summaryrefslogtreecommitdiff
path: root/12756-h
diff options
context:
space:
mode:
Diffstat (limited to '12756-h')
-rw-r--r--12756-h/12756-h.htm3097
-rw-r--r--12756-h/images/anniebesant1.pngbin0 -> 6665 bytes
-rw-r--r--12756-h/images/anniebesant2.pngbin0 -> 10274 bytes
3 files changed, 3097 insertions, 0 deletions
diff --git a/12756-h/12756-h.htm b/12756-h/12756-h.htm
new file mode 100644
index 0000000..79f3912
--- /dev/null
+++ b/12756-h/12756-h.htm
@@ -0,0 +1,3097 @@
+<!DOCTYPE HTML PUBLIC "-//W3C//DTD HTML 4.01 Transitional//EN">
+<html>
+ <head>
+ <meta http-equiv="Content-Type" content=
+ "text/html; charset=UTF-8">
+ <title>
+ The Project Gutenberg eBook of Vier Voordrachten, by AUTHOR.
+ </title>
+ <style type="text/css">
+ <!--
+ P { text-indent: 1em;
+ margin-top: .75em;
+ text-align: justify;
+ margin-bottom: .75em; }
+ H1,H2,H3,H4,H5,H6 { text-align: center; }
+ HR { width: 33%;
+ margin-top: 1em;
+ margin-bottom: 1em;}
+ BODY{margin-left: 10%;
+ margin-right: 10%;}
+ .linenum {position: absolute; top: auto; left: 4%;} /* poetry number */
+ .note {margin-left: 2em; margin-right: 2em; margin-bottom: 1em;} /* block indent */
+ .pagenum {position: absolute; left: 92%; right: 100%; font-size: 8pt;} /* page numbers */
+ // -->
+ </style>
+ </head>
+<body>
+<div>*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 12756 ***</div>
+
+ <!-- Page 1 -->
+<h1><!-- Page 2 -->
+<!-- Page 3 -->VIER VOORDRACHTEN OVER THEOSOFIE</h1>
+
+<p><h2><i>DOOR ANNIE BESANT </i></h2><p></p>
+
+<br>
+
+<p><h3>GEHOUDEN IN VERSCHILLENDE PLAATSEN
+VAN NEDERLAND IN JANUARI 1898</h3><p></p>
+<br>
+
+<center> <img src="images/anniebesant1.png" alt="Satyan Na'stie Paro Dharmah" width="150" align="middle"> </center>
+<br>
+
+<p><h4><i>Gebaseerd op de uitgave gepubliceerd in Amsterdam, 1898. </i></h4><p></p>
+
+
+<!-- Page 4 -->
+<hr style="width: 65%;">
+<h2>INHOUD.</h2>
+
+<!-- Page 5 -->
+<br>
+
+<p> <a href="#De_Theosofie_en_haar_leeringen">1. De Leeringen der Theosofie beschouwd
+uit een geschiedkundig oogpunt </a></p>
+
+<p> <a href="#Theosofie_en_haar_leeringen"> 2. De Leeringen der Theosofie beschouwd
+uit een wetenschappelijk oogpunt </a></p>
+
+<p> <a href="#Esoterisch_Christendom"> 3. Esoterisch Christendom </a></p>
+
+<p> <a href="#Het_verhaal_van_den_Christus">4. Het verhaal van den Christus </a></p>
+
+<p> <a href="#Aanhangsel">5. Aanhangsel. Inlichtingen over de
+Theosofische Vereeniging </a> </p>
+
+
+<!-- Page 6 -->
+<hr style="width: 65%;">
+<h2>VOORWOORD.</h2><!-- Page 7 -->
+<br>
+
+<p>De vier voordrachten over Theosofie welke
+hierbij het Nederlandsch publiek worden aangeboden
+zijn door Mevrouw Annie Besant, L.T.V., in verschillende
+steden van ons land gehouden in den
+loop van de maand Januari, 1898.</p>
+
+<p>Een vijfde voordracht is, daar zij niet aansluit
+bij het aaneengeschakeld geheel van de vier in dit
+boekje vervatte, afzonderlijk uitgegeven onder den
+titel: Levenstoestanden na den dood.</p>
+
+<p>In snelschrift opgeteekend is het gesprokene
+woordelijk weergegeven; slechts in de voordracht
+over Esoterisch Christendom zijn enkele toespelingen
+op Bijbelplaatsen uitgelaten waar die alleen van
+toepassing waren op de Engelsche vertaling van den
+Bijbel (Mevrouw Besant sprak in het Engelsch) en
+niet op de van deze afwijkende Nederlandsche; die
+uitlatingen zijn alle van ondergeschikt belang.</p>
+
+<p>Aangehaalde werken of Bijbelplaatsen zijn in
+een noot aan den voet van de bladzijde aangeduid.</p>
+
+<p>Waar &quot;goddelijk weten&quot; staat werd door de
+spreekster &quot;divine wisdom&quot; gezegd.</p>
+
+<p>De voordracht &quot;Het verhaal van den Christus&quot;
+werd gericht tot een uitsluitend uit leden der Theosofische
+Vereeniging bestaand gehoor. De vragen
+naar aanleiding van deze voordracht gedaan worden
+met de daarop door Mevrouw Besant gegeven antwoorden
+opgenomen in het Maandblad &quot;Theosophia&quot;.</p>
+
+<p>Enkele beknopte inlichtingen aangaande de Theosofische
+Vereeniging zijn ter wille van belangstellenden
+in een Aanhangsel aan dit werkje toegevoegd.</p>
+
+<p>J.J. HALLO JR.</p>
+
+<p>HAARLEM, l Maart 1898.</p>
+
+<hr style="width: 65%;">
+
+<center> <img src="images/anniebesant2.png" alt="Annie Besant. Lichtdruk van H. Kleinmann en Co., Haarlem"> </center> <!-- Page 8 -->
+
+
+
+<hr style="width: 65%;">
+<a name="De_Theosofie_en_haar_leeringen"></a><h2><b>De Theosofie en haar leeringen.</b></h2><!-- Page 9 -->
+<br>
+
+<p><h4>I</h4><p></p>
+<br>
+
+<p>Er is een moeilijkheid, die gij en ik hedenavond
+te overwinnen hebben: een vreemde taal is tusschen
+ons en zelfs voor hen die de taal kennen, waarin ik
+spreek, is het moeilijk het ongewone geluid te volgen.
+Moeilijk ook is het voor mij als spreekster, want de
+taal is voor een spreker het instrument, dat hij bespeelt.
+Door de taal bereikt hij de harten en hoofden
+zijner hoorders, en indien het instrument ongewoon
+voor hen is, wordt de kracht van den spreker verzwakt
+en vermindert de mogelijkheid dat hij de gedachten
+en gevoelens zijner hoorders bereikt. Toch
+moeten wij hedenavond met die ongewone taal doen
+wat wij kunnen, en terwijl ik spreek zoo helder en
+eenvoudig als mogelijk is, en gij uwe aandacht leent
+zullen wij samen trachten onze moeilijkheid te overwinnen
+en het onderwerp begrijpelijk te maken.</p>
+
+<p>Ik ga tot u spreken over de Theosofie en hare
+leeringen, en daar ik morgen te Haarlem over het
+zelfde onderwerp zal spreken, splits ik het in twee
+deelen, hoewel ik ieder deel als een afzonderlijke
+voordracht volledig zal maken. Ik zal hedenavond
+<!-- Page 10 -->en morgen een verschillenden gedachtegang volgen,
+voor het geval dat sommigen uwer beide voordrachten
+mochten willen hooren.</p>
+
+<p>Diegenen onder u, die gedurende de laatste
+twintig jaren den ontwikkelingsgang van het denken
+in Europa hebben gevolgd, weten dat er &eacute;&eacute;n bijzondere
+richting van studie is, welke veel wordt gebruikt
+als een wapen tegen den godsdienst: de studie
+van Oostersche talen en Oostersche godsdiensten.
+De heilige boeken der Chineezen, der Hindoe's, der
+oude Egyptenaren zijn bestudeerd door geleerden uit
+de verschillende landen van Europa en bij het onderzoeken
+dezer godsdiensten hebben zij gezien hoeveel
+die allen op elkander gelijken. Zij hebben bemerkt,
+toen zij de verschillende Schriften der Chineezen,
+der Perzen, der Egyptenaren ter hand namen, dat
+deze alle dezelfde leering gaven: zij spreken omtrent
+God op volkomen dezelfde wijze, zij spreken van
+God als &Eacute;&eacute;n, het &Eacute;ne Bestaan, zij spreken van God
+als immer geopenbaard in drie&euml;enheid, in drievoudig
+aanzicht, terwijl iedere persoon in die drie&euml;enheid
+zijn eigen hoedanigheden heeft; en men zag dat al
+deze Schriften op dezelfde wijze spreken omtrent den
+mensch en zijnen aard; zij leeren dat de ziel des
+menschen onsterfelijk is, dat zijn aard samengesteld
+is, en bestudeerd moet worden om te kunnen worden
+begrepen; men zag dat in al deze Schriften der
+menschen ontwikkeling wordt geleerd, de ontwikkeling
+der ziel, welke de openbaring van den geest is in
+den mensch. Men zag dat al deze Schriften leeren
+dat enkele menschen hunne ontwikkeling hebbon
+voleindigd, hunnen groei als geestelijke wezens heb<!-- Page 11 -->ben
+voltooid, en volmaakt zijn geworden als mensch,
+goddelijk in hunne hoedanigheden, in hunne vermogens
+van hoofd en van hart; en in al deze Schriften
+vond men geleeraard dat de menschen van heden
+kunnen groeien, gelijk die menschen uit het verleden
+zijn gegroeid, dat zij ook volmaakt kunnen worden
+en goddelijk, dat zij zich ook kunnen ontvouwen,
+stap na stap, leven na leven, zoodat ieder, hoe
+onontwikkeld ook, kan ontwikkelen tot den volmaakten,
+goddelijken mensch. Al deze dingen worden geleerd
+in alle Schriften der verschillende volkeren, en toen
+deze vertaald waren in verschillende Europeesche
+talen, begreep men dat de wereld-godsdiensten veel
+gemeen hebben en dat de meeste leerstellingen van
+een godsdienst zooals het Christendom, ook gevonden
+worden in het Hindoe&iuml;sme, het Boeddhisme, de
+leeringen van Confucius en Lao-tse. Zij hebben
+alle zooveel gemeen, dat wij niet &eacute;&eacute;n godsdienst
+van de andere kunnen afscheiden. Toen deze ontdekking
+door de geleerden werd gedaan, toen deze
+boeken waren vertaald in verschillende talen en de
+menschen ze begonnen te lezen en er over te spreken,
+was het eerste besluit, waartoe velen kwamen, dat
+alle godsdiensten als zij in den grond hetzelfde
+waren, &eacute;&eacute;n oorsprong moesten hebben, en dat zij
+geen goddelijke openbaring konden zijn, maar dat
+een andere bron moest worden gevonden, waaruit
+de verschillende godsdiensten waren gevloeid. Vele
+geleerden nu, die den godsdienst niet goed gezind
+waren, trachtten hunne ontdekkingen te gebruiken
+om allen godsdienst te vernietigen en zeiden: Zij zijn
+alle voortgekomen uit de menschelijke onwetendheid,
+<!-- Page 12 -->uit de wijze waarop de mensen de natuur beschouwt:
+hij heeft de natuur verpersoonlijkt en er wezens in
+gezien; en daar die wezens machtiger waren dan hij,
+aanbad hij ze: Daar de wind zijne bouwwerken
+dikwijls vernietigde, daar hij den zon niet beheerschen
+kon, hoewel zijn leven en gemak van hem afhing,
+daar de regen niet kwam op zijn bevel, hoewel hij
+zonder regen niet leven kon, noch zijn oogst groeien,
+moest de mensch in zijn onwetendheid denken dat
+al deze dingen goddelijke krachten, goden waren;
+en hij aanbad ze om zoo de voordeelen te verkrijgen,
+die zij konden geven. En die geleerden zeiden dat
+z&oacute;&oacute; alle godsdienst was opgegroeid, dat hij steeds
+zijnen oorsprong vond in Fetisch-dienst of animisme,
+en dat de godsdienst geen hoogeren grondslag had
+dan de menschelijke onwetendheid. Deze bewijsgrond
+tegen de waarde van den godsdienst heeft
+veel kwaad gesticht, want hij scheen te berusten op
+feiten. Het was waar dat alle godsdiensten hetzelfde
+leeren, dat zij alle dezelfde denkbeelden verkondigen,
+het was waar dat de groote leeraars allen hetzelfde
+zeiden, de een na den ander. De feiten, welke die
+geleerden aanhaalden, waren waar maar hun gevolgtrekkingen
+waren verkeerd. In het eerst begrepen
+de menschen het onderscheid niet tusschen deze beide
+dingen en dachten dat alle godsdiensten zouden
+worden vernietigd door hun onderlinge overeenkomst.</p>
+
+<p>Toen kwam de Theosofie. Zij beschouwde de gelijkheid
+der verschillende godsdiensten van een ander
+standpunt en zeide: ja, het is waar dat de leerstellingen
+van alle godsdiensten dezelfde zijn, dit is een
+feit dat door niemand, die de geschiedenis heeft
+<!-- Page 13 -->bestudeerd, kan worden ontkend. Wij zullen als
+voorbeeld een van de heilige boeken der Chineezen
+nemen, het &quot;Klassieke Boek van de Reinheid,&quot;
+[Footnote: Ook in het Nederlandsch vertaald, in het Maandblad
+&quot;Theosophia&quot;. Deel 5 (1897) blz. 206.]
+een wonderbaar boekje van enkele bladzijden, vol
+wijsheid, vol diepe geestelijke leering, dat ons verklaart
+hoe God zich in den mensch geopenbaard
+heeft, hoe de aard des menschen drievoudig is als
+die van God, hoe des menschen geest dezelfde is
+als de goddelijke geest, hoe echter het menschelijk
+verstand troebel is door begeerten, die tusschen zijn
+verstand en de zuiverheid van den goddelijken geest
+in hem staan, hoe de hartstochten van zijn lichaam
+zijn vooruitgang tegenhouden, en hoe slechts wanneer
+zijn lichaam en zijn verstand tot stilte zijn gekomen,
+de wijsheid van den goddelijken geest kan nederdalen
+in den mensch. De leeringen van dit kleine
+Chineesche boekje, een der oudste geschriften die
+wij kennen, is even zuiver, geestelijk en waar als
+het beste wat wij bezitten.</p>
+
+<p>Van de Chineezen overgaande tot de Indi&euml;rs
+vinden wij bij hen dezelfde leeringen en wanneer
+wij in Egypte de mummies opgraven en de banden
+loswikkelen waarin zij 10 &agrave; 20.000 jaar geleden
+werden gehuld, vinden wij geschriften die ons de
+bewijzen leveren dat ook in het oude Egypte dezelfde
+leeringen werden gegeven omtrent de onsterfelijkheid
+van de menschelijke ziel, omtrent de wijze
+waarop zij gaat door leven na leven, omtrent de
+lagere wereld waarin zij komt na den dood van het
+lichaam en de hemel-wereld waarin zij vertoeft na
+<!-- Page 14 -->gezuiverd te zijn op lagere gebieden, omtrent haren
+daarop volgenden terugkeer naar de aarde waar zij
+wederom wijsheid opdoet door ondervinding.</p>
+
+<p>Ja, zegt de Theosofie, bij alle volkeren vinden
+wij dezelfde leeringen, steeds weer door de groote
+leeraars herhaald. Alle godsdienst heeft slechts &eacute;&eacute;n
+oorsprong, slechts &eacute;&eacute;ne bron, en die bron is het
+goddelijk weten; niet de menschelijke onwetendheid,
+zooals vele geleerden dachten maar het goddelijk
+weten, dat telkens werd uitgestort over de volkeren,
+en dat steeds door volmaakte menschen van God
+tot de menschheid gebracht is. Dit goddelijk weten
+bevat in zich de kennis van al wat is, en een gedeelte
+ervan wordt van tijd tot tijd aan de menschheid
+geschonken. De hoeveelheid die gegeven wordt
+hangt af van de beschaving van het volk, hangt af
+van de kennis die reeds verspreid is onder de menschen,
+hangt af van den aard dergenen die deze
+kennis bezitten en van de kracht van hun pogen.
+In overeenstemming met al deze dingen verschilt
+steeds de wijze, waarop dat weten gegeven wordt,
+maar in den grond is het toch altijd hetzelfde: altijd
+leert het &eacute;&eacute;n goddelijk Bestaan, dat zich openbaart
+als drie&euml;enheid, altijd leert het dat de mensch
+drievoudig is in zijn wezen gelijk God, en dat hij
+nog verder kan worden onderverdeeld, drievoudig
+in zijnen oorsprong, zevenvoudig in zijne ontwikkeling;
+altijd leert het dat de mensch onsterfelijk is, dat hij
+niet zal vergaan, altijd leert het dat hij ontwikkelt
+en groeit, leven na leven, en dat enkele menschen
+de volmaking bereikten en dan leeraars zijn geworden
+van het ras. Deze volmaakte menschen waren
+<!-- Page 15 -->eens gelijk aan ons zelven, zwak en zondig en onvolmaakt
+gelijk de mannen en vrouwen van thans,
+maar zij ontwikkelden gelijk wij kunnen ontwikkelen
+en groeiden en werden sterk en bereikten eindelijk
+de volmaking, gelijk wij de volmaking kunnen bereiken.
+En toen zij volmaakt waren, begonnen zij
+hunnen medemenschen te leeren, en vormden een
+groote Broederschap van leeraars; en van tijd tot
+tijd kwam een van hen tot de menschen, opdat aan
+ieder volk een godsdienst kon worden gegeven, opdat
+ieder ras, ieder volk een godsdienst zou ontvangen,
+geschikt om het te helpen en te leeren. En de reden
+waarom deze leeringen altijd dezelfde zijn, is dat zij
+altijd komen van denzelfden oorsprong. Deze Broederschap
+heeft bestaan, langen, langen tijd reeds
+voordat de beschaving van Europa ontstond, voordat
+zelfs Indi&euml; zijn beschaving ontving. Daar, waar
+thans de wateren van den Atlantischen Oceaan zich
+vergaren, was eens een groot vastland, dat begon
+waar thans Afrika zich bevindt, en eindigde op de
+plaats van het tegenwoordig Amerika. Op dit vastland
+had zich een hooge beschaving ontwikkeld. Sporen
+van die beschaving worden nog gevonden in Mexico
+en Midden-Amerika. Bij daar gedane opgravingen
+zijn overblijfsels van zeer oude steden ontdekt en
+daar zijn hieroglyphen en beelden aangetroffen, gelijkende
+op die welke men in Egypte gevonden heeft,
+zoodat in Afrika aan de eene zijde en in Amerika
+aan den anderen kant hetzelfde schrift en beeldhouwwerk
+is ontdekt. Dit toont ons dat er tusschen
+deze beide werelddeelen, thans gescheiden door een
+grooten oceaan, eens gemeenschap is geweest. In
+<!-- Page 16 -->Plato scholen, waar hetzelfde goddelijk weten werd
+geleerd, dezelfde leeringen werden verspreid, zoodat
+de Grieksche beschaving werd opgebouwd op denzelfden
+goddelijken grondslag. In Griekenland
+droegen deze leeringen het eerst den naam Theosofie,
+wat niets anders is dan het Grieksche woord
+voor goddelijk weten. De Grieken nu gaven dit
+weten niet slechts in den vorm van godsdienst, maar
+ook van wijsbegeerte en wetenschap, juist zooals in
+vroeger dagen gedaan werd in Babylon, Indi&euml; en
+China, en de wijsbegeerte van Plato, zooals die op
+de scholen wordt onderwezen, berust op het goddelijk
+weten. Wanneer Plato ons spreekt van denkbeelden
+en van den Logos, wanneer hij ons zegt
+dat de wereld in de gedachte van den Logos bestond,
+voordat zij zich voordeed als een stoffelijke
+verschijning, wanneer hij ons spreekt van denkbeelden
+die, bestaande in den goddelijken geest, &eacute;&eacute;n
+voor &eacute;&eacute;n worden uitgestort om de stoffelijke wereld
+op te bouwen, dan leert Plato ons het goddelijk
+weten; en wanneer gij de leeringen van Pythagoras
+bestudeert en van hem leert dat de geheele wereld
+op getallen berust, wanneer gij van hem leert dat de
+geheele wereld volgens meetkundige vormen en figuren
+is samengesteld, dat alle steenen en kristallen
+en planten en dieren zijn gebouwd naar den grondslag
+van getal, vorm en kleur, dan leert gij dat
+oude goddelijk weten, dat hij geleerd heeft in Indie,
+en dat hij naar Europa heeft overgebracht. Evenzoo
+is het met de wiskunde. Als gij de wiskunde leert
+van Pythagoras en Euclides, leert gij steeds het goddelijk
+weten, maar in den lateren tijd is de wiskunde
+<!-- Page 17 -->eng en bekrompen gemaakt en volstrekt niet begrepen
+in al haar wonderbare diepte en wijsheid; het
+goddelijk aanzicht ervan is verdwenen en slechts de
+vorm, de gedaante wordt gegeven als de wiskunde,
+terwijl de werkelijke wiskunde die de Grieken onderwezen,
+een aanzicht van het goddelijk weten was;
+hun leerde hoe de wereld gemaakt is en hoe de
+gang is der ontwikkeling, hoe de mensch langzamerhand
+wordt opgebouwd, hoe steenen en planten
+en dieren zijn gemaakt naar getal en naar vorm;
+hun een begrip gaf van de ontwikkelingsgeschiedenis
+der wereld. In den laatsten tijd begint de wetenschap
+bij hare natuurstudie de wetten weer te
+ontdekken, die het goddelijk weten onder de Grieken
+en Indi&euml;rs leerde in wijsbegeerte en wetenschap.
