-te melden.
-
-<149>
-
-Ds. Sikkel maakte tijdens de dienst een opmerking over het onheil dat de familie
-Braun getroffen had. Tot de kerkgangers behoorden de twee broers Jaap en Gerard
-Musch, toen 29 en 21 jaar oud. Na afloop van de dienst spraken ze ds. Sikkel aan
-en vroegen het adres van de familie Braun, gingen daar heen en boden de twee
-kinderen hun hulp aan om onder te duiken. Die wilden dat alleen, op voorwaarde
-dat ook hun ouders zouden onderduiken: anders zouden immers de Duitsers de
-verdwijning van de kinderen wreken op de ouders.
-Er is toen besloten dat het hele gezin zou onderduiken en zo geschiedde. De
-kinderen gingen naar Friesland, de ouders werden ondergebracht met hulp van
-een dominee in Barneveld voor wie ds. Sikkel de gebroeders Musch een introductie-
-brief had meegegeven; dat moet ds. W.L. Korfker (1883) geweest zijn.
-
-Dat was het begin. Kort daarop gingen Jaap en Gerard zich nog intensiever met
-het helpen onderduiken van Joden bezighouden. Jaaps verloofde evenwel vond
-Jodenhulp veel te gevaarlijk; waarop Jaap besloot de verloving te verbreken.
-Hij, zijn broer Gerard en diens vriend Dick Groenewegen van Wijk (evenals
-Gerard 21 jaar) waren bewogen met het lot der Joden, "een lot waarmee ze iedere
-dag geconfronteerd werden". Dat was de belangrijkste drijfveer. "Ook voelden ze
-zich als christenen verplicht te proberen zoveel mogelijk Joden uit handen van
-de Duitsers te houden". Aldus Bert Jan Flim.
-Ze gingen zich vooral toeleggen op het helpen van Joodse kinderen: die waren
-gemakkelijker dan volwassenen onder te brengen, accepteerden de autoriteit van
-hun helpers (de helpers zelf waren nog zo jong!), hadden geen persoonsbewijs nodig,
-waren het meest hulpeloos, maar vormden desondanks de toekomst van het Joodse volk.
-
-<150>
-
-Drie problemen moesten worden opgelost: hoe de kinderen uit Duitse handen te
-krijgen? Hoe de nodige onderduikplaatsen te vinden?, hoe de kinderen naar hun
-plaats van bestemming te brengen?
-Er was in Amsterdam, Plantage Middenlaan 31, een crèche die op last van de Duitsers
-ingericht was, als dependance van de Hollandse Schouwburg, het gevreesde
-concentratiepunt voor hen die gedeporteerd zouden worden. Welnu, men vond
-(zoals ook door L. de Jong beschreven) allerlei wegen om telkens kinderen de
-crèche uit te smokkelen, vaak via de nabijgelegen Hervormde kweekschool en met
-behulp van de directeur daarvan, J.W. van Hulst. Joop Woortman was de verbindings-
-schakel tussen de NV aan de ene kant, en de directrice van de crèche, mevrouw
-Pimentel, en de medewerker van de Joodse Raad Walter Susskind aan de andere kant.
-
-Foto 17. Jaap Mush (1913-1944)
-
-Wat het tweede probleem betreft: Jaap Musch (hij was chemisch analist)
-solliciteerde bij de Staatsmijnen in Heerlen en werd daar aangenomen.
-Dientengevolge zou hij zelf voorlopig niet behoeven onder te duiken om werken
-in Duitsland te ontgaan: de mijnen waren "Kriegswichtig". Gerard en Dick voegden
-zich bij hem; zij moesten wel onderduiken, maar konden dan ook voortaan al hun
-tijd aan de NV wijden.
-Jaap nam contact op met de plaatselijke Gereformeerde predikant, ds. G.J.
-Pontier (1888), die zelf ondergedoken Joden in huis verborgen hield. Flim
-vertelt: "Dominee Pontier maakte een lijst van gemeenteleden, die volgens hem
-wel genegen waren een joods kind bij hen in huis te nemen. Gewapend met die
-lijst en een introductiebrief van ds. Pontier gingen Dick en Gerard de boer op.
-Aangekomen bij zo'n adres belden zij aan en spraken de woorden: 'Ik kom van ds.
-Pontier."
-
-Dat was toch een deuropener daar. Dat bracht je in de voorkamer. Eenmaal binnen
-vertelden zij aan de mensen die daar woonden van hun ervaringen uit Amsterdam:
-hoe zij zelf hadden gezien dat mensen uit hun huizen werden gesleept en als vee
-werden weggevoerd. Dit was noodzakelijk, want veel mensen in Zuid-Limburg wisten
-in het geheel niet, wat er gaande was in Amsterdam.
-Vervolgens vroegen zij of de betrokken familie een joods kind onderdak wilde
-verschaffen. Dit was wel gebonden aan de voorwaarde dat dat kind in zijn nieuwe
-omgeving gewoon buiten kon spelen en gewoon naar school kon gaan. Tevens zou
-één van de NV-medewerkers eens per maand langskomen om erop toe te zien dat dit
-inderdaad gebeurde. [12.3]
-
-De groep van medewerkers en medewerksters groeide. Vooral de laatsten waren
-belangrijk voor het met zo weinig mogelijk risico overbrengen van de kinderen
-uit Amsterdam naar Limburg: een jonge vrouw met een kind in de trein trekt minder
-de aandacht dan idem een jongeman.
-
-<152>
-
-Vanaf zomer 1943 zorgde de LO (de hier eerder besproken Landelijke Organisatie")
-voor de broodnodige bonkaarten. Het werk breidde zich uit: ds. H. Bouma (1887)
-te Treebeek/Brunssum werd ingeschakeld; via hem kwam er een fors aantal beschikbare
-adressen bij. Volgende medewerkers waren ds. H.R. de Jong (1911) te Venlo en de
-Hervormde ds. C.R. de Jong (1911) te Rossum. In een iets later stadium kreeg men
-vaste voet in Twente: de familie Flim te Nijverdal zette zich daar in voor de NV.
-Het domineescircuit bleef daarbij belangrijk. Dat blijkt uit het volgende citaat,
-waarbij wat tussen haken staat mijn toevoeging is:
-
-Koos verscheen op het toneel met het verzoek om tachtig adressen. Herman (Flim)
-en Koos gingen direct aan het werk. De Gereformeerde predikant in Nijverdal, ds.
-(R.) Hamming (1876), verwees hen door naar zijn collega in Lemelerveld, ds. (A.J.W.)
-Vogelaar (1907), en naar een dominee in Heerde (C.J.W. Teeuwen; 1898). Vervolgens
-werden de taken verdeeld. Koos ging op een vrijdag en daarop volgende zaterdag naar
-Heerde met een introductie van ds. Hamming. Herman werkte op vrijdag Lemelerveld af.
-[12.4]
-
-Ook in de Betuwe wist men kinderen onder te brengen. Pas onlangs ontdekte ik dat
-ook het Joodse meisje dat tijdens de oorlog bij mijn tante in Leerdam verbleef
-een "kind van de NV" was.
-Al deze kinderen "moesten gewoon opgroeien in een pleeggezin, naar school gaan,
-buiten spelen, kortom, alles doen wat een "gewoon" kind gewend was om te doen.
-Alleen onder deze voorwaarden werden de kinderen geplaatst", aldus Flim. 's Zondags
-gingen ze dus ook met het gezin mee naar de kerk, en ze hoorden "thuis" het
-dagelijks gebed en het lezen uit de bijbel aan. Voorts gingen ze ongetwijfeld
-naar "de school met de Bijbel' en, als ze de leeftijd daarvoor hadden, samen met
-de andere opgroeiende kinderen van het gezin naar de catechisatie: het kerkelijk
-onderricht bestemd voor de jeugd vanaf 12 jaar op een avond in de week. Dat
-behoorde bij het leefpatroon en indien men daarvan wat betreft "een Rotterdams
-pleegkind" (de bewering die naar buiten gebruikt werd en die, tengevolge van
-het bombardement van Rotterdam, moeilijk te controleren was) afweek, kon daardoor
-ongewenste aandacht opgeroepen worden.
-Als er gevaar dreigde, moest een kind naar een ander adres gebracht worden. Ook
-om persoonlijke redenen (angst van de pleegouders bijv.) kon overplaatsing
-noodzakelijk worden. Misschien kwam het kind in kwestie dan terecht in een
-gezin met heel andere opvattingen dan die van het vorige. Geleidelijk aan werden
-namelijk ook plaatsen in RK gezinnen gevonden.
-Ed van Thijn vertelde:
-
-<153>
-
-Ik wisselde ook regelmatig van godsdienst. De ene keer zat ik in een streng
-gereformeerd gezin. De andere keer bij een katholieke familie. (Daar bad hij
-dan ook vrolijk de rozenkrans mee). Je moest je onmiddellijk aanpassen, ja...
-onmiddellijk. Was ik net een beetje wegwijs in de Statenbijbel... [12.5]
-
-Zij die de NV op touw gezet hadden, deden dat voor het merendeel (niet allemaal)
-vanuit een christelijke overtuiging. Ze deden dat om levens te redden, niet om
-de kinderen tot een ander geloof over te halen. Gold dat ook wat betreft de
-pleeggezinnen? Ik denk dat men altijd, om te beginnen, een kind opnam om een
-leven te redden. Daarna heeft men soms - soms ook niet - geprobeerd het eigen
-geloof uit te dragen.
-Jack Aldewereld (al eerder genoemd) werd opgenomen door een echtpaar zonder
-kinderen. Toen na de oorlog bleek, dat zijn ouders omgekomen waren, is hij bij
-de pleegouders gebleven. Hij werd door hen gereformeerd opgevoed, maar is altijd
-vrijgelaten in zijn keuze.
-"Flip Amsterdammer" vertelt daarentegen over zijn vroegere pleegvader:
-
-Hij heeft in 1975 of 1976 contact met mij opgenomen.(...) Het is een uiterst
-openhartig gesprek geworden, omdat hij claimde dat hij mijn leven gered had,
-wat dus waar is, en ik op die grond niet van het pad van Jezus had mogen afwijken.
-Hij had dus ontdekt (...) dat ik een socialist was geworden en als godslasteraar
-op het verkeerde pad was gegaan en hij vroeg mij op grond ervan dat hij mijn
-leven gered had, terug te keren tot het ware geloof. Dat was een uiterst pijnlijke
-toestand.[12.6]
-
-Ds. Pontier hield, zoals al eerder even aangestipt, in zijn huis Joden verborgen,
-een familie van strikt orthodoxe opvattingen. Een van de zoons kreeg van ds. Pontier
-een nieuw testament. Aan de andere kant werd er voor de onderduikers, die een
-eigen gedeelte van het huis tot hun beschikking hadden en daar hun gebeden konden
-verrichten, zo lang het mogelijk was kosjer gekookt. [12.71] Zo combineerde het
-echtpaar Pontier blijkbaar de bereidheid om de overtuiging van de ander te
-respecteren met het verlangen om eigen geloofsgoed aan die ander over te dragen.
-
-<154>
-
-Van de 250 kinderen die door de NV ondergebracht werden is er zelfs niet één in
-de handen van de Duitsers gevallen. Maar september 1944 werd een inval gedaan -
-min of meer bij toeval - in een landhuisje bij Nijverdal, waar Jaap Musch verbleef
-met vier Joodse kinderen. Jaap vluchtte niet, om de kinderen de kans te geven weg
-te komen en dat is hun gelukt. Hijzelf werd weggevoerd, zwaar gemarteld en - toen
-hij desondanks niets losliet - in de nacht van 9 op 10 september vermoord.
-Ook Joop Woortman is omgebracht, in Bergen Belsen. Ds. H.R. de Jong moest
-(maart 1944) onderduiken na een overval van de SD op de pastorie in Venlo. Hij
-raakte toen nog dieper betrokken bij het werk voor de LO en "Trouw". januari
-1945 werd hij gevangen genomen en op 12 februari 1945 vermoord, nog geen 34 jaar
-oud. Alle andere medewerkers van de NV hebben de oorlog overleefd.
-
-<155>
-
-13. DRIE ERVARINGEN
-
-a. Ader
-
-Het verhaal van mevrouw J.A. Ader-Appels, Een Groninger pastorie in de storm,
-[13.1] beleefde de ene herdruk na de andere en dat is geen wonder: het verhaal
-vertelt op boeiende wijze hoe mensen ondanks hun angst - kwamen tot het helpen
-van Joden.
-Ds. B.J. Ader was Hervormd predikant te Nieuw-Beerta. Zijn vrouw had een Joodse
-vriendin in Amsterdam en die schreef haar: "Kan ik niet een tijdje bij jullie
-logeren? Ik ben in grote nood". Toen mevrouw Ader deze brief aan haar man liet
-lezen, was die juist in een pessimistische bui en zei: "Daar heb je 't al....
-ik eindig mijn leven nog in een concentratiekamp" (91). Maar de vriendin mocht
-wel komen, en na haar vele anderen. Over de twee honderd werden ondergebracht.
-Verraad noodzaakte ds. Ader onder te duiken. Op korte termijn moesten toen dus
-ook alle Joodse gasten van de pastorie elders worden ondergebracht. Mevrouw Ader
-bleef.
-Toen de overval kwam waren de vogels gevlogen, maar mevrouw Ader werd - ofschoon
-in verwachting - meegenomen, evenals de hulp in de huishouding. Mevrouw Ader werd
-verhoord door een inspecteur van politie die N.S.B.-er was. Tijdens een van de
-verhoren zei ze: "U sprak gisteren over christen-zijn. Dat houdt in, dat volgens
-onze overtuiging we bereid zouden moeten zijn om een mens die in nood is, te
-helpen - wie het ook is. En als er daarom iemand bij ons kwam die vervolgd werd,
-en in levensgevaar verkeerde en ons vroeg om bescherming, dan zouden we hem of
-haar die geven, ten koste van onze eigen veiligheid" (25l).
-Geen woord in de geest van: "we moeten hun zielen redden".
-Maar van de bij hen ondergedokenen werden twee meisjes later gegrepen en naar
-Westerbork gevoerd. Van daaruit vroegen ze vlak vóór hun deportatie naar Polen
-- om bijbeltjes en die zijn toen aan hen gestuurd.
-Mevrouw Ader werd kort daarop losgelaten, maar moest de pastorie uit; die werd
-leeggeplunderd. Ds. Ader had zomer 1944, toen de geallieerden in Frankrijk snel
-oprukten, het plan beraamd om - bij de nadering der bevrijders - het kamp Westerbork
-te overvallen en de gevangenen te bevrijden. Twee gedeserteerde Duitse soldaten
-hadden hem daartoe hun uniformen gegeven. Het plan werd verraden. De twee Duitsers
-zijn onmiddellijk terechtgesteld.
-
-<156>
-
-foto 18 a + b ds B.J. Ader en zijn vrouw J.A. Ader-Appels
-
-Ds. Ader werd op 23 juli 1944 gevangengenomen. Tijdens zijn gevangenschap schreef
-hij enkele aangrijpende gedichten. [13.2] Op 20 november 1944 werd hij in de
-bossen bij Veenendaal gefusilleerd.
-
-b. Dobschiner
-
-Mevrouw Ader toonde nergens de behoefte om aan anderen haar geloof op te dringen,
-maar de verzetshouding en de daden van haar man en haar hebben ongetwijfeld grote
-indruk gemaakt op hen die ze verborgen. Dat blijkt ook uit het boek van Johanna-
-Ruth Dobschiner [13.3], die geruime tijd bij het echtpaar Ader ondergedoken is
-geweest.
-
-<157>
-
-Zij wilde, strikt orthodox-joods opgevoed als ze was, de Joodse spijswetten zoveel
-mogelijk blijven naleven en zag daarom af van het eten van vlees. Het feit dat ze
-in een domineesgezin verbleef joeg haar angst aan: Ik had gehoord van nonnen, die
-Joodse kinderen stalen om ze te redden uit de handen van de vijand. Dan werden zij
-in de kloosters verborgen en later gedoopt. (...) Was mijn bezorgdheid ook maar
-enigszins gegrond? Nog maar enkele ogenblikken geleden had ik Domie (Groningse
-afkorting voor dominee; JMS) bewonderd om zijn zuiverheid, zijn eerlijkheid. Nee,
-hij kon daar niet bij horen. Hij was geen non of priester. Hij was een gewoon mens,
-nee, een buitengewoon mens. Ik zou hem vertrouwen, zelfs al was hij een dominee"(134).
-Toen de overval dreigde en alle onderduikers naar een andere schuilplaats moesten
-worden overgebracht, zat iedereen in spanning te wachten op het moment waarop er
-iemand zou komen om hen af te halen. Mevrouw Ader ging aan de piano zitten; zij
-speelde haar eigen kerkliederen. Haar twee neefs (ondergedoken studenten) zongen
-mee. "Wij meisjes luisterden en een paar van ons volgden de woorden in het
-gezangenboekje". De schrijfster vertelt dan hoe zij "Frans" (haar onderduik-naam),
-wel zin had om mee te zingen, maar "Welk een vriend is onze Jezus", dat ging
-natuurlijk niet; dus ze zong: "Welk een vriend is onze Mozes" (173).
