diff options
Diffstat (limited to 'old/13326.txt')
| -rw-r--r-- | old/13326.txt | 3495 |
1 files changed, 3495 insertions, 0 deletions
diff --git a/old/13326.txt b/old/13326.txt new file mode 100644 index 0000000..df7bacc --- /dev/null +++ b/old/13326.txt @@ -0,0 +1,3495 @@ +Project Gutenberg's Van vijf moderne dichters, by P.C. Boutens, +Wies Moens, Willem Kloos, Margot Vos, Carel Scharten + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: Van vijf moderne dichters + +Authors: P.C. Boutens, Wies Moens, Willem Kloos, Margot Vos, Carel Scharten + +Release Date: August 30, 2004 [EBook #13326] + +Language: Dutch + +Character set encoding: ASCII + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK VAN VIJF MODERNE DICHTERS *** + + + + +Produced by Miranda van de Heijning and the Online Distributed +Proofreading Team. + + + + + + + +VAN VIJF MODERNE DICHTERS + + +[VERZEN VAN DR. P.C. BOUTENS +WIES MOENS, WILLEM KLOOS +MARGOT VOS, CAREL SCHARTEN] + + +NEDERL. BIBLIOTHEEK +ONDER LEIDING VAN L. SIMONS + + +MAATSCHAPPIJ VOOR GOEDE EN GOEDKOOPE LECTUUR + +AMSTERDAM + + +1922 + + + + +VOORWOORD + + +Deze bundel, bevattende dichtwerk van een vijftal onzer hedendaagsche +dichters, is niet volgens een bepaald plan samengesteld. Hij dankt zijn +ontstaan eenvoudig aan de overweging dat het, waar wij ieder jaar niet +meer dan een dichtbundel plegen te publiceeren, wel wat heel lang zou +duren eer de belangrijkste dichters van ons land in onze Nederlandsche +Bibliotheek vertegenwoordigd konden zijn. Wij noodigden daarom een +aantal dichters, die tot dusver nog geen werk aan ons afstonden uit, aan +dezen bundel mee te werken. Het hing dus min of meer van het toeval af +welke auteurs voor dezen jaargang iets konden afstaan. Ondanks dit +toeval is er toch in zooverre systeem in de bloemlezing dat zij +typeerend werk biedt van de drie opeenvolgende dichtergeneraties na +1880. + +In volgende bundels hopen wij op dezelfde wijze weer werk van anderen te +vereenigen. + + +DE REDACTIE DER W.B. + + + + +VERZEN VAN DR. P.C. BOUTENS + + + + +O LIEFDE, LIEFDE, DIE ALS LIJDEN ZIJT + + +O liefde, liefde, die als lijden zijt, +Rijs in mijn oog met iedren nieuwen dag, +Dat ik de wereld en haar kindren mag +Zien in uw licht, een kind dat u belijd. + +En laat mij niet alleen, maar in den nacht +Daal in de schaduw van mijn koele borst, +Dan zal ik veilig slapen als een vorst, +Die rust in 't midden van bevriende wacht. + +Zoo moog ik zijn als dun albasten vaas, +Boordevol bloed van uwen rooden wijn; + +In 't nachtehart als een weekgele schijn, +In donkre nis weenlichtende topaas; + +Maar in den dag een levende fontein, +Die stroomt den dorstenden zijn zoet solaas. + +(_Verzen_) + + + + +O, ELKEN DAG BEGINNEN + + +O, elken dag beginnen +Dit broze bezinnen +Als hartdoorgloedenden wijn,-- +Iederen nacht vergeten +Dit vorstlijk weten, +Dat gij zijt mijn. + +Door diepe droomedalen +Eenzamen nacht verdwalen +Als arm man zonder wijk,-- +In morgenpaleizen +Den dag zien rijzen +Over eigen wonderrijk. + +Met avond sterven, +Een Koning zonder erven, +In koelen nachtedood gebed,-- +Met morgen rijden +In feesttocht van verblijden +Ter kroning naar uw lichtdoorvlagde stad. + +Uit iedren nacht herboren, +Tot iedren dag verkoren, +Een godgeroepen kind zoo vroom, +Dat met diepopgetogen +Jongheilige oogen +Mag opgaan tot steeds nieuwen dagedroom. + +(_Praeludien_) + + + + +IK DENK ALDOOR AAN ROZEN + + +Ik denk aldoor aan rozen, +Rozen wit en rood, +Tot al gepeinzen overblozen +Uw eigen voetjes warm en bloot. + +Ik hoor den heelen dag als vogelenkelen, +Als fluiten ver, dat krimpt en zwelt, +Tot vlak bij huis uw lippen woordespelen +En al geluid versmelt. + +Ik zie aldoor als blanke sterren stralen +Door 't donkerzware middagblauw, +Totdat uw oogen naar mij dalen +Van boven de'avonddauw. + +Van u kan maar bij deelen droomen +De lange dag die u verwacht; +En wonder blijft uw volle komen +Straks aan de hand der jonge nacht. + +(_Praeludien_) + + + + +INVOCATIO AMORIS + + +Dien de blinden blinde smaden, + Daar uw glans hun schemer dooft +Waar de kroon van uw genaden + Weerlicht om een sterflijk hoofd: + +Door de duizenden verloornen + Aangebeden noch vermoed: +God dien enkel uw verkoornen + Loven voor het hoogste goed.... + +Door de kleurgebroken bogen + Van de tranen die gij zondt, +Worden ziende weer mijn oogen + Als in nieuwen morgenstond: + +Zien de matelooze wereld + Stralen nog van zoom tot zoom; +Heel de matelooze wereld + Bleef uw ongerepte droom! + +Laat mij onder uw beminden, + 't Zij gij zegent of kastijdt: +Blijf mij eeuwiglijk verblinden +Tot het kind dat u belijdt. + +Lust en smart in uwe banden + Werd hetzelfde hemelsch brood: +Eindloos zoet uit uwe handen + Laav' de laatste teug, de dood. + +(_Vergeten Liedjes_) + + + + +NAMEN + + +Wat is u of mij een naam, +Werelds prijs of werelds blaam, +Als de ziel de dingen weet en mint +Dieper dan hun naam, mijn kind? + +Elk ding krijgt zijn gouden naam +Eens in schoonheids vol verzaam +Als al schoone dingen zijn +Zonneklaar en zonder schijn. + +Daar vervalt het schoone woord +Hem wien reeds de zaak behoort, +Die haar diepst heeft liefgehad +Zonder dat. + +_(Vergeten Liedjes)_ + + + + +AVONDWANDELING + + +Wij hebben ons vandaag verlaat! + Pas bij de laatste brug +Waar 't voetpad tusschen 't gras vergaat, + Daar keerden wij terug. + +Achter ons dekt de witte damp + De schemerende landen. +Zoo zijn wij thuis. Wij zien de lamp + In looveren warande ... + +Wat gingen wij vanavond ver, + Het werd alleen te laat: +Nog verder dan de gouden ster + Aan blauwe hemelstraat! + +Zoo saam doen twee een korte poos + Over een wijd gebied!... +Nog liggen wegen eindeloos + Voor morgen in 't verschiet!... + +O konden we eens zoo samen staan + Aan de allerlaatste brug, +En saam en blij er overgaan-- + Wij kwamen nooit terug! + +_(Vergeten Liedjes)_ + + + + +BIJ EEN DOODE + + +Lief, ik kan niet om hem weenen + Waar hij stil en eenzaam ligt +In het schoon doorzichtig steenen + Masker van zijn aangezicht +Dat de dingen er om henen + Met zijn bleeke toorts belicht. + +Lief, ik kan geen tranen vinden + Als mijn hart hem elders peist, +Waar zijn ziel met de beminde + Sterren van den avond rijst +En ons, dagelijks verblinden, + Hooger wegen wijst. + +Naar de heemlen van de lage zoden + Stijg' de gouden offervlam! +Wie kan weenen naar de vroeg vergoden + Die de dood ons halen kwam?-- +Tranen, lief, zijn enkel voor de dooden + Die het leven nam. + +_(Vergeten Liedjes)_ + + + + +MAANLICHT + + +Het maanlicht vult de zuivre heemlen + Met glanzende geheimenis, +De luisterblauwe verten weemlen + Van Die alom en nergens is. + +Alleen de groote zonnen hangen + Als feller kaarsen in dien schijn: +De ziel herdenkt heur lang verlangen + In nietsverlangend zaligzijn. + +Alsof van achter diepe slippen + Haar dolend tasten eindlijk vond +Met hare warme blinde lippen + Nog lichter lust dan uwen mond. + +Weg boven dood en leven zweven + Wij op in duizelhellen schrik: +O kort en onbegrensd beleven + Van eeuwigheid in oogenblik!... + +Het maanlicht vult de zuivre heemlen + Met glanzende geheimenis, +De luisterblauwe verten weemlen + Van Die alom en nergens is. + +_(Vergeten Liedjes)_ + + + + +HERDENKEN + + +Nimmer zal de ziel vergeten +Schoone wereld waar zij leerde +Wat gemis niet had geweten +Dat zij de eeuwen lang begeerde: + +O te lachen, o te weenen, +Zich in lach en tranen geven, +Tot te lachen of te weenen +Wordt der lichte ziel om 't even: + +O te weenen, o te lachen +Tot de neevlen zijn doorschenen, +En haar weenen wordt als lachen, +En haar lachen is als weenen: + +Land van lachen en van schreien +Tot de stille dood haar strekte, +Waar haar smart en haar verblijen +Al de zuivere echo's wekte, + +Nimmer zal de ziel vergeten +Schoone wereld waar zij leerde +Wat zij zelf niet had geweten +Dat zij de eeuwen lang begeerde. + +_(Vergeten Liedjes)_ + + + + +NACHT-STILTE + + +Stil, wees stil: op zilvren voeten +Schrijdt de stilte door den nacht, +Stilte die der goden groeten +Overbrengt naar lage wacht ... +Wat niet ziel tot ziel kon spreken +Door der dagen ijl gegons, +Spreekt uit overluchtsche streken, +Klaar als ster in licht zou breken, +Zonder smet van taal of teeken +God in elk van ons. + +_(Vergeten Liedjes)_ + + + + +STERRENHEMEL + +Nu kunt gij veilig slapen gaan, +Nu al de heemlen openstaan: +Ziel, wier verlangen eiken donkren wand +In ster aan ster doorzichtig brandt, +En in de schoonheid van dit tijdlijk land +Al minnen moet uw eeuwig lot, +Daar uw verrukking uitziet tot +Den troon van God. + +_(Vergeten Liedjes)_ + + + + +NIETS BINDT ZOO ONGELIJKEN + + +Niets bindt zoo ongelijken, + Blijden en droeven, + Armen, en rijken, +Als dit gedeeld behoeven, + +Dit, onbewust van geven, + Aldoor ontvangen + Tot alle leven +Verging in een verlangen + +Dat niet meer zijn kan zonder + Zijn alle dagen + Vernieuwde wonder +Van zegen niet te dragen + +En zoo verlicht ontstijgen + Aan elkander + Dat het moet neigen +In deernis naar den ander + +Die leek omlaaggebleven, + Maar rijst ons tegen + In blind ontzweven +Naar ongekende wegen. + +_(Lente-maan)_ + + + + +ALLE HEEMLEN VULT DE ZOETE ROKE + + +Alle heemlen vult de zoete roke +Van een nooit in bloesem uitgebroken + Knoppenzwellende geheimenis: +Zon en regen van de lage luchten +Voelen wij haar wekken en bevruchten + Uit haar beidende bezwijmenis. + +Door het licht-en-donkere verglijden +Dezer doelloos wisslende getijden + Streeft een nieuw en vast seizoen; +Achter branden van nabije zonnen +Is de groote dageraad begonnen + Van een andren, blinden noen. + +En de ziel in elk besterft tot luistren +Naar het heimlijk lenteluwe fluistren + Van een vreemde stem die lokt en vleit: +Die het liefste met elkander deelen, +Rijzen stil als bloemen op haar stelen + In gescheidene verzonkenheid. + +Tot hun oogen straks weer samenneigen +En de spiegel van hun eenzaam zwijgen + Voor het voorgevoel bezwijkt +Dat een nieuwe meester in 't beminnen +Ieders hart afzonderlijk komt winnen, + En in 't eind dezelfde blijkt. + +_(Lente-maan)_ + + + + +AAN DE SCHOONHEID + + +Kom niet, Schoonheid, eer we u zijn bereid +In ons huis, in ons te ontvangen; +Kom niet voor