summaryrefslogtreecommitdiff
path: root/16830-8.txt
diff options
context:
space:
mode:
Diffstat (limited to '16830-8.txt')
-rw-r--r--16830-8.txt2288
1 files changed, 2288 insertions, 0 deletions
diff --git a/16830-8.txt b/16830-8.txt
new file mode 100644
index 0000000..784cbc3
--- /dev/null
+++ b/16830-8.txt
@@ -0,0 +1,2288 @@
+The Project Gutenberg EBook of Een klein heldendicht, by Herman Gorter
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: Een klein heldendicht
+
+Author: Herman Gorter
+
+Release Date: October 8, 2005 [EBook #16830]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK EEN KLEIN HELDENDICHT ***
+
+
+
+
+Produced by Marc D'Hooghe.
+
+
+
+
+EEN KLEIN HELDENDICHT
+
+door
+
+HERMAN GORTER
+
+
+
+MET VIER REPRODUCTIES NAAR MUURSCHILDERINGEN
+
+VAN
+
+RICHARD ROLAND HOLST
+
+AMSTERDAM
+
+
+1908
+
+
+
+
+
+VOORREDE.
+
+Mijn vriend RICHARD ROLAND HOLST heeft mij, ter illustratie van den
+tweeden druk van dit gedicht, eenige reproducties[*] gegeven naar zijne
+muurschilderingen in het gebouw van den diamantbewerkersbond te
+Amsterdam.
+
+Vreugde en trots vervullen ons hart nu het eerste begin van
+socialistische schilderkunst en poëzie elkander ontmoet.
+
+Wel zijn de beeldjes, die wij bedachten, nog maar klein in vergelijking
+met ons groote voorbeeld: den reuzenstrijd van het proletariaat,--wel
+zijn de vormen en de veronderstellingen waarin wij ons bewegen, nog vaak
+ouderwetsch,--maar ... voor het eerst staat hier in kunst het socialisme
+als de zon waarom zich het geheele leven bewegen moet.
+
+En laat maar het proletariaat zijn loop met de snelheid vervolgen,
+waarmede het naar de nieuwe wereld ijlt,--in de handen der kunstenaars
+die het begeleiden, zal de kunst wassen van de kleine vonk die wij hier
+toonen, tot een wereldverlichtende vlam.
+
+1908.
+
+HERMAN GORTER.
+
+Noot: De fotografiën, naar welke deze werden genomen, maken deel uit van
+een album van 15, de geheele schildering weergevende, verschenen bij
+BRUSSE & Co., te Rotterdam.
+
+
+ * * * * *
+
+
+AAN DE NAGEDACHTENIS VAN KARL MARX.
+
+
+ * * * * *
+
+
+Hoe de Vrijheid wordt, de Slavernij verbleekt,
+begin ik te zingen met wachtende kinderstem.
+
+
+[Illustratie: "Muurschildering-R.R. Holst"]
+
+
+ * * * * *
+
+
+I.
+
+
+Een jonge arbeider kwam daar in het licht.
+Hij wist niet wat te doen, want voor het eerst
+moest hij meedoen aan een staking--of niet.
+Hij was onzeker, voelde zich onzeker,--zooals
+een schip dat aan het strand der zee,
+slingrend met beide kanten water schept.
+Hij was teer en zwart, want zijn moeder had
+hem opgeleid in 't katholiek geloof,
+en hem hield vast die rijke en roode godsdienst.
+Maar hij was knap en vast, en de kameraden
+hadde' hem geopenbaard den klassestrijd,
+die alle krachten vraagt van d' wordende
+Man.--Zoo ging hij nu door lichten dag.
+Wat zou hij doen, met hen meegaan of niet?
+
+De blos maakte zijn zwarte wang vuurrood.
+
+Zooals een jonge stier, die op de velden
+komt uit den stal, in 't voorjaar, duizelig
+in 't licht komt, en niet weet of her of der,
+en dan maar loopt rechtuit, op ééne lijn,
+'t is ongewis nog in zijn vaste hoofd,
+zoo ging hij, die jonge arbeider, dwars in
+het licht, het zilvrig-witte dageslicht.
+
+En twee gedachten joegen zich aan hem op,
+als uit de werklijkheid het groot droombeeld
+gevormd wordt, als een wind die schuim of stof
+opjaagt van zee of van een landweg. Eén
+was dit: het zoete en zachte en tevree bestaan
+van slaaf....
+....--En de andre was één beeld
+van opgaanden strijd. 't Leek een berg die hoog
+ging....
+
+Zoo ging hij op de vlakte, en wist niet
+wat hij doen zou. En nu eens doopte hij in
+links, dan weer rechts, in de gedachtafgronden,
+zooals een man die in een zwaar probleem,
+het vinden van een werktuig of geheim
+der natuur, denkt: wat zal ik doen, zal ik
+dien weg gaan? en diep in de zaak zelf peinst.
+En even onzeker ging hij terug,
+zooals een schip dat na zijn eerste reis
+terug komt in zijn dok, om daar hersteld
+te worden. Hij ging door het dampend licht
+maar zag het niet, zag slechts die groote vraag:
+moet ik of moet ik niet? En heel de wereld
+leek vol hem van die vraag.
+
+Zoo ging hij 'n beetje wanklend naar zijn huis,
+zijn ooren waren vol, zijn slapen zwollen,
+omdat die vraag, uit de wereld gehoord,
+hem 't hart trof en het bloed hem naar de slapen.
+En hij dacht: 'k moet het doen: het kan niet anders;
+
+Zooals in Februari of in Maart
+de wolken vliegen lachend langs den hemel,
+wit-blauw gevlekt, en de heele natuur,
+de bergen, de velden en alle boomen
+voelen: het moet, het moet,--zoo voelde hij
+toen hij daar langzaam naar zijn woning liep.
+Maar toch bleef nog een twijfling aan zijn hart,
+zooals het zilte schuim dat aan de zee ligt.
+En van zijn oogen viel een zachte straal.
+Hij was nog zeer jong, hij was nog een jongen.
+
+'s Nachts droomde hij een gouden, gouden droom.
+Het was hem of hij in een gouden streek
+was gekomen, en of hij gouden menschen
+zag, die naakt gingen door een verguld licht.
+Zilveren stroomen waren er en heuvels
+van goud, en daarin zag hij die zonmenschen.
+
+Hij kon er maar niet genoeg heen kijken.
+Hij zag niet veel, het was ook niet zoozeer
+wat hij zag, hoewel 't was echt gouden licht
+als de zon, als een gloeiende bakkersoven.
+Maar 't was dat heerlijke gevoel wat door
+hem zelf heenstroomde als hij er naar keek,
+daarom was het zoo heerlijk in dien droom.
+
+Terwijl hij er naar keek, stroomde het door
+zijn rug, zilvren stroomen nieuwe gedachten.
+Wijl hij er naar keek, werd hij een ander mensch,
+heel, heel anders. Wat was het toch dat in
+hem kwam? zoo, zoo had hij toch nooit gevoeld.
+En hij trachtte het midden in zijn droom
+te begrijpen, zooals een droomer denkt,
+ook weer droomend, maar toch begrijpend en
+droomende over zijn droom nadenkende.
+
+En hij keek aldoor maar weer; want hij voelde,
+dat het vandaar moest komen, het begrip
+van d' heerlijkheid, als de heerlijkheid zelf.
+En hij keek steeds in dat ronde gewelf,
+een ovaal-breed gewelf met vlakken grond,
+vol gouden gloed en met gouden menschen,
+heel klein, maar heel gelukkig, en goudnaakt.
+En van uit die beelden, van uit hun haren,
+als 't ware van hen af en naar hem toe,
+stroomde aldoor in hem dat nieuw gevoel.
+En zoozeer stroomde het uit hen naar hem toe,
+dat 't leek hij werd zooals die menschen zelf.
+
+En toen op-eens, werd hij door 't kijken kalm,
+en toen begreep hij 't--wat hij voelde was
+wat die kleine en gouden menschen _hadden_.
+Er was iets in hen wat hij, hij, niet had,
+maar door hen te zien zag hij dat zij 't hadden.
+En zooals alleen zien, iets aan den ziener
+geeft van het geziene, zoo voelde hij
+dat van hen in zich,--maar als een gemis.
+
+En toen keek hij nog eens zeer kalm en goed,
+met de uiterste spanning van al zijn oogen
+trachtend te grijpen. En toen voelde hij
+'t klaar komen door zich: Dat Nieuwe was Vrijheid.
+Dat wat hij voelde was wat hij zoo hoopte
+maar niet had, die oven dat was de Toekomst,
+en die menschen dat waren Vrije menschen.
+
+En dien Maandag-morgen, toen stond hij op,
+en met zijn zwarte en jongzacht gezicht,--hij
+als een vaste en jong-zwarte stier--
+als een bloem naar zijne kameraden,
+en zij dat hij mee zou doen.--
+
+
+
+
+
+II.
+
+
+De jonge arbeidster kwam ook in het licht!
+Zij wist ook niet te doen, want voor het eerst
+moest zij zelf in vereeniging, of niet.
+Zij was onzeker, voelde zich onzeker,
+zooals een schaap dat op het wijde veld
+voor het eerst graast, want het was nog een lam.
+Maar zij was vast en licht, en de kameraden
+hadden haar geopenbaard den klassenstrijd,
+die alle krachten vraagt van d' wordende
+Vrouw. Zoo ging zij nu door lichten dag.
+Wat zou ze doen, er wel ingaan of niet?
+
+Zooals een jonge koe die op de velden
+komt uit den stal, in 't voorjaar, duizelig
+in 't licht komt, en niet weet of her of der,
+en dan maar loopt rechtuit op ééne lijn,
+'t is ongewis nog in haar vasten kop--
+zoo ging zij, die jonge arbeidster, dwars in
+het licht, het zilvrig witte dageslicht.
+
+En 't leek haar of zij voor een minnaar stond,
+die met een teer gezicht en bleekheid om
+zijn hoofd daar stond. En of zij nu zich aan
+hem geven moest of niet. Eén voet stond klaar,
+maar ééne niet. Zij wist niet wat te doen,
+en bleef maar fonkelend en vlammend staan.
+Zooals een lente als zij aan de aard',
+aan de grenzen en aan den horizon
+gekomen is, en daar maar pal blijft staan.
+En niet komt. En de menschen denken: wat
+toeft toch en mart en blijft daar toch die lente?
