summaryrefslogtreecommitdiff
path: root/old/13326.txt
diff options
context:
space:
mode:
Diffstat (limited to 'old/13326.txt')
-rw-r--r--old/13326.txt3495
1 files changed, 3495 insertions, 0 deletions
diff --git a/old/13326.txt b/old/13326.txt
new file mode 100644
index 0000000..df7bacc
--- /dev/null
+++ b/old/13326.txt
@@ -0,0 +1,3495 @@
+Project Gutenberg's Van vijf moderne dichters, by P.C. Boutens,
+Wies Moens, Willem Kloos, Margot Vos, Carel Scharten
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: Van vijf moderne dichters
+
+Authors: P.C. Boutens, Wies Moens, Willem Kloos, Margot Vos, Carel Scharten
+
+Release Date: August 30, 2004 [EBook #13326]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ASCII
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK VAN VIJF MODERNE DICHTERS ***
+
+
+
+
+Produced by Miranda van de Heijning and the Online Distributed
+Proofreading Team.
+
+
+
+
+
+
+
+VAN VIJF MODERNE DICHTERS
+
+
+[VERZEN VAN DR. P.C. BOUTENS
+WIES MOENS, WILLEM KLOOS
+MARGOT VOS, CAREL SCHARTEN]
+
+
+NEDERL. BIBLIOTHEEK
+ONDER LEIDING VAN L. SIMONS
+
+
+MAATSCHAPPIJ VOOR GOEDE EN GOEDKOOPE LECTUUR
+
+AMSTERDAM
+
+
+1922
+
+
+
+
+VOORWOORD
+
+
+Deze bundel, bevattende dichtwerk van een vijftal onzer hedendaagsche
+dichters, is niet volgens een bepaald plan samengesteld. Hij dankt zijn
+ontstaan eenvoudig aan de overweging dat het, waar wij ieder jaar niet
+meer dan een dichtbundel plegen te publiceeren, wel wat heel lang zou
+duren eer de belangrijkste dichters van ons land in onze Nederlandsche
+Bibliotheek vertegenwoordigd konden zijn. Wij noodigden daarom een
+aantal dichters, die tot dusver nog geen werk aan ons afstonden uit, aan
+dezen bundel mee te werken. Het hing dus min of meer van het toeval af
+welke auteurs voor dezen jaargang iets konden afstaan. Ondanks dit
+toeval is er toch in zooverre systeem in de bloemlezing dat zij
+typeerend werk biedt van de drie opeenvolgende dichtergeneraties na
+1880.
+
+In volgende bundels hopen wij op dezelfde wijze weer werk van anderen te
+vereenigen.
+
+
+DE REDACTIE DER W.B.
+
+
+
+
+VERZEN VAN DR. P.C. BOUTENS
+
+
+
+
+O LIEFDE, LIEFDE, DIE ALS LIJDEN ZIJT
+
+
+O liefde, liefde, die als lijden zijt,
+Rijs in mijn oog met iedren nieuwen dag,
+Dat ik de wereld en haar kindren mag
+Zien in uw licht, een kind dat u belijd.
+
+En laat mij niet alleen, maar in den nacht
+Daal in de schaduw van mijn koele borst,
+Dan zal ik veilig slapen als een vorst,
+Die rust in 't midden van bevriende wacht.
+
+Zoo moog ik zijn als dun albasten vaas,
+Boordevol bloed van uwen rooden wijn;
+
+In 't nachtehart als een weekgele schijn,
+In donkre nis weenlichtende topaas;
+
+Maar in den dag een levende fontein,
+Die stroomt den dorstenden zijn zoet solaas.
+
+(_Verzen_)
+
+
+
+
+O, ELKEN DAG BEGINNEN
+
+
+O, elken dag beginnen
+Dit broze bezinnen
+Als hartdoorgloedenden wijn,--
+Iederen nacht vergeten
+Dit vorstlijk weten,
+Dat gij zijt mijn.
+
+Door diepe droomedalen
+Eenzamen nacht verdwalen
+Als arm man zonder wijk,--
+In morgenpaleizen
+Den dag zien rijzen
+Over eigen wonderrijk.
+
+Met avond sterven,
+Een Koning zonder erven,
+In koelen nachtedood gebed,--
+Met morgen rijden
+In feesttocht van verblijden
+Ter kroning naar uw lichtdoorvlagde stad.
+
+Uit iedren nacht herboren,
+Tot iedren dag verkoren,
+Een godgeroepen kind zoo vroom,
+Dat met diepopgetogen
+Jongheilige oogen
+Mag opgaan tot steeds nieuwen dagedroom.
+
+(_Praeludien_)
+
+
+
+
+IK DENK ALDOOR AAN ROZEN
+
+
+Ik denk aldoor aan rozen,
+Rozen wit en rood,
+Tot al gepeinzen overblozen
+Uw eigen voetjes warm en bloot.
+
+Ik hoor den heelen dag als vogelenkelen,
+Als fluiten ver, dat krimpt en zwelt,
+Tot vlak bij huis uw lippen woordespelen
+En al geluid versmelt.
+
+Ik zie aldoor als blanke sterren stralen
+Door 't donkerzware middagblauw,
+Totdat uw oogen naar mij dalen
+Van boven de'avonddauw.
+
+Van u kan maar bij deelen droomen
+De lange dag die u verwacht;
+En wonder blijft uw volle komen
+Straks aan de hand der jonge nacht.
+
+(_Praeludien_)
+
+
+
+
+INVOCATIO AMORIS
+
+
+Dien de blinden blinde smaden,
+ Daar uw glans hun schemer dooft
+Waar de kroon van uw genaden
+ Weerlicht om een sterflijk hoofd:
+
+Door de duizenden verloornen
+ Aangebeden noch vermoed:
+God dien enkel uw verkoornen
+ Loven voor het hoogste goed....
+
+Door de kleurgebroken bogen
+ Van de tranen die gij zondt,
+Worden ziende weer mijn oogen
+ Als in nieuwen morgenstond:
+
+Zien de matelooze wereld
+ Stralen nog van zoom tot zoom;
+Heel de matelooze wereld
+ Bleef uw ongerepte droom!
+
+Laat mij onder uw beminden,
+ 't Zij gij zegent of kastijdt:
+Blijf mij eeuwiglijk verblinden
+Tot het kind dat u belijdt.
+
+Lust en smart in uwe banden
+ Werd hetzelfde hemelsch brood:
+Eindloos zoet uit uwe handen
+ Laav' de laatste teug, de dood.
+
+(_Vergeten Liedjes_)
+
+
+
+
+NAMEN
+
+
+Wat is u of mij een naam,
+Werelds prijs of werelds blaam,
+Als de ziel de dingen weet en mint
+Dieper dan hun naam, mijn kind?
+
+Elk ding krijgt zijn gouden naam
+Eens in schoonheids vol verzaam
+Als al schoone dingen zijn
+Zonneklaar en zonder schijn.
+
+Daar vervalt het schoone woord
+Hem wien reeds de zaak behoort,
+Die haar diepst heeft liefgehad
+Zonder dat.
+
+_(Vergeten Liedjes)_
+
+
+
+
+AVONDWANDELING
+
+
+Wij hebben ons vandaag verlaat!
+ Pas bij de laatste brug
+Waar 't voetpad tusschen 't gras vergaat,
+ Daar keerden wij terug.
+
+Achter ons dekt de witte damp
+ De schemerende landen.
+Zoo zijn wij thuis. Wij zien de lamp
+ In looveren warande ...
+
+Wat gingen wij vanavond ver,
+ Het werd alleen te laat:
+Nog verder dan de gouden ster
+ Aan blauwe hemelstraat!
+
+Zoo saam doen twee een korte poos
+ Over een wijd gebied!...
+Nog liggen wegen eindeloos
+ Voor morgen in 't verschiet!...
+
+O konden we eens zoo samen staan
+ Aan de allerlaatste brug,
+En saam en blij er overgaan--
+ Wij kwamen nooit terug!
+
+_(Vergeten Liedjes)_
+
+
+
+
+BIJ EEN DOODE
+
+
+Lief, ik kan niet om hem weenen
+ Waar hij stil en eenzaam ligt
+In het schoon doorzichtig steenen
+ Masker van zijn aangezicht
+Dat de dingen er om henen
+ Met zijn bleeke toorts belicht.
+
+Lief, ik kan geen tranen vinden
+ Als mijn hart hem elders peist,
+Waar zijn ziel met de beminde
+ Sterren van den avond rijst
+En ons, dagelijks verblinden,
+ Hooger wegen wijst.
+
+Naar de heemlen van de lage zoden
+ Stijg' de gouden offervlam!
+Wie kan weenen naar de vroeg vergoden
+ Die de dood ons halen kwam?--
+Tranen, lief, zijn enkel voor de dooden
+ Die het leven nam.
+
+_(Vergeten Liedjes)_
+
+
+
+
+MAANLICHT
+
+
+Het maanlicht vult de zuivre heemlen
+ Met glanzende geheimenis,
+De luisterblauwe verten weemlen
+ Van Die alom en nergens is.
+
+Alleen de groote zonnen hangen
+ Als feller kaarsen in dien schijn:
+De ziel herdenkt heur lang verlangen
+ In nietsverlangend zaligzijn.
+
+Alsof van achter diepe slippen
+ Haar dolend tasten eindlijk vond
+Met hare warme blinde lippen
+ Nog lichter lust dan uwen mond.
+
+Weg boven dood en leven zweven
+ Wij op in duizelhellen schrik:
+O kort en onbegrensd beleven
+ Van eeuwigheid in oogenblik!...
+
+Het maanlicht vult de zuivre heemlen
+ Met glanzende geheimenis,
+De luisterblauwe verten weemlen
+ Van Die alom en nergens is.
+
+_(Vergeten Liedjes)_
+
+
+
+
+HERDENKEN
+
+
+Nimmer zal de ziel vergeten
+Schoone wereld waar zij leerde
+Wat gemis niet had geweten
+Dat zij de eeuwen lang begeerde:
+
+O te lachen, o te weenen,
+Zich in lach en tranen geven,
+Tot te lachen of te weenen
+Wordt der lichte ziel om 't even:
+
+O te weenen, o te lachen
+Tot de neevlen zijn doorschenen,
+En haar weenen wordt als lachen,
+En haar lachen is als weenen:
+
+Land van lachen en van schreien
+Tot de stille dood haar strekte,
+Waar haar smart en haar verblijen
+Al de zuivere echo's wekte,
+
+Nimmer zal de ziel vergeten
+Schoone wereld waar zij leerde
+Wat zij zelf niet had geweten
+Dat zij de eeuwen lang begeerde.
+
+_(Vergeten Liedjes)_
+
+
+
+
+NACHT-STILTE
+
+
+Stil, wees stil: op zilvren voeten
+Schrijdt de stilte door den nacht,
+Stilte die der goden groeten
+Overbrengt naar lage wacht ...
+Wat niet ziel tot ziel kon spreken
+Door der dagen ijl gegons,
+Spreekt uit overluchtsche streken,
+Klaar als ster in licht zou breken,
+Zonder smet van taal of teeken
+God in elk van ons.
+
+_(Vergeten Liedjes)_
+
+
+
+
+STERRENHEMEL
+
+Nu kunt gij veilig slapen gaan,
+Nu al de heemlen openstaan:
+Ziel, wier verlangen eiken donkren wand
+In ster aan ster doorzichtig brandt,
+En in de schoonheid van dit tijdlijk land
+Al minnen moet uw eeuwig lot,
+Daar uw verrukking uitziet tot
+Den troon van God.
+
+_(Vergeten Liedjes)_
+
+
+
+
+NIETS BINDT ZOO ONGELIJKEN
+
+
+Niets bindt zoo ongelijken,
+ Blijden en droeven,
+ Armen, en rijken,
+Als dit gedeeld behoeven,
+
+Dit, onbewust van geven,
+ Aldoor ontvangen
+ Tot alle leven
+Verging in een verlangen
+
+Dat niet meer zijn kan zonder
+ Zijn alle dagen
+ Vernieuwde wonder
+Van zegen niet te dragen
+
+En zoo verlicht ontstijgen
+ Aan elkander
+ Dat het moet neigen
+In deernis naar den ander
+
+Die leek omlaaggebleven,
+ Maar rijst ons tegen
+ In blind ontzweven
+Naar ongekende wegen.
+
+_(Lente-maan)_
+
+
+
+
+ALLE HEEMLEN VULT DE ZOETE ROKE
+
+
+Alle heemlen vult de zoete roke
+Van een nooit in bloesem uitgebroken
+ Knoppenzwellende geheimenis:
+Zon en regen van de lage luchten
+Voelen wij haar wekken en bevruchten
+ Uit haar beidende bezwijmenis.
+
+Door het licht-en-donkere verglijden
+Dezer doelloos wisslende getijden
+ Streeft een nieuw en vast seizoen;
+Achter branden van nabije zonnen
+Is de groote dageraad begonnen
+ Van een andren, blinden noen.
+
+En de ziel in elk besterft tot luistren
+Naar het heimlijk lenteluwe fluistren
+ Van een vreemde stem die lokt en vleit:
+Die het liefste met elkander deelen,
+Rijzen stil als bloemen op haar stelen
+ In gescheidene verzonkenheid.
+
+Tot hun oogen straks weer samenneigen
+En de spiegel van hun eenzaam zwijgen
+ Voor het voorgevoel bezwijkt
+Dat een nieuwe meester in 't beminnen
+Ieders hart afzonderlijk komt winnen,
+ En in 't eind dezelfde blijkt.
