summaryrefslogtreecommitdiff
path: root/14027-0.txt
diff options
context:
space:
mode:
Diffstat (limited to '14027-0.txt')
-rw-r--r--14027-0.txt590
1 files changed, 590 insertions, 0 deletions
diff --git a/14027-0.txt b/14027-0.txt
new file mode 100644
index 0000000..8809a6a
--- /dev/null
+++ b/14027-0.txt
@@ -0,0 +1,590 @@
+*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 14027 ***
+
+Abydos
+
+Naar het Fransch van E. Amelineau.
+
+ De legende van Osiris.--Geschiedenis van Abydos in den tijd
+ der egyptische dynastieën en in den christelijken tijd.--De
+ monumenten der stad en hun berooving.--De tegenwoordige inwoners
+ en hunne zeden.
+
+
+Allereerst wil ik een woord van dankbare herinnering wijden aan het
+stadje, waar ik vier jaren van mijn leven heb doorgebracht en dat
+mij belangrijke gegevens heeft verschaft, welker gewicht plotseling
+voor de oogen der minst helderzienden een tijdvak heeft onthuld,
+waarvan men tot nu toe weinig wist en waaromtrent nu veel onwrikbaar
+vaststaat. Ik ga dus van het stadje Abydos in Egypte vertellen, om
+de herinneringen op te halen, die mij gebleven zijn uit dat deel van
+mijn leven en die den lezer van dienst kunnen zijn.
+
+Zoo er ergens ter wereld een stad is, welker overlevering en
+geschiedenis tot die primitieve tijden opklimmen, waarin de gedachte
+van den nog kinderlijken mensch haar eerste levende stapjes deed op
+den weg van de beschaving, dan is die stad Abydos. Ten minste vijf
+duizend jaren vóór onze jaartelling was de plaats reeds van voldoende
+beteekenis, dat er de meeste kunsten bloeiden die te zamen het leven
+der menschen mooier maken, en reeds hadden zij een groote en zeldzame
+volmaking bereikt.
+
+Sedert dien zoo ver achter ons liggenden tijd hebben heilige
+bedevaarten op een bepaalden tijd van het jaar, en wel den dag van
+den winterzonnestand, er een massa vreemden heen gevoerd, die de hulp
+kwamen inroepen van den weldadigen, in het bezit van Abydos zijnden,
+God of hem kwamen danken voor verleende gunsten; want als alle zeer
+oude steden en met hetzelfde recht had Abydos zijn gansche verleden
+met de legende van Osiris in verband gebracht, die zoo bekend is wat
+de gebeurtenissen in het groot betreft, en zoo onbekend is gebleven
+in de bijzonderheden.
+
+Volgens de legende regeerde, op een tijdstip dat niet nader is vast
+te stellen, over Egypte een geslacht, waarvan het hoofd Seb was en de
+moeder Noet; later zouden de Egyptenaren van Seb den aardgod en Noet de
+hemelgodin maken. In dien tijd lieten de plichten van het koningschap
+den dragers veel vrijen tijd en verhinderden hen evenmin als in
+onze dagen, zorg te dragen voor een voldoende nakomelingschap. Seb
+en Noet hadden vier kinderen, twee zoons en twee dochters, die
+volgens het gebruik met elkander moesten trouwen, Osiris met Isis,
+Set met Nephthys; maar het waren ongelukkige huwelijken, en er
+kwamen burgeroorlogen uit voort, die lang zouden duren en droevige
+moordtooneelen zouden veroorzaken.
+
+Osiris en Set zijn inderdaad de vertegenwoordigers van twee
+uiteenloopende systemen van het koningschap. Osiris is de god, die
+door zachte middelen wil beschaven, door den landbouw en door kunst
+en wetenschap; hij is een tegenstander van geweld, van oorlogdienende
+uitvindingen en strenge wetten, het tegendeel van Set, dien de Grieken
+Typhon noemden, om zijn boosaardige rol aan te duiden.
+
+Osiris is Abel, Set is Kaïn en tegelijk Tubalkaïn uit Egypte, de
+god der krijgers, der metaalzuiveraars en van al die industrieën,
+die de menschen de diensten, die ze hun hebben bewezen, duur hebben
+laten betalen. Twee zulke verschillende naturen, twee geesten,
+zoo vol tegenstellingen, moesten elkander wel vijandig zijn. Eerst
+heerschte er vrede; maar toen Osiris, terugkeerend van zijn glorierijke
+overwinningen door de verspreiding van de kennis van den landbouw en
+der kunsten, die de menschelijke ziel tot zachtheid stemmen, gevierd
+en toegejuicht werd, brak de noodlottige strijd uit.
