summaryrefslogtreecommitdiff
path: root/79379-0.txt
diff options
context:
space:
mode:
authorwww-data <www-data@mail.pglaf.org>2026-08-16 14:22:19 -0700
committerwww-data <www-data@mail.pglaf.org>2026-08-16 14:22:19 -0700
commitd4b269a0b26aeb37ba4c5ec1ffec27d72d6dec19 (patch)
treebd544ffad6ee13d5f7a6a64a482214e31697edec /79379-0.txt
Initial commit of ebook 79379 filesHEADmain
Diffstat (limited to '79379-0.txt')
-rw-r--r--79379-0.txt12506
1 files changed, 12506 insertions, 0 deletions
diff --git a/79379-0.txt b/79379-0.txt
new file mode 100644
index 0000000..99962bf
--- /dev/null
+++ b/79379-0.txt
@@ -0,0 +1,12506 @@
+*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 79379 ***
+
+
+
+
+ WONDERREIZEN
+
+
+ JULES VERNE
+
+
+ MICHAEL STROGOFF
+ DE KOERIER VAN DEN CZAAR
+
+
+ AMSTERDAM
+ UITGEVERS-MAATSCHAPPIJ „ELSEVIER”.
+ 1910.
+
+
+
+
+
+
+
+
+I.
+
+EEN FEEST IN HET NIEUWE PALEIS.
+
+
+»Sire, al weer eene dépêche.”
+
+»Van waar?”
+
+»Van Tomsk.”
+
+»Is de telegraafdraad voorbij de stad gebroken?”
+
+»Hij is sedert gisteren gebroken.”
+
+»Zend van uur tot uur een telegram naar Tomsk, generaal, en dat men mij
+op de hoogte houde.”
+
+»Ja, sire,” antwoordde generaal Kissoff.
+
+Deze woorden werden ’s morgens te twee uur gewisseld op het oogenblik,
+dat het feest, in het Nieuwe Paleis gegeven, in vollen gang was.
+
+Gedurende die soirée hadden de regimenten van Preobrajensky en
+Paulowsky de uitgezochtste polka’s, mazurka’s, scottisch’s en walsen
+van hun répertoire onophoudelijk gespeeld. De dansparen
+vermenigvuldigden tot in het oneindige door de schitterende zalen van
+het paleis, dat zich in de nabijheid van het oude steenen huis bevond,
+waarin eertijds zoovele verschrikkelijke drama’s hadden plaats gehad,
+en waarin de echo’s dezen nacht ontwaakten om de tonen van de muziek
+der quadrilles te doen weerkaatsen.
+
+De hofmaarschalk werd trouwens zeer goed in zijne moeilijke taak ter
+zijde gestaan. De grootvorsten en hunne adjudanten, de kamerheeren van
+dienst, de officieren van het paleis, bestuurden en regelden zelf de
+dansen. De grootvorstinnen, met diamanten bedekt, de staatsdames in
+gala-kostuum, gaven wakker aan de vrouwen der hooge militaire en
+burgerlijke beambten van de oude witte steenen stad, het voorbeeld....
+Ook, toen het sein tot de polonaise weerklonk, toen de genoodigden van
+alle rangen aan deze gekadenseerde promenade deelnamen, die bij de
+plechtigheden van dien aard al het gewicht van een nationale dans
+heeft, bood het mengsel der met kant afgezette japonnen en der met
+decoratiën versierde uniformen een onbeschrijfelijk gezicht aan, onder
+het licht van honderd kristallen kronen, dat de weerkaatsing der groote
+spiegels nog vertienvoudigde.
+
+Het was oogverblindend!
+
+Daarenboven deed de groote zaal, de grootste van het Nieuwe Paleis, aan
+dien prachtigen stoet van hooge personages en schitterend getooide
+vrouwen eene welverdiende eer aan. Het gewelf met verguldsels rijk
+versierd, die door den tijd reeds een weinig dof waren geworden, was
+als met flikkerende sterren bezaaid. De met goud geborduurde gordijnen
+en portières hulden zich in purperkleurige warme tonen, die op de
+afwisselende prachtige plooien der zware stof weerkaatsten.
+
+Door de beslagen glazen der boogvormige ramen verspreidde zich het
+licht, waarvan de zalen schitterden, getemperd en als de weerkaatsing
+van een brand naar buiten en stak zeer af bij de duisternis, welke
+gedurende eenige uren dit schitterend paleis omhulde. Ook trok die
+tegenstelling de aandacht van de genoodigden, die niet meedansten. Als
+zij voor de ramen bleven stilstaan, konden zij eenige torens flauw
+onderscheiden, die hier en daar hunne zeer groote schaduwbeelden
+afteekenden.
+
+Onder de gebeeldhouwde balkons zagen zij talrijke schildwachten,
+bedaard met het geweer op den schouder heen- en weergaan, wier puntige
+helm als door eene vuurpluim versierd was, voortgebracht door het licht
+dat zich naar buiten verspreidde. Ze hoorden ook de stappen der
+patrouilles, die op de vierkante blauwe steenen met misschien nog meer
+juistheid op de maat liepen dan de voeten der dansers op den vloer der
+zalen. Van tijd tot tijd herhaalde zich het geroep der schildwachten
+van post tot post, en soms mengde zich een trompetsein met de accoorden
+van het orkest en wierp zijn schelle tonen te midden der algemeene
+harmonie.
+
+Lager nog, vóór den gevel, zonderden zich donkere massa’s van de groote
+lichtkegels af, door het licht van het Nieuwe Paleis gevormd. Het waren
+booten die eene rivier afvoeren, waarvan de wateren hier en daar door
+het trillend schijnsel van eenige vuurbakens verlicht, het lage
+gedeelte der terrassen bespoelden.
+
+De voornaamste persoon van het bal, hij die het feest gaf en aan wien
+generaal Kissoff een titel toegekend had, voor vorsten bestemd, was
+eenvoudig in eene officiers-uniform der jagers van de garde gekleed.
+Het was van hem geene gemaaktheid, maar de gewoonte van een man die
+weinig met pralerij opheeft. Zijne kleeding stak dus af bij de
+prachtige kostumes om hem heen, en zelfs vertoonde hij zich meestal zoo
+te midden van zijn geleide, bestaande uit Georgiërs, Kozakken,
+Lesghiërs, schitterende eskadrons, in de prachtvolle uniformen van den
+Kaukasus uitgedost.
+
+Dit personage, groot van gestalte, met een vriendelijk uiterlijk, een
+kalm gelaat, doch met een voorhoofd dat zorgen verried, ging van de
+eene groep naar de andere, maar sprak weinig en scheen zelfs slechts
+een flauwe aandacht te wijden, hetzij aan de vroolijke gesprekken der
+jonge genoodigden, hetzij aan de meer ernstige der hooge
+staatsambtenaren of der gezanten, die bij hem de voornaamste staten van
+Europa vertegenwoordigden. Twee of drie dezer scherpzinnige
+diplomaten—gelaatkundigen van beroep—hadden wel gemeend op het gelaat
+van hun gastheer eenig teeken van ongerustheid op te merken, waarvan de
+oorzaak hun ontsnapte, doch geen enkele zou zich veroorloofd hebben,
+hem hierover te ondervragen. In alle geval wilde de officier der jagers
+van de garde ongetwijfeld geenszins dat de geheime gedachten, die hem
+bezighielden, het feest zouden storen, en, daar hij een dier zeldzame
+vorsten was, aan wien bijna eene geheele wereld zich gewend heeft te
+gehoorzamen, zelfs in gedachte, werden de genoegens van het bal geen
+oogenblik belemmerd.
+
+Generaal Kissoff wachtte evenwel dat de officier, aan wien hij zooeven
+de dépêche uit Tomsk had medegedeeld, hem het bevel zou geven zich te
+verwijderen, doch deze bleef het stilzwijgen bewaren. Hij had het
+telegram genomen, het gelezen en zijn gelaat werd hoe langer hoe
+somberder. Hij bracht zijn hand zelfs onwillekeurig aan het gevest van
+zijn degen en vervolgens aan zijne oogen, die hij een oogenblik
+bedekte. Men zou gezegd hebben dat het schelle licht hem smartte, en
+dat hij de duisternis zocht, om beter tot zich zelven in te keeren.
+
+»Dus,” hernam hij, na generaal Kissoff naar het venster geleid te
+hebben, »zijn wij sedert gisteren niet meer in verbinding met den
+grootvorst?”
+
+»Neen, Sire, en het is te vreezen dat de dépêches weldra niet meer over
+de Siberische grenzen kunnen.”
+
+»Maar de troepen der provinciën van de Amoer en van Irkoetsk, alsmede
+die van Transbaikalië, hebben order ontvangen onmiddellijk naar
+Irkoetsk op te rukken.”
+
+»Dit bevel is met het laatste telegram gegeven, dat wij gene zijde van
+het meer Baïkal hebben kunnen doen bereiken.”
+
+»Wat de gouvernementen van de Jeniseï, van Omsk, van Semipalatinsk, van
+Tobolsk betreft, zijn wij altijd nog met hen in rechtstreeksche
+verbinding sedert het begin van den inval?”
+
+»Ja, Sire, onze dépêches bereiken hen nog, en wij hebben op het
+oogenblik de zekerheid, dat de Tartaren niet tot over de Irtisch en de
+Obi voortgerukt zijn.”
+
+»En heeft men geen enkel bericht van den verrader Ivan Ogareff?”
+
+»Geen enkel,” antwoordde generaal Kissoff. »De directeur van politie
+kan niet met zekerheid bevestigen of hij de grenzen over is of niet.”
+
+»Dat zijn signalement dan onmiddellijk opgezonden worde naar
+Nijni-Novgorod, naar Perm, naar Ekaterinenburg, naar Kassimow, naar
+Tioemen, naar Ichim, naar Omsk, naar Elamsk, naar Kolivan, naar Tomsk,
+naar alle telegraafkantoren, waarmede de draad nog in gemeenschap is!”
+
+»De bevelen van Uwe Majesteit zullen oogenblikkelijk ten uitvoer worden
+gebracht,” antwoordde generaal Kissoff.
+
+»Geen woord over dit alles!”
+
+Na een teeken van eerbiedige instemming gegeven en een diepe buiging
+gemaakt te hebben, mengde zich de generaal onder de menigte en verliet
+hij weldra de zalen, zonder dat zijn vertrek werd opgemerkt.
+
+Wat den officier betreft, hij bleef eenige oogenblikken peinzend, en
+toen hij zich weer onder de verschillende groepen van militairen en
+staatslieden kwam mengen, die zich op verscheidene punten der zalen
+hadden gevormd, had zijn gelaat al de kalmte hernomen, die hem een
+oogenblik verlaten had.
+
+Evenwel was het ernstige feit, dat tot deze snel gewisselde woorden
+aanleiding gegeven had niet zoo onbekend, als de officier der jagers
+van de garde en generaal Kissoff meenden. Men sprak er wel is waar niet
+officieel, ja zelfs niet officieus over, wijl de tongen niet los waren,
+doch eenige hooge personages waren van de gebeurtenissen, die over de
+grenzen plaats vonden, min of meer juist onderricht geworden. In alle
+geval, hetgeen zij misschien slechts ten naastenbij wisten, waarover
+zij zich niet onderhielden, zelfs niet tusschen leden van het corps
+diplomatique, hierover spraken in stilte twee genoodigden, die zich op
+deze receptie in het Nieuwe Paleis noch door uniform noch door eenige
+decoratie onderscheidden. Deze schenen vrij juiste inlichtingen
+ontvangen te hebben.
+
+Hoe, langs welken weg, door welke tusschenkomst wisten deze twee
+eenvoudige stervelingen hetgeen zoovele andere personages, zelfs de
+aanzienlijkste, ter nauwernood vermoedden? Men zou het niet kunnen
+zeggen. Bezaten zij de gave van in de toekomst te zien?
+
+Bezaten zij een zesde zintuig dat hen in staat stelde verder te zien
+dan de begrensde blik van den mensch reikt? Hadden zij een bijzonder
+fijnen reuk om de verborgenheden op te sporen? Had hunne natuur dan
+eene andere gedaante aangenomen, dank zij deze gewoonte, bij hen een
+tweede natuur geworden, om te leven van navorsching en door
+navorsching? Men zou in verzoeking gebracht worden dat aan te nemen.
+
+Van deze beide mannen, was de eerste een Engelschman, de andere een
+Franschman, beiden lang en mager,—deze bruin als de zuidelijke bewoners
+van Provence, gene rosachtig als een gentleman van Lancashire. De
+Anglo-Normandiër, afgemeten, koud, flegmatisch, weinig beweeglijk en
+weinig spraakzaam, scheen niet te spreken of gebaren te maken, dan
+wanneer eene veer losging, die bij geregelde tusschenpoozen werkte. De
+Gallo-Romein, levendig, dartel, drukte zich te gelijkertijd met de
+lippen, oogen en handen uit, twintig manieren hebbende om zijne
+gedachte terug te geven, terwijl de Anglo-Normandiër er slechts éene
+scheen te hebben, die onveranderlijk in zijn brein gestereotypeerd was.
+
+Dat verschil in natuur zou den minst opmerkzamen mensch getroffen
+hebben; maar een gelaatkundige, deze twee vreemdelingen een weinig van
+nabij beschouwende, zou de natuurkundige tegenstelling die hen
+kenmerkte, juist bepaald hebben door te zeggen: dat zoo de Franschman
+geheel en al »oog,” de Engelschman geheel en al »oor” was.
+
+Inderdaad, was het gezichtswerktuig van den een door het gebruik tot
+eene bijzondere volmaaktheid gebracht. Het netvlies van zijn oog moet
+even gevoelig zijn als dat van die goochelaars, die eene kaart
+herkennen alleen door vlug af te nemen of enkel door de plaatsing eener
+valsche kaart, die door niemand anders wordt opgemerkt. De Franschman
+bezat dus in hooge mate hetgeen men noemde: »het geheugen van het oog.”
+
+De Engelschman daarentegen, scheen in het bijzonder geschapen te zijn,
+om te luisteren en te hooren. Was zijn gehoorwerktuig eenmaal door den
+klank eener stem getroffen, dan kon hij die niet meer vergeten, en na
+tien, ja na twintig jaar, zou hij ze nog onder duizenden herkend
+hebben. Zijne ooren hadden wel niet het vermogen zich te bewegen,
+zooals die der dieren, die met groote gehoorschelpen voorzien zijn;
+maar, daar de geleerden bewezen hebben, dat de ooren van den mensch
+slechts bijna onbeweeglijk zijn, zou men kunnen beweren dat die van
+bovengenoemden Engelschman, door ze op te zetten en ze heen en weer te
+wringen, de klanken zochten op te vangen op eene, zelfs voor den
+natuurvorscher bijna onmerkbare wijze.
+
+Het is noodig hier te doen opmerken, dat deze volmaaktheid van gezicht
+en gehoor deze twee mannen in hun bedrijf uitstekend te pas kwam, want
+de Engelschman was correspondent van de Daily Telegraph, en de
+Franschman, correspondent van .... Van welk dagblad of van welke
+dagbladen, dit zeide hij niet en wanneer men ’t hem vroeg, dan
+antwoordde hij vroolijk weg, dat hij met zijne »nicht Madeleine”
+briefwisseling hield. In de werkelijkheid was deze Franschman, onder
+een schijn van luchtigheid, zeer slim en zeer scherpzinnig. Links en
+rechts pratende, misschien om beter zijn lust om nieuws te vernemen te
+verbergen, liet hij zich nooit uit. Zijne praatzucht zelfs diende hem
+tot zwijgen, en misschien was hij meer geheimhoudend en omzichtig dan
+zijn collega van de Daily Telegraph. En zoo beiden dit feest
+bijwoonden, dat in het Nieuwe Paleis in den nacht van 15 op 16 Juli
+gegeven werd, dan was ’t in hoedanigheid van dagbladschrijvers, en tot
+groote stichting hunner lezers.
+
+Het spreekt vanzelf, dat deze beide mannen vol ijver voor hunne zending
+waren, door onophoudelijk als fretten het spoor te volgen van het meest
+onverwachte nieuws; niets schrikte hen af, mits zij maar slaagden; zij
+hadden de onverstoorbare koelbloedigheid en de werkelijke stoutheid van
+lieden van het vak. Als wezenlijke jockeys van die steeple chase, van
+de jacht op nieuwstijdingen, klommen zij over hagen, trokken zij
+rivieren over, sprongen zij de hindernissen over met de weergalooze
+drift van volbloed-paarden die de eersten willen zijn of sterven!
+
+Overigens lieten hunne dagbladen ’t hun aan geen geld ontbreken als
+zijnde dit de zekerste, snelste en volmaaktste stof die tot nu toe
+bekend is om nieuwstijdingen te bekomen. Men moet er ook tot hunne eer
+bijvoegen, dat geen van beiden zich ooit met het bijzondere leven
+bemoeiden, en dat zij dan alleen werkten, wanneer staatkundige en
+maatschappelijke belangen in het spel waren. In éen woord, zij oefenden
+hetgeen men sedert eenige jaren noemt, »het groote staatkundige en
+militaire verslaggeversschap” uit.
+
+Alleen zal men zien, wanneer men ze van nabij gadeslaat, dat zij den
+meesten tijd eene zonderlinge manier hadden om de feiten te beschouwen
+en vooral hunne gevolgen, daar ieder van hen zijne eigen manier »van
+zien en van waardeeren” had. Doch daar het met hunne taak ernst was, en
+zij zich niet ontzagen, wanneer het te pas kwam, zou het leelijk
+geweest zijn hen hierover te laken.
+
+De Fransche correspondent heette Alcide Jolivet. Harry Blount was de
+naam van den Engelschen correspondent. Zij ontmoetten elkander voor den
+eersten keer op het feest in het Nieuwe Paleis, waarvan zij in hun
+dagblad een verslag moesten geven. Het verschil van hun karakter,
+gevoegd bij een zekere jalousie de metier, moest hun vrij weinig
+genegenheid voor elkander inboezemen. Evenwel vermeden zij elkander
+niet en zochten veeleer elkander wederkeerig te polsen omtrent het
+nieuws van den dag. Zij waren, alles wel beschouwd, twee jagers, op
+hetzelfde jachtveld met gelijke behoedzaamheid jagende. Hetgeen de een
+miste, kon door den ander geschoten worden, en dezen tot voordeel
+strekken;—ook hun eigenbelang bracht mede dat zij in de gelegenheid
+waren, elkander te zien en te verstaan.
+
+Dien avond lagen zij dus beiden op de loer. Er was werkelijk iets in de
+lucht.
+
+»Al waren het slechts een zwerm wilde eendvogels,” zeide Alcide Jolivet
+tot zichzelf, »dan is ’t wel een schot waard!”
+
+De twee correspondenten geraakten dus gedurende het bal met elkander in
+gesprek, eenige oogenblikken nadat generaal Kissoff zich verwijderd
+had, en beproefden elkander een weinig te polsen.
+
+»Vraiment, monsieur, cette petite fête est charmante”, (»Inderdaad, dit
+feest is betooverend,”) zeide op een beminnelijken toon Alcide Jolivet,
+die met deze bij uitnemendheid Fransche spreekwijze het gesprek meende
+te moeten beginnen.
+
+»Ik heb reeds getelegrapheerd: Splendid!” antwoordde Harry Blount koel,
+die dit woord gebruikte, omdat het in het bijzonder elke soort van
+bewondering van den burger van het Vereenigde Koninkrijk uitdrukt.
+
+»Ik heb evenwel gemeend,” voegde Alcide Jolivet er bij, »tegelijkertijd
+aan mijne nicht te moeten seinen....”
+
+»Uwe nicht!....” herhaalde Harry Blount met verwondering, terwijl hij
+zijn collega in de rede viel.
+
+»Ja,” hernam Alcide Jolivet, »mijne nicht Madeleine.—Met haar houd ik
+briefwisseling. Mijne nicht is gaarne snel en goed onderricht.... Ik
+heb dus gemeend haar te moeten seinen, dat ik, gedurende het feest,
+eene zekere somberheid op het gelaat van den vorst heb meenen te
+bespeuren.”
+
+»Wat mij betreft, hij is mij nog al schitterend voorgekomen,”
+antwoordde Harry Blount, die misschien zijne gedachte hieromtrent wilde
+verbergen.
+
+»En natuurlijk hebt gij hem doen schitteren in de kolommen van de Daily
+Telegraph?”
+
+»Zeer zeker.”
+
+»Herinnert gij u, mijnheer Blount,” zeide Alcide Jolivet, »hetgeen er
+te Zakret in 1812 is voorgevallen?”
+
+»Ik herinner ’t mij alsof ik er bij geweest was, mijnheer,” antwoordde
+de Engelsche correspondent.
+
+»Dan zult gij wel weten,” hernam Alcide Jolivet, »dat, te midden van
+een feest te zijner eere gegeven, men keizer Alexander kwam mededeelen,
+dat Napoleon de Niemen met de voorhoede van het Fransche leger was
+overgetrokken. De keizer verliet evenwel het feest niet, en, ondanks de
+ernstige tijding, die hem zijn rijk kon kosten, liet hij niet meer
+ongerustheid blijken....”
+
+»Dan onze gastheer heeft laten blijken, toen generaal Kissoff hem
+mededeelde dat de telegraafdraden tusschen de grenzen en het
+gouvernement Irkoetsk afgebroken waren.”
+
+»Ha! die bijzonderheid is u bekend?”
+
+»Ze is mij bekend.”
+
+»Wat mij betreft, ik zou moeilijk onwetendheid kunnen voorwenden, daar
+mijn laatste telegram tot Oedinsk gegaan is,” merkte Alcide Jolivet met
+eene zekere voldoening op.
+
+»En het mijne slechts tot Krasnoïarsk,” antwoordde Harry Blount met
+niet minder voldoening.
+
+»Dan zult gij ook weten dat orders naar de troepen van Nikolaevsk zijn
+gezonden?”
+
+»Ja, mijnheer, terzelfder tijd dat men aan de Kozakken van het
+gouvernement Tobolsk telegrapheerde om zich te verzamelen.”
+
+»Niets is meer waar, mijnheer Blount, die maatregelen waren mij
+insgelijks bekend, en geloof maar, dat mijn lieve nicht morgen er reeds
+iets van vernemen zal!”
+
+»Precies zooals de lezers van de Daily Telegraph ’t ook zullen
+vernemen, mijnheer Jolivet.”
+
+»Daar hebt ge ’t. Wanneer men alles ziet wat er omgaat!...”
+
+»En wanneer men naar alles luistert wat er gezegd wordt!...”
+
+»Een belangrijke veldtocht om te volgen, mijnheer Blount.”
+
+»Ik zal hem volgen, mijnheer Jolivet.”
+
+»Dan is ’t wel mogelijk dat wij elkaar op een terrein zullen
+terugvinden dat minder veilig zal zijn dan de vloer van deze zaal!”
+
+»Minder veilig, ja, maar...”
+
+»Maar ook minder glad!” antwoordde Alcide Jolivet, die zijn collega
+tegenhield op het oogenblik dat deze, achteruitgaande, het evenwicht
+verloor.
+
+En hierop verlieten de beide correspondenten elkander, verheugd te
+weten dat de een den ander geen vlieg had afgevangen. Inderdaad zij
+waren beiden even goed op de hoogte.
+
+Op dit oogenblik gingen de deuren der, aan de groote zaal, belendende
+zalen open. Daar stonden verscheiden zeer groote prachtig gedekte
+tafels, met kostbaar porselein en gouden vaatwerk in overvloed
+voorzien. Op de tafel, die in het midden stond, en voor de prinsen, de
+prinsessen en de leden der diplomatie bestemd was, schitterde een zeer
+kostbaar middenstuk, uit de Londensche fabrieken afkomstig en rondom
+dit meesterstuk van goud- en zilverwerk glinsterden, onder het licht
+der kristallen kronen, de duizend stukken van het bewonderenswaardigste
+servies, dat ooit de fabrieken van Sèvres verlaten had.
+
+De genoodigden van het Nieuwe Paleis begaven zich nu naar de zalen van
+het soupé. Op dit oogenblik naderde generaal Kissoff, die binnenkwam,
+schielijk den officier der jagers van de garde.
+
+»Wel?” vroeg deze driftig, zooals hij den eersten keer gevraagd had.
+
+»De telegrammen gaan niet verder dan Tomsk, Sire.”
+
+»Een koerier, terstond!”
+
+De officier verliet de groote zaal en ging in eene groote kamer
+daarnaast. Het was een werkvertrek, zeer eenvoudig met oude eikenhouten
+meubels gemeubileerd, en gelegen in een der hoeken van het Nieuwe
+Paleis. Aan den muur hingen eenige schilderijen, onder anderen
+verscheidene doeken van Horace Vernet.
+
+De officier opende driftig het venster, alsof er geen zuurstof meer in
+zijn longen aanwezig was, en ging op een ruim balkon de zuivere lucht
+genieten, die men in een heerlijken nacht van de maand Juli inademt.
+
+In den helderen maneschijn zag hij een verstrekte ruimte zich afronden,
+waarin zich twee hoofdkerken, drie paleizen en een tuighuis verhieven.
+Rondom die omwalling teekenden zich duidelijk drie steden af:
+Kitaï-Gorod, Beloï-Gorod, Zemliamoï-Gorod, onmetelijke Tartaarsche,
+Europeesche en Chineesche wijken, die door de minarets, de torens van
+drie honderd kerken met groene koepeldaken, waarop een zilveren kruis
+prijkte, beheerscht werden. Eene kleine rivier, met kronkelenden loop,
+weerkaatste hier en daar de stralen van de maan. Het geheel vormde een
+merkwaardig mozaïek van verschillend geverfde huizen, samengevat als in
+eene uitgestrekte lijst van tien mijlen.
+
+Deze rivier was de Moskowa, die stad was Moskou, die verstrekte ruimte
+was het Kremlin, en de officier der jagers van de garde die, met over
+elkander geslagen armen, met een peinzend gelaat, onverschillig naar
+het gedruisch luisterde, die zich uit het Nieuwe Paleis over de oude
+Moskovische stad verspreidde, was de czaar.
+
+
+
+
+
+
+
+
+II.
+
+RUSSEN EN TARTAREN.
+
+
+Dat de czaar zoo onverwachts de zalen van het Nieuwe Paleis verlaten
+had, op het oogenblik dat het feest, dat hij aan de burgerlijke en
+militaire autoriteiten van Moskou gaf, in vollen glans was, kwam daar
+van daan, dat ernstige gebeurtenissen toen aan gene zijde van den Oeral
+plaats hadden. Er viel niet meer aan te twijfelen, dat een geduchte
+inval de Siberische provinciën aan het Russisch bestuur dreigde te
+ontrukken.
+
+Aziatisch Rusland of Siberië beslaat eene oppervlakte van vijf honderd
+zestig duizend mijlen, en telt ongeveer twee millioen inwoners. Het
+strekt zich uit van het Oeralgebergte, dat het van Europeesch Rusland
+scheidt, tot de kusten van de Stille Zuidzee. Ten zuiden ligt Turkestan
+en het Chineesche rijk; ten noorden de IJszee, van de zee van Kara af
+tot de Behringstraat. Het is verdeeld in gouvernementen of provinciën,
+namelijk Tobolsk, Jeniseïsk, Irkoetsk, Omsk en Jakoetsk; het bevat twee
+districten: Okhotsk en Kamtschatka, en bezit twee landen tegenwoordig
+aan de Moskovische heerschappij onderworpen, het land der Kirgiezen en
+het land der Tchoektches. Deze uitgestrekte steppen, die meer dan
+honderd tien graden van het Westen naar het Oosten beslaan, zijn
+tegelijkertijd eene strafkolonie voor misdadigers en een ballingsoord
+voor hen die door eene ukaze tot uitzetting zijn veroordeeld.
+
+Twee gouverneurs vertegenwoordigen de oppermacht van den czaar in dit
+uitgestrekte land. De een houdt zijn verblijf te Irkoetsk, de
+hoofdplaats van Oost-Siberië; de andere te Tobolsk, de hoofdplaats van
+West-Siberië. De rivier Tchoena, eene nevenrivier van den Jeniseï,
+scheidt deze beide Siberiën.
+
+Geen spoorweg doorloopt deze onmetelijke vlakten, waarvan eenige
+wezenlijk buitengewoon vruchtbaar zijn. Geen spoor staat de kostbare
+mijnen ten dienste, die den Siberischen grond meer onder dan boven
+zijne oppervlakte, rijk maken. Men reist er in tarentass of in telega
+des zomers; in sleden des winters.
+
+Een enkele gemeenschap bestaat er tusschen de westelijke en oostelijke
+grenzen van Siberië door middel van een draad, die meer dan acht
+duizend wersten (8.536 kilometer) [1] lang is. Van af den Oeral gaat
+hij over Ekaterinenburg, Kassimow, Tioemen, Ichim, Omsk, Elamsk,
+Kolivan, Tomsk, Krasnoïarsk, Nijni-Oedinsk, Irkoetsk,
+Verkne-Nertschink, Strelink, Albazine, Blagoustenks-Radde, Orlomskaya,
+Alexandrowskoë, Nikolaevsk, en rekent zes roebels en negentien kopeken
+voor elk woord dat tot zijne uiterste grens geseind wordt [2]. Van
+Irkoetsk gaat eene zijlijn naar Kiatka op de Mongoolsche grenzen, en
+van daar brengt de post, tegen dertig kopeken per woord, de tijdingen
+in veertien dagen naar Peking over. Deze draad nu, tusschen
+Ekaterinenburg en Nikolaevsk, was afgesneden, eerst aan gene zijde van
+Tomsk, en eenige uren later tusschen Tomsk en Kolivan.
+
+Daarom had de czaar, na de mededeeling die generaal Kissoff hem voor de
+tweede maal gedaan had, slechts met deze enkele woorden geantwoord:
+»Een koerier terstond!”
+
+De czaar stond eenige oogenblikken onbeweeglijk aan het venster van
+zijn werkkamer, toen de kamerdienaars op nieuw de deur openden. De
+grootmeester van politie verscheen op den drempel.
+
+»Treed binnen, generaal,” zeide de czaar kortaf, »en zeg mij al wat gij
+weet van Ivan Ogareff.”
+
+»Het is een uiterst gevaarlijk man, Sire,” antwoordde de grootmeester
+van politie.
+
+»Hij had den rang van kolonel?”
+
+»Ja, Sire.”
+
+»Het was een schrander officier?”
+
+»Zeer schrander, maar onmogelijk te beheerschen, en van eene toomelooze
+eerzucht, die voor niets terugdeinsde. Hij heeft zich opeens met
+kuiperijen ingelaten, en toen is hij door den grootvorst van zijn rang
+ontzet, en vervolgens naar Siberië verbannen.”
+
+»Op welk tijdstip?”
+
+»Twee jaar geleden. Na zes maanden in ballingschap geweest te zijn,
+heeft Uwe Majesteit hem genade geschonken, en is hij in Rusland
+teruggekomen.”
+
+»En is hij sedert dat tijdstip niet naar Siberië teruggekeerd?”
+
+»Ja, Sire, hij is er teruggekeerd, doch ditmaal vrijwillig,” antwoordde
+de grootmeester van politie. En hij voegde er bij op eenigszins
+zachteren toon: »Er was een tijd, Sire, dat, wanneer men naar Siberië
+ging, men er niet meer uit terug kwam!”
+
+»Welnu, zoolang ik leef, is en zal Siberië een land zijn, waaruit men
+wel terugkomt!”
+
+De czaar had het recht deze woorden met een wezenlijken trots uit te
+spreken, want hij heeft dikwijls door zijn vergevensgezindheid getoond
+dat de Russische rechtvaardigheid wist te vergeven.
+
+De grootmeester van politie antwoordde niets, doch het was
+klaarblijkelijk, dat hij niet van halve maatregelen hield. Volgens hem,
+mocht niemand ooit meer het Oeral-gebergte overschrijden, die er eens
+door de gendarmen was overgezet. Onder de nieuwe regeering was het nu
+niet meer zoo, en de grootmeester van politie betreurde dit ten
+zeerste. Hoe! geene levenslange verbanning meer voor andere misdaden
+dan die gepleegd tegen het gemeene recht! Hoe! die politieke ballingen
+kwamen van Tobolsk, van Jakoetsk en van Irkoetsk terug! Waarlijk, de
+grootmeester der politie, aan de autocratische besluiten der ukazen
+gewend, kon die wijze van regeeren niet goedkeuren! Doch hij zweeg,
+totdat de czaar hem opnieuw ondervroeg.
+
+De vragen lieten zich niet wachten.
+
+»Is Ivan Ogareff,” vroeg de czaar, »niet eene tweede maal in Rusland
+teruggekeerd, na die reis in de Siberische provinciën, eene reis
+waarvan het ware doel onbekend is gebleven.”
+
+»Hij is er teruggekeerd.”