-
-Foto 19: Johanna Ruth Dobschiner als verpleegster op 17 jarige leeftijd
-
-<158>
-
-Tenslotte vond "Frans" een nieuwe schuilplaats in Limburg waar ze, najaar 1944,
-door de Amerikanen bevrijd werd. "Toen ik bijna zes weken naar de dorpskerk was
-geweest, vond ik, dat de tijd gekomen was lid te worden. Ik maakte een afspraak
-met de predikant voor een gesprek." Eerst vonden hij en zijn kerkenraad het maar
-vreemd (ze had niet eens catechisatie gehad!), maar tenslotte hadden ze geen
-bezwaar: ze deed reeds de daarop volgende zondag belijdenis, en werd gedoopt.
-
-c. Houwaart
-
-Totaal anders ' waren de levensloop en ervaringen van Dick Houwaart, zoals hij
-die beschrijft in Verduisterde bevrijding. [13.4] Formeel gezien hoort hij
-in dit hoofdstuk niet thuis, want hij is nooit ondergedoken geweest in de
-letterlijke - wel in de figuurlijke zin. Die ervaring beschrijft hij als volgt:
-"De Jood, die de christelijke glans gebruikte om zijn Jood-zijn te verbergen".
-Houwaart vervolgt dan: "Het is de omgekeerde weg van de jodin, die een boek
-schreef over haar overgang naar het christendom in oorlogstijd. Een Anneke
-Beekman in pais en vree. Maar hoe kan een overgang in oorlogstijd ooit een
-vrijwillige zaak zijn? Hoe kan een mens vrijwillig besluiten christen te worden,
-als zijn leven wordt bedreigd? Als zijn ontvangers hem voorhouden dat het kruis
-hem zal redden. Wie zal de peilloze angsten, de psychische druk, de ijver van de
-omgeving weerstaan, als het er om gaat het vege lijf te redden?" Aldus Houwaart.
-We menen dat, als Houwaart op het hierboven genoemde boek doelde, hij het niet
-voldoende grondig gelezen heeft en onnauwkeurig weergeeft; zo vond "de overgang
-naar het christendom in oorlogstijd" van Johanna-Ruth Dobschiner plaats na haar
-bevrijding en vernemen we niets over "psychische druk, de ijver van de omgeving".
-
-<159>
-
-Blijkbaar is Houwaart pas later tot de ontdekking gekomen, hoezeer men bij het
-nemen van belangrijke beslissingen geleid kan worden door angst: "Hoe onwaarachtig
-was mijn gedwongen doop in de roomse kerk.(...) Het was pure angst. Het was de
-doodsangst van een moeder voor haar kinderen en zichzelf. Nog was zij niet aan de
-beurt, maar zij wist met een Joodse zekerheid dat haar dag en die van haar kinderen
-zou komen. Daarom zocht zij de tijdelijke veiligheid van de roomse kerk" (19-20).
-Gedoopt in de Rooms-Katholieke, maar later overgegaan naar een Protestantse - naar
-ik vermoed de NH - kerk: "Het protestantisme overspoelde mij als een lauwe golf
-veiligheid" (66). Behoefte aan veiligheid en daarom "oorlogs-christen" geworden
-en enige tijd gebleven. Houwaart verwijt dat niet zijn moeder aan wie hij zijn
-boek opdraagt, wel zichzelf.
-In gedachten voert hij een gesprek met een omgekomen familielid waarin hem "verraad"
-verweten wordt (36). En later bekent hij: Ik heb al verteld, dat ik duizenden malen
-nee zei tegen het Jood-zijn. Ik aarzelde om het te zeggen. Omdat ik bang was. Ik
-wilde mij verbergen voor de bordjes ('Verboden voor Joden'). Voor de razzia's.
-Voor het halen"(50).
-In 1973 keerde Houwaart terug tot het Jodendom. Hij had afgerekend met zijn "oorlogs-
-christen" zijn.
-
-<160>
-
-14 WAAROM HIELP MEN Joden?
-
-a. Dominee, boer, dominee
-
-Hij was 56 jaar oud en stond al 27 jaar in zijn tweede gemeente, Heerlen. We
-hebben hem al eerder ontmoet - met zijn hulp begon de NV Joodse kinderen onder
-te brengen in Limburg: ds. G.J. Pontier. Met vrouw en 4 kinderen bewoonde hij
-een vrij klein huis. Het merendeel van zijn gemeenteleden werkte in de mijn;
-velen waren uit Friesland of Drente afkomstig. In Limburg stichtten ze een eigen
-kerk en een "school met den Bijbel". Het was een Protestants eilandje in een Rooms-
-Katholieke omgeving.
-Dicht bij hen woonde de familie Silber: man, vrouw en vier kinderen (twee andere
-kinderen hadden kans gezien te emigreren naar het toenmalige Palestina). Joden,
-gevlucht uit Polen waren het. Eerst was er nauwelijks contact tussen de twee
-gezinnen.
-Maar eens sprak ds. Pontier een van de jonge Silbers aan op straat en zei: "als
-jullie in nood komt, kom dan bij ons." Aldus de oudste dochter Pontier. [14.1]
-Al spoedig kwam inderdaad de nood aan de man: de 3 zoons werden opgeroepen. Eerst
-leek de pastorie niet meer dan twee gasten te kunnen herbergen; dus meldde zich
-een van de zoons en werd gedeporteerd. Hij heeft de oorlog desondanks overleefd.
-Mevrouw Pontier heeft er een heftig schuldgevoel over gehouden: "waarom kon hij
-er niet bij?"
-Kort daarop moesten ook de andere Silbers zich melden en zij vonden eveneens een
-schuilplaats in de pastorie. Er werd toen ruimte geschapen. De oudste dochter van
-het gezin Pontier ging iedere nacht bij de buren slapen. Het gezin Silber kreeg
-de zolder als slaapvertrek en de studeerkamer als zitkamer. "Waar maakte Uw vader
-dan zijn preken?", vroeg ik. "Beneden; daar was zijn bureau heengegaan. Dan gingen
-de schuifdeuren (van de kamer en suite) dicht en dienden de kinderen zich stil
-te houden".
-
-Het gezin Silber was orthodox-joods. Geheel op eigen terrein kon men de gebeden
-dus blijven verrichten. Een enkele keer keken de kinderen Pontier om de hoek en
-bewonderden de gebeds­mantels. Mevrouw Pontier bereidde het eten en zorgde ervoor
-dat het kosjer was, "zo lang als dat mogelijk bleek". Mevrouw Pontier was het ook,
-die op haar fiets de gemeente introk om plaatsen te zoeken voor "de kinderen van
-de NV".
-
-<161>
-
-foto 20 (Het gezin Pontier-Wartena; foto omstreeks 1938)
-
-Op 6 november 1943 kwam de SD ds. Pontier arresteren: hij had een jongeman die
-de (nationaal-socialistisch getinte) Arbeidsdienst in moest, helpen onderduiken.
-Merkwaardigerwijs hebben ze de dominee meegenomen zonder verder huiszoeking te
-doen: zo ontkwamen de Silbers. Ds. Pontier werd drie dagen vastgehouden in het
-huis van bewaring te Maastricht en toen overgebracht naar de cellenbarakken te
-Scheveningen. Op 17 mei 1944 werd hij vrijgelaten, nadat hij beloofd had, geen
-onderduikers meer te zullen helpen. Met die belofte had hij het wel een beetje
-moeilijk, maar hij heeft het toch maar beloofd want, zo dacht hij: "het is mijn
-vrouw die het meeste werk doet op dit gebied".
-Mijn laatste vraag in het gesprek met zijn dochter was: "Waarom hielp Uw vader
-de familie Silber, ofschoon hij die toch nauwelijks kende?" Het antwoord was:
-"Hij zag de Joden als het uitverkoren volk; daarom vond hij dat wij hen behoorden
-te helpen ondanks de gevaren - en daarom hadden ze bij hem een streepje voor,
-vergeleken bij andere onderduikers."
-
-<162>
-
-<163> (foto 21 van Oom Hannes - Johannes Boogaard Jr.
-
-Nu was de opvatting dat de Joden nog steeds het uitverkoren volk zijn (het
-"Verbondsvolk") in die tijd allerminst gemeengoed onder Gereformeerde predikanten.
-Eerder, zo menen we, vond men die gedachte onder gemeenteleden. Een hunner was
-Johannes Bogaard, een keuterboertje in de Haarlemmermeer. [14.2] We noemden
-hem: "oom Hannes". Zijn vader is in de oorlog omgekomen; ook een broer, ook een
-zoon. De familie was onvermoeibaar in het onderbrengen van Joden. L. de Jong
-besteedt uitvoerig aandacht aan hen en aan hun ondernemingen. [14.3]
-Toen "oom Hannes" de eerste keer bij ons aanbelde, heeft schrijver dezes hem
-niet binnengelaten, maar hem gevraagd na een half uur terug te komen. Ik vond
-hem er nl. onguur uitzien en vertrouwde hem niet. Toen hij terugkwam, zag mijn
-zuster hem en haar reactie was anders dan de mijne. Ze schreef later in haar
-dagboek: "Oom Hannes bij ons geweest. Ik kwam terug van een boodschap en zag
-hem voor de deur staan: hij had net gebeld. En meteen wist ik dat dit nu oom
-Hannes was, al had ik hem nog nooit gezien. 'Van buiten zwart, van binnen rein',
-zeggen zijn logés."
-Achteraf spijt het me dat we toen nooit met hem gepraat hebben over de vraag:
-"Waarom doet men in de oorlog de dingen die men doet?" Een van de onderduikers
-van toen wees me evenwel op een boek over het verzet in en om de Haarlemmermeer.
-Daarin vinden we:
-
-De Boogaards hebben altijd de onderdrukten en hongerenden geholpen. Na de Eerste
-Wereldoorlog hadden ze Hongaarse kinderen in huis. Nederland had altijd onderdak
-aan de Joden en andere ontheemden verstrekt. Dat hóórden we ook gewoon te doen,
-vonden de Boogaards. De voornaamste reden daarvoor vonden ze in de Bijbel: 'De Joden
-zijn Gods uitverkoren volk.' 'En de Duitsers horen hier niet', voegden ze er dan aan
-toe (75).
-
-En even verder horen we wat er gebeurde tijdens de tweede overval op de boerderij:
-"Elf mensen uit de kelder werden gepakt. (...) De oude Hannes, toen al 77, wilde de
-mensen niet laten gaan. Met de Bijbel in zijn handen bezwoer hij de politiemannen,
-dat zij de Joden niet mochten oppakken. 'Ze zijn Gods uitverkoren volk.' 'je houdt
-je smoel of je gaat ook mee', schreeuwden ze. 'Ik ga mee,' zei de oude Hannes en
-hij ging mee."(84).
-
-<164>
-
-foto 22 Ds . C. Kapteyn Dzn. (1895-1965)
-
-Een derde voorbeeld was de Amsterdamse ds. C. Kapteyn, collega van de al vaker
-genoemde ds. J. van Nes. Hij werd wegens hulp aan Joden gevangen genomen en
-verhoord door Sachbearbeiter Nagel. Deze vroeg Kapteyn, waarom hij Joden geholpen
-had bij het onderduiken.
-
-En het antwoord was, dat Christus ons dat geleerd heeft en dat deze bijzonder
-aangedrongen heeft op barmhartigheid voor de Joden. Ds. Kapteyn las uit zijn
-bijbel voor Romeinen 11:30-32.
-De heer Nagel antwoordde niets, maar liet het door ds. Kapteyn gezegde, met het
-Schriftbewijs erbij, kort in de protocollen invullen. Toen verder aan ds. Kapteyn
-gevraagd werd, waar de door hem geholpen Joden waren, zei hij, dat hij dat niet
-kon zeggen. En het tot grote verbazing van ds. Kapteyn gegeven wederwoord was:
-"Als ik op uw standpunt stond, dan vertikte ik het ook, om het te zeggen."
-En aan de typiste werd gedicteerd voor het protocol: "Wo diese Juden sind, kann
-ich nicht sagen". [14.5]
-
-<165>
-
-Het frappeert me dat de niet-kerkelijke geschiedschrijvers met geen woord reppen
-van dit motief om Joden te helpen: "Gods uitverkoren volk" of "het oude Bondsvolk"
-of een soortgelijke uitdrukking. Ook L. de Jong zegt wel: "Wat de gereformeerden
-aangaat, verdient het de aandacht dat zij die toch niet meer dan 8% van de
-bevolking vormden, uiteindelijk ongeveer een kwart van de Joodse onderduikers
-geherbergd hebben." [14.6] De vraag evenwel, wat voor dat herbergen het motief
-zou kunnen geweest zijn, wordt door hem niet behandeld.
-Een uitzondering op de regel van dit niet noemen van het "Gods volk-motief' is
-het onlangs verschenen De altruïstische persoonlijkheid - Waarom riskeerden
-gewone mannen en vrouwen kun levens om anderen te redden? Een citaat:
-
-Voor bepaalde gereformeerde helpers in Nederland hadden alle Joden een speciale
-verdienste, los van de gedragingen of eigenschappen van individuen, want die was
-hen geschonken door God zelf.
-
-Wat het Joodse volk betrof, werden wij opgevoed in een traditie waarin we geleerd
-hadden dat het Joodse volk het volk was van de Heer.
-
-De belangrijkste reden is dat we wisten dat zij het uitverkoren volk Gods zijn.
-We moesten hen redden. We vonden dat we dat moesten doen - en met die overtuiging
-riskeer je dan alles.
-
-Zoals ik u al zei, we hebben altijd van het Joodse volk gehouden omdat het Joodse
-volk Gods volk is. [14.7]
-
-Naast de specifieke ("de Joden zijn Gods volk") gold zeker niet minder ook de meer
-algemene opdracht: "Heb uw naaste lief als uzelf." De naam van het gedenkboek van
-het verzet in LO en LKP bedoelt te verwijzen naar die opdracht: "Het grote gebod."
-
-b. Angst
-
-Nu is met dit alles bepaald niet gezegd, dat een meerderheid van de Gereformeerden
-metterdaad Joden geholpen heeft. In werkelijkheid heeft slechts een (kleine)
-minderheid dat gedaan. De meerderheid liet het afweten, ook bij hen.
-Op de vraag, waarom mensen het uitdrukkelijke voorschrift van hun geloofsovertuiging
-soms (vaak!) naast zich neerlegden - terwijl "niet-gelovigen" dat gebod niet zelden
-wél vervulden", kunnen verschillende antwoorden gegeven worden. Ongetwijfeld was
-een belangrijke factor om géén Joden te helpen: de angst. Die kon men dan eventueel
-verbergen achter een min of meer aannemelijke verontschuldiging.
-
-<166>
-
-Eens vroeg ik aan iemand - eigenaar van een grote, eenzaam gelegen boerderij - een
-joods kind in huis te nemen. Zijn huisgenoten wilden wel, hij niet. Hij erkende het
-eerlijk: "ik ben bang". De man was Gereformeerd ouderling en, ofschoon ikzelf
-toentertijd allesbehalve godvruchtig was, achtte ik het gewenst hem de voor de
-hand liggende duimschroeven aan te leggen. Dus hield ik hem voor dat, naar zijn
-geloofsovertuiging, hij eens voor de rechterstoel van God verantwoording zou moeten
-afleggen van wat hij nagelaten had; ook van het geen onderdak verschaffen aan een
-joods kind. Ik vroeg hem of hij daarvoor niet banger was dan voor wat de Duitsers
-bij eventuele ontdekking hem zouden kunnen aandoen.
-Nog zie ik in gedachten het gezicht van de man voor me; hij zweette ervan. Maar
-het antwoord was: je hebt gelijk; toch durf ik niet." Het ironische van het geval
-is dat dezelfde man, aan het eind van de oorlog toen zijn dorp onder vuur lag en
-men moest evacueren, niet te bang was om terug te gaan in een poging om wat huisraad
-te redden. Dat heeft hem toen zijn leven gekost.
-Inderdaad was men soms, hoe onlogisch het klinken moge, minder bezorgd over het
-verliezen van lijf dan van goed. Na de slag bij Arnhem waren er nogal wat Engelse
-militairen ondergebracht bij burgers op de Veluwe. Men wist bij ontdekking de
-doodstraf te zullen krijgen, maar dat risico werd aanvaard. Toen evenwel bleek,
-dat de Duitsers bij ontdekking niet alleen de heer des huizes fusilleerden,
-maar ook zijn huis of boerderij verwoestten, zijn er een paar boeren geweest
-die zelden: "Dat wordt me te kras; zoek een andere plaats voor die Engelsman."
-Al eerder noemden we terloops hoe mevrouw Ader-Appels de pastorie moest verlaten
-en hoe die werd leeggeroofd, vanwege de hulp door haar en haar man verleend aan Joden.
-Zoiets was ook een harde klap, misschien harder dan we ons nu kunnen voorstellen.
-
-c. Om zielen te redden?
-
-Als een jood onderdook bij een christen, hielp de christen hem dan met de bedoeling,
-hem te winnen voor het christelijk geloof? Die vraag kwam reeds zijdelings aan
-de orde en dient hier nu uitvoeriger besproken te worden.
-
-<167>
-
-Duidelijk was de mening van een van de deelnemers aan een radio-uitzending van
-IKON [14.8] die op een desbetreffende vraag uitsprak, dat "het laten onderduiken
-soms ook een bijbedoeling had" en dat zij die lieten onderduiken dachten "dat zij
-het instrument waren in Gods hand om de Joden te confronteren met hun Messias."