+
+Tijdens een feest, dat aan zijn broeder en zijn zusters door hem werd
+aangeboden, verscheen te midden van een talrijk gezelschap vreedzame
+en krijgshaftige goden Set, die, zijn duistere plannen verbergend,
+een kist vertoonde, waar hij al zijn kunst op had aangewend. Hij
+stelde den verbaasden goden voor, het kunstwerk te willen vereeren
+aan dengene, die de kist precies zou vullen. De goden beproefden het
+bij beurten, maar niemand slaagde erin. Toen de beurt aan Osiris was
+gekomen, ging hij in de kist liggen en, wonderlijk geval, hij vulde die
+geheel. Reeds meende hij er heer en meester van te wezen; maar Set,
+de listige en wraakgierige, sloeg onmiddellijk het deksel dicht en
+sloot de kist. Osiris werd gestikt. Dat had zijn broeder Set voorzien
+en gewild, want hij kon het niet verdragen, dat Osiris de stervelingen
+beschermde, hun middelen aangaf, die hun leven vroolijker konden maken;
+hij wilde integendeel oorlog en vernieling. Hij had allerlei middelen
+bedacht, om tot zijn doel te geraken en de eerste plaats in te nemen
+in de gedachten en het leven der menschen. Zijn plan gelukte, en van
+dat oogenblik af heeft de mensch, al te trouw die eerste dwaasheid
+aanhangend, maar al te goed zijn lessen gevolgd. De kunsten des vredes
+zijn daarom in den steek gelaten, ten minste ondergeschikt gemaakt
+aan de kunsten van den oorlog; het leven is een prooi geworden van
+verwoestende machten, en aan alle zijden overstemt het geluid der
+hamers, die ketenen smeden en het ijzer bewerken dat vernietigen moet,
+de vreedzame klanken van het werk des landbouwers, die de aarde vrucht
+doet dragen en de menschheid voedt. Overal hoort men oorlogsklanken
+en nauwelijks durft het lied des vredes schroomvallig, klagelijk zich
+doen hooren.
+
+Maar Osiris liet zijn vrouw en zuster Isis na, die hem zou
+wreken. Isis, die haar man geen zoon geschonken had, aan wien de wraak
+kon worden toevertrouwd, stelde zich ten plicht het lichaam van Osiris
+op te zoeken en, als zij het teruggevonden had, het te doen herleven,
+opdat hij zijn werk kon hervatten. Set had, nadat hij zijn mededinger
+overweldigd had, de kist in den Nijl geworpen onder de toejuichingen
+van zijn helpers, de lachende geesten. De Nijl had de kist naar zee
+gevoerd en de golven hadden haar teruggeworpen op het strand van
+Byblos, waar een boom was opgeschoten, die de kist geheel omsloot
+en haar in zijn stam opnam. Isis, die het lijk van haar man zocht,
+kwam te Byblos, werd door een gelukkig toeval eigenares van den boom
+en de kist, en keerde naar Egypte terug met den kostbaren last. Doch
+op een avond, dat Set bij maneschijn op de jacht was, ontdekte hij de
+kist tusschen het riet in Beneden-Egypte, maakte zich ervan meester,
+en om te beletten dat Isis haar weer krijgen zou, sneed hij het lijk
+van zijn broeder in stukken en verspreidde de deelen over de provincies
+van Egypte. Isis vond ze terug, begroef elk der veertien fragmenten
+op de plek, waar zij het ontdekte, nadat zij ze eerst aan elkaâr
+had gepast. Op elk gedeelte van het heilige lijk liet zij een graf
+oprichten, en Abydos stelde er een eer in, dat het een stuk van het
+goddelijk opperhoofd bezat, en wel de doos met het hoofd van Osiris.
+
+De plek, waar het stadje was gelegen,--want Abydos was altijd een
+kleine plaats,--zal niet veel verschillen van die, waar tegenwoordig
+de arme dorpjes liggen, ontstaan op de puinhoopen der oude stad. De
+Nijl stroomde op vrij grooten afstand van het graf van Osiris, maar
+zocht dan verder al meer de nabijheid van het arabisch bergland en
+verwijderde zich van de Lybische bergen, zooals nu nog altijd het
+geval is tengevolge van den aard van het terrein.
+
+Tusschen de rivier en de heilige stad van Osiris lag toen al een wijde
+vlakte, doorsneden door enkele kanalen, en vijf of zes maanden van het
+jaar groen en bloeiend en welriekend door de geuren, die uit bloemen
+opstegen. Er werden veel boonen verbouwd en linzen en andere planten,
+die men er nu nog kweekt. Jaarlijks kwamen er menschen en dieren
+in dien tijd van overvloed. De menschen bouwden er, te midden van
+hun voedende gewassen, ezbehs en andere primitieve gebouwen, waarin
+zij met de dieren samen genoten van het leven in de open lucht bij
+betrekkelijken overvloed, beschenen door de weldadige zonnestralen en
+met geen andere taak dan te genieten van de warmte, het zich voeden
+met de producten van den grond, het opsnuiven der geuren uit de lucht,
+en het aan niets anders denken dan aan spel en vreugd; dus juist te
+leven als het stomme dier, alleen met dit verschil, dat de fellah
+met de spraak begiftigd is. En dan is die taal nog zoo primitief;
+ze bestaat slechts uit een luttel aantal woorden, zoodat men haast
+geneigd zou zijn, de stilte en het zwijgen van de dieren te verkiezen,
+die de mooie dingen, die zij denken, althans vóór zich houden.