+
+»En, sedert dien terugkeer, heeft de politie zijn spoor verloren?”
+
+»Neen, Sire, want een veroordeelde wordt slechts wezenlijk gevaarlijk
+van den dag af dat hem genade geschonken is!”
+
+Het voorhoofd van den czaar fronste zich een oogenblik. Wellicht
+vreesde de grootmeester van politie te ver gegaan te zijn,—alhoewel
+zijne halsstarrigheid in zijne denkbeelden ten minste gelijk stond met
+de grenzenlooze verknochtheid die hij voor zijn meester koesterde; doch
+de czaar, deze zijdelingsche verwijten aangaande zijne binnenlandsche
+politiek minachtende, vervolgde kortaf de reeks zijner vragen:
+
+»Waar was Ivan Ogareff het laatst?”
+
+»In het gouvernement Perm.”
+
+»In welke stad?”
+
+»In Perm zelf.”
+
+»Wat voerde hij daar uit?”
+
+»Hij scheen daar niets uit te voeren, en zijn gedrag gaf niet de minste
+aanleiding tot verdenking.”
+
+»Stond hij niet onder het toezicht der hooge politie?”
+
+»Neen, Sire.”
+
+»Wanneer heeft hij Perm verlaten?”
+
+»Omstreeks de maand Maart.”
+
+»Om waar naar toe te gaan?”
+
+»Dat is mij niet bekend.”
+
+»En sedert dit tijdstip weet men niet waar hij gebleven is?”
+
+»Dat weet men niet.”
+
+»Nu, ik weet het!” antwoordde de czaar. »Naamlooze berichten, die niet
+door de bureaux van politie gegaan zijn, zijn mij toegezonden, en
+volgens de feiten, die op het oogenblik aan gene zijde der grenzen
+plaats grijpen, heb ik alle reden te gelooven dat zij juist zijn!”
+
+»Wil Uwe Majesteit hiermede zeggen,” riep de grootmeester van politie
+uit, »dat Ivan Ogareff de hand heeft in den inval der Tartaren!”
+
+»Ja, generaal, en ik zal u vertellen, hetgeen gij niet weet. Ivan
+Ogareff, na het gouvernement Perm verlaten te hebben, is het
+Oeral-gebergte overgetrokken. Hij is Siberië binnengedrongen, in de
+Kirgiesche steppen, en hij heeft beproefd de zwervende stammen in
+opstand te brengen. Hij is toen weer naar het zuiden getrokken, tot in
+het vrije Turkestan. Daar, in de Khanaten Bokhara, Khokhand, Koendoez,
+heeft hij hoofden gevonden die bereid waren hunne Tartaarsche horden in
+de Siberische provinciën te doen binnendringen en een algemeenen inval
+in het Russische rijk in Azië uit te lokken. De beweging is heimelijk
+op touw gezet, doch zij is als een bliksemstraal uitgebarsten, en op
+het oogenblik zijn de wegen en middelen van verkeer tusschen West- en
+Oost-Siberië afgesneden! Daarenboven wil Ivan Ogareff, dorstende naar
+wraak, een aanslag op het leven van mijn broeder doen!”
+
+De czaar had zich al pratende opgewonden en liep met rassche schreden
+heen en weer. De grootmeester van politie antwoordde niets, doch hij
+zeide tot zich zelven, dat, ten tijde toen de keizers van Rusland nooit
+gratie aan een banneling schonken, de plannen van Ivan Ogareff zich
+nooit zouden hebben verwezenlijkt.
+
+Eenige oogenblikken verliepen gedurende welke hij het stilzwijgen
+bewaarde. Vervolgens den czaar naderende, die zich in een leuningstoel
+geworpen had:
+
+»Uwe Majesteit,” zeide hij, »heeft zonder twijfel bevelen gegeven dien
+inval zoo snel mogelijk af te slaan?”
+
+»Ja,” antwoordde de czaar. »Het laatste telegram dat Nijni-Oedinsk
+heeft kunnen bereiken, heeft de troepen van de gouvernementen
+Jeniseïsk, Irkoetsk, Jakoetsk, die der provinciën van de Amoer en van
+het meer Baïkal in beweging moeten stellen. Tegelijkertijd trekken de
+regimenten van Perm en van Nijni-Novgorod en de grenskozakken met
+geforceerden marsch naar het Oeralgebergte op; doch, ongelukkig, moeten
+er verscheidene weken verloopen alvorens zij zich tegenover de
+Tartaarsche kolonnes kunnen bevinden!”
+
+»En is de broeder van Uwe Majesteit, Zijne Keizerlijke Hoogheid, de
+grootvorst, op het oogenblik afgezonderd in het gouvernement Irkoetsk,
+niet meer in rechtstreeksche verbinding met Moskou?”
+
+»Neen.”
+
+»Maar hij moet toch, door de laatste dépêches weten, welke maatregelen
+Uwe Majesteit genomen heeft en welke hulp hij te wachten heeft van de
+gouvernementen, die het dichtst bij dat van Irkoetsk gelegen zijn.”
+
+»Hij weet zulks,” antwoordde de czaar, »maar hetgeen hij niet weet is,
+dat Ivan Ogareff, tegelijkertijd dat hij de rol van oproerling speelt,
+ook die van verrader vervult, en dat hij in hem een persoonlijken en
+verbitterden vijand heeft. Aan den grootvorst heeft Ivan Ogareff zijne
+eerste ongenade te danken, en het ergste van alles is dat hij dien man
+niet kent. Het plan van Ivan Ogareff is dus om zich naar Irkoetsk te
+begeven, en daar, onder een valschen naam zijne diensten aan den
+grootvorst aan te bieden. Na zijn vertrouwen gewonnen te hebben en
+wanneer de Tartaren Irkoetsk zullen berend hebben, zal hij de stad
+overleveren en met haar mijn broeder, wiens leven rechtstreeks bedreigd
+is. Dit weet ik door »mijne” berichten; dit weet de grootvorst niet en
+dit moet hij weten!”
+
+»Welnu, Sire, een schrander, moedig koerier....”
+
+»Ik wacht hem.”
+
+»En hij moet spoed maken,” voegde de grootmeester van politie er bij,
+»want veroorloof mij er bij te voegen, Sire, Siberië is een land dat
+gunstig voor oproeren is!”
+
+»Wilt gij hiermede zeggen, generaal, dat de ballingen met den vijand
+gemeene zaak zouden maken?” riep de czaar uit, die, bij deze
+verdachtmaking van den grootmeester van politie, zichzelf niet meester
+was....
+
+»Dat Uwe Majesteit het mij niet ten kwade duide!” antwoordde stamelend
+de grootmeester van politie, want zijne ongerustheid en zijn argwaan
+hadden hem wel degelijk deze gedachte ingegeven.
+
+»Ik houd de bannelingen toch voor vaderlandlievender!” hernam de czaar.
+
+»Er zijn in Siberië andere veroordeelden dan die, welke voor
+staatkundige vergrijpen verbannen zijn,” antwoordde de grootmeester van
+politie.
+
+»Die boosdoeners! O! generaal, wat die betreft, ik laat ze aan u over!
+Het is het uitvaagsel van het menschdom. Ze behooren tot geen land. De
+opstand of liever de inval is niet gericht tegen den Keizer, maar tegen
+Rusland, tegen dat land dat de ballingen nog eens hopen weer te zien,
+en dat zij zullen weerzien!.... Neen, nooit zal een Rus met een Tartaar
+samenspannen, om, al was het maar een uur, de Moskovitische macht te
+verzwakken!”
+
+De czaar had gelijk aan de vaderlandsliefde te gelooven van hen, die de
+staatkunde slechts tijdelijk verwijderd hield. De vergevensgezindheid,
+die de grond was van zijne gerechtigheid, wanneer hij zelf daarvan de
+uitwerksels kon leiden; de zeer verzachtende maatregelen die hij
+genomen had in de toepassing der ukazen, eertijds zoo verschrikkelijk,
+waren voor hem een waarborg dat hij zich niet kon vergissen. Maar ook
+zonder dit machtige bestanddeel tot steun van den inval der Tartaren,
+waren de omstandigheden zeer ernstig, want het was te vreezen dat de
+Kirgiesche bevolking zich bij den vijand zou aansluiten.
+
+De Kirgiezen zijn in drie horden verdeeld, de groote, de kleine en de
+middelhorde, die eene bevolking van twee millioen zielen uitmaken, en
+omtrent vier honderd duizend tenten bewonen. Van deze verschillende
+stammen zijn eenige onafhankelijk, terwijl andere de opperheerschappij
+erkennen, hetzij van Rusland, hetzij van de Khanaten Khiva, Khokhand en
+Bokhara, namelijk de geduchtste opperhoofden van Turkestan. De
+middelhorde is de rijkste, en tegelijk de aanzienlijkste, en hare
+legerplaatsen beslaan de geheele ruimte, gelegen tusschen de Sara-Soe,
+de Irtisch, de boven-Ichim, het meer Hadisang en het meer Aksakal. De
+groote horde, die de gewesten bewoont, gelegen ten westen van de
+middelhorde, strekt zich uit tot de gouvernementen Omsk en Tobolsk.
+Indien dus die Kirgiesche bevolkingen in opstand mochten geraken, dan
+zou dit de bemachtiging van Aziatisch-Rusland tengevolgen hebben, en
+allereerst de afscheiding van Siberië ten oosten van de Jeniseï.
+
+Het is waar dat deze Kirgiezen, zeer onbedreven in het oorlog voeren,
+geene geregelde soldaten zijn, maar veeleer plunderaars, die des
+nachts, de karavanen aanvallen. Gelijk de heer Levchine gezegd heeft,
+»een gesloten front of een carré goede infanterie kan eene tienmaal
+talrijker massa Kirgiezen het hoofd bieden, en een enkel stuk geschut
+kan er eene ontzettende menigte van vernielen.”
+
+Goed, maar dat carré goede infanterie moet altijd toch nog in het
+opgestane land aankomen en moeten de vuurmonden uit de geschutparken
+der Russische provinciën vervoerd worden, die twee à drie duizend
+wersten verwijderd zijn. Nu zijn, uitgenomen de rechtstreeksche weg die
+Ekaterinenburg met Irkoetsk verbindt, de steppen, dikwijls moerassig,
+niet gemakkelijk begaanbaar en verscheidene weken zouden er zeker
+noodig zijn om de Russische troepen in staat te stellen de Tartaarsche
+horden terug te slaan.
+
+Omsk is het middelpunt der militaire organisatie in West-Siberië, die
+bestemd is de Kirgiesche bevolkingen in bedwang te houden. Daar zijn de
+grenzen, die deze ten deele onderworpen zwervende volken meer dan eens
+geschonden hebben, en aan het ministerie van oorlog had men alle reden
+te gelooven dat Omsk reeds zeer bedreigd werd. De linie der militaire
+koloniën, namelijk van die Kozakkenposten die van Omsk tot
+Semipalatinsk geëchelonneerd zijn, moest op verscheidene punten
+doorgebroken zijn. Nu was het te vreezen dat de »groote sultans” die
+over de Kirgiesche districten het bewind voeren, de heerschappij der
+Tartaren,—Muzelmannen gelijk zij,—vrijwillig aangenomen of er zich
+gedwongen aan onderworpen hadden, en dat bij den wrevel, door de
+dienstbaarheid te voorschijn geroepen, zich nog de haat zou voegen,
+veroorzaakt door de vijandige verhouding der Grieksche en
+Mahomedaansche godsdiensten.
+
+Sedert lang, inderdaad, zochten de Tartaren van Turkestan en
+voornamelijk die van de Khanaten Bokhara, Khiva, Khokhand en Koendoez,
+de Kirgiesche horden aan de Moskovische heerschappij te ontrukken, zoo
+door geweld als door overreding.
+
+Eenige woorden slechts over deze Tartaren.
+
+De Tartaren behooren meer in ’t bijzonder tot twee afzonderlijke
+rassen, het Kaukasische ras en het Mongoolsche ras.
+
+Het Kaukasische ras, dat, zooals Abel de Rémusat gezegd heeft, als het
+schoonheidstype van het Europeesch ras beschouwd wordt, bestaat uit
+Turken en Perzen.
+
+Het zuiver Mongoolsche ras bevat de Mongolen, Mandsjoes en Thibetanen.
+De Tartaren, die toen het Russische rijk bedreigden, waren van
+Kaukasischen oorsprong en bewoonden meer in ’t bijzonder Turkestan. Dit
+uitgestrekte land is in verschillende Staten verdeeld, die door Khans
+geregeerd worden; daar vandaan de benaming Khanaten. De voornaamste
+Khanaten zijn die van Bokhara, van Khokhand, van Koendoez enz.
+
+Op dit tijdstip was het belangrijkste en geduchtste Khanaat dat van
+Bokhara. Rusland had reeds verscheidene malen tegen zijne opperhoofden
+oorlog gevoerd, die uit een persoonlijk belang en om hen van juk te
+doen verwisselen, de onafhankelijkheid der Kirgiezen gesteund hadden
+tegen de Moskovitische heerschappij. Het toenmalige opperhoofd
+Feofar-Khan drukte de voetstappen zijner voorgangers.
+
+Dit Khanaat Bokhara strekt zich van het noorden naar het zuiden uit,
+tusschen den zeven en dertigsten en een en veertigsten graad
+noorderbreedte, en van het oosten naar het westen, tusschen de een en
+zestigste en zes en zestigste graden oosterlengte, over eene
+oppervlakte van ongeveer tien duizend vierkante mijlen.
+
+Men telt in dezen Staat eene bevolking van twee millioen vijf maal
+honderd duizend inwoners, een leger van zestig duizend man, in tijd van
+oorlog tot het drievoudige gebracht, en dertig duizend ruiters. Het is
+een land rijk aan voortbrengsels uit het dieren-, planten- en
+delfstoffenrijk, en dat door de toetreding der provinciën Balkh, Aukoï
+en Meïmaneh vergroot is geworden. Het heeft negentien aanzienlijke
+steden. Bokhara, omgeven van een muur van meer dan acht Engelsche
+mijlen in omtrek en door torens verdedigd, eene beroemde stad, vermaard
+door de Avicennes en andere geleerden der Xe eeuw, wordt als het
+middelpunt der muzelmansche geleerdheid beschouwd en gerangschikt onder
+de beroemdste steden van Middel-Azië; Samarkand, waar zich het graf van
+Tamerlan bevindt, en dat beroemde paleis, waar men dien blauwen steen
+bewaart, waarop elke nieuwe Khan bij zijne troonsbeklimming moet gaan
+zitten, wordt door eene buitengewoon sterke citadel verdedigd; Karschi,
+met zijn driedubbelen muur, in een oasis gelegen, die door een moeras
+omringd is, vol schildpadden en hagedissen, is bijna onneembaar;
+Tsjardsjoeïe wordt door eene bevolking van bij de twintig duizend
+zielen verdedigd; eindelijk vormen Katta-Koergan, Noerata, Djizah,
+Païkande, Karakoel, Khoezar enz. een net van steden die moeilijk te
+bedwingen zijn. Dit Khanaat Bokhara, door zijne bergen beschermd,
+afgezonderd door zijne steppen, is dus een wezenlijk geduchte Staat, en
+Rusland zou genoodzaakt zijn belangrijke strijdkrachten daartegen over
+te stellen.
+
+Het was nu de eerzuchtige en woeste Feofar, die in dat gedeelte van
+Tartarije regeerde. Gerugsteund door de andere Khans, voornamelijk die
+van Knokhand en van Koendoez, wreede en roofzuchtige krijgslieden,
+altijd klaar om aan ondernemingen deel te nemen waarvoor de Tartaren
+een sterke natuurlijke neiging hebben, geholpen door al de opperhoofden
+der horden van Middel-Azië, had hij zich aan het hoofd geplaatst van
+dien inval, waarvan Ivan Ogareff de ziel was. Die verrader, evenzeer
+door zinnelooze eerzucht als door haat gedreven, had de beweging der
+troepen zoo geregeld, dat hij den grooten Siberischen weg had
+afgesneden. Het was waarlijk dwaas van hem te meenen, het Moskovische
+rijk tot wijken te kunnen brengen. Onder zijn invloed, had de emir—dit
+is de titel dien de Khans van Bokhara aannemen—zijne horden over de
+Russische grenzen gejaagd. Hij was in het gouvernement van
+Semipalatinsk gevallen, en de Kozakken die zich op dat punt in klein
+aantal bevonden, hadden voor hem moeten wijken. Hij was voorbij het
+meer Balkhach voortgerukt, op zijn doortocht de Kirgiesche bevolking
+medeslepende. Al plunderende, verwoestende, in dienst nemende degenen,
+die zich onderwierpen, en gevangen nemende hen, die weerstand boden,
+rukte hij voort van stad tot stad, gevolgd door dien nasleep van een
+oostersch vorst, dien men zijne hofhouding zou kunnen noemen, zijne
+vrouwen en slavinnen, en zulks met de onbeschaamde driestheid van een
+nieuwerwetschen Gengis-Khan.
+
+Waar bevond hij zich op dit oogenblik? Tot hoever waren zijne soldaten
+voortgerukt op het uur dat de tijding van den inval te Moskou aankwam?
+Op welk punt van Siberië hadden de Russische troepen moeten wijken? men
+kon het niet te weten komen. Het verkeer was afgebroken. Was de draad
+tusschen Kolivan en Tomsk door eenige veldontdekkers van het
+Tartaarsche leger vernield geworden, of had de emir de provinciën van
+de Jeniseïsk bereikt? Was geheel westelijk Neder-Siberië in opstand?
+Strekte zich de opstand reeds tot de oostelijke gewesten uit? Men kon
+’t niet zeggen. De eenige werkzame kracht, die noch koude, noch warmte
+ducht, die noch door de gestrengheid van den winter, noch door de
+brandende hitte van den zomer kan tegengehouden worden, die met de
+snelheid van den bliksem vliegt, de electrieke stroom namelijk, kon
+niet meer door de steppen heensnellen, en het was niet meer mogelijk
+den grootvorst, in Irkoetsk opgesloten, voor het gevaar te waarschuwen,
+waarmede het verraad van Ivan Ogareff hem bedreigde. Een koerier alleen
+kon den afgebroken stroom vervangen. Die man zou een zekeren tijd
+noodig hebben, om vijf duizend twee honderd wersten (5.523 kilometer)
+af te leggen, die Moskou van Irkoetsk scheiden. Om door de gelederen
+der oproerlingen en der overweldigers heen te komen, moest hij, om zoo
+te zeggen, tegelijk een bovenmenschelijken moed en een bovenmenschelijk
+verstand ontwikkelen. Maar met een goed hoofd en een moedig hart komt
+men ver.
+
+»Zal ik dat goede hoofd en dat moedige hart vinden?” vroeg de czaar
+zich zelf af.
+
+
+
+
+
+
+
+
+III.
+
+MICHAEL STROGOFF.
+
+
+De deur van het keizerlijk vertrek ging weldra open, en de kamerdienaar
+diende generaal Kissoff aan.
+
+»En die koerier?” vroeg de czaar driftig.
+
+»Hij is daar, Sire,” antwoordde generaal Kissoff.
+
+»Gij hebt den geschikten man gevonden?”
+
+»Ik durf voor hem instaan, Sire.”
+
+»Was hij van dienst op het paleis?”
+
+»Ja, Sire.”
+
+»Kent gij hem?”
+
+»Persoonlijk, en meermalen heeft hij, met goeden uitslag, moeielijke
+zendingen vervuld.”
+
+»In het buitenland?”
+
+»In Siberië zelf.”
+
+»Waar is hij van daan?”
+
+»Van Omsk. Het is een Siberiër.”
+
+»Is hij koelbloedig, schrander, moedig?”
+
+»Ja, Sire, hij bezit al hetgeen noodig is om te slagen, daar waar
+anderen misschien schipbreuk zouden lijden.”
+
+»Zijn ouderdom?”
+
+»Dertig jaar.”
+
+»Is het een krachtvol man?”
+
+»Sire, hij kan, tot het uiterste, koude, honger, dorst en vermoeienis
+uitstaan.”
+
+»Hij heeft dan een ijzeren gestel?”
+
+»Ja, Sire.”
+
+»En een hart?”
+
+»Als goud zoo eerlijk.”
+
+»Hij heet?”
+
+»Michael Strogoff.”
+
+»Is hij gereed om te vertrekken?”
+
+»Hij wacht in de zaal der garde, de bevelen van Uwe Majesteit.”
+
+»Laat hem binnen komen,” zeide de czaar.
+
+Eenige oogenblikken daarna trad de koerier Michael Strogoff het
+keizerlijk vertrek binnen.
+
+Michael Strogoff was een sterk, jong man, groot van gestalte, met
+breede schouders en breede borst. Zijn groot hoofd droeg de schoone
+kenteekenen van het Kaukasische ras. Zijne goed samengevoegde ledematen
+waren even zoo vele hefboomen, geschikt tot het uitvoeren van zwaar
+werk. Deze schoone, stevige en flinke jonge man had men niet
+gemakkelijk, tegen zijn zin, uit den weg doen gaan, want had hij
+eenmaal zijne beide voeten op den grond gezet, dan scheen het alsof zij
+er ingeworteld waren.
+
+Op zijn van boven vierkant hoofd, boven zijn breed voorhoofd, krulde
+weelderig haar, dat in lokken onder zijne Moskovische muts uitkwam.
+Wanneer zijn gelaat, dat gewoonlijk bleek was, een zekeren blos aannam,
+was het enkel door een sterker kloppen van zijn hart, dat zijn bloed
+sneller deed omloopen. Zijne oogen waren donkerblauw, met een
+oprechten, vrijen en rustigen blik, en zij schitterden onder een boog,
+waar de licht ingetrokken wenkbrauwspieren van een verheven moed
+getuigden, »van dien moed zonder toorn, den helden eigen” zooals de
+gelaatkundigen zeggen. Zijne groote, naar onder breed toeloopende neus
+beheerschte een welbesneden mond, met een weinig vooruitstekende lippen
+van »den mensch, die edelmoedig en goed is.”
+
+Michael Strogoff had het gestel van een vastberaden man, die spoedig
+zijn besluit neemt, die in de onzekerheid, zijn nagels niet afbijt,
+die, bij twijfeling, zich niet achter de ooren krabt, die, in
+besluiteloosheid, niet stampvoetend heen en weer loopt. Matig in
+gebaren als in woorden, wist hij onbeweeglijk te staan als een soldaat
+voor zijn meerdere, doch als hij liep, toonde zijn gang eene groote
+ongedwongenheid aan, eene opmerkelijke netheid van bewegingen, hetgeen
+tegelijk het zelfvertrouwen en de levendigheid van zijn geest
+aantoonde. Het was een van die mannen, wier hand »vol van de
+gelegenheidsharen scheen te zijn,” eene zinnebeeldige zegswijze, die
+eenigszins gedwongen is, doch die hen met éen penseeltrek afschildert.
+
+Michael Strogoff was gekleed in een nette militaire uniform, die veel
+overeenkwam met die der officieren van de jagers te paard, wanneer zij
+te velde zijn: laarzen, sporen, halfnauwsluitende pantalon, pels met
+bont afgezet en versierd met gele nestels op een bruinen grond. Op
+zijne breede borst prijkte eene ridderorde en verscheidene medailles.
+Michael Strogoff behoorde tot het keurkorps koeriers van den czaar, en
+hij had daarin den rang van officier. Zijn gang, zijne gelaatstrekken,
+zijne geheele persoon deden meer in het bijzonder gevoelen, en de czaar
+merkte dit ook terstond op, dat hij »een uitvoerder van bevelen” was.
+Hij bezat dus, volgens de opmerking van den beroemden romanschrijver
+Tourgueneff, eene dier in Rusland meest aanbevelenswaardige
+hoedanigheden, die tot de hoogste posten van het Moskovische rijk
+voert.
+
+Voorwaar, zoo een man die reis van Moskou naar Irkoetsk, dwars door een
+overheerd land, goed kon ten einde brengen, alle hinderpalen kon te
+boven komen en alle gevaren kon trotseeren, dan was het, meer dan
+iemand anders, Michael Strogoff.
+
+Voor het welslagen zijner plannen was het een zeer gunstige
+omstandigheid, dat Michael Strogoff het land dat hij zou doortrekken,
+uitmuntend kende, en dat hij er de verschillende tongvallen van machtig
+was, niet alleen omdat hij het doorkruist had, maar ook omdat hij van
+Siberische afkomst was.
+
+Zijn vader, de oude Peter Strogoff, sedert tien jaar overleden,
+bewoonde de stad Omsk, gelegen in het gouvernement van dien naam, en
+zijne moeder, Marfa Strogoff, woonde er nog. Daar, te midden der woeste
+steppen der provinciën Omsk en Tobolsk, had de geduchte Siberische
+jager zijn zoon Michael hard en ruw opgevoed. Peter Strogoff was jager
+van beroep. Zoowel ’s zomers als ’s winters, zoowel bij eene
+keerkringshitte als bij eene koude van soms vijftig graden onder nul,
+liep hij over de verharde vlakte, door kreupelbosschen van lorke- en
+berkeboomen, door dennenwouden, zette zijne vallen en beloerde het
+kleine wild met het geweer, en het groote met de gaffel of het mes.
+
+Het groote wild was niets minder dan de Siberische beer, een
+ontzagwekkend en wreed dier, waarvan de grootte gelijk is aan die van
+den ijsbeer. Peter Strogoff had meer dan negen en dertig beren gedood,
+dat wil zeggen, dat de veertigste onder zijne steken gevallen was,—en
+men weet, wanneer men de jachtlegenden van Rusland gelooven mag,
+hoeveel jagers, die tot den negen en dertigsten beer gelukkig zijn
+geweest, voor den veertigsten bezweken zijn!
+
+Peter Strogoff had dus het noodlottige getal overschreden, zonder zelfs
+eene lichte wond ontvangen te hebben. Sedert dit oogenblik vergezelde
+zijn zoon Michael, toen elf jaar oud, hem voortdurend op zijne jachten,
+droeg voor hem de »ragatina”, namelijk de gaffel, terwijl hij alleen
+met het mes gewapend was. Op zijn veertiende jaar had Michael Strogoff
+zijn eerste beer gedood, geheel alleen,—dat nog niets was;—maar na hem
+gevild te hebben, had hij de huid van het reusachtige dier tot de
+ouderlijke woning gesleept, waarvan hij eenige wersten verwijderd
+was,—hetgeen bij het kind eene ongewone kracht aanduidde.
+
+Dat leven was van dat gevolg dat hij, op den mannelijken leeftijd
+gekomen, in staat was alles te doorstaan, de koude, de hitte, de
+honger, de dorst, de vermoeienis. Het was, zooals de Jakoet der
+noordelijke streken, een man van staal. Hij kon vier en twintig uren
+zonder eten, tien nachten zonder slapen blijven, en wist zich te midden
+der steppen tegen de koude te beschutten, daar waar anderen
+doodgevroren zouden zijn. Toegerust met zintuigen van eene
+buitengemeene fijnheid, geleid door het instinct van eene Delaware te
+midden der witte vlakte, vond hij, wanneer de mist den geheelen
+gezichteinder onderschepte, zelfs wanneer hij zich in het land der
+hooge breedten bevond, waar de poolnacht langen tijd heerscht, zijn
+weg, daar waar anderen hunne schreden niet hadden kunnen richten. Al de
+geheimen van zijn vader waren hem bekend. Hij had geleerd zijne
+schreden te richten naar bijna onmerkbare teekens, namelijk de richting
+der ijskegels, de ligging der dunne boomtakjes, de lucht die van de
+uiterste grenzen van den gezichteinder toevloeide, het vertrapte gras
+in de wouden, nauw merkbare tonen die in de lucht zweefden, knallen in
+de verte, trekvogels in de benevelde lucht, duizenden bijzonderheden,
+die als duizenden bakens zijn voor hem, die ze weet te herkennen.
+Bovendien gehard in de sneeuw, als een Damascener kling in de wateren
+van Syrië, had hij eene ijzeren gezondheid, zooals generaal Kissoff
+gezegd had, en hetgeen niet minder waar was, een hart van goud.
+
+De eenige hartstocht, dien Michael Strogoff bezat, was de liefde voor
+zijne moeder, de oude Marfa, die nooit het oude huis der Strogoffen te
+Omsk, aan de boorden van de Irtisch had willen verlaten, daar waar de
+oude jager en zij zoolang te samen leefden. Toen haar zoon haar
+verliet, was het met een beklemd hart, doch hij beloofde haar, elken
+keer dat hij zulks kon, terug te komen, eene belofte die hij altijd
+heilig nagekomen was.
+
+Er was besloten geworden dat Michael Strogoff met zijn twintigste jaar
+in persoonlijken dienst van den Keizer van Rusland zou treden, in het
+korps koeriers van den czaar. De jonge Siberiër, stoutmoedig,
+schrander, vol ijver, van een goed gedrag, kreeg al dadelijk
+gelegenheid zich in ’t bijzonder op een reis naar den Kaukasus te
+onderscheiden, te midden van een moeilijk land, door eenige woelige
+opvolgers van Shamyl in opstand gebracht; vervolgens, eenigen tijd
+later, gedurende eene gewichtige zending, die hem tot Petropolowsky aan
+de uiterste grens van Aziatisch Rusland in Kamtschatka bracht.
+Gedurende deze lange reizen, spreidde hij wondervolle koelbloedigheid,
+voorzichtigheid en moed ten toon, die hem de goedkeuring en de gunst
+zijner chefs verwierf, en hij kwam zeer spoedig vooruit.
+
+Van zijn verlof, waarop hij telkens na deze verre zendingen met recht
+aanspraak had, verzuimde hij nooit gebruik te maken om zijne oude
+moeder te gaan opzoeken, al was hij duizenden wersten van haar
+verwijderd en al maakte de winter de wegen onbegaanbaar. Echter, en wel
+voor den eersten keer, had Michael Strogoff, die het in het zuiden van
+het rijk zeer druk had gehad de oude Marfa in geen drie jaar
+teruggezien en die drie jaren waren voor hem drie eeuwen. Zijn
+reglementair verlof zou hem nu over eenige dagen toegestaan worden, en
+hij had reeds de toebereidselen tot zijn vertrek naar Omsk gemaakt,
+toen de bekende omstandigheden zich voordeden. Michael Strogoff werd
+dus den czaar voorgesteld, geheel onbekend met hetgeen deze van hem
+verwachtte.
+
+De czaar, zonder tot hem het woord te richten keek hem eenige
+oogenblikken met een doordringenden blik aan, terwijl Michael Strogoff
+volkomen onbeweeglijk bleef staan.
+
+Vervolgens keerde de czaar, zonder twijfel voldaan over dit onderzoek,
+naar zijn schrijftafel terug en aan den grootmeester van politie een
+teeken gevende om plaats te nemen, zegde hij hem zacht een brief voor,
+die slechts eenige regels bevatte.
+
+De czaar las den opgegeven brief nog eens met eene buitengewone
+oplettendheid over, teekende hem vervolgens, na zijn naam te hebben
+laten voorafgegaan door de woorden: »Byt po sémou,” welke beteekenen:
+»Het zij zoo,” en het vaste formulier der Russische Keizers uitmaken.
+De brief werd toen in een omslag gedaan en met het keizerlijk wapen
+verzegeld.
+
+De czaar vervolgens opstaande, gelastte Michael Strogoff te naderen.
+Michael Strogoff trad eenige schreden nader en bleef opnieuw
+onbeweeglijk staan, gereed om te antwoorden.
+
+De czaar keek hem nog eens goed in de oogen. Vervolgens vroeg hij met
+eene afgemeten stem:
+
+»Uw naam?”
+
+»Michael Strogoff, Sire”.
+
+»Uw graad?”
+
+»Kapitein bij het korps koeriers van den czaar.”
+
+»Gij kent Siberië?”
+
+»Ik ben een Siberiër.”
+
+»Gij zijt geboren?....”
+
+»Te Omsk.”
+
+»Hebt gij bloedverwanten te Omsk?”
+
+»Ja, Sire.”
+
+»Welke?”
+
+»Mijne oude moeder.”
+
+De czaar staakte een oogenblik de reeks zijner vragen. Vervolgens den
+brief toonende, die hij in de hand hield.
+
+»Ziehier een brief,” zeide hij, »dien ik u gelast, u Michael Strogoff,
+eigenhandig den grootvorst ter hand te stellen, en aan niemand anders
+dan aan hem.”
+
+»Ik zal hem ter hand stellen, Sire.”
+
+»De grootvorst is te Irkoetsk.”
+
+»Ik zal naar Irkoetsk gaan.”
+
+»Maar gij zult een land moeten doortrekken, door oproerlingen in
+opstand gebracht, door Tartaren overmeesterd, die er belang bij zullen
+hebben dezen brief te onderscheppen.”
+
+»Ik zal het doortrekken.”
