summaryrefslogtreecommitdiff
diff options
context:
space:
mode:
-rw-r--r--.gitattributes3
-rw-r--r--17079-8.txt1743
-rw-r--r--17079-8.zipbin0 -> 37085 bytes
-rw-r--r--17079-h.zipbin0 -> 39448 bytes
-rw-r--r--17079-h/17079-h.htm1862
-rw-r--r--LICENSE.txt11
-rw-r--r--README.md2
7 files changed, 3621 insertions, 0 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes
new file mode 100644
index 0000000..6833f05
--- /dev/null
+++ b/.gitattributes
@@ -0,0 +1,3 @@
+* text=auto
+*.txt text
+*.md text
diff --git a/17079-8.txt b/17079-8.txt
new file mode 100644
index 0000000..dc9109b
--- /dev/null
+++ b/17079-8.txt
@@ -0,0 +1,1743 @@
+Project Gutenberg's De Harmonie van het Dierlijke Leven, by F.C. Donders
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: De Harmonie van het Dierlijke Leven
+ De Openbaring van Wetten
+
+Author: F.C. Donders
+
+Release Date: November 16, 2005 [EBook #17079]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE HARMONIE ***
+
+
+
+
+Produced by The Online Distributed Proofreading Team at
+https://www.pgdp.net. This file was produced from images
+generously made available by The Internet Archive/Canadian
+Libraries.
+
+
+
+
+
+
+DE HARMONIE VAN HET DIERLIJKE LEVEN
+
+
+DE OPENBARING VAN WETTEN.
+
+ * * * * *
+
+INWIJDINGSREDE, BIJ HET AANVAARDEN VAN HET HOOGLEERAARSAMBT AAN DE
+UTRECHTSCHE HOOGESCHOOL
+
+DOOR
+
+DR. F.C. DONDERS.
+
+UITGESPROKEN 28 JANUARIJ 1848.
+
+
+
+
+VOORBERICHT.
+
+
+Wij lezen bij den voortreffelijken Henle, dat, in de
+physiologie en vooral in de pathologie van het dierlijke leven, de
+teleologische beschouwingswijze (vragende naar het doel der
+verschijnselen) zich nog bijna overal krachtig doet gelden--en wie geen
+vreemdeling is in deze wetenschappen, staat gereed, die uitspraak te
+beamen.
+
+Immers niet enkel worden de verschijnselen hier met het praedicaat van
+_doelmatig_ bestempeld: teleologische betoogen ook vindt men als
+bewijsgronden in het midden gebragt en erkend, ja! in plaats van de _op
+te sporen oorzaak_, wordt het _onderstelde doel_ tot "_verklaring_" der
+verschijnselen ingeroepen. Of ziet men niet, zelfs door sommige
+Coryphaeën in de wetenschap, eene teleologische levenskracht, eene
+heelkracht der natuur, aan duizenden, _van de meest verschillende
+oorsaken afhankelijke_, verschijnselen _ten gronde gelegd_?
+
+Reeds vroeger (Gids 1846, bl. 893 e.v.) heb ik de teleologische
+beschouwingswijze--als ontbloot van absoluten grond, en hierom
+willekeurig en onwetenschappelijk--met een enkel woord bestreden. Het
+onderwerp evenwel scheen mij gewigtig genoeg voor eene meer uitvoerige
+behandeling, en, om deszelfs algemeene strekking, tevens bijzonder
+geschikt voor eene openlijke rede.
+
+Ik stelde mij hierom voor, hetzelve, bij gelegenheid der aanvaarding van
+het hoogleeraarsambt, nader te behandelen,--en vooreerst te betoogen,
+dat, wanneer wij het doel in de verschijnselen der natuur ook geenszins
+loochenen, eene _leer_ van het doel nimmer _wetenschap_ worden kan, en
+derhalve op het natuurkundig gebied niet mag worden geduld;--ten anderen
+te doen zien, dat--waar, bij de prachtvolle en ingewikkelde harmonie van
+het dierlijke leven, de, als ware het, aangeboren neiging van den mensch
+tot anthropomorphismus het _doel_ als de _oorzaak_ ons wil
+opdringen--het opsporen der wetten van wording, naar de oorzakelijke
+methode, niettemin mogelijk blijft;--en eindelijk had ik willen
+aantoonen, hoe, schier in elke wetenschap der natuur, dwalingen en
+bekrompene beschouwingen uit de teleologische zienswijze zijn
+ontsproten, die ook thans nog, inzonderheid op het gebied der
+physiologie--bij name die van het ziekelijke leven, de verdere
+ontwikkeling belemmeren, en met het stellig karakter van wetenschap
+geenszins strooken.
+
+Voor dit laatste gedeelte echter, waaruit het duidelijkst de
+noodzakelijkheid zou zijn voortgevloeid, om de teleologie van het
+natuurkundig terrein te weren, ontbrak mij ditmaal de tijd. Elders hoop
+ik dien later te vinden.
+
+Mogen ook zij, wier meeningen en begrippen van de hier voorgedragene
+afwijken, deze bladeren zonder vooroordeel ter hand nemen, en verder ook
+niemand al te ligtvaardig het vonnis er over uitspreken!
+
+DE SCHRIJVER.
+
+ * * * * *
+
+ Edelgrootachtbare heeren curatoren der Utrechtsche Hoogeschool!
+
+ Weledelgestrenge heer secretaris van het collegie der curatoren!
+
+ Hooggeleerde heeren, waarde ambtgenooten! en weledele zeer geleerde
+ heeren lectoren!
+
+ Die met het bestuur van dit gewest of deze stad of met de handhaving des
+ regts zijt belast, mannen reeds door stand en werkkring eerwaardig!
+
+ Weleerwaarde heeren, bedienaars van de Godsdienst!
+
+ Weledele zeer geleerde heeren doctoren der verschillende faculteiten!
+
+ Aanzienlijke schaar van jongelingen, die u aan de beoefening der
+ wetenschappen toewijdt!
+
+ En voorts gij allen, die ons met uwe tegenwoordigheid vereert, zeer
+ gewenschte toehoorders!
+
+
+Werwaarts wij in de natuur onze oogen rigten, alom erkennen wij
+verband, schier overal orde en harmonie. Elk punt op het uitgestrekte
+veld is een deel van het groote organismus, een schakel der onafzienbare
+keten, die noch begin noch einde kent, en in wezen ondeelbaar is.
+
+Zóó innig is de band, die al 't bestaande zamenvlecht!
+
+Bewegen wij ons in de onmetelijke ruimte, waarin de verbeelding schier
+weigert onze woorden te volgen, daar treedt ons, tusschen duizenden van
+hemelbollen, het zonnestelsel als een geheel van orde en majesteit te
+gemoet, dat ons dwingt tot eerbiedige bewondering. Niet alleen zien wij
+de planeten door de zon, als door een hoogere magt, aan hare banen
+geketend; maar tevens weten wij, dat ook elke stoornis, van den
+wederkeerigen invloed der planeten afhankelijk, vereffend wordt, vóór
+zij de bestaande orde zou kunnen bedreigen.
+
+De aarde, met hare duizenden van voortbrengselen, is volmaakt
+geëvenredigd aan de schitterende vorstin van het stelsel. Haar afstand
+van de zon beantwoordt aan de vereischte warmte voor eene krachtige
+ontwikkeling van planten en dieren, aan het vereischte licht, om de
+Natuur in haren vollen luister ten toon te spreiden, zonder door te
+hellen gloed onze oogen te verblinden.
+
+De dampkring, die onze planeet omhult, vindt tot bodem _hier_ den vasten
+grond, welks bergtoppen zich als ondiepten verheffen in die zee van
+lucht, _daar_ den wijden oceaan, die de diepten der aardkorst vereffent;
+en elk dier elementen brengt al de voorwaarden mede voor de ontwikkeling
+en het leven van het heir van voorwerpen, die ze bewonen.
+
+Voortdurend stijgt het water van de oppervlakte der zee in den
+dampkring op, en valt ginds, als vruchtbare regen, op den dorstenden
+grond. Dit water behoeven de planten. Maar zij putten ook uit denzelfden
+bodem de onbewerktuigde stoffen, niet regtstreeks door den regen
+aangevoerd;--en van de hooge bergen stort zich het water, rijk beladen
+met de bestanddeelen der verweerde rotsen, naar beneden, en drenkt
+hiermede het land, waardoor het kronkelend naar den oceaan terugvloeit.
+
+Zoo is er zamenhang tusschen alle verschijnselen der natuur; zoo wordt
+ten slotte alles dienstbaar aan de ontwikkeling van leven.
+
+Nergens evenwel is het verband treffender dan tusschen de beide rijken
+der levende natuur. Vereenigd door de dampkringslucht, waaruit beide
+putten en die in beide haar voedsel vindt, voorzien zij wederkeerig in
+elkanders behoeften. De dieren ontwikkelen het koolstofzuur, dat de
+planten als voedsel aan den dampkring ontleenen; de planten staan in de
+zuurstof de levenslucht af voor het dier,--en zóó is voor beide de
+dampkring een eeuwige, onuitputtelijke bron.
+
+Nimmer is hij in rust. Van de oppervlakte der aarde, waar de lucht aan
+gestadige wisseling van bestanddeelen onderworpen is, stijgt zij naar
+boven, om op hetzelfde oogenblik te worden aangevuld; en door
+onophoudelijke stroomen wordt hare zamenstelling alom gelijkmatig
+bewaard, beantwoordt alom aan de voorwaarden tot leven en ontwikkeling
+van planten en dieren.
+
+Het is de taak van den natuuronderzoeker, de betrekking tusschen al de
+verschijnselen der natuur op te sporen. Die taak is even schoon als
+verheffend. In de harmonie, die hem des te levendiger in de oogen
+schittert, hoe ruimer en meer omvattend zijn blik wordt, verschijnt hem
+de natuur als een volmaakt geëvenredigd, organisch geheel. Het genot,
+uit hare aanschouwing geboren, is een krachtige prikkel voor zijnen
+navorschenden geest. Steeds door harmonische indrukken opgewekt, en in
+zijne werking geleid en bepaald, wordt die geest zelf meer en meer aan
+harmonie deelachtig. Zóó ontwikkelt natuurbeschouwing bij hem een waar
+gevoel voor het schoone en goede. Zóó kan zij de grondslag worden eener
+verheven wijsgeerige moraal.
+
+En toch--de kennis dier harmonie is niet het rustpunt van zijn streven.
+Hij wil indringen in hare oorzaken, opklimmen tot haren grond. Hij
+voelt zich gedrongen, te vragen naar de wetten, die aan de ontwikkeling
+der harmonie ten gronde liggen, en wil ze in die wetten erkennen als
+noodzakelijk. De eeuwig onveranderlijke eigenschappen der grondstoffen
+en der grondkrachten op te sporen, en aan te wijzen, hoe elk
+natuurverschijnsel uit deze eigenschappen noodwendig voortvloeit,
+zietdaar het ideaal van zijn streven, het toppunt zijner kennis!
+
+Wij weten, dat dit ideaal geenszins bereikt is; maar wij weten evenzeer,
+dat er belangrijke schreden op den weg tot verwezenlijking gedaan zijn.
+
+De sterrekundige toont aan, dat de wetten van traagheid en aantrekking,
+die slechts de uitdrukking zijn van de onveranderlijke eigenschappen der
+stof, de hemelbollen aan hunne banen kluisteren; en uit de betrekking
+tusschen de loopbanen en de omloopstijden der onderscheidene planeten
+leert de wiskunde hem onfeilbaar besluiten, dat elke stoornis zich
+noodwendig moet vereffenen, dat de orde van het zonnestelsel tot in de
+verste tijden onomstootelijk verzekerd is.
+
+De natuurkundige kent de oorzaken van het opstijgen der waterdampen, van
+het condenseren dier dampen in den atmosfeer: en in het neerstorten van
+den regen, zoo wel als in de kracht, waarmede het zeewaarts stroomende
+water zijne voren in de aarde groeft, ziet hij het noodwendig
+uitvloeisel van dezelfde eigenschap der stof, die de banen der
+hemelbollen bepaalt. Het verweren der rotsen, het doordringen van hare
+bestanddeelen tot aan de wortels der planten, dit alles is in vaste
+natuurwetten als noodwendig aangetoond.
+
+De meteoroloog geeft rekenschap van het opstijgen der lucht, en kent de
+oorzaken der stroomen, die de zamenstelling des dampkrings alom
+gelijkmatig bewaren,--ja! 't geheele zoo wisselvallig spel der elementen
+is door hem teruggebragt tot ééne hoogste oorzaak: ongelijke verdeeling
+van warmte.
+
+Eindelijk de geoloog, die de gesteldheid der aardkorst onderzoekt, komt
+op onwankelbare gronden tot het besluit, dat de aarde, vóór onafzienbare
+tijden, als eene gloeijende zee door het wereldruim zweefde; en,
+steunende op wetten, die weder niets anders zijn, dan de eeuwige
+eigenschappen der stoffen en krachten, erkent hij, dat zij noodwendig al
+de gedaanteverwisselingen moest doorloopen, waarvan de huidige toestand
+harer korst, als een onfeilbaar geschiedboek, getuigt.--Kortom! de
+wetenschap leert, dat de geheele stoffelijke wereld door den ijzeren
+schepter der noodwendigheid beheerscht wordt!
+
+Niet overal echter is deze waarheid even diep en krachtig doorgedrongen.
+Niet overal is de behoefte even levendig ontwaakt, om tot den grond op
+te klimmen der erkende harmonie. In de bewerktuigde wereld treedt zij,
+bij eene onuitputtelijke verscheidenheid, zoo rijk, zoo ingewikkeld, zoo
+schoon en boeijend op, dat men wel niet zoo gemakkelijk van haar kon
+afscheid nemen. De geest, verrukt door schoonheid en genot, duizelde bij
+het denkbeeld, om tot de oorzaken op te klimmen, waardoor zooveel
+harmonie tot stand kwam. Zoo gaf hier de volheid harer pracht voedsel
+aan eene beschouwingswijze, die overal elders reeds lang voor eene
+juistere had moeten onderdoen.
+
+Buiten de levende natuur toch erkent men, zoo als ik u aantoonde, niets
+dan wetten, niets dan noodzakelijkheid. Zoo legt de geoloog, om, bij de
+geschiedenis der Aarde van de verschijnselen tot de werkende oorzaken op
+te klimmen, de overtuiging ten gronde, dat van al de opvolgende
+veranderingen der aarde de voorwaarden reeds aan de vroegste perioden
+van haar bestaan verbonden waren;--en hoe meer zijn onderzoek zich
+uitbreidt, des te minder wordt die overtuiging beschaamd. Wil hij de
+verschillende lagen der vaste aardkorst, de verdeeling van water en vast
+land over hare oppervlakte, de afwisseling van bergen en dalen, de
+rivieren en bronnen, en zoo vele andere verschijnselen, (voor zoo verre
+de levende natuur vreemd aan derzelver ontstaan is,) in hunne wording
+toelichten, hij beroept zich slechts op wetten, hem door de sterrekunde,
+de natuur- en scheikunde aan de hand gedaan, en ziet hieruit al die
+verschijnselen met noodzakelijkheid geboren worden.
+
+Planten en dieren daarentegen beschouwt men veelal niet als geworden,
+maar als gevormd; niet als eene ontwikkeling der natuur naar bepaalde
+wetten, maar als de voortbrengselen eener nieuwe schepping; niet als de
+verwerkelijking van hetgeen in de eigenschappen der grondstoffen en
+grondkrachten reeds besloten lag, maar als naar een wel beraamd plan, in
+harmonie met de overige natuur, eerst later door eene hoogste Wijsheid
+tot stand gebragt.
+
+Dit anthropomorphismus leidde tot eene vergelijking van planten en
+dieren met de kunstigste voortbrengselen van 's menschen hand: de deelen
+heeft men hierom werktuigen, de verschijnselen verrigtingen en het
+geheel een organismus genoemd. Men vroeg niet: waardoor kwamen zij tot
+stand? maar bepaalde zich bij elk werktuig tot de vraag: waartoe dient
+het? waartoe is het bestemd? En even als in een werktuig, door
+menschelijk vernuft tot stand gebragt, waande men den grond, de oorzaak
+van het bestaan, te kennen, waar men dacht, de bestemming of het doel te
+hebben geraden. Zoo antwoordde men op de vraag: _waartoe_? en zag
+hierbij over het hoofd, dat het _waardoor_? onbeantwoord bleef. Gij ziet
+het: men plaatste zich op een teleologisch standpunt.
+
+Ik laat aan de wijsbegeerte de beslissing over, of men het regt heeft,
+in de natuur van een doel te spreken: maar ik wilde u hier reeds doen
+opmerken, dat men in de wetenschap van het leven afgeweken is van den
+weg, die in de overige natuur-wetenschappen zoo veel dieper in den
+oorzakelijken zamenhang der verschijnselen liet doordringen. En toch
+schijnt die weg mij ook hier de éénige, die tot hoogere waarheid leidt.
+Indien de harmonie van het dierlijk organismus, die aan het besluit tot
+een doel ten gronde ligt, volgens bepaalde wetten tot stand komt, dan is
+zij de openbaring dier wetten. Dan wil men die wetten vaststellen en op
+deze de noodzakelijkheid der harmonie gronden, in plaats van zich met
+een nooit bewijsbaar doel als grond te vergenoegen. Eene poging hiertoe
+is het doel mijner rede. Ik zal trachten de noodwendigheid der harmonie
+van het dierlijk leven uit de wetten aan te toonen, krachtens welke die
+harmonie tot stand komt.
+
+ * * * * *
+
+Wanneer ik de harmonie in de geheele bewerktuigde wereld even noodwendig
+acht, als de orde in den sterrenhemel, dan spreek ik hiermede geenszins
+het vonnis uit over den natuurvorscher, die, zonder naar den grond te
+vragen, zich bloot de kennis dier harmonische betrekking ten doel stelt.
+Integendeel,--ik heb het reeds gezegd,--ik acht die kennis hoog. Zij ook
+alleen kan ons opvoeren tot de oorzaken, die der harmonie ten gronde
+liggen. Maar wanneer men uit de harmonische betrekking besluit tot een
+doel, en, in den waan van hiermede den grond gevonden te hebben, het
+doel tot verklaring der verschijnselen inroept, of zelfs de
+mogelijkheid der verschijnselen aan het doel ten toets brengt, dan meen
+ik die rigting ernstig te moeten wraken. Zij sluit het onderzoek uit
+naar den grond, en wiegt het zoo noodige bewustzijn onzer onkunde met
+schijnkennis in slaap.
+
+Het teleologisch standpunt blijft daarenboven altijd een betrekkelijk.
+Men denke zich 't heelal door eene alwijze Almagt met een bepaald doel
+tot stand gebragt: wie is vermetel genoeg, zich op het standpunt van God
+te plaatsen? En welk standpunt zullen wij dàn kiezen?--Het dier, dat
+zijn' vijand ten prooi valt, moge in diens oog aan zijne bestemming
+beantwoorden, in zijn eigen oog valt het als slagtoffer van het noodlot.
+Maar gij wilt u plaatsen op het standpunt van mensch:--Welnu! wanneer
+gij, als mensch, duizenden verschijnselen in de natuur doelmatig roemt,
+wees dan consequent, en noem ondoelmatig, wat niet met uwe menschelijke
+inzigten strookt. Hebt gij u het regt aangematigd, naar uwe inzigten
+over doelmatigheid te oordeelen, dan hebt gij het regt verbeurd, u op de
+ondoorgrondelijke wegen der Voorzienigheid te beroepen, waar gij het
+doel in uwe oogen miskend ziet. En wie zal het wagen, waar jeugdige en
+veel belovende kracht onder het geweld eener moorddadige ziekte
+bezwijkt, waar door geweldige aardbevingen in eene enkele minuut
+duizenden van menschenlevens vernietigd worden, waar in den mislukten
+oogst millioenen onzer natuurgenooten eene toekomst lezen van honger en
+ellende,--wie, vraag ik, zal het wagen, bij dergelijke verschijnselen,
+een doel te willen raden?--Gij vraagt hier naar den grond. Gij wilt de
+oorzaken dier verschijnselen kennen, welke gij rampen noemt. Welnu!
+verlaat dan ook het teleologische standpunt, en tracht niet tot het
+doel, maar tot den grond door te dringen, waar gij in de verschijnselen
+orde erkent en harmonie: want gene als deze zijn verschijnselen
+derzelfde natuur; en die u welgevallig zijn, zij berusten op geene
+andere wetten, dan die gezondheid en leven u bedreigen.
+
+ * * * * *
+
+Wanneer ik eene poging waag, om de wetten vast te stellen, waarnaar de
+harmonie van het dierlijk organismus zich ontwikkelt en handhaaft, dan
+verwacht gij geenszins in deze wetten verwezenlijkt te vinden, wat ik u
+als het ideaal van ons streven voorstelde. Dit is nog slechts in eene
+enkele der natuur-wetenschappen bereikt: in de sterrekunde,
+die,--hoeveel haar descriptief gedeelte nog te wenschen overlate,--zoo
+wel van hare scherpte in waarneming als volmaaktheid in theorie de
+schitterendste bewijzen gaf. Maar toch ook deze wetenschap leerde de
+verschijnselen van haar gebied tot wetten terugbrengen, vóór zij den
+grond dier wetten in de eigenschappen der stof doorzag. Het wetboek was
+door Kepler geschreven, vóór het genie van Newton deszelfs geest
+verklaarde. Door Kepler waren de banen en omloopstijden der planeten aan
+wetten gebonden, vóór Newton de noodzakelijkheid dier wetten grondde in
+ééne hoogste wet, en hiermeê tevens den sleutel gaf van hetgeen de
+waarneming afwijkends van de wetten van Kepler had aangetoond of verder
+zou aantoonen.
+
+Dit nu is de weg voor elke andere wetenschap der natuur. Door het
+opklimmen tot hoogere en hoogere wetten naderen wij den eindpaal,
+waarnaar wij streven. Slechts trapsgewijze is hij te bereiken. Het is
+waar, wanneer wij de wetten kunnen vaststellen, naar welke de harmonie
+van het dierlijk leven zich ontwikkelt, dan mag die harmonie nog
+geenszins verklaard heeten: eene verklaring, die iets anders zijn zou
+dan eene hoogste wet, dat is eene standvastige eigenschap van stof of
+kracht, kan noch mag ons geheel bevredigen. Maar wanneer men, op grond
+hiervan, met eenig regt zou kunnen beweren, dat door het vaststellen van
+wetten eener lagere orde de zwarigheid slechts verplaatst en niet wordt
+opgeheven, dan vergete men niet, dat het eene verplaatsing is nader bij
+het doel, en dat elke sport van den langen ladder even onvermijdelijk
+is.
+
+ * * * * *
+
+Vóór wij de wetten toetsen, die aan de harmonie van het dierlijk leven
+ten gronde liggen, moeten wij een' blik werpen op die harmonie zelve.
+Reeds terstond springt ons in het oog, dat zij eene tweeledige is. Zij
+openbaart zich eensdeels in de betrekking van het organismus tot de
+invloeden, waaraan het is blootgesteld, anderdeels in zijne betrekking
+tot de levensbehoeften, naauw verbonden met die zijner zamenstellende
+deelen tot elkander. In beide opzigten streeft zij onophoudelijk eene
+hoogere volmaking te gemoet.
+
+Beschouwen wij eerst de betrekking van het organismus tot sommige
+invloeden.
+
+De geheele aarde, hoe verschillend de temperatuur zij van hare
+oppervlakte, is met dierlijke wezens bevolkt. Van de tropische gewesten
+af, waar, onder de brandende zon in het zenith, de temperatuur der lucht
+zelfs de bloedwarmte kan overtreffen, tot in de oorden van eeuwig sneeuw
+en ijs, overal treedt dierlijk leven ons tegemoet. Maar onder elk
+klimaat, onder elke temperatuur zijn het andere geslachten, andere
+soorten; en zoowel de rijke en prachtige Fauna der keerkringsgewesten,
+als de ijsbeer en het rendier van het Noorden, eischen voor gezondheid
+en leven juist die temperatuur, waaraan zij zijn blootgesteld. Waar dan
+ook geene werktuigelijke hinderpalen aan eene onbeperkte verspreiding in
+den weg stonden, was verschil in warmtegraad voldoende, om een'
+onoverkomelijken grensmuur op te trekken. Duidelijk zien wij dit vooral
+in het lama, dat op de verhevene weivlakten van Chili en Peru tot meer
+dan 4000 ellen boven de oppervlakte der zee leeft en zich tot ver in
+Patagonie heeft verspreid, maar noch in Brazilië noch in Mexico wordt
+aangetroffen. De voor zijne organisatie te hooge temperatuur der lagere
+streken, die het had moeten doortrekken, om deze landen te bereiken,
+trad als beletsel op. Evenzoo staat de koude der toppen van de
+Cordilleras als scheidsmuur daar tusschen vele soorten van dieren,
+inzonderheid van insekten.--Waar daarentegen werktuigelijke hinderpalen
+de verspreiding langs de isothermen beperkten, heeft de mensch, door
+zijne tusschenkomst, slechts die hinderpalen te overwinnen, om een nieuw
+gebied van verspreiding te openen. Dit bewijzen ons de paarden en
+runderen, die, door de Spanjaarden naar Amerika overgebragt, zich aldaar
+in het ontelbare vermenigvuldigd hebben. Maar, wildet gij de noordelijke
+dieren naar het zuiden, de zuidelijke naar het noorden overplanten, gij
+zoudt uwe poging verijdeld zien. Het rendier, volkomen gehard tegen de
+lange en strenge winters van Lapland, brengt te Petersburg den zomer
+reeds kwijnende door, en bezwijkt spoedig onder den invloed der warmte
+van een meer gematigd klimaat. En in hetzelfde oord sterft de aap aan
+longtering, en kan de slang alleen door koestering en verwarming het
+ellendig plantenleven rekken, waartoe zij door de koude onzer gewesten
+gedoemd is.
