diff options
| author | Roger Frank <rfrank@pglaf.org> | 2025-10-15 04:49:46 -0700 |
|---|---|---|
| committer | Roger Frank <rfrank@pglaf.org> | 2025-10-15 04:49:46 -0700 |
| commit | f6130ce13778a7382f9d593f153f61cd5e32a52e (patch) | |
| tree | 5e58e4aed918de4330d2443f05ec1091d61133e7 | |
| -rw-r--r-- | .gitattributes | 3 | ||||
| -rw-r--r-- | 16830-8.txt | 2288 | ||||
| -rw-r--r-- | 16830-8.zip | bin | 0 -> 33578 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 16830-h.zip | bin | 0 -> 587791 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 16830-h/20016-h.htm | 2411 | ||||
| -rw-r--r-- | 16830-h/images/gorter1.jpg | bin | 0 -> 140916 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 16830-h/images/gorter2.jpg | bin | 0 -> 130369 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 16830-h/images/gorter3.jpg | bin | 0 -> 128982 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 16830-h/images/gorter4.jpg | bin | 0 -> 149476 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 16830.txt | 2288 | ||||
| -rw-r--r-- | 16830.zip | bin | 0 -> 33494 bytes | |||
| -rw-r--r-- | LICENSE.txt | 11 | ||||
| -rw-r--r-- | README.md | 2 |
13 files changed, 7003 insertions, 0 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes new file mode 100644 index 0000000..6833f05 --- /dev/null +++ b/.gitattributes @@ -0,0 +1,3 @@ +* text=auto +*.txt text +*.md text diff --git a/16830-8.txt b/16830-8.txt new file mode 100644 index 0000000..784cbc3 --- /dev/null +++ b/16830-8.txt @@ -0,0 +1,2288 @@ +The Project Gutenberg EBook of Een klein heldendicht, by Herman Gorter + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: Een klein heldendicht + +Author: Herman Gorter + +Release Date: October 8, 2005 [EBook #16830] + +Language: Dutch + +Character set encoding: ISO-8859-1 + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK EEN KLEIN HELDENDICHT *** + + + + +Produced by Marc D'Hooghe. + + + + +EEN KLEIN HELDENDICHT + +door + +HERMAN GORTER + + + +MET VIER REPRODUCTIES NAAR MUURSCHILDERINGEN + +VAN + +RICHARD ROLAND HOLST + +AMSTERDAM + + +1908 + + + + + +VOORREDE. + +Mijn vriend RICHARD ROLAND HOLST heeft mij, ter illustratie van den +tweeden druk van dit gedicht, eenige reproducties[*] gegeven naar zijne +muurschilderingen in het gebouw van den diamantbewerkersbond te +Amsterdam. + +Vreugde en trots vervullen ons hart nu het eerste begin van +socialistische schilderkunst en poëzie elkander ontmoet. + +Wel zijn de beeldjes, die wij bedachten, nog maar klein in vergelijking +met ons groote voorbeeld: den reuzenstrijd van het proletariaat,--wel +zijn de vormen en de veronderstellingen waarin wij ons bewegen, nog vaak +ouderwetsch,--maar ... voor het eerst staat hier in kunst het socialisme +als de zon waarom zich het geheele leven bewegen moet. + +En laat maar het proletariaat zijn loop met de snelheid vervolgen, +waarmede het naar de nieuwe wereld ijlt,--in de handen der kunstenaars +die het begeleiden, zal de kunst wassen van de kleine vonk die wij hier +toonen, tot een wereldverlichtende vlam. + +1908. + +HERMAN GORTER. + +Noot: De fotografiën, naar welke deze werden genomen, maken deel uit van +een album van 15, de geheele schildering weergevende, verschenen bij +BRUSSE & Co., te Rotterdam. + + + * * * * * + + +AAN DE NAGEDACHTENIS VAN KARL MARX. + + + * * * * * + + +Hoe de Vrijheid wordt, de Slavernij verbleekt, +begin ik te zingen met wachtende kinderstem. + + +[Illustratie: "Muurschildering-R.R. Holst"] + + + * * * * * + + +I. + + +Een jonge arbeider kwam daar in het licht. +Hij wist niet wat te doen, want voor het eerst +moest hij meedoen aan een staking--of niet. +Hij was onzeker, voelde zich onzeker,--zooals +een schip dat aan het strand der zee, +slingrend met beide kanten water schept. +Hij was teer en zwart, want zijn moeder had +hem opgeleid in 't katholiek geloof, +en hem hield vast die rijke en roode godsdienst. +Maar hij was knap en vast, en de kameraden +hadde' hem geopenbaard den klassestrijd, +die alle krachten vraagt van d' wordende +Man.--Zoo ging hij nu door lichten dag. +Wat zou hij doen, met hen meegaan of niet? + +De blos maakte zijn zwarte wang vuurrood. + +Zooals een jonge stier, die op de velden +komt uit den stal, in 't voorjaar, duizelig +in 't licht komt, en niet weet of her of der, +en dan maar loopt rechtuit, op ééne lijn, +'t is ongewis nog in zijn vaste hoofd, +zoo ging hij, die jonge arbeider, dwars in +het licht, het zilvrig-witte dageslicht. + +En twee gedachten joegen zich aan hem op, +als uit de werklijkheid het groot droombeeld +gevormd wordt, als een wind die schuim of stof +opjaagt van zee of van een landweg. Eén +was dit: het zoete en zachte en tevree bestaan +van slaaf.... +....--En de andre was één beeld +van opgaanden strijd. 't Leek een berg die hoog +ging.... + +Zoo ging hij op de vlakte, en wist niet +wat hij doen zou. En nu eens doopte hij in +links, dan weer rechts, in de gedachtafgronden, +zooals een man die in een zwaar probleem, +het vinden van een werktuig of geheim +der natuur, denkt: wat zal ik doen, zal ik +dien weg gaan? en diep in de zaak zelf peinst. +En even onzeker ging hij terug, +zooals een schip dat na zijn eerste reis +terug komt in zijn dok, om daar hersteld +te worden. Hij ging door het dampend licht +maar zag het niet, zag slechts die groote vraag: +moet ik of moet ik niet? En heel de wereld +leek vol hem van die vraag. + +Zoo ging hij 'n beetje wanklend naar zijn huis, +zijn ooren waren vol, zijn slapen zwollen, +omdat die vraag, uit de wereld gehoord, +hem 't hart trof en het bloed hem naar de slapen. +En hij dacht: 'k moet het doen: het kan niet anders; + +Zooals in Februari of in Maart +de wolken vliegen lachend langs den hemel, +wit-blauw gevlekt, en de heele natuur, +de bergen, de velden en alle boomen +voelen: het moet, het moet,--zoo voelde hij +toen hij daar langzaam naar zijn woning liep. +Maar toch bleef nog een twijfling aan zijn hart, +zooals het zilte schuim dat aan de zee ligt. +En van zijn oogen viel een zachte straal. +Hij was nog zeer jong, hij was nog een jongen. + +'s Nachts droomde hij een gouden, gouden droom. +Het was hem of hij in een gouden streek +was gekomen, en of hij gouden menschen +zag, die naakt gingen door een verguld licht. +Zilveren stroomen waren er en heuvels +van goud, en daarin zag hij die zonmenschen. + +Hij kon er maar niet genoeg heen kijken. +Hij zag niet veel, het was ook niet zoozeer +wat hij zag, hoewel 't was echt gouden licht +als de zon, als een gloeiende bakkersoven. +Maar 't was dat heerlijke gevoel wat door +hem zelf heenstroomde als hij er naar keek, +daarom was het zoo heerlijk in dien droom. + +Terwijl hij er naar keek, stroomde het door +zijn rug, zilvren stroomen nieuwe gedachten. +Wijl hij er naar keek, werd hij een ander mensch, +heel, heel anders. Wat was het toch dat in +hem kwam? zoo, zoo had hij toch nooit gevoeld. +En hij trachtte het midden in zijn droom +te begrijpen, zooals een droomer denkt, +ook weer droomend, maar toch begrijpend en +droomende over zijn droom nadenkende. + +En hij keek aldoor maar weer; want hij voelde, +dat het vandaar moest komen, het begrip +van d' heerlijkheid, als de heerlijkheid zelf. +En hij keek steeds in dat ronde gewelf, +een ovaal-breed gewelf met vlakken grond, +vol gouden gloed en met gouden menschen, +heel klein, maar heel gelukkig, en goudnaakt. +En van uit die beelden, van uit hun haren, +als 't ware van hen af en naar hem toe, +stroomde aldoor in hem dat nieuw gevoel. +En zoozeer stroomde het uit hen naar hem toe, +dat 't leek hij werd zooals die menschen zelf. + +En toen op-eens, werd hij door 't kijken kalm, +en toen begreep hij 't--wat hij voelde was +wat die kleine en gouden menschen _hadden_. +Er was iets in hen wat hij, hij, niet had, +maar door hen te zien zag hij dat zij 't hadden. +En zooals alleen zien, iets aan den ziener +geeft van het geziene, zoo voelde hij +dat van hen in zich,--maar als een gemis. + +En toen keek hij nog eens zeer kalm en goed, +met de uiterste spanning van al zijn oogen +trachtend te grijpen. En toen voelde hij +'t klaar komen door zich: Dat Nieuwe was Vrijheid. +Dat wat hij voelde was wat hij zoo hoopte +maar niet had, die oven dat was de Toekomst, +en die menschen dat waren Vrije menschen. + +En dien Maandag-morgen, toen stond hij op, +en met zijn zwarte en jongzacht gezicht,--hij +als een vaste en jong-zwarte stier-- +als een bloem naar zijne kameraden, +en zij dat hij mee zou doen.-- + + + + + +II. + + +De jonge arbeidster kwam ook in het licht! +Zij wist ook niet te doen, want voor het eerst +moest zij zelf in vereeniging, of niet. +Zij was onzeker, voelde zich onzeker, +zooals een schaap dat op het wijde veld +voor het eerst graast, want het was nog een lam. +Maar zij was vast en licht, en de kameraden +hadden haar geopenbaard den klassenstrijd, +die alle krachten vraagt van d' wordende +Vrouw. Zoo ging zij nu door lichten dag. +Wat zou ze doen, er wel ingaan of niet? + +Zooals een jonge koe die op de velden +komt uit den stal, in 't voorjaar, duizelig +in 't licht komt, en niet weet of her of der, +en dan maar loopt rechtuit op ééne lijn, +'t is ongewis nog in haar vasten kop-- +zoo ging zij, die jonge arbeidster, dwars in +het licht, het zilvrig witte dageslicht. + +En 't leek haar of zij voor een minnaar stond, +die met een teer gezicht en bleekheid om +zijn hoofd daar stond. En of zij nu zich aan +hem geven moest of niet. Eén voet stond klaar, +maar ééne niet. Zij wist niet wat te doen, +en bleef maar fonkelend en vlammend staan. +Zooals een lente als zij aan de aard', +aan de grenzen en aan den horizon +gekomen is, en daar maar pal blijft staan. +En niet komt. En de menschen denken: wat +toeft toch en mart en blijft daar toch die lente? +Zoo stond zij op het veld, een vlam gelijk. + +En weifelend ging ze daar op een steen +zitten, en voelde kou en warmte uit +de lucht, en den grond, en van uit zich zelve. + +En twee gedachten vloeiden aan haar op, +als twee rivieren, door de blanke lucht +gekomen. De één was: Ik kan toch zijn +vast en groot, ik kan groote vrouw worden. +Er is de kracht in mij als van een mensch. +De andre was: 'k moet stil bij moeder blijven. + +Zooals een moeder, die op haar bed ligt +te wachten op het kind, ze voelt het in zich. +De twijfel van het uur maakt haar al ziek: +Zoo zat ze daar neer. +En even onzeker ging zij terug, +zooals een paard dat men voor 't eerst beproefd +heeft te leeren, en dat men nu terug +brengt naar den stal. Zij ging door 't klare licht. +De wereld was wel klaar maar zij nog niet, +zij twijfelde zooals het groene gras +schittert, en vroeg maar aldoor, schitterend, +de vraag: Zal ik of zal ik niet meegaan? + +Zooals in Februari of in Maart +de wolken vliegen lachend langs den hemel, +wit blauw gevlekt, en de heele natuur, +de bergen, de boomen en al de dieren +voelen: het moet, het moet, zoo voelde zij, +toen zij daar klaarwit naar haar huis toe liep. + +Maar toch bleef nog een weifling aan haar hart, +als het zilverig schuim dat aan de kust ligt. +Maar van haar oogen viel een zachte straal. +Zij was nog zeer jong, ze was nog geen vrouw. + +En 's avonds zat zij in haar huis alleen, +voor het naar bed gaan, en tuurde in de schemering. +Daar rond haar, daar waren de huizen van +de kameraden: zij voelde ze aan haar oogen. +Daar woonden ze, de stille en afgestompte. +Zooals in een bosch, dat geen ligging heeft +goed--maar slecht. Want het woud is arm, +er is geen luchtstroom, en er is te veel +water dat stilstaat om de harde wortels. +Het bosch is forsch, maar doodsch en armzalig. +Zoo was het leven der arbeiders om haar. +En zij voelde zooals een vuurgezicht: +Hun meisjes, ach, o pijn, o bittre pijn, +de schoonheid, de bloeiende moederschoonheid, +tot op een lage hoogte, en dan niet meer. +En de mannen beperkt, en al de gaven +beperkt tot de armen, beenen en vuisten, +en nog wat anders waaraan men niet denkt. +Er gonsde een grijze scheemring om haar heen, +en 't leek zoo of zoo was de eeuwigheid. + +"Als wij samen zijn, o allen te zamen, +mannen en vrouwen proletariërs, +zijn wij meester van 't al. Dat is de taak +eindloos voor mij, maar er moet aan begonnen." +Zooals een vuurge bloem, diep in de scheemring +van een kamer, waar niets anders is, bloeit, +vuurrood--zoo groeide zij in de gedachte. + +En zij verhief zich, en trok zich zacht uit, +het kleine dasje en haar wol'ge jak, +en rok en broek en kousen. En haar hemd +trok zij over haar hoofd en armen heen. +En zij bleef nog wat denken in de scheemring +onder de zoldring. En ging toen in bed, +en legde zich onder de dekens neer. +Haar lijf was vol, en vast haar hart daarin. +Zij lag daar stil zooals een jonge boom. +En denkende aan het Doel sliep zij in. + +'s Nachts sluipt er rond een God. Dat is de Moed. +Die gaat door achterstraten, en daar waar +de hooge huizen der arbeiders zijn. +En waar zij liggen duister in de scheemring +met hun vrouw, met hunne broers en zusters, +maakt hij ze vast en moedig. De nacht geeft +ze sterker aan het licht dan zij ze nam. +Maria lag roerloos. De goê gedachten, +die zij gehad had den dag, stijfden zich +in haar, en werden en maakten haar vast. + +En buiten kwam de Dag zooals een minnaar, +en spreidde 't schemerkleed wijd open, toen +hij 't om de schouders hing. Maria ontwaakte, +brekende, op haar bed. En stil en klaar +lag ze, ziende den goddlijken ochtendstond. +En zij hief zich. Haar voorhoofd ging naar 't licht. +En zij wiesch zich, bukkende naar het water. +En zij at iets en zei moeder goên dag. +En zij ging door de lichte hooge straten. +En zij trad de fabriek in in den schemer +van staal. +En zei aan d'andren dat ze mee zou doen. + + + + + +III. + + +In de zaal ruischte het licht, zooals in zee +de middag ruischt. Een hemelvaart van licht +steeg op naar boven en maakte een wolk +onder het glazen dak, en menschen kwamen +tusschen het groen en het hangende rood-- +een zwerm gezichten in het gele licht. +En Willem duizelde: hij kwam ter leering. + +Zooals aan de zee gele bloemen groeien, +zooals over zee zwarte wolken zijn, +zooals op zee de straten van de golven +toonen haar zwart en rood en groen gelaat +'s morgens als de zon schijnt,--en elke gevel +eener golf toont zich anders parelmoer.-- +Zoo was de zaal, ze bruischte op hem in. +En zooals de drommen der zware winden +al trommelend over zee uit den afgrond +des winterhorizons op komen zetten, +in 't laat najaar, wanneer de zon zich stort +vroolijk op zee, zoo kwamen drommen mannen +zacht-luidruchtig pratend en schuifelend +de zaal binnen, diep zooals een afgrond, +en leken met gelaten gouden droom. + +Een gouden droom in blauwe werklijkheid. + +Er is wel een stil plaatsje tusschen rotsen +aan zee, waar stil de zee in sluipt, het kindje +der groote golf, komende aan haar hand, +komt daar alleen, en stort zijn helder water +op 't gele kiezelzand wat daar stil ligt. +Zoo was de ziel van Willem, hij zat stil +zooals een bloem diep in de zaal gezonken, +en hoorde voor zijn oor geweldige zee, +en ving ze in zijn hart parelend op. + +Het was een groot rumoer van gaan en komen, +de arbeiders vulden geheel de zaal. + +En de zaal zette zich, en was een wolk-- +in 't dikke blauw schemerden stil de hoofden hoofden-- +en allen werden, allen keken stil +naar waar vijf hoofden als vijf sterren blonken. + +En een stond op, Willem kende hem wel, +zijn hart ging open want hij had hem lief +zooals een vriend een kameraad bemint. +En 't was Willem toen hij tegen de zaal +begon te spreke', of hij sprak tot zijn hart. + +"Wanneer de mannen van een ieder vak +zich zamelen zooals een golf zich zamelt +op zee, zooals men ziet een zwarte wolk +zich samenballen, dan komt er een kracht +tusschen de arbeiders van dat enkel vak". + +Zwaar waren de woorden. + + "Als een enkel vak +over de aarde zich kon samenpakken +zooals een wolk of zooals de lawine, +dan zou de rijke patroon nedervallen +zwak, en de arbeid vond zijn zonneweg +naar beneden, diep in het zonnig dal, +waar het geluk en zoete vrede woont". + +Willem luisterde en zag de landouwen +hoog in de blauwte van de diepe zaal, +boven des sprekers zacht goud-gele hoofd. +De heele zaal leek als een blauwe zee +op te zwellen naar den spreker, en die +leek neer te komen met zijn zonnig hoofd. +En Willem zag alleen dat hoofd, zoo gouden, +zweven en spreken, als een sprekend hoofd, +dat geen lijf meer had maar alleen een stem. + +"Als de vakarbeiders van heel een land +zich konden vereenen tot blijvende hulp +aan elkander, zooals op zee de golven, +die ook niet apart zijn maar saam de zee, +dan maakten zij een kracht, zooals de krachten +van elk arbeider apart, en te zamen +alle aparte krachten. Maar veel meer +nog. Want er ware' in hen één Wil". + +De wil vertoonde zich. Hij was het zonlicht +buiten, men zag hem stijgen als de zon, +in vierkante stralen door alle vensters. +De aarde was er vol van. + + "Als de vakarbeiders +aller landen zich konden +samenvoegen, dan kwam de stille zon +der Vrijheid, o gewis. O twijfelt niet. +Mannen, de Zon schijnt. Gij zijt zelf de Zon." + +Zooals een vol bed blauwe violieren +zoo hief de zaal zich, en er was een donder +van rumoer door de donkre vergadring. + +En Willems hart werd klaar zooals een parel, +en hij voelde zich daar tusschen geworpen, +tusschen zijn kameraden, zoo zooals +een niets-waardige, maar die door de andren +eerst een waardige wordt en zuiver klaar. + +"En als de arbeiders van ééne natie +zich stortten in den politieken strijd +om de staatsmacht, zij vielen den staat aan +en als alle arbeiders aller naties +dit deden en zich stortten op het land +van den staat, zooals nu de zeegolven +aller oceanen bruischen op het land-- +dan werden de arbeiders zelf het land, +het vaste rustig land der eeuwigheid, +en Vrijheid zou met de arbeiders wonen, +en alle menschen waren eeuwig vrij." + +Het leek wel of de reednaar werd zijn stem, +zijn stem van goud, en dat goud weer de Vrijheid. +De Vrijheid steeg op en verdoofde alles +rondom Willems ooren. Er werd gesproken +nog aldoor veel, hij hoorde het niet meer. +Hij zag in het ovalen duister de +Vrijheid gaan, haar smijdig goud figuurtje. +Hij zag de drommen van zijn kameraden +donker blauwgroen, en haar tusschen hen komen +met haar gouden lach over al haar leden. +En zooals een die aan de donkre zee +zit, en de vioolkleurige heft haar stem,-- +voor hem niet, maar lijkt slechts voor zich te ruischen. +Hij kijkt slechts naar de zon, hoe goud die is, +en goud heengaat en trekt, zoo was ook hij. +Hij zag alleen nog maar de gouden Vrijheid, +en begreep, en luisterde hoe zij ging. + +En toen de vergadring uit was en in +een wolk zich oploste, toen ging hij heen. +Veranderd. Zijn hart had weer iets anders +gekregen en verloren, 't Voelde nieuw aan. +En in zijn voeten liep reeds half de Vrijheid. + + + + + +IV. + + +Toen de ochtend stil was als een heilig water, +trad hij de kamer waar de meublen bruin +ware' in, de lucht hel, het stof roerde niet. +Het goud stroomde buiten al door de straten, +en langs de wolken zeer wijd heengestrekt. +Zoo stil als een jonkvrouw de eerste droomen +der liefde waarneemt, duizelde hem om 't hoofd: +De arbeiders beklimmen de ochtendhoogten. + +Zacht als een diepe nis leek hem de kamer, +het hoogst in 't huis, uitziende op den hemel, +en 't arme bruine deurtje van de kast +naast het raam, naast den openen hemel, +leek hem te bergen 't allerrijkst geheim. +Hij trad toe, en hij strekte zijne handen, +en nam het boek, het gele, uit de kast, +en droeg het stil naar de vierkanten tafel, +en zette zich en legde het open. + +En zooals eene die zich voor het eerst +zet bij een veelgeliefde, zat hij neer, +en deed het oor open voor 't wonderboek. +Hij keek er in zooals wie in een water +kijkt buiten onder boomen, het zwart water +is licht van kabbelingen van de zon. +En stil begon de wetenschap te spreken. + +"De arbeid maakt alles van uit de aarde. +De arbeiders huwen zich met de aarde. +De arbeiders de Man, en zij de Moeder. +En 't Kind is het Werk, dat uit steen en aarde +oprijst. Het alomtegenwoordig Arbeids-Werk. + +Maar ach--dat kind het wordt aan hem onttrokken, +die de vader was. En 't wordt hem weggesleept +in andre huize', en niet met hem gedaan +zooals hij wenschen zou. En de vader +blijft arm en kinderloos: de arbeider." + +Hij staarde met groote oogen in het boek, +zooals een kind dat voor het eerst een onrecht +ziet, met groot oog vol pijn er star naar kijkt. +In de zachte ochtend was het een verschrikking, +zooals de nacht is, en zijn oog ging open +zooals de nacht, en zijn hart als de nacht. +Hij was zeer jong, hij was als eene bloem. + +En terwijl buiten de lichtlelies groeiden, +boog hij zijn hoofd ter neder in de schauw, +de bruine, die daar voor zijn voorhoofd was, +en las van daaruit, van uit paarsche scheemring +naar 't gele boek, dat zijn letters zwart straalde: + +"Maar de Arbeid heeft zooveel afgestaan +aan den Rijkdom, de Rijkdom is zoo groot +geworden, dat zij de Arbeid heeft verkeerd +van klein en hout in groot en staal, dat rijk +is geworden het Arbeids-Instrument. +En millioenen zijn daardoor beroofd +van 't houten kleine werktuig, en nu arm +en bezitloos is de Meerheid der Menschen." + +Zooals uit 't diepe ruischen van de zee +der kerk het orgel klaar begint te spelen, +zoo klonk van uit het ruischen van de letters, +die hij daar vóór op de tafel zag, +de diepe beteek'nis der wetenschap. +En zijn hoofd was zooals een gouden vrucht, +die van een boom over een water hangt +in September, als het water opgeeft +de gouden stralen van de middagzon. +En in zijn hoofd steeg op 't arbeidersbloed, +het bloed des overwinnaars, dat anders +bruischt dan het bloed van den verslagene, +want dat is flauw en leekt flauw bloedend heen. +En als een stier, die op de weide komt, +in 't Voorjaar, op het zwellend groene weiland, +als de hemel blauw wolkt, zoo keek hij over +het boek, de groene tafel, in de schaduw. +Zooals een man die diep achter aan 't schip, +aan 't stuur, aan 't roer hangt en het schip bestuurt, +zoo hing hij achterover in zijn stoel +en keek in het paarsch en bruin kamerlicht. +En hij liet diep in zich gedachte dringen, +en tot zijn hart bezonk de wetenschap. + +En van buiten klonken jubelgeruchten. +Want in het weven van de zon klonk stil +en was een zilvren zee geroezemoes. +En hij dwaalde uit, zooals een vogel vliegt, +in de zilvren en verre werklijkheid, +en zag een schaduw van wat hij kon doen, +als een vogel zwart door wit voorbij schieten. + +Zooals een stem begint te roepen, klonk +toen weer toen hij terugkwam, vóór hem 't boek. +"Daarom arbeiders, o vereenigt u, +want gij zijt de meesters, gij hebt de kracht, +als gij het slechts wilt, als gij het slechts _weet_." +Het klonk als een roepende uit de schaduw. +"Gij zijt de Vaders, arbeiders, de aarde +is uwe vrouw, o laat toch niet het kind +u langer ontstelen, maar maakt uwe +familie één en in drieën onverdeeld." +Zoo klonk toen uit de schaduw van het boek +de heerlijke stem der menschen-bewustheid, +als uit de opalen diepten van de +geschiedenis der menschheid, op'nend, klonk het. +Nieuw altijd weer, altijd, iederen dag. + +En hij zat stil en luisterde heel lang, +en liet het doordringen diep in zijn bloed, +en liet zich verandren, iederen vezel. +Want hij was tot heel lang zeer dom geweest. +Zooals in de lente, het versche sap +doordringt in den stam van de lila iris, +en maakt het blad anders en schept de bloem. +Zoo drong in dien arbeider door de kennis, +en maakte zijn bloed in zijn aadren anders, +zoodat zijn beenen en dijen en vuisten +anders werden en opgroeiden tot daden. +Hij zat daar lang zooals een donkre bloem +in de schaduw. De gloed der wetenschap +om hem. Zijn hoofd was als een vlam van kennis. +Hij liet het stil rondom zich heen vergaren, +opbranden om zich als de hooge zee, +en zonk er met zijn hart steeds dieper in. +En toen, toen hij er goed zeer diep in was, +stond hij op en hief zijn gestalt er in, +bewoog zich door den vloed, ging stil naar 't werk. + +Toen hij weer thuis kwam, stond er brood en koffie, +en zat Maria daar met roode lippen. +En hij nam 't wittebrood en zoende haar. +Zooals een paard dat in de weide huppelt +zonder toom was hij. En zij kuste innig +hem op zijn mond en op zijn bloeiende borst. +En zacht speelde ze met hem en trok hem +naar zich toe en kuste hem om de wangen. +En zij nam zijne, hij nam hare handen, +ze speelden saam met levende kleinodieën. + +Zoo zaten ze, de zachte lucht van linnen +van haar japon, en de veel fijner geur +van daaronder vulden de glazen kamer. +En de wolken gingen voorbij en 't uur, +en de zon scheen en maakte 't binnen goud. +En hij zei: "nu moet ik weer naar mijn werk," +en stond op, en zij stond op, en zij gingen +na eenen laatsten kus samen uiteen, +hij naar zijn werk en zij ook naar haar werk. + +Maar 's avonds stortte hij zich weer diep in +de eenzaamheid en in het gouden boek. +Hij zou weten hoe 't in de wereld uitzag. +En diep met een gespanne' en zwarten wil, +de handen aan het hoofd tegen de ooren, +de zwarte wenkbrauwen gefronst, en 't haar +stijfstaande op zijn kop als bij een stier, +zat hij bij 't boek en las als 'r aan gemetseld. +Hij las hoe of de arbeid is de waarde, +en hoe de arbeid ten deele vergoed +wordt den arbeider, in zijn loon, en hoe +er arbeidstijd aan hem ontstolen wordt. +Hij zette zich vast op zijn ellebogen, +en begreep 't goed, het werd in hem geklonken +zooals de ijzren pijlers van een brug. +Hij zat als een gast aan een stevige tafel, +en at van de kennis, en niets te veel. +De gouden lamp met haar petroleum +straalde, en 't zwart van 't duister was als stof +en roest, maar in de hoeken was het fulpen. +En hij sloot er zich in in de kennis. +Zooals een smid die om zich zelven bouwt, +die voor zijn werk binnen het werk moet zijn. + +Hij las hoe noodzaaklijk de slavernij +moet erger worden op de arbeiders. +Omdat zij altijd een steeds sterker druk +van rijkdom staaplen--hij las hoe de knechtschap +vermeert, maar ook de scholing, en ook de +Eenheid der arbeiders. Hij zag het vóór +zich, boven 't boek in 't felle helleschijnsel. +Hij begreep het, de zwarte arbeiders waren +levend voor hem, daar vóór hem, 't kapitaal +was goud boven het gouden boek, daarin +zag hij de zwarte arbeidersfiguren. +Hij drong zich tegen 't boek aan, en zijn handen +werden vochtig tegen zijn blanke slapen. +Zijn oogen schitterden, er liepen tranen +doorheen van licht, zeer diep, zij vielen niet. +Hij begreep het, in 't binnenste der wereld +drong hij, dat was het wezenlijk geheim, +het geheim van 't bestaan, 't eigenlijke +wat hij moest weten, de diamant der daad, +waar alle daden uit voort moesten komen. +Hij voelde het, hiervandaan kwam het leven +der maatschappij. + En der maatschappij was +hij zelf de kern, zoo goed als ieder ander. + +Hij ademde diep in den zwarten nacht +naar de hoeken der kamer toe, als een +die ontrukt is aan 't eigen zelfbestaan, +en die zoozeer is in de gemeenschap +verloren, dat hij die voelt, niet meer zich. +Juist, dàt was het, hij las van de gemeenschap, +begreep de gemeenschap, maar juist daardoor +zich zelf. Zijn persoon was de gemeenschap: +die had hem gemaakt, die had hem gevormd +tot 'n kern van haar, en hij, als deze kern, +voelde in zich haar, en zich met haar tot één. +Wat haar was, was hem, en wat hij was zij. + +En daarin diep dringende met zijn oogen +werd 't groot probleem, wat hij las, hem daar klaar. +Hij las van den arbeid en van de waarde +der dingen--maar hij begreep wat of was +de arbeider, wat of hij zelve was. + +En 't gemeenschapsgevoel stortte zich over +hem als een zwarte golf, en hij voelde in +zijn hart het diep-zwart voelen voor de Eenheid, +de Eenheid van hem en alle arbeiders. + + +["Muurschildering-R.R. Holst"] + + + + +V. + + +O zoete lucht! O iedre avond die +iets leert! o Dag waardoor de arbeid gaat! + +Zacht parelde de avond op de stad +en van den hemel eene zachte gloed. +Willem kwam van zijn werk. Dit was d'avond, +waarop de vreemden zouden komen en +vertellen van het socialisme, ver +in andre landen. Hij stapte naar huis +en zwolg het eten binnen. Hij zag niets +dan even de planken om zijne kamer, +hun rooden gloed. + +Maar hij trok snel zijn wit halfhemdje aan, +en wiesch zich. En hij stapte in zijn kleeren. +Hij ging door de deur, en sloot ze stil dicht, +en toen door de stad die zacht bloemrijk was. +Het zwarte stof van de metaalfabriek +verging, er rezen bloemen voor hem op. +Hij stapte als een haan, die in den avond +gaat naar zijn hok waar alle kippen zitten. + +En nu schreed hij over den kleinen drempel +en betaalde. + En zag de kameraden +weinig in aantal in de kleine zaal. +Hij ging zitten stil met hen aan de tafel, +en wachtte tot de andren zouden komen. +Het was een kleine leering-avond van +enkelen--waar de vreemde kameraden +zouden vertellen hoe het bij hen was. + +En klaar scheen de lucht door de ruiten binnen. +De avond was blauw buiten, binnen bruin. +'k Geloof, de zee was daar ook niet heel ver. +Zoo scheen althans de lucht, alsof 't kristal +der zee in schittering gestegen was. +En de menschen, de donkre kameraden +hinge' achterover in de kamerscheemring. + +En in die volle donkre rust, daar klonken +buiten op houten gang de voetstappen +plotsling. De deur ging open. Daar traden +eerst de bekenden binnen, en toen twee +mannen al oud, grijs was hun baard, en klein +beide--en allen, jong en oud, zetten zich. + +En zacht begon, na een stilte, te stijgen +een stem, zooals een peil, een goudene. +Zooals men 's zomers zien kan eenen vogel. +"Genoten, vrienden, echte kameraden +van ons en mijn hart. Ik groet broederschap +tusschen u en mij. Echte broederschap +plaveit zich tusschen u en mij. Zoo moge +de broederschap eenmaal zijn tusschen menschen." + +O zachte stem, o gouden vrijheid, hoe +vuldet gij de kamer en maaktet een vlak +waarin al de hoorende harten leefden. +Zooals een fontein spuit, en 't heele bosch +hoort het, ook waar hij niet is, zoo hoorden +zij zijne stem alsof uit eene verte: + +"Duitschland was altijd 't land van slavernij +sinds eeuwen. En onder onze gelijken +was er geen vrijheid. Totdat voor een vijftig +jaren gedacht' aan vrijwording begon. +Wat was het tooverstaal, dat in 't bazalt +leven bracht, wat bezield' de doode stof, +wat bracht de vrijheidsdorst in onze monden? +Het werktuig, vrienden. De machine sloeg +vonken in ons los. 'k Heb het zelf beleefd. +Zij bracht de groote massa's samen, zij zette ons +naast, naast, naast elkaar, zij maakte ons broeders, +ons kameraden, ons maten. Zij bracht +onze oogen bij elkaar. Zij bracht de honderd +arbeiders vóór elkaar, die elkaar vreemd +waren geweest. Zij stelde om zich als haar +kindren of kuikens al de machinisten. +En die zagen elkaar in de oogen, en +hun moeder naast hen, de stalen machine. +Was 't niet of die machine hen aaneen +bond? Waren ze niet werkelijk vrienden +in 't werk? Ja--dat voelden zij, ze waren +broeders en vrienden. Dat gaf ééniging. +Dat is het zaad waaruit het socialisme +komt. + +En dat gebeurde niet in één fabriek, +makkers, maar overal, maar overal. +Over gansch Duitschland, hier en daar, wel weinig +eerst, maar allengs meer. Het groeide, +het fabriekswezen, en elke machine +vereenigde de mannen om zich heen. +Al die machines met die groepen mannen +werden kernen der nieuwe maatschappij, +en van het socialisme. IJzren kernen +met vleezen omhulsel.--Gij ziet wel 's zomers +de vruchten rijpen, is 't niet? aan uw boomen, +en al die vruchten zitten vol van zaad? +Zoo was 't met het fabriekswezen dat over +Duitschland zich spreidde, toen ik nog jong was. + +Maar al die vrienden, al die menschenlijven, +al dat vleesch rondom al de ijzren kernen +kenden toen nog niet 't socialisme. 