diff options
| author | www-data <www-data@mail.pglaf.org> | 2026-08-16 14:22:19 -0700 |
|---|---|---|
| committer | www-data <www-data@mail.pglaf.org> | 2026-08-16 14:22:19 -0700 |
| commit | d4b269a0b26aeb37ba4c5ec1ffec27d72d6dec19 (patch) | |
| tree | bd544ffad6ee13d5f7a6a64a482214e31697edec /79379-0.txt | |
Diffstat (limited to '79379-0.txt')
| -rw-r--r-- | 79379-0.txt | 12506 |
1 files changed, 12506 insertions, 0 deletions
diff --git a/79379-0.txt b/79379-0.txt new file mode 100644 index 0000000..99962bf --- /dev/null +++ b/79379-0.txt @@ -0,0 +1,12506 @@ +*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 79379 *** + + + + + WONDERREIZEN + + + JULES VERNE + + + MICHAEL STROGOFF + DE KOERIER VAN DEN CZAAR + + + AMSTERDAM + UITGEVERS-MAATSCHAPPIJ „ELSEVIER”. + 1910. + + + + + + + + +I. + +EEN FEEST IN HET NIEUWE PALEIS. + + +»Sire, al weer eene dépêche.” + +»Van waar?” + +»Van Tomsk.” + +»Is de telegraafdraad voorbij de stad gebroken?” + +»Hij is sedert gisteren gebroken.” + +»Zend van uur tot uur een telegram naar Tomsk, generaal, en dat men mij +op de hoogte houde.” + +»Ja, sire,” antwoordde generaal Kissoff. + +Deze woorden werden ’s morgens te twee uur gewisseld op het oogenblik, +dat het feest, in het Nieuwe Paleis gegeven, in vollen gang was. + +Gedurende die soirée hadden de regimenten van Preobrajensky en +Paulowsky de uitgezochtste polka’s, mazurka’s, scottisch’s en walsen +van hun répertoire onophoudelijk gespeeld. De dansparen +vermenigvuldigden tot in het oneindige door de schitterende zalen van +het paleis, dat zich in de nabijheid van het oude steenen huis bevond, +waarin eertijds zoovele verschrikkelijke drama’s hadden plaats gehad, +en waarin de echo’s dezen nacht ontwaakten om de tonen van de muziek +der quadrilles te doen weerkaatsen. + +De hofmaarschalk werd trouwens zeer goed in zijne moeilijke taak ter +zijde gestaan. De grootvorsten en hunne adjudanten, de kamerheeren van +dienst, de officieren van het paleis, bestuurden en regelden zelf de +dansen. De grootvorstinnen, met diamanten bedekt, de staatsdames in +gala-kostuum, gaven wakker aan de vrouwen der hooge militaire en +burgerlijke beambten van de oude witte steenen stad, het voorbeeld.... +Ook, toen het sein tot de polonaise weerklonk, toen de genoodigden van +alle rangen aan deze gekadenseerde promenade deelnamen, die bij de +plechtigheden van dien aard al het gewicht van een nationale dans +heeft, bood het mengsel der met kant afgezette japonnen en der met +decoratiën versierde uniformen een onbeschrijfelijk gezicht aan, onder +het licht van honderd kristallen kronen, dat de weerkaatsing der groote +spiegels nog vertienvoudigde. + +Het was oogverblindend! + +Daarenboven deed de groote zaal, de grootste van het Nieuwe Paleis, aan +dien prachtigen stoet van hooge personages en schitterend getooide +vrouwen eene welverdiende eer aan. Het gewelf met verguldsels rijk +versierd, die door den tijd reeds een weinig dof waren geworden, was +als met flikkerende sterren bezaaid. De met goud geborduurde gordijnen +en portières hulden zich in purperkleurige warme tonen, die op de +afwisselende prachtige plooien der zware stof weerkaatsten. + +Door de beslagen glazen der boogvormige ramen verspreidde zich het +licht, waarvan de zalen schitterden, getemperd en als de weerkaatsing +van een brand naar buiten en stak zeer af bij de duisternis, welke +gedurende eenige uren dit schitterend paleis omhulde. Ook trok die +tegenstelling de aandacht van de genoodigden, die niet meedansten. Als +zij voor de ramen bleven stilstaan, konden zij eenige torens flauw +onderscheiden, die hier en daar hunne zeer groote schaduwbeelden +afteekenden. + +Onder de gebeeldhouwde balkons zagen zij talrijke schildwachten, +bedaard met het geweer op den schouder heen- en weergaan, wier puntige +helm als door eene vuurpluim versierd was, voortgebracht door het licht +dat zich naar buiten verspreidde. Ze hoorden ook de stappen der +patrouilles, die op de vierkante blauwe steenen met misschien nog meer +juistheid op de maat liepen dan de voeten der dansers op den vloer der +zalen. Van tijd tot tijd herhaalde zich het geroep der schildwachten +van post tot post, en soms mengde zich een trompetsein met de accoorden +van het orkest en wierp zijn schelle tonen te midden der algemeene +harmonie. + +Lager nog, vóór den gevel, zonderden zich donkere massa’s van de groote +lichtkegels af, door het licht van het Nieuwe Paleis gevormd. Het waren +booten die eene rivier afvoeren, waarvan de wateren hier en daar door +het trillend schijnsel van eenige vuurbakens verlicht, het lage +gedeelte der terrassen bespoelden. + +De voornaamste persoon van het bal, hij die het feest gaf en aan wien +generaal Kissoff een titel toegekend had, voor vorsten bestemd, was +eenvoudig in eene officiers-uniform der jagers van de garde gekleed. +Het was van hem geene gemaaktheid, maar de gewoonte van een man die +weinig met pralerij opheeft. Zijne kleeding stak dus af bij de +prachtige kostumes om hem heen, en zelfs vertoonde hij zich meestal zoo +te midden van zijn geleide, bestaande uit Georgiërs, Kozakken, +Lesghiërs, schitterende eskadrons, in de prachtvolle uniformen van den +Kaukasus uitgedost. + +Dit personage, groot van gestalte, met een vriendelijk uiterlijk, een +kalm gelaat, doch met een voorhoofd dat zorgen verried, ging van de +eene groep naar de andere, maar sprak weinig en scheen zelfs slechts +een flauwe aandacht te wijden, hetzij aan de vroolijke gesprekken der +jonge genoodigden, hetzij aan de meer ernstige der hooge +staatsambtenaren of der gezanten, die bij hem de voornaamste staten van +Europa vertegenwoordigden. Twee of drie dezer scherpzinnige +diplomaten—gelaatkundigen van beroep—hadden wel gemeend op het gelaat +van hun gastheer eenig teeken van ongerustheid op te merken, waarvan de +oorzaak hun ontsnapte, doch geen enkele zou zich veroorloofd hebben, +hem hierover te ondervragen. In alle geval wilde de officier der jagers +van de garde ongetwijfeld geenszins dat de geheime gedachten, die hem +bezighielden, het feest zouden storen, en, daar hij een dier zeldzame +vorsten was, aan wien bijna eene geheele wereld zich gewend heeft te +gehoorzamen, zelfs in gedachte, werden de genoegens van het bal geen +oogenblik belemmerd. + +Generaal Kissoff wachtte evenwel dat de officier, aan wien hij zooeven +de dépêche uit Tomsk had medegedeeld, hem het bevel zou geven zich te +verwijderen, doch deze bleef het stilzwijgen bewaren. Hij had het +telegram genomen, het gelezen en zijn gelaat werd hoe langer hoe +somberder. Hij bracht zijn hand zelfs onwillekeurig aan het gevest van +zijn degen en vervolgens aan zijne oogen, die hij een oogenblik +bedekte. Men zou gezegd hebben dat het schelle licht hem smartte, en +dat hij de duisternis zocht, om beter tot zich zelven in te keeren. + +»Dus,” hernam hij, na generaal Kissoff naar het venster geleid te +hebben, »zijn wij sedert gisteren niet meer in verbinding met den +grootvorst?” + +»Neen, Sire, en het is te vreezen dat de dépêches weldra niet meer over +de Siberische grenzen kunnen.” + +»Maar de troepen der provinciën van de Amoer en van Irkoetsk, alsmede +die van Transbaikalië, hebben order ontvangen onmiddellijk naar +Irkoetsk op te rukken.” + +»Dit bevel is met het laatste telegram gegeven, dat wij gene zijde van +het meer Baïkal hebben kunnen doen bereiken.” + +»Wat de gouvernementen van de Jeniseï, van Omsk, van Semipalatinsk, van +Tobolsk betreft, zijn wij altijd nog met hen in rechtstreeksche +verbinding sedert het begin van den inval?” + +»Ja, Sire, onze dépêches bereiken hen nog, en wij hebben op het +oogenblik de zekerheid, dat de Tartaren niet tot over de Irtisch en de +Obi voortgerukt zijn.” + +»En heeft men geen enkel bericht van den verrader Ivan Ogareff?” + +»Geen enkel,” antwoordde generaal Kissoff. »De directeur van politie +kan niet met zekerheid bevestigen of hij de grenzen over is of niet.” + +»Dat zijn signalement dan onmiddellijk opgezonden worde naar +Nijni-Novgorod, naar Perm, naar Ekaterinenburg, naar Kassimow, naar +Tioemen, naar Ichim, naar Omsk, naar Elamsk, naar Kolivan, naar Tomsk, +naar alle telegraafkantoren, waarmede de draad nog in gemeenschap is!” + +»De bevelen van Uwe Majesteit zullen oogenblikkelijk ten uitvoer worden +gebracht,” antwoordde generaal Kissoff. + +»Geen woord over dit alles!” + +Na een teeken van eerbiedige instemming gegeven en een diepe buiging +gemaakt te hebben, mengde zich de generaal onder de menigte en verliet +hij weldra de zalen, zonder dat zijn vertrek werd opgemerkt. + +Wat den officier betreft, hij bleef eenige oogenblikken peinzend, en +toen hij zich weer onder de verschillende groepen van militairen en +staatslieden kwam mengen, die zich op verscheidene punten der zalen +hadden gevormd, had zijn gelaat al de kalmte hernomen, die hem een +oogenblik verlaten had. + +Evenwel was het ernstige feit, dat tot deze snel gewisselde woorden +aanleiding gegeven had niet zoo onbekend, als de officier der jagers +van de garde en generaal Kissoff meenden. Men sprak er wel is waar niet +officieel, ja zelfs niet officieus over, wijl de tongen niet los waren, +doch eenige hooge personages waren van de gebeurtenissen, die over de +grenzen plaats vonden, min of meer juist onderricht geworden. In alle +geval, hetgeen zij misschien slechts ten naastenbij wisten, waarover +zij zich niet onderhielden, zelfs niet tusschen leden van het corps +diplomatique, hierover spraken in stilte twee genoodigden, die zich op +deze receptie in het Nieuwe Paleis noch door uniform noch door eenige +decoratie onderscheidden. Deze schenen vrij juiste inlichtingen +ontvangen te hebben. + +Hoe, langs welken weg, door welke tusschenkomst wisten deze twee +eenvoudige stervelingen hetgeen zoovele andere personages, zelfs de +aanzienlijkste, ter nauwernood vermoedden? Men zou het niet kunnen +zeggen. Bezaten zij de gave van in de toekomst te zien? + +Bezaten zij een zesde zintuig dat hen in staat stelde verder te zien +dan de begrensde blik van den mensch reikt? Hadden zij een bijzonder +fijnen reuk om de verborgenheden op te sporen? Had hunne natuur dan +eene andere gedaante aangenomen, dank zij deze gewoonte, bij hen een +tweede natuur geworden, om te leven van navorsching en door +navorsching? Men zou in verzoeking gebracht worden dat aan te nemen. + +Van deze beide mannen, was de eerste een Engelschman, de andere een +Franschman, beiden lang en mager,—deze bruin als de zuidelijke bewoners +van Provence, gene rosachtig als een gentleman van Lancashire. De +Anglo-Normandiër, afgemeten, koud, flegmatisch, weinig beweeglijk en +weinig spraakzaam, scheen niet te spreken of gebaren te maken, dan +wanneer eene veer losging, die bij geregelde tusschenpoozen werkte. De +Gallo-Romein, levendig, dartel, drukte zich te gelijkertijd met de +lippen, oogen en handen uit, twintig manieren hebbende om zijne +gedachte terug te geven, terwijl de Anglo-Normandiër er slechts éene +scheen te hebben, die onveranderlijk in zijn brein gestereotypeerd was. + +Dat verschil in natuur zou den minst opmerkzamen mensch getroffen +hebben; maar een gelaatkundige, deze twee vreemdelingen een weinig van +nabij beschouwende, zou de natuurkundige tegenstelling die hen +kenmerkte, juist bepaald hebben door te zeggen: dat zoo de Franschman +geheel en al »oog,” de Engelschman geheel en al »oor” was. + +Inderdaad, was het gezichtswerktuig van den een door het gebruik tot +eene bijzondere volmaaktheid gebracht. Het netvlies van zijn oog moet +even gevoelig zijn als dat van die goochelaars, die eene kaart +herkennen alleen door vlug af te nemen of enkel door de plaatsing eener +valsche kaart, die door niemand anders wordt opgemerkt. De Franschman +bezat dus in hooge mate hetgeen men noemde: »het geheugen van het oog.” + +De Engelschman daarentegen, scheen in het bijzonder geschapen te zijn, +om te luisteren en te hooren. Was zijn gehoorwerktuig eenmaal door den +klank eener stem getroffen, dan kon hij die niet meer vergeten, en na +tien, ja na twintig jaar, zou hij ze nog onder duizenden herkend +hebben. Zijne ooren hadden wel niet het vermogen zich te bewegen, +zooals die der dieren, die met groote gehoorschelpen voorzien zijn; +maar, daar de geleerden bewezen hebben, dat de ooren van den mensch +slechts bijna onbeweeglijk zijn, zou men kunnen beweren dat die van +bovengenoemden Engelschman, door ze op te zetten en ze heen en weer te +wringen, de klanken zochten op te vangen op eene, zelfs voor den +natuurvorscher bijna onmerkbare wijze. + +Het is noodig hier te doen opmerken, dat deze volmaaktheid van gezicht +en gehoor deze twee mannen in hun bedrijf uitstekend te pas kwam, want +de Engelschman was correspondent van de Daily Telegraph, en de +Franschman, correspondent van .... Van welk dagblad of van welke +dagbladen, dit zeide hij niet en wanneer men ’t hem vroeg, dan +antwoordde hij vroolijk weg, dat hij met zijne »nicht Madeleine” +briefwisseling hield. In de werkelijkheid was deze Franschman, onder +een schijn van luchtigheid, zeer slim en zeer scherpzinnig. Links en +rechts pratende, misschien om beter zijn lust om nieuws te vernemen te +verbergen, liet hij zich nooit uit. Zijne praatzucht zelfs diende hem +tot zwijgen, en misschien was hij meer geheimhoudend en omzichtig dan +zijn collega van de Daily Telegraph. En zoo beiden dit feest +bijwoonden, dat in het Nieuwe Paleis in den nacht van 15 op 16 Juli +gegeven werd, dan was ’t in hoedanigheid van dagbladschrijvers, en tot +groote stichting hunner lezers. + +Het spreekt vanzelf, dat deze beide mannen vol ijver voor hunne zending +waren, door onophoudelijk als fretten het spoor te volgen van het meest +onverwachte nieuws; niets schrikte hen af, mits zij maar slaagden; zij +hadden de onverstoorbare koelbloedigheid en de werkelijke stoutheid van +lieden van het vak. Als wezenlijke jockeys van die steeple chase, van +de jacht op nieuwstijdingen, klommen zij over hagen, trokken zij +rivieren over, sprongen zij de hindernissen over met de weergalooze +drift van volbloed-paarden die de eersten willen zijn of sterven! + +Overigens lieten hunne dagbladen ’t hun aan geen geld ontbreken als +zijnde dit de zekerste, snelste en volmaaktste stof die tot nu toe +bekend is om nieuwstijdingen te bekomen. Men moet er ook tot hunne eer +bijvoegen, dat geen van beiden zich ooit met het bijzondere leven +bemoeiden, en dat zij dan alleen werkten, wanneer staatkundige en +maatschappelijke belangen in het spel waren. In éen woord, zij oefenden +hetgeen men sedert eenige jaren noemt, »het groote staatkundige en +militaire verslaggeversschap” uit. + +Alleen zal men zien, wanneer men ze van nabij gadeslaat, dat zij den +meesten tijd eene zonderlinge manier hadden om de feiten te beschouwen +en vooral hunne gevolgen, daar ieder van hen zijne eigen manier »van +zien en van waardeeren” had. Doch daar het met hunne taak ernst was, en +zij zich niet ontzagen, wanneer het te pas kwam, zou het leelijk +geweest zijn hen hierover te laken. + +De Fransche correspondent heette Alcide Jolivet. Harry Blount was de +naam van den Engelschen correspondent. Zij ontmoetten elkander voor den +eersten keer op het feest in het Nieuwe Paleis, waarvan zij in hun +dagblad een verslag moesten geven. Het verschil van hun karakter, +gevoegd bij een zekere jalousie de metier, moest hun vrij weinig +genegenheid voor elkander inboezemen. Evenwel vermeden zij elkander +niet en zochten veeleer elkander wederkeerig te polsen omtrent het +nieuws van den dag. Zij waren, alles wel beschouwd, twee jagers, op +hetzelfde jachtveld met gelijke behoedzaamheid jagende. Hetgeen de een +miste, kon door den ander geschoten worden, en dezen tot voordeel +strekken;—ook hun eigenbelang bracht mede dat zij in de gelegenheid +waren, elkander te zien en te verstaan. + +Dien avond lagen zij dus beiden op de loer. Er was werkelijk iets in de +lucht. + +»Al waren het slechts een zwerm wilde eendvogels,” zeide Alcide Jolivet +tot zichzelf, »dan is ’t wel een schot waard!” + +De twee correspondenten geraakten dus gedurende het bal met elkander in +gesprek, eenige oogenblikken nadat generaal Kissoff zich verwijderd +had, en beproefden elkander een weinig te polsen. + +»Vraiment, monsieur, cette petite fête est charmante”, (»Inderdaad, dit +feest is betooverend,”) zeide op een beminnelijken toon Alcide Jolivet, +die met deze bij uitnemendheid Fransche spreekwijze het gesprek meende +te moeten beginnen. + +»Ik heb reeds getelegrapheerd: Splendid!” antwoordde Harry Blount koel, +die dit woord gebruikte, omdat het in het bijzonder elke soort van +bewondering van den burger van het Vereenigde Koninkrijk uitdrukt. + +»Ik heb evenwel gemeend,” voegde Alcide Jolivet er bij, »tegelijkertijd +aan mijne nicht te moeten seinen....” + +»Uwe nicht!....” herhaalde Harry Blount met verwondering, terwijl hij +zijn collega in de rede viel. + +»Ja,” hernam Alcide Jolivet, »mijne nicht Madeleine.—Met haar houd ik +briefwisseling. Mijne nicht is gaarne snel en goed onderricht.... Ik +heb dus gemeend haar te moeten seinen, dat ik, gedurende het feest, +eene zekere somberheid op het gelaat van den vorst heb meenen te +bespeuren.” + +»Wat mij betreft, hij is mij nog al schitterend voorgekomen,” +antwoordde Harry Blount, die misschien zijne gedachte hieromtrent wilde +verbergen. + +»En natuurlijk hebt gij hem doen schitteren in de kolommen van de Daily +Telegraph?” + +»Zeer zeker.” + +»Herinnert gij u, mijnheer Blount,” zeide Alcide Jolivet, »hetgeen er +te Zakret in 1812 is voorgevallen?” + +»Ik herinner ’t mij alsof ik er bij geweest was, mijnheer,” antwoordde +de Engelsche correspondent. + +»Dan zult gij wel weten,” hernam Alcide Jolivet, »dat, te midden van +een feest te zijner eere gegeven, men keizer Alexander kwam mededeelen, +dat Napoleon de Niemen met de voorhoede van het Fransche leger was +overgetrokken. De keizer verliet evenwel het feest niet, en, ondanks de +ernstige tijding, die hem zijn rijk kon kosten, liet hij niet meer +ongerustheid blijken....” + +»Dan onze gastheer heeft laten blijken, toen generaal Kissoff hem +mededeelde dat de telegraafdraden tusschen de grenzen en het +gouvernement Irkoetsk afgebroken waren.” + +»Ha! die bijzonderheid is u bekend?” + +»Ze is mij bekend.” + +»Wat mij betreft, ik zou moeilijk onwetendheid kunnen voorwenden, daar +mijn laatste telegram tot Oedinsk gegaan is,” merkte Alcide Jolivet met +eene zekere voldoening op. + +»En het mijne slechts tot Krasnoïarsk,” antwoordde Harry Blount met +niet minder voldoening. + +»Dan zult gij ook weten dat orders naar de troepen van Nikolaevsk zijn +gezonden?” + +»Ja, mijnheer, terzelfder tijd dat men aan de Kozakken van het +gouvernement Tobolsk telegrapheerde om zich te verzamelen.” + +»Niets is meer waar, mijnheer Blount, die maatregelen waren mij +insgelijks bekend, en geloof maar, dat mijn lieve nicht morgen er reeds +iets van vernemen zal!” + +»Precies zooals de lezers van de Daily Telegraph ’t ook zullen +vernemen, mijnheer Jolivet.” + +»Daar hebt ge ’t. Wanneer men alles ziet wat er omgaat!...” + +»En wanneer men naar alles luistert wat er gezegd wordt!...” + +»Een belangrijke veldtocht om te volgen, mijnheer Blount.” + +»Ik zal hem volgen, mijnheer Jolivet.” + +»Dan is ’t wel mogelijk dat wij elkaar op een terrein zullen +terugvinden dat minder veilig zal zijn dan de vloer van deze zaal!” + +»Minder veilig, ja, maar...” + +»Maar ook minder glad!” antwoordde Alcide Jolivet, die zijn collega +tegenhield op het oogenblik dat deze, achteruitgaande, het evenwicht +verloor. + +En hierop verlieten de beide correspondenten elkander, verheugd te +weten dat de een den ander geen vlieg had afgevangen. Inderdaad zij +waren beiden even goed op de hoogte. + +Op dit oogenblik gingen de deuren der, aan de groote zaal, belendende +zalen open. Daar stonden verscheiden zeer groote prachtig gedekte +tafels, met kostbaar porselein en gouden vaatwerk in overvloed +voorzien. Op de tafel, die in het midden stond, en voor de prinsen, de +prinsessen en de leden der diplomatie bestemd was, schitterde een zeer +kostbaar middenstuk, uit de Londensche fabrieken afkomstig en rondom +dit meesterstuk van goud- en zilverwerk glinsterden, onder het licht +der kristallen kronen, de duizend stukken van het bewonderenswaardigste +servies, dat ooit de fabrieken van Sèvres verlaten had. + +De genoodigden van het Nieuwe Paleis begaven zich nu naar de zalen van +het soupé. Op dit oogenblik naderde generaal Kissoff, die binnenkwam, +schielijk den officier der jagers van de garde. + +»Wel?” vroeg deze driftig, zooals hij den eersten keer gevraagd had. + +»De telegrammen gaan niet verder dan Tomsk, Sire.” + +»Een koerier, terstond!” + +De officier verliet de groote zaal en ging in eene groote kamer +daarnaast. Het was een werkvertrek, zeer eenvoudig met oude eikenhouten +meubels gemeubileerd, en gelegen in een der hoeken van het Nieuwe +Paleis. Aan den muur hingen eenige schilderijen, onder anderen +verscheidene doeken van Horace Vernet. + +De officier opende driftig het venster, alsof er geen zuurstof meer in +zijn longen aanwezig was, en ging op een ruim balkon de zuivere lucht +genieten, die men in een heerlijken nacht van de maand Juli inademt. + +In den helderen maneschijn zag hij een verstrekte ruimte zich afronden, +waarin zich twee hoofdkerken, drie paleizen en een tuighuis verhieven. +Rondom die omwalling teekenden zich duidelijk drie steden af: +Kitaï-Gorod, Beloï-Gorod, Zemliamoï-Gorod, onmetelijke Tartaarsche, +Europeesche en Chineesche wijken, die door de minarets, de torens van +drie honderd kerken met groene koepeldaken, waarop een zilveren kruis +prijkte, beheerscht werden. Eene kleine rivier, met kronkelenden loop, +weerkaatste hier en daar de stralen van de maan. Het geheel vormde een +merkwaardig mozaïek van verschillend geverfde huizen, samengevat als in +eene uitgestrekte lijst van tien mijlen. + +Deze rivier was de Moskowa, die stad was Moskou, die verstrekte ruimte +was het Kremlin, en de officier der jagers van de garde die, met over +elkander geslagen armen, met een peinzend gelaat, onverschillig naar +het gedruisch luisterde, die zich uit het Nieuwe Paleis over de oude +Moskovische stad verspreidde, was de czaar. + + + + + + + + +II. + +RUSSEN EN TARTAREN. + + +Dat de czaar zoo onverwachts de zalen van het Nieuwe Paleis verlaten +had, op het oogenblik dat het feest, dat hij aan de burgerlijke en +militaire autoriteiten van Moskou gaf, in vollen glans was, kwam daar +van daan, dat ernstige gebeurtenissen toen aan gene zijde van den Oeral +plaats hadden. Er viel niet meer aan te twijfelen, dat een geduchte +inval de Siberische provinciën aan het Russisch bestuur dreigde te +ontrukken. + +Aziatisch Rusland of Siberië beslaat eene oppervlakte van vijf honderd +zestig duizend mijlen, en telt ongeveer twee millioen inwoners. Het +strekt zich uit van het Oeralgebergte, dat het van Europeesch Rusland +scheidt, tot de kusten van de Stille Zuidzee. Ten zuiden ligt Turkestan +en het Chineesche rijk; ten noorden de IJszee, van de zee van Kara af +tot de Behringstraat. Het is verdeeld in gouvernementen of provinciën, +namelijk Tobolsk, Jeniseïsk, Irkoetsk, Omsk en Jakoetsk; het bevat twee +districten: Okhotsk en Kamtschatka, en bezit twee landen tegenwoordig +aan de Moskovische heerschappij onderworpen, het land der Kirgiezen en +het land der Tchoektches. Deze uitgestrekte steppen, die meer dan +honderd tien graden van het Westen naar het Oosten beslaan, zijn +tegelijkertijd eene strafkolonie voor misdadigers en een ballingsoord +voor hen die door eene ukaze tot uitzetting zijn veroordeeld. + +Twee gouverneurs vertegenwoordigen de oppermacht van den czaar in dit +uitgestrekte land. De een houdt zijn verblijf te Irkoetsk, de +hoofdplaats van Oost-Siberië; de andere te Tobolsk, de hoofdplaats van +West-Siberië. De rivier Tchoena, eene nevenrivier van den Jeniseï, +scheidt deze beide Siberiën. + +Geen spoorweg doorloopt deze onmetelijke vlakten, waarvan eenige +wezenlijk buitengewoon vruchtbaar zijn. Geen spoor staat de kostbare +mijnen ten dienste, die den Siberischen grond meer onder dan boven +zijne oppervlakte, rijk maken. Men reist er in tarentass of in telega +des zomers; in sleden des winters. + +Een enkele gemeenschap bestaat er tusschen de westelijke en oostelijke +grenzen van Siberië door middel van een draad, die meer dan acht +duizend wersten (8.536 kilometer) [1] lang is. Van af den Oeral gaat +hij over Ekaterinenburg, Kassimow, Tioemen, Ichim, Omsk, Elamsk, +Kolivan, Tomsk, Krasnoïarsk, Nijni-Oedinsk, Irkoetsk, +Verkne-Nertschink, Strelink, Albazine, Blagoustenks-Radde, Orlomskaya, +Alexandrowskoë, Nikolaevsk, en rekent zes roebels en negentien kopeken +voor elk woord dat tot zijne uiterste grens geseind wordt [2]. Van +Irkoetsk gaat eene zijlijn naar Kiatka op de Mongoolsche grenzen, en +van daar brengt de post, tegen dertig kopeken per woord, de tijdingen +in veertien dagen naar Peking over. Deze draad nu, tusschen +Ekaterinenburg en Nikolaevsk, was afgesneden, eerst aan gene zijde van +Tomsk, en eenige uren later tusschen Tomsk en Kolivan. + +Daarom had de czaar, na de mededeeling die generaal Kissoff hem voor de +tweede maal gedaan had, slechts met deze enkele woorden geantwoord: +»Een koerier terstond!” + +De czaar stond eenige oogenblikken onbeweeglijk aan het venster van +zijn werkkamer, toen de kamerdienaars op nieuw de deur openden. De +grootmeester van politie verscheen op den drempel. + +»Treed binnen, generaal,” zeide de czaar kortaf, »en zeg mij al wat gij +weet van Ivan Ogareff.” + +»Het is een uiterst gevaarlijk man, Sire,” antwoordde de grootmeester +van politie. + +»Hij had den rang van kolonel?” + +»Ja, Sire.” + +»Het was een schrander officier?” + +»Zeer schrander, maar onmogelijk te beheerschen, en van eene toomelooze +eerzucht, die voor niets terugdeinsde. Hij heeft zich opeens met +kuiperijen ingelaten, en toen is hij door den grootvorst van zijn rang +ontzet, en vervolgens naar Siberië verbannen.” + +»Op welk tijdstip?” + +»Twee jaar geleden. Na zes maanden in ballingschap geweest te zijn, +heeft Uwe Majesteit hem genade geschonken, en is hij in Rusland +teruggekomen.” + +»En is hij sedert dat tijdstip niet naar Siberië teruggekeerd?” + +»Ja, Sire, hij is er teruggekeerd, doch ditmaal vrijwillig,” antwoordde +de grootmeester van politie. En hij voegde er bij op eenigszins +zachteren toon: »Er was een tijd, Sire, dat, wanneer men naar Siberië +ging, men er niet meer uit terug kwam!” + +»Welnu, zoolang ik leef, is en zal Siberië een land zijn, waaruit men +wel terugkomt!” + +De czaar had het recht deze woorden met een wezenlijken trots uit te +spreken, want hij heeft dikwijls door zijn vergevensgezindheid getoond +dat de Russische rechtvaardigheid wist te vergeven. + +De grootmeester van politie antwoordde niets, doch het was +klaarblijkelijk, dat hij niet van halve maatregelen hield. Volgens hem, +mocht niemand ooit meer het Oeral-gebergte overschrijden, die er eens +door de gendarmen was overgezet. Onder de nieuwe regeering was het nu +niet meer zoo, en de grootmeester van politie betreurde dit ten +zeerste. Hoe! geene levenslange verbanning meer voor andere misdaden +dan die gepleegd tegen het gemeene recht! Hoe! die politieke ballingen +kwamen van Tobolsk, van Jakoetsk en van Irkoetsk terug! Waarlijk, de +grootmeester der politie, aan de autocratische besluiten der ukazen +gewend, kon die wijze van regeeren niet goedkeuren! Doch hij zweeg, +totdat de czaar hem opnieuw ondervroeg. + +De vragen lieten zich niet wachten. + +»Is Ivan Ogareff,” vroeg de czaar, »niet eene tweede maal in Rusland +teruggekeerd, na die reis in de Siberische provinciën, eene reis +waarvan het ware doel onbekend is gebleven.” + +»Hij is er teruggekeerd.” + +»En, sedert dien terugkeer, heeft de politie zijn spoor verloren?” + +»Neen, Sire, want een veroordeelde wordt slechts wezenlijk gevaarlijk +van den dag af dat hem genade geschonken is!” + +Het voorhoofd van den czaar fronste zich een oogenblik. Wellicht +vreesde de grootmeester van politie te ver gegaan te zijn,—alhoewel +zijne halsstarrigheid in zijne denkbeelden ten minste gelijk stond met +de grenzenlooze verknochtheid die hij voor zijn meester koesterde; doch +de czaar, deze zijdelingsche verwijten aangaande zijne binnenlandsche +politiek minachtende, vervolgde kortaf de reeks zijner vragen: + +»Waar was Ivan Ogareff het laatst?” + +»In het gouvernement Perm.” + +»In welke stad?” + +»In Perm zelf.” + +»Wat voerde hij daar uit?” + +»Hij scheen daar niets uit te voeren, en zijn gedrag gaf niet de minste +aanleiding tot verdenking.” + +»Stond hij niet onder het toezicht der hooge politie?” + +»Neen, Sire.” + +»Wanneer heeft hij Perm verlaten?” + +»Omstreeks de maand Maart.” + +»Om waar naar toe te gaan?” + +»Dat is mij niet bekend.” + +»En sedert dit tijdstip weet men niet waar hij gebleven is?” + +»Dat weet men niet.” + +»Nu, ik weet het!” antwoordde de czaar. »Naamlooze berichten, die niet +door de bureaux van politie gegaan zijn, zijn mij toegezonden, en +volgens de feiten, die op het oogenblik aan gene zijde der grenzen +plaats grijpen, heb ik alle reden te gelooven dat zij juist zijn!” + +»Wil Uwe Majesteit hiermede zeggen,” riep de grootmeester van politie +uit, »dat Ivan Ogareff de hand heeft in den inval der Tartaren!” + +»Ja, generaal, en ik zal u vertellen, hetgeen gij niet weet. Ivan +Ogareff, na het gouvernement Perm verlaten te hebben, is het +Oeral-gebergte overgetrokken. Hij is Siberië binnengedrongen, in de +Kirgiesche steppen, en hij heeft beproefd de zwervende stammen in +opstand te brengen. Hij is toen weer naar het zuiden getrokken, tot in +het vrije Turkestan. Daar, in de Khanaten Bokhara, Khokhand, Koendoez, +heeft hij hoofden gevonden die bereid waren hunne Tartaarsche horden in +de Siberische provinciën te doen binnendringen en een algemeenen inval +in het Russische rijk in Azië uit te lokken. De beweging is heimelijk +op touw gezet, doch zij is als een bliksemstraal uitgebarsten, en op +het oogenblik zijn de wegen en middelen van verkeer tusschen West- en +Oost-Siberië afgesneden! Daarenboven wil Ivan Ogareff, dorstende naar +wraak, een aanslag op het leven van mijn broeder doen!” + +De czaar had zich al pratende opgewonden en liep met rassche schreden +heen en weer. De grootmeester van politie antwoordde niets, doch hij +zeide tot zich zelven, dat, ten tijde toen de keizers van Rusland nooit +gratie aan een banneling schonken, de plannen van Ivan Ogareff zich +nooit zouden hebben verwezenlijkt. + +Eenige oogenblikken verliepen gedurende welke hij het stilzwijgen +bewaarde. Vervolgens den czaar naderende, die zich in een leuningstoel +geworpen had: + +»Uwe Majesteit,” zeide hij, »heeft zonder twijfel bevelen gegeven dien +inval zoo snel mogelijk af te slaan?” + +»Ja,” antwoordde de czaar. »Het laatste telegram dat Nijni-Oedinsk +heeft kunnen bereiken, heeft de troepen van de gouvernementen +Jeniseïsk, Irkoetsk, Jakoetsk, die der provinciën van de Amoer en van +het meer Baïkal in beweging moeten stellen. Tegelijkertijd trekken de +regimenten van Perm en van Nijni-Novgorod en de grenskozakken met +geforceerden marsch naar het Oeralgebergte op; doch, ongelukkig, moeten +er verscheidene weken verloopen alvorens zij zich tegenover de +Tartaarsche kolonnes kunnen bevinden!” + +»En is de broeder van Uwe Majesteit, Zijne Keizerlijke Hoogheid, de +grootvorst, op het oogenblik afgezonderd in het gouvernement Irkoetsk, +niet meer in rechtstreeksche verbinding met Moskou?” + +»Neen.” + +»Maar hij moet toch, door de laatste dépêches weten, welke maatregelen +Uwe Majesteit genomen heeft en welke hulp hij te wachten heeft van de +gouvernementen, die het dichtst bij dat van Irkoetsk gelegen zijn.” + +»Hij weet zulks,” antwoordde de czaar, »maar hetgeen hij niet weet is, +dat Ivan Ogareff, tegelijkertijd dat hij de rol van oproerling speelt, +ook die van verrader vervult, en dat hij in hem een persoonlijken en +verbitterden vijand heeft. Aan den grootvorst heeft Ivan Ogareff zijne +eerste ongenade te danken, en het ergste van alles is dat hij dien man +niet kent. Het plan van Ivan Ogareff is dus om zich naar Irkoetsk te +begeven, en daar, onder een valschen naam zijne diensten aan den +grootvorst aan te bieden. Na zijn vertrouwen gewonnen te hebben en +wanneer de Tartaren Irkoetsk zullen berend hebben, zal hij de stad +overleveren en met haar mijn broeder, wiens leven rechtstreeks bedreigd +is. Dit weet ik door »mijne” berichten; dit weet de grootvorst niet en +dit moet hij weten!” + +»Welnu, Sire, een schrander, moedig koerier....” + +»Ik wacht hem.” + +»En hij moet spoed maken,” voegde de grootmeester van politie er bij, +»want veroorloof mij er bij te voegen, Sire, Siberië is een land dat +gunstig voor oproeren is!” + +»Wilt gij hiermede zeggen, generaal, dat de ballingen met den vijand +gemeene zaak zouden maken?” riep de czaar uit, die, bij deze +verdachtmaking van den grootmeester van politie, zichzelf niet meester +was.... + +»Dat Uwe Majesteit het mij niet ten kwade duide!” antwoordde stamelend +de grootmeester van politie, want zijne ongerustheid en zijn argwaan +hadden hem wel degelijk deze gedachte ingegeven. + +»Ik houd de bannelingen toch voor vaderlandlievender!” hernam de czaar. + +»Er zijn in Siberië andere veroordeelden dan die, welke voor +staatkundige vergrijpen verbannen zijn,” antwoordde de grootmeester van +politie. + +»Die boosdoeners! O! generaal, wat die betreft, ik laat ze aan u over! +Het is het uitvaagsel van het menschdom. Ze behooren tot geen land. De +opstand of liever de inval is niet gericht tegen den Keizer, maar tegen +Rusland, tegen dat land dat de ballingen nog eens hopen weer te zien, +en dat zij zullen weerzien!.... Neen, nooit zal een Rus met een Tartaar +samenspannen, om, al was het maar een uur, de Moskovitische macht te +verzwakken!” + +De czaar had gelijk aan de vaderlandsliefde te gelooven van hen, die de +staatkunde slechts tijdelijk verwijderd hield. De vergevensgezindheid, +die de grond was van zijne gerechtigheid, wanneer hij zelf daarvan de +uitwerksels kon leiden; de zeer verzachtende maatregelen die hij +genomen had in de toepassing der ukazen, eertijds zoo verschrikkelijk, +waren voor hem een waarborg dat hij zich niet kon vergissen. Maar ook +zonder dit machtige bestanddeel tot steun van den inval der Tartaren, +waren de omstandigheden zeer ernstig, want het was te vreezen dat de +Kirgiesche bevolking zich bij den vijand zou aansluiten. + +De Kirgiezen zijn in drie horden verdeeld, de groote, de kleine en de +middelhorde, die eene bevolking van twee millioen zielen uitmaken, en +omtrent vier honderd duizend tenten bewonen. Van deze verschillende +stammen zijn eenige onafhankelijk, terwijl andere de opperheerschappij +erkennen, hetzij van Rusland, hetzij van de Khanaten Khiva, Khokhand en +Bokhara, namelijk de geduchtste opperhoofden van Turkestan. De +middelhorde is de rijkste, en tegelijk de aanzienlijkste, en hare +legerplaatsen beslaan de geheele ruimte, gelegen tusschen de Sara-Soe, +de Irtisch, de boven-Ichim, het meer Hadisang en het meer Aksakal. De +groote horde, die de gewesten bewoont, gelegen ten westen van de +middelhorde, strekt zich uit tot de gouvernementen Omsk en Tobolsk. +Indien dus die Kirgiesche bevolkingen in opstand mochten geraken, dan +zou dit de bemachtiging van Aziatisch-Rusland tengevolgen hebben, en +allereerst de afscheiding van Siberië ten oosten van de Jeniseï. + +Het is waar dat deze Kirgiezen, zeer onbedreven in het oorlog voeren, +geene geregelde soldaten zijn, maar veeleer plunderaars, die des +nachts, de karavanen aanvallen. Gelijk de heer Levchine gezegd heeft, +»een gesloten front of een carré goede infanterie kan eene tienmaal +talrijker massa Kirgiezen het hoofd bieden, en een enkel stuk geschut +kan er eene ontzettende menigte van vernielen.” + +Goed, maar dat carré goede infanterie moet altijd toch nog in het +opgestane land aankomen en moeten de vuurmonden uit de geschutparken +der Russische provinciën vervoerd worden, die twee à drie duizend +wersten verwijderd zijn. Nu zijn, uitgenomen de rechtstreeksche weg die +Ekaterinenburg met Irkoetsk verbindt, de steppen, dikwijls moerassig, +niet gemakkelijk begaanbaar en verscheidene weken zouden er zeker +noodig zijn om de Russische troepen in staat te stellen de Tartaarsche +horden terug te slaan. + +Omsk is het middelpunt der militaire organisatie in West-Siberië, die +bestemd is de Kirgiesche bevolkingen in bedwang te houden. Daar zijn de +grenzen, die deze ten deele onderworpen zwervende volken meer dan eens +geschonden hebben, en aan het ministerie van oorlog had men alle reden +te gelooven dat Omsk reeds zeer bedreigd werd. De linie der militaire +koloniën, namelijk van die Kozakkenposten die van Omsk tot +Semipalatinsk geëchelonneerd zijn, moest op verscheidene punten +doorgebroken zijn. Nu was het te vreezen dat de »groote sultans” die +over de Kirgiesche districten het bewind voeren, de heerschappij der +Tartaren,—Muzelmannen gelijk zij,—vrijwillig aangenomen of er zich +gedwongen aan onderworpen hadden, en dat bij den wrevel, door de +dienstbaarheid te voorschijn geroepen, zich nog de haat zou voegen, +veroorzaakt door de vijandige verhouding der Grieksche en +Mahomedaansche godsdiensten. + +Sedert lang, inderdaad, zochten de Tartaren van Turkestan en +voornamelijk die van de Khanaten Bokhara, Khiva, Khokhand en Koendoez, +de Kirgiesche horden aan de Moskovische heerschappij te ontrukken, zoo +door geweld als door overreding. + +Eenige woorden slechts over deze Tartaren. + +De Tartaren behooren meer in ’t bijzonder tot twee afzonderlijke +rassen, het Kaukasische ras en het Mongoolsche ras. + +Het Kaukasische ras, dat, zooals Abel de Rémusat gezegd heeft, als het +schoonheidstype van het Europeesch ras beschouwd wordt, bestaat uit +Turken en Perzen. + +Het zuiver Mongoolsche ras bevat de Mongolen, Mandsjoes en Thibetanen. +De Tartaren, die toen het Russische rijk bedreigden, waren van +Kaukasischen oorsprong en bewoonden meer in ’t bijzonder Turkestan. Dit +uitgestrekte land is in verschillende Staten verdeeld, die door Khans +geregeerd worden; daar vandaan de benaming Khanaten. De voornaamste +Khanaten zijn die van Bokhara, van Khokhand, van Koendoez enz. + +Op dit tijdstip was het belangrijkste en geduchtste Khanaat dat van +Bokhara. Rusland had reeds verscheidene malen tegen zijne opperhoofden +oorlog gevoerd, die uit een persoonlijk belang en om hen van juk te +doen verwisselen, de onafhankelijkheid der Kirgiezen gesteund hadden +tegen de Moskovitische heerschappij. Het toenmalige opperhoofd +Feofar-Khan drukte de voetstappen zijner voorgangers. + +Dit Khanaat Bokhara strekt zich van het noorden naar het zuiden uit, +tusschen den zeven en dertigsten en een en veertigsten graad +noorderbreedte, en van het oosten naar het westen, tusschen de een en +zestigste en zes en zestigste graden oosterlengte, over eene +oppervlakte van ongeveer tien duizend vierkante mijlen. + +Men telt in dezen Staat eene bevolking van twee millioen vijf maal +honderd duizend inwoners, een leger van zestig duizend man, in tijd van +oorlog tot het drievoudige gebracht, en dertig duizend ruiters. Het is +een land rijk aan voortbrengsels uit het dieren-, planten- en +delfstoffenrijk, en dat door de toetreding der provinciën Balkh, Aukoï +en Meïmaneh vergroot is geworden. Het heeft negentien aanzienlijke +steden. Bokhara, omgeven van een muur van meer dan acht Engelsche +mijlen in omtrek en door torens verdedigd, eene beroemde stad, vermaard +door de Avicennes en andere geleerden der Xe eeuw, wordt als het +middelpunt der muzelmansche geleerdheid beschouwd en gerangschikt onder +de beroemdste steden van Middel-Azië; Samarkand, waar zich het graf van +Tamerlan bevindt, en dat beroemde paleis, waar men dien blauwen steen +bewaart, waarop elke nieuwe Khan bij zijne troonsbeklimming moet gaan +zitten, wordt door eene buitengewoon sterke citadel verdedigd; Karschi, +met zijn driedubbelen muur, in een oasis gelegen, die door een moeras +omringd is, vol schildpadden en hagedissen, is bijna onneembaar; +Tsjardsjoeïe wordt door eene bevolking van bij de twintig duizend +zielen verdedigd; eindelijk vormen Katta-Koergan, Noerata, Djizah, +Païkande, Karakoel, Khoezar enz. een net van steden die moeilijk te +bedwingen zijn. Dit Khanaat Bokhara, door zijne bergen beschermd, +afgezonderd door zijne steppen, is dus een wezenlijk geduchte Staat, en +Rusland zou genoodzaakt zijn belangrijke strijdkrachten daartegen over +te stellen. + +Het was nu de eerzuchtige en woeste Feofar, die in dat gedeelte van +Tartarije regeerde. Gerugsteund door de andere Khans, voornamelijk die +van Knokhand en van Koendoez, wreede en roofzuchtige krijgslieden, +altijd klaar om aan ondernemingen deel te nemen waarvoor de Tartaren +een sterke natuurlijke neiging hebben, geholpen door al de opperhoofden +der horden van Middel-Azië, had hij zich aan het hoofd geplaatst van +dien inval, waarvan Ivan Ogareff de ziel was. Die verrader, evenzeer +door zinnelooze eerzucht als door haat gedreven, had de beweging der +troepen zoo geregeld, dat hij den grooten Siberischen weg had +afgesneden. Het was waarlijk dwaas van hem te meenen, het Moskovische +rijk tot wijken te kunnen brengen. Onder zijn invloed, had de emir—dit +is de titel dien de Khans van Bokhara aannemen—zijne horden over de +Russische grenzen gejaagd. Hij was in het gouvernement van +Semipalatinsk gevallen, en de Kozakken die zich op dat punt in klein +aantal bevonden, hadden voor hem moeten wijken. Hij was voorbij het +meer Balkhach voortgerukt, op zijn doortocht de Kirgiesche bevolking +medeslepende. Al plunderende, verwoestende, in dienst nemende degenen, +die zich onderwierpen, en gevangen nemende hen, die weerstand boden, +rukte hij voort van stad tot stad, gevolgd door dien nasleep van een +oostersch vorst, dien men zijne hofhouding zou kunnen noemen, zijne +vrouwen en slavinnen, en zulks met de onbeschaamde driestheid van een +nieuwerwetschen Gengis-Khan. + +Waar bevond hij zich op dit oogenblik? Tot hoever waren zijne soldaten +voortgerukt op het uur dat de tijding van den inval te Moskou aankwam? +Op welk punt van Siberië hadden de Russische troepen moeten wijken? men +kon het niet te weten komen. Het verkeer was afgebroken. Was de draad +tusschen Kolivan en Tomsk door eenige veldontdekkers van het +Tartaarsche leger vernield geworden, of had de emir de provinciën van +de Jeniseïsk bereikt? Was geheel westelijk Neder-Siberië in opstand? +Strekte zich de opstand reeds tot de oostelijke gewesten uit? Men kon +’t niet zeggen. De eenige werkzame kracht, die noch koude, noch warmte +ducht, die noch door de gestrengheid van den winter, noch door de +brandende hitte van den zomer kan tegengehouden worden, die met de +snelheid van den bliksem vliegt, de electrieke stroom namelijk, kon +niet meer door de steppen heensnellen, en het was niet meer mogelijk +den grootvorst, in Irkoetsk opgesloten, voor het gevaar te waarschuwen, +waarmede het verraad van Ivan Ogareff hem bedreigde. Een koerier alleen +kon den afgebroken stroom vervangen. Die man zou een zekeren tijd +noodig hebben, om vijf duizend twee honderd wersten (5.523 kilometer) +af te leggen, die Moskou van Irkoetsk scheiden. Om door de gelederen +der oproerlingen en der overweldigers heen te komen, moest hij, om zoo +te zeggen, tegelijk een bovenmenschelijken moed en een bovenmenschelijk +verstand ontwikkelen. Maar met een goed hoofd en een moedig hart komt +men ver. + +»Zal ik dat goede hoofd en dat moedige hart vinden?” vroeg de czaar +zich zelf af. + + + + + + + + +III. + +MICHAEL STROGOFF. + + +De deur van het keizerlijk vertrek ging weldra open, en de kamerdienaar +diende generaal Kissoff aan. + +»En die koerier?” vroeg de czaar driftig. + +»Hij is daar, Sire,” antwoordde generaal Kissoff. + +»Gij hebt den geschikten man gevonden?” + +»Ik durf voor hem instaan, Sire.” + +»Was hij van dienst op het paleis?” + +»Ja, Sire.” + +»Kent gij hem?” + +»Persoonlijk, en meermalen heeft hij, met goeden uitslag, moeielijke +zendingen vervuld.” + +»In het buitenland?” + +»In Siberië zelf.” + +»Waar is hij van daan?” + +»Van Omsk. Het is een Siberiër.” + +»Is hij koelbloedig, schrander, moedig?” + +»Ja, Sire, hij bezit al hetgeen noodig is om te slagen, daar waar +anderen misschien schipbreuk zouden lijden.” + +»Zijn ouderdom?” + +»Dertig jaar.” + +»Is het een krachtvol man?” + +»Sire, hij kan, tot het uiterste, koude, honger, dorst en vermoeienis +uitstaan.” + +»Hij heeft dan een ijzeren gestel?” + +»Ja, Sire.” + +»En een hart?” + +»Als goud zoo eerlijk.” + +»Hij heet?” + +»Michael Strogoff.” + +»Is hij gereed om te vertrekken?” + +»Hij wacht in de zaal der garde, de bevelen van Uwe Majesteit.” + +»Laat hem binnen komen,” zeide de czaar. + +Eenige oogenblikken daarna trad de koerier Michael Strogoff het +keizerlijk vertrek binnen. + +Michael Strogoff was een sterk, jong man, groot van gestalte, met +breede schouders en breede borst. Zijn groot hoofd droeg de schoone +kenteekenen van het Kaukasische ras. Zijne goed samengevoegde ledematen +waren even zoo vele hefboomen, geschikt tot het uitvoeren van zwaar +werk. Deze schoone, stevige en flinke jonge man had men niet +gemakkelijk, tegen zijn zin, uit den weg doen gaan, want had hij +eenmaal zijne beide voeten op den grond gezet, dan scheen het alsof zij +er ingeworteld waren. + +Op zijn van boven vierkant hoofd, boven zijn breed voorhoofd, krulde +weelderig haar, dat in lokken onder zijne Moskovische muts uitkwam. +Wanneer zijn gelaat, dat gewoonlijk bleek was, een zekeren blos aannam, +was het enkel door een sterker kloppen van zijn hart, dat zijn bloed +sneller deed omloopen. Zijne oogen waren donkerblauw, met een +oprechten, vrijen en rustigen blik, en zij schitterden onder een boog, +waar de licht ingetrokken wenkbrauwspieren van een verheven moed +getuigden, »van dien moed zonder toorn, den helden eigen” zooals de +gelaatkundigen zeggen. Zijne groote, naar onder breed toeloopende neus +beheerschte een welbesneden mond, met een weinig vooruitstekende lippen +van »den mensch, die edelmoedig en goed is.” + +Michael Strogoff had het gestel van een vastberaden man, die spoedig +zijn besluit neemt, die in de onzekerheid, zijn nagels niet afbijt, +die, bij twijfeling, zich niet achter de ooren krabt, die, in +besluiteloosheid, niet stampvoetend heen en weer loopt. Matig in +gebaren als in woorden, wist hij onbeweeglijk te staan als een soldaat +voor zijn meerdere, doch als hij liep, toonde zijn gang eene groote +ongedwongenheid aan, eene opmerkelijke netheid van bewegingen, hetgeen +tegelijk het zelfvertrouwen en de levendigheid van zijn geest +aantoonde. Het was een van die mannen, wier hand »vol van de +gelegenheidsharen scheen te zijn,” eene zinnebeeldige zegswijze, die +eenigszins gedwongen is, doch die hen met éen penseeltrek afschildert. + +Michael Strogoff was gekleed in een nette militaire uniform, die veel +overeenkwam met die der officieren van de jagers te paard, wanneer zij +te velde zijn: laarzen, sporen, halfnauwsluitende pantalon, pels met +bont afgezet en versierd met gele nestels op een bruinen grond. Op +zijne breede borst prijkte eene ridderorde en verscheidene medailles. +Michael Strogoff behoorde tot het keurkorps koeriers van den czaar, en +hij had daarin den rang van officier. Zijn gang, zijne gelaatstrekken, +zijne geheele persoon deden meer in het bijzonder gevoelen, en de czaar +merkte dit ook terstond op, dat hij »een uitvoerder van bevelen” was. +Hij bezat dus, volgens de opmerking van den beroemden romanschrijver +Tourgueneff, eene dier in Rusland meest aanbevelenswaardige +hoedanigheden, die tot de hoogste posten van het Moskovische rijk +voert. + +Voorwaar, zoo een man die reis van Moskou naar Irkoetsk, dwars door een +overheerd land, goed kon ten einde brengen, alle hinderpalen kon te +boven komen en alle gevaren kon trotseeren, dan was het, meer dan +iemand anders, Michael Strogoff. + +Voor het welslagen zijner plannen was het een zeer gunstige +omstandigheid, dat Michael Strogoff het land dat hij zou doortrekken, +uitmuntend kende, en dat hij er de verschillende tongvallen van machtig +was, niet alleen omdat hij het doorkruist had, maar ook omdat hij van +Siberische afkomst was. + +Zijn vader, de oude Peter Strogoff, sedert tien jaar overleden, +bewoonde de stad Omsk, gelegen in het gouvernement van dien naam, en +zijne moeder, Marfa Strogoff, woonde er nog. Daar, te midden der woeste +steppen der provinciën Omsk en Tobolsk, had de geduchte Siberische +jager zijn zoon Michael hard en ruw opgevoed. Peter Strogoff was jager +van beroep. Zoowel ’s zomers als ’s winters, zoowel bij eene +keerkringshitte als bij eene koude van soms vijftig graden onder nul, +liep hij over de verharde vlakte, door kreupelbosschen van lorke- en +berkeboomen, door dennenwouden, zette zijne vallen en beloerde het +kleine wild met het geweer, en het groote met de gaffel of het mes. + +Het groote wild was niets minder dan de Siberische beer, een +ontzagwekkend en wreed dier, waarvan de grootte gelijk is aan die van +den ijsbeer. Peter Strogoff had meer dan negen en dertig beren gedood, +dat wil zeggen, dat de veertigste onder zijne steken gevallen was,—en +men weet, wanneer men de jachtlegenden van Rusland gelooven mag, +hoeveel jagers, die tot den negen en dertigsten beer gelukkig zijn +geweest, voor den veertigsten bezweken zijn! + +Peter Strogoff had dus het noodlottige getal overschreden, zonder zelfs +eene lichte wond ontvangen te hebben. Sedert dit oogenblik vergezelde +zijn zoon Michael, toen elf jaar oud, hem voortdurend op zijne jachten, +droeg voor hem de »ragatina”, namelijk de gaffel, terwijl hij alleen +met het mes gewapend was. Op zijn veertiende jaar had Michael Strogoff +zijn eerste beer gedood, geheel alleen,—dat nog niets was;—maar na hem +gevild te hebben, had hij de huid van het reusachtige dier tot de +ouderlijke woning gesleept, waarvan hij eenige wersten verwijderd +was,—hetgeen bij het kind eene ongewone kracht aanduidde. + +Dat leven was van dat gevolg dat hij, op den mannelijken leeftijd +gekomen, in staat was alles te doorstaan, de koude, de hitte, de +honger, de dorst, de vermoeienis. Het was, zooals de Jakoet der +noordelijke streken, een man van staal. Hij kon vier en twintig uren +zonder eten, tien nachten zonder slapen blijven, en wist zich te midden +der steppen tegen de koude te beschutten, daar waar anderen +doodgevroren zouden zijn. Toegerust met zintuigen van eene +buitengemeene fijnheid, geleid door het instinct van eene Delaware te +midden der witte vlakte, vond hij, wanneer de mist den geheelen +gezichteinder onderschepte, zelfs wanneer hij zich in het land der +hooge breedten bevond, waar de poolnacht langen tijd heerscht, zijn +weg, daar waar anderen hunne schreden niet hadden kunnen richten. Al de +geheimen van zijn vader waren hem bekend. Hij had geleerd zijne +schreden te richten naar bijna onmerkbare teekens, namelijk de richting +der ijskegels, de ligging der dunne boomtakjes, de lucht die van de +uiterste grenzen van den gezichteinder toevloeide, het vertrapte gras +in de wouden, nauw merkbare tonen die in de lucht zweefden, knallen in +de verte, trekvogels in de benevelde lucht, duizenden bijzonderheden, +die als duizenden bakens zijn voor hem, die ze weet te herkennen. +Bovendien gehard in de sneeuw, als een Damascener kling in de wateren +van Syrië, had hij eene ijzeren gezondheid, zooals generaal Kissoff +gezegd had, en hetgeen niet minder waar was, een hart van goud. + +De eenige hartstocht, dien Michael Strogoff bezat, was de liefde voor +zijne moeder, de oude Marfa, die nooit het oude huis der Strogoffen te +Omsk, aan de boorden van de Irtisch had willen verlaten, daar waar de +oude jager en zij zoolang te samen leefden. Toen haar zoon haar +verliet, was het met een beklemd hart, doch hij beloofde haar, elken +keer dat hij zulks kon, terug te komen, eene belofte die hij altijd +heilig nagekomen was. + +Er was besloten geworden dat Michael Strogoff met zijn twintigste jaar +in persoonlijken dienst van den Keizer van Rusland zou treden, in het +korps koeriers van den czaar. De jonge Siberiër, stoutmoedig, +schrander, vol ijver, van een goed gedrag, kreeg al dadelijk +gelegenheid zich in ’t bijzonder op een reis naar den Kaukasus te +onderscheiden, te midden van een moeilijk land, door eenige woelige +opvolgers van Shamyl in opstand gebracht; vervolgens, eenigen tijd +later, gedurende eene gewichtige zending, die hem tot Petropolowsky aan +de uiterste grens van Aziatisch Rusland in Kamtschatka bracht. +Gedurende deze lange reizen, spreidde hij wondervolle koelbloedigheid, +voorzichtigheid en moed ten toon, die hem de goedkeuring en de gunst +zijner chefs verwierf, en hij kwam zeer spoedig vooruit. + +Van zijn verlof, waarop hij telkens na deze verre zendingen met recht +aanspraak had, verzuimde hij nooit gebruik te maken om zijne oude +moeder te gaan opzoeken, al was hij duizenden wersten van haar +verwijderd en al maakte de winter de wegen onbegaanbaar. Echter, en wel +voor den eersten keer, had Michael Strogoff, die het in het zuiden van +het rijk zeer druk had gehad de oude Marfa in geen drie jaar +teruggezien en die drie jaren waren voor hem drie eeuwen. Zijn +reglementair verlof zou hem nu over eenige dagen toegestaan worden, en +hij had reeds de toebereidselen tot zijn vertrek naar Omsk gemaakt, +toen de bekende omstandigheden zich voordeden. Michael Strogoff werd +dus den czaar voorgesteld, geheel onbekend met hetgeen deze van hem +verwachtte. + +De czaar, zonder tot hem het woord te richten keek hem eenige +oogenblikken met een doordringenden blik aan, terwijl Michael Strogoff +volkomen onbeweeglijk bleef staan. + +Vervolgens keerde de czaar, zonder twijfel voldaan over dit onderzoek, +naar zijn schrijftafel terug en aan den grootmeester van politie een +teeken gevende om plaats te nemen, zegde hij hem zacht een brief voor, +die slechts eenige regels bevatte. + +De czaar las den opgegeven brief nog eens met eene buitengewone +oplettendheid over, teekende hem vervolgens, na zijn naam te hebben +laten voorafgegaan door de woorden: »Byt po sémou,” welke beteekenen: +»Het zij zoo,” en het vaste formulier der Russische Keizers uitmaken. +De brief werd toen in een omslag gedaan en met het keizerlijk wapen +verzegeld. + +De czaar vervolgens opstaande, gelastte Michael Strogoff te naderen. +Michael Strogoff trad eenige schreden nader en bleef opnieuw +onbeweeglijk staan, gereed om te antwoorden. + +De czaar keek hem nog eens goed in de oogen. Vervolgens vroeg hij met +eene afgemeten stem: + +»Uw naam?” + +»Michael Strogoff, Sire”. + +»Uw graad?” + +»Kapitein bij het korps koeriers van den czaar.” + +»Gij kent Siberië?” + +»Ik ben een Siberiër.” + +»Gij zijt geboren?....” + +»Te Omsk.” + +»Hebt gij bloedverwanten te Omsk?” + +»Ja, Sire.” + +»Welke?” + +»Mijne oude moeder.” + +De czaar staakte een oogenblik de reeks zijner vragen. Vervolgens den +brief toonende, die hij in de hand hield. + +»Ziehier een brief,” zeide hij, »dien ik u gelast, u Michael Strogoff, +eigenhandig den grootvorst ter hand te stellen, en aan niemand anders +dan aan hem.” + +»Ik zal hem ter hand stellen, Sire.” + +»De grootvorst is te Irkoetsk.” + +»Ik zal naar Irkoetsk gaan.” + +»Maar gij zult een land moeten doortrekken, door oproerlingen in +opstand gebracht, door Tartaren overmeesterd, die er belang bij zullen +hebben dezen brief te onderscheppen.” + +»Ik zal het doortrekken.” + +»Gij moet u vooral wachten voor een verrader, Ivan Ogareff, dien ge +wellicht op uw weg zult ontmoeten.” + +»Ik zal mij voor hem wachten.” + +»Gaat ge over Omsk?” + +»Dat is in mijn weg, Sire.” + +»Indien ge uwe moeder gaat bezoeken, dan loopt ge gevaar van herkend te +worden. Ge moet uwe moeder niet gaan bezoeken!” + +Michael Strogoff aarzelde een oogenblik. + +»Ik zal haar niet bezoeken.” + +»Zweer mij, dat niets zal vermogen u te doen bekennen, wie gij zijt, +nog waar gij heengaat.” + +»Ik zweer het.” + +»Michael Strogoff,” hernam toen de czaar, terwijl hij den brief aan den +jongen koerier overhandigde, »neem dan dezen brief, waarvan het behoud +van geheel Siberië en misschien het leven van mijn broeder den +grootvorst afhangt.” + +»Deze brief zal Zijne Keizerlijke Hoogheid den grootvorst overhandigd +worden.” + +»Gij zult dus Irkoetsk bereiken, hoe dan ook?” + +»Ik zal Irkoetsk bereiken of omkomen.” + +»Ik heb er belang bij dat gij leeft.” + +»Ik zal leven en slagen,” antwoordde Michael Strogoff. + +De czaar scheen voldaan te zijn over het eenvoudige en kalme +vertrouwen, waarmede Michael Strogoff hem geantwoord had. + +»Ga dan, Michael Strogoff,” zeide hij, »ga voor God, voor Rusland, voor +mijn broeder en voor mij!” + +Michael Strogoff sloeg aan, verliet oogenblikkelijk het keizerlijk +vertrek, en eenige oogenblikken daarna, het Nieuwe Paleis. + +»Ik geloof dat ge gelukkig in uwe keuze geweest zijt, generaal,” zeide +de czaar. + +»Ja, Sire,” antwoordde generaal Kissoff, »en uwe Majesteit kan +verzekerd zijn dat Michael Strogoff alles zal doen wat een man vermag.” + +»Het is een man inderdaad,” zeide de czaar. + + + + + + + + +IV. + +VAN MOSKOU NAAR NIJNI-NOVGOROD. + + +De weg, dien Michael Strogoff tusschen Moskou en Irkoetsk ging afleggen +was een afstand van vijf duizend twee honderd wersten (5.523 +kilometers.) Toen er nog geen telegraaf tusschen het Oeralgebergte en +de oostelijke grens van Siberië bestond, werd de dienst der dépêches +door koeriers verricht, waarvan de snelste achttien dagen noodig hadden +om zich van Moskou naar Irkoetsk te begeven. Doch dit was eene +zeldzaamheid, en die reis door Aziatisch-Rusland duurde gewoonlijk vier +à vijf weken, ofschoon alle middelen van vervoer ter beschikking dezer +gezanten van den czaar gesteld waren. + +Als een man, die noch de koude, noch de sneeuw vreest, had Michael +Strogoff liever in het ruwe winterseizoen gereisd, waarin men over den +geheelen weg van sleden kan gebruik maken. De moeielijkheden aan de +verschillende wijzen van verplaatsing verbonden, zijn dan ten deele +minder geworden, doordat de onmetelijke steppen door de sneeuw effen +gemaakt zijn. Geene wateren meer om over te trekken. Overal de bevroren +vlakke waterspiegel, waarover de slede gemakkelijk en snel glijdt. Wel +zijn in dit jaargetijde misschien zekere natuurverschijnselen te +vreezen, zooals voortdurende dikke mist, buitengemeen strenge koude, +lange en vreeselijke sneeuwjachten, waarin soms geheele karavanen +omkomen. Het gebeurt ook wel dat wolven, door den honger gedreven, de +vlakte bij duizenden bedekken. Doch beter zou het geweest zijn deze +gevaren te loopen, want in dien harden winter zouden de Tartaarsche +overweldigers zich bij voorkeur in de steden gelegerd hebben, zouden +hunne stroopers niet de steppen afgeloopen hebben, zou elke +troepenbeweging ondoenlijk geweest zijn, en zou Michael Strogoff zich +gemakkelijk een weg gebaand hebben. Doch hij had noch tijd, noch uur te +kiezen. Hoe de omstandigheden ook waren, hij moest er zich in schikken +en vertrekken. Zoodanig nu was de toestand dien Michael Strogoff +duidelijk inzag, en hij bereidde er zich op hem het hoofd te bieden. + +Vooreerst bevond hij zich niet meer in de gewone omstandigheden van een +koerier van den czaar. Deze hoedanigheid moest zelfs niemand op zijn +weg kunnen vermoeden. In een overmeesterd land wemelt het van spionnen. +Werd hij herkend dan was zijne zending in gevaar gebracht. Ook toen hij +hem eene belangrijke som gaf, die voor zijne reis voldoende moest zijn +en deze in zekere mate gemakkelijk moest maken, had generaal Kissoff +hem geen schriftelijk bevel gegeven, houdende deze vermelding: »Dienst +van den Keizer,” dat de Sesam bij uitnemendheid is. Hij meende dat het +voldoende was hem te voorzien van een »podaroshna.” Dit podaroshna was +gesteld ten name van Nikolaas Korpanoff, koopman, wonende te Irkoetsk. +Het machtigde Nikolaas Korpanoff zich door een of meer personen te doen +begeleiden, wanneer het noodig geacht werd en buitendien was het, door +eene bijzondere aanteekening geldig, zelfs ingeval de Moskovische +gouverneur elk ander onderdaan mocht verbieden Rusland te verlaten. + +Het podaroshna was niets anders dan een vrijbrief om postpaarden te +kunnen nemen, doch Michael Strogoff moest er alleen van gebruik maken, +indien de vrijbrief geen gevaar opleverde zijne hoedanigheid verdacht +te maken, dat wil zeggen, zoolang hij zich op Europeeschen bodem +bevond. Uit deze omstandigheid volgde dus, dat hij in Siberië, dat is +te zeggen, wanneer hij de opgestane provinciën zou doortrekken, aan de +poststations niet als heer en meester zou kunnen gebieden, noch zich +voor anderen paarden zou kunnen doen geven, noch de vervoermiddelen +voor zijn persoonlijk gebruik zou kunnen eischen. + +Michael Strogoff moest zulks niet vergeten; hij was geen koerier meer, +maar een eenvoudige koopman, Nikolaas Korpanoff, die van Moskou naar +Irkoetsk reisde, en als zoodanig onderworpen aan alle mogelijke +voorvallen van eene gewone reis. + +Ongemerkt doortrekken—en wel meer of minder snel,—plaats zijner +bestemming bereiken, dit moest zijn doel zijn. + +Voor dertig jaar bestond het geleide van een aanzienlijk reiziger uit +niet minder dan twee honderd Kozakken te paard, twee honderd man +voetvolk, vijf en twintig Baskirsche ruiters, drie honderd kameelen, +vierhonderd paarden, vijf en twintig wagens, twee draagbare booten en +twee stukken geschut. Zoodanig was het materieel voor eene reis door +Siberië gevorderd. + +Hij, Michael Strogoff, zou noch stukken geschut, noch ruiters, noch +voetknechten, noch lastdieren hebben. Hij zou per rijtuig of te paard +gaan, wanneer hij zulks kon; te voet, wanneer hij te voet moest gaan. + +De veertien honderd eerste wersten (1.493 kilometer) tusschen Moskou en +de Russische grenzen leverden geene moeielijkheid op. Spoorweg, +postwagens, stoombooten, postpaarden waren tot een ieders beschikking, +en, bijgevolg, ter beschikking van den koerier van den czaar. + +Dus dienzelfden morgen van den 16den Juli niets meer van zijne uniform +aanhebbende, met een reiszak op den rug, gekleed in een eenvoudig +Russisch kostuum, eene nauwsluitende korte rok met den traditioneelen +gordel van den moejiek, eene wijde broek, laarzen tot aan de knie, met +een riem vastgemaakt, begaf Michael Strogoff zich naar het station, om +den eersten trein te nemen. Hij droeg zichtbaar ten minste, geen +wapenen, maar onder zijn gordel was een revolver verborgen en in zijn +zak een van die groote jachtmessen, die het midden houden tusschen mes +en yatagan, waarmede een Siberische jager een beer den buik weet open +te snijden, zonder zijne kostbare huid te beschadigen. + +Er waren veel reizigers aan het station te Moskou. De stations van de +Russische spoorwegen zijn zeer bezochte plaatsen, zoowel door +toeschouwers als door vertrekkenden. Men houdt daar als een kleine +beurs van nieuwstijdingen. De trein, waarin Michael Strogoff plaats nam +moest hem afzetten te Nijni-Novgorod. Daar eindigde op dit tijdstip de +spoorweg, die Moskou met Petersburg verbindende, tot de Russische +grenzen verlengd zou worden. Het was een afstand van vierhonderd +wersten (ongeveer 426 kilometer,) en de trein zou er twaalf uren over +doen. Michael Strogoff, eenmaal te Nijni-Novgorod aangekomen, zou, naar +gelang der omstandigheden, hetzij den landweg, hetzij de stoombooten +van de Wolga nemen, ten einde zoo spoedig mogelijk het Oeralgebergte te +bereiken. Michael Strogoff strekte zich in zijn hoek uit, evenals een +waardig burger die zich niet veel om de wereld bekommert en die al +slapende den tijd zoekt te dooden. Daar hij evenwel niet alleen in den +coupé was, sliep hij slechts met een oog en luisterde met beide ooren. + +Inderdaad was het gerucht van den opstand der Kirgiesche horden en van +den inval der Tartaren een weinig uitgelekt. De reizigers met wie het +toeval wilde dat hij de reis maakte, spraken er over, doch niet zonder +eenige omzichtigheid. + +Deze reizigers, evenals de meesten van hen die de trein vervoerde, +waren kooplieden die zich naar de beroemde jaarmarkt van Nijni-Novgorod +begaven. Natuurlijk een zeer gemengd gezelschap, samengesteld uit +Joden, Turken, Kozakken, Russen, Georgiërs, Kalmukken en anderen, maar +bijna allen de nationale taal sprekende. + +Men besprak het voor en tegen der gewichtige gebeurtenissen, die aan +gene zijde van het Oeralgebergte plaats vonden, en deze kooplieden +schenen te vreezen dat het Russische gouvernement zou genoodzaakt zijn +eenige beperkende maatregelen te nemen, vooral in de grensprovinciën: +maatregelen waaronder de handel zeker zou lijden. + +Het moet gezegd worden, deze zelfzuchtigen beschouwden den oorlog, dat +wil zeggen de onderdrukking van den opstand en den strijd tegen den +inval, slechts uit het oogpunt van hunne bedreigde belangen. De +aanwezigheid van een eenvoudig soldaat, gekleed in zijne uniform,—en +men weet, hoe groot in Rusland het gewicht van de uniform is,—zou zeker +voldoende geweest zijn om dezen kooplieden den mond te snoeren. Doch in +den coupé, waarin Michael Strogoff zich bevond, deed niets de +tegenwoordigheid van een militair vermoeden, en de koerier van den +czaar, verplicht om onbekend te blijven, was er den man niet naar om +zich te verraden. + +Hij luisterde dus. + +»Men beweert dat de thee door karavanen aangebracht naar de hoogte +gaat,” zeide een Pers, die te herkennen was aan zijne muts van astrakan +en aan zijn bruinen tabbaard met breede plooien, die door het vele +wrijven versleten was. + +»O! de thee heeft niets van de daling te vreezen,” antwoordde een oude +Jood met een norsch gezicht. »De thee, die op de markt van +Nijni-Novgorod komt, zal gemakkelijk naar het westen verzonden worden, +maar dat zal het geval niet zijn met de tapijten van Bokhara.” + +»Hoe dan! Ge verwacht dus eene bezending van Bokhara?” vroeg de Pers. + +»Neen, maar eene bezending van Samarkand, en zij is daarom des te meer +blootgesteld! Hoe kan men rekenen op verzendingen uit een land dat van +Khiva tot de grenzen van China in opstand is!” + +»Goed!” antwoordde de Pers, »wanneer de tapijten niet aankomen, dan +veronderstel ik dat de wissels ook niet zullen aankomen!” + +»En de winst, God van Israël!” riep de kleine Jood uit, »rekent ge die +voor niets?” + +»Gij hebt gelijk,” zeide een andere reiziger, »de artikelen van +Middel-Azië loopen gevaar van op de markt te ontbreken, en dat zal ook +het geval zijn met de tapijten van Samarkand, evenals de wol, en de +oostersche shawls.” + +»Hei! pas op, vadertje!” antwoordde een Russisch reiziger met een +spotachtig gelaat. »Ge zult uwe shawls verschrikkelijk vet maken als ge +ze in aanraking brengt met uwe talk.” + +»Gij lacht daarmee,” hernam op een scherpen toon de koopman, dien zulk +gekscheren weinig beviel. + +»He! wanneer men zich de haren uit het hoofd trok, wanneer men in zak +en asch ging zitten,” antwoordde de reiziger, »zou dat den loop der +zaken dan veranderen? Neen! even zoo min als den prijs der koopwaren!” + +»Men kan wel merken dat gij geen koopman zijt!” hernam de kleine Jood. + +»Jongen neen, waarde afstammeling van Abraham! Ik verkoop noch hop, +noch dons, noch honig, noch was, noch hennipzaad, noch gezouten +vleesch, noch kaviaar, noch hout, noch wol, noch lint, noch hennep, +noch vlas, noch marokijn, noch pelterijen!....” + +»Maar koopt ge er?” vroeg de Pers, den reiziger in de rede vallende. + +»Zoo min mogelijk, en alleen voor eigen gebruik,” antwoordde deze +knipoogende. + +»Dat is een grappenmaker,” zeide de Jood tot den Pers. + +»Of een spion,” antwoordde deze fluisterende. »Laat ons op onze hoede +zijn, en laten wij niet meer spreken dan noodig is! De politie is +tegenwoordig niet gemakkelijk, en men weet al niet met wie men reist!” + +In een anderen hoek van den coupé sprak men een beetje minder over +handelsproducten, maar een weinig meer over den inval der Tartaren en +over zijn droevige gevolgen. + +»De Siberische paarden zullen weldra opgeëischt worden,” zeide een +reiziger, »en het verkeer tusschen de verschillende provinciën van +Middel-Azië zal zeer moeielijk worden.” + +»Is het zeker,” vroeg hem zijn buurman, »dat de Kirgiezen van de +middel-horde, gemeene zaak met de Tartaren gemaakt hebben?” + +»Men zegt het,” antwoordde de reiziger zacht, »maar wie kan zich vleien +iets in dit land te weten!” + +»Ik heb hooren spreken van het samentrekken van troepen op de grenzen. +De Kozakken van den Don zijn reeds aan de Wolga verzameld, en zullen +weldra tegen de Kirgiezen optrekken.” + +»Indien de Kirgiezen de Irtisch afgezakt zijn, dan moet de weg naar +Irkoetsk niet meer veilig zijn!” merkte zijn buurman op. »Trouwens, +gisteren heb ik een telegram naar Krasnoïarsk willen verzenden, en het +heeft niet door kunnen gaan. Het is te vreezen, dat de Tartaarsche +troepen, binnen kort, oostelijk Siberië zullen afgesneden hebben!” + +»In éen woord, vadertje,” hernam de eerste spreker, »de kooplieden +hebben reden van ongerust te zijn, omtrent hun handel. Na de paarden +opgeëischt te hebben, zal men de booten, de wagens, al de middelen van +vervoer opeischen, totdat men over de geheele uitgestrektheid van het +rijk geen stap meer zal mogen doen.” + +»Ik vrees zeer, dat de jaarmarkt te Nijni-Novgorod niet zoo schitterend +zal eindigen, als zij begonnen is!” hernam de tweede spreker, het hoofd +schuddende. »Doch de veiligheid en de onschendbaarheid van den +Russischen bodem boven alles. De zaken zijn maar de zaken!” + +Zoo in dezen coupé het onderwerp van de bijzondere gesprekken weinig +verschilde, evenzoo was dit het geval in de andere rijtuigen van den +trein; maar overal zou een opmerker eene buitengewone omzichtigheid +waargenomen hebben in de gesprekken, die de reizigers onder elkander +wisselden. Wanneer zij zich somwijlen op het gebied der feiten waagden, +gingen zij nooit zoo ver om de inzichten van het Moskovisch +gouvernement te toetsen of te beoordeelen. Dit werd zeer juist +opgemerkt door een der reizigers, die in een der voorste wagens van den +trein zat. Deze reiziger, blijkbaar een vreemdeling, nam alles +nauwkeurig op en deed twintig vragen, waarop men slechts ontwijkend +antwoordde. Elk oogenblik uit het raampje kijkende, waarvan het glas +naar beneden was, tot groot ongerief van zijne medereizigers, verloor +hij geen enkel gezichtspunt van den gezichteinder ter rechter zijde; +hij vroeg den naam der meest onbeduidende