+
+De mensch althans, meent gij, maakt eene uitzondering. Hij, als
+wereldburger, bewoont met enkele hem gevolgde huisdieren schier de
+geheele oppervlakte der aarde, en leeft bij de grootste verscheidenheid
+van temperatuur.--Ik zou u kunnen wijzen op het tal van middelen,
+waardoor zijn vindingrijk vernuft aan felle koude en brandende hitte
+leerde afbreuk doen; maar liever vraag ik u, of niet evenzeer de Neger
+als de Laplander het best beantwoordt aan den invloed der temperatuur
+van het oord zijner bewoning. Het is u niet onbekend, hoe vaak
+verhuizing naar een vreemd klimaat leven en gezondheid kost. _Waar_ is
+het,--en die regel is algemeen,--dat, onder de verschillende
+hemelstreken, de organisatie van menschen en dieren harmonisch
+beantwoordt aan de heerschende temperatuur. Vanwaar die harmonie? Mogen
+wij ze, op het natuurkundig standpunt, voor verklaard houden, met in
+haar een wijs doel te erkennen van den Schepper, die hier deze, daar
+gene dieren in het aanzijn riep?--Gewis niet!
+
+Even harmonisch is het verband tusschen de gevoeligheid van het oog en
+de sterkte van het licht. Reeds merkte ik op, hoe het zonlicht de
+luisterrijke pracht der natuur voor ons oog toegankelijk maakt, zonder
+het door zijnen glans te verblinden. Maar ziet de nachtelijke dieren!
+Zij bezitten eene gevoeligheid van oog, die hen wel is waar het daglicht
+moet doen schuwen, maar die juist hen in staat stelt, hunne prooi te
+zien en met zekerheid te bemagtigen, waar voor ons enkel duisternis
+heerscht. Heerlijke doelmatigheid! moge de teleoloog hierbij in
+bewondering uitroepen: hij wane niet, met dien uitroep tot de oorzaak
+van het verband te zijn opgeklommen.
+
+De dampkring, eene noodwendige voorwaarde van het dierlijk leven, oefent
+eenen tweeledigen invloed op het organismus: eenen werktuigelijken door
+zijne drukking, eenen scheikundigen door zijne zamenstelling. In beide
+opzigten is de organisatie van het dier hieraan harmonisch geëvenredigd.
+In de ijlere lucht, die de hoogste bergtoppen omringt, wordt vaak de
+moedige reiziger door de lastigste verschijnselen gekweld. Zijne aderen
+zwellen op; het bloed dringt hem uit lippen, mond en neus, zelfs uit het
+bindvlies zijner oogen. Bij versnelden pols en ademhaling voegt zich
+duizeligheid, onmagt of slaapzucht; en hij wordt door eene loomheid
+overvallen, die, op haar hoogste punt gekomen, volgens getuigenis van
+de Saussure, hem eene enkele schrede weigeren zou, om het
+dringendst gevaar te ontvlieden. Zoo zinkt hij moedeloos, afgemat,
+neder;--en trots boven zijn hoofd verheffen zich de arend en de condor,
+en zweven in statige vlugt door den nog dunneren dampkring.
+
+Niet minder beantwoordt het organismus aan de zamenstelling der lucht,
+waaraan het is blootgesteld. Plaats een dier, dat den frisschen
+dampkring met ons deelt, in een mengsel, hiervan merkelijk in
+zamenstelling onderscheiden, gij zult het onfeilbaar zien bezwijken.
+Maar evenzeer zoudt gij het leven vernietigen van den worm, die in de
+vochten van het darmkanaal voedsel vindt en lucht om te leven, zoo gij
+hem overbragt in den vrijen dampkring; de scheikundige invloed van dezen
+is vijandig aan zijne organisatie.
+
+Merkwaardig ook vooral is de harmonische betrekking tusschen het
+organismus van elk dier, en het voedsel tot zijne instandhouding. Overal
+is het dier juist door datgene als omringd, wat voor zijne voeding het
+geschiktste is. Terwijl de natuur duizenderlei schadelijke stoffen
+oplevert, die, in het organismus gevoerd, gezondheid en leven bedreigen,
+is er onder de talrijke bestanddeelen onzer natuurlijke voedsels geen
+enkel, welks invloed zich verderfelijk toont. Wederkeerig zegt men, dat
+sommige dieren zich ongestraft voeden met stoffen, die voor anderen
+doodelijk zijn; en het is eene erkende waarheid, dat plantetende dieren,
+die zoo ligtelijk giftplanten in hun voedsel zullen gemengd vinden,
+hiervan zonder eenige nadeelige uitwerking hoeveelheden verdragen,
+waartegen het leven van vleeschetende dieren niet bestand is. Maar deze,
+zegt de teleoloog, zijn door hunne levenswijze tegen het opnemen van
+plantaardige vergiften genoegzaam gewaarborgd; en zij hadden dus geene
+behoefte aan diezelfde ongevoeligheid. Wacht U, hierin eene verklaring
+te zien!
+
+Nog een derde punt in de verhouding van het dierlijk organismus tot de
+voedsels verdient allezins onze aandacht. Het is niemand onbekend, dat
+van de dieren zich eenigen met plantaardige, anderen met dierlijke
+zelfstandigheden voeden, terwijl eindelijk een niet gering aantal zich
+van gemengd voedsel bedient. Met dit verschil nu van voedsel, waartoe
+het dier door zijne levenswijze en geheele organisatie als gedwongen is,
+verkeert het darmkanaal in de heerlijkste overeenstemming. Dierlijke
+stoffen behoeven, na opgelost te zijn, naauwelijks verandering te
+ondergaan, om als geschikte bestanddeelen in het bloed te worden
+opgenomen; de meeste plantaardige daarentegen eischen eene langere
+inwerking van het spijsverteringsvocht;--van dierlijke stoffen is eene
+betrekkelijk geringe hoeveelheid tot herstelling van het verlorene
+benoodigd; van plantaardige zelfstandigheden worden hiertoe integendeel
+grootere massas gevorderd: en juist hieraan geëvenredigd bezitten de
+vleeschetende dieren een korter en eenvoudiger, de plantetende een
+langer en meer zamengesteld spijsverteringskanaal, terwijl de mensen en
+de overige dieren, die zich van gemengd voedsel bedienen, in dit opzigt
+het midden houden. Treffende harmonie, inderdaad!.... Is het rekenschap
+geven van dit verband, wanneer wij zeggen: deze dieren verkregen een
+korter, gene een langer darmkanaal, opdat elk zou beantwoorden aan den
+aard van zijn voedsel?--Geenszins!
+
+Ik zou de voorbeelden van harmonie tusschen het dierlijk organismus en
+de invloeden, waaraan het voortdurend is blootgesteld, tot in het
+ontelbare kunnen vermenigvuldigen; maar reeds hoor ik u veeleer vragen
+naar den grond dier harmonie. Immers ik heb ze genoemd wettig en
+noodwendig. Gij hebt dus regt, meer te eischen, dan op het menschelijk
+standpunt hierin een wijs en verstandig doel te zien aangetoond. Gij
+wilt weten, hoe zij tot stand kwam, hoe zij zich handhaaft. Eene enkele
+wet geeft er u rekenschap van: _Elk dierlijk wezen wordt door de
+invloeden, waaraan het duurzaam is blootgesteld, in zijne organisatie
+zoodanig gewijzigd, dat het aan die invloeden harmonisch beantwoordt_.
+
+ * * * * *
+
+Die wet klinkt u bekend;--zij is zulks in waarheid. Duizenden malen hebt
+gij het woord _gewoonte_ uitgesproken, maar veelligt zijn' diepen zin
+niet altijd wel doorgrond. Gij hebt haar genoemd eene tweede natuur. Ik
+noem haar de natuur zelve. Wanneer wij erkennen als wet,--dat is: als
+eeuwige waarheid, voor het verledene als voor het heden en de
+toekomst,--dat de aard en zamenstelling van elk bewerktuigd wezen
+gewijzigd wordt door de invloeden, waaraan het blootstaat, dan moeten
+wij met noodzakelijkheid besluiten, dat, bij de allengsche ontwikkeling
+van dierlijke wezens op de oppervlakte onzer planeet, de gesteldheid der
+onderscheiden kiemen door de invloeden, dat is door de omstandigheden,
+is bepaald geworden, en dat trapswijze verandering dier omstandigheden
+tot gedurige wijzigingen, welligt tot splitsing in thans onderscheiden
+soorten heeft aanleiding gegeven, zóó evenwel, dat, in elke periode, de
+organisatie der dierlijke wezens aan de invloeden van buiten harmonisch
+geëvenredigd bleef.
+
+Maar toetsen wij de vastgestelde wet aan de verschijnselen; en laat ons
+zien, of zij werkelijk rekenschap geeft van de harmonie, door deze zoo
+luide en krachtig verkondigd.
+
+In de eerste plaats wees ik u op de betrekking tusschen het dierlijk
+organismus en de uitwendige temperatuur. Niets gemakkelijker dan te
+bewijzen, dat deze betrekking noodwendig voortvloeit uit genoemde wet.
+Vooreerst is het in de hoogste mate waarschijnlijk, dat alle
+menschenrassen uit één en denzelfden stam zijn ontsproten en zich, uit
+eene bepaalde streek, over het grootste gedeelte der aarde verspreid
+hebben. En thans zien wij de organisatie van elke verscheidenheid
+harmonisch beantwoorden aan het klimaat, waaronder zij leeft. Hoe ware
+dit mogelijk, wanneer die organisatie niet allengs ware gewijzigd
+geworden, naar gelang ze aan eene andere temperatuur werd
+blootgesteld?--Of mogt gij twijfelen aan den oorsprong van alle
+menschenrassen uit denzelfden stam, dan heb ik u slechts het zoogenoemde
+acclimateren te herinneren. Wat is dit anders, dan eene wijziging van
+het organismus onder den invloed eener vreemde luchtstreek, eene
+wijziging in dien zin, dat het beantwoordt aan de heerschende
+temperatuur en de overige invloeden, aan dit klimaat verbonden?--Ik zou
+u voorts kunnen wijzen op de uitersten van temperatuur, waaraan zoo
+velen zich door den aard van hun beroep leerden gewennen; maar gij
+behoeft slechts uw eigene ondervinding te raadplegen. Als na dagen van
+strenge vorst de thermometer ook slechts weinige graden boven het
+vriespunt rijst, spreken wij reeds van eene zoele lucht; en in het
+najaar, bij eene veel hoogere temperatuur, rillen wij niet zelden van
+koude. Eenige dagen, in eene warme kamer doorgebragt, zijn voldoende, om
+ons voor de frissche buitenlucht gevoeliger te maken; en wie, van zijne
+jeugd aan, tegen koude gehard is, stelt zich veilig bloot aan het
+guurste jaargetijde. Zoo krachtig doet zich hier de invloed der gewoonte
+gevoelen. En wanneer wij nu overwegen, dat de kiem van elke diersoort
+onder eene bepaalde temperatuur gelegd werd, dat zich elke soort onder
+eene bepaalde temperatuur hooger en hooger ontwikkelde, dat daarenboven
+elke wijziging in die temperatuur en in hare afwisselingen als
+onmerkbaar plaats greep, dan zien wij in, dat de harmonie tusschen het
+dierlijk organismus en de temperatuur, waaraan het is blootgesteld,
+noodzakelijk tot stand kwam, dat zij aan de wet van gewoonte gebonden
+is.
+
+Even wettig is die harmonie ten opzigte van het licht. Snel en
+gemakkelijk gewent zich het oog aan zeer verschillende graden; telkens
+wordt deszelfs gevoeligheid hiernaar gewijzigd. Komen wij uit het
+heldere daglicht in een vertrek, waar slechts weinige stralen toegang
+vinden, dan onderscheiden wij aanvankelijk niets; het is alsof wij door
+eene volslagen duisternis omgeven zijn. Maar weldra ontdekt gij enkele
+voorwerpen; zij worden duidelijker en duidelijker, en eindelijk zijt gij
+in staat, daar, waar het u volstrekt duister scheen, al het omringende
+te herkennen en u vrij en ongedwongen te bewegen. Doch wildet gij u nu
+weder eensklaps in het volle daglicht verplaatsen, het zou u door zijn'
+hellen glans verblinden. Eene pijnlijke lichtschuwheid sluit nu
+krampachtig uwe oogen; en eerst na eenigen tijd keert het vermogen
+terug, om bij dit licht duidelijk te zien en te onderscheiden.--De
+snelheid van dit accommodatie-vermogen van het oog voor verschillende
+lichtsterkte staat in een naauw verband met de snelle en belangrijke
+afwisselingen dier sterkte, waaraan wij van nature blootstaan. Zijn wij
+langen tijd aan deze afwisselingen onttrokken, dan verliest het oog,
+alweder krachtens de wet van gewoonte, het gezegde vermogen. Dit is
+gebleken bij gevangenen, die, jarenlang van het daglicht beroofd, in
+eene bijna volslagen duisternis leerden zien en onderscheiden; doch wier
+optische gevoeligheid hierbij zoodanig was toegenomen, dat zij niet dan
+met de uiterste omzigtigheid allengs aan een sterkeren lichtprikkel
+mogten worden blootgesteld. Gij ziet: zij waren nachtdieren geworden. En
+is het dus niet wettig, dat zoodanige dieren, die, zoolang het zonlicht
+de aarde beschijnt, in diepen slaap gedompeld liggen,--is het niet
+wettig, vraag ik, dat deze dieren dagblind zijn, en dat de gevoeligheid
+van hun netvlies aan het duistere van den nacht beantwoordt? Mij dunkt,
+gij ziet de noodwendigheid in van het harmonisch verband, dat ik u hier
+deed opmerken.
+
+Volmaakt hetzelfde is van toepassing op den tweeledigen invloed des
+dampkrings. Reeds komen de lastige verschijnselen, die uit de ijlere
+lucht, hoog boven het oppervlak der zee, voortvloeijen, bij geoefende
+bergbeklimmers eerst op eene meer aanzienlijke hoogte voor, of wel deze
+blijven hiervan bijna geheel verschoond. Maar duidelijker blijkt, hoe
+zeer ook in dit opzigt de wet van gewoonte hare regten doet gelden,
+wanneer wij ons herinneren, dat op onderscheidene hooge punten der
+aarde bloeijende volkstammen gevestigd zijn, waar de reiziger uit lagere
+streken niet altijd tegen den schadelijken invloed der ijlere lucht
+beveiligd is. Bijaldien nu de waarneming leert, dat de organisatie van
+den mensch zich zoo wel aan eene hoogere,--getuige de mijnwerker,--als
+aan eene lagere drukking kan gewennen, dan maakt gij zelf het besluit,
+dat de organisatie der dieren, zoo wel in de diepte der zee als in de
+hoogere streken van den dampkring, noodwendig moet beantwoorden aan de
+drukking, waaronder zij leven. Staat niet de wijde, ruime borst van den
+bewoner der Andes in innig verband met de dunnere lucht, die hij ademt,
+en heeft zijne borst zich niet juist onder dien invloed zoo krachtig
+ontwikkeld?
+
+Ook aan een merkelijk verschil in zamenstelling der dampkringslucht kan
+het dierlijk organismus zich gewennen. Sanctorius verhaalt, dat
+een gevangene, die 20 achtereenvolgende jaren in den onzuiveren
+dampkring eens kerkers had doorgebragt, de frissche buitenlucht niet
+meer kon inademen, en dat zijne gezondheid eerst terugkeerde, toen hij
+weder in denzelfden kerker geplaatst werd. En hoe zeer wijkt ook niet de
+zamenstelling der lucht, die de mijnwerker ademt, van die des dampkrings
+af, waarin wij leven! Leblanc vond in de lucht der mijnen van
+Poullaouen en Huelgoat tot 3 pCt. ja zelfs 4 pCt. koolstofzuur, eene
+hoeveelheid, die het koolzuur-gehalte der door ons uitgeademde lucht
+nabijkomt; en, wanneer wij zien, dat in andere mijnen het licht zelfs in
+sommige gevallen wordt uitgedoofd, dan mogen wij besluiten, dat in de
+hier aanwezige lucht, die de mijnwerker voor eene korte poos ongestraft
+kan inademen, het koolzuur-gehalte nog aanmerkelijk hooger stijgt.
+
+Wij naderen tot de voedsels. Harmonisch, zagen wij, beantwoorden de
+voortbrengselen van elk land aan de behoeften zijner dieren. Zullen wij
+dit verband voor verklaard houden, met hierin de wijze voorzorg der
+Voorzienigheid te bewonderen? Of zullen wij erkennen, dat dierlijk leven
+onbestaanbaar ware, en, bestond het, onvermijdelijk ten eenemale moest
+worden uitgeroeid, waar die voortbrengselen ontbraken? Mij dunkt, het
+laatste eischt ons natuurkundig standpunt.--Dat voorts het gewone
+voedsel van elk dier aan zijne organisatie beantwoordt, en geene aan het
+organismus vijandige stoffen bevat, is onbetwistbaar een noodwendig
+uitvloeisel der wet van gewoonte. De wilde van Australië leeft van
+ongekookten visch, de Laplander van het vleesch zijner rendieren, de
+Tartaar van de melk zijner paarden, de arme Ier van aardappelen, zoo ze
+in overvloed groeijen; zij kunnen hierbij allen betrekkelijk gezond
+zijn, maar zouden zeker niet straffeloos onderling van voedsel kunnen
+verwisselen. Zoo vinden ook wij vooral in onze granen de bestanddeelen
+vertegenwoordigd van ons ligchaam; want--onder den voortdurenden invloed
+dier granen is ons ligchaam geworden, wat het is. Zonder die granen,
+waren wij niet, wie wij zijn. Wij beantwoorden aan die granen, omdat wij
+mede zijn uit die granen. En zeer opmerkelijk inderdaad is het, dat de
+voornaamste onzer graansoorten zich hoogst waarschijnlijk met en deels
+door den mensch over de aardoppervlakte hebben verspreid, uit de
+streken, het eerst door menschen bewoond.
+
+Doch vanwaar die mindere gevoeligheid der plantetende dieren voor
+verdoovende vergiften?--Het is bekend, dat het dierlijk organismus zich
+aan groote hoeveelheden van verdoovende stoffen gewennen kan. Zelfs in
+Engeland treft men, naar de getuigenis van Christison niet zoo
+geheel zeldzaam opiophagen aan, die, zonder blijkbaar nadeelig gevolg,
+jaren achtereen verscheidene oncen laudanum daags gebruiken; eene gift
+van 1/4 once zou, gewis, bij elk onzer in den doodslaap eindigen. En kan
+ik u niet bijna allen als getuigen oproepen, dat ook de tabak door
+gewoonte zijne vergiftige eigenschappen verliest?--Neemt gij nu in
+aanmerking, dat de plantetende dieren zeer ligt eene zekere hoeveelheid
+narcotische deelen in hun gewone voedsel aantreffen, terwijl de
+vleeschetende hieraan nimmer zijn blootgesteld, dan hebt gij den sleutel
+der harmonie, die zich ook hier niet verloochenen kon.
+
+Gewis trok ook het merkwaardig verband tusschen de lengte van het
+darmkanaal en den aard van 't gebruikte voedsel in hooge mate uwe
+aandacht. De oplossing is niet moeijelijk. De aard van het voedsel
+bepaalt, namelijk, de lengte van het darmkanaal. De kat is, zooals gij
+weet, een vleeschetend dier. De mensch gewende de huiskat aan gemengd
+voedsel. En vergelijk nu het darmkanaal van deze met dat der wilde kat,
+gij zult het aanmerkelijk langer vinden, niettegenstaande beider
+oorsprong dezelfde is. Dit eene voorbeeld zij voldoende tot bewijs, dat
+de aard van het voedsel de lengte van het darmkanaal bepaalt, en dat,
+gevolgelijk, bij elk dier eene juiste verhouding van beide noodwendig
+is.
+
+ * * * * *
+
+Zietdaar in enkele voorbeelden U den grond aangetoond der harmonie
+tusschen het dierlijk organismus en de invloeden van buiten. Geeft de
+wet van gewoonte rekenschap van dien band? Ik durf de beslissing veilig
+aan u overlaten.--Uit de ontelbare voorbeelden koos ik slechts enkelen.
+Ik hadde u kunnen wijzen op het verdikken der opperheid door wrijving en
+drukking, op het gewennen aan eene drooge en vochtige lucht, aan stoffen
+van verschillenden reuk of smaak, aan allerlei geluiden, op den invloed,
+dien verandering van klimaat op den broeitijd uitoefent enz., en
+hierdoor rekenschap kunnen geven van de harmonische betrekking tot de
+buitenwereld, die het dierenrijk ook in deze opzigten vertoont. Doch ik
+achtte het aangehaalde toereikend voor mijn doel. Gij stemt met mij in,
+dat de gezegde harmonie eene noodwendige, eene wettige is. Gij ziet haar
+onverbiddelijk tot stand gebragt, onder den invloed der werkende
+oorzaken. En waar het rijk van deze gevestigd is, daar althans is der
+teleologie de schepter ontwrongen.
+
+ * * * * *
+
+Maar, mogt ik vragen, heeft dit harmonisch verband zijn toppunt van
+volmaaktheid bereikt?
+
+Ik aarzel niet, hierop een ontkennend antwoord te geven. De harmonie
+_is_ niet. Zij ontwikkelt zich; zij wordt. Zij streeft voortdurend naar
+eene volmaaktheid, die zij nimmer bereikt. Dit gebiedt reeds de wet, die
+aan hare ontwikkeling ten gronde ligt, en de ervaring bekrachtigt het
+met haar zegel. Overweegt het zelven. Wanneer de invloeden, die onze
+organisatie wijzigen, niet volmaakt bestendig zijn,--en zij zijn het
+nimmer,--dan kan ook onze organisatie niet in volmaakte overeenstemming
+wezen met deze invloeden. Zij blijft, in zekeren zin, bij deze ten
+achter. Immers niet op het oogenblik der inwerking kan zich de
+organisatie wijzigen: zij behoeft hiertoe tijd; en inmiddels is reeds
+weêr een nieuwe prikkel daar, die zijnen wijzigenden invloed doet
+gelden. Vanhier eene ingewikkelde reeks van invloeden en werkingen, die
+men te vergeefs, in al hare bijzonderheden, zou trachten te ontleden.
+Elke nieuwe invloed heeft te strijden met de organisatie, dat is met het
+produkt der voorafgegane invloeden. Is derzelver afwisseling niet te
+groot, dan valt die kamp niet zwaar. Daarenboven heeft de vatbaarheid
+voor accommodatie zich des te meer ontwikkeld, naarmate het organismus
+aan meer verscheidenheid van invloed was blootgesteld. Maar is de
+prikkel meer vreemd en ongewoon, dan grijpt hij dieper in, en brengt
+verschijnselen voort, die wij stoornisssen noemen, omdat zij niet
+strooken met onze begrippen van harmonie. Deze stoornissen nu kunnen van
+dien aard zijn, dat de physische voorwaarden van het harmonisch verband
+tusschen de verschillende ligchaamsdeelen worden opgeheven. Thans is het
+leven niet langer bestaanbaar, en allengs treedt een andere toestand,
+die van ontbinding in. Grenzen dan ook tusschen leven en dood bestaan
+slechts voor den oppervlakkigen beschouwer. Het eindigen van het leven
+aan den laatsten ademtogt te verbinden, verraadt gebrek aan inzigt in
+hetgeen aan het leven ten gronde ligt. De bewegingen tot ademhaling
+nemen een einde; en eenige uren later is van ontbinding nog geen spoor
+te zien, maar de toestand van elk ligchaamsdeel is toch een geheel
+andere geworden. Nu eerst heeft de spier haar zamentrekkend vermogen
+geheel verloren; nu eerst is alle werkdadigheid van het zenuwstelsel
+vernietigd. Door duizenden van overgangen maakt de stofwisseling in de
+weefsels, die aan 't gezonde leven ten gronde ligt, plaats voor die
+wisseling, welke wij ontbinding noemen; en al deze verschijnselen,
+leven, stoornis, ontbinding, zijn even noodwendig en volgen elkander
+wettig op.
