summaryrefslogtreecommitdiff
path: root/11884-h/11884-h.htm
diff options
context:
space:
mode:
Diffstat (limited to '11884-h/11884-h.htm')
-rw-r--r--11884-h/11884-h.htm1155
1 files changed, 1155 insertions, 0 deletions
diff --git a/11884-h/11884-h.htm b/11884-h/11884-h.htm
new file mode 100644
index 0000000..e82ca20
--- /dev/null
+++ b/11884-h/11884-h.htm
@@ -0,0 +1,1155 @@
+<!DOCTYPE HTML PUBLIC "-//W3C//DTD HTML 4.01 Transitional//EN">
+<html>
+ <head>
+ <meta http-equiv="Content-Type" content=
+ "text/html; charset=UTF-8">
+ <title>
+ The Project Gutenberg eBook of AENMERKINGE Op de Missive VAN PARNAS.
+ </title>
+ <style type="text/css">
+/*<![CDATA[ XML blockout */
+<!--
+ P { margin-top: .75em;
+ text-align: justify;
+ margin-bottom: .75em;
+ }
+ H1,H2,H3,H4,H5,H6 {
+ text-align: center; /* all headings centered */
+ }
+ HR { width: 33%;
+ margin-top: 1em;
+ margin-bottom: 1em;
+ }
+ BODY{margin-left: 10%;
+ margin-right: 10%;
+ }
+ .linenum {position: absolute; top: auto; left: 4%;} /* poetry number */
+ .note {margin-left: 2em; margin-right: 2em; margin-bottom: 1em;} /* footnote */
+ .blkquot {margin-left: 4em; margin-right: 4em;} /* block indent */
+ .pagenum {position: absolute; left: 92%; font-size: smaller; justify: right;} /* page numbers */
+ .sidenote {width: 20%; margin-bottom: 1em; padding-left: 2em; font-size: smaller; float: right; clear: right;}
+
+ .poem {margin-left:10%; margin-right:10%; text-align: left;}
+ .poem .stanza {margin: 1em 0em 1em 0em;}
+ .poem p {margin: 0; padding-left: 3em; text-indent: -3em;}
+ .poem p.i2 {margin-left: 2em;}
+ .poem p.i4 {margin-left: 4em;}
+ .poem .caesura {vertical-align: -200%;}
+ // -->
+ /* XML end ]]>*/
+ </style>
+ </head>
+<body>
+<div>*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 11884 ***</div>
+
+<a href="#AENMERKINGE"><b>AENMERKINGE Op de Missive VAN PARNAS</b></a><br>
+<a href="#TOE-GIFT."><b>TOE-GIFT.</b></a><br>
+
+
+<hr style="width: 65%;">
+
+<span class="pagenum">
+ <a id=page1
+ name="page1">
+</a>[Pag. 1]
+</span>
+
+<h1>AENMERKINGE</h1>
+
+<h1>Op de Missive</h1>
+
+<h1>VAN</h1>
+
+<h1>PARNAS</h1>
+<p>&nbsp;</p>
+<p>&nbsp;</p>
+<p>&nbsp;</p>
+<h3>Van den 22. January 1685.</h3>
+
+<h3>GETEKENT</h3>
+
+<h3>HUGO de GROOT.</h3>
+<span class="pagenum">
+ <a id=page2
+ name="page2">
+</a>[Pag. 2]
+</span>
+
+<p>&nbsp;</p>
+<p>&nbsp;</p>
+
+<span class="pagenum">
+ <a id=page3
+ name="page3">
+</a>[Pag. 3]
+</span>
+
+
+<hr style="width: 65%;">
+
+<a name="AENMERKINGE"></a><h2>AENMERKINGE</h2>
+
+<h2>Op de Missive van</h2>
+
+<h2>PARNAS</h2>
+<br>
+<p>&nbsp;</p>
+<p>&nbsp;</p>
+<p>Na dat de Griecksche Parnas, door de Turckschen mogentheyd verscheyde
+eeuwen verwoest gelegen hadde, ende daerom nu niet meer en wierde
+gefrequenteert, soo heeft Boccalyn eenen anderen in Italien weten te
+vinden, dan die gansch van ene andere natuer ende operatie was, als wel
+de Griecksche te voren ware geweest. Want de gene die op de eerste
+verkeerden, wierden beschenen met allerley klaerheydt, soo dat de
+duysterheyd van haer verstant quam te verdwynen, en aengedaen wierden
+met veelerley kennisse, soo dat sy verborgene dingen, oock selfs
+toekomende, wisten te openbaren. Maer die op den Boccalynsche Bergh
+quamen te verschijnen, bevind men nergens anders in uyt te steecken, als
+in alle soort van busche scherpsinnigheyt, hebbende tongen der Slangen
+niet ongelijck; ende sy selve van nature als de boose Muyl-Esels, die
+van vooren byten, van achteren schoppen, niemand sparende, als die sy
+niet en konnen bereyken. Op dese inventie hoewel Boccalyn seer praelde,
+soo is het evenwel daer mede soo uytgevallen, dat hy geluckigh souw
+geweest hebben, by aldiense hem niet dierder had komen te staen, als den
+hond, soomen seyt, de worst doet. Waerom dan oock niemand naderhand lust
+gehad heeft, om de naem te verkrygen, van diergelijcke Contrey ontdeckt
+ofte gevonden te hebben. Maer evenwel gelijck de natuer veele
+veranderingen uytwerckt, doende effene Landen tot Bergen oprijsen, ende
+Steden in den Afgrond versincken, soo is het mede gebeurt, dat in
+Hollant ontrent het Ye, de daryachtige gronden soo sijn opgegist, dat se
+dreygen den Boccalynschen Berg te sullen overtreffen. Ende, soo men
+seyt, souw Apolio mede daer alrede aengekomen sijn, ende in die lucht
+behagen genomen hebben, na
+<span class="pagenum">
+ <a id=page4
+ name="page4">
+</a>[Pag. 4]
+</span>
+dat hem de Grieksche Laurieren hebben
+beginnen te stincken. Dat ook na sijne komst aldaer mede waren
+verschenen <i>Cicero, Cato, ende alle de gene die sich ooyt met
+Staetssaecken hebben bemoeyt</i>, als <i>Hogerbeets, Renyl, Ledenbergh</i> ende
+ook <i>Barnevelt</i>, maer die gelijk als Sint Denijns, sijn hooft in bey
+sijne armen droegh, welcken Denijs hy ook schimperlijk verweet, dat
+deselve sijn hooft maer twee mylen ver had konnen dragen, daer hij het
+sijne uyt den Haegh tot op den top van den Amstelschen Parnas hadde
+gedragen. Benevens dese is daer mede verschenen den welbekende Keiser
+Iustinianus, dragende nu niet de Kroon van het Grieksche Rijk, maer een
+Amstels jok van bockenhout, dat hem nieuwlix op geleyt sijnde, de
+schouderen hadt deurgeschuert, alsoo 't hem gansch niet paste. Gelijk
+men dan ook seyt, dat daer versch aengekomen was de Burgemeester <i>van
+den Broek</i>, die wondre nieuw maren uyt Holland medebraght, waer over
+verscheyde van die Parnasbroeders ook haer sentiment seyden, waerd
+altemael om vanden vermaerden Hugo de Groot beschreven te werden. Daer
+waren voor desen wel aengekomen Socinus, Arminius, Vorstius, Spinosa,
+met haersgelijken, maer dewijl dit hare rol niet en was, soo en sijn sy
+op dit Theater ook niet verschenen, maer sijn van ver blyven staen om
+het spel aen te sien. Waer van principael Acteur was de voorschreve Heer
+Burgemeester van den Broek, refererende <i>'t gene eenigen tijd soo tot
+Dordrecht, als inde Vergaderinge vande Staten van Holland ende
+West-Vriesland op het subject vande nominatie der goede luyden vanden
+Achten der voorschreve Stadt, ende het herdoen van de selve voorgevallen
+was</i>. Als mede op <i>wat wijse de Heeren Commissarissen van den Hove van
+Holland haer in dese saken hebben gedragen</i>. Het welk sekerlik met
+groote verwonderinge moet aengehoort geweest sijn, principael indien die
+Burgemeester daer by geseyt heeft, gelijk het de waerheyd is, dat hy van
+die tydt of, en misschien eerder, van die swakheyt van lichaem niet
+alleen, maer ook van herssenen is geweest, dat hy de Commissarissen door
+sigh selven niet en heeft konnen antwoorden, maer heeft het laten doen
+door andre, die hy tot dien eynde in sijn huys ontboden hadde. Soo dat
+hey selfs naeulyx wetende watter in sijn eygen huys omme gingh, veel min
+geweten heeft watter op het Raedthuys of in der Staten Vergaderinge
+geschiede. Alsoo hy in die tydt die de bequaemheyt niet en had, om
+buyten sijn huys te konnen gaen of ryden. Soo dat ick presumere, dat hy
+gesuysebolt, of gedroomt sal hebben,
+<span class="pagenum">
+ <a id=page5
+ name="page5">
+</a>[Pag. 5]
+</span>
+als hy
+dit verhael sal hebben gedaen, ende grovelik dienvolgende gemist. Het
+welk van dien ouwen hals niet vreemd en was, alsoo ik sie dat sulx de
+andre Parnasbroeders ook wel overkomt, ende ik uyt den brief van de Heer
+de Groot lees, dat sy luyden <i>den Primier van de Heeren Commissarissen,</i>
+die tot Dordrecht sijn geweest, <i>daer</i> by henluyden, <i>al eenigen tijd te
+gemoet hebben gesien.</i> Want hebben sy hem al eenigen tijd te gemoet
+gesien, soo hebben sy ook al eenigen tydt gedroomt ende gedoolt, soo wel
+als den nieuw aengekomen Burgemeester, dewijl by hier nu noch sit, ende
+onseeker is wanneer hy hier van daen vertrekt. Soo datmen niet en hoeft
+te denken dat dese Parnasgasten sijn <i>tanquam abqui Semides &amp; adoptiva
+quadam numina,</i> als die ook hare misslagen hebben. Gelijk het selve noch
+nader daer uyt blijkt, dat sy hem als noch sitten en waghten. Want light
+en komt hy noyt op sulk eenen Parnas, daer sigh luyden onthouden die
+schrijven en dryven, <i>Spiritum Antichristi magis regnare ad lacum
+Lemannum, quam ad Tybrim.</i> Alsoo hy soodanige positien exerceert. En
+voorsichtiger souden sy doen dat sy de deuren in tyds toesloten, op dat,
+al quam hy kloppen, niet in gelaten en wierde, ten eynde over soodanige
+poincten, als hier vooren, of diergelijke, gene onrust op den Parnas en
+wierde verwekt. Want hoewel hy flexibel is, soo dat men hem souw om de
+vinger windeen, soo en is hem echter niet nieuw een Kamphaen in de kam
+te byten, schoon dat se al vry wat langh gebeckt sijn. Soo dat my daer
+uyt schijnt, dat die luyden, daer op dien Parnas, de beste positie niet
+en houden, voor hoe groten politicum men den Heer de Groot, die het rad
+daer draeyt, ook wil houwen. Want hoewel hy te houwen is voor een man
+vande uytstekenste geleertheyt, soo en belet dit niet, dat men sonwijlen
+sich vergist. Ende valt somwylen al eens voor, dat het spreekwoord
+bewaerheyt wert. <i>Magna ingemia, magni errores</i>. Soo dat oock de
+Monicken hebben weten te seggen: <i>Clericus edoctus non est semper sale
+coctus</i>. Tot eene preuve van dien sal ik voor eerst maer seggen, dat als
+een persoon van de eminentste qualiteyt in dese staet hem een gunstig
+oogh had toegeworpen, soo quam hy in den jare 1632 driftig herwaerts
+aengeloopen, verhoopende, dat hy nevens d'andre ouwe Santen, weder op
+het Autaer souw werden geset. Maer alsler ordre quam van de Heeren
+Staten van Ho'land, dat hy uyt den Lande sou hebben te vertrecken, soo
+gingh hy heendruypen, als een hond, die sijne staert verlooren heeft.