plaatsen, hunne ligging, +welken handel zij dreven, hunne nijverheid, het aantal inwoners, het +getal der sterfte van beider sekse enz., en dit alles schreef hij in +een boekje, reeds overladen met aanteekeningen. + +Dit was de correspondent Alcide Jolivet, en indien hij zooveel +onbeduidende vragen deed, was zulks, om te midden van zooveel +antwoorden die daarop volgden, een belangrijk feit voor zijne nicht te +vernemen, maar natuurlijk zag men hem aan voor een spion, en men zeide +niets dat betrekking had op de gebeurtenissen van den dag. + +Ziende dat hij niets kon vernemen betrekkelijk den inval der Tartaren, +schreef hij in zijn notitieboekje: + +Reizigers van een volstrekte stilzwijgendheid; in staatkundige zaken +niets los te krijgen. + +Terwijl Alcide Jolivet zijne reisindrukken nauwkeurig aanteekende, gaf +zijn collega, in denzelfden trein gezeten, en voor hetzelfde doel +reizende, zich over aan denzelfden arbeid in een anderen waggon. Geen +van beiden hadden elkander dien dag aan het station te Moskou ontmoet, +en zij wisten van weerszijde niet dat zij naar het tooneel van den +oorlog vertrokken waren. Doch Harry Blount, die weinig sprak maar veel +toeluisterde, had aan zijne medereizigers niet hetzelfde wantrouwen +ingeboezemd als Alcide Jolivet. Ook had men hem niet aangezien voor een +spion, en zijne buren praatten in zijne tegenwoordigheid, zonder zich +te geneeren en lieten zich zelfs meer uit dan hunne natuurlijke +omzichtigheid het meebracht. De correspondent van de Daily Telegraph +had dus kunnen opmerken hoezeer de gebeurtenissen deze kooplieden, die +zich naar Nijni-Novgorod begaven, bezig hielden, en hoezeer de handel +met Middel-Azië in zijn doorvoer bedreigd werd. + +Ook aarzelde hij niet in zijn aanteekeningboekje deze alleszins juiste +opmerkingen te schrijven: »Reizigers zeer ongerust; men spreekt van +niets dan oorlog en men spreekt er over met eene vrijheid die, tusschen +de Wolga en de Weichsel, verwondering moet wekken!” + +De lezers van de Daily Telegraph werden dus even zoo goed op de hoogte +gehouden als de »nicht” van Alcide Jolivet. + +En daar Harry Blount, gezeten aan de linkerzijde van den trein, slechts +een gedeelte van de streek gezien had, dat zeer heuvelachtig was, +zonder zich de moeite te geven naar het rechter gedeelte om te kijken, +dat uit onafzienbare vlakten bestond, bleef hij niet in gebreke, er met +Britsche zekerheid bij te voegen: »Bergachtig land tusschen Moskou en +Wladimir.” + +Het was evenwel zichtbaar dat het Russische gouvernement in deze +ernstige omstandigheden eenige strenge maatregelen nam, zelfs binnen +het rijk. De opstand had de Siberische grenzen niet overschreden, maar +in de provinciën van de Wolga, zoo dicht in de nabijheid van het land +der Kirgiezen, mocht men vrees koesteren voor de uitwerking van kwade +invloeden. + +Inderdaad had de politie het spoor van Ivan Ogareff nog niet kunnen +terugvinden. Had deze verrader, den vreemdeling oproepende om zijn +persoonlijken wrok te koelen, zich bij Feofar-Khan gevoegd, of wel +zocht hij het oproer aan te stoken in het gouvernement van +Nijni-Novgorod, dat, in dit gedeelte van het jaar, eene bevolking +bevatte uit zeer verschillende bestanddeelen samengesteld? Waren er +niet onder deze Perzen, deze Armeniërs, deze Kalmukken, die naar de +groote jaarmarkt toestroomden, vertrouwelingen, belast om eene beweging +binnen het rijk uit te lokken? Al deze veronderstellingen waren +mogelijk, vooral in een land als Rusland. + +Inderdaad, dit uitgestrekte rijk, dat eene oppervlakte heeft van twaalf +millioen vierkante kilometer, kan onmogelijk de volkseenheid bezitten +van de staten van West-Europa. Tusschen de verschillende volken, +waaruit het samengesteld is, bestaat er noodzakelijk meer verschil dan +een onmerkbare overgang. Het Russisch grondgebied in Europa, Azië en +Amerika strekt zich uit van den vijftienden graad oosterlengte tot den +honderd drie en dertigsten graad westerlengte, zijnde eene +uitgestrektheid van ruim twee honderd graden en van den acht en +dertigsten tot den een en tachtigsten graad noorderbreedte, zijnde drie +en veertig graden. Men telt er meer dan zeventig millioen inwoners. Men +spreekt er dertig verschillende talen. Het Slavische ras heeft er +zonder twijfel de overhand, maar het bevat, met de Russen, Polen, +Lithauërs en Koerlanders. Voeg er bij de Finnen, Esthlanders, +Laplanders, Tscheremissen, Tchoevachen, Permiaken, Duitschers, Grieken, +Tartaren, de Kaukasische stammen, de Mongoolsche, Kalmuksche, +Samojeedsche, Kamptschatdaalsche en Aleoutische horden, en men zal +begrijpen dat de eenheid van zulk een uitgestrekten staat moeielijk te +handhaven was, en dat zij slechts het werk kon zijn van den tijd, +samenwerkende met het beleid der gouvernementen. + +Hoe het ook zij, Ivan Ogareff had tot dusverre aan alle opsporingen +weten te ontsnappen, en, zeer waarschijnlijk moest hij zich gevoegd +hebben bij het Tartaarsche leger. Bij elk station, waar de trein stil +hield, waren inspecteurs aanwezig, die de reizigers ondervroegen en +allen een streng onderzoek deden ondergaan, want, op bevel van den +grootmeester van politie, zochten zij Ivan Ogareff. + +Het gouvernement meende inderdaad te weten dat deze verrader +Europeesch-Rusland nog niet kon verlaten hebben. Wanneer een reiziger +verdacht voorkwam, moest hij zich aan het politiebureau bekend maken; +de trein vertrok dan zonder zich in het minst over den achterblijver te +bekommeren. + +Tegen de Russische politie, die zeer streng is, is het volstrekt +doelloos om te willen redeneeren. Hare beambten zijn bekleed met +militaire graden en zij gaan op militaire wijze te werk. Waar trouwens +het middel te vinden om niet, zonder een woord te spreken, aan de +bevelen te gehoorzamen, uitgevaardigd door den vorst, die het recht +heeft dit formulier aan het hoofd zijner ukazen te bezigen: + +»Wij, door de gratie Gods, Keizer en alleenheerscher aller Russen, van +Moskou, Kiew, Wladimir en Novgorod, Czaar van Kazan, van Astrakan, +Czaar van Polen, Czaar van Siberië, Czaar van het Taurische +Schiereiland, Heer van Pskof, Grootvorst van Smolensko, van Lithauen, +van Volhynië, van Podolië en Finland, Vorst van Esthland, van Lijfland, +van Koerland en van Ingermanland, van Bialystok, van Karelië, van +Ioegrië, van Perm, van Wiatka, van Bolgarije en van verscheidene andere +landen, Heer en Grootvorst van het grondgebied van Nijni-Novgorod, van +Tchernigof, van Riazan, van Polotsk, van Rostof, van Jaroslaw, van +Bielozersk, van Oedorië, van Obdorië, van Kondinië, van Witepsk, van +Mstislaw, beheerscher der poolstreken, heer der landen van Iverië, van +Kartalinië, van Grouzinië, van Karbardinië, van Armenië, Erf- en +Opperheer der Tcherkessische vorsten, van die der bergen en anderen, +erfgenaam van Noorwegen, van het hertogdom Sleeswijk-Holstein, van +Stormarn, van de Ditmarschen en van Oldenburg.” Een machtig opperheer, +inderdaad, wiens wapen een dubbele arend is, houdende een scepter en +een aardkloot, die het wapenschild omgeven van Novgorod, van Wladimir, +van Kiew, van Kazan, van Astrakan, van Siberië, en dat de keten van de +orde van St. Andréas omgeeft, gedekt door eene koningskroon. + +Wat Michael Strogoff betreft, zijn pas was in orde, en hij, bijgevolg, +tegen elke politiemaatregel beveiligd. + +Aan het station te Wladimir hield de trein eenige oogenblikken op, +hetgeen den verslaggever van de Daily Telegraph voldoende scheen, om, +uit een natuurkundig en zedelijk oogpunt, een volkomen overzicht van +deze oude hoofdstad van Rusland te nemen. + +Aan het station te Wladimir stapten nieuwe reizigers in den trein. +Onder anderen kwam een jong meisje aan het portier van den wagen, +waarin Michael Strogoff zat. Er was eene leege plaats tegenover den +koerier van den czaar. Het jonge meisje nam die plaats in, na een +eenvoudige, roodlederen reiszak, die hare geheele bagage scheen te +bevatten, naast zich neergezet te hebben. Vervolgens met neergeslagen +oogen, zonder zelfs de medereizigers, die het toeval haar bezorgde, +aangezien te hebben, zette zij zich neder voor een overtocht die eenige +uren zou duren. + +Michael Strogoff kon niet nalaten zijne nieuwe reisgezellin nauwkeurig +op te nemen. Daar zij achteruit reed, bood hij haar zijne plaats aan, +doch zij bedankte met eene buiging. + +Dit jonge meisje moest ongeveer zestien of zeventien jaar oud zijn. +Haar bekoorlijk kopje, vertoonde het Slavische type in zijne volle +zuiverheid,—een wat streng type, dat haar bestemde eer schoon dan mooi +te worden, wanneer, na eenige jaren, hare trekken geheel gevormd zouden +zijn. + +Uit een soort van kap, die zij ophad, golfde een overvloed van +goudblonde haren. Hare oogen waren bruin, van een onbeschrijfelijk +zachte uitdrukking. Haar rechte neus was aan hare wat magere en bleeke +wangen, door licht beweegbare neusvleugels verbonden. Haar mond was +fijn geteekend, maar het scheen dat zij sedert langen tijd het lachen +had afgeleerd. + +De jonge reizigster was lang, slank voor zoover men kon oordeelen over +hare taille onder den wijden, zeer eenvoudigen pels, dien zij aanhad. +Hoewel zij, in de volle beteekenis des woords, nog een zeer jong meisje +was, leidde de ontwikkeling van haar hoog voorhoofd, de juiste vorm van +het onderste gedeelte van haar gelaat tot de gedachte, dat zij een +sterke zedelijke wilskracht bezat; eene bijzonderheid, die aan Strogoff +niet ontsnapte. + +Klaarblijkelijk had dat jonge meisje al vroeg geleden en vertoonde de +toekomst zich zonder twijfel voor haar niet onder vroolijke kleuren: +doch het was niet minder zeker, dat zij had weten te strijden, en zij +besloten was nog meer te kampen tegen de bezwaren des levens. Haar wil +moest volhardend, hare kalmte onverstoorbaar zijn, zelfs in +omstandigheden waarin een man bloot zou staan om te bukken of toornig +te worden. + +Zoodanig was de indruk, dien men op het eerste gezicht van het jonge +meisje kreeg. Michael Strogoff, zelf van eene krachtvolle natuur +zijnde, moest getroffen worden door de uitdrukking van dit gelaat, en +hoewel oppassende haar niet lastig te vallen door aanhoudend kijken, +sloeg hij zijne reisgenoote toch met zekere oplettendheid gade. + +Het kostuum van de jonge reizigster was tegelijkertijd eenvoudig en +buitengewoon zindelijk. Zij was niet rijk, dat kon men haar gemakkelijk +aanzien, maar men zou te vergeefs in hare kleeding eenige slordigheid +opgemerkt hebben. Haar geheele bagage was in een leeren zak geborgen, +dien zij bij gebrek aan plaats op hare knieën hield. + +Zij droeg een langen donkerkleurigen pels, zonder mouwen, die bevallig +om haar hals sloot, afgezet met een blauw boordsel. Onder dezen pels +bedekte een tuniek, ook van eene donkere kleur, eene japon, die tot +hare enkels kwam waarvan de onderrand bedekt was met een weinig +opvallend borduursel. Gestikte lederen halve laarsjes met vrij sterke +zolen, alsof ze gekozen waren voor eene lange reis, schoeiden hare +kleine voeten. Michael Strogoff meende uit zekere bijzonderheden in +hare kleeding de snede van de Lijflandsche kleederdracht op te merken, +en hij dacht dat zijne reisgezellin afkomstig moest zijn uit de +Oostzee-provinciën. + +Maar waar ging dat jonge meisje heen, alléén, op een leeftijd waarop +haar de steun van een vader of eene moeder, de bescherming van een +broer, om zoo te zeggen, noodzakelijk waren. Kwam zij misschien reeds +na eene lange reis uit de provinciën van West-Rusland? Begaf zij zich +alleen naar Nijni-Novgorod, of wel strekte zich het doel van hare reis +uit tot over de oostelijke grenzen van het rijk? Wachtte een of andere +bloedverwant, een of andere vriend haar bij de aankomst van den trein? +Was ’t niet waarschijnlijker daarentegen, dat zij, bij het verlaten van +den wagen, zich even éenig zou gevoelen in de stad als in dien coupé, +waar niemand, ze mocht het gelooven, zich om haar scheen te bekommeren? +Dit was wel waarschijnlijk. + +Inderdaad, de gewoonten, die men in de afzondering aanneemt, vertoonden +zich zeer opvallend in de manieren van de jonge reizigster. De wijze, +waarop zij in den wagen trad, en waarop zij zich voor de reis schikte, +de weinige drukte, die zij veroorzaakte, de moeite die zij nam om +niemand hinderlijk te zijn, alles verraadde de gewoonte, om alleen te +zijn en op zich zelve te rekenen. + +Michael Strogoff beschouwde haar oplettend, doch, even terughoudend, +zocht hij geene gelegenheid om met haar te spreken, hoewel nog +verscheidene uren verloopen moesten vóor de aankomst van den trein te +Nijni-Novgorod. Een enkelen keer slechts, toen de buurman van dit jonge +meisje—de koopman die zoo onvoorzichtig de talk en de shawls +vermengde,—in slaap was geraakt en haar met zijn groot hoofd bedreigde, +dat van den eenen schouder naar den anderen waggelde, maakte Michael +Strogoff hem vrij norsch wakker, en deed hem begrijpen, dat hij rechtop +en op eene meer betamelijke wijze moest zitten. De koopman, van natuur +zeer grof, bromde eenige woorden als tegen lui die zich bemoeien met +zaken die hun niet aangaan, maar Michael Strogoff keek hem met zoo’n +ongemakkelijken blik aan, dat de slaper naar de andere zijde ging +leunen, en de jonge reizigster van zijn lastig buurschap bevrijdde. + +Zij keek een oogenblik den jongen man aan, en er lag een stille en +zedige dank in haar blik. + +Maar er deed zich eene omstandigheid voor, die aan Michael Strogoff een +juist denkbeeld gaf van het karakter van dit jonge meisje. Twaalf +wersten vóor de aankomst van den trein te Nijni-Novgorod kreeg de +trein, bij eene sterke kromming van de baan, een hevigen schok. +Vervolgens liep hij gedurende eene minuut over de helling van den berm. + +Het gevolg hiervan was, dat de reizigers door elkander gegooid +werden,—kreten, verwarring, algemeene opschudding in de wagens! Men +vreesde dat er een ernstig ongeval had plaats gehad. Ook werden de +portieren, vóor dat de trein stil hield, geopend, en de verschrikte +reizigers hadden slechts éene gedachte: de rijtuigen te verlaten en +eene schuilplaats op den weg te zoeken. + +Michael Strogoff dacht dadelijk aan zijne reisgenoote; maar terwijl de +reizigers uit zijn wagen naar buiten stormden, schreeuwende en elkander +verdringende, was het jonge meisje zeer rustig op hare plaats gebleven, +en vertoonde haar gelaat slechts eene lichte bleekheid. + +Zij wachtte, Michael Strogoff wachtte ook. Zij maakte geene beweging om +den wagen te verlaten, hij evenmin. + +Beiden bleven even koel. + +»Eene krachtvolle natuur!” dacht Strogoff. + +Het gevaar was evenwel spoedig voorbij. Het breken van een der +wielbanden van den goederenwagen, en vervolgens het stilhouden van den +trein, hadden den schok teweeggebracht; maar het had weinig gescheeld +of de trein zou buiten het spoor geraakt en in een kuil gestort zijn. +Men had een uur oponthoud. Eindelijk nadat de weg weer vrijgemaakt was, +kon de trein vertrekken, ’s avonds te half negen kwam hij aan het +station te Nijni-Novgorod aan. + +Vóor dat iemand de wagens had kunnen verlaten, vertoonden zich de +inspecteurs van politie aan de portieren, en namen de reizigers +nauwkeurig op. + +Michael Strogoff toonde zijn podaroshna, afgegeven op den naam van +Nikolaas Korpanoff. Dus geene moeilijkheid. + +Wat de andere reizigers van den wagen betreft allen gingen naar +Nijni-Novgorod, en kwamen gelukkig voor hen, niet verdacht voor. + +Het jonge meisje toonde geen pas, omdat de pas niet meer in Rusland +verplichtend is, maar een vrijgeleide voorzien van een bijzonder zegel. +De inspecteur las het met aandacht, en na haar, wier signalement hij in +de hand hield, zeer nauwkeurig opgenomen te hebben, zeide hij: + +»Ge komt van Riga?” + +»Ja,” zeide het jonge meisje. + +»Ge gaat naar Irkoetsk?” + +»Ja.” + +»Welken weg?” + +»Over Perm.” + +»Goed,” hernam de inspecteur. »Draag zorg uw vrijgeleide aan het +politie-bureau te Nijni-Novgorod te laten afteekenen.” + +Het jonge meisje boog, terwijl zij te kennen gaf dat zij zulks wist. + +Deze vragen en deze antwoorden hoorende, ondervond Michael Strogoff +tegelijkertijd een gevoel van verwondering en van medelijden. Wat! Dit +jonge meisje alléén op weg naar het verre Siberië, en dat, terwijl bij +de gewone gevaren zich nu al de onheilen van een overmeesterd en +oproerig land voegden! Hoe zou zij daar aankomen? Wat zou er van haar +worden!.... + +Nadat het onderzoek afgeloopen was, werden de portieren van de wagens +geopend: maar, vóor dat Michael Strogoff bij haar kon komen, was het +jonge Lijflandsche meisje, dat het eerste uitgestapt was, verdwenen +onder de menigte, die zich op het perron verdrong. + + + + + + + + +V. + +EEN BESLUIT IN TWEE ARTIKELEN. + + +Nijni-Novgorod, of Laag Novgorod, gelegen aan de samenvloeiing van de +Wolga en de Oka, is de hoofdplaats van het gouvernement van dien naam. +Daar moest Michael Strogoff den trein verlaten, die op dit tijdstip +niet verder ging. Naarmate hij dus vorderde, werden de middelen van +vervoer minder snel, vervolgens minder veilig. + +Nijni-Novgorod, dat gewoonlijk niet meer dan dertig à vijf en dertig +duizend inwoners telt, bevatte er nu meer dan drie honderd duizend, dat +wil zeggen, dat zijne bevolking was vertienvoudigd. + +Deze vermeerdering was het gevolg van de beroemde jaarmarkt, die +gedurende drie weken binnen hare muren gehouden wordt. Vroeger was het +Makariew, dat voordeel trok van dezen toeloop van kooplieden, maar +sedert 1817 is de jaarmarkt naar Nijni-Novgorod verlegd. + +De stad, gewoonlijk vrij doodsch, vertoonde dus nu eene buitengewone +levendigheid. Tien verschillende rassen van kooplieden, Europeanen of +Aziaten, verbroederden zich onder den invloed van +handelsaangelegenheden. + +Hoewel het vrij laat was, toen Michael Strogoff het station verliet, +was er nog veel volk op de been in deze twee steden, door den loop der +Wolga gescheiden, die Nijni-Novgorod bevat, en waarvan het hoogere +gedeelte, op eene steile rots gebouwd, verdedigd wordt door een dier +forten, in Rusland »Kreml” genoemd. + +Indien Michael Strogoff genoodzaakt was geweest te Nijni-Novgorod te +overnachten, zou hij eenige moeite gehad hebben, een geschikt hotel of +zelfs eene herberg te vinden. Alles was bezet. Daar hij evenwel niet +aanstonds kon vertrekken, omdat hij de stoomboot van de Wolga moest +nemen, moest hij naar een of ander verblijf omzien. Maar van te voren +wilde hij nauwkeurig het uur van vertrek weten, en hij begaf zich naar +de bureaux der maatschappij, wier schepen dienst doen tusschen +Nijni-Novgorod en Perm. Daar vernam hij, tot zijne groote spijt, dat de +Kaukasus—dat was de naam der stoomboot—niet eerder dan den volgenden +dag, ’s middags, naar Perm vertrok. Zeventien uren wachten! Dat was +onaangenaam voor een man, die zoo gehaast was, en toch moest hij er +zich in schikken. Dat deed hij ook, want hij pruttelde nooit onnoodig. + +Daarenboven zou, in de tegenwoordige omstandigheden, geen rijtuig, +telega of tarentass, berline of postwagen, noch eenig paard, hem +spoediger gebracht hebben, hetzij naar Perm of naar Kazan. Het was dus +beter om het vertrek van den stoomboot af te wachten, een sneller +vervoermiddel dan elk ander, en die hem den verloren tijd zou doen +inhalen. + +Ziedaar dus Michael Strogoff, naar de stad gaande, zonder zich al te +angstig te maken, een herberg opzoekende, ten einde te overnachten. +Doch hierover bekommerde hij zich weinig, en zonder den honger, die hem +kwelde, zou hij waarschijnlijk tot den morgen door de straten van +Nijni-Novgorod gedwaald hebben. Hetgeen hij dus zocht was een +avondmaal, eerder dan een bed. Doch beiden vond hij daar, waar het +uithangbord »de stad Constantinopel” uithing. De logementhouder gaf hem +daar eene vrij goede kamer, schraaltjes gemeubileerd, maar waaraan het +beeld van de Heilige Maagd niet ontbrak, noch de portretten van enkele +heiligen, voor wie een met goud geborduurde stof tot lijst diende. Eene +eend met zuur gehakt gevuld, in dikke room zwemmende, gerstebrood, +gestremde melk, fijne suiker met kaneel vermengd, een pot kwass, eene +soort bier, in Rusland zeer algemeen, werden hem dadelijk voorgezet, en +hij had meer dan noodig was om zijn honger te stillen. Hij verzadigde +zich dus en beter dan zijn tafelbuur, die, in hoedanigheid van +oud-geloovige, van de sekte der Raskolniks, eene belofte van onthouding +afgelegd hebbende, de aardappelen van zijn bord wegwierp en zich wel +wachtte suiker in zijne thee te doen. + +Toen zijn avondmaal afgeloopen was, hernam Michael Strogoff, in plaats +van naar zijne kamer te gaan, onwillekeurig zijne wandeling door de +stad, maar hoewel de lange schemering nog voortduurde, verdween de +menigte, werden de straten langzamerhand leeg en zocht ieder zijn +verblijf op. + +Waarom had Michael Strogoff zich maar niet eenvoudig naar bed begeven, +zooals het betaamt na den geheelen dag in het spoor doorgebracht te +hebben? Dacht hij aan het jonge Lijflandsche meisje, dat gedurende +eenige uren zijne reisgenoote geweest was? Niets beter te doen +hebbende, dacht hij aan haar. Vreesde hij, dat zij, in die woelige stad +als verloren, misschien bloot zou staan aan eene beleediging? Hij +vreesde zulks en hij had er reden voor. Hoopte hij haar dan terug te +zien, en desnoods haar tot beschermer te dienen? Neen. Haar te +ontmoeten was moeilijk. Wat het beschermen aangaat.... met welk recht? + +»Alléen,” zeide hij bij zich zelf, »alléen, te midden van dat zwervende +volk! En daarentegen zijn de tegenwoordige gevaren niets in +vergelijking van die, waaraan zij nog kan blootstaan!” + +»Siberië! Irkoetsk! Hetgeen ik voor Rusland en de czaar ga beproeven, +doet zij voor.... voor wie? voor wat? Zij heeft het recht om over de +grenzen te gaan en het land aldaar is in opstand! Tartaarsche benden +loopen de steppen af!....” + +Michael Strogoff bleef van tijd tot tijd stilstaan en begon na te +denken. + +»Zonder twijfel, dacht hij, is dat reisplan bij haar opgekomen vóor den +inval. Misschien is zij zelfs onwetend van hetgeen er omgaat!.... Maar +neen, de kooplieden hebben in hare tegenwoordigheid over de onlusten in +Siberië gesproken.... en zij was volstrekt niet verwonderd.... zij +heeft zelfs geene enkele uitlegging gevraagd.... Maar zij wist het dus +en zulks wetende gaat zij!.... Het arme meisje!.... het schijnt dat de +beweegreden wel machtig moet wezen! Maar hoe moedig zij ook is—en zij +is het zeer zeker,—zullen hare krachten haar op weg begeven, en zonder +nog te spreken over de gevaren en de hinderpalen, kan zij onmogelijk de +vermoeienissen van zulk eene reis verdragen!... Nooit zal zij Irkoetsk +kunnen bereiken!” + +Intusschen liep Michael Strogoff op goed geluk af rond, maar daar hij +de stad volkomen kende, kon het terugvinden van den weg voor hem geen +zwarigheid opleveren. + +Na ongeveer een uur geloopen te hebben ging hij op eene bank zitten, +staande tegen eene houten tent, die zich te midden van meer anderen op +een groot plein bevond. + +Hij zat daar ongeveer vijf minuten, toen een hand vrij ruw op zijn +schouder neerkwam. + +»Wat doet gij daar?” vroeg hem de ruwe stem van een langen kerel, dien +hij niet had zien aankomen. + +»Ik rust uit,” hernam Michael Strogoff. + +»Zoudt gij plan hebben om den nacht op deze plank door te brengen?” +hernam de man. + +»Ja, wanneer mij zulks bevalt,” hernam Michael Strogoff op een +eenigszins te scherpen toon voor den eenvoudigen koopman, dien hij +moest zijn. + +»Nader dan, dat men u zien kan!” zeide de man. + +Michael Strogoff, zich herinnerende dat hij bovenal voorzichtig moest +zijn, ging werktuiglijk terug. + +»Het is niet noodig mij te zien,” hernam hij. + +En hij trok bedaard een tiental passen achteruit. + +Dien kerel goed opnemende, kwam het hem voor dat hij te doen had met +eene soort van zigeuner, zooals men die op alle kermissen aantreft, en +met wien het niet aangenaam is, in stoffelijke of zedelijke aanraking +te komen. Vervolgens, meer nauwkeurig in de duisternis kijkende, die +langzamerhand dichter werd, bemerkte hij in de nabijheid van de tent +een grooten wagen, dat gewone en beweeglijke verblijf der heidens, die +in Rusland krioelen, overal waar eenige kopeken te verdienen zijn. + +Ondertusschen had de zigeuner twee à drie passen naar voren gedaan en +was hij voornemens om Strogoff meer bepaald te ondervragen, toen de +deur van de tent openging. + +Eene vrouw, nauwelijks zichtbaar, naderde haastig, en in een vrij ruwen +tongval, dien Strogoff hield voor een mengsel van Mongoolsch en +Siberisch, zeide zij: + +»Al weer een spion! laat hem gaan en kom eten, de papluka [3] is +klaar.” + +Michael Strogoff kon niet nalaten te glimlachen over de benaming die +men hem gaf, aan hem die voor spionnen in ’t bijzonder bevreesd was. + +Maar in dezelfde taal, hoewel de uitspraak van den spreker, zeer +verschillend was van die der vrouw, antwoordde de zigeuner met eenige +woorden die beteekenden: + +»Gij hebt gelijk, Sangarre! morgen zijn wij toch vertrokken!” + +»Morgen?” hernam de vrouw zeer zacht op een toon, die eene zekere +verwondering aanduidde. + +»Ja, Sangarre,” antwoordde de zigeuner, »morgen, en het is de Vader +zelf, die ons zendt, waar wij willen heengaan!” + +Daarop gingen man en vrouw de tent binnen, waarvan de deur zorgvuldig +gesloten werd. + +»Mooi!” zeide Strogoff, »indien deze zigeuners niet begrepen willen +worden, wanneer zij onder elkander spreken, raad ik hun aan zich van +eene andere taal te bedienen.” + +In zijne hoedanigheid van Siberiër en door zijne kindsheid in de +steppen doorgebracht te hebben, verstond Michael Strogoff bijna al de +tongvallen, in zwang van Tartarije tot aan de IJszee. + +Wat de juiste beteekenis betreft der woorden tusschen den zigeuner en +zijne vrouw gewisseld, daar brak hij zijn hoofd niet mee. In hoever kon +dit hem ook belang inboezemen? + +Daar het reeds vrij laat was dacht hij er over om naar zijn logement +terug te keeren, ten einde daar eenige rust te nemen. Hij stond op en +volgde den loop der Wolga, waarvan de wateren verdwenen onder de +sombere massa van ontelbare schepen. De richting van de rivier deed hem +de plaats herkennen die hij verlaten had. Deze opeenhooping van karren +en van tenten nam juist het uitgestrekte plein in, waar elk jaar de +voornaamste jaarmarkt van Nijni-Novgorod gehouden werd,—hetgeen de +verzameling, hier ter plaatse, van goochelaars en zigeuners, uit alle +hoeken der wereld toegestroomd, ophelderde. + +Michael Strogoff sliep een uur daarna eenigszins onrustig op een van +die Russische bedden die de vreemdelingen zoo hard vinden, en den +volgenden morgen, 17 Juli ontwaakte hij toen het reeds lang dag was. +Nog vijf uren te Novgorod te moeten doorbrengen, dat scheen hem eene +eeuw toe. Wat kon hij uitvoeren om dezen morgen klein te krijgen, niets +anders dan even als den vorigen dag door de straten van de stad te gaan +dwalen. + +Na ontbeten, zijn reiszak toegemaakt te hebben en zijn podaroshna aan +het politiebureau te hebben laten afteekenen, zou niets hem belet +hebben om te vertrekken. Maar er de man niet naar zijnde om na +zonsopgang op te staan, verliet hij zijn bed, kleedde zich aan en +verborg zeer zorgvuldig den brief met het keizerlijke wapen in een zak, +die in de voering van zijne tunica gemaakt was, en waarover hij zijn +gordel vastmaakte; vervolgens sloot hij zijn reiszak en bevestigde hem +op zijn rug. Dit gedaan hebbende en niet meer in »de stad +Constantinopel” willende terugkeeren en er op rekenende aan de oevers +van de Wolga, in de nabijheid van de aanlegplaats te ontbijten, +betaalde hij en verliet het logement. + +Uit groote bezorgdheid begaf Michael Strogoff zich dadelijk naar de +bureaux van de stoomschepen, en daar vergewiste hij zich dat de +Kaukasus werkelijk op het bepaalde uur vertrok. Voor de eerste maal +kwam bij hem de gedachte op, daar het jonge Lijflandsche meisje de +route over Perm moest nemen, dat het zeer mogelijk zou kunnen zijn, dat +het ook haar plan was plaats te nemen op de Kaukasus; in welk geval +Michael Strogoff er op rekenen kon met haar de reis te maken. + +De bovenstad met haar Kremlin, waarvan de omtrek twee wersten lang is, +en ’t welk op dat van Moskou gelijkt, was toen zeer verlaten. De +gouverneur woonde er zelfs niet meer. Maar, zoo doodsch de bovenstad +was, zoo levendig was de benedenstad. + +Nadat Michael Strogoff op eene schipbrug de Wolga was overgetrokken, +bewaakt door Kozakken te paard, kwam hij op de plaats, waar hij den +vorigen avond in aanraking was geweest met een of ander zigeunerkamp. +Het was even buiten de stad waar deze jaarmarkt te Nijni-Novgorod +gehouden werd, waarmede die van Leipzig zelfs niet kon wedijveren. Op +eene groote vlakte, aan gene zijde van de Wolga gelegen, verhief zich +het tijdelijk paleis van den Gouverneur-Generaal, die daar op hooger +bevel moet verblijfhouden, gedurende den geheelen tijd van de +jaarmarkt, die, dank de bestanddeelen waaruit zij is samengesteld, eene +onophoudelijke bewaking noodzakelijk maakt. + +Op deze vlakte stonden toen houten kramen, regelmatig op zoodanige +wijze geplaatst, dat er vrij breede lanen tusschen beide waren, om aan +de menigte het rondloopen gemakkelijk te maken. Eene zekere verzameling +dezer kramen van allerlei grootte en verschillenden vorm, maakte eene +verschillende wijk uit, bestemd voor een bijzonderen tak van handel. Er +waren: de wijk voor ijzerwaren, de wijk voor pelterijen, de wijk voor +wol, de wijk voor hout, de wijk voor geweefde goederen, de wijk voor +gedroogde visch, enz. + +Eenige huizen waren zelfs vervaardigd uit bouwstoffen van de +zonderlingste soort; sommige uit pakjes thee in den vorm van klinkers, +andere met blokken steen uit gezouten vleesch bestaande, dat wil +zeggen, uit de monsters der koopwaren, welke hunne eigenaars er aan de +koopers sleten. Eene zonderlinge wijze om artikelen aan te bevelen, min +of meer Amerikaansch. + +In die lanen en gangen was, daar de zon reeds hoog boven den +gezichteinder stond, omdat zij dien morgen voor vier uur was opgegaan, +de toeloop van menschen bereids zeer aanzienlijk. Russen, Siberiërs, +Duitschers, Kozakken, Turkomannen, Perzen, Georgiërs, Grieken, +Ottomannen, Hindoes, Chineezen,—een zonderling mengelmoes van +Europeanen en Aziaten,—praatten, twistten, redekavelden en handelden. +Alles wat te koopen en te verkoopen was, scheen op dit plein opgehoopt +te zijn. Sjouwerlieden, paarden, kameelen, ezels, booten, karren, alles +wat noodig is tot verzending der koopwaren was op dit kermisveld +opeengehoopt. Pelterijen, kostbare steenen, zijden stoffen, Indische +shawls, Turksche tapijten, wapenen van den Kaukasus, geweefde goederen +van Smyrna of Ispahan, wapenrustingen uit Tiflis, karavanen-thee, +Europeesche bronzen, Zwitsersche uurwerken, fluweelen en zijden stoffen +van Lyon, Engelsche katoenen, rijtuigbenoodigdheden, vruchten, +groenten, ertsen uit het Oeral-gebergte, malachieten, lazuursteen, +welriekende kruiden, reukwerk, geneeskrachtige planten, hout, teer, +touwwerk, horens, pompoenen, watermeloenen, enz., al de voortbrengselen +van Indië, China, Perzië, die der Kaspische en Zwarte Zee, die van +Amerika en Europa waren op dit punt van den aardbol vereenigd. + +Het was een beweging, een opgewondenheid, een gedrang, een verward +geschreeuw, waarvan men zich geen denkbeeld kan maken; de inboorlingen +toch der lagere volksklasse waren zeer opdringend, en de vreemdelingen +gaven hun op dat punt niets toe. Er waren daar kooplieden uit +Midden-Azië, die een jaar noodig hadden gehad om die uitgestrekte +vlakten door te trekken, hun koopwaren medevoerende, en die in geen +jaar noch hunne winkels, noch hunne kantoren terug zouden zien. Maar +zoo groot is het gewicht van die jaarmarkt van Nijni-Novgorod, dat het +cijfer der handelsomzettingen niet meer of minder dan honderd millioen +roebel bedroeg. + +Verder was het op de pleinen tusschen de wijken van deze in een oogwenk +verrezen stad, een opeenhooping van goochelaars van allerlei aard, +kwakzalvers, koordedansers, oorverdoovend door het gekras van hun +orchesten en het geschreeuw bij hun vertooning; Zigeuners, uit de +bergen gekomen en waarzeggende aan de domkoppen van een telkens +vernieuwd publiek; Zingaris of Tsiganen,—de naam dien de Russen geven +aan de Gypsies, de afstammelingen der Kophten,—hun sterkst gekleurde +liedjes zingende en de meest oorspronkelijke dansen uitvoerende; +troepen reizende komedianten, drama’s van Shakespeare voorstellende, in +overeenstemming gebracht met den smaak der toeschouwers, die er in +menigte naar toe stroomden. Vervolgens leidden, in de lange lanen, +vertooners van beren hun viervoetige equilibristen in vrijheid rond; +weergalmden beestenspellen van het gebrul der dieren, aangehitst door +de striemende slagen der zweep of door de gloeiende stang van den +temmer; eindelijk bootste in het midden van het groote middelplein, +omringd van een vierdubbelen kring van opgewonden liefhebbers, een koor +van »hunne bootslieden der Wolga” gezeten op den grond, evenals op het +dek van hun booten, het roeien na, onder den dirigeerstok van den +kapelmeester, een echt stuurman van dit denkbeeldige vaartuig! + +Zonderlinge en bekoorlijke gewoonte! Boven de hoofden van deze menigte +ontsnapte een vlucht vogels uit de kooien, waarin men ze meegebracht +had. Volgens een oud gebruik, openden, op de jaarmarkt van +Nijni-Novgorod, in ruil tegen eenige kopeken, door goede zielen +liefderijk aangeboden, de cipiers de deur voor hun gevangenen, en bij +honderden vlogen zij vroolijk tjilpende weg. + +Zoodanig was het gezicht van de vlakte; zoo zou het zijn gedurende tien +weken dat de beroemde jaarmarkt te Nijni-Novgorod duurde. Na dat +oorverdoovende tijdperk, zou het geweldige geraas als door een +tooverslag verdwijnen, de bovenstad haar deftig ambtelijk karakter +hernemen, de benedenstad weer in haar gewone eentonigheid vervallen, en +van al dien buitengewonen toevloed van kooplieden, behoorende tot al de +streken van Europa en Middel-Azië, zou er geen enkel verkooper +overblijven, die nog iets te verkoopen, noch een enkele kooper die nog +iets te koopen had. + +Het is noodig hierbij te voegen, dat dezen keer ten minste, Frankrijk +en Engeland op de jaarmarkt te Nijni-Novgorod elk vertegenwoordigd +waren, door twee der uitmuntendste voortbrengsels van de nieuwerwetsche +beschaving, de heeren Harry Blount en Alcide Jolivet. + +Inderdaad waren de twee verslaggevers daarheen gekomen om er indrukken +in het belang hunner lezers te verzamelen, en zij besteedden zoo goed +mogelijk de weinige uren die zij te verliezen hadden, want ook zij +zouden op de Kaukasus plaats nemen. Zij ontmoetten elkander juist op +het kermisveld, en waren er niet erg verbaasd over, omdat eenzelfde +instinct hen op hetzelfde spoor moest voeren, maar ditmaal spraken zij +elkander niet aan, en bepaalden zij zich tot een vrij koelen groet. + +Alcide Jolivet, van nature een optimist, vond, dat alles redelijk ging, +en daar het toeval hem gelukkig tafel en huisvesting had verschaft, had +hij in zijn notitieboekje eenige voor de stad Nijni-Novgorod bijzonder +vleiende opmerkingen neergeschreven. Harry Blount zag zich daarentegen, +na te vergeefs gezocht te hebben om een avondmaal machtig te worden, +verplicht onder den blooten hemel te slapen; hij had dus de zaken uit +een geheel ander oogpunt beschouwd, en peinsde over een verpletterend +artikel tegen eene stad, waar de logementhouders weigerden reizigers te +ontvangen, die niets liever verlangden dan naar »lichaam en ziel” +gesneden te worden. + +Michael Strogoff met de eene hand in zijn zak, met de andere zijn lange +pijp met een roer van kriekenhout vasthoudende, scheen de meest +onverschillige en minst ongeduldige der menschen te zijn. Evenwel zou +een opmerker, aan zekere samentrekking zijner wenkbrauwen, gemakkelijk +gezien hebben, dat hij zijn leed verborg. + +Gedurende twee uren liep hij door de straten van de stad, om altijd op +het kermisveld terug te komen. Door de massa heendringende, merkte hij +op, dat een zekere ongerustheid zich vertoonde onder al de kooplieden, +die uit de naburige streken van Azië gekomen waren. De +handelsomzettingen leden er zichtbaar onder. + +Dat potsenmakers, kwakzalvers en koordedansers, voor hun tenten veel +geweld maakten, dat begrijpt zich vanzelf, want die arme duivels hadden +niets in handelsondernemingen te verliezen, maar de kooplieden +aarzelden zich in te laten met de handelaars uit Middel-Azië, wier land +verontrust werd door den inval der Tartaren. Ook was er nog op een +ander verschijnsel te letten. In Rusland vertoont zich, bij elke +gelegenheid, de militaire uniform. De soldaten mengen zich gaarne onder +de menigte en juist te Nijni-Novgorod worden, gedurende de jaarmarkt, +de agenten van politie bijgestaan door een groot aantal Kozakken, die, +met de lans op den schouder, de orde bewaren in deze opeenhooping van +drie honderd duizend vreemdelingen. + +Evenwel waren dien dag de militairen, Kozakken of anderen, niet op de +jaarmarkt aanwezig. Ongetwijfeld waren zij, in afwachting van een +spoedig vertrek, in hunne kazernen geconsigneerd. + +Maar hoewel zich geen soldaten vertoonden, was zulks niet het geval met +de officieren. Sedert den vorigen dag ijlden adjudanten, uit het paleis +van den gouverneur-generaal komende, in alle richtingen heen. Er was +dus eene ongekende drukte, die alleen door den ernst der gebeurtenissen +te verklaren was. De koeriers vermenigvuldigden zich op de groote +wegen, hetzij naar den kant van Wladimir, hetzij naar den kant van het +Oeral-gebergte. Onophoudelijk werden telegraphische dépêches tusschen +Moskou en St. Petersburg gewisseld. De ligging van Nijni-Novgorod, niet +ver van de Siberische grenzen, vorderde klaarblijkelijk ernstige +voorzorgsmaatregelen. Men mocht niet vergeten, dat de stad in de XIVe +eeuw tweemaal ingenomen was door de voorvaderen van die Tartaren, die +de eerzucht van Feofar-Khan door de Kirgiesche steppen joeg. + +Een hoog personage, die het niet minder druk had dan de +gouverneur-generaal, was de politiemeester. Zijne inspecteurs en hij, +belast met het handhaven der orde, het ontvangen der klachten, het +waken voor de uitvoering der reglementen, waren niet stil. De bureaux +der administratie, nacht en dag open, werden onophoudelijk bestormd, +zoowel door de inwoners der stad als door de vreemdelingen, Europeanen +of Aziaten. + +Juist bevond Michael Strogoff zich op het middelplein, toen het gerucht +zich verspreidde, dat de politiemeester per koerier ontboden was op het +paleis van den gouverneur-generaal. Een gewichtige dépêche was, zeide +men, uit Moskou aangekomen. + +De politiemeester begaf zich naar het paleis van den gouverneur en +aanstonds verspreidde zich, als door een algemeen voorgevoel, het +nieuws, dat een gewichtige, onvoorziene en buitengewone maatregel op +til was. + +Michael Strogoff luisterde naar hetgeen gezegd werd, ten einde er, zoo +noodig, zijn voordeel mee te doen. + +»Men zal de jaarmarkt sluiten,” zeide de een. + +»Het regiment van Nijni-Novgorod heeft order gekregen om te +vertrekken,” antwoordde een ander. + +»Men zegt dat de Tartaren Tomsk bedreigen!” + +»Daar is de politiemeester,” schreeuwde men van alle kanten. + +Plotseling was er een verward geschreeuw ontstaan, dat langzamerhand +verminderde en waarop een volkomen stilzwijgen volgde. Een ieder +voorspelde eene of andere gewichtige mededeeling van gouvernementswege. + +De politiemeester verliet, voorafgegaan door zijne agenten, het paleis +van den gouverneur-generaal. Een detachement Kozakken vergezelde hem en +deed de menigte door stooten en duwen op zijde gaan. + +De politiemeester verscheen op het middelplein, en een ieder kon zien +dat hij eene dépêche in de hand hield. + +Vervolgens maakte hij met luider stem het volgende bekend: + +Besluit van het gouvernement van Nijni-Novgorod: + +1o. Verbod aan elk Russisch onderdaan, de provincie, om welke reden +ook, te verlaten. + +2o. Bevel aan alle vreemdelingen van Aziatischen oorsprong om de +provincie binnen vier en twintig uren te verlaten. + + + + + + + + +VI. + +BROEDER EN ZUSTER. + + +Hoewel deze maatregelen zeer noodlottig voor de bijzondere belangen +waren, rechtvaardigden de omstandigheden ze volkomen. + +»Verbod aan elk Russisch onderdaan om de provincie te verlaten.” Was +Ivan Ogareff nog in de provincie, dan werd hem belet om zich, althans +niet zonder buitengewoon veel moeielijkheden, bij Feofar-Khan te voegen +en zoodoende werd het Tartaarsche opperhoofd van een geducht luitenant +beroofd. + +»Bevel aan alle vreemdelingen van Aziatischen oorsprong om de provincie +binnen vier en twintig uren te verlaten,” dat was met één slag die +handelaars verwijderen, die uit Midden-Azië gekomen waren, alsmede de +bende Zigeuners, die min of meer verwantschap hebben met de Tartaarsche +of Mongoolsche volksstammen, die de jaarmarkt daar vereenigd had. +Zooveel hoofden, zooveel spionnen, en hunne uitzetting werd, +ongetwijfeld, door den stand van zaken geboden. + +Men kan zich licht de uitwerking voorstellen van die twee donderslagen, +op de stad Nijni-Novgorod neerkomende, die noodzakelijk meer dan eenige +andere stad in het oog gehouden en getroffen werd. + +Aldus konden de landslieden, die voor zaken aan gene zijde der +Siberische grenzen mochten geroepen worden, niet meer, voor het +oogenblik althans, de provincie verlaten. De inhoud van het eerste +artikel van het besluit was uitdrukkelijk. Het liet geene enkele +uitzondering toe. Elk bijzonder belang moest voor het algemeene belang +zwichten. + +Wat het tweede artikel van het besluit betrof, het bevel van +uitzetting, dat het bevatte, was ook zonder tegenspraak. Het strekte +zich alleen uit tot die vreemdelingen, welke van Aziatischen oorsprong +waren, maar deze hadden slechts hunne koopwaren in te pakken en terug +te gaan naar de plaats, waar ze van daan gekomen waren. Maar voor die +kwakzalvers, waarvan het aantal zeer groot was, en die meer dan duizend +wersten moesten afleggen om de meest nabijzijnde grens te bereiken, was +het erger. + +Ook verhief zich aanstonds, tegen dezen ongewonen maatregel, een gemor +van verzet, een kreet van wanhoop, die de tegenwoordigheid der Kozakken +en de agenten van politie echter dadelijk had onderdrukt. + +En aanstonds begon de ontruiming van die uitgestrekte vlakte. De zeilen +voor de tenten gespannen, werden opgerold; de kermisspelen werden +afgebroken; het dansen en het zingen, de vertooningen hielden op, de +vuren werden uitgedoofd, de koorden der koordedansers werden +losgemaakt, de oude, dampige paarden van die zwervende woningen +verwisselden de stallen voor de boomen der wagens. Agenten en soldaten +met de zweep of den stok in de hand, spoorden de achterblijvers aan, en +ontzagen zich niet de tenten af te breken voor dat zelfs de arme +heidens ze verlaten hadden. Klaarblijkelijk zou, onder den invloed +dezer maatregelen, vóor den avond, het plein te Nijni-Novgorod geheel +ontruimd zijn, en op het rumoer van de groote jaarmarkt zou de stilte +van de woestijn volgen. + +En nog moet men er bijvoegen, want het was een verplichte verzwaring +dezer maatregelen,—dat aan al deze zwervende volken, de steppen van +Siberië zelfs verboden waren, en er bleef hun niets anders over dan +zich ten zuiden van de Kaspische Zee, hetzij in Perzië, hetzij in +Turkije, hetzij in de vlakten van Turkestan neder te zetten. De +uitgezette posten aan den Oeral en de bergen, die als het ware eene +verlenging van dezen stroom aan de Russische grens vormen, zouden hun +den doortocht niet vergund hebben. Zij moesten een duizendtal wersten +doorloopen, alvorens een vrijen grond onder de voeten te hebben. + +Op het oogenblik, waarop het besluit door den politiemeester was +voorgelezen, werd Michael Strogoff door eene overeenkomst getroffen, +welke instinctmatig in zijn geest oprees. + +»Zonderlinge overeenkomst,” dacht hij, »tusschen dit besluit, dat de +vreemdelingen, uit Azië afkomstig uitdrijft, en de woorden die ’s +nachts tusschen die twee heidens gewisseld werden. »Het is de Vader +zelf, die ons zendt waar wij heen willen gaan,” zeide die grijsaard. De +»Vader” dat is de Keizer! Men noemt hem onder het volk niet anders. Hoe +konden deze heidens den maatregel, die tegen hen genomen werd, +vooruitzien, hoe hebben zij het vooruit geweten, en waar willen zij dus +heen? Het komt mij voor dat dit verdachte lui zijn, voor wie het +besluit van den gouverneur eer vóór- dan nadeelig zal zijn.” + +Deze zeer juiste opmerking werd opeens afgebroken door eene andere, die +elke andere gedachte uit het brein van Michael Strogoff moest +verdrijven. Hij vergat de heidens, hun verdachte gesprekken, de +zonderlinge overeenkomst, die uit de bekendmaking van het besluit +voortsproot... Het jonge Lijflandsche meisje kwam hem ineens voor den +geest. + +»Het arme kind!” riep hij uit. »Zij zal niet meer over de grenzen +kunnen komen!” + +Inderdaad het jonge meisje was van Riga, bijgevolg eene Russin; zij kon +dus het Russisch grondgebied niet meer verlaten. Het vrijgeleide, dat +haar vóor de nieuwe maatregelen was afgegeven, was waarschijnlijk niet +meer geldig. Al de wegen van Siberië waren onverbiddelijk voor haar +gesloten, en wat ook de beweegreden mocht zijn, die haar naar Irkoetsk +voerde, het was haar van nu af verboden, er zich heen te begeven. + +Deze gedachte hield Michael Strogoff levendig bezig. Hij had dadelijk, +zoo bij zichzelf gezegd, dat het hem, zonder iets aan zijn belangrijke +zending te kort te doen, misschien mogelijk zou zijn, dat arme meisje +tot steun te kunnen verstrekken, en die gedachte had hem toegelachen. +De gevaren kennende, die hij persoonlijk zou moeten trotseeren, een +krachtvolle en sterke man, in een land, waarvan de wegen hem zeer +bekend waren, zoo kon hij niet ontkennen, dat deze gevaren oneindig +vreeselijker waren voor een jong meisje. Omdat zij zich naar Irkoetsk +begaf, zou zij denzelfden weg als hij moeten volgen; zou zij verplicht +zijn zich door de horden overweldigers een weg te banen, zooals hij dat +zelf ook moest beproeven. Indien zij daarenboven, hetgeen +allerwaarschijnlijkst was, slechts de noodige hulpmiddelen voor eene +reis onder gewone omstandigheden tot hare beschikking had, hoe zou zij +die kunnen volbrengen onder omstandigheden die de gebeurtenissen niet +alleen gevaarlijk, maar ook kostbaar zouden maken. + +»Welnu,” had hij tot zich zelf gezegd, »daar zij den weg over Perm +neemt, is het bijna onmogelijk, dat ik haar niet ontmoet. Ik zal dus +voor haar kunnen waken, zonder dat zij het vermoedt, en, daar het mij +voorkomt dat zij evenveel haast heeft als ik, om te Irkoetsk aan te +komen, zal zij mij geen oponthoud veroorzaken.” + +Maar de eene gedachte brengt de andere voort. + +Michael Strogoff had tot dusverre geredeneerd in de veronderstelling +eene goede daad te kunnen verrichten, een goeden dienst te bewijzen. Er +kwam bij hem een nieuwe gedachte op, en de vraag deed zich bij hem +onder eene geheel andere gedaante voor. + +»Inderdaad,” zeide hij, »ik zou haar misschien meer noodig kunnen +hebben, dan zij mij. Hare tegenwoordigheid kan mij niet nutteloos zijn, +en zou kunnen dienen, om elke verdenking van mij weg te nemen. In den +man, die alléen door de steppen trekt, zou men veel gemakkelijker den +koerier van den czaar vermoeden. Indien dat jonge meisje mij echter +vergezelt, zal ik in aller oogen veel meer de Nicolaas Korpanoff van +mijn podaroshna zijn. Zij moet mij dus vergezellen! Ik moet haar, wat +het ook kosten moge, terugvinden! Het is niet waarschijnlijk dat zij +zich sedert gisteren avond eenig rijtuig heeft weten te verschaffen om +Nijni-Novgorod te verlaten. Laat ons haar dus zoeken en dat God mij +geleide!” + +Michael Strogoff verliet het groote plein van Nijni-Novgorod, waar het +rumoer op dit oogenblik, door de uitvoering der voorgeschreven +maatregelen voortgebracht, zijn hoogste punt had bereikt. +Tegenpruttelen der verbannen vreemdelingen, geschreeuw der agenten en +Kozakken, die hen grof behandelden, veroorzaakte een onbeschrijfelijk +rumoer. Het jonge meisje, dat hij zocht, kon daar niet zijn. + +Het was negen uur in den morgen. De stoomboot vertrok eerst om twaalf +uur. Michael Strogoff had dus ongeveer twee uren om haar terug te +vinden, die hij tot zijn reisgenoote wilde maken. Hij trok opnieuw de +Wolga over, en doorliep de wijken van den anderen oever, waar de volte +aanmerkelijk minder was. Hij doorzocht om zoo te zeggen, straat voor +straat, de boven- en de benedenstad. Hij ging de kerken binnen, de +natuurlijke toevlucht van hen die weenen en lijden. Nergens ontmoette +hij het jonge Lijflandsche meisje. + +»En evenwel,” hernam hij, »kan zij onmogelijk Nijni-Novgorod verlaten +hebben. Laat ik dus blijven zoeken.” + +Michael Strogoff dwaalde zoo gedurende twee uren rond. Hij liep zonder +ophouden, hij voelde geen vermoeienis, hij gehoorzaamde aan een +dringend gevoel, dat hem niet meer veroorloofde na te denken. Alles +vruchteloos. + +Toen kwam bij hem de gedachte op dat het jonge meisje geen kennis van +het besluit had,—evenwel hoogst onwaarschijnlijk,—want zulk een +donderslag had niet kunnen losbarsten zonder door iedereen gehoord te +worden. Hoe zou zij, die zooveel belang had om het geringste nieuws uit +Siberië te weten, onbekend hebben kunnen blijven met de maatregelen +door den gouverneur genomen, maatregelen die haar zoo rechtstreeks +troffen. + +Maar, indien zij er onbekend mede was, moest zij, binnen eenige uren, +aan de aanlegplaats komen, en daar zou een onverbiddelijke agent haar +kortaf den overtocht weigeren. Het was dus noodzakelijk dat Michael +Strogoff haar vóor dien tijd zag opdat hij, door zijne tusschenkomst, +die weigering zou kunnen voorkomen. + +Maar zijn zoeken was vruchteloos, en hij moest weldra elke hoop opgeven +om haar terug te vinden. + +Het was toen elf uur. Hoewel het in elke andere omstandigheid onnoodig +geweest zou zijn, dacht Michael Strogoff er aan zijn podaroshna aan het +bureau van den politiemeester te vertoonen. + +Het besluit kon wel geen betrekking op hem hebben, omdat in dat geval +voor hem voorzien was, maar hij wilde zekerheid hebben dat niets zich +tegen zijn vertrek uit de stad zou kunnen verzetten. + +Michael Strogoff moest dus naar den anderen oever van de Wolga +terugkeeren, naar de wijk waar zich de bureaux van den politiemeester +bevonden. + +Daar was een groote toeloop, want, ofschoon de vreemdelingen bevel +hadden gekregen de provincie te verlaten, waren zij evenwel, vóor te +kunnen vertrekken, aan zekere formaliteiten onderworpen. Zonder deze +voorzorgsmaatregelen zou een of andere Rus, min of meer in de +Tartaarsche beweging betrokken, dank zij eene vermomming, de grenzen +kunnen overtrekken,—hetgeen het besluit juist zocht te voorkomen. Men +werd weggezonden, maar toch had men verlof noodig om te kunnen gaan. +Potsenmakers, heidens, vermengd onder kooplieden van Perzië, Turkije, +Indië, Turkestan, China bestormden de binnenplaats en de bureaux van +het politiehuis. Iedereen haastte zich, want de middelen van vervoer +zouden zeer gezocht worden door die menigte uitgezette lieden van +allerlei aard, en zij, die te laat kwamen, liepen groot gevaar van op +den bepaalden tijd, de stad niet te kunnen verlaten,—hetgeen hun zou +blootstellen aan eene barsche tusschenkomst der agenten van den +gouverneur. + +Michael Strogoff, kon, dank zij de kracht zijner ellebogen, de +binnenplaats oversteken. Maar de bureaux binnen te komen en het raampje +der beambten te bereiken, dat was een moeielijker werk. Doch een enkel +woord, dat hij in ’t oor van een inspecteur fluisterde, en eenige op +zijn tijd gegeven roebels vermochten hem een doortocht te banen. + +Na hem in de wachtkamer binnengelaten te hebben, ging de agent een +hoofdbeambte roepen. Michael Strogoff zou nu weldra aan de +politieverordeningen voldaan hebben en vrij in zijne bewegingen zijn. + +Middelerwijl keek hij om zich heen, en wat zag hij? + +Hij zag daar op eene bank, eerder neergevallen dan neergezeten, een +jong meisje, aan eene stille wanhoop ten prooi, ofschoon hij nauwelijks +haar gelaat kon zien, waarvan slechts de omtrek zich op den muur +afteekende. + +Michael Strogoff had zich niet vergist. Hij had het jonge Lijflandsche +meisje herkend. Niets van het besluit van het gouvernement afwetende, +was zij naar het bureau van politie gekomen om haar vrijgeleide te +laten afteekenen!.... Men had haar het visum geweigerd! Buiten twijfel +had zij vergunning om zich naar Irkoetsk te begeven, doch het besluit +was stellig, het deed alle vroegere vergunningen te niet en al de wegen +naar Siberië waren dus voor haar gesloten. + +Michael Strogoff, zeer gelukkig haar eindelijk weergevonden te hebben, +naderde het jonge meisje. + +Dit zag hem een oogenblik aan, en haar gelaat werd, bij het wederzien +van haren reisgenoot, door een vluchtigen glans opgeklaard. Zij stond +instinctmatig op, en als een schipbreukeling, die zich aan een stuk +wrakhout vastklemt, ging zij hem bijstand vragen. + +Op dit oogenblik tikte de agent Michael Strogoff op den schouder. + +»De politiemeester wacht u,” zeide hij. + +»Goed,” antwoordde Michael Strogoff. + +En, zonder een woord tot haar te zeggen, die hij sedert den vorigen dag +zoo gezocht had, zonder haar gerust te stellen door een wenk, die haar +en hemzelf in verdenking had kunnen brengen, volgde hij den agent door +de dichte groepen heen. + +Het jonge Lijflandsche meisje, hem, de eenige die haar misschien te +hulp had kunnen komen, ziende verdwijnen, viel weer op hare bank neer. + +Nog geen drie minuten waren er verloopen of Michael Strogoff trad weder +de wachtkamer binnen, vergezeld door een agent. + +Hij hield zijn podaroshna, dat hem de wegen naar Siberië opende in de +hand. + +Hij naderde toen het jonge Lijflandsche meisje en haar de hand +toereikende, zeide hij: + +»Zuster....” + +Zij begreep hem! Zij stond op, alsof eene of andere plotselinge +ingeving haar niet toeliet om te aarzelen! + +»Zuster,” herhaalde Michael Strogoff, »wij zijn gemachtigd om onze reis +naar Irkoetsk voort te zetten. Gaat ge mee?” + +»Ja, broer,” antwoordde het jonge meisje, terwijl zij Michael Strogoff +de hand gaf. + +En beide verlieten het politiebureau. + + + + + + + + +VII. + +DE WOLGA AFVARENDE. + + +Even vóor twaalf uur deed het geluid der bel van het stoomschip eene +groote menigte naar de aanlegplaats bij de Wolga toestroomen. De +stoomketels van de Kaukasus hadden voldoende drukking. Uit den +schoorsteen ontsnapte slechts een lichte rook. + +Het spreekt vanzelf dat de politie het vertrek van de Kaukasus +bewaakte, en zich onmeedoogend betoonde jegens de reizigers, welke niet +konden voldoen aan de voorwaarden gesteld om de stad te verlaten. + +Talrijke kozakken reden heen en weer op de kade, gereed om de agenten +hulp te verleenen, doch zij behoefden niet tusschen beiden te komen, +daar alles zonder weerstand afliep. + +Op het bepaalde uur weergalmde het laatste gelui, de kabels werden +gevierd; de groote raderen der stoomboot zetten zich in beweging, en de +Kaukasus voer snel tusschen de beide steden door, waaruit +Nijni-Novgorod bestond. Michael Strogoff en het jonge Lijflandsche +meisje hadden plaats genomen aan boord van de Kaukasus, en wel zonder +de minste moeite, dank zij het podaroshna, dat op naam van Nicolaas +Korpanoff afgegeven, dezen koopman machtigde iemand op zijne reis door +Siberië mede te nemen. + +Beiden, op het achterschip gezeten, zagen de stad verdwijnen, die zoo +zeer verontrust was door het besluit van den gouverneur. + +Michael Strogoff had niets aan het jonge meisje gezegd. Hij had haar +naar niets gevraagd. Hij wachtte totdat zij het goed vond te spreken. +Zij was blijde die stad verlaten te hebben, alwaar zij, zonder de +tusschenkomst van dien onverwachten beschermer, gevangen zou gebleven +zijn. Zij zeide niets, maar haar blik bedankte voor haar. + +De Wolga, de Rha der ouden, wordt als de grootste rivier van Europa +beschouwd, en haar loop is niet minder dan vier duizend wersten lang +(4.300 kilometer). Hare wateren, vrij ongezond aan haar oorsprong, +worden te Nijni-Novgorod gewijzigd door die van de Oka, eene snelle +nevenrivier die uit de middel-provinciën van Rusland wegstroomt. Zij +wordt bevaarbaar bij Rjef, eene stad in het gouvernement Twer. + +De booten der vervoermaatschappij tusschen Perm en Nijni-Novgorod +leggen vrij snel de drie honderd vijftig wersten af (373 kilometer) die +deze stad van de stad Kazan scheiden. Het is waar, dat die stoombooten +slechts de Wolga hebben af te varen, die door haar snellen stroom +ongeveer twee mijlen aan hunne eigen snelheid toevoegt. Doch wanneer +zij aan de samenvloeiing van de Kama, even beneden Kazan aankomen, zijn +zij genoodzaakt deze laatste rivier tot Perm op te varen. Dus, alles +wel gerekend, en hoewel hare machine zeer krachtig was, kon de Kaukasus +niet meer dan zestien wersten per uur afleggen. Met een uur oponthoud +te Kazan moest dus de reis van Nijni-Novgorod naar Perm ongeveer zestig +à twee en zestig uren duren. + +Deze stoomboot was overigens zeer goed ingericht en verdeeld in drie +klassen. Michael Strogoff had er voor gezorgd twee hutten eerste klasse +af te huren, zoodat zijne jonge reisgenoote zich in de hare kon +afzonderen, zoo dikwijls als zij zulks goed vond. + +De Kaukasus was opgepropt met passagiers van allerlei soort. Een zeker +aantal Aziatische handelaars hadden het raadzaam geoordeeld +Nijni-Novgorod onmiddellijk te verlaten. In de eerste klasse zag men +Armeniërs, Joden, Chineezen, Turken, Hindoes en Tartaren. Al die +kooplieden hadden in het ruim en op het dek hunne talrijke goederen +moeten opeenstapelen, waarvan het transport hun duur zou kosten, want +volgens het tarief hadden zij slechts recht op een gewicht van twintig +pond per persoon. + +Voor op de Kaukasus waren de passagiers talrijker. Niet alleen bevonden +er zich vreemdelingen, maar ook Russen, aan wie het besluit niet +verbood naar de steden der provincie terug te keeren. Het waren +voornamelijk passagiers derde klasse die zich gelukkig weinig om eene +lange terugreis bekreunden. + +Evenwel stevende de Kaukasus met al de snelheid harer raderen tusschen +de oevers van de Wolga door, dwars door talrijke schepen die door +stoomvaartuigen stroomopwaarts gesleept werden, en die allerhande +soorten van koopwaren naar Nijni-Novgorod vervoerden. + +Na twee uren varens richtte het jonge Lijflandsche meisje zich tot +Michael Strogoff en zeide: + +»Gaat ge naar Irkoetsk, broer?” + +»Ja, zuster,” antwoordde de jonge man. »Wij maken beiden dezelfde reis. +Bijgevolg, overal waar ik doorkom, zult gij ook doorkomen.” + +»Morgen, broer, zult gij vernemen waarom ik het strand der Oostzee +verlaten heb, om mij naar gene zijde van den Oeral te begeven.” + +»Ik vraag naar niets, zuster.” + +»Gij zult alles vernemen,” antwoordde het jonge meisje, wier lippen +flauw een treurigen glimlach vertoonden. »Eene zuster moet niets voor +haar broeder verborgen houden. Maar, vandaag zou ik niet kunnen!.... De +vermoeienis, de wanhoop hebben mij afgemat!” + +»Wilt ge niet in uwe hut gaan uitrusten?” vroeg Michael Strogoff. + +»Ja.... ja.... en morgen....” + +»Kom dan mee....” + +Hij aarzelde om zijn volzin te eindigen, alsof hij dien met den naam +zijner gezellin, dien hij nog niet kende, had willen besluiten. + +»Nadia,” zeide zij, hem de hand toereikende. + +»Kom, Nadia,” zeide Michael Strogoff, »en beschik vrij over uw broeder +Nikolaas Korpanoff.” + +En hij bracht het jonge meisje in de hut, die hij voor haar afgehuurd +had. + +Michael Strogoff kwam op het dek terug, en nieuwsgierig naar de +tijdingen, die de richting zijner reis wellicht zouden kunnen wijzigen, +mengde hij zich onder de passagiers, luisterende, maar geen deel +nemende aan de gesprekken. Trouwens, indien het toeval wilde dat hij +ondervraagd werd, en hij zou moeten antwoorden, zou hij zich uitgeven +voor den koopman Nikolaas Korpanoff, dien de Kaukasus naar de grenzen +voerde, want hij wilde niet dat men kon vermoeden dat hij vergunning +had om door Siberië te reizen. + +Het was te begrijpen dat de vreemdelingen op de boot over niets anders +spraken dan over de gebeurtenissen van den dag, Over het besluit en +zijne gevolgen. Die arme lieden, nauwelijks bekomen van de +vermoeienissen van eene reis door Middel-Azië, zagen zich genoodzaakt +terug te gaan en indien zij aan hun toorn en aan hunne wanhoop geen +lucht gaven, was het omdat zij niet durfden. Eene met eerbied gemengde +vrees weerhield hen. Het kon mogelijk zijn dat inspecteurs van politie, +belast met de passagiers te bewaken, zich heimelijk aan boord van de +Kaukasus hadden ingescheept, en dan was het maar beter te zwijgen: de +uitzetting was in elk geval te verkiezen boven opsluiting in eene +vesting. + +Michael Strogoff kon dus van dien kant niets te weten komen, want, daar +men hem niet kende, zweeg men menigmaal wanneer men hem zag naderen. +Zijne ooren werden evenwel opeens getroffen door eene schelle en +vroolijke stem, die er zich weinig om bekommerde al of niet gehoord te +worden. + +De man met die vroolijke stem sprak Russisch, doch met eene vreemde +uitspraak, en hij, tot wien hij sprak, meer terughoudend en +voorzichtig, antwoordde hem in dezelfde taal, die ook niet zijne eigen +taal was. + +»Hoe,” zeide de eerste, »hoe! gij op deze boot, mijn waarde collega, +gij, dien ik op het keizerlijk feest te Moskou ontmoet en te +Nijni-Novgorod maar even gezien heb?” + +»Ik in persoon,” antwoordde de tweede droog weg. + +»Ronduit gezegd, ik dacht niet zoo onmiddellijk door u gevolgd te +worden, en van zoo nabij!” + +»Ik volg u niet, mijnheer, ik ga u voor!” + +»Voorgaan! Voorgaan! Laat ons veronderstellen dat wij naast elkaar +gaan, in denzelfden pas, zooals twee soldaten op de parade, en laat +ons, zoo ge zulks wilt, met elkander overeenkomen, ten minste +voorloopig, dat de een den ander niet vooruitga!” + +»Integendeel, ik zal u vooruitgaan.” + +»Dat zullen wij zien, wanneer wij ons op het tooneel van den oorlog +zullen bevinden; maar voor den duivel! laten wij tot daar toe +reisgenooten zijn. Later zullen wij wel tijd en gelegenheid hebben om +mededingers te zijn!” + +»Vijanden.” + +»Vijanden, ook goed! Gij hebt in uwe woorden, mijn waarde collega, eene +juistheid, die mij bijzonder aanstaat. Met u weet men ten minste, +waaraan men zich te houden heeft!” + +»Welk kwaad is daar bij?” + +»Er is geen kwaad bij. Ook vraag ik, op mijne beurt, u verlof onze +wederzijdsche verstandhouding juist te mogen bepalen.” + +»Goed.” + +»Gij gaat naar Perm.... zooals ik?” + +»Zooals gij.” + +»En waarschijnlijk van daar naar Ekaterinenburg, omdat het de beste en +zekerste weg is om over het Oeral-gebergte te komen.” + +»Waarschijnlijk.” + +»Wanneer wij eens de grens over zijn, dan zullen wij in Siberië +zijn.... dat is te zeggen, in het overheerde land.” + +»Dat zullen wij!” + +»Welnu dan, maar ook dan eerst, zal het oogenblik daar zijn om te +zeggen: »Ieder voor zich, en God voor....” + +»God voor mij!” + +»God voor u, geheel alleen! Zeer goed! Maar daar wij nog acht dagen van +onzijdigheid vóor ons hebben, en het zeer zeker met nieuwstijdingen +onderweg niet druk zal gaan, laat ons dan vrienden zijn tot op het +oogenblik dat wij opnieuw mededingers worden.” + +»Vijanden.” + +»Ja! juist, vijanden! Maar laat ons dan tot dien tijd eenstemmig +handelen en elkander niet verscheuren! Ik beloof u overigens, dat ik al +hetgeen ik zal zien voor mij zal houden.” + +»En ik, hetgeen ik zal hooren.” + +»Alzoo afgesproken?” + +»Afgesproken.” + +»Uwe hand er op?” + +»Ziedaar.” + +En de hand van den eerste, dat wil zeggen vijf wijd geopende vingers, +schudde flink de twee vingers, die hem de tweede flegmatisch toestak. + +»O! ja,” zeide de eerste, »ik heb van morgen reeds om tien uur +zeventien minuten aan mijne nicht den tekst van het besluit kunnen +telegrapheeren.” + +»En ik, ik heb reeds om tien ure dertien aan de Daily Telegraph +geseind.” + +»Bravo, mijnheer Blount.” + +»Wel vriendelijk, mijnheer Jolivet.” + +»Tot wederdienst bereid.” + +»Dat zal moeielijk zijn!” + +»Men zal het evenwel beproeven!” + +Dit zeggende, groette de Fransche verslaggever den Engelschen +correspondent zeer vertrouwelijk, die het hoofd buigende, zijn groet +met echt Britsche stijfheid beantwoordde. + +Het besluit van den gouverneur had geene betrekking op de beide +nieuwsjagers, omdat zij noch Russen, noch van Aziatischen oorsprong +waren. Zij waren dus vertrokken, en, als door hetzelfde instinct +gedreven hadden zij te samen Nijni-Novgorod verlaten en bijgevolg van +hetzelfde middel van vervoer gebruik gemaakt om de Siberische steppen +te bereiken. + +Alcide Jolivet en Harry Blount aldus hoorende praten, had Michael +Strogoff tot zich zelf gezegd: »Die twee heeren zijn nieuwsgierige en +onbescheiden klanten, die ik waarschijnlijk op mijn weg zal ontmoeten. +Ik moet voorzichtig zijn en hen op een afstand houden.” + +Het Lijflandsche meisje rustte nog steeds uit in hare hut, en Michael +Strogoff wilde haar niet wakker maken. De avond brak dus aan zonder dat +zij op het dek van de Kaukasus verscheen. + +De lange schemering had den dampkring nu zeer opgefrischt, waarnaar de +passagiers, na de drukkende hitte van den dag, snakten. Toen het reeds +ver in den nacht was geworden, dachten de meesten er niet meer aan om +het dek te verlaten. Langzamerhand vielen zij in slaap en de stilte +werd enkel gestoord door den geregelden slag van de schepborden op het +water. + +Zekere ongerustheid hield Michael Strogoff wakker. Hij liep heen en +weer, maar immer achterop het dek. Eenmaal evenwel overschreed hij de +machinekamer en bevond zich toen op dat gedeelte van het dek, bestemd +voor de reizigers der tweede en derde klasse. + +Daar sliep men, niet alleen op de banken, maar ook op de goederen, en +zelfs op dekplanken. Alleen de matrozen van de wacht stonden op het +voordek. + +Men moest zeer voorzichtig zijn, om de slapenden, die hier en daar +uitgestrekt lagen, niet te trappen, want men zou zeer slecht ontvangen +zijn. + +Michael Strogoff paste dus op om tegen niemand aan te stooten. Met zoo +naar het andere einde der boot te loopen, had hij geen ander doel dan +den slaap door eene eenigszins langere wandeling te bestrijden. Op het +voordek gekomen, hoorde hij opeens in zijne nabijheid praten. De +stemmen schenen te komen uit eene groep passagiers, in shawls en dekens +gewikkeld, die men onmogelijk in den donker kon bemerken. + +Michael Strogoff wilde doorgaan, toen hij duidelijker zekere woorden +hoorde, in eene taal die reeds zijn oor getroffen had, in den nacht op +het jaarmarktplein. + +Instinctmatig luisterde hij. Dank zij de duisternis op het voordek, kon +hij niet opgemerkt worden; evenzeer was het hem onmogelijk de +passagiers te zien die met elkander spraken. Hij moest zich dus tot +luisteren bepalen. De eerste woorden, die gewisseld werden, waren van +geenerlei belang—ten minste voor hem—maar zij deden hem de twee stemmen +herkennen van de vrouw en van den man, die hij te Nijni-Novgorod +gehoord had. Van dit oogenblik af luisterde hij met eene verdubbelde +oplettendheid. Het was inderdaad niet onmogelijk dat die Zigeuners, van +wier gesprek hij een gedeelte opgevangen had, zich met huns gelijken +aan boord van de Kaukasus bevonden. + +En het was goed voor hem dat hij luisterde, want hij hoorde duidelijk +deze vraag en dit antwoord, in een Tartaarsche tongval uitgesproken: + +»Men zegt dat een koerier van Moskou naar Irkoetsk vertrokken is!” + +»Dat zegt men, Sangarre, maar die koerier zal of te laat aankomen, of +hij zal niet aankomen!” + +Michael Strogoff sidderde onwillekeurig op dit antwoord dat hem zoo +rechtstreeks aanging. Hij beproefde te ontdekken of de man en de vrouw, +die gesproken hadden, wel degenen waren, die hij vermoedde; maar het +was te donker en het gelukte hem niet. + +Eenige oogenblikken daarna, was Michael Strogoff zonder opgemerkt te +zijn, op het achterdek terug, en was hij met zijn hoofd in zijn handen +alleen gaan zitten. Men zou gezegd hebben dat hij sliep. + +Hij sliep niet en dacht er niet aan om te slapen. Daarover maakte hij +zich bezorgd en zat hij te peinzen. + +»Aan wien toch is mijn vertrek bekend, en wie kan er belang bij hebben +het te weten?” + + + + + + + + +VIII. + +DE KAMA OPVARENDE. + + +Den volgenden morgen, 18 Juli te zes uur veertig minuten, kwam de +Kaukasus aan de aanlegplaats van Kazan aan, die zeven wersten (7½ +kilometer) van de stad verwijderd is. + +Kazan is gelegen aan de samenvloeiing van de Wolga en de Kazanka. Het +is eene belangrijke hoofdplaats, met een Griekschen +aartsbisschopszetel; het is tevens eene academiestad. + +Hoewel de stad vrij ver van de aanlegplaats verwijderd is, verdrong +zich toch op de kade eene talrijke menigte. Men was gekomen om nieuws +te vernemen. De gouverneur der provincie had een besluit uitgevaardigd +van denzelfden inhoud als dat van zijn collega te Nijni-Novgorod. Men +zag daar Tartaren, gekleed in een lang overkleed met korte mouwen en +het hoofd bedekt met een puntigen hoed, waarvan de breede randen aan +dien van den bekenden Pierrot deden denken. Anderen, in een lange +manteljas gehuld en met een kalotje op het hoofd, hadden veel van +Poolsche Joden. Vrouwen, met allerlei klingklang op de borst, en met +een diadeem in den vorm eener halve maan op het hoofd, vormden +verschillende groepen die druk in gesprek waren. Officieren van +politie, onder de menigte gemengd, eenige Kozakken met hunne lans +gewapend, handhaafden de orde en deden plaats maken zoowel voor de +passagiers, die de Kaukasus verlieten, als voor hen, die er zich op +inscheepten; maar niet dan na beide soorten van reizigers nauwkeurig +opgenomen te hebben. + +Michael Strogoff keek met een vrij onverschilligen blik naar dat heen +en weer loopen, aan elke aanlegplaats eener stoomboot eigen. De +Kaukasus moest te Kazan een uur vertoeven om kolen in te nemen. + +Michael Strogoff dacht er niet aan om aan land te gaan. Hij zou het +jonge Lijflandsche meisje, dat nog niet op het dek verschenen was, niet +alleen willen laten. + +De twee dagbladschrijvers waren reeds sedert den dageraad op, zooals +het elken flinken jager betaamt. Zij waren aan land gegaan en hadden +zich onder de menigte begeven, elk zijn eigen weg nemende. Michael +Strogoff bemerkte aan den eenen kant Harry Blount, met zijn zakboekje +in de hand, eenige typen schetsende en eenige opmerkingen +aanteekenende; aan den anderen kant Alcide Jolivet, zich tevreden +stellende met praten en rekenende op zijn geheugen, dat niets kon +vergeten. Langs de geheele oostelijke grens van