+Zoo stond zij op het veld, een vlam gelijk.
+
+En weifelend ging ze daar op een steen
+zitten, en voelde kou en warmte uit
+de lucht, en den grond, en van uit zich zelve.
+
+En twee gedachten vloeiden aan haar op,
+als twee rivieren, door de blanke lucht
+gekomen. De één was: Ik kan toch zijn
+vast en groot, ik kan groote vrouw worden.
+Er is de kracht in mij als van een mensch.
+De andre was: 'k moet stil bij moeder blijven.
+
+Zooals een moeder, die op haar bed ligt
+te wachten op het kind, ze voelt het in zich.
+De twijfel van het uur maakt haar al ziek:
+Zoo zat ze daar neer.
+En even onzeker ging zij terug,
+zooals een paard dat men voor 't eerst beproefd
+heeft te leeren, en dat men nu terug
+brengt naar den stal. Zij ging door 't klare licht.
+De wereld was wel klaar maar zij nog niet,
+zij twijfelde zooals het groene gras
+schittert, en vroeg maar aldoor, schitterend,
+de vraag: Zal ik of zal ik niet meegaan?
+
+Zooals in Februari of in Maart
+de wolken vliegen lachend langs den hemel,
+wit blauw gevlekt, en de heele natuur,
+de bergen, de boomen en al de dieren
+voelen: het moet, het moet, zoo voelde zij,
+toen zij daar klaarwit naar haar huis toe liep.
+
+Maar toch bleef nog een weifling aan haar hart,
+als het zilverig schuim dat aan de kust ligt.
+Maar van haar oogen viel een zachte straal.
+Zij was nog zeer jong, ze was nog geen vrouw.
+
+En 's avonds zat zij in haar huis alleen,
+voor het naar bed gaan, en tuurde in de schemering.
+Daar rond haar, daar waren de huizen van
+de kameraden: zij voelde ze aan haar oogen.
+Daar woonden ze, de stille en afgestompte.
+Zooals in een bosch, dat geen ligging heeft
+goed--maar slecht. Want het woud is arm,
+er is geen luchtstroom, en er is te veel
+water dat stilstaat om de harde wortels.
+Het bosch is forsch, maar doodsch en armzalig.
+Zoo was het leven der arbeiders om haar.
+En zij voelde zooals een vuurgezicht:
+Hun meisjes, ach, o pijn, o bittre pijn,
+de schoonheid, de bloeiende moederschoonheid,
+tot op een lage hoogte, en dan niet meer.
+En de mannen beperkt, en al de gaven
+beperkt tot de armen, beenen en vuisten,
+en nog wat anders waaraan men niet denkt.
+Er gonsde een grijze scheemring om haar heen,
+en 't leek zoo of zoo was de eeuwigheid.
+
+"Als wij samen zijn, o allen te zamen,
+mannen en vrouwen proletariërs,
+zijn wij meester van 't al. Dat is de taak
+eindloos voor mij, maar er moet aan begonnen."
+Zooals een vuurge bloem, diep in de scheemring
+van een kamer, waar niets anders is, bloeit,
+vuurrood--zoo groeide zij in de gedachte.
+
+En zij verhief zich, en trok zich zacht uit,
+het kleine dasje en haar wol'ge jak,
+en rok en broek en kousen. En haar hemd
+trok zij over haar hoofd en armen heen.
+En zij bleef nog wat denken in de scheemring
+onder de zoldring. En ging toen in bed,
+en legde zich onder de dekens neer.
+Haar lijf was vol, en vast haar hart daarin.
+Zij lag daar stil zooals een jonge boom.
+En denkende aan het Doel sliep zij in.
+
+'s Nachts sluipt er rond een God. Dat is de Moed.
+Die gaat door achterstraten, en daar waar
+de hooge huizen der arbeiders zijn.
+En waar zij liggen duister in de scheemring
+met hun vrouw, met hunne broers en zusters,
+maakt hij ze vast en moedig. De nacht geeft
+ze sterker aan het licht dan zij ze nam.
+Maria lag roerloos. De goê gedachten,
+die zij gehad had den dag, stijfden zich
+in haar, en werden en maakten haar vast.
+
+En buiten kwam de Dag zooals een minnaar,
+en spreidde 't schemerkleed wijd open, toen
+hij 't om de schouders hing. Maria ontwaakte,
+brekende, op haar bed. En stil en klaar
+lag ze, ziende den goddlijken ochtendstond.
+En zij hief zich. Haar voorhoofd ging naar 't licht.
+En zij wiesch zich, bukkende naar het water.
+En zij at iets en zei moeder goên dag.
+En zij ging door de lichte hooge straten.
+En zij trad de fabriek in in den schemer
+van staal.
+En zei aan d'andren dat ze mee zou doen.
+
+
+
+
+
+III.
+
+
+In de zaal ruischte het licht, zooals in zee
+de middag ruischt. Een hemelvaart van licht
+steeg op naar boven en maakte een wolk
+onder het glazen dak, en menschen kwamen
+tusschen het groen en het hangende rood--
+een zwerm gezichten in het gele licht.
+En Willem duizelde: hij kwam ter leering.
+
+Zooals aan de zee gele bloemen groeien,
+zooals over zee zwarte wolken zijn,
+zooals op zee de straten van de golven
+toonen haar zwart en rood en groen gelaat
+'s morgens als de zon schijnt,--en elke gevel
+eener golf toont zich anders parelmoer.--
+Zoo was de zaal, ze bruischte op hem in.
+En zooals de drommen der zware winden
+al trommelend over zee uit den afgrond
+des winterhorizons op komen zetten,
+in 't laat najaar, wanneer de zon zich stort
+vroolijk op zee, zoo kwamen drommen mannen
+zacht-luidruchtig pratend en schuifelend
+de zaal binnen, diep zooals een afgrond,
+en leken met gelaten gouden droom.
+
+Een gouden droom in blauwe werklijkheid.
+
+Er is wel een stil plaatsje tusschen rotsen
+aan zee, waar stil de zee in sluipt, het kindje
+der groote golf, komende aan haar hand,
+komt daar alleen, en stort zijn helder water
+op 't gele kiezelzand wat daar stil ligt.
+Zoo was de ziel van Willem, hij zat stil
+zooals een bloem diep in de zaal gezonken,
+en hoorde voor zijn oor geweldige zee,
+en ving ze in zijn hart parelend op.
+
+Het was een groot rumoer van gaan en komen,
+de arbeiders vulden geheel de zaal.
+
+En de zaal zette zich, en was een wolk--
+in 't dikke blauw schemerden stil de hoofden hoofden--
+en allen werden, allen keken stil
+naar waar vijf hoofden als vijf sterren blonken.
+
+En een stond op, Willem kende hem wel,
+zijn hart ging open want hij had hem lief
+zooals een vriend een kameraad bemint.
+En 't was Willem toen hij tegen de zaal
+begon te spreke', of hij sprak tot zijn hart.
+
+"Wanneer de mannen van een ieder vak
+zich zamelen zooals een golf zich zamelt
+op zee, zooals men ziet een zwarte wolk
+zich samenballen, dan komt er een kracht
+tusschen de arbeiders van dat enkel vak".
+
+Zwaar waren de woorden.
+
+ "Als een enkel vak
+over de aarde zich kon samenpakken
+zooals een wolk of zooals de lawine,
+dan zou de rijke patroon nedervallen
+zwak, en de arbeid vond zijn zonneweg
+naar beneden, diep in het zonnig dal,
+waar het geluk en zoete vrede woont".
+
+Willem luisterde en zag de landouwen
+hoog in de blauwte van de diepe zaal,
+boven des sprekers zacht goud-gele hoofd.
+De heele zaal leek als een blauwe zee
+op te zwellen naar den spreker, en die
+leek neer te komen met zijn zonnig hoofd.
+En Willem zag alleen dat hoofd, zoo gouden,
+zweven en spreken, als een sprekend hoofd,
+dat geen lijf meer had maar alleen een stem.
+
+"Als de vakarbeiders van heel een land
+zich konden vereenen tot blijvende hulp
+aan elkander, zooals op zee de golven,
+die ook niet apart zijn maar saam de zee,
+dan maakten zij een kracht, zooals de krachten
+van elk arbeider apart, en te zamen
+alle aparte krachten. Maar veel meer
+nog. Want er ware' in hen één Wil".
+
+De wil vertoonde zich. Hij was het zonlicht
+buiten, men zag hem stijgen als de zon,
+in vierkante stralen door alle vensters.
+De aarde was er vol van.
+
+ "Als de vakarbeiders
+aller landen zich konden
+samenvoegen, dan kwam de stille zon
+der Vrijheid, o gewis. O twijfelt niet.
+Mannen, de Zon schijnt. Gij zijt zelf de Zon."
+
+Zooals een vol bed blauwe violieren
+zoo hief de zaal zich, en er was een donder
+van rumoer door de donkre vergadring.
+
+En Willems hart werd klaar zooals een parel,
+en hij voelde zich daar tusschen geworpen,
+tusschen zijn kameraden, zoo zooals
+een niets-waardige, maar die door de andren
+eerst een waardige wordt en zuiver klaar.
+
+"En als de arbeiders van ééne natie
+zich stortten in den politieken strijd
+om de staatsmacht, zij vielen den staat aan
+en als alle arbeiders aller naties
+dit deden en zich stortten op het land
+van den staat, zooals nu de zeegolven
+aller oceanen bruischen op het land--
+dan werden de arbeiders zelf het land,
+het vaste rustig land der eeuwigheid,
+en Vrijheid zou met de arbeiders wonen,
+en alle menschen waren eeuwig vrij."
+
+Het leek wel of de reednaar werd zijn stem,
+zijn stem van goud, en dat goud weer de Vrijheid.
+De Vrijheid steeg op en verdoofde alles
+rondom Willems ooren. Er werd gesproken
+nog aldoor veel, hij hoorde het niet meer.
+Hij zag in het ovalen duister de
+Vrijheid gaan, haar smijdig goud figuurtje.
+Hij zag de drommen van zijn kameraden
+donker blauwgroen, en haar tusschen hen komen
+met haar gouden lach over al haar leden.
+En zooals een die aan de donkre zee
+zit, en de vioolkleurige heft haar stem,--
+voor hem niet, maar lijkt slechts voor zich te ruischen.
+Hij kijkt slechts naar de zon, hoe goud die is,
+en goud heengaat en trekt, zoo was ook hij.