+
+Dicht bij de dorpen groeien boomen en boompjes, acacia's en tamarisken,
+palmen en die vruchtboomen, die de achterlijke bewoners hebben leeren
+kennen. Achter een gordijn van die boomen en geheel ingesloten door
+hun gebladerte, heeft Abydos nu zoo goed als in den ouden tijd een
+armoedig voorkomen met zijn huizen van ruwe steenen of van aarde,
+staande op heuvels van puin. Het ligt ten westen van den Nijl dicht bij
+'t onvruchtbare gebergte, altijd binnen het bereik van rooversbenden,
+geneigd om op de onverdedigde plaats neer te strijken.
+
+Misschien dat de gezeten bevolking der heilige plaats uit die
+rooverbenden is voortgekomen, die ook eens de genoegens van het
+bezit eener vaste woonplaats wilden smaken; de nomaden gaven daarom
+de vermaken van roof en plundering niet op en maakten zich tot heeren
+van de ongelukkige fellahs, die het dal bebouwden. Set heeft opnieuw
+zijn broeder Osiris op deze plaats overmeesterd. Dit alles klinkt des
+te meer waarschijnlijk, daar in alle tijdperken der geschiedenis,
+van de oudste tijden tot op onze dagen, de bewoners der heilige
+stad weerstand hebben geboden aan de eerste regelen der moraal van
+de gewone maatschappijen. Zij hebben altijd slechts middelmatigen
+eerbied gehad voor den eigendom, hebben altijd gemeend dat andermans
+goed een zeer bijzondere bekoorlijkheid bezat en hebben nooit verzuimd,
+zich er van meester te maken, als zij het maar even konden doen.
+
+Voor hen is een man eigenlijk eerst een man, als hij ook een dief is;
+diefstal is de toetssteen van eerbiedwaardigheid, en hij alleen is
+braaf mensch, die proeven van bekwaamheid heeft afgelegd door in eigen
+handen te doen overgaan wat in die van zijn buurman zich bevond. Dus
+kan men licht begrijpen, dat de godin Isis dacht, dat zij in den geest
+van Osiris handelde, als zij dien wilden eenige begrippen bijbracht,
+thuis behoorend in beschaafde maatschappijen. Wie niet gelooft,
+dat de groote godenmoeder Isis zulk een gedachte heeft gehad, moet
+dan maar denken aan de scheppers der legende, aan de priesters, die
+zich den zegen van het bijgeloof der menschen ten nutte maakten, door
+datzelfde bijgeloof te doen strekken tot den algemeenen vooruitgang
+der maatschappij.
+
+Abydos was dus nooit een groote stad, de resten van de oude plaats,
+die nog ten deele door de moderne dorpen worden ingenomen, toonen dat
+voldoende aan. De stad strekte zich in de lengte van het Noorden naar
+het Zuiden uit langs de zandige strook naast het gebergte, die dat
+laatste volgt in zijn bochten en krommingen, over een afstand van
+één of anderhalven kilometer, ter breedte van niet meer dan 300 of
+400 M. Er was deze bijzonderheid, dat de stad der dooden en die der
+levenden één waren. De kleine huizen, opgetrokken van ruwe steenen
+of van aarde, drongen zich tegen elkander aan, als om in elkanders
+schaduw te staan en de warmte te ontvlieden.
+
+Enkele weinige tuinen met hun naar den hemel strevende palmen en de
+andere in het land te huis behoorende boomen waren het eigendom van de
+gelukkigen, die in de gunst waren van den regeerenden vorst. In de stad
+Abydos, juist als in alle egyptische steden, kende men een adel met
+klinkende namen, zonneschermdragers, die rechts van den koning gingen,
+groote profeten van de verschillende hoogvereerde goden uit de stad
+en uit de hoofdstad der provincie, namelijk uit Thinis, hoofden ook
+van alle werken, die de Pharao's ondernamen, koninklijke goudsmeden,
+graveurs en beeldhouwers, die groote verdiensten heetten te hebben;
+maar al die titels hielden geen gelijken tred met de rijkdommen der
+personen, en de menschen uit Abydos leefden zoo goed zij konden,
+hoofdzakelijk van roof. Ofschoon verwoesting en plundering van bijna
+alle monumenten, door de egyptische kunst gebouwd en versierd, ten
+allen tijde een endemische ziekte zijn geweest en overal voorkwamen,
+kan geen andere plaats er zich op beroemen, Abydos in dat opzicht te
+zijn vóór geweest.
+
+De doodenstad is daar, om het te bewijzen; de plunderaars hebben er in
+alle tijden weggehaald, wat vorige geslachten er met de grootste zorg
+hadden verborgen, en de fout kwam voor, zoo wel boven als beneden
+aan de maatschappelijke ladder. Hooge officieren van den koning,
+priesters van Osiris, waren er niet voor teruggedeinsd, de dooden ten
+eigen bate te berooven, en menig graf heeft twee- of driemaal voor
+verschillende familiën gediend, of wel, als men de fijnheid van geweten
+tot waarlijk buitengewone hoogte wilde opvoeren, nam men de steenen,
+keerde ze om en graveerde op de vrijgelaten zijde de titels, waar de
+nakomelingschap prijs op kon stellen. Indien in 't vagevuur vóór den
+heiligen rechterstoel van Osiris de twee-en-veertig assessoren van den
+god en de god zelf onverbiddelijk zijn gebleven voor diegenen, die de
+misdaad van gravenschennis hadden begaan, zullen zeer weinig inwoners
+van de heilige stad genade hebben gevonden voor den Heer van het
+heelal, of zij moeten een middel hebben geweten, om den Onomkoopbare
+om te koopen, wat niet verbazingwekkend zijn zou in het Nijldal.
