diff options
| author | Roger Frank <rfrank@pglaf.org> | 2025-10-15 04:50:16 -0700 |
|---|---|---|
| committer | Roger Frank <rfrank@pglaf.org> | 2025-10-15 04:50:16 -0700 |
| commit | 1c1f95c4ecc9767f6e728f704a908be8fd0b27a0 (patch) | |
| tree | d340de595212cc39998db4e1f8d7dc396a514057 | |
| -rw-r--r-- | .gitattributes | 3 | ||||
| -rw-r--r-- | 17079-8.txt | 1743 | ||||
| -rw-r--r-- | 17079-8.zip | bin | 0 -> 37085 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 17079-h.zip | bin | 0 -> 39448 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 17079-h/17079-h.htm | 1862 | ||||
| -rw-r--r-- | LICENSE.txt | 11 | ||||
| -rw-r--r-- | README.md | 2 |
7 files changed, 3621 insertions, 0 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes new file mode 100644 index 0000000..6833f05 --- /dev/null +++ b/.gitattributes @@ -0,0 +1,3 @@ +* text=auto +*.txt text +*.md text diff --git a/17079-8.txt b/17079-8.txt new file mode 100644 index 0000000..dc9109b --- /dev/null +++ b/17079-8.txt @@ -0,0 +1,1743 @@ +Project Gutenberg's De Harmonie van het Dierlijke Leven, by F.C. Donders + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: De Harmonie van het Dierlijke Leven + De Openbaring van Wetten + +Author: F.C. Donders + +Release Date: November 16, 2005 [EBook #17079] + +Language: Dutch + +Character set encoding: ISO-8859-1 + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE HARMONIE *** + + + + +Produced by The Online Distributed Proofreading Team at +https://www.pgdp.net. This file was produced from images +generously made available by The Internet Archive/Canadian +Libraries. + + + + + + +DE HARMONIE VAN HET DIERLIJKE LEVEN + + +DE OPENBARING VAN WETTEN. + + * * * * * + +INWIJDINGSREDE, BIJ HET AANVAARDEN VAN HET HOOGLEERAARSAMBT AAN DE +UTRECHTSCHE HOOGESCHOOL + +DOOR + +DR. F.C. DONDERS. + +UITGESPROKEN 28 JANUARIJ 1848. + + + + +VOORBERICHT. + + +Wij lezen bij den voortreffelijken Henle, dat, in de +physiologie en vooral in de pathologie van het dierlijke leven, de +teleologische beschouwingswijze (vragende naar het doel der +verschijnselen) zich nog bijna overal krachtig doet gelden--en wie geen +vreemdeling is in deze wetenschappen, staat gereed, die uitspraak te +beamen. + +Immers niet enkel worden de verschijnselen hier met het praedicaat van +_doelmatig_ bestempeld: teleologische betoogen ook vindt men als +bewijsgronden in het midden gebragt en erkend, ja! in plaats van de _op +te sporen oorzaak_, wordt het _onderstelde doel_ tot "_verklaring_" der +verschijnselen ingeroepen. Of ziet men niet, zelfs door sommige +Coryphaeën in de wetenschap, eene teleologische levenskracht, eene +heelkracht der natuur, aan duizenden, _van de meest verschillende +oorsaken afhankelijke_, verschijnselen _ten gronde gelegd_? + +Reeds vroeger (Gids 1846, bl. 893 e.v.) heb ik de teleologische +beschouwingswijze--als ontbloot van absoluten grond, en hierom +willekeurig en onwetenschappelijk--met een enkel woord bestreden. Het +onderwerp evenwel scheen mij gewigtig genoeg voor eene meer uitvoerige +behandeling, en, om deszelfs algemeene strekking, tevens bijzonder +geschikt voor eene openlijke rede. + +Ik stelde mij hierom voor, hetzelve, bij gelegenheid der aanvaarding van +het hoogleeraarsambt, nader te behandelen,--en vooreerst te betoogen, +dat, wanneer wij het doel in de verschijnselen der natuur ook geenszins +loochenen, eene _leer_ van het doel nimmer _wetenschap_ worden kan, en +derhalve op het natuurkundig gebied niet mag worden geduld;--ten anderen +te doen zien, dat--waar, bij de prachtvolle en ingewikkelde harmonie van +het dierlijke leven, de, als ware het, aangeboren neiging van den mensch +tot anthropomorphismus het _doel_ als de _oorzaak_ ons wil +opdringen--het opsporen der wetten van wording, naar de oorzakelijke +methode, niettemin mogelijk blijft;--en eindelijk had ik willen +aantoonen, hoe, schier in elke wetenschap der natuur, dwalingen en +bekrompene beschouwingen uit de teleologische zienswijze zijn +ontsproten, die ook thans nog, inzonderheid op het gebied der +physiologie--bij name die van het ziekelijke leven, de verdere +ontwikkeling belemmeren, en met het stellig karakter van wetenschap +geenszins strooken. + +Voor dit laatste gedeelte echter, waaruit het duidelijkst de +noodzakelijkheid zou zijn voortgevloeid, om de teleologie van het +natuurkundig terrein te weren, ontbrak mij ditmaal de tijd. Elders hoop +ik dien later te vinden. + +Mogen ook zij, wier meeningen en begrippen van de hier voorgedragene +afwijken, deze bladeren zonder vooroordeel ter hand nemen, en verder ook +niemand al te ligtvaardig het vonnis er over uitspreken! + +DE SCHRIJVER. + + * * * * * + + Edelgrootachtbare heeren curatoren der Utrechtsche Hoogeschool! + + Weledelgestrenge heer secretaris van het collegie der curatoren! + + Hooggeleerde heeren, waarde ambtgenooten! en weledele zeer geleerde + heeren lectoren! + + Die met het bestuur van dit gewest of deze stad of met de handhaving des + regts zijt belast, mannen reeds door stand en werkkring eerwaardig! + + Weleerwaarde heeren, bedienaars van de Godsdienst! + + Weledele zeer geleerde heeren doctoren der verschillende faculteiten! + + Aanzienlijke schaar van jongelingen, die u aan de beoefening der + wetenschappen toewijdt! + + En voorts gij allen, die ons met uwe tegenwoordigheid vereert, zeer + gewenschte toehoorders! + + +Werwaarts wij in de natuur onze oogen rigten, alom erkennen wij +verband, schier overal orde en harmonie. Elk punt op het uitgestrekte +veld is een deel van het groote organismus, een schakel der onafzienbare +keten, die noch begin noch einde kent, en in wezen ondeelbaar is. + +Zóó innig is de band, die al 't bestaande zamenvlecht! + +Bewegen wij ons in de onmetelijke ruimte, waarin de verbeelding schier +weigert onze woorden te volgen, daar treedt ons, tusschen duizenden van +hemelbollen, het zonnestelsel als een geheel van orde en majesteit te +gemoet, dat ons dwingt tot eerbiedige bewondering. Niet alleen zien wij +de planeten door de zon, als door een hoogere magt, aan hare banen +geketend; maar tevens weten wij, dat ook elke stoornis, van den +wederkeerigen invloed der planeten afhankelijk, vereffend wordt, vóór +zij de bestaande orde zou kunnen bedreigen. + +De aarde, met hare duizenden van voortbrengselen, is volmaakt +geëvenredigd aan de schitterende vorstin van het stelsel. Haar afstand +van de zon beantwoordt aan de vereischte warmte voor eene krachtige +ontwikkeling van planten en dieren, aan het vereischte licht, om de +Natuur in haren vollen luister ten toon te spreiden, zonder door te +hellen gloed onze oogen te verblinden. + +De dampkring, die onze planeet omhult, vindt tot bodem _hier_ den vasten +grond, welks bergtoppen zich als ondiepten verheffen in die zee van +lucht, _daar_ den wijden oceaan, die de diepten der aardkorst vereffent; +en elk dier elementen brengt al de voorwaarden mede voor de ontwikkeling +en het leven van het heir van voorwerpen, die ze bewonen. + +Voortdurend stijgt het water van de oppervlakte der zee in den +dampkring op, en valt ginds, als vruchtbare regen, op den dorstenden +grond. Dit water behoeven de planten. Maar zij putten ook uit denzelfden +bodem de onbewerktuigde stoffen, niet regtstreeks door den regen +aangevoerd;--en van de hooge bergen stort zich het water, rijk beladen +met de bestanddeelen der verweerde rotsen, naar beneden, en drenkt +hiermede het land, waardoor het kronkelend naar den oceaan terugvloeit. + +Zoo is er zamenhang tusschen alle verschijnselen der natuur; zoo wordt +ten slotte alles dienstbaar aan de ontwikkeling van leven. + +Nergens evenwel is het verband treffender dan tusschen de beide rijken +der levende natuur. Vereenigd door de dampkringslucht, waaruit beide +putten en die in beide haar voedsel vindt, voorzien zij wederkeerig in +elkanders behoeften. De dieren ontwikkelen het koolstofzuur, dat de +planten als voedsel aan den dampkring ontleenen; de planten staan in de +zuurstof de levenslucht af voor het dier,--en zóó is voor beide de +dampkring een eeuwige, onuitputtelijke bron. + +Nimmer is hij in rust. Van de oppervlakte der aarde, waar de lucht aan +gestadige wisseling van bestanddeelen onderworpen is, stijgt zij naar +boven, om op hetzelfde oogenblik te worden aangevuld; en door +onophoudelijke stroomen wordt hare zamenstelling alom gelijkmatig +bewaard, beantwoordt alom aan de voorwaarden tot leven en ontwikkeling +van planten en dieren. + +Het is de taak van den natuuronderzoeker, de betrekking tusschen al de +verschijnselen der natuur op te sporen. Die taak is even schoon als +verheffend. In de harmonie, die hem des te levendiger in de oogen +schittert, hoe ruimer en meer omvattend zijn blik wordt, verschijnt hem +de natuur als een volmaakt geëvenredigd, organisch geheel. Het genot, +uit hare aanschouwing geboren, is een krachtige prikkel voor zijnen +navorschenden geest. Steeds door harmonische indrukken opgewekt, en in +zijne werking geleid en bepaald, wordt die geest zelf meer en meer aan +harmonie deelachtig. Zóó ontwikkelt natuurbeschouwing bij hem een waar +gevoel voor het schoone en goede. Zóó kan zij de grondslag worden eener +verheven wijsgeerige moraal. + +En toch--de kennis dier harmonie is niet het rustpunt van zijn streven. +Hij wil indringen in hare oorzaken, opklimmen tot haren grond. Hij +voelt zich gedrongen, te vragen naar de wetten, die aan de ontwikkeling +der harmonie ten gronde liggen, en wil ze in die wetten erkennen als +noodzakelijk. De eeuwig onveranderlijke eigenschappen der grondstoffen +en der grondkrachten op te sporen, en aan te wijzen, hoe elk +natuurverschijnsel uit deze eigenschappen noodwendig voortvloeit, +zietdaar het ideaal van zijn streven, het toppunt zijner kennis! + +Wij weten, dat dit ideaal geenszins bereikt is; maar wij weten evenzeer, +dat er belangrijke schreden op den weg tot verwezenlijking gedaan zijn. + +De sterrekundige toont aan, dat de wetten van traagheid en aantrekking, +die slechts de uitdrukking zijn van de onveranderlijke eigenschappen der +stof, de hemelbollen aan hunne banen kluisteren; en uit de betrekking +tusschen de loopbanen en de omloopstijden der onderscheidene planeten +leert de wiskunde hem onfeilbaar besluiten, dat elke stoornis zich +noodwendig moet vereffenen, dat de orde van het zonnestelsel tot in de +verste tijden onomstootelijk verzekerd is. + +De natuurkundige kent de oorzaken van het opstijgen der waterdampen, van +het condenseren dier dampen in den atmosfeer: en in het neerstorten van +den regen, zoo wel als in de kracht, waarmede het zeewaarts stroomende +water zijne voren in de aarde groeft, ziet hij het noodwendig +uitvloeisel van dezelfde eigenschap der stof, die de banen der +hemelbollen bepaalt. Het verweren der rotsen, het doordringen van hare +bestanddeelen tot aan de wortels der planten, dit alles is in vaste +natuurwetten als noodwendig aangetoond. + +De meteoroloog geeft rekenschap van het opstijgen der lucht, en kent de +oorzaken der stroomen, die de zamenstelling des dampkrings alom +gelijkmatig bewaren,--ja! 't geheele zoo wisselvallig spel der elementen +is door hem teruggebragt tot ééne hoogste oorzaak: ongelijke verdeeling +van warmte. + +Eindelijk de geoloog, die de gesteldheid der aardkorst onderzoekt, komt +op onwankelbare gronden tot het besluit, dat de aarde, vóór onafzienbare +tijden, als eene gloeijende zee door het wereldruim zweefde; en, +steunende op wetten, die weder niets anders zijn, dan de eeuwige +eigenschappen der stoffen en krachten, erkent hij, dat zij noodwendig al +de gedaanteverwisselingen moest doorloopen, waarvan de huidige toestand +harer korst, als een onfeilbaar geschiedboek, getuigt.--Kortom! de +wetenschap leert, dat de geheele stoffelijke wereld door den ijzeren +schepter der noodwendigheid beheerscht wordt! + +Niet overal echter is deze waarheid even diep en krachtig doorgedrongen. +Niet overal is de behoefte even levendig ontwaakt, om tot den grond op +te klimmen der erkende harmonie. In de bewerktuigde wereld treedt zij, +bij eene onuitputtelijke verscheidenheid, zoo rijk, zoo ingewikkeld, zoo +schoon en boeijend op, dat men wel niet zoo gemakkelijk van haar kon +afscheid nemen. De geest, verrukt door schoonheid en genot, duizelde bij +het denkbeeld, om tot de oorzaken op te klimmen, waardoor zooveel +harmonie tot stand kwam. Zoo gaf hier de volheid harer pracht voedsel +aan eene beschouwingswijze, die overal elders reeds lang voor eene +juistere had moeten onderdoen. + +Buiten de levende natuur toch erkent men, zoo als ik u aantoonde, niets +dan wetten, niets dan noodzakelijkheid. Zoo legt de geoloog, om, bij de +geschiedenis der Aarde van de verschijnselen tot de werkende oorzaken op +te klimmen, de overtuiging ten gronde, dat van al de opvolgende +veranderingen der aarde de voorwaarden reeds aan de vroegste perioden +van haar bestaan verbonden waren;--en hoe meer zijn onderzoek zich +uitbreidt, des te minder wordt die overtuiging beschaamd. Wil hij de +verschillende lagen der vaste aardkorst, de verdeeling van water en vast +land over hare oppervlakte, de afwisseling van bergen en dalen, de +rivieren en bronnen, en zoo vele andere verschijnselen, (voor zoo verre +de levende natuur vreemd aan derzelver ontstaan is,) in hunne wording +toelichten, hij beroept zich slechts op wetten, hem door de sterrekunde, +de natuur- en scheikunde aan de hand gedaan, en ziet hieruit al die +verschijnselen met noodzakelijkheid geboren worden. + +Planten en dieren daarentegen beschouwt men veelal niet als geworden, +maar als gevormd; niet als eene ontwikkeling der natuur naar bepaalde +wetten, maar als de voortbrengselen eener nieuwe schepping; niet als de +verwerkelijking van hetgeen in de eigenschappen der grondstoffen en +grondkrachten reeds besloten lag, maar als naar een wel beraamd plan, in +harmonie met de overige natuur, eerst later door eene hoogste Wijsheid +tot stand gebragt. + +Dit anthropomorphismus leidde tot eene vergelijking van planten en +dieren met de kunstigste voortbrengselen van 's menschen hand: de deelen +heeft men hierom werktuigen, de verschijnselen verrigtingen en het +geheel een organismus genoemd. Men vroeg niet: waardoor kwamen zij tot +stand? maar bepaalde zich bij elk werktuig tot de vraag: waartoe dient +het? waartoe is het bestemd? En even als in een werktuig, door +menschelijk vernuft tot stand gebragt, waande men den grond, de oorzaak +van het bestaan, te kennen, waar men dacht, de bestemming of het doel te +hebben geraden. Zoo antwoordde men op de vraag: _waartoe_? en zag +hierbij over het hoofd, dat het _waardoor_? onbeantwoord bleef. Gij ziet +het: men plaatste zich op een teleologisch standpunt. + +Ik laat aan de wijsbegeerte de beslissing over, of men het regt heeft, +in de natuur van een doel te spreken: maar ik wilde u hier reeds doen +opmerken, dat men in de wetenschap van het leven afgeweken is van den +weg, die in de overige natuur-wetenschappen zoo veel dieper in den +oorzakelijken zamenhang der verschijnselen liet doordringen. En toch +schijnt die weg mij ook hier de éénige, die tot hoogere waarheid leidt. +Indien de harmonie van het dierlijk organismus, die aan het besluit tot +een doel ten gronde ligt, volgens bepaalde wetten tot stand komt, dan is +zij de openbaring dier wetten. Dan wil men die wetten vaststellen en op +deze de noodzakelijkheid der harmonie gronden, in plaats van zich met +een nooit bewijsbaar doel als grond te vergenoegen. Eene poging hiertoe +is het doel mijner rede. Ik zal trachten de noodwendigheid der harmonie +van het dierlijk leven uit de wetten aan te toonen, krachtens welke die +harmonie tot stand komt. + + * * * * * + +Wanneer ik de harmonie in de geheele bewerktuigde wereld even noodwendig +acht, als de orde in den sterrenhemel, dan spreek ik hiermede geenszins +het vonnis uit over den natuurvorscher, die, zonder naar den grond te +vragen, zich bloot de kennis dier harmonische betrekking ten doel stelt. +Integendeel,--ik heb het reeds gezegd,--ik acht die kennis hoog. Zij ook +alleen kan ons opvoeren tot de oorzaken, die der harmonie ten gronde +liggen. Maar wanneer men uit de harmonische betrekking besluit tot een +doel, en, in den waan van hiermede den grond gevonden te hebben, het +doel tot verklaring der verschijnselen inroept, of zelfs de +mogelijkheid der verschijnselen aan het doel ten toets brengt, dan meen +ik die rigting ernstig te moeten wraken. Zij sluit het onderzoek uit +naar den grond, en wiegt het zoo noodige bewustzijn onzer onkunde met +schijnkennis in slaap. + +Het teleologisch standpunt blijft daarenboven altijd een betrekkelijk. +Men denke zich 't heelal door eene alwijze Almagt met een bepaald doel +tot stand gebragt: wie is vermetel genoeg, zich op het standpunt van God +te plaatsen? En welk standpunt zullen wij dàn kiezen?--Het dier, dat +zijn' vijand ten prooi valt, moge in diens oog aan zijne bestemming +beantwoorden, in zijn eigen oog valt het als slagtoffer van het noodlot. +Maar gij wilt u plaatsen op het standpunt van mensch:--Welnu! wanneer +gij, als mensch, duizenden verschijnselen in de natuur doelmatig roemt, +wees dan consequent, en noem ondoelmatig, wat niet met uwe menschelijke +inzigten strookt. Hebt gij u het regt aangematigd, naar uwe inzigten +over doelmatigheid te oordeelen, dan hebt gij het regt verbeurd, u op de +ondoorgrondelijke wegen der Voorzienigheid te beroepen, waar gij het +doel in uwe oogen miskend ziet. En wie zal het wagen, waar jeugdige en +veel belovende kracht onder het geweld eener moorddadige ziekte +bezwijkt, waar door geweldige aardbevingen in eene enkele minuut +duizenden van menschenlevens vernietigd worden, waar in den mislukten +oogst millioenen onzer natuurgenooten eene toekomst lezen van honger en +ellende,--wie, vraag ik, zal het wagen, bij dergelijke verschijnselen, +een doel te willen raden?--Gij vraagt hier naar den grond. Gij wilt de +oorzaken dier verschijnselen kennen, welke gij rampen noemt. Welnu! +verlaat dan ook het teleologische standpunt, en tracht niet tot het +doel, maar tot den grond door te dringen, waar gij in de verschijnselen +orde erkent en harmonie: want gene als deze zijn verschijnselen +derzelfde natuur; en die u welgevallig zijn, zij berusten op geene +andere wetten, dan die gezondheid en leven u bedreigen. + + * * * * * + +Wanneer ik eene poging waag, om de wetten vast te stellen, waarnaar de +harmonie van het dierlijk organismus zich ontwikkelt en handhaaft, dan +verwacht gij geenszins in deze wetten verwezenlijkt te vinden, wat ik u +als het ideaal van ons streven voorstelde. Dit is nog slechts in eene +enkele der natuur-wetenschappen bereikt: in de sterrekunde, +die,--hoeveel haar descriptief gedeelte nog te wenschen overlate,--zoo +wel van hare scherpte in waarneming als volmaaktheid in theorie de +schitterendste bewijzen gaf. Maar toch ook deze wetenschap leerde de +verschijnselen van haar gebied tot wetten terugbrengen, vóór zij den +grond dier wetten in de eigenschappen der stof doorzag. Het wetboek was +door Kepler geschreven, vóór het genie van Newton deszelfs geest +verklaarde. Door Kepler waren de banen en omloopstijden der planeten aan +wetten gebonden, vóór Newton de noodzakelijkheid dier wetten grondde in +ééne hoogste wet, en hiermeê tevens den sleutel gaf van hetgeen de +waarneming afwijkends van de wetten van Kepler had aangetoond of verder +zou aantoonen. + +Dit nu is de weg voor elke andere wetenschap der natuur. Door het +opklimmen tot hoogere en hoogere wetten naderen wij den eindpaal, +waarnaar wij streven. Slechts trapsgewijze is hij te bereiken. Het is +waar, wanneer wij de wetten kunnen vaststellen, naar welke de harmonie +van het dierlijk leven zich ontwikkelt, dan mag die harmonie nog +geenszins verklaard heeten: eene verklaring, die iets anders zijn zou +dan eene hoogste wet, dat is eene standvastige eigenschap van stof of +kracht, kan noch mag ons geheel bevredigen. Maar wanneer men, op grond +hiervan, met eenig regt zou kunnen beweren, dat door het vaststellen van +wetten eener lagere orde de zwarigheid slechts verplaatst en niet wordt +opgeheven, dan vergete men niet, dat het eene verplaatsing is nader bij +het doel, en dat elke sport van den langen ladder even onvermijdelijk +is. + + * * * * * + +Vóór wij de wetten toetsen, die aan de harmonie van het dierlijk leven +ten gronde liggen, moeten wij een' blik werpen op die harmonie zelve. +Reeds terstond springt ons in het oog, dat zij eene tweeledige is. Zij +openbaart zich eensdeels in de betrekking van het organismus tot de +invloeden, waaraan het is blootgesteld, anderdeels in zijne betrekking +tot de levensbehoeften, naauw verbonden met die zijner zamenstellende +deelen tot elkander. In beide opzigten streeft zij onophoudelijk eene +hoogere volmaking te gemoet. + +Beschouwen wij eerst de betrekking van het organismus tot sommige +invloeden. + +De geheele aarde, hoe verschillend de temperatuur zij van hare +oppervlakte, is met dierlijke wezens bevolkt. Van de tropische gewesten +af, waar, onder de brandende zon in het zenith, de temperatuur der lucht +zelfs de bloedwarmte kan overtreffen, tot in de oorden van eeuwig sneeuw +en ijs, overal treedt dierlijk leven ons tegemoet. Maar onder elk +klimaat, onder elke temperatuur zijn het andere geslachten, andere +soorten; en zoowel de rijke en prachtige Fauna der keerkringsgewesten, +als de ijsbeer en het rendier van het Noorden, eischen voor gezondheid +en leven juist die temperatuur, waaraan zij zijn blootgesteld. Waar dan +ook geene werktuigelijke hinderpalen aan eene onbeperkte verspreiding in +den weg stonden, was verschil in warmtegraad voldoende, om een' +onoverkomelijken grensmuur op te trekken. Duidelijk zien wij dit vooral +in het lama, dat op de verhevene weivlakten van Chili en Peru tot meer +dan 4000 ellen boven de oppervlakte der zee leeft en zich tot ver in +Patagonie heeft verspreid, maar noch in Brazilië noch in Mexico wordt +aangetroffen. De voor zijne organisatie te hooge temperatuur der lagere +streken, die het had moeten doortrekken, om deze landen te bereiken, +trad als beletsel op. Evenzoo staat de koude der toppen van de +Cordilleras als scheidsmuur daar tusschen vele soorten van dieren, +inzonderheid van insekten.