+En diegenen van u, die natuurkunde, scheikunde en
+plantkunde bestudeeren, weten wel dat deze wetenschappen
+de wet leeren van getal, van vorm en van
+trilling; dat alle dingen door trilling worden opgebouwd,
+dat alle krachten door trilling hun werking
+voortplanten, en dat het aantal dezer trillingen in
+de sekonde den aard der kracht en haar werking
+bepaalt. De wetenschap heeft ontdekt, dat ieder
+geluid trilling is, en het aanzijn geeft aan een bijzonderen
+vorm, dat iedere noot overeenstemt met
+een vorm en een kleur, en naarmate wij deze trillingen
+en vormen en kleuren doorgronden, beginnen
+wij een begrip te krijgen, hoe de natuur haar opbouwend
+werk verricht. Uitgaande van de stoffelijke
+wereld, begint de nieuwere wetenschap de wetten te
+ontdekken, die het goddelijk weten duizende jaren
+geleden leerde, terwijl het uitging van de hoogere
+<!-- Page 18 -->wereld in plaats van uit de lagere, want het goddelijk
+weten daalt steeds van gedachte neder tot
+vorm, klimt niet op van vorm tot gedachte, terwijl
+de nieuwere wetenschap steeds begint met den
+uiterlijken vorm, en vandaar zich opwerkt tot de
+gedachte.</p>
+
+<p>Het goddelijk weten dan gaf in die oude dagen
+evengoed wijsbegeerte en wetenschap, als godsdienst.
+Het leerde den menschen niet slechts hoe de ziel
+kon worden ontwikkeld, maar ook de verborgenheden
+der wereld om hen heen, en de verborgenheden
+van het verstand, van de rede, van het begripsvermogen
+in den mensch.</p>
+
+<p>Gedurende alle eeuwen bleef dat weten bewaard,
+totdat vier of vijf eeuwen na Christus een groote
+verandering kwam in het Westen. Er ontstonden in
+de Christelijke kerk twee partijen. De eene partij
+was die der ontwikkelde en wijze Christenen, die
+de oude leeringen hoog hielden en het goddelijk
+weten doorgrondden, de tweede was die der onwetenden,
+de groote menigte der onontwikkelden, die
+tot het Christendom waren aangetrokken door de
+zedelijke leeringen, maar van zijn hoogere wijsheid
+niets begrepen. Zij gevoelden wrok tegen datgene,
+wat zij niet konden deelen, en haatten alle wijsheid,
+die zij niet konden begrijpen; en zij vormden eene
+groote partij in de kerk en waren gekant tegen kennis
+en wijsheid en wijsbegeerte. Zij beweerden dat
+deze niets met godsdienst te maken hadden, dat zij
+niet tot het Christendom behoorden, en dat slechts
+de zedelijke leering en datgene wat gemakkelijk te
+begrijpen was, van belang was voor de menschelijke
+<!-- Page 19 -->ziel. En daar er toen evenals nu veel meer onwetenden
+waren dan wijzen, en de onwetenden bovendien gesteund
+werden door den val van het Romeinsche
+rijk, door oorlogen en invallen, door de staatkundige
+moeilijkheden van den tijd en de ontevredenheid
+van de groote menigte der armen, wier lot schromelijk
+was verwaarloosd, spanden al deze dingen samen
+tegen de kennis en voor de onwetendheid, zoodat
+de kennis uit het Christendom verloren ging en
+slechts de zedelijke en geestelijke leering bleef.
+Hiertoe werkte nog een andere oorzaak mede: in
+alle oude godsdiensten, en in het Christendom even
+goed als in alle andere, bestonden twee soorten van
+leeringen. De eene voor de groote menigte, eenvoudig
+en helder, omvatte slechts de zedelijke voorschriften,
+welke den menschen leerden een goed
+leven te leiden, een zeer eenvoudig verstandelijk
+onderricht, juist genoeg om de zeer onontwikkelden
+voort te helpen; dit onderricht omvatte de leer der
+broederschap en die der wedergeboorte, en de wet
+welke zegt dat des menschen daden hem zijn geluk
+of ongeluk brengen. Deze wet welke wij de wet
+van Karma noemen, werd geleerd opdat de menschen
+zouden inzien, dat een goed leven, hier op aarde
+geleid, hun geluk zou brengen na den dood en een
+beter leven, wanneer zij tot de aarde zouden zijn
+weergekeerd. Deze dingen werden aan allen geleerd;
+maar meerdere kennis werd toevertrouwd aan hen,
+wier leven zuiver was, aan hen, die het meest van
+de openbare leeringen hadden begrepen, die werkelijk
+aan de wet van Christus gehoorzaamden, en die
+in hun uiterlijk leven een hoogen graad van rein<!-- Page 20 -->heid
+hadden bereikt. Zij werden toegelaten tot wat
+wij de mysteri&euml;n van Jezus noemen en kregen daar
+de innerlijke leering, welke slechts zij die een rein
+leven leidden, konden deelachtig worden. Deze
+innerlijke kring maakte de kracht der kerk uit: uit
+dezen kring kwamen de leeraars en bisschoppen en
+de kerkvaders, uit dezen kring kwamen de menschen,
+die het Christendom prediken mochten, zoodat de
+kerk een groep van wijze menschen bezat, onderricht
+in diepere kennis, en door die kennis in staat
+om zelf als leeraars op te treden, beter dan zij die
+hunne kennis slechts uit boeken hadden verkregen.
+Want dit geheime onderricht was steeds praktisch.
+Het leerde den menschen hoe zij hun bewustzijn
+konden ontwikkelen, hoe zij door overpeinzing langzamerhand
+bewust konden worden op hoogere gebieden
+van bestaan, hoe het leven der ziel kan
+worden versterkt en ontwikkeld, hoe de ziel het
+lichaam kan verlaten en in aanraking komen met de
+onzichtbare wereld. Het leerde hoe de ziel, na het
+lichaam verlaten te hebben, wijsheid kon opdoen
+en kennis verkrijgen van de onzichtbare wereld,
+hoe de ziel leering kan ontvangen van de engelen
+en geestelijke verstandswezens en zoo kennis verkrijgen
+die zij op geenerlei andere wijze kan verkrijgen,
+hoe de ziel, van het lichaam bevrijd, de
+toestanden kan onderzoeken van het leven na den
+dood. Ieder die tot dezen innerlijken kring behoorde,
+verkreeg aldus kennis uit eigen ondervinding, in
+plaats van uit den mond van andere menschen: in
+deze scholen verkregen de onderzoekers eerste-hands
+kennis omtrent de onzichtbare wereld; zij leerden
+<!-- Page 21 -->den aard van den mensen begrijpen door eigen
+onderzoek, in plaats van af te hangen van de mededeelingen
+van anderen. Daardoor waren zij veel
+beter in staat onderricht te geven, dan zij die hun
+kennis slechts uit boeken hadden verkregen.</p>
+
+<p>Het gevolg van het bestaan van deze scholen
+in de kerk was dus dat er vele menschen waren die
+deze geheime wetenschap bezaten, en zij werden,
+zooals ik reeds zeide, de leeraars van het Christendom.
+In de vijfde eeuw echter verdwenen deze
+scholen van Occultisme uit de kerk, niet uit gebrek
+aan leeraars maar uit gebrek aan leerlingen. Een
+fout die door vele menschen wordt begaan, is dat
+zij denken dat de leeraars de kennis terughouden.
+In werkelijkheid zijn het niet de leeraars, die de
+kennis niet willen mededeelen, maar de leerlingen,
+die ze niet willen leeren, leeren op de eenige wijze
+waarop hierbij leeren mogelijk is, en deze scholen
+van Occultisme stierven uit bij gebrek aan leerlingen,
+want er waren niet genoeg menschen die het leven
+wilden leiden dat vereischt wordt voor leerlingen van
+het Occultisme; zij wilden dit leven niet leiden, maar
+slechts kennis verwerven voor zelfzuchtige doeleinden,
+en toonden dat zij voor dit onderricht nog niet gereed
+waren. Zoo verdween langzamerhand de innerlijke
+school en slechts een zwakke overlevering van
+haar bestaan bleef bewaard in sommige kloosters
+der Roomsch-Katholieke kerk. Slechts nu en dan
+verscheen in de middeleeuwen nog een heilige die
+door de krachten welke hij bezat, bewees dat hij
+iets van deze wijsheid verkregen had. Sommigen
+van deze heiligen vinden wij in de geschiedenis der
+<!-- Page 22 -->kerk vermeld; waarlijk groote, hoog-ontwikkelde
+zielen, die <i>wisten</i> omtrent de onzichtbare wereld, en
+op de oude wijze onderricht geven konden, omdat
+zij wisten en kenden. Nu en dan zien wij een van
+hen verschijnen, doch hun aantal is gering: St. Elisabeth
+van Hongarije, St. Theresia van Spanje, Thomas
+&agrave; Kempis, de geleerde Thomas Aqumo, deze
+allen zijn de groote leeraars der kerk gedurende de
+middeleeuwen; zij bezaten en begrepen het goddelijk
+weten, dat zij zelf door ondervinding hadden geleerd.
+Dan waren er nog andere menschen die een deel
+van deze wijsheid bezaten, maar ze niet in de Christelijke
+kerk hadden verkregen. Sommigen van hen
+kwamen uit het Oosten en anderen reisden als jonge
+menschen daarheen, en kwamen met de verkregen
+kennis naar het Westen terug. Tot deze laatsten
+behoorde Paracelsus. In zijne jeugd werd hij gevangen
+genomen en naar het Oosten gevoerd. Daar
+leerde hij vele der geheimen van de oude wijsheid
+en bracht ze met zich mede naar Europa, waar hij
+de grondlegger werd van de nieuwere geneeskunde
+en scheikunde, waar hij leering bracht over de elementen
+der scheikunde en over het magnetisme, die
+v&oacute;&oacute;r hem aan niemand bekend was geweest, en waar
+hij zieken genas, die geen ander genezen kon. Hij
+bezat een deel der oude wijsheid. Een ander van
+deze menschen was Christian Rosenkreuz, die in de
+vijftiende eeuw leefde. In zijn jeugd reisde hij naar
+het Oosten en ontmoette daar een der groote leeraars,
+die hem iets mededeelde van het oude geheime
+weten, om dit terug te brengen aan de Christelijke
+kerk en om deze te ontwikkelen tot een meer geeste<!-- Page 23 -->lijk
+lichaam. Hij koos enkelen tot zijne leerlingen
+en leerde hun dit innerlijk Christendom, en stichtte
+de orde der Rozenkruisers. Zijn werk was een der
+pogingen om het oude weten in de westersche wereld
+terug te brengen. Een andere poging was die der
+alchimisten. Zij putten hunne wetenschap uit dat
+oude weten. Zij wisten dat er slechts &eacute;&eacute;n grondstof
+in de natuur bestaat en dat alle dingen uit die
+&eacute;&eacute;ne grondstof zijn opgebouwd. Zij wisten dat de
+scheikunde een wetenschap is, die de eigenschappen
+van die &eacute;&eacute;ne grondstof in al hare wijzigingen onderzoeken
+kan, en zij bestudeerden die wetenschap in
+het licht der goddelijke wijsheid. Maar de menschen
+vervolgden hen en lachten hen uit en noemden hen
+oplichters en kwakzalvers en bedriegers, doch in den
+tegenwoordigen tijd begint de nieuwere scheikunde
+tot de ontdekking te komen van wat hun in de
+middeleeuwen bekend was. Tegenwoordig begint de
+scheikunde enkele der waarheden in te zien, die
+door de alchimisten werden verkondigd toen iedereen
+hen nog uitlachte, toan niemand hen geloofde.
+Heden begint men te begrijpen dat er slechts &eacute;&eacute;ne
+grondstof is, en dat alle dingen van die &eacute;&eacute;ne grondstof
+gemaakt zijn en men begint zelfs weer te spreken
+van de mogelijkheid goud te maken uit zilver en zoo
+in den tegenwoordigen tijd dezelfde dingen te doen,
+waarvoor vroeger de alchimisten werden uitgelachen
+en vervolgd,&mdash;nu drie of vierhonderd jaar geleden.</p>
+
+<p>Wanneer gij nu de geschiedenis bestudeert zult
+gij begrijpen dat de Theosofie in den eenen of
+anderen vorm steeds in de wereld is blijven bestaan
+als godsdienst, als wijsbegeerte of als wetenschap.</p>
+
+<p><!-- Page 24 -->Zij is altijd verkondigd, geleerd in een vorm welke
+de behoeften van den tijd en de omstandigheden
+van het volk, waaraan de leeraar gezonden werd,
+medebrachten, zoodat Mevrouw H.P. Blavatsky toen
+zij weer het oude weten aan de wereld leeraarde
+niets nieuws gaf. Het was slechts een nieuwe vorm,
+een nieuw uiterlijk, maar innerlijk was het hetzelfde
+wat er altijd geweest was, hetzelfde weten in godsdienst,
+wijsbegeerte en wetenschap. Toen zij begon
+hare leering te geven, gaf zij eerst den wijsgeerigen
+kant, leerde zij iets van den aard van het verstand,
+van de rede, en van den aard van den mensch en
+van het goddelijk Bestaan, de werkelijke wijsbegeerte
+die aan alle kennis ten grondslag ligt. Daarna ging
+zij wat verder en leerde iets van de betrekking tusschen
+God en den mensch, hoe de mensch een uitstorting
+is van God, een deel van het goddelijk
+leven, hoe hij de goddelijke krachten in zich ontwikkelen
+kan, hoe de menschelijke ziel zich kan
+ontplooien; en zij leerde weer wat vroeger in de
+Christelijke kerk werd geleerd, hoe de ziel het
+lichaam verlaten kan en in aanraking komen met
+groote geestelijke verstandswezens en met de Meesters,
+hoe de ziel wijsheid verkrijgen kan en kennis opdoen
+uit de eerste hand; en hoe aldus de mensch kan
+komen tot weten in plaats van gelooven. Toen zij
+dit alles leerde, gaf zij ons slechts weer wat reeds
+zoo dikwijls geleerd was in de groote godsdiensten
+van het verleden. Daarna nam zij den wetenschappelijken
+kant en leerde ons meer dan de mannen van
+de wetenschap van dien tijd wisten, en zeide zij ons
+welke ontdekkingen waarschijnlijk binnen weinige
+<!-- Page 25 -->jaren zouden worden gedaan; en vele van deze
+ontdekkingen zijn inderdaad gedaan sedert haren
+dood. En zij gaf ons onderricht omtrent de &eacute;&eacute;ne
+grondstof, die alle verschillende stoffen tot haar
+uiterlijke verschijningsvormen heeft. In haar werk
+&quot;De geheime Leer&quot; sprak zij van een eigenschap
+der stof, welke weldra ontdekt zou worden, welke
+zij doordringbaarheid noemde, en welke in verband
+staat met helderziendheid. Vijf jaar na haren dood
+ontdekte de wetenschap dat er stralen zijn, trillingen
+in de stof, welke in verband staan met helderziendheid
+en welke de mcnschen in staat stellen te zien
+wat de helderziende kan zien zonder werktuigen en
+hulpmiddelen: namelijk de zoogenaamde R&ouml;ntgen-stralen,
+waarmede de geneesheeren bijvoorbeeld een
+been, als zij willen onderzoeken of het beschadigd is,
+kunnen fotografeeren ofschoon het voor het gewone
+oog onzichtbaar is. Dit alles, leerde H.P.B., is
+ook mogelijk zonder behulp van elektrische werktuigen.
+De mensch kan in zichzelf het vermogen
+ontwikkelen, gevoelig te zijn voor de trillingen
+van R&ouml;ntgen-stralen en zelf binnen in het menschelijk
+lichaam te zien zonder hulp van eenig
+werktuig. Dit alles en veel meer nog aangaande
+de kennis van straling, van geluid en kleur leerde
+zij ons. Zij heeft ons bewezen dat de oude wijsheid
+beter licht kan werpen op de waarheden der
+nieuwere wetenschap, dan die wetenschap zelf
+kan doen, en dat deze laatste eerst langzamerhand
+datgene ontdekt wat door ben die het oude weten
+bezaten, reeds lang geleden geleerd werd aan degenen
+die zich het ontvangen van dit onderricht waardig
+<!-- Page 26 -->betoonden. Zoo bracht H.P. Blavatsky ons dit
+weten terug als iets ouds, dat de wereld vergeten
+had, en zij zeide haren leerlingen dat zij dit weten
+verder moesten verspreiden, niet als iets nieuws maar
+als iets ouds, niet als een nieuwe ontdekking maar
+als overoud weten, door de menschen vergeten, en
+thans tot hunne herinnering teruggebracht. En naarmate
+wij zelven leerden, onderrichtten wij op onze
+beurt anderen, en wij bevonden dat dit goddelijk
+weten de wortel is waaruit alle kennis spruit, welke
+de mensch verkrijgen kan in godsdienst, wijsbegeerte
+en wetenschap. Wij bevonden dat wij zonder de
+werktuigen en hulpmiddelen der wetenschap hare
+feiten kunnen ontdekken door het ontwikkelen van
+de vermogens der ziel. Wij bevonden bijvoorbeeld
+dat vele scheikundige waarheden door de goddelijke
+krachten der ziel veel gemakkelijker kunnen worden
+verkregen dan door reagenti&euml;n en proefnemingen
+van allerlei aard. Wij bevonden dat de mensch in
+zich het vermogen heeft de natuur te onderzoeken
+en dat hij veel meer kan verkrijgen door het ontwikkelen
+zijner innerlijke krachten dan door het
+gebruiken van de hulpmiddelen der wetenschap.
+Maar tevens weten wij dit: de vermogens der menschelijke
+ziel zijn niet bestemd tot het doen van
+ontdekkingen, welke zouden dienen om den ontdekke
+beroemd te maken en rijk. Zal de kracht
+der menschelijke ziel worden gebruikt tot het doen
+van ontdekkingen, dan moeten deze slechts worden
+gebruikt voor het welzijn der menschheid, en niet ten
+voordeele van den &eacute;&eacute;nen persoon, die de ontdekking
+doet. Iedere ontdekking, gedaan met behulp van deze
+<!-- Page 27 -->krachten der ziel, behoort, indien ze de menschheid
+kan helpen, indien het ras er rijp voor is, aan allen
+gelijkelijk. Is het ras er nog niet rijp voor, dan
+behoort zij toe aan allen, die haar kunnen bevatten,
+niet aan den &eacute;&eacute;nen mensch, die haar gemaakt heeft.
+Deze is slechts een pandhouder van de eigendommen
+der menschheid. Naarmate de Occultist zich ontwikkelt
+en meer leert en begrijpt wordt hij meer en
+meer een dienaar der menschheid in plaats van
+haar meester. Alle kracht welke hij verkrijgt wordt
+gebruikt voor dienen en helpen, alle kennis welke
+hij bezit, wordt gebruikt om de onwetendheid zijner
+medemenschen te verminderen en den gang der
+menschelijke ontwikkeling te versnellen. Wanneer
+de menschen tot ons komen om met ons te studeeren,
+eerst de uiterlijke leering en dan de innerlijke, dan
+zeggen wij hun steeds: Gij moet de broederschap
+der menschen aannemen; gij moet begrijpen dat gij
+een lid zijt van een groot huisgezin, dat gij geen
+belangen hebt buiten die van dat huisgezin, dat gij
+geen bezittingen hebt buiten die van dat huisgezin,
+dat gij geenerlei hoop moet voeden voor u zelf, die
+niet tevens hoop is voor al uwe medemenschen, en
+wanneer gij wat ouder zult zijn en iets meer zult
+hebben geleerd, en meer zult kunnen doen, dan is
+dat opdat gij hen beter zult kunnen helpen en medevoeren
+tot sneller ontwikkeling, opdat zij sneller
+mogen worden bevrijd van de ellenden der aarde
+en spoediger dan anders den vrede en het geluk
+mogen bereiken. Naarmate iemand werkelijk
+Theosoof wordt, moet hij meer en meer onzelfzuchtig
+worden; hoe meer hij leert, des te meer moet
+<!-- Page 28 -->hij anderen dienen, hoe grooter kracht hij bezit, des
+te grooter verantwoordelijkheid rust op hem om de
+lasten zijner medemenschen te verlichten. Het Occultisme
+brengt juist het tegengestelde van wat de
+wereld welslagen noemt. De wereld kent h&egrave;m welslagen
+toe, die rijkdom en welvaart verwerft voor
+zichzelf, die uitsteekt boven zijne medemenschen en
+zijne macht gebruikt dat de menschheid hem diene.
+Hij die slaagt in het verkrijgen van goddelijke wijsheid
+en kennis en kracht, bezit deze slechts in de
+mate, waarin hij een dienaar en helper is zijner medemenschen.
+Hij gebruikt ze nooit om over anderen te
+heerschen, nooit om iets te verwerven voor zichzelf, nooit
+om zichzelf te verrijken ten koste van een ander, en
+gebruik te maken van hunne onwetendheid. Hoe
+meer hij weet des te meer moet hij anderen leeren,
+hoe meer hij begrijpt des te meer moet hij deelen
+met anderen, hoe sterker hij wordt des te grooter
+aantal zwakkeren moet hij trachten te helpen, want
+de kracht van het Occultisme, van het goddelijk
+weten kan nooit dienen om den bezitter te doen
+uitsteken boven zijne medemenschen: alleen om
+hen op te heffen tot eigene hoogte, slechts om
+hen te doen deelen in eigene kracht. Dat is het
+kernverschil tusschen de kennis der wereld en die
+van het goddelijk weten. De eerste maakt den mensch
+tot heerscher, de andere tot dienaar. Daarom zeide
+Jezus: &quot;Indien iemand wil de eerste zijn, die zal de
+laatste van allen zijn, en aller dienaar.&quot;
+[Footnote: Marcus 9, 35.] Waarlijk
+groot zijn zij, die zichzelf geheel aan de menschheid
+gegeven hebben.</p>
+
+<p><!-- Page 29 -->Het voorgaande is een schets van de geschiedenis
+der Theosofie in het verleden, van de geschiedenis
+van het goddelijk weten in godsdienst, wijsbegeerte
+en wetenschap. Ik heb medegedeeld hoe die wijsheid
+steeds trachtte der wereld leering te schenken,
+en hoe zij twee vormen van onderwijs deed ontstaan:
+het openbare voor allen, het bijzondere voor hen
+die zichzelf wilden opofferen, ten bate en nutte van
+den vooruitgang van het ras.</p>
+
+<p>Wat vroeger gedaan werd, is nog altijd mogelijk.
