summaryrefslogtreecommitdiff
path: root/14143-0.txt
diff options
context:
space:
mode:
Diffstat (limited to '14143-0.txt')
-rw-r--r--14143-0.txt2824
1 files changed, 2824 insertions, 0 deletions
diff --git a/14143-0.txt b/14143-0.txt
new file mode 100644
index 0000000..2507500
--- /dev/null
+++ b/14143-0.txt
@@ -0,0 +1,2824 @@
+*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 14143 ***
+
+EEN ABEL SPEL ENDE EEN EDEL DINC VAN DEN HERTOGHE VAN BRUYSWIJC, HOE HI
+WERT MINNENDE DES ROEDELIOENS DOCHTER VAN ABELANT
+
+
+(GLORIANT)
+
+
+MET INLEIDING EN AANTEEKENINGEN
+
+VAN R.J. SPITZ
+
+LEERAAR H.B.S. TE APELDOORN
+
+GEDRUKT TER DRUKKERIJ VAN DE FIRMA
+F.E. MACDONALD TE NIJMEGEN
+
+ZONNEBLOEM-BOEKJES N°. 23
+
+N.V. UITGEVERSMAATSCHAPPIJ
+"DE ZONNEBLOEM" APELDOORN
+
+
+
+
+TER INLEIDING.
+
+
+Het "Abel spel ende een edel dinc van den hertoghe van Bruyswyc, hoe hi
+wert minnende des Roedelioens dochter van Abelant", in de wandeling naar
+den hoofdpersoon "Gloriant" geheeten, moet gerekend worden tot de serie
+van voortbrengselen van onze Middeleeuwsche dramatische letterkunde,
+waartoe ook de in deze reeks uitgegeven "Esmoreit" en "Lanseloet van
+Denemerken" behooren. Voor litterair-historische bijzonderheden omtrent
+deze serie Middeleeuwsche drama's, voor zoover ze in een weder
+niet-wetenschappelijk bedoelde uitgave op hun plaats zijn, moge verwezen
+worden naar de inleidingen van genoemde stukken, mede van de hand van
+den schrijver dezer regelen.
+
+Hier zij nog slechts opgemerkt dat de in deze dingen ook slechts een
+weinig georiënteerde lezer weder aanstonds merken zal, hoe dicht de
+avonturenvolle stof van zulk een abel spel zich aansluit bij die der
+ridderromans.
+
+Wie van den oorsprong van het gegeven van ons drama meer wil weten,
+verwijs ik naar de inleiding van: Mr. H.E. Moltzer, De
+Middelnederlandsche Dramatische Poëzie,[1] naar welke uitgave de
+hiervolgende text is afgedrukt.
+
+Verdient ons stuk door een nieuwe uitgave uit de vergetelheid en
+onbekendheid, waarin het zich op dit oogenblik bij het grootere publiek
+bevindt, te worden te voorschijn gehaald? Het antwoord mag bevestigend
+luiden, al was het alleen maar om het feit dat het Haagsche
+tooneelgezelschap dat zich met den oud-vaderlandschen naam van
+"Ghesellen van den Spele" getooid heeft,[2] het in het komende
+tooneelseizoen voor het voetlicht zal brengen. Maar ook overigens, het
+lijkt mij onbegrijpelijk dat, terwijl Esmoreit en Lanseloet van
+Denemerken zich reeds weder verscheidene jaren in een belangstellend
+toeschouwend en lezend publiek verheugen, de Gloriant betrekkelijk
+onbekend en in nieuwer tijden, voor zoover ik weet, onopgevoerd en in
+populaire editie onuitgegeven is gebleven. Litterair lijkt het stuk mij
+verre de meerdere van de Esmoreit, zéker wat karakter-teekening en
+dramatischen opbouw, maar ook wat de dialoog aangaat. Al is deze laatste
+in de Esmoreit zonder twijfel vlot en pittig, de dialoog in òns stuk
+komt mij voor--en ik hoop dat hieronder met enkele voorbeelden aan te
+toonen--_sterker_, ik zou bijna zeggen _moderner_, want
+langs-den-neus-weg-geestiger te zijn. En de dramatische opbouw: heel de
+opzet is in Gloriant voor een modern mensch veel aannemelijker; wat is
+gansch die geschiedenis van dien trotschen man en die trotsche vrouw die
+zich allebei te goed vinden voor het huwelijk en die dus met fatale
+zekerheid bestemd zijn om in elkaars handen te vallen, niet een
+prachtige "trouvaille", de kunst van een geestig en
+psychologisch-analyseerend modern auteur waardig. Denk eens aan Shaw met
+zijn "macht van de levenskracht"!
+
+Neen, ik persoonlijk vind, dat Esmoreit, ondanks zijn misschien diepere
+moreele strekking en opzet, het als waarlijk tè-naïef bij Gloriant min
+of meer aflegt, hoezeer ik het eerste stuk ook apprecieer als een
+waardevol overblijfsel van middeleeuwsche volkskunst. En al geef ik
+oogenblikkelijk toe dat de fijne, diep-menschelijke "Lanseloet" zeer
+veel zielvoller is dan Gloriant, minder onderhoudend is dit laatste stuk
+zeker niet! Ik begrijp dan ook in geenen deele hoe Prof. Dr. J. te
+Winkel in zijn "Geschiedenis der Nederlandsche Letterkunde" I[3] tot
+zijn blijkbaar niet zeer gunstig oordeel over het stuk gekomen is; Prof.
+te Winkel, die anders het sappige van onze oud-nederlandsche kunst zoo
+wèl weet te apprecieeren!
+
+Op het verbazend-aardige gegeven van het stuk wees ik boven al met een
+enkel woord en ik zal er geen verdere beschouwingen aan wijden, wijl ik
+bij ondervinding meen te weten dat een uitgelegde mop geen mop meer is
+en ik het er bovendien voor houd dat "inleiders" van litteratuur-werken
+die zoovéél meenen te moeten uitleggen een weinig-hoogen dunk van de
+intelligentie van hun publiek aan den dag leggen. Het is heusch geen
+heksentoer om het verloop van dit tooneelwerkje te volgen en wie het
+zintuig voor de fijne humor ervan mist--ik beklaag hem--doch kan het hem
+met geen redenatie van twintig vel druks bijbrengen!
+
+Van de pittigheid van de dialoog een enkel voorbeeld. (Ook die zij
+overigens den lezer te "savoureeren" overgelaten!) Lees eens hoe aardig
+en raak Gloriant in Tooneel I van het derde bedrijf, als hij het ten
+gevolge van het portret "te pakken" heeft, door zijn oom Gheraert met
+zijn eigen woorden, waarmee hij zoo kort te voren nog de vrouw en de
+liefde smaalde, wordt vastgezet!
+
+Ook op iets anders zou ik in dit verband nog even de aandacht willen
+vestigen. Als Gloriant de macht van de liefde heeft leeren voelen, en
+hij deze geweldigste aller menschelijke aandoeningen verheerlijkt met
+gloedvolle woorden (passages waar de dichter waarlijk een fiere
+schoonheid in zijn verzen bereikt: vs. 568 vlg.; vs. 828 vlg.), dan is
+in deze alleenspraken opmerkelijk de vereenzelviging van de Liefde Gods
+en de menschelijke liefde (caritas en amor!). Schóón is deze
+vereenzelviging in Gloriant's woorden ongetwijfeld, maar ongewoon in de
+middeleeuwen waarin men deze beide "soorten" van liefde in den regel
+nogal goed uit elkaar hield.
+
+Hoe aardig en psychologisch-raak ook de opzet van het stuk, hoe vlot en
+pittig ook de dialoog, de Gloriant zou geen waardig abel spel zijn (en
+zou zeker een deel van zijn bekoorlijkheid missen!) als hij niet
+gelardeerd was met een tal van prachtige naïeveteiten. De middeleeuwsche
+toeschouwers, lezers en kunstenaars (die bijv. een Jeruzalemsche
+hooge-priester in Katholiek bisschopsgewaad ten hoogste aannemelijk
+vonden) stoorden zich niet aan een anachronisme of onmogelijkheid meer
+of minder en wij--storen er ons ook niet aan, want aan de innerlijke
+waarde van de Middeleeuwsche kunst doen zij geen afbreuk en--grappig
+zijn ze vaak in hooge mate. Zoo het blijkbaar geloof in Vrouw Venus bij
+den christen Gloriant--zoo de "Godenkraam", waarbij de Sarraceensche
+dramatis personae om de andere seconde zweren: Mamet en Mahoen,
+(verbasteringen van Mohammed die voor een afgod werd gehouden; dat de
+Mohammedanen monotheïsten waren drong tot onze Middeleeuwers niet door!)
+Apolijn, Jupetijn en Tervogant die uit de klassieke mythologie zijn
+geïmporteerd,--zij zijn niet alleen in dit stuk het pantheon der
+Saracenen.
+
+Ook de "bekeering" van Florentijn tot het Christendom mag in dit
+theologisch verband worden gememoreerd. Zij is een waardig pendant van
+die van Esmoreit in het gelijknamige spel en is al even-weinig
+voorbereid door behoorlijk godsdienstonderricht!
+
+Ook Rogier is kostelijk, die voor de gezelligheid van Gloriant en
+Florentijn, uit woede op zijn Heer Roedelioen en Mamet ten spijt
+Christen zegt te worden, maar even later nog hartgrondig een
+Tervogantsche knoop er op legt! (vs. 964). Hij is niet zoo dociel als
+Esmoreit die onmiddellijk na zijn bekeering op vastberaden wijze
+"Christelijk" zweert.
+
+Maar alle spot ter zijde, er is toch ook iets zeer schoons gelegen in
+het gevoel van absolute superioriteit nopens zijn godsdienst, dat de
+middeleeuwsche Christen in zich omdroeg en waardoor dergelijke voor ons
+onaannemelijke bekeeringen tot iets van-zelf-sprekends werden.
+
+Aardig van ongemotiveerdheid is ook (vs. 739) hoe de "verrader" Floerant
+den koning direct weet te rapporteeren dat de man in wiens armen
+Florentijn wordt aangetroffen de hertog van Brunswijk is! Hoe kon hij
+dat weten?
+
+Ten slotte moet ik nog op enkele practische punten in verband met mijn
+wijze van uitgeven wijzen:
+
+1°. Aan textcritiek is bij deze populaire uitgave wederom niet gedaan;
+
+2°. De verklarende noten pretendeeren niet steeds
+wetenschappelijk-getrouwe "vertalingen" van de Middelnederlandsche text
+te zijn. Vaak is deze niet letterlijk, maar in zijn moderne
+"gevoelswaarde" weergegeven: ik bedoel de aanteekening geeft dan "wat
+_wij_ in zoo'n geval zouden zeggen;"
+
+3°. De indeeling in bedrijven en tooneelen en de tooneel-aanwijzingen
+komen natuurlijk niet in het handschrift voor, maar zijn van schrijver
+dezes, die bij voorbaat erkent, dat voor een eenigszins-andere indeeling
+hier en daar wat te zeggen ware. Zoo zou men kunnen aanvoeren dat wat
+hier als tweede bedrijf is gegeven eigenlijk nog tot de "expositie"
+behoort en dus nog bij het eerste bedrijf had moeten worden ingedeeld.
+Maar na rijpelijk overdenken ben ik tot de conclusie gekomen dat, zooals
+ik het nù heb gedaan, de ontwikkeling der gebeurtenissen voor den lezer
+overzichtelijker is;
+
+4°. Wat de spelling en uitspraak van het Middelnederlandsch betreft; er
+zij nog even aan het volgende herinnerd: oe = oo; y = ie; verbindingen
+van werkwoord + voornaamwoord komen veel voor, bijv.: latic = laat ik;
+stoerfdi = stierft gij;
+
+In het algemeen geven de noten uitsluitsel.
+
+Geniet, lezer (en eventueel toeschouwer), van dit allerleukste stukje
+middeleeuwen, zooals schrijver dezes van het herlezen-na-jaren en
+zich-er-in-werken genoten heeft!
+
+R.J. SPITZ.
+
+
+
+
+PERSONEN:
+
+Prologhe,
+Gloriant, hertogh van Bruyswyck,
+Gheraert, shertoghen oem,[4]
+Godevaert,
+Die Roede Lioen,[5] coninc van Abelant,
+Rogier,
+Floriant,
+Hangdief,[6]
+Florentyn die maghet.
+
+
+
+ Prologhe:
+Ic bidde gode den oversten vader
+Dat hi ons moet[7] bewaren alle gader.