+
+Zoo geeft dezelfde wet, waarop de harmonische betrekking tusschen het
+dierlijk organismus en de uitwendige invloeden berust, tevens rekenschap
+van de onvolmaaktheden, die haar aankleven. Wil daarentegen de teleoloog
+deze onvolmaaktheden in zijne beschouwingswijze opnemen, dan velt hij
+zijn eigen vonnis. Of zou hij, op het natuurkundig standpunt, de
+stoornissen onzer bewerktuiging als de tuchtroede willen beschouwen eens
+goeden Vaders, tot onze zedelijke verbetering?
+
+ * * * * *
+
+Maar nog van eene andere zijde van het dierlijk organismus schittert ons
+de prachtigste harmonie in het oog. Ik bedoel: in de betrekking tot
+zijne levensbehoeften en in die zijner zamenstellende deelen tot
+elkander. De tijd gedoogt niet, u ook deze even uitvoerig te
+schilderen: trouwens, zij staat levendig genoeg u voor den geest. De
+teleogie, die hier vooral de bouwstoffen vergaderde voor haren tempel,
+is nimmer in gebreke gebleven, ze u op zegevierenden toon voor oogen te
+stellen. Wie bewonderde niet vaak, met hooge ingenomenheid, de treffende
+evenredigheid tusschen de eigenschappen en vermogens van elk dier en
+deszelfs levenswijze en levensbehoeften? De kracht, de vlugheid en
+juistheid van elk zijner bewegingen, de scherpte en het doordringend
+vermogen zijner zintuigen, ja de oneindige verscheidenheid van neigingen
+en vermogens, die men met den naam van instinct pleegt te bestempelen,
+alles beantwoordt harmonisch aan de behoeften van elk dier, en verzekert
+de instandhouding van het individu en de voortplanting der soort!
+
+Altijd en overal ligt aan de verrigting de bouw ten gronde. Ook deze,
+bij gevolg, moet aan de behoeften beantwoorden, waar de verrigtingen
+hieraan harmonisch geëvenredigd zijn: en zoo worden wij als van zelve
+gewezen op de harmonische betrekking tusschen de zamenstellende deelen
+van hetzelfde organismus. In dit opzigt zou elk dier, welke plaats het
+in de rij der wezens moge innemen, ons breede stof ter beschouwing
+opleveren. Springt niet overal de volmaaktste evenredigheid ons in het
+oog tusschen de passieve en actieve organen van beweging? Bezit het
+hoofdorgaan des bloedsomloops niet altijd de vereischte kracht, om het
+levensvocht door het geheele ligchaam rond te voeren? Zijn niet juist
+menigvuldige verbindingen en vlechten tusschen de bloedvaatstammen daar
+voorhanden, waar het ligtst hinderpalen dreigend zich konden opdoen? Wat
+meer is,--terwijl de zintuigen en de geheele oppervlakte van het
+ligchaam als wakkere wachters voor de indrukken der buitenwereld
+openstaan, en deze aan het bewustzijn mededeelen, staat, in al de
+organen van het voedingsleven, het gevoel op zóó lagen trap, dat wij
+noch van de zamentrekkingen van het hart, noch van de bewegingen van
+maag en darmkanaal, noch van den prikkel en de wrijving der vochten,
+waaraan beide zijn blootgesteld, eenige de minste kennis krijgen. Ziet
+gij niet,--roept de teleoloog u toe,--waartoe dit dient? Zóó alleen was
+de werking van uwen geest vrij en onbelemmerd; zóó alleen werd hij
+nimmer afgetrokken in de waarneming der buitenwereld; zóó alleen kon hij
+zich ongestoord verheffen tot in hoogere sferen.--Gij erkent die
+harmonie; gij ziet er, op het menschelijk standpunt, zelfs het
+doelmatige van in. Maar gij verlangt meer. Gij wilt van deze en van zoo
+vele andere verschijnselen den grond kennen. Gij wilt zien aangetoond,
+dat zij aan wetten gebonden, dat zij noodwendig zijn. Gij wilt weten,
+waardoor zij tot stand kwamen, en hoe zij zich handhaven. Ik wijs U op
+de wet van oefening: _Elk orgaan, elk ligchaamsdeel wordt onder den
+duurzamen invloed van den wil of van andere omstandigheden zoodanig
+gewijzigd, dat het beantwoordt aan hetgeen de wil of de omstandigheden
+van hetzelve eischen_.
+
+Toetsen wij deze wet aan de verschijnselen, dan zal tevens blijken, dat
+zij rekenschap geeft van die harmonische betrekking, waarop wij een'
+vlugtigen blik wierpen.
+
+De schoonste overeenstemming bemerkten wij tusschen de levensbehoeften
+van elk dier en de kracht, de vlugheid en juistheid zijner bewegingen.
+Maar komt u hierbij niet onmiddellijk voor den geest, dat, door
+oefening, onze krachten, tegelijk met de spier zelve, ontwikkeld worden?
+Hebt gij den geoefende niet vaak bewegingen, voor ons volstrekt
+onuitvoerbaar, met eene vlugheid en juistheid zien volbrengen, die aan
+het ongeloofelijke grensden? Ik zag een meisje, bij 't welk het gemis
+der bovenste ledematen aangeboren was, met hare voeten, oorspronkelijk
+als de onze gevormd, allerlei handwerk verrigten. 't Was alsof de voeten
+in handen herschapen waren. Zóó vermogend is de invloed der oefening! En
+bedenkt men nu, dat bij elk dier de oefening steeds bepaald wordt door
+de levenswijze en levensbehoeften, dan heeft men slechts dieper in het
+verledene terug te zien,--en men is overtuigd, dat, op grond der wet van
+oefening, kracht, vlugheid en juistheid van beweging zich harmonisch
+geëvenredigd aan de levenswijze en levensbehoeften van elk dier moesten
+ontwikkelen.
+
+Nergens evenwel vinden wij het vermogen der oefening sterker uitgedrukt
+dan in de zintuigen. Bij den blindgeborene zijn gehoor, gevoel en reuk
+tot eene scherpte en fijnheid van onderscheiding ontwikkeld, dat zij
+voor een groot deel in het verlies van het edelste der zintuigen
+voorzien. In eene stip aan den horizon, die het ongeoefend oog ontgaat,
+erkent de zeeman een schip in volle zeilen; en wie zich daarentegen bij
+voortduring met het onderzoek der kleinste voorwerpen bezig houdt, en
+hierbij verzuimt met zijnen blik nu en dan dieper in de ruimte door te
+dringen, wapent allengs zijn oog met een natuurlijk vergrootglas. Door
+oefening wijzigen zich alzoo de grenzen van het accommodatie-vermogen,
+en zij moeten dus bij elk dier wel beantwoorden aan de behoeften: want
+door deze werd de oefening bepaald. Weder derhalve gaf de wet van
+oefening u den sleutel tot de harmonie!
+
+Maar ook in het zoogenaamd instinct zie ik slechts het noodwendig gevolg
+der omstandigheden. De vermogens en eigenschappen, die men hiertoe
+pleegt te brengen, ontwikkelen zich door oefening;--zij worden verdoofd,
+zoodra de omstandigheden aan die oefening paal en perk stellen. Men
+zegge derhalve niet: aan deze diersoort werd dit of dat instinct
+gegeven, omdat hare levenswijze dit vorderde,--bij gene ontbreekt het,
+omdat zij hieraan geene behoefte had; maar men erkenne, dat het zich bij
+deze diersoort noodwendig moest ontwikkelen, doordat de omstandigheden
+deszelfs oefening medebragten, en dat het bij gene wettig onbestaanbaar
+is, wijl tot deszelfs oefening de levenswijze nimmer aanleiding gaf.
+
+Wij hebben nog het harmonisch verband tusschen de verschillende deelen
+van hetzelfde organismus onderscheiden; maar ook dit berust op dezelfde
+wet, de wet van oefening. Oefening is dan evenwel in een' ruimeren zin
+genomen, namelijk: als de verhoogde verrigting en voeding van een
+bepaald ligchaamsdeel, niet slechts voor zoo ver die onder den invloed
+van den wil plaats grijpen, maar door eenen gewijzigden toestand, van
+welk orgaan ook, te weeg gebragt.
+
+Door oefening nu in dien zin komt de harmonie tot stand tusschen de
+passieve en actieve organen van beweging;--immers de bewegelijkheid van
+elk gewricht wordt geoefend en dus bepaald door de spierwerking. Op
+denzelfden grond moet de omvang en kracht der zamentrekkingen van het
+hart aan den weêrstand in het bloedvaatstelsel beantwoorden; want die
+weêrstand juist is het, die de kracht van het hart bepaalt. Wilt gij
+hiervan het bewijs? Waar de weêrstand ziekelijk verhoogd wordt, ontstaat
+overvoeding van het hart; en kondet gij van het thans onstuimig
+kloppende hart de spierwanden in een oogenblik tijds tot de normale
+dikte terugbrengen, gij zoudt den lijder onfeilbaar op staanden voet
+zien bezwijken. Blijkt hieruit, dat verhoogde weêrstand de werking van
+het hart opwekt, dan immers moet, krachtens de wet van de oefening, de
+ontwikkeling en de kracht van het hart bij elk dier noodwendig aan den
+weêrstand beantwoorden.
+
+Moeijelijker schijnt het, het noodzakelijk bestaan te betoogen der
+menigvuldige verbindingen en vlechten bloedvaatstammen, juist op zulke
+plaatsen, waar zonder deze het ligtst belemmering zich zou opdoen. En
+toch is dit harmonisch verband in zijne wording hoogst eenvoudig. De
+belemmeringen, namelijk, tot welker overwinning de verbindingen en
+vlechten, naar de teleologische beschouwingswijze, doelmatig bestemd
+zijn, zijn zelven de oorzaak van het ontstaan dier vlechten en
+verbindingen. Wij zien ze hierdoor, onder zekere omstandigheden, als
+onder onze oogen gevormd worden. Wordt een hoofdstam gedrukt,
+onderbonden of door ziekelijke gesteldheid verstopt, dan worden de
+naauwelijks zigtbare takjes, waardoor zoo wel de slagaderlijke als
+aderlijke stammen van eenig deel steeds onderling gemeenschap oefenen,
+tot grootere stammen uitgezet, die nu, bij wijze van vlecht, eenen
+collateralen bloedsomloop voortbrengen. Vandaar dan ook in het aderlijk
+stelsel, waar belemmeringen menigvuldiger zijn, een grooter aantal dier
+verbindingen en vlechten dan in het slagaderlijke.
+
+Maar zullen wij immer den grond kunnen peilen van die mindere
+gevoeligheid der voedingsorganen, waardoor aan onze hoogere vermogens
+eene zooveel vrijere ontwikkeling verzekerd wordt?--Reeds deed ik u
+opmerken, hoe de gevoeligheid van elk zintuig door oefening verhoogd
+wordt, hoe gebrek aan oefening deszelfs werking vernietigt. Het
+afgeweken oog van den scheelziende ontwaart niet langer den prikkel van
+het invallend licht: en al onze zintuigen zijn voor de indrukken der
+buitenwereld als gesloten, wanneer wij aan de fantazij onzer verbeelding
+den vrijen teugel laten, of ons geheel verdiepen in een vraagstuk, dat
+al onze inspanning vordert. Worden hierdoor de zintuigen als verlamd,
+hoeveel meer moet, bij het ontwikkelen der psychische vermogens en der
+zintuigen zelve, uit gebrek aan oefening, het gevoel zijn verdoofd
+geworden in die deelen, welke ons geene indrukken van de buitenwereld
+overbragten, die onze belangstelling konden opwekken. Zeer opmerkelijk
+gewis is het, dat, naarmate de hoogere vermogens in een dier ontwikkeld
+zijn, het zenuwstelsel, dat het voedingsleven beheerscht, als een meer
+zelfstandig, afgescheiden gedeelte optreedt. Maar, wat meer is, het
+bewustzijn herneemt, ook in de organen der voedingsverrigtingen, voor
+een deel zijne regten, zoodra het geoefend wordt. Schier elk orgaan, dat
+wij ons, wanneer ook zonder eenigen grond, als ziekelijk voorstellen,
+wordt gevoelig, doordat wij onze gedachten nu op dit deel als
+concentreren, en zoo gevoel en bewustzijn oefenen, zoo verre zij tot dit
+deel betrekking hebben. Vooral is dit duidelijk ten opzigte van het
+hart. Het klopt onophoudelijk in onze borst; doch in den normalen
+toestand worden wij niets hiervan gewaar, tenzij wij, in den valschen
+waan van aan een hartsgebrek te lijden, den hartslag altijd en altijd
+naauwlettend gadeslaan. Dat eeuwige kloppen wordt dan op het laatst
+ondragelijk, al is de slag niet sterker dan bij een' gezond mensch. Wie
+immer zich inbeeldde, door hartziekte te zijn aangetast,--en hun getal
+is niet zoo gering,--heeft hieronder bitter geleden.--Maar genoeg, om u
+te doen zien, dat de hoogere ontwikkeling der geestvermogens, zoowel als
+de zintuigelijke indrukken, aan de oefening van het gevoel in de organen
+van het voedingsleven in den weg staan, en dat, bij gevolg, de geringe
+gevoeligheid van deze eene noodwendige is.
+
+Zoo geeft de wet van oefening, straks uitgesproken, evenzeer rekenschap
+van de harmonische betrekking der dierlijke wezens tot hunne
+levensbehoeften, als van den band, die de verschillende ligchaamsdeelen
+tot één organismus zamenvlecht.
+
+ * * * * *
+
+Gewis ontging het uwe aandacht niet, mijne Geëerde Hoorders! dat er een
+naauw verband bestaat tusschen de beide wetten, die der harmonie ten
+gronde liggen: de wetten, die ik kortheidshalve die van _gewoonte_ en
+_oefening_ noemde. Waar de eerste haren invloed doet gelden, wordt zij
+onderschraagd door de laatste. Krachtens de wet van gewoonte, wordt elk
+orgaan door den invloed, waaraan het regtstreeks is blootgesteld,
+primitief gewijzigd. Dit orgaan staat nu evenwel niet geïsoleerd; het
+hangt innig zamen met de overige deelen van het organismus. Wat is dus
+het noodzakelijk gevolg van die primitieve wijziging? Wijziging van al
+de overige ligchaamsdeelen,--welker werking namelijk òf opgewekt òf
+onderdrukt wordt,--en alzoo, krachtens de wet van oefening, eene hieraan
+geëvenredigde ontwikkeling van elk dier deelen. Door deze harmonische
+zamenwerking der wetten van gewoonte en oefening beantwoorden nu alle
+ligchaamsdeelen, ook die, welke nimmer aan eene onmiddellijke inwerking
+blootstaan, aan de invloeden der buitenwereld, en wordt tevens de
+harmonie tusschen de verschillende organen bij voortduring gehandhaafd.
+
+Doch niet van alle oefening zijn uitwendige invloeden het onmiddellijk
+uitgangspunt. In den wil vinden wij eene tweede, magtige drijfveêr van
+oefening, die haren onmiddellijken invloed op het zenuwstelsel en den
+toestel voor willekeurige beweging doet gelden, en van hier op het
+geheele organismus terugwerkt. Deze oefening moet alzoo onderscheiden
+worden van die, welke zich onmiddellijk sluit aan de uitwendige
+invloeden. Is evenwel de geheele organisatie van het dier onder bepaalde
+invloeden noodwendig tot stand gekomen, en wordt deszelfs wil, bij elke
+omstandigheid, door de organisatie volstrekt bepaald, dan is de wil, die
+als drijfveêr van oefening optreedt, zelve het noodwendig uitvloeisel
+van verwijderde invloeden; en wij zouden, in hetgeen hij op de oefening
+vermag, slechts het middellijk gevolg dier verwijderde invloeden moeten
+zien.
+
+Doch het is mijn voornemen niet, thans dieper in den grond en in het
+verband dier wetten door te dringen. Genoeg, dat wij deze wetten
+onmiskenbaar in de verschijnselen afgedrukt, en ons zoo geregtigd zagen
+tot het besluit: dat de harmonie, die ons de dierenwereld predikt, aan
+wetten gebonden--noodwendig is.
+
+ * * * * *
+
+En toch--het zal uwe aandacht niet ontgaan zijn--op zich zelven waren de
+genoemde wetten hier nog ontoereikend. Schier bij elk voorbeeld moesten
+wij stilzwijgend eene derde wet vooronderstellen,--eene wet, zonder
+welke de harmonie nimmer eene hoogere volmaking konde te gemoet streven,
+zonder welke wij den klimmenden strijd zouden aanschouwen tusschen het
+dierlijk organismus en de buitenwereld, ja! zonder welke misschien alle
+dierlijk leven vroeger of later voor het geweld van buiten zou moeten
+zwichten. Reeds spreekt gij ze met mij uit. Het is de wet van
+erfelijkheid: _De toestand van het voorgeslacht plant zich telkens op
+het nageslacht over; de toestand der ouders wordt telkens aangeboren in
+de kinderen_. Zietdaar de wet, die in het geslacht bestendigt, wat
+gewoonte en oefening gewrocht hebben. Zietdaar den grondslag der
+klimmende volmaking in de Schepping.
+
+Zal ik u ook deze wet in de verschijnselen aantoonen? Weder kan ik mij
+op uw eigene ervaring beroepen. Hoe dikwijls zaagt gij den
+ligchaamsbouw, de gelaatstrekken, de kleur, den gang, de stem, ja zelfs
+het gemoed, de hoogere vermogens en allerlei eigenaardigheden der ouders
+in de kinderen weêrspiegeld! De Romeinen hadden reeds hunne _naseones_
+en _labeones_; en ook thans is de dikke lip eene erfelijke eigenschap in
+het Oostenrijksche Huis.
+
+Doch ik kan u op een ruimer gebied wijzen. Immers de ontelbare
+verscheidenheden der verschillende diersoorten staan allen als getuigen
+daar van de wet van erfelijkheid. De variëteiten van elke soort, zijn,
+zelfs veelal in de historische tijden, door verscheidenheid van
+invloeden en levenswijze tot stand gebragt; en wij zien ze thans met
+gelijke juistheid voortgeplant, als den oorspronkelijken typus. Bij
+vermenging van verschillende rassen zien wij daarentegen vormen geboren
+worden, die aan de beide ouders herinneren, zoodat ook hierin de wet van
+erfelijkheid zich ten duidelijkste openbaart.
+
+Reeds sedert lang heeft ook de veeteelt van de toepassing dier wet de
+gelukkigste partij getrokken. Men verlangt runderen, door vorm en
+neiging tot vetontwikkeling bijzonder voordeelig als slagtvee, sterke
+ossen, geschikt voor den landbouw, en koeijen, die ruime hoeveelheden
+goede melk leveren. De eigenschappen, tot deze verschillende doeleinden
+vereischt, schijnen elkander evenwel grootendeels uit te sluiten, en
+zijn dus niet allen, in hoogen graad ontwikkeld, in hetzelfde ras te
+verkrijgen. Maar reeds sedert lang is het gelukt, kunstmatig rassen te
+vormen, die aan de eene of andere der gezegde doeleinden bij
+uitnemendheid beantwoorden. En welken weg sloeg men hiertoe in? Telkens
+bestemde men tot voortplanting die dieren, waarin de verlangde
+eigenschappen, onder omstandigheden van welken aard dan ook, bijzonder
+ontwikkeld waren, en deze zag men nu op de volgende geslachten sterker
+en sterker overgeplant. Eene eervolle plaats in de geschiedenis der
+veeteelt komt Bakewell toe; omdat hij van de reeds lang bekende
+wet van erfelijkheid (het _like begets like_, zoo als hij gewoon was te
+zeggen) het eerst eene consequente toepassing maakte. Zóó legde hij den
+grond tot een eigen ras van runderen, bijzonder voordeelig en geschikt
+voor slagtvee, 't welk men een' tijd lang op hoogen prijs stelde, en
+slechts daarom niet als een zuiver, onvermengd ras bewaard heeft, wijl
+Bakewell zijn doel te goed, en hierdoor te zeer ten nadeele der
+in andere opzigten wenschelijke eigenschappen, bereikt had. Zóó ook
+stelde hij zich in het bezit van een eigen ras van schapen _(Dishley
+Breed, New Leicester Breed),_ welks wol in sommige opzigten voor die van
+andere moge onderdoen, doch hetwelk de bijzondere eigenschap bezit, van
+op veel jeugdigeren leeftijd en veel gemakkelijker dan andere rassen te
+kunnen worden vetgemest, en hierom ook thans nog tot de meest geachte en
+algemeen verspreide rassen in Groot-Brittanie geteld wordt.
+
+Uit een en ander is voldoende gebleken, dat de door verschil van
+invloeden en levenswijze ontstane wijzigingen zich op het nageslacht
+overplanten, en weldra eene zoo groote mate van bestendigheid
+verkrijgen, dat wij hierin eene typische verscheidenheid erkennen.
+Wanneer wij nu zien, dat de kenmerken van dergelijke verscheidenheden
+des te dieper wortel schieten en zich des te krachtiger handhaven,
+naarmate invloeden en levenswijze over een grooter aantal generatiën
+onveranderd bleven, dan is er niets gewaagds in het besluit, dat aan
+eene vroeger meer duurzame gelijkheid van omstandigheden, over ontelbare
+generatiën, de grootere vastheid van typus, die wij thans aan elke soort
+toekennen, is toe te schrijven. En zeker bestond die meerdere
+bestendigheid van omstandigheden, zoolang de verspreiding van elke thans
+erkende soort meer beperkt bleef, en door tusschenkomst van den mensch
+minder inbreuk was gemaakt op de oorspronkelijke levenswijze.
+
+Vragen wij nu, in welke diersoorten, op grond der ontwikkelde wetten, de
+meeste en belangrijkste verscheidenheden mogen verwacht worden, dan kan
+het antwoord niet twijfelachtig zijn: vooreerst in den mensch, die, bij
+zijne verspreiding over de geheele oppervlakte der aarde en bij het
+groote verschil in levenswijze en beschaving, wel het meest aan
+wijziging in organisatie moest blootstaan: maar daarenboven in alle
+diersoorten, die, door den mensch aan den natuurstaat onttrokken, aan
+vreemde invloeden, aan eene vreemde levenswijze werden blootgesteld. En
+zoo is het ook. Behoef ik meer te doen, dan u op de ontelbare zoo zeer
+onderscheidene rassen van honden en paarden te wijzen, om u hiervan te
+overtuigen?
+
+Hebben wij uit het bovenstaande reeds gezien, dat elke door het individu
+verkregene eigenschap zich op het nageslacht overgeplant, dan behoeft
+dit welligt niet meer in het bijzonder aangewezen te worden ten opzichte
+der voorbeelden, die wij tot staving der wetten van gewoonte en oefening
+hebben aangevoerd. Het zij mij evenwel vergund, nog op enkele van deze
+uwe aandacht te vestigen.
+
+Wanneer Parry ons verhaalt, dat hij, op zijne reis naar den
+Noord-pool, in eene temperatuur, waarbij het kwikzilver bevriest, een'
+zuigeling in de open lucht aan de borst zijner moeder zag, kan het dan
+nog aan twijfel onderhevig zijn, dat het vermogen, om aan koude te
+weêrstaan, eene aangeboren eigenschap is van den bewoner van het
+Noorden? Wanneer wij zien, dat het darmkanaal der jonggeboren huiskat
+eene betrekkelijk grootere lengte heeft, dan dat van jonge vleeschetende
+dieren, zijn wij dan niet overtuigd, dat de geschiktheid der organisatie
+voor het gebruik van gemengd voedsel hier wordt aangeboren?--En wat
+leert ons de geschiedenis van het tabaksgebruik? Thans moge het dengene,
+die zich aan dit vergift gewennen wil, hoogstens nog eenige benaauwde
+uren of dagen kosten:--toen in weêrwil der bedreigde straffen en den
+heftigen tegenstand, zelfs door Pausen en Keizers geboden, het gebruik
+van den tabak zich eerst door Europa begon te verspreiden, waren de
+verschijnselen bij de eerste proeven oneindig heviger, en schijnt zelfs
+menig onvoorzigtige rooker zijn' zonderlingen lust met den dood bekocht
+te hebben. Onze ouders rookten, onze voorouders rookten,--en thans is,
+gij ziet het, de gewoonte tot rooken ons reeds ten halve aangeboren.
+
+Om u vervolgens te doen opmerken, hoe de door invloeden en oefening
+verkregene ontwikkeling van het been- en spierstelsel, hoe de kracht en
+snelheid van zamentrekking in het nageslacht worden voortgeplant, breng
+ik u slechts de zoo verschillende rassen van paarden voor den geest. En
+van de door erfelijkheid medegedeelde scherpte der verschillende
+zintuigen leveren onderscheidene volkeren,--van een aangeboren verschil
+in accommodatie-vermogen van het oog talrijke familiën, bijzonder in de
+steden, het overtuigendst bewijs.
+
+Zoo zou ik van elke harmonische eigenschap, die wij, krachtens de wetten
+van gewoonte en oefening, zagen tot stand komen, de voortplanting op het
+nageslacht door voorbeelden kunnen staven, en hierdoor de
+noodzakelijkheid der harmonie van het dierlijk leven op nog breeder'
+grondslagen vestigen. Ik wil mij echter, kortheidshalve, bepalen tot de
+instinctmatige vermogens. Bij de wet van oefening heb ik mij omtrent
+dezen opzettelijk van voorbeelden onthouden, naardien het mij
+gemakkelijker scheen, u de kracht der oefening, door verscheidene
+geslachten voortgeplant--en als ware het
+vermenigvuldigd--aanschouwelijk te maken, dan in het leven van een enkel
+individu. En hierom mogt ik deze hier niet met stilzwijgen voorbijgaan.
