summaryrefslogtreecommitdiff
path: root/15037-h/15037-h.htm
diff options
context:
space:
mode:
Diffstat (limited to '15037-h/15037-h.htm')
-rw-r--r--15037-h/15037-h.htm1209
1 files changed, 1209 insertions, 0 deletions
diff --git a/15037-h/15037-h.htm b/15037-h/15037-h.htm
new file mode 100644
index 0000000..cb70200
--- /dev/null
+++ b/15037-h/15037-h.htm
@@ -0,0 +1,1209 @@
+
+<!DOCTYPE html
+PUBLIC "-//W3C//DTD HTML 4.01 Transitional//EN" "http://www.w3.org/TR/html4/loose.dtd">
+
+<!-- This HTML file has been automatically generated from an XML source, using XSLT. If you find any mistakes, please edit the XML source. -->
+<html lang="nl-1900">
+<head>
+<meta http-equiv="Content-Type" content="text/html; charset=UTF-8">
+
+<title>Een Jaar aan Kaap Hoorn</title>
+<link href="style/arctic.css" rel="stylesheet" type="text/css" title="Artic Blue">
+<link href="style/amazonia.css" rel="alternate stylesheet" type="text/css" title="Amazonia Green">
+<link href="style/borneo.css" rel="alternate stylesheet" type="text/css" title="Borneo Brown">
+<link href="style/gutenberg.css" rel="stylesheet" type="text/css">
+<link href="style/print.css" rel="stylesheet" type="text/css" media="print">
+<link rel="schema.DC" href="http://dublincore.org/documents/1998/09/dces/">
+<meta name="author" content="Doctor Hijades">
+<meta name="DC.Creator" content="Doctor Hijades">
+<meta name="DC.Title" content="Een Jaar aan Kaap Hoorn">
+<meta name="DC.Date" content="#######">
+<meta name="DC.Language" content="nl-1900">
+</head>
+<body>
+
+
+<pre>
+
+Project Gutenberg's Een Jaar aan Kaap Hoorn, by Door Doctor Hijades
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: Een Jaar aan Kaap Hoorn
+ From "De Aarde en Haar Volken", Jaargang 1886
+
+Author: Door Doctor Hijades
+
+Release Date: February 14, 2005 [EBook #15037]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK EEN JAAR AAN KAAP HOORN ***
+
+
+
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the PG Distributed Proofreaders Team
+
+
+
+
+
+</pre>
+
+<span class="pageno"><a id="d0e63"></a>Bladzijde 89</span><a id="d0e64"></a><h1>Een Jaar aan Kaap Hoorn.</h1>
+<p align="left" class="byline"><i>Door Doctor Hijades.</i></p>
+<p id="d0e69"></p>
+<div id="d0e70" class="divFigure">
+<p class="legend"><img src="img/p1886-089.jpg" alt="De Oranjebaai."></p>
+<p class="figureHead">De Oranjebaai.</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p id="d0e74">Op verschillende internationale bijeenkomsten, die het eerst in 1879 te Hamburg, vervolgens te Bern en te Sint-Petersburg
+werden gehouden, werd een programma besproken en vastgesteld voor eene reeks van waarnemingen en onderzoekingen, die te gelijker
+tijd, op daartoe aangewezen punten van de poolstreken zouden geschieden, met het doel om gedurende een geheel jaar de magnetische
+en meteorologische verschijnselen te bestudeeren. Nadat de meeste regeeringen hare goedkeuring aan dat programma hadden gehecht,
+werden veertien stations aangewezen, waarvan twaalf rondom de Noordpool en de IJszee, en slechts twee zoo dicht mogelijk bij
+de Zuidpool; en wel een in Nieuw-Zuid-Georgi&euml;, dat van wege Duitschland zou worden bezet, en een aan Kaap Hoorn, dat aan Frankrijk
+werd toegewezen.
+
+</p>
+<p id="d0e76">De waarnemingen moesten een geheel jaar duren, van 1 September 1882 tot 1 September 1883. Al deze verschillende missi&euml;n hebben
+de haar aangewezen taak volbracht; en hoe treurig ook de afloop mocht zijn van de amerikaansche expeditie onder luitenant
+Greely, die haar standplaats had op het fort Conger aan de Lady-Franklinbaai, en die van de vijf-en-twintig personen er achttien
+door den dood verloor,&#8212;toch werden alle dokumenten door deze ongelukkigen opgesteld en bijeengebracht, behouden en ter beschikking
+gesteld van de amerikaansche regeering.
+
+</p>
+<p id="d0e78">Behalve de speciale studie van de meteorologie en van het aardmagnetisme, was ook aan iedere missie een zeer uitgebreid programma
+voorgeschreven van sterrekundige waarnemingen en van onderzoekingen op het gebied der natuurlijke historie: zo&ouml;logie, botanie,
+geologie. De vijf leden van de fransche missie wijdden verscheidene maanden aan voorbereidende studi&euml;n , om zich geheel op
+de hoogte te stellen van de taak, die aan ieder meer bijzonder was toevertrouwd. Er moest ook voor woningen worden gezorgd,
+en men besloot, te Parijs houten hutten of barakken te laten maken, volgens een bepaald plan gebouwd, en die zonder moeite
+uit elkander genomen en weder opgezet konden worden.
+
+</p>
+<p id="d0e80">Een rijksvaartuig, de <i>Romanche</i> onder bevel van den kapitein ter zee Martial, die tevens met de opperste leiding der expeditie was belast, moest het personeel
+en het materieel der missie overbrengen. Gedurende het jaar, dat de missie aan Kaap Hoorn heeft doorgebracht, hebben de officieren
+van de <i>Romanche</i>, die voor dezen tocht bepaaldelijk waren uitgekozen, zich onledig gehouden met het doen van hydrografische waarnemingen en
+het in kaart brengen van de eilandengroepen ten zuiden van Vuurland; bovendien heeft de <i>Romanche</i> van alle door haar bezochte streken belangrijke collecti&euml;n op het gebied der natuurlijke historie medegebracht, en op haar
+terugkeer peilingen gedaan.
+
+</p>
+<p id="d0e91">Het belang der wetenschap stond bij deze geheele expeditie natuurlijk op den voorgrond: de romantische en pittoreske zijde
+der reis moest noodwendig <span class="pageno"><a id="d0e93"></a>Bladzijde 90</span>op den achtergrond treden. Het ligt dan ook niet in mijn plan, de expeditie bij de vervulling harer taak dag voor dag te volgen.
+Maar afgescheiden van zuiver wetenschappelijke kwesties, waarvan de behandeling niet te dezer plaatse behoort, kwam het mij
+voor, dat een beknopt verhaal van de lotgevallen der missie, sedert haar vertrek uit Frankrijk tot haar terugkomst, ook voor
+niet wetenschappelijk gevormde lezers eenig belang kon hebben. Ik zal mij daarbij hoofdzakelijk bepalen tot ons verblijf onder
+de Vuurlanders.
+
+</p>
+<p id="d0e95">De <i>Romanche</i> vertrok van Cherbourg den zeventienden Juli 1882; den vijfden September daaraanvolgende, des namiddags ten half vijf, voer
+zij de straat van Lemaire binnen; in den namiddag van den volgenden dag wierp zij het anker uit in de Oranjebaai, aan de oostkust
+van het schiereiland Hardy, deel uitmakende van het eiland Hoste, ten zuiden van Vuurland, op 55&deg; 31&#8242; zuiderbreedte en 70&deg;
+25&#8242; oosterlengte.
+
+</p><a id="d0e100"></a><h2>I</h2>
+<p id="d0e101">De Oranjebaai, die in April 1830 door Robert Fitz-Roy, en in Februari 1839 door den Amerikaan Wilkes was bezocht en beschreven,
+scheen eene geschikte gelegenheid aan te bieden voor de vestiging van onze missie, en was dan ook als zoodanig aangewezen,
+tenzij onvoorziene omstandigheden onze installatie daar ter plaatse onmogelijk mochten maken: in dat geval moesten wij een
+geschikter plek opzoeken op het in de nabijheid gelegen eiland Hermitte.
+
+</p>
+<p id="d0e103">Zoodra de <i>Romanche</i> het anker had uitgeworpen, was dan ook ons eerste werk aan land te gaan, om eene geschikte plaats voor onze nederzetting
+op te zoeken. Wij behoefden onze eischen niet hoog te stellen: een vlak terrein, waarop wij onze barakken konden opslaan;
+voorts de nabijheid van eene rivier of althans van drinkbaar water; eindelijk eene geschikte aanlegplaats voor de sloepen
+die ons materieel aan wal moesten brengen en later, bij den terugkeer van de <i>Romanche</i>, onze gemeenschap met het schip moesten verzekeren. De eerste van deze drie voorwaarden bleek niet voor vervulling vatbaar.
+Overal waar zich een vlak terrein bevond, was de grond zoo drassig, dat het zeer moeilijk viel daarop te loopen; wij moesten
+dus een hooger terrein kiezen, waar wij de hutten boven elkander zouden kunnen plaatsen, hetzij op natuurlijke terrassen,
+hetzij op kunstmatige platformen van boomstammen. Wij aarzelden aanvankelijk in de keus tusschen een landpunt, later Pointe
+Lephay genoemd, en een kleinen heuvel een weinig ten noorden van die landpunt. Ten slotte kozen wij dit laatste punt, vooral
+van wege de onmiddellijke nabijheid van eene rivier; en in den vroegen morgen van den achtsten September begonnen de werklieden
+der missie, bijgestaan door eene talrijke afdeeling matrozen van de <i>Romanche</i> het terrein te ontginnen: welke arbeid de volgende dagen ijverig werd voortgezet.
+
+</p>
+<p id="d0e114">Den zes-en-twintigsten September 1882 werden de eerste waarnemingen gedaan, die gedurende een geheel jaar onafgebroken moesten
+worden voortgezet. Eigenlijk hadden zij reeds op den eersten September moeten beginnen; maar wij waren eerst op den zesden
+aangekomen, en de sedert verloopen twintig dagen waren volstrekt noodig geweest voor onze installatie. Het met dicht kreupelhout
+en struikgewas begroeide terrein moest worden gezuiverd en ge&euml;ffend, waarbij op sommige plaatsen de rots moest worden afgehakt.
+Nadat de barakken waren opgeslagen, moesten de wanden en de zoldering van binnen met een laag vilt, en de vloer met linoleum
+worden bekleed, om zoo veel mogelijk de koude en de vocht af te weren.
