diff options
Diffstat (limited to '11884-h')
| -rw-r--r-- | 11884-h/11884-h.htm | 1155 |
1 files changed, 1155 insertions, 0 deletions
diff --git a/11884-h/11884-h.htm b/11884-h/11884-h.htm new file mode 100644 index 0000000..e82ca20 --- /dev/null +++ b/11884-h/11884-h.htm @@ -0,0 +1,1155 @@ +<!DOCTYPE HTML PUBLIC "-//W3C//DTD HTML 4.01 Transitional//EN"> +<html> + <head> + <meta http-equiv="Content-Type" content= + "text/html; charset=UTF-8"> + <title> + The Project Gutenberg eBook of AENMERKINGE Op de Missive VAN PARNAS. + </title> + <style type="text/css"> +/*<![CDATA[ XML blockout */ +<!-- + P { margin-top: .75em; + text-align: justify; + margin-bottom: .75em; + } + H1,H2,H3,H4,H5,H6 { + text-align: center; /* all headings centered */ + } + HR { width: 33%; + margin-top: 1em; + margin-bottom: 1em; + } + BODY{margin-left: 10%; + margin-right: 10%; + } + .linenum {position: absolute; top: auto; left: 4%;} /* poetry number */ + .note {margin-left: 2em; margin-right: 2em; margin-bottom: 1em;} /* footnote */ + .blkquot {margin-left: 4em; margin-right: 4em;} /* block indent */ + .pagenum {position: absolute; left: 92%; font-size: smaller; justify: right;} /* page numbers */ + .sidenote {width: 20%; margin-bottom: 1em; padding-left: 2em; font-size: smaller; float: right; clear: right;} + + .poem {margin-left:10%; margin-right:10%; text-align: left;} + .poem .stanza {margin: 1em 0em 1em 0em;} + .poem p {margin: 0; padding-left: 3em; text-indent: -3em;} + .poem p.i2 {margin-left: 2em;} + .poem p.i4 {margin-left: 4em;} + .poem .caesura {vertical-align: -200%;} + // --> + /* XML end ]]>*/ + </style> + </head> +<body> +<div>*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 11884 ***</div> + +<a href="#AENMERKINGE"><b>AENMERKINGE Op de Missive VAN PARNAS</b></a><br> +<a href="#TOE-GIFT."><b>TOE-GIFT.</b></a><br> + + +<hr style="width: 65%;"> + +<span class="pagenum"> + <a id=page1 + name="page1"> +</a>[Pag. 1] +</span> + +<h1>AENMERKINGE</h1> + +<h1>Op de Missive</h1> + +<h1>VAN</h1> + +<h1>PARNAS</h1> +<p> </p> +<p> </p> +<p> </p> +<h3>Van den 22. January 1685.</h3> + +<h3>GETEKENT</h3> + +<h3>HUGO de GROOT.</h3> +<span class="pagenum"> + <a id=page2 + name="page2"> +</a>[Pag. 2] +</span> + +<p> </p> +<p> </p> + +<span class="pagenum"> + <a id=page3 + name="page3"> +</a>[Pag. 3] +</span> + + +<hr style="width: 65%;"> + +<a name="AENMERKINGE"></a><h2>AENMERKINGE</h2> + +<h2>Op de Missive van</h2> + +<h2>PARNAS</h2> +<br> +<p> </p> +<p> </p> +<p>Na dat de Griecksche Parnas, door de Turckschen mogentheyd verscheyde +eeuwen verwoest gelegen hadde, ende daerom nu niet meer en wierde +gefrequenteert, soo heeft Boccalyn eenen anderen in Italien weten te +vinden, dan die gansch van ene andere natuer ende operatie was, als wel +de Griecksche te voren ware geweest. Want de gene die op de eerste +verkeerden, wierden beschenen met allerley klaerheydt, soo dat de +duysterheyd van haer verstant quam te verdwynen, en aengedaen wierden +met veelerley kennisse, soo dat sy verborgene dingen, oock selfs +toekomende, wisten te openbaren. Maer die op den Boccalynsche Bergh +quamen te verschijnen, bevind men nergens anders in uyt te steecken, als +in alle soort van busche scherpsinnigheyt, hebbende tongen der Slangen +niet ongelijck; ende sy selve van nature als de boose Muyl-Esels, die +van vooren byten, van achteren schoppen, niemand sparende, als die sy +niet en konnen bereyken. Op dese inventie hoewel Boccalyn seer praelde, +soo is het evenwel daer mede soo uytgevallen, dat hy geluckigh souw +geweest hebben, by aldiense hem niet dierder had komen te staen, als den +hond, soomen seyt, de worst doet. Waerom dan oock niemand naderhand lust +gehad heeft, om de naem te verkrygen, van diergelijcke Contrey ontdeckt +ofte gevonden te hebben. Maer evenwel gelijck de natuer veele +veranderingen uytwerckt, doende effene Landen tot Bergen oprijsen, ende +Steden in den Afgrond versincken, soo is het mede gebeurt, dat in +Hollant ontrent het Ye, de daryachtige gronden soo sijn opgegist, dat se +dreygen den Boccalynschen Berg te sullen overtreffen. Ende, soo men +seyt, souw Apolio mede daer alrede aengekomen sijn, ende in die lucht +behagen genomen hebben, na +<span class="pagenum"> + <a id=page4 + name="page4"> +</a>[Pag. 4] +</span> +dat hem de Grieksche Laurieren hebben +beginnen te stincken. Dat ook na sijne komst aldaer mede waren +verschenen <i>Cicero, Cato, ende alle de gene die sich ooyt met +Staetssaecken hebben bemoeyt</i>, als <i>Hogerbeets, Renyl, Ledenbergh</i> ende +ook <i>Barnevelt</i>, maer die gelijk als Sint Denijns, sijn hooft in bey +sijne armen droegh, welcken Denijs hy ook schimperlijk verweet, dat +deselve sijn hooft maer twee mylen ver had konnen dragen, daer hij het +sijne uyt den Haegh tot op den top van den Amstelschen Parnas hadde +gedragen. Benevens dese is daer mede verschenen den welbekende Keiser +Iustinianus, dragende nu niet de Kroon van het Grieksche Rijk, maer een +Amstels jok van bockenhout, dat hem nieuwlix op geleyt sijnde, de +schouderen hadt deurgeschuert, alsoo 't hem gansch niet paste. Gelijk +men dan ook seyt, dat daer versch aengekomen was de Burgemeester <i>van +den Broek</i>, die wondre nieuw maren uyt Holland medebraght, waer over +verscheyde van die Parnasbroeders ook haer sentiment seyden, waerd +altemael om vanden vermaerden Hugo de Groot beschreven te werden. Daer +waren voor desen wel aengekomen Socinus, Arminius, Vorstius, Spinosa, +met haersgelijken, maer dewijl dit hare rol niet en was, soo en sijn sy +op dit Theater ook niet verschenen, maer sijn van ver blyven staen om +het spel aen te sien. Waer van principael Acteur was de voorschreve Heer +Burgemeester van den Broek, refererende <i>'t gene eenigen tijd soo tot +Dordrecht, als inde Vergaderinge vande Staten van Holland ende +West-Vriesland op het subject vande nominatie der goede luyden vanden +Achten der voorschreve Stadt, ende het herdoen van de selve voorgevallen +was</i>. Als mede op <i>wat wijse de Heeren Commissarissen van den Hove van +Holland haer in dese saken hebben gedragen</i>. Het welk sekerlik met +groote verwonderinge moet aengehoort geweest sijn, principael indien die +Burgemeester daer by geseyt heeft, gelijk het de waerheyd is, dat hy van +die tydt of, en misschien eerder, van die swakheyt van lichaem niet +alleen, maer ook van herssenen is geweest, dat hy de Commissarissen door +sigh selven niet en heeft konnen antwoorden, maer heeft het laten doen +door andre, die hy tot dien eynde in sijn huys ontboden hadde. Soo dat +hey selfs naeulyx wetende watter in sijn eygen huys omme gingh, veel min +geweten heeft watter op het Raedthuys of in der Staten Vergaderinge +geschiede. Alsoo hy in die tydt die de bequaemheyt niet en had, om +buyten sijn huys te konnen gaen of ryden. Soo dat ick presumere, dat hy +gesuysebolt, of gedroomt sal hebben, +<span class="pagenum"> + <a id=page5 + name="page5"> +</a>[Pag. 5] +</span> +als hy +dit verhael sal hebben gedaen, ende grovelik dienvolgende gemist. Het +welk van dien ouwen hals niet vreemd en was, alsoo ik sie dat sulx de +andre Parnasbroeders ook wel overkomt, ende ik uyt den brief van de Heer +de Groot lees, dat sy luyden <i>den Primier van de Heeren Commissarissen,</i> +die tot Dordrecht sijn geweest, <i>daer</i> by henluyden, <i>al eenigen tijd te +gemoet hebben gesien.</i> Want hebben sy hem al eenigen tijd te gemoet +gesien, soo hebben sy ook al eenigen tydt gedroomt ende gedoolt, soo wel +als den nieuw aengekomen Burgemeester, dewijl by hier nu noch sit, ende +onseeker is wanneer hy hier van daen vertrekt. Soo datmen niet en hoeft +te denken dat dese Parnasgasten sijn <i>tanquam abqui Semides & adoptiva +quadam numina,</i> als die ook hare misslagen hebben. Gelijk het selve noch +nader daer uyt blijkt, dat sy hem als noch sitten en waghten. Want light +en komt hy noyt op sulk eenen Parnas, daer sigh luyden onthouden die +schrijven en dryven, <i>Spiritum Antichristi magis regnare ad lacum +Lemannum, quam ad Tybrim.