+
+De groote godsdienstige gebouwen, die te Abydos de vroomheid der
+beroemde Pharao's had opgericht, zooals de tempel van Osiris, die
+van Seti I, van Ramses II, om slechts de bekendste te noemen, waren
+zelf niet veilig voor de roofzucht, die als een ziekte rondging,
+en, wat eerst verrassend schijnen zal, maar wat toch niet behoeft
+te verbazen, zij, die de eersten waren om 't verkeerde voorbeeld te
+geven, waren de opvolgers der Pharao's-oprichters. De tempel van
+Seti I bijvoorbeeld werd voor een deel geplunderd door Ramses II,
+den eigen zoon van Seti, en daar hij het werk niet volledig genoeg
+had volbracht, deden zijn opvolger en anderen, zooals hij gedaan had,
+zoodat de tempel, die nooit geheel voltooid werd, platen vertoont van
+drie of vier koningen, die zich de een na den ander de eer toeëigenen,
+hem onvoltooid te hebben gelaten.
+
+In de jaren, die volgden toen de plechtigheden van den eeredienst
+nog slechts voor een gedeelte werden uitgevoerd, oordeelden de
+priesters het goed, zoo dicht mogelijk bij de plaats, waar zij hun
+werk uitoefenden, zich te vestigen en in den heiligen tempel te
+gaan wonen. Het was ook op zulk een heilige plek, dat de dweepzieke
+monniken, die het egyptisch christendom beleden, hen vonden, toen
+zij het vorstelijke, gewijde gebouw vernielden, en drie-en-twintig
+priesters onder het puin begraven werden. Het kan dus niet verwonderen,
+dat de lagere volksklasse, het voorbeeld volgend van de geestelijken,
+er haar leemen hutten bouwde en de heilige plaatsen op alle mogelijke
+manieren ontwijdde, zoodat deze ten slotte nog voor een deel gespaard
+zijn gebleven door de vuilheid en de onverschilligheid der bewoners.
+
+Toen dan ook Mariette in 1859 de ontgraving begon van de gebouwen
+van Abydos, moest hij eerst de bewoners uitdrijven, die er sinds
+onheuglijke tijden woonden, en hij heeft nog niet eens alles gedaan,
+wat er te doen was, want de eerste groote zaal van den tempel van Seti
+ I ligt onder een puinheuvel, waar nog steeds de woningen op staan,
+die men er gebouwd heeft.
+
+Abydos nam zonder eenigen twijfel deel aan het eerste ontluiken van
+het Egyptische rijk in den historischen tijd; maar vóór dien van
+wel zestig eeuwen vóór onze jaartelling dagteekenenden tijd, was de
+plaats reeds bevolkt, zooals ik heb gezegd, en ook reeds eenigszins
+gevorderd op den weg van de beschaving. Daar kan men niet langer aan
+twijfelen, na wat ik er heb voor den dag gebracht en na wat anderen
+er later hebben gewerkt.
+
+Zoo men van die alleroudste tijden zeer weinig weet, een tijd
+nog vijftien à twintig eeuwen den vroeger genoemden voorafgaand,
+toch weet men reeds veel over de vreedzame of oorlogszuchtige
+gewoonten van de menschen, die in Abydos leefden. Aan de kunst werd
+er met merkwaardig succes gedaan; de industrie maakte er prachtige
+vorderingen. De voorwerpen, die de opgravingen hebben aan het licht
+gebracht, pleiten daar sterk voor en toonen aan, dat men reeds in dien
+zeer vroegen tijd het hieroglyphenschrift had uitgevonden. Dezelfde
+onzekerheid bestaat ook thans nog omtrent de gebeurtenissen, die men
+historisch noemt onder de eerste dynastieën; men weet intusschen, dat
+de dienst van Osiris er reeds gevestigd was en er werd uitgeoefend,
+dat men een groote rechthoekige vesting had moeten maken, die nog
+bestaat en die men tegenwoordig de Schoenet-eg-Zibib noemt.