+In de uiterlijke Theosofische Vereeniging komen de
+menschen om de wetten, volgens welke de menschheid
+zich ontwikkelt, te bestudeeren. Wanneer zij
+deze wetten hebben geleerd en trachten hun leven
+voor anderen nuttig te maken, komt het innerlijk
+onderricht, dat hun geeft wat aan de menigte niet
+gegeven kan worden. Deze twee vormen bestaan
+nog heden als in het verleden, en de Theosofische
+Vereeniging is een vereeniging van onderzoekers, waartoe
+een ieder kan toetreden, die godsdienst en wijsbegeerte
+en wetenschap wil bestudeeren in de richting
+van het goddelijk weten en daarbinnen een groep
+van leerlingen, die alle dingen opgeven welke de
+wereld hoog stelt en streven naar hooger ontwikkeling,
+teneinde helpers te worden voor de menschen
+rondom hen, teneinde met dat doel de vermogens
+hunner ziel te ontplooien. Dat is ons werk, onze
+plicht. Zij, die zich tot dit werk voelen aangetrokken,
+kunnen in de Loges onzer vereeniging komen om
+onderricht; wie zich de innerlijke leering waardig
+toont, kan een leerling worden in den dieperen zin
+van het woord, om een medewerker te worden voor
+<!-- Page 30 -->den vooruitgang van het ras. Herinner u echter
+steeds dat het goddelijk weten niets anders heeft
+aan te bieden dan Zich en met zichzelf de kracht
+anderen te helpen, de menschheid te dienen. Het
+biedt geen belooning in rijkdom, in gewone macht
+of kennis, maar dien innerlijken schat, die den mensch
+in staat stelt een zegen te worden voor zijn broeders,
+een mededrager van de lasten der wereld; en tot
+diegenen onder u wien het ernst is met dit streven,
+tot hen wendt zich de Theosofische Vereeniging en
+biedt hun het oud, goddelijk weten, waardoor zij
+helpers kunnen worden der wereld. Tot dit doel
+zenden de Meesters hun boden onder de menschen.
+Ieder, die ernstig wil, wordt de gelegenheid tot
+leeren gegeven.</p>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;">
+<a name="Theosofie_en_haar_leeringen"></a><h2><b><!-- Page 31 -->Theosofie en haar leeringen.</b></h2>
+<br>
+
+<p><h4>II.</h4><p></p>
+<br>
+
+<p>Toen ik gisterenavond te Rotterdam sprak over
+de Theosofie en haar leeringen, heb ik voor zoover
+dat in een korte voordracht mogelijk was, de geschiedenis
+der Theosofie geschetst. Ik heb haar
+verband met de groote godsdiensten der wereld aangeduid,
+hare verspreiding door de verschillende landen
+beschreven, en vermeld dat zij nog heden ten dage
+de oude leering vertegenwoordigt, zoowel in haar
+openlijken als in haar innerlijken vorm. Ik stel mij
+voor hedenavond het onderwerp van een anderen
+kant te beschouwen en u te spreken over de leeringen
+zelve welke de Theosofie brengt, welke zij
+geeft om de menschheid te helpen, en ik zal u
+trachten aan te toonen dat deze leeringen nuttige
+toepassing vinden op stoffelijk, verstandelijk, zedelijk
+en geestelijk gebied, dat zij betrekking hebben op
+ieder deel van 's menschen samengestelden aard en
+hem een helder denkbeeld geven van de wereld
+waarin hij leeft, van den menschelijken samenstel en
+van de mogelijkheden, welke daarin verborgen liggen.</p>
+
+<p>V&oacute;&oacute;r alles dan begint het onderricht der Theo<!-- Page 32 -->sofie,
+het goddelijk weten, te spreken over het
+goddelijk Bestaan zelf en de onmiddellijke betrekking
+van den mensch tot God. Het leert dat er &eacute;&eacute;n
+goddelijk Bestaan is, het Leven van al wat is; dat
+er slechts &eacute;&eacute;n goddelijk Leven is, &eacute;&eacute;n goddelijke
+werking, &eacute;&eacute;ne kracht, welke overal bestaat in het
+heelal; dat overal waar wij gaan kunnen het leven
+van God zich bevindt, dat overal waar dieren voelen
+kunnen of menschen kunnen denken, het leven van
+God uitdrukking vindt. Ook in het delfstoffen-en
+plantenrijk steunt, onderhoudt, vermeerdert zijn Leven
+alle dingen; in het geheele heelal is geen leven
+buiten het goddelijk Leven. Dit &eacute;&eacute;ne Bestaan ligt
+ten grondslag aan al wat wij waarnemen, zoodat de
+Theosofie begint met het leeren van een grondeenheid,
+een wet van eenheid, van &eacute;&eacute;n-zijn alom;
+en deze eenheid spruit voort uit God, die de &eacute;&eacute;ne
+bron is van alle bewustzijn, waar ook dat bewustzijn
+worde gevonden. De ontwikkeling van het bewustzijn
+in den mensch, de groei van zijn verstand, vinden
+hunnen oorsprong in God. Alle bewustzijn, ontwikkelend
+tot zelf-bewustzijn, komt voort uit &eacute;&eacute;n
+bron, &eacute;&eacute;n oorsprong. Alle bewustzijn is &eacute;&eacute;n, wij
+kunnen het &eacute;&eacute;ne niet scheiden van het andere, en
+de menschen van elkaar vervreemden alsof zij tegenover
+elkander stonden&mdash;zij komen allen van denzelfden
+stam, zij zijn allen bewust door hetzelfde
+Leven, zij zijn allen een uitdrukking van hetzelfde
+goddelijk Bestaan. Deze eenheid van bewustzijn is
+&eacute;&eacute;ne uitdrukking van de wet van eenheid die heerscht
+in het heelal.</p>
+
+<p>Maar niet alleen alle bewustzijn is &eacute;&eacute;n, ook alle
+<!-- Page 33 -->kracht is &eacute;&eacute;n, en hier stemt de wetenschap in met
+de Theosofie: er is slechts &eacute;&eacute;n groote werking in
+het heelal; alle vormen van werking en kracht welke
+wij waarnemen, zijn in den grond &eacute;&eacute;n. Zij kunnen
+in elkander omgezet worden; alle vormen van werking
+welke de wetenschap bestudeert, alle krachten welke
+wij om ons waarnemen, hetzij in het delfstoffen-of
+plantenrijk, hetzij bij dier of mensch, al deze krachten
+zijn &eacute;&eacute;n in hunnen aard. Slechts hun uitdrukking, hun
+wijze van openbaring is verschillend, bij nader onderzoek
+blijken zij allen &eacute;&eacute;n te zijn: &eacute;&eacute;ne kracht,
+juist zooals er &eacute;&eacute;n bewustzijn is.</p>
+
+<p>Een derde uitdrukking van de wet van eenheid
+is de eenheid van stof. Alle stof is &eacute;&eacute;n, hoe verschillend
+ook de vorm wezen mag welke zij aanneemt.
+Er is slechts &eacute;&eacute;n grondstof en alle scheikundige
+elementen zijn daaruit opgebouwd. Al wat
+wij om ons waarnemen: vaste lichamen, vloeistoffen,
+gassen, ether, dat alles is in den grond hetzelfde,
+slechts verschillend in de rangschikking van zijn
+deelen. Wij vinden door de geheele wereld heen
+een eenheid, eenheid van bewustzijn en leven, eenheid
+van kracht, eenheid van stof, en deze drie
+eenheden zijn de uitdrukkingen van het goddelijk
+Bestaan, zij komen alle uit het &eacute;&eacute;ne Leven, het
+Leven van God.</p>
+
+<p>Uit deze eenheid van bewustzijn, van kracht en
+van stof kunnen wij een gevolgtrekking maken. Daar
+er slechts &eacute;&eacute;n stof is, slechts &eacute;&eacute;n kracht, slechts &eacute;&eacute;n
+bewustzijn, vormen alle wezens die bestaan een
+broederschap; zij zijn allen gemaakt uit dezelfde
+bouwstoffen, zij zijn allen bezield door dezelfde
+<!-- Page 34 -->kracht, zij ontwikkelen allen hetzelfde bewustzijn. Wij
+zien dat het geheele heelal &eacute;&eacute;n groote broederschap
+vormt, waarin de verschillende schepselen in verschillende
+staten van ontwikkeling zijn, maar allen
+worden saamgebonden door de &eacute;&eacute;nheid van stof,
+van kracht, van bewustzijn. In deze alomtegenwoordige
+grond-eenheid wortelt het begrip &quot;broederschap&quot;,
+en de Theosofie leert dat wij, deelen zijnde van
+hetzelfde Leven, niet naijverig tegenover elkander
+kunnen blijven staan. Er moet &eacute;&eacute;n gemeenschappelijk
+goed zijn voor ons allen, &eacute;&eacute;n gemeenschappelijke
+ontwikkeling waarin wij allen deelen, &eacute;&eacute;n gemeenschappelijk
+doel waarnaar wij allen streven, en alle
+gedachten van naijver of vijandschap, alle gedachten
+welke de menschen denken, alsof zij elkanders bestrijders
+zijn in plaats van elkanders helpers en
+broeders, zijn gegrond op hun onwetendheid aangaande
+het wezen van God en van den mensen.
+De eenheid die aan alles ten grondslag ligt, maakt
+de broederschap tot een noodzakelijk feit in de
+natuur.</p>
+
+<p>Wanneer wij dit denkbeeld een weinig verder
+uitwerken, bevinden wij dat deze broederschap zich
+toont in alle betrekkingen, waarin wij tot elkander
+komen. Laten wij eerst nagaan, welke betrekking
+de eenheid van stof heeft tot de broederschap der
+menschen. Onze lichamen zijn opgebouwd uit wat
+wij &quot;stof&quot; noemen, en wij weten, dat ons lichaam
+voortdurend zijn bouwstoffen hernieuwt, dat ons
+lichaam heden niet hetzelfde is, als het gisteren was
+of verleden week of de vorige maand, of als het
+morgen zijn zal of de volgende week of maand.</p>
+
+<p><!-- Page 35 -->Ons lichaam verandert voortdurend van bestanddeelen.
+Kleine deeltjes ervan, z&oacute;&oacute; klein dat zij
+onzichtbaar zijn voor het oog, komen en gaan ieder
+oogenblik. Wanneer wij ons lichaam zeer sterk vergroot
+zagen, zouden wij een stroom van deeltjes
+ervan zien uitgaan, en een stroom van deeltjes er
+heen zien komen, een stroom van komen en gaan,
+welke ons lichaam op ieder oogenblik van het leven
+verandert. Wanneer nu menschen elkaar ontmoeten,
+zooals wij hedenavond bijeen zijn gekomen, wisselen
+de deeltjes onzer lichamen onderling, deeltjes van
+uwe lichamen hechten zich vast aan het mijne,
+deeltjes van mijn lichaam gaan en worden opgenomen
+in dat van u, zoodat wij, wanneer wij de zaal verlaten,
+geen van allen hetzelfde zijn gebleven als toen
+wij binnenkwamen. Onze stoffelijke lichamen hebben
+een deel van de bouwstoffen waarvan zij gemaakt
+zijn, gewisseld. Ieder van u heeft iets aan zijn buren
+gegeven, ieder van u heeft iets van zijn buren ontvangen.
+Dit nu maakt dat er tusschen ons een zeer
+daadwerkelijke stoffelijke broederschap bestaat. Indien
+wij op deze wijze van deeltjes onzer lichamen
+wisselen, zijn wij broeders naar het lichaam, hetzij
+wij het willen of niet. Wij kunnen niet nalaten op
+elkander invloed te oefenen, hetzij ten goede of ten
+kwade. De gezonde persoon verspreidt zijn gezondheid,
+waar hij ook gaat, de zieke verspreidt zijne
+ziekte overal waar hij komt; deze wisseling, deze
+overgang legt tusschen ons allen een band, die maakt
+dat het lichamelijk welzijn onzer medemenschen
+van belang is voor ons allen.</p>
+
+<p>Nu bouwen wij ons lichaam op door voedsel,
+<!-- Page 36 -->drank, lucht en door het leven dat wij leiden. Indien
+gij in uw lichaam onrein voedsel brengt, onreinen
+drank, indien gij uw huis en uw kleeding
+niet rein houdt, trekt gij tot uw lichaam deeltjes,
+welke gij vergiftigt en vervolgens zendt gij die
+giftige deeltjes weer uit naar uwe medemenschen,
+zoodat een mensch die slechte, onreine dingen eet
+of drinkt, die ongezond is of onrein, op al zijne
+medemenschen een overeenkomstigen invloed uitoefent.
+Ieder mensch die alkohol, wijn of dergelijke
+giftige dranken gebruikt, beleedigt het lichaam van
+zijnen medemensen even goed als zijn eigen. Wij
+kunnen ons leven niet van dat van anderen scheiden,
+maar zijn genoodzaakt te leven als &eacute;&eacute;n groot huisgezin;
+al wat een van ons schaadt, schaadt daardoor
+het geheel. Wanneer wij dit inzien, kunnen wij niet
+langer onverschillig blijven voor de armoede en
+ellende om ons heen, want wij weten dat zoolang
+nog &eacute;&eacute;n mensch in de maatschappij arm is en ellendig
+en uitgehongerd, niemand volmaakt gezond en zuiver
+kan zijn en zijn lichaam bewaren kan in den best
+mogelijken staat. In ieder volk waarin men menschen
+vindt die lijden door armoede en ellende en stoffelijke
+ontaarding, moet elk lichaam zijn deel ontvangen
+van de ellende dier armen. De menschen zullen
+het misschien niet bemerken of begrijpen, maar hun
+lichaam is minder gezond wegens de ziekte, die
+rondwaart in de armere wijken der stad, onder de
+lichamen hunner armere medemenschen. Geen volk
+is zoo gezond als het zijn kan, zoolang &eacute;&eacute;n zijner
+kinderen ziek is, van geen land kunnen de bewoners
+volmaakte lichamen hebben, zoolang er nog &eacute;&eacute;n
+<!-- Page 37 -->honger lijdt. De stoffelijke ellende in de maatschappij
+is een zaak die allen ter harte moet gaan en niet
+slechts hun alleen die er onmiddellijk onder lijden.
+Wij zijn broeders naar het lichaam en genoodzaakt
+hun leed mede te dragen.</p>
+
+<p>De broederschap van lichaam is echter niet de
+eenige band tusschen ons. Er is een broederschap
+van aandoeningen en gevoelens even goed als van
+lichaam. Wij oefenen ook invloed op elkander uit
+door onze gevoelens. Al wat ik gevoel werkt ook
+op u in, al wat gij gevoelt, werkt op mij in. De
+geheele dampkring is vervuld van trillingen, gemaakt
+door de gevoelens en hartstochten der menschen.
+Ook op deze wijze oefenen wij zonder het te weten
+invloed op elkander uit en indien gij er op let,
+kunt gij het door eigen ondervinding waarnemen.
+Hebt gij nooit opgemerkt, hoe wanneer &eacute;&eacute;n persoon
+in een gezelschap slecht gehumeurd is, die stemming
+zich verspreidt over de anderen, hoe &eacute;&eacute;n knorrig
+persoon in huis iedereen min of meer wrevelig stemt?
+Hebt gij nooit waargenomen hoe wij in de nabijheid
+van sommigen een gevoel krijgen van vrede en rust,
+een gevoel alsof alles ons gemakkelijk zou vallen,
+terwijl anderen alleen door hun nabijheid ons knorrig
+maken en alles somber doen schijnen en zwaar?
+Het is de broederschap onzer aandoeningen, die op
+deze wijze voortdurend op ons inwerkt en de reden
+waarom dit mogelijk is ligt hierin, dat de mensch behalve
+het zichtbare lichaam nog een lichaam heeft van
+fijnere stof, welke wij astrale stof noemen en deze
+astrale stof, welke van een hoogeren graad van fijnheid
+is, trilt uiterst gemakkelijk en vlug. Door onze
+<!-- Page 38 -->gevoelens nu wekken wij trilling op, welke die
+astrale stof aandoet en welke andere menschen in
+hun astraal lichaam doet beantwoorden aan het gevoel
+dat in ons astraal lichaam die trilling veroorzaakt
+heeft. Ieder van u heeft in en om zijn stoffelijk
+lichaam een wolk of mist van deze fijne astrale stof,
+veel schitterender dan het stoffelijk lichaam zelf,
+juist alsof zich rondom u een wolk bevindt, waardoor
+kleurenspel van elektrisch licht zichtbaar is.
+Het astrale lichaam is helder en vol kleuren, kleuren
+als van den horizon bij den opgang of ondergang
+van den zon. Evenals gij dan in de lucht soms
+wolken zien kunt, welke door den zon worden gekleurd,
+zien de menschen, die meer dan het stoffelijke
+waarnemen kunnen, rondom ieder van u een gekleurde
+wolk, maar in plaats van door den zon,
+wordt die wolk gekleurd door uwe gevoelens, uw
+aandoeningen, uwe hartstochten, en zoodra een gevoel,
+eene aandoening in u opkomt, kleurt zich de
+wolk rondom u en trilt zij met groote snelheid, en
+deze trilling straalt van u uit en wekt in het
+astrale lichaam van anderen gelijke trillingen op,
+zoodat zij hetzelfde gevoelen als gij. Wij oefenen
+daardoor, wanneer wij in elkanders nabijheid vertoeven,
+invloed op elkaar uit door onze gevoelens
+even als door onze gezondheid of ziekte, en wij
+zijn evenzeer door een broederschap van gevoelens
+verbonden als door een broederschap van het stoffelijk
+lichaam, en die broederschap van gevoelens
+uit zich door middel van het astrale lichaam, het
+lichaam der aandoeningen dat steeds in beweging is,
+steeds in trilling en hoe sterker onze gevoelens zijn,
+<!-- Page 39 -->des te krachtiger oefenen wij er invloed door uit op
+anderen.</p>
+
+<p>Er is nog een derde wijze, waarop zich de
+broederschap openbaart en wel in ons denkvermogen.
+Wij leven evengoed in broederschap van gedachten
+als in gevoels-broederschap. Wanneer wij denken
+oefenen wij invloed uit op de gedachten der menschen
+om ons heen. Wanneer wij denken, zenden wij als
+het ware elektrische stroomen uit, die werken op het
+denken van anderen, en zij krijgen betere of slechtere
+gedachten al naar den aard onzer eigene gedachten.
+Terwijl ik tot u spreek, gebruik ik mijn stoffelijk
+lichaam, mijn stem, ook hoort gij mij met uw stoffelijk
+lichaam, met uw ooren, maar dit is niet het
+eenige, wat u en mij verbindt. Behalve mijn stem
+die gij hoort, gaan er van mij trillingen uit, gevoelstrillingen
+die u er toe nopen te luisteren en uwe
+aandacht te schenken. Deze trillingen worden soms
+magnetisch genoemd, en daar zij uit mijn astraal
+lichaam voortkomen, oefenen zij invloed uit op het
+uwe. Behalve deze wisselwerking tusschen onze
+stoffelijke en astrale lichamen is er nog wisselwerking
+van denkvermogen. Mijn denkvermogen zendt stroomen
+uit tot het uwe en vormt beelden welke gij met uw
+denkvermogen waarneemt, niet met uw stoffelijke
+oogen. Zoolang ik spreek, zend ik voortdurend die
+denk-beelden uit, zoodat de woorden gemakkelijker
+voor u zijn te begrijpen wegens den onmiddellijken
+invloed, dien ik uitoefen op uw denkvermogen. Deze
+inwerking der menschelijke gedachte op anderen
+vindt onophoudelijk plaats, en wanneer iemand invloed
+tracht uit te oefenen op een ander is die wer<!-- Page 40 -->king
+veel sterker dan wanneer hij als het ware slechts
+voor zich zelf denkt. Deze beelden welke ons denkvermogen
+vormt en welke de menschen waarnemen
+door het hunne, brengen het grootste deel onzer
+gedachten over aan anderen en stellen ons in staat
+elkander beter te kunnen begrijpen dan alleen door
+stoffelijke mededeeling mogelijk is. Deze invloed
+welken ons denkvermogen op anderen uitoefent bestaat
+steeds, niet alleen wanneer iemand tot anderen
+spreekt, maar ook in het gewone dagelijksch leven.
+Wanneer gij denkt, zijn alle menschen om u heen
+min of meer geneigd op dezelfde wijze te denken
+en hoe sterker uw denkkracht is, des te grooter
+invloed oefent gij op hen uit. Hebt gij wel eens
+opgemerkt hoe dikwijls, wanneer gij met iemand
+samenwoont, gij beiden over hetzelfde onderwerp
+denkt, en wanneer de &eacute;&eacute;n zijn gedachte uitspreekt,
+zegt de ander: &quot;Daar dacht ik juist ook aan.&quot; Dit
+is dikwijls het geval met man en vrouw, broeder en
+zuster, vriend en vriend, en vaak beslist slechts toeval,
+wie het eerst spreekt. Wie dan het eerst zijn
+gedachte in woorden kleedt, bemerkt dat de ander
+in dezelfde richting gedacht heeft. Op deze wijze
+kunnen wij elkander veel goed doen en veel kwaad.
+Goed wanneer wij edel denken en rein, kwaad wanneer
+wij laag, gemeen en slecht denken. Vele menschen
+denken dat als zij slechts doen wat goed is,
+als zij maar geen grove woorden gebruiken, het er
+niet toe doet hoe zij denken: gedachten zijn tolvrij.