+
+</p>
+<p id="d0e116">Met de onderzoekingen betreffende de natuurlijke historie was aanstonds een aanvang gemaakt; evenzoo hadden wij al dadelijk
+kennis kunnen maken met de inboorlingen. Reeds den volgenden dag na onze aankomst in de Oranjebaai waren verschillende prauwen
+van boomschors naar het schip gekomen; de inboorlingen vroegen om levensmiddelen en voornamelijk scheepsbeschuit, en boden
+in ruil daarvoor eenige produkten hunner kinderlijke nijverheid aan, zoo als halskettingen van beenderen of schelpen, beenen
+punten van harpoenen en dergelijken. Deze Vuurlanders schenen in het minst niet ongerust of verbaasd over onze verschijning:
+veel meer trachtten zij zoo veel beschuit, brood of andere spijzen te krijgen als maar mogelijk was. Zij vroegen noch om brandewijn,
+noch om tabak, waarmede zij waarschijnlijk geheel onbekend waren; oude kleeren namen zij ook gewillig aan, maar toch was het
+hun hoofdzakelijk om eetwaren te doen.
+
+</p>
+<p id="d0e118">Het is niet gemakkelijk, met juistheid den eersten indruk weer te geven, dien de verschijning van deze inboorlingen op ons
+maakte. Naar het scheen zonder eenig wantrouwen of vrees te koesteren, kwamen zij ons bezoeken of liever om voedsel vragen,
+in hunne kano's van boomschors, allen, mannen en vrouwen, ouden en jongen, geheel naakt of hoogstens bekleed met een stuk
+otter- of zeehondenvel, dat over hunne schouders was geworpen. Gedurende onzen overtocht hadden wij alles gelezen wat vroegere
+zeevaarders, zoo als Weddell, Fitz-Roy, Darwin, Wilkes, over de bewoners van Vuurland geschreven hadden; wij wisten dus dat
+zij, naar de eenstemmige verklaring van al deze schrijvers, ongeveer op den allerlaagsten trap van menschelijke ontwikkeling
+staan. Zoodra wij de Vuurlanders zagen, meenden wij hen dan ook te kennen, en zochten wij reeds naar de voornaamste karaktertrekken,
+door de vroegere onderzoekers aangewezen. Onze verrassing was dus minder groot dan zij anders geweest zou zijn; vooral verwonderde
+het ons dat wij geen woord van hunne taal verstonden, hoewel wij ijverig de woordenlijst van Fitz-Roy en de taalkundige mededeelingen
+van andere schrijvers hadden bestudeerd. Het eenige woord dat wij verstonden was het woord <i>beschuit</i>, dat zij <i>biskit</i> of <i>biskir</i> uitspraken en dat als in hun mond bestorven lag. Pogingen om uit te maken met welken stam wij eigenlijk te doen hadden, waren
+aanvankelijk ten eenemale vruchteloos.
+
+</p>
+<p id="d0e129">Eerst den volgenden dag, nadat wij de inboorlingen bij herhaling in hunne hutten hadden bezocht <span class="pageno"><a id="d0e131"></a>Bladzijde 91</span>en nauwkeurig gelet op een zeker aantal woorden, die zij telkens gebruikten, kwamen wij tot de zekerheid dat de aan de Oranjebaai
+gevestigde stam dezelfde was, waaraan Fitz-Roy den naam van Tekinika geeft. Onze eerste gesprekken met deze inboorlingen werden
+grootelijks vergemakkelijkt omdat een hunner eenige woorden engelsch verstond en sprak. Hij zeide Jack te heeten, had eene
+vrouw en twee kinderen bij zich en had in zooverre iets voor boven zijne stamgenooten, dat hij een mondvol engelsch verstond;
+voor het overige verkeerde hij in even ellendigen toestand als alle anderen. Hij ontving ons in zijne hut met de grootst mogelijke
+koelheid; hij antwoordde vrij vlug op de eerste vragen die wij tot hem richtten, maar bleef weldra hardnekkig zwijgen, hetzij
+uit vermoeidheid, hetzij uit wantrouwen, of om welke reden ook. Over het algemeen was er een merkwaardig verschil tusschen
+de manier van doen van deze Vuurlanders, als zij in hunne prauwen langs de <i>Romanche</i> dobberden, en als wij hen aan land in hunne hutten bezochten. Op het water schenen zij in hun element; zij waren dan vroolijk
+en opgewekt, praatziek en familiaar tot lastig wordens toe; aan land daarentegen was hunne houding wel niet vijandig, maar
+toch teruggetrokken, wantrouwend, gedwongen, als van lieden wien het hindert door vreemden bespied te worden. Verschillende
+redenen kunnen ter verklaring van deze handelwijze der Vuurlanders worden aangewend. Op zee gevoelen zij zich veiliger; kwam
+er eene botsing, dan konden zij zich dadelijk met hunne prauwen uit de voeten maken; bovendien was bij hunne bezoeken aan
+de <i>Romanche</i> hun eigenbelang in het spel en deden zij zich zoo gunstig mogelijk voor, om spijzen te krijgen, waarnaar zij zoo vurig verlangden.
+Toen zij zagen dat wij ons aan land kwamen vestigen, zonder dat zij vermoeden konden wat ons doel was, was het vrij natuurlijk
+dat zij zich over onze verschijning op hun eigen grondgebied ongerust maakten en van onze tegenwoordigheid niets dan overlast
+vreesden. Dit zijn echter slechts onderstellingen: zij hebben hunne gevoelens nooit uitgesproken, en zij bezitten in hooge
+mate het vermogen om hunne gewaarwordingen te verbergen en daarvan niets op hun onbewegelijk gelaat te laten blijken.
+
+</p>
+<p id="d0e139">Op Zondag, 1 October 1882, omstreeks vier uren in den namiddag, liep een amerikaansche schoener de Oranjebaai binnen, en wierp
+het anker uit tegenover de missie, naast de <i>Romanche</i>. Dit schip, dat jaarlijks deze zee&euml;n bezoekt om robben te vangen, verschijnt dan in den regel in de Oranjebaai, om water
+in te nemen en zich van brandhout te voorzien. De gezagvoerder had te Punta Ar&eacute;nas, in de straat van Magelhaens, hooren spreken
+van de voorgenomen vestiging eener fransche missie aan de Oranjebaai, en kwam nu de hulp van onzen geneesheer inroepen voor
+een zijner matrozen, die ernstig ziek was.
+
+</p>
+<p id="d0e144">De schoener heette de <i>Thomas Hunt</i>; in vijf dagen had de bemanning, bij de Diego-Ramirez-eilanden en vooral op het eiland Ildefonso, ongeveer driehonderd robben
+gedood; het hoogste cijfer der op een dag gedoode dieren was ditmaal zeventig geweest. Een paar jaren geleden, had men op
+een dag vijfhonderd robben gevangen. De robben worden, als zij aan land zijn, omsingeld en dan doodgeschoten, somwijlen ook
+doodgeslagen; de zeer jonge dieren blijven gespaard, maar alle anderen, mannetjes en wijfjes zonder onderscheid, gedood. De
+bemanning van de <i>Thomas Hunt</i> bestond uit acht-en-twintig koppen, en er waren zeven geweren aan boord. Men doodt de robben enkel om hun vel; zoodra zij
+aan boord zijn gebracht, wordt hun het vel afgestroopt, waarna de lichamen in zee worden geworpen. De huid wordt, na ingezouten
+te zijn, naar Engeland verzonden om daar bewerkt te worden; zij levert eene bekende en zeer gezochte soort van bont op.
+
+</p>
+<p id="d0e152">De gezagvoerder van de <i>Thomas Hunt</i> was nu reeds gedurende zeven jaren ter robbenvangst gevaren. Hij verklaarde dat die vangst steeds minder voordeelen opleverde
+en dat het getal dezer robben snel afnam: hetgeen inderdaad niet te verwonderen is bij de ruwe, moorddadige wijze waarop de
+jagers te werk gaan! Er behoort in waarheid eene groote mate van avontuurlijken zin en liefhebberij voor het vak toe, om het
+beroep van robbenjager te kiezen, dat tegenwoordig maar eene zeer geringe winst oplevert. Het leven toch dezer robbenvangers
+is alles behalve gemakkelijk of aangenaam. Hun voedsel bestaat, voor het grootste gedeelte, uit het vleesch der pingouins,
+die zij dooden of levend vangen; de kapitein van de <i>Thomas Hunt</i>, die zich ook daarmede tevreden moest stellen, verklaarde mij echter dat dit vleesch zeer goed smaakte. De robbenjagers brengen
+echter niet hun geheelen tijd aan boord door. Op hun schip zijn zij aan tallooze gevaren blootgesteld; maar nog veel erger
+is hun toestand, wanneer zij, in het belang van de jacht, op een of ander onbewoond eilandje moeten achterblijven en daar
+gedurende weken of maanden op de terugkomst van hun schip wachten. Blijft dan het schip langer weg dan waarop gerekend was,
+dan zijn de achtergeblevenen aan de grootste ellende ter prooi. De kapitein van de <i>Thomas Hunt</i> had, voor zijne aankomst in de Oranjebaai, op het eiland Diego-Ramirez acht mannen gevonden, die door eene amerikaansche
+go&euml;let daar waren achtergelaten om robben te vangen en van levensmiddelen voor drie maanden voorzien, maar die nu reeds sedert
+vier maanden op de terugkomst van hun schip wachtten. Hun voorraad was geheel opgeteerd: zij hadden geen ander voedsel dan
+de vogels, die het hun van tijd tot tijd gelukte te vangen. De <i>Thomas Hunt</i> had deze ongelukkigen opgenomen en hen naar het Beagle-kanaal, naar Ooshooia, gebracht, waar zij aan de verzorging van de
+protestantsche zendelingen waren overgelaten.
+
+</p>
+<p id="d0e166">Weldra zouden wij zelven met deze zendelingen in aanraking komen: tot onze groote verwondering zouden wij in dit wilde, onherbergzame
+land, aan den uitersten uithoek der wereld, beschaafde mannen vinden, sedert lange jaren hier gevestigd.
+<span class="pageno"><a id="d0e168"></a>Bladzijde 92</span></p><a id="d0e169"></a><h2>II</h2>
+<p id="d0e170">In den morgen van den elfden November 1882 wierp eene go&euml;let, die de engelsche vlag voerde, het anker uit tegenover onze hutten.
+Onze eerste gedachte was, dat wij ook nu weder te doen hadden met een robbenjager, die hetzij uit nieuwsgierigheid, hetzij
+om onze hulp in te roepen, ons een bezoek kwam brengen. Deze onderstelling bleek evenwel onjuist: eene van het schip afgezonden
+sloep naderde snel onze kleine aanlegplaats: zij bevatte twee passagiers, waarvan de een de gezagvoerder van het schip moest
+zijn, terwijl de ander geheel het voorkomen had van een engelsch geestelijke. Eenige minuten later zetten die heeren voet
+aan wal, en stelden zich zelven voor: de een was kapitein Willis, gezagvoerder van de go&euml;let <i>Allan Gardiner</i>, in dienst van den protestantschen zendingspost in Vuurland; de ander was de directeur (superintendent) van dien post, de
+reverend Thomas Bridges.