+
+Toch moet men tot de 6_de_ dynastie opklimmen, om in de historie van
+Abydos namen te vinden, die tot ons gekomen zijn en die een waardige
+plaats hebben ingenomen in wat men de geschiedenis der menschheid
+noemt. Dank zij den talrijken zuilen, die Mariette bij zijn opgravingen
+vond, kennen wij enkele gebeurtenissen uit de geschiedenis van Abydos,
+en enkele hooge ambten, toevertrouwd aan leden der bevolking van het
+stadje. De talrijke egyptische bureaucratie had er zich als overal
+elders ontwikkeld, en men vereenigde er ook reeds burgerlijke en
+geestelijke ambten, alsof de brave geloovigen van dien tijd reeds
+hadden overwogen, dat God te dienen wel iets is, maar dat den Pharao
+zijn diensten te bewijzen, hem, het beeld van den onzichtbaren god,
+echten afstammeling van den in het niet der tijden teruggezonken
+heer, nog veel beter was, want de een kon niets geven, en de andere
+daarentegen gaf zeer veel, daar de tempels, ofschoon ze rijk begiftigd
+werden en met tijdelijke goederen werden gezegend, van den Pharao
+afhankelijk waren.
+
+Onder de 6_de_ dynastie wist een der inwoners van Abydos, Oena genaamd,
+iemand, die op een der laagste sporten stond van de ladder der eere,
+zich op te werken tot den hoogsten post, die ooit aan een eenvoudig
+sterveling was toevertrouwd. Onder de sprekendste feiten van zijn
+bestuur noemt die gelukkige sterveling, die eerste minister werd,
+de omstandigheid, dat een der Pepi's van de zesde dynastie het bevel
+gaf, een leger bijeen te brengen, waarover hij bevel zou voeren,
+om de volksstammen te gaan bestrijden, die reeds vaste woonplaatsen
+hadden, die steden bezaten, velden, waar de oogst rijpte, en tuinen
+met wijngaarden en olijfboomen. Oena, aan de spits van zijn leger,
+drong binnen in het land der Heroesjaïtoe, de "meesters van het
+zand", verwoestte het, vernielde de steden en het menschenwerk, velde
+vijgenboomen en wijndruiven, verbrandde wat hij niet op andere manier
+vernietigen kon, lichtte mannen, vrouwen en kinderen op, "wat zijn
+meester nog meer genoegen deed dan al het andere", en in den zegezang,
+dien hij op zijn grafzuil liet graveeren, werd al het ongeluk, dat
+hij had gebracht over den weerspannigen en onwilligen volksstam,
+zooveel geluk voor hemzelven, wat hij uitdrukt in deze woorden:
+"Dit leger ging in vrede heen", terwijl het verwoestte en doodde en
+in slavernij wegvoerde alles, wat door het zwaard was ontzien.
+
+Als belooning voor zooveel geluk en succes werd de roemrijke Oena
+benoemd tot gouverneur van Boven-Egypte en genoot de groote eer,
+van voor den Pharao te mogen verschijnen met sandalen aan zijn
+voeten. Hij had zijn tijd en zijn kracht vrijwillig gegeven, had
+zijn leven bij honderden gelegenheden in de waagschaal gesteld en
+achtte zich voldoende beloond! Als de menschen uit onze dagen niet
+anders dan die eer tot belooning kregen, zouden zij zich stellig niet
+zooveel moeite geven als de oude Oena.
+
+Na die overmaat van eer voor een bewoner van Abydos daalt er nog eens
+stilte neer op de geschiedenis van de stad van Osiris, en men moet
+tot de 12de dynastie gaan onder het middelste egyptische keizerrijk, om
+de stad Abydos weer in bloeienden staat aan te treffen. Te dien tijde
+had het gezins -en familiegevoel een groote ontwikkeling gekregen;
+een behoefte aan rechtvaardigheid en gelijkheid scheen zich van alle
+weldenkenden te hebben meester gemaakt.
+
+Inderdaad begonnen de bewoners van Abydos toen, evenals nog heden
+ten dage het geval is, groote clans te vormen, door het hoofd der
+familie met vaste hand en met liefde bestierd, maar zóó, dat die
+liefde niet de grenzen overschreed van eigen woonplaats, en tegenover
+de andere familiën van de maatschappij was zulk een hoofd bezield met
+de gevoelens, die Robert Macaire in zijn land had voor de menschen
+uit zijn tijd.
+
+Onder de regeering van de 12de en 13de dynastie had Abydos veel
+rijkdommen en een hoogen rang verkregen. Dat viel terstond in het oog,
+want veertig jaren later kon men in de doodenstad de mastaba's zien
+met kleine, witte pyramiden erboven als tenten van het leger van den
+dood, waar deze domicilie had gekozen in de buurt der stad van Osiris.
+
+Men moet dan voortschrijden tot de 19de dynastie, om Abydos weer
+tot een periode van bloei te zien komen. Het is niet uit te maken,
+of de stad vóór Seti I geen tempels en andere groote monumenten
+bezat; er waren er zeker wel. De tempel van Osiris, heer van Abydos,
+bestond reeds bij den heuvel zooals tegenwoordig, onder den naam
+_Kom-es-soeltan_, dat is "de heuvel van den Sultan", waaruit
+ik meen te moeten begrijpen: den heuvel van den heer van Abydos,
+Osiris. Maar die tempels waren zeker niet van natuursteenen gebouwd,
+want steenen, die voor architectorale gebouwen gebruikt kunnen worden,
+zijn schaarsch in het bergland van Abydos. Men heeft daar niet anders
+dan losse zandsteen, die zich niet goed voor versiering leent, en om
+andere materialen van grooten afstand te laten komen, moest men nog
+iets meer dan welwillendheid voor Abydos gevoelen.