+Hij zag alleen nog maar de gouden Vrijheid,
+en begreep, en luisterde hoe zij ging.
+
+En toen de vergadring uit was en in
+een wolk zich oploste, toen ging hij heen.
+Veranderd. Zijn hart had weer iets anders
+gekregen en verloren, 't Voelde nieuw aan.
+En in zijn voeten liep reeds half de Vrijheid.
+
+
+
+
+
+IV.
+
+
+Toen de ochtend stil was als een heilig water,
+trad hij de kamer waar de meublen bruin
+ware' in, de lucht hel, het stof roerde niet.
+Het goud stroomde buiten al door de straten,
+en langs de wolken zeer wijd heengestrekt.
+Zoo stil als een jonkvrouw de eerste droomen
+der liefde waarneemt, duizelde hem om 't hoofd:
+De arbeiders beklimmen de ochtendhoogten.
+
+Zacht als een diepe nis leek hem de kamer,
+het hoogst in 't huis, uitziende op den hemel,
+en 't arme bruine deurtje van de kast
+naast het raam, naast den openen hemel,
+leek hem te bergen 't allerrijkst geheim.
+Hij trad toe, en hij strekte zijne handen,
+en nam het boek, het gele, uit de kast,
+en droeg het stil naar de vierkanten tafel,
+en zette zich en legde het open.
+
+En zooals eene die zich voor het eerst
+zet bij een veelgeliefde, zat hij neer,
+en deed het oor open voor 't wonderboek.
+Hij keek er in zooals wie in een water
+kijkt buiten onder boomen, het zwart water
+is licht van kabbelingen van de zon.
+En stil begon de wetenschap te spreken.
+
+"De arbeid maakt alles van uit de aarde.
+De arbeiders huwen zich met de aarde.
+De arbeiders de Man, en zij de Moeder.
+En 't Kind is het Werk, dat uit steen en aarde
+oprijst. Het alomtegenwoordig Arbeids-Werk.
+
+Maar ach--dat kind het wordt aan hem onttrokken,
+die de vader was. En 't wordt hem weggesleept
+in andre huize', en niet met hem gedaan
+zooals hij wenschen zou. En de vader
+blijft arm en kinderloos: de arbeider."
+
+Hij staarde met groote oogen in het boek,
+zooals een kind dat voor het eerst een onrecht
+ziet, met groot oog vol pijn er star naar kijkt.
+In de zachte ochtend was het een verschrikking,
+zooals de nacht is, en zijn oog ging open
+zooals de nacht, en zijn hart als de nacht.
+Hij was zeer jong, hij was als eene bloem.
+
+En terwijl buiten de lichtlelies groeiden,
+boog hij zijn hoofd ter neder in de schauw,
+de bruine, die daar voor zijn voorhoofd was,
+en las van daaruit, van uit paarsche scheemring
+naar 't gele boek, dat zijn letters zwart straalde:
+
+"Maar de Arbeid heeft zooveel afgestaan
+aan den Rijkdom, de Rijkdom is zoo groot
+geworden, dat zij de Arbeid heeft verkeerd
+van klein en hout in groot en staal, dat rijk
+is geworden het Arbeids-Instrument.
+En millioenen zijn daardoor beroofd
+van 't houten kleine werktuig, en nu arm
+en bezitloos is de Meerheid der Menschen."
+
+Zooals uit 't diepe ruischen van de zee
+der kerk het orgel klaar begint te spelen,
+zoo klonk van uit het ruischen van de letters,
+die hij daar vóór op de tafel zag,
+de diepe beteek'nis der wetenschap.
+En zijn hoofd was zooals een gouden vrucht,
+die van een boom over een water hangt
+in September, als het water opgeeft
+de gouden stralen van de middagzon.
+En in zijn hoofd steeg op 't arbeidersbloed,
+het bloed des overwinnaars, dat anders
+bruischt dan het bloed van den verslagene,
+want dat is flauw en leekt flauw bloedend heen.
+En als een stier, die op de weide komt,
+in 't Voorjaar, op het zwellend groene weiland,
+als de hemel blauw wolkt, zoo keek hij over
+het boek, de groene tafel, in de schaduw.
+Zooals een man die diep achter aan 't schip,
+aan 't stuur, aan 't roer hangt en het schip bestuurt,
+zoo hing hij achterover in zijn stoel
+en keek in het paarsch en bruin kamerlicht.
+En hij liet diep in zich gedachte dringen,
+en tot zijn hart bezonk de wetenschap.
+
+En van buiten klonken jubelgeruchten.
+Want in het weven van de zon klonk stil
+en was een zilvren zee geroezemoes.
+En hij dwaalde uit, zooals een vogel vliegt,
+in de zilvren en verre werklijkheid,
+en zag een schaduw van wat hij kon doen,
+als een vogel zwart door wit voorbij schieten.
+
+Zooals een stem begint te roepen, klonk
+toen weer toen hij terugkwam, vóór hem 't boek.
+"Daarom arbeiders, o vereenigt u,
+want gij zijt de meesters, gij hebt de kracht,
+als gij het slechts wilt, als gij het slechts _weet_."
+Het klonk als een roepende uit de schaduw.
+"Gij zijt de Vaders, arbeiders, de aarde
+is uwe vrouw, o laat toch niet het kind
+u langer ontstelen, maar maakt uwe
+familie één en in drieën onverdeeld."
+Zoo klonk toen uit de schaduw van het boek
+de heerlijke stem der menschen-bewustheid,
+als uit de opalen diepten van de
+geschiedenis der menschheid, op'nend, klonk het.
+Nieuw altijd weer, altijd, iederen dag.
+
+En hij zat stil en luisterde heel lang,
+en liet het doordringen diep in zijn bloed,
+en liet zich verandren, iederen vezel.
+Want hij was tot heel lang zeer dom geweest.
+Zooals in de lente, het versche sap
+doordringt in den stam van de lila iris,
+en maakt het blad anders en schept de bloem.
+Zoo drong in dien arbeider door de kennis,
+en maakte zijn bloed in zijn aadren anders,
+zoodat zijn beenen en dijen en vuisten
+anders werden en opgroeiden tot daden.
+Hij zat daar lang zooals een donkre bloem
+in de schaduw. De gloed der wetenschap
+om hem. Zijn hoofd was als een vlam van kennis.
+Hij liet het stil rondom zich heen vergaren,
+opbranden om zich als de hooge zee,
+en zonk er met zijn hart steeds dieper in.
+En toen, toen hij er goed zeer diep in was,
+stond hij op en hief zijn gestalt er in,
+bewoog zich door den vloed, ging stil naar 't werk.
+
+Toen hij weer thuis kwam, stond er brood en koffie,
+en zat Maria daar met roode lippen.
+En hij nam 't wittebrood en zoende haar.
+Zooals een paard dat in de weide huppelt
+zonder toom was hij. En zij kuste innig
+hem op zijn mond en op zijn bloeiende borst.
+En zacht speelde ze met hem en trok hem
+naar zich toe en kuste hem om de wangen.
+En zij nam zijne, hij nam hare handen,
+ze speelden saam met levende kleinodieën.
+
+Zoo zaten ze, de zachte lucht van linnen
+van haar japon, en de veel fijner geur
+van daaronder vulden de glazen kamer.
+En de wolken gingen voorbij en 't uur,
+en de zon scheen en maakte 't binnen goud.
+En hij zei: "nu moet ik weer naar mijn werk,"
+en stond op, en zij stond op, en zij gingen
+na eenen laatsten kus samen uiteen,
+hij naar zijn werk en zij ook naar haar werk.
+
+Maar 's avonds stortte hij zich weer diep in
+de eenzaamheid en in het gouden boek.
+Hij zou weten hoe 't in de wereld uitzag.
+En diep met een gespanne' en zwarten wil,
+de handen aan het hoofd tegen de ooren,
+de zwarte wenkbrauwen gefronst, en 't haar
+stijfstaande op zijn kop als bij een stier,
+zat hij bij 't boek en las als 'r aan gemetseld.
+Hij las hoe of de arbeid is de waarde,
+en hoe de arbeid ten deele vergoed
+wordt den arbeider, in zijn loon, en hoe
+er arbeidstijd aan hem ontstolen wordt.
+Hij zette zich vast op zijn ellebogen,
+en begreep 't goed, het werd in hem geklonken
+zooals de ijzren pijlers van een brug.
+Hij zat als een gast aan een stevige tafel,
+en at van de kennis, en niets te veel.
+De gouden lamp met haar petroleum
+straalde, en 't zwart van 't duister was als stof
+en roest, maar in de hoeken was het fulpen.
+En hij sloot er zich in in de kennis.
+Zooals een smid die om zich zelven bouwt,
+die voor zijn werk binnen het werk moet zijn.
+
+Hij las hoe noodzaaklijk de slavernij
+moet erger worden op de arbeiders.
+Omdat zij altijd een steeds sterker druk
+van rijkdom staaplen--hij las hoe de knechtschap
+vermeert, maar ook de scholing, en ook de
+Eenheid der arbeiders. Hij zag het vóór
+zich, boven 't boek in 't felle helleschijnsel.
+Hij begreep het, de zwarte arbeiders waren
+levend voor hem, daar vóór hem, 't kapitaal
+was goud boven het gouden boek, daarin
+zag hij de zwarte arbeidersfiguren.
+Hij drong zich tegen 't boek aan, en zijn handen
+werden vochtig tegen zijn blanke slapen.
+Zijn oogen schitterden, er liepen tranen
+doorheen van licht, zeer diep, zij vielen niet.
+Hij begreep het, in 't binnenste der wereld
+drong hij, dat was het wezenlijk geheim,
+het geheim van 't bestaan, 't eigenlijke
+wat hij moest weten, de diamant der daad,
+waar alle daden uit voort moesten komen.
+Hij voelde het, hiervandaan kwam het leven
+der maatschappij.
+ En der maatschappij was
+hij zelf de kern, zoo goed als ieder ander.
+
+Hij ademde diep in den zwarten nacht
+naar de hoeken der kamer toe, als een
+die ontrukt is aan 't eigen zelfbestaan,
+en die zoozeer is in de gemeenschap
+verloren, dat hij die voelt, niet meer zich.
+Juist, dàt was het, hij las van de gemeenschap,
+begreep de gemeenschap, maar juist daardoor
+zich zelf. Zijn persoon was de gemeenschap:
+die had hem gemaakt, die had hem gevormd
+tot 'n kern van haar, en hij, als deze kern,
+voelde in zich haar, en zich met haar tot één.