+
+»Gij moet u vooral wachten voor een verrader, Ivan Ogareff, dien ge
+wellicht op uw weg zult ontmoeten.”
+
+»Ik zal mij voor hem wachten.”
+
+»Gaat ge over Omsk?”
+
+»Dat is in mijn weg, Sire.”
+
+»Indien ge uwe moeder gaat bezoeken, dan loopt ge gevaar van herkend te
+worden. Ge moet uwe moeder niet gaan bezoeken!”
+
+Michael Strogoff aarzelde een oogenblik.
+
+»Ik zal haar niet bezoeken.”
+
+»Zweer mij, dat niets zal vermogen u te doen bekennen, wie gij zijt,
+nog waar gij heengaat.”
+
+»Ik zweer het.”
+
+»Michael Strogoff,” hernam toen de czaar, terwijl hij den brief aan den
+jongen koerier overhandigde, »neem dan dezen brief, waarvan het behoud
+van geheel Siberië en misschien het leven van mijn broeder den
+grootvorst afhangt.”
+
+»Deze brief zal Zijne Keizerlijke Hoogheid den grootvorst overhandigd
+worden.”
+
+»Gij zult dus Irkoetsk bereiken, hoe dan ook?”
+
+»Ik zal Irkoetsk bereiken of omkomen.”
+
+»Ik heb er belang bij dat gij leeft.”
+
+»Ik zal leven en slagen,” antwoordde Michael Strogoff.
+
+De czaar scheen voldaan te zijn over het eenvoudige en kalme
+vertrouwen, waarmede Michael Strogoff hem geantwoord had.
+
+»Ga dan, Michael Strogoff,” zeide hij, »ga voor God, voor Rusland, voor
+mijn broeder en voor mij!”
+
+Michael Strogoff sloeg aan, verliet oogenblikkelijk het keizerlijk
+vertrek, en eenige oogenblikken daarna, het Nieuwe Paleis.
+
+»Ik geloof dat ge gelukkig in uwe keuze geweest zijt, generaal,” zeide
+de czaar.
+
+»Ja, Sire,” antwoordde generaal Kissoff, »en uwe Majesteit kan
+verzekerd zijn dat Michael Strogoff alles zal doen wat een man vermag.”
+
+»Het is een man inderdaad,” zeide de czaar.
+
+
+
+
+
+
+
+
+IV.
+
+VAN MOSKOU NAAR NIJNI-NOVGOROD.
+
+
+De weg, dien Michael Strogoff tusschen Moskou en Irkoetsk ging afleggen
+was een afstand van vijf duizend twee honderd wersten (5.523
+kilometers.) Toen er nog geen telegraaf tusschen het Oeralgebergte en
+de oostelijke grens van Siberië bestond, werd de dienst der dépêches
+door koeriers verricht, waarvan de snelste achttien dagen noodig hadden
+om zich van Moskou naar Irkoetsk te begeven. Doch dit was eene
+zeldzaamheid, en die reis door Aziatisch-Rusland duurde gewoonlijk vier
+à vijf weken, ofschoon alle middelen van vervoer ter beschikking dezer
+gezanten van den czaar gesteld waren.
+
+Als een man, die noch de koude, noch de sneeuw vreest, had Michael
+Strogoff liever in het ruwe winterseizoen gereisd, waarin men over den
+geheelen weg van sleden kan gebruik maken. De moeielijkheden aan de
+verschillende wijzen van verplaatsing verbonden, zijn dan ten deele
+minder geworden, doordat de onmetelijke steppen door de sneeuw effen
+gemaakt zijn. Geene wateren meer om over te trekken. Overal de bevroren
+vlakke waterspiegel, waarover de slede gemakkelijk en snel glijdt. Wel
+zijn in dit jaargetijde misschien zekere natuurverschijnselen te
+vreezen, zooals voortdurende dikke mist, buitengemeen strenge koude,
+lange en vreeselijke sneeuwjachten, waarin soms geheele karavanen
+omkomen. Het gebeurt ook wel dat wolven, door den honger gedreven, de
+vlakte bij duizenden bedekken. Doch beter zou het geweest zijn deze
+gevaren te loopen, want in dien harden winter zouden de Tartaarsche
+overweldigers zich bij voorkeur in de steden gelegerd hebben, zouden
+hunne stroopers niet de steppen afgeloopen hebben, zou elke
+troepenbeweging ondoenlijk geweest zijn, en zou Michael Strogoff zich
+gemakkelijk een weg gebaand hebben. Doch hij had noch tijd, noch uur te
+kiezen. Hoe de omstandigheden ook waren, hij moest er zich in schikken
+en vertrekken. Zoodanig nu was de toestand dien Michael Strogoff
+duidelijk inzag, en hij bereidde er zich op hem het hoofd te bieden.
+
+Vooreerst bevond hij zich niet meer in de gewone omstandigheden van een
+koerier van den czaar. Deze hoedanigheid moest zelfs niemand op zijn
+weg kunnen vermoeden. In een overmeesterd land wemelt het van spionnen.
+Werd hij herkend dan was zijne zending in gevaar gebracht. Ook toen hij
+hem eene belangrijke som gaf, die voor zijne reis voldoende moest zijn
+en deze in zekere mate gemakkelijk moest maken, had generaal Kissoff
+hem geen schriftelijk bevel gegeven, houdende deze vermelding: »Dienst
+van den Keizer,” dat de Sesam bij uitnemendheid is. Hij meende dat het
+voldoende was hem te voorzien van een »podaroshna.” Dit podaroshna was
+gesteld ten name van Nikolaas Korpanoff, koopman, wonende te Irkoetsk.
+Het machtigde Nikolaas Korpanoff zich door een of meer personen te doen
+begeleiden, wanneer het noodig geacht werd en buitendien was het, door
+eene bijzondere aanteekening geldig, zelfs ingeval de Moskovische
+gouverneur elk ander onderdaan mocht verbieden Rusland te verlaten.
+
+Het podaroshna was niets anders dan een vrijbrief om postpaarden te
+kunnen nemen, doch Michael Strogoff moest er alleen van gebruik maken,
+indien de vrijbrief geen gevaar opleverde zijne hoedanigheid verdacht
+te maken, dat wil zeggen, zoolang hij zich op Europeeschen bodem
+bevond. Uit deze omstandigheid volgde dus, dat hij in Siberië, dat is
+te zeggen, wanneer hij de opgestane provinciën zou doortrekken, aan de
+poststations niet als heer en meester zou kunnen gebieden, noch zich
+voor anderen paarden zou kunnen doen geven, noch de vervoermiddelen
+voor zijn persoonlijk gebruik zou kunnen eischen.
+
+Michael Strogoff moest zulks niet vergeten; hij was geen koerier meer,
+maar een eenvoudige koopman, Nikolaas Korpanoff, die van Moskou naar
+Irkoetsk reisde, en als zoodanig onderworpen aan alle mogelijke
+voorvallen van eene gewone reis.
+
+Ongemerkt doortrekken—en wel meer of minder snel,—plaats zijner
+bestemming bereiken, dit moest zijn doel zijn.
+
+Voor dertig jaar bestond het geleide van een aanzienlijk reiziger uit
+niet minder dan twee honderd Kozakken te paard, twee honderd man
+voetvolk, vijf en twintig Baskirsche ruiters, drie honderd kameelen,
+vierhonderd paarden, vijf en twintig wagens, twee draagbare booten en
+twee stukken geschut. Zoodanig was het materieel voor eene reis door
+Siberië gevorderd.
+
+Hij, Michael Strogoff, zou noch stukken geschut, noch ruiters, noch
+voetknechten, noch lastdieren hebben. Hij zou per rijtuig of te paard
+gaan, wanneer hij zulks kon; te voet, wanneer hij te voet moest gaan.
+
+De veertien honderd eerste wersten (1.493 kilometer) tusschen Moskou en
+de Russische grenzen leverden geene moeielijkheid op. Spoorweg,
+postwagens, stoombooten, postpaarden waren tot een ieders beschikking,
+en, bijgevolg, ter beschikking van den koerier van den czaar.
+
+Dus dienzelfden morgen van den 16den Juli niets meer van zijne uniform
+aanhebbende, met een reiszak op den rug, gekleed in een eenvoudig
+Russisch kostuum, eene nauwsluitende korte rok met den traditioneelen
+gordel van den moejiek, eene wijde broek, laarzen tot aan de knie, met
+een riem vastgemaakt, begaf Michael Strogoff zich naar het station, om
+den eersten trein te nemen. Hij droeg zichtbaar ten minste, geen
+wapenen, maar onder zijn gordel was een revolver verborgen en in zijn
+zak een van die groote jachtmessen, die het midden houden tusschen mes
+en yatagan, waarmede een Siberische jager een beer den buik weet open
+te snijden, zonder zijne kostbare huid te beschadigen.
+
+Er waren veel reizigers aan het station te Moskou. De stations van de
+Russische spoorwegen zijn zeer bezochte plaatsen, zoowel door
+toeschouwers als door vertrekkenden. Men houdt daar als een kleine
+beurs van nieuwstijdingen. De trein, waarin Michael Strogoff plaats nam
+moest hem afzetten te Nijni-Novgorod. Daar eindigde op dit tijdstip de
+spoorweg, die Moskou met Petersburg verbindende, tot de Russische
+grenzen verlengd zou worden. Het was een afstand van vierhonderd
+wersten (ongeveer 426 kilometer,) en de trein zou er twaalf uren over
+doen. Michael Strogoff, eenmaal te Nijni-Novgorod aangekomen, zou, naar
+gelang der omstandigheden, hetzij den landweg, hetzij de stoombooten
+van de Wolga nemen, ten einde zoo spoedig mogelijk het Oeralgebergte te
+bereiken. Michael Strogoff strekte zich in zijn hoek uit, evenals een
+waardig burger die zich niet veel om de wereld bekommert en die al
+slapende den tijd zoekt te dooden. Daar hij evenwel niet alleen in den
+coupé was, sliep hij slechts met een oog en luisterde met beide ooren.
+
+Inderdaad was het gerucht van den opstand der Kirgiesche horden en van
+den inval der Tartaren een weinig uitgelekt. De reizigers met wie het
+toeval wilde dat hij de reis maakte, spraken er over, doch niet zonder
+eenige omzichtigheid.
+
+Deze reizigers, evenals de meesten van hen die de trein vervoerde,
+waren kooplieden die zich naar de beroemde jaarmarkt van Nijni-Novgorod
+begaven. Natuurlijk een zeer gemengd gezelschap, samengesteld uit
+Joden, Turken, Kozakken, Russen, Georgiërs, Kalmukken en anderen, maar
+bijna allen de nationale taal sprekende.
+
+Men besprak het voor en tegen der gewichtige gebeurtenissen, die aan
+gene zijde van het Oeralgebergte plaats vonden, en deze kooplieden
+schenen te vreezen dat het Russische gouvernement zou genoodzaakt zijn
+eenige beperkende maatregelen te nemen, vooral in de grensprovinciën:
+maatregelen waaronder de handel zeker zou lijden.
+
+Het moet gezegd worden, deze zelfzuchtigen beschouwden den oorlog, dat
+wil zeggen de onderdrukking van den opstand en den strijd tegen den
+inval, slechts uit het oogpunt van hunne bedreigde belangen. De
+aanwezigheid van een eenvoudig soldaat, gekleed in zijne uniform,—en
+men weet, hoe groot in Rusland het gewicht van de uniform is,—zou zeker
+voldoende geweest zijn om dezen kooplieden den mond te snoeren. Doch in
+den coupé, waarin Michael Strogoff zich bevond, deed niets de
+tegenwoordigheid van een militair vermoeden, en de koerier van den
+czaar, verplicht om onbekend te blijven, was er den man niet naar om
+zich te verraden.
+
+Hij luisterde dus.
+
+»Men beweert dat de thee door karavanen aangebracht naar de hoogte
+gaat,” zeide een Pers, die te herkennen was aan zijne muts van astrakan
+en aan zijn bruinen tabbaard met breede plooien, die door het vele
+wrijven versleten was.
+
+»O! de thee heeft niets van de daling te vreezen,” antwoordde een oude
+Jood met een norsch gezicht. »De thee, die op de markt van
+Nijni-Novgorod komt, zal gemakkelijk naar het westen verzonden worden,
+maar dat zal het geval niet zijn met de tapijten van Bokhara.”
+
+»Hoe dan! Ge verwacht dus eene bezending van Bokhara?” vroeg de Pers.
+
+»Neen, maar eene bezending van Samarkand, en zij is daarom des te meer
+blootgesteld! Hoe kan men rekenen op verzendingen uit een land dat van
+Khiva tot de grenzen van China in opstand is!”
+
+»Goed!” antwoordde de Pers, »wanneer de tapijten niet aankomen, dan
+veronderstel ik dat de wissels ook niet zullen aankomen!”
+
+»En de winst, God van Israël!” riep de kleine Jood uit, »rekent ge die
+voor niets?”
+
+»Gij hebt gelijk,” zeide een andere reiziger, »de artikelen van
+Middel-Azië loopen gevaar van op de markt te ontbreken, en dat zal ook
+het geval zijn met de tapijten van Samarkand, evenals de wol, en de
+oostersche shawls.”
+
+»Hei! pas op, vadertje!” antwoordde een Russisch reiziger met een
+spotachtig gelaat. »Ge zult uwe shawls verschrikkelijk vet maken als ge
+ze in aanraking brengt met uwe talk.”
+
+»Gij lacht daarmee,” hernam op een scherpen toon de koopman, dien zulk
+gekscheren weinig beviel.
+
+»He! wanneer men zich de haren uit het hoofd trok, wanneer men in zak
+en asch ging zitten,” antwoordde de reiziger, »zou dat den loop der
+zaken dan veranderen? Neen! even zoo min als den prijs der koopwaren!”
+
+»Men kan wel merken dat gij geen koopman zijt!” hernam de kleine Jood.
+
+»Jongen neen, waarde afstammeling van Abraham! Ik verkoop noch hop,
+noch dons, noch honig, noch was, noch hennipzaad, noch gezouten
+vleesch, noch kaviaar, noch hout, noch wol, noch lint, noch hennep,
+noch vlas, noch marokijn, noch pelterijen!....”
+
+»Maar koopt ge er?” vroeg de Pers, den reiziger in de rede vallende.
+
+»Zoo min mogelijk, en alleen voor eigen gebruik,” antwoordde deze
+knipoogende.
+
+»Dat is een grappenmaker,” zeide de Jood tot den Pers.
+
+»Of een spion,” antwoordde deze fluisterende. »Laat ons op onze hoede
+zijn, en laten wij niet meer spreken dan noodig is! De politie is
+tegenwoordig niet gemakkelijk, en men weet al niet met wie men reist!”
+
+In een anderen hoek van den coupé sprak men een beetje minder over
+handelsproducten, maar een weinig meer over den inval der Tartaren en
+over zijn droevige gevolgen.
+
+»De Siberische paarden zullen weldra opgeëischt worden,” zeide een
+reiziger, »en het verkeer tusschen de verschillende provinciën van
+Middel-Azië zal zeer moeielijk worden.”
+
+»Is het zeker,” vroeg hem zijn buurman, »dat de Kirgiezen van de
+middel-horde, gemeene zaak met de Tartaren gemaakt hebben?”
+
+»Men zegt het,” antwoordde de reiziger zacht, »maar wie kan zich vleien
+iets in dit land te weten!”
+
+»Ik heb hooren spreken van het samentrekken van troepen op de grenzen.
+De Kozakken van den Don zijn reeds aan de Wolga verzameld, en zullen
+weldra tegen de Kirgiezen optrekken.”
+
+»Indien de Kirgiezen de Irtisch afgezakt zijn, dan moet de weg naar
+Irkoetsk niet meer veilig zijn!” merkte zijn buurman op. »Trouwens,
+gisteren heb ik een telegram naar Krasnoïarsk willen verzenden, en het
+heeft niet door kunnen gaan. Het is te vreezen, dat de Tartaarsche
+troepen, binnen kort, oostelijk Siberië zullen afgesneden hebben!”
+
+»In éen woord, vadertje,” hernam de eerste spreker, »de kooplieden
+hebben reden van ongerust te zijn, omtrent hun handel. Na de paarden
+opgeëischt te hebben, zal men de booten, de wagens, al de middelen van
+vervoer opeischen, totdat men over de geheele uitgestrektheid van het
+rijk geen stap meer zal mogen doen.”
+
+»Ik vrees zeer, dat de jaarmarkt te Nijni-Novgorod niet zoo schitterend
+zal eindigen, als zij begonnen is!” hernam de tweede spreker, het hoofd
+schuddende. »Doch de veiligheid en de onschendbaarheid van den
+Russischen bodem boven alles. De zaken zijn maar de zaken!”
+
+Zoo in dezen coupé het onderwerp van de bijzondere gesprekken weinig
+verschilde, evenzoo was dit het geval in de andere rijtuigen van den
+trein; maar overal zou een opmerker eene buitengewone omzichtigheid
+waargenomen hebben in de gesprekken, die de reizigers onder elkander
+wisselden. Wanneer zij zich somwijlen op het gebied der feiten waagden,
+gingen zij nooit zoo ver om de inzichten van het Moskovisch
+gouvernement te toetsen of te beoordeelen. Dit werd zeer juist
+opgemerkt door een der reizigers, die in een der voorste wagens van den
+trein zat. Deze reiziger, blijkbaar een vreemdeling, nam alles
+nauwkeurig op en deed twintig vragen, waarop men slechts ontwijkend
+antwoordde. Elk oogenblik uit het raampje kijkende, waarvan het glas
+naar beneden was, tot groot ongerief van zijne medereizigers, verloor
+hij geen enkel gezichtspunt van den gezichteinder ter rechter zijde;
+hij vroeg den naam der meest onbeduidende plaatsen, hunne ligging,
+welken handel zij dreven, hunne nijverheid, het aantal inwoners, het
+getal der sterfte van beider sekse enz., en dit alles schreef hij in
+een boekje, reeds overladen met aanteekeningen.
+
+Dit was de correspondent Alcide Jolivet, en indien hij zooveel
+onbeduidende vragen deed, was zulks, om te midden van zooveel
+antwoorden die daarop volgden, een belangrijk feit voor zijne nicht te
+vernemen, maar natuurlijk zag men hem aan voor een spion, en men zeide
+niets dat betrekking had op de gebeurtenissen van den dag.
+
+Ziende dat hij niets kon vernemen betrekkelijk den inval der Tartaren,
+schreef hij in zijn notitieboekje:
+
+Reizigers van een volstrekte stilzwijgendheid; in staatkundige zaken
+niets los te krijgen.
+
+Terwijl Alcide Jolivet zijne reisindrukken nauwkeurig aanteekende, gaf
+zijn collega, in denzelfden trein gezeten, en voor hetzelfde doel
+reizende, zich over aan denzelfden arbeid in een anderen waggon. Geen
+van beiden hadden elkander dien dag aan het station te Moskou ontmoet,
+en zij wisten van weerszijde niet dat zij naar het tooneel van den
+oorlog vertrokken waren. Doch Harry Blount, die weinig sprak maar veel
+toeluisterde, had aan zijne medereizigers niet hetzelfde wantrouwen
+ingeboezemd als Alcide Jolivet. Ook had men hem niet aangezien voor een
+spion, en zijne buren praatten in zijne tegenwoordigheid, zonder zich
+te geneeren en lieten zich zelfs meer uit dan hunne natuurlijke
+omzichtigheid het meebracht. De correspondent van de Daily Telegraph
+had dus kunnen opmerken hoezeer de gebeurtenissen deze kooplieden, die
+zich naar Nijni-Novgorod begaven, bezig hielden, en hoezeer de handel
+met Middel-Azië in zijn doorvoer bedreigd werd.
+
+Ook aarzelde hij niet in zijn aanteekeningboekje deze alleszins juiste
+opmerkingen te schrijven: »Reizigers zeer ongerust; men spreekt van
+niets dan oorlog en men spreekt er over met eene vrijheid die, tusschen
+de Wolga en de Weichsel, verwondering moet wekken!”
+
+De lezers van de Daily Telegraph werden dus even zoo goed op de hoogte
+gehouden als de »nicht” van Alcide Jolivet.
+
+En daar Harry Blount, gezeten aan de linkerzijde van den trein, slechts
+een gedeelte van de streek gezien had, dat zeer heuvelachtig was,
+zonder zich de moeite te geven naar het rechter gedeelte om te kijken,
+dat uit onafzienbare vlakten bestond, bleef hij niet in gebreke, er met
+Britsche zekerheid bij te voegen: »Bergachtig land tusschen Moskou en
+Wladimir.”
+
+Het was evenwel zichtbaar dat het Russische gouvernement in deze
+ernstige omstandigheden eenige strenge maatregelen nam, zelfs binnen
+het rijk. De opstand had de Siberische grenzen niet overschreden, maar
+in de provinciën van de Wolga, zoo dicht in de nabijheid van het land
+der Kirgiezen, mocht men vrees koesteren voor de uitwerking van kwade
+invloeden.
+
+Inderdaad had de politie het spoor van Ivan Ogareff nog niet kunnen
+terugvinden. Had deze verrader, den vreemdeling oproepende om zijn
+persoonlijken wrok te koelen, zich bij Feofar-Khan gevoegd, of wel
+zocht hij het oproer aan te stoken in het gouvernement van
+Nijni-Novgorod, dat, in dit gedeelte van het jaar, eene bevolking
+bevatte uit zeer verschillende bestanddeelen samengesteld? Waren er
+niet onder deze Perzen, deze Armeniërs, deze Kalmukken, die naar de
+groote jaarmarkt toestroomden, vertrouwelingen, belast om eene beweging
+binnen het rijk uit te lokken? Al deze veronderstellingen waren
+mogelijk, vooral in een land als Rusland.
+
+Inderdaad, dit uitgestrekte rijk, dat eene oppervlakte heeft van twaalf
+millioen vierkante kilometer, kan onmogelijk de volkseenheid bezitten
+van de staten van West-Europa. Tusschen de verschillende volken,
+waaruit het samengesteld is, bestaat er noodzakelijk meer verschil dan
+een onmerkbare overgang. Het Russisch grondgebied in Europa, Azië en
+Amerika strekt zich uit van den vijftienden graad oosterlengte tot den
+honderd drie en dertigsten graad westerlengte, zijnde eene
+uitgestrektheid van ruim twee honderd graden en van den acht en
+dertigsten tot den een en tachtigsten graad noorderbreedte, zijnde drie
+en veertig graden. Men telt er meer dan zeventig millioen inwoners. Men
+spreekt er dertig verschillende talen. Het Slavische ras heeft er
+zonder twijfel de overhand, maar het bevat, met de Russen, Polen,
+Lithauërs en Koerlanders. Voeg er bij de Finnen, Esthlanders,
+Laplanders, Tscheremissen, Tchoevachen, Permiaken, Duitschers, Grieken,
+Tartaren, de Kaukasische stammen, de Mongoolsche, Kalmuksche,
+Samojeedsche, Kamptschatdaalsche en Aleoutische horden, en men zal
+begrijpen dat de eenheid van zulk een uitgestrekten staat moeielijk te
+handhaven was, en dat zij slechts het werk kon zijn van den tijd,
+samenwerkende met het beleid der gouvernementen.
+
+Hoe het ook zij, Ivan Ogareff had tot dusverre aan alle opsporingen
+weten te ontsnappen, en, zeer waarschijnlijk moest hij zich gevoegd
+hebben bij het Tartaarsche leger. Bij elk station, waar de trein stil
+hield, waren inspecteurs aanwezig, die de reizigers ondervroegen en
+allen een streng onderzoek deden ondergaan, want, op bevel van den
+grootmeester van politie, zochten zij Ivan Ogareff.
+
+Het gouvernement meende inderdaad te weten dat deze verrader
+Europeesch-Rusland nog niet kon verlaten hebben. Wanneer een reiziger
+verdacht voorkwam, moest hij zich aan het politiebureau bekend maken;
+de trein vertrok dan zonder zich in het minst over den achterblijver te
+bekommeren.
+
+Tegen de Russische politie, die zeer streng is, is het volstrekt
+doelloos om te willen redeneeren. Hare beambten zijn bekleed met
+militaire graden en zij gaan op militaire wijze te werk. Waar trouwens
+het middel te vinden om niet, zonder een woord te spreken, aan de
+bevelen te gehoorzamen, uitgevaardigd door den vorst, die het recht
+heeft dit formulier aan het hoofd zijner ukazen te bezigen:
+
+»Wij, door de gratie Gods, Keizer en alleenheerscher aller Russen, van
+Moskou, Kiew, Wladimir en Novgorod, Czaar van Kazan, van Astrakan,
+Czaar van Polen, Czaar van Siberië, Czaar van het Taurische
+Schiereiland, Heer van Pskof, Grootvorst van Smolensko, van Lithauen,
+van Volhynië, van Podolië en Finland, Vorst van Esthland, van Lijfland,
+van Koerland en van Ingermanland, van Bialystok, van Karelië, van
+Ioegrië, van Perm, van Wiatka, van Bolgarije en van verscheidene andere
+landen, Heer en Grootvorst van het grondgebied van Nijni-Novgorod, van
+Tchernigof, van Riazan, van Polotsk, van Rostof, van Jaroslaw, van
+Bielozersk, van Oedorië, van Obdorië, van Kondinië, van Witepsk, van
+Mstislaw, beheerscher der poolstreken, heer der landen van Iverië, van
+Kartalinië, van Grouzinië, van Karbardinië, van Armenië, Erf- en
+Opperheer der Tcherkessische vorsten, van die der bergen en anderen,
+erfgenaam van Noorwegen, van het hertogdom Sleeswijk-Holstein, van
+Stormarn, van de Ditmarschen en van Oldenburg.” Een machtig opperheer,
+inderdaad, wiens wapen een dubbele arend is, houdende een scepter en
+een aardkloot, die het wapenschild omgeven van Novgorod, van Wladimir,
+van Kiew, van Kazan, van Astrakan, van Siberië, en dat de keten van de
+orde van St. Andréas omgeeft, gedekt door eene koningskroon.
+
+Wat Michael Strogoff betreft, zijn pas was in orde, en hij, bijgevolg,
+tegen elke politiemaatregel beveiligd.
+
+Aan het station te Wladimir hield de trein eenige oogenblikken op,
+hetgeen den verslaggever van de Daily Telegraph voldoende scheen, om,
+uit een natuurkundig en zedelijk oogpunt, een volkomen overzicht van
+deze oude hoofdstad van Rusland te nemen.
+
+Aan het station te Wladimir stapten nieuwe reizigers in den trein.
+Onder anderen kwam een jong meisje aan het portier van den wagen,
+waarin Michael Strogoff zat. Er was eene leege plaats tegenover den
+koerier van den czaar. Het jonge meisje nam die plaats in, na een
+eenvoudige, roodlederen reiszak, die hare geheele bagage scheen te
+bevatten, naast zich neergezet te hebben. Vervolgens met neergeslagen
+oogen, zonder zelfs de medereizigers, die het toeval haar bezorgde,
+aangezien te hebben, zette zij zich neder voor een overtocht die eenige
+uren zou duren.
+
+Michael Strogoff kon niet nalaten zijne nieuwe reisgezellin nauwkeurig
+op te nemen. Daar zij achteruit reed, bood hij haar zijne plaats aan,
+doch zij bedankte met eene buiging.
+
+Dit jonge meisje moest ongeveer zestien of zeventien jaar oud zijn.
+Haar bekoorlijk kopje, vertoonde het Slavische type in zijne volle
+zuiverheid,—een wat streng type, dat haar bestemde eer schoon dan mooi
+te worden, wanneer, na eenige jaren, hare trekken geheel gevormd zouden
+zijn.
+
+Uit een soort van kap, die zij ophad, golfde een overvloed van
+goudblonde haren. Hare oogen waren bruin, van een onbeschrijfelijk
+zachte uitdrukking. Haar rechte neus was aan hare wat magere en bleeke
+wangen, door licht beweegbare neusvleugels verbonden. Haar mond was
+fijn geteekend, maar het scheen dat zij sedert langen tijd het lachen
+had afgeleerd.
+
+De jonge reizigster was lang, slank voor zoover men kon oordeelen over
+hare taille onder den wijden, zeer eenvoudigen pels, dien zij aanhad.
+Hoewel zij, in de volle beteekenis des woords, nog een zeer jong meisje
+was, leidde de ontwikkeling van haar hoog voorhoofd, de juiste vorm van
+het onderste gedeelte van haar gelaat tot de gedachte, dat zij een
+sterke zedelijke wilskracht bezat; eene bijzonderheid, die aan Strogoff
+niet ontsnapte.
+
+Klaarblijkelijk had dat jonge meisje al vroeg geleden en vertoonde de
+toekomst zich zonder twijfel voor haar niet onder vroolijke kleuren:
+doch het was niet minder zeker, dat zij had weten te strijden, en zij
+besloten was nog meer te kampen tegen de bezwaren des levens. Haar wil
+moest volhardend, hare kalmte onverstoorbaar zijn, zelfs in
+omstandigheden waarin een man bloot zou staan om te bukken of toornig
+te worden.
+
+Zoodanig was de indruk, dien men op het eerste gezicht van het jonge
+meisje kreeg. Michael Strogoff, zelf van eene krachtvolle natuur
+zijnde, moest getroffen worden door de uitdrukking van dit gelaat, en
+hoewel oppassende haar niet lastig te vallen door aanhoudend kijken,
+sloeg hij zijne reisgenoote toch met zekere oplettendheid gade.
+
+Het kostuum van de jonge reizigster was tegelijkertijd eenvoudig en
+buitengewoon zindelijk. Zij was niet rijk, dat kon men haar gemakkelijk
+aanzien, maar men zou te vergeefs in hare kleeding eenige slordigheid
+opgemerkt hebben. Haar geheele bagage was in een leeren zak geborgen,
+dien zij bij gebrek aan plaats op hare knieën hield.
+
+Zij droeg een langen donkerkleurigen pels, zonder mouwen, die bevallig
+om haar hals sloot, afgezet met een blauw boordsel. Onder dezen pels
+bedekte een tuniek, ook van eene donkere kleur, eene japon, die tot
+hare enkels kwam waarvan de onderrand bedekt was met een weinig
+opvallend borduursel. Gestikte lederen halve laarsjes met vrij sterke
+zolen, alsof ze gekozen waren voor eene lange reis, schoeiden hare
+kleine voeten. Michael Strogoff meende uit zekere bijzonderheden in
+hare kleeding de snede van de Lijflandsche kleederdracht op te merken,
+en hij dacht dat zijne reisgezellin afkomstig moest zijn uit de
+Oostzee-provinciën.
+
+Maar waar ging dat jonge meisje heen, alléén, op een leeftijd waarop
+haar de steun van een vader of eene moeder, de bescherming van een
+broer, om zoo te zeggen, noodzakelijk waren. Kwam zij misschien reeds
+na eene lange reis uit de provinciën van West-Rusland? Begaf zij zich
+alleen naar Nijni-Novgorod, of wel strekte zich het doel van hare reis
+uit tot over de oostelijke grenzen van het rijk? Wachtte een of andere
+bloedverwant, een of andere vriend haar bij de aankomst van den trein?
+Was ’t niet waarschijnlijker daarentegen, dat zij, bij het verlaten van
+den wagen, zich even éenig zou gevoelen in de stad als in dien coupé,
+waar niemand, ze mocht het gelooven, zich om haar scheen te bekommeren?
+Dit was wel waarschijnlijk.
+
+Inderdaad, de gewoonten, die men in de afzondering aanneemt, vertoonden
+zich zeer opvallend in de manieren van de jonge reizigster. De wijze,
+waarop zij in den wagen trad, en waarop zij zich voor de reis schikte,
+de weinige drukte, die zij veroorzaakte, de moeite die zij nam om
+niemand hinderlijk te zijn, alles verraadde de gewoonte, om alleen te
+zijn en op zich zelve te rekenen.
+
+Michael Strogoff beschouwde haar oplettend, doch, even terughoudend,
+zocht hij geene gelegenheid om met haar te spreken, hoewel nog
+verscheidene uren verloopen moesten vóor de aankomst van den trein te
+Nijni-Novgorod. Een enkelen keer slechts, toen de buurman van dit jonge
+meisje—de koopman die zoo onvoorzichtig de talk en de shawls
+vermengde,—in slaap was geraakt en haar met zijn groot hoofd bedreigde,
+dat van den eenen schouder naar den anderen waggelde, maakte Michael
+Strogoff hem vrij norsch wakker, en deed hem begrijpen, dat hij rechtop
+en op eene meer betamelijke wijze moest zitten. De koopman, van natuur
+zeer grof, bromde eenige woorden als tegen lui die zich bemoeien met
+zaken die hun niet aangaan, maar Michael Strogoff keek hem met zoo’n
+ongemakkelijken blik aan, dat de slaper naar de andere zijde ging
+leunen, en de jonge reizigster van zijn lastig buurschap bevrijdde.