-Ook verklaarde hij, dat "die diepste motivering eerder regel dan uitzondering was."
-Nadat die mening in het dagblad Trouw' samengevat was als zou "meer dan de helft
-van de christenen die Joden in hun huis deden onderduiken, dit uit bekeringsdrang"
-gedaan hebben, nuanceerde hij evenwel zijn standpunt: "algemene uitspraken zijn
-hier natuurlijk niet te doen."
-
-Krachtig wees de Hervormde emeritus-predikant G.C. Tromp (in Trouw, 15.6.1988) de
-mening als zou men Joden in huis genomen hebben om ze te "bekeren", van de hand.
-Hij sprak - als hulpprediker in de oude binnenstad van Amsterdam in de jaren
-1943-1945 - uit eigen ervaring:
-
-Mij is geen enkel geval bekend van christenen die een Joodse onderduiker wilden
-helpen 'uit bekeringsdrang'. Ik denk nu aan gezinnen die behoorden tot de
-hervormde, de gereformeerde, de christelijke gereformeerde kerken en tot de
-gereformeerde gemeente. Dat men aan onderduikers onderdak bood was vaak iets
-dat men deed - met vrees en beven; maar men dééd het, om levens te redden. Men
-deed het uit geloof zoals anderen het deden vanuit hun humanitaire overtuiging.
-
-Humoristisch (maar niet onjuist) is een andere opmerking van Tromp:
-
-Men kan ervan overtuigd zijn dat mensen die in de oorlog ondanks de struggle
-for life, een 'bekeringsdrang' in zich voelden, volop gelegenheid vonden die
-drang zonder risico uit te oefenen. Er waren tal van Nederlanders, die niet het
-christelijk geloof beleden. Men kon vrijuit met hen spreken, zonder het risico
-in een concentratiekamp terecht te komen. Daarom is het onbegrijpelijk dat er
-mensen geweest zouden zijn, die Joden in hun huis lieten onderduiken uit
-bekeringsdrang.
-
-Ds. Tromp vond dat "op deze wijze de eer en de goede naam van christenen die
-onderduikers in hun gezin opnamen, wordt aangetast", en achtte het gevaar van
-geschiedvervalsing aanwezig.
-Wij zijn, met ds. Tromp, van mening dat bekeringsdrang nimmer de reden is geweest
-om Joden als onderduikers in huis te nemen, in een tijd toen het verlenen van
-hulp aan Joden ernstig gevaar voor schade aan lijf en goed met zich mee bracht.
-
-<168>
-
-Men dient zich evenwel, ter beoordeling van de problematiek, in te denken wat
-er gebeurde wanneer een Joodse man, vrouw of kind onderdook bij een christelijk
-(laten we aannemen: een Gereformeerd) gezin. Dat was voor beide kanten een soort
-culturele schok. Zelden was het gastgezin gewend om intensief met "andersdenkenden"
-om te gaan; het was nog de tijd van de "verzuiling". Voor de gast was de schok
-nog groter.
-Het gezin had een vast patroon wat betreft de beleving van het geloof- op zondag
-ging men tweemaal naar een kerkdienst; door de week gingen de opgroeiende kinderen
-naar de catechisatie (kerkelijk onderricht) en naar de -eveneens kerkelijk
-georiënteerde - jeugdvereniging. Dat alles ging de onderduiker nog grotendeels
-voorbij; al werd er in vele gezinnen thuis nagepraat over de preek en werd er
-bij de jeugd geïnformeerd naar wat er besproken was op catechisatie of
-jeugdvereniging. Maar - tenzij men een gedeelte van het huis apart kon bewonen
-(de Silbers bij Pontier) het dagelijks huiselijk bedrijf ging de onderduiker
-allerminst voorbij. In de meeste gevallen zat hij met het gezin aan de etenstafel
-en hoorde zodoende driemaal daags lezen uit de Bijbel, en zesmaal daags een hardop
-uitgesproken gebed.
-Soms zal de onderduiker geboeid zijn geweest door de krachtige woorden waarmee
-in het gebed gevraagd werd om Gods bescherming voor de verdrukten, alsook om de
-ondergang van de verdrukkers. Maar dat werd gevraagd "in Christus' naam", en dat
-zal hem een minder behaaglijk gevoel gegeven hebben. Of, sterker, hij of zij
-voelde zich miserabel.
-Anne de Vries vertelt, in De levensroman van Johannes Post:
-
-In de boerderij staat de tafel gedekt. Spoedig dampt een warm maal op de schalen.
-De Joden scharen zich om de dis. Johannes gaat voor in gebed. Hij neemt geen blad
-voor zijn mond. Ofschoon hij gaarne de gevoelens van anderen ontziet, in zijn
-gebed moet hij oprecht en openhartig zijn. "Here, wij danken U, dat Gij ons bewaard
-hebt en dat Gij deze levens aan het woeden van de vijand hebt ontrukt. Wil deze
-vervolgden een Vader en Beschermer zijn, om Christus' wil, die ook hun Messias is,
-al erkennen ze Hem nog niet..." [14.10]
-
-Men nam - het zij nogmaals beklemtoond - Joden in huis om levens te redden, niet
-om ze te bekeren. Toch ligt het voor de hand dat, als ze eenmaal in huis waren en
-men elkaar beter ging kennen, de gedachte kon opkomen: "wat zou het fijn zijn als
-onze huisgenoot 'het heil in Christus' vindt." Men had als kind al op de catechisatie
-uit het hoofd geleerd, dat er "bij niemand anders (dan bij Jezus) enige zaligheid
-te zoeken of te vinden is" (Heidelbergse Catechismus, zondag 1l).
-
-<169>
-
-We achten een dergelijke hoop op zichzelf respectabel. Ieder, die de eigen geloofs-
-overtuiging ervaart als iets waardevols, zal het verlangen kennen om dat waardevolle
-met een ander te delen. Zowel de bereidheid om een mensenleven te redden en daarbij
-groot persoonlijk risico te lopen, als ook het verlangen om de ander tot geloof te
-brengen, kónden voortkomen uit dezelfde bron: oprechte naastenliefde.
-Bovendien, niemand was zijn leven zeker; de helper evenmin als de geholpene. Als
-alles tegenliep, en een laatste, bittere werkelijkheid aanvaard moest worden, dan
-bleek de wetenschap dat die ander - hetzij jood of niet-jood - tot geloof was gekomen,
-een geweldige troost. Dat heb ik gezien, toen onze vriend Lodewijk van Duuren -
-samen met de anderen van de z.g. Trouwgroep - augustus 1944 door de Duitsers
-gefusilleerd was en zijn ouders kort daarop zijn afscheidsbrief kregen.
-Welnu, het lag voor de hand dat, als er een onderduiker -jood of niet-jood - bij
-een meelevend-christelijk gezin ondergebracht was en hij na verloop van tijd
-belangstellende vragen naar hun geloof begon te stellen, hem dan met genoegen
-antwoord gegeven werd.
-Schrijver dezes is van mening, dat "verantwoording afleggen van de hoop die in
-ons is" (1 Petrus 3:15) geen verwerpelijke zaak behoeft te zijn, vooral indien
-men bedenkt dat Petrus erbij zei: "aan al wie u rekenschap vraagt." En indien, ten
-tweede, aanvaard wordt dat de ander eveneens het volste recht heeft om op zijn beurt
-mij te confronteren met zijn - van de mijne afwijkende - geloofsovertuiging.
-Ten derde dient bedacht te worden - en hier juist wrong soms de schoen - dat een
-uitwisseling van wederzijdse overtuigingen alleen op een zuivere manier kan
-plaatsvinden indien beide gesprekspartners op basis van gelijkheid spreken; met
-andere woorden: als niet de een over de ander macht uitoefent of zelfs maar
-probeert uit te oefenen. Men kan de ruimte van de ander op allerlei manieren
-inperken, ook door verbaal geweld of psychische druk. Terecht heeft Dick Houwaart
-op dit gevaar gewezen. Een machtspositie kan verankerd zijn in de situatie, zelfs
-op een manier waarbij de betrokkenen zich de ongelijkheid op het moment niet eens
-realiseren.
-
-<170>
-
-Een onderduiker was van het gastgezin afhankelijk voor de redding van zijn leven,
-en bovendien voor het dagelijks levensonderhoud. Van die afhankelijkheid - en de
-consequenties daarvan voor de omgang met elkaar - is zich niet iedere gastheer
-en gastvrouw bewust geweest. En dan spreken we nog niet eens over een kwalijke
-uitschieter als waarvan "Flip Amsterdammer" vertelde (zie hierboven, hfdst. 12).
-Wie een geloofsovertuiging bezit, mag die (proberen) uit (te) dragen; maar wie
-daarbij de ander niet de ruimte laat (ook de ruimte tot besliste afwijzing) en
-geen - of te weinig - besef heeft van de corrumperende invloed die macht kan
-hebben op menselijke relaties, die loopt gevaar te spreken en/ of te handelen
-op een manier die we in strijd achten met de bedoeling van het evangelie. In
-die zin zijn er ongetwijfeld fouten gemaakt.
-L. de Jong schreef: "Die 'Jodenzending' (begrijpelijk en goed bedoeld, maar,
-naar ons oordeel, onzuiver omdat zij zich op afhankelijke mensen richtte) heeft
-niet veel succes gehad". [14.11]
-Vermoedelijk ging het, in een christelijk gezin met Joodse onderduikers, nog het
-beste als de Joodse gasten orthodox waren. Dan herkende men in het geloofsgoed
-van elkaar veel van het eigene: het hele Oude Testament (Tenach); vooral de Psalmen.
-Zo vertelt Corrie ten Boom, toch een geducht evangeliste, hoe de orthodoxe Meier
-Mossel (later "Eusie" - naar Eusebius - genoemd) bij hen onderdak vond. Vader
-Ten Boom zei al gauw, na de eerste kennismaking: Ik zou het een eer vinden, als
-u ons vanavond (uit de bijbel) wilt voorlezen". En Meier ging staan, zette zijn
-gebedskapje op en las het aan de beurt zijnde hoofdstuk (uit Jeremia). En toen
-Kerstmis naderde:
-
-In. Béjé, (de Barteljorisstraat in Haarlem) moesten we niet alleen Kerstmis
-vieren, maar ook Chanoeka, het Joodse "Feest van de Lichten". Betsie vond een
-Chanoeka-kandelaar tussen de schatten die achter de kast van de eetkamer waren
-opgeborgen en zette die op de piano. Elke avond staken we een kaars aan, terwijl
-Eusie de geschiedenis van de Makkabeëen voorlas. Dan zongen we melancholieke
-woestijn-muziek. We waren op die avonden allemaal erg joods. [14.12]
-
-<171>
-
-Een bevriend echtpaar vertelde: "We woonden toen in Den Haag. De Joodse
-onderduikster die bij ons in huis kwam was orthodox. De eerste vraag die ze
-stelde was: 'Waar ligt Jeruzalem?', want in die richting wilde ze bidden. We
-hebben maar in de richting van Wateringen gewezen". Dat bidden werd gerespecteerd.
-Maar wanneer de Joodse gast niet gelovig was, nam men het recht dat toch ook hij
-of zij op eigen opvattingen had, soms minder serieus en achtte veeleer als het
-ware een vacuüm aanwezig; een gat in de markt, dat gevuld diende te worden.
-
-Dat wil nog niet zeggen, dat men zijn medemens op een agressief-getuigende manier
-tegemoet trad. Eerder was - en is - men in orthodox-protestantse kringen, waar het
-om geloofszaken gaat, geremd in het spreken.
-Als voorbeeld moge dienen de bekende "oom Hannes", de boer uit Nieuw-Vennep die
-we al eerder noemden. Hij kwam geregeld bij ons thuis en hoorde dat ik me in
-kerkelijk/godsdienstig opzicht afwijzend opstelde; dat speet hem kennelijk, maar
-hij heeft geen poging gedaan, me tot een ander inzicht te brengen. Toen hij evenwel,
-een twintig jaar later, ons in Israël bezocht, vond hij het fijn dat ik na de oorlog
-theologie was gaan studeren en predikant geworden was. Toen werd er uiteraard ook
-over het geloof gesproken; niet tijdens de oorlog.
-Niet tegen mij, evenmin tegen zijn onderduikers, zo vernam ik van een hunner. Al
-zou hij, denk ik, hen graag het geloof gegeven hebben, als hij dat gekund had. Maar
-dat kan niemand. Trouwens, hij was er niet alleen de man niet naar om te
-"evangeliseren", maar bovendien werd hij zeer in beslag genomen door het zoeken
-naar onderduikplaatsen, het voorzien in de behoeften van distributie kaarten,
-persoonsbewijzen enz.
-Zijn vader, Hannes Sr., getuigde wél: zowel tegen Joodse onderduikers alsook tegen
-de Duitsers. Het heeft hem zijn leven gekost.
-Ook iemand als N.H. de Graaf (zie hierboven: hfdst. 2, c) was ervan overtuigd, dat
-het evangelie voor alle "volkeren en rassen" bestemd is: "Want allen hebben als
-waarlijk enig levensbrood Gods erbarmen en vergeving in Jezus Christus evenzeer
-nodig; ieder mens wie hij ook is; evenals ikzelf slechts uit die genade leven
-en sterven kan."
-Men kan het met die overtuiging eens zijn of niet - dat staat ieder vrij - maar
-ook indien met het er niet mee eens is, dan nog verdienen mensen als De Graaf
-en de oude Hannes Boogaard [l4.13] mijns inziens ons respect. We achten het
-bovendien kwalijk, wanneer het "bekerings-motief" gebruikt wordt om een karikatuur-
-beeld te schetsen van wat de gastgezinnen van Joodse onderduikers bewoog om hen
-in huis te nemen.
-
-<172>
-
-DEEL III: NA DE OORLOG
-
-15. VOETANGELS EN KLEMMEN
-
-Allereerst bespreken we nu enkele factoren die van invloed kunnen zijn op Iemands
-beoordeling van de houding van kerken en christenen tijdens de tweede wereldoorlog.
-
-Het valt op dat niet alleen de historicus, maar ook - misschien mag men zeggen -
-de doorsnee-Nederlander vaak een vrij duidelijk omlijnde mening heeft over het
-onderwerp dat ons bezighoudt. Dat blijkt telkens, bijv. uit "Ingezonden brieven"
-in diverse kranten. Over het algemeen is men van oordeel dat de kerken gezwegen
-hebben, met name als het gaat om de Rooms-Katholieke Kerk. In de Inleiding noemden
-we al twee uitspraken die een aantal jaren geleden gedaan werden. Om een meer
-recente stem te laten klinken, Micha Kat schreef in de Volkskrant (19.8.1989):
-
-De katholieke kerk heeft, zonder twijfel uit angst dat ze de hele hand zouden
-pakken, nooit een vinger voor de Joden uitgestoken toen ze door de nazi's werden
-uitgeroeid; ze heeft in die periode het nazi-regime zelfs niet veroordeeld (en
-ook dat geven ze nu nog niet toe); ze heeft haar aanhang nooit opgeroepen de
-Joden bij te staan, et cetera.
-
-Voor wie weet heeft van antisemitische uitspraken en daden, in de loop der eeuwen
-bedreven door leiders der kerk, voor wie bovendien persoonlijk geleden heeft
-en/of familieleden weggevoerd zag worden naar een vernietigingskamp, is het
-uiterst moeilijk om te geloven dat niet slechts enkele "rechtvaardigen uit de
-volkeren", maar ook de kerken in Nederland, met inbegrip van de Rooms-Katholieke
-Kerk, hun stem publiekelijk verheven hebben tegen de Jodenvervolging tijdens de
-tweede wereldoorlog.
-Toch ontbreekt het, zoals we nog zullen zien, niet aan (ook Joodse) historici,
-die het protest van de kerken uitdrukkelijk genoemd hebben.
-De voetangels en klemmen op de weg naar een evenwichtige evaluatie zijn velerlei.
-Indien men zelf betrokken geweest was bij het verzet der kerken, lag het gevaar
-voor de hand dat men gemaakte fouten probeerde goed te praten.
-
-<177>
-
-Twee andere factoren die het oordeel - ook van de direct-betrokkenen - beïnvloedden,
-waren: 1e het (eventueel: hernieuwde) besef hoe erg de ramp geweest was: dat het
-om niet minder dan de sjoa ging; en 2e hun godsdienstige opvattingen.
-
-De godsdienstig meelevende Protestant beleed dat "ook onze beste werken in dit leven
-alle onvolkomen en met zonden bevlekt zijn" (Heidelbergse Catechismus, zondag 24).
-En wat er aan goeds gedaan is, dat is Gods werk in ons en door ons-, Gods genade,
-geen verdienste. Alle eer aan God!
-Een typerende uitspraak: "De hulpverlening - niet alleen in ons gezin, maar door
-veel meer Nederlandse mensen - was een geloofsdaad. Wij waren alleen werktuigen
-bij haar redding. Zoals ik het zie was het niet mijn werk - het was Gods werk".'
-Bovendien nam men, als het goed was, de radicaliteit van het Goddelijk gebod tot
-naastenliefde serieus: een christen behóórde zijn leven in te zetten voor de
-medemens.