de Wereld openleit +Breede bedding uwer heerlijkheid; +Kom niet eerder: ons verlangen +Is sterker dan de tijd! + +Niet zoolang aan aardes blonde brood +Wij ons vloek en smaadheid eten; +Niet zoolang met maat van veler nood +De overvloed der enklen wordt gemeten; +Niet voordat ons aller jeugd den dood +Om het blijde leven kan vergeten! + +Als een zuivre zelfverlichte +Zegenzware wolkkolon +Doemt gij in de diepe vergezichten +Achter zeeen maan en zon: +Geen gedachte die met felste schichten +Ooit uw glans bereiken kon, +Maar geen hart dat zich naar simple blijdschap richtte +En uw milden dauw niet won! + +Van al templen u gebouwd +Uit de marmeren gedachten +Van de schooner levende geslachten, +Is er geen die u besloten houdt: +Als voor steen en goud +U de volkren offer brachten, +Vond en zong u 't eenzaam smachten +Van een kind in lentewoud! + +Alwier oogen smartverklaard +Aan den einder hunner dagen +Uw bestendig weerlicht zagen, +Vreugdes morgen over schemeraard, +Hebben vrij en onbezwaard +'t Donker menschenhart gedragen:-- +Al hun lijden is melodisch klagen +Dat gij niet voor allen waart. + +Bidden niet en handenwringen +Lokt de goon;-- +Waar een hart het uit moet zingen, +Daalt het ongebeden loon, +Neigt de naaste van de hemelingen +Zich tot haar bestemde woon. + +O wij weten wel wat lentedag +Al de stille sneeuw die gadert, +Van uw bergen dooien moet; +Dat zijn uur door de eeuwen nadert, +Dat geen hart ontbreken mag +Tot zijn gloed! + +Vochte koelte zoeft door 't bruine riet; +Sappen gisten in het dor geraamte-- +Overval ons niet in onze schaamte: +Schoonheid, kom nog niet! + +_(Stemmen)_ + + + + +LETHE + + +"Hoe over 't brandend blind bazalt +Vind ik den weg naar Lethe?-- +O alles te vergeten +Eer de avond valt! + +"Ik weet dat dood en donker komen +Als dit schel daglicht is gebluscht, +Maar ik wil diepe klare rust +En zonder droomen. + +"Voor wie als ik van kind tot knaap, +Van man tot grijsaard derven, +Voor die is dood en sterven +Maar verontruste slaap.... + +"De zoete macht tot lach of traan +Gaf mij en nam mij 't leven. +Alleen mijn oogen bleven +Kijken, mijn voeten gaan. + +"Hoe vaak sindsdien waar 'k zat en ging, +Is langs mijn wakende oogen +De lange trein getogen +Van aller lust herinnering. + +"Wat moet ik aldoor zien wat 'k weet? +Al 't reddeloos volbrachte, +Al 't reddeloos gedachte: +Gelijk is wat ik liet en deed! + +"O eer de dood mijn leden bind' +En hen voor eeuwig bedde,-- +Wat zal mijn oogen redden +Van dezen droom die immer nieuw begint?: + +"O blanke ziel, o roode bloed, +O hart verdwaald daartusschen,-- +Wie zal in slaap u sussen +Tezamen en voorgoed? + +"Mijn voet kan voor den avondval +Nog vele mijlen reizen, +Wil een den weg mij wijzen +Naar Lethe's dal. + +"Wie over 't brandend blind bazalt +Brengt mij naar Lethe?-- +O alles te vergeten +Eer de avond valt!" + +_(Stemmen)_ + + + + +LIEFDES UUR + + +Hoe laat is 't aan den tijd? + Het is de blanke dageraad: + De diepe wei waar nog geen maaier gaat, + Staat van bedauwde bloemen wit en geel; + De zilvren stroom leidt als een zuivre straat + Weg in het nevellicht azuur; + En morgens zingend hart, de leeuwrik, slaat + Uit zijn verdwaasde keel + Wijsheid die geen betracht en elk verstaat, + Vreugd zonder maat, + Vreugd zonder duur.... +Hoe laat is 't aan den tijd? + 't Is liefdes uur. + +Hoe laat is 't aan den tijd? + De zon genaakt de middagstee: + In diepte van doorgloede luchtezee + Smoort de akker onder 't bare goud; + De vonken sikkel snerpt door 't droge graan; + De schaduw krimpt terug in 't hout; + In hemel-en in waterbaan + Geen wolken gaan; + Alleen de wit-doorzichte maan + Blijft louter in het blauwe hemelvuur ... +Hoe laat is 't aan den tijd? + 't Is liefdes uur. + +Hoe laat is 't aan den tijd? + 't Is de avond: in zijn rosse goud + Wordt schoon en oud + Der wereld dagehel gezicht; + Snel aan den hemel valt het water van het licht; + En al de windestemmen komen vrij; + De laatste wagen wankelt naar de schuur; + De dooden wenken aan den duistren Oostermuur; +En boven glansbeloopen + Westersche schans in groene hemelwei + Straalt Venus' gouden aster open + Zoo plotseling en puur ... +Hoe laat is 't aan den tijd? + 't Is liefdes uur. + + + + +LEEUWERIK + + +Blijft gij nooit een blanken uchtend, + Leeuwrik, zingen hier beneen, +Die uw nachtlijk nest ontvluchtend + Door de zilvren neevlen heen + +Vleuglings vindt de gouden wegen + Waar uw aadmen juichen wordt, +Tot uw zang in vuren regen + Naar de koele vore stort; + +Zingt gij nooit de roode smarten + Van den duistren aardenacht, +Wordt het bloeden onzer harten + Wel gestelpt, maar nooit verklacht?... + +In het ijle blauw verloren + Volgt mijn oog niet meer uw vlucht, +Maar uw antwoord dwaast mijn ooren + Met zijn zaligend gerucht: + +Steeds, uit vreugd of smart gerezen, + Heeft de ziel uw vreugd verstaan, +En tot uwe vreugd genezen, + Ons gemeen geheim geraen: + +Alle smart omhooggedragen + Meerdert vreugdes gouden schat: +Slechts de vleuglen die ons schragen, + Zijn van aardes tranen nat. + +_(Carmina)_ + + + + +VERZEN VAN WIES MOENS + + + + +LIED + + +Vesperbanken +als vlinders +komen zich zetten in je haar. + +Ik kus je voorhoofd +de witte Bethlehemster +over dit avondland +luidroepend als een klok! + +Ik zing +de tobogganlijn van je hals. + +Eeuwig moet ik +het bloedige riet bespelen +aan je mond: +ik heb het fluitewijsje lief +van je ziel! + + + + + +EROTIEK + + +Krisdans, fakkeltocht, +blinkende skipad hoog: + +Leven dat ik je brengen moet +lijk het stond +van kino en nachthonger opengerukt +in straatmeisjes ogen; + +achter de wilde honigvelden +van mijn hart, +Leven lacht +kind met blote tanden +reikt je zijn melkwitte handen +Zo goed, zo goed! + +Wees sneeuwster +en laat je verslinden +in de zachte brand +van mijn hand. +Ik breng je op mijn tong: +wind, hemel en aarde! + +Als morgen over de wereld luidt +hoor mijn Ave. +Op de hemel van je ziel +laat me bloeien: +boom, van je zon, van je luchten, +hij strooit zijn bloesems, zijn vruchten, +zijn laatste blad en zijn vogelen +alle in je schoot. +Je draagt de vracht zo licht. +Zo lacht voor je mijn ziel, +en zingt +als want van schepen in de wind, +zon en dauw omzoend-- +en ik ben je luit +aan alle snaren gesprongen +van tranen, +van lach, +van zaligheid! + +[Illustratie: WIES MOENS] + + + + +SLAAP + + +Als je ver afzit in de kring +--lamp heeft zich over ons verwonderd: +opspringende vond zij +blijde zonnen om haar: +onze gezichten!-- +warm bebroeden je mijn ogen. + +Niet nachtelik is mijne liefde: +Ophelia-maan dolend langs moren en grachten, +maar een Septembermorgen +met zon die de mist vaneenklaroent, +en de geur van mijn liefde +als van een vers gekalefaterde boot. + +Ik kom van zo wijd, en telkens weer, +de tafel tussen ons in zo onafzienbaar land; +de witte berg +van je schouder is ver, +de zoete klokken +over het Meidal van je gelaat. + +Nu, lijk de voerman in de vriesnacht, +wetend gezellige herberg, +stallamp en schelf, de polk in het hooi-- +over eindeloze banen dokkert mijn hart +naar de slaap die in je moederlik is. +En lamp legt honig over je zoete leden! + + + + +WINTERLAND + +Neer vallen op witte sneeuw +de rode roodborstjes als bloedkoralen. + +Eindeloos wit is witte winterland, +ligt als een witte schoot, monkelt naar de zon: +korrel voor korrel moet +de bleek-gouden graankoop in deze witte winterschoot worden gepletterd. +O maar de kamer +is 'n avonds een wonderbaar eiland: +in pril groen, +in room-milde zon +ontluiken wij naar mekaar. + +Wimpers over je ogen +zijn lijk zijden batik over de lamp. +Wijl je mij reikt +de witte kelk van je hals, +weer ik voorzichtig +--rozeblaadjes op wijn-- +je lippen, +zoekend de koele sneeuw van je tanden. + +Ligt eindeloos wit het witte winterland: +je liefde kroon ik met witte vogellijmbessen, +kransen van roodborstjes +slinger ik om je hals! + +--Blank in de witte sneeuw geplant +staat de blinkende brand +van het licht door de ruit. +En voor de bruid +rinkelen de sleebellen hun lied!-- + +Knapen en meidekens gaan, reizend met de ster, +dragen bonte sjaals, oude soldatemutsen, +zingen hun deuntjes van huis tot huis. +Worden verwacht alom in de wondernacht roze borelingskens, +witte luiers opengestreken, wit als de sneeuw: +Kersklokken wijd ik voor allen +met chrisma bereid aan je mond! + + + + +DE WEG + + +De lange deemoed is de weg naar u, +o Volk, moeder der geslachten. + +In uw wijde mantel bergen de zachte kinderkens nog hun bang gezicht. +Uw grote zonen en dochters wenkte gouden gewuif +gij ziet hen van u gaan, +die schreiende geboren uit uw vrolik vlees +dat uw lach als een golf naar de sterren hees! + +Uw hart is een zoet tabernakel, blauw +Als het kleed van de Lieve-Vrouw. +Maar in uw dromen, +die rood en goud aan de einder staan, +moeten gehelmde krijgers, +koninginnen in kanten gewaad, +bonte stoeten over de aarde gaan. + +Uit u ontspringen jaar op jaar +als van een heilige eik +twijgen wier teer uitlopen het land verjongt. +--O Moedige, die steeds uw verdriet wegzongt!-- +En voor de zwerver spilt gij iedere dag, +de nooit-gestremde rijkdom van uw moedermelk: +want diep is de bron van uw kracht, dieper dan elke weeekelk. + +De lange deemoed is de weg naar u, +o Moeder-Volk! +Wij voelen stille zegeningen trillen in ons handen, +vlammen die vredig in ons als havenlichten branden, +nu moeten wij komen een voor een: + +naar uw mantel die van peerlen als een toren rondt, +naar het kwelende lied van uw oerfrisse mond, +naar uw melk-overdaad, +uw blanke wonder van toeverlaat, +O Moeder, +eeuwige moeder, +Volk! + + + + +DRIELUIK + + +Loopt hij met zijn meisje +langs witte maanpaden-- +ver ronken de kermisorgels +en de Bengaalse vuren zieltogen in het dorp-- +hij vooist haar al de zoete wijsjes van zijn hart, +want zijn hart is een weke occarina. +Ronde boomkruintjes, haar ogen, +waaien gestaag hun bloesems in zijn hand. + +Maar hij is soldaat +die op nachtwake staat-- +nacht: blauwe cowboyfilm; +zeebrand blikvuurt: alle einders langs, de opalen, +buitelen de nachtegalen!