+Weder de hond levert ons het sprekendst bewijs van den invloed der
+oefening ook op de instinctmatige vermogens. Het lijdt geen' twijfel, of
+bij de oorspronkelijke soort, waarvan al onze honden afstammen, bestond
+één en hetzelfde instinct. En thans, welk een verscheidenheid! Schier
+elk ras heeft ook ten dezen opzigte zijne eigendommelijkheden. Behoef ik
+u te wijzen op de instinctmatige vermogens van den herders- of
+jagershond, van den bloeddog of van den New-foundlander?--Van waar nu
+die verscheidenheid? Het antwoord is niet moeijelijk. De mensch heeft
+door kunstmatige oefening het een of ander instinct bij den hond meer en
+meer ontwikkeld, en door de wet van erfelijkheid werd dit instinct
+bestendigd. Overwin bij een' hond den tegenzin, om te water te gaan, gij
+zult hiermede bij de jongen reeds veel minder te kampen hebben. Wilt gij
+andere voorbeelden? Frederic Cuvier verhaalt, dat in zoodanige streken,
+waar den vossen dikwijls hinderlagen worden gelegd, de jongen, reeds de
+eerste maal, dat zij het nest verlaten, eene omzigtigheid aan den dag
+leggen, die men in andere streken bij hen te vergeefs zoeken
+zou.--Voorts weten wij, dat elk dier instinctmatig vlugt voor zijn'
+vijand. Men spreekt van doelmatigheid in die poging tot zelfbehoud. Maar
+het dier, welks voorgeslachten niet vervolgd werden, de vogels op een
+onbewoond eiland, vlugten niet; zij zijn zoo argeloos, dat zij zich met
+de hand laten vangen. Na weinige generatien echter is hun het instinct
+om te vlugten reeds aangeboren. Alzoo: de vervolging door den vijand
+heeft het instinct om te vlugten, volgens de wet van oefening,
+ontwikkeld; en naar de wet van erfelijkheid plantte het zich voort. Gij
+ziet: het aanwezen van dit instinct, als dat van elk ander, is het
+noodwendig gevolg der omstandigheden, die deszelfs oefening uitlokten,
+en waaraan het dus nu harmonisch moet beantwoorden.
+
+Hoe een instinct ook eindelijk kan worden tot zwijgen gebragt, wanneer
+op deszelfs oefening inbreuk wordt gedaan, leert ons reeds het temmen
+der dieren. Nimmer zullen de jongen van een getemd dier de wreedheid en
+wildheid aan den dag leggen, die zijnen voorouders eigen waren. Maar nog
+opmerkelijker is de gedeeltelijke verdooving van een der natuurlijkste
+instincten bij onze inlandsche runderen. Overal, waar het de gewoonte
+is, het kalf bij de koe te laten zuigen, bestaat hiertoe bij beide de
+grootste behoefte. Zij schreeuwen zich half dood, zoo als Sturm
+zich uitdrukt, wanneer men ze van elkander scheidt. De koe, die
+dagenlang zoo onrustig zich gedraagt, dat een vreemde niet zonder gevaar
+ze zou naderen, spant al hare krachten in, om los te breken; en het kalf
+zoekt, verscheidene weken, bijna onophoudelijk naar de uijer, alles
+aanvattende, om er aan te zuigen. Bij onze inlandsche koeijen
+daarentegen, welker kalveren doorgaans onmiddellijk na het werpen
+verwijderd worden, is de moederliefde, als ware het, uitgedoofd. Wordt
+het kalf maar terstond op eenigen afstand gebragt, dan gedraagt zich de
+moeder volmaakt rustig, en laat de melk veel gemakkelijker kunstmatig
+verwijderen, terwijl ook bij het kalf de pogingen tot zuigen zich in
+veel geringere mate opdoen.
+
+ * * * * *
+
+Zietdaar, mijne Geëerde Hoorders! de drie wetten ontwikkeld, die aan de
+harmonie van het dierlijke organismus ten gronde liggen. Naar de wetten
+van gewoonte en oefening zaagt gij de harmonie in het individu tot stand
+gebragt; naar de wet van erfelijkheid zaagt ge in het nageslacht
+bestendigd, wat door gewoonte en oefening in het individu gewrocht was.
+
+Die harmonie erkent gij dus als noodwendig: want zij is aan wetten
+gebonden, en elke natuurwet eischt volstrekte en onbegrensde
+gehoorzaamheid. Wie het doel durft uitgeven voor den grond der harmonie,
+hij wordt afgewezen voor de regtbank der wetenschap; want in de
+onvergankelijke bladeren van het wetboek der natuur, waarop hare
+uitspraken gegrond zijn, staat met onuitwischbare letteren geschreven:
+_gewoonte_, _oefening_, _erfelijkheid_.
+
+Het is evenwel niet genoeg, de noodwendigheid der harmonie uit deze
+wetten te herleiden; ons streven moet het zijn, die wetten zelve dieper
+te doorgronden. Reeds gaat er naar die zijde eenig licht op in de
+wetenschap over de oorzaken der verschijnselen, welke wij tot de wetten
+van gewoonte en oefening terugbragten: en zoo, opklimmende van oorzaak
+tot oorzaak, zonder ooit in droomerijen omtrent het doel ons te
+verliezen, naderen wij, langzaam wel is waar, maar met vasten tred, het
+ideale standpunt, van waar men alle verschijnselen der natuur met
+noodzakelijkheid uit de eigenschappen der grondstoffen en grondkrachten
+konde zien voortvloeijen.
+
+Wie dus een doel huldigt in de harmonie der stoffelijke wereld, hij
+plaatse het in de eigenschappen der grondstoffen en grondkrachten. Hier
+verstomt de wetenschap der Natuur; hier staan hare grenzen. Zij
+verloochent haar karakter, wanneer zij ook den grond dier eigenschappen
+kennen wil. Zij overschrijdt hare regten, wanneer zij den staf durft
+breken, over wie hier grond en doel vereenzelvigen.
+
+En, wanneer eens door eene alwijze Almagt die stoffen en krachten met
+een bepaald doel werden in het aanzijn geroepen, en in hare
+eigenschappen de voorwaarden voor de geheele toekomst werden weggelegd,
+dan stroomt ook geen druppel bloeds zonder doel door onze aderen,--maar
+het is een doel, dat buiten de wetenschap ligt der Natuur.
+
+ * * * * *
+
+Van mijne taak heb ik het deel volbragt, door de wet mij opgelegd. Een
+ander deel, waartoe hoogachting en dankbaarheid mij nopen, blijft te
+vervullen over.--Het eerst rigt ik mij tot U, Edel Groot Achtbare Heeren
+Curatoren! die met onvermoeiden ijver de belangen behartigt der
+Hoogeschool, aan uwe hooge zorgen toevertrouwd. Steeds uw blikken gerigt
+op den vooruitgang der Wetenschappen en op den toestand der Hoogeschool,
+is het uw heilig streven, dezen aan de eischen van gene te doen
+beantwoorden. Het kon uw naauwlettend oog niet ontgaan,--en gij hoordet
+het telkens door zaakkundige mannen rondom u uitspreken,--dat de
+geneeskundige wetenschappen, terwijl zij meer het karakter en den geest
+der natuurkundige aannamen, zich op ruimer en ruimer gebied vestigden.
+Dit eischte in uw oog dan ook ruimere voorziening in het onderwijs; en
+de betrekking, waarin ik thans sta tot de Hoogeschool, strekt ten
+bewijze, dat gij niet geaarzeld hebt, tot stand te brengen, wat uwe
+overtuiging u als wenschelijk had voorgespiegeld. Mij hebt Gij
+geroepen,--en onze geëerbiedigde Koning heeft uwe keuze
+bekrachtigd,--niet zoo zeer om eene taak op mij te nemen, die vroeger op
+andere schouders rustte, dan om naast den werkkring van ijverige
+Ambtgenooten mij, als leeraar, een' weg te banen op het uitgebreid
+gebied der geneeskundige wetenschappen.--Gij zult geene klagte van mij
+vernemen, Edel Groot Achtbare Heeren! dat mijn werkkring hier te beperkt
+is: integendeel, ik spreek het opentlijk uit, dat men nog aan meer dan
+één' nieuw Ambtgenoot eene even uitgebreide taak zou kunnen aanwijzen,
+die ook thans nog onvervuld moet blijven. Maar, vergeeft het mij, zoo ik
+u toch op eene schaduwzijde wijzen moet: ik bedoel het verbroken
+evenwicht tusschen de eischen der vorderende wetenschap, die gij door
+uwe voorziening in het onderwijs bewezen hebt volkomen te begrijpen, en
+de nog onveranderde wettelijke vereischten, voor wie den graad van
+Doctor in die wetenschap verlangt. In Nederland worden thans nog
+geneeskundige studien volbragt, zonder dat de grondslagen der
+physiologie van den gezonden en van den zieken mensch, de weefselleer en
+de ziektekundige ontleedkunde, tot de verpligte lessen behooren. In
+Nederland worden thans nog wettig Doctoren gecreëerd in de genees-,
+heel- en verloskunde, zonder dat bewijzen van bekwaamheid in de genoemde
+wetenschappen worden gevorderd.--Ik koester met vertrouwende gerustheid
+den wensch, dat uw veelvermogende invloed niet zal in gebreke blijven,
+tot herstelling van het hier verbroken evenwigt bij te dragen.
+
+Maar reeds week ik te ver af van de gevoelens, die mij bezielden, toen
+ik mij tot u wendde. Indien ik plegtig verklaar, dat aan de loopbaan,
+die gij voor mij geopend hebt, het geluk mijns levens innig verbonden
+is, dat de later van u ontvangene blijken van welwillende belangstelling
+eenen diepen indruk hebben gemaakt op mijn gemoed, en dat mijn hart warm
+en erkentelijk is, dan hebt gij den maatstaf der dankbaarheid, die mij
+jegens u bezielen moet.
+
+Maar uw in mij gesteld vertrouwen droeg niet slechts bij tot mijn geluk:
+het was mij daarenboven in de hoogste mate vereerend. Het zou overbodig
+zijn, en gewis mij weinig passen, over uwe groote verdiensten voor deze
+Hoogeschool uit te weiden: alleen op de getuigenis van hen, die het
+langen tijd van nabij gezien en ondervonden hebben, kondt gij eenigen
+prijs stellen,--en dát ontbrak u nimmer. Maar ik voel mij toch gedrongen
+u te zeggen, dat uw vertrouwen mij in te hoogere mate vereert,
+naargelang uwe waarachtig belangstellende zorgen voor de Hoogeschool in
+zoovele anderen uwer bemoeijingen duidelijker zijn afgedrukt; ja! dat ik
+er trotsch op ben, door u tot eene betrekking te zijn voorgedragen,
+waarvan het volle gewigt mij levendig voor den geest staat. Ik heb mij
+als levensdoel gesteld, aan uw vereerend vertrouwen naar mijne krachten
+waardiglijk te beantwoorden. Geene poging hiertoe zal onbeproefd
+blijven; maar dikwijls, ik gevoel het, zal ik uwe welwillende
+ondersteuning hiertoe moeten inroepen. Reeds hebt gij mij geleerd, dit
+met vertrouwen te doen,--en door uwe handelingen mij den wensch in den
+mond gelegd, dat gij nog eene lange reeks van jaren, altijd even ijverig
+bijgestaan door uwen hooggeschatten, wakkeren Secretaris, aan het
+welzijn der Hooggeschool uwe goede zorgen moogt toewijden.
+
+ * * * * *
+
+Ook tot u, Weledele Hooggeleerde Heeren, waarde Ambtgenooten, en Zeer
+Geleerde Heeren Lectoren! rigt ik mij met volle vertrouwen. Doorloop ik
+uwe rijen, dan ontdek ik mannen, die, grijs geworden in wetenschap en
+letterroem, mij hooge achting, diep ontzag inboezemen; maar ik zie ook
+onder u geëerde Leermeesters, die mij altijd met heusche welwillendheid
+den weg tot wetenschap hebben aangewezen,--vrienden, die mij met hunnen
+omgang vereerden, vóór ik hen als Ambtgenooten mogt begroeten; en in u
+allen herken ik ambtgenooten, die mij welwillend zijt te gemoet
+getreden, toen een koninklijk besluit mij aan uwe zijde plaatste.
+
+Ik wierp met u een' blik op de prachtvolle harmonie van het dierlijk
+leven,--en al die pracht zagen wij aan ijzeren boeijen geketend. Maar
+een hooger beginsel ademt de harmonie, waarmede gij eenparig streeft
+naar hetzelfde verheven doel: want, in dit streven kent gij geene
+wetten, ziet gij geene noodzakelijkheid. Gij gevoelt: het geschiedt met
+bewustzijn, het berust op vrije wilsbepaling.--Thans ben ik geroepen, om
+mij met u tot ontwikkeling der hoogere vermogens van den mensch te
+vereenigen. Die taak rust zwaar mij op de schouders. Mijne beste
+pogingen, om hierin harmonisch met u zamen te stemmen, zou ik gewis
+dikwijls zien verijdeld, wanneer gij niet steeds gereed stondet, mij
+welwillend de hand tot ondersteuning toe te reiken. Dit zij hierom de
+bede, tot u allen gerigt--de bede, waarmede ik mij dringend, maar ook
+vol vertrouwen, wende tot de leermeesters mijner academiejaren, die ook
+later nimmer ophielden, mij voor te lichten op het pad der wetenschap.
+
+ * * * * *
+
+Maar ik zie onder u nog een' vriend, een' leermeester van latere jaren,
+wiens naam luide weergalmt in de tempelen der wetenschap, wiens geest
+kracht heeft en moed, wiens hart gloeit voor wat goed en edel is. Ik
+weet het, Mulder! gij zijt afkeerig van openlijk huldebetoon.
+Wierook-walmen stijgen niet tot u op. Maar mag het hulde heeten, wanneer
+ik zeg, dat gij nimmer hebt opgehouden, mijn' blik in de natuur en in de
+menschenwereld te verruimen, dat gij altijd en overal mijne belangen met
+vurigen ijver hebt behartigd, dat, wanneer ik, door leed of angst
+geprangd, naar een' vriend omzag, gij aan mijne zijde stondt!... Neen!
+hulde mag het niet heeten, waar, voor sprekende feiten, zwakke woorden
+in de plaats treden.--Ik gevoel het, Mulder! ik heb noch den
+geest krachtig, noch het hart warm genoeg, om beide bij u te bevredigen;
+maar rein zijn toch de vriendschap en dankbaarheid, die mij bezielen--en
+gij zult ook de kleine bron niet versmaden, wanneer ze u frisch en
+helder water biedt.
+
+ * * * * *
+
+Hartelijk verheugt het mij, ook u hier te zien, Wel Edelgestrenge, Zeer
+Geleerde Heeren! die ik, nog kort geleden, de eer had, mijne
+Ambtgenooten te noemen. Ik wist het, dat gij een levendig deel naamt in
+de mij te beurt gevallen onderscheiding; en uwe tegenwoordigheid op deze
+plaats is mij hiervan een nieuw bewijs. De vijf volle jaren waarin wij
+onze krachten tot één doel zamenspanden, waren de gewigtigsten mijns
+levens. Aan deze, en voor een groot deel aan U, ben ik mijne
+wetenschappelijke vorming inzonderheid verschuldigd. Ik herdenk het met
+zoo veel voldoening, hoe ik dagelijks door uwen ijver werd aangewakkerd,
+hoe ik dagelijks mij kon spiegelen aan naauwgezette pligtsbetrachting,
+hoe gij mij dagelijks deedt ondervinden, dat ik met vrienden leefde.
+Hebt dank voor uwe hartelijke gezindheid mijwaarts, die zich nimmer
+verloochende; en, mogen wij niet langer door ambtsbetrekking vereenigd
+zijn,--de heilige band, die tot de minste sporen van misverstand en
+tweedragt steeds uit ons midden weerde, blijve ook thans hechter dan
+immer gesloten!
+
+ * * * * *
+
+Ten slotte wend ik mij tot u, Aanzienlijke Schaar van Jongelingen! want
+aan u is mijn volgend leven toegewijd. Ik ben geroepen, om u voor te
+gaan op den weg tot wetenschap; en zucht tot kennis brandt in u allen.
+Ziet! zoo is reeds eene harmonische betrekking tusschen ons
+geboren.--Zoekt gij bij mij de veelomvattende kennis en grondige
+geleerdheid, die wij vereeren en hoogschatten alleen in mannen, wier
+leven onafgebroken aan ijverige studie gewijd was, ik moet u
+teleurstellen maar verlangt gij bereidvaardigheid in het ondersteunen
+uwer pogingen, ijver en lust om u nuttig te zijn, ik bied ze u van
+ganscher harte aan. En wij kunnen immers gezamenlijk het veld onzer
+kennis uitbreiden. Gij toch, die u toewijdt aan de beoefening der
+natuurkundige wetenschappen, waaronder ik ook de geneeskundige begrepen
+acht, gij weet het, hoe men tot waarachtige kennis kan opklimmen. De
+kennis, die gij verlangt, ligt in de voorwerpen en verschijnselen der
+natuur opgesloten: zintuigelijke waarneming van deze is de éénige wijze,
+waarop zij te verkrijgen is. Van de stelling uitgaande, dat niets wat
+waarneembaar is, wordt gekend, vóór het is waargenomen, moet het steeds
+mijn streven zijn, u de voorwerpen en verschijnselen der Natuur
+waarneembaar voor te stellen. En zóó immers is ons de gelegenheid
+gegeven, gezamenlijk kennis op te doen. Ik wil niet tot u spreken als
+een boek, en daarom behoef ik ook niet de geleerdheid van een boek; maar
+ik zal trachten, uwe zintuigen te scherpen, en ze met uwen geest in
+nader verband te brengen. Gij moet leeren zien, hooren, ruiken, proeven
+en tasten; en gij moet het bewustzijn hebben, dat gij met deze vermogens
+tot ware kennis kunt geraken. Daarin bestaat het groote geheim, om
+zelfstandig te worden. Hebt gij de indrukken zelf uit de natuur
+opgezameld, gij zult ze gemakkelijk leeren ordenen. Die kennis is dan uw
+eigendom, dien niemand u kan betwisten; en op dien grond zijt gij nu
+zelfstandig.
+
+Geene andere lauweren verlang ik in mijnen werkkring, dan iets te mogen
+bijdragen, om u tot die zelfstandigheid te vormen.
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of De Harmonie van het Dierlijke Leven
+by F.C. Donders
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE HARMONIE ***
+
+***** This file should be named 17079-8.txt or 17079-8.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ https://www.gutenberg.org/1/7/0/7/17079/
+
+Produced by The Online Distributed Proofreading Team at
+https://www.pgdp.net. This file was produced from images
+generously made available by The Internet Archive/Canadian
+Libraries.
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+https://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at https://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at https://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit https://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including including checks, online payments and credit card
+donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ https://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
diff --git a/17079-8.zip b/17079-8.zip
new file mode 100644
index 0000000..87c829e
--- /dev/null
+++ b/17079-8.zip
Binary files differ
diff --git a/17079-h.zip b/17079-h.zip
new file mode 100644
index 0000000..5aa83ab
--- /dev/null
+++ b/17079-h.zip
Binary files differ
diff --git a/17079-h/17079-h.htm b/17079-h/17079-h.htm
new file mode 100644
index 0000000..541f50b
--- /dev/null
+++ b/17079-h/17079-h.htm
@@ -0,0 +1,1862 @@
+<!DOCTYPE html PUBLIC "-//W3C//DTD XHTML 1.0 Strict//EN"
+ "http://www.w3.org/TR/xhtml1/DTD/xhtml1-strict.dtd">
+
+<html xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml">
+ <head>
+ <meta http-equiv="Content-Type" content="text/html;charset=iso-8859-1" />
+ <title>
+ The Project Gutenberg eBook of De Harmonie van het Dierlijke Leven, by F.C. DONDERS.
+ </title>
+ <style type="text/css">
+/*<![CDATA[ XML blockout */
+<!--
+ p { margin-top: .75em;
+ text-align: justify;
+ margin-bottom: .75em;
+ }
+ h1,h2,h3,h4,h5,h6 {
+ text-align: center; /* all headings centered */
+ clear: both;
+ }
+ hr { width: 33%;
+ margin-top: 2em;
+ margin-bottom: 2em;
+ margin-left: auto;
+ margin-right: auto;
+ clear: both;
+ }
+
+ table {margin-left: auto; margin-right: auto;}
+
+ body{margin-left: 10%;
+ margin-right: 10%;
+ }
+
+ .pagenum { /* uncomment the next line for invisible page numbers */
+ visibility: hidden;
+ position: absolute;
+ left: 92%;
+ font-size: smaller;
+ text-align: right;
+ } /* page numbers */
+
+ .linenum {position: absolute; top: auto; left: 4%;} /* poetry number */
+ .blockquot{margin-left: 5%; margin-right: 10%;}
+ .sidenote {width: 20%; padding-bottom: .5em; padding-top: .5em;
+ padding-left: .5em; padding-right: .5em; margin-left: 1em;
+ float: right; clear: right; margin-top: 1em;
+ font-size: smaller; background: #eeeeee; border: dashed 1px;}
+
+ .bb {border-bottom: solid 2px;}
+ .bl {border-left: solid 2px;}
+ .bt {border-top: solid 2px;}
+ .br {border-right: solid 2px;}
+ .bbox {border: solid 2px;}
+
+ .center {text-align: center;}
+ .smcap {font-variant: small-caps;}
+ .u {text-decoration: underline;}
+
+ .caption {font-weight: bold;}
+
+ .figcenter {margin: auto; text-align: center;}
+
+ .figleft {float: left; clear: left; margin-left: 0; margin-bottom: 1em; margin-top:
+ 1em; margin-right: 1em; padding: 0; text-align: center;}
+
+ .figright {float: right; clear: right; margin-left: 1em; margin-bottom: 1em;
+ margin-top: 1em; margin-right: 0; padding: 0; text-align: center;}
+
+ .footnotes {border: dashed 1px;}
+ .footnote {margin-left: 10%; margin-right: 10%; font-size: 0.9em;}
+ .footnote .label {position: absolute; right: 84%; text-align: right;}
+ .fnanchor {vertical-align: super; font-size: .8em; text-decoration: none;}
+
+ .poem {margin-left:10%; margin-right:10%; text-align: left;}
+ .poem br {display: none;}
+ .poem .stanza {margin: 1em 0em 1em 0em;}
+ .poem span.i0 {display: block; margin-left: 0em; padding-left: 3em; text-indent: -3em;}
+ .poem span.i2 {display: block; margin-left: 2em; padding-left: 3em; text-indent: -3em;}
+ .poem span.i4 {display: block; margin-left: 4em; padding-left: 3em; text-indent: -3em;}
+ // -->
+ /* XML end ]]>*/
+ </style>
+ </head>
+<body>
+
+
+<pre>
+
+Project Gutenberg's De Harmonie van het Dierlijke Leven, by F.C. Donders
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: De Harmonie van het Dierlijke Leven
+ De Openbaring van Wetten
+
+Author: F.C. Donders
+
+Release Date: November 16, 2005 [EBook #17079]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE HARMONIE ***
+
+
+
+
+Produced by The Online Distributed Proofreading Team at
+https://www.pgdp.net. This file was produced from images
+generously made available by The Internet Archive/Canadian
+Libraries.