+
+Zij keek een oogenblik den jongen man aan, en er lag een stille en
+zedige dank in haar blik.
+
+Maar er deed zich eene omstandigheid voor, die aan Michael Strogoff een
+juist denkbeeld gaf van het karakter van dit jonge meisje. Twaalf
+wersten vóor de aankomst van den trein te Nijni-Novgorod kreeg de
+trein, bij eene sterke kromming van de baan, een hevigen schok.
+Vervolgens liep hij gedurende eene minuut over de helling van den berm.
+
+Het gevolg hiervan was, dat de reizigers door elkander gegooid
+werden,—kreten, verwarring, algemeene opschudding in de wagens! Men
+vreesde dat er een ernstig ongeval had plaats gehad. Ook werden de
+portieren, vóor dat de trein stil hield, geopend, en de verschrikte
+reizigers hadden slechts éene gedachte: de rijtuigen te verlaten en
+eene schuilplaats op den weg te zoeken.
+
+Michael Strogoff dacht dadelijk aan zijne reisgenoote; maar terwijl de
+reizigers uit zijn wagen naar buiten stormden, schreeuwende en elkander
+verdringende, was het jonge meisje zeer rustig op hare plaats gebleven,
+en vertoonde haar gelaat slechts eene lichte bleekheid.
+
+Zij wachtte, Michael Strogoff wachtte ook. Zij maakte geene beweging om
+den wagen te verlaten, hij evenmin.
+
+Beiden bleven even koel.
+
+»Eene krachtvolle natuur!” dacht Strogoff.
+
+Het gevaar was evenwel spoedig voorbij. Het breken van een der
+wielbanden van den goederenwagen, en vervolgens het stilhouden van den
+trein, hadden den schok teweeggebracht; maar het had weinig gescheeld
+of de trein zou buiten het spoor geraakt en in een kuil gestort zijn.
+Men had een uur oponthoud. Eindelijk nadat de weg weer vrijgemaakt was,
+kon de trein vertrekken, ’s avonds te half negen kwam hij aan het
+station te Nijni-Novgorod aan.
+
+Vóor dat iemand de wagens had kunnen verlaten, vertoonden zich de
+inspecteurs van politie aan de portieren, en namen de reizigers
+nauwkeurig op.
+
+Michael Strogoff toonde zijn podaroshna, afgegeven op den naam van
+Nikolaas Korpanoff. Dus geene moeilijkheid.
+
+Wat de andere reizigers van den wagen betreft allen gingen naar
+Nijni-Novgorod, en kwamen gelukkig voor hen, niet verdacht voor.
+
+Het jonge meisje toonde geen pas, omdat de pas niet meer in Rusland
+verplichtend is, maar een vrijgeleide voorzien van een bijzonder zegel.
+De inspecteur las het met aandacht, en na haar, wier signalement hij in
+de hand hield, zeer nauwkeurig opgenomen te hebben, zeide hij:
+
+»Ge komt van Riga?”
+
+»Ja,” zeide het jonge meisje.
+
+»Ge gaat naar Irkoetsk?”
+
+»Ja.”
+
+»Welken weg?”
+
+»Over Perm.”
+
+»Goed,” hernam de inspecteur. »Draag zorg uw vrijgeleide aan het
+politie-bureau te Nijni-Novgorod te laten afteekenen.”
+
+Het jonge meisje boog, terwijl zij te kennen gaf dat zij zulks wist.
+
+Deze vragen en deze antwoorden hoorende, ondervond Michael Strogoff
+tegelijkertijd een gevoel van verwondering en van medelijden. Wat! Dit
+jonge meisje alléén op weg naar het verre Siberië, en dat, terwijl bij
+de gewone gevaren zich nu al de onheilen van een overmeesterd en
+oproerig land voegden! Hoe zou zij daar aankomen? Wat zou er van haar
+worden!....
+
+Nadat het onderzoek afgeloopen was, werden de portieren van de wagens
+geopend: maar, vóor dat Michael Strogoff bij haar kon komen, was het
+jonge Lijflandsche meisje, dat het eerste uitgestapt was, verdwenen
+onder de menigte, die zich op het perron verdrong.
+
+
+
+
+
+
+
+
+V.
+
+EEN BESLUIT IN TWEE ARTIKELEN.
+
+
+Nijni-Novgorod, of Laag Novgorod, gelegen aan de samenvloeiing van de
+Wolga en de Oka, is de hoofdplaats van het gouvernement van dien naam.
+Daar moest Michael Strogoff den trein verlaten, die op dit tijdstip
+niet verder ging. Naarmate hij dus vorderde, werden de middelen van
+vervoer minder snel, vervolgens minder veilig.
+
+Nijni-Novgorod, dat gewoonlijk niet meer dan dertig à vijf en dertig
+duizend inwoners telt, bevatte er nu meer dan drie honderd duizend, dat
+wil zeggen, dat zijne bevolking was vertienvoudigd.
+
+Deze vermeerdering was het gevolg van de beroemde jaarmarkt, die
+gedurende drie weken binnen hare muren gehouden wordt. Vroeger was het
+Makariew, dat voordeel trok van dezen toeloop van kooplieden, maar
+sedert 1817 is de jaarmarkt naar Nijni-Novgorod verlegd.
+
+De stad, gewoonlijk vrij doodsch, vertoonde dus nu eene buitengewone
+levendigheid. Tien verschillende rassen van kooplieden, Europeanen of
+Aziaten, verbroederden zich onder den invloed van
+handelsaangelegenheden.
+
+Hoewel het vrij laat was, toen Michael Strogoff het station verliet,
+was er nog veel volk op de been in deze twee steden, door den loop der
+Wolga gescheiden, die Nijni-Novgorod bevat, en waarvan het hoogere
+gedeelte, op eene steile rots gebouwd, verdedigd wordt door een dier
+forten, in Rusland »Kreml” genoemd.
+
+Indien Michael Strogoff genoodzaakt was geweest te Nijni-Novgorod te
+overnachten, zou hij eenige moeite gehad hebben, een geschikt hotel of
+zelfs eene herberg te vinden. Alles was bezet. Daar hij evenwel niet
+aanstonds kon vertrekken, omdat hij de stoomboot van de Wolga moest
+nemen, moest hij naar een of ander verblijf omzien. Maar van te voren
+wilde hij nauwkeurig het uur van vertrek weten, en hij begaf zich naar
+de bureaux der maatschappij, wier schepen dienst doen tusschen
+Nijni-Novgorod en Perm. Daar vernam hij, tot zijne groote spijt, dat de
+Kaukasus—dat was de naam der stoomboot—niet eerder dan den volgenden
+dag, ’s middags, naar Perm vertrok. Zeventien uren wachten! Dat was
+onaangenaam voor een man, die zoo gehaast was, en toch moest hij er
+zich in schikken. Dat deed hij ook, want hij pruttelde nooit onnoodig.
+
+Daarenboven zou, in de tegenwoordige omstandigheden, geen rijtuig,
+telega of tarentass, berline of postwagen, noch eenig paard, hem
+spoediger gebracht hebben, hetzij naar Perm of naar Kazan. Het was dus
+beter om het vertrek van den stoomboot af te wachten, een sneller
+vervoermiddel dan elk ander, en die hem den verloren tijd zou doen
+inhalen.
+
+Ziedaar dus Michael Strogoff, naar de stad gaande, zonder zich al te
+angstig te maken, een herberg opzoekende, ten einde te overnachten.
+Doch hierover bekommerde hij zich weinig, en zonder den honger, die hem
+kwelde, zou hij waarschijnlijk tot den morgen door de straten van
+Nijni-Novgorod gedwaald hebben. Hetgeen hij dus zocht was een
+avondmaal, eerder dan een bed. Doch beiden vond hij daar, waar het
+uithangbord »de stad Constantinopel” uithing. De logementhouder gaf hem
+daar eene vrij goede kamer, schraaltjes gemeubileerd, maar waaraan het
+beeld van de Heilige Maagd niet ontbrak, noch de portretten van enkele
+heiligen, voor wie een met goud geborduurde stof tot lijst diende. Eene
+eend met zuur gehakt gevuld, in dikke room zwemmende, gerstebrood,
+gestremde melk, fijne suiker met kaneel vermengd, een pot kwass, eene
+soort bier, in Rusland zeer algemeen, werden hem dadelijk voorgezet, en
+hij had meer dan noodig was om zijn honger te stillen. Hij verzadigde
+zich dus en beter dan zijn tafelbuur, die, in hoedanigheid van
+oud-geloovige, van de sekte der Raskolniks, eene belofte van onthouding
+afgelegd hebbende, de aardappelen van zijn bord wegwierp en zich wel
+wachtte suiker in zijne thee te doen.
+
+Toen zijn avondmaal afgeloopen was, hernam Michael Strogoff, in plaats
+van naar zijne kamer te gaan, onwillekeurig zijne wandeling door de
+stad, maar hoewel de lange schemering nog voortduurde, verdween de
+menigte, werden de straten langzamerhand leeg en zocht ieder zijn
+verblijf op.
+
+Waarom had Michael Strogoff zich maar niet eenvoudig naar bed begeven,
+zooals het betaamt na den geheelen dag in het spoor doorgebracht te
+hebben? Dacht hij aan het jonge Lijflandsche meisje, dat gedurende
+eenige uren zijne reisgenoote geweest was? Niets beter te doen
+hebbende, dacht hij aan haar. Vreesde hij, dat zij, in die woelige stad
+als verloren, misschien bloot zou staan aan eene beleediging? Hij
+vreesde zulks en hij had er reden voor. Hoopte hij haar dan terug te
+zien, en desnoods haar tot beschermer te dienen? Neen. Haar te
+ontmoeten was moeilijk. Wat het beschermen aangaat.... met welk recht?
+
+»Alléen,” zeide hij bij zich zelf, »alléen, te midden van dat zwervende
+volk! En daarentegen zijn de tegenwoordige gevaren niets in
+vergelijking van die, waaraan zij nog kan blootstaan!”
+
+»Siberië! Irkoetsk! Hetgeen ik voor Rusland en de czaar ga beproeven,
+doet zij voor.... voor wie? voor wat? Zij heeft het recht om over de
+grenzen te gaan en het land aldaar is in opstand! Tartaarsche benden
+loopen de steppen af!....”
+
+Michael Strogoff bleef van tijd tot tijd stilstaan en begon na te
+denken.
+
+»Zonder twijfel, dacht hij, is dat reisplan bij haar opgekomen vóor den
+inval. Misschien is zij zelfs onwetend van hetgeen er omgaat!.... Maar
+neen, de kooplieden hebben in hare tegenwoordigheid over de onlusten in
+Siberië gesproken.... en zij was volstrekt niet verwonderd.... zij
+heeft zelfs geene enkele uitlegging gevraagd.... Maar zij wist het dus
+en zulks wetende gaat zij!.... Het arme meisje!.... het schijnt dat de
+beweegreden wel machtig moet wezen! Maar hoe moedig zij ook is—en zij
+is het zeer zeker,—zullen hare krachten haar op weg begeven, en zonder
+nog te spreken over de gevaren en de hinderpalen, kan zij onmogelijk de
+vermoeienissen van zulk eene reis verdragen!... Nooit zal zij Irkoetsk
+kunnen bereiken!”
+
+Intusschen liep Michael Strogoff op goed geluk af rond, maar daar hij
+de stad volkomen kende, kon het terugvinden van den weg voor hem geen
+zwarigheid opleveren.
+
+Na ongeveer een uur geloopen te hebben ging hij op eene bank zitten,
+staande tegen eene houten tent, die zich te midden van meer anderen op
+een groot plein bevond.
+
+Hij zat daar ongeveer vijf minuten, toen een hand vrij ruw op zijn
+schouder neerkwam.
+
+»Wat doet gij daar?” vroeg hem de ruwe stem van een langen kerel, dien
+hij niet had zien aankomen.
+
+»Ik rust uit,” hernam Michael Strogoff.
+
+»Zoudt gij plan hebben om den nacht op deze plank door te brengen?”
+hernam de man.
+
+»Ja, wanneer mij zulks bevalt,” hernam Michael Strogoff op een
+eenigszins te scherpen toon voor den eenvoudigen koopman, dien hij
+moest zijn.
+
+»Nader dan, dat men u zien kan!” zeide de man.
+
+Michael Strogoff, zich herinnerende dat hij bovenal voorzichtig moest
+zijn, ging werktuiglijk terug.
+
+»Het is niet noodig mij te zien,” hernam hij.
+
+En hij trok bedaard een tiental passen achteruit.
+
+Dien kerel goed opnemende, kwam het hem voor dat hij te doen had met
+eene soort van zigeuner, zooals men die op alle kermissen aantreft, en
+met wien het niet aangenaam is, in stoffelijke of zedelijke aanraking
+te komen. Vervolgens, meer nauwkeurig in de duisternis kijkende, die
+langzamerhand dichter werd, bemerkte hij in de nabijheid van de tent
+een grooten wagen, dat gewone en beweeglijke verblijf der heidens, die
+in Rusland krioelen, overal waar eenige kopeken te verdienen zijn.
+
+Ondertusschen had de zigeuner twee à drie passen naar voren gedaan en
+was hij voornemens om Strogoff meer bepaald te ondervragen, toen de
+deur van de tent openging.
+
+Eene vrouw, nauwelijks zichtbaar, naderde haastig, en in een vrij ruwen
+tongval, dien Strogoff hield voor een mengsel van Mongoolsch en
+Siberisch, zeide zij:
+
+»Al weer een spion! laat hem gaan en kom eten, de papluka [3] is
+klaar.”
+
+Michael Strogoff kon niet nalaten te glimlachen over de benaming die
+men hem gaf, aan hem die voor spionnen in ’t bijzonder bevreesd was.
+
+Maar in dezelfde taal, hoewel de uitspraak van den spreker, zeer
+verschillend was van die der vrouw, antwoordde de zigeuner met eenige
+woorden die beteekenden:
+
+»Gij hebt gelijk, Sangarre! morgen zijn wij toch vertrokken!”
+
+»Morgen?” hernam de vrouw zeer zacht op een toon, die eene zekere
+verwondering aanduidde.
+
+»Ja, Sangarre,” antwoordde de zigeuner, »morgen, en het is de Vader
+zelf, die ons zendt, waar wij willen heengaan!”
+
+Daarop gingen man en vrouw de tent binnen, waarvan de deur zorgvuldig
+gesloten werd.
+
+»Mooi!” zeide Strogoff, »indien deze zigeuners niet begrepen willen
+worden, wanneer zij onder elkander spreken, raad ik hun aan zich van
+eene andere taal te bedienen.”
+
+In zijne hoedanigheid van Siberiër en door zijne kindsheid in de
+steppen doorgebracht te hebben, verstond Michael Strogoff bijna al de
+tongvallen, in zwang van Tartarije tot aan de IJszee.
+
+Wat de juiste beteekenis betreft der woorden tusschen den zigeuner en
+zijne vrouw gewisseld, daar brak hij zijn hoofd niet mee. In hoever kon
+dit hem ook belang inboezemen?
+
+Daar het reeds vrij laat was dacht hij er over om naar zijn logement
+terug te keeren, ten einde daar eenige rust te nemen. Hij stond op en
+volgde den loop der Wolga, waarvan de wateren verdwenen onder de
+sombere massa van ontelbare schepen. De richting van de rivier deed hem
+de plaats herkennen die hij verlaten had. Deze opeenhooping van karren
+en van tenten nam juist het uitgestrekte plein in, waar elk jaar de
+voornaamste jaarmarkt van Nijni-Novgorod gehouden werd,—hetgeen de
+verzameling, hier ter plaatse, van goochelaars en zigeuners, uit alle
+hoeken der wereld toegestroomd, ophelderde.
+
+Michael Strogoff sliep een uur daarna eenigszins onrustig op een van
+die Russische bedden die de vreemdelingen zoo hard vinden, en den
+volgenden morgen, 17 Juli ontwaakte hij toen het reeds lang dag was.
+Nog vijf uren te Novgorod te moeten doorbrengen, dat scheen hem eene
+eeuw toe. Wat kon hij uitvoeren om dezen morgen klein te krijgen, niets
+anders dan even als den vorigen dag door de straten van de stad te gaan
+dwalen.
+
+Na ontbeten, zijn reiszak toegemaakt te hebben en zijn podaroshna aan
+het politiebureau te hebben laten afteekenen, zou niets hem belet
+hebben om te vertrekken. Maar er de man niet naar zijnde om na
+zonsopgang op te staan, verliet hij zijn bed, kleedde zich aan en
+verborg zeer zorgvuldig den brief met het keizerlijke wapen in een zak,
+die in de voering van zijne tunica gemaakt was, en waarover hij zijn
+gordel vastmaakte; vervolgens sloot hij zijn reiszak en bevestigde hem
+op zijn rug. Dit gedaan hebbende en niet meer in »de stad
+Constantinopel” willende terugkeeren en er op rekenende aan de oevers
+van de Wolga, in de nabijheid van de aanlegplaats te ontbijten,
+betaalde hij en verliet het logement.
+
+Uit groote bezorgdheid begaf Michael Strogoff zich dadelijk naar de
+bureaux van de stoomschepen, en daar vergewiste hij zich dat de
+Kaukasus werkelijk op het bepaalde uur vertrok. Voor de eerste maal
+kwam bij hem de gedachte op, daar het jonge Lijflandsche meisje de
+route over Perm moest nemen, dat het zeer mogelijk zou kunnen zijn, dat
+het ook haar plan was plaats te nemen op de Kaukasus; in welk geval
+Michael Strogoff er op rekenen kon met haar de reis te maken.
+
+De bovenstad met haar Kremlin, waarvan de omtrek twee wersten lang is,
+en ’t welk op dat van Moskou gelijkt, was toen zeer verlaten. De
+gouverneur woonde er zelfs niet meer. Maar, zoo doodsch de bovenstad
+was, zoo levendig was de benedenstad.
+
+Nadat Michael Strogoff op eene schipbrug de Wolga was overgetrokken,
+bewaakt door Kozakken te paard, kwam hij op de plaats, waar hij den
+vorigen avond in aanraking was geweest met een of ander zigeunerkamp.
+Het was even buiten de stad waar deze jaarmarkt te Nijni-Novgorod
+gehouden werd, waarmede die van Leipzig zelfs niet kon wedijveren. Op
+eene groote vlakte, aan gene zijde van de Wolga gelegen, verhief zich
+het tijdelijk paleis van den Gouverneur-Generaal, die daar op hooger
+bevel moet verblijfhouden, gedurende den geheelen tijd van de
+jaarmarkt, die, dank de bestanddeelen waaruit zij is samengesteld, eene
+onophoudelijke bewaking noodzakelijk maakt.
+
+Op deze vlakte stonden toen houten kramen, regelmatig op zoodanige
+wijze geplaatst, dat er vrij breede lanen tusschen beide waren, om aan
+de menigte het rondloopen gemakkelijk te maken. Eene zekere verzameling
+dezer kramen van allerlei grootte en verschillenden vorm, maakte eene
+verschillende wijk uit, bestemd voor een bijzonderen tak van handel. Er
+waren: de wijk voor ijzerwaren, de wijk voor pelterijen, de wijk voor
+wol, de wijk voor hout, de wijk voor geweefde goederen, de wijk voor
+gedroogde visch, enz.
+
+Eenige huizen waren zelfs vervaardigd uit bouwstoffen van de
+zonderlingste soort; sommige uit pakjes thee in den vorm van klinkers,
+andere met blokken steen uit gezouten vleesch bestaande, dat wil
+zeggen, uit de monsters der koopwaren, welke hunne eigenaars er aan de
+koopers sleten. Eene zonderlinge wijze om artikelen aan te bevelen, min
+of meer Amerikaansch.
+
+In die lanen en gangen was, daar de zon reeds hoog boven den
+gezichteinder stond, omdat zij dien morgen voor vier uur was opgegaan,
+de toeloop van menschen bereids zeer aanzienlijk. Russen, Siberiërs,
+Duitschers, Kozakken, Turkomannen, Perzen, Georgiërs, Grieken,
+Ottomannen, Hindoes, Chineezen,—een zonderling mengelmoes van
+Europeanen en Aziaten,—praatten, twistten, redekavelden en handelden.
+Alles wat te koopen en te verkoopen was, scheen op dit plein opgehoopt
+te zijn. Sjouwerlieden, paarden, kameelen, ezels, booten, karren, alles
+wat noodig is tot verzending der koopwaren was op dit kermisveld
+opeengehoopt. Pelterijen, kostbare steenen, zijden stoffen, Indische
+shawls, Turksche tapijten, wapenen van den Kaukasus, geweefde goederen
+van Smyrna of Ispahan, wapenrustingen uit Tiflis, karavanen-thee,
+Europeesche bronzen, Zwitsersche uurwerken, fluweelen en zijden stoffen
+van Lyon, Engelsche katoenen, rijtuigbenoodigdheden, vruchten,
+groenten, ertsen uit het Oeral-gebergte, malachieten, lazuursteen,
+welriekende kruiden, reukwerk, geneeskrachtige planten, hout, teer,
+touwwerk, horens, pompoenen, watermeloenen, enz., al de voortbrengselen
+van Indië, China, Perzië, die der Kaspische en Zwarte Zee, die van
+Amerika en Europa waren op dit punt van den aardbol vereenigd.
+
+Het was een beweging, een opgewondenheid, een gedrang, een verward
+geschreeuw, waarvan men zich geen denkbeeld kan maken; de inboorlingen
+toch der lagere volksklasse waren zeer opdringend, en de vreemdelingen
+gaven hun op dat punt niets toe. Er waren daar kooplieden uit
+Midden-Azië, die een jaar noodig hadden gehad om die uitgestrekte
+vlakten door te trekken, hun koopwaren medevoerende, en die in geen
+jaar noch hunne winkels, noch hunne kantoren terug zouden zien. Maar
+zoo groot is het gewicht van die jaarmarkt van Nijni-Novgorod, dat het
+cijfer der handelsomzettingen niet meer of minder dan honderd millioen
+roebel bedroeg.
+
+Verder was het op de pleinen tusschen de wijken van deze in een oogwenk
+verrezen stad, een opeenhooping van goochelaars van allerlei aard,
+kwakzalvers, koordedansers, oorverdoovend door het gekras van hun
+orchesten en het geschreeuw bij hun vertooning; Zigeuners, uit de
+bergen gekomen en waarzeggende aan de domkoppen van een telkens
+vernieuwd publiek; Zingaris of Tsiganen,—de naam dien de Russen geven
+aan de Gypsies, de afstammelingen der Kophten,—hun sterkst gekleurde
+liedjes zingende en de meest oorspronkelijke dansen uitvoerende;
+troepen reizende komedianten, drama’s van Shakespeare voorstellende, in
+overeenstemming gebracht met den smaak der toeschouwers, die er in
+menigte naar toe stroomden. Vervolgens leidden, in de lange lanen,
+vertooners van beren hun viervoetige equilibristen in vrijheid rond;
+weergalmden beestenspellen van het gebrul der dieren, aangehitst door
+de striemende slagen der zweep of door de gloeiende stang van den
+temmer; eindelijk bootste in het midden van het groote middelplein,
+omringd van een vierdubbelen kring van opgewonden liefhebbers, een koor
+van »hunne bootslieden der Wolga” gezeten op den grond, evenals op het
+dek van hun booten, het roeien na, onder den dirigeerstok van den
+kapelmeester, een echt stuurman van dit denkbeeldige vaartuig!
+
+Zonderlinge en bekoorlijke gewoonte! Boven de hoofden van deze menigte
+ontsnapte een vlucht vogels uit de kooien, waarin men ze meegebracht
+had. Volgens een oud gebruik, openden, op de jaarmarkt van
+Nijni-Novgorod, in ruil tegen eenige kopeken, door goede zielen
+liefderijk aangeboden, de cipiers de deur voor hun gevangenen, en bij
+honderden vlogen zij vroolijk tjilpende weg.
+
+Zoodanig was het gezicht van de vlakte; zoo zou het zijn gedurende tien
+weken dat de beroemde jaarmarkt te Nijni-Novgorod duurde. Na dat
+oorverdoovende tijdperk, zou het geweldige geraas als door een
+tooverslag verdwijnen, de bovenstad haar deftig ambtelijk karakter
+hernemen, de benedenstad weer in haar gewone eentonigheid vervallen, en
+van al dien buitengewonen toevloed van kooplieden, behoorende tot al de
+streken van Europa en Middel-Azië, zou er geen enkel verkooper
+overblijven, die nog iets te verkoopen, noch een enkele kooper die nog
+iets te koopen had.
+
+Het is noodig hierbij te voegen, dat dezen keer ten minste, Frankrijk
+en Engeland op de jaarmarkt te Nijni-Novgorod elk vertegenwoordigd
+waren, door twee der uitmuntendste voortbrengsels van de nieuwerwetsche
+beschaving, de heeren Harry Blount en Alcide Jolivet.
+
+Inderdaad waren de twee verslaggevers daarheen gekomen om er indrukken
+in het belang hunner lezers te verzamelen, en zij besteedden zoo goed
+mogelijk de weinige uren die zij te verliezen hadden, want ook zij
+zouden op de Kaukasus plaats nemen. Zij ontmoetten elkander juist op
+het kermisveld, en waren er niet erg verbaasd over, omdat eenzelfde
+instinct hen op hetzelfde spoor moest voeren, maar ditmaal spraken zij
+elkander niet aan, en bepaalden zij zich tot een vrij koelen groet.
+
+Alcide Jolivet, van nature een optimist, vond, dat alles redelijk ging,
+en daar het toeval hem gelukkig tafel en huisvesting had verschaft, had
+hij in zijn notitieboekje eenige voor de stad Nijni-Novgorod bijzonder
+vleiende opmerkingen neergeschreven. Harry Blount zag zich daarentegen,
+na te vergeefs gezocht te hebben om een avondmaal machtig te worden,
+verplicht onder den blooten hemel te slapen; hij had dus de zaken uit
+een geheel ander oogpunt beschouwd, en peinsde over een verpletterend
+artikel tegen eene stad, waar de logementhouders weigerden reizigers te
+ontvangen, die niets liever verlangden dan naar »lichaam en ziel”
+gesneden te worden.
+
+Michael Strogoff met de eene hand in zijn zak, met de andere zijn lange
+pijp met een roer van kriekenhout vasthoudende, scheen de meest
+onverschillige en minst ongeduldige der menschen te zijn. Evenwel zou
+een opmerker, aan zekere samentrekking zijner wenkbrauwen, gemakkelijk
+gezien hebben, dat hij zijn leed verborg.
+
+Gedurende twee uren liep hij door de straten van de stad, om altijd op
+het kermisveld terug te komen. Door de massa heendringende, merkte hij
+op, dat een zekere ongerustheid zich vertoonde onder al de kooplieden,
+die uit de naburige streken van Azië gekomen waren. De
+handelsomzettingen leden er zichtbaar onder.
+
+Dat potsenmakers, kwakzalvers en koordedansers, voor hun tenten veel
+geweld maakten, dat begrijpt zich vanzelf, want die arme duivels hadden
+niets in handelsondernemingen te verliezen, maar de kooplieden
+aarzelden zich in te laten met de handelaars uit Middel-Azië, wier land
+verontrust werd door den inval der Tartaren. Ook was er nog op een
+ander verschijnsel te letten. In Rusland vertoont zich, bij elke
+gelegenheid, de militaire uniform. De soldaten mengen zich gaarne onder
+de menigte en juist te Nijni-Novgorod worden, gedurende de jaarmarkt,
+de agenten van politie bijgestaan door een groot aantal Kozakken, die,
+met de lans op den schouder, de orde bewaren in deze opeenhooping van
+drie honderd duizend vreemdelingen.
+
+Evenwel waren dien dag de militairen, Kozakken of anderen, niet op de
+jaarmarkt aanwezig. Ongetwijfeld waren zij, in afwachting van een
+spoedig vertrek, in hunne kazernen geconsigneerd.
+
+Maar hoewel zich geen soldaten vertoonden, was zulks niet het geval met
+de officieren. Sedert den vorigen dag ijlden adjudanten, uit het paleis
+van den gouverneur-generaal komende, in alle richtingen heen. Er was
+dus eene ongekende drukte, die alleen door den ernst der gebeurtenissen
+te verklaren was. De koeriers vermenigvuldigden zich op de groote
+wegen, hetzij naar den kant van Wladimir, hetzij naar den kant van het
+Oeral-gebergte. Onophoudelijk werden telegraphische dépêches tusschen
+Moskou en St. Petersburg gewisseld. De ligging van Nijni-Novgorod, niet
+ver van de Siberische grenzen, vorderde klaarblijkelijk ernstige
+voorzorgsmaatregelen. Men mocht niet vergeten, dat de stad in de XIVe
+eeuw tweemaal ingenomen was door de voorvaderen van die Tartaren, die
+de eerzucht van Feofar-Khan door de Kirgiesche steppen joeg.
+
+Een hoog personage, die het niet minder druk had dan de
+gouverneur-generaal, was de politiemeester. Zijne inspecteurs en hij,
+belast met het handhaven der orde, het ontvangen der klachten, het
+waken voor de uitvoering der reglementen, waren niet stil. De bureaux
+der administratie, nacht en dag open, werden onophoudelijk bestormd,
+zoowel door de inwoners der stad als door de vreemdelingen, Europeanen
+of Aziaten.
+
+Juist bevond Michael Strogoff zich op het middelplein, toen het gerucht
+zich verspreidde, dat de politiemeester per koerier ontboden was op het
+paleis van den gouverneur-generaal. Een gewichtige dépêche was, zeide
+men, uit Moskou aangekomen.
+
+De politiemeester begaf zich naar het paleis van den gouverneur en
+aanstonds verspreidde zich, als door een algemeen voorgevoel, het
+nieuws, dat een gewichtige, onvoorziene en buitengewone maatregel op
+til was.
+
+Michael Strogoff luisterde naar hetgeen gezegd werd, ten einde er, zoo
+noodig, zijn voordeel mee te doen.
+
+»Men zal de jaarmarkt sluiten,” zeide de een.
+
+»Het regiment van Nijni-Novgorod heeft order gekregen om te
+vertrekken,” antwoordde een ander.
+
+»Men zegt dat de Tartaren Tomsk bedreigen!”
+
+»Daar is de politiemeester,” schreeuwde men van alle kanten.
+
+Plotseling was er een verward geschreeuw ontstaan, dat langzamerhand
+verminderde en waarop een volkomen stilzwijgen volgde. Een ieder
+voorspelde eene of andere gewichtige mededeeling van gouvernementswege.
+
+De politiemeester verliet, voorafgegaan door zijne agenten, het paleis
+van den gouverneur-generaal. Een detachement Kozakken vergezelde hem en
+deed de menigte door stooten en duwen op zijde gaan.
+
+De politiemeester verscheen op het middelplein, en een ieder kon zien
+dat hij eene dépêche in de hand hield.
+
+Vervolgens maakte hij met luider stem het volgende bekend:
+
+Besluit van het gouvernement van Nijni-Novgorod:
+
+1o. Verbod aan elk Russisch onderdaan, de provincie, om welke reden
+ook, te verlaten.
+
+2o. Bevel aan alle vreemdelingen van Aziatischen oorsprong om de
+provincie binnen vier en twintig uren te verlaten.
+
+
+
+
+
+
+
+
+VI.
+
+BROEDER EN ZUSTER.
+
+
+Hoewel deze maatregelen zeer noodlottig voor de bijzondere belangen
+waren, rechtvaardigden de omstandigheden ze volkomen.
+
+»Verbod aan elk Russisch onderdaan om de provincie te verlaten.” Was
+Ivan Ogareff nog in de provincie, dan werd hem belet om zich, althans
+niet zonder buitengewoon veel moeielijkheden, bij Feofar-Khan te voegen
+en zoodoende werd het Tartaarsche opperhoofd van een geducht luitenant
+beroofd.
+
+»Bevel aan alle vreemdelingen van Aziatischen oorsprong om de provincie
+binnen vier en twintig uren te verlaten,” dat was met één slag die
+handelaars verwijderen, die uit Midden-Azië gekomen waren, alsmede de
+bende Zigeuners, die min of meer verwantschap hebben met de Tartaarsche
+of Mongoolsche volksstammen, die de jaarmarkt daar vereenigd had.
+Zooveel hoofden, zooveel spionnen, en hunne uitzetting werd,
+ongetwijfeld, door den stand van zaken geboden.
+
+Men kan zich licht de uitwerking voorstellen van die twee donderslagen,
+op de stad Nijni-Novgorod neerkomende, die noodzakelijk meer dan eenige
+andere stad in het oog gehouden en getroffen werd.