+Wat haar was, was hem, en wat hij was zij.
+
+En daarin diep dringende met zijn oogen
+werd 't groot probleem, wat hij las, hem daar klaar.
+Hij las van den arbeid en van de waarde
+der dingen--maar hij begreep wat of was
+de arbeider, wat of hij zelve was.
+
+En 't gemeenschapsgevoel stortte zich over
+hem als een zwarte golf, en hij voelde in
+zijn hart het diep-zwart voelen voor de Eenheid,
+de Eenheid van hem en alle arbeiders.
+
+
+["Muurschildering-R.R. Holst"]
+
+
+
+
+V.
+
+
+O zoete lucht! O iedre avond die
+iets leert! o Dag waardoor de arbeid gaat!
+
+Zacht parelde de avond op de stad
+en van den hemel eene zachte gloed.
+Willem kwam van zijn werk. Dit was d'avond,
+waarop de vreemden zouden komen en
+vertellen van het socialisme, ver
+in andre landen. Hij stapte naar huis
+en zwolg het eten binnen. Hij zag niets
+dan even de planken om zijne kamer,
+hun rooden gloed.
+
+Maar hij trok snel zijn wit halfhemdje aan,
+en wiesch zich. En hij stapte in zijn kleeren.
+Hij ging door de deur, en sloot ze stil dicht,
+en toen door de stad die zacht bloemrijk was.
+Het zwarte stof van de metaalfabriek
+verging, er rezen bloemen voor hem op.
+Hij stapte als een haan, die in den avond
+gaat naar zijn hok waar alle kippen zitten.
+
+En nu schreed hij over den kleinen drempel
+en betaalde.
+ En zag de kameraden
+weinig in aantal in de kleine zaal.
+Hij ging zitten stil met hen aan de tafel,
+en wachtte tot de andren zouden komen.
+Het was een kleine leering-avond van
+enkelen--waar de vreemde kameraden
+zouden vertellen hoe het bij hen was.
+
+En klaar scheen de lucht door de ruiten binnen.
+De avond was blauw buiten, binnen bruin.
+'k Geloof, de zee was daar ook niet heel ver.
+Zoo scheen althans de lucht, alsof 't kristal
+der zee in schittering gestegen was.
+En de menschen, de donkre kameraden
+hinge' achterover in de kamerscheemring.
+
+En in die volle donkre rust, daar klonken
+buiten op houten gang de voetstappen
+plotsling. De deur ging open. Daar traden
+eerst de bekenden binnen, en toen twee
+mannen al oud, grijs was hun baard, en klein
+beide--en allen, jong en oud, zetten zich.
+
+En zacht begon, na een stilte, te stijgen
+een stem, zooals een peil, een goudene.
+Zooals men 's zomers zien kan eenen vogel.
+"Genoten, vrienden, echte kameraden
+van ons en mijn hart. Ik groet broederschap
+tusschen u en mij. Echte broederschap
+plaveit zich tusschen u en mij. Zoo moge
+de broederschap eenmaal zijn tusschen menschen."
+
+O zachte stem, o gouden vrijheid, hoe
+vuldet gij de kamer en maaktet een vlak
+waarin al de hoorende harten leefden.
+Zooals een fontein spuit, en 't heele bosch
+hoort het, ook waar hij niet is, zoo hoorden
+zij zijne stem alsof uit eene verte:
+
+"Duitschland was altijd 't land van slavernij
+sinds eeuwen. En onder onze gelijken
+was er geen vrijheid. Totdat voor een vijftig
+jaren gedacht' aan vrijwording begon.
+Wat was het tooverstaal, dat in 't bazalt
+leven bracht, wat bezield' de doode stof,
+wat bracht de vrijheidsdorst in onze monden?
+Het werktuig, vrienden. De machine sloeg
+vonken in ons los. 'k Heb het zelf beleefd.
+Zij bracht de groote massa's samen, zij zette ons
+naast, naast, naast elkaar, zij maakte ons broeders,
+ons kameraden, ons maten. Zij bracht
+onze oogen bij elkaar. Zij bracht de honderd
+arbeiders vóór elkaar, die elkaar vreemd
+waren geweest. Zij stelde om zich als haar
+kindren of kuikens al de machinisten.
+En die zagen elkaar in de oogen, en
+hun moeder naast hen, de stalen machine.
+Was 't niet of die machine hen aaneen
+bond? Waren ze niet werkelijk vrienden
+in 't werk? Ja--dat voelden zij, ze waren
+broeders en vrienden. Dat gaf ééniging.
+Dat is het zaad waaruit het socialisme
+komt.
+
+En dat gebeurde niet in één fabriek,
+makkers, maar overal, maar overal.
+Over gansch Duitschland, hier en daar, wel weinig
+eerst, maar allengs meer. Het groeide,
+het fabriekswezen, en elke machine
+vereenigde de mannen om zich heen.
+Al die machines met die groepen mannen
+werden kernen der nieuwe maatschappij,
+en van het socialisme. IJzren kernen
+met vleezen omhulsel.--Gij ziet wel 's zomers
+de vruchten rijpen, is 't niet? aan uw boomen,
+en al die vruchten zitten vol van zaad?
+Zoo was 't met het fabriekswezen dat over
+Duitschland zich spreidde, toen ik nog jong was.
+
+Maar al die vrienden, al die menschenlijven,
+al dat vleesch rondom al de ijzren kernen
+kenden toen nog niet 't socialisme. 't Was
+voor hen nog onbewust. Hoewel _zij_ in
+hun arbeid wel 't eerste gevoel al kenden,--
+zoo goed als zij,--van die groote
+broederschap, was 't toch slechts een eerst gevoel.
+Zoo is 't immers ook in een jongen van
+twaalf jaar? De liefde is er, maar niet tot
+bewustheid. Zoo was het in ons. Wij keken
+elkaar aan, maar wij wisten nog niet.--Hoe
+kwam dat toen in ons, hoe zijn wij toen overgegaan
+tot volle kennis? Welke vonk
+is dat toen weer geweest, die in ons groene
+het vuur bracht en de kleur, de vurig roode?
+Dat is de wetenschap geweest, mijn broeders.
+
+Daar zat een man in Londen, ver van ons,
+en terwijl wij iederen dag zoo zwoegden,
+en terwijl wij iederen dag aankeken
+elkaar over het groen geolied staal,
+en terwijl wij in elkaars oogen zochten
+vriendschap, terwijl de vlammen van ons zijn
+met de vlammen der stalen machine schiepen
+het goud voor den bourgeois--en wij maar niet
+konden vinden den _algemeenen_ weg,
+den weg voor allen, om tot kracht te komen--
+zat die man en zocht
+de wetenschap voor ons....
+ En in 't verbond
+van wetenschap en arbeid vond hij het,
+de magneet, die ons aan elkaar voor goed
+kon trekken: 't gansche proletariaat.
+En hij schreef het uit in een gulden boek,
+en in stalen boekjes: die leus voor ons.
+Proletaarjaat aller landen, wees Eén.
+En hij wees ons den weg, dien wij gegaan
+waren in 't klein, in 't groot als algemeenen
+bevrijdings-zonlicht-gouden-vrijheidsweg.
+
+En wij vereenden ons in éénen band,
+de Internationale, die gij kent,
+de Associatie roemvol aandenkens.
+Dat was Marx, mijne vrienden, de man wien
+de arbeidersklasse van Europa en
+Amerika meer dankt dan aan wien ook.
+De man die d' Wetenschap, zoolang u vreemd,
+u gebracht heeft en haar gemaakt uw kracht.
+U, lijdenden, verbond hij met het denken.
+De denkenden verbond hij met het lijden.
+Zacht golft het gras over zijn diepe graf
+te Highgate, maar hij staat hier tusschen ons,
+hier naast mij, en daar zit hij tusschen u."
+
+En zacht vloten de beken van de tranen
+omdat het denken bij de lijdenden
+eindlijk gekomen was.
+Er waren oude arbeidersgezichten,
+als steenen koppen in de buitenlucht.
+En zij weenden niet, want de arbeid had
+hen gewend aan alles wat hard en pijnlijk.
+
+"Wij hebben opgeroepen, 't Was Lassalle
+die den strijdroep liet hooren. En wij snelden
+toe, en vormden de Arbeiders-partij.
+De politieke partij, 't was voor 't eerst,
+dat arbeiders afdaalden in het strijdperk
+te strijden met het heele kapitaal.
+Wij vlogen samen, o nog maar 'n klein troepje,
+voor veertig jaar. Maar wij vielen ze aan
+dadelijk allen: 't grond-, 't bank-kapitaal,
+het handels-, en 't industriekapitaal,
+wij, de arbeiders, schaarden ons er over:
+Wij stelden ons tegenover den Staat.
+
+O 'k weet het nog zoo goed, ik was de eerste
+die heengestuurd werd, waar de Staats-Kop ligt,
+den Rijksdag, om daar als een jonge Siegfried
+te gaan vechten in het hol van den draak.
+Het kon niet anders zijn dan woorden, woorden,
+die ik tegen hem slingerde, een zwaard
+dat hem kon dooden, was er toen nog niet.
+Maar mijn woorden werden buiten gehoord
+in al die plaatsen waar de vleezen vruchten
+om de ijzre kernen heen zijn. En dáár dáár,
+begon men toen het zwaard te smeden, dat
+eenmaal, wanneer het hecht is volgesmeed,
+den strot zal boren van het kapitaal:
+d' Organisatie.
+ En men heeft gesmeed.
+Vroolijk als Siegfried staat de arbeidersklasse
+van Duitschland, en smeedt aldoor aldoor door.
+Gij kunt 't haast hooren als gij van hier luistert.
+
+Rondom de ijzeren machines gaan
+de vleezen lijven, de denkende koppen
+Naar de fabrieken loopen iedren dag
+de stevige voeten dragend helle koppen.
+In de fabrieken komen elken dag
+duizenden vrienden samen, met hun vrouwen
+en kindren, hun meisjes en jongens.
+En die bevolking ziet elkander gaan,
+en op den hoek van een machine als
+zij elkaar tegenkomen, zien ze elkaar
+soms even in de harde sterke oogen.
+De ééne hand reikt in handgreep de ander,
+een voet raakt voet, een rug raakt rug, dan keeren
+ze even om tusschen hun deelmachines:
+Was 't zijn lijf of was 't mijn lijf dat het deed,
+was het haar zachte heup, haar teedre oog,
+was het mijn jas of haar jurk dat mij raakte.