+Dit is onjuist: onze gedachten oefenen een veel
+grooteren invloed uit op onze medemenschen dan
+onze woorden, en een slecht mensch, die slecht
+<!-- Page 41 -->denkt, vergiftigt alle menschen met wie hij in aanraking
+komt; hij oefent een slechten invloed uit
+zonder iets anders te doen dan in onze nabijheid te
+zijn. En evenzoo is men, indien men goede gedachten
+kweekt, overal waar men gaat tot zegen. De
+menschen om ons heen zullen zelf goede gedachten
+krijgen zonder te weten waarom. Onze invloed zal
+hen goed doen denken. Op deze wijze is er broederschap
+van denken evengoed als broederschap van
+gevoel en van lichaam.</p>
+
+<p>Zie dan hoe veel er voortvloeit uit dit denkbeeld
+van de eenheid van al wat is, hoe sterk deze
+eenheid zich doet gevoelen in het leven, hoe wij
+naarmate wij die eenheid doorgronden, nuttiger
+worden voor elkander dan te voren, hoe wij leeren
+dat wij invloed uitoefenen op onze medemenschen
+door onze lichamen, onze gevoelens en onze gedachten,
+en hoe wij op deze drie wijzen elkander
+kunnen helpen. Zoo leeren wij de natuurwet en
+passen die dan toe om onze broeders te helpen en
+de wereld door ons leven beter te maken. Deze
+eenheid, uitgewerkt zooals ik het thans heb gedaan,
+is &eacute;&eacute;n der groote leeringen van de Theosofie.</p>
+
+<p>Laat ik thans een tweede groote leering nemen,
+die welke zegt dat uit God de zielen der menschen zijn
+voortgekomen, dat het leven van God iederen mensch
+gegeven is, opdat hij zich ontwikkelen moge tot een
+volmaakt wezen, gelijk God zelf. Gij zult u herinneren
+dat Jezus, toen hij sprak tot de menigte, een merkwaardig
+gebod gaf: &quot;Weest dan gijlieden volmaakt
+gelijk uw Vader die in de hemelen is volmaakt is.&quot;
+[Footnote: Matthe&uuml;s 5,48] De
+<!-- Page 42 -->Vader in den hemel nu is God, het goddelijk Wezen,
+en Jezus leerde aan zijne leerlingen en aan de volksmenigte
+dat zij volmaakt moesten zijn gelijk God.
+Nu is God volmaakt in kennis, volmaakt in kracht,
+volmaakt in liefde. Hoe kan de mensch volmaakt
+zijn in kennis en in kracht en in liefde, gelijk God
+volmaakt is? Toch was dit het gebod dat Jezus gaf
+en als Jezus sprak, zeide hij slechts wat waar was
+en mogelijk. Hij zou het niet hebben gezegd als
+deze volmaking onmogelijk was voor den mensch.
+De vraag waartoe wij van zelf komen is dan deze:
+hoe is het mogelijk, en is het mogelijk voor ieder
+of slechts voor eenige menschen? En het antwoord
+dat de Theosofie geeft is: het is mogelijk voor ieder,
+niet slechts voor enkelen; voor ieder is het mogelijk
+volmaakt te worden gelijk God volmaakt is, de
+mensch is werkelijk gemaakt naar het goddelijk
+beeld, dat wil zeggen hij is de juiste weerkaatsing
+van God. Laten wij eerst een uiterst geval beschouwen;
+een zeer onontwikkelden wilde, zoo laag ontwikkeld
+dat hij het goede nog niet kan onderscheiden
+van het kwaad, dat hij nog niet weet dat het kwaad is
+te stelen of te liegen of te moorden, dat hij al
+deze dingen geoorloofd vindt. Waarom zou hij niet
+stelen als hij iets noodig heeft dat hem niet toebehoort?
+Waarom zou hij niet liegen als hij daardoor
+kan krijgen wat hij begeert? Waarom zou hij niet
+moorden als hij sterk genoeg is het te doen en
+verlangt zijnen vijand te dooden? Die wilde ziet
+geen kwaad in moorden en liegen en stelen. Hij
+denkt dat het goed is, of liever: hij denkt er in
+het geheel niet over. Hij wil het doen. Derhalve
+<!-- Page 43 -->doet hij het, en het komt nooit in hem op te vragen:
+&quot;is het goed dat ik moord of lieg of steel?&quot; Hij onderzoekt
+niet of wat hij wil doen geoorloofd is. Hij
+wil het doen en dat is alles waar hij om geeft.
+Waartoe zou het dienen zulk een mensch te zeggen,
+volmaakt te zijn zooals God volmaakt is? Hij is
+zelfs nog niet in staat, kwaad te onderscheiden van
+goed; hoe zou hij dan volmaakt kunnen zijn? Verstandelijke
+vermogens zijn in hem nog niet ontwikkeld,
+hij kan niet verder tellen dan twee, hij kan
+geen gevolgtrekking maken, begrijpt niet wat een
+gevolgtrekking is. Hij heeft geen geheugen en herinnert
+zich niet wat gisteren gebeurde, noch kan hij
+berekenen wat morgen gebeuren zal. Hij is in verstandelijk
+opzicht even dom als hij zedelijk laag
+staat. Wat wilt gij met zulk een mensch doen? Hij
+ziet er niet uit als &quot;het beeld van God&quot; en er schijnt
+niet veel kans dat hij volmaakt zou worden gelijk
+God volmaakt is. Als hij sterft, bezit hij noch verstand,
+noch zedelijk gevoel. Wat wordt er van dien
+mensch? Wanneer hij sterft en een ander leven
+intreedt, zonder zijn lichaam, een soort van middenleven
+tusschen deze aarde en den hemel, is er niet
+veel in hem dat omhoog kan stijgen, want zijn ziel
+is zwak en onontwikkeld. Zij is nog slechts een
+kiem. Hij kende het goed nog niet van het kwaad.
+Hij kon nog niet denken. De ziel nu is de kracht
+in den mensch die denkt en het goede onderscheidt
+van het kwaad en de ziel van zulk een wilde is
+slechts een embryo, nog volstrekt onontwikkeld.
+Wanneer hij sterft en uit het lichaam treedt, is hij
+in de wereld, volgende op de stoffelijke, in de astrale
+<!-- Page 44 -->wereld, waar de dierlijke aard werkelijk thuis behoort.
+De dierlijke aard nu van den wilde is zeer sterk.
+Deze was het die hem deed moorden en liegen en
+stelen, omdat de dierlijke aard sterk was en de ziel
+nog zwak en jong. Wanneer hij nu na den dood
+deze astrale wereld binnentreedt, terwijl de dierlijke
+aard in hem nog sterk is, ondervindt hij dat hij ze
+daar niet meer kan bevredigen, zooals hij kon terwijl
+hij in het lichaam woonde, dat hij dat soort
+genot dat hij op aarde vond, daar niet verkrijgen
+kan, dat hij met zijn lichaam het werktuig verloren
+heeft, waardoor zijn dierlijke aard zich kon uiten.
+Zoo leert hij, wanneer hij uit het lichaam is getreden,
+dat hij de zucht naar genot van zijn dierlijken
+aard op den langen duur niet kan voldoen, dat
+datgeen wat hem in het lichaam genot schonk, hem
+daarbuiten smart geeft in plaats van genot. Zoo
+leert de jonge ziel deze eerste les door ondervinding
+in het aardleven en na den dood. Daarop gaat de
+ziel naar de hemelsche wereld. Veel is er nog niet
+dat deze jonge ziel in den hemel kan vinden, maar
+toch leert zij een weinig door een tijd in die wereld
+te vertoeven. Toen de wilde nog op aarde leefde,
+gevoelde hij wellicht eenige liefde voor vrouw of
+kind, en deze liefde leert hem een nuttige les.
+Wanneer hij de hemelsche wereld bereikt, is die
+liefde nog met hem; en hij ondervindt dat deze
+blijft en hem genot schenkt in die hoogere wereld.
+Hij bevindt dat de weinige goede gevoelens, dat
+iedere aandoening welke iets in zich had dat goed
+was en rein, bij hem is, wanneer al het andere
+achterblijft, dat de liefde blijft wanneer alle harts<!-- Page 45 -->tocht
+is uitgestorven. Wanneer hij een tijdlang in
+den hemel vertoefd heeft, en zijn liefde in de hemelsche
+gebieden is toegenomen in kracht, komt
+het oogenblik, waarop de ziel terug moet keeren
+tot het aardleven, opnieuw moet worden geboren
+in een lichaam, een weinig beter dan het lichaam
+dat zij vroeger bezat. Want de ziel is een weinig
+gegroeid en heeft een beter lichaam noodig dan
+het vorige dat zij bewoonde. Zij is een weinig gegroeid,
+heeft geleerd een weinig meer liefde
+te koesteren, heeft een weinig geleerd door
+hare ondervinding in deze wereld en in de twee
+werelden aan gene zijde van het graf. Zij is een
+weinig ouder geworden en wijzer en heeft om nieuwe
+ondervinding op te doen een beter lichaam noodig,
+wanneer zij terugkomt. Na in dat beter lichaam geboren
+te zijn, leert zij een weinig meer dan in het
+vorige. Zij heeft geleerd dat stelen en moorden
+niet goed is, en wanneer een leeraar of oudere
+bloedverwant tot het jonge kind, dat reeds deze
+ondervinding heeft opgedaan, zegt: &quot;Gij moet niet
+stelen, niet liegen, niet moorden,&quot; zal deze ziel, die
+op aarde teruggekeerd is met de ondervinding die
+zij heeft opgedaan, deze leering kunnen beantwoorden
+en zeggen: &quot;Ja, het is waar, ik moet niet
+stelen, niet liegen, niet moorden, ik zie in dat dit
+alles verkeerd is.&quot; Waarom ziet die ziel nu in dat
+het verkeerd is, terwijl zij het den vorigen keer niet
+inzag? Omdat de ziel in dien tijd is gegroeid,
+omdat zij ondervonden heeft dat stelen ongelukkig
+maakt. En deze ondervinding bot als zedelijke
+eigenschap uit, wanneer de ziel in een stoffelijk
+<!-- Page 46 -->lichaam wordt weergeboren. De kinderen, die thans
+in ons midden ter wereld komen, worden niet geboren
+zooals de volkomen onontwikkelde wilde,
+waarover ik sprak, niets wetende van goed en kwaad.
+Zoodra gij hen onderwijst, begrijpen zij het verschil
+tusschen kwaad en goed en het is gemakkelijk hun
+te leeren, daar hunne zielen ouder zijn en reeds vele
+aardlevens doorleefd hebben, waarin zij ondervinding
+hebben opgedaan en verzameld, en die ondervinding
+hebben omgezet in wat wij geweten noemen, in
+aangeboren begrip van goed en kwaad. Deze groei
+van de ziel gaat door, leven na leven, honderde
+keeren, zoodat de ziel, wanneer zij in een stoffelijk
+lichaam ter wereld komt, na reeds honderde levens
+te hebben doorgemaakt, vele vermogens in zich heeft.
+Zij komt ter wereld met zekere verstandelijke kracht,
+met zekeren aanleg voor kunst, met zedelijke eigenschappen.
+Ieder uwer werd geboren met het vermogen
+te denken, zoodat gij met vrucht kondt worden
+opgevoed; en misschien met eenige artistieke kracht,
+met talent voor schilderen, voor beeldhouwkunst of
+muziek. Gij bracht die vermogens met u, en toondet
+ze reeds als kind, zoodat uw opvoeding kon worden
+ingericht op een wijze die geschikt was om de vermogens
+die gij medebracht, te kunnen ontwikkelen.
+Deze vermogens, welke de kinderen meebrengen en
+in overeenstemming waarmede wij hun opvoeding
+behooren te regelen, hebben zij gewonnen in herhaalde
+aardlevens in het verleden, en telkens gedurende
+hun leven in de hemelsche wereld hebben zij
+die vermogens verbeterd en doen toenemen in kracht,
+en bij iedere geboorte op aarde brengen zij ze mede op een
+<!-- Page 47 -->hoogeren trap van ontwikkeling dan den vorigen keer.</p>
+
+<p>Op deze wijze groeit de ziel door voortdurend
+herhaalde wedergeboorte op aarde en naarmate zij
+groeit wordt zij meer en meer gelijk God. Na langen,
+langen tijd wordt de ziel op aarde geboren als een
+kind met een zeer goed karakter, misschien als genie,
+misschien bijna volmaakt uit een zedelijk oogpunt.
+Enkele kinderen worden zoo goed geboren dat
+hunne opvoeding bijzonder gemakkelijk is, onzelfzuchtig,
+vriendelijk en liefdevol, anderen ter wille.
+In deze kinderen wonen zielen die oud zijn, zielen
+die reeds vele malen op aarde geweest zijn, en geleerd
+hebben onzelfzuchtig en vriendelijk te zijn en
+hunne medemenschen lief te hebben, zoodat zij
+thans bij hun geboorte zulk een karakter toonen.
+Zij behoeven niet meer te leeren wat goed is, zij
+weten het van de wieg af, juist zooals andere kinderen
+reeds in hun prille jeugd geni&euml;n blijken.
+Wanneer de ziel zulk een standpunt bereikt heeft,
+is het oogenblik daar waarop haar ontwikkeling zeer
+kan worden versneld, het oogenblik, waarop bijzondere
+leering zal komen op haren weg, waarop haar
+bijzondere gelegenheden zullen worden geboden,
+sneller te kunnen ontwikkelen en groeien; dan komt wat
+de &quot;geestelijke geboorte&quot; genoemd wordt, de geboorte
+naar den geest waarvan Jezus sprak toen hij zeide
+dat geen mensch het koninkrijk Gods kon kennen,
+tenzij hij was geboren naar den geest. De menschen
+worden telkens en telkens geboren naar den vleesche;
+zij worden slechts &eacute;&eacute;ns geboren naar den geest en
+wanneer een mensch geboren is naar den geest,
+zegt men dat de Christus in hem geboren is. Gij
+<!-- Page 48 -->zult u herinneren dat Paulus in een zijner brieven
+schreef, dat de Christus geboren moest worden in
+de ziel; dit nu is de groote &quot;tweede&quot; geboorte, die
+het begin is van de ontwikkeling van den Christus
+in den mensch. Alle vroegere ontwikkeling heeft
+hem slechts doen groeien tot een goed en
+knap mensch, verstandig en krachtig en zedelijk,
+maar na de geestelijke geboorte wordt hij geestelijk,
+en begint hij het leven te leiden van den Christus.
+Hij wordt vol mededoogen voor allen, vol liefde en
+vol van den wil zijn medemenschen te helpen. Hij
+ontwikkelt in zich den aard van den Christus, hij
+gevoelt de broederschap die hem met allen verbindt,
+hij gevoelt dat hij &eacute;&eacute;n is met alle menschen, dat zij
+allen leden zijn van zijn huisgezin, dat zij allen hem
+na-staan, als een deel van hemzelf, een deel van zijn
+eigen leven. Naarmate de Christus zich in den mensch
+ontwikkelt, nadert hij de volmaking. Hij wordt meer
+en meer vrij van zonden, hij verkrijgt meer en meer
+inzicht in alle geestelijke waarheid, hij omvat meer
+en meer van het goddelijk leven en drukt dit uit in
+zijn leven op aarde. Dit tijdperk in de menschelijke
+ontwikkeling is dat van geestelijken groei, niet van
+verstandelijken of zedelijken vooruitgang. Het komt
+na dezen vooruitgang en brengt de gelijkenis
+van God en den mensch tot volkomen volmaking.
+Wanneer de mensch z&oacute;&oacute; gedurende langen tijd heeft
+geleefd, vrij van zonde, terwijl hij goed doet aan
+ieder, allen met wie hij in aanraking komt helpt,
+vol wijsheid en inzicht in alle geestelijke waarheid,
+heeft hij het standpunt bereikt waarop Jezus doelde
+toen hij zeide: &quot;Weest dan gijlieden volmaakt gelijk
+<!-- Page 49 -->uw Vader die in de hemelen is volmaakt is.&quot; Dit zou onmogelijk
+zijn indien de mensch niet gedurende honderde
+levens tot die hoogte kon klimmen. Voor den wilde,
+over wien ik u gesproken heb, zou het niet mogelijk
+geweest zijn, in &eacute;&eacute;n leven volmaakt te worden, te
+worden gelijk God. Maar zonder twijfel is het mogelijk,
+wanneer hij leven na leven op aarde terugkeert,
+leven na leven verbetert en groeit, totdat de
+ziel van een klein zaadje gegroeid is tot een machtigen
+boom, na talrijke eeuwen van levens. En evenals
+de eik door zijne bladeren die hij ontplooit, den
+geheelen zomer voedsel verzamelt, en dit voedsel uit
+de bladeren voert tot takken en stam, en in den
+herfst de bladeren afvallen en sterven, maar de boom
+door het opgenomen voedsel gegroeid is--- zoo ook
+zendt de menschelijke ziel een lichaam uit, gelijk de
+boom zijne bladeren, en verzamelt ondervinding
+door het vergankelijke lichaam, gelijk de boom door
+de bladeren zijn voedsel. Al die ondervinding neemt
+de ziel in zich op: het lichaam sterft wanneer zijn
+tijd daar is, maar de ziel groeit door de opgedane
+leering en nadert de volmaking.</p>
+
+<p>Dit is wat de Theosofie leert omtrent den groei
+der ziel, en gij hebt gezien dat wij gekomen zijn tot
+de gevolgtrekking, dat de mensch volmaakt kan
+worden, en de vraag zal bij u opkomen: &quot;Wat moet
+de volmaakte mensch doen met zijne volmaking?&quot;</p>
+
+<p>Hij moet zijn medemenschen helpen. Zij die
+volmaakt zijn geworden zijn degenen die wij Meesters
+noemen. Zij zijn de Leeraars der groote godsdiensten,
+zij zijn het die tot de wereld komen om
+den menschen te leeren hoe te leven, hoe sneller te
+<!-- Page 50 -->groeien. Zelf volmaakt geworden, blijven zij anderen
+leeren hoe de volmaking te bereiken. Jezus, die
+zelf volmaakt is, bleef op aarde ten einde den menschen
+te leeren hoe zij volmaakt konden worden en
+gelijk aan Hemzelf. En de Theosofie leert dat deze
+volmaakte menschen nog heden bereikt kunnen
+worden. Zij zijn niet ver weg in den hemel, maar
+hier op aarde. En wij kunnen hen vinden, indien
+wij den juisten weg inslaan; en de eenige weg om
+hen te vinden is te trachten hun gelijk te worden.
+Misschien hebt gij wel eens in de geschriften van
+de heiligen der Christelijke kerk gelezen, hoe Jezus
+tot hen kwam en hun leerde; en dan hebt gij steeds
+gedacht dat dit droomen waren of verzinsels. Toch
+is dit niet het geval. Wat zij schreven is letterlijk
+waar, en het zou ook voor ons waar kunnen zijn
+zooals het waar was voor hen, want gij kunt een
+heilige worden zoo goed als ieder ander mensch,
+die leefde in de middeleeuwen of in de eerste eeuwen
+der Christelijke kerk. Waarom zouden niet de tegenwoordige
+Christenen heilig worden kunnen gelijk die
+van vroeger, waarom zouden zij den Christus niet
+kennen zooals Hij gekend werd in de vroegste tijden
+der kerk, waarom zouden zij niet in staat zijn Hem
+te spreken en van Hem te leeren, zooals de menschen
+in die oude dagen deden, toen Hij leefde
+onder de menschen en zooals zij het nog deden,
+vier of vijf eeuwen daarna? De ziel der menschen
+is thans niet zwakker dan toen, de ziel der menschen
+is in staat nog heden te doen, wat zij toen in staat
+was te volbrengen. Het is slechts de kennis die u
+ontbreekt, hoe het te doen en den krachtigen wil,
+<!-- Page 51 -->welke u moed tot volharden kan geven. De Theosofie
+is d&aacute;&aacute;r om u de kennis te geven van den weg,
+waarlangs wij de groote Leeraars kunnen bereiken,
+en met die kennis geeft zij ons den moed en den
+wil en het geduld tot volharden.</p>
+
+<p>Veel van wat ik u hedenavond heb gezegd zal
+voor sommigen uwer nieuw schijnen en vreemd. Toch
+is het niet nieuw maar over-oud, z&oacute;&oacute; oud dat de
+menschen het hebben vergeten; en niet vreemd, zooals
+gij bij nadere studie zult vinden. Ik heb u
+hedenavond niets gezegd, dat ik niet <i>weet</i> dat waar
+is en de weg dien ik gevolgd heb om tot weten te
+komen, is de weg dien de Theosofie aanwijst. Door
+het volgen van hare voorschriften ben ik in staat
+geweest hetzelfde te doen wat in de Christelijke kerk
+gedaan werd, vele eeuwen geleden, en wat in alle
+andere godsdiensten mogelijk is geweest, lang voordat
+het Christendom was gesticht. Al deze dingen
+zijn altijd bekend geweest, deze weg is altijd betreden
+door de weinigen; en zij die hem betraden waren
+de menschen, die de waarheden van den godsdienst
+wisten door eigen waarneming&mdash;niet uit de tweede
+hand. Het doel der Theosofische Vereeniging is, u
+te helpen in het verkrijgen van eerste-hands kennis
+en hoewel de dingen die ik u gezegd heb misschien
+onbekend mogen wezen en schijnen onmogelijk te
+kunnen worden bewezen, kunnen zij alle bewezen
+worden door ieder uwer die begeert te onderzoeken, en
+zich dezelfde moeite wil geven, welke door sommigen
+onzer is gedaan. Dan zult gij de werkelijkheid der
+wedergeboorte op aarde weten, niet slechts gelooven,
+dan zult gij de wijze kennen, waarop de ziel lang<!-- Page 52 -->zamerhand
+groeit tot volmaking, dan zult gij weten
+dat deze Leeraars nog levende menschen zijn en nog
+steeds leering geven willen aan leerlingen die tot
+hen komen. De Theosofie is inderdaad een studie.
+Ik vraag u niet haar te gelooven, ik vraag u niet
+haar aan te nemen zonder begrijpen, ik vraag u
+slechts te onderzoeken, zooals ik onderzocht heb.
+Gij kunt tot weten komen zooals ik ben gekomen
+tot weten. En ik weet, dat wanneer al deze dingen
+voor ons eerste-hands kennis worden, niets in de
+wereld ons meer werkelijk ongelukkig kan maken.