Rusland liep het +gerucht dat de opstand en de inval eene geduchte uitbreiding hadden +aangenomen. Het verkeer tusschen Siberië en het rijk was reeds uiterst +moeilijk. Dat hoorde Strogoff, die het dek niet verlaten had, van de +nieuw aangekomen passagiers. + +Deze gesprekken veroorzaakten hem eene wezenlijke ongerustheid, en +wekten het dringend verlangen bij hem op aan gene zijde van den Oeral +te zijn, om zelf over de ernstige gebeurtenissen te oordeelen en tegen +elk mogelijk ongeval maatregelen te nemen. Hij scheen op het punt te +zijn aan een of ander inwoner van Kazan juister inlichtingen te vragen, +toen zijne aandacht opeens werd afgeleid. + +Onder de reizigers, die de Kaukasus verlieten, herkende Michael +Strogoff den troep Zigeuners, die zich den vorigen dag nog op het +jaarmarktplein te Nijni-Novgorod bevonden. Daar op het dek der +stoomboot bevonden zich de oude heiden en de vrouw, die hem voor een +spion had uitgemaakt. Met hem ontscheepten een twintigtal danseressen +en zangeressen, in oude dekens gewikkeld, die hunne met klatergoud +belegde jurken bedekten en waarschijnlijk onder het bestuur van den +ouden Zigeuner stonden. + +Michael Strogoff twijfelde er nu niet meer aan dat het gesprek, dat hem +rechtstreeks betrof, uit dien troep voortgekomen en gevoerd was +tusschen den ouden Zigeuner en de vrouw, die hij den Mongoolschen naam +van Sangarre gegeven had. + +Michael Strogoff naderde door eene onwillekeurige beweging de trap van +de stoomboot, op het oogenblik dat de heidens haar zouden verlaten. + +De oude heiden stond daar, in eene nederige houding, die weinig +overeenkwam met de onbeschaamdheid, aan zijne stamgenooten eigen. Men +zou gezegd hebben dat hij eerder de blikken zocht te vermijden, dan ze +tot zich te trekken. Zijn ellendige hoed, geheel verbrand door de zon, +was diep over zijn oogen getrokken. Zijn breede gewelfde rug rondde +zich af onder een ouden kiel, waarin hij zich, in weerwil van de hitte, +dicht had gewikkeld. Het ware moeielijk geweest onder dit ellendig +toetakelsel over zijn lichaamsbouw en gelaat te oordeelen. Bij hem +stond, in eene prachtige houding, de Zigeunsche Sangarre, eene vrouw +van dertig jaar, bruin van vel, groot van gestalte, met prachtige oogen +en goudgeel haar. + +Onder de jonge danseressen waren er verscheidene bij uitstek mooi, die +het type van haar ras sterk vertoonden. + +Michael Strogoff bemerkte dat de Zigeunerin Sangarre hem onophoudelijk +aankeek, als wilde zij zijne trekken onuitwischbaar in haar geheugen +prenten. + +»Dat is eene brutale heidin,” zeide Michael Strogoff tot zich zelf. +»Zou zij mij herkend hebben voor den man, dien zij te Nijni-Novgorod +voor een spion uitgemaakt heeft. Die vervloekte Zigeuners hebben oogen +als katten! Zij zien in het donker, en deze kan misschien wel +weten....” + +Michael Strogoff was op het punt Sangarre en haar troep te volgen, maar +hij bedacht zich. + +»Neen,” zeide hij in zich zelf, »geen onbedachte stappen! Indien ik +dien ouden waarzegger en zijne bende laat in hechtenis nemen, dan loopt +mijn incognito gevaar om ontdekt te worden. Zij zijn nu eenmaal weg en +voor dat zij over de grenzen zullen zijn, zal ik reeds lang den Oeral +over zijn getrokken. Ik weet wel dat zij den weg van Kazan naar Ichim +kunnen nemen, maar deze weg levert geen middelen van vervoer op en een +tarentass met goede Siberische paarden bespannen, zal eene kar van +heidens wel vooruitsnellen. Wees maar gerust, vriend Korpanoff!” In elk +geval waren de oude Zigeuner en Sangarre op dit oogenblik, reeds in de +menigte verdwenen. + +Michael Strogoff had zeer wijselijk den weg over Perm, Ekaterinenburg +en Tioemen gekozen. Dat is de groote weg, die zich van Ichim tot +Irkoetsk uitstrekt en die goed van poststations voorzien is. + +Een uur daarna luidde de bel van de Kaukasus. Het was zeven uur in den +morgen. Het innemen van kolen was afgeloopen. De stoomboot was gereed +om te vertrekken. + +De reizigers, die van Kazan naar Perm gingen, hadden reeds hunne +plaatsen aan boord ingenomen. Op dit oogenblik bemerkte Michael +Strogoff dat Harry Blount alleen op de stoomboot terug was gekomen. Zou +Alcide Jolivet haar dan misloopen? + +Doch op het oogenblik dat men de kabels losmaakte, verscheen Alcide +Jolivet, uit al zijne macht komende aanloopen. De plank was reeds aan +wal gehaald en de stoomboot zette zich reeds in beweging, toen Alcide +Jolivet, voor geen klein beetje vervaard, met de vlugheid van een +clown, op eens op het dek van de Kaukasus sprong, bijna in de armen van +zijn collega. + +»Ik dacht dat de Kaukasus zonder u ging vertrekken,” zeide deze half +willens, half onwillens. + +»Ba!” antwoordde Alcide Jolivet, »ik zou u wel hebben weten in te +halen, al had ik eene boot op kosten mijner nicht moeten huren of +postpaarden moeten nemen tegen twintig kopeken per werst. Wat zal ik er +van zeggen? Het telegraafkantoor was nog al ver van hier!” + +»Zijt gij naar de telegraaf geweest?” vroeg Harry Blount, op zijn +lippen bijtende. + +»Ik ben er geweest!” antwoordde Alcide Jolivet met zijn liefelijksten +glimlach. + +»En hij werkt nog altijd tot Kolivan?” + +»Dat weet ik niet, maar ik kan u wel verzekeren, dat hij van Kazan naar +Parijs werkt!” + +»Gij heb eene dépêche verzonden.... naar uwe nicht?....” + +»Met het meeste genoegen.” + +»Gij hebt dus vernomen....” + +»Hoor, vadertje, om nu eens met de Russen te spreken,” antwoordde +Alcide Jolivet, »ik ben niet kwaad, ik wil voor u niets geheim houden. +De Tartaren, met Feofar-Khan aan het hoofd, zijn tot voorbij +Semipalatinsk voortgerukt en zakken de Irtisch af. Doe er uw voordeel +mee!” + +Hoe! eene zoo ernstige tijding, en Harry Blount had er geen kennis van +gekregen, en zijn mededinger, die ze waarschijnlijk van een of ander +inwoner van Kazan vernomen had, had ze terstond naar Parijs +overgeseind! Het Engelsche dagblad was dus ten achteren. Harry Blount +ging dan ook met zijn armen op den rug op het achterdek zitten, zonder +een woord meer te spreken. + +Tegen tien uur verliet het Lijflandsche meisje hare hut en kwam op het +dek. + +Michael Strogoff ging naar haar toe, en stak haar de hand toe. + +»Hoe ver zijn wij van Moskou?” vroeg zij. + +»Negen honderd wersten!” antwoordde Michael Strogoff. + +»Negen honderd van de zeven duizend!” mompelde het jonge meisje. + +De bel kondigde het uur van ontbijt aan. Nadia volgde Michael Strogoff +naar de spijskamer der boot. Zij wilde niets gebruiken van die +bijgerechten, die afzonderlijk toegediend worden, zooals kaviaar, +haring in stukjes gesneden, brandewijn uit rogge vervaardigd en met +anijs gekruid, een drank, dienende om den eetlust op te wekken; in de +noorsche landen algemeen in gebruik, zoowel in Rusland, als in Zweden +en Noorwegen. + +Nadia at weinig, wellicht als een arm meisje, wier middelen zeer +bekrompen zijn. Michael Strogoff meende zich nu te moeten tevreden +stellen met het maal waarmede zijne gezellin tevreden was, dat is: met +een weinig »koulbat,” een soort van gebak, bestaande uit dooiers van +eieren, rijst en gestampt vleesch, en roode kool met kaviaar gestoofd; +terwijl thee de eenige drank was. + +Dit maal was dus noch lang, noch duur; ook gingen Michael Strogoff en +Nadia reeds binnen twintig minuten weder naar boven, op het dek. + +Beiden zetten zich op het achterdek neder en Nadia hare stem +verzachtende, zeide, zonder door iemand anders gehoord te kunnen +worden: + +»Broeder, ik ben de dochter van een banneling. Ik heet Nadia Fedor. +Mijne moeder is te Riga gestorven, bijna een maand geleden, en ik ga +naar Irkoetsk, naar mijn vader, om zijne ballingschap te deelen.” + +»Ik ga ook naar Irkoetsk,” antwoordde Michael Strogoff, »en ik zal het +als eene gunst van den hemel beschouwen, Nadia Fedor gezond en wel in +de handen van haar vader over te geven.” + +»Dank u, broeder!” antwoordde Nadia. + +Michael Strogoff vertelde toen, dat hij een bijzonder podaroshna voor +Siberië gekregen had, en dat van den kant der Russische overheden, +niets zijne reis kon belemmeren. + +Nadia verlangde niets beter. Zij zag in de ontmoeting van dien +eenvoudigen en goeden jongen man, dien de Voorzienigheid haar had +toegezonden, slechts éen ding; het middel voor haar om tot haar vader +te komen. + +»Ik had,” zeide zij, »een vrijgeleide, dat mij machtigde mij naar +Irkoetsk te begeven; doch het besluit van den gouverneur van +Nijni-Novgorod heeft het ongeldig verklaard, en zonder u, broeder, zou +ik de stad niet hebben kunnen verlaten, waar ge mij ontmoet hebt en +waar ik zeer zeker gestorven zou zijn!” + +»En alleen, Nadia,” riep Michael Strogoff uit, »alleen, durfdet ge het +te wagen de steppen van Siberië door te trekken!” + +»Dat was mijn plicht, broeder.” + +»Maar wist ge dan niet dat het land, in opstand en overheerd, niet door +te komen is.” + +»De Tartaarsche inval was niet bekend, toen ik Riga verliet,” +antwoordde het jonge meisje. »Eerst te Moskou heb ik die tijding +vernomen!” + +»En desniettegenstaande, hebt ge uwe reis vervolgd!” + +»Dat was mijn plicht.” + +In dat gezegde was het geheele karakter van het moedige meisje +saamgevat. Nadia aarzelde nooit te doen wat haar plicht was. + +Zij sprak toen over haar vader, Wassili Fedor. Het was een geacht +geneesheer uit Riga. Hij oefende zijn beroep met gunstig gevolg uit en +leefde gelukkig te midden der zijnen. Doch zijn lidmaatschap in een +buitenlandsch geheim genootschap bewezen zijnde, kreeg hij bevel om +naar Irkoetsk te vertrekken en de gendarmen, die hem dit bevel +brachten, geleidden hem op staanden voet over de grenzen. + +Wassili Fedor had slechts den tijd zijne vrouw, die reeds lijdende was, +te omhelzen, alsmede zijne dochter, die misschien zonder steun zou +blijven, en, weenende over die twee wezens, die hij beminde, vertrok +hij. Sedert twee jaar bewoonde hij de hoofdstad van Oost-Siberië, en +daar oefende hij, maar niet voordeelig, zijn beroep van geneesheer uit. +Niettemin zou hij misschien gelukkig geweest zijn, voor zoover een +banneling zulks kan zijn, indien zijne vrouw en zijne dochter bij hem +hadden kunnen zijn. Maar mevrouw Fedor, reeds zeer verzwakt, zou Riga +niet hebben kunnen verlaten. Twintig maanden na het vertrek van haar +man stierf zij in de armen van hare dochter, die zij alleen en bijna +zonder hulp achterliet. Nadia Fedor vroeg toen en kreeg, zonder moeite, +van het Russische gouvernement verlof, zich naar haar vader te Irkoetsk +te begeven. Zij schreef hem, dat zij vertrok. Nauwelijks had zij de +noodige middelen om die lange reis te maken, en toch aarzelde zij niet +die reis te ondernemen. Zij deed wat zij kon!.... God zou het overige +doen. + +Middelerwijl voer de Kaukasus de rivier op. Het was avond geworden, en +de lucht werd door eene heerlijke frischheid bezwangerd. Duizenden +vonken ontsnapten uit den schoorsteen der stoomboot, met pijnboomhout +gestookt en bij het gedruisch van de golven door den voorsteven +gebeukt, mengde zich het gehuil der wolven, die tegen den avond den +rechteroever van de Kama onveilig maakten. + + + + + + + + +IX. + +NACHT EN DAG IN EENE TARENTASS. + + +Den volgenden dag, 19 Juli, kwam de Kaukasus aan de aanlegplaats te +Perm aan, de laatste plaats die hij aan de Kama aandeed. + +Het gouvernement, waarvan Perm de hoofdplaats is, is een der +uitgestrektste van het Russische Rijk. Marmer- en zoutgroeven, platina- +en goudlagen, steenkolenmijnen worden er op groote schaal bewerkt. In +afwachting dat Perm door hare ligging eene stad van den eersten rang +worde, heeft het weinig aantrekkelijks, is zeer vuil en morsig, en het +heeft geene hulpbronnen. Voor hen, die van Rusland naar Siberië gaan, +is dit gebrek aan gemak vrij onverschillig, want zij komen uit het +binnenland en zijn van al het noodige voorzien; maar voor degenen die +uit Middel-Azië komen na een lange en vermoeiende reis, zou het zeker +niet onwelgevallig zijn dat de eerste Europeesche stad van het rijk, +bij de Aziatische grens gelegen, beter voorzien ware. + +Het is te Perm, dat de reizigers hunne voertuigen, min of meer +beschadigd door een langen tocht door de vlakten van Siberië, +verkoopen. Daar ook schaffen zij, die van Europa naar Azië gaan, zich +gedurende den zomer rijtuigen en gedurende den winter sleden aan, +alvorens zich voor eenige maanden in de steppen te wagen. + +Michael Strogoff had reeds zijn reisplan vastgesteld en het wachtte +slechts op de uitvoering. + +Er bestaat een vrij snelle brievenpostdienst over het Oeral-gebergte, +maar die dienst was door de omstandigheden van het oogenblik verstoord. +En al ware dit het geval niet geweest, dan zou Michael Strogoff, die er +spoedig wilde zijn, zonder van iemand af te hangen, toch niet van die +gelegenheid gebruik gemaakt hebben. Hij wilde liever rijtuigen koopen +en van pleisterplaats tot pleisterplaats rijden, den ijver der +postiljons door navodko [4] aanwakkerende. + +Maar welk voertuig dan te nemen? Eene telega of eene tarentass? + +De telega is een open wagen met vier wielen en alleen uit hout +vervaardigd. Wielen, assen, bouten, bak, lemoen, de boomen in den +omtrek hebben alles geleverd, en de verschillende deelen waaruit dit +voertuig samengesteld is, worden door dikke touwen aan elkander +bevestigd. Niets is eenvoudiger, niets is doelmatiger, maar niets ook +gemakkelijker te herstellen, wanneer een of ander ongeval zich op reis +voordoet. Er is geen gebrek aan denneboomen op de Russische grenzen en +de assen groeien natuurlijk in de wouden. Door middel van de telega +heeft de buitengewone postdienst plaats. Voor dit voertuig zijn alle +wegen goed. Men moet evenwel bekennen dat de touwen somtijds breken, en +dat, terwijl het achterstel in een of anderen sneeuw- of modderpoel +blijft steken, het voorstel op twee wielen aan de pleisterplaats +aankomt. + +Michael Strogoff zou nu wel genoodzaakt geweest zijn de telega te +nemen, indien hij niet het geluk had gehad eene tarentass te vinden. + +Niet dat dit laatste voertuig volmaakt is, want de veeren ontbreken er +even zoo goed aan als aan de telega, en het hout is er, bij gebrek aan +ijzer, niet aan gespaard, maar de lange as, waarmede het voorzien is, +geeft het een zeker evenwicht op hobbelige en dikwijls zeer ongelijke +wegen. Een slijkbord beveiligt de reizigers tegen de modder op den weg +en eene groote leeren kap, die neergelaten kan worden, maakt het minder +onaangenaam gedurende de groote hitte en de hevige onweersbuien van den +zomer. De tarentass is overigens even zoo sterk, en evenzoo gemakkelijk +te herstellen als de telega, en van den anderen kant laat dit voertuig +zijn achterstel minder op de groote wegen achter. + +Het was evenwel niet zonder moeite dat het Michael Strogoff gelukte +eene tarentass op te sporen, en het was wel waarschijnlijk dat hij in +de geheele stad Perm geene tweede zou gevonden hebben. Niettemin dong +hij zeer af, enkel voor den vorm, om in zijne rol te kunnen blijven van +Nicolaas Korpanoff, eenvoudig koopman van Irkoetsk. + +Nadia was overal meegegaan om een voertuig te zoeken. Hoewel het doel +dat zij bereiken moesten verschillend was, hadden zij toch beiden +evenveel haast op de plaats hunner bestemming aan te komen en bijgevolg +om te vertrekken. Men zou gezegd hebben dat éen en dezelfde wil hen +bezielde! + +»Zuster,” zeide Michael Strogoff, »ik had gaarne gewenscht voor u een +aangenamer en gemakkelijker rijtuig te vinden.” + +»Broeder, zegt gij dat tegen mij, die zoo noodig te voet ware gegaan om +tot mijn vader te komen!” + +»Ik twijfel niet aan uw moed, Nadia, maar er zijn lichamelijke +vermoeienissen, tegen welke geene vrouw bestand is.” + +»Ik zal er tegen bestand zijn, van welken aard zij ook mogen zijn. +Mocht eene klacht over mijne lippen komen, laat mij dan onderweg achter +en vervolg uwe reis alleen!” + +Een half uur later werden, op vertoon van het podaroshna, drie +postpaarden voor de tarentass gespannen. Deze dieren, met lang haar +bedekt, hadden veel van beren op hooge pooten. Zij waren klein en +vurig, van Siberisch ras. + +Ziehier hoe de postiljon, de iemschik, ze had aangespannen: het eene, +het grootste was tusschen twee lange disselboomen vastgemaakt, die aan +hunne voorste uiteinden een hoepel droegen, douga genaamd, behangen met +kwasten en belletjes; de twee anderen waren eenvoudig met touwen aan de +beide treden van de tarentass bevestigd. Overigens geen tuig, en tot +leidsels niets anders dan een eenvoudig touw. + +Noch Michael Strogoff, noch het meisje voerde bagage mede. De groote +haast van den een en de geringe middelen van de andere, hadden hen niet +toegestaan het zich hiermede lastig te maken. Het was nu wel een geluk, +want er was slechts plaats voor twee personen, zonder den postiljon +mede te rekenen, die zich op zijn nauwen bok ternauwernood in evenwicht +kon houden. Die postiljon wordt evenwel bij elke pleisterplaats +verwisseld. Hij, wiens beurt het nu was te rijden, was een Siberiër +evenals zijn paarden, en niet minder harig dan zij. Hij had al +aanstonds een navorschenden blik op de reizigers van de tarentass +geworpen. Geen bagage!—en waar zouden zij die voor den duivel gestopt +hebben?—Dat is dus geen buitenkansje. En hij trok een veelbeteekenend +gezicht. + +»Raven,” zeide hij, zonder zich te bekreunen om al of niet gehoord te +worden, »raven tegen zes kopeken per werst.” + +»Neen! adelaars,” riep Michael Strogoff uit, die volmaakt de taal der +iemschiks verstond, »adelaars hoor je, tegen negen kopeken per werst, +en de fooi bovendien!” + +Een vroolijk zweepgeklap antwoordde hem. + +De »raaf” beteekent in de taal der Russische postiljons, den gierigen +of armen reiziger, die op de boerenpleisterplaats, de paarden slechts +tegen twee à drie kopeken per werst betaalt. De »arend” beteekent den +reiziger die voor geen hoogen prijs terugdeinst, zonder nog de groote +fooien te rekenen. Ook kan de raaf er geene aanspraak op maken even zoo +snel als de keizerlijke vogel te vliegen. + +Michael Strogoff en Nadia namen onmiddellijk plaats in de tarentass. De +kap werd opgezet, want de hitte was dien dag ondragelijk en om twaalf +uur verliet de tarentass Perm, te midden van eene wolk van stof. +Michael Strogoff was aan die manier van reizen gewend. Het horten en +stooten hinderde hem geenszins. Hij wist dat een Russisch span noch de +keien, noch de wagensporen, noch de modderpoelen, noch de omvergeworpen +boomen, noch de sloten vermijdt. Zijne reisgenoote liep gevaar door het +heen en weer slingeren van de tarentass gekwetst te worden, maar zij +klaagde niet. + +Gedurende de eerste oogenblikken van de reis zeide Nadia niets, want +zij was geheel vervuld van de gedachte om maar spoedig aan te komen. + +»Ik heb drie honderd wersten tusschen Perm en Ekaterinenburg geteld, +broeder!” zeide zij. »Heb ik mij vergist?” + +»Gij hebt u niet vergist, Nadia,” antwoordde Michael Strogoff, »en +wanneer wij Ekaterinenburg zullen bereikt hebben, zullen wij ons aan +gene zijde van het Oeral-gebergte bevinden.” + +»Hoe lang zal die tocht door het gebergte duren?” + +»Acht en veertig uren, want wij zullen nacht en dag reizen. Ik zeg +nacht en dag, want ik kan mij geen oogenblik ophouden, en ik moet +onophoudelijk voort naar Irkoetsk.” + +»Ik zal u niet ophouden, broeder, neen, zelfs geen uur en wij zullen +nacht en dag reizen.” + +»Welnu dan, Nadia, moge de inval der Tartaren ons den weg niet +belemmeren, en binnen twintig dagen zullen wij aangekomen zijn!” + +»Gij hebt die reis reeds meer gemaakt?” vroeg Nadia. + +»Verscheidene malen.” + +»In den winter zouden wij er spoediger en zekerder komen, is het niet?” + +»Ja, spoediger vooral, maar ge zoudt veel door de koude en de sneeuw +geleden hebben!” + +»Dat is niets! De winter is de vriend van den Rus.” + +»Ja, Nadia, maar wat een sterk gestel moet men hebben om aan dergelijke +vriendschap weerstand te bieden! Ik heb dikwijls den warmtegraad in de +Siberische steppen zien dalen tot meer dan veertig graden onder het +vriespunt! Ik heb, in weerwil van mijne kleeding van rendierhuid, mijn +hart voelen verstijven, mijne leden voelen krimpen, mijne voeten voelen +bevriezen onder driedubbele wollen sokken! Ik heb de paarden van mijne +slede bedekt gezien met een schild van ijs, en hun adem verstijfd +gezien in hunne neusgaten. Ik heb den brandewijn in mijne reisflesch in +een harden steen zien veranderen!.... Maar mijne slede vloog als een +orkaan voort! Geene hinderpalen op de onafzienbare met sneeuw bedekte +vlakte! Geen stroomen meer waarvan men genoodzaakt is de waadbare +plaatsen op te zoeken! Geen meren meer die men in een boot moet +oversteken! Overal het harde ijs, de vrije, de zekere weg! Maar ten +koste van welk lijden, Nadia! Zij alleen zouden het kunnen zeggen, die +nooit teruggekomen zijn, en waarvan de sneeuwjacht spoedig de lijken +bedekt heeft!” + +»Gij zijt evenwel teruggekomen, broeder,” zeide Nadia. + +»Ja, maar ik ben een Siberiër, en reeds zeer jong, toen ik mijn vader +op zijne jachten volgde, gewende ik mij aan dit harde leven. Maar toen +gij mij zeidet, Nadia, dat de winter u niet zou tegengehouden hebben, +dat gij alleen zoudt vertrokken zijn, gereed om tegen de +verschrikkelijke guurheid van het Siberisch klimaat te worstelen, +verbeeldde ik mij u reeds onder de sneeuw bedolven te zien!” + +»Hoeveel maal zijt gij de steppen gedurende den winter doorgetrokken?” +vroeg het jonge meisje. + +»Driemaal, Nadia, wanneer ik naar Omsk ging.” + +»En wat gingt ge te Omsk doen?” + +»Mijne moeder bezoeken, die mij wachtte.” + +»En ik, ik ga naar Irkoetsk waar mijn vader mij verwacht. Ik ga hem de +laatste woorden van mijne moeder overbrengen! Dat wil zeggen, broeder, +dat niets mij zou hebben kunnen beletten te vertrekken!” + +»Gij zijt een braaf kind, Nadia,” antwoordde Michael Strogoff, »en God +zelf zou u geleid hebben!” + +Gedurende dien dag was de tarentass door de iemschiks, die elkander bij +elke pleisterplaats opvolgden, snel vooruit gebracht. De arenden van +het gebergte zouden hun naam niet onteerd hebben geacht door deze +arenden van den grooten weg. De hooge prijs voor ieder paard betaald, +de rijke fooien, bevalen de reizigers bijzonder aan. Misschien vonden +de postmeesters ’t zonderling, dat, na de uitvaardiging van het +besluit, een jonge man en zijne zuster, klaarblijkelijk beide Russen, +Siberië, dat voor elk ander gesloten was, vrij konden doortrekken, doch +hunne papieren waren in orde, en zij hadden het recht om te passeeren. +Ook snelde de tarentass met eene ongelooflijke snelheid de mijlpalen +voorbij. + +Overigens waren Michael Strogoff en Nadia niet de eenigen, die den weg +van Perm naar Ekaterinenburg volgden. Bij de eerste pleisterplaatsen +had de koerier van den czaar vernomen, dat hem een rijtuig voor was, +doch, daar hem geen paarden ontbraken, dacht hij daarover niet verder +na. Gedurende dien dag werd van de weinige halten, waar de tarentass +verpoosde, gebruik gemaakt om zich te ververschen. De posthuizen zijn +hiertoe zeer goed ingericht. Overigens is, bij gebrek aan +pleisterplaats, het huis van den Russischen boer niet minder gastvrij. +De reiziger kan aan alle deuren aankloppen. Overal wordt hij goed +ontvangen. De moejiek komt hem met een vriendelijk gelaat te gemoet, en +steekt hem de hand toe. De vreemdeling, wanneer hij aankomt, is de +bloedverwant van allen. Het is »de van God gezondene.” + +’s Avonds aankomende, vroeg Michael Strogoff, als door eene soort van +instinct gedreven, aan den postmeester: hoe laat het rijtuig, dat hem +voorafging, de pleisterplaats verlaten had. + +»Twee uren geleden,” antwoordde de postmeester. + +»Het is eene berline?” + +»Neen, eene telega.” + +»Hoeveel reizigers?” + +»Twee.” + +»En rijden zij snel?” + +»Het zijn arenden!” + +»Dat men spoedig inspanne.” + +Michael Strogoff en Nadia besloten geen uur op te houden, en reisden +den geheelen nacht door. + +Het bleef mooi weer, doch de lucht werd langzamerhand drukkender en men +vreesde voor een onweder, dat in de bergen altijd verschrikkelijk is. + +De nacht liep evenwel goed af. Ondanks het stooten van de tarentass, +kon Nadia eenige uren slapen. De half opgezette kap liet toe om de +weinige lucht in te ademen, waarnaar de longen zoozeer verlangden in +den verstikkenden dampkring. + +Michael Strogoff bleef den geheelen nacht wakker, daar hij de iemschiks +niet vertrouwde, die dikwijls op den bok in slaap vallen. + +Den volgenden dag, 20 Juli, tegen acht uur in den morgen, werd het +Oeral-gebergte in het oosten zichtbaar. + +Gedurende dien dag bleef de lucht onophoudelijk betrokken, en de +luchtgesteldheid was daardoor een weinig draaglijker, maar het weer was +schrikkelijk stormachtig. + +Misschien ware het voorzichtiger geweest, zich niet midden in den nacht +in het gebergte te wagen, en dat zou Michael Strogoff gedaan hebben, +indien hij had kunnen wachten; maar toen de postiljon van de laatste +wisselplaats hem op het naderen van het onweer opmerkzaam maakte, +vergenoegde hij met te zeggen: + +»Eene telega is ons nog altijd vooruit?” + +»Ja.” + +»Hoeveel is zij ons vooruit?” + +»Ongeveer een uur.” + +»Vooruit dan, en eene driedubbele fooi, indien wij morgen ochtend te +Ekaterinenburg zijn!” + + + + + + + + +X. + +EEN ONWEDER IN HET OERAL-GEBERGTE. + + +Het Oeral-gebergte heeft tusschen Europa en Azië eene uitgestrektheid +van bij de drie duizend wersten (3.200 kilometer). De naam Oeral, die +van Tartaarschen oorsprong is, of die van Poyas, volgens de Russische +benaming, beteekent »gordel.” Dezen gordel, die van de Noordelijke +IJszee tot de boorden van de Kaspische Zee loopt, moest Michael +Strogoff nu overtrekken, en zooals gezegd is, had hij er goed aan +gedaan, den weg te nemen over Perm naar Ekaterinenburg, welke laatste +stad op de oostelijke helling van het Oeral-gebergte gelegen is. De +nacht zou voor dien tocht in het gebergte voldoende zijn, indien geen +ongeval tusschen beiden kwam. Ongelukkig kondigde het gerommel van den +donder in de verte het naderen van een onweder aan, dat door den +bijzonderen toestand van den dampkring verschrikkelijk dreigde te +worden. + +Michael Strogoff bezorgde nu zoo goed mogelijk zijne gezellin. De kap, +die een windvlaag gemakkelijk weggerukt zou hebben, werd door middel +van touwen steviger bevestigd; men verdubbelde de strengen der paarden, +en tot overmaat van voorzorg werd de stootplaat der assen met stroo +omwonden, zoowel om de stevigheid der wielen te verzekeren als om de +schokken te verzachten, die in een donkeren nacht moeielijk te +vermijden zijn. Eindelijk werden achter- en voorstel, waarvan de assen +eenvoudig met houten pinnen aan den bak van den tarentass bevestigd +waren, door een dwarshout met schroeven en moeren aan elkander +vastgeklonken. + +Nadia nam achter in de tarentass plaats; Michael Strogoff zette zich +naast haar. Voor de kap, die geheel opgezet was, hingen twee leeren +gordijnen, die, in zekere mate, de reizigers tegen den regen en de +rukwinden moesten beschutten, en links van den bok bevonden zich twee +groote lompe lantarens, waarvan het flauwe licht den weg niet erg +verlichtte, maar die ten minste konden dienen om het aanrijden van een +of ander rijtuig te verhinderen. + +Men ziet dus dat alle voorzorgen genomen waren en in dien +onheilspellenden nacht was dit wel raadzaam. + +»Nadia, wij zijn gereed,” zeide Michael Strogoff. + +»Laat ons dan vertrekken,” antwoordde het meisje. + +Het was acht uur, en de zon ging langzamerhand onder. Doch de lucht was +somber, ondanks de schemering, die onder die breedte lang duurt. Zeer +dikke dampen schenen het gewelf des hemels te drukken, doch geen windje +verplaatste ze nog. Er zou een diepe stilte geheerscht hebben zonder +het gekraak van de wielen der tarentass, het luide hijgen der buiten +adem zijnde paarden en het slaan hunner hoefijzers op de keien, waaruit +van tijd tot tijd vonken vlogen. + +Michael Strogoff lichtte de leeren gordijnen op en bleef eenigen tijd +voorovergebogen naar buiten kijken en de veranderingen in de lucht +waarnemen. Tegen elf uur begon het te weerlichten, en hoe langer hoe +erger. Van tijd tot tijd scheen het geratel van den donder zich met het +holle gerol van het voertuig te vermengen, wanneer het over een brug +van ruwe planken ging, die over eene of andere kloof geslagen was, en +met het geschreeuw van den postiljon, die zijne paarden aanzette, die +door de zwaarte van de lucht meer dan door de steilte van den weg +vermoeid waren. + +»Hoe laat zullen wij op den top van den bergpas aankomen?” vroeg +Michael Strogoff aan den iemschik. + +»Om éen uur in den morgen.... indien wij aankomen!” antwoordde deze het +hoofd schuddende. + +»Zeg eens, vriend, het is toch niet voor den eersten keer dat je een +onweer in het gebergte bijwoont?” + +»Neen, geve God dat dit niet mijn laatste zij!” + +»Zijt ge dan bang?” + +»Ik ben niet bang, maar ik zeg ’t nog eens, ge hebt verkeerd gedaan van +te vertrekken.” + +»Ik zou grooter ongelijk hebben gehad zoo ik gebleven ware.” + +»Vooruit jongens!” riep de iemschik zijn paarden toe als een man die er +niet was om te redetwisten, maar om te gehoorzamen. + +Op dit oogenblik had er in het luchtruim eene trilling plaats, alsof ze +voortgebracht ware door een scherp oorverdoovend gefluit dat den +dampkring doorkliefde. Op het verblindend licht van den bliksem volgde +opeens een verschrikkelijke donderslag, en de wind barstte woedend los. +Eenige doffe geluiden duidden aan, dat eenige oude en slecht gewortelde +boomen de eerste aanvallen van de hevige windvlaag niet hadden kunnen +weerstaan. Een aantal verbrijzelde stammen vlogen over den weg, na met +geweld op de rotsen neergekomen te zijn, en stortten links in den +afgrond, op twee honderd passen van de tarentass. + +De paarden waren op eens blijven stilstaan. + +»Vooruit dan, kereltjes,” schreeuwde de iemschik, het geklap zijner +zweep bij het gerommel van den donder voegende. + +Michael Strogoff vatte de hand van Nadia. + +»Slaapt ge, zuster?” vroeg hij aan haar. + +»Neen, broeder.” + +»Houd u tot alles gereed. Daar is onweer.” + +»Ik ben gereed.” + +Michael had slechts den tijd de leeren gordijnen van de tarentass dicht +te doen. + +De onweersbui kwam met de snelheid van den bliksem opzetten. + +De iemschik sprong van zijn bok en vloog naar den kop zijner paarden om +ze tegen te houden, want een verschrikkelijk gevaar bedreigde het +gespan. + +Inderdaad de tarentass bevond zich aan een draai van den weg, vanwaar +de onweersbui kwam. Zij moest dus vlak in den wind gehouden worden, +want wanneer zij op zij getroffen werd, zou zij omvergeslagen en in een +diepen afgrond gestort zijn, die zich links van den weg bevond. De +paarden, door den rukwind teruggedreven, steigerden, en hun voerman kon +ze niet tot bedaren brengen. De arme dieren, door het weerlicht +verblind, verschrikt door de onophoudelijke donderslagen, aan het +losbarsten van verscheidene stukken geschut gelijk, dreigden hunne +strengen te verbreken en op hol te gaan. De iemschik was zijne paarden +niet meer meester. + +Op dit oogenblik sprong Michael Strogoff op eens uit de tarentass en +kwam hem te hulp. Begaafd met eene meer dan gewone lichaamskracht, +gelukte het hem, niet zonder moeite, de paarden te beteugelen. + +Maar de woede van den orkaan verdubbelde toen. De weg had op die hoogte +den vorm van een trechter en de onweersbui stortte er zich in, zooals +zij zich zou gestort hebben in de naar den wind gekeerde luchtkokers +van een stoomschip. Terzelfder tijd begon een stortvloed van steenen en +boomstammen van de helling af te rollen. + +»Wij kunnen hier niet blijven,” zeide Michael Strogoff. + +»Wij zullen er ook niet blijven,” riep de iemschik geheel ontsteld uit, +terwijl hij zich met alle kracht tegen die verschrikkelijke +verplaatsing der luchtlagen verzette. »De orkaan zal ons weldra, ja al +schielijk onder aan den berg geworpen hebben.” + +»Neem je linkerpaard, lafaard!” antwoordde Michael Strogoff. »Ik sta +voor het rechter in!” + +Een nieuwe aanval van den rukwind noodzaakte den postiljon en Strogoff +zich tot op den grond te bukken, om niet omvergeworpen te worden; doch +de tarentass werd ondanks hunne pogingen en die der paarden, die zij +tegen den wind ophielden, een geheel eind achteruit geworpen, en zonder +een boomstam, die hen tegenhield, zou zij van den weg geworpen zijn. + +»Wees niet bang, Nadia,” schreeuwde Michael Strogoff. + +»Ik ben niet bang,” antwoordde het meisje, zonder dat hare stem de +minste aandoening verraadde. + +»Wilt ge naar beneden gaan?” vroeg de iemschik. + +»Neen, wij moeten naar boven! Wij moeten dien hoek om! Hooger op, +zullen wij door de helling beschut worden!” + +»Maar de paarden weigeren!” + +»Doe zooals ik, en trek ze voort!” + +»De onweersbui komt weer op!” + +»Zult ge gehoorzamen?” + +»Ge begeert het!” + +»De vader gebiedt het!” zeide Michael Strogoff, die voor de eerste maal +den naam van den keizer aanriep. + +»Vooruit dan!” riep de iemschik uit, terwijl hij het rechter paard +greep, en Michael Strogoff het andere. + +De paarden, aldus vastgehouden, vervolgden met moeite hun weg, doch, +menschen en beesten, telkens door den rukwind overvallen, konden geen +drie stappen doen, of zij gingen er een of twee achteruit. Zij gleden +uit, zij vielen, zij stonden weer op, en het voertuig liep gevaar van +uit elkaar te raken. Indien de kap niet stevig ware bevestigd geweest, +zou zij al lang afgewaaid zijn. + +Michael Strogoff en de iemschik hadden twee uren noodig om dit gedeelte +van den weg op te komen, dat hoogstens een halve werst lang was, en dat +rechtstreeks aan de onweersbui was blootgesteld. Het gevaar bestond +toen niet alleen in dien vreeselijken orkaan, maar vooral in die +hagelbui van steenen en verbrijzelde boomstammen, die van het gebergte +op hen neerkwamen. + +Plotseling werd, bij het flikkeren van het weerlicht, een steenblok +opgemerkt, dat zich met eene toenemende snelheid in de richting der +tarentass bewoog. De iemschik slaakte een kreet. + +Michael Strogoff wilde de paarden, door een krachtigen zweepslag, doen +vooruitgaan. Zij weigerden. Eenige stappen nog en het blok zou achter +de tarentass voorbijrollen!.... + +Michael Strogoff zag, in het twintigste eener seconde, de tarentass +getroffen en zijne gezellin tegelijkertijd verpletterd! Hij begreep, +dat hij geen tijd meer had om haar levend uit het voertuig te +rukken!... Hij vliegt naar achter en met eene bovenmenschelijke kracht +duwde hij met zijn rug het zware rijtuig eenige voeten vooruit. + +Het ontzettende blok gleed in het voorbijgaan rakelings langs de borst +van den jongen man en sneed hem de ademhaling af, evenals een +kanonskogel zou gedaan hebben, en verbrijzelde de keisteenen van den +weg, die door den schok vonken van zich afwierpen. + +»Broeder!” had Nadia geheel ontsteld uitgeroepen, die alles bij het +licht van den bliksem gezien had. + +»Nadia,” antwoordde Michael Strogoff, »Nadia, heb maar geen vrees!”.... + +»Voor mij behoefde ik geen vrees te hebben!” + +»God is met ons, zuster!” + +»Met mij zeer zeker, broeder, wijl Hij u op mijn weg geplaatst heeft!” +zeide het meisje. + +Het voortduwen van de tarentass had goed geholpen dank zij de +krachtsinspanning van Michael Strogoff. De paarden, geheel versuft en +om zoo te zeggen voortgesleept door Michael Strogoff en den iemschik, +kwamen weder op den rechten weg en bereikten een engen bergpas, die hen +tegen de dadelijke aanvallen van den storm zou beschutten. + +Het was nu één uur in den morgen geworden, en hoe groot het ongeduld +van Michael Strogoff ook was, hij moest in dien bergpas blijven totdat +het hevigste van den storm voorbij was. + +»Wachten, dat is eene ernstige zaak,” zeide Michael Strogoff, »en toch +is dit beter, om niet gevaar te loopen grooter vertraging te +ondervinden. De hevigheid van het onweer doet mij hopen dat het weldra +op zal houden. Tegen drie uur zal de dag wel aanbreken, en het afdalen, +dat wij in het donker niet kunnen wagen, zal ten minste na zonsopgang +zoo niet gemakkelijk, dan toch mogelijk worden. + +»Laat ons wachten, broeder,” zeide Nadia, »doch indien gij uw vertrek +vertraagt, dat het dan niet zij om mij eene vermoeienis of een gevaar +te besparen!” + +»Nadia, ik weet, dat gij besloten zijt alles te trotseeren, maar, door +ons beiden in verdenking te brengen, zou ik meer dan mijn leven wagen, +meer dan het uwe, ik zou den plicht verzuimen die ik boven te vervullen +heb!” + +»Een plicht!....” mompelde Nadia. + +Op dit oogenblik verscheurde een hevige bliksemstraal het hemelgewelf +en terstond weergalmde een korte donderslag. De lucht werd door eene +zwavelachtige en verstikkende vloeistof vervuld, en een groep +hoogstammige pijnboomen op twintig passen van de tarentass door den +bliksem getroffen, ontvlamde als eene reusachtige toorts. De iemschik, +door een soort van terugschok ter aarde geworpen, stond gelukkig zonder +letsel weer op. + +Vervolgens, nadat het laatste geratel van den donder in de diepten van +het gebergte verdwenen was, voelde Michael Strogoff de hand van Nadia +sterk de zijne drukken, en hij hoorde deze woorden aan zijn oor +fluisteren: + +»Kreten, broeder! Luister!” + + + + + + + + +XI. + +REIZIGERS IN DOODSNOOD. + + +Inderdaad hadden zij, gedurende deze korte stilte, angstkreten gehoord +op het bovenste gedeelte van den weg en op vrij korten afstand van de +bocht, die de tarentass in den bergpas beschutte. + +Het was een wanhoopskreet van een reiziger, die waarschijnlijk in +doodsnood verkeerde. + +Michael Strogoff luisterde. + +De iemschik luisterde ook, maar het hoofd schuddende, alsof hij het +voor onmogelijk scheen te houden op dit geroep te antwoorden. + +»Het zijn reizigers die om hulp roepen!...” riep Nadia uit. + +»Als ze alleen op ons rekenen!...” antwoordde de iemschik. + +»Waarom niet?” riep Michael Strogoff uit. »Hetgeen zij in dergelijke +omstandigheden voor ons zouden doen, moeten wij dat ook niet voor hen +doen?” + +»Maar ge zult toch het rijtuig en de paarden niet blootstellen!...” + +»Ik zal te voet gaan,” antwoordde Michael Strogoff, den iemschik in de +rede vallende. + +»Ik ga met u mee, broeder,” zeide het meisje. + +»Neen, Nadia, gij moet hier blijven. De iemschik zal bij u blijven. Ik +wil hem niet alleen laten....” + +»Ik zal hier blijven,” antwoordde Nadia. + +»Wat er ook gebeure, verlaat deze plaats niet!” + +»Gij zult mij hier terugvinden.” + +Michael Strogoff drukte de hand zijner gezellin en de bocht der helling +omloopende, verdween hij plotseling in de duisternis. + +»Uw broeder heeft ongelijk,” zeide de iemschik tot het jonge meisje. + +»Hij heeft gelijk,” antwoordde Nadia eenvoudig. + +Michael Strogoff liep ijlings den weg op. Had hij groote haast om hen +te hulp te snellen die de noodkreten slaakten, nog grooter was zijn +verlangen om te weten, wie die reizigers konden zijn, die het onweer +niet verhinderd had zich in het gebergte te wagen, want hij twijfelde +niet of het waren zij, wier telega zijne tarentass altijd vooruit was. + +Het had met regenen opgehouden, maar de windvlagen werden hoe langer +hoe heviger. De kreten, door den sterken luchtstroom nader gebracht, +werden hoe langer hoe duidelijker. Van de plaats waar Michael Strogoff +Nadia achtergelaten had kon men niets zien, daar de weg zeer bochtig +was. De rukwinden, plotseling bij die veel bochten gebroken pakten zich +samen, en Michael Strogoff moest eene meer dan gewone kracht +ontwikkelen om er zich door heen te worstelen. + +Maar het bleek weldra dat de reizigers, wier kreten gehoord werden, +niet veraf meer konden zijn, want hunne woorden kwamen vrij duidelijk +tot zijn oor. + +Ziehier nu wat hij, niet zonder eenige verwondering hoorde: + +»Stommerik! kom je haast?” + +»Bij de eerste wisselplaats de beste, zal ik je met den knoet laten +geven!” + +»Hoor je, postiljon van den duivel! Hei daar!” + +»Zoo rijden ze je nu in dit land!...” + +»En dat noemen ze een telega!” + +»He! aartsdomkop! Hij rijdt maar door en schijnt niet te bemerken dat +hij ons op den weg laat staan.” + +»Mij zoo te behandelen! een van geloofsbrieven voorzien Engelschman! Ik +zal mijn beklag aan de kanselarij doen en ik zal hem laten ophangen!” + +Hij, die zoo sprak, was wezenlijk in volle woede. Doch, opeens scheen +het Michael Strogoff toe, alsof de tweede spreker partij trok van +hetgeen er gaande was, want een schaterend gelach, dat te midden van +zulk een tooneel het minst verwacht werd, weerklonk plotseling en werd +gevolgd door deze woorden: + +»Neen, dat is waarlijk al te kluchtig!” + +»Durft gij hierom te lachen!” zeide de Engelschman op een vrij scherpen +toon. + +»Welzeker, waarde collega, en zeer hartelijk, en dat is het beste dat +ik kan doen! Ik raad u aan hetzelfde te doen! Op mijn woord van eer, +het is al te kluchtig, men heeft dat nog nooit gezien!....” + +Op dit oogenblik vervulde een hevige donderslag den bergpas met een +verschrikkelijk geratel, dat de echo’s van het gebergte nog +weerkaatsten. Terstond na dat geratel weergalmde opnieuw de vroolijke +stem, zeggende: + +»Ja, buitengemeen kluchtig! Zoo iets zou zeker in Frankrijk niet +gebeuren!” + +»Noch in Engeland!” gaf de Engelschman ten antwoord. + +Op den door de bliksemstralen hel verlichten weg bemerkte Michael +Strogoff nu, op twintig passen afstand, twee reizigers naast elkander +gezeten op de achterste bank van een zonderling voertuig, dat zeer diep +in een of ander wagenspoor scheen geraakt te zijn. + +Michael Strogoff naderde de beide reizigers, waarvan de een voortging +met lachen, en de andere met vloeken en tieren, en hij herkende de +dagblad-correspondenten, die op de Kaukasus met hem de reis van +Nijni-Novgorod naar Perm gemaakt hadden. + +»He! goeden dag, mijnheer!” riep de Franschman uit. »Het doet mij +genoegen u bij deze gelegenheid te ontmoeten. Mag ik u mijn +boezemvriend, mijnheer Blount, voorstellen?” + +De Engelsche reporter groette, en wellicht zou hij volgens de regels +der beleefdheid, op zijn beurt zijn collega Alcide Jolivet voorgesteld +hebben, toen Michael Strogoff hem zeide: + +»Onnoodig heeren, wij kennen elkander, wij hebben reeds te zamen op de +Wolga gereisd.” + +»Ha! zeer goed! perfect! mijnheer?....” + +»Nikolaas Korpanoff, koopman van Irkoetsk,” antwoordde Michael +Strogoff. »Maar zeg mij toch eens welk ongeval, zoo droevig voor den +een en zoo vermakelijk voor den ander, u overkomen is?” + +»Oordeel zelf, mijnheer Korpanoff,” antwoordde Alcide Jolivet. +»Verbeeld u dat onze postiljon met het voorstel van zijn helsch +voertuig vertrokken is, terwijl hij ons op het achterstel van zijn +bespottelijk rijtuig in den steek laat. De slechtste helft van de +telega voor twee personen, geen leidsels, geen paarden meer! Is dat +niet uitermate kluchtig?” + +»Kluchtig in het geheel niet!” antwoordde de Engelschman. + +»Maar zeer zeker, collega! Gij weet waarlijk niet de zaken van den +goeden kant te nemen!” + +»En hoe, ik vraag het u, hoe zullen wij onzen weg kunnen vervolgen?” +vroeg Harry Blount. + +»Niets eenvoudiger,” antwoordde Alcide Jolivet. »Gij spant u zelven +voor dat gedeelte van het voertuig, dat ons overblijft; ik, ik zal de +leidsels houden, en ik zal u mijn kereltje noemen, als een ware +iemschik; gij zult loopen als een echt postpaard!” + +»Mijnheer Jolivet,” zeide de Engelschman, »dit gekscheren gaat alle +palen te buiten, en....” + +»Wees maar bedaard, collega. Wanneer ge uitgeput zult zijn, dan zal ik +u vervangen en ge zult het recht hebben mij uit te schelden voor +leelijke slak, als ik er niet flink van door ga!” + +Alcide Jolivet zeide dat alles zoo vroolijk weg, dat Michael Strogoff +niet kon nalaten te glimlachen. + +»Heeren,” zeide hij toen, »ik weet beter. Wij zijn hierboven in den +bergpas aangekomen op vijf honderd pas van hier, en bijgevolg hebben +wij nu slechts de helling af te dalen. Ik zal u een mijner paarden +leenen, en morgen, als er niets tusschenbeiden komt, zullen wij te +zamen te Ekaterinenburg aankomen. + +»Mijnheer Korpanoff,” antwoordde Alcide Jolivet, »dat is een voorstel +dat een edelmoedig hart verraadt!” + +»Mijnheer,” voegde Michael Strogoff er bij, »indien ik u niet aanbied +om in mijn tarentass plaats te nemen dan is de reden daarvan, dat er +slechts twee plaatsen in zijn, die door mijne zuster en mij reeds zijn +ingenomen.” + +»Kom, kom, mijnheer!” antwoordde Alcide Jolivet, »mijn collega en ik +zouden met uw paard en het achterstel van mijn telega wel naar het +andere einde van de wereld kunnen gaan!” + +»Mijnheer,” hernam Harry Blount, »wij nemen uw beleefd aanbod aan. Wat +den iemschik betreft....” + +»O! geloof maar dat het niet voor de eerste maal is dat hem een +dergelijk ongeval overkomt!” zeide Michael Strogoff. + +»Maar waarom komt hij dan niet terug? Hij weet zeer goed dat hij ons +heeft achtergelaten, die ellendeling!” + +»Hij? daar heeft hij zelfs geen besef van!” + +»Wat! Zou die sukkel niet weten dat de beide deelen van zijne telega +gescheiden zijn?” + +»Hij weet het niet, en in het volste vertrouwen van de wereld voert hij +zijn voorstel naar Ekaterinenburg!” + +»En of ik u niet zeide dat het allerkluchtigst was, collega!” riep +Alcide Jolivet uit. + +»Nu dan, heeren, wanneer gij mij wilt volgen,” hernam Michael Strogoff, +»dan zullen wij naar mijn rijtuig gaan en....” + +»Maar de telega?” merkte de Engelschman op. + +»Vrees niet dat zij weg zal vliegen, mijn waarde Blount,” riep Alcide +Jolivet. »Zij zit zoo vast in den grond geworteld, dat wanneer men ze +er inliet, er in de lente bladeren aan zouden komen!” + +»Kom dan, heeren,” zeide Michael Strogoff, »en wij zullen de tarentass +hier halen.” + +De Franschman en de Engelschman sprongen van de achterste bank af, die +nu voorste bank of bok geworden was, en volgden Michael Strogoff. + +Alcide Jolivet, die maar altijd met schertsen voortging, zeide tot +Michael Strogoff: »mijnheer Korpanoff, gij redt ons wezenlijk uit eene +groote verlegenheid!” + +»Mijnheer,” antwoordde Michael Strogoff, »ik heb slechts gedaan wat elk +ander in mijne plaats zou gedaan hebben. Indien de reizigers elkander +niet hielpen, dan moest men de wegen maar afsluiten!” + +»Tot wederdienst bereid, mijnheer. Wanneer gij ver de steppen ingaat, +is het wel mogelijk dat wij elkander weer zullen ontmoeten en....” + +Alcide Jolivet vroeg Michael Strogoff niet bepaaldelijk waar hij naar +toe ging, maar deze, geen achterdocht willende verwekken, antwoordde +terstond: + +»Ik ga naar Omsk, mijne heeren.” + +»En mijnheer Blount en ik,” hernam Jolivet, »wij gaan zoo wat hier en +daar; daar waar misschien een kogel, maar, zeker een of ander nieuws op +te vangen is.” + +»In de overheerde provinciën?” vroeg Michael Strogoff eenigszins +driftig. + +»Juist, mijnheer Korpanoff, en het is wel waarschijnlijk dat wij +elkander daar niet zullen ontmoeten!” + +»Dat is zeker, mijnheer,” antwoordde Michael Strogoff. »Ik houd heel +weinig van geweerschoten en lanssteken; ik ben te vredelievend van +natuur, om mij te wagen daar waar men vecht.” + +»Het spijt mij wezenlijk, mijnheer, dat wij zoo gauw van elkander +zullen moeten scheiden! Maar, wanneer wij Ekaterinenburg verlaten, zal +ons gelukkig gesternte ons misschien nog wel te zamen laten reizen, al +was het maar gedurende eenige dagen!” + +»Gij begeeft u naar Omsk?” vroeg Michael Strogoff na een oogenblik +overdenkens. + +»Wij weten het nog niet,” antwoordde Alcide Jolivet, »maar zeker gaan +wij rechtstreeks naar Ichim door, en eenmaal daar zijnde, zullen wij +naar gelang van omstandigheden handelen.” + +»Welnu, heeren,” zeide Michael Strogoff, »dan zullen wij te zamen naar +Ichim reizen.” + +Michael Strogoff had zeker liever alleen gereisd, maar zonder dat het +ten minste zonderling zou schijnen, kon hij niet trachten zich van twee +reizigers te scheiden, die denzelfden weg gingen, als hij. Overigens, +daar Alcide Jolivet en zijn reisgenoot plan hadden te Ichim op te +houden, zonder onmiddellijk naar Omsk door te reizen, zoo bestond er +geen zwarigheid, dit gedeelte van de reis met hen mede te maken. + +»Welnu, heeren,” antwoordde hij, »dat is dan afgesproken. Wij zullen te +zamen de reis voortzetten.” + +Vervolgens vroeg hij op den onverschilligsten toon: + +»Weet gij met eenige zekerheid, tot hoever de Tartaren zijn +doorgedrongen?” + +»Om de waarheid te zeggen, mijnheer, wij weten er niet meer van dan men +te Perm vertelde,” antwoordde Alcide Jolivet. »De Tartaren van +Feofar-Khan hebben de geheele provincie Semipalatinsk overheerd, en +sedert eenige dagen rukken zij met versnelden marsch langs de Irtisch +voort. Gij moet u dus haasten, zoo gij vóor hen te Omsk wilt aankomen.” + +»Waarlijk?” zeide Michael Strogoff. + +»Men voegde er ook nog bij, dat het kolonel Ogareff gelukt was vermomd +de grenzen over te komen en dat hij zich weldra bij het Tartaarsche +opperhoofd te midden van het opgestane land zou voegen.” + +»Maar hoe zou men dat te weten zijn gekomen?” vroeg Michael Strogoff, +voor wien deze min of meer ware tijdingen van rechtstreeks belang +waren. + +»Wel, zooals men al die dingen te weten komt,” antwoordde Alcide +Jolivet. »Dit zit in de lucht.” + +»En hebt gij gegronde reden om te gelooven dat kolonel Ogareff in +Siberië is?” + +»Ik heb zelfs hooren zeggen, dat hij den weg over Kazan naar +Ekaterinenburg zou genomen hebben.” + +»Ha! gij wist dat, mijnheer Jolivet,” zeide Harry Blount toen, wiens +tong losraakte door de opmerking van den Franschen correspondent. + +»Ik wist het,” antwoordde Alcide Jolivet. + +»En wist gij, dat hij als Zigeuner vermomd zou zijn?” vroeg Harry +Blount. + +»Als zigeuner!” riep Michael Strogoff onwillekeurig uit, die zich de +tegenwoordigheid van den ouden Zigeuner te Nijni-Novgorod, zijne reis +aan boord van de Kaukasus en zijne ontscheping te Kazan herinnerde. + +»Ik wist er genoeg van om er het onderwerp van een brief aan mijne +nicht van te maken,” antwoordde Alcide Jolivet glimlachende. + +»Gij hebt uw tijd te Kazan wel besteed,” merkte de Engelschman op een +drogen toon aan. + +»Zeker, waarde collega, en terwijl de Kaukasus zich van voorraad +voorzag, deed ik zooals de Kaukasus!” + +Michael Strogoff luisterde niet meer naar de woordenwisseling tusschen +Harry Blount en Alcide Jolivet. Hij dacht aan dien troep Zigeuners, aan +dien ouden Zigeuner, wiens gezicht hij niet had kunnen zien, aan de +zonderlinge vrouw, die hem vergezelde, aan den zonderlingen blik, dien +zij op hem geworpen had, en hij begon al de bijzonderheden van die +ontmoeting in zijn geest te verzamelen, toen een schot zich op een +korten afstand deed hooren. + +»Ha! heeren, vooruit!” riep Michael Strogoff uit. + +»Kijk! voor een waardig koopman, die de schoten vermijdt,” zeide Alcide +Jolivet tot zichzelf, »loopt hij zeer snel naar de plaats, waar zij +vallen!” + +En gevolgd door Harry Blount, die er de man niet naar was om achter te +blijven, liep hij Michael Strogoff achterna. + +Eenige oogenblikken daarna bevonden zij zich tegenover de overhellende +rots, die de tarentass beveiligde. + +De groep pijnboomen, door den bliksem getroffen, brandde nog. De weg +was woest en verlaten. Michael Strogoff had zich evenwel niet vergist. +Hij had het schot van een of ander vuurwapen gehoord. + +Plotseling deed zich een verschrikkelijk gebrul hooren, en er viel een +tweede schot. + +»Een beer!” riep Michael Strogoff uit, die zich in dat gebrul niet kon +vergissen. »Nadia! Nadia!” En, een jachtmes uit zijn gordel trekkende, +snelde Michael Strogoff ijlings naar de plaats waar het meisje beloofd +had hem te wachten. + +Op het oogenblik dat hij de tarentass nadert, ziet hij, bij het licht +der brandende pijnboomen, eene ontzettende massa hem, al +terugtrekkende, naderen. + +Het was een reusachtige beer. De storm had hem uit de nabijgelegen +bosschen gejaagd, en hij was komen schuilen op een plek, die zonder +twijfel zijn gewoon verblijf was, maar die toen door Nadia was +ingenomen. + +Twee der paarden, verschrokken op het gezicht van het verschrikkelijke +dier, hadden hunne strengen verbrekende, de vlucht genomen, en de +iemschik, alleen aan zijne beesten denkende, en vergetende dat het +jonge meisje zich alleen tegenover den beer zou bevinden, was hen +achterna gesneld. Het moedige meisje had haar tegenwoordigheid van +geest niet verloren. Het dier, dat haar in het eerst niet gezien had, +had het laatste paard van het span aangevallen. Nadia, de plaats toen +verlatende, waar zij neergedoken zat, was naar het rijtuig geloopen, +had een der revolvers van Michael Strogoff gegrepen, en stoutmoedig op +den beer afgaande, loste zij van zeer nabij een schot op hem. + +Het dier, aan den schouder licht gekwetst, had zich naar het meisje +gekeerd, dat eerst gezocht had hem te ontwijken door rondom de +tarentass te loopen, waarvan het paard zijn strengen trachtte te +verbreken. Eindelijk, vreezende geen paarden meer te zullen hebben om +de reis voort te zetten, loopt zij opnieuw regelrecht op den beer aan, +en met eene verwonderlijke koelbloedigheid had zij, op het oogenblik +dat de klauwen van het dier op haar hoofd zouden neerkomen, een tweede +schot op hem gelost. + +Het was dat tweede schot dat Michael Strogoff zooeven gehoord had en +waarop hij toegesneld was. In een sprong wierp hij zich tusschen den +beer en het jonge meisje. Zijn arm had slechts eene enkele beweging van +onder naar boven gemaakt, en het gedrochtelijk dier opengesneden van de +buik tot de keel, viel op den grond als een logge massa. Het was een +proefstuk van de behendigheid der Siberische jagers, die er op staan de +kostbare huid der beren niet te beschadigen, waarvan zij eene hooge +prijs maken. + +»Zijt gij niet gewond, zuster?” vroeg Michael Strogoff, ijlings naar +het jonge meisje toesnellende. + +»Neen, broeder,” antwoordde Nadia. + +Op dit oogenblik verschenen de beide dagbladschrijvers. Alcide Jolivet +vloog naar den kop van het paard, en daar hij zeer sterk in de vuist +was, gelukte het hem het te bedwingen. Zijn reismakker en hij hadden de +snelle beweging van Michael Strogoff opgemerkt. + +»Drommels!” riep Alcide Jolivet uit, »voor een eenvoudig koopman, +mijnheer Korpanoff, hanteert gij vrij aardig een hartsvanger.” + +»Zeer aardig zelfs,” voegde Harry Blount er bij. + +»In Siberië, heeren,” antwoordde Michael Strogoff, »zijn wij +genoodzaakt zoo wat van alles te doen!” + +Alcide Jolivet keek toen de jonge man aan. In het volle licht gezien, +met het bebloede mes in de hand, met zijn hooge gestalte, met zijn koen +gelaat, met den voet op het lichaam van den beer, dien hij +terneergeveld had, was Michael Strogoff schoon om te zien. + +»Een stevige klant!” zeide Alcide Jolivet tot zich zelf. + +Vervolgens eerbiedig met den hoed in de hand naderende, kwam hij het +jonge meisje groeten. + +Nadia maakte eene lichte buiging. + +Zich toen tot zijn reismakker keerende, zeide Alcide Jolivet: + +»De zuster is de broeder waard! indien ik een beer ware, zou ik dit +geduchte en bekoorlijke paar uit de voeten blijven!” + +Harry Blount stond als een paal met zijn hoed in de hand op eenigen +afstand. De bevallige losheid van zijn reisgenoot deed nog meer zijne +gewone stijfheid uitkomen. + +Op dit oogenblik verscheen de iemschik, wien het gelukt was zijne twee +paarden te vangen. Hij wierp een blik vol spijt op het prachtige dier, +dat op den grond lag, en dat hij genoodzaakt zou zijn ten prooi aan de +roofvogels te laten; daarna ging hij zijn span weder in orde brengen. + +Michael Strogoff maakte hem toen bekend met den toestand der beide +reizigers, en met zijn plan een der paarden van de tarentass te hunner +beschikking te stellen. + +»Het is mij wel!” antwoordde de iemschik. »Alleen twee rijtuigen in +plaats van een....” + +»Goed, vriendje!” antwoordde Alcide Jolivet, welke die aanmerking +begreep, »men zal u dubbel betalen.” + +»Vooruit dan, kereltjes,” riep de iemschik. + +Nadia was weer in de tarentass gaan zitten; Michael Strogoff en zijne +beide reisgenooten volgden te voet. + +Het was drie uur. De onweersbui was aan het afnemen, de weg werd snel +opgereden, en de telega werd weldra bereikt: zij was tot aan de as in +de modder gezakt. Een der paarden van de tarentass werd er nu door +middel van touwen voorgespannen. De beide dagbladschrijvers namen nu +weder plaats op de bank van hun zonderling voertuig, en de rijtuigen +zetten zich terstond in beweging. + +Zij hadden nu slechts de hellingen van den Oeral af te rijden, hetgeen +geene moeielijkheid opleverde. Zes uren daarna kwamen de beide +voertuigen, het eene na het andere, te Ekaterinenburg aan, zonder dat +eenig ongeval het tweede gedeelte hunner reis verstoord had. + +De eerste persoon, dien de dagbladschrijvers aan de deur van het +posthuis bemerkten, was hun iemschik, die hen scheen op te wachten. + +Deze waardige Rus had waarlijk een goed gezicht en zonder de minste +verlegenheid en met een glimlachend oog, naderde hij zijne reizigers en +vroeg hun, zijne hand uitstrekkende, om zijne fooi. + +De waarheid dwingt om te zeggen, dat de woede van Harry Blount met eene +echt Britsche hevigheid losbarstte, en zoo de iemschik niet voorzichtig +achteruitgegaan ware, zou een vuistslag, volgens al de regels van het +boksrecht, hem het navodko in zijn volle aangezicht betaald hebben. + +Alcide Jolivet, deze woede ziende, lachte zooals hij misschien nog +nooit gelachen had. + +»Wel, hij heeft gelijk, die arme duivel!” riep hij uit. »Hij is in zijn +recht, mijn waarde collega! Het is zijn schuld niet, dat wij geen +middel gevonden hebben hem te volgen!” + +En eenige kopeken uit zijn zak halende: + +»Hier, vriend,” zeide hij tot den iemschik, »steek dat in je zak. +Indien je ze niet verdiend hebt, is dat je schuld niet!” + +Dit verdubbelde nog de opgewondenheid van Harry Blount, die het den +postmeester wilde wijten, en hem een proces aandoen. + +»Een proces! in Rusland!” riep Alcide Jolivet uit. »Als de zaken niet +veranderd zijn, collega, dan zoudt gij er het einde niet van beleven! +Kent gij dan de geschiedenis niet van die Russische min, die van de +familie van haar zuigeling het loon van twaalf maanden zoogen +vorderde?” + +»Ik ken ze niet,” antwoordde Harry Blount. + +»Dan weet gij ook niet wat er van dien zuigeling geworden was, toen de +uitspraak in het rechtsgeding gunstig voor hem uitviel.” + +»En wat was er dan van hem geworden?” + +»Een kolonel van de huzaren der garde!” + +En op dit antwoord begonnen allen te schateren van het lachen. + +Wat Alcide Jolivet betreft, opgetogen over zijn snedig antwoord, nam +zijn aanteekenboekje uit den zak, en schreef er al glimlachende deze +nota in op, bestemd om in het Moscovische woordenboek opgenomen te +worden: + +»Telega, Russisch rijtuig met vier wielen, wanneer het vertrekt, en met +twee wielen, wanneer het aankomt!” + + + + + + + + +XII. + +EENE UITDAGING. + + +Ekaterinenburg is eene stad van Azië, want zij is aan gene zijde van +het Oeral-gebergte gelegen, op de laatste oostelijke hellingen van de +bergketen. Niettemin is zij aan het gouvernement Perm onderhoorig, en, +bijgevolg is zij begrepen in een der groote verdeelingen van +Europeesch-Rusland. + +Noch Michael Strogoff, noch de beide correspondenten behoefden verlegen +te wezen om middelen van vervoer te vinden in zulk een aanzienlijke +stad, sedert 1723 gesticht. + +Te Ekaterinenburg bevindt zich de eerste Munt van het geheele Rijk; +aldaar is het algemeene bestuur der mijnen gevestigd. Deze stad is dus +een belangrijk middelpunt van nijverheid, in een land waar +metaalgieterijen en andere exploitatiën, waar goud- en zilvererts +gewasschen wordt, gevonden worden. + +Op dit tijdstip was de bevolking van Ekaterinenburg zeer aangegroeid. +Russen en Siberiërs, door den inval der Tartaren bedreigd, waren er +naar toe gevloeid, na uit de provinciën gevlucht te zijn, die reeds +door de horden van Feofar-Khan waren overheerd, en voornamelijk uit het +land der Kirgiezen, dat zich ten zuidwesten van de Irtisch tot de +grenzen van Turkestan uitstrekt. + +Waren dus de middelen van vervoer om Ekaterinenburg te bereiken, +zeldzaam geweest, zij waren integendeel overvloedig om de stad te +verlaten. In de tegenwoordige omstandigheden hadden de reizigers er +weinig lust in om zich op Siberische wegen te wagen. + +Uit dien samenloop van omstandigheden volgde nu dat Harry Blount en +Alcide Jolivet gemakkelijk gelegenheid vonden om de beruchte halve +telega die hen, zoo goed en zoo kwaad mogelijk, naar Ekaterinenburg +vervoerd had, door een geheele telega te vervangen. Wat Michael +Strogoff betrof, de tarentass was zijn eigendom, en ze had niet erg +geleden door de reis over het Oeral-gebergte. Het zou voldoende zijn er +drie goede paarden voor te spannen, om snel den weg naar Irkoetsk af te +leggen. + +Tot Tioemen, en zelfs tot Novo-Zaimskoe, is die weg vrij oneffen, maar, +voorbij de wisselplaats van Novo-Zaimskoe begint de onmetelijke steppe, +die zich uitstrekt tot dicht bij Krasnoïarsk, over eene uitgestrektheid +van ongeveer zeventien honderd wersten (1.815 kilometer). + +Men weet, dat de beide correspondenten voornemens waren zich naar Ichim +te begeven. Daar moesten zij met de gebeurtenissen te rade gaan, +vervolgens de overheerde streken doortrekken, hetzij te zamen, hetzij +afzonderlijk, al naar gelang hun jagersinstinct hen op een of ander +spoor zou brengen. + +Nu was de eenige weg, dien Michael Strogoff kon nemen, die van +Ekaterinenburg naar Ichim. Maar hij, die geen nieuws opspoorde, en die +integendeel het door de overweldigers geteisterde land zou hebben +willen vermijden, was vast besloten zich nergens op te houden. + +»Heeren,” zeide hij dus tot zijne nieuwe reisgezellen, »het zal mij +zeer aangenaam zijn met u een gedeelte van mijne reis te doen, maar ik +moet u zeggen dat ik zeer gehaast ben, want mijne zuster en ik gaan +onze moeder te Omsk opzoeken. Wie weet, of wij er zelfs zullen kunnen +komen vóor dat de Tartaren de stad overweldigd zullen hebben! Ik houd +mij dus aan de pleisterplaatsen slechts zoolang op als er tijd noodig +is om van paarden te verwisselen, en ik zal nacht en dag doorreizen!” + +»Wij zijn van plan hetzelfde te doen,” antwoordde Harry Blount. + +»Goed,” hernam Michael Strogoff, »maar verliest dan geen oogenblik. +Huurt of koopt een rijtuig waarvan....” + +»Waarvan het achterstel,” voegde Alcide Jolivet er bij, »wel zoo goed +zal zijn tegelijkertijd als het voorstel te Ichim aan te komen.” + +Een half uur later had de ijverige Franschman, trouwens gemakkelijk +eene tarentass gevonden, bijna gelijk aan die van Michael Strogoff en +waarin zijn reisgenoot en hij terstond plaats namen. + +Michael Strogoff en Nadia zetten zich ook in hun voertuig, en ’s +middags te twaalf uur verlieten de beide spannen te zamen de stad +Ekaterinenburg. + +Nadia was eindelijk in Siberië en op dien langen weg, die naar Irkoetsk +voert! Welke moesten toen wel de gedachten van het Lijflandsche meisje +zijn? Drie snelle paarden voerden haar naar dat verbanningsoord, waarin +haar vader veroordeeld was te leven, misschien voor lang, en zoover van +zijn geboorteland! Maar ternauwernood zagen hare oogen die lange +steppen zich ontrollen, die een oogenblik voor haar afgesloten waren +geweest, want haar blik ging verder dan den gezichteinder, waarachter +zij het gelaat van den banneling zocht! Zij merkte niets op van het +land dat zij doortrok met eene snelheid van vijftien wersten per uur, +niets van deze streken van West-Siberië zoo verschillend van die in het +Oostelijk Siberië. Hier inderdaad vindt men geen bebouwde akkers, een +armen bodem, ten minste aan zijne oppervlakte, want zijne ingewanden +bevatten overvloedig ijzer, koper, platina en goud. Daarom vindt men +hier ook overal exploitatiën van nijverheid, doch zeldzaam inrichtingen +van landbouw. Hoe zou men ook hier handen vinden, om den grond te +bebouwen wanneer het voordeeliger is den bodem met kruitmijnen en +houweel om te wroeten? Hier heeft de boer voor den mijnwerker plaats +gemaakt. Het houweel is hier overal bezig; de spade nergens. + +Intusschen dwaalden de gedachten van Nadia soms van de verre provinciën +van het meer Baïkal af, en vestigden zij zich op haren tegenwoordigen +toestand. Het beeld van haar vader verdween dan een oogenblik en zij +zag haar edelmoedigen reisgenoot allereerst op den spoorweg naar +Wladimir, waar de Voorzienigheid haar hem voor de eerste maal had laten +ontmoeten. Zij herinnerde zich zijne voorkomendheid gedurende de reis, +hare aankomst aan het politiebureau te Nijni-Novgorod, den hartelijken +eenvoud, waarmede hij tot haar gesproken had met haar zijne zuster te +noemen, zijne gedienstigheid jegens haar gedurende de reis op de Wolga, +eigenlijk alles wat hij gedaan had gedurende dien verschrikkelijken +nacht van het onweer in het Oeral-gebergte om haar leven met gevaar van +het zijne te verdedigen! Nadia dacht dus aan Michael Strogoff. Zij +dankte God dat Hij op het rechte tijdstip dien dapperen beschermer, +dien edelmoedigen en bescheiden vriend, zoo juist van pas op haar weg +geplaatst had. Zij gevoelde zich in veiligheid bij hem, onder zijne +hoede. Een eigen broeder had niet beter kunnen handelen! Zij duchtte +geen hinderpalen meer, zij meende nu haar doel zeker te bereiken. + +Wat Michael Strogoff betreft, hij sprak en dacht veel na. Van zijn kant +ook dankte hij God dat Hij hem in de ontmoeting met Nadia, het middel +gegeven had om tegelijkertijd zijne wezenlijke persoonlijkheid te +verbergen en eene goede daad te verrichten. De kalme onverschrokkenheid +van het jonge meisje behaagde aan zijne manhaftige ziel. Waarom was zij +niet in werkelijkheid zijne zuster? Hij gevoelde evenveel eerbied als +genegenheid voor zijne schoone en heldhaftige gezellin. Hij gevoelde +dat het een dier zuivere en zeldzame harten was, waarop men rekenen +kan. Evenwel, sedert hij den Siberischen bodem betreden had, waren de +ware gevaren voor Michael Strogoff begonnen. Zoo de beide +dagbladschrijvers zich niet vergisten, zoo Ivan Ogareff de grenzen was +overgetrokken, dan zou hij met de uiterste omzichtigheid moeten +handelen. De omstandigheden waren nu veranderd, want de Tartaarsche +spionnen moesten in de Siberische provinciën wemelen. Mocht zijn +incognito ontdekt, zijne hoedanigheid van koerier van den czaar bekend +raken, dan zou het met zijne zending uit zijn, ja zelfs zijn leven +misschien bedreigd worden. Michael Strogoff gevoelde toen meer en meer +het gewicht van de verantwoordelijkheid, die op hem rustte. + +Wat ging er terwijl de zaken aldus in het eerste rijtuig stonden, in +het tweede om? Niets bijzonders. Alcide Jolivet sprak zeer veel, Harry +Blount antwoordde zeer weinig. Ieder beschouwde de zaken op zijne +wijze, en maakte aanteekeningen omtrent het een of ander gebeurde op +reis. + +Bij elke wisselplaats stapten de beide correspondenten uit en +ontmoetten dan telkens Michael Strogoff weder. Wanneer er niets in het +posthuis moest gebruikt worden, dan verliet Nadia de tarentass niet. +Moest er echter ontbeten of gemiddagmaald worden, dan kwam zij aan +tafel, maar, altijd ingetogen, mengde zij zich zeer weinig in het +gesprek. + +Alcide Jolivet was, zonder de palen eener volmaakte betamelijkheid te +buiten te gaan, voortdurend zeer voorkomend jegens het Lijflandsche +meisje. Hij bewonderde de stille geestkracht die zij te midden der +vermoeienissen van de reis aan den dag legde. + +Deze gedwongen tusschenpoozen bevielen Michael Strogoff maar zeer +weinig. Ook drong hij op elke wisselplaats tot spoedig vertrek aan, +door èn postmeester èn iemschiks aan te zetten en te haasten. Na +vervolgens haastig gegeten te hebben,—altijd te haastig naar den zin +van Harry Blount, die in het eten zeer afgemeten was,—vertrok men, en +ook de dagbladschrijvers werden als adelaars gereden, want zij +betaalden vorstelijk, en zooals Alcide Jolivet zeide »als Russische +adelaars.” [5] + +Het spreekt vanzelf dat Harry Blount geenszins zocht zich in de gunst +van het jonge meisje te dringen. Die deftige gentleman had de gewoonte +niet twee dingen te gelijk te doen. + +Eens vroeg Alcide Jolivet hem, hoe oud hij wel dacht dat het jonge +Lijflandsche meisje kon zijn: + +»Welk jong Lijflandsch meisje?” antwoordde hij met de grootste ernst +van de wereld, zijne oogen half sluitende. + +»Wel drommels! de zuster van Nikolaas Korpanoff.” + +»Is dat zijne zuster?” + +»Neen, zijne grootmoeder,” hernam Alcide Jolivet, door zooveel +onverschilligheid uit het veld geslagen. + +»Voor hoe oud houdt gij haar?” + +»Indien ik haar had zien geboren worden, dan zou ik het weten!” +antwoordde Harry Blount eenvoudig, als een man, die zich niet wilde +uitlaten. + +Het land, door de beide tarentassen doorloopen, was nagenoeg verlaten. +Het weer was vrij schoon, de lucht half betrokken, de luchtsgesteldheid +draaglijker. Hadden de voertuigen op veeren gehangen, de reizigers +zouden zich over de reis niet te beklagen hebben gehad. Doch, indien +het land verlaten scheen, was dit toe te schrijven aan de tegenwoordige +omstandigheden. Op de velden bijna geen dier Siberische boeren, met hun +bleek en ernstig gelaat, die eene beroemde reizigster terecht +vergeleken heeft bij de Kastilianen, den trotschen ernst van dezen +daargelaten. Hier en daar eenige dorpen, die reeds ontruimd waren, +hetgeen het naderen der Tartaarsche troepen aanduidde. De inwoners +hadden, hunne kudden schapen, hunne kameelen, hunne paarden met zich +voerende, eene schuilplaats in de noordelijke vlakten gezocht. Eenige +stammen van de groote horde der zwervende Kirgiezen, die getrouw +gebleven waren, hadden ook hunne tenten aan gene zijde van de Irtisch +of de Oleg overgebracht, om aan de rooverijen der overweldigers te +ontsnappen. + +Zeer gelukkig had de postdienst nog altijd geregeld plaats, alsmede de +dienst van de telegraaf tusschen de punten die nog met den draad in +verband waren. Aan elke wisselplaats leverden de postmeesters nog de +paarden volgens de reglementaire voorwaarden. Aan elk station zaten de +beambten nog voor hun raampje, en seinden de dépêches over, die hun +toevertrouwd werden, ze alleen voor de regeeringstelegrammen +achterstellende. Ook maakten Harry Blount en Alcide Jolivet er ruim +gebruik van. + +Tot hiertoe had Michael Strogoff dus zijne reis op bevredigende wijze +volbracht. De koerier van den czaar had nog geen oponthoud ondervonden +en, indien het hem gelukte het punt om te trekken, waar de Tartaren +onder Feofar-Khan tot voor Krasnoïarsk waren voortgerukt, dan was hij +zeker van vóor hen te Irkoetsk aan te komen. + +Den dag na hun vertrek uit Ekaterinenburg, hadden de beide tarentassen +het stadje Toeloeguisk bereikt, tegen zeven uur in den morgen, na +tweehonderd twintig wersten afgelegd te hebben. + +Daar werd een