't Was +voor hen nog onbewust. Hoewel _zij_ in +hun arbeid wel 't eerste gevoel al kenden,-- +zoo goed als zij,--van die groote +broederschap, was 't toch slechts een eerst gevoel. +Zoo is 't immers ook in een jongen van +twaalf jaar? De liefde is er, maar niet tot +bewustheid. Zoo was het in ons. Wij keken +elkaar aan, maar wij wisten nog niet.--Hoe +kwam dat toen in ons, hoe zijn wij toen overgegaan +tot volle kennis? Welke vonk +is dat toen weer geweest, die in ons groene +het vuur bracht en de kleur, de vurig roode? +Dat is de wetenschap geweest, mijn broeders. + +Daar zat een man in Londen, ver van ons, +en terwijl wij iederen dag zoo zwoegden, +en terwijl wij iederen dag aankeken +elkaar over het groen geolied staal, +en terwijl wij in elkaars oogen zochten +vriendschap, terwijl de vlammen van ons zijn +met de vlammen der stalen machine schiepen +het goud voor den bourgeois--en wij maar niet +konden vinden den _algemeenen_ weg, +den weg voor allen, om tot kracht te komen-- +zat die man en zocht +de wetenschap voor ons.... + En in 't verbond +van wetenschap en arbeid vond hij het, +de magneet, die ons aan elkaar voor goed +kon trekken: 't gansche proletariaat. +En hij schreef het uit in een gulden boek, +en in stalen boekjes: die leus voor ons. +Proletaarjaat aller landen, wees Eén. +En hij wees ons den weg, dien wij gegaan +waren in 't klein, in 't groot als algemeenen +bevrijdings-zonlicht-gouden-vrijheidsweg. + +En wij vereenden ons in éénen band, +de Internationale, die gij kent, +de Associatie roemvol aandenkens. +Dat was Marx, mijne vrienden, de man wien +de arbeidersklasse van Europa en +Amerika meer dankt dan aan wien ook. +De man die d' Wetenschap, zoolang u vreemd, +u gebracht heeft en haar gemaakt uw kracht. +U, lijdenden, verbond hij met het denken. +De denkenden verbond hij met het lijden. +Zacht golft het gras over zijn diepe graf +te Highgate, maar hij staat hier tusschen ons, +hier naast mij, en daar zit hij tusschen u." + +En zacht vloten de beken van de tranen +omdat het denken bij de lijdenden +eindlijk gekomen was. +Er waren oude arbeidersgezichten, +als steenen koppen in de buitenlucht. +En zij weenden niet, want de arbeid had +hen gewend aan alles wat hard en pijnlijk. + +"Wij hebben opgeroepen, 't Was Lassalle +die den strijdroep liet hooren. En wij snelden +toe, en vormden de Arbeiders-partij. +De politieke partij, 't was voor 't eerst, +dat arbeiders afdaalden in het strijdperk +te strijden met het heele kapitaal. +Wij vlogen samen, o nog maar 'n klein troepje, +voor veertig jaar. Maar wij vielen ze aan +dadelijk allen: 't grond-, 't bank-kapitaal, +het handels-, en 't industriekapitaal, +wij, de arbeiders, schaarden ons er over: +Wij stelden ons tegenover den Staat. + +O 'k weet het nog zoo goed, ik was de eerste +die heengestuurd werd, waar de Staats-Kop ligt, +den Rijksdag, om daar als een jonge Siegfried +te gaan vechten in het hol van den draak. +Het kon niet anders zijn dan woorden, woorden, +die ik tegen hem slingerde, een zwaard +dat hem kon dooden, was er toen nog niet. +Maar mijn woorden werden buiten gehoord +in al die plaatsen waar de vleezen vruchten +om de ijzre kernen heen zijn. En dáár dáár, +begon men toen het zwaard te smeden, dat +eenmaal, wanneer het hecht is volgesmeed, +den strot zal boren van het kapitaal: +d' Organisatie. + En men heeft gesmeed. +Vroolijk als Siegfried staat de arbeidersklasse +van Duitschland, en smeedt aldoor aldoor door. +Gij kunt 't haast hooren als gij van hier luistert. + +Rondom de ijzeren machines gaan +de vleezen lijven, de denkende koppen +Naar de fabrieken loopen iedren dag +de stevige voeten dragend helle koppen. +In de fabrieken komen elken dag +duizenden vrienden samen, met hun vrouwen +en kindren, hun meisjes en jongens. +En die bevolking ziet elkander gaan, +en op den hoek van een machine als +zij elkaar tegenkomen, zien ze elkaar +soms even in de harde sterke oogen. +De ééne hand reikt in handgreep de ander, +een voet raakt voet, een rug raakt rug, dan keeren +ze even om tusschen hun deelmachines: +Was 't zijn lijf of was 't mijn lijf dat het deed, +was het haar zachte heup, haar teedre oog, +was het mijn jas of haar jurk dat mij raakte. +Neen, 't was de hand van onze kleine zoontje, +dat daar staat en vlug met zijn vingers voedt +het bijtend welgeolied vlugge staal. +En als ik mijn hoofd soms heel stil opricht, +en in een oogenblik dat mijn werktuig +poost om gesteld te worden voor nieuw werk, +mijn oogen rond laat gaan door heel de zaal, +wat hangt daar, wat is daar die grijze nevel +waarin de armen staal slaan, waarin flarden +product en ijzer, grondstof en menschstukken +dooreenscheemren, wat is die damp die alles +omslurpt en overhuift en ons toedekt? +Ik zie 't, 't 'is de gloed die ons aaneenbindt, +het socialisme, dat uit onzen arbeid +opstijgt, d' Eenheid van werken, waaruit één +voelen en willen, hopen en leven komt. +Zoo ontstond in Duitschland de nieuwe droom, +als een nevel die in den zomerdag +begint te trekken uit het groene weiland, +het smaragd kristalgroen verbreidt zich onder.-- +'t Kapitalisme bouwt ons de machines, +'t Kapitalisme bouwt ons de fabrieken, +wij bouwen 't kapitaal, 't kapitaal bouwt +ons werkhuis-- +wij willen het huis óns, dat wij zelf bouwen." + +De stem ging naar de hoogte. Willem ging +mee naar de hoogte--hij zag alles goed. + +"Wij hebben organisatie gemaakt. +Wij hebben gebouwd al die jonge bosschen, +waaruit muziek waait die gij hier kunt hooren. +Wij hebben gebouwd al de nieuwe orgels +uit wier pijpen, uit wier luchtpijpen-kelen, +het wereldlied klinkt als van vrije vogels, +die 's morgens op een heeten zomerdag +midden" in zomer al vóór drie uur zingen. + +Terwijl wij zongen, kwam de donkre machte +van 't kapitaal, de patroons en de kerk, +de bankiers, renteniers en grondbezitters, +de dievenkooplieden en de beursdieven, +vielen ons aan en sneden menigen strot +van een jong zanger meedoogenloos af, +zoodat zijn stem uit afgesneden keel +niet meer klonk, maar als een bloem zonder hoofd +daar bleef.-- + Duizenden arme vogels +sloten ze op in hun kooien dat niet +hun stemmen klinken zouden, en de stomme +vogels, die nog niet zongen, leeren 't lied. +Duizend vogels vertrapten ze, tienduizend +roofden ze 't brood, honderdduizend verstomden +ze door bedreiging, en millioenen maakten +ze dom door de hel van hun domme godsdienst. +Maar wat kon 't geven, waar die lieveling, +de machine, ons roept, ons leert, ons éént; +waar de arbeid, de bron van het bestaan, +de moeder aarde die de grondstof geeft, +die één met het werktuig is, één met ons, +ons leert dat wij één moeten zijn,--wat geeft +daar't dreige' en doodslaan van een zwakken mensch? +Neen, ondanks dat duizenden menschen vallen, +ondanks het lage loon, den kinderarbeid, +den vroegen dood van ons allen, ondanks +dat 't fijne lichaam onzer schoone vrouw, +het breeklijk lichaam der jonge arbeiders +gebroken wordt bij duizenden, ondanks +moreel' en physische ellend', ondanks +achteruitgang en slavernij, ondanks +werkloosheid, zwerven, onzeker bestaan, +bloedloosheid van hoofd, angst om ons hart vaak, +armoed van bloed in vleesch en in oogen, +gele voeten, geel gezicht, arme ooren +en oogen-- +maakt de Arbeid, Onze Eigenschap, ons één. +Men kan even goed aan het water zeggen +om niet nat te zijn,--als +aan de arbeiders om niet één te worden. + +Eeuwen van jaren straf gaven ze ons, +Duizenden jaren honger gaven ze ons, +Millioenen jaren strijd gaven ze ons +samen.--Eeuwigheid hoop geven ze ons. +En de hoop _wordt_, het socialisme _komt_. + +Hoort ge 't niet, vrienden, het geklinkeklank, +het tapprend beuken, het gepinkepank, +als ge goed luistert?--Luistert, hoort 'n maal? +Daar over 't Oosten klinkt een rijpe schaal. +Daar over 't Oosten klinkt een rijpe keel, +en een zwaardvegen, en een zwaardgestreel, +en weer een beuken en een galmend hameren. +Dat is jong-Siegfried, die is aan 't verzamelen +van zijne krachten, en hij stort ze in +zijn zwaard, waarvan hij nu maakt het begin. +Zijn lichaam is een deel van onze natie. +Hij is de Arbeiders, 't zwaard: Organisatie. +Hoort, hoort, gij kunt hem bijna van hier hooren." + +Het leek alsof hij zelve even luisterd', +of hij van hier uit zijn land hooren kon, +en of hij 't hoorde. Want hij zonk een poosje +in aandacht weg, diep en diep in zich zelve. +En wat hij hoorde werd toen daarop kond +aan de vergadring, die nog dieper luisterd', +nadat zij op zijn luistren gewacht had: + +"Duitschland is één groot land van heel veel lijden +De rijken hebben zich aan één gesmeed: +de adel, de landheeren, fabrikanten +zijn als een bond op den nek van het volk. +Maar de arbeidersklasse van heel Duitschland +wordt één en aldoor meer één, onze macht +wordt grooter aldra dan die onzer heeren. +Zij rusten op ons--kunnen toch niet leven +zonder ons.--Wat als wij dan sterker worden +dan zij?--Dan zijn zij niets, kunnen niet leven +als wij niet willen meer zooals zij willen.--Hun +leger wordt immers altijd meer ons!--En +de arbeid is, als wij één zijn, ons." + +Het leek of hij wat droomde, of hij ziende +werd van diep denken dat als droomen is, +En de vergadring ging mee in den droom. +Zij waren één met hem: allen arbeiders. +Als een gehoor dat één is met een spreker. + +Maar hij richtte zich op en zeide stil: + +"Wij zijn al ver in Duitschland, halverwege +bij 't doel. Daar staat 't. Ik zie 't voor +mijn oogen, het vlamt zilver, daar, daar staat het. +Gij ziet het ook, vrienden, het Socialisme." + +In één opvlamming kort had hij 't gewezen, +van uit zijn kracht, van uit zijn zeekre hart. +En als een vlam van zilver ging hij zitten. + +En zij, zij keken allen op hem. +En Willem keek tot hem vol ademlooze +verbazing op,--op hem met teere liefde. +En hij zat stil schuin naar benee te kijken, +de woorden waren weg, zijn hart klopte. + +Zijn vriend verrees, de kleine sterke Franschman, +die 't leven lang voor 't proletariaat +gewerkt had. +Hij leek een gouden rechte vlam, als in +'t glas van een lampje op het koper staat. +Maar zijn stem was als de stem van de zee, +als ze gehoord wordt met korte rukken, +die de onophoudelijke wind meedraagt, +en broederlijk in stukken geeft aan 't land. + +"Een ander maal zal ik u meer verhalen. +Nu slechts een enkel woord, het is al laat. + +Het was voorjaar, mijn kindren, en de zoete +luchten vol wolken vlamde' over Parijs. + +Zooals een bloem breekt in de lente, eene +papaver met zijn breede ronde bladen, +zoo is toen in die stad, voor 't eerst, Europa +een oogwenk rood socialistisch geweest. + +Gij weet het, kindren, het was de Commune. +O zacht klinke de naam zooals een bloem. + +Parijs was toen zoo schoon. Er waren geene +heeren, noch hoeren, want die lichtekooie +papegaaien zaten saam in Versailles.-- +Er liepen geen prostituees op straat.-- +Er dreven geen lijken meer in de Seine.-- +Er werd niet gestolen en niet gemoord.-- +Men kwam veel menschen met de hoop al tegen +op hun gezicht.--Het was het eerste windje +van dien dag, die eens komt, als alle kindren +zullen lachen op de hoeken der straten, +en als de kindren ook de menschen lachen. +Zal 'k u een teeken van de toekomst zeggen, +wat ik toen zag in het oude Parijs? +Er waren geen prostituees op straat-- +de lichtekooien in hun roode zijde +waren weg.--Maar weet ge wàt men zag?.-- +De arbeidersvrouw in het openbaar leven. + +Parijs was toen een goudschijnende fakkel. +Parijs was toen een heerlijke middernacht. +Parijs was toen een roode granaatappel, +die met zijn roode wangen aldoor lacht. +Wat zaten er toen aan den nok der daken, +aan hun zoldervensters een jonge harten, +uitkijkend, zooals duiven, naar de zon--welk +een schoon bruischen van filosofie +steeg op--o welk een liefde ging verloren! +Want 'k hoef u niet te zeggen, mijne vrienden, +na wat mijn vriend straks zeide: 't ging verloren, +want het ééne noodige, het ontbrak, +de doelbewuste strijdorganisatie. + +Arbeiders kunnen nooit, neen nooit dat winnen, +wanneer ze niet in zeer grooten getale +en één van wil en doel vereenigd zijn. +Bij ons ontbrak dat. Daardoor stierven wij. +Wij zijn door onze onwetendheid vernietigd. +Laten wij leeren, onderrichten w' ons. + +En dat is wat ik u nu slechts wou zeggen, +jonge vrienden, hier in 't kleine Holland: +Wij zijn door onz' onwetendheid vernietigd. +Laten wij leeren, onderrichten w' ons. +O laat ons leeren, +zoeken wij door kennis den weg tot eenheid." + +Stil stond de man, die man die zelf daarbij +was, en die met die oogen alles zag. +Het was geluidloos rondom, 't stil rumoer +der harten alleen ging door. Na een stilte +sprak hij: "Wij zijn na dien sterker geworden. +Ook in ons land zijn wij den taaien strijd +begonnen tegen de bourgeoisie, en +tegen d' onwetendheid der arbeiders. +Lang is de weg, +aan 't einde is de bloemige zegedag, +als 't socialisme als een tuin ontluikt. +Maar aan 't begin staat ons land, eene bloem, +de Commune, 't Parijs der Arbeiders. +Eeuwig de roemvolle vooruitbode, +de bloedige, der nieuwe maatschappij.-- + +Het schoone komt niet zonder dood. + Haar Martlaars +worden bewaard in 't hart der arbeiders. +Haar verdelgers staan nu reeds aan den schandpaal, +van welken hen geen gebed hunner papen +verlossen kan. +Het Parijs der arbeiders +zij u een les vàn 't kwade, naar het goede.-- +Een ander maal zal ik u meer verhalen, +laat ons nu gaan, het is morgen vroeg dag." + +Hij had gesproken, en zette zich neer +naast zijn vriend, en de jonge Hollanders waren +vol zwijgen uit eerbied voor het verleden, +en voor de mannen die 't verleden maakten. +En langzaam gingen zij daarna uiteen, +zooals schepen die uit een haven gaan, +maar niet alle gelijk, maar een voor een, +of bij tweeën en drieën. Aldus gingen +zij weg naar hun huizen, en Willem ging +alleen naar zijn huis, het hoofd vol gedachten. + + + +[Illustratie: "Muurschildering-R.R. Holst"] + + + + +VI. + + +De aarde ontspant zich, en uit de baring +rijzen fijne nieuwe gestalte omhoog. + +Maria ging door 't licht met fijnen voet, +zooals een hert slaande den fijnen hoef. +Zij ging naar buiten om aan zich te denken, +daar in de bosschen in den koelen schemer. + +Zij was een weefster, hare kameraden +hadden haar pas geleerd den klassestrijd. +Zij wilde er goed over gaan denken, buiten. + +Zij holde door het gouden bruine licht, +zooals een schip dat, nieuw, zijn vlosjes hout, +zijn ijzersplintertjes, zijn vlokjes verf +verliest als het snel doorschiet door de zee. +Zooals een paard dat in de weide komt, +en 't verliest zacht 't donkerbruin winterhaar, +doordat het strookt door de fijne landlucht. +Zoo holde zij door 't groene dagelicht. +Tintlend was 't of nu hier dan daar op d' huid +een plekje nieuw ontplook. Was dat de lucht +die 't deed, de wind? of kwam het uit haar zelf? +Was het haar ziel--was het haar nieuwe ziel? +Zooals een meisje in wie de bronnen +opengaan, zoo was 't haar over het lijf. + +En zacht bereikte ze de donkre schaduw +van 't oude bosch, donkre eiken, groenzwarte elzen, +en daar, in de waterig natte schaduw, +zette ze zich op eene rott'ge bank, +en begon over haar leven te denken. + +Voorbij was het, zooals stille fontein. +Voorbij haar leven, zachte kinderleven, +voorbij de droom, bij moeder zacht geleefd. + +Voorbij was het zooals zachte fontein. +Nu zat zij hier, de stille hand hing naast +haar heen, de witte boezelaar +kreukelde en haar hoofd hing stil voorover.-- +Hoe zou het zijn als alles nieuw, nieuw werd? +Zij vroeg 't den grond, den vetten natten grond--zij +keek voor zich uit naar de roode huizen, +zij vroeg 't den hemel, grijzig wit en warm. +Zou ze kunnen? zou ze met al de mannen +kunnen uitgaan en strijden en nieuw worden? +Over haar huid viel neer een doffe matheid, +zooals over een jongen valt die man +wordt. 't Is geen zwakheid, het is nieuwheid maar. +En zij liet slap de beide armen hangen +naast haar witte gestrekte boezelaar, +en strekte de beenen en lag te denken. +Zooals een schip dat ergens in de zee +geschommeld wordt door het loodgrijze water. +Het is een wrak, er is geen levend mensch +meer op. Het heeft geen roer, geen mast, geen zeil, +'t is maar een klomp hout. En de golven doen +wat zij willen, en doen of 't schip er niet is. +Zoo speelden met haar de groote gedachten, +die evenals de wind nu door de menschen +gaan en hen doen doen en hen doen denken. +De zachte vrouw lag met haar zwarte haren +daar neder, door het denken overmeesterd. +Zal ik gaan, zal ik den strijd mee beginnen? + +Zooals voorjaars, als er in alle sprieten +'t leven begint over de verre velden +en op de torens en op de kapen +waar 't gele helm hangt bij de warme zee-- +begon 't in haar te lachen, helderheid +spreidde zich door haar henen uit haar beenen. +'t Was of helderheid door haar heen ging lachen-- +en zij verrees en keek over zich henen. + +'t was of haar kleeren hel waren: 'n wasch. +"Dit ben ik, dacht zij, dit ben ik, ik kan +veel zijn, ik hoef niet altijd zoo te zijn +zooals ik was.--Ik kan ook anders worden. +Ik kan heel anders worden, heel, heel anders. +Ik kan nieuw worden." + +Zoo lag ze lang heel stil neder te denken. +Gedachten vlogen door haar hoofd van: Anders. +En telkens prevelde ze stil: O, anders. +En lachend zag ze zich gaan groot en schoon. + +Zich zag ze, en ze ging heel vroolijk door +het zwarte pad dat door het natte bosch was. + +En toen ze buiten was over den rand +van 't bosch en in de wijdte keek, daar stonden +in zand van duinen weinig boomen ver. +Toen had ze een visioen: Ze zag door de boomen +zeer duidlijk menschen gaan: talrijke vrouwen +en mannen op een langen wijden weg. +Ze dacht niet wie ze waren, had ook niet +de beteeknis van hen in bewustzijn, +hoewel ze heel goed wist wie of ze waren +in 't onbewuste van haar--had alleen +het gevoel dat zij daar die menschen zag. + +Zij ging verder, en het visioen verdween, +zooals een gedachte verdwijnt, ze ging +hooger en hooger in de blonde heuvels. + +Boven gekomen zag zij verre zee +in klaar-blauw fonkelen. + Zij stond heel stil +als een vrouw uit albast gegoten. Stil +hing haar kleed zwart en wit over haar schouders, +haar kleine hoofdje bleek in vochtig licht. + +"Ik moet in deze wereld heel verandren. +Alles verandert, ik moet ook verandren", +dacht ze en stond stil naar de zee te kijken, +zooals een beeld, +zooals een vrouw, een teere zachte vrouw. + + + + +VII. + + +Anna en Fransje, Clara en Maria +gingen te samen om naar haar te hooren, +die op de weide op den eersten Mei +vertellen zou den strijd der arbeidsters. +Zacht scheen de lucht en de zon wimpelde, +het water stroomde hun buiten de poort +temoet--en iets van de toekomstige dage +was daar. Hun hart proefde het en hun lip. +Statig wapperde uit de blauwe lucht +boven het weiland, en roode banieren +hingen er zwaar in neder als muziek. +Scharen van vrouwen kwamen, als donkre +kleurwolken door een herfstbosch--jonge meisjes +als zwanen trokken, heldre oogen schoten +pijlen omhoog, en stille harten klopten +als kleine werktuigjes. Zacht als een zon +kwam daar de spreekster over het tapijt. + +Zij was in 't teeder bruin gekleed en zacht +leek ze--de zon omwikkelde haar gestalt', +maar hare oogen straalden uit dat zachte +envelop heen naar al de gloeiende +wezens die rondom haar diepkleurig gingen, +en zacht kwam ze in haar bruine japon +en met haar hoofd als van een hert. + Zij boog +zich zacht voorover naar de menschen toe. +De hemel omvatte in wijde stilte +dat stuk der aarde waar ze stonden. Zij +begon met zoete klinkende stem te spreken. +Maria's hart hing, en haar mond was open. +Zij hing naar haar toe, een peer naar zijn boom. + +"D' achturendag.--Wij vragen hem omdat +de vrouwen niet sterk genoeg zijn, en omdat +de eeuwge krachtsinspanning in fabriek +ons, vrouwen, sloopt. Daar zitten wij 't eentonig +werk doende, onze teedre zenuwen +verstompen door den blik op de machine. +De hersens worden stomp als botte messen-- +wij denken niet meer,--onze hand doet maar. +Onze ziel druppelt uit ons lichaam weg. + +Wij vragen den achturendag, omdat +wij gezond willen zijn, zooals de boomen, +zooals de dieren, als deez' gouden zon +wier schijn ik hier in mijne vingren heb. +Wij vragen den achturendag, omdat +wij vrouwen bergen willen zijn van gezondheid. +Wij vragen hem omdat wij willen +golven zijn van rijp vleesch en helder bloed. +Wij vragen den achturendag, omdat +ons lichaam anders is, dat iedre maand +bloed stort en vrucht draagt. Als wij niet beschermd +worden, dan stort het nieuw geslacht uit ons +zwak en bouwvallig, en groeit niet vast op +tot rijke, rijpe, rijzige gebouwen. +Wij vragen den achturendag omdat +wij meisjes, maagden, moeders zijn. Daarom +vragen, ja eischen wij d' achturendag. + +Wij vragen den achturendag, omdat +het kind beschermd moet worden, dat in ons +leeft, hier in onzen schoot. Als dit lichaam, +deez' armen, dit bovenlijf, deze beenen, +en dit hoofd niet zacht gaan, en aan het kind +denken--dan wordt de stoot, hier gestooten, +voortgeplant op het kind. En als mijn hoofd +niet denkt voortdurend aan mijn kleine kind, +en als mijn hoofd niet rijp verstandig denkt +in mijne zwangerschap, dan wordt mijn kind +dom of dof of arrem, zooals zoovelen. + +Wij vragen den achturendag, omdat +het zacht gebabbel van het kleine kind +door ons gehoord moet worden. Wij willen niet +heengaan van de aarde zonder dat gehoord +te hebben, dat zachte beekvalletje +door ons huis heen. Als wij in de andre kamer +zijn, dan spreekt het daar verre stil, zijn ziel +beweegt, gaat open, en klankt open als +een bloem. Zouden wij geen tijd hebben om +dat te hooren? O geeft ons dan den dag +van acht uur, dat er een stuk voor +ons over is om naar ons kind te luistren. + +Wij willen onzen jongen tot een man +zien worden--de eerste manlijke gedachten +zien over zijn gelaat, de eerste taal +van mannelijke daad hooren, zijn bleeke +wangen onder zijn donkerbruine haren +bespieden, en weten wanneer de liefde +de eerste klop doet in zijn slaap, daar hoog +aan zijn gezicht, laag in zijn hart. Wij willen +aan ons meisje vertellen, wat de liefde +is, wat de man. Wij willen bij haar zijn +totdat zij vrouw is, als haar eigen zuster. + +Wij willen bij onzen man zijn opdat +wij onze liefde voor hem, o, doorproeven. +Tot aan zijn dood of onzen dood. En omdat +onze kinderen moeten zien wat of +een huwlijk is. Daarom d' achturendag, +want zonder dien bestaat daarvoor geen tijd. + +Wij eischen den achturendag omdat +ons hart brandt. Wij zijn niet de doode menschen +der bourgeoisie, wij zijn de proletaren, +de bloemen der menschheid. In onze harten +brandt een fakkel, wij willen naar hooger +als vlammen. De natuur roept ons. + +Ziet ge die blauwe wolken? Daarheen willen +wij, hier onze kleine gestaltetjes. + +Wij willen de natuur in, willen schoonheid +zoeken en vinden in het schuim der zee, +wij willen de muziek aanhooren +die opstijgt van het zeevlak, wij willen +liggen aan 't strand en de geheimen van +de schelpen en het zand voor ons uitkijken, +wij willen de vogels zien gaan in 't bosch, +wij willen de bloemen daaruit zien groeien, +wij willen de zon als een broeder voelen, +even vrij als hij zijne stralen zendt +willen wij dat de menschheid ons uitzendt. + +Wij willen 's avonds in ons kamertje +gedichten lezen, bliksem door de hersens +voelen van gedachten, en gloed in wel +van ons hart, als de hartstocht in leugen +en schoonheid der fantasie waarheid wordt. + +Wij willen in de museums stil gaan +langs de marmeren lijven, en in ons +schoonheid voelen aan de antieken verwant. +Wij willen bij de muziek luisteren +die als een stroom over ons henen komt, +en ons reinigt als een stroom door ons hart. +Wij willen reine wetenschap kennen +want zonder die worden wij nimmer sterk. + +Wij eischen den achturendag omdat +hij vastheid geeft. + +Wij eischen den achturendag omdat +gij en ik moeten maken lichamen +van menschen, die de bezitters bestrijden. +Gij en ik moeten van onz' lijven stalen +geraamten maken, waar de harde vuist +van den patroon op stuk slaat, als hij ons +aantast. +Gij weefsters en gij naaisters en gij die +spint--ziet gij niet hoe uw heeren maken +verbonden tegen u,--gij, maakt ze ook +en strijdt met hen. + +Tijd is noodig, een stukje van den tijd. +Wij moeten 's avonds in dat stukje tijds, +geroofd van 't kapitaal, in ons hoekje +gaan zitten en studeeren wat toch is +de maatschappij en haar groote lichaam. +Wij moeten met gedachten in de hoeken, +waar gewerkt wordt, dringen, en evenals +met 't lijf des daags het kapitaal, zoo 's avonds +met onz' gedachten nog eens 't kapitaal +maken, met ons begrip. Gij moet d' oorzaken +der proletariërsellende doorvroên-- +de voorwaarden van bevrijding +naspeuren, en als vrouwen doorzoeken +hoe gij dubbel slaaf zijt, arbeidster-vrouw! +Daarom de achturendag! + +Gij moet den politieken strijd doorgronden tot +zijn bodem, onder zijn diepsten bodem. +Gij moet inzien hoe gij met u allen, +hoe wij met ons allen, tot ééne macht +moeten worden, zooals de lucht daarginds +één is. Wij moeten inzien hoe de strijd +niet in het vak slechts, maar tegen den Staat +gevoerd moet worden, dat wij als een storm +kunnen worden, als wij in diepe lucht, +organisatie, alle vrouw saambrengen. +Daarom acht uur. + +O komt vogels, komt breede schare van +zwaluwen, heft u op en komt met ons +te zamen de deinzende diepte in +der toekomst. Komt vrouwen, komt zusters, +verheft u uit deez' tijd naar de toekomst. +Uw blanke en bruine kleuren, uw cirkels +en massa's, die daar staat, o komt, o komt! +Wie is de toekomst zoozeer als gij, vrouwen? + +Te zamen met den man willen wij vrouwen +ten strijde trekken tegen 't kapitaal. +Te zamen met den man willen we onze scharen +helkleurig opschiên doen naar d' hooge burcht. +Ziet gij niet hoe daarginds hoog in het zonlicht +het _denkbeeld_ van het socialisme staat? +Welnu-- +Wij eischen den achturendag omdat +alleen een geestelijk en zedelijk, +lichamelijk en zielssterk proletaarjaat +het socialisme timmren kan _met daden_." + +Maria dacht aan haar man--en zij ging +langzaam en zwaar naar huis om hem te zoeken. +Haar lichaam was zwaar en haar borsten zwaar. +Zij zag haar kameraden langs zich gaan, +zij voelde hoe zij geheel was met hen, +maar hoe zij aan hem diepst van al verknocht. + + + + +[Illustratie: "Muurschildering-R.R. Holst"] + + + + +VIII. + + +Zachte Maria trad in de fabriek. +De zaal was lang. Honderden weefgetouwen +stonden nog stil, diep in het bleeke licht. +En daartusschen de honderden poppen +van menschen, pratend en lachend. Zij ging +tusschen ze door en voelde een hartwarmte. +Ze ging op haar plaatsje tusschen de andren, +en wachtte op het weefgetouw nabij haar. +Daar ging een fluit, en de machinist in +zijn groote eenzame machinekamer +koppelde den dynamo. En daar ging +de wonderbare stroom in de magneten, +die trokken en stietten. Het rad begon +majestueuzen hoogen cirkelgang. + +En al de raadren en al de riemschijven, +eerst daar verweg en toen ook in de zaal, +begonnen te leven, het leven vloog door +de fabriek, en de krukken en de boomen +en de spoelen begonnen hunnen dans. +In eens was de zaal vol rumoer. En alle +menschen begonnen hun stille beweging. +In eens was de zaal vol van gaande lijven. +In eens was de zaal vol bukkende lijven. +In eens was de zaal vol zachte aandacht. +In eens was de zaal vol teedere gangen +van levend vleesch en donkere kleeren +en helle jurke'. In eens was de zaal vol +van weefsels en van inslag en van schering. +Maria keek op gloeiend rooden boom, +en lette op den spoel en regelde +den gang. Haar helpsters gingen zacht naast haar. + +En zoo begon de groote lange dag. +De zon zond zijnen butidel stralen door +een grijzen glans. De ijzeren assen +draaiden boven, de drijfriemen snelden, +de wielen liepen en de houten armen +rukten met schokken, dat de spoel klettrend vloog. +Maria stil en lieflijk in haar werk, +zooals een bloem tusschen het ijzer. En +haar handen waren fijn, en hare oogen +keken zoo lieflijk als druppelen water. +En zacht stond ze te denken aan de mannen +en vrouwen om haar, en de kleine kindren +vertoonden zich om haar aan haar neerblikken +ter zijde naast haar. En als zij uitkeek +zag zij de lieve gezichten der mannen +met hunne knevels en baarden, de helle +gezichten der vrouwen toonden zich bloot. +Schemering was om haar, want in haar hart +voelde zij de liefde voor den arbeid. +En in haar handen die werkten was warmte. + +Daar trad op eenmaal een man dicht naar haar +toe van het naaste weefgetouw, en in +het dreunen en dondren van de machines +het klettren des staals en de schoten van +de spoelen sprak hij, zoo dat ze hem toch hoorde: +"Zullen we verder over 't socialisme +spreken of niet?" En zij keek stil uit hare +warmte naar hem op en zei: "Ja heel graag." +Toen begon hij, hij was een bleeke man +met donkre knevels, zijn gelaat blonk vochtig. +"Nu zal ik je nog eens vertellen hoe +het kapitaal wordt in de groote wereld +waarin wij wonen: onze maatschappij. +Laten wij stil voortwerken en toch praten, +onder ons werken socialisten zijn." + +En hij dacht een poosje als in een zoeken, +dat de wind doet; voor hij tot een storm wordt. +Men ziet hem met de kleine bladen spelen, +ze jagen, wervelen, 't is of hij kijkt +ernstig op den grond waar hij zal beginnen. + +"Zie eens Maria, zie eens deze draden, +hun verf, dit staal, deze machine, dit +huis met al zijne lederen riemen +tot aan het dak. Zie eens uw boezelaar. +Denk eens aan al de huizen in de stad. +Denk eens aan al de dingen in ons land +en in de landen hieromheen, de boomen, +den grond, al wat er op is.... + Wat zijn het +behalve natuurdingen?--het zijn _waren_. +_Koopwaren voor den mensch_. + +Zie eens, elk ding heeft waarde. +Wat is die waarde, wat is de ruilwaarde? +Het is de Arbeid, gemeten door den tijd. +Onze arbeid, van u en mij, schept waarde. +En de bezitters ruilen waarde tegen +waarde. Maar hoe ontstaat het kapitaal? +Hoe komt het dat er altijd meer komt in +d' handen van hem die kapitaal bezit? +Hoe schept bezit bezit, geld geld, waar waarde? +Hoe komt uit ruilen altijd meer, meer voort? +Dat komt, Maria, omdat onder de waren +die geruild worden er ook menschen zijn! +Dat komt omdat wij, gij en ik, zijn onder +de ruilwaarden, en wij, wij kunnen meer +waarde maken dan wij waard zijn.-- +Ons bloed kan meer doen dan het kost, ons eten, +de kleeding die wij dragen, de kamers +die wij bewonen en de brandstof die +wij verbranden, +op een dag, in een maand, of in een jaar, +is minder waard, heeft minder waarde, wordt +om 't duidlijker te zeggen, in korter +tijdsduur gemaakt dan wat wij zelve maken +hier in de fabriek in een jaar, een maand, +of op een dag.