--Waar daarentegen werktuigelijke hinderpalen +de verspreiding langs de isothermen beperkten, heeft de mensch, door +zijne tusschenkomst, slechts die hinderpalen te overwinnen, om een nieuw +gebied van verspreiding te openen. Dit bewijzen ons de paarden en +runderen, die, door de Spanjaarden naar Amerika overgebragt, zich aldaar +in het ontelbare vermenigvuldigd hebben. Maar, wildet gij de noordelijke +dieren naar het zuiden, de zuidelijke naar het noorden overplanten, gij +zoudt uwe poging verijdeld zien. Het rendier, volkomen gehard tegen de +lange en strenge winters van Lapland, brengt te Petersburg den zomer +reeds kwijnende door, en bezwijkt spoedig onder den invloed der warmte +van een meer gematigd klimaat. En in hetzelfde oord sterft de aap aan +longtering, en kan de slang alleen door koestering en verwarming het +ellendig plantenleven rekken, waartoe zij door de koude onzer gewesten +gedoemd is. + +De mensch althans, meent gij, maakt eene uitzondering. Hij, als +wereldburger, bewoont met enkele hem gevolgde huisdieren schier de +geheele oppervlakte der aarde, en leeft bij de grootste verscheidenheid +van temperatuur.--Ik zou u kunnen wijzen op het tal van middelen, +waardoor zijn vindingrijk vernuft aan felle koude en brandende hitte +leerde afbreuk doen; maar liever vraag ik u, of niet evenzeer de Neger +als de Laplander het best beantwoordt aan den invloed der temperatuur +van het oord zijner bewoning. Het is u niet onbekend, hoe vaak +verhuizing naar een vreemd klimaat leven en gezondheid kost. _Waar_ is +het,--en die regel is algemeen,--dat, onder de verschillende +hemelstreken, de organisatie van menschen en dieren harmonisch +beantwoordt aan de heerschende temperatuur. Vanwaar die harmonie? Mogen +wij ze, op het natuurkundig standpunt, voor verklaard houden, met in +haar een wijs doel te erkennen van den Schepper, die hier deze, daar +gene dieren in het aanzijn riep?--Gewis niet! + +Even harmonisch is het verband tusschen de gevoeligheid van het oog en +de sterkte van het licht. Reeds merkte ik op, hoe het zonlicht de +luisterrijke pracht der natuur voor ons oog toegankelijk maakt, zonder +het door zijnen glans te verblinden. Maar ziet de nachtelijke dieren! +Zij bezitten eene gevoeligheid van oog, die hen wel is waar het daglicht +moet doen schuwen, maar die juist hen in staat stelt, hunne prooi te +zien en met zekerheid te bemagtigen, waar voor ons enkel duisternis +heerscht. Heerlijke doelmatigheid! moge de teleoloog hierbij in +bewondering uitroepen: hij wane niet, met dien uitroep tot de oorzaak +van het verband te zijn opgeklommen. + +De dampkring, eene noodwendige voorwaarde van het dierlijk leven, oefent +eenen tweeledigen invloed op het organismus: eenen werktuigelijken door +zijne drukking, eenen scheikundigen door zijne zamenstelling. In beide +opzigten is de organisatie van het dier hieraan harmonisch geëvenredigd. +In de ijlere lucht, die de hoogste bergtoppen omringt, wordt vaak de +moedige reiziger door de lastigste verschijnselen gekweld. Zijne aderen +zwellen op; het bloed dringt hem uit lippen, mond en neus, zelfs uit het +bindvlies zijner oogen. Bij versnelden pols en ademhaling voegt zich +duizeligheid, onmagt of slaapzucht; en hij wordt door eene loomheid +overvallen, die, op haar hoogste punt gekomen, volgens getuigenis van +de Saussure, hem eene enkele schrede weigeren zou, om het +dringendst gevaar te ontvlieden. Zoo zinkt hij moedeloos, afgemat, +neder;--en trots boven zijn hoofd verheffen zich de arend en de condor, +en zweven in statige vlugt door den nog dunneren dampkring. + +Niet minder beantwoordt het organismus aan de zamenstelling der lucht, +waaraan het is blootgesteld. Plaats een dier, dat den frisschen +dampkring met ons deelt, in een mengsel, hiervan merkelijk in +zamenstelling onderscheiden, gij zult het onfeilbaar zien bezwijken. +Maar evenzeer zoudt gij het leven vernietigen van den worm, die in de +vochten van het darmkanaal voedsel vindt en lucht om te leven, zoo gij +hem overbragt in den vrijen dampkring; de scheikundige invloed van dezen +is vijandig aan zijne organisatie. + +Merkwaardig ook vooral is de harmonische betrekking tusschen het +organismus van elk dier, en het voedsel tot zijne instandhouding. Overal +is het dier juist door datgene als omringd, wat voor zijne voeding het +geschiktste is. Terwijl de natuur duizenderlei schadelijke stoffen +oplevert, die, in het organismus gevoerd, gezondheid en leven bedreigen, +is er onder de talrijke bestanddeelen onzer natuurlijke voedsels geen +enkel, welks invloed zich verderfelijk toont. Wederkeerig zegt men, dat +sommige dieren zich ongestraft voeden met stoffen, die voor anderen +doodelijk zijn; en het is eene erkende waarheid, dat plantetende dieren, +die zoo ligtelijk giftplanten in hun voedsel zullen gemengd vinden, +hiervan zonder eenige nadeelige uitwerking hoeveelheden verdragen, +waartegen het leven van vleeschetende dieren niet bestand is. Maar deze, +zegt de teleoloog, zijn door hunne levenswijze tegen het opnemen van +plantaardige vergiften genoegzaam gewaarborgd; en zij hadden dus geene +behoefte aan diezelfde ongevoeligheid. Wacht U, hierin eene verklaring +te zien! + +Nog een derde punt in de verhouding van het dierlijk organismus tot de +voedsels verdient allezins onze aandacht. Het is niemand onbekend, dat +van de dieren zich eenigen met plantaardige, anderen met dierlijke +zelfstandigheden voeden, terwijl eindelijk een niet gering aantal zich +van gemengd voedsel bedient. Met dit verschil nu van voedsel, waartoe +het dier door zijne levenswijze en geheele organisatie als gedwongen is, +verkeert het darmkanaal in de heerlijkste overeenstemming. Dierlijke +stoffen behoeven, na opgelost te zijn, naauwelijks verandering te +ondergaan, om als geschikte bestanddeelen in het bloed te worden +opgenomen; de meeste plantaardige daarentegen eischen eene langere +inwerking van het spijsverteringsvocht;--van dierlijke stoffen is eene +betrekkelijk geringe hoeveelheid tot herstelling van het verlorene +benoodigd; van plantaardige zelfstandigheden worden hiertoe integendeel +grootere massas gevorderd: en juist hieraan geëvenredigd bezitten de +vleeschetende dieren een korter en eenvoudiger, de plantetende een +langer en meer zamengesteld spijsverteringskanaal, terwijl de mensen en +de overige dieren, die zich van gemengd voedsel bedienen, in dit opzigt +het midden houden. Treffende harmonie, inderdaad!.... Is het rekenschap +geven van dit verband, wanneer wij zeggen: deze dieren verkregen een +korter, gene een langer darmkanaal, opdat elk zou beantwoorden aan den +aard van zijn voedsel?--Geenszins! + +Ik zou de voorbeelden van harmonie tusschen het dierlijk organismus en +de invloeden, waaraan het voortdurend is blootgesteld, tot in het +ontelbare kunnen vermenigvuldigen; maar reeds hoor ik u veeleer vragen +naar den grond dier harmonie. Immers ik heb ze genoemd wettig en +noodwendig. Gij hebt dus regt, meer te eischen, dan op het menschelijk +standpunt hierin een wijs en verstandig doel te zien aangetoond. Gij +wilt weten, hoe zij tot stand kwam, hoe zij zich handhaaft. Eene enkele +wet geeft er u rekenschap van: _Elk dierlijk wezen wordt door de +invloeden, waaraan het duurzaam is blootgesteld, in zijne organisatie +zoodanig gewijzigd, dat het aan die invloeden harmonisch beantwoordt_. + + * * * * * + +Die wet klinkt u bekend;--zij is zulks in waarheid. Duizenden malen hebt +gij het woord _gewoonte_ uitgesproken, maar veelligt zijn' diepen zin +niet altijd wel doorgrond. Gij hebt haar genoemd eene tweede natuur. Ik +noem haar de natuur zelve. Wanneer wij erkennen als wet,--dat is: als +eeuwige waarheid, voor het verledene als voor het heden en de +toekomst,--dat de aard en zamenstelling van elk bewerktuigd wezen +gewijzigd wordt door de invloeden, waaraan het blootstaat, dan moeten +wij met noodzakelijkheid besluiten, dat, bij de allengsche ontwikkeling +van dierlijke wezens op de oppervlakte onzer planeet, de gesteldheid der +onderscheiden kiemen door de invloeden, dat is door de omstandigheden, +is bepaald geworden, en dat trapswijze verandering dier omstandigheden +tot gedurige wijzigingen, welligt tot splitsing in thans onderscheiden +soorten heeft aanleiding gegeven, zóó evenwel, dat, in elke periode, de +organisatie der dierlijke wezens aan de invloeden van buiten harmonisch +geëvenredigd bleef. + +Maar toetsen wij de vastgestelde wet aan de verschijnselen; en laat ons +zien, of zij werkelijk rekenschap geeft van de harmonie, door deze zoo +luide en krachtig verkondigd. + +In de eerste plaats wees ik u op de betrekking tusschen het dierlijk +organismus en de uitwendige temperatuur. Niets gemakkelijker dan te +bewijzen, dat deze betrekking noodwendig voortvloeit uit genoemde wet. +Vooreerst is het in de hoogste mate waarschijnlijk, dat alle +menschenrassen uit één en denzelfden stam zijn ontsproten en zich, uit +eene bepaalde streek, over het grootste gedeelte der aarde verspreid +hebben. En thans zien wij de organisatie van elke verscheidenheid +harmonisch beantwoorden aan het klimaat, waaronder zij leeft. Hoe ware +dit mogelijk, wanneer die organisatie niet allengs ware gewijzigd +geworden, naar gelang ze aan eene andere temperatuur werd +blootgesteld?--Of mogt gij twijfelen aan den oorsprong van alle +menschenrassen uit denzelfden stam, dan heb ik u slechts het zoogenoemde +acclimateren te herinneren. Wat is dit anders, dan eene wijziging van +het organismus onder den invloed eener vreemde luchtstreek, eene +wijziging in dien zin, dat het beantwoordt aan de heerschende +temperatuur en de overige invloeden, aan dit klimaat verbonden?--Ik zou +u voorts kunnen wijzen op de uitersten van temperatuur, waaraan zoo +velen zich door den aard van hun beroep leerden gewennen; maar gij +behoeft slechts uw eigene ondervinding te raadplegen. Als na dagen van +strenge vorst de thermometer ook slechts weinige graden boven het +vriespunt rijst, spreken wij reeds van eene zoele lucht; en in het +najaar, bij eene veel hoogere temperatuur, rillen wij niet zelden van +koude. Eenige dagen, in eene warme kamer doorgebragt, zijn voldoende, om +ons voor de frissche buitenlucht gevoeliger te maken; en wie, van zijne +jeugd aan, tegen koude gehard is, stelt zich veilig bloot aan het +guurste jaargetijde. Zoo krachtig doet zich hier de invloed der gewoonte +gevoelen. En wanneer wij nu overwegen, dat de kiem van elke diersoort +onder eene bepaalde temperatuur gelegd werd, dat zich elke soort onder +eene bepaalde temperatuur hooger en hooger ontwikkelde, dat daarenboven +elke wijziging in die temperatuur en in hare afwisselingen als +onmerkbaar plaats greep, dan zien wij in, dat de harmonie tusschen het +dierlijk organismus en de temperatuur, waaraan het is blootgesteld, +noodzakelijk tot stand kwam, dat zij aan de wet van gewoonte gebonden +is. + +Even wettig is die harmonie ten opzigte van het licht. Snel en +gemakkelijk gewent zich het oog aan zeer verschillende graden; telkens +wordt deszelfs gevoeligheid hiernaar gewijzigd. Komen wij uit het +heldere daglicht in een vertrek, waar slechts weinige stralen toegang +vinden, dan onderscheiden wij aanvankelijk niets; het is alsof wij door +eene volslagen duisternis omgeven zijn. Maar weldra ontdekt gij enkele +voorwerpen; zij worden duidelijker en duidelijker, en eindelijk zijt gij +in staat, daar, waar het u volstrekt duister scheen, al het omringende +te herkennen en u vrij en ongedwongen te bewegen. Doch wildet gij u nu +weder eensklaps in het volle daglicht verplaatsen, het zou u door zijn' +hellen glans verblinden. Eene pijnlijke lichtschuwheid sluit nu +krampachtig uwe oogen; en eerst na eenigen tijd keert het vermogen +terug, om bij dit licht duidelijk te zien en te onderscheiden.--De +snelheid van dit accommodatie-vermogen van het oog voor verschillende +lichtsterkte staat in een naauw verband met de snelle en belangrijke +afwisselingen dier sterkte, waaraan wij van nature blootstaan. Zijn wij +langen tijd aan deze afwisselingen onttrokken, dan verliest het oog, +alweder krachtens de wet van gewoonte, het gezegde vermogen. Dit is +gebleken bij gevangenen, die, jarenlang van het daglicht beroofd, in +eene bijna volslagen duisternis leerden zien en onderscheiden; doch wier +optische gevoeligheid hierbij zoodanig was toegenomen, dat zij niet dan +met de uiterste omzigtigheid allengs aan een sterkeren lichtprikkel +mogten worden blootgesteld. Gij ziet: zij waren nachtdieren geworden. En +is het dus niet wettig, dat zoodanige dieren, die, zoolang het zonlicht +de aarde beschijnt, in diepen slaap gedompeld liggen,--is het niet +wettig, vraag ik, dat deze dieren dagblind zijn, en dat de gevoeligheid +van hun netvlies aan het duistere van den nacht beantwoordt? Mij dunkt, +gij ziet de noodwendigheid in van het harmonisch verband, dat ik u hier +deed opmerken. + +Volmaakt hetzelfde is van toepassing op den tweeledigen invloed des +dampkrings. Reeds komen de lastige verschijnselen, die uit de ijlere +lucht, hoog boven het oppervlak der zee, voortvloeijen, bij geoefende +bergbeklimmers eerst op eene meer aanzienlijke hoogte voor, of wel deze +blijven hiervan bijna geheel verschoond. Maar duidelijker blijkt, hoe +zeer ook in dit opzigt de wet van gewoonte hare regten doet gelden, +wanneer wij ons herinneren, dat op onderscheidene hooge punten der +aarde bloeijende volkstammen gevestigd zijn, waar de reiziger uit lagere +streken niet altijd tegen den schadelijken invloed der ijlere lucht +beveiligd is. Bijaldien nu de waarneming leert, dat de organisatie van +den mensch zich zoo wel aan eene hoogere,--getuige de mijnwerker,--als +aan eene lagere drukking kan gewennen, dan maakt gij zelf het besluit, +dat de organisatie der dieren, zoo wel in de diepte der zee als in de +hoogere streken van den dampkring, noodwendig moet beantwoorden aan de +drukking, waaronder zij leven. Staat niet de wijde, ruime borst van den +bewoner der Andes in innig verband met de dunnere lucht, die hij ademt, +en heeft zijne borst zich niet juist onder dien invloed zoo krachtig +ontwikkeld? + +Ook aan een merkelijk verschil in zamenstelling der dampkringslucht kan +het dierlijk organismus zich gewennen. Sanctorius verhaalt, dat +een gevangene, die 20 achtereenvolgende jaren in den onzuiveren +dampkring eens kerkers had doorgebragt, de frissche buitenlucht niet +meer kon inademen, en dat zijne gezondheid eerst terugkeerde, toen hij +weder in denzelfden kerker geplaatst werd. En hoe zeer wijkt ook niet de +zamenstelling der lucht, die de mijnwerker ademt, van die des dampkrings +af, waarin wij leven! Leblanc vond in de lucht der mijnen van +Poullaouen en Huelgoat tot 3 pCt. ja zelfs 4 pCt. koolstofzuur, eene +hoeveelheid, die het koolzuur-gehalte der door ons uitgeademde lucht +nabijkomt; en, wanneer wij zien, dat in andere mijnen het licht zelfs in +sommige gevallen wordt uitgedoofd, dan mogen wij besluiten, dat in de +hier aanwezige lucht, die de mijnwerker voor eene korte poos ongestraft +kan inademen, het koolzuur-gehalte nog aanmerkelijk hooger stijgt. + +Wij naderen tot de voedsels. Harmonisch, zagen wij, beantwoorden de +voortbrengselen van elk land aan de behoeften zijner dieren. Zullen wij +dit verband voor verklaard houden, met hierin de wijze voorzorg der +Voorzienigheid te bewonderen? Of zullen wij erkennen, dat dierlijk leven +onbestaanbaar ware, en, bestond het, onvermijdelijk ten eenemale moest +worden uitgeroeid, waar die voortbrengselen ontbraken? Mij dunkt, het +laatste eischt ons natuurkundig standpunt.--Dat voorts het gewone +voedsel van elk dier aan zijne organisatie beantwoordt, en geene aan het +organismus vijandige stoffen bevat, is onbetwistbaar een noodwendig +uitvloeisel der wet van gewoonte. De wilde van Australië leeft van +ongekookten visch, de Laplander van het vleesch zijner rendieren, de +Tartaar van de melk zijner paarden, de arme Ier van aardappelen, zoo ze +in overvloed groeijen; zij kunnen hierbij allen betrekkelijk gezond +zijn, maar zouden zeker niet straffeloos onderling van voedsel kunnen +verwisselen. Zoo vinden ook wij vooral in onze granen de bestanddeelen +vertegenwoordigd van ons ligchaam; want--onder den voortdurenden invloed +dier granen is ons ligchaam geworden, wat het is. Zonder die granen, +waren wij niet, wie wij zijn. Wij beantwoorden aan die granen, omdat wij +mede zijn uit die granen. En zeer opmerkelijk inderdaad is het, dat de +voornaamste onzer graansoorten zich hoogst waarschijnlijk met en deels +door den mensch over de aardoppervlakte hebben verspreid, uit de +streken, het eerst door menschen bewoond. + +Doch vanwaar die mindere gevoeligheid der plantetende dieren voor +verdoovende vergiften?--Het is bekend, dat het dierlijk organismus zich +aan groote hoeveelheden van verdoovende stoffen gewennen kan. Zelfs in +Engeland treft men, naar de getuigenis van Christison niet zoo +geheel zeldzaam opiophagen aan, die, zonder blijkbaar nadeelig gevolg, +jaren achtereen verscheidene oncen laudanum daags gebruiken; eene gift +van 1/4 once zou, gewis, bij elk onzer in den doodslaap eindigen. En kan +ik u niet bijna allen als getuigen oproepen, dat ook de tabak door +gewoonte zijne vergiftige eigenschappen verliest?--Neemt gij nu in +aanmerking, dat de plantetende dieren zeer ligt eene zekere hoeveelheid +narcotische deelen in hun gewone voedsel aantreffen, terwijl de +vleeschetende hieraan nimmer zijn blootgesteld, dan hebt gij den sleutel +der harmonie, die zich ook hier niet verloochenen kon. + +Gewis trok ook het merkwaardig verband tusschen de lengte van het +darmkanaal en den aard van 't gebruikte voedsel in hooge mate uwe +aandacht. De oplossing is niet moeijelijk. De aard van het voedsel +bepaalt, namelijk, de lengte van het darmkanaal. De kat is, zooals gij +weet, een vleeschetend dier. De mensch gewende de huiskat aan gemengd +voedsel. En vergelijk nu het darmkanaal van deze met dat der wilde kat, +gij zult het aanmerkelijk langer vinden, niettegenstaande beider +oorsprong dezelfde is. Dit eene voorbeeld zij voldoende tot bewijs, dat +de aard van het voedsel de lengte van het darmkanaal bepaalt, en dat, +gevolgelijk, bij elk dier eene juiste verhouding van beide noodwendig +is. + + * * * * * + +Zietdaar in enkele voorbeelden U den grond aangetoond der harmonie +tusschen het dierlijk organismus en de invloeden van buiten. Geeft de +wet van gewoonte rekenschap van dien band? Ik durf de beslissing veilig +aan u overlaten.