+
+
+
+
+
+
+</pre>
+
+
+
+<div>
+<hr style="width: 65%;" />
+</div>
+<div>
+<br />
+<br />
+</div>
+
+<h1>DE HARMONIE VAN HET DIERLIJKE LEVEN</h1>
+
+<h2>DE OPENBARING VAN WETTEN.</h2>
+
+<div>
+<br />
+</div>
+
+<hr style='width: 45%;' />
+
+<h3>INWIJDINGSREDE, BIJ HET AANVAARDEN VAN HET HOOGLEERAARSAMBT AAN DE
+UTRECHTSCHE HOOGESCHOOL</h3>
+
+<h3>DOOR</h3>
+
+<h2>Dr. F.C. DONDERS.</h2>
+
+<h3>UITGESPROKEN 28 JANUARIJ 1848.</h3>
+
+<div>
+<hr style="width: 65%;" />
+</div>
+<h2><a name="VOORBERICHT" id="VOORBERICHT"></a>VOORBERICHT.</h2>
+
+
+<p>Wij lezen bij den voortreffelijken <span class="smcap">Henle</span>, dat, in de
+physiologie en vooral in de pathologie van het dierlijke leven, de
+teleologische beschouwingswijze (vragende naar het doel der
+verschijnselen) zich nog bijna overal krachtig doet gelden&mdash;en wie geen
+vreemdeling is in deze wetenschappen, staat gereed, die uitspraak te
+beamen.</p>
+
+<p>Immers niet enkel worden de verschijnselen hier met het praedicaat van
+<i>doelmatig</i> bestempeld: teleologische betoogen ook vindt men als
+bewijsgronden in het midden gebragt en erkend, ja! in plaats van de <i>op
+te sporen oorzaak</i>, wordt het <i>onderstelde doel</i> tot "<i>verklaring</i>" der
+verschijnselen ingeroepen. Of ziet men niet, zelfs door sommige
+Coryphae&euml;n in de wetenschap, eene teleologische levenskracht, eene
+heelkracht der natuur, aan duizenden, <i>van de meest verschillende
+oorsaken afhankelijke</i>, verschijnselen <i>ten gronde gelegd</i>?</p>
+
+<p>Reeds vroeger (Gids 1846, bl. 893 e.v.) heb ik de teleologische
+beschouwingswijze&mdash;als ontbloot van absoluten grond, en hierom
+willekeurig en onwetenschappelijk&mdash;met een enkel woord bestreden. Het
+onderwerp evenwel scheen mij gewigtig genoeg voor eene meer uitvoerige
+behandeling, en, om deszelfs algemeene strekking, tevens bijzonder
+geschikt voor eene openlijke rede.</p>
+
+<p>Ik stelde mij hierom voor, hetzelve, bij gelegenheid der aanvaarding van
+het hoogleeraarsambt, nader te behandelen,&mdash;en vooreerst te betoogen,
+dat, wanneer wij het doel in de verschijnselen der natuur ook geenszins
+loochenen, eene <i>leer</i> van het doel nimmer <i>wetenschap</i> worden kan, en
+derhalve op het natuurkundig gebied niet mag worden geduld;&mdash;ten anderen
+te doen zien, dat&mdash;waar, bij de prachtvolle en ingewikkelde harmonie van
+het dierlijke leven, de, als ware het, aangeboren neiging van den mensch
+tot anthropomorphismus het <i>doel</i> als de <i>oorzaak</i> ons wil
+opdringen&mdash;het opsporen der wetten van wording, naar de oorzakelijke
+methode, niettemin mogelijk blijft;&mdash;en eindelijk had ik willen
+aantoonen, hoe, schier in elke wetenschap der natuur, dwalingen en
+bekrompene beschouwingen uit de teleologische zienswijze zijn
+ontsproten, die ook thans nog, inzonderheid op het gebied der
+physiologie&mdash;bij name die van het ziekelijke leven, de verdere
+ontwikkeling belemmeren, en met het stellig karakter van wetenschap
+geenszins strooken.</p>
+
+<p>Voor dit laatste gedeelte echter, waaruit het duidelijkst de
+noodzakelijkheid zou zijn voortgevloeid, om de teleologie van het
+natuurkundig terrein te weren, ontbrak mij ditmaal de tijd. Elders hoop
+ik dien later te vinden.</p>
+
+<p>Mogen ook zij, wier meeningen en begrippen van de hier voorgedragene
+afwijken, deze bladeren zonder vooroordeel ter hand nemen, en verder ook
+niemand al te ligtvaardig het vonnis er over uitspreken!</p>
+
+<p><b>DE SCHRIJVER.</b></p>
+
+<div>
+<hr style="width: 65%;" />
+</div>
+
+<p><span style="margin-left: 2em;">Edelgrootachtbare heeren curatoren der Utrechtsche Hoogeschool!</span></p>
+
+<p><span style="margin-left: 3em;">Weledelgestrenge heer secretaris van het collegie der curatoren!</span></p>
+
+<p><span style="margin-left: 4em;">Hooggeleerde heeren, waarde ambtgenooten! en weledele zeer geleerde
+heeren lectoren!</span></p>
+
+<p><span style="margin-left: 5em;">Die met het bestuur van dit gewest of deze stad of met de handhaving des
+regts zijt belast, mannen reeds door stand en werkkring eerwaardig!</span></p>
+
+<p><span style="margin-left: 6em;">Weleerwaarde heeren, bedienaars van de Godsdienst!</span></p>
+
+<p><span style="margin-left: 7em;">Weledele zeer geleerde heeren doctoren der verschillende faculteiten!</span></p>
+
+<p><span style="margin-left: 8em;">Aanzienlijke schaar van jongelingen, die u aan de beoefening der
+wetenschappen toewijdt!</span></p>
+
+<p><span style="margin-left: 9em;">En voorts gij allen, die ons met uwe tegenwoordigheid vereert, zeer
+gewenschte toehoorders!</span><br /><br /></p>
+
+<p>Werwaarts wij in de natuur onze oogen rigten, alom erkennen wij<span class='pagenum'><a name="Page_259" id="Page_259">[Pg 259]</a></span>
+verband, schier overal orde en harmonie. Elk punt op het uitgestrekte
+veld is een deel van het groote organismus, een schakel der onafzienbare
+keten, die noch begin noch einde kent, en in wezen ondeelbaar is.</p>
+
+<p>Z&oacute;&oacute; innig is de band, die al 't bestaande zamenvlecht!</p>
+
+<p>Bewegen wij ons in de onmetelijke ruimte, waarin de verbeelding schier
+weigert onze woorden te volgen, daar treedt ons, tusschen duizenden van
+hemelbollen, het zonnestelsel als een geheel van orde en majesteit te
+gemoet, dat ons dwingt tot eerbiedige bewondering. Niet alleen zien wij
+de planeten door de zon, als door een hoogere magt, aan hare banen
+geketend; maar tevens weten wij, dat ook elke stoornis, van den
+wederkeerigen invloed der planeten afhankelijk, vereffend wordt, v&oacute;&oacute;r
+zij de bestaande orde zou kunnen bedreigen.</p>
+
+<p>De aarde, met hare duizenden van voortbrengselen, is volmaakt
+ge&euml;venredigd aan de schitterende vorstin van het stelsel. Haar afstand
+van de zon beantwoordt aan de vereischte warmte voor eene krachtige
+ontwikkeling van planten en dieren, aan het vereischte licht, om de
+Natuur in haren vollen luister ten toon te spreiden, zonder door te
+hellen gloed onze oogen te verblinden.</p>
+
+<p>De dampkring, die onze planeet omhult, vindt tot bodem <i>hier</i> den vasten
+grond, welks bergtoppen zich als ondiepten verheffen in die zee van
+lucht, <i>daar</i> den wijden oceaan, die de diepten der aardkorst vereffent;
+en elk dier elementen brengt al de voorwaarden mede voor de ontwikkeling
+en het leven van het heir van voorwerpen, die ze bewonen.</p>
+
+<p><span class='pagenum'><a name="Page_260" id="Page_260">[Pg 260]</a></span>Voortdurend stijgt het water van de oppervlakte der zee in den
+dampkring op, en valt ginds, als vruchtbare regen, op den dorstenden
+grond. Dit water behoeven de planten. Maar zij putten ook uit denzelfden
+bodem de onbewerktuigde stoffen, niet regtstreeks door den regen
+aangevoerd;&mdash;en van de hooge bergen stort zich het water, rijk beladen
+met de bestanddeelen der verweerde rotsen, naar beneden, en drenkt
+hiermede het land, waardoor het kronkelend naar den oceaan terugvloeit.</p>
+
+<p>Zoo is er zamenhang tusschen alle verschijnselen der natuur; zoo wordt
+ten slotte alles dienstbaar aan de ontwikkeling van leven.</p>
+
+<p>Nergens evenwel is het verband treffender dan tusschen de beide rijken
+der levende natuur. Vereenigd door de dampkringslucht, waaruit beide
+putten en die in beide haar voedsel vindt, voorzien zij wederkeerig in
+elkanders behoeften. De dieren ontwikkelen het koolstofzuur, dat de
+planten als voedsel aan den dampkring ontleenen; de planten staan in de
+zuurstof de levenslucht af voor het dier,&mdash;en z&oacute;&oacute; is voor beide de
+dampkring een eeuwige, onuitputtelijke bron.</p>
+
+<p>Nimmer is hij in rust. Van de oppervlakte der aarde, waar de lucht aan
+gestadige wisseling van bestanddeelen onderworpen is, stijgt zij naar
+boven, om op hetzelfde oogenblik te worden aangevuld; en door
+onophoudelijke stroomen wordt hare zamenstelling alom gelijkmatig
+bewaard, beantwoordt alom aan de voorwaarden tot leven en ontwikkeling
+van planten en dieren.</p>
+
+<p>Het is de taak van den natuuronderzoeker, de betrekking tusschen al de
+verschijnselen der natuur op te sporen. Die taak is even schoon als
+verheffend. In de harmonie, die hem des te levendiger in de oogen
+schittert, hoe ruimer en meer omvattend zijn blik wordt, verschijnt hem
+de natuur als een volmaakt ge&euml;venredigd, organisch geheel. Het genot,
+uit hare aanschouwing geboren, is een krachtige prikkel voor zijnen
+navorschenden geest. Steeds door harmonische indrukken opgewekt, en in
+zijne werking geleid en bepaald, wordt die geest zelf meer en meer aan
+harmonie deelachtig. Z&oacute;&oacute; ontwikkelt natuurbeschouwing bij hem een waar
+gevoel voor het schoone en goede. Z&oacute;&oacute; kan zij de grondslag worden eener
+verheven wijsgeerige moraal.</p>
+
+<p>En toch&mdash;de kennis dier harmonie is niet het rustpunt van zijn streven.
+Hij wil indringen in hare oorzaken, opklimmen tot haren <span class='pagenum'><a name="Page_261" id="Page_261">[Pg 261]</a></span>grond. Hij
+voelt zich gedrongen, te vragen naar de wetten, die aan de ontwikkeling
+der harmonie ten gronde liggen, en wil ze in die wetten erkennen als
+noodzakelijk. De eeuwig onveranderlijke eigenschappen der grondstoffen
+en der grondkrachten op te sporen, en aan te wijzen, hoe elk
+natuurverschijnsel uit deze eigenschappen noodwendig voortvloeit,
+zietdaar het ideaal van zijn streven, het toppunt zijner kennis!</p>
+
+<p>Wij weten, dat dit ideaal geenszins bereikt is; maar wij weten evenzeer,
+dat er belangrijke schreden op den weg tot verwezenlijking gedaan zijn.</p>
+
+<p>De sterrekundige toont aan, dat de wetten van traagheid en aantrekking,
+die slechts de uitdrukking zijn van de onveranderlijke eigenschappen der
+stof, de hemelbollen aan hunne banen kluisteren; en uit de betrekking
+tusschen de loopbanen en de omloopstijden der onderscheidene planeten
+leert de wiskunde hem onfeilbaar besluiten, dat elke stoornis zich
+noodwendig moet vereffenen, dat de orde van het zonnestelsel tot in de
+verste tijden onomstootelijk verzekerd is.</p>
+
+<p>De natuurkundige kent de oorzaken van het opstijgen der waterdampen, van
+het condenseren dier dampen in den atmosfeer: en in het neerstorten van
+den regen, zoo wel als in de kracht, waarmede het zeewaarts stroomende
+water zijne voren in de aarde groeft, ziet hij het noodwendig
+uitvloeisel van dezelfde eigenschap der stof, die de banen der
+hemelbollen bepaalt. Het verweren der rotsen, het doordringen van hare
+bestanddeelen tot aan de wortels der planten, dit alles is in vaste
+natuurwetten als noodwendig aangetoond.</p>
+
+<p>De meteoroloog geeft rekenschap van het opstijgen der lucht, en kent de
+oorzaken der stroomen, die de zamenstelling des dampkrings alom
+gelijkmatig bewaren,&mdash;ja! 't geheele zoo wisselvallig spel der elementen
+is door hem teruggebragt tot &eacute;&eacute;ne hoogste oorzaak: ongelijke verdeeling
+van warmte.</p>
+
+<p>Eindelijk de geoloog, die de gesteldheid der aardkorst onderzoekt, komt
+op onwankelbare gronden tot het besluit, dat de aarde, v&oacute;&oacute;r onafzienbare
+tijden, als eene gloeijende zee door het wereldruim zweefde; en,
+steunende op wetten, die weder niets anders zijn, dan de eeuwige
+eigenschappen der stoffen en krachten, erkent hij, dat zij noodwendig al
+de gedaanteverwisselingen moest doorloopen, <span class='pagenum'><a name="Page_262" id="Page_262">[Pg 262]</a></span>waarvan de huidige toestand
+harer korst, als een onfeilbaar geschiedboek, getuigt.&mdash;Kortom! de
+wetenschap leert, dat de geheele stoffelijke wereld door den ijzeren
+schepter der noodwendigheid beheerscht wordt!</p>
+
+<p>Niet overal echter is deze waarheid even diep en krachtig doorgedrongen.
+Niet overal is de behoefte even levendig ontwaakt, om tot den grond op
+te klimmen der erkende harmonie. In de bewerktuigde wereld treedt zij,
+bij eene onuitputtelijke verscheidenheid, zoo rijk, zoo ingewikkeld, zoo
+schoon en boeijend op, dat men wel niet zoo gemakkelijk van haar kon
+afscheid nemen. De geest, verrukt door schoonheid en genot, duizelde bij
+het denkbeeld, om tot de oorzaken op te klimmen, waardoor zooveel
+harmonie tot stand kwam. Zoo gaf hier de volheid harer pracht voedsel
+aan eene beschouwingswijze, die overal elders reeds lang voor eene
+juistere had moeten onderdoen.</p>
+
+<p>Buiten de levende natuur toch erkent men, zoo als ik u aantoonde, niets
+dan wetten, niets dan noodzakelijkheid. Zoo legt de geoloog, om, bij de
+geschiedenis der Aarde van de verschijnselen tot de werkende oorzaken op
+te klimmen, de overtuiging ten gronde, dat van al de opvolgende
+veranderingen der aarde de voorwaarden reeds aan de vroegste perioden
+van haar bestaan verbonden waren;&mdash;en hoe meer zijn onderzoek zich
+uitbreidt, des te minder wordt die overtuiging beschaamd. Wil hij de
+verschillende lagen der vaste aardkorst, de verdeeling van water en vast
+land over hare oppervlakte, de afwisseling van bergen en dalen, de
+rivieren en bronnen, en zoo vele andere verschijnselen, (voor zoo verre
+de levende natuur vreemd aan derzelver ontstaan is,) in hunne wording
+toelichten, hij beroept zich slechts op wetten, hem door de sterrekunde,
+de natuur- en scheikunde aan de hand gedaan, en ziet hieruit al die
+verschijnselen met noodzakelijkheid geboren worden.</p>
+
+<p>Planten en dieren daarentegen beschouwt men veelal niet als geworden,
+maar als gevormd; niet als eene ontwikkeling der natuur naar bepaalde
+wetten, maar als de voortbrengselen eener nieuwe schepping; niet als de
+verwerkelijking van hetgeen in de eigenschappen der grondstoffen en
+grondkrachten reeds besloten lag, maar als naar een wel beraamd plan, in
+harmonie met de overige natuur, eerst later door eene hoogste Wijsheid
+tot stand gebragt.</p>
+
+<p><span class='pagenum'><a name="Page_263" id="Page_263">[Pg 263]</a></span>Dit anthropomorphismus leidde tot eene vergelijking van planten en
+dieren met de kunstigste voortbrengselen van 's menschen hand: de deelen
+heeft men hierom werktuigen, de verschijnselen verrigtingen en het
+geheel een organismus genoemd. Men vroeg niet: waardoor kwamen zij tot
+stand? maar bepaalde zich bij elk werktuig tot de vraag: waartoe dient
+het? waartoe is het bestemd? En even als in een werktuig, door
+menschelijk vernuft tot stand gebragt, waande men den grond, de oorzaak
+van het bestaan, te kennen, waar men dacht, de bestemming of het doel te
+hebben geraden. Zoo antwoordde men op de vraag: <i>waartoe</i>? en zag
+hierbij over het hoofd, dat het <i>waardoor</i>? onbeantwoord bleef. Gij ziet
+het: men plaatste zich op een teleologisch standpunt.</p>
+
+<p>Ik laat aan de wijsbegeerte de beslissing over, of men het regt heeft,
+in de natuur van een doel te spreken: maar ik wilde u hier reeds doen
+opmerken, dat men in de wetenschap van het leven afgeweken is van den
+weg, die in de overige natuur-wetenschappen zoo veel dieper in den
+oorzakelijken zamenhang der verschijnselen liet doordringen. En toch
+schijnt die weg mij ook hier de &eacute;&eacute;nige, die tot hoogere waarheid leidt.
+Indien de harmonie van het dierlijk organismus, die aan het besluit tot
+een doel ten gronde ligt, volgens bepaalde wetten tot stand komt, dan is
+zij de openbaring dier wetten. Dan wil men die wetten vaststellen en op
+deze de noodzakelijkheid der harmonie gronden, in plaats van zich met
+een nooit bewijsbaar doel als grond te vergenoegen. Eene poging hiertoe
+is het doel mijner rede. Ik zal trachten de noodwendigheid der harmonie
+van het dierlijk leven uit de wetten aan te toonen, krachtens welke die
+harmonie tot stand komt.</p>
+
+<hr style='width: 45%;' />
+
+<p>Wanneer ik de harmonie in de geheele bewerktuigde wereld even noodwendig
+acht, als de orde in den sterrenhemel, dan spreek ik hiermede geenszins
+het vonnis uit over den natuurvorscher, die, zonder naar den grond te
+vragen, zich bloot de kennis dier harmonische betrekking ten doel stelt.
+Integendeel,&mdash;ik heb het reeds gezegd,&mdash;ik acht die kennis hoog. Zij ook
+alleen kan ons opvoeren tot de oorzaken, die der harmonie ten gronde
+liggen. Maar wanneer men uit de harmonische betrekking besluit tot een
+doel, en, in den waan van hiermede den grond gevonden te hebben, het
+doel tot verklaring der verschijnselen inroept, of zelfs de
+<span class='pagenum'><a name="Page_264" id="Page_264">[Pg 264]</a></span>mogelijkheid der verschijnselen aan het doel ten toets brengt, dan meen
+ik die rigting ernstig te moeten wraken. Zij sluit het onderzoek uit
+naar den grond, en wiegt het zoo noodige bewustzijn onzer onkunde met
+schijnkennis in slaap.</p>
+
+<p>Het teleologisch standpunt blijft daarenboven altijd een betrekkelijk.
+Men denke zich 't heelal door eene alwijze Almagt met een bepaald doel
+tot stand gebragt: wie is vermetel genoeg, zich op het standpunt van God
+te plaatsen? En welk standpunt zullen wij d&agrave;n kiezen?&mdash;Het dier, dat
+zijn' vijand ten prooi valt, moge in diens oog aan zijne bestemming
+beantwoorden, in zijn eigen oog valt het als slagtoffer van het noodlot.
+Maar gij wilt u plaatsen op het standpunt van mensch:&mdash;Welnu! wanneer
+gij, als mensch, duizenden verschijnselen in de natuur doelmatig roemt,
+wees dan consequent, en noem ondoelmatig, wat niet met uwe menschelijke
+inzigten strookt. Hebt gij u het regt aangematigd, naar uwe inzigten
+over doelmatigheid te oordeelen, dan hebt gij het regt verbeurd, u op de
+ondoorgrondelijke wegen der Voorzienigheid te beroepen, waar gij het
+doel in uwe oogen miskend ziet. En wie zal het wagen, waar jeugdige en
+veel belovende kracht onder het geweld eener moorddadige ziekte
+bezwijkt, waar door geweldige aardbevingen in eene enkele minuut
+duizenden van menschenlevens vernietigd worden, waar in den mislukten
+oogst millioenen onzer natuurgenooten eene toekomst lezen van honger en
+ellende,&mdash;wie, vraag ik, zal het wagen, bij dergelijke verschijnselen,
+een doel te willen raden?&mdash;Gij vraagt hier naar den grond. Gij wilt de
+oorzaken dier verschijnselen kennen, welke gij rampen noemt. Welnu!
+verlaat dan ook het teleologische standpunt, en tracht niet tot het
+doel, maar tot den grond door te dringen, waar gij in de verschijnselen
+orde erkent en harmonie: want gene als deze zijn verschijnselen
+derzelfde natuur; en die u welgevallig zijn, zij berusten op geene
+andere wetten, dan die gezondheid en leven u bedreigen.</p>
+
+<hr style='width: 45%;' />
+
+<p>Wanneer ik eene poging waag, om de wetten vast te stellen, waarnaar de
+harmonie van het dierlijk organismus zich ontwikkelt en handhaaft, dan
+verwacht gij geenszins in deze wetten verwezenlijkt te vinden, wat ik u
+als het ideaal van ons streven voorstelde. Dit is nog slechts in eene
+enkele der natuur-wetenschappen bereikt: <span class='pagenum'><a name="Page_265" id="Page_265">[Pg 265]</a></span>in de sterrekunde,
+die,&mdash;hoeveel haar descriptief gedeelte nog te wenschen overlate,&mdash;zoo
+wel van hare scherpte in waarneming als volmaaktheid in theorie de
+schitterendste bewijzen gaf. Maar toch ook deze wetenschap leerde de
+verschijnselen van haar gebied tot wetten terugbrengen, v&oacute;&oacute;r zij den
+grond dier wetten in de eigenschappen der stof doorzag. Het wetboek was
+door <span class="smcap">Kepler</span> geschreven, v&oacute;&oacute;r het genie van <span class="smcap">Newton</span>
+deszelfs geest verklaarde. Door <span class="smcap">Kepler</span> waren de banen en
+omloopstijden der planeten aan wetten gebonden, v&oacute;&oacute;r <span class="smcap">Newton</span> de
+noodzakelijkheid dier wetten grondde in &eacute;&eacute;ne hoogste wet, en hierme&ecirc;
+tevens den sleutel gaf van hetgeen de waarneming afwijkends van de
+wetten van <span class="smcap">Kepler</span> had aangetoond of verder zou aantoonen.</p>
+
+<p>Dit nu is de weg voor elke andere wetenschap der natuur. Door het
+opklimmen tot hoogere en hoogere wetten naderen wij den eindpaal,
+waarnaar wij streven. Slechts trapsgewijze is hij te bereiken. Het is
+waar, wanneer wij de wetten kunnen vaststellen, naar welke de harmonie
+van het dierlijk leven zich ontwikkelt, dan mag die harmonie nog
+geenszins verklaard heeten: eene verklaring, die iets anders zijn zou
+dan eene hoogste wet, dat is eene standvastige eigenschap van stof of
+kracht, kan noch mag ons geheel bevredigen. Maar wanneer men, op grond
+hiervan, met eenig regt zou kunnen beweren, dat door het vaststellen van
+wetten eener lagere orde de zwarigheid slechts verplaatst en niet wordt
+opgeheven, dan vergete men niet, dat het eene verplaatsing is nader bij
+het doel, en dat elke sport van den langen ladder even onvermijdelijk
+is.</p>
+
+<hr style='width: 45%;' />
+
+<p>V&oacute;&oacute;r wij de wetten toetsen, die aan de harmonie van het dierlijk leven
+ten gronde liggen, moeten wij een' blik werpen op die harmonie zelve.