+
+</p>
+<p id="d0e175">Voor ons vertrek uit Frankrijk droegen wij kennis van het bestaan dezer missie: de post is aangewezen op de kaarten van het
+zuidelijk deel van Vuurland; wij wisten dat wij in geval van nood daar hulp konden gaan vragen, en dat de zetel der missie
+te Ooshooia of Ouchouaya was, ongeveer honderd kilometers ten noorden van de Oranjebaai. Daartoe bepaalde zich onze kennis
+van dezen zendingspost.
+
+</p>
+<p id="d0e177">De heer Bridges deelde ons dadelijk het doel van zijne komst mede. Van den kapitein van de <i>Thomas Hunt</i> vernomen hebbende, dat zich aan de Oranjebaai eene fransche wetenschappelijke missie bevond, waaraan ook een geneesheer verbonden
+was, kwam hij ons verzoeken, te Ouchouaya een onderzoek in te stellen naar eene hevige epidemische ziekte, die sedert het
+begin van het jaar onder de protestantsche missie woedde. Een aantal Vuurlanders waren door die moorddadige epidemie aangetast,
+en al de aangetasten waren na verloop van hoogstens vijf of zes weken bezweken; de inlanders waren als door een panischen
+schrik bevangen, en het engelsche personeel van de missie begon evenzeer te vreezen voor de besmetting eener ziekte, waartegen
+geen geneesmiddelen iets hadden gebaat. Men moet evenwel niet vergeten, dat eigenlijke geneeskundige hulp te Ouchouaya niet
+kon worden verleend, want in de omstreeks vijftien jaren dat de kleine engelsche kolonie daar gevestigd was, had zij nog nooit
+een dokter gezien.
+
+</p>
+<p id="d0e182">Het spreekt van zelf dat het verzoek van den heer Bridges onmiddellijk werd ingewilligd; bij gemis van nauwkeurige inlichtingen
+omtrent den aard en den gang der epidemische ziekte die onder de Vuurlanders in zijne omgeving woedde, was het volstrekt noodig,
+de pati&euml;nten zelven te zien; bovendien waren er onder de gezinnen der zendelingen velen lijdende, die zeer gaarne een geneesheer
+zouden raadplegen. Dien eigen avond vertrok ik met den heer Bridges aan boord van de <i>Allan Gardiner</i>. Het was een heerlijk schoone avond, toen wij koers zetten naar het noorden; den volgenden dag was het weer niet minder mooi,
+maar daar de wind in den namiddag geheel ging liggen, moest de go&euml;let overnachten in een kleinen inham, nabij het Beagle-kanaal,
+niet ver van den engelschen zendingspost. Den dertienden November verlieten wij des morgens ten negen uren onze ankerplaats,
+en kwamen twee uren later te Ouchouaya.
+
+</p>
+<p id="d0e187"></p>
+<table align="left" style="margin:10px; margin-left:0px">
+<tr>
+<td>
+<div id="d0e188" class="divFigure">
+<p class="legend"><img src="img/p1886-092.jpg" alt="Een klein meisje, aangekleed."></p>
+<p class="figureHead">Een klein meisje, aangekleed.</p>
+</div>
+</td>
+</tr>
+</table><p>
+
+</p>
+<p id="d0e192">Op het eerste gezicht maken zij een treurigen, weemoedigen indruk, die weinige engelsche huizen, waarvan al de materialen
+uit Europa zijn aangevoerd, daar als neergeworpen in die doodsche sombere wildernis, aan dien verloren uithoek der wereld;
+die eenvoudige huizen, ten verblijve strekkende aan de gezinnen der zendelingen, waarvan velen kleine kinderen hebben, die
+nooit een ander vaderland hebben gekend. En die indruk wordt er niet beter op als men aan land gaat en de inboorlingen ziet,
+natuurlijk minder wild dan in de omstreken van Kaap Hoorn, behoorlijk gekleed, eigenaars van betrekkelijk goed ingerichte
+hutten, somtijds zelfs van netjes onderhouden tuinen; maar desniettemin volstrekt niet gelukkiger dan de naakt loopende Vuurlanders,
+die in volle vrijheid met hunne prauwen op de zee rondzwerven om hun dagelijksch brood op te sporen. Men zou hier inderdaad
+belangrijke vergelijkende studi&euml;n kunnen maken over de gevolgen van deze proeven van beschaving op volksstammen in volkomen
+staat van wildheid levende. Is zulk een overgang inderdaad voor hen eene weldaad? De vraag mag worden gedaan, zonder iets
+af te dingen op den lof en de bewondering, die <span class="pageno"><a id="d0e194"></a>Bladzijde 94</span>het streven verdient van de engelsche missie, wier geschiedenis ik hier kortelijk zal mededeelen.
+
+</p>
+<p id="d0e196"></p>
+<table align="right" style="margin:10px; margin-right:0px">
+<tr>
+<td>
+<div id="d0e197" class="divFigure">
+<p class="legend"><img src="img/p1886-093.jpg" alt="Jonge vrouwen uit Vuurland (eene in europeesch kostuum)."></p>
+<p class="figureHead">Jonge vrouwen uit Vuurland (eene in europeesch kostuum).</p>
+</div>
+</td>
+</tr>
+</table><p>
+
+</p>
+<p id="d0e201">In 1850 besloot Allan Gardiner, kapitein bij de koninklijke engelsche marine, naar Vuurland te gaan om te onderzoeken wat
+er geworden was van de inlanders, die in 1832 door Fitz-Roy naar Engeland waren overgebracht en twee jaar later weer naar
+hun vaderland teruggevoerd. Gardiner meende, dat het onvergefelijk zou zijn, zich verder niet met deze wilden te bemoeien,
+en de kiemen van beschaving en christelijk geloof, door de Vuurlanders van Fitz-Roy onder hunne stamgenoten overgebracht,
+te laten versterven. In 1850 vertrok hij uit Engeland, met den heer Williams, geneesheer-zendeling, den heer Maidment, architekt,
+en vier visschers van Cornwallis. In Vuurland aangekomen, verlieten zij hun schip, en gingen over in kano's, waarmede zij
+naar eene baai op het eiland Navarin wilden varen, waar zij onderstelden dat een der Vuurlanders van Fitz-Roy, die dus engelsch
+verstond, woonde. Op dien tocht landden zij aan eene vlakte, waar de inlanders hen zoo vijandig ontvingen en eene zoo dreigende
+houding aannamen, dat zij genoodzaakt waren, zich spoedig weder in te schepen. Een hevige storm veroorzaakte daarop groote
+schade aan hunne kano's, waarvan een zelfs geheel verloren ging. Van hunne vaartuigen beroofd, namen zij nu de wijk in een
+verlaten kreek, ten zuiden van Vuurland, waar zij, blootgesteld aan de hevige koude en met een geringen voorraad van mondbehoeften,
+van week tot week uitzagen of niet een voorbijvarend schip hen redden zou. Naarmate de voorraad slonk, werden zij ziek en
+stierven allen, een voor een, den verschrikkelijksten hongerdood. Eenigen tijd daarna vond men hun dagboek, waarin men het
+eenvoudig, hartroerend verhaal van hun lang martelaarschap kon lezen tot op den laatsten levensdag van den laatst overgeblevene,
+kapitein Gardiner.
+
+</p>
+<p id="d0e203">In 1854 werd de <i>Allan Gardiner,</i> in Engeland voor rekening van het Genootschap voor de zending in Zuid-Amerika gebouwd, naar Vuurland gezonden. Men koos een
+van de Falklandseilanden, het eiland Keppel, om daar een post te vestigen, waarheen men de Vuurlanders, die geneigd schenen
+het Christendom aan te nemen, zou overbrengen om verder hunne opvoeding te voltooien. In 1858 werden, onder leiding van den
+heer Pakenham Despard, de eerste Vuurlanders naar die missie gebracht: het waren Jemmy Button, een van de Vuurlanders van
+Fitz-Roy, met zijne familie; voorts drie volwassen paren en twee jonge knapen.
+
+</p>
+<p id="d0e208">Meenende nu het vertrouwen van de Vuurlanders gewonnen te hebben, achtten de zendelingen in 1859 het oogenblik gekomen om
+zich in het land zelf dier wilden te gaan vestigen. Onder leiding van den heer Philips en van kapitein Fell van de <i>Allan Gardiner,</i> begaven zij zich dus naar Woollya, op de kust van het eiland Navarin, waar zij aanvankelijk goed werden ontvangen. Maar eenige
+dagen later, op Zondag, 6 November 1859, terwijl zij godsdienstoefening hielden in eene tot kapel ingerichte hut, werden zij
+door de inlanders overvallen en allen vermoord. Deze ramp verdoofde evenwel den moed niet van de zendelingen, die op het eiland
+Keppel waren achtergebleven. Een vaartuig, uitgezonden om te ontdekken wat er van hunne ongelukkige broeders geworden was,
+keerde terug met den jongen Vuurlander Okokko, die geen deel aan den moord had genomen, maar ook niet bij machte was geweest
+om dien te verhinderen. Hij was vergezeld van zijne vrouw, en van hem leerden de overgebleven zendelingen de vuurlandsche
+taal, waarin met name de heer Bridges, de tegenwoordige directeur der missie, die zich in 1802 op het eiland Keppel bevond,
+snelle vorderingen maakte.
+
+</p>
+<p id="d0e213">In 1863 keerde de <i>Allan Gardiner</i>, die naar Engeland was geweest om gekalefaterd te worden, naar het eiland Keppel terug met den reverend Stirling; aanstonds
+werden nu op nieuw betrekkingen aangeknoopt met de bewoners van Vuurland zelf. Deze wilden waren ten hoogste verbaasd toen
+zij bespeurden dat de blanken er niet aan dachten, wraak te nemen over den voor weinige jaren gepleegden moord aan de zendelingen,
+wier lijken werden teruggevonden en den 11<sup>den</sup> Maart 1864, met groote plechtigheid te Woollya begraven. Sedert dien tijd bracht men naar de Falklandseilanden een vijftigtal
+Vuurlanders, bij groepen van acht of tien te gelijk; zij ontvingen daar eenig onderricht, waarna zij naar hun land terugkeerden
+en hunne oude zwervende levenswijze hervatten.