--Uit de ontelbare voorbeelden koos ik slechts enkelen. +Ik hadde u kunnen wijzen op het verdikken der opperheid door wrijving en +drukking, op het gewennen aan eene drooge en vochtige lucht, aan stoffen +van verschillenden reuk of smaak, aan allerlei geluiden, op den invloed, +dien verandering van klimaat op den broeitijd uitoefent enz., en +hierdoor rekenschap kunnen geven van de harmonische betrekking tot de +buitenwereld, die het dierenrijk ook in deze opzigten vertoont. Doch ik +achtte het aangehaalde toereikend voor mijn doel. Gij stemt met mij in, +dat de gezegde harmonie eene noodwendige, eene wettige is. Gij ziet haar +onverbiddelijk tot stand gebragt, onder den invloed der werkende +oorzaken. En waar het rijk van deze gevestigd is, daar althans is der +teleologie de schepter ontwrongen. + + * * * * * + +Maar, mogt ik vragen, heeft dit harmonisch verband zijn toppunt van +volmaaktheid bereikt? + +Ik aarzel niet, hierop een ontkennend antwoord te geven. De harmonie +_is_ niet. Zij ontwikkelt zich; zij wordt. Zij streeft voortdurend naar +eene volmaaktheid, die zij nimmer bereikt. Dit gebiedt reeds de wet, die +aan hare ontwikkeling ten gronde ligt, en de ervaring bekrachtigt het +met haar zegel. Overweegt het zelven. Wanneer de invloeden, die onze +organisatie wijzigen, niet volmaakt bestendig zijn,--en zij zijn het +nimmer,--dan kan ook onze organisatie niet in volmaakte overeenstemming +wezen met deze invloeden. Zij blijft, in zekeren zin, bij deze ten +achter. Immers niet op het oogenblik der inwerking kan zich de +organisatie wijzigen: zij behoeft hiertoe tijd; en inmiddels is reeds +weêr een nieuwe prikkel daar, die zijnen wijzigenden invloed doet +gelden. Vanhier eene ingewikkelde reeks van invloeden en werkingen, die +men te vergeefs, in al hare bijzonderheden, zou trachten te ontleden. +Elke nieuwe invloed heeft te strijden met de organisatie, dat is met het +produkt der voorafgegane invloeden. Is derzelver afwisseling niet te +groot, dan valt die kamp niet zwaar. Daarenboven heeft de vatbaarheid +voor accommodatie zich des te meer ontwikkeld, naarmate het organismus +aan meer verscheidenheid van invloed was blootgesteld. Maar is de +prikkel meer vreemd en ongewoon, dan grijpt hij dieper in, en brengt +verschijnselen voort, die wij stoornisssen noemen, omdat zij niet +strooken met onze begrippen van harmonie. Deze stoornissen nu kunnen van +dien aard zijn, dat de physische voorwaarden van het harmonisch verband +tusschen de verschillende ligchaamsdeelen worden opgeheven. Thans is het +leven niet langer bestaanbaar, en allengs treedt een andere toestand, +die van ontbinding in. Grenzen dan ook tusschen leven en dood bestaan +slechts voor den oppervlakkigen beschouwer. Het eindigen van het leven +aan den laatsten ademtogt te verbinden, verraadt gebrek aan inzigt in +hetgeen aan het leven ten gronde ligt. De bewegingen tot ademhaling +nemen een einde; en eenige uren later is van ontbinding nog geen spoor +te zien, maar de toestand van elk ligchaamsdeel is toch een geheel +andere geworden. Nu eerst heeft de spier haar zamentrekkend vermogen +geheel verloren; nu eerst is alle werkdadigheid van het zenuwstelsel +vernietigd. Door duizenden van overgangen maakt de stofwisseling in de +weefsels, die aan 't gezonde leven ten gronde ligt, plaats voor die +wisseling, welke wij ontbinding noemen; en al deze verschijnselen, +leven, stoornis, ontbinding, zijn even noodwendig en volgen elkander +wettig op. + +Zoo geeft dezelfde wet, waarop de harmonische betrekking tusschen het +dierlijk organismus en de uitwendige invloeden berust, tevens rekenschap +van de onvolmaaktheden, die haar aankleven. Wil daarentegen de teleoloog +deze onvolmaaktheden in zijne beschouwingswijze opnemen, dan velt hij +zijn eigen vonnis. Of zou hij, op het natuurkundig standpunt, de +stoornissen onzer bewerktuiging als de tuchtroede willen beschouwen eens +goeden Vaders, tot onze zedelijke verbetering? + + * * * * * + +Maar nog van eene andere zijde van het dierlijk organismus schittert ons +de prachtigste harmonie in het oog. Ik bedoel: in de betrekking tot +zijne levensbehoeften en in die zijner zamenstellende deelen tot +elkander. De tijd gedoogt niet, u ook deze even uitvoerig te +schilderen: trouwens, zij staat levendig genoeg u voor den geest. De +teleogie, die hier vooral de bouwstoffen vergaderde voor haren tempel, +is nimmer in gebreke gebleven, ze u op zegevierenden toon voor oogen te +stellen. Wie bewonderde niet vaak, met hooge ingenomenheid, de treffende +evenredigheid tusschen de eigenschappen en vermogens van elk dier en +deszelfs levenswijze en levensbehoeften? De kracht, de vlugheid en +juistheid van elk zijner bewegingen, de scherpte en het doordringend +vermogen zijner zintuigen, ja de oneindige verscheidenheid van neigingen +en vermogens, die men met den naam van instinct pleegt te bestempelen, +alles beantwoordt harmonisch aan de behoeften van elk dier, en verzekert +de instandhouding van het individu en de voortplanting der soort! + +Altijd en overal ligt aan de verrigting de bouw ten gronde. Ook deze, +bij gevolg, moet aan de behoeften beantwoorden, waar de verrigtingen +hieraan harmonisch geëvenredigd zijn: en zoo worden wij als van zelve +gewezen op de harmonische betrekking tusschen de zamenstellende deelen +van hetzelfde organismus. In dit opzigt zou elk dier, welke plaats het +in de rij der wezens moge innemen, ons breede stof ter beschouwing +opleveren. Springt niet overal de volmaaktste evenredigheid ons in het +oog tusschen de passieve en actieve organen van beweging? Bezit het +hoofdorgaan des bloedsomloops niet altijd de vereischte kracht, om het +levensvocht door het geheele ligchaam rond te voeren? Zijn niet juist +menigvuldige verbindingen en vlechten tusschen de bloedvaatstammen daar +voorhanden, waar het ligtst hinderpalen dreigend zich konden opdoen? Wat +meer is,--terwijl de zintuigen en de geheele oppervlakte van het +ligchaam als wakkere wachters voor de indrukken der buitenwereld +openstaan, en deze aan het bewustzijn mededeelen, staat, in al de +organen van het voedingsleven, het gevoel op zóó lagen trap, dat wij +noch van de zamentrekkingen van het hart, noch van de bewegingen van +maag en darmkanaal, noch van den prikkel en de wrijving der vochten, +waaraan beide zijn blootgesteld, eenige de minste kennis krijgen. Ziet +gij niet,--roept de teleoloog u toe,--waartoe dit dient? Zóó alleen was +de werking van uwen geest vrij en onbelemmerd; zóó alleen werd hij +nimmer afgetrokken in de waarneming der buitenwereld; zóó alleen kon hij +zich ongestoord verheffen tot in hoogere sferen.--Gij erkent die +harmonie; gij ziet er, op het menschelijk standpunt, zelfs het +doelmatige van in. Maar gij verlangt meer. Gij wilt van deze en van zoo +vele andere verschijnselen den grond kennen. Gij wilt zien aangetoond, +dat zij aan wetten gebonden, dat zij noodwendig zijn. Gij wilt weten, +waardoor zij tot stand kwamen, en hoe zij zich handhaven. Ik wijs U op +de wet van oefening: _Elk orgaan, elk ligchaamsdeel wordt onder den +duurzamen invloed van den wil of van andere omstandigheden zoodanig +gewijzigd, dat het beantwoordt aan hetgeen de wil of de omstandigheden +van hetzelve eischen_. + +Toetsen wij deze wet aan de verschijnselen, dan zal tevens blijken, dat +zij rekenschap geeft van die harmonische betrekking, waarop wij een' +vlugtigen blik wierpen. + +De schoonste overeenstemming bemerkten wij tusschen de levensbehoeften +van elk dier en de kracht, de vlugheid en juistheid zijner bewegingen. +Maar komt u hierbij niet onmiddellijk voor den geest, dat, door +oefening, onze krachten, tegelijk met de spier zelve, ontwikkeld worden? +Hebt gij den geoefende niet vaak bewegingen, voor ons volstrekt +onuitvoerbaar, met eene vlugheid en juistheid zien volbrengen, die aan +het ongeloofelijke grensden? Ik zag een meisje, bij 't welk het gemis +der bovenste ledematen aangeboren was, met hare voeten, oorspronkelijk +als de onze gevormd, allerlei handwerk verrigten. 't Was alsof de voeten +in handen herschapen waren. Zóó vermogend is de invloed der oefening! En +bedenkt men nu, dat bij elk dier de oefening steeds bepaald wordt door +de levenswijze en levensbehoeften, dan heeft men slechts dieper in het +verledene terug te zien,--en men is overtuigd, dat, op grond der wet van +oefening, kracht, vlugheid en juistheid van beweging zich harmonisch +geëvenredigd aan de levenswijze en levensbehoeften van elk dier moesten +ontwikkelen. + +Nergens evenwel vinden wij het vermogen der oefening sterker uitgedrukt +dan in de zintuigen. Bij den blindgeborene zijn gehoor, gevoel en reuk +tot eene scherpte en fijnheid van onderscheiding ontwikkeld, dat zij +voor een groot deel in het verlies van het edelste der zintuigen +voorzien. In eene stip aan den horizon, die het ongeoefend oog ontgaat, +erkent de zeeman een schip in volle zeilen; en wie zich daarentegen bij +voortduring met het onderzoek der kleinste voorwerpen bezig houdt, en +hierbij verzuimt met zijnen blik nu en dan dieper in de ruimte door te +dringen, wapent allengs zijn oog met een natuurlijk vergrootglas. Door +oefening wijzigen zich alzoo de grenzen van het accommodatie-vermogen, +en zij moeten dus bij elk dier wel beantwoorden aan de behoeften: want +door deze werd de oefening bepaald. Weder derhalve gaf de wet van +oefening u den sleutel tot de harmonie! + +Maar ook in het zoogenaamd instinct zie ik slechts het noodwendig gevolg +der omstandigheden. De vermogens en eigenschappen, die men hiertoe +pleegt te brengen, ontwikkelen zich door oefening;--zij worden verdoofd, +zoodra de omstandigheden aan die oefening paal en perk stellen. Men +zegge derhalve niet: aan deze diersoort werd dit of dat instinct +gegeven, omdat hare levenswijze dit vorderde,--bij gene ontbreekt het, +omdat zij hieraan geene behoefte had; maar men erkenne, dat het zich bij +deze diersoort noodwendig moest ontwikkelen, doordat de omstandigheden +deszelfs oefening medebragten, en dat het bij gene wettig onbestaanbaar +is, wijl tot deszelfs oefening de levenswijze nimmer aanleiding gaf. + +Wij hebben nog het harmonisch verband tusschen de verschillende deelen +van hetzelfde organismus onderscheiden; maar ook dit berust op dezelfde +wet, de wet van oefening. Oefening is dan evenwel in een' ruimeren zin +genomen, namelijk: als de verhoogde verrigting en voeding van een +bepaald ligchaamsdeel, niet slechts voor zoo ver die onder den invloed +van den wil plaats grijpen, maar door eenen gewijzigden toestand, van +welk orgaan ook, te weeg gebragt. + +Door oefening nu in dien zin komt de harmonie tot stand tusschen de +passieve en actieve organen van beweging;--immers de bewegelijkheid van +elk gewricht wordt geoefend en dus bepaald door de spierwerking. Op +denzelfden grond moet de omvang en kracht der zamentrekkingen van het +hart aan den weêrstand in het bloedvaatstelsel beantwoorden; want die +weêrstand juist is het, die de kracht van het hart bepaalt. Wilt gij +hiervan het bewijs? Waar de weêrstand ziekelijk verhoogd wordt, ontstaat +overvoeding van het hart; en kondet gij van het thans onstuimig +kloppende hart de spierwanden in een oogenblik tijds tot de normale +dikte terugbrengen, gij zoudt den lijder onfeilbaar op staanden voet +zien bezwijken. Blijkt hieruit, dat verhoogde weêrstand de werking van +het hart opwekt, dan immers moet, krachtens de wet van de oefening, de +ontwikkeling en de kracht van het hart bij elk dier noodwendig aan den +weêrstand beantwoorden. + +Moeijelijker schijnt het, het noodzakelijk bestaan te betoogen der +menigvuldige verbindingen en vlechten bloedvaatstammen, juist op zulke +plaatsen, waar zonder deze het ligtst belemmering zich zou opdoen. En +toch is dit harmonisch verband in zijne wording hoogst eenvoudig. De +belemmeringen, namelijk, tot welker overwinning de verbindingen en +vlechten, naar de teleologische beschouwingswijze, doelmatig bestemd +zijn, zijn zelven de oorzaak van het ontstaan dier vlechten en +verbindingen. Wij zien ze hierdoor, onder zekere omstandigheden, als +onder onze oogen gevormd worden. Wordt een hoofdstam gedrukt, +onderbonden of door ziekelijke gesteldheid verstopt, dan worden de +naauwelijks zigtbare takjes, waardoor zoo wel de slagaderlijke als +aderlijke stammen van eenig deel steeds onderling gemeenschap oefenen, +tot grootere stammen uitgezet, die nu, bij wijze van vlecht, eenen +collateralen bloedsomloop voortbrengen. Vandaar dan ook in het aderlijk +stelsel, waar belemmeringen menigvuldiger zijn, een grooter aantal dier +verbindingen en vlechten dan in het slagaderlijke. + +Maar zullen wij immer den grond kunnen peilen van die mindere +gevoeligheid der voedingsorganen, waardoor aan onze hoogere vermogens +eene zooveel vrijere ontwikkeling verzekerd wordt?--Reeds deed ik u +opmerken, hoe de gevoeligheid van elk zintuig door oefening verhoogd +wordt, hoe gebrek aan oefening deszelfs werking vernietigt. Het +afgeweken oog van den scheelziende ontwaart niet langer den prikkel van +het invallend licht: en al onze zintuigen zijn voor de indrukken der +buitenwereld als gesloten, wanneer wij aan de fantazij onzer verbeelding +den vrijen teugel laten, of ons geheel verdiepen in een vraagstuk, dat +al onze inspanning vordert. Worden hierdoor de zintuigen als verlamd, +hoeveel meer moet, bij het ontwikkelen der psychische vermogens en der +zintuigen zelve, uit gebrek aan oefening, het gevoel zijn verdoofd +geworden in die deelen, welke ons geene indrukken van de buitenwereld +overbragten, die onze belangstelling konden opwekken. Zeer opmerkelijk +gewis is het, dat, naarmate de hoogere vermogens in een dier ontwikkeld +zijn, het zenuwstelsel, dat het voedingsleven beheerscht, als een meer +zelfstandig, afgescheiden gedeelte optreedt. Maar, wat meer is, het +bewustzijn herneemt, ook in de organen der voedingsverrigtingen, voor +een deel zijne regten, zoodra het geoefend wordt. Schier elk orgaan, dat +wij ons, wanneer ook zonder eenigen grond, als ziekelijk voorstellen, +wordt gevoelig, doordat wij onze gedachten nu op dit deel als +concentreren, en zoo gevoel en bewustzijn oefenen, zoo verre zij tot dit +deel betrekking hebben. Vooral is dit duidelijk ten opzigte van het +hart. Het klopt onophoudelijk in onze borst; doch in den normalen +toestand worden wij niets hiervan gewaar, tenzij wij, in den valschen +waan van aan een hartsgebrek te lijden, den hartslag altijd en altijd +naauwlettend gadeslaan. Dat eeuwige kloppen wordt dan op het laatst +ondragelijk, al is de slag niet sterker dan bij een' gezond mensch. Wie +immer zich inbeeldde, door hartziekte te zijn aangetast,--en hun getal +is niet zoo gering,--heeft hieronder bitter geleden.--Maar genoeg, om u +te doen zien, dat de hoogere ontwikkeling der geestvermogens, zoowel als +de zintuigelijke indrukken, aan de oefening van het gevoel in de organen +van het voedingsleven in den weg staan, en dat, bij gevolg, de geringe +gevoeligheid van deze eene noodwendige is. + +Zoo geeft de wet van oefening, straks uitgesproken, evenzeer rekenschap +van de harmonische betrekking der dierlijke wezens tot hunne +levensbehoeften, als van den band, die de verschillende ligchaamsdeelen +tot één organismus zamenvlecht. + + * * * * * + +Gewis ontging het uwe aandacht niet, mijne Geëerde Hoorders! dat er een +naauw verband bestaat tusschen de beide wetten, die der harmonie ten +gronde liggen: de wetten, die ik kortheidshalve die van _gewoonte_ en +_oefening_ noemde. Waar de eerste haren invloed doet gelden, wordt zij +onderschraagd door de laatste. Krachtens de wet van gewoonte, wordt elk +orgaan door den invloed, waaraan het regtstreeks is blootgesteld, +primitief gewijzigd. Dit orgaan staat nu evenwel niet geïsoleerd; het +hangt innig zamen met de overige deelen van het organismus. Wat is dus +het noodzakelijk gevolg van die primitieve wijziging? Wijziging van al +de overige ligchaamsdeelen,--welker werking namelijk òf opgewekt òf +onderdrukt wordt,--en alzoo, krachtens de wet van oefening, eene hieraan +geëvenredigde ontwikkeling van elk dier deelen. Door deze harmonische +zamenwerking der wetten van gewoonte en oefening beantwoorden nu alle +ligchaamsdeelen, ook die, welke nimmer aan eene onmiddellijke inwerking +blootstaan, aan de invloeden der buitenwereld, en wordt tevens de +harmonie tusschen de verschillende organen bij voortduring gehandhaafd. + +Doch niet van alle oefening zijn uitwendige invloeden het onmiddellijk +uitgangspunt. In den wil vinden wij eene tweede, magtige drijfveêr van +oefening, die haren onmiddellijken invloed op het zenuwstelsel en den +toestel voor willekeurige beweging doet gelden, en van hier op het +geheele organismus terugwerkt. Deze oefening moet alzoo onderscheiden +worden van die, welke zich onmiddellijk sluit aan de uitwendige +invloeden. Is evenwel de geheele organisatie van het dier onder bepaalde +invloeden noodwendig tot stand gekomen, en wordt deszelfs wil, bij elke +omstandigheid, door de organisatie volstrekt bepaald, dan is de wil, die +als drijfveêr van oefening optreedt, zelve het noodwendig uitvloeisel +van verwijderde invloeden; en wij zouden, in hetgeen hij op de oefening +vermag, slechts het middellijk gevolg dier verwijderde invloeden moeten +zien. + +Doch het is mijn voornemen niet, thans dieper in den grond en in het +verband dier wetten door te dringen. Genoeg, dat wij deze wetten +onmiskenbaar in de verschijnselen afgedrukt, en ons zoo geregtigd zagen +tot het besluit: dat de harmonie, die ons de dierenwereld predikt, aan +wetten gebonden--noodwendig is. + + * * * * * + +En toch--het zal uwe aandacht niet ontgaan zijn--op zich zelven waren de +genoemde wetten hier nog ontoereikend. Schier bij elk voorbeeld moesten +wij stilzwijgend eene derde wet vooronderstellen,--eene wet, zonder +welke de harmonie nimmer eene hoogere volmaking konde te gemoet streven, +zonder welke wij den klimmenden strijd zouden aanschouwen tusschen het +dierlijk organismus en de buitenwereld, ja! zonder welke misschien alle +dierlijk leven vroeger of later voor het geweld van buiten zou moeten +zwichten. Reeds spreekt gij ze met mij uit. Het is de wet van +erfelijkheid: _De toestand van het voorgeslacht plant zich telkens op +het nageslacht over; de toestand der ouders wordt telkens aangeboren in +de kinderen_. Zietdaar de wet, die in het geslacht bestendigt, wat +gewoonte en oefening gewrocht hebben. Zietdaar den grondslag der +klimmende volmaking in de Schepping. + +Zal ik u ook deze wet in de verschijnselen aantoonen? Weder kan ik mij +op uw eigene ervaring beroepen. Hoe dikwijls zaagt gij den +ligchaamsbouw, de gelaatstrekken, de kleur, den gang, de stem, ja zelfs +het gemoed, de hoogere vermogens en allerlei eigenaardigheden der ouders +in de kinderen weêrspiegeld! De Romeinen hadden reeds hunne _naseones_ +en _labeones_; en ook thans is de dikke lip eene erfelijke eigenschap in +het Oostenrijksche Huis. + +Doch ik kan u op een ruimer gebied wijzen. Immers de ontelbare +verscheidenheden der verschillende diersoorten staan allen als getuigen +daar van de wet van erfelijkheid. De variëteiten van elke soort, zijn, +zelfs veelal in de historische tijden, door verscheidenheid van +invloeden en levenswijze tot stand gebragt; en wij zien ze thans met +gelijke juistheid voortgeplant, als den oorspronkelijken typus. Bij +vermenging van verschillende rassen zien wij daarentegen vormen geboren +worden, die aan de beide ouders herinneren, zoodat ook hierin de wet van +erfelijkheid zich ten duidelijkste openbaart. + +Reeds sedert lang heeft ook de veeteelt van de toepassing dier wet de +gelukkigste partij getrokken. Men verlangt runderen, door vorm en +neiging tot vetontwikkeling bijzonder voordeelig als slagtvee, sterke +ossen, geschikt voor den landbouw, en koeijen, die ruime hoeveelheden +goede melk leveren. De eigenschappen, tot deze verschillende doeleinden +vereischt, schijnen elkander evenwel grootendeels uit te sluiten, en +zijn dus niet allen, in hoogen graad ontwikkeld, in hetzelfde ras te +verkrijgen. Maar reeds sedert lang is het gelukt, kunstmatig rassen te +vormen, die aan de eene of andere der gezegde doeleinden bij +uitnemendheid beantwoorden. En welken weg sloeg men hiertoe in? Telkens +bestemde men tot voortplanting die dieren, waarin de verlangde +eigenschappen, onder omstandigheden van welken aard dan ook, bijzonder +ontwikkeld waren, en deze zag men nu op de volgende geslachten sterker +en sterker overgeplant. Eene eervolle plaats in de geschiedenis der +veeteelt komt Bakewell toe; omdat hij van de reeds lang bekende +wet van erfelijkheid (het _like begets like_, zoo als hij gewoon was te +zeggen) het eerst eene consequente toepassing maakte. Zóó legde hij den +grond tot een eigen ras van runderen, bijzonder voordeelig en geschikt +voor slagtvee, 't welk men een' tijd lang op hoogen prijs stelde, en +slechts daarom niet als een zuiver, onvermengd ras bewaard heeft, wijl +Bakewell zijn doel te goed, en hierdoor te zeer ten nadeele der +in andere opzigten wenschelijke eigenschappen, bereikt had. Zóó ook +stelde hij zich in het bezit van een eigen ras van schapen _(Dishley +Breed, New Leicester Breed),_ welks wol in sommige opzigten voor die van +andere moge onderdoen, doch hetwelk de bijzondere eigenschap bezit, van +op veel jeugdigeren leeftijd en veel gemakkelijker dan andere rassen te +kunnen worden vetgemest, en hierom ook thans nog tot de meest geachte en +algemeen verspreide rassen in Groot-Brittanie geteld wordt. + +Uit een en ander is voldoende gebleken, dat de door verschil van +invloeden en levenswijze ontstane wijzigingen zich op het nageslacht +overplanten, en weldra eene zoo groote mate van bestendigheid +verkrijgen, dat wij hierin eene typische verscheidenheid erkennen. +Wanneer wij nu zien, dat de kenmerken van dergelijke verscheidenheden +des te dieper wortel schieten en zich des te krachtiger handhaven, +naarmate invloeden en levenswijze over een grooter aantal generatiën +onveranderd bleven, dan is er niets gewaagds in het besluit, dat aan +eene vroeger meer duurzame gelijkheid van omstandigheden, over ontelbare +generatiën, de grootere vastheid van typus, die wij thans aan elke soort +toekennen, is toe te schrijven. En zeker bestond die meerdere +bestendigheid van omstandigheden, zoolang de verspreiding van elke thans +erkende soort meer beperkt bleef, en door tusschenkomst van den mensch +minder inbreuk was gemaakt op de oorspronkelijke levenswijze. + +Vragen wij nu, in welke diersoorten, op grond der ontwikkelde wetten, de +meeste en belangrijkste verscheidenheden mogen verwacht worden, dan kan +het antwoord niet twijfelachtig zijn: vooreerst in den mensch, die, bij +zijne verspreiding over de geheele oppervlakte der aarde en bij het +groote verschil in levenswijze en beschaving, wel het meest aan +wijziging in organisatie moest blootstaan: maar daarenboven in alle +diersoorten, die, door den mensch aan den natuurstaat onttrokken, aan +vreemde invloeden, aan eene vreemde levenswijze werden blootgesteld. En +zoo is het ook. Behoef ik meer te doen, dan u op de ontelbare zoo zeer +onderscheidene rassen van honden en paarden te wijzen, om u hiervan te +overtuigen? + +Hebben wij uit het bovenstaande reeds gezien, dat elke door het individu +verkregene eigenschap zich op het nageslacht overgeplant, dan behoeft +dit welligt niet meer in het bijzonder aangewezen te worden ten opzichte +der voorbeelden, die wij tot staving der wetten van gewoonte en oefening +hebben aangevoerd. Het zij mij evenwel vergund, nog op enkele van deze +uwe aandacht te vestigen. + +Wanneer Parry ons verhaalt, dat hij, op zijne reis naar den +Noord-pool, in eene temperatuur, waarbij het kwikzilver bevriest, een' +zuigeling in de open lucht aan de borst zijner moeder zag, kan het dan +nog aan twijfel onderhevig zijn, dat het vermogen, om aan koude te +weêrstaan, eene aangeboren eigenschap is van den bewoner van het +Noorden? Wanneer wij zien, dat het darmkanaal der jonggeboren huiskat +eene betrekkelijk grootere lengte heeft, dan dat van jonge vleeschetende +dieren, zijn wij dan niet overtuigd, dat de geschiktheid der organisatie +voor het gebruik van gemengd voedsel hier wordt aangeboren?