half uur met ontbijten doorgebracht. Het ontbijt +afgeloopen zijnde, vervolgden de reizigers opnieuw hun weg met eene +snelheid, die de belofte van een zeker aantal kopeken alleen +verklaarbaar maakte. + +Denzelfden dag, 22 Juli, ’s nachts om éen uur, kwamen de beide +tarentassen, na zestig wersten afgelegd te hebben, te Tioemen aan. +Tioemen, waarvan de gewone bevolking tien duizend inwoners bedraagt, +telde toen het dubbel. Deze stad, het eerste middelpunt van nijverheid +dat de Russen in Siberië tot stand brachten, en waarvan men de schoone +metaalsmelterijen en de klokkengieterij opmerkt, had nog nooit zulk +eene levendigheid vertoond. + +De beide correspondenten gingen terstond op nieuwstijdingen uit. + +Die, welke de Siberische vluchtelingen van het tooneel van den oorlog +mede brachten, waren niet geruststellend. + +Men vertelde onder anderen, dat het leger van Feofar-Khan de vallei van +de Ichim met rassche schreden naderde, en men bevestigde dat kolonel +Ivan Ogareff zich weldra bij het Tartaarsche opperhoofd zou voegen, zoo +dit al niet reeds had plaats gehad. + +Wat nu de Russische troepen betrof, men had ze voornamelijk uit de +provinciën van Europeesch Rusland moeten oproepen, en zij waren nog te +ver verwijderd, om aan den inval weerstand te bieden. Evenwel rukten de +Kozakken uit het Gouvernement Tobolsk met geforceerde marschen naar +Tomsk op, in de hoop van het Tartaarsche leger te verhinderen verder +voort te trekken. + +’s Avonds om acht uur kwamen de beide tarentassen te Yaloetorowks aan. +Men verwisselde spoedig, en even buiten de stad moest men de rivier +Tobel in eene veerpont over, dat hier gemakkelijk ging. Te middernacht +werd het vlek Novo-Saimsk bereikt, na vijf en vijftig wersten (58½ +kilometer) afgelegd te hebben, en de reizigers verlieten nu eindelijk +den eenigszins heuvelachtigen bodem, bedekt met boomen, de laatste +sporen van het Oeral-gebergte. + +Hier begint nu eigenlijk hetgeen men noemt de Siberische steppe, die +zich tot de omstreken van Krasnoïarsk uitstrekt. Het is eene eindelooze +vlakte, eene soort van grazige woestijn, alwaar men niets anders zag +dan de van afstand tot afstand aan weerszijden van den weg geplaatste +telegraafpalen, en waar de weg zich alleen van de vlakte onderscheidde +door het fijne zand, dat van onder de wielen der tarentassen opstoof. + +Het ging nu regelrecht op Ichim aan, alwaar de beide correspondenten +moesten vertoeven, indien niet eene of andere gebeurtenis hun reisplan +mocht wijzigen. + +Twee honderd wersten ongeveer scheidden Novo-Saimsk van de stad Ichim, +en den volgenden dag, vóor acht uur ’s avonds, moesten en konden zij +afgelegd zijn, mits er geen oogenblik verloren ging. + +Zoo de reizigers al niet groote heeren of hooggeplaatste beambten +waren, waren zij toch, naar het oordeel der iemschiks, waardig het te +zijn, door hunne mildheid in het geven van fooien. + +Den volgenden dag, 23 Juli, waren de beide tarentassen inderdaad niet +meer dan dertig wersten van Ichim verwijderd. + +Op dit oogenblik bemerkte Michael Strogoff op den weg, en nauwelijks +zichtbaar te midden van wolken stof, een rijtuig dat vóor het zijne +uitreed. Daar zijne paarden, die minder moe waren, veel sneller liepen, +moest hij het weldra inhalen. + +Het was noch eene tarentass, noch eene telega, maar een post-berline, +erg met stof bedekt en die reeds eene lange reis moest gemaakt hebben. +De postiljon sloeg de paarden uit al zijn macht en hield ze alleen in +galop door vloeken en slaan. Deze berline was zeker niet over +Novo-Saimsk gekomen maar moest, langs een of anderen zijweg, op den weg +naar Irkoetsk gekomen zijn. + +Michael Strogoff en zijne reisgenooten deze berline ziende, die op +Ichim aanhield, hadden slechts éene gedachte, namelijk ze vooruit te +rijden en vóor haar aan de wisselplaats te komen, om vooral zeker te +zijn over paarden te kunnen beschikken. Zij hadden dus slechts een +woord aan de iemschiks te zeggen, om weldra gelijk te komen met de +afgematte paarden van de berline. + +Michael Strogoff kwam het eerste aan. + +Op dit oogenblik verscheen een hoofd aan het portier van de berline. + +Michael Strogoff had nauwelijks den tijd het op te nemen. Evenwel, hoe +snel hij ook voorbijreed, hoorde hij zeer duidelijk op een gebiedenden +toon hem toevoegen: + +»Houdt op.” + +Men hield niet op. Integendeel, de berline werd weldra door de beide +tarentassen vooruitgereden. Nu had er een wedren plaats, want de +paarden van de berline, opgewekt zonder twijfel door de +tegenwoordigheid en de snelheid der paarden, die hen vooruit liepen, +vonden nieuwe krachten om eenige minuten gelijk te blijven. De drie +rijtuigen waren in een wolk van stof verdwenen, waaruit, als eene +losbranding van vele geweren tegelijk, een zweepgeklap ontsnapte, +dooreengemengd met geschreeuw en uitingen van woede. + +Niettemin bleef het voordeel toch aan den kant van Michael Strogoff en +zijne reisgenooten, een voordeel dat zeer belangrijk kon zijn, wanneer +de wisselplaats van weinig paarden voorzien was. Twee rijtuigen +verspannen, was misschien meer dan een postmeester doen kon, ten minste +in een korten tijd. + +Een half uur later was de achtergebleven berline niets meer dan een +nauwelijks zichtbaar punt aan den gezichteinder der steppen. + +Het was acht uur in den avond toen de beide tarentassen aan de +wisselplaats te Ichim aankwamen. + +De tijdingen aangaande den inval waren hoe langer hoe meer +verontrustend. De stad werd rechtstreeks bedreigd door de voorhoede van +het Tartaarsche leger, en sedert twee dagen hadden de autoriteiten op +Tobolsk moeten terugtrekken. Ichim had niet éen beambte, niet éen +soldaat meer. + +Michael Strogoff vroeg, aan de wisselplaats aangekomen, onmiddellijk +paarden voor zich. Hij had zeer wijs gedaan de berline vóor te zijn, +want slechts drie paarden waren in staat om onmiddellijk voorgespannen +te worden. + +De postmeester gaf bevel om in te spannen. + +Wat de beide correspondenten betreft, deze schenen beter te vinden te +Ichim te blijven; zij hadden geen haast. + +Tien minuten na zijne aankomst kwam men Michael Strogoff zeggen dat +zijne tarentass gereed was om te vertrekken. + +»Goed,” antwoordde hij. + +Vervolgens naar de beide dagbladschrijvers gaande, zeide hij: + +»Nu heeren, wijl gij te Ichim blijft, zoo is het oogenblik van scheiden +gekomen.” + +»Hoe, mijnheer Korpanoff,” zeide Alcide Jolivet, »zult ge dan niet eens +een uurtje te Ichim blijven?” + +»Neen, mijnheer, en ik verlang zelfs het posthuis verlaten te hebben, +vóor de aankomst van die berline, die wij vooruitgereden zijn.” + +»Vreest gij dan dat die reiziger zal trachten u de paarden te +betwisten?” + +»Ik houd er vooral van alle moeilijkheden te vermijden.” + +»Dan, mijnheer Korpanoff,” zeide Alcide Jolivet, »dan blijft ons niets +meer over dan u nog eens te bedanken voor den dienst dien gij ons +bewezen hebt en voor het genoegen dat wij gehad hebben met u in +gezelschap te mogen reizen.” + +»Het is nog wel mogelijk dat wij elkander binnen eenige dagen te Omsk +weder zullen ontmoeten,” voegde Harry Blount er bij. + +»Dat is inderdaad mogelijk,” antwoordde Michael Strogoff, »wijl ik er +regelrecht heenga.” + +»Welnu dan, goede reis, mijnheer Korpanoff!” zeide Alcide Jolivet toen, +»en God beware u voor de telega’s.” + +De beide correspondenten staken Michael Strogoff de hand toe met het +voornemen ze hem zoo hartelijk mogelijk te drukken, toen zich buiten +het gedruisch van een rijtuig deed hooren. + +Op eens werd de deur opengeduwd en een man trad binnen. + +Het was de reiziger van de berline, een man met eene militaire houding, +een veertig jaar oud, groot, stevig, met een groot hoofd, breede +schouders, zware knevels en roode bakkebaarden. Hij droeg eene uniform +zonder onderscheidingsteekenen, en in zijn hand hield hij eene zweep +met een kort handvat. + +»Paarden,” vroeg hij op een gebiedenden toon, als een man die gewoon is +te bevelen. + +»Ik heb geen paarden meer beschikbaar,” antwoordde de postmeester zich +buigende. + +»Ik heb er terstond noodig.” + +»Het is onmogelijk.” + +»Welke zijn dan die paarden die ik aan de deur voor de tarentass +gespannen heb gezien?” + +»Zij behooren aan dezen reiziger,” antwoordde de postmeester, op +Michael Strogoff wijzende. + +»Dat men ze uitspanne!....” zeide de reiziger, op een toon die geen +tegenspraak gedoogde. + +Michael Strogoff naderde toen. + +»Die paarden heb ik besproken,” zeide hij. + +»Dat kan mij niet schelen! Ik moet ze hebben. Kom! gauw! ik heb geen +tijd te verliezen!” + +»Ik ook niet,” antwoordde Michael Strogoff, die bedaard wilde blijven, +en die zich niet zonder moeite inhield. + +Nadia stond naast hem, ook kalm, doch heimelijk ongerust voor een +tooneel, dat beter was te vermijden. + +»Genoeg!” herhaalde de reiziger. + +Vervolgens naar den postmeester gaande: + +»Laat die tarentass uitspannen,” riep hij uit met een dreigenden blik, +»en laat die paarden voor mijne berline spannen!” + +De postmeester, zeer verlegen, wist niet aan wien te gehoorzamen, en +hij keek Michael Strogoff aan, die ontegenzeggelijk het recht had zich +tegen de onrechtvaardige vorderingen van den reiziger te verzetten. + +Michael Strogoff aarzelde een oogenblik. Hij wilde geen gebruik maken +van zijn podaroshna, dat de aandacht op hem zou getrokken hebben; hij +wilde ook niet, door de paarden af te staan, zijne reis vertragen, en, +ook wilde hij geen strijd die zijne zending in gevaar zou kunnen +brengen. + +De beide dagbladschrijvers keken hem aan, overigens gereed om hem te +helpen, wanneer hij hunne hulp mocht inroepen. + +»Mijne paarden zullen aan mijn rijtuig blijven,” zeide Michael +Strogoff, doch op een toon, die aan een eenvoudigen koopman van +Irkoetsk paste. + +De reiziger kwam toen op Michael Strogoff af, en hem ruw bij den +schouder vattende: + +»Zoo, zoo!” zeide hij met eene schelle stem. »Je wilt me niet je +paarden afstaan?” + +»Neen,” antwoordde Michael Strogoff. + +»Welnu, dan zullen ze zijn voor diegene van ons, die in staat zal zijn +te vertrekken! Verdedig je, want ik zal je niet ontzien!” + +En zoo sprekende, trok de reiziger zijn sabel en stelde zich in +postuur. + +Nadia had zich voor Michael Strogoff geworpen. + +Harry Blount en Alcide Jolivet traden naar hem toe. + +»Ik zal niet duelleeren,” zeide Michael Strogoff eenvoudig, en, om zich +beter in te houden, kruiste hij zijn armen op zijne borst. + +»Gij zult niet vechten?” + +»Neen.” + +»Zelfs ook na dit niet?” riep de reiziger uit. + +En, voor men hem had kunnen tegenhouden, had hij Michael Strogoff met +het handvatsel zijner zweep reeds een slag op den schouder toegebracht. + +Bij deze beleediging verbleekte Michael Strogoff op verschrikkelijke +wijze. Zijne handen verhieven zich wijd geopend in de hoogte, alsof zij +dat onbeschoft personage wilden verpletteren. Maar door eene uiterste +poging, bleef hij zich zelf meester. + +Een tweegevecht kon meer dan eene vertraging, het kon de mislukking +zijner zending veroorzaken!.... Beter ware het een paar uren te +verliezen.... Ja! maar die beleediging te verkroppen! + +»Zult ge nu vechten, lafaard?” herhaalde de reiziger, de grofheid bij +de onbeschoftheid voegende. + +»Neen!” antwoordde Michael Strogoff, die onbeweeglijk bleef, maar den +reiziger strak in de oogen keek. + +»De paarden, en terstond!” zeide deze toen. + +En daarop verliet hij de zaal. + +De postmeester volgde hem onmiddellijk, niet zonder de schouders +opgehaald en Michael Strogoff met een blik, waarin weinig goedkeuring +doorstraalde, aangekeken te hebben. + +De uitwerking van dit voorval op de dagbladschrijvers teweeggebracht, +kon niet gunstig voor Michael Strogoff zijn, wiens gedrag hun zeer +tegenviel. De stevige, krachtvolle jonge man, zich zoo te laten slaan, +en voor dergelijke beleediging niet eens voldoening te vragen. Zij +groetten hem dus en gingen heen, terwijl Alcide Jolivet tegen Harry +Blount zeide: + +»Ik zou dat nooit van dien man gedacht hebben, die zoo netjes de beren +van den Oeral den buik openrijt! Zou het dus waar zijn dat de moed zijn +oogenblikken en zijn vormen heeft? Het is onbegrijpelijk! Wellicht komt +het daar vandaan dat wij nooit lijfeigenen geweest zijn!” + +Een oogenblik daarna duidden het geraas van wielen en het klappen eener +zweep aan dat de berline met de paarden van de tarentass bespannen, +snel het posthuis verliet. + +Nadia, geheel gevoelloos en Michael Strogoff, nog van woede bevende, +bleven alleen in de wachtkamer der wisselplaats. De koerier van den +czaar, nog altijd met de armen over de borst gekruist, was gaan zitten. +Hij was een standbeeld gelijk. Evenwel had eene roode kleur, niet die +der schaamte, de bleekheid op zijn mannelijk gelaat vervangen. + +Nadia twijfelde niet of allerkrachtigste redenen alleen hadden zulk een +man eene dergelijke beleediging kunnen doen verkroppen. + +Zij ging dus naar hem toe zooals hij in het politiehuis te +Nijni-Novgorod naar haar was toegekomen, en zeide: + +»Uwe hand, broeder!” + +En tegelijkertijd wischte haar vinger, door eene bijna moederlijke +beweging, een traan af, die uit het oog van haren makker opwelde. + + + + + + + + +XIII. + +PLICHT BOVENAL. + + +Nadia giste wel dat een geheime drijfveer al de handelingen van Michael +Strogoff bestuurde; dat deze, om eene of andere haar onbekende reden, +in zijne handelingen niet vrij was; dat hij geen recht had over zijn +persoon te beschikken, en dat hij, onder deze omstandigheid zelfs den +wrok over eene doodelijke beleediging heldhaftig aan zijn plicht had +opgeofferd. + +Nadia vroeg Michael Strogoff trouwens ook geene opheldering. De laatste +sprak den geheelen avond geen woord. De postmeester kon hem, vóór den +volgenden morgen, geen versche paarden bezorgen; hij moest derhalve een +geheelen nacht op de wisselplaats vertoeven. Nadia maakte dus van dat +oponthoud gebruik om eenige rust te genieten, hoewel zij liever bij +haar metgezel had willen blijven; maar zij gevoelde dat hij behoefte +had om alleen te zijn. + +Michael Strogoff bleef op. Hij zou zelfs geen uur hebben kunnen slapen. +Het was alsof hij een brandwonde gevoelde, op de plaats waar de zweep +van den onbeschoften reiziger hem getroffen had. + +»Voor het Vaderland en voor den Vader!” prevelde hij aan het slot van +zijn avondgebed. + +Evenwel gevoelde hij eene onwederstaanbare behoefte om te weten, wie de +man was, die hem geslagen had, van waar hij kwam en waar hij heenging. +Wat zijn gezicht betrof, de trekken er van waren zoo goed in zijn +geheugen geprent, dat hij niet behoefde te vreezen ze ooit te vergeten. + +Hij vroeg om den postmeester te spreken. + +Deze, een Siberiër van den ouden stempel, kwam terstond, en den jongen +man een weinig uit de hoogte aanziende, wachtte hij, totdat hij +ondervraagd werd. + +»Zijt ge een Siberiër?” vroeg Michael Strogoff. + +»Ja”. + +»Kent ge dien man, die mijne paarden genomen heeft?” + +»Neen.” + +»Hebt ge hem nooit gezien?” + +»Nooit!” + +»Wie denkt ge dat die man kan zijn?” + +»Een voornaam heer, die zich weet te doen gehoorzamen!” + +De blik van Michael Strogoff drong als een dolk in het hart van den +Siberiër, maar de postmeester sloeg den blik niet neder. + +»Gij veroorlooft je mij te beoordeelen!” riep Michael Strogoff uit. + +»Ja,” antwoordde de Siberiër, »want er zijn dingen die een eenvoudig +koopman niet ontvangt zonder ze terug te geven!” + +»De zweepslagen?” + +»De zweepslagen, jong mensch! Ik ben oud en sterk genoeg om je dat te +zeggen!” + +Michael Strogoff naderde den postmeester en legde zijne beide krachtige +handen op diens schouders. + +Daarop zeide hij op een zonderling kalmen toon: + +»Ga heen, vriend, ga heen! Anders zou ik je dooden!” + +De postmeester begreep de zaak nu. + +»Zoo bevalt hij mij beter,” mompelde hij. + +En hij verwijderde zich zonder verder een woord te spreken. + +Den volgenden dag, 24 Juli, des morgens te acht uur, stond de tarentass +voor, met drie sterke paarden bespannen. Michael Strogoff en Nadia +namen er plaats in, en Ichim, dat voor beiden zulk eene +verschrikkelijke herinnering zou blijven, was weldra achter eene kromte +van den weg verdwenen. + +Aan de verschillende wisselplaatsen, waar hij dien dag ophield, kon +Michael Strogoff zich overtuigen dat de berline hem op den weg naar +Irkoetsk altijd vooruit bleef, en dat de reiziger even gehaast als hij, +geen oogenblik verloor, om de steppe door te trekken. + +Om vier uur in den namiddag moest bij het station Abatskaia, de rivier +Ichim, een der voornaamste nevenrivieren van de Irtisch, overgetrokken +worden. + +Dit overtrekken ging wat moeilijker dan over de Tobol. De stroom van de +Ichim is op die plaats vrij sterk. Gedurende den winter zijn al die +stroomen in de steppe, met eene ijskorst van verscheidene voeten +bedekt, gemakkelijk begaanbaar, en de reiziger trekt ze ongemerkt over, +want hunne bedding is dan geheel verdwenen onder het witte laken, dat +de uitgestrekte steppe gelijkelijk bedekt; maar in den zomer kan het +overtrekken soms zeer moeilijk zijn. + +Inderdaad werden twee uren besteed aan den overtocht van de +Ichim,—hetgeen Michael Strogoff verbitterde, te meer omdat de schippers +hem omtrent den inval der Tartaren, verontrustende tijdingen +mededeelden. + +Ziehier wat men vertelde: + +Eenige vooruitrukkende veldontdekkers van Feofar-Khan zouden zich reeds +aan de beide oevers van de beneden-Ichim vertoond hebben, in de +zuidelijke streken van het gouvernement Tobolsk. Omsk werd zeer +bedreigd. Men sprak van een gevecht, dat tusschen de Siberische en +Tartaarsche troepen op de grenzen der groote Kirgiesche horden had +plaats gehad,—een gevecht, dat niet ten gunste der Russen was +uitgevallen, die op dit punt zeer zwak waren. Vandaar, het terugtrekken +dier troepen en dientengevolge, algemeene verhuizing der boeren uit de +provincie. Men verhaalde verschrikkelijke wreedheden door de +overweldigers gepleegd. Overal ontvluchtte men de voorhoede van +Feofar-Khan, en dit deed Michael Strogoff zeer vreezen, dat de middelen +van vervoer hem weldra zouden gaan ontbreken. Hij had dus eene +buitengewone haast om Omsk te bereiken. + +Zoodra de pont de tarentass op den rechteroever van de Ichim had +overgezet, werd de reis door de steppe met volle snelheid hervat. + +Het was zeven uur in den avond. De lucht was zeer betrokken. Ook viel +er herhaalde malen eene stortbui, die het stof neersloeg en de wegen +beter maakte. + +Michael Strogoff had, na het verlaten der wisselplaats te Ichim, geen +woord meer gesproken. Hij droeg evenwel steeds zorg voor Nadia, hoewel +het jonge meisje niet klaagde. Zij had aan de paarden van de tarentass +wel vleugels willen geven; want iets scheen haar toe te roepen, dat +haar metgezel nog meer haast had dan zij om te Irkoetsk aan te komen, +en hoeveel wersten hadden zij nog wel af te leggen! Ook kwam haar in de +gedachte dat, indien Omsk door de Tartaren was ingenomen, de moeder van +Michael Strogoff, die deze stad bewoonde, gevaar liep, waarover haar +zoon zich uiterst ongerust moest maken, en dat dit voldoende was om +zijn ongeduld te verklaren om bij haar aan te komen. Nadia meende dus, +op zeker oogenblik, hem over de oude Marfa te moeten spreken, over de +verlatenheid waarin zij zich zou kunnen bevinden te midden van deze +ernstige gebeurtenissen. + +»Hebt ge sedert het begin van den inval geene tijding van uwe moeder +ontvangen?” vroeg zij. + +»Geen enkele, Nadia. De laatste brief, die mijne moeder geschreven +heeft, is reeds twee maanden oud, maar hij behelsde goede tijdingen. +Marfa is eene krachtvolle, dappere Siberische vrouw. In weerwil van +hare jaren, is zij nog in het bezit van hare geheele zedelijke kracht. +Zij weet te lijden.” + +»Ik zal haar bezoeken, broeder,” zeide Nadia levendig. »Wijl gij mij +dien naam van zuster geeft, ben ik de dochter van Marfa!” En, daar +Michael Strogoff niet antwoordde, voegde zij er bij: »Misschien heeft +uwe moeder Omsk kunnen verlaten?” + +»Wel mogelijk, Nadia”, antwoordde Michael Strogoff, »en zelfs hoop ik +dat zij Tobolsk zal bereikt hebben. De oude Marfa haat den Tartaar. Zij +kent de steppe, zij is niet bang, en ik hoop dat zij haar stok zal +opgenomen hebben, en de Irtisch zal zijn afgezakt. Er is geene plek in +de provincie of zij kent ze. Hoe menigmaal heeft zij het geheele land +met mijn ouden vader doorloopen en hoe menigmaal heb ik zelf, nog kind +zijnde, hen op hunne tochten door de Siberische woestijn gevolgd! Ja, +Nadia, ik hoop dat mijne moeder Omsk zal verlaten hebben!” + +»En wanneer zult gij haar gaan bezoeken?” + +»Ik zal haar bezoeken.... op mijn terugreis.” + +»Intusschen zult ge, wanneer uwe moeder te Omsk is, er toch wel een uur +afnemen om haar te gaan omhelzen?” + +»Dat zal ik niet!” + +»Ge gaat haar niet bezoeken?” + +»Neen, Nadia,” antwoordde Michael Strogoff, wiens borst begon te +zwellen en die begreep dat hij die vragen van het jonge meisje niet zou +kunnen blijven beantwoorden. + +»Gij zegt: neen! broeder, om welke reden?” + +»Om welke reden, Nadia! gij vraagt mij om welke reden?” riep Michael +Strogoff met eene zoo diep ontroerde stem uit, dat het meisje er van +sidderde. »Maar om de reden, die mij, tot lafhartigheid toe, geduld +heeft doen oefenen met dien ellendeling, van wien....” + +Hij kon zijn volzin niet eindigen. + +»Bedaar, broeder,” zeide Nadia, zoo zacht mogelijk. »Ik weet slechts +éen ding of liever ik weet het niet, ik gevoel het! Het is dat, op dit +oogenblik, éen gevoel uw geheele gedrag beheerscht; dat van een zoo +mogelijk heiliger plicht, dan die, welke den zoon aan de moeder +verbindt!” + +Nadia zweeg, en, van dit oogenblik af, vermeed zij elk gesprek, dat +betrekking kon hebben op den bijzonderen toestand van Michael Strogoff. +Het gold hier een of ander geheim te eerbiedigen. Zij eerbiedigde het. + +Den volgenden morgen, 25 Juli, te drie uur, kwam de tarentass aan de +wisselplaats van Tioekalinsk aan na een afstand van honderd twintig +wersten afgelegd te hebben sedert den overtocht van de Ichim. + +Men verwisselde snel van paarden. Doch de iemschik maakte, en wel voor +de eerste maal, eenig bezwaar om te vertrekken, verzekerende dat +Tartaarsche afdeelingen de steppe afliepen, en dat reizigers, paarden +en rijtuigen door die plunderaars zouden buit gemaakt worden. + +Michael Strogoff zegevierde slechts door middel van geld over den +slechten zin van den iemschik, want in dit geval zooals in zooveel +andere, wilde hij van zijn podaroshna geen gebruik maken. + +De laatste ukaze, door de telegraaf overgebracht, was in de Siberische +provinciën bekend, en een Rus, juist omdat hij in het bijzonder +vrijgesteld was om aan hare voorschriften te gehoorzamen, zou zeker de +algemeene aandacht getrokken hebben—iets dat de koerier van den czaar +bovenal moest vermijden. + +Eindelijk vertrok de tarentass, en maakte zooveel spoed dat zij, om +drie uur in den namiddag, tachtig wersten verder Koulatsinskoë +bereikte. Een uur later bevond zij zich aan de boorden van de Irtisch, +en nog slechts een twintigtal wersten van Omsk af. + +De Irtisch is een dier breede stroomen van Siberië, die in het +Altaï-gebergte ontspringende, van het zuidoosten naar het noordwesten +loopt en zich in de Obi werpt, na een weg afgelegd te hebben van bij de +zevenduizend wersten. + +Op dit tijdstip van het jaar stond de Irtisch buitengemeen hoog, en was +het overtrekken van dien stroom vrij moeilijk. Een zwemmer, hoe bekwaam +ook, zou hem niet hebben kunnen overzwemmen, en zelfs door middel van +eene pont ging de overtocht met gevaar gepaard. Doch die gevaren, +zooals alle andere, konden Michael Strogoff en Nadia geen oogenblik +weerhouden. + +Intusschen gaf Michael Strogoff aan zijne jonge gezellin in overweging +om eerst, alleen met de tarentass en de paarden, den stroom over te +steken, want hij vreesde dat de pont het gewicht der vracht niet zou +kunnen dragen. Hij zou dan Nadia komen afhalen, als hij paarden en +rijtuig aan de overkant zou afgezet hebben. + +Nadia weigerde, want dit zou een oponthoud van een uur veroorzaken, en +zij wilde niet de oorzaak van deze vertraging zijn. + +De inscheping had niet zonder moeite plaats, want de steile oevers +waren ten deele overstroomd, en de pont kon niet dicht genoeg +aanleggen. + +Evenwel, na een half uur tobben, stonden de tarentass en de drie +paarden op de pont. Michael Strogoff, Nadia en de iemschik gingen aan +boord en men stak van wal. In de eerste oogenblikken ging alles goed. +De beide schippers duwden met hunne lange boomen de pont behendig +voort, doch hoe verder zij in het midden der rivier kwamen, hoe dieper +de bedding werd en er bleef van de boomen slechts een eind ter lengte +van een voet boven water, zoodat ze moeilijk te hanteeren waren en het +werk weinig vrucht opleverde. + +Michael Strogoff en Nadia achter in de pont gezeten, en steeds eenig +oponthoud vreezende, zagen met zekere ongerustheid het werken der +schippers aan. + +»Pas op!” riep een van hen zijn makkers toe. + +Deze kreet werd veroorzaakt door de veranderde richting die de pont met +eene buitengemeene snelheid had genomen. Zij werd door den stroom +medegevoerd. De schippers trachtten door het goed hanteeren hunner +boomen en door buitengewone krachtsinspanning, in eene schuine richting +den rechteroever van den stroom te bereiken, doch, naar alle +berekening, op minstens vijf à zes wersten beneden de hoogte waar zij +van wal gestoken waren. Terwijl zij aldus alle pogingen in het werk +stelden en zij met eene snelheid van twee wersten per uur in het midden +van den stroom voortgedreven werden, stond Michael Strogoff op en +bemerkte hij stroomopwaarts verscheidene vaartuigen, door den stroom +met groote snelheid medegevoerd, die nog vermeerderd werd door de +werking der roeiriemen, waarvan zij voorzien waren. + +Het gelaat van Michael Strogoff trok zich krampachtig samen en een +kreet ontsnapte hem. + +»Wat is er?” vroeg het meisje. + +Maar eer dat Michael Strogoff den tijd had te antwoorden, riep een der +schippers angstig uit: + +»De Tartaren! de Tartaren!” + +Het waren inderdaad, met soldaten bemande booten, die de Irtisch +afzakten, en die binnen weinige minuten de pont zouden ingehaald +hebben, daar deze te zwaar geladen was om hen te kunnen ontvluchten. + +De schippers slaakten een kreet van wanhoop en lieten de boomen +glippen. + +»Houdt moed, vrienden!” riep hun Michael Strogoff toe, »houdt moed! +Vijftig roebels voor u, wanneer wij de rechteroever bereiken vóordat +die vaartuigen ons hebben ingehaald!” + +De schippers, door deze woorden aangemoedigd, gingen op nieuw aan den +gang; ook Michael Strogoff greep een boom, dien hij met +bovenmenschelijke kracht hanteerde, doch het was te voorzien dat zij +het enteren der Tartaren niet zouden kunnen ontkomen. + +De vaartuigen waren nog slechts op honderd pas verwijderd. Zij voerden +eene afdeeling Boukharijsche soldaten die op verkenning naar Omsk uit +waren. + +»Sarijn na Kitschou!” riepen de soldaten uit de voorste boot. + +Michael Strogoff herkende den oorlogskreet der Tartaarsche roovers. Op +dien kreet moest men plat op den buik gaan liggen. + +En daar de schippers, noch hij, aan dit bevel gehoorzaamden, had er +eene hevige losbranding plaats, en werden twee paarden doodelijk +getroffen. + +Op dit oogenblik had er een schok plaats. De booten hadden de pont +dwars aangevaren. + +»Kom mee, Nadia!” riep Michael Strogoff, gereed om zich over boord te +werpen. + +Het meisje zou hem volgen, toen hij, door een lanssteek getroffen, in +den stroom stortte, die hem medevoerde en waarin hij, nadat zijne hand +even boven was gekomen, verdween. + +Nadia had een gil gegeven, doch, voor zij den tijd had Michael Strogoff +in den stroom na te springen, werd zij gegrepen en in een der booten +gezet. + +Een oogenblik later waren de schippers door lanssteken gedood, dreef de +pont op goed geluk af, terwijl de Tartaren de Irtisch verder afzakten. + + + + + + + + +XIV. + +MOEDER EN ZOON. + + +Omsk is de hoofdstad en het verblijf van den gouverneur-generaal van +westelijk Siberië. Zij is evenwel niet de belangrijkste stad van dit +eerste gedeelte van Aziatisch-Rusland. Tomsk is meer bevolkt en +aanzienlijker. + +Omsk bestaat eigenlijk uit twee gedeelten. Het eene gedeelte is het +verblijf van het bewind en der rijksambtenaren, het andere wordt +bewoond door de Siberische kooplieden, alhoewel het toch niet zeer +handeldrijvend is. + +Deze stad bevat twaalf à dertien duizend inwoners, en wordt door aarden +borstweringen verdedigd die haar zeer onvoldoende beschermen. Het +kostte dus den Tartaren weinig moeite zich, na eene belegering van +eenige dagen, stormenderhand van de stad meester te maken. + +De bezetting had zich, na eene dappere verdediging, naar het hooge +gedeelte der stad teruggetrokken, en zich daar met den +gouverneur-generaal en zijne officieren verschanst, zonder evenwel veel +hoop te koesteren van bijtijds ontzet te zullen worden, want de +Tartaren kregen elken dag versterkingen, en wat erger was, zij werden +aangevoerd door een officier,—een landverrader—maar een man van groote +verdienste en van eene beproefde onverschrokkenheid. + +Deze officier was de kolonel Ivan Ogareff. Ivan Ogareff was een bekwaam +militair. Daar er in hem een weinig Mongoolsch bloed zat van +moederszijde, die van Aziatischen oorsprong was, was hij listig, hield +hij er van hinderlagen uit te denken, en niets kon hem beletten om een +of ander geheim te weten te komen. Bedrieglijk en wreed van natuur, nam +hij tot de laagste vermommingen zijne toevlucht, en Feofar-Khan had in +hem een waardigen helper in dezen woesten oorlog gevonden. + +Toen Michael Strogoff nu aan de boorden van de Irtisch aankwam, had +Ivan Ogareff zich reeds van Omsk meester gemaakt, en zette hij met +kracht het beleg van het hooge gedeelte der stad voort, daar hij zich +zoo snel mogelijk naar Tomsk wilde begeven, alwaar zich de hoofdmacht +van het Tartaarsche leger had saamgetrokken. + +Tomsk was inderdaad sedert eenige dagen door Feofar-Khan ingenomen, en +vandaar moesten de overweldigers, reeds meester van Middel-Siberië, +naar Irkoetsk voortrukken. + +Irkoetsk was het eenige en wezenlijke doel van Ivan Ogareff. + +Het plan van dien verrader was om, onder een valschen naam, toegang tot +den grootvorst te verkrijgen, zijn vertrouwen te winnen, en, wanneer +het oogenblik gekomen was, aan de Tartaren de stad en den grootvorst +zelf over te leveren. + +Met zulk eene stad en zulk een gijzelaar, moest geheel Siberië in de +handen der overweldigers vallen. + +Nu weet men dat deze samenzwering den czaar bekend was, en dat, om haar +te verijdelen, aan Michael Strogoff de belangrijke dépêche was +toevertrouwd geworden. Deze zending had hij tot hiertoe getrouw +nagekomen, doch zou hij ze nu wel geheel ten einde kunnen brengen? De +lanssteek, dien hij gekregen had, was niet doodelijk. Al zwemmende had +hij, zonder gezien te worden, den rechteroever bereikt, alwaar hij in +het riet in zwijm gevallen was. + +Toen hij tot zichzelf kwam, bevond hij zich in de hut van een moejiek +die hem opgenomen en verzorgd had, en wien hij het alzoo te danken had +dat hij nog leefde. Hoe lang hij bij dien braven Siberiër was, dat wist +hij niet. Maar toen hij de oogen weder opende, zag hij bij zijn bed een +goedig gelaat met een langen baard staan, dat hem met een medelijdenden +blik aanzag. Hij wilde vragen waar hij zich bevond, toen de moejiek, +hem voorkwam, zeggende: + +»Spreek niet, vadertje, spreek niet! Je zijt nog te zwak. Ik zal je +zeggen waar je zijt en al hetgeen er gebeurd is, sedert dat ik je in +deze hut gedragen heb.” + +En de moejiek vertelde Michael Strogoff de bijzonderheden van het +gevecht waarvan hij getuige was geweest, den aanval der Tartaarsche +vaartuigen, het plunderen van de tarentass, den moord der schippers.... +Michael Strogoff luisterde niet meer naar hem, maar zijn hand in zijn +borstzak stekende, voelde hij, dat hij nog altijd den keizerlijken +brief bezat. + +Dit stelde hem gerust, maar dat was nog niet genoeg. + +»Een meisje vergezelde mij!” zeide hij. + +»Zij hebben haar niet gedood,” antwoordde de moejiek, de ongerustheid +tegemoet komende, die hij in de oogen van zijn gast bemerkte. »Zij +hebben haar in hun vaartuig medegevoerd en zijn de Irtisch afgezakt! +Het is een gevangene te meer, die men naar Tomsk voert.” + +Michael Strogoff kon geen woord spreken, zoozeer klopte zijn hart. +Doch, ondanks zooveel beproevingen, beheerschte het plichtgevoel toch +zijne geheele ziel. + +»Waar ben ik hier?” vroeg hij. + +»Op den rechteroever van den Irtisch, en slechts vijf wersten van Omsk +verwijderd,” antwoordde de moejiek. + +»Welke wond is mij dan toegebracht, die mij zoo plotseling heeft +terneergeveld? Het is toch geen schotwond?” + +»Neen, een lanssteek aan het hoofd, die nu geheeld is,” antwoordde de +moejiek. »Na eenige dagen rust zult ge je reis kunnen vervolgen. Ge +zijt in den stroom gevallen, maar de Tartaren hebben je noch aangeraakt +noch onderzocht, en je beurs is nog altijd in je zak.” + +Michael Strogoff stak den moejiek de hand toe; zich daarna plotseling +met moeite oprichtende, vroeg hij: + +»Vriend! sedert hoe lang ben ik in deze hut?” + +»Sedert drie dagen.” + +»Drie dagen verloren!” + +»Drie dagen, dat ge buiten kennis zijt geweest!” + +»Hebt ge een paard voor mij te koop?” + +»Hoe! wilt ge vertrekken?” + +»Terstond.” + +»Ik heb noch paard, noch voertuig, vadertje! De Tartaren hebben alles +meegenomen!” + +»Welnu, dan ga ik te voet naar Omsk om een paard te zoeken.” + +»Eenige uren rust nog en ge zult beter in staat zijn de reis voort te +zetten!” + +»Geen uur meer!” + +»Kom dan!” zeide de moejiek, die wel inzag dat zijn gast niet te +overreden was. »Ik zal je dan zelf brengen,” voegde hij erbij. +»Trouwens er zijn nog zeer veel Russen te Omsk en ge zult misschien wel +ongemerkt kunnen doorsluipen.” + +»Vriend,” antwoordde Michael Strogoff, »moge de hemel je beloonen voor +al hetgeen ge voor mij gedaan hebt!” + +»Eene belooning! Alleen de dwazen verwachten die in deze wereld!” +antwoordde de moejiek. + +Michael Strogoff wilde de hut verlaten, doch hij werd op eens duizelig, +en, zonder de hulp van den moejiek, zou hij neergevallen zijn. De open +lucht evenwel herstelde hem oogenblikkelijk. Hij voelde toen den +lanssteek, waarvan de kracht gelukkig door zijne bonte muts was +gebroken. Met de zielskracht, die hij bezat, was hij er de man niet +naar om zich door zoo weinig te laten terneerslaan. Eén doel had hij +slechts voor oogen, namelijk: het verre Irkoetsk te bereiken! Maar hij +moest Omsk doortrekken, zonder er zich op te houden. + +»God bescherme mijne moeder en Nadia!” mompelde hij. »Ik heb nog het +recht niet om aan haar te denken!” + +Michael Strogoff en de moejiek kwamen weldra in de door de kooplieden +bewoonde wijk aan. Op verscheidene plaatsen waren de aarden wallen +verwoest, en dit waren even zoovele openingen, waardoor voortdurend +soldaten van Feofar-Khan binnenslopen, die, achtergebleven, zich aan +roof en plundering overgaven. + +Het groote marktplein geleek op een kamp; twee duizend Tartaren +bivakkeerden er in goede orde. De paarden aan palen vastgebonden, maar +opgetuigd, stonden gereed op het eerste bevel, te vertrekken, want Omsk +kon slechts eene voorloopige halte zijn voor die Tartaarsche ruiterij, +die de voorkeur moest geven aan de weelderige vlakte van Oostelijk +Siberië, waar rijker steden, vruchtbaarder velden gevonden worden, en +waar bijgevolg meer gelegenheid tot plunderen zou bestaan. + +Boven het hoogere gedeelte der stad, dat zich dapper tegen de herhaalde +aanvallen van Ivan Ogareff verdedigde, wapperde de Russische vlag. + +Michael Strogoff vermeed de drukke straten. Niet dat hij vreesde +herkend te worden, maar hij was bang dat, wanneer hij zijne moeder +mocht ontmoeten, deze hem bij zijn waren naam zou noemen. + +De moejiek kende gelukkig een postmeester, die, wanneer hij goed +betaald werd, niet zou weigeren, hem rijtuig en paarden te verhuren of +te verkoopen. Het kwam er dan verder slechts op aan de stad ongemerkt +te verlaten. + +De moejiek bracht Michael Strogoff dus regelrecht naar de wisselplaats, +toen deze in eene nauwe straat opeens bleef stilstaan en zich achter +een muur verschool. + +»Wat scheelt u,” vroeg de moejiek hem schielijk, die zeer verwonderd +was over deze plotselinge beweging. + +»Stil!” antwoordde Michael Strogoff haastig, terwijl hij een vinger op +zijn mond legde. + +Op dit oogenblik kwam, van het marktplein, eene afdeeling Tartaren de +straat inrijden, die Michael Strogoff en zijn metgezel ingeslagen +hadden. + +Aan het hoofd van de afdeeling, een twintigtal ruiters sterk, reed een +officier in eene zeer eenvoudige uniform. Ofschoon deze zijn blikken +overal liet rondgaan, kon hij toch het plotselinge verdwijnen van +Michael Strogoff niet opgemerkt hebben. + +De ruiters reden in vollen draf door de nauwe straat, zonder acht te +geven op de voorbijgangers, die nauwelijks tijd hadden om uit den weg +te gaan. + +Toen de ruiters voorbij waren, vroeg Michael Strogoff den moejiek: + +»Wie was die officier?” + +En, terwijl hij deze vraag deed, was zijn gelaat zoo bleek als dat van +een doode. + +»Dat is Ivan Ogareff,” antwoordde de Siberiër, maar op een zachten +toon, die haat verried. + +»Hij!” riep Michael Strogoff uit, wien dit woord ontsnapte met eene +uitdrukking van woede, die hij niet kon bedwingen. + +Hij had in dien officier den reiziger herkend, die hem aan de +wisselplaats te Ichim een slag had gegeven! + +En, het was alsof er een licht voor hem opging; die reiziger, ofschoon +hij hem slechts even gezien had, herinnerde hem dien ouden Zigeuner, +wiens woorden hij op de markt van Nijni-Novgorod had opgevangen. + +Michael Strogoff vergiste zich niet. In de kleeding van een Zigeuner en +in gezelschap van den troep van Sangarre, had Ivan Ogareff de provincie +Nijni-Novgorod kunnen verlaten. Hij was het die, in den nacht op het +kermisplein, die zonderlinge woorden had gesproken, waarvan Michael +Strogoff nu den zin begreep; hij was het die aan boord van de Kaukasus +met de geheele bende Zigeuners reisde; hij was het, die langs een +anderen weg, van Kazan naar Ichim door het Oeral-gebergte, Omsk bereikt +had, alwaar hij nu het bevel voerde. + +Ivan Ogareff was nog geen drie dagen geleden te Omsk aangekomen, en, +zonder de noodlottige ontmoeting te Ichim, zonder het ongeval dat hem +drie dagen aan de boorden van de Irtisch had opgehouden, zou Michael +Strogoff hem zeker op den weg naar Irkoetsk vooruit zijn geweest! En +wie weet hoeveel onheil er in de toekomst door vermeden zou zijn +geworden! + +De moejiek en hij vervolgden nu hun weg door de stad, en kwamen +eindelijk aan het posthuis aan. Omsk door een der bressen in de wallen +te verlaten zou niet moeielijk vallen, vooral wanneer het eenmaal +donker was. Wat het bekomen van een rijtuig betrof, dat was onmogelijk. +Er was er geen te koop, noch te huur. Maar wat behoefde Michael +Strogoff nu ook een rijtuig. Helaas! Hij reisde nu toch maar alleen. +Een paard moest hem voldoende zijn en dit paard kon hij gelukkig +krijgen. Het was een stevig paard, waarvan Michael Strogoff, een ferm +ruiter zijnde, goed partij kon trekken. + +Het paard werd tegen een hoogen prijs gekocht en, eenige minuten later, +was hij gereed om te vertrekken. + +Het was toen vier uur in den namiddag. Hij bleef in het wisselstation +tot dat het donker was geworden. + +In de wachtkamer bevond zich eene groote menigte, die, om +nieuwstijdingen te vernemen, aldaar was samengevloeid. + +Michael Strogoff luisterde aandachtig naar hetgeen men vertelde, maar +hij mengde zich niet in het gesprek. + +Terwijl hij bezig was om iets te gebruiken, hoort hij op eens een gil, +die hem doet sidderen, en tegelijk de woorden: + +»Mijn zoon!” + +Zijne moeder, de oude Marfa stond voor hem! Zij glimlachte al bevende; +zij strekte de armen naar hem uit.... Michael Strogoff stond op, en was +op het punt in hare armen te vliegen. + +De gedachte aan zijn plicht, het ernstige gevaar dat uit deze +ontmoeting voor zijne moeder en voor hem kon ontstaan, weerhielden hem +plotseling, en zoo groot was zijne zelfbeheersching, dat niet een +zijner gelaatsspieren zich vertrok. Een vijftigtal menschen waren er in +de wachtkamer, waaronder misschien spionnen; en wist men niet in de +geheele stad dat de zoon van Marfa tot de koeriers van den keizer +behoorde. + +Michael Strogoff bleef onbeweeglijk. + +»Michael!” riep zijne moeder uit. + +»Wie zijt ge, goede vrouw?” vroeg Michael Strogoff, hoewel hij deze +woorden veeleer stamelde, dan uitsprak. + +»Wie ik ben? vraagt gij dat? Mijn kind kent ge uwe moeder dan niet +meer?” + +»Gij vergist u!” antwoordde Michael Strogoff koel weg. »Eene gelijkenis +misleidt u....” + +De oude Marfa keek hem strak in de oogen: + +»Zijt gij niet de zoon van Peter en Marfa Strogoff?” zeide zij. + +Michael Strogoff zou zijn leven gegeven hebben om zijne moeder vrij in +zijne armen te kunnen drukken!.... maar gaf hij toe, het ware met hem, +met haar, met zijn eed gedaan geweest!.... + +»Ik weet waarlijk niet wat ge zeggen wilt, vrouwtje,” antwoordde hij, +eenige schreden achteruittredende. + +»Michael!” riep de oude moeder opnieuw. + +»Ik heet niet Michael! Ik ben nooit uw zoon geweest! Ik ben Nikolaas +Korpanoff, koopman te Irkoetsk!....” + +En plotseling verliet hij de wachtkamer, terwijl de volgende woorden +voor ’t laatst weerklonken: + +»Mijn zoon! mijn zoon!” + +Michael Strogoff zich niet langer kunnende bedwingen, was heengegaan. +Zijne oude moeder was bijna levenloos op eene bank neergevallen. Doch +op het oogenblik dat de postmeester toeschoot om haar te helpen, stond +de oude vrouw weder op. Er was op eens een licht voor haar opgegaan. +Dat haar zoon haar niet had willen herkennen was onmogelijk en even +onmogelijk was het dat zij een ander voor hem had aangezien. Hij moest +dus overwegende redenen gehad hebben om zoo jegens haar te handelen. + +»Ik ben krankzinnig!” zeide zij tot hen die haar ondervroegen. »Mijne +oogen hebben mij bedrogen! Die jonge man is mijn kind niet! Laat ik er +maar niet meer aan denken! Ik zou hem, ten laatste, overal meenen te +zien.” + +Er waren nog geen tien minuten verloopen of een Tartaarsch officier +vertoonde zich aan het posthuis. + +»Marfa Strogoff?” vroeg hij. + +»Dat ben ik,” antwoordde de oude vrouw op een zoo kalmen toon en met +een zoo rustig gelaat, dat zij, die getuigen geweest waren van de +ontmoeting die zooeven plaats had gehad, haar niet zouden herkend +hebben. + +»Kom met mij mee,” zeide de officier. + +Marfa Strogoff volgde den officier ongedwongen en verliet het posthuis. + +Eenige oogenblikken daarna bevond Marfa Strogoff zich in het bivak op +het groote marktplein in tegenwoordigheid van Ivan Ogareff aan wien al +de bijzonderheden van dit tooneel onmiddellijk waren overgebracht. + +Ivan Ogareff, de waarheid vermoedende, had zelf die oude Siberische +vrouw willen ondervragen. + +»Je naam?” vroeg hij op barschen toon. + +»Marfa Strogoff.” + +»Hebt ge een zoon?” + +»Ja.” + +»Hij is koerier van den czaar?” + +»Ja.” + +»Waar is hij?” + +»Te Moskou.” + +»Hebt ge geen tijding van hem?” + +»Geene.” + +»Sedert hoelang?” + +»Sedert twee maanden.” + +»Wie was die jonge man die ge, eenige oogenblikken geleden, aan het +posthuis je zoon noemdet?” + +»Een jonge Siberiër, dien ik voor hem aangezien heb,” antwoordde Marfa +Strogoff. »Het is wel de tiende in wien ik mijn zoon heb meenen te +herkennen, sedert de stad vol vreemdelingen is! Ik meen hem overal te +zien!” + +»Die jonge man was dus Michael Strogoff niet?” + +»Neen.” + +»Weet ge wel, dat ik je kan laten pijnigen, totdat ge de waarheid +bekend hebt?” + +»Ik heb de waarheid gezegd, en de foltering zal niets aan mijne woorden +veranderen.” + +»Die Siberiër was Michael Strogoff dan niet?” vroeg Ivan Ogareff +andermaal. + +»Neen! Hij was het niet,” antwoordde Marfa Strogoff. »Geloof mij, dat +ik voor niets ter wereld mijn zoon zou verloochenen.” + +Ivan Ogareff bleef twijfelen. Indien die zoon, zeide hij tot zichzelf, +in het eerst zijne moeder verloochend heeft, en de moeder op hare beurt +haar zoon, dan kan dit niets anders zijn dan om eene zeer ernstige +reden. + +Hij twijfelde er dus niet meer aan of de gewaande Nikolaas Korpanoff +was Michael Strogoff, de koerier van den czaar, zich onder een valschen +naam verbergende, en belast met eene zending, die voor hem van het +uiterste belang was om te weten. Hij gaf dus ook oogenblikkelijk bevel +hem na te zetten. Daarna zeide hij, zich naar Marfa wendende: + +»Dat deze vrouw naar Tomsk vervoerd worde.” + +En, terwijl de soldaten haar onbeschoft medesleepten, mompelde hij +binnen ’s monds: + +Als het oogenblik daar is, zal ik die oude tooverheks wel doen praten. + + + + + + + + +XV. + +DE MOERASSEN VAN DE BARABA. + + +Gelukkig dat Michael Strogoff zoo plotseling de wisselplaats verlaten +had, want Ivan Ogareff had zijn signalement naar alle uitgangen der +stad gezonden, om hem te kunnen doen aanhouden; maar, daar hij niet +oogenblikkelijk achtervolgd was, was het hem gelukt door eene der +bressen van de wallen te ontsnappen. + +Den 29sten Juli, te acht uur ’s avonds, had Michael Strogoff Omsk +verlaten. Die stad ligt halverwege Moskou en Irkoetsk, waar hij binnen +tien dagen moest aankomen, indien hij het Tartaarsche leger voor wilde +zijn. Het ongelukkig toeval dat hem zijne moeder deed ontmoeten, had +zijn incognito verraden en Ivan Ogareff zou wel alles in het werk +stellen om zich van hem meester te maken. Michael Strogoff spoorde dus +zijn paard stevig aan. + +Te middernacht kwam hij te Koelikovo aan, na zeventig wersten afgelegd +te hebben. Hier vond hij noch rijtuig, noch paarden. Ter nauwernood kon +Michael Strogoff hier voor hem en voor zijn paard eenig voedsel +bekomen. Alles was door de Tartaren geroofd geworden. + +Het kwam er nu op aan zijn paard te sparen. Evenwel moest hij spoed +maken, om niet ingehaald te worden door de ruiters, die Ivan Ogareff +hem waarschijnlijk achterna gezonden had. Tot nog toe had het weder de +reis van den koerier van den czaar begunstigd. De luchtgesteldheid was +draaglijk. De zeer korte nachten in dien tijd van het jaar maakten voor +Michael Strogoff het reizen wel gemakkelijk, doch minder veilig. Daarom +had hij liever gezien, dat deze geheele Siberische streek, gedurende +een paar maanden, in het duister van den poolnacht verzonken ware +geweest. + +Den 30sten Juli te acht uur in den morgen kwam hij voorbij het +wisselstation van Toeroenoff en snelde hij de moerassige streken der +Baraba binnen. + +Daar konden, over eene oppervlakte van drie honderd wersten, de +natuurlijke moeielijkheden zeer groot worden. Dat wist hij, maar hij +wist ook dat hij ze zou te boven komen, van welken aard zij ook mochten +zijn. + +Deze uitgestrekte moerassen, loopende van het noorden naar het zuiden +tusschen den zestigsten en twee en vijftigsten parallelcirkel, dienen +tot vergaarplaats van al het water dat, na langdurige regens, geene +uitwatering vindt noch in de Obi, noch in de Irtisch. De grond is er +kleiachtig, en bijgevolg ondoordringbaar, zoodat het water er eene +streek vormt die in het warme jaargetijde zeer moeilijk door te trekken +is. + +De weg naar Irkoetsk loopt evenwel door die streek, die in den winter +beter bereisbaar en zeer bezocht wordt door de jagers die ter jacht +gaan op den marter, het sabeldier, en de kostbare vossen, wier pels zoo +gezocht is. + +Michael Strogoff reed onvermoeid door, springende over de kloven, die +zich hier en daar in den weg bevonden. Maar hoe vlug zij ook reden, +konden paard noch ruiter aan de steken der tweevleugelige insecten +ontkomen, die dit moerassige land ten plaag verstrekken. + +De reizigers die ’s zomers genoodzaakt zijn de Baraba over te steken, +dragen zorg zich te voorzien van een paardenharen masker, waaraan een +soort van maliënkolder van zeer fijn ijzerdraad bevestigd is, die hunne +schouders bedekt. Ondanks deze voorzorgen zijn er weinigen, die uit +deze moerassen komen, zonder hun gezicht, hun hals en hunne handen vol +roode bulten te hebben. + +Het paard van Michael Strogoff, door deze venijnige insecten gestoken, +ging er van door alsof het door duizenden sporen aangezet werd, zijne +zijden met zijn staart zweepende, en door de snelheid van zijn vaart +eene afleiding voor zijne pijniging zoekende. + +Wie zou gelooven dat deze streek van de Baraba, zoo ongezond gedurende +de hitte, nog bewoond kon zijn? En dat was toch zoo. Eenige ver van +elkander gelegen Siberische gehuchten vertoonden zich tusschen het +reusachtige riet, dat aan weerszijden van den weg stond. Mannen, +vrouwen, kinderen, grijsaards, gekleed in dierenhuiden, en hun gelaat +bedekt met blaren, met pek bestreken, lieten kudden magere schapen +grazen; maar om deze dieren tegen den aanval der insecten te +beschutten, hielden zij ze onder den wind van hoopen brandend groen +hout, die zij dag en nacht aanvulden en waarvan de scherpe bijtende +rook zich langzaam over het onmetelijke moeras verspreidde. + +Toen Michael Strogoff gewaar werd dat zijn paard, afgemat van +vermoeienis, op het punt was van neder te storten, hield hij voor een +dier ellendige gehuchten stil, en wreef hij, zijne eigene vermoeienis +vergetende, volgens de gewoonte in Siberië, zelf de steken van het arme +dier met warm vet in; vervolgens gaf hij het een goed rantsoen voeder, +en eerst na het goed verzorgd te hebben, dacht hij aan de versterking +van zijn eigen persoon door het gebruiken van een stuk brood met +vleesch en een paar glazen kwass. Een uur, hoogstens twee uren daarna, +zette hij in allerijl zijne reis, langs den oneindigen weg naar +Irkoetsk, voort. + +Negentig wersten werden aldus van af Toeroenoff afgelegd, en den 30sten +Juli, te vier uur in den namiddag, kwam Michael Strogoff te Elamsk aan. + +Daar moest hij aan zijn paard een nacht rust geven. Het moedige dier +zou niet langer die reis hebben kunnen vervolgen, hier, evenals overal +anders was geen middel van vervoer meer te vinden. + +Elamsk, eene kleine stad die de Tartaren nog niet bezocht hadden, was +bijna geheel ontvolkt, want zij was gemakkelijk te bemachtigen; daarom +waren de paardenposterij, de bureaux van politie, en het +gouvernementshuis op hooger bevel verlaten geworden. + +Den volgenden dag verliet Michael Strogoff Elamsk op het oogenblik dat +men vertelde dat de Tartaarsche verkenners zich op een afstand van tien +wersten vertoond hadden. Hij haastte zich dus om vooruit te komen. De +weg was wel effen, maar zeer kronkelend en daardoor veel langer; echter +was aan den regelrechten, korteren tocht, door het net van vijvers en +poelen, geen denken. + +Twee dagen daarna, den 1sten Augustus, honderd twintig wersten verder, +kwam hij tegen twaalf uur aan het vlek Spaskoë en tegen twee uur hield +hij stil in het vlek Pokrowskoë, waar hij tot den volgenden morgen +moest vertoeven, omdat zijn paard, geheel afgereden, niet meer +voortkon. + +Den 2den Augustus bereikte hij te vier uur Kamsk, na weder vijf en +zeventig wersten te hebben afgelegd. + +Het land had hier een geheel ander aanzien. Het kleine vlek Kamsk ligt, +als een bewoonbaar en gezond eiland, in het midden der onbewoonbare +landstreek. Het ligt midden in de Baraba. Dank zij de kanalisatie van +de Tom, eene nevenrivier van de Irtisch, die langs Kamsk vloeit, zijn +de verpestende moerassen in weelderige weilanden herschapen. Evenwel +hebben deze verbeteringen nog niet geheel over de koortsen gezegevierd, +die, gedurende den herfst, het verblijf in die stad gevaarlijk maken. +En toch is het hier, dat de bewoners van de Baraba eene toevlucht +zoeken, wanneer de peststof, die uit de moerassen opstijgt, hen uit +andere deelen van de provincie verjaagt. + +Het stadje Kamsk was nog niet verlaten; het was tot nog toe van den +inval der Tartaren vrij gebleven. + +Michael Strogoff kon hier dus geen nieuws vernemen. Hij bleef dan ook +maar in de herberg waar hij zijn intrek had genomen en vertoonde zich +zoo min mogelijk. + +Den volgenden morgen, te zes uur vertrok hij met het voornemen dien dag +de tachtig wersten af te leggen, die Kamsk van het gehucht Oebinsk +scheidden. + +Te Oebinsk overnachtte hij, om zijn paard te laten uitrusten, en den +volgenden morgen bij het krieken van den dag vertrok hij naar het +honderd wersten verder gelegen Ikoelskoï, maar ongelukkig was de weg +daarheen allerellendigst door den regen, die gedurende eenige weken +gevallen was. Doch eenmaal de honderd vijf en twintig wersten, die dit +vlek van Kolivan scheiden, afgelegd hebbende, zou de weg beter worden; +maar zoo hij dan geen natuurlijke hinderpalen meer te duchten had, zou +hij waarschijnlijk alles van den mensch te vreezen hebben. + +Eindelijk tegen half vier in den namiddag verliet hij de laatste +moerassige streken van de Baraba en weerklonk de harde en droge +Siberische grond weder onder den hoef van zijn paard. Hij had Moskou +den 15den Juli verlaten. Den 5den Augustus had hij dus een en twintig +dagen gereisd, de meer dan zeventig uren medegerekend, die hij aan de +boorden van de Irtisch verloren had. Hij was nu nog vijftien honderd +wersten van Irkoetsk verwijderd. + + + + + + + + +XVI. + +EENE LAATSTE POGING. + + +Michael Strogoff had wel gelijk dat hij eene of andere onaangename +ontmoeting vreesde in de vlakten, die zich aan gene zijde van de Baraba +uitstrekken. De door de paarden platgetrapte velden toonden aan dat de +Tartaren daar over getrokken waren en van deze barbaren kan men zeggen +wat van de Turken gezegd wordt: »Daar waar de Turk doorgetrokken is, +groeit geen kruid meer!” + +Michael Strogoff moest dus de grootste voorzorgen nemen bij het +doortrekken dezer streek. De rook, die hier aan den gezichteinder +dwarrelend opsteeg, toonde aan dat vlekken en gehuchten nog brandden. +Waren deze branden aangestoken door de voorhoede? Of was het leger van +den emir reeds tot aan de uiterste grenzen der provincie voortgerukt? +Bevond Feofar-Khan zich in persoon in het gouvernement van de +Yeniseïsk? Dat wist Michael Strogoff niet en hieromtrent kon hij niets +met zekerheid bepalen. Was het land dan zoo verlaten, dat hij geen +enkele Siberiër meer vond om hem in te lichten? + +Michael Strogoff legde twee wersten op den geheel verlaten weg af. Hij +keek links en rechts rond om een of ander huis te vinden, dat niet +verlaten was; doch die, welke hij onderzocht, waren allen ledig. + +Eene hut, die hij tusschen de boomen bespeurde, rookte echter nog. Toen +hij ze naderde, zag hij, op eenige schreden van de overblijfsels van +het huis, een grijsaard, door schreiende kinderen omringd. Eene nog +jonge vrouw, zijne dochter zonder twijfel, de moeder dezer kleinen, +zag, op den grond geknield liggende, met een verwilderd oog dit tooneel +van verwoesting aan. Zij had een kind van eenige maanden aan de borst. +Het huisgezin was omringd van puinhoopen en van alles beroofd. + +Michael Strogoff naderde den grijsaard. + +»Kunt ge mij antwoorden?” vroeg hij op een ernstigen toon. + +»Spreek,” zeide de grijsaard. + +»Zijn de Tartaren hier doorgetrokken?” + +»Ja, daar mijn huis verbrand is!” + +»Was het een geheel leger of eene afdeeling?” + +»Een leger, want zoover het oog reikt, zijn onze velden verwoest.” + +»Aangevoerd door den emir?....” + +»Door den emir, want het water van de Obi is rood van het bloed!” + +»En is Feofar-Khan binnen Tomsk getrokken?” + +»Ja.” + +»Weet gij ook of de Tartaren zich van Kolivan hebben meester gemaakt?” + +»Neen, want Kolivan staat nog niet in brand!” + +»Heb dank vriend.—Kan ik iets voor u en de uwen doen?” + +»Niets.” + +»Tot weerziens.” + +»Vaarwel.” + +En na vijf en twintig roebels in den schoot der ongelukkige vrouw +geworpen te hebben, die zelfs geene kracht bezat hem te bedanken, gaf +Michael Strogoff zijn paard de sporen en vervolgde hij zijn tocht. + +Hij wist nu éen ding, namelijk dat hij Tomsk moest mijden. Naar Kolivan +te gaan, waar de Tartaren nog niet waren, was mogelijk. Ook had hij +zich van levensmiddelen voor een langen rit te voorzien; vervolgens +moest hij een zijweg inslaan ten einde Tomsk om te trekken. + +Hij aarzelde geen oogenblik. Hij haastte zich den linkeroever van de +Obi te bereiken, waarvan hij nog veertig wersten verwijderd was. + +Kolivan eens bereikt hebbende, zou zijne reis beter gaan. Hij kon daar +ook zijn paard, dat door de lange reis geducht uitgeput zou zijn, tegen +een ander verruilen. Zoolang hij door het verwoeste land trok, bleven +de moeielijkheden nog zeer groot, maar, wanneer hij, na Tomsk vermeden +te hebben, den weg naar Irkoetsk door de provincie van de Yeniseïsk kon +hernemen, zou hij in eenige dagen zijn doel bereikt hebben. + +Het was nu langzamerhand donker geworden. De dag was vrij heet geweest. +Er heerschte over de geheele steppe eene diepe stilte. Alleen hoorde +men op dien eenzamen weg de stappen van het paard, en eenige woorden +waarmede zijn meester het aanzette. + +Michael Strogoff reed zoo snel mogelijk voort, maar toch zeer +voorzichtig om niet buiten den weg te geraken, die omzoomd was met +vijvers en kleine stroomen die in de Obi uitliepen. + +Op dit oogenblik steeg Michael Strogoff van zijn paard en zocht hij de +juiste richting van den weg te verkennen, toen hij een verward +gedruisch, dat uit het westen kwam, meende te hooren. Het was het +getrappel van een troep paarden in de verte. + +Hij hield zijn oor midden op den weg tegen den grond en luisterde met +meer oplettendheid. + +»Het is eene afdeeling ruiterij, die van Omsk komt,” zeide hij tot +zichzelf. »Zij rijdt snel, want het gedruisch wordt duidelijker. Zouden +het Russen of Tartaren zijn?” + +Michael Strogoff luisterde opnieuw. + +»Ja,” zeide hij, »die ruiters rijden in vollen draf! Binnen tien +minuten zullen zij hier zijn! Mijn paard kan hen niet vooruitblijven. +Wanneer het Russen zijn, dan voeg ik mij bij hen. Zijn het Tartaren, +dan moet ik hen vermijden. Maar hoe? Waar mij in deze steppen te +verbergen?” + +Hij keek om zich heen en zijn zoo doordringend oog ontdekte door de +duisternis heen eene massa, die zich op eenen afstand van honderd +passen links van den weg flauw afteekende. + +»Daar is eenig kreupelhout,” zeide hij. »Zoek ik daar eene +schuilplaats, dan stel ik mij misschien bloot om gevangen te worden +genomen, als zij het kreupelhout doorzoeken, maar er is geene keus! +Daar zijn zij! daar zijn zij!” + +Michael Strogoff nam zijn paard bij den toom en drong in een boschje +van lorkeboomen door, dat zich langs den weg bevond. + +De duisternis was zoo dicht, dat hij geen gevaar liep van bemerkt te +worden, tenzij het boschje nauwkeurig onderzocht werd. Hij maakte zijn +paard aan een boom vast, en ging aan den rand van het bosch op den +grond liggen om te zien met welke lieden hij te doen had. + +Nauwelijks had hij achter een groep pijnboomen plaats genomen of hij +zag eenige lichten flikkeren. + +»Toortsen!” zeide hij tot zichzelf. + +En hij kroop opeens, als een wilde, achter het kreupelhout weg. + +Hoe meer de ruiters het bosch naderden, hoe duidelijker en hoe +langzamer ook het getrappel hunner paarden begon te worden. Zouden die +ruiters den weg verlichten met het oogmerk er de minste bochten van te +onderzoeken? + +Michael Strogoff vreesde het, en instinctmatig sloop hij naar den kant +van het stroompje dat achter het boschje liep, gereed om er in te +springen, als het noodig was. + +Aan het kreupelhout gekomen, hield de afdeeling stil. De ruiters stegen +af. Zij waren ongeveer vijftig in getal. Een tiental van hen droegen +toortsen. + +Aan eenige toebereidselen zag Michael Strogoff, dat de afdeeling er +gelukkig geenszins aan dacht om het kreupelhout te onderzoeken, maar +dat ze op de plaats wilden bivakkeren, om de paarden te laten rusten en +aan de manschappen eenig voedsel te laten gebruiken. + +Inderdaad begonnen de paarden te grazen en de ruiters strekten zich +langs den weg uit en verdeelden den voorraad uit hunne ransels onder +elkander. + +Michael Strogoff had zijne tegenwoordigheid van geest behouden, en +tusschen het hooge gras sluipende, zocht hij te zien en te hooren. + +Het was eene afdeeling, die van Omsk kwam. Zij was samengesteld uit +usbecksche ruiters, het heerschend ras in Tartarije, en wier type veel +overeenkomst heeft met dat der Mongolen. Deze lieden, goed gebouwd, van +eene meer dan middelmatige gestalte en met een ruw en woest gelaat, +hadden, als hoofddeksel, de talpak, een soort van muts van zwart +schapevel, en als schoeisel, gele laarzen met hooge hakken en punten. +Hun pels van gewatteerd sits was om het lijf gesloten door een rood +gestikten lederen gordel. Zij waren gewapend met een schild, een +krommen sabel en een vuursteengeweer, aan den zadelknop hangende. Over +hunne schouders hing een vilten, opzichtig gekleurden mantel. + +Deze afdeeling werd aangevoerd door een pendja-baschi, dat wil zeggen +een commandant over vijftig man, hebbende onder zich een deh-baschi, of +commandant van tien man. Deze beide officieren droegen een helm en een +maliënkolder; trompetjes, aan den zadelknop bevestigd, waren het +onderscheidingsteeken van hun graad. + +De pendja-baschi had zijne manschappen laten uitrusten, die door een +langen marsch zeer vermoeid waren. Al pratende en den beng rookende, +zijnde het hennepblad dat de grondstof van den haschisch uitmaakt, +waarvan de Aziaten zooveel gebruik maken, liepen de beide officieren +heen en weer in het boschje, zoodat Michael Strogoff, zonder gezien te +worden, hun gesprek kon verstaan, daar het in het Tartaarsch werd +gevoerd. + +Reeds door de eerste woorden die hij opving, werd zijne aandacht sterk +gespannen. Inderdaad golden zij hem. + +»Die koerier kan ons toch niet ver vooruit zijn,” zeide de +pendja-baschi, »en, van den anderen kant, is het onmogelijk dat hij een +anderen weg dan die door de Baraba heeft genomen.” + +»Wie weet of hij Omsk wel verlaten heeft?” antwoordde de deh-baschi. +»Misschien houdt hij zich nog in een of ander huis van die stad +verscholen.” + +»Dat zou waarlijk te wenschen zijn! Kolonel Ogareff zou dan niet meer +behoeven te vreezen dat de dépêches, die deze koerier moet overbrengen, +de plaats harer bestemming zouden bereiken.” + +»Men zegt dat het een Siberiër is,” hernam de deh-baschi. »Hij moet dus +goed de streken kennen, en het is mogelijk dat hij den weg naar +Irkoetsk verlaten heeft, om hem later weer te hernemen!” + +»Maar dan zouden wij hem vooruit zijn,” antwoordde de pendja-baschi, +»want wij hebben Omsk een klein uur na hem verlaten, en wij hebben den +kortsten weg genomen en wel met al de snelheid onzer paarden. Derhalve +is hij òf te Omsk gebleven, òf wij zullen vóor hem te Tomsk aankomen. +In beide gevallen, zal hij dus Irkoetsk niet bereiken.” + +»Die Siberische vrouw is zeker zijne moeder!” zeide de deh-baschi. + +Op dit gezegde klopte het hart van Michael Strogoff, alsof het vaneen +zou springen. + +»Ja,” antwoordde de pendja-baschi, »zij heeft goed volgehouden dat die +gewaande koopman haar zoon niet was; maar het was te laat. Kolonel +Ogareff heeft zich niet laten beetnemen, en, zooals hij gezegd heeft, +hij zal die oude tooverheks wel weten te doen praten, wanneer het +oogenblik daar is.” + +Deze woorden waren even zooveel dolksteken voor Michael Strogoff! Het +was bekend dat hij een koerier van den czaar was! Eene afdeeling +ruiters zou hem wel den weg afsnijden! En wat nog smartvoller voor hem +was, zijne moeder was in de handen der Tartaren, en de wreede Ogareff +maakte zich sterk haar te doen praten, wanneer hij zulks maar wilde! + +Michael Strogoff wist wel, dat de krachtvolle Siberische vrouw niet zou +praten, al moest zij er het leven bij laten! Hij geloofde niet dat hij +Ivan Ogareff meer kon haten dan hij hem tot nu toe gehaat had. De +ellendeling die zijn land verried, dreigde nu zijne moeder te pijnigen! + +Het gesprek tusschen die beide officiers werd voortgezet, en Michael +Strogoff meende er uit te begrijpen, dat er een groot gevecht in de +omstreken van Kolivan op handen was tusschen de Moskovische troepen die +uit het noorden aanrukten en de Tartaarsche troepen. Een klein Russisch +korps van twee duizend man, vertelde men, was op marsch naar Tomsk. +Indien dit zoo was, dan zou dat korps met het gros van het leger van +Feofar-Khan slaags gerakende, onvermijdelijk in de pan gehakt worden, +en de geheele weg naar Irkoetsk zou voor de overweldigers open liggen. + +Wat Michael Strogoff zelf betreft, hij vernam, door eenige woorden van +den pendja-baschi, dat hij vogelvrij was verklaard, en dat er bevel +gegeven was hem dood of levend in handen te krijgen. + +Het was dus zaak voor Michael Strogoff, de ruiters op den weg naar +Irkoetsk vooruit te komen en zoo snel mogelijk de Obi over te trekken. + +Hij had bijgevolg geen oogenblik te verliezen. Het was éen uur in den +morgen. Hij moest van de duisternis gebruik maken, en toch scheen hem +het welslagen eener dergelijke vlucht bijna onmogelijk toe. + +Hoe uit dit kreupelbosch te komen, uit dien moerassigen grond overal +dicht begroeid met stekelige brem. Het eenige dat er op zat, was om te +trachten op den grooten weg te komen, door het bosch om te rijden, en +de Obi te bereiken, al moest hij zijn paard zien bezwijken en +vervolgens dien machtigen stroom, hetzij in een pont, hetzij al +zwemmende over te trekken. + +Zijne zielskracht, zijn moed hadden zich in het gezicht van het gevaar +vertienvoudigd. Het gold zijn leven, zijne zending, de eer van zijn +land, wellicht het heil zijner moeder. + +Hij had geen oogenblik meer te verliezen. Reeds was er eenige beweging +onder de manschappen van de afdeeling gekomen, en hunne paarden trokken +langzamerhand naar het vereenigingspunt in het boschje. + +Michael Strogoff naderde, al kruipende door het hooge gras, zijn paard, +dat op den grond te rusten lag. Hij liefkoosde het, en het gelukte hem +het stil te doen opstaan. Hij deed het zijn gebit aan, bevestigde den +buikriem, onderzocht de riemen der stijgbeugels, en leidde het zachtjes +bij den toom. Het scheen dat het dier begreep wat men van hem wilde; +het volgde gewillig zijn meester zonder het minste gehinnik te laten +hooren. Evenwel staken eenige usbecksche paarden de ooren op, en liepen +langzaam naar den rand van het boschje. + +Michael Strogoff hield zijn revolver in de rechter hand, gereed om den +eersten den besten ruiter, die naderen mocht een kogel door het hoofd +te jagen. Hij werd gelukkig niet opgemerkt en hij kon den hoek van het +bosch bereiken die op den grooten weg uitkwam. + +Ongelukkigerwijze begon, op het oogenblik dat hij den rand van het +kreupelboschje zou overschrijden, een usbecksch paard, dat hem rook, te +hinniken en rende het op den weg. + +Zijn meester snelde toe om het terug te halen, maar in de +morgenschemering de schim van een mensch ontwarende, riep hij: + +»Verraad.” + +Op dien kreet stonden al de manschappen op en vlogen zij naar den weg. + +Michael Strogoff sprong op zijn paard en zette het in galop. + +De beide officieren der afdeeling waren toegesneld, en wakkerden hunne +manschappen aan. + +Op dit oogenblik werd een knal gehoord en voelde Michael Strogoff zijn +pels door een kogel doorboren. + +Zonder om te kijken, zonder te antwoorden, gaf hij zijn paard de +sporen, en rende hij met lossen teugel, in de richting van de Obi +voort. + +Ofschoon de paarden der usbecken afgetuigd waren, duurde het toch geene +vijf minuten of hij hoorde het getrappel der paarden, die hem +langzamerhand inhaalden. + +Michael Strogoff zijn hoofd omkeerende, zag een ruiter dicht achter +hem. + +Het was de deh-baschi, die aan het hoofd der afdeeling, den vluchteling +dreigde in te halen. + +Michael Strogoff legde, zonder stil te houden, zijn revolver op hem +aan, en schoot hem vlak in de borst. + +Hij moest nog meermalen van zijn revolver gebruik maken, wanneer de +ruiters hem te nabij kwamen, en telkenmale stortte dan een usbeck uit +den zadel, onder de verwoede kreten zijner makkers, die hem met des te +meer hevigheid vervolgden. + +Dit vervolgen kon niet anders dan ten nadeele van Michael Strogoff +uitloopen. Het gelukte hem evenwel de Obi te bereiken. Hij sprong er +met zijn paard in. + +De ruiters, aan den steilen oever, waarmede het water gelijk stond, +aangekomen, aarzelden om hem na te springen. Maar de pendja-baschi +greep toen zijn geweer en mikte goed op den vluchteling, die zich reeds +midden in den stroom bevond. Het schot ging af, en het paard van +Michael Strogoff, in de zijde getroffen, zonk onder zijn meester in den +stroom weg. + +Deze had zich snel van de stijgbeugels bevrijd, op het oogenblik dat +het dier verdween. Vervolgens bijtijds duikende onder een hagelbui van +kogels, gelukte het hem den rechteroever van den stroom te bereiken, +waarna hij verdween in het riet, dat den oever van de Obi bedekte. + + + + + + + + +XVII. + +VERZEN EN LIEDEREN. + + +Michael Strogoff was nu betrekkelijk in veiligheid. Maar zijn toestand +bleef nog steeds verschrikkelijk. Hoe zou hij, nu het trouwe dier, dat +hem zoo moedig diende, in den stroom zijn dood had gevonden, zijne reis +kunnen voortzetten? Hij was te voet, zonder levensbehoeften, in een +land overal door den vijand verwoest en bedreigd en nog zoover +verwijderd van het doel zijner reis. + +Doch zijn moed had hem nog niet begeven. Eenmaal den vasten grond +bereikt hebbende, na zich met veel moeite aan het dikke slijk +ontworsteld te hebben, dat de buiten hare oevers getreden rivier had +achtergelaten, bepaalde Michael Strogoff wat hij verder te doen had. + +Hij wilde vooral Tomsk vermijden, dat door de Tartaren bezet was. +Niettemin moest hij zien een of ander plaatsje te bereiken, om een +paard te bekomen en een zijweg in te slaan, om, in den omtrek van +Krasnoïarsk, den grooten weg naar Irkoetsk te hernemen. + +Allereerst ging Michael Strogoff op verkenning uit. + +Op twee wersten voor hem uit, verhief zich, den stroom van de Obi +volgende, een stadje, schilderachtig op eene kleine hoogte gelegen. +Eenige kerken met Bizantijnsche koepels teekenden zich in de verte +tegen den grijzen hemel af. + +Dit was Kolivan, waar de hooge en mindere beambten van Kamsk en andere +steden des zomers een verblijf zoeken om het ongezonde klimaat van de +Baraba te ontvluchten. Kolivan was, volgens de berichten, nog niet in +handen van den vijand. De Tartaarsche troepen, in twee kolonnes +verdeeld, waren links naar Omsk, rechts naar Tomsk opgerukt, het +tusschengelegen land met vrede latende. + +Het plan nu dat Michael Strogoff gevormd had, was om Kolivan voor de +usbecksche ruiters te bereiken. + +Het was drie uur in den morgen. De omstreken van Kolivan, toen volkomen +rustig, schenen geheel verlaten te zijn, daar de buitenbewoners voor +den vijand vluchtende, naar het noorden van de provinciën van de +Yeneseïsk getrokken waren. + +Michael Strogoff spoedde zich naar Kolivan, toen hij op eens, in de +verte meende te hooren schieten. + +Hij bleef een oogenblik stilstaan: + +»Ja, waarlijk,” zeide hij tot zich zelf, »het zijn kanon- en +geweerschoten. Zou dan het kleine Russische korps met het Tartaarsche +leger handgemeen zijn geraakt! God geve dat ik vóor hen te Kolivan +aankome!” + +Michael Strogoff had zich niet vergist, want hij was geene werst meer +van Kolivan verwijderd of hij zag lichterlaaie vlammen tusschen de +huizen opstijgen, en den toren der kerk te midden van wolken stof en +vlammen instorten. + +Weldra zag hij aan zijne linkerhand eene geheele wijk van Kolivan in +brand staan. Zonder zich te bedenken sloeg hij rechtsaf de steppe in, +om eene schuilplaats onder eenige boomen te zoeken. + +Nauwelijks was hij onder die boomen, of hij zag eene afdeeling +Tartaarsche ruiters naderen, die in vollen ren op de stad aanrukten. + +Michael Strogoff keek angstig rond hoe hun te ontsnappen en gelukkig +zag hij in de verte een eenzaam gelegen huis, dat hij wel kans zag te +bereiken zonder opgemerkt te worden. Hij liep er ijlings heen en toen +hij er bij was zag hij dat het een telegraafkantoor was, waaruit twee +draden liepen, de eene westwaarts, de andere oostwaarts, terwijl een +derde in de richting van Kolivan gespannen was. + +In de tegenwoordige omstandigheden moest men wel veronderstellen dat +het huis verlaten zou zijn, doch, hoe het ook zij, Michael Strogoff zou +er zich kunnen verschuilen en er den nacht afwachten, om eerder door de +steppe zijn weg te vervolgen. + +Aan het kantoor gekomen, duwde hij de deur open. Een enkel persoon +bevond zich in het vertrek, waar de berichten overgeseind werden. + +Het was een beambte, die daar kalm, flegmatisch en onverschillig +omtrent hetgeen er buiten gebeurde, getrouw op zijn post was. + +Michael Strogoff ging naar hem toe en zeide met een door groote +vermoeienis afgematte stem: + +»Welk nieuws?” + +»Geen nieuws,” antwoordde de beambte glimlachende. + +»Zijn de Russen en de Tartaren handgemeen?” + +»Men zegt het.” + +»Maar wie zijn overwinnaars?” + +»Ik weet het niet.” + +Zooveel kalmte te midden dezer verschrikkelijke omstandigheden, zooveel +onverschilligheid zelfs, waren bijna ongeloofelijk. + +»En is de draad niet afgesneden?” vroeg Michael Strogoff. + +»Hij is afgesneden tusschen Kolivan en Krasnoïarsk, maar hij werkt nog +tusschen Kolivan en de Russische grens.” + +»Voor het gouvernement?” + +»Voor het gouvernement, wanneer het zulks noodig oordeelt. Voor het +publiek, wanneer het betaalt. Het is tien kopeken per woord.