</i> Alsoo hy soodanige positien exerceert. En +voorsichtiger souden sy doen dat sy de deuren in tyds toesloten, op dat, +al quam hy kloppen, niet in gelaten en wierde, ten eynde over soodanige +poincten, als hier vooren, of diergelijke, gene onrust op den Parnas en +wierde verwekt. Want hoewel hy flexibel is, soo dat men hem souw om de +vinger windeen, soo en is hem echter niet nieuw een Kamphaen in de kam +te byten, schoon dat se al vry wat langh gebeckt sijn. Soo dat my daer +uyt schijnt, dat die luyden, daer op dien Parnas, de beste positie niet +en houden, voor hoe groten politicum men den Heer de Groot, die het rad +daer draeyt, ook wil houwen. Want hoewel hy te houwen is voor een man +vande uytstekenste geleertheyt, soo en belet dit niet, dat men sonwijlen +sich vergist. Ende valt somwylen al eens voor, dat het spreekwoord +bewaerheyt wert. <i>Magna ingemia, magni errores</i>. Soo dat oock de +Monicken hebben weten te seggen: <i>Clericus edoctus non est semper sale +coctus</i>. Tot eene preuve van dien sal ik voor eerst maer seggen, dat als +een persoon van de eminentste qualiteyt in dese staet hem een gunstig +oogh had toegeworpen, soo quam hy in den jare 1632 driftig herwaerts +aengeloopen, verhoopende, dat hy nevens d'andre ouwe Santen, weder op +het Autaer souw werden geset. Maer alsler ordre quam van de Heeren +Staten van Ho'land, dat hy uyt den Lande sou hebben te vertrecken, soo +gingh hy heendruypen, als een hond, die sijne staert verlooren heeft. +Hier nevens sal ik noch voegen, dat als hy de Babylonische Hoer van hare +voorname quetsure ende hooftwonde, +<span class="pagenum"> + <a id=page6 + name="page6"> +</a>[Pag. 6] +</span> +die de eerste Reformateurs haer +hebben gelastigeert, heeft willen cureren, wat heeft hy daer deur anders +uytgeright, als datter is geëxciteert het <i>Classicum belli Sacri</i>, ende +dat hy geprocureert heeft sijne eyge disgracie in het Hof van Sweden, +daer hy doen een Minister af was. Soo dat hy daer van daen vertreckende, +sich begeven heeft na Rostock, daer hy is overleden. Meer en sal ik voor +deestydt van Hem niet seggen, alsoo dit genoeg is om aen te wysen, dat +groote luyden ook hare misslagen hebben, en daerom geen wonder en is, +indien hy het in desen Brief soo heel fix niet en heeft. Want niet seer +ver van het begin komt de goede Keyser Justinianus, soo hy seyt, te +voorschijn, <i>met de tranen in de ogen, klagende, dat sijne Wetten soo +weynigh voldaen wierden</i> by het Hof van Holland. Ende dat bestaet hier +in, als men in den selven asem seyt, dat het selve sich aenmatight <i>van +toesicht te dragen, Ne Provincia abundat malis hominibus</i>. Waer in of +Justinianus of Grotius eenighsincs missen, want soo en luyden de woorden +niet in den originelen text. Hoewelle van den sin niet t'eenemael en +devieren. Ende nochtans schreyt die goede man daer over. Wat magh hem +daer toe bewegen? Dit namentelik, dat de Hollanders soo dom en bot +waren, dat sy <i>syne Wetten verkeerde applicatien ende beduydingen aen +wreven</i>; willende doen het gene sijne Præsides in voorgaende tyden +hebben gedaen, uyt misduydinge van woorden; even of <i>Præsides +Provinciarum met die van President en Raden</i> een en deselve waren. Maer +voor eerst sal ik hier op seggen, dat die het Hof determineert binnen de +palen van Præsident en Raden, het selve verongelijkt, daer van +afscheurende het eerste ende principaelste lid, namentlik den +Stadhouwer, de luyster en voorname eer van dat Collegie. Soo dat de Heer +de Groot hier sich selfs vergist, als hebbende te voren self geschreven, +daer hy handelt van de gene die in het Hof sitten; <i>Horum caput est ipse +Præfectus Hollandæ</i>. Daer naer sal ik vragen, indien de Præses Provinciæ +een goed werk doed, <i>conquirendo nefarios, & curando ut malis hominibus +careat provincia</i>, hoe kan dat quaet sijn als dat selve by het Hof werd +gedaen? Hoe heeft het Hof dien Keiser sijne pap soo qualik gebotert, +dat'et soo qualik by hem te Hove staet? Immers soo ruym als de Præsides +Provinciarum de Souvereyniteyt aen den Keyser gelaten hebben, soo ruym +laet het Hof deselve aen de Heeren Staten van Holland. Dan hoewel dit +soo is, soo pecceert'et niet alleen daer in dat het wil procureren, <i>ut +malis hominibus careat provincia</i>, maer +<span class="pagenum"> + <a id=page7 + name="page7"> +</a>[Pag. 7] +</span> +ook voornementlik daer in dat'et <i>de +Steden van Holland onder hare vrede of vooghdye wil nemen</i>. Dan indien +men die woorden soo meent en neemt, als die seggen, soo is het eene +vuyle calumnie. Want waer heeft het Hof, ofte yemand die niet dul en +uytsinnigh is, geseyt: <i>us pupillus nihil facere potest sine auctoritate +tutoris</i>, alsoo ook niet de Steden van Holland sonder overstaen van het +Hof? Maer wil men het eene gesond verstand geven, en daer deur verstaen, +in sijn recht en gerechtigheyt maintineren; ook helpen en succurreren, +daer men te kort souw schieten, om uyt te voeren het gene betaemt gedaen +te sijn; soo kan 't toegestaen werden, ende sulx en wil het Hof niet +alleen doen, maer is ook gehouwen te doen. Want wat isser bekender +alsdat het Hof d'eene Stadt tegen de andere in sijne gerechtigheydt +maintineert? Gelijk sulx in veele ende verscheyden exempelen te sien is. +Ook Grotius selve, sprekende van het Hof, seyt: <i>Ipsa quoque urbium +controversia, abeque magna mementi hic disceptantur</i>. Ende voorts, en is +het niet in verscher memorie, dat als die van Delft onmachtigh waren om +in hare Stadt behoorlicke Justitie te administreren, het Hof op haer +versoek, haer de behulpsame hand heeft geboden, ende door den Fiscael +eenen Minne uyt hare Stadt doen halen, die by het Hof met den Swaerde is +geexecuteert? Ende indien men die of diergelijke tutele den Hove wil +toeschrijven, dat en sal 't niet refugieren toe te staen, hoewel 't noyt +selve in sulke termen heeft gesproken, noch ook van meninge is te +spreken, om gene verdere lasteringen op den hals te halen. Gelijk dan +ook noyt 't selve geseyt en heeft, dat het is Præses provintiæ, versien +met eene egale maght, als in oude tyden de Præsides inde overwonnen +Provintien hadden. Want in sommige delen heeft het Hof minder, in +sommige weerom meerder. Als daer in meerder, dat'et recht doet tusschen +en over Steden, selfs sitplaets hebbende in de Staten van Holland: daer +ter contratie de præsides provinciarum sulx niet en hadden, maer +gereserveert was tot het oordeel van de Keiser. Waer van veele exempelen +bij de munimenten van de ouwe Schryvers te vinden sijn.</p> + +<p>Maer om eens op te halen, waer van daen dese Parnas-bende de occasie +genomen heeft, het Hof aen te wryven dese calumnie, van sich te +qualificeren Præsidem provinciæ, soo is het inder daed soo, dat Mr. +Willem Stoop, Schout van Dordrecht, schriftelik dolerende over sijne +suspensie, by het Hof gedaen, poseerde twee saken, van welke het eene +<span class="pagenum"> + <a id=page8 + name="page8"> +</a>[Pag. 8] +</span> +was, dat +hem by den Hove ware gelast, op de Articulen hem voorgehouwen werdende, +soo te antwoorden, als hy met de Ede sou konnen verklaren. Het tweede, +dat hy niet en wist, wie voor het Hof syne beschuldigers of aenklagers +ware geweest. Waer op by Commissarisen vanden Hove is geantwoord, dat +het eerste eene loutere onwaerheyd was, ende sodanige eene onwaerheyd, +die genoeghsaem sich selven refuteerde. Want dat het eene seer bekende +sake was, dat niemand wierde gelast onder Ede te verklaren, die tot +sijnen eygen laste wierde gehoort. Soo dat hy een Rechtsgeleerde ende +Officier sijnde men niet ken denken sodanigen saek te <i>ignoreren</i>, ende +te vergeefs men dieshalven sou gesoght hebben hem met eene Blaes met +bonen vervaert te maken. Op het twede is by gemelte Commissarisen +geantwoord dat het niet nieuw en is, dat jemand sonder aanklager ofte +beschuldiger wierde gecondemneert. Ende dat daer in tot een exempel kon +dienen <i>Claudius Gorgus, quicum esset vir Clarissinius, nemine +accusante, lenocinii damnatus est a Divo Severo.</i> Waar van wy den text +hebben in <i>l. 2. §. 6. de aduls</i>. Daer is by gevoeght, dat tot deselve +wijs van Procederen behoort, het gene wy in jure hebben geordineert de +Præsidibus, <i>curare nempe eos debere, ut malis hominibus provincia +careat, eosque conquirant</i>. Waer van de text is in <i>l. 13. ff. de +officio prasidis</i>. Waer mede over een komt het gene dat'er staet in <i>l. +4 § 2. ff peculat. Mandatis cavetur, ut Prefides Sacrileges, latrones , +plagiarios conquirant, & ut quisque deliquerit, in eum animadvertant.