+Heren ende vrouwen, groet ende clene,
+Ic bidde u allen int ghemene,
+Dat ghi wilt maken een ghestille[8] 5
+Ende merct daer na diet merken wille.
+Men sal u hier spelen een suverlijc[9] dinc
+Van enen hoghen jonghelinc
+Die hertoghe was van Bruyswijc.
+Hem dochte dat niemen sijns ghelijc 10
+Op eertrike niet vinden en mochte,
+Ende sprac uut overmoedege gedochte,
+Roemeghe[10] worden ende onbekint,[11]
+Daer dicke die menege es bi ghescint.[12]
+Want wie dat hem te hoghe beroemt[13] 15
+Als dan die sake anders coemt
+Soe wort hi bi den roeme ghescant:
+Alsoe ghevielt desen hoghen wigant:[14]
+Al was hi rike[15] ende hoghe gheboren,
+Uut groten roem soe quam hem toren.[16] 20
+Om dat hi sprac roemeghe woert,
+Wert vrouwe Venus op hem ghestoert,[17]
+Soe dat sijt namaels op hem wrac,[18]
+Die roemeghe worde, die hi sprac,
+Alsoe ghi nu hier selt bescouwen.[19] 25
+Daer omme radic heren ende vrouwen,
+Dat hem nieman te hoghe en sal beroemen,
+Want daer es selden ere af comen.[20]
+Te hoghen roem en wert nie[21] ghepresen.
+Nu bidden wi gode, die wert ghesleghen[22] 30
+Ane een cruce om onsen sonden,
+Dat wi alle salich werden vonden
+Te Josepat in dat soete dal,
+Daer God sijn oerdeel besitten[23] sal:
+Dies biddic Maria der coninghinnen. 35
+Nu hoert ende swijcht, wi gaen beghinnen.
+
+
+
+
+EERSTE BEDRIJF
+
+
+Tooneel I
+
+
+(_Aan het hof te Brunswijk_)
+
+ Gheraert, shertoghen oem:
+Waer sidi, lieve vrient Godevaert?
+
+ Godevaert:
+Ic ben hier, heer Gheraert,
+Nu segt mi, wats die raet?[24]
+
+ Gheraert:
+Godevaert, het en dochte mi niet quaet, 40
+Dat ons hertoghe, die hoghe baroen,
+Enen huwelijc woude doen
+Ende dat hi nemen woude een wijf.
+Hi heeft soe scone vromen[25] lijf
+Ende es een sterc jonc man van daghen: 45
+Hadde hi een wijf, si mochte draghen
+Kindren, dat ware des lants profijt.
+Hets een lantscap groet ende wijt,
+Het ware scade, bleeft sonder gheboert.
+Daer omme hebbic u gheroepen voert, 50
+Dat ghi ons daer toe sout gheraden.[26]
+
+ Godevaert:
+Heer Gheraert, dat en mochte niet scaden,
+Daer hebbic oec onlancs om ghepeinst.
+Maer ic segghe u al ongheveinst,
+Heer Gheraert, ghi sijt des hertoghen oem, 55
+Daer omme moetti sijns nemen goem[27]
+Meer dan ic ofte die hem niet en bestaet.[28]
+
+ Gheraert:
+Wattan,[29] Godevaert, ghi moet ons raet
+Gheven, hoe dat wi varen[30] moghen.
+Dlantschap waers[31] in goeden hoghen,[32] 60
+Hadde hi een wijf ende kinder daer bi.
+
+ Godevaert:
+Heer Gheraert, daer omme selen wi ic ende ghi
+Onder ons beiden daer na spien.[33]
+Ic weet ons wel na ene te sien[34]
+Die men hem gheven sal herde[35] gherne. 65
+Dats die coninc van Averne
+Heeft een dochter noyael[36] ende goet,
+Ende die oec draecht enen reinen moet[37]
+Ende hevet enen goeden aert.
+
+ Gheraert:
+Sekerlijc, heer Godevaert, 70
+Die huwelijc dochte mi goet:
+Die coninc van Averne es een edel bloet[38]
+Ende die altoes binnen sinen daghen[39]
+Sine wapen eerlijc heeft ghedraghen,
+Ende sijn vorders[40] van goeder aert. 75
+Sekerlike, Godevaert,
+Desen huwelijc dochte mi goet ghedaen.
+
+ Godevaert:
+Laet ons dan toten hertoghe gaen
+Ende laet ons hem dit legghen te voren,[41]
+Dan so moghen wi spreken horen, 80
+Hoe dat hi beraden[42] si.
+Nu willen wi gaen ic ende ghi
+Ende laet ons horen wat hi seght.
+Staet sijn herte daer toe ghewecht,[43]
+So willen wi thuwelijc maken dan. 85
+
+Waer sidi, hertoghe, hoghe gheboren man,
+Edel hertoghe van Bruyswijc?
+
+
+Tooneel II
+
+
+(_Brunswijk_)
+
+ Die hertoghe:
+Sijt willecome, oem, sekerlijc
+Ende minen lieven vrient Godevaert!
+
+Nu secht mi, lieve oem Gheraert, 90
+U begherte, het sal u gescien.
+
+ Gheraert:
+Gloriant neve, dat souden wi gherne sien
+Dat ghi wout huwelijc doen.
+Wi saghent gherne, edel baroen,
+Ende oec Bruyswijc u selves lant. 95
+
+ Die hertoghe:
+Oem Gheraert, hoghe gheboren wigant,
+Daer toe en benic noch niet ghestelt.[44]
+Ic bidde u dat ghi mi niet en quelt,
+Want daer en willic niet af[45] horen
+Ic en weet gheen wijf op eerde gheboren 100
+Daer ic met woude leiden[46] minen tijt.
+
+ Gheraert:
+Neve, ghi moetet om des lants profijt
+Doen alsoe wel als om u selves lijf:[47]
+Ghi selt nemen moeten een wijf,
+Neve, om kinder daer van te crighen. 105
+
+ Godevaert:
+Nu en canic langher niet gheswighen,
+Edel hertoghe, hoghe gheboren baroen,
+Ghi moetet om uus lants wille doen
+Om kinder te crighene, al[48] Geraert seght.
+Hets een dinc dat men niet en pleght[49] 110
+Sonder vrouwe te bliven soe groten here.
+Ghi souter u lantscap met onteren,
+Edel here, stoerfdi sonder gheboert;[50]
+Daer soude op risen[51] een groet discoert,[52]
+Elc souts die naeste willen sijn:[53] 115
+Ghi sout beraden[54] groten pijn
+Den edelen lande van Bruyswijc.
+
+ Die hertoghe:
+Godevaert, Godevaert, sekerlijc,
+Dese redene es te male om niet.[55]
+Mijn herte gheen wijf soe gherne en siet 120
+Daer ic om gave een haer.[56]
+In weet gheen wijf, dies werdich waer,[57]
+Dat icse maken soude mijn vrouwe.
+
+ Godevaert:
+Here, wacht dat u noch niet en rouwe,
+Dat ghi sprect dus domme woert. 125
+Wort vrouwe Venus op u ghestoert,
+Si sal u noch maken mat.[58]
+
+ Gheraert:
+Gloriant neve, verstaet wel, dat
+Samsoen, die was soe sterc,
+Bedroghen wert bider minnen werc, 130
+Ende oec Apsloen, die scoen,[59]
+Ende die wise coninc Salomoen
+Bleven bi minnen al bedroghen:
+Dits emmer waer ende niet gheloghen,
+Vrouwenminne brachse tonder.[60] 135
+
+ Die hertoghe:
+Seker, oem, dat heeft mi wonder,[61]
+Maer si waren vol gheckerdien.[62]
+Oem Gheraert van Noermandien,
+Daer quamen ander saken bi:
+Sine waren haers selfs van herten niet vri,[63] 140
+Si bleven aen vrouwen al versmoert.[64]
+Ic en weet gheen wijf van soe hogher gheboert,
+Dat icker seker om gave twe peren.[65]
+
+ Gheraert:
+Seker, neve, dats niet dan sceren[66]
+Mede te makene, soe wie dat hoerde, 145
+Ende ic en hoerde nie soe domme woerde
+Spreken enen hoghen man.
+Seker, neve, ghi moet nochtan
+Huwen om des lants profijt.
+
+ Die hertoghe:
+Seker, oem, dien tijt 150
+En sal nemmermeer man bescouwen,[67]
+Dat ic enech wijf sal trouwen,
+Die nu op eertrike leeft
+Of die die werelt binnen heeft;
+Want ic hebbe soe vromen[68] lijf, 155
+Soudic dat legghen ane ene wijf,
+Soe waric emmer buten kere;[69]
+Ende oec benic soe groten here
+Vanden lande van Bruyswijc,
+En es gheen wijf op eerde mijns ghelijc. 160
+Ic wil bliven mijns selves man.[70]
+
+ Gheraert:
+Bi den vader die mi ghewan,[71]
+Nu en hoerdic nie soe domme tale.
+Seker, neve, en voeght u niet wale,
+Dat ghi den vrouwen sprect soe naer.[72] 165
+
+ Godevaert:
+Seker, Gheraert, ghi segt waer:
+Den vrouwen heeft hi wel na ghesproken,
+Maer het sal noch werden ghewroken,
+Dat weetic wel in rechter trouwen;
+Een lieflijc aensien[73] van eenre vrouwen 170
+Sal hem noch duncken medesine.[74]
+
+ Die hertoghe:
+Oem Gheraert, bider trouwen mine,
+Dat en seldi gheleven[75] nemmermeer.
+Mijn herte es vaster dan een weer[76]
+Ghestelt al op[77] mijn scone lijf. 175
+Ic en weet op eertrike gheen wijf,
+Die mi dunct dat mijns werdich ware;
+Mijn herte dat vlieght ghelijc den are[78]
+Boven alle vrouwen minne.
+Soudic dan mijn herte ende vijf sinne 180
+Legghen an eens wijfs bedwanc?[79]
+Van gode moetic hebben ondanc[80]
+Of[81] dat emmermeer[82] ghesciet.
+
+ Gheraert:
+Gloriant neve, soe waert om niet,
+Dat hoeric wel, datter ic om pine.[83] 185
+Maer wacht, dat u noch niet en scine[84]
+Dat ghi sprect dus dommelijc.
+
+
+
+
+TWEEDE BEDRIJF
+
+
+Tooneel I
+
+
+(_Aan het hof van Abelant_)
+
+ Florentijn die maghet:
+Ay, en mach op eertrijc
+Mijns ghelijc niet gheboren sijn
+Ende die ware vander naturen mijn 190
+Ende ghelijc mi van moede![85]
+Ic en sach nie man soe rijc van goede,
+Dien ic woude hebben tot enen man,
+Noch amerael[86] noch soudan[87]
+Noch nie man soe hoghe gheboren, 195
+Die mi van huwelijc leide te voren,[88]
+Dat ic sine minne woude draghen.[89]
+Dier ghelijc hebbic horen ghewaghen
+Van enen man in kerstenrijc,[90]
+Ende es hertoghe van Bruyswijc 200
+Ende van herten alsoe proeys[91]
+Ende van moede soe aerghelyoes,[92]
+Dat hi oec gheen wijf en mint.
+Wi sijn beide ghelijc ghesint,
+Dat segt mi mijn herte te voren, 205
+Ende onder ene planete gheboren
+Ende hebben beide gader ene nature.
+Nu salic hem sinden ene figure,[93]
+Een beelde ghemaect na mijn anschijn:[94]
+Eest[95] dat wi twee ghelike sijn, 210
+Sijn herte sal hem verwandelen[96] dan.
+Bi minen god Tervogan,[97]
+Ic sal horen wat hi sueght.[98]
+Mijn herte dat staet te hem ghevuecht,[99]
+Om dat hi van herten es soe fier. 215
+Waer sidi, mijn bode Rogier?
+Comt tote mi, ic hebts te doen.[100]
+
+ Rogier:
+O edel vrouwe, bi Mahoen,[101]
+Segt mi wat wildi hebben ghedaen?
+
+ Florentijn die maghet:
+Rogier, ghi moet haestelec gaen 220
+Toten hertoghe van Bruyswijc,
+Ende es[102] gheleghen in kerstenrijc
+Ende es[103] gheheten Gloriant.