-Gemeten naar die maatstaf heeft welhaast iedereen gefaald tijdens de tweede
-wereldoorlog. Terecht zei dr. W. Banning: "Als de kerk voor honderd procent de
-geloofsgehoorzaamheid had opgebracht, zou er geen dominee of pastoor het levend
-hebben afgebracht. [15.2]
-Zij die niet al te zeer gefaald hadden, zullen zich bovendien het bijbelwoord
-herinnerd hebben: "Zo moet ook gij, nadat gij alles gedaan hebt wat u bevolen is,
-zeggen: Wij' zijn onnutte slaven; wij hebben slechts gedaan wat wij moesten doen"
-(Lucas 17: 10).
-
-Beide factoren - het hernieuwd besef hoe groot de ramp was geweest en zijn
-godsdienstige overtuiging - zullen bij ds. Buskes meegespeeld hebben toen hij
-voor het weekblad Hervormd Nederland het boek van J. Presser, Ondergang, besprak:
-"Mij werd weinig tijd gegeven, zodat ik de elfhonderd bladzijden van de twee delen
-in één ruk gelezen heb. Ik wist veel. Dat dacht ik tenminste. Toen ik diep in de
-nacht het boek uit had, wist ik, dat wij het nog op geen stukken na weten en dat
-ons volk voor het grootste gedeelte het nog helemaal niet weet. Ik was er kapot van.
-Ik voelde mij' ziek, lichamelijk en geestelijk geschonden." [15.3]
-Later in zijn artikel zegt hij dan:
-
-<178>
-
-Maar laat ik niet voortgaan. Het windt me te veel op. Ook vanwege eigen falen.
-Waarom heb ik niet feller gevochten dan ik deed voor wat ik zag als 'de heilige
-plicht' van de kerk? Waarom ben ik op alle mogelijke onwezenlijke redeneringen
-ingegaan? Waarom heb ik mij laten verleiden - ja, verleiden - tot compromissen?
-Waarom heb ik niet gezegd: zo spreekt de Heer? Het is een pijnlijke zaak, ook
-voor hen van wie men, zoals van mij, zegt dat ze zich goed hebben gehouden.
-Het gaat er immers maar om, welke maatstaf men aanlegt.
-
-"Het gaat er maar om, welke maatstaf men aanlegt. " Inderdaad.
-De maatstaf van ds. Buskes was een heel andere dan die van Abel Herzberg, toen
-hij eens tegen me zei: Ik verwijt het niemand als hij geen Joden verborgen heeft,
-want ik weet niet of ik het zelf gedurfd zou hebben".
-Sommige scribenten over de tweede wereldoorlog lijken te schrijven vanuit de eigen
-rustige en veilige studeerkamer, zonder iets te beseffen van de angst en de pijn
-van toen; zonder zelfs maar te proberen, zich in de situatie van toen te verplaatsen.
-Het moet erkend worden, dat dat een uiterst moeilijke opgaaf is.
-Zo dient men zich bijvoorbeeld te realiseren: nu weten we dingen die toen niet
-bekend waren, en wij kunnen de kennis van wat er in Auschwitz gebeurde, niet uit
-onze herinnering wissen. Toen hebben we soms iets ervan vermoed, dan weer van ons
-af gezet. De eerder (hfdst. 9, f) geciteerde brief van Bep Blok aan ds. Buskes was
-typerend voor velen: In het land waar ze komen hebben ze het niet slecht, dat weten
-we positief. " Zou ook ds. Buskes, toen hij dat las, het geloofd - of althans
-gehoopt - hebben?
-
-De Duitsers gebruikten de wapens van bedreiging ("wie onderduikt en gepakt wordt,
-gaat rechtstreeks naar Mauthausen"), verdeeldheid zaaien, en misleiding. [15.4]
-De werkelijkheid was zo afschuwelijk, dat men lange tijd er niet aan wilde. Men
-probeerde optimistisch te blijven en verdrong informatie die in strijd was met
-dat optimisme. Totdat het afweermechanisme bezweek onder druk van de feiten, en
-dan sloeg het optimisme vaak om in een verlammend pessimisme. Bijna iedereen was
-toen min of meer "manisch-depressief": het ene ogenblik op de bergtoppen, het
-volgende in een diep dal.
-"Als bleek dat het ongelooflijke echt plaatsvond, begon het allemaal noodzakelijk
-en onvermijdelijk te lijken". Aldus Michael R. Marrus. [15.5] Deze auteur en ook
-L. de Jong [15.6] leggen uit, waarom velen de binnenkomende berichten over de
-massamoord niet geloofd hebben. Een van de redenen was: men beschouwde die berichten
-als "oorlogs-propaganda tegen de Duitsers". Dat gold voor velen buiten het door
-de Duitsers bezette gebied, maar ook daarbinnen.
-
-<179>
-
-In het bezette gebied had men bovendien te kampen met de dagelijkse problemen:
-kleding-, brandstof- en voedselschaarste; voor jongemannen de keus om onder te
-duiken dan wel gedwongen in Duitsland te gaan werken. Ook diegenen die leiding
-aan de kerken dienden te geven hadden, in de persoonlijke levenssfeer, deze vragen
-onder de ogen te zien.
-Bovendien was de vervolging der Joden wel het eerste waartegen de kerken bij de
-Duitse bezetter geprotesteerd hebben, maar niet het enige. Stappen, door de kerken
-ondernomen, geven een indruk van wat er tengevolge van de bezetting aan andere
-kwesties op hen afkwam:
-
- voorbede in de kerkdiensten voor de koningin;
- arrestatie van predikanten;
- muilkorving en daarna opheffing van de kerkelijke pers;
- de jeugd moet lid worden van de Arbeidsdienst, waar ze in nationaal-
- socialistische zin geïndoctrineerd werd;
- vordering van kerkklokken;
- deportatie van arbeiders naar Duitsland;
- sluiting van het Nederlands Bijbelgenootschap;
- alle kerkelijke conferenties verboden;
- ter dood veroordelingen;
- deportatie van studenten;
- nationaal-socialistische opvoeding in christelijke scholen.
-
-Wie nu geroepen is om de situatie van toen te beoordelen, dient al deze aspecten
-te overwegen. Er is een mooie Joodse spreuk, toegeschreven aan Hillel: "veroordeel
-je naaste niet, eer je in zijn situatie komt."[15.7] Nu behoort de situatie van
-toen - gelukkig - tot de verleden tijd en, als men Hillels spreuk absoluut neemt,
-zou men niemands handelwijze van toen kunnen beoordelen en eventueel veroordelen.
-Dat is uiteraard niet de bedoeling. Maar wel menen we, dat men althans moet proberen
-zich in de situatie van toen in te leven, opdat het oordeel billijk zij.
-
-Wanneer ik, in de jaren zestig, in Israël een lezing over "de houding der kerken"
-hield, heb ik mijn gehoor wel eens uitgenodigd, zich voor te stellen dat (de hemel
-verhoede) het land Israël bezet zou zijn door een vreemde mogendheid (de Turken,
-of de Chinezen) die een groot deel van de Joodse bevolking zou wegvoeren voor het
-verrichten van dwangarbeid in het buitenland; dat het voedsel op de bon zou zijn
-enz.; maar dat het eigen leven geen gevaar liep zolang men zich maar schikte naar
-de voorschriften van de vijand. Dat een christelijke minderheid evenwel gedeporteerd
-en vernietigd werd; dat christenen die onderdoken geen distributiekaart meer
-ontvingen, dat hun identiteitskaart gestempeld werd met een grote C en dat ze een
-geel kruis op hun kleding moesten dragen om hen te isoleren van de niet-christenen.
-
-<180>
-
-Dan vroeg ik: "Zoudt U, in zo'n situatie, bereid zijn een strenge straf te riskeren
-om mijn vrouw, een van mijn kinderen of mijzelf te verbergen - ook al zien we er
-erg 'arisch' uit en ofschoon U beseft dat U gevaar loopt verraden te worden, en het
-nog grotere risico om gepakt te worden tengevolge van mensen die hun mond niet
-kunnen houden? Zou de opperrabbijn bereid zijn publiekelijk te protesteren tegen
-de anti-christelijke maatregelen, en opdracht geven om dat protest in alle synagoges
-in de diensten op vrijdagavond en op zaterdag voor te lezen?"
-
-Nogmaals: oordelen - en eventueel: veroordelen - staat ieder vrij. Maar wie bereid
-is tot een oefening als boven beschreven (die uiteraard niet alleen voor Israël
-nuttig is), heeft een betere kans dat zijn oordeel fair zal zijn.
-
-<181>
-
-16. DE BEVRIJDING; EEN ENQUETE
-
-Eindelijk capituleerde Duitsland en brak de dag van de bevrijding aan. De
-onderduikers kwamen boven water. Het gewone leven kwam weer op gang. Geleidelijk
-aan werden de verschrikkingen van de concentratiekampen in hun volle omvang bekend.
-Slechts een klein gedeelte van de weggevoerde Joden kwam terug.
-De eerste gedenkdag van de bevrijding werd op tal van plaatsen gevierd in
-oecumenische kerkdiensten. Uit het gebed, behorende tot de liturgie voor deze
-diensten, citeren we het volgende gedeelte:
-
-Met name gedenken wij de Joden, die meer dan de anderen hebben geleden, meer dan
-de anderen zijn vernederd en gesmaad. Hun gezinnen zijn meedogenloos uiteengescheurd.
-De vijand heeft getracht hen uit te roeien. Wij weten thans, dat honderd duizenden
-koelbloedig en op de wreedste wijze zijn omgebracht. Hoor, o God, hoe het bloed,
-dat in de aarde wegzonk, roept tot U in de hemel. [16.1]
-
-Al spoedig zond ds. J. van Nes een circulaire (gedateerd 1 juni 1945) aan alle
-plaatselijke Gereformeerde Kerken met het volgende verzoek:
-
-Gij zoudt ons bijzonder verplichten, als gij een opgave zoudt kunnen doen van
-het aantal Joden, dat ten Uwent ondergedoken is geweest, en ook van het aantal
-Gereformeerden, waar aan Joodse personen onderdak werd verleend of waar Joodse
-kinderen werden opgenomen.
-En dan is 't voor ons van het grootste belang te weten, of er ook bijzondere
-geestelijke contacten zijn gelegd tussen Joden en Gereformeerden ten Uwent
-tijdens de oorlogsjaren. Voor alles, wat gij ons over de Joden en de Joden-
-zending kunt meedelen, en ook het verkeer tussen Joden en (Gereformeerde)
-Christenen, zullen wij U zeer dankbaar zijn.
-Wij willen trachten, de gegevens daarover in 't hele land te verzamelen. Wij
-houden ons aanbevolen voor een lijst van de adressen der Joden in Uwe gemeente,
-want gij begrijpt wel, dat ons Joodse adressen materiaal geheel verouderd is.
-[16.2]
-
-<182>
-
-Op dit verzoek kwamen veel antwoorden binnen. Men vindt ze, getypt op niet minder
-dan 222 vellen, in het archief. [16.3138] Elk vel bevat een aantal antwoorden.
-Sommige verslagen over de relatie met de voormalige onderduikers (naar mijn
-schatting: verreweg de meeste) waren positief. Zo schreef iemand: "Mevr. R. was
-een flinke, eerlijke huisgenote die steeds met genoegen is 'opgeborgen'. Tussen
-haar en de familie T. is een hechte vriendschap gegroeid" (vel no. 16).
-
-Nu werd er in de eerder genoemde IKON radio-uitzending op 4 mei 1988 gezegd:
-
-De antwoorden, uit tientallen gemeentes over meer dan 1000 Joden, zijn onthutsend
-te noemen. Joden die gedurende hun onderduiktijd geen interesse hadden getoond
-voor het evangelie, worden afgeschilderd als lui, slecht, dom, halsstarrig.
-
-Bij navraag bleek me evenwel uit informatie, verstrekt door de samenstellers
-van het betreffende programma, dat het niet om één, maar om verschillende brieven
-ging waaruit men de woorden gehaald en daarna gecombineerd had tot één zin. Zelf
-ben Ik erin geslaagd om een brief te vinden waarin het woord "halsstarrig"
-inderdaad voorkwam. De andere woorden heb ik niet gevonden, maar ik zocht dan ook
-naar een combinatie van de vier genoemde woorden.
-Het komt me voor dat de combinatie suggestief is en een cumulatief effect heeft.
-Ook is allerminst duidelijk, of -afgezien van "halsstarrig" - de woorden "lui,
-slecht en dom" iets te maken hadden met het al of niet interesse tonen voor het
-evangelie, zoals gesuggereerd werd.
-In de uitzending werd in vervolg hierop gezegd:
-
-Ik denk: de Duitse propaganda had uiteindelijk toch zijn werk gedaan; het Duitse
-vergif, het antisemitisme, dat na de oorlog in heviger mate aanwezig was dan voor
-de oorlog.
-
-Naar mijn mening doet men met het trekken van deze conclusie de betrokkenen onrecht.
-Men had - behalve het reeds genoemde - immers dienen te overwegen dat het, na een
-moeilijke periode van - in veel gevallen - samenleven met te veel personen in een
-beperkte ruimte, waarbij het gevaar bij ontdekking ernstige gevolgen zou hebben
-vooral voor de onderduiker(s), maar toch ook voor het gastgezin, te verwachten
-was dat er af en toe spanningen en irritaties zouden optreden en wel aan beide kanten.
-Op grond van diverse positieve reacties op de circulaire van ds. Van Nes zou men
-overigens ook een artikel kunnen schrijven (of een radio-uitzending kunnen
-samenstellen) met als titel:
-
-<183>
-
-"Vriendschap tussen Gereformeerden en Joden, dankzij de onderduik."
-Daarmee wil niet beweerd zijn, dat er géén antisemitisme bij Gereformeerden voorkwam
-of voorkomt. Slechts zijn we van oordeel, dat het in de betreffende IKON-uitzending
-niet is aangetoond. Daar komt dan nog bij, dat de betrokkenen veel op het spel gezet
-hadden met het verbergen van hun Joodse medemens. Dat wil nog niet zeggen dat zij
-immuun waren voor de bacil van het antisemitisme. Wel betekent het, dat men bij het
-trekken van conclusies jegens hen extra zorgvuldig had dienen te zijn.
-
-Een totaal andere vraag (niet in de IKON-uitzending besproken) is, of het houden
-van deze enquête correct was jegens degenen omtrent wie men de gegevens verzamelde.
-We achten het incorrect dat informatie gevraagd en verstrekt werd over mensen die -
-in een noodsituatie - afhankelijk waren geweest van anderen. We beschouwen deze
-handelwijze - afgezien van de vraag of de verstrekte gegevens juist dan wel onjuist
-waren - een inbreuk op de privacy waarop ieder mens recht heeft, en als zodanig te
-betreuren.
-
-<184>
-
-17. GESCHIEDSCHRIJVERS ONDER VUUR
-
-Na de oorlog verscheen al spoedig (in 1946) het bekende werk van H.C. Touw,
-Het verzet der Hervormde Kerk (in twee delen). Het werk van Touw blijft onmisbaar
-voor ieder die zich een oordeel wil vormen over de houding van de Hervormde Kerk
-tijdens de tweede wereldoorlog. Toch oogstte zijn boek - behalve waardering - ook
-forse kritiek.
-
-Daar was allereerst ds. J.J. Buskes, die aan Het verzet der Hervormde Kerk twee
-artikelen wijdde; het eerste was waarderend, maar het tweede bevatte "enkele
-kritische kanttekeningen" (In de Waagschaal, 5 september 1947).
-Zoals hij gewend was, wond ds. Buskes er geen doekjes om. Zo schreef hij over
-het besluit van de Hervormde Synode om het telegram van protest tegen de Joden-
-deportaties niet voor te lezen: "Ds. Touw, die bezwaren heeft tegen het Synode-
-besluit, tracht het toch zo veel mogelijk goed te praten en te verdedigen."
-Ook wees ds. Buskes erop, dat prof. W.J. Aalders op de vergadering van het Convent
-al tegen voorlezing van het telegram was, maar omdat alle anderen vóór waren,
-"legde de Synode er zich bij neer, maar niet van harte. Toen kwam het verzoek
-van Seyss-Inquart (om niet af te lezen) en willigde de Synode dit verzoek in."
-Bovendien werd in de officiële mededeling over het niet-voorlezen van het telegram
-die de Synode aan de predikanten zond, over het in gevaar brengen van de Joden-
-Christenen niet gesproken. Aldus ds. Buskes.
-
-Ook H.M. van Randwijk had het een en ander af te dingen op de weergave van ds.
-Touw. Hij deed dat in een brief aan deze (13 februari 1950), naar aanleiding van
-Touws artikel geschreven voor Onderdrukking en Verzet over "Het verzet der
-Hervormde Kerk". Touw accepteerde de door Van Randwijk voorgestelde correcties.
-Wanneer Touws weergave in het artikel afwijkt van die in zijn eerdere boek,
-verdient de weergave van het artikel dus de voorkeur (zie ook hierboven: hfdst.
-4, noot 1).