+Hier nevens sal ik noch voegen, dat als hy de Babylonische Hoer van hare
+voorname quetsure ende hooftwonde,
+<span class="pagenum">
+ <a id=page6
+ name="page6">
+</a>[Pag. 6]
+</span>
+die de eerste Reformateurs haer
+hebben gelastigeert, heeft willen cureren, wat heeft hy daer deur anders
+uytgeright, als datter is ge&euml;xciteert het <i>Classicum belli Sacri</i>, ende
+dat hy geprocureert heeft sijne eyge disgracie in het Hof van Sweden,
+daer hy doen een Minister af was. Soo dat hy daer van daen vertreckende,
+sich begeven heeft na Rostock, daer hy is overleden. Meer en sal ik voor
+deestydt van Hem niet seggen, alsoo dit genoeg is om aen te wysen, dat
+groote luyden ook hare misslagen hebben, en daerom geen wonder en is,
+indien hy het in desen Brief soo heel fix niet en heeft. Want niet seer
+ver van het begin komt de goede Keyser Justinianus, soo hy seyt, te
+voorschijn, <i>met de tranen in de ogen, klagende, dat sijne Wetten soo
+weynigh voldaen wierden</i> by het Hof van Holland. Ende dat bestaet hier
+in, als men in den selven asem seyt, dat het selve sich aenmatight <i>van
+toesicht te dragen, Ne Provincia abundat malis hominibus</i>. Waer in of
+Justinianus of Grotius eenighsincs missen, want soo en luyden de woorden
+niet in den originelen text. Hoewelle van den sin niet t'eenemael en
+devieren. Ende nochtans schreyt die goede man daer over. Wat magh hem
+daer toe bewegen? Dit namentelik, dat de Hollanders soo dom en bot
+waren, dat sy <i>syne Wetten verkeerde applicatien ende beduydingen aen
+wreven</i>; willende doen het gene sijne Pr&aelig;sides in voorgaende tyden
+hebben gedaen, uyt misduydinge van woorden; even of <i>Pr&aelig;sides
+Provinciarum met die van President en Raden</i> een en deselve waren. Maer
+voor eerst sal ik hier op seggen, dat die het Hof determineert binnen de
+palen van Pr&aelig;sident en Raden, het selve verongelijkt, daer van
+afscheurende het eerste ende principaelste lid, namentlik den
+Stadhouwer, de luyster en voorname eer van dat Collegie. Soo dat de Heer
+de Groot hier sich selfs vergist, als hebbende te voren self geschreven,
+daer hy handelt van de gene die in het Hof sitten; <i>Horum caput est ipse
+Pr&aelig;fectus Holland&aelig;</i>. Daer naer sal ik vragen, indien de Pr&aelig;ses Provinci&aelig;
+een goed werk doed, <i>conquirendo nefarios, &amp; curando ut malis hominibus
+careat provincia</i>, hoe kan dat quaet sijn als dat selve by het Hof werd
+gedaen? Hoe heeft het Hof dien Keiser sijne pap soo qualik gebotert,
+dat'et soo qualik by hem te Hove staet? Immers soo ruym als de Pr&aelig;sides
+Provinciarum de Souvereyniteyt aen den Keyser gelaten hebben, soo ruym
+laet het Hof deselve aen de Heeren Staten van Holland. Dan hoewel dit
+soo is, soo pecceert'et niet alleen daer in dat het wil procureren, <i>ut
+malis hominibus careat provincia</i>, maer
+<span class="pagenum">
+ <a id=page7
+ name="page7">
+</a>[Pag. 7]
+</span>
+ook voornementlik daer in dat'et <i>de
+Steden van Holland onder hare vrede of vooghdye wil nemen</i>. Dan indien
+men die woorden soo meent en neemt, als die seggen, soo is het eene
+vuyle calumnie. Want waer heeft het Hof, ofte yemand die niet dul en
+uytsinnigh is, geseyt: <i>us pupillus nihil facere potest sine auctoritate
+tutoris</i>, alsoo ook niet de Steden van Holland sonder overstaen van het
+Hof? Maer wil men het eene gesond verstand geven, en daer deur verstaen,
+in sijn recht en gerechtigheyt maintineren; ook helpen en succurreren,
+daer men te kort souw schieten, om uyt te voeren het gene betaemt gedaen
+te sijn; soo kan 't toegestaen werden, ende sulx en wil het Hof niet
+alleen doen, maer is ook gehouwen te doen. Want wat isser bekender
+alsdat het Hof d'eene Stadt tegen de andere in sijne gerechtigheydt
+maintineert? Gelijk sulx in veele ende verscheyden exempelen te sien is.
+Ook Grotius selve, sprekende van het Hof, seyt: <i>Ipsa quoque urbium
+controversia, abeque magna mementi hic disceptantur</i>. Ende voorts, en is
+het niet in verscher memorie, dat als die van Delft onmachtigh waren om
+in hare Stadt behoorlicke Justitie te administreren, het Hof op haer
+versoek, haer de behulpsame hand heeft geboden, ende door den Fiscael
+eenen Minne uyt hare Stadt doen halen, die by het Hof met den Swaerde is
+geexecuteert? Ende indien men die of diergelijke tutele den Hove wil
+toeschrijven, dat en sal 't niet refugieren toe te staen, hoewel 't noyt
+selve in sulke termen heeft gesproken, noch ook van meninge is te
+spreken, om gene verdere lasteringen op den hals te halen. Gelijk dan
+ook noyt 't selve geseyt en heeft, dat het is Pr&aelig;ses provinti&aelig;, versien
+met eene egale maght, als in oude tyden de Pr&aelig;sides inde overwonnen
+Provintien hadden. Want in sommige delen heeft het Hof minder, in
+sommige weerom meerder. Als daer in meerder, dat'et recht doet tusschen
+en over Steden, selfs sitplaets hebbende in de Staten van Holland: daer
+ter contratie de pr&aelig;sides provinciarum sulx niet en hadden, maer
+gereserveert was tot het oordeel van de Keiser. Waer van veele exempelen
+bij de munimenten van de ouwe Schryvers te vinden sijn.</p>
+
+<p>Maer om eens op te halen, waer van daen dese Parnas-bende de occasie
+genomen heeft, het Hof aen te wryven dese calumnie, van sich te
+qualificeren Pr&aelig;sidem provinci&aelig;, soo is het inder daed soo, dat Mr.
+Willem Stoop, Schout van Dordrecht, schriftelik dolerende over sijne
+suspensie, by het Hof gedaen, poseerde twee saken, van welke het eene
+<span class="pagenum">
+ <a id=page8
+ name="page8">
+</a>[Pag. 8]
+</span>
+was, dat
+hem by den Hove ware gelast, op de Articulen hem voorgehouwen werdende,
+soo te antwoorden, als hy met de Ede sou konnen verklaren. Het tweede,
+dat hy niet en wist, wie voor het Hof syne beschuldigers of aenklagers
+ware geweest. Waer op by Commissarisen vanden Hove is geantwoord, dat
+het eerste eene loutere onwaerheyd was, ende sodanige eene onwaerheyd,
+die genoeghsaem sich selven refuteerde. Want dat het eene seer bekende
+sake was, dat niemand wierde gelast onder Ede te verklaren, die tot
+sijnen eygen laste wierde gehoort. Soo dat hy een Rechtsgeleerde ende
+Officier sijnde men niet ken denken sodanigen saek te <i>ignoreren</i>, ende
+te vergeefs men dieshalven sou gesoght hebben hem met eene Blaes met
+bonen vervaert te maken. Op het twede is by gemelte Commissarisen
+geantwoord dat het niet nieuw en is, dat jemand sonder aanklager ofte
+beschuldiger wierde gecondemneert. Ende dat daer in tot een exempel kon
+dienen <i>Claudius Gorgus, quicum esset vir Clarissinius, nemine
+accusante, lenocinii damnatus est a Divo Severo.</i> Waar van wy den text
+hebben in <i>l. 2. &sect;. 6. de aduls</i>. Daer is by gevoeght, dat tot deselve
+wijs van Procederen behoort, het gene wy in jure hebben geordineert de
+Pr&aelig;sidibus, <i>curare nempe eos debere, ut malis hominibus provincia
+careat, eosque conquirant</i>. Waer van de text is in <i>l. 13. ff. de
+officio prasidis</i>. Waer mede over een komt het gene dat'er staet in <i>l.