+
+_(Lente-maan)_
+
+
+
+
+AAN DE SCHOONHEID
+
+
+Kom niet, Schoonheid, eer we u zijn bereid
+In ons huis, in ons te ontvangen;
+Kom niet voor de Wereld openleit
+Breede bedding uwer heerlijkheid;
+Kom niet eerder: ons verlangen
+Is sterker dan de tijd!
+
+Niet zoolang aan aardes blonde brood
+Wij ons vloek en smaadheid eten;
+Niet zoolang met maat van veler nood
+De overvloed der enklen wordt gemeten;
+Niet voordat ons aller jeugd den dood
+Om het blijde leven kan vergeten!
+
+Als een zuivre zelfverlichte
+Zegenzware wolkkolon
+Doemt gij in de diepe vergezichten
+Achter zeeen maan en zon:
+Geen gedachte die met felste schichten
+Ooit uw glans bereiken kon,
+Maar geen hart dat zich naar simple blijdschap richtte
+En uw milden dauw niet won!
+
+Van al templen u gebouwd
+Uit de marmeren gedachten
+Van de schooner levende geslachten,
+Is er geen die u besloten houdt:
+Als voor steen en goud
+U de volkren offer brachten,
+Vond en zong u 't eenzaam smachten
+Van een kind in lentewoud!
+
+Alwier oogen smartverklaard
+Aan den einder hunner dagen
+Uw bestendig weerlicht zagen,
+Vreugdes morgen over schemeraard,
+Hebben vrij en onbezwaard
+'t Donker menschenhart gedragen:--
+Al hun lijden is melodisch klagen
+Dat gij niet voor allen waart.
+
+Bidden niet en handenwringen
+Lokt de goon;--
+Waar een hart het uit moet zingen,
+Daalt het ongebeden loon,
+Neigt de naaste van de hemelingen
+Zich tot haar bestemde woon.
+
+O wij weten wel wat lentedag
+Al de stille sneeuw die gadert,
+Van uw bergen dooien moet;
+Dat zijn uur door de eeuwen nadert,
+Dat geen hart ontbreken mag
+Tot zijn gloed!
+
+Vochte koelte zoeft door 't bruine riet;
+Sappen gisten in het dor geraamte--
+Overval ons niet in onze schaamte:
+Schoonheid, kom nog niet!
+
+_(Stemmen)_
+
+
+
+
+LETHE
+
+
+"Hoe over 't brandend blind bazalt
+Vind ik den weg naar Lethe?--
+O alles te vergeten
+Eer de avond valt!
+
+"Ik weet dat dood en donker komen
+Als dit schel daglicht is gebluscht,
+Maar ik wil diepe klare rust
+En zonder droomen.
+
+"Voor wie als ik van kind tot knaap,
+Van man tot grijsaard derven,
+Voor die is dood en sterven
+Maar verontruste slaap....
+
+"De zoete macht tot lach of traan
+Gaf mij en nam mij 't leven.
+Alleen mijn oogen bleven
+Kijken, mijn voeten gaan.
+
+"Hoe vaak sindsdien waar 'k zat en ging,
+Is langs mijn wakende oogen
+De lange trein getogen
+Van aller lust herinnering.
+
+"Wat moet ik aldoor zien wat 'k weet?
+Al 't reddeloos volbrachte,
+Al 't reddeloos gedachte:
+Gelijk is wat ik liet en deed!
+
+"O eer de dood mijn leden bind'
+En hen voor eeuwig bedde,--
+Wat zal mijn oogen redden
+Van dezen droom die immer nieuw begint?:
+
+"O blanke ziel, o roode bloed,
+O hart verdwaald daartusschen,--
+Wie zal in slaap u sussen
+Tezamen en voorgoed?
+
+"Mijn voet kan voor den avondval
+Nog vele mijlen reizen,
+Wil een den weg mij wijzen
+Naar Lethe's dal.
+
+"Wie over 't brandend blind bazalt
+Brengt mij naar Lethe?--
+O alles te vergeten
+Eer de avond valt!"
+
+_(Stemmen)_
+
+
+
+
+LIEFDES UUR
+
+
+Hoe laat is 't aan den tijd?
+ Het is de blanke dageraad:
+ De diepe wei waar nog geen maaier gaat,
+ Staat van bedauwde bloemen wit en geel;
+ De zilvren stroom leidt als een zuivre straat
+ Weg in het nevellicht azuur;
+ En morgens zingend hart, de leeuwrik, slaat
+ Uit zijn verdwaasde keel
+ Wijsheid die geen betracht en elk verstaat,
+ Vreugd zonder maat,
+ Vreugd zonder duur....
+Hoe laat is 't aan den tijd?
+ 't Is liefdes uur.
+
+Hoe laat is 't aan den tijd?
+ De zon genaakt de middagstee:
+ In diepte van doorgloede luchtezee
+ Smoort de akker onder 't bare goud;
+ De vonken sikkel snerpt door 't droge graan;
+ De schaduw krimpt terug in 't hout;
+ In hemel-en in waterbaan
+ Geen wolken gaan;
+ Alleen de wit-doorzichte maan
+ Blijft louter in het blauwe hemelvuur ...
+Hoe laat is 't aan den tijd?
+ 't Is liefdes uur.
+
+Hoe laat is 't aan den tijd?
+ 't Is de avond: in zijn rosse goud
+ Wordt schoon en oud
+ Der wereld dagehel gezicht;
+ Snel aan den hemel valt het water van het licht;
+ En al de windestemmen komen vrij;
+ De laatste wagen wankelt naar de schuur;
+ De dooden wenken aan den duistren Oostermuur;
+En boven glansbeloopen
+ Westersche schans in groene hemelwei
+ Straalt Venus' gouden aster open
+ Zoo plotseling en puur ...
+Hoe laat is 't aan den tijd?
+ 't Is liefdes uur.
+
+
+
+
+LEEUWERIK
+
+
+Blijft gij nooit een blanken uchtend,
+ Leeuwrik, zingen hier beneen,
+Die uw nachtlijk nest ontvluchtend
+ Door de zilvren neevlen heen
+
+Vleuglings vindt de gouden wegen
+ Waar uw aadmen juichen wordt,
+Tot uw zang in vuren regen
+ Naar de koele vore stort;
+
+Zingt gij nooit de roode smarten
+ Van den duistren aardenacht,
+Wordt het bloeden onzer harten
+ Wel gestelpt, maar nooit verklacht?...
+
+In het ijle blauw verloren
+ Volgt mijn oog niet meer uw vlucht,
+Maar uw antwoord dwaast mijn ooren
+ Met zijn zaligend gerucht:
+
+Steeds, uit vreugd of smart gerezen,
+ Heeft de ziel uw vreugd verstaan,
+En tot uwe vreugd genezen,
+ Ons gemeen geheim geraen:
+
+Alle smart omhooggedragen
+ Meerdert vreugdes gouden schat:
+Slechts de vleuglen die ons schragen,
+ Zijn van aardes tranen nat.
+
+_(Carmina)_
+
+
+
+
+VERZEN VAN WIES MOENS
+
+
+
+
+LIED
+
+
+Vesperbanken
+als vlinders
+komen zich zetten in je haar.
+
+Ik kus je voorhoofd
+de witte Bethlehemster
+over dit avondland
+luidroepend als een klok!
+
+Ik zing
+de tobogganlijn van je hals.
+
+Eeuwig moet ik
+het bloedige riet bespelen
+aan je mond:
+ik heb het fluitewijsje lief
+van je ziel!
+
+
+
+
+
+EROTIEK
+
+
+Krisdans, fakkeltocht,
+blinkende skipad hoog:
+
+Leven dat ik je brengen moet
+lijk het stond
+van kino en nachthonger opengerukt
+in straatmeisjes ogen;
+
+achter de wilde honigvelden
+van mijn hart,
+Leven lacht
+kind met blote tanden
+reikt je zijn melkwitte handen
+Zo goed, zo goed!
+
+Wees sneeuwster
+en laat je verslinden
+in de zachte brand
+van mijn hand.
+Ik breng je op mijn tong:
+wind, hemel en aarde!
+
+Als morgen over de wereld luidt
+hoor mijn Ave.
+Op de hemel van je ziel
+laat me bloeien:
+boom, van je zon, van je luchten,
+hij strooit zijn bloesems, zijn vruchten,
+zijn laatste blad en zijn vogelen
+alle in je schoot.
+Je draagt de vracht zo licht.
+Zo lacht voor je mijn ziel,
+en zingt
+als want van schepen in de wind,
+zon en dauw omzoend--
+en ik ben je luit
+aan alle snaren gesprongen
+van tranen,
+van lach,
+van zaligheid!
+
+[Illustratie: WIES MOENS]
+
+
+
+
+SLAAP
+
+
+Als je ver afzit in de kring
+--lamp heeft zich over ons verwonderd:
+opspringende vond zij
+blijde zonnen om haar:
+onze gezichten!--
+warm bebroeden je mijn ogen.
+
+Niet nachtelik is mijne liefde:
+Ophelia-maan dolend langs moren en grachten,
+maar een Septembermorgen
+met zon die de mist vaneenklaroent,
+en de geur van mijn liefde
+als van een vers gekalefaterde boot.
+
+Ik kom van zo wijd, en telkens weer,
+de tafel tussen ons in zo onafzienbaar land;
+de witte berg
+van je schouder is ver,
+de zoete klokken
+over het Meidal van je gelaat.
+
+Nu, lijk de voerman in de vriesnacht,
+wetend gezellige herberg,
+stallamp en schelf, de polk in het hooi--
+over eindeloze banen dokkert mijn hart
+naar de slaap die in je moederlik is.
+En lamp legt honig over je zoete leden!
+
+
+
+
+WINTERLAND
+
+Neer vallen op witte sneeuw
+de rode roodborstjes als bloedkoralen.
+
+Eindeloos wit is witte winterland,
+ligt als een witte schoot, monkelt naar de zon:
+korrel voor korrel moet
+de bleek-gouden graankoop in deze witte winterschoot worden gepletterd.
+O maar de kamer
+is 'n avonds een wonderbaar eiland:
+in pril groen,
+in room-milde zon
+ontluiken wij naar mekaar.
+
+Wimpers over je ogen
+zijn lijk zijden batik over de lamp.
+Wijl je mij reikt
+de witte kelk van je hals,
+weer ik voorzichtig
+--rozeblaadjes op wijn--
+je lippen,
+zoekend de koele sneeuw van je tanden.
+
+Ligt eindeloos wit het witte winterland:
+je liefde kroon ik met witte vogellijmbessen,
+kransen van roodborstjes
+slinger ik om je hals!
+
+--Blank in de witte sneeuw geplant
+staat de blinkende brand
+van het licht door de ruit.
+En voor de bruid
+rinkelen de sleebellen hun lied!--
+
+Knapen en meidekens gaan, reizend met de ster,
+dragen bonte sjaals, oude soldatemutsen,
+zingen hun deuntjes van huis tot huis.
+Worden verwacht alom in de wondernacht roze borelingskens,
+witte luiers opengestreken, wit als de sneeuw:
+Kersklokken wijd ik voor allen
+met chrisma bereid aan je mond!
+
+
+
+
+DE WEG
+
+
+De lange deemoed is de weg naar u,
+o Volk, moeder der geslachten.
+
+In uw wijde mantel bergen de zachte kinderkens nog hun bang gezicht.
+Uw grote zonen en dochters wenkte gouden gewuif
+gij ziet hen van u gaan,
+die schreiende geboren uit uw vrolik vlees
+dat uw lach als een golf naar de sterren hees!
+
+Uw hart is een zoet tabernakel, blauw
+Als het kleed van de Lieve-Vrouw.
+Maar in uw dromen,
+die rood en goud aan de einder staan,
+moeten gehelmde krijgers,
+koninginnen in kanten gewaad,
+bonte stoeten over de aarde gaan.
+
+Uit u ontspringen jaar op jaar
+als van een heilige eik
+twijgen wier teer uitlopen het land verjongt.
+--O Moedige, die steeds uw verdriet wegzongt!--
+En voor de zwerver spilt gij iedere dag,
+de nooit-gestremde rijkdom van uw moedermelk:
+want diep is de bron van uw kracht, dieper dan elke weeekelk.
+
+De lange deemoed is de weg naar u,
+o Moeder-Volk!
+Wij voelen stille zegeningen trillen in ons handen,
+vlammen die vredig in ons als havenlichten branden,
+nu moeten wij komen een voor een:
+
+naar uw mantel die van peerlen als een toren rondt,
+naar het kwelende lied van uw oerfrisse mond,
+naar uw melk-overdaad,
+uw blanke wonder van toeverlaat,
+O Moeder,
+eeuwige moeder,
+Volk!
+
+
+
+
+DRIELUIK
+
+
+Loopt hij met zijn meisje
+langs witte maanpaden--
+ver ronken de kermisorgels
+en de Bengaalse vuren zieltogen in het dorp--
+hij vooist haar al de zoete wijsjes van zijn hart,
+want zijn hart is een weke occarina.
+Ronde boomkruintjes, haar ogen,
+waaien gestaag hun bloesems in zijn hand.
+
+Maar hij is soldaat
+die op nachtwake staat--
+nacht: blauwe cowboyfilm;
+zeebrand blikvuurt: alle einders langs, de opalen,
+buitelen de nachtegalen!--
+Drievoudig ontbloeit zijn heimwee:
+Zondag-dorp-meisje,
+en hij loopt een pas of wat,
+kuchend als het treintje
+dat hem naar huis voert ...
+Dan, onder de sterrewielingen
+staat hij verloren,
+en kijkt scherp uit, als een stuurman.