+
+</p>
+<p id="d0e221">In 1865 nam de heer Stirling vier jonge Vuurlanders, van dertien tot achttien jaren, mede naar Europa. Zij bleven zestien
+maanden in Engeland, waar zij zich onderscheidden door hun goed en ordelijk gedrag, door hunne scherpzinnigheid en vlugheid
+van begrip. Een van hen stierf op de terugreis, den tweeden April 1867, na eene langdurige ziekte: een ander overleed kort
+daarna den 24<sup>sten</sup> Juni; een derde eindelijk bezweek in Maart 1874.
+
+</p>
+<p id="d0e226">In 1868 werd een klein station gevestigd te Liwaya, op het eiland Navarin, op den zuidelijken oever van het Beagle-kanaal,
+en in Januari van het volgende jaar vestigde de heer Stirling zich geheel alleen te Ooshooia, op den noordelijken oever van
+het kanaal, tegenover Liwya. Er was daar eene goede ankerplaats, bosch, water in overvloed, en een grond geschikt voor akkerbouw
+en veeteelt.&#8212;In het begin van 1870 vestigde de reverend Th. Bridges. die een groot deel van zijn leven onder de Vuurlanders
+op Keppel had doorgebracht en die tot superintendent der missie was benoemd, zich te Ooshooia, met twee bekeerlingen, waarvan
+de een een bekwaam timmerman en de ander landbouwer was. Hoezeer men met de werkzaamheden zoo veel mogelijk spoed maakte,
+verliepen er toch twee jaren eer het etablissement te Ooshooia gereed was.
+
+</p>
+<p id="d0e228">Wie tegenwoordig te Ouchouaya komt, ziet daar een soort van dorp, met een zeker aantal huizen in plaats van hutten, eene kerk,
+eene school en een weeshuis. De heer Bridges heeft eene vuurlandsche grammaire vervaardigd en een zeer uitgebreide woordenlijst
+saamgesteld. Hij heeft ook het Evangelie van Lucas in de taal der inlanders <span class="pageno"><a id="d0e230"></a>Bladzijde 95</span>overgezet; deze vertaling is, in vijfhonderd exemplaren, te Londen gedrukt. Den 13<sup>den</sup> Augustus 1881 waren daarvan aan de inboorlingen te Ouchouaya twee-en-twintig exemplaren verkocht, tegen een franc vijf-en-twintig
+centimes per stuk. Ook ontvangen de kweekelingen der missie zooveel mogelijk onderricht in het engelsch.
+
+</p>
+<p id="d0e235">De Vuurlanders van Ouchouaya hebben geleerd, hunne akkers en tuinen te omheinen, planken te zagen, hutten te bouwen, wegen
+aan te leggen. Men heeft runderen en geiten in hun land ingevoerd; zij gaan op europeesche wijze gekleed; in het weeshuis
+ontvangen vijf-en-twintig ouderlooze kinderen verpleging en onderwijs. De zendelingen, die geene andere macht hebben dan hunne
+zedelijke meerderheid, zijn de eenige wetgevers, en bijna altijd onderwerpen de inboorlingen zich aan hunne uitspraken. Ouchouaya
+wordt langzamerhand een middelpunt, van waar de invloed der zendelingen zich naar alle kanten uitbreidt; het is reeds voorgekomen,
+dat inboorlingen, aan de zendelingen persoonlijk geheel onbekend, hulp en bijstand hebben verleend aan schipbreukelingen,
+geheel in strijd met de voorvaderlijke overleveringen en gebruiken. In 1882 bedroeg het getal Vuurlanders te Ouchouaya omstreeks
+honderd-vijftig.
+
+</p>
+<p id="d0e237">Meermalen is de vraag bij mij opgerezen: welke toekomst is voor deze missie weggelegd? Ondanks de onvermoeide en volhardende
+pogingen der zendelingen gedurende vijftien jaren, heeft nog maar eene zeer kleine minderheid van de inlanders de oude levenswijze
+laten varen, de godsdienst en de gebruiken der beschaafden, voor zoover het gaat, aangenomen en zich te Ouchouaya gevestigd.
+De anderen&#8212;dat wil zeggen do overgroote meerderheid&#8212;komen wel soms enkele dagen te Ouchouaya doorbrengen, maar zij blijven
+er niet. Zij geven verreweg de voorkeur aan het vrije, ongebonden, zwervende leven, gaande en trekkende naar het hun lust;
+ondanks de vele ontberingen en den honger, waaraan zij bloot staan, verkiezen zij deze onafhankelijke levenswijze boven het
+bestaan van hunne stamgenooten te Ouchouaya, die huizen en akkers en tuinen bezitten, veel minder ontberingen kennen en tamelijk
+wel tegen honger gewaarborgd zijn, maar die daarentegen ook al de zorgen en beslommeringen ondervinden van het beschaafde
+leven en bovenal dag aan dag geregeld moeten arbeiden. Dit laatste is voor den wilde&#8212;en niet enkel voor den Vuurlander&#8212;een
+schier onoverkomelijk bezwaar. Daar de zorg voor den dag van morgen hem vreemd is, kan hij in den arbeid niets anders zien
+dan eene doellooze, ondragelijke slavernij, waaraan hij zich tot iederen prijs poogt te onttrekken. Het is volstrekt niets
+ongewoons, dat een inlander, die een of twee jaren te Ouchouaya heeft doorgebracht en door goed gedrag en ijverigen arbeid
+reeds een eigen woning en een akker verkregen, op een goeden morgen eensklaps verdwijnt, met achterlating van alles, om tot
+zijne vroegere levenswijze terug te keeren. Zal het gelukken, die diep ingewortelde neiging te overwinnen en de onrustige
+nomaden aan vaste woonplaatsen en geregelden arbeid te gewennen? Nog meer: zal ook hier de plotselinge, geheel onvoorbereide
+overgang van den laagsten trap der barbaarschheid tot de vormen en uiterlijke gewoonten en gebruiken eener hoog ontwikkelde
+beschaving geen verderfelijken invloed uitoefenen op de inlanders zelven, en zal men hen niet, als zoo vele stammen in Noord-Amerika
+en op de Zuidzee-eilanden, zien wegkwijnen en uitsterven? Reeds nu is de sterfte te Ouchouaya veel grooter dan elders.
+
+</p><a id="d0e239"></a><h2>III</h2>
+<p id="d0e240">Met groote spanning werd, ook aan de Oranjebaai, de zesde December tegemoet gezien. Dien dag zou de overgang plaats hebben
+van de planeet Venus langs de zonneschijf; en om dit verschijnsel goed waar te nemen, waren onder anderen uit Frankrijk, acht
+speciale missi&euml;n naar Amerika vertrokken. Uit een astronomisch oogpunt was de zuidelijke punt van den archipel van Kaap Hoorn
+zeker de meest geschikte plaats voor waarneming; maar men had dat punt niet durven opnemen onder de aanvankelijk uitgekozen
+stations, uithoofde van de zeer geringe kans op goed weer in de maand December. Om echter van de gelegenheid, indien zij zich
+toch mocht aanbieden, gebruik te kunnen maken, was de missie naar Kaap Hoorn voorzien van de noodige instrumenten, voor het
+gadeslaan van den overgang der planeet.
+
+</p>
+<p id="d0e242">De zesde December was een regenachtige dag, en reeds des morgens hield men het voor onmogelijk, het verschijnsel van den overgang
+van Venus waar te nemen. Toch was op het bepaalde uur ieder op zijn post, bereid om de hem aangewezen taak te vervullen; en
+zie&#8212;op het juiste oogenblik helderde de hemel op en vertoonde zich de zon. De operatie gelukte zoo goed mogelijk, en er was
+dien dag feest in onzen kring.
+
+</p>
+<p id="d0e244">Wij waren toen in het langst van de dagen, in het midden van den zomer van het zuidelijk halfrond. Maar aan Kaap Hoorn is
+er eigenlijk geen zomer, of althans geen warm jaargetijde. In December 1882, een der minst koude maanden van het jaar, was
+de temperatuur gemiddeld +7&deg;&nbsp;9; in Juni, dat wil zeggen in de koudste maand, daalde de thermometer niet beneden -2&deg;&nbsp;2. Hieruit
+blijkt, dat het grootste verschil van temperatuur niet meer dan even vijf graden bedraagt. Voornamelijk hieraan zal wel het
+mislukken van onze proeven van groenten-kultuur zijn toe te schrijven, waartoe trouwens ook de gesteldheid van den grond niet
+medewerkte. De bodem bestond toch hoofdzakelijk uit moeras of veen; en waar een dunne laag teelaarde gevonden werd, was de
+grond zoo doorwoeld met wortels, dat eene ontginning groote bezwaren opleverde: nog daargelaten dat ook deze terreinen zoo
+vochtig waren, dat wij diepe slooten moesten graven om het water af te voeren. Toch zochten wij in een naburig boschje een
+terrein van beperkten omvang uit, om daarop eene proef te nemen. Na den grond van wortels te hebben gezuiverd en om het terrein
+in het vierkant greppels te hebben gegraven, zaaiden wij daarop verschillende groenten: boonen, erwten, kool, salade, radijs,
+peterselie <span class="pageno"><a id="d0e246"></a>Bladzijde 96</span>enz., maar geen van deze groenten bracht het tot rijpheid.
+
+</p>
+<p id="d0e248">Toch verbouwt de honderd mijlen meer noordelijk gelegen engelsche missie, voor hare eigen behoefte, met vrij goeden uitslag,
+aardappelen, kool en wortelen, en hebben de inlanders vrij uitgestrekte moestuinen. Maar dit resultaat is niet verkregen dan
+ten koste van ontzaglijken arbeid voor de ontginning en de drooglegging van het terrein; daarenboven is de grond langs het
+Beagle-kanaal veel beter voor bebouwing geschikt dan aan de Oranjebaai.
+
+</p>
+<p id="d0e250"></p>
+<div id="d0e251" class="divFigure">
+<p class="legend"><img src="img/p1886-096.jpg" alt="Vuurlanders van de Oranjebaai en van Ouchouaya."></p>
+<p class="figureHead">Vuurlanders van de Oranjebaai en van Ouchouaya.</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p id="d0e255">Was de zomer niet gunstig voor onze kweekerij en bracht dit jaargetijde al haast evenveel dagen van regen, sneeuw en hagel
+als de winter, zoo droeg toch de lengte der dagen, de bloeitijd der planten, de betrekkelijke gemakkelijkheid van tochtjes
+en uitstapjes er toe bij, om ons de zomermaanden te doen waardeeren. In dezen tijd des jaars, gedurende de langste dagen,
+kwam de zon ten twee uren na middernacht op, en ging eerst ten tien uren 's avonds onder; en de korte tijd tusschen zons onder-
+en opgang was veeleer eene lange schemering dan een eigenlijke nacht.