-- +Drievoudig ontbloeit zijn heimwee: +Zondag-dorp-meisje, +en hij loopt een pas of wat, +kuchend als het treintje +dat hem naar huis voert ... +Dan, onder de sterrewielingen +staat hij verloren, +en kijkt scherp uit, als een stuurman. + +Drinkt hij zijn pint met de dorpskameraden, +brult zijn keel schor, +danst vonken uit de vloerkarelen-- +een plotse, koele dronk +doet hem opspringen: "mijn lief!" +en hij wipt de straat over +als een jonge haas! + + + + +APOTHEOSE + +_Aan E. L. T. Mesens_ + + +Volbrachte taak, o vrij zijn, heiliging. +Nu gaan liggen met de wind +om torens en achter hagen, +vertrouwde luiken sluiten, +uitbreken met de fluiten +van de regen die aanzet als een eskadron. +Als in de stad je vreugde ontsprong +met de lichten alle. +God keurt de stad als een diamant +zij brandt tussen Zijn vingeren. +Hij is het die de aarde heeft gezet +ronkende bij in de kelk der hemelen +en schept de vloed der straten: +Ganges voor de vlekken van een ganse volle dag op je ziel! + +In het ordinaire spijshuis waar alles je vreemd was, +je maal en de mensen, +hebben een oude cel en zijn partner, een bleek violonist, +je vreugd opgewacht +en haar onthaald op een lied +dat zoet is als de wijn waarop men de dorpsbruid onthaalt, +zoet--en gebarsten van honger +als de mond van een krantevrouw in de vriesnacht! +En of iemand je zegt: "het zijn maar vulgaire stadsmuziekanten" + +Tziganen zijn zij voor jou, +hun spel is van liefde en honger, +eindeloze hemel over de steppen! + +En het is deze zelfde avond +dat op je weg wordt gezet +een moedertje, +en je ziet +hoe de regen op haar mantel +gestolde paarlen laat, +de laatste bries, +waarin de dag uitblies, +heeft al het goud der herfstblaren aan haar voeten gewaaid, +al het goud van je verering aan haar oude, wankele voeten! + +Op je bloed, +als een vloot triomfant: +wil +de stad te zetten blok na blok +tot een kathedraal over haar; +uit het gonzen der stemmen millioenen, +tinkelen der trems: +kinderen roepend mekaar van ver en nabij +(je ziel gewerkt door alle geruchten +als rook die in de regen slaat) +bronzen klok voor haar lof, +en de lichten van je liefde +van pijler tot pijler! + +O te zijn in dit avonduur om haar +van de Stad de grote minnaar +--je draagt haar op je hand +zo men ziet heiligen dragen +kerken en kloosters op hun handen, +lach van je ziel doolt +met de blauwe wierook uit je pijp +door alle straten, +En de muziek van je ogen hommelt +ver het land in +dat zich alom heeft gezet aan de stad +als een lief aan haar Hoogliefs voeten. + + + + +LIED VAN DE ARBEID + + +Vandaag is het over mij gekomen +en het is zo groot, mijne vrienden laat mij het verhalen. +Ons woord is anders geworden, +vaste klank kwam in onze stem, +en ons gebaar +tekent de komende visioenen op de lucht-- +wij: bouwers met horizonnen! + +De grote wind die komt van de zee en de vlakte +hij brak het water los, de pleinen heeft hij witgevaagd. +Meeuwen tuimelden over de stad, +de zon is uit de wolken gevallen. +Dit is het grote Hosannah: +de mensen laten zich dragen op de wind, +dit is het grote Hosannah +van de wind en de wolken +die zingen door de mensen +--en de ongeboren kindertjes +zijn als dolende sterren in de schoot hunner moeder! +De grote wind die komt van de zee en de vlakte. + +Zo is dit lied gevaren uit mijn ziel +--mijn ziel was de warme, ronkende haven, +luw nest voor de tochten en de tijen-- +als een galjoot geschoten in zee, +als een ranke galjoot ten dans gevoerd, +dans van de baren en de kimmen, +dans van het land waarin de baaien zich hebben vastgebeten. + +Overal waar deze galjoot voorbijdanst +zullen de mensen samenlopen op het strand, +en een jubel zonder einde zal zich leggen over de wereld. + +Want mijn galjoot draagt het evangelie +van al mijn dwalen en van mijn berouw, +de goede, vreugdevolle tijding +--schalt de wereld, stem is overal +van de daken en de telefoonpalen, +van de elevators, klimmasten voor het havendiet!-- +Ik vond mijzelf in de sterke, smartenrijke Arbeid, +en niets is meer van mij-zelf +maar alles is van u, en u, en van allen; +het is ene goddelike ritme dat ons allen beweegt, +de liefdegolf in de vrouw, het loerend instinkt in de man, +het is alles een: wat de grashalm richt naar de zon, +het meisje doet knielen aan haar lief, +alles een in de grenzeloze, meteloze omarming +Liefde! + +Zo, lijk een kind +dat al de wonderen van zijn moeders gelaat ontdekt, +de dauwige ogen, de kittelende wimpers, de mond, en ook +dit groefje dat aan haar mond ontspringt, +en er zijn nog zovele wonderen in haar warme hals +en onder het haar over haar slapen, zo machtig vele-- +o weer dit leven te ontdekken, mirakel achter mirakel! + +Als een die in het witte vlees van zijn lief +zich voelt als een zwemmer in wentelende wateren +--uitrukken! uitrukken!-- +het is zo ver, en zo ver, +en het is zo goed! + +Zo goed +als een klokje diep in het dal, +de lauwe geur van veevoeder overal +'s avonds over de dorpen lijk een offerande. + + + + +VERZEN VAN WILLEM KLOOS + + + + +PERCY BYSSHE SHELLEY + +_AAN CO REYNEKE VAN STUWE_ + + +I. PROOeIMION + + +Soms, als men diep in zijn gedachten klimt + Naar de aan het zwarte azuur te ziene plekken, + De veel licht-eeuwen verre nevelvlekken, +Wier magisch scheemren weifelend verschimt, + +Verlangt men naar omhoog, waar 't vonkt en glimt, + Beide armen ijlings voor zich op te strekken + In forschen uitzwaai, 'of ons vleuglen dekken, +Die daarheen voeren, waar aan verdre kim 't + + Paleis komt rijzen, en onsterflijk wonen + Al wie op aarde in 't Onverderflijk-Schoone +Leefden, en schiepen wat niet kan vergaan. + + Ach! 't menschdom ging hen voor hun hoogheid loonen.... + Aischulos vluchtte voor der burgren hoonen, +En Shelley is op zee door moord vergaan. + + +2. VOORGEVOEL + +Wie ging, met snelle stappen, slank, gebogen + Een heel klein beetje 't hoofd, langs 't ruischend strand? +Daar heft hij plots zijn Aanschijn en met oogen, + Vaag en toch klaar, uitkijkend naar den rand, + +Den versten zoom des horizons, waar vlogen + Vogels, als vlekken op den heldren wand + Des eindloos-wijden hemels, en zijn hand, +Als vogel-zelf, zich zwierend naar den hooge, + +Leek hij zoo klein daar, in 't heelal-ruim staande, + De onsterfelijke Shelley.... Zwaar-diep-luid, + Een beest, dat bulkt naar onbereikbren buit, +Galmt dof de zee, golven op golven slaande: + +Dees weten 't wel, want, ach, slechts weinig uren later +Lag 't goddelijk genie, als lijk, ver, diep in 't water. + + +3. DE MOORD + +Het ranke lichaam van de boot (de haven + Uitschietend als een meeuw opeens, met volle + Zeilen, die heftig inderhaast zich bollen) +Scheert over 't zeeschuim reeds, waar, in wild draven, + +('s Afgrond's mysterien het doodssein gaven) + Zij streeft den stormwind tegemoet te hollen, + Wijl, achteraan en naast, twee even dolle +(Als, ach! op roof-moord uitgestuurde slaven) + +Barken snel reppen. Dan komt Duister vallen: + De mist ligt laag op 't water: zien en hooren + Vergaan, alleen de horens hoeend schallen.... +Hol-dof een botsing bonst: men raadt een smoren, + +Door dichte witheid, van twee lichte gillen[*] +En verder niets dan Dood, de diep-in stille.... + + +[Voetnoot *: Van Capt. Williams en Charles Vivian, den scheepsjongen, +Shelley's medeschepelingen.] + + +4. SHELLEY'S STERVEN + +Voorover, in het boot-ruim, lang-uit lag + Shelley en las.[*] De wilde golven sloegen + Luider en luider langs de zijden, droegen +Hoog-op het broze vaartuig, met geklag + +Van schril zoevend gieren door want en stag, + Die knerpten. Hoorde-i niet, hoe de andren joegen + Hierheen en daarheen, zuchtten, riepen, kloegen? +Hij las maar, las, totdat hij niets meer zag ... + + Toen stond hij op, verwonderd: neevlen drongen +Overal aan, en plots ... een donker blok + Komt dreigend door die misten opgesprongen ... +Hij wankelt door den donderenden schok ... + +"Is dat de Dood? ontvang me ..." en willig glijdend +Valt hij de diepte in, zwijgend, de armen breidend. + + +[Voetnoot *: In Keats' _Eve of St. Agnes_, dat omgeslagen in zijn zak +werd gevonden.] + + +5. BEKENTENIS VAN DEN MOORDENAAR[*] + +Wij waren jonge wilden: o, de vloek, + Te moeten jong en dwaas zijn: niet te weten + En toch te doen ... wel gauw weer is 't vergeten.... +Maar later ... later.... Ach! 'k ben moede, ik zoek + + Naar woorden, om te sussen mijn geweten, +Doch vind er geene.... Zie daar, in dien hoek, + Daar staat Hij en hij glimlacht: schijnt te meten +Den afstand naar mijn bed ... geef mij dien doek, + + 'k Moet hoesten weer: bloed is 't: ik voel 't, als rijden + Mij duivlen door de borst: 'k zal 't snel belijden, +Want haast begeeft mij de adem ... en ik sterf: + + 'k Heb eens in 't stormen der Toscaansche baren.... +... Geef, geef mij de absolutie of 'k verderf.... +Voor geld een Engelsch scheepje omvergevaren. + +[Voetnoot 1: Zie W. M. Rossetti's Memoir of Schelley, blz. 126. (London, +John Slark 1886).] + + +6. SHELLEY'S VERSCHIJNING + +Stil was 't, toen Shelley snellijk tot mij trad.... + Ik zag hem nauw, maar voelde zijn nabijen + Bovenaardsche' adem om mijn hoofd zich vlijen, +Zoo zacht, alsof er op een buiten-pad, + +Waar niemand loopt, een zoeltje gaat: geen blad + Omhoog beweegt: men merkt alleen zachtblij een + Vreemde verfrissching langs zijn slapen glijen.... +Eerbiedig wachtte ik roerloos, waar ik zat: + + + "Hoor naar uw Ziel, die gij nauw weet, die binnen, +Ver achter 't aardsche schimmenspel, zich wiegt + Op eigen levensdiepte, waar 't beminnen +Eindeloos-door om 't Eeuwig-Schoone vliegt, + +Lijk in 't Heelal-ruim om de nooit te kennen, +Der zonnen Zon, al andre zonnen rennen." + + +7. VERVOLG + +Zoo voelde ik: Shelley zeide 't, en een vrede + Van veilig weten zeeg er door mijn heele + Wezen tot in mijn diepste ziel, die 'k spelen +Hoorde van ver, stil-eenzaam op de breede + +Weiden der eindeloosheid, en haar beden, + Om een te wezen met het Al-zijn, kweelen + Weer ging, heel diep-inwendig, als zoovelen +Dat sinds hun vroegste, droefste jaren deden.... + +Doch Shelley lachte en riep, terwijl hij schudde + 't Jong hoofd--dat lachen scheen als zilvren bellen:-- + "Gij moet niet langer meer uw Zelf wreed kwellen, +"Gij liept nooit mede met de doffe kudde + +"Van wie graag, door den Dood, in 't Niet vervlogen: +"Gij zijt U-zelf, strikt-vrij van Schijn of Logen." + + +8. VERVOLG + +"Gij wist, als Ik, van deinzen niet noch wijken, + "Gij stoordet nooit aan dwazen u, die smaadden, + "Maar gingt, door niets weerhouden, vroeg en spade, +"Uw eigen echten weg naar 't hoog Bereiken ... + +"Naar 't Diepste dalen en naar 't Verste reiken, + "Naar 't niet te noemen Eerste, Oneindge raden + "En, schoon met Denken's eeuwgen last beladen, +"Toch nimmer, geen sekonde ook maar, bezwijken. + +"Wijs-zijn, niet hopen maar ook geenszins vreezen, + "Terwijl men stil-gestuwd omhoog blijft dringen +"Op 't pad, u door uw diepste Zijn gewezen ... + + "Dat was de weg, dien alle dichters gingen, + "Die niet om zelfs-wil maar om Zielswil zingen ... +"Zoo blijf, wat gij steeds zijn woudt, een van dezen." + + +9. ANTWOORD VAN MIJ + +Meester!... vergeef, dat 'k U zoo noeme in schromen, + Maar met een diepe, als bovenaardsche vreugd, + Sinds 'k als een vaag-ontroerend na-geneugt +Van overschoone en lang-geleden droomen, + +Die in 't koud daglicht plots weer voor ons komen, + Uw naam--o, hoe dat oogenblik mij heugt!