+
+Aldus konden de landslieden, die voor zaken aan gene zijde der
+Siberische grenzen mochten geroepen worden, niet meer, voor het
+oogenblik althans, de provincie verlaten. De inhoud van het eerste
+artikel van het besluit was uitdrukkelijk. Het liet geene enkele
+uitzondering toe. Elk bijzonder belang moest voor het algemeene belang
+zwichten.
+
+Wat het tweede artikel van het besluit betrof, het bevel van
+uitzetting, dat het bevatte, was ook zonder tegenspraak. Het strekte
+zich alleen uit tot die vreemdelingen, welke van Aziatischen oorsprong
+waren, maar deze hadden slechts hunne koopwaren in te pakken en terug
+te gaan naar de plaats, waar ze van daan gekomen waren. Maar voor die
+kwakzalvers, waarvan het aantal zeer groot was, en die meer dan duizend
+wersten moesten afleggen om de meest nabijzijnde grens te bereiken, was
+het erger.
+
+Ook verhief zich aanstonds, tegen dezen ongewonen maatregel, een gemor
+van verzet, een kreet van wanhoop, die de tegenwoordigheid der Kozakken
+en de agenten van politie echter dadelijk had onderdrukt.
+
+En aanstonds begon de ontruiming van die uitgestrekte vlakte. De zeilen
+voor de tenten gespannen, werden opgerold; de kermisspelen werden
+afgebroken; het dansen en het zingen, de vertooningen hielden op, de
+vuren werden uitgedoofd, de koorden der koordedansers werden
+losgemaakt, de oude, dampige paarden van die zwervende woningen
+verwisselden de stallen voor de boomen der wagens. Agenten en soldaten
+met de zweep of den stok in de hand, spoorden de achterblijvers aan, en
+ontzagen zich niet de tenten af te breken voor dat zelfs de arme
+heidens ze verlaten hadden. Klaarblijkelijk zou, onder den invloed
+dezer maatregelen, vóor den avond, het plein te Nijni-Novgorod geheel
+ontruimd zijn, en op het rumoer van de groote jaarmarkt zou de stilte
+van de woestijn volgen.
+
+En nog moet men er bijvoegen, want het was een verplichte verzwaring
+dezer maatregelen,—dat aan al deze zwervende volken, de steppen van
+Siberië zelfs verboden waren, en er bleef hun niets anders over dan
+zich ten zuiden van de Kaspische Zee, hetzij in Perzië, hetzij in
+Turkije, hetzij in de vlakten van Turkestan neder te zetten. De
+uitgezette posten aan den Oeral en de bergen, die als het ware eene
+verlenging van dezen stroom aan de Russische grens vormen, zouden hun
+den doortocht niet vergund hebben. Zij moesten een duizendtal wersten
+doorloopen, alvorens een vrijen grond onder de voeten te hebben.
+
+Op het oogenblik, waarop het besluit door den politiemeester was
+voorgelezen, werd Michael Strogoff door eene overeenkomst getroffen,
+welke instinctmatig in zijn geest oprees.
+
+»Zonderlinge overeenkomst,” dacht hij, »tusschen dit besluit, dat de
+vreemdelingen, uit Azië afkomstig uitdrijft, en de woorden die ’s
+nachts tusschen die twee heidens gewisseld werden. »Het is de Vader
+zelf, die ons zendt waar wij heen willen gaan,” zeide die grijsaard. De
+»Vader” dat is de Keizer! Men noemt hem onder het volk niet anders. Hoe
+konden deze heidens den maatregel, die tegen hen genomen werd,
+vooruitzien, hoe hebben zij het vooruit geweten, en waar willen zij dus
+heen? Het komt mij voor dat dit verdachte lui zijn, voor wie het
+besluit van den gouverneur eer vóór- dan nadeelig zal zijn.”
+
+Deze zeer juiste opmerking werd opeens afgebroken door eene andere, die
+elke andere gedachte uit het brein van Michael Strogoff moest
+verdrijven. Hij vergat de heidens, hun verdachte gesprekken, de
+zonderlinge overeenkomst, die uit de bekendmaking van het besluit
+voortsproot... Het jonge Lijflandsche meisje kwam hem ineens voor den
+geest.
+
+»Het arme kind!” riep hij uit. »Zij zal niet meer over de grenzen
+kunnen komen!”
+
+Inderdaad het jonge meisje was van Riga, bijgevolg eene Russin; zij kon
+dus het Russisch grondgebied niet meer verlaten. Het vrijgeleide, dat
+haar vóor de nieuwe maatregelen was afgegeven, was waarschijnlijk niet
+meer geldig. Al de wegen van Siberië waren onverbiddelijk voor haar
+gesloten, en wat ook de beweegreden mocht zijn, die haar naar Irkoetsk
+voerde, het was haar van nu af verboden, er zich heen te begeven.
+
+Deze gedachte hield Michael Strogoff levendig bezig. Hij had dadelijk,
+zoo bij zichzelf gezegd, dat het hem, zonder iets aan zijn belangrijke
+zending te kort te doen, misschien mogelijk zou zijn, dat arme meisje
+tot steun te kunnen verstrekken, en die gedachte had hem toegelachen.
+De gevaren kennende, die hij persoonlijk zou moeten trotseeren, een
+krachtvolle en sterke man, in een land, waarvan de wegen hem zeer
+bekend waren, zoo kon hij niet ontkennen, dat deze gevaren oneindig
+vreeselijker waren voor een jong meisje. Omdat zij zich naar Irkoetsk
+begaf, zou zij denzelfden weg als hij moeten volgen; zou zij verplicht
+zijn zich door de horden overweldigers een weg te banen, zooals hij dat
+zelf ook moest beproeven. Indien zij daarenboven, hetgeen
+allerwaarschijnlijkst was, slechts de noodige hulpmiddelen voor eene
+reis onder gewone omstandigheden tot hare beschikking had, hoe zou zij
+die kunnen volbrengen onder omstandigheden die de gebeurtenissen niet
+alleen gevaarlijk, maar ook kostbaar zouden maken.
+
+»Welnu,” had hij tot zich zelf gezegd, »daar zij den weg over Perm
+neemt, is het bijna onmogelijk, dat ik haar niet ontmoet. Ik zal dus
+voor haar kunnen waken, zonder dat zij het vermoedt, en, daar het mij
+voorkomt dat zij evenveel haast heeft als ik, om te Irkoetsk aan te
+komen, zal zij mij geen oponthoud veroorzaken.”
+
+Maar de eene gedachte brengt de andere voort.
+
+Michael Strogoff had tot dusverre geredeneerd in de veronderstelling
+eene goede daad te kunnen verrichten, een goeden dienst te bewijzen. Er
+kwam bij hem een nieuwe gedachte op, en de vraag deed zich bij hem
+onder eene geheel andere gedaante voor.
+
+»Inderdaad,” zeide hij, »ik zou haar misschien meer noodig kunnen
+hebben, dan zij mij. Hare tegenwoordigheid kan mij niet nutteloos zijn,
+en zou kunnen dienen, om elke verdenking van mij weg te nemen. In den
+man, die alléen door de steppen trekt, zou men veel gemakkelijker den
+koerier van den czaar vermoeden. Indien dat jonge meisje mij echter
+vergezelt, zal ik in aller oogen veel meer de Nicolaas Korpanoff van
+mijn podaroshna zijn. Zij moet mij dus vergezellen! Ik moet haar, wat
+het ook kosten moge, terugvinden! Het is niet waarschijnlijk dat zij
+zich sedert gisteren avond eenig rijtuig heeft weten te verschaffen om
+Nijni-Novgorod te verlaten. Laat ons haar dus zoeken en dat God mij
+geleide!”
+
+Michael Strogoff verliet het groote plein van Nijni-Novgorod, waar het
+rumoer op dit oogenblik, door de uitvoering der voorgeschreven
+maatregelen voortgebracht, zijn hoogste punt had bereikt.
+Tegenpruttelen der verbannen vreemdelingen, geschreeuw der agenten en
+Kozakken, die hen grof behandelden, veroorzaakte een onbeschrijfelijk
+rumoer. Het jonge meisje, dat hij zocht, kon daar niet zijn.
+
+Het was negen uur in den morgen. De stoomboot vertrok eerst om twaalf
+uur. Michael Strogoff had dus ongeveer twee uren om haar terug te
+vinden, die hij tot zijn reisgenoote wilde maken. Hij trok opnieuw de
+Wolga over, en doorliep de wijken van den anderen oever, waar de volte
+aanmerkelijk minder was. Hij doorzocht om zoo te zeggen, straat voor
+straat, de boven- en de benedenstad. Hij ging de kerken binnen, de
+natuurlijke toevlucht van hen die weenen en lijden. Nergens ontmoette
+hij het jonge Lijflandsche meisje.
+
+»En evenwel,” hernam hij, »kan zij onmogelijk Nijni-Novgorod verlaten
+hebben. Laat ik dus blijven zoeken.”
+
+Michael Strogoff dwaalde zoo gedurende twee uren rond. Hij liep zonder
+ophouden, hij voelde geen vermoeienis, hij gehoorzaamde aan een
+dringend gevoel, dat hem niet meer veroorloofde na te denken. Alles
+vruchteloos.
+
+Toen kwam bij hem de gedachte op dat het jonge meisje geen kennis van
+het besluit had,—evenwel hoogst onwaarschijnlijk,—want zulk een
+donderslag had niet kunnen losbarsten zonder door iedereen gehoord te
+worden. Hoe zou zij, die zooveel belang had om het geringste nieuws uit
+Siberië te weten, onbekend hebben kunnen blijven met de maatregelen
+door den gouverneur genomen, maatregelen die haar zoo rechtstreeks
+troffen.
+
+Maar, indien zij er onbekend mede was, moest zij, binnen eenige uren,
+aan de aanlegplaats komen, en daar zou een onverbiddelijke agent haar
+kortaf den overtocht weigeren. Het was dus noodzakelijk dat Michael
+Strogoff haar vóor dien tijd zag opdat hij, door zijne tusschenkomst,
+die weigering zou kunnen voorkomen.
+
+Maar zijn zoeken was vruchteloos, en hij moest weldra elke hoop opgeven
+om haar terug te vinden.
+
+Het was toen elf uur. Hoewel het in elke andere omstandigheid onnoodig
+geweest zou zijn, dacht Michael Strogoff er aan zijn podaroshna aan het
+bureau van den politiemeester te vertoonen.
+
+Het besluit kon wel geen betrekking op hem hebben, omdat in dat geval
+voor hem voorzien was, maar hij wilde zekerheid hebben dat niets zich
+tegen zijn vertrek uit de stad zou kunnen verzetten.
+
+Michael Strogoff moest dus naar den anderen oever van de Wolga
+terugkeeren, naar de wijk waar zich de bureaux van den politiemeester
+bevonden.
+
+Daar was een groote toeloop, want, ofschoon de vreemdelingen bevel
+hadden gekregen de provincie te verlaten, waren zij evenwel, vóor te
+kunnen vertrekken, aan zekere formaliteiten onderworpen. Zonder deze
+voorzorgsmaatregelen zou een of andere Rus, min of meer in de
+Tartaarsche beweging betrokken, dank zij eene vermomming, de grenzen
+kunnen overtrekken,—hetgeen het besluit juist zocht te voorkomen. Men
+werd weggezonden, maar toch had men verlof noodig om te kunnen gaan.
+Potsenmakers, heidens, vermengd onder kooplieden van Perzië, Turkije,
+Indië, Turkestan, China bestormden de binnenplaats en de bureaux van
+het politiehuis. Iedereen haastte zich, want de middelen van vervoer
+zouden zeer gezocht worden door die menigte uitgezette lieden van
+allerlei aard, en zij, die te laat kwamen, liepen groot gevaar van op
+den bepaalden tijd, de stad niet te kunnen verlaten,—hetgeen hun zou
+blootstellen aan eene barsche tusschenkomst der agenten van den
+gouverneur.
+
+Michael Strogoff, kon, dank zij de kracht zijner ellebogen, de
+binnenplaats oversteken. Maar de bureaux binnen te komen en het raampje
+der beambten te bereiken, dat was een moeielijker werk. Doch een enkel
+woord, dat hij in ’t oor van een inspecteur fluisterde, en eenige op
+zijn tijd gegeven roebels vermochten hem een doortocht te banen.
+
+Na hem in de wachtkamer binnengelaten te hebben, ging de agent een
+hoofdbeambte roepen. Michael Strogoff zou nu weldra aan de
+politieverordeningen voldaan hebben en vrij in zijne bewegingen zijn.
+
+Middelerwijl keek hij om zich heen, en wat zag hij?
+
+Hij zag daar op eene bank, eerder neergevallen dan neergezeten, een
+jong meisje, aan eene stille wanhoop ten prooi, ofschoon hij nauwelijks
+haar gelaat kon zien, waarvan slechts de omtrek zich op den muur
+afteekende.
+
+Michael Strogoff had zich niet vergist. Hij had het jonge Lijflandsche
+meisje herkend. Niets van het besluit van het gouvernement afwetende,
+was zij naar het bureau van politie gekomen om haar vrijgeleide te
+laten afteekenen!.... Men had haar het visum geweigerd! Buiten twijfel
+had zij vergunning om zich naar Irkoetsk te begeven, doch het besluit
+was stellig, het deed alle vroegere vergunningen te niet en al de wegen
+naar Siberië waren dus voor haar gesloten.
+
+Michael Strogoff, zeer gelukkig haar eindelijk weergevonden te hebben,
+naderde het jonge meisje.
+
+Dit zag hem een oogenblik aan, en haar gelaat werd, bij het wederzien
+van haren reisgenoot, door een vluchtigen glans opgeklaard. Zij stond
+instinctmatig op, en als een schipbreukeling, die zich aan een stuk
+wrakhout vastklemt, ging zij hem bijstand vragen.
+
+Op dit oogenblik tikte de agent Michael Strogoff op den schouder.
+
+»De politiemeester wacht u,” zeide hij.
+
+»Goed,” antwoordde Michael Strogoff.
+
+En, zonder een woord tot haar te zeggen, die hij sedert den vorigen dag
+zoo gezocht had, zonder haar gerust te stellen door een wenk, die haar
+en hemzelf in verdenking had kunnen brengen, volgde hij den agent door
+de dichte groepen heen.
+
+Het jonge Lijflandsche meisje, hem, de eenige die haar misschien te
+hulp had kunnen komen, ziende verdwijnen, viel weer op hare bank neer.
+
+Nog geen drie minuten waren er verloopen of Michael Strogoff trad weder
+de wachtkamer binnen, vergezeld door een agent.
+
+Hij hield zijn podaroshna, dat hem de wegen naar Siberië opende in de
+hand.
+
+Hij naderde toen het jonge Lijflandsche meisje en haar de hand
+toereikende, zeide hij:
+
+»Zuster....”
+
+Zij begreep hem! Zij stond op, alsof eene of andere plotselinge
+ingeving haar niet toeliet om te aarzelen!
+
+»Zuster,” herhaalde Michael Strogoff, »wij zijn gemachtigd om onze reis
+naar Irkoetsk voort te zetten. Gaat ge mee?”
+
+»Ja, broer,” antwoordde het jonge meisje, terwijl zij Michael Strogoff
+de hand gaf.
+
+En beide verlieten het politiebureau.
+
+
+
+
+
+
+
+
+VII.
+
+DE WOLGA AFVARENDE.
+
+
+Even vóor twaalf uur deed het geluid der bel van het stoomschip eene
+groote menigte naar de aanlegplaats bij de Wolga toestroomen. De
+stoomketels van de Kaukasus hadden voldoende drukking. Uit den
+schoorsteen ontsnapte slechts een lichte rook.
+
+Het spreekt vanzelf dat de politie het vertrek van de Kaukasus
+bewaakte, en zich onmeedoogend betoonde jegens de reizigers, welke niet
+konden voldoen aan de voorwaarden gesteld om de stad te verlaten.
+
+Talrijke kozakken reden heen en weer op de kade, gereed om de agenten
+hulp te verleenen, doch zij behoefden niet tusschen beiden te komen,
+daar alles zonder weerstand afliep.
+
+Op het bepaalde uur weergalmde het laatste gelui, de kabels werden
+gevierd; de groote raderen der stoomboot zetten zich in beweging, en de
+Kaukasus voer snel tusschen de beide steden door, waaruit
+Nijni-Novgorod bestond. Michael Strogoff en het jonge Lijflandsche
+meisje hadden plaats genomen aan boord van de Kaukasus, en wel zonder
+de minste moeite, dank zij het podaroshna, dat op naam van Nicolaas
+Korpanoff afgegeven, dezen koopman machtigde iemand op zijne reis door
+Siberië mede te nemen.
+
+Beiden, op het achterschip gezeten, zagen de stad verdwijnen, die zoo
+zeer verontrust was door het besluit van den gouverneur.
+
+Michael Strogoff had niets aan het jonge meisje gezegd. Hij had haar
+naar niets gevraagd. Hij wachtte totdat zij het goed vond te spreken.
+Zij was blijde die stad verlaten te hebben, alwaar zij, zonder de
+tusschenkomst van dien onverwachten beschermer, gevangen zou gebleven
+zijn. Zij zeide niets, maar haar blik bedankte voor haar.
+
+De Wolga, de Rha der ouden, wordt als de grootste rivier van Europa
+beschouwd, en haar loop is niet minder dan vier duizend wersten lang
+(4.300 kilometer). Hare wateren, vrij ongezond aan haar oorsprong,
+worden te Nijni-Novgorod gewijzigd door die van de Oka, eene snelle
+nevenrivier die uit de middel-provinciën van Rusland wegstroomt. Zij
+wordt bevaarbaar bij Rjef, eene stad in het gouvernement Twer.
+
+De booten der vervoermaatschappij tusschen Perm en Nijni-Novgorod
+leggen vrij snel de drie honderd vijftig wersten af (373 kilometer) die
+deze stad van de stad Kazan scheiden. Het is waar, dat die stoombooten
+slechts de Wolga hebben af te varen, die door haar snellen stroom
+ongeveer twee mijlen aan hunne eigen snelheid toevoegt. Doch wanneer
+zij aan de samenvloeiing van de Kama, even beneden Kazan aankomen, zijn
+zij genoodzaakt deze laatste rivier tot Perm op te varen. Dus, alles
+wel gerekend, en hoewel hare machine zeer krachtig was, kon de Kaukasus
+niet meer dan zestien wersten per uur afleggen. Met een uur oponthoud
+te Kazan moest dus de reis van Nijni-Novgorod naar Perm ongeveer zestig
+à twee en zestig uren duren.
+
+Deze stoomboot was overigens zeer goed ingericht en verdeeld in drie
+klassen. Michael Strogoff had er voor gezorgd twee hutten eerste klasse
+af te huren, zoodat zijne jonge reisgenoote zich in de hare kon
+afzonderen, zoo dikwijls als zij zulks goed vond.
+
+De Kaukasus was opgepropt met passagiers van allerlei soort. Een zeker
+aantal Aziatische handelaars hadden het raadzaam geoordeeld
+Nijni-Novgorod onmiddellijk te verlaten. In de eerste klasse zag men
+Armeniërs, Joden, Chineezen, Turken, Hindoes en Tartaren. Al die
+kooplieden hadden in het ruim en op het dek hunne talrijke goederen
+moeten opeenstapelen, waarvan het transport hun duur zou kosten, want
+volgens het tarief hadden zij slechts recht op een gewicht van twintig
+pond per persoon.
+
+Voor op de Kaukasus waren de passagiers talrijker. Niet alleen bevonden
+er zich vreemdelingen, maar ook Russen, aan wie het besluit niet
+verbood naar de steden der provincie terug te keeren. Het waren
+voornamelijk passagiers derde klasse die zich gelukkig weinig om eene
+lange terugreis bekreunden.
+
+Evenwel stevende de Kaukasus met al de snelheid harer raderen tusschen
+de oevers van de Wolga door, dwars door talrijke schepen die door
+stoomvaartuigen stroomopwaarts gesleept werden, en die allerhande
+soorten van koopwaren naar Nijni-Novgorod vervoerden.
+
+Na twee uren varens richtte het jonge Lijflandsche meisje zich tot
+Michael Strogoff en zeide:
+
+»Gaat ge naar Irkoetsk, broer?”
+
+»Ja, zuster,” antwoordde de jonge man. »Wij maken beiden dezelfde reis.
+Bijgevolg, overal waar ik doorkom, zult gij ook doorkomen.”
+
+»Morgen, broer, zult gij vernemen waarom ik het strand der Oostzee
+verlaten heb, om mij naar gene zijde van den Oeral te begeven.”
+
+»Ik vraag naar niets, zuster.”
+
+»Gij zult alles vernemen,” antwoordde het jonge meisje, wier lippen
+flauw een treurigen glimlach vertoonden. »Eene zuster moet niets voor
+haar broeder verborgen houden. Maar, vandaag zou ik niet kunnen!.... De
+vermoeienis, de wanhoop hebben mij afgemat!”
+
+»Wilt ge niet in uwe hut gaan uitrusten?” vroeg Michael Strogoff.
+
+»Ja.... ja.... en morgen....”
+
+»Kom dan mee....”
+
+Hij aarzelde om zijn volzin te eindigen, alsof hij dien met den naam
+zijner gezellin, dien hij nog niet kende, had willen besluiten.
+
+»Nadia,” zeide zij, hem de hand toereikende.
+
+»Kom, Nadia,” zeide Michael Strogoff, »en beschik vrij over uw broeder
+Nikolaas Korpanoff.”
+
+En hij bracht het jonge meisje in de hut, die hij voor haar afgehuurd
+had.
+
+Michael Strogoff kwam op het dek terug, en nieuwsgierig naar de
+tijdingen, die de richting zijner reis wellicht zouden kunnen wijzigen,
+mengde hij zich onder de passagiers, luisterende, maar geen deel
+nemende aan de gesprekken. Trouwens, indien het toeval wilde dat hij
+ondervraagd werd, en hij zou moeten antwoorden, zou hij zich uitgeven
+voor den koopman Nikolaas Korpanoff, dien de Kaukasus naar de grenzen
+voerde, want hij wilde niet dat men kon vermoeden dat hij vergunning
+had om door Siberië te reizen.
+
+Het was te begrijpen dat de vreemdelingen op de boot over niets anders
+spraken dan over de gebeurtenissen van den dag, Over het besluit en
+zijne gevolgen. Die arme lieden, nauwelijks bekomen van de
+vermoeienissen van eene reis door Middel-Azië, zagen zich genoodzaakt
+terug te gaan en indien zij aan hun toorn en aan hunne wanhoop geen
+lucht gaven, was het omdat zij niet durfden. Eene met eerbied gemengde
+vrees weerhield hen. Het kon mogelijk zijn dat inspecteurs van politie,
+belast met de passagiers te bewaken, zich heimelijk aan boord van de
+Kaukasus hadden ingescheept, en dan was het maar beter te zwijgen: de
+uitzetting was in elk geval te verkiezen boven opsluiting in eene
+vesting.
+
+Michael Strogoff kon dus van dien kant niets te weten komen, want, daar
+men hem niet kende, zweeg men menigmaal wanneer men hem zag naderen.
+Zijne ooren werden evenwel opeens getroffen door eene schelle en
+vroolijke stem, die er zich weinig om bekommerde al of niet gehoord te
+worden.
+
+De man met die vroolijke stem sprak Russisch, doch met eene vreemde
+uitspraak, en hij, tot wien hij sprak, meer terughoudend en
+voorzichtig, antwoordde hem in dezelfde taal, die ook niet zijne eigen
+taal was.
+
+»Hoe,” zeide de eerste, »hoe! gij op deze boot, mijn waarde collega,
+gij, dien ik op het keizerlijk feest te Moskou ontmoet en te
+Nijni-Novgorod maar even gezien heb?”
+
+»Ik in persoon,” antwoordde de tweede droog weg.
+
+»Ronduit gezegd, ik dacht niet zoo onmiddellijk door u gevolgd te
+worden, en van zoo nabij!”
+
+»Ik volg u niet, mijnheer, ik ga u voor!”
+
+»Voorgaan! Voorgaan! Laat ons veronderstellen dat wij naast elkaar
+gaan, in denzelfden pas, zooals twee soldaten op de parade, en laat
+ons, zoo ge zulks wilt, met elkander overeenkomen, ten minste
+voorloopig, dat de een den ander niet vooruitga!”
+
+»Integendeel, ik zal u vooruitgaan.”
+
+»Dat zullen wij zien, wanneer wij ons op het tooneel van den oorlog
+zullen bevinden; maar voor den duivel! laten wij tot daar toe
+reisgenooten zijn. Later zullen wij wel tijd en gelegenheid hebben om
+mededingers te zijn!”
+
+»Vijanden.”
+
+»Vijanden, ook goed! Gij hebt in uwe woorden, mijn waarde collega, eene
+juistheid, die mij bijzonder aanstaat. Met u weet men ten minste,
+waaraan men zich te houden heeft!”
+
+»Welk kwaad is daar bij?”
+
+»Er is geen kwaad bij. Ook vraag ik, op mijne beurt, u verlof onze
+wederzijdsche verstandhouding juist te mogen bepalen.”
+
+»Goed.”
+
+»Gij gaat naar Perm.... zooals ik?”
+
+»Zooals gij.”
+
+»En waarschijnlijk van daar naar Ekaterinenburg, omdat het de beste en
+zekerste weg is om over het Oeral-gebergte te komen.”
+
+»Waarschijnlijk.”
+
+»Wanneer wij eens de grens over zijn, dan zullen wij in Siberië
+zijn.... dat is te zeggen, in het overheerde land.”
+
+»Dat zullen wij!”
+
+»Welnu dan, maar ook dan eerst, zal het oogenblik daar zijn om te
+zeggen: »Ieder voor zich, en God voor....”
+
+»God voor mij!”
+
+»God voor u, geheel alleen! Zeer goed! Maar daar wij nog acht dagen van
+onzijdigheid vóor ons hebben, en het zeer zeker met nieuwstijdingen
+onderweg niet druk zal gaan, laat ons dan vrienden zijn tot op het
+oogenblik dat wij opnieuw mededingers worden.”
+
+»Vijanden.”
+
+»Ja! juist, vijanden! Maar laat ons dan tot dien tijd eenstemmig
+handelen en elkander niet verscheuren! Ik beloof u overigens, dat ik al
+hetgeen ik zal zien voor mij zal houden.”
+
+»En ik, hetgeen ik zal hooren.”
+
+»Alzoo afgesproken?”
+
+»Afgesproken.”
+
+»Uwe hand er op?”
+
+»Ziedaar.”
+
+En de hand van den eerste, dat wil zeggen vijf wijd geopende vingers,
+schudde flink de twee vingers, die hem de tweede flegmatisch toestak.
+
+»O! ja,” zeide de eerste, »ik heb van morgen reeds om tien uur
+zeventien minuten aan mijne nicht den tekst van het besluit kunnen
+telegrapheeren.”
+
+»En ik, ik heb reeds om tien ure dertien aan de Daily Telegraph
+geseind.”
+
+»Bravo, mijnheer Blount.”
+
+»Wel vriendelijk, mijnheer Jolivet.”
+
+»Tot wederdienst bereid.”
+
+»Dat zal moeielijk zijn!”
+
+»Men zal het evenwel beproeven!”
+
+Dit zeggende, groette de Fransche verslaggever den Engelschen
+correspondent zeer vertrouwelijk, die het hoofd buigende, zijn groet
+met echt Britsche stijfheid beantwoordde.
+
+Het besluit van den gouverneur had geene betrekking op de beide
+nieuwsjagers, omdat zij noch Russen, noch van Aziatischen oorsprong
+waren. Zij waren dus vertrokken, en, als door hetzelfde instinct
+gedreven hadden zij te samen Nijni-Novgorod verlaten en bijgevolg van
+hetzelfde middel van vervoer gebruik gemaakt om de Siberische steppen
+te bereiken.
+
+Alcide Jolivet en Harry Blount aldus hoorende praten, had Michael
+Strogoff tot zich zelf gezegd: »Die twee heeren zijn nieuwsgierige en
+onbescheiden klanten, die ik waarschijnlijk op mijn weg zal ontmoeten.
+Ik moet voorzichtig zijn en hen op een afstand houden.”
+
+Het Lijflandsche meisje rustte nog steeds uit in hare hut, en Michael
+Strogoff wilde haar niet wakker maken. De avond brak dus aan zonder dat
+zij op het dek van de Kaukasus verscheen.
+
+De lange schemering had den dampkring nu zeer opgefrischt, waarnaar de
+passagiers, na de drukkende hitte van den dag, snakten. Toen het reeds
+ver in den nacht was geworden, dachten de meesten er niet meer aan om
+het dek te verlaten. Langzamerhand vielen zij in slaap en de stilte
+werd enkel gestoord door den geregelden slag van de schepborden op het
+water.
+
+Zekere ongerustheid hield Michael Strogoff wakker. Hij liep heen en
+weer, maar immer achterop het dek. Eenmaal evenwel overschreed hij de
+machinekamer en bevond zich toen op dat gedeelte van het dek, bestemd
+voor de reizigers der tweede en derde klasse.
+
+Daar sliep men, niet alleen op de banken, maar ook op de goederen, en
+zelfs op dekplanken. Alleen de matrozen van de wacht stonden op het
+voordek.
+
+Men moest zeer voorzichtig zijn, om de slapenden, die hier en daar
+uitgestrekt lagen, niet te trappen, want men zou zeer slecht ontvangen
+zijn.
+
+Michael Strogoff paste dus op om tegen niemand aan te stooten. Met zoo
+naar het andere einde der boot te loopen, had hij geen ander doel dan
+den slaap door eene eenigszins langere wandeling te bestrijden. Op het
+voordek gekomen, hoorde hij opeens in zijne nabijheid praten. De
+stemmen schenen te komen uit eene groep passagiers, in shawls en dekens
+gewikkeld, die men onmogelijk in den donker kon bemerken.
+
+Michael Strogoff wilde doorgaan, toen hij duidelijker zekere woorden
+hoorde, in eene taal die reeds zijn oor getroffen had, in den nacht op
+het jaarmarktplein.
+
+Instinctmatig luisterde hij. Dank zij de duisternis op het voordek, kon
+hij niet opgemerkt worden; evenzeer was het hem onmogelijk de
+passagiers te zien die met elkander spraken. Hij moest zich dus tot
+luisteren bepalen. De eerste woorden, die gewisseld werden, waren van
+geenerlei belang—ten minste voor hem—maar zij deden hem de twee stemmen
+herkennen van de vrouw en van den man, die hij te Nijni-Novgorod
+gehoord had. Van dit oogenblik af luisterde hij met eene verdubbelde
+oplettendheid. Het was inderdaad niet onmogelijk dat die Zigeuners, van
+wier gesprek hij een gedeelte opgevangen had, zich met huns gelijken
+aan boord van de Kaukasus bevonden.
+
+En het was goed voor hem dat hij luisterde, want hij hoorde duidelijk
+deze vraag en dit antwoord, in een Tartaarsche tongval uitgesproken:
+
+»Men zegt dat een koerier van Moskou naar Irkoetsk vertrokken is!”
+
+»Dat zegt men, Sangarre, maar die koerier zal of te laat aankomen, of
+hij zal niet aankomen!”
+
+Michael Strogoff sidderde onwillekeurig op dit antwoord dat hem zoo
+rechtstreeks aanging. Hij beproefde te ontdekken of de man en de vrouw,
+die gesproken hadden, wel degenen waren, die hij vermoedde; maar het
+was te donker en het gelukte hem niet.
+
+Eenige oogenblikken daarna, was Michael Strogoff zonder opgemerkt te
+zijn, op het achterdek terug, en was hij met zijn hoofd in zijn handen
+alleen gaan zitten. Men zou gezegd hebben dat hij sliep.
+
+Hij sliep niet en dacht er niet aan om te slapen. Daarover maakte hij
+zich bezorgd en zat hij te peinzen.
+
+»Aan wien toch is mijn vertrek bekend, en wie kan er belang bij hebben
+het te weten?”
+
+
+
+
+
+
+
+
+VIII.
+
+DE KAMA OPVARENDE.
+
+
+Den volgenden morgen, 18 Juli te zes uur veertig minuten, kwam de
+Kaukasus aan de aanlegplaats van Kazan aan, die zeven wersten (7½
+kilometer) van de stad verwijderd is.
+
+Kazan is gelegen aan de samenvloeiing van de Wolga en de Kazanka. Het
+is eene belangrijke hoofdplaats, met een Griekschen
+aartsbisschopszetel; het is tevens eene academiestad.