+4 &sect; 2. ff peculat. Mandatis cavetur, ut Prefides Sacrileges, latrones ,
+plagiarios conquirant, &amp; ut quisque deliquerit, in eum animadvertant.</i>
+Illis enim qui conquirere tenentur, non est expectandus accusator.
+Cesiantes enim in inquirendo mandata Principum transgediuntur, &amp; in
+animadversionem eorum incurrunt. Indien men nu hier uyt magh besluyten,
+dat'et Hof is de Keyser Severus, soo magh men oock wel daer uyt
+besluyten, dat het Hof is Pr&aelig;ses provinci&aelig;, ende dat Holland als eene
+geconquesteerde Provincie aen het selve onderworpen is. Maer soo het
+eerste niet geseyt of geconcludeert en kan werden, als by geprosesside
+Sottebollen, alsoo ook niet het twede. Wie heeft oyt dus geargumenteert,
+soo heeft de Keyser geprocedeert, ende soo heeft geprocedeert de Pr&aelig;ses,
+ende soo oock procedeert het Hof, ergo soo is het Hof de Keyser, of het
+Hof is de Pr&aelig;ses. Maer seer wel, soo heeft de Keyser geprocedeert, en
+soo heeft geprocedeert de Pr&aelig;ses, ergo en is het niet nieuws dat het Hof
+mede soo procedeert, mits evenwel blyvende yder in de palen van sijne
+Jurisdictie. Gelijck het Hof in dese saeck van Mr. Willem Stoop heeft
+gedaen, obseiverende
+<span class="pagenum">
+ <a id=page9
+ name="page9">
+</a>[Pag. 9]
+</span>
+daer in hetgene Keyser Carel tot
+tweemalen heeft geordineert eerst in de Instructie van den Hove
+ge&euml;maneert in den jare 1521, ende daer na inden jare 1531. Daer wel
+uytdruckelick staet: <i>De Stadthouwer Pr&aelig;sident en Raden sullen
+naerstelick monsteren, om te vernemen de abusen ende delicten vande
+Bailluwen, ende andre Officiers, ende deselve gehoort sijnde te
+corrigeren, na exigentie van saken.</i> Alwaer wel uytdruckelick
+gedefinieert is wie dat inquireren en corrigeren sullen, namentelick de
+Stadthouwer Pr&aelig;sident en Raden, sonder de minste mentie van Fiscael,
+Aenklager ofte Beschuldiger. Daer na de last, <i>sullen inquireren</i>, ende
+oock; <i>naerstelick</i> sonder dissimulatie. Ten derden, de ordre die
+geobserveert moet werden. Als eerst, <i>inquireren</i>; ten tweden, <i>hooren</i>,
+ten derden <i>corrigeren</i>, sonder de minste mentie te maken van Proces,
+het sy ordinaris of extraordinaris. Het welcke dewyl men siet dat dit
+klemt, soo souw men garen de gantsche Instructie, als een ouwt kleed dat
+afgesleten is t'eenemael verwerpen, alsoo Keyser Carel selve sou seggen,
+<i>dat by sich niet en kon inbeelden dat dit alles nu langer geobserveert
+wierde, dewyl nu de Souvereyn altijd tegenwoordig is</i>. Maer hoe sober
+dese solutie is kan licht daer uyt afgenomen werden, dat op den eersten
+rechtdagh van 't jaer de Instructie van den selven Keyser werd
+vernieuwt, ende by de Suppoosten wederom besworen. Gelijck dan de Heer
+de Groot in sijne tijden het selve verscheyde malen heeft gedaen: welcke
+eer de Wetten van Justinianus noyt hier te Lande hebben gehad. Ende of
+niet het voorengemelde Articul in volkomen observantie is geweest binnen
+den tijd van dertigh veertigh en meer jaren, souwen de exempelen van
+veel Schouten en Bailluwen konnen aenwijsen, indien 't niet te langwylig
+en ware. Ik sal verder vragen, als Heer de Groot heeft voorgenomen te
+handelen en aen te wysen, <i>Qua in bello fuerit, post bellum sit
+Batavorum respublica</i>, of hy niet wel en had behoren aen te wijsen dat
+dese Instructie was geabollert en in ongebruyck geraakt? Maer
+mentioneert hy daer wel een woord van? Ja en seyt hy niet ter contrarie;
+<i>Ordines eandum semper non rempublicum modo, sed &amp; reipublica faciem
+retinuerunt</i>? Waer komt dan dese abolitie van de Instructie ende
+vernietinge van daen, als dat die onder hare cramery in hare mersch niet
+en past? Alia tempora, alii mores: te voren sprack men van ordre,
+reglementen, van eenigheyd, nu roept men allesints met luyder kelen niet
+anders als van liberteyt en vryheydt, soodanigh dat men tusschen die en
+ongebondenheyd geene
+<span class="pagenum">
+ <a id=page10
+ name="page10">
+</a>[Pag. 10]
+</span>
+onderscheyten maekt. Wat my belanght,
+ick ben in vreedsamige tyden, ende oock in een vry Land gebooren. Ende
+gelijck ick hoop in vreedsamige tyden, alsoo hoop ick oock in een vry
+Land te sullen sterven. Soo ver oock, dat ick van die hope ben, dat noch
+ick, noch mijne kinderen, sal ofte sullen behoeve te sien, dat'er een
+Hollandsch Romen sal opstaen, daer de andre leden onder souwen moeten
+suchten. Sed ut sub specie boni &amp; qui perniciose quandoque erratur, ita
+sub specie libertatis saepe saevissima servitutis iniiciuntur vincula.
+Waer van om &acirc;ndre voorby te gaen, de Monicken ons exempelen genoeg
+geven, die groote liberteyt belovende, jonge of onervarene luyden uyt de
+gehoorsaemheid van ouwers of voogden trecken, ende in een eeuwige
+slavernye van het Klooster leven daer naer verdrucken, daerse van ouwers
+of Magistraet noyt uyt gereddert en konnen werden. Ende siet eens of
+hier niet na en sweemt het doen van de gene die nu tot Dordrecht het
+Oppergesagh hebben. Die quansuys de Borgers willen schijnen vry te
+maeken van het oppergesagh van Stadhouwer Praesident en Raden, maer
+alleen om dat sy alleen souwen mogen na haer believen heerschen, d'andre
+van hoger hand met alle gene hulp en hadden te verwachten. Want al dit
+gewoel, waerom men het Land in roeren stelt, en is niet om de arme en
+onnosele Burgers in meerder vryheyd te stellen, maer op dat de geene,
+die nu het meesterschap menen in handen te hebben, inde Schaepskoy wat
+vryer en ruymer souwen mogen domineren, ende hare schotels met het vet,
+ende hare lendenen met de wol wat rijckelijcker te konnen versien. Ende
+om dat'er sijn die haer selven niet garen tot eene proy souwen
+overgeven, daerom heft men sulck een geschreeu op, daerom heeft het Hof,
+dat haer inde weegh is, de lever gegeten: daerom werpe men sulck een
+gesnater uyt: <i>Dat'er geen reguard meer genomen en werd, of de Rechter
+en aengeklaeghde malkander te nabestaan, ende de Berichter partye, ende
+partye Berichter was: dat het axiame Extraterritorium, aut sine
+auctoritate jus dicenti impune non paretur: dat, Deliberante principe
+nihil esse innovandum, wierden met de voet getreden.</i> Maer om de
+waerheyde te seggen, veel geschreeus en weynigh wol. Want hoe kan men
+met eenige waerschijnlickheyd seegen, dat in al het Dortsche werck de
+Aenklager ende Rechter malkanderen te na hebben bestaen, daer het notoir
+is dat geen recht by 't Hof en is gedaen, als alleen inde saek van den
+Schout, en welke nochtans, als te voren is geseyt, gene aenklager en is
+geweest. Wat
+<span class="pagenum">
+ <a id=page11
+ name="page11">
+</a>[Pag. 11]
+</span>
+men nu met het woord <i>Berichter</i> wil
+verstaen, is my onbekent, dewijl sulx in de Neerlandsche styl van
+procederen niet en is bekent, gelijck ik mede niet en weet, dat in de
+Roomsche rechtspleginge yet diergelyx bekent is geweest. Maer dat kan
+ick seggen, dat by aldien yemand in het Hof souw hebben gesustineert
+duplicem personam, van welcke d'eene tegens d'andre streed, dat sulx
+singulierlik souw sijn gestraft geweest. Ende sulx die dat seyt sonder
+nader bewys een Calumniateur is. Dat geseyt werd <i>Extra territorium jus
+dicenti impune non paretur</i>, hoe kan dit hier plaets hebben, daer het
+Hof in dese saek van Stoop recht gedaen heeft hier in den Haegh, inde
+ordinaris residentie plaets, van over eenige honderd jaren daer voor
+bekent. Immers soo inept is het dat men seyt <i>sine auctoritate jus
+dicenti</i>. Want wien is eene Officier ratione officii anders onderworpen,
+als den Hove van Holland, wat men nu ten laetsten daer by voeght,
+<i>Deliberante principe nihil esse innovandum</i>, dat komt hier in 't minste
+niet te pas, dewyl 't van het eerste begin dat die van Dordrecht dese
+saek voor de Heeren Staten hebben gebraght, gedecideert is. Want
+syluyden versoeckende, dat het Hof geordineert sou werden stil te staen,
+soo en is 't selve versoeck niet ingewillight. Ende naderhand, het selve
+versoeck geitereert sijnde, is bij de voorgaende Resolutie
+gepersisteert. Ende vervolgens is verstaen, si non expresse, saltem
+tacite, dat het Hof souw mogen voortgaen. Het welke die van Dordrecht
+daer na, maer te laet merkende, dat het hen obsteerde hebben versocht,
+dat die notulen uyt de Resolutien van de gemelde Heeren Staten souwen
+mogen werden gelight. Het welk hen, te laet opsijnde, geweygert is. Soo
+dat daer uyt blijkt, dat hoewel op de saek ten principalen nader
+deliberatien souwen mogen komen te vallen, dat evenwel die by de Heeren
+Staten is gedetermineert, voor soo veel als de surchance ofte voortgangh
+der proceduyren van 't Hof aengaet. Daerom, soulageert vry de Dordsche
+vriendetjes ,et dot <i>Deliberante</i>, het sal haer immers soo wel helpen,
+als een papje na de dood.</p>
+
+<p>Dese gedreyghde surchance dan uyt de weegh sijnde, isser te recht verder
+voortgegaen met informeren, tot dat van de klachten consterende, de
+eerste nominatie is gerejecteert, tot groot milcontentement van dese
+Parnas bende, dewelcke sustineert, dat sijne Hoogheydt het recht niet en
+heeft om in die saek te informeren, veel min om die nomenatie te niet te
+doen, voornamentlick voor en al eer men partyen daer op hadde
+<span class="pagenum">
+ <a id=page12
+ name="page12">
+</a>[Pag. 12]
+</span>
+gehoort.