-- + In de' allereersten opgang mijner jeugd +Met wijdingsvolle ontroering heb vernomen. + +Ik zag hem ... las hem ... wist niet, hoe mij wierd.... + Groeide er een verre erinnring in mij wakker, + Dat ik, in vroeger Zijn, met U als makker, +Heb vrij door 't Engelsch heuvlenland gezwierd? + +O, is de heele Menschheid, hier op aard verschenen, +Een bonte ontbloeiing van het diep-in Eeuwig-Eene? + + +10. VERVOLG + +Spiegelt, wat elk beleeft, terug in 't Groote, + 't Oneindig-diepe Al-wezen (achter 't schijnen + Van dit en dat en weer wat, 't Uwe en 't mijne) +In 't Eeuwge Denken, waar, in durend stooten + +Van Neen op Ja, van 't Kleine tegen 't Groote, + Onder steeds reddeloos geleden pijnen, + Waar zich vergaan in voelt het Teere en Fijne, +Het Levensraadsel uit is opgeschoten? + +Moet men getroost dus, weg van al vergeefsche + Klachten om heel ons klein, persoonlijk Lijden, +'t Al-eenig eeuwiglijk-bestaand goed-geefsche, + + Het God-genoemd goed-nemende te al tijden +Machteloos eerend, verder in goed-leefsche + Koelheid het Goede doen, het Slechte mijden? + + +11. SHELLEY'S OORDEEL + +Doch Shelley's stem zei, klinkend als het golven + Van wind door slank-getopte popel-takken: +"De aarde werd woonoord voor gespeende wolven, + "Die met hun jonge tanden alles pakken. + + "Dra zullen dichters wonen in barakken, +"Waar, als zij daags hebben gespit, gedolven, +"Zij worden heengedreven door de kolven + "Van vunze Bolsjewistische Kozakken. + +"'t Menschdom is als Natuur, waar allen strijden, + "Geroofd wordt eeuwig-door: 't gaat op en neder, +"Dees wint of die, maar 't is tot scha voor beiden. + "O, vlieg, vriend, met mij mede, als lichte veder.... + +"Hierboven is het zalig, waar in wijden +"Kring alle blauwingen zich om ons breiden!" + + +12. SLOT + +Toen lachte ik. "Meester, in die hooge streken, + "Waarheen mijn droomen ging in kinderjaren, + "Wanneer ik zat lange avonden te staren, +"Wijl alle sterren naar me, als oogen, keken.... + + "Voel _ik_ mij, die maar 'n aardling ben, een zware, +"Veel minder thuis dan Gij." Gelijk een bleeke +Straal van de maan, dien bladbeweeg kwam breken, + Was Shelley, als een waan, plots heengevaren.... + +"Illusie, gingt gij?" zei ik zacht. "Waar bleeft gij? + "Muziekvolle ademing uit beetre sferen, + "Die eenmaal 'n oogwenk hier op aard verkeeren +"Kwaamt, om te vlieden, ook te gauw toen ... streeft gij + +"De oneindigheid der Ruimte door weer, om te ontmoeten +"'t Verbeelde Kernpunt van dees Chaos,datwij groeten ...?" + + + + +TER GEDACHTENIS AAN ALPHONS DIEPENBROCK + +I + + +Ofschoon Gij ligt nu, wit als sneeuw, geloken + Die levende oogen, o, voor goed, en 't woord, + Het aardsche dat hier spreekt, niet wordt gehoord +Door wie als Gij, als elk eens, diep gedoken + +In 't grondloos-Eene-en-Eeuwige-ongebroken, + Leeft, maar met alles saam, onsterflijk voort ... + O, 'k roep U toe--Uw rust wordt niet gestoord-- +En 'k roep dus, nogmaals, woorden waar gesproken + +Voor 't Hooge en Onaanschouwbare Aangezicht + Van 't Eeuwge Zijn in 't allerdiepst des Levens: + Gij waart een Hooge, een Goede en Wijze tevens: +Diep in Uw Binnenst leefde Uw ziel in 't licht, + +En wat in dat diepst Eigne zong als 't Levend-schoone +Schiept ge om in 't heerlijk-klagend juublen Uwer tonen. + + +II + +'t Allerdiepst Raadsel dezes Levens nam + Uw innigst In-zijn op weer in zijn schoot, + Dat altijd, sinds het uit dat Eeuwge vloot, +Terug verlangde naar waar 't eens van kwam. + +Wij andren dwalen verder, tot de vlam + Ook van ons Zijn vervaagt tot avondrood. + Wat is de mensch? Wat weenen we om zijn dood? +Want staan blijft steeds ons aller Moederstam, + +De Menschheid, die staeg groeit en bloeit, en bladen + Na bladen vallen laat in 't kerkhof-zand, +Maar nieuwe komen weer aan allen kant. + +De onpeilbre Kern des Zijns leeft, diep geladen, +En eindloos, door der eeuwigheden tal, +'t Al-zijn zich wiegt zoo, stijgende na val. + + +III + +Maar is er dan geen Troost? De Troost is deze: + Hij, die der Ruimte oneindigheid bespiedt, + Weet, dat heelallen daar vergaan en ziet +Een nieuw opvlamme' als men die taal kan lezen: +Maar eens komt toch 't ontzachlijk uur gerezen, + In der aeonen onbeperkt verschiet, + Dat alles saam vernevelt tot een Niet +En na dien zal er _niets_ meer, _niets_ meer wezen.... + Niets? Ja, toch Een, het Eenge, wat bestaat, +Dat droomt, zichzelf genoeg en nooit vergaande, + Het Absolute, boven Goed en Kwaad; +Diep in-zich weet het zich 't Alleen-Bestaande. + De wijsgeer noemde 't God, met kalme stem: + Wij voelen, weten, denken niets dan Hem. + + +IV + +Want uit Zijn Geest zijn we allen voortgekomen, + Glanzend of walmend voor een korten duur, + Als vonk of damp uit dat Ondoofbre Vuur, +Dat scheppend baart Zijn eigen Wezensdroomen. + +Wij meenen dat wij zijn: wij voelen stroomen, + Door hersnen, aeren, als een levend vuur: + En toch wij zijn slechts wanen van een uur, +En worden aan het eind weer opgenomen + +In de eeuwig-ondoorgrondbre Bron des Zijns, + De Vlak-nabije en Onbereikbaar-verre, +Waar elk naar haakt in onbewust gepeins, + Wanneer hij ziet in mensche-ooge' of in sterren, +In stil vermoeden van iets Hoogs en Reins, +Van uit de schauwen dezes aardschen Schijns. + + +V + +Dit laatste woord, niet voor mijn binnenleven + Maar voor de wereld, jegens U van mij, + Op aarde hier. Want, wat ons nu nog schei, +'t Gordijn des Levens, met een rustig beven +Zal _ik_ ook eenmaal zien omhoog-geheven +En naar Uw beeltnis in der Eeuwgen rei + Staren, tot stil Uw wenk mij roept, waar zij, +Die 't diep-in meenden, eeuwig zullen leven. + Dan zal ons spreken zijn van 't stil-vermoede, +Dat woordloos door ons beiden werd gevoeld, + Het eindloos hoog-uit Klare, Zuivre en Goede, +Dat glanst, ook waar de wereld woedt en woelt.... + Maar, mocht het eeuwig nacht zijn, waar Gij zijt, +Blijf, ons toch heilig, diep gebenedijd! + + +VI + +Maar neen, mijn laatste woord mag zoo niet scheiden + Van U, die zwijgend ligt in stilte Uws hofs; +Eer dan iets koels hier, passen diep-geschreide + Tranen, ras wijkend voor iets stils en dofs, +Dat diep in 't hart met onweerbarstig lijden + Peinst, tot het opvloeit in een zang des lofs; +Wij leven allen in den Droom der Tijden, + Dien 't Eeuwige ons boetseert uit schijn des stofs. +Wij zelf zijn droomen van een dag slechts, wetend + Zelfs niet het Diepere onzes eignen Zijns, +Zwevend op 't eeuwiglijk-onpeilbre, metend + Haarfijn al lengten, breedten onzes schijns, +Maar voelen 't Eindelooze niet daarachter, +Dat zwoegend werken moet, in weene'? of lacht er? + + +[Illustratie: WILLEM KLOOS--NAAR ANTOON VAN WELIE] + + +VII + +Alweer een weifeling? Weg, weg ... wij voelen, + Omdat zij dieper dan ons denken gloeit + En, lichte bloem, omhoog naar 't zonlicht bloeit, +De zekerheid, (ondanks dien schijnbaar-koelen +Heelal-storm van ontstaan, die komt bespoelen + Ook 't aanzicht dezer aarde nooit vermoeid) + Dat, schoon de mensch zijn Aanzijn soms verfoeit, +Het Al-zijn schoon moet wezen van bedoelen. +Daarom zingt lof, al ziet gij schreiensrood + Om al de ellende dezer wereld tevens, + En laat ons kalm, in 't eind-uur onzes snevens +Omhoog zien, als we ons-zelf zien geestlijk bloot.... +Hij maakt al goed. De diepste Grond des Levens, + Voor wien wij schijnen zijn, is naamloos groot. + + + + +AAN DE ONBEKEND-BLIJVENDEN + + +God-dronkenen, die diep-in zingend leven + Altijd-maar-door, al zwijgt hun mond, die wonen + Sinds hun geboorte in 't onuitspreeklijk-schoone, +Waarin hun ziel stil droomt: hun zinnen streven + +Naar altijd dieper-voelend schoon-ziend beven + Bij al wat aarde en hemelen hun toonen + Aan visioenen die hen heerlijk loonen +Voor al des Levens pijnen, tot hun sneven. + +O, mijne broeders al, gij, Onbekenden, + Die kwaamt en gingt, maar zonder ooit te spreken, +Daar gij verkoost met geen geluid te schenden + De heil'ge stilte van het diep-in leken + +Der onder oogenrand gebleven tranen +Om mensch-verdwazing en der aarde wanen. + + + + + +VERZEN VAN MARGOT VOS + + + + +LENTELUST + + +Zoo in den zingenden hof +Met de merels en madelieven +Met het blijmoedige lof +En de harige honigdieven, +Zoo als een doeniet den dag +Uit den zondronken hemel te kijken, +Dwars door het feestlijk gevlag +Der bloeiende appelrijken, + +Vind ik de zaligheid weer +Die de wereld verloren waande, +Ben ik bevrijd van begeer, +Houd ik den hemel staande +Op mijn gezuiverd bloed +Waarover de winden wimp'len, +Ben ik van blijdschap gevoed: +De simpelste onder de simp'len. + +Boven mijn hoofd sluit de tijd +Zijn eeuwig-bloedende wonde, +Heft mij in 't zorgeloos krijt +Van de fluitende vagebonden, +Houdt mij van schoonheid omschuimd, +Van zil'vren zangen volzongen, +Stuwt de groot-golvige ruimt' +Aan 't klein eiland mijner longen. + +Mijn wordt het gansch gewelf; +Daar is geen raadsel, geen wonder. +Ik ben de schepper zelf, +De wereld duikt in mij onder. +De dagen stijgen uit mij +Als hel-klapwiekende duiven, +De nachten komen in mij +Den zomersenen wierook wuiven. + +Ik draag de wel en de wolk, +Ik draag de ster en de rozen, +Ik draag 't opstandig volk +Van winden en waterhoozen. +Aan mij de zachte borst +En de zwarte vlerken der eeuwen +Aan mij de levensdorst +En het eindloos stille sneeuwen. + +Zoo is het evenwicht +Over mijn tweelingoogen, +Zoo is al last en licht +Even zwaar uitgewogen. +Zoo is er geest noch stof, +Wijsheid noch wereldweten, +Zoo in den zingenden hof +Ben ik van God vergeten. + + + + +ONTWAKING + + +Onder de zon wordt een wonderdroom, +Weidsch als een waaierboog. +Merkt ge onzen machtigen onderstroom? +Wij heffen de zee omhoog! +Zwaar rollen de golven, aan ruischingen groot, +Als de storm die te nacht in den horen stoot. + +Al wat we zagen was eeuwig grijs. +Binnen gesloten schulp +Werden we en wiesen we op eene wijs; +Ons rijk was de smalle stulp! +Wat dreef ons begeeren naar ruimer gewelf? +De groei onzer ziel, ons ontwaakte zelf! + +Boven ons wijken de wolken weg, +Zeilen de zon voorbij. +Keert ons nog heden het oud beleg, +Toch worden we morgen vrij. +Toch zullen we morgen ontbonden staan +En ver boven 't kleine de vleug'len slaan! + + + + +HET IS MEI + + +O de zonne de zonne die danst op de wei +En de leeuw'rik die danst in de lucht, +En de perelaars breiden zoo breidelloos blij +Naar den hemel hun sneeuw-witte vlucht! +En het rozige schuim aan den appelaar ruischt +Of de zee door zijn juichende takkenschaar bruist; +En de zonne de zonne die danst op de wei ... +_Het is Mei, het is purperen Mei!