+
+Hoewel de stad vrij ver van de aanlegplaats verwijderd is, verdrong
+zich toch op de kade eene talrijke menigte. Men was gekomen om nieuws
+te vernemen. De gouverneur der provincie had een besluit uitgevaardigd
+van denzelfden inhoud als dat van zijn collega te Nijni-Novgorod. Men
+zag daar Tartaren, gekleed in een lang overkleed met korte mouwen en
+het hoofd bedekt met een puntigen hoed, waarvan de breede randen aan
+dien van den bekenden Pierrot deden denken. Anderen, in een lange
+manteljas gehuld en met een kalotje op het hoofd, hadden veel van
+Poolsche Joden. Vrouwen, met allerlei klingklang op de borst, en met
+een diadeem in den vorm eener halve maan op het hoofd, vormden
+verschillende groepen die druk in gesprek waren. Officieren van
+politie, onder de menigte gemengd, eenige Kozakken met hunne lans
+gewapend, handhaafden de orde en deden plaats maken zoowel voor de
+passagiers, die de Kaukasus verlieten, als voor hen, die er zich op
+inscheepten; maar niet dan na beide soorten van reizigers nauwkeurig
+opgenomen te hebben.
+
+Michael Strogoff keek met een vrij onverschilligen blik naar dat heen
+en weer loopen, aan elke aanlegplaats eener stoomboot eigen. De
+Kaukasus moest te Kazan een uur vertoeven om kolen in te nemen.
+
+Michael Strogoff dacht er niet aan om aan land te gaan. Hij zou het
+jonge Lijflandsche meisje, dat nog niet op het dek verschenen was, niet
+alleen willen laten.
+
+De twee dagbladschrijvers waren reeds sedert den dageraad op, zooals
+het elken flinken jager betaamt. Zij waren aan land gegaan en hadden
+zich onder de menigte begeven, elk zijn eigen weg nemende. Michael
+Strogoff bemerkte aan den eenen kant Harry Blount, met zijn zakboekje
+in de hand, eenige typen schetsende en eenige opmerkingen
+aanteekenende; aan den anderen kant Alcide Jolivet, zich tevreden
+stellende met praten en rekenende op zijn geheugen, dat niets kon
+vergeten. Langs de geheele oostelijke grens van Rusland liep het
+gerucht dat de opstand en de inval eene geduchte uitbreiding hadden
+aangenomen. Het verkeer tusschen Siberië en het rijk was reeds uiterst
+moeilijk. Dat hoorde Strogoff, die het dek niet verlaten had, van de
+nieuw aangekomen passagiers.
+
+Deze gesprekken veroorzaakten hem eene wezenlijke ongerustheid, en
+wekten het dringend verlangen bij hem op aan gene zijde van den Oeral
+te zijn, om zelf over de ernstige gebeurtenissen te oordeelen en tegen
+elk mogelijk ongeval maatregelen te nemen. Hij scheen op het punt te
+zijn aan een of ander inwoner van Kazan juister inlichtingen te vragen,
+toen zijne aandacht opeens werd afgeleid.
+
+Onder de reizigers, die de Kaukasus verlieten, herkende Michael
+Strogoff den troep Zigeuners, die zich den vorigen dag nog op het
+jaarmarktplein te Nijni-Novgorod bevonden. Daar op het dek der
+stoomboot bevonden zich de oude heiden en de vrouw, die hem voor een
+spion had uitgemaakt. Met hem ontscheepten een twintigtal danseressen
+en zangeressen, in oude dekens gewikkeld, die hunne met klatergoud
+belegde jurken bedekten en waarschijnlijk onder het bestuur van den
+ouden Zigeuner stonden.
+
+Michael Strogoff twijfelde er nu niet meer aan dat het gesprek, dat hem
+rechtstreeks betrof, uit dien troep voortgekomen en gevoerd was
+tusschen den ouden Zigeuner en de vrouw, die hij den Mongoolschen naam
+van Sangarre gegeven had.
+
+Michael Strogoff naderde door eene onwillekeurige beweging de trap van
+de stoomboot, op het oogenblik dat de heidens haar zouden verlaten.
+
+De oude heiden stond daar, in eene nederige houding, die weinig
+overeenkwam met de onbeschaamdheid, aan zijne stamgenooten eigen. Men
+zou gezegd hebben dat hij eerder de blikken zocht te vermijden, dan ze
+tot zich te trekken. Zijn ellendige hoed, geheel verbrand door de zon,
+was diep over zijn oogen getrokken. Zijn breede gewelfde rug rondde
+zich af onder een ouden kiel, waarin hij zich, in weerwil van de hitte,
+dicht had gewikkeld. Het ware moeielijk geweest onder dit ellendig
+toetakelsel over zijn lichaamsbouw en gelaat te oordeelen. Bij hem
+stond, in eene prachtige houding, de Zigeunsche Sangarre, eene vrouw
+van dertig jaar, bruin van vel, groot van gestalte, met prachtige oogen
+en goudgeel haar.
+
+Onder de jonge danseressen waren er verscheidene bij uitstek mooi, die
+het type van haar ras sterk vertoonden.
+
+Michael Strogoff bemerkte dat de Zigeunerin Sangarre hem onophoudelijk
+aankeek, als wilde zij zijne trekken onuitwischbaar in haar geheugen
+prenten.
+
+»Dat is eene brutale heidin,” zeide Michael Strogoff tot zich zelf.
+»Zou zij mij herkend hebben voor den man, dien zij te Nijni-Novgorod
+voor een spion uitgemaakt heeft. Die vervloekte Zigeuners hebben oogen
+als katten! Zij zien in het donker, en deze kan misschien wel
+weten....”
+
+Michael Strogoff was op het punt Sangarre en haar troep te volgen, maar
+hij bedacht zich.
+
+»Neen,” zeide hij in zich zelf, »geen onbedachte stappen! Indien ik
+dien ouden waarzegger en zijne bende laat in hechtenis nemen, dan loopt
+mijn incognito gevaar om ontdekt te worden. Zij zijn nu eenmaal weg en
+voor dat zij over de grenzen zullen zijn, zal ik reeds lang den Oeral
+over zijn getrokken. Ik weet wel dat zij den weg van Kazan naar Ichim
+kunnen nemen, maar deze weg levert geen middelen van vervoer op en een
+tarentass met goede Siberische paarden bespannen, zal eene kar van
+heidens wel vooruitsnellen. Wees maar gerust, vriend Korpanoff!” In elk
+geval waren de oude Zigeuner en Sangarre op dit oogenblik, reeds in de
+menigte verdwenen.
+
+Michael Strogoff had zeer wijselijk den weg over Perm, Ekaterinenburg
+en Tioemen gekozen. Dat is de groote weg, die zich van Ichim tot
+Irkoetsk uitstrekt en die goed van poststations voorzien is.
+
+Een uur daarna luidde de bel van de Kaukasus. Het was zeven uur in den
+morgen. Het innemen van kolen was afgeloopen. De stoomboot was gereed
+om te vertrekken.
+
+De reizigers, die van Kazan naar Perm gingen, hadden reeds hunne
+plaatsen aan boord ingenomen. Op dit oogenblik bemerkte Michael
+Strogoff dat Harry Blount alleen op de stoomboot terug was gekomen. Zou
+Alcide Jolivet haar dan misloopen?
+
+Doch op het oogenblik dat men de kabels losmaakte, verscheen Alcide
+Jolivet, uit al zijne macht komende aanloopen. De plank was reeds aan
+wal gehaald en de stoomboot zette zich reeds in beweging, toen Alcide
+Jolivet, voor geen klein beetje vervaard, met de vlugheid van een
+clown, op eens op het dek van de Kaukasus sprong, bijna in de armen van
+zijn collega.
+
+»Ik dacht dat de Kaukasus zonder u ging vertrekken,” zeide deze half
+willens, half onwillens.
+
+»Ba!” antwoordde Alcide Jolivet, »ik zou u wel hebben weten in te
+halen, al had ik eene boot op kosten mijner nicht moeten huren of
+postpaarden moeten nemen tegen twintig kopeken per werst. Wat zal ik er
+van zeggen? Het telegraafkantoor was nog al ver van hier!”
+
+»Zijt gij naar de telegraaf geweest?” vroeg Harry Blount, op zijn
+lippen bijtende.
+
+»Ik ben er geweest!” antwoordde Alcide Jolivet met zijn liefelijksten
+glimlach.
+
+»En hij werkt nog altijd tot Kolivan?”
+
+»Dat weet ik niet, maar ik kan u wel verzekeren, dat hij van Kazan naar
+Parijs werkt!”
+
+»Gij heb eene dépêche verzonden.... naar uwe nicht?....”
+
+»Met het meeste genoegen.”
+
+»Gij hebt dus vernomen....”
+
+»Hoor, vadertje, om nu eens met de Russen te spreken,” antwoordde
+Alcide Jolivet, »ik ben niet kwaad, ik wil voor u niets geheim houden.
+De Tartaren, met Feofar-Khan aan het hoofd, zijn tot voorbij
+Semipalatinsk voortgerukt en zakken de Irtisch af. Doe er uw voordeel
+mee!”
+
+Hoe! eene zoo ernstige tijding, en Harry Blount had er geen kennis van
+gekregen, en zijn mededinger, die ze waarschijnlijk van een of ander
+inwoner van Kazan vernomen had, had ze terstond naar Parijs
+overgeseind! Het Engelsche dagblad was dus ten achteren. Harry Blount
+ging dan ook met zijn armen op den rug op het achterdek zitten, zonder
+een woord meer te spreken.
+
+Tegen tien uur verliet het Lijflandsche meisje hare hut en kwam op het
+dek.
+
+Michael Strogoff ging naar haar toe, en stak haar de hand toe.
+
+»Hoe ver zijn wij van Moskou?” vroeg zij.
+
+»Negen honderd wersten!” antwoordde Michael Strogoff.
+
+»Negen honderd van de zeven duizend!” mompelde het jonge meisje.
+
+De bel kondigde het uur van ontbijt aan. Nadia volgde Michael Strogoff
+naar de spijskamer der boot. Zij wilde niets gebruiken van die
+bijgerechten, die afzonderlijk toegediend worden, zooals kaviaar,
+haring in stukjes gesneden, brandewijn uit rogge vervaardigd en met
+anijs gekruid, een drank, dienende om den eetlust op te wekken; in de
+noorsche landen algemeen in gebruik, zoowel in Rusland, als in Zweden
+en Noorwegen.
+
+Nadia at weinig, wellicht als een arm meisje, wier middelen zeer
+bekrompen zijn. Michael Strogoff meende zich nu te moeten tevreden
+stellen met het maal waarmede zijne gezellin tevreden was, dat is: met
+een weinig »koulbat,” een soort van gebak, bestaande uit dooiers van
+eieren, rijst en gestampt vleesch, en roode kool met kaviaar gestoofd;
+terwijl thee de eenige drank was.
+
+Dit maal was dus noch lang, noch duur; ook gingen Michael Strogoff en
+Nadia reeds binnen twintig minuten weder naar boven, op het dek.
+
+Beiden zetten zich op het achterdek neder en Nadia hare stem
+verzachtende, zeide, zonder door iemand anders gehoord te kunnen
+worden:
+
+»Broeder, ik ben de dochter van een banneling. Ik heet Nadia Fedor.
+Mijne moeder is te Riga gestorven, bijna een maand geleden, en ik ga
+naar Irkoetsk, naar mijn vader, om zijne ballingschap te deelen.”
+
+»Ik ga ook naar Irkoetsk,” antwoordde Michael Strogoff, »en ik zal het
+als eene gunst van den hemel beschouwen, Nadia Fedor gezond en wel in
+de handen van haar vader over te geven.”
+
+»Dank u, broeder!” antwoordde Nadia.
+
+Michael Strogoff vertelde toen, dat hij een bijzonder podaroshna voor
+Siberië gekregen had, en dat van den kant der Russische overheden,
+niets zijne reis kon belemmeren.
+
+Nadia verlangde niets beter. Zij zag in de ontmoeting van dien
+eenvoudigen en goeden jongen man, dien de Voorzienigheid haar had
+toegezonden, slechts éen ding; het middel voor haar om tot haar vader
+te komen.
+
+»Ik had,” zeide zij, »een vrijgeleide, dat mij machtigde mij naar
+Irkoetsk te begeven; doch het besluit van den gouverneur van
+Nijni-Novgorod heeft het ongeldig verklaard, en zonder u, broeder, zou
+ik de stad niet hebben kunnen verlaten, waar ge mij ontmoet hebt en
+waar ik zeer zeker gestorven zou zijn!”
+
+»En alleen, Nadia,” riep Michael Strogoff uit, »alleen, durfdet ge het
+te wagen de steppen van Siberië door te trekken!”
+
+»Dat was mijn plicht, broeder.”
+
+»Maar wist ge dan niet dat het land, in opstand en overheerd, niet door
+te komen is.”
+
+»De Tartaarsche inval was niet bekend, toen ik Riga verliet,”
+antwoordde het jonge meisje. »Eerst te Moskou heb ik die tijding
+vernomen!”
+
+»En desniettegenstaande, hebt ge uwe reis vervolgd!”
+
+»Dat was mijn plicht.”
+
+In dat gezegde was het geheele karakter van het moedige meisje
+saamgevat. Nadia aarzelde nooit te doen wat haar plicht was.
+
+Zij sprak toen over haar vader, Wassili Fedor. Het was een geacht
+geneesheer uit Riga. Hij oefende zijn beroep met gunstig gevolg uit en
+leefde gelukkig te midden der zijnen. Doch zijn lidmaatschap in een
+buitenlandsch geheim genootschap bewezen zijnde, kreeg hij bevel om
+naar Irkoetsk te vertrekken en de gendarmen, die hem dit bevel
+brachten, geleidden hem op staanden voet over de grenzen.
+
+Wassili Fedor had slechts den tijd zijne vrouw, die reeds lijdende was,
+te omhelzen, alsmede zijne dochter, die misschien zonder steun zou
+blijven, en, weenende over die twee wezens, die hij beminde, vertrok
+hij. Sedert twee jaar bewoonde hij de hoofdstad van Oost-Siberië, en
+daar oefende hij, maar niet voordeelig, zijn beroep van geneesheer uit.
+Niettemin zou hij misschien gelukkig geweest zijn, voor zoover een
+banneling zulks kan zijn, indien zijne vrouw en zijne dochter bij hem
+hadden kunnen zijn. Maar mevrouw Fedor, reeds zeer verzwakt, zou Riga
+niet hebben kunnen verlaten. Twintig maanden na het vertrek van haar
+man stierf zij in de armen van hare dochter, die zij alleen en bijna
+zonder hulp achterliet. Nadia Fedor vroeg toen en kreeg, zonder moeite,
+van het Russische gouvernement verlof, zich naar haar vader te Irkoetsk
+te begeven. Zij schreef hem, dat zij vertrok. Nauwelijks had zij de
+noodige middelen om die lange reis te maken, en toch aarzelde zij niet
+die reis te ondernemen. Zij deed wat zij kon!.... God zou het overige
+doen.
+
+Middelerwijl voer de Kaukasus de rivier op. Het was avond geworden, en
+de lucht werd door eene heerlijke frischheid bezwangerd. Duizenden
+vonken ontsnapten uit den schoorsteen der stoomboot, met pijnboomhout
+gestookt en bij het gedruisch van de golven door den voorsteven
+gebeukt, mengde zich het gehuil der wolven, die tegen den avond den
+rechteroever van de Kama onveilig maakten.
+
+
+
+
+
+
+
+
+IX.
+
+NACHT EN DAG IN EENE TARENTASS.
+
+
+Den volgenden dag, 19 Juli, kwam de Kaukasus aan de aanlegplaats te
+Perm aan, de laatste plaats die hij aan de Kama aandeed.
+
+Het gouvernement, waarvan Perm de hoofdplaats is, is een der
+uitgestrektste van het Russische Rijk. Marmer- en zoutgroeven, platina-
+en goudlagen, steenkolenmijnen worden er op groote schaal bewerkt. In
+afwachting dat Perm door hare ligging eene stad van den eersten rang
+worde, heeft het weinig aantrekkelijks, is zeer vuil en morsig, en het
+heeft geene hulpbronnen. Voor hen, die van Rusland naar Siberië gaan,
+is dit gebrek aan gemak vrij onverschillig, want zij komen uit het
+binnenland en zijn van al het noodige voorzien; maar voor degenen die
+uit Middel-Azië komen na een lange en vermoeiende reis, zou het zeker
+niet onwelgevallig zijn dat de eerste Europeesche stad van het rijk,
+bij de Aziatische grens gelegen, beter voorzien ware.
+
+Het is te Perm, dat de reizigers hunne voertuigen, min of meer
+beschadigd door een langen tocht door de vlakten van Siberië,
+verkoopen. Daar ook schaffen zij, die van Europa naar Azië gaan, zich
+gedurende den zomer rijtuigen en gedurende den winter sleden aan,
+alvorens zich voor eenige maanden in de steppen te wagen.
+
+Michael Strogoff had reeds zijn reisplan vastgesteld en het wachtte
+slechts op de uitvoering.
+
+Er bestaat een vrij snelle brievenpostdienst over het Oeral-gebergte,
+maar die dienst was door de omstandigheden van het oogenblik verstoord.
+En al ware dit het geval niet geweest, dan zou Michael Strogoff, die er
+spoedig wilde zijn, zonder van iemand af te hangen, toch niet van die
+gelegenheid gebruik gemaakt hebben. Hij wilde liever rijtuigen koopen
+en van pleisterplaats tot pleisterplaats rijden, den ijver der
+postiljons door navodko [4] aanwakkerende.
+
+Maar welk voertuig dan te nemen? Eene telega of eene tarentass?
+
+De telega is een open wagen met vier wielen en alleen uit hout
+vervaardigd. Wielen, assen, bouten, bak, lemoen, de boomen in den
+omtrek hebben alles geleverd, en de verschillende deelen waaruit dit
+voertuig samengesteld is, worden door dikke touwen aan elkander
+bevestigd. Niets is eenvoudiger, niets is doelmatiger, maar niets ook
+gemakkelijker te herstellen, wanneer een of ander ongeval zich op reis
+voordoet. Er is geen gebrek aan denneboomen op de Russische grenzen en
+de assen groeien natuurlijk in de wouden. Door middel van de telega
+heeft de buitengewone postdienst plaats. Voor dit voertuig zijn alle
+wegen goed. Men moet evenwel bekennen dat de touwen somtijds breken, en
+dat, terwijl het achterstel in een of anderen sneeuw- of modderpoel
+blijft steken, het voorstel op twee wielen aan de pleisterplaats
+aankomt.
+
+Michael Strogoff zou nu wel genoodzaakt geweest zijn de telega te
+nemen, indien hij niet het geluk had gehad eene tarentass te vinden.
+
+Niet dat dit laatste voertuig volmaakt is, want de veeren ontbreken er
+even zoo goed aan als aan de telega, en het hout is er, bij gebrek aan
+ijzer, niet aan gespaard, maar de lange as, waarmede het voorzien is,
+geeft het een zeker evenwicht op hobbelige en dikwijls zeer ongelijke
+wegen. Een slijkbord beveiligt de reizigers tegen de modder op den weg
+en eene groote leeren kap, die neergelaten kan worden, maakt het minder
+onaangenaam gedurende de groote hitte en de hevige onweersbuien van den
+zomer. De tarentass is overigens even zoo sterk, en evenzoo gemakkelijk
+te herstellen als de telega, en van den anderen kant laat dit voertuig
+zijn achterstel minder op de groote wegen achter.
+
+Het was evenwel niet zonder moeite dat het Michael Strogoff gelukte
+eene tarentass op te sporen, en het was wel waarschijnlijk dat hij in
+de geheele stad Perm geene tweede zou gevonden hebben. Niettemin dong
+hij zeer af, enkel voor den vorm, om in zijne rol te kunnen blijven van
+Nicolaas Korpanoff, eenvoudig koopman van Irkoetsk.
+
+Nadia was overal meegegaan om een voertuig te zoeken. Hoewel het doel
+dat zij bereiken moesten verschillend was, hadden zij toch beiden
+evenveel haast op de plaats hunner bestemming aan te komen en bijgevolg
+om te vertrekken. Men zou gezegd hebben dat éen en dezelfde wil hen
+bezielde!
+
+»Zuster,” zeide Michael Strogoff, »ik had gaarne gewenscht voor u een
+aangenamer en gemakkelijker rijtuig te vinden.”
+
+»Broeder, zegt gij dat tegen mij, die zoo noodig te voet ware gegaan om
+tot mijn vader te komen!”
+
+»Ik twijfel niet aan uw moed, Nadia, maar er zijn lichamelijke
+vermoeienissen, tegen welke geene vrouw bestand is.”
+
+»Ik zal er tegen bestand zijn, van welken aard zij ook mogen zijn.
+Mocht eene klacht over mijne lippen komen, laat mij dan onderweg achter
+en vervolg uwe reis alleen!”
+
+Een half uur later werden, op vertoon van het podaroshna, drie
+postpaarden voor de tarentass gespannen. Deze dieren, met lang haar
+bedekt, hadden veel van beren op hooge pooten. Zij waren klein en
+vurig, van Siberisch ras.
+
+Ziehier hoe de postiljon, de iemschik, ze had aangespannen: het eene,
+het grootste was tusschen twee lange disselboomen vastgemaakt, die aan
+hunne voorste uiteinden een hoepel droegen, douga genaamd, behangen met
+kwasten en belletjes; de twee anderen waren eenvoudig met touwen aan de
+beide treden van de tarentass bevestigd. Overigens geen tuig, en tot
+leidsels niets anders dan een eenvoudig touw.
+
+Noch Michael Strogoff, noch het meisje voerde bagage mede. De groote
+haast van den een en de geringe middelen van de andere, hadden hen niet
+toegestaan het zich hiermede lastig te maken. Het was nu wel een geluk,
+want er was slechts plaats voor twee personen, zonder den postiljon
+mede te rekenen, die zich op zijn nauwen bok ternauwernood in evenwicht
+kon houden. Die postiljon wordt evenwel bij elke pleisterplaats
+verwisseld. Hij, wiens beurt het nu was te rijden, was een Siberiër
+evenals zijn paarden, en niet minder harig dan zij. Hij had al
+aanstonds een navorschenden blik op de reizigers van de tarentass
+geworpen. Geen bagage!—en waar zouden zij die voor den duivel gestopt
+hebben?—Dat is dus geen buitenkansje. En hij trok een veelbeteekenend
+gezicht.
+
+»Raven,” zeide hij, zonder zich te bekreunen om al of niet gehoord te
+worden, »raven tegen zes kopeken per werst.”
+
+»Neen! adelaars,” riep Michael Strogoff uit, die volmaakt de taal der
+iemschiks verstond, »adelaars hoor je, tegen negen kopeken per werst,
+en de fooi bovendien!”
+
+Een vroolijk zweepgeklap antwoordde hem.
+
+De »raaf” beteekent in de taal der Russische postiljons, den gierigen
+of armen reiziger, die op de boerenpleisterplaats, de paarden slechts
+tegen twee à drie kopeken per werst betaalt. De »arend” beteekent den
+reiziger die voor geen hoogen prijs terugdeinst, zonder nog de groote
+fooien te rekenen. Ook kan de raaf er geene aanspraak op maken even zoo
+snel als de keizerlijke vogel te vliegen.
+
+Michael Strogoff en Nadia namen onmiddellijk plaats in de tarentass. De
+kap werd opgezet, want de hitte was dien dag ondragelijk en om twaalf
+uur verliet de tarentass Perm, te midden van eene wolk van stof.
+Michael Strogoff was aan die manier van reizen gewend. Het horten en
+stooten hinderde hem geenszins. Hij wist dat een Russisch span noch de
+keien, noch de wagensporen, noch de modderpoelen, noch de omvergeworpen
+boomen, noch de sloten vermijdt. Zijne reisgenoote liep gevaar door het
+heen en weer slingeren van de tarentass gekwetst te worden, maar zij
+klaagde niet.
+
+Gedurende de eerste oogenblikken van de reis zeide Nadia niets, want
+zij was geheel vervuld van de gedachte om maar spoedig aan te komen.
+
+»Ik heb drie honderd wersten tusschen Perm en Ekaterinenburg geteld,
+broeder!” zeide zij. »Heb ik mij vergist?”
+
+»Gij hebt u niet vergist, Nadia,” antwoordde Michael Strogoff, »en
+wanneer wij Ekaterinenburg zullen bereikt hebben, zullen wij ons aan
+gene zijde van het Oeral-gebergte bevinden.”
+
+»Hoe lang zal die tocht door het gebergte duren?”
+
+»Acht en veertig uren, want wij zullen nacht en dag reizen. Ik zeg
+nacht en dag, want ik kan mij geen oogenblik ophouden, en ik moet
+onophoudelijk voort naar Irkoetsk.”
+
+»Ik zal u niet ophouden, broeder, neen, zelfs geen uur en wij zullen
+nacht en dag reizen.”
+
+»Welnu dan, Nadia, moge de inval der Tartaren ons den weg niet
+belemmeren, en binnen twintig dagen zullen wij aangekomen zijn!”
+
+»Gij hebt die reis reeds meer gemaakt?” vroeg Nadia.
+
+»Verscheidene malen.”
+
+»In den winter zouden wij er spoediger en zekerder komen, is het niet?”
+
+»Ja, spoediger vooral, maar ge zoudt veel door de koude en de sneeuw
+geleden hebben!”
+
+»Dat is niets! De winter is de vriend van den Rus.”
+
+»Ja, Nadia, maar wat een sterk gestel moet men hebben om aan dergelijke
+vriendschap weerstand te bieden! Ik heb dikwijls den warmtegraad in de
+Siberische steppen zien dalen tot meer dan veertig graden onder het
+vriespunt! Ik heb, in weerwil van mijne kleeding van rendierhuid, mijn
+hart voelen verstijven, mijne leden voelen krimpen, mijne voeten voelen
+bevriezen onder driedubbele wollen sokken! Ik heb de paarden van mijne
+slede bedekt gezien met een schild van ijs, en hun adem verstijfd
+gezien in hunne neusgaten. Ik heb den brandewijn in mijne reisflesch in
+een harden steen zien veranderen!.... Maar mijne slede vloog als een
+orkaan voort! Geene hinderpalen op de onafzienbare met sneeuw bedekte
+vlakte! Geen stroomen meer waarvan men genoodzaakt is de waadbare
+plaatsen op te zoeken! Geen meren meer die men in een boot moet
+oversteken! Overal het harde ijs, de vrije, de zekere weg! Maar ten
+koste van welk lijden, Nadia! Zij alleen zouden het kunnen zeggen, die
+nooit teruggekomen zijn, en waarvan de sneeuwjacht spoedig de lijken
+bedekt heeft!”
+
+»Gij zijt evenwel teruggekomen, broeder,” zeide Nadia.
+
+»Ja, maar ik ben een Siberiër, en reeds zeer jong, toen ik mijn vader
+op zijne jachten volgde, gewende ik mij aan dit harde leven. Maar toen
+gij mij zeidet, Nadia, dat de winter u niet zou tegengehouden hebben,
+dat gij alleen zoudt vertrokken zijn, gereed om tegen de
+verschrikkelijke guurheid van het Siberisch klimaat te worstelen,
+verbeeldde ik mij u reeds onder de sneeuw bedolven te zien!”
+
+»Hoeveel maal zijt gij de steppen gedurende den winter doorgetrokken?”
+vroeg het jonge meisje.
+
+»Driemaal, Nadia, wanneer ik naar Omsk ging.”
+
+»En wat gingt ge te Omsk doen?”
+
+»Mijne moeder bezoeken, die mij wachtte.”
+
+»En ik, ik ga naar Irkoetsk waar mijn vader mij verwacht. Ik ga hem de
+laatste woorden van mijne moeder overbrengen! Dat wil zeggen, broeder,
+dat niets mij zou hebben kunnen beletten te vertrekken!”
+
+»Gij zijt een braaf kind, Nadia,” antwoordde Michael Strogoff, »en God
+zelf zou u geleid hebben!”
+
+Gedurende dien dag was de tarentass door de iemschiks, die elkander bij
+elke pleisterplaats opvolgden, snel vooruit gebracht. De arenden van
+het gebergte zouden hun naam niet onteerd hebben geacht door deze
+arenden van den grooten weg. De hooge prijs voor ieder paard betaald,
+de rijke fooien, bevalen de reizigers bijzonder aan. Misschien vonden
+de postmeesters ’t zonderling, dat, na de uitvaardiging van het
+besluit, een jonge man en zijne zuster, klaarblijkelijk beide Russen,
+Siberië, dat voor elk ander gesloten was, vrij konden doortrekken, doch
+hunne papieren waren in orde, en zij hadden het recht om te passeeren.
+Ook snelde de tarentass met eene ongelooflijke snelheid de mijlpalen
+voorbij.
+
+Overigens waren Michael Strogoff en Nadia niet de eenigen, die den weg
+van Perm naar Ekaterinenburg volgden. Bij de eerste pleisterplaatsen
+had de koerier van den czaar vernomen, dat hem een rijtuig voor was,
+doch, daar hem geen paarden ontbraken, dacht hij daarover niet verder
+na. Gedurende dien dag werd van de weinige halten, waar de tarentass
+verpoosde, gebruik gemaakt om zich te ververschen. De posthuizen zijn
+hiertoe zeer goed ingericht. Overigens is, bij gebrek aan
+pleisterplaats, het huis van den Russischen boer niet minder gastvrij.
+De reiziger kan aan alle deuren aankloppen. Overal wordt hij goed
+ontvangen. De moejiek komt hem met een vriendelijk gelaat te gemoet, en
+steekt hem de hand toe. De vreemdeling, wanneer hij aankomt, is de
+bloedverwant van allen. Het is »de van God gezondene.”
+
+’s Avonds aankomende, vroeg Michael Strogoff, als door eene soort van
+instinct gedreven, aan den postmeester: hoe laat het rijtuig, dat hem
+voorafging, de pleisterplaats verlaten had.
+
+»Twee uren geleden,” antwoordde de postmeester.
+
+»Het is eene berline?”
+
+»Neen, eene telega.”
+
+»Hoeveel reizigers?”
+
+»Twee.”
+
+»En rijden zij snel?”
+
+»Het zijn arenden!”
+
+»Dat men spoedig inspanne.”
+
+Michael Strogoff en Nadia besloten geen uur op te houden, en reisden
+den geheelen nacht door.
+
+Het bleef mooi weer, doch de lucht werd langzamerhand drukkender en men
+vreesde voor een onweder, dat in de bergen altijd verschrikkelijk is.
+
+De nacht liep evenwel goed af. Ondanks het stooten van de tarentass,
+kon Nadia eenige uren slapen. De half opgezette kap liet toe om de
+weinige lucht in te ademen, waarnaar de longen zoozeer verlangden in
+den verstikkenden dampkring.
+
+Michael Strogoff bleef den geheelen nacht wakker, daar hij de iemschiks
+niet vertrouwde, die dikwijls op den bok in slaap vallen.
+
+Den volgenden dag, 20 Juli, tegen acht uur in den morgen, werd het
+Oeral-gebergte in het oosten zichtbaar.
+
+Gedurende dien dag bleef de lucht onophoudelijk betrokken, en de
+luchtgesteldheid was daardoor een weinig draaglijker, maar het weer was
+schrikkelijk stormachtig.
+
+Misschien ware het voorzichtiger geweest, zich niet midden in den nacht
+in het gebergte te wagen, en dat zou Michael Strogoff gedaan hebben,
+indien hij had kunnen wachten; maar toen de postiljon van de laatste
+wisselplaats hem op het naderen van het onweer opmerkzaam maakte,
+vergenoegde hij met te zeggen:
+
+»Eene telega is ons nog altijd vooruit?”
+
+»Ja.”
+
+»Hoeveel is zij ons vooruit?”
+
+»Ongeveer een uur.”
+
+»Vooruit dan, en eene driedubbele fooi, indien wij morgen ochtend te
+Ekaterinenburg zijn!”
+
+
+
+
+
+
+
+
+X.
+
+EEN ONWEDER IN HET OERAL-GEBERGTE.
+
+
+Het Oeral-gebergte heeft tusschen Europa en Azië eene uitgestrektheid
+van bij de drie duizend wersten (3.200 kilometer). De naam Oeral, die
+van Tartaarschen oorsprong is, of die van Poyas, volgens de Russische
+benaming, beteekent »gordel.” Dezen gordel, die van de Noordelijke
+IJszee tot de boorden van de Kaspische Zee loopt, moest Michael
+Strogoff nu overtrekken, en zooals gezegd is, had hij er goed aan
+gedaan, den weg te nemen over Perm naar Ekaterinenburg, welke laatste
+stad op de oostelijke helling van het Oeral-gebergte gelegen is. De
+nacht zou voor dien tocht in het gebergte voldoende zijn, indien geen
+ongeval tusschen beiden kwam. Ongelukkig kondigde het gerommel van den
+donder in de verte het naderen van een onweder aan, dat door den
+bijzonderen toestand van den dampkring verschrikkelijk dreigde te
+worden.