+Ghi selt hem gheven in sine hant
+Dese figure den deghen fijn,[104] 225
+Ende segthem dat icse na danschijn[105] mijn
+Hebbe doen maken wel ghelijc,
+Ende dat ghi comt uten rijc
+Vander stat van Abelant,
+Ende segt oec den hoghen wigant,[106] 230
+Dat ic hem bidde in rechter trouwen,[107]
+Dat hi in deere van allen vrouwen[108]
+Dese figure wille anesien.
+Hem sal sere verwonderen van dien,
+Wat ic daer met[109] menen mach. 235
+Ende segt hem, dat ic nie man en sach,
+Daer ic mede deilen woude mijn lijf,[110]
+Ende segt hem oec al sonder blijf,[111]
+Dat hi es mijn vader, die hoghe baroen
+Van Abelant, die rodelioen,[112] 240
+Ende hoert ende merct ende swijcht ende heelt,[113]
+Ende verstaet wel dat hi u beveelt,
+Ende brinct mi die boetscap dan.
+
+ Rogier:
+Bi minen god Tervogan,
+Joncfrouwe, dese boetscap wert ghedaen, 245
+Ic wille met haesten daerwert gaen.
+
+
+Tooneel II
+
+
+(_Rogier is in Brunswijk aangekomen_)
+
+ Rogier:
+Mamet ende Apolijn[114]
+Die moeten bewaren die vrouwe mijn,
+Die mi heeft ghesent tote hier.
+Edel here, ic ben een metselgier[115] 250
+Eender joncfrouwen noyael[116] ende goet;
+Si bidt u op gherechter oetmoet,[117]
+Dat ghi wilt anscouwen dese figure:
+Si es na die scoenste creature
+Ghemaect, die men vint in eertrike, 255
+Ende haren anscijn alsoe ghelike,
+Al waert sijt selve die vrouwe weert;[118]
+Si es van hare doghet vermeert[119]
+Ende oec van haren hoghen moet.[120]
+
+ Die hertoghe:
+Metselgier, nu maect mi vroet, 260
+Wie es die joncfrou? doet mi becant.
+
+ Rogier:
+Dats Florentine van Abelant
+Die edel joncfrou ende die rike.
+Men vint in heydenesse[121] niet haers ghelike
+Soe noyael noch soe scone van live.[122] 265
+Men vinter in eertrike niet vive[123]
+Die gheliken der vrouwen mijn:
+Si en mochte[124] niet noyaelder sijn,
+Hovescher[125] noch bat gheraect,[126]
+Ende van haren live soe volmaect 270
+Ende haren moet soe eerlijc dracht;[127]
+En was nie man op eerde verdacht[128]
+Soe rike noch soe hoghe gheboren,
+Die hare van minnen leide te voren[129]
+Dat si worden woude sijn wijf. 275
+Si heeft te male[130] een reine[131] lijf
+Ende enen vader van hoghen doen,[132]
+Dats van Abelant die rode lioen
+Es haer vader, des sijt vroet.[133]
+
+ Die hertoghe:
+Du best een bode ghetrouwe ende goet, 280
+Dat hoeric herde[134] wel ane di.
+Nu staet op ende gaet met mi,
+Ic sal di wel te ghemake[135] doen.
+
+ Rogier:
+Ic doet gherne, edel baroen.
+
+ Die hertoghe:
+Nu biddic gode diet wel vermach, 285
+Dat hi mi late gheleven[136] den dach,
+Dat ic dese joncfrou noch anscouwen moet,[137]
+Die mi dese grote vrienscap doet
+Ende heeft mi die figure ghesent,
+Dit anschijn na thare gheprent.[138] 290
+Ay god, ende mach haer anscijn
+Ghelijc deser figure sijn,
+Sone[139] saghic op eerde nie haers ghelijc:
+Si ware wel weert in Bruyswijc
+Te sine ene vrouwe[140] ende ene hertoghinne. 295
+God, daer alle doghet es inne,
+Die gheve haer altoes goeden morghen.[141]
+Ay god, wat consten[142] dracht si verborghen
+Int herte, dies benic wijs.[143]
+Si draghet van abelheiden een rijs[144] 300
+Boven alle vrouwen, die ic nie[145] sach.
+Ay, god die gheve haer goeden dach,[146]
+Die mi ghesent heeft desen pant.[147]
+
+ Rogier:
+O hoghe gheboren wigant,
+Ic hebbe mine boetscap ane u ghedaen. 305
+Nu willic wederkeren gaen
+Toter joncfrouwe Florentijn.
+
+ Die hertoghe:
+Rogier, Rogier, nu soe moetti sijn
+Goet ende ghetrouwe in alder stont
+Ende draghen enen hoveschen mont;[148] 310
+Wat ghi hoert ende wat ghi siet,
+Dat en seldi voerder[149] vertrecken niet,
+Rogier, dan men u bevelt:
+Hi es te prisene[150] die wel heelt.[151]
+Lieve Rogier, nu sijt ghetrouwe 315
+Ende groet mi sere die scone joncfrouwe
+Ende segt hare in ware dinc,[152]
+Dat nie wijf van mi en ontfinc
+Groete meer dan si allene.[153]
+Maer om dat si es soe reine 320
+Ende soe noyael van haren live,
+Soe segt den edelen sconen wive,
+Dat si mi houde hare reynecheit
+Tot onser beiden salicheit.--
+Ic sal hare oec ghestadich[154] sijn. 325
+
+ Rogier:
+O edel here, bi Apolijn,[155]
+Si bat mi uter maten sere,
+Dat ic u vraghen soude, edel here,
+Of si u nemmermeer[156] soude moghen sien.
+
+ Die hertoghe:
+Rogier, dat sal hare gescien: 330
+Eer dat liden[157] die seven weken,
+Salic die joncfrou sien ende spreken,
+
+Op dat[158] mi god behout mijn lijf;
+Ende groet mi sere dat edel wijf,
+Die god altoes bewaren moet. 335
+
+ Rogier:
+Nu willic gaen lopen metter spoet.
+Mamet ende Apolijn
+Ende Mahoen ende Jupetijn,[159]
+Die moeten u gheven goeden dach.
+
+
+Tooneel III
+
+
+(_Wederom in Abelant_)
+
+ Florentijn die maghet:
+Rogier, nu doet mi ghewach:[160] 340
+Hebstu ghesien den hoghen man?
+
+ Rogier:
+Jaic,[161] vrouwe, bi Tervogan,
+Hets een man van hogher weerde:
+Ic weet wel, dat op die eerde
+Sijns ghelike niet en leeft, 345
+Noch die werelt binnen en heeft
+Van scoenheden noch van hoghen moede.[162]
+Hi es een man van edelen bloede,
+Rijc van haven, groet van gheslachte
+Ende edel gheboren van groter machte, 350
+Ende die oec hout een rikelijc[163] hof.
+Ic en hoerde nie soe groten lof
+Gheven als men gheeft Gloriant.
+Hi es te male[164] een coen wigant
+Ende ontsien van allen man. 355
+
+ Florentijn die maghet:
+Rogier, Rogier, nu segt mi dan:
+Wat groeten heeft hi mi ghesent?
+
+ Rogier:
+O edel vrouwe wide bekent,
+Hi seide mi in ware dinc,[165]
+Dat nie wijf van hem en ontfinc 360
+Groete meer dan ghi allene,
+Ende bidt u, edel vrouwe rene,
+Dat ghi hem hout u suverheit
+Tot uwer beiden salicheit:
+Hi sal u oec ghestadich sijn. 365
+
+ Florentijn die maghet:
+Segt mi, Rogier, bi Apolijn,
+En seide hi niet, dat hi mi gerne soude sien?
+
+ Rogier:
+Jahi,[166] vrouwe, dat sal u ghescien:
+Noch eer liden seven weken
+Sal hi u sien ende daer toe[167] spreken: 370
+Alsoe seide mi die wigant
+Ende ghelovet mi in mine hant[168]
+Ende swoert bi der trouwen sijn.
+
+ Florentijn die maghet:
+Bi minen god Apolijn,
+Na[169] dien tijt soe salic wachten. 375
+Mocht noch comen na mijn achten,[170]
+Dat mi dat noch mochte ghescien,
+Dat ic den hertoghe mochte anesien,
+So waric alle sorghen vri.
+Rogier, staet op ende gaet met mi: 380
+Ghi hebt u boetscap wel bewaert.[171]
+
+
+
+
+DERDE BEDRIJF
+
+
+Tooneel I
+
+
+(_In Brunswijk_)
+
+ Gloriant die hertoghe:
+Waer sidi, edel oem Gheraert,
+Van Normandien hoghe baroen?
+Uws raets hebbic nu te wel te doen,[172]
+Edel oem, hoghe wigant. 385
+
+ Gheraert:
+Wat segdi, neve Gloriant,
+Wat sijn die dinghen die u ghebrect?[173]
+
+ Die hertoghe Gloriant:
+Edel oem, dat mi int herte stect,[174]
+Dies ic niet langher en can ghehelen.[175]
+Gherechte minne doet mi soe quelen,[176] 390
+Dat mi costen sal mijn lijf.
+Ic minne soe sere een edel wijf,
+Dat ic ure no nacht no dach
+Gherusten gheslapen niet en mach,
+Sent dat ic ierst die minne began. 395
+
+ Gheraert:
+Dats[177] dat ic niet en can
+Gheloven, soe wats ghesciet,
+Dat u edel herte verdriet
+Lijdt om enech wijf die leeft
+Of die die werelt binnen heeft: 400
+Dies en canic gheloven twint.[178]
+
+ Die hertoghe:
+Och edel oem wide bekint,[179]
+Ic lide[180] wel ende gheve mi sculdich,[181]
+Dat ic hier voermaels menechfuldich
+Dommelike hebbe ghesproken: 405
+Edel oem, dat wert nu al ghewroken,
+Dat ic sprac die domme woert.
+Dies es vrouwe Venus op mi ghestoert[182]
+Ende heeft mi int herte gheraect,
+Ende enen dienere der vrouwen ghemaect, 410
+Ende leert mi gaen der minnen pas[183].
+
+ Gheraert:
+Ende hoe willic gheloven das?
+Ghi draghet soe hoverdeghen[184] moet,
+Ghi maket mi ende Godevaerde vroet,
+Dat[185] gheen wijf op eertrike 415
+Soe hoghe gheboren noch soe rike,
+Die u dochte dat uws werdich ware;
+U herte dat vlieght ghelijc den are
+Boven alle minnen crachte.
+Het en mach niet comen in u ghedachte, 420
+Hets al sceren dat ghi segt.
+U herte soe vol hoeverde[186] stect:
+Die vrouwen en moghen ane u niet winnen.[187]
+
+ Die hertoghe:
+Och edel oem, wilt mi versinnen,[188]
+Dat ic soe dommelike sprac, 425
+Dat quam daer bi dat mi ghebrac[189]
+Wetentheit[190] in rechter trouwen.[191]
+Nu comic te ghenaden[192] allen vrouwen
+Om ene, die mi quelen doet;
+Want herte ende sin, ziele, lijf ende moet 430
+Staet al in eenre joncfrouwen ghewelt.[193]
+
+ Gheraert:
+Wie es die joncfrou die u dus quelt,
+Gloriant neve, laet mi dat weten.
+Want ic en can emmer niet[194] vergheten
+Der hogher woerden die ghi spraect, 435
+Ende sidi nu ane ene minne gheraect,
+Seker, neve, dat wondert mi.
+Seght mi doch, wie se si
+Die u herte alsoe beswaert.
+
+ Die hertoghe:
+Van Normandien oem Gheraert, 440
+Si heet Florentijn van Abelant,
+Edel oem, coene wigant,
+Ende heeft enen vader van hoghen doen,
+Dats van Abelant die rode lioen
+Es haer vader, des sijt wijs. 445
+
+ Gheraert:
+Hulpt, here god vanden paradijs,
+Neve, hoe mach dat comen bi?
+Dat heeft mire herten alte vri,[195]
+Om dat si woent soe verre van hier.
+
+ Die hertoghe:
+Och, edel oem, der minnen vier 450
+Es snelder vele dan enech ghescot.[196]
+Oem Gheraert, bi minen god,
+Si heeft mi een saluut[197] ghesent
+Ende een anschijn na thare gheprent,
+Ghelijc den haren ene figure:[198] 455
+Si es die scoenste creature,
+Die leeft onder des hemels trone;
+Si ware wel weert te spannen crone,[199]
+Al waert een coninc van Vrankerijc.[200]
+Sie en es gheenre vrouwen ghelijc 460
+Die die sonne nu bescijnt.