-
-<185>
-
-Pas in 1949 verscheen: Opdat wij niet vergeten - De bijdrage van de Gereformeerde
-Kerken, van haar voorgangers en leden, in het verzet tegen het Nationaal-Socialisme
-en de Duitse tyrannie. Uit de inleiding blijkt dat eerst anderen de opdracht
-gekregen hadden, "maar tot hun leedwezen om velerlei oorzaak geen gelegenheid
-vonden deze arbeid aan te vangen en derhalve van de hun opgedragen taak moesten
-ontheven worden. " Daarop had ds. Th. Delleman, studentenpredikant te Groningen,
-de synodale opdracht aanvaard en daaraan "met bekwame spoed" uitvoering gegeven.
-
-Ds. Delleman heeft de hulp verkregen van 16 medewerkers. Hoofdstuk IV ("Het Kerkelijk
-Verzet") is geschreven door hemzelf, mr. dr. J. Donner, dr. J.J.C. van Dijk en
-dr. A.A.L. Rutgers; de laatste drie hadden de Gereformeerde Kerken vertegenwoordigd
-in het lnterkerkelijk Convent/I.K.O. In dit hoofdstuk worden de reacties van de kerken
-op de anti-Joodse maatregelen slechts summier behandeld. Telkens wordt verwezen naar
-hoofdstuk V: "Het Jodendom en de Kerk in bezettingstijd". Dit hoofdstuk is geschreven
-door ds. J. van Nes, toenmaals predikant te 's Gravenhage voor de zending onder
-de Joden. Vanaf 1916 tot aan zijn dood in 1949 heeft hij deze speciale opdracht gehad.
-Ds. Van Nes is nooit predikant van een gemeente geweest.
-We weten niet, waarom men juist hem verzocht heeft dit hoofdstuk te schrijven.
-Hij was, in tegenstelling tot de zojuist genoemde drie Gereformeerde vertegen-
-woordigers in het I.K.O., wat het verzet der kerken betreft figurant geweest.
-De protesten tegen de Jodenvervolging waren door anderen opgesteld. Ook de
-moeizame onderhandelingen met de Duitsers - waarbij de vertegenwoordigers van
-de kerken het risico liepen, gevangen genomen te worden - waren door anderen
-gevoerd. Ook de vraag of men een protest al dan niet publiekelijk zou afkondigen,
-werd beslist geheel buiten ds. Van Nes om. Wel had ds. Van Nes de namen ontvangen
-van hen die als Christen-Joden golden en voor wie men op die grond vrijstelling
-van deportatie vroeg.
-We weten evenmin of er iemand - hetzij ds. Delleman, hetzij iemand anders - kritisch
-naar de bijdrage van ds. Van Nes gekeken heeft, alvorens deze geplaatst werd.
-
-In zijn bijdrage schreef ds. Van Nes uitvoerig over de protesten tegen de Joden-
-vervolging, de bordjes "Verboden voor Joden" enz.
-
-<186>
-
-Toch krijgt men bij het lezen van hoofdstuk V telkens de indruk, dat men een rapport
-over de zending onder de Joden leest. De auteur gebruikt als bron dan ook veelvuldig
-de drie-maandelijkse rapporten die hijzelf bij Deputaten voor de zending onder de
-Joden had ingeleverd.
-We memoreerden al eerder (hfdst. 9, b) dat, toen de Duitsers de uitzonderings-
-bepalingen voor de Joden-Christenen iets verruimden, ds. Van Nes in zijn rapport
-(9 september 1942) schreef: "Hoe is daardoor onder de Joden een getuigenis uitgegaan,
-dat Christus de zijnen beschut. " Deze woorden maken deel uit van een citaat dat
-uiterst triomfantelijk van toon is. Dat hele citaat nam hij uit zijn rapport aan
-deputaten over in hoofdstuk V van "Delleman".
-Maar even verder in datzelfde hoofdstuk moest hij, in het vervolg van zijn verhaal,
-berichten:
-
-Groot is de teleurstelling geweest, die op de uitreiking der "Angehörigkeits"-
-verklaringen gevolgd is. De Duitsers toch hebben hun gegeven woord verbroken, en
-vele Joodse personen, die zich zo verheugd hadden over de ontvangen verklaring der
-kerk, die meenden daardoor gevrijwaard te zijn voor deportatie, werden opgeroepen
-en weggevoerd, eerst naar Vught of Westerbork en later zelfs verderop, naar het
-Oosten van Europa.(...) En alle pogingen, die aangewend werden, om te komen tot
-eenheid van handelen en tot rechtvaardige handhaving van de gemaakte bepalingen
-bleken vruchteloos. Slechts bij uitzondering gelukte het, reeds weggevoerden nog
-terug te doen keren. [17.1]
-
-Blijkbaar heeft ds. Van Nes zich niet afgevraagd, of de eerste hierboven geciteerde
-uitspraak heroverwogen diende te worden in het licht van latere ontwikkelingen als
-beschreven in de tweede uitspraak.
-Daarbij laten we dan nog de vraag maar onbeantwoord, of de boven geciteerde zin
-("...dat Christus de zijnen beschut", in verband met de Duitse "concessies") wél
-te handhaven ware geweest indien de Duitsers -hun gegeven woord" niet verbroken hadden.
-
-Later is er kritiek gekomen op diverse uitspraken van ds. Van Nes; daar kunnen
-we inkomen. Zo kunnen we ons indenken, dat men bezwaar maakt tegen de stelligheid
-waarmee ds. Van Nes bepaalde standpunten poneerde, bijv. dat de "heiligheden van
-het Koninkrijk Gods" hooggehouden moesten worden, nl. door alleen een
-"Angehörigkeits"-verklaring af te geven aan die Joden die er "recht" op hadden.
-
-<187>
-
-Nu waren er inderdaad (zoals reeds uiteengezet in hfdst. 9) gegronde redenen om
-geen onjuiste verklaringen af te geven. Maar bij ds. Van Nes krijgen we de indruk,
-dat hij meer oog had voor "de heiligheden van het Koninkrijk" dan voor de nood
-waarin zij die om een verklaring vroegen verkeerden.
-Opnieuw ergert men zich - en, zo menen we, terecht - aan de volgende van een
-zekere voldoening getuigende opmerking: "De vaak maar heel vluchtige kennismaking
-met het Evangelie, het op reis meegegeven bijbeltje, de hartelijkheid en het
-medeleven in de uren van de diepste nood, dat alles heeft op velen indruk gemaakt
-en sporen nagelaten." [17.2]
-"Op reis" betekende deportatie. Hoe vaak heeft men "zielen" willen redden en geen
-of te weinig oog gehad voor de noodzaak om levens te redden? Men gaf een bijbeltje
-mee, maar heeft men ook hulp om onder te duiken aangeboden?
-In de al genoemde IKON radio-uitzending werden diverse citaten uit het door ds.
-Van Nes geschreven hoofdstuk voorgelezen, op zalvende toon.
-
-We zien dan, zowel in de IKON radio-uitzending als in de scriptie van A.A. Bekker,
-dat de kritiek zich niet alleen richt tegen de opvattingen van ds. Van Nes, maar
-ook tegen de houding van de Gereformeerde Kerken in het algemeen.
-De IKON-uitzending begon als volgt: Joden-zending leidde onbedoeld tot Joden-
-vernietiging. Toen (de kerken) de lijsten (van Joden die kerklid waren)
-overhandigden, speelden de Duitsers perfect in op de bekeringsijver van de kerken."
-Voorts wordt dan de kerken - met name de Gereformeerde -verweten: Joden die zich
-tot de kerken wendden met het verzoek alsnog gedoopt te worden om zodoende op de
-lijsten (van Joodse kerkleden) terecht te komen, vonden, op een enkele uitzondering
-na, de kerkdeur gesloten".
-Toch dient men o.i. op dit punt ds. Van Nes gelijk te geven: "Waar doop in de
-tegenwoordige tijd, doordat 1 januari 1941 de 'fatale datum' is, niet bijzonder
-beschermt, daar is er geen enkele uitwendige reden ook, die dringt tot haasten".
-[17.3]
-
-Vervolgens wordt in de IKON-uitzending beweerd dat "de lijsten een omgekeerd
-effect" hadden en een gevaarlijke illusie" waren.
-
-<188>
-
-Het eerder hier door ons gememoreerde verwijt in de IKON-uitzending, dat de kerken
-de toelating tot de doop te moeilijk maakten (en te weinig scheutig waren met het
-verstrekken van de verklaring dat iemand lid van de kerk was), lijkt ons op gespannen
-voet te staan met dit tweede punt van kritiek: men kan de kerken moeilijk verwijten
-niet voldoende scheutig te zijn geweest met het verstrekken van lidmaatschaps-
-verklaringen, indien die nu juist niet hielpen maar veeleer het gevaar vergrootten.
-Het "omgekeerde effect" van de lijsten baseerden de samenstellers van het IKON-
-programma op het feit dat velen, vooral zij die tot de categorieën 3 en 4
-(Kerkelijk onderricht volgend en/of kerkdiensten bezoekend) behoorden, desondanks
-gedeporteerd zijn.
-Maar de kerken probeerden de mazen van het net waarmee men de Joden wilde vangen
-te verwijden om zo de kans op redding te vergroten. Daarom gingen ze óók als
-kerklid beschouwen wie in normale tijden niet als zodanig beschouwd werd.
-Het waren evenwel geen normale tijden; er stonden mensenlevens op het spel,
-dus ging men niet-formalistisch te werk en verruimde de kerkelijke regels.
-Met weinig succes, helaas. Maar als men dit niet geprobeerd had, was er onzes
-inziens juist reden tot scherpe kritiek geweest.
-Toch kwamen de samenstellers van de IKON-uitzending - juist met gebruikmaking
-van deze mislukte poging om althans een aantal mensenlevens te redden - tot hun
-kwetsende bewering: "De kerken waren - zij het ongewild - een instrument in
-handen van de Nazi's."
-
-Waren de "Angehörigkeits" -verklaringen inderdaad "een gevaarlijke illusie"?
-In feite hielpen deze verklaringen niet, indien het ging om na 9 mei 1940
-gedoopten of om hen die slechts kerkelijk onderricht volgden of kerkdiensten
-bijwoonden. Iemand als dr. J.J.C. van Dijk wist al op 26 september 1942 (zie
-zijn brief aan ds. Doornbos, hierboven in hfdst. 9) dat de Duitsers hun eigen
-lijst hadden en dat die lijst voor hen besliste. En de namen van hen die behoorden
-tot de zo juist genoemde categorieën stonden niet op deze lijst.
-Daarentegen waren de verklaringen wel van enig nut voorzover het ging om Joden-
-christenen, die al voor de Duitse bezetting lid van een kerk waren geworden.
-Ook toen de Joden-christenen gedwongen werden naar Westerbork te gaan, bleven
-de kerkelijke verklaringen van enige waarde. Philip Mechanicus getuigt daarvan
-in zijn dagboek. [17.4]
-
-<189>
-
-Ofschoon (zie hierboven, hfdst. 9) tenslotte ook de Joden-christenen van Westerbork
-naar Theresienstadt gedeporteerd werden, hebben ongeveer 400 hunner de sjoa
-overleefd. Ds. Tabaksblatt haalde, in de discussie rondom de IKON-uitzending, hier
-een uitspraak van de Joodse wijzen aan: "Wie één mensenleven redt, is alsof hij
-een hele wereld gered heeft" (Misjnatractaat Sanhedrin IV, 14).
-
-We menen, dat de samenstellers van de IKON-uitzending, vanuit hun - op zichzelf
-begrijpelijke - bezwaar tegen bepaalde uitspraken van ds. Van Nes en ook vanuit
-hun afwijzing van Joden-zending", onbillijk zijn geweest in hun kritiek op de
-houding van de Gereformeerde Kerken in het algemeen tijdens de tweede wereldoorlog.
-
-Ook A.A. Bekker velt een scherp oordeel over de Gereformeerde Kerken: "De kerken
-accepteerden dat (nl. het niet-deporteren van de Joden-christenen) en waren vanaf
-dat moment alleen nog maar gefixeerd op de positie van de christen-Joden ". [17.5]
-Evenwel dient opgemerkt te worden dat (nog afgezien van de vraag of de uitdrukking
-"accepteerden" terecht is) de kerken "vanaf dat moment" geprotesteerd hebben tegen
-"het ten dode vervolgen van Joodse medeburgers" (februari, 1943) en tegen de
-sterilisatie (mei, 1943). Bovendien kwamen de kerken nadrukkelijk op voor de
-"gemengd-gehuwde" Joden.
-De constatering van de Hervormde H.C. Touw (in het eerste gedeelte van de volgende
-zin) is schrijnend, maar juist: "Terwijl er voor de andere Joden niets meer te doen
-valt, moet er voortdurend gestreden worden voor de belangen van de Christen-Joden
-en de z.g. gemengd-gehuwden". [17.6]
-Daarmee willen we overigens uitdrukkelijk niet beweren, dat de kerken het er in
-alle opzichten goed afgebracht hebben.
-
-Mevrouw Bekker velt een negatief oordeel over de Generale synode. Zo meent zij
-(inzake het lidmaatschap van de N.S.B., p. 35): "Onder druk van deze verzoeken
-(van classes en particuliere synodes) was de Generale Synode wel gedwongen nu
-een duidelijk standpunt in te nemen". Maar een Generale synode kon en mocht zich
-alleen uitspreken over een kwestie, wanneer zij door "mindere" kerkelijke
-vergaderingen om haar oordeel dienaangaande gevraagd werd.
-
-<190>
-
-Vervolgens stelt mevrouw Bekker: "De Generale Synode deed tijdens de bijeenkomsten
-nooit een uitspraak over de behandeling van de Joden in het land" (78). En op de
-volgende bladzijde heet het: "Nogmaals, de zaak met betrekking tot de Joden was
-afgeschoven op de Deputaten voor de correspondentie met de Hoge Overheid".
-Zoals bekend mag worden verondersteld, vergaderde de synode maar af en toe. Er
-was dan een lange agenda en het was steeds gebruikelijk geweest dat vele zaken
-ter behartiging gedelegeerd werden aan de diverse deputaatschappen, die slagvaardiger
-konden opereren dan een synode kon en vaak heel wat deskundigheid in huis hadden.
-Welnu, zoals we gezien hebben (hierboven, hfdst. 2, b), was in 1940 besloten dat
-het moderamen (bestuur) van de synode samen met deputaten voor de correspondentie
-met de Hoge Overheid beslissingen zou mogen nemen wanneer de synode niet vergaderde.
-Ook de zaken die samenhingen met de vervolging der Joden werden behandeld door deze
-deputaten. Dat was noodzakelijk, niet alleen omdat de synode slechts af en toe
-vergaderde, maar ook omdat ze niet over een apparaat beschikte om diverse taken
-te verrichten. Men vergaderde, zoals gezegd, een paar dagen en ging vervolgens
-naar huis. Er was zelfs geen schijn van enige permanente organisatie.
-
-Toch bleef de synode wel volledig verantwoordelijk. Afgezien nog van het overleg
-tussen het moderamen en deputaten (als de synode niet vergaderde): ter synode-
-vergadering werd verslag uitgebracht, het gevoerde beleid (inclusief de publieke
-protesten) werd uitvoerig besproken en daarop werden de handelingen van deputaten,
-die zij namens de synode verricht hadden, goed- of afgekeurd. Al eerder (in hfdst.
-3, d en 6, b) hebben we getracht een beeld te geven van een dergelijke vergadering
-van de synode. Onder de protesten staat dan ook: De Gereformeerde Kerken in Nederland.
-
-We kunnen ons niet aan de indruk onttrekken dat men, zowel in de IKON radio-
-uitzending als ook in de doctoraal-scriptie van mevrouw Bekker, vanuit de afwijzing
-van de "zending onder de Joden" (zie ook wat we schreven in hfdst. 14, c: Om zielen
-te redden?) gekomen is tot een te negatieve beoordeling van de houding van de
-Gereformeerde Kerken in het algemeen, met name wat betreft de publieke protesten.
-
-<191>
-
-Wijzelf daarentegen achten het voor een nauwkeurige en evenwichtige beoordeling
-gewenst, dat men de twee aspecten - "zending onder de Joden" en "protesten" -
-afzonderlijk beziet.
-
-<192>
-
-18. BEOORDELINGEN
-
-a. Over het redden van de Joden-christenen
-
-De beoordelingen van de houding der kerken tonen onderling nogal enige verschillen.
-We beginnen met stemmen over de handelwijze ten aanzien van de Joden-christenen.
-
-Touw schreef: "Grote gevaren en verzoekingen dreigden hier. Voortdurend kwam hier
-immers van Duitse zijde de stem van de verzoeker: Niet protesteren, alleen
-onderhandelen! Zwijg verder over de Joden, dan valt er verder met ons wel te
-praten over de christen-Joden! In de geschiedenis van het verzet hebben die
-stemmen telkens opnieuw geklonken. Het is een groot wonder, dat de kerk deze
-stemmen in het algemeen als stemmen van de verzoeker heeft herkend, en afgewezen."