+
+</p>
+<p id="d0e257">Men kan zich moeilijk voorstellen, met hoeveel bezwaren het maken van uitstapjes en zelfs van eenvoudige wandelingen, in den
+omtrek van de Oranjebaai gepaard gaat. Nergens is een spoor van een weg of zelfs maar van een pad te ontdekken. Langs het
+strand is het eene opeenstapeling van rotsblokken en groote steenklompen, waartegen men met behulp van handen en voeten moet
+opklauteren, of waarlangs men zich moet laten afglijden. In het binnenland moet men zich al kruipend een weg banen door oerwouden
+in miniatuur, waar men elk oogenblik neerploft in uitgeholde, verrotte boomstammen, die met hun bekleedsel van mos en woekerplanten
+schijnbaar eene vaste oppervlakte vormen, maar bezwijken zoodra men er den voet op zet. Dan weer moet ge door poelen en moerassen
+waden of over dicht ineengestrengeld doornig kreupelhout loopen dat als een harnas den bodem bedekt. Geen wonder dan ook,
+dat wij onze meeste tochtjes te water maakten. Moesten wij echter het binnenland bezoeken of een berg beklimmen, dan schoot
+er niets anders over dan te voet te gaan, vergezeld van eenige matrozen, die de noodige levensmiddelen droegen, want op de
+Vuurlanders viel niet te rekenen: in den zomer na onze komst, die het meest geschikte seizoen was voor uitstapjes, waren wij
+nog niet met de inlanders op genoegzaam vertrouwelijken voet.
+
+</p>
+<p id="d0e259">Een van onze belangrijkste voetreizen was die naar de Bourchierbaai, op de westkust van het schiereiland Hardy, alzoo aan
+den zoom van den Stillen-oceaan.
+
+</p>
+<p id="d0e261"></p>
+<table align="left" style="margin:10px; margin-left:0px">
+<tr>
+<td>
+<div id="d0e262" class="divFigure">
+<p class="legend"><img src="img/p1886-097.jpg" alt="Vuurlanders met slinger en harpoen."></p>
+<p class="figureHead">Vuurlanders met slinger en harpoen.</p>
+</div>
+</td>
+</tr>
+</table><p>
+<span class="pageno"><a id="d0e266"></a>Bladzijde 98</span></p>
+<p id="d0e267">Den 25<sup>sten</sup> Januari 1883, des morgens omstreeks vijf uren, vertrokken wij met prachtig weer, van de missie: wij waren met ons vijven,
+waaronder twee dragers, en richtten ons in rechte lijn naar het westen. Na eene korte halt halfweg, te midden van een bekoorlijk
+berkenboschje, kwamen wij ten elf uren aan de baai Bourchier. Wij hadden slechts tweehonderd el behoeven te stijgen, en de
+tocht had zich door geen enkel incident gekenmerkt. Toen wij naar het ruime, fraaie strand afdaalden, vonden wij stukken hout,
+half in het zand begraven en blijkbaar sedert lang aan weer en wind blootgesteld; bij nader bezien, bleken het overblijfselen
+van een schip, dat op deze onherbergzame kust was vergaan. En deze ontdekking was niet de eenige van dien aard: dikwijls genoeg
+vonden wij wrakhout langs het strand, als ten spot van den naam, dien de Oceaan hier draagt.
+
+</p>
+<p id="d0e272">Deze weemoedige tropee&euml;n der verdelging pasten overigens volkomen bij het woeste en toch grootsche voorkomen van dit onherbergzaam
+strand. Hier zoekt men te vergeefs naar sporen van menschelijke woningen: niets dan eene grillig gevormde kust, omzoomd door
+steile heuvelen met berken begroeid, die naarmate zij hooger groeiden, door den fellen wind meer naar het westen waren overgebogen;
+voorts bochtige, smalle kreeken, ingesloten tusschen hooge, loodrechte rotswanden, langs wier voet de golven klotsten en brandden:
+in een woord een grootsch, aangrijpend, wild landschap.
+
+</p>
+<p id="d0e274">Wij besteedden den ganschen dag met het onderzoek van het terrein, van de geologische gesteldheid en formatie der rotsen en
+der vele kleine inhammen, die als het ware eene voortzetting van de baai en voor vaartuigen ontoegankelijk zijn. In een dezer
+kreeken vonden wij overblijfselen van een schip dat, voor zoo ver wij konden nagaan, eerst voor korten tijd hier schipbreuk
+had geleden: eene bijna ongeschonden ton, eene groote hoeveelheid rotting; in eene andere ontdekten wij een groot stuk hout,
+dat met beeld- en snijwerk was versierd, en blijkbaar tot den spiegel van een of ander schip had behoord.
+
+</p>
+<p id="d0e276">Het was natuurlijk niet mogelijk, bij dezen en bij dergelijke tochten kampementsartikelen mede te nemen, waaraan wij anders
+wel behoefte hadden, voornamelijk aan eene tent, waarin wij konden overnachten. Wij trachtten nu in een klein boschje, op
+een der heuvelen langs de baai, eene hut te bouwen op de manier der inlanders. Men behoeft daartoe slechts eenige boomstammen
+af te kappen, die met het dikste einde in den grond te steken en met de punten naar elkander te buigen, zoodat aan den top
+van deze soort van loofhut eene kleine opening gelaten wordt. De inlanders zorgen steeds dat het vuur in hunne hutten brandende
+wordt gehouden; wij hadden ook gaarne vuur aangemaakt, maar wij zouden door den rook zijn gestikt; wij richtten dus naast
+onze hut een kleinen brandstapel op, die rook in overvloed gaf, maar geen warmte. Wij ondervonden hier op nieuw, hoe onbeholpen
+de beschaafde mensch is, als hij over geene andere hulpmiddelen kan beschikken dan die de natuur hem aanbiedt; de wilde weet
+zich daar vrij wat beter van te bedienen en overwint zonder eenige moeite allerlei bezwaren, waarvoor de wetenschappelijk
+ontwikkelde, fijn beschaafde blanke radeloos blijft staan.
+
+</p>
+<p id="d0e278">Onze nacht was verre van aangenaam, maar duurde gelukkig kort: om drie uren was het klaar dag en daalden wij naar het strand
+af, waar wij verder den morgen doorbrachten. Na in eene kleine vallei tusschen de zandduinen te hebben ontbeten, aanvaardden
+wij omstreeks &eacute;&eacute;n uur de terugreis, nog steeds begunstigd door het heerlijkste weder; de warmte hinderde ons zelfs bij het
+beklimmen der heuvelen.
+
+</p>
+<p id="d0e280">Het spreekt van zelf dat ik geen verslag kan geven van al onze tochtjes te land en te water in den omtrek van de Oranjebaai;
+slechts van een enkel watertochtje zal ik nog even spreken, om een denkbeeld te geven van dergelijke uitstapjes.
+
+</p>
+<p id="d0e282">In den vroegen morgen van zaterdag, den derden Februari 1883, vertrokken twee leden van de missie, met den praeparator van
+het Museum, vier matrozen en een Vuurlander, Jonathan genaamd, die een weinig engelsch sprak, in eene sloep van de Oranjebaai.
+Wij zetten koers naar het noorden: ons doel was, zoo nauwkeurig mogelijk de oevers op te nemen van de Packsaddle-baai, de
+Tekinika-Sound en de Ponsonby-Sound. Wij hadden voor drie &agrave; vier dagen levensmiddelen bij ons; onze Vuurlander moest ons de
+noodige inlichtingen geven en ons als tolk dienen in het zeer waarschijnlijke geval dat wij inlanders zouden ontmoeten, die
+wij niet kenden.
+
+</p>
+<p id="d0e284">Het weer was prachtig: er was geen wolkje aan den hemel te zien, en de zee was zoo glad als een spiegel. Omstreeks elf uur
+hielden wij stil om ons ontbijt te gebruiken op een klein steenachtig strand, in de Packsaddle-baai, tegenover het eiland
+van denzelfden naam. Even na den middag gingen wij weer aan boord en voeren langs de Tekinika-Sound, waarna wij herhaaldelijk
+aan land gingen om de rotsen te onderzoeken en fragmenten van den steen mede te nemen. Tegen den avond bereikten wij den ingang
+van Ponsonby-Sound, waar wij de sloep op den oever haalden en op het strand overnachtten, aan den voet van boschrijke heuvelen.
+
+</p>
+<p id="d0e286">Den volgenden morgen ten zes uur werd de sloep weer in zee gelaten en voeren wij verder noordwaarts. Kort daarna, langs een
+eilandje varende, waar wij tusschen de rotsen verscheidene inlanders meenden te bespeuren, ontmoetten wij eene prauw vol Vuurlanders,
+die aanstonds onze aandacht trokken. Een hunner, een man van omstreeks veertig jaar, had zijn gezicht geheel zwart gemaakt;
+de anderen hadden ook zwarte strepen op hun gelaat, en allen hadden boven op het hoofd eene soort van tonsuur, waar het haar
+zeer kort was afgeknipt. Door tusschenkomst van Jonathan vroegen wij inlichting aan den man met het zwarte gezicht; en deze,
+Oufhtaradeka genoemd, deelde ons mede, dat allen in den rouw waren over zijne vrouw, die weinige dagen geleden gestorven was.
+Op mijn verzoek verklaarde de weduwnaar zich aanstonds bereid, mij naar het graf zijner vrouw te geleiden. Hij stapte mitsdien
+over in onze sloep, en <span class="pageno"><a id="d0e288"></a>Bladzijde 99</span>bracht ons naar een klein eilandje in de nabijheid.
+
+</p>
+<p id="d0e290">Het graf bevond zich nabij eene oude, onbewoonde hut, waarachter men tusschen de struiken het spoor van een pad zag. Op een
+hoogte van omstreeks zes el zag men een soort van kuil, omstreeks twee el lang en breed en twintig duim diep. De bodem bestond
+hier uit gruis van schelpen; de randen van den kuil waren geheel begroeid. Oufhtaradeka wees ons de plek waar zijne vrouw
+begraven lag. De bovenste laag schelpen werd weggeruimd; daaronder vonden wij eenige groene berkentakken, en vervolgens een
+soort van afdak van boomstronken en schors, waaronder het lijk lag, dat geheel gewikkeld was in oude kleeren, vermoedelijk
+van matrozen afkomstig, en die met een riem van robbevel om het lichaam waren vastgemaakt. De weduwnaar maakte dien riem los,
+en wij zagen nu het geheel naakte lijk eener jonge vrouw, die met de voeten naar het noorden lag en geen andere versierselen
+droeg dan een ring van robbevel om de enkels.