+Al es mijn herte van hare ghepijnt,[201]
+Seker, oem, si eest wel weert,
+Si es van hare doghet vermeert[202]
+Ende oec van haren hoghen moet. 465
+Och, edel oem, ic maects u vroet,
+Minen verborghen heimeliken staet:
+Nu biddic u, oem, gheeft mi raet,
+Dat ic mijn lief ghewinnen mach.
+
+ Gheraert:
+Gloriant neve, dien dach[203] 470
+En mach u nemmermeer ghescien:
+Ghi moghet wel om een ander sien.[204]
+Ic sal u segghen redene waer bi:[205]
+Die rode lioen, hi es soe vri[206]
+Ende een man van groter machte, 475
+Ende die oec haet al ons gheslachte
+Boven al die leven op die eerde;
+Want ic versloech metten sweerde
+Sinen vader voer Abelant,
+Ende u vader, die coene wigant, 480
+Versloech sinen oem Eysenbaert,
+Die vroemste[207] man, die nie ghewaert,[208]
+Ende in heydenesse gorde sweert,[209]
+Maer u vader wide vermeert
+Sloech hem den hals ontwee.[210] 485
+Noch dede hi hem scade mee,[211]
+Daer hi noit sint omme en loech:[212]
+Twee sijnre moien kindre[213] hi versloech
+Die uut Antiotsen[214] waren gheboren.
+Dies heeft die rode lioen noch toren,[215] 490
+Dat wetic wel gewaerlike.[216]
+Al waerdi[217] here van al kerstenrike,
+Hine gave u sijnre dochter niet.
+
+ Die hertoghe:
+Bi gode die hem crucen liet,
+Oem Gheraert van Normandien, 495
+Ende bider maghet sente Marien,
+Ic salse hebben of bliven doot,
+Al ware hi mijn viant noch alsoe groot,
+Ende daer toe van hogher macht:
+Behendicheit gaet voer cracht.[218] 500
+Ic sal ghewinnen die vrouwe rene,
+Met minen properen live[219] allene
+Meinicse[220] te halene, ans[221] mi god.
+
+ Gheraert:
+Gloriant neve, al sonder spot,
+Ende hoe wildi dat leggen an? 505
+
+ Die hertoghe:
+Dat salic u segghen, edel man
+Van Normandien, coene wigant.
+Ic sal riden onbekant[222]
+Ghelijc enen ridder van avonturen.[223]
+Der minnen pas moetic besuren:[224] 510
+Dat doet al Florentijn die scone joncfrouwe.
+Och, edel oem, nu blijft ghetrouwe
+Den goeden lande van Bruyswijc;
+Want van vromicheiden uus ghelijc,
+Edel oem, nu niet en leeft. 515
+Ic bidde u, dat ghi niet en begheeft,[225]
+Ghine sijt ghetrouwe den goeden lande
+Ende verwaert[226] al omme mijn scande:
+Dies biddic u, edel oem Gheraert.
+Eest dat ic doot blive op die vaert, 520
+Soe es u verstorven[227] dlant.
+Nu blijf met gode, coene wigant,
+Dese vaert moet ghevaren sijn.[228]
+
+ Gheraert:
+O Gloriant, neve mijn,
+Ic duchte, dat u dese vaert sal rouwen. 525
+Men vint soe vele scoender vrouwen
+In kerstenheit, hoghe baroen.
+Hi es soe fel, die roede lioen,
+Ic weet, wel kint hi u gheslachte
+Om dwonder, dat u vader wrachte[229] 530
+Voer Abelant onder die sine,
+Hi sal u beraden[230] pine:
+Seker, neve, dit duchtic al.
+
+ Die hertoghe:
+Nu comer af datter af comen sal,
+Dese vaert moet emmer sijn ghedaen. 535
+
+ Gheraert:
+Soe moetse u te goede vergaen,
+Dies biddic gode vanden trone,[231]
+Gloriant neve, dat u god lone!
+Nu sijt behindich in uwen raet,[232]
+Ende uwen heimeliken staet 540
+En seldi niemen maken cont,
+Ende luttel worde in uwen mont
+Ende die behindich ende vast;[233]
+Ende als ghi comt daer u herte op rast,[234]
+Tot Florentijn, die vrouwe goet, 545
+Soe draght heerlijc[235] uwen moet
+Ende en sijt emmer te haestich niet;
+Eest[236] dat ghi comt in enich verdriet,
+Doeghet[237] mi te wetene, neve mijn,
+Ic sal seker u vader sijn 550
+Alsoe langhe als mi god behout mijn lijf.
+Maer lietti dese vaert een blijf,[238]
+So dadi als die vroede doet.
+
+ Die hertoghe:
+Nenic, oem, om al dat goet,
+Dat die sonne nu mach bescinen, 555
+Soene latic niet, ic en sal[239] Florentijnen
+Bescouwen, dat edel wijf.
+Waer es mijn ors[240] Vaelentijf?
+Ic wil gaen varen metter spoet.
+Maer, edel oem, ghetrouwe ende goet, 560
+Ic set mijn lant in uwer gheweelt,[241]
+Dat ghijt trouwen bewaren seelt,
+Tote dat ic come van Abelant.
+
+ Gheraert:
+O edel neve Gloriant,
+God ons here moet u bewaren 565
+Ende altoes in doghden sparen,[242]
+Waerwaert dat ghi u bekeert.[243]
+
+
+Tooneel II
+
+
+(_Voor Abelant_)
+
+ Die hertoghe:
+Ay god, hoe sere mi die minne leert
+Hovescheit,[244] dat vindic nu wel.[245]
+Mijn herte stont tot allen vrouwen fel,[246] 570
+Eer ic minnende wert die scone.
+Maer nu spannen alle vrouwen crone
+In mijn herte: dat doet allene
+Florentijn die vrouwe rene,
+Die mi leert gaen der minnen ganc. 575
+O overste god, die minne u dwanc[247]
+Dat ghi van boven nederquaemt
+Ende menschelijc nature anenaemt:
+Ane ene maghet, een suver wijf
+Onfingdi menschelijc lijf, 580
+Dat ghi liet hanghen ane een hout
+Sonder verdiente ende buten scout[248]
+Ende u edel herte opbreken,[249]
+
+Met eenre ghelavie[250] al doersteken:
+Dat dede al der minnen cracht. 585
+Ay god, wat wonder hebdi ghewracht
+Ende al uut rechter minnen vloet!
+Daer omme die haers sins sijn vroet[251]
+Die en doerven mi begripen[252] niet,
+Dat mi di minne doet verdriet; 590
+Want die minne es soe crechtich
+Dat si den starken god almechtich
+Vanden hemel neder dede dalen,
+Om die scout vore ons te betalen:[253]
+Dat dede al der minnen aert, 595
+Dat hi vercoes den edelen bogaert,
+Marien, dat edel vat,
+Daer in verborghen was die scat,
+Die ons allen heeft gecocht[254]
+Ende uter ewegher pinen brocht. 600
+O minne, du best een edel cruut,[255]
+Doe best dat alder soetste fruut,
+Dat god op eerde nie[256] wassen dede.
+Nu sie ic Abelant die scone stede
+Daer in dat woent die vrouwe mijn. 605
+Maer si dunct mi besloten[257] sijn:
+Hets recht, hets twe uren in der nacht:
+Ic soude gheloven dat mense wacht.[258]
+Daer goede hoede es daer es goeden vrede.
+Abelant, Abelant, wel soete stede, 610
+Na dien dat ic niet inne en mach,
+Soe willic beiden[259] tote merghen dagh
+Ende minen nachtraste[260] hier gaen doen,
+Ende Vaelentijf sal gaen weiden int groen,
+Tote opgaet dat sonneschijn. 615
+
+
+Tooneel III
+
+
+(_Voor Abelant; het is dag geworden_)
+
+ Florentijn die maghet:
+Danc hebbe Mamet ende Apolijn,
+Ic sie den valke van hogher aert
+Neder dalen in minen bogaert
+Daer[261] ic soe langhe na hebbe ghewacht;
+Hi heeft een teken vore[262] hem bracht 620
+Daer ane dat ickene kinne;[263]
+Hi es dien ic met trouwen minne:
+Dat sie ic wel ane sine ghedaen.[264]
+Nu willickene vriendelijc gaen ontfaen,
+Want hi es comen te miere hant,[265] 625
+Een edel valke uut kerstenlant,
+Van Bruyswijc die hoghe baroen:
+Ic sachen nederbeten[266] int groen
+Van sinen paerde, die coene wigant.
+Sijt willecome, Gloriant! 630
+Ghi hebt beseten[267] die herte mijn.
+Ic sach u onder dat maenschijn
+Ende oec verhoerdic[268] uwe tale;
+Al te hant[269] verkindic[270] u wale[271]
+Bi den teken, dat ghi daer dracht. 635
+
+
+ Die hertoghe:
+O Florentijn, wel scone maght,
+Sidi dit, wel edel vrouwe rene,
+Soe biddic gode van Nasarene,
+Dat hi beware u reine lijf.
+O Florentijn, wel scone wijf, 640
+Wat hebbic al door u besuert
+Ende mi gheaventuert,[272]
+Eer ic hier comen ben in dlant!
+
+ Florentijn die maghet:
+O edel hertoghe Gloriant,
+Ghi sijt mi groet willecome! 645
+Ghi moghes[273] wel draghen uwen roeme,
+Dat ic op eerde nie man en sach
+Die mijn herte verhoghen[274] mach
+Meer dan ghi, hoghe baroen.
+Maer wijst[275] mijn vader, die roede lioen, 650
+Dat wi hier beide vergadert sijn,
+Bi minen god Apolijn,
+Onser beider lijf dat ware verloren!
+
+ Die hertoghe:
+God, die van der maghet was gheboren,
+Moet onser beider hoeder sijn, 655
+O uutvercoren Florentijn,
+Spieghel boven alle wiven,
+Saelt verloren moeten bliven
+Dat ic hebbe doer[276] u ghedaen?
+Ic hebbe mijn lantscap laten staen 660
+Om u te sprekene, vrouwe rene,
+Ende come al dus ghedoelt allene
+Ghelijc enen aermen knecht.
+
+ Florentijn die maghet:
+O Gloriant, dat ware onrecht,
+Bi minen god Tervogan, 665
+Hets recht, wie enen doeghden an[277]
+Ende in rechter trouwen mint,
+Dat hi troest daer af[278] ghewint,
+Also ic van u hebbe ghedaen.
+Nu seldi oec van mi ontfaen 670
+Al dat u edel herte begheert
+In reinen aerde,[279] ridder weert,
+Al sonder eneghe doerpernie.[280]
+
+ Die hertoghe:
+Bi der maghet sente Marie,
+Florentijn wel suverlike, 675
+Om al dat goet van eertrike
+En dadic u ghene doerperheit.
+Maer, edel wijf, maeckt u bereit
+Met mi te Bruyswijc te varen,
+Want hier en es gheen langher sparen.[281] 680
+Vernaemt uw vader, die roede Hoen,
+Hi soude ons beiden lachter[282] doen:
+Soe bleven wi ewelijc ghescant.[283]
+
+ Florentijn die maghet:
+O edel hertoghe Gloriant,
+Bruyswijc soudic gherne besien: 685
+Mochte mi dat met trouwen ghescien,
+So woudic varen daer ghijs begheert.
+
+
+ Die hertoghe:
+O Florentijn vrouwe weert,
+Die ic boven alle vrouwen minne,
+Ic sal u maken hertoghinne 690
+Van Bruyswijc, den goeden lande:
+Dies settic u mine trouwe te pande,
+Edel wijf van hogher aert.
+
+ Florentijn die maghet:
+Soe salic met u bestaen die vaert,[284]
+Boven alle man, die leven mach, 695
+Of die ic met oghen nie ghesach,
+Edel hertoghe, hoghe baroen.
+Nu laet ons hier nedersitten int groen
+Tote nedergaet dat maenschijn;
+Dan selense alle gader slapen sijn, 700
+Die te mijns vader hove behoren,
+Dan moghen wi sonder toren[285]
+Varen sonder yemens ghemoet.[286]
+
+ Die hertoghe:
+O edel wijf, het dunct mi oec goet,
+Want die vaec gaet mi soe an, 705
+Dat ic niet langher ghestaen[287] en can,
+Ic moet emmer legghen mijn hoet[288]
+
+ Florentijn die maghet:
+Soe legghet dan neder in minen scoet
+Ende slaept, hoghe gheboren wigant:
+Dan selen wi rumen[289] Abelant. 710
+
+
+
+
+VIERDE BEDRIJF
+
+
+Tooneel I
+
+
+(_Op het kasteel te Abelant_)
+
+ Floerant des roede-lioens neve:[290]
+Hulpe, Mamet ende Apolijn,
+Hoe es die joncfrou Florentijn
+Alsoe dommelijc ghesint?