+Soo dat men nu in alle Vierscharen wel moght uitwissen, de seer bekende
+spreuke, <i>Aude &amp; alteram partem</i>. Het welke, hoewel het in haer selven
+sijn poincten van gene seer diepe speculatie, soo maektmen nochtans daer
+seer groot bohey van, soo dat die niet verby gegaen en konnen werden. Om
+dan daer af yet te seggen, soo sal ik pr&aelig;mitteren, sijne Hoogheyd van
+den ophef van dese saek niet van meninge te sijn geweest, eenige
+proceduyren aen te vangen, ende dat hy sulx ook aen de Commissarisen
+heeft verklaert, als hy hen de Articulen, in welke de beswaernissen
+begrepen stonden, terhanden stelde. Het welke ook Commissarisen ter
+Vergaderinge hebben bekent gemaekt, wel expresselik daer by voegende,
+dat de meninge niet en was van sijne Hoogheydt of van den Hove, om
+civilic ofte criminelik te ageren, maer datmen alleen verseerde in een
+naekt ondersoek van waerheydt, op dat sijne Hoogheyt de klaghten, by
+eenige Burgers van Dordrecht gedaen, niet lightvaerdigh souw verwerpen,
+of ook de nominatie door sijne electie sou komen te approberen, indiense
+misschien informeel moghte sijn. Soo dat hier de questie is, of soo een
+bloot ondersoek van waerheydt daer gene rechtspleginge op en staet te
+volgen, sijne Hoogheydt heeft mogen doen of niet. Eer ik hier yet op
+segge, soo sal ik pr&aelig;mitteren, dat gelijk de nominatie de Dekenen
+toekomt, van de Mannen van achten, dat alsoo mede aen sijne Hoogheydt de
+electie toekomt. Dat is gelijk de Dekenen sijn gehouwen eene rechte ende
+deughdelijke nominatie te doen, dat alsoo mede sijne Hoogheydt eene
+rechte ende deugdelijke electie. Nam paria sunt, aliquid non facere, &amp;
+non facere debite &amp; legitimo modo. Sal nu sijne Hoogheydt debito &amp;
+legitimo modo sijne electie doen, soo moet hy ook toesien niet alleen,
+dat hy in sijne electie niet en exorbiteert, maer ook, dat hy die niet
+en doed uyt eene nominatie, die informeel ende onwettigh is; alsoo uyt
+eene informele nominatie gene wettige electie en kan gedaen werden:
+Immers al soo weynigh als eene electie kan gedaen werden sonder
+nominatie: dewijl het geen informeel is, niet meer geacht werd, als of
+het gansch niet en ware. Ende daerom soo sal ik seggen, dat sijne
+Hoogheydt seer wel heeft vermogen, ja gehouwen is geweest, op de
+waerheyt van de klaghten hem overgelevert, te informeren, het sy selve
+ofte ook door andre, Nam qu&aelig; per alios facimus, ipsi facere videmur.
+Quia nobis impellentibus fiunt. Nu is het soodanigh, gelijk Cicero seyt
+Officiorum primo, <i>inprimis homini propriam esse veri inquisicionem
+atque investigationem</i>; ende, <i>Falli, errare, labi, decipitam dedicere,</i>
+<span class="pagenum">
+ <a id=page13
+ name="page13">
+</a>[Pag. 13]
+</span>
+<i>quam
+delirare &amp; mente captum esse</i>, is het, segh ik, soodanig, waer past het
+beter de waerheyt te ondersoeken, als daer men verseert in saken van
+Staet, en daermen verseert in 't bestellen van de Magistrature, aen
+welke het welvaren hanght van Landen ende Steden? Ende is het soo
+schandelick te missen, vallen, bedrogen te werden, wien voeght sulx
+minder, als personagien van soo eminente qualiteyt, als is sijne
+Hoogheydt? Indien men hem wil constringeren om sonder onderscheydt, uyt
+alle nominatien, hoedanigh die ook souwen mogen sijn, electie te doen,
+soo sal men hem bedwingen in sulk een perk, uyt het welk hij sich niet
+en sal konnen redden, sonder mis te tasten, ende sonder den Lande grote
+ondienst toe te brengen. Het welk van de grootste iniquiteyt niet te
+excuseren en is. Alle menschen, soo ver sy met vernuft begaeft sijn, en
+sullen niet yetwes van eenige importantie sijnde, by de hand nemen, of
+sy sullen niet alleen inquireren, ondersoeken en overleggen hoe het in
+haren boesem gelegen is, wegens het gene sy voor hebben, maer examineren
+ook het gene buyten haer is, namentlik offer gene obstaculen sijn, die
+haer souwen konnen verhinderen. Gelijk yemand, die eene reys buyten
+s'Lands meent aen te nemen, overleyt niet alleen, of dat nut voor hem
+sal sijn, maer ook, of hy wel Schuyt en Wagen, tot sijne dienst sal
+konnen krijgen; of de wegen door vyanden of stroopers niet beseten sijn,
+met noch vyfentwintigh andre dingen meer. Maer soo syne Hoogheydt yet
+diergelyx doed, en dat in eene sake van het groote gewichte, handen
+vande bank, dat sijn regalien, dat en komt hem niet toe, of moest
+bewesen werden, dat het hem specialick vergunt was. Maer my belangende,
+soo wil ik wel eens gevraeght hebben, waer het ondersoeken, informeren,
+of horen van getuygen, een speciael regael werd genoemt, 't sy by de
+ouwe Schryvers, die de consuetudines feudorum by een gevoeght hebben, of
+die haer naderhand op dat spoor sijn gevolght. Ende geen speciael regael
+sijnde, soo en kan het niet wel speciael gegeven geweest sijn. Ja ick
+sal meer seggen, dat het gene yder een toekomt jure naturali &amp; omnibus
+communi, gelijk als dit doed, geen regael en is, ende ook niet sijn en
+kan, of de natuer self moest omgekeert werden. Ende by exempel, de
+verklaringen, die genomen werden, ad perpetuam rei memoriam, gelijkenen
+die wel regalien! Als, neemt dat ik aen een stuck leengoeds yet te kost
+geleyt hebbe, het welk ik sou konnen
+<span class="pagenum">
+ <a id=page14
+ name="page14">
+</a>[Pag. 14]
+</span>
+repeteren, indien 't quame te
+vervallen, ende op dat daer van t'alled tijden souw mogen blijken, ik
+voor Notaris en Getuygen, of voor eenigen Rechter, doe verklaringe
+beleggen, usurpere ik daer mede regalien? Wie heeft oyt sulx gehoort? Wy
+weten, dat jurisdictie te plegen, dat sijne Hoogheydt binnen Dordrecht
+niet en heeft gepretendeert, een regael is, maer in het minste niet het
+simple ende eenvoudige hooren van getuygen. Daerom, als, ten tijde van
+Jan de eerste, sekere Baillu van Zuyt-Hollant begeerde met Schepenen van
+Dordrecht <i>te ondersoeken op sommige saken ende misdaden</i> (welk men doen
+plagh te noemen, stille waerheydt besitten) <i>die tot Dordrecht waren
+geschiet</i>, soo hebben deselve Schepenen sonder eenige discepatie,
+<i>toegestaen voor die reyse met hem te sitten, niet om te oordelen en
+rechten, maer om te ondersoeken</i>. Als wel wetende, dat het selfe
+<i>ondersoeken</i> henluyden in hare jurisdictie gene prejudicie en gaf:
+<i>quia judicium a citatione</i> ut pragmatici loquuntur, <i>initium sumit</i>. Of
+soo Justinianus spreekt &sect; finali. De p&aelig;na temere litiguntum: <i>Omnium
+actionum instituendarum principium ab ea parte Edicti proficiscitur, qua
+Prator edicit, de la jus vecando</i>. Maer als de Graef selve over hare
+Borgers recht spreken ende oordelen wilde, soo hebben Schepenen, die te
+voren soo facyl tegen den Baillu waren geweest, sich selven wel
+ernstelick daer tegen gekant: Seggende:</p>
+
+<span style="margin-left: 4em;"><i>Onse Handvest segget wel</i></span><br>
+<span style="margin-left: 4em;"><i>Dat wy ende niemand el</i></span><br>
+<span style="margin-left: 4em;"><i>Recht ende vonnes seggen mogen,</i></span><br>
+<span style="margin-left: 4em;"><i>Over onse Poorters van lagen van hogen.</i></span><br>
+<span style="margin-left: 4em;"><i>Deese vryheyd gaf u oude Vader</i></span><br>
+<span style="margin-left: 4em;"><i>Coninc Willem, die wy allegader</i></span><br>
+<span style="margin-left: 4em;"><i>Hebben bezegelt en beschreven,</i></span><br>
+<span style="margin-left: 4em;"><i>Dus ons van uwen ouwers bleven.</i></span><br>
+
+<p>Het welke veele onlusten gebaert en haer in veele swarigheden heeft
+geinvolveert, die sy standvastigh hebben uytgestaen, daerse niet
+difficyl aen den Baillu, als hy niet verder en pretendeerde als het
+<i>ondersoecken</i> ende horen van getuygen, haer hebben getoont. Ik weet
+wel, datmen ook kan informeren om een begin van een Proces te maken, het
+geen hier niet alleen niet en is geschiet, maer waer tegen men altydt
+heeft geprotesteert.