+
+Wel natuurlijk dus, dat alle bouwwerken, die men te Abydos tot den
+eersten of tweeden keizertijd moet rekenen, van gebakken steenen
+zijn. Seti I liet voor het allereerst een tempel oprichten geheel van
+zandsteen of van kalkgesteente. Het gebouw, dat verrees ter eere van
+de goden en de vorsten, die hem waren voorafgegaan op den dubbelen
+troon van het dubbele Egypte, is niet alleen een wonder van bouwkunst
+en inrichting, maar ook van echte kunst van allerlei aard.
+
+De Pharao had er alle schatten van Egypte aan ten koste gelegd,
+kunstschatten en materiëele schatten. Niet enkel verblindde het goud
+het oog, zooals het in overvloed was aangebracht in de gouden zaal,
+waarvan de muren, de zuilen, de zoldering elkander den matten glans
+van het kostbare metaal toezonden, doch bovendien straalde het
+geheele gebouw in kunstglans door de schoone basreliefs, die alle
+muren bedekten en die tot de schoonste voorbeelden der decoratieve
+kunst in Egypte behooren.
+
+Het is niet waarschijnlijk, dat de inwoners van Abydos ooit hebben
+begrepen, hoe groot de eer was, door den Pharao Seti I hun stad bewezen
+door den bouw van dien tempel op hun gebied; maar wat zij wel duidelijk
+inzagen, was het voordeel, dat zij zouden hebben van de pelgrims,
+door het wonder naar hun stad gelokt, en van de prachtige feesten,
+die binnen het rijke gebouw zouden worden gehouden.
+
+Toen de leidende gedachte, die bij den bouw van den tempel had
+voorgezeten, verloren was gegaan met den dood van Seti I, was het
+gebouw nog niet voltooid. Ramses II was, zooals ik reeds gezegd heb,
+de eerste, die aan het werk van zijn vader roof pleegde, die het zonder
+schaamte bedierf, zooveel hij kon, door het onvoltooid te laten in
+die gedeelten, die men niet bij den eersten aanblik bemerkte, en waar
+alleen de hooge personnages van hof en geestelijkheid binnentraden,
+meestal dezelfde personen.
+
+De tempel van Seti I is niet de eenige uit Abydos; Ramses II moest er
+wel uiting geven aan zijn bouwmanie. Hij heeft er inderdaad een tempel
+doen verrijzen, die zijn naam draagt, en die ondanks de historische
+tooneelen, op de muren aangebracht, een duidelijk getuigenis aflegt
+van de minderwaardigheid der kunstenaars, aan wie de versiering
+werd opgedragen.
+
+Hij beperkte zijn eerzucht niet tot een bleeke navolging van het
+vaderlijk paleis, hij liet ten zuiden van den Kom-es-Soeltan een
+tweeden tempel bouwen ten westen van den tempel van Osiris; maar hij
+had de onvoorzichtigheid, die beide gebouwen van kalksteen te laten
+optrekken, en nu is er bijna niets meer van overgebleven, daar de
+kalkbranderijen er bruikbaar materiaal in vonden voor hun industrie.
+
+Buitendien bouwde hij te Abydos een kleine kapel dichtbij het
+westelijke gebergte, middenin de doodenstad. Daarvan is nu niets
+meer over dan het gebroken voetstuk van een kolossaal beeld van
+Nekhao. Abydos is dus uit het oogpunt van monumenten in 't geheel niet
+te vergelijken met enkele andere steden, zooals Thebe bij voorbeeld,
+omdat Memphis is verwoest; wat dit betreft, kan men de stad niet
+op één lijn stellen met de beide hoofdsteden van het oude Egypte;
+maar van het standpunt der decoratieve kunst, der intieme kunst,
+die tot het hart meer spreekt dan tot het verstand, is Abydos zonder
+weêrga in geheel Egypte, en alle reizigers, die den tempel van Seti
+ I hebben bezocht, zijn onder de bekoring gekomen en hebben van daar
+de levendigste herinnering aan hun reis in Egypte medegenomen.
+
+Doch wat het meest bewonderenswaardig was in Abydos, was zijn
+reusachtige doodenstad, necropool van meer dan twee mijlen lengte
+bij een gemiddelde breedte van ongeveer een kilometer. Daar zijn,
+het eene na het andere, alle geslachten ter ruste gegaan, die sinds
+het ontstaan der stad in Abydos hebben geleefd. Mariette heeft
+er negentien jaren aaneen opgravingen gedaan; hij hield ermee op,
+omdat het werk hem tegenstond, juist op een plek, waar het bijzonder
+interessant werd; maar de doodenstad had hem bij de vijftienhonderd
+gedenkzuilen opgeleverd, die op hun manier de geschiedenis van de
+stad bevatten. En toch, hetgeen Mariette vond in de negentien jaar,
+door zijn opgravingen ingenomen, gevoegd bij hetgeen men onlangs
+heeft gevonden, is slechts een zeer klein, ongelukkig gedeelte van
+de rijkdommen, die er begraven waren. De inboorlingen zijn, van den
+ouden keizertijd af tot op onze dagen, de grootste vernielers der
+monumenten geweest; er is geen enkel graf in deze doodenstad, dat
+niet geschonden is, zoo het niet twee keer aan roof heeft blootgestaan.