+
+Drinkt hij zijn pint met de dorpskameraden,
+brult zijn keel schor,
+danst vonken uit de vloerkarelen--
+een plotse, koele dronk
+doet hem opspringen: "mijn lief!"
+en hij wipt de straat over
+als een jonge haas!
+
+
+
+
+APOTHEOSE
+
+_Aan E. L. T. Mesens_
+
+
+Volbrachte taak, o vrij zijn, heiliging.
+Nu gaan liggen met de wind
+om torens en achter hagen,
+vertrouwde luiken sluiten,
+uitbreken met de fluiten
+van de regen die aanzet als een eskadron.
+Als in de stad je vreugde ontsprong
+met de lichten alle.
+God keurt de stad als een diamant
+zij brandt tussen Zijn vingeren.
+Hij is het die de aarde heeft gezet
+ronkende bij in de kelk der hemelen
+en schept de vloed der straten:
+Ganges voor de vlekken van een ganse volle dag op je ziel!
+
+In het ordinaire spijshuis waar alles je vreemd was,
+je maal en de mensen,
+hebben een oude cel en zijn partner, een bleek violonist,
+je vreugd opgewacht
+en haar onthaald op een lied
+dat zoet is als de wijn waarop men de dorpsbruid onthaalt,
+zoet--en gebarsten van honger
+als de mond van een krantevrouw in de vriesnacht!
+En of iemand je zegt: "het zijn maar vulgaire stadsmuziekanten"
+
+Tziganen zijn zij voor jou,
+hun spel is van liefde en honger,
+eindeloze hemel over de steppen!
+
+En het is deze zelfde avond
+dat op je weg wordt gezet
+een moedertje,
+en je ziet
+hoe de regen op haar mantel
+gestolde paarlen laat,
+de laatste bries,
+waarin de dag uitblies,
+heeft al het goud der herfstblaren aan haar voeten gewaaid,
+al het goud van je verering aan haar oude, wankele voeten!
+
+Op je bloed,
+als een vloot triomfant:
+wil
+de stad te zetten blok na blok
+tot een kathedraal over haar;
+uit het gonzen der stemmen millioenen,
+tinkelen der trems:
+kinderen roepend mekaar van ver en nabij
+(je ziel gewerkt door alle geruchten
+als rook die in de regen slaat)
+bronzen klok voor haar lof,
+en de lichten van je liefde
+van pijler tot pijler!
+
+O te zijn in dit avonduur om haar
+van de Stad de grote minnaar
+--je draagt haar op je hand
+zo men ziet heiligen dragen
+kerken en kloosters op hun handen,
+lach van je ziel doolt
+met de blauwe wierook uit je pijp
+door alle straten,
+En de muziek van je ogen hommelt
+ver het land in
+dat zich alom heeft gezet aan de stad
+als een lief aan haar Hoogliefs voeten.
+
+
+
+
+LIED VAN DE ARBEID
+
+
+Vandaag is het over mij gekomen
+en het is zo groot, mijne vrienden laat mij het verhalen.
+Ons woord is anders geworden,
+vaste klank kwam in onze stem,
+en ons gebaar
+tekent de komende visioenen op de lucht--
+wij: bouwers met horizonnen!
+
+De grote wind die komt van de zee en de vlakte
+hij brak het water los, de pleinen heeft hij witgevaagd.
+Meeuwen tuimelden over de stad,
+de zon is uit de wolken gevallen.
+Dit is het grote Hosannah:
+de mensen laten zich dragen op de wind,
+dit is het grote Hosannah
+van de wind en de wolken
+die zingen door de mensen
+--en de ongeboren kindertjes
+zijn als dolende sterren in de schoot hunner moeder!
+De grote wind die komt van de zee en de vlakte.
+
+Zo is dit lied gevaren uit mijn ziel
+--mijn ziel was de warme, ronkende haven,
+luw nest voor de tochten en de tijen--
+als een galjoot geschoten in zee,
+als een ranke galjoot ten dans gevoerd,
+dans van de baren en de kimmen,
+dans van het land waarin de baaien zich hebben vastgebeten.
+
+Overal waar deze galjoot voorbijdanst
+zullen de mensen samenlopen op het strand,
+en een jubel zonder einde zal zich leggen over de wereld.
+
+Want mijn galjoot draagt het evangelie
+van al mijn dwalen en van mijn berouw,
+de goede, vreugdevolle tijding
+--schalt de wereld, stem is overal
+van de daken en de telefoonpalen,
+van de elevators, klimmasten voor het havendiet!--
+Ik vond mijzelf in de sterke, smartenrijke Arbeid,
+en niets is meer van mij-zelf
+maar alles is van u, en u, en van allen;
+het is ene goddelike ritme dat ons allen beweegt,
+de liefdegolf in de vrouw, het loerend instinkt in de man,
+het is alles een: wat de grashalm richt naar de zon,
+het meisje doet knielen aan haar lief,
+alles een in de grenzeloze, meteloze omarming
+Liefde!
+
+Zo, lijk een kind
+dat al de wonderen van zijn moeders gelaat ontdekt,
+de dauwige ogen, de kittelende wimpers, de mond, en ook
+dit groefje dat aan haar mond ontspringt,
+en er zijn nog zovele wonderen in haar warme hals
+en onder het haar over haar slapen, zo machtig vele--
+o weer dit leven te ontdekken, mirakel achter mirakel!
+
+Als een die in het witte vlees van zijn lief
+zich voelt als een zwemmer in wentelende wateren
+--uitrukken! uitrukken!--
+het is zo ver, en zo ver,
+en het is zo goed!
+
+Zo goed
+als een klokje diep in het dal,
+de lauwe geur van veevoeder overal
+'s avonds over de dorpen lijk een offerande.
+
+
+
+
+VERZEN VAN WILLEM KLOOS
+
+
+
+
+PERCY BYSSHE SHELLEY
+
+_AAN CO REYNEKE VAN STUWE_
+
+
+I. PROOeIMION
+
+
+Soms, als men diep in zijn gedachten klimt
+ Naar de aan het zwarte azuur te ziene plekken,
+ De veel licht-eeuwen verre nevelvlekken,
+Wier magisch scheemren weifelend verschimt,
+
+Verlangt men naar omhoog, waar 't vonkt en glimt,
+ Beide armen ijlings voor zich op te strekken
+ In forschen uitzwaai, 'of ons vleuglen dekken,
+Die daarheen voeren, waar aan verdre kim 't
+
+ Paleis komt rijzen, en onsterflijk wonen
+ Al wie op aarde in 't Onverderflijk-Schoone
+Leefden, en schiepen wat niet kan vergaan.
+
+ Ach! 't menschdom ging hen voor hun hoogheid loonen....
+ Aischulos vluchtte voor der burgren hoonen,
+En Shelley is op zee door moord vergaan.
+
+
+2. VOORGEVOEL
+
+Wie ging, met snelle stappen, slank, gebogen
+ Een heel klein beetje 't hoofd, langs 't ruischend strand?
+Daar heft hij plots zijn Aanschijn en met oogen,
+ Vaag en toch klaar, uitkijkend naar den rand,
+
+Den versten zoom des horizons, waar vlogen
+ Vogels, als vlekken op den heldren wand
+ Des eindloos-wijden hemels, en zijn hand,
+Als vogel-zelf, zich zwierend naar den hooge,
+
+Leek hij zoo klein daar, in 't heelal-ruim staande,
+ De onsterfelijke Shelley.... Zwaar-diep-luid,
+ Een beest, dat bulkt naar onbereikbren buit,
+Galmt dof de zee, golven op golven slaande:
+
+Dees weten 't wel, want, ach, slechts weinig uren later
+Lag 't goddelijk genie, als lijk, ver, diep in 't water.
+
+
+3. DE MOORD
+
+Het ranke lichaam van de boot (de haven
+ Uitschietend als een meeuw opeens, met volle
+ Zeilen, die heftig inderhaast zich bollen)
+Scheert over 't zeeschuim reeds, waar, in wild draven,
+
+('s Afgrond's mysterien het doodssein gaven)
+ Zij streeft den stormwind tegemoet te hollen,
+ Wijl, achteraan en naast, twee even dolle
+(Als, ach! op roof-moord uitgestuurde slaven)
+
+Barken snel reppen. Dan komt Duister vallen:
+ De mist ligt laag op 't water: zien en hooren
+ Vergaan, alleen de horens hoeend schallen....
+Hol-dof een botsing bonst: men raadt een smoren,
+
+Door dichte witheid, van twee lichte gillen[*]
+En verder niets dan Dood, de diep-in stille....
+
+
+[Voetnoot *: Van Capt. Williams en Charles Vivian, den scheepsjongen,
+Shelley's medeschepelingen.]
+
+
+4. SHELLEY'S STERVEN
+
+Voorover, in het boot-ruim, lang-uit lag
+ Shelley en las.[*] De wilde golven sloegen
+ Luider en luider langs de zijden, droegen
+Hoog-op het broze vaartuig, met geklag
+
+Van schril zoevend gieren door want en stag,
+ Die knerpten. Hoorde-i niet, hoe de andren joegen
+ Hierheen en daarheen, zuchtten, riepen, kloegen?
+Hij las maar, las, totdat hij niets meer zag ...
+
+ Toen stond hij op, verwonderd: neevlen drongen
+Overal aan, en plots ... een donker blok
+ Komt dreigend door die misten opgesprongen ...
+Hij wankelt door den donderenden schok ...
+
+"Is dat de Dood? ontvang me ..." en willig glijdend
+Valt hij de diepte in, zwijgend, de armen breidend.
+
+
+[Voetnoot *: In Keats' _Eve of St. Agnes_, dat omgeslagen in zijn zak
+werd gevonden.]
+
+
+5. BEKENTENIS VAN DEN MOORDENAAR[*]
+
+Wij waren jonge wilden: o, de vloek,
+ Te moeten jong en dwaas zijn: niet te weten
+ En toch te doen ... wel gauw weer is 't vergeten....
+Maar later ... later.... Ach! 'k ben moede, ik zoek
+
+ Naar woorden, om te sussen mijn geweten,
+Doch vind er geene.... Zie daar, in dien hoek,
+ Daar staat Hij en hij glimlacht: schijnt te meten
+Den afstand naar mijn bed ... geef mij dien doek,
+
+ 'k Moet hoesten weer: bloed is 't: ik voel 't, als rijden
+ Mij duivlen door de borst: 'k zal 't snel belijden,
+Want haast begeeft mij de adem ... en ik sterf:
+
+ 'k Heb eens in 't stormen der Toscaansche baren....
+... Geef, geef mij de absolutie of 'k verderf....
+Voor geld een Engelsch scheepje omvergevaren.
+
+[Voetnoot 1: Zie W. M. Rossetti's Memoir of Schelley, blz. 126. (London,
+John Slark 1886).]
+
+
+6. SHELLEY'S VERSCHIJNING
+
+Stil was 't, toen Shelley snellijk tot mij trad....
+ Ik zag hem nauw, maar voelde zijn nabijen
+ Bovenaardsche' adem om mijn hoofd zich vlijen,
+Zoo zacht, alsof er op een buiten-pad,
+
+Waar niemand loopt, een zoeltje gaat: geen blad
+ Omhoog beweegt: men merkt alleen zachtblij een
+ Vreemde verfrissching langs zijn slapen glijen....
+Eerbiedig wachtte ik roerloos, waar ik zat:
+
+
+ "Hoor naar uw Ziel, die gij nauw weet, die binnen,
+Ver achter 't aardsche schimmenspel, zich wiegt
+ Op eigen levensdiepte, waar 't beminnen
+Eindeloos-door om 't Eeuwig-Schoone vliegt,
+
+Lijk in 't Heelal-ruim om de nooit te kennen,
+Der zonnen Zon, al andre zonnen rennen."
+
+
+7. VERVOLG
+
+Zoo voelde ik: Shelley zeide 't, en een vrede
+ Van veilig weten zeeg er door mijn heele
+ Wezen tot in mijn diepste ziel, die 'k spelen
+Hoorde van ver, stil-eenzaam op de breede
+
+Weiden der eindeloosheid, en haar beden,
+ Om een te wezen met het Al-zijn, kweelen
+ Weer ging, heel diep-inwendig, als zoovelen
+Dat sinds hun vroegste, droefste jaren deden....
+
+Doch Shelley lachte en riep, terwijl hij schudde
+ 't Jong hoofd--dat lachen scheen als zilvren bellen:--
+ "Gij moet niet langer meer uw Zelf wreed kwellen,
+"Gij liept nooit mede met de doffe kudde
+
+"Van wie graag, door den Dood, in 't Niet vervlogen:
+"Gij zijt U-zelf, strikt-vrij van Schijn of Logen."
+
+
+8. VERVOLG
+
+"Gij wist, als Ik, van deinzen niet noch wijken,
+ "Gij stoordet nooit aan dwazen u, die smaadden,
+ "Maar gingt, door niets weerhouden, vroeg en spade,
+"Uw eigen echten weg naar 't hoog Bereiken ...
+
+"Naar 't Diepste dalen en naar 't Verste reiken,
+ "Naar 't niet te noemen Eerste, Oneindge raden
+ "En, schoon met Denken's eeuwgen last beladen,
+"Toch nimmer, geen sekonde ook maar, bezwijken.
+
+"Wijs-zijn, niet hopen maar ook geenszins vreezen,
+ "Terwijl men stil-gestuwd omhoog blijft dringen
+"Op 't pad, u door uw diepste Zijn gewezen ...
+
+ "Dat was de weg, dien alle dichters gingen,
+ "Die niet om zelfs-wil maar om Zielswil zingen ...