--En wat +leert ons de geschiedenis van het tabaksgebruik? Thans moge het dengene, +die zich aan dit vergift gewennen wil, hoogstens nog eenige benaauwde +uren of dagen kosten:--toen in weêrwil der bedreigde straffen en den +heftigen tegenstand, zelfs door Pausen en Keizers geboden, het gebruik +van den tabak zich eerst door Europa begon te verspreiden, waren de +verschijnselen bij de eerste proeven oneindig heviger, en schijnt zelfs +menig onvoorzigtige rooker zijn' zonderlingen lust met den dood bekocht +te hebben. Onze ouders rookten, onze voorouders rookten,--en thans is, +gij ziet het, de gewoonte tot rooken ons reeds ten halve aangeboren. + +Om u vervolgens te doen opmerken, hoe de door invloeden en oefening +verkregene ontwikkeling van het been- en spierstelsel, hoe de kracht en +snelheid van zamentrekking in het nageslacht worden voortgeplant, breng +ik u slechts de zoo verschillende rassen van paarden voor den geest. En +van de door erfelijkheid medegedeelde scherpte der verschillende +zintuigen leveren onderscheidene volkeren,--van een aangeboren verschil +in accommodatie-vermogen van het oog talrijke familiën, bijzonder in de +steden, het overtuigendst bewijs. + +Zoo zou ik van elke harmonische eigenschap, die wij, krachtens de wetten +van gewoonte en oefening, zagen tot stand komen, de voortplanting op het +nageslacht door voorbeelden kunnen staven, en hierdoor de +noodzakelijkheid der harmonie van het dierlijk leven op nog breeder' +grondslagen vestigen. Ik wil mij echter, kortheidshalve, bepalen tot de +instinctmatige vermogens. Bij de wet van oefening heb ik mij omtrent +dezen opzettelijk van voorbeelden onthouden, naardien het mij +gemakkelijker scheen, u de kracht der oefening, door verscheidene +geslachten voortgeplant--en als ware het +vermenigvuldigd--aanschouwelijk te maken, dan in het leven van een enkel +individu. En hierom mogt ik deze hier niet met stilzwijgen voorbijgaan. +Weder de hond levert ons het sprekendst bewijs van den invloed der +oefening ook op de instinctmatige vermogens. Het lijdt geen' twijfel, of +bij de oorspronkelijke soort, waarvan al onze honden afstammen, bestond +één en hetzelfde instinct. En thans, welk een verscheidenheid! Schier +elk ras heeft ook ten dezen opzigte zijne eigendommelijkheden. Behoef ik +u te wijzen op de instinctmatige vermogens van den herders- of +jagershond, van den bloeddog of van den New-foundlander?--Van waar nu +die verscheidenheid? Het antwoord is niet moeijelijk. De mensch heeft +door kunstmatige oefening het een of ander instinct bij den hond meer en +meer ontwikkeld, en door de wet van erfelijkheid werd dit instinct +bestendigd. Overwin bij een' hond den tegenzin, om te water te gaan, gij +zult hiermede bij de jongen reeds veel minder te kampen hebben. Wilt gij +andere voorbeelden? Frederic Cuvier verhaalt, dat in zoodanige streken, +waar den vossen dikwijls hinderlagen worden gelegd, de jongen, reeds de +eerste maal, dat zij het nest verlaten, eene omzigtigheid aan den dag +leggen, die men in andere streken bij hen te vergeefs zoeken +zou.--Voorts weten wij, dat elk dier instinctmatig vlugt voor zijn' +vijand. Men spreekt van doelmatigheid in die poging tot zelfbehoud. Maar +het dier, welks voorgeslachten niet vervolgd werden, de vogels op een +onbewoond eiland, vlugten niet; zij zijn zoo argeloos, dat zij zich met +de hand laten vangen. Na weinige generatien echter is hun het instinct +om te vlugten reeds aangeboren. Alzoo: de vervolging door den vijand +heeft het instinct om te vlugten, volgens de wet van oefening, +ontwikkeld; en naar de wet van erfelijkheid plantte het zich voort. Gij +ziet: het aanwezen van dit instinct, als dat van elk ander, is het +noodwendig gevolg der omstandigheden, die deszelfs oefening uitlokten, +en waaraan het dus nu harmonisch moet beantwoorden. + +Hoe een instinct ook eindelijk kan worden tot zwijgen gebragt, wanneer +op deszelfs oefening inbreuk wordt gedaan, leert ons reeds het temmen +der dieren. Nimmer zullen de jongen van een getemd dier de wreedheid en +wildheid aan den dag leggen, die zijnen voorouders eigen waren. Maar nog +opmerkelijker is de gedeeltelijke verdooving van een der natuurlijkste +instincten bij onze inlandsche runderen. Overal, waar het de gewoonte +is, het kalf bij de koe te laten zuigen, bestaat hiertoe bij beide de +grootste behoefte. Zij schreeuwen zich half dood, zoo als Sturm +zich uitdrukt, wanneer men ze van elkander scheidt. De koe, die +dagenlang zoo onrustig zich gedraagt, dat een vreemde niet zonder gevaar +ze zou naderen, spant al hare krachten in, om los te breken; en het kalf +zoekt, verscheidene weken, bijna onophoudelijk naar de uijer, alles +aanvattende, om er aan te zuigen. Bij onze inlandsche koeijen +daarentegen, welker kalveren doorgaans onmiddellijk na het werpen +verwijderd worden, is de moederliefde, als ware het, uitgedoofd. Wordt +het kalf maar terstond op eenigen afstand gebragt, dan gedraagt zich de +moeder volmaakt rustig, en laat de melk veel gemakkelijker kunstmatig +verwijderen, terwijl ook bij het kalf de pogingen tot zuigen zich in +veel geringere mate opdoen. + + * * * * * + +Zietdaar, mijne Geëerde Hoorders! de drie wetten ontwikkeld, die aan de +harmonie van het dierlijke organismus ten gronde liggen. Naar de wetten +van gewoonte en oefening zaagt gij de harmonie in het individu tot stand +gebragt; naar de wet van erfelijkheid zaagt ge in het nageslacht +bestendigd, wat door gewoonte en oefening in het individu gewrocht was. + +Die harmonie erkent gij dus als noodwendig: want zij is aan wetten +gebonden, en elke natuurwet eischt volstrekte en onbegrensde +gehoorzaamheid. Wie het doel durft uitgeven voor den grond der harmonie, +hij wordt afgewezen voor de regtbank der wetenschap; want in de +onvergankelijke bladeren van het wetboek der natuur, waarop hare +uitspraken gegrond zijn, staat met onuitwischbare letteren geschreven: +_gewoonte_, _oefening_, _erfelijkheid_. + +Het is evenwel niet genoeg, de noodwendigheid der harmonie uit deze +wetten te herleiden; ons streven moet het zijn, die wetten zelve dieper +te doorgronden. Reeds gaat er naar die zijde eenig licht op in de +wetenschap over de oorzaken der verschijnselen, welke wij tot de wetten +van gewoonte en oefening terugbragten: en zoo, opklimmende van oorzaak +tot oorzaak, zonder ooit in droomerijen omtrent het doel ons te +verliezen, naderen wij, langzaam wel is waar, maar met vasten tred, het +ideale standpunt, van waar men alle verschijnselen der natuur met +noodzakelijkheid uit de eigenschappen der grondstoffen en grondkrachten +konde zien voortvloeijen. + +Wie dus een doel huldigt in de harmonie der stoffelijke wereld, hij +plaatse het in de eigenschappen der grondstoffen en grondkrachten. Hier +verstomt de wetenschap der Natuur; hier staan hare grenzen. Zij +verloochent haar karakter, wanneer zij ook den grond dier eigenschappen +kennen wil. Zij overschrijdt hare regten, wanneer zij den staf durft +breken, over wie hier grond en doel vereenzelvigen. + +En, wanneer eens door eene alwijze Almagt die stoffen en krachten met +een bepaald doel werden in het aanzijn geroepen, en in hare +eigenschappen de voorwaarden voor de geheele toekomst werden weggelegd, +dan stroomt ook geen druppel bloeds zonder doel door onze aderen,--maar +het is een doel, dat buiten de wetenschap ligt der Natuur. + + * * * * * + +Van mijne taak heb ik het deel volbragt, door de wet mij opgelegd. Een +ander deel, waartoe hoogachting en dankbaarheid mij nopen, blijft te +vervullen over.--Het eerst rigt ik mij tot U, Edel Groot Achtbare Heeren +Curatoren! die met onvermoeiden ijver de belangen behartigt der +Hoogeschool, aan uwe hooge zorgen toevertrouwd. Steeds uw blikken gerigt +op den vooruitgang der Wetenschappen en op den toestand der Hoogeschool, +is het uw heilig streven, dezen aan de eischen van gene te doen +beantwoorden. Het kon uw naauwlettend oog niet ontgaan,--en gij hoordet +het telkens door zaakkundige mannen rondom u uitspreken,--dat de +geneeskundige wetenschappen, terwijl zij meer het karakter en den geest +der natuurkundige aannamen, zich op ruimer en ruimer gebied vestigden. +Dit eischte in uw oog dan ook ruimere voorziening in het onderwijs; en +de betrekking, waarin ik thans sta tot de Hoogeschool, strekt ten +bewijze, dat gij niet geaarzeld hebt, tot stand te brengen, wat uwe +overtuiging u als wenschelijk had voorgespiegeld. Mij hebt Gij +geroepen,--en onze geëerbiedigde Koning heeft uwe keuze +bekrachtigd,--niet zoo zeer om eene taak op mij te nemen, die vroeger op +andere schouders rustte, dan om naast den werkkring van ijverige +Ambtgenooten mij, als leeraar, een' weg te banen op het uitgebreid +gebied der geneeskundige wetenschappen.--Gij zult geene klagte van mij +vernemen, Edel Groot Achtbare Heeren! dat mijn werkkring hier te beperkt +is: integendeel, ik spreek het opentlijk uit, dat men nog aan meer dan +één' nieuw Ambtgenoot eene even uitgebreide taak zou kunnen aanwijzen, +die ook thans nog onvervuld moet blijven. Maar, vergeeft het mij, zoo ik +u toch op eene schaduwzijde wijzen moet: ik bedoel het verbroken +evenwicht tusschen de eischen der vorderende wetenschap, die gij door +uwe voorziening in het onderwijs bewezen hebt volkomen te begrijpen, en +de nog onveranderde wettelijke vereischten, voor wie den graad van +Doctor in die wetenschap verlangt. In Nederland worden thans nog +geneeskundige studien volbragt, zonder dat de grondslagen der +physiologie van den gezonden en van den zieken mensch, de weefselleer en +de ziektekundige ontleedkunde, tot de verpligte lessen behooren. In +Nederland worden thans nog wettig Doctoren gecreëerd in de genees-, +heel- en verloskunde, zonder dat bewijzen van bekwaamheid in de genoemde +wetenschappen worden gevorderd.--Ik koester met vertrouwende gerustheid +den wensch, dat uw veelvermogende invloed niet zal in gebreke blijven, +tot herstelling van het hier verbroken evenwigt bij te dragen. + +Maar reeds week ik te ver af van de gevoelens, die mij bezielden, toen +ik mij tot u wendde. Indien ik plegtig verklaar, dat aan de loopbaan, +die gij voor mij geopend hebt, het geluk mijns levens innig verbonden +is, dat de later van u ontvangene blijken van welwillende belangstelling +eenen diepen indruk hebben gemaakt op mijn gemoed, en dat mijn hart warm +en erkentelijk is, dan hebt gij den maatstaf der dankbaarheid, die mij +jegens u bezielen moet. + +Maar uw in mij gesteld vertrouwen droeg niet slechts bij tot mijn geluk: +het was mij daarenboven in de hoogste mate vereerend. Het zou overbodig +zijn, en gewis mij weinig passen, over uwe groote verdiensten voor deze +Hoogeschool uit te weiden: alleen op de getuigenis van hen, die het +langen tijd van nabij gezien en ondervonden hebben, kondt gij eenigen +prijs stellen,--en dát ontbrak u nimmer. Maar ik voel mij toch gedrongen +u te zeggen, dat uw vertrouwen mij in te hoogere mate vereert, +naargelang uwe waarachtig belangstellende zorgen voor de Hoogeschool in +zoovele anderen uwer bemoeijingen duidelijker zijn afgedrukt; ja! dat ik +er trotsch op ben, door u tot eene betrekking te zijn voorgedragen, +waarvan het volle gewigt mij levendig voor den geest staat. Ik heb mij +als levensdoel gesteld, aan uw vereerend vertrouwen naar mijne krachten +waardiglijk te beantwoorden. Geene poging hiertoe zal onbeproefd +blijven; maar dikwijls, ik gevoel het, zal ik uwe welwillende +ondersteuning hiertoe moeten inroepen. Reeds hebt gij mij geleerd, dit +met vertrouwen te doen,--en door uwe handelingen mij den wensch in den +mond gelegd, dat gij nog eene lange reeks van jaren, altijd even ijverig +bijgestaan door uwen hooggeschatten, wakkeren Secretaris, aan het +welzijn der Hooggeschool uwe goede zorgen moogt toewijden. + + * * * * * + +Ook tot u, Weledele Hooggeleerde Heeren, waarde Ambtgenooten, en Zeer +Geleerde Heeren Lectoren! rigt ik mij met volle vertrouwen. Doorloop ik +uwe rijen, dan ontdek ik mannen, die, grijs geworden in wetenschap en +letterroem, mij hooge achting, diep ontzag inboezemen; maar ik zie ook +onder u geëerde Leermeesters, die mij altijd met heusche welwillendheid +den weg tot wetenschap hebben aangewezen,--vrienden, die mij met hunnen +omgang vereerden, vóór ik hen als Ambtgenooten mogt begroeten; en in u +allen herken ik ambtgenooten, die mij welwillend zijt te gemoet +getreden, toen een koninklijk besluit mij aan uwe zijde plaatste. + +Ik wierp met u een' blik op de prachtvolle harmonie van het dierlijk +leven,--en al die pracht zagen wij aan ijzeren boeijen geketend. Maar +een hooger beginsel ademt de harmonie, waarmede gij eenparig streeft +naar hetzelfde verheven doel: want, in dit streven kent gij geene +wetten, ziet gij geene noodzakelijkheid. Gij gevoelt: het geschiedt met +bewustzijn, het berust op vrije wilsbepaling.--Thans ben ik geroepen, om +mij met u tot ontwikkeling der hoogere vermogens van den mensch te +vereenigen. Die taak rust zwaar mij op de schouders. Mijne beste +pogingen, om hierin harmonisch met u zamen te stemmen, zou ik gewis +dikwijls zien verijdeld, wanneer gij niet steeds gereed stondet, mij +welwillend de hand tot ondersteuning toe te reiken. Dit zij hierom de +bede, tot u allen gerigt--de bede, waarmede ik mij dringend, maar ook +vol vertrouwen, wende tot de leermeesters mijner academiejaren, die ook +later nimmer ophielden, mij voor te lichten op het pad der wetenschap. + + * * * * * + +Maar ik zie onder u nog een' vriend, een' leermeester van latere jaren, +wiens naam luide weergalmt in de tempelen der wetenschap, wiens geest +kracht heeft en moed, wiens hart gloeit voor wat goed en edel is. Ik +weet het, Mulder! gij zijt afkeerig van openlijk huldebetoon. +Wierook-walmen stijgen niet tot u op. Maar mag het hulde heeten, wanneer +ik zeg, dat gij nimmer hebt opgehouden, mijn' blik in de natuur en in de +menschenwereld te verruimen, dat gij altijd en overal mijne belangen met +vurigen ijver hebt behartigd, dat, wanneer ik, door leed of angst +geprangd, naar een' vriend omzag, gij aan mijne zijde stondt!... Neen! +hulde mag het niet heeten, waar, voor sprekende feiten, zwakke woorden +in de plaats treden.--Ik gevoel het, Mulder! ik heb noch den +geest krachtig, noch het hart warm genoeg, om beide bij u te bevredigen; +maar rein zijn toch de vriendschap en dankbaarheid, die mij bezielen--en +gij zult ook de kleine bron niet versmaden, wanneer ze u frisch en +helder water biedt. + + * * * * * + +Hartelijk verheugt het mij, ook u hier te zien, Wel Edelgestrenge, Zeer +Geleerde Heeren! die ik, nog kort geleden, de eer had, mijne +Ambtgenooten te noemen. Ik wist het, dat gij een levendig deel naamt in +de mij te beurt gevallen onderscheiding; en uwe tegenwoordigheid op deze +plaats is mij hiervan een nieuw bewijs. De vijf volle jaren waarin wij +onze krachten tot één doel zamenspanden, waren de gewigtigsten mijns +levens. Aan deze, en voor een groot deel aan U, ben ik mijne +wetenschappelijke vorming inzonderheid verschuldigd. Ik herdenk het met +zoo veel voldoening, hoe ik dagelijks door uwen ijver werd aangewakkerd, +hoe ik dagelijks mij kon spiegelen aan naauwgezette pligtsbetrachting, +hoe gij mij dagelijks deedt ondervinden, dat ik met vrienden leefde. +Hebt dank voor uwe hartelijke gezindheid mijwaarts, die zich nimmer +verloochende; en, mogen wij niet langer door ambtsbetrekking vereenigd +zijn,--de heilige band, die tot de minste sporen van misverstand en +tweedragt steeds uit ons midden weerde, blijve ook thans hechter dan +immer gesloten! + + * * * * * + +Ten slotte wend ik mij tot u, Aanzienlijke Schaar van Jongelingen! want +aan u is mijn volgend leven toegewijd. Ik ben geroepen, om u voor te +gaan op den weg tot wetenschap; en zucht tot kennis brandt in u allen. +Ziet! zoo is reeds eene harmonische betrekking tusschen ons +geboren.--Zoekt gij bij mij de veelomvattende kennis en grondige +geleerdheid, die wij vereeren en hoogschatten alleen in mannen, wier +leven onafgebroken aan ijverige studie gewijd was, ik moet u +teleurstellen maar verlangt gij bereidvaardigheid in het ondersteunen +uwer pogingen, ijver en lust om u nuttig te zijn, ik bied ze u van +ganscher harte aan. En wij kunnen immers gezamenlijk het veld onzer +kennis uitbreiden. Gij toch, die u toewijdt aan de beoefening der +natuurkundige wetenschappen, waaronder ik ook de geneeskundige begrepen +acht, gij weet het, hoe men tot waarachtige kennis kan opklimmen. De +kennis, die gij verlangt, ligt in de voorwerpen en verschijnselen der +natuur opgesloten: zintuigelijke waarneming van deze is de éénige wijze, +waarop zij te verkrijgen is. Van de stelling uitgaande, dat niets wat +waarneembaar is, wordt gekend, vóór het is waargenomen, moet het steeds +mijn streven zijn, u de voorwerpen en verschijnselen der Natuur +waarneembaar voor te stellen. En zóó immers is ons de gelegenheid +gegeven, gezamenlijk kennis op te doen. Ik wil niet tot u spreken als +een boek, en daarom behoef ik ook niet de geleerdheid van een boek; maar +ik zal trachten, uwe zintuigen te scherpen, en ze met uwen geest in +nader verband te brengen. Gij moet leeren zien, hooren, ruiken, proeven +en tasten; en gij moet het bewustzijn hebben, dat gij met deze vermogens +tot ware kennis kunt geraken. Daarin bestaat het groote geheim, om +zelfstandig te worden. Hebt gij de indrukken zelf uit de natuur +opgezameld, gij zult ze gemakkelijk leeren ordenen. Die kennis is dan uw +eigendom, dien niemand u kan betwisten; en op dien grond zijt gij nu +zelfstandig. + +Geene andere lauweren verlang ik in mijnen werkkring, dan iets te mogen +bijdragen, om u tot die zelfstandigheid te vormen. + + + + + +End of the Project Gutenberg EBook of De Harmonie van het Dierlijke Leven +by F.C. Donders + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE HARMONIE *** + +***** This file should be named 17079-8.txt or 17079-8.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + https://www.gutenberg.org/1/7/0/7/17079/ + +Produced by The Online Distributed Proofreading Team at +https://www.pgdp.net. This file was produced from images +generously made available by The Internet Archive/Canadian +Libraries. + + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +https://gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at https://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at https://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit https://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including including checks, online payments and credit card +donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + https://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. diff --git a/17079-8.zip b/17079-8.zip Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..87c829e --- /dev/null +++ b/17079-8.zip diff --git a/17079-h.zip b/17079-h.zip Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..5aa83ab --- /dev/null +++ b/17079-h.zip diff --git a/17079-h/17079-h.htm b/17079-h/17079-h.htm new file mode 100644 index 0000000..541f50b --- /dev/null +++ b/17079-h/17079-h.htm @@ -0,0 +1,1862 @@ +<!DOCTYPE html PUBLIC "-//W3C//DTD XHTML 1.0 Strict//EN" + "http://www.w3.org/TR/xhtml1/DTD/xhtml1-strict.dtd"> + +<html xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"> + <head> + <meta http-equiv="Content-Type" content="text/html;charset=iso-8859-1" /> + <title> + The Project Gutenberg eBook of De Harmonie van het Dierlijke Leven, by F.C. DONDERS. + </title> + <style type="text/css"> +/*<![CDATA[ XML blockout */ +<!-- + p { margin-top: .75em; + text-align: justify; + margin-bottom: .75em; + } + h1,h2,h3,h4,h5,h6 { + text-align: center; /* all headings centered */ + clear: both; + } + hr { width: 33%; + margin-top: 2em; + margin-bottom: 2em; + margin-left: auto; + margin-right: auto; + clear: both; + } + + table {margin-left: auto; margin-right: auto;} + + body{margin-left: 10%; + margin-right: 10%; + } + + .pagenum { /* uncomment the next line for invisible page numbers */ + visibility: hidden; + position: absolute; + left: 92%; + font-size: smaller; + text-align: right; + } /* page numbers */ + + .linenum {position: absolute; top: auto; left: 4%;} /* poetry number */ + .blockquot{margin-left: 5%; margin-right: 10%;} + .sidenote {width: 20%; padding-bottom: .5em; padding-top: .5em; + padding-left: .5em; padding-right: .5em; margin-left: 1em; + float: right; clear: right; margin-top: 1em; + font-size: smaller; background: #eeeeee; border: dashed 1px;} + + .bb {border-bottom: solid 2px;} + .bl {border-left: solid 2px;} + .bt {border-top: solid 2px;} + .br {border-right: solid 2px;} + .bbox {border: solid 2px;} + + .center {text-align: center;} + .smcap {font-variant: small-caps;} + .u {text-decoration: underline;} + + .caption {font-weight: bold;} + + .figcenter {margin: auto; text-align: center;} + + .figleft {float: left; clear: left; margin-left: 0; margin-bottom: 1em; margin-top: + 1em; margin-right: 1em; padding: 0; text-align: center;} + + .figright {float: right; clear: right; margin-left: 1em; margin-bottom: 1em; + margin-top: 1em; margin-right: 0; padding: 0; text-align: center;} + + .footnotes {border: dashed 1px;} + .footnote {margin-left: 10%; margin-right: 10%; font-size: 0.9em;} + .footnote .label {position: absolute; right: 84%; text-align: right;} + .fnanchor {vertical-align: super; font-size: .8em; text-decoration: none;} + + .poem {margin-left:10%; margin-right:10%; text-align: left;} + .poem br {display: none;} + .poem .stanza {margin: 1em 0em 1em 0em;} + .poem span.i0 {display: block; margin-left: 0em; padding-left: 3em; text-indent: -3em;} + .poem span.i2 {display: block; margin-left: 2em; padding-left: 3em; text-indent: -3em;} + .poem span.i4 {display: block; margin-left: 4em; padding-left: 3em; text-indent: -3em;} + // --> + /* XML end ]]>*/ + </style> + </head> +<body> + + +<pre> + +Project Gutenberg's De Harmonie van het Dierlijke Leven, by F.C. Donders + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: De Harmonie van het Dierlijke Leven + De Openbaring van Wetten + +Author: F.C. Donders + +Release Date: November 16, 2005 [EBook #17079] + +Language: Dutch + +Character set encoding: ISO-8859-1 + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE HARMONIE *** + + + + +Produced by The Online Distributed Proofreading Team at +https://www.pgdp.net. This file was produced from images +generously made available by The Internet Archive/Canadian +Libraries. + + + + + + +</pre> + + + +<div> +<hr style="width: 65%;" /> +</div> +<div> +<br /> +<br /> +</div> + +<h1>DE HARMONIE VAN HET DIERLIJKE LEVEN</h1> + +<h2>DE OPENBARING VAN WETTEN.