+En wert nie man van hare ghemint
+Die in heydenesse mochte spannen crone, 715
+Soe hoghe gheboren noch soe scoene,
+Dat si haer herte daer woude legghen an,
+Ende mint nu enen kerstenen man
+Ende wilt met hem rumen dlant!
+Soe blijft si ewelijc ghescant, 720
+Eest dat ic swighe hier van.
+Bi minen god Tervogan,
+Nenic, ic saelt segghen haren vader,
+Want ict ghesien hebbe al gader.[291]
+
+Waer sidi, hoghe gheboren baroen 725
+Van Abelant, heer roede lioen?
+Staet op, hoghe gheboren man,
+Doet haestelijc u cleder an,
+Ghi selt vernemen, dies ghi niet en wet.[292]
+
+
+Tooneel II
+
+
+ Die roede lioen:
+Nu benic hier al onghelet:[293] 730
+Floerant neve, wat saels ghescien?
+
+ Floerant:
+O edel oem, ic hebbe ghesien
+Wonder[294] ane Florentine die scoene,
+Die met rechten mochte dragen crone
+Voer Babeloen den soudaen.[295] 735
+Si leghet aerm ende aerm bevaen[296]
+In ghenen boegaert, coene wigant,
+Met enen man uut kerstenlant,
+Van Bruyswijc den hertoghe vri.
+Ic salse u wisen, comt met mi, 740
+Edel wigant, wide vermeert,
+Want ic hebbe hem ghestolen sijn sweert,
+Daer hi leghet bi dat edel wijf,
+Ende sijn ors, dat heet Vaelentijf,
+Dat hebbic hem heymelijc ghenomen. 745
+Uut Bruyswijc soe es hi comen
+Ende es een hertoghe daer van.
+Nu siet, hoghe gheboren man,
+Waer dat hi leghet in haren scoet.
+
+ Die roede lioen:
+Ay, dat heeft mi wonder groet 750
+Van mijnder dochter Florentijn.
+En was nie soe edelen Serrasijn[297]
+Daer si haer herte wilde legghen an,
+Ende leghet nu met een kerstenen man,
+Die niet en es van onser wet[298] 755
+Ay, waer toe si haer heeft gheset[299]
+Ende alsoe jammerlijc ghescant!
+Bi minen god Tervogant,
+Si sal daer omme berren[300] in een vier,[301]
+Ende die hertoghe en sal niet van hier 760
+Mi ontriden,[302] ic en salne[303] vanghen
+Ende ane enen boom doen hanghen,
+Bi minen god Apolijn.
+Gawi,[304] Floerant neve mijn,
+Ende laet ons vanghen den hoghen baroen! 765
+
+ Floerant:
+O edel oem, dat hebben wi goet te doen,[305]
+Want hi es van wapen bloet.[306]
+
+
+Tooneel III
+
+
+(_Abelant; buiten bij de gelieven_)
+
+ Floerant:
+Staet op, hoghe gheboren ghenoet[307]
+Van Bruyswijc, coene wigant!
+Ghi selt besitten Abelant, 770
+Die soete stede, dat scoene juweel;
+Daer staet verborghen een casteel,
+Daer seldi werden casteleyn.[308]
+Het staet op soe scoene pleyn,
+Dat men dies ghelike niet en vint. 775
+
+ Die hertoghe:
+Van gode so moetti sijn ghescint,
+Fel[309] Sarrasijn, vul keitijf![310]
+Bi mijnder wet, het cost u dlijf,
+Dat ghi mi heden quaemt soe bi.
+
+ Floerant:
+O edel here, van herten vri, 780
+Laet sinken uwen hoghen moet:
+Hoghen roem en was noit goet.
+Want ghi moet verwonnen bliven,
+Ende daer toe[311] sal men u ontliven,
+Want ghi hebt die doet verdient. 785
+
+ Die hertoghe:
+Ay mi, dit spel es mi ontsient,[312]
+Want ic hebbe mijn sweert verloren.
+God, die van der maghet was gheboren,
+Moeten[313] bedroeven, diet mi nam
+Ende al heimelijc tot mi quam, 790
+Daer ic in groter vrouden[314] lach.
+Met rechten ic dat wel claghen mach
+Dat ic verloren hebbe minen Brant.[315]
+Bi mijnder trouwen, haddicken in mijn hant,
+Ghine sout mi niet vangen, fel keitijf! 795
+
+ Die roede lioen:
+Her hertoghe, laet dese worden een blijf,[316]
+Uwen overmoet wert nu ghevelt.[317]
+Ic mene dat ghijt becopen selt,
+Dat u vorders[318] hebben ghedaen.
+Voer Abelant sachic verslaen 800
+Minen vader van uwer partien:[319]
+Dat dede Gheraert van Normandien,
+Versloech den lieven vader mijn,
+Ende u vader, bi Apolijn,
+Versloech minen oem Eysenbaert 805
+Ende twee ridders van hogher aert,--
+Mijnder moien kinder,[320] als ghi moghet horen,
+Uut Antiotsen waren si gheboren,--
+Versloech u vader met sijnder ghewelt:
+Ic mene, dat ghijt becopen selt, 810
+Bi minen god Apolijn,
+Ende mine dochter Florentijn
+Salic leveren doen den brant.[321]
+
+ Die hertoghe:
+Och edel here van Abelant,
+Doet met mi dat ghi begheert; 815
+Maer Florentijn, die es wel weert
+Te draghen crone voer elken man;
+Want biden vader, die mi ghewan,
+Si heeft te male[322] een reine lijf,
+Si en was noch noit niemans wijf, 820
+Dat wetic wel, te gheenre ure,
+Si es ene edel creature:
+Sijt haers ghenadich, hoghe baroen!
+
+ Die roede lioen:
+Bi minen groten god Mahoen,
+Dan[323] lietic om al die werelt niet: 825
+Si sal daer omme berren, wats gesciet,
+Dat sie nie[324] groete van u ontfinc.
+
+
+Tooneel IV
+
+
+(_In Gloriants kerker_)
+
+ Die hertoghe:
+Ay, gheweldich hemels coninc,
+Nu bewaert dat edel wijf;
+Al eest[325] dat ic verliese mijn lijf, 830
+
+Bewaert die scoene Florentijn:
+Dies biddic u, werde sceppere mijn,
+Dat si die doot mach ontgaen
+Ende kerstenheit moet ontfaen;[326]
+Dies biddic u, moeder ende maeght, 835
+Want si een reine herte draeght,
+Ende heeft te male ene edel nature,
+Moeder gods, bewaert die scoene creature;
+Dies biddic u, god, doer uwen oetmoet,[327]
+Want gherechte minne ons beiden doet, 840
+Dat wi sijn in dit verdriet.
+Ay god, nu en wilt vergheten niet,
+Dat u die minne daer toe dwanc,
+Dat ghi ane ene wigaertranc[328]
+Ontfinc menschelijc nature: 845
+Dat was Maria, die maghet pure,
+Die u ontfinc in reinen live,
+Dat noit en ghesciede ghenen wive,
+Ende maghdelijc ter werelt bracht:
+Dat dede al die minne cracht; 850
+Ende daer na stoerfdi die bitter doot,
+Om ons te bringhen in vrouden groet:
+So brinct mi noch uut desen prisoene.
+
+
+Tooneel V
+
+
+(_In Florentijns kerker_)
+
+ Florentijn die maghet:
+Waer sidi, Rogier, deghen[329] coene,
+Mijn lieve vrient ende ghetrouwe? 855
+
+ Rogier:
+Ic ben hier, wel edel vrouwe.
+Nu seght mi, wats die raet?[330]
+
+ Florentijn die maghet:
+Ay Rogier, al minen toeverlaet
+Die steet al te male ane di.
+Och lieve Rogier, nu segt mi: 860
+Wat seet[331] mijn vader, die hoghe baroen?
+
+ Rogier:
+Och edel vrouwe, bi Mahoen,
+Hi heeft ghesworen op sinen tant,[332]
+Dat hi sal hanghen den hoghen wigant
+Ende u leveren sal ten viere: 865
+Dat heeft hi gheswoeren alsoe diere,[333]
+Dat mens hem wel gheloeven mach.
+Dies en benic ure noch nacht no dach
+Sonder droefheit, edel vrouwe.
+
+ Florentijn die maghet:
+Och edel Rogier, nu sijt ghetrouwe, 870
+Want ghi hebbes wel die macht:[334]
+Ic weet wel, dat ghi den kerker wacht,[335]
+Daer die hertoghe in leghet ghevaen.[336]
+Nu wilt hem in staden staen,[337]
+Dat hi behouden mach sijn lijf. 875
+
+ Rogier:
+Och edel uutvercoren wijf,
+Doe ic dat, soe ben ic doet,
+Al die werelt van goude roet
+En sal mi connen ghehulpen niet.[338]
+
+ Florentijn die maghet:
+Rogier, hulpt mi uut mijn verdriet 880
+Ende oec den hertoghe Gloriant,
+Dan selen wi rumen Abelant
+Ten lande wert[339] van Bruyswijc.
+Rogier, ic ghelove[340] u sekerlijc,
+Ic sal ewelijc sijn u vrient. 885
+
+ Rogier:
+Och edel vrouwe, dies hebdi wel verdient
+Over[341] meneghen tijt hier te voren.
+U vader hadde eens mijn doot ghesworen,
+Doen waerdi al minen toeverlaet.
+Ach, nu dadic als een quaet,[342] 890
+Soudic dies al nu vergheten;
+Al soudic in vieren werden ghespleten,
+Ic sal u hulpen, wel edel wijf,
+Dat ghi behouden selt u lijf
+Ende oec die hertoghe van Bruyswijc, 895
+Want hi ontfinc mi soe vriendelijc,
+Doen ic hem van u die boetscap bracht,
+Ic sal daer om pinen[343] dach ende nacht,[344]
+Edel vrouwe van herten reen,
+Ic sal ontsluten die kerker steen[345] 900
+Ende verloessen die hoghe wigant.
+
+
+Tooneel VI
+
+
+(_Wederom bij Gloriant's kerker_)
+
+ Rogier:
+Waer sidi, her Gloriant,
+Edel hertoghe, hoghe baroen?
+Comt uut desen swaren prisoen,
+Want alle die slote sijn ontdaen.[346] 905
+
+ Die hertoghe:
+Wi heeft mi dese gratie[347] gedaen?
+Rogier vrient, berecht mi dat.[348]
+
+ Rogier:
+Florentijn dies mi bat,[349]
+Dat ic u hulpe uut uwen verdriet.
+
+ Die hertoghe:
+Ay, god die hem crucen liet, 910
+Die moets hebben lof ende danc,
+Dat ic ben uut desen swaren stanc,
+Daer ic soe langhe in hebbe ghesijn.
+Nu segt mi: waer es Florentijn,
+Die overscoene creature? 915
+
+ Rogier:
+O edel here, si leghet tusschen vier muren
+Ghesloten ende vaste ghevaen;
+Te hare soe en mach niemant gaen,
+Want haer vader wiltse ontliven.
+
+ Die hertoghe:
+Dien wille sal achterbliven,[350] 920
+Op dat[351] mi god behout mijn lijf;[352]
+Ic sal verlossen dat edel wijf,
+Eer ic scheden sal van hier.
+Och, haddic minen desterier[353]
+Valantijf metter hant 925
+Ende mijn sweert, den goeden Brant,
+Soe wildic Florentijnen halen
+Ende den roedenlioen betalen
+Sijn huushure, in rechter trouwen![354]
+Het sal hem sekerlike rouwen, 930
+Dat hise soe jammerlijc hout ghevaen.
+
+ Rogier:
+Here, ic wijls u te hulpen staen[355]
+Ende met u varen uten lande.
+Mamet willic doen die scande,
+Dat ic wille kerstenheit nemen an.[356] 935
+Nu siet hier, hoghe gheboren man,
+Valantijf, u goede paert,
+Ende uwen Brant, dat goede swaert,
+Daer u herte soe sere op rast.[357]
+
+ Die hertoghe:
+Ay, nu haddic minen last,[358] 940
+Haddic Florentijne die scoene.