—Wanneer ge +maar wilt, mijnheer?” + +Michael Strogoff stond gereed dien zonderlingen beambte te antwoorden +dat hij geene dépêche te verzenden had, dat hij slechts wat water en +brood verzocht, toen de deur van het huis eenklaps driftig geopend +werd. + +Michael Strogoff, denkende dat het de Tartaren waren, wilde uit het +venster springen, toen hij slechts twee mannen het vertrek zag +binnentreden, die niet het minst op Tartaarsche soldaten geleken. + +De een hield eene met potlood geschreven dépêche in de hand, en den +anderen voorbijschietende liep hij naar het raampje van den beambte. + +In die beide mannen vond Michael Strogoff, met eene verwondering die +iedereen begrijpen zal, twee personages terug, aan wie hij weinig meer +dacht en die hij nooit meer had denken weer te zien. + +Het waren de correspondenten Harry Blount en Alcide Jolivet, thans geen +reisgezellen meer, maar mededingers, ja vijanden, nu zij op het tooneel +van den oorlog werkzaam waren. + +Door het oponthoud van drie dagen dat Michael Strogoff aan de boorden +van de Irtisch ondervonden had, waren ze eerder te Kolivan aangekomen, +alhoewel zij eenige uren later dan hij Ichim verlaten hadden. + +Ze waren beiden naar het telegraafkantoor toegesneld op het oogenblik +dat het gevecht tusschen Russen en Tartaren in de straten van Kolivan +plaats had, en de een voor den anderen wilde het eerst zijne berichten +naar Europa overseinen. + +Michael Strogoff hield zich ter zijde om alles te zien en te hooren, +en, door het belangrijk nieuws dat zij brachten, te weten te komen of +het zaak voor hem was al dan niet naar Kolivan te gaan. + +Harry Blount, haastiger dan zijn collega, had van het raampje bezit +genomen, en stak den beambte zijne dépêche toe, terwijl Alcide Jolivet +van ongeduld stampvoette. + +»Tien kopeken per woord,” zeide de beambte, terwijl hij de dépêche +overnam. + +Harry Blount legde een stapeltje roebels neer, dat zijn collega met +zekere verbazing beschouwde. + +»Goed,” zeide de beambte. + +En met de grootste koelheid van de wereld, begon hij de volgende +dépêche te telegrapheeren: + + + Daily Telegraph, Londen. + + »Kolivan, gouvernement Omsk, Siberië, 6 Augustus. + + »Gevecht tusschen Russische en Tartaarsche troepen....” + + +Daar dit hardop gelezen werd, hoorde Michael Strogoff alles wat de +Engelsche correspondent aan zijn dagblad berichtte. + + + »Russische troepen met groote verliezen teruggedreven. Tartaren + dienzelfden dag Kolivan binnengerukt....” + + +Dit waren de laatste woorden van de dépêche. + +»Nu is het mijne beurt,” riep Alcide Jolivet uit, die aan zijne nicht +in den faubourg Montmartre wilde telegrapheeren. Maar dit beviel den +Engelschen correspondent geenszins, die niet van plan was het raampje +te verlaten, teneinde nieuwsberichten naarmate die inkwamen, over te +seinen. + +»Maar gij zijt klaar!” riep Alcide Jolivet uit. + +»Ik ben niet klaar,” antwoordde Harry Blount eenvoudig. + +En hij ging voort met eene reeks woorden op te schrijven, die hij +vervolgens aan den beambte overgaf, en die deze op zijn bedaarden toon +voorlas: + +In het begin schiep God hemel en aarde!.... + +Het waren verzen uit den bijbel, die Harry Blount telegrapheerde, om +tijd te winnen en zijne plaats niet aan zijn mededinger af te staan. +Het kon zijn dagblad wellicht eenige duizenden roebels kosten, maar +zijn dagblad zou ook de eerste tijdingen hebben! Frankrijk moest maar +wachten! Men begrijpt de woede van Alcide Jolivet, die, in elke andere +omstandigheid, zou gevonden hebben dat het eerlijk toeging. Hij wilde +dan ook de beambte noodzaken om den voorrang aan zijn bericht te geven. + +»Mijnheer is in zijn recht,” antwoordde de beambte bedaard, terwijl hij +op Harry Blount wees en deze vriendelijk toelachte. En hij ging voort +met het eerste vers van de heilige schrift getrouw aan de Daily +Telegraph over te seinen. + +Terwijl hij bezig was, ging Harry Blount bedaard naar het venster en +sloeg hij, met het lorgnet voor de oogen, gade wat er in den omtrek van +Kolivan voorviel, teneinde zijne berichten aan te vullen. + +Eenige oogenblikken daarna hernam hij zijne plaats voor het raampje en +voegde aan zijn telegram het volgende toe: + +»Twee kerken in brand. De brand schijnt aan den rechterkant toe te +nemen. De aarde was woest en ledig; de duisternis bedekte den +afgrond....” + +De handen van Alcide Jolivet jeukten van begeerten om den eerwaardigen +correspondent van de Daily Telegraph te wurgen. Hij sprak nog eens tot +den beambte, die altijd, onbeweeglijk, hem eenvoudig antwoordde: + +»Mijnheer is in zijn recht, in zijn recht.... tegen tien kopeken per +woord.” + +En hij seinde het volgende bericht, dat Harry Blount hem overgaf: + +»Russische vluchtelingen ontsnappen uit de stad. En God zeide: daar zij +licht, en het werd licht!....” + +Alcide Jolivet was letterlijk razend van woede. Harry Blount was naar +het raam teruggekeerd, maar dezen keer, door het schouwspel dat zich +aan zijne blikken vertoonde, waarschijnlijk afgetrokken, bleef hij te +lang kijken. Toen de beambte dan ook klaar was met het overseinen van +het derde vers uit den Bijbel, plaatste Alcide Jolivet zich heel stil +aan het raampje, en na evenals zijn collega hoogst bedaard een +aanzienlijk stapeltje roebels op de plank neergelegd te hebben, gaf hij +zijn telegram over, dat de beambte hardop las: + + + Madeleine Jolivet. + 10, Faubourg Montmartre, Paris. + + »Kolivan, gouvernement Omsk, Siberië, 6 Augustus. + + »De vluchtelingen ontsnappen uit de stad. Russen geslagen. + Hardnekkige vervolging door de Tartaarsche ruiterij....” + + +En toen Harry Blount terugkwam, hoorde hij Alcide Jolivet die zijn +telegram eindigde, al spottend neuriën: + + + In Parijs, + In het grijs + Loopt daar een klein vet manneke, + Een wandelend koffiekanneke.... + + +Het ongepast vindende om, zooals zijn collega, het gewijde met het +ongewijde dooreen te mengen, antwoordde Alcide Jolivet op de verzen uit +den Bijbel met een vroolijk deuntje van Béranger. + +»Aoh!” zeide Harry Blount. + +»Dat is maar zoo,” antwoordde Alcide Jolivet. + +De toestand om Kolivan werd echter hachelijker. Het gevecht kwam +dichterbij en het schieten werd steeds heviger. + +Opeens dreunde het gebouw van een vreeselijken slag. + +Er was eene granaat door den muur geslagen, die den seinpaal in eene +wolk van stof hulde. + +Alcide Jolivet was juist bezig de dichtregels te eindigen: + + + Als een appel zoo rond, + Doch in zijn zak.... geen grond.... + + +maar hij hield op, vloog op de granaat af, greep ze met beide handen en +wierp ze het raam uit. Dit was het werk van een oogenblik. + +Vijf minuten later sprong de granaat. + +Alcide Jolivet ging met de grootste bedaardheid voort zijn telegram op +te schrijven. Hij schreef: + +»Twaalfduims granaat heeft den muur van het telegraaf gebouw uiteen +doen springen. Er nog meer van hetzelfde kaliber wachtende....” + +Wat Michael Strogoff betreft, deze twijfelde niet of de Russen waren +uit Kolivan verdreven. Er zat voor hem niets anders op dan de +zuidelijke steppen in te slaan. + +Hij stond op het punt van te vertrekken, toen eene hagelbui van kogels +de ruiten van het venster verbrijzelde. + +Harry Blount, aan den schouder getroffen, viel op den grond. + +Alcide Jolivet vulde, op hetzelfde oogenblik, zijn bericht met het +volgende aan: + +»Harry Blount, correspondent van de Daily Telegraph, valt aan mijne +zijde, door eene granaatscherf getroffen....” + +toen de ongevoelige beambte hem met de onverstoorbaarste kalmte +toevoegde: + +»Mijnheer, de draad is gebroken.” + +En, het raampje verlatende, nam hij bedaard zijn hoed, dien hij met den +elleboog glad streek, en verdween hij, nog altijd glimlachende, door +een deurtje, dat Michael Strogoff niet had opgemerkt. + +Daarop werd het telegraafkantoor door de Tartaarsche soldaten +overweldigd, en noch Michael Strogoff, noch de dagbladschrijvers, +slaagden er in zich uit de voeten te maken. + +Alcide Jolivet, zijne laatste dépêche in de hand houdende, was op Harry +Blount toegeschoten, had hem op zijne schouders genomen om met hem te +vluchten.... Maar het was te laat! + +Beiden werden gevangen genomen, en tegelijkertijd Michael Strogoff, die +uit het venster willende springen, in de handen der Tartaren viel! + + + + + + + + +XVIII. + +EEN TARTAARSCH KAMP. + + +Op eene dagreis van Kolivan, eenige wersten voor het vlek Diachinsk, +strekt zich eene groote vlakte uit, waarop eenige zware boomen, +voornamelijk pijnboomen en ceders uitstaken. Dit gedeelte der steppe is +gedurende het warme jaargetijde gewoonlijk door Siberische herders +ingenomen, die er, voor hunne talrijke kudden, voldoende voedsel +vinden. Doch op dit tijdstip, zou men er te vergeefs een enkele dezer +zwervende bewoners gezocht hebben. En toch was deze vlakte niet +verlaten, integendeel zij vertoonde eene buitengewone levendigheid. + +Daar waren de Tartaarsche tenten opgeslagen, daar kampeerde +Feofar-Khan, de woeste emir van Boekhara en daar werden den volgenden +dag, 7 Augustus, de gevangenen van Kolivan opgebracht, na de +vernietiging van het kleine Russische korps. Van deze twee duizend man, +waren er nauwelijks eenige honderden overgebleven. De gebeurtenissen +namen dus, voor het keizerlijk bestuur, aanvankelijk eene ongunstige +wending, want de Russen zouden, vroeger of later, ongetwijfeld die +horden overweldigers weder verdrijven. Maar het hart van Siberië was +door den inval aangetast en hij dreigde zich nu dwars door het +opgestane land heen naar de oostelijke en westelijke provinciën te +zullen uitbreiden. Irkoetsk was nu van elke gemeenschap met Europa +verstoken. Wanneer de troepen van de Amoer en uit de provincie Jakoetsk +niet bijtijds aankwamen om Irkoetsk te bezetten, zou die hoofdstad van +Aziatisch Rusland in handen der Tartaren vallen, en voor dat zij kon +heroverd worden, zou de grootvorst, de broeder van den keizer, aan de +wraak van Ivan Ogareff zijn overgeleverd. + +Wat zou er van Michael Strogoff worden? Zou hij onder den druk van +zoovele beproevingen eindelijk bezwijken? Zou hij door de reeks van +tegenspoeden, sedert het ongeval te Ichim ondervonden, zich als +overwonnen beschouwen? Zou hij zijne zending als mislukt beschouwen en +haar opgeven? + +Neen, Michael Strogoff leefde nog, hij was niet gekwetst, den +keizerlijken brief had hij nog altijd bij zich, hij had zijn incognito +bewaard. Wel bevond hij zich onder de gevangenen, die door de Tartaren +als redeloos vee werden medegesleept, maar terwijl hij op die wijze +Tomsk naderde, kwam hij ook dichter bij Irkoetsk. In elk geval zou hij +Ivan Ogareff dan nog vóoruit zijn. + +»Ik zal er komen!” zeide hij telkens bij zichzelven. + +Sedert het gebeurde te Kolivan, had hij slechts éene gedachte, +namelijk: zijne vrijheid te herkrijgen! Hoe aan de soldaten van den +emir te ontsnappen? Wanneer het oogenblik daar was, zou hij zien. + +Het kamp van Feofar bood een prachtig schouwspel aan. Tallooze tenten +uit huiden, vilt of zijden stoffen vervaardigd, glinsterden in de +stralen der zon. De rijksten dezer tenten behoorden aan de seïden en de +khodjas, de voornaamste personages van het khanaat. + +Het kamp bevatte minstens honderd vijftig duizend man, zoowel +voetknechten als ruiters, die de verschillende typen van Aziatisch ras +vertoonden. Lastdieren telde men er bij duizenden. + +Toen de gevangenen van Kolivan voor de tenten van Feofar en der +grootwaardigheid-bekleeders van het khanaat aankwamen, werd de roffel +geslagen, schalden de trompetten en bulderde het geschut. + +Overigens was de omgeving van Feofar geheel militair, daar zijn om zoo +te zeggen burgerlijk gevolg en zijn harem zich te Tomsk bevonden, dat, +nu in de handen der Tartaren, de residentie van den emir zou worden, +tot zoolang hij haar eindelijk zou kunnen verwisselen tegen de +hoofdstad van oostelijk Siberië. + +De tent van Feofar stak boven de naburige tenten uit. Met eene +schitterende zijden stof behangen, die opgehouden werd door koorden met +gouden kwasten, besloeg zij het middelpunt van eene uitgestrekte open +plaats tusschen de boomen, waarvan de achtergrond door prachtige +beukeboomen en reusachtige pijnboomen werd gevormd. Voor deze tent lag +op eene verlakte en met edelgesteenten ingelegde tafel, het heilige +boek van den Koran open, waarvan de bladzijden uit fijn gegraveerde +gouden blaadjes bestonden. Boven de tent wapperde de Tartaarsche +standaard, versierd met het wapen van den emir. + +Op het oogenblik dat de gevangenen in het kamp gebracht werden, was de +emir in zijne tent. Hij kwam niet te voorschijn. En het was zonder +twijfel gelukkig. Éen woord, éene wenk zou wellicht slechts het sein +voor eene of andere bloedige terechtstelling zijn geweest. Maar, als +een echt Oostersch Vorst zonderde hij zich af; want hij, die zich niet +vertoont, wordt bewonderd en vooral gevreesd. + +Wat de gevangenen aangaat, zij werden in eene afgesloten ruimte +gelegerd, waar zij, mishandeld, bijna zonder voedsel, blootgesteld aan +de guurheid van het klimaat, het welgevallen van Feofar verbeidden. + +De gedweeste, zoo niet de geduldigste van allen was zeker Michael +Strogoff. Hij liet zich geleiden, want men bewaakte hem overal waar hij +heen wilde gaan en dus was hij zoo veilig, als hij, in vrijheid zijnde, +op den weg van Kolivan naar Tomsk nooit had kunnen zijn. Te willen +ontsnappen vóor dat hij in laatstgenoemde stad was aangekomen, ware +zich blootstellen om weder in handen te vallen van de verkenners die in +de steppe rondzwierven. + +Eenmaal te Tomsk zijnde, zeide hij tot zich zelf, om eenigszins het +ongeduld te onderdrukken dat hij niet altijd kon bedwingen, kan ik in +weinige minuten voorbij de voorposten zijn; twaalf uren op Feofar, +twaalf uren op Ogareff gewonnen, zullen voldoende zijn om vóor hen te +Irkoetsk aan te komen! + +Hetgeen Michael Strogoff inderdaad bovenal vreesde, was de +tegenwoordigheid van Ogareff in het Tartaarsche kamp. Buiten het gevaar +van herkend te worden, gevoelde hij instinctmatig dat het van belang +was dien verrader vooruit te komen. Hij begreep ook dat, wanneer de +troepen van Ivan Ogareff zich met die van Feofar vereenigd hadden, dit +leger, nu voltallig, zoo snel mogelijk tegen de hoofdstad van oostelijk +Siberië zou oprukken. Dit vooral vreesde hij en elk oogenblik luisterde +hij of niet een trompetgeschal de aankomst van Ivan Ogareff +aankondigde. + +Bij die vrees voegde zich de gedachte aan zijne moeder en aan Nadia. +Zou hij haar wel ooit wederzien? Op deze vraag die hij niet durfde +oplossen, werd het hem vreeselijk benauwd om het hart. + +Met Michael Strogoff en zooveel andere gevangenen, waren ook Harry +Blount en Alcide Jolivet naar het Tartaarsche kamp gevoerd. Michael +Strogoff zocht hen niet op; het kon hem weinig schelen wat zij van hem +dachten sedert het gebeurde aan de wisselplaats te Ichim. Hij wilde +liever alleen blijven om alleen te handelen, wanneer het er op aan +kwam. + +Alcide Jolivet had, sedert zijn collega aan zijne zijde was gevallen, +dezen voortdurend verzorgd en hem ondersteund op den tocht van Kolivan +naar het kamp. In het kamp aangekomen, was het zijne eerste zorg +geweest de wond van Harry Blount te onderzoeken. + +»Het beteekent niets,” zeide hij tot hem, »het is slechts een schram! +Na twee- of driemaal verbonden te zijn, zal er niets meer van zichtbaar +zijn!” + +»Maar dat verband?....” vroeg Harry Blount. + +»Dat zal ik wel leggen!” + +»Gij zijt dus een halve heelmeester?” + +»Dat zijn alle Franschen zoo wat half en half!” + +En op deze verzekering scheurde Alcide Jolivet zijn zakdoek in twee +stukken, maakte van het eene pluksel, van het andere eene prop, waschte +de wond, die gelukkig niet ernstig was, uit en legde het vochtige +linnen zeer behendig op den schouder van Harry Blount. + +»Ik genees u met water,” zeide hij, »want het is het heilzaamste +pijnstillende middel, dat voor het genezen van wonden bekend is. De +geneesheeren hebben zes duizend jaar er aan besteed om dit te +ontdekken! Ja, zes duizend jaar!” + +»Ik dank u, mijnheer Jolivet,” antwoordde Harry Blount, die zich op een +bed van dorre bladeren nedervleide, dat zijn metgezel in de schaduw van +een berkeboom voor hem gereed had gemaakt. + +»Blijf nu maar stil liggen en praat niet meer, want gij hebt volstrekt +rust noodig,” zeide Alcide Jolivet. + +Maar Harry Blount had geen lust om te zwijgen. + +»Mijnheer Jolivet,” vroeg hij, »denkt gij dat onze dépêches over de +Russische grenzen hebben kunnen komen!” + +»En waarom niet,” antwoordde Alcide Jolivet. »Op het oogenblik weet +mijn goede nicht alles aangaande het gevecht bij Kolivan.” + +»En hoeveel exemplaren van de dépêche laat uw nicht wel drukken?” vroeg +Harry Blount, die voor den eersten keer de vraag zoo rechtstreeks deed. + +»Wel ja!” antwoordde Alcide Jolivet lachende. »Mijne nicht is iemand, +die zeer bescheiden is, die er niet van houdt dat men over haar +spreekt, en wie het zeer zou spijten als zij den slaap verstoorde, dien +gij zoo noodig hebt.” + +»Ik wil niet slapen,” antwoordde de Engelschman.—»Wat zou uwe nicht van +de zaken in Rusland denken?” + +»Dat zij op het oogenblik zeer slecht schijnen te staan. Maar dat +beteekent niets! De Russische regeering is machtig, zij zal zich niet +ongerust maken over een inval van barbaren en Siberië zal haar niet +ontvallen.” + +»Al te veel eerzucht heeft de grootste rijken doen ten óndergaan!” +antwoordde Harry Blount, die niet vrij was van een zekere Engelsche +jaloerschheid, ten opzichte der Russische aanmatigingen in Middel-Azië. + +»Ach! laten we niet over politiek praten!” riep Alcide Jolivet uit. +»Dat is door de faculteit verboden. Niets is slechter voor +schouderwonden!.... tenzij dit ware—om u te doen inslapen.” + +»Laat ons dan spreken over hetgeen ons verder te doen staat,” zeide +Harry Blount. »Mijnheer Jolivet, ik ben niet van plan om voortdurend +bij deze Tartaren gevangen te blijven.” + +»Ik voor den drommel ook niet!” + +»Zullen wij bij de eerste gelegenheid trachten te ontsnappen?” + +»Ja, als er geen ander middel is om onze vrijheid te herkrijgen.” + +»Weet ge een ander?” vroeg Harry Blount, zijn makker aanziende. + +»Zeker! Wij behooren niet tot de oorlogvoerende partijen, wij zijn +onzijdig, en wij zullen er tegen opkomen!” + +»Bij dien onbeschaafden Feofar-Khan?” + +»Neen, hij zou ons niet verstaan,” antwoordde Alcide Jolivet, »maar bij +Ivan Ogareff.” + +»Dat is een schurk!” + +»Zonder twijfel, maar die schurk is een Rus. Hij weet dat men met het +volkenrecht niet moet gekscheren, en hij heeft er geen belang bij om +ons gevangen te houden, integendeel!” + +»Maar dat heer iets te vragen, bevalt mij niet erg!” + +»Maar dat heer is niet in het kamp, ten minste ik heb hem er niet +gezien,” merkte Harry Blount op. + +»Hij zal er komen. Dat is zeker. Hij moet zich bij den emir voegen, die +alleen op hem wacht om naar Irkoetsk op te trekken.” + +»En eenmaal vrij, wat zullen wij dan doen?” + +»Eenmaal vrij, dan zullen wij de Tartaren volgen tot dat de +gebeurtenissen ons zullen vergunnen om naar het Russische kamp over te +loopen. Drommels! wij moeten den moed niet laten zakken! Wij beginnen +pas. Gij collega, gij hebt reeds het geluk gehad in dienst van de Daily +Telegraph gewond te worden, terwijl ik nog niets bekomen heb in dienst +van mijne nicht, kom, kom!” + +»Goed zoo,” mompelde Alcide Jolivet, »daar valt hij in slaap! Eenige +uren slaaps en eenige compressen met frisch water zijn meer dan +voldoende om een Engelschman weer op de been te helpen. Die lui zijn +van ijzer!” + +En terwijl Harry Blount sliep, waakte Alcide Jolivet bij hem, en maakte +hij aanteekeningen in zijn boekje, vast besloten die met zijn collega +te deelen tot groote voldoening der lezers van de Daily Telegraph. De +gebeurtenissen hadden hen vereenigd, en tegen die vereeniging was hunne +ijverzucht niet bestand. + +Zoo was, wat Michael Strogoff het meeste duchtte, juist datgene, waar +de beide dagbladschrijvers het zeerst naar verlangden. De komst van +Ivan Ogareff kon zeker voor hen goed zijn, want wanneer hunne qualiteit +van Engelsch en Fransch correspondent maar eerst bekend was, zouden +zij, allerwaarschijnlijkst, in vrijheid gesteld worden. Ivan Ogareff +zou Feofar wel doen begrijpen dat dagbladschrijvers geen eenvoudige +spionnen zijn. + +Vier dagen waren reeds voorbij gegaan en de gevangenen hoorden er nog +maar niets van dat het kamp opgebroken zou worden. Zij werden streng +bewaakt en slecht gevoed. Tweemaal in de vier en twintig uren wierp men +hun een stuk geroosterd geiten-ingewand toe, of een stuk kaas, kroete +genaamd, uit zure schapenmelk vervaardigd, en daarna in paardenmelk +geweekt, eene Kirgiesche spijs, meestal koemijss genoemd. Daarbij kwam +nog dat het weer afschuwelijk was, eenige gewonden, vrouwen en +kinderen, stierven en hunne bewakers daartoe ongenegen zijnde, moesten +de gevangenen hunne lijken begraven. + +Die toestand duurde gelukkig niet zeer lang. In den morgen van 20 +Augustus hoorde men opeens de trompetten schallen, de trommels roeren, +de geweren losbranden en op den weg naar Kolivan zag men eene dikke +stofwolk oprijzen. Ivan Ogareff deed aan het hoofd van verscheidene +duizenden krijgslieden zijn intocht in het Tartaarsche kamp. + + + + + + + + +XIX. + +EENE HOUDING VAN ALCIDE JOLIVET. + + +Het was een geheel legerkorps dat Ivan Ogareff den emir toevoerde. Het +bestond uit een groot gedeelte van het leger dat zich van Omsk had +meester gemaakt. Ivan Ogareff, het bovengedeelte der stad niet kunnende +vermeesteren, had besloten het beleg op te breken, met achterlating van +een voldoend observatiekorps te Omsk. + +Hij voerde een aantal Russische en Siberische gevangenen met zich mede. +Deze ongelukkigen moesten aan de voorposten blijven en afwachten wat +Feofar-Khan omtrent hen zou beslissen. + +Dit legerkorps had Omsk en Kolivan niet verlaten zonder eene menigte +bedelaars, stroopers, kooplui en heidenen met zich te voeren; de gewone +achterhoede van een marcheerend leger. + +Onder deze heidens bevond zich de zigeunertroep, die Michael Strogoff +tot Perm vergezeld had. Sangarre, die woeste verspiedster, die Ivan +Ogareff met lijf en ziel toegedaan was, was er bij. Deze vrouw, +bijgestaan door hare heidenen, die haar alles wat zij konden te weten +komen overbrachten, hield Ivan Ogareff op de hoogte van alles wat er in +het middelpunt der overweldigde provinciën voorviel. + +Sangarre, vroeger in eene zeer ernstige zaak betrokken geweest, werd +toen door den Russischen officier gered. Zij had niet vergeten wat zij +hem verschuldigd was, en zich geheel en al aan hem gewijd. Welk bevel +hij haar ook gaf, Sangarre voerde het uit; een onbegrijpelijk instinct, +sterker nog dan dat der erkentelijkheid, had haar bewogen om de slavin +te worden van dien verrader, met wien zij zich verbonden had sedert het +oogenblik dat hij naar Siberië verbannen was. Sedert hare komst te +Omsk, had zij Ivan Ogareff niet meer verlaten. De ontmoeting van +Michael en Marfa Strogoff was haar bekend, alsmede de vrees die Ivan +Ogareff koesterde ten opzichte van het op weg zijn van een koerier van +den czaar. Daarom verloor zij Marfa Strogoff ook niet uit het oog, die +zich onder de gevangenen bevond en die zij onophoudelijk bespiedde, om +het woord »zoon” aan hare lippen te hooren ontglippen. + +Bij het kamp aangekomen, werd Ivan Ogareff met de grootste eerbewijzen +door de hooge beambten ontvangen, die hem tegemoet gezonden waren, en +die hem uitnoodigden hen naar de tent van Feofar-Khan te vergezellen. +Op het oogenblik dat het ruitergeleide zich in beweging zou stellen, +naderde Sangarre, tusschen de ruiters doorgaande, Ivan Ogareff en bleef +onbeweeglijk voor hem staan. + +»Niets?” vroeg Ivan Ogareff. + +»Niets.” + +»Heb maar geduld.” + +»Zult gij die oude vrouw weldra noodzaken om te spreken?” + +»Weldra, Sangarre.” + +»Wanneer zal de oude spreken?” + +»Als wij te Tomsk zullen zijn.” + +»En wanneer zal dat wezen?” + +»Binnen drie dagen.” + +De groote zwarte oogen van Sangarre glinsterden buitengewoon, en zij +ging bedaard heen. + +Ivan Ogareff begaf zich vervolgens naar de tent van den emir gevolgd +door zijn staf van Tartaarsche officieren. Voor de tent aangekomen +steeg hij van zijn paard, trad binnen en bevond zich voor den emir die +hem naderde en hem een kus gaf. Deze kus had een groote beteekenis. Hij +maakte Ivan Ogareff voorzitter van den raad en plaatste hem tijdelijk +boven den khodja. Zich vervolgens tot Ivan Ogareff wendende, zeide +Feofar: + +»Ik heb u niet te ondervragen; spreek Ivan. Allen zijn gereed om u aan +te hooren.” + +»Takhsir,” [6] antwoordde Ivan Ogareff, »ziehier wat ik u heb mede te +deelen.” + +Ivan Ogareff sprak in het Tartaarsch en gaf aan zijne woorden dat +hoogdravende, waardoor zich de taal der oosterlingen onderscheidt. + +»Takhsir, het is de tijd niet om dien met nuttelooze woorden te +verspillen. Wat ik aan het hoofd uwer troepen gedaan heb, is u bekend. +De liniën van de Ichim en van de Irtisch zijn op het oogenblik in onze +macht, en de Turkomansche ruiters kunnen hunne paarden laten baden in +de wateren dier stroomen die nu Tartaarsch zijn geworden. De Kirgiesche +horden zijn op de stem van Feofar-Khan opgestaan, en de Siberische +groote weg is in uw bezit, van Ichim tot Tomsk. Gij kunt dus uwe +strijdbenden richten zoowel naar het oosten waar de zon opkomt, als +naar het westen waar zij ondergaat.” + +»En welke raadgeving boezemt uwe trouw aan de Tartaarsche zaak u +hieromtrent in?” vroeg de emir na een oogenblik stilzwijgen. + +»Mijn raad,” antwoordde Ivan Ogareff levendig, »is, om de zon tegemoet +te marcheeren, het gras der oostelijke steppen door de paarden der +Turkomannen te laten verslinden! Irkoetsk, de hoofdstad der oostelijke +provinciën, in te nemen, en met haar den gijzelaar, die eene geheele +landstreek waard is. Bij gebrek van den czaar, moet zijn broeder de +grootvorst in uwe handen vallen.” + +Dat was het groote doel, dat Ivan Ogareff najoeg. Hem hoorende spreken, +zou men hem gehouden hebben voor een dier wreede afstammelingen van +Stepan-Razine, de vermaarde roover, die in de XVIIIe eeuw Zuid-Rusland +verwoestte. Zich van den grootvorst meester te maken, hem onmeedoogend +te treffen, dit ware eene volkomen voldoening voor zijn haat! Bovendien +zou de verovering van Irkoetsk geheel oostelijk Siberië terstond onder +de Tartaarsche heerschappij brengen. + +»Zoo zal het geschieden,” antwoordde Feofar. + +»Wat zijn uwe bevelen, Takhsir?” + +»Van daag nog, zal ons hoofdkwartier naar Tomsk verplaatst worden.” + +Ivan Ogareff maakte eene buiging, en verwijderde zich, gevolgd door den +hoesch-bégui, om de bevelen van den emir ten uitvoer te brengen. + +Op het oogenblik dat hij te paard zou stijgen, om zich naar de +voorposten te begeven, hoorde men op eenigen afstand een zeker rumoer +in dat gedeelte van het kamp, waar de gevangenen zich bevonden. Men +hoorde geschreeuw en twee à drie geweerschoten. Was het eene poging tot +opstand of tot ontvluchting, die men zocht te beteugelen? + +Ivan Ogareff en de hoesch-bégui snelden toe en op eens zagen zij twee +mannen voor zich, die eenige soldaten niet konden bedwingen. + +De hoesch-bégui gaf, zonder dralen een wenk en beiden zouden neergeveld +zijn, had Ivan Ogareff niet door een paar woorden den sabel afgewend +die hen reeds bedreigde. + +De Rus had opgemerkt, dat deze gevangenen vreemdelingen waren, en hij +beval dat men ze voor hem zou brengen. Het waren Harry Blount en Alcide +Jolivet. Zoodra Ivan Ogareff in het kamp aangekomen was, hadden zij +gevraagd om voor hem gebracht te worden, doch de soldaten hadden zulks +geweigerd, en vandaar die worsteling. + +Ivan Ogareff keek deze reizigers, die hem geheel onbekend waren, eenige +oogenblikken aan. Toch waren zij tegenwoordig geweest op de +wisselplaats te Ichim, waar Michael Strogoff den slag van Ivan Ogareff +ontvangen had; maar de onbeschofte reiziger had geen acht geslagen op +de lieden die zich toen in de wachtkamer bevonden. + +Harry Blount en Alcide Jolivet herkenden hem, integendeel, wel, en de +laatste zeide fluisterend: + +»Als ik mij niet vergis, dan meen ik in kolonel Ogareff den +onbeschoften persoon te herkennen, dien wij op de wisselplaats te Ichim +ontmoet hebben!” + +»Legt gij hem onze zaak bloot, Blount. Gij zult mij een dienst +bewijzen. Een Russisch kolonel in een Tartaarsch kamp te zien, walgt +mij, en hoewel ik het hem te danken heb dat mijn hoofd nog op mijne +schouders zit, kan ik hem toch niet zonder de grootste verachting +aanzien.” + +En dit gezegd hebbende, veinsde hij de volkomenste en meest hooghartige +onverschilligheid. + +Begreep Ivan Ogareff wat de houding van den gevangene beleedigends voor +hem had? In elk geval liet hij het niet blijken. + +»Wie zijt gij, heeren?” vroeg hij in het Russisch op een koelen toon, +maar zonder zijne gewone ruwheid. + +»Twee correspondenten van Engelsche en Fransche dagbladen,” antwoordde +Harry Blount droogweg. + +»Gij hebt zonder twijfel papieren die uwe identiteit kunnen bewijzen?” + +»Ziehier onze geloofsbrieven bij de Engelsche en Fransche kanselarijen +in Rusland.” + +Ivan Ogareff las de brieven die Harry Blount hem overhandigde, en hij +las ze met aandacht. Daarna zeide hij: + +»Gij vraagt vergunning om onze militaire bewegingen in Siberië te +volgen?” + +»Wij vragen om niets anders dan om vrij te zijn,” antwoordde de +Engelsche correspondent op drogen toon. + +»Gij zijt vrij, mijne heeren,” antwoordde Ivan Ogareff, »en ik ben zeer +verlangend om uwe artikelen in de Daily Telegraph te lezen.” + +»Mijnheer,” hernam Harry Blount met de onverstoorbaarste +onverschilligheid, »het kost zes pence het nummer, behalve de port.” + +En hierop keerde Harry Blount zich tot zijn makker, die zijn antwoord +volkomen scheen goed te keuren. + +Ivan Ogareff liet niets blijken, en, te paard stijgende, verdween hij +aan het hoofd van zijn geleide. + +»Wel mijnheer Jolivet, wat denkt gij van kolonel Ivan Ogareff, +opperbevelhebber der Tartaarsche troepen?” vroeg Harry Blount. + +»Wat ik van hem denk, mijn waarde collega?” antwoordde Alcide Jolivet +glimlachende, »wel niets anders dan dat die hoesch-bégui een mal figuur +heeft gemaakt, toen hij bevel gaf om ons een kop kleiner te maken!” + +»En,” vroeg Harry Blount, »welk gebruik zullen wij nu van onze vrijheid +maken?” + +»Gebruik? neen misbruik zullen wij er van maken,” antwoordde Alcide +Jolivet, »wij gaan stilletjes naar Tomsk, om te kijken wat daar +gebeurt.” + +»Tot op het oogenblik, en moge het weldra komen, dat wij ons bij een of +ander Russisch legerkorps zullen kunnen voegen!” + +»Juist, mijn waarde Blount. Wij moeten toch niet geheel en al Tartaren +worden! De schoonste rol hebben nog altijd zij wier wapenen de +beschaving verspreiden, want dat is zeker, dat de volken van +Middel-Azië, bij den tegenwoordigen inval, eerder zullen verliezen dan +winnen; maar de Russen zullen wel de overhand krijgen. Het is slechts +eene zaak van tijd!” + +Intusschen was de komst van Ivan Ogareff, die Alcide Jolivet en Harry +Blount in vrijheid gesteld had, een ernstig gevaar voor Michael +Strogoff. Wanneer het toeval wilde dat Ivan Ogareff den koerier van den +czaar ontmoette, dan zou hij zeker dezen herkennen als den reiziger, +dien hij aan de wisselplaats van Ichim zoo onbeschoft bejegend had. +Doch de komst van Ivan Ogareff had voor Michael Strogoff gelukkig ook +eene goede zijde, omdat bevel was gegeven om het kamp op te breken en +het hoofdkwartier naar Tomsk te verplaatsen. Dit was de vurige wensch +van Michael Strogoff, want zijn voornemen was, om te gelijk met de +gevangenen Tomsk te bereiken; hij zou dan geen gevaar loopen van in +handen der verkenners te vallen die zich in de omstreken van die +belangrijke stad in grooten getale bevonden. Tengevolge van de komst +van Ivan Ogareff, en uit vrees van door dezen herkend te worden, vroeg +hij zich echter af, of het niet beter zou zijn van zijn eerste +voornemen af te zien en liever pogingen te doen om onderweg te +ontsnappen. + +Hij zou zonder twijfel dit laatste plan ten uitvoer brengen, toen hij +vernam dat Feofar-Khan en Ivan Ogareff aan het hoofd van eenige +duizenden ruiters reeds naar Tomsk vertrokken waren. + +»Ik zal dus wachten,” zeide hij, »tenzij zich eene gunstige gelegenheid +voordoe om te vluchten. Laat ik nog maar drie dagen geduld hebben, en +moge God mij dan te hulp komen!” + +Inderdaad was het een tocht van drie dagen, dien de gevangenen onder +bewaking van eene sterke afdeeling Tartaren door de steppe moesten +afleggen, een tocht gemakkelijk voor de soldaten van den emir, aan wie +niets ontbrak, doch bezwaarlijk voor de gevangenen die door ontbering +geheel verzwakt waren. + +Te twee uur in den namiddag van 12 Augustus, bij eene zeer groote hitte +en onder een onbewolkten hemel, gaf de toptschi-baschi bevel om het +kamp op te breken. + +Alcide Jolivet en Harry Blount, hadden zich, na paarden gekocht te +hebben, op weg naar Tomsk begeven, alwaar de loop der gebeurtenissen de +voornaamste personen van dit verhaal zou te zamen brengen. + +Onder de gevangenen die Ivan Ogareff naar het Tartaarsche kamp had +medegevoerd, bevond zich eene oude vrouw, wier stilzwijgen haar als het +ware geheel van hare medegevangenen afzonderde. + +Geene klacht kwam over hare lippen. Men zou gezegd hebben dat zij een +standbeeld was, de smart voorstellende. Deze vrouw, bijna voortdurend +onbeweeglijk en strenger dan de anderen bewaakt, werd zonder dat zij +zulks vermoedde of er zich om bekreunde, aanhoudend door de zigeunerin +Sangarre bespied. Ondanks haar hoogen ouderdom had zij evenals de +andere gevangenen den weg te voet moeten afleggen, zonder dat hare +ellende eenigszins verzacht was geworden. + +Evenwel had de voorzienigheid een moedig en liefderijk wezen aan hare +zijde geplaatst, die haar begreep en bijstond. Onder hare gezellinnen +in het ongeluk, scheen een jeugdig meisje, merkwaardig door hare +schoonheid en door eene lijdzaamheid die in niets onderdeed voor die +der Siberische vrouw, zich tot taak gesteld te hebben over haar te +waken. Geen woord was tusschen de beide gevangenen gewisseld geworden, +maar het meisje bevond zich steeds bij de oude vrouw als haar hulp haar +van nut kon zijn. Deze had evenwel niet terstond, noch zonder +wantrouwen de stille zorgen van deze onbekende aangenomen, doch het +open gelaat van het jonge meisje, hare ingetogenheid en de +geheimzinnige toegenegenheid, die eene gemeenschappelijke smart doet +ontstaan tusschen menschen die hetzelfde ongelukkig lot deelen, hadden +over de trotsche koelheid van Marfa Strogoff gezegevierd. Nadia,—want +zij was het—had aldus, zonder haar te kennen, aan de moeder de zorgen +gewijd, die haar zoon aan haar betoond had. Te midden van deze +ongelukkigen, door het lijden verbitterd, boezemden deze twee vrouwen, +waarvan de eene de grootmoeder, de andere de kleindochter scheen te +zijn, aan allen eene soort van eerbied in. + +Nadat Nadia door de verkenners aan de Irtisch was weggevoerd naar Omsk, +deelde zij daar het lot van al de gevangenen en bijgevolg dat van Marfa +Strogoff. Indien zij minder zielskracht had gehad, zou zij zeker +bezweken zijn onder den dubbelen slag die haar trof. De staking harer +reis, de dood van Michael Strogoff hadden haar wanhopig gemaakt en haar +tot morren gebracht. Voor altijd misschien van haar vader verwijderd, +na zoovele gelukte pogingen, die haar nader bij hem gebracht hadden, en +tot overmaat van smart, van haar onverschrokken reisgenoot gescheiden, +dien God haar op haar weg had doen ontmoeten om haar doel te bereiken, +had zij alles te gelijk en op eens verloren. Het beeld van Michael +Strogoff dien zij door een lanssteek had zien treffen en in de wateren +der Irtisch verdwijnen, stond haar voortdurend voor den geest. + +»Wie zal dien doode wreken, die zichzelf niet meer wreken kan?” zeide +zij tot zichzelf. + +En zich tot God wendende, riep het jonge meisje in haar binnenste uit: + +»Heer, laat ik dat zijn!” + +Men begrijpt wel dat Nadia, in deze gedachten verzonken, geheel +ongevoelig was gebleven voor al de ellende harer gevangenschap. + +Het toeval had haar toen, zonder dat zij dit het minst vermoedde, met +Marfa Strogoff vereenigd. Hoe had zij kunnen denken, dat die oude +vrouw, evenals zij gevangen, de moeder was van haar reismakker, die +voor haar niemand anders was geweest dan de koopman Nikolaas Korpanoff? +En hoe had Marfa van haar kant kunnen raden dat een band van +dankbaarheid die jonge onbekende aan haar zoon verbond? + +Het meisje deelde met haar het weinige voedsel dat zij ging halen op +het uur dat de levensmiddelen werden uitgedeeld; haar arm strekte haar +tot steun op haar moeielijken tocht en het was ter wille van het jonge +meisje, dat Marfa de soldaten van het konvooi mocht volgen, zonder als +andere ongelukkigen, aan den knop van een zadel te worden medegesleurd. + +»Dat God u beloone, mijn kind, voor al hetgeen gij voor mij doet!” +zeide Marfa Strogoff, en dit waren gedurende eenigen tijd, de eenige +woorden die zij uitte. + +Gedurende de dagen dat zij op weg waren, dagen die haar eeuwen +toeschenen, zou men gedacht hebben dat de oude vrouw en het meisje over +haar beider toestand met elkander hadden moeten spreken. Doch Marfa +Strogoff had door eene omzichtigheid, die licht te begrijpen is, alleen +over zich zelve, en nog maar zeer kort, gesproken. Zij had noch op haar +zoon, noch op hare ontmoeting met hem, gezinspeeld. + +Ook Nadia sprak weinig. Op zekeren dag echter, gevoelende dat zij met +eene eenvoudige doch verhevene ziel te doen had, had haar hart zich +lucht gegeven en had zij, zonder iets te verbergen, al de +gebeurtenissen verteld die er sedert haar vertrek van Wladimir tot den +dood van Nikolaas Korpanoff hadden plaats gehad. Hetgeen zij van haar +jongen reismakker verhaalde, boezemde der oude vrouw levendige +belangstelling in. + +»Nikolaas Korpanoff!” zeide zij. »Vertel mij nog iets van dien +Nikolaas. Zijn gedrag heeft mij zeer verwonderd! Was Nikolaas Korpanoff +wel zijn eigenlijke naam? Zijt ge er wel zeker van mijn kind?” + +»Waarom zou hij mij dienaangaande bedrogen hebben?” antwoordde Nadia. + +Doch Marfa Strogoff door eene soort van voorgevoel gedreven, deed Nadia +vraag op vraag. + +»Gij hebt mij gezegd dat hij onverschrokken was! Gij hebt mij bewezen +dat hij zulks was!” zeide zij. + +»Ja, onverschrokken! het was een leeuw, een held,” antwoordde Nadia. + +»Dat zou mijn zoon ook geweest zijn,” zeide Marfa Strogoff telkens bij +zich zelve. + +»Maar intusschen zegt gij dat hij in het posthuis te Ichim eene +verschrikkelijke beleediging verdragen heeft?” + +»Die heeft hij verdragen!” antwoordde Nadia, haar hoofd latende hangen. + +»Hij heeft ze verdragen?” mompelde Marfa Strogoff bevende. + +»Moeder! Moeder!” riep Nadia uit, »veroordeel hem niet. Er zit een +geheim achter, een geheim, waarover God alleen op dit oogenblik +oordeelen kan!” + +»En,” zeide Marfa, terwijl zij het hoofd ophief en Nadia aankeek alsof +zij tot in het binnenste van hare ziel wilde lezen, »hebt gij op het +oogenblik dier vernedering, dien Nikolaas Korpanoff niet veracht?” + +»Ik heb hem bewonderd zonder hem te begrijpen,” antwoordde het meisje. + +De oude vrouw zweeg een oogenblik. + +»Hij was lang?” vroeg zij daarna. + +»Zeer lang.” + +»En zeer knap, is ’t niet? Kom, spreek mijn kind.” + +»Hij was zeer knap,” antwoordde Nadia blozend. + +»Het was mijn zoon! Ik zeg u dat het mijn zoon was!” riep de oude vrouw +uit, Nadia omhelzende. + +»Uw zoon!” antwoordde Nadia geheel verstomd, »uw zoon!” + +»Kom!” zeide Marfa, »vertel voort, mijn kind! Uw makker, uw vriend, uw +beschermer, hij had een moeder! Heeft hij u nooit van zijne moeder +gesproken?” + +»Van zijne moeder?” zeide Nadia. »Hij heeft mij van zijne moeder +gesproken, zooals ik hem dikwijls van mijn vader gesproken heb! Die +moeder, hij aanbad ze!” + +»Nadia, Nadia! Gij vertelt me daar de geheele geschiedenis van mijn +zoon,” zeide de oude vrouw. + +En zij voegde er opeens bij: + +»Had hij haar dan niet moeten bezoeken toen hij door Omsk trok, die +moeder, die hij, naar uw zeggen, zoo beminde?” + +»Neen,” antwoordde Nadia, »neen, dat moest hij niet.” + +»Neen!” riep Marfa uit. »Gij hebt neen tegen mij durven zeggen?” + +»Dat heb ik gezegd, maar ik moet u nog vertellen, dat ik heb meenen te +begrijpen, dat Nikolaas Korpanoff het land zeer in het geheim moest +doortrekken, om allergewichtigste, mij onbekende redenen. Het was voor +hem eene vraag van leven en dood of liever nog, eene vraag van plicht +en eer.” + +»Van plicht, inderdaad, van gebiedenden plicht,” zeide de oude vrouw, +»van die plichten, waaraan men alles opoffert, zelfs de vreugde van een +kus, misschien den laatsten, aan zijne oude moeder te komen geven! +Hetgeen ge niet weet, hetgeen ik zelve niet wist, ik weet het nu op dit +oogenblik. Gij hebt mij alles doen begrijpen! Het geheim van mijn zoon, +Nadia, daar hij ’t u niet gezegd heeft, ik moet ’t voor hem bewaren! +Vergeef mij, Nadia! De goedheid, die gij voor mij gehad hebt, kan ik u +niet vergelden!” + +»Moeder, ik vraag niets,” antwoordde Nadia. + + + + + + + + +XX. + +LEER OM LEER. + + +Alles had zich dus voor de oude vrouw opgehelderd, alles, tot zelfs het +onbegrijpelijke gedrag van haar zoon ten haren opzichte in de herberg +te Omsk. Zij twijfelde er nu niet meer aan, dat de metgezel van het +meisje, Michael Strogoff was geweest en dat eene geheime zending hem +genoodzaakt had, zijne hoedanigheid van koerier van den czaar te +verbergen. + +»Neen, mijn waarde zoon,” zeide Marfa Strogoff tot zichzelve, »ik zal u +niet verraden, en geene pijnigingen van welken aard ook, zullen in +staat zijn, mij de bekentenis te ontrukken, dat gij het zijt dien ik te +Omsk gezien heb!” + +Marfa Strogoff had nu, met éen woord, aan Nadia de hartelijkheid kunnen +vergelden, die deze haar betoond had. Zij had haar kunnen vertellen dat +haar metgezel Nikolaas Korpanoff of liever Michael Strogoff niet in de +wateren van de Irtisch omgekomen was, omdat zij hem eenige dagen na het +ongeval ontmoet, ja, hem gesproken had!.... + +Maar zij bedwong zich, zweeg, en bepaalde zich met te zeggen: + +»Hoop maar, mijn kind! Het ongeluk zal u niet altijd vervolgen! Gij +zult uw vader wederzien, ik heb er een voorgevoel van, en misschien is +hij, die u den naam van zuster gaf, niet dood! God zal uw moedigen +makker niet hebben laten omkomen!.... Voed slechts hoop, mijn kind! Doe +zooals ik! de rouw, dien ik draag, is nog niet die over mijn zoon!” + +Zoodanig was nu de verhouding van Marfa Strogoff en van Nadia, ten +opzichte van elkander. De oude vrouw had alles begrepen, en zoo het +jonge meisje niet wist dat haar zoo betreurde metgezel nog leefde, wist +zij nu ten minste, hoe hij haar, die zij als hare moeder beschouwde, +bestond; en zij dankte God, haar de vreugde gegeven te hebben van bij +de gevangene den zoon, dien zij verloren had, te kunnen vervangen. + +Maar wat beiden niet konden weten, was dat Michael Strogoff, te Kolivan +gevangen genomen, zich bij hetzelfde konvooi bevond dat hen naar Tomsk +voerde. + +De gevangenen door Ivan Ogareff medegevoerd waren vereenigd met die van +den emir in het Tartaarsche kamp. De ongelukkigen, Russen en Siberiërs, +militairen en burgers, waren ten getale van eenige duizenden, en +vormden eene kolonne die zich over eene lengte van verscheidene wersten +uitstrekte. Onder hen waren er die als meer gevaarlijk beschouwd, met +handboeien aan eene lange ketting bevestigd waren. Vrouwen en kinderen +waren aan de zadelknoppen gebonden of gehangen en werden onmeedoogend +langs de wegen gesleept! Men dreef ze allen als eene kudde vee voort. + +Michael Strogoff bevond zich in de eerste rijen, omdat de gevangenen +van Kolivan, eerder dan die van Omsk in het kamp aangekomen, het nu ook +vroeger verlieten. Hij kon dus de tegenwoordigheid van zijne moeder en +Nadia in het konvooi niet gissen, evenmin als zij konden vermoeden, dat +hij zich daarbij bevond. + +Eindelijk bereikte men op 15 Augustus, bij het vallen van den avond, +het kleine vlek Zabediero, op dertig wersten afstands van Tomsk. + +Den geheelen nacht moesten de gevangenen aan de boorden van de Tom +doorbrengen, want de emir had zijn intocht te Tomsk tot den volgenden +dag uitgesteld. + +Nadia had, terwijl zij Marfa Strogoff ondersteunde, met moeite den +steilen oever van de rivier bereikt. Zij versmachtten beiden van dorst. +Nadia schepte water met hare hand en laafde de lippen van Marfa er mee. +Op het oogenblik dat zij oprees om den oever te verlaten ontsnapte haar +een kreet. + +Michael Strogoff stond daar, op eenige schreden van haar!.... Hij was +het!.... De laatste schemering van den dag stortte haar licht nog over +hem uit! + +Michael Strogoff sidderde bij het hooren van dien kreet van Nadia. Maar +hij bezat zelfbeheersching genoeg om niets te zeggen dat hem verdacht +zou hebben kunnen maken. + +En toch had hij, tegelijkertijd met Nadia, ook zijn moeder herkend!... + +Bij deze onverwachte ontmoeting was Michael Strogoff zich zelven niet +meer meester: hij bracht dan ook de hand voor zijne oogen, en +verwijderde zich dadelijk. Nadia snelde instinctmatig naar hem toe, +maar de oude vrouw fluisterde haar deze woorden in het oor: + +»Blijf hier, mijn kind!” + +»Hij is het!” antwoordde Nadia met eene door aandoening afgebroken +stem. »Hij leeft, moeder! hij is het!” + +»Het is mijn zoon,” antwoordde Marfa Strogoff, »het is Michael +Strogoff, en gij ziet, dat ik nochtans geen stap tot hem nader! Volg +mijn voorbeeld, dochterlief!” + +Michael Strogoff had eene der hevigste gemoedsaandoeningen ondergaan, +die een mensch kan gevoelen. Zijne moeder en Nadia stonden daar, met +hem in hetzelfde ongeluk vereenigd. + +Wist Nadia dan wie hij was? Neen, want hij had Marfa Strogoff haar zien +tegenhouden op het oogenblik dat zij naar hem toe wilde vliegen. Marfa +Strogoff had dus alles begrepen en haar geheim bewaard. Gedurende den +nacht was Michael Strogoff wel twintig maal op het punt om zich naar +zijne moeder te begeven; maar hij begreep dat hij weerstand moest +bieden aan het vurige verlangen om haar te omhelzen en om de hand +zijner jonge gezellin nog eens te drukken. De minste onvoorzichtigheid +kon voor hem noodlottig zijn. Hij had trouwens gezworen zijne moeder +niet te zien.... ten minste niet vrijwillig. Eenmaal te Tomsk +aangekomen, zou hij, omdat hij toch dezen nacht niet kon vluchten, zich +in de steppe werpen, zonder de beide wezens te omhelzen, in wie zijn +leven zich samentrok en die hij, aan zooveel gevaren blootgesteld, +achterliet. + +Michael Strogoff mocht dus hopen dat de ontmoeting in het kamp van +Zabediero geene kwade gevolgen, noch voor zijne moeder, noch voor hem +zou hebben. Maar hij wist niet dat de Zigeunerin Sangarre, de +verspiedster van Ivan Ogareff, zich in de nabijheid bevond, en dat zij +een gedeelte van het gebeurde, hoe snel ook voorgevallen, had gezien. +Zij had Michael Strogoff niet kunnen bemerken, die reeds verdwenen was +toen zij zich omkeerde; maar de beweging die Marfa maakte om Nadia +tegen te houden, was haar niet ontsnapt. + +Zij twijfelde niet of de zoon van Marfa Strogoff was in het kamp, onder +de gevangenen van Ivan Ogareff. Zij verliet dus terstond het kamp om +Ivan Ogareff te gaan waarschuwen. + +Ivan Ogareff ontving haar oogenblikkelijk. + +»Wat voor nieuws, Sangarre?” vroeg hij. + +»De zoon van Marfa Strogoff is in het kamp,” antwoordde Sangarre. + +»Gevangen?” + +»Gevangen!” + +»Ha!” riep Ivan Ogareff uit, »ik zal....” + +»Gij zult niets, Ivan,” antwoordde de zigeunerin, »want gij kent hem +niet eens!” + +»Maar gij kent hem toch! Gij hebt hem gezien, Sangarre!” + +»Ik heb hem niet gezien, maar ik heb zijne moeder zich zien verraden +door eene beweging die mij alles heeft doen begrijpen.” + +»Vergist gij u niet?” + +»Neen, ik vergis mij niet.” + +»Gij weet het belang dat ik aan de gevangenneming van dien koerier +hecht,” zeide Ivan Ogareff. »Indien de brief, die hem te Moskou is +overhandigd, Irkoetsk bereikt, indien hij in handen komt van den +grootvorst, dan zal deze op zijne hoede zijn, en ik zal hem niet kunnen +naderen! Ik moet dien brief hebben, wat het ook koste! Gij zegt mij nu +dat de overbrenger van dien brief in mijne macht is! Ik herhaal het, +Sangarre, vergist gij u niet?” + +»Ik vergis mij niet, Ivan,” antwoordde zij. + +»Maar Sangarre, er zijn in het kamp verscheidene duizenden gevangenen, +en gij zegt dat gij Michael Strogoff niet kent!” + +»Neen,” antwoordde de zigeunerin, wier blik van woeste vreugde +schitterde, »ik ken hem niet, maar zijne moeder kent hem! Ivan, men +moet zijne moeder doen spreken.” + +»Morgen zal zij spreken!” riep Ivan Ogareff uit. + +Daarop stak hij aan de zigeunerin zijne hand toe, die haar kuste, +zonder dat er in dit bewijs van eerbied, bij de noordsche volken in +gebruik, iets slaafs gelegen was. + +Sangarre ging naar de legerplaats terug. Zij vond Nadia en Marfa +Strogoff nog op dezelfde plaats, en bracht den nacht door met beiden +gade te slaan. De oude vrouw en het meisje sliepen niet, ofschoon zij +afgemat van vermoeienis waren. Hunne ongerustheid was te groot. Michael +Strogoff leefde nog, doch was gevangen, zooals zij! Zou Ivan Ogareff +dit weten, en, zoo hij het niet wist, zou hij het dan niet te weten +komen? Nadia gevoelde zich gelukkig bij de gedachte dat haar metgezel +nog leefde! Maar Marfa Strogoff zag verder in de toekomst en had reden +om voor haar zoon alle vrees te koesteren. + +Sangarre, die in de duisternis tot dicht bij de beide vrouwen geslopen +was, bleef eenige uren op die plaats en luisterde.... Zij hoorde +evenwel niets. Door een instinctmatig gevoel van voorzichtigheid, +wisselden Nadia en Marfa Strogoff geen woord met elkander. + +Den volgenden dag, 16 Augustus, tegen tien uur in den morgen, +weergalmde schetterend trompetgeschal. Oogenblikkelijk kwamen de +Tartaarsche soldaten onder de wapenen. + +Ivan Ogareff naderde in het midden van een talrijken staf van +Tartaarsche officieren. Zijn gelaat was somberder dan gewoonlijk en +verraadde een stillen toorn, die slechts op eene aanleiding wachtte om +los te barsten. + +Michael Strogoff dien man voorbij ziende trekken, kreeg een voorgevoel +alsof er weldra eene treurige ontknooping zou plaats hebben; want Ivan +Ogareff wist nu dat Marfa Strogoff de moeder was van Michael Strogoff, +kapitein bij het korps koeriers van den czaar. Ivan Ogareff steeg van +zijn paard, en de ruiters van zijn geleide vormden toen een grooten +cirkel om hem heen. + +Op dit oogenblik naderde Sangarre en zeide: + +»Ik heb geen nieuws, Ivan!” + +Ivan Ogareff antwoordde slechts door een kort bevel aan een zijner +officieren. + +Terstond werden de gelederen der gevangenen op eene ruwe wijze door +soldaten doorloopen, die door zweep- en lansslagen deze ongelukkigen +dwongen om op te staan en zich rondom het kamp te gaan plaatsen. Een +vierdubbele kring van voetvolk en ruiters, achter hen geplaatst, maakte +elke poging tot ontvluchten onmogelijk. Het werd dadelijk stil, en op +een teeken van Ivan Ogareff, liep Sangarre naar de groep waarin Marfa +Strogoff zich bevond. + +De oude vrouw zag haar aankomen. Zij begreep wat er zou gebeuren. Een +smadelijke glimlach kwam op hare lippen te voorschijn, en zich daarop +tot Nadia neigende, fluisterde zij haar toe: + +»Gij moet mij niet meer kennen, mijn kind! Geen woord, geen gebaar, wat +er ook gebeure, hoe zwaar ook de beproeving moge zijn! Het geldt hem, +niet mij!” + +Op dit oogenblik legde Sangarre, na haar even aangekeken te hebben, +hare hand op den schouder der oude vrouw. + +»Wat wilt gij van mij?” zeide Marfa Strogoff. + +»Kom mee!” antwoordde Sangarre. + +En haar met de hand voortduwende, bracht zij haar midden in de +afgesloten ruimte voor Ivan Ogareff. + +Michael Strogoff keek voor zich, om niet door zijne oogen verraden te +worden. + +Marfa Strogoff, voor Ivan Ogareff gekomen, ging rechtop staan, kruiste +hare armen en wachtte. + +»Gij zijt Marfa Strogoff?” vroeg Ivan Ogareff. + +»Ja,” antwoordde de oude vrouw bedaard. + +»Komt gij terug op hetgeen gij mij geantwoord hebt, toen ik u drie +dagen geleden te Omsk ondervraagd heb?” + +»Neen.” + +»Dus, weet gij niet dat uw zoon Michael Strogoff, de koerier van den +czaar, door Omsk getrokken is?” + +»Ik weet het niet.” + +»En de man, dien gij voor uw zoon meendet te herkennen aan het +posthuis, was dus uw zoon niet?” + +»Was mijn zoon niet.” + +»En sedert hebt gij hem niet meer onder deze gevangenen gezien?” + +»Neen.” + +»En indien men hem u toonde, zoudt gij hem dan herkennen?” + +»Neen.” + +Op dit antwoord, dat een onverzettelijk besluit aanduidde om niets te +bekennen, deed zich een gemompel onder de menigte hooren. + +Ivan Ogareff kon een dreigend gebaar niet bedwingen. + +»Luister,” zeide hij tot Marfa Strogoff, »uw zoon is hier en gij zult +hem dadelijk aanwijzen.” + +»Neen.” + +»Al de mannen, die te Omsk en te Kolivan gevangen genomen zijn, zullen +hier voor uwe oogen voorbijtrekken en zoo gij Michael Strogoff niet +aanwijst, zult gij zooveel slagen met den knoet ontvangen, als er +mannen voor u voorbij zullen zijn getrokken!” + +Ivan Ogareff had begrepen dat, welke bedreigingen hij ook mocht doen, +welke pijnigingen hij haar ook mocht doen ondergaan, de ontembare +Siberische vrouw toch niet zou spreken. Om den koerier van den czaar te +ontdekken, rekende hij dus niet op haar, maar op Michael Strogoff zelf. +Hij achtte het onmogelijk, dat, wanneer moeder en zoon in elkanders +tegenwoordigheid waren, eene onweerstaanbare beweging hen niet zouden +verraden. Indien hij alleen den keizerlijken brief in beslag had willen +nemen, dan zou hij zeker eenvoudig bevel gegeven hebben al de +gevangenen te onderzoeken; maar Michael kon den brief, na hem gelezen +te hebben, vernietigd hebben en werd hij nu niet herkend, gelukte het +hem Irkoetsk te bereiken, dan zouden de plannen van Ivan Ogareff +verijdeld worden. Het was dus niet enkel den brief dien de verrader +wilde hebben, maar ook den overbrenger van dien brief. + +Nadia had nu alles gehoord. Zij wist nu wat Michael Strogoff was en +waarom hij de overheerde provinciën van Siberië had willen doortrekken +zonder herkend te worden. + +Op bevel van Ivan Ogareff trokken de gevangenen, een voor een, langs +Marfa Strogoff voorbij, die zoo onbeweeglijk als een beeld bleef staan +en wier blik de volslagenste onverschilligheid vertoonde. Haar zoon +bevond zich onder de laatste gevangenen. Toen hij op zijne beurt +voorbij zijne moeder kwam, sloeg Nadia de oogen neer om niet te zien. + +Michael Strogoff was schijnbaar ongevoelig, maar de palm zijner hand +bloedde onder zijn nagels, die er zich ingedrukt hadden. + +Ivan Ogareff was door moeder en zoon overwonnen! Sangarre, die bij hem +stond, zeide slechts een woord: + +»De knoet!” + +»Ja!” riep Ivan Ogareff uit, buiten zichzelf van woede, »de knoet voor +dat oude vrouwspersoon, totdat zij er onder bezwijkt.” + +Een Tartaarsch soldaat, het strafwerktuig in de hand houdende, naderde +Marfa Strogoff. + +De knoet bestaat uit een zeker aantal lederen riemen aan wier uiteinden +gedraaid ijzerdraad bevestigd is. Men rekent dat eene veroordeeling tot +honderd twintig slagen met die zweep, met een doodvonnis gelijk staat. + +Marfa Strogoff werd door twee soldaten gegrepen en op de knieën +geworpen. Eene sabel werd op eenige duimen afstand van hare borst +zoodanig gericht, dat, zoo zij onder de pijn mocht bezwijken, haar +borst door de scherpe punt doorboord werd. + +De Tartaar stond gereed. Hij wachtte. + +»Ga je gang!” zeide Ivan Ogareff. + +De zweep doorkliefde de lucht.... + +Maar, voor dat hij sloeg, had eene krachtige hand de zweep uit de hand +van den Tartaar gerukt. + +Michael Strogoff was daar! Op het gezicht van dit verschrikkelijk +tooneel was hij opgestoven! Zoo hij zich aan de wisselplaats te Ichim +ingehouden had toen de zweep van Ivan Ogareff hem getroffen had, thans, +nu het zijne moeder gold, had hij zich niet kunnen bedwingen. + +Ivan Ogareff was geslaagd. + +»Michael Strogoff!” riep hij uit. + +Daarop een stap voorwaarts doende, zeide hij: + +»Ha! de man van Ichim!” + +»Juist,” zeide Michael Strogoff. + +En, den knoet opheffende, verscheurde hij er het gezicht van Ivan +Ogareff mee. + +»Leer om leer!” zeide hij. + +»Goed betaald gezet!” riep de stem van een der toeschouwers uit, die +zich echter gelukkig in het gewoel verloor. + +Twintig soldaten wierpen zich op Michael Strogoff en wilden hem +dooden.... + +Doch Ivan Ogareff, aan wien een kreet van woede en pijn ontsnapt was, +hield hen tegen met een wenk. + +»Die man zal voor den emir terecht staan!” zeide hij. »Onderzoekt hem.” + +De brief met het keizerlijke wapen werd op de borst van Michael +Strogoff gevonden, die geen tijd had gehad om hem te vernietigen, en +men overhandigde hem Ivan Ogareff. + +De toeschouwer, die de woorden: »Goed betaald gezet!” had geuit, was +niemand anders dan Alcide Jolivet. Zijn collega en hij, die in het kamp +van Zabediero stil hadden gehouden, woonden dit tooneel bij. + +»Drommels!” zeide hij tot Harry Blount, »die Noordsche lui zijn stevige +mannen! Ge moet toch bekennen dat wij onzen reismakker herstel van eer +verschuldigd zijn! Korpanoff doet voor Strogoff niet onder! De zaak van +Ichim is goed gewroken!” + +»Ja, goed gewroken, inderdaad,” antwoordde Harry Blount, »maar Strogoff +is een man des doods. In zijn eigen belang zou hij toch beter gedaan +hebben zijne wraakneming nog maar wat uit te stellen!” + +»En zijne moeder onder den knoet te laten omkomen!” + +»Gelooft ge dan dat hij door zijne drift het voor haar en zijne zuster +er beter op gemaakt heeft?” + +»Ik geloof niets, ik weet niets,” antwoordde Alcide Jolivet; »maar in +zijne plaats, zou ik niet anders gehandeld hebben! Wat eene snede over +zijn aangezicht! En, wat duivel! het bloed moet je toch wel eens +beginnen te koken!” + +»Een mooi zaakje voor eene kroniek!” zeide Harry Blount. »Indien Ivan +Ogareff ons dien brief maar eens wilde mededeelen!....” + +Na het bloed, dat zijn gelaat bedekte, afgewischt te hebben, had Ivan +Ogareff dien brief opengebroken. Hij las en herlas hem zeer lang, alsof +hij den inhoud er van ter dege in zijn geheugen had willen prenten. + +Na vervolgens bevel te hebben gegeven om Michael Strogoff zwaar geboeid +met de overige gevangenen naar Tomsk over te brengen, nam hij het bevel +over de te Zabediero gelegerde troepen, en onder het oorverdoovend +gedruisch der trommen en trompetten trok hij op naar de stad, waar de +emir hem wachtte. + + + + + + + + +XXI. + +DE ZEGEVIERENDE INTOCHT. + + +Tomsk, in 1604 gesticht, bijna in het hart der Siberische provinciën, +is eene der voornaamste steden van Aziatisch-Rusland. Tobolsk en +Irkoetsk hebben deze stad ten hunnen koste allengs grooter zien worden. + +En, evenwel is Tomsk niet de hoofdstad van die belangrijke provincie. +Het is te Omsk, dat de gouverneur-generaal der provincie en de andere +rijksbeambten hun verblijf houden. Maar Tomsk is de aanzienlijkste stad +van dat grondgebied dat aan het Altaï-gebergte grenst. Op de helling +van dit gebergte tot in de vallei van de Tom vindt men platina, goud, +zilver, koper en goudglanzig lood. De landstreek is zeer rijk, en ook +de stad, die te midden van zeer winstgevende exploitatiën gelegen is en +die, wat weelde betreft, met de grootste steden in Europa kan +wedijveren. Het is eene stad van millionairs, door het breekijzer en +het houweel rijk geworden, en zoo zij al niet de eer heeft tot +residentie van den vertegenwoordiger van den czaar te strekken, kan zij +zich hierover troosten, omdat zij onder de voornaamsten harer inwoners +het hoofd der kooplieden van de stad telt, de voornaamste +concessionaris der mijnen van het keizerlijk gouvernement. + +Het was nu te Tomsk dat de emir zijne zegevierende troepen zou +ontvangen. Een luisterrijk feest zou ter hunner eer gegeven worden. Tot +het houden dezer plechtigheid was de keus gevallen op eene uitgestrekte +vlakte op den heuvel die de stad en de talrijke kronkelingen van den +Tom beheerscht. + +Te vier uur deed de emir zijne intrede op de bergvlakte, te midden van +het geschal der trompetten en het gebulder van het geschut. + +Feofar bereed zijn geliefkoosd paard, dat op zijn kop eene pluim met +diamanten bezet, droeg. Hij was in krijgsgewaad en vergezeld van een +talrijken staf. + +Ivan Ogareff liet zich niet wachten; een schetterend trompetgeschal +kondigde zijne aankomst aan. Hij—reeds bekend als de +Litteekendrager—droeg de Tartaarsche officiers-uniform en kwam te paard +voor de tent van den emir. Hij was vergezeld van een gedeelte der +soldaten uit het kamp van Zabediero, die zich rondom het plein in +slagorde stelden. Men zag een groot litteeken dat dwars over het +gezicht van den verrader liep. + +Ivan Ogareff stelde den emir zijne voornaamste officieren voor en +Feofar-Khan, zonder de afgemetenheid vaarwel te zeggen, die het +voornaamste van zijne waardigheid uitmaakte, ontving hen op eene wijze, +dat zij over zijne ontvangst tevreden konden zijn. + +Aldus begrepen Harry Blount en Alcide Jolivet het ten minste, die zich +nu voor de jacht op nieuwstijdingen onafscheidelijk met elkander +verbonden hadden. Na Zabediero verlaten te hebben, hadden zij zich +gehaast Tomsk te bereiken. Hun plan was zoo snel mogelijk de Tartaren +te verlaten, zich bij een of ander Russisch korps te voegen, en +zoodoende spoedig Irkoetsk te bereiken. Wat zij van den inval gezien +hadden,—brandstichting en moord—begon hun te walgen. Doch alvorens zich +naar Irkoetsk op weg te begeven, wilden zij nog het feest bijwonen, om +eenige bijzonderheden hiervan te kunnen overseinen. Zij bewonderden dus +Feofar-Khan in al zijne pracht: zijne vrouwen, zijne officieren, zijne +lijfwachten, en dien oosterschen luister, waarvan de plechtigheden van +Europa geen denkbeeld kunnen geven. Doch zij wendden met verachting +hunne oogen van Ivan Ogareff af, toen deze zich voor den emir +vertoonde, en zij wachtten niet zonder ongeduld, totdat het feest +begon. + +»Ziet ge wel, mijn waarde Blount,” zeide Alcide Jolivet, »wij zijn te +vroeg, als eenvoudige luidjes die veel voor hun geld willen hebben. Dit +alles is nog slechts een begin, en het ware beter geweest dat wij +alleen voor het ballet gekomen waren.” + +»Welk ballet?” vroeg Harry Blount. + +»Wel het ballet, dat bij deze plechtige gelegenheden altijd +verplichtend is! Maar ik geloof dat het scherm opgaat.” + +Alcide Jolivet sprak alsof hij in de opera geweest ware, en zijn +tooneelkijker voor den dag halende, maakte hij zich gereed om als een +kenner »de eerste sujetten van den troep van Feofar” op te nemen. + +Maar eene pijnlijke plechtigheid zou deze vermakelijkheden voorafgaan. + +Inderdaad kon de zegepraal van den overwinnaar niet volmaakt zijn +zonder de openbare vernedering der overwonnenen. Te dien einde werden +verscheidene honderden gevangenen onder de zweep der soldaten +voorgebracht. Zij waren bestemd om voorbij Feofar-Khan en zijne +bondgenooten te trekken, alvorens met hunne lotgenooten in de +gevangenissen der stad opgehoopt te worden. + +Onder deze gevangenen bevond zich, in het eerste gelid, Michael +Strogoff. Overeenkomstig de bevelen van Ivan Ogareff, werd hij in het +bijzonder door een peloton soldaten bewaakt. Zijne moeder en Nadia +waren er ook bij. + +De oude vrouw, altijd krachtvol, wanneer het alleen haarzelve gold, was +vreeselijk bleek. Zij verwachtte een of ander verschrikkelijk tooneel. +Het was niet zonder reden dat haar zoon voor den emir werd gebracht. +Zij koesterde dan ook de grootste vrees voor hem. Ivan Ogareff zoo in +het openbaar met dien knoet getroffen, die haar had moeten treffen, was +er de man niet naar om dit te vergeven, en zijne wraak zou geene genade +kennen. Eene of andere verschrikkelijke straf bedreigde Michael +Strogoff zeker. + +Moeder en zoon waren onmeedoogend van elkander gescheiden geworden, +sedert het noodlottige voorval in het kamp van Zabediero en sedert +hadden zij elkander niet meer gesproken. Dit verergerde hunne ellende +nog meer. Marfa Strogoff had haar zoon vergeving willen vragen voor al +het kwaad dat zij hem onwillekeurig berokkend had. Indien zij zich te +Omsk, in het posthuis, had kunnen inhouden toen zij hem aldaar +toevallig ontmoette, zou Michael Strogoff zijn weg hebben kunnen +vervolgen, zonder herkend te worden, en hoeveel ongelukken zouden dan +vermeden zijn. + +En Michael Strogoff van zijn kant dacht wel, dat Ivan Ogareff door +zijne moeder in zijne tegenwoordigheid te plaatsen, van plan was hen +beiden een verschrikkelijken dood te doen ondergaan. Wat Nadia betreft, +zij vroeg zich af, wat zij zou kunnen doen om beiden, moeder en zoon te +redden. Zij wist niet wat te bedenken, maar zij gevoelde wel eenigszins +dat zij vooral moest vermijden om de aandacht tot zich te trekken; dat +zij moest veinzen! Misschien dat zij daardoor de ketenen, die den leeuw +gekluisterd hielden, zou kunnen verbreken. In elk geval moest zij eene +gelegenheid afwachten om te kunnen handelen. + +De meeste gevangenen waren nu voorbij den emir getrokken, en terwijl +zij voorbijtrokken, moest elk hunner knielen met het hoofd in het stof, +ten teeken van onderworpenheid. Het was de slavernij die met de +vernedering begon. Wanneer deze ongelukkigen niet snel genoeg knielden, +werden zij door de ruwe hand der wachters met geweld ter aarde +geworpen. + +Alcide Jolivet en zijn makker konden een dergelijk schouwspel niet +bijwonen zonder eene wezenlijke verontwaardiging te gevoelen. + +»Het is laf, laag! Laat ons heengaan,” zeide Alcide Jolivet. + +»Neen!” antwoordde Harry Blount. »Wij moeten alles zien!” + +»Alles zien!.... Ha!” riep Alcide Jolivet opeens uit, zijn makker bij +den arm grijpende. + +»Wat scheelt u?” vroeg deze. + +»Kijk Blount! Zij is het!” + +»Zij?” + +»De zuster van onzen reisgezel! Alléen en gevangen! Wij moeten haar +zien te redden....” + +»Wees maar voorzichtig,” antwoordde Harry Blount koel. »Onze +tusschenkomst ten gunste van dat meisje zou haar eer nadeelig dan +nuttig kunnen zijn.” + +Alcide Jolivet, gereed om toe te schieten, bleef dus staan, en Nadia, +die hen niet bemerkt had, trok op hare beurt voorbij den emir, zonder +zijne aandacht te trekken. + +Doch na Nadia, kwam Marfa Strogoff, en daar zij zich niet snel genoeg +op den grond wierp, werd zij door de soldaten op eene ruwe wijze +geduwd. + +Marfa Strogoff viel. + +Haar zoon maakte zulk eene geweldige beweging dat de soldaten, die hem +bewaakten, hem nauwelijks konden bedwingen. + +Doch de oude Marfa richtte zich weder op, en men was op het punt haar +voort te slepen, toen Ivan Ogareff tusschen beiden kwam, zeggende: + +»Die vrouw moet hier blijven!” + +Wat Nadia betreft, zij kwam weer bij de andere gevangenen terecht. Ivan +Ogareff had haar niet opgemerkt. + +Michael Strogoff werd nu voor den emir gebracht en daar bleef hij +staan, zonder de oogen neer te slaan. + +»Het hoofd ter aarde!” riep Ivan Ogareff toe. + +»Neen,” antwoordde Michael Strogoff. + +Twee wachten wilden hem dwingen te buigen, maar zij werden ter aarde +geworpen door de hand van den forschen jongen man. + +Ivan Ogareff naderde Michael Strogoff. + +»Gij zult sterven!” zeide hij. + +»Ik zal sterven,” antwoordde Michael Strogoff trotsch; »maar uw +verradersgelaat zal daarom niet minder en voor altijd het onteerend +merk van den knoet dragen!” + +Ivan Ogareff werd op dit antwoord afzichtelijk bleek. + +»Wie is die gevangene?” vroeg de emir met eene stem des te dreigender, +naar mate zij kalm was. + +»Een Russisch spion,” antwoordde Ivan Ogareff. Door Michael Strogoff +een spion te noemen, wist hij dat het vonnis, over hem uit te spreken, +verschrikkelijk zou zijn. + +Michael Strogoff schoot op Ivan Ogareff toe, doch de soldaten hielden +hem tegen. + +De emir gaf toen