+
+</p>
+<p id="d0e292">Juist toen ik mij gereed maakte eene fotografie van deze plek te nemen, verschenen drie prauwen met Vuurlanders, waaronder
+zich een zekere Athlinata bevond, van wien Jonathan bij herhaling gesproken had, als van iemand die een zeer grooten invloed
+uitoefende en die zijn persoonlijke vijand was. Naar Jonathan verzekerde, was Athlinata&#8212;een prachtexemplaar van een wilde,
+die tegenover ons eene bijna uitdagende houding aannam,&#8212;ook jegens de missie aan de Oranjebaai zeer vijandig gezind. Wij oordeelden
+het voorzichtiger van de voorgenomen fotografie af te zien, en scheepten ons weder in.
+
+</p>
+<p id="d0e294">Tegenwind verhinderde ons verder noordwaarts te stevenen; ook maakten wij ons ongerust over de verhalen van Jonathan, die
+beweerde dat Athlinata van onze afwezigheid wilde gebruik maken om de missie aan te vallen. Wij besloten daarom terug te keeren,
+en brachten den nacht door in een der baaien van Ponsonby-Sound, op een verrukkelijk schoon strand, door bosschen omzoomd
+en bezet met eenige lichte, van boomtakken opgeslagen hutten. Den volgenden morgen voeren wij naar het eiland Packsaddle,
+waar wij te vergeefs naar robben uitzagen, die, toch zooals Jonathan verzekerde, hier zeer talrijk waren.
+
+</p>
+<p id="d0e296">Na aan den ingang van de Tekinika-Sound te hebben overnacht, kwamen wij den volgenden morgen omstreeks acht uur aan de missie
+terug. De praatjes van Jonathan bleken ongegrond: onze achtergelaten landgenooten waren door niemand aangevallen of verontrust
+geworden.
+
+</p><a id="d0e298"></a><h2>VI</h2>
+<p id="d0e299">Ik acht het oogenblik gekomen om mijn lezers meer nauwkeurig bekend te maken met de inlanders, van wie ik tot hiertoe slechts
+in het voorbijgaan gesproken heb, en omtrent wie wij tot dusver niet dan onvolledige en onnauwkeurige berichten ontvingen.
+Wij hebben deze menschen zoo nauwkeurig mogelijk en geheel onbevooroordeeld bestudeerd, en ons best gedaan om zoo veel in
+ons vermogen was, ons te hoeden voor verkeerde oordeelvellingen en vergissingen, waaraan men bij de waarneming der zeden en
+gewoonten van een geheel wilden volksstam zoo licht blootstaat. Wat wij te zeggen hebben betreft uitsluitend de levenswijze
+der Vuurlanders: anthropologische en ethnografische kwesties blijven buiten bespreking. Wij zullen ons dus ook niet verdiepen
+in de vraag, van waar deze eilanders afkomstig zijn, en of zij inderdaad, zoo als men gezegd heeft, zijn te beschouwen als
+de verbasterde overblijfselen van een amerikaansch volk, dat door overmachtige vijanden verdreven en naar dezen uithoek der
+wereld terug gedrongen zou zijn.
+
+</p>
+<p id="d0e301">Onder den naam van Vuurlanders verstaan wij thans alleen de bevolking van den archipel van Kaap Hoorn. Het is duidelijk, dat
+de twee andere stammen, die de landen in den omtrek van de Straat van Magelhaens bewonen, de Alakalouf op de westkust, en
+de Ona in het eigenlijke Vuurland, evenzeer aanspraak op den naam van Vuurlanders hebben; maar daar wij met deze stammen niet
+in aanraking zijn geweest, kunnen wij ook niet van hen spreken.
+
+</p>
+<p id="d0e303">De Vuurlander van de Oranjebaai en de omstreken van Kaap Hoorn woont van alle ons bekende menschenrassen, het dichtst bij
+de zuidpool, al is hij daarvan nog door eene wijde zee gescheiden. Hij behoort tot den stam der Tekinika, volgens Fitz-Roy,
+of der Yaghane, volgens de tegenwoordige engelsche zendelingen. Al wat de eerste reizigers, die hen voor ruim anderhalve eeuw
+bezochten, van de inlanders verhalen, is nog volkomen waar. Alleen zijn die berichten onvolledig, en verdiepen de schrijvers
+zich vaak in gissingen, verklaringen en theorie&euml;n, waarvan de onhoudbaarheid thans algemeen erkend wordt.
+
+</p>
+<p id="d0e305">De Vuurlander van Kaap Hoorn heeft niet, als de bewoner der noordelijke streken, weten gebruik te maken van hetgeen zijn land
+hem kon aanbieden om zijn leven te veraangenamen. Hij heeft noch kleeding, noch huis, noch voorraad. De robbehuid of de mantel
+van aan elkaar gehechte kleine ottervellen, die hij over de schouders werpt om zich eenigermate tegen de kou te dekken, kan
+kwalijk den naam van kleedingstuk dragen. De loofhut, die hij binnen een paar uren aan den oever opricht, om daarin naast
+het vuur neergehurkt, te overnachten, heeft niets gemeens met een huis, hoe eenvoudig ook. Hij leeft weken lang van het vleesch
+van walvisschen of robben, maar denkt er niet aan om het te bewaren of er een voorraad van te verzamelen. Daar deze levenswijze
+dubbel vreemd schijnt in een koud land, waar de gemiddelde temperatuur niet hooger is dan 5&deg; (7&deg;&nbsp;17 in den zomeren 3&deg;&nbsp;56 in
+den winter), is eene nadere toelichting niet overbodig.
+
+</p>
+<p id="d0e307">Kleeding, in den gewonen zin van dat woord, kent, zoo als ik zeide, de Vuurlander niet. De vrouwen alleen dragen iets, dat
+men een kleedingstuk zou kunnen noemen, namelijk een driekant lapje van ottervel, zoo groot als een hand, dat aan een dunnen
+riem tusschen de dijen hangt, en dat zij nooit afleggen. Ik moet evenwel hierbij voegen, <span class="pageno"><a id="d0e309"></a>Bladzijde 100</span>dat het besef van kuische schaamte hun niet vreemd is, vooral niet aan de vrouwen, zoo als ik meermalen in de gelegenheid
+was op te merken. De jonge meisjes maken met een soort van wit krijt strepen op haar gelaat: dat is haar eenige koketterie.
+
+</p>
+<p id="d0e311">De Vuurlanders bewonen nooit dan zeer tijdelijk dezelfde hut: het is dus niet vreemd, dat zij niet veel arbeid besteden aan
+een verblijf dat zij na weinige dagen, misschien zelfs reeds den volgenden morgen, weer zullen verlaten. Eenige zware takken
+of boomstammen, zoo in den grond gestoken dat zij elkander van boven raken; enkele handen vol bladeren om de opengebleven
+gaten zoo goed mogelijk dicht te stoppen: ziedaar de bouwstoffen voor eene vuurlandsche hut. De grond daarbinnen wordt haastig
+plat getrapt, om daarop het vuur over te brengen en te onderhouden, dat in de prauw brandde: en de woning is gereed. Somwijlen
+hebben wij grooter en beter tegen den regen gedekte hutten gezien, maar de constructie is altijd dezelfde. Daarentegen zijn
+er ook famili&euml;n, voor wie zelfs zulk eene hut nog te veel is, en die zich eenvoudig aan den voet van eene rots legeren, rondom
+een vuur, dat de wind en de regen telkens dreigen uit te blusschen. Bedden, in welken vorm ook, zijn ten eenemale onbekend:
+de Vuurlander slaapt op den blooten grond, hoogstens met wat gras of bladeren bedekt.
+
+</p>
+<p id="d0e313">Niet minder onbekend is hem de zorg voor de naaste toekomst. Hij leeft letterlijk van den eenen dag op den anderen, van hetgeen
+de jacht of de vischvangst hem oplevert. Hij heeft ook geene andere bezigheid dan deze: als hij niet jaagt of vischt, zijne
+prauw timmert of herstelt, of hout hakt voor zijn vuur, dan slaapt hij. Natuurlijk zal men vragen, hoe zij het dan aanleggen,
+als zij, hetzij van wege het jaargetijde, hetzij door ziekte, niet kunnen jagen of visschen, en ook geen schelpen opzoeken,
+en zij niet het voorrecht hebben gehad, om langs het strand een dooden rob of een gestranden walvisch te vinden? En het is
+niet tegen te spreken, dat in den winter, wanneer het soms dagen lang achtereen blijft sneeuwen, zich zulke gevallen kunnen
+voordoen. De ongelukkige Vuurlanders blijven dan in hunne hutten, die zij niet verlaten dan om in het naaste bosch brandhout
+te hakken: roerloos hurken zij om het vuur en trachten in den slaap hun honger te vergeten. Nijpt de honger te fel, dan trachten
+zij dien te stillen door de wortels te eten van de <i>Armeria magellanica</i>, die zij langs het strand opgraven, maar die hoegenaamd geen voedsel bevatten. Echter duren zulke ongelukkige omstandigheden
+nooit langer dan drie of vier dagen: de inlanders behoeven dus niet te bezwijken, al hebben zij het hard te verantwoorden
+en al vermageren zij snel, vooral wanneer die vastendagen met korte tusschenpoozen terugkeeren. Maar ten eenemale onwaar is
+het, wat door oudere en nieuwere schrijvers verhaald wordt, dat de Vuurlanders menscheneters zouden zijn, en dat zij met name
+hunne oude vrouwen zouden doen stikken, om ze dan in tijd van gebrek te eten. Hoe veel zij ook van den honger mogen te lijden
+hebben, nooit verslinden zij elkander. Zij zijn zoo weinig kannibalen, dat zij zelfs hun verslagen vijanden niet eten: het
+gebeurde met de protestantsche zendelingen te Woollya, waarvan wij boven gesproken hebben, is daarvan een bewijs: men vond
+de lijken van die zendelingen geheel ongeschonden.
+
+</p>
+<p id="d0e318">Opmerkelijk is de invloed, dien de grijsaards in het gezin uitoefenen en de soort van vereering, die men voor hen koestert.
+Dit is een eigenaardig verschijnsel, niet gemakkelijk met juiste woorden te omschrijven. Uit de feiten die wij hebben kunnen
+waarnemen, blijkt de volkomen onafhankelijkheid van de bejaarde hoofden der gezinnen, zoo mannen als vrouwen:&#8212;deze laatsten
+natuurlijk alleen ingeval de man overleden is. Zij doen geheel wat zij goed vinden en niemand maakt daar eenige aanmerking
+op. Zij hebben altijd eenige kinderen of kleinkinderen bij zich, die hun zeer onderdanig zijn en al hunne bevelen uitvoeren.