+<span class="pagenum">
+ <a id=page15
+ name="page15">
+</a>[Pag. 15]
+</span>
+Ende sulcx doet men ongelijck aen
+sijne Hoogheydt; datmen hem uytmaeckt voor eene Usurpueur van eens
+anders Jurisdictie. Waerom en siet men hier niet in, als men in andere
+saken gewoon is te doen, faciendi causam? Volgens den wel bekenden
+regel, <i>Nonfactum, sed facienda causa inspicienda est.</i> Want soo leert
+ons Ulpianus in l. 39. ff. de furtis: <i>Verum est, si meretricem, alunam
+ancillam, rapuit quis, velcelavit, furtum non esse. Nec enim factum
+quantur se causa faciendi. Causa autem facienda libide furt, non
+furtum.</i> En soo en heeft het informeren van sijn Hoogheydt gene andre
+oorsaeck gehad, als de begeerte van de waerheydt, ende niet usurpatie
+van jurisdictie. Gelijck oock het vervolg heeft getoont. Nu voortgaende
+sal ick seggen, hoewel dese dingen genoegh sijn om volkomentlick het
+recht van sijne Hoogheyt te adstrueren, soo sullen even wel wy eens
+aenschouw nemen, wat de beschreven wetten disponeren, 't gene tot
+beweringe vande selve saek souw mogen dienen. Ende daer vinden wy dan in
+jure Canonico, dat de gene die het confirmeren van een gekoren Prelaet
+toe komt, oock toekomt het ondersoeck vande keur of electie, en ook
+vande bequaemheyt van den gekoren persoon. Ende anders geschiedende, soo
+heeft plaets dat'er gestatueert is in <i>Cap. Nihil est 44. extr. De
+election. Non solum deiseiendus est indigne promotus, verum &amp; indigne
+promovens punlendus.</i> Op welcken text Pinormitanus aenteyckent: <i>Debet
+confirmator inquirere de electionis forma &amp; meritis electi: &amp; hodie
+facta confirmatione sine causa cognitione, est ipso sure nulla.</i> Nu soo
+sich heeft de confirmatie tot de electie, soo heeft sich ook de electie
+tot de nominatie. Sulx dat men van het eene tot het andre valide magh
+argumenteren, ende seggen, het gene plaets heeft in het eene, oock
+plaets moet hebben in het andre. Ende gelijck die de confirmatie heeft
+oock moet inquireren op de voorgaende electie, oock soo moet inquireren,
+die de electie heeft, op de voorgaende nominatie. Dewyl daer deselve
+reden is, oock het selve recht moet plaets hebben. Maer hier tegen
+schrijft, soo men seyt, de Heere de Groot, dat Justinianus verklaerde,
+<i>dat dat maer alleen inde Kerckelicke bedieninge, onder den Paeus,
+plaets hadde, ende het selve aen sijne Wetten geene prejuditie te
+geven.</i> Dan ick geloof dat het dien goeden Heer inde memorie sal sijn
+geslagen, nu niet meer geheugende het gene hy te voren geweten heeft,
+dat geschiet inde Classicale Vergaderingen, na het beroep. Namentlick,
+dat daer mede werd ge&euml;xamineert de beroepinge ende beroepenes qualiteyt
+<span class="pagenum">
+ <a id=page16
+ name="page16">
+</a>[Pag. 16]
+</span>
+beyde.
+Ende nu niet meer geheugende het gene hy te vooren van het Geestelijcke
+of Canonyke recht selfs heeft geschreven. Als mede dat hy aen
+Justinianus het meeste gelijck niet en doed, niet eens gedenkende dat
+Justinianus selfs is de gene, die het fundament van het Canonyke recht
+heeft gelegt. Want dit recht is originelick gesproten uyt de besluyten,
+regulen ofte canones inde Synodale Vergaderingen beraemt ende vast
+gestelt. Welcke, alsoose te vooren in sich selven ingesien, van
+politique macht ende auctoriteyt waren gedestitueert, soo heeft
+Justinianus die, d'allerste, daer by gedaen gevende haer de auctoriteyt,
+die sijne andre wetten hadden, als men sien kan in sijn Novella 131. Het
+welck dan is geweest het begin van het jus Canonicum. Waer op gevolgt
+is, dat inde verdere tyden de Keisers selve, ofte uyt haren naem hare
+Volmagtigde inde Concilien ofte Synoden hebben de gepresideert, der
+selver Decreten ook, alsde voorgaende, kracht ende autoriteyt bekomen
+hebben, hoewel datse van de gene niet in schrift geredigeert en zijn,
+die macht hadden om Wetten te maken, moetende de Keisers als aucteurs,
+ende de Schrijvers als ministers geconsideruert worden. Waer naer daer
+by gevoeght zijn de Decreten van de Pausen, die op sekere voorvallen
+zijn of wierden geconsulteert, tot welcke Gregorius de IX. verscheyden
+dingen, genomen ex jure civili, heeft bijgevoeght, self van sodanige,
+daer hy niet van geconsulteert en wierde. Waer naer van d'een en
+d'andere noch jet is aengelapt. Ende dit dan soo zijnde, wilde ick wel
+eens gevraght hebben, of Justinianus sichs selvens niet soude vergeten
+hebben, als hy alle auctoriteyt aen het jus Canonicum souw schijnen te
+derogeren? Ende het niet eer te geloven is, dat hy Justinianus hier in
+niet wel en heeft verstaen? Wat nu de Heer de Groot selve aengaet, die
+hier toont sich selven niet meer te kennen, ofte ten minsten te geheugen
+wat hy voor desen van dit recht heeft gehouwen, soo sullen wy hem in
+fijne swackheyd te gemoed komen, en helpen herdencken, wat hy voor desen
+van dit Canonyke recht heeft geoordeelt. Hij verhaelt dan in het derde
+Boeck De jure belli cap. 12. met veel lof, dan met inde Neerlandsche
+oorlogen, de limit of frontierlanden, betalende sekere contributie, aen
+wederzyden heeft gecultiveert. Ende hy voeght daer by, <i>Hos mores
+humanitatis magistri Canones Christianis omnibus, ut majorem ceteris
+humanitatem debentibus ac profitentibus imitandes proponuns.</i> Ende om te
+bewysen dat sulcx descendeert ex jure Cononico, soo allegeert hy daer
+toe cap. 2. extr. de treuga
+<span class="pagenum">
+ <a id=page17
+ name="page17">
+</a>[Pag. 17]
+</span>
+&amp; pace. Het welck een decreet is
+gestatueert in Concilio Luateranensi, ten tijden van Alexander de derde.
+Soo dat klaer blijckt, dat hy daer het jus Canonicum ver stelt boven het
+jus Civile of Justinianeum. Gelijck hy het selve mede doed in het twee
+deel van het eerste Boeck sijns Hollandsche Rechtsgeleertheyds. Want na
+dat hy van het Roomsche Recht gesproken heeft, gebruyckt hy dese
+woorden: <i>Gelijk ook daer na gebeurt is, dat eenige saken in meerder
+billickheyd zijnde overleyd</i>, als wel Justinianus heeft gedaen, <i>by een
+groot deel der Christenheyd jet nader aengenomen, ende seer oneygentlik
+bekomen hebbende de naem van Geestelijke of Pauselicke Rechten, ook in
+dese landen kracht van Wet heeft bekomen</i>. Waer uyt wy dan besluyten,
+dat het gene hier te voren ex jure Canonico is geallegeert wel ende te
+recht geallegeert is, ende hier te lande in desen ook plaets moet
+grypen, voornamentlik, daer in beyde de gevallen de selve rede
+militeert. Want dat is seker, dat de formaliteyten in het politijc soo
+wel als in het ecclesiastijc moeten werden geobserveert, alsoo die
+genegligeert zijnde, soo wel in 't eene als in 't andere, alle actitata
+komen te vervallen. Ende soo wel als het opsprakelik is, jemand
+onbequaem zijnde, te vorderen tot kerkampten, alsoo wel is het mede
+opsprakelik, jemand tot politike digniteyten te vorderen, die der selver
+onbequaem souw mogen zijn. Soo dat het geene expres gestatueert is in
+approbatione; ex identitate rationis mede moet gerecipieert werden in
+electione. Ende al waer het schoon, dat wy dat fundament in jure
+Canonico niet en hadden, zijn wy daerom gedestitueert van andere ex jure
+civili? Is het niet soo wel eene regel juris civilis quam Canonici: <i>Qui
+vult consequens vult &amp; antecedens?</i> Ende wederom, <i>Concesso aliquo etiam
+ea concessa videntur, sine quibus illud expediri non potest?</i> Het welk
+ook soo verregaet, dat al waer het, dat de uytvoeringe vande commissie
+niet en kon werden ge&euml;xecuteert, sonder 't exerceren van regalien. Want
+dat selve werd dan verstaen mede inde comissie begrepen te zijn, als te
+sien is by Rosenth. de Feudis cap. 5. concl. 14. n. 6. Het welk ook de
+leer is van Cumanus, Zafius, Mozzius en andere. Staetmen sijne Hoogheyd
+de electie toe, soo moetmen hem ook toestaen het gene sonder het welk hy
+de electie niet en kan doen, ofte dat het selve is, niet behoorlik en
+kan doen, dat is informeren op alles dat ontrent het selve subject te
+indageren staet. En wil men daer van eene text ex jure civili, men sal
+die vinden genoegsaem in terminis leggende, in l. 4. C. si contra jus
+vel utilitatem
+<span class="pagenum">
+ <a id=page18
+ name="page18">
+</a>[Pag. 18]
+</span>
+pub.