_ + +O de zefir de zefir die zingt in het licht +En de bij zingt de bloei-hagen door; +Over stekel en naald, tusschen dorens en blad +Zoekt zij zoemend het goudgele spoor. +En het honingzwaar huis aan den stengel dat juicht +Van geluk als ze binnen zijn vensteren buigt, +Waar de blonde kaboutertjes oop'nen den rei +_Van den Mei, van den purperen Mei!_ + +O de beke de beke die huppelt voorbij, +Of 't een spelensree makkertje waar', +Dat met grillige kransen van schaduw en licht +Heeft doorvlochten het goudelend haar! +En heur kirrelend lachje dat luidt er zoo zoet +Of een torteltje roept uit den perelenvloed +Met een perelenkeeltje, zoo zorgeloos vrij: +_"Het is Mei, het is purperen Mei!"_ + +O de zonne de zonne die danst in de wei +Op de maat van den lustigen wind, +Die de bloemekens zoent op de blozende wang +En den wolken den gordel ontbindt! +En geen boom in het veld waar geen vreugde-doen huist; +Slechts de knotwilg bolt grimmig zijn zwart-bruine vuist +Tegen 't twijgjen dat sprong uit zijn greep met een blij +_"Het is Mei, het is purperen Mei!"_ + + + + +GRAUW WEDER + + +Zonne zonne, zet aan, zet op! +Steek toch die taaie slemp in tweeen! +Stoot uw goudzwaard de wolken in +Dat ze bloeden als roode zeeen! +Zend uw rankvoetige stralekens +Met de starren in 't glinsterhaar! +Laat ze kloppen en wederkloppen +Aan de weerbarstige winterknoppen, +Groot wond're wonderkens liggen daar +In vast versloten schalekens.... +Zonne zonne, zet aan, zet op! +Dinder die wonderkens uit den dop! + +Zonne zonne, waar zit ge toch! +Hadde ik uw gulden riddersporen, +'k Sprong de grauwe almachtigheid +Dwars door naar uw verstoken toren. +'k Luidde al lustig het belleken +Tegen de karmozijnen poort: +Ik zou klinken en wederklinken +Heel het hemeldom oprinkinken +Van Oost tot West en van Zuid tot Noord +In een hooveerdig relleken.... +Zonne zonne, waar zit ge toch? +Zijn uw oogschellen geloken nog? + +Zonne zonne, zet op, zet aan! +Word toch de wereld welgenegen! +Laat uw doorluchten levenslust +Over de aarde flikkervegen. +Tik met uw blinkende hamerkens +Hier en ginds en in al 't getij; +Laat ze springen en wederspringen +Op en neer, tot vermetel zingen +De lucht doortrilt als een sterk en blij +Gejoel van vrije kramerkens! +Zonne zonne, zet op, zet aan! +Zet ons midde' in de Meiebaan! + + + + +AVONDZWIJGEN + + +Ik weet niet wat de' avond zoo stil doet zijn.... +Komt het van 't zwijgen der wilde merels, +Of van de peinzende sterreperels, +Of doet het de stervende zonneschijn +Die zachtkens zachtkens de kim toespreidt +Zijn vlinderteere doorzichtigheid? + +Ik weet niet wat de' avond zoo stil doet zijn.... +Liggen de luide dingen versloten +Achter verzegelde zilveren sloten +Die over de verten genageld zijn? +'t Is al zoo zwijgend omneer gegaan +En weggeborgen en afgedaan. + +Ik weet niet wat de' avond zoo stil doet zijn, +Als had ze een heerlijk kind verloren +En roerloos zat in heur blauwen toren +Van eenzaamheid bij heur roode pijn +Die dieper dieper vervloeien ging +Tot zwaarmoeds-duist're herinnering. + +Ik weet niet wat de' avond zoo stil doet zijn.... +Worden de zonden zoo zwaar gewogen +Dat neerwaarts neigen de trotsche bogen +In donker-purperen deemoedslijn +En wacht doodstil het ontroerd heelal +Of de genade ook komen zal? + + + + +WAT LOK JE + + + Wat lok je, + Wat mok je, + Wat glans en gok je, +Klein stommetje uit het oogeland! + Als 'n klokje, + 'n Klein klokje, + 'n Glinstervlokje, +'n Blauw blommetje van het hooge zand. + + Wat vlei je, + Wat blij je, + Wat spelemei je; +Wat oogel je uit dat blond kozijn! + Als leien + Te vrijen + In rozeweien +Blauw vogeltjens met den zonneschijn. + + Wat blink je, + Wat pink je, + Stout smeekelinkje; +Princesseke bedelt erbarmen maar. + Want 'n vinkje, + 'n Klein vinkje, + 'n Heel klein vinkje +Wil nestelen in mijn armenpaar. + + + + +BOETEGANG + + +Het belken klept de kerstenrij +Uit held're verten naderbij.... +Aan 't altaar is 't zoo vroom en stil +Bij 't kindeke en de vrouwe zoet; +En 't kleen bescheiden keerske brandt +Zijn wond'ren, zacht-zachtblauwen gloed.... +Aan 't altaar heerscht zoo hooge rust +Die 's werelds wee al overwaakt +En staeg de wonde voeten kust +Van Christus, nederig en naakt. + +Daar ruischt een volte in de poort +Die aan Maria's ruste stoort.... +Een weelderige kleurenvloed +Golft door Gods heilig bruidsvertrek +En purper en sameet beschaamt +Het kindeke in zijn poover dek. +'t Is of het kleine keersken bangt, +Van schitteringen overblaakt, +Of armer aan het kruishout hangt +De Christus, nederig en naakt. + +Gaat zoo de ootmoedigheid ten zoen +Om donk're zonden af te doen? +Zoekt zoo de ziel de ijle sfeer +Der godd'lijkheden, overberst +Van pronkselen en wereldpraal +Die loodzwaar op de vlerken perst? +Hij zwerft wel ver van 't vrome land +Die goudzwaar ter ontferming naakt! +Hoe luttel weegt de lendenband +Van Christus, nederig en naakt!... + + + + +DE MAAIERS + + +De maaiers komen in de blauwe kielen +Met de vroegzon vreugd'loos uit het heideland, +Met loome lijven en verslapen zielen, +Met de hooge zeisen aan den gordelband. + +De gele haver zal geen avond vieren +Maar gesikkeld liggen in het late licht; +De moede maaiers als gedreven dieren +Gaan zich woordloos wijden aan hun zwaren plicht. + +En ze maaiemeien en ze zwaaiezweien +Als witmolenwieken door het volle graan; +En het ritselruizelt aan hun struische zijen +Of windvlagen wiss'lings langs hen nederslaan. + +Zoo vroeg in de koelte en in groeiende zoelte +Gaan ze felgebogen door den flikkerdag, +Tot de zeise zwijgt en het goudgewoel te +Verstarren ligt van zijn laatsten slag. + +En de maaiers trekken in hun blauwe kielen +Met de avondstarre naar het heideland, +Met versloopte lijven en versloerde zielen, +Met de hooge zeisen aan den gordelband. + + + + +CANTECLEER + + +Bonte trompetter, +Bloeiender lust +Blinkende ketter, +Kort is uw rust. +Steekt g' in de luchtsmoor +Brandende taal, +Schemering vlucht voor +Uw hoornsignaal. + +Relt ge de belle, +Wekkert een vlucht +Klinkende schellen +Wakker de lucht, +Woelt er een stoutvlerk, +Hemelgenoot, +Al het schoon goudwerk +Open en bloot. + +Zilveren schalen +Storten in 't land; +'t Regent koralen, +'t Regent briljant. +Waar is de muiter, +Waar is de dief? +Vang je, hoogfluiter, +Gouden gerief? + +Bonte trompetter, +Boven den tijd +Wekt uw geschetter +Werelden wijd! +Wekt ze, tot leven, +Zonnig en blond, +Boven den beven- +-Den horizont! + + + + +STORMLIEDEREN + + +I + +Zie, de luchten waaien tot een duister ruim +En de wind wordt vrijheer van den vloed +En de bladers dansen op z'n dolle luim +De muziek der regens tegemoet. + +Uit de zomerstilte barst het herfstjolijt: +Elke boom een feestzaal vol gedruisch, +Elke beek een doorgang vol bedrijvigheid, +Ieder dal een open lustig huis. + +In z'n Oostersch tooisel trekt de laatste trein +Van genot en leven door den dag; +'k Zie de vlinders varen op het stormrefrein +Onder rijke overzeesche vlag. + +Schelle najaarskelken bloeien wild en bont +Aan de zwarte steilten van den dood, +Of de laatste leefkracht door hun koop'ren mond +Op uitdagend zingen henenvlood. + +Dit is heerlijk einden, dit is nedergaan +Zonder ijd'le klacht en zonder spijt +Op de donkre hobo's van den nachtorkaan +Tot den diepsten burcht der eeuwigheid. + + +II + +De stormbruid ruit de bladers op +Tegen het oude woudgezag: +Beter in een roes te vergaan +Dan te verdruilen dag aan dag. +Hoor je dat ruischen, breed en frisch? +Hoor je dat golven, zwaar en groot? +Dat is de opstandigheid die luid +Aan de verstarring weerstand bood. + +Wie nu niet tot de daad ontwaakt +Moet tot de pit verschimmeld zijn. +Daar is geen lust, geen droefenis +Te machtig voor dit hoog gedein. +Daar is geen enk'le ziel te zacht, +Daar is geen enk'le borst te broos; +Daar is maar een meesleepend lied +Van stormgeluk, al eindeloos. + +En wat nog nooit gevlogen heeft +Schiet slank en snel de wolken in; +En wat nog nooit bewogen heeft +Rukt van zijn vastgeroeste pin. +En uit de vlakte en den vloed +En over zee en bergbazalt +Borrelt en breekt de bende baan +Die duisternis en nevel spalt. + +Waarheen dit luisterrijke spel, +Waarheen dit weergaloos gewiel? +Tot d'opperste vollustigheid, +Tot de bestemming van de ziel; +Tot stillen hermelijnen nacht, +Volmaakt van lijn en tinteling, +Waar alles alles is gevuld +Van glanzende verzadiging. + + +III + +O groote ruischelaar, +Snelwiekig wonder; +Hoe wordt de kranke dag +Zevenmaal gezonder +Als g'uit de wolken scheert, +Als g'aan de vlakte veert, +Als ge de golven keert +Over en onder. + +O groote ruischelaar, +Breedvlerkig wezen, +Nauw staat de hemel vol +Regen gerezen, +Of met een schuddering +Van uw gezwaaiden zwing +Zwiept gij de zonnesching +Over de vreezen. + +Wolkenrot, wintergod, +Waar werpt g'uw anker? +Zeeen zijn veel te klein, +Bergen te wankel. +'t Sterrenheir stilt u