-- + We ontvangen voortbrengsel +van zes uur misschien, wij geven van twaalf. +En dat meerdere, die meerdere waarde, +dat nieuwe werk aan grondstof toegevoegd, +neemt de eigenaar der fabriek, en wij gaan +iedere week met net genoeg naar huis +om van te leven schamel en karig. +Begrijp je 't Maria, het kapitaal?" + +Maria knikte. + En de werkman zei: +"En zoo gaat 't overal op heel de wereld +waar 't kapitalisme is. Iederen dag +scheppen de millioenen loonarbeiders +meer dan zij krijgen. Het kapitaal groeit, +het wordt een eeuwig groote gouden berg." + +Ze dreven ieder hunne handen door +de draden, grepen hier en grepen daar, +met hun gedachten half en met hun handen +heel in het werk. Het werk schoot op, het werd +grooter, er kwamen meer draden des inslags. + +"Wat is nu de drijfkracht van dit alles", +zoo ging hij voort, "hoe komt het dat altijd +meer komt, waarom gaat 't overschot niet op +of blijft gelijk? Dat moet ik je ook nog zeggen, +opdat je een goeie socialiste wordt. +In de eerste plaats zijn Wij dus de drijfkracht. +Wij maken altijd meer, en zooveel meer +dat elk jaar overblijft, en ieder jaar +wordt gevoegd het surplus bij 't kapitaal. +Maar in de tweede plaats is deze het, +dit trouwe dier, dat altijd meer meer werkt." +Hij legde zijne hand als op een paard +op de machine, op het breede juk +dat het weefgetouw boven samen hield. +"Hij doet het, hij, met zijn metalen kracht. +Want zie je, kind, alle machines worden +altijd beter gemaakt door de geleerden, +die zitte' in stille kamers ver van ons. +Die maken dat het werktuig altijd beter +en sneller en machtiger werkt, en in +denzelfden tijd en met minder menscharbeid +rijker oogst baart. En daardoor worden dan +de dingen die wij noodig hebben, lager +in waarde, de tijd die gebruikt wordt om +ons onderhoud te maken, korter, de +tijd dien wij dus voor niets voor onzen heer +werken, langer, en zijn winst altijd grooter." + +Hij zweeg en werkte, en om hen henen werkten +de andren, in het ruischende stooten +werden zij niet gehoord, zij gingen in +het licht en schaduw, even snel gezien. + +Maria zweeg, en hare liefde werd +in haar grooter, de verontwaardiging +liefde vlamde, het bloed van haar hart sloeg +in den bloesem van haar lijf uit, terwijl +ze zacht keek en met hare handen werkte. + +Lang was het stil tusschen hen tweeën, hij +keek hoe hij het verdere nu zou zeggen. +Zij dacht en leefde en soesde en groeide. + +Daar begon hij weer, en een groot visioen +begon te stijgen in de stille lucht +der fabriek. Hij leek wel een zanger die +in de oude tijd zong van de helden en +hun daden, voor de koningen der landen. +"Wij zijn het dus, de machine en wij, +gij en ik en die daar, die 't geheel drijven, +en maken dat de ontwikkeling komt. Want wij +maken het kapitaal, en 't kapitaal, +altijd grooter, drijft de ontwikkling voort. +Zie hier, buig u met mij in het werk neder, +leg uwe handen in de draden van +het weefsel, drijf ze er door, beweeg +die zachte bloemen door het roode weefsel. +Sla uw hand aan den hefboom, ruk hem over, +glij uw oog langs den boom, en zie of in +de juiste draden de spoel inschiet, wees +met uw lijf zacht gaande zooals een droom, +wees, vrouw, in 't werk, laat ik u zien als in +machine gaan, en gij, zie gij naar mij, +hoe ik één met mijne machine ben. + +Zien wij naar elkaar. Hoe wij werken, werken. +Wij maken 't kapitaal. En aldoor meer! +De rijkdom der wereld wordt aldoor grooter. +Wij doen het. O zie naar me, ik zie naar u." + +De mannen en de vrouwen der nabuurge +machines, die hem zagen en wisten +dat hij over het socialisme sprak, +waren nader gekomen en scholen +te zamen met hun hoofden zooals kindren +bij den meester, en kleine kindren als +Chineesjes stonden onder hun boez'laren +tegen het staal der weefgetouwen aan +met hun hals en hun kin, naar hem te kijken, +en luisterden goed hoe de wereld werd. +Maria werd zacht door hen ingesloten. + +En hij ging verder, klaar klinkend van stem: +"Het kapitaal gaat van ons uit, een stroom +van goud hier van uit onze handen. +Werkt handen dus, gij drijft de wereld voort. +Maria werk, werk, ik, wij drijven samen +het kapitaal naar buiten de fabriek. + +Het kapitaal van buiten de fabriek +werpt aldoor meer arbeiders hier naar binnen. +Dus handen werkt, maakt het weefsel toch voort. +Werk, werk, Maria, machine werk voort, +vermeerder het kapitaal, en vermeerder +het leger der arbeiders. Onze handen, +maakt kapitaal en maakt arbeiders snel." + +Hij had zich over zijn werk heengebogen, +en sprak als in een droom. Zij luisterde, +en zij luisterde naar zijn droom gebogen. + +En dieper boog hij zich op 't rood stramien, +en sprak heel stil over de schering kijkend, +over den spoel die daarachter heenweervloog: +"Loop spoel en maak het weefsel, o gij weeft +niet hier mijn weefsel alleen, maar het weefsel +der maatschappij hier binnen en daar buiten." +Hij had zijn mond bijna tot op het weefsel +en fluisterde over de draden voort. +Zijn kop rustte op het stramien, de stalen +armen en bouten der machine vlak +voor hem. Zijn hoofd was in grauwe schaduw +der machine omvat, als 'n muzikant +in de snaren der piano of harp.-- + +Zij keek naar hem,--als een bloem in een bloempot. + +En hij richtte zich op in 't hooge licht, +en met zijn haar dat stoffig was achterover, +en met den fellen blik diep in +het lichten van de zonnestof gericht, +terwijl de machines van zelve liepen, +sprak hij: +"Loopt spoelen, loopt, en maakt het weefsel, +gaat handen in den arbeid, maakt het weefsel, +schept, arbeiders, uw strijd met 't kapitaal, +den arbeid hier, het kapitaal daar,--binnen +de arbeiders met den arbeid, daarbuiten +de bezitters met het bezit. + + O strijd +tusschen beiden, kom, o kom, en word sterker. +O Vrijheid kom, wij kunnen niet meer zonder.-- + +Begrijp je, Maria hoe 't al zóó wordt?' + +Hij ging weer voorover in blauwen schijn +van de machine, en allen ginge' in blauwen +schijn der machines weer aan 't arbeidswerk, +met lichter harten en diep zwijgende. + +Maria was hoog als een hooge bloem, +en zij keek stil naar de andere menschen, +en voelde één met hen, zooals misschien +allen eenmaal op elkaar zullen kijken. +Maar 't kan misschien ook dan niet beter zijn +dan haar hart was. Zoo vol als in de zee +van gloed de anemone staat der zee, +zoo was zij in het licht, een sterken gloed +voelde zij van haar hart door haar japon +heengaan en alles voor haar omhullen, +de arbeiders en ook de machines. + +En heel dien dag was zij in een verukking, +en voelde hoe het socialisme werd. +En nadat de avond gevallen was +over de wegen, en zij had gegeten, +zat zij stil en heerlijk in zwarten nacht, +en wist weer nog zekerder hoe zij moest. + + + + +IX. + + +Zooals een bruid staat binnen in haar kamer, +de dag breekt buiten open, uit het venster +ziet ze uit naar buiten in de eeuwigheid-- +haar hart stormt, zij is zeker.-- +Zoo stond Maria en dacht aan haar leven. + +Zooals een bruigom gaande door zijn kamer +zich kleedende met wit--denkt: dit ben ik, +en ik word spoedig met een andere. +Zoo ging de rappe Willem met zijn hand, +en met zijn voet die aftrapt' van den grond, +door zijne kamer op dien Zondagmorgen. + +Hij trad stil naar het raam en legde op +'t kozijn zijn handen, en keek in het blauwe +neder. En stil zooals een rivier gaat +ging door zijn hart zijn leven. En hij dacht +hoe zij en de menschheid één Eenheid waren. + +En toen zij dan samen waren gekomen +in 't goude en teere scheemren van de zon. +En toen zij ver buiten waren gekomen, +toen stonden zij daar stil zooals zij waren, +en elkaars liefden keken ze in hun oogen. +En Maria sprak: "weet je nog toen wij +twijfelden zooals bekers vol van wijn, +die in de lucht schommelt? + O ik ben vast +geworden, mijn hart weet wat 't kan en wil." + + + + + + + + + +End of the Project Gutenberg EBook of Een klein heldendicht, by Herman Gorter + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK EEN KLEIN HELDENDICHT *** + +***** This file should be named 16830-8.txt or 16830-8.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + https://www.gutenberg.org/1/6/8/3/16830/ + +Produced by Marc D'Hooghe. + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +https://gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at https://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at https://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit https://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including including checks, online payments and credit card +donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + https://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. diff --git a/16830-8.zip b/16830-8.zip Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..055ece5 --- /dev/null +++ b/16830-8.zip diff --git a/16830-h.zip b/16830-h.zip Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..82bf7a3 --- /dev/null +++ b/16830-h.zip diff --git a/16830-h/20016-h.htm b/16830-h/20016-h.htm new file mode 100644 index 0000000..602c43c --- /dev/null +++ b/16830-h/20016-h.htm @@ -0,0 +1,2411 @@ +<?xml version="1.0" encoding="ISO-8859-1"?> +<!DOCTYPE html PUBLIC "-//W3C//DTD XHTML 1.0 Strict//EN" + "http://www.w3.org/TR/xhtml1/DTD/xhtml1-strict.dtd"> + +<html xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"> + <head> + <title> + The Project Gutenberg eBook of Een Klein Heldendicht, by Herman Gorter. + </title> + <style type="text/css"> +/*<![CDATA[ XML blockout */ +<!-- + p { margin-top: .75em; + text-align: justify; + margin-bottom: .75em; + } + .poem span.i17 {display: block; margin-left: 17em;} + .poem span.i21 {display: block; margin-left: 21em;} + .poem span.i22 {display: block; margin-left: 22em;} + .poem span.i23 {display: block; margin-left: 23em;} + .poem span.i24 {display: block; margin-left: 24em;} + .poem span.i26 {display: block; margin-left: 26em;} + .poem span.i27 {display: block; margin-left: 27em;} + .poem span.i31 {display: block; margin-left: 31em;} + .poem span.i32 {display: block; margin-left: 32em;} + .poem span.i35 {display: block; margin-left: 35em;} + h1,h2,h3,h4,h5,h6 { + text-align: center; /* all headings centered */ + clear: both; + } + h1,h2 { + color: #800000; + } + hr { width: 33%; + margin-top: 2em; + margin-bottom: 2em; + margin-left: auto; + margin-right: auto; + clear: both; + } + + table {margin-left: auto; margin-right: auto;} + + body{margin-left: 10%; + margin-right: 10%; + background: #FAEBD7; + } + + .linenum {position: absolute; top: auto; left: 4%;} /* poetry number */ + .blockquot{margin-left: 5%; margin-right: 10%;} + .pagenum {position: absolute; left: 92%; font-size: smaller; text-align: right;} /* page numbers */ + .sidenote {width: 20%; padding-bottom: .5em; padding-top: .5em; + padding-left: .5em; padding-right: .5em; margin-left: 1em; + float: right; clear: right; margin-top: 1em; + font-size: smaller; background: #eeeeee; border: dashed 1px;} + + .bb {border-bottom: solid 2px;} + .bl {border-left: solid 2px;} + .bt {border-top: solid 2px;} + .br {border-right: solid 2px;} + .bbox {border: solid 2px;} + + .center {text-align: center;} + .smcap {font-variant: small-caps;} + + .figcenter {margin: auto; text-align: center;} + + .figleft {float: left; clear: left; margin-left: 0; margin-bottom: 1em; margin-top: + 1em; margin-right: 1em; padding: 0; text-align: center;} + + .figright {float: right; clear: right; margin-left: 1em; margin-bottom: 1em; + margin-top: 1em; margin-right: 0; padding: 0; text-align: center;} + + .footnotes {border: dashed 1px;} + .footnote {margin-left: 10%; margin-right: 10%; font-size: 0.9em;} + .footnote .label {position: absolute; right: 84%; text-align: right;} + .fnanchor {vertical-align: super; font-size: .8em; text-decoration: none;} + + .poem {margin-left:10%; margin-right:10%; text-align: left;} + .poem br {display: none;} + .poem .stanza {margin: 1em 0em 1em 0em;} + .poem span {display: block; margin: 0; padding-left: 3em; text-indent: -3em;} + .poem span.i2 {display: block; margin-left: 2em;} + .poem span.i4 {display: block; margin-left: 4em;} + // --> + /* XML end ]]>*/ + </style> + </head> +<body> + + +<pre> + +The Project Gutenberg EBook of Een klein heldendicht, by Herman Gorter + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: Een klein heldendicht + +Author: Herman Gorter + +Release Date: October 8, 2005 [EBook #16830] + +Language: Dutch + +Character set encoding: ISO-8859-1 + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK EEN KLEIN HELDENDICHT *** + + + + +Produced by Marc D'Hooghe. + + + + + +</pre> + + + +<!-- Autogenerated TOC. Modify or delete as required. --> + +<!-- End Autogenerated TOC. --> + +<h1>EEN KLEIN HELDENDICHT</h1> + +<h3>door</h3> + +<h2>HERMAN GORTER</h2> + +<hr style='width: 45%;' /> + +<h4>MET VIER REPRODUCTIES NAAR MUURSCHILDERINGEN</h4> + +<h5>VAN</h5> + +<h4>RICHARD ROLAND HOLST</h4> + +<h5>AMSTERDAM</h5> + + +<h5>1908</h5> + + +<hr style='width: 45%;' /> + + +<h3>VOORREDE.</h3> + +<p>Mijn vriend RICHARD ROLAND HOLST heeft mij, ter illustratie van den +tweeden druk van dit gedicht, eenige reproducties[*] gegeven naar zijne +muurschilderingen in het gebouw van den diamantbewerkersbond te +Amsterdam.</p> + +<p>Vreugde en trots vervullen ons hart nu het eerste begin van +socialistische schilderkunst en poëzie elkander ontmoet.</p> + +<p>Wel zijn de beeldjes, die wij bedachten, nog maar klein in vergelijking +met ons groote voorbeeld: den reuzenstrijd van het proletariaat,—wel +zijn de vormen en de veronderstellingen waarin wij ons bewegen, nog vaak +ouderwetsch,—maar ... voor het eerst staat hier in kunst het socialisme +als de zon waarom zich het geheele leven bewegen moet.</p> + +<p>En laat maar het proletariaat zijn loop met de snelheid vervolgen, +waarmede het naar de nieuwe wereld ijlt,—in de handen der kunstenaars +die het begeleiden, zal de kunst wassen van de kleine vonk die wij hier +toonen, tot een wereldverlichtende vlam.</p> + +<p>1908.</p> + +<p>HERMAN GORTER.</p> + +<p>Noot: De fotografiën, naar welke deze werden genomen, maken deel uit van +een album van 15, de geheele schildering weergevende, verschenen bij +BRUSSE & Co., te Rotterdam.</p> + + +<hr style='width: 45%;' /> + + +<p>AAN DE NAGEDACHTENIS VAN KARL MARX.</p> + + +<hr style='width: 45%;' /> + +<div class="poem"><div class="stanza"> +<span>Hoe de Vrijheid wordt, de Slavernij verbleekt,<br /></span> +<span>begin ik te zingen met wachtende kinderstem.<br /></span> +</div></div> + +<hr style='width: 45%;' /> + + + + +<div class="poem"><div class="stanza"> +<div class="figcenter" style="width: 306px;"> +<img src="./images/gorter1.jpg" width="306" height="495" alt="Muurschildering-R.R. Holst" /> +</div> +<hr style='width: 45%;' /> + +<span>I.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>Een jonge arbeider kwam daar in het licht.<br /></span> +<span>Hij wist niet wat te doen, want voor het eerst<br /></span> +<span>moest hij meedoen aan een staking—of niet.<br /></span> +<span>Hij was onzeker, voelde zich onzeker,—zooals<br /></span> +<span>een schip dat aan het strand der zee,<br /></span> +<span>slingrend met beide kanten water schept.<br /></span> +<span>Hij was teer en zwart, want zijn moeder had<br /></span> +<span>hem opgeleid in 't katholiek geloof,<br /></span> +<span>en hem hield vast die rijke en roode godsdienst.<br /></span> +<span>Maar hij was knap en vast, en de kameraden<br /></span> +<span>hadde' hem geopenbaard den klassestrijd,<br /></span> +<span>die alle krachten vraagt van d' wordende<br /></span> +<span>Man.—Zoo ging hij nu door lichten dag.<br /></span> +<span>Wat zou hij doen, met hen meegaan of niet?<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>De blos maakte zijn zwarte wang vuurrood.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>Zooals een jonge stier, die op de velden<br /></span> +<span>komt uit den stal, in 't voorjaar, duizelig<br /></span> +<span>in 't licht komt, en niet weet of her of der,<br /></span> +<span>en dan maar loopt rechtuit, op ééne lijn,<br /></span> +<span>'t is ongewis nog in zijn vaste hoofd,<br /></span> +<span>zoo ging hij, die jonge arbeider, dwars in<br /></span> +<span>het licht, het zilvrig-witte dageslicht.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>En twee gedachten joegen zich aan hem op,<br /></span> +<span>als uit de werklijkheid het groot droombeeld<br /></span> +<span>gevormd wordt, als een wind die schuim of stof<br /></span> +<span>opjaagt van zee of van een landweg. Eén<br /></span> +<span>was dit: het zoete en zachte en tevree bestaan<br /></span> +<span>van slaaf....<br /></span> +<span>....—En de andre was één beeld<br /></span> +<span>van opgaanden strijd. 't Leek een berg die hoog<br /></span> +<span>ging....<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>Zoo ging hij op de vlakte, en wist niet<br /></span> +<span>wat hij doen zou. En nu eens doopte hij in<br /></span> +<span>links, dan weer rechts, in de gedachtafgronden,<br /></span> +<span>zooals een man die in een zwaar probleem,<br /></span> +<span>het vinden van een werktuig of geheim<br /></span> +<span>der natuur, denkt: wat zal ik doen, zal ik<br /></span> +<span>dien weg gaan? en diep in de zaak zelf peinst.<br /></span> +<span>En even onzeker ging hij terug,<br /></span> +<span>zooals een schip dat na zijn eerste reis<br /></span> +<span>terug komt in zijn dok, om daar hersteld<br /></span> +<span>te worden. Hij ging door het dampend licht<br /></span> +<span>maar zag het niet, zag slechts die groote vraag:<br /></span> +<span>moet ik of moet ik niet? En heel de wereld<br /></span> +<span>leek vol hem van die vraag.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>Zoo ging hij 'n beetje wanklend naar zijn huis,<br /></span> +<span>zijn ooren waren vol, zijn slapen zwollen,<br /></span> +<span>omdat die vraag, uit de wereld gehoord,<br /></span> +<span>hem 't hart trof en het bloed hem naar de slapen.<br /></span> +<span>En hij dacht: 'k moet het doen: het kan niet anders;<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>Zooals in Februari of in Maart<br /></span> +<span>de wolken vliegen lachend langs den hemel,<br /></span> +<span>wit-blauw gevlekt, en de heele natuur,<br /></span> +<span>de bergen, de velden en alle boomen<br /></span> +<span>voelen: het moet, het moet,—zoo voelde hij<br /></span> +<span>toen hij daar langzaam naar zijn woning liep.<br /></span> +<span>Maar toch bleef nog een twijfling aan zijn hart,<br /></span> +<span>zooals het zilte schuim dat aan de zee ligt.<br /></span> +<span>En van zijn oogen viel een zachte straal.<br /></span> +<span>Hij was nog zeer jong, hij was nog een jongen.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>'s Nachts droomde hij een gouden, gouden droom.<br /></span> +<span>Het was hem of hij in een gouden streek<br /></span> +<span>was gekomen, en of hij gouden menschen<br /></span> +<span>zag, die naakt gingen door een verguld licht.<br /></span> +<span>Zilveren stroomen waren er en heuvels<br /></span> +<span>van goud, en daarin zag hij die zonmenschen.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>Hij kon er maar niet genoeg heen kijken.<br /></span> +<span>Hij zag niet veel, het was ook niet zoozeer<br /></span> +<span>wat hij zag, hoewel 't was echt gouden licht<br /></span> +<span>als de zon, als een gloeiende bakkersoven.<br /></span> +<span>Maar 't was dat heerlijke gevoel wat door<br /></span> +<span>hem zelf heenstroomde als hij er naar keek,<br /></span> +<span>daarom was het zoo heerlijk in dien droom.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>Terwijl hij er naar keek, stroomde het door<br /></span> +<span>zijn rug, zilvren stroomen nieuwe gedachten.<br /></span> +<span>Wijl hij er naar keek, werd hij een ander mensch,<br /></span> +<span>heel, heel anders. Wat was het toch dat in<br /></span> +<span>hem kwam? zoo, zoo had hij toch nooit gevoeld.<br /></span> +<span>En hij trachtte het midden in zijn droom<br /></span> +<span>te begrijpen, zooals een droomer denkt,<br /></span> +<span>ook weer droomend, maar toch begrijpend en<br /></span> +<span>droomende over zijn droom nadenkende.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>En hij keek aldoor maar weer; want hij voelde,<br /></span> +<span>dat het vandaar moest komen, het begrip<br /></span> +<span>van d' heerlijkheid, als de heerlijkheid zelf.<br /></span> +<span>En hij keek steeds in dat ronde gewelf,<br /></span> +<span>een ovaal-breed gewelf met vlakken grond,<br /></span> +<span>vol gouden gloed en met gouden menschen,<br /></span> +<span>heel klein, maar heel gelukkig, en goudnaakt.<br /></span> +<span>En van uit die beelden, van uit hun haren,<br /></span> +<span>als 't ware van hen af en naar hem toe,<br /></span> +<span>stroomde aldoor in hem dat nieuw gevoel.<br /></span> +<span>En zoozeer stroomde het uit hen naar hem toe,<br /></span> +<span>dat 't leek hij werd zooals die menschen zelf.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>En toen op-eens, werd hij door 't kijken kalm,<br /></span> +<span>en toen begreep hij 't—wat hij voelde was<br /></span> +<span>wat die kleine en gouden menschen <i>hadden</i>.<br /></span> +<span>Er was iets in hen wat hij, hij, niet had,<br /></span> +<span>maar door hen te zien zag hij dat zij 't hadden.<br /></span> +<span>En zooals alleen zien, iets aan den ziener<br /></span> +<span>geeft van het geziene, zoo voelde hij<br /></span> +<span>dat van hen in zich,—maar als een gemis.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>En toen keek hij nog eens zeer kalm en goed,<br /></span> +<span>met de uiterste spanning van al zijn oogen<br /></span> +<span>trachtend te grijpen. En toen voelde hij<br /></span> +<span>'t klaar komen door zich: Dat Nieuwe was Vrijheid.<br /></span> +<span>Dat wat hij voelde was wat hij zoo hoopte<br /></span> +<span>maar niet had, die oven dat was de Toekomst,<br /></span> +<span>en die menschen dat waren Vrije menschen.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>En dien Maandag-morgen, toen stond hij op,<br /></span> +<span>en met zijn zwarte en jongzacht gezicht,—hij<br /></span> +<span>als een vaste en jong-zwarte stier—<br /></span> +<span>als een bloem naar zijne kameraden,<br /></span> +<span>en zij dat hij mee zou doen.—<br /></span> +</div><div class="stanza"> +</div><div class="stanza"> + +<hr style='width: 45%;' /> +</div><div class="stanza"> +</div><div class="stanza"> +<span>II.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>De jonge arbeidster kwam ook in het licht!<br /></span> +<span>Zij wist ook niet te doen, want voor het eerst<br /></span> +<span>moest zij zelf in vereeniging, of niet.<br /></span> +<span>Zij was onzeker, voelde zich onzeker,<br /></span> +<span>zooals een schaap dat op het wijde veld<br /></span> +<span>voor het eerst graast, want het was nog een lam.<br /></span> +<span>Maar zij was vast en licht, en de kameraden<br /></span> +<span>hadden haar geopenbaard den klassenstrijd,<br /></span> +<span>die alle krachten vraagt van d' wordende<br /></span> +<span>Vrouw. Zoo ging zij nu door lichten dag.<br /></span> +<span>Wat zou ze doen, er wel ingaan of niet?<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>Zooals een jonge koe die op de velden<br /></span> +<span>komt uit den stal, in 't voorjaar, duizelig<br /></span> +<span>in 't licht komt, en niet weet of her of der,<br /></span> +<span>en dan maar loopt rechtuit op ééne lijn,<br /></span> +<span>'t is ongewis nog in haar vasten kop—<br /></span> +<span>zoo ging zij, die jonge arbeidster, dwars in<br /></span> +<span>het licht, het zilvrig witte dageslicht.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>En 't leek haar of zij voor een minnaar stond,<br /></span> +<span>die met een teer gezicht en bleekheid om<br /></span> +<span>zijn hoofd daar stond. En of zij nu zich aan<br /></span> +<span>hem geven moest of niet. Eén voet stond klaar,<br /></span> +<span>maar ééne niet. Zij wist niet wat te doen,<br /></span> +<span>en bleef maar fonkelend en vlammend staan.<br /></span> +<span>Zooals een lente als zij aan de aard',<br /></span> +<span>aan de grenzen en aan den horizon<br /></span> +<span>gekomen is, en daar maar pal blijft staan.<br /></span> +<span>En niet komt. En de menschen denken: wat<br /></span> +<span>toeft toch en mart en blijft daar toch die lente?<br /></span> +<span>Zoo stond zij op het veld, een vlam gelijk.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>En weifelend ging ze daar op een steen<br /></span> +<span>zitten, en voelde kou en warmte uit<br /></span> +<span>de lucht, en den grond, en van uit zich zelve.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>En twee gedachten vloeiden aan haar op,<br /></span> +<span>als twee rivieren, door de blanke lucht<br /></span> +<span>gekomen. De één was: Ik kan toch zijn<br /></span> +<span>vast en groot, ik kan groote vrouw worden.<br /></span> +<span>Er is de kracht in mij als van een mensch.<br /></span> +<span>De andre was: 'k moet stil bij moeder blijven.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>Zooals een moeder, die op haar bed ligt<br /></span> +<span>te wachten op het kind, ze voelt het in zich.<br /></span> +<span>De twijfel van het uur maakt haar al ziek:<br /></span> +<span>Zoo zat ze daar neer.<br /></span> +<span>En even onzeker ging zij terug,<br /></span> +<span>zooals een paard dat men voor 't eerst beproefd<br /></span> +<span>heeft te leeren, en dat men nu terug<br /></span> +<span>brengt naar den stal. Zij ging door 't klare licht.<br /></span> +<span>De wereld was wel klaar maar zij nog niet,<br /></span> +<span>zij twijfelde zooals het groene gras<br /></span> +<span>schittert, en vroeg maar aldoor, schitterend,<br /></span> +<span>de vraag: Zal ik of zal ik niet meegaan?<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>Zooals in Februari of in Maart<br /></span> +<span>de wolken vliegen lachend langs den hemel,<br /></span> +<span>wit blauw gevlekt, en de heele natuur,<br /></span> +<span>de bergen, de boomen en al de dieren<br /></span> +<span>voelen: het moet, het moet, zoo voelde zij,<br /></span> +<span>toen zij daar klaarwit naar haar huis toe liep.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>Maar toch bleef nog een weifling aan haar hart,<br /></span> +<span>als het zilverig schuim dat aan de kust ligt.<br /></span> +<span>Maar van haar oogen viel een zachte straal.<br /></span> +<span>Zij was nog zeer jong, ze was nog geen vrouw.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>En 's avonds zat zij in haar huis alleen,<br /></span> +<span>voor het naar bed gaan, en tuurde in de schemering.<br /></span> +<span>Daar rond haar, daar waren de huizen van<br /></span> +<span>de kameraden: zij voelde ze aan haar oogen.<br /></span> +<span>Daar woonden ze, de stille en afgestompte.<br /></span> +<span>Zooals in een bosch, dat geen ligging heeft<br /></span> +<span>goed—maar slecht. Want het woud is arm,<br /></span> +<span>er is geen luchtstroom, en er is te veel<br /></span> +<span>water dat stilstaat om de harde wortels.<br /></span> +<span>Het bosch is forsch, maar doodsch en armzalig.<br /></span> +<span>Zoo was het leven der arbeiders om haar.<br /></span> +<span>En zij voelde zooals een vuurgezicht:<br /></span> +<span>Hun meisjes, ach, o pijn, o bittre pijn,<br /></span> +<span>de schoonheid, de bloeiende moederschoonheid,<br /></span> +<span>tot op een lage hoogte, en dan niet meer.<br /></span> +<span>En de mannen beperkt, en al de gaven<br /></span> +<span>beperkt tot de armen, beenen en vuisten,<br /></span> +<span>en nog wat anders waaraan men niet denkt.<br /></span> +<span>Er gonsde een grijze scheemring om haar heen,<br /></span> +<span>en 't leek zoo of zoo was de eeuwigheid.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>"Als wij samen zijn, o allen te zamen,<br /></span> +<span>mannen en vrouwen proletariërs,<br /></span> +<span>zijn wij meester van 't al. Dat is de taak<br /></span> +<span>eindloos voor mij, maar er moet aan begonnen."<br /></span> +<span>Zooals een vuurge bloem, diep in de scheemring<br /></span> +<span>van een kamer, waar niets anders is, bloeit,<br /></span> +<span>vuurrood—zoo groeide zij in de gedachte.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +</div><div class="stanza"> +<span>En zij verhief zich, en trok zich zacht uit,<br /></span> +<span>het kleine dasje en haar wol'ge jak,<br /></span> +<span>en rok en broek en kousen. En haar hemd<br /></span> +<span>trok zij over haar hoofd en armen heen.<br /></span> +<span>En zij bleef nog wat denken in de scheemring<br /></span> +<span>onder de zoldring. En ging toen in bed,<br /></span> +<span>en legde zich onder de dekens neer.<br /></span> +<span>Haar lijf was vol, en vast haar hart daarin.<br /></span> +<span>Zij lag daar stil zooals een jonge boom.<br /></span> +<span>En denkende aan het Doel sliep zij in.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>'s Nachts sluipt er rond een God. Dat is de Moed.<br /></span> +<span>Die gaat door achterstraten, en daar waar<br /></span> +<span>de hooge huizen der arbeiders zijn.<br /></span> +<span>En waar zij liggen duister in de scheemring<br /></span> +<span>met hun vrouw, met hunne broers en zusters,<br /></span> +<span>maakt hij ze vast en moedig. De nacht geeft<br /></span> +<span>ze sterker aan het licht dan zij ze nam.<br /></span> +<span>Maria lag roerloos. De goê gedachten,<br /></span> +<span>die zij gehad had den dag, stijfden zich<br /></span> +<span>in haar, en werden en maakten haar vast.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>En buiten kwam de Dag zooals een minnaar,<br /></span> +<span>en spreidde 't schemerkleed wijd open, toen<br /></span> +<span>hij 't om de schouders hing. Maria ontwaakte,<br /></span> +<span>brekende, op haar bed. En stil en klaar<br /></span> +<span>lag ze, ziende den goddlijken ochtendstond.<br /></span> +<span>En zij hief zich. Haar voorhoofd ging naar 't licht.<br /></span> +<span>En zij wiesch zich, bukkende naar het water.<br /></span> +<span>En zij at iets en zei moeder goên dag. '<br /></span> +<span>En zij ging door de lichte hooge straten.<br /></span> +<span>En zij trad de fabriek in in den schemer<br /></span> +<span>van staal.<br /></span> +<span>En zei aan d'andren dat ze mee zou doen.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +</div><div class="stanza"> +<hr style='width: 45%;' /> +</div><div class="stanza"> +</div><div class="stanza"> +<span>III.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +</div><div class="stanza"> +<span>In de zaal ruischte het licht, zooals in zee<br /></span> +<span>de middag ruischt. Een hemelvaart van licht<br /></span> +<span>steeg op naar boven en maakte een wolk<br /></span> +<span>onder het glazen dak, en menschen kwamen<br /></span> +<span>tusschen het groen en het hangende rood—<br /></span> +<span>een zwerm gezichten in het gele licht.<br /></span> +<span>En Willem duizelde: hij kwam ter leering.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>Zooals aan de zee gele bloemen groeien,<br /></span> +<span>zooals over zee zwarte wolken zijn,<br /></span> +<span>zooals op zee de straten van de golven<br /></span> +<span>toonen haar zwart en rood en groen gelaat<br /></span> +<span>'s morgens als de zon schijnt,—en elke gevel<br /></span> +<span>eener golf toont zich anders parelmoer.—<br /></span> +<span>Zoo was de zaal, ze bruischte op hem in.<br /></span> +<span>En zooals de drommen der zware winden<br /></span> +<span>al trommelend over zee uit den afgrond<br /></span> +<span>des winterhorizons op komen zetten,<br /></span> +<span>in 't laat najaar, wanneer de zon zich stort<br /></span> +<span>vroolijk op zee, zoo kwamen drommen mannen<br /></span> +<span>zacht-luidruchtig pratend en schuifelend<br /></span> +<span>de zaal binnen, diep zooals een afgrond,<br /></span> +<span>en leken met gelaten gouden droom.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>Een gouden droom in blauwe werklijkheid.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>Er is wel een stil plaatsje tusschen rotsen<br /></span> +<span>aan zee, waar stil de zee in sluipt, het kindje<br /></span> +<span>der groote golf, komende aan haar hand,<br /></span> +<span>komt daar alleen, en stort zijn helder water<br /></span> +<span>op 't gele kiezelzand wat daar stil ligt.<br /></span> +<span>Zoo was de ziel van Willem, hij zat stil<br /></span> +<span>zooals een bloem diep in de zaal gezonken,<br /></span> +<span>en hoorde voor zijn oor geweldige zee,<br /></span> +<span>en ving ze in zijn hart parelend op.