+Reeds terstond springt ons in het oog, dat zij eene tweeledige is. Zij
+openbaart zich eensdeels in de betrekking van het organismus tot de
+invloeden, waaraan het is blootgesteld, anderdeels in zijne betrekking
+tot de levensbehoeften, naauw verbonden met die zijner zamenstellende
+deelen tot elkander. In beide opzigten streeft zij onophoudelijk eene
+hoogere volmaking te gemoet.</p>
+
+<p>Beschouwen wij eerst de betrekking van het organismus tot sommige
+invloeden.</p>
+
+<p>De geheele aarde, hoe verschillend de temperatuur zij van hare
+<span class='pagenum'><a name="Page_266" id="Page_266">[Pg 266]</a></span>oppervlakte, is met dierlijke wezens bevolkt. Van de tropische gewesten
+af, waar, onder de brandende zon in het zenith, de temperatuur der lucht
+zelfs de bloedwarmte kan overtreffen, tot in de oorden van eeuwig sneeuw
+en ijs, overal treedt dierlijk leven ons tegemoet. Maar onder elk
+klimaat, onder elke temperatuur zijn het andere geslachten, andere
+soorten; en zoowel de rijke en prachtige Fauna der keerkringsgewesten,
+als de ijsbeer en het rendier van het Noorden, eischen voor gezondheid
+en leven juist die temperatuur, waaraan zij zijn blootgesteld. Waar dan
+ook geene werktuigelijke hinderpalen aan eene onbeperkte verspreiding in
+den weg stonden, was verschil in warmtegraad voldoende, om een'
+onoverkomelijken grensmuur op te trekken. Duidelijk zien wij dit vooral
+in het lama, dat op de verhevene weivlakten van Chili en Peru tot meer
+dan 4000 ellen boven de oppervlakte der zee leeft en zich tot ver in
+Patagonie heeft verspreid, maar noch in Brazili&euml; noch in Mexico wordt
+aangetroffen. De voor zijne organisatie te hooge temperatuur der lagere
+streken, die het had moeten doortrekken, om deze landen te bereiken,
+trad als beletsel op. Evenzoo staat de koude der toppen van de
+Cordilleras als scheidsmuur daar tusschen vele soorten van dieren,
+inzonderheid van insekten.&mdash;Waar daarentegen werktuigelijke hinderpalen
+de verspreiding langs de isothermen beperkten, heeft de mensch, door
+zijne tusschenkomst, slechts die hinderpalen te overwinnen, om een nieuw
+gebied van verspreiding te openen. Dit bewijzen ons de paarden en
+runderen, die, door de Spanjaarden naar Amerika overgebragt, zich aldaar
+in het ontelbare vermenigvuldigd hebben. Maar, wildet gij de noordelijke
+dieren naar het zuiden, de zuidelijke naar het noorden overplanten, gij
+zoudt uwe poging verijdeld zien. Het rendier, volkomen gehard tegen de
+lange en strenge winters van Lapland, brengt te Petersburg den zomer
+reeds kwijnende door, en bezwijkt spoedig onder den invloed der warmte
+van een meer gematigd klimaat. En in hetzelfde oord sterft de aap aan
+longtering, en kan de slang alleen door koestering en verwarming het
+ellendig plantenleven rekken, waartoe zij door de koude onzer gewesten
+gedoemd is.</p>
+
+<p>De mensch althans, meent gij, maakt eene uitzondering. Hij, als
+wereldburger, bewoont met enkele hem gevolgde huisdieren schier de
+geheele oppervlakte der aarde, en leeft bij de grootste verscheidenheid
+van temperatuur.&mdash;Ik zou u kunnen wijzen op het tal <span class='pagenum'><a name="Page_267" id="Page_267">[Pg 267]</a></span>van middelen,
+waardoor zijn vindingrijk vernuft aan felle koude en brandende hitte
+leerde afbreuk doen; maar liever vraag ik u, of niet evenzeer de Neger
+als de Laplander het best beantwoordt aan den invloed der temperatuur
+van het oord zijner bewoning. Het is u niet onbekend, hoe vaak
+verhuizing naar een vreemd klimaat leven en gezondheid kost. <i>Waar</i> is
+het,&mdash;en die regel is algemeen,&mdash;dat, onder de verschillende
+hemelstreken, de organisatie van menschen en dieren harmonisch
+beantwoordt aan de heerschende temperatuur. Vanwaar die harmonie? Mogen
+wij ze, op het natuurkundig standpunt, voor verklaard houden, met in
+haar een wijs doel te erkennen van den Schepper, die hier deze, daar
+gene dieren in het aanzijn riep?&mdash;Gewis niet!</p>
+
+<p>Even harmonisch is het verband tusschen de gevoeligheid van het oog en
+de sterkte van het licht. Reeds merkte ik op, hoe het zonlicht de
+luisterrijke pracht der natuur voor ons oog toegankelijk maakt, zonder
+het door zijnen glans te verblinden. Maar ziet de nachtelijke dieren!
+Zij bezitten eene gevoeligheid van oog, die hen wel is waar het daglicht
+moet doen schuwen, maar die juist hen in staat stelt, hunne prooi te
+zien en met zekerheid te bemagtigen, waar voor ons enkel duisternis
+heerscht. Heerlijke doelmatigheid! moge de teleoloog hierbij in
+bewondering uitroepen: hij wane niet, met dien uitroep tot de oorzaak
+van het verband te zijn opgeklommen.</p>
+
+<p>De dampkring, eene noodwendige voorwaarde van het dierlijk leven, oefent
+eenen tweeledigen invloed op het organismus: eenen werktuigelijken door
+zijne drukking, eenen scheikundigen door zijne zamenstelling. In beide
+opzigten is de organisatie van het dier hieraan harmonisch ge&euml;venredigd.
+In de ijlere lucht, die de hoogste bergtoppen omringt, wordt vaak de
+moedige reiziger door de lastigste verschijnselen gekweld. Zijne aderen
+zwellen op; het bloed dringt hem uit lippen, mond en neus, zelfs uit het
+bindvlies zijner oogen. Bij versnelden pols en ademhaling voegt zich
+duizeligheid, onmagt of slaapzucht; en hij wordt door eene loomheid
+overvallen, die, op haar hoogste punt gekomen, volgens getuigenis van
+<span class="smcap">de Saussure</span>, hem eene enkele schrede weigeren zou, om het
+dringendst gevaar te ontvlieden. Zoo zinkt hij moedeloos, afgemat,
+neder;&mdash;en trots boven zijn hoofd verheffen zich de arend en de condor,
+en zweven in statige vlugt door den nog dunneren dampkring.</p>
+
+<p><span class='pagenum'><a name="Page_268" id="Page_268">[Pg 268]</a></span>Niet minder beantwoordt het organismus aan de zamenstelling der lucht,
+waaraan het is blootgesteld. Plaats een dier, dat den frisschen
+dampkring met ons deelt, in een mengsel, hiervan merkelijk in
+zamenstelling onderscheiden, gij zult het onfeilbaar zien bezwijken.
+Maar evenzeer zoudt gij het leven vernietigen van den worm, die in de
+vochten van het darmkanaal voedsel vindt en lucht om te leven, zoo gij
+hem overbragt in den vrijen dampkring; de scheikundige invloed van dezen
+is vijandig aan zijne organisatie.</p>
+
+<p>Merkwaardig ook vooral is de harmonische betrekking tusschen het
+organismus van elk dier, en het voedsel tot zijne instandhouding. Overal
+is het dier juist door datgene als omringd, wat voor zijne voeding het
+geschiktste is. Terwijl de natuur duizenderlei schadelijke stoffen
+oplevert, die, in het organismus gevoerd, gezondheid en leven bedreigen,
+is er onder de talrijke bestanddeelen onzer natuurlijke voedsels geen
+enkel, welks invloed zich verderfelijk toont. Wederkeerig zegt men, dat
+sommige dieren zich ongestraft voeden met stoffen, die voor anderen
+doodelijk zijn; en het is eene erkende waarheid, dat plantetende dieren,
+die zoo ligtelijk giftplanten in hun voedsel zullen gemengd vinden,
+hiervan zonder eenige nadeelige uitwerking hoeveelheden verdragen,
+waartegen het leven van vleeschetende dieren niet bestand is. Maar deze,
+zegt de teleoloog, zijn door hunne levenswijze tegen het opnemen van
+plantaardige vergiften genoegzaam gewaarborgd; en zij hadden dus geene
+behoefte aan diezelfde ongevoeligheid. Wacht U, hierin eene verklaring
+te zien!</p>
+
+<p>Nog een derde punt in de verhouding van het dierlijk organismus tot de
+voedsels verdient allezins onze aandacht. Het is niemand onbekend, dat
+van de dieren zich eenigen met plantaardige, anderen met dierlijke
+zelfstandigheden voeden, terwijl eindelijk een niet gering aantal zich
+van gemengd voedsel bedient. Met dit verschil nu van voedsel, waartoe
+het dier door zijne levenswijze en geheele organisatie als gedwongen is,
+verkeert het darmkanaal in de heerlijkste overeenstemming. Dierlijke
+stoffen behoeven, na opgelost te zijn, naauwelijks verandering te
+ondergaan, om als geschikte bestanddeelen in het bloed te worden
+opgenomen; de meeste plantaardige daarentegen eischen eene langere
+inwerking van het spijsverteringsvocht;&mdash;van dierlijke stoffen is eene
+betrekkelijk geringe hoeveelheid tot herstelling van het verlorene
+benoodigd; van plantaardige <span class='pagenum'><a name="Page_269" id="Page_269">[Pg 269]</a></span>zelfstandigheden worden hiertoe integendeel
+grootere massas gevorderd: en juist hieraan ge&euml;venredigd bezitten de
+vleeschetende dieren een korter en eenvoudiger, de plantetende een
+langer en meer zamengesteld spijsverteringskanaal, terwijl de mensen en
+de overige dieren, die zich van gemengd voedsel bedienen, in dit opzigt
+het midden houden. Treffende harmonie, inderdaad!.... Is het rekenschap
+geven van dit verband, wanneer wij zeggen: deze dieren verkregen een
+korter, gene een langer darmkanaal, opdat elk zou beantwoorden aan den
+aard van zijn voedsel?&mdash;Geenszins!</p>
+
+<p>Ik zou de voorbeelden van harmonie tusschen het dierlijk organismus en
+de invloeden, waaraan het voortdurend is blootgesteld, tot in het
+ontelbare kunnen vermenigvuldigen; maar reeds hoor ik u veeleer vragen
+naar den grond dier harmonie. Immers ik heb ze genoemd wettig en
+noodwendig. Gij hebt dus regt, meer te eischen, dan op het menschelijk
+standpunt hierin een wijs en verstandig doel te zien aangetoond. Gij
+wilt weten, hoe zij tot stand kwam, hoe zij zich handhaaft. Eene enkele
+wet geeft er u rekenschap van: <i>Elk dierlijk wezen wordt door de
+invloeden, waaraan het duurzaam is blootgesteld, in zijne organisatie
+zoodanig gewijzigd, dat het aan die invloeden harmonisch beantwoordt</i>.</p>
+
+<hr style='width: 45%;' />
+
+<p>Die wet klinkt u bekend;&mdash;zij is zulks in waarheid. Duizenden malen hebt
+gij het woord <i>gewoonte</i> uitgesproken, maar veelligt zijn' diepen zin
+niet altijd wel doorgrond. Gij hebt haar genoemd eene tweede natuur. Ik
+noem haar de natuur zelve. Wanneer wij erkennen als wet,&mdash;dat is: als
+eeuwige waarheid, voor het verledene als voor het heden en de
+toekomst,&mdash;dat de aard en zamenstelling van elk bewerktuigd wezen
+gewijzigd wordt door de invloeden, waaraan het blootstaat, dan moeten
+wij met noodzakelijkheid besluiten, dat, bij de allengsche ontwikkeling
+van dierlijke wezens op de oppervlakte onzer planeet, de gesteldheid der
+onderscheiden kiemen door de invloeden, dat is door de omstandigheden,
+is bepaald geworden, en dat trapswijze verandering dier omstandigheden
+tot gedurige wijzigingen, welligt tot splitsing in thans onderscheiden
+soorten heeft aanleiding gegeven, z&oacute;&oacute; evenwel, dat, in elke periode, de
+organisatie der dierlijke wezens aan de invloeden van buiten harmonisch
+ge&euml;venredigd bleef.</p>
+
+<p>Maar toetsen wij de vastgestelde wet aan de verschijnselen; en <span class='pagenum'><a name="Page_270" id="Page_270">[Pg 270]</a></span>laat ons
+zien, of zij werkelijk rekenschap geeft van de harmonie, door deze zoo
+luide en krachtig verkondigd.</p>
+
+<p>In de eerste plaats wees ik u op de betrekking tusschen het dierlijk
+organismus en de uitwendige temperatuur. Niets gemakkelijker dan te
+bewijzen, dat deze betrekking noodwendig voortvloeit uit genoemde wet.
+Vooreerst is het in de hoogste mate waarschijnlijk, dat alle
+menschenrassen uit &eacute;&eacute;n en denzelfden stam zijn ontsproten en zich, uit
+eene bepaalde streek, over het grootste gedeelte der aarde verspreid
+hebben. En thans zien wij de organisatie van elke verscheidenheid
+harmonisch beantwoorden aan het klimaat, waaronder zij leeft. Hoe ware
+dit mogelijk, wanneer die organisatie niet allengs ware gewijzigd
+geworden, naar gelang ze aan eene andere temperatuur werd
+blootgesteld?&mdash;Of mogt gij twijfelen aan den oorsprong van alle
+menschenrassen uit denzelfden stam, dan heb ik u slechts het zoogenoemde
+acclimateren te herinneren. Wat is dit anders, dan eene wijziging van
+het organismus onder den invloed eener vreemde luchtstreek, eene
+wijziging in dien zin, dat het beantwoordt aan de heerschende
+temperatuur en de overige invloeden, aan dit klimaat verbonden?&mdash;Ik zou
+u voorts kunnen wijzen op de uitersten van temperatuur, waaraan zoo
+velen zich door den aard van hun beroep leerden gewennen; maar gij
+behoeft slechts uw eigene ondervinding te raadplegen. Als na dagen van
+strenge vorst de thermometer ook slechts weinige graden boven het
+vriespunt rijst, spreken wij reeds van eene zoele lucht; en in het
+najaar, bij eene veel hoogere temperatuur, rillen wij niet zelden van
+koude. Eenige dagen, in eene warme kamer doorgebragt, zijn voldoende, om
+ons voor de frissche buitenlucht gevoeliger te maken; en wie, van zijne
+jeugd aan, tegen koude gehard is, stelt zich veilig bloot aan het
+guurste jaargetijde. Zoo krachtig doet zich hier de invloed der gewoonte
+gevoelen. En wanneer wij nu overwegen, dat de kiem van elke diersoort
+onder eene bepaalde temperatuur gelegd werd, dat zich elke soort onder
+eene bepaalde temperatuur hooger en hooger ontwikkelde, dat daarenboven
+elke wijziging in die temperatuur en in hare afwisselingen als
+onmerkbaar plaats greep, dan zien wij in, dat de harmonie tusschen het
+dierlijk organismus en de temperatuur, waaraan het is blootgesteld,
+noodzakelijk tot stand kwam, dat zij aan de wet van gewoonte gebonden
+is.</p>
+
+<p><span class='pagenum'><a name="Page_271" id="Page_271">[Pg 271]</a></span>Even wettig is die harmonie ten opzigte van het licht. Snel en
+gemakkelijk gewent zich het oog aan zeer verschillende graden; telkens
+wordt deszelfs gevoeligheid hiernaar gewijzigd. Komen wij uit het
+heldere daglicht in een vertrek, waar slechts weinige stralen toegang
+vinden, dan onderscheiden wij aanvankelijk niets; het is alsof wij door
+eene volslagen duisternis omgeven zijn. Maar weldra ontdekt gij enkele
+voorwerpen; zij worden duidelijker en duidelijker, en eindelijk zijt gij
+in staat, daar, waar het u volstrekt duister scheen, al het omringende
+te herkennen en u vrij en ongedwongen te bewegen. Doch wildet gij u nu
+weder eensklaps in het volle daglicht verplaatsen, het zou u door zijn'
+hellen glans verblinden. Eene pijnlijke lichtschuwheid sluit nu
+krampachtig uwe oogen; en eerst na eenigen tijd keert het vermogen
+terug, om bij dit licht duidelijk te zien en te onderscheiden.&mdash;De
+snelheid van dit accommodatie-vermogen van het oog voor verschillende
+lichtsterkte staat in een naauw verband met de snelle en belangrijke
+afwisselingen dier sterkte, waaraan wij van nature blootstaan. Zijn wij
+langen tijd aan deze afwisselingen onttrokken, dan verliest het oog,
+alweder krachtens de wet van gewoonte, het gezegde vermogen. Dit is
+gebleken bij gevangenen, die, jarenlang van het daglicht beroofd, in
+eene bijna volslagen duisternis leerden zien en onderscheiden; doch wier
+optische gevoeligheid hierbij zoodanig was toegenomen, dat zij niet dan
+met de uiterste omzigtigheid allengs aan een sterkeren lichtprikkel
+mogten worden blootgesteld. Gij ziet: zij waren nachtdieren geworden. En
+is het dus niet wettig, dat zoodanige dieren, die, zoolang het zonlicht
+de aarde beschijnt, in diepen slaap gedompeld liggen,&mdash;is het niet
+wettig, vraag ik, dat deze dieren dagblind zijn, en dat de gevoeligheid
+van hun netvlies aan het duistere van den nacht beantwoordt? Mij dunkt,
+gij ziet de noodwendigheid in van het harmonisch verband, dat ik u hier
+deed opmerken.</p>
+
+<p>Volmaakt hetzelfde is van toepassing op den tweeledigen invloed des
+dampkrings. Reeds komen de lastige verschijnselen, die uit de ijlere
+lucht, hoog boven het oppervlak der zee, voortvloeijen, bij geoefende
+bergbeklimmers eerst op eene meer aanzienlijke hoogte voor, of wel deze
+blijven hiervan bijna geheel verschoond. Maar duidelijker blijkt, hoe
+zeer ook in dit opzigt de wet van gewoonte hare regten doet gelden,
+wanneer wij ons herinneren, dat op onderscheidene <span class='pagenum'><a name="Page_272" id="Page_272">[Pg 272]</a></span>hooge punten der
+aarde bloeijende volkstammen gevestigd zijn, waar de reiziger uit lagere
+streken niet altijd tegen den schadelijken invloed der ijlere lucht
+beveiligd is. Bijaldien nu de waarneming leert, dat de organisatie van
+den mensch zich zoo wel aan eene hoogere,&mdash;getuige de mijnwerker,&mdash;als
+aan eene lagere drukking kan gewennen, dan maakt gij zelf het besluit,
+dat de organisatie der dieren, zoo wel in de diepte der zee als in de
+hoogere streken van den dampkring, noodwendig moet beantwoorden aan de
+drukking, waaronder zij leven. Staat niet de wijde, ruime borst van den
+bewoner der Andes in innig verband met de dunnere lucht, die hij ademt,
+en heeft zijne borst zich niet juist onder dien invloed zoo krachtig
+ontwikkeld?</p>
+
+<p>Ook aan een merkelijk verschil in zamenstelling der dampkringslucht kan
+het dierlijk organismus zich gewennen. <span class="smcap">Sanctorius</span> verhaalt, dat
+een gevangene, die 20 achtereenvolgende jaren in den onzuiveren
+dampkring eens kerkers had doorgebragt, de frissche buitenlucht niet
+meer kon inademen, en dat zijne gezondheid eerst terugkeerde, toen hij
+weder in denzelfden kerker geplaatst werd. En hoe zeer wijkt ook niet de
+zamenstelling der lucht, die de mijnwerker ademt, van die des dampkrings
+af, waarin wij leven! <span class="smcap">Leblanc</span> vond in de lucht der mijnen van
+Poullaouen en Huelgoat tot 3 pCt. ja zelfs 4 pCt. koolstofzuur, eene
+hoeveelheid, die het koolzuur-gehalte der door ons uitgeademde lucht
+nabijkomt; en, wanneer wij zien, dat in andere mijnen het licht zelfs in
+sommige gevallen wordt uitgedoofd, dan mogen wij besluiten, dat in de
+hier aanwezige lucht, die de mijnwerker voor eene korte poos ongestraft
+kan inademen, het koolzuur-gehalte nog aanmerkelijk hooger stijgt.</p>
+
+<p>Wij naderen tot de voedsels. Harmonisch, zagen wij, beantwoorden de
+voortbrengselen van elk land aan de behoeften zijner dieren. Zullen wij
+dit verband voor verklaard houden, met hierin de wijze voorzorg der
+Voorzienigheid te bewonderen? Of zullen wij erkennen, dat dierlijk leven
+onbestaanbaar ware, en, bestond het, onvermijdelijk ten eenemale moest
+worden uitgeroeid, waar die voortbrengselen ontbraken? Mij dunkt, het
+laatste eischt ons natuurkundig standpunt.&mdash;Dat voorts het gewone
+voedsel van elk dier aan zijne organisatie beantwoordt, en geene aan het
+organismus vijandige stoffen bevat, is onbetwistbaar een noodwendig
+<span class='pagenum'><a name="Page_273" id="Page_273">[Pg 273]</a></span>uitvloeisel der wet van gewoonte. De wilde van Australi&euml; leeft van
+ongekookten visch, de Laplander van het vleesch zijner rendieren, de
+Tartaar van de melk zijner paarden, de arme Ier van aardappelen, zoo ze
+in overvloed groeijen; zij kunnen hierbij allen betrekkelijk gezond
+zijn, maar zouden zeker niet straffeloos onderling van voedsel kunnen
+verwisselen. Zoo vinden ook wij vooral in onze granen de bestanddeelen
+vertegenwoordigd van ons ligchaam; want&mdash;onder den voortdurenden invloed
+dier granen is ons ligchaam geworden, wat het is. Zonder die granen,
+waren wij niet, wie wij zijn. Wij beantwoorden aan die granen, omdat wij
+mede zijn uit die granen. En zeer opmerkelijk inderdaad is het, dat de
+voornaamste onzer graansoorten zich hoogst waarschijnlijk met en deels
+door den mensch over de aardoppervlakte hebben verspreid, uit de
+streken, het eerst door menschen bewoond.</p>
+
+<p>Doch vanwaar die mindere gevoeligheid der plantetende dieren voor
+verdoovende vergiften?&mdash;Het is bekend, dat het dierlijk organismus zich
+aan groote hoeveelheden van verdoovende stoffen gewennen kan. Zelfs in
+Engeland treft men, naar de getuigenis van <span class="smcap">Christison</span> niet zoo
+geheel zeldzaam opiophagen aan, die, zonder blijkbaar nadeelig gevolg,
+jaren achtereen verscheidene oncen laudanum daags gebruiken; eene gift
+van 1/4 once zou, gewis, bij elk onzer in den doodslaap eindigen. En kan
+ik u niet bijna allen als getuigen oproepen, dat ook de tabak door
+gewoonte zijne vergiftige eigenschappen verliest?&mdash;Neemt gij nu in
+aanmerking, dat de plantetende dieren zeer ligt eene zekere hoeveelheid
+narcotische deelen in hun gewone voedsel aantreffen, terwijl de
+vleeschetende hieraan nimmer zijn blootgesteld, dan hebt gij den sleutel
+der harmonie, die zich ook hier niet verloochenen kon.</p>
+
+<p>Gewis trok ook het merkwaardig verband tusschen de lengte van het
+darmkanaal en den aard van 't gebruikte voedsel in hooge mate uwe
+aandacht. De oplossing is niet moeijelijk. De aard van het voedsel
+bepaalt, namelijk, de lengte van het darmkanaal. De kat is, zooals gij
+weet, een vleeschetend dier. De mensch gewende de huiskat aan gemengd
+voedsel. En vergelijk nu het darmkanaal van deze met dat der wilde kat,
+gij zult het aanmerkelijk langer vinden, niettegenstaande beider
+oorsprong dezelfde is. Dit eene voorbeeld zij voldoende tot bewijs, dat
+de aard van het voedsel de lengte <span class='pagenum'><a name="Page_274" id="Page_274">[Pg 274]</a></span>van het darmkanaal bepaalt, en dat,
+gevolgelijk, bij elk dier eene juiste verhouding van beide noodwendig
+is.</p>
+
+<hr style='width: 45%;' />
+
+<p>Zietdaar in enkele voorbeelden U den grond aangetoond der harmonie
+tusschen het dierlijk organismus en de invloeden van buiten. Geeft de
+wet van gewoonte rekenschap van dien band? Ik durf de beslissing veilig
+aan u overlaten.&mdash;Uit de ontelbare voorbeelden koos ik slechts enkelen.
+Ik hadde u kunnen wijzen op het verdikken der opperheid door wrijving en
+drukking, op het gewennen aan eene drooge en vochtige lucht, aan stoffen
+van verschillenden reuk of smaak, aan allerlei geluiden, op den invloed,
+dien verandering van klimaat op den broeitijd uitoefent enz., en
+hierdoor rekenschap kunnen geven van de harmonische betrekking tot de
+buitenwereld, die het dierenrijk ook in deze opzigten vertoont. Doch ik
+achtte het aangehaalde toereikend voor mijn doel. Gij stemt met mij in,
+dat de gezegde harmonie eene noodwendige, eene wettige is. Gij ziet haar
+onverbiddelijk tot stand gebragt, onder den invloed der werkende
+oorzaken. En waar het rijk van deze gevestigd is, daar althans is der
+teleologie de schepter ontwrongen.</p>
+
+<hr style='width: 45%;' />
+
+<p>Maar, mogt ik vragen, heeft dit harmonisch verband zijn toppunt van
+volmaaktheid bereikt?</p>
+
+<p>Ik aarzel niet, hierop een ontkennend antwoord te geven. De harmonie
+<i>is</i> niet. Zij ontwikkelt zich; zij wordt. Zij streeft voortdurend naar
+eene volmaaktheid, die zij nimmer bereikt. Dit gebiedt reeds de wet, die
+aan hare ontwikkeling ten gronde ligt, en de ervaring bekrachtigt het
+met haar zegel. Overweegt het zelven. Wanneer de invloeden, die onze
+organisatie wijzigen, niet volmaakt bestendig zijn,&mdash;en zij zijn het
+nimmer,&mdash;dan kan ook onze organisatie niet in volmaakte overeenstemming
+wezen met deze invloeden. Zij blijft, in zekeren zin, bij deze ten
+achter. Immers niet op het oogenblik der inwerking kan zich de
+organisatie wijzigen: zij behoeft hiertoe tijd; en inmiddels is reeds
+we&ecirc;r een nieuwe prikkel daar, die zijnen wijzigenden invloed doet
+gelden. Vanhier eene ingewikkelde reeks van invloeden en werkingen, die
+men te vergeefs, in al hare bijzonderheden, zou trachten te ontleden.