+
+Michael Strogoff bezorgde nu zoo goed mogelijk zijne gezellin. De kap,
+die een windvlaag gemakkelijk weggerukt zou hebben, werd door middel
+van touwen steviger bevestigd; men verdubbelde de strengen der paarden,
+en tot overmaat van voorzorg werd de stootplaat der assen met stroo
+omwonden, zoowel om de stevigheid der wielen te verzekeren als om de
+schokken te verzachten, die in een donkeren nacht moeielijk te
+vermijden zijn. Eindelijk werden achter- en voorstel, waarvan de assen
+eenvoudig met houten pinnen aan den bak van den tarentass bevestigd
+waren, door een dwarshout met schroeven en moeren aan elkander
+vastgeklonken.
+
+Nadia nam achter in de tarentass plaats; Michael Strogoff zette zich
+naast haar. Voor de kap, die geheel opgezet was, hingen twee leeren
+gordijnen, die, in zekere mate, de reizigers tegen den regen en de
+rukwinden moesten beschutten, en links van den bok bevonden zich twee
+groote lompe lantarens, waarvan het flauwe licht den weg niet erg
+verlichtte, maar die ten minste konden dienen om het aanrijden van een
+of ander rijtuig te verhinderen.
+
+Men ziet dus dat alle voorzorgen genomen waren en in dien
+onheilspellenden nacht was dit wel raadzaam.
+
+»Nadia, wij zijn gereed,” zeide Michael Strogoff.
+
+»Laat ons dan vertrekken,” antwoordde het meisje.
+
+Het was acht uur, en de zon ging langzamerhand onder. Doch de lucht was
+somber, ondanks de schemering, die onder die breedte lang duurt. Zeer
+dikke dampen schenen het gewelf des hemels te drukken, doch geen windje
+verplaatste ze nog. Er zou een diepe stilte geheerscht hebben zonder
+het gekraak van de wielen der tarentass, het luide hijgen der buiten
+adem zijnde paarden en het slaan hunner hoefijzers op de keien, waaruit
+van tijd tot tijd vonken vlogen.
+
+Michael Strogoff lichtte de leeren gordijnen op en bleef eenigen tijd
+voorovergebogen naar buiten kijken en de veranderingen in de lucht
+waarnemen. Tegen elf uur begon het te weerlichten, en hoe langer hoe
+erger. Van tijd tot tijd scheen het geratel van den donder zich met het
+holle gerol van het voertuig te vermengen, wanneer het over een brug
+van ruwe planken ging, die over eene of andere kloof geslagen was, en
+met het geschreeuw van den postiljon, die zijne paarden aanzette, die
+door de zwaarte van de lucht meer dan door de steilte van den weg
+vermoeid waren.
+
+»Hoe laat zullen wij op den top van den bergpas aankomen?” vroeg
+Michael Strogoff aan den iemschik.
+
+»Om éen uur in den morgen.... indien wij aankomen!” antwoordde deze het
+hoofd schuddende.
+
+»Zeg eens, vriend, het is toch niet voor den eersten keer dat je een
+onweer in het gebergte bijwoont?”
+
+»Neen, geve God dat dit niet mijn laatste zij!”
+
+»Zijt ge dan bang?”
+
+»Ik ben niet bang, maar ik zeg ’t nog eens, ge hebt verkeerd gedaan van
+te vertrekken.”
+
+»Ik zou grooter ongelijk hebben gehad zoo ik gebleven ware.”
+
+»Vooruit jongens!” riep de iemschik zijn paarden toe als een man die er
+niet was om te redetwisten, maar om te gehoorzamen.
+
+Op dit oogenblik had er in het luchtruim eene trilling plaats, alsof ze
+voortgebracht ware door een scherp oorverdoovend gefluit dat den
+dampkring doorkliefde. Op het verblindend licht van den bliksem volgde
+opeens een verschrikkelijke donderslag, en de wind barstte woedend los.
+Eenige doffe geluiden duidden aan, dat eenige oude en slecht gewortelde
+boomen de eerste aanvallen van de hevige windvlaag niet hadden kunnen
+weerstaan. Een aantal verbrijzelde stammen vlogen over den weg, na met
+geweld op de rotsen neergekomen te zijn, en stortten links in den
+afgrond, op twee honderd passen van de tarentass.
+
+De paarden waren op eens blijven stilstaan.
+
+»Vooruit dan, kereltjes,” schreeuwde de iemschik, het geklap zijner
+zweep bij het gerommel van den donder voegende.
+
+Michael Strogoff vatte de hand van Nadia.
+
+»Slaapt ge, zuster?” vroeg hij aan haar.
+
+»Neen, broeder.”
+
+»Houd u tot alles gereed. Daar is onweer.”
+
+»Ik ben gereed.”
+
+Michael had slechts den tijd de leeren gordijnen van de tarentass dicht
+te doen.
+
+De onweersbui kwam met de snelheid van den bliksem opzetten.
+
+De iemschik sprong van zijn bok en vloog naar den kop zijner paarden om
+ze tegen te houden, want een verschrikkelijk gevaar bedreigde het
+gespan.
+
+Inderdaad de tarentass bevond zich aan een draai van den weg, vanwaar
+de onweersbui kwam. Zij moest dus vlak in den wind gehouden worden,
+want wanneer zij op zij getroffen werd, zou zij omvergeslagen en in een
+diepen afgrond gestort zijn, die zich links van den weg bevond. De
+paarden, door den rukwind teruggedreven, steigerden, en hun voerman kon
+ze niet tot bedaren brengen. De arme dieren, door het weerlicht
+verblind, verschrikt door de onophoudelijke donderslagen, aan het
+losbarsten van verscheidene stukken geschut gelijk, dreigden hunne
+strengen te verbreken en op hol te gaan. De iemschik was zijne paarden
+niet meer meester.
+
+Op dit oogenblik sprong Michael Strogoff op eens uit de tarentass en
+kwam hem te hulp. Begaafd met eene meer dan gewone lichaamskracht,
+gelukte het hem, niet zonder moeite, de paarden te beteugelen.
+
+Maar de woede van den orkaan verdubbelde toen. De weg had op die hoogte
+den vorm van een trechter en de onweersbui stortte er zich in, zooals
+zij zich zou gestort hebben in de naar den wind gekeerde luchtkokers
+van een stoomschip. Terzelfder tijd begon een stortvloed van steenen en
+boomstammen van de helling af te rollen.
+
+»Wij kunnen hier niet blijven,” zeide Michael Strogoff.
+
+»Wij zullen er ook niet blijven,” riep de iemschik geheel ontsteld uit,
+terwijl hij zich met alle kracht tegen die verschrikkelijke
+verplaatsing der luchtlagen verzette. »De orkaan zal ons weldra, ja al
+schielijk onder aan den berg geworpen hebben.”
+
+»Neem je linkerpaard, lafaard!” antwoordde Michael Strogoff. »Ik sta
+voor het rechter in!”
+
+Een nieuwe aanval van den rukwind noodzaakte den postiljon en Strogoff
+zich tot op den grond te bukken, om niet omvergeworpen te worden; doch
+de tarentass werd ondanks hunne pogingen en die der paarden, die zij
+tegen den wind ophielden, een geheel eind achteruit geworpen, en zonder
+een boomstam, die hen tegenhield, zou zij van den weg geworpen zijn.
+
+»Wees niet bang, Nadia,” schreeuwde Michael Strogoff.
+
+»Ik ben niet bang,” antwoordde het meisje, zonder dat hare stem de
+minste aandoening verraadde.
+
+»Wilt ge naar beneden gaan?” vroeg de iemschik.
+
+»Neen, wij moeten naar boven! Wij moeten dien hoek om! Hooger op,
+zullen wij door de helling beschut worden!”
+
+»Maar de paarden weigeren!”
+
+»Doe zooals ik, en trek ze voort!”
+
+»De onweersbui komt weer op!”
+
+»Zult ge gehoorzamen?”
+
+»Ge begeert het!”
+
+»De vader gebiedt het!” zeide Michael Strogoff, die voor de eerste maal
+den naam van den keizer aanriep.
+
+»Vooruit dan!” riep de iemschik uit, terwijl hij het rechter paard
+greep, en Michael Strogoff het andere.
+
+De paarden, aldus vastgehouden, vervolgden met moeite hun weg, doch,
+menschen en beesten, telkens door den rukwind overvallen, konden geen
+drie stappen doen, of zij gingen er een of twee achteruit. Zij gleden
+uit, zij vielen, zij stonden weer op, en het voertuig liep gevaar van
+uit elkaar te raken. Indien de kap niet stevig ware bevestigd geweest,
+zou zij al lang afgewaaid zijn.
+
+Michael Strogoff en de iemschik hadden twee uren noodig om dit gedeelte
+van den weg op te komen, dat hoogstens een halve werst lang was, en dat
+rechtstreeks aan de onweersbui was blootgesteld. Het gevaar bestond
+toen niet alleen in dien vreeselijken orkaan, maar vooral in die
+hagelbui van steenen en verbrijzelde boomstammen, die van het gebergte
+op hen neerkwamen.
+
+Plotseling werd, bij het flikkeren van het weerlicht, een steenblok
+opgemerkt, dat zich met eene toenemende snelheid in de richting der
+tarentass bewoog. De iemschik slaakte een kreet.
+
+Michael Strogoff wilde de paarden, door een krachtigen zweepslag, doen
+vooruitgaan. Zij weigerden. Eenige stappen nog en het blok zou achter
+de tarentass voorbijrollen!....
+
+Michael Strogoff zag, in het twintigste eener seconde, de tarentass
+getroffen en zijne gezellin tegelijkertijd verpletterd! Hij begreep,
+dat hij geen tijd meer had om haar levend uit het voertuig te
+rukken!... Hij vliegt naar achter en met eene bovenmenschelijke kracht
+duwde hij met zijn rug het zware rijtuig eenige voeten vooruit.
+
+Het ontzettende blok gleed in het voorbijgaan rakelings langs de borst
+van den jongen man en sneed hem de ademhaling af, evenals een
+kanonskogel zou gedaan hebben, en verbrijzelde de keisteenen van den
+weg, die door den schok vonken van zich afwierpen.
+
+»Broeder!” had Nadia geheel ontsteld uitgeroepen, die alles bij het
+licht van den bliksem gezien had.
+
+»Nadia,” antwoordde Michael Strogoff, »Nadia, heb maar geen vrees!”....
+
+»Voor mij behoefde ik geen vrees te hebben!”
+
+»God is met ons, zuster!”
+
+»Met mij zeer zeker, broeder, wijl Hij u op mijn weg geplaatst heeft!”
+zeide het meisje.
+
+Het voortduwen van de tarentass had goed geholpen dank zij de
+krachtsinspanning van Michael Strogoff. De paarden, geheel versuft en
+om zoo te zeggen voortgesleept door Michael Strogoff en den iemschik,
+kwamen weder op den rechten weg en bereikten een engen bergpas, die hen
+tegen de dadelijke aanvallen van den storm zou beschutten.
+
+Het was nu één uur in den morgen geworden, en hoe groot het ongeduld
+van Michael Strogoff ook was, hij moest in dien bergpas blijven totdat
+het hevigste van den storm voorbij was.
+
+»Wachten, dat is eene ernstige zaak,” zeide Michael Strogoff, »en toch
+is dit beter, om niet gevaar te loopen grooter vertraging te
+ondervinden. De hevigheid van het onweer doet mij hopen dat het weldra
+op zal houden. Tegen drie uur zal de dag wel aanbreken, en het afdalen,
+dat wij in het donker niet kunnen wagen, zal ten minste na zonsopgang
+zoo niet gemakkelijk, dan toch mogelijk worden.
+
+»Laat ons wachten, broeder,” zeide Nadia, »doch indien gij uw vertrek
+vertraagt, dat het dan niet zij om mij eene vermoeienis of een gevaar
+te besparen!”
+
+»Nadia, ik weet, dat gij besloten zijt alles te trotseeren, maar, door
+ons beiden in verdenking te brengen, zou ik meer dan mijn leven wagen,
+meer dan het uwe, ik zou den plicht verzuimen die ik boven te vervullen
+heb!”
+
+»Een plicht!....” mompelde Nadia.
+
+Op dit oogenblik verscheurde een hevige bliksemstraal het hemelgewelf
+en terstond weergalmde een korte donderslag. De lucht werd door eene
+zwavelachtige en verstikkende vloeistof vervuld, en een groep
+hoogstammige pijnboomen op twintig passen van de tarentass door den
+bliksem getroffen, ontvlamde als eene reusachtige toorts. De iemschik,
+door een soort van terugschok ter aarde geworpen, stond gelukkig zonder
+letsel weer op.
+
+Vervolgens, nadat het laatste geratel van den donder in de diepten van
+het gebergte verdwenen was, voelde Michael Strogoff de hand van Nadia
+sterk de zijne drukken, en hij hoorde deze woorden aan zijn oor
+fluisteren:
+
+»Kreten, broeder! Luister!”
+
+
+
+
+
+
+
+
+XI.
+
+REIZIGERS IN DOODSNOOD.
+
+
+Inderdaad hadden zij, gedurende deze korte stilte, angstkreten gehoord
+op het bovenste gedeelte van den weg en op vrij korten afstand van de
+bocht, die de tarentass in den bergpas beschutte.
+
+Het was een wanhoopskreet van een reiziger, die waarschijnlijk in
+doodsnood verkeerde.
+
+Michael Strogoff luisterde.
+
+De iemschik luisterde ook, maar het hoofd schuddende, alsof hij het
+voor onmogelijk scheen te houden op dit geroep te antwoorden.
+
+»Het zijn reizigers die om hulp roepen!...” riep Nadia uit.
+
+»Als ze alleen op ons rekenen!...” antwoordde de iemschik.
+
+»Waarom niet?” riep Michael Strogoff uit. »Hetgeen zij in dergelijke
+omstandigheden voor ons zouden doen, moeten wij dat ook niet voor hen
+doen?”
+
+»Maar ge zult toch het rijtuig en de paarden niet blootstellen!...”
+
+»Ik zal te voet gaan,” antwoordde Michael Strogoff, den iemschik in de
+rede vallende.
+
+»Ik ga met u mee, broeder,” zeide het meisje.
+
+»Neen, Nadia, gij moet hier blijven. De iemschik zal bij u blijven. Ik
+wil hem niet alleen laten....”
+
+»Ik zal hier blijven,” antwoordde Nadia.
+
+»Wat er ook gebeure, verlaat deze plaats niet!”
+
+»Gij zult mij hier terugvinden.”
+
+Michael Strogoff drukte de hand zijner gezellin en de bocht der helling
+omloopende, verdween hij plotseling in de duisternis.
+
+»Uw broeder heeft ongelijk,” zeide de iemschik tot het jonge meisje.
+
+»Hij heeft gelijk,” antwoordde Nadia eenvoudig.
+
+Michael Strogoff liep ijlings den weg op. Had hij groote haast om hen
+te hulp te snellen die de noodkreten slaakten, nog grooter was zijn
+verlangen om te weten, wie die reizigers konden zijn, die het onweer
+niet verhinderd had zich in het gebergte te wagen, want hij twijfelde
+niet of het waren zij, wier telega zijne tarentass altijd vooruit was.
+
+Het had met regenen opgehouden, maar de windvlagen werden hoe langer
+hoe heviger. De kreten, door den sterken luchtstroom nader gebracht,
+werden hoe langer hoe duidelijker. Van de plaats waar Michael Strogoff
+Nadia achtergelaten had kon men niets zien, daar de weg zeer bochtig
+was. De rukwinden, plotseling bij die veel bochten gebroken pakten zich
+samen, en Michael Strogoff moest eene meer dan gewone kracht
+ontwikkelen om er zich door heen te worstelen.
+
+Maar het bleek weldra dat de reizigers, wier kreten gehoord werden,
+niet veraf meer konden zijn, want hunne woorden kwamen vrij duidelijk
+tot zijn oor.
+
+Ziehier nu wat hij, niet zonder eenige verwondering hoorde:
+
+»Stommerik! kom je haast?”
+
+»Bij de eerste wisselplaats de beste, zal ik je met den knoet laten
+geven!”
+
+»Hoor je, postiljon van den duivel! Hei daar!”
+
+»Zoo rijden ze je nu in dit land!...”
+
+»En dat noemen ze een telega!”
+
+»He! aartsdomkop! Hij rijdt maar door en schijnt niet te bemerken dat
+hij ons op den weg laat staan.”
+
+»Mij zoo te behandelen! een van geloofsbrieven voorzien Engelschman! Ik
+zal mijn beklag aan de kanselarij doen en ik zal hem laten ophangen!”
+
+Hij, die zoo sprak, was wezenlijk in volle woede. Doch, opeens scheen
+het Michael Strogoff toe, alsof de tweede spreker partij trok van
+hetgeen er gaande was, want een schaterend gelach, dat te midden van
+zulk een tooneel het minst verwacht werd, weerklonk plotseling en werd
+gevolgd door deze woorden:
+
+»Neen, dat is waarlijk al te kluchtig!”
+
+»Durft gij hierom te lachen!” zeide de Engelschman op een vrij scherpen
+toon.
+
+»Welzeker, waarde collega, en zeer hartelijk, en dat is het beste dat
+ik kan doen! Ik raad u aan hetzelfde te doen! Op mijn woord van eer,
+het is al te kluchtig, men heeft dat nog nooit gezien!....”
+
+Op dit oogenblik vervulde een hevige donderslag den bergpas met een
+verschrikkelijk geratel, dat de echo’s van het gebergte nog
+weerkaatsten. Terstond na dat geratel weergalmde opnieuw de vroolijke
+stem, zeggende:
+
+»Ja, buitengemeen kluchtig! Zoo iets zou zeker in Frankrijk niet
+gebeuren!”
+
+»Noch in Engeland!” gaf de Engelschman ten antwoord.
+
+Op den door de bliksemstralen hel verlichten weg bemerkte Michael
+Strogoff nu, op twintig passen afstand, twee reizigers naast elkander
+gezeten op de achterste bank van een zonderling voertuig, dat zeer diep
+in een of ander wagenspoor scheen geraakt te zijn.
+
+Michael Strogoff naderde de beide reizigers, waarvan de een voortging
+met lachen, en de andere met vloeken en tieren, en hij herkende de
+dagblad-correspondenten, die op de Kaukasus met hem de reis van
+Nijni-Novgorod naar Perm gemaakt hadden.
+
+»He! goeden dag, mijnheer!” riep de Franschman uit. »Het doet mij
+genoegen u bij deze gelegenheid te ontmoeten. Mag ik u mijn
+boezemvriend, mijnheer Blount, voorstellen?”
+
+De Engelsche reporter groette, en wellicht zou hij volgens de regels
+der beleefdheid, op zijn beurt zijn collega Alcide Jolivet voorgesteld
+hebben, toen Michael Strogoff hem zeide:
+
+»Onnoodig heeren, wij kennen elkander, wij hebben reeds te zamen op de
+Wolga gereisd.”
+
+»Ha! zeer goed! perfect! mijnheer?....”
+
+»Nikolaas Korpanoff, koopman van Irkoetsk,” antwoordde Michael
+Strogoff. »Maar zeg mij toch eens welk ongeval, zoo droevig voor den
+een en zoo vermakelijk voor den ander, u overkomen is?”
+
+»Oordeel zelf, mijnheer Korpanoff,” antwoordde Alcide Jolivet.
+»Verbeeld u dat onze postiljon met het voorstel van zijn helsch
+voertuig vertrokken is, terwijl hij ons op het achterstel van zijn
+bespottelijk rijtuig in den steek laat. De slechtste helft van de
+telega voor twee personen, geen leidsels, geen paarden meer! Is dat
+niet uitermate kluchtig?”
+
+»Kluchtig in het geheel niet!” antwoordde de Engelschman.
+
+»Maar zeer zeker, collega! Gij weet waarlijk niet de zaken van den
+goeden kant te nemen!”
+
+»En hoe, ik vraag het u, hoe zullen wij onzen weg kunnen vervolgen?”
+vroeg Harry Blount.
+
+»Niets eenvoudiger,” antwoordde Alcide Jolivet. »Gij spant u zelven
+voor dat gedeelte van het voertuig, dat ons overblijft; ik, ik zal de
+leidsels houden, en ik zal u mijn kereltje noemen, als een ware
+iemschik; gij zult loopen als een echt postpaard!”
+
+»Mijnheer Jolivet,” zeide de Engelschman, »dit gekscheren gaat alle
+palen te buiten, en....”
+
+»Wees maar bedaard, collega. Wanneer ge uitgeput zult zijn, dan zal ik
+u vervangen en ge zult het recht hebben mij uit te schelden voor
+leelijke slak, als ik er niet flink van door ga!”
+
+Alcide Jolivet zeide dat alles zoo vroolijk weg, dat Michael Strogoff
+niet kon nalaten te glimlachen.
+
+»Heeren,” zeide hij toen, »ik weet beter. Wij zijn hierboven in den
+bergpas aangekomen op vijf honderd pas van hier, en bijgevolg hebben
+wij nu slechts de helling af te dalen. Ik zal u een mijner paarden
+leenen, en morgen, als er niets tusschenbeiden komt, zullen wij te
+zamen te Ekaterinenburg aankomen.
+
+»Mijnheer Korpanoff,” antwoordde Alcide Jolivet, »dat is een voorstel
+dat een edelmoedig hart verraadt!”
+
+»Mijnheer,” voegde Michael Strogoff er bij, »indien ik u niet aanbied
+om in mijn tarentass plaats te nemen dan is de reden daarvan, dat er
+slechts twee plaatsen in zijn, die door mijne zuster en mij reeds zijn
+ingenomen.”
+
+»Kom, kom, mijnheer!” antwoordde Alcide Jolivet, »mijn collega en ik
+zouden met uw paard en het achterstel van mijn telega wel naar het
+andere einde van de wereld kunnen gaan!”
+
+»Mijnheer,” hernam Harry Blount, »wij nemen uw beleefd aanbod aan. Wat
+den iemschik betreft....”
+
+»O! geloof maar dat het niet voor de eerste maal is dat hem een
+dergelijk ongeval overkomt!” zeide Michael Strogoff.
+
+»Maar waarom komt hij dan niet terug? Hij weet zeer goed dat hij ons
+heeft achtergelaten, die ellendeling!”
+
+»Hij? daar heeft hij zelfs geen besef van!”
+
+»Wat! Zou die sukkel niet weten dat de beide deelen van zijne telega
+gescheiden zijn?”
+
+»Hij weet het niet, en in het volste vertrouwen van de wereld voert hij
+zijn voorstel naar Ekaterinenburg!”
+
+»En of ik u niet zeide dat het allerkluchtigst was, collega!” riep
+Alcide Jolivet uit.
+
+»Nu dan, heeren, wanneer gij mij wilt volgen,” hernam Michael Strogoff,
+»dan zullen wij naar mijn rijtuig gaan en....”
+
+»Maar de telega?” merkte de Engelschman op.
+
+»Vrees niet dat zij weg zal vliegen, mijn waarde Blount,” riep Alcide
+Jolivet. »Zij zit zoo vast in den grond geworteld, dat wanneer men ze
+er inliet, er in de lente bladeren aan zouden komen!”
+
+»Kom dan, heeren,” zeide Michael Strogoff, »en wij zullen de tarentass
+hier halen.”
+
+De Franschman en de Engelschman sprongen van de achterste bank af, die
+nu voorste bank of bok geworden was, en volgden Michael Strogoff.
+
+Alcide Jolivet, die maar altijd met schertsen voortging, zeide tot
+Michael Strogoff: »mijnheer Korpanoff, gij redt ons wezenlijk uit eene
+groote verlegenheid!”
+
+»Mijnheer,” antwoordde Michael Strogoff, »ik heb slechts gedaan wat elk
+ander in mijne plaats zou gedaan hebben. Indien de reizigers elkander
+niet hielpen, dan moest men de wegen maar afsluiten!”
+
+»Tot wederdienst bereid, mijnheer. Wanneer gij ver de steppen ingaat,
+is het wel mogelijk dat wij elkander weer zullen ontmoeten en....”
+
+Alcide Jolivet vroeg Michael Strogoff niet bepaaldelijk waar hij naar
+toe ging, maar deze, geen achterdocht willende verwekken, antwoordde
+terstond:
+
+»Ik ga naar Omsk, mijne heeren.”
+
+»En mijnheer Blount en ik,” hernam Jolivet, »wij gaan zoo wat hier en
+daar; daar waar misschien een kogel, maar, zeker een of ander nieuws op
+te vangen is.”
+
+»In de overheerde provinciën?” vroeg Michael Strogoff eenigszins
+driftig.
+
+»Juist, mijnheer Korpanoff, en het is wel waarschijnlijk dat wij
+elkander daar niet zullen ontmoeten!”
+
+»Dat is zeker, mijnheer,” antwoordde Michael Strogoff. »Ik houd heel
+weinig van geweerschoten en lanssteken; ik ben te vredelievend van
+natuur, om mij te wagen daar waar men vecht.”
+
+»Het spijt mij wezenlijk, mijnheer, dat wij zoo gauw van elkander
+zullen moeten scheiden! Maar, wanneer wij Ekaterinenburg verlaten, zal
+ons gelukkig gesternte ons misschien nog wel te zamen laten reizen, al
+was het maar gedurende eenige dagen!”
+
+»Gij begeeft u naar Omsk?” vroeg Michael Strogoff na een oogenblik
+overdenkens.
+
+»Wij weten het nog niet,” antwoordde Alcide Jolivet, »maar zeker gaan
+wij rechtstreeks naar Ichim door, en eenmaal daar zijnde, zullen wij
+naar gelang van omstandigheden handelen.”
+
+»Welnu, heeren,” zeide Michael Strogoff, »dan zullen wij te zamen naar
+Ichim reizen.”
+
+Michael Strogoff had zeker liever alleen gereisd, maar zonder dat het
+ten minste zonderling zou schijnen, kon hij niet trachten zich van twee
+reizigers te scheiden, die denzelfden weg gingen, als hij. Overigens,
+daar Alcide Jolivet en zijn reisgenoot plan hadden te Ichim op te
+houden, zonder onmiddellijk naar Omsk door te reizen, zoo bestond er
+geen zwarigheid, dit gedeelte van de reis met hen mede te maken.
+
+»Welnu, heeren,” antwoordde hij, »dat is dan afgesproken. Wij zullen te
+zamen de reis voortzetten.”
+
+Vervolgens vroeg hij op den onverschilligsten toon:
+
+»Weet gij met eenige zekerheid, tot hoever de Tartaren zijn
+doorgedrongen?”
+
+»Om de waarheid te zeggen, mijnheer, wij weten er niet meer van dan men
+te Perm vertelde,” antwoordde Alcide Jolivet. »De Tartaren van
+Feofar-Khan hebben de geheele provincie Semipalatinsk overheerd, en
+sedert eenige dagen rukken zij met versnelden marsch langs de Irtisch
+voort. Gij moet u dus haasten, zoo gij vóor hen te Omsk wilt aankomen.”
+
+»Waarlijk?” zeide Michael Strogoff.
+
+»Men voegde er ook nog bij, dat het kolonel Ogareff gelukt was vermomd
+de grenzen over te komen en dat hij zich weldra bij het Tartaarsche
+opperhoofd te midden van het opgestane land zou voegen.”
+
+»Maar hoe zou men dat te weten zijn gekomen?” vroeg Michael Strogoff,
+voor wien deze min of meer ware tijdingen van rechtstreeks belang
+waren.
+
+»Wel, zooals men al die dingen te weten komt,” antwoordde Alcide
+Jolivet. »Dit zit in de lucht.”
+
+»En hebt gij gegronde reden om te gelooven dat kolonel Ogareff in
+Siberië is?”
+
+»Ik heb zelfs hooren zeggen, dat hij den weg over Kazan naar
+Ekaterinenburg zou genomen hebben.”
+
+»Ha! gij wist dat, mijnheer Jolivet,” zeide Harry Blount toen, wiens
+tong losraakte door de opmerking van den Franschen correspondent.
+
+»Ik wist het,” antwoordde Alcide Jolivet.
+
+»En wist gij, dat hij als Zigeuner vermomd zou zijn?” vroeg Harry
+Blount.
+
+»Als zigeuner!” riep Michael Strogoff onwillekeurig uit, die zich de
+tegenwoordigheid van den ouden Zigeuner te Nijni-Novgorod, zijne reis
+aan boord van de Kaukasus en zijne ontscheping te Kazan herinnerde.
+
+»Ik wist er genoeg van om er het onderwerp van een brief aan mijne
+nicht van te maken,” antwoordde Alcide Jolivet glimlachende.
+
+»Gij hebt uw tijd te Kazan wel besteed,” merkte de Engelschman op een
+drogen toon aan.
+
+»Zeker, waarde collega, en terwijl de Kaukasus zich van voorraad
+voorzag, deed ik zooals de Kaukasus!”
+
+Michael Strogoff luisterde niet meer naar de woordenwisseling tusschen
+Harry Blount en Alcide Jolivet. Hij dacht aan dien troep Zigeuners, aan
+dien ouden Zigeuner, wiens gezicht hij niet had kunnen zien, aan de
+zonderlinge vrouw, die hem vergezelde, aan den zonderlingen blik, dien
+zij op hem geworpen had, en hij begon al de bijzonderheden van die
+ontmoeting in zijn geest te verzamelen, toen een schot zich op een
+korten afstand deed hooren.
+
+»Ha! heeren, vooruit!” riep Michael Strogoff uit.
+
+»Kijk! voor een waardig koopman, die de schoten vermijdt,” zeide Alcide
+Jolivet tot zichzelf, »loopt hij zeer snel naar de plaats, waar zij
+vallen!”
+
+En gevolgd door Harry Blount, die er de man niet naar was om achter te
+blijven, liep hij Michael Strogoff achterna.
+
+Eenige oogenblikken daarna bevonden zij zich tegenover de overhellende
+rots, die de tarentass beveiligde.
+
+De groep pijnboomen, door den bliksem getroffen, brandde nog. De weg
+was woest en verlaten. Michael Strogoff had zich evenwel niet vergist.
+Hij had het schot van een of ander vuurwapen gehoord.
+
+Plotseling deed zich een verschrikkelijk gebrul hooren, en er viel een
+tweede schot.
+
+»Een beer!” riep Michael Strogoff uit, die zich in dat gebrul niet kon
+vergissen. »Nadia! Nadia!” En, een jachtmes uit zijn gordel trekkende,
+snelde Michael Strogoff ijlings naar de plaats waar het meisje beloofd
+had hem te wachten.
+
+Op het oogenblik dat hij de tarentass nadert, ziet hij, bij het licht
+der brandende pijnboomen, eene ontzettende massa hem, al
+terugtrekkende, naderen.
+
+Het was een reusachtige beer. De storm had hem uit de nabijgelegen
+bosschen gejaagd, en hij was komen schuilen op een plek, die zonder
+twijfel zijn gewoon verblijf was, maar die toen door Nadia was
+ingenomen.
+
+Twee der paarden, verschrokken op het gezicht van het verschrikkelijke
+dier, hadden hunne strengen verbrekende, de vlucht genomen, en de
+iemschik, alleen aan zijne beesten denkende, en vergetende dat het
+jonge meisje zich alleen tegenover den beer zou bevinden, was hen
+achterna gesneld. Het moedige meisje had haar tegenwoordigheid van
+geest niet verloren. Het dier, dat haar in het eerst niet gezien had,
+had het laatste paard van het span aangevallen. Nadia, de plaats toen
+verlatende, waar zij neergedoken zat, was naar het rijtuig geloopen,
+had een der revolvers van Michael Strogoff gegrepen, en stoutmoedig op
+den beer afgaande, loste zij van zeer nabij een schot op hem.
+
+Het dier, aan den schouder licht gekwetst, had zich naar het meisje
+gekeerd, dat eerst gezocht had hem te ontwijken door rondom de
+tarentass te loopen, waarvan het paard zijn strengen trachtte te
+verbreken. Eindelijk, vreezende geen paarden meer te zullen hebben om
+de reis voort te zetten, loopt zij opnieuw regelrecht op den beer aan,
+en met eene verwonderlijke koelbloedigheid had zij, op het oogenblik
+dat de klauwen van het dier op haar hoofd zouden neerkomen, een tweede
+schot op hem gelost.
+
+Het was dat tweede schot dat Michael Strogoff zooeven gehoord had en
+waarop hij toegesneld was. In een sprong wierp hij zich tusschen den
+beer en het jonge meisje. Zijn arm had slechts eene enkele beweging van
+onder naar boven gemaakt, en het gedrochtelijk dier opengesneden van de
+buik tot de keel, viel op den grond als een logge massa. Het was een
+proefstuk van de behendigheid der Siberische jagers, die er op staan de
+kostbare huid der beren niet te beschadigen, waarvan zij eene hooge
+prijs maken.
+
+»Zijt gij niet gewond, zuster?” vroeg Michael Strogoff, ijlings naar
+het jonge meisje toesnellende.
+
+»Neen, broeder,” antwoordde Nadia.