</i> +Illis enim qui conquirere tenentur, non est expectandus accusator. +Cesiantes enim in inquirendo mandata Principum transgediuntur, & in +animadversionem eorum incurrunt. Indien men nu hier uyt magh besluyten, +dat'et Hof is de Keyser Severus, soo magh men oock wel daer uyt +besluyten, dat het Hof is Præses provinciæ, ende dat Holland als eene +geconquesteerde Provincie aen het selve onderworpen is. Maer soo het +eerste niet geseyt of geconcludeert en kan werden, als by geprosesside +Sottebollen, alsoo ook niet het twede. Wie heeft oyt dus geargumenteert, +soo heeft de Keyser geprocedeert, ende soo heeft geprocedeert de Præses, +ende soo oock procedeert het Hof, ergo soo is het Hof de Keyser, of het +Hof is de Præses. Maer seer wel, soo heeft de Keyser geprocedeert, en +soo heeft geprocedeert de Præses, ergo en is het niet nieuws dat het Hof +mede soo procedeert, mits evenwel blyvende yder in de palen van sijne +Jurisdictie. Gelijck het Hof in dese saeck van Mr. Willem Stoop heeft +gedaen, obseiverende +<span class="pagenum"> + <a id=page9 + name="page9"> +</a>[Pag. 9] +</span> +daer in hetgene Keyser Carel tot +tweemalen heeft geordineert eerst in de Instructie van den Hove +geëmaneert in den jare 1521, ende daer na inden jare 1531. Daer wel +uytdruckelick staet: <i>De Stadthouwer Præsident en Raden sullen +naerstelick monsteren, om te vernemen de abusen ende delicten vande +Bailluwen, ende andre Officiers, ende deselve gehoort sijnde te +corrigeren, na exigentie van saken.</i> Alwaer wel uytdruckelick +gedefinieert is wie dat inquireren en corrigeren sullen, namentelick de +Stadthouwer Præsident en Raden, sonder de minste mentie van Fiscael, +Aenklager ofte Beschuldiger. Daer na de last, <i>sullen inquireren</i>, ende +oock; <i>naerstelick</i> sonder dissimulatie. Ten derden, de ordre die +geobserveert moet werden. Als eerst, <i>inquireren</i>; ten tweden, <i>hooren</i>, +ten derden <i>corrigeren</i>, sonder de minste mentie te maken van Proces, +het sy ordinaris of extraordinaris. Het welcke dewyl men siet dat dit +klemt, soo souw men garen de gantsche Instructie, als een ouwt kleed dat +afgesleten is t'eenemael verwerpen, alsoo Keyser Carel selve sou seggen, +<i>dat by sich niet en kon inbeelden dat dit alles nu langer geobserveert +wierde, dewyl nu de Souvereyn altijd tegenwoordig is</i>. Maer hoe sober +dese solutie is kan licht daer uyt afgenomen werden, dat op den eersten +rechtdagh van 't jaer de Instructie van den selven Keyser werd +vernieuwt, ende by de Suppoosten wederom besworen. Gelijck dan de Heer +de Groot in sijne tijden het selve verscheyde malen heeft gedaen: welcke +eer de Wetten van Justinianus noyt hier te Lande hebben gehad. Ende of +niet het voorengemelde Articul in volkomen observantie is geweest binnen +den tijd van dertigh veertigh en meer jaren, souwen de exempelen van +veel Schouten en Bailluwen konnen aenwijsen, indien 't niet te langwylig +en ware. Ik sal verder vragen, als Heer de Groot heeft voorgenomen te +handelen en aen te wysen, <i>Qua in bello fuerit, post bellum sit +Batavorum respublica</i>, of hy niet wel en had behoren aen te wijsen dat +dese Instructie was geabollert en in ongebruyck geraakt? Maer +mentioneert hy daer wel een woord van? Ja en seyt hy niet ter contrarie; +<i>Ordines eandum semper non rempublicum modo, sed & reipublica faciem +retinuerunt</i>? Waer komt dan dese abolitie van de Instructie ende +vernietinge van daen, als dat die onder hare cramery in hare mersch niet +en past? Alia tempora, alii mores: te voren sprack men van ordre, +reglementen, van eenigheyd, nu roept men allesints met luyder kelen niet +anders als van liberteyt en vryheydt, soodanigh dat men tusschen die en +ongebondenheyd geene +<span class="pagenum"> + <a id=page10 + name="page10"> +</a>[Pag. 10] +</span> +onderscheyten maekt. Wat my belanght, +ick ben in vreedsamige tyden, ende oock in een vry Land gebooren. Ende +gelijck ick hoop in vreedsamige tyden, alsoo hoop ick oock in een vry +Land te sullen sterven. Soo ver oock, dat ick van die hope ben, dat noch +ick, noch mijne kinderen, sal ofte sullen behoeve te sien, dat'er een +Hollandsch Romen sal opstaen, daer de andre leden onder souwen moeten +suchten. Sed ut sub specie boni & qui perniciose quandoque erratur, ita +sub specie libertatis saepe saevissima servitutis iniiciuntur vincula. +Waer van om ândre voorby te gaen, de Monicken ons exempelen genoeg +geven, die groote liberteyt belovende, jonge of onervarene luyden uyt de +gehoorsaemheid van ouwers of voogden trecken, ende in een eeuwige +slavernye van het Klooster leven daer naer verdrucken, daerse van ouwers +of Magistraet noyt uyt gereddert en konnen werden. Ende siet eens of +hier niet na en sweemt het doen van de gene die nu tot Dordrecht het +Oppergesagh hebben. Die quansuys de Borgers willen schijnen vry te +maeken van het oppergesagh van Stadhouwer Praesident en Raden, maer +alleen om dat sy alleen souwen mogen na haer believen heerschen, d'andre +van hoger hand met alle gene hulp en hadden te verwachten. Want al dit +gewoel, waerom men het Land in roeren stelt, en is niet om de arme en +onnosele Burgers in meerder vryheyd te stellen, maer op dat de geene, +die nu het meesterschap menen in handen te hebben, inde Schaepskoy wat +vryer en ruymer souwen mogen domineren, ende hare schotels met het vet, +ende hare lendenen met de wol wat rijckelijcker te konnen versien. Ende +om dat'er sijn die haer selven niet garen tot eene proy souwen +overgeven, daerom heft men sulck een geschreeu op, daerom heeft het Hof, +dat haer inde weegh is, de lever gegeten: daerom werpe men sulck een +gesnater uyt: <i>Dat'er geen reguard meer genomen en werd, of de Rechter +en aengeklaeghde malkander te nabestaan, ende de Berichter partye, ende +partye Berichter was: dat het axiame Extraterritorium, aut sine +auctoritate jus dicenti impune non paretur: dat, Deliberante principe +nihil esse innovandum, wierden met de voet getreden.</i> Maer om de +waerheyde te seggen, veel geschreeus en weynigh wol. Want hoe kan men +met eenige waerschijnlickheyd seegen, dat in al het Dortsche werck de +Aenklager ende Rechter malkanderen te na hebben bestaen, daer het notoir +is dat geen recht by 't Hof en is gedaen, als alleen inde saek van den +Schout, en welke nochtans, als te voren is geseyt, gene aenklager en is +geweest. Wat +<span class="pagenum"> + <a id=page11 + name="page11"> +</a>[Pag. 11] +</span> +men nu met het woord <i>Berichter</i> wil +verstaen, is my onbekent, dewijl sulx in de Neerlandsche styl van +procederen niet en is bekent, gelijck ik mede niet en weet, dat in de +Roomsche rechtspleginge yet diergelyx bekent is geweest. Maer dat kan +ick seggen, dat by aldien yemand in het Hof souw hebben gesustineert +duplicem personam, van welcke d'eene tegens d'andre streed, dat sulx +singulierlik souw sijn gestraft geweest. Ende sulx die dat seyt sonder +nader bewys een Calumniateur is. Dat geseyt werd <i>Extra territorium jus +dicenti impune non paretur</i>, hoe kan dit hier plaets hebben, daer het +Hof in dese saek van Stoop recht gedaen heeft hier in den Haegh, inde +ordinaris residentie plaets, van over eenige honderd jaren daer voor +bekent. Immers soo inept is het dat men seyt <i>sine auctoritate jus +dicenti</i>. Want wien is eene Officier ratione officii anders onderworpen, +als den Hove van Holland, wat men nu ten laetsten daer by voeght, +<i>Deliberante principe nihil esse innovandum</i>, dat komt hier in 't minste +niet te pas, dewyl 't van het eerste begin dat die van Dordrecht dese +saek voor de Heeren Staten hebben gebraght, gedecideert is. Want +syluyden versoeckende, dat het Hof geordineert sou werden stil te staen, +soo en is 't selve versoeck niet ingewillight. Ende naderhand, het selve +versoeck geitereert sijnde, is bij de voorgaende Resolutie +gepersisteert. Ende vervolgens is verstaen, si non expresse, saltem +tacite, dat het Hof souw mogen voortgaen. Het welke die van Dordrecht +daer na, maer te laet merkende, dat het hen obsteerde hebben versocht, +dat die notulen uyt de Resolutien van de gemelde Heeren Staten souwen +mogen werden gelight. Het welk hen, te laet opsijnde, geweygert is. Soo +dat daer uyt blijkt, dat hoewel op de saek ten principalen nader +deliberatien souwen mogen komen te vallen, dat evenwel die by de Heeren +Staten is gedetermineert, voor soo veel als de surchance ofte voortgangh +der proceduyren van 't Hof aengaet. Daerom, soulageert vry de Dordsche +vriendetjes ,et dot <i>Deliberante</i>, het sal haer immers soo wel helpen, +als een papje na de dood.