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>Het was een groot rumoer van gaan en komen,<br /></span> +<span>de arbeiders vulden geheel de zaal.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>En de zaal zette zich, en was een wolk—<br /></span> +<span>in 't dikke blauw schemerden stil de hoofden hoofden—<br /></span> +<span>en allen werden, allen keken stil<br /></span> +<span>naar waar vijf hoofden als vijf sterren blonken.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>En een stond op, Willem kende hem wel,<br /></span> +<span>zijn hart ging open want hij had hem lief<br /></span> +<span>zooals een vriend een kameraad bemint.<br /></span> +<span>En 't was Willem toen hij tegen de zaal<br /></span> +<span>begon te spreke', of hij sprak tot zijn hart.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>"Wanneer de mannen van een ieder vak<br /></span> +<span>zich zamelen zooals een golf zich zamelt<br /></span> +<span>op zee, zooals men ziet een zwarte wolk<br /></span> +<span>zich samenballen, dan komt er een kracht<br /></span> +<span>tusschen de arbeiders van dat enkel vak".<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>Zwaar waren de woorden.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span style='margin-left:12em;'>"Als een enkel vak<br /></span> +<span>over de aarde zich kon samenpakken<br /></span> +<span>zooals een wolk of zooals de lawine,<br /></span> +<span>dan zou de rijke patroon nedervallen<br /></span> +<span>zwak, en de arbeid vond zijn zonneweg<br /></span> +<span>naar beneden, diep in het zonnig dal,<br /></span> +<span>waar het geluk en zoete vrede woont".<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>Willem luisterde en zag de landouwen<br /></span> +<span>hoog in de blauwte van de diepe zaal,<br /></span> +<span>boven des sprekers zacht goud-gele hoofd.<br /></span> +<span>De heele zaal leek als een blauwe zee<br /></span> +<span>op te zwellen naar den spreker, en die<br /></span> +<span>leek neer te komen met zijn zonnig hoofd.<br /></span> +<span>En Willem zag alleen dat hoofd, zoo gouden,<br /></span> +<span>zweven en spreken, als een sprekend hoofd,<br /></span> +<span>dat geen lijf meer had maar alleen een stem.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>"Als de vakarbeiders van heel een land<br /></span> +<span>zich konden vereenen tot blijvende hulp<br /></span> +<span>aan elkander, zooals op zee de golven,<br /></span> +<span>die ook niet apart zijn maar saam de zee,<br /></span> +<span>dan maakten zij een kracht, zooals de krachten<br /></span> +<span>van elk arbeider apart, en te zamen<br /></span> +<span>alle aparte krachten. Maar veel meer<br /></span> +<span>nog. Want er ware' in hen één Wil".<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>De wil vertoonde zich. Hij was het zonlicht<br /></span> +<span>buiten, men zag hem stijgen als de zon,<br /></span> +<span>in vierkante stralen door alle vensters.<br /></span> +<span>De aarde was er vol van.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span style="margin-left:8em">"Als de vakarbeiders<br /></span> +<span>aller landen zich konden<br /></span> +<span>samenvoegen, dan kwam de stille zon<br /></span> +<span>der Vrijheid, o gewis. O twijfelt niet.<br /></span> +<span>Mannen, de Zon schijnt. Gij zijt zelf de Zon."<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>Zooals een vol bed blauwe violieren<br /></span> +<span>zoo hief de zaal zich, en er was een donder<br /></span> +<span>van rumoer door de donkre vergadring.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>En Willems hart werd klaar zooals een parel,<br /></span> +<span>en hij voelde zich daar tusschen geworpen,<br /></span> +<span>tusschen zijn kameraden, zoo zooals<br /></span> +<span>een niets-waardige, maar die door de andren<br /></span> +<span>eerst een waardige wordt en zuiver klaar.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>"En als de arbeiders van ééne natie<br /></span> +<span>zich stortten in den politieken strijd<br /></span> +<span>om de staatsmacht, zij vielen den staat aan<br /></span> +<span>en als alle arbeiders aller naties<br /></span> +<span>dit deden en zich stortten op het land<br /></span> +<span>van den staat, zooals nu de zeegolven<br /></span> +<span>aller oceanen bruischen op het land—<br /></span> +<span>dan werden de arbeiders zelf het land,<br /></span> +<span>het vaste rustig land der eeuwigheid,<br /></span> +<span>en Vrijheid zou met de arbeiders wonen,<br /></span> +<span>en alle menschen waren eeuwig vrij."<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>Het leek wel of de reednaar werd zijn stem,<br /></span> +<span>zijn stem van goud, en dat goud weer de Vrijheid.<br /></span> +<span>De Vrijheid steeg op en verdoofde alles<br /></span> +<span>rondom Willems ooren. Er werd gesproken<br /></span> +<span>nog aldoor veel, hij hoorde het niet meer.<br /></span> +<span>Hij zag in het ovalen duister de<br /></span> +<span>Vrijheid gaan, haar smijdig goud figuurtje.<br /></span> +<span>Hij zag de drommen van zijn kameraden<br /></span> +<span>donker blauwgroen, en haar tusschen hen komen<br /></span> +<span>met haar gouden lach over al haar leden.<br /></span> +<span>En zooals een die aan de donkre zee<br /></span> +<span>zit, en de vioolkleurige heft haar stem,—<br /></span> +<span>voor hem niet, maar lijkt slechts voor zich te ruischen.<br /></span> +<span>Hij kijkt slechts naar de zon, hoe goud die is,<br /></span> +<span>en goud heengaat en trekt, zoo was ook hij.<br /></span> +<span>Hij zag alleen nog maar de gouden Vrijheid,<br /></span> +<span>en begreep, en luisterde hoe zij ging.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>En toen de vergadring uit was en in<br /></span> +<span>een wolk zich oploste, toen ging hij heen.<br /></span> +<span>Veranderd. Zijn hart had weer iets anders<br /></span> +<span>gekregen en verloren, 't Voelde nieuw aan.<br /></span> +<span>En in zijn voeten liep reeds half de Vrijheid.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +</div><div class="stanza"> +<hr style='width: 45%;' /> +</div><div class="stanza"> +</div><div class="stanza"> +<span>IV.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +</div><div class="stanza"> +<span>Toen de ochtend stil was als een heilig water,<br /></span> +<span>trad hij de kamer waar de meublen bruin<br /></span> +<span>ware' in, de lucht hel, het stof roerde niet.<br /></span> +<span>Het goud stroomde buiten al door de straten,<br /></span> +<span>en langs de wolken zeer wijd heengestrekt.<br /></span> +<span>Zoo stil als een jonkvrouw de eerste droomen<br /></span> +<span>der liefde waarneemt, duizelde hem om 't hoofd:<br /></span> +<span>De arbeiders beklimmen de ochtendhoogten.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>Zacht als een diepe nis leek hem de kamer,<br /></span> +<span>het hoogst in 't huis, uitziende op den hemel,<br /></span> +<span>en 't arme bruine deurtje van de kast<br /></span> +<span>naast het raam, naast den openen hemel,<br /></span> +<span>leek hem te bergen 't allerrijkst geheim.<br /></span> +<span>Hij trad toe, en hij strekte zijne handen,<br /></span> +<span>en nam het boek, het gele, uit de kast,<br /></span> +<span>en droeg het stil naar de vierkanten tafel,<br /></span> +<span>en zette zich en legde het open.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>En zooals eene die zich voor het eerst<br /></span> +<span>zet bij een veelgeliefde, zat hij neer,<br /></span> +<span>en deed het oor open voor 't wonderboek.<br /></span> +<span>Hij keek er in zooals wie in een water<br /></span> +<span>kijkt buiten onder boomen, het zwart water<br /></span> +<span>is licht van kabbelingen van de zon.<br /></span> +<span>En stil begon de wetenschap te spreken.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>"De arbeid maakt alles van uit de aarde.<br /></span> +<span>De arbeiders huwen zich met de aarde.<br /></span> +<span>De arbeiders de Man, en zij de Moeder.<br /></span> +<span>En 't Kind is het Werk, dat uit steen en aarde<br /></span> +<span>oprijst. Het alomtegenwoordig Arbeids-Werk.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>Maar ach—dat kind het wordt aan hem onttrokken,<br /></span> +<span>die de vader was. En 't wordt hem weggesleept<br /></span> +<span>in andre huize', en niet met hem gedaan<br /></span> +<span>zooals hij wenschen zou. En de vader<br /></span> +<span>blijft arm en kinderloos: de arbeider."<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>Hij staarde met groote oogen in het boek,<br /></span> +<span>zooals een kind dat voor het eerst een onrecht<br /></span> +<span>ziet, met groot oog vol pijn er star naar kijkt.<br /></span> +<span>In de zachte ochtend was het een verschrikking,<br /></span> +<span>zooals de nacht is, en zijn oog ging open<br /></span> +<span>zooals de nacht, en zijn hart als de nacht.<br /></span> +<span>Hij was zeer jong, hij was als eene bloem.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>En terwijl buiten de lichtlelies groeiden,<br /></span> +<span>boog hij zijn hoofd ter neder in de schauw,<br /></span> +<span>de bruine, die daar voor zijn voorhoofd was,<br /></span> +<span>en las van daaruit, van uit paarsche scheemring<br /></span> +<span>naar 't gele boek, dat zijn letters zwart straalde:<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>"Maar de Arbeid heeft zooveel afgestaan<br /></span> +<span>aan den Rijkdom, de Rijkdom is zoo groot<br /></span> +<span>geworden, dat zij de Arbeid heeft verkeerd<br /></span> +<span>van klein en hout in groot en staal, dat rijk<br /></span> +<span>is geworden het Arbeids-Instrument.<br /></span> +<span>En millioenen zijn daardoor beroofd<br /></span> +<span>van 't houten kleine werktuig, en nu arm<br /></span> +<span>en bezitloos is de Meerheid der Menschen."<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>Zooals uit 't diepe ruischen van de zee<br /></span> +<span>der kerk het orgel klaar begint te spelen,<br /></span> +<span>zoo klonk van uit het ruischen van de letters,<br /></span> +<span>die hij daar vóór zich op de tafel zag,<br /></span> +<span>de diepe beteek'nis der wetenschap.<br /></span> +<span>En zijn hoofd was zooals een gouden vrucht,<br /></span> +<span>die van een boom over een water hangt<br /></span> +<span>in September, als het water opgeeft<br /></span> +<span>de gouden stralen van de middagzon.<br /></span> +<span>En in zijn hoofd steeg op 't arbeidersbloed,<br /></span> +<span>het bloed des overwinnaars, dat anders<br /></span> +<span>bruischt dan het bloed van den verslagene,<br /></span> +<span>want dat is flauw en leekt flauw bloedend heen.<br /></span> +<span>En als een stier, die op de weide komt,<br /></span> +<span>in 't Voorjaar, op het zwellend groene weiland,<br /></span> +<span>als de hemel blauw wolkt, zoo keek hij over<br /></span> +<span>het boek, de groene tafel, in de schaduw.<br /></span> +<span>Zooals een man die diep achter aan 't schip,<br /></span> +<span>aan 't stuur, aan 't roer hangt en het schip bestuurt,<br /></span> +<span>zoo hing hij achterover in zijn stoel<br /></span> +<span>en keek in het paarsch en bruin kamerlicht.<br /></span> +<span>En hij liet diep in zich gedachte dringen,<br /></span> +<span>en tot zijn hart bezonk de wetenschap.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>En van buiten klonken jubelgeruchten.<br /></span> +<span>Want in het weven van de zon klonk stil<br /></span> +<span>en was een zilvren zee geroezemoes.<br /></span> +<span>En hij dwaalde uit, zooals een vogel vliegt,<br /></span> +<span>in de zilvren en verre werklijkheid,<br /></span> +<span>en zag een schaduw van wat hij kon doen,<br /></span> +<span>als een vogel zwart door wit voorbij schieten.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>Zooals een stem begint te roepen, klonk<br /></span> +<span>toen weer toen hij terugkwam, vóór hem 't boek.<br /></span> +<span>"Daarom arbeiders, o vereenigt u,<br /></span> +<span>want gij zijt de meesters, gij hebt de kracht,<br /></span> +<span>als gij het slechts wilt, als gij het slechts <i>weet</i>."<br /></span> +<span>Het klonk als een roepende uit de schaduw.<br /></span> +<span>"Gij zijt de Vaders, arbeiders, de aarde<br /></span> +<span>is uwe vrouw, o laat toch niet het kind<br /></span> +<span>u langer ontstelen, maar maakt uwe<br /></span> +<span>familie één en in drieën onverdeeld."<br /></span> +<span>Zoo klonk toen uit de schaduw van het boek<br /></span> +<span>de heerlijke stem der menschen-bewustheid,<br /></span> +<span>als uit de opalen diepten van de<br /></span> +<span>geschiedenis der menschheid, op'nend, klonk het.<br /></span> +<span>Nieuw altijd weer, altijd, iederen dag.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>En hij zat stil en luisterde heel lang,<br /></span> +<span>en liet het doordringen diep in zijn bloed,<br /></span> +<span>en liet zich verandren, iederen vezel.<br /></span> +<span>Want hij was tot heel lang zeer dom geweest.<br /></span> +<span>Zooals in de lente, het versche sap<br /></span> +<span>doordringt in den stam van de lila iris,<br /></span> +<span>en maakt het blad anders en schept de bloem.<br /></span> +<span>Zoo drong in dien arbeider door de kennis,<br /></span> +<span>en maakte zijn bloed in zijn aadren anders,<br /></span> +<span>zoodat zijn beenen en dijen en vuisten<br /></span> +<span>anders werden en opgroeiden tot daden.<br /></span> +<span>Hij zat daar lang zooals een donkre bloem<br /></span> +<span>in de schaduw. De gloed der wetenschap<br /></span> +<span>om hem. Zijn hoofd was als een vlam van kennis.<br /></span> +<span>Hij liet het stil rondom zich heen vergaren,<br /></span> +<span>opbranden om zich als de hooge zee,<br /></span> +<span>en zonk er met zijn hart steeds dieper in.<br /></span> +<span>En toen, toen hij er goed zeer diep in was,<br /></span> +<span>stond hij op en hief zijn gestalt er in,<br /></span> +<span>bewoog zich door den vloed, ging stil naar 't werk.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>Toen hij weer thuis kwam, stond er brood en koffie,<br /></span> +<span>en zat Maria daar met roode lippen.<br /></span> +<span>En hij nam 't wittebrood en zoende haar.<br /></span> +<span>Zooals een paard dat in de weide huppelt<br /></span> +<span>zonder toom was hij. En zij kuste innig<br /></span> +<span>hem op zijn mond en op zijn bloeiende borst.<br /></span> +<span>En zacht speelde ze met hem en trok hem<br /></span> +<span>naar zich toe en kuste hem om de wangen.<br /></span> +<span>En zij nam zijne, hij nam hare handen,<br /></span> +<span>ze speelden saam met levende kleinodieën.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>Zoo zaten ze, de zachte lucht van linnen<br /></span> +<span>van haar japon, en de veel fijner geur<br /></span> +<span>van daaronder vulden de glazen kamer.<br /></span> +<span>En de wolken gingen voorbij en 't uur,<br /></span> +<span>en de zon scheen en maakte 't binnen goud.<br /></span> +<span>En hij zei: "nu moet ik weer naar mijn werk,"<br /></span> +<span>en stond op, en zij stond op, en zij gingen<br /></span> +<span>na eenen laatsten kus samen uiteen,<br /></span> +<span>hij naar zijn werk en zij ook naar haar werk.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>Maar 's avonds stortte hij zich weer diep in<br /></span> +<span>de eenzaamheid en in het gouden boek.<br /></span> +<span>Hij zou weten hoe 't in de wereld uitzag.<br /></span> +<span>En diep met een gespanne' en zwarten wil,<br /></span> +<span>de handen aan het hoofd tegen de ooren,<br /></span> +<span>de zwarte wenkbrauwen gefronst, en 't haar<br /></span> +<span>stijfstaande op zijn kop als bij een stier,<br /></span> +<span>zat hij bij 't boek en las als 'r aan gemetseld.<br /></span> +<span>Hij las hoe of de arbeid is de waarde,<br /></span> +<span>en hoe de arbeid ten deele vergoed<br /></span> +<span>wordt den arbeider, in zijn loon, en hoe<br /></span> +<span>er arbeidstijd aan hem ontstolen wordt.<br /></span> +<span>Hij zette zich vast op zijn ellebogen,<br /></span> +<span>en begreep 't goed, het werd in hem geklonken<br /></span> +<span>zooals de ijzren pijlers van een brug.<br /></span> +<span>Hij zat als een gast aan een stevige tafel,<br /></span> +<span>en at van de kennis, en niets te veel.<br /></span> +<span>De gouden lamp met haar petroleum<br /></span> +<span>straalde, en 't zwart van 't duister was als stof<br /></span> +<span>en roest, maar in de hoeken was het fulpen.<br /></span> +<span>En hij sloot er zich in in de kennis.<br /></span> +<span>Zooals een smid die om zich zelven bouwt,<br /></span> +<span>die voor zijn werk binnen het werk moet zijn.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>Hij las hoe noodzaaklijk de slavernij<br /></span> +<span>moet erger worden op de arbeiders.<br /></span> +<span>Omdat zij altijd een steeds sterker druk<br /></span> +<span>van rijkdom staaplen—hij las hoe de knechtschap<br /></span> +<span>vermeert, maar ook de scholing, en ook de<br /></span> +<span>Eenheid der arbeiders. Hij zag het vóór<br /></span> +<span>zich, boven 't boek in 't felle helleschijnsel.<br /></span> +<span>Hij begreep het, de zwarte arbeiders waren<br /></span> +<span>levend voor hem, daar vóór hem, 't kapitaal<br /></span> +<span>was goud boven het gouden boek, daarin<br /></span> +<span>zag hij de zwarte arbeidersfiguren.<br /></span> +<span>Hij drong zich tegen 't boek aan, en zijn handen<br /></span> +<span>werden vochtig tegen zijn blanke slapen.<br /></span> +<span>Zijn oogen schitterden, er liepen tranen<br /></span> +<span>doorheen van licht, zeer diep, zij vielen niet.<br /></span> +<span>Hij begreep het, in 't binnenste der wereld<br /></span> +<span>drong hij, dat was het wezenlijk geheim,<br /></span> +<span>het geheim van 't bestaan, 't eigenlijke<br /></span> +<span>wat hij moest weten, de diamant der daad,<br /></span> +<span>waar alle daden uit voort moesten komen.<br /></span> +<span>Hij voelde het, hiervandaan kwam het leven<br /></span> +<span>der maatschappij.<br /></span> +<span style="margin-left:8em;">En der maatschappij was<br /></span> +<span>hij zelf de kern, zoo goed als ieder ander.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>Hij ademde diep in den zwarten nacht<br /></span> +<span>naar de hoeken der kamer toe, als een<br /></span> +<span>die ontrukt is aan 't eigen zelfbestaan,<br /></span> +<span>en die zoozeer is in de gemeenschap<br /></span> +<span>verloren, dat hij die voelt, niet meer zich.<br /></span> +<span>Juist, dàt was het, hij las van de gemeenschap,<br /></span> +<span>begreep de gemeenschap, maar juist daardoor<br /></span> +<span>zich zelf. Zijn persoon was de gemeenschap:<br /></span> +<span>die had hem gemaakt, die had hem gevormd<br /></span> +<span>tot 'n kern van haar, en hij, als deze kern,<br /></span> +<span>voelde in zich haar, en zich met haar tot één.<br /></span> +<span>Wat haar was, was hem, en wat hij was zij.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>En daarin diep dringende met zijn oogen<br /></span> +<span>werd 't groot probleem, wat hij las, hem daar klaar.<br /></span> +<span>Hij las van den arbeid en van de waarde<br /></span> +<span>der dingen—maar hij begreep wat of was<br /></span> +<span>de arbeider, wat of hij zelve was.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>En 't gemeenschapsgevoel stortte zich over<br /></span> +<span>hem als een zwarte golf, en hij voelde in<br /></span> +<span>zijn hart het diep-zwart voelen voor de Eenheid,<br /></span> +<span>de Eenheid van hem en alle arbeiders.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +</div><div class="stanza"> +<hr style='width: 45%;' /> +<div class="figcenter" style="width: 322px;"> +<img src="./images/gorter2.jpg" width="322" height="451" alt="Muurschildering-R.R. Holst" /> +</div> +<hr style='width: 45%;' /> +</div><div class="stanza"> +</div><div class="stanza"> +<span>V.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +</div><div class="stanza"> +<span>O zoete lucht! O iedre avond die<br /></span> +<span>iets leert! o Dag waardoor de arbeid gaat!<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>Zacht parelde de avond op de stad<br /></span> +<span>en van den hemel eene zachte gloed.<br /></span> +<span>Willem kwam van zijn werk. Dit was d'avond,<br /></span> +<span>waarop de vreemden zouden komen en<br /></span> +<span>vertellen van het socialisme, ver<br /></span> +<span>in andre landen. Hij stapte naar huis<br /></span> +<span>en zwolg het eten binnen. Hij zag niets<br /></span> +<span>dan even de planken om zijne kamer,<br /></span> +<span>hun rooden gloed.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>Maar hij trok snel zijn wit halfhemdje aan,<br /></span> +<span>en wiesch zich. En hij stapte in zijn kleeren.<br /></span> +<span>Hij ging door de deur, en sloot ze stil dicht,<br /></span> +<span>en toen door de stad die zacht bloemrijk was.<br /></span> +<span>Het zwarte stof van de metaalfabriek<br /></span> +<span>verging, er rezen bloemen voor hem op.<br /></span> +<span>Hij stapte als een haan, die in den avond<br /></span> +<span>gaat naar zijn hok waar alle kippen zitten.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>En nu schreed hij over den kleinen drempel<br /></span> +<span>en betaalde.<br /></span> +<span style="margin-left:9em;">En zag de kameraden<br /></span> +<span>weinig in aantal in de kleine zaal.<br /></span> +<span>Hij ging zitten stil met hen aan de tafel,<br /></span> +<span>en wachtte tot de andren zouden komen.<br /></span> +<span>Het was een kleine leering-avond van<br /></span> +<span>enkelen—waar de vreemde kameraden<br /></span> +<span>zouden vertellen hoe het bij hen was.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>En klaar scheen de lucht door de ruiten binnen.<br /></span> +<span>De avond was blauw buiten, binnen bruin.<br /></span> +<span>'k Geloof, de zee was daar ook niet heel ver.<br /></span> +<span>Zoo scheen althans de lucht, alsof 't kristal<br /></span> +<span>der zee in schittering gestegen was.<br /></span> +<span>En de menschen, de donkre kameraden<br /></span> +<span>hinge' achterover in de kamerscheemring.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>En in die volle donkre rust, daar klonken<br /></span> +<span>buiten op houten gang de voetstappen<br /></span> +<span>plotsling. De deur ging open. Daar traden<br /></span> +<span>eerst de bekenden binnen, en toen twee<br /></span> +<span>mannen al oud, grijs was hun baard, en klein<br /></span> +<span>beide—en allen, jong en oud, zetten zich.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>En zacht begon, na een stilte, te stijgen<br /></span> +<span>een stem, zooals een peil, een goudene.<br /></span> +<span>Zooals men 's zomers zien kan eenen vogel.<br /></span> +<span>"Genoten, vrienden, echte kameraden<br /></span> +<span>van ons en mijn hart. Ik groet broederschap<br /></span> +<span>tusschen u en mij. Echte broederschap<br /></span> +<span>plaveit zich tusschen u en mij. Zoo moge<br /></span> +<span>de broederschap eenmaal zijn tusschen menschen."<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>O zachte stem, o gouden vrijheid, hoe<br /></span> +<span>vuldet gij de kamer en maaktet een vlak<br /></span> +<span>waarin al de hoorende harten leefden.<br /></span> +<span>Zooals een fontein spuit, en 't heele bosch<br /></span> +<span>hoort het, ook waar hij niet is, zoo hoorden<br /></span> +<span>zij zijne stem alsof uit eene verte:<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>"Duitschland was altijd 't land van slavernij<br /></span> +<span>sinds eeuwen. En onder onze gelijken<br /></span> +<span>was er geen vrijheid. Totdat voor een vijftig<br /></span> +<span>jaren gedacht' aan vrijwording begon.<br /></span> +<span>Wat was het tooverstaal, dat in 't bazalt<br /></span> +<span>leven bracht, wat bezield' de doode stof,<br /></span> +<span>wat bracht de vrijheidsdorst in onze monden?<br /></span> +<span>Het werktuig, vrienden. De machine sloeg<br /></span> +<span>vonken in ons los. 'k Heb het zelf beleefd.<br /></span> +<span>Zij bracht de groote massa's samen, zij zette ons<br /></span> +<span>naast, naast, naast elkaar, zij maakte ons broeders,<br /></span> +<span>ons kameraden, ons maten. Zij bracht<br /></span> +<span>onze oogen bij elkaar. Zij bracht de honderd<br /></span> +<span>arbeiders vóór elkaar, die elkaar vreemd<br /></span> +<span>waren geweest. Zij stelde om zich als haar<br /></span> +<span>kindren of kuikens al de machinisten.<br /></span> +<span>En die zagen elkaar in de oogen, en<br /></span> +<span>hun moeder naast hen, de stalen machine.<br /></span> +<span>Was 't niet of die machine hen aaneen<br /></span> +<span>bond? Waren ze niet werkelijk vrienden<br /></span> +<span>in 't werk? Ja—dat voelden zij, ze waren<br /></span> +<span>broeders en vrienden. Dat gaf ééniging.<br /></span> +<span>Dat is het zaad waaruit het socialisme<br /></span> +<span>komt.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>En dat gebeurde niet in één fabriek,<br /></span> +<span>makkers, maar overal, maar overal.<br /></span> +<span>Over gansch Duitschland, hier en daar, wel weinig<br /></span> +<span>eerst, maar allengs meer. Het groeide,<br /></span> +<span>het fabriekswezen, en elke machine<br /></span> +<span>vereenigde de mannen om zich heen.<br /></span> +<span>Al die machines met die groepen mannen<br /></span> +<span>werden kernen der nieuwe maatschappij,<br /></span> +<span>en van het socialisme. IJzren kernen<br /></span> +<span>met vleezen omhulsel.—Gij ziet wel 's zomers<br /></span> +<span>de vruchten rijpen, is 't niet? aan uw boomen,<br /></span> +<span>en al die vruchten zitten vol van zaad?<br /></span> +<span>Zoo was 't met het fabriekswezen dat over<br /></span> +<span>Duitschland zich spreidde, toen ik nog jong was.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>Maar al die vrienden, al die menschenlijven,<br /></span> +<span>al dat vleesch rondom al de ijzren kernen<br /></span> +<span>kenden toen nog niet 't socialisme. 't Was<br /></span> +<span>voor hen nog onbewust. Hoewel <i>zij</i> in<br /></span> +<span>hun arbeid wel 't eerste gevoel al kenden,—<br /></span> +<span>zoo goed als zij,—van die groote<br /></span> +<span>broederschap, was 't toch slechts een eerst gevoel.<br /></span> +<span>Zoo is 't immers ook in een jongen van<br /></span> +<span>twaalf jaar? De liefde is er, maar niet tot<br /></span> +<span>bewustheid. Zoo was het in ons. Wij keken<br /></span> +<span>elkaar aan, maar wij wisten nog niet.—Hoe<br /></span> +<span>kwam dat toen in ons, hoe zijn wij toen overgegaan<br /></span> +<span>tot volle kennis? Welke vonk<br /></span> +<span>is dat toen weer geweest, die in ons groene<br /></span> +<span>het vuur bracht en de kleur, de vurig roode?<br /></span> +<span>Dat is de wetenschap geweest, mijn broeders.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>Daar zat een man in Londen, ver van ons,<br /></span> +<span>en terwijl wij iederen dag zoo zwoegden,<br /></span> +<span>en terwijl wij iederen dag aankeken<br /></span> +<span>elkaar over het groen geolied staal,<br /></span> +<span>en terwijl wij in elkaars oogen zochten<br /></span> +<span>vriendschap, terwijl de vlammen van ons zijn<br /></span> +<span>met de vlammen der stalen machine schiepen<br /></span> +<span>het goud voor den bourgeois—en wij maar niet<br /></span> +<span>konden vinden den <i>algemeenen</i> weg,<br /></span> +<span>den weg voor allen, om tot kracht te komen—<br /></span> +<span>zat die man en zocht<br /></span> +<span>de wetenschap voor ons....<br /></span> +<span style="margin-left:10em;">En in 't verbond<br /></span> +<span>van wetenschap en arbeid vond hij het,<br /></span> +<span>de magneet, die ons aan elkaar voor goed<br /></span> +<span>kon trekken: 't gansche proletariaat.<br /></span> +<span>En hij schreef het uit in een gulden boek,<br /></span> +<span>en in stalen boekjes: die leus voor ons.<br /></span> +<span>Proletaarjaat aller landen, wees Eén.<br /></span> +<span>En hij wees ons den weg, dien wij gegaan<br /></span> +<span>waren in 't klein, in 't groot als algemeenen<br /></span> +<span>bevrijdings-zonlicht-gouden-vrijheidsweg.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>En wij vereenden ons in éénen band,<br /></span> +<span>de Internationale, die gij kent,<br /></span> +<span>de Associatie roemvol aandenkens.<br /></span> +<span>Dat was Marx, mijne vrienden, de man wien<br /></span> +<span>de arbeidersklasse van Europa en<br /></span> +<span>Amerika meer dankt dan aan wien ook.<br /></span> +<span>De man die d' Wetenschap, zoolang u vreemd,<br /></span> +<span>u gebracht heeft en haar gemaakt uw kracht.<br /></span> +<span>U, lijdenden, verbond hij met het denken.<br /></span> +<span>De denkenden verbond hij met het lijden.<br /></span> +<span>Zacht golft het gras over zijn diepe graf<br /></span> +<span>te Highgate, maar hij staat hier tusschen ons,<br /></span> +<span>hier naast mij, en daar zit hij tusschen u."<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>En zacht vloten de beken van de tranen<br /></span> +<span>omdat het denken bij de lijdenden<br /></span> +<span>eindlijk gekomen was.<br /></span> +<span>Er waren oude arbeidersgezichten,<br /></span> +<span>als steenen koppen in de buitenlucht.<br /></span> +<span>En zij weenden niet, want de arbeid had<br /></span> +<span>hen gewend aan alles wat hard en pijnlijk.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>"Wij hebben opgeroepen, 't Was Lassalle<br /></span> +<span>die den strijdroep liet hooren. En wij snelden<br /></span> +<span>toe, en vormden de Arbeiders-partij.<br /></span> +<span>De politieke partij, 't was voor 't eerst,<br /></span> +<span>dat arbeiders afdaalden in het strijdperk<br /></span> +<span>te strijden met het heele kapitaal.<br /></span> +<span>Wij vlogen samen, o nog maar 'n klein troepje,<br /></span> +<span>voor veertig jaar. Maar wij vielen ze aan<br /></span> +<span>dadelijk allen: 't grond-, 't bank-kapitaal,<br /></span> +<span>het handels-, en 't industriekapitaal,<br /></span> +<span>wij, de arbeiders, schaarden ons er over:<br /></span> +<span>Wij stelden ons tegenover den Staat.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>O 'k weet het nog zoo goed, ik was de eerste<br /></span> +<span>die heengestuurd werd, waar de Staats-Kop ligt,<br /></span> +<span>den Rijksdag, om daar als een jonge Siegfried<br /></span> +<span>te gaan vechten in het hol van den draak.<br /></span> +<span>Het kon niet anders zijn dan woorden, woorden,<br /></span> +<span>die ik tegen hem slingerde, een zwaard<br /></span> +<span>dat hem kon dooden, was er toen nog niet.<br /></span> +<span>Maar mijn woorden werden buiten gehoord<br /></span> +<span>in al die plaatsen waar de vleezen vruchten<br /></span> +<span>om de ijzre kernen heen zijn. En dáár dáár,<br /></span> +<span>begon men toen het zwaard te smeden, dat<br /></span> +<span>eenmaal, wanneer het hecht is volgesmeed,<br /></span> +<span>den strot zal boren van het kapitaal:<br /></span> +<span>d' Organisatie.<br /></span> +<span style="margin-left:9em;">En men heeft gesmeed.<br /></span> +<span>Vroolijk als Siegfried staat de arbeidersklasse<br /></span> +<span>van Duitschland, en smeedt aldoor aldoor door.<br /></span> +<span>Gij kunt 't haast hooren als gij van hier luistert.