+Neen, 't was de hand van onze kleine zoontje,
+dat daar staat en vlug met zijn vingers voedt
+het bijtend welgeolied vlugge staal.
+En als ik mijn hoofd soms heel stil opricht,
+en in een oogenblik dat mijn werktuig
+poost om gesteld te worden voor nieuw werk,
+mijn oogen rond laat gaan door heel de zaal,
+wat hangt daar, wat is daar die grijze nevel
+waarin de armen staal slaan, waarin flarden
+product en ijzer, grondstof en menschstukken
+dooreenscheemren, wat is die damp die alles
+omslurpt en overhuift en ons toedekt?
+Ik zie 't, 't 'is de gloed die ons aaneenbindt,
+het socialisme, dat uit onzen arbeid
+opstijgt, d' Eenheid van werken, waaruit één
+voelen en willen, hopen en leven komt.
+Zoo ontstond in Duitschland de nieuwe droom,
+als een nevel die in den zomerdag
+begint te trekken uit het groene weiland,
+het smaragd kristalgroen verbreidt zich onder.--
+'t Kapitalisme bouwt ons de machines,
+'t Kapitalisme bouwt ons de fabrieken,
+wij bouwen 't kapitaal, 't kapitaal bouwt
+ons werkhuis--
+wij willen het huis óns, dat wij zelf bouwen."
+
+De stem ging naar de hoogte. Willem ging
+mee naar de hoogte--hij zag alles goed.
+
+"Wij hebben organisatie gemaakt.
+Wij hebben gebouwd al die jonge bosschen,
+waaruit muziek waait die gij hier kunt hooren.
+Wij hebben gebouwd al de nieuwe orgels
+uit wier pijpen, uit wier luchtpijpen-kelen,
+het wereldlied klinkt als van vrije vogels,
+die 's morgens op een heeten zomerdag
+midden" in zomer al vóór drie uur zingen.
+
+Terwijl wij zongen, kwam de donkre machte
+van 't kapitaal, de patroons en de kerk,
+de bankiers, renteniers en grondbezitters,
+de dievenkooplieden en de beursdieven,
+vielen ons aan en sneden menigen strot
+van een jong zanger meedoogenloos af,
+zoodat zijn stem uit afgesneden keel
+niet meer klonk, maar als een bloem zonder hoofd
+daar bleef.--
+ Duizenden arme vogels
+sloten ze op in hun kooien dat niet
+hun stemmen klinken zouden, en de stomme
+vogels, die nog niet zongen, leeren 't lied.
+Duizend vogels vertrapten ze, tienduizend
+roofden ze 't brood, honderdduizend verstomden
+ze door bedreiging, en millioenen maakten
+ze dom door de hel van hun domme godsdienst.
+Maar wat kon 't geven, waar die lieveling,
+de machine, ons roept, ons leert, ons éént;
+waar de arbeid, de bron van het bestaan,
+de moeder aarde die de grondstof geeft,
+die één met het werktuig is, één met ons,
+ons leert dat wij één moeten zijn,--wat geeft
+daar't dreige' en doodslaan van een zwakken mensch?
+Neen, ondanks dat duizenden menschen vallen,
+ondanks het lage loon, den kinderarbeid,
+den vroegen dood van ons allen, ondanks
+dat 't fijne lichaam onzer schoone vrouw,
+het breeklijk lichaam der jonge arbeiders
+gebroken wordt bij duizenden, ondanks
+moreel' en physische ellend', ondanks
+achteruitgang en slavernij, ondanks
+werkloosheid, zwerven, onzeker bestaan,
+bloedloosheid van hoofd, angst om ons hart vaak,
+armoed van bloed in vleesch en in oogen,
+gele voeten, geel gezicht, arme ooren
+en oogen--
+maakt de Arbeid, Onze Eigenschap, ons één.
+Men kan even goed aan het water zeggen
+om niet nat te zijn,--als
+aan de arbeiders om niet één te worden.
+
+Eeuwen van jaren straf gaven ze ons,
+Duizenden jaren honger gaven ze ons,
+Millioenen jaren strijd gaven ze ons
+samen.--Eeuwigheid hoop geven ze ons.
+En de hoop _wordt_, het socialisme _komt_.
+
+Hoort ge 't niet, vrienden, het geklinkeklank,
+het tapprend beuken, het gepinkepank,
+als ge goed luistert?--Luistert, hoort 'n maal?
+Daar over 't Oosten klinkt een rijpe schaal.
+Daar over 't Oosten klinkt een rijpe keel,
+en een zwaardvegen, en een zwaardgestreel,
+en weer een beuken en een galmend hameren.
+Dat is jong-Siegfried, die is aan 't verzamelen
+van zijne krachten, en hij stort ze in
+zijn zwaard, waarvan hij nu maakt het begin.
+Zijn lichaam is een deel van onze natie.
+Hij is de Arbeiders, 't zwaard: Organisatie.
+Hoort, hoort, gij kunt hem bijna van hier hooren."
+
+Het leek alsof hij zelve even luisterd',
+of hij van hier uit zijn land hooren kon,
+en of hij 't hoorde. Want hij zonk een poosje
+in aandacht weg, diep en diep in zich zelve.
+En wat hij hoorde werd toen daarop kond
+aan de vergadring, die nog dieper luisterd',
+nadat zij op zijn luistren gewacht had:
+
+"Duitschland is één groot land van heel veel lijden
+De rijken hebben zich aan één gesmeed:
+de adel, de landheeren, fabrikanten
+zijn als een bond op den nek van het volk.
+Maar de arbeidersklasse van heel Duitschland
+wordt één en aldoor meer één, onze macht
+wordt grooter aldra dan die onzer heeren.
+Zij rusten op ons--kunnen toch niet leven
+zonder ons.--Wat als wij dan sterker worden
+dan zij?--Dan zijn zij niets, kunnen niet leven
+als wij niet willen meer zooals zij willen.--Hun
+leger wordt immers altijd meer ons!--En
+de arbeid is, als wij één zijn, ons."
+
+Het leek of hij wat droomde, of hij ziende
+werd van diep denken dat als droomen is,
+En de vergadring ging mee in den droom.
+Zij waren één met hem: allen arbeiders.
+Als een gehoor dat één is met een spreker.
+
+Maar hij richtte zich op en zeide stil:
+
+"Wij zijn al ver in Duitschland, halverwege
+bij 't doel. Daar staat 't. Ik zie 't voor
+mijn oogen, het vlamt zilver, daar, daar staat het.
+Gij ziet het ook, vrienden, het Socialisme."
+
+In één opvlamming kort had hij 't gewezen,
+van uit zijn kracht, van uit zijn zeekre hart.
+En als een vlam van zilver ging hij zitten.
+
+En zij, zij keken allen op hem.
+En Willem keek tot hem vol ademlooze
+verbazing op,--op hem met teere liefde.
+En hij zat stil schuin naar benee te kijken,
+de woorden waren weg, zijn hart klopte.
+
+Zijn vriend verrees, de kleine sterke Franschman,
+die 't leven lang voor 't proletariaat
+gewerkt had.
+Hij leek een gouden rechte vlam, als in
+'t glas van een lampje op het koper staat.
+Maar zijn stem was als de stem van de zee,
+als ze gehoord wordt met korte rukken,
+die de onophoudelijke wind meedraagt,
+en broederlijk in stukken geeft aan 't land.
+
+"Een ander maal zal ik u meer verhalen.
+Nu slechts een enkel woord, het is al laat.
+
+Het was voorjaar, mijn kindren, en de zoete
+luchten vol wolken vlamde' over Parijs.
+
+Zooals een bloem breekt in de lente, eene
+papaver met zijn breede ronde bladen,
+zoo is toen in die stad, voor 't eerst, Europa
+een oogwenk rood socialistisch geweest.
+
+Gij weet het, kindren, het was de Commune.
+O zacht klinke de naam zooals een bloem.
+
+Parijs was toen zoo schoon. Er waren geene
+heeren, noch hoeren, want die lichtekooie
+papegaaien zaten saam in Versailles.--
+Er liepen geen prostituees op straat.--
+Er dreven geen lijken meer in de Seine.--
+Er werd niet gestolen en niet gemoord.--
+Men kwam veel menschen met de hoop al tegen
+op hun gezicht.--Het was het eerste windje
+van dien dag, die eens komt, als alle kindren
+zullen lachen op de hoeken der straten,
+en als de kindren ook de menschen lachen.
+Zal 'k u een teeken van de toekomst zeggen,
+wat ik toen zag in het oude Parijs?
+Er waren geen prostituees op straat--
+de lichtekooien in hun roode zijde
+waren weg.--Maar weet ge wàt men zag?.--
+De arbeidersvrouw in het openbaar leven.
+
+Parijs was toen een goudschijnende fakkel.
+Parijs was toen een heerlijke middernacht.
+Parijs was toen een roode granaatappel,
+die met zijn roode wangen aldoor lacht.
+Wat zaten er toen aan den nok der daken,
+aan hun zoldervensters een jonge harten,
+uitkijkend, zooals duiven, naar de zon--welk
+een schoon bruischen van filosofie
+steeg op--o welk een liefde ging verloren!
+Want 'k hoef u niet te zeggen, mijne vrienden,
+na wat mijn vriend straks zeide: 't ging verloren,
+want het ééne noodige, het ontbrak,
+de doelbewuste strijdorganisatie.
+
+Arbeiders kunnen nooit, neen nooit dat winnen,
+wanneer ze niet in zeer grooten getale
+en één van wil en doel vereenigd zijn.
+Bij ons ontbrak dat. Daardoor stierven wij.
+Wij zijn door onze onwetendheid vernietigd.
+Laten wij leeren, onderrichten w' ons.
+
+En dat is wat ik u nu slechts wou zeggen,
+jonge vrienden, hier in 't kleine Holland:
+Wij zijn door onz' onwetendheid vernietigd.
+Laten wij leeren, onderrichten w' ons.
+O laat ons leeren,
+zoeken wij door kennis den weg tot eenheid."
+
+Stil stond de man, die man die zelf daarbij
+was, en die met die oogen alles zag.
+Het was geluidloos rondom, 't stil rumoer
+der harten alleen ging door. Na een stilte
+sprak hij: "Wij zijn na dien sterker geworden.