</p> + +<p>Dese gedreyghde surchance dan uyt de weegh sijnde, isser te recht verder +voortgegaen met informeren, tot dat van de klachten consterende, de +eerste nominatie is gerejecteert, tot groot milcontentement van dese +Parnas bende, dewelcke sustineert, dat sijne Hoogheydt het recht niet en +heeft om in die saek te informeren, veel min om die nomenatie te niet te +doen, voornamentlick voor en al eer men partyen daer op hadde +<span class="pagenum"> + <a id=page12 + name="page12"> +</a>[Pag. 12] +</span> +gehoort. +Soo dat men nu in alle Vierscharen wel moght uitwissen, de seer bekende +spreuke, <i>Aude & alteram partem</i>. Het welke, hoewel het in haer selven +sijn poincten van gene seer diepe speculatie, soo maektmen nochtans daer +seer groot bohey van, soo dat die niet verby gegaen en konnen werden. Om +dan daer af yet te seggen, soo sal ik præmitteren, sijne Hoogheyd van +den ophef van dese saek niet van meninge te sijn geweest, eenige +proceduyren aen te vangen, ende dat hy sulx ook aen de Commissarisen +heeft verklaert, als hy hen de Articulen, in welke de beswaernissen +begrepen stonden, terhanden stelde. Het welke ook Commissarisen ter +Vergaderinge hebben bekent gemaekt, wel expresselik daer by voegende, +dat de meninge niet en was van sijne Hoogheydt of van den Hove, om +civilic ofte criminelik te ageren, maer datmen alleen verseerde in een +naekt ondersoek van waerheydt, op dat sijne Hoogheyt de klaghten, by +eenige Burgers van Dordrecht gedaen, niet lightvaerdigh souw verwerpen, +of ook de nominatie door sijne electie sou komen te approberen, indiense +misschien informeel moghte sijn. Soo dat hier de questie is, of soo een +bloot ondersoek van waerheydt daer gene rechtspleginge op en staet te +volgen, sijne Hoogheydt heeft mogen doen of niet. Eer ik hier yet op +segge, soo sal ik præmitteren, dat gelijk de nominatie de Dekenen +toekomt, van de Mannen van achten, dat alsoo mede aen sijne Hoogheydt de +electie toekomt. Dat is gelijk de Dekenen sijn gehouwen eene rechte ende +deughdelijke nominatie te doen, dat alsoo mede sijne Hoogheydt eene +rechte ende deugdelijke electie. Nam paria sunt, aliquid non facere, & +non facere debite & legitimo modo. Sal nu sijne Hoogheydt debito & +legitimo modo sijne electie doen, soo moet hy ook toesien niet alleen, +dat hy in sijne electie niet en exorbiteert, maer ook, dat hy die niet +en doed uyt eene nominatie, die informeel ende onwettigh is; alsoo uyt +eene informele nominatie gene wettige electie en kan gedaen werden: +Immers al soo weynigh als eene electie kan gedaen werden sonder +nominatie: dewijl het geen informeel is, niet meer geacht werd, als of +het gansch niet en ware. Ende daerom soo sal ik seggen, dat sijne +Hoogheydt seer wel heeft vermogen, ja gehouwen is geweest, op de +waerheyt van de klaghten hem overgelevert, te informeren, het sy selve +ofte ook door andre, Nam quæ per alios facimus, ipsi facere videmur. +Quia nobis impellentibus fiunt. Nu is het soodanigh, gelijk Cicero seyt +Officiorum primo, <i>inprimis homini propriam esse veri inquisicionem +atque investigationem</i>; ende, <i>Falli, errare, labi, decipitam dedicere,</i> +<span class="pagenum"> + <a id=page13 + name="page13"> +</a>[Pag. 13] +</span> +<i>quam +delirare & mente captum esse</i>, is het, segh ik, soodanig, waer past het +beter de waerheyt te ondersoeken, als daer men verseert in saken van +Staet, en daermen verseert in 't bestellen van de Magistrature, aen +welke het welvaren hanght van Landen ende Steden? Ende is het soo +schandelick te missen, vallen, bedrogen te werden, wien voeght sulx +minder, als personagien van soo eminente qualiteyt, als is sijne +Hoogheydt? Indien men hem wil constringeren om sonder onderscheydt, uyt +alle nominatien, hoedanigh die ook souwen mogen sijn, electie te doen, +soo sal men hem bedwingen in sulk een perk, uyt het welk hij sich niet +en sal konnen redden, sonder mis te tasten, ende sonder den Lande grote +ondienst toe te brengen. Het welk van de grootste iniquiteyt niet te +excuseren en is. Alle menschen, soo ver sy met vernuft begaeft sijn, en +sullen niet yetwes van eenige importantie sijnde, by de hand nemen, of +sy sullen niet alleen inquireren, ondersoeken en overleggen hoe het in +haren boesem gelegen is, wegens het gene sy voor hebben, maer examineren +ook het gene buyten haer is, namentlik offer gene obstaculen sijn, die +haer souwen konnen verhinderen. Gelijk yemand, die eene reys buyten +s'Lands meent aen te nemen, overleyt niet alleen, of dat nut voor hem +sal sijn, maer ook, of hy wel Schuyt en Wagen, tot sijne dienst sal +konnen krijgen; of de wegen door vyanden of stroopers niet beseten sijn, +met noch vyfentwintigh andre dingen meer. Maer soo syne Hoogheydt yet +diergelyx doed, en dat in eene sake van het groote gewichte, handen +vande bank, dat sijn regalien, dat en komt hem niet toe, of moest +bewesen werden, dat het hem specialick vergunt was. Maer my belangende, +soo wil ik wel eens gevraeght hebben, waer het ondersoeken, informeren, +of horen van getuygen, een speciael regael werd genoemt, 't sy by de +ouwe Schryvers, die de consuetudines feudorum by een gevoeght hebben, of +die haer naderhand op dat spoor sijn gevolght. Ende geen speciael regael +sijnde, soo en kan het niet wel speciael gegeven geweest sijn. Ja ick +sal meer seggen, dat het gene yder een toekomt jure naturali & omnibus +communi, gelijk als dit doed, geen regael en is, ende ook niet sijn en +kan, of de natuer self moest omgekeert werden. Ende by exempel, de +verklaringen, die genomen werden, ad perpetuam rei memoriam, gelijkenen +die wel regalien! Als, neemt dat ik aen een stuck leengoeds yet te kost +geleyt hebbe, het welk ik sou konnen +<span class="pagenum"> + <a id=page14 + name="page14"> +</a>[Pag. 14] +</span> +repeteren, indien 't quame te +vervallen, ende op dat daer van t'alled tijden souw mogen blijken, ik +voor Notaris en Getuygen, of voor eenigen Rechter, doe verklaringe +beleggen, usurpere ik daer mede regalien? Wie heeft oyt sulx gehoort? Wy +weten, dat jurisdictie te plegen, dat sijne Hoogheydt binnen Dordrecht +niet en heeft gepretendeert, een regael is, maer in het minste niet het +simple ende eenvoudige hooren van getuygen. Daerom, als, ten tijde van +Jan de eerste, sekere Baillu van Zuyt-Hollant begeerde met Schepenen van +Dordrecht <i>te ondersoeken op sommige saken ende misdaden</i> (welk men doen +plagh te noemen, stille waerheydt besitten) <i>die tot Dordrecht waren +geschiet</i>, soo hebben deselve Schepenen sonder eenige discepatie, +<i>toegestaen voor die reyse met hem te sitten, niet om te oordelen en +rechten, maer om te ondersoeken</i>. Als wel wetende, dat het selfe +<i>ondersoeken</i> henluyden in hare jurisdictie gene prejudicie en gaf: +<i>quia judicium a citatione</i> ut pragmatici loquuntur, <i>initium sumit</i>. Of +soo Justinianus spreekt § finali. De pæna temere litiguntum: <i>Omnium +actionum instituendarum principium ab ea parte Edicti proficiscitur, qua +Prator edicit, de la jus vecando</i>. Maer als de Graef selve over hare +Borgers recht spreken ende oordelen wilde, soo hebben Schepenen, die te +voren soo facyl tegen den Baillu waren geweest, sich selven wel +ernstelick daer tegen gekant: Seggende:</p> + +<span style="margin-left: 4em;"><i>Onse Handvest segget wel</i></span><br> +<span style="margin-left: 4em;"><i>Dat wy ende niemand el</i></span><br> +<span style="margin-left: 4em;"><i>Recht ende vonnes seggen mogen,</i></span><br> +<span style="margin-left: 4em;"><i>Over onse Poorters van lagen van hogen.</i></span><br> +<span style="margin-left: 4em;"><i>Deese vryheyd gaf u oude Vader</i></span><br> +<span style="margin-left: 4em;"><i>Coninc Willem, die wy allegader</i></span><br> +<span style="margin-left: 4em;"><i>Hebben bezegelt en beschreven,</i></span><br> +<span style="margin-left: 4em;"><i>Dus ons van uwen ouwers bleven.</i></span><br> + +<p>Het welke veele onlusten gebaert en haer in veele swarigheden heeft +geinvolveert, die sy standvastigh hebben uytgestaen, daerse niet +difficyl aen den Baillu, als hy niet verder en pretendeerde als het +<i>ondersoecken</i> ende horen van getuygen, haer hebben getoont. Ik weet +wel, datmen ook kan informeren om een begin van een Proces te maken, het +geen hier niet alleen niet en is geschiet, maer waer tegen men altydt +heeft geprotesteert. +<span class="pagenum"> + <a id=page15 + name="page15"> +</a>[Pag. 15] +</span> +Ende sulcx doet men ongelijck aen +sijne Hoogheydt; datmen hem uytmaeckt voor eene Usurpueur van eens +anders Jurisdictie. Waerom en siet men hier niet in, als men in andere +saken gewoon is te doen, faciendi causam? Volgens den wel bekenden +regel, <i>Nonfactum, sed facienda causa inspicienda est.