+Toch kan men niet zeggen, dat zij, als bij de patriarchale organisatie der familie, met het oppergezag zijn bekleed. De zoon,
+die niet met zijn vader overweg kan, scheidt zich af, en trekt met eenige vrienden naar elders, waar hij door de tegenwoordigheid
+van zijne ouders in zijne bewegingen niet belemmerd wordt. De meest kenmerkende karaktertrek van dit zonderlinge volk is hun
+hartstochtelijke liefde voor wat zij vrijheid noemen en hun afkeer van elken dwang. Dit dierlijke, echt barbaarsche instinkt
+wordt alleen beperkt door de banden der familie, die sterk genoeg zijn om alle leden van dezelfde familie, ook al leven zij
+van elkander verwijderd, elkander te hulp te doen komen, en zelfs bij deze wilden het besef te wekken van solidariteit en
+een hoogere wet boven de individueele willekeur. Ook hier blijkt op nieuw, dat de familie de bakermat der maatschappij en
+de grondslag van alle geordende menschelijke samenleving is.
+
+</p>
+<p id="d0e320">De arbeid is zeer nauwkeurig tusschen de beide geslachten verdeeld. Alle arbeid, die spierkracht en lichamelijke inspanning
+vordert, komt ten laste van de mannen: zij hakken en vervoeren het brandhout; zij bouwen de hutten en maken de prauwen, waarmede
+zij ter robbenvangst gaan; zij vervaardigen de harpoenen, waarmede zij de robben dooden, de slingers, die zij ook gebruiken
+op de otterjacht: bij welke laatste zij ook door hunne honden geholpen worden, die in de holen en gaten doordringen, waarin
+de otter zich verschuilt.
+
+</p>
+<p id="d0e322"></p>
+<div id="d0e323" class="divFigure">
+<p class="legend"><img src="img/p1886-101.jpg" alt="Hutten der Vuurlanders."></p>
+<p class="figureHead">Hutten der Vuurlanders.</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p id="d0e327">De vrouwen verrichten wat wij de huiselijke bezigheden zouden kunnen noemen: bij de eb gaan zij langs het strand mosselen
+en andere schelpdieren zoeken; zij bereiden en koken de spijzen; zij maken het vuur aan; zij zorgen voor den noodigen voorraad
+van drinkwater; zij vlechten korven van riet en touwen voor het vastmaken der prauwen; zij vervaardigen de halskettingen van
+doorboorde schelpen of fragmenten van vogelbeenderen. Ook gaan zij uit visschen in hare prauw, waarbij zij zich bedienen van
+een hengel, waaraan een mossel of een stuk visch bevestigd is: zoodra de visch die prooi inslikt, halen zij hem ijlings naar
+boven. Ook visschen zij, met behulp van een soort van lange houten vorken, verschillende <span class="pageno"><a id="d0e329"></a>Bladzijde 102</span>schelpen, zelfs op vrij aanmerkelijke diepte. Tot de taak der vrouwen behoort ook het roeien of liever het pagaaien der prauwen:
+dit is volstrekt geen zwaar werk, want de van boomschors vervaardigde prauwen zijn zeer licht, even als de riemen zelven.
+Bij al deze verschillende werkzaamheden leggen de vrouwen eene groote mate van bekwaamheid aan den dag.
+
+</p>
+<p id="d0e331">De prauw, bijna voor den Vuurlander het eenige voorwerp dat hij niet missen kan, is zeer licht en volkomen zeewaardig, maar
+heeft het groote gebrek dat zij maar zeer kort duurt. Eene goede prauw houdt het gemiddeld niet langer dan zes maanden uit.
+De mannen vervaardigen de ranke boot, maar de vrouwen zorgen voor het onderhoud, voor het herstellen van gebreken, het dichten
+van gaten en wat daar verder toe behoort. De zorg voor de prauw rust overigens op alle leden des gezins, op de mannen zoowel
+als op de vrouwen. Het lot van eene vuurlandsche familie, die op zee haar kano verloren heeft, is al zeer treurig: de ongelukkigen
+zouden dan vaak op eene of andere kale rots, den hongerdood moeten sterven, wanneer hunne buren of bekenden, ongerust over
+hunne lange afwezigheid, hen niet gingen opzoeken en redden.
+
+</p>
+<p id="d0e333">De vrouwen alleen kunnen zwemmen, hetgeen zeker zeer zonderling is voor eene bevolking, die een groot deel van haar leven
+op zee doorbrengt. Men begrijpt ter nauwernood, hoe de Vuurlanders, zonder te kunnen zwemmen, aan de vele gevaren ontsnappen,
+waaraan zij telkens zijn blootgesteld, vooral bij tochten die verscheidene dagen duren en waarop zij lichtelijk door storm
+kunnen worden overvallen of met onstuimige zee&euml;n hebben te kampen. Zij moeten wel een groot vertrouwen stellen in hunne prauwen;
+bovendien mag men als zeker aannemen, dat velen hunner op zee verongelukken: gedurende ons verblijf hoorde ik althans herhaaldelijk
+spreken van menschen, die hun dood in de golven hadden gevonden.
+
+</p>
+<p id="d0e335">Hoewel zij zeer goed kunnen zwemmen, gaan de vrouwen echter zelden voor haar genoegen te water: doorgaans bestaat daartoe
+eene bepaalde aanleiding, bij voorbeeld, als zij een vogel moeten gaan halen, dien zij van den oever met een steenworp gedood
+hebben. Meermalen echter, als het weer betrekkelijk zacht was, heb ik de vuurlandsche vrouwen een bad zien nemen en naar hartelust
+in het water rondspartelen. Het is echter niet waar, wat sommige schrijvers beweren, dat zij veroordeeld zijn om te duiken,
+ten einde zee&euml;gels te vangen: daartoe bedienen zij zich van een eenvoudiger middel, en wel van de bovengenoemde houten vorken,
+aan een langen stok bevestigd.
+
+</p>
+<p id="d0e337">Ook de kinderen hebben in het gezin de hun aangewezen taak te vervullen. De kleine jongens nemen al spoedig deel aan de werkzaamheden
+van hun vader, terwijl de meisjes haar moeder behulpzaam zijn. Het heeft zeer mijne aandacht getrokken, dat de kinderen nooit
+mishandeld worden; veeleer worden zij bedorven door hunne ouders, die zeer veel van hen houden, al is het niet de gewoonte
+hen te liefkoozen, zoo als men dat vaak in Europa ziet.
+
+</p>
+<p id="d0e339">Voor zoover ik heb kunnen nagaan, hebben de Vuurlanders geenerlei soort van eeredienst; zelfs is er, naar men zegt, in hunne
+taal geen woord om daarmede eene godheid, welke ook, aan te duiden. Toch vertoonen zij sporen van eene soort van doodendienst:
+hoogst ongaarne spreken zij van hun dooden, en die weerzin gaat, althans tegenover vreemden, zoo ver, dat men niet dan met
+de grootste moeite de namen van hun overleden bloedverwanten, zelfs van hun vader en hunne moeder, vernemen kan. Misschien
+is het ook daaraan toe te schrijven, dat zij zoo lang wachten, eer zij hun kinderen een naam geven. Zij weten wel dat het
+kind naar de plaats zijner geboorte genoemd zal worden, maar zij kennen het dien naam eerst toe omstreeks het tweede jaar,
+als het kind begint te loopen. Komt het nu voor dien tijd te sterven, dan zal het hooren van zijn naam hen niet aan het geleden
+verlies herinneren. Ook onder elkander spreken zij, naar men zegt, nooit over hunne dooden, hoewel zij tamelijk langen tijd
+rouw dragen over hunne naaste betrekkingen: ten teeken van rouw maken zij zich het gelaat zwart en scheren zich de kruin van
+het hoofd kaal. Ook beginnen de vrouwen somwijlen, schijnbaar zonder eenige uitwendige aanleiding, over hare afgestorvenen
+te weenen en te jammeren. Hangt dit een en ander samen met eene zekere onbestemde, duistere vereering der dooden? Men zou
+het haast meenen, want de dood op zich zelven boezemt hun geene vrees in. Ik heb zoowel mannen als vrouwen, kinderen zoowel
+als grijsaards, zonder eenige huivering of aandoening, opgedolven schedels en beenderen van menschen zien behandelen; en ik
+heb reden om te gelooven&#8212;wat de engelsche zendelingen mij trouwens uitdrukkelijk bevestigd hebben&#8212;dat zij hun kranken, als
+het uiterste oogenblik gekomen is, de keel toeknijpen, om aldus spoediger een einde aan hun lijden te maken.
+
+</p>
+<p id="d0e341">Zij gelooven aan het bestaan van geheimzinnige wezens, die allerlei verschrikkelijke gedaanten kunnen aannemen, en het geluid
+nabootsen van een zeerob of van eenig ander dier. Wanneer zij 's nachts de stem van zulk een wezen meenen gehoord te hebben,
+worden zij door doodelijke vrees bevangen; zij verschansen zich op de onmogelijkste manier in hunne hutten, rapen alles bijeen
+wat zij aan wapenen bezitten, en wachten, bevend en sidderend, tot het gevaar geweken en de dag aangebroken is. Na zulk een
+nacht te hebben doorgebracht, kan niets hen bewegen, langer op die plek te blijven. Zoo spoedig mogelijk verwijderen zij zich
+en gaan liefst naar een ander eiland, om aan het geduchte spooksel te ontkomen. Deze geheimzinnige wezens, die hunne slachtoffers
+vele nachten achtereen vervolgen en plagen, noemen de Vuurlanders <i>oualapatou:</i> zij hebben, veel overeenkomst met de ook bij ons niet onbekende weerwolven. In ieder geval blijkt uit dit bijgeloof, dat
+ook bij deze wilden het besef van het bovennatuurlijke, hoe ruw en onontwikkeld ook, niet ontbreekt.
+
+</p>
+<p id="d0e346">Fitz-Roy heeft uitvoerig gesproken van hunne tooverdokters. In werkelijkheid kennen de Vuurlanders zulke personen niet; maar
+er heerscht bij hen <span class="pageno"><a id="d0e348"></a>Bladzijde 103</span>eene gewoonte, waardoor het verhaal van den engelschen reiziger zijne verklaring vindt.