niet, +Nachtdonker drilt u niet, +Maanvree vermildt u niet, +Bandlooze zwanker! + +Doch zijn uw wegen ook +Wild, woest en woedig, +Ergens in 't ongezien +Wordt ge vroom en vroedig. +Splijt u een sterker wil, +Siddert uw albedil, +Staat gij gebogen stil, +Eindloos ootmoedig. + + +IV + +Hoezee! daar jaagt het heksenspan +Der dolle regenbenden an! +Ze dragen sneeuwen hoozen, +Een rok van waterrozen, +Een schel blazoen, een felle speer, +Aan ied're steek een raveveer.... +Ze blikken op noch omme, +Lijk een bezeten dromme +Ze suizen over struik en blom +En slaan de bange boomen krom.... +Berg weg, berg weg uw leven! +Het is haar al om 't even. +En wilt ge niet, al goed, al goed, +Ze rijde' u schaat'rend onder heur voet! +De vaart schiet zwarte vlerken aan, +Wil uit zijn donker bed vandaan +En heft zich boven 't gele riet +En huilt zijn eigen zegelied +En werpt zijn brosse schuimen +Lijk uitgewaaide pluimen +En steigert aan den steilen wal +En slaat terug in boozen val +En dindert op in stroomen +En kan niet hooger komen; +De rosse ruiters daav'ren rond +En springen in zijn zwarten mond +En dansen op zijn duister oog +En spannen hem een zilverboog +En roetsen voort en verder +Lijk kudden zonder herder.... +De luchte leeft van perelsop, +Het klettert van heur speren op, +Ze klirren met heur sporen +Weerszijen van den toren +En steken hem in eenen klap +In grauw-geweven nonnekap. +En voort en voort geschuierd! +De molen moet gesluierd! +O zie dat kleene huisken staan! +Het krijgt een wollen buisken aan. +Hoor hoor dat druischen, drusten +Lijk opgebarsten fusten.... +Hoessa! de appel ploft terneer: +Een bobbel bloed in 't regenmeer. +Hoessa! de peer scheurt van den tak: +Een klompe goud in 't parelvlak! +Hoessa! de noot is 't verste, +Zij tuimelt blankgebersten.... +En immer immer holder aan; +Daar is geen tijd voor stille staan! +Ze donderen maar schots en schol +En plonderen de grachten vol, +Verdrinken kruid en zode +En rennen zich ten doode; +Ze zuigen in het taaie slik +En juichen er heur laatsten snik. + + + + +VERZEN VAN CAREL SCHARTEN + + + + +HET SMEULEND VUUR[*] + + +Ik min u, smeulend vuur, +ik min uw stille dichtheid, +waarin het sluim'rend licht leit +te wachten op zijn uur! + +Ik min u in de morgen, +die in het Oosten staat +met aarzelend gelaat +en houdt haar gloed verborgen. + +Ik min u in den avond, +die sterft in lang verbloeden, +met diepe en diep're gloeden +zijn duistren moorder lavend. + +Ik min u in den zang, +die in zijn klare kracht +betoomt de zware pracht +van Hartstochts hoog verlang. + +Ik min u in de kleuren, +beslagen van den gloed +die hen versmelten doet; +en 'k min u in de geuren, + +die zweemen van een mond, +dat rood en vochtig ooft, +wanneer Zij om mijn hoofd +de schuchtere armen rondt.... + +Ik min u, smeulend vuur, +ik min uw donker branden, +dat achter bleeke wanden +waakt en wacht op zijn uur! + + +1910 + + +[Voetnoot *: Voorzang tot den gelijknamigen cyclus.] + + + + +ZOMER-MORGEN IN DEN JARDIN DU +LUXEMBOURG (fragment) + + +"Hangt niet ons' Liefde door dien frisschen tuin? +Vonkelt zij niet in 't waai'rend water-waas, +dat sproeit het glanzend gras, en door dat gaas, +verstuivend in den wind, glijdt zij niet schuin + +in ijle regenbogen en wuift op +en wiekt een lichtend-groene boomgrot binnen, +waar wazig-druiveblauwe duiven minnen? +Die rukken hunne snavels, dan vliegt op + +'t duikende duifje en klapwiekt blanker wiek +de doffer, 't klaar geblaarte slaand!... Zie, bloesems +vallen voor uwen voet! o, in ons' boezems +is 't schoon gebeure' een tint'lende muziek! + +Ligt niet die Liefde als een zonne-damp +over 't smaragd gazon, waar zwart-fluweelen +merels de perels dauw het gras af stelen, +gloed en vocht vindend in dien weel'gen kamp? + +Alle bosschages houden heerlijk wijd +hun blaren-volten in de lucht! beneden +ligt warmte-bevend om hun voet gegleden +een vloed van gloende bloeme', o! teederheid! + +En het geboomte steekt zijn kruinen in +elkanders kruin, dat duizend blaren strijken +elkaar, 'wijl op den wind de takken wijken +streelend dooreen in zwijmelende min ..." + + +1903 + + + + +MEI-AVOND IN DEN JARDIN DU LUXEMBOURG + + +De meidoorns staan met hun beschroomde rood + zoo teeder + te blozen, +en d' avond, bleek van liefde en zedig bloot + koost weder + hun broze +en bruidelijke rood. + +De mei-maand kwam, en alle kleuren minnen + den schemer + zoo zoel, +en uit der bloemen innig-teerste binnen + daar zwemen + Zoo zwoel +de geuren tot de zinnen. + +De rozen hangen open op de lucht, + aanhaal'ge + monden, +uit welker diepte 't zoet geheim verzucht + der zaal'ge + wonde +en zwijmelend genucht. + +En gij, mijn Lief, gij glimlacht mij zoo lief + uw teer- + -heid toe! +Maar onze erinn'ring krenkt die eene grief + en zeer + en moe +laat ons die schaam'le dief. + +Door dezen tuin van lust en schemer staren + den nacht + wij in +En in onze eenheid nochtans eenzaam, sparen + wij lach + en min +en garen ons den weemoed.... + + +1904 + + + + +DE REIS DOOR DEN NACHT + + + Ver was de reis door den nacht, + Den dicht-besneeuwden nacht, +De trein doortrok met donker gezang de winterlijke bergen + Nu, in den duisteren na-nacht, + Blind in de spelonk van het rijtuig, +Hooren we enkel het bellen-gerinkelvan 't neder-dravende span. + + Gedoken in 't voort-ijlend hokje, + Zij, mijn Lief, en ik, en het kind, +Het in zoelen slaap verzonken kind in 'n witwollen doekje gewikkeld, + Hooren we enkel 't gerinkel der bellen + Over de ruischlooze wegen der nacht +In het zuidelijk bergland langs 't zuiver-wijd fluist'rende meer-- + + En het is als een heuglijke vlucht, + Stil en snel bij het bellen-gerinkel +--Rein is de nachtlucht en reukig van bloemen, ongezien-- + En 'k denk aan Jozef en Maria met het Kind + Vluchtende door den winternacht, +Den kouden, zoetrokigen nacht van het Oosten ... + + +Lugano, 1906. + + + + +DE GROOTMOEDER + + + De rozen glanzen in de maan + En onderdoor een donk'ren boom +Waar glimp-geschijn in schilfert, + Zie ik de verre bergen staan + In fijnen droom + Verzilverd. + +De rozen glanzen zijig, 't is + Alsof zij zelve stralen, +Een teergeurende lichternis + Hoog in de zilvren zale.... + +Een vrouwe-hoofd als was zoo wit, + 't Ivoren voorhoofd blinkend +In 't maanlicht, en om 't grijze haar + Een wit-zij sluiertje, zoo zit +De oude voor dit teer altaar + Van berge' en witte rozelaar + In zilvren nacht verzinkend.... + +Zij rust en peinst, het kindeke is te slapen, +Maar in haar zuiv'ren geest lacht het, herschapen, +Bij zil'vren nacht als bij den gouden dag. +Zij zegt: gelukkige ik, dat ik dit Leven zag, +Dat ik dit Leven zie in al mijn oude droomen, +De jonge gouden vreugd, die is tot bloei gekomen +Onder mijn zil'vren stam ... Vermolme dien de Dood, +Ik leef en bloei opnieuw in deze teed're loot. + + +Lugano, 1907 + + + + +ISOLA MADRE + + + Isola Madre, waar uw geel kasteel +Met blinde ramen hoog in zuid-zon gloeide, +Was 't dat de bark aan rots'ge trappen roeide + En we uit den droom van vloeiend-blauw juweel + + Zoo wijd en ijl, opstegen in uw veel +Zwaarder en zoeter droom, waar purper bloeiden +Bloemen uit Cashmir, grijze ceed'ren schroeiden, + Tropische aromen broeiden door 't struweel.... + + Wij daalde' in koelte van laurieren-dreven + En dwaalde' omhoog door een hoog, Oostersch woud +Van glans-zwart bamboes, blinkende magnolen, + +Tot we, op 't terras, dien teersten droom in-dolen t + Ver over 't meer-azuur het doomend goud + Der eeuw'ge sneeuw, in 't lucht-azuur versteven! + + +Lago Maggiore, 1909 + + + + +DE ZANG VAN NACHT EN TIJD + + + Raadsel van 't Oogenblik! + Met mijne heete handen + op 't wit papier, + zoo zit ik hier +in dezen herfstnacht, aan de afbrokkelende stranden + van 't Heden. + + Water van 't meer, + ik hoor uw golven spoelen + aan duist'ren wal-- + En fluist'ren zal +de onsterfelijke zee des dooden Tijds en woelen + aan dit Zelf. + + Nacht, zwart en dicht, + stil en ontastbaar boven + d'onstilb're golven,-- + Zoo blind bedolven +is mijn wild leven onder 't donkere verdooven + der Toekomst. + + Moeder, Vader, Vrienden, + Waarom uw vragende oogen, + en door den nacht + waarvoor uw zacht +geklag? Mijn hart is wond, ik heb u niet bedrogen, + de Tijd gaat-- + + Vrouw, die mij houdt + in uw goud-lighte leven + omhuld, o Uw + is 't gulden Nu. +Voed de uren als een durend vuur,--wee, dat het bleve + het Oogenblik. + +En, ongeboren Tijd, + Nacht!--laat ons een licht venster + in uw zwaar zwart: + dat daar mijn hart +veilig een hoofdje wist en roodgoud haar-geglinster, + mijn Kind! + + +Lago Maggiore, 1910. + + + + +DE ONZICHTBARE + + +Ik wil tasten den Boom, die in den nacht + Verrijst van de wazige aarde ... +Ik zie hem niet; ik zie de duizend bloesems lichten + Flonkerend op de winde-zuchten, +Die fluisteren door de koude, zwarte gaarde. + +Ik wil aanraken den duisteren Boom, + Die stijgt uit de wereld, en den hemel + Vult met zijn zachte takken-gewemel,-- +Ik wil grijpen den tronk en schudden dit wonder, + Opdat ik wierd bedolven onder +Die bloemen van lucht en van goud, een droom +Van hemelsch vuur in glinsterend sneeuwen ... + +Maar die Boom, hij is ver in de verten der eeuwen ... +Mijn handen strekken zich in 't ledig waar hij leeft! +De tintlende starren, zij vallen niet, +Lachende neder uit den hooge +Naar dit kind, het eeuwig bedrogen +Menschkind dat streeft +En tast en niet ziet, +Verlangt, en lacht 't Verlangen aan, +zijn tranen-ruischende Schoonheid. + + + + +DE BLINDE DICHTER + + +_Aan W.L. Penning Jr. op zijn zeventigsten jaardag, +10 November 1910._ + + + Altijd zal ik uw blinde beeld bewaren, +Jeugdige grijsaard, die mijn oude jeugd +Met uwe teng're sterkte hebt verheugd + En met uw rust mijne onrust deedt bedaren. + + Een fijne blos verjongde uw strakke kaak, +Uw maag're roode hand koelde in de mijne; +Toen, frisch als blos en vingerdruk, ging schijnen + 't Licht uwer vroolijke en vrome spraak. + + Wij zaten, vreemden, en alleen zaagt gij +Mijn stem, die schromend tot u uit kwam breken; +Maar 't gloorde als een herkennen door ons spreken + En, o schoone ochtend! vrienden, scheidden wij! + + Doch 't allerschoonst zal mij d'erinn'ring blijven, +Hoe, blinde, gij mij voorgingt