+Ook in ons land zijn wij den taaien strijd
+begonnen tegen de bourgeoisie, en
+tegen d' onwetendheid der arbeiders.
+Lang is de weg,
+aan 't einde is de bloemige zegedag,
+als 't socialisme als een tuin ontluikt.
+Maar aan 't begin staat ons land, eene bloem,
+de Commune, 't Parijs der Arbeiders.
+Eeuwig de roemvolle vooruitbode,
+de bloedige, der nieuwe maatschappij.--
+
+Het schoone komt niet zonder dood.
+ Haar Martlaars
+worden bewaard in 't hart der arbeiders.
+Haar verdelgers staan nu reeds aan den schandpaal,
+van welken hen geen gebed hunner papen
+verlossen kan.
+Het Parijs der arbeiders
+zij u een les vàn 't kwade, naar het goede.--
+Een ander maal zal ik u meer verhalen,
+laat ons nu gaan, het is morgen vroeg dag."
+
+Hij had gesproken, en zette zich neer
+naast zijn vriend, en de jonge Hollanders waren
+vol zwijgen uit eerbied voor het verleden,
+en voor de mannen die 't verleden maakten.
+En langzaam gingen zij daarna uiteen,
+zooals schepen die uit een haven gaan,
+maar niet alle gelijk, maar een voor een,
+of bij tweeën en drieën. Aldus gingen
+zij weg naar hun huizen, en Willem ging
+alleen naar zijn huis, het hoofd vol gedachten.
+
+
+
+[Illustratie: "Muurschildering-R.R. Holst"]
+
+
+
+
+VI.
+
+
+De aarde ontspant zich, en uit de baring
+rijzen fijne nieuwe gestalte omhoog.
+
+Maria ging door 't licht met fijnen voet,
+zooals een hert slaande den fijnen hoef.
+Zij ging naar buiten om aan zich te denken,
+daar in de bosschen in den koelen schemer.
+
+Zij was een weefster, hare kameraden
+hadden haar pas geleerd den klassestrijd.
+Zij wilde er goed over gaan denken, buiten.
+
+Zij holde door het gouden bruine licht,
+zooals een schip dat, nieuw, zijn vlosjes hout,
+zijn ijzersplintertjes, zijn vlokjes verf
+verliest als het snel doorschiet door de zee.
+Zooals een paard dat in de weide komt,
+en 't verliest zacht 't donkerbruin winterhaar,
+doordat het strookt door de fijne landlucht.
+Zoo holde zij door 't groene dagelicht.
+Tintlend was 't of nu hier dan daar op d' huid
+een plekje nieuw ontplook. Was dat de lucht
+die 't deed, de wind? of kwam het uit haar zelf?
+Was het haar ziel--was het haar nieuwe ziel?
+Zooals een meisje in wie de bronnen
+opengaan, zoo was 't haar over het lijf.
+
+En zacht bereikte ze de donkre schaduw
+van 't oude bosch, donkre eiken, groenzwarte elzen,
+en daar, in de waterig natte schaduw,
+zette ze zich op eene rott'ge bank,
+en begon over haar leven te denken.
+
+Voorbij was het, zooals stille fontein.
+Voorbij haar leven, zachte kinderleven,
+voorbij de droom, bij moeder zacht geleefd.
+
+Voorbij was het zooals zachte fontein.
+Nu zat zij hier, de stille hand hing naast
+haar heen, de witte boezelaar
+kreukelde en haar hoofd hing stil voorover.--
+Hoe zou het zijn als alles nieuw, nieuw werd?
+Zij vroeg 't den grond, den vetten natten grond--zij
+keek voor zich uit naar de roode huizen,
+zij vroeg 't den hemel, grijzig wit en warm.
+Zou ze kunnen? zou ze met al de mannen
+kunnen uitgaan en strijden en nieuw worden?
+Over haar huid viel neer een doffe matheid,
+zooals over een jongen valt die man
+wordt. 't Is geen zwakheid, het is nieuwheid maar.
+En zij liet slap de beide armen hangen
+naast haar witte gestrekte boezelaar,
+en strekte de beenen en lag te denken.
+Zooals een schip dat ergens in de zee
+geschommeld wordt door het loodgrijze water.
+Het is een wrak, er is geen levend mensch
+meer op. Het heeft geen roer, geen mast, geen zeil,
+'t is maar een klomp hout. En de golven doen
+wat zij willen, en doen of 't schip er niet is.
+Zoo speelden met haar de groote gedachten,
+die evenals de wind nu door de menschen
+gaan en hen doen doen en hen doen denken.
+De zachte vrouw lag met haar zwarte haren
+daar neder, door het denken overmeesterd.
+Zal ik gaan, zal ik den strijd mee beginnen?
+
+Zooals voorjaars, als er in alle sprieten
+'t leven begint over de verre velden
+en op de torens en op de kapen
+waar 't gele helm hangt bij de warme zee--
+begon 't in haar te lachen, helderheid
+spreidde zich door haar henen uit haar beenen.
+'t Was of helderheid door haar heen ging lachen--
+en zij verrees en keek over zich henen.
+
+'t was of haar kleeren hel waren: 'n wasch.
+"Dit ben ik, dacht zij, dit ben ik, ik kan
+veel zijn, ik hoef niet altijd zoo te zijn
+zooals ik was.--Ik kan ook anders worden.
+Ik kan heel anders worden, heel, heel anders.
+Ik kan nieuw worden."
+
+Zoo lag ze lang heel stil neder te denken.
+Gedachten vlogen door haar hoofd van: Anders.
+En telkens prevelde ze stil: O, anders.
+En lachend zag ze zich gaan groot en schoon.
+
+Zich zag ze, en ze ging heel vroolijk door
+het zwarte pad dat door het natte bosch was.
+
+En toen ze buiten was over den rand
+van 't bosch en in de wijdte keek, daar stonden
+in zand van duinen weinig boomen ver.
+Toen had ze een visioen: Ze zag door de boomen
+zeer duidlijk menschen gaan: talrijke vrouwen
+en mannen op een langen wijden weg.
+Ze dacht niet wie ze waren, had ook niet
+de beteeknis van hen in bewustzijn,
+hoewel ze heel goed wist wie of ze waren
+in 't onbewuste van haar--had alleen
+het gevoel dat zij daar die menschen zag.
+
+Zij ging verder, en het visioen verdween,
+zooals een gedachte verdwijnt, ze ging
+hooger en hooger in de blonde heuvels.
+
+Boven gekomen zag zij verre zee
+in klaar-blauw fonkelen.
+ Zij stond heel stil
+als een vrouw uit albast gegoten. Stil
+hing haar kleed zwart en wit over haar schouders,
+haar kleine hoofdje bleek in vochtig licht.
+
+"Ik moet in deze wereld heel verandren.
+Alles verandert, ik moet ook verandren",
+dacht ze en stond stil naar de zee te kijken,
+zooals een beeld,
+zooals een vrouw, een teere zachte vrouw.
+
+
+
+
+VII.
+
+
+Anna en Fransje, Clara en Maria
+gingen te samen om naar haar te hooren,
+die op de weide op den eersten Mei
+vertellen zou den strijd der arbeidsters.
+Zacht scheen de lucht en de zon wimpelde,
+het water stroomde hun buiten de poort
+temoet--en iets van de toekomstige dage
+was daar. Hun hart proefde het en hun lip.
+Statig wapperde uit de blauwe lucht
+boven het weiland, en roode banieren
+hingen er zwaar in neder als muziek.
+Scharen van vrouwen kwamen, als donkre
+kleurwolken door een herfstbosch--jonge meisjes
+als zwanen trokken, heldre oogen schoten
+pijlen omhoog, en stille harten klopten
+als kleine werktuigjes. Zacht als een zon
+kwam daar de spreekster over het tapijt.
+
+Zij was in 't teeder bruin gekleed en zacht
+leek ze--de zon omwikkelde haar gestalt',
+maar hare oogen straalden uit dat zachte
+envelop heen naar al de gloeiende
+wezens die rondom haar diepkleurig gingen,
+en zacht kwam ze in haar bruine japon
+en met haar hoofd als van een hert.
+ Zij boog
+zich zacht voorover naar de menschen toe.
+De hemel omvatte in wijde stilte
+dat stuk der aarde waar ze stonden. Zij
+begon met zoete klinkende stem te spreken.
+Maria's hart hing, en haar mond was open.
+Zij hing naar haar toe, een peer naar zijn boom.
+
+"D' achturendag.--Wij vragen hem omdat
+de vrouwen niet sterk genoeg zijn, en omdat
+de eeuwge krachtsinspanning in fabriek
+ons, vrouwen, sloopt. Daar zitten wij 't eentonig
+werk doende, onze teedre zenuwen
+verstompen door den blik op de machine.
+De hersens worden stomp als botte messen--
+wij denken niet meer,--onze hand doet maar.
+Onze ziel druppelt uit ons lichaam weg.
+
+Wij vragen den achturendag, omdat
+wij gezond willen zijn, zooals de boomen,
+zooals de dieren, als deez' gouden zon
+wier schijn ik hier in mijne vingren heb.
+Wij vragen den achturendag, omdat
+wij vrouwen bergen willen zijn van gezondheid.
+Wij vragen hem omdat wij willen
+golven zijn van rijp vleesch en helder bloed.
+Wij vragen den achturendag, omdat
+ons lichaam anders is, dat iedre maand
+bloed stort en vrucht draagt. Als wij niet beschermd
+worden, dan stort het nieuw geslacht uit ons
+zwak en bouwvallig, en groeit niet vast op
+tot rijke, rijpe, rijzige gebouwen.
+Wij vragen den achturendag omdat
+wij meisjes, maagden, moeders zijn. Daarom
+vragen, ja eischen wij d' achturendag.
+
+Wij vragen den achturendag, omdat
+het kind beschermd moet worden, dat in ons
+leeft, hier in onzen schoot. Als dit lichaam,
+deez' armen, dit bovenlijf, deze beenen,
+en dit hoofd niet zacht gaan, en aan het kind
+denken--dan wordt de stoot, hier gestooten,
+voortgeplant op het kind. En als mijn hoofd
+niet denkt voortdurend aan mijn kleine kind,
+en als mijn hoofd niet rijp verstandig denkt
+in mijne zwangerschap, dan wordt mijn kind
+dom of dof of arrem, zooals zoovelen.