+Elke nieuwe invloed heeft te strijden met de organisatie, dat is met het
+produkt <span class='pagenum'><a name="Page_275" id="Page_275">[Pg 275]</a></span>der voorafgegane invloeden. Is derzelver afwisseling niet te
+groot, dan valt die kamp niet zwaar. Daarenboven heeft de vatbaarheid
+voor accommodatie zich des te meer ontwikkeld, naarmate het organismus
+aan meer verscheidenheid van invloed was blootgesteld. Maar is de
+prikkel meer vreemd en ongewoon, dan grijpt hij dieper in, en brengt
+verschijnselen voort, die wij stoornisssen noemen, omdat zij niet
+strooken met onze begrippen van harmonie. Deze stoornissen nu kunnen van
+dien aard zijn, dat de physische voorwaarden van het harmonisch verband
+tusschen de verschillende ligchaamsdeelen worden opgeheven. Thans is het
+leven niet langer bestaanbaar, en allengs treedt een andere toestand,
+die van ontbinding in. Grenzen dan ook tusschen leven en dood bestaan
+slechts voor den oppervlakkigen beschouwer. Het eindigen van het leven
+aan den laatsten ademtogt te verbinden, verraadt gebrek aan inzigt in
+hetgeen aan het leven ten gronde ligt. De bewegingen tot ademhaling
+nemen een einde; en eenige uren later is van ontbinding nog geen spoor
+te zien, maar de toestand van elk ligchaamsdeel is toch een geheel
+andere geworden. Nu eerst heeft de spier haar zamentrekkend vermogen
+geheel verloren; nu eerst is alle werkdadigheid van het zenuwstelsel
+vernietigd. Door duizenden van overgangen maakt de stofwisseling in de
+weefsels, die aan 't gezonde leven ten gronde ligt, plaats voor die
+wisseling, welke wij ontbinding noemen; en al deze verschijnselen,
+leven, stoornis, ontbinding, zijn even noodwendig en volgen elkander
+wettig op.</p>
+
+<p>Zoo geeft dezelfde wet, waarop de harmonische betrekking tusschen het
+dierlijk organismus en de uitwendige invloeden berust, tevens rekenschap
+van de onvolmaaktheden, die haar aankleven. Wil daarentegen de teleoloog
+deze onvolmaaktheden in zijne beschouwingswijze opnemen, dan velt hij
+zijn eigen vonnis. Of zou hij, op het natuurkundig standpunt, de
+stoornissen onzer bewerktuiging als de tuchtroede willen beschouwen eens
+goeden Vaders, tot onze zedelijke verbetering?</p>
+
+<hr style='width: 45%;' />
+
+<p>Maar nog van eene andere zijde van het dierlijk organismus schittert ons
+de prachtigste harmonie in het oog. Ik bedoel: in de betrekking tot
+zijne levensbehoeften en in die zijner zamenstellende deelen tot
+elkander. De tijd gedoogt niet, u ook deze even uitvoerig <span class='pagenum'><a name="Page_276" id="Page_276">[Pg 276]</a></span>te
+schilderen: trouwens, zij staat levendig genoeg u voor den geest. De
+teleogie, die hier vooral de bouwstoffen vergaderde voor haren tempel,
+is nimmer in gebreke gebleven, ze u op zegevierenden toon voor oogen te
+stellen. Wie bewonderde niet vaak, met hooge ingenomenheid, de treffende
+evenredigheid tusschen de eigenschappen en vermogens van elk dier en
+deszelfs levenswijze en levensbehoeften? De kracht, de vlugheid en
+juistheid van elk zijner bewegingen, de scherpte en het doordringend
+vermogen zijner zintuigen, ja de oneindige verscheidenheid van neigingen
+en vermogens, die men met den naam van instinct pleegt te bestempelen,
+alles beantwoordt harmonisch aan de behoeften van elk dier, en verzekert
+de instandhouding van het individu en de voortplanting der soort!</p>
+
+<p>Altijd en overal ligt aan de verrigting de bouw ten gronde. Ook deze,
+bij gevolg, moet aan de behoeften beantwoorden, waar de verrigtingen
+hieraan harmonisch ge&euml;venredigd zijn: en zoo worden wij als van zelve
+gewezen op de harmonische betrekking tusschen de zamenstellende deelen
+van hetzelfde organismus. In dit opzigt zou elk dier, welke plaats het
+in de rij der wezens moge innemen, ons breede stof ter beschouwing
+opleveren. Springt niet overal de volmaaktste evenredigheid ons in het
+oog tusschen de passieve en actieve organen van beweging? Bezit het
+hoofdorgaan des bloedsomloops niet altijd de vereischte kracht, om het
+levensvocht door het geheele ligchaam rond te voeren? Zijn niet juist
+menigvuldige verbindingen en vlechten tusschen de bloedvaatstammen daar
+voorhanden, waar het ligtst hinderpalen dreigend zich konden opdoen? Wat
+meer is,&mdash;terwijl de zintuigen en de geheele oppervlakte van het
+ligchaam als wakkere wachters voor de indrukken der buitenwereld
+openstaan, en deze aan het bewustzijn mededeelen, staat, in al de
+organen van het voedingsleven, het gevoel op z&oacute;&oacute; lagen trap, dat wij
+noch van de zamentrekkingen van het hart, noch van de bewegingen van
+maag en darmkanaal, noch van den prikkel en de wrijving der vochten,
+waaraan beide zijn blootgesteld, eenige de minste kennis krijgen. Ziet
+gij niet,&mdash;roept de teleoloog u toe,&mdash;waartoe dit dient? Z&oacute;&oacute; alleen was
+de werking van uwen geest vrij en onbelemmerd; z&oacute;&oacute; alleen werd hij
+nimmer afgetrokken in de waarneming der buitenwereld; z&oacute;&oacute; alleen kon hij
+zich ongestoord verheffen tot in hoogere sferen.&mdash;Gij erkent die
+harmonie; gij ziet er, op het menschelijk standpunt, zelfs het
+doelmatige <span class='pagenum'><a name="Page_277" id="Page_277">[Pg 277]</a></span>van in. Maar gij verlangt meer. Gij wilt van deze en van zoo
+vele andere verschijnselen den grond kennen. Gij wilt zien aangetoond,
+dat zij aan wetten gebonden, dat zij noodwendig zijn. Gij wilt weten,
+waardoor zij tot stand kwamen, en hoe zij zich handhaven. Ik wijs U op
+de wet van oefening: <i>Elk orgaan, elk ligchaamsdeel wordt onder den
+duurzamen invloed van den wil of van andere omstandigheden zoodanig
+gewijzigd, dat het beantwoordt aan hetgeen de wil of de omstandigheden
+van hetzelve eischen</i>.</p>
+
+<p>Toetsen wij deze wet aan de verschijnselen, dan zal tevens blijken, dat
+zij rekenschap geeft van die harmonische betrekking, waarop wij een'
+vlugtigen blik wierpen.</p>
+
+<p>De schoonste overeenstemming bemerkten wij tusschen de levensbehoeften
+van elk dier en de kracht, de vlugheid en juistheid zijner bewegingen.
+Maar komt u hierbij niet onmiddellijk voor den geest, dat, door
+oefening, onze krachten, tegelijk met de spier zelve, ontwikkeld worden?
+Hebt gij den geoefende niet vaak bewegingen, voor ons volstrekt
+onuitvoerbaar, met eene vlugheid en juistheid zien volbrengen, die aan
+het ongeloofelijke grensden? Ik zag een meisje, bij 't welk het gemis
+der bovenste ledematen aangeboren was, met hare voeten, oorspronkelijk
+als de onze gevormd, allerlei handwerk verrigten. 't Was alsof de voeten
+in handen herschapen waren. Z&oacute;&oacute; vermogend is de invloed der oefening! En
+bedenkt men nu, dat bij elk dier de oefening steeds bepaald wordt door
+de levenswijze en levensbehoeften, dan heeft men slechts dieper in het
+verledene terug te zien,&mdash;en men is overtuigd, dat, op grond der wet van
+oefening, kracht, vlugheid en juistheid van beweging zich harmonisch
+ge&euml;venredigd aan de levenswijze en levensbehoeften van elk dier moesten
+ontwikkelen.</p>
+
+<p>Nergens evenwel vinden wij het vermogen der oefening sterker uitgedrukt
+dan in de zintuigen. Bij den blindgeborene zijn gehoor, gevoel en reuk
+tot eene scherpte en fijnheid van onderscheiding ontwikkeld, dat zij
+voor een groot deel in het verlies van het edelste der zintuigen
+voorzien. In eene stip aan den horizon, die het ongeoefend oog ontgaat,
+erkent de zeeman een schip in volle zeilen; en wie zich daarentegen bij
+voortduring met het onderzoek der kleinste voorwerpen bezig houdt, en
+hierbij verzuimt met zijnen blik nu en dan dieper in de ruimte door te
+dringen, wapent allengs zijn oog met een natuurlijk vergrootglas. Door
+oefening wijzigen <span class='pagenum'><a name="Page_278" id="Page_278">[Pg 278]</a></span>zich alzoo de grenzen van het accommodatie-vermogen,
+en zij moeten dus bij elk dier wel beantwoorden aan de behoeften: want
+door deze werd de oefening bepaald. Weder derhalve gaf de wet van
+oefening u den sleutel tot de harmonie!</p>
+
+<p>Maar ook in het zoogenaamd instinct zie ik slechts het noodwendig gevolg
+der omstandigheden. De vermogens en eigenschappen, die men hiertoe
+pleegt te brengen, ontwikkelen zich door oefening;&mdash;zij worden verdoofd,
+zoodra de omstandigheden aan die oefening paal en perk stellen. Men
+zegge derhalve niet: aan deze diersoort werd dit of dat instinct
+gegeven, omdat hare levenswijze dit vorderde,&mdash;bij gene ontbreekt het,
+omdat zij hieraan geene behoefte had; maar men erkenne, dat het zich bij
+deze diersoort noodwendig moest ontwikkelen, doordat de omstandigheden
+deszelfs oefening medebragten, en dat het bij gene wettig onbestaanbaar
+is, wijl tot deszelfs oefening de levenswijze nimmer aanleiding gaf.</p>
+
+<p>Wij hebben nog het harmonisch verband tusschen de verschillende deelen
+van hetzelfde organismus onderscheiden; maar ook dit berust op dezelfde
+wet, de wet van oefening. Oefening is dan evenwel in een' ruimeren zin
+genomen, namelijk: als de verhoogde verrigting en voeding van een
+bepaald ligchaamsdeel, niet slechts voor zoo ver die onder den invloed
+van den wil plaats grijpen, maar door eenen gewijzigden toestand, van
+welk orgaan ook, te weeg gebragt.</p>
+
+<p>Door oefening nu in dien zin komt de harmonie tot stand tusschen de
+passieve en actieve organen van beweging;&mdash;immers de bewegelijkheid van
+elk gewricht wordt geoefend en dus bepaald door de spierwerking. Op
+denzelfden grond moet de omvang en kracht der zamentrekkingen van het
+hart aan den we&ecirc;rstand in het bloedvaatstelsel beantwoorden; want die
+we&ecirc;rstand juist is het, die de kracht van het hart bepaalt. Wilt gij
+hiervan het bewijs? Waar de we&ecirc;rstand ziekelijk verhoogd wordt, ontstaat
+overvoeding van het hart; en kondet gij van het thans onstuimig
+kloppende hart de spierwanden in een oogenblik tijds tot de normale
+dikte terugbrengen, gij zoudt den lijder onfeilbaar op staanden voet
+zien bezwijken. Blijkt hieruit, dat verhoogde we&ecirc;rstand de werking van
+het hart opwekt, dan immers moet, krachtens de wet van de oefening, de
+ontwikkeling en de kracht van het hart bij elk dier noodwendig aan den
+we&ecirc;rstand beantwoorden.</p>
+
+<p>Moeijelijker schijnt het, het noodzakelijk bestaan te betoogen der
+<span class='pagenum'><a name="Page_279" id="Page_279">[Pg 279]</a></span>menigvuldige verbindingen en vlechten bloedvaatstammen, juist op zulke
+plaatsen, waar zonder deze het ligtst belemmering zich zou opdoen. En
+toch is dit harmonisch verband in zijne wording hoogst eenvoudig. De
+belemmeringen, namelijk, tot welker overwinning de verbindingen en
+vlechten, naar de teleologische beschouwingswijze, doelmatig bestemd
+zijn, zijn zelven de oorzaak van het ontstaan dier vlechten en
+verbindingen. Wij zien ze hierdoor, onder zekere omstandigheden, als
+onder onze oogen gevormd worden. Wordt een hoofdstam gedrukt,
+onderbonden of door ziekelijke gesteldheid verstopt, dan worden de
+naauwelijks zigtbare takjes, waardoor zoo wel de slagaderlijke als
+aderlijke stammen van eenig deel steeds onderling gemeenschap oefenen,
+tot grootere stammen uitgezet, die nu, bij wijze van vlecht, eenen
+collateralen bloedsomloop voortbrengen. Vandaar dan ook in het aderlijk
+stelsel, waar belemmeringen menigvuldiger zijn, een grooter aantal dier
+verbindingen en vlechten dan in het slagaderlijke.</p>
+
+<p>Maar zullen wij immer den grond kunnen peilen van die mindere
+gevoeligheid der voedingsorganen, waardoor aan onze hoogere vermogens
+eene zooveel vrijere ontwikkeling verzekerd wordt?&mdash;Reeds deed ik u
+opmerken, hoe de gevoeligheid van elk zintuig door oefening verhoogd
+wordt, hoe gebrek aan oefening deszelfs werking vernietigt. Het
+afgeweken oog van den scheelziende ontwaart niet langer den prikkel van
+het invallend licht: en al onze zintuigen zijn voor de indrukken der
+buitenwereld als gesloten, wanneer wij aan de fantazij onzer verbeelding
+den vrijen teugel laten, of ons geheel verdiepen in een vraagstuk, dat
+al onze inspanning vordert. Worden hierdoor de zintuigen als verlamd,
+hoeveel meer moet, bij het ontwikkelen der psychische vermogens en der
+zintuigen zelve, uit gebrek aan oefening, het gevoel zijn verdoofd
+geworden in die deelen, welke ons geene indrukken van de buitenwereld
+overbragten, die onze belangstelling konden opwekken. Zeer opmerkelijk
+gewis is het, dat, naarmate de hoogere vermogens in een dier ontwikkeld
+zijn, het zenuwstelsel, dat het voedingsleven beheerscht, als een meer
+zelfstandig, afgescheiden gedeelte optreedt. Maar, wat meer is, het
+bewustzijn herneemt, ook in de organen der voedingsverrigtingen, voor
+een deel zijne regten, zoodra het geoefend wordt. Schier elk orgaan, dat
+wij ons, wanneer ook zonder eenigen grond, als ziekelijk voorstellen,
+wordt gevoelig, doordat wij onze <span class='pagenum'><a name="Page_280" id="Page_280">[Pg 280]</a></span>gedachten nu op dit deel als
+concentreren, en zoo gevoel en bewustzijn oefenen, zoo verre zij tot dit
+deel betrekking hebben. Vooral is dit duidelijk ten opzigte van het
+hart. Het klopt onophoudelijk in onze borst; doch in den normalen
+toestand worden wij niets hiervan gewaar, tenzij wij, in den valschen
+waan van aan een hartsgebrek te lijden, den hartslag altijd en altijd
+naauwlettend gadeslaan. Dat eeuwige kloppen wordt dan op het laatst
+ondragelijk, al is de slag niet sterker dan bij een' gezond mensch. Wie
+immer zich inbeeldde, door hartziekte te zijn aangetast,&mdash;en hun getal
+is niet zoo gering,&mdash;heeft hieronder bitter geleden.&mdash;Maar genoeg, om u
+te doen zien, dat de hoogere ontwikkeling der geestvermogens, zoowel als
+de zintuigelijke indrukken, aan de oefening van het gevoel in de organen
+van het voedingsleven in den weg staan, en dat, bij gevolg, de geringe
+gevoeligheid van deze eene noodwendige is.</p>
+
+<p>Zoo geeft de wet van oefening, straks uitgesproken, evenzeer rekenschap
+van de harmonische betrekking der dierlijke wezens tot hunne
+levensbehoeften, als van den band, die de verschillende ligchaamsdeelen
+tot &eacute;&eacute;n organismus zamenvlecht.</p>
+
+<hr style='width: 45%;' />
+
+<p>Gewis ontging het uwe aandacht niet, mijne Ge&euml;erde Hoorders! dat er een
+naauw verband bestaat tusschen de beide wetten, die der harmonie ten
+gronde liggen: de wetten, die ik kortheidshalve die van <i>gewoonte</i> en
+<i>oefening</i> noemde. Waar de eerste haren invloed doet gelden, wordt zij
+onderschraagd door de laatste. Krachtens de wet van gewoonte, wordt elk
+orgaan door den invloed, waaraan het regtstreeks is blootgesteld,
+primitief gewijzigd. Dit orgaan staat nu evenwel niet ge&iuml;soleerd; het
+hangt innig zamen met de overige deelen van het organismus. Wat is dus
+het noodzakelijk gevolg van die primitieve wijziging? Wijziging van al
+de overige ligchaamsdeelen,&mdash;welker werking namelijk &ograve;f opgewekt &ograve;f
+onderdrukt wordt,&mdash;en alzoo, krachtens de wet van oefening, eene hieraan
+ge&euml;venredigde ontwikkeling van elk dier deelen. Door deze harmonische
+zamenwerking der wetten van gewoonte en oefening beantwoorden nu alle
+ligchaamsdeelen, ook die, welke nimmer aan eene onmiddellijke inwerking
+blootstaan, aan de invloeden der buitenwereld, en wordt tevens de
+harmonie tusschen de verschillende organen bij voortduring gehandhaafd.</p>
+
+<p><span class='pagenum'><a name="Page_281" id="Page_281">[Pg 281]</a></span>Doch niet van alle oefening zijn uitwendige invloeden het onmiddellijk
+uitgangspunt. In den wil vinden wij eene tweede, magtige drijfve&ecirc;r van
+oefening, die haren onmiddellijken invloed op het zenuwstelsel en den
+toestel voor willekeurige beweging doet gelden, en van hier op het
+geheele organismus terugwerkt. Deze oefening moet alzoo onderscheiden
+worden van die, welke zich onmiddellijk sluit aan de uitwendige
+invloeden. Is evenwel de geheele organisatie van het dier onder bepaalde
+invloeden noodwendig tot stand gekomen, en wordt deszelfs wil, bij elke
+omstandigheid, door de organisatie volstrekt bepaald, dan is de wil, die
+als drijfve&ecirc;r van oefening optreedt, zelve het noodwendig uitvloeisel
+van verwijderde invloeden; en wij zouden, in hetgeen hij op de oefening
+vermag, slechts het middellijk gevolg dier verwijderde invloeden moeten
+zien.</p>
+
+<p>Doch het is mijn voornemen niet, thans dieper in den grond en in het
+verband dier wetten door te dringen. Genoeg, dat wij deze wetten
+onmiskenbaar in de verschijnselen afgedrukt, en ons zoo geregtigd zagen
+tot het besluit: dat de harmonie, die ons de dierenwereld predikt, aan
+wetten gebonden&mdash;noodwendig is.</p>
+
+<hr style='width: 45%;' />
+
+<p>En toch&mdash;het zal uwe aandacht niet ontgaan zijn&mdash;op zich zelven waren de
+genoemde wetten hier nog ontoereikend. Schier bij elk voorbeeld moesten
+wij stilzwijgend eene derde wet vooronderstellen,&mdash;eene wet, zonder
+welke de harmonie nimmer eene hoogere volmaking konde te gemoet streven,
+zonder welke wij den klimmenden strijd zouden aanschouwen tusschen het
+dierlijk organismus en de buitenwereld, ja! zonder welke misschien alle
+dierlijk leven vroeger of later voor het geweld van buiten zou moeten
+zwichten. Reeds spreekt gij ze met mij uit. Het is de wet van
+erfelijkheid: <i>De toestand van het voorgeslacht plant zich telkens op
+het nageslacht over; de toestand der ouders wordt telkens aangeboren in
+de kinderen</i>. Zietdaar de wet, die in het geslacht bestendigt, wat
+gewoonte en oefening gewrocht hebben. Zietdaar den grondslag der
+klimmende volmaking in de Schepping.</p>
+
+<p>Zal ik u ook deze wet in de verschijnselen aantoonen? Weder kan ik mij
+op uw eigene ervaring beroepen. Hoe dikwijls zaagt gij den
+ligchaamsbouw, de gelaatstrekken, de kleur, den gang, de stem, ja zelfs
+het gemoed, de hoogere vermogens en allerlei eigenaardigheden der ouders
+in de kinderen we&ecirc;rspiegeld! De Romeinen <span class='pagenum'><a name="Page_282" id="Page_282">[Pg 282]</a></span>hadden reeds hunne <i>naseones</i>
+en <i>labeones</i>; en ook thans is de dikke lip eene erfelijke eigenschap in
+het Oostenrijksche Huis.</p>
+
+<p>Doch ik kan u op een ruimer gebied wijzen. Immers de ontelbare
+verscheidenheden der verschillende diersoorten staan allen als getuigen
+daar van de wet van erfelijkheid. De vari&euml;teiten van elke soort, zijn,
+zelfs veelal in de historische tijden, door verscheidenheid van
+invloeden en levenswijze tot stand gebragt; en wij zien ze thans met
+gelijke juistheid voortgeplant, als den oorspronkelijken typus. Bij
+vermenging van verschillende rassen zien wij daarentegen vormen geboren
+worden, die aan de beide ouders herinneren, zoodat ook hierin de wet van
+erfelijkheid zich ten duidelijkste openbaart.</p>
+
+<p>Reeds sedert lang heeft ook de veeteelt van de toepassing dier wet de
+gelukkigste partij getrokken. Men verlangt runderen, door vorm en
+neiging tot vetontwikkeling bijzonder voordeelig als slagtvee, sterke
+ossen, geschikt voor den landbouw, en koeijen, die ruime hoeveelheden
+goede melk leveren. De eigenschappen, tot deze verschillende doeleinden
+vereischt, schijnen elkander evenwel grootendeels uit te sluiten, en
+zijn dus niet allen, in hoogen graad ontwikkeld, in hetzelfde ras te
+verkrijgen. Maar reeds sedert lang is het gelukt, kunstmatig rassen te
+vormen, die aan de eene of andere der gezegde doeleinden bij
+uitnemendheid beantwoorden. En welken weg sloeg men hiertoe in? Telkens
+bestemde men tot voortplanting die dieren, waarin de verlangde
+eigenschappen, onder omstandigheden van welken aard dan ook, bijzonder
+ontwikkeld waren, en deze zag men nu op de volgende geslachten sterker
+en sterker overgeplant. Eene eervolle plaats in de geschiedenis der
+veeteelt komt <span class="smcap">Bakewell</span> toe; omdat hij van de reeds lang bekende
+wet van erfelijkheid (het <i>like begets like</i>, zoo als hij gewoon was te
+zeggen) het eerst eene consequente toepassing maakte. Z&oacute;&oacute; legde hij den
+grond tot een eigen ras van runderen, bijzonder voordeelig en geschikt
+voor slagtvee, 't welk men een' tijd lang op hoogen prijs stelde, en
+slechts daarom niet als een zuiver, onvermengd ras bewaard heeft, wijl
+<span class="smcap">Bakewell</span> zijn doel te goed, en hierdoor te zeer ten nadeele der
+in andere opzigten wenschelijke eigenschappen, bereikt had. Z&oacute;&oacute; ook
+stelde hij zich in het bezit van een eigen ras van schapen <i>(Dishley
+Breed, New Leicester Breed),</i> welks wol in sommige opzigten voor die van
+andere moge onderdoen, <span class='pagenum'><a name="Page_283" id="Page_283">[Pg 283]</a></span>doch hetwelk de bijzondere eigenschap bezit, van
+op veel jeugdigeren leeftijd en veel gemakkelijker dan andere rassen te
+kunnen worden vetgemest, en hierom ook thans nog tot de meest geachte en
+algemeen verspreide rassen in Groot-Brittanie geteld wordt.</p>
+
+<p>Uit een en ander is voldoende gebleken, dat de door verschil van
+invloeden en levenswijze ontstane wijzigingen zich op het nageslacht
+overplanten, en weldra eene zoo groote mate van bestendigheid
+verkrijgen, dat wij hierin eene typische verscheidenheid erkennen.