+"Zoo blijf, wat gij steeds zijn woudt, een van dezen."
+
+
+9. ANTWOORD VAN MIJ
+
+Meester!... vergeef, dat 'k U zoo noeme in schromen,
+ Maar met een diepe, als bovenaardsche vreugd,
+ Sinds 'k als een vaag-ontroerend na-geneugt
+Van overschoone en lang-geleden droomen,
+
+Die in 't koud daglicht plots weer voor ons komen,
+ Uw naam--o, hoe dat oogenblik mij heugt!--
+ In de' allereersten opgang mijner jeugd
+Met wijdingsvolle ontroering heb vernomen.
+
+Ik zag hem ... las hem ... wist niet, hoe mij wierd....
+ Groeide er een verre erinnring in mij wakker,
+ Dat ik, in vroeger Zijn, met U als makker,
+Heb vrij door 't Engelsch heuvlenland gezwierd?
+
+O, is de heele Menschheid, hier op aard verschenen,
+Een bonte ontbloeiing van het diep-in Eeuwig-Eene?
+
+
+10. VERVOLG
+
+Spiegelt, wat elk beleeft, terug in 't Groote,
+ 't Oneindig-diepe Al-wezen (achter 't schijnen
+ Van dit en dat en weer wat, 't Uwe en 't mijne)
+In 't Eeuwge Denken, waar, in durend stooten
+
+Van Neen op Ja, van 't Kleine tegen 't Groote,
+ Onder steeds reddeloos geleden pijnen,
+ Waar zich vergaan in voelt het Teere en Fijne,
+Het Levensraadsel uit is opgeschoten?
+
+Moet men getroost dus, weg van al vergeefsche
+ Klachten om heel ons klein, persoonlijk Lijden,
+'t Al-eenig eeuwiglijk-bestaand goed-geefsche,
+
+ Het God-genoemd goed-nemende te al tijden
+Machteloos eerend, verder in goed-leefsche
+ Koelheid het Goede doen, het Slechte mijden?
+
+
+11. SHELLEY'S OORDEEL
+
+Doch Shelley's stem zei, klinkend als het golven
+ Van wind door slank-getopte popel-takken:
+"De aarde werd woonoord voor gespeende wolven,
+ "Die met hun jonge tanden alles pakken.
+
+ "Dra zullen dichters wonen in barakken,
+"Waar, als zij daags hebben gespit, gedolven,
+"Zij worden heengedreven door de kolven
+ "Van vunze Bolsjewistische Kozakken.
+
+"'t Menschdom is als Natuur, waar allen strijden,
+ "Geroofd wordt eeuwig-door: 't gaat op en neder,
+"Dees wint of die, maar 't is tot scha voor beiden.
+ "O, vlieg, vriend, met mij mede, als lichte veder....
+
+"Hierboven is het zalig, waar in wijden
+"Kring alle blauwingen zich om ons breiden!"
+
+
+12. SLOT
+
+Toen lachte ik. "Meester, in die hooge streken,
+ "Waarheen mijn droomen ging in kinderjaren,
+ "Wanneer ik zat lange avonden te staren,
+"Wijl alle sterren naar me, als oogen, keken....
+
+ "Voel _ik_ mij, die maar 'n aardling ben, een zware,
+"Veel minder thuis dan Gij." Gelijk een bleeke
+Straal van de maan, dien bladbeweeg kwam breken,
+ Was Shelley, als een waan, plots heengevaren....
+
+"Illusie, gingt gij?" zei ik zacht. "Waar bleeft gij?
+ "Muziekvolle ademing uit beetre sferen,
+ "Die eenmaal 'n oogwenk hier op aard verkeeren
+"Kwaamt, om te vlieden, ook te gauw toen ... streeft gij
+
+"De oneindigheid der Ruimte door weer, om te ontmoeten
+"'t Verbeelde Kernpunt van dees Chaos,datwij groeten ...?"
+
+
+
+
+TER GEDACHTENIS AAN ALPHONS DIEPENBROCK
+
+I
+
+
+Ofschoon Gij ligt nu, wit als sneeuw, geloken
+ Die levende oogen, o, voor goed, en 't woord,
+ Het aardsche dat hier spreekt, niet wordt gehoord
+Door wie als Gij, als elk eens, diep gedoken
+
+In 't grondloos-Eene-en-Eeuwige-ongebroken,
+ Leeft, maar met alles saam, onsterflijk voort ...
+ O, 'k roep U toe--Uw rust wordt niet gestoord--
+En 'k roep dus, nogmaals, woorden waar gesproken
+
+Voor 't Hooge en Onaanschouwbare Aangezicht
+ Van 't Eeuwge Zijn in 't allerdiepst des Levens:
+ Gij waart een Hooge, een Goede en Wijze tevens:
+Diep in Uw Binnenst leefde Uw ziel in 't licht,
+
+En wat in dat diepst Eigne zong als 't Levend-schoone
+Schiept ge om in 't heerlijk-klagend juublen Uwer tonen.
+
+
+II
+
+'t Allerdiepst Raadsel dezes Levens nam
+ Uw innigst In-zijn op weer in zijn schoot,
+ Dat altijd, sinds het uit dat Eeuwge vloot,
+Terug verlangde naar waar 't eens van kwam.
+
+Wij andren dwalen verder, tot de vlam
+ Ook van ons Zijn vervaagt tot avondrood.
+ Wat is de mensch? Wat weenen we om zijn dood?
+Want staan blijft steeds ons aller Moederstam,
+
+De Menschheid, die staeg groeit en bloeit, en bladen
+ Na bladen vallen laat in 't kerkhof-zand,
+Maar nieuwe komen weer aan allen kant.
+
+De onpeilbre Kern des Zijns leeft, diep geladen,
+En eindloos, door der eeuwigheden tal,
+'t Al-zijn zich wiegt zoo, stijgende na val.
+
+
+III
+
+Maar is er dan geen Troost? De Troost is deze:
+ Hij, die der Ruimte oneindigheid bespiedt,
+ Weet, dat heelallen daar vergaan en ziet
+Een nieuw opvlamme' als men die taal kan lezen:
+Maar eens komt toch 't ontzachlijk uur gerezen,
+ In der aeonen onbeperkt verschiet,
+ Dat alles saam vernevelt tot een Niet
+En na dien zal er _niets_ meer, _niets_ meer wezen....
+ Niets? Ja, toch Een, het Eenge, wat bestaat,
+Dat droomt, zichzelf genoeg en nooit vergaande,
+ Het Absolute, boven Goed en Kwaad;
+Diep in-zich weet het zich 't Alleen-Bestaande.
+ De wijsgeer noemde 't God, met kalme stem:
+ Wij voelen, weten, denken niets dan Hem.
+
+
+IV
+
+Want uit Zijn Geest zijn we allen voortgekomen,
+ Glanzend of walmend voor een korten duur,
+ Als vonk of damp uit dat Ondoofbre Vuur,
+Dat scheppend baart Zijn eigen Wezensdroomen.
+
+Wij meenen dat wij zijn: wij voelen stroomen,
+ Door hersnen, aeren, als een levend vuur:
+ En toch wij zijn slechts wanen van een uur,
+En worden aan het eind weer opgenomen
+
+In de eeuwig-ondoorgrondbre Bron des Zijns,
+ De Vlak-nabije en Onbereikbaar-verre,
+Waar elk naar haakt in onbewust gepeins,
+ Wanneer hij ziet in mensche-ooge' of in sterren,
+In stil vermoeden van iets Hoogs en Reins,
+Van uit de schauwen dezes aardschen Schijns.
+
+
+V
+
+Dit laatste woord, niet voor mijn binnenleven
+ Maar voor de wereld, jegens U van mij,
+ Op aarde hier. Want, wat ons nu nog schei,
+'t Gordijn des Levens, met een rustig beven
+Zal _ik_ ook eenmaal zien omhoog-geheven
+En naar Uw beeltnis in der Eeuwgen rei
+ Staren, tot stil Uw wenk mij roept, waar zij,
+Die 't diep-in meenden, eeuwig zullen leven.
+ Dan zal ons spreken zijn van 't stil-vermoede,
+Dat woordloos door ons beiden werd gevoeld,
+ Het eindloos hoog-uit Klare, Zuivre en Goede,
+Dat glanst, ook waar de wereld woedt en woelt....
+ Maar, mocht het eeuwig nacht zijn, waar Gij zijt,
+Blijf, ons toch heilig, diep gebenedijd!
+
+
+VI
+
+Maar neen, mijn laatste woord mag zoo niet scheiden
+ Van U, die zwijgend ligt in stilte Uws hofs;
+Eer dan iets koels hier, passen diep-geschreide
+ Tranen, ras wijkend voor iets stils en dofs,
+Dat diep in 't hart met onweerbarstig lijden
+ Peinst, tot het opvloeit in een zang des lofs;
+Wij leven allen in den Droom der Tijden,
+ Dien 't Eeuwige ons boetseert uit schijn des stofs.
+Wij zelf zijn droomen van een dag slechts, wetend
+ Zelfs niet het Diepere onzes eignen Zijns,
+Zwevend op 't eeuwiglijk-onpeilbre, metend
+ Haarfijn al lengten, breedten onzes schijns,
+Maar voelen 't Eindelooze niet daarachter,
+Dat zwoegend werken moet, in weene'? of lacht er?
+
+
+[Illustratie: WILLEM KLOOS--NAAR ANTOON VAN WELIE]
+
+
+VII
+
+Alweer een weifeling? Weg, weg ... wij voelen,
+ Omdat zij dieper dan ons denken gloeit
+ En, lichte bloem, omhoog naar 't zonlicht bloeit,
+De zekerheid, (ondanks dien schijnbaar-koelen
+Heelal-storm van ontstaan, die komt bespoelen
+ Ook 't aanzicht dezer aarde nooit vermoeid)
+ Dat, schoon de mensch zijn Aanzijn soms verfoeit,
+Het Al-zijn schoon moet wezen van bedoelen.
+Daarom zingt lof, al ziet gij schreiensrood
+ Om al de ellende dezer wereld tevens,
+ En laat ons kalm, in 't eind-uur onzes snevens
+Omhoog zien, als we ons-zelf zien geestlijk bloot....
+Hij maakt al goed. De diepste Grond des Levens,
+ Voor wien wij schijnen zijn, is naamloos groot.
+
+
+
+
+AAN DE ONBEKEND-BLIJVENDEN
+
+
+God-dronkenen, die diep-in zingend leven
+ Altijd-maar-door, al zwijgt hun mond, die wonen
+ Sinds hun geboorte in 't onuitspreeklijk-schoone,
+Waarin hun ziel stil droomt: hun zinnen streven
+
+Naar altijd dieper-voelend schoon-ziend beven
+ Bij al wat aarde en hemelen hun toonen
+ Aan visioenen die hen heerlijk loonen
+Voor al des Levens pijnen, tot hun sneven.
+
+O, mijne broeders al, gij, Onbekenden,
+ Die kwaamt en gingt, maar zonder ooit te spreken,
+Daar gij verkoost met geen geluid te schenden
+ De heil'ge stilte van het diep-in leken
+
+Der onder oogenrand gebleven tranen
+Om mensch-verdwazing en der aarde wanen.
+
+
+
+
+
+VERZEN VAN MARGOT VOS
+
+
+
+
+LENTELUST
+
+
+Zoo in den zingenden hof
+Met de merels en madelieven
+Met het blijmoedige lof
+En de harige honigdieven,
+Zoo als een doeniet den dag
+Uit den zondronken hemel te kijken,
+Dwars door het feestlijk gevlag
+Der bloeiende appelrijken,
+
+Vind ik de zaligheid weer
+Die de wereld verloren waande,
+Ben ik bevrijd van begeer,
+Houd ik den hemel staande
+Op mijn gezuiverd bloed
+Waarover de winden wimp'len,
+Ben ik van blijdschap gevoed:
+De simpelste onder de simp'len.
+
+Boven mijn hoofd sluit de tijd
+Zijn eeuwig-bloedende wonde,
+Heft mij in 't zorgeloos krijt
+Van de fluitende vagebonden,
+Houdt mij van schoonheid omschuimd,
+Van zil'vren zangen volzongen,
+Stuwt de groot-golvige ruimt'
+Aan 't klein eiland mijner longen.
+
+Mijn wordt het gansch gewelf;
+Daar is geen raadsel, geen wonder.
+Ik ben de schepper zelf,
+De wereld duikt in mij onder.
+De dagen stijgen uit mij
+Als hel-klapwiekende duiven,
+De nachten komen in mij
+Den zomersenen wierook wuiven.
+
+Ik draag de wel en de wolk,
+Ik draag de ster en de rozen,
+Ik draag 't opstandig volk
+Van winden en waterhoozen.
+Aan mij de zachte borst
+En de zwarte vlerken der eeuwen
+Aan mij de levensdorst
+En het eindloos stille sneeuwen.
+
+Zoo is het evenwicht
+Over mijn tweelingoogen,
+Zoo is al last en licht
+Even zwaar uitgewogen.
+Zoo is er geest noch stof,
+Wijsheid noch wereldweten,
+Zoo in den zingenden hof
+Ben ik van God vergeten.
+
+
+
+
+ONTWAKING
+
+
+Onder de zon wordt een wonderdroom,
+Weidsch als een waaierboog.
+Merkt ge onzen machtigen onderstroom?
+Wij heffen de zee omhoog!
+Zwaar rollen de golven, aan ruischingen groot,
+Als de storm die te nacht in den horen stoot.
+
+Al wat we zagen was eeuwig grijs.