+De moeiten en zorgen, welke zoo vele menschen
+kwellen, worden ons niets, zelfs de dood, die scheiding
+te maken schijnt tusschen de menschen, kan
+voor ons geen scheiding meer brengen wanneer
+wij deze waarheden voor ons zelf bevestigd weten,
+omdat wij dan den sluier des doods kunnen oplichten,
+en de menschen aan de andere zijde kennen,
+even gemakkelijk als gij ze hier kent op aarde;
+zoodat de Theosofie u met de gelegenheid om deze
+dingen te onderzoeken de mogelijkheid biedt van
+grooter geluk dan den meesten menschen ten deel
+valt, van kennis die u sterk zal maken en krachtig,
+van een leven vol vrede en rust. D&agrave;t is de uitkomst
+van Theosofisch onderzoek, d&agrave;t is het gevolg
+van het streven tot weten te komen, en mijn
+doel voor hedenavond was, eenigen van u te brengen
+tot diepere studie, opdat gij moogt komen tot de
+kennis der waarheid. En wanneer gij dan tot die
+kennis gekomen zult zijn, zult gij terugzien tot dezen
+avond en zeggen: Toen was het dat ik voor het
+eerst de leeringen der Theosofie vernam, waarvan
+<!-- Page 53 -->de kennis in mijn geheele leven verandering heeft gebracht.
+Toen was het dat ik den grootsten schat
+vond, welken ik ooit heb gekend; want ik vond de
+kennis van God, die het eeuwige leven is, zonder
+welke het leven arm is en beperkt, met welke het
+leven oneindig wordt, vol van vreugde en vrede.</p>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;">
+<a name="Esoterisch_Christendom"></a><h2><!-- Page 54 --><b>Esoterisch Christendom</b></h2>
+<br>
+
+<p>Sommigen die niets weten van de Theosofische
+leeringen beschouwen de Theosofie als vijandig gezind
+jegens het Christendom. Zij denken dat iemand
+wanneer hij Theosoof wordt moet ophouden Christen
+te zijn. En wanne&eacute;r zij vernemen dat de Theosofie
+zich in een land verspreidt, nemen zij als van zelf
+sprekend aan dat in dat land een nieuwe beweging
+tegen het Christendom is ontstaan, een beweging
+waarvoor geen Christen sympathie kan gevoeien.
+Deze zienswijze nu is geheel en al verkeerd. Hoe
+zou het mogelijk zijn dat de grondslag van alle
+godsdiensten de vijand was van eenigen godsdienst?
+Daar zij komt om het godsdienstig gevoel te versterken
+door kennis, kan de Theosofie niet ten doel
+hebben het geloof te ondermijnen, of te trachten
+het godsdienstig gevoel der menschen te doen wankelen.
+Integendeel: waar zij komt tot de menschen,
+vraagt zij hun niet hunnen godsdienst te verlaten,
+maar zij vraagt hun te pogen dien godsdienst te
+doorgronden in zijn diepere en meer geestelijke beteekenis.
+Zij komt tot den godsdienst om hem terug
+te geven wat hij in den loop der eeuwen heeft verloren,
+zij komt om de kennis terug te brengen, welke
+<!-- Page 55 -->langzamerhand uit zijn gebied is geweken, zij komt
+om de zinnebeelden en riten van den godsdienst
+begrijpelijk te maken en aan hen wier geloof was
+geschokt door de aanvallen van het ongeloof een
+hechten en zekeren grondslag te schenken waarop
+hun geloof rusten kan, verheven boven de mogelijkheid
+van eenigen aanval, bekroond met goed gevolg.</p>
+
+<p>Wanneer ik dan hedenavond u toespreek uit
+naam der Theosofie, spreek ik als iemand die het
+Christendom beschouwt als &eacute;&eacute;n van de groote godsdiensten
+der wereld, die gelooft dat het in zich alles
+bevat wat noodzakelijk is voor den groei der menschelijke
+ziel, maar die tevens meent dat het algemeen
+verspreide Christendom van tegenwoordig zeer
+veel verloren heeft van wat het oorspronkelijk
+Christendom bezat, als iemand die gelooft dat het
+mogelijk is aan de kerk dat diepere, geestelijker inzicht
+in den godsdienst terug te geven, dat in den
+tegenwoordigen tijd uit het weten der Christenen
+verdwenen is.</p>
+
+<p>Reeds de naam van deze voordracht &quot;esoterisch
+of innerlijk Christendom&quot; zal waarschijnlijk door vele
+Christenen verworpen worden. Weinigen onder de
+hedendaagsche Christenen willen toegeven dat er een
+esoterisch Christendom bestaat, ja zelfs hoort men
+Christenen er zich dikwijls op beroemen dat h&ugrave;n
+godsdienst ten minste niets heeft dat teruggehouden
+en verborgen is. Dikwijls hoort men zeggen: de
+Christelijke godsdienst is z&oacute;&oacute; eenvoudig dat zelfs een
+kind, dat de meest onontwikkelde hem kan begrijpen
+en ik heb soms Christenen ontmoet die verontwaardigd
+werden over het denkbeeld, dat er in
+<!-- Page 56 -->verband met hun geloof eenige kennis zou bestaan,
+welke teruggehouden wordt van den onwetende, welke
+niet openlijk aan de wereld wordt verkondigd, kennis
+zoo moeilijk te omvatten, dat de gewone menigte
+niet in staat zou zijn haar te begrijpen. En toch
+is het duidelijk dat als het waar is dat het Christendom
+niets anders te leeren heeft dan wat begrepen
+kan worden door het kind en door den onopgevoeden
+mensch, dit de erkenning in zich zou sluiten,
+dat het Christendom niet de waarheid bezit, dat het
+niet voldoende is voor den wijsgeer en den wijze.
+Want gij kunt het verstand van den wijsgeer niet tevreden
+stellen met dezelfde opvattingen welke voldoende
+zijn voor het kind en den polderwerker. Men kan
+niet verwachten dat de man van de wetenschap, de
+hoogontwikkelde denker, tevreden zal blijven met de
+enge en ruwe opvattingen, welke voor den onwetende
+niet slechts voldoende zijn, maar die voor hem veel
+meer geschikt zijn dan de verklaringen van den
+verheven wijsgeer. Neem bijvoorbeeld het begrip
+&quot;God&quot;. Voor een kind moet gij van God een konkreet
+denkbeeld geven, anders kan het kind het niet
+bevatten. Indien gij tot hem spreekt in de taal der
+metafysika, indien gij tot hem spreekt over het absolute,
+het oneindige, indien gij hem vertelt van een
+oneindig leven, dat de geheele ruimte doordringt en
+de tallooze zonnen welke zich in het heelal bewegen
+in wezen houdt, indien gij hem zulk een beschrijving
+van de Godheid geeft, zult gij het kind slechts
+in verwarring brengen en geenerlei opvatting, welke
+door hem kan worden bevat, zal zijn ongeoefend
+brein bereiken door uw wijsgeenge taal. Zal het
+<!-- Page 57 -->kind eenig denkbeeld krijgen van God dan moet
+de opvatting van het goddelijke tot hem komen in
+een gewone, menschelijke gedaante. Gij kunt hem
+leeren van een Vader, die teeder is en liefhebbend,
+want dit geeft hem een denkbeeld dat hem reeds
+bekend is door de liefde van zijn eigen vader.
+Gij kunt hem vertellen van den mensch Jezus, vol
+liefde en mededoogen; dit geeft hem het denkbeeld
+van een vriend, sterker en ouder dan hij zelf, die
+hem lief heeft en beschermt. Z&oacute;&oacute; kan het kind
+eenig denkbeeld ontvangen van God. Het goddelijke
+moet menschelijk worden gemaakt, het oneindige
+moet worden beperkt; slechts z&oacute;&oacute; kan het kinderhart
+worden bevredigd. Maar wanneer gij staat
+tegenover den wijsgeer, die onmiddellijk de bezwaren
+inziet welke er zijn tegen de beperking van het goddelijke
+binnen den menschelijken vorm, wanneer gij
+staat tegenover een man van de wetenschap die zich
+den God dien hij aanbidt denkt als een Leven dat
+de gansche ruimte doordringt, dat alle zonnen en
+planeten beheerscht, dat tegelijk het leven is van
+het heelal en het leven van het kleinste wezentje
+dat bestaat, voor wien de beperking in den menschelijken
+vorm godslastering wordt en bespotting&mdash;wanneer gij dan nog blijft bij de opvatting van
+het kind, zal de wijsgeer, de man van de wetenschap
+agnostisch worden of athe&iuml;st. De erkenning
+van de waarheid, dat het godsbegrip moet beantwoorden
+aan de beperkingen van het menschelijk
+verstand, dat het denkbeeld dat de mensch van
+God heeft verschillend moet zijn naar gelang van
+de kracht van zijn verstand, naar den aard zijner
+<!-- Page 58 -->aandoeningen, naar de diepte van zijn inzicht,&mdash;
+de erkenning van deze waarheid maakt het voor
+alle menschen mogelijk, God te aanbidden, want
+ieder mensch, hetzij onwetend of geleerd, ontvangt
+dan van de goddelijke kennis juist zooveel als hij
+in staat is op te nemen in hoofd en hart. Ieder
+mensch houdt als het ware het vat zijner eigene ziel
+tot God omhoog. Is de ziel klein en beperkt, dan
+kan zij slechts weinig van de goddelijke kennis bevatten;
+indien de ziel groot is en ontwikkeld, kan
+zij meer bevatten van het goddelijk leven. Klein
+waarlijk in vergelijking met dien machtigen oceaan is
+het grootste verstand, de grootste wijsheid des menschen,
+maar toch heeft dit verstand het recht een
+opvatting te eischen, die noch te hoog is noch te
+laag, en slechts door een esoterischen godsdienst
+kunnen de ontwikkelden en wijzen gehouden worden
+binnen de grenzen der kerk. Dit is in het verleden
+altijd bekend geweest. Geen godsdienst der oudheid
+gaf aan alle menschen leering in denzelfden vorm.
+Onder de Hindoes, de Chineezen, de Boeddhisten, de
+Egyptenaren, de Grieken, overal vindt gij verschil
+van leering voor de menigte der onontwikkelden, en
+de kleine minderheid der ontwikkelden. Toen het
+Christendom aan de wereld werd gegeven, toen Jezus
+kwam als een boodschapper der waarheid en de
+stichter van een nieuwen vorm van godsdienst, trad
+hij in de voetstappen zijner voorgangers en verdeelde
+zijn leer in twee deelen, het eene voor de
+menigte, het andere voor de verlichten. Ik wensch
+u van deze bewering het bewijs te leveren door een
+aantal bewijsgronden, wier gewicht gij voor u zelf
+<!-- Page 59 -->kunt schatten. Ik zal u aantoonen, eerstens uit de
+woorden van Jezus zelf, dat hij die onderscheiding
+maakte; dan uit de woorden zijner apostelen dat ook
+zij die verdeeling erkenden, vervolgens dat die apostelen
+ze overdroegen aan het geslacht dat na hen
+kwam, en eindelijk dat diezelfde verdeeling der leeringen
+in twee&euml;n door de bisschoppen en kerkvaders
+werd gehandhaafd. Wij hebben dus vier stappen
+te doen in de vroegste geschiedenis der kerk. Wij
+moeten de gezegden van Jezus zelf, die zijner apostelen,
+die van degenen die door de apostelen als
+leeraars werden uitverkoren, en die van de bisschoppen
+en kerkvaders in de eerste vijf eeuwen der geschiedenis
+van het Christendom beschouwen. Over
+deze vijf honderd jaren strekken zich de verklaringen
+uit, die ik u zal aanhalen als bewijsgronden voor
+het feit dat er in die eeuwen een esoterisch Christendom
+bestond, evengoed als een exoterisch, dat er
+een bijzonder onderwijs was voor de ingewijden,
+evengoed als een openbare leering voor de menigte
+der geloovigen. Na deze eerste reeks bewijsgronden,
+de geschiedkundige, zal ik een bewijsvoering leveren
+van anderen aard, en wel deze: dat zij die thans
+esoterische kennis bezitten, beter in staat zijn de
+Christelijke leeringen uit te leggen dan zij die deze
+kennis niet bezitten, en beter de beteekenis begrijpen
+van de vele verklaringen in het Nieuwe Testament,
+welke de gewone kerkleeraars niet in staat
+zijn uit te leggen, verklaringen, die de hedendaagsche
+kerk dikwijls heeft uitgelegd op een wijze, welke in
+strijd is met het geweten, zoodat die uitleggingen der
+kerk vele menschen uit het Christendom drijven, en
+<!-- Page 60 -->van velen onder hen die slechts de exoterische verklaring
+ontvangen, het verstand beleedigen en het
+geweten in opstand brengen. Het gevolg hiervan
+is dat zij de kerk verlaten en onverschillig worden
+voor het Christendom, een groot verlies voor henzelf,
+daar zij hun geloof moeten opgeven, een groot
+verlies voor de kerk, want op deze wijze gaan de
+meest ontwikkelden verloren, en wordt de invloed
+van het geloof op de menigte verzwakt.</p>
+
+<p>Wij zullen thans de verschillende bewijsgronden
+in volgorde aanvoeren en beginnen met de geschiedkundige,
+in de eerste plaats met de woorden van
+Jezus zelf.</p>
+
+<p>Toen de discipelen tot Jezus kwamen en hem
+vroegen naar de gelijkenissen welke hij tot de menigte
+gesproken had, gaf hij hun dit merkwaardige
+antwoord: &quot;Het is u gegeven te verstaan de verborgenheid
+van het koninkrijk Gods, maar dengenen
+die buiten zijn, geschieden al deze dingen door gelijkenissen.&quot;
+[Footnote: Marcus 4,11.]
+En verder: &quot;Zonder gelijkenis sprak
+hij tot hen niet.&quot; [Footnote: Marcus 4,34.] Wij vinden hier den toestand
+duidelijk verklaard. Tot de menigte sprak Jezus
+slechts in gelijkenissen, in allegori&euml;n, in verhalen in
+den vorm van een fabel, welke hun zedelijke leering
+gaf; maar zijnen discipelen gaf hij de uitlegging der
+gelijkenissen, verklaarde hij de verborgenheid van
+het koninkrijk Gods, en ik verzoek u deze onderscheiding,
+door Jezus gemaakt, goed in het oog te
+houden, omdat wij haar straks door de kerkvaders
+aangehaald zullen vinden ter rechtvaardiging van de
+handelwijze der kerk in hun eigen tijd.</p>
+
+<p><!-- Page 61 -->Jezus zeide eens tot de discipelen: &quot;Geeft het
+heilige den honden niet.&quot; [Footnote: Matthe&uuml;s 7,6.] Het woord &quot;hond&quot;
+nu had bij de Joden een zeer bepaalde beteekenis.
+Het duidde iedereen aan, die geen Jood was en gij herinnert
+u dat toen een Kananeesche vrouw tot Jezus
+kwam om hulp te vragen, hij ten antwoord gaf:
+&quot;Het is niet betamelijk, het brood der kinderen te
+nemen en den hondekens voor te werpen.&quot;
+[Footnote: Matthe&uuml;s 15,26.]
+En zij nam zonder morren die benaming aan en
+zeide slechts: &quot;Ja Heer, doch de hondekens eten
+ook van de brokskens, die er vallen van de tafel
+hunner heeren.&quot; Dit woord van Jezus: &quot;Geeft het
+heilige den honden niet&quot; is niet anders dan een bevel,
+niet het innerlijke te geven aan hen die buiten de
+groep der uitverkorenen stonden. Voor deze laatsten
+alleen moest het heilige worden bewaard. De apostelen,
+die het evangelie van Jezus buiten de Joden verspreidden,
+erkenden evenzoo een aantal uitverkorenen,
+dat waren zij die in de kerk in de mysteri&euml;n waren
+ingewijd, terwijl zij die buiten de mysteri&euml;n stonden
+profanen werden genoemd. Het woord profaan werd
+in de oudheid gewoonlijk gebruikt om deze menschen
+aan te duiden en wanneer wij overgaan tot de tweede
+soort van geschriften, waarvan ik u gesproken heb,
+tot de geschriften der apostelen, vinden wij dat Paulus
+het onderscheid, door Jezus gemaakt, behield en het
+toepaste op zijn eigene bekeerlingen. Zoo schreef
+hij aan de Corinthi&euml;rs, die als Christenen waren
+gedoopt, die hadden deelgenomen aan het Heilige
+Avondmaal, die lidmaten der kerk waren, zooals wij
+<!-- Page 62 -->zeggen zouden: &quot;En ik, broeders, kon tot u niet
+spreken als tot geestelijken, maar als tot vleeschelijken,
+als tot jonge kinderen in Christus. Want gij
+zijt nog vleeschelijk.&quot; [Footnote: I Corinthi&euml;rs 3,1-3.] En elders zegt hij: &quot;En wij
+spreken wijsheid onder de volmaakten.&quot; [Footnote: I Corinthi&euml;rs 2,6.] Paulus
+maakte dus hetzelfde onderscheid als de Meester:
+voor hen die vleeschelijk waren, voor de jonge
+kinderen in Christus, sprak hij zonder geestelijke
+wijsheid; die wijsheid werd slechts gegeven aan de
+volmaakten, dat is, aan hen die ingewijd waren in
+de mysteri&euml;n der kerk. Want deze uitdrukking &quot;de
+volmaakten&quot; is het oude woord voor de ingewijden;
+zij moesten volmaakt zijn in het uiterlijke leven,
+voordat zij werden toegelaten tot de kennis der
+mysteri&euml;n van Jezus. Vervolgens vinden wij dat
+Paulus aan Timothe&uuml;s, dien hij wijdde tot bisschop
+der kerk, beval op zijn beurt uit de geloovigen diegenen
+te kiezen, die in staat zouden zijn meer te
+leeren en dat hij aan dezen het Woord moest mededeelen,
+dat hij zelf had ontvangen voor vele getuigen.
+Hier hebben wij weer een uitdrukking die
+in de oudheid veel werd gebruikt: &quot;het Woord,&quot;
+het Woord dat gegeven werd voor vele getuigen.
+Wat is dat Woord, dat Paulus gaf aan Timothe&uuml;s,
+in tegenwoordigheid van vele getuigen en dat hij
+hem beval over te geven aan hen die het waardig
+zouden zijn? Dit Woord, gesproken voor vele getuigen,
+is de geheime leering der mysteri&euml;n, welke
+nooit op schrift is gesteld, welke nooit werd gegeven
+in eenigen vorm, waarin zij kon worden verraden,
+<!-- Page 63 -->maar altijd slechts gesproken werd van mond tot
+oor, van leeraar tot leerling, in tegenwoordigheid
+van vele getuigen, die konden instaan voor de
+nauwkeurigheid der ongeschreven overlevering, die
+konden getuigen dat de leeraar het Woord goed had
+overgebracht, dat hem gegeven was om aan anderen
+over te leveren. Het Woord, door Timothe&uuml;s van
+Paulus ontvangen in tegenwoordigheid van vele getuigen,
+is het esoterisch Christendom, mondeling geleerd
+aan hen die waardig waren zelf leeraars te worden.</p>
+
+<p>Wij hebben gezien, eerstens hoe Jezus zelf de
+mysteri&euml;n slechts leerde aan enkele leerlingen, en
+tot de menigte sprak in gelijkenissen, vervolgens hoe
+Paulus als apostel op dezelfde wijze te werk ging
+en aan Timothe&uuml;s beval het Woord op zijne beurt
+verder te geven, zoodat wij thans in de derde plaats
+komen tot de latere bisschoppen en kerkvaders,
+die verklaren dat zij de geheime leering hadden
+ontvangen en ze op hunne beurt hadden over te leveren
+aan hen die zich daartoe waardig toonden. Tot
+nog toe heb ik slechts aanhalingen gedaan uit het
+Nieuwe Testament dat naar ik veronderstel ieder
+uwer bekend zal zijn. Thans zal ik eenige schrijvers
+aanhalen uit de vroegste geschiedenis der kerk, die
+u misschien niet bekend zullen zijn, maar die gij
+toch ook zelf lezen kunt, hetzij in het Latijn of het
+Grieksch, zoo gij die talen verstaat, of anders in
+uw eigene taal overgezet. De kennis van de geschriften
+der oude kerkvaders is noodig voor ieder
+die als prediker van het Christendom optreedt.
+Zonder die kennis is hij niet geschikt zich leeraar
+van het Christendom te noemen.</p>
+
+<p><!-- Page 64 -->Een van die bisschoppen nu was Clemens van
+Alexandrie, een der meest geleerde en wijze mannen
+der Christelijke kerk, die het aanzien der kerk heeft
+verhoogd door de zuiverheid van zijn leven, door
+de diepte zijner wijsheid. Terecht heeft de dankbare
+kerk hem in latere dagen als een heilige beschouwd.
+Groot is het aantal geschriften dat hij
+heeft nagelaten tot leering der Christenen. In een
+van deze geschriften spreekt hij over de kennis, die
+door de kerk was overgeleverd van den tijd van
+Jezus tot op zijn tijd toe, het onderricht dat Jezus
+gaf aan zijn apostelen, en dat na hem van geslacht
+op geslacht was overgegaan. Hij zegt: &quot;Deze leering
+werd van den beginne af slechts gesproken tot hen
+die begrijpen. De ongeschreven uitlegging der geschrevene
+woorden, die door den Heiland aan de
+apostelen gegeven werd, is tot ons overgeleverd.&quot;
+[Footnote: Stromata 6,15.]
+Hier hebben wij de getuigenis van een der bisschoppen
+van de oude kerk, dat er een onderricht van
+Jezus was, niet geschreven, maar door Jezus gegeven
+aan de apostelen, en door de kerk bewaard als een
+ongeschreven overlevering. Dezelfde getuigenis geeft
+Origenes, een ander kerkvader. Hij zegt dat Jezus
+met zijne discipelen in het bijzonder sprak over het
+evangelie Gods, dat de woorden welke hij sprak
+niet werden bewaard in geschrifte, en dat zij de
+verklaring vormden der gelijkenissen. Slechts zij ontvingen
+die leering, die waardig waren haar te ontvangen;
+hij zegt dat allen die deze leering zullen ontvangen,
+in bewondering zullen staan over hare wijsheid.