+
+Maar het is recht en billijk, naast die eerste oorzaak van verwoesting,
+die terstond moet opvallen, een tweede te stellen, namelijk de
+dweepzucht der christenen, die even ruw en dom en bijgeloovig te werk
+gingen, en vooral van die christenen, die reikhalzend naar een leven,
+dat volmaakter moest zijn dan dat van andere stervelingen, schitterende
+daden wilden doen, waardoor ze op eenmaal zouden uitmunten boven hun
+gewone medemenschen. Wat de christelijke monniken al kwaads hebben
+gedaan in Egypte en vooral te Abydos, is eenvoudig onberekenbaar, en
+ik wil nu nog alleen spreken van den roof, gepleegd aan de grootsche
+bouwwerken, door het genie van 't oude Egypte nagelaten aan de
+bewonderende nakomelingschap. Hun domme woede keerde zich vooral
+tegen de groote beelden der groote goden, alsof die kunstwerken den
+nieuwen god, in wien zij geloofden, op zijn troon zouden hebben kunnen
+doen beven.
+
+Tot de zesde eeuw van onze jaartelling was Abydos zoo goed
+als bevrijd gebleven van den ijver der christenen, ofschoon
+de monumenten niet voltooid waren en niemand acht sloeg op hun
+verval en ofschoon de inboorlingen, die behoefte hadden aan goud
+en zilver, en de geslachten, die elkander rijkdommen betwistten,
+vernield hadden wat zij konden. Toch werd er in de tempels, vooral in
+dien van Seti I nog dienst gehouden, en een deel der pracht was in
+stand gebleven. Vreemdelingen kwamen van heinde en ver de wonderen
+zien, en ten bewijze van hun bewondering namen ze de toevlucht tot
+kleineering van wat zij bewonderden, door te schrijven op de muren,
+op de voorstellingen der godentafereelen, zelfs in de geheimste
+kapellen. Daar prijkten dan hun aanmatigende, onbeduidende namen als
+schitterende blijken van hun dwaasheid. Ondanks die parasietische
+vereering, die altijd toenam, was de tempel van Seti I nog zetel
+van den pharaonischen eeredienst, dat is van den dienst, dien heel
+Egypte voor zijn grootste koningen hield en die hier vooral den vader
+van Ramses II betrof; de plechtigheden legden nog op veel personeel
+beslag, toen tegen de eerste jaren van de zesde eeuw een monnik,
+die zijn klooster ten noordwesten van de stad gebouwd had en die
+Mozes heette, met één slag èn den tempel èn den eeredienst, dien men
+den ouden koningen van Egypte wijdde, wilde vernietigen, zoowel
+als den invloed, dien de aan den tempel verbonden geestelijkheid
+nog bezat. Het was een grootsche strijd, en de dweepzieke monnik
+wist de zege te behalen. Op een dag van bloed en tranen ging de
+schijnheilige Mozes bidden, riep den toorn van zijn god in over den
+tempel en de priesters van den tempel, en even daarna schudde een
+aardbeving het huis tot in zijn diepste diepten, en alles stortte in,
+waarbij drie-en-twintig gewone en zes hooge offerpriesters omkwamen.
+
+Als men dat zoo vertelt, lijkt het een wonder; maar de werkelijkheid
+is anders geweest. De monniken, geleid door hun opperhoofd Mozes,
+kwamen uit het Noordwesten; zij openden een bres, wat betrekkelijk
+gemakkelijk was, en, gewapend met zware ijzeren staven, beproefden
+zij, in grooten getale opgekomen en gerecruteerd uit alle aanhangers
+der nieuwe leer, die zich in de stad bevonden, een aanval. Op de
+stevige steenen van het gebouw vermocht de brand niet veel, maar de
+schilderingen op de muren werden een gemakkelijke prooi van het vuur,
+en al wat zij verder konden vernielen, bezweek onder de slagen.
+
+Toch stieten zij op weerstand, en hoewel de tegenstanders een
+gruwelijken dood stierven, ook de dweepzieke bende had veel verliezen
+te lijden. Als men nog maar kon denken, dat het vernielingswerk
+plaats had in een oogenblik van toorn en opgewekte volkswoede!
+Maar de vernielingsarbeid duurde een heelen tijd, de woede was al
+lang bekoeld, toen nog de dweepzucht bleef gelden.
+
+Te midden van de oude pracht, die zooveel herinneringen wekt,
+doorleefde ik een viertal winters. Het moderne leven der bewoners
+van Abydos was niet zoo begeerlijk voor mij, dat het mij weg kon
+lokken van de oude ruïnen. Elken dag en ieder oogenblik werd mijn
+aandacht getrokken door tooneelen uit de oudheid, die hun stempel
+hebben gedrukt op de tegenwoordige geslachten.