+Binnen gesloten schulp
+Werden we en wiesen we op eene wijs;
+Ons rijk was de smalle stulp!
+Wat dreef ons begeeren naar ruimer gewelf?
+De groei onzer ziel, ons ontwaakte zelf!
+
+Boven ons wijken de wolken weg,
+Zeilen de zon voorbij.
+Keert ons nog heden het oud beleg,
+Toch worden we morgen vrij.
+Toch zullen we morgen ontbonden staan
+En ver boven 't kleine de vleug'len slaan!
+
+
+
+
+HET IS MEI
+
+
+O de zonne de zonne die danst op de wei
+En de leeuw'rik die danst in de lucht,
+En de perelaars breiden zoo breidelloos blij
+Naar den hemel hun sneeuw-witte vlucht!
+En het rozige schuim aan den appelaar ruischt
+Of de zee door zijn juichende takkenschaar bruist;
+En de zonne de zonne die danst op de wei ...
+_Het is Mei, het is purperen Mei!_
+
+O de zefir de zefir die zingt in het licht
+En de bij zingt de bloei-hagen door;
+Over stekel en naald, tusschen dorens en blad
+Zoekt zij zoemend het goudgele spoor.
+En het honingzwaar huis aan den stengel dat juicht
+Van geluk als ze binnen zijn vensteren buigt,
+Waar de blonde kaboutertjes oop'nen den rei
+_Van den Mei, van den purperen Mei!_
+
+O de beke de beke die huppelt voorbij,
+Of 't een spelensree makkertje waar',
+Dat met grillige kransen van schaduw en licht
+Heeft doorvlochten het goudelend haar!
+En heur kirrelend lachje dat luidt er zoo zoet
+Of een torteltje roept uit den perelenvloed
+Met een perelenkeeltje, zoo zorgeloos vrij:
+_"Het is Mei, het is purperen Mei!"_
+
+O de zonne de zonne die danst in de wei
+Op de maat van den lustigen wind,
+Die de bloemekens zoent op de blozende wang
+En den wolken den gordel ontbindt!
+En geen boom in het veld waar geen vreugde-doen huist;
+Slechts de knotwilg bolt grimmig zijn zwart-bruine vuist
+Tegen 't twijgjen dat sprong uit zijn greep met een blij
+_"Het is Mei, het is purperen Mei!"_
+
+
+
+
+GRAUW WEDER
+
+
+Zonne zonne, zet aan, zet op!
+Steek toch die taaie slemp in tweeen!
+Stoot uw goudzwaard de wolken in
+Dat ze bloeden als roode zeeen!
+Zend uw rankvoetige stralekens
+Met de starren in 't glinsterhaar!
+Laat ze kloppen en wederkloppen
+Aan de weerbarstige winterknoppen,
+Groot wond're wonderkens liggen daar
+In vast versloten schalekens....
+Zonne zonne, zet aan, zet op!
+Dinder die wonderkens uit den dop!
+
+Zonne zonne, waar zit ge toch!
+Hadde ik uw gulden riddersporen,
+'k Sprong de grauwe almachtigheid
+Dwars door naar uw verstoken toren.
+'k Luidde al lustig het belleken
+Tegen de karmozijnen poort:
+Ik zou klinken en wederklinken
+Heel het hemeldom oprinkinken
+Van Oost tot West en van Zuid tot Noord
+In een hooveerdig relleken....
+Zonne zonne, waar zit ge toch?
+Zijn uw oogschellen geloken nog?
+
+Zonne zonne, zet op, zet aan!
+Word toch de wereld welgenegen!
+Laat uw doorluchten levenslust
+Over de aarde flikkervegen.
+Tik met uw blinkende hamerkens
+Hier en ginds en in al 't getij;
+Laat ze springen en wederspringen
+Op en neer, tot vermetel zingen
+De lucht doortrilt als een sterk en blij
+Gejoel van vrije kramerkens!
+Zonne zonne, zet op, zet aan!
+Zet ons midde' in de Meiebaan!
+
+
+
+
+AVONDZWIJGEN
+
+
+Ik weet niet wat de' avond zoo stil doet zijn....
+Komt het van 't zwijgen der wilde merels,
+Of van de peinzende sterreperels,
+Of doet het de stervende zonneschijn
+Die zachtkens zachtkens de kim toespreidt
+Zijn vlinderteere doorzichtigheid?
+
+Ik weet niet wat de' avond zoo stil doet zijn....
+Liggen de luide dingen versloten
+Achter verzegelde zilveren sloten
+Die over de verten genageld zijn?
+'t Is al zoo zwijgend omneer gegaan
+En weggeborgen en afgedaan.
+
+Ik weet niet wat de' avond zoo stil doet zijn,
+Als had ze een heerlijk kind verloren
+En roerloos zat in heur blauwen toren
+Van eenzaamheid bij heur roode pijn
+Die dieper dieper vervloeien ging
+Tot zwaarmoeds-duist're herinnering.
+
+Ik weet niet wat de' avond zoo stil doet zijn....
+Worden de zonden zoo zwaar gewogen
+Dat neerwaarts neigen de trotsche bogen
+In donker-purperen deemoedslijn
+En wacht doodstil het ontroerd heelal
+Of de genade ook komen zal?
+
+
+
+
+WAT LOK JE
+
+
+ Wat lok je,
+ Wat mok je,
+ Wat glans en gok je,
+Klein stommetje uit het oogeland!
+ Als 'n klokje,
+ 'n Klein klokje,
+ 'n Glinstervlokje,
+'n Blauw blommetje van het hooge zand.
+
+ Wat vlei je,
+ Wat blij je,
+ Wat spelemei je;
+Wat oogel je uit dat blond kozijn!
+ Als leien
+ Te vrijen
+ In rozeweien
+Blauw vogeltjens met den zonneschijn.
+
+ Wat blink je,
+ Wat pink je,
+ Stout smeekelinkje;
+Princesseke bedelt erbarmen maar.
+ Want 'n vinkje,
+ 'n Klein vinkje,
+ 'n Heel klein vinkje
+Wil nestelen in mijn armenpaar.
+
+
+
+
+BOETEGANG
+
+
+Het belken klept de kerstenrij
+Uit held're verten naderbij....
+Aan 't altaar is 't zoo vroom en stil
+Bij 't kindeke en de vrouwe zoet;
+En 't kleen bescheiden keerske brandt
+Zijn wond'ren, zacht-zachtblauwen gloed....
+Aan 't altaar heerscht zoo hooge rust
+Die 's werelds wee al overwaakt
+En staeg de wonde voeten kust
+Van Christus, nederig en naakt.
+
+Daar ruischt een volte in de poort
+Die aan Maria's ruste stoort....
+Een weelderige kleurenvloed
+Golft door Gods heilig bruidsvertrek
+En purper en sameet beschaamt
+Het kindeke in zijn poover dek.
+'t Is of het kleine keersken bangt,
+Van schitteringen overblaakt,
+Of armer aan het kruishout hangt
+De Christus, nederig en naakt.
+
+Gaat zoo de ootmoedigheid ten zoen
+Om donk're zonden af te doen?
+Zoekt zoo de ziel de ijle sfeer
+Der godd'lijkheden, overberst
+Van pronkselen en wereldpraal
+Die loodzwaar op de vlerken perst?
+Hij zwerft wel ver van 't vrome land
+Die goudzwaar ter ontferming naakt!
+Hoe luttel weegt de lendenband
+Van Christus, nederig en naakt!...
+
+
+
+
+DE MAAIERS
+
+
+De maaiers komen in de blauwe kielen
+Met de vroegzon vreugd'loos uit het heideland,
+Met loome lijven en verslapen zielen,
+Met de hooge zeisen aan den gordelband.
+
+De gele haver zal geen avond vieren
+Maar gesikkeld liggen in het late licht;
+De moede maaiers als gedreven dieren
+Gaan zich woordloos wijden aan hun zwaren plicht.
+
+En ze maaiemeien en ze zwaaiezweien
+Als witmolenwieken door het volle graan;
+En het ritselruizelt aan hun struische zijen
+Of windvlagen wiss'lings langs hen nederslaan.
+
+Zoo vroeg in de koelte en in groeiende zoelte
+Gaan ze felgebogen door den flikkerdag,
+Tot de zeise zwijgt en het goudgewoel te
+Verstarren ligt van zijn laatsten slag.
+
+En de maaiers trekken in hun blauwe kielen
+Met de avondstarre naar het heideland,
+Met versloopte lijven en versloerde zielen,
+Met de hooge zeisen aan den gordelband.
+
+
+
+
+CANTECLEER
+
+
+Bonte trompetter,
+Bloeiender lust
+Blinkende ketter,
+Kort is uw rust.
+Steekt g' in de luchtsmoor
+Brandende taal,
+Schemering vlucht voor
+Uw hoornsignaal.
+
+Relt ge de belle,
+Wekkert een vlucht
+Klinkende schellen
+Wakker de lucht,
+Woelt er een stoutvlerk,
+Hemelgenoot,
+Al het schoon goudwerk
+Open en bloot.
+
+Zilveren schalen
+Storten in 't land;
+'t Regent koralen,
+'t Regent briljant.
+Waar is de muiter,
+Waar is de dief?
+Vang je, hoogfluiter,
+Gouden gerief?
+
+Bonte trompetter,
+Boven den tijd
+Wekt uw geschetter
+Werelden wijd!
+Wekt ze, tot leven,
+Zonnig en blond,
+Boven den beven-
+-Den horizont!
+
+
+
+
+STORMLIEDEREN
+
+
+I
+
+Zie, de luchten waaien tot een duister ruim
+En de wind wordt vrijheer van den vloed
+En de bladers dansen op z'n dolle luim
+De muziek der regens tegemoet.
+
+Uit de zomerstilte barst het herfstjolijt:
+Elke boom een feestzaal vol gedruisch,
+Elke beek een doorgang vol bedrijvigheid,
+Ieder dal een open lustig huis.
+
+In z'n Oostersch tooisel trekt de laatste trein
+Van genot en leven door den dag;
+'k Zie de vlinders varen op het stormrefrein
+Onder rijke overzeesche vlag.
+
+Schelle najaarskelken bloeien wild en bont
+Aan de zwarte steilten van den dood,
+Of de laatste leefkracht door hun koop'ren mond
+Op uitdagend zingen henenvlood.
+
+Dit is heerlijk einden, dit is nedergaan
+Zonder ijd'le klacht en zonder spijt
+Op de donkre hobo's van den nachtorkaan
+Tot den diepsten burcht der eeuwigheid.
+
+
+II
+
+De stormbruid ruit de bladers op
+Tegen het oude woudgezag:
+Beter in een roes te vergaan
+Dan te verdruilen dag aan dag.
+Hoor je dat ruischen, breed en frisch?
+Hoor je dat golven, zwaar en groot?
+Dat is de opstandigheid die luid
+Aan de verstarring weerstand bood.
+
+Wie nu niet tot de daad ontwaakt
+Moet tot de pit verschimmeld zijn.
+Daar is geen lust, geen droefenis
+Te machtig voor dit hoog gedein.
+Daar is geen enk'le ziel te zacht,
+Daar is geen enk'le borst te broos;
+Daar is maar een meesleepend lied
+Van stormgeluk, al eindeloos.
+
+En wat nog nooit gevlogen heeft
+Schiet slank en snel de wolken in;
+En wat nog nooit bewogen heeft
+Rukt van zijn vastgeroeste pin.
+En uit de vlakte en den vloed
+En over zee en bergbazalt
+Borrelt en breekt de bende baan
+Die duisternis en nevel spalt.
+
+Waarheen dit luisterrijke spel,
+Waarheen dit weergaloos gewiel?
+Tot d'opperste vollustigheid,
+Tot de bestemming van de ziel;
+Tot stillen hermelijnen nacht,
+Volmaakt van lijn en tinteling,
+Waar alles alles is gevuld
+Van glanzende verzadiging.
+
+
+III
+
+O groote ruischelaar,
+Snelwiekig wonder;
+Hoe wordt de kranke dag
+Zevenmaal gezonder
+Als g'uit de wolken scheert,
+Als g'aan de vlakte veert,
+Als ge de golven keert
+Over en onder.
+
+O groote ruischelaar,
+Breedvlerkig wezen,
+Nauw staat de hemel vol
+Regen gerezen,
+Of met een schuddering
+Van uw gezwaaiden zwing
+Zwiept gij de zonnesching
+Over de vreezen.
+
+Wolkenrot, wintergod,
+Waar werpt g'uw anker?
+Zeeen zijn veel te klein,
+Bergen te wankel.
+'t Sterrenheir stilt u niet,
+Nachtdonker drilt u niet,
+Maanvree vermildt u niet,
+Bandlooze zwanker!
+
+Doch zijn uw wegen ook
+Wild, woest en woedig,
+Ergens in 't ongezien
+Wordt ge vroom en vroedig.
+Splijt u een sterker wil,
+Siddert uw albedil,
+Staat gij gebogen stil,
+Eindloos ootmoedig.
+
+
+IV
+
+Hoezee! daar jaagt het heksenspan
+Der dolle regenbenden an!
+Ze dragen sneeuwen hoozen,
+Een rok van waterrozen,
+Een schel blazoen, een felle speer,
+Aan ied're steek een raveveer....
+Ze blikken op noch omme,
+Lijk een bezeten dromme
+Ze suizen over struik en blom
+En slaan de bange boomen krom....
+Berg weg, berg weg uw leven!
+Het is haar al om 't even.
+En wilt ge niet, al goed, al goed,
+Ze rijde' u schaat'rend onder heur voet!