+
+Wij vragen den achturendag, omdat
+het zacht gebabbel van het kleine kind
+door ons gehoord moet worden. Wij willen niet
+heengaan van de aarde zonder dat gehoord
+te hebben, dat zachte beekvalletje
+door ons huis heen. Als wij in de andre kamer
+zijn, dan spreekt het daar verre stil, zijn ziel
+beweegt, gaat open, en klankt open als
+een bloem. Zouden wij geen tijd hebben om
+dat te hooren? O geeft ons dan den dag
+van acht uur, dat er een stuk voor
+ons over is om naar ons kind te luistren.
+
+Wij willen onzen jongen tot een man
+zien worden--de eerste manlijke gedachten
+zien over zijn gelaat, de eerste taal
+van mannelijke daad hooren, zijn bleeke
+wangen onder zijn donkerbruine haren
+bespieden, en weten wanneer de liefde
+de eerste klop doet in zijn slaap, daar hoog
+aan zijn gezicht, laag in zijn hart. Wij willen
+aan ons meisje vertellen, wat de liefde
+is, wat de man. Wij willen bij haar zijn
+totdat zij vrouw is, als haar eigen zuster.
+
+Wij willen bij onzen man zijn opdat
+wij onze liefde voor hem, o, doorproeven.
+Tot aan zijn dood of onzen dood. En omdat
+onze kinderen moeten zien wat of
+een huwlijk is. Daarom d' achturendag,
+want zonder dien bestaat daarvoor geen tijd.
+
+Wij eischen den achturendag omdat
+ons hart brandt. Wij zijn niet de doode menschen
+der bourgeoisie, wij zijn de proletaren,
+de bloemen der menschheid. In onze harten
+brandt een fakkel, wij willen naar hooger
+als vlammen. De natuur roept ons.
+
+Ziet ge die blauwe wolken? Daarheen willen
+wij, hier onze kleine gestaltetjes.
+
+Wij willen de natuur in, willen schoonheid
+zoeken en vinden in het schuim der zee,
+wij willen de muziek aanhooren
+die opstijgt van het zeevlak, wij willen
+liggen aan 't strand en de geheimen van
+de schelpen en het zand voor ons uitkijken,
+wij willen de vogels zien gaan in 't bosch,
+wij willen de bloemen daaruit zien groeien,
+wij willen de zon als een broeder voelen,
+even vrij als hij zijne stralen zendt
+willen wij dat de menschheid ons uitzendt.
+
+Wij willen 's avonds in ons kamertje
+gedichten lezen, bliksem door de hersens
+voelen van gedachten, en gloed in wel
+van ons hart, als de hartstocht in leugen
+en schoonheid der fantasie waarheid wordt.
+
+Wij willen in de museums stil gaan
+langs de marmeren lijven, en in ons
+schoonheid voelen aan de antieken verwant.
+Wij willen bij de muziek luisteren
+die als een stroom over ons henen komt,
+en ons reinigt als een stroom door ons hart.
+Wij willen reine wetenschap kennen
+want zonder die worden wij nimmer sterk.
+
+Wij eischen den achturendag omdat
+hij vastheid geeft.
+
+Wij eischen den achturendag omdat
+gij en ik moeten maken lichamen
+van menschen, die de bezitters bestrijden.
+Gij en ik moeten van onz' lijven stalen
+geraamten maken, waar de harde vuist
+van den patroon op stuk slaat, als hij ons
+aantast.
+Gij weefsters en gij naaisters en gij die
+spint--ziet gij niet hoe uw heeren maken
+verbonden tegen u,--gij, maakt ze ook
+en strijdt met hen.
+
+Tijd is noodig, een stukje van den tijd.
+Wij moeten 's avonds in dat stukje tijds,
+geroofd van 't kapitaal, in ons hoekje
+gaan zitten en studeeren wat toch is
+de maatschappij en haar groote lichaam.
+Wij moeten met gedachten in de hoeken,
+waar gewerkt wordt, dringen, en evenals
+met 't lijf des daags het kapitaal, zoo 's avonds
+met onz' gedachten nog eens 't kapitaal
+maken, met ons begrip. Gij moet d' oorzaken
+der proletariërsellende doorvroên--
+de voorwaarden van bevrijding
+naspeuren, en als vrouwen doorzoeken
+hoe gij dubbel slaaf zijt, arbeidster-vrouw!
+Daarom de achturendag!
+
+Gij moet den politieken strijd doorgronden tot
+zijn bodem, onder zijn diepsten bodem.
+Gij moet inzien hoe gij met u allen,
+hoe wij met ons allen, tot ééne macht
+moeten worden, zooals de lucht daarginds
+één is. Wij moeten inzien hoe de strijd
+niet in het vak slechts, maar tegen den Staat
+gevoerd moet worden, dat wij als een storm
+kunnen worden, als wij in diepe lucht,
+organisatie, alle vrouw saambrengen.
+Daarom acht uur.
+
+O komt vogels, komt breede schare van
+zwaluwen, heft u op en komt met ons
+te zamen de deinzende diepte in
+der toekomst. Komt vrouwen, komt zusters,
+verheft u uit deez' tijd naar de toekomst.
+Uw blanke en bruine kleuren, uw cirkels
+en massa's, die daar staat, o komt, o komt!
+Wie is de toekomst zoozeer als gij, vrouwen?
+
+Te zamen met den man willen wij vrouwen
+ten strijde trekken tegen 't kapitaal.
+Te zamen met den man willen we onze scharen
+helkleurig opschiên doen naar d' hooge burcht.
+Ziet gij niet hoe daarginds hoog in het zonlicht
+het _denkbeeld_ van het socialisme staat?
+Welnu--
+Wij eischen den achturendag omdat
+alleen een geestelijk en zedelijk,
+lichamelijk en zielssterk proletaarjaat
+het socialisme timmren kan _met daden_."
+
+Maria dacht aan haar man--en zij ging
+langzaam en zwaar naar huis om hem te zoeken.
+Haar lichaam was zwaar en haar borsten zwaar.
+Zij zag haar kameraden langs zich gaan,
+zij voelde hoe zij geheel was met hen,
+maar hoe zij aan hem diepst van al verknocht.
+
+
+
+
+[Illustratie: "Muurschildering-R.R. Holst"]
+
+
+
+
+VIII.
+
+
+Zachte Maria trad in de fabriek.
+De zaal was lang. Honderden weefgetouwen
+stonden nog stil, diep in het bleeke licht.
+En daartusschen de honderden poppen
+van menschen, pratend en lachend. Zij ging
+tusschen ze door en voelde een hartwarmte.
+Ze ging op haar plaatsje tusschen de andren,
+en wachtte op het weefgetouw nabij haar.
+Daar ging een fluit, en de machinist in
+zijn groote eenzame machinekamer
+koppelde den dynamo. En daar ging
+de wonderbare stroom in de magneten,
+die trokken en stietten. Het rad begon
+majestueuzen hoogen cirkelgang.
+
+En al de raadren en al de riemschijven,
+eerst daar verweg en toen ook in de zaal,
+begonnen te leven, het leven vloog door
+de fabriek, en de krukken en de boomen
+en de spoelen begonnen hunnen dans.
+In eens was de zaal vol rumoer. En alle
+menschen begonnen hun stille beweging.
+In eens was de zaal vol van gaande lijven.
+In eens was de zaal vol bukkende lijven.
+In eens was de zaal vol zachte aandacht.
+In eens was de zaal vol teedere gangen
+van levend vleesch en donkere kleeren
+en helle jurke'. In eens was de zaal vol
+van weefsels en van inslag en van schering.
+Maria keek op gloeiend rooden boom,
+en lette op den spoel en regelde
+den gang. Haar helpsters gingen zacht naast haar.
+
+En zoo begon de groote lange dag.
+De zon zond zijnen butidel stralen door
+een grijzen glans. De ijzeren assen
+draaiden boven, de drijfriemen snelden,
+de wielen liepen en de houten armen
+rukten met schokken, dat de spoel klettrend vloog.
+Maria stil en lieflijk in haar werk,
+zooals een bloem tusschen het ijzer. En
+haar handen waren fijn, en hare oogen
+keken zoo lieflijk als druppelen water.
+En zacht stond ze te denken aan de mannen
+en vrouwen om haar, en de kleine kindren
+vertoonden zich om haar aan haar neerblikken
+ter zijde naast haar. En als zij uitkeek
+zag zij de lieve gezichten der mannen
+met hunne knevels en baarden, de helle
+gezichten der vrouwen toonden zich bloot.
+Schemering was om haar, want in haar hart
+voelde zij de liefde voor den arbeid.
+En in haar handen die werkten was warmte.
+
+Daar trad op eenmaal een man dicht naar haar
+toe van het naaste weefgetouw, en in
+het dreunen en dondren van de machines
+het klettren des staals en de schoten van
+de spoelen sprak hij, zoo dat ze hem toch hoorde:
+"Zullen we verder over 't socialisme
+spreken of niet?" En zij keek stil uit hare
+warmte naar hem op en zei: "Ja heel graag."
+Toen begon hij, hij was een bleeke man
+met donkre knevels, zijn gelaat blonk vochtig.
+"Nu zal ik je nog eens vertellen hoe
+het kapitaal wordt in de groote wereld
+waarin wij wonen: onze maatschappij.
+Laten wij stil voortwerken en toch praten,
+onder ons werken socialisten zijn."
+
+En hij dacht een poosje als in een zoeken,
+dat de wind doet; voor hij tot een storm wordt.
+Men ziet hem met de kleine bladen spelen,
+ze jagen, wervelen, 't is of hij kijkt
+ernstig op den grond waar hij zal beginnen.
+
+"Zie eens Maria, zie eens deze draden,
+hun verf, dit staal, deze machine, dit
+huis met al zijne lederen riemen
+tot aan het dak. Zie eens uw boezelaar.
+Denk eens aan al de huizen in de stad.
+Denk eens aan al de dingen in ons land
+en in de landen hieromheen, de boomen,
+den grond, al wat er op is....
+ Wat zijn het
+behalve natuurdingen?--het zijn _waren_.
+_Koopwaren voor den mensch_.
+
+Zie eens, elk ding heeft waarde.
+Wat is die waarde, wat is de ruilwaarde?
+Het is de Arbeid, gemeten door den tijd.
+Onze arbeid, van u en mij, schept waarde.
+En de bezitters ruilen waarde tegen
+waarde. Maar hoe ontstaat het kapitaal?
+Hoe komt het dat er altijd meer komt in
+d' handen van hem die kapitaal bezit?