+
+</p>
+<p id="d0e350">Wanneer een Vuurlander krank is, ondergaat hij geene andere behandeling&#8212;uitgenomen de verworging, als het uitgemaakt is dat
+hij gaat sterven,&#8212;dan eene soort van massage, die hetzij op het hoofd, hetzij op de borst, hetzij op eenig ander lichaamsdeel
+wordt toegepast, waar men onderstelt dat de ziekte schuilt. De personen, die bepaaldelijk met deze behandeling zijn belast,
+worden <i>yakamouches</i> genoemd, en die titel gaat van vader op zoon over. Als de yakamouche bij een zieke geroepen wordt, hurkt hij bij den pati&euml;nt
+neder, begint een woest, onzamenhangend gezang, met allerlei gelaatsvertrekkingen gepaard, en gaat dan tot de behandeling,
+uit wrijven en knijpen bestaande, over, steeds schreeuwende en afschuwelijke gezichten trekkende. Van tijd tot tijd houdt
+de yakamouche even op, om op den pati&euml;nt en dan op zijne eigene handen te blazen, die hij vervolgens boven het vuur heen en
+weer schudt; eindelijk snijdt hij met een schelp of eenig ander scherp werktuig, een haarlok van den pati&euml;nt af, en werpt
+dien in het vuur. Na die operatie is de zieke ongetwijfeld zeer vermoeid, maar toch verklaart hij doorgaans, zich beter te
+gevoelen.
+
+</p>
+<p id="d0e355">Ik kan mij zeer goed verklaren dat de reisgenooten van Fitz-Roy, en ook Fitz-Roy zelf, als zij bij toeval getuigen waren van
+zulk een kuur, daarin eene werkelijke bezwering of betoovering hebben gemeend te zien, door een soort van toovenaar of duivelbanner
+in praktijk gebracht. Toch kent men aan de yakamouches&#8212;waarvan er overigens in genoegzaam elke familie een gevonden wordt,&#8212;hoegenaamd
+geen bovennatuurlijk vermogen toe.
+
+</p>
+<p id="d0e357">De yakamouches zijn voor het meerendeel bejaard; toch hebben wij er enkelen gezien, die niet ouder konden zijn dan vijf-en-dertig
+&agrave; veertig jaar; voor zoo ver ik heb kunnen nagaan, is er dus geen leeftijd bepaald voor het verkrijgen van deze waardigheid,
+evenmin als daarvoor eene voorbereiding of inwijding gevorderd wordt. Daar Fitz-Roy hen altijd aan de spits der Vuurlanders
+vond, wanneer dezen hem een of anderen poets bakten, heeft hij daaruit opgemaakt dat zij zeker gezag over hunne volksgenooten
+uitoefenden. Maar ik voor mij geloof dat dit niet het geval is, en dat zij geen ander gezag bezitten dan wat hun toekomt als
+hoofd van een gezin, hetgeen zij altijd zijn, daar de waardigheid of het ambt, zoo als men het noemen wil, eerst na den dood
+des vaders op den oudsten zoon overgaat. Ook worden zij voor hunne diensten nooit betaald, hetgeen hen zeer stellig van de
+toovenaars, die wij elders aantreffen, onderscheidt. Evenals alle anderen, leven zij van hetgeen de jacht en de visscherij
+hun opleveren of van hetgeen zij op andere wijze kunnen machtig worden.
+
+</p>
+<p id="d0e359">Ziedaar, in een beknopt overzicht, de kenmerkende trekken van de zeden en gewoonten der Vuurlanders, voor zoover zij in wilden
+staat leven, buiten de engelsche missie aan het Beagle-kanaal.
+
+</p>
+<p id="d0e361">Ik moot ook met een enkel woord gewagen van hun uiterlijk voorkomen. Zij zijn klein van gestalte: de mannen zijn gemiddeld
+niet grooter dan &eacute;&eacute;n meter acht-en-vijftig, de vrouwen &eacute;&eacute;n meter acht-en-veertig. De kleur van hunne huid is licht geel; hunne
+gelaatstrekken zijn zeer grof en ruw; maar daarentegen hebben zij zeer mooie bruine oogen, vol uitdrukking. Borst en dijen
+zijn breed; de vrouwen zijn over het algemeen zwaarlijvig. De mannen dragen noch baard, noch knevels; met uitzondering van
+hun hoofdhair, trekken zij alle hairen uit.
+
+</p>
+<p id="d0e363">Zoo als ik reeds zeide, namen de inboorlingen in den beginne, tegenover ons, eene zeer groote mate van terughouding in acht.
+Langzamerhand openbaarde zich meer toenadering en vertrouwen, zonder dat de inlanders daarom eenige verandering brachten in
+hunne gewone levenswijze. Wel hadden zij de gewoonte aangenomen om, als wij aan tafel zaten, voor onze hutten te komen staan,
+om de overgeschoten brokken te ontvangen, die zij op staanden voet opaten of anders medenamen in de door ons weggeworpen ledige
+blikjes, die zij met dat doel hadden opgezameld; maar daarom hadden zij niet afgezien van de vischvangst of van het opzoeken
+van schelpdieren bij lage zee. Hadden zij op die wijze een paar weken aan de Oranjebaai doorgebracht, dan kwam de oude trek
+tot zwerven weer boven: zij verdwenen eensklaps, en wij zagen hen in geen maanden terug. Zoo wisselden onze buren telkens
+af, hetgeen ook al niet bevorderlijk was aan het aanknoopen van nadere betrekkingen.
+
+</p>
+<p id="d0e365">Eerst vele maanden na onze vestiging, en nadat wij ons een groot aantal woorden van hunne dagelijksche spreektaal hadden eigen
+gemaakt, veranderde hunne houding tegenover ons en werden zij meer familiaar. Het getal onzer buren bedroeg in den regel dertig
+of veertig, op een totaal van tusschen de drie- en vierhonderd eilanders, die ons afwisselend kwamen bezoeken. Daaronder waren
+er nu ten slotte enkelen op wie wij rekenen konden voor het verrichten van een of ander werk: en dan nog moest dat niet te
+dikwijls voorkomen en vooral niet te lang duren. Nooit maakten zij bedenking tegen het loon, dat bijna altijd uit eenige scheepsbeschuiten
+of stukken brood bestond. Slechts een of twee hunner hebben wij ettelijke weken achtereen geregeld in onze dienst kunnen houden.
+Als maatregel van voorzichtigheid, lieten wij nooit een inlander bij ons overnachten; zij moesten altijd des avonds naar hunne
+hutten terugkeeren, die trouwens op korten afstand van onze barakken waren gelegen.
+
+</p>
+<p id="d0e367">Het is inderdaad zonderling, dat ook de inlanders die dagelijks met ons verkeerden, er niet in slaagden ook maar een weinig
+fransch te leeren: dikwijls genoeg was ik er getuige van, hoeveel moeite zij zich gaven om eenige woorden van onze taal te
+onthouden: zij zeiden de woorden zeer goed na, maar eenige oogenblikken later, waren zij ze weer vergeten. Zij vroegen ons
+alle dagen om brood, maar gebruikten daarbij altijd het engelsche woord <i>bread</i>. Ik geloof dat zij nooit meer dan twee fransche woorden hebben kunnen onthouden: <i>oui</i> en <span class="pageno"><a id="d0e375"></a>Bladzijde 104</span><i>chemise.</i> Hun voorraad engelsch is ook bijster gering, en bepaalt zich doorgaans tot vijftien of twintig woorden, die zij meer of minder
+goed uitspreken.
+
+</p>
+<p id="d0e379">Bij voorkeur richtten onze Vuurlanders hunne schreden naar ons laboratorium van natuurlijke historie; zij wisten dat men daar
+op hun persoon allerlei waarnemingen deed, waartoe zij zich volgaarne leenden, in het vooruitzicht op eene belooning, wat
+beschuit of andere spijze. Zij werden gemeten en betast; alle physiologische bijzonderheden in bouw en constructie werden
+nauwkeurig onderzocht en opgeteekend; van de verschillende doelen van hun lichaam werden afdrukken in gips genomen. Ik heb
+zelfs een Vuurlander, en wel den geduchten Athlinata, bijkans vier uren achtereen onbewegelijk zien stilstaan om een afdruk
+te kunnen nemen van zijn geheelen persoon ten voeten uit. Dat de proef mislukte, was niet zijne schuld, maar alleen te wijten
+aan de slechte kwaliteit der gips, die bedorven was.
+
+</p>
+<p id="d0e381"></p>
+<div id="d0e382" class="divFigure">
+<p class="legend"><img src="img/p1886-104.jpg" alt="Vuurlandsche vrouwen."></p>
+<p class="figureHead">Vuurlandsche vrouwen.</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p id="d0e386">Eerst den twintigsten December 1882 kon het laboratorium in gebruik worden gesteld. Bij gemis van de noodige materialen had
+men het grootendeels van planken van pakkisten moeten opslaan. Het stond op eenigen afstand van de andere barakken: daarom
+konden wij den Vuurlanders, den geheelen dag door, vrijen toegang verleenen, zonder dat de goede orde in de missie daardoor
+leed. Zij waren daar dus bijna geheel te huis, en kwamen en gingen bijkans naar dat het hun goeddacht. Hoewel zij er nooit
+alleen werden gelaten, was hun aantal dikwijls zoo groot, dat werkelijk toezicht onmogelijk was: toch hebben zij nimmer iets
+ontvreemd, ondanks hunne reputatie van dieven, die zij aan vroegere zeevaarders te danken hebben.
+
+
+
+</p>
+<p id="d0e388">In den morgen van den eersten September 1883 werden de magnetische en meteorologische waarnemingen van de missie aan Kaap
+Hoorn officieel ge&euml;indigd verklaard. Sedert de laatste dagen had men zich reeds onledig gehouden met het overbrengen van de
+kisten en doozen, die onze collecti&euml;n bevatten, aan boord van de <i>Romanche</i>. Den derden verlieten wij aan boord van dat schip de Oranjebaai, waar wij een jaar hadden doorgebracht. Vier dagen later
+kwamen wij te Punta Ar&eacute;nas in de straat van Magelhaens, van waar wij den twaalfden vertrokken, om zonder verder oponthoud
+onze reis naar Frankrijk voort te zetten. Den elfden November wierp de <i>Romanche</i> het anker uit op de reede van Cherbourg,
+
+
+</p>
+
+
+
+
+
+
+
+<pre>
+
+
+
+
+
+End of Project Gutenberg's Een Jaar aan Kaap Hoorn, by Door Doctor Hijades
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK EEN JAAR AAN KAAP HOORN ***
+
+***** This file should be named 15037-h.htm or 15037-h.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ https://www.gutenberg.org/1/5/0/3/15037/
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the PG Distributed Proofreaders Team
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+https://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at https://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at https://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit https://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including including checks, online payments and credit card
+donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ https://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
+
+
+</pre>
+
+</body>
+</html>