+Maar er is nog meer: dezelfde Clemens, die spreekt
+<!-- Page 65 -->over de ongeschreven leering van Jezus, vertelt ons
+ook dat hij zelf in zijn openbare prediking slechts
+zwakke, onvolmaakte beelden kon geven, maar dat zij
+die geslagen waren met den thyrsus, de beteekenis
+ervan zouden begrijpen. Geslagen te zijn met den
+thyrsus nu beteekent te zijn ingewijd, want de thyrsus
+was een roede, die bij de inwijding gebruikt werd,
+bij welke gelegenheid de persoon die ingewijd werd in
+trance werd gebracht, om de ziel te bevrijden van het
+lichaam. Wanneer de kandidaat voor de inwijding
+voor den leeraar was gebracht, ontving hij eerst
+door mondelinge leering de kennis, waarvan ik reeds
+gesproken heb en daarna werd hij geslagen met de
+roede, welke als voertuig diende voor magnetische
+krachten, welke in den kandidaat de innerlijke
+krachten der ziel deden ontwaken, en de ziel in
+staat stelden zich vrij te maken van het lichaam en
+zoo hoogere leering te ontvangen in de onzichtbare
+wereld, vrij van den last van het lichaam. Deze
+uitdrukking nu: &quot;Geslagen met de roede&quot; beteekent
+ingewijd in de mysteri&euml;n. Clemens vertelt ons hiervan
+nog iets meer, licht een hoekje van den sluier
+op, en ontdekt ons een weinig van wat daarachter
+verborgen is. Hij deelt ons de voorwaarden mede
+waaronder de mensch de inwijding kan ontvangen,
+en de eerste woorden welke door den leeraar bij
+het begin van de inwijdingsplechtigheid werden
+gesproken. Hij vertelt ons dat uit de lidmaten der kerk,
+uit hen die gedoopt waren en aan het Heilige Avondmaal
+hadden deelgenomen, dat uit die velen zeer weinigen
+werden gekozen: &quot;velen zijn geroepen&quot;, zegt hij,
+de woorden van Jezus aanhalende, &quot;maar weinigen
+<!-- Page 66 -->uitverkoren.&quot; Hij zegt verder van die uitverkorenen:
+wie vrij is, niet slechts van alle laagheid, maar ook
+van wat de menschen als geringere zonden beschouwen,
+slechts hij kan worden ingewijd in de mysteri&euml;n
+van Jezus, welke alleen door de heiligen en reinen
+worden gekend. Daarna deelt hij de eerste woorden
+mede, welke bij de inwijding gesproken werden:
+Hij die als inwijder optreedt, overeenkomstig de
+voorschriften van Jezus, zal zeggen tot hen die rein
+zijn van harte: &quot;Hij wiens ziel zich gedurende langen
+tijd van geen kwaad bewust is, en in het bijzonder
+sinds hij zich overgaf aan de weldoende kracht van
+het Woord, laat de zoodanige hooren de leering, door
+Jezus in het geheim gesproken tot zijn waarachtige
+leerlingen.&quot; [Footnote: Contra Celsum 3,40.] Dit waren de eerste woorden, gesproken
+bij de Christelijke inwijdingsplechtigheid, dit was de
+eerste zin, door den hierophant tot den kandidaat
+gericht. Het verdere kan Clemens niet aanhalen,
+want dan begint de leering welke slechts gegeven kon
+worden in de mysteri&euml;n. Deze eerste woorden echter
+stellen de voorwaarde van reinheid en roepen den
+kandidaat op om te luisteren naar de leering, door
+Jezus in het geheim aan zijne leerlingen gegeven.</p>
+
+<p>Wat is er thans geworden van die leering?
+Wat heeft de kerk gedaan met deze heiligste nalatenschap
+van den Christus? Waar wordt nu het
+onderricht gevonden, dat Jezus zijnen leerlingen in
+het geheim gaf? Waar zijn nu de mysteri&euml;n van
+Jezus, en degenen die den kandidaat zouden kunnen
+inwijden in de kennis, die aan de vroegere Christenen
+werd meegedeeld? Is de kerk trouweloos ge<!-- Page 67 -->weest
+in het bewaren van haren schat? Heeft zij
+de overlevering verloren, en ook degenen aan wie
+deze was toevertrouwd? Indien dit waar is, geen
+wonder dan dat de ongeloovige instaat is het geloof
+der Christenen te doen wankelen, geen wonder dan
+dat honderden van de meest ontwikkelde menschen
+worden gevonden buiten de grenzen der Christelijke
+kerk.</p>
+
+<p>Is het mogelijk die verloren kennis te herwinnen?
+Is het mogelijk deze leering weer te vinden,
+nu ze verdwenen is uit den schoot der kerk? Ja,
+die leering is nooit werkelijk verloren gegaan, de
+kennis van de mysteri&euml;n is nooit geheel en al verdwenen.
+Zij is bewaard door Jezus zelf en door
+zijn trouwe leerlingen, en die leerlingen zijn nooit
+geheel en al van de aarde verdwenen. Hier en daar
+werd er altijd nog een gevonden, die de duisternis
+om zich verlichtte, een heilige, stralend als een ster
+aan den donkeren hemel, in het bezit van eerste-hands
+kennis, de kennis van de oude mysteri&euml;n van Jezus.
+Nu en dan verscheen zulk een leerling in den schoot
+der Christelijke kerk, ingewijd en onderwezen gelijk
+voorheen, evenals de Christenen van vroeger, in het
+bezit van onmiddellijke leering, welke hem in staat
+stelde als leeraar op te treden. En hiertoe zijn
+slechts zij in staat, die zelf de onmiddellijke leerlingen
+zijn van de Meesters. Sedert de overlevering
+van haar bestaan uit de kerk verdwenen is, wordt
+de geheime leering nog altijd overgedragen van den
+een op den ander, zoo vaak er iemand gevonden
+wordt die waardig is ze te ontvangen. En met die
+leering gaat samen het vermogen om wat men ver<!-- Page 68 -->keerdelijk
+&quot;wonderen&quot; noemt te verrichten, het gebruiken
+van natuurkrachten, welke de gewone menschen
+niet kennen. Gij zult u herinneren hoe Jezus
+gezegd heeft dat zekere teekenen hen zouden vergezellen,
+die geloofden; dat zij vergif zouden drinken
+zonder dat het hun schaadde, dat zij door handoplegging
+zieken zouden genezen; aan deze teekenen,
+zeide hij, zouden waarlijk geloovigen worden herkend.</p>
+
+<p>Hoevele Christenen vertoonen thans deze teekenen
+van het levend geloof? In welke mate zijn die
+krachten in het bezit der Christenleeraars van onze
+hedendaagsche kerk? Hier en daar in de middeleeuwen
+vinden wij er nog sporen van, zooals de
+wonderen, verricht door Franciscus van Assisi en
+Elisabeth van Hongarije, wonderen, niet in den zin
+van een schending der natuurwetten, want zulk een
+schending is onmogelijk, maar wonderen, mogelijk
+gemaakt door de kennis eener hoogere wet, welke
+op lagere gebieden niet kan worden ontdekt, door
+gebruik te maken van geestelijke krachten welker
+werking de groote menigte der menschen niet kent.</p>
+
+<p>In den aanvang van deze voordracht sprak ik
+u nog van een ander soort van bewijs dat kon
+worden gegeven om het bestaan van de esoterische
+kennis aan te toonen. Voor hen toch die deze
+kennis bezitten is het mogelijk de duistere en moeilijke
+plaatsen in de Schrift te begrijpen en te verklaren,
+plaatsen welke altijd struikelblokken zijn geweest
+voor den Christen, maar toch voor een eenvoudige
+verklaring vatbaar zijn, wanneer men slechts
+den esoterischen kant der godsdienstige leering onderzocht
+heeft. Laten wij bijvoorbeeld enkele plaat<!-- Page 69 -->sen
+nemen uit het Nieuwe Testament, welke moeilijk
+zijn te begrijpen en waarin de hedendaagsche Christenen
+niet gelooven, en die altijd weggeredeneerd
+worden. Neem bijvoorbeeld het verhaal van den
+jongeling, die tot Jezus kwam en hem vroeg hoe hij
+het eeuwige leven be&euml;rven kon. Het eerste antwoord
+dat Jezus hem gaf was het exoterische. &quot;Gij
+weet de geboden&quot;. Dit is juist wat thans de predikant
+zou zeggen tot iemand, die hem kwam vragen
+hoe hij het eeuwige leven zou kunnen verkrijgen.
+Zijn antwoord zou wezen: &quot;leid een goed leven op
+aarde&quot;. Dit was ook het eerste antwoord dat Jezus
+gaf, maar de jongeling was hiermede niet tevreden.
+Hij wist dat dit slechts het exoterische antwoord
+was, niet het diepere dat hij zocht. Het wees hem
+den weg niet dien hij wenschte te vinden. Daarom
+antwoordde hij: &quot;Meester, deze dingen heb ik onderhouden
+van mijne jonkheid af&quot;. Dit is het antwoord
+dat ieder moet kunnen geven, die naar de diepere
+wijsheid verlangt. Aan de uiterlijke wet moet zijn
+voldaan, voordat de innerlijke leering kan worden
+verkregen. Toen gaf Jezus een ander antwoord:
+&quot;E&eacute;n ding ontbreekt u, ga henen, verkoop al wat
+gij hebt en geef het den armen, en gij zult een
+schat hebben in den hemel; en kom herwaarts, neem
+het kruis op en volg mij&quot;. Toen ging de jonge man
+treurig heen, want hij had vele goederen; en Jezus
+wendde zich tot zijne discipelen, die alles verlaten
+hadden om hem te volgen, en sprak: &quot;Het is lichter
+dat een kemel ga door het oog van een naald, dan
+dat een rijke in het koninkrijk Gods inga.&quot;
+[Footnote: Marcus 10, 17-26.]</p>
+
+<p><!-- Page 70 -->Hoe dikwijls worden tegenwoordig deze laatste
+woorden weggeredeneerd. Hoe vele predikers hebben
+er over gepreekt en ze van hun beteekenis
+beroofd. Hoe dikwijls hebt gij misschien in uwe
+jeugd aan uw leeraar gevraagd, gelijk ik het mijn
+leermeester vroeg: &quot;wat beteekenen toch die woorden?
+Is het waar dat een rijke niet gemakkelijker het
+koninkrijk Gods binnengaan kan dan een kemel kan
+gaan door het oog eener naald?&quot; Maar mijn leermeester
+redeneerde de moeilijkheid weg en zeide
+mij dat het beteekent dat een rijke even goed als
+een arme het eeuwige leven kan verwerven, dat het
+iets anders beteekent dan het zegt, dat het betrekking
+heeft op een poort in Jeruzalem waar een
+kameel slechts onbeladen door kon gaan; en dat
+het wilde zeggen dat een rijke vele moeilijkheden
+heeft en aan vele verleidingen blootstaat, maar niet
+dat hij in het geheel niet zou kunnen binnengaan
+in het koninkrijk Gods. De groote menigte der
+Christenen schijnt het ook niet op te vatten in den
+zin, zooals het door Jezus is gezegd, want overal
+ziet gij de menschen hard werken om rijkdommen
+te verwerven, en als zij dachten dat zij daardoor
+het eeuwige leven zouden verliezen, zouden zij wel
+niet zoo hard werken om in de hel te komen; zoodat
+wij vrij zeker kunnen zijn dat zij in woorden
+van Jezus als de aangehaalde volstrekt niet gelooven.
+Dit is het noodzakelijk gevolg van het verloren gaan
+der esoterische kennis. Wat is de beteekenis van
+deze uitdrukking: &quot;het koninkrijk Gods?&quot; Zij wordt
+altijd gebruikt voor &quot;inwijding in de mysteri&euml;n&quot;. Zij
+die willen binnengaan in het koninkrijk Gods moeten
+<!-- Page 71 -->volmaakt worden, niet zooals de mensch van de
+wereld, die na den dood in den hemel komt, om
+na verloop van tijd terug te komen, meer te leeren
+en meer ondervinding op te doen,&mdash;het eeuwige
+leven is niet het vertoeven in een voorbijgaanden
+hemel, het is de kennis van God, het is de vereeniging
+met de Godheid zelf. En die kennis van
+God die het eeuwige leven is, is het koninkrijk
+Gods, waarin slechts de volmaakte kan binnengaan.
+En het is altijd een vaste wet geweest dat ieder
+mensch, voordat hij wordt ingewijd, alles moet afstaan
+wat hij bezit, dat hij niets meer als zijn eigendom
+beschouwen moet, wat in de oogen der wereld
+het zijne is. De gelofte van armoede is altijd de
+gelofte van den ingewijde geweest; niemand kan
+inwijding bereiken die niet deze gelofte doet in haar
+wijdste beteekenis: niet slechts wat zijn aardsche
+goederen aangaat, maar aangaande alles wat hij
+bezit, zij het rijkdom van verstand of rijkdom van
+hart of rijkdom der aarde. Hij staat ze alle af en
+deelt ze met de wereld, hij beschouwt ze niet langer
+als de zijne. Indien geld in zijne handen komt, is
+het niet het zijne, moet het niet worden gebruikt
+voor zijn persoonlijke behoeften: het behoort aan
+het werk van zijn Meester. Hij bezit niets dat hij
+voor zichzelf gebruiken kan. Indien hij kennis
+bezit is die niet de zijne, maar hij bezit die om de
+wereld te onderwijzen. Hij bezit zijne kennis slechts
+om ze te kunnen geven aan anderen; hij heeft geen
+rechten, hij kent slechts plichten jegens de menschheid.
+Voor zichzelf kent hij geen rechten van eenigen
+aard. Hij staat alles af wat het zijne is. En
+<!-- Page 72 -->toen Jezus zeide dat hij die volmaakt wil worden
+alles verkoopen moet wat hij heeft en hem volgen,
+zeide hij slechts wat iedere Meester zegt tot den
+leerling die inwijding bereiken wil: &quot;Gij moet alles
+afstaan wat gij bezit, gij moet u ontdoen van al
+wat gij hebt.&quot; Een harde voorwaarde, zeker: hard
+voor hem wiens hart nog hangt aan de wereld,
+hard voor hem die nog geeft om de schatten der
+aarde; maar licht voor hem die het hoogere leven
+zoekt, die naar diepere wijsheid verlangt, die het
+lagere leven wil opofferen om het hoogere te vinden,
+die het vleesch wil kruisigen opdat hij in God met
+Christus vereenigd kan zijn.</p>
+
+<p>Wij zullen thans een tweede spreuk van Jezus
+nemen: &quot;Wijd is de poort en breed is de weg die
+tot het verderf leidt, en velen zijn er die door dezelve
+ingaan; want de poort is eng en de weg is
+nauw die tot het leven leidt, en weinigen zijn er
+die dezelve vinden.&quot; [Footnote: Matthe&uuml;s 7,13.] Hoevele liefhebbende harten
+treuren over deze woorden, van hoevele vrome
+Christenen breekt het hart bij het denken aan deze
+woorden van Jezus. Weinigen die binnentreden,
+velen die ten verderve gaan, weinigen die redding
+vinden, velen die den breeden weg, weinigen die
+het smalle pad volgen! Wat is de beteekenis van
+deze woorden? Zij zeggen hetzelfde wat Jezus bedoelde
+toen hij sprak tot den jongeling. De breede
+en gemakkelijke weg is de gewone weg van de
+menschen der wereld, die leidt van geboorte naar
+dood, van dood naar geboorte, van geboorte weer
+terug naar den dood, door steeds herhaalden kring<!-- Page 73 -->loop
+van dood en geboorte. Zulk een leven is dood,
+niet leven, in de oogen van den verlichte. De weg
+welke tot het leven leidt is de weg welke van wedergeboorte
+bevrijdt, is het pad der inwijding, dat leidt
+tot dien tempel Gods, welken niemand verlaat, nadat
+hij hem is binnengetreden. Weinigen inderdaad zijn
+er op het tegenwoordig standpunt van de ontwikkeling
+der wereld, die dezen weg betreden, weinigen
+worden er gevonden onder de millioenen der menschheid,
+die sterk genoeg zijn om de moeilijkheden
+van het enge pad te overwinnen. Maar in den loop
+der eeuwen zullen allen dit pad vinden en betreden,
+en geen menschelijke ziel zal vervallen tot
+eeuwig verderf.</p>
+
+<p>Er is nog een gezegde van Jezus, dat moeilijk
+is te begrijpen: &quot;Weest dan gijlieden volmaakt, gelijk
+uw Vader die in de hemelen is volmaakt is.&quot;
+[Footnote: Matthe&uuml;s 5,48.]
+Dat is weer een bevel dat door de meeste menschen
+wordt weggeredeneerd, omdat zij gevoelen dat de
+vervulling onmogelijk is voor zondige menschen, voor
+mannen en vrouwen vol zwakheden en dwaasheden,
+alledaagsch en wereldsch, bekrompen in hun opvattingen,
+overgegeven aan de genoegens der wereld.
+Hoe zouden zij volmaakt kunnen worden gelijk God
+in den hemel volmaakt is? Bracht Jezus dan zijn leerlingen
+op een dwaalspoor, toen hij hun een bevel gaf
+dat zij onmogelijk uitvoeren konden? Kon hij, die de
+waarheid Gods zelf was, een gebod geven dat niet
+kon worden opgevolgd? Neen! Het is voor den
+mensch mogelijk, volmaakt te worden gelijk God
+volmaakt is, niet in &eacute;&eacute;n kort leven, niet in twintig
+<!-- Page 74 -->of veertig of honderd jaar, niet in het &eacute;&eacute;ne korte
+tijdperk tusschen de wieg en het graf, tusschen geboorte
+en dood. Dit is slechts &eacute;&eacute;n stap naar een
+volmaking als die van God. Maar leven volgt op
+leven, groei volgt op groei. Ieder volgend leven kan
+dichter bij de volmaking worden gebracht, ieder volgend
+leven zamelt den oogst van het voorgaande in.
+Met steeds vermeerderende kracht, met steeds toenemenden
+groei stijgen de menschen tot de volmaking,
+in de voetstappen van den Heiland. In de lange
+eeuwen die voor ons zich uitstrekken zal de goddelijke
+volmaking worden bereikt.</p>
+
+<p>Laten wij van deze op zich zelf staande teksten
+afstappen en een leerstuk der Christelijke kerk beschouwen
+dat voor velen moeilijk te gelooven is,
+en dat dikwijls wordt aangevallen: de leer der drie&euml;enheid.
+God een eenheid en toch drievoudig, drie
+personen en toch &eacute;&eacute;n God. Velen hebben zich over
+dit leerstuk verbaasd en zijn ten laatste tot de overtuiging
+gekomen, dat zij dit niet konden begrijpen,
+dat blind geloof moet aannemen wat het verstand niet
+begrijpen kan. Maar in de esoterische leering der
+mysteri&euml;n werd de leer der drie&euml;enheid begrijpelijk
+gemaakt, werd zij een verheffende en helpende kracht.
+Deze geheele leering kan niet openbaar worden gemaakt,
+maar een deel ervan kan hier worden besproken;
+en dit kan eenig licht werpen op ons onderwerp. In
+iederen godsdienst wordt de drie&euml;enheid geleerd:
+de Vader, die het aanzicht van Macht, van Zelf-Bestaan
+voorstelt, en uit den Vader de Zoon en de Geest.
+De Vader is de oorsprong, de bron van al wat is.
+God komt in zijn aanzicht van Zelf-Bestaan, van
+<!-- Page 75 -->onbegrensd Vermogen in alle openbaringen voor als
+de Eeuwige Vader, het midden-leven van het heelal.
+Uit Hem komt de Zoon voort, de openbaring van
+het aanzicht van liefde der Godheid, van liefde en
+gelukzaligheid tevens, de tweede persoon in de drie&euml;enheid,
+de tweede Logos, zooals hij dikwijls genoemd
+wordt, tweevoudig in zijnen aard: aan den eenen
+kant de openbaring van mededoogen, van alomvattende
+liefde, aan de andere zijde van eeuwige, oneindige
+gelukzaligheid. Het derde aanzicht der godheid is
+dat van wijsheid. De wijsheid Gods is geopenbaard
+als de Geest, het goddelijk denkvermogen. Toen
+God zich openbaarde als scheppende kracht, als het
+algemeen denkvermogen, werd hij de derde Logos,
+de derde persoon in de drie&euml;enheid. God is in
+wezen &eacute;&eacute;n, drievoudig in zijn openbaring, het &eacute;&eacute;ne
+Bestaan, dat zich toont in drievoudigen vorm. Wanneer
+wij spreken van de drie personen van de drie&euml;enheid,
+zijn dit slechts drie aanzichten, waarin de
+godheid zich openbaart, zich zichtbaar maakt en begrijpelijk
+voor den mensch.</p>
+
+<p>De drie&euml;enheid, die in de godheid is, weerkaatst
+zich in den mensch, ook de mensch is een drie&euml;enheid,
+het beeld van God. In den mensch heeft de goddelijke
+drie&euml;enheid zich uitgestort, en de mensch ontvouwt
+in den voortgang zijner ontwikkeling den drievoudigen
+aard van de godheid, en ontwikkelt in zijn inwezen
+de drie aanzichten welke hij ontvangen heeft van
+God. Het eerst ontwikkelt zich in den mensch het
+verstand, de weerkaatsing van den derden persoon
+der goddelijke drie&euml;enheid, daarna wordt de Zoon
+in hem geboren, de geest van den Christus, van
+<!-- Page 76 -->alomvattende liefde en oneindig mededoogen. Het
+kenmerk van den mensch in wien dit tweede aanzicht
+zich ontwikkelt, die van den derden trap tot den
+tweeden is gekomen, is dat diepe mededoogen dat alle
+menschen in zich omvat. Dit is de geest van den
+Christus, en naarmate de mensch dezen ontwikkelt
+wordt hij de Zoon Gods. Dan komt de tijd voor
+de laatste openbaring in den mensch. Niet alleen
+de ontwikkeling van het verstand, de weerkaatsing
+van den Geest, niet alleen de liefde, die wordt voorgesteld
+door het leven van den Zoon,&mdash;ook het
+leven van den Vader moet zich in den mensch openbaren.