</h2> + +<div> +<br /> +</div> + +<hr style='width: 45%;' /> + +<h3>INWIJDINGSREDE, BIJ HET AANVAARDEN VAN HET HOOGLEERAARSAMBT AAN DE +UTRECHTSCHE HOOGESCHOOL</h3> + +<h3>DOOR</h3> + +<h2>Dr. F.C. DONDERS.</h2> + +<h3>UITGESPROKEN 28 JANUARIJ 1848.</h3> + +<div> +<hr style="width: 65%;" /> +</div> +<h2><a name="VOORBERICHT" id="VOORBERICHT"></a>VOORBERICHT.</h2> + + +<p>Wij lezen bij den voortreffelijken <span class="smcap">Henle</span>, dat, in de +physiologie en vooral in de pathologie van het dierlijke leven, de +teleologische beschouwingswijze (vragende naar het doel der +verschijnselen) zich nog bijna overal krachtig doet gelden—en wie geen +vreemdeling is in deze wetenschappen, staat gereed, die uitspraak te +beamen.</p> + +<p>Immers niet enkel worden de verschijnselen hier met het praedicaat van +<i>doelmatig</i> bestempeld: teleologische betoogen ook vindt men als +bewijsgronden in het midden gebragt en erkend, ja! in plaats van de <i>op +te sporen oorzaak</i>, wordt het <i>onderstelde doel</i> tot "<i>verklaring</i>" der +verschijnselen ingeroepen. Of ziet men niet, zelfs door sommige +Coryphaeën in de wetenschap, eene teleologische levenskracht, eene +heelkracht der natuur, aan duizenden, <i>van de meest verschillende +oorsaken afhankelijke</i>, verschijnselen <i>ten gronde gelegd</i>?</p> + +<p>Reeds vroeger (Gids 1846, bl. 893 e.v.) heb ik de teleologische +beschouwingswijze—als ontbloot van absoluten grond, en hierom +willekeurig en onwetenschappelijk—met een enkel woord bestreden. Het +onderwerp evenwel scheen mij gewigtig genoeg voor eene meer uitvoerige +behandeling, en, om deszelfs algemeene strekking, tevens bijzonder +geschikt voor eene openlijke rede.</p> + +<p>Ik stelde mij hierom voor, hetzelve, bij gelegenheid der aanvaarding van +het hoogleeraarsambt, nader te behandelen,—en vooreerst te betoogen, +dat, wanneer wij het doel in de verschijnselen der natuur ook geenszins +loochenen, eene <i>leer</i> van het doel nimmer <i>wetenschap</i> worden kan, en +derhalve op het natuurkundig gebied niet mag worden geduld;—ten anderen +te doen zien, dat—waar, bij de prachtvolle en ingewikkelde harmonie van +het dierlijke leven, de, als ware het, aangeboren neiging van den mensch +tot anthropomorphismus het <i>doel</i> als de <i>oorzaak</i> ons wil +opdringen—het opsporen der wetten van wording, naar de oorzakelijke +methode, niettemin mogelijk blijft;—en eindelijk had ik willen +aantoonen, hoe, schier in elke wetenschap der natuur, dwalingen en +bekrompene beschouwingen uit de teleologische zienswijze zijn +ontsproten, die ook thans nog, inzonderheid op het gebied der +physiologie—bij name die van het ziekelijke leven, de verdere +ontwikkeling belemmeren, en met het stellig karakter van wetenschap +geenszins strooken.</p> + +<p>Voor dit laatste gedeelte echter, waaruit het duidelijkst de +noodzakelijkheid zou zijn voortgevloeid, om de teleologie van het +natuurkundig terrein te weren, ontbrak mij ditmaal de tijd. Elders hoop +ik dien later te vinden.</p> + +<p>Mogen ook zij, wier meeningen en begrippen van de hier voorgedragene +afwijken, deze bladeren zonder vooroordeel ter hand nemen, en verder ook +niemand al te ligtvaardig het vonnis er over uitspreken!</p> + +<p><b>DE SCHRIJVER.</b></p> + +<div> +<hr style="width: 65%;" /> +</div> + +<p><span style="margin-left: 2em;">Edelgrootachtbare heeren curatoren der Utrechtsche Hoogeschool!</span></p> + +<p><span style="margin-left: 3em;">Weledelgestrenge heer secretaris van het collegie der curatoren!</span></p> + +<p><span style="margin-left: 4em;">Hooggeleerde heeren, waarde ambtgenooten! en weledele zeer geleerde +heeren lectoren!</span></p> + +<p><span style="margin-left: 5em;">Die met het bestuur van dit gewest of deze stad of met de handhaving des +regts zijt belast, mannen reeds door stand en werkkring eerwaardig!</span></p> + +<p><span style="margin-left: 6em;">Weleerwaarde heeren, bedienaars van de Godsdienst!</span></p> + +<p><span style="margin-left: 7em;">Weledele zeer geleerde heeren doctoren der verschillende faculteiten!</span></p> + +<p><span style="margin-left: 8em;">Aanzienlijke schaar van jongelingen, die u aan de beoefening der +wetenschappen toewijdt!</span></p> + +<p><span style="margin-left: 9em;">En voorts gij allen, die ons met uwe tegenwoordigheid vereert, zeer +gewenschte toehoorders!</span><br /><br /></p> + +<p>Werwaarts wij in de natuur onze oogen rigten, alom erkennen wij<span class='pagenum'><a name="Page_259" id="Page_259">[Pg 259]</a></span> +verband, schier overal orde en harmonie. Elk punt op het uitgestrekte +veld is een deel van het groote organismus, een schakel der onafzienbare +keten, die noch begin noch einde kent, en in wezen ondeelbaar is.</p> + +<p>Zóó innig is de band, die al 't bestaande zamenvlecht!</p> + +<p>Bewegen wij ons in de onmetelijke ruimte, waarin de verbeelding schier +weigert onze woorden te volgen, daar treedt ons, tusschen duizenden van +hemelbollen, het zonnestelsel als een geheel van orde en majesteit te +gemoet, dat ons dwingt tot eerbiedige bewondering. Niet alleen zien wij +de planeten door de zon, als door een hoogere magt, aan hare banen +geketend; maar tevens weten wij, dat ook elke stoornis, van den +wederkeerigen invloed der planeten afhankelijk, vereffend wordt, vóór +zij de bestaande orde zou kunnen bedreigen.</p> + +<p>De aarde, met hare duizenden van voortbrengselen, is volmaakt +geëvenredigd aan de schitterende vorstin van het stelsel. Haar afstand +van de zon beantwoordt aan de vereischte warmte voor eene krachtige +ontwikkeling van planten en dieren, aan het vereischte licht, om de +Natuur in haren vollen luister ten toon te spreiden, zonder door te +hellen gloed onze oogen te verblinden.</p> + +<p>De dampkring, die onze planeet omhult, vindt tot bodem <i>hier</i> den vasten +grond, welks bergtoppen zich als ondiepten verheffen in die zee van +lucht, <i>daar</i> den wijden oceaan, die de diepten der aardkorst vereffent; +en elk dier elementen brengt al de voorwaarden mede voor de ontwikkeling +en het leven van het heir van voorwerpen, die ze bewonen.</p> + +<p><span class='pagenum'><a name="Page_260" id="Page_260">[Pg 260]</a></span>Voortdurend stijgt het water van de oppervlakte der zee in den +dampkring op, en valt ginds, als vruchtbare regen, op den dorstenden +grond. Dit water behoeven de planten. Maar zij putten ook uit denzelfden +bodem de onbewerktuigde stoffen, niet regtstreeks door den regen +aangevoerd;—en van de hooge bergen stort zich het water, rijk beladen +met de bestanddeelen der verweerde rotsen, naar beneden, en drenkt +hiermede het land, waardoor het kronkelend naar den oceaan terugvloeit.</p> + +<p>Zoo is er zamenhang tusschen alle verschijnselen der natuur; zoo wordt +ten slotte alles dienstbaar aan de ontwikkeling van leven.</p> + +<p>Nergens evenwel is het verband treffender dan tusschen de beide rijken +der levende natuur. Vereenigd door de dampkringslucht, waaruit beide +putten en die in beide haar voedsel vindt, voorzien zij wederkeerig in +elkanders behoeften. De dieren ontwikkelen het koolstofzuur, dat de +planten als voedsel aan den dampkring ontleenen; de planten staan in de +zuurstof de levenslucht af voor het dier,—en zóó is voor beide de +dampkring een eeuwige, onuitputtelijke bron.</p> + +<p>Nimmer is hij in rust. Van de oppervlakte der aarde, waar de lucht aan +gestadige wisseling van bestanddeelen onderworpen is, stijgt zij naar +boven, om op hetzelfde oogenblik te worden aangevuld; en door +onophoudelijke stroomen wordt hare zamenstelling alom gelijkmatig +bewaard, beantwoordt alom aan de voorwaarden tot leven en ontwikkeling +van planten en dieren.</p> + +<p>Het is de taak van den natuuronderzoeker, de betrekking tusschen al de +verschijnselen der natuur op te sporen. Die taak is even schoon als +verheffend. In de harmonie, die hem des te levendiger in de oogen +schittert, hoe ruimer en meer omvattend zijn blik wordt, verschijnt hem +de natuur als een volmaakt geëvenredigd, organisch geheel. Het genot, +uit hare aanschouwing geboren, is een krachtige prikkel voor zijnen +navorschenden geest. Steeds door harmonische indrukken opgewekt, en in +zijne werking geleid en bepaald, wordt die geest zelf meer en meer aan +harmonie deelachtig. Zóó ontwikkelt natuurbeschouwing bij hem een waar +gevoel voor het schoone en goede. Zóó kan zij de grondslag worden eener +verheven wijsgeerige moraal.</p> + +<p>En toch—de kennis dier harmonie is niet het rustpunt van zijn streven. +Hij wil indringen in hare oorzaken, opklimmen tot haren <span class='pagenum'><a name="Page_261" id="Page_261">[Pg 261]</a></span>grond. Hij +voelt zich gedrongen, te vragen naar de wetten, die aan de ontwikkeling +der harmonie ten gronde liggen, en wil ze in die wetten erkennen als +noodzakelijk. De eeuwig onveranderlijke eigenschappen der grondstoffen +en der grondkrachten op te sporen, en aan te wijzen, hoe elk +natuurverschijnsel uit deze eigenschappen noodwendig voortvloeit, +zietdaar het ideaal van zijn streven, het toppunt zijner kennis!</p> + +<p>Wij weten, dat dit ideaal geenszins bereikt is; maar wij weten evenzeer, +dat er belangrijke schreden op den weg tot verwezenlijking gedaan zijn.</p> + +<p>De sterrekundige toont aan, dat de wetten van traagheid en aantrekking, +die slechts de uitdrukking zijn van de onveranderlijke eigenschappen der +stof, de hemelbollen aan hunne banen kluisteren; en uit de betrekking +tusschen de loopbanen en de omloopstijden der onderscheidene planeten +leert de wiskunde hem onfeilbaar besluiten, dat elke stoornis zich +noodwendig moet vereffenen, dat de orde van het zonnestelsel tot in de +verste tijden onomstootelijk verzekerd is.</p> + +<p>De natuurkundige kent de oorzaken van het opstijgen der waterdampen, van +het condenseren dier dampen in den atmosfeer: en in het neerstorten van +den regen, zoo wel als in de kracht, waarmede het zeewaarts stroomende +water zijne voren in de aarde groeft, ziet hij het noodwendig +uitvloeisel van dezelfde eigenschap der stof, die de banen der +hemelbollen bepaalt. Het verweren der rotsen, het doordringen van hare +bestanddeelen tot aan de wortels der planten, dit alles is in vaste +natuurwetten als noodwendig aangetoond.</p> + +<p>De meteoroloog geeft rekenschap van het opstijgen der lucht, en kent de +oorzaken der stroomen, die de zamenstelling des dampkrings alom +gelijkmatig bewaren,—ja! 't geheele zoo wisselvallig spel der elementen +is door hem teruggebragt tot ééne hoogste oorzaak: ongelijke verdeeling +van warmte.</p> + +<p>Eindelijk de geoloog, die de gesteldheid der aardkorst onderzoekt, komt +op onwankelbare gronden tot het besluit, dat de aarde, vóór onafzienbare +tijden, als eene gloeijende zee door het wereldruim zweefde; en, +steunende op wetten, die weder niets anders zijn, dan de eeuwige +eigenschappen der stoffen en krachten, erkent hij, dat zij noodwendig al +de gedaanteverwisselingen moest doorloopen, <span class='pagenum'><a name="Page_262" id="Page_262">[Pg 262]</a></span>waarvan de huidige toestand +harer korst, als een onfeilbaar geschiedboek, getuigt.—Kortom! de +wetenschap leert, dat de geheele stoffelijke wereld door den ijzeren +schepter der noodwendigheid beheerscht wordt!</p> + +<p>Niet overal echter is deze waarheid even diep en krachtig doorgedrongen. +Niet overal is de behoefte even levendig ontwaakt, om tot den grond op +te klimmen der erkende harmonie. In de bewerktuigde wereld treedt zij, +bij eene onuitputtelijke verscheidenheid, zoo rijk, zoo ingewikkeld, zoo +schoon en boeijend op, dat men wel niet zoo gemakkelijk van haar kon +afscheid nemen. De geest, verrukt door schoonheid en genot, duizelde bij +het denkbeeld, om tot de oorzaken op te klimmen, waardoor zooveel +harmonie tot stand kwam. Zoo gaf hier de volheid harer pracht voedsel +aan eene beschouwingswijze, die overal elders reeds lang voor eene +juistere had moeten onderdoen.</p> + +<p>Buiten de levende natuur toch erkent men, zoo als ik u aantoonde, niets +dan wetten, niets dan noodzakelijkheid. Zoo legt de geoloog, om, bij de +geschiedenis der Aarde van de verschijnselen tot de werkende oorzaken op +te klimmen, de overtuiging ten gronde, dat van al de opvolgende +veranderingen der aarde de voorwaarden reeds aan de vroegste perioden +van haar bestaan verbonden waren;—en hoe meer zijn onderzoek zich +uitbreidt, des te minder wordt die overtuiging beschaamd. Wil hij de +verschillende lagen der vaste aardkorst, de verdeeling van water en vast +land over hare oppervlakte, de afwisseling van bergen en dalen, de +rivieren en bronnen, en zoo vele andere verschijnselen, (voor zoo verre +de levende natuur vreemd aan derzelver ontstaan is,) in hunne wording +toelichten, hij beroept zich slechts op wetten, hem door de sterrekunde, +de natuur- en scheikunde aan de hand gedaan, en ziet hieruit al die +verschijnselen met noodzakelijkheid geboren worden.</p> + +<p>Planten en dieren daarentegen beschouwt men veelal niet als geworden, +maar als gevormd; niet als eene ontwikkeling der natuur naar bepaalde +wetten, maar als de voortbrengselen eener nieuwe schepping; niet als de +verwerkelijking van hetgeen in de eigenschappen der grondstoffen en +grondkrachten reeds besloten lag, maar als naar een wel beraamd plan, in +harmonie met de overige natuur, eerst later door eene hoogste Wijsheid +tot stand gebragt.</p> + +<p><span class='pagenum'><a name="Page_263" id="Page_263">[Pg 263]</a></span>Dit anthropomorphismus leidde tot eene vergelijking van planten en +dieren met de kunstigste voortbrengselen van 's menschen hand: de deelen +heeft men hierom werktuigen, de verschijnselen verrigtingen en het +geheel een organismus genoemd. Men vroeg niet: waardoor kwamen zij tot +stand? maar bepaalde zich bij elk werktuig tot de vraag: waartoe dient +het? waartoe is het bestemd? En even als in een werktuig, door +menschelijk vernuft tot stand gebragt, waande men den grond, de oorzaak +van het bestaan, te kennen, waar men dacht, de bestemming of het doel te +hebben geraden. Zoo antwoordde men op de vraag: <i>waartoe</i>? en zag +hierbij over het hoofd, dat het <i>waardoor</i>? onbeantwoord bleef. Gij ziet +het: men plaatste zich op een teleologisch standpunt.</p> + +<p>Ik laat aan de wijsbegeerte de beslissing over, of men het regt heeft, +in de natuur van een doel te spreken: maar ik wilde u hier reeds doen +opmerken, dat men in de wetenschap van het leven afgeweken is van den +weg, die in de overige natuur-wetenschappen zoo veel dieper in den +oorzakelijken zamenhang der verschijnselen liet doordringen. En toch +schijnt die weg mij ook hier de éénige, die tot hoogere waarheid leidt. +Indien de harmonie van het dierlijk organismus, die aan het besluit tot +een doel ten gronde ligt, volgens bepaalde wetten tot stand komt, dan is +zij de openbaring dier wetten. Dan wil men die wetten vaststellen en op +deze de noodzakelijkheid der harmonie gronden, in plaats van zich met +een nooit bewijsbaar doel als grond te vergenoegen. Eene poging hiertoe +is het doel mijner rede. Ik zal trachten de noodwendigheid der harmonie +van het dierlijk leven uit de wetten aan te toonen, krachtens welke die +harmonie tot stand komt.</p> + +<hr style='width: 45%;' /> + +<p>Wanneer ik de harmonie in de geheele bewerktuigde wereld even noodwendig +acht, als de orde in den sterrenhemel, dan spreek ik hiermede geenszins +het vonnis uit over den natuurvorscher, die, zonder naar den grond te +vragen, zich bloot de kennis dier harmonische betrekking ten doel stelt. +Integendeel,—ik heb het reeds gezegd,—ik acht die kennis hoog. Zij ook +alleen kan ons opvoeren tot de oorzaken, die der harmonie ten gronde +liggen. Maar wanneer men uit de harmonische betrekking besluit tot een +doel, en, in den waan van hiermede den grond gevonden te hebben, het +doel tot verklaring der verschijnselen inroept, of zelfs de +<span class='pagenum'><a name="Page_264" id="Page_264">[Pg 264]</a></span>mogelijkheid der verschijnselen aan het doel ten toets brengt, dan meen +ik die rigting ernstig te moeten wraken. Zij sluit het onderzoek uit +naar den grond, en wiegt het zoo noodige bewustzijn onzer onkunde met +schijnkennis in slaap.</p> + +<p>Het teleologisch standpunt blijft daarenboven altijd een betrekkelijk. +Men denke zich 't heelal door eene alwijze Almagt met een bepaald doel +tot stand gebragt: wie is vermetel genoeg, zich op het standpunt van God +te plaatsen? En welk standpunt zullen wij dàn kiezen?—Het dier, dat +zijn' vijand ten prooi valt, moge in diens oog aan zijne bestemming +beantwoorden, in zijn eigen oog valt het als slagtoffer van het noodlot. +Maar gij wilt u plaatsen op het standpunt van mensch:—Welnu! wanneer +gij, als mensch, duizenden verschijnselen in de natuur doelmatig roemt, +wees dan consequent, en noem ondoelmatig, wat niet met uwe menschelijke +inzigten strookt. Hebt gij u het regt aangematigd, naar uwe inzigten +over doelmatigheid te oordeelen, dan hebt gij het regt verbeurd, u op de +ondoorgrondelijke wegen der Voorzienigheid te beroepen, waar gij het +doel in uwe oogen miskend ziet. En wie zal het wagen, waar jeugdige en +veel belovende kracht onder het geweld eener moorddadige ziekte +bezwijkt, waar door geweldige aardbevingen in eene enkele minuut +duizenden van menschenlevens vernietigd worden, waar in den mislukten +oogst millioenen onzer natuurgenooten eene toekomst lezen van honger en +ellende,—wie, vraag ik, zal het wagen, bij dergelijke verschijnselen, +een doel te willen raden?—Gij vraagt hier naar den grond. Gij wilt de +oorzaken dier verschijnselen kennen, welke gij rampen noemt. Welnu! +verlaat dan ook het teleologische standpunt, en tracht niet tot het +doel, maar tot den grond door te dringen, waar gij in de verschijnselen +orde erkent en harmonie: want gene als deze zijn verschijnselen +derzelfde natuur; en die u welgevallig zijn, zij berusten op geene +andere wetten, dan die gezondheid en leven u bedreigen.</p> + +<hr style='width: 45%;' /> + +<p>Wanneer ik eene poging waag, om de wetten vast te stellen, waarnaar de +harmonie van het dierlijk organismus zich ontwikkelt en handhaaft, dan +verwacht gij geenszins in deze wetten verwezenlijkt te vinden, wat ik u +als het ideaal van ons streven voorstelde. Dit is nog slechts in eene +enkele der natuur-wetenschappen bereikt: <span class='pagenum'><a name="Page_265" id="Page_265">[Pg 265]</a></span>in de sterrekunde, +die,—hoeveel haar descriptief gedeelte nog te wenschen overlate,—zoo +wel van hare scherpte in waarneming als volmaaktheid in theorie de +schitterendste bewijzen gaf. Maar toch ook deze wetenschap leerde de +verschijnselen van haar gebied tot wetten terugbrengen, vóór zij den +grond dier wetten in de eigenschappen der stof doorzag. Het wetboek was +door <span class="smcap">Kepler</span> geschreven, vóór het genie van <span class="smcap">Newton</span> +deszelfs geest verklaarde. Door <span class="smcap">Kepler</span> waren de banen en +omloopstijden der planeten aan wetten gebonden, vóór <span class="smcap">Newton</span> de +noodzakelijkheid dier wetten grondde in ééne hoogste wet, en hiermeê +tevens den sleutel gaf van hetgeen de waarneming afwijkends van de +wetten van <span class="smcap">Kepler</span> had aangetoond of verder zou aantoonen.</p> + +<p>Dit nu is de weg voor elke andere wetenschap der natuur. Door het +opklimmen tot hoogere en hoogere wetten naderen wij den eindpaal, +waarnaar wij streven. Slechts trapsgewijze is hij te bereiken. Het is +waar, wanneer wij de wetten kunnen vaststellen, naar welke de harmonie +van het dierlijk leven zich ontwikkelt, dan mag die harmonie nog +geenszins verklaard heeten: eene verklaring, die iets anders zijn zou +dan eene hoogste wet, dat is eene standvastige eigenschap van stof of +kracht, kan noch mag ons geheel bevredigen. Maar wanneer men, op grond +hiervan, met eenig regt zou kunnen beweren, dat door het vaststellen van +wetten eener lagere orde de zwarigheid slechts verplaatst en niet wordt +opgeheven, dan vergete men niet, dat het eene verplaatsing is nader bij +het doel, en dat elke sport van den langen ladder even onvermijdelijk +is.</p> + +<hr style='width: 45%;' /> + +<p>Vóór wij de wetten toetsen, die aan de harmonie van het dierlijk leven +ten gronde liggen, moeten wij een' blik werpen op die harmonie zelve. +Reeds terstond springt ons in het oog, dat zij eene tweeledige is. Zij +openbaart zich eensdeels in de betrekking van het organismus tot de +invloeden, waaraan het is blootgesteld, anderdeels in zijne betrekking +tot de levensbehoeften, naauw verbonden met die zijner zamenstellende +deelen tot elkander. In beide opzigten streeft zij onophoudelijk eene +hoogere volmaking te gemoet.</p> + +<p>Beschouwen wij eerst de betrekking van het organismus tot sommige +invloeden.</p> + +<p>De geheele aarde, hoe verschillend de temperatuur zij van hare +<span class='pagenum'><a name="Page_266" id="Page_266">[Pg 266]</a></span>oppervlakte, is met dierlijke wezens bevolkt. Van de tropische gewesten +af, waar, onder de brandende zon in het zenith, de temperatuur der lucht +zelfs de bloedwarmte kan overtreffen, tot in de oorden van eeuwig sneeuw +en ijs, overal treedt dierlijk leven ons tegemoet. Maar onder elk +klimaat, onder elke temperatuur zijn het andere geslachten, andere +soorten; en zoowel de rijke en prachtige Fauna der keerkringsgewesten, +als de ijsbeer en het rendier van het Noorden, eischen voor gezondheid +en leven juist die temperatuur, waaraan zij zijn blootgesteld. Waar dan +ook geene werktuigelijke hinderpalen aan eene onbeperkte verspreiding in +den weg stonden, was verschil in warmtegraad voldoende, om een' +onoverkomelijken grensmuur op te trekken. Duidelijk zien wij dit vooral +in het lama, dat op de verhevene weivlakten van Chili en Peru tot meer +dan 4000 ellen boven de oppervlakte der zee leeft en zich tot ver in +Patagonie heeft verspreid, maar noch in Brazilië noch in Mexico wordt +aangetroffen. De voor zijne organisatie te hooge temperatuur der lagere +streken, die het had moeten doortrekken, om deze landen te bereiken, +trad als beletsel op. Evenzoo staat de koude der toppen van de +Cordilleras als scheidsmuur daar tusschen vele soorten van dieren, +inzonderheid van insekten.