+De vaart schiet zwarte vlerken aan,
+Wil uit zijn donker bed vandaan
+En heft zich boven 't gele riet
+En huilt zijn eigen zegelied
+En werpt zijn brosse schuimen
+Lijk uitgewaaide pluimen
+En steigert aan den steilen wal
+En slaat terug in boozen val
+En dindert op in stroomen
+En kan niet hooger komen;
+De rosse ruiters daav'ren rond
+En springen in zijn zwarten mond
+En dansen op zijn duister oog
+En spannen hem een zilverboog
+En roetsen voort en verder
+Lijk kudden zonder herder....
+De luchte leeft van perelsop,
+Het klettert van heur speren op,
+Ze klirren met heur sporen
+Weerszijen van den toren
+En steken hem in eenen klap
+In grauw-geweven nonnekap.
+En voort en voort geschuierd!
+De molen moet gesluierd!
+O zie dat kleene huisken staan!
+Het krijgt een wollen buisken aan.
+Hoor hoor dat druischen, drusten
+Lijk opgebarsten fusten....
+Hoessa! de appel ploft terneer:
+Een bobbel bloed in 't regenmeer.
+Hoessa! de peer scheurt van den tak:
+Een klompe goud in 't parelvlak!
+Hoessa! de noot is 't verste,
+Zij tuimelt blankgebersten....
+En immer immer holder aan;
+Daar is geen tijd voor stille staan!
+Ze donderen maar schots en schol
+En plonderen de grachten vol,
+Verdrinken kruid en zode
+En rennen zich ten doode;
+Ze zuigen in het taaie slik
+En juichen er heur laatsten snik.
+
+
+
+
+VERZEN VAN CAREL SCHARTEN
+
+
+
+
+HET SMEULEND VUUR[*]
+
+
+Ik min u, smeulend vuur,
+ik min uw stille dichtheid,
+waarin het sluim'rend licht leit
+te wachten op zijn uur!
+
+Ik min u in de morgen,
+die in het Oosten staat
+met aarzelend gelaat
+en houdt haar gloed verborgen.
+
+Ik min u in den avond,
+die sterft in lang verbloeden,
+met diepe en diep're gloeden
+zijn duistren moorder lavend.
+
+Ik min u in den zang,
+die in zijn klare kracht
+betoomt de zware pracht
+van Hartstochts hoog verlang.
+
+Ik min u in de kleuren,
+beslagen van den gloed
+die hen versmelten doet;
+en 'k min u in de geuren,
+
+die zweemen van een mond,
+dat rood en vochtig ooft,
+wanneer Zij om mijn hoofd
+de schuchtere armen rondt....
+
+Ik min u, smeulend vuur,
+ik min uw donker branden,
+dat achter bleeke wanden
+waakt en wacht op zijn uur!
+
+
+1910
+
+
+[Voetnoot *: Voorzang tot den gelijknamigen cyclus.]
+
+
+
+
+ZOMER-MORGEN IN DEN JARDIN DU
+LUXEMBOURG (fragment)
+
+
+"Hangt niet ons' Liefde door dien frisschen tuin?
+Vonkelt zij niet in 't waai'rend water-waas,
+dat sproeit het glanzend gras, en door dat gaas,
+verstuivend in den wind, glijdt zij niet schuin
+
+in ijle regenbogen en wuift op
+en wiekt een lichtend-groene boomgrot binnen,
+waar wazig-druiveblauwe duiven minnen?
+Die rukken hunne snavels, dan vliegt op
+
+'t duikende duifje en klapwiekt blanker wiek
+de doffer, 't klaar geblaarte slaand!... Zie, bloesems
+vallen voor uwen voet! o, in ons' boezems
+is 't schoon gebeure' een tint'lende muziek!
+
+Ligt niet die Liefde als een zonne-damp
+over 't smaragd gazon, waar zwart-fluweelen
+merels de perels dauw het gras af stelen,
+gloed en vocht vindend in dien weel'gen kamp?
+
+Alle bosschages houden heerlijk wijd
+hun blaren-volten in de lucht! beneden
+ligt warmte-bevend om hun voet gegleden
+een vloed van gloende bloeme', o! teederheid!
+
+En het geboomte steekt zijn kruinen in
+elkanders kruin, dat duizend blaren strijken
+elkaar, 'wijl op den wind de takken wijken
+streelend dooreen in zwijmelende min ..."
+
+
+1903
+
+
+
+
+MEI-AVOND IN DEN JARDIN DU LUXEMBOURG
+
+
+De meidoorns staan met hun beschroomde rood
+ zoo teeder
+ te blozen,
+en d' avond, bleek van liefde en zedig bloot
+ koost weder
+ hun broze
+en bruidelijke rood.
+
+De mei-maand kwam, en alle kleuren minnen
+ den schemer
+ zoo zoel,
+en uit der bloemen innig-teerste binnen
+ daar zwemen
+ Zoo zwoel
+de geuren tot de zinnen.
+
+De rozen hangen open op de lucht,
+ aanhaal'ge
+ monden,
+uit welker diepte 't zoet geheim verzucht
+ der zaal'ge
+ wonde
+en zwijmelend genucht.
+
+En gij, mijn Lief, gij glimlacht mij zoo lief
+ uw teer-
+ -heid toe!
+Maar onze erinn'ring krenkt die eene grief
+ en zeer
+ en moe
+laat ons die schaam'le dief.
+
+Door dezen tuin van lust en schemer staren
+ den nacht
+ wij in
+En in onze eenheid nochtans eenzaam, sparen
+ wij lach
+ en min
+en garen ons den weemoed....
+
+
+1904
+
+
+
+
+DE REIS DOOR DEN NACHT
+
+
+ Ver was de reis door den nacht,
+ Den dicht-besneeuwden nacht,
+De trein doortrok met donker gezang de winterlijke bergen
+ Nu, in den duisteren na-nacht,
+ Blind in de spelonk van het rijtuig,
+Hooren we enkel het bellen-gerinkelvan 't neder-dravende span.
+
+ Gedoken in 't voort-ijlend hokje,
+ Zij, mijn Lief, en ik, en het kind,
+Het in zoelen slaap verzonken kind in 'n witwollen doekje gewikkeld,
+ Hooren we enkel 't gerinkel der bellen
+ Over de ruischlooze wegen der nacht
+In het zuidelijk bergland langs 't zuiver-wijd fluist'rende meer--
+
+ En het is als een heuglijke vlucht,
+ Stil en snel bij het bellen-gerinkel
+--Rein is de nachtlucht en reukig van bloemen, ongezien--
+ En 'k denk aan Jozef en Maria met het Kind
+ Vluchtende door den winternacht,
+Den kouden, zoetrokigen nacht van het Oosten ...
+
+
+Lugano, 1906.
+
+
+
+
+DE GROOTMOEDER
+
+
+ De rozen glanzen in de maan
+ En onderdoor een donk'ren boom
+Waar glimp-geschijn in schilfert,
+ Zie ik de verre bergen staan
+ In fijnen droom
+ Verzilverd.
+
+De rozen glanzen zijig, 't is
+ Alsof zij zelve stralen,
+Een teergeurende lichternis
+ Hoog in de zilvren zale....
+
+Een vrouwe-hoofd als was zoo wit,
+ 't Ivoren voorhoofd blinkend
+In 't maanlicht, en om 't grijze haar
+ Een wit-zij sluiertje, zoo zit
+De oude voor dit teer altaar
+ Van berge' en witte rozelaar
+ In zilvren nacht verzinkend....
+
+Zij rust en peinst, het kindeke is te slapen,
+Maar in haar zuiv'ren geest lacht het, herschapen,
+Bij zil'vren nacht als bij den gouden dag.
+Zij zegt: gelukkige ik, dat ik dit Leven zag,
+Dat ik dit Leven zie in al mijn oude droomen,
+De jonge gouden vreugd, die is tot bloei gekomen
+Onder mijn zil'vren stam ... Vermolme dien de Dood,
+Ik leef en bloei opnieuw in deze teed're loot.
+
+
+Lugano, 1907
+
+
+
+
+ISOLA MADRE
+
+
+ Isola Madre, waar uw geel kasteel
+Met blinde ramen hoog in zuid-zon gloeide,
+Was 't dat de bark aan rots'ge trappen roeide
+ En we uit den droom van vloeiend-blauw juweel
+
+ Zoo wijd en ijl, opstegen in uw veel
+Zwaarder en zoeter droom, waar purper bloeiden
+Bloemen uit Cashmir, grijze ceed'ren schroeiden,
+ Tropische aromen broeiden door 't struweel....
+
+ Wij daalde' in koelte van laurieren-dreven
+ En dwaalde' omhoog door een hoog, Oostersch woud
+Van glans-zwart bamboes, blinkende magnolen,
+
+Tot we, op 't terras, dien teersten droom in-dolen t
+ Ver over 't meer-azuur het doomend goud
+ Der eeuw'ge sneeuw, in 't lucht-azuur versteven!
+
+
+Lago Maggiore, 1909
+
+
+
+
+DE ZANG VAN NACHT EN TIJD
+
+
+ Raadsel van 't Oogenblik!
+ Met mijne heete handen
+ op 't wit papier,
+ zoo zit ik hier
+in dezen herfstnacht, aan de afbrokkelende stranden
+ van 't Heden.
+
+ Water van 't meer,
+ ik hoor uw golven spoelen
+ aan duist'ren wal--
+ En fluist'ren zal
+de onsterfelijke zee des dooden Tijds en woelen
+ aan dit Zelf.
+
+ Nacht, zwart en dicht,
+ stil en ontastbaar boven
+ d'onstilb're golven,--
+ Zoo blind bedolven
+is mijn wild leven onder 't donkere verdooven
+ der Toekomst.
+
+ Moeder, Vader, Vrienden,
+ Waarom uw vragende oogen,
+ en door den nacht
+ waarvoor uw zacht
+geklag? Mijn hart is wond, ik heb u niet bedrogen,
+ de Tijd gaat--
+
+ Vrouw, die mij houdt
+ in uw goud-lighte leven
+ omhuld, o Uw
+ is 't gulden Nu.
+Voed de uren als een durend vuur,--wee, dat het bleve
+ het Oogenblik.
+
+En, ongeboren Tijd,
+ Nacht!--laat ons een licht venster
+ in uw zwaar zwart:
+ dat daar mijn hart
+veilig een hoofdje wist en roodgoud haar-geglinster,
+ mijn Kind!
+
+
+Lago Maggiore, 1910.
+
+
+
+
+DE ONZICHTBARE
+
+
+Ik wil tasten den Boom, die in den nacht
+ Verrijst van de wazige aarde ...
+Ik zie hem niet; ik zie de duizend bloesems lichten
+ Flonkerend op de winde-zuchten,
+Die fluisteren door de koude, zwarte gaarde.
+
+Ik wil aanraken den duisteren Boom,
+ Die stijgt uit de wereld, en den hemel
+ Vult met zijn zachte takken-gewemel,--
+Ik wil grijpen den tronk en schudden dit wonder,
+ Opdat ik wierd bedolven onder
+Die bloemen van lucht en van goud, een droom
+Van hemelsch vuur in glinsterend sneeuwen ...
+
+Maar die Boom, hij is ver in de verten der eeuwen ...
+Mijn handen strekken zich in 't ledig waar hij leeft!
+De tintlende starren, zij vallen niet,
+Lachende neder uit den hooge
+Naar dit kind, het eeuwig bedrogen
+Menschkind dat streeft
+En tast en niet ziet,
+Verlangt, en lacht 't Verlangen aan,
+zijn tranen-ruischende Schoonheid.
+
+
+
+
+DE BLINDE DICHTER
+
+
+_Aan W.L. Penning Jr. op zijn zeventigsten jaardag,
+10 November 1910._
+
+
+ Altijd zal ik uw blinde beeld bewaren,
+Jeugdige grijsaard, die mijn oude jeugd
+Met uwe teng're sterkte hebt verheugd
+ En met uw rust mijne onrust deedt bedaren.
+
+ Een fijne blos verjongde uw strakke kaak,
+Uw maag're roode hand koelde in de mijne;
+Toen, frisch als blos en vingerdruk, ging schijnen
+ 't Licht uwer vroolijke en vrome spraak.
+
+ Wij zaten, vreemden, en alleen zaagt gij
+Mijn stem, die schromend tot u uit kwam breken;
+Maar 't gloorde als een herkennen door ons spreken
+ En, o schoone ochtend! vrienden, scheidden wij!
+
+ Doch 't allerschoonst zal mij d'erinn'ring blijven,
+Hoe, blinde, gij mij voorgingt naar beneen,
+De armen los neerhangend langs u heen,
+ Geheven 't blinde hoofd, rechtop van lijve!
+
+ Zoo schreedt gij onbezorgd de steilte omlaag,
+Gansch aarzelloos en zonder steun noch tasten.
+Zoo schrijdt uw ziel met hare zware lasten
+ Stil door den schemer tot de laatste Vraag.
+
+ Gij scheent m'een Wonder, oude, blinde Vriend,
+Als die het vuur doorwaadden zonder vreezen,
+Naar wij het in de Heilge Boeken lezen;
+ Gij waart m'een Teeken: ik was blind, gij ziend!
+
+ Zoo worde uw beeld een voor-beeld den vervaarden,
+Die, ziende, deinzen voor huns levens graf:--
+De blinde Dichter, gaand de treden af
+ Met kalm gelaat, waarlangs het zonlicht klaarde ...