+Hij moet gelijk worden aan de goddelijke
+Kracht, het goddelijk Bestaan. Dat is de vereeniging
+waarvan alle godsdiensten hebben geleerd, dat
+is het &eacute;&eacute;n-worden met den Vader, waarvan Christus
+tot zijn discipelen sprak als de laatste zegepraal
+dien zij zouden bereiken. Het &eacute;&eacute;n-worden met den
+Vader is het einddoel der ontwikkeling van den
+mensch.</p>
+
+<p>In het grootste deel der menschen op aarde
+ontwikkelt zich thans het derde aanzicht der drie-eenheid,
+het verstand. Slechts hier en daar treffen
+wij menschen aan, in wie het leven van den Christus
+zich begint te ontvouwen. Wanneer dit leven
+volmaakt zal zijn, zal de vereeniging komen met den
+Vader, waarvan Paulus zegt: &quot;Daarna zal het einde
+zijn, wanneer hij het koninkrijk aan God en den
+zij alles in allen.&quot;[Footnote: 1 Corinthi&euml;rs 16, 24-28.] Dat is de zielsverrukking waarom
+ieder heilige bad, de vereeniging met God; dat is het</p>
+
+<br>
+
+<p><!-- Page 77 -->doel, dat de kroon is der menschelijke ontwikkeling.
+Aldus is de leering van het esoterisch Christendom,
+dieper, breeder, verheffender dan de uitwendige
+vorm, tot welken helaas de kerk zich bepaalt.
+Aldus leert het Goddelijk Weten, dat het uwe is
+door erfrecht, het uwe door de gave van den.
+Christus, het uwe krachtens uw geestelijke afkomst,
+het uwe door uw recht als leden eener Christelijke
+gemeenschap. En ik, die geleerd heb van die Meesters
+waarvan Jezus &eacute;&eacute;n is, ik, die door eigen ondervinding
+weet, dat deze leering kan worden verkregen, dat
+duizendmaal meer kan worden geweten dan hier
+mijne lippen uiten kunnen, ik kom tot u als bode,
+om u te herinneren aan uw erfrecht, ik kom tot u
+om u te herinneren aan het bestaan van goederen
+die de uwe zijn. Dat is de boodschap die ieder
+leerling op zijne beurt brengt aan iedere kerk, aan
+ieder geloof; niet iets nieuws brengt hij niet zich,
+slechts de herinnering aan wat oud is, maar nog
+steeds binnen menschelijk bereik. Aan u om dit
+pad te betreden, aan u om die kennis te verwerven,
+aan u om de gelegenheid aan te nemen, die de
+leering der Theosofie u brengt, de leering die dezelfde
+is als esoterisch Christendom. De gelegenheid wordt
+u geboden, aan u haar aan te nemen of te laten,
+gelijk gij dat wilt.</p>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;">
+<a name="Het_verhaal_van_den_Christus"></a><h2><!-- Page 78 --><b>Het verhaal van den Christus</b></h2>
+<br>
+
+<p>Ik zal hedenavond het verhaal van den Christus
+beschouwen van het standpunt van den Occultist,
+Wanneer wij enkel als Theosofen spreken, trachten
+wij het verhaal van den Christus duidelijk te maken
+in zijn geestelijke beteekenis. Wanneer wij ons
+echter op het standpunt van den Occultist plaatsen
+kunnen wij verder gaan. Wij kunnen terugzien
+naar de archieven van het verleden en deze onderzoeken,
+wij kunnen terugzien tot het leven, zooals
+dat negentien eeuwen geleden werd geleid en het
+stap voor stap bestudeeren. Maar ik moet u herinneren
+dat de inhoud dezer occulte archieven niet
+langs geschiedkundigen weg bewezen kan worden.
+Het is waarschijnlijk dat in de eerstvolgende twintig
+jaren eenige oude handschriften zullen worden gevonden,
+welke dezen inhoud tot op zekere hoogte
+zullen bevestigen, maar op het oogenblik zijn deze
+handschriften nog niet door de oudheidkundigen
+ontdekt. Daarom stel ik mij voor mijn onderwerp
+niet van den kant der gewone geschiedenis maar
+van het standpunt van den Occultist te beschouwen,
+en naarmate ik verder ga zult gij zien dat deze
+wijze van beschouwing vele moeilijkheden in de
+<!-- Page 79 -->evangeli&euml;n uit den weg ruimt, en dat zij u in staat
+stelt al wat in die evangeli&euml;n van waarde is te
+redden uit de aanvallen der geschiedkundige kritiek.
+Zij stelt u in staat het Christendom te baseeren op
+een leven, meer dan op een handschrift en alles te
+begrijpen wat van werkelijk belang is in het verhaal
+van den Christus, beschouwd als een mystiek verhaal
+en als een feit uit de geschiedenis.</p>
+
+<p>Hat verhaal is vanzelf in twee deelen te splitsen,
+welke wij in onze beschouwing zullen moeten
+scheiden. De &eacute;&eacute;ne afdeeling behandelt den geschiedkundigen
+Jezus en omvat tevens de zonnemyten
+welke door zijne levensbeschrijving geweven zijn.
+In de tweede afdeeling spreken wij niet over den
+geschiedkundigen Jezus maar over den mystieken
+Christus, en deze vertegenwoordigt in een opzicht
+den tweeden Logos, en in een ander de individu&euml;le
+ziel, welke goddelijkheid bereikt.</p>
+
+<p>In de evangelie-verhalen en in het geloof der
+kerk zijn deze beide gedeelten niet scherp gescheiden.
+Wat tot het &eacute;&eacute;ne behoort wordt dikwijls gerekend
+bij het andere. Dit geeft tot veel verwarring aanleiding
+en biedt menig zwak punt voor de aanvallen
+van den ongeloovigen kritikus. Naarmate wij deze
+draden ontwarren zult gij beider waarde beter begrijpen
+en zult gij ook het groote belang inzien, dat
+het geheel voor de menschheid heeft.</p>
+
+<p>Laten wij eerst het verhaal van den geschiedkundigen
+Jezus nemen, en de zonnemyten welke
+daarmede zijn tezamen geweven.</p>
+
+<p>Jezus werd geboren uit Joodsche ouders, ongeveer
+honderd jaar v&oacute;&oacute;r het tijdstip dat gewoon<!-- Page 80 -->lijk
+wordt opgegeven. Hij werd opgevoed onder
+de Esseers, een Joodsche sekte van zeer rein leven
+en diep godsdienstig gevoel. Zij waren ongehuwd,
+zij aten geen vleesch en dronken geen wijn, en
+waren ook buitengewoon weldadig en medelijdend.
+Kinderen, die als weezen waren achtergebleven, namen
+zij tot zich om ze in hun midden op te voeden.
+Behalve de weezen werden dikwijls ook andere kinderen
+van goede afkomst aan hunne zorg toevertrouwd
+wegens de reinheid van hun leven en de
+wijsheid welke zij bezaten, en die hun groote waarde
+gaf als onderwijzers. Onder deze heilige menschen
+bracht Jezus zijn jeugd door. Hij muntte uit door
+zijn buitengewone reinheid en godsdienstige toewijding,
+welke zich op twee wijzen toonde: in zijne
+vurige aanbidding van God en zijn voortdurend
+streven om zijne medemenschen te helpen. Deze
+beide karaktertrekken waren buitengewoon sterk in
+hem ontwikkeld: de liefde tot God welke hem
+leidde tot lange uren van overpeinzing en de liefde
+tot de menschen welke hem krachtig werkzaam deed
+zijn om allen te helpen die smart leden. Deze
+toewijding ging zooals ik reeds zeide gepaard aan
+een buitengewone reinheid. Toen hij den mannelijken
+leeftijd naderde trok hij naar Egypte. Hij trok van
+de gemeenschap der Esseers in het Zuiden van
+Palestina tot een dergelijke gemeenschap op den
+berg Sina&iuml; en naderhand in Egypte. In dit land
+bestudeerde hij de oude wijsheid der Egyptenaren
+en hij werd ingewijd in hunne mysteri&euml;n. Op
+omstreeks 27-jarigen leeftijd keerde hij naar Palestina
+terug, en begon zijnen verwanten en vrien<!-- Page 81 -->den
+onderricht te geven in wat hij geleerd had.</p>
+
+<p>Te dien tijde nu was in de wereld een nieuwe
+aandrang van geestelijkheid noodig geworden. De
+tijd voor het ontstaan der westersche volkeren brak
+aan. Reeds ontwikkelden zich jonge rijken welke
+de kiem van toekomstige grootheid in zich droegen.
+De beschaving waartoe zij zich zouden ontwikkelen
+zou van geheel anderen aard zijn dan die van het
+Oosten. Het verstand dezer nieuwe volken zou
+krachtig en werkzaam van aard zijn. De omstandigheden
+van hun klimaat zouden ijver en krachtsontwikkeling
+eischen. De godsdienst welke bij de
+vorming van deze beschaving daartoe dienstig zou
+zijn moest ethisch en praktisch zijn, eenvoudig van
+wijsbegeerte, helder van leering. Deze godsdienst
+werd geschonken door de groote Broederschap
+uit welke alle godsdiensten voortgekomen zijn, en
+Jezus was het voor die taak uitgekozen werktuig.
+Hij was voor dit werk bijzonder geschikt door zijn
+reinheid en toewijding. Toen hij ongeveer dertig
+jaar oud was kwam voor hem de tijd zijn werk te
+beginnen. Een bijzondere nederdaling van goddelijke
+kracht kwam in hem en scheidde hem af van
+de overigen van zijn ras. Deze nederdaling maakte
+hem in zeer bijzonderen zin tot den vertegenwoordiger,
+tot den bode van God. Van deze nederdaling
+wordt gesproken als van zijn &quot;doop&quot; en gij
+zult u herinneren hoe in het verhaal van dien doop
+gezegd wordt dat de geest Gods op hem nederdaalde.
+Van dien tijd af, gedurende de jaren zijner
+prediking, kan men Jezus beschouwen als een vleeschwording
+van het goddelijk Leven. Het is belangrijk,
+<!-- Page 82 -->in gedachte te houden dat dit een uitstorting van
+het goddelijk Leven in den mensch Jezus was, en
+dat de &quot;doop&quot; het tijdstip was waarop die uitstorting
+plaats vond. Van toen af werd hij de prediker
+van een zuiverder geloof voor de westersche wereld.
+Hij werd door de Joden wegens godslastering gedood
+nadat hij ongeveer drie jaren onder hen had gewerkt.</p>
+
+<p>Vele van de verhalen welke wij in de evangeli&euml;n
+vinden behooren niet tot het werkelijk leven van
+dezen grooten leeraar, maar zijn verhalen welke zich
+rondom dat leven hebben gegroepeerd doch ook in
+verband met andere leeraars aan de wereld bekend
+zijn geweest. Het is uit dit punt dat de aanvallen van
+ongeloovigen met zonnemyte-argumenten hun kracht
+putten. Enkele menschen, zooals Strauss en anderen,
+hebben getracht het geschiedkundig karakter van
+Jezus geheel te vernietigen. Maar dat is een overdrijving
+van ongeloovige kritiek, welke niet kan
+worden gehandhaafd door kennis welke op goede
+grondslagen berust. Wat hun aanval kracht heeft
+gegeven is het feit dat enkele dezer verhalen reeds
+sedert duizenden jaren bestaan hebben. Het verhaal
+bijvoorbeeld van de geboorte van Jezus uit een
+maagd, wat de kerk aanneemt dat plaats heeft gevonden
+op den 25e December, is een van deze
+zonnemyten. In de oudste Christelijke handschriften
+wordt de geboorte van Christus aangegeven op verschillende
+tijden van het jaar. In het eene verhaal
+wordt hij geboren in Mei, in een ander in Juli, in
+een derde in September. Eerst in de zevende eeuw
+werd de 25^e December algemeen als Kerstdag erkend,
+en dit is de datum welke reeds van de oudste tijden
+<!-- Page 83 -->her genoemd is als de datum van de geboorte van
+een vleeschgeworden godheid. Het is de datum
+waarop Mithra, de zonnegod der Perzen, werd geboren,
+het is de dag waarop Osiris, de zonnegod
+der Egyptenaren, het licht zag. Deze dag wordt als
+feestdag beschouwd in alle groote godsdiensten
+welke tegenwoordig op aarde bestaan. Dit feit berust
+hierop, dat de zon beschouwd wordt als de
+vertegenwoordiger Gods. Alle licht en leven in een
+zonnestelsel komt van den zon, gelijk alle licht en
+leven in het heelal komt van God. En in alle godsdiensten
+der oudheid werd de zon beschouwd als
+het symbool voor God, niet als Hemzelf, maar toch
+als een symbool waaraan de grootste eerbied verschuldigd
+was. En daar de dag in het winter-stilstandspunt
+het kortst is, zeide men dat dan de geboorte
+van den zon plaats vond. De Christenkerk
+heeft dat tijdstip ook aangenomen voor de geboorte
+van Jezus, en dit feit wordt gebruikt als bewijsgrond
+om aan te toonen, dat Jezus niet anders is dan een
+zonnegod.</p>
+
+<p>Wat de datum van zijn dood betreft: het is
+u bekend dat de dag van de kruisiging niet op een
+vasten datum gesteld wordt, maar op een datum
+welke ieder jaar verandert en berekend wordt uit de
+standen van zon en maan, zoodat deze dag niet een
+geschiedkundige, maar een sterrekundige datum is.
+Een geschiedkundige verjaardag kan natuurlijk op
+deze wijze niet worden vastgesteld en zij die het
+Christendom vijandig gezind zijn, gebruiken dit als
+een bewijsgrond tegen dezen godsdienst. Het is
+daarom van belang op te merken dat deze datums
+<!-- Page 84 -->inderdaad niet uitsluitend op het Christendom betrekking
+hebben, en dat de werkelijkheid van het
+leven en den dood van Jezus niet van deze sterrekundige
+gegevens afhangen. Ook vele andere verhalen,
+aan het leven van Jezus verbonden, hebben
+reeds lang voor zijn geboorte bestaan. Dit was
+aan de eerste kerkvaders en bisschoppen zeer goed
+bekend. Zij beschouwden het echter nooit als een
+bewijsgrond tegen de werkelijkheid van het leven
+van Jezus, en trachtten nooit den hoogeren ouderdom
+van die heidensche verhalen, zooals zij genoemd
+worden, in twijfel te trekken. De waarheid van de
+verhalen aangaande het leven van Jezus is deze:
+dat hij een man was, vol goddelijken geest, gezonden
+om een nieuwen godsdienst te stichten; dat hij een
+leven leidde van wonderbare toewijding en reinheid;
+dat hij de diepste geestelijke wijsheid leeraarde; dat
+hij werken van medelijden en liefde deed aan allen
+met wie hij in aanraking kwam en dat hij eindelijk
+wegens godslastering door de Joden gedood werd.
+Dit zijn de voornaamste feiten betreffende het leven
+van Jezus, welke geschiedkundig juist zijn. En zooals
+ik zeide bestaat de waarschijnlijkheid dat binnenkort
+handschriften zullen worden ontdekt welke aan
+de wetenschap geschiedkundige gegevens zullen verschaffen.
+Maar de wonderbaarlijke geboorte in December
+en de kruisiging omtrent den tijd der lentenachtevening
+behooren tot de zonnemyten, niet tot
+de geschiedenis. In de oudste handschriften welke
+wij thans bezitten vinden wij deze datums niet vermeld
+en onder de vroegste Christenen werden deze
+punten niet van belang geacht. Eerst gedurende de
+<!-- Page 85 -->ontwikkeling der kerk hebben zij belang gekregen als
+dogmata, en een der redenen waarom het van belang
+was deze datums vast te stellen, was dat zij ook
+reeds heidensche feestdagen waren en behoorden tot
+de verschillende vormen van zonaanbidding welke
+in het Westen verspreid waren. De jonge kerk nam
+deze feestdagen over en schakelde ze in de geschiedenis
+van Jezus, daar men toen de vrees nog niet
+kende voor den ongeloovigen kritikus der negentiende
+eeuw.</p>
+
+<p>Het verhaal van den Christus is van geheel
+anderen aard. Het woord &quot;Christus&quot; is niet een
+naam die toebehoort aan &eacute;&eacute;nen enkeling maar een
+titel welke een zekeren rang aanduidt en sedert
+onheuglijke tijden gebruikt werd om een zekeren
+graad van inwijding aan te duiden. Ieder ingewijde
+die voorbij een zekeren graad van inwijding is,
+wordt een Christus genoemd, welk woord &quot;de gezalfde&quot;
+beteekent. De zalving is een deel van de
+plechtigheid van die inwijding, zoodat de inwijding
+den mensch tot een &quot;gezalfde&quot; maakt. Ik zeide u
+reeds dat het verhaal van den Christus van twee&euml;rlei
+standpunt kan worden beschouwd, en wel in de
+eerste plaats als een kosmisch verhaal, betrekking
+hebbende op het heelal. In dit kosmisch verhaal
+stelt Christus den tweeden Logos voor, den tweeden
+persoon in de drie&euml;enheid. Deze tweede persoon in
+de drie&euml;enheid wordt in het Christendom erkend
+als de God-mensch en de geschiedkundige Jezus
+wordt met dien God-mensch vereenzelvigd. Het
+kosmische verhaal is in het kort het volgende:
+De tweede Logos, de tweede persoon in de drie&euml;en<!-- Page 86 -->heid,
+daalde neder in de stof, om aan deze zijn
+leven te geven: hij gaf zijn leven aan ieder schepsel
+dat ontstond. Hij is het van wien Johannes schrijft:
+&quot;Het Woord was bij God, en het Woord was God.
+Alle dingen zijn door hetzelve gemaakt, en zonder
+hetzelve is geen ding gemaakt dat gemaakt is&quot;. [Footnote: Johannes 1, 1&mdash;3] In
+het oude verhaal van deze nederdaling in de stof
+wordt gezegd dat de tweede Logos in de stof gekruisigd
+is. Dit wil zeggen dat het leven van God
+is gegeven om het leven van alle levende wezens te
+zijn en dat God de banden der stof op zich nam,
+om dit leven mogelijk te maken.</p>
+
+<p>Deze kosmische gebeurtenis wordt herhaald in
+de geschiedenis van iedere menschelijke ziel, want
+wat in het heelal geschiedt, gebeurt ook in het
+kleine heelal, in den mensch. Wanneer wij het verhaal
+van den Christus toepassen op de menschelijke
+ziel, geven wij het in den vorm waarin het door de
+Christelijke mystieken werd beschouwd. De ziel
+des menschen wordt beschouwd als voortgekomen
+uit God. Door een lange reeks van aardlevens ontwikkelt
+zij de eigenschap van verstand, begripsvermogen,
+denken, de weerkaatsing van den Heiligen
+Geest of den derden persoon in de drie&euml;enheid.
+De geest van den mensch wordt, van dit standpunt
+gezien, beschouwd als het beeld van God. Hij is
+een drie&euml;enheid in zijn wezen evenals God een
+drie&euml;enheid is, en de ontwikkeling van het leven,
+van die drie&euml;enheid in den mensch vervalt vanzelf
+in drie onderdeelen: de eerste stap is die, waardoor
+het denkvermogen wordt ontwikkeld; deze stap
+<!-- Page 87 -->is den Theosoof bekend als de ontwikkeling van
+Manas, het denkvermogen. Manas is in den mensch
+de vertegenwoordiger van Mahat in den Kosmos, of
+om de Christelijke uitdrukking te gebruiken, de
+vertegenwoordiger van den Heiligen Geest. Dit zich
+ontwikkelende verstand is het derde aanzicht der
+menschelijke drie&euml;enheid. Dit standpunt van ontwikkeling
+is het standpunt waarop de menschheid
+zich tegenwoordig bevindt, en deze ontwikkeling van
+Manas moet vrij ver gevorderd zijn voordat de tweede
+stap kan worden gedaan, welke bestaat in de ontwikkeling
+van het tweede aanzicht der drie&euml;enheid
+in den mensch, de ontwikkeling van den Zoon, of
+den Christus. Het kenmerkende van dit standpunt
+van ontwikkeling is niet gelegen in de ontvouwing van
+het verstand, maar van de liefde. Het is gelegen in
+de erkenning van alle mensch en als &eacute;&eacute;n, niet als een
+gevolgtrekking door denken, maar door de ontwikkeling
+van dit tweede aanzicht der drie&euml;enheid, van
+wat wij Buddhi noemen. Buddhi beteekent voor den
+Theosoof wat Christus beteekent voor den Christen.
+Wanneer de mensch gereed is den Christus in zich
+te beginnen te ontwikkelen ontvangt hij de eerste
+van de groote inwijdingen. Bij deze inwijding zegt
+men dat hij geestelijk geboren wordt; het is de tweede
+geboorte of de geboorte uit den geest waarvan Jezus
+sprak. Deze inwijding wordt de tweede geboorte
+genoemd, omdat zij den tweeden persoon in de
+menschelijke drie&euml;enheid in werking brengt. Door
+die inwijding ontwaakt Buddhi in den mensch en
+begint zich te uiten, of in de Christelijke symboliek:
+bij die inwijding wordt Jezus geboren uit den schoot
+<!-- Page 88 -->der maagd. Deze geboorte werd steeds een onbevlekte
+genoemd, een geboorte uit een maagd, omdat
+zij niet is een geboorte uit het vleesch, maar
+een geboorte uit den geest. Om deze reden ook
+zeide Jezus dat een mensch gelijk een kind moest
+worden om het koninkrijk Gods binnen te gaan. In
+het geheele onderwijs van Jezus heeft de uitdrukking:
+&quot;het koninkrijk Gods&quot; de beteekenis van &quot;inwijding&quot;
+en de nieuw-ingewijde wordt een &quot;kind&quot; genoemd.
+Gij herinnert u ook dat Paulus van zijn bekeerlingen
+hoopte dat Christus een gestalte in hen mocht
+krijgen. Zij waren gedoopt als lidmaten der kerk,
+zij hadden deelgenomen aan het Avondmaal, en
+toch noemde hij het zijn hoogsten wensch, dat Christus
+in hen mocht worden geboren. Hieruit blijkt dat
+de geboorte van Christus in den mensch niet beteekent
+lidmaat te worden van de kerk, maar iets
+hoogers waarnaar de Christen moet streven. Een
+van de redenen waarom de inwijding &quot;de geboorte
+van den Christus&quot; werd genoemd is dat de mensch
+die deze eerste der groote inwijdingen ontvangt,
+voor de eerste maal het bewustzijn van het buddhisch
+gebied ondervindt. Hij wordt door zijnen
+Meester tot dat gebied gevoerd: door de aanraking
+van den Meester wordt hij voor de eerste maal
+bewust op dat gebied. Dan begrijpt hij wat eenheid
+beteekent: hij gevoelt dat hij &eacute;&eacute;n is met al wat
+bestaat, hij ondervindt dat hij niet afgescheiden
+is, maar een deel van het groote geheel; hij begrijpt
+het niet door verstandelijke inspanning, maar ondervindt
+het door onmiddellijk bewustzijn. Dan begint
+in den ingewijde het leven van den Christus, en
+<!-- Page 89 -->langzamerhand neemt hij dien geest van liefde en
+mededoogen in zich op. Zoo ontwikkelt de Christus
+in hem. Nog twee andere inwijdingen moet hij
+doormaken terwijl hij nog altijd als onvolwassen beschouwd
+wordt. Dan komt de tijd voor den mystieken
+doop, die overeenkomt met den doop van den
+mensch Jezus. Deze doop is de inwijding van den
+Arhat. Van dien tijd af is het bewustzijn van den
+ingewijde voortdurend op het buddhisch gebied.