+Hoe schept bezit bezit, geld geld, waar waarde?
+Hoe komt uit ruilen altijd meer, meer voort?
+Dat komt, Maria, omdat onder de waren
+die geruild worden er ook menschen zijn!
+Dat komt omdat wij, gij en ik, zijn onder
+de ruilwaarden, en wij, wij kunnen meer
+waarde maken dan wij waard zijn.--
+Ons bloed kan meer doen dan het kost, ons eten,
+de kleeding die wij dragen, de kamers
+die wij bewonen en de brandstof die
+wij verbranden,
+op een dag, in een maand, of in een jaar,
+is minder waard, heeft minder waarde, wordt
+om 't duidlijker te zeggen, in korter
+tijdsduur gemaakt dan wat wij zelve maken
+hier in de fabriek in een jaar, een maand,
+of op een dag.--
+ We ontvangen voortbrengsel
+van zes uur misschien, wij geven van twaalf.
+En dat meerdere, die meerdere waarde,
+dat nieuwe werk aan grondstof toegevoegd,
+neemt de eigenaar der fabriek, en wij gaan
+iedere week met net genoeg naar huis
+om van te leven schamel en karig.
+Begrijp je 't Maria, het kapitaal?"
+
+Maria knikte.
+ En de werkman zei:
+"En zoo gaat 't overal op heel de wereld
+waar 't kapitalisme is. Iederen dag
+scheppen de millioenen loonarbeiders
+meer dan zij krijgen. Het kapitaal groeit,
+het wordt een eeuwig groote gouden berg."
+
+Ze dreven ieder hunne handen door
+de draden, grepen hier en grepen daar,
+met hun gedachten half en met hun handen
+heel in het werk. Het werk schoot op, het werd
+grooter, er kwamen meer draden des inslags.
+
+"Wat is nu de drijfkracht van dit alles",
+zoo ging hij voort, "hoe komt het dat altijd
+meer komt, waarom gaat 't overschot niet op
+of blijft gelijk? Dat moet ik je ook nog zeggen,
+opdat je een goeie socialiste wordt.
+In de eerste plaats zijn Wij dus de drijfkracht.
+Wij maken altijd meer, en zooveel meer
+dat elk jaar overblijft, en ieder jaar
+wordt gevoegd het surplus bij 't kapitaal.
+Maar in de tweede plaats is deze het,
+dit trouwe dier, dat altijd meer meer werkt."
+Hij legde zijne hand als op een paard
+op de machine, op het breede juk
+dat het weefgetouw boven samen hield.
+"Hij doet het, hij, met zijn metalen kracht.
+Want zie je, kind, alle machines worden
+altijd beter gemaakt door de geleerden,
+die zitte' in stille kamers ver van ons.
+Die maken dat het werktuig altijd beter
+en sneller en machtiger werkt, en in
+denzelfden tijd en met minder menscharbeid
+rijker oogst baart. En daardoor worden dan
+de dingen die wij noodig hebben, lager
+in waarde, de tijd die gebruikt wordt om
+ons onderhoud te maken, korter, de
+tijd dien wij dus voor niets voor onzen heer
+werken, langer, en zijn winst altijd grooter."
+
+Hij zweeg en werkte, en om hen henen werkten
+de andren, in het ruischende stooten
+werden zij niet gehoord, zij gingen in
+het licht en schaduw, even snel gezien.
+
+Maria zweeg, en hare liefde werd
+in haar grooter, de verontwaardiging
+liefde vlamde, het bloed van haar hart sloeg
+in den bloesem van haar lijf uit, terwijl
+ze zacht keek en met hare handen werkte.
+
+Lang was het stil tusschen hen tweeën, hij
+keek hoe hij het verdere nu zou zeggen.
+Zij dacht en leefde en soesde en groeide.
+
+Daar begon hij weer, en een groot visioen
+begon te stijgen in de stille lucht
+der fabriek. Hij leek wel een zanger die
+in de oude tijd zong van de helden en
+hun daden, voor de koningen der landen.
+"Wij zijn het dus, de machine en wij,
+gij en ik en die daar, die 't geheel drijven,
+en maken dat de ontwikkeling komt. Want wij
+maken het kapitaal, en 't kapitaal,
+altijd grooter, drijft de ontwikkling voort.
+Zie hier, buig u met mij in het werk neder,
+leg uwe handen in de draden van
+het weefsel, drijf ze er door, beweeg
+die zachte bloemen door het roode weefsel.
+Sla uw hand aan den hefboom, ruk hem over,
+glij uw oog langs den boom, en zie of in
+de juiste draden de spoel inschiet, wees
+met uw lijf zacht gaande zooals een droom,
+wees, vrouw, in 't werk, laat ik u zien als in
+machine gaan, en gij, zie gij naar mij,
+hoe ik één met mijne machine ben.
+
+Zien wij naar elkaar. Hoe wij werken, werken.
+Wij maken 't kapitaal. En aldoor meer!
+De rijkdom der wereld wordt aldoor grooter.
+Wij doen het. O zie naar me, ik zie naar u."
+
+De mannen en de vrouwen der nabuurge
+machines, die hem zagen en wisten
+dat hij over het socialisme sprak,
+waren nader gekomen en scholen
+te zamen met hun hoofden zooals kindren
+bij den meester, en kleine kindren als
+Chineesjes stonden onder hun boez'laren
+tegen het staal der weefgetouwen aan
+met hun hals en hun kin, naar hem te kijken,
+en luisterden goed hoe de wereld werd.
+Maria werd zacht door hen ingesloten.
+
+En hij ging verder, klaar klinkend van stem:
+"Het kapitaal gaat van ons uit, een stroom
+van goud hier van uit onze handen.
+Werkt handen dus, gij drijft de wereld voort.
+Maria werk, werk, ik, wij drijven samen
+het kapitaal naar buiten de fabriek.
+
+Het kapitaal van buiten de fabriek
+werpt aldoor meer arbeiders hier naar binnen.
+Dus handen werkt, maakt het weefsel toch voort.
+Werk, werk, Maria, machine werk voort,
+vermeerder het kapitaal, en vermeerder
+het leger der arbeiders. Onze handen,
+maakt kapitaal en maakt arbeiders snel."
+
+Hij had zich over zijn werk heengebogen,
+en sprak als in een droom. Zij luisterde,
+en zij luisterde naar zijn droom gebogen.
+
+En dieper boog hij zich op 't rood stramien,
+en sprak heel stil over de schering kijkend,
+over den spoel die daarachter heenweervloog:
+"Loop spoel en maak het weefsel, o gij weeft
+niet hier mijn weefsel alleen, maar het weefsel
+der maatschappij hier binnen en daar buiten."
+Hij had zijn mond bijna tot op het weefsel
+en fluisterde over de draden voort.
+Zijn kop rustte op het stramien, de stalen
+armen en bouten der machine vlak
+voor hem. Zijn hoofd was in grauwe schaduw
+der machine omvat, als 'n muzikant
+in de snaren der piano of harp.--
+
+Zij keek naar hem,--als een bloem in een bloempot.
+
+En hij richtte zich op in 't hooge licht,
+en met zijn haar dat stoffig was achterover,
+en met den fellen blik diep in
+het lichten van de zonnestof gericht,
+terwijl de machines van zelve liepen,
+sprak hij:
+"Loopt spoelen, loopt, en maakt het weefsel,
+gaat handen in den arbeid, maakt het weefsel,
+schept, arbeiders, uw strijd met 't kapitaal,
+den arbeid hier, het kapitaal daar,--binnen
+de arbeiders met den arbeid, daarbuiten
+de bezitters met het bezit.
+
+ O strijd
+tusschen beiden, kom, o kom, en word sterker.
+O Vrijheid kom, wij kunnen niet meer zonder.--
+
+Begrijp je, Maria hoe 't al zóó wordt?'
+
+Hij ging weer voorover in blauwen schijn
+van de machine, en allen ginge' in blauwen
+schijn der machines weer aan 't arbeidswerk,
+met lichter harten en diep zwijgende.
+
+Maria was hoog als een hooge bloem,
+en zij keek stil naar de andere menschen,
+en voelde één met hen, zooals misschien
+allen eenmaal op elkaar zullen kijken.
+Maar 't kan misschien ook dan niet beter zijn
+dan haar hart was. Zoo vol als in de zee
+van gloed de anemone staat der zee,
+zoo was zij in het licht, een sterken gloed
+voelde zij van haar hart door haar japon
+heengaan en alles voor haar omhullen,
+de arbeiders en ook de machines.
+
+En heel dien dag was zij in een verukking,
+en voelde hoe het socialisme werd.
+En nadat de avond gevallen was
+over de wegen, en zij had gegeten,
+zat zij stil en heerlijk in zwarten nacht,
+en wist weer nog zekerder hoe zij moest.
+
+
+
+
+IX.
+
+
+Zooals een bruid staat binnen in haar kamer,
+de dag breekt buiten open, uit het venster
+ziet ze uit naar buiten in de eeuwigheid--
+haar hart stormt, zij is zeker.--
+Zoo stond Maria en dacht aan haar leven.
+
+Zooals een bruigom gaande door zijn kamer
+zich kleedende met wit--denkt: dit ben ik,
+en ik word spoedig met een andere.
+Zoo ging de rappe Willem met zijn hand,
+en met zijn voet die aftrapt' van den grond,
+door zijne kamer op dien Zondagmorgen.
+
+Hij trad stil naar het raam en legde op
+'t kozijn zijn handen, en keek in het blauwe
+neder. En stil zooals een rivier gaat
+ging door zijn hart zijn leven. En hij dacht
+hoe zij en de menschheid één Eenheid waren.
+
+En toen zij dan samen waren gekomen
+in 't goude en teere scheemren van de zon.
+En toen zij ver buiten waren gekomen,
+toen stonden zij daar stil zooals zij waren,
+en elkaars liefden keken ze in hun oogen.
+En Maria sprak: "weet je nog toen wij
+twijfelden zooals bekers vol van wijn,
+die in de lucht schommelt?
+ O ik ben vast
+geworden, mijn hart weet wat 't kan en wil."
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of Een klein heldendicht, by Herman Gorter
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK EEN KLEIN HELDENDICHT ***
+
+***** This file should be named 16830-8.txt or 16830-8.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ https://www.gutenberg.org/1/6/8/3/16830/
+
+Produced by Marc D'Hooghe.
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+https://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at https://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at https://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit https://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including including checks, online payments and credit card
+donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ https://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.