-[18.1]
-
-Presser daarentegen velt een scherp vonnis: "En de kerken? Hoe aarzelend waren
-zij niet begonnen? Hoe velen helaas schikten zich niet in de noodlottige maatregelen
-van de bezetter (met een beroep op bijbelteksten e.d.), ja, werkten eraan mee? Hoe
-vaak kozen zij niet in de eerste plaats partij, niet voor de vervolgde Joden, maar
-voor de vervolgde dopelingen?" (IL 128). Wat betreft het argument dat ongeveer 400
-Protestantse Joden de oorlog overleefd hadden tengevolge van de bemoeienis der
-kerken, is Presser voorzichtig: "De historicus tast hier in het duister; het is
-immers niet altijd mogelijk, hier de causale samenhangen duidelijk te zien.(...)
-Wie wijst de determinerende factor aan in dit causale kluwen?" [18.2]
-Veel positiever dan de mening van Presser is die van Herzberg: "De gedoopte Joden,
-die hun leven hebben kunnen redden, hebben dit uitsluitend te danken aan het
-verzet der kerken, een verzet dat vooral indrukwekkend is door zijn principieel
-karakter". En: "De kerken hebben ook verder het menselijk mogelijke voor de
-gedoopte Joden gedaan." [18.3]
-
-<193>
-
-L. de Jong merkt op: "Ongeveer vierhonderd hervormde (lees: Protestantse; JMS)
-Joden zouden gespaard blijven, maar de door de synode (lees: de kerken; JMS)
-geboden bescherming is, achteraf beschouwd, slechts een factor uit vele geweest
-die dat resultaat bewerkstelligd hebben". [18.4]
-
-Ten slotte de mening van de toenmalige secretaris-generaal van de Wereldraad van
-Kerken te Geneve, dr. W.A. Visser 't Hooft: "Toen bedreigingen niets opleverden,
-trachtten de Duitsers de kerken te chanteren. Hierdoor kwamen de kerken in een
-ernstig gewetensconflict. Moesten ze het publiekelijk protesteren opgeven, opdat
-de ene of de andere groep kerkleden gespaard zou worden? Of moesten ze voorwaarts
-gaan zonder acht te slaan op de consequenties die dat kon hebben voor anderen?
-Dit zijn moeilijke vragen, die men niet kan beslissen op de ingeving van het
-moment, of terwijl men van buitenaf naar de situatie kijkt". [18.5]
-
-De hierboven genoemde - wel rhetorisch bedoelde - vraag van Presser ("Hoe vaak
-kozen zij niet in de eerste plaats partij...") is te beantwoorden. Tweemaal hebben
-de kerken de Joden-christenen in hun protest apart vermeld: in het eerste protest
-(hfdst. 2, e) en toen de massa-deportaties begonnen (hfdst. 6, c). We achten dit
-apart noemen te betreuren.
-Bovendien heeft de Hervormde Kerk (juli 1942) het protest-telegram niet afgekondigd;
-de andere kerken daarentegen hebben de Duitse eis dienaangaande naast zich neergelegd.
-Waarop de Duitsers zich gewroken hebben op de Rooms-Katholiek gedoopte Joden, voor
-zover niet "gemengd gehuwd". We bespraken dit in hfdst. 6, f.
-Het niet aflezen van het telegram door een van de kerken achten we betreurenswaardig.
-Overigens, wie, zoals wij, nooit voor zulk een duivels dilemma gestaan heeft als
-waarmee de kerken zomer 1942 geconfronteerd werden, die zij terughoudend in zijn
-oordeel.
-Wanneer we dit dilemma nader overwegen,dan kan het onzes inziens geen twijfel
-lijden of Seyss-Inquart en Rauter zouden inderdaad, indien het protest-telegram
-in alle Protestantse kerken was voorgelezen, ook de Protestants-gedoopte Joden
-hebben laten arresteren en wegvoeren. De door ons al eerder genoemde notulen
-(zie hierboven: hfdst. 6, f) spraken duidelijke taal: "Voor het geval dat ook
-een overwegend aantal protestantse kerken het telegram aan de Rijkscommissaris
-hebben laten voorlezen, worden ook de protestantse Joden weggevoerd. Tot dit
-doel moeten de lijsten reeds worden gereedgemaakt."
-
-<194>
-
-Wat de overwegingen betreft om van publieke voorlezing af te zien:
-Het z.g. fatsoensargument ("onder fatsoenlijke mensen mag de ene partij niet tot
-publicatie van een document overgaan wanneer de andere partij zich daartegen verzet")
-achten we uiterst aanvechtbaar.
-De bezorgdheid dat de vrijstelling van de Joden-christenen ingetrokken zou worden,
-beschouwen we als begrijpelijk, maar zoals hierboven betoogd - we menen dat die
-bezorgdheid niet de doorslag had mogen geven.
-L. de Jong noemt nog een ander element dat ongetwijfeld heeft meegespeeld: In
-werkelijkheid was de synode bevreesd: bevreesd wellicht voor strafmaatregelen
-tegen haar voorgangers wanneer zij de bezetter trotseerde..." [18.6] We twijfelen
-er niet aan of er waren Synode-leden die angstig waren: Gravemeyer en Kraemer
-waren in gijzeling genomen, Scholten verbannen. Erger: er waren al doodsberichten
-binnengekomen van diverse gevangengenomen collega's.
-Maar aan de andere kant stond het argument als verwoord door ringt. Van de Loo:
-"Die (eis tot niet-afkondiging) is er het bewijs van, hoezeer de Duitsers de kracht
-van de afkondiging vrezen..." (hfdst. 6, f).
-
-Het lot van de Joden-christenen mocht zwaar wegen, maar niet zwaarder dan dat van
-de niet-gedoopten. Welnu, een agenda, opgesteld vanuit een consequente verzetshouding,
-had er als volgt uit kunnen zien:
-1. Elk tot de Duitsers gericht protest afkondigen, ongeacht bedreigingen van welke
- aard dan ook (het standpunt van mgr. De Jong).
-2. De Joden-christenen - die door die bepaalde afkondiging direct in de gevarenlinie
- kwamen - zoveel als mogelijk was helpen om onder te duiken. Al dient hier bedacht
- te worden, dat het op dat moment (juli 1942) nog uiterst moeilijk was om onderduik-
- plaatsen te vinden.
-3. De kerkleden openlijk oproepen om de herbergzaamheid te betrachten jegens hen
- die in nood waren.
-4. De gemeenteleden oproepen om geen medewerking te verlenen aan daden van onrecht.
-
-<195>
-
-Zoals we zagen, hebben de kerken deze laatste uitspraak inderdaad gedaan, maar in
-de Gereformeerde Kerken werd deze niet afgelezen; ook kwam de uitspraak pas nadat
-er al maandenlang Joden waren gearresteerd en gedeporteerd.
-
-b. Commentaar op de houding van de kerken in het algemeen
-
-Allereerst weer enkele stemmen uit verschillende richtingen.
-Dr. W.A. Visser 't Hooft merkte op: "Deze documenten moeten zorgvuldig gelezen
-worden. Ze zijn kostbaar, want zij die ze opstelden en ook zij die ze voorlazen
-vanaf de kansel waren in groot gevaar; ze zetten, toen ze hun getuigenis aflegden,
-veel op het spel." [18.7]
-
-Touw was aarzelend: "Ook haar strijd voor de Joden was een strijd van vallen en
-opstaan, maar dat neemt niet weg, dat deze strijd ter wille van het Joodse volk
-het meest bevlogen, meest dramatisch, meest hardnekkig gestreden gedeelte is
-geweest uit de Nederlandse kerkstrijd." [18.8]
-Nog een uitspraak van Touw: "Zoals er op de kansels te veel is gezwegen, is er in
-de huizen ongetwijfeld te weinig geherbergd. Het werd door velen ook als een
-gemis gevoeld, dat de Synode in dit opzicht geen leiding gaf, geen vermaning deed
-horen, geen vormen vond om de gewetens te scherpen. Hier moet van een grote
-gemeenschappelijke schuld gesproken worden. Er is geen enkele reden voor de
-Christenheid zich hier te beroemen. Eerder alle reden zich te schamen." [18.9]
-
-Wielek evenwel oordeelt positiever: In april 1942 werden er belangrijke verklaringen
-die waardigheid en moed toonden, voorgelezen van de kansels van de kerken. De
-activiteit van de kerk verslapte niet. De predikanten toonden persoonlijke moed;
-ook zonder Synodale aansporing wisten ze, hoe te handelen. Hun preken schoten niet
-te kort in helderheid, speciaal wat de vervolging der Joden en hun vervolgers betrof.
-Vele predikanten moesten voor hun moedige houding betalen met een tijd in een
-concentratiekamp." [18.10]
-In hun algemeenheid achten we de tweede, derde en vierde zin van deze uitspraak
-onjuist.
-
-<196>
-
-In een brief aan de Duitse Kerken, gedateerd 9 maart 1946, schreef de Nederlandse
-Hervormde Kerk onder meer: "God heeft ons de kracht gegeven, de strijd tegen het
-nationaal-socialisme te voeren. Wc bekennen openlijk voor God en de wereld, dat we
-in deze strijd niet voldoende trouw, bereid tot offers en dapper geweest zijn."
-[18.11]
-
-Aan wat reeds door ons in hoofdstuk 10 (Een verbluffende conclusie) werd opgemerkt,
-willen we hier nog het volgende toevoegen. Allereerst: het zal duidelijk zijn dat
-we beweringen (vermeld in de inleiding), als zouden de kerken tijdens de vervolging
-van de Joden gezwegen hebben, afwijzen. De kerken hebben wel degelijk gesproken,
-en dat in uiterst moeilijke omstandigheden. Ze hebben geprotesteerd tegen wat de
-Joden werd aangedaan en hun protest klonk niet alleen in de oren van de bezetter,
-maar het werd ook herhaaldelijk voorgelezen tijdens de openbare godsdienst-
-oefeningen. Dat gold voor andere landen, het gold bepaald ook voor Nederland.
-We achten het dan ook te betreuren, dat soms de houding van de kerken lichtvaardig
-be- en veroordeeld werd en wordt. Dat de kerken gesproken hebben valt, voor wie
-bereid is de stukken na te gaan, niet te ontkennen. Over de vraag of de kerk vroeg
-genoeg, vaak genoeg en klemmend genoeg tot de bezetter heeft gesproken, werd al
-tijdens de bezetting verschillend gedacht - maar gesproken heeft zij." [18.12]
-
-Het verwijt dat de kerken gezwegen hebben, is niet gefundeerd op de feiten en het
-is onverdiend. Dat wil evenwel niet zeggen, dat de kerken het in alle opzichten
-voortreffelijk gedaan hebben en dat er op de kwaliteit van diverse protesten niets
-valt af te dingen. Integendeel. Zoals we in vorige hoofdstukken reeds herhaaldelijk
-zagen, zijn er telkens fouten gemaakt. Dat is ook erkend, o.a. door H.C. Touw,
-de auteur van Het Verzet der Hervormde Kerk (zie zijn eerder in dit hoofdstuk
-geciteerde uitspraken). "Van verheerlijking van het kerkelijk verzet dient men
-zich overigens te onthouden. Zij die er midden in stonden, deden dat ook". [18.13]
-De strijd van de kerken voor de Joden was een strijd van vallen en opstaan. Kan men
-dus zeggen, dat de houding van de kerken soms goed, soms fout is geweest? E.H.
-Kossmann heeft, -tussen goed en fout", het begrip accommodatie (aanpassing)
-ingevoerd: secretarissen-generaal en het bedrijfsleven hebben menigmaal een
-houding van accommodatie aangenomen. [18.14] Welnu, we menen dat het onjuist en
-bovendien onbillijk is, de kerken ervan te beschuldigen "fout" te zijn geweest,
-in de zin dat ze met de bezetter zouden hebben gecollaboreerd (samengewerkt).
-Maar soms (lang niet altijd, Goddank) zijn ze wel in de valkuil van de accommodatie
-gevallen. [18.15]
-
-<197>
-
-Zoals we gezien hebben, faalden de ene keer de Hervormde Kerk, de andere keer
-de Gereformeerde Kerken. Waarbij nogmaals vermeld dient te worden dat de
-Rooms-Katholieke Kerk, voor wat betreft het publiekelijk afkondigen van de
-protesten tegen de vervolging van de Joden, geen enkele maal water in de wijn
-gedaan heeft. "Ik wil geen tweede Innitzer (Oostenrijks kardinaal) zijn", had
-mgr. de Jong aan het begin van de bezetting verklaard. Hij is in dit voornemen
-volledig geslaagd.
-
-Geen verheerlijking van het kerkelijk verzet dus. Men kan er geen "witboek"
-over schrijven. Evenmin een "zwartboek" trouwens. Daarom noemde ik een vroegere
-studie dan ook The Grey Book. Zowel de witte als de zwarte legende dient afgewezen
-te worden.
-Wat betreft het kerkelijk verzet in het algemeen, maar in het bijzonder wat
-betreft de houding van de kerken in Nederland ten opzichte van de Jodenvervolging,
-geldt: "Kerk was zij in een onderdrukt land en aan die druk kon ook zij zich niet
-ten volle ontworstelen. Maar dat maakt het feit niet ongedaan dat zij, met
-overwinning van de menselijke angst, de leer en de praktijken van de bezetter
-veelvuldig en duidelijk publiekelijk verworpen en bestreden heeft." [18.16]
-
-<199>
-
-19. EEN KLEINE KAARS
-
-We reden, op weg naar Hongarije, door Oostenrijk. Mijn broer wees me de wegwijzer
-aan: "Kijk, daar: de weg naar Mauthausen". Tegelijk zei hij: "Ik heb geen behoefte
-om er heen te gaan." Hij heeft in een concentratiekamp (Vught) gezeten, en in
-Duitse gevangenissen.
-Je verbaast je erover dat Mauthausen ook een gewoon dorp is: het staat op de
-kaart en er zijn borden die de weg er naartoe wijzen. De naam betekent: "tolhuizen".
-
-Later heb ik gezegd dat ik op de terugweg toch graag naar Mauthausen wilde, en
-dat mijn broer dan buiten op me zou kunnen wachten.
-Je rijdt, na de grote verkeersweg verlaten te hebben en de Donau te zijn overgegaan,
-door een lieflijk landschap. Je passeert een paar schilderachtige dorpjes, elk
-met een kerktoren. Mauthausen ligt in een prachtige omgeving.
-Ten slotte gingen we toch samen naar binnen. Mijn broer wees het me aan: "Kijk,
-dat moet de appel-plaats geweest zijn". Blijkbaar werden de concentratiekampen
-volgens een standaardtype gebouwd.
-We zagen de beruchte steengroeve met de treden; het gedenkteken voor de homofielen
-("dood geslagen - dood gezwegen"). Wij allen zijn eraan schuldig. We zagen
-de "klaagmuur", en vele foto's. Bij sommige denk je: "Mag men dit wel tonen? Mag
-men dit de overledene aandoen?"
-Er waren veel bezoekers. Toch was het er stil. Mijn broer zei: Ik hoor een vogel
-fluiten; ik neem het die vogel haast kwalijk". Ik dacht aan de kerktorens die we
-gezien hadden. In die kerken zullen ook toen diensten gehouden zijn. Ik dacht
-terug aan de Duitse predikant aan wie ik eens vroeg: "Hebt u het niet geweten?"
-Hij antwoordde: "We hebben het niet geweten, en juist dat is onze schuld; we
-hadden het moeten weten en we hadden het kunnen weten".
-
-<200>
-
-Maar betrekkelijk weinig Nederlanders zijn er in Mauthausen vermoord. Die naam
-was wel het schrikbeeld. Daarheen gingen zij die bij de eerste razzia gepakt
-waren, en van de 340 hebben slechts drie het overleefd. Van de bij de tweede
-razzia (juni 1941) gegrepenen kwamen allen hier om.' Sindsdien functioneerde
-de naam Mauthausen als de stok waarmee men de fuik werd ingedreven: "Meld je;
-waag het niet om onder te duiken, want als we je dan pakken, ga je regelrecht
-naar Mauthausen." Zo bleef Mauthausen de hele oorlog door en daarna de plaats
-van de opperste verschrikking.
-Velen meldden zich en inderdaad werden ze niet naar Mauthausen gestuurd, maar
-naar Auschwitz, Sobibor of Bergen-Belsen.
-
-Na in Mauthausen te zijn geweest is men geneigd zich af te vragen: wat doet het
-er eigenlijk toe, of kerken af en toe geprotesteerd hebben? Of christenen hier
-en daar geholpen hebben? Wat stelde dat voor, vergeleken bij deze afgrond van
-ellende en duisternis?
-De duisternis van de sjoa was zo diep, dat men het nauwelijks kan bevatten.
-Het is te begrijpen dat velen de kleine (te kleine) lichtpunten die er waren,
-over het hoofd zien.
-Toch: iemand - Heinz Leuner - vertelde eens een verhaal van hulp en zelfopoffering
-in moeilijke tijden, toen medelijden een misdaad was.' Van hem is ook de uitspraak:
-"Hoe groter de duisternis, des te helderder het licht, ook al is het niet meer dan
-dat van een kleine kaars."
-
-<201>
-
-*******************************************************************************
-
-VOETNOOT VERWIJZINGEN PER HOOFDSTUK
-
-Noten
- 1. H.C. Touw, Het Verzet der Hervormde Kerk. 's-Gravenhage, 1946; twee delen.
- Th. Delleman (red.), Opdat wij niet vergeten. Kampen, 1949.