—Waar daarentegen werktuigelijke hinderpalen +de verspreiding langs de isothermen beperkten, heeft de mensch, door +zijne tusschenkomst, slechts die hinderpalen te overwinnen, om een nieuw +gebied van verspreiding te openen. Dit bewijzen ons de paarden en +runderen, die, door de Spanjaarden naar Amerika overgebragt, zich aldaar +in het ontelbare vermenigvuldigd hebben. Maar, wildet gij de noordelijke +dieren naar het zuiden, de zuidelijke naar het noorden overplanten, gij +zoudt uwe poging verijdeld zien. Het rendier, volkomen gehard tegen de +lange en strenge winters van Lapland, brengt te Petersburg den zomer +reeds kwijnende door, en bezwijkt spoedig onder den invloed der warmte +van een meer gematigd klimaat. En in hetzelfde oord sterft de aap aan +longtering, en kan de slang alleen door koestering en verwarming het +ellendig plantenleven rekken, waartoe zij door de koude onzer gewesten +gedoemd is.</p> + +<p>De mensch althans, meent gij, maakt eene uitzondering. Hij, als +wereldburger, bewoont met enkele hem gevolgde huisdieren schier de +geheele oppervlakte der aarde, en leeft bij de grootste verscheidenheid +van temperatuur.—Ik zou u kunnen wijzen op het tal <span class='pagenum'><a name="Page_267" id="Page_267">[Pg 267]</a></span>van middelen, +waardoor zijn vindingrijk vernuft aan felle koude en brandende hitte +leerde afbreuk doen; maar liever vraag ik u, of niet evenzeer de Neger +als de Laplander het best beantwoordt aan den invloed der temperatuur +van het oord zijner bewoning. Het is u niet onbekend, hoe vaak +verhuizing naar een vreemd klimaat leven en gezondheid kost. <i>Waar</i> is +het,—en die regel is algemeen,—dat, onder de verschillende +hemelstreken, de organisatie van menschen en dieren harmonisch +beantwoordt aan de heerschende temperatuur. Vanwaar die harmonie? Mogen +wij ze, op het natuurkundig standpunt, voor verklaard houden, met in +haar een wijs doel te erkennen van den Schepper, die hier deze, daar +gene dieren in het aanzijn riep?—Gewis niet!</p> + +<p>Even harmonisch is het verband tusschen de gevoeligheid van het oog en +de sterkte van het licht. Reeds merkte ik op, hoe het zonlicht de +luisterrijke pracht der natuur voor ons oog toegankelijk maakt, zonder +het door zijnen glans te verblinden. Maar ziet de nachtelijke dieren! +Zij bezitten eene gevoeligheid van oog, die hen wel is waar het daglicht +moet doen schuwen, maar die juist hen in staat stelt, hunne prooi te +zien en met zekerheid te bemagtigen, waar voor ons enkel duisternis +heerscht. Heerlijke doelmatigheid! moge de teleoloog hierbij in +bewondering uitroepen: hij wane niet, met dien uitroep tot de oorzaak +van het verband te zijn opgeklommen.</p> + +<p>De dampkring, eene noodwendige voorwaarde van het dierlijk leven, oefent +eenen tweeledigen invloed op het organismus: eenen werktuigelijken door +zijne drukking, eenen scheikundigen door zijne zamenstelling. In beide +opzigten is de organisatie van het dier hieraan harmonisch geëvenredigd. +In de ijlere lucht, die de hoogste bergtoppen omringt, wordt vaak de +moedige reiziger door de lastigste verschijnselen gekweld. Zijne aderen +zwellen op; het bloed dringt hem uit lippen, mond en neus, zelfs uit het +bindvlies zijner oogen. Bij versnelden pols en ademhaling voegt zich +duizeligheid, onmagt of slaapzucht; en hij wordt door eene loomheid +overvallen, die, op haar hoogste punt gekomen, volgens getuigenis van +<span class="smcap">de Saussure</span>, hem eene enkele schrede weigeren zou, om het +dringendst gevaar te ontvlieden. Zoo zinkt hij moedeloos, afgemat, +neder;—en trots boven zijn hoofd verheffen zich de arend en de condor, +en zweven in statige vlugt door den nog dunneren dampkring.</p> + +<p><span class='pagenum'><a name="Page_268" id="Page_268">[Pg 268]</a></span>Niet minder beantwoordt het organismus aan de zamenstelling der lucht, +waaraan het is blootgesteld. Plaats een dier, dat den frisschen +dampkring met ons deelt, in een mengsel, hiervan merkelijk in +zamenstelling onderscheiden, gij zult het onfeilbaar zien bezwijken. +Maar evenzeer zoudt gij het leven vernietigen van den worm, die in de +vochten van het darmkanaal voedsel vindt en lucht om te leven, zoo gij +hem overbragt in den vrijen dampkring; de scheikundige invloed van dezen +is vijandig aan zijne organisatie.</p> + +<p>Merkwaardig ook vooral is de harmonische betrekking tusschen het +organismus van elk dier, en het voedsel tot zijne instandhouding. Overal +is het dier juist door datgene als omringd, wat voor zijne voeding het +geschiktste is. Terwijl de natuur duizenderlei schadelijke stoffen +oplevert, die, in het organismus gevoerd, gezondheid en leven bedreigen, +is er onder de talrijke bestanddeelen onzer natuurlijke voedsels geen +enkel, welks invloed zich verderfelijk toont. Wederkeerig zegt men, dat +sommige dieren zich ongestraft voeden met stoffen, die voor anderen +doodelijk zijn; en het is eene erkende waarheid, dat plantetende dieren, +die zoo ligtelijk giftplanten in hun voedsel zullen gemengd vinden, +hiervan zonder eenige nadeelige uitwerking hoeveelheden verdragen, +waartegen het leven van vleeschetende dieren niet bestand is. Maar deze, +zegt de teleoloog, zijn door hunne levenswijze tegen het opnemen van +plantaardige vergiften genoegzaam gewaarborgd; en zij hadden dus geene +behoefte aan diezelfde ongevoeligheid. Wacht U, hierin eene verklaring +te zien!</p> + +<p>Nog een derde punt in de verhouding van het dierlijk organismus tot de +voedsels verdient allezins onze aandacht. Het is niemand onbekend, dat +van de dieren zich eenigen met plantaardige, anderen met dierlijke +zelfstandigheden voeden, terwijl eindelijk een niet gering aantal zich +van gemengd voedsel bedient. Met dit verschil nu van voedsel, waartoe +het dier door zijne levenswijze en geheele organisatie als gedwongen is, +verkeert het darmkanaal in de heerlijkste overeenstemming. Dierlijke +stoffen behoeven, na opgelost te zijn, naauwelijks verandering te +ondergaan, om als geschikte bestanddeelen in het bloed te worden +opgenomen; de meeste plantaardige daarentegen eischen eene langere +inwerking van het spijsverteringsvocht;—van dierlijke stoffen is eene +betrekkelijk geringe hoeveelheid tot herstelling van het verlorene +benoodigd; van plantaardige <span class='pagenum'><a name="Page_269" id="Page_269">[Pg 269]</a></span>zelfstandigheden worden hiertoe integendeel +grootere massas gevorderd: en juist hieraan geëvenredigd bezitten de +vleeschetende dieren een korter en eenvoudiger, de plantetende een +langer en meer zamengesteld spijsverteringskanaal, terwijl de mensen en +de overige dieren, die zich van gemengd voedsel bedienen, in dit opzigt +het midden houden. Treffende harmonie, inderdaad!.... Is het rekenschap +geven van dit verband, wanneer wij zeggen: deze dieren verkregen een +korter, gene een langer darmkanaal, opdat elk zou beantwoorden aan den +aard van zijn voedsel?—Geenszins!</p> + +<p>Ik zou de voorbeelden van harmonie tusschen het dierlijk organismus en +de invloeden, waaraan het voortdurend is blootgesteld, tot in het +ontelbare kunnen vermenigvuldigen; maar reeds hoor ik u veeleer vragen +naar den grond dier harmonie. Immers ik heb ze genoemd wettig en +noodwendig. Gij hebt dus regt, meer te eischen, dan op het menschelijk +standpunt hierin een wijs en verstandig doel te zien aangetoond. Gij +wilt weten, hoe zij tot stand kwam, hoe zij zich handhaaft. Eene enkele +wet geeft er u rekenschap van: <i>Elk dierlijk wezen wordt door de +invloeden, waaraan het duurzaam is blootgesteld, in zijne organisatie +zoodanig gewijzigd, dat het aan die invloeden harmonisch beantwoordt</i>.</p> + +<hr style='width: 45%;' /> + +<p>Die wet klinkt u bekend;—zij is zulks in waarheid. Duizenden malen hebt +gij het woord <i>gewoonte</i> uitgesproken, maar veelligt zijn' diepen zin +niet altijd wel doorgrond. Gij hebt haar genoemd eene tweede natuur. Ik +noem haar de natuur zelve. Wanneer wij erkennen als wet,—dat is: als +eeuwige waarheid, voor het verledene als voor het heden en de +toekomst,—dat de aard en zamenstelling van elk bewerktuigd wezen +gewijzigd wordt door de invloeden, waaraan het blootstaat, dan moeten +wij met noodzakelijkheid besluiten, dat, bij de allengsche ontwikkeling +van dierlijke wezens op de oppervlakte onzer planeet, de gesteldheid der +onderscheiden kiemen door de invloeden, dat is door de omstandigheden, +is bepaald geworden, en dat trapswijze verandering dier omstandigheden +tot gedurige wijzigingen, welligt tot splitsing in thans onderscheiden +soorten heeft aanleiding gegeven, zóó evenwel, dat, in elke periode, de +organisatie der dierlijke wezens aan de invloeden van buiten harmonisch +geëvenredigd bleef.</p> + +<p>Maar toetsen wij de vastgestelde wet aan de verschijnselen; en <span class='pagenum'><a name="Page_270" id="Page_270">[Pg 270]</a></span>laat ons +zien, of zij werkelijk rekenschap geeft van de harmonie, door deze zoo +luide en krachtig verkondigd.</p> + +<p>In de eerste plaats wees ik u op de betrekking tusschen het dierlijk +organismus en de uitwendige temperatuur. Niets gemakkelijker dan te +bewijzen, dat deze betrekking noodwendig voortvloeit uit genoemde wet. +Vooreerst is het in de hoogste mate waarschijnlijk, dat alle +menschenrassen uit één en denzelfden stam zijn ontsproten en zich, uit +eene bepaalde streek, over het grootste gedeelte der aarde verspreid +hebben. En thans zien wij de organisatie van elke verscheidenheid +harmonisch beantwoorden aan het klimaat, waaronder zij leeft. Hoe ware +dit mogelijk, wanneer die organisatie niet allengs ware gewijzigd +geworden, naar gelang ze aan eene andere temperatuur werd +blootgesteld?—Of mogt gij twijfelen aan den oorsprong van alle +menschenrassen uit denzelfden stam, dan heb ik u slechts het zoogenoemde +acclimateren te herinneren. Wat is dit anders, dan eene wijziging van +het organismus onder den invloed eener vreemde luchtstreek, eene +wijziging in dien zin, dat het beantwoordt aan de heerschende +temperatuur en de overige invloeden, aan dit klimaat verbonden?—Ik zou +u voorts kunnen wijzen op de uitersten van temperatuur, waaraan zoo +velen zich door den aard van hun beroep leerden gewennen; maar gij +behoeft slechts uw eigene ondervinding te raadplegen. Als na dagen van +strenge vorst de thermometer ook slechts weinige graden boven het +vriespunt rijst, spreken wij reeds van eene zoele lucht; en in het +najaar, bij eene veel hoogere temperatuur, rillen wij niet zelden van +koude. Eenige dagen, in eene warme kamer doorgebragt, zijn voldoende, om +ons voor de frissche buitenlucht gevoeliger te maken; en wie, van zijne +jeugd aan, tegen koude gehard is, stelt zich veilig bloot aan het +guurste jaargetijde. Zoo krachtig doet zich hier de invloed der gewoonte +gevoelen. En wanneer wij nu overwegen, dat de kiem van elke diersoort +onder eene bepaalde temperatuur gelegd werd, dat zich elke soort onder +eene bepaalde temperatuur hooger en hooger ontwikkelde, dat daarenboven +elke wijziging in die temperatuur en in hare afwisselingen als +onmerkbaar plaats greep, dan zien wij in, dat de harmonie tusschen het +dierlijk organismus en de temperatuur, waaraan het is blootgesteld, +noodzakelijk tot stand kwam, dat zij aan de wet van gewoonte gebonden +is.</p> + +<p><span class='pagenum'><a name="Page_271" id="Page_271">[Pg 271]</a></span>Even wettig is die harmonie ten opzigte van het licht. Snel en +gemakkelijk gewent zich het oog aan zeer verschillende graden; telkens +wordt deszelfs gevoeligheid hiernaar gewijzigd. Komen wij uit het +heldere daglicht in een vertrek, waar slechts weinige stralen toegang +vinden, dan onderscheiden wij aanvankelijk niets; het is alsof wij door +eene volslagen duisternis omgeven zijn. Maar weldra ontdekt gij enkele +voorwerpen; zij worden duidelijker en duidelijker, en eindelijk zijt gij +in staat, daar, waar het u volstrekt duister scheen, al het omringende +te herkennen en u vrij en ongedwongen te bewegen. Doch wildet gij u nu +weder eensklaps in het volle daglicht verplaatsen, het zou u door zijn' +hellen glans verblinden. Eene pijnlijke lichtschuwheid sluit nu +krampachtig uwe oogen; en eerst na eenigen tijd keert het vermogen +terug, om bij dit licht duidelijk te zien en te onderscheiden.—De +snelheid van dit accommodatie-vermogen van het oog voor verschillende +lichtsterkte staat in een naauw verband met de snelle en belangrijke +afwisselingen dier sterkte, waaraan wij van nature blootstaan. Zijn wij +langen tijd aan deze afwisselingen onttrokken, dan verliest het oog, +alweder krachtens de wet van gewoonte, het gezegde vermogen. Dit is +gebleken bij gevangenen, die, jarenlang van het daglicht beroofd, in +eene bijna volslagen duisternis leerden zien en onderscheiden; doch wier +optische gevoeligheid hierbij zoodanig was toegenomen, dat zij niet dan +met de uiterste omzigtigheid allengs aan een sterkeren lichtprikkel +mogten worden blootgesteld. Gij ziet: zij waren nachtdieren geworden. En +is het dus niet wettig, dat zoodanige dieren, die, zoolang het zonlicht +de aarde beschijnt, in diepen slaap gedompeld liggen,—is het niet +wettig, vraag ik, dat deze dieren dagblind zijn, en dat de gevoeligheid +van hun netvlies aan het duistere van den nacht beantwoordt? Mij dunkt, +gij ziet de noodwendigheid in van het harmonisch verband, dat ik u hier +deed opmerken.</p> + +<p>Volmaakt hetzelfde is van toepassing op den tweeledigen invloed des +dampkrings. Reeds komen de lastige verschijnselen, die uit de ijlere +lucht, hoog boven het oppervlak der zee, voortvloeijen, bij geoefende +bergbeklimmers eerst op eene meer aanzienlijke hoogte voor, of wel deze +blijven hiervan bijna geheel verschoond. Maar duidelijker blijkt, hoe +zeer ook in dit opzigt de wet van gewoonte hare regten doet gelden, +wanneer wij ons herinneren, dat op onderscheidene <span class='pagenum'><a name="Page_272" id="Page_272">[Pg 272]</a></span>hooge punten der +aarde bloeijende volkstammen gevestigd zijn, waar de reiziger uit lagere +streken niet altijd tegen den schadelijken invloed der ijlere lucht +beveiligd is. Bijaldien nu de waarneming leert, dat de organisatie van +den mensch zich zoo wel aan eene hoogere,—getuige de mijnwerker,—als +aan eene lagere drukking kan gewennen, dan maakt gij zelf het besluit, +dat de organisatie der dieren, zoo wel in de diepte der zee als in de +hoogere streken van den dampkring, noodwendig moet beantwoorden aan de +drukking, waaronder zij leven. Staat niet de wijde, ruime borst van den +bewoner der Andes in innig verband met de dunnere lucht, die hij ademt, +en heeft zijne borst zich niet juist onder dien invloed zoo krachtig +ontwikkeld?</p> + +<p>Ook aan een merkelijk verschil in zamenstelling der dampkringslucht kan +het dierlijk organismus zich gewennen. <span class="smcap">Sanctorius</span> verhaalt, dat +een gevangene, die 20 achtereenvolgende jaren in den onzuiveren +dampkring eens kerkers had doorgebragt, de frissche buitenlucht niet +meer kon inademen, en dat zijne gezondheid eerst terugkeerde, toen hij +weder in denzelfden kerker geplaatst werd. En hoe zeer wijkt ook niet de +zamenstelling der lucht, die de mijnwerker ademt, van die des dampkrings +af, waarin wij leven! <span class="smcap">Leblanc</span> vond in de lucht der mijnen van +Poullaouen en Huelgoat tot 3 pCt. ja zelfs 4 pCt. koolstofzuur, eene +hoeveelheid, die het koolzuur-gehalte der door ons uitgeademde lucht +nabijkomt; en, wanneer wij zien, dat in andere mijnen het licht zelfs in +sommige gevallen wordt uitgedoofd, dan mogen wij besluiten, dat in de +hier aanwezige lucht, die de mijnwerker voor eene korte poos ongestraft +kan inademen, het koolzuur-gehalte nog aanmerkelijk hooger stijgt.</p> + +<p>Wij naderen tot de voedsels. Harmonisch, zagen wij, beantwoorden de +voortbrengselen van elk land aan de behoeften zijner dieren. Zullen wij +dit verband voor verklaard houden, met hierin de wijze voorzorg der +Voorzienigheid te bewonderen? Of zullen wij erkennen, dat dierlijk leven +onbestaanbaar ware, en, bestond het, onvermijdelijk ten eenemale moest +worden uitgeroeid, waar die voortbrengselen ontbraken? Mij dunkt, het +laatste eischt ons natuurkundig standpunt.—Dat voorts het gewone +voedsel van elk dier aan zijne organisatie beantwoordt, en geene aan het +organismus vijandige stoffen bevat, is onbetwistbaar een noodwendig +<span class='pagenum'><a name="Page_273" id="Page_273">[Pg 273]</a></span>uitvloeisel der wet van gewoonte. De wilde van Australië leeft van +ongekookten visch, de Laplander van het vleesch zijner rendieren, de +Tartaar van de melk zijner paarden, de arme Ier van aardappelen, zoo ze +in overvloed groeijen; zij kunnen hierbij allen betrekkelijk gezond +zijn, maar zouden zeker niet straffeloos onderling van voedsel kunnen +verwisselen. Zoo vinden ook wij vooral in onze granen de bestanddeelen +vertegenwoordigd van ons ligchaam; want—onder den voortdurenden invloed +dier granen is ons ligchaam geworden, wat het is. Zonder die granen, +waren wij niet, wie wij zijn. Wij beantwoorden aan die granen, omdat wij +mede zijn uit die granen. En zeer opmerkelijk inderdaad is het, dat de +voornaamste onzer graansoorten zich hoogst waarschijnlijk met en deels +door den mensch over de aardoppervlakte hebben verspreid, uit de +streken, het eerst door menschen bewoond.</p> + +<p>Doch vanwaar die mindere gevoeligheid der plantetende dieren voor +verdoovende vergiften?—Het is bekend, dat het dierlijk organismus zich +aan groote hoeveelheden van verdoovende stoffen gewennen kan. Zelfs in +Engeland treft men, naar de getuigenis van <span class="smcap">Christison</span> niet zoo +geheel zeldzaam opiophagen aan, die, zonder blijkbaar nadeelig gevolg, +jaren achtereen verscheidene oncen laudanum daags gebruiken; eene gift +van 1/4 once zou, gewis, bij elk onzer in den doodslaap eindigen. En kan +ik u niet bijna allen als getuigen oproepen, dat ook de tabak door +gewoonte zijne vergiftige eigenschappen verliest?—Neemt gij nu in +aanmerking, dat de plantetende dieren zeer ligt eene zekere hoeveelheid +narcotische deelen in hun gewone voedsel aantreffen, terwijl de +vleeschetende hieraan nimmer zijn blootgesteld, dan hebt gij den sleutel +der harmonie, die zich ook hier niet verloochenen kon.</p> + +<p>Gewis trok ook het merkwaardig verband tusschen de lengte van het +darmkanaal en den aard van 't gebruikte voedsel in hooge mate uwe +aandacht. De oplossing is niet moeijelijk. De aard van het voedsel +bepaalt, namelijk, de lengte van het darmkanaal. De kat is, zooals gij +weet, een vleeschetend dier. De mensch gewende de huiskat aan gemengd +voedsel. En vergelijk nu het darmkanaal van deze met dat der wilde kat, +gij zult het aanmerkelijk langer vinden, niettegenstaande beider +oorsprong dezelfde is. Dit eene voorbeeld zij voldoende tot bewijs, dat +de aard van het voedsel de lengte <span class='pagenum'><a name="Page_274" id="Page_274">[Pg 274]</a></span>van het darmkanaal bepaalt, en dat, +gevolgelijk, bij elk dier eene juiste verhouding van beide noodwendig +is.</p> + +<hr style='width: 45%;' /> + +<p>Zietdaar in enkele voorbeelden U den grond aangetoond der harmonie +tusschen het dierlijk organismus en de invloeden van buiten. Geeft de +wet van gewoonte rekenschap van dien band? Ik durf de beslissing veilig +aan u overlaten.—Uit de ontelbare voorbeelden koos ik slechts enkelen. +Ik hadde u kunnen wijzen op het verdikken der opperheid door wrijving en +drukking, op het gewennen aan eene drooge en vochtige lucht, aan stoffen +van verschillenden reuk of smaak, aan allerlei geluiden, op den invloed, +dien verandering van klimaat op den broeitijd uitoefent enz., en +hierdoor rekenschap kunnen geven van de harmonische betrekking tot de +buitenwereld, die het dierenrijk ook in deze opzigten vertoont. Doch ik +achtte het aangehaalde toereikend voor mijn doel. Gij stemt met mij in, +dat de gezegde harmonie eene noodwendige, eene wettige is. Gij ziet haar +onverbiddelijk tot stand gebragt, onder den invloed der werkende +oorzaken. En waar het rijk van deze gevestigd is, daar althans is der +teleologie de schepter ontwrongen.</p> + +<hr style='width: 45%;' /> + +<p>Maar, mogt ik vragen, heeft dit harmonisch verband zijn toppunt van +volmaaktheid bereikt?