</i> Want soo leert +ons Ulpianus in l. 39. ff. de furtis: <i>Verum est, si meretricem, alunam +ancillam, rapuit quis, velcelavit, furtum non esse. Nec enim factum +quantur se causa faciendi. Causa autem facienda libide furt, non +furtum.</i> En soo en heeft het informeren van sijn Hoogheydt gene andre +oorsaeck gehad, als de begeerte van de waerheydt, ende niet usurpatie +van jurisdictie. Gelijck oock het vervolg heeft getoont. Nu voortgaende +sal ick seggen, hoewel dese dingen genoegh sijn om volkomentlick het +recht van sijne Hoogheyt te adstrueren, soo sullen even wel wy eens +aenschouw nemen, wat de beschreven wetten disponeren, 't gene tot +beweringe vande selve saek souw mogen dienen. Ende daer vinden wy dan in +jure Canonico, dat de gene die het confirmeren van een gekoren Prelaet +toe komt, oock toekomt het ondersoeck vande keur of electie, en ook +vande bequaemheyt van den gekoren persoon. Ende anders geschiedende, soo +heeft plaets dat'er gestatueert is in <i>Cap. Nihil est 44. extr. De +election. Non solum deiseiendus est indigne promotus, verum & indigne +promovens punlendus.</i> Op welcken text Pinormitanus aenteyckent: <i>Debet +confirmator inquirere de electionis forma & meritis electi: & hodie +facta confirmatione sine causa cognitione, est ipso sure nulla.</i> Nu soo +sich heeft de confirmatie tot de electie, soo heeft sich ook de electie +tot de nominatie. Sulx dat men van het eene tot het andre valide magh +argumenteren, ende seggen, het gene plaets heeft in het eene, oock +plaets moet hebben in het andre. Ende gelijck die de confirmatie heeft +oock moet inquireren op de voorgaende electie, oock soo moet inquireren, +die de electie heeft, op de voorgaende nominatie. Dewyl daer deselve +reden is, oock het selve recht moet plaets hebben. Maer hier tegen +schrijft, soo men seyt, de Heere de Groot, dat Justinianus verklaerde, +<i>dat dat maer alleen inde Kerckelicke bedieninge, onder den Paeus, +plaets hadde, ende het selve aen sijne Wetten geene prejuditie te +geven.</i> Dan ick geloof dat het dien goeden Heer inde memorie sal sijn +geslagen, nu niet meer geheugende het gene hy te voren geweten heeft, +dat geschiet inde Classicale Vergaderingen, na het beroep. Namentlick, +dat daer mede werd geëxamineert de beroepinge ende beroepenes qualiteyt +<span class="pagenum"> + <a id=page16 + name="page16"> +</a>[Pag. 16] +</span> +beyde. +Ende nu niet meer geheugende het gene hy te vooren van het Geestelijcke +of Canonyke recht selfs heeft geschreven. Als mede dat hy aen +Justinianus het meeste gelijck niet en doed, niet eens gedenkende dat +Justinianus selfs is de gene, die het fundament van het Canonyke recht +heeft gelegt. Want dit recht is originelick gesproten uyt de besluyten, +regulen ofte canones inde Synodale Vergaderingen beraemt ende vast +gestelt. Welcke, alsoose te vooren in sich selven ingesien, van +politique macht ende auctoriteyt waren gedestitueert, soo heeft +Justinianus die, d'allerste, daer by gedaen gevende haer de auctoriteyt, +die sijne andre wetten hadden, als men sien kan in sijn Novella 131. Het +welck dan is geweest het begin van het jus Canonicum. Waer op gevolgt +is, dat inde verdere tyden de Keisers selve, ofte uyt haren naem hare +Volmagtigde inde Concilien ofte Synoden hebben de gepresideert, der +selver Decreten ook, alsde voorgaende, kracht ende autoriteyt bekomen +hebben, hoewel datse van de gene niet in schrift geredigeert en zijn, +die macht hadden om Wetten te maken, moetende de Keisers als aucteurs, +ende de Schrijvers als ministers geconsideruert worden. Waer naer daer +by gevoeght zijn de Decreten van de Pausen, die op sekere voorvallen +zijn of wierden geconsulteert, tot welcke Gregorius de IX. verscheyden +dingen, genomen ex jure civili, heeft bijgevoeght, self van sodanige, +daer hy niet van geconsulteert en wierde. Waer naer van d'een en +d'andere noch jet is aengelapt. Ende dit dan soo zijnde, wilde ick wel +eens gevraght hebben, of Justinianus sichs selvens niet soude vergeten +hebben, als hy alle auctoriteyt aen het jus Canonicum souw schijnen te +derogeren? Ende het niet eer te geloven is, dat hy Justinianus hier in +niet wel en heeft verstaen? Wat nu de Heer de Groot selve aengaet, die +hier toont sich selven niet meer te kennen, ofte ten minsten te geheugen +wat hy voor desen van dit recht heeft gehouwen, soo sullen wy hem in +fijne swackheyd te gemoed komen, en helpen herdencken, wat hy voor desen +van dit Canonyke recht heeft geoordeelt. Hij verhaelt dan in het derde +Boeck De jure belli cap. 12. met veel lof, dan met inde Neerlandsche +oorlogen, de limit of frontierlanden, betalende sekere contributie, aen +wederzyden heeft gecultiveert. Ende hy voeght daer by, <i>Hos mores +humanitatis magistri Canones Christianis omnibus, ut majorem ceteris +humanitatem debentibus ac profitentibus imitandes proponuns.</i> Ende om te +bewysen dat sulcx descendeert ex jure Cononico, soo allegeert hy daer +toe cap. 2. extr. de treuga +<span class="pagenum"> + <a id=page17 + name="page17"> +</a>[Pag. 17] +</span> +& pace. Het welck een decreet is +gestatueert in Concilio Luateranensi, ten tijden van Alexander de derde. +Soo dat klaer blijckt, dat hy daer het jus Canonicum ver stelt boven het +jus Civile of Justinianeum. Gelijck hy het selve mede doed in het twee +deel van het eerste Boeck sijns Hollandsche Rechtsgeleertheyds. Want na +dat hy van het Roomsche Recht gesproken heeft, gebruyckt hy dese +woorden: <i>Gelijk ook daer na gebeurt is, dat eenige saken in meerder +billickheyd zijnde overleyd</i>, als wel Justinianus heeft gedaen, <i>by een +groot deel der Christenheyd jet nader aengenomen, ende seer oneygentlik +bekomen hebbende de naem van Geestelijke of Pauselicke Rechten, ook in +dese landen kracht van Wet heeft bekomen</i>. Waer uyt wy dan besluyten, +dat het gene hier te voren ex jure Canonico is geallegeert wel ende te +recht geallegeert is, ende hier te lande in desen ook plaets moet +grypen, voornamentlik, daer in beyde de gevallen de selve rede +militeert. Want dat is seker, dat de formaliteyten in het politijc soo +wel als in het ecclesiastijc moeten werden geobserveert, alsoo die +genegligeert zijnde, soo wel in 't eene als in 't andere, alle actitata +komen te vervallen. Ende soo wel als het opsprakelik is, jemand +onbequaem zijnde, te vorderen tot kerkampten, alsoo wel is het mede +opsprakelik, jemand tot politike digniteyten te vorderen, die der selver +onbequaem souw mogen zijn. Soo dat het geene expres gestatueert is in +approbatione; ex identitate rationis mede moet gerecipieert werden in +electione. Ende al waer het schoon, dat wy dat fundament in jure +Canonico niet en hadden, zijn wy daerom gedestitueert van andere ex jure +civili? Is het niet soo wel eene regel juris civilis quam Canonici: <i>Qui +vult consequens vult & antecedens?</i> Ende wederom, <i>Concesso aliquo etiam +ea concessa videntur, sine quibus illud expediri non potest?</i> Het welk +ook soo verregaet, dat al waer het, dat de uytvoeringe vande commissie +niet en kon werden geëxecuteert, sonder 't exerceren van regalien. Want +dat selve werd dan verstaen mede inde comissie begrepen te zijn, als te +sien is by Rosenth. de Feudis cap. 5. concl. 14. n. 6. Het welk ook de +leer is van Cumanus, Zafius, Mozzius en andere. Staetmen sijne Hoogheyd +de electie toe, soo moetmen hem ook toestaen het gene sonder het welk hy +de electie niet en kan doen, ofte dat het selve is, niet behoorlik en +kan doen, dat is informeren op alles dat ontrent het selve subject te +indageren staet. En wil men daer van eene text ex jure civili, men sal +die vinden genoegsaem in terminis leggende, in l. 4. C. si contra jus +vel utilitatem +<span class="pagenum"> + <a id=page18 + name="page18"> +</a>[Pag. 18] +</span> +pub. +daer de Keiser Constantinus rescribeert in deser voegen: <i>Eisi non +cognitio sed excecutio mandatur, de veritate precum inquiri oportet, ut +si frans intervenerit, de omni negotio cognoscatur.