een teeken, waarop de geheele menigte het hoofd boog. +Vervolgens wees hij met zijne hand naar den Koran, die hem gebracht +werd. Hij opende het heilige boek en plaatste zijn vinger op een der +bladen. + +Het was het toeval, of liever, naar de voorstelling der Oosterlingen, +God zelf die over het lot van Michael Strogoff zou beslissen. De volken +van Middel-Azië geven aan dit gebruik de naam van fal. Na de zin van +het vers, waarop de rechter zijn vinger gelegd heeft, uitgelegd te +hebben, passen zij het vonnis toe wat het ook zijn moge. + +De emir had zijn vinger op het blad van den Koran gehouden. Het hoofd +der Ulema’s naderde nu, en las met luider stem een vers dat met deze +woorden eindigde: + +»En hij zal de dingen dezer aarde niet meer zien.” + +»Russisch spion,” zeide Feofar-Khan, »gij zijt gekomen om te zien wat +er in het Tartaarsche kamp omgaat! Kijk dus met beide oogen, kijk!” + + + + + + + + +XXII. + +KIJK! MET BEIDE OOGEN, KIJK! + + +Michael Strogoff werd met gebonden armen voor den troon des emirs +geplaatst. + +Zijne moeder, overstelpt door zoovele folteringen van lichaam en geest, +was in elkander gezakt, en durfde noch zien, noch hooren. + +Kijk met beide oogen, kijk! had Feofar-Khan gezegd, zijne hand naar +Michael Strogoff uitstrekkende. Zonder twijfel had Ivan Ogareff, die op +de hoogte van de Tartaarsche zeden was, het gewicht dezer woorden +begrepen, want er kwam een wreede glimlach over zijne lippen. +Vervolgens had hij bij Feofar-Khan plaats genomen. + +Oogenblikkelijk werd trompetgeschal vernomen. Het was het sein voor de +vermakelijkheden. + +»Daar begint het ballet,” zeide Alcide Jolivet tot Harry Blount; »maar, +tegen alle gebruiken in, vertoonen die barbaren het vóor het +treurspel!” + +Michael Strogoff kreeg bevel om te kijken. Hij keek. + +Eene groote schaar danseressen drong het plein binnen, begeleid door +een orkest bestaande uit verscheidene Tartaarsche muziekinstrumenten, +zooals de daetare, eene soort van mandoline, de kabize, eene soort van +violoncel, de tschibirga, eene lange rieten fluit, trompetten, +tamboerijns, tam-tam’s, die met de keelgeluiden der zangers eene +zonderlinge harmonie vormden. + +Terstond begonnen de dansen. + +Deze danseressen waren allen van Perzischen oorsprong. Het waren geene +slavinnen en zij oefenden hun beroep in vrijheid uit. Vroeger +vertoonden zij zich officieel bij plechtige gelegenheden aan het hof +van Teheran, maar sedert het thans regeerende geslacht op den troon is, +zijn zij uit het rijk verbannen en zijn zij genoodzaakt geworden elders +hun geluk te beproeven. Zij droegen bij deze gelegenheid haar nationaal +kostuum, en, met juweelen kwistig versierd, voerden zij dan eens +alleen, dan weder in groepen, verscheidene bevallige dansen uit. + +Toen deze eerste vertooning geëindigd was, liet zich eene zware stem +hooren, die zeide: + +»Kijk met beide oogen, kijk!” + +De man, die de woorden van den emir herhaalde, was een lange Tartaar, +de scherprechter van Feofar-Khan. Hij had achter Michael Strogoff +plaats genomen en hield eene sabel met eene breede en kromme kling in +de hand, eene dier damascener klingen die door de beroemde wapensmeden +van Karschi of Hissar gehard zijn. + +In zijne nabijheid hadden de lijfwachten een drievoet geplaatst waarop +een komfoor stond, waarin gloeiende kolen brandden, die geen den +minsten rook verspreidden. De lichte walm, die over deze kolen hing, +ontstond door het verkolen van eene harsachtige en aromatische +zelfstandigheid, bestaande uit oliban, eene soort van beste Arabische +wierook en benzoën, die er over gestrooid was. + +Intusschen werden de Perzische danseressen onmiddellijk door een +anderen troep danseressen opgevolgd, die van een geheel verschillend +ras waren en die Michael Strogoff oogenblikkelijk herkende. + +De beide dagbladschrijvers herkenden ze ook, want Harry Blount zeide +tot zijn collega: + +»Dat zijn de zigeuners van Nijni-Novgorod.” + +»Dezelfde!” riep Alcide Jolivet uit. »Ik verbeeld me dat hare oogen aan +deze spionnen meer geld dan hare beenen zullen opbrengen.” + +En met haar spionnen in dienst van den emir te noemen, vergiste Alcide +Jolivet zich niet. + +Toen zij hare dansen geëindigd hadden, viel er een gouden regen uit de +handen van den emir, van zijne bondgenooten en van de officieren van +alle rangen, en de klank dier goudstukjes, die de cimbalen raakten, +vermengde zich met de laatste tonen der tamboerijnen en der daetaren. + +»Verkwistend als plunderaars!” fluisterde Alcide Jolivet zijn metgezel +toe. + +En hij zeide de waarheid, want met Tartaarsche tomans en sequinen, +regende het grootendeels Moskovische dukaten en roebels. Er heerschte +nu een oogenblik stilte en de stem van den scherprechter, die zijne +hand op den schouder van Michael Strogoff legde, sprak nog eens deze +woorden, die hunne herhaling steeds akeliger maakte: + +»Kijk met beide oogen, kijk!” + +Maar Alcide Jolivet merkte op dat de scherprechter ditmaal zijn blanke +sabel niet meer in de hand hield. + +Intusschen was de zon aan de kimmen ondergegaan en was het +langzamerhand duister geworden. Nu drongen verscheidene honderden +slaven, die brandende toortsen droegen, het plein op. Door Sangarre +medegesleept verschenen de Perzische en zigeuner danseressen opnieuw +voor den troon van den emir. Zij wedijverden in vlugheid en het orkest +nam hoe langer hoe meer in woestheid toe. + +Doch op eens, op een gegeven sein, werden al de lichten uitgebluscht, +de dansen hielden op en de danseressen verdwenen. + +Op een teeken van den emir, werd Michael Strogoff midden op het plein +gebracht. + +»Blount,” zeide Alcide Jolivet, »staat gij er op het einde van dat +alles te zien?” + +»Niet in ’t minst,” antwoordde Harry Blount. + +»Arme jongen,” voegde Alcide Jolivet er bij, terwijl hij Michael +Strogoff aanzag. »Die dappere soldaat had den dood op het slagveld +verdiend!” + +»Kunnen wij niets voor zijne redding doen?” zeide Blount. + +»Wij vermogen niets.” + +De beide dagbladschrijvers herinnerden zich het edelmoedige gedrag van +Michael Strogoff jegens hen, en het speet hun dat zij niets voor hem +konden doen, te midden dezer Tartaren, die geen medelijden kennen. Niet +zeer verlangend om de strafoefening van dien ongelukkige bij te wonen, +keerden zij naar de stad terug. Een uur later waren zij op weg naar +Irkoetsk. + +Michael Strogoff stond daar nu, op den emir een trotschen, en op Ivan +Ogareff een verachtenden blik werpende. Hij wist dat hij sterven moest +en toch zou men te vergeefs op zijn gelaat een teeken van zwakheid +gezocht hebben. + +De emir gaf een wenk. Michael Strogoff, door de wachters voortgeduwd, +naderde, en toen zeide Feofar hem in de Tartaarsche taal, die hij +verstond: + +»Ge zijt gekomen om te zien, spion der Russen. Ge hebt voor de laatste +maal gezien. In een oogenblik zullen uwe oogen voor altijd voor het +licht gesloten zijn!” + +Michael Strogoff zou niet ter dood gebracht, maar met blindheid +geslagen worden. Verlies van het gezicht, verschrikkelijker misschien +dan het verlies van het leven! Doch Michael Strogoff verloor, toen hij +het vonnis door den emir hoorde uitspreken, den moed niet. Hij bleef +onbeweeglijk met de oogen wijd open, alsof hij in een laatsten blik +zijn geheele leven had willen samenvatten. Hij liet niet de minste +gemoedsbeweging blijken. Al zijne gedachten bepaalden zich tot zijn +mislukte zending, zijne moeder en Nadia, die hij niet meer zou +wederzien! Vervolgens maakte een gevoel van wraak zich geheel van hem +meester. Hij keerde zich naar Ivan Ogareff. + +»Ivan,” zeide hij met eene dreigende stem, »Ivan de verrader, de +laatste bedreiging mijner oogen geldt u!” + +Ivan Ogareff haalde de schouders op. + +Maar Michael Strogoff vergiste zich. Niet terwijl hij Ivan Ogareff +aankeek, zou het licht in zijne oogen voor altijd uitgebluscht worden. + +Marfa Strogoff was voor hem komen staan. + +»Moeder!” riep hij uit. »Ja! ja! voor u mijn laatste blik en niet voor +dien ellendeling! Blijf daar voor mijn staan! Dat ik nog eens uw +beminnelijk gelaat aanschouwe! Dat mijne oogen u aanziende, zich +sluiten!...” + +De oude vrouw naderde, zonder een woord te spreken.... + +»Jaagt die vrouw weg!” riep Ivan Ogareff. + +Twee soldaten duwden Marfa Strogoff weg. Zij week terug, maar bleef op +eenige schreden van haar zoon staan. + +De scherprechter verscheen. Ditmaal hield hij zijn blanke sabel in de +hand, en deze, witgloeiend, had hij van het komfoor genomen, waarin de +welriekende kolen brandden. Michael Strogoff zou nu, volgens +Tartaarsche gewoonte, blind gemaakt worden door de gloeiende sabelkling +langs zijne oogen te strijken! + +Michael Strogoff beproefde geen tegenweer. Voor zijne oogen bestond +niets meer dan zijne moeder, die hij met zijne blikken als verslond! Al +zijn leven lag in dat gezicht besloten. Marfa Strogoff keek hem aan met +wijd opengespalkte oogen, de armen naar hem uitgestrekt!... + +De gloeiende kling streek nu langs de oogen van Michael Strogoff. + +Een kreet van wanhoop weergalmde. De oude Marfa viel als levenloos ter +aarde! + +Michael Strogoff was blind. + +Nadat zijne bevelen ten uitvoer waren gebracht, verwijderde de emir +zich met zijn geheele gevolg. Er bleef weldra niemand meer op het plein +over dan Ivan Ogareff en de toortsdragers. + +Wilde die ellendeling dan zijn slachtoffer nog honen, en het nà den +scherprechter den genadeslag geven! + +Ivan Ogareff naderde Michael Strogoff langzaam, die hem voelde aankomen +en zich oprichtte. Ivan Ogareff haalde den keizerlijken brief uit zijn +zak, opende hem, en, zijn spotlust bot vierende, hield hij hem voor de +uitgedoofde oogen van den koerier des czaars, zeggende: + +»Lees nu, Michael Strogoff, lees, en ga te Irkoetsk vertellen wat ge +gelezen hebt! De ware koerier van den czaar is nu Ivan Ogareff!” + +Dit gezegd hebbende, stak de verrader den brief weer in zijn zak. +Zonder zich om te keeren verliet hij vervolgens het plein, en de +toortsdragers volgden hem. + +Michael Strogoff bleef nu alleen, bewegingloos, misschien wel dood, op +eenige schreden van zijne moeder liggen. + +Men hoorde in de verte het schreeuwen, het zingen en het joelen der +brassende menigte. Tomsk was geheel verlicht, en in volle feestvreugde. + +Michael Strogoff luisterde. Het plein was stil en verlaten. + +Hij kroop, al tastende, naar de plaats waar zijne moeder neergestort +was. Hij vond ze, legde zijn gelaat op het hare, luisterde naar hare +ademhaling. Daarna zou men gezegd hebben dat hij haar iets +influisterde. + +Leefde Marfa nog en hoorde zij wat haar zoon haar zeide? In ieder geval +verroerde zij zich niet. Michael Strogoff kuste haar voorhoofd en hare +grijze haren. Daarna richtte hij zich op, en liep met handen en voeten +rondtastende, langzamerhand naar het uiteinde van het plein. + +Opeens verscheen Nadia. Zij liep recht op haar makker toe. Een dolk, +dien zij in de hand hield, diende om de touwen los te snijden, waarmede +de armen van Michael Strogoff vastgebonden waren. + +Hij wist in zijn blindheid niet wie hem losmaakte, want Nadia had geen +woord geuit. + +Maar toen hij los was, zeide zij: »Broeder!” + +»Nadia!” stamelde Michael Strogoff, »Nadia!” + +»Kom, broeder,” zeide Nadia, »mijne oogen zullen voortaan de uwe zijn, +en ik zal u naar Irkoetsk geleiden!” + + + + + + + + +XXIII. + +EEN VRIEND OP DEN GROOTEN WEG. + + +Een half uur later hadden Michael Strogoff en Nadia Tomsk verlaten. + +Dienzelfden nacht slaagden nog eenige gevangenen er in om aan de +Tartaren te ontsnappen. Officieren en soldaten verkeerden in een roes +en veronachtzaamden nu de strenge waakzaamheid, die zij, zoowel in het +kamp van Zabediero, als gedurende den marsch der konvooien hadden +betracht. Nadat Nadia aanvankelijk met de andere gevangenen was +medegevoerd, had zij later de vlucht kunnen nemen en was zij op de +bergvlakte teruggekeerd, op het oogenblik dat Michael Strogoff voor den +emir werd gebracht. + +Daar had zij, tusschen de menigte verborgen, alles gezien. Geen kreet +ontsnapte haar, toen de witgloeiende kling langs de oogen van haar +makker werd gestreken. Zij had de kracht onbeweeglijk en stom te +blijven. Eene ingeving der Voorzienigheid spoorde haar, die nu vrij +was, aan om zich beschikbaar te houden om den zoon van Marfa Strogoff +tot gids te verstrekken naar het doel dat hij gezworen had te zullen +bereiken. Een oogenblik hield haar hart op te kloppen, toen de oude +Siberische vrouw als dood ter aarde stortte, maar eene gedachte schonk +haar al hare geestkracht terug. + +»Ik zal,” zeide zij, »de hond van den blinde zijn!” + +Na het vertrek van Ivan Ogareff had Nadia zich in het duister +verborgen. Zij had gewacht totdat de menigte de bergvlakte verlaten +had. Als een ellendig wezen, waarvan niets meer te vreezen was, lag +Michael Strogoff daar verlaten en alleen. Zij zag hoe hij zich naar +zijne moeder sleepte, hoe hij over haar heen bukte, haar op het +voorhoofd kuste, en zich eindelijk oprichtte om, al rondtastende, te +vluchten... + +Eenige oogenblikken later waren beiden, hand in hand, de steile +glooiing afgedaald, en na tot aan het uiteinde der stad, de oevers der +Tom te hebben gevolgd, kwamen zij gelukkig door eene bres in de +omwalling naar buiten. + +De weg naar Irkoetsk was de eenige, die zich oostwaarts richtte. Daar +kon men zich niet in vergissen. Nadia sleepte Michael snel mede. De +mogelijkheid bestond dat de veldontdekkers van den emir, den volgenden +dag, na een paar uur gezwelgd te hebben, zich in de steppen wierpen en +alle gemeenschap afsneden. Het kwam er dus op aan hen vooruit te komen, +vóor hen Krasnoïarsk, vijf honderd wersten (533 kilometer) van Tomsk, +te bereiken en vooral den grooten weg zoolang mogelijk te houden. Den +gebaanden weg te verlaten, stond gelijk met het onzekere, het +onbekende, met den dood op de snelste wijze te zoeken. + +Hoe was het mogelijk dat Nadia de vermoeienissen van den nacht van 16 +op 17 Augustus doorstond? Waar vond zij de noodige lichaamskracht om +zulk een langen weg af te leggen? Hoe zouden hare voeten, die door den +geweldigen marsch bloedden, haar tot daar kunnen voeren? het was bijna +onbegrijpelijk. Maar niettemin is het waar dat Michael Strogoff en zij +den anderen dag, twaalf uren na hun vertrek van Tomsk, na een tocht van +twintig wersten, het vlek Semilowskoë bereikten. + +Michael Strogoff had geen woord gesproken. Nadia hield zijne hand niet +vast, maar hij de hare, gedurende den geheelen nacht en het trillen +alleen van hare hand, was voldoende geweest om hem met zijn gewonen pas +te doen voortgaan. + +Semilowskoë was bijna geheel verlaten. De bewoners dier plaats waren, +uit vrees voor de Tartaren, naar de provincie Jeniseïsk gevlucht. +Nauwelijks waren er twee of drie huizen, die bewoond waren. Al wat de +plaats nuttigs of kostbaars bezat, was op karren weggevoerd. + +Toch moest Nadia er een paar uur stilhouden. Zij hadden beiden behoefte +aan voedsel en aan rust. + +Het meisje bracht haren makker dus naar het einde van het vlek. Daar +stond een ledig huis, met geopende deur. Zij gingen binnen. Bij den +hoogen haard aan de Siberische woningen eigen, stond eene oude houten +bank, waarop zij plaats namen. + +Thans keek Nadia haar blinden makker goed in het gelaat, zooals zij het +vroeger nog nooit gedaan had. Uit haar blik straalde meer dan een +gevoel van dankbaarheid en van medelijden. Had Michael Strogoff haar +kunnen zien, hij zou in haar schoonen, droevigen blik de uitdrukking +eener onbegrensde toegenegenheid en teederheid gelezen hebben. + +De door het gloeiende ijzer geblakerde oogleden van den blinde bedekten +zijne geheel verdroogde oogen slechts ten halve. Het oogvlies was licht +gerimpeld en als hoornachtig geworden, de oogappel op eene zonderlinge +wijze vergroot; het blauw van den oogappelboog scheen donkerder dan +vroeger; de oogharen en de wenkbrauwen waren half verschroeid; maar, +althans schijnbaar, was het alsof de doordringende blik van den jongen +man geene verandering had ondergaan. Zoo hij het gezicht miste, zoo +zijne blindheid volkomen was, werd dit veroorzaakt doordat de +gevoeligheid van het netvlies en van de gezichtszenuw, door de +gloeiende hitte van het staal, geheel en al vernietigd waren. + +Op dit oogenblik strekte Michael Strogoff de handen uit. + +»Zijt gij daar, Nadia?” vroeg hij. + +»Ja,” gaf het meisje ten antwoord, »ik ben bij u en ik zal u niet meer +verlaten, Michael.” + +Bij het uitspreken van zijn naam door Nadia voor de éerste maal, +sidderde Michael Strogoff. Hij begreep dat zijne gezellin alles wist, +wie hij was en welke banden hem aan de oude Marfa verbonden. + +»Nadia,” hernam hij, »wij moeten scheiden!” + +»Scheiden? Waarom dat, Michael?” + +»Ik wil geen hinderpaal op uwe reis zijn! Uw vader wacht u te Irkoetsk. +Gij moet zorgen dat gij bij hem komt!” + +»Mijn vader zou mij vervloeken, Michael, zoo ik u verliet, na al +hetgeen gij voor mij gedaan hebt!” + +»Nadia! Nadia!” antwoordde Michael Strogoff, de hand van het meisje, +die zij in de zijne gelegd had, drukkende, »gij moet alleen aan uw +vader denken.” + +»Michael,” hernam Nadia, »gij hebt mij meer noodig dan mijn vader! +Zoudt gij dan de reis naar Irkoetsk willen opgeven?” + +»Nooit!” riep Michael Strogoff uit op een toon, die bewees dat hij +niets van zijn geestkracht verloren had. + +»Maar, gij hebt den brief niet meer!....” + +»Dien brief mij door Ivan Ogareff ontstolen!.... Welnu! daar kan ik +buiten, Nadia! Zij hebben mij als een spion behandeld! Ik zal nu als +een spion handelen! Ik zal te Irkoetsk gaan vertellen wat ik gezien en +wat ik gehoord heb en, bij den levenden God, zweer ik, dat de verrader +mij nog eenmaal van aangezicht tot aangezicht zal zien! Maar ik moet +vóor hem te Irkoetsk aankomen!” + +»En gij spreekt van scheiden, Michael?” + +»Nadia, de ellendelingen hebben mij van alles beroofd!” + +»Mij blijven nog eenige roebels en mijne oogen over! Ik kan voor u +zien, Michael, en u geleiden daar, waar gij alleen niet meer zoudt +kunnen komen!” + +»En hoe zullen wij gaan?” + +»Te voet.” + +»En hoe zullen wij aan den kost komen?” + +»Al bedelend.” + +»Laat ons dan gaan, Nadia!” + +»Kom mee, Michael.” + +De jonge lieden noemden elkander niet langer broeder en zuster. In +hunne gemeenschappelijke armoede, gevoelden zij zich nauwer aan +elkander verbonden. Beiden verlieten het huis, na een uur rust te +hebben genomen. De straten van het vlek afloopende, had Nadia zich +eenige stukken »tchornekhleb,” eene soort van gerstebrood en een weinig +mee, in Rusland bekend onder den naam van »meod,” verschaft. Het had +haar niets gekost, want zij had haar beroep van bedelares ingewijd. Het +brood en de mee hadden, zoo goed mogelijk, den honger en den dorst van +Michael Strogoff gestild. Nadia had voor hem het grootste deel van die +onvoldoende voeding afgezonderd. Hij at de stukken brood op die zijne +gezellin hem, het eene na het andere, aanbood. Hij dronk uit de +kalebas, die zij aan zijne lippen bracht. + +»Eet gij wel, Nadia?” vroeg hij verscheidene malen. + +»Ja zeker, Michael,” antwoordde het meisje steeds, terwijl het zich +vergenoegde met hetgeen haar makker overliet. + +Michael en Nadia verlieten Semilowskoë en hernamen den moeielijken +tocht naar Irkoetsk. Het meisje weerstond de vermoeienis vol +geestkracht. Had Michael Strogoff haar kunnen zien, wellicht had hem de +moed ontbroken om verder te gaan. Maar Nadia klaagde niet en Michael +Strogoff, geene zucht vernemende, liep met eene haast, die hij niet kon +bedwingen. En waarom? Mocht hij dan hopen de Tartaren nog vóor te +blijven? Hij was te voet, zonder geld, blind, en indien Nadia, zijn +eenige gids, hem kwam te ontbreken, bleef hem niets anders over dan +zich aan den weg neder te leggen en er ellendig om te komen! Maar, zoo +hij door eene krachtige inspanning Krasnoïarsk kon bereiken, zou alles +nog niet verloren zijn, omdat de gouverneur, aan wien hij zich bekend +zou maken, niet zou aarzelen hem de middelen te verschaffen om Irkoetsk +te bereiken? Michael Strogoff vervolgde alzoo zijn weg, weinig pratende +en geheel in gedachten verzonken. Nadia leidde hem bij de hand; van +tijd tot tijd zeide Michael Strogoff tot Nadia: + +»Spreek wat, Nadia.” + +»Waarom, Michael? Wij denken te zamen,” antwoordde het meisje dan, maar +op een toon die geen vermoeienis verried. + +Maar soms gebeurde het, dat haar hart niet meer scheen te kloppen en +dat hare knieën knikten, zoodat zij achter bleef. Michael Strogoff +hield dan stil, zocht door den donkeren sluier, die zijn gezicht +overschaduwde, het meisje gade slaan en na eene zucht geslaakt te +hebben, hield hij haar steviger vast en schreed hij weder voorwaarts. + +Intusschen zou zich dien dag een gelukkig voorval opdoen, dat hun veel +vermoeienis zou besparen. + +Zij hadden Semilowskoë sedert ongeveer twee uur verlaten, toen Michael +Strogoff stil stond en vroeg: + +»Is de weg verlaten?” + +»Geheel verlaten,” antwoordde Nadia. + +»Hoort ge achter ons eenig geraas?” + +»Ja, toch.” + +»Indien het Tartaren zijn, moeten wij ons verbergen; kijk dus goed.” + +»Wacht even, Michael!” antwoordde Nadia, terwijl zij den weg opstapte, +die eenige passen verder, eene buiging rechts maakte. + +Michael Strogoff bleef een oogenblik alleen en luisterde. + +Nadia kwam oogenblikkelijk terug en zeide: + +»Het is eene kar door een jongen man gevoerd.” + +»Is hij alleen?” + +»Alleen.” + +Michael Strogoff aarzelde een oogenblik. Zou hij zich verschuilen? Zou +hij trachten, zoo niet voor zich zelven, dan toch voor Nadia een +plaatsje in de kar te verkrijgen? Hij zou, des noods, naast de kar +kunnen loopen, maar Nadia, sedert den overtocht der Obi—dus reeds acht +dagen—te voet medegesleept, was geheel uitgeput. + +Hij wachtte. + +Spoedig bereikte de kar de kromming van den weg. + +Het was een armoedig voertuig, dat met moeite drie personen kon +bevatten en dat »kibitka” wordt genoemd. + +Gewoonlijk is de kibitka met drie paarden bespannen, maar deze werd +getrokken door slechts één paard, ruigharig, met een langen staart en +welks mongoolsch bloed kracht en moed aanduidde. + +Zij werd door een jongen man gevoerd, die een hond naast zich had. + +Nadia zag dat het jonge mensch een Rus was. Hij had een zacht, kalm +gelaat, dat vertrouwen inboezemde. Gehaast scheen hij volstrekt niet. +Hij reed zeer langzaam om zijn paard niet af te matten en men zou hem +ziende, niet gezegd hebben, dat hij een weg volgde, die elk oogenblik +door de Tartaren kon worden afgesneden. + +Nadia had zich, Michael Strogoff vasthoudende, ter zijde van den weg +geplaatst. + +De kibitka hield stil en de voerman zag het meisje glimlachend aan. + +»En waar gaat gijlieden zoo naar toe?” vroeg hij haar, terwijl hij een +paar goedaardige, geheel ronde oogen opzette. + +Op het geluid dier stem zeide Michael Strogoff tot zich zelf dat hij +haar meer gehoord had. En hij was er, ten aanzien van den voerman, zoo +door gerust gesteld, dat zijn voorhoofd dadelijk ophelderde. + +»Welnu, waar gaat ge naar toe?” herhaalde de jonge man, zich nu meer +rechtstreeks tot Michael Strogoff wendende. + +»Naar Irkoetsk,” antwoordde deze. + +»Wel! vadertje, weet ge dan niet dat er nog wat wersten tusschen hier +en Irkoetsk liggen?” + +»Dat weet ik.” + +»En gij gaat te voet?” + +»Te voet.” + +»Gij, dat gaat! maar de juffer?...” + +»Het is mijne zuster,” zeide Michael Strogoff, die het voorzichtig +achtte dezen naam weder aan Nadia te geven. + +»Zoo, uwe zuster, vadertje! Maar geloof mij dat zij Irkoetsk nimmer zal +kunnen bereiken!” + +»Vriend,” antwoordde Michael Strogoff naderbij komende, »de Tartaren +hebben ons van alles beroofd en ik kan u geen kopek meer aanbieden; +maar wilt gij mijne zuster opnemen, dan kan ik uw voertuig wel te voet +volgen en zal ik geen uur vertraging teweegbrengen.” + +»Broeder,” riep Nadia uit, »dat wil ik niet, neen, dat wil ik niet! +Mijnheer, mijn broeder is blind!” + +»Blind!” antwoordde de jonge man, met eene bewogene stem. + +»De Tartaren hebben hem de oogen uitgebrand!” hernam Nadia, terwijl +zij, als om mededoogen in te roepen, hare handen uitstrekte. + +»De oogen uitgebrand? Ach! arm vadertje! Ik ga naar Krasnoïarsk Waarom +zoudt gij met uwe zuster niet in de kibitka stappen. Met wat +inschikkelijkheid vinden wij er met ons drieën plaats in. Mijn hond zal +er niet tegen te hebben om te loopen. Maar ik rijd niet vlug, om mijn +paard te sparen.” + +»Vriend, hoe heet gij?” vroeg Michael Strogoff. + +»Ik heet Nikolaas Pigassoff.” + +»Dat is een naam dien ik nimmer zal vergeten,” antwoordde Michael +Strogoff. + +»Welnu, blind vadertje, stap in. Uwe zuster kan bij u, achter in de kar +zitten; ik blijf voorop om te besturen. Er ligt goede berkenschors en +gerstestroo op den grond. Het is een waar nestje. Komaan Serko, maak +plaats voor ons!” + +De hond, van Siberisch ras, sprong dadelijk op den grond. + +Michael Strogoff en Nadia waren aanstonds op hun gemak in de kibitka. +Michael Strogoff strekte zijne handen naar die van Nikolaas Pigassoff +uit. + +»Gij wilt mijne handen drukken!” zeide Nikolaas. »Hier zijn ze, +vadertje, en druk ze zoolang ge er lust in hebt!” + +De kibitka ging naar Michael Strogoff’s zin te langzaam voorwaarts maar +Nadia ondervond zooveel te minder vermoeienis. + +Door het schommelen der kibitka viel zij spoedig in een diepen slaap. +Michael Strogoff en Nikolaas legerden zich zoo goed mogelijk op het +berkenloof en zoo Michael Strogoff geen traan van dankbaarheid liet, +kwam dit omdat het gloeiende ijzer den laatsten verschroeid had. + +»Wat is zij lief,” zeide Nikolaas. + +»Ja,” antwoordde Michael Strogoff. + +»Dat wil sterk zijn, vadertje; maar hoe moedig ook, zijn die lievertjes +toch zwak! Komt ge ver weg?” + +»Zeer ver.” + +»Arme jongelieden! Dat uitbranden uwer oogen moet zeer smartelijk zijn +geweest!” + +»Zeer smartelijk,” antwoordde Michael Strogoff, terwijl hij zich naar +Nikolaas wendde. + +»Hebt gij niet geweend?” + +»Zeker.” + +»Ik zou ook geweend hebben, bij de gedachte van zijne geliefden niet +meer te kunnen aanschouwen! Maar zij zien u toch. Dat is wellicht een +troost.” + +»Ja, misschien! Zeg eens vriend,” vroeg Michael Strogoff, »hebt gij mij +nooit ergens anders gezien?” + +»U, vadertje? Neen nooit.” + +»Uwe stem komt mij toch niet onbekend voor.” + +»Kijk eens aan!” antwoordde Nikolaas glimlachend. »Hij kent den klank +mijner stem. Vraagt gij het misschien om te weten waar ik vandaan kom? +Welnu, ik kom van Kolivan.” + +»Van Kolivan?” zeide Michael Strogoff. »Maar dan heb ik u daar ontmoet. +Waart gij op het telegraafkantoor?” + +»Dat kan wel,” antwoordde Nikolaas. »Ik woonde er. Ik was de beambte +met het overseinen belast.” + +»En gij zijt tot op het laatste oogenblik op uw post gebleven?” + +»Wel, juist dan moet men tegenwoordig zijn!” + +»Het was op een dag toen een Engelschman en een Franschman elkander, de +handen met roebels gevuld, de plaats aan uw raampje betwistten; terwijl +de Engelschman de eerste verzen uit den Bijbel telegrapheerde.” + +»Dat is wel mogelijk, vadertje, maar ik herinner het mij niet!” + +»Wat! gij herinnert u dat niet?” + +»Ik lees nooit de dépêches die ik oversein. Daar het mijn plicht is die +te vergeten, is het de kortste weg ze niet te weten.” + +Dit antwoord bevatte het beeld van Nikolaas Pigassoff. + +Intusschen ging de kibitka langzaam vooruit. Het paard liep drie uur en +had dan een uur rust; dit ging zoo dag en nacht. Gedurende de halten +graasde het paard en gebruikten de reizigers wat, in gezelschap van den +trouwen Serko. + +Na een dag rust, was Nadia weer wat versterkt. Nikolaas droeg zorg dat +zij het zoo goed mogelijk had. De reis werd langzaam, maar geregeld +voortgezet. Des nachts echter, als Nikolaas den slaap des +rechtvaardigen sliep, had men kunnen bespeuren hoe Michael Strogoff +zich van de teugels meester maakte en hoe de stap van het paard in den +draf overging. En al werd de stap bij het ontwaken van Nikolaas +hernomen, er was toch menige werst meer afgelegd dan de aangenomen +snelheid toeliet. + +Zoo trok men over de rivier van Ichimsk, door de vlekken Ichimskoë, +Berikilskoë, Küskoë, de rivier Mariinsk, het vlek van dienzelfden naam, +Rogostowskoë en eindelijk door de Tchoela, een stroompje dat +West-Siberië van oostelijk Siberië scheidt. + +Alles, langs dien weg, was verlaten. De vlekken waren bijna geheel +onbewoond. De boeren waren over de Jeniseï gevlucht, in de hoop dat +deze breede stroom de Tartaren wellicht zou tegenhouden. + +Den 22sten Augustus bereikte de kibitka het stadje Atchinsk, op drie +honderd tachtig wersten van Tomsk. Honderd twintig wersten scheidden +haar nog van Krasnoïarsk. Er was niets bijzonders onder weg +voorgevallen. + +Michael Strogoff had, om zoo te zeggen, het doorreisde land door de +oogen van Nikolaas en van het meisje gezien. Beurtelings hadden zij hem +alles, waar de kabitka langs ging, medegedeeld en bij die gelegenheid +bleek Nikolaas een onderhoudend verteller te zijn. + +Eens vroeg Michael Strogoff hem, welk weer het was. + +»Wel genoeg, vadertje,” antwoordde hij, »maar het zijn de laatste +zomersche dagen. De herfst duurt maar kort in Siberië en weldra zullen +wij de eerste winterkou gevoelen. Misschien dat de Tartaren er wel over +denken om de winterkwartieren te betrekken.” + +Michael Strogoff schudde, twijfelend, het hoofd. + +»Gij denkt het niet, vadertje,” antwoordde Nikolaas. »Gij gelooft dat +ze naar Irkoetsk zullen oprukken?” + +»Ik vrees het,” antwoordde Michael Strogoff. + +»Ja, ge hebt gelijk. Zij hebben een slecht mensch bij zich, dat hen +geen rust zal laten.—Hebt ge wel eens van Ivan Ogareff hooren spreken?” + +»Ja.” + +»Weet ge, dat het niet goed is om zijn land te verraden?” + +»Neen.... dat is niet goed....” antwoordde Michael Strogoff, die +onverschillig wilde blijven. + +»Vadertje,” hernam Nikolaas, »ik vind dat uwe verontwaardiging niet +sterk genoeg is, als er, in uwe tegenwoordigheid, over Ivan Ogareff +gesproken wordt. Ieder Russisch hart moet opspringen, als die naam +wordt uitgesproken.” + +»Geloof mij, vriend,” zeide Michael Strogoff, »ik haat hem meer, dan +gij hem ooit zult kunnen haten.” + +»Dat is niet mogelijk,” antwoordde Nikolaas, »neen, dat is niet +mogelijk! Wanneer ik aan Ivan Ogareff denk, en aan het kwaad dat hij +over ons heilig Rusland brengt, dan word ik door toorn bevangen, en zoo +ik hem beet had....” + +»Nu, zoo ge hem beet hadt, vriend?....” + +»Dan zou ik hem, geloof ik, dooden.” + +»En ik, ik zou het zeker doen,” antwoordde Michael Strogoff bedaard. + + + + + + + + +XXIV. + +DE OVERTOCHT DER JENISEÏ. + + +Tegen den avond van 25 Augustus kreeg de kibitka Krasnoïarsk in het +gezicht. De reis van Tomsk was in acht dagen afgelegd. Had Nikolaas +meer geslapen, de tocht zou in korteren tijd volbracht zijn. + +Gelukkig was er nog geen sprake van de Tartaren. Geen verkenner had +zich nog vertoond op den weg door de kibitka genomen. Voor het +vertraagde oprukken naar Irkoetsk moest zeker eene gewichtige reden +bestaan. + +Inderdaad bestond er zulk eene reden. Een nieuw Russisch korps, in +allerijl in het gouvernement Jeniseïsk verzameld, was naar Tomsk +gemarcheerd om het te hernemen. Maar te zwak, had het voor de troepen +van den emir moeten terugtrekken. Met inbegrip zijner eigene soldaten +en die van de khanaten Khokhand en Koendoez, telde Feofar-Khan nu twee +honderd vijftig duizend man onder zijne bevelen. + +De slag van Tomsk was op 22 Augustus geleverd—hetgeen aan Michael +Strogoff niet bekend was—maar dat eene verklaring gaf voor het niet +verschijnen der voorhoede van den emir te Krasnoïarsk op den 25sten +dier maand. + +Maar dit wist Michael Strogoff: dat hij de Tartaren verscheidene dagen +vóor was en dat hij er alzoo niet aan behoefde te wanhopen om vóor hen +Irkoetsk te bereiken, dat nog acht honderd vijftig wersten (900 +kilometer) verwijderd was. + +Te Krasnoïarsk, eene stad van twaalf duizend zielen, zouden hem geene +vervoermiddelen ontbreken. Daar Nikolaas Pigassoff er stil hield, zou +hij er een gids moeten nemen en de kibitka door een ander rijtuig +moeten vervangen. Michael Strogoff twijfelde er niet aan of hij zou, na +aan den gouverneur zijne identiteit bewezen te hebben, in staat worden +gesteld om zijne reis naar Irkoetsk spoedig te kunnen vervolgen. + +Zoo Nikolaas echter te Krasnoïarsk bleef, zou hij dit alleen doen als +hij er eene betrekking had gevonden. + +Inderdaad stond dit voorbeeld van een beambte er op, om, na tot de +laatste minuut op zijn post te Kolivan te zijn gebleven, zich weder ter +beschikking van de administratie te stellen. + +»Waarom zou ik loon trekken, zonder het verdiend te hebben?” herhaalde +hij steeds. + +Zoo hij dus daar of te Oedinsk geen dienst kon bewijzen, zou hij tot +naar de hoofdstad van Siberië trekken en dan met broeder en zuster +medereizen, die moeielijk een beteren gids konden vinden. + +De kibitka was Krasnoïarsk tot op een halve werst genaderd. Men zag +links en rechts de tallooze houten kruizen, die, bij den toegang eener +stad, langs den weg staan. Het was ’s avonds zeven uur. Tegen den +helderen hemel teekenden zich de omtrekken der kerken en de gevels der +huizen af, die op het hooge voorgebergte van de Jeniseï gebouwd waren. +De wateren van den stroom weerkaatsten de laatste lichtstralen, die in +den dampkring verspreid waren. + +De kabitka stond stil. + +»Waar zijn wij, zuster?” vroeg Michael Strogoff. + +»Hoogstens op eene halve werst van de eerste huizen,” antwoordde Nadia. + +»Slaapt die stad dan?” hernam Michael Strogoff. »Er komt niet het +minste leven tot mijn gehoor.” + +»En ik zie geen enkel licht in het duister schitteren, noch een +rookwolkje in de lucht opstijgen,” voegde Nadia er bij. + +»Wat een zonderlinge stad,” zeide Nikolaas. »Men maakt er geen geraas, +en gaat vroeg naar bed.” + +Michael Strogoff vond het een slecht voorteeken en vreesde dat zijne +hoop om te Krasnoïarsk het noodige te vinden om Irkoetsk spoedig te +bereiken, ijdel zou zijn. Nadia had zijne gedachte geraden, hoewel zij +niet vatte waarom hij, zonder den keizerlijken brief, toch Irkoetsk zoo +spoedig wilde bereiken. Zij had hem vroeger daar al eens over +onderhouden, maar hij bepaalde zich toen tot dit antwoord: + +»Ik heb gezworen naar Irkoetsk te gaan.” + +Maar om zijne zending te vervullen, was het een vereischte dat hij te +Krasnoïarsk een snel middel van vervoer vond. + +»Wel vriend,” zeide hij tot Nikolaas, »waarom gaan we niet vooruit?” + +»Omdat ik bang ben de bewoners dezer stad door het geraas mijner kar +wakker te maken!” + +En daarop zette Nikolaas, met een lichten zweepslag, zijn paard aan. +Serko blafte even en toen daalde de kibitka op een drafje, den weg af +die in Krasnoïarsk uitliep. + +Tien minuten later kwamen zij in de hoofdstraat. + +Krasnoïarsk was verlaten. »Er was geen Athener meer in dit Noordsch +Athene” zooals mevrouw de Bourboulon het noemt. Geen rijtuigen, geen +voetgangers, geene sierlijke Siberische dames, op Fransche wijze +gekleed, in de straten.—De groote klok der hoofdkerk was stom en geen +klokkenspel liet zijne tonen hooren. + +Het laatste telegram uit het kabinet van den czaar afgezonden, vóordat +de draad verbroken werd, hield het bevel in voor den gouverneur, voor +de bezetting en de inwoners, onverschillig wie ook, om Krasnoïarsk te +verlaten, al wat waarde had of den Tartaren van nut zou kunnen zijn, +medetevoeren en naar Irkoetsk de wijk te nemen. Hetzelfde was aan de +inwoners der vlekken van de provincie bevolen. Het Moskovische +gouvernement wilde eene woestijn aan de overweldigers overstellen. Deze +bevelen werden niet besproken, maar dadelijk uitgevoerd. + +Michael Strogoff, Nadia en Nikolaas doorliepen stilzwijgend de stad. +Hunne voetstappen weerklonken als in eene uitgestorven plaats. Michael +Strogoff liet echter niets blijken van de teleurstelling, die hij +opnieuw ondervond. + +»Lieve Hemel!” riep Nikolaas uit, »in deze woestijn zal ik mijne +bezoldiging nooit verdienen!” + +»Vriend,” sprak Nadia, »gij moet met ons naar Irkoetsk gaan.” + +»Ja, het moet!” antwoordde Nikolaas. »De draad moet nog in werking zijn +tusschen Oedinsk en Irkoetsk, en daar.... vertrekken we, vadertje?” + +»Laat ons tot morgen wachten,” antwoordde Michael Strogoff. + +»Gij hebt gelijk,” antwoordde Nikolaas. »Wij moeten de Jeniseï +overtrekken en daarbij moet men kunnen zien!” + +»Kunnen zien!” mompelde Nadia, terwijl ze aan haar blinden metgezel +dacht. + +Nikolaas had haar verstaan en zeide, zich tot Michael Strogoff +keerende: + +»Vergeef me, vadertje. Helaas! het is waar dat dag en nacht voor u +hetzelfde zijn!” + +»Verwijt u zelven niets, mijn vriend,” antwoordde Michael Strogoff, die +zijne hand over de oogen streek. »Met u tot gids, ben ik nog tot +handelen in staat. Neem dus eenige uren rust. Laat Nadia ook wat +rusten. Morgen zal het dag zijn!” + +Michael Strogoff, Nadia en Nikolaas vonden spoedig eene rustplaats in +een openstaand ledig huis. Na voor een eenvoudig beeld der Panaghia +geknield te hebben, sliepen Nikolaas en het meisje spoedig in, terwijl +Michael Strogoff, die den slaap niet kon vatten, wakende bleef. + +Des anderen daags, 26 Augustus, vóor het aanbreken van den dageraad, +reed de kabitka een berkenbosch bij de stad door en begaf ze zich naar +den oever der Jeniseï. + +Michael Strogoff was zeer bezorgd hoe hij het zou aanleggen om dien +breeden stroom over te steken. In gewone omstandigheden duurt de +overtocht met ponten, bijzonder ingericht tot vervoer van reizigers, +voertuigen en paarden, drie uur en gaat dan nog met de uiterste moeite +gepaard. Hoe zou de kabitka nu, bij gebreke van eenig vaartuig, de +overzijde bereiken? + +»Ik zal er over komen, hoe het ook ga,” zeide Michael Strogoff telkens. + +De dag begon aan te breken, toen de kabitka op den linkeroever aankwam, +dezelfde waar eene der lanen van het berkenbosch op uitkwam. De oever +was hier honderd voet boven den waterspiegel verheven. Men kon de +Jeniseï hier dus over eene groote uitgestrektheid waarnemen. + +»Ziet ge eene pont?” vroeg Michael Strogoff, naar alle zijden +rondkijkende, alsof hij zijn gezicht nog had. »Het is nauwelijks dag, +broeder,” antwoordde het meisje. »De nevel hangt nog te zwaar over den +stroom, zoodat men zijne wateren niet kan onderscheiden.” + +»Ik hoor ze loeien,” antwoordde Michael Strogoff. Inderdaad liet zich +uit de onderste lagen van den nevel een dof geraas van stroomen en +tegenstroomen vernemen, die tegen elkander inwerkten. De op dit +tijdstip des jaars zeer gestegen wateren, stroomden met het geweld van +een stortvloed af. Allen luisterden, in afwachting dat de gordijn van +nevelen zou optrekken. De zon steeg boven den gezichteinder en hare +eerste stralen zouden deze dampen spoedig opslurpen. + +»Welnu?” vroeg Michael Strogoff. + +»De nevelen beginnen weg te drijven, broeder,” antwoordde Nadia, »en +het daglicht breekt er al doorheen.” + +»Ziet ge den waterspiegel nog niet, zuster?” + +»Nog niet.” + +»Een weinig geduld, vadertje,” zeide Nikolaas. »Het zal alles +verdwijnen! Hoor! daar zet de wind op! Hij begint dien nevel al te +verstrooien. De hooge heuvelen van den rechteroever vertoonen hunne +boomrijen reeds. Alles gaat weg! Alles vervliegt! De goedige stralen +der zon hebben dien berg van nevelen al verdikt. Ach! mijn arme blinde, +hoe schoon is dat en wat een ongeluk voor u, dat gij zulk een +schouwspel niet meer kunt zien!” + +»Ziet gij een vaartuig?” vroeg Michael Strogoff. + +»Geen enkel,” was het antwoord van Nikolaas. + +»Zie goed rond, mijn vriend, op dezen en op den tegenoverliggenden +oever, zoover uw gezicht reikt. Een vaartuig, eene boot, een kano van +boomschors!” + +Nikolaas en Nadia hadden zich, terwijl zij zich aan de meest +vooruitgeschoven berkeboomen op het voorgebergte vasthielden, over den +stroom gebogen. Een onmetelijk veld strekte zich toen voor hun blik +uit. Op deze plaats is de Jeniseï niet minder dan anderhalve werst +breed en vormt zij twee armen van ongelijke grootte, waardoor het water +met snelheid afstroomde. Tusschen deze armen lagen onderscheidene +eilanden met elzen, wilgen en populieren begroeid, die even zoovele +groenachtige vaartuigen schenen, in den stroom voor anker liggende. + +Maar een werkelijk vaartuig was er niet te ontdekken, noch op den +linker- noch op den rechteroever, noch op den oever der eilanden. Allen +waren op hoog bevel medegenomen of vernield. Zeker was het, dat, zoo de +Tartaren uit het zuiden niet het materieel voor eene schipbrug lieten +komen, hun marsch naar Irkoetsk gedurende zekeren tijd door den +hinderpaal, dien de Jeniseï opleverde, zou worden tegengehouden. + +»Ik herinner mij iets,” zeide Michael Strogoff. »Hoogerop, bij de +laatste huizen van Krasnoïarsk, is eene kleine inschepingshaven. Daar +landen de ponten. Vriend, laten wij stroomopwaarts gaan en zien of er +geene boot op den oever vergeten is.” + +Nikolaas snelde in de aangewezen richting voort. Nadia had Michael +Strogoff bij de hand genomen en leidde hem, snel voortstappende. Eene +boot, eene eenvoudige sloep groot genoeg om de kabitka te dragen of, +bij gebreke van haar, hen die ze tot hier gebracht had, en Michael +Strogoff zou niet schromen om den overtocht te beproeven! + +Twintig minuten later hadden alle drie het haventje van inscheping +bereikt, welks laatste huizen den waterspiegel raakten. + +Maar er lag geen enkel vaartuig op den oever; geen bootje aan den +steiger die tot inschepingsplaats diende, zelfs niet om een vlot samen +te stellen, dat drie personen kon dragen. + +Michael Strogoff had Nikolaas ondervraagd en deze had hem het +ontmoedigende antwoord gegeven, dat de overtocht van den stroom hem ten +eenenmale ondoenlijk toescheen. + +»Wij zullen er overgaan,” antwoordde Michael Strogoff. + +In de verlaten woningen van Krasnoïarsk zoekende, maar niets vindende +wat hun van nut kon zijn, hoorden Nikolaas en het jonge meisje zich +eensklaps aanroepen. + +Beiden liepen naar den oever terug, waar zij Michael Strogoff op den +drempel eener woning vonden staan. + +»Komt!” riep hij hun toe. + +Nikolaas en Nadia volgden hem in de hut. + +»Wat is dat?” vroeg Michael Strogoff, onderscheidene voorwerpen, die +achter in een spijskelder opgehoopt waren, met de hand aanrakende. + +»Een half dozijn lederen zakken,” antwoordde Nikolaas. + +»Zijn ze vol?” + +»Ja, vol koemijss.” + +De »koemijss” is een drank vervaardigd uit melk van eene merrie of van +een wijfjes-kameel; een versterkende, bedwelmende drank en Nikolaas was +met die vondst zeer in zijn schik. + +»Zet er een ter zijde, maar ledig de anderen,” zeide Michael Strogoff. + +»Dadelijk, vadertje.” + +»Dat zal ons helpen om de Jeniseï over te steken.” + +»En het vlot?” + +»De kibitka, die licht genoeg is om te drijven, terwijl wij haar en het +paard bovendien met de lederen zakken zullen steunen.” + +»Goed bedacht, vadertje,” riep Nikolaas uit, »en met Gods hulp zullen +wij in eene goede haven aanlanden .... misschien niet in eene rechte +lijn, want de stroom is zoo snel!” + +»Wat maakt dat!” antwoordde Michael Strogoff. »Eerst er over en dan +zullen wij aan de overzijde den weg naar Irkoetsk wel vinden.” + +»Aan het werk,” zeide Nikolaas, die de zakken al ledigde en ze naar de +kibitka droeg. + +Een zak met koemijss werd bewaard; de anderen aan de kibitka en het +paard bevestigd, waardoor het vlot gevormd was. + +»Zult ge niet bang zijn, Nadia?” vroeg Michael Strogoff. + +»Neen, broeder,” antwoordde het meisje. + +»En gij, vriend?” + +»Ik!” riep Nikolaas uit. »Ik zie nu een mijner droomen verwezenlijkt: +in eene kar te varen!” + +De hellende oever te dezer plaatse was bijzonder geschikt om de kibitka +te water te laten. In een oogenblik dreef alles, terwijl Serko dapper +rondzwom. + +Michael Strogoff hield de teugels van het paard en op aanwijzing van +Nikolaas stuurde hij het dier in schuinsche richting. Zoolang de +kibitka den stroomdraad volgde, ging alles goed en na weinige minuten +was ze de kaden van Krasnoïarsk voorbij. Zij dreef naar het noorden af +en het was blijkbaar dat zij den anderen oever ver beneden de stad zou +bereiken. + +De overtocht der Jeniseï zou dus zonder groot bezwaar volbracht zijn, +zonder de draaikolken; maar, niettegenstaande al de krachtsinspanning +die Michael Strogoff betoonde, werd de kibitka onwederstaanbaar in een +dier trechters medegesleept. + +Toen werd het gevaar groot. De kibitka dreef niet meer naar den +oostelijken oever af, maar zij draaide met een uiterste snelheid in een +cirkel rond. Het paard kon het hoofd bijna niet meer boven water houden +en stikte bijna, terwijl Serko op de kibitka een steunpunt had gezocht. + +Michael Strogoff begreep wat er omging. Hij voelde dat hij werd +medegesleept langs eene zich steeds vernauwde cirkelvormige lijn, +waaruit geen ontkomen mogelijk was. Maar hij kon niet zien! + +Nadia was stil. Zij hield zich krampachtig aan de stijlen van de kar +vast, heen en weer geschommeld door de ongeregelde bewegingen van den +toestel, die meer en meer naar het middelpunt van samendrukking +overhelde. + +Wat Nikolaas betreft, hij was volmaakt kalm. Het was alsof hij het +leven van geene waarde beschouwde, gelijk de Oosterlingen, die het een +logement voor vijf dagen noemen, dat men den zesden dag, goed of +kwaadschiks, moet verlaten. De glimlach verliet zijn gelaat niet. + +De kibitka bleef dus in den maalstroom ronddraaien, terwijl het paard +af was. Eensklaps ontdeed Michael Strogoff zich van de kleederen die +hem konden hinderen en wierp zich te water; daarna greep hij met kracht +den teugel van het verschrikte paard en duwde het door een krachtigen +stoot buiten de aantrekkingskracht van de draaikolk, waarna de kibitka +weder in den macht van den snellen stroom gekomen, met vernieuwde vaart +afdreef. + +»Hoezee!” schreeuwde Nikolaas. + +Eerst twee uur na het te waterlaten, was de kibitka den breedsten +stroomarm overgestoken en landde zij op den oever van een eiland, zes +wersten beneden het punt van vertrek gelegen. Daar werd de kar door het +paard op den oever getrokken en kreeg dit een uur rust. Vervolgens werd +het eiland in zijne volle breedte doorgetrokken, waarna men zich op den +oever van den kleinsten arm der Jeniseï bevond. + +Deze overtocht ging gemakkelijk, hoewel de stroom zoo snel was dat de +kibitka den rechteroever eerst vijf wersten stroomafwaarts bereikte. In +het geheel bedroeg de afwijking nu elf wersten. + +Die groote stroomen op het Siberisch grondgebied, waarover nergens nog +eene brug geslagen is, zijn een groot beletsel voor de gemeenschap. +Allen waren Michael Strogoff noodlottig geweest. Op de Irtisch werd de +pont, die hem en Nadia vervoerde, door de Tartaren aangetast. Op de Obi +was hij, nadat zijn paard door een kogel getroffen was, slechts door +een wonder aan de hem vervolgende ruiters ontsnapt. Bij slot van +rekening had de overtocht der Jeniseï nog de minste ongelukken +opgeleverd. + +»Het zou niet zoo vermakelijk zijn geweest,” riep Nikolaas, zich in de +handen wringende, uit, »indien het niet zoo moeitevol was geweest!” + +»Wat voor ons moeilijk is geweest, vriend,” antwoordde Michael +Strogoff, »zal den Tartaren misschien onmogelijk zijn.” + + + + + + + + +XXV. + +EEN HAAS OVER DEN WEG. + + +Eindelijk mocht Michael Strogoff gelooven, dat de weg tot Irkoetsk vrij +was. Hij was de Tartaren, die te Tomsk werden achter gehouden, vooruit +en de soldaten van den emir zouden te Krasnoïarsk slechts eene verlaten +stad vinden. Tenzij zij eene, moeielijk te plaatsen schipbrug +medebrachten, zou de overtocht bijna onmogelijk zijn. + +Voor het eerst, na de noodlottige ontmoeting met Ivan Ogareff te Omsk, +gevoelde de koerier van den czaar zich minder ongerust en hoopte hij nu +geen hinderpalen meer te ontmoeten. + +Na in eene schuinsche richting een vijftiental wersten naar het +zuidoosten te zijn gedaald, vond de kibitka den langen steppenweg weder +terug en sloeg zij dien in. + +De weg was goed en zelfs wordt het gedeelte, dat zich tusschen +Krasnoïarsk en Irkoetsk uitstrekt, als het beste beschouwd. Minder +schokken der reizigers, schaduw tegen de zonnehitte en soms pijnboom- +en cederwouden ter lengte van honderd wersten. Maar dit rijke land was +toen ontvolkt. Overal verlaten vlekken. Geen Siberische boeren meer met +den Slavischen gelaatstrek. Het was de woestijn en, zoo als men weet, +de woestijn op hoog bevel. + +Het weder was schoon, maar de lucht, die ’s nachts reeds koel was, werd +door de zonnestralen zoo gemakkelijk niet meer verwarmd. Men was dan +ook in de eerste dagen van September, en op deze hooge breedte wordt de +dagboog zichtbaar kleiner boven den gezichteinder. De herfst duurt er +slechts kort, hoewel dit gedeelte van Siberië niet boven den vijf en +vijftigsten parallel—die van Edinburgh en Kopenhagen—gelegen is. Soms +volgt de winter plotseling op den zomer. Het moeten zeer voorspoedige +winters zijn, die winters van Aziatisch-Rusland, gedurende welke de +thermometer tot op het vriespunt der kwik daalt [7] en waar men +gemiddelden van twintig honderddeelige graden onder nul, een draaglijke +temperatuur rekent. + +Het weder was den reizigers dus gunstig. Het was noch storm- noch +regenachtig. De warmte was matig, de nachten waren koel. Nadia en +Michael Strogoff bleven gezond en, sedert zij Tomsk verlaten hadden, +waren zij langzamerhand van hunne vermoeinissen bekomen. + +Wat Nikolaas Pigassoff betrof, deze was nooit zoo welvarend geweest. +Deze reis was voor hem eene wandeling, een aangenaam uitstapje, waartoe +hij zijn vrijen tijd, als ambtenaar buiten dienst, besteedde. + +»Zeker,” zeide hij, »is het beter dan twaalf uur daags, op een stoel, +met den stroomafsluiter van den telegraaftoestel in de hand te zitten!” + +Michael Strogoff had Nikolaas kunnen overreden om zijn paard wat meer +gang te geven, zoodat gemakkelijk zestig wersten in het etmaal konden +worden afgelegd, zonder dat het dier werd uitgeput. + +Nikolaas had vooral toegegeven om Nadia en haar broeder spoediger hun +vader te doen wederzien. Ook zeide hij glimlachend tegen haar: + +»Hemelsche goedheid! wat zal de heer Korpanoff blijde zijn als hij u +wederziet, als zijne armen zich zullen openen om u te omhelzen! Als ik +tot Irkoetsk ga—en dat komt mij nu wel waarschijnlijk voor—mag ik dan +bij die ontmoeting zijn? Ja, niet waar?” + +Daarop sloeg hij zich tegen het voorhoofd en zeide hij: + +»Maar ook welk eene droefheid, als hij zal bespeuren dat zijn arme, +kloeke zoon blind is! Ach! wat is alles in deze wereld toch +dooreengemengd.” + +Een en ander had het gevolg dat de kibitka sneller reed en naar de +berekening van Michael Strogoff nu tien à twaalf wersten in het uur +aflegde. + +Dientengevolge kwamen de reizigers op 28 Augustus tot voorbij het vlek +Balaisk op tachtig wersten van Krasnoïarsk en den 29sten voorbij het +vlek Ribinsk, op veertig wersten van Balaisk. + +Den volgenden dag, kwam zij, vijf en dertig wersten verder, te Kamsk +aan, een aanzienlijker stadje, besproeid door de rivier van dienzelfden +naam en behoorende tot het stroomgebied van de Jeniseï, die van het +Saïansk-gebergte afvloeit. Als stad is het niet van veel gewicht; de +huizen zijn schilderachtig om een marktplein geplaatst; terwijl de +hooge klokketoren der hoofdkerk alles overziet en zijn verguld kruis in +de zon laat schitteren. + +Ledige huizen en een verlaten kerk. Geen wisselplaats meer, geene +herberg meer die bewoond was. Geen paard op stal. Geen huisdier in de +steppe. De bevelen van het Moskovische gouvernement waren met volkomen +gestrengheid uitgevoerd. Wat niet medegevoerd kon worden, was vernield. + +Toen zij Kamsk uitreden, vertelde Michael Strogoff aan Nadia en aan +Nikolaas dat zij nu nog slechts een eenigszins belangrijk stadje, +Nijni-Oedinsk, zouden ontmoeten, voor dat zij Irkoetsk bereikten. +Nikolaas antwoordde dat hij zulks wist, daar er een telegraafkantoor in +die plaats bestond. Was Nijni-Oedinsk dus evenzeer verlaten als Kamsk, +dan zou hij, om bezigheid te vinden, verplicht zijn tot de hoofdstad +van Oost-Siberië door te gaan. + +De kibitka kwam op eene waadbare plaats gemakkelijk het riviertje over, +dat den weg voorbij Kamsk snijdt. Bovendien was tusschen de Jeniseï en +de Angara, aan eerstgenoemde schatplichtig en die Irkoetsk besproeit, +geen hindernis van eenigen belangrijken stroom—de Dinka misschien +uitgezonderd—te vreezen. + +Van Kamsk naar het eerstvolgende vlek, was het een lange weg, bijna +honderd wersten. De vastgestelde halten moesten dus in acht genomen +worden, wilde men zich, zooals Nikolaas zeide, »niet aan een billijk +beklag van het paard blootstellen.” Er was met dit moedige dier +overeengekomen dat het om de vijftien wersten zou rusten en wanneer men +eene overeenkomst sluit, eischt de billijkheid, zelfs tegenover dieren, +dat men zich aan de bepalingen dier overeenkomst houde. + +Na het riviertje Birioesa overgetrokken te zijn, bereikte de kibitka, +in den morgen van 4 September, Birioesinsk. + +Daar vond Nikolaas, wiens voorraad uitgeput raakte, gelukkig een dozijn +»pogatchas” eene soort van koeken met schapenvet toebereid en eene +goede hoeveelheid rijst in water gekookt. Dit buitenkansje kwam ter +rechter tijd den voorraad koemijss versterken, waarvan de kibitka te +Krasnoïarsk voldoende voorzien was. + +Na eene behoorlijke halte werd de reis in den namiddag van 8 September +hervat. De afstand tot Irkoetsk bedroeg nog slechts vijf honderd +wersten. Achter hen was nog niets van de voorhoede der Tartaren te +bespeuren. Michael Strogoff had dus grond om te gelooven dat zijne reis +geene verhindering meer zou ondervinden en dat hij binnen acht, of +hoogstens tien dagen, voor den grootvorst zou staan. + +Bij het uitkomen van Birioesinsk sprong een haas dwars over den weg, op +dertig pas vóor de kibitka. + +»Ach!” zeide Nikolaas. + +»Wat scheelt u, vriend?” vroeg Michael Strogoff haastig als een blinde, +die op het minste gerucht let. + +»Hebt ge het dan niet gezien?....” zeide Nikolaas, wiens lachend gelaat +plotseling een sombere plooi had aangenomen. + +Daarna liet hij er op volgen: + +»O! neen! gij kondt het niet zien en dat is gelukkig voor u, vadertje!” + +»Maar ik heb niets gezien,” zeide Nadia. + +»Zooveel te beter! zooveel te beter! Maar ik.... ik heb gezien!....” + +»Wat dan?” vroeg Michael Strogoff. + +»Een haas die onzen weg kruiste!” antwoordde Nikolaas. + +Wanneer een haas den weg van een reiziger kruist, wil het volksgeloof +in Rusland daarin het voorteeken van een aanstaand ongeluk zien. + +Even bijgeloovig als het meerendeel der Russen, had Nikolaas de kibitka +stil laten staan. + +Hoewel Michael de bijgeloovigheid ten aanzien van hazen, die iemands +weg kruisen, niet deelde, begreep hij de aarzeling van zijn metgezel en +trachtte hij hem gerust te stellen. + +»Vriend,” zeide hij, »er is niets te vreezen.” + +»Voor u en voor haar niet, vadertje, dat weet ik, maar voor mij wel,” +antwoordde Nikolaas. + +En daarna hernam hij: + +»Het is het noodlot.” + +En hij zette zijn paard weer in den draf. + +Intusschen ging de dag, niettegenstaande het ongunstige voorteeken, +zonder ongeluk voorbij. + +Den volgenden dag, op den middag, hield de kibitka in het vlek +Alsaleïsk stil, dat even verlaten was als de geheele omstreek. + +Daar vond Nadia, op den drempel eener woning, twee van die messen met +sterk lemmet, bij de Siberische jagers in gebruik. Zij gaf er een aan +Michael Strogoff, die het onder zijne kleederen verborg, terwijl zij er +een voor zich hield. De kibitka was nu nog vijf en zeventig wersten van +Nijni-Oedinsk af. + +Gedurende de beide laatste dagen had Nikolaas zijne gewone goede luim +maar niet teruggekregen. Het kwade voorteeken had hem meer aangedaan, +dan men zou kunnen gelooven, en hij, die anders geen uur zonder praten +was, verviel nu dikwijls in een langdurig stilzwijgen, waaruit Nadia +hem slechts met moeite opwekte. Die verschijnselen waren werkelijk die +van een getroffen geest, dat zich bij lieden van een Noorsch ras +verklaart, als men bedenkt dat hunne voorvaderen de stichters waren der +Noordsche fabelleer. + +Van Ekaterinenburg uitgaande loopt de weg naar Irkoetsk bijna +evenwijdig met de vijf en vijftigsten graad noorderbreedte; maar +Birioesinsk verlatende, buigt hij schuins naar het zuidoosten af, +zoodat hij den honderdsten meridiaan oosterlengte dwars doorsnijdt. Hij +bereikt de hoofdstad van Oost-Siberië op de kortste wijze door de +laatste hellingen van het Saïansk-gebergte over te gaan. Deze bergen +zijn zelven slechts een uitspruitsel van de Altaï-keten, die op een +afstand van twee honderd wersten zichtbaar is. + +De kibitka snelde dus op dien weg voort. Ja, zij snelde voort! Men +gevoelde dat Nikolaas zijn paard niet meer spaarde en dat hij spoed +maakte om aan te komen. Niettegenstaande zijne fatalistische +onderworpenheid, geloofde hij dat hij eerst binnen de wallen van +Irkoetsk veilig zou zijn. Vele Russen zouden met hem van dezelfde +gedachten zijn geweest en menigeen onder hen, zou, na het oversteken +van zijn weg door een haas, dadelijk omgekeerd zijn. + +Intusschen leidden eenige opmerkingen die hij maakte en wier juistheid +door Nadia, na ze aan Michael Strogoff medegedeeld te hebben, +beoordeeld werden, er toe om te vreezen dat de reeks van beproevingen +voor hen nog niet geëindigd zou wezen. + +Inderdaad, mocht de grond van af Krasnoïarsk in zijne natuurlijke +voortbrengselen al gespaard zijn, de wouden begonnen nu de sporen van +vuur en zwaard te vertoonen; de weiden langs den weg waren verwoest en +het was blijkbaar dat een aanzienlijke troep daar voorbijgetrokken was. + +Dertig wersten aan deze zijde van Nijni-Oedinsk konden de sporen eener +kortelings plaats gehad hebbende verwoesting niet geloochend worden en +deze was onmogelijk anders dan aan de Tartaren toe te schrijven. + +Ook vertoonden zich half afgebroken of verbrande huizen, terwijl, op de +muren der woningen, de indrukken van kogels zichtbaar waren. + +Men begrijpt licht hoe ongerust Michael Strogoff was. Er viel niet meer +aan te twijfelen dat eene afdeeling Tartaren kort geleden dit gedeelte +van den weg was langs gekomen en toch konden het de soldaten van den +emir niet zijn geweest, want deze konden hen niet vooruit zijn gekomen, +zonder dat hij ze gezien had. Maar wie waren dan die nieuwe +overweldigers en langs welken zijweg waren zij uit de steppe op den +grooten weg naar Irkoetsk gekomen. Met welke nieuwe vijanden zou de +koerier van den czaar nu weer te doen krijgen? + +Deze beduchtheid deelde Michael Strogoff noch aan Nikolaas, noch aan +Nadia mede, omdat hij hen niet ongerust wilde maken. + +Bovendien had hij besloten zijn weg te vervolgen, zoolang geen +onoverkomelijk beletsel hem tegenhield. Later zou hij zien, wat hem te +doen stond. + +Den volgenden dag vertoonden zich, meer en meer, de sporen van den +doortocht van een sterken troep ruiters en voetknechten. Rookwolken +waren aan den gezichteinder merkbaar. De kibitka ging behoedzaam +voorwaarts.—Eenige huizen van het vlek brandden nog en zeker was het +geen vier en twintig uur geleden dat ze in brand waren gestoken. + +Eindelijk hield de kibitka den 8sten September stil. Het paard weigerde +om vooruit te gaan. Serko blafte op eene erbarmelijke wijze. + +»Wat is er?” vroeg Michael Strogoff. + +»Een lijk!” antwoordde Nikolaas, die uit de kibitka sprong. + +Het lijk was dat van een moejiek, vreeselijk verminkt en reeds koud. + +Nikolaas maakte een kruis. Daarna bracht hij, door Michael Strogoff +geholpen, het lijk naar den berm van den weg. Hij had het een +behoorlijk graf willen geven, het diep willen begraven, opdat de +roofdieren der steppe de ellendige overblijfselen niet zouden +verscheuren, maar Michael Strogoff liet er hem den tijd niet voor. + +»Laat ons vertrekken, vriend, laat ons vertrekken!” riep hij. »Wij +mogen zelfs geen uur vertragen!” + +En de kibitka reed weder voorwaarts. + +Overigens zou Nikolaas toch niet in staat zijn geweest de laatste eer +te bewijzen aan alle dooden, die hij voortaan op den Siberischen +grooten weg zou ontmoeten! Bij het naderen van Nijni-Oedinsk lagen de +lichamen bij twintigtallen op den grond. + +Men moest den weg echter volgen, totdat het blijkbaar onmogelijk werd +dit te doen, zonder in de handen der overweldigers te vallen. De +reisweg werd dus niet gewijzigd en nochtans namen, bij elk vlek, de +verwoesting en de bouwvallen steeds toe. Al deze dorpen, wier namen +aanwezen, dat zij door Poolsche ballingen werden gesticht, waren aan de +ijselijkheden van plundering en brand overgeleverd. Het bloed der +slachtoffers was nog niet eens volkomen gestold. Onder welke +omstandigheden deze noodlottige voorvallen plaats hadden gegrepen, was +niet uit te maken. Er was geen levend wezen over om het te vertellen. + +Dienzelfden dag, tegen vier uur des avonds, bespeurde Nikolaas aan den +gezichteinder de hooge klokketorens der kerken van Nijni-Oedinsk. Zij +waren gehuld in zware dampen, die geene wolken schenen te zijn. + +Nikolaas en Nadia keken en deelden den uitslag hunner waarnemingen aan +Michael Strogoff mede. Er moest een besluit worden genomen. Was de stad +verlaten, dan kon men haar zonder gevaar doortrekken, maar zoo de +Tartaren haar bezetten, moest men tot elken prijs er om heen trekken. + +»Laten wij voorzichtig vooruit gaan,” zeide Michael Strogoff, »maar +laat ons vooruit gaan!” + +Er werd nog eene werst afgelegd. + +»Het zijn geene wolken, het is rook!” riep Nadia uit. »Broeder, men +steekt de stad in brand!” + +Inderdaad, was het maar al te blijkbaar. Zwartachtige schijnsels +vertoonden zich te midden der dampen. Die dwarrelende wolken werden +steeds dikker en stegen hemelwaarts. Overigens, nergens een +vluchteling. Het was waarschijnlijk dat de brandstichters de stad +verlaten hadden gevonden en dat ze haar nu verbrandden. Maar waren het +Tartaren die dus te werk gingen? Of Russen die aan de bevelen van den +grootvorst gehoorzaamden? Had het gouvernement van den czaar gewild dat +van af Krasnoïarsk en van af de Jeniseï, geene stad, geen vlek eene +schuilplaats aan de soldaten van den emir zouden kunnen aanbieden? Wat +Michael Strogoff aangaat, moest hij zijne reis staken of haar +vervolgen? + +Hij was besluiteloos. Maar na het voor en tegen gewogen te hebben, +meende hij dat, welke vermoeienissen de steppen ook opleverden, hij +zich niet moet blootstellen eene tweede maal in handen der Tartaren te +vallen. Hij wilde dus aan Nikolaas voorstellen den weg te verlaten en +hem, zoo noodig, niet te hernemen alvorens Nijni-Oedinsk omgereden te +zijn, toen er, ter rechterzijde, een schot viel. Het gefluit van een +kogel werd gehoord en het paard der kibitka viel, in den kop getroffen, +dood neder. + +Op hetzelfde oogenblik wierp zich een dozijn ruiters op den weg en +omsingelden het rijtuig. Zonder dat Michael Strogoff, Nadia en Nikolaas +zich van het gebeurde eenige rekenschap konden geven, waren zij +gevangen genomen en werden zij snel naar Nijni-Oedinsk medegesleept. + +Michael Strogoff had, gedurende dezen plotselingen aanval, niets van +zijne koelbloedigheid verloren. Zijne vijanden niet kunnende zien, had +hij er niet aan gedacht zich te verdedigen. En al had hij het gebruik +zijner oogen gehad, hij zou het nochtans niet beproefd hebben. Hij zou +den dood te gemoet geloopen zijn. Maar kon hij niet zien, hij kon +hooren en begrijpen wat zij zeiden. + +Inderdaad herkende hij aan hunne spraak dat de soldaten Tartaren waren +en aan hunne woorden, dat zij de voorloopers van het leger der +overweldigers waren. + +Ziehier overigens wat Michael Strogoff vernam zoo uit de gesprekken die +nu in zijne tegenwoordigheid gevoerd werden, als uit stukken van +samensprekingen, die hij later opving. + +Deze soldaten stonden niet onder rechtstreeksch bevel van den emir, die +nog aan gene zijde van de Jeniseï werd opgehouden. Zij behoorden tot de +derde kolonne, meer uitsluitend samengesteld uit Tartaren van de +Khanaten Khokhand en Koendoez, waarmede het leger van Feofar zich +weldra in de omstreken van Irkoetsk zou vereenigen. + +Op raad van Ivan Ogareff en ten einde het slagen van den inval in de +oostelijke provinciën te verzekeren, was deze kolonne, na de grens van +het gouvernement Semipalatinsk overschreden te hebben en het meer +Balkhach ten zuiden langs getrokken te zijn, verder langs den voet van +het Altaï-gebergte opgemarcheerd. Onder aanvoering van een officier van +den khan van Koendoez plunderende en vernielende, had zij den bovenloop +der Jeniseï bereikt. Daar had die officier, vóoruitziende wat op bevel +van den czaar te Krasnoïarsk geschied was en om den overtocht van den +stroom voor de troepen van den emir te vergemakkelijken, eene kleine +vloot te water gelaten, die hetzij als vaartuigen, hetzij als +bruggenmaterieel, Feofar in staat zou stellen op den rechteroever den +weg naar Irkoetsk te vervolgen. Daarna was deze derde kolonne na den +voet van het gebergte te zijn omgetrokken in de vallei der Jeniseï +afgedaald en had zij genoemden weg ter hoogte van Alsalevsk weder +bereikt. Dit was de oorzaak van de vreeselijke ophooping van +bouwvallen—het kenmerkende der Tartaarsche oorlogen—die van af dat +stadje werden waargenomen. Nijni-Oedinsk had het algemeene lot +ondergaan en de Tartaren, ten getale van vijftig duizend man, hadden +het reeds verlaten om de eerste stellingen voor Irkoetsk in te nemen. +Binnenkort zouden zij met de troepen van den emir vereenigd zijn. + +Zoo was de toestand op dit oogenblik; een toestand allerernstigst voor +dit geheel afgezonderd gedeelte van oostelijk Siberië en de +betrekkelijk weinig talrijke verdedigers van zijne hoofdstad. + +Michael Strogoff wist dus het volgende: aankomst voor Irkoetsk van eene +derde Tartaarsche kolonne en aanstaande vereeniging van den emir en van +Ivan Ogareff met het gros hunner troepen. Bij gevolg was de insluiting +van Irkoetsk en hare overgaaf, slechts eene zaak van tijd, wellicht van +slechts zeer korten tijd. + +Men begrijpt door welke gedachten Michael Strogoff bestormd werd! Wie +zou er verwonderd zijn geweest, zoo hij eindelijk allen moed, elke hoop +verloren had? Toch was dit zoo niet en prevelden zijne lippen slechts +deze woorden: + +»Ik zal er komen!” + +Een half uur na den aanval der Tartaarsche ruiters deden Michael +Strogoff, Nikolaas en Nadia hun intocht binnen Nijni-Oedinsk. De +getrouwe hond was hun, maar van verre, gevolgd. Zij zouden zich in de +stad niet ophouden die in brand stond en op het punt was van door de +laatste stroopers verlaten te worden. + +De gevangenen werden dus te paard gezet en snel medegevoerd. Nikolaas, +gelaten als altijd, Nadia in haar vertrouwen in Michael Strogoff niet +het minst geschokt en Michael Strogoff oogenschijnlijk onverschillig, +maar gereed om elke gelegenheid tot ontvluchting aan te grijpen. + +De Tartaren hadden spoedig bemerkt dat een hunner gevangenen blind was +en hunne aangeboren barbaarschheid dreef hen aan om zich met den +ongelukkige te vermaken. Men schreed snel voorwaarts. Het paard van +Michael Strogoff dat niemand anders tot bestuurder had, maakte dikwijls +zijsprongen, die de ruiterafdeeling in wanorde brachten. Van daar +scheldwoorden en onbeschoftheden die het hart van Nadia braken en +Nikolaas verontwaardigden. Maar wat er tegen te doen? Zij verstonden de +Tartaarsche taal niet en hunne tusschenkomst werd onmeedoogend +afgewezen. + +Zelfs kwamen de soldaten door hunne uiterste barbaarschheid er toe om +het paard dat Michael Strogoff bereed, te verwisselen voor een ander +dat blind was. Deze ruil was het gevolg eener aanmerking van een der +ruiters, door Michael Strogoff opgevangen en van dezen inhoud: + +»Maar misschien ziet die Rus wel!” + +Dit gebeurde op zestig wersten van Nijni-Oedinsk, tusschen de stadjes +Tetan en Chibarlinskoë. Zoo had men Michael Strogoff op dat paard gezet +en hem spottenderwijs de teugels in de handen gegeven. Daarna zette men +het in galop door zweepslagen, steenworpen en schreeuwen. + +Het paard dat door zijn even blinden berijder niet in eene rechte +richting kon worden gehouden, liep dan eens tegen een boom of geraakte, +een ander maal, van den weg af. Daarvan waren schokken en vallen het +gevolg, die zeer noodlottig konden worden. + +Michael Strogoff stribbelde niet tegen. Geene klacht liet hij hooren. +Stortte zijn paard, hij wachtte tot men het kwam oprichten. En +inderdaad richtte men het op en hernam het wreede spel dan zijn gang. + +Bij deze slechte behandeling kon Nikolaas zich niet bedwingen. Hij +wilde zijn makker te hulp snellen. Men hield hem tegen, men mishandelde +hem. + +Dit spel zou tot groot vermaak der Tartaren zeker nog lang geduurd +hebben, zoo een ernstiger voorval er geen einde aan gemaakt had. + +Op zeker oogenblik den 10den September, ging het blinde paard op hol en +liep recht op een modderpoel toe die, dertig tot veertig voet diep, +langs den weg liep. + +Nikolaas wilde toeschieten! Men hield hem tegen. Het paard, niet +bestuurd wordende, wierp zich met zijn ruiter in dien kuil. + +Nadia en Nikolaas stieten een hevigen kreet uit!.... Zij dachten dat +hun ongelukkige makker in zijn val moest verpletterd zijn! + +Toen men hem ophielp, bleek het dat Michael Strogoff, die zich uit het +zadel had kunnen werpen, geen enkele wond had, maar dat het paard twee +pooten gebroken had en geen dienst meer kon doen. + +Men liet het daar sterven, zonder het den genadeslag te geven, terwijl +Michael Strogoff aan den zadelknop van een Tartaar vastgemaakt, de +afdeeling verder te voet moest volgen. + +Nog geene klacht, noch geen bezwaar! Hij liep met een snellen pas, +nauwelijks getrokken door het touw waarmede hij vastgebonden was. Hij +was nog altijd »de ijzeren man” waarover generaal Kissoff met den czaar +gesproken had! + +Daags daarop, 11 September, kwam de afdeeling voorbij het stadje +Chibarlinskoë. + +Toen viel er iets voor dat de ernstigste gevolgen zou hebben. + +De nacht was gevallen. De Tartaarsche ruiters, die halt hadden gemaakt, +waren min of meer dronken. Zij waren op het punt om te vertrekken. + +Op dat oogenblik werd Nadia, die, tot dusverre als door een wonder door +de soldaten ontzien was, door een hunner beleedigd. + +Michael Strogoff had noch beleediging, noch beleediger kunnen zien, +maar Nikolaas had voor hem toegekeken. + +Toen ging Nikolaas, rustig, zonder nadenken en zonder wellicht het +gewicht zijner daad te beseffen, recht op den soldaat af, en vóor dat +deze eene beweging had kunnen maken om hem tegen te houden, had hij +eene pistool uit den zadelholster gepakt, en haar in de volle borst van +den soldaat afgevuurd. + +De officier, die over de afdeeling het bevel voerde, kwam, op het +geraas der losbranding, dadelijk aanrijden. + +De ruiters waren op het punt Nikolaas door midden te houwen, maar, op +een teeken van den officier, werd hij gebonden en dwars op een paard +gezet, waarna de afdeeling in galop weder vertrok. + +Het touw, waarmede Michael Strogoff vastgebonden was en dat hij bijna +had doorgebeten, brak door een plotselingen sprong van het paard, +terwijl zijn halfdronken berijder, door een snellen rit medegevoerd het +niet eens bemerkte. + +Michael Strogoff en Nadia stonden alleen op den weg. + + + + + + + + +XXVI. + +IN DE STEPPE. + + +Michael Strogoff en Nadia waren dus andermaal vrij, zoo als zij het +gedurende het eind weg van Perm naar de oevers der Irtisch waren +geweest. Maar hoe waren hunne reisomstandigheden veranderd! Toen +verzekerden eene gemakkelijke tarentass, dikwijls vernieuwde +vóorspannen en goed onderhouden pleisterplaatsen hun eene snelle reis. +Nu waren zij te voet, in de onmogelijkheid zich een vervoermiddel te +verschaffen, zonder hulpmiddelen, niet wetende hoe in hunne nooddruft +te voorzien en met nog vier honderd wersten om afteleggen! En bovendien +zag Michael Strogoff nu slechts door de oogen van Nadia. + +En den vriend, dien het toeval hun geschonken had, waren zij, onder de +ongunstigste omstandigheden, kwijt geraakt. + +Michael Strogoff had zich op den berm van den weg neder geworpen. Nadia +stond op een woord van hem te wachten om zich weder op weg te begeven. + +Het was tien uur ’s avonds. Sedert drie en een half uur was de zon +achter den gezichteinder verdwenen. Er was geen huis, geene hut te +bespeuren. De laatste Tartaren verdwenen in de verte. Michael Strogoff +en Nadia waren geheel verlaten. + +»Wat zullen ze met onzen vriend doen?” riep het meisje uit. »Arme +Nikolaas! Onze ontmoeting is u wel zeer noodlottig geweest!” + +Michael Strogoff antwoordde niet. + +»Michael,” hernam Nadia, »gij weet toch hoe hij u verdedigd heeft, toen +gij de speelbal der Tartaren waart; dat hij zijn leven voor mij gewaagd +heeft?” + +Michael Strogoff bleef zwijgen. Waar dacht hij aan, zoo als hij daar +onbeweeglijk nederzat met het hoofd in de handen geleund? En daar hij +Nadia geen antwoord gaf, was het de vraag of hij ’t hoorde dat zij hem +toesprak? + +Ja! hij hoorde haar, want toen het meisje er bijvoegde: + +»Waar moet ik u heenleiden, Michael?” + +Antwoordde hij, »naar Irkoetsk!” + +»Langs den grooten weg?” + +»Ja, Nadia.” + +Michael Strogoff was nog steeds de man die gezworen had zijn doel te +zullen bereiken, wat er ook gebeuren mocht. Den grooten weg volgen, was +den kortsten weg te nemen. Indien de voorhoede der troepen van +Feofar-Khan zich vertoonde, zou het tijds genoeg wezen om den zijweg in +te slaan. + +Nadia greep de hand van Michael Strogoff weder, waarna zij hun weg +vervolgden. + +Den anderen morgen, 12 September, hielden beiden, twintig wersten +verder, even op bij het stadje Toeloenowskoë. De plaats was afgebrand +en ledig. Den geheelen nacht door had Nadia opgelet of het lijk van +Nikolaas niet op den weg was achtergelaten, maar vruchteloos doorzocht +zij de bouwvallen, bekeek zij de lijken. Nikolaas scheen tot dusverre +gespaard te zijn. Maar was hij niet bestemd om in het kamp van Irkoetsk +eenige vreeselijke foltering te ondergaan? + +Nadia, die van honger uitgeput was, waaraan haar makker ook vreeselijk +leed, was zoo gelukkig in een huis van het stadje eenig gedroogd +vleesch te vinden en eenige »soekharis” of stukken brood die, door +uitdamping gedroogd, gedurende een onbepaalden tijd hunne voedende +eigenschappen behouden. Michael Strogoff en het meisje belaadden zich +met wat zij maar dragen konden. Voedsel was hun dus voor onderscheidene +dagen verzekerd en wat het water betreft, dit zou hun in eene streek, +door duizenden zijstroompjes der Angara doorsneden, niet ontbreken. + +Zij gingen weder op weg. Michael Strogoff liep met een vasten stap en +hield dien niet in dan ter wille van zijne gezellin. Nadia, die niet +achter wilde blijven, spande zich in om te loopen. Gelukkig kon haar +makker niet zien, hoe ellendig zij er door vermoeidheid uitzag. + +Michael Strogoff voelde het echter. + +»Uwe krachten zijn uitgeput, arm kind,” zeide hij somtijds. + +»Neen,” was haar antwoord. + +»Nadia, als gij niet meer kunt loopen, zal ik u dragen.” + +»Ja, Michael.” + +Op dezen dag moest het riviertje Oka overgestoken worden. Maar het was +doorwaadbaar en de overtocht leverde dus geene moeielijkheid op. + +Het was eene bedekte lucht en eene draaglijke temperatuur. Het was +echter te vreezen dat het weder regenachtig zou worden, waardoor hunne +ellende nog zou toenemen. Zelfs vielen er eenige stortbuien, maar zij +hielden niet aan. + +Zoo liepen zij steeds door, hand in hand, weinig sprekende en Nadia +maar vooruit- en achterwaarts kijkende. Tweemaal daags hielden zij +stil. ’s Nachts rustten zij zes uur. In sommige hutten vond Nadia nog +eenig schapenvleesch, in dit land zoo overvloedig, dat het niet meer +dan twee en een halve kopek per pond geldt. + +Maar een lastdier, waarop Michael Strogoff gehoopt had, was in de +geheele streek niet te vinden. Paard, kameel, alles was gedood of +medegenomen. Zij moesten dus maar steeds te voet deze oneindige steppe +oversteken. Er ontbraken geene sporen van de derde Tartaarsche kolonne, +die zich op Irkoetsk richtte. Hier een dood paard, daar een verlaten +wagen. De lijken van ongelukkige Siberiërs waren, vooral bij den ingang +der dorpen, langs den weg verspreid. Nadia, haar afschrik bedwingende, +bekeek ze allen!.... + +Ten slotte lag het gevaar niet vooruit, maar achter hen. De voorhoede +van het hoofdleger van den emir, door Ivan Ogareff aangevoerd, kon zich +ieder oogenblik vertoonen. De schuiten van de beneden-Jeniseï +afgezonden, moesten nu te Krasnoïarsk zijn aangekomen en den overtocht +van den stroom dadelijk mogelijk maken. De weg lag dan voor de +overweldigers open. Tusschen Krasnoïarsk en het meer Baïkal kon geen +enkel Russisch korps hem dan versperren. Michael Strogoff was dus +voorbereid op de aankomst der Tartaarsche veldontdekkers. + +Nadia besteeg dan ook op elke rustplaats, eene of andere hoogte en keek +van daar, met alle aandacht, in eene westelijke richting; maar geen +enkel stofwolkje verraadde de verschijning eener ruiterbende. + +Vervolgens werd de tocht voortgezet, en als Michael Strogoff voelde dat +hij Nadia moest voortslepen, kortte hij zijn pas in. Zij praatten +weinig en enkel over Nikolaas. Het meisje bracht alles wat die makker +van een paar dagen voor hen geweest was, in herinnering. + +In zijne antwoorden aan haar liet Michael Strogoff altijd eenige hoop +doorschemeren, ofschoon hij die zelf niet koesterde; want hij wist dat +de ongelukkige den dood niet zou ontkomen. + +Eens zeide Michael Strogoff tot het meisje: + +»Nadia, gij spreekt nooit meer over mijne moeder?” + +Nadia wilde niet over zijne moeder spreken. Waartoe zijne smart weder +te verlevendigen? Was de oude Siberische vrouw niet dood? Had haar zoon +niet den laatsten kus gedrukt op dat lijk, dat op de bergvlakte van +Tomsk lag uitgestrekt? + +»Kom Nadia,” sprak Michael Strogoff, »spreek mij over haar! Gij zult er +mij genoegen mee doen!” + +En toen deed Nadia wat zij tot dusver niet gedaan had. Zij verhaalde +alles wat er tusschen Marfa en haar sedert hunne ontmoeting te Tomsk, +waar zij elkander voor het eerst zagen, was voorgevallen. Zij vertelde +hoe een onverklaarbaar instinct haar tot de bejaarde gevangene gedreven +had, zonder dat zij haar kende; welke zorgen zij aan haar had gewijd en +welke bemoediging zij van haar ontvangen had. Destijds was Michael +Strogoff voor haar niemand anders dan Nikolaas Korpanoff. + +»Dien ik steeds had moeten blijven!” antwoordde Michael Strogoff, wiens +voorhoofd betrok. + +Daarna liet hij er op volgen: + +»Ik heb mijn eed niet gehouden, Nadia. Ik had gezworen mijne moeder +niet te zullen zien!” + +»Maar Michael, gij hebt niet getracht om haar te zien. Alleen het +toeval heeft u in hare tegenwoordigheid gebracht.” + +»Ik had gezworen om, wat er ook gebeurde, mij zelven niet te verraden.” + +»Michael, Michael! Kondt gij weerstand bieden toen de zweep Marfa +Strogoff bedreigde! Er bestaat geen eed, die een zoon kan beletten om +zijne moeder te hulp te komen!” + +»Ik heb mijn eed niet gehouden, Nadia,” antwoordde Michael Strogoff. +»Mogen God en de Vader het mij vergeven.” + +»Michael,” zeide het meisje toen, »ik heb u eene vraag te doen. +Antwoord mij niet, indien gij meent mij geen antwoord te moeten geven. +Van uwe zijde kan niets mij beleedigen.” + +»Spreek, Nadia.” + +»Waarom maakt ge, nu de brief van den czaar u ontnomen is, toch zoo’n +haast om Irkoetsk te bereiken?” + +Michael Strogoff drukte de hand zijner gezellin nog sterker, maar hij +antwoordde niet. + +»Wist gij dan wat de brief inhield, vóor dat gij Moskou verliet?” +hernam Nadia. + +»Neen, ik wist het niet.” + +»Moet ik gelooven, Michael, dat de wensch om mij in handen van mijn +vader te stellen, u alleen naar Irkoetsk drijft?” + +»Neen, Nadia,” antwoordde Michael Strogoff ernstig. »Ik zou u +bedriegen, zoo ik u in dien waan liet. Ik ga derwaarts, waarheen mijn +plicht mij gebiedt te gaan. En wat het geleide naar Irkoetsk betreft, +zijt gij het niet Nadia die mij nu derwaarts voert. Hebt gij de +diensten, die ik u in den beginne bewees, niet honderdvoudig vergolden? +Ik weet niet of het noodlot ons zal blijven vervolgen, maar den dag +waarop gij mij dank zult zeggen omdat ik u bij uw vader heb gebracht, +dien dag ontvangt gij mijn dank omdat gij mij tot Irkoetsk geleid +hebt!” + +»Arme Michael!” antwoordde Nadia, zeer bewogen. »Spreek toch zoo niet! +Michael, ik verlang geen antwoord, maar waarom maakt ge nu zoo’n haast +om te Irkoetsk te komen?” + +»Omdat ik er vóor Ivan Ogareff moet zijn,” riep Michael Strogoff uit. + +»Nu nog?” + +»Nu nog, en ik zal er wezen!” + +En deze laatste woorden uitsprekende, werd Michael Strogoff niet enkel +door haat jegens den verrader gedreven. Maar Nadia begreep dat haar +makker niet alles zeide en dat hij alles niet kon zeggen. + +Drie dagen later, 15 September, bereikten beiden het stadje +Koeitoenskoë, op zeventig wersten afstands van Toeloenowskoë. Het +meisje liep met de ergste pijn. Hare bezeerde voeten konden haar +nauwelijks dragen. Maar zij bood weerstand aan—zij worstelde tegen de +vermoeienis en hare eenige gedachte was deze: + +»Omdat hij mij niet zien kan, zal ik loopen totdat ik er bij neerval!” + +Overigens ondervonden zij, na het vertrek der Tartaren, gedurende dit +gedeelte der reis, geen enkel beletsel of gevaar onder weg. + +Dit ging zoo drie dagen door. Het was zichtbaar dat de derde kolonne +der overweldigers in het oosten snelle vorderingen maakte. Het was op +te maken uit de verwoesting die zij achterliet, uit de asch die geen +rook meer verspreidde en uit de reeds ontbonden lijken die op den grond +lagen. + +In het westen ook niets te zien. De voorhoede van den emir vertoonde +zich niet. Michael Strogoff kwam tot de onwaarschijnlijkste +onderstellingen om deze vertraging te verklaren. Bedreigden de Russen, +in voldoende sterkte, Tomsk of Krasnoïarsk rechtstreeks? Liep de derde +kolonne, van de beide andere gescheiden, gevaar om afgesneden te +worden? Ware dit het geval, dan zou het den grootvorst gemakkelijk +vallen Irkoetsk te verdedigen en, wordt bij een inval tijd gewonnen, +dan is men op weg om hem afteslaan. + +Michael Strogoff gaf zich soms aan deze hoop over, maar hij zag spoedig +het hersenschimmige er van in en hij rekende slechts op zich zelven, +alsof het behoud van den grootvorst alleen in zijne handen gelegen had! + +Zestig wersten scheidden Koeitoenskoë van Timilteiskoë, een stadje +gelegen bij de Dinka, die in de Angara uitloopt. Michael Strogoff was +niet zonder vrees voor het beletsel dat die niet onbeteekenende stroom +op zijn weg zou kunnen opleveren. Ponten of schuiten te vinden, daar +was geen denken aan en uit vroegere ervaring wist hij dat hij moeilijk +te doorwaden was. Maar dat water, eens overgetrokken zijnde, zou geen +enkele stroom, geen enkele rivier hun weg naar Irkoetsk, twee honderd +dertig wersten verder, meer afbreken. + +Niet minder dan drie dagen werden vereischt om Kimilteiskoë te +bereiken. Nadia sleepte zich voort. Hoe sterk hare zedelijke kracht ook +ware, hare lichaamskracht was op het punt van haar te begeven. Michael +Strogoff wist het maar al te wel! + +Ware hij niet blind geweest, dan zou Nadia ongetwijfeld tegen hem +gezegd hebben: + +»Ga, Michael, laat mij in eene hut achter! Bereik Irkoetsk! Volbreng +uwe zending! Bezoek mijn vader! Zeg hem waar ik ben! Zeg hem, dat ik op +hem wacht en dan zult gij met u beiden mij wel kunnen terugvinden! +Vertrek! Ik ben niet bevreesd! Ik zal mij voor de Tartaren verbergen! +Ik zal voor mijn behoud zorgen, voor hem, voor u! Ga, Michael! Ik kan +niet meer gaan!....” + +Nadia was verscheidene malen genoodzaakt om stil te houden. Michael +Strogoff nam haar dan in zijne armen en van het oogenblik af dat hij +haar droeg, geene zorg over de vermoeienis van het meisje hebbende, +liep hij sneller en met zijn onvermoeiden pas. + +Den 18den September, ’s avonds tien uur, bereikten beiden eindelijk +Kimilteiskoë. Van den top eens heuvels bespeurde Nadia eene lichte +streep aan den gezichteinder. Het was de Dinka. Het weerlichtte en dit +schijnsel weerkaatste in hare wateren; het ging van geen donder +vergezeld en bepaalde zich dus tot het verlichten der vlakte. + +Nadia geleidde haar makker door het verwoeste stadje. De asch, door den +brand achtergelaten, was koud. Het was zeker vijf of zes dagen geleden, +dat de laatste Tartaren er langs getrokken waren. + +Aan de laatste huizen van het vlek gekomen, viel Nadia op eene steenen +bank neder. + +»Houden we stil?” vroeg Michael Strogoff. + +»Het is nacht geworden, Michael,” antwoordde Nadia. »Wilt gij niet een +paar uur rust nemen?” + +»Ik zou gaarne de Dinka hebben overgetrokken,” was het antwoord van +Michael Strogoff; »ik had haar tusschen ons en de voorhoede van den +emir gewenscht. Maar, mijne arme Nadia, gij kunt u zelfs niet meer +voortslepen!” + +»Kom, Michael,” antwoordde Nadia, die de hand van haar makker vatte en +hem meevoerde. + +Het was twee of drie wersten verder dat de Dinka den weg naar Irkoetsk +sneed. Het meisje wilde de laatste poging, die haar makker van haar +verlangde, beproeven. Beiden liepen dus voort bij het schijnsel van het +weerlicht. Zij doorkruisten toen eene onbegrensde woestenij, waarin het +riviertje verdween. Geen boom, geen heuveltje stak boven de +uitgestrekte vlakte uit, die weder een aanvang der Siberische steppe +was. Geen zuchtje zweefde er door den dampkring, die zoo stil was dat +het minste geluid zich op onbepaalden afstand zou hebben voortgeplant. + +Plotseling stonden Michael Strogoff en Nadia stil, alsof hunne voeten +in eene spleet van den grond beklemd waren geraakt. + +Er had zich een geblaf door de steppe laten hooren. + +»Hebt gij ’t gehoord?” zeide Nadia. + +Daarop volgde een akelige kreet, een wanhoopskreet als het laatste +hulpgeschrei van een menschelijk wezen dat den dood nabij is. + +»Nikolaas! Nikolaas!” riep het meisje uit, als door een somber +voorgevoel gedreven. + +Michael Strogoff, die luisterde, schudde het hoofd. + +»Kom, Michael, kom!” zeide Nadia. + +En zij, die zooeven zich nauwelijks kon voortslepen, herkreeg nu +plotseling hare krachten, onder den invloed eener hevige +opgewondenheid. + +»Zijn wij van den weg af?” zeide Michael, die bemerkte dat hij den +mullen weg niet meer betrad, maar het korte gras onder zijne voeten +had. + +»Ja.... het moet!....” antwoordde Nadia. »Daar rechts is de kreet +vandaan gekomen!” + +Eenige minuten later waren beiden geene halve werst meer van de rivier +verwijderd. + +Andermaal werd geblaf gehoord en hoewel het zwakker klonk, was het +niettemin dichterbij. Nadia stond stil. + +»Ja,” zeide Michael. »Het is Serko die blaft! Hij is zijn meester +gevolgd.” + +»Nikolaas,” schreeuwde het meisje. + +Op haar geroep volgde geen antwoord. + +Slechts vlogen eenige roofvogels op, die in het luchtruim verdwenen. + +Michael Strogoff luisterde met inspanning. Nadia beschouwde de vlakte, +met lichtende strepen overdekt en die als een spiegel glinsterde, maar +zij zag niets. + +En, toch werd er eene stem hoorbaar die nu, op een klagenden toon, +stamelde: »Michael....” + +Daarop sprong een geheel met bloed overdekte hond op Nadia los! Het was +Serko! + +Nikolaas kon niet ver weg zijn! Niemand anders dan hij had den naam van +Michael kunnen stamelen! Waar was hij? Nadia bezat zelfs geene kracht +meer om hem te roepen. + +Michael Strogoff zocht, over den grond kruipende, met zijne handen. +Plotseling blafte Serko opnieuw en snelde hij op een reusachtigen vogel +toe, die langs den grond streek. + +Het was een gier. Toen Serko op hem toesprong, steeg hij op; maar +terugkeerende, sloeg hij op den hond los! Deze sprong nogmaals naar den +gier! Een hevige slag met den geweldigen snavel trof zijn kop en +ditmaal viel Serko levenloos ter aarde. Terzelfder tijde ontsnapte een +kreet van afgrijzen aan Nadia! + +»Daar... daar!” zeide zij. + +Een hoofd stak boven den grond uit. Zonder het heldere schijnsel dat +het uitspansel afstraalde, zou zij er met den voet tegen geschopt +hebben. + +Nadia wierp zich, bij dit hoofd, op de knieën. + +Nikolaas, naar Tartaarsche gewoonte tot aan den hals toe begraven, was +in de steppe achtergelaten, om er van honger en dorst of wellicht door +het gebit der wolven of den snavel der roofvogels om te komen. +Schrikkelijke marteling van een in den bodem ingekerkerd slachtoffer, +dat door de aarde die het niet verwijderen kan, saamgeperst wordt, +terwijl de armen nauwsluitend aan het lichaam zijn bevestigd, gelijk +die van een lijk in zijn doodkist! Den veroordeelde levende in dien +leemen vorm, dien hij niet verbreken kan, blijft niets over dan den +dood aan te roepen, die te lang uitblijft! + +Daar hadden de Tartaren sedert drie dagen hun gevangene begraven!... +Sedert drie dagen wachtte Nikolaas op hulp, die te laat zou komen! + +De gieren hadden dat hoofd, gelijk met den grond opgemerkt en sedert +eenige uren verdedigde de hond zijn meester tegen die woeste vogels! + +Michael Strogoff dolf de aarde met zijn mes op om dien levende te +ontgraven! + +De tot dusverre gesloten oogen van Nikolaas, gingen weder open. + +Hij herkende Michael en Nadia en vervolgens prevelde hij. + +»Vaartwel, vrienden. Ik ben tevreden dat ik u heb wedergezien! Bidt +voor mij!...” + +En dit waren zijne laatste woorden. + +Michael Strogoff ging voort met in den grond te graven, die door het +vaststampen zoo hard als eene rots was geworden en hij slaagde er +eindelijk in er het lichaam van den ongelukkige uit te halen. Hij +luisterde of zijn hart nog klopte! Het klopte niet meer. + +Toen besloot hij het te begraven, opdat het niet op de steppe bloot zou +liggen en daarom maakte hij het gat, waarin Nikolaas begraven was, +wijder en dieper, zoodanig dat hij hem er dood in kon leggen. De trouwe +Serko zou naast zijn meester geplaatst worden. + +Op dit oogenblik werd er, op hoogstens een halve werst afstands een +groot gedruisch op den weg vernomen. + +Michael Strogoff luisterde. + +Uit het gedruisch maakte hij op dat eene afdeeling ruiters zich naar de +Dinka richtte. + +»Nadia! Nadia!” zeide hij zacht. + +Nadia die lag te bidden stond nu op. + +»Kijk! kijk toch!” sprak hij tot haar. + +»De Tartaren!” mompelde zij. + +Inderdaad was het de voorhoede van den emir, die snel op den weg naar +Irkoetsk voorbij reed. + +»Toch zullen zij mij niet beletten hem te begraven!” zeide Michael +Strogoff. + +En hij zette zijn arbeid voort. + +Weldra werd het lichaam van Nikolaas, met de armen over de borst +gekruist, in het graf nedergelegd. Michael Strogoff en Nadia deden op +de knieën liggende, het laatste gebed voor het arme, goedhartige wezen, +dat zijne gehechtheid aan hen met zijn leven betaald had. + +»En nu,” zeide Michael Strogoff, terwijl hij de aarde er weder over +wierp, »zullen de wolven der steppe hem niet verslinden.” + +Daarna hief hij de hand dreigend naar de voorbijgaande ruiters op. + +»Op weg, Nadia!” zeide hij. + +Michael Strogoff kon den weg, nu door de Tartaren ingenomen, niet meer +volgen. Hij moest dwars door de steppe gaan en Irkoetsk omtrekken. Over +den overtocht der Dinka behoefde hij zich niet meer te bekommeren. + +Nadia kon zich niet verder voortslepen, maar zij kon voor hem zien. Hij +nam haar in zijne armen en trok het zuidwesten der provincie in. + +Hij had nog meer dan tweehonderd wersten te doorloopen. Hoe legde hij +ze af? Hoe kwam het dat hij onder zooveel vermoeienis niet bezweek? Hoe +kwam hij onderweg aan voedsel? Door welke bovenmenschelijke wilskracht +kwam hij over de eerste hellingen van het Saïansk-gebergte? Noch Nadia, +noch hij hadden op die vragen antwoord kunnen geven. + +En nochtans lag twaalf dagen later, ’s avonds zes uur, een onmetelijk +waterbekken aan de voeten van Michael Strogoff. + +Het was het meer Baïkal. + + + + + + + + +XXVII. + +BAÏKAL EN ANGARA. + + +Het meer Baïkal ligt zeventienhonderd voet boven het oppervlak der zee. +Het is bijna negenhonderd wersten lang en honderd breed. Zijne diepte +is niet bekend. Mevrouw Bourboulon verhaalt dat het, naar het zeggen +der schippers, »Mevrouw Zee” wil genoemd worden. Indien men ’t +»Mijnheer Meer” noemt wordt het dadelijk onstuimig. Intusschen wil de +legende dat er nimmer een Rus in verdronken is. + +Dit onmetelijk zoetwater-bekken, door meer dan driehonderd rivieren +gevoed, wordt door een prachtigen ring van vulkanische bergen omlijst. +Het heeft geen anderen uitloop dan de Angara, die, na langs Irkoetsk te +zijn gestroomd, zich een weinig boven de stad Jeniseïsk in de Jeniseï +werpt. De bergen, die het omringen, vormen een tak van het +Toengoes-gebergte en zij behooren tot het uitgestrekte gebied van het +Altaï-gebergte. + +De koude deed zich op dit tijdstip reeds gevoelen. Zooals het in deze +aan eene bijzondere luchtgesteldheid onderhevige landstreek gebeurt, +scheen de herfst in een vroegtijdigen winter te zullen overgaan. Het +was in de eerste dagen van October. De zon verliet den gezichteinder nu +om vijf uur ’s avonds en de lange nachten deden den thermometer op nul +dalen. De eerste sneeuw, die tot aan den zomer zou aanhouden, bedekte +de bergkruinen in den omtrek van het Baïkalmeer. Dit binnenmeer, +gedurende den Siberischen winter verscheidene voeten dik bevroren, +wordt dan in alle richtingen door sleden van koeriers en karavanen +doorkruist. + +Of het is omdat men, de regels der wellevendheid vergetende, het den +naam geeft van »Mijnheer Meer” of wel om eenige andere weerkundige +reden, zeker is het dat het Baïkalmeer aan hevige stormen onderhevig +is. Zijne golven, kort als die van alle binnenzeeën, zijn zeer +gevaarlijk voor vlotten, schuiten en stoombooten, die het des zomers +bevaren. + +Michael Strogoff kwam nu aan de zuidwestelijke punt van dit meer aan, +terwijl hij Nadia, wier leven zich tot hare oogen bepaalde, in zijne +armen droeg. Wat konden zij in dit woeste gedeelte der provincie anders +verwachten dan van uitputting en van gebrek om te komen? En wat bleef +er intusschen van den langen weg van zesduizend wersten nog afteleggen +door den koerier van den czaar, zoo hij zijn doel wilde bereiken? + +Slechts zestig wersten over het meer naar de monding der Angara en +tachtig wersten van den mond der Angara tot Irkoetsk: in het geheel +honderd veertig wersten, dat is drie dagreizen voor een gezond, +krachtig man, al ging hij te voet. + +Was Michael Strogoff nog zoo’n man? + +Ongetwijfeld wilde de hemel hem deze proef besparen. Het noodlot, dat +hem vervolgde, scheen hem eenige oogenblikken rust te willen gunnen. +Dit uiteinde van het Baïkalmeer, dit gedeelte der steppe, dat hij +verlaten waande en dat zulks anders altijd is, was het nu niet. + +Een vijftigtal personen bevonden zich in den hoek door de +zuidwestelijke punt van het meer gevormd. + +Nadia bespeurde dien hoop menschen dadelijk toen Michael Strogoff, haar +dragende, den bergpas uitstapte. + +Het meisje vreesde in het eerst dat het eene Tartaarsche afdeeling was, +afgezonden om de oevers van het meer Baïkal af te stroopen, in welk +geval de vlucht voor beiden onmogelijk ware geweest. + +Maar Nadia werd, in dit opzicht, spoedig gerustgesteld. + +»Russen!” riep zij uit. + +En, na deze laatste inspanning, sloten hare oogleden zich weder en zonk +haar hoofd op de borst van Michael Strogoff. + +Maar zij waren opgemerkt en eenige Russen, die naar hen toeliepen, +brachten den blinde en het meisje naar een smallen oever, waar een vlot +vastgemeerd lag. + +Het vlot lag tot vertrek gereed. + +Die Russen waren vluchtelingen van elken stand, door éénzelfde belang +op dit punt van het Baïkalmeer vereenigd. Door de Tartaarsche +veldontdekkers afgewezen, beproefden zij eene wijkplaats in Irkoetsk te +vinden en dit land niet kunnende bereiken, sedert de overweldigers de +beide oevers der Angara bezet hadden, hoopten ze er te komen door den +stroom, die de stad doorsnijdt, af te zakken. + +Hun voornemen deed het hart van Michael Strogoff opspringen. Er +vertoonde zich eene laatste kans in zijn spel. Maar hij had de kracht +om te veinzen, daar hij zijn incognito nog strenger dan vroeger wilde +bewaren. + +Het plan der vluchtelingen was zeer eenvoudig. Een stroom van het +Baïkalmeer trekt langs den bovenoever tot aan de monding der Angara. +Van dezen stroom wilden zij gebruik maken om allereerst den uitloop van +het Baïkalmeer te bereiken. Van dit punt tot Irkoetsk zou het +snelvlietende water van den stroom hen met een spoed van tien tot +twaalf wersten per uur meevoeren. Zij zouden in anderhalven dag in het +gezicht der stad zijn. + +Geen enkel vaartuig was in deze streek aanwezig. Men had er dus iets op +moeten verzinnen. Er was een vlot gebouwd of liever een houtsleep, +zooals er gewoonlijk de Siberische rivier afzakken. Een pijnboomenwoud, +dat zich op den oever verhief, had de drijvende bouwstoffen geleverd. +De boomstammen met teenen aan elkander verbonden, vormden een plat, +waarop honderd menschen gemakkelijk plaats zouden hebben gevonden. + +Op dit vlot werden Michael Strogoff en Nadia overgebracht. Het meisje +was weder tot zichzelve gekomen. Men gaf haar en haren makker eenig +voedsel. Daarna viel zij, op een bed van bladeren, spoedig in een +diepen slaap. + +Michael Strogoff vertelde aan hen, die hem ondervroegen, niets van de +zaken die te Tomsk waren voorgevallen. Hij gaf zich uit voor een +inwoner van Krasnoïarsk, die Irkoetsk niet had kunnen bereiken voordat +de troepen van den emir op den linkeroever der Dinka waren aangekomen +en hij voegde er bij dat het gros der Tartaarsche troepen +waarschijnlijk voor de hoofdstad van Siberië stelling had genomen. + +Er viel dus geen oogenblik te verliezen. Bovendien werd de koude steeds +vinniger. De temperatuur daalde gedurende den nacht, beneden nul. Er +hadden zich reeds ijsschotsen op de oppervlakte van het meer Baïkal +gevormd. Zoo het vlot op het meer gemakkelijk kon varen, tusschen de +oevers van de Angara zou dit, indien de ijsschotsen zijn loop +belemmerden, niet het geval zijn. + +Om al deze redenen moesten de vluchtelingen met hun vertrek spoed +maken. + +Te acht uur des avonds werden de touwen losgegooid en door de werking +van den stroom, volgde het vlot de kust. Lange boomen, door eenige +stevige moejieks gehanteerd, waren voldoende om het in de goede +richting te houden. + +Een oude schipper van het meer Baïkal had het bevel over het vlot op +zich genomen. Het was een man van vijf en zestig jaar, door de +windvlagen van het meer geheel verweerd. Een zeer dikke, witte baard +hing op zijne borst neder. Eene bonten muts bedekte zijn ernstig en +eerbiedwaardig hoofd. Zijn wijde en lange schanslooper, om zijn middel +gesloten, viel hem tot op de hielen. Deze stilzwijgende grijsaard, die +achter op het vlot zat, gaf zijne bevelen door gebaren, en hij sprak in +tien uren geen tien woorden. Overigens bestond de besturing slechts in +de zorg om het vlot in den langs de kust loopenden stroom te houden, en +te zorgen dat het niet in het volle meer geraakte. + +Zooeven is gezegd dat Russen van allerlei stand op het vlot plaats +hadden genomen. Inderdaad hadden zich bij de inlandsche moejieks, +mannen, vrouwen, grijsaards en kinderen, twee of drie door den inval +verraste pelgrims gevoegd, zoomede eenige monniken en een pope. De +pelgrims droegen den reisstaf, eene aan den gordel bevestigde kalebas +en zij zongen psalmen op een klagenden toon. De eene kwam uit de +Ukraïne, de andere van de Gele Zee, de derde uit Finland. De laatste, +reeds hoog bejaard, droeg aan den gordel eene offerbus met een hangslot +er aan, even alsof ze aan een kerkpijler was opgehangen. Van alles wat +hij gedurende dien langen en vermoeienden omgang ophaalde, was niets +voor hem zelven en hij had zelfs geen sleutel van het hangslot, dat +eerst bij zijn terugkeer werd geopend. + +De monniken kwamen uit het noorden des rijks. Zij hadden sedert drie +maanden Archangel verlaten, de stad waaraan de reizigers terecht een +Oostersch aanzicht hebben opgemerkt. Zij hadden de Heilige eilanden, op +de kust van Karelië bezocht, zoomede het klooster Solowetsk, het +klooster Troïtsa, de kloosters van den Heiligen Antonius en van de +Heilige Theodosia te Kiew, dat oude lievelingsoord der Jagellonen, het +mannenklooster van Siméonow te Moskou, dat van Kasan, zoomede de kerk +der Oud-Geloovigen aldaar en zij begaven zich nu naar Irkoetsk, gekleed +in eene pij, eene kap en verdere kleederen uit saai vervaardigd. + +De pope was een eenvoudig dorpspriester, een dier zes honderd duizend +herders die het Russische rijk telt. Hij was even ellendig als de +moejieks gekleed, boven wie hij in werkelijkheid ook niet verheven was, +daar hij rang noch macht in de kerk bezat en hij, als een boer, zijn +stukje grond bearbeidde, voor het overige doopende, in den echt +verbindende en begravende. Hij had zijne kinderen en zijne vrouw aan de +gewelddadigheden der Tartaren kunnen onttrekken, door hen naar de +Noordelijke provinciën te zenden. Hij was echter tot het laatste +oogenblik in zijn kerspel gebleven. Vervolgens was hij genoodzaakt om +te vluchten en, daar de weg naar Irkoetsk versperd was, had hij het +meer Baïkal moeten trachten te bereiken. + +Die verschillende geestelijken, voor op het vlot in groepen gezeten, +baden op geregelde tijdstippen, de stem in dezen stillen nacht +verheffende; terwijl aan het slot van elk vers van hun gebed het »Slava +Bogu” (Glorie zij God), over hunne lippen kwam. + +Er viel gedurende de vaart niets bijzonders voor. Nadia bleef in een +diepe sluimering verzonken. Michael Strogoff had bij haar gewaakt. De +slaap had hem slechts bij korte tusschenpoozen overmeesterd, terwijl +zijne gedachte steeds wakker bleef. + +Bij het aanbreken van den dag was het vlot, opgehouden door tegenwind +die de werking van den stroom belemmerde, nog op veertig wersten van de +uitmonding der Angara. Waarschijnlijk zou het die niet voor drie of +vier uur ’s namiddags bereiken. Dit was geen bezwaar, integendeel, want +nu konden de vluchtelingen den stroom des nachts afzakken en zou de +duisternis hunne aankomst te Irkoetsk begunstigen. + +De eenige vrees, die de schipper verscheidene malen te kennen gaf, +betrof het ontstaan van ijs op de oppervlakte van het water. De nacht +was buitengemeen koud geweest. Men zag vrij talrijke ijsschotsen onder +den invloed des winds, in eene westelijke richting drijven. Deze waren +echter niet te duchten omdat zij niet in de Angara konden afdrijven, +daar zij reeds voorbij hare monding waren. Maar men moest aan de +schotsen denken die uit de oostelijke gedeelten van het meer kwamen en +die door den stroom nader gebracht, zich tusschen de oevers van den +stroom konden vastzetten. Daaruit konden bezwaren en vertragingen +voortspruiten, misschien wel een onoverkomelijk beletsel dat het vlot +kon tegenhouden. + +Michael Strogoff had er dus het grootste belang bij om den toestand van +het meer te kennen en te weten of de ijsschotsen zich in grooten getale +opdeden. Nadia ontwaakt zijnde, ondervroeg hij haar dikwijls en zij gaf +hem verslag van alles wat op de oppervlakte der wateren voorviel. + +Terwijl de ijsschotsen zoo afdreven, vertoonden zich merkwaardige +natuurverschijnselen op de oppervlakte van het Baïkalmeer. Het was een +prachtig springen van bronnen kokend water, opstijgende uit de +artesische putten die de natuur zelve in de bedding van het meer +geboord heeft. Deze stralen verhieven zich tot eene groote hoogte en +verspreidden zich daarna in dampen, waar de zonnestralen regenbogen op +vormden, die door de koude oogenblikkelijk verdikt werden. Zeker zou +dit belangwekkende schouwspel den blik verrukt hebben van den reiziger, +die, in vollen vrede en voor zijn genoegen, op deze Siberische zee had +gereisd. + +Om vier uur ’s avonds werd de mond van de Angara door den ouden +schipper tusschen de hooge granietrotsen der kust verkend. Men +bespeurde op den rechteroever de kleine haven van Livenitchnaïa, zijne +kerk en zijne op den oever gebouwde huisjes. + +Maar eene ernstige omstandigheid was het dat de eerste ijsschotsen, uit +het oosten komende, reeds tusschen de oevers der Angara afdreven en dat +zij bijgevolg naar Irkoetsk afzakten. Intusschen kon hun aantal nog +niet groot genoeg zijn om den stroom te verstoppen, noch de koude hevig +genoeg om ze te doen samenpakken. + +Het vlot bereikte het haventje en hield er stil. De oude schipper had +beslist dat daar een uur zou worden stil gehouden om eenige +noodzakelijke herstellingen te doen. De losgeraakte boomstammen liepen +gevaar zich van elkander te verwijderen en het kwam er op aan ze stevig +te verbinden om den zeer snellen stroom der Angara weerstand te kunnen +bieden. + +Gedurende het schoone jaargetijde is de haven van Livenitchnaïa een +station voor het in- en ontschepen der reizigers op het meer Baïkal, +hetzij dat zij zich naar Kiachta, de laatste stad op de +Russisch-Chineesche grens begeven, hetzij zij vandaar terugkeeren. Zij +wordt dus druk bezocht door de stoombooten en de kustvaarders van het +meer. + +Maar op dit oogenblik was Livenitchnaïa verlaten. Zijne inwoners wilden +zich niet blootstellen aan de verwoestingen der Tartaren, die nu de +beide oevers der Angara afliepen. Zij hadden de kleine vloot van +schuiten en booten, die gewoonlijk in hunne haven overwintert, naar +Irkoetsk gezonden, en voorzien van al wat vervoerbaar was, hadden zij +tijdig de wijk binnen de hoofdstad van Oost-Siberië genomen. + +De oude schipper verwachtte dus niet nieuwe vluchtelingen in de haven +van Livenitchnaïa te zullen opnemen en echter kwamen er, op het +oogenblik dat het vlot aan wal kwam, uit een ledig huis, twee +passagiers zoo hard zij konden, op den oever aanloopen. + +Nadia, die achterop zat, keek met een verstrooiden blik. + +Bijna ontsnapte haar een kreet. Zij greep de hand van Michael Strogoff, +die, bij deze beweging, het hoofd oprichtte. + +»Wat hebt ge, Nadia?” vroeg hij. + +»Michael, daar zijn onze twee reismakkers.” + +»Die Franschman en de Engelschman, die wij in de bergpassen van den +Oeral ontmoet hebben?” + +»Ja.” + +Michael Strogoff sidderde, want het strenge incognito dat hij niet +wilde opgeven, liep gevaar opgeheven te worden. + +Inderdaad zouden Alcide Jolivet en Harry Blount in hem niet meer +Nikolaas Korpanoff zien, maar wel den echten Michael Strogoff, den +koerier van den czaar. + +De beide dagbladschrijvers hadden hem reeds twee keer ontmoet na hunne +scheiding op de wisselplaats te Ichim: de eerste maal in het kamp van +Zabediero, toen hij het gelaat van Ivan Ogareff met den knoet +doorstriemde; de tweede keer te Tomsk toen hij door den emir +veroordeeld werd. Zij wisten dus waaraan zij zich, ten zijnen aanzien, +te houden hadden, ook wat zijne werkelijke hoedanigheid betrof. + +Michael Strogoff nam een snel besluit. + +»Nadia,” zeide hij, »zoodra die Franschman en die Engelschman scheep +zullen zijn, verzoek hen dan om bij mij te komen.” + +Inderdaad waren het Harry Blount en Alcide Jolivet, die, even als +Michael Strogoff, niet door het toeval, maar door den drang der +gebeurtenissen naar de haven van Livenitchnaïa gedreven waren. + +Men weet dat ze, na den intocht der Tartaren te Tomsk te hebben +bijgewoond, vertrokken waren vóor de wreede terechtstelling, die het +feest besloot. Zij twijfelden er dus niet aan of hun makker was ter +dood gebracht; dat hij op last van den emir blind was gemaakt, wisten +ze niet. + +Na zich van paarden voorzien te hebben, hadden zij dienzelfden avond +Tomsk verlaten, met het vaste voornemen om voortaan hunne berichten uit +de Russische legerplaatsen in Oost-Siberië te dagteekenen. + +Alcide Jolivet en Harry Blount begaven zich met versnelden marsch naar +Irkoetsk. Zij hoopten er Feofar-Khan voor te zijn en zouden zulks ook +geweest zijn, zonder de plotselinge verschijning van de derde, uit de +zuidelijke streken der Jeniseï-vallei aanrukkende kolonne. Evenals +Michael Strogoff werden zij afgesneden vóor zij de Dinka bereikten en +moesten zij daarom weder tot aan het meer Baïkal afzakken. + +Toen zij te Livenitchnaïa aankwamen, vonden zij de haven reeds ledig. +Van eene andere zijde konden zij Irkoetsk niet bereiken, dat door de +Tartaren reeds omsingeld was. Zij vertoefden er dus reeds drie dagen in +groote verlegenheid, toen het vlot aankwam. + +Het oogmerk der vluchtelingen werd hun toen medegedeeld. Zeker was er +wel kans om gedurende den nacht door te sluipen en binnen Irkoetsk te +komen. Ze besloten dus de zaak te beproeven. + +Alcide Jolivet stelde zich dadelijk met den ouden schipper in +betrekking en vroeg hem overtocht van zijn makker en hem, met aanbod +elken prijs, dien hij eischte, te zullen betalen. + +»Hier wordt niet betaald,” antwoordde de oude schipper op ernstigen +toon, »men waagt zijn leven, en daarmee uit.” + +De beide dagbladschrijvers kwamen aan boord en Nadia zag hen plaats +nemen op het voorste gedeelte van het vlot. + +Harry Blount was nog steeds de koele Engelschman die haar, gedurende +den overtocht van het Oeral-gebergte, nauwelijks een woord had +toegesproken. + +Alcide Jolivet scheen iets ernstiger dan gewoonlijk en het valt niet te +ontkennen dat zijn ernst door de omstandigheden wel gerechtvaardigd +was. + +Alcide Jolivet zat dus voor op het vlot, toen hij eene hand op zijn arm +voelde. + +Hij keerde zich om en herkende Nadia, de zuster niet van Nikolaas +Korpanoff, maar van Michael Strogoff, koerier van den czaar. + +Een kreet van verrassing ontsnapte hem bijna, maar hij zag dat het +meisje een vinger aan hare lippen bracht. + +»Kom mede,” zeide Nadia. + +En terwijl Alcide Jolivet aan Harry Blount een teeken gaf om hem te +vergezellen, volgde hij haar met een onverschillig gelaat. + +Maar was de verrassing der dagbladschrijvers groot, toen zij Nadia op +het vlot ontmoetten, zij kende geene grenzen toen zij Michael Strogoff +bespeurden, dien zij niet meer onder de levenden waanden. + +Op hunne nadering, maakte Michael Strogoff geene beweging. + +Alcide Jolivet wendde zich daarop tot het meisje. + +»Hij ziet u niet, heeren,” zeide Nadia. »De Tartaren hebben hem de +oogen uitgebrand! Mijn arme broeder is blind!” + +Een levendig gevoel van medelijden vertoonde zich op het gelaat van +Alcide Jolivet en van zijn makker. + +Een oogenblik later zaten ze naast Michael Strogoff, drukten hem de +hand en wachtten tot dat hij hen aansprak. + +»Heeren,” zeide Michael Strogoff op zachten toon, »gij behoort niet te +weten wie ik ben, noch wat ik in Siberië ben komen uitvoeren. Ik vraag +u om mijn geheim te eerbiedigen. Belooft gij mij dat?” + +»Op mijne eer,” antwoordde Alcide Jolivet. + +»Op mijn woord van gentleman,” voegde Harry Blount er bij. + +»Goed, heeren.” + +»Kunnen wij u van eenigen dienst zijn?” vroeg Harry Blount. »Wilt gij +dat wij u helpen om uwe taak te volbrengen?” + +»Ik geef er de voorkeur aan om alleen te handelen,” was het antwoord +van Michael Strogoff. + +»Maar die schelmen hebben u het gezicht vernietigd,” zeide Alcide +Jolivet. + +»Ik heb Nadia en haar oogen zijn mij voldoende.” + +Een half uur later voer het vlot, na het haventje van Livenitchnaïa +verlaten te hebben, den stroom op. Het werd nacht. Hij zou zeer donker +en ook zeer koud zijn, want de temperatuur was reeds onder nul. + +Maar al hadden Alcide Jolivet en Harry Blount geheimhouding beloofd, +toch verlieten zij Michael Strogoff niet. Zij praatten zachtjes en, +hetgeen hij wist aanvullende met hetgeen hij van hen vernam, kon de +blinde zich van den stand van zaken een duidelijk denkbeeld vormen. + +Het was zeker dat de Tartaren Irkoetsk omsingeld hadden en dat de drie +kolonnes de vereeniging hadden volbracht. Er viel dus niet aan te +twijfelen dat de emir en Ivan Ogareff zich voor de hoofdstad bevonden. + +Maar waarom had de koerier van den czaar, nu hij den keizerlijken brief +niet meer aan den grootvorst kon overhandigen en daar de inhoud hem +onbekend was, nog zoo’n haast om te Irkoetsk aan te komen? Alcide +Jolivet en Harry Blount begrepen het evenmin, als Nadia het had +begrepen. + +Overigens werd er over het verledene niet gesproken, vóor het oogenblik +dat Alcide Jolivet tegen Michael Strogoff meende te moeten zeggen: + +»Wij zijn haast verplicht onze verontschuldiging er over te maken dat +wij u, vóor onze scheiding op de pleisterplaats te Ichim, de hand niet +gegeven hebben.” + +»Neen, gij hadt het recht mij als een lafaard te beschouwen!” + +»In ieder geval,” voegde Alcide Jolivet er bij, »hebt gij het gelaat +van dien ellendeling maar aardig geknoet en hij zal er langen tijd het +merk van vertoonen!” + +»Neen, niet lang!” antwoordde Michael Strogoff eenvoudig. + +Een half uur na het vertrek van Livenitchnaïa waren Alcide Jolivet en +zijn makker op de hoogte van de wreede beproevingen die Michael +Strogoff en zijne gezellin ondergaan hadden. Zij hadden niets dan +bewondering voor eene wilskracht, slechts door de opoffering van het +meisje geëvenaard. En over Michael Strogoff dachten ze precies +overeenkomstig hetgeen de czaar van hem te Moskou had gezegd: + +»Waarlijk, het is een man!” + +Het vlot gleed snel voort tusschen de ijsschotsen die de stroom der +Angara medevoerde. Een beweeglijk panorama ontrolde zich langs de beide +oevers van den stroom en, door een gezichtsbedrog scheen het alsof de +drijvende toestel onbeweeglijk bleef tegenover die opeenvolging van +schilderachtige gezichtspunten. Hier waren het hooge granietachtige +voorgebergten; daar woeste berg-engten waaruit een stortvloed te +voorschijn kwam; soms eene breede insnijding met een nog rookend dorp +en dan weder dichte pijnboom-wouden die helle vlammen vertoonden. Maar +zoo de Tartaren overal sporen van hun doortocht hadden achtergelaten, +henzelven zag men nog niet, omdat zij aan de toegangswegen naar +Irkoetsk gelegerd waren. + +In den tusschentijd vervolgden de pelgrims, met luider stem, hunne +gebeden en hield de oude schipper, de ijsschotsen, die het te dicht +naderde, op zijde duwende, het vlot in het midden van den snellen +stroom der Angara. + + + + + + + + +XXVIII. + +TUSSCHEN TWEE OEVERS. + + +Zooals de toestand van den hemel het deed vooruit zien, was de geheele +streek om acht uur ’s avonds in diepe duisternis gehuld. De maan, nieuw +zijnde, zou niet boven den gezichteinder verschijnen. De oevers waren +uit het midden van den stroom niet te zien. De steile gebergten langs +de rivier liepen op eene geringe hoogte ineen met de zware wolken, +waarin geen beweging was. Bij tusschenpoozen kwam er een zuchtje uit +het oosten, dat in de enge vallei van de Angara scheen weg te sterven. + +De duisternis kon de plannen der vluchtelingen niet anders dan zeer +bevorderen. Want hoewel Tartaarsche schildwachten langs beide oevers +geplaatst moesten zijn, had het vlot alle kans om ongemerkt voorbij te +varen. Ook was het niet waarschijnlijk dat de belegeraars den stroom +boven Irkoetsk zouden hebben versperd, daar zij wisten, dat de Russen +uit het zuiden der provincie geene hulp konden verwachten. Bovendien +zou de natuur zelve die afsluiting hebben gemaakt, als zij door de +koude de ijsschotsen, tusschen de beide oevers opgehoopt, aan elkander +zou hebben doen vastmetselen. + +Aan boord van het vlot heerschte nu volkomen stilte. Sedert het den +stroom afdreef, werden de stemmen der pelgrims niet meer vernomen. Zij +baden nog, maar hun gebed bestond nu in een geprevel dat aan wal niet +meer gehoord kon worden. Plat uitgestrekt verbrak het uitstekende +hunner lichamen nauwelijks de horizontale lijn van het water. De oude +schipper die vooruit bij zijne manschappen lag, hield zich slechts +onledig met de ijsschotsen wegteduwen, hetgeen zonder geraas +geschiedde. + +Indien de drijvende ijsschotsen later geen onoverkomelijk beletsel voor +de doorvaart van het vlot opleverden, vormden zij op zich zelven eene +gunstige omstandigheid. Inderdaad liep het vlot, indien het alléen op +de open wateren gedreven had, veel kans van zelfs te midden der dichte +duisternis, ontdekt te worden, terwijl het nu ineensmolt met de +drijvende massa’s van allerlei grootte en vorm en het geraas der tegen +elkander stootende blokken tevens elk verdacht geluid overstemde. + +Eene zeer scherpe koude vervulde den dampkring. De vluchtelingen, die +geene andere beschutting dan eenige berketakken hadden, leden er +vreeselijk onder. Zij drongen zich tegen elkander aan om de daling der +temperatuur, die dezen nacht tot tien graden onder nul zou gaan, beter +te kunnen verdragen. De zwakke wind die opstak, na over de oostelijke +met sneeuw bedekte bergen te zijn gestreken was zeer snijdend. + +Michael Strogoff en Nadia, achter op het vlot liggende, verdroegen +zonder klagen, deze verzwaring van lijden. Alcide Jolivet en Harry +Blount, in hunne nabijheid gezeten, weerstonden zoo goed mogelijk de +eerste aanvallen van den Siberischen winter. Geen hunner sprak nu meer, +zelfs niet in stilte. Overigens letten zij alleen op den toestand +waarin men verkeerde. Ieder oogenblik kon zich eene gebeurtenis, een +gevaar, een ramp voordoen, waar zij niet zonder letsel zouden afkomen. + +Voor iemand, die weldra zijn doel dacht te bereiken, scheen Michael +Strogoff bijzonder kalm. Overigens had zijne wilskracht hem, in de +ernstigste verwikkelingen, nimmer verlaten. Hij voorzag reeds het +oogenblik dat het hem eindelijk vergund zou wezen aan zijne moeder, aan +Nadia, aan zichzelven te denken! Hij vreesde slechts eene laatste en +kwade kans: namelijk dat het vlot werd tegengehouden door eene +versperring van ijsschotsen vóor dat het Irkoetsk bereikt had. Daar +dacht hij steeds over; maar verder was hij vast besloten, zoo noodig, +eene uiterste poging te wagen. + +Door eenige uren rust weder versterkt, had Nadia hare lichaamskracht +herwonnen, die het gebrek soms had kunnen onderdrukken, zonder dat hare +zedelijke wilskracht echter ooit aan het wankelen kon worden gebracht. +Ook dacht zij er aan dat wanneer Michael Strogoff eene nieuwe poging +mocht beproeven om zijn doel te bereiken, zij bij de hand moest zijn om +hem te leiden. Maar naarmate zij Irkoetsk naderde, kwam het beeld van +haar vader haar duidelijker voor den geest. Zij zag hem in de belegerde +stad, ver van zijne geliefden, maar—daaraan twijfelde zij niet—met al +het vuur zijner vaderlandsliefde tegen de overweldigers worstelende. +Zoo de hemel hun eindelijk gunstig was, zou zij, binnen een paar uur, +in zijne armen liggen, hem de laatste woorden harer moeder herinneren +en dan zouden zij elkander niet meer verlaten. Werd de ballingschap van +Wassili Fedor niet verkort, dan zou zijne dochter zijne ballingschap +blijven deelen. Daarna werd zij door hare natuurlijke neiging er toe +geleid aan hem te denken aan wien zij de terugkomst bij haar vader te +danken had, aan dien braven makker, aan dien »broeder” die, nadat de +Tartaren verdreven zouden zijn, naar Moskou zou terugkeeren; dien zij +dan misschien nooit meer zou terugzien!.... + +Alcide Jolivet en Harry Blount hadden slechts eene en dezelfde +gedachte: dat de toestand zoo dramatisch mogelijk was en dat ze, goed +verwerkt, een der allerbelangwekkendste verhalen zou opleveren. De +Engelschman dacht dus aan de lezers van de Daily Telegraph en de +Franschman aan die van zijne nicht Madeleine. Inderdaad waren zij +beiden eenigszins aangedaan. + +»Welaan! zooveel te beter,” dacht Alcide Jolivet. »Om aandoening te +verwekken moet men zelf aangedaan zijn! Ik geloof zelfs dat er een +vermaard vers over dat onderwerp bestaat, maar de duivel hale mij! als +ik het weet....” + +En met zijne zoo geoefende oogen trachtte hij de dichte duisternis, die +den stroom omgaf, te doorboren. + +Intusschen werd deze duisternis soms door sterke flikkeringen van licht +afgebroken, die de donkere lichamen op den oever dan een spookachtig +aanzicht gaven. Het was een woud dat in brand stond of een dorp dat nog +brandde en dus eene sombere herhaling der tooneelen van den dag, nog +verhoogd door de tegenstelling van den nacht. De Angara werd dan van +den eenen tot den anderen oever verlicht. De ijsschotsen vormden even +zoovele spiegels die, de vlam onder alle hoeken en met allerlei kleuren +terugkaatsende, zich naar de luimen van den stroom verplaatsten. Het +vlot onder al deze drijvende lichamen vermengd, gleed ongemerkt +voorbij. + +Daar zat het gevaar hem dus niet. + +Maar een gevaar van gansch anderen aard bedreigde de vluchtelingen. Dat +konden zij niet voorzien, maar wat meer is, zij konden het niet +afweren. Het toeval maakte er Alcide Jolivet mede bekend en wel onder +de volgende omstandigheid. + +Alcide Jolivet had, op den rechterkant van het vlot liggende, zijne +hand in den stroom laten afhangen. Plotseling was hij verwonderd over +de werking die de aanraking van het water op de oppervlakte zijner hand +uitoefende. Het scheen uit een kleverige zelfstandigheid te bestaan, +alsof het uit aard-olie was saamgesteld. + +Het gevoel door den reuk nagaande, bleef er voor Alcide Jolivet geen +twijfel over. Het was inderdaad eene laag vloeibare naphta die op de +oppervlakte van het water der Angara dreef en met haar meestroomde! + +Dreef het vlot dan werkelijk op deze zoo brandbare zelfstandigheid? +Waar kwam die naphta vandaan? Was het eene werking der natuur die het +op de oppervlakte der Angara gelegerd had of wel een +vernielingswerktuig door de Tartaren aangewend? Wilden zij, door +middelen die het oorlogsrecht tusschen beschaafde natiën niet +rechtvaardigde, den brand tot in Irkoetsk voortplanten? + +Deze vragen deed Alcide Jolivet aan zich zelven, maar hij deelde het +geval aan niemand anders mede dan aan Harry Blount en beiden waren van +gevoelen om hunne makkers niet te verontrusten door hun dit nieuwe +gevaar te openbaren. + +Het is bekend dat de bodem van Middel-Azië als eene spons doortrokken +is van een vloeibaar mengsel van koolstof met waterstof. In de haven +van Bakoe, op de Perzische grens, op het schiereiland Abcheron, op de +Kaspische zee, in Klein-Azië, in China, in den Joeg-Hijan, in Birma, +borrelen de bronnen van minerale oliën bij duizenden boven de +oppervlakte van den grond. Het is de »oliestreek” gelijkende op die, +welke in Noord-Amerika denzelfden naam draagt. + +Bij sommige godsdienstige feesten werpen de inboorlingen, voornamelijk +die van de havenstad Bakoe, welke vuur-aanbidders zijn, vloeibare +naphta op de oppervlakte der zee, die dan bovendrijft omdat ze lichter +dan het water is. Als het dan nacht geworden is en zich eene laag +minerale olie over de Kaspische zee verspreid heeft, steken zij haar +aan en verschaffen zij zich het onvergelijkelijk schoone schouwspel van +eene vuurzee, wier golven door den wind heen en weer bewogen worden. + +Maar wat te Bakoe slechts een vermaak was, zou op de wateren der Angara +eene ramp zijn geweest. Of het vuur door kwaadwilligheid of door +onvoorzichtigheid werd aangebracht, in een oogenblik zou de brand zich +tot voorbij Irkoetsk hebben uitgestrekt. + +In elk geval was op het vlot geene onvoorzichtigheid te vreezen; maar +er was alles te duchten van de branden die op beide oevers der Angara +woedden, want een brandend stuk hout of eene vonk, die in den stroom +vielen, waren voldoende om de naphtavloed in vuur te zetten. + +De vrees van Alcide Jolivet en Harry Blount is gemakkelijker te +begrijpen, dan er eene beschrijving van te geven. Zij vroegen zich af +of het met het oog op dit nieuwe gevaar, niet verkieslijker ware, een +der oevers aan te doen, er te ontschepen en te wachten? + +»In ieder geval,” zeide Alcide Jolivet, »ken ik iemand die, om geen +enkel gevaar, zou ontschepen!” + +En hij zinspeelde op Michael Strogoff. + +Intusschen dreef het vlot snel af te midden der ijsschotsen die zich +steeds dichter aan elkander sloten. + +Tot dusverre was er nog geene enkele Tartaarsche afdeeling op de oevers +der Angara waargenomen, hetgeen aantoonde dat het vlot nog niet ter +hoogte van hunne voorposten was aangekomen. Maar, tegen tien uur ’s +avonds, meende Harry Blount talrijke zwarte lichamen zich op de +ijsschotsen te zien bewegen. Die gedaanten, van schots tot schots +springende, naderden snel. + +»Tartaren!” dacht hij. + +En naar den ouden schipper toekruipende, die voorop zat, wees hij hem +de verdachte beweging. + +De oude schipper keek scherp uit. + +»Dat zijn slechts wolven,” zeide hij. »Die heb ik liever dan Tartaren. +Maar wij moeten ons verdedigen, doch zonder leven te maken!” + +Inderdaad hadden zij tegen de woeste, verscheurende dieren te +worstelen, die de honger en de koude door de provincie gedreven had. De +wolven hadden het vlot geroken en spoedig vielen zij het aan. De +vluchtelingen waren dus tot het gevecht gedwongen maar zonder van +vuurwapenen gebruik te maken, daar zij niet ver van de Tartaarsche +posten verwijderd konden zijn. De vrouwen en kinderen plaatsten zich +midden op het vlot, terwijl de mannen, sommigen met staken, anderen met +messen, de meesten met stokken gewapend, zich gereed maakten om de +aanvallers af te slaan. Zij lieten geen geluid hooren, maar het gehuil +der wolven vervulde de lucht. + +Michael Strogoff wilde niet werkeloos blijven. Hij had zich uitgestrekt +aan de zijde van het vlot, die door de wolven werd aangevallen. Hij had +zijn mes getrokken en telkenmale als een wolf onder zijn bereik kwam, +wist hij het hem in de keel te stooten. Harry Blount en Alcide Jolivet +zaten ook niet stil; zij werkten hard. Hunne makkers stonden hen dapper +bij. Deze slachting geschiedde in alle stilte, hoewel onderscheidene +vluchtelingen zich voor ernstige beten niet had kunnen behoeden. + +Intusschen scheen de worsteling niet zoo spoedig te zullen eindigen. De +troep wolven werd steeds aangevuld en de rechteroever der Angara scheen +er van te wemelen. + +»Houdt het dan nooit op!” zeide Alcide Jolivet, zijn dolk, rood van het +bloed, rondzwaaiende. + +En inderdaad renden, een half uur nadat het gevecht begonnen was, de +wolven nog bij honderden over de ijsschotsen. + +De uitgeputte vluchtelingen werden toen zichtbaar zwakker. Het gevecht +begon in hun nadeel te staan. Op dit oogenblik maakte een troep van +tien groote wolven, dol van woede en honger en wier oogen in de +duisternis als kolen vuurs schitterden, zich van het plat van het vlot +meester. Alcide Jolivet en zijn makker wierpen zich midden tusschen +deze vreeselijke dieren en Michael Strogoff kroop naar hen toe, toen er +plotseling een front-verandering plaats greep. + +Binnen eenige seconden hadden de wolven niet alleen het vlot, maar ook +de in den stroom verspreide ijsschotsen verlaten. Al die donkere +gedaanten verspreidden zich en het was spoedig blijkbaar dat zij, met +den meesten spoed, naar den rechteroever van den stroom waren +teruggekeerd. + +Om te handelen hadden die wolven de duisternis noodig en thans +verlichtte een helle gloed de Angara over haar geheelen loop. + +Het was het schijnsel van een hevigen brand. Het stadje Poshkavsk stond +geheel in vlammen. Nu waren er de Tartaren dan toch aan het werk. Van +dit punt bezetten zij de beide oevers tot voorbij Irkoetsk. Nu kwamen +de vluchtelingen aan de gevaarlijkste streek van hun doortocht en zij +waren nog dertig wersten van de hoofdstad verwijderd. + +Het was half twaalf ’s avonds. Het vlot vervolgde in het donker zijn +tocht door de ijsschotsen, waarmede zijn vorm geheel te samen smolt; +maar soms werd het door breede lichtstrepen bestraald. Ook +veroorloofden de op het dek van het vlot uitgestrekte vluchtelingen +zich geene enkele beweging die hen zou hebben kunnen verraden. + +De brand van het stadje geschiedde met buitengemeene hevigheid. De van +dennenhout gebouwde huizen brandden als hars. Er brandden er honderd +vijftig te gelijk. Aan het geknetter der vlammen paarde zich het gebrul +der Tartaren. De oude schipper had een steunpunt genomen op de +omringende ijsschotsen, vanwaar hij het vlot naar den rechteroever +terugduwde, zoodat een afstand van drie tot vierhonderd voet het toen +van de brandende steile oevers van Poshkavsk scheidde. + +Niettemin zouden de vluchtelingen, die telkenmale eenige oogenblikken +verlicht waren, zeker ontdekt zijn geworden, zoo de brandstichters het +met de vernieling van het stadje niet te druk hadden gehad. Maar men +zal kunnen begrijpen hoe Alcide Jolivet en Harry Blount te moede waren, +als zij dachten aan de brandbare vloeistof, waarop het vlot dreef. + +Intusschen vlogen bundels vonken uit de huizen, die gloeiende ovens +schenen. In het midden der rookkolommen stegen die vonken tot eene +hoogte van vijf- of zes honderd voet naar boven. Op den rechteroever, +die vlak tegenover den brand gelegen was, vertoonden de boomen en +oevergebergten zich alsof ze in vlam stonden. Nu had slechts een vonk +op het watervlak der Angara te vallen en de brand deelde zich aan het +stroomende water mede, waardoor de ramp zich van oever tot oever zou +hebben uitgestrekt. Het was de vernieling, in weinig tijds, van het +vlot en van hen die het meevoerde. + +Maar gelukkig woeien de nachtelijke zuchtjes niet naar den kant van het +vlot. Zij bleven uit het oosten blazen en sloegen de vlammen naar de +linkerzijde. Er bestond dus mogelijkheid dat de vluchtelingen aan dit +nieuwe gevaar zouden ontsnappen. + +En werkelijk kwam men eindelijk voorbij het brandende vlek. +Langzamerhand verflauwde de gloed van den brand, het geknetter +verminderde en de laatste schijnsels verdwenen achter de hooge steile +oevers bij eene scherpe bocht der Angara. + +Het was omstreeks middernacht. De duisternis, die weder ingetreden was, +beschutte het vlot opnieuw. De Tartaren, die er waren, liepen heen en +weer aan beide oevers. Men zag ze niet, maar men hoorde hen. De vuren +der voorposten waren buitengewoon helder. + +Intusschen werd het noodzakelijk om tusschen de opzettende ijsschotsen +met meer nauwkeurigheid te sturen. + +De oude schipper stond op en de moejieks namen hunne boomen weder op. +Allen hadden de handen vol en de besturing van het vlot werd steeds +moeielijker, want de bedding van den stroom vernauwde zich merkbaar. + +Michael Strogoff was naar het voorste gedeelte geslopen. + +Alcide Jolivet was hem gevolgd. + +Beiden luisterden naar hetgeen de schipper en zijne lieden spraken. + +»Houd rechts de wacht!” + +»Daar komen de ijsschotsen links opzetten.” + +»Houd af! Houd af met je boom!” + +»Binnen een uur liggen we stil!....” + +»Als God het wil!” antwoordde de oude schipper. »Tegen zijn wil is +niets te doen.” + +»Verstaat gij hen,” zeide Alcide Jolivet. + +»Ja,” antwoordde Michael Strogoff, »maar God is met ons!” + +Intusschen verergerde de toestand meer en meer. Indien de vaart van het +vlot gestaakt moest worden, zouden de vluchtelingen niet alleen +Irkoetsk niet bereiken, maar zij zouden genoodzaakt worden hun +drijvenden toestel te verlaten, die, door de ijsschotsen verbrijzeld, +spoedig onder hunne voeten zou wegzinken. De teenen banden zouden +breken, de met geweld vaneengescheiden pijnboomstammen zouden onder de +harde korst geraken en er zou den ongelukkigen niets dan de ijsschotsen +zelven tot wijkplaats overblijven. Bij het aanbreken van den dag zouden +zij door de Tartaren ontdekt en zonder genade vermoord worden! + +Michael Strogoff begaf zich weder naar achteren, waar Nadia hem +wachtte. Hij naderde het meisje, greep hare hand en deed haar deze +onveranderlijke vraag: »Nadia, zijt ge gereed?” waarop zij, als altijd, +ten antwoord gaf: + +»Ik ben gereed!” + +Het vlot bleef nog eenige wersten lang tusschen het drijfijs afzakken. +Indien de Angara nauwer werd, zou er eene verstopping ontstaan en zou +het bijgevolg onmogelijk worden, den stroom te volgen. Reeds was er +minder drift in het vlot. Ieder oogenblik schokken of afwijkingen. Hier +eene aanvaring te vermijden, daar eene geul op te zoeken. Om kort te +gaan, vele onrustbarende vertragingen. + +En de nacht zou nog maar eenige uren duren. Zoo de vluchtelingen +Irkoetsk niet vóor vijf uur ’s morgen bereikten, konden zij de hoop wel +opgeven om er ooit binnen te komen. + +Om half twee stiet het vlot, niettegenstaande alle aangewende pogingen, +tegen eene zware versperring en lag het voor goed stil. De ijsschotsen, +die van boven afdreven, liepen op het vlot aan, drukten het tegen de +verstopping en maakten het zoo onbeweeglijk, alsof het op eene klip +gestrand ware. + +Op deze plaats vernauwde de Angara zich en besloeg hare bedding slechts +de helft der gewone breedte. Vandaar opeenhooping van ijsschotsen, die +zich langzamerhand aaneengehecht hadden onder den dubbelen invloed der +samenpersing, die belangrijk was, en van de koude, wier hevigheid +verdubbelde. Vijfhonderd schreden benedenwaarts verbreedde zich het bed +van den stroom weder en de ijsschotsen, die daar langzaam van den rand +van het ijsveld losraakten, vervolgden hun tocht naar Irkoetsk. Het was +dus waarschijnlijk dat, zonder deze vernauwing, de opstopping zich niet +zou gevormd hebben en dat het vlot zijne vaart zou hebben kunnen +vervolgen. Maar het was een onherstelbaar ongeluk en de vluchtelingen +moesten alle hoop om hun doel te bereiken, opgeven. + +Hadden zij gereedschap ter hunner beschikking gehad, zooals de +walvischvaarders het gewoonlijk gebruiken, om zich kanalen door de +ijsvelden te openen; hadden zij het ijsveld kunnen doorzagen tot aan de +plek waar de rivier breeder werd, de tijd zou hun er wellicht niet voor +ontbroken hebben. Maar geene zaag, geen houweel, niets wat hen in staat +stelde die korst aantetasten, welke door de koude zoo hard als graniet +was geworden. + +Welk besluit te nemen? + +Op dit oogenblik knalden geweerschoten op den rechteroever der Angara. +Een hagelbui van kogels kwam in de richting van het vlot. Waren de +ongelukkigen dan ontdekt? Waarschijnlijk want ook van den linkeroever +werd geweervuur gehoord. De alzoo tusschen twee vuren geplaatste +vluchtelingen werden het mikpunt der Tartaarsche schutters. Enkelen +hunner werden door die kogels verwond, hoewel ze, in de duisternis, hen +slechts bij toeval bereikten. + +»Kom, Nadia,” fluisterde Michael Strogoff aan het oor van het meisje. + +Zonder eene opmerking, tot alles gereed, vatte Nadia de hand van +Michael Strogoff. + +»We moeten de verstopping over,” zeide hij zacht tot haar. »Leid mij, +maar dat niemand ons het vlot zie verlaten!” + +Nadia gehoorzaamde. Michael Strogoff en zij slopen snel over het +ijsveld, in eene duisternis, die hier en daar door het flikkeren van +geweerschoten afgebroken werd. + +Nadia kroop Michael Strogoff vooruit. De kogels vielen als eene hevige +hagelbui om hen heen en kletterden tegen de ijsschotsen. De oppervlakte +van het ijsveld deed door zijne oneffenheden en scherpe kanten hunne +handen bloeden, maar zij kwamen toch vooruit. + +Tien minuten daarna werd de benedenrand van de verstopping bereikt. +Daar was het water der Angara weder open. Eenige schotsen, +langzamerhand van het ijsveld losgeraakt, volgden weder den stroom en +zakten naar de stad af. + +Nadia begreep wat Michael Strogoff beproeven wilde. Zij zag eene schots +die nog maar met eene dunne strook vastzat. + +»Kom mede,” zeide Nadia. + +En beiden gingen op dit ijsbrok liggen, dat door eene lichte +schommeling van de verstopping los raakte. + +De ijsschots begon af te drijven. Daar het bed der rivier breeder werd +was de weg open. + +Michael Strogoff en Nadia luisterden naar de geweerschoten, de +noodkreten en het gebrul der Tartaren, dat zich bovenwaarts liet +hooren... Daarna stierven de geluiden van hevigen angst en wreedaardige +woede langzamerhand in de verte weg. »Arme makkers!” mompelde Nadia. + +De stroom voerde de ijsschots, waarop Michael Strogoff en Nadia zich +bevonden, gedurende een half uur snel mede. Ieder oogenblik konden ze +vreezen dat zij onder hen zou wegzinken. In den stroomdraad geraakt, +volgde zij het midden der rivier en het zou dan eerst noodig zijn om +haar eene schuinsche richting te geven, wanneer het oogenblik om de +kaden van Irkoetsk aan te doen, daar zou zijn. De tanden op elkander +gesloten en het oor gespitst, sprak Michael Strogoff geen enkel woord. +Nooit was hij het doel zoo nabij geweest. Hij gevoelde dat hij op het +punt was het te bereiken!... + +Tegen twee uur des morgens schitterde een dubbele rij lichten tegen den +donkeren gezichteinder, waarin beide oevers der Angara ineenvloeden. + +Rechts was ’t het licht dat van Irkoetsk uitstraalde. Ter linkerhand +waren het de vuren van het Tartaarsche kamp. + +Michael Strogoff was nog slechts op een halve werst van de stad. + +»Eindelijk!” mompelde hij. + +Maar plotseling deed Nadia een kreet hooren. + +Op dezen kreet ging Michael Strogoff overeind staan op de ijsschots die +waggelde. Hij strekte zijn hand naar de Angara uit. Zijn gelaat, door +blauwachtige schijnsels verlicht, werd vreeselijk om te aanschouwen en +toen, alsof hij het gezicht teruggekregen had, riep hij uit: + +»Ach! God zelf is dan tegen ons!” + + + + + + + + +XXIX. + +IRKOETSK. + + +Irkoetsk, de hoofdstad van Oostelijk-Siberië is eene stad, die, in +gewone tijden, een bevolking van dertig duizend inwoners telt. Een +redelijk steile oever, die zich op de rechterzijde van de Angara +verheft strekt tot grondlaag voor hare kerken, die door de hoofdkerk +beheerscht worden en voor hare in schilderachtige wanorde geplaatste +huizen. + +Op een zekeren afstand van de hoogte van den berg gezien, die zich op +twintig wersten op den Siberischen grooten weg verheft, vertoont het +een eenigszins Oostersch aanzien met zijne koepels; zijne klokketorens, +zijne spitse naalden gelijk aan minarets, zijne domtorens zoo buikig +als Japansche poppen. Maar dat voorkomen wijkt van de oogen der +reizigers, zoodra hij de stad is binnengetreden. De half Byzantijnsche, +half Chineesche stad herneemt een Europeesch karakter door hare +mac-adam straten, voorzien van trottoirs, met goten doorsneden en met +reusachtige berkeboomen beplant; door hare half baksteenen, half houten +huizen, waarvan er eenigen onderscheidene verdiepingen hebben; door de +talrijke rijtuigen die haar doorkruisen, niet alleen tarentassen en +telega’s maar coupé’s en kalessen; eindelijk door eene geheele klasse +zeer beschaafde inwoners, aan wie de laatste Parijsche modes niet +vreemd waren. + +Op dit tijdstip was Irkoetsk, als wijkplaats voor de Siberiërs uit de +provincie, overvol. De hulpmiddelen van allerlei soort, waren er in +overvloed voorhanden. Irkoetsk is het entrepôt van de tallooze +koopmanschappen die tusschen China, Middel-Azië en Europa geruild +worden. Men had dus niet geschroomd er de landlieden uit de vallei der +Angara, Mongoolsche Khalkas, Tongoesen en Boeretiërs heen te lokken en +de woestijn zich tusschen de overweldigers en de stad te laten +uitstrekken. + +Irkoetsk is de verblijfplaats van den gouverneur-generaal van +Oost-Siberië. Onder hem staat een burgerlijk gouverneur, in wiens +handen het beheer der provincie vereenigd is, een politiemeester die +het in zijn stad vol ballingen zeer druk heeft en eindelijk een +burgemeester, hoofd der kooplieden, een persoon zeer aanzienlijk wegens +zijne onmetelijke bezittingen en den invloed dien hij op de door hem +geregeerden uitoefent. + +Het garnizoen van Irkoetsk bestond toen uit een regiment kozakken te +voet, dat ongeveer twee duizend man telde, en uit een korps stedelijke +gendarmen met helm en blauwe met zilver geboorde uniform. + +Bovendien is het bekend dat de broeder van den czaar, tengevolge van +bijzondere omstandigheden, sedert het begin van den inval, in de stad +was opgesloten. + +Deze omstandigheid moet nader omschreven worden. + +Eene reis van staatkundig gewicht had den grootvorst naar deze +verwijderde streken van Oostelijk-Azië gevoerd. + +Na de voornaamste Siberische steden doorgetrokken te zijn had de +grootvorst, die meer als soldaat dan als vorst reisde, zich zonder +eenige praal, door zijne officieren vergezeld en begeleid door eene +afdeeling kozakken, naar de streken aan gene zijde van het meer Baïkal +begeven. + +Nikolaevsk, de laatste Russische stad op het kustgebied der zee van +Okhotsk, was door hem met een bezoek vereerd. + +Van de grenzen van het onmetelijke Moscovitische rijk kwam de +grootvorst naar Irkoetsk terug, vanwaar hij de terugreis naar Europa +dacht aan te nemen, toen hij de tijding ontving van den zoo +plotselingen, als dreigenden inval. Hij haastte zich naar de hoofdstad +terug te keeren, maar toen hij er aankwam, was de gemeenschap met +Rusland op het punt van afgebroken te worden. Hij ontving nog eenige +telegrammen uit Petersburg en Moskou en hij kon ze zelfs beantwoorden. +Daarna werd de draad, onder de ons bekende omstandigheden, afgesneden. + +Irkoetsk was van het overige deel der wereld afgezonderd. + +De grootvorst kon zich bepalen tot het regelen der verdediging en dit +deed hij met die standvastigheid en die koelbloedigheid waarvan hij in +andere omstandigheden, onwedersprekelijke bewijzen heeft gegeven. + +De berichten omtrent het innemen van Ichim, Omsk en Tomsk kwamen +achtereenvolgens te Irkoetsk aan. Men moest dus, tot elken prijs, de +hoofdstad van Siberië voor vermeestering vrijwaren. Op spoedige hulp +kon men niet rekenen. De geringe troepenmacht in de provinciën van den +Amoer en in het gouvernement van Irkoetsk verspreid, kon niet in +genoegzamen getale oprukken om de Tartaarsche kolonnes tegen te houden. +En daar Irkoetsk nu onmogelijk aan eene insluiting kon ontsnappen, was +het vooral zaak de stad in staat te stellen een beleg van eenigen duur +te kunnen weerstaan. + +Deze