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>Rondom de ijzeren machines gaan<br /></span> +<span>de vleezen lijven, de denkende koppen<br /></span> +<span>Naar de fabrieken loopen iedren dag<br /></span> +<span>de stevige voeten dragend helle koppen.<br /></span> +<span>In de fabrieken komen elken dag<br /></span> +<span>duizenden vrienden samen, met hun vrouwen<br /></span> +<span>en kindren, hun meisjes en jongens.<br /></span> +<span>En die bevolking ziet elkander gaan,<br /></span> +<span>en op den hoek van een machine als<br /></span> +<span>zij elkaar tegenkomen, zien ze elkaar<br /></span> +<span>soms even in de harde sterke oogen.<br /></span> +<span>De ééne hand reikt in handgreep de ander,<br /></span> +<span>een voet raakt voet, een rug raakt rug, dan keeren<br /></span> +<span>ze even om tusschen hun deelmachines:<br /></span> +<span>Was 't zijn lijf of was 't mijn lijf dat het deed,<br /></span> +<span>was het haar zachte heup, haar teedre oog,<br /></span> +<span>was het mijn jas of haar jurk dat mij raakte.<br /></span> +<span>Neen, 't was de hand van onze kleine zoontje,<br /></span> +<span>dat daar staat en vlug met zijn vingers voedt<br /></span> +<span>het bijtend welgeolied vlugge staal.<br /></span> +<span>En als ik mijn hoofd soms heel stil opricht,<br /></span> +<span>en in een oogenblik dat mijn werktuig<br /></span> +<span>poost om gesteld te worden voor nieuw werk,<br /></span> +<span>mijn oogen rond laat gaan door heel de zaal,<br /></span> +<span>wat hangt daar, wat is daar die grijze nevel<br /></span> +<span>waarin de armen staal slaan, waarin flarden<br /></span> +<span>product en ijzer, grondstof en menschstukken<br /></span> +<span>dooreenscheemren, wat is die damp die alles<br /></span> +<span>omslurpt en overhuift en ons toedekt?<br /></span> +<span>Ik zie 't, 't 'is de gloed die ons aaneenbindt,<br /></span> +<span>het socialisme, dat uit onzen arbeid<br /></span> +<span>opstijgt, d' Eenheid van werken, waaruit één<br /></span> +<span>voelen en willen, hopen en leven komt.<br /></span> +<span>Zoo ontstond in Duitschland de nieuwe droom,<br /></span> +<span>als een nevel die in den zomerdag<br /></span> +<span>begint te trekken uit het groene weiland,<br /></span> +<span>het smaragd kristalgroen verbreidt zich onder.—<br /></span> +<span>'t Kapitalisme bouwt ons de machines,<br /></span> +<span>'t Kapitalisme bouwt ons de fabrieken,<br /></span> +<span>wij bouwen 't kapitaal, 't kapitaal bouwt<br /></span> +<span>ons werkhuis—<br /></span> +<span>wij willen het huis óns, dat wij zelf bouwen."<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>De stem ging naar de hoogte. Willem ging<br /></span> +<span>mee naar de hoogte—hij zag alles goed.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>"Wij hebben organisatie gemaakt.<br /></span> +<span>Wij hebben gebouwd al die jonge bosschen,<br /></span> +<span>waaruit muziek waait die gij hier kunt hooren.<br /></span> +<span>Wij hebben gebouwd al de nieuwe orgels<br /></span> +<span>uit wier pijpen, uit wier luchtpijpen-kelen,<br /></span> +<span>het wereldlied klinkt als van vrije vogels,<br /></span> +<span>die 's morgens op een heeten zomerdag<br /></span> +<span>midden" in zomer al vóór drie uur zingen.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>Terwijl wij zongen, kwam de donkre machte<br /></span> +<span>van 't kapitaal, de patroons en de kerk,<br /></span> +<span>de bankiers, renteniers en grondbezitters,<br /></span> +<span>de dievenkooplieden en de beursdieven,<br /></span> +<span>vielen ons aan en sneden menigen strot<br /></span> +<span>van een jong zanger meedoogenloos af,<br /></span> +<span>zoodat zijn stem uit afgesneden keel<br /></span> +<span>niet meer klonk, maar als een bloem zonder hoofd<br /></span> +<span>daar bleef.—<br /></span> +<span style="margin-left:10em;">Duizenden arme vogels<br /></span> +<span>sloten ze op in hun kooien dat niet<br /></span> +<span>hun stemmen klinken zouden, en de stomme<br /></span> +<span>vogels, die nog niet zongen, leeren 't lied.<br /></span> +<span>Duizend vogels vertrapten ze, tienduizend<br /></span> +<span>roofden ze 't brood, honderdduizend verstomden<br /></span> +<span>ze door bedreiging, en millioenen maakten<br /></span> +<span>ze dom door de hel van hun domme godsdienst.<br /></span> +<span>Maar wat kon 't geven, waar die lieveling,<br /></span> +<span>de machine, ons roept, ons leert, ons éént;<br /></span> +<span>waar de arbeid, de bron van het bestaan,<br /></span> +<span>de moeder aarde die de grondstof geeft,<br /></span> +<span>die één met het werktuig is, één met ons,<br /></span> +<span>ons leert dat wij één moeten zijn,—wat geeft<br /></span> +<span>daar't dreige' en doodslaan van een zwakken mensch?<br /></span> +<span>Neen, ondanks dat duizenden menschen vallen,<br /></span> +<span>ondanks het lage loon, den kinderarbeid,<br /></span> +<span>den vroegen dood van ons allen, ondanks<br /></span> +<span>dat 't fijne lichaam onzer schoone vrouw,<br /></span> +<span>het breeklijk lichaam der jonge arbeiders<br /></span> +<span>gebroken wordt bij duizenden, ondanks<br /></span> +<span>moreel' en physische ellend', ondanks<br /></span> +<span>achteruitgang en slavernij, ondanks<br /></span> +<span>werkloosheid, zwerven, onzeker bestaan,<br /></span> +<span>bloedloosheid van hoofd, angst om ons hart vaak,<br /></span> +<span>armoed van bloed in vleesch en in oogen,<br /></span> +<span>gele voeten, geel gezicht, arme ooren<br /></span> +<span>en oogen—<br /></span> +<span>maakt de Arbeid, Onze Eigenschap, ons één.<br /></span> +<span>Men kan even goed aan het water zeggen<br /></span> +<span>om niet nat te zijn,—als<br /></span> +<span>aan de arbeiders om niet één te worden.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>Eeuwen van jaren straf gaven ze ons,<br /></span> +<span>Duizenden jaren honger gaven ze ons,<br /></span> +<span>Millioenen jaren strijd gaven ze ons<br /></span> +<span>samen.—Eeuwigheid hoop geven ze ons.<br /></span> +<span>En de hoop <i>wordt</i>, het socialisme <i>komt</i>.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>Hoort ge 't niet, vrienden, het geklinkeklank,<br /></span> +<span>het tapprend beuken, het gepinkepank,<br /></span> +<span>als ge goed luistert?—Luistert, hoort 'n maal?<br /></span> +<span>Daar over 't Oosten klinkt een rijpe schaal.<br /></span> +<span>Daar over 't Oosten klinkt een rijpe keel,<br /></span> +<span>en een zwaardvegen, en een zwaardgestreel,<br /></span> +<span>en weer een beuken en een galmend hameren.<br /></span> +<span>Dat is jong-Siegfried, die is aan 't verzamelen<br /></span> +<span>van zijne krachten, en hij stort ze in<br /></span> +<span>zijn zwaard, waarvan hij nu maakt het begin.<br /></span> +<span>Zijn lichaam is een deel van onze natie.<br /></span> +<span>Hij is de Arbeiders, 't zwaard: Organisatie.<br /></span> +<span>Hoort, hoort, gij kunt hem bijna van hier hooren."<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>Het leek alsof hij zelve even luisterd',<br /></span> +<span>of hij van hier uit zijn land hooren kon,<br /></span> +<span>en of hij 't hoorde. Want hij zonk een poosje<br /></span> +<span>in aandacht weg, diep en diep in zich zelve.<br /></span> +<span>En wat hij hoorde werd toen daarop kond<br /></span> +<span>aan de vergadring, die nog dieper luisterd',<br /></span> +<span>nadat zij op zijn luistren gewacht had:<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>"Duitschland is één groot land van heel veel lijden<br /></span> +<span>De rijken hebben zich aan één gesmeed:<br /></span> +<span>de adel, de landheeren, fabrikanten<br /></span> +<span>zijn als een bond op den nek van het volk.<br /></span> +<span>Maar de arbeidersklasse van heel Duitschland<br /></span> +<span>wordt één en aldoor meer één, onze macht<br /></span> +<span>wordt grooter aldra dan die onzer heeren.<br /></span> +<span>Zij rusten op ons—kunnen toch niet leven<br /></span> +<span>zonder ons.—Wat als wij dan sterker worden<br /></span> +<span>dan zij?—Dan zijn zij niets, kunnen niet leven<br /></span> +<span>als wij niet willen meer zooals zij willen.—Hun<br /></span> +<span>leger wordt immers altijd meer ons!—En<br /></span> +<span>de arbeid is, als wij één zijn, ons."<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>Het leek of hij wat droomde, of hij ziende<br /></span> +<span>werd van diep denken dat als droomen is,<br /></span> +<span>En de vergadring ging mee in den droom.<br /></span> +<span>Zij waren één met hem: allen arbeiders.<br /></span> +<span>Als een gehoor dat één is met een spreker.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>Maar hij richtte zich op en zeide stil:<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>"Wij zijn al ver in Duitschland, halverwege<br /></span> +<span>bij 't doel. Daar staat 't. Ik zie 't voor<br /></span> +<span>mijn oogen, het vlamt zilver, daar, daar staat het.<br /></span> +<span>Gij ziet het ook, vrienden, het Socialisme."<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>In één opvlamming kort had hij 't gewezen,<br /></span> +<span>van uit zijn kracht, van uit zijn zeekre hart.<br /></span> +<span>En als een vlam van zilver ging hij zitten.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>En zij, zij keken allen op hem.<br /></span> +<span>En Willem keek tot hem vol ademlooze<br /></span> +<span>verbazing op,—op hem met teere liefde.<br /></span> +<span>En hij zat stil schuin naar benee te kijken,<br /></span> +<span>de woorden waren weg, zijn hart klopte.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>Zijn vriend verrees, de kleine sterke Franschman,<br /></span> +<span>die 't leven lang voor 't proletariaat<br /></span> +<span>gewerkt had.<br /></span> +<span>Hij leek een gouden rechte vlam, als in<br /></span> +<span>'t glas van een lampje op het koper staat.<br /></span> +<span>Maar zijn stem was als de stem van de zee,<br /></span> +<span>als ze gehoord wordt met korte rukken,<br /></span> +<span>die de onophoudelijke wind meedraagt,<br /></span> +<span>en broederlijk in stukken geeft aan 't land.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>"Een ander maal zal ik u meer verhalen.<br /></span> +<span>Nu slechts een enkel woord, het is al laat.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>Het was voorjaar, mijn kindren, en de zoete<br /></span> +<span>luchten vol wolken vlamde' over Parijs.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>Zooals een bloem breekt in de lente, eene<br /></span> +<span>papaver met zijn breede ronde bladen,<br /></span> +<span>zoo is toen in die stad, voor 't eerst, Europa<br /></span> +<span>een oogwenk rood socialistisch geweest.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>Gij weet het, kindren, het was de Commune.<br /></span> +<span>O zacht klinke de naam zooals een bloem.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>Parijs was toen zoo schoon. Er waren geene<br /></span> +<span>heeren, noch hoeren, want die lichtekooie<br /></span> +<span>papegaaien zaten saam in Versailles.—<br /></span> +<span>Er liepen geen prostituees op straat.—<br /></span> +<span>Er dreven geen lijken meer in de Seine.—<br /></span> +<span>Er werd niet gestolen en niet gemoord.—<br /></span> +<span>Men kwam veel menschen met de hoop al tegen<br /></span> +<span>op hun gezicht.—Het was het eerste windje<br /></span> +<span>van dien dag, die eens komt, als alle kindren<br /></span> +<span>zullen lachen op de hoeken der straten,<br /></span> +<span>en als de kindren ook de menschen lachen.<br /></span> +<span>Zal 'k u een teeken van de toekomst zeggen,<br /></span> +<span>wat ik toen zag in het oude Parijs?<br /></span> +<span>Er waren geen prostituees op straat—<br /></span> +<span>de lichtekooien in hun roode zijde<br /></span> +<span>waren weg.—Maar weet ge wàt men zag?.—<br /></span> +<span>De arbeidersvrouw in het openbaar leven.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>Parijs was toen een goudschijnende fakkel.<br /></span> +<span>Parijs was toen een heerlijke middernacht.<br /></span> +<span>Parijs was toen een roode granaatappel,<br /></span> +<span>die met zijn roode wangen aldoor lacht.<br /></span> +<span>Wat zaten er toen aan den nok der daken,<br /></span> +<span>aan hun zoldervensters een jonge harten,<br /></span> +<span>uitkijkend, zooals duiven, naar de zon—welk<br /></span> +<span>een schoon bruischen van filosofie<br /></span> +<span>steeg op—o welk een liefde ging verloren!<br /></span> +<span>Want 'k hoef u niet te zeggen, mijne vrienden,<br /></span> +<span>na wat mijn vriend straks zeide: 't ging verloren,<br /></span> +<span>want het ééne noodige, het ontbrak,<br /></span> +<span>de doelbewuste strijdorganisatie.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>Arbeiders kunnen nooit, neen nooit dat winnen,<br /></span> +<span>wanneer ze niet in zeer grooten getale<br /></span> +<span>en één van wil en doel vereenigd zijn.<br /></span> +<span>Bij ons ontbrak dat. Daardoor stierven wij.<br /></span> +<span>Wij zijn door onze onwetendheid vernietigd.<br /></span> +<span>Laten wij leeren, onderrichten w' ons.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>En dat is wat ik u nu slechts wou zeggen,<br /></span> +<span>jonge vrienden, hier in 't kleine Holland:<br /></span> +<span>Wij zijn door onz' onwetendheid vernietigd.<br /></span> +<span>Laten wij leeren, onderrichten w' ons.<br /></span> +<span>O laat ons leeren,<br /></span> +<span>zoeken wij door kennis den weg tot eenheid."<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>Stil stond de man, die man die zelf daarbij<br /></span> +<span>was, en die met die oogen alles zag.<br /></span> +<span>Het was geluidloos rondom, 't stil rumoer<br /></span> +<span>der harten alleen ging door. Na een stilte<br /></span> +<span>sprak hij: "Wij zijn na dien sterker geworden.<br /></span> +<span>Ook in ons land zijn wij den taaien strijd<br /></span> +<span>begonnen tegen de bourgeoisie, en<br /></span> +<span>tegen d' onwetendheid der arbeiders.<br /></span> +<span>Lang is de weg,<br /></span> +<span>aan 't einde is de bloemige zegedag,<br /></span> +<span>als 't socialisme als een tuin ontluikt.<br /></span> +<span>Maar aan 't begin staat ons land, eene bloem,<br /></span> +<span>de Commune, 't Parijs der Arbeiders.<br /></span> +<span>Eeuwig de roemvolle vooruitbode,<br /></span> +<span>de bloedige, der nieuwe maatschappij.—<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>Het schoone komt niet zonder dood.<br /></span> +<span style="margin-left:12em;">Haar Martlaars<br /></span> +<span>worden bewaard in 't hart der arbeiders.<br /></span> +<span>Haar verdelgers staan nu reeds aan den schandpaal,<br /></span> +<span>van welken hen geen gebed hunner papen<br /></span> +<span>verlossen kan.<br /></span> +<span style="margin-left:7em;">Het Parijs der arbeiders<br /></span> +<span>zij u een les vàn 't kwade, naar het goede.—<br /></span> +<span>Een ander maal zal ik u meer verhalen,<br /></span> +<span>laat ons nu gaan, het is morgen vroeg dag."<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>Hij had gesproken, en zette zich neer<br /></span> +<span>naast zijn vriend, en de jonge Hollanders waren<br /></span> +<span>vol zwijgen uit eerbied voor het verleden,<br /></span> +<span>en voor de mannen die 't verleden maakten.<br /></span> +<span>En langzaam gingen zij daarna uiteen,<br /></span> +<span>zooals schepen die uit een haven gaan,<br /></span> +<span>maar niet alle gelijk, maar een voor een,<br /></span> +<span>of bij tweeën en drieën. Aldus gingen<br /></span> +<span>zij weg naar hun huizen, en Willem ging<br /></span> +<span>alleen naar zijn huis, het hoofd vol gedachten.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<hr style='width: 45%;' /> +<div class="figcenter" style="width: 321px;"> +<img src="./images/gorter3.jpg" width="321" height="461" alt="Muurschildering-R.R. Holst" title="" /> +</div> +<hr style='width: 45%;' /> +</div><div class="stanza"> + +<span>VI.<br /></span> +</div><div class="stanza"> + +<span>De aarde ontspant zich, en uit de baring<br /></span> +<span>rijzen fijne nieuwe gestalte' omhoog.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>Maria ging door 't licht met fijnen voet,<br /></span> +<span>zooals een hert slaande den fijnen hoef.<br /></span> +<span>Zij ging naar buiten om aan zich te denken,<br /></span> +<span>daar in de bosschen in den koelen schemer.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>Zij was een weefster, hare kameraden<br /></span> +<span>hadden haar pas geleerd den klassestrijd.<br /></span> +<span>Zij wilde er goed over gaan denken, buiten.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>Zij holde door het gouden bruine licht,<br /></span> +<span>zooals een schip dat, nieuw, zijn vlosjes hout,<br /></span> +<span>zijn ijzersplintertjes, zijn vlokjes verf<br /></span> +<span>verliest als het snel doorschiet door de zee.<br /></span> +<span>Zooals een paard dat in de weide komt,<br /></span> +<span>en 't verliest zacht 't donkerbruin winterhaar,<br /></span> +<span>doordat het strookt door de fijne landlucht.<br /></span> +<span>Zoo holde zij door 't groene dagelicht.<br /></span> +<span>Tintlend was 't of nu hier dan daar op d' huid<br /></span> +<span>een plekje nieuw ontplook. Was dat de lucht<br /></span> +<span>die 't deed, de wind? of kwam het uit haar zelf?<br /></span> +<span>Was het haar ziel—was het haar nieuwe ziel?<br /></span> +<span>Zooals een meisje in wie de bronnen<br /></span> +<span>opengaan, zoo was 't haar over het lijf.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>En zacht bereikte ze de donkre schaduw<br /></span> +<span>van 't oude bosch, donkre eiken, groenzwarte elzen,<br /></span> +<span>en daar, in de waterig natte schaduw,<br /></span> +<span>zette ze zich op eene rott'ge bank,<br /></span> +<span>en begon over haar leven te denken.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>Voorbij was het, zooals stille fontein.<br /></span> +<span>Voorbij haar leven, zachte kinderleven,<br /></span> +<span>voorbij de droom, bij moeder zacht geleefd.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>Voorbij was het zooals zachte fontein.<br /></span> +<span>Nu zat zij hier, de stille hand hing naast<br /></span> +<span>haar heen, de witte boezelaar<br /></span> +<span>kreukelde en haar hoofd hing stil voorover.—<br /></span> +<span>Hoe zou het zijn als alles nieuw, nieuw werd?<br /></span> +<span>Zij vroeg 't den grond, den vetten natten grond—zij<br /></span> +<span>keek voor zich uit naar de roode huizen,<br /></span> +<span>zij vroeg 't den hemel, grijzig wit en warm.<br /></span> +<span>Zou ze kunnen? zou ze met al de mannen<br /></span> +<span>kunnen uitgaan en strijden en nieuw worden?<br /></span> +<span>Over haar huid viel neer een doffe matheid,<br /></span> +<span>zooals over een jongen valt die man<br /></span> +<span>wordt. 't Is geen zwakheid, het is nieuwheid maar.<br /></span> +<span>En zij liet slap de beide armen hangen<br /></span> +<span>naast haar witte gestrekte boezelaar,<br /></span> +<span>en strekte de beenen en lag te denken.<br /></span> +<span>Zooals een schip dat ergens in de zee<br /></span> +<span>geschommeld wordt door het loodgrijze water.<br /></span> +<span>Het is een wrak, er is geen levend mensch<br /></span> +<span>meer op. Het heeft geen roer, geen mast, geen zeil,<br /></span> +<span>'t is maar een klomp hout. En de golven doen<br /></span> +<span>wat zij willen, en doen of 't schip er niet is.<br /></span> +<span>Zoo speelden met haar de groote gedachten,<br /></span> +<span>die evenals de wind nu door de menschen<br /></span> +<span>gaan en hen doen doen en hen doen denken.<br /></span> +<span>De zachte vrouw lag met haar zwarte haren<br /></span> +<span>daar neder, door het denken overmeesterd.<br /></span> +<span>Zal ik gaan, zal ik den strijd mee beginnen?<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>Zooals voorjaars, als er in alle sprieten<br /></span> +<span>'t leven begint over de verre velden<br /></span> +<span>en op de torens en op de kapen<br /></span> +<span>waar 't gele helm hangt bij de warme zee—<br /></span> +<span>begon 't in haar te lachen, helderheid<br /></span> +<span>spreidde zich door haar henen uit haar beenen.<br /></span> +<span>'t Was of helderheid door haar heen ging lachen—<br /></span> +<span>en zij verrees en keek over zich henen.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>'t was of haar kleeren hel waren: 'n wasch.<br /></span> +<span>"Dit ben ik, dacht zij, dit ben ik, ik kan<br /></span> +<span>veel zijn, ik hoef niet altijd zoo te zijn<br /></span> +<span>zooals ik was.—Ik kan ook anders worden.<br /></span> +<span>Ik kan heel anders worden, heel, heel anders.<br /></span> +<span>Ik kan nieuw worden."<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>Zoo lag ze lang heel stil neder te denken.<br /></span> +<span>Gedachten vlogen door haar hoofd van: Anders.<br /></span> +<span>En telkens prevelde ze stil: O, anders.<br /></span> +<span>En lachend zag ze zich gaan groot en schoon.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>Zich zag ze, en ze ging heel vroolijk door<br /></span> +<span>het zwarte pad dat door het natte bosch was.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>En toen ze buiten was over den rand<br /></span> +<span>van 't bosch en in de wijdte keek, daar stonden<br /></span> +<span>in zand van duinen weinig boomen ver.<br /></span> +<span>Toen had ze een visioen: Ze zag door de boomen<br /></span> +<span>zeer duidlijk menschen gaan: talrijke vrouwen<br /></span> +<span>en mannen op een langen wijden weg.<br /></span> +<span>Ze dacht niet wie ze waren, had ook niet<br /></span> +<span>de beteeknis van hen in bewustzijn,<br /></span> +<span>hoewel ze heel goed wist wie of ze waren<br /></span> +<span>in 't onbewuste van haar—had alleen<br /></span> +<span>het gevoel dat zij daar die menschen zag.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>Zij ging verder, en het visioen verdween,<br /></span> +<span>zooals een gedachte verdwijnt, ze ging<br /></span> +<span>hooger en hooger in de blonde heuvels.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>Boven gekomen zag zij verre zee<br /></span> +<span>in klaar-blauw fonkelen.<br /></span> +<span style="margin-left:10em;">Zij stond heel stil<br /></span> +<span>als een vrouw uit albast gegoten. Stil<br /></span> +<span>hing haar kleed zwart en wit over haar schouders,<br /></span> +<span>haar kleine hoofdje bleek in vochtig licht.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>"Ik moet in deze wereld heel verandren.<br /></span> +<span>Alles verandert, ik moet ook verandren",<br /></span> +<span>dacht ze en stond stil naar de zee te kijken,<br /></span> +<span>zooals een beeld,<br /></span> +<span>zooals een vrouw, een teere zachte vrouw.<br /></span> +</div><div class="stanza"> + +<hr style='width: 45%;' /> +</div><div class="stanza"> + +<span>VII.<br /></span> +</div><div class="stanza"> + +<span>Anna en Fransje, Clara en Maria<br /></span> +<span>gingen te samen om naar haar te hooren,<br /></span> +<span>die op de weide op den eersten Mei<br /></span> +<span>vertellen zou den strijd der arbeidsters.<br /></span> +<span>Zacht scheen de lucht en de zon wimpelde,<br /></span> +<span>het water stroomde hun buiten de poort<br /></span> +<span>temoet—en iets van de toekomstige dage<br /></span> +<span>was daar. Hun hart proefde het en hun lip.<br /></span> +<span>Statig wapperde uit de blauwe lucht<br /></span> +<span>boven het weiland, en roode banieren<br /></span> +<span>hingen er zwaar in neder als muziek.<br /></span> +<span>Scharen van vrouwen kwamen, als donkre<br /></span> +<span>kleurwolken door een herfstbosch—jonge meisjes<br /></span> +<span>als zwanen trokken, heldre oogen schoten<br /></span> +<span>pijlen omhoog, en stille harten klopten<br /></span> +<span>als kleine werktuigjes. Zacht als een zon<br /></span> +<span>kwam daar de spreekster over het tapijt.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>Zij was in 't teeder bruin gekleed en zacht<br /></span> +<span>leek ze—de zon omwikkelde haar gestalt',<br /></span> +<span>maar hare oogen straalden uit dat zachte<br /></span> +<span>envelop heen naar al de gloeiende<br /></span> +<span>wezens die rondom haar diepkleurig gingen,<br /></span> +<span>en zacht kwam ze in haar bruine japon<br /></span> +<span>en met haar hoofd als van een hert.<br /></span> +<span style="margin-left:15em;">Zij boog<br /></span> +<span>zich zacht voorover naar de menschen toe.<br /></span> +<span>De hemel omvatte in wijde stilte<br /></span> +<span>dat stuk der aarde waar ze stonden. Zij<br /></span> +<span>begon met zoete klinkende stem te spreken.<br /></span> +<span>Maria's hart hing, en haar mond was open.<br /></span> +<span>Zij hing naar haar toe, een peer naar zijn boom.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>"D' achturendag.—Wij vragen hem omdat<br /></span> +<span>de vrouwen niet sterk genoeg zijn, en omdat<br /></span> +<span>de eeuwge krachtsinspanning in fabriek<br /></span> +<span>ons, vrouwen, sloopt. Daar zitten wij 't eentonig<br /></span> +<span>werk doende, onze teedre zenuwen<br /></span> +<span>verstompen door den blik op de machine.<br /></span> +<span>De hersens worden stomp als botte messen—<br /></span> +<span>wij denken niet meer,—onze hand doet maar.<br /></span> +<span>Onze ziel druppelt uit ons lichaam weg.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>Wij vragen den achturendag, omdat<br /></span> +<span>wij gezond willen zijn, zooals de boomen,<br /></span> +<span>zooals de dieren, als deez' gouden zon<br /></span> +<span>wier schijn ik hier in mijne vingren heb.<br /></span> +<span>Wij vragen den achturendag, omdat<br /></span> +<span>wij vrouwen bergen willen zijn van gezondheid.<br /></span> +<span>Wij vragen hem omdat wij willen<br /></span> +<span>golven zijn van rijp vleesch en helder bloed.<br /></span> +<span>Wij vragen den achturendag, omdat<br /></span> +<span>ons lichaam anders is, dat iedre maand<br /></span> +<span>bloed stort en vrucht draagt. Als wij niet beschermd<br /></span> +<span>worden, dan stort het nieuw geslacht uit ons<br /></span> +<span>zwak en bouwvallig, en groeit niet vast op<br /></span> +<span>tot rijke, rijpe, rijzige gebouwen.<br /></span> +<span>Wij vragen den achturendag omdat<br /></span> +<span>wij meisjes, maagden, moeders zijn. Daarom<br /></span> +<span>vragen, ja eischen wij d' achturendag.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>Wij vragen den achturendag, omdat<br /></span> +<span>het kind beschermd moet worden, dat in ons<br /></span> +<span>leeft, hier in onzen schoot. Als dit lichaam,<br /></span> +<span>deez' armen, dit bovenlijf, deze beenen,<br /></span> +<span>en dit hoofd niet zacht gaan, en aan het kind<br /></span> +<span>denken—dan wordt de stoot, hier gestooten,<br /></span> +<span>voortgeplant op het kind. En als mijn hoofd<br /></span> +<span>niet denkt voortdurend aan mijn kleine kind,<br /></span> +<span>en als mijn hoofd niet rijp verstandig denkt<br /></span> +<span>in mijne zwangerschap, dan wordt mijn kind<br /></span> +<span>dom of dof of arrem, zooals zoovelen.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>Wij vragen den achturendag, omdat<br /></span> +<span>het zacht gebabbel van het kleine kind<br /></span> +<span>door ons gehoord moet worden. Wij willen niet<br /></span> +<span>heengaan van de aarde zonder dat gehoord<br /></span> +<span>te hebben, dat zachte beekvalletje<br /></span> +<span>door ons huis heen. Als wij in de andre kamer<br /></span> +<span>zijn, dan spreekt het daar verre stil, zijn ziel<br /></span> +<span>beweegt, gaat open, en klankt open als<br /></span> +<span>een bloem. Zouden wij geen tijd hebben om<br /></span> +<span>dat te hooren? O geeft ons dan den dag<br /></span> +<span>van acht uur, dat er een stuk voor<br /></span> +<span>ons over is om naar ons kind te luistren.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>Wij willen onzen jongen tot een man<br /></span> +<span>zien worden—de eerste manlijke gedachten<br /></span> +<span>zien over zijn gelaat, de eerste taal<br /></span> +<span>van mannelijke daad hooren, zijn bleeke<br /></span> +<span>wangen onder zijn donkerbruine haren<br /></span> +<span>bespieden, en weten wanneer de liefde<br /></span> +<span>de eerste klop doet in zijn slaap, daar hoog<br /></span> +<span>aan zijn gezicht, laag in zijn hart. Wij willen<br /></span> +<span>aan ons meisje vertellen, wat de liefde<br /></span> +<span>is, wat de man. Wij willen bij haar zijn<br /></span> +<span>totdat zij vrouw is, als haar eigen zuster.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>Wij willen bij onzen man zijn opdat<br /></span> +<span>wij onze liefde voor hem, o, doorproeven.<br /></span> +<span>Tot aan zijn dood of onzen dood. En omdat<br /></span> +<span>onze kinderen moeten zien wat of<br /></span> +<span>een huwlijk is. Daarom d' achturendag,<br /></span> +<span>want zonder dien bestaat daarvoor geen tijd.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>Wij eischen den achturendag omdat<br /></span> +<span>ons hart brandt. Wij zijn niet de doode menschen<br /></span> +<span>der bourgeoisie, wij zijn de proletaren,<br /></span> +<span>de bloemen der menschheid. In onze harten<br /></span> +<span>brandt een fakkel, wij willen naar hooger<br /></span> +<span>als vlammen. De natuur roept ons.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>Ziet ge die blauwe wolken? Daarheen willen<br /></span> +<span>wij, hier onze kleine gestaltetjes.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>Wij willen de natuur in, willen schoonheid<br /></span> +<span>zoeken en vinden in het schuim der zee,<br /></span> +<span>wij willen de muziek aanhooren<br /></span> +<span>die opstijgt van het zeevlak, wij willen<br /></span> +<span>liggen aan 't strand en de geheimen van<br /></span> +<span>de schelpen en het zand voor ons uitkijken,<br /></span> +<span>wij willen de vogels zien gaan in 't bosch,<br /></span> +<span>wij willen de bloemen daaruit zien groeien,<br /></span> +<span>wij willen de zon als een broeder voelen,<br /></span> +<span>even vrij als hij zijne stralen zendt<br /></span> +<span>willen wij dat de menschheid ons uitzendt.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>Wij willen 's avonds in ons kamertje<br /></span> +<span>gedichten lezen, bliksem door de hersens<br /></span> +<span>voelen van gedachten, en gloed in wel<br /></span> +<span>van ons hart, als de hartstocht in leugen<br /></span> +<span>en schoonheid der fantasie waarheid wordt.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>Wij willen in de museums stil gaan<br /></span> +<span>langs de marmeren lijven, en in ons<br /></span> +<span>schoonheid voelen aan de antieken verwant.<br /></span> +<span>Wij willen bij de muziek luisteren<br /></span> +<span>die als een stroom over ons henen komt,<br /></span> +<span>en ons reinigt als een stroom door ons hart.<br /></span> +<span>Wij willen reine wetenschap kennen<br /></span> +<span>want zonder die worden wij nimmer sterk.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>Wij eischen den achturendag omdat<br /></span> +<span>hij vastheid geeft.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>Wij eischen den achturendag omdat<br /></span> +<span>gij en ik moeten maken lichamen<br /></span> +<span>van menschen, die de bezitters bestrijden.<br /></span> +<span>Gij en ik moeten van onz' lijven stalen<br /></span> +<span>geraamten maken, waar de harde vuist<br /></span> +<span>van den patroon op stuk slaat, als hij ons<br /></span> +<span>aantast.