</i> De saek is dus +gelegen geweest: op de supplicatie van seker persoon, heeft de Keiser +last gegeven aen Pompejanus Consulatis Campaniæ, die doe onder den +Keiser dat quartier van Italie regeerde, dat sekere sententie, ten +voordeele van den suppliant, soude ter executie leggen, sonder jet meer +daer by te voegen. Pompejanus het werk by de hand nemende, bevind dat +'et soo glad niet en gaet, maer gelijk het schijnt, datter oppositie +valt. Derhalven vind Pompejanus sich verlegen, als siende dat sijne +commissie niet verder en ley, als om te executeren, ende dat aen dit +werk wat meerder vast was, als eene simpele en blote executie. Ende +daerom neemt Pompejanus sijn recours tot den Keiser, gelijk sijne +Stadhouwers, in alle voorvallende swarigheid, gewoon zijn geweest te +doen: ende sulx soo geeft hy hem te kennen, hoe 't met die saek gelegen +was. Waer op nu de Keiser antwoord, hoewel hem met expresse woorden niet +en was aenbevolen, kennisse te nemen ende te oordelen vande saek self, +maer dat sijne commissie niet verder en sprak, als van de executie, dat +hy evenwel behoort te inquireren ende ondersoeken op de waerheid van het +te kennen geven van den Suppliant, ende soo hy bevind datter eenig +bedrog mede vermengt is, ende dat de Suppliant den Keiser geabuseert +heeft, dat hy Pompejanus dan sal kennisse nemen vande geheele saek, ende +die determineren. Dit nu in effect zijnde het gene de Keiser verstaen +heeft, gaet nu heen, segt dat het inquireren een regael is, datmen 't +niet mach excerceren sonder expresse commissie, dat sijne Hoogheyd de +nominatie niet mach voor onwettig verclaren, ende diergelijke moye +dingen meer. Maer siet eens of al dit getuyt niet en komt te vervallen +door dese eene Wet van Constantinus alleen. Ende om noch verder te gaen, +indien sijne Hoogheyd, uyt dese lieve nominatie, electie hadde gedaen, +ende daer mede deselve nominatie geapprobeert, wat soude men daer af +hebben moeten oordeelen volgens de dispositie vande Roomsche Wetten? sou +men niet moeten seggen, dat hij qualick hadde gedaan, ende het gene niet +en behoorde? Buytentwyffel, ja. En so men daer af begeert eene Wet, ik +salse mede geven genoegsaem in terminis, zijnde in ordre de twaelfde sub +titulo Digestorum de appellationibus. Maer tot illucidatie van dien sal +ik voor af seggen, antequam aliquis Duumvir crearetur, indici debuisse +<span class="pagenum"> + <a id=page19 + name="page19"> +</a>[Pag. 19] +</span> +concilium publicum, quæ indictio in +eo negotio requisita fuit solemnitas, soo als ons aengewesen werd in l. +Nominationes. C. de appellat. Nu is het gebeurt, ut omissa illa +solemnitate, nulloque actu ex lege habito, aliquis popularium vocibus +Duumvir postularetur. Waer toe de Stadhouwer sijn advoy ende consent +mede heeft gegeven, soo dat dien het duumvirat overdrongen was, goed +gevonden heeft te appelleren. Maer wat seyt de Jurisconsultus Ulpianus +daer van in illa lege duodecima? In 't reguard van den Stadhouder, <i>Eum +comfontire non debuisse</i>, ende in reguard van den opgeworpen Duumvir, +<i>in re aperta appellationem esse supervacuam</i>. Want alles was nul en +krachteloos, soo wel de proceduyren van 't volk, als het advoy en +consent vande Stadhouwer. En waerom doch nul? Niet om dat'et sou gedaen +zijn by die gene, die gene nominatie of electie, of recht van creëren en +hadden, meer om dese eene informaliteyt, dat die gerequireerde en +solemnele convocatie niet en ware voorgegaen. En hier in 't nomineren +vande Mannen van achten, hoe is 't daer mede toegegaen? komt het wel op +eene aen? Om andere informaliteyten nu verby te gaen, is die niet +geschiet ten overstaen van die daer niet en hadden behooren te wesen? +Hebben niet mede nevens sommige Dekens eenige Overluyden gestemt, die +het gans niet toe en komt? sijnse niet overstemt, die niet overstemt en +konnen werden? Soo sijne Hoogheyd hier sijn advoy ende consent mede +hadde toegebracht, en souw niet yder een met Ulpiano moeten seggen +hebben, <i>Eum consentire non debuisse</i>? Maer neen sal men seggen, dit en +heeft hier gene plaets, want het Gerecht hadde hier alrede in versien, +ende de nominatie gelegitimeert, ende soo en had hy sulk eene censure +niet te vreesen. Ja dat is soo dat men 't seyt, want die van Dordrecht +schrijven sulx publijkelik, en willen 't van yder een mede soo gelooft +hebben. Ende het is waer ik hoor mede seulken tael, maer die klinck my +inde oren, als of men seggen wilde, even gelijk een Souverain een +basterd of onwettig geboren legitimeert, ende neven andre wettig +geboorne doed passeren, het selve Gerecht also mede bevoegt is, eene +onwettige en informe nominatie wettig te maken, ende nevens andre +wettige en deugdelijke, als van een alloy ende valeur zijnde, te doen +deurgaen. Ende in gevolge al isser overstemminge gevallen, daer gene +overstemminge plaets kan hebben; al is de nominatie geschiet in +tegenwoordigheid, ten overstaen ende directie vande gene die de +privilegien en wetten daer van submoveren; al nomineren +<span class="pagenum"> + <a id=page20 + name="page20"> +</a>[Pag. 20] +</span> +mede de +gene die volghens privilegien gene qualiteyt en hebben, om te nomineren; +al is de nominatie niet vry geschiet, maer door ongehoorde cuperyen en +dreygementen geforceert, als maer de aessem van het Gerecht daer over +gaet, soo vallen alle seeren af, alle leemten verdwynen, en men is van +alle corruptien gesuyvert, ja soo seer als een duyfje dat de pocken +heeft, daer immer niet op en valt te smalen. Ende daer mede gaet +soodanige nominatie deur nevens de beste die van alle ouwe tyden souwen +mogen sijn geschiet. Is dat niet wel gesuyvert ende gelegitimeert? Ik +heb dat wel geleert, dat voor desen aen den Souverain het recht van +legitimeren plagh toe te komen, maer niet aen eenigh subaltern gerecht, +altijdt niemand en souw voor desen sulx hebben derven sustineren, maer +onwettige actien en valsche positien voor wettige ende ware te +verklaren, en weet ik niet dat oyt voor desen eenig Souverain heeft +gedaen, of oock sijne maght misbruykende, in het toekomende sal willen +doen. Soo dat de majesteyt van dit Gerecht, soo ver de Souverainiteyt +van andre hooge machten te boven gaet. Dan dit en is soo seer niet te +verwonderen, dewijl dit Gerecht al noch yet meerder heeft, dat andere +Recht-bancken noch Hoven van Justitie niet en hebben. Dat namentlik het +selve eens geoordeelt hebbende, andermael van de selve saeck magh +oordelen. Het welcke soo niet en plagh te wesen, als wy in onse +jonckheyt uyt Terentio hebben geleert. Want wy hoorden den daer Phormio +spotsgewijse aen Demipho dese woorden te gemoet voeren.</p> + +<span style="margin-left: 4em;">At tu, qui sapiens es, Magistratus adi,</span><br> +<span style="margin-left: 4em;">Judicium de eadem causa iterum ut reddant tibi, </span><br> +<span style="margin-left: 4em;">Quandoquidem solus regnas, et soli licet</span><br> +<span style="margin-left: 4em;">Hic de eadem causa bis iudicium adipiscier.</span><br> + +<p>Of alle de gene die in dat Gerecht sitten, dese les wel geleert sullen +hebben en weet ick niet, maer dat tonen sy altijdt, dat die voor dees +tijdt, haer niet te pas en komt. Want, na dat het selve Gerecht, uyt +hare absolute en Souvereyne maght, de nominatie, met kennis van saken, +heeft gelegitimeert, en overgesonden, soo verstaet het dat by het selve +noch souw staen te examineren, offer in de selve nominatie eenige +abuysen of informaliteyten waren begaen, indien sijne Hoogheydt, of +yemand +<span class="pagenum"> + <a id=page21 + name="page21"> +</a>[Pag. 21] +</span> +anders, wilden sustineren, dat'er eenige begaen waren. Ende die bevonden +sijnde, soo souw het selve Gerecht, na desselfs gewoonlicke billickheyt, +deselve corrigeren en beteren. Ende hier uyt resulteert dan noch eene +derde preëminentie boven alle Hoven ende Rechtbancken, dat het soo +doende, sal oordelen in sijne eygen saeck. Want in 't examineren van de +informaliteyten, sal mede in consideratie konnen komen, of oock de +oversendinge van de nominatie wel en op behoorlicke tydt is gedaen. Ten +anderen, of het hooft van de nominatie niet puyr valsch is, als sijnde +in 't selve gestelt persoonen in wiens presentie die souw sijn geschiet, +die daer wel present hadden behooren te sijn, maer inder daed daer niet +en sijn geweest, ende verswygende, dat'er die present sijn geweest, die +daer gans niet en hoorden. Ten derden, of niet het Gerechte selfs 't +geen is geweest, dat de over luyden heeft geauthoriseert op de nominatie +van de Mannen van Achten present te mogen sijn om door haer, in +præjudicie van de Dekens, de maght van de nominatie in haer gewelt te +krygen. Ten vierden, of eenige uyt den Gerechte selfs haer niet en +hebben vervorderd, tegens de wetten aen, niet alleen schandelick te +kuypen, maer ook Dekenen hebben geforceert door dreygementen ende +beloften. Siet, alle dese moye dingetjes, en meer andre die het in 't +geheel heeft gedaen, of voor een goed gedeelte aen heeft geparticipeert, +die sal het Gerecht oordelen en na meriten corrigeren: ende dat, 't +geene sonderlinge te noteren staet, na soo eene sine en solemnele +legitimatie. Ende daer het Hof niet magh oordelen van sijne competente +jurisdictie, als dese Parnas-bende seyt, daer vermagh het Gerecht van +Dordrecht dit niet alleen, maer oock alle andre moye fraigheden, hier +voren verhaelt. Sijn dat niet moye bonen, want sy rollen als erten?