+
+
+
+
+HET SCHOONE STERVEN
+
+
+ Als in de stemm'ge stad het herfst-tij weeft
+Zijn gouden waas over de oude grachten
+ En onder 't gulden loof een stemming zweeft
+van sterven in deze oude en gouden prachten,--
+
+Dan denk ik, hoe 'k den dood graag zoude wachten
+ Gelijk een herfstdraad die in 't goud-licht beeft
+En henenzweeft in de eerste koude nachten
+ waarin alleen een zilvren stemklank leeft:
+
+ De stem, die in de hooge eenzaamheden
+ Zingt en weerklinkt en zingend meet den Tijd
+En aan den hemel aarde's Schijn doet hooren,
+
+Terwijl de ziel, in 't eeuwig Zijn verloren,
+ Het torenlied een laatsten glimlach wijdt
+ En lichtende verglijdt in 't tijdloos Eden.
+
+
+Utrecht 1916
+
+
+
+
+BIJ DE MAATSCHAPPIJ VOOR GOEDE EN GOEDKOOPE LECTUUR TE AMSTERDAM
+VERSCHENEN IN DE ACHTERSTAANDE RUBRIEKEN DE VOLGENDE WERKEN
+
+
+
+
+GEDICHTEN
+
+
+
+A. NEDERLANDSCHE
+
+
+FRANS BASTIAANSE, _Gedichten_ (2e dr. 6/11e duizend)
+
+I. 0.55 C. 1.05
+
+"Het in aanleg grootsche dat we hier aantreffen, is verrustigd,
+verklaard en verteederd door de zachte droomerigheid die waarlijk
+kenmerkend voor dezen dichter is." _Hofstad_.
+
+ * * * * *
+
+S. BONN, _Wat Zang en Melody_, met een woord tot inleiding van L.
+Simons.
+
+I. 0.55
+
+...."Bonn is een vogel, die een wijsje kweelen moet als de zon schijnt,
+het landschap lacht."
+
+_Zangen van Hoop._
+
+I. 0.75 C. 1.25
+
+"Bonn is een socialistisch dichter. Z'n gedichten zijn rood. De zangen
+van dezen bundel zijn 'n verheerlijking van opstand en vrije liefde."
+_Het Centrum_. "Er leeft een sterk optimisme in het hart van dezen
+dichter, wiens boekje weldadig aandoet." _Het Tooneel_.
+
+ * * * * *
+
+RENe DE CLEKCQ, _Van Aarde en Hemel_. (De Appel-
+Hemelbrand--Afaasvar--Doemsdag).
+
+I. 0.75
+
+_Uit Zonnige Jeugd_.
+
+C. 1.05
+
+"Er gaat door dezen bundel de jolige lach van een jeugdig snuiter, die
+zijn levensvreugde uit in zang en lied en rhythme. _Utrechtsch Dagblad_.
+
+ * * * * *
+
+P.N. VAN EYCK, _De Getooide Doolhof en andere gedichten_.
+
+I. 0.55 C.1.05
+
+_Gedichten_. (Het Ronde Perk--Lichtende golven)
+
+L 0.75 C. 1.25 L. 1.40;
+
+"Zoowel lichte, eenvoudige liedjes, als gedichten even zwaarmoedig van
+stemming als zwaar van zegging, breed voortschrijdend in het sterke
+rhytme." _Nieuws v.d. Dag._
+
+ * * * * *
+
+P.A. DE GENESTET, _Complete Gedichten_, voorzien van portretten van De
+Genestet en mevrouw De
+
+Genestet-Bienfait. Ingeleid en van een aantal belangrijke noten
+voorzien door Dr. H.L. Oort (5e dr. 25/27e duizend)
+
+I. 1.40 C. 1.90 L. 2.05
+
+ * * * * *
+
+JACOB ISRAEL DE HAAN, _Het Joodsche Lied_.
+
+I. 1.20 C. 1.70 L. 1.85
+
+"Hier geen opervlakkige oogenblik-indrukken, haastig verklankt, maar
+woorden, komend uit het diepst van een gemoed, waarin de waarheid, met
+moeite verkregen, met smart gelouterd, rust als een onuitputtelijke
+schat." _Avondpost._
+
+
+ * * * * *
+
+PROSPER VAN LANGENDONCK, _Verzen_,
+
+I. 0.55 C. 1.05
+
+"v. L. is een echte Vlaming, in hem leeft de trek naar tooneelachtig
+gebaren en galmende rethoriek tezamen met een kinderlijke teederheid en
+een ware grootheid van opvatting." _Maasbode_.
+
+
+ * * * * *
+
+JAN LUYKEN, _Jezus en de Ziel_, ingeleid en toegelicht door F. Reitsma,
+met reproducties naar de oorspronkelijke prenten.
+
+I. 0.95 C. 1.45 K. 2.20
+
+"Zou het niet jammer zijn als zulke prachtige dingen verloren gingen?" _Het Volk_.
+
+
+ * * * * *
+
+V. DE LA MONTAGNE, _Gedichten_, met inleiding van Emm. de Bom (3e
+vermeerderde dr. 6/8e duizend in W.B.-uitgaaf) I. 0.55 C. 1.05 L. 1.20
+K. 1.80
+
+ * * * * *
+
+FRANQOIS PAUWELS, _Enkele Verzen_.
+
+I. 0.55 C. 1.05
+
+"Een gauw gevoelig hart, een fijn muzikaal versgehoor,--ziedaar de bron
+van Pauwels' welluidende liedjes...." _Van onzen Tijd_.
+
+
+ * * * * *
+
+J. REDDINGIUS, _Johanneskind. Gedichten_. (2e vermeerderde dr. 6/8e
+duizend) 0.55 C. 1.05 _Regenboog en Jeugdverzen_. I. 0.75 C. 1.25 L.
+1.40
+
+" ... Bij Reddingius is aanwezig allereerst: het wezenlijke, innige
+natuurgeluid van den dichter." _Is. Querido_.
+
+
+"Voortaan kan Reddingius, in zijn eigen genre, veilig bij de besten
+onzer dichters worden geteld." _Willem Kloos_.
+
+
+ * * * * *
+
+ANNIE SALOMONS, _Nieuwe Verzen_.
+
+I. 0.55 C. 1.05 Keurband f 1.80
+
+"Als een bundel zuivren schoonheidszang nemen we deze Nieuwe Verzen mee
+ons verder leven in. A joy for ever." _Utrechtsch Sted. Dagblad._
+
+
+ * * * * *
+
+DE SCHOOLMEESTER, _Gedichten van_--met al de oorspronkelijke
+illustraties, en de voorrede van Mr. J. van Lennep, 3e druk, 9e-11e
+duizend.
+
+I. 1.20 C. 1.70
+
+ * * * * *
+
+JULES SCHueRMANN, _Uit de Stilte_ en andere gedichten. Met voorrede van
+Willem Kloos.
+
+I. 0.80 K. 1.60
+
+"Dit is wel het hoofdkenmerk van Schuermann's verzen dat zij zoo
+eenvoudig weg uit een ziel schijnen uitgestroomd, als waren zij geen
+menschenwerk, maar de uiting van een magische kracht." _De Avondpost_.
+
+ * * * * *
+
+NiCO VAN SUCHTELEN, _Verzen_, dramatisch, episch, lyrisch.
+
+I. 0.95 C. 1.45 L. 1.60
+
+"Er zingt door den ganschen bundel heen een krachtige levenswind, nu
+zacht--als de zuidewindsadem over de lentebloemen--dan forsch en
+mannelijk--als de zeewind over de duinen." _Onze Eeuw_.
+
+ * * * * *
+
+HELENE SWARTH, _Roemeensche Volksliederen en Balladen_, naar de Fransche
+proza-vertaling van Helene Vacaresco.
+
+I. 1.20 C. 1.70 L. 1.85
+
+"Heel de natuur leeft, handelt, denkt en voelt met de menschen mee in
+deze verzen van een, tot rooden hartstocht, maar ook tot sneeuwblanke
+teederheid vormende poezie van landbouwers. _N. Rott. Crt_.
+
+_Verzen_.
+
+C. 1.05
+
+... "Een prachtige bundel ..."
+
+_Dr. Walch_ in _Het Vaderland_.
+
+_Nieuwe Verzen_.
+
+I. 1.20 C. 1.70 L. 1.85
+
+"Altijd opnieuw welt de dichterlijke muziek uit haar hart." _Onze Eeuw_.
+
+"Rijpe verzen van iemand die het leven tot in de kern heeft doorproefd."
+_Delftsche Courant_.
+
+ * * * * *
+
+J. WINKLER PRINS, _Gedichten_, met portret van den dichter. Verzameld en
+ingeleid door J. Reddingius.
+
+I. 0.95
+
+"Prins is in meer dan een opzicht een zeldzame verschijning geweest in
+de letterkunde van Nederland." _De Volksstem_.
+
+ALBERT VERWEY, _Inleiding tot de Nieuwere Nederlandsche Dichtkunst_
+(1889-1890) met aanhalingen uit de voornaamste werken (5e dr. 21/23e
+duizend)
+
+L 1.40 C. 1.90
+
+ * * * * *
+
+
+
+
+B. BUITENLANDSCHE
+
+
+ELISABETH BARRETT BROWNING, _Portugeesche Sonnetten_. Vrij bewerkt naar
+het Engelsch door Helene Swarth.
+
+I. 0.55 C. 1.05 L. 1.20
+
+"Het is de vertaalster gelukt, zeer veel van de diepe en teedere
+schoonheid, die Mrs. Browning in hare verzen wist te leggen, te
+behouden." _De Tijdspiegel_.
+
+ * * * * *
+
+DANTE, _De Goddelijke Comedie_, uit het Italiaansch vertaald door Dr. H.
+Boeken.
+
+I. _De Hel_ (5e druk in bewerking)
+
+C. 1.45 L. 1.60
+
+II. _De Louteringsberg_ (3e dr. 9/11e duizend)
+
+I. 2.--C. 2.50 L. 2.65
+
+III. _Het Paradijs_ (3e dr. 9/11e duizend)
+
+C. 2.50 L. 2.65
+
+_De drie deelen tezamen in een keurband_
+
+6.45
+
+ * * * * *
+
+_Het Nieuwe Leven (Vita Nuova)_ Uit het Italiaansch vertaald door Nico
+van Suchtelen. Met Inleiding, Aanteekeningen, Aanhangsel en Portret.
+
+C. 1.25 K. 2.25
+
+"Deze uitgave van "La Vita Nuova" is geworden tot een kostelijk stuk
+literatuur-studie." _Avondpost_.
+
+"Wij mogen volstaan met aan den met zoo merkwaardig fijnen takt en zoo
+groote congenialiteit volbrachten overzettingsarbeid van. den
+Nederlandschen dichter die waardeering toe te wenschen welke zijn kunst
+verdient." _Onze Eeuw_.
+
+ * * * * *
+
+Prof. HENRI HAUVETTE, _Dante_. Inleiding tot de studie van de Divina
+Commedia.
+
+C. 1.70 L. 1.85 K 2.70
+
+"Er gaat een sterke aansporing van uit om Dante's onvolprezen kunstwerk
+te gaan lezen." _Dr. J.L. Walch_.
+
+ * * * * *
+
+DANTE-PAKKET. _De Goddelijke Comedie, Het Nieuwe Leven en het werk van
+Hauvette_, alle in keurband, tezamen voor f 10.--in carton f 8.--.
+
+ * * * * *
+
+MILTON, _Het Paradijs Verloren._ Metrische vertaling van Alex.
+Gutteling. (Zes zangen)
+
+I. 0.75 C. 1.25 L. 1.40
+
+"_Miltons_ epos van _Het Paradijs Verloren_ is een dier werken die de
+letterkunde der 17e eeuw beheerschten. Een van die werken, die men
+behoort te kennen naast _Vondel's Lucifer."_
+
+ * * * * *
+
+ALFRED DE MUSSET, _De Nachten_. Vertaald en ingeleid door Helene Swarth,
+met portret van den schrijver.
+
+I. o.55 C. 1.05 L. 1.20
+
+"Rythme en klank van De Musset's verzen hebben bij deze overbrenging in
+het Hollandsch al zeer weinig geleden." _De Telegraaf_.
+
+
+ * * * * *
+
+WALT WHITMAN, _Grashalmen_ (Leaves of Grass). Vertaald door Maurits
+Wagenvoort. Met portret van den dichter.
+
+I. 0.55 C. 1.05 L. 1.20
+
+"Het is een bloemlezing van het belangrijkste uit den bundel "Leaves of
+Grass" van dezen zeer oorspronkelijken Amerikaanschen dichter, wiens
+werk een zoo sterken invloed heeft gehad en nog heeft op het opkomend
+geslacht."
+
+
+ * * * * *
+
+
+
+
+BLOEMLEZINGEN
+
+
+BILDERDIJK, _Willem Kloos, Bloemlezing_, met inleiding en portretten (2e
+dr. 7/9e duizend)
+
+I. 0.75 C. 1.25 L. 1.40 K. 2.--
+
+"Kloos' Bloemlezing uit Bilderdijk, met de uitvoerige voorstudie van den
+dichter, is terecht veelvuldig geprezen,"
+
+ * * * * *
+
+RHEINVIS PEITH, _Bloemlezing_, met inleiding door Willem Kloos. Met drie
+portretten.
+
+I. 0.95 C. 1.45 L. 1.60
+
+"Kloos wekt op tot rustig bestudeeren en indringend beschouwen van
+Feith's werken. Dat loont!" _N. Courant_.
+
+ * * * * *
+
+_Gedenkboek der Wereid-Bibliotheek_ 1905/1915 met tal van bijdragen en
+portretten.