+daer de Keiser Constantinus rescribeert in deser voegen: <i>Eisi non
+cognitio sed excecutio mandatur, de veritate precum inquiri oportet, ut
+si frans intervenerit, de omni negotio cognoscatur.</i> De saek is dus
+gelegen geweest: op de supplicatie van seker persoon, heeft de Keiser
+last gegeven aen Pompejanus Consulatis Campani&aelig;, die doe onder den
+Keiser dat quartier van Italie regeerde, dat sekere sententie, ten
+voordeele van den suppliant, soude ter executie leggen, sonder jet meer
+daer by te voegen. Pompejanus het werk by de hand nemende, bevind dat
+'et soo glad niet en gaet, maer gelijk het schijnt, datter oppositie
+valt. Derhalven vind Pompejanus sich verlegen, als siende dat sijne
+commissie niet verder en ley, als om te executeren, ende dat aen dit
+werk wat meerder vast was, als eene simpele en blote executie. Ende
+daerom neemt Pompejanus sijn recours tot den Keiser, gelijk sijne
+Stadhouwers, in alle voorvallende swarigheid, gewoon zijn geweest te
+doen: ende sulx soo geeft hy hem te kennen, hoe 't met die saek gelegen
+was. Waer op nu de Keiser antwoord, hoewel hem met expresse woorden niet
+en was aenbevolen, kennisse te nemen ende te oordelen vande saek self,
+maer dat sijne commissie niet verder en sprak, als van de executie, dat
+hy evenwel behoort te inquireren ende ondersoeken op de waerheid van het
+te kennen geven van den Suppliant, ende soo hy bevind datter eenig
+bedrog mede vermengt is, ende dat de Suppliant den Keiser geabuseert
+heeft, dat hy Pompejanus dan sal kennisse nemen vande geheele saek, ende
+die determineren. Dit nu in effect zijnde het gene de Keiser verstaen
+heeft, gaet nu heen, segt dat het inquireren een regael is, datmen 't
+niet mach excerceren sonder expresse commissie, dat sijne Hoogheyd de
+nominatie niet mach voor onwettig verclaren, ende diergelijke moye
+dingen meer. Maer siet eens of al dit getuyt niet en komt te vervallen
+door dese eene Wet van Constantinus alleen. Ende om noch verder te gaen,
+indien sijne Hoogheyd, uyt dese lieve nominatie, electie hadde gedaen,
+ende daer mede deselve nominatie geapprobeert, wat soude men daer af
+hebben moeten oordeelen volgens de dispositie vande Roomsche Wetten? sou
+men niet moeten seggen, dat hij qualick hadde gedaan, ende het gene niet
+en behoorde? Buytentwyffel, ja. En so men daer af begeert eene Wet, ik
+salse mede geven genoegsaem in terminis, zijnde in ordre de twaelfde sub
+titulo Digestorum de appellationibus. Maer tot illucidatie van dien sal
+ik voor af seggen, antequam aliquis Duumvir crearetur, indici debuisse
+<span class="pagenum">
+ <a id=page19
+ name="page19">
+</a>[Pag. 19]
+</span>
+concilium publicum, qu&aelig; indictio in
+eo negotio requisita fuit solemnitas, soo als ons aengewesen werd in l.
+Nominationes. C. de appellat. Nu is het gebeurt, ut omissa illa
+solemnitate, nulloque actu ex lege habito, aliquis popularium vocibus
+Duumvir postularetur. Waer toe de Stadhouwer sijn advoy ende consent
+mede heeft gegeven, soo dat dien het duumvirat overdrongen was, goed
+gevonden heeft te appelleren. Maer wat seyt de Jurisconsultus Ulpianus
+daer van in illa lege duodecima? In 't reguard van den Stadhouder, <i>Eum
+comfontire non debuisse</i>, ende in reguard van den opgeworpen Duumvir,
+<i>in re aperta appellationem esse supervacuam</i>. Want alles was nul en
+krachteloos, soo wel de proceduyren van 't volk, als het advoy en
+consent vande Stadhouwer. En waerom doch nul? Niet om dat'et sou gedaen
+zijn by die gene, die gene nominatie of electie, of recht van cre&euml;ren en
+hadden, meer om dese eene informaliteyt, dat die gerequireerde en
+solemnele convocatie niet en ware voorgegaen. En hier in 't nomineren
+vande Mannen van achten, hoe is 't daer mede toegegaen? komt het wel op
+eene aen? Om andere informaliteyten nu verby te gaen, is die niet
+geschiet ten overstaen van die daer niet en hadden behooren te wesen?
+Hebben niet mede nevens sommige Dekens eenige Overluyden gestemt, die
+het gans niet toe en komt? sijnse niet overstemt, die niet overstemt en
+konnen werden? Soo sijne Hoogheyd hier sijn advoy ende consent mede
+hadde toegebracht, en souw niet yder een met Ulpiano moeten seggen
+hebben, <i>Eum consentire non debuisse</i>? Maer neen sal men seggen, dit en
+heeft hier gene plaets, want het Gerecht hadde hier alrede in versien,
+ende de nominatie gelegitimeert, ende soo en had hy sulk eene censure
+niet te vreesen. Ja dat is soo dat men 't seyt, want die van Dordrecht
+schrijven sulx publijkelik, en willen 't van yder een mede soo gelooft
+hebben. Ende het is waer ik hoor mede seulken tael, maer die klinck my
+inde oren, als of men seggen wilde, even gelijk een Souverain een
+basterd of onwettig geboren legitimeert, ende neven andre wettig
+geboorne doed passeren, het selve Gerecht also mede bevoegt is, eene
+onwettige en informe nominatie wettig te maken, ende nevens andre
+wettige en deugdelijke, als van een alloy ende valeur zijnde, te doen
+deurgaen. Ende in gevolge al isser overstemminge gevallen, daer gene
+overstemminge plaets kan hebben; al is de nominatie geschiet in
+tegenwoordigheid, ten overstaen ende directie vande gene die de
+privilegien en wetten daer van submoveren; al nomineren
+<span class="pagenum">
+ <a id=page20
+ name="page20">
+</a>[Pag. 20]
+</span>
+mede de
+gene die volghens privilegien gene qualiteyt en hebben, om te nomineren;
+al is de nominatie niet vry geschiet, maer door ongehoorde cuperyen en
+dreygementen geforceert, als maer de aessem van het Gerecht daer over
+gaet, soo vallen alle seeren af, alle leemten verdwynen, en men is van
+alle corruptien gesuyvert, ja soo seer als een duyfje dat de pocken
+heeft, daer immer niet op en valt te smalen. Ende daer mede gaet
+soodanige nominatie deur nevens de beste die van alle ouwe tyden souwen
+mogen sijn geschiet. Is dat niet wel gesuyvert ende gelegitimeert? Ik
+heb dat wel geleert, dat voor desen aen den Souverain het recht van
+legitimeren plagh toe te komen, maer niet aen eenigh subaltern gerecht,
+altijdt niemand en souw voor desen sulx hebben derven sustineren, maer
+onwettige actien en valsche positien voor wettige ende ware te
+verklaren, en weet ik niet dat oyt voor desen eenig Souverain heeft
+gedaen, of oock sijne maght misbruykende, in het toekomende sal willen
+doen. Soo dat de majesteyt van dit Gerecht, soo ver de Souverainiteyt
+van andre hooge machten te boven gaet. Dan dit en is soo seer niet te
+verwonderen, dewijl dit Gerecht al noch yet meerder heeft, dat andere
+Recht-bancken noch Hoven van Justitie niet en hebben. Dat namentlik het
+selve eens geoordeelt hebbende, andermael van de selve saeck magh
+oordelen. Het welcke soo niet en plagh te wesen, als wy in onse
+jonckheyt uyt Terentio hebben geleert. Want wy hoorden den daer Phormio
+spotsgewijse aen Demipho dese woorden te gemoet voeren.</p>
+
+<span style="margin-left: 4em;">At tu, qui sapiens es, Magistratus adi,</span><br>
+<span style="margin-left: 4em;">Judicium de eadem causa iterum ut reddant tibi, </span><br>
+<span style="margin-left: 4em;">Quandoquidem solus regnas, et soli licet</span><br>
+<span style="margin-left: 4em;">Hic de eadem causa bis iudicium adipiscier.</span><br>
+
+<p>Of alle de gene die in dat Gerecht sitten, dese les wel geleert sullen
+hebben en weet ick niet, maer dat tonen sy altijdt, dat die voor dees
+tijdt, haer niet te pas en komt. Want, na dat het selve Gerecht, uyt
+hare absolute en Souvereyne maght, de nominatie, met kennis van saken,
+heeft gelegitimeert, en overgesonden, soo verstaet het dat by het selve
+noch souw staen te examineren, offer in de selve nominatie eenige
+abuysen of informaliteyten waren begaen, indien sijne Hoogheydt, of
+yemand
+<span class="pagenum">
+ <a id=page21
+ name="page21">
+</a>[Pag. 21]
+</span>
+anders, wilden sustineren, dat'er eenige begaen waren. Ende die bevonden
+sijnde, soo souw het selve Gerecht, na desselfs gewoonlicke billickheyt,
+deselve corrigeren en beteren. Ende hier uyt resulteert dan noch eene
+derde pre&euml;minentie boven alle Hoven ende Rechtbancken, dat het soo
+doende, sal oordelen in sijne eygen saeck. Want in 't examineren van de
+informaliteyten, sal mede in consideratie konnen komen, of oock de
+oversendinge van de nominatie wel en op behoorlicke tydt is gedaen. Ten
+anderen, of het hooft van de nominatie niet puyr valsch is, als sijnde
+in 't selve gestelt persoonen in wiens presentie die souw sijn geschiet,
+die daer wel present hadden behooren te sijn, maer inder daed daer niet
+en sijn geweest, ende verswygende, dat'er die present sijn geweest, die
+daer gans niet en hoorden. Ten derden, of niet het Gerechte selfs 't
+geen is geweest, dat de over luyden heeft geauthoriseert op de nominatie
+van de Mannen van Achten present te mogen sijn om door haer, in
+pr&aelig;judicie van de Dekens, de maght van de nominatie in haer gewelt te
+krygen. Ten vierden, of eenige uyt den Gerechte selfs haer niet en
+hebben vervorderd, tegens de wetten aen, niet alleen schandelick te
+kuypen, maer ook Dekenen hebben geforceert door dreygementen ende
+beloften. Siet, alle dese moye dingetjes, en meer andre die het in 't
+geheel heeft gedaen, of voor een goed gedeelte aen heeft geparticipeert,
+die sal het Gerecht oordelen en na meriten corrigeren: ende dat, 't
+geene sonderlinge te noteren staet, na soo eene sine en solemnele
+legitimatie. Ende daer het Hof niet magh oordelen van sijne competente
+jurisdictie, als dese Parnas-bende seyt, daer vermagh het Gerecht van
+Dordrecht dit niet alleen, maer oock alle andre moye fraigheden, hier
+voren verhaelt. Sijn dat niet moye bonen, want sy rollen als erten?</p>
+
+<p>Maer dit, en wat er meer souw mogen sijn, souw men wel schoon en suyver,
+als men seyt, gedilueert hebben (immers soo wel geloof ick alsmen 't te
+voren had gelegitimeert) <i>hadden die van Dordrecht sijne Hoogheydt,
+wegens de gepretendeerde informaliteyten, esclaircessement ofte bericht
+mogen geven, als de Commissarisen van het Hof, aen wiens jurisdictie sy
+haer niet garen getrocken sagen, daer niet tegenwoordigh waren geweest.</i>
+Dan het en schort die lieden daer niet. Want sy weten wel dat die
+Commissarissen in die saeck noyt jurisdictie en hebben ge&euml;xerceert, maer
+ook daer en boven publikelick hebben verklaert, daer in gene jurisdictie
+civilik
+<span class="pagenum">
+ <a id=page22
+ name="page22">
+</a>[Pag. 22]
+</span>
+of criminelick te sullen exerceren. Gelijck oock het soo klaer als den
+dagh blyckt, dat sy 't tot noch toe niet en hebben gedaen, noch van
+meningh en sijn te doen. Maer het bericht, dat men geven wilde, dat
+woude men doen in crepusculo, als de Vleer-muysen en de Nacht-uylen
+beginnen te vliegen, &amp; remotis arbitis. Nu, waerom sy dat soo wilden,
+weten sy selve wel, en die van sinnen niet berooft en is, kan het wel
+lichtelick denken. Om dat men dan gedwongen werd het Auter te ontdecken,
+ende te toonen wat properheden daer onder schuylen, soo moet ick seggen,
+dat sijne Hoogheydt aen Burgemeesteren ende Regenten van Dordrecht
+geschreven hebbende, dat sy eenige uyt den Gerechte wilden senden, om op
+de aengebrachte klachten te werden gehoort, dat'er oock op den 28.