+
+De dorpen, die thans verrijzen op de plek der oude stad van Osiris,
+zijn altijd in twee kampen verdeeld, dat der heftigen en dat der
+vreedzamen. Set heeft zelfs nog meer aanhangers dan de goede god,
+Osiris. De heftigen zijn goed georganiseerd onder leiders, die
+even slim zijn als geveinsd. Er bevond zich tijdens mijn verblijf
+in Abydos een bende boosdoeners, die werkte onder eene bij allen
+bekende leiding. Zij verwoestten het land tien mijlen in den omtrek,
+en de plaatselijke autoriteit onderhandelde met die menschen, blij,
+dat ze er met weinig kosten af was en daarbij nog haar deel ontvangend
+van den buit, door nachtelijke expedities opgebracht.
+
+Als de leden van de bende van iemand in den omtrek hoorden spreken,
+die door slimmen handel en groote spaarzaamheid eenig geld had gewonnen
+en het zoo goed mogelijk had verborgen, en hun spionnen waren daarvan
+spoedig op de hoogte, dan begaven zich zestig of tachtig man, met
+goede geweren gewapend, naar de plek, sloten de huizen in, verwekten
+schrik en angst in de nabuurschap, traden overal binnen, zonder verlof
+te vragen en maakten zich van de begeerde schatten meester, alsof dat
+de eenvoudigste en billijkste zaak ter wereld was. Tijdens mijn derde
+verblijf plunderde die schrikwekkende bende een huis in een dorp, ten
+noorden van Abydos gelegen, en dreigde den oudsten zoon van het gezin,
+hem in stukken te snijden, als hij niet aanwees, waar zijn vader zijn
+geld bewaarde. De zoon hechtte meer aan zijn leven dan aan het geld,
+zooals te begrijpen is; hij wees den boosdoeners wat zij zochten,
+en de schurken trokken af met hun buit.
+
+Zij gingen toen hun plunderingen zuidelijker vervolgen, en toen
+daar de man, op wiens geld zij het voorzien hadden, erin slaagde te
+ontvluchten, doodden zij hem den volgenden dag. Deze beide voorvallen
+hadden plaats in een tijdsbestek van veertien dagen. De plaatselijke
+autoriteit, ik bedoel den provincialen gouverneur, werd opgeschrikt
+door deze voorvallen en schreef een enquête uit, terwijl hij een bezoek
+ter plaatse bracht. De justitie kwam in beweging; er werd geschreven
+aan het hoofd der politie van het district, die op zijn beurt den
+magistraat van Abydos interpelleerde; en deze waardige man had niets
+haastigers te doen, dan de misdadigers te waarschuwen, dat zij al,
+wat tegen hen kon pleiten, moesten opruimen. Den volgenden dag kwam de
+politie, en de dieven en moordenaars hadden de volledigste ontkenningen
+klaar en de duidelijkste muzelmansche onschuld, in hun vuistje lachend
+om het gek figuur, dat de ambtenaren der regeering maakten.
+
+Naast deze aanhangers van Set staan dan de aanhangers van Osiris, waar
+de eersten altijd mee lachen, nu zoowel als vroeger. Die vreedzame
+luidjes leverden het hoofdcontingent der werklieden bij de door
+mij geleide werken; maar ook zij zijn aangestoken door de leer van
+Osiris' tegenstander, zij hebben slechts matigen eerbied voor eens
+anders eigendom. Zij betoonden mij grooten eerbied, dankbaar dat ik
+hun iets liet verdienen, en soms noodigden ze mij uit, om enkele
+voorstellingen bij te wonen, gelijk aan die, welke op de graven
+waren afgebeeld, zoodat ik mij kon voorstellen, dat de godin Isis,
+de groote toovenares, nog altijd zooveel macht had als haar in 't
+verleden werd toegeschreven.
+
+Wanneer ik des avonds thuis kwam, en hun dagtaak was volbracht,
+vergezelden ze mij al zingend, en als ik mijn verbeelding den vrijen
+loop liet, kon ik mij een zegevierenden intocht voorstellen in mijn
+goede stad Abydos. Indien bij het werk dien dag een goede vondst was
+gedaan van een of ander forsch steenen monument, brachten ze dat in
+mijn huis en trokken het met zestig of honderd man op een slede aan een
+touw voort, hun schreden afpassend naar de maat eener oude melodie,
+tevreden en gelukkig in hun armoedig bestaan. Bij het werk zag ik
+de opzichters nog dezelfde slagen toedienen met dezelfde zweepen,
+als er op de oude basreliefs te zien waren.
+
+De zwarte aarde van Egypte heeft maar één gebrek: dat zij haar eigen
+bewoners zoo slecht voedt; maar overigens is dat land een aardsch
+paradijs. De natuur schenkt er, wat men maar wenschen kan. Zij biedt
+de allerschoonste tooneelen aan, en als des avonds de zon achter
+de bergen was verdwenen, was de stille rust van den schoonen nacht
+heerlijke balsem voor de ziel. Men zou hier eeuwig hebben willen leven.
+
+
+
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of Abydos, by Emile Amelineau
+
+*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 14027 ***