<br /></span> +<span>Gij weefsters en gij naaisters en gij die<br /></span> +<span>spint—ziet gij niet hoe uw heeren maken<br /></span> +<span>verbonden tegen u,—gij, maakt ze ook<br /></span> +<span>en strijdt met hen.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>Tijd is noodig, een stukje van den tijd.<br /></span> +<span>Wij moeten 's avonds in dat stukje tijds,<br /></span> +<span>geroofd van 't kapitaal, in ons hoekje<br /></span> +<span>gaan zitten en studeeren wat toch is<br /></span> +<span>de maatschappij en haar groote lichaam.<br /></span> +<span>Wij moeten met gedachten in de hoeken,<br /></span> +<span>waar gewerkt wordt, dringen, en evenals<br /></span> +<span>met 't lijf des daags het kapitaal, zoo 's avonds<br /></span> +<span>met onz' gedachten nog eens 't kapitaal<br /></span> +<span>maken, met ons begrip. Gij moet d' oorzaken<br /></span> +<span>der proletariërsellende doorvroên—<br /></span> +<span>de voorwaarden van bevrijding<br /></span> +<span>naspeuren, en als vrouwen doorzoeken<br /></span> +<span>hoe gij dubbel slaaf zijt, arbeidster-vrouw!<br /></span> +<span>Daarom de achturendag!<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>Gij moet den politieken strijd doorgronden tot<br /></span> +<span>zijn bodem, onder zijn diepsten bodem.<br /></span> +<span>Gij moet inzien hoe gij met u allen,<br /></span> +<span>hoe wij met ons allen, tot ééne macht<br /></span> +<span>moeten worden, zooals de lucht daarginds<br /></span> +<span>één is. Wij moeten inzien hoe de strijd<br /></span> +<span>niet in het vak slechts, maar tegen den Staat<br /></span> +<span>gevoerd moet worden, dat wij als een storm<br /></span> +<span>kunnen worden, als wij in diepe lucht,<br /></span> +<span>organisatie, alle vrouw saambrengen.<br /></span> +<span style="margin-left:12em;">Daarom acht uur.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>O komt vogels, komt breede schare van<br /></span> +<span>zwaluwen, heft u op en komt met ons<br /></span> +<span>te zamen de deinzende diepte in<br /></span> +<span>der toekomst. Komt vrouwen, komt zusters,<br /></span> +<span>verheft u uit deez' tijd naar de toekomst.<br /></span> +<span>Uw blanke en bruine kleuren, uw cirkels<br /></span> +<span>en massa's, die daar staat, o komt, o komt!<br /></span> +<span>Wie is de toekomst zoozeer als gij, vrouwen?<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>Te zamen met den man willen wij vrouwen<br /></span> +<span>ten strijde trekken tegen 't kapitaal.<br /></span> +<span>Te zamen met den man willen we onze scharen<br /></span> +<span>helkleurig opschiên doen naar d' hooge burcht.<br /></span> +<span>Ziet gij niet hoe daarginds hoog in het zonlicht<br /></span> +<span>het <i>denkbeeld</i> van het socialisme staat?<br /></span> +<span>Welnu—<br /></span> +<span>Wij eischen den achturendag omdat<br /></span> +<span>alleen een geestelijk en zedelijk,<br /></span> +<span>lichamelijk en zielssterk proletaarjaat<br /></span> +<span>het socialisme timmren kan <i>met daden</i>."<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>Maria dacht aan haar man—en zij ging<br /></span> +<span>langzaam en zwaar naar huis om hem te zoeken.<br /></span> +<span>Haar lichaam was zwaar en haar borsten zwaar.<br /></span> +<span>Zij zag haar kameraden langs zich gaan,<br /></span> +<span>zij voelde hoe zij geheel was met hen,<br /></span> +<span>maar hoe zij aan hem diepst van al verknocht.<br /></span> +</div><div class="stanza"> + +<hr style='width: 45%;' /> +<div class="figcenter" style="width: 304px;"> +<img src="./images/gorter4.jpg" width="304" height="496" alt="Muurschildering-R.R. Holst" title="" /> + +</div> +<hr style='width: 45%;' /> +</div><div class="stanza"> + +<span>VIII.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>Zachte Maria trad in de fabriek.<br /></span> +<span>De zaal was lang. Honderden weefgetouwen<br /></span> +<span>stonden nog stil, diep in het bleeke licht.<br /></span> +<span>En daartusschen de honderden poppen<br /></span> +<span>van menschen, pratend en lachend. Zij ging<br /></span> +<span>tusschen ze door en voelde een hartwarmte.<br /></span> +<span>Ze ging op haar plaatsje tusschen de andren,<br /></span> +<span>en wachtte op het weefgetouw nabij haar.<br /></span> +<span>Daar ging een fluit, en de machinist in<br /></span> +<span>zijn groote eenzame machinekamer<br /></span> +<span>koppelde den dynamo. En daar ging<br /></span> +<span>de wonderbare stroom in de magneten,<br /></span> +<span>die trokken en stietten. Het rad begon<br /></span> +<span>majestueuzen hoogen cirkelgang.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>En al de raadren en al de riemschijven,<br /></span> +<span>eerst daar verweg en toen ook in de zaal,<br /></span> +<span>begonnen te leven, het leven vloog door<br /></span> +<span>de fabriek, en de krukken en de boomen<br /></span> +<span>en de spoelen begonnen hunnen dans.<br /></span> +<span>In eens was de zaal vol rumoer. En alle<br /></span> +<span>menschen begonnen hun stille beweging.<br /></span> +<span>In eens was de zaal vol van gaande lijven.<br /></span> +<span>In eens was de zaal vol bukkende lijven.<br /></span> +<span>In eens was de zaal vol zachte aandacht.<br /></span> +<span>In eens was de zaal vol teedere gangen<br /></span> +<span>van levend vleesch en donkere kleeren<br /></span> +<span>en helle jurke'. In eens was de zaal vol<br /></span> +<span>van weefsels en van inslag en van schering.<br /></span> +<span>Maria keek op gloeiend rooden boom,<br /></span> +<span>en lette op den spoel en regelde<br /></span> +<span>den gang. Haar helpsters gingen zacht naast haar.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>En zoo begon de groote lange dag.<br /></span> +<span>De zon zond zijnen butidel stralen door<br /></span> +<span>een grijzen glans. De ijzeren assen<br /></span> +<span>draaiden boven, de drijfriemen snelden,<br /></span> +<span>de wielen liepen en de houten armen<br /></span> +<span>rukten met schokken, dat de spoel klettrend vloog.<br /></span> +<span>Maria stil en lieflijk in haar werk,<br /></span> +<span>zooals een bloem tusschen het ijzer. En<br /></span> +<span>haar handen waren fijn, en hare oogen<br /></span> +<span>keken zoo lieflijk als druppelen water.<br /></span> +<span>En zacht stond ze te denken aan de mannen<br /></span> +<span>en vrouwen om haar, en de kleine kindren<br /></span> +<span>vertoonden zich om haar aan haar neerblikken<br /></span> +<span>ter zijde naast haar. En als zij uitkeek<br /></span> +<span>zag zij de lieve gezichten der mannen<br /></span> +<span>met hunne knevels en baarden, de helle<br /></span> +<span>gezichten der vrouwen toonden zich bloot.<br /></span> +<span>Schemering was om haar, want in haar hart<br /></span> +<span>voelde zij de liefde voor den arbeid.<br /></span> +<span>En in haar handen die werkten was warmte.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>Daar trad op eenmaal een man dicht naar haar<br /></span> +<span>toe van het naaste weefgetouw, en in<br /></span> +<span>het dreunen en dondren van de machines<br /></span> +<span>het klettren des staals en de schoten van<br /></span> +<span>de spoelen sprak hij, zoo dat ze hem toch hoorde:<br /></span> +<span>"Zullen we verder over 't socialisme<br /></span> +<span>spreken of niet?" En zij keek stil uit hare<br /></span> +<span>warmte naar hem op en zei: "Ja heel graag."<br /></span> +<span>Toen begon hij, hij was een bleeke man<br /></span> +<span>met donkre knevels, zijn gelaat blonk vochtig.<br /></span> +<span>"Nu zal ik je nog eens vertellen hoe<br /></span> +<span>het kapitaal wordt in de groote wereld<br /></span> +<span>waarin wij wonen: onze maatschappij.<br /></span> +<span>Laten wij stil voortwerken en toch praten,<br /></span> +<span>onder ons werken socialisten zijn."<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>En hij dacht een poosje als in een zoeken,<br /></span> +<span>dat de wind doet; voor hij tot een storm wordt.<br /></span> +<span>Men ziet hem met de kleine bladen spelen,<br /></span> +<span>ze jagen, wervelen, 't is of hij kijkt<br /></span> +<span>ernstig op den grond waar hij zal beginnen.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>"Zie eens Maria, zie eens deze draden,<br /></span> +<span>hun verf, dit staal, deze machine, dit<br /></span> +<span>huis met al zijne lederen riemen<br /></span> +<span>tot aan het dak. Zie eens uw boezelaar.<br /></span> +<span>Denk eens aan al de huizen in de stad.<br /></span> +<span>Denk eens aan al de dingen in ons land<br /></span> +<span>en in de landen hieromheen, de boomen,<br /></span> +<span>den grond, al wat er op is....<br /></span> +<span style="margin-left:12em;">Wat zijn het<br /></span> +<span>behalve natuurdingen?—het zijn <i>waren</i>.<br /></span> +<span><i>Koopwaren voor den mensch</i>.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>Zie eens, elk ding heeft waarde.<br /></span> +<span>Wat is die waarde, wat is de ruilwaarde?<br /></span> +<span>Het is de Arbeid, gemeten door den tijd.<br /></span> +<span>Onze arbeid, van u en mij, schept waarde.<br /></span> +<span>En de bezitters ruilen waarde tegen<br /></span> +<span>waarde. Maar hoe ontstaat het kapitaal?<br /></span> +<span>Hoe komt het dat er altijd meer komt in<br /></span> +<span>d' handen van hem die kapitaal bezit?<br /></span> +<span>Hoe schept bezit bezit, geld geld, waar waarde?<br /></span> +<span>Hoe komt uit ruilen altijd meer, meer voort?<br /></span> +<span>Dat komt, Maria, omdat onder de waren<br /></span> +<span>die geruild worden er ook menschen zijn!<br /></span> +<span>Dat komt omdat wij, gij en ik, zijn onder<br /></span> +<span>de ruilwaarden, en wij, wij kunnen meer<br /></span> +<span>waarde maken dan wij waard zijn.—<br /></span> +<span>Ons bloed kan meer doen dan het kost, ons eten,<br /></span> +<span>de kleeding die wij dragen, de kamers<br /></span> +<span>die wij bewonen en de brandstof die<br /></span> +<span>wij verbranden,<br /></span> +<span>op een dag, in een maand, of in een jaar,<br /></span> +<span>is minder waard, heeft minder waarde, wordt<br /></span> +<span>om 't duidlijker te zeggen, in korter<br /></span> +<span>tijdsduur gemaakt dan wat wij zelve maken<br /></span> +<span>hier in de fabriek in een jaar, een maand,<br /></span> +<span>of op een dag.—<br /></span> +<span style="margin-left:6em">We ontvangen voortbrengsel<br /></span> +<span>van zes uur misschien, wij geven van twaalf.<br /></span> +<span>En dat meerdere, die meerdere waarde,<br /></span> +<span>dat nieuwe werk aan grondstof toegevoegd,<br /></span> +<span>neemt de eigenaar der fabriek, en wij gaan<br /></span> +<span>iedere week met net genoeg naar huis<br /></span> +<span>om van te leven schamel en karig.<br /></span> +<span>Begrijp je 't Maria, het kapitaal?"<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>Maria knikte.<br /></span> +<span style="margin-left:8em">En de werkman zei:<br /></span> +<span>"En zoo gaat 't overal op heel de wereld<br /></span> +<span>waar 't kapitalisme is. Iederen dag<br /></span> +<span>scheppen de millioenen loonarbeiders<br /></span> +<span>meer dan zij krijgen. Het kapitaal groeit,<br /></span> +<span>het wordt een eeuwig groote gouden berg."<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>Ze dreven ieder hunne handen door<br /></span> +<span>de draden, grepen hier en grepen daar,<br /></span> +<span>met hun gedachten half en met hun handen<br /></span> +<span>heel in het werk. Het werk schoot op, het werd<br /></span> +<span>grooter, er kwamen meer draden des inslags.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>"Wat is nu de drijfkracht van dit alles",<br /></span> +<span>zoo ging hij voort, "hoe komt het dat altijd<br /></span> +<span>meer komt, waarom gaat 't overschot niet op<br /></span> +<span>of blijft gelijk? Dat moet ik je ook nog zeggen,<br /></span> +<span>opdat je een goeie socialiste wordt.<br /></span> +<span>In de eerste plaats zijn Wij dus de drijfkracht.<br /></span> +<span>Wij maken altijd meer, en zooveel meer<br /></span> +<span>dat elk jaar overblijft, en ieder jaar<br /></span> +<span>wordt gevoegd het surplus bij 't kapitaal.<br /></span> +<span>Maar in de tweede plaats is deze het,<br /></span> +<span>dit trouwe dier, dat altijd meer meer werkt."<br /></span> +<span>Hij legde zijne hand als op een paard<br /></span> +<span>op de machine, op het breede juk<br /></span> +<span>dat het weefgetouw boven samen hield.<br /></span> +<span>"Hij doet het, hij, met zijn metalen kracht.<br /></span> +<span>Want zie je, kind, alle machines worden<br /></span> +<span>altijd beter gemaakt door de geleerden,<br /></span> +<span>die zitte' in stille kamers ver van ons.<br /></span> +<span>Die maken dat het werktuig altijd beter<br /></span> +<span>en sneller en machtiger werkt, en in<br /></span> +<span>denzelfden tijd en met minder menscharbeid<br /></span> +<span>rijker oogst baart. En daardoor worden dan<br /></span> +<span>de dingen die wij noodig hebben, lager<br /></span> +<span>in waarde, de tijd die gebruikt wordt om<br /></span> +<span>ons onderhoud te maken, korter, de<br /></span> +<span>tijd dien wij dus voor niets voor onzen heer<br /></span> +<span>werken, langer, en zijn winst altijd grooter."<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>Hij zweeg en werkte, en om hen henen werkten<br /></span> +<span>de andren, in het ruischende stooten<br /></span> +<span>werden zij niet gehoord, zij gingen in<br /></span> +<span>het licht en schaduw, even snel gezien.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>Maria zweeg, en hare liefde werd<br /></span> +<span>in haar grooter, de verontwaardiging<br /></span> +<span>liefde vlamde, het bloed van haar hart sloeg<br /></span> +<span>in den bloesem van haar lijf uit, terwijl<br /></span> +<span>ze zacht keek en met hare handen werkte.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>Lang was het stil tusschen hen tweeën, hij<br /></span> +<span>keek hoe hij het verdere nu zou zeggen.<br /></span> +<span>Zij dacht en leefde en soesde en groeide.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>Daar begon hij weer, en een groot visioen<br /></span> +<span>begon te stijgen in de stille lucht<br /></span> +<span>der fabriek. Hij leek wel een zanger die<br /></span> +<span>in de oude tijd zong van de helden en<br /></span> +<span>hun daden, voor de koningen der landen.<br /></span> +<span>"Wij zijn het dus, de machine en wij,<br /></span> +<span>gij en ik en die daar, die 't geheel drijven,<br /></span> +<span>en maken dat de ontwikkeling komt. Want wij<br /></span> +<span>maken het kapitaal, en 't kapitaal,<br /></span> +<span>altijd grooter, drijft de ontwikkling voort.<br /></span> +<span>Zie hier, buig u met mij in het werk neder,<br /></span> +<span>leg uwe handen in de draden van<br /></span> +<span>het weefsel, drijf ze er door, beweeg<br /></span> +<span>die zachte bloemen door het roode weefsel.<br /></span> +<span>Sla uw hand aan den hefboom, ruk hem over,<br /></span> +<span>glij uw oog langs den boom, en zie of in<br /></span> +<span>de juiste draden de spoel inschiet, wees<br /></span> +<span>met uw lijf zacht gaande zooals een droom,<br /></span> +<span>wees, vrouw, in 't werk, laat ik u zien als in<br /></span> +<span>machine gaan, en gij, zie gij naar mij,<br /></span> +<span>hoe ik één met mijne machine ben.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>Zien wij naar elkaar. Hoe wij werken, werken.<br /></span> +<span>Wij maken 't kapitaal. En aldoor meer!<br /></span> +<span>De rijkdom der wereld wordt aldoor grooter.<br /></span> +<span>Wij doen het. O zie naar me, ik zie naar u."<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>De mannen en de vrouwen der nabuurge<br /></span> +<span>machines, die hem zagen en wisten<br /></span> +<span>dat hij over het socialisme sprak,<br /></span> +<span>waren nader gekomen en scholen<br /></span> +<span>te zamen met hun hoofden zooals kindren<br /></span> +<span>bij den meester, en kleine kindren als<br /></span> +<span>Chineesjes stonden onder hun boez'laren<br /></span> +<span>tegen het staal der weefgetouwen aan<br /></span> +<span>met hun hals en hun kin, naar hem te kijken,<br /></span> +<span>en luisterden goed hoe de wereld werd.<br /></span> +<span>Maria werd zacht door hen ingesloten.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>En hij ging verder, klaar klinkend van stem:<br /></span> +<span>"Het kapitaal gaat van ons uit, een stroom<br /></span> +<span>van goud hier van uit onze handen.<br /></span> +<span>Werkt handen dus, gij drijft de wereld voort.<br /></span> +<span>Maria werk, werk, ik, wij drijven samen<br /></span> +<span>het kapitaal naar buiten de fabriek.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>Het kapitaal van buiten de fabriek<br /></span> +<span>werpt aldoor meer arbeiders hier naar binnen.<br /></span> +<span>Dus handen werkt, maakt het weefsel toch voort.<br /></span> +<span>Werk, werk, Maria, machine werk voort,<br /></span> +<span>vermeerder het kapitaal, en vermeerder<br /></span> +<span>het leger der arbeiders. Onze handen,<br /></span> +<span>maakt kapitaal en maakt arbeiders snel."<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>Hij had zich over zijn werk heengebogen,<br /></span> +<span>en sprak als in een droom. Zij luisterde,<br /></span> +<span>en zij luisterde naar zijn droom gebogen.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>En dieper boog hij zich op 't rood stramien,<br /></span> +<span>en sprak heel stil over de schering kijkend,<br /></span> +<span>over den spoel die daarachter heenweervloog:<br /></span> +<span>"Loop spoel en maak het weefsel, o gij weeft<br /></span> +<span>niet hier mijn weefsel alleen, maar het weefsel<br /></span> +<span>der maatschappij hier binnen en daar buiten."<br /></span> +<span>Hij had zijn mond bijna tot op het weefsel<br /></span> +<span>en fluisterde over de draden voort.<br /></span> +<span>Zijn kop rustte op het stramien, de stalen<br /></span> +<span>armen en bouten der machine vlak<br /></span> +<span>voor hem. Zijn hoofd was in grauwe schaduw<br /></span> +<span>der machine omvat, als 'n muzikant<br /></span> +<span>in de snaren der piano of harp.—<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>Zij keek naar hem,—als een bloem in een bloempot.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>En hij richtte zich op in 't hooge licht,<br /></span> +<span>en met zijn haar dat stoffig was achterover,<br /></span> +<span>en met den fellen blik diep in<br /></span> +<span>het lichten van de zonnestof gericht,<br /></span> +<span>terwijl de machines van zelve liepen,<br /></span> +<span>sprak hij:<br /></span> +<span>"Loopt spoelen, loopt, en maakt het weefsel,<br /></span> +<span>gaat handen in den arbeid, maakt het weefsel,<br /></span> +<span>schept, arbeiders, uw strijd met 't kapitaal,<br /></span> +<span>den arbeid hier, het kapitaal daar,—binnen<br /></span> +<span>de arbeiders met den arbeid, daarbuiten<br /></span> +<span>de bezitters met het bezit.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span style="margin-left:14em">O strijd<br /></span> +<span>tusschen beiden, kom, o kom, en word sterker.<br /></span> +<span>O Vrijheid kom, wij kunnen niet meer zonder.—<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>Begrijp je, Maria hoe 't al zóó wordt?'<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>Hij ging weer voorover in blauwen schijn<br /></span> +<span>van de machine, en allen ginge' in blauwen<br /></span> +<span>schijn der machines weer aan 't arbeidswerk,<br /></span> +<span>met lichter harten en diep zwijgende.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>Maria was hoog als een hooge bloem,<br /></span> +<span>en zij keek stil naar de andere menschen,<br /></span> +<span>en voelde één met hen, zooals misschien<br /></span> +<span>allen eenmaal op elkaar zullen kijken.<br /></span> +<span>Maar 't kan misschien ook dan niet beter zijn<br /></span> +<span>dan haar hart was. Zoo vol als in de zee<br /></span> +<span>van gloed de anemone staat der zee,<br /></span> +<span>zoo was zij in het licht, een sterken gloed<br /></span> +<span>voelde zij van haar hart door haar japon<br /></span> +<span>heengaan en alles voor haar omhullen,<br /></span> +<span>de arbeiders en ook de machines.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>En heel dien dag was zij in een verukking,<br /></span> +<span>en voelde hoe het socialisme werd.<br /></span> +<span>En nadat de avond gevallen was<br /></span> +<span>over de wegen, en zij had gegeten,<br /></span> +<span>zat zij stil en heerlijk in zwarten nacht,<br /></span> +<span>en wist weer nog zekerder hoe zij moest.<br /></span> +</div><div class="stanza"> + +<hr style='width: 45%;' /> +</div><div class="stanza"> + +<span>IX.<br /></span> +</div><div class="stanza"> + +<span>Zooals een bruid staat binnen in haar kamer,<br /></span> +<span>de dag breekt buiten open, uit het venster<br /></span> +<span>ziet ze uit naar buiten in de eeuwigheid—<br /></span> +<span>haar hart stormt, zij is zeker.—<br /></span> +<span>Zoo stond Maria en dacht aan haar leven.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>Zooals een bruigom gaande door zijn kamer<br /></span> +<span>zich kleedende met wit—denkt: dit ben ik,<br /></span> +<span>en ik word spoedig met een andere.<br /></span> +<span>Zoo ging de rappe Willem met zijn hand,<br /></span> +<span>en met zijn voet die aftrapt' van den grond,<br /></span> +<span>door zijne kamer op dien Zondagmorgen.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>Hij trad stil naar het raam en legde op<br /></span> +<span>'t kozijn zijn handen, en keek in het blauwe<br /></span> +<span>neder. En stil zooals een rivier gaat<br /></span> +<span>ging door zijn hart zijn leven. En hij dacht<br /></span> +<span>hoe zij en de menschheid één Eenheid waren.<br /></span> +</div><div class="stanza"> +<span>En toen zij dan samen waren gekomen<br /></span> +<span>in 't goude en teere scheemren van de zon.<br /></span> +<span>En toen zij ver buiten waren gekomen,<br /></span> +<span>toen stonden zij daar stil zooals zij waren,<br /></span> +<span>en elkaars liefden keken ze in hun oogen.<br /></span> +<span>En Maria sprak: "weet je nog toen wij<br /></span> +<span>twijfelden zooals bekers vol van wijn,<br /></span> +<span>die in de lucht schommelt?<br /></span> +<span style="margin-left:13em">O ik ben vast<br /></span> +<span>geworden, mijn hart weet wat 't kan en wil."<br /></span> +</div></div> + + + + + + + + +<pre> + + + + + +End of the Project Gutenberg EBook of Een klein heldendicht, by Herman Gorter + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK EEN KLEIN HELDENDICHT *** + +***** This file should be named 16830-h.htm or 16830-h.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + https://www.gutenberg.org/1/6/8/3/16830/ + +Produced by Marc D'Hooghe. + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +https://gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at https://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at https://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit https://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including including checks, online payments and credit card +donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + https://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. + + +</pre> + +</body> +</html> diff --git a/16830-h/images/gorter1.jpg b/16830-h/images/gorter1.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..f90991d --- /dev/null +++ b/16830-h/images/gorter1.jpg diff --git a/16830-h/images/gorter2.jpg b/16830-h/images/gorter2.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..ed9cd25 --- /dev/null +++ b/16830-h/images/gorter2.jpg diff --git a/16830-h/images/gorter3.jpg b/16830-h/images/gorter3.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..e48b976 --- /dev/null +++ b/16830-h/images/gorter3.jpg diff --git a/16830-h/images/gorter4.jpg b/16830-h/images/gorter4.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..93558ca --- /dev/null +++ b/16830-h/images/gorter4.jpg diff --git a/16830.txt b/16830.txt new file mode 100644 index 0000000..83f15b6 --- /dev/null +++ b/16830.txt @@ -0,0 +1,2288 @@ +The Project Gutenberg EBook of Een klein heldendicht, by Herman Gorter + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: Een klein heldendicht + +Author: Herman Gorter + +Release Date: October 8, 2005 [EBook #16830] + +Language: Dutch + +Character set encoding: ASCII + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK EEN KLEIN HELDENDICHT *** + + + + +Produced by Marc D'Hooghe. + + + + +EEN KLEIN HELDENDICHT + +door + +HERMAN GORTER + + + +MET VIER REPRODUCTIES NAAR MUURSCHILDERINGEN + +VAN + +RICHARD ROLAND HOLST + +AMSTERDAM + + +1908 + + + + + +VOORREDE. + +Mijn vriend RICHARD ROLAND HOLST heeft mij, ter illustratie van den +tweeden druk van dit gedicht, eenige reproducties[*] gegeven naar zijne +muurschilderingen in het gebouw van den diamantbewerkersbond te +Amsterdam. + +Vreugde en trots vervullen ons hart nu het eerste begin van +socialistische schilderkunst en poezie elkander ontmoet. + +Wel zijn de beeldjes, die wij bedachten, nog maar klein in vergelijking +met ons groote voorbeeld: den reuzenstrijd van het proletariaat,--wel +zijn de vormen en de veronderstellingen waarin wij ons bewegen, nog vaak +ouderwetsch,--maar ... voor het eerst staat hier in kunst het socialisme +als de zon waarom zich het geheele leven bewegen moet. + +En laat maar het proletariaat zijn loop met de snelheid vervolgen, +waarmede het naar de nieuwe wereld ijlt,--in de handen der kunstenaars +die het begeleiden, zal de kunst wassen van de kleine vonk die wij hier +toonen, tot een wereldverlichtende vlam. + +1908. + +HERMAN GORTER. + +Noot: De fotografien, naar welke deze werden genomen, maken deel uit van +een album van 15, de geheele schildering weergevende, verschenen bij +BRUSSE & Co., te Rotterdam. + + + * * * * * + + +AAN DE NAGEDACHTENIS VAN KARL MARX. + + + * * * * * + + +Hoe de Vrijheid wordt, de Slavernij verbleekt, +begin ik te zingen met wachtende kinderstem. + + +[Illustratie: "Muurschildering-R.R. Holst"] + + + * * * * * + + +I. + + +Een jonge arbeider kwam daar in het licht. +Hij wist niet wat te doen, want voor het eerst +moest hij meedoen aan een staking--of niet. +Hij was onzeker, voelde zich onzeker,--zooals +een schip dat aan het strand der zee, +slingrend met beide kanten water schept. +Hij was teer en zwart, want zijn moeder had +hem opgeleid in 't katholiek geloof, +en hem hield vast die rijke en roode godsdienst. +Maar hij was knap en vast, en de kameraden +hadde' hem geopenbaard den klassestrijd, +die alle krachten vraagt van d' wordende +Man.--Zoo ging hij nu door lichten dag. +Wat zou hij doen, met hen meegaan of niet? + +De blos maakte zijn zwarte wang vuurrood. + +Zooals een jonge stier, die op de velden +komt uit den stal, in 't voorjaar, duizelig +in 't licht komt, en niet weet of her of der, +en dan maar loopt rechtuit, op eene lijn, +'t is ongewis nog in zijn vaste hoofd, +zoo ging hij, die jonge arbeider, dwars in +het licht, het zilvrig-witte dageslicht. + +En twee gedachten joegen zich aan hem op, +als uit de werklijkheid het groot droombeeld +gevormd wordt, als een wind die schuim of stof +opjaagt van zee of van een landweg. Een +was dit: het zoete en zachte en tevree bestaan +van slaaf.... +....--En de andre was een beeld +van opgaanden strijd. 't Leek een berg die hoog +ging.... + +Zoo ging hij op de vlakte, en wist niet +wat hij doen zou. En nu eens doopte hij in +links, dan weer rechts, in de gedachtafgronden, +zooals een man die in een zwaar probleem, +het vinden van een werktuig of geheim +der natuur, denkt: wat zal ik doen, zal ik +dien weg gaan? en diep in de zaak zelf peinst. +En even onzeker ging hij terug, +zooals een schip dat na zijn eerste reis +terug komt in zijn dok, om daar hersteld +te worden. Hij ging door het dampend licht +maar zag het niet, zag slechts die groote vraag: +moet ik of moet ik niet? En heel de wereld +leek vol hem van die vraag. + +Zoo ging hij 'n beetje wanklend naar zijn huis, +zijn ooren waren vol, zijn slapen zwollen, +omdat die vraag, uit de wereld gehoord, +hem 't hart trof en het bloed hem naar de slapen. +En hij dacht: 'k moet het doen: het kan niet anders; + +Zooals in Februari of in Maart +de wolken vliegen lachend langs den hemel, +wit-blauw gevlekt, en de heele natuur, +de bergen, de velden en alle boomen +voelen: het moet, het moet,--zoo voelde hij +toen hij daar langzaam naar zijn woning liep. +Maar toch bleef nog een twijfling aan zijn hart, +zooals het zilte schuim dat aan de zee ligt. +En van zijn oogen viel een zachte straal. +Hij was nog zeer jong, hij was nog een jongen. + +'s Nachts droomde hij een gouden, gouden droom. +Het was hem of hij in een gouden streek +was gekomen, en of hij gouden menschen +zag, die naakt gingen door een verguld licht. +Zilveren stroomen waren er en heuvels +van goud, en daarin zag hij die zonmenschen. + +Hij kon er maar niet genoeg heen kijken. +Hij zag niet veel, het was ook niet zoozeer +wat hij zag, hoewel 't was echt gouden licht +als de zon, als een gloeiende bakkersoven. +Maar 't was dat heerlijke gevoel wat door +hem zelf heenstroomde als hij er naar keek, +daarom was het zoo heerlijk in dien droom. + +Terwijl hij er naar keek, stroomde het door +zijn rug, zilvren stroomen nieuwe gedachten. +Wijl hij er naar keek, werd hij een ander mensch, +heel, heel anders. Wat was het toch dat in +hem kwam? zoo, zoo had hij toch nooit gevoeld. +En hij trachtte het midden in zijn droom +te begrijpen, zooals een droomer denkt, +ook weer droomend, maar toch begrijpend en +droomende over zijn droom nadenkende. + +En hij keek aldoor maar weer; want hij voelde, +dat het vandaar moest komen, het begrip +van d' heerlijkheid, als de heerlijkheid zelf. +En hij keek steeds in dat ronde gewelf, +een ovaal-breed gewelf met vlakken grond, +vol gouden gloed en met gouden menschen, +heel klein, maar heel gelukkig, en goudnaakt. +En van uit die beelden, van uit hun haren, +als 't ware van hen af en naar hem toe, +stroomde aldoor in hem dat nieuw gevoel. +En zoozeer stroomde het uit hen naar hem toe, +dat 't leek hij werd zooals die menschen zelf. + +En toen op-eens, werd hij door 't kijken kalm, +en toen begreep hij 't--wat hij voelde was +wat die kleine en gouden menschen _hadden_. +Er was iets in hen wat hij, hij, niet had, +maar door hen te zien zag hij dat zij 't hadden. +En zooals alleen zien, iets aan den ziener +geeft van het geziene, zoo voelde hij +dat van hen in zich,--maar als een gemis. + +En toen keek hij nog eens zeer kalm en goed, +met de uiterste spanning van al zijn oogen +trachtend te grijpen. En toen voelde hij +'t klaar komen door zich: Dat Nieuwe was Vrijheid. +Dat wat hij voelde was wat hij zoo hoopte +maar niet had, die oven dat was de Toekomst, +en die menschen dat waren Vrije menschen. + +En dien Maandag-morgen, toen stond hij op, +en met zijn zwarte en jongzacht gezicht,--hij +als een vaste en jong-zwarte stier-- +als een bloem naar zijne kameraden, +en zij dat hij mee zou doen.