naar beneen, +De armen los neerhangend langs u heen, + Geheven 't blinde hoofd, rechtop van lijve! + + Zoo schreedt gij onbezorgd de steilte omlaag, +Gansch aarzelloos en zonder steun noch tasten. +Zoo schrijdt uw ziel met hare zware lasten + Stil door den schemer tot de laatste Vraag. + + Gij scheent m'een Wonder, oude, blinde Vriend, +Als die het vuur doorwaadden zonder vreezen, +Naar wij het in de Heilge Boeken lezen; + Gij waart m'een Teeken: ik was blind, gij ziend! + + Zoo worde uw beeld een voor-beeld den vervaarden, +Die, ziende, deinzen voor huns levens graf:-- +De blinde Dichter, gaand de treden af + Met kalm gelaat, waarlangs het zonlicht klaarde ... + + + + +HET SCHOONE STERVEN + + + Als in de stemm'ge stad het herfst-tij weeft +Zijn gouden waas over de oude grachten + En onder 't gulden loof een stemming zweeft +van sterven in deze oude en gouden prachten,-- + +Dan denk ik, hoe 'k den dood graag zoude wachten + Gelijk een herfstdraad die in 't goud-licht beeft +En henenzweeft in de eerste koude nachten + waarin alleen een zilvren stemklank leeft: + + De stem, die in de hooge eenzaamheden + Zingt en weerklinkt en zingend meet den Tijd +En aan den hemel aarde's Schijn doet hooren, + +Terwijl de ziel, in 't eeuwig Zijn verloren, + Het torenlied een laatsten glimlach wijdt + En lichtende verglijdt in 't tijdloos Eden. + + +Utrecht 1916 + + + + +BIJ DE MAATSCHAPPIJ VOOR GOEDE EN GOEDKOOPE LECTUUR TE AMSTERDAM +VERSCHENEN IN DE ACHTERSTAANDE RUBRIEKEN DE VOLGENDE WERKEN + + + + +GEDICHTEN + + + +A. NEDERLANDSCHE + + +FRANS BASTIAANSE, _Gedichten_ (2e dr. 6/11e duizend) + +I. 0.55 C. 1.05 + +"Het in aanleg grootsche dat we hier aantreffen, is verrustigd, +verklaard en verteederd door de zachte droomerigheid die waarlijk +kenmerkend voor dezen dichter is." _Hofstad_. + + * * * * * + +S. BONN, _Wat Zang en Melody_, met een woord tot inleiding van L. +Simons. + +I. 0.55 + +...."Bonn is een vogel, die een wijsje kweelen moet als de zon schijnt, +het landschap lacht." + +_Zangen van Hoop._ + +I. 0.75 C. 1.25 + +"Bonn is een socialistisch dichter. Z'n gedichten zijn rood. De zangen +van dezen bundel zijn 'n verheerlijking van opstand en vrije liefde." +_Het Centrum_. "Er leeft een sterk optimisme in het hart van dezen +dichter, wiens boekje weldadig aandoet." _Het Tooneel_. + + * * * * * + +RENe DE CLEKCQ, _Van Aarde en Hemel_. (De Appel- +Hemelbrand--Afaasvar--Doemsdag). + +I. 0.75 + +_Uit Zonnige Jeugd_. + +C. 1.05 + +"Er gaat door dezen bundel de jolige lach van een jeugdig snuiter, die +zijn levensvreugde uit in zang en lied en rhythme. _Utrechtsch Dagblad_. + + * * * * * + +P.N. VAN EYCK, _De Getooide Doolhof en andere gedichten_. + +I. 0.55 C.1.05 + +_Gedichten_. (Het Ronde Perk--Lichtende golven) + +L 0.75 C. 1.25 L. 1.40; + +"Zoowel lichte, eenvoudige liedjes, als gedichten even zwaarmoedig van +stemming als zwaar van zegging, breed voortschrijdend in het sterke +rhytme." _Nieuws v.d. Dag._ + + * * * * * + +P.A. DE GENESTET, _Complete Gedichten_, voorzien van portretten van De +Genestet en mevrouw De + +Genestet-Bienfait. Ingeleid en van een aantal belangrijke noten +voorzien door Dr. H.L. Oort (5e dr. 25/27e duizend) + +I. 1.40 C. 1.90 L. 2.05 + + * * * * * + +JACOB ISRAEL DE HAAN, _Het Joodsche Lied_. + +I. 1.20 C. 1.70 L. 1.85 + +"Hier geen opervlakkige oogenblik-indrukken, haastig verklankt, maar +woorden, komend uit het diepst van een gemoed, waarin de waarheid, met +moeite verkregen, met smart gelouterd, rust als een onuitputtelijke +schat." _Avondpost._ + + + * * * * * + +PROSPER VAN LANGENDONCK, _Verzen_, + +I. 0.55 C. 1.05 + +"v. L. is een echte Vlaming, in hem leeft de trek naar tooneelachtig +gebaren en galmende rethoriek tezamen met een kinderlijke teederheid en +een ware grootheid van opvatting." _Maasbode_. + + + * * * * * + +JAN LUYKEN, _Jezus en de Ziel_, ingeleid en toegelicht door F. Reitsma, +met reproducties naar de oorspronkelijke prenten. + +I. 0.95 C. 1.45 K. 2.20 + +"Zou het niet jammer zijn als zulke prachtige dingen verloren gingen?" _Het Volk_. + + + * * * * * + +V. DE LA MONTAGNE, _Gedichten_, met inleiding van Emm. de Bom (3e +vermeerderde dr. 6/8e duizend in W.B.-uitgaaf) I. 0.55 C. 1.05 L. 1.20 +K. 1.80 + + * * * * * + +FRANQOIS PAUWELS, _Enkele Verzen_. + +I. 0.55 C. 1.05 + +"Een gauw gevoelig hart, een fijn muzikaal versgehoor,--ziedaar de bron +van Pauwels' welluidende liedjes...." _Van onzen Tijd_. + + + * * * * * + +J. REDDINGIUS, _Johanneskind. Gedichten_. (2e vermeerderde dr. 6/8e +duizend) 0.55 C. 1.05 _Regenboog en Jeugdverzen_. I. 0.75 C. 1.25 L. +1.40 + +" ... Bij Reddingius is aanwezig allereerst: het wezenlijke, innige +natuurgeluid van den dichter." _Is. Querido_. + + +"Voortaan kan Reddingius, in zijn eigen genre, veilig bij de besten +onzer dichters worden geteld." _Willem Kloos_. + + + * * * * * + +ANNIE SALOMONS, _Nieuwe Verzen_. + +I. 0.55 C. 1.05 Keurband f 1.80 + +"Als een bundel zuivren schoonheidszang nemen we deze Nieuwe Verzen mee +ons verder leven in. A joy for ever." _Utrechtsch Sted. Dagblad._ + + + * * * * * + +DE SCHOOLMEESTER, _Gedichten van_--met al de oorspronkelijke +illustraties, en de voorrede van Mr. J. van Lennep, 3e druk, 9e-11e +duizend. + +I. 1.20 C. 1.70 + + * * * * * + +JULES SCHueRMANN, _Uit de Stilte_ en andere gedichten. Met voorrede van +Willem Kloos. + +I. 0.80 K. 1.60 + +"Dit is wel het hoofdkenmerk van Schuermann's verzen dat zij zoo +eenvoudig weg uit een ziel schijnen uitgestroomd, als waren zij geen +menschenwerk, maar de uiting van een magische kracht." _De Avondpost_. + + * * * * * + +NiCO VAN SUCHTELEN, _Verzen_, dramatisch, episch, lyrisch. + +I. 0.95 C. 1.45 L. 1.60 + +"Er zingt door den ganschen bundel heen een krachtige levenswind, nu +zacht--als de zuidewindsadem over de lentebloemen--dan forsch en +mannelijk--als de zeewind over de duinen." _Onze Eeuw_. + + * * * * * + +HELENE SWARTH, _Roemeensche Volksliederen en Balladen_, naar de Fransche +proza-vertaling van Helene Vacaresco. + +I. 1.20 C. 1.70 L. 1.85 + +"Heel de natuur leeft, handelt, denkt en voelt met de menschen mee in +deze verzen van een, tot rooden hartstocht, maar ook tot sneeuwblanke +teederheid vormende poezie van landbouwers. _N. Rott. Crt_. + +_Verzen_. + +C. 1.05 + +... "Een prachtige bundel ..." + +_Dr. Walch_ in _Het Vaderland_. + +_Nieuwe Verzen_. + +I. 1.20 C. 1.70 L. 1.85 + +"Altijd opnieuw welt de dichterlijke muziek uit haar hart." _Onze Eeuw_. + +"Rijpe verzen van iemand die het leven tot in de kern heeft doorproefd." +_Delftsche Courant_. + + * * * * * + +J. WINKLER PRINS, _Gedichten_, met portret van den dichter. Verzameld en +ingeleid door J. Reddingius. + +I. 0.95 + +"Prins is in meer dan een opzicht een zeldzame verschijning geweest in +de letterkunde van Nederland." _De Volksstem_. + +ALBERT VERWEY, _Inleiding tot de Nieuwere Nederlandsche Dichtkunst_ +(1889-1890) met aanhalingen uit de voornaamste werken (5e dr. 21/23e +duizend) + +L 1.40 C. 1.90 + + * * * * * + + + + +B. BUITENLANDSCHE + + +ELISABETH BARRETT BROWNING, _Portugeesche Sonnetten_. Vrij bewerkt naar +het Engelsch door Helene Swarth. + +I. 0.55 C. 1.05 L. 1.20 + +"Het is de vertaalster gelukt, zeer veel van de diepe en teedere +schoonheid, die Mrs. Browning in hare verzen wist te leggen, te +behouden." _De Tijdspiegel_. + + * * * * * + +DANTE, _De Goddelijke Comedie_, uit het Italiaansch vertaald door Dr. H. +Boeken. + +I. _De Hel_ (5e druk in bewerking) + +C. 1.45 L. 1.60 + +II. _De Louteringsberg_ (3e dr. 9/11e duizend) + +I. 2.--C. 2.50 L. 2.65 + +III. _Het Paradijs_ (3e dr. 9/11e duizend) + +C. 2.50 L. 2.65 + +_De drie deelen tezamen in een keurband_ + +6.45 + + * * * * * + +_Het Nieuwe Leven (Vita Nuova)_ Uit het Italiaansch vertaald door Nico +van Suchtelen. Met Inleiding, Aanteekeningen, Aanhangsel en Portret. + +C. 1.25 K. 2.25 + +"Deze uitgave van "La Vita Nuova" is geworden tot een kostelijk stuk +literatuur-studie." _Avondpost_. + +"Wij mogen volstaan met aan den met zoo merkwaardig fijnen takt en zoo +groote congenialiteit volbrachten overzettingsarbeid van. den +Nederlandschen dichter die waardeering toe te wenschen welke zijn kunst +verdient." _Onze Eeuw_. + + * * * * * + +Prof. HENRI HAUVETTE, _Dante_. Inleiding tot de studie van de Divina +Commedia. + +C. 1.70 L. 1.85 K 2.70 + +"Er gaat een sterke aansporing van uit om Dante's onvolprezen kunstwerk +te gaan lezen." _Dr. J.L. Walch_. + + * * * * * + +DANTE-PAKKET. _De Goddelijke Comedie, Het Nieuwe Leven en het werk van +Hauvette_, alle in keurband, tezamen voor f 10.--in carton f 8.--. + + * * * * * + +MILTON, _Het Paradijs Verloren._ Metrische vertaling van Alex. +Gutteling. (Zes zangen) + +I. 0.75 C. 1.25 L. 1.40 + +"_Miltons_ epos van _Het Paradijs Verloren_ is een dier werken die de +letterkunde der 17e eeuw beheerschten. Een van die werken, die men +behoort te kennen naast _Vondel's Lucifer."_ + + * * * * * + +ALFRED DE MUSSET, _De Nachten_. Vertaald en ingeleid door Helene Swarth, +met portret van den schrijver. + +I. o.55 C. 1.05 L. 1.20 + +"Rythme en klank van De Musset's verzen hebben bij deze overbrenging in +het Hollandsch al zeer weinig geleden." _De Telegraaf_. + + + * * * * * + +WALT WHITMAN, _Grashalmen_ (Leaves of Grass). Vertaald door Maurits +Wagenvoort. Met portret van den dichter. + +I. 0.55 C. 1.05 L. 1.20 + +"Het is een bloemlezing van het belangrijkste uit den bundel "Leaves of +Grass" van dezen zeer oorspronkelijken Amerikaanschen dichter, wiens +werk een zoo sterken invloed heeft gehad en nog heeft op het opkomend +geslacht." + + + * * * * * + + + + +BLOEMLEZINGEN + + +BILDERDIJK, _Willem Kloos, Bloemlezing_, met inleiding en portretten (2e +dr. 7/9e duizend) + +I. 0.75 C. 1.25 L. 1.40 K. 2.-- + +"Kloos' Bloemlezing uit Bilderdijk, met de uitvoerige voorstudie van den +dichter, is terecht veelvuldig geprezen," + + * * * * * + +RHEINVIS PEITH, _Bloemlezing_, met inleiding door Willem Kloos. Met drie +portretten. + +I. 0.95 C. 1.45 L. 1.60 + +"Kloos wekt op tot rustig bestudeeren en indringend beschouwen van +Feith's werken. Dat loont!" _N. Courant_. + + * * * * * + +_Gedenkboek der Wereid-Bibliotheek_ 1905/1915 met tal van bijdragen en +portretten. + +I. 0.75 + +DR. J. P. HEYE, _Bloemlezing uit de Volksdichten._ (2e dr. 7/9e +duizend) + +I. 0.55 C. 1.05 L. 1.20 + + * * * * * + +_Schetsboek_ 1905/1910. Een Keurverzameling uit 't werk van moderne Ned. +auteurs, met portretten. + +I. 7.50 + +Luxe-editie op Jap. papier en kalfsleeren band 25.