- 2. Johan M. Snoek, The Grey Book - A Collection of Protests against Antisemitism
- and the Persecution of Jews issued by Non-Roman Catholic Churches and Church
- Leaders during Hitler's Rule. Assen, 1969.
- 3. Encyclopaedia Judaica, deel 8, Jerusalem, 1971; 914-916.
- 4. Abel J. Herzberg, Kroniek der Jodenvervolging. Arnhem/Amsterdam, 1950.
- J. Presser, Ondergang (2 delen). 's-Gravenhage, 1965.
- L. de Jong, Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereld oorlog - Populaire
- editie (13 delen). 's-Gravenhage, 1969-1988.
- 5. S. Stokman, Het verzet van de Nederlandse Bisschoppen legen Nationaal-Socialisme
- en Duitse Tyrannie. Utrecht, 1945.
-
-pag 33
-Hoofdstuk 1
-Noten
- 1. Zie J.C.H. Blom, Verzuiling in Nederland - in het bijzonder op lokaal niveau,
- 1850-1925. Amsterdam, 1981.
- 2. Het verhaal wordt verteld door Anne de Vries in: De Levensroman van Johannes
- Post. Kampen, z.j., p. 271-272.
- 3. Ger van Roon, Protestants Nederland en Duitsland 1933-1941. Utrecht/Antwerpen,
- 1973; herdr. Kampen 1990.
- 4. Peter Treep, 'Gereformeerde Zending onder Nederlandse Joden "een kerkhistorisch
- onderzoek naar haar ontstaan, organisatie, functioneren en werkwijze,toegespitst
- op de jaren twintig en dertig' (doctoraal-scriptie; niet uitgegeven). Kampen, 1984.
- 5. Treep, 57.
- 6. Treep, 62.
- 7. Treep, 68.
- 8. Idem.
- 9. Stokman, 22.
-10. Stokman, 23.
-11. Th. Delleman (red.), Opdat wij niet vergeten. Kampen, 1949, 57. Zie voor het
- hier volgende ook: Harmjan Dam, De NSB en de Kerken. Kampen, 1986, 142 e.v.
-12. Delleman, 55
-13. Idem, 58
-14. Van Roon, 51-52.
-15. Delleman, 486; vgl. ook K. Schilder, Geen Duimbreed! Een synodaal besluit
- inzake 't lidmaatschap van N.S.B. en C.D.U. Kampen, 1936.
-16. Delleman, 62-63.
-17. Van Roon, 51-52.
-18. Gegevens uit: Wolfgang Scheffer, Judenverfolgung im Dritten Reich.
- Berlin/Dahlem, 1960.
-19. De Jong, 1, 454.
-20. Idem, 454.
-21. De Standaard, 5 en 22 mei 1933.
-22. Idem, 24 mei 1933.
-23. Johan M. Snoek, The Grey Book. Assen, 1969, passim.
-24. Touw, 31 en 35.
-25. Van Roon, 25
-26. De Standaard, 27 april 1933.
-
-Hoofdstuk 2
-Noten
- 1. Deze cijfers worden vermeld door De Jong, 4, 718.
- 2. De Jong, 4, 716.
- 3. Acia (notulen) van de voortgezette generale synode van Sneek, 1939; art. 386.
- 4. De notulen van het Convent, Algemeen Rijksarchief Den Haag (Afgekort: ARA) 11,
- NHK, alg. syn. no. 915.
- 5. J.J. Buskes, Waar stond de Kerk? Amsterdam, 1947. 67.
- 6. Herzberg, 45.
- 7. Touw, 1, 376-377.
- 8. Buskes, 68
- 9. Idem, 66-67.
-10. Idem, 67.
-11. ARA 11, NHK, no. 914.
-12. De Jong, V, 667.
-13. Idem, V, 678.
-
-Hoofdstuk 3 geen Noten
-
-Hoofdstuk 4
-Noten
- 1. De volledige tekst bij Touw, 1, 22-227. H.M. van Randwijk zou later
- (13 februari 1950) aan Touw schrijven: "De verspreiding van pamfletten als
- 'Betere weerstand' (...) geschiedde in nauwe samenwerking en soms zelfs op
- initiatief van Vrij Nederland. (...) Ook het geschrift zelf was vaak een
- product van samenwerking van meerderen. Zo herinner ik me nog goed zelf een
- groot aandeel te hebben gehad in de tekst van 'Betere weerstand', tesamen met
- Joop Bartels, dat op een avond, of liever in een nacht, bij mij thuis werd
- herschreven" (ARA, 2.21.255, archief H.C. Touw, inv. no. 27).
- 2. De volledige tekst bij Touw, 227-236.
- 3. De Jong, V, 670-671.
- 4. Touw, 1, 386.
- 5. Idem, 11, 48-49.
- 6. Buskes, 30.
- 7. Acta, 56-57.
- 8. In de Waagschaal, 5 sept. 1947
- 9. Acta, p. 238-239.
-10. Touw, 1, 388; Delleman, 88.
-
-Hoofdstuk 5
-Noten
- 1. Stokman, 28-30, 183v.
- 2. H.W.F. Aukes, Kardinaal de Jong. Utrecht-Antwerpen, 1956, 255. Uitvoeriger
- op dit punt is M.J.H.M. van Rooij, "Al is het maar een Getuigen". Leiden, 1983
- (doctoraal scriptie), 4-5. Zie ook: A.F. Manning, 'De Nederlandse Katholieken
- in de eerste jaren van de bezetting', in: jaarboek Katholiek Documentatie
- Centrum, 1978, 105 e.v.
- 3. Van Rooij, 4-5.
- 4. Uitvoeriger gegevens bij Van Rooij, 12-13.
- 5. ARA 11, archief NHK, Alg. syn., 915.
- 6. Van Rooij, 22.
- 7. Deze en veel andere persoonlijke gegevens over de Rijkscommissaris bij:
- H.J. Neuman, Arthur Seyss-Inquart. Utrecht, 1967.
- 8. Aukes, 376-379; Stokman, 236.
- 9. ARA, 11, NHK, alg. syn., no. 915.
-10. Archief deputaten voor de corr. Hoge Overheid, no. 7.
-11. Van Rooij, 31-33.
-
-Hoofdstuk 6
-Noten
- 1. Acta, p. 97-98.
- 2. A J. van der Leeuw, Die Deportation der Romisch-Katholischen Juden aus den
- Niederlanden im Monat August 1942. Notities voor het geschiedwerk no. 136.
- Archief Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatic (afgekort: RIOD), 1966, 3.
- 3. In de Waagschaal, 5.9.1947,
- 4. J. Presser, Ondergang. Den Haag, 1965, 1, 260-261; H. Wielek, De Oorlog die
- Hitler won. Amsterdam, 1947, 218.
- 5. L. de Jong (VI, 18) geeft de gang van zaken juist weer, maar desondanks vergiste
- hij zich later op dit punt in zijn: Drie voordrachten aan de Harvard Universiteit,
- Den Haag, 1989, 18.
- 6. Daarentegen bij A.J. Herzberg (Kroniek der Jodenvervolging; Arnhem-Amsterdam,
- 1950, 134) de juiste lezing. Van Rooij, 40-41. Aukes, 386-387.
- 7. Robert M.W. Kempner, Twee uit honderdduizend - Anne Frank en Edith Stein.
- Bilthoven, 100. Zie ook Van der Leeuw.
- 8. Uitvoeriger bij Kempner, 102.
- 9. Van der Leeuw, 6-7.
-10. Wielek, 292.
-11. Buskes, p. 69.
-12. Buskes aan L. de Jong, 24.12.73 (Archief RIOD).
-13. Buskes, 69.
-
-Hoofdstuk 7
-Noten
- 1. Delleman, 607-608.
- 2. De Jong, 6, 605.
- 3. Idem, 13, 115.
- 4. Notulen d.d. 3 maart 1943; in het gemeente-archief Rotterdam.
- 5. Aukes, 420. De brief was gedateerd: 15 febr. 1943.
- 6. Stokman, p. 118.
- 7. Presser, 11, 177; zie ook L. de jong, 6, 608.
- 8. De Jong, 6, 608-609.
- 9. Bert Huizing en Koen Aartsma, De zwarte politie 1940-1945. Weesp, 1986, 38 en 41.
-10. De Jong, 6, 603.
-
-III
-
-Hoofdstuk 8
-Noten
- 1. ARA, arch. NHK, 914.
- 2. Herzberg, 129.
- 3. Presser, 11, 88.
- 4. Wielek, 302.
-
-Hoofdstuk 9
-Noten
- 1. Mededeling van mevrouw W. de Nooij-van Nes te Ede.
- 2. Aldus ds. B.D. Smeenk (geciteerd bij Treep, 34).
- 3. Mededeling van I.S. Meijer te Oosterhout. Fotokopie van de verklaring in mijn bezit.
- 4. Snoek, 26-28.
- 5. Buskes, 89.
- 6. L. de Jong, 6, 293.
- 7. Archief deputaten corr. Hoge Overheid, no. 124.
- 8. Idem.
- 9. S.P. Tabaksblatt, Bladen uit mijn levensboek. Kampen, 1980, 31.
-10. Touw, I. 423.
-11. Idem, I. 411
-12. Wielek, 289.
-13. Herzberg, 131, 135.
-14. Tabaksblatt, 32-34.
-15. J.J. Buskes, Hoera voor het leven. Amsterdam, 1959, 191 e.v.
-16. Aanwezig in het Historisch Documentatiecentrum voor het Nederlands Protestantisme
- (1800-heden), Vrije Universiteit, Amsterdam.
-
-Hoofdstuk 10
-Noten
- 1. De Jong, 6, 333.
- 2. Bij mijn weten de eerste die gewezen heeft op de overeenkomsten tussen kerkelijke
- anti-joodse maatregelen en de wetgeving onder Hitler, was Raul Hilberg, The
- Destruction of the European Jews. Chicago, 1961; revised and definite edition:
- New York/London, 1985.
- Het desbetreffende hoofdstuk in Nederlandse vertaling is te vinden bij: Hans
- Jansen, Christelijke theologie na Auschwitz - deel 1: Theologische en kerkelijke
- wortels van het antisemitisme. 's Gravenhage, 1981, 539-563.
-
-Hoofdstuk 11
-Noten
- 1. Het Grote Gebod. Gedenkboek van het verzet in LO en LKP. Kampen/Bilthoven, 1951
- (herdr. 1989),1, 14.
- 2. (Verslag van de) Enquetecommissie Regeringsbeleid 1940-45. Den Haag, 1949-1956,
- deel 7c, 262.
- 3. Mededeling van K. van Houten, Wageningen.
-
-Hoofdstuk 12
-Noten
- 1. Bert Kok, Aan het goede adres. Utrecht, 1985.
- 2. Bert Jan Flim, 'De NV en haar kinderen 1942-1945' - geschiedenis van een
- Nederlandse onderduikorganisatie gespecialiseerd in hulp aan joodse kinderen.
- Groningen, 1987 (doctoraal-scriptie; niet uitgegeven).
- 3. Flim, 18.
- 4. Idem, 94.
- 5. Limburgs Dagblad, 6.5.1989.
- 6. Flim, 128.
- 7. Mededeling van mevrouw L. van Eden-Pontier te Wassenaar.
-
-Hoofdstuk 13
-Noten
- 1. J.A. Ader-Appels, Een Groninger pastorie in de storm, Franeker, 1981 (twaalfde
- druk).
- 2. De gedichten zijn, behalve in bovengenoemd boek, afgedrukt in Touw, 11, 315-316.
- 3. Johanna-Ruth Dobschiner, Te mogen leven. Franeker, 1974.
- 4. Dick Houwaart, Verduisterde bevrijding. 's-Gravenhage, 1982.
-
-Hoofdstuk 14
-Noten
- 1. Mevrouw L. van Eden-Pontier te Wassenaar.
- 2. De naam Bogaard wordt soms met één, soms met twee o's gespeld. Van de afd.
- burgerzaken van het gemeentehuis te Hoofddorp vernam ik dat Johannes Boogaard
- Sr. twee o's meekreeg, zijn zoon ("oom Hannes") daarentegen slechts één. Ook
- de straat, die naar "oom Hannes" genoemd werd, heeft slechts één o.
- 3. L. de Jong, 6, 335-337; en 7, 443-444.
- 4. Cor van Stam, Wacht binnen de dijken - Verzet in en om de Haarlemmermeer.
- Haarlem, 1986, 75-84.
- 5. Delleman, 150.
- 6. L. de Jong, 6, 333.
- 7. Samuel en Pearl Oliner, De Altruïstische Persoonlijkheid. Amsterdam, 1988,
- 172-173.
- 8. IKON-radio uitzending in de rubriek 'Door het oog van de naald': Jodenzending
- '40-'45 en de gevolgen", 4 mei 1988.
- 9. Dagblad Trouw, 5 mei 1988.
-10. De Vries, 131-132.
-11. L. de Jong, 7, 445.
-12. Corrie ten Boom, De Schuilplaats. Hoornaar, z.j., 120 en 140.
-13. Zie hierboven, noot 2.
-
-Hoofdstuk 15
-Noten
- 1. Oliner en Oliner, 151.
- 2. Buskes, 93.
- 3. Hervormd Nederland, 1 mei 1965.
- 4. L. de Jong, Drie voordrachten aan de Harvard Universiteit. Den Haag, 1989,
- 16 e.v.
- 5. Michael R. Marrus, The Holocaust in History. Londen, 1987, vooral 157-163.
- L. de Jong, Drie voordrachten, 13 e.v. Zie ook mijn The Grey Book, 10-11.
- 6. L. de Jong, 7, 308 e.v. (Wat wist men van Auschwitz en Sobibor?)
- 7. Spreuken der Vaderen, 11, 5.
-
-Hoofdstuk 16
-Noten
- 1. Delleman, 456.
- 2. Archief van de Gereformeerde Kerken, Utrecht. Kerk en Israël, no. 45.
- 3. Idem, no. 121.
-
-Hoofdstuk 17
-Noten
- 1. Delleman, 161.
- 2. A.A. Bekker, 'Het joodse Probleem' - Een onderzoek naar het gedrag van de
- Gereformeerde Kerken in Nederland ten aanzien van de Jodenvervolging 1933-1945.
- Doctoraal scriptie Vakgroep van Industriële Samenlevingen, Subfaculteit
- Maatschappijgeschiedenis, Erasmus Universiteit. Rotterdam, 1987 (niet
- uitgegeven), 103.
- 3. Delleman, 176.
- 4. Philip Mechanicus, In depot - Dagboek uit Westerbork. Amsterdam, 3e dr. 1964,
- bijv. op 24, 75, 171.
- 5. Bekker, 105.
- 6. Touw, 1, 72.
-
-Hoofdstuk 18
-Noten
- 1. Touw, 1, 74.
- 2. Presser, 11, 86.
- 3. Herzberg, 133, 135.
- 4. De Jong, 6, 2 1.
- 5. W.A. Visser 't Hooft, The Struggle of the Dutch Church for the Maintenance
- of the Commandments of God in the Life of the State. Londen, 1944, 13.
- 6. De Jong, 6, 17-18.
- 7. Visser 't Hooft, 7.
- 8. Touw, 1, 371.
- 9. Idem, 1, 434.
-10. Wielek, 216.
-11. Touw, 11, 206.
-12. De Jong, 5, 660.
-13. Idem, 5, 662.
-14. F.H. Kossmann (met assistentie van W.E. Krul), Winkler Prins Geschiedenis
- der Nederlanden. Amsterdam/Brussel, 1977, 111, 272-277. Zie ook: J.C.H. Blom,
- In de ban van goed en fout? - Wetenschappelijke geschiedschrijving over de
- bezettingstijd in Nederland." In: G. Abma (red.), Tussen goed en fout.
- Franeker, 1986.
-15. De Jong, 5, 664.
-
-Hoofdstuk 19
-Noten
- 1. Presser, 1, 88, 89.
- 2. Heinz Leuner, When Compassion was a Crime. Londen, 1966; p. 16. Zijn uitspraak
- luidt in her Engels: "the greater the darkness, the brighter the light,
- be it no more than that of a small candle."
-
-ENKELE BRONNEN
-
-Er is veel geschreven over de tweede wereldoorlog; er is ook veel geschreven over
-de Jodenvervolging. Menig auteur behandelt daarbij - hetzij direct, hetzij
-zijdelings - de houding van de kerken. Men vindt een uitvoerige bibliografie in
-mijn eerdere The Grey Book. Hier beperken we ons tot de bronnen waaruit in dit
-boek geciteerd werd:
-
-Acta van de voortgezette generale synode van de Gereformeerde Kerken in Nederland
-van Sneek, 1939.
-
-J.A. Ader-Appels, Een Groningerpastorie in de storm. Franeker, 1981 (geciteerd
-werd uit de twaalfde druk).
-
-H.W.F. Aukes, Kardinaal de Jong. Utrecht/Antwerpen, 1956.
-
-A.A. Bekker, 'Het joodse probleem' - Een onderzoek naar het gedrag van de
-Gereformeerde Kerken in Nederland ten aanzien van de Jodenvervolging 1933-1945.
-Doctoraalscriptie Vakgroep van Industriële Samenlevingen, Subfaculteit Maatschappij-
-geschiedenis, Erasmus Universiteit. Rotterdam, 1987 (niet uitgegeven).