</p> + +<p>Maer dit, en wat er meer souw mogen sijn, souw men wel schoon en suyver, +als men seyt, gedilueert hebben (immers soo wel geloof ick alsmen 't te +voren had gelegitimeert) <i>hadden die van Dordrecht sijne Hoogheydt, +wegens de gepretendeerde informaliteyten, esclaircessement ofte bericht +mogen geven, als de Commissarisen van het Hof, aen wiens jurisdictie sy +haer niet garen getrocken sagen, daer niet tegenwoordigh waren geweest.</i> +Dan het en schort die lieden daer niet. Want sy weten wel dat die +Commissarissen in die saeck noyt jurisdictie en hebben geëxerceert, maer +ook daer en boven publikelick hebben verklaert, daer in gene jurisdictie +civilik +<span class="pagenum"> + <a id=page22 + name="page22"> +</a>[Pag. 22] +</span> +of criminelick te sullen exerceren. Gelijck oock het soo klaer als den +dagh blyckt, dat sy 't tot noch toe niet en hebben gedaen, noch van +meningh en sijn te doen. Maer het bericht, dat men geven wilde, dat +woude men doen in crepusculo, als de Vleer-muysen en de Nacht-uylen +beginnen te vliegen, & remotis arbitis. Nu, waerom sy dat soo wilden, +weten sy selve wel, en die van sinnen niet berooft en is, kan het wel +lichtelick denken. Om dat men dan gedwongen werd het Auter te ontdecken, +ende te toonen wat properheden daer onder schuylen, soo moet ick seggen, +dat sijne Hoogheydt aen Burgemeesteren ende Regenten van Dordrecht +geschreven hebbende, dat sy eenige uyt den Gerechte wilden senden, om op +de aengebrachte klachten te werden gehoort, dat'er oock op den 28. +December 1684. des mergens te negen uyren eenige uyt den selve Gerechte, +met hare Secretarisen, voor hem sijn verschenen, hebbende hy mede by hem +daer ontboden degene, die als Commissarisen te vooren te Dordrecht waren +geweest. Ende na dat de selve Gedeputeerde waren gelast neder te sitten, +soo hebben sy aen hem overgelevert, hare credentialen. Welcke gelesen +sijnde, ende hy haer willende vragen, volgens sekere opgestelde +Articulen, soo is by hen Gedeputeerde geseyt, dat sy van den Out-raedt +of Vroedschap prohibitive last hadden, om te antwoorden in +tegenwoordigheydt van Commissarisen van den Hove. Waer op in effecte by +sijne Hoogheydt is geantwoordt, dat dese sake den Gerechte raekte, ende +geensins den Out-raed, wiens authoriteyt sy hier te vergeefs +pretexeerden. Dat daer en boven de geallegeerde last, van niet te +antwoorden, directelick streed tegens hare Credentialen aen, even te +vooren overgelevert: Ende indien sy eenige andre last hadden, als de +Credentialen mede brachten, datse die wilden overgeven. Ende voor soo +veel de Commissarisen aengingh, dat hy die geassumeert hadde om hem in +die sake te assisteren, ende nergens anders om. Want, dat hy niet goed +gevonden hadt haer alleen te hooren, alsoo hy haer kende voor sulcke +luyden, die ontkennen dorsten, het gene hy wist waer te sijn. Waer by is +gevoeght, door een van de Commissarisen, dat sy gene de alderminste last +hadden, om eenige jurisdike actie daer te plegen, maer alleen daer +gekomen te sijn, als by sijne Hoogheydt alrede was geseyt. Doch op gene +van alle die redenen en heeft men yet weten seggen, noch oock eenige +nadre last produceren. En evenwel is men by sijne negative blyven +persisteren, sonder eene stip +<span class="pagenum"> + <a id=page23 + name="page23"> +</a>[Pag. 23] +</span> +te avanceren. Soo dat sijne Hoogheyd +versocht, dat sy eens in een vertrek wilden gaen, ende met den andren +consulteren, offe niet de geproponeerde difficulteyt konden over +stappen, ofte ook nader komen. Maer wederom gekomen zijnde, hebben sy +inde voorschreve negative blyven persisteren, seggende dat sy alles aen +hare principalen souwen refereren, ende van het nader geresolveerde +raport doen. Waer mede dan die sessie is geeyndigt. Maer verwacht +werdende, dat sy na eene dag of twee, het beloofde raport souwen komen +doen, ende niet verschijnende, heeft sijne Hoogheyd eene twede missive +laten afgaen, met versoek, dat sy weder voor hem wilden verschijnen op +den 2 van Januar. 1685. Gelijk sy dan ook gekomen zijn. Maer hier en +heeft men nu niet de minste mentie gemaekt, 't geen sonderling is te +noteren, dat men in tegenwoordightyd van Commissarisen (die doe daer soo +wel verschenen waren, als te voren) niet en kost ofte wilde antwoorden, +maer wel ter contrarie, dat men souw verklaringe doen. Dan hoe dede men +dat? Even als een leger, dat sigh voor sijnen vyand te swak bevindende, +in het aftreken of retireren, noch wel eens vier geeft, niet soekende +hoe het vechten souw mogen, maer hoe dattet het vechten mach ontkomen, +alsoo mede was haer antwoorden. Want die en bestonden niet anders als in +subterfugien ende cavillatien, die de saek niet en raekten: Als, datmen +distingueerde, tusschen de wettelickheyd ende de forme van de nominatie. +Daer nochtans de forme niet anders en is, als de overeenkomste van de +saek met de wet: ende de wet, niet anders als het rechtsnoer van de +forme. Sulx dat wettigh te zijn, niet anders en is als te hebben de +form, die de wet prescribeert. Wederom, datmen antwoorden wilde wel +generalleck, soo sy seyden, maer niet in specie. Het welk sy soo +uytleyden, datse souwen verklaren, datter op de nominatie niet en waren +gebracht vreemdelingen, minderjarige, te na den andere in maegschap +bestaende, (waer over noyt klachten en waren gevallen) sonder haer +verder te willen uyten, of op articulen te willen antwoorden. Maer is by +een van hunne Secretarisen, die mede inde commissie waren versocht, dat +sijne Hoogheyd hen copie van de articulen wilde geven. Het welke hy +toestond, indien sy wilden antwoorden. Maer alsoo sy in die conditie +gene behagen en hadden, soo en hebben sy ook die articulen niet bekomen. +Ende daer mede is ook die tweede sessie geëyndicht. Waer uyt dan +klaerlik blijkt, voor eerst, dat sijne +<span class="pagenum"> + <a id=page24 + name="page24"> +</a>[Pag. 24] +</span>>Hoogheyd seer onheusselik werd +getraduceert, als of hy geen bericht van die van Dordrecht had willen +ontfangen. Ten anderen, dat het Hof hier seer sinisterlik werd +ingetrocken, even of het selve, door presentie van eenige uyt den haren, +als die van Dordrecht wierden gehoort, sijne jurisdictie wouw vast +maken, ende extenderen over dien van Dordrecht. Ten derden, dat die van +den Gerechte van Dordrecht door dese weygeringe ende onwilligheyd sijn +geworden veri contumaces en wederhorig, soo dat alle de articulen, op +welcke sy niet en hebben willen antwoorden, te recht by sijne Hoogheyd +voor soo veel gehouwen sijn als bekent. Ten sulcken effecte, dat hy, +gesien hebbende de verificatien vande selve articulen, wel heeft +vermogen de onwettige nominatie te rejecteren, ende weygeren eene +electie uyt deselve te doen. Want hoewel het de plicht is van sijn +Hoogheyd, om uyt een meerder getal de electie te doen, soo is hy evenwel +het selve niet anders gehouwen te doen, als uyt eene legitime, aen wiens +forme niet en manqueert, dewyl anders doende, de onwettigheyd vande +nomanatie, ook influeren souw inde electie. Ende derhalven en souwer +niet alleen rede gegeven werden te klagen over de nominatie, maer over +nominatie ende electie beyde. Als hiervoren overgenoeg aengewesen is. +Soo dat nu hier uyt seer klaer blijckt, wat voor fine lieden het moeten +zijn, die derven klagen, dat men sijne Hoogheyt niet en heeft mogen +berichten, ende esclaircissement geven. Indien nu alle dese voorschreve +redenen ende passagien van rechten eens op den Parnas te voorschijn +werden gebracht, ende men aen de eene zijde sal beginnen te overwegen, +wat voor eene bres dese Grotiaensche brief daer deur heeft gekregen; +ende aende andre zijde, watter al tot voordeel van sijne Hoogheyd werd +by