- + + * * * * * + +JOOST V.D. VONDEL, _Uit Vondels dramatische Lyriek, _ Bloemlezing door +L. Simons. + +I. 0.80 K. 1.60 + + * * * * * + +ZELFKEUR.-Bloemlezing door de auteurs zelf uit het werk van 57 leden der +Ver. Nederl. Letterkundigen. Met talrijke portretten en biografieen. + +1e bundel I. 1.20 C. 1.70 + +2e bundel I. 1.40 C. 1.90 + +3e bundel I. 1.40 C. 1.90 + +De 3 bundels in een K. 5.25 + +"Deze "Zelfkeur" is al heel interessant, en in haar afgeronde fragmenten +biedt zij een aanlokkelijk panorama van onze letteren." _Hofstad_. + +"Een vrijwel volledig beeld van de Ned. Letterkundigen die genoemd mogen +worden.... een goede inleiding tot diepere kennismaking." _Avondpost_. + +"Het zijn bundels vol kleur en afwisseling." _Den Gulden Winkel_. + + * * * * * + + + + +BRIEVEN + + +VINCENT VAN GOGH, _Brieven aan zijn Broeder_. Uitgegeven en toegelicht +door zijn schoonzuster J. van Gogh-Bonger. Met talrijke illustraties. In +drie deelen. + +I. 7.50 K. 12.50 + +"Doch niet alleen tot den mensch, ook tot den kunstenaar brengen de +brieven ons nader. Vele reproducties van teekeningen, in den tekst +opgenomen, en nog vele portretten en illustraties versieren het mooi +uitgegeven werk." _Herman Middendorp_ in _De Tijdspiegel_. + + * * * * * + +Dr. H. JAPIKSE, _Brieven van Johan de Witt_. I. 0.75 C. 1.25 + +"Voor de talrijke Nederlanders, die, zonder nu juist aan historische +studien te doen, toch wel iets willen weten van hunne groote +landgenooten. Dr. Japikse is daarbij een uitmuntende leidsman; hij +koos, uit de Witt's omvangrijke briefwisseling, de stukken die het best +de persoonlijkheid van zijn held doen kennen; en hij geeft daarbij, in +het kort, de noodige historische toelichtingen." _Onze Eeuw_. + + * * * * * + +MULTATULI, _Brieven_. Bijdrage tot de kennis van zijn leven. (In 10 +deelen geillustreerd). + +I. 6.--L. 10.-- + +_Bij maandelijksche afbetaling van een gulden waarbij men het geheel +onmiddellijk in zijn bezit krijgt, f 0.50 extra_. + + + * * * * * + + + + +TAAL-EN LETTERKUNDE, KRITIEK + + +Dr. FRANS BASTIAANSE, _Overzicht van de Ontwikkeling der Nederlandsche +Letterkunde_. Met bloemlezing en illustraties. + +Deel I. _Middeleeuwen_ (2e dr.) + +I. 2.45 K. 3.35 + +Deel II. _17e en 18e Eeuw_. + +I. 2.45 K. 3.25 + + * * * * * + +H. L. BEECKENHOPF, _Kunstwerken en Kunstenaars_. I. 1.20 C. I:70 L. 1.85 + +"Pittig en frisch werk van den zoo bekenden muziekkritikus." + + * * * * * + +Dr. J.D. BIERENS DE HAAN, _Goethe's Faust_. Een studie. + +I. 0.55 C. 1.05 + +"Zoo heeft dr. Bierens de Haan deze dingen gezien, zoo heeft hij ze aan +ons gegeven en wij mogen hem dankbaar zijn...." _K. C. Bouman-Winkler_ +in _De Gids_. + + * * * * * + +EMMANUEL DE BOM, _Het Levende Vlaanderen_. (Met 29 illustraties). + +I. 1.40 C. 1.90 L. 2.05 + +"Schetst ons het geestelijk leven van Vlaanderen als een machtig brok +volkscultuur, een cultuur die door geen macht ter wereld is ten onder te +brengen." + +"Een uitgave van beteekenis, die waarlijk in staat is ons te toonen wat +Vlaanderen kan en wat het is," _Vragen v. d. Dag_. + + * * * * * + +M. H. VAN CAMPEN, _Over Literatuur_. Critisch en Didactisch. + +I. 1.20 C. 1.70 L. 1.85 + +"Deze prachtige, wijze woorden.... zij zijn een program en een waaraan +dit buitengewoon zuivere, critische werk, _boeiend en belangwekkend als +sinds Busken Huet zijn literarische fantasieen uitgaf, geen werk "over" +literatuur is geweest,_ ten volle beantwoordt," _Rott. Nieuwsblad_. + + * * * * * + +DESIDERIUS ERASMUS, _Een twaalftal Samenspraken, _ uit het Latijn vert. +door Dr. N. J. Singels. Met portret en inleiding van Cd. Busken Huet +(uit "Het Land van Rembrandt") (2e dr. 6/8e duizend) + +C. 1.45 L. 1.60 K. 2.20 + +_Eene tweede twaalftal Samenspraken_. Vertaald door Dr. N. J. Singels, +met twee afbeeldingen. + +I. 0.75 C. 1.25 L. 1.40 K. 2.-- + +_Lof der Zotheid_. Vertaald door Mr. dr. J.B. Kan; inl. en +aanteekeningen door dr. A.H. Kan. Met Hobein's oorspronkelijke +illustraties (3e druk) + +I. 0.95 C. 1.45 + + * * * * * + +JACOB GEEL, _Onderzoek en Phantasie_. Ingeleid en met aanteekeningen +voorzien door dr. C.G.N. de Vooys. + +I. 0.75 C. 1.25 L. 1.40 + +"Een boek als dit is een zeldzaamheid op onze tafels," _Annie Salomons_. + + * * * * * + +G. KAPTEYN-MUYSKEN, _Levensrichting van dezen Tijd,_ met portret van Fr. +Hebbel. + +I. 0.75 C. 1.25 + +"Een belangrijk en zeer interessant werk, dat in 't bijzonder gewijd is +aan den duitschen dichter Friedrich Hebbel, Bovendien behandelt de +schrijfster, in verband met den huidigen alles-verwoestenden oorlog, de +grondslagen van een Nieuwe Ethiek." + + * * * * * + +C.R. DE KLERK, _Kultuurbeschouwende Inleiding tot Vondels Spelen_. (In +Band I v. Vondels Spelen) + +I. 1.20 C. 1.70 + +_Vaderlandsche Nieuw-Klassieke Beschouwingen_. + +K. 4.75 + +"Werk van een autodidact, die er behagen in schept zijn eigen +onbevoegdheid te onderstrepen, maar die in de klassieke philologie den +weg weet als een vakman en zijn Augustinus en zijn Plotinus kent als +waarschijnlijk geen tweede in Nederland".... _Dr. J.H. Gunning Wzn._ + + * * * * * + +E. D'OLIVEIRA, _De mannen van '80 aan het woord,_ (Van Deyssel, v. +Eeden, Kloos, Verwey, Emants, Netscher, August Vermeylen), met oude en +nieuwe portretten (3e dr. 9/lle duizend) + +I. 1.60 C. 2.10 + +"Het zijn smakelijk ineengezette stukjes, waarin de schrijver de auteurs +van zichzelven, hun wezen, hun werken, hun wenschen en bedoelingen laat +vertellen." _N. Rotf. Courant_. + +"_De Jongere Generatie_". (Vervolg op "De Mannen van '80") met +portretten (2e druk) 7/9e duizend) + +I. 2.45 C. 2.95 + +Dit boekje geeft gesprekken met: _Johan de Meester-Karel van de +Woestijne-Josine A. Simons-Mees-Cyriel Buysse-Frans Bastiaanse-Herman +Robbers-Is. Querido-Carel Schorten-Adama van Scheltema-P. N. van +Eijck-Dr. J. D. Bierens de Haan_. + +.... "De levende persoonlijkheid der schrijvers, die d'Oliveira +blijkbaar met een fijn apperceptie-vermogen heeft weten vast te houden +en weer te geven ia de hier geboden bladzijden".... _Den +Gulden-Winckel._ + + * * * * * + +HERMAN POORT, _Over Literatuur_. + +I. 0.55 C. 1.05 + +"Met een uitstekenden en toch eenvoudigen betoogtrant zet de schrijver +zijn inzichten over kunst en literatuur uiteen; ze toetsend aan of +toelichtend met de voorbeelden uit de letterkunde." _Onze Eeuw_. + + * * * * * + +Is. QUERIDO, _Studien, tweede bundel_. I. 0.95 C. 1.45 L. 1.60 + +Inhoud: Het Algemeen Menschelijke in Beethoven (2 studies)-Een Parijsche +Roman van Hollanders (2)-Armoede (2) Gemeenschaps-philosophie (4)-Over +Speenhoff-Het Ivoren Aapje-Moderne ziel en oud Instrument-Over Frederik +van Eeden-Drie boeken van Couperus-Verzamelde Opstellen van Van +Deyssel-Moeder. + +_Literatuur en Kunst_. + +I. 2.50 + + * * * * * + +CAREL SCHARTEN, _Het Spellingvraagstuk_. "De Vereenvoudigde een gevaar +voor Volk en Stam." I. 0.20 + +_De Roeping der Kunst_. (De Poezie-Het Proza-De Vlaamsche Beweging en de +oorlog-Op den weg naar een nieuwe moraal). I. 1.40 C. 1.90 L. 2.05 + +.... "zijn studies, met den voornamen, eigenaardigen en +hoog-geestelijken toon die hem eigen is,--teer-, en diep-, en +Eeftig-indringend." _Is. Querido_. + + * * * * * + +L. SIMONS, _Studies en Lezingen._ + +I. 1.40 C. 1.90 + +Inhoud: Georg Meredith-Williain Morris-Hendrik Ibsen-Bernard +Shaw-Vondels Jeftha-Vondels Gijs-brecht van Aemstel-Moliere's +Vrek-Moliere's Tartuffe Tartuffe-Lezingen. + +_...."Wat hij doet is het verspreiden van waarlijk vrijzinnige, gezonde +en nooit genoegzaam aangeprezen beginselen....."_ _De Telegraaf._ + +_Voordragen en Tooneelspelen_. + +I. 0.10 + +_Voordragen II_. Toegelicht met voorbeelden. + +I. 0.10 + +_De Ontwikkeling van het Tooneel en van het Drama._ Deel I en II (tot +1625), 600 pag., 22 ill., 2 dln. Tezamen + +I. 3.30 C. 3.80 L. 3.95 + +"Geeft een overzicht van de ontwikkeling van het Drama en het Tooneel in +het Oosten, Griekenland, de Romeinen, Middeleeuwen, 16e E. (Vooral +Engeland, ook Nederl. en Spanje)." + +_Vondels Dramatiek_ (In Band 4 v. Vondels Spelen), + +L 1.20 C. 1.70 L. 1.85 + + * * * * * + +ALBERT VERWEY, _Inleiding tot de nieuwere Nederlandsche Dichtkunst_ (5de +druk 21/23ste duizend) + +I. 1.40 C. 1.90 + + * * * * * + +Dr. C.G.N. DE VOOYS, _Spreken en Schrijven in Noord-en Zuid-Nederland._ + +I. 0.25 + +"Een brochure geschreven naar aanleiding van het geschrift van den heer +Scharten "Het Spellingvraagstuk." + + * * * * * + +Prof. J.J.G. VUeRTHEIM, _Grieksche Letterkunde_. Geillustreerd. + +I. 1.4O C. 1.90 + +"De behandelde onderwerpen zijn met groote kennis en met levendigheid +bewerkt; we voelen er den schrijver in die zijn stof beheerscht." _Alg. +Handelsblad_. + +_Grieksche Lyrische Dichters en hunne Poezie_. + +I. 2.75 K. 4.-- + +"Uit Leiden komen machtige impulsen tot vernieuwing der belangstelling +voor de ouden." _Tijdspiegel_. + +"Een heel belangrijke en origineele studie." _Vlaamsch Heelal_. + + + + + + + + + + +End of Project Gutenberg's Van vijf moderne dichters, by P.C. Boutens et al. + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK VAN VIJF MODERNE DICHTERS *** + +***** This file should be named 13326.txt or 13326.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + https://www.gutenberg.org/1/3/3/2/13326/ + +Produced by Miranda van de Heijning and the Online Distributed +Proofreading Team. + + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +https://gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at https://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at https://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit https://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including including checks, online payments and credit card +donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + https://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. |