</p> + +<p>Ik aarzel niet, hierop een ontkennend antwoord te geven. De harmonie +<i>is</i> niet. Zij ontwikkelt zich; zij wordt. Zij streeft voortdurend naar +eene volmaaktheid, die zij nimmer bereikt. Dit gebiedt reeds de wet, die +aan hare ontwikkeling ten gronde ligt, en de ervaring bekrachtigt het +met haar zegel. Overweegt het zelven. Wanneer de invloeden, die onze +organisatie wijzigen, niet volmaakt bestendig zijn,—en zij zijn het +nimmer,—dan kan ook onze organisatie niet in volmaakte overeenstemming +wezen met deze invloeden. Zij blijft, in zekeren zin, bij deze ten +achter. Immers niet op het oogenblik der inwerking kan zich de +organisatie wijzigen: zij behoeft hiertoe tijd; en inmiddels is reeds +weêr een nieuwe prikkel daar, die zijnen wijzigenden invloed doet +gelden. Vanhier eene ingewikkelde reeks van invloeden en werkingen, die +men te vergeefs, in al hare bijzonderheden, zou trachten te ontleden. +Elke nieuwe invloed heeft te strijden met de organisatie, dat is met het +produkt <span class='pagenum'><a name="Page_275" id="Page_275">[Pg 275]</a></span>der voorafgegane invloeden. Is derzelver afwisseling niet te +groot, dan valt die kamp niet zwaar. Daarenboven heeft de vatbaarheid +voor accommodatie zich des te meer ontwikkeld, naarmate het organismus +aan meer verscheidenheid van invloed was blootgesteld. Maar is de +prikkel meer vreemd en ongewoon, dan grijpt hij dieper in, en brengt +verschijnselen voort, die wij stoornisssen noemen, omdat zij niet +strooken met onze begrippen van harmonie. Deze stoornissen nu kunnen van +dien aard zijn, dat de physische voorwaarden van het harmonisch verband +tusschen de verschillende ligchaamsdeelen worden opgeheven. Thans is het +leven niet langer bestaanbaar, en allengs treedt een andere toestand, +die van ontbinding in. Grenzen dan ook tusschen leven en dood bestaan +slechts voor den oppervlakkigen beschouwer. Het eindigen van het leven +aan den laatsten ademtogt te verbinden, verraadt gebrek aan inzigt in +hetgeen aan het leven ten gronde ligt. De bewegingen tot ademhaling +nemen een einde; en eenige uren later is van ontbinding nog geen spoor +te zien, maar de toestand van elk ligchaamsdeel is toch een geheel +andere geworden. Nu eerst heeft de spier haar zamentrekkend vermogen +geheel verloren; nu eerst is alle werkdadigheid van het zenuwstelsel +vernietigd. Door duizenden van overgangen maakt de stofwisseling in de +weefsels, die aan 't gezonde leven ten gronde ligt, plaats voor die +wisseling, welke wij ontbinding noemen; en al deze verschijnselen, +leven, stoornis, ontbinding, zijn even noodwendig en volgen elkander +wettig op.</p> + +<p>Zoo geeft dezelfde wet, waarop de harmonische betrekking tusschen het +dierlijk organismus en de uitwendige invloeden berust, tevens rekenschap +van de onvolmaaktheden, die haar aankleven. Wil daarentegen de teleoloog +deze onvolmaaktheden in zijne beschouwingswijze opnemen, dan velt hij +zijn eigen vonnis. Of zou hij, op het natuurkundig standpunt, de +stoornissen onzer bewerktuiging als de tuchtroede willen beschouwen eens +goeden Vaders, tot onze zedelijke verbetering?</p> + +<hr style='width: 45%;' /> + +<p>Maar nog van eene andere zijde van het dierlijk organismus schittert ons +de prachtigste harmonie in het oog. Ik bedoel: in de betrekking tot +zijne levensbehoeften en in die zijner zamenstellende deelen tot +elkander. De tijd gedoogt niet, u ook deze even uitvoerig <span class='pagenum'><a name="Page_276" id="Page_276">[Pg 276]</a></span>te +schilderen: trouwens, zij staat levendig genoeg u voor den geest. De +teleogie, die hier vooral de bouwstoffen vergaderde voor haren tempel, +is nimmer in gebreke gebleven, ze u op zegevierenden toon voor oogen te +stellen. Wie bewonderde niet vaak, met hooge ingenomenheid, de treffende +evenredigheid tusschen de eigenschappen en vermogens van elk dier en +deszelfs levenswijze en levensbehoeften? De kracht, de vlugheid en +juistheid van elk zijner bewegingen, de scherpte en het doordringend +vermogen zijner zintuigen, ja de oneindige verscheidenheid van neigingen +en vermogens, die men met den naam van instinct pleegt te bestempelen, +alles beantwoordt harmonisch aan de behoeften van elk dier, en verzekert +de instandhouding van het individu en de voortplanting der soort!</p> + +<p>Altijd en overal ligt aan de verrigting de bouw ten gronde. Ook deze, +bij gevolg, moet aan de behoeften beantwoorden, waar de verrigtingen +hieraan harmonisch geëvenredigd zijn: en zoo worden wij als van zelve +gewezen op de harmonische betrekking tusschen de zamenstellende deelen +van hetzelfde organismus. In dit opzigt zou elk dier, welke plaats het +in de rij der wezens moge innemen, ons breede stof ter beschouwing +opleveren. Springt niet overal de volmaaktste evenredigheid ons in het +oog tusschen de passieve en actieve organen van beweging? Bezit het +hoofdorgaan des bloedsomloops niet altijd de vereischte kracht, om het +levensvocht door het geheele ligchaam rond te voeren? Zijn niet juist +menigvuldige verbindingen en vlechten tusschen de bloedvaatstammen daar +voorhanden, waar het ligtst hinderpalen dreigend zich konden opdoen? Wat +meer is,—terwijl de zintuigen en de geheele oppervlakte van het +ligchaam als wakkere wachters voor de indrukken der buitenwereld +openstaan, en deze aan het bewustzijn mededeelen, staat, in al de +organen van het voedingsleven, het gevoel op zóó lagen trap, dat wij +noch van de zamentrekkingen van het hart, noch van de bewegingen van +maag en darmkanaal, noch van den prikkel en de wrijving der vochten, +waaraan beide zijn blootgesteld, eenige de minste kennis krijgen. Ziet +gij niet,—roept de teleoloog u toe,—waartoe dit dient? Zóó alleen was +de werking van uwen geest vrij en onbelemmerd; zóó alleen werd hij +nimmer afgetrokken in de waarneming der buitenwereld; zóó alleen kon hij +zich ongestoord verheffen tot in hoogere sferen.—Gij erkent die +harmonie; gij ziet er, op het menschelijk standpunt, zelfs het +doelmatige <span class='pagenum'><a name="Page_277" id="Page_277">[Pg 277]</a></span>van in. Maar gij verlangt meer. Gij wilt van deze en van zoo +vele andere verschijnselen den grond kennen. Gij wilt zien aangetoond, +dat zij aan wetten gebonden, dat zij noodwendig zijn. Gij wilt weten, +waardoor zij tot stand kwamen, en hoe zij zich handhaven. Ik wijs U op +de wet van oefening: <i>Elk orgaan, elk ligchaamsdeel wordt onder den +duurzamen invloed van den wil of van andere omstandigheden zoodanig +gewijzigd, dat het beantwoordt aan hetgeen de wil of de omstandigheden +van hetzelve eischen</i>.</p> + +<p>Toetsen wij deze wet aan de verschijnselen, dan zal tevens blijken, dat +zij rekenschap geeft van die harmonische betrekking, waarop wij een' +vlugtigen blik wierpen.</p> + +<p>De schoonste overeenstemming bemerkten wij tusschen de levensbehoeften +van elk dier en de kracht, de vlugheid en juistheid zijner bewegingen. +Maar komt u hierbij niet onmiddellijk voor den geest, dat, door +oefening, onze krachten, tegelijk met de spier zelve, ontwikkeld worden? +Hebt gij den geoefende niet vaak bewegingen, voor ons volstrekt +onuitvoerbaar, met eene vlugheid en juistheid zien volbrengen, die aan +het ongeloofelijke grensden? Ik zag een meisje, bij 't welk het gemis +der bovenste ledematen aangeboren was, met hare voeten, oorspronkelijk +als de onze gevormd, allerlei handwerk verrigten. 't Was alsof de voeten +in handen herschapen waren. Zóó vermogend is de invloed der oefening! En +bedenkt men nu, dat bij elk dier de oefening steeds bepaald wordt door +de levenswijze en levensbehoeften, dan heeft men slechts dieper in het +verledene terug te zien,—en men is overtuigd, dat, op grond der wet van +oefening, kracht, vlugheid en juistheid van beweging zich harmonisch +geëvenredigd aan de levenswijze en levensbehoeften van elk dier moesten +ontwikkelen.</p> + +<p>Nergens evenwel vinden wij het vermogen der oefening sterker uitgedrukt +dan in de zintuigen. Bij den blindgeborene zijn gehoor, gevoel en reuk +tot eene scherpte en fijnheid van onderscheiding ontwikkeld, dat zij +voor een groot deel in het verlies van het edelste der zintuigen +voorzien. In eene stip aan den horizon, die het ongeoefend oog ontgaat, +erkent de zeeman een schip in volle zeilen; en wie zich daarentegen bij +voortduring met het onderzoek der kleinste voorwerpen bezig houdt, en +hierbij verzuimt met zijnen blik nu en dan dieper in de ruimte door te +dringen, wapent allengs zijn oog met een natuurlijk vergrootglas. Door +oefening wijzigen <span class='pagenum'><a name="Page_278" id="Page_278">[Pg 278]</a></span>zich alzoo de grenzen van het accommodatie-vermogen, +en zij moeten dus bij elk dier wel beantwoorden aan de behoeften: want +door deze werd de oefening bepaald. Weder derhalve gaf de wet van +oefening u den sleutel tot de harmonie!</p> + +<p>Maar ook in het zoogenaamd instinct zie ik slechts het noodwendig gevolg +der omstandigheden. De vermogens en eigenschappen, die men hiertoe +pleegt te brengen, ontwikkelen zich door oefening;—zij worden verdoofd, +zoodra de omstandigheden aan die oefening paal en perk stellen. Men +zegge derhalve niet: aan deze diersoort werd dit of dat instinct +gegeven, omdat hare levenswijze dit vorderde,—bij gene ontbreekt het, +omdat zij hieraan geene behoefte had; maar men erkenne, dat het zich bij +deze diersoort noodwendig moest ontwikkelen, doordat de omstandigheden +deszelfs oefening medebragten, en dat het bij gene wettig onbestaanbaar +is, wijl tot deszelfs oefening de levenswijze nimmer aanleiding gaf.</p> + +<p>Wij hebben nog het harmonisch verband tusschen de verschillende deelen +van hetzelfde organismus onderscheiden; maar ook dit berust op dezelfde +wet, de wet van oefening. Oefening is dan evenwel in een' ruimeren zin +genomen, namelijk: als de verhoogde verrigting en voeding van een +bepaald ligchaamsdeel, niet slechts voor zoo ver die onder den invloed +van den wil plaats grijpen, maar door eenen gewijzigden toestand, van +welk orgaan ook, te weeg gebragt.</p> + +<p>Door oefening nu in dien zin komt de harmonie tot stand tusschen de +passieve en actieve organen van beweging;—immers de bewegelijkheid van +elk gewricht wordt geoefend en dus bepaald door de spierwerking. Op +denzelfden grond moet de omvang en kracht der zamentrekkingen van het +hart aan den weêrstand in het bloedvaatstelsel beantwoorden; want die +weêrstand juist is het, die de kracht van het hart bepaalt. Wilt gij +hiervan het bewijs? Waar de weêrstand ziekelijk verhoogd wordt, ontstaat +overvoeding van het hart; en kondet gij van het thans onstuimig +kloppende hart de spierwanden in een oogenblik tijds tot de normale +dikte terugbrengen, gij zoudt den lijder onfeilbaar op staanden voet +zien bezwijken. Blijkt hieruit, dat verhoogde weêrstand de werking van +het hart opwekt, dan immers moet, krachtens de wet van de oefening, de +ontwikkeling en de kracht van het hart bij elk dier noodwendig aan den +weêrstand beantwoorden.</p> + +<p>Moeijelijker schijnt het, het noodzakelijk bestaan te betoogen der +<span class='pagenum'><a name="Page_279" id="Page_279">[Pg 279]</a></span>menigvuldige verbindingen en vlechten bloedvaatstammen, juist op zulke +plaatsen, waar zonder deze het ligtst belemmering zich zou opdoen. En +toch is dit harmonisch verband in zijne wording hoogst eenvoudig. De +belemmeringen, namelijk, tot welker overwinning de verbindingen en +vlechten, naar de teleologische beschouwingswijze, doelmatig bestemd +zijn, zijn zelven de oorzaak van het ontstaan dier vlechten en +verbindingen. Wij zien ze hierdoor, onder zekere omstandigheden, als +onder onze oogen gevormd worden. Wordt een hoofdstam gedrukt, +onderbonden of door ziekelijke gesteldheid verstopt, dan worden de +naauwelijks zigtbare takjes, waardoor zoo wel de slagaderlijke als +aderlijke stammen van eenig deel steeds onderling gemeenschap oefenen, +tot grootere stammen uitgezet, die nu, bij wijze van vlecht, eenen +collateralen bloedsomloop voortbrengen. Vandaar dan ook in het aderlijk +stelsel, waar belemmeringen menigvuldiger zijn, een grooter aantal dier +verbindingen en vlechten dan in het slagaderlijke.</p> + +<p>Maar zullen wij immer den grond kunnen peilen van die mindere +gevoeligheid der voedingsorganen, waardoor aan onze hoogere vermogens +eene zooveel vrijere ontwikkeling verzekerd wordt?—Reeds deed ik u +opmerken, hoe de gevoeligheid van elk zintuig door oefening verhoogd +wordt, hoe gebrek aan oefening deszelfs werking vernietigt. Het +afgeweken oog van den scheelziende ontwaart niet langer den prikkel van +het invallend licht: en al onze zintuigen zijn voor de indrukken der +buitenwereld als gesloten, wanneer wij aan de fantazij onzer verbeelding +den vrijen teugel laten, of ons geheel verdiepen in een vraagstuk, dat +al onze inspanning vordert. Worden hierdoor de zintuigen als verlamd, +hoeveel meer moet, bij het ontwikkelen der psychische vermogens en der +zintuigen zelve, uit gebrek aan oefening, het gevoel zijn verdoofd +geworden in die deelen, welke ons geene indrukken van de buitenwereld +overbragten, die onze belangstelling konden opwekken. Zeer opmerkelijk +gewis is het, dat, naarmate de hoogere vermogens in een dier ontwikkeld +zijn, het zenuwstelsel, dat het voedingsleven beheerscht, als een meer +zelfstandig, afgescheiden gedeelte optreedt. Maar, wat meer is, het +bewustzijn herneemt, ook in de organen der voedingsverrigtingen, voor +een deel zijne regten, zoodra het geoefend wordt. Schier elk orgaan, dat +wij ons, wanneer ook zonder eenigen grond, als ziekelijk voorstellen, +wordt gevoelig, doordat wij onze <span class='pagenum'><a name="Page_280" id="Page_280">[Pg 280]</a></span>gedachten nu op dit deel als +concentreren, en zoo gevoel en bewustzijn oefenen, zoo verre zij tot dit +deel betrekking hebben. Vooral is dit duidelijk ten opzigte van het +hart. Het klopt onophoudelijk in onze borst; doch in den normalen +toestand worden wij niets hiervan gewaar, tenzij wij, in den valschen +waan van aan een hartsgebrek te lijden, den hartslag altijd en altijd +naauwlettend gadeslaan. Dat eeuwige kloppen wordt dan op het laatst +ondragelijk, al is de slag niet sterker dan bij een' gezond mensch. Wie +immer zich inbeeldde, door hartziekte te zijn aangetast,—en hun getal +is niet zoo gering,—heeft hieronder bitter geleden.—Maar genoeg, om u +te doen zien, dat de hoogere ontwikkeling der geestvermogens, zoowel als +de zintuigelijke indrukken, aan de oefening van het gevoel in de organen +van het voedingsleven in den weg staan, en dat, bij gevolg, de geringe +gevoeligheid van deze eene noodwendige is.</p> + +<p>Zoo geeft de wet van oefening, straks uitgesproken, evenzeer rekenschap +van de harmonische betrekking der dierlijke wezens tot hunne +levensbehoeften, als van den band, die de verschillende ligchaamsdeelen +tot één organismus zamenvlecht.</p> + +<hr style='width: 45%;' /> + +<p>Gewis ontging het uwe aandacht niet, mijne Geëerde Hoorders! dat er een +naauw verband bestaat tusschen de beide wetten, die der harmonie ten +gronde liggen: de wetten, die ik kortheidshalve die van <i>gewoonte</i> en +<i>oefening</i> noemde. Waar de eerste haren invloed doet gelden, wordt zij +onderschraagd door de laatste. Krachtens de wet van gewoonte, wordt elk +orgaan door den invloed, waaraan het regtstreeks is blootgesteld, +primitief gewijzigd. Dit orgaan staat nu evenwel niet geïsoleerd; het +hangt innig zamen met de overige deelen van het organismus. Wat is dus +het noodzakelijk gevolg van die primitieve wijziging? Wijziging van al +de overige ligchaamsdeelen,—welker werking namelijk òf opgewekt òf +onderdrukt wordt,—en alzoo, krachtens de wet van oefening, eene hieraan +geëvenredigde ontwikkeling van elk dier deelen. Door deze harmonische +zamenwerking der wetten van gewoonte en oefening beantwoorden nu alle +ligchaamsdeelen, ook die, welke nimmer aan eene onmiddellijke inwerking +blootstaan, aan de invloeden der buitenwereld, en wordt tevens de +harmonie tusschen de verschillende organen bij voortduring gehandhaafd.</p> + +<p><span class='pagenum'><a name="Page_281" id="Page_281">[Pg 281]</a></span>Doch niet van alle oefening zijn uitwendige invloeden het onmiddellijk +uitgangspunt. In den wil vinden wij eene tweede, magtige drijfveêr van +oefening, die haren onmiddellijken invloed op het zenuwstelsel en den +toestel voor willekeurige beweging doet gelden, en van hier op het +geheele organismus terugwerkt. Deze oefening moet alzoo onderscheiden +worden van die, welke zich onmiddellijk sluit aan de uitwendige +invloeden. Is evenwel de geheele organisatie van het dier onder bepaalde +invloeden noodwendig tot stand gekomen, en wordt deszelfs wil, bij elke +omstandigheid, door de organisatie volstrekt bepaald, dan is de wil, die +als drijfveêr van oefening optreedt, zelve het noodwendig uitvloeisel +van verwijderde invloeden; en wij zouden, in hetgeen hij op de oefening +vermag, slechts het middellijk gevolg dier verwijderde invloeden moeten +zien.</p> + +<p>Doch het is mijn voornemen niet, thans dieper in den grond en in het +verband dier wetten door te dringen. Genoeg, dat wij deze wetten +onmiskenbaar in de verschijnselen afgedrukt, en ons zoo geregtigd zagen +tot het besluit: dat de harmonie, die ons de dierenwereld predikt, aan +wetten gebonden—noodwendig is.</p> + +<hr style='width: 45%;' /> + +<p>En toch—het zal uwe aandacht niet ontgaan zijn—op zich zelven waren de +genoemde wetten hier nog ontoereikend. Schier bij elk voorbeeld moesten +wij stilzwijgend eene derde wet vooronderstellen,—eene wet, zonder +welke de harmonie nimmer eene hoogere volmaking konde te gemoet streven, +zonder welke wij den klimmenden strijd zouden aanschouwen tusschen het +dierlijk organismus en de buitenwereld, ja! zonder welke misschien alle +dierlijk leven vroeger of later voor het geweld van buiten zou moeten +zwichten. Reeds spreekt gij ze met mij uit. Het is de wet van +erfelijkheid: <i>De toestand van het voorgeslacht plant zich telkens op +het nageslacht over; de toestand der ouders wordt telkens aangeboren in +de kinderen</i>. Zietdaar de wet, die in het geslacht bestendigt, wat +gewoonte en oefening gewrocht hebben. Zietdaar den grondslag der +klimmende volmaking in de Schepping.</p> + +<p>Zal ik u ook deze wet in de verschijnselen aantoonen? Weder kan ik mij +op uw eigene ervaring beroepen. Hoe dikwijls zaagt gij den +ligchaamsbouw, de gelaatstrekken, de kleur, den gang, de stem, ja zelfs +het gemoed, de hoogere vermogens en allerlei eigenaardigheden der ouders +in de kinderen weêrspiegeld! De Romeinen <span class='pagenum'><a name="Page_282" id="Page_282">[Pg 282]</a></span>hadden reeds hunne <i>naseones</i> +en <i>labeones</i>; en ook thans is de dikke lip eene erfelijke eigenschap in +het Oostenrijksche Huis.</p> + +<p>Doch ik kan u op een ruimer gebied wijzen. Immers de ontelbare +verscheidenheden der verschillende diersoorten staan allen als getuigen +daar van de wet van erfelijkheid. De variëteiten van elke soort, zijn, +zelfs veelal in de historische tijden, door verscheidenheid van +invloeden en levenswijze tot stand gebragt; en wij zien ze thans met +gelijke juistheid voortgeplant, als den oorspronkelijken typus. Bij +vermenging van verschillende rassen zien wij daarentegen vormen geboren +worden, die aan de beide ouders herinneren, zoodat ook hierin de wet van +erfelijkheid zich ten duidelijkste openbaart.</p> + +<p>Reeds sedert lang heeft ook de veeteelt van de toepassing dier wet de +gelukkigste partij getrokken. Men verlangt runderen, door vorm en +neiging tot vetontwikkeling bijzonder voordeelig als slagtvee, sterke +ossen, geschikt voor den landbouw, en koeijen, die ruime hoeveelheden +goede melk leveren. De eigenschappen, tot deze verschillende doeleinden +vereischt, schijnen elkander evenwel grootendeels uit te sluiten, en +zijn dus niet allen, in hoogen graad ontwikkeld, in hetzelfde ras te +verkrijgen. Maar reeds sedert lang is het gelukt, kunstmatig rassen te +vormen, die aan de eene of andere der gezegde doeleinden bij +uitnemendheid beantwoorden. En welken weg sloeg men hiertoe in? Telkens +bestemde men tot voortplanting die dieren, waarin de verlangde +eigenschappen, onder omstandigheden van welken aard dan ook, bijzonder +ontwikkeld waren, en deze zag men nu op de volgende geslachten sterker +en sterker overgeplant. Eene eervolle plaats in de geschiedenis der +veeteelt komt <span class="smcap">Bakewell</span> toe; omdat hij van de reeds lang bekende +wet van erfelijkheid (het <i>like begets like</i>, zoo als hij gewoon was te +zeggen) het eerst eene consequente toepassing maakte. Zóó legde hij den +grond tot een eigen ras van runderen, bijzonder voordeelig en geschikt +voor slagtvee, 't welk men een' tijd lang op hoogen prijs stelde, en +slechts daarom niet als een zuiver, onvermengd ras bewaard heeft, wijl +<span class="smcap">Bakewell</span> zijn doel te goed, en hierdoor te zeer ten nadeele der +in andere opzigten wenschelijke eigenschappen, bereikt had. Zóó ook +stelde hij zich in het bezit van een eigen ras van schapen <i>(Dishley +Breed, New Leicester Breed),</i> welks wol in sommige opzigten voor die van +andere moge onderdoen, <span class='pagenum'><a name="Page_283" id="Page_283">[Pg 283]</a></span>doch hetwelk de bijzondere eigenschap bezit, van +op veel jeugdigeren leeftijd en veel gemakkelijker dan andere rassen te +kunnen worden vetgemest, en hierom ook thans nog tot de meest geachte en +algemeen verspreide rassen in Groot-Brittanie geteld wordt.</p> + +<p>Uit een en ander is voldoende gebleken, dat de door verschil van +invloeden en levenswijze ontstane wijzigingen zich op het nageslacht +overplanten, en weldra eene zoo groote mate van bestendigheid +verkrijgen, dat wij hierin eene typische verscheidenheid erkennen. +Wanneer wij nu zien, dat de kenmerken van dergelijke verscheidenheden +des te dieper wortel schieten en zich des te krachtiger handhaven, +naarmate invloeden en levenswijze over een grooter aantal generatiën +onveranderd bleven, dan is er niets gewaagds in het besluit, dat aan +eene vroeger meer duurzame gelijkheid van omstandigheden, over ontelbare +generatiën, de grootere vastheid van typus, die wij thans aan elke soort +toekennen, is toe te schrijven. En zeker bestond die meerdere +bestendigheid van omstandigheden, zoolang de verspreiding van elke thans +erkende soort meer beperkt bleef, en door tusschenkomst van den mensch +minder inbreuk was gemaakt op de oorspronkelijke levenswijze.</p> + +<p>Vragen wij nu, in welke diersoorten, op grond der ontwikkelde wetten, de +meeste en belangrijkste verscheidenheden mogen verwacht worden, dan kan +het antwoord niet twijfelachtig zijn: vooreerst in den mensch, die, bij +zijne verspreiding over de geheele oppervlakte der aarde en bij het +groote verschil in levenswijze en beschaving, wel het meest aan +wijziging in organisatie moest blootstaan: maar daarenboven in alle +diersoorten, die, door den mensch aan den natuurstaat onttrokken, aan +vreemde invloeden, aan eene vreemde levenswijze werden blootgesteld. En +zoo is het ook. Behoef ik meer te doen, dan u op de ontelbare zoo zeer +onderscheidene rassen van honden en paarden te wijzen, om u hiervan te +overtuigen?