+
+I. 0.75
+
+DR. J. P. HEYE, _Bloemlezing uit de Volksdichten._ (2e dr. 7/9e
+duizend)
+
+I. 0.55 C. 1.05 L. 1.20
+
+ * * * * *
+
+_Schetsboek_ 1905/1910. Een Keurverzameling uit 't werk van moderne Ned.
+auteurs, met portretten.
+
+I. 7.50
+
+Luxe-editie op Jap. papier en kalfsleeren band 25.-
+
+ * * * * *
+
+JOOST V.D. VONDEL, _Uit Vondels dramatische Lyriek, _ Bloemlezing door
+L. Simons.
+
+I. 0.80 K. 1.60
+
+ * * * * *
+
+ZELFKEUR.-Bloemlezing door de auteurs zelf uit het werk van 57 leden der
+Ver. Nederl. Letterkundigen. Met talrijke portretten en biografieen.
+
+1e bundel I. 1.20 C. 1.70
+
+2e bundel I. 1.40 C. 1.90
+
+3e bundel I. 1.40 C. 1.90
+
+De 3 bundels in een K. 5.25
+
+"Deze "Zelfkeur" is al heel interessant, en in haar afgeronde fragmenten
+biedt zij een aanlokkelijk panorama van onze letteren." _Hofstad_.
+
+"Een vrijwel volledig beeld van de Ned. Letterkundigen die genoemd mogen
+worden.... een goede inleiding tot diepere kennismaking." _Avondpost_.
+
+"Het zijn bundels vol kleur en afwisseling." _Den Gulden Winkel_.
+
+ * * * * *
+
+
+
+
+BRIEVEN
+
+
+VINCENT VAN GOGH, _Brieven aan zijn Broeder_. Uitgegeven en toegelicht
+door zijn schoonzuster J. van Gogh-Bonger. Met talrijke illustraties. In
+drie deelen.
+
+I. 7.50 K. 12.50
+
+"Doch niet alleen tot den mensch, ook tot den kunstenaar brengen de
+brieven ons nader. Vele reproducties van teekeningen, in den tekst
+opgenomen, en nog vele portretten en illustraties versieren het mooi
+uitgegeven werk." _Herman Middendorp_ in _De Tijdspiegel_.
+
+ * * * * *
+
+Dr. H. JAPIKSE, _Brieven van Johan de Witt_. I. 0.75 C. 1.25
+
+"Voor de talrijke Nederlanders, die, zonder nu juist aan historische
+studien te doen, toch wel iets willen weten van hunne groote
+landgenooten. Dr. Japikse is daarbij een uitmuntende leidsman; hij
+koos, uit de Witt's omvangrijke briefwisseling, de stukken die het best
+de persoonlijkheid van zijn held doen kennen; en hij geeft daarbij, in
+het kort, de noodige historische toelichtingen." _Onze Eeuw_.
+
+ * * * * *
+
+MULTATULI, _Brieven_. Bijdrage tot de kennis van zijn leven. (In 10
+deelen geillustreerd).
+
+I. 6.--L. 10.--
+
+_Bij maandelijksche afbetaling van een gulden waarbij men het geheel
+onmiddellijk in zijn bezit krijgt, f 0.50 extra_.
+
+
+ * * * * *
+
+
+
+
+TAAL-EN LETTERKUNDE, KRITIEK
+
+
+Dr. FRANS BASTIAANSE, _Overzicht van de Ontwikkeling der Nederlandsche
+Letterkunde_. Met bloemlezing en illustraties.
+
+Deel I. _Middeleeuwen_ (2e dr.)
+
+I. 2.45 K. 3.35
+
+Deel II. _17e en 18e Eeuw_.
+
+I. 2.45 K. 3.25
+
+ * * * * *
+
+H. L. BEECKENHOPF, _Kunstwerken en Kunstenaars_. I. 1.20 C. I:70 L. 1.85
+
+"Pittig en frisch werk van den zoo bekenden muziekkritikus."
+
+ * * * * *
+
+Dr. J.D. BIERENS DE HAAN, _Goethe's Faust_. Een studie.
+
+I. 0.55 C. 1.05
+
+"Zoo heeft dr. Bierens de Haan deze dingen gezien, zoo heeft hij ze aan
+ons gegeven en wij mogen hem dankbaar zijn...." _K. C. Bouman-Winkler_
+in _De Gids_.
+
+ * * * * *
+
+EMMANUEL DE BOM, _Het Levende Vlaanderen_. (Met 29 illustraties).
+
+I. 1.40 C. 1.90 L. 2.05
+
+"Schetst ons het geestelijk leven van Vlaanderen als een machtig brok
+volkscultuur, een cultuur die door geen macht ter wereld is ten onder te
+brengen."
+
+"Een uitgave van beteekenis, die waarlijk in staat is ons te toonen wat
+Vlaanderen kan en wat het is," _Vragen v. d. Dag_.
+
+ * * * * *
+
+M. H. VAN CAMPEN, _Over Literatuur_. Critisch en Didactisch.
+
+I. 1.20 C. 1.70 L. 1.85
+
+"Deze prachtige, wijze woorden.... zij zijn een program en een waaraan
+dit buitengewoon zuivere, critische werk, _boeiend en belangwekkend als
+sinds Busken Huet zijn literarische fantasieen uitgaf, geen werk "over"
+literatuur is geweest,_ ten volle beantwoordt," _Rott. Nieuwsblad_.
+
+ * * * * *
+
+DESIDERIUS ERASMUS, _Een twaalftal Samenspraken, _ uit het Latijn vert.
+door Dr. N. J. Singels. Met portret en inleiding van Cd. Busken Huet
+(uit "Het Land van Rembrandt") (2e dr. 6/8e duizend)
+
+C. 1.45 L. 1.60 K. 2.20
+
+_Eene tweede twaalftal Samenspraken_. Vertaald door Dr. N. J. Singels,
+met twee afbeeldingen.
+
+I. 0.75 C. 1.25 L. 1.40 K. 2.--
+
+_Lof der Zotheid_. Vertaald door Mr. dr. J.B. Kan; inl. en
+aanteekeningen door dr. A.H. Kan. Met Hobein's oorspronkelijke
+illustraties (3e druk)
+
+I. 0.95 C. 1.45
+
+ * * * * *
+
+JACOB GEEL, _Onderzoek en Phantasie_. Ingeleid en met aanteekeningen
+voorzien door dr. C.G.N. de Vooys.
+
+I. 0.75 C. 1.25 L. 1.40
+
+"Een boek als dit is een zeldzaamheid op onze tafels," _Annie Salomons_.
+
+ * * * * *
+
+G. KAPTEYN-MUYSKEN, _Levensrichting van dezen Tijd,_ met portret van Fr.
+Hebbel.
+
+I. 0.75 C. 1.25
+
+"Een belangrijk en zeer interessant werk, dat in 't bijzonder gewijd is
+aan den duitschen dichter Friedrich Hebbel, Bovendien behandelt de
+schrijfster, in verband met den huidigen alles-verwoestenden oorlog, de
+grondslagen van een Nieuwe Ethiek."
+
+ * * * * *
+
+C.R. DE KLERK, _Kultuurbeschouwende Inleiding tot Vondels Spelen_. (In
+Band I v. Vondels Spelen)
+
+I. 1.20 C. 1.70
+
+_Vaderlandsche Nieuw-Klassieke Beschouwingen_.
+
+K. 4.75
+
+"Werk van een autodidact, die er behagen in schept zijn eigen
+onbevoegdheid te onderstrepen, maar die in de klassieke philologie den
+weg weet als een vakman en zijn Augustinus en zijn Plotinus kent als
+waarschijnlijk geen tweede in Nederland".... _Dr. J.H. Gunning Wzn._
+
+ * * * * *
+
+E. D'OLIVEIRA, _De mannen van '80 aan het woord,_ (Van Deyssel, v.
+Eeden, Kloos, Verwey, Emants, Netscher, August Vermeylen), met oude en
+nieuwe portretten (3e dr. 9/lle duizend)
+
+I. 1.60 C. 2.10
+
+"Het zijn smakelijk ineengezette stukjes, waarin de schrijver de auteurs
+van zichzelven, hun wezen, hun werken, hun wenschen en bedoelingen laat
+vertellen." _N. Rotf. Courant_.
+
+"_De Jongere Generatie_". (Vervolg op "De Mannen van '80") met
+portretten (2e druk) 7/9e duizend)
+
+I. 2.45 C. 2.95
+
+Dit boekje geeft gesprekken met: _Johan de Meester-Karel van de
+Woestijne-Josine A. Simons-Mees-Cyriel Buysse-Frans Bastiaanse-Herman
+Robbers-Is. Querido-Carel Schorten-Adama van Scheltema-P. N. van
+Eijck-Dr. J. D. Bierens de Haan_.
+
+.... "De levende persoonlijkheid der schrijvers, die d'Oliveira
+blijkbaar met een fijn apperceptie-vermogen heeft weten vast te houden
+en weer te geven ia de hier geboden bladzijden".... _Den
+Gulden-Winckel._
+
+ * * * * *
+
+HERMAN POORT, _Over Literatuur_.
+
+I. 0.55 C. 1.05
+
+"Met een uitstekenden en toch eenvoudigen betoogtrant zet de schrijver
+zijn inzichten over kunst en literatuur uiteen; ze toetsend aan of
+toelichtend met de voorbeelden uit de letterkunde." _Onze Eeuw_.
+
+ * * * * *
+
+Is. QUERIDO, _Studien, tweede bundel_. I. 0.95 C. 1.45 L. 1.60
+
+Inhoud: Het Algemeen Menschelijke in Beethoven (2 studies)-Een Parijsche
+Roman van Hollanders (2)-Armoede (2) Gemeenschaps-philosophie (4)-Over
+Speenhoff-Het Ivoren Aapje-Moderne ziel en oud Instrument-Over Frederik
+van Eeden-Drie boeken van Couperus-Verzamelde Opstellen van Van
+Deyssel-Moeder.
+
+_Literatuur en Kunst_.
+
+I. 2.50
+
+ * * * * *
+
+CAREL SCHARTEN, _Het Spellingvraagstuk_. "De Vereenvoudigde een gevaar
+voor Volk en Stam." I. 0.20
+
+_De Roeping der Kunst_. (De Poezie-Het Proza-De Vlaamsche Beweging en de
+oorlog-Op den weg naar een nieuwe moraal). I. 1.40 C. 1.90 L. 2.05
+
+.... "zijn studies, met den voornamen, eigenaardigen en
+hoog-geestelijken toon die hem eigen is,--teer-, en diep-, en
+Eeftig-indringend." _Is. Querido_.
+
+ * * * * *
+
+L. SIMONS, _Studies en Lezingen._
+
+I. 1.40 C. 1.90
+
+Inhoud: Georg Meredith-Williain Morris-Hendrik Ibsen-Bernard
+Shaw-Vondels Jeftha-Vondels Gijs-brecht van Aemstel-Moliere's
+Vrek-Moliere's Tartuffe Tartuffe-Lezingen.
+
+_...."Wat hij doet is het verspreiden van waarlijk vrijzinnige, gezonde
+en nooit genoegzaam aangeprezen beginselen....."_ _De Telegraaf._
+
+_Voordragen en Tooneelspelen_.
+
+I. 0.10
+
+_Voordragen II_. Toegelicht met voorbeelden.
+
+I. 0.10
+
+_De Ontwikkeling van het Tooneel en van het Drama._ Deel I en II (tot
+1625), 600 pag., 22 ill., 2 dln. Tezamen
+
+I. 3.30 C. 3.80 L. 3.95
+
+"Geeft een overzicht van de ontwikkeling van het Drama en het Tooneel in
+het Oosten, Griekenland, de Romeinen, Middeleeuwen, 16e E. (Vooral
+Engeland, ook Nederl. en Spanje)."
+
+_Vondels Dramatiek_ (In Band 4 v. Vondels Spelen),
+
+L 1.20 C. 1.70 L. 1.85
+
+ * * * * *
+
+ALBERT VERWEY, _Inleiding tot de nieuwere Nederlandsche Dichtkunst_ (5de
+druk 21/23ste duizend)
+
+I. 1.40 C. 1.90
+
+ * * * * *
+
+Dr. C.G.N. DE VOOYS, _Spreken en Schrijven in Noord-en Zuid-Nederland._
+
+I. 0.25
+
+"Een brochure geschreven naar aanleiding van het geschrift van den heer
+Scharten "Het Spellingvraagstuk."
+
+ * * * * *
+
+Prof. J.J.G. VUeRTHEIM, _Grieksche Letterkunde_. Geillustreerd.
+
+I. 1.4O C. 1.90
+
+"De behandelde onderwerpen zijn met groote kennis en met levendigheid
+bewerkt; we voelen er den schrijver in die zijn stof beheerscht." _Alg.
+Handelsblad_.
+
+_Grieksche Lyrische Dichters en hunne Poezie_.
+
+I. 2.75 K. 4.--
+
+"Uit Leiden komen machtige impulsen tot vernieuwing der belangstelling
+voor de ouden." _Tijdspiegel_.
+
+"Een heel belangrijke en origineele studie." _Vlaamsch Heelal_.
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+End of Project Gutenberg's Van vijf moderne dichters, by P.C. Boutens et al.
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK VAN VIJF MODERNE DICHTERS ***
+
+***** This file should be named 13326.txt or 13326.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ https://www.gutenberg.org/1/3/3/2/13326/
+
+Produced by Miranda van de Heijning and the Online Distributed
+Proofreading Team.
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+https://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at https://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at https://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit https://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including including checks, online payments and credit card
+donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ https://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.