+December 1684. des mergens te negen uyren eenige uyt den selve Gerechte,
+met hare Secretarisen, voor hem sijn verschenen, hebbende hy mede by hem
+daer ontboden degene, die als Commissarisen te vooren te Dordrecht waren
+geweest. Ende na dat de selve Gedeputeerde waren gelast neder te sitten,
+soo hebben sy aen hem overgelevert, hare credentialen. Welcke gelesen
+sijnde, ende hy haer willende vragen, volgens sekere opgestelde
+Articulen, soo is by hen Gedeputeerde geseyt, dat sy van den Out-raedt
+of Vroedschap prohibitive last hadden, om te antwoorden in
+tegenwoordigheydt van Commissarisen van den Hove. Waer op in effecte by
+sijne Hoogheydt is geantwoordt, dat dese sake den Gerechte raekte, ende
+geensins den Out-raed, wiens authoriteyt sy hier te vergeefs
+pretexeerden. Dat daer en boven de geallegeerde last, van niet te
+antwoorden, directelick streed tegens hare Credentialen aen, even te
+vooren overgelevert: Ende indien sy eenige andre last hadden, als de
+Credentialen mede brachten, datse die wilden overgeven. Ende voor soo
+veel de Commissarisen aengingh, dat hy die geassumeert hadde om hem in
+die sake te assisteren, ende nergens anders om. Want, dat hy niet goed
+gevonden hadt haer alleen te hooren, alsoo hy haer kende voor sulcke
+luyden, die ontkennen dorsten, het gene hy wist waer te sijn. Waer by is
+gevoeght, door een van de Commissarisen, dat sy gene de alderminste last
+hadden, om eenige jurisdike actie daer te plegen, maer alleen daer
+gekomen te sijn, als by sijne Hoogheydt alrede was geseyt. Doch op gene
+van alle die redenen en heeft men yet weten seggen, noch oock eenige
+nadre last produceren. En evenwel is men by sijne negative blyven
+persisteren, sonder eene stip
+<span class="pagenum">
+ <a id=page23
+ name="page23">
+</a>[Pag. 23]
+</span>
+te avanceren. Soo dat sijne Hoogheyd
+versocht, dat sy eens in een vertrek wilden gaen, ende met den andren
+consulteren, offe niet de geproponeerde difficulteyt konden over
+stappen, ofte ook nader komen. Maer wederom gekomen zijnde, hebben sy
+inde voorschreve negative blyven persisteren, seggende dat sy alles aen
+hare principalen souwen refereren, ende van het nader geresolveerde
+raport doen. Waer mede dan die sessie is geeyndigt. Maer verwacht
+werdende, dat sy na eene dag of twee, het beloofde raport souwen komen
+doen, ende niet verschijnende, heeft sijne Hoogheyd eene twede missive
+laten afgaen, met versoek, dat sy weder voor hem wilden verschijnen op
+den 2 van Januar. 1685. Gelijk sy dan ook gekomen zijn. Maer hier en
+heeft men nu niet de minste mentie gemaekt, 't geen sonderling is te
+noteren, dat men in tegenwoordightyd van Commissarisen (die doe daer soo
+wel verschenen waren, als te voren) niet en kost ofte wilde antwoorden,
+maer wel ter contrarie, dat men souw verklaringe doen. Dan hoe dede men
+dat? Even als een leger, dat sigh voor sijnen vyand te swak bevindende,
+in het aftreken of retireren, noch wel eens vier geeft, niet soekende
+hoe het vechten souw mogen, maer hoe dattet het vechten mach ontkomen,
+alsoo mede was haer antwoorden. Want die en bestonden niet anders als in
+subterfugien ende cavillatien, die de saek niet en raekten: Als, datmen
+distingueerde, tusschen de wettelickheyd ende de forme van de nominatie.
+Daer nochtans de forme niet anders en is, als de overeenkomste van de
+saek met de wet: ende de wet, niet anders als het rechtsnoer van de
+forme. Sulx dat wettigh te zijn, niet anders en is als te hebben de
+form, die de wet prescribeert. Wederom, datmen antwoorden wilde wel
+generalleck, soo sy seyden, maer niet in specie. Het welk sy soo
+uytleyden, datse souwen verklaren, datter op de nominatie niet en waren
+gebracht vreemdelingen, minderjarige, te na den andere in maegschap
+bestaende, (waer over noyt klachten en waren gevallen) sonder haer
+verder te willen uyten, of op articulen te willen antwoorden. Maer is by
+een van hunne Secretarisen, die mede inde commissie waren versocht, dat
+sijne Hoogheyd hen copie van de articulen wilde geven. Het welke hy
+toestond, indien sy wilden antwoorden. Maer alsoo sy in die conditie
+gene behagen en hadden, soo en hebben sy ook die articulen niet bekomen.
+Ende daer mede is ook die tweede sessie ge&euml;yndicht. Waer uyt dan
+klaerlik blijkt, voor eerst, dat sijne
+<span class="pagenum">
+ <a id=page24
+ name="page24">
+</a>[Pag. 24]
+</span>>Hoogheyd seer onheusselik werd
+getraduceert, als of hy geen bericht van die van Dordrecht had willen
+ontfangen. Ten anderen, dat het Hof hier seer sinisterlik werd
+ingetrocken, even of het selve, door presentie van eenige uyt den haren,
+als die van Dordrecht wierden gehoort, sijne jurisdictie wouw vast
+maken, ende extenderen over dien van Dordrecht. Ten derden, dat die van
+den Gerechte van Dordrecht door dese weygeringe ende onwilligheyd sijn
+geworden veri contumaces en wederhorig, soo dat alle de articulen, op
+welcke sy niet en hebben willen antwoorden, te recht by sijne Hoogheyd
+voor soo veel gehouwen sijn als bekent. Ten sulcken effecte, dat hy,
+gesien hebbende de verificatien vande selve articulen, wel heeft
+vermogen de onwettige nominatie te rejecteren, ende weygeren eene
+electie uyt deselve te doen. Want hoewel het de plicht is van sijn
+Hoogheyd, om uyt een meerder getal de electie te doen, soo is hy evenwel
+het selve niet anders gehouwen te doen, als uyt eene legitime, aen wiens
+forme niet en manqueert, dewyl anders doende, de onwettigheyd vande
+nomanatie, ook influeren souw inde electie. Ende derhalven en souwer
+niet alleen rede gegeven werden te klagen over de nominatie, maer over
+nominatie ende electie beyde. Als hiervoren overgenoeg aengewesen is.