</p> + +<p>Hebben wij uit het bovenstaande reeds gezien, dat elke door het individu +verkregene eigenschap zich op het nageslacht overgeplant, dan behoeft +dit welligt niet meer in het bijzonder aangewezen te worden ten opzichte +der voorbeelden, die wij tot staving der wetten van gewoonte en oefening +hebben aangevoerd. Het zij mij evenwel vergund, nog op enkele van deze +uwe aandacht te vestigen.</p> + +<p><span class='pagenum'><a name="Page_284" id="Page_284">[Pg 284]</a></span>Wanneer <span class="smcap">Parry</span> ons verhaalt, dat hij, op zijne reis naar den +Noord-pool, in eene temperatuur, waarbij het kwikzilver bevriest, een' +zuigeling in de open lucht aan de borst zijner moeder zag, kan het dan +nog aan twijfel onderhevig zijn, dat het vermogen, om aan koude te +weêrstaan, eene aangeboren eigenschap is van den bewoner van het +Noorden? Wanneer wij zien, dat het darmkanaal der jonggeboren huiskat +eene betrekkelijk grootere lengte heeft, dan dat van jonge vleeschetende +dieren, zijn wij dan niet overtuigd, dat de geschiktheid der organisatie +voor het gebruik van gemengd voedsel hier wordt aangeboren?—En wat +leert ons de geschiedenis van het tabaksgebruik? Thans moge het dengene, +die zich aan dit vergift gewennen wil, hoogstens nog eenige benaauwde +uren of dagen kosten:—toen in weêrwil der bedreigde straffen en den +heftigen tegenstand, zelfs door Pausen en Keizers geboden, het gebruik +van den tabak zich eerst door Europa begon te verspreiden, waren de +verschijnselen bij de eerste proeven oneindig heviger, en schijnt zelfs +menig onvoorzigtige rooker zijn' zonderlingen lust met den dood bekocht +te hebben. Onze ouders rookten, onze voorouders rookten,—en thans is, +gij ziet het, de gewoonte tot rooken ons reeds ten halve aangeboren.</p> + +<p>Om u vervolgens te doen opmerken, hoe de door invloeden en oefening +verkregene ontwikkeling van het been- en spierstelsel, hoe de kracht en +snelheid van zamentrekking in het nageslacht worden voortgeplant, breng +ik u slechts de zoo verschillende rassen van paarden voor den geest. En +van de door erfelijkheid medegedeelde scherpte der verschillende +zintuigen leveren onderscheidene volkeren,—van een aangeboren verschil +in accommodatie-vermogen van het oog talrijke familiën, bijzonder in de +steden, het overtuigendst bewijs.</p> + +<p>Zoo zou ik van elke harmonische eigenschap, die wij, krachtens de wetten +van gewoonte en oefening, zagen tot stand komen, de voortplanting op het +nageslacht door voorbeelden kunnen staven, en hierdoor de +noodzakelijkheid der harmonie van het dierlijk leven op nog breeder' +grondslagen vestigen. Ik wil mij echter, kortheidshalve, bepalen tot de +instinctmatige vermogens. Bij de wet van oefening heb ik mij omtrent +dezen opzettelijk van voorbeelden onthouden, naardien het mij +gemakkelijker scheen, u de kracht der oefening, door verscheidene +geslachten voortgeplant—en <span class='pagenum'><a name="Page_285" id="Page_285">[Pg 285]</a></span>als ware het +vermenigvuldigd—aanschouwelijk te maken, dan in het leven van een enkel +individu. En hierom mogt ik deze hier niet met stilzwijgen voorbijgaan. +Weder de hond levert ons het sprekendst bewijs van den invloed der +oefening ook op de instinctmatige vermogens. Het lijdt geen' twijfel, of +bij de oorspronkelijke soort, waarvan al onze honden afstammen, bestond +één en hetzelfde instinct. En thans, welk een verscheidenheid! Schier +elk ras heeft ook ten dezen opzigte zijne eigendommelijkheden. Behoef ik +u te wijzen op de instinctmatige vermogens van den herders- of +jagershond, van den bloeddog of van den New-foundlander?—Van waar nu +die verscheidenheid? Het antwoord is niet moeijelijk. De mensch heeft +door kunstmatige oefening het een of ander instinct bij den hond meer en +meer ontwikkeld, en door de wet van erfelijkheid werd dit instinct +bestendigd. Overwin bij een' hond den tegenzin, om te water te gaan, gij +zult hiermede bij de jongen reeds veel minder te kampen hebben. Wilt gij +andere voorbeelden? <span class="smcap">Frederic Cuvier</span> verhaalt, dat in zoodanige +streken, waar den vossen dikwijls hinderlagen worden gelegd, de jongen, +reeds de eerste maal, dat zij het nest verlaten, eene omzigtigheid aan +den dag leggen, die men in andere streken bij hen te vergeefs zoeken +zou.—Voorts weten wij, dat elk dier instinctmatig vlugt voor zijn' +vijand. Men spreekt van doelmatigheid in die poging tot zelfbehoud. Maar +het dier, welks voorgeslachten niet vervolgd werden, de vogels op een +onbewoond eiland, vlugten niet; zij zijn zoo argeloos, dat zij zich met +de hand laten vangen. Na weinige generatien echter is hun het instinct +om te vlugten reeds aangeboren. Alzoo: de vervolging door den vijand +heeft het instinct om te vlugten, volgens de wet van oefening, +ontwikkeld; en naar de wet van erfelijkheid plantte het zich voort. Gij +ziet: het aanwezen van dit instinct, als dat van elk ander, is het +noodwendig gevolg der omstandigheden, die deszelfs oefening uitlokten, +en waaraan het dus nu harmonisch moet beantwoorden.</p> + +<p>Hoe een instinct ook eindelijk kan worden tot zwijgen gebragt, wanneer +op deszelfs oefening inbreuk wordt gedaan, leert ons reeds het temmen +der dieren. Nimmer zullen de jongen van een getemd dier de wreedheid en +wildheid aan den dag leggen, die zijnen voorouders eigen waren. Maar nog +opmerkelijker is de gedeeltelijke verdooving van een der natuurlijkste +instincten bij onze inlandsche <span class='pagenum'><a name="Page_286" id="Page_286">[Pg 286]</a></span>runderen. Overal, waar het de gewoonte +is, het kalf bij de koe te laten zuigen, bestaat hiertoe bij beide de +grootste behoefte. Zij schreeuwen zich half dood, zoo als <span class="smcap">Sturm</span> +zich uitdrukt, wanneer men ze van elkander scheidt. De koe, die +dagenlang zoo onrustig zich gedraagt, dat een vreemde niet zonder gevaar +ze zou naderen, spant al hare krachten in, om los te breken; en het kalf +zoekt, verscheidene weken, bijna onophoudelijk naar de uijer, alles +aanvattende, om er aan te zuigen. Bij onze inlandsche koeijen +daarentegen, welker kalveren doorgaans onmiddellijk na het werpen +verwijderd worden, is de moederliefde, als ware het, uitgedoofd. Wordt +het kalf maar terstond op eenigen afstand gebragt, dan gedraagt zich de +moeder volmaakt rustig, en laat de melk veel gemakkelijker kunstmatig +verwijderen, terwijl ook bij het kalf de pogingen tot zuigen zich in +veel geringere mate opdoen.</p> + +<hr style='width: 45%;' /> + +<p>Zietdaar, mijne Geëerde Hoorders! de drie wetten ontwikkeld, die aan de +harmonie van het dierlijke organismus ten gronde liggen. Naar de wetten +van gewoonte en oefening zaagt gij de harmonie in het individu tot stand +gebragt; naar de wet van erfelijkheid zaagt ge in het nageslacht +bestendigd, wat door gewoonte en oefening in het individu gewrocht was.</p> + +<p>Die harmonie erkent gij dus als noodwendig: want zij is aan wetten +gebonden, en elke natuurwet eischt volstrekte en onbegrensde +gehoorzaamheid. Wie het doel durft uitgeven voor den grond der harmonie, +hij wordt afgewezen voor de regtbank der wetenschap; want in de +onvergankelijke bladeren van het wetboek der natuur, waarop hare +uitspraken gegrond zijn, staat met onuitwischbare letteren geschreven: +<i>gewoonte</i>, <i>oefening</i>, <i>erfelijkheid</i>.</p> + +<p>Het is evenwel niet genoeg, de noodwendigheid der harmonie uit deze +wetten te herleiden; ons streven moet het zijn, die wetten zelve dieper +te doorgronden. Reeds gaat er naar die zijde eenig licht op in de +wetenschap over de oorzaken der verschijnselen, welke wij tot de wetten +van gewoonte en oefening terugbragten: en zoo, opklimmende van oorzaak +tot oorzaak, zonder ooit in droomerijen omtrent het doel ons te +verliezen, naderen wij, langzaam wel is waar, maar met vasten tred, het +ideale standpunt, van waar men alle verschijnselen der natuur met +noodzakelijkheid uit de eigenschappen der grondstoffen en grondkrachten +konde zien voortvloeijen.</p> + +<p><span class='pagenum'><a name="Page_287" id="Page_287">[Pg 287]</a></span>Wie dus een doel huldigt in de harmonie der stoffelijke wereld, hij +plaatse het in de eigenschappen der grondstoffen en grondkrachten. Hier +verstomt de wetenschap der Natuur; hier staan hare grenzen. Zij +verloochent haar karakter, wanneer zij ook den grond dier eigenschappen +kennen wil. Zij overschrijdt hare regten, wanneer zij den staf durft +breken, over wie hier grond en doel vereenzelvigen.</p> + +<p>En, wanneer eens door eene alwijze Almagt die stoffen en krachten met +een bepaald doel werden in het aanzijn geroepen, en in hare +eigenschappen de voorwaarden voor de geheele toekomst werden weggelegd, +dan stroomt ook geen druppel bloeds zonder doel door onze aderen,—maar +het is een doel, dat buiten de wetenschap ligt der Natuur.</p> + +<hr style='width: 45%;' /> + +<p>Van mijne taak heb ik het deel volbragt, door de wet mij opgelegd. Een +ander deel, waartoe hoogachting en dankbaarheid mij nopen, blijft te +vervullen over.—Het eerst rigt ik mij tot U, Edel Groot Achtbare Heeren +Curatoren! die met onvermoeiden ijver de belangen behartigt der +Hoogeschool, aan uwe hooge zorgen toevertrouwd. Steeds uw blikken gerigt +op den vooruitgang der Wetenschappen en op den toestand der Hoogeschool, +is het uw heilig streven, dezen aan de eischen van gene te doen +beantwoorden. Het kon uw naauwlettend oog niet ontgaan,—en gij hoordet +het telkens door zaakkundige mannen rondom u uitspreken,—dat de +geneeskundige wetenschappen, terwijl zij meer het karakter en den geest +der natuurkundige aannamen, zich op ruimer en ruimer gebied vestigden. +Dit eischte in uw oog dan ook ruimere voorziening in het onderwijs; en +de betrekking, waarin ik thans sta tot de Hoogeschool, strekt ten +bewijze, dat gij niet geaarzeld hebt, tot stand te brengen, wat uwe +overtuiging u als wenschelijk had voorgespiegeld. Mij hebt Gij +geroepen,—en onze geëerbiedigde Koning heeft uwe keuze +bekrachtigd,—niet zoo zeer om eene taak op mij te nemen, die vroeger op +andere schouders rustte, dan om naast den werkkring van ijverige +Ambtgenooten mij, als leeraar, een' weg te banen op het uitgebreid +gebied der geneeskundige wetenschappen.—Gij zult geene klagte van mij +vernemen, Edel Groot Achtbare Heeren! dat mijn werkkring hier te beperkt +<span class='pagenum'><a name="Page_288" id="Page_288">[Pg 288]</a></span>is: integendeel, ik spreek het opentlijk uit, dat men nog aan meer dan +één' nieuw Ambtgenoot eene even uitgebreide taak zou kunnen aanwijzen, +die ook thans nog onvervuld moet blijven. Maar, vergeeft het mij, zoo ik +u toch op eene schaduwzijde wijzen moet: ik bedoel het verbroken +evenwicht tusschen de eischen der vorderende wetenschap, die gij door +uwe voorziening in het onderwijs bewezen hebt volkomen te begrijpen, en +de nog onveranderde wettelijke vereischten, voor wie den graad van +Doctor in die wetenschap verlangt. In Nederland worden thans nog +geneeskundige studien volbragt, zonder dat de grondslagen der +physiologie van den gezonden en van den zieken mensch, de weefselleer en +de ziektekundige ontleedkunde, tot de verpligte lessen behooren. In +Nederland worden thans nog wettig Doctoren gecreëerd in de genees-, +heel- en verloskunde, zonder dat bewijzen van bekwaamheid in de genoemde +wetenschappen worden gevorderd.—Ik koester met vertrouwende gerustheid +den wensch, dat uw veelvermogende invloed niet zal in gebreke blijven, +tot herstelling van het hier verbroken evenwigt bij te dragen.</p> + +<p>Maar reeds week ik te ver af van de gevoelens, die mij bezielden, toen +ik mij tot u wendde. Indien ik plegtig verklaar, dat aan de loopbaan, +die gij voor mij geopend hebt, het geluk mijns levens innig verbonden +is, dat de later van u ontvangene blijken van welwillende belangstelling +eenen diepen indruk hebben gemaakt op mijn gemoed, en dat mijn hart warm +en erkentelijk is, dan hebt gij den maatstaf der dankbaarheid, die mij +jegens u bezielen moet.</p> + +<p>Maar uw in mij gesteld vertrouwen droeg niet slechts bij tot mijn geluk: +het was mij daarenboven in de hoogste mate vereerend. Het zou overbodig +zijn, en gewis mij weinig passen, over uwe groote verdiensten voor deze +Hoogeschool uit te weiden: alleen op de getuigenis van hen, die het +langen tijd van nabij gezien en ondervonden hebben, kondt gij eenigen +prijs stellen,—en dát ontbrak u nimmer. Maar ik voel mij toch gedrongen +u te zeggen, dat uw vertrouwen mij in te hoogere mate vereert, +naargelang uwe waarachtig belangstellende zorgen voor de Hoogeschool in +zoovele anderen uwer bemoeijingen duidelijker zijn afgedrukt; ja! dat ik +er trotsch op ben, door u tot eene betrekking te zijn voorgedragen, +waarvan het volle gewigt mij levendig voor den geest staat. Ik heb mij +als levensdoel gesteld, aan uw vereerend vertrouwen <span class='pagenum'><a name="Page_289" id="Page_289">[Pg 289]</a></span>naar mijne krachten +waardiglijk te beantwoorden. Geene poging hiertoe zal onbeproefd +blijven; maar dikwijls, ik gevoel het, zal ik uwe welwillende +ondersteuning hiertoe moeten inroepen. Reeds hebt gij mij geleerd, dit +met vertrouwen te doen,—en door uwe handelingen mij den wensch in den +mond gelegd, dat gij nog eene lange reeks van jaren, altijd even ijverig +bijgestaan door uwen hooggeschatten, wakkeren Secretaris, aan het +welzijn der Hooggeschool uwe goede zorgen moogt toewijden.</p> + +<hr style='width: 45%;' /> + +<p>Ook tot u, Weledele Hooggeleerde Heeren, waarde Ambtgenooten, en Zeer +Geleerde Heeren Lectoren! rigt ik mij met volle vertrouwen. Doorloop ik +uwe rijen, dan ontdek ik mannen, die, grijs geworden in wetenschap en +letterroem, mij hooge achting, diep ontzag inboezemen; maar ik zie ook +onder u geëerde Leermeesters, die mij altijd met heusche welwillendheid +den weg tot wetenschap hebben aangewezen,—vrienden, die mij met hunnen +omgang vereerden, vóór ik hen als Ambtgenooten mogt begroeten; en in u +allen herken ik ambtgenooten, die mij welwillend zijt te gemoet +getreden, toen een koninklijk besluit mij aan uwe zijde plaatste.</p> + +<p>Ik wierp met u een' blik op de prachtvolle harmonie van het dierlijk +leven,—en al die pracht zagen wij aan ijzeren boeijen geketend. Maar +een hooger beginsel ademt de harmonie, waarmede gij eenparig streeft +naar hetzelfde verheven doel: want, in dit streven kent gij geene +wetten, ziet gij geene noodzakelijkheid. Gij gevoelt: het geschiedt met +bewustzijn, het berust op vrije wilsbepaling.—Thans ben ik geroepen, om +mij met u tot ontwikkeling der hoogere vermogens van den mensch te +vereenigen. Die taak rust zwaar mij op de schouders. Mijne beste +pogingen, om hierin harmonisch met u zamen te stemmen, zou ik gewis +dikwijls zien verijdeld, wanneer gij niet steeds gereed stondet, mij +welwillend de hand tot ondersteuning toe te reiken. Dit zij hierom de +bede, tot u allen gerigt—de bede, waarmede ik mij dringend, maar ook +vol vertrouwen, wende tot de leermeesters mijner academiejaren, die ook +later nimmer ophielden, mij voor te lichten op het pad der wetenschap.</p> + +<hr style='width: 45%;' /> + +<p>Maar ik zie onder u nog een' vriend, een' leermeester van latere jaren, +wiens naam luide weergalmt in de tempelen der wetenschap, <span class='pagenum'><a name="Page_290" id="Page_290">[Pg 290]</a></span>wiens geest +kracht heeft en moed, wiens hart gloeit voor wat goed en edel is. Ik +weet het, <span class="smcap">Mulder</span>! gij zijt afkeerig van openlijk huldebetoon. +Wierook-walmen stijgen niet tot u op. Maar mag het hulde heeten, wanneer +ik zeg, dat gij nimmer hebt opgehouden, mijn' blik in de natuur en in de +menschenwereld te verruimen, dat gij altijd en overal mijne belangen met +vurigen ijver hebt behartigd, dat, wanneer ik, door leed of angst +geprangd, naar een' vriend omzag, gij aan mijne zijde stondt!... Neen! +hulde mag het niet heeten, waar, voor sprekende feiten, zwakke woorden +in de plaats treden.—Ik gevoel het, <span class="smcap">Mulder</span>! ik heb noch den +geest krachtig, noch het hart warm genoeg, om beide bij u te bevredigen; +maar rein zijn toch de vriendschap en dankbaarheid, die mij bezielen—en +gij zult ook de kleine bron niet versmaden, wanneer ze u frisch en +helder water biedt.</p> + +<hr style='width: 45%;' /> + +<p>Hartelijk verheugt het mij, ook u hier te zien, Wel Edelgestrenge, Zeer +Geleerde Heeren! die ik, nog kort geleden, de eer had, mijne +Ambtgenooten te noemen. Ik wist het, dat gij een levendig deel naamt in +de mij te beurt gevallen onderscheiding; en uwe tegenwoordigheid op deze +plaats is mij hiervan een nieuw bewijs. De vijf volle jaren waarin wij +onze krachten tot één doel zamenspanden, waren de gewigtigsten mijns +levens. Aan deze, en voor een groot deel aan U, ben ik mijne +wetenschappelijke vorming inzonderheid verschuldigd. Ik herdenk het met +zoo veel voldoening, hoe ik dagelijks door uwen ijver werd aangewakkerd, +hoe ik dagelijks mij kon spiegelen aan naauwgezette pligtsbetrachting, +hoe gij mij dagelijks deedt ondervinden, dat ik met vrienden leefde. +Hebt dank voor uwe hartelijke gezindheid mijwaarts, die zich nimmer +verloochende; en, mogen wij niet langer door ambtsbetrekking vereenigd +zijn,—de heilige band, die tot de minste sporen van misverstand en +tweedragt steeds uit ons midden weerde, blijve ook thans hechter dan +immer gesloten!</p> + +<hr style='width: 45%;' /> + +<p>Ten slotte wend ik mij tot u, Aanzienlijke Schaar van Jongelingen! want +aan u is mijn volgend leven toegewijd. Ik ben geroepen, om u voor te +gaan op den weg tot wetenschap; en zucht tot kennis brandt in u allen. +Ziet! zoo is reeds eene harmonische betrekking tusschen ons +geboren.—Zoekt gij bij mij de veelomvattende <span class='pagenum'><a name="Page_291" id="Page_291">[Pg 291]</a></span>kennis en grondige +geleerdheid, die wij vereeren en hoogschatten alleen in mannen, wier +leven onafgebroken aan ijverige studie gewijd was, ik moet u +teleurstellen maar verlangt gij bereidvaardigheid in het ondersteunen +uwer pogingen, ijver en lust om u nuttig te zijn, ik bied ze u van +ganscher harte aan. En wij kunnen immers gezamenlijk het veld onzer +kennis uitbreiden. Gij toch, die u toewijdt aan de beoefening der +natuurkundige wetenschappen, waaronder ik ook de geneeskundige begrepen +acht, gij weet het, hoe men tot waarachtige kennis kan opklimmen. De +kennis, die gij verlangt, ligt in de voorwerpen en verschijnselen der +natuur opgesloten: zintuigelijke waarneming van deze is de éénige wijze, +waarop zij te verkrijgen is. Van de stelling uitgaande, dat niets wat +waarneembaar is, wordt gekend, vóór het is waargenomen, moet het steeds +mijn streven zijn, u de voorwerpen en verschijnselen der Natuur +waarneembaar voor te stellen. En zóó immers is ons de gelegenheid +gegeven, gezamenlijk kennis op te doen. Ik wil niet tot u spreken als +een boek, en daarom behoef ik ook niet de geleerdheid van een boek; maar +ik zal trachten, uwe zintuigen te scherpen, en ze met uwen geest in +nader verband te brengen. Gij moet leeren zien, hooren, ruiken, proeven +en tasten; en gij moet het bewustzijn hebben, dat gij met deze vermogens +tot ware kennis kunt geraken. Daarin bestaat het groote geheim, om +zelfstandig te worden. Hebt gij de indrukken zelf uit de natuur +opgezameld, gij zult ze gemakkelijk leeren ordenen. Die kennis is dan uw +eigendom, dien niemand u kan betwisten; en op dien grond zijt gij nu +zelfstandig.</p> + +<p>Geene andere lauweren verlang ik in mijnen werkkring, dan iets te mogen +bijdragen, om u tot die zelfstandigheid te vormen.</p> + + + + + + + +<pre> + + + + + +End of the Project Gutenberg EBook of De Harmonie van het Dierlijke Leven +by F.C. Donders + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE HARMONIE *** + +***** This file should be named 17079-h.htm or 17079-h.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + https://www.gutenberg.org/1/7/0/7/17079/ + +Produced by The Online Distributed Proofreading Team at +https://www.pgdp.net. This file was produced from images +generously made available by The Internet Archive/Canadian +Libraries. + + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +https://gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at https://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at https://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit https://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including including checks, online payments and credit card +donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + https://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. + + +</pre> + +</body> +</html> diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt new file mode 100644 index 0000000..6312041 --- /dev/null +++ b/LICENSE.txt @@ -0,0 +1,11 @@ +This eBook, including all associated images, markup, improvements, +metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be +in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES. + +Procedures for determining public domain status are described in +the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org. + +No investigation has been made concerning possible copyrights in +jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize +this eBook outside of the United States should confirm copyright +status under the laws that apply to them. diff --git a/README.md b/README.md new file mode 100644 index 0000000..ef3b1fa --- /dev/null +++ b/README.md @@ -0,0 +1,2 @@ +Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for +eBook #17079 (https://www.gutenberg.org/ebooks/17079) |