-
-J.C.H. Blom, Verzuiling in Nederland - in het bijzonder op lokaal niveau,
-1850-1925. Amsterdam, 1981.
-
-J.C.H. Blom, 'In de ban van goed en fout? Wetenschappelijke geschiedschrijving
-over de bezettingstijd in Nederland' In: G. Abma (red.) e.a., Tussen goed en fout,
-Nieuwe gezichtspunten in de geschiedschrijving 1940-1945. Franeker, 1986.
-
-Corrie ten Boom, De Schuilplaats. Hoornaar, z.j.
-
-J.J. Buskes, Waar stond de Kerk? Amsterdam, 1947.
-
-J.J. Buskes, Hoera voor bet leven. Amsterdam, 1959.
-
-Harm Jan Dam, De NSB en de kerken. De opstelling van de Nationaal Socialistische
-Beweging in Nederland ten opzichte van het christendom en met name de Gereformeerde
-Kerken 1931-1940. Kampen, 1986.
-
-Th. Delleman (red.), Opdat wij niet vergelen. De bijdrage van de Gereformeerde
-Kerken, van haar voorgangers en leden, in het verzet tegen het nationaal-socialisme
-en de Duitse tyrannie. Kampen, 1949.
-
-Johanna-Ruth Dobschiner, Te mogen h~ven! Franeker, 1974.
-
-Encyclopaedia Judaica, deel 8. Jeruzalem, 1971.
-
-(Verslag van de) Enquetecommissie Regeringsbeleid ]940-1945 's Gravenhage,1949-1956.
-Bert Jan Flim, 'De NV en haar kinderen 1942-1945' - Geschiedenis van een Nederlandse
-onderduikorganisatie gespecialiseerd in hulp aan joodse kinderen. Groningen, 1987
-(doctoraal-scriptie; niet uitgegeven).
-
-Het Grote Gebod. Gedenkboek van het verzet in LO en LKP. Kampen/Bilthoven, 1951
-(heruitgave met registers, Kampen 1989).
-
-Abel J. Herzberg, Kroniek der Jodenvervolging. Arnhem/ Amsterdam, 1950.
-
-Raul Hilberg, The Destruction of the European Jews. Chicago, 1961; revised and
-definite edition: New York/London, 1985.
-
-Dick Houwaart, Verduisterde bevrijding. 's Gravenhage, 1982.
-
-Bert Huizing en Koen Aartsma, De zwarte politie 1940-1945. Weesp, 1986.
-
-Hans Jansen, Christelijke Theologie na Auschwitz, Deel 1: Theologische en kerkelijke
-wortels van het antisemitisme. 's Gravenhage, 1981.
-
-
-L. de Jong, Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog. Populaire
-editie. Den Haag, 1969-1988. Inmiddels verschenen 13 delen.
-
-L. de Jong, Drie voordrachten aan de Harvard Universiteit. 's Gravenhage, 1989.
-
-Robert M.W. Kempner, Twee uit honderdduizend - Anne Frank en Edith Stein. Bilthoven,
-1969.
-
-Bert Kok, Aan het goede adres. Utrecht, 1985.
-
-E.H. Kossmann (met assistentie van W.E. Krul), Winkler Prins Geschiedenis der
-Nederlanden, Deel 3, De Lage Landen van 1780 tot 1970. Amsterdam/Brussel, 1977.
-
-A.J. van der Leeuw, Die Deportation der Reimtich-Kalbolimben, juden aus den
-Niederlanden im Monat August 1942. Notities voor het geschiedwerk, no. 136
-(Archief RIOD).
-
-Heinz Leuner, When Compassion was a Crime. Londen, 1966.
-
-A.F. Manning, De Nederlandse Katholieken in de eerste jaren van de bezetting.
-In: jaarboek Katholiek Documentatie Centrum, 1978.
-
-Michael R. Marrus, The Holocaust in History. Londen, 1987.
-
-Philip Mechanicus, In depot - Dagboek uit Westerbork. Amsterdam, 1964.
-
-H.J. Neuman, Arthur Seyss-Inquart. Utrecht, 1967.
-
-Samuel en Pearl Oliner, De altruïstische persoonlijkheid. Amsterdam, 1989.
-
-J. Presser, Ondergang - De vervolging en verdelging van het Nederlandse Jodendom
-1940-1945 (2 delen). 's Gravenhage, 1965.
-
-Ger van Roon, Protestants Nederland en Duitsland 1933 -194 1. Utrecht 1 Antwerpen,
-1973 (herdr. Kampen 1990).
-
-M J.H.M. van Rooij, 'Al is bet maar een getuigen' - De officiële houding van
-het Episcopaat van de Nederlandse R.K. Kerkprovincie inzake de Joden in Nederland
-tijdens de Tweede Wereldoorlog. Leiden, 1983 (doctoraal-scriptie; niet uitgegeven).
-
-Wolfgang Scheffer, Judenverfolgung im Dritten Reich. Berlin-Dahlem, 1960.
-
-Johan M. Snoek, The Grey Book - A Collection of Protests against AntiSemitism
-and the Persecution of Jews Issued by Non-Roman Catholic Churches and Church
-Leaders During Hitler's Rule. Assen, 1969.
-
-Cor van Stam, Wacht binnen de dijken - Verzet in en om de Haarlemmermeer.
-Haarlem, 1986.
-
-S. Stokman, Het verzet van de Nederlandse Bisschoppen legen Nationaal-Socialisme
-en Duitse Tyrannie. Herderlijke brieven, instructies en andere documenten. Utrecht,
-1945.
-
-S.P. Tabaksblatt, Bladen uit mijn levensboek. Kampen, 1980.
-
-H.C. Touw, Het Verzet der Hervormde Kerk. In Onderdrukking en Verzet; red.:
-J.J. van Bolhuis e.a. Arnhem/Amsterdam, z.j., deel 11, p. 430-450
-
-H.C. Touw, Het Verzet der Hervormde Kerk (2 delen). 's Gravenhage, 1946.
-
-Peter Treep, Gereformeerde zending onder Nederlandse Joden - een kerkhistorisch
-onderzoek naar haar ontstaan, organisatie, functioneren en werkwijze, toegespitst
-op de jaren twintig en dertig. Kampen, 1984 (doctoraal-scriptie; niet gepubliceerd).
-
-Anne de Vries, De Levensroman van Johannes Post. Kampen, z.j. (1948; div. herdrukken).
-
-W.A. Visser 't Hooft, The Struggle of the Dutch Church for the Maintenance of the
-Commandments of God in the Life of the State. Londen, 1944.
-
-H. Wielek, De Oorlog die Hitler won. Amsterdam, 1947.
-
-Diversen:
-
-Incidenteel werd geciteerd uit dagbladen: de Standaard, Limburgs Dagblad, Trouw
-en NRC; en uit weekbladen: In de waagschaal en Hervormd Nederland.
-Voorts werd een bandopname gebruikt van de IKON radio-uitzending, Jodenzending
-'40-'45 en de gevolgen", in de rubriek Het oog van de naald, op 4 mei 1988.
-
-GERAADPLEEGDE ARCHIEVEN
-
-Archief van het Deputaatschap Kerk en Israël (vroeger: Deputaatschap voor de Zending
-onder de Joden). Rijksarchief, Utrecht.
-
-Archief van het Deputaatschap voor de correspondentie met de Hoge Overheid.
-Rijksarchief, Utrecht.
-
-Synodale archieven van de Gereformeerde Kerken in Nederland. Rijksarchief, Utrecht.
-
-Archief van de Generale Synode der Nederlandse Hervormde Kerk. Algemeen Rijksarchief
-(afgekort: ARA). Den Haag.
-
-Archief Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie (afgekort: RIOD). Amsterdam.
-
-Archief dr. J.J. Buskes. Historisch Documentatiecentrum voor het Nederlands
-Protestantisme (1800-heden), Vrije Universiteit, Amsterdam.
-
-Archief van de Gereformeerde kerk te Rotterdam. Gemeente-archief, Rotterdam.
-
-Notulen van de Raad van de Gereformeerde kerk te Kralingen.
-
-VERANTWOORDING VAN DE ILLUSTRATIES
-
-De auteur betuigt zijn dank aan de volgende personen en instellingen, die
-illustratiemateriaal voor het boek beschikbaar stelden:
-
-Archiefdienst van de Gereformeerde Kerken in Nederland, Leusden (foto nr. 1);
-mevr. W. van Nes, Rotterdam-Hillegersberg (nr. 2); Historisch Documentatiecentrum
-voor het Nederlands Protestantisme (1800-heden), Amsterdam (nrs. 3, 8, 9 en 10);
-Commissie voor de Archieven der Nederlands Hervormde Kerk, Leidschendam (nr. 4);
-Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie, Amsterdam (nrs. 5 en 14); Fotoarchief
-Spaarnestad, Haarlem (nr. 11); Aartsbisdom Utrecht, Utrecht (nrs. 12 en 13);
-Arch ief dr. J.J. Buskes, Amsterdam (nr. 16); mevr. W. Musch, Breskens (nr. 17);
-Uitgeverij Van Wijnen, Franeker (nrs. 18 en 19); mevr. L. van Eden-Pontier,
-Wassenaar (nr. 20); de heer M. van Zuiden, Ankeveen (nr. 21) en de heer J.C. Kapteyn,
-Amsterdam (nr. 22). Overige illustraties: Fotoarchief Kok, Kampen.
-
- ********************
-
-
-INFORMATIE OVER DE AUTEUR:
-
-
-Johannes Martinus Snoek (25-5-1920)
-
-studeerde theologie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam
-(1949-1953), woonde en werkte met zijn gezin 11 jaar in Israël
-als predikant van de Schotse Kerk in Tiberias van 1958-1969.
-werkte bij de Wereldraad van kerken te Geneve als secretaris
-van het comite voor de Kerken en het Joodse volk van 1970-1975.
-
-Publicaties:
-
-1. The Grey Book – A collection of protests against Anti-semitism
-and the persecution of Jews issued by non-Roman Catholic Churches
-and Leaders during Hitler's rule; van Gorcum Assen 1969,
-dit boek is nu te downloaden als Ebook 14764 bij Project Gutenberg.
-
-2. De Nederlandse kerken en de Joden 1940-1945 – De protesten bij
-Seyss-Inquart, Hulp aan Joodse onderduikers, De motieven voor
-hulpverlening. Kok Kampen, 1990. ISBN 90242 0949 8 NUGI 631
-
-3. Soms moet een mens kleur bekennen – Een terugblik op 70 jaar.
-Kok Kampen, 1992.
-
-Ook schreef hij in de Encyclopaedia Judaica het artikel over
-de Niet-RK kerken tijdens de Holocaust.
-
-
-
-Both the Grey Book and the Dutch Churches 1940-1945 are
-prepared for Gutenberg eText by his nephew Ge J. Snoek,
-errors and remarks please mail to: g.snoek3@chello.nl.
-
-***************************************************************
-
-
-
-
-
-End of Project Gutenberg's De Nederlandse kerken en de joden, by J.M. Snoek
-
-*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE NEDERLANDSE KERKEN EN DE JODEN ***
-
-***** This file should be named 17139-8.txt or 17139-8.zip *****
-This and all associated files of various formats will be found in:
- https://www.gutenberg.org/1/7/1/3/17139/
-
-Produced by Ge Snoek
-
-Updated editions will replace the previous one--the old editions
-will be renamed.
-
-Creating the works from public domain print editions means that no
-one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
-(and you!) can copy and distribute it in the United States without
-permission and without paying copyright royalties. Special rules,
-set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
-copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
-protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
-Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
-charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
-do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
-rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
-such as creation of derivative works, reports, performances and
-research. They may be modified and printed and given away--you may do
-practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
-subject to the trademark license, especially commercial
-redistribution.
-
-
-
-*** START: FULL LICENSE ***
-
-THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
-PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
-
-To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
-distribution of electronic works, by using or distributing this work
-(or any other work associated in any way with the phrase "Project
-Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
-Gutenberg-tm License (available with this file or online at
-https://gutenberg.org/license).
-
-
-Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
-electronic works
-
-1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
-electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
-and accept all the terms of this license and intellectual property
-(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
-the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
-all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
-If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
-Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
-terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
-entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
-
-1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
-used on or associated in any way with an electronic work by people who
-agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
-things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
-even without complying with the full terms of this agreement. See
-paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
-Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
-and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
-works. See paragraph 1.E below.
-
-1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
-or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
-Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
-collection are in the public domain in the United States. If an
-individual work is in the public domain in the United States and you are
-located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
-copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
-works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
-are removed. Of course, we hope that you will support the Project
-Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
-freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
-this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
-the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
-keeping this work in the same format with its attached full Project
-Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
-
-1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
-what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
-a constant state of change. If you are outside the United States, check
-the laws of your country in addition to the terms of this agreement
-before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
-creating derivative works based on this work or any other Project
-Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
-the copyright status of any work in any country outside the United
-States.
-
-1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
-
-1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
-access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
-whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
-phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
-Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
-copied or distributed:
-
-This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
-almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
-re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
-with this eBook or online at www.gutenberg.org
-
-1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
-from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
-posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
-and distributed to anyone in the United States without paying any fees
-or charges. If you are redistributing or providing access to a work
-with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
-work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
-through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
-Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
-1.E.9.
-
-1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
-with the permission of the copyright holder, your use and distribution
-must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
-terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
-to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
-permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
-
-1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
-License terms from this work, or any files containing a part of this
-work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
-
-1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
-electronic work, or any part of this electronic work, without
-prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
-active links or immediate access to the full terms of the Project
-Gutenberg-tm License.
-
-1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
-compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
-word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
-distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
-"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
-posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
-you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
-copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
-request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
-form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
-License as specified in paragraph 1.E.1.
-
-1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
-performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
-unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
-
-1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
-access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
-that
-
-- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
- the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
- you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
- owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
- has agreed to donate royalties under this paragraph to the
- Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
- must be paid within 60 days following each date on which you
- prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
- returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
- sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
- address specified in Section 4, "Information about donations to
- the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
-
-- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
- you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
- does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
- License. You must require such a user to return or
- destroy all copies of the works possessed in a physical medium
- and discontinue all use of and all access to other copies of
- Project Gutenberg-tm works.
-
-- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
- money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
- electronic work is discovered and reported to you within 90 days
- of receipt of the work.
-
-- You comply with all other terms of this agreement for free
- distribution of Project Gutenberg-tm works.
-
-1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
-electronic work or group of works on different terms than are set
-forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
-both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
-Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
-Foundation as set forth in Section 3 below.
-
-1.F.
-
-1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
-effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
-public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
-collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
-works, and the medium on which they may be stored, may contain
-"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
-corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
-property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
-computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
-your equipment.
-
-1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
-of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
-Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
-Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
-liability to you for damages, costs and expenses, including legal
-fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
-LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
-PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
-TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
-LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
-INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
-DAMAGE.
-
-1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
-defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
-receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
-written explanation to the person you received the work from. If you
-received the work on a physical medium, you must return the medium with
-your written explanation. The person or entity that provided you with
-the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
-refund. If you received the work electronically, the person or entity
-providing it to you may choose to give you a second opportunity to
-receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
-is also defective, you may demand a refund in writing without further
-opportunities to fix the problem.
-
-1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
-in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
-WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
-WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
-
-1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
-warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
-If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
-law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
-interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
-the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
-provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
-
-1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
-trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
-providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
-with this agreement, and any volunteers associated with the production,
-promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
-harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
-that arise directly or indirectly from any of the following which you do
-or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
-work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
-Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
-
-
-Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
-
-Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
-electronic works in formats readable by the widest variety of computers
-including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
-because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
-people in all walks of life.
-
-Volunteers and financial support to provide volunteers with the
-assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's
-goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
-remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
-and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
-To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
-and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
-and the Foundation web page at https://www.pglaf.org.
-
-
-Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
-Foundation
-
-The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
-501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
-state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
-Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
-number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
-https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
-Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
-permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
-
-The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
-Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
-throughout numerous locations. Its business office is located at
-809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
-business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
-information can be found at the Foundation's web site and official
-page at https://pglaf.org
-
-For additional contact information:
- Dr. Gregory B. Newby
- Chief Executive and Director
- gbnewby@pglaf.org
-
-
-Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
-Literary Archive Foundation
-
-Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
-spread public support and donations to carry out its mission of
-increasing the number of public domain and licensed works that can be
-freely distributed in machine readable form accessible by the widest
-array of equipment including outdated equipment. Many small donations
-($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
-status with the IRS.
-
-The Foundation is committed to complying with the laws regulating
-charities and charitable donations in all 50 states of the United
-States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
-considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
-with these requirements. We do not solicit donations in locations
-where we have not received written confirmation of compliance. To
-SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
-particular state visit https://pglaf.org
-
-While we cannot and do not solicit contributions from states where we
-have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
-against accepting unsolicited donations from donors in such states who
-approach us with offers to donate.
-
-International donations are gratefully accepted, but we cannot make
-any statements concerning tax treatment of donations received from
-outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
-
-Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
-methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
-ways including including checks, online payments and credit card
-donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate
-
-
-Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
-works.
-
-Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm
-concept of a library of electronic works that could be freely shared
-with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
-Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
-
-
-Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
-editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
-unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
-keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
-
-
-Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
-
- https://www.gutenberg.org
-
-This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
-including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
-subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.