+Lieve Rogier, dat god u loene,
+Nu wijst mi die kerkersteen,
+Daer in dat leghet die maghet reen,
+Ic salne ontsluten ende ontdoen, 945
+Ende werdes gheware die roedelioen,
+Seker, ic gheve hem sijn payment.[359]
+
+ Rogier:
+Ay here, soe waren wi ghescent,
+Worde[360] dit hof met allen[361] ghestoert.[362]
+Ic sal ons vele bat[363] hulpen voert: 950
+Ghi selt hier houden[364] in dit groen,
+Ende ic sal gaen ten roedenlioen
+Ende sal hem segghen ende maken vroet,
+Dat hi morghen metter spoet
+Florentijn, dat edel wijf, 955
+Sal doen dooden ende nemen dlijf:
+Dies salic hem maken wijs,
+Ende ghi selt hier houden in dit rijs[365]
+Ende emmer seldi op die waerden[366] sijn.
+Als men uutbrinct[367] Florentijn 960
+Ende mense ontliven sal,
+Dan seldi comen over al[368]
+Ghereden, hoghe gheboren wigant.
+Bi minen god Tervogant,[369]
+Ic sal u ter hulpen staen. 965
+Ghi selt steken ende ic sal slaen,
+Ende god sal in onser hulpen sijn:
+Aldus selen wi Florentijn
+Verlossen, dat edel wijf.
+
+ Die hertoghe:
+Rogier, het sal mi costen dlijf, 970
+Ofte ic bringse uut hare noet.
+Nu gaet henen met haesten groet.
+Ic sal hier bliven in dit foreest.[370]
+Ay vader, sone ende heilich geest,
+Nu moetti[371] bewaren Florentijn. 975
+
+
+
+
+VIJFDE BEDRIJF
+
+
+Tooneel I
+
+
+_(Abelant; in of voor het kasteel_)
+
+ Rogier:
+O Mamet ende Apolijn
+Ende Mahoen ende Tervogant,
+Edel here van Abelant,
+Die moeten u gheven goeden dach.
+
+ Die roede lioen:
+Rogier, nu doet mi ghewach:[372] 980
+Hoe salic varen met Gloriant?[373]
+
+ Rogier:
+Edel here van Abelant,
+Dat salic u segghen ende maken vroet,
+Dat ghi morgen metter spoet
+Florentijn, dat felle wijf, 985
+Dooden selt ende nemen dlijf,
+Want si hevet wel verboert,[374]
+Alse men recht na rechte coert,[375]
+Want si heeft onse gode ghescant;
+Ende dan[376] seldi Gloriant 990
+Hanghen doen ane enen boem.
+Want vernaemt Gheraert sijn oem,
+Dat hi hier ghevanghen leghet,
+Here, voer waer si u gheseghet,
+Soe sal hi comen met groter cracht 995
+Ende met al sijnder macht
+Ende sal ons doen grote pijn:
+Daer omme duncket mi dbeste sijn
+Dat ghise beide ontliven doet.
+
+ Die roede lioen:
+Rogier, desen raet dunct mi goet. 1000
+Nu en willic beiden[377] dach noch ure.
+Gaet henen, haelt mi die scoene figure,[378]
+Florentijn, die felle pute,[379]
+Ic salse doen leiden ter poerten ute
+Ende doen haer thoeft afslaen. 1005
+
+ Rogier:
+Here, dit dunct mi dbeste ghedaen.
+Ic salse halen, bi Apolijn.
+
+
+Tooneel II
+
+
+_(Florentijns kerker)_
+
+Waer sidi, scoene Florentijn?
+Ghi moet gaen voer den hoghen baroen,
+Uwen vader, den roedenlioen. 1010
+Hi wilt met u justicie houden
+Ende meint,[380] dat u sal werden vergouden,[381]
+Dat ghi sine gode hebt ghescant
+Ende dat ghi bi Gloriant
+Hebt gheslapen, vri[382] edel wijf. 1015
+Dat sal u costen u edel lijf,
+Want hi hevet soe dier[383] ghesworen.
+
+ Florentijn die maghet:
+God, die vander maghet was gheboren![384]
+Ende sijn voetsel van haer soeghede,[385]
+Ende daer na dat hi ghedoeghede, 1020
+Datten die felle joden vinghen,
+Ende aen een cruce hinghen,
+Daer hi an sterf[386] die bitter doot,
+Om ons te bringhen in vrouden groet,
+Die moet mine ziele ghenadich sijn. 1025
+
+
+Tooneel III
+
+
+_(Plaats voor de terechtstelling)_[387]
+
+ Die roede lioen:
+Nu segt mi, dochter Florentijn.
+Wie mach u hier toe hebben bracht,
+Dat ghi sijt aldus bedacht[388]
+Ende aenbedt enen vremden god
+Ende maect met onsen goden u spot, 1030
+Ende mint daer toe enen kerstenman?
+Bi minen god Tervogan,
+Ghi selt daer omme uw lijf verliesen.
+
+ Florentijn die maghet:
+Vader, die doot willic gherne kiesen
+Om den ghenen, diese door[389] mi ontfinc 1035
+Ende naect ane een cruce hinc
+Met sinen aermen wide ontdaen[390],
+Ende liet hem hande ende voete doerslaen
+Met plompen[391] naghelen drie.
+Ghewarich[392] god, so moetti mie 1040
+Bescermen vander hellen brant,
+Ende bewaert den hertoghe Gloriant,
+Want hi es in pinen groot.
+O edel hoghe gheboren ghenoet,[393]
+Hoe gherne haddic u noch ghesien! 1045
+Maer en mach mi niet ghescien,
+Dat doet mijnre herten alte wee.
+
+ De hangdief: _(de beul)_
+Dien moghdi scouwen nemmermee,[394]
+Hoghe gheboren edel wijf,
+Want ic u nu sal nemen dlijf, 1050
+Dat deert sere die herte mijn.
+Och edel joncfrouwe Florentijn,
+Waer toe hebdi u gheset?[395]
+Woudi noch anebeden Mamet,
+Ghi sout noch wel u lijf behouden, 1055
+Het comt al touwe bi uwen scouden,[396]
+Dat ghi onsen gode aldus blameert[397]
+Ende u selven scandeleert[398]
+Ende ghi[399] hoghe gheboren sijt.
+
+ Die roedelioen:
+Ghi gheeft haer alte langhe respijt.[400]
+Haestu ende slaet haer af thoet,
+Want hare mesdaet es so groet,
+Al die werelt en halpe hare niet.
+
+
+Tooneel IV
+
+
+_(Als tooneel III)_
+
+ Die hertoghe:
+Bi gode die hem crucen liet,
+Dan sal niet wesen, fel tierant! 1065
+Van gode moetti sijn ghescant
+Dat ghi sijt soe putertier.[401]
+Ter quader tijt maect u van hier,[402]
+Of die duvel sal uws wouden,[403]
+Ende Florentijn sal haer lijf behouden 1070
+Ende tuwer scande mijn eyghen[404] sijn.
+O uutvercoren Florentijn!
+Van deser doot sidi vri:
+Dies danct der werder maghet Mari
+Ende Rogier, den coenen wigant. 1075
+
+ Florentijn die maghet:
+Och edel hertoghe Gloriant,
+Ic dancs gode van den troene,[405]
+Dat mi ghevallen es soe scoene,[406]
+Ende daer naest u ende Rogier.
+Och edel here, laet ons van hier 1080
+Trecken, hoghe gheboren man.
+
+ Die hertoghe:
+Florentijn, nu varen wi dan
+Te minen lande van Bruyswijc.
+Mijn herte staet in vrouden rijc.
+
+
+Tooneel V
+
+
+_(Brunswijk)_
+
+ Die hertoghe:
+Edel wijf van hogher aert, 1085
+Nu sie ic den edelen boegaert,
+Bruyswijc dat goede lant.
+O edel oem, coene wigant,
+Van Noermandien hoghe baroen,
+Nu laet die poerte wide ontdoen 1090
+Ende laetse incomen met bliden sinne,
+Die ic met al miere herten minne,
+Van Abelant die scoene Florentijn.
+
+ Gheraert:
+O Gloriant, neve mijn,
+Sijt willecome op desen dach, 1095
+Ende Florentijn, die ic nie en sach
+Meer[407] dan nu te deser tijt.
+Mijn herte wert mi van vrouden wijt
+Dat ic u[408] sie met ghesonden live
+Comen metten edelen wive. 1100
+Nu segt mi: hoe voerdi[409] in Abelant?
+
+ Die hertoghe:
+Och edel oem, coene wigant,
+Al slapende wardic daer ghevaen
+Ende in enen kerker ghedaen,
+Daer mi met rechte uut mocht verlanghen, 1105
+Want aderen, padden ende slanghen
+Waren daer mijn naeste ghebueren.
+Maer god, die gaf mi avonture,[410]
+Bi vriende hulpe, bi goeden rade,
+Dat ic ben comen sonder scade, 1110
+Uut den vangnesse[411] swaer.
+Het en quam nie man in selken vaer,[412]
+Maer die minne vanden edelen wive
+Hielt mi altoes te live,[413]
+Dat ic hoepte, het soude beter werden. 1115
+Aldus hebbic met volherden
+Ghewonnen daer mijn herte op rast.[414]
+
+ Gheraert:
+Gloriant neve, ghi hebt ghepast[415]
+Der minnen boegaert leren bouwen.
+Maer doch en derft[416] u niet rouwen, 1120
+Al eest u worden een deel te suere:[417]
+Ghi brinct hier ene scoene creature,
+Die oec niet edelre en mochte sijn;
+Als es haer vader een Sarrasijn,
+Hi es een hoghe gheboren man, 1125
+Want van Babeloen die soudan
+Was sijn vader, dies benic vroeder,[418]
+Ende des heren dochter was sijn moeder
+Van Antioetsen, des benic wijs,
+Ende oec heeft haer vader den prijs[419] 1130
+Voer ende na[420] in tkerstenrijc,
+Sone es van vromichede sijns ghelijc[421]
+In heydenesse die wapen draght;
+Daer om was ic van u versacht,[422]
+Dat u ten quaden soude vergaen. 1135
+Maer ghi hebt wel ghedaen:
+Met volherden[423] hebdi verwonnen.
+En dochte oec gheen dinc begonnen,[424]
+Dat men niet volherden en wille.
+
+Nu swicht ende maect een ghestille![425] 1140
+Dit voerspel es ghedaen,
+Men sal u ene sotternie spelen gaen.[426]
+
+
+
+
+Het abel spel van Gloriant werd na ongeveer
+500 jaar voor het eerst weder opgevoerd door
+"_Die Ghesellen van den Spele_," onder leiding
+van Eduard Veterman in den stadsschouwburg
+te Leiden op 25 October 1920 met de
+volgende bezetting:
+
+Prologhe Otto Koch
+Gloriant Eduard Veterman
+Gheraert Jan van der Linden
+Rogier Johan Carpentier Alting
+Godevaert \
+Roedelioen / Otto Koch
+Floerant \
+Hangdief / Leonard Roggeveen
+Florentijn Mien Tels
+
+
+
+
+
+
+FOOTNOTES:
+
+
+
+[1] Groningen 1875
+
+[2] Zie de aanteekening aan het eind van het stuk.
+
+[3] Haarlem 1887; blz 520.
+
+[4] oom
+
+[5] De roode leeuw
+
+[6] beul.
+
+[7] moge
+
+[8] stilte
+
+[9] fijn, keurig
+
+[10] bluffende
+
+[11] stuursch, onvriendelijk
+
+[12] ten verderve gevoerd
+
+[13] hem beroemen = pochen; "roem" in vs. 17 = bluf
+
+[14] ridder, held
+
+[15] machtig
+
+[16] verdriet.
+
+[17] verstoord, boos. Let op het anachronisme van "Vrouw Venus"! (Zie de
+inleiding).
+
+[18] wreekte
+
+[19] aanschouwen
+
+[20] af = van
+
+[21] nooit
+
+[22] geslagen
+
+[23] houden
+
+[24] wat is er?
+
+[25] dapper, flink
+
+[26] raad geven
+
+[27] goem nemen = acht slaan (op), zorg dragen (voor)
+
+[28] bestaan = verwant zijn met
+
+[29] welnu
+
+[30] te werk gaan
+
+[31] waers = zou daarover zijn
+
+[32] in blijdschap
+
+[33] spieden, omzien
+
+[34] ik weet dicht in onze nabijheid wel een te vinden
+
+[35] zeer.