gebracht, soo en geloof ik niet, dat Barnevelt vande selve meninge +sal blyven, om namentelik af te wachten de komste vanden Primier, ende +hem gehoort gebbende, nader te delibereren op het intrecken, ofte +antiqueren van het jus civile, ofte corpus juris. Want ik geloof dat hy +met al de bende, overluyd roepen sal, wech met dit gespuys dat ons al +dese brabbelinge maeckt. Ja ik en kan niet anders dencken, of men sal +den vromen Oldenbarnevelt komen last te geven; <i>Videat ne respublica +Parnassicolarum quid detrimenti capiat</i>: ende dat men hem expresse mede +ordineren sal, dat hy de Justitie representerende maecht de schael met +het swaerd, 't sy deur finesse, 't sy anders, uyt de handen wringe, +voort eene schop van achteren geve, ende +<span class="pagenum"> + <a id=page25 + name="page25"> +</a>[Pag. 25] +</span> +soo +late loopen. Want heeft men in voorgaende tyden den stok wel derven +trecken, ende en souw men het nu niet doen, soo waer wel de Pernas vol +gecken. Neen, men moet mede toonen, datmen is, ende sich soo niet laten +over de neus hacken. Doch op dat de plaets van de verschovene sloot +weder mocht werden vervult, wat waer 'er beter, als daer toe te +consacreren en te wyen; Mevrouwe <i>Eygesucht</i>? Ende, om daer soo niet +alleen te pronck te laten staen, als die uytgeworpene slobbe tot noch +toe heeft gedaen, wat waer 'er gevoeglicker, als datter, na dese tyde +wijse, tot camerier, <i>Archlistigheyd</i> wierde toegevoeght, versen met +eene mensch, vol van alle soorten van onwaerheden, gestoffeerde ende +ongestoffeerde, ende tot Staet juffers de verwloose <i>onbeschaemtheyd</i>, +met hare suster <i>Snatersnel</i>? Doch voor al diende wel besorght, dat dese +geheyligde Dame wierde ter hand gestelt eene stempel, waer mede wierde +getekent, alle woorden, reden, en loyen, die op den Parnas gangbaer +sullen zijn, ende de selve, van wat alloy of forme die oock mochten +wesen, te legitineren. op de nieuw uytgevondene manier: verklarende alle +het verdere voor billoen. Ende soo jemand hier souw willen inbrengen +andre munt, al droegse het Keisers beelt, dat men hem nieten admittere, +maer weer omsende. Ende wil hy daer tegen inbinden, dat <i>Snatersnel</i>, +geassisteert met hare suster, niet op en houwe hem alsoo te bejegenen, +dat men sijne rede soo weynigh sal komen in achtinge nemen, als men kan +doen het gesangh vande nachtegael, onder het geschreeuw van de esels. So +dat het voortaen best sal zijn, dat alle die niet van dese hoogvliegende +Parnas-vogels en zijn, de vinger op de mond leggen. Nam, quis brachia +contra torrentem?</p> + +<hr style="width: 45%;"> +<br> +<a name="TOE-GIFT."></a><h2>TOE-GIFT.</h2> + +<p>Dewyl het den Missive Schrijver belieft heeft ons te verhalen, wat'er op +den Parnas is geschiet, soo souwen wy insgelyx hem konnen verhalen, +wat'er in het Rijck van de Maen, dewelcke, na het gevoelen van +Xenophanes, mede bewoond werd, is voorgevallen. Ook sommige van onse +luyden sijn daer al droomende na toe gegaen, +<span class="pagenum"> + <a id=page26 + name="page26"> +</a>[Pag. 26] +</span> +gaen, +ende al droomende weerom gekomen sijnde, hebben dingen verhaeldt, die +noyt en sijn geschiet, noch geschieden en sullen. Ende soo souwen wy hem +met gelijcke munt konnen betalen, ten ware dat'et beter was eene ware +Historie te vertellen, als verdichtselen, die min te achten, sijn, als +de fabulen van Æsopus, of van den Arabischen Lokman. Ick sal dan seggen, +dat het inder daed is gebeurt, datter inde maend van October des +voorleden Jaers 1684. Weynigh dagen voor de onwettig verklaerde +nominatie van de Mannen van Achten, ten huyse van den Burgemeester +Francken, in de Voorzael is verschenen een goed ende aensienlick getal +van Dekenen der respective Gildens. Dat aldaer 't selve rijckelick met +Wijn is beschoncken, van 's achtermiddaghs te vier uyren tot des avonds +te seven uyren, en later. Soo dat'er by eenige de Schroef al los +raeckte, en de men het koelvat mede voor eene water-pot gebruyckte. Dit +geselschap hier soo sijnde, is aengesproocken by den voorschreven Heer +Burgemeester Francken, dewelcke verklaerde, dat sy daer ontboden waren, +om haer te recommanderen de ouwe Achten, ten eynde sy inde aenstaende +nominatie niet verby gegaen wierden. En aengaende de verdere, +bemerckende dat over de selvige eenige beroeringe onder de Dekens ware, +versocht hy, dat sy boven de ouwe Achten, soodanige wilde nomineren, die +na de sin en speculatie van de Regeringe mochten sijn. Want anders +doende, dat het van een schadelick gevolgh souw sijn. Waer na de +Burgemeester Muys sijne welspreeckentheydt heeft getoont, ende heeft die +vrienden aengesproocken met de volgende</p> + +<span class="pagenum"> + <a id=page27 + name="page27"> +</a>[Pag. 27] +</span> + +<br> + +<h3>HARANGUE.</h3> +<br> + +<p><i>Mannen Deeckens</i>,</p> + +<p>Alle 't geene de Heer Burgemeester Francken uw daer geleght heeft, is +waer en waerachtigh, en daerom kan ick my niet onthouden van uw voor al +voor oogen te leggen de les van Salomon, dewelcke dicteert: dat alle die +sigh mengen met die gene, die na veranderinge staen, met deselve vergaen +sullen, dese veranderinge nu die hier by sommige quaedtaerdige, en +ambitieuse menschen beooght, en geëntameert wort, sal seeckerlijck naer +sigh slepcn een volkomen ruïne van de Stadt, en desselfs Finantien. Wy +hebben veel moeyten gehadt om de vervallen Finantien van de Stadt te +redresseren, wy hebben een Fons uytgevonden, te vooren onbekent, waer +door de vervallene saecken weder sijn herstelt, wy hebben de Kaeyen +gemaeckt; de Havens gediept, de Bruggens verstelt, en alles tot de +Negotie in dier voegen geapproprieert, dat daer door de welvaert +soodanigh is aengegroeyt, alsje alle tegenwoordigh siet, ende gewaer +wordt, en selfs heb ick tot dese saecken uyt mijn eygen beurs aen de +Stadt geschoten de somme van 12000 ponden, die ick jegens 3½. per Cent +laet loopen, met dien Interest te vreden sijnde, om de Stadt, die ick +lief hebbe te soulageren. Maer Mannen Deeckens, die andere menschen die +dese veranderinge in 't hooft hebben, en achten geen Stadt, noch geen +Finantien, ja recht uytgeseyt, sy hebben den Duyvel en den Sacrement van +de Stadt, en 't sijn Fielten en Schelmen die desselfs goede en +loffelijcke Regeringe trachten te veranderen, en als 't dese Vagabonden +daer al toegebracht sullen hebben, wat sal 't dan sijn? de Finantien +sullen vervallen, de Stadt en desselfs +<span class="pagenum"> + <a id=page28 + name="page28"> +</a>[Pag. 28] +</span> +Havens onbruyckbaer worden; de +Arbeyts-luyden naeckt en leegh loopen. Ick bid u Mannen Deeckens, en +smeeck uw met gevouwen handen, datje doch na geen veranderingh en +luystert, noch na geen menschen die 't daer mede houden; En siet doch +wat menschen men hier al recommandeert aen u Nominatie, een deel +Vagabonden, een deel Kalissen, hier recommandeert men'er twee, hier +eenen Sonnemans en daer eenen anderen, daer magh'er hier en daer een +onder sijn van middelen, maer de meeste sijn kalissen en geen luyden +dieje dienen; Mannen Deeckens, noch behelpen sich dese menschen met dit +voorgeven, dat ick de Prins van Oranjen soude bedrogen hebben, het welck +valsch en Schelmachtigh gelogen is, ick stae wel by de Prins van +Orangien, en omtrent de Treves, is by Ons niet gedaen als met kennis van +sijne Hoogheyt; Ick bidje Mannen Deeckens luystert na sulcke leugens +niet, en ick smeeck uw nochmael, dat gy na geen veranderingh en staet, +maer het by u Regenten blyft houden; Soo sal de Stadt floreren, en God +Almagtig salje Personen, en je Familien zegenen, &c.</p> + +<p>Nu eens gedroncken, wel Cameraet, uw heb ick wel gekent over 20. Jaer, +enje Ouwers oock wel, ick brenght uw eens, sa Knecht, brenght een Glas +van Respect, Vrienden dat moet rondt gaen, a vous de gesontheyt van ...</p> + +<p>Die hebben wy de Parnas-broeders, voor een toe-gifte, wel willen +communiceren, alsoo het noch niet en schijnt in de archiven van hare +Republijck ingekomen te sijn. Het welcke nochtans wel noodsaeckelick +dient geweten te sijn, op dat men soo de Historie van dit Dordtsche +werck met'er tydt compleet mach krijgen. Waer toe ick hoop dat andere +vrienden, die yetwes hebben, ter materie dienende, mede de hand sullen +leenen. Interum, lector, vive, vale, & his candidus utere merum.</p> + +<p>FINIS.</p> + +<div>*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 11884 ***</div> +</body> +</html> + |