-- + + + + + +II. + + +De jonge arbeidster kwam ook in het licht! +Zij wist ook niet te doen, want voor het eerst +moest zij zelf in vereeniging, of niet. +Zij was onzeker, voelde zich onzeker, +zooals een schaap dat op het wijde veld +voor het eerst graast, want het was nog een lam. +Maar zij was vast en licht, en de kameraden +hadden haar geopenbaard den klassenstrijd, +die alle krachten vraagt van d' wordende +Vrouw. Zoo ging zij nu door lichten dag. +Wat zou ze doen, er wel ingaan of niet? + +Zooals een jonge koe die op de velden +komt uit den stal, in 't voorjaar, duizelig +in 't licht komt, en niet weet of her of der, +en dan maar loopt rechtuit op eene lijn, +'t is ongewis nog in haar vasten kop-- +zoo ging zij, die jonge arbeidster, dwars in +het licht, het zilvrig witte dageslicht. + +En 't leek haar of zij voor een minnaar stond, +die met een teer gezicht en bleekheid om +zijn hoofd daar stond. En of zij nu zich aan +hem geven moest of niet. Een voet stond klaar, +maar eene niet. Zij wist niet wat te doen, +en bleef maar fonkelend en vlammend staan. +Zooals een lente als zij aan de aard', +aan de grenzen en aan den horizon +gekomen is, en daar maar pal blijft staan. +En niet komt. En de menschen denken: wat +toeft toch en mart en blijft daar toch die lente? +Zoo stond zij op het veld, een vlam gelijk. + +En weifelend ging ze daar op een steen +zitten, en voelde kou en warmte uit +de lucht, en den grond, en van uit zich zelve. + +En twee gedachten vloeiden aan haar op, +als twee rivieren, door de blanke lucht +gekomen. De een was: Ik kan toch zijn +vast en groot, ik kan groote vrouw worden. +Er is de kracht in mij als van een mensch. +De andre was: 'k moet stil bij moeder blijven. + +Zooals een moeder, die op haar bed ligt +te wachten op het kind, ze voelt het in zich. +De twijfel van het uur maakt haar al ziek: +Zoo zat ze daar neer. +En even onzeker ging zij terug, +zooals een paard dat men voor 't eerst beproefd +heeft te leeren, en dat men nu terug +brengt naar den stal. Zij ging door 't klare licht. +De wereld was wel klaar maar zij nog niet, +zij twijfelde zooals het groene gras +schittert, en vroeg maar aldoor, schitterend, +de vraag: Zal ik of zal ik niet meegaan? + +Zooals in Februari of in Maart +de wolken vliegen lachend langs den hemel, +wit blauw gevlekt, en de heele natuur, +de bergen, de boomen en al de dieren +voelen: het moet, het moet, zoo voelde zij, +toen zij daar klaarwit naar haar huis toe liep. + +Maar toch bleef nog een weifling aan haar hart, +als het zilverig schuim dat aan de kust ligt. +Maar van haar oogen viel een zachte straal. +Zij was nog zeer jong, ze was nog geen vrouw. + +En 's avonds zat zij in haar huis alleen, +voor het naar bed gaan, en tuurde in de schemering. +Daar rond haar, daar waren de huizen van +de kameraden: zij voelde ze aan haar oogen. +Daar woonden ze, de stille en afgestompte. +Zooals in een bosch, dat geen ligging heeft +goed--maar slecht. Want het woud is arm, +er is geen luchtstroom, en er is te veel +water dat stilstaat om de harde wortels. +Het bosch is forsch, maar doodsch en armzalig. +Zoo was het leven der arbeiders om haar. +En zij voelde zooals een vuurgezicht: +Hun meisjes, ach, o pijn, o bittre pijn, +de schoonheid, de bloeiende moederschoonheid, +tot op een lage hoogte, en dan niet meer. +En de mannen beperkt, en al de gaven +beperkt tot de armen, beenen en vuisten, +en nog wat anders waaraan men niet denkt. +Er gonsde een grijze scheemring om haar heen, +en 't leek zoo of zoo was de eeuwigheid. + +"Als wij samen zijn, o allen te zamen, +mannen en vrouwen proletariers, +zijn wij meester van 't al. Dat is de taak +eindloos voor mij, maar er moet aan begonnen." +Zooals een vuurge bloem, diep in de scheemring +van een kamer, waar niets anders is, bloeit, +vuurrood--zoo groeide zij in de gedachte. + +En zij verhief zich, en trok zich zacht uit, +het kleine dasje en haar wol'ge jak, +en rok en broek en kousen. En haar hemd +trok zij over haar hoofd en armen heen. +En zij bleef nog wat denken in de scheemring +onder de zoldring. En ging toen in bed, +en legde zich onder de dekens neer. +Haar lijf was vol, en vast haar hart daarin. +Zij lag daar stil zooals een jonge boom. +En denkende aan het Doel sliep zij in. + +'s Nachts sluipt er rond een God. Dat is de Moed. +Die gaat door achterstraten, en daar waar +de hooge huizen der arbeiders zijn. +En waar zij liggen duister in de scheemring +met hun vrouw, met hunne broers en zusters, +maakt hij ze vast en moedig. De nacht geeft +ze sterker aan het licht dan zij ze nam. +Maria lag roerloos. De goe gedachten, +die zij gehad had den dag, stijfden zich +in haar, en werden en maakten haar vast. + +En buiten kwam de Dag zooals een minnaar, +en spreidde 't schemerkleed wijd open, toen +hij 't om de schouders hing. Maria ontwaakte, +brekende, op haar bed. En stil en klaar +lag ze, ziende den goddlijken ochtendstond. +En zij hief zich. Haar voorhoofd ging naar 't licht. +En zij wiesch zich, bukkende naar het water. +En zij at iets en zei moeder goen dag. +En zij ging door de lichte hooge straten. +En zij trad de fabriek in in den schemer +van staal. +En zei aan d'andren dat ze mee zou doen. + + + + + +III. + + +In de zaal ruischte het licht, zooals in zee +de middag ruischt. Een hemelvaart van licht +steeg op naar boven en maakte een wolk +onder het glazen dak, en menschen kwamen +tusschen het groen en het hangende rood-- +een zwerm gezichten in het gele licht. +En Willem duizelde: hij kwam ter leering. + +Zooals aan de zee gele bloemen groeien, +zooals over zee zwarte wolken zijn, +zooals op zee de straten van de golven +toonen haar zwart en rood en groen gelaat +'s morgens als de zon schijnt,--en elke gevel +eener golf toont zich anders parelmoer.-- +Zoo was de zaal, ze bruischte op hem in. +En zooals de drommen der zware winden +al trommelend over zee uit den afgrond +des winterhorizons op komen zetten, +in 't laat najaar, wanneer de zon zich stort +vroolijk op zee, zoo kwamen drommen mannen +zacht-luidruchtig pratend en schuifelend +de zaal binnen, diep zooals een afgrond, +en leken met gelaten gouden droom. + +Een gouden droom in blauwe werklijkheid. + +Er is wel een stil plaatsje tusschen rotsen +aan zee, waar stil de zee in sluipt, het kindje +der groote golf, komende aan haar hand, +komt daar alleen, en stort zijn helder water +op 't gele kiezelzand wat daar stil ligt. +Zoo was de ziel van Willem, hij zat stil +zooals een bloem diep in de zaal gezonken, +en hoorde voor zijn oor geweldige zee, +en ving ze in zijn hart parelend op. + +Het was een groot rumoer van gaan en komen, +de arbeiders vulden geheel de zaal. + +En de zaal zette zich, en was een wolk-- +in 't dikke blauw schemerden stil de hoofden hoofden-- +en allen werden, allen keken stil +naar waar vijf hoofden als vijf sterren blonken. + +En een stond op, Willem kende hem wel, +zijn hart ging open want hij had hem lief +zooals een vriend een kameraad bemint. +En 't was Willem toen hij tegen de zaal +begon te spreke', of hij sprak tot zijn hart. + +"Wanneer de mannen van een ieder vak +zich zamelen zooals een golf zich zamelt +op zee, zooals men ziet een zwarte wolk +zich samenballen, dan komt er een kracht +tusschen de arbeiders van dat enkel vak". + +Zwaar waren de woorden. + + "Als een enkel vak +over de aarde zich kon samenpakken +zooals een wolk of zooals de lawine, +dan zou de rijke patroon nedervallen +zwak, en de arbeid vond zijn zonneweg +naar beneden, diep in het zonnig dal, +waar het geluk en zoete vrede woont". + +Willem luisterde en zag de landouwen +hoog in de blauwte van de diepe zaal, +boven des sprekers zacht goud-gele hoofd. +De heele zaal leek als een blauwe zee +op te zwellen naar den spreker, en die +leek neer te komen met zijn zonnig hoofd. +En Willem zag alleen dat hoofd, zoo gouden, +zweven en spreken, als een sprekend hoofd, +dat geen lijf meer had maar alleen een stem. + +"Als de vakarbeiders van heel een land +zich konden vereenen tot blijvende hulp +aan elkander, zooals op zee de golven, +die ook niet apart zijn maar saam de zee, +dan maakten zij een kracht, zooals de krachten +van elk arbeider apart, en te zamen +alle aparte krachten. Maar veel meer +nog. Want er ware' in hen een Wil". + +De wil vertoonde zich. Hij was het zonlicht +buiten, men zag hem stijgen als de zon, +in vierkante stralen door alle vensters. +De aarde was er vol van. + + "Als de vakarbeiders +aller landen zich konden +samenvoegen, dan kwam de stille zon +der Vrijheid, o gewis. O twijfelt niet. +Mannen, de Zon schijnt. Gij zijt zelf de Zon." + +Zooals een vol bed blauwe violieren +zoo hief de zaal zich, en er was een donder +van rumoer door de donkre vergadring. + +En Willems hart werd klaar zooals een parel, +en hij voelde zich daar tusschen geworpen, +tusschen zijn kameraden, zoo zooals +een niets-waardige, maar die door de andren +eerst een waardige wordt en zuiver klaar. + +"En als de arbeiders van eene natie +zich stortten in den politieken strijd +om de staatsmacht, zij vielen den staat aan +en als alle arbeiders aller naties +dit deden en zich stortten op het land +van den staat, zooals nu de zeegolven +aller oceanen bruischen op het land-- +dan werden de arbeiders zelf het land, +het vaste rustig land der eeuwigheid, +en Vrijheid zou met de arbeiders wonen, +en alle menschen waren eeuwig vrij." + +Het leek wel of de reednaar werd zijn stem, +zijn stem van goud, en dat goud weer de Vrijheid. +De Vrijheid steeg op en verdoofde alles +rondom Willems ooren. Er werd gesproken +nog aldoor veel, hij hoorde het niet meer. +Hij zag in het ovalen duister de +Vrijheid gaan, haar smijdig goud figuurtje. +Hij zag de drommen van zijn kameraden +donker blauwgroen, en haar tusschen hen komen +met haar gouden lach over al haar leden. +En zooals een die aan de donkre zee +zit, en de vioolkleurige heft haar stem,-- +voor hem niet, maar lijkt slechts voor zich te ruischen. +Hij kijkt slechts naar de zon, hoe goud die is, +en goud heengaat en trekt, zoo was ook hij. +Hij zag alleen nog maar de gouden Vrijheid, +en begreep, en luisterde hoe zij ging. + +En toen de vergadring uit was en in +een wolk zich oploste, toen ging hij heen. +Veranderd. Zijn hart had weer iets anders +gekregen en verloren, 't Voelde nieuw aan. +En in zijn voeten liep reeds half de Vrijheid. + + + + + +IV. + + +Toen de ochtend stil was als een heilig water, +trad hij de kamer waar de meublen bruin +ware' in, de lucht hel, het stof roerde niet. +Het goud stroomde buiten al door de straten, +en langs de wolken zeer wijd heengestrekt. +Zoo stil als een jonkvrouw de eerste droomen +der liefde waarneemt, duizelde hem om 't hoofd: +De arbeiders beklimmen de ochtendhoogten. + +Zacht als een diepe nis leek hem de kamer, +het hoogst in 't huis, uitziende op den hemel, +en 't arme bruine deurtje van de kast +naast het raam, naast den openen hemel, +leek hem te bergen 't allerrijkst geheim. +Hij trad toe, en hij strekte zijne handen, +en nam het boek, het gele, uit de kast, +en droeg het stil naar de vierkanten tafel, +en zette zich en legde het open. + +En zooals eene die zich voor het eerst +zet bij een veelgeliefde, zat hij neer, +en deed het oor open voor 't wonderboek. +Hij keek er in zooals wie in een water +kijkt buiten onder boomen, het zwart water +is licht van kabbelingen van de zon. +En stil begon de wetenschap te spreken. + +"De arbeid maakt alles van uit de aarde. +De arbeiders huwen zich met de aarde. +De arbeiders de Man, en zij de Moeder. +En 't Kind is het Werk, dat uit steen en aarde +oprijst. Het alomtegenwoordig Arbeids-Werk. + +Maar ach--dat kind het wordt aan hem onttrokken, +die de vader was. En 't wordt hem weggesleept +in andre huize', en niet met hem gedaan +zooals hij wenschen zou. En de vader +blijft arm en kinderloos: de arbeider." + +Hij staarde met groote oogen in het boek, +zooals een kind dat voor het eerst een onrecht +ziet, met groot oog vol pijn er star naar kijkt. +In de zachte ochtend was het een verschrikking, +zooals de nacht is, en zijn oog ging open +zooals de nacht, en zijn hart als de nacht. +Hij was zeer jong, hij was als eene bloem. + +En terwijl buiten de lichtlelies groeiden, +boog hij zijn hoofd ter neder in de schauw, +de bruine, die daar voor zijn voorhoofd was, +en las van daaruit, van uit paarsche scheemring +naar 't gele boek, dat zijn letters zwart straalde: + +"Maar de Arbeid heeft zooveel afgestaan +aan den Rijkdom, de Rijkdom is zoo groot +geworden, dat zij de Arbeid heeft verkeerd +van klein en hout in groot en staal, dat rijk +is geworden het Arbeids-Instrument. +En millioenen zijn daardoor beroofd +van 't houten kleine werktuig, en nu arm +en bezitloos is de Meerheid der Menschen." + +Zooals uit 't diepe ruischen van de zee +der kerk het orgel klaar begint te spelen, +zoo klonk van uit het ruischen van de letters, +die hij daar voor op de tafel zag, +de diepe beteek'nis der wetenschap. +En zijn hoofd was zooals een gouden vrucht, +die van een boom over een water hangt +in September, als het water opgeeft +de gouden stralen van de middagzon. +En in zijn hoofd steeg op 't arbeidersbloed, +het bloed des overwinnaars, dat anders +bruischt dan het bloed van den verslagene, +want dat is flauw en leekt flauw bloedend heen. +En als een stier, die op de weide komt, +in 't Voorjaar, op het zwellend groene weiland, +als de hemel blauw wolkt, zoo keek hij over +het boek, de groene tafel, in de schaduw. +Zooals een man die diep achter aan 't schip, +aan 't stuur, aan 't roer hangt en het schip bestuurt, +zoo hing hij achterover in zijn stoel +en keek in het paarsch en bruin kamerlicht. +En hij liet diep in zich gedachte dringen, +en tot zijn hart bezonk de wetenschap. + +En van buiten klonken jubelgeruchten. +Want in het weven van de zon klonk stil +en was een zilvren zee geroezemoes. +En hij dwaalde uit, zooals een vogel vliegt, +in de zilvren en verre werklijkheid, +en zag een schaduw van wat hij kon doen, +als een vogel zwart door wit voorbij schieten. + +Zooals een stem begint te roepen, klonk +toen weer toen hij terugkwam, voor hem 't boek. +"Daarom arbeiders, o vereenigt u, +want gij zijt de meesters, gij hebt de kracht, +als gij het slechts wilt, als gij het slechts _weet_." +Het klonk als een roepende uit de schaduw. +"Gij zijt de Vaders, arbeiders, de aarde +is uwe vrouw, o laat toch niet het kind +u langer ontstelen, maar maakt uwe +familie een en in drieen onverdeeld." +Zoo klonk toen uit de schaduw van het boek +de heerlijke stem der menschen-bewustheid, +als uit de opalen diepten van de +geschiedenis der menschheid, op'nend, klonk het. +Nieuw altijd weer, altijd, iederen dag. + +En hij zat stil en luisterde heel lang, +en liet het doordringen diep in zijn bloed, +en liet zich verandren, iederen vezel. +Want hij was tot heel lang zeer dom geweest. +Zooals in de lente, het versche sap +doordringt in den stam van de lila iris, +en maakt het blad anders en schept de bloem. +Zoo drong in dien arbeider door de kennis, +en maakte zijn bloed in zijn aadren anders, +zoodat zijn beenen en dijen en vuisten +anders werden en opgroeiden tot daden. +Hij zat daar lang zooals een donkre bloem +in de schaduw. De gloed der wetenschap +om hem. Zijn hoofd was als een vlam van kennis. +Hij liet het stil rondom zich heen vergaren, +opbranden om zich als de hooge zee, +en zonk er met zijn hart steeds dieper in. +En toen, toen hij er goed zeer diep in was, +stond hij op en hief zijn gestalt er in, +bewoog zich door den vloed, ging stil naar 't werk. + +Toen hij weer thuis kwam, stond er brood en koffie, +en zat Maria daar met roode lippen. +En hij nam 't wittebrood en zoende haar. +Zooals een paard dat in de weide huppelt +zonder toom was hij. En zij kuste innig +hem op zijn mond en op zijn bloeiende borst. +En zacht speelde ze met hem en trok hem +naar zich toe en kuste hem om de wangen. +En zij nam zijne, hij nam hare handen, +ze speelden saam met levende kleinodieen. + +Zoo zaten ze, de zachte lucht van linnen +van haar japon, en de veel fijner geur +van daaronder vulden de glazen kamer. +En de wolken gingen voorbij en 't uur, +en de zon scheen en maakte 't binnen goud. +En hij zei: "nu moet ik weer naar mijn werk," +en stond op, en zij stond op, en zij gingen +na eenen laatsten kus samen uiteen, +hij naar zijn werk en zij ook naar haar werk. + +Maar 's avonds stortte hij zich weer diep in +de eenzaamheid en in het gouden boek. +Hij zou weten hoe 't in de wereld uitzag. +En diep met een gespanne' en zwarten wil, +de handen aan het hoofd tegen de ooren, +de zwarte wenkbrauwen gefronst, en 't haar +stijfstaande op zijn kop als bij een stier, +zat hij bij 't boek en las als 'r aan gemetseld. +Hij las hoe of de arbeid is de waarde, +en hoe de arbeid ten deele vergoed +wordt den arbeider, in zijn loon, en hoe +er arbeidstijd aan hem ontstolen wordt. +Hij zette zich vast op zijn ellebogen, +en begreep 't goed, het werd in hem geklonken +zooals de ijzren pijlers van een brug. +Hij zat als een gast aan een stevige tafel, +en at van de kennis, en niets te veel. +De gouden lamp met haar petroleum +straalde, en 't zwart van 't duister was als stof +en roest, maar in de hoeken was het fulpen. +En hij sloot er zich in in de kennis. +Zooals een smid die om zich zelven bouwt, +die voor zijn werk binnen het werk moet zijn. + +Hij las hoe noodzaaklijk de slavernij +moet erger worden op de arbeiders. +Omdat zij altijd een steeds sterker druk +van rijkdom staaplen--hij las hoe de knechtschap +vermeert, maar ook de scholing, en ook de +Eenheid der arbeiders. Hij zag het voor +zich, boven 't boek in 't felle helleschijnsel. +Hij begreep het, de zwarte arbeiders waren +levend voor hem, daar voor hem, 't kapitaal +was goud boven het gouden boek, daarin +zag hij de zwarte arbeidersfiguren. +Hij drong zich tegen 't boek aan, en zijn handen +werden vochtig tegen zijn blanke slapen. +Zijn oogen schitterden, er liepen tranen +doorheen van licht, zeer diep, zij vielen niet. +Hij begreep het, in 't binnenste der wereld +drong hij, dat was het wezenlijk geheim, +het geheim van 't bestaan, 't eigenlijke +wat hij moest weten, de diamant der daad, +waar alle daden uit voort moesten komen. +Hij voelde het, hiervandaan kwam het leven +der maatschappij. + En der maatschappij was +hij zelf de kern, zoo goed als ieder ander. + +Hij ademde diep in den zwarten nacht +naar de hoeken der kamer toe, als een +die ontrukt is aan 't eigen zelfbestaan, +en die zoozeer is in de gemeenschap +verloren, dat hij die voelt, niet meer zich. +Juist, dat was het, hij las van de gemeenschap, +begreep de gemeenschap, maar juist daardoor +zich zelf. Zijn persoon was de gemeenschap: +die had hem gemaakt, die had hem gevormd +tot 'n kern van haar, en hij, als deze kern, +voelde in zich haar, en zich met haar tot een. +Wat haar was, was hem, en wat hij was zij. + +En daarin diep dringende met zijn oogen +werd 't groot probleem, wat hij las, hem daar klaar. +Hij las van den arbeid en van de waarde +der dingen--maar hij begreep wat of was +de arbeider, wat of hij zelve was. + +En 't gemeenschapsgevoel stortte zich over +hem als een zwarte golf, en hij voelde in +zijn hart het diep-zwart voelen voor de Eenheid, +de Eenheid van hem en alle arbeiders. + + +["Muurschildering-R.R. Holst"] + + + + +V. + + +O zoete lucht! O iedre avond die +iets leert! o Dag waardoor de arbeid gaat! + +Zacht parelde de avond op de stad +en van den hemel eene zachte gloed. +Willem kwam van zijn werk. Dit was d'avond, +waarop de vreemden zouden komen en +vertellen van het socialisme, ver +in andre landen. Hij stapte naar huis +en zwolg het eten binnen. Hij zag niets +dan even de planken om zijne kamer, +hun rooden gloed. + +Maar hij trok snel zijn wit halfhemdje aan, +en wiesch zich. En hij stapte in zijn kleeren. +Hij ging door de deur, en sloot ze stil dicht, +en toen door de stad die zacht bloemrijk was. +Het zwarte stof van de metaalfabriek +verging, er rezen bloemen voor hem op. +Hij stapte als een haan, die in den avond +gaat naar zijn hok waar alle kippen zitten. + +En nu schreed hij over den kleinen drempel +en betaalde. + En zag de kameraden +weinig in aantal in de kleine zaal. +Hij ging zitten stil met hen aan de tafel, +en wachtte tot de andren zouden komen. +Het was een kleine leering-avond van +enkelen--waar de vreemde kameraden +zouden vertellen hoe het bij hen was. + +En klaar scheen de lucht door de ruiten binnen. +De avond was blauw buiten, binnen bruin. +'k Geloof, de zee was daar ook niet heel ver. +Zoo scheen althans de lucht, alsof 't kristal +der zee in schittering gestegen was. +En de menschen, de donkre kameraden +hinge' achterover in de kamerscheemring. + +En in die volle donkre rust, daar klonken +buiten op houten gang de voetstappen +plotsling. De deur ging open. Daar traden +eerst de bekenden binnen, en toen twee +mannen al oud, grijs was hun baard, en klein +beide--en allen, jong en oud, zetten zich. + +En zacht begon, na een stilte, te stijgen +een stem, zooals een peil, een goudene. +Zooals men 's zomers zien kan eenen vogel. +"Genoten, vrienden, echte kameraden +van ons en mijn hart. Ik groet broederschap +tusschen u en mij. Echte broederschap +plaveit zich tusschen u en mij. Zoo moge +de broederschap eenmaal zijn tusschen menschen." + +O zachte stem, o gouden vrijheid, hoe +vuldet gij de kamer en maaktet een vlak +waarin al de hoorende harten leefden. +Zooals een fontein spuit, en 't heele bosch +hoort het, ook waar hij niet is, zoo hoorden +zij zijne stem alsof uit eene verte: + +"Duitschland was altijd 't land van slavernij +sinds eeuwen. En onder onze gelijken +was er geen vrijheid. Totdat voor een vijftig +jaren gedacht' aan vrijwording begon. +Wat was het tooverstaal, dat in 't bazalt +leven bracht, wat bezield' de doode stof, +wat bracht de vrijheidsdorst in onze monden? +Het werktuig, vrienden. De machine sloeg +vonken in ons los. 'k Heb het zelf beleefd. +Zij bracht de groote massa's samen, zij zette ons +naast, naast, naast elkaar, zij maakte ons broeders, +ons kameraden, ons maten. Zij bracht +onze oogen bij elkaar. Zij bracht de honderd +arbeiders voor elkaar, die elkaar vreemd +waren geweest. Zij stelde om zich als haar +kindren of kuikens al de machinisten. +En die zagen elkaar in de oogen, en +hun moeder naast hen, de stalen machine. +Was 't niet of die machine hen aaneen +bond? Waren ze niet werkelijk vrienden +in 't werk? Ja--dat voelden zij, ze waren +broeders en vrienden. Dat gaf eeniging. +Dat is het zaad waaruit het socialisme +komt. + +En dat gebeurde niet in een fabriek, +makkers, maar overal, maar overal. +Over gansch Duitschland, hier en daar, wel weinig +eerst, maar allengs meer. Het groeide, +het fabriekswezen, en elke machine +vereenigde de mannen om zich heen. +Al die machines met die groepen mannen +werden kernen der nieuwe maatschappij, +en van het socialisme. IJzren kernen +met vleezen omhulsel.--Gij ziet wel 's zomers +de vruchten rijpen, is 't niet? aan uw boomen, +en al die vruchten zitten vol van zaad? +Zoo was 't met het fabriekswezen dat over +Duitschland zich spreidde, toen ik nog jong was. + +Maar al die vrienden, al die menschenlijven, +al dat vleesch rondom al de ijzren kernen +kenden toen nog niet 't socialisme. 't Was +voor hen nog onbewust. Hoewel _zij_ in +hun arbeid wel 't eerste gevoel al kenden,-- +zoo goed als zij,--van die groote +broederschap, was 't toch slechts een eerst gevoel. +Zoo is 't immers ook in een jongen van +twaalf jaar? De liefde is er, maar niet tot +bewustheid. Zoo was het in ons. Wij keken +elkaar aan, maar wij wisten nog niet.--Hoe +kwam dat toen in ons, hoe zijn wij toen overgegaan +tot volle kennis? Welke vonk +is dat toen weer geweest, die in ons groene +het vuur bracht en de kleur, de vurig roode? +Dat is de wetenschap geweest, mijn broeders. + +Daar zat een man in Londen, ver van ons, +en terwijl wij iederen dag zoo zwoegden, +en terwijl wij iederen dag aankeken +elkaar over het groen geolied staal, +en terwijl wij in elkaars oogen zochten +vriendschap, terwijl de vlammen van ons zijn +met de vlammen der stalen machine schiepen +het goud voor den bourgeois--en wij maar niet +konden vinden den _algemeenen_ weg, +den weg voor allen, om tot kracht te komen-- +zat die man en zocht +de wetenschap voor ons.... + En in 't verbond +van wetenschap en arbeid vond hij het, +de magneet, die ons aan elkaar voor goed +kon trekken: 't gansche proletariaat. +En hij schreef het uit in een gulden boek, +en in stalen boekjes: die leus voor ons. +Proletaarjaat aller landen, wees Een. +En hij wees ons den weg, dien wij gegaan +waren in 't klein, in 't groot als algemeenen +bevrijdings-zonlicht-gouden-vrijheidsweg. + +En wij vereenden ons in eenen band, +de Internationale, die gij kent, +de Associatie roemvol aandenkens. +Dat was Marx, mijne vrienden, de man wien +de arbeidersklasse van Europa en +Amerika meer dankt dan aan wien ook. +De man die d' Wetenschap, zoolang u vreemd, +u gebracht heeft en haar gemaakt uw kracht. +U, lijdenden, verbond hij met het denken. +De denkenden verbond hij met het lijden. +Zacht golft het gras over zijn diepe graf +te Highgate, maar hij staat hier tusschen ons, +hier naast mij, en daar zit hij tusschen u." + +En zacht vloten de beken van de tranen +omdat het denken bij de lijdenden +eindlijk gekomen was. +Er waren oude arbeidersgezichten, +als steenen koppen in de buitenlucht. +En zij weenden niet, want de arbeid had +hen gewend aan alles wat hard en pijnlijk. + +"Wij hebben opgeroepen, 't Was Lassalle +die den strijdroep liet hooren. En wij snelden +toe, en vormden de Arbeiders-partij. +De politieke partij, 't was voor 't eerst, +dat arbeiders afdaalden in het strijdperk +te strijden met het heele kapitaal. +Wij vlogen samen, o nog maar 'n klein troepje, +voor veertig jaar. Maar wij vielen ze aan +dadelijk allen: 't grond-, 't bank-kapitaal, +het handels-, en 't industriekapitaal, +wij, de arbeiders, schaarden ons er over: +Wij stelden ons tegenover den Staat. + +O 'k weet het nog zoo goed, ik was de eerste +die heengestuurd werd, waar de Staats-Kop ligt, +den Rijksdag, om daar als een jonge Siegfried +te gaan vechten in het hol van den draak. +Het kon niet anders zijn dan woorden, woorden, +die ik tegen hem slingerde, een zwaard +dat hem kon dooden, was er toen nog niet. +Maar mijn woorden werden buiten gehoord +in al die plaatsen waar de vleezen vruchten +om de ijzre kernen heen zijn. En daar daar, +begon men toen het zwaard te smeden, dat +eenmaal, wanneer het hecht is volgesmeed, +den strot zal boren van het kapitaal: +d' Organisatie. + En men heeft gesmeed. +Vroolijk als Siegfried staat de arbeidersklasse +van Duitschland, en smeedt aldoor aldoor door. +Gij kunt 't haast hooren als gij van hier luistert. + +Rondom de ijzeren machines gaan +de vleezen lijven, de denkende koppen +Naar de fabrieken loopen iedren dag +de stevige voeten dragend helle koppen. +In de fabrieken komen elken dag +duizenden vrienden samen, met hun vrouwen +en kindren, hun meisjes en jongens. +En die bevolking ziet elkander gaan, +en op den hoek van een machine als +zij elkaar tegenkomen, zien ze elkaar +soms even in de harde sterke oogen. +De eene hand reikt in handgreep de ander, +een voet raakt voet, een rug raakt rug, dan keeren +ze even om tusschen hun deelmachines: +Was 't zijn lijf of was 't mijn lijf dat het deed, +was het haar zachte heup, haar teedre oog, +was het mijn jas of haar jurk dat mij raakte. +Neen, 't was de hand van onze kleine zoontje, +dat daar staat en vlug met zijn vingers voedt +het bijtend welgeolied vlugge staal. +En als ik mijn hoofd soms heel stil opricht, +en in een oogenblik dat mijn werktuig +poost om gesteld te worden voor nieuw werk, +mijn oogen rond laat gaan door heel de zaal, +wat hangt daar, wat is daar die grijze nevel +waarin de armen staal slaan, waarin flarden +product en ijzer, grondstof en menschstukken +dooreenscheemren, wat is die damp die alles +omslurpt en overhuift en ons toedekt? +Ik zie 't, 't 'is de gloed die ons aaneenbindt, +het socialisme, dat uit onzen arbeid +opstijgt, d' Eenheid van werken, waaruit een +voelen en willen, hopen en leven komt. +Zoo ontstond in Duitschland de nieuwe droom, +als een nevel die in den zomerdag +begint te trekken uit het groene weiland, +het smaragd kristalgroen verbreidt zich onder.-- +'t Kapitalisme bouwt ons de machines, +'t Kapitalisme bouwt ons de fabrieken, +wij bouwen 't kapitaal, 't kapitaal bouwt +ons werkhuis-- +wij willen het huis ons, dat wij zelf bouwen." + +De stem ging naar de hoogte. Willem ging +mee naar de hoogte--hij zag alles goed. + +"Wij hebben organisatie gemaakt. +Wij hebben gebouwd al die jonge bosschen, +waaruit muziek waait die gij hier kunt hooren. +Wij hebben gebouwd al de nieuwe orgels +uit wier pijpen, uit wier luchtpijpen-kelen, +het wereldlied klinkt als van vrije vogels, +die 's morgens op een heeten zomerdag +midden" in zomer al voor drie uur zingen. + +Terwijl wij zongen, kwam de donkre machte +van 't kapitaal, de patroons en de kerk, +de bankiers, renteniers en grondbezitters, +de dievenkooplieden en de beursdieven, +vielen ons aan en sneden menigen strot +van een jong zanger meedoogenloos af, +zoodat zijn stem uit afgesneden keel +niet meer klonk, maar als een bloem zonder hoofd +daar bleef.-- + Duizenden arme vogels +sloten ze op in hun kooien dat niet +hun stemmen klinken zouden, en de stomme +vogels, die nog niet zongen, leeren 't lied. +Duizend vogels vertrapten ze, tienduizend +roofden ze 't brood, honderdduizend verstomden +ze door bedreiging, en millioenen maakten +ze dom door de hel van hun domme godsdienst. +Maar wat kon 't geven, waar die lieveling, +de machine, ons roept, ons leert, ons eent; +waar de arbeid, de bron van het bestaan, +de moeder aarde die de grondstof geeft, +die een met het werktuig is, een met ons, +ons leert dat wij een moeten zijn,--wat geeft +daar't dreige' en doodslaan van een zwakken mensch? +Neen, ondanks dat duizenden menschen vallen, +ondanks het lage loon, den kinderarbeid, +den vroegen dood van ons allen, ondanks +dat 't fijne lichaam onzer schoone vrouw, +het breeklijk lichaam der jonge arbeiders +gebroken wordt bij duizenden, ondanks +moreel' en physische ellend', ondanks +achteruitgang en slavernij, ondanks +werkloosheid, zwerven, onzeker bestaan, +bloedloosheid van hoofd, angst om ons hart vaak, +armoed van bloed in vleesch en in oogen, +gele voeten, geel gezicht, arme ooren +en oogen-- +maakt de Arbeid, Onze Eigenschap, ons een. +Men kan even goed aan het water zeggen +om niet nat te zijn,--als +aan de arbeiders om niet een te worden. + +Eeuwen van jaren straf gaven ze ons, +Duizenden jaren honger gaven ze ons, +Millioenen jaren strijd gaven ze ons +samen.--Eeuwigheid hoop geven ze ons. +En de hoop _wordt_, het socialisme _komt_. + +Hoort ge 't niet, vrienden, het geklinkeklank, +het tapprend beuken, het gepinkepank, +als ge goed luistert?--Luistert, hoort 'n maal? +Daar over 't Oosten klinkt een rijpe schaal. +Daar over 't Oosten klinkt een rijpe keel, +en een zwaardvegen, en een zwaardgestreel, +en weer een beuken en een galmend hameren. +Dat is jong-Siegfried, die is aan 't verzamelen +van zijne krachten, en hij stort ze in +zijn zwaard, waarvan hij nu maakt het begin. +Zijn lichaam is een deel van onze natie. +Hij is de Arbeiders, 't zwaard: Organisatie. +Hoort, hoort, gij kunt hem bijna van hier hooren." + +Het leek alsof hij zelve even luisterd', +of hij van hier uit zijn land hooren kon, +en of hij 't hoorde. Want hij zonk een poosje +in aandacht weg, diep en diep in zich zelve. +En wat hij hoorde werd toen daarop kond +aan de vergadring, die nog dieper luisterd', +nadat zij op zijn luistren gewacht had: + +"Duitschland is een groot land van heel veel lijden +De rijken hebben zich aan een gesmeed: +de adel, de landheeren, fabrikanten +zijn als een bond op den nek van het volk. +Maar de arbeidersklasse van heel Duitschland +wordt een en aldoor meer een, onze macht +wordt grooter aldra dan die onzer heeren. +Zij rusten op ons--kunnen toch niet leven +zonder ons.