+
+[36] kuisch, edel
+
+[37] gemoed, draecht = heeft
+
+[38] geslacht
+
+[39] in zijn leven
+
+[40] voorouders
+
+[41] voorstellen
+
+[42] gezind
+
+[43] gericht
+
+[44] geneigd
+
+[45] zie vs. 28.
+
+[46] doorbrengen
+
+[47] hier leven
+
+[48] als
+
+[49] pleegt = gewoon is
+
+[50] stierft gij zonder kroost na te laten
+
+[51] ontstaan
+
+[52] oneenigheid
+
+[53] Elk zou de naaste willen zijn (om den troon te erven).
+
+[54] berokkenen
+
+[55] Dit gepraat is absoluut nutteloos
+
+[56] een zier
+
+[57] iets waardig zijn, oudtijds met 2en naamval
+
+[58] mat zetten, overwinnen, verslaan
+
+[59] de schoone Absalon
+
+[60] ten onder
+
+[61] dat verwondert mij
+
+[62] dwaasheden
+
+[63] "zij bleven zich zelf met"
+
+[64] bedwelmd door.
+
+[65] vergel. vs. 121.
+
+[66] scherts; versta dit vers en het volgende aldus: wie uw woorden
+hoorde, zou ze met ernstig nemen
+
+[67] aanschouwen, dus hier, beleven
+
+[68] zie vs. 44.
+
+[69] dan was ik heelemaal mijn verstand kwijt
+
+[70] versta ongetrouwd, "mijn eigen baas"
+
+[71] gewon, verwekte
+
+[72] te na spreken, kwaad spreken van.
+
+[73] aangezien worden door een vrouw, dus blik van e.v.
+
+[74] medicijn
+
+[75] beleven
+
+[76] verdedigingswerk, bolwerk
+
+[77] opgesteld rondom
+
+[78] adelaar
+
+[79] onder het gezag van een vrouw stellen
+
+[80] ondanc hebben = vervloekt zijn
+
+[81] indien
+
+[82] ooit
+
+[83] moeite doe
+
+[84] blijke.
+
+[85] zie vs. 68;
+
+[86] emir
+
+[87] sultan
+
+[88] zie vs. 79;
+
+[89] dat ik door hem bemind zou willen worden
+
+[90] het gebied der Christenen
+
+[91] stoutmoedig
+
+[92] fransch: orgueilleux = trotsch
+
+[93] portret
+
+[94] gelaat
+
+[95] Is het.
+
+[96] veranderen
+
+[97] Naar middeleeuwsche meening een Saraceensche godheid; van de
+Mohammedaansche theologie had de schrijver niet veel idee (zie de
+inleiding). Tervogan is vermoedelijk een verbastering van een
+Latijnschen bijnaam van Mercurius
+
+[98] zegt
+
+[99] gericht. Moltzer leest hier de rijmwoorden: seght: gewecht (zie vs.
+84).
+
+[100] Ik heb het noodig
+
+[101] Mohammed (zie de inleiding)
+
+[102] en het is (het land)
+
+[103] hij is (de man)
+
+[104] den edelen ridder, held
+
+[105] 't aanschijn = 't gezicht
+
+[106] zie vs. 18
+
+[107] met oprechte trouw; veel gebruikte stoplap
+
+[108] ter wille van de eer van alle vrouwen.
+
+[109] daarmee
+
+[110] leven
+
+[111] "zonder mankeeren" (stoplap)
+
+[112] "De Roode Leeuw"
+
+[113] v. helen = verbergen, geheim houden
+
+[114] Apolijn, verbastering van Apollo, hier ook al weer als
+Saraceensche afgod voorgesteld (zie vs. 212)
+
+[115] Fr. messagier = boodschapper, bode
+
+[116] zie vs 67
+
+[117] Zij bidt U op hoop van genade.
+
+[118] de edele vrouw
+
+[119] vermaard door haar deugd
+
+[120] zie vs. 68 en 191: hoghen moet = trots
+
+[121] het gebied der heidenen
+
+[122] lijf is hier: lichaam
+
+[123] vijf
+
+[124] kon
+
+[125] hoofsch, welgemanierd, fijn
+
+[126] bat = beter; comparatief van: wel gheraect = voortreffelijk; lijf
+in het volgende vs: zie vs. 265
+
+[127] die zulk een edel gemoed heeft
+
+[128] uitgedacht, versta: denkbaar, te vinden
+
+[129] zie vs. 79 en 196;
+
+[130] absoluut
+
+[131] kuisch
+
+[132] van hooge positie, van groote macht
+
+[133] wees daar zeker van (stoplap).
+
+[134] zeer
+
+[135] doen uitrusten, goed ontvangen
+
+[136] zie vs. 173
+
+[137] moge
+
+[138] gedrukt
+
+[139] Sone saghic ... nie = zoo zag ik nooit
+
+[140] vorstin
+
+[141] in het algemeen: geluk
+
+[142] goede eigenschappen, begaafdheden
+
+[143] daarvan ben ik overtuigd
+
+[144] zij draagt een tak ("de eerepalm") van bevalligheden
+
+[145] ooit
+
+[146] vergelijk vs. 297
+
+[147] schat.
+
+[148] uw woorden wèl weten te kiezen
+
+[149] verder
+
+[150] te prijzen
+
+[151] verbergt
+
+[152] in waarheid (stoplap)
+
+[153] behalve zij
+
+[154] getrouw
+
+[155] zie vs. 247;
+
+[156] nooit
+
+[157] voorbijgaan.
+
+[158] indien
+
+[159] Jupiter; zie de noten bij de andere godennamen en de inleiding
+
+[160] gewach doen = gewagen, vermelden
+
+[161] ja ik
+
+[162] hier: edel èn trotsch gemoed
+
+[163] rijk, aanzienlijk
+
+[164] absoluut, geheel en al.
+
+[165] zie vs. 317.
+
+[166] Ja hij, vergel vs 342.
+
+[167] ook, bovendien
+
+[168] en legde in mijn hand een gelofte af
+
+[169] op
+
+[170] mocht = mocht het, na mijn achten = zooals ik verwacht
+
+[171] volbracht
+
+[172] noodig
+
+[173] ontbreekt, versta waaraan ge behoefte hebt
+
+[174] steekt
+
+[175] verbergen
+
+[176] ziek zijn, vgl kwaal en kwellen
+
+[177] Dat is Dat is wat ik niet kan gelooven, dus dat kan ik niet ...
+enz
+
+[178] geen zier.
+
+[179] wijd vermaard, algemeen bekend
+
+[180] beken (belijd)
+
+[181] verklaar mij schuldig eraan
+
+[182] zie vs. 22;
+
+[183] "den tred der liefde": ik moet gaan (en doen) zooals Venus
+verkiest
+
+[184] hoovaardig
+
+[185] dat = dat er was
+
+[186] hoovaardij
+
+[187] versta: "de vrouwen behoeven op u niet te rekenen"
+
+[188] begrijpen
+
+[189] ontbrak
+
+[190] kennis
+
+[191] voorwaar (stoplap).
+
+[192] nu word ik welwillend gestemd ten opzichte van
+
+[193] in de macht van
+
+[194] maar steeds niet
+
+[195] dat komt mij hoogst zonderling voor
+
+[196] letterl. "het geschotene", dus bijv. een pijl
+
+[197] groet.
+
+[198] zie vs. 208
+
+[199] letterl. de kroon op het hoofd binden, dus: de kroon dragen
+
+[200] denk hierbij "als echtgenoote van"
+
+[201] door haar gepijnigd
+
+[202] vermaard wegens
+
+[203] geluk, vergel, vs. 297 en 302
+
+[204] ge kunt wel een ander gaan zoeken
+
+[205] de reden waarom
+
+[206] aanzienlijk, dapper
+
+[207] dapperste
+
+[208] die ooit bestond
+
+[209] en in het land der heidenen het zwaard droeg
+
+[210] kapot
+
+[211] meer
+
+[212] ten gevolge waarvan hij sindsdien nooit meer lachte
+
+[213] kinderen van zijn moei (= tante)
+
+[214] Antiochië
+
+[215] verdriet
+
+[216] zeker
+
+[217] al waart gij
+
+[218] cracht, hier geweld
+
+[219] proper = eigen, live, 3e n.v. van lijf, hier: lichaam
+
+[220] ben ik voornemens (meen ik)
+
+[221] ans = an des; van onnen = gunnen; des = dit: indien God mij dit
+vergunt.
+
+[222] "incognito"
+
+[223] als een ridder die op avontuur uit is
+
+[224] ik moet mij moeite en leed getroosten om den weg der liefde te
+gaan
+
+[225] dat gij het niet nalaat
+
+[226] bewaak, bescherm
+
+[227] als erfenis toegevallen
+
+[228] deze tocht kan niet nagelaten worden
+
+[229] wrocht, deed
+
+[230] bezorgen, berokkenen.
+
+[231] hemel
+
+[232] plannen, onderneming
+
+[233] zeker, zonder aarzelen
+
+[234] wat aan uw hart rust geeft
+
+[235] hier letterlijk: als een heer "gentlemanlike!"
+
+[236] is het
+
+[237] doe
+
+[238] achterwege
+
+[239] ic en sal = of ik zal
+
+[240] paard (ros).
+
+[241] geweld = macht
+
+[242] en U een lang, gelukkig leven schenken
+
+[243] waarheen gij u ook wendt
+
+[244] galanterie
+
+[245] dat zie ik nu wel in
+
+[246] boos, wreed, afkeerig
+
+[247] dwong
+
+[248] zonder dat gij het verdiendet en zonder dat gij schuld hadt
+
+[249] openbreken (denk aan de wond in Jezus' zijde).
+
+[250] speer, lans
+
+[251] die verstandig zijn
+
+[252] die mogen mij niets verwijten
+
+[253] om onze schuld te betalen=om onze zonden te boeten
+
+[254] vrij-gekocht (door Zijn zoendood)
+
+[255] kruid, gewas, plant
+
+[256] ooit
+
+[257] gesloten (de poorten)
+
+[258] dat men ze (=de stad) bewaakt
+
+[259] wachten.
+
+[260] nachtrust
+
+[261] daer na = daar.. op = op welke, bedoeld is op den valk uit vs. 617
+= Gloriant
+
+[262] voor-uit, zichtbaar, hij draagt dus een afgesproken
+herkenningsteeken
+
+[263] dat ik hem herken
+
+[264] gedaante, uiterlijk
+
+[265] in mijn bereik
+
+[266] sachen = zag hem, nederbeten = afstijgen
+
+[267] gij hebt u meester gemaakt van
+
+[268] hoorde ik
+
+[269] direct
+
+[270] herkende, kende
+
+[271] wel, goed.
+
+[272] mij aan gevaren blootgesteld
+
+[273] gij moogt daarop
+
+[274] verheugen
+
+[275] wist het
+
+[276] ter wille van.
+
+[277] het is recht dat hij die iemand het goede gunt
+
+[278] daarvan, van die persoon
+
+[279] op kuische wijze
+
+[280] gemeenheid
+
+[281] het is niet goed in dit geval langer te dralen
+
+[282] schande
+
+[283] ten verderve gebracht.
+
+[284] den tocht ondernemen
+
+[285] zie vs. 490;
+
+[286] zonder dat wij iemand ontmoeten
+
+[287] staan
+
+[288] emmer = absoluut; hoet = hoofd
+
+[289] verlaten.
+
+[290] de "verrader"! hij heeft de gelieven bespied
+
+[291] want ik heb het allemaal gezien
+
+[292] weet
+
+[293] zonder dralen.
+
+[294] wonderlijke dingen
+
+[295] zie vs. 194,
+
+[296] omvat
+
+[297] Saraceen (algemeene Middeleeuwsche naam voor heidenen en
+Mohammedanen)
+
+[298] geloof
+
+[299] wij zouden zeggen: "wat is ze begonnen!"
+
+[300] branden
+
+[301] vuur
+
+[302] (rijdende) ontkomen
+
+[303] ik zal hem integendeel
+
+[304] gaan wij
+
+[305] dat kunnen wij gemakkelijk doen
+
+[306] van wapene bloet = ongewapend
+
+[307] ridder, vergel. pair
+
+[308] slotvoogd, châtelain
+
+[309] wreede
+
+[310] gemeene schurk.
+
+[311] bovendien
+
+[312] "Het is mis met mij!"
+
+[313] moge hem
+
+[314] vreugde
+
+[315] zwaard
+
+[316] achterwege
+
+[317] ten val gebracht
+
+[318] voorouders; zie vs. 75;
+
+[319] bloedverwanten
+
+[320] zie vs. 488.