werken werden aangevangen op den dag waarop Tomsk in handen der +Tartaren viel. Tegelijk met dat bericht, vernam de grootvorst dat de +emir van Boekhara en de verbonden khans de beweging in persoon +aanvoerden, maar wat hij niet wist, was dat de luitenant dezer +barbaarsche opperhoofden Ivan Ogareff was, dien hij zelf van zijn rang +vervallen had verklaard en dien hij niet kende. + +Gelijk men gezien heeft werden de bewoners der provincie Irkoetsk al +dadelijk gedwongen steden en vlekken te verlaten. Zij, die niet de wijk +naar de hoofdstad namen, moesten zich achter het meer Baïkal +terugtrekken, omdat het niet waarschijnlijk was dat de inval zijne +verwoestingen tot daar zou uitbreiden. De oogst van graan en veevoeder +werd voor de stad in beslag genomen en dit laatste bolwerk der +Moscovitische macht in het verre oosten in staat gesteld om eenigen +tijd weerstand te bieden. + +Irkoetsk, in 1611 gesticht, is gelegen aan de samenvloeiing van de +Irkoet en de Angara, op den rechteroever van dezen stroom. Twee houten +bruggen op paalwerk gebouwd en zoodanig ingericht dat zij over de volle +breedte van het vaarwater ten dienste der scheepvaart konden geopend +worden, verbonden de stad aan hare voorsteden, die zich op den +linkeroever uitstrekken. Aan deze zijde was de verdediging gemakkelijk. +De voorsteden werden verlaten en de bruggen vernield. De overtocht der +op dit punt zeer breede Angara zou, onder het vuur der belegerden, niet +mogelijk zijn geweest. Maar de stroom kon boven en beneden de stad +overgetrokken worden en bijgevolg stond Irkoetsk bloot om aan de +oostzijde, door geen ringmuur beschermd, te worden aangetast. + +Aan de vestingwerken werd dus allereerst gearbeid. Men werkte dag en +nacht. De grootvorst vond eene volijverige bevolking aan den gang, die +hij later als dappere verdedigers zou terugvinden. Soldaten, +kooplieden, ballingen, landlieden allen offerden zich voor het gemeene +welzijn op. Acht dagen voordat de Tartaren aan de Angara verschenen, +waren aarden wallen opgericht. Een gracht met water uit de Angara +gevuld, was tusschen de eskarp en de contre-eskarp gegraven. De stad +kon nu niet meer bij verrassing worden ingenomen; zij moest berend en +belegerd worden. + +De derde Tartaarsche kolonne—dezelfde die de vallei der Jeniseï was +opgetrokken—verscheen 24 September in het gezicht van Irkoetsk. Zij nam +dadelijk de verlaten voorsteden in bezit, waarvan de huizen echter +vernield waren, om de werking der ongelukkigerwijze te zwakke +artillerie van den grootvorst niet te hinderen. + +De Tartaren namen dus stelling in afwachting der aankomst van de beide +andere kolonnes, aangevoerd door den emir en zijne bondgenooten. + +De vereeniging der onderscheidene korpsen had plaats op 25 September in +het kamp van de Angara en het geheele leger, uitgenomen de bezettingen +in de voornaamste veroverde steden achtergelaten, was nu saamgetrokken +onder bevel van Feofar-Khan. + +Daar Ivan Ogareff den overtocht der Angara vóor Irkoetsk niet doenlijk +vond, stak eene sterke troepen-afdeeling eenige wersten benedenwaarts +den stroom over op schipbruggen. De grootvorst deed geene poging om +zich tegen dezen overtocht te verzetten. Hij had dien kunnen +belemmeren, maar niet verhinderen, omdat hij geen veldgeschut tot zijne +beschikking had en daarom hield hij zich wijselijk binnen Irkoetsk +opgesloten. + +De Tartaren hadden dus den rechteroever van den stroom bezet; +vervolgens trokken zij naar de stad op, staken onderweg het +zomerverblijf van den gouverneur-generaal, gelegen in de bosschen aan +het bovengedeelte der Angara, in brand en namen zij eindelijk hunne +stellingen voor het beleg in, na Irkoetsk geheel omsingeld te hebben. + +Als bekwaam ingenieur was Ivan Ogareff gewis in staat om de +werkzaamheden van een geregeld beleg te besturen; maar de materieele +middelen ontbraken hem om spoedig te handelen. Daarom had hij ook +gehoopt Irkoetsk, het doel van al zijn streven, bij verrassing in te +nemen. + +De zaken waren dus anders geloopen dan hij berekend had. Aan de eene +zijde de marsch van het Tartaarsche leger vertraagd door den veldslag +van Tomsk, aan den anderen kant de spoed door den grootvorst bij de +verdedigingswerken aangewend: deze twee redenen waren voldoende geweest +om zijn plan te doen schipbreuk lijden. Hij zag zich dus genoodzaakt +een geregeld beleg te voeren. + +Intusschen beproefde de emir op zijn raad tweemaal, om de stad, ten +koste van veel volk, in te nemen. Hij wierp zijne manschappen tegen +eenige zwakke punten der aarden versterkingen; maar beide stormen +werden allermoedigst afgeslagen. De grootvorst en zijne officieren +ontzagen zich niet bij deze gelegenheid. Zij waren voorop en sleepten +de bevolking mede naar de wallen. Burgers en moejieks vervulden hun +plicht op bewonderenswaardige wijze. Bij het tweede stormloopen waren +de Tartaren er in geslaagd een der poorten van de omwalling met geweld +binnen te dringen. Er had een gevecht plaats aan het begin der +Bolchaïa-straat die twee wersten lang is en die op de oevers der Angara +uitloopt. Maar Kozakken, gendarmes en burgers boden hevigen wederstand, +zoodat de Tartaren naar hunne stellingen moesten terugtrekken. + +Ivan Ogareff dacht er toen over om door verraad te verkrijgen, wat het +geweld hem niet verschaffen kon. Men weet dat hij van plan was de stad +binnen te dringen, den grootvorst te naderen, zijn vertrouwen te +winnen, op een gegeven oogenblik een der poorten aan de belegeraars +over te leveren, en om daarna zijn wraak aan den broeder des czaars te +koelen. + +De zigeunerin Sangarre, die hem naar het kamp aan de Angara vergezeld +had, zette hem aan om dit plan ten uitvoer te brengen. + +Inderdaad moest er zonder dralen gehandeld worden. De Russische troepen +uit het gouvernement Jakoetsk rukten op Irkoetsk aan. Zij hadden zich +vereenigd aan den bovenloop der Lena, vanwaar zij in de vallei van dien +naam oprukten. Binnen zes dagen zouden zij aangekomen zijn. Voor dat +zes dagen verstreken waren moest Irkoetsk dus bij verraad overgeleverd +zijn. + +Ivan Ogareff aarzelde dus niet langer. + +Op den 2den October, des avonds, werd er in de groote zaal van het +paleis van den gouverneur-generaal krijgsraad gehouden. De grootvorst +hield daar zijn verblijf. + +Dit paleis aan het uiteinde van de Bolchaïa-straat staande, beheerschte +den loop van den stroom over eene groote uitgestrektheid. Door de ramen +van den hoofdgevel bespeurde men het Tartaarsche kamp, en +belegeringsgeschut dat verder droeg dan dat der Tartaren, zou het +onbewoonbaar gemaakt hebben. + +De grootvorst, generaal Woranzoff en de stedelijke gouverneur, het +hoofd der kooplieden, bijgestaan door eenige hoofdofficieren, hadden +juist eenige beschikkingen vastgesteld. + +»Mijne heeren,” sprak de grootvorst, »gij zijt nauwkeurig met onzen +toestand bekend. Ik koester de vaste hoop dat wij het tot aan de +aankomst der troepen uit Jakoetsk zullen kunnen uithouden. Dan zullen +wij die barbaarsche horden wel verjagen en het zal niet van mij +afhangen dat zij deze overweldiging van het Moscovische grondgebied ten +duurste zullen betalen.” + +»Uwe Hoogheid weet dat zij op de geheele bevolking van Irkoetsk staat +kan maken,” antwoordde generaal Woranzoff. + +»Ja generaal,” antwoordde de grootvorst, »en ik breng hulde aan hare +vaderlandsliefde. Door ’s Hemels goedheid heeft zij de verschrikkingen +van besmettelijke ziekten of hongersnood nog niet behoeven te verduren +en ik heb reden om te gelooven dat zij daar buiten zal blijven; maar op +de wallen heb ik haren moed slechts kunnen bewonderen. Heer, hoofd der +kooplieden, gij hoort mijne woorden en ik zal u verzoeken die wel te +willen overbrengen.” + +»Ik zeg Uwe Hoogheid dank in naam der stad,” antwoordde het hoofd der +kooplieden. »Zou ik haar mogen vragen binnen welk uiterst tijdstip zij +verwacht, dat het hulpleger zal aankomen?” + +»Binnen zes dagen op zijn hoogst, mijnheer,” was het antwoord van den +grootvorst. »Een behendig en moedig zendeling is dezen morgen in de +stad kunnen binnendringen en hij heeft mij bericht dat vijftig duizend +Russen met versnelden marsch, onder bevel van generaal Kisselef, +aanrukken. Twee dagen geleden waren zij te Kirensk aan de boorden van +Lena en nu zullen koude noch sneeuw hunne aankomst meer beletten. +Vijftig duizend man goede troepen, die de Tartaren in de flank +aantasten, zullen ons spoedig bevrijd hebben.” + +»Ik kan hier nog bijvoegen,” antwoordde het hoofd der kooplieden, »dat +wanneer Uwe Hoogheid een uitval mocht bevelen, wij gereed zullen zijn +dat bevel ten uitvoer te brengen.” + +»Goed, mijnheer,” antwoordde de grootvorst. »Wacht tot dat de spits +onzer kolonnes zich op de hoogten vertoont, dan zullen wij de +overweldigers verpletteren.” + +Zich daarna tot generaal Woranzoff wendende, zeide hij: + +»Wij zullen morgen de werken op den rechteroever bezien. De Angara +begint ijsschotsen te kruien, zij zal spoedig vastzitten en, in dat +geval zouden de Tartaren haar kunnen oversteken.” + +»Uwe Hoogheid sta mij toe eene opmerking te maken,” zeide het hoofd der +kooplieden. + +»Ga uw gang, mijnheer.” + +»Ik heb de temperatuur meermalen tot dertig à veertig graden onder nul +zien dalen en de Angara bleef dan kruien, maar raakte niet vast. Dat +ligt zeker aan haar snellen stroom. Indien de Tartaren dus geen ander +middel hebben om over den stroom te komen, kan ik Uwe Hoogheid +verzekeren, dat zij langs dien weg Irkoetsk niet zullen binnen komen.” + +De gouverneur-generaal bevestigde de verklaring van het hoofd der +kooplieden. + +»Dat is wel eene gelukkige omstandigheid,” antwoordde de grootvorst. +»Niettemin zullen wij ons op alles voorbereid houden.” + +En zich daarna tot den politiemeester wendende, zeide hij: + +»Hebt u mij niets te zeggen, mijnheer?” + +»Ik heb,” antwoordde de politiemeester, »Uwe Hoogheid met een +smeekschrift in kennis te stellen, dat door mijne tusschenkomst aan U +gericht is.” + +»Aan mij gericht door...?” + +»Door de Siberische ballingen die, zoo als Uwe Hoogheid weet, zich ten +getale van vijfhonderd in de stad bevinden.” + +De over de geheele provincie verdeelde staatkundige ballingen waren +sedert het begin van den opstand te Irkoetsk verzameld. Zij hadden +gehoorzaamd aan het bevel om naar de stad te komen en de vlekken te +verlaten waar zij onderscheidene beroepen uitoefenden, dezen als +geneesheer, genen als leeraar hetzij aan het gymnasium, hetzij aan de +Japansche school, hetzij aan de zeevaart-school. Reeds had de +grootvorst even als de czaar in hunne vaderlandsliefde vertrouwen +stellende, hen gewapend en in hen dappere verdedigers gevonden. + +»Wat vragen de ballingen?” zeide de grootvorst. + +»Zij vragen aan Uwe Hoogheid,” antwoordde de politiemeester, +»vergunning om een bijzonder korps te mogen vormen en om bij den +eersten uitval de spits uit te maken.” + +»Ja,” antwoordde de grootvorst met een gevoel dat hij niet zocht te +onderdrukken, »die ballingen zijn Russen en zijn in hun recht wanneer +zij voor hun land willen vechten!” + +»Ik meen Uwe Hoogheid te kunnen verzekeren,” zeide de +gouverneur-generaal, »dat zij geen betere soldaten zal hebben.” + +»Maar zij moeten een hoofd hebben,” antwoordde de grootvorst. »Wie zal +dat wezen?” + +»Zij wilden,” zeide de politiemeester, »dat Uwe Hoogheid een hunner, +die zich bij verschillende gelegenheden onderscheiden heeft, als +zoodanig zoudt willen aannemen.” + +»Is het een Rus?” + +»Ja, een Rus uit de Oostzee-provinciën.” + +»Hij heet...?” + +»Wassili Fedor.” + +Deze balling was Nadia’s vader. + +Wassili Fedor oefende, gelijk men weet, te Irkoetsk het beroep van +geneesheer uit. Het was een geleerd en liefdadig mensch en tevens een +moedig, vaderlandlievend man. Al den tijd, dien hij niet aan de zieken +wijdde, besteedde hij om de verdediging te regelen. Hij was het die +zijne makkers in ballingschap tot samenwerken vereenigd had. De tot +dusverre onder de verschillende klassen der bevolking levende ballingen +hadden zich zoodanig gedragen, dat zij de aandacht van den grootvorst +hadden getrokken. In onderscheidene uitvallen hadden zij, met hun +bloed, hunne schuld aan het heilige Rusland betaald; het heilige ja, en +als zoodanig door zijne kinderen aangebeden! Wassili Fedor had zich +heldhaftig gedragen. Zijn naam werd meer dan eens genoemd, maar hij had +nooit gunsten noch gaven gevraagd en toen de ballingen te Irkoetsk er +over dachten een bijzonder korps op te richten, wist hij zelfs niet dat +zij het voornemen hadden hem als hun hoofd te kiezen. + +Toen de politiemeester dezen naam voor den grootvorst had uitgesproken, +antwoordde deze dat hij hem niet onbekend was. + +»Inderdaad,” antwoordde generaal Woranzoff, »Wassili Fedor is een +onverschrokken, moedig man. Zijn invloed op zijne makkers is altijd +zeer groot geweest.” + +»Sedert wanneer is hij te Irkoetsk?” vroeg de grootvorst. + +»Sedert twee jaar.” + +»En zijn gedrag ...?” + +»Zijn gedrag,” antwoordde de politiemeester, »is dat van iemand, die +zich onderwerpt aan de bijzondere wetten, waaronder hij staat.” + +»Generaal,” antwoordde de grootvorst, »wil hem mij dadelijk +voorstellen.” + +De bevelen van den grootvorst werden uitgevoerd en nog geen half uur +later, werd Wassili Fedor in zijne tegenwoordigheid binnengeleid. + +Het was een man van ten hoogste veertig jaar, kloek, met een streng en +treurig gelaat. Men gevoelde dat zijn geheele leven was samen te vatten +in dit enkele woord: worstelen; hij had geworsteld en geleden. Zijne +gelaatstrekken hadden verwonderlijk veel van die zijner dochter Nadia +Fedor. + +Meer dan iemand anders was hij door den Tartaarschen inval in zijn +teederste genegenheid getroffen, daar hij de grootste hoop van dezen op +acht duizend wersten van zijne geboortestad verbannen vader +vernietigde. Een brief had hem den dood zijner vrouw bericht en, +tegelijkertijd, het vertrek zijner dochter, die van het gouvernement +vergunning had verkregen om zich bij hem te Irkoetsk te voegen. + +Nadia had Riga den 10den Juli moeten verlaten. De inval dagteekende van +15 Juli. Indien Nadia, op dit tijdstip, de grens was overgetrokken, wat +was er dan van haar te midden der overweldigers geworden? Men begrijpt +dat deze vader door ongerustheid verteerd werd, daar hij, sedert dien +tijd, niets van zijne dochter had vernomen. + +Wassili Fedor maakte eene buiging voor den grootvorst en wachtte tot +hij ondervraagd werd. + +»Wassili Fedor,” zeide de grootvorst tot hem, »uwe makkers in de +ballingschap hebben gevraagd om eene keurbende te vormen. Weten zij dat +men zich in zoodanig korps tot den laatsten man moet laten dooden?” + +»Dat weten zij,” antwoordde Wassili Fedor. + +»Zij verlangen u als aanvoerder.” + +»Mij, Uwe Hoogheid?” + +»Stemt gij er in toe u aan hun hoofd te plaatsen?” + +»Ja, indien het welzijn van Rusland het vordert.” + +»Commandant Fedor,” sprak de grootvorst, »gij zijt geen balling meer.” + +»Ik dank Uwe Hoogheid, maar kan ik hen, die het nog zijn, bevelen?” + +»Zij zijn het niet meer!” + +Zoo verleende de broeder van den czaar genade aan de makkers zijner +ballingschap, die nu zijn wapenbroeders waren! + +Wassili Fedor drukte vol aandoening de hand, die de grootvorst hem +toestak en verwijderde zich. + +Deze zeide glimlachend, terwijl hij zich tot zijne officieren wendde: + +»De czaar zal niet weigeren den genadebrief, dien ik op hem trek, +aantenemen. Wij hebben helden noodig om de hoofdstad van Siberië te +verdedigen en ik heb ze daar gemaakt.” + +Inderdaad was die gratie aan de ballingen te Irkoetsk verleend, eene +daad van rechtvaardigheid, die van een goede staatkunde getuigde. + +Het was toen nacht geworden. Door de vensters van het paleis schenen de +vuren van het Tartaarsche kamp, die aan gene zijde van de Angara +schitterden. De stroom kruide talrijke ijsschotsen, waarvan er eenigen +tegen de eerste palen van de voormalige houten bruggen bleven liggen. +Die welke de stroom in de vaargeul hield, dreven met buitengewone +snelheid af. Het was blijkbaar dat, zoo als het hoofd der kooplieden +had doen opmerken, de Angara niet gemakkelijk over hare geheele +oppervlakte kon bevriezen. Het gevaar om van die zijde aangevallen te +worden, boezemde den verdedigers van Irkoetsk dus geene zorg in. + +Het had tien uur ’s avonds geslagen. De grootvorst was op het punt +zijne officieren te laten weggaan en zich naar zijne vertrekken te +begeven, toen zich een geraas buiten het paleis deed hooren. + +Bijna op hetzelfde oogenblik werd de deur der zaal geopend en verscheen +er een adjudant die, naar den grootvorst toegaande, zeide: + +»Uwe Hoogheid, een koerier van den czaar!” + + + + + + + + +XXX. + +EEN KOERIER VAN DEN CZAAR. + + +Eene plotselinge beweging dreef alle leden van den raad naar de half +openstaande deur. Een koerier van den czaar, te Irkoetsk aangekomen! +Zoo deze officieren een oogenblik over de onwaarschijnlijkheid van dit +feit hadden nagedacht, zouden zij het zeker voor onmogelijk hebben +gehouden. + +De grootvorst was haastig naar zijn adjudant toegestapt en zeide: + +»Die koerier!” + +Er trad een man binnen. Hij zag er uitgeput van vermoeienis uit. Hij +droeg de kleeding van een Siberischen boer, die versleten en gescheurd +was en die sporen van kogels vertoonde. Eene Moscovische muts dekte +zijn hoofd. Eene slecht geheelde houw liep dwars over zijn gelaat. Die +man had blijkbaar een langen en moeilijken weg afgelegd. De slechte +toestand van zijn schoeisel bewees zelfs dat hij een gedeelte van zijne +reis te voet had afgelegd. + +»Zijne Hoogheid de grootvorst,” riep hij uit toen hij binnen trad. + +De grootvorst ging naar hem toe. + +»Gij zijt een koerier van den czaar?” vroeg hij. + +»Ja, Uwe Hoogheid.” + +»Gij komt....?” + +»Van Moskou.” + +»Gij hebt Moskou verlaten....?” + +»Den 15den Juli.” + +»Gij heet....?” + +»Michael Strogoff.” + +Het was Ivan Ogareff. Hij had den naam en de hoedanigheid aangenomen +van hem, dien hij tot machteloosheid gedoemd waande. Noch de +grootvorst, noch iemand anders kenden hem te Irkoetsk en het was zelfs +niet noodig geweest dat hij zich vermomde. Daar hij zijne voorgewende +identiteit kon staven, zou niemand aan hem kunnen twijfelen. Door een +ijzeren wil gesteund, kwam hij alzoo door verraad en moord de +ontknooping van het invalstreurspel verhaasten. + +Na het antwoord van Ivan Ogareff gaf de grootvorst een teeken en +verwijderden al zijne officieren zich. + +De valsche Michael Strogoff en hij bleven alleen in de zaal. + +De grootvorst bekeek Ivan Ogareff zeer aandachtig en vroeg toen: + +»Gij waart 15 Juli te Moskou?” + +»Ja, Uwe Hoogheid en ’s nachts van 14 op 15 Juli, heb ik Zijne +Majesteit den czaar in het Nieuwe Paleis gezien.” + +»Hebt gij een brief van den czaar?” + +»Hier is hij.” + +En Ivan Ogareff gaf den grootvorst den keizerlijken brief over, die +microscopische afmetingen had aangenomen. + +»Is deze brief u in dien staat ter hand gesteld?” + +»Neen, Uwe Hoogheid, maar ik heb den omslag moeten verscheuren, om haar +beter voor de soldaten van den emir te verbergen.” + +»Zijt gij dan bij de Tartaren gevangen geweest?” + +»Ja, Uwe Hoogheid, eenige dagen,” antwoordde Ivan Ogareff. »Daarom ben +ik, hoewel 15 Juli van Moskou vertrokken, zooals de dagteekening van +den brief aanwijst, eerst 2 October te Irkoetsk aangekomen, dus na eene +reis van negen en zeventig dagen.” + +De grootvorst nam den brief aan. Hij ontvouwde hem en herkende de +handteekening van den czaar, voorafgegaan door het eigenhandig +geschreven vaste formulier. Er bleef dus, ten aanzien van de echtheid +van brief en koerier, geen twijfel over. Had de woeste uitdrukking van +zijn gelaat den grootvorst aanvankelijk wantrouwen ingeboezemd, waarvan +hij niets liet blijken, dat wantrouwen was nu geheel geweken. + +De grootvorst sprak niet gedurende eenige oogenblikken. Hij las den +brief zeer langzaam, ten einde den zin er van goed te vatten. + +Daarna het gesprek hervattende, vroeg hij: + +»Michael Strogoff, weet gij den inhoud van dezen brief?” + +»Ja, Uwe Hoogheid. Ik kon in de noodzakelijkheid komen om hem te +vernietigen opdat hij niet in de handen der Tartaren zou vallen en, in +dit geval, wilde ik de woorden nauwkeurig aan Uwe Hoogheid +overbrengen.” + +»Gij weet dat deze brief ons gebiedt te Irkoetsk te sterven, liever dan +de stad over te geven?” + +»Ik weet het.” + +»Gij weet ook dat hij eene aanwijzing bevat van de bewegingen der +troepen, die vereenigd zijn, om den inval tot staan te brengen?” + +»Ja, Uwe Hoogheid, maar die bewegingen zijn niet gelukt.” + +»Wat wilt gij daarmede zeggen?” + +»Ik wil zeggen, dat Ichim, Omsk, Tomsk, om slechts van de gewichtigste +plaatsen der beide Siberiën te spreken, achtereenvolgens door de +soldaten van Feofar-Khan zijn bezet.” + +»Maar is er gevochten? Hebben onze kozakken zich met de Tartaren +gemeten?” + +»Onderscheidene keeren, Uwe Hoogheid.” + +»En zijn ze teruggeslagen?” + +»Zij waren te zwak in getal.” + +»Waar hebben de ontmoetingen, waarvan gij spreekt, plaats gehad?” + +»Te Kolivan, te Tomsk....” + +Tot hiertoe had Ivan Ogareff slechts de waarheid gezegd, maar met het +oogmerk om de verdedigers van Irkoetsk aan het wankelen te brengen, +door de voordeden door de troepen van den emir behaald, te overdrijven, +voegde hij er bij: + +»En eene derde keer vóor Krasnoïarsk.” + +»En dit laatste gevecht?....” vroeg de grootvorst, wiens gesloten +lippen aan zijne woorden bijna geen doortocht lieten. + +»Het was meer dan een gevecht, Uwe Hoogheid, het was een veldslag.” + +»Een veldslag?” + +»Twintig duizend Russen uit de provinciën en uit het gouvernement +Tobolsk aangerukt, ontmoetten honderd vijftig duizend Tartaren en +werden, niettegenstaande hun moedig gedrag, vernietigd.” + +»Gij liegt!” riep de grootvorst uit, die te vergeefs zijne woede +trachtte meester te blijven. + +»Ik spreek de waarheid, Uwe Hoogheid,” antwoordde Ivan Ogareff. »Ik was +bij den veldslag van Krasnoïarsk tegenwoordig en daar ben ik gevangen +genomen!” + +De grootvorst hernam zijne bedaardheid en deed Ivan Ogareff door een +teeken begrijpen, dat hij aan zijne geloofwaardigheid niet twijfelde. + +»Op welken dag heeft die veldslag van Krasnoïarsk plaats gehad?” vroeg +hij. + +»Den 5den September.” + +»En nu zijn al de Tartaarsche troepen om Irkoetsk verzameld?” + +»Allen.” + +»En gij schat ze....?” + +»Op vier honderd duizend man.” + +Nieuwe overdrijving van Ivan Ogareff in het begrooten der sterkte van +de Tartaarsche troepen en altijd met hetzelfde oogmerk. + +»En heb ik niet de minste hulp uit de westelijke provinciën te +wachten?” vroeg de grootvorst. + +»Volstrekt geene, Uwe Hoogheid, ten minste vóor den winter.” + +»Welnu, Michael Strogoff, verneem dan dit. Al mocht noch uit het +westen, noch uit het oosten, mij eenige hulp geworden en al waren die +barbaren ook zes honderd duizend man sterk, toch zal ik Irkoetsk niet +overgeven!” + +Het boosaardig oog van Ivan Ogareff knipte even. De verrader scheen +daarmede te willen zeggen, dat de broeder van den czaar zijne rekening +buiten het verraad maakte. + +De grootvorst, die van een zenuwachtig gestel was, had groote moeite om +zijne kalmte te bewaren, toen hij deze ongunstige tijdingen vernam. Hij +liep heen en weer door de zaal onder de oogen van Ivan Ogareff, die hem +verslonden als eene voor zijne wraak bestemde prooi. Hij stond voor de +vensters stil, hij keek naar de wachtvuren in het Tartaarsche kamp, hij +trachtte de geluiden op te vangen, waarvan de meesten ontstonden door +den schok der ijsschotsen, die door den stroom der Angara werden +meegevoerd. + +Er verliep een kwartuur uurs, zonder dat hij eene andere vraag deed. +Den brief vervolgens weder opnemende, herlas hij er eene zinsnede uit +en zeide hij: + +»Gij weet, Michael Strogoff, dat er op dit oogenblik sprake is van een +verrader, voor wien ik mij wachten moet?” + +»Ja, Uwe Hoogheid.” + +»Hij moet trachten vermomd binnen Irkoetsk te dringen, zich van mijn +vertrouwen meester te maken om daarna, op een gegeven oogenblik, de +stad aan de Tartaren over te leveren.” + +»Dat weet ik alles, Uwe Hoogheid, en ik weet ook dat Ivan Ogareff +gezworen heeft zich persoonlijk op den broeder van den czaar te +wreken.” + +»Waarom?” + +»Men zegt dat die officier door den grootvorst tot een vernederend +verlies van zijn graad veroordeeld is.” + +»Ja.... dat herinner ik mij.... maar dat verdiende de ellendeling die +later tegen zijn land zou dienen en er een inval van barbaren zou +heenvoeren!” + +»Zijne Majesteit de czaar,” antwoordde Ivan Ogareff, »hechtte er vooral +veel aan dat gij verwittigd werdt van de booze plannen die Ivan Ogareff +tegen uwen persoon smeedt.” + +»Ja.... de brief deelt mij dat mede....” + +»En Zijne Majesteit heeft het mij persoonlijk gezegd en mij +gewaarschuwd om, op mijne reis door Siberië, tegen dien verrader op +mijne hoede te wezen.” + +»Hebt gij hem ontmoet?” + +»Ja, Uwe Hoogheid, na den slag van Krasnoïarsk. Had hij kunnen +vermoeden dat ik een brief overbracht aan Uwe Hoogheid gericht en +waarin zijne plannen ontsluierd werden, hij zou mij geene genade +verleend hebben.” + +»Ja, gij waart verloren geweest!” antwoordde de grootvorst. »En hoe +hebt gij kunnen ontsnappen?” + +»Door mij in de Irtisch te werpen.” + +»En hoe zijt gij binnen Irkoetsk gekomen?” + +»Onder begunstiging van een uitval die dezen avond is gedaan om een +Tartaarsche afdeeling terug te drijven. Ik heb mij onder de verdedigers +der stad geschaard, ik heb mij doen herkennen en men heeft mij dadelijk +voor Uwe Hoogheid gebracht.” + +»Goed, Michael Strogoff,” antwoordde de grootvorst. »Gij hebt, +gedurende die moeielijke zending, moed en ijver betoond. Ik zal het +niet vergeten. Hebt gij mij eenige gunst te vragen?” + +»Geene andere dan de vergunning om aan de zijde van Uwe Hoogheid te +strijden,” antwoordde Ivan Ogareff. + +»Het zij zoo, Michael Strogoff. Van dit oogenblik verbind ik u aan mijn +persoon en zult gij in dit paleis wonen.” + +»En, indien Ivan Ogareff, volgens de bedoeling, die men hem +toeschrijft, zich onder een valschen naam aan Uwe Hoogheid laat +voorstellen?....” + +»Dan zullen we, dank aan u die hem kent, hem ontmaskeren en ik zal hem +onder den knoet laten omkomen. Ga.” + +Ivan Ogareff, bedenkende dat hij kapitein in het korps koeriers van den +czaar was, groette op militaire wijze en vertrok. + +Ivan Ogareff had zijne onwaardige rol dus met goed gevolg gespeeld. Van +het vertrouwen van den grootvorst was hij geheel en ten volle +verzekerd. Hij kon er misbruik van maken, wanneer en waar hij wilde. +Hij zou hetzelfde paleis bewonen. Hij zou achter de geheimen der +verdediging komen. Hij had den toestand dus in handen. Niemand te +Irkoetsk kende hem, niemand kon hem ontmaskeren. Hij besloot dus, +zonder uitstel, aan het werk te gaan. + +Inderdaad drong de tijd. De stad moest over zijn vóor de aankomst der +Russen uit het noorden en het oosten, en dat was eene zaak van slechts +weinige dagen. Waren de Tartaren eens meester van Irkoetsk, dan zou het +niet gemakkelijk op hen te heroveren zijn. Moesten zij het later +opgeven, dan zouden zij het niet doen zonder het tot den grond toe +verwoest te hebben en zonder dat het hoofd van den grootvorst voor de +voeten van Feofar-Khan was gerold. + +Ivan Ogareff, die volle vrijheid had om te kijken, waar te nemen, te +handelen, hield zich reeds den volgenden dag bezig om de wallen te +bezoeken. Overal werd hij met de hartelijkste gelukwenschen begroet +door officieren, soldaten en burgers. Die koerier van den czaar was +voor hen als het ware een band, die hen aan het keizerrijk hechtte. +Ivan Ogareff verhaalde dan, met een onbeschaamdheid die zich nooit +verraadde, de verzonnen ongevallen zijner reis. Daarna sprak hij zeer +behendig, zonder er te veel nadruk op te leggen, over het ernstige van +den toestand, terwijl hij, zooals hij bij den grootvorst had gedaan, de +voordeelen door de Tartaren behaald en de krachten waarover deze +barbaren beschikten, zeer overdreef. Naar zijn zeggen zou de verwachte +hulp, zoo zij al aankwam, niet afdoende zijn en stond het te vreezen +dat een onder de muren van Irkoetsk geleverde veldslag even noodlottig +zou afloopen als de slagen van Kolivan, Tomsk en Krasnoïarsk. + +Met deze boosaardige gezegden liep Ivan Ogareff niet te koop. Hij ging +zeer omzichtig te werk om ze langzamerhand in het gemoed der +verdedigers van Irkoetsk te doen doordringen. Hij scheen slechts, en +met tegenzin, te antwoorden, wanneer hij daartoe door vragen gedrongen +werd. In ieder geval voegde hij er steeds bij, dat men zich tot den +laatsten man moest verdedigen en dat men liever de stad moest in de +lucht laten springen, dan haar over te geven! + +Het kwaad zou er niettemin om gesticht zijn, zoo dit mogelijk ware +geweest. Maar de bezetting en de bevolking van Irkoetsk waren te +vaderlandlievend, om aan het wankelen te worden gebracht. Niemand van +deze soldaten of burgers, opgesloten in eene stad aan het einde der +Aziatische wereld, zou er aan gedacht hebben om van overgaaf te +spreken. De verachting van den Rus voor deze barbaren was grenzenloos. + +Van den anderen kant vermoedde niemand de schandelijke rol die Ivan +Ogareff speelde; niemand kon gissen dat de gewaande koerier van den +czaar slechts een verrader was. + +Eene zeer natuurlijke omstandigheid was oorzaak dat, dadelijk na de +aankomst van Ivan Ogareff, tusschen hem en een der dapperste +verdedigers der stad, Wassili Fedor, veelvuldige betrekkingen +ontstonden. + +Men weet door welke onrust deze ongelukkige vader verteerd werd. Wat +was er van zijne dochter, Nadia Fedor geworden, indien zij Rusland +verlaten had op den dag, aangegeven in den laatsten brief dien hij uit +Riga ontvangen had? Trachtte zij nog om door de overheerde provinciën +te trekken of was zij reeds lang gevangen genomen? De eenige +verzachting voor zijne smart vond Wassili in een gevecht tegen de +Tartaren, eene gelegenheid die zich, naar zijn zin, te weinig voordeed. + +En, toen Wassili Fedor nu de zoo onverwachte aankomst van een koerier +des czaars vernam, had hij als een voorgevoel dat deze koerier hem +tijding van zijne dochter zou brengen. Het was waarschijnlijk slechts +eene denkbeeldige hoop, maar hij hield er zich aan vast. Was deze +koerier niet gevangen, toen Nadia het wellicht ook was? + +Wassili Fedor ging Ivan Ogareff opzoeken, die deze gelegenheid aangreep +om in dagelijksche betrekking met den commandant te geraken. Hoopte +deze renegaat deze omstandigheid te benuttigen? Mat hij iedereen naar +zich zelven af? Meende hij dat een Rus, zelfs een staatkundige balling, +laag genoeg kon wezen om zijn land te verraden? + +Wat er van zij, Ivan Ogareff beantwoordde, met kunstig geveinsde +bereidwilligheid, de beleefdheden die Nadia’s vader hem bewees. De +laatste begaf zich, reeds daags na de aankomst van den gewaanden +koerier, naar het paleis van den gouverneur-generaal. Daar maakte hij +Ivan Ogareff bekend met de omstandigheden waaronder zij Europeesch +Rusland verlaten had en vertelde hem hoe ongerust hij thans ten haren +opzichte was. + +Ivan Ogareff kende Nadia niet, hoewel hij haar ontmoet had op de +wisselplaats te Ichim, toen zij er zich met Michael Strogoff bevond. +Maar toen had hij op haar even weinig acht geslagen als op de beide +dagbladschrijvers, die gelijktijdig in het posthuis waren. Hij kon dus +aan Wassili omtrent zijne dochter niets mededeelen. + +»Maar op welk tijdstip,” vroeg Ivan Ogareff, »zou uwe dochter het +Russisch grondgebied verlaten hebben?” + +»Zoo wat op denzelfden tijd als gij,” antwoordde Wassili Fedor. + +»Ik heb Moskou 15 Juli verlaten.” + +»Nadia moet op datzelfde tijdstip Moskou verlaten hebben. Haar brief +meldde het bepaald.” + +»Was zij op 15 Juli te Moskou?” vroeg Ivan Ogareff. + +»Ja zeker op dat tijdstip.” + +»Welnu!....” antwoordde Ivan Ogareff, maar zich bedenkende, zeide hij: + +»Maar neen. Ik bedrieg mij.... Ik zou de dagen verwarren....” liet hij +er op volgen. »Het is ongelukkig zeer waarschijnlijk dat uwe dochter de +grens zal overschreden hebben en slechts éene hoop blijft u over, +namelijk: dat zij niet verder zal zijn gegaan, toen zij de berichten +van den Tartaarschen inval vernam!” + +Wassili Fedor liet het hoofd zakken. Hij kende Nadia en hij wist wel +dat niets haar vertrek zou hebben kunnen tegenhouden. + +Ivan Ogareff had weder, zonder noodzaak, een waarlijk wreede daad +gepleegd. Met éen woord had hij Wassili Fedor gerust kunnen stellen. +Want hoewel Nadia, onder de omstandigheden die bekend zijn, de +Siberische grens had overschreden, zou Wassili Fedor, zoo hij de +dagteekening, waarop zijne dochter zich te Nijni-Novgorod bevond, +vergeleken had met de dagteekening van het besluit, houdende verbod om +het verlaten, ongetwijfeld tot het besluit zijn gekomen dat Nadia niet +aan de gevaren van den inval kon hebben blootgestaan en dat zij zich, +ondanks haar zelve, nog op het Europeesche grondgebied van het +keizerrijk bevond. + +Ivan Ogareff zijne inborst volgende als een man, wien het lijden van +anderen niet meer kon treffen, kon dit woord zeggen.... Hij zeide het +niet. + +Wassili Fedor verwijderde zich met een gebroken hart. Na dit onderhoud +was zijne laatste hoop vervlogen. + +Gedurende beide volgende dagen, 3 en 4 October, ontbood de grootvorst +den gewaanden Michael Strogoff onderscheidene malen en liet hij hem +alles herhalen wat hij in het kabinet des keizers in het Nieuwe Paleis +gehoord had. Op al deze vragen voorbereid, antwoordde Ivan Ogareff +zonder ooit te aarzelen. Met voordacht maakte hij er geen geheim van +dat het gouvernement van den czaar door den inval ten eenenmale verrast +was, dat de opstand in het grootste geheim was voorbereid, dat de +Tartaren reeds van de linie van de Obi meester waren toen het bericht +van den inval te Moskou aankwam en, eindelijk, dat in de Russische +provinciën niets gereed was om de troepen ter verdrijving der +overweldigers noodig, naar Siberië te zenden. + +Ivan Ogareff, die in zijn doen en laten volkomen vrij was, ging +vervolgens Irkoetsk bestudeeren, namelijk den toestand zijner +versterkingswerken en hunne zwakke punten, ten einde later van zijne +waarnemingen voordeel te kunnen trekken in het geval, dat eenige +omstandigheid hem de volvoering van zijne verraderlijke daad mocht +beletten. In het bijzonder onderzocht hij de Bolchaïa-poort, die hij +wilde overleveren. + +Tweemaal ’s avonds kwam hij op het glacis van deze poort. Hij wandelde +er zonder vrees van zich bloottestellen aan de schoten der belegeraars, +wier voorposten zich minstens op eene werst van de wallen bevonden. Hij +wist wel dat hij geen gevaar liep en dat hij zelfs herkend werd. Ook +merkte hij eene schim op, die tot aan den voet der aardwerken sloop. + +Sangarre beproefde, met levensgevaar, om zich met Ivan Ogareff in +gemeenschap te stellen. Overigens genoten de belegerden, sedert twee +dagen, eene rust waaraan de Tartaren hen, sedert den aanvang der +belegering, niet gewend hadden. + +Dit had plaats op bevel van Ivan Ogareff. De luitenant van Feofar-Khan +had gewild dat elke poging om de stad met geweld te nemen, gestaakt +werd. Ook nam het geschut een volstrekt stilzwijgen in acht, sedert +zijne aankomst te Irkoetsk. Misschien—dat hoopte hij ten minste—zou de +waakzaamheid der belegerden verflauwen. In elk geval zouden duizenden +Tartaren aan de voorposten gereed staan om zich op de van verdediging +ontbloote poort te werpen, zoodra Ivan Ogareff hun het tijdstip van +handelen zou hebben bekend gemaakt. + +Dit kon intusschen niet lang uitblijven. De slag moest geslagen worden, +voordat de Russische korpsen in het gezicht van Irkoetsk aankwamen. +Ivan Ogareff nam een besluit en dienzelfden avond viel er, van het +glacis, een briefje in de handen van Sangarre. + +Ivan Ogareff had besloten Irkoetsk den volgenden dag, in den nacht van +5 op 6 October, te twee uur des morgens, over te leveren. + + + + + + + + +XXXI. + +DE NACHT VAN 5 OP 6 OCTOBER. + + +Het plan van Ivan Ogareff was met de grootste zorg opgemaakt en, +behoudens onwaarschijnlijke kansen, moest het gelukken. Het kwam er op +aan dat de Bolchaïa-poort vrij was op het oogenblik dat hij haar zou +overleveren. Daarom moest, op dat oogenblik, de aandacht der belegerden +naar een ander punt der stad worden afgetrokken. Er was alzoo omtrent +eene afleiding met den emir overeengekomen. + +Deze afleiding moest aan de zijde der voorstad van Irkoetsk plaats +hebben, boven- en benedenwaarts van den stroom, op den rechteroever. De +aanval op deze punten zou zeer ernstig zijn en tegelijkertijd zou een +schijn-overtocht van de Angara op haren linkeroever beproefd worden. +Waarschijnlijk zou de Bolchaïa-poort dan van troepen ontbloot worden, +te meer omdat de Tartaarsche posten aan die zijde achterwaarts +verplaatst wordende, het den schijn zou hebben alsof deze ingerukt +waren. + +Men schreef 5 October. Binnen vier en twintig uren moest de hoofdstad +van Oostelijk-Siberië in handen van den emir zijn en de grootvorst in +de macht van Ivan Ogareff. + +Gedurende dien dag had er eene ongewone beweging plaats in het kamp aan +de Angara. Uit de ramen van het paleis en van de huizen op de +rechteroever, zag men duidelijk dat op den tegenoverliggenden oever +groote toebereidselen werden gemaakt. Talrijke afdeelingen Tartaren +richtten zich naar het kamp en kwamen van uur tot uur de troepen des +emirs versterken. Het was de overeengekomen afleiding die, op zeer +merkbare wijze, werd gereedgemaakt. + +Overigens verheelde Ivan Ogareff het niet voor den grootvorst dat er, +van die zijde, een aanval te vreezen was. Hij wist, zeide hij, dat er +boven en beneden de stad, eene bestorming zou worden beproefd en hij +raadde den grootvorst deze meer rechtstreeks bedreigde punten te +versterken. + +Daar de waargenomen toebereidselen den door Ivan Ogareff gegeven raad +kracht bijzetten, was het dringend noodig daarmede rekening te houden. +Na het houden van een krijgsraad op het paleis, werden dan ook bevelen +gegeven om de verdediging samen te trekken op den rechteroever der +Angara en aan de beide uiteinden der stad, daar waar de aardwerken op +de rivier steunden. + +Dat was juist wat Ivan Ogareff wilde. Hij rekende er natuurlijk niet +op, dat de Bolchaïa-poort zonder verdedigers zou gelaten worden, maar +wel dat hun aantal gering zou zijn. Overigens had Ivan Ogareff er voor +gezorgd dat de afleiding op zoo’n groote schaal zou geschieden, dat de +grootvorst verplicht zou zijn er zijne geheele beschikbare troepenmacht +tegen over te stellen. + +Bovendien moest eene zeer ernstige gebeurtenis, door Ivan Ogareff +bedacht, de uitvoering zijner plannen krachtig bevorderen. Al werd +Irkoetsk niet op twee van de Bolchaïa-poort verwijderde punten en van +den rechteroever der rivier aangetast, dan zou de bedoelde gebeurtenis +nog voldoende zijn geweest om de samenwerking der verdedigers naar het +punt te lokken, waar Ivan Ogareff hen juist wilde hebben. Hij zou, +tegelijkertijd, eene vreeselijke ramp teweegbrengen. + +Alle kansen stonden dus gunstig om de poort, op het bepaalde uur bijna +onbezet, aan de duizenden Tartaren over te leveren, die onder +beschutting der dichte oostelijke wouden stonden te wachten. + +Gedurende dezen dag, waren de bezetting en de bevolking van Irkoetsk +voortdurend op den uitkijk. Alle maatregelen, door een ophanden zijnden +aanval op de tot dusver ontziene punten geboden, waren genomen. De +grootvorst en generaal Woranzoff bezochten de posten, die op hun bevel +versterkt waren. Het keurkorps van Wassili Fedor bezette het noordelijk +gedeelte der stad, maar had in last zich derwaarts te begeven, waar het +gevaar het grootst was. De rechteroever der Angara was voorzien van het +weinige geschut dat beschikbaar was. Door deze tijdig genomen +maatregelen, te danken aan de mededeelingen van Ivan Ogareff zoo van +pas gedaan, mocht men hopen dat de voorgenomen aanval niet zou +gelukken. In dat geval zouden de voor het oogenblik ontmoedigde +Tartaren eene nieuwe poging tegen de stad waarschijnlijk eenige dagen +uitstellen. En nu konden de door den grootvorst verwachte troepen ieder +uur aankomen. Het behoud of het verlies van Irkoetsk hing dus slechts +aan éen draad. + +De zon, dien dag te zes uur twintig minuten opgegaan, ging om vijf uur +twintig minuten onder, na hare schijf gedurende elf uren boven den +gezichteinder rondgewenteld te hebben. De schemering zou nog twee uur +tegen den nacht te worstelen hebben. Daarna zou de ruimte in dichte +duisternis gehuld worden, want dikke wolken stapelden zich in de lucht +op en de maan, die nieuw was, zou zich niet vertoonen. + +Deze diepe duisternis zou de plannen van Ivan Ogareff volkomen +bevorderen. + +Reeds gedurende eenige dagen ging een buitengewoon hevige koude den +Siberischen winter vooraf en dien avond was zij nog gevoeliger. De op +den rechteroever der Angara geplaatste soldaten, hadden om hunne +aanwezigheid te verbergen, geen wachtvuren aangestoken. Zij leden dus +vreeselijk door deze geduchte daling der temperatuur. Eenige voeten +onder hen dreven de ijsschotsen voorbij, die den stroom der rivier +volgden. Men had ze den geheelen dag in gesloten rijen, tusschen de +beide oevers, zien voorbijdrijven. Deze door den grootvorst en zijne +officieren opgemerkte omstandigheid, werd als zeer gelukkig beschouwd. +Het was duidelijk dat, zoo het bed der Angara verstopt werd, de +overtocht geheel ondoenlijk zou worden. De Tartaren zouden vlotten noch +schuiten kunnen besturen en het was ook niet aan te nemen dat zij den +stroom op deze ijsschotsen, als ze zich aan elkander vast hadden +gehecht, zouden oversteken. Het pas verbonden ijsveld zou aan den +overgang eener stormkolonne geen voldoenden wederstand hebben geboden. + +Maar omdat deze omstandigheid den verdedigers van Irkoetsk gunstig +scheen, had Ivan Ogareff hare verschijning moeten betreuren. Dit was +intusschen geenszins het geval! De verrader wist maar al te goed, dat +de Tartaren den overtocht der Angara niet zouden beproeven en dat hunne +pogingen van die zijde slechts eene krijgslist zouden zijn. + +Intusschen werd de toestand der rivier tegen tien uur ’s avonds +merkelijk gewijzigd tot groote verrassing der belegerden en, thans, +niet in hun voordeel. De overtocht, tot dusver onmogelijk, werd +eensklaps doenlijk. Het bed der Angara was weder open geworden. De +ijsschotsen, die gedurende de laatste dagen in grooten getale +voorbijgetrokken waren, verdwenen benedenwaarts en het was veel als er +nu vijf of zes waren in de ruimte, tusschen beide oevers begrepen. Zij +vertoonden zelfs de samenstelling niet meer van de in gewone +omstandigheden en onder den invloed eener regelmatige koude gevormde +schotsen. Het waren eenvoudige brokken van een of ander ijsveld +losgescheurd, waarvan de scherpe brokken geene ruwe bobbels vertoonden. + +De Russische officieren die deze wijziging in den toestand der rivier +waarnamen, gaven er den grootvorst kennis van. Overigens was, als reden +voor die verandering, aantenemen dat de ijsschotsen zich op een nauw +punt der Angara hadden opgehoopt, zoodanig dat zij eene verstopping +vormden. + +Men weet dat dit het geval was. + +De overtocht der Angara stond dus voor de belegeraars open. Daardoor +waren de Russen genoodzaakt met nog meer oplettendheid wacht te houden. + +Tot middernacht viel er niets bijzonders voor. Aan de oostzijde voorbij +de Bolchaïa-poort, was het volkomen rustig. Geen wachtvuur was er +zichtbaar in die dichte wouden, die aan den gezichteinder met de laag +hangende wolken ineensmolten. + +In het kamp van de Angara heerschte daarentegen, blijkens het +veelvuldig verplaatsen van lichten, groote drukte. + +Op eene werst boven en beneden het punt waar de wal zich aan den +steilen rivieroever aansloot, werd een dof geraas vernomen, ’t welk +aantoonde dat de Tartaren op de been waren, in afwachting van eenig +sein. Weder verliep er een uur. Niets nieuws. + +De klok der hoofdkerk van Irkoetsk zou twee uur slaan en nog had geene +enkele beweging verraden dat de belegeraars vijandelijke bedoelingen in +den zin hadden. + +De grootvorst en zijne officieren vroegen zich af of zij niet in +dwaling gebracht waren en of het werkelijk in het plan der Tartaren lag +om de stad te willen verrassen. De vorige nachten waren, bij lange na, +zoo kalm niet geweest. Er vielen toen geweerschoten in de richting der +voorposten, granaten doorkruisten de lucht en thans, niets. + +De grootvorst, generaal Woranzoff en hunne adjudanten wachtten dus, +gereed om, naar gelang der omstandigheden, bevelen te geven. + +Men weet dat Ivan Ogareff eene kamer in het paleis had. Het was eene +vrij groote zaal, gelijkvloers en waarvan de ramen uitkwamen op een +terras dat er langs liep. Men behoefde slecht eenige schreden op dit +terras te doen om den geheelen loop der Angara te kunnen overzien. Er +heerschte eene diepe duisternis in deze zaal. Bij een venster staande, +wachtte Ivan Ogareff het uur van handelen af. Blijkbaar kon hij alleen +het sein geven. Dit sein eenmaal gegeven zijnde en het meerendeel der +verdedigers van Irkoetsk naar de openlijk aangetaste punten opgeroepen +zijnde, was het zijn voornemen het paleis te verlaten en zijn werk te +gaan volbrengen. Hij wachtte dus in de duisternis als een wild beest, +dat gereed is om zich op zijn prooi te werpen. + +Intusschen vroeg de grootvorst, eenige minuten voor twee uur om Michael +Strogoff—den eenigen naam dien hij aan Ivan Ogareff kon geven—bij hem +te brengen. Een adjudant kwam tot voor zijne kamer, die gesloten was. +Hij riep hem... + +Onbeweeglijk aan het venster staande en onzichtbaar in de schaduw, +wachtte Ivan Ogareff zich wel antwoord te geven. + +Men berichtte dus aan den grootvorst dat de koerier van den czaar, op +dit oogenblik, niet in het paleis was. + +Het sloeg twee uur. Dit was het oogenblik om de met de Tartaren—voor de +bestorming gereed staande—overeengekomen afleiding te doen aanvangen. + +Ivan Ogareff opende het venster zijner kamer en plaatste zich op den +noordelijken hoek van het terras. + +In de schaduw, beneden hem, stroomden de wateren der Angara, die +brullende op de uitstekende hoeken der pijlers braken. + +Ivan Ogareff haalde een stuk lont uit zijn zak, stak het aan en deed +daarmee een weinig met laadkruit doortrokken vlas of werk ontbranden. +Dit laatste wierp hij in de rivier... + +Het was op bevel van Ivan Ogareff geweest dat stroomen minerale olie op +de oppervlakte der Angara waren uitgestort! + +Boven Irkoetsk werden op den rechteroever naphtabronnen geëxploiteerd, +tusschen het vlek Poshkavsk en de stad. Ivan Ogareff had besloten om +dit vreeselijke middel te bezigen om Irkoetsk in brand te steken. Hij +maakte zich derhalve meester van de onmetelijke vergaarbakken, waarin +de brandbare vloeistof bewaard werd. + +Het afbreken van een muur was voldoende om ze in groote hoeveelheid te +doen wegstroomen. + +Dit was dezen nacht, eenige uren geleden, geschied en daarom dreef het +vlot, dat den echten koerier van den czaar, Nadia en de vluchtelingen +overvoerde, op een stroom van minerale olie. Door de bressen in deze +vergaarbakken, die millioenen kubieke meter inhielden, had de naphta +zich als een stortvloed naar buiten geworpen en had zij zich, de +natuurlijke helling van den bodem volgende, over de oppervlakte van de +rivier verspreid, waarop hare dichtheid haar deed drijven. + +Zoo verstond Ivan Ogareff den oorlog! Bondgenoot der Tartaren, handelde +hij als een Tartaar en tegen zijn eigen landgenooten! + +Het brandende werk was op de wateren der Angara geworpen. In een +oogenblik alsof de stroom uit alkohol bestond, stond de rivier, zoo +boven- als benedenwaarts, met de snelheid der electriciteit, in vuur. +Blauwachtige vlammen kronkelden zich tusschen beide oevers. Groote +roetkleurige dampen dwarrelden er boven. De enkele ijsschotsen die nog +afdreven, smolten, door het vurige water aangetast, als was boven een +oven en het verdampte water ontsnapte in de lucht met een oorverdoovend +gefluit. + +Op hetzelfde oogenblik ontbrandde geweervuur ten noorden en ten zuiden +van de stad. De batterijen in het kamp der Angara vuurden met volle +lagen. Verscheidene duizenden Tartaren bestormden de aardwerken. De +huizen op de oevers van hout gebouwd, vatten aan alle zijden vuur. Een +ontzettende gloed verdreef de schaduw van den nacht. + +»Eindelijk!” zeide Ivan Ogareff. + +En hij had recht om zich lof toe te zwaaien! De afleiding, die hij +uitgedacht had, was vreeselijk. De verdedigers van Irkoetsk waren nu +tusschen den aanval der Tartaren en de verschrikkingen van den brand +geplaatst. De klokken luidden en al wat onder de bevolking weerbaar +was, begaf zich naar de aangevallen punten en naar de huizen verteerd +door het vuur, dat zich aan de geheele stad dreigde mede te deelen. + +De Bolchaïa-poort was bijna vrij. Men had er nauwelijks eenige +verdedigers achtergelaten. En op aanraden van den verrader zelven, én +opdat de zaak, als zij gebeurd zou zijn, buiten hem en uit +staatkundigen haat zou kunnen worden verklaard, waren deze weinige +verdedigers uit het kleine korps ballingen gekozen. + +Ivan Ogareff kwam in zijne kamer terug die toen schitterend verlicht +was door de vlammen der Angara, die zich boven de hekken van het terras +verhieven. Daarna maakte hij zich gereed om uit te gaan. + +Maar nauwelijks had hij de deur geopend, of eene vrouw stortte zich in +de kamer met natte kleederen en verward haar. + +»Sangarre!” riep Ivan Ogareff in het eerste oogenblik van verrassing +uit en in de verbeelding dat het niemand anders dan de zigeunerin kon +zijn. + +Het was Sangarre niet, het was Nadia. + +Op het oogenblik dat het meisje op de ijsschots gevlucht, een kreet had +geslaakt toen zij de Angara den brand zag verspreiden, had Michael +Strogoff haar in zijne armen genomen en was hij met haar ondergedoken +om, in de diepten der wateren zelven, eene beschutting tegen de vlammen +te zoeken. Men weet dat de schots die hen droeg toen niet meer dan een +dertig vademen van de eerste kade boven Irkoetsk verwijderd was. + +Na onder water gezwommen te hebben, gelukte het Michael Strogoff, met +Nadia op de kade vasten voet te krijgen. + +Eindelijk bereikte Michael Strogoff zijn doel! Hij was te Irkoetsk! + +»Naar het paleis van den gouverneur!” zeide hij tot Nadia. + +Binnen tien minuten kwamen beiden aan den ingang van dat paleis, +waarvan de steenen grondlagen door de vurige tongen der Angara werden +gelekt, maar die door den brand niet bereikt konden worden. + +Er voorbij stonden al de huizen op den oever in vlammen. + +Zonder moeite traden Michael Strogoff en Nadia dat voor iedereen +geopende paleis binnen. Door de algemeene verwarring merkte niemand hen +op, hoewel hunne kleederen doornat waren. + +Eene menigte officieren die orders kwamen halen en soldaten die ze +uitvoerden, vulden de groote zaal gelijkvloers. Daar werden Michael +Strogoff en het meisje, door een plotseling gedrang van de verschrikte +menigte, van elkander gescheiden. + +Nadia liep verwilderd door de benedenzalen, haar makker roepende en +vragende om voor den grootvorst te worden gebracht. + +Eene deur, die toegang gaf tot eene van licht schitterende kamer, +opende zich voor haar. Zij trad binnen en bevond zich onverwachts +tegenover hem dien zij te Ichim gezien had, dien zij te Tomsk gezien +had, tegenover hem wiens schelmsche hand, een oogenblik later, de stad +zou overleveren! + +»Ivan Ogareff!” riep zij uit. + +De ellendeling sidderde toen hij zijn naam hoorde uitspreken. Was zijn +ware naam bekend, dan leden al zijn plannen schipbreuk. Hem bleef +slechts eene zaak over: het wezen, dat hem had uitgesproken, +onverschillig wie het was, te dooden. + +Ivan Ogareff wierp zich op Nadia; maar het meisje plaatste zich, met +een mes in de hand, tegen den muur, gereed om zich te verdedigen. + +»Ivan Ogareff!” schreeuwde Nadia nogmaals, wel wetende dat deze +verachte naam haar hulp zou doen toekomen. + +»Zwijg!” zeide de verrader. + +»Ivan Ogareff!” schreeuwde het onverschrokken meisje voor de derde maal +met eene stem, die de haat tienmaal sterker had gemaakt. + +Door woede bedwelmd, trok Ivan Ogareff een dolk uit zijn gordel, wierp +zich op Nadia en drong haar in een hoek van de zaal. + +Het ware met haar gedaan geweest, toen de ellendeling, plotseling door +eene onweerstaanbare kracht opgeheven, op den grond rolde. + +»Michael,” riep Nadia uit. + +Het was Michael Strogoff. + +Michael Strogoff had het geroep van Nadia gehoord. Door hare stem +geleid, was hij tot aan de kamer van Ivan Ogareff gekomen en door de +openstaande deur binnengetreden. + +»Vrees niets, Nadia,” zeide hij, zich tusschen haar en Ivan Ogareff +plaatsende. + +»Ach!” riep het meisje uit, »neem u in acht, broeder!.... De verrader +is gewapend!.... Hij ziet goed, hij!....” + +Ivan Ogareff was opgestaan en met den blinde gemakkelijk spel meenende +te hebben, wierp hij zich op Michael Strogoff. Maar de blinde greep den +helderziende met de eene hand bij den arm en, met de andere zijn wapen +afwerende, smeet hij hem ten tweeden male op den grond. + +Bleek van woede en schaamte, bedacht Ivan Ogareff zich dat hij een +degen droeg. Hij trok hem uit de scheede en ging er weer op los. + +Hij ook had Michael Strogoff herkend. Een blinde! Tenslotte had hij +slechts met een blinde te doen! De partij stond schoon voor hem! + +Nadia bevreesd voor het gevaar dat haar makker in zoo’n ongelijke +worsteling bedreigde, vloog naar de deur en riep om hulp. + +»Nadia, doe die deur dicht!” zeide Michael Strogoff. »Roep niemand en +laat mij mijn gang gaan! De koerier van den czaar heeft heden van dien +ellendeling niets te vreezen! Laat hij op mij afkomen, zoo hij durft! +Ik wacht hem af.” + +Intusschen sprak Ivan Ogareff, die als een tijger op de loer lag, geen +woord. Hij had het geluid van zijn stap, zelfs zijne ademhaling wel +voor het oor van den blinde willen wegdoen. Hij wilde hem treffen voor +dat hij hem hoorde naderen; hij wilde hem met een wissen stoot treffen. +De verrader dacht er niet aan om te vechten, maar om hem, wiens naam +hij gestolen had, te vermoorden. + +Nadia, bevreesd en tegelijkertijd vertrouwende, aanschouwde dit +vreeselijk tooneel met eene soort van bewondering. Het scheen dat de +bedaardheid van Michael Strogoff zich plotseling aan haar had +medegedeeld. Michael Strogoff had, wel is waar, geen ander wapen dan +zijn Siberisch mes en hij zag zijn tegenstander niet, die met een degen +gewapend was. Maar door welke hemelsche goedheid scheen hij hem dan den +meester te zijn? Hoe kwam het dat hij, zonder zich bijna te +verplaatsen, steeds front maakte tegenover de punt van zijn degen? + +Ivan Ogareff bespiedde, met zichtbaren angst, zijn zonderlingen +tegenstander. De bovenmenschelijke bedaardheid had invloed op hem. Te +vergeefs zeide hij tot zichzelven dat, wanneer hij met zijne rede te +rade ging, al het voordeel in zulk een ongelijk gevecht, geheel aan +zijn kant moest zijn. Die onbeweeglijkheid van den blinde verlamde hem. +Zijn blik had de plek opgezocht waar hij zijn slachtoffer moest +treffen.... Hij had haar gevonden!.... Wat weerhield hem dan om er een +eind aan te maken?.... + +Eindelijk deed hij een sprong en richtte hij een degenstoot op Michael +Strogoff’s borst. + +Eene bijna onmerkbare beweging van het mes van den blinde weerde den +stoot af. Michael Strogoff was niet geraakt en wachtte koelbloedig, +zonder uittarting, een tweeden aanval af. + +Een ijskoud zweet druppelde van het voorhoofd van Ivan Ogareff. Hij +ging een pas achterwaarts en viel toen weer uit. Maar de tweede stoot +trof evenmin als de eerste. Een eenvoudige afwering met het breede mes +was voldoende om den nutteloozen degen van den verrader te doen +afwijken. + +Deze, dol van woede en schrik tegenover dat levende standbeeld, richtte +zijne bevreesde blikken op de wijd geopende oogen van den blinde. Die +oogen, die tot in het diepst zijner ziel schenen te lezen en niet +zagen, niet konden zien, die oogen oefenden eene verschrikkelijke +betoovering op hem uit. + +Plotseling liet Ivan Ogareff een kreet hooren. + +Er was onverwachts een licht voor zijne gedachte opgegaan. + +»Hij ziet,” riep hij uit, »hij ziet!....” + +En, als een wild dier dat in zijn hol tracht binnen te sluipen, liep +hij achteruit, schrede voor schrede en geheel terneergeslagen, naar het +achtergedeelte der zaal. + +Toen kwam er leven in het standbeeld, de blinde liep recht op Ivan +Ogareff toe en zich vlak voor hem plaatsende, zeide hij: + +»Ja, ik zie! Ik zie den knoetslag, waarmee ik u gemerkt heb, verrader +en lafaard! Ik zie de plek waar ik u nu zal treffen! Verdedig uw leven! +Ik verwaardig mij u een tweegevecht aan te bieden! Mijn mes zal het +tegen uw degen opnemen!” + +»Hij ziet,” zeide Nadia tot zichzelve. »Barmhartige God, zou het +mogelijk zijn!” + +Ivan Ogareff voelde dat hij verloren was. Maar, door eene opwelling +zijner wilskracht moed vattende, vloog hij met getrokken degen op zijn +onwrikbaren tegenstander los. De beide klingen kruisten zich, maar het +mes van Michael Strogoff, door de hand van een Siberisch jager gevoerd, +deed den degen in stukken vliegen en de ellendeling viel, in het hart +getroffen, dood op den grond. + +Op dit oogenblik werd de kamerdeur van buiten opengeduwd. De +grootvorst, door zijne officieren vergezeld, vertoonde zich op den +drempel. + +De grootvorst trad voorwaarts. Hij herkende, in het op den grond +liggende lijk, dat van hem dien hij voor den koerier des czaars hield. + +En toen vroeg hij op dreigenden toon: + +»Wie heeft die man gedood?” + +»Ik,” antwoordde Michael Strogoff. + +Een der officieren legde zijn revolver op zijn slaap aan, gereed om +vuur te geven. + +»Uw naam?” vroeg de grootvorst, voor dat hij bevel gaf hem het hoofd te +verbrijzelen. + +»Uwe Hoogheid vrage mij liever den naam van den man die aan hare voeten +ligt uitgestrekt!” antwoordde Michael Strogoff. + +»Ik herken dien man! Het is een dienaar van mijn broeder! Het is de +koerier van den czaar!” + +»Uwe Hoogheid, die man is geen koerier van den czaar! Het is Ivan +Ogareff!” + +»Ivan Ogareff?” riep de grootvorst uit. + +»Ja, Ivan de verrader!” + +»Maar gij, wie zijt gij dan?” + +»Michael Strogoff!” + + + + + + + + +XXXII. + +BESLUIT. + + +Michael Strogoff was niet blind; hij was het nooit geweest. Een zuiver +menschelijk natuurverschijnsel, van zedelijken en lichamelijken aard, +had de werking onschadelijk gemaakt van de gloeiende kling, die de +scherprechter van Feofar voorbij zijne oogen had laten gaan. + +Men herinnert zich dat Marfa Strogoff, op het oogenblik der +strafoefening, daar stond en hare handen naar haar zoon uitstrekte. +Michael Strogoff keek haar aan zooals een zoon, voor de laatste maal, +zijne moeder kan aankijken. + +Tranen, die met stroomen van zijn hart naar zijne oogen opwelden en die +zijne fierheid te vergeefs trachtte in te houden, hadden zich onder +zijne oogleden opgehoopt en, door langs het hoornvlies te verdampen, +hem het gezicht behouden. De laag van stoom door zijne tranen gevormd, +zich tusschen de gloeiende sabel en zijne oogappels plaatsende, was +voldoende geweest om de werking der hitte te vernietigen. Het was een +soortgelijke uitwerking als zich voordoet wanneer een werkman in eene +gieterij, na zijne hand in het water gedompeld te hebben, haar door +eene straal gesmolten ijzer laat gaan zonder letsel te bekomen. + +Michael Strogoff had dadelijk begrepen welk gevaar hij zou loopen zoo +hij zijn geheim, aan wien dan ook, mededeelde. Hij voelde welk voordeel +hij uit dezen toestand voor de uitvoering zijner voornemens kon +trekken. Omdat men hem blind waande, zou men hem vrij laten. Hij moest +dus blind zijn, voor allen, zelfs voor Nadia; hij moest het, in éen +woord, overal zijn en geen gebaar, mocht, waar ook, aan de oprechtheid +zijner rol twijfel kunnen doen opperen. Zijn besluit was genomen. Zelfs +zijn leven moest hij wagen om aan iedereen het bewijs zijner blindheid +te geven en men weet hoe hij het waagde. + +Alleen zijne moeder wist de waarheid; op het plein te Tomsk had hij het +haar in het oor gefluisterd, toen hij, in de schaduw over haar gebogen, +haar met zijne kussen overstelpte. + +Men zal nu begrijpen dat, toen Ivan Ogareff, uit wreede spotternij, den +keizerlijken brief voor zijne oogen, die hij uitgedoofd waande, had +gehouden, Michael Strogoff dien brief—waarin de snoode bedoelingen van +den verrader ontsluierd werden—had kunnen lezen en hem ook werkelijk +gelezen had. Vandaar die onomstootelijke wil om Irkoetsk te bereiken en +er zijne zending mondeling te vervullen. Hij wist dat de stad +overgeleverd zou worden! Hij wist dat het leven van den grootvorst +bedreigd was! Het behoud van den broeder des czaars en Siberië waren +dus nog in zijne handen. + +In weinige woorden was dit verhaal aan den grootvorst mede gedeeld en +Michael Strogoff vertelde ook en met welk eene aandoening! het aandeel +dat Nadia in die gebeurtenissen had gehad. + +»Wie is dat meisje?” vroeg de grootvorst. + +»De dochter van Wassili Fedor,” antwoordde Michael Strogoff. + +»De dochter van den commandant Fedor,” zeide de grootvorst, »is niet +meer de dochter ven een balling. Er zijn te Irkoetsk geene ballingen +meer!” + +Niet zoo bestand tegen de vreugde als tegen de smart, viel Nadia aan de +knieën van den grootvorst, die haar met de eene hand ophield, terwijl +hij de andere aan Michael Strogoff toestak. + +Een uur later lag Nadia in haars vaders armen. + +Michael Strogoff, Nadia, Wassili Fedor waren bij elkander. Van +weerszijden was het eene overstelping van geluk. + +De dubbele aanval der Tartaren tegen de stad was afgeslagen. + +Wassili Fedor had met zijn troepje de eerste aanvallers verpletterd die +zich voor de Bolchaïa-poort hadden vertoond, er op rekenende dat zij +hun geopend zou worden en hij, door een instinctmatig voorgevoel +gedreven, was er bij blijven staan om de verdediging der poort te +leiden. + +Terzelfder tijde dat de Tartaren teruggeworpen waren, maakten de +belegerden zich van den brand meester. Daar de vloeiende naphta snel op +de oppervlakte der Angara verbrand was, hadden de vlammen, die zich tot +de huizen op den oever bepaalden, de andere wijken der stad gespaard. + +Voor het aanbreken van den dag waren de troepen van Feofar-Khan in +hunne legerplaats teruggekeerd, een goed aantal dooden op de +buitenzijde der wallen achterlatende. + +Onder de dooden bevond zich de zigeunerin Sangarre, die vergeefs +getracht had om zich bij Ivan Ogareff te voegen. + +De belegeraars beproefden, gedurende twee dagen, geen nieuwe +bestorming. De dood van Ivan Ogareff had hen ontmoedigd. Hij was de +ziel van den aanval en hij alleen had, door zijne sedert lang op touw +gezette samenzwering, voldoenden invloed op de khans en hunne horden +uitgeoefend om hen in eene verovering van Aziatisch Rusland mede te +slepen. + +Intusschen waren de verdedigers van Irkoetsk op hun hoede en duurde de +omsingeling steeds voort. + +Maar den 7den October, bij de eerste schemering, bulderde het geschut +op de hoogten, die Irkoetsk omringen. + +Het was het hulpleger, dat onder de bevelen van generaal Kisselef +aanrukte en op deze wijze van zijne aankomst aan den grootvorst bericht +gaf. + +De Tartaren draalden niet. Zij wilden de kans van een veldslag onder de +muren der stad niet wagen en het kamp aan de Angara werd onmiddellijk +opgebroken. + +Irkoetsk was eindelijk verlost. + +Met de eerste Russische soldaten waren ook twee vrienden van Michael +Strogoff de stad binnengekomen. Het waren de onafscheidelijken, Blount +en Jolivet. Over de ijsverstopping den rechteroever van de Angara +bereikt hebbende, hadden zij met de overige vluchtelingen kunnen +ontsnappen, vóordat de vlammen der Angara het vlot bereikt hadden. +Alcide Jolivet had dit volgenderwijze in zijn zakboekje aangeteekend: + +»Op het punt geweest als eene citroen in eene kom punsch om te komen”. + +Hunne vreugde was groot, toen zij Nadia en Michael Strogoff gezond en +wel terugvonden en vooral toen zij vernamen dat hun dappere makker niet +blind was, hetgeen Harry Blount aanleiding gaf om deze opmerking in te +schrijven. + +»Gloeiend ijzer kan onvoldoende zijn om de gevoeligheid der +gezichtszenuw te vernietigen. Eene wijziging noodig!” + +Daarna hielden de beide correspondenten, nadat zij te Irkoetsk goed +onder dak waren, zich onledig met hunne reisindrukken in orde te maken. +Vandaar de verzending naar Londen en naar Parijs van twee +belangwekkende verhalen betreffende den Tartaarschen inval en die zich, +zonderlingerwijze, slechts op de minst belangrijke punten tegenspraken. + +Overigens was de veldtocht voor den emir en zijne bondgenooten +ongunstig. Deze inval, even nutteloos als alle andere aanvallen tegen +den Russischen kolossus, was hun zeer noodlottig. Zij waren spoedig +door de troepen van den czaar afgesneden, die achtereenvolgens al de +veroverde steden hernamen. Buitendien was het een vreeselijke winter, +zoodat van die door koude gedunde troepen, slechts een klein gedeelte +de steppen van Tartarije terugzag. + +De weg van Irkoetsk naar het Oeral-gebergte was nu vrij. De grootvorst +had haast om naar Moskou terug te keeren, maar hij stelde zijne reis +uit om bij eene aandoenlijke plechtigheid tegenwoordig te zijn, die +eenige dagen na den intocht der Russische troepen plaats had. + +Michael Strogoff was Nadia gaan bezoeken en had haar, in het bijzijn +van haar vader, gezegd: + +»Nadia, hadt gij, die nu nog mijne zuster zijt, toen gij Riga verliet +om naar Irkoetsk te gaan, nog een ander verlies dan dat van uwe moeder +te betreuren?” + +»Neen,” antwoordde Nadia, »geen enkel en van geene enkele soort.” + +»Dus hebt gij er geen deel van uw hart achtergelaten?” + +»Niets, broeder.” + +»Welnu, Nadia,” zeide Michael Strogoff, »dan geloof ik dat God, toen +hij ons bijeenbracht en ons te zamen zulke harde beproevingen deed +ondergaan, ons niet dan voor altijd heeft willen vereenigen.” + +»Ach!” zuchtte Nadia en zij viel in de armen van Michael Strogoff. + +En zich naar Wassili Fedor keerende, zeide zij, geheel blozende: + +»Vader!” + +»Nadia,” antwoordde Wassili Fedor haar, »het zal mij eene vreugde zijn +u beiden mijne kinderen te noemen.” + +De huwelijksplechtigheid had in de hoofdkerk van Irkoetsk plaats. Zij +was, in de bijzonderheden zeer eenvoudig, maar zij werd zeer +opgeluisterd door de tegenwoordigheid van de geheele militaire en +burgerlijke bevolking die een bewijs wilde geven van hare diepe +erkentelijkheid voor de beide jonge lieden, wier zonderlinge +ontmoetingen reeds eene geschiedenis vormden. + +Alcide Jolivet en Harry Blount woonden natuurlijk het huwelijk bij +waarvan zij aan hunne lezers verslag wilden geven. + +»En wekt dat bij u den lust niet op om hen na te volgen?” vroeg Alcide +Jolivet aan zijn broeder in het vak. + +»Poeah!” zeide Harry Blount. »Indien ik gelijk gij eene nicht had!....” + +»Mijne nicht is niet meer uit te huwelijken!” antwoordde Alcide Jolivet +lachende. + +»Zooveel te beter,” liet Harry Blount er op volgen, »want men spreekt +over verwikkelingen die tusschen Londen en Peking op handen zijn. Hebt +gij geen lust om daar eens een kijkje te nemen?” + +»Wel! verdraaid, mijn waarde Blount,” riep Alcide Jolivet uit, »ik +wilde u dat juist voorstellen!” + +En zoo vertrokken onze beide onafscheidelijken naar China! + +Eenige dagen na de plechtigheid gingen Michael en Nadia Strogoff, door +Wassili Fedor vergezeld, naar Europa terug. Die weg bij het heengaan +zoo vol smarte, was, bij het terugkeeren, slechts door geluk gezegend. +Zij reisden met buitengewone snelheid in eene dier sleden, die gelijk +een sneltrein over de bevrozen steppen van Siberië glijden. + +Op de oevers der Dinka, even voor Birskoë aangekomen, hielden zij +echter een dag stil. + +Michael Strogoff vond de plek terug waar hij den armen Nikolaas +begraven had. Er werd een kruis geplant en Nadia deed een laatste gebed +op het graf van den nederigen en heldhaftigen vriend, die door geen van +beiden ooit zou vergeten worden. + +Te Omsk wachtte de oude Marfa hen in het huisje van de Strogoffs. Zij +drukte haar, die zij reeds honderd maal in haar hart hare dochter had +genoemd, hartstochtelijk in hare armen. De dappere Siberische vrouw had +op dien dag het recht haar zoon te herkennen en trotsch op hem te zijn. + +Na eenige dagen te Omsk doorgebracht te hebben, kwamen Michael en Nadia +Strogoff in Europa terug en Wassili Fedor zich te Sint-Petersburg +gevestigd hebbende, hadden zijn zoon en zijne dochter geene andere +aanleiding om hem te verlaten, dan om hunne oude moeder te gaan +bezoeken. + +De jonge koerier was door den czaar ontvangen, die hem in het bijzonder +aan zijn persoon verbond en hem het Kruis van Sint-George uitreikte. + +Michael Strogoff geraakte later tot eene hooge betrekking in het +keizerrijk. Maar niet de geschiedenis van zijn geluk, die van zijne +beproevingen was de eer waard om verhaald te worden. + + + + + + + + +INHOUD. + + + Bladz. + + I. Een feest in het Nieuwe Paleis 1 + II. Russen en Tartaren 11 + III. Michael Strogoff 20 + IV. Van Moskou naar Nijni-Novgorod 27 + V. Een besluit in twee artikelen 40 + VI. Broeder en zuster 51 + VII. De Wolga afvarende 53 + VIII. De Kama opvarende 66 + IX. Nacht en dag in eene tarentass 71 + X. Een onweder in het Oeral-gebergte 79 + XI. Reizigers in doodsnood 83 + XII. Eene uitdaging 95 + XIII. Plicht bovenal 108 + XIV. Moeder en zoon 116 + XV. De moerassen van de Baraba 124 + XVI. Eene laatste poging 128 + XVII. Verzen en liederen 135 + XVIII. Een Tartaarsch kamp 143 + XIX. Eene houding van Alcide Jolivet 148 + XX. Leer om leer 159 + XXI. De zegevierende intocht 168 + XXII. Kijk met beide oogen, kijk! 174 + XXIII. Een vriend op den grooten weg 180 + XXIV. De overtocht der Jeniseï 190 + XXV. Een haas over den weg 199 + XXVI. In de steppe 210 + XXVII. Baïkal en Angara 219 + XXVIII. Tusschen twee oevers 229 + XXIX. Irkoetsk 240 + XXX. Een koerier van den czaar 250 + XXXI. De nacht van 5 op 6 October 259 + XXXII. Besluit 268 + + + + + + + + +AANTEEKENINGEN. + + +[1] Een werst is 1.067 meter, iets meer dan een kilometer. + +[2] Ongeveer 13 gulden. De roebel (zilveren) is 1 gulden 77 cent. De +kopek (kopermunt) is ongeveer 2 cent. + +[3] Eene soort van pannekoek. + +[4] Fooien. + +[5] Russische gouden munt die 5 roebel doet. De roebel is eene zilveren +munt die 100 kopeken doet, namelijk ƒ 1.77. + +[6] Deze naam wordt aan de sultans van Boukhara gegeven, en beteekent +zooveel als Sire. + +[7] Bijna 42 graden onder nul. + + + + + + + +*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 79379 *** |