--Wat als wij dan sterker worden +dan zij?--Dan zijn zij niets, kunnen niet leven +als wij niet willen meer zooals zij willen.--Hun +leger wordt immers altijd meer ons!--En +de arbeid is, als wij een zijn, ons." + +Het leek of hij wat droomde, of hij ziende +werd van diep denken dat als droomen is, +En de vergadring ging mee in den droom. +Zij waren een met hem: allen arbeiders. +Als een gehoor dat een is met een spreker. + +Maar hij richtte zich op en zeide stil: + +"Wij zijn al ver in Duitschland, halverwege +bij 't doel. Daar staat 't. Ik zie 't voor +mijn oogen, het vlamt zilver, daar, daar staat het. +Gij ziet het ook, vrienden, het Socialisme." + +In een opvlamming kort had hij 't gewezen, +van uit zijn kracht, van uit zijn zeekre hart. +En als een vlam van zilver ging hij zitten. + +En zij, zij keken allen op hem. +En Willem keek tot hem vol ademlooze +verbazing op,--op hem met teere liefde. +En hij zat stil schuin naar benee te kijken, +de woorden waren weg, zijn hart klopte. + +Zijn vriend verrees, de kleine sterke Franschman, +die 't leven lang voor 't proletariaat +gewerkt had. +Hij leek een gouden rechte vlam, als in +'t glas van een lampje op het koper staat. +Maar zijn stem was als de stem van de zee, +als ze gehoord wordt met korte rukken, +die de onophoudelijke wind meedraagt, +en broederlijk in stukken geeft aan 't land. + +"Een ander maal zal ik u meer verhalen. +Nu slechts een enkel woord, het is al laat. + +Het was voorjaar, mijn kindren, en de zoete +luchten vol wolken vlamde' over Parijs. + +Zooals een bloem breekt in de lente, eene +papaver met zijn breede ronde bladen, +zoo is toen in die stad, voor 't eerst, Europa +een oogwenk rood socialistisch geweest. + +Gij weet het, kindren, het was de Commune. +O zacht klinke de naam zooals een bloem. + +Parijs was toen zoo schoon. Er waren geene +heeren, noch hoeren, want die lichtekooie +papegaaien zaten saam in Versailles.-- +Er liepen geen prostituees op straat.-- +Er dreven geen lijken meer in de Seine.-- +Er werd niet gestolen en niet gemoord.-- +Men kwam veel menschen met de hoop al tegen +op hun gezicht.--Het was het eerste windje +van dien dag, die eens komt, als alle kindren +zullen lachen op de hoeken der straten, +en als de kindren ook de menschen lachen. +Zal 'k u een teeken van de toekomst zeggen, +wat ik toen zag in het oude Parijs? +Er waren geen prostituees op straat-- +de lichtekooien in hun roode zijde +waren weg.--Maar weet ge wat men zag?.-- +De arbeidersvrouw in het openbaar leven. + +Parijs was toen een goudschijnende fakkel. +Parijs was toen een heerlijke middernacht. +Parijs was toen een roode granaatappel, +die met zijn roode wangen aldoor lacht. +Wat zaten er toen aan den nok der daken, +aan hun zoldervensters een jonge harten, +uitkijkend, zooals duiven, naar de zon--welk +een schoon bruischen van filosofie +steeg op--o welk een liefde ging verloren! +Want 'k hoef u niet te zeggen, mijne vrienden, +na wat mijn vriend straks zeide: 't ging verloren, +want het eene noodige, het ontbrak, +de doelbewuste strijdorganisatie. + +Arbeiders kunnen nooit, neen nooit dat winnen, +wanneer ze niet in zeer grooten getale +en een van wil en doel vereenigd zijn. +Bij ons ontbrak dat. Daardoor stierven wij. +Wij zijn door onze onwetendheid vernietigd. +Laten wij leeren, onderrichten w' ons. + +En dat is wat ik u nu slechts wou zeggen, +jonge vrienden, hier in 't kleine Holland: +Wij zijn door onz' onwetendheid vernietigd. +Laten wij leeren, onderrichten w' ons. +O laat ons leeren, +zoeken wij door kennis den weg tot eenheid." + +Stil stond de man, die man die zelf daarbij +was, en die met die oogen alles zag. +Het was geluidloos rondom, 't stil rumoer +der harten alleen ging door. Na een stilte +sprak hij: "Wij zijn na dien sterker geworden. +Ook in ons land zijn wij den taaien strijd +begonnen tegen de bourgeoisie, en +tegen d' onwetendheid der arbeiders. +Lang is de weg, +aan 't einde is de bloemige zegedag, +als 't socialisme als een tuin ontluikt. +Maar aan 't begin staat ons land, eene bloem, +de Commune, 't Parijs der Arbeiders. +Eeuwig de roemvolle vooruitbode, +de bloedige, der nieuwe maatschappij.-- + +Het schoone komt niet zonder dood. + Haar Martlaars +worden bewaard in 't hart der arbeiders. +Haar verdelgers staan nu reeds aan den schandpaal, +van welken hen geen gebed hunner papen +verlossen kan. +Het Parijs der arbeiders +zij u een les van 't kwade, naar het goede.-- +Een ander maal zal ik u meer verhalen, +laat ons nu gaan, het is morgen vroeg dag." + +Hij had gesproken, en zette zich neer +naast zijn vriend, en de jonge Hollanders waren +vol zwijgen uit eerbied voor het verleden, +en voor de mannen die 't verleden maakten. +En langzaam gingen zij daarna uiteen, +zooals schepen die uit een haven gaan, +maar niet alle gelijk, maar een voor een, +of bij tweeen en drieen. Aldus gingen +zij weg naar hun huizen, en Willem ging +alleen naar zijn huis, het hoofd vol gedachten. + + + +[Illustratie: "Muurschildering-R.R. Holst"] + + + + +VI. + + +De aarde ontspant zich, en uit de baring +rijzen fijne nieuwe gestalte omhoog. + +Maria ging door 't licht met fijnen voet, +zooals een hert slaande den fijnen hoef. +Zij ging naar buiten om aan zich te denken, +daar in de bosschen in den koelen schemer. + +Zij was een weefster, hare kameraden +hadden haar pas geleerd den klassestrijd. +Zij wilde er goed over gaan denken, buiten. + +Zij holde door het gouden bruine licht, +zooals een schip dat, nieuw, zijn vlosjes hout, +zijn ijzersplintertjes, zijn vlokjes verf +verliest als het snel doorschiet door de zee. +Zooals een paard dat in de weide komt, +en 't verliest zacht 't donkerbruin winterhaar, +doordat het strookt door de fijne landlucht. +Zoo holde zij door 't groene dagelicht. +Tintlend was 't of nu hier dan daar op d' huid +een plekje nieuw ontplook. Was dat de lucht +die 't deed, de wind? of kwam het uit haar zelf? +Was het haar ziel--was het haar nieuwe ziel? +Zooals een meisje in wie de bronnen +opengaan, zoo was 't haar over het lijf. + +En zacht bereikte ze de donkre schaduw +van 't oude bosch, donkre eiken, groenzwarte elzen, +en daar, in de waterig natte schaduw, +zette ze zich op eene rott'ge bank, +en begon over haar leven te denken. + +Voorbij was het, zooals stille fontein. +Voorbij haar leven, zachte kinderleven, +voorbij de droom, bij moeder zacht geleefd. + +Voorbij was het zooals zachte fontein. +Nu zat zij hier, de stille hand hing naast +haar heen, de witte boezelaar +kreukelde en haar hoofd hing stil voorover.-- +Hoe zou het zijn als alles nieuw, nieuw werd? +Zij vroeg 't den grond, den vetten natten grond--zij +keek voor zich uit naar de roode huizen, +zij vroeg 't den hemel, grijzig wit en warm. +Zou ze kunnen? zou ze met al de mannen +kunnen uitgaan en strijden en nieuw worden? +Over haar huid viel neer een doffe matheid, +zooals over een jongen valt die man +wordt. 't Is geen zwakheid, het is nieuwheid maar. +En zij liet slap de beide armen hangen +naast haar witte gestrekte boezelaar, +en strekte de beenen en lag te denken. +Zooals een schip dat ergens in de zee +geschommeld wordt door het loodgrijze water. +Het is een wrak, er is geen levend mensch +meer op. Het heeft geen roer, geen mast, geen zeil, +'t is maar een klomp hout. En de golven doen +wat zij willen, en doen of 't schip er niet is. +Zoo speelden met haar de groote gedachten, +die evenals de wind nu door de menschen +gaan en hen doen doen en hen doen denken. +De zachte vrouw lag met haar zwarte haren +daar neder, door het denken overmeesterd. +Zal ik gaan, zal ik den strijd mee beginnen? + +Zooals voorjaars, als er in alle sprieten +'t leven begint over de verre velden +en op de torens en op de kapen +waar 't gele helm hangt bij de warme zee-- +begon 't in haar te lachen, helderheid +spreidde zich door haar henen uit haar beenen. +'t Was of helderheid door haar heen ging lachen-- +en zij verrees en keek over zich henen. + +'t was of haar kleeren hel waren: 'n wasch. +"Dit ben ik, dacht zij, dit ben ik, ik kan +veel zijn, ik hoef niet altijd zoo te zijn +zooals ik was.--Ik kan ook anders worden. +Ik kan heel anders worden, heel, heel anders. +Ik kan nieuw worden." + +Zoo lag ze lang heel stil neder te denken. +Gedachten vlogen door haar hoofd van: Anders. +En telkens prevelde ze stil: O, anders. +En lachend zag ze zich gaan groot en schoon. + +Zich zag ze, en ze ging heel vroolijk door +het zwarte pad dat door het natte bosch was. + +En toen ze buiten was over den rand +van 't bosch en in de wijdte keek, daar stonden +in zand van duinen weinig boomen ver. +Toen had ze een visioen: Ze zag door de boomen +zeer duidlijk menschen gaan: talrijke vrouwen +en mannen op een langen wijden weg. +Ze dacht niet wie ze waren, had ook niet +de beteeknis van hen in bewustzijn, +hoewel ze heel goed wist wie of ze waren +in 't onbewuste van haar--had alleen +het gevoel dat zij daar die menschen zag. + +Zij ging verder, en het visioen verdween, +zooals een gedachte verdwijnt, ze ging +hooger en hooger in de blonde heuvels. + +Boven gekomen zag zij verre zee +in klaar-blauw fonkelen. + Zij stond heel stil +als een vrouw uit albast gegoten. Stil +hing haar kleed zwart en wit over haar schouders, +haar kleine hoofdje bleek in vochtig licht. + +"Ik moet in deze wereld heel verandren. +Alles verandert, ik moet ook verandren", +dacht ze en stond stil naar de zee te kijken, +zooals een beeld, +zooals een vrouw, een teere zachte vrouw. + + + + +VII. + + +Anna en Fransje, Clara en Maria +gingen te samen om naar haar te hooren, +die op de weide op den eersten Mei +vertellen zou den strijd der arbeidsters. +Zacht scheen de lucht en de zon wimpelde, +het water stroomde hun buiten de poort +temoet--en iets van de toekomstige dage +was daar. Hun hart proefde het en hun lip. +Statig wapperde uit de blauwe lucht +boven het weiland, en roode banieren +hingen er zwaar in neder als muziek. +Scharen van vrouwen kwamen, als donkre +kleurwolken door een herfstbosch--jonge meisjes +als zwanen trokken, heldre oogen schoten +pijlen omhoog, en stille harten klopten +als kleine werktuigjes. Zacht als een zon +kwam daar de spreekster over het tapijt. + +Zij was in 't teeder bruin gekleed en zacht +leek ze--de zon omwikkelde haar gestalt', +maar hare oogen straalden uit dat zachte +envelop heen naar al de gloeiende +wezens die rondom haar diepkleurig gingen, +en zacht kwam ze in haar bruine japon +en met haar hoofd als van een hert. + Zij boog +zich zacht voorover naar de menschen toe. +De hemel omvatte in wijde stilte +dat stuk der aarde waar ze stonden. Zij +begon met zoete klinkende stem te spreken. +Maria's hart hing, en haar mond was open. +Zij hing naar haar toe, een peer naar zijn boom. + +"D' achturendag.--Wij vragen hem omdat +de vrouwen niet sterk genoeg zijn, en omdat +de eeuwge krachtsinspanning in fabriek +ons, vrouwen, sloopt. Daar zitten wij 't eentonig +werk doende, onze teedre zenuwen +verstompen door den blik op de machine. +De hersens worden stomp als botte messen-- +wij denken niet meer,--onze hand doet maar. +Onze ziel druppelt uit ons lichaam weg. + +Wij vragen den achturendag, omdat +wij gezond willen zijn, zooals de boomen, +zooals de dieren, als deez' gouden zon +wier schijn ik hier in mijne vingren heb. +Wij vragen den achturendag, omdat +wij vrouwen bergen willen zijn van gezondheid. +Wij vragen hem omdat wij willen +golven zijn van rijp vleesch en helder bloed. +Wij vragen den achturendag, omdat +ons lichaam anders is, dat iedre maand +bloed stort en vrucht draagt. Als wij niet beschermd +worden, dan stort het nieuw geslacht uit ons +zwak en bouwvallig, en groeit niet vast op +tot rijke, rijpe, rijzige gebouwen. +Wij vragen den achturendag omdat +wij meisjes, maagden, moeders zijn. Daarom +vragen, ja eischen wij d' achturendag. + +Wij vragen den achturendag, omdat +het kind beschermd moet worden, dat in ons +leeft, hier in onzen schoot. Als dit lichaam, +deez' armen, dit bovenlijf, deze beenen, +en dit hoofd niet zacht gaan, en aan het kind +denken--dan wordt de stoot, hier gestooten, +voortgeplant op het kind. En als mijn hoofd +niet denkt voortdurend aan mijn kleine kind, +en als mijn hoofd niet rijp verstandig denkt +in mijne zwangerschap, dan wordt mijn kind +dom of dof of arrem, zooals zoovelen. + +Wij vragen den achturendag, omdat +het zacht gebabbel van het kleine kind +door ons gehoord moet worden. Wij willen niet +heengaan van de aarde zonder dat gehoord +te hebben, dat zachte beekvalletje +door ons huis heen. Als wij in de andre kamer +zijn, dan spreekt het daar verre stil, zijn ziel +beweegt, gaat open, en klankt open als +een bloem. Zouden wij geen tijd hebben om +dat te hooren? O geeft ons dan den dag +van acht uur, dat er een stuk voor +ons over is om naar ons kind te luistren. + +Wij willen onzen jongen tot een man +zien worden--de eerste manlijke gedachten +zien over zijn gelaat, de eerste taal +van mannelijke daad hooren, zijn bleeke +wangen onder zijn donkerbruine haren +bespieden, en weten wanneer de liefde +de eerste klop doet in zijn slaap, daar hoog +aan zijn gezicht, laag in zijn hart. Wij willen +aan ons meisje vertellen, wat de liefde +is, wat de man. Wij willen bij haar zijn +totdat zij vrouw is, als haar eigen zuster. + +Wij willen bij onzen man zijn opdat +wij onze liefde voor hem, o, doorproeven. +Tot aan zijn dood of onzen dood. En omdat +onze kinderen moeten zien wat of +een huwlijk is. Daarom d' achturendag, +want zonder dien bestaat daarvoor geen tijd. + +Wij eischen den achturendag omdat +ons hart brandt. Wij zijn niet de doode menschen +der bourgeoisie, wij zijn de proletaren, +de bloemen der menschheid. In onze harten +brandt een fakkel, wij willen naar hooger +als vlammen. De natuur roept ons. + +Ziet ge die blauwe wolken? Daarheen willen +wij, hier onze kleine gestaltetjes. + +Wij willen de natuur in, willen schoonheid +zoeken en vinden in het schuim der zee, +wij willen de muziek aanhooren +die opstijgt van het zeevlak, wij willen +liggen aan 't strand en de geheimen van +de schelpen en het zand voor ons uitkijken, +wij willen de vogels zien gaan in 't bosch, +wij willen de bloemen daaruit zien groeien, +wij willen de zon als een broeder voelen, +even vrij als hij zijne stralen zendt +willen wij dat de menschheid ons uitzendt. + +Wij willen 's avonds in ons kamertje +gedichten lezen, bliksem door de hersens +voelen van gedachten, en gloed in wel +van ons hart, als de hartstocht in leugen +en schoonheid der fantasie waarheid wordt. + +Wij willen in de museums stil gaan +langs de marmeren lijven, en in ons +schoonheid voelen aan de antieken verwant. +Wij willen bij de muziek luisteren +die als een stroom over ons henen komt, +en ons reinigt als een stroom door ons hart. +Wij willen reine wetenschap kennen +want zonder die worden wij nimmer sterk. + +Wij eischen den achturendag omdat +hij vastheid geeft. + +Wij eischen den achturendag omdat +gij en ik moeten maken lichamen +van menschen, die de bezitters bestrijden. +Gij en ik moeten van onz' lijven stalen +geraamten maken, waar de harde vuist +van den patroon op stuk slaat, als hij ons +aantast. +Gij weefsters en gij naaisters en gij die +spint--ziet gij niet hoe uw heeren maken +verbonden tegen u,--gij, maakt ze ook +en strijdt met hen. + +Tijd is noodig, een stukje van den tijd. +Wij moeten 's avonds in dat stukje tijds, +geroofd van 't kapitaal, in ons hoekje +gaan zitten en studeeren wat toch is +de maatschappij en haar groote lichaam. +Wij moeten met gedachten in de hoeken, +waar gewerkt wordt, dringen, en evenals +met 't lijf des daags het kapitaal, zoo 's avonds +met onz' gedachten nog eens 't kapitaal +maken, met ons begrip. Gij moet d' oorzaken +der proletariersellende doorvroen-- +de voorwaarden van bevrijding +naspeuren, en als vrouwen doorzoeken +hoe gij dubbel slaaf zijt, arbeidster-vrouw! +Daarom de achturendag! + +Gij moet den politieken strijd doorgronden tot +zijn bodem, onder zijn diepsten bodem. +Gij moet inzien hoe gij met u allen, +hoe wij met ons allen, tot eene macht +moeten worden, zooals de lucht daarginds +een is. Wij moeten inzien hoe de strijd +niet in het vak slechts, maar tegen den Staat +gevoerd moet worden, dat wij als een storm +kunnen worden, als wij in diepe lucht, +organisatie, alle vrouw saambrengen. +Daarom acht uur. + +O komt vogels, komt breede schare van +zwaluwen, heft u op en komt met ons +te zamen de deinzende diepte in +der toekomst. Komt vrouwen, komt zusters, +verheft u uit deez' tijd naar de toekomst. +Uw blanke en bruine kleuren, uw cirkels +en massa's, die daar staat, o komt, o komt! +Wie is de toekomst zoozeer als gij, vrouwen? + +Te zamen met den man willen wij vrouwen +ten strijde trekken tegen 't kapitaal. +Te zamen met den man willen we onze scharen +helkleurig opschien doen naar d' hooge burcht. +Ziet gij niet hoe daarginds hoog in het zonlicht +het _denkbeeld_ van het socialisme staat? +Welnu-- +Wij eischen den achturendag omdat +alleen een geestelijk en zedelijk, +lichamelijk en zielssterk proletaarjaat +het socialisme timmren kan _met daden_." + +Maria dacht aan haar man--en zij ging +langzaam en zwaar naar huis om hem te zoeken. +Haar lichaam was zwaar en haar borsten zwaar. +Zij zag haar kameraden langs zich gaan, +zij voelde hoe zij geheel was met hen, +maar hoe zij aan hem diepst van al verknocht. + + + + +[Illustratie: "Muurschildering-R.R. Holst"] + + + + +VIII. + + +Zachte Maria trad in de fabriek. +De zaal was lang. Honderden weefgetouwen +stonden nog stil, diep in het bleeke licht. +En daartusschen de honderden poppen +van menschen, pratend en lachend. Zij ging +tusschen ze door en voelde een hartwarmte. +Ze ging op haar plaatsje tusschen de andren, +en wachtte op het weefgetouw nabij haar. +Daar ging een fluit, en de machinist in +zijn groote eenzame machinekamer +koppelde den dynamo. En daar ging +de wonderbare stroom in de magneten, +die trokken en stietten. Het rad begon +majestueuzen hoogen cirkelgang. + +En al de raadren en al de riemschijven, +eerst daar verweg en toen ook in de zaal, +begonnen te leven, het leven vloog door +de fabriek, en de krukken en de boomen +en de spoelen begonnen hunnen dans. +In eens was de zaal vol rumoer. En alle +menschen begonnen hun stille beweging. +In eens was de zaal vol van gaande lijven. +In eens was de zaal vol bukkende lijven. +In eens was de zaal vol zachte aandacht. +In eens was de zaal vol teedere gangen +van levend vleesch en donkere kleeren +en helle jurke'. In eens was de zaal vol +van weefsels en van inslag en van schering. +Maria keek op gloeiend rooden boom, +en lette op den spoel en regelde +den gang. Haar helpsters gingen zacht naast haar. + +En zoo begon de groote lange dag. +De zon zond zijnen butidel stralen door +een grijzen glans. De ijzeren assen +draaiden boven, de drijfriemen snelden, +de wielen liepen en de houten armen +rukten met schokken, dat de spoel klettrend vloog. +Maria stil en lieflijk in haar werk, +zooals een bloem tusschen het ijzer. En +haar handen waren fijn, en hare oogen +keken zoo lieflijk als druppelen water. +En zacht stond ze te denken aan de mannen +en vrouwen om haar, en de kleine kindren +vertoonden zich om haar aan haar neerblikken +ter zijde naast haar. En als zij uitkeek +zag zij de lieve gezichten der mannen +met hunne knevels en baarden, de helle +gezichten der vrouwen toonden zich bloot. +Schemering was om haar, want in haar hart +voelde zij de liefde voor den arbeid. +En in haar handen die werkten was warmte. + +Daar trad op eenmaal een man dicht naar haar +toe van het naaste weefgetouw, en in +het dreunen en dondren van de machines +het klettren des staals en de schoten van +de spoelen sprak hij, zoo dat ze hem toch hoorde: +"Zullen we verder over 't socialisme +spreken of niet?" En zij keek stil uit hare +warmte naar hem op en zei: "Ja heel graag." +Toen begon hij, hij was een bleeke man +met donkre knevels, zijn gelaat blonk vochtig. +"Nu zal ik je nog eens vertellen hoe +het kapitaal wordt in de groote wereld +waarin wij wonen: onze maatschappij. +Laten wij stil voortwerken en toch praten, +onder ons werken socialisten zijn." + +En hij dacht een poosje als in een zoeken, +dat de wind doet; voor hij tot een storm wordt. +Men ziet hem met de kleine bladen spelen, +ze jagen, wervelen, 't is of hij kijkt +ernstig op den grond waar hij zal beginnen. + +"Zie eens Maria, zie eens deze draden, +hun verf, dit staal, deze machine, dit +huis met al zijne lederen riemen +tot aan het dak. Zie eens uw boezelaar. +Denk eens aan al de huizen in de stad. +Denk eens aan al de dingen in ons land +en in de landen hieromheen, de boomen, +den grond, al wat er op is.... + Wat zijn het +behalve natuurdingen?--het zijn _waren_. +_Koopwaren voor den mensch_. + +Zie eens, elk ding heeft waarde. +Wat is die waarde, wat is de ruilwaarde? +Het is de Arbeid, gemeten door den tijd. +Onze arbeid, van u en mij, schept waarde. +En de bezitters ruilen waarde tegen +waarde. Maar hoe ontstaat het kapitaal? +Hoe komt het dat er altijd meer komt in +d' handen van hem die kapitaal bezit? +Hoe schept bezit bezit, geld geld, waar waarde? +Hoe komt uit ruilen altijd meer, meer voort? +Dat komt, Maria, omdat onder de waren +die geruild worden er ook menschen zijn! +Dat komt omdat wij, gij en ik, zijn onder +de ruilwaarden, en wij, wij kunnen meer +waarde maken dan wij waard zijn.-- +Ons bloed kan meer doen dan het kost, ons eten, +de kleeding die wij dragen, de kamers +die wij bewonen en de brandstof die +wij verbranden, +op een dag, in een maand, of in een jaar, +is minder waard, heeft minder waarde, wordt +om 't duidlijker te zeggen, in korter +tijdsduur gemaakt dan wat wij zelve maken +hier in de fabriek in een jaar, een maand, +of op een dag.-- + We ontvangen voortbrengsel +van zes uur misschien, wij geven van twaalf. +En dat meerdere, die meerdere waarde, +dat nieuwe werk aan grondstof toegevoegd, +neemt de eigenaar der fabriek, en wij gaan +iedere week met net genoeg naar huis +om van te leven schamel en karig. +Begrijp je 't Maria, het kapitaal?" + +Maria knikte. + En de werkman zei: +"En zoo gaat 't overal op heel de wereld +waar 't kapitalisme is. Iederen dag +scheppen de millioenen loonarbeiders +meer dan zij krijgen. Het kapitaal groeit, +het wordt een eeuwig groote gouden berg." + +Ze dreven ieder hunne handen door +de draden, grepen hier en grepen daar, +met hun gedachten half en met hun handen +heel in het werk. Het werk schoot op, het werd +grooter, er kwamen meer draden des inslags. + +"Wat is nu de drijfkracht van dit alles", +zoo ging hij voort, "hoe komt het dat altijd +meer komt, waarom gaat 't overschot niet op +of blijft gelijk? Dat moet ik je ook nog zeggen, +opdat je een goeie socialiste wordt. +In de eerste plaats zijn Wij dus de drijfkracht. +Wij maken altijd meer, en zooveel meer +dat elk jaar overblijft, en ieder jaar +wordt gevoegd het surplus bij 't kapitaal. +Maar in de tweede plaats is deze het, +dit trouwe dier, dat altijd meer meer werkt." +Hij legde zijne hand als op een paard +op de machine, op het breede juk +dat het weefgetouw boven samen hield. +"Hij doet het, hij, met zijn metalen kracht. +Want zie je, kind, alle machines worden +altijd beter gemaakt door de geleerden, +die zitte' in stille kamers ver van ons. +Die maken dat het werktuig altijd beter +en sneller en machtiger werkt, en in +denzelfden tijd en met minder menscharbeid +rijker oogst baart. En daardoor worden dan +de dingen die wij noodig hebben, lager +in waarde, de tijd die gebruikt wordt om +ons onderhoud te maken, korter, de +tijd dien wij dus voor niets voor onzen heer +werken, langer, en zijn winst altijd grooter." + +Hij zweeg en werkte, en om hen henen werkten +de andren, in het ruischende stooten +werden zij niet gehoord, zij gingen in +het licht en schaduw, even snel gezien. + +Maria zweeg, en hare liefde werd +in haar grooter, de verontwaardiging +liefde vlamde, het bloed van haar hart sloeg +in den bloesem van haar lijf uit, terwijl +ze zacht keek en met hare handen werkte. + +Lang was het stil tusschen hen tweeen, hij +keek hoe hij het verdere nu zou zeggen. +Zij dacht en leefde en soesde en groeide. + +Daar begon hij weer, en een groot visioen +begon te stijgen in de stille lucht +der fabriek. Hij leek wel een zanger die +in de oude tijd zong van de helden en +hun daden, voor de koningen der landen. +"Wij zijn het dus, de machine en wij, +gij en ik en die daar, die 't geheel drijven, +en maken dat de ontwikkeling komt. Want wij +maken het kapitaal, en 't kapitaal, +altijd grooter, drijft de ontwikkling voort. +Zie hier, buig u met mij in het werk neder, +leg uwe handen in de draden van +het weefsel, drijf ze er door, beweeg +die zachte bloemen door het roode weefsel. +Sla uw hand aan den hefboom, ruk hem over, +glij uw oog langs den boom, en zie of in +de juiste draden de spoel inschiet, wees +met uw lijf zacht gaande zooals een droom, +wees, vrouw, in 't werk, laat ik u zien als in +machine gaan, en gij, zie gij naar mij, +hoe ik een met mijne machine ben. + +Zien wij naar elkaar. Hoe wij werken, werken. +Wij maken 't kapitaal. En aldoor meer! +De rijkdom der wereld wordt aldoor grooter. +Wij doen het. O zie naar me, ik zie naar u." + +De mannen en de vrouwen der nabuurge +machines, die hem zagen en wisten +dat hij over het socialisme sprak, +waren nader gekomen en scholen +te zamen met hun hoofden zooals kindren +bij den meester, en kleine kindren als +Chineesjes stonden onder hun boez'laren +tegen het staal der weefgetouwen aan +met hun hals en hun kin, naar hem te kijken, +en luisterden goed hoe de wereld werd. +Maria werd zacht door hen ingesloten. + +En hij ging verder, klaar klinkend van stem: +"Het kapitaal gaat van ons uit, een stroom +van goud hier van uit onze handen. +Werkt handen dus, gij drijft de wereld voort. +Maria werk, werk, ik, wij drijven samen +het kapitaal naar buiten de fabriek. + +Het kapitaal van buiten de fabriek +werpt aldoor meer arbeiders hier naar binnen. +Dus handen werkt, maakt het weefsel toch voort. +Werk, werk, Maria, machine werk voort, +vermeerder het kapitaal, en vermeerder +het leger der arbeiders. Onze handen, +maakt kapitaal en maakt arbeiders snel." + +Hij had zich over zijn werk heengebogen, +en sprak als in een droom. Zij luisterde, +en zij luisterde naar zijn droom gebogen. + +En dieper boog hij zich op 't rood stramien, +en sprak heel stil over de schering kijkend, +over den spoel die daarachter heenweervloog: +"Loop spoel en maak het weefsel, o gij weeft +niet hier mijn weefsel alleen, maar het weefsel +der maatschappij hier binnen en daar buiten." +Hij had zijn mond bijna tot op het weefsel +en fluisterde over de draden voort. +Zijn kop rustte op het stramien, de stalen +armen en bouten der machine vlak +voor hem. Zijn hoofd was in grauwe schaduw +der machine omvat, als 'n muzikant +in de snaren der piano of harp.-- + +Zij keek naar hem,--als een bloem in een bloempot. + +En hij richtte zich op in 't hooge licht, +en met zijn haar dat stoffig was achterover, +en met den fellen blik diep in +het lichten van de zonnestof gericht, +terwijl de machines van zelve liepen, +sprak hij: +"Loopt spoelen, loopt, en maakt het weefsel, +gaat handen in den arbeid, maakt het weefsel, +schept, arbeiders, uw strijd met 't kapitaal, +den arbeid hier, het kapitaal daar,--binnen +de arbeiders met den arbeid, daarbuiten +de bezitters met het bezit. + + O strijd +tusschen beiden, kom, o kom, en word sterker. +O Vrijheid kom, wij kunnen niet meer zonder.-- + +Begrijp je, Maria hoe 't al zoo wordt?' + +Hij ging weer voorover in blauwen schijn +van de machine, en allen ginge' in blauwen +schijn der machines weer aan 't arbeidswerk, +met lichter harten en diep zwijgende. + +Maria was hoog als een hooge bloem, +en zij keek stil naar de andere menschen, +en voelde een met hen, zooals misschien +allen eenmaal op elkaar zullen kijken. +Maar 't kan misschien ook dan niet beter zijn +dan haar hart was. Zoo vol als in de zee +van gloed de anemone staat der zee, +zoo was zij in het licht, een sterken gloed +voelde zij van haar hart door haar japon +heengaan en alles voor haar omhullen, +de arbeiders en ook de machines. + +En heel dien dag was zij in een verukking, +en voelde hoe het socialisme werd. +En nadat de avond gevallen was +over de wegen, en zij had gegeten, +zat zij stil en heerlijk in zwarten nacht, +en wist weer nog zekerder hoe zij moest. + + + + +IX. + + +Zooals een bruid staat binnen in haar kamer, +de dag breekt buiten open, uit het venster +ziet ze uit naar buiten in de eeuwigheid-- +haar hart stormt, zij is zeker.-- +Zoo stond Maria en dacht aan haar leven. + +Zooals een bruigom gaande door zijn kamer +zich kleedende met wit--denkt: dit ben ik, +en ik word spoedig met een andere. +Zoo ging de rappe Willem met zijn hand, +en met zijn voet die aftrapt' van den grond, +door zijne kamer op dien Zondagmorgen. + +Hij trad stil naar het raam en legde op +'t kozijn zijn handen, en keek in het blauwe +neder. En stil zooals een rivier gaat +ging door zijn hart zijn leven. En hij dacht +hoe zij en de menschheid een Eenheid waren. + +En toen zij dan samen waren gekomen +in 't goude en teere scheemren van de zon. +En toen zij ver buiten waren gekomen, +toen stonden zij daar stil zooals zij waren, +en elkaars liefden keken ze in hun oogen. +En Maria sprak: "weet je nog toen wij +twijfelden zooals bekers vol van wijn, +die in de lucht schommelt? + O ik ben vast +geworden, mijn hart weet wat 't kan en wil." + + + + + + + + + +End of the Project Gutenberg EBook of Een klein heldendicht, by Herman Gorter + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK EEN KLEIN HELDENDICHT *** + +***** This file should be named 16830.txt or 16830.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + https://www.gutenberg.org/1/6/8/3/16830/ + +Produced by Marc D'Hooghe. + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +https://gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at https://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at https://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit https://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including including checks, online payments and credit card +donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + https://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. diff --git a/16830.zip b/16830.zip Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..decea62 --- /dev/null +++ b/16830.zip diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt new file mode 100644 index 0000000..6312041 --- /dev/null +++ b/LICENSE.txt @@ -0,0 +1,11 @@ +This eBook, including all associated images, markup, improvements, +metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be +in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES. + +Procedures for determining public domain status are described in +the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org. + +No investigation has been made concerning possible copyrights in +jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize +this eBook outside of the United States should confirm copyright +status under the laws that apply to them. diff --git a/README.md b/README.md new file mode 100644 index 0000000..d4d670c --- /dev/null +++ b/README.md @@ -0,0 +1,2 @@ +Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for +eBook #16830 (https://www.gutenberg.org/ebooks/16830) |