+Wanneer wij nu zien, dat de kenmerken van dergelijke verscheidenheden
+des te dieper wortel schieten en zich des te krachtiger handhaven,
+naarmate invloeden en levenswijze over een grooter aantal generati&euml;n
+onveranderd bleven, dan is er niets gewaagds in het besluit, dat aan
+eene vroeger meer duurzame gelijkheid van omstandigheden, over ontelbare
+generati&euml;n, de grootere vastheid van typus, die wij thans aan elke soort
+toekennen, is toe te schrijven. En zeker bestond die meerdere
+bestendigheid van omstandigheden, zoolang de verspreiding van elke thans
+erkende soort meer beperkt bleef, en door tusschenkomst van den mensch
+minder inbreuk was gemaakt op de oorspronkelijke levenswijze.</p>
+
+<p>Vragen wij nu, in welke diersoorten, op grond der ontwikkelde wetten, de
+meeste en belangrijkste verscheidenheden mogen verwacht worden, dan kan
+het antwoord niet twijfelachtig zijn: vooreerst in den mensch, die, bij
+zijne verspreiding over de geheele oppervlakte der aarde en bij het
+groote verschil in levenswijze en beschaving, wel het meest aan
+wijziging in organisatie moest blootstaan: maar daarenboven in alle
+diersoorten, die, door den mensch aan den natuurstaat onttrokken, aan
+vreemde invloeden, aan eene vreemde levenswijze werden blootgesteld. En
+zoo is het ook. Behoef ik meer te doen, dan u op de ontelbare zoo zeer
+onderscheidene rassen van honden en paarden te wijzen, om u hiervan te
+overtuigen?</p>
+
+<p>Hebben wij uit het bovenstaande reeds gezien, dat elke door het individu
+verkregene eigenschap zich op het nageslacht overgeplant, dan behoeft
+dit welligt niet meer in het bijzonder aangewezen te worden ten opzichte
+der voorbeelden, die wij tot staving der wetten van gewoonte en oefening
+hebben aangevoerd. Het zij mij evenwel vergund, nog op enkele van deze
+uwe aandacht te vestigen.</p>
+
+<p><span class='pagenum'><a name="Page_284" id="Page_284">[Pg 284]</a></span>Wanneer <span class="smcap">Parry</span> ons verhaalt, dat hij, op zijne reis naar den
+Noord-pool, in eene temperatuur, waarbij het kwikzilver bevriest, een'
+zuigeling in de open lucht aan de borst zijner moeder zag, kan het dan
+nog aan twijfel onderhevig zijn, dat het vermogen, om aan koude te
+we&ecirc;rstaan, eene aangeboren eigenschap is van den bewoner van het
+Noorden? Wanneer wij zien, dat het darmkanaal der jonggeboren huiskat
+eene betrekkelijk grootere lengte heeft, dan dat van jonge vleeschetende
+dieren, zijn wij dan niet overtuigd, dat de geschiktheid der organisatie
+voor het gebruik van gemengd voedsel hier wordt aangeboren?&mdash;En wat
+leert ons de geschiedenis van het tabaksgebruik? Thans moge het dengene,
+die zich aan dit vergift gewennen wil, hoogstens nog eenige benaauwde
+uren of dagen kosten:&mdash;toen in we&ecirc;rwil der bedreigde straffen en den
+heftigen tegenstand, zelfs door Pausen en Keizers geboden, het gebruik
+van den tabak zich eerst door Europa begon te verspreiden, waren de
+verschijnselen bij de eerste proeven oneindig heviger, en schijnt zelfs
+menig onvoorzigtige rooker zijn' zonderlingen lust met den dood bekocht
+te hebben. Onze ouders rookten, onze voorouders rookten,&mdash;en thans is,
+gij ziet het, de gewoonte tot rooken ons reeds ten halve aangeboren.</p>
+
+<p>Om u vervolgens te doen opmerken, hoe de door invloeden en oefening
+verkregene ontwikkeling van het been- en spierstelsel, hoe de kracht en
+snelheid van zamentrekking in het nageslacht worden voortgeplant, breng
+ik u slechts de zoo verschillende rassen van paarden voor den geest. En
+van de door erfelijkheid medegedeelde scherpte der verschillende
+zintuigen leveren onderscheidene volkeren,&mdash;van een aangeboren verschil
+in accommodatie-vermogen van het oog talrijke famili&euml;n, bijzonder in de
+steden, het overtuigendst bewijs.</p>
+
+<p>Zoo zou ik van elke harmonische eigenschap, die wij, krachtens de wetten
+van gewoonte en oefening, zagen tot stand komen, de voortplanting op het
+nageslacht door voorbeelden kunnen staven, en hierdoor de
+noodzakelijkheid der harmonie van het dierlijk leven op nog breeder'
+grondslagen vestigen. Ik wil mij echter, kortheidshalve, bepalen tot de
+instinctmatige vermogens. Bij de wet van oefening heb ik mij omtrent
+dezen opzettelijk van voorbeelden onthouden, naardien het mij
+gemakkelijker scheen, u de kracht der oefening, door verscheidene
+geslachten voortgeplant&mdash;en <span class='pagenum'><a name="Page_285" id="Page_285">[Pg 285]</a></span>als ware het
+vermenigvuldigd&mdash;aanschouwelijk te maken, dan in het leven van een enkel
+individu. En hierom mogt ik deze hier niet met stilzwijgen voorbijgaan.
+Weder de hond levert ons het sprekendst bewijs van den invloed der
+oefening ook op de instinctmatige vermogens. Het lijdt geen' twijfel, of
+bij de oorspronkelijke soort, waarvan al onze honden afstammen, bestond
+&eacute;&eacute;n en hetzelfde instinct. En thans, welk een verscheidenheid! Schier
+elk ras heeft ook ten dezen opzigte zijne eigendommelijkheden. Behoef ik
+u te wijzen op de instinctmatige vermogens van den herders- of
+jagershond, van den bloeddog of van den New-foundlander?&mdash;Van waar nu
+die verscheidenheid? Het antwoord is niet moeijelijk. De mensch heeft
+door kunstmatige oefening het een of ander instinct bij den hond meer en
+meer ontwikkeld, en door de wet van erfelijkheid werd dit instinct
+bestendigd. Overwin bij een' hond den tegenzin, om te water te gaan, gij
+zult hiermede bij de jongen reeds veel minder te kampen hebben. Wilt gij
+andere voorbeelden? <span class="smcap">Frederic Cuvier</span> verhaalt, dat in zoodanige
+streken, waar den vossen dikwijls hinderlagen worden gelegd, de jongen,
+reeds de eerste maal, dat zij het nest verlaten, eene omzigtigheid aan
+den dag leggen, die men in andere streken bij hen te vergeefs zoeken
+zou.&mdash;Voorts weten wij, dat elk dier instinctmatig vlugt voor zijn'
+vijand. Men spreekt van doelmatigheid in die poging tot zelfbehoud. Maar
+het dier, welks voorgeslachten niet vervolgd werden, de vogels op een
+onbewoond eiland, vlugten niet; zij zijn zoo argeloos, dat zij zich met
+de hand laten vangen. Na weinige generatien echter is hun het instinct
+om te vlugten reeds aangeboren. Alzoo: de vervolging door den vijand
+heeft het instinct om te vlugten, volgens de wet van oefening,
+ontwikkeld; en naar de wet van erfelijkheid plantte het zich voort. Gij
+ziet: het aanwezen van dit instinct, als dat van elk ander, is het
+noodwendig gevolg der omstandigheden, die deszelfs oefening uitlokten,
+en waaraan het dus nu harmonisch moet beantwoorden.</p>
+
+<p>Hoe een instinct ook eindelijk kan worden tot zwijgen gebragt, wanneer
+op deszelfs oefening inbreuk wordt gedaan, leert ons reeds het temmen
+der dieren. Nimmer zullen de jongen van een getemd dier de wreedheid en
+wildheid aan den dag leggen, die zijnen voorouders eigen waren. Maar nog
+opmerkelijker is de gedeeltelijke verdooving van een der natuurlijkste
+instincten bij onze inlandsche <span class='pagenum'><a name="Page_286" id="Page_286">[Pg 286]</a></span>runderen. Overal, waar het de gewoonte
+is, het kalf bij de koe te laten zuigen, bestaat hiertoe bij beide de
+grootste behoefte. Zij schreeuwen zich half dood, zoo als <span class="smcap">Sturm</span>
+zich uitdrukt, wanneer men ze van elkander scheidt. De koe, die
+dagenlang zoo onrustig zich gedraagt, dat een vreemde niet zonder gevaar
+ze zou naderen, spant al hare krachten in, om los te breken; en het kalf
+zoekt, verscheidene weken, bijna onophoudelijk naar de uijer, alles
+aanvattende, om er aan te zuigen. Bij onze inlandsche koeijen
+daarentegen, welker kalveren doorgaans onmiddellijk na het werpen
+verwijderd worden, is de moederliefde, als ware het, uitgedoofd. Wordt
+het kalf maar terstond op eenigen afstand gebragt, dan gedraagt zich de
+moeder volmaakt rustig, en laat de melk veel gemakkelijker kunstmatig
+verwijderen, terwijl ook bij het kalf de pogingen tot zuigen zich in
+veel geringere mate opdoen.</p>
+
+<hr style='width: 45%;' />
+
+<p>Zietdaar, mijne Ge&euml;erde Hoorders! de drie wetten ontwikkeld, die aan de
+harmonie van het dierlijke organismus ten gronde liggen. Naar de wetten
+van gewoonte en oefening zaagt gij de harmonie in het individu tot stand
+gebragt; naar de wet van erfelijkheid zaagt ge in het nageslacht
+bestendigd, wat door gewoonte en oefening in het individu gewrocht was.</p>
+
+<p>Die harmonie erkent gij dus als noodwendig: want zij is aan wetten
+gebonden, en elke natuurwet eischt volstrekte en onbegrensde
+gehoorzaamheid. Wie het doel durft uitgeven voor den grond der harmonie,
+hij wordt afgewezen voor de regtbank der wetenschap; want in de
+onvergankelijke bladeren van het wetboek der natuur, waarop hare
+uitspraken gegrond zijn, staat met onuitwischbare letteren geschreven:
+<i>gewoonte</i>, <i>oefening</i>, <i>erfelijkheid</i>.</p>
+
+<p>Het is evenwel niet genoeg, de noodwendigheid der harmonie uit deze
+wetten te herleiden; ons streven moet het zijn, die wetten zelve dieper
+te doorgronden. Reeds gaat er naar die zijde eenig licht op in de
+wetenschap over de oorzaken der verschijnselen, welke wij tot de wetten
+van gewoonte en oefening terugbragten: en zoo, opklimmende van oorzaak
+tot oorzaak, zonder ooit in droomerijen omtrent het doel ons te
+verliezen, naderen wij, langzaam wel is waar, maar met vasten tred, het
+ideale standpunt, van waar men alle verschijnselen der natuur met
+noodzakelijkheid uit de eigenschappen der grondstoffen en grondkrachten
+konde zien voortvloeijen.</p>
+
+<p><span class='pagenum'><a name="Page_287" id="Page_287">[Pg 287]</a></span>Wie dus een doel huldigt in de harmonie der stoffelijke wereld, hij
+plaatse het in de eigenschappen der grondstoffen en grondkrachten. Hier
+verstomt de wetenschap der Natuur; hier staan hare grenzen. Zij
+verloochent haar karakter, wanneer zij ook den grond dier eigenschappen
+kennen wil. Zij overschrijdt hare regten, wanneer zij den staf durft
+breken, over wie hier grond en doel vereenzelvigen.</p>
+
+<p>En, wanneer eens door eene alwijze Almagt die stoffen en krachten met
+een bepaald doel werden in het aanzijn geroepen, en in hare
+eigenschappen de voorwaarden voor de geheele toekomst werden weggelegd,
+dan stroomt ook geen druppel bloeds zonder doel door onze aderen,&mdash;maar
+het is een doel, dat buiten de wetenschap ligt der Natuur.</p>
+
+<hr style='width: 45%;' />
+
+<p>Van mijne taak heb ik het deel volbragt, door de wet mij opgelegd. Een
+ander deel, waartoe hoogachting en dankbaarheid mij nopen, blijft te
+vervullen over.&mdash;Het eerst rigt ik mij tot U, Edel Groot Achtbare Heeren
+Curatoren! die met onvermoeiden ijver de belangen behartigt der
+Hoogeschool, aan uwe hooge zorgen toevertrouwd. Steeds uw blikken gerigt
+op den vooruitgang der Wetenschappen en op den toestand der Hoogeschool,
+is het uw heilig streven, dezen aan de eischen van gene te doen
+beantwoorden. Het kon uw naauwlettend oog niet ontgaan,&mdash;en gij hoordet
+het telkens door zaakkundige mannen rondom u uitspreken,&mdash;dat de
+geneeskundige wetenschappen, terwijl zij meer het karakter en den geest
+der natuurkundige aannamen, zich op ruimer en ruimer gebied vestigden.
+Dit eischte in uw oog dan ook ruimere voorziening in het onderwijs; en
+de betrekking, waarin ik thans sta tot de Hoogeschool, strekt ten
+bewijze, dat gij niet geaarzeld hebt, tot stand te brengen, wat uwe
+overtuiging u als wenschelijk had voorgespiegeld. Mij hebt Gij
+geroepen,&mdash;en onze ge&euml;erbiedigde Koning heeft uwe keuze
+bekrachtigd,&mdash;niet zoo zeer om eene taak op mij te nemen, die vroeger op
+andere schouders rustte, dan om naast den werkkring van ijverige
+Ambtgenooten mij, als leeraar, een' weg te banen op het uitgebreid
+gebied der geneeskundige wetenschappen.&mdash;Gij zult geene klagte van mij
+vernemen, Edel Groot Achtbare Heeren! dat mijn werkkring hier te beperkt
+<span class='pagenum'><a name="Page_288" id="Page_288">[Pg 288]</a></span>is: integendeel, ik spreek het opentlijk uit, dat men nog aan meer dan
+&eacute;&eacute;n' nieuw Ambtgenoot eene even uitgebreide taak zou kunnen aanwijzen,
+die ook thans nog onvervuld moet blijven. Maar, vergeeft het mij, zoo ik
+u toch op eene schaduwzijde wijzen moet: ik bedoel het verbroken
+evenwicht tusschen de eischen der vorderende wetenschap, die gij door
+uwe voorziening in het onderwijs bewezen hebt volkomen te begrijpen, en
+de nog onveranderde wettelijke vereischten, voor wie den graad van
+Doctor in die wetenschap verlangt. In Nederland worden thans nog
+geneeskundige studien volbragt, zonder dat de grondslagen der
+physiologie van den gezonden en van den zieken mensch, de weefselleer en
+de ziektekundige ontleedkunde, tot de verpligte lessen behooren. In
+Nederland worden thans nog wettig Doctoren gecre&euml;erd in de genees-,
+heel- en verloskunde, zonder dat bewijzen van bekwaamheid in de genoemde
+wetenschappen worden gevorderd.&mdash;Ik koester met vertrouwende gerustheid
+den wensch, dat uw veelvermogende invloed niet zal in gebreke blijven,
+tot herstelling van het hier verbroken evenwigt bij te dragen.</p>
+
+<p>Maar reeds week ik te ver af van de gevoelens, die mij bezielden, toen
+ik mij tot u wendde. Indien ik plegtig verklaar, dat aan de loopbaan,
+die gij voor mij geopend hebt, het geluk mijns levens innig verbonden
+is, dat de later van u ontvangene blijken van welwillende belangstelling
+eenen diepen indruk hebben gemaakt op mijn gemoed, en dat mijn hart warm
+en erkentelijk is, dan hebt gij den maatstaf der dankbaarheid, die mij
+jegens u bezielen moet.</p>
+
+<p>Maar uw in mij gesteld vertrouwen droeg niet slechts bij tot mijn geluk:
+het was mij daarenboven in de hoogste mate vereerend. Het zou overbodig
+zijn, en gewis mij weinig passen, over uwe groote verdiensten voor deze
+Hoogeschool uit te weiden: alleen op de getuigenis van hen, die het
+langen tijd van nabij gezien en ondervonden hebben, kondt gij eenigen
+prijs stellen,&mdash;en d&aacute;t ontbrak u nimmer. Maar ik voel mij toch gedrongen
+u te zeggen, dat uw vertrouwen mij in te hoogere mate vereert,
+naargelang uwe waarachtig belangstellende zorgen voor de Hoogeschool in
+zoovele anderen uwer bemoeijingen duidelijker zijn afgedrukt; ja! dat ik
+er trotsch op ben, door u tot eene betrekking te zijn voorgedragen,
+waarvan het volle gewigt mij levendig voor den geest staat. Ik heb mij
+als levensdoel gesteld, aan uw vereerend vertrouwen <span class='pagenum'><a name="Page_289" id="Page_289">[Pg 289]</a></span>naar mijne krachten
+waardiglijk te beantwoorden. Geene poging hiertoe zal onbeproefd
+blijven; maar dikwijls, ik gevoel het, zal ik uwe welwillende
+ondersteuning hiertoe moeten inroepen. Reeds hebt gij mij geleerd, dit
+met vertrouwen te doen,&mdash;en door uwe handelingen mij den wensch in den
+mond gelegd, dat gij nog eene lange reeks van jaren, altijd even ijverig
+bijgestaan door uwen hooggeschatten, wakkeren Secretaris, aan het
+welzijn der Hooggeschool uwe goede zorgen moogt toewijden.</p>
+
+<hr style='width: 45%;' />
+
+<p>Ook tot u, Weledele Hooggeleerde Heeren, waarde Ambtgenooten, en Zeer
+Geleerde Heeren Lectoren! rigt ik mij met volle vertrouwen. Doorloop ik
+uwe rijen, dan ontdek ik mannen, die, grijs geworden in wetenschap en
+letterroem, mij hooge achting, diep ontzag inboezemen; maar ik zie ook
+onder u ge&euml;erde Leermeesters, die mij altijd met heusche welwillendheid
+den weg tot wetenschap hebben aangewezen,&mdash;vrienden, die mij met hunnen
+omgang vereerden, v&oacute;&oacute;r ik hen als Ambtgenooten mogt begroeten; en in u
+allen herken ik ambtgenooten, die mij welwillend zijt te gemoet
+getreden, toen een koninklijk besluit mij aan uwe zijde plaatste.</p>
+
+<p>Ik wierp met u een' blik op de prachtvolle harmonie van het dierlijk
+leven,&mdash;en al die pracht zagen wij aan ijzeren boeijen geketend. Maar
+een hooger beginsel ademt de harmonie, waarmede gij eenparig streeft
+naar hetzelfde verheven doel: want, in dit streven kent gij geene
+wetten, ziet gij geene noodzakelijkheid. Gij gevoelt: het geschiedt met
+bewustzijn, het berust op vrije wilsbepaling.&mdash;Thans ben ik geroepen, om
+mij met u tot ontwikkeling der hoogere vermogens van den mensch te
+vereenigen. Die taak rust zwaar mij op de schouders. Mijne beste
+pogingen, om hierin harmonisch met u zamen te stemmen, zou ik gewis
+dikwijls zien verijdeld, wanneer gij niet steeds gereed stondet, mij
+welwillend de hand tot ondersteuning toe te reiken. Dit zij hierom de
+bede, tot u allen gerigt&mdash;de bede, waarmede ik mij dringend, maar ook
+vol vertrouwen, wende tot de leermeesters mijner academiejaren, die ook
+later nimmer ophielden, mij voor te lichten op het pad der wetenschap.</p>
+
+<hr style='width: 45%;' />
+
+<p>Maar ik zie onder u nog een' vriend, een' leermeester van latere jaren,
+wiens naam luide weergalmt in de tempelen der wetenschap, <span class='pagenum'><a name="Page_290" id="Page_290">[Pg 290]</a></span>wiens geest
+kracht heeft en moed, wiens hart gloeit voor wat goed en edel is. Ik
+weet het, <span class="smcap">Mulder</span>! gij zijt afkeerig van openlijk huldebetoon.
+Wierook-walmen stijgen niet tot u op. Maar mag het hulde heeten, wanneer
+ik zeg, dat gij nimmer hebt opgehouden, mijn' blik in de natuur en in de
+menschenwereld te verruimen, dat gij altijd en overal mijne belangen met
+vurigen ijver hebt behartigd, dat, wanneer ik, door leed of angst
+geprangd, naar een' vriend omzag, gij aan mijne zijde stondt!... Neen!
+hulde mag het niet heeten, waar, voor sprekende feiten, zwakke woorden
+in de plaats treden.&mdash;Ik gevoel het, <span class="smcap">Mulder</span>! ik heb noch den
+geest krachtig, noch het hart warm genoeg, om beide bij u te bevredigen;
+maar rein zijn toch de vriendschap en dankbaarheid, die mij bezielen&mdash;en
+gij zult ook de kleine bron niet versmaden, wanneer ze u frisch en
+helder water biedt.</p>
+
+<hr style='width: 45%;' />
+
+<p>Hartelijk verheugt het mij, ook u hier te zien, Wel Edelgestrenge, Zeer
+Geleerde Heeren! die ik, nog kort geleden, de eer had, mijne
+Ambtgenooten te noemen. Ik wist het, dat gij een levendig deel naamt in
+de mij te beurt gevallen onderscheiding; en uwe tegenwoordigheid op deze
+plaats is mij hiervan een nieuw bewijs. De vijf volle jaren waarin wij
+onze krachten tot &eacute;&eacute;n doel zamenspanden, waren de gewigtigsten mijns
+levens. Aan deze, en voor een groot deel aan U, ben ik mijne
+wetenschappelijke vorming inzonderheid verschuldigd. Ik herdenk het met
+zoo veel voldoening, hoe ik dagelijks door uwen ijver werd aangewakkerd,
+hoe ik dagelijks mij kon spiegelen aan naauwgezette pligtsbetrachting,
+hoe gij mij dagelijks deedt ondervinden, dat ik met vrienden leefde.
+Hebt dank voor uwe hartelijke gezindheid mijwaarts, die zich nimmer
+verloochende; en, mogen wij niet langer door ambtsbetrekking vereenigd
+zijn,&mdash;de heilige band, die tot de minste sporen van misverstand en
+tweedragt steeds uit ons midden weerde, blijve ook thans hechter dan
+immer gesloten!</p>
+
+<hr style='width: 45%;' />
+
+<p>Ten slotte wend ik mij tot u, Aanzienlijke Schaar van Jongelingen! want
+aan u is mijn volgend leven toegewijd. Ik ben geroepen, om u voor te
+gaan op den weg tot wetenschap; en zucht tot kennis brandt in u allen.
+Ziet! zoo is reeds eene harmonische betrekking tusschen ons
+geboren.&mdash;Zoekt gij bij mij de veelomvattende <span class='pagenum'><a name="Page_291" id="Page_291">[Pg 291]</a></span>kennis en grondige
+geleerdheid, die wij vereeren en hoogschatten alleen in mannen, wier
+leven onafgebroken aan ijverige studie gewijd was, ik moet u
+teleurstellen maar verlangt gij bereidvaardigheid in het ondersteunen
+uwer pogingen, ijver en lust om u nuttig te zijn, ik bied ze u van
+ganscher harte aan. En wij kunnen immers gezamenlijk het veld onzer
+kennis uitbreiden. Gij toch, die u toewijdt aan de beoefening der
+natuurkundige wetenschappen, waaronder ik ook de geneeskundige begrepen
+acht, gij weet het, hoe men tot waarachtige kennis kan opklimmen. De
+kennis, die gij verlangt, ligt in de voorwerpen en verschijnselen der
+natuur opgesloten: zintuigelijke waarneming van deze is de &eacute;&eacute;nige wijze,
+waarop zij te verkrijgen is. Van de stelling uitgaande, dat niets wat
+waarneembaar is, wordt gekend, v&oacute;&oacute;r het is waargenomen, moet het steeds
+mijn streven zijn, u de voorwerpen en verschijnselen der Natuur
+waarneembaar voor te stellen. En z&oacute;&oacute; immers is ons de gelegenheid
+gegeven, gezamenlijk kennis op te doen. Ik wil niet tot u spreken als
+een boek, en daarom behoef ik ook niet de geleerdheid van een boek; maar
+ik zal trachten, uwe zintuigen te scherpen, en ze met uwen geest in
+nader verband te brengen. Gij moet leeren zien, hooren, ruiken, proeven
+en tasten; en gij moet het bewustzijn hebben, dat gij met deze vermogens
+tot ware kennis kunt geraken. Daarin bestaat het groote geheim, om
+zelfstandig te worden. Hebt gij de indrukken zelf uit de natuur
+opgezameld, gij zult ze gemakkelijk leeren ordenen. Die kennis is dan uw
+eigendom, dien niemand u kan betwisten; en op dien grond zijt gij nu
+zelfstandig.</p>
+
+<p>Geene andere lauweren verlang ik in mijnen werkkring, dan iets te mogen
+bijdragen, om u tot die zelfstandigheid te vormen.</p>
+
+
+
+
+
+
+
+<pre>
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of De Harmonie van het Dierlijke Leven
+by F.C. Donders
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE HARMONIE ***
+
+***** This file should be named 17079-h.htm or 17079-h.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ https://www.gutenberg.org/1/7/0/7/17079/
+
+Produced by The Online Distributed Proofreading Team at
+https://www.pgdp.net. This file was produced from images
+generously made available by The Internet Archive/Canadian
+Libraries.
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+https://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at https://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at https://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit https://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including including checks, online payments and credit card
+donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ https://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
+
+
+</pre>
+
+</body>
+</html>
diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt
new file mode 100644
index 0000000..6312041
--- /dev/null
+++ b/LICENSE.txt
@@ -0,0 +1,11 @@
+This eBook, including all associated images, markup, improvements,
+metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be
+in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES.
+
+Procedures for determining public domain status are described in
+the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org.
+
+No investigation has been made concerning possible copyrights in
+jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize
+this eBook outside of the United States should confirm copyright
+status under the laws that apply to them.
diff --git a/README.md b/README.md
new file mode 100644
index 0000000..ef3b1fa
--- /dev/null
+++ b/README.md
@@ -0,0 +1,2 @@
+Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for
+eBook #17079 (https://www.gutenberg.org/ebooks/17079)