+
+[321] "den vure", den brandstapel
+
+[322] volkomen
+
+[323] dat en ("en" = ontkenning)
+
+[324] ooit
+
+[325] is het
+
+[326] kerstenheit ontfaen = tot het christendom bekeerd worden
+
+[327] om Uwer genade wille
+
+[328] wijnstok = hier: Maria
+
+[329] held.
+
+[330] zie vs. 39
+
+[331] zegt
+
+[332] men zwoer In de middeleeuwen bij allerlei lichaamsdeelen, zoo hier
+bij de tanden
+
+[333] vergel ons een duren eed zweren
+
+[334] gij hebt er wel de macht toe
+
+[335] bewaakt
+
+[336] gevangen
+
+[337] te hulp komen
+
+[338] vs. 877-79 "Als ik dat deed, zou het mij het leven kosten, al
+bezat ik de heele wereld in fijn, rood goud, het zou me niet helpen"
+(typisch-Middelnederlandsche beeldspraak, ook het steeds gebruikte
+epitheton ornans "rood" bij goud)
+
+[339] te lande weert = naar het land (vergel "landwaarts")
+
+[340] beloof
+
+[341] vóór
+
+[342] slecht mensch
+
+[343] moeite doen
+
+[344] naïeve overdrijving alsof hij er nog "dag en nacht" tijd voor
+heeft! "dach en nacht" is 'n geijkte term geworden voor voortdurend
+
+[345] gevangenis, kerker en steen beteekenen eigenlijk hetzelfde.
+
+[346] geopend
+
+[347] welwillendheid, genade
+
+[348] deel mij dat mede
+
+[349] die mij daarom verzocht
+
+[350] onuitgevoerd blijven
+
+[351] indien
+
+[352] hier leven
+
+[353] sterk paard.
+
+[354] spottend voorwaar, ik zou hem de huishuur betalen! (voor mijn
+verblijf in den kerker!)
+
+[355] ik wil u daarbij helpen
+
+[356] dat ik tot het christendom overga
+
+[357] zie vs 544.
+
+[358] lust
+
+[359] loon
+
+[360] werd
+
+[361] geheel en al
+
+[362] in opschudding gebracht
+
+[363] beter
+
+[364] blijven.
+
+[365] hout, bosschage
+
+[366] op uw hoede, op wacht
+
+[367] naar buiten brengt
+
+[368] zonder U door iets te laten weerhouden, ondanks alle hindernissen
+
+[369] grappig in den mond van den aspirant-christen! zie vs. 935;
+
+[370] woud, bosch
+
+[371] moogt gij.
+
+[372] meld mij
+
+[373] wat zal ik doen met Gloriant?
+
+[374] verbeurd, zich aan een ernstig vergrijp schuldig gemaakt waarop de
+doodstraf staat
+
+[375] coert = keurt = oordeelt; "als men volkomen billijk oordeelt"
+
+[376] dan = daarna.
+
+[377] wachten
+
+[378] gestalte, d.w.z. het meisje-zelf!
+
+[379] fel = gemeen; pute = vrouw van zedeloozen levenswandel
+
+[380] is er van overtuigd (vergel, vs. 503)
+
+[381] vergolden, betaald gezet
+
+[382] fijn, ook: edel
+
+[383] zie vs. 866.
+
+[384] Florentijn heeft reeds aardige vorderingen gemaakt in de
+Christelijke theologie!
+
+[385] en door haar gezoogd werd
+
+[386] stierf
+
+[387] merkwaardig dat op de plaats der terechtstelling zulk een machtig
+vorst zoo weinig militaire bewaking aanwezig heeft dat Gloriant alléén
+zijn geliefde redden kan! Of wilde de roede lioen "laver son linge sale
+en famille?" Voor het Middeleeuwsche publiek was deze "regie-fout" geen
+bezwaar! Zie de inleiding.
+
+[388] gezind
+
+[389] den ghenen = Jezus; door = ter wille van
+
+[390] uitgespreid, geopend.
+
+[391] zwaar, grof
+
+[392] waarachtig
+
+[393] zie vs. 768;
+
+[394] aanschouwen; nooit meer
+
+[395] zie vs. 756;
+
+[396] al touwe = al toe = allemaal; scouden = schuld
+
+[397] lastert
+
+[398] te schande maakt
+
+[399] "terwijl ge" zouden we hier zeggen
+
+[400] uitstel.
+
+[401] gemeen; afgeleid van pute; zie vs. 1003;
+
+[402] maakt dat ge hier vandaan komt
+
+[403] zal zich van u meester maken
+
+[404] de mijne
+
+[405] hemel
+
+[406] dat het allemaal voor mij zoo goed afgeloopen is.
+
+[407] vs. 1096-97: die ik nooit eerder dan nu zag
+
+[408] U = Gloriant
+
+[409] hoe ging het u?
+
+[410] geluk.
+
+[411] gevangenis
+
+[412] beteekent zoowel vrees als gevaar
+
+[413] hield mij in het leven; "hield mij er bovenop"
+
+[414] zie vs. 544 en vs. 939;
+
+[415] zooals 't behoort
+
+[416] behoeft het
+
+[417] al hebt gij heel wat onaangename dingen ondervonden
+
+[418] dat weet ik wel zeker (stoplap)
+
+[419] lof
+
+[420] overal
+
+[421] er van dapperheid niet zijns gelijke is
+
+[422] daarom was ik ongerust over u.
+
+[423] met volharden (onb. wijs)
+
+[424] het is ook van geenerlei waarde iets te beginnen
+
+[425] zie vs. 5;
+
+
+
+
+
+#GOEDKOOPE UITGAVEN VAN NEDERLANDSCHE KLASSIEKEN.#
+
+
+SMAAKVOL GECARTONNEERD.
+
+
+#Uit de serie Zonnebloemboekjes:[A]#
+
+
+#No. 1. BEATRIJS. Het Middelnederlandsche gedicht in proza naverteld.
+Tweede druk.#
+
+"De Beatrijs wordt hier aangeboden in modern Nederlandsch proza, den
+vertaler R. J. Spitz komt alle hulde toe voor zijn soepele en delicate
+"vertaling".
+ Utrechtsen Studenten-weekblad Vox Studiosorium.
+
+Men voelt dat iemand van fijnen smaak zich er toe heeft gezet 't oude
+gedicht in proza na te vertellen.
+ De Nieuwe Gids.
+
+#Prijs f 1,10.#
+
+
+#No. 2. ESMOREIT. Middeleeuwsch tooneelspel. Met inleiding en
+verklarende noten. Tweede druk.#
+
+Menigeen zal in stilte van zijn lectuur van de "Esmoreit" genieten,
+temeer daar de afwerking dezer uitgave weinig te wenschen overlaat....
+ Joannes Reddingius in de Nieuwe Gids.
+
+#Prijs f 1,10.#
+
+
+#No. 6. UIT HOOFT'S LYRIEK. Bloemlezing met inleiding over den dichter
+en verklarende noten.#
+
+"Een in het algemeen goede keuze, de gewenschte beperking der
+verklarende noten tot de meest noodzakelijke, een goed oriënteerende
+inleiding en een keurige vorm kenmerken dit boekje."
+ Het Volk.
+
+"Er klopt iets in deze zoo _aus einem Gusse_ gegoten inleiding, iets van
+zóó warme overtuiging...." "De keus lijkt mij bizonder geslaagd".... M.
+ H. van Campen in Weekblad voor Stad en Land.
+
+"De bloemlezing is met smaak en kennis van zaken gekozen." Utrechtsch
+ Prov. en Sted. Dagblad.
+
+Het zoo deskundig en met warme bewondering saamgelezen bundeltje, zal
+het kan niet anders, veel koopers vinden.
+ De Vrouw
+
+"Met veel zorg en fijnen smaak samengesteld."
+ De Tijdspiegel.
+
+#Prijs f 1,10.
+
+
+#No. 9. LANSELOET VAN DENEMERKEN.#
+
+(LANSELOET en SANDERIJN.)
+
+#Middeleeuwsch tooneelspel met inleiding en verklarende noten.#
+
+Reeds meermalen hebben wij onze blijdschap over deze Zonnebloem-uitgaven
+van oude litteratuur te kennen gegeven. Het doet ons genoegen uit de
+voorrede van dit boekje te bemerken, dat de uitgave ook bij het publiek
+een succes is, zoodat vorige nummers reeds spoedig herdrukt moesten
+worden. Het roerend-eenvoudige "abel spel" van Lanseloet ende Sanderijn,
+dat jaren geleden in Verkade's voortreffelijke opvoering zoovelen
+geboeid heeft, is een nieuwe voortreffelijke greep van den heer Spitz.
+Deze middeleeuwsche kunst van een onbekenden schrijver is zoo
+zuiver-menschelijk, dat zij ook thans nog een wondere bekoring
+uitoefent.
+ Het Volk.
+
+#Prijs f 1,10.#
+
+
+#No. 14. DEN SPYEGHEL DER SALICHEIT VAN ELCKERLYC.#
+
+De Middeleeuwsche allegorie, bekend door de opvoeringen van Dr. Willem
+Rooyaards en Ed. Verkade.
+
+Deze populaire uitgave van Elckerlijc zal ongetwijfeld aftrek vinden.
+ De
+Nieuwe Taalgids.
+
+Deze uitgave zal ongetwijfeld welkom wezen....
+ Tooneelgids (Brussel).
+
+In dit kleurige bandje krijgt het "schoon boecxken" nieuwe bekoring.
+ De Vrouw.
+
+#Prijs f 1,50.#
+
+
+#No. 19--20. ADAM IN BALLINGSCHAP# van JOOST VAN DEN VONDEL, met
+inleiding en aanteekeningen van Drs. A. Saalborn, Leeraar Gooische
+H.B.S. te Bussum.
+
+#Fraaie uitgave met illustraties.
+Prijs gecartonneerd f 2,75; ingenaaid f 2,25.#
+
+#No. 23. EEN ABEL SPEL VAN GLORIANT.# Met inleiding en aanteekeningen van
+R. J. SPITZ, Leeraar H. B. S. te Apeldoorn.
+
+Een alleraardigst Middeleeuwsch spel uit de serie waartoe ook Esmoreit
+en Lanseloet van Denemerken behooren. In het komende tooneelseizoen
+wordt het stuk opgevoerd door het Haagsche gezelschap "Die Ghesellen van
+den Spele". Dit stuk werd sedert 1875 niet uitgegeven; dit is de eerste
+populaire editie.
+
+#Prijs gecartonneerd f 1,75; ingenaaid f 1,50.#
+
+
+#No. 25. MARIKEN VAN NIEUMEGHEN.# Middeleeuwsch tooneelspel met inleiding
+en aanteekeningen van M.A.P.C. POELHEKKE, Directeur der Gem. H.B.S. te
+Nijmegen.#
+
+Dit stuk is bekend door de succesvolle opvoeringen van "Het
+Schouwtooneel" onder directie van Jan Musch, welk gezelschap het ook in
+het komend seizoen weer zal opvoeren. Dit is de eerste editie van dit
+stuk, die voor een grooter publiek en ook voor schoolgebruik bestemd en
+geschikt is.
+
+#Prijs gecartonneerd f 1,75; ingenaaid f 1.50.#
+
+
+
+#DE TECHNIEK DER POËZIE#,
+
+#door FRANS BASTIAANSE.#
+
+De dichter Bastiaanse geeft in een kort bestek een uitnemend helder
+inzicht in aard en wezen van den woordkunstenaar en de verhouding die er
+bestaat tusscben wat er in diens ziel leeft en de wyze waarop hij het
+uit. Hij behandelt verschillende kwesties van rijm, klank, rhythme,
+plastiek, zóó als alleen een scheppend kunstenaar zelf, die eigen
+zielsleven beluisterd en geanalyseerd heeft, het doen kan en zooals men
+het in geen enkele "versleer" vindt.
+
+"De heer Bastiaanse zegt veel rake en voortreffelijke dingen."
+ Van onzen Tijd.
+
+...verdient bijzondere aandacht. School en Leven.
+
+#Prijs gebonden f 1,50.#
+
+
+[A] na de vertooning van een "abel spel" volgde die van een
+"sotternie" (klucht). Vergel. de slotverzen van Esmoreit en Lanseloet
+van Denemerken.
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of Gloriant, by R. J. Spitz
+
+*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 14143 ***