+Soo dat nu hier uyt seer klaer blijckt, wat voor fine lieden het moeten
+zijn, die derven klagen, dat men sijne Hoogheyt niet en heeft mogen
+berichten, ende esclaircissement geven. Indien nu alle dese voorschreve
+redenen ende passagien van rechten eens op den Parnas te voorschijn
+werden gebracht, ende men aen de eene zijde sal beginnen te overwegen,
+wat voor eene bres dese Grotiaensche brief daer deur heeft gekregen;
+ende aende andre zijde, watter al tot voordeel van sijne Hoogheyd werd
+by gebracht, soo en geloof ik niet, dat Barnevelt vande selve meninge
+sal blyven, om namentelik af te wachten de komste vanden Primier, ende
+hem gehoort gebbende, nader te delibereren op het intrecken, ofte
+antiqueren van het jus civile, ofte corpus juris. Want ik geloof dat hy
+met al de bende, overluyd roepen sal, wech met dit gespuys dat ons al
+dese brabbelinge maeckt. Ja ik en kan niet anders dencken, of men sal
+den vromen Oldenbarnevelt komen last te geven; <i>Videat ne respublica
+Parnassicolarum quid detrimenti capiat</i>: ende dat men hem expresse mede
+ordineren sal, dat hy de Justitie representerende maecht de schael met
+het swaerd, 't sy deur finesse, 't sy anders, uyt de handen wringe,
+voort eene schop van achteren geve, ende
+<span class="pagenum">
+ <a id=page25
+ name="page25">
+</a>[Pag. 25]
+</span>
+soo
+late loopen. Want heeft men in voorgaende tyden den stok wel derven
+trecken, ende en souw men het nu niet doen, soo waer wel de Pernas vol
+gecken. Neen, men moet mede toonen, datmen is, ende sich soo niet laten
+over de neus hacken. Doch op dat de plaets van de verschovene sloot
+weder mocht werden vervult, wat waer 'er beter, als daer toe te
+consacreren en te wyen; Mevrouwe <i>Eygesucht</i>? Ende, om daer soo niet
+alleen te pronck te laten staen, als die uytgeworpene slobbe tot noch
+toe heeft gedaen, wat waer 'er gevoeglicker, als datter, na dese tyde
+wijse, tot camerier, <i>Archlistigheyd</i> wierde toegevoeght, versen met
+eene mensch, vol van alle soorten van onwaerheden, gestoffeerde ende
+ongestoffeerde, ende tot Staet juffers de verwloose <i>onbeschaemtheyd</i>,
+met hare suster <i>Snatersnel</i>? Doch voor al diende wel besorght, dat dese
+geheyligde Dame wierde ter hand gestelt eene stempel, waer mede wierde
+getekent, alle woorden, reden, en loyen, die op den Parnas gangbaer
+sullen zijn, ende de selve, van wat alloy of forme die oock mochten
+wesen, te legitineren. op de nieuw uytgevondene manier: verklarende alle
+het verdere voor billoen. Ende soo jemand hier souw willen inbrengen
+andre munt, al droegse het Keisers beelt, dat men hem nieten admittere,
+maer weer omsende. Ende wil hy daer tegen inbinden, dat <i>Snatersnel</i>,
+geassisteert met hare suster, niet op en houwe hem alsoo te bejegenen,
+dat men sijne rede soo weynigh sal komen in achtinge nemen, als men kan
+doen het gesangh vande nachtegael, onder het geschreeuw van de esels. So
+dat het voortaen best sal zijn, dat alle die niet van dese hoogvliegende
+Parnas-vogels en zijn, de vinger op de mond leggen. Nam, quis brachia
+contra torrentem?</p>
+
+<hr style="width: 45%;">
+<br>
+<a name="TOE-GIFT."></a><h2>TOE-GIFT.</h2>
+
+<p>Dewyl het den Missive Schrijver belieft heeft ons te verhalen, wat'er op
+den Parnas is geschiet, soo souwen wy insgelyx hem konnen verhalen,
+wat'er in het Rijck van de Maen, dewelcke, na het gevoelen van
+Xenophanes, mede bewoond werd, is voorgevallen. Ook sommige van onse
+luyden sijn daer al droomende na toe gegaen,
+<span class="pagenum">
+ <a id=page26
+ name="page26">
+</a>[Pag. 26]
+</span>
+gaen,
+ende al droomende weerom gekomen sijnde, hebben dingen verhaeldt, die
+noyt en sijn geschiet, noch geschieden en sullen. Ende soo souwen wy hem
+met gelijcke munt konnen betalen, ten ware dat'et beter was eene ware
+Historie te vertellen, als verdichtselen, die min te achten, sijn, als
+de fabulen van &AElig;sopus, of van den Arabischen Lokman. Ick sal dan seggen,
+dat het inder daed is gebeurt, datter inde maend van October des
+voorleden Jaers 1684. Weynigh dagen voor de onwettig verklaerde
+nominatie van de Mannen van Achten, ten huyse van den Burgemeester
+Francken, in de Voorzael is verschenen een goed ende aensienlick getal
+van Dekenen der respective Gildens. Dat aldaer 't selve rijckelick met
+Wijn is beschoncken, van 's achtermiddaghs te vier uyren tot des avonds
+te seven uyren, en later. Soo dat'er by eenige de Schroef al los
+raeckte, en de men het koelvat mede voor eene water-pot gebruyckte. Dit
+geselschap hier soo sijnde, is aengesproocken by den voorschreven Heer
+Burgemeester Francken, dewelcke verklaerde, dat sy daer ontboden waren,
+om haer te recommanderen de ouwe Achten, ten eynde sy inde aenstaende
+nominatie niet verby gegaen wierden. En aengaende de verdere,
+bemerckende dat over de selvige eenige beroeringe onder de Dekens ware,
+versocht hy, dat sy boven de ouwe Achten, soodanige wilde nomineren, die
+na de sin en speculatie van de Regeringe mochten sijn. Want anders
+doende, dat het van een schadelick gevolgh souw sijn. Waer na de
+Burgemeester Muys sijne welspreeckentheydt heeft getoont, ende heeft die
+vrienden aengesproocken met de volgende</p>
+
+<span class="pagenum">
+ <a id=page27
+ name="page27">
+</a>[Pag. 27]
+</span>
+
+<br>
+
+<h3>HARANGUE.</h3>
+<br>
+
+<p><i>Mannen Deeckens</i>,</p>
+
+<p>Alle 't geene de Heer Burgemeester Francken uw daer geleght heeft, is
+waer en waerachtigh, en daerom kan ick my niet onthouden van uw voor al
+voor oogen te leggen de les van Salomon, dewelcke dicteert: dat alle die
+sigh mengen met die gene, die na veranderinge staen, met deselve vergaen
+sullen, dese veranderinge nu die hier by sommige quaedtaerdige, en
+ambitieuse menschen beooght, en ge&euml;ntameert wort, sal seeckerlijck naer
+sigh slepcn een volkomen ru&iuml;ne van de Stadt, en desselfs Finantien. Wy
+hebben veel moeyten gehadt om de vervallen Finantien van de Stadt te
+redresseren, wy hebben een Fons uytgevonden, te vooren onbekent, waer
+door de vervallene saecken weder sijn herstelt, wy hebben de Kaeyen
+gemaeckt; de Havens gediept, de Bruggens verstelt, en alles tot de
+Negotie in dier voegen geapproprieert, dat daer door de welvaert
+soodanigh is aengegroeyt, alsje alle tegenwoordigh siet, ende gewaer
+wordt, en selfs heb ick tot dese saecken uyt mijn eygen beurs aen de
+Stadt geschoten de somme van 12000 ponden, die ick jegens 3&frac12;. per Cent
+laet loopen, met dien Interest te vreden sijnde, om de Stadt, die ick
+lief hebbe te soulageren. Maer Mannen Deeckens, die andere menschen die
+dese veranderinge in 't hooft hebben, en achten geen Stadt, noch geen
+Finantien, ja recht uytgeseyt, sy hebben den Duyvel en den Sacrement van
+de Stadt, en 't sijn Fielten en Schelmen die desselfs goede en
+loffelijcke Regeringe trachten te veranderen, en als 't dese Vagabonden
+daer al toegebracht sullen hebben, wat sal 't dan sijn? de Finantien
+sullen vervallen, de Stadt en desselfs
+<span class="pagenum">
+ <a id=page28
+ name="page28">
+</a>[Pag. 28]
+</span>
+Havens onbruyckbaer worden; de
+Arbeyts-luyden naeckt en leegh loopen. Ick bid u Mannen Deeckens, en
+smeeck uw met gevouwen handen, datje doch na geen veranderingh en
+luystert, noch na geen menschen die 't daer mede houden; En siet doch
+wat menschen men hier al recommandeert aen u Nominatie, een deel
+Vagabonden, een deel Kalissen, hier recommandeert men'er twee, hier
+eenen Sonnemans en daer eenen anderen, daer magh'er hier en daer een
+onder sijn van middelen, maer de meeste sijn kalissen en geen luyden
+dieje dienen; Mannen Deeckens, noch behelpen sich dese menschen met dit
+voorgeven, dat ick de Prins van Oranjen soude bedrogen hebben, het welck
+valsch en Schelmachtigh gelogen is, ick stae wel by de Prins van
+Orangien, en omtrent de Treves, is by Ons niet gedaen als met kennis van
+sijne Hoogheyt; Ick bidje Mannen Deeckens luystert na sulcke leugens
+niet, en ick smeeck uw nochmael, dat gy na geen veranderingh en staet,
+maer het by u Regenten blyft houden; Soo sal de Stadt floreren, en God
+Almagtig salje Personen, en je Familien zegenen, &amp;c.</p>
+
+<p>Nu eens gedroncken, wel Cameraet, uw heb ick wel gekent over 20. Jaer,
+enje Ouwers oock wel, ick brenght uw eens, sa Knecht, brenght een Glas
+van Respect, Vrienden dat moet rondt gaen, a vous de gesontheyt van ...</p>
+
+<p>Die hebben wy de Parnas-broeders, voor een toe-gifte, wel willen
+communiceren, alsoo het noch niet en schijnt in de archiven van hare
+Republijck ingekomen te sijn. Het welcke nochtans wel noodsaeckelick
+dient geweten te sijn, op dat men soo de Historie van dit Dordtsche
+werck met'er tydt compleet mach krijgen. Waer toe ick hoop dat andere
+vrienden, die yetwes hebben, ter materie dienende, mede de hand sullen
+leenen. Interum, lector, vive, vale, &amp; his candidus utere merum.</p>
+
+<p>FINIS.</p>
+
+<div>*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 11884 ***</div>
+</body>
+</html>
+