+V&oacute;&oacute;r deze inwijding wordt zijn bewustzijn van tijd
+tot tijd daarheen overgebracht, maar wanneer zij
+heeft plaats gevonden, en de doop des geestes ontvangen
+is wordt het buddhisch bewustzijn zijn gewone
+bewustzijn, en begint hij langzamerhand het
+nirvanisch bewustzijn te verwerven. Het bewustzijn
+op het buddhisch gebied wordt genoemd het leven
+van den Zoon, die altijd in den hemel is bij zijnen
+Vader, en toch op aarde wandelt onder de menschen
+als &eacute;&eacute;n van hen. Wanneer de mensch dezen trap
+heeft bereikt, kan hij een Heiland der menschheid
+worden, want daar zijn bewustzijn &eacute;&eacute;n is met dat
+van alle menschen kan hij met hen deelen al wat
+hij heeft, daar hij zelf zuiver is kan hij naast de
+menschen staan in hun zonde, daar hij zich zijn
+geheele verleden herinnert kan hij medevoelen met
+den slechtste. Alleen de Christus kan de vriend
+zijn van den laagste, want daar hij zelf tot zonde
+niet meer in staat is kan hij met den zondaar in
+de nauwste aanraking zijn zonder gevaar voor zijn
+eigen reinheid. Alleen de Christus kan den zondaar
+werkelijke hulp brengen, want slechts hij kan
+gevoelen, wat die zondaar gevoelt, en door de ver<!-- Page 90 -->eeniging
+van zijn bewustzijn die hulp brengen, welke
+noodig is. De mensch die geheel buiten den zondaar
+staat kan hem niet werkelijk helpen. Slechts
+hij die zijn bewustzijn kan vereenigen met dat van
+den zondaar kan geven wat noodig is. Daarom
+wordt zulk een mensch terecht een Heiland der
+wereld genoemd.</p>
+
+<p>Na al deze inwijdingen komt de mystieke kruisiging.
+De Arhat offert zich geheel en al op voor
+het welzijn der wereld. Hij geeft al wat hij bezit
+opdat het der menschheid ten goede moge komen.
+Hij verzaakt alle afgescheiden leven, opdat zijn leven
+het leven der menschen zijn moge. Hij neemt niets
+voor zichzelf opdat de menschheid alles moge ontvangen,
+en deze laatste daad van opoffering wordt
+de &quot;kruisiging&quot; genoemd. Door dien dood van het
+lagere rijst de ingewijde tot het goddelijk leven.
+Hij wordt &eacute;&eacute;n met den Vader, hij stijgt boven het
+leven der wereld. Om de Theosofische uitdrukking
+te gebruiken: Buddhi gaat op in &Acirc;tm&acirc;; de Arhat
+wordt daardoor een Meester. In de Christelijke
+spreekwijze zegt men: de Zoon wordt &eacute;&eacute;n met den
+Vader en, in den hemel opgestegen, zit hij aan de
+rechterhand Gods. Dit &quot;zitten aan de rechterhand
+Gods&quot; is een zinnebeeldige uitdrukking, welke
+beteekent dat hij de goddelijke krachten bezit. Hij
+is in staat om een werktuig te zijn van de godheid
+voor de ontwikkeling der menschheid en iedere
+Zoon, die de eenheid met den Vader bereikt heeft
+wordt een van de krachten die de wereld vooruit
+helpen, zoodat door zijn ontwikkeling die der geheele
+menschheid wordt bevorderd.</p>
+
+<p><!-- Page 91 -->Aldus luidt het verhaal van den Christus, beschouwd
+als de geschiedenis van den geest in den
+mensch. Het is het verhaal der inwijdingen, die in
+de vroegere kerk bekend waren onder den naam:
+&quot;de mysteri&euml;n van Jezus.&quot; Aan de oningewijden
+werd het gegeven in den vorm van de geschiedenis
+van den Christus. Dit verhaal van de inwijding der
+menschelijke ziel werd samengeweven met de geschiedenis
+van het leven van Jezus, en verloor zijn
+verheffende kracht omdat men het toepaste op het
+uitwendig leven van &eacute;&eacute;n mensch, in plaats van op
+het innerlijk leven van den geest. Maar bij de
+Christelijke mystieken is het verhaal in zijn innerlijke
+beteekenis bewaard gebleven. Wij vinden het
+terug in de overpeinzingen der heiligen, waar zij
+zich vereenigen met den Christus en zich &eacute;&eacute;n gevoelen
+met den Meester. Het gebed van Jezus dat
+zijn discipelen &eacute;&eacute;n mochten worden in hem en met
+hem &eacute;&eacute;n in den Vader, schijnt door de tegenwoordige
+Christenen vergeten te zijn.</p>
+
+<p>Het is een deel van de zending der Theosofie,
+aan het Christendom de mystiek terug te brengen
+welke het verloren heeft. Voor millioenen menschen
+in Europa is de Christelijke symboliek degene welke
+zij het gemakkelijkst kunnen begrijpen. Indien wij
+tot hen spreken van Manas, Buddhi en &Acirc;tm&acirc;, begrijpen
+zij ons niet. Indien wij hun echter aantoonen,
+dat hun eigene woorden dezelfde beteekenis
+hebben, kunnen wij ons doel bereiken. Wanneer
+wij hun vertellen, dat zij Buddhi kunnen ontwikkelen,
+en dat Buddhi kan opgaan in &Acirc;tm&acirc;, weten zij niet
+wat wij bedoelen. Maar wanneer wij hun leeren
+<!-- Page 92 -->dat de Christus in hen kan worden geboren, en
+dat zij &eacute;&eacute;n kunnen worden in den Vader, zien zij
+onze bedoeling. Wij moeten de Christenen helpen
+te begrijpen: dat het verhaal van den Christus niet
+betrekking heeft op &eacute;&eacute;n enkel mensch, maar dat
+het de geschiedenis der ziel is, die zich tot volmaking
+ontwikkelt, dat ieder mensch een Christus
+moet worden, dat dit voor ieder mensch mogelijk is.
+Dat is juist de kracht van de geschiedenis van Jezus,
+bedoeld als een voorbeeld voor allen, en een groot
+deel der waarde van zijn leven gaat verloren, wanneer
+zijn geschiedenis wordt beschouwd als die van het
+uiterlijk leven van eenen Heiland, in plaats van als
+een beeld van het geestelijk leven.</p>
+
+<p>Nog &eacute;&eacute;n punt is er betreffende den geschiedkundigen
+Jezus, dat van groot belang is, namelijk
+dat hij nog leeft in een lichaam, als &eacute;&eacute;n van die
+groote Broederschap van Meesters waarvan de Theosofie
+ons leert. Hij vindt zijn bijzondere taak in
+de Christelijke kerk. Door die kerk kunnen nog
+heden de zielen hem als Meester bereiken; en zij
+die er toe zijn gekomen de Meesters te kennen,
+weten dat Jezus &eacute;&eacute;n van hen is, en dat hij nog
+thans door Christenen kan worden bereikt. Maar
+de voorwaarden hiervoor zijn nog steeds dezelfde
+als immer te voren. Zij zijn neergelegd in de
+woorden van Jezus in de Christelijke evangeli&euml;n,
+woorden die letterlijk moeten worden gevolgd, en
+niet weggeredeneerd. Thans, gelijk oudtijds, moet
+de mensch die het leven van den Christus wil vinden
+het lagere leven dooden. Thans, gelijk voorheen,
+moet hij alles opgeven, wat behoort tot het per<!-- Page 93 -->soonlijk
+zelf. Nog heden, evenals vroeger, moet
+al zijn aandacht op geestelijke dingen zijn gericht
+en niet op aardsche. Wanneer deze voorwaarden
+vervuld zijn, zal Jezus, de Meester, zich aan den
+leerling openbaren; maar zoolang zijne woorden
+worden weggeredeneerd ter wille van wereldsche
+begeerten, zoolang de mensch tracht twee meesters
+te dienen, in twee werelden te leven, zoolang zal hij
+Jezus, den Meester, niet vinden, zal hij het leven
+van den Christus niet bereiken.</p>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;">
+<a name="Aanhangsel"></a><h2><b><!-- Page 94 -->Aanhangsel.</b></h2>
+
+
+
+<h4>DE THEOSOFISCHE VEREENIGING.</h4>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;">
+<p>De Theosofische Vereeniging is een internationaal
+lichaam, den 17<sup>den</sup> November 1875 te New-York
+gesticht.</p>
+
+<p>Haar doel is:</p>
+
+<p><i>
+I. Het vormen van een kern van de algemeene
+broederschap der menschheid, zonder aanzien
+van ras, geslacht, kaste of kleur.</i></p>
+
+<p><i>II. Het aanmoedigen van de vergelijkende studie
+van godsdienst, wijsbegeerte en wetenschap.</i></p>
+
+<p><i>III. Het naspeuren van onverklaarde natuurwetten
+en van de ongeopenbaar de krachten in den
+mensch.
+</i></p>
+
+<p>Van deze drie doeleinden is alleen het eerste
+bindend voor alle leden terwijl de twee andere tot
+hulp voor de bereiking van het eerste dienen.</p>
+
+<p>Het volbrengen van het tweede, dat het Oosten
+en het Westen aan elkander ontsluiert strekt om misverstanden
+voortspruitende uit verschil van ras en godsdienstvorm
+uit den weg te ruimen en stelt ten dienste
+<!-- Page 95 -->van beiden de verborgen schatten van geestelijke
+kennis die beide bezitten. Ook het derde leidt tot
+broederschap daar het den mensch zich zelf en zijn
+omgeving leert kennen en hem ten slotte de geestelijke
+eenheid aantoont welke aan alle wezens ten
+grondslag ligt. Doch het nastreven van deze beide
+doeleinden vereischt bijzondere vermogens en bijzondere
+gelegenheden. Zij zijn daarom niet verplichtend
+voor alle leden doch worden naar vrije
+keuze nagestreefd door hen die zich daartoe aangetrokken
+gevoelen en die in staat zijn dat te doen.
+Daarom vindt iemand die hiervoor in het geheel
+geen belangstelling koestert, indien hij gelooft in
+menschelijke broederschap en willig is daarvoor te
+werken, een hartelijk welkom en een ruime plaats
+in de Theosofische Vereeniging.</p>
+
+<p>De leden der Vereeniging zijn meer verbonden
+door een ethischen dan door een verstandelijken
+band en hun eenheid berust op een verheven ideaal,
+niet op een omschreven geloof. De Vereeniging
+heeft geen geloofsstellingen, dringt aan op geen enkel
+geloof, schaart zich onder geen kerk, steunt geen
+partij, neemt geen deel aan de eindelooze kibbelarijen
+welke de maatschappij verdeelen en het nationaal,
+maatschappelijk en persoonlijk leven verbitteren. Zij
+tracht geen mensch van zijn eigen godsdienstvorm
+af te trekken, maar noopt hem integendeel in de
+diepten van zijn eigen godsdienst het geestelijk
+voedsel te zoeken dat hij noodig heeft. De uitkomsten
+der studie welke in het tweede doeleinde
+genoemd wordt biedt zij aan als voorwerpen van
+onderzoek, niet als geloofsstellingen waaraan blind
+<!-- Page 96 -->geloof moet worden geslagen. Dat ieder eens anders
+godsdienstige gevoelens evenzeer eerbiedigen zal als
+hij dat voor de zijne verwacht wordt gerekend tot
+een eervolle verplichting in de Vereeniging, en
+volkomen wederkeerige hoffelijkheid hierover wordt
+van de leden verwacht. Dit alles leidt meer en
+meer tot samenwerking in het zoeken naar waarheid,
+tot verzachting van vooroordeelen, tot vrijmaking
+van den geest en tot groei eener welwillende vriendelijkheid
+en gewilligheid te leeren. Zoo is de Vereeniging
+een beschermende muur tegen den tweelingsvijand
+van den mensch: bijgeloof en materialisme,
+en behoort zij waar zij ook komt een zachten en
+louterenden invloed van vrede en goeden wil te
+verspreiden en zoodoende een van de krachten te
+zijn die het betere willen te midden van den strijd
+der tegenwoordige beschaving.</p>
+
+
+
+<h4>LIDMAATSCHAP.</h4>
+<br>
+
+<p>Lidmaatschap kan worden verkregen op aanvrage
+aan den Algemeenen Secretaris eener Afdeeling
+of door middel van een der Loges of Centra der
+Vereeniging. Nadere inlichtingen hieromtrent worden
+op aanvrage gaarne verstrekt. Een exemplaar van
+de &quot;Wet en Regels&quot; der Theosofische Vereeniging
+en der Nederlandsche Afdeeling wordt, op verzoek
+aan den Algemeenen Secretaris, toegezonden.</p>
+
+<br>
+
+<p><h4>LIDMAATSCHAPSKOSTEN.</h4><p></p>
+<br>
+
+<p>De kosten van het lidmaatschap der Nederlandsche
+Afdeeling (insluitende het lidmaatschap der
+Theosofische Vereeniging) bedragen f 3.&mdash;per jaar
+en f 3.&mdash;intreegeld (&eacute;&eacute;nmaal). Deze bedragen
+<!-- Page 97 -->moeten bij de aanvrage tot lidmaatschap worden voldaan.</p>
+
+<p>In bijzondere gevallen kan ontheffing van geldelijke
+verplichtingen worden verleend.</p>
+
+
+
+<h4>ADMINISTRATIEVE INDEELING.</h4>
+<br>
+
+<p>In verschillende landen voor zooverre die een
+voldoend aantal leden tellen zijn Afdeelingen der
+Vereeniging gevormd. Deze Afdeelingen worden
+vertegenwoordigd door een Algemeenen Secretaris.
+Iedere Afdeeling is onderverdeeld in Loges en
+Centra. De Nederlandsche Afdeeling telt zeven
+Loges en twee Centra.</p>
+
+<p>President der Vereeniging is Col. H. S. Olcott
+te Adyar, Madras, Engelsch-Indi&euml;.</p>
+
+<p>De Algemeene Secretarissen van de Afdeelingen
+der Vereeniging zijn:</p>
+
+<p><u>Nederland</u>: W. B. Fricke, Amsterdam, 76,
+Amsteldijk.</p>
+
+<p><u>Amerika</u>: Alexander Fullerton; New-York,
+5, University Place.</p>
+
+<p><u>Europa</u>: G. R. S. Mead, B. A.; London, N. W.
+19, Avenue Road.</p>
+
+<p><u>Indi&euml;</u>: Bertram Keightley, M. A.; Upendranath
+Basu, M. A., LL. B., Benares.</p>
+
+<p><u>Australi&euml;</u>: J. Scott, M. A.; Sydney, N. S. W.,
+42, Margaret Street.</p>
+
+<p><u>Scandinavi&euml;</u>: A. Zettersten, Stockholm, 30,
+Nybrogatan.</p>
+
+<p><u>Nieuw-Zeeland</u>: Dr. C. W. Sanders;
+Auckland, Mutual Life Buildings, Lower Queen
+Street.</p>
+
+
+
+<h4><!-- Page 98 -->LIJST VAN LOGES EN CENTRA DER NEDERLANDSCHE AFDEELING.</h4>
+
+<p> <table border="1" align="left" width="100%">
+
+
+<tr>
+<th>PLAATS.</th> <th> VOORZITTER.</th> <th> SECRETARIS.</th> </tr>
+
+<tr> <td>AMSTERDAM:<br> *Amsterd. Loge. </td> <td><br> W. B. Fricke, Amsteldijk 76. </td> <td><br> H. Wierts van Coehoorn, Amsteld. 76. </td> </tr>
+
+<tr> <td>*V&acirc;hana Loge. </td> <td> K.P.C. de Bazel, Nic. Beetsstr. 118. </td> <td> Mej. Cato E. Gruntke, Overtoom 206. </td> </tr>
+
+
+<tr> <td>StudentenCentrum. </td> <td>J. W. Boissevain, Tesselschadestraat 4 </td> <td> J. J. Hallo Jr., Schotersingel 69, Haarlem. </td> </tr>
+
+<tr> <td>*GOUDA (Centrum). </td> <td>H. Reijnders, Lange Groenendaal 99</td> <td>&nbsp; </td> </tr>
+
+
+<tr> <td>*'s GRAVENHAGE. </td> <td> F.J.B. van der Beek, Wilhelminastr. 35.</td> <td> Mej. C.J. de Prez, Wilhelminastr. 35. </td> </tr>
+
+
+<tr> <td>*HAARLEM. </td> <td> Johan van Manen. </td> <td> J. J. Hallo Jr., Schotersingel 69. </td> </tr>
+
+<tr> <td>*HELDER. </td> <td> T. van Zuylen, Spoorstraat 138 </td> <td>S. Gazan, Kanaalweg 121. </td> </tr>
+
+
+<tr><td>ROTTERDAM. </td> <td>H. W. Hagenberg, Noordsingel 140 </td> <td> J. A. Terwiel, 2e Crooswijksche Dwarsstraat 6</td> </tr>
+
+
+<tr> <td> VLAARDINGEN. </td> <td> D. de Lange Dz., Oosthavenkade. </td> <td>&nbsp; </td> </tr>
+</table>
+
+&nbsp;
+
+ <p></p>
+
+
+<p>&nbsp; </p>
+<p>&nbsp;</p>
+<p>&nbsp;</p>
+<p>&nbsp;</p>
+<p>&nbsp;</p>
+<p>&nbsp;</p>
+<p>&nbsp;</p>
+<p>&nbsp;</p>
+<p>&nbsp;</p>
+<p>&nbsp;</p>
+<p>&nbsp;</p>
+<p>* De met een sterretje geteekende Loges bezitten boekerijen. </p>
+
+<hr style="width: 65%;">
+<p><h4><!-- Page 99 -->BOEKEN OVER THEOSOFIE.</h4><p></p>
+<br>
+
+<p>Daar de Theosofische Vereeniging gesticht is in Engelsch
+sprekende landen en zich voornamelijk daar heeft verbreid gedurende
+de eerste 20 jaren van haar bestaan zijn de meeste
+en beste boeken over Theosofie in het Engelsen geschreven.
+Deze, meest uitgegeven door de &quot;<i>Theosophical Publishing Society</i>&quot;
+te Londen, zijn alle te verkrijgen van haren uitsluitenden
+vertegenwoordiger voor Nederland, de &quot;<i>Theosofische Uitgeversmaatschappij</i>&quot;
+(Afdeeling Boekhandel), Amsterdam, Amsteldijk
+76. Uitgebreide catalogi worden op aanvrage toegezonden.</p>
+
+<p>In het Nederlandsch zijn door de &quot;Theosofische Uitgeversmaatschappij&quot;
+de volgende werkjes uitgegeven welke tegen overmaking
+van den bijvermelden prijs van haar verkrijgbaar zijn.</p>
+
+
+<p>THEOSOPHIA, Maandblad, prijs per jaargang f 2,50 </p>
+<p>.......... Vorige jaargangen zijn in beperkt aantal nog verkrijgbaar tegen f .50 per jaargang.</p>
+<p>.......... Kaarten van Atlantis behoorende bij den 6en Jaargang van "Theosophia", per stel (vier stuks), f 1.50.</p>
+
+<p>A. BESANT, Kort begrip der Theosofie (f 0.15)</p>
+
+<p>SNOWDEN WARD, Karma en Re&iuml;ncarnatie (f 0.10)</p>
+
+<p>MULTASPERO, Eerste kennismaking met de Theosofie (f 0.25)</p>
+
+<p>AFRA, Eenvoudige schets der Theosofie (f 0.25)</p>
+
+<p>A. BESANT, De evolutie der ziel, het doel van 't leven (f 0.10)</p>
+
+<p>A. BESANT, Yoga voor den mensch in de maatschappij (f 0.10)</p>
+<!-- Page 100 -->
+
+<p>A. BESANT, Vier voordrachten over Theosofie, gebonden (f 0.60)</p>
+
+<p>A. BESANT, Levenstoestanden na den dood (f 0.20)</p>
+
+<p>A. BESANT, De Zeven Beginselen van den mensch, gebonden (f 0.60)</p>
+
+<p>JOHAN VAN MANEN, Korte levensschets van Annie Besant (f 0.10)</p>
+
+
+<p>Vele vertalingen van belangrijke Theosofische werken zijn
+in voorbereiding, terwijl in den loop van het jaar nog verscheidene
+kleinere en grootere werken zullen verschijnen.</p>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;">
+<h2>FOTOGRAFIËEN.</h2>
+
+
+<p>"H. P. B.&quot;,
+
+<p>........... Kabinetformaat (f 1.--) </p>
+
+<p>ANNIE BESANT,
+
+<p>........... Salonformaat (18 X 24) (f 3.--)
+
+<p>........... Kabinetformaat (f.1,--)
+
+<p>Bestellingen en betalingen te richten aan de &quot;<i>Theosofische
+Uitgeversmaatschappij</i>&quot;, Amsteldijk 76, Amsterdam.</p>
+
+<div>*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 12756 ***</div>
+</body>
+</html>
+
+
+
diff --git a/12756-h/images/anniebesant1.png b/12756-h/images/anniebesant1.png
new file mode 100644
index 0000000..70a9b5e
--- /dev/null
+++ b/12756-h/images/anniebesant1.png
Binary files differ
diff --git a/12756-h/images/anniebesant2.png b/12756-h/images/anniebesant2.png
new file mode 100644
index 0000000..de05626
--- /dev/null
+++ b/12756-h/images/anniebesant2.png
Binary files differ