+
+Op dit oogenblik verschenen de beide dagbladschrijvers. Alcide Jolivet
+vloog naar den kop van het paard, en daar hij zeer sterk in de vuist
+was, gelukte het hem het te bedwingen. Zijn reismakker en hij hadden de
+snelle beweging van Michael Strogoff opgemerkt.
+
+»Drommels!” riep Alcide Jolivet uit, »voor een eenvoudig koopman,
+mijnheer Korpanoff, hanteert gij vrij aardig een hartsvanger.”
+
+»Zeer aardig zelfs,” voegde Harry Blount er bij.
+
+»In Siberië, heeren,” antwoordde Michael Strogoff, »zijn wij
+genoodzaakt zoo wat van alles te doen!”
+
+Alcide Jolivet keek toen de jonge man aan. In het volle licht gezien,
+met het bebloede mes in de hand, met zijn hooge gestalte, met zijn koen
+gelaat, met den voet op het lichaam van den beer, dien hij
+terneergeveld had, was Michael Strogoff schoon om te zien.
+
+»Een stevige klant!” zeide Alcide Jolivet tot zich zelf.
+
+Vervolgens eerbiedig met den hoed in de hand naderende, kwam hij het
+jonge meisje groeten.
+
+Nadia maakte eene lichte buiging.
+
+Zich toen tot zijn reismakker keerende, zeide Alcide Jolivet:
+
+»De zuster is de broeder waard! indien ik een beer ware, zou ik dit
+geduchte en bekoorlijke paar uit de voeten blijven!”
+
+Harry Blount stond als een paal met zijn hoed in de hand op eenigen
+afstand. De bevallige losheid van zijn reisgenoot deed nog meer zijne
+gewone stijfheid uitkomen.
+
+Op dit oogenblik verscheen de iemschik, wien het gelukt was zijne twee
+paarden te vangen. Hij wierp een blik vol spijt op het prachtige dier,
+dat op den grond lag, en dat hij genoodzaakt zou zijn ten prooi aan de
+roofvogels te laten; daarna ging hij zijn span weder in orde brengen.
+
+Michael Strogoff maakte hem toen bekend met den toestand der beide
+reizigers, en met zijn plan een der paarden van de tarentass te hunner
+beschikking te stellen.
+
+»Het is mij wel!” antwoordde de iemschik. »Alleen twee rijtuigen in
+plaats van een....”
+
+»Goed, vriendje!” antwoordde Alcide Jolivet, welke die aanmerking
+begreep, »men zal u dubbel betalen.”
+
+»Vooruit dan, kereltjes,” riep de iemschik.
+
+Nadia was weer in de tarentass gaan zitten; Michael Strogoff en zijne
+beide reisgenooten volgden te voet.
+
+Het was drie uur. De onweersbui was aan het afnemen, de weg werd snel
+opgereden, en de telega werd weldra bereikt: zij was tot aan de as in
+de modder gezakt. Een der paarden van de tarentass werd er nu door
+middel van touwen voorgespannen. De beide dagbladschrijvers namen nu
+weder plaats op de bank van hun zonderling voertuig, en de rijtuigen
+zetten zich terstond in beweging.
+
+Zij hadden nu slechts de hellingen van den Oeral af te rijden, hetgeen
+geene moeielijkheid opleverde. Zes uren daarna kwamen de beide
+voertuigen, het eene na het andere, te Ekaterinenburg aan, zonder dat
+eenig ongeval het tweede gedeelte hunner reis verstoord had.
+
+De eerste persoon, dien de dagbladschrijvers aan de deur van het
+posthuis bemerkten, was hun iemschik, die hen scheen op te wachten.
+
+Deze waardige Rus had waarlijk een goed gezicht en zonder de minste
+verlegenheid en met een glimlachend oog, naderde hij zijne reizigers en
+vroeg hun, zijne hand uitstrekkende, om zijne fooi.
+
+De waarheid dwingt om te zeggen, dat de woede van Harry Blount met eene
+echt Britsche hevigheid losbarstte, en zoo de iemschik niet voorzichtig
+achteruitgegaan ware, zou een vuistslag, volgens al de regels van het
+boksrecht, hem het navodko in zijn volle aangezicht betaald hebben.
+
+Alcide Jolivet, deze woede ziende, lachte zooals hij misschien nog
+nooit gelachen had.
+
+»Wel, hij heeft gelijk, die arme duivel!” riep hij uit. »Hij is in zijn
+recht, mijn waarde collega! Het is zijn schuld niet, dat wij geen
+middel gevonden hebben hem te volgen!”
+
+En eenige kopeken uit zijn zak halende:
+
+»Hier, vriend,” zeide hij tot den iemschik, »steek dat in je zak.
+Indien je ze niet verdiend hebt, is dat je schuld niet!”
+
+Dit verdubbelde nog de opgewondenheid van Harry Blount, die het den
+postmeester wilde wijten, en hem een proces aandoen.
+
+»Een proces! in Rusland!” riep Alcide Jolivet uit. »Als de zaken niet
+veranderd zijn, collega, dan zoudt gij er het einde niet van beleven!
+Kent gij dan de geschiedenis niet van die Russische min, die van de
+familie van haar zuigeling het loon van twaalf maanden zoogen
+vorderde?”
+
+»Ik ken ze niet,” antwoordde Harry Blount.
+
+»Dan weet gij ook niet wat er van dien zuigeling geworden was, toen de
+uitspraak in het rechtsgeding gunstig voor hem uitviel.”
+
+»En wat was er dan van hem geworden?”
+
+»Een kolonel van de huzaren der garde!”
+
+En op dit antwoord begonnen allen te schateren van het lachen.
+
+Wat Alcide Jolivet betreft, opgetogen over zijn snedig antwoord, nam
+zijn aanteekenboekje uit den zak, en schreef er al glimlachende deze
+nota in op, bestemd om in het Moscovische woordenboek opgenomen te
+worden:
+
+»Telega, Russisch rijtuig met vier wielen, wanneer het vertrekt, en met
+twee wielen, wanneer het aankomt!”
+
+
+
+
+
+
+
+
+XII.
+
+EENE UITDAGING.
+
+
+Ekaterinenburg is eene stad van Azië, want zij is aan gene zijde van
+het Oeral-gebergte gelegen, op de laatste oostelijke hellingen van de
+bergketen. Niettemin is zij aan het gouvernement Perm onderhoorig, en,
+bijgevolg is zij begrepen in een der groote verdeelingen van
+Europeesch-Rusland.
+
+Noch Michael Strogoff, noch de beide correspondenten behoefden verlegen
+te wezen om middelen van vervoer te vinden in zulk een aanzienlijke
+stad, sedert 1723 gesticht.
+
+Te Ekaterinenburg bevindt zich de eerste Munt van het geheele Rijk;
+aldaar is het algemeene bestuur der mijnen gevestigd. Deze stad is dus
+een belangrijk middelpunt van nijverheid, in een land waar
+metaalgieterijen en andere exploitatiën, waar goud- en zilvererts
+gewasschen wordt, gevonden worden.
+
+Op dit tijdstip was de bevolking van Ekaterinenburg zeer aangegroeid.
+Russen en Siberiërs, door den inval der Tartaren bedreigd, waren er
+naar toe gevloeid, na uit de provinciën gevlucht te zijn, die reeds
+door de horden van Feofar-Khan waren overheerd, en voornamelijk uit het
+land der Kirgiezen, dat zich ten zuidwesten van de Irtisch tot de
+grenzen van Turkestan uitstrekt.
+
+Waren dus de middelen van vervoer om Ekaterinenburg te bereiken,
+zeldzaam geweest, zij waren integendeel overvloedig om de stad te
+verlaten. In de tegenwoordige omstandigheden hadden de reizigers er
+weinig lust in om zich op Siberische wegen te wagen.
+
+Uit dien samenloop van omstandigheden volgde nu dat Harry Blount en
+Alcide Jolivet gemakkelijk gelegenheid vonden om de beruchte halve
+telega die hen, zoo goed en zoo kwaad mogelijk, naar Ekaterinenburg
+vervoerd had, door een geheele telega te vervangen. Wat Michael
+Strogoff betrof, de tarentass was zijn eigendom, en ze had niet erg
+geleden door de reis over het Oeral-gebergte. Het zou voldoende zijn er
+drie goede paarden voor te spannen, om snel den weg naar Irkoetsk af te
+leggen.
+
+Tot Tioemen, en zelfs tot Novo-Zaimskoe, is die weg vrij oneffen, maar,
+voorbij de wisselplaats van Novo-Zaimskoe begint de onmetelijke steppe,
+die zich uitstrekt tot dicht bij Krasnoïarsk, over eene uitgestrektheid
+van ongeveer zeventien honderd wersten (1.815 kilometer).
+
+Men weet, dat de beide correspondenten voornemens waren zich naar Ichim
+te begeven. Daar moesten zij met de gebeurtenissen te rade gaan,
+vervolgens de overheerde streken doortrekken, hetzij te zamen, hetzij
+afzonderlijk, al naar gelang hun jagersinstinct hen op een of ander
+spoor zou brengen.
+
+Nu was de eenige weg, dien Michael Strogoff kon nemen, die van
+Ekaterinenburg naar Ichim. Maar hij, die geen nieuws opspoorde, en die
+integendeel het door de overweldigers geteisterde land zou hebben
+willen vermijden, was vast besloten zich nergens op te houden.
+
+»Heeren,” zeide hij dus tot zijne nieuwe reisgezellen, »het zal mij
+zeer aangenaam zijn met u een gedeelte van mijne reis te doen, maar ik
+moet u zeggen dat ik zeer gehaast ben, want mijne zuster en ik gaan
+onze moeder te Omsk opzoeken. Wie weet, of wij er zelfs zullen kunnen
+komen vóor dat de Tartaren de stad overweldigd zullen hebben! Ik houd
+mij dus aan de pleisterplaatsen slechts zoolang op als er tijd noodig
+is om van paarden te verwisselen, en ik zal nacht en dag doorreizen!”
+
+»Wij zijn van plan hetzelfde te doen,” antwoordde Harry Blount.
+
+»Goed,” hernam Michael Strogoff, »maar verliest dan geen oogenblik.
+Huurt of koopt een rijtuig waarvan....”
+
+»Waarvan het achterstel,” voegde Alcide Jolivet er bij, »wel zoo goed
+zal zijn tegelijkertijd als het voorstel te Ichim aan te komen.”
+
+Een half uur later had de ijverige Franschman, trouwens gemakkelijk
+eene tarentass gevonden, bijna gelijk aan die van Michael Strogoff en
+waarin zijn reisgenoot en hij terstond plaats namen.
+
+Michael Strogoff en Nadia zetten zich ook in hun voertuig, en ’s
+middags te twaalf uur verlieten de beide spannen te zamen de stad
+Ekaterinenburg.
+
+Nadia was eindelijk in Siberië en op dien langen weg, die naar Irkoetsk
+voert! Welke moesten toen wel de gedachten van het Lijflandsche meisje
+zijn? Drie snelle paarden voerden haar naar dat verbanningsoord, waarin
+haar vader veroordeeld was te leven, misschien voor lang, en zoover van
+zijn geboorteland! Maar ternauwernood zagen hare oogen die lange
+steppen zich ontrollen, die een oogenblik voor haar afgesloten waren
+geweest, want haar blik ging verder dan den gezichteinder, waarachter
+zij het gelaat van den banneling zocht! Zij merkte niets op van het
+land dat zij doortrok met eene snelheid van vijftien wersten per uur,
+niets van deze streken van West-Siberië zoo verschillend van die in het
+Oostelijk Siberië. Hier inderdaad vindt men geen bebouwde akkers, een
+armen bodem, ten minste aan zijne oppervlakte, want zijne ingewanden
+bevatten overvloedig ijzer, koper, platina en goud. Daarom vindt men
+hier ook overal exploitatiën van nijverheid, doch zeldzaam inrichtingen
+van landbouw. Hoe zou men ook hier handen vinden, om den grond te
+bebouwen wanneer het voordeeliger is den bodem met kruitmijnen en
+houweel om te wroeten? Hier heeft de boer voor den mijnwerker plaats
+gemaakt. Het houweel is hier overal bezig; de spade nergens.
+
+Intusschen dwaalden de gedachten van Nadia soms van de verre provinciën
+van het meer Baïkal af, en vestigden zij zich op haren tegenwoordigen
+toestand. Het beeld van haar vader verdween dan een oogenblik en zij
+zag haar edelmoedigen reisgenoot allereerst op den spoorweg naar
+Wladimir, waar de Voorzienigheid haar hem voor de eerste maal had laten
+ontmoeten. Zij herinnerde zich zijne voorkomendheid gedurende de reis,
+hare aankomst aan het politiebureau te Nijni-Novgorod, den hartelijken
+eenvoud, waarmede hij tot haar gesproken had met haar zijne zuster te
+noemen, zijne gedienstigheid jegens haar gedurende de reis op de Wolga,
+eigenlijk alles wat hij gedaan had gedurende dien verschrikkelijken
+nacht van het onweer in het Oeral-gebergte om haar leven met gevaar van
+het zijne te verdedigen! Nadia dacht dus aan Michael Strogoff. Zij
+dankte God dat Hij op het rechte tijdstip dien dapperen beschermer,
+dien edelmoedigen en bescheiden vriend, zoo juist van pas op haar weg
+geplaatst had. Zij gevoelde zich in veiligheid bij hem, onder zijne
+hoede. Een eigen broeder had niet beter kunnen handelen! Zij duchtte
+geen hinderpalen meer, zij meende nu haar doel zeker te bereiken.
+
+Wat Michael Strogoff betreft, hij sprak en dacht veel na. Van zijn kant
+ook dankte hij God dat Hij hem in de ontmoeting met Nadia, het middel
+gegeven had om tegelijkertijd zijne wezenlijke persoonlijkheid te
+verbergen en eene goede daad te verrichten. De kalme onverschrokkenheid
+van het jonge meisje behaagde aan zijne manhaftige ziel. Waarom was zij
+niet in werkelijkheid zijne zuster? Hij gevoelde evenveel eerbied als
+genegenheid voor zijne schoone en heldhaftige gezellin. Hij gevoelde
+dat het een dier zuivere en zeldzame harten was, waarop men rekenen
+kan. Evenwel, sedert hij den Siberischen bodem betreden had, waren de
+ware gevaren voor Michael Strogoff begonnen. Zoo de beide
+dagbladschrijvers zich niet vergisten, zoo Ivan Ogareff de grenzen was
+overgetrokken, dan zou hij met de uiterste omzichtigheid moeten
+handelen. De omstandigheden waren nu veranderd, want de Tartaarsche
+spionnen moesten in de Siberische provinciën wemelen. Mocht zijn
+incognito ontdekt, zijne hoedanigheid van koerier van den czaar bekend
+raken, dan zou het met zijne zending uit zijn, ja zelfs zijn leven
+misschien bedreigd worden. Michael Strogoff gevoelde toen meer en meer
+het gewicht van de verantwoordelijkheid, die op hem rustte.
+
+Wat ging er terwijl de zaken aldus in het eerste rijtuig stonden, in
+het tweede om? Niets bijzonders. Alcide Jolivet sprak zeer veel, Harry
+Blount antwoordde zeer weinig. Ieder beschouwde de zaken op zijne
+wijze, en maakte aanteekeningen omtrent het een of ander gebeurde op
+reis.
+
+Bij elke wisselplaats stapten de beide correspondenten uit en
+ontmoetten dan telkens Michael Strogoff weder. Wanneer er niets in het
+posthuis moest gebruikt worden, dan verliet Nadia de tarentass niet.
+Moest er echter ontbeten of gemiddagmaald worden, dan kwam zij aan
+tafel, maar, altijd ingetogen, mengde zij zich zeer weinig in het
+gesprek.
+
+Alcide Jolivet was, zonder de palen eener volmaakte betamelijkheid te
+buiten te gaan, voortdurend zeer voorkomend jegens het Lijflandsche
+meisje. Hij bewonderde de stille geestkracht die zij te midden der
+vermoeienissen van de reis aan den dag legde.
+
+Deze gedwongen tusschenpoozen bevielen Michael Strogoff maar zeer
+weinig. Ook drong hij op elke wisselplaats tot spoedig vertrek aan,
+door èn postmeester èn iemschiks aan te zetten en te haasten. Na
+vervolgens haastig gegeten te hebben,—altijd te haastig naar den zin
+van Harry Blount, die in het eten zeer afgemeten was,—vertrok men, en
+ook de dagbladschrijvers werden als adelaars gereden, want zij
+betaalden vorstelijk, en zooals Alcide Jolivet zeide »als Russische
+adelaars.” [5]
+
+Het spreekt vanzelf dat Harry Blount geenszins zocht zich in de gunst
+van het jonge meisje te dringen. Die deftige gentleman had de gewoonte
+niet twee dingen te gelijk te doen.
+
+Eens vroeg Alcide Jolivet hem, hoe oud hij wel dacht dat het jonge
+Lijflandsche meisje kon zijn:
+
+»Welk jong Lijflandsch meisje?” antwoordde hij met de grootste ernst
+van de wereld, zijne oogen half sluitende.
+
+»Wel drommels! de zuster van Nikolaas Korpanoff.”
+
+»Is dat zijne zuster?”
+
+»Neen, zijne grootmoeder,” hernam Alcide Jolivet, door zooveel
+onverschilligheid uit het veld geslagen.
+
+»Voor hoe oud houdt gij haar?”
+
+»Indien ik haar had zien geboren worden, dan zou ik het weten!”
+antwoordde Harry Blount eenvoudig, als een man, die zich niet wilde
+uitlaten.
+
+Het land, door de beide tarentassen doorloopen, was nagenoeg verlaten.
+Het weer was vrij schoon, de lucht half betrokken, de luchtsgesteldheid
+draaglijker. Hadden de voertuigen op veeren gehangen, de reizigers
+zouden zich over de reis niet te beklagen hebben gehad. Doch, indien
+het land verlaten scheen, was dit toe te schrijven aan de tegenwoordige
+omstandigheden. Op de velden bijna geen dier Siberische boeren, met hun
+bleek en ernstig gelaat, die eene beroemde reizigster terecht
+vergeleken heeft bij de Kastilianen, den trotschen ernst van dezen
+daargelaten. Hier en daar eenige dorpen, die reeds ontruimd waren,
+hetgeen het naderen der Tartaarsche troepen aanduidde. De inwoners
+hadden, hunne kudden schapen, hunne kameelen, hunne paarden met zich
+voerende, eene schuilplaats in de noordelijke vlakten gezocht. Eenige
+stammen van de groote horde der zwervende Kirgiezen, die getrouw
+gebleven waren, hadden ook hunne tenten aan gene zijde van de Irtisch
+of de Oleg overgebracht, om aan de rooverijen der overweldigers te
+ontsnappen.
+
+Zeer gelukkig had de postdienst nog altijd geregeld plaats, alsmede de
+dienst van de telegraaf tusschen de punten die nog met den draad in
+verband waren. Aan elke wisselplaats leverden de postmeesters nog de
+paarden volgens de reglementaire voorwaarden. Aan elk station zaten de
+beambten nog voor hun raampje, en seinden de dépêches over, die hun
+toevertrouwd werden, ze alleen voor de regeeringstelegrammen
+achterstellende. Ook maakten Harry Blount en Alcide Jolivet er ruim
+gebruik van.
+
+Tot hiertoe had Michael Strogoff dus zijne reis op bevredigende wijze
+volbracht. De koerier van den czaar had nog geen oponthoud ondervonden
+en, indien het hem gelukte het punt om te trekken, waar de Tartaren
+onder Feofar-Khan tot voor Krasnoïarsk waren voortgerukt, dan was hij
+zeker van vóor hen te Irkoetsk aan te komen.
+
+Den dag na hun vertrek uit Ekaterinenburg, hadden de beide tarentassen
+het stadje Toeloeguisk bereikt, tegen zeven uur in den morgen, na
+tweehonderd twintig wersten afgelegd te hebben.
+
+Daar werd een half uur met ontbijten doorgebracht. Het ontbijt
+afgeloopen zijnde, vervolgden de reizigers opnieuw hun weg met eene
+snelheid, die de belofte van een zeker aantal kopeken alleen
+verklaarbaar maakte.
+
+Denzelfden dag, 22 Juli, ’s nachts om éen uur, kwamen de beide
+tarentassen, na zestig wersten afgelegd te hebben, te Tioemen aan.
+Tioemen, waarvan de gewone bevolking tien duizend inwoners bedraagt,
+telde toen het dubbel. Deze stad, het eerste middelpunt van nijverheid
+dat de Russen in Siberië tot stand brachten, en waarvan men de schoone
+metaalsmelterijen en de klokkengieterij opmerkt, had nog nooit zulk
+eene levendigheid vertoond.
+
+De beide correspondenten gingen terstond op nieuwstijdingen uit.
+
+Die, welke de Siberische vluchtelingen van het tooneel van den oorlog
+mede brachten, waren niet geruststellend.
+
+Men vertelde onder anderen, dat het leger van Feofar-Khan de vallei van
+de Ichim met rassche schreden naderde, en men bevestigde dat kolonel
+Ivan Ogareff zich weldra bij het Tartaarsche opperhoofd zou voegen, zoo
+dit al niet reeds had plaats gehad.
+
+Wat nu de Russische troepen betrof, men had ze voornamelijk uit de
+provinciën van Europeesch Rusland moeten oproepen, en zij waren nog te
+ver verwijderd, om aan den inval weerstand te bieden. Evenwel rukten de
+Kozakken uit het Gouvernement Tobolsk met geforceerde marschen naar
+Tomsk op, in de hoop van het Tartaarsche leger te verhinderen verder
+voort te trekken.
+
+’s Avonds om acht uur kwamen de beide tarentassen te Yaloetorowks aan.
+Men verwisselde spoedig, en even buiten de stad moest men de rivier
+Tobel in eene veerpont over, dat hier gemakkelijk ging. Te middernacht
+werd het vlek Novo-Saimsk bereikt, na vijf en vijftig wersten (58½
+kilometer) afgelegd te hebben, en de reizigers verlieten nu eindelijk
+den eenigszins heuvelachtigen bodem, bedekt met boomen, de laatste
+sporen van het Oeral-gebergte.
+
+Hier begint nu eigenlijk hetgeen men noemt de Siberische steppe, die
+zich tot de omstreken van Krasnoïarsk uitstrekt. Het is eene eindelooze
+vlakte, eene soort van grazige woestijn, alwaar men niets anders zag
+dan de van afstand tot afstand aan weerszijden van den weg geplaatste
+telegraafpalen, en waar de weg zich alleen van de vlakte onderscheidde
+door het fijne zand, dat van onder de wielen der tarentassen opstoof.
+
+Het ging nu regelrecht op Ichim aan, alwaar de beide correspondenten
+moesten vertoeven, indien niet eene of andere gebeurtenis hun reisplan
+mocht wijzigen.
+
+Twee honderd wersten ongeveer scheidden Novo-Saimsk van de stad Ichim,
+en den volgenden dag, vóor acht uur ’s avonds, moesten en konden zij
+afgelegd zijn, mits er geen oogenblik verloren ging.
+
+Zoo de reizigers al niet groote heeren of hooggeplaatste beambten
+waren, waren zij toch, naar het oordeel der iemschiks, waardig het te
+zijn, door hunne mildheid in het geven van fooien.
+
+Den volgenden dag, 23 Juli, waren de beide tarentassen inderdaad niet
+meer dan dertig wersten van Ichim verwijderd.
+
+Op dit oogenblik bemerkte Michael Strogoff op den weg, en nauwelijks
+zichtbaar te midden van wolken stof, een rijtuig dat vóor het zijne
+uitreed. Daar zijne paarden, die minder moe waren, veel sneller liepen,
+moest hij het weldra inhalen.
+
+Het was noch eene tarentass, noch eene telega, maar een post-berline,
+erg met stof bedekt en die reeds eene lange reis moest gemaakt hebben.
+De postiljon sloeg de paarden uit al zijn macht en hield ze alleen in
+galop door vloeken en slaan. Deze berline was zeker niet over
+Novo-Saimsk gekomen maar moest, langs een of anderen zijweg, op den weg
+naar Irkoetsk gekomen zijn.
+
+Michael Strogoff en zijne reisgenooten deze berline ziende, die op
+Ichim aanhield, hadden slechts éene gedachte, namelijk ze vooruit te
+rijden en vóor haar aan de wisselplaats te komen, om vooral zeker te
+zijn over paarden te kunnen beschikken. Zij hadden dus slechts een
+woord aan de iemschiks te zeggen, om weldra gelijk te komen met de
+afgematte paarden van de berline.
+
+Michael Strogoff kwam het eerste aan.
+
+Op dit oogenblik verscheen een hoofd aan het portier van de berline.
+
+Michael Strogoff had nauwelijks den tijd het op te nemen. Evenwel, hoe
+snel hij ook voorbijreed, hoorde hij zeer duidelijk op een gebiedenden
+toon hem toevoegen:
+
+»Houdt op.”
+
+Men hield niet op. Integendeel, de berline werd weldra door de beide
+tarentassen vooruitgereden. Nu had er een wedren plaats, want de
+paarden van de berline, opgewekt zonder twijfel door de
+tegenwoordigheid en de snelheid der paarden, die hen vooruit liepen,
+vonden nieuwe krachten om eenige minuten gelijk te blijven. De drie
+rijtuigen waren in een wolk van stof verdwenen, waaruit, als eene
+losbranding van vele geweren tegelijk, een zweepgeklap ontsnapte,
+dooreengemengd met geschreeuw en uitingen van woede.
+
+Niettemin bleef het voordeel toch aan den kant van Michael Strogoff en
+zijne reisgenooten, een voordeel dat zeer belangrijk kon zijn, wanneer
+de wisselplaats van weinig paarden voorzien was. Twee rijtuigen
+verspannen, was misschien meer dan een postmeester doen kon, ten minste
+in een korten tijd.
+
+Een half uur later was de achtergebleven berline niets meer dan een
+nauwelijks zichtbaar punt aan den gezichteinder der steppen.
+
+Het was acht uur in den avond toen de beide tarentassen aan de
+wisselplaats te Ichim aankwamen.
+
+De tijdingen aangaande den inval waren hoe langer hoe meer
+verontrustend. De stad werd rechtstreeks bedreigd door de voorhoede van
+het Tartaarsche leger, en sedert twee dagen hadden de autoriteiten op
+Tobolsk moeten terugtrekken. Ichim had niet éen beambte, niet éen
+soldaat meer.
+
+Michael Strogoff vroeg, aan de wisselplaats aangekomen, onmiddellijk
+paarden voor zich. Hij had zeer wijs gedaan de berline vóor te zijn,
+want slechts drie paarden waren in staat om onmiddellijk voorgespannen
+te worden.
+
+De postmeester gaf bevel om in te spannen.
+
+Wat de beide correspondenten betreft, deze schenen beter te vinden te
+Ichim te blijven; zij hadden geen haast.
+
+Tien minuten na zijne aankomst kwam men Michael Strogoff zeggen dat
+zijne tarentass gereed was om te vertrekken.
+
+»Goed,” antwoordde hij.
+
+Vervolgens naar de beide dagbladschrijvers gaande, zeide hij:
+
+»Nu heeren, wijl gij te Ichim blijft, zoo is het oogenblik van scheiden
+gekomen.”
+
+»Hoe, mijnheer Korpanoff,” zeide Alcide Jolivet, »zult ge dan niet eens
+een uurtje te Ichim blijven?”
+
+»Neen, mijnheer, en ik verlang zelfs het posthuis verlaten te hebben,
+vóor de aankomst van die berline, die wij vooruitgereden zijn.”
+
+»Vreest gij dan dat die reiziger zal trachten u de paarden te
+betwisten?”
+
+»Ik houd er vooral van alle moeilijkheden te vermijden.”
+
+»Dan, mijnheer Korpanoff,” zeide Alcide Jolivet, »dan blijft ons niets
+meer over dan u nog eens te bedanken voor den dienst dien gij ons
+bewezen hebt en voor het genoegen dat wij gehad hebben met u in
+gezelschap te mogen reizen.”
+
+»Het is nog wel mogelijk dat wij elkander binnen eenige dagen te Omsk
+weder zullen ontmoeten,” voegde Harry Blount er bij.
+
+»Dat is inderdaad mogelijk,” antwoordde Michael Strogoff, »wijl ik er
+regelrecht heenga.”
+
+»Welnu dan, goede reis, mijnheer Korpanoff!” zeide Alcide Jolivet toen,
+»en God beware u voor de telega’s.”
+
+De beide correspondenten staken Michael Strogoff de hand toe met het
+voornemen ze hem zoo hartelijk mogelijk te drukken, toen zich buiten
+het gedruisch van een rijtuig deed hooren.
+
+Op eens werd de deur opengeduwd en een man trad binnen.
+
+Het was de reiziger van de berline, een man met eene militaire houding,
+een veertig jaar oud, groot, stevig, met een groot hoofd, breede
+schouders, zware knevels en roode bakkebaarden. Hij droeg eene uniform
+zonder onderscheidingsteekenen, en in zijn hand hield hij eene zweep
+met een kort handvat.
+
+»Paarden,” vroeg hij op een gebiedenden toon, als een man die gewoon is
+te bevelen.
+
+»Ik heb geen paarden meer beschikbaar,” antwoordde de postmeester zich
+buigende.
+
+»Ik heb er terstond noodig.”
+
+»Het is onmogelijk.”
+
+»Welke zijn dan die paarden die ik aan de deur voor de tarentass
+gespannen heb gezien?”
+
+»Zij behooren aan dezen reiziger,” antwoordde de postmeester, op
+Michael Strogoff wijzende.
+
+»Dat men ze uitspanne!....” zeide de reiziger, op een toon die geen
+tegenspraak gedoogde.
+
+Michael Strogoff naderde toen.
+
+»Die paarden heb ik besproken,” zeide hij.
+
+»Dat kan mij niet schelen! Ik moet ze hebben. Kom! gauw! ik heb geen
+tijd te verliezen!”
+
+»Ik ook niet,” antwoordde Michael Strogoff, die bedaard wilde blijven,
+en die zich niet zonder moeite inhield.
+
+Nadia stond naast hem, ook kalm, doch heimelijk ongerust voor een
+tooneel, dat beter was te vermijden.
+
+»Genoeg!” herhaalde de reiziger.
+
+Vervolgens naar den postmeester gaande:
+
+»Laat die tarentass uitspannen,” riep hij uit met een dreigenden blik,
+»en laat die paarden voor mijne berline spannen!”
+
+De postmeester, zeer verlegen, wist niet aan wien te gehoorzamen, en
+hij keek Michael Strogoff aan, die ontegenzeggelijk het recht had zich
+tegen de onrechtvaardige vorderingen van den reiziger te verzetten.
+
+Michael Strogoff aarzelde een oogenblik. Hij wilde geen gebruik maken
+van zijn podaroshna, dat de aandacht op hem zou getrokken hebben; hij
+wilde ook niet, door de paarden af te staan, zijne reis vertragen, en,
+ook wilde hij geen strijd die zijne zending in gevaar zou kunnen
+brengen.
+
+De beide dagbladschrijvers keken hem aan, overigens gereed om hem te
+helpen, wanneer hij hunne hulp mocht inroepen.
+
+»Mijne paarden zullen aan mijn rijtuig blijven,” zeide Michael
+Strogoff, doch op een toon, die aan een eenvoudigen koopman van
+Irkoetsk paste.
+
+De reiziger kwam toen op Michael Strogoff af, en hem ruw bij den
+schouder vattende:
+
+»Zoo, zoo!” zeide hij met eene schelle stem. »Je wilt me niet je
+paarden afstaan?”
+
+»Neen,” antwoordde Michael Strogoff.
+
+»Welnu, dan zullen ze zijn voor diegene van ons, die in staat zal zijn
+te vertrekken! Verdedig je, want ik zal je niet ontzien!”
+
+En zoo sprekende, trok de reiziger zijn sabel en stelde zich in
+postuur.
+
+Nadia had zich voor Michael Strogoff geworpen.
+
+Harry Blount en Alcide Jolivet traden naar hem toe.
+
+»Ik zal niet duelleeren,” zeide Michael Strogoff eenvoudig, en, om zich
+beter in te houden, kruiste hij zijn armen op zijne borst.
+
+»Gij zult niet vechten?”
+
+»Neen.”
+
+»Zelfs ook na dit niet?” riep de reiziger uit.
+
+En, voor men hem had kunnen tegenhouden, had hij Michael Strogoff met
+het handvatsel zijner zweep reeds een slag op den schouder toegebracht.
+
+Bij deze beleediging verbleekte Michael Strogoff op verschrikkelijke
+wijze. Zijne handen verhieven zich wijd geopend in de hoogte, alsof zij
+dat onbeschoft personage wilden verpletteren. Maar door eene uiterste
+poging, bleef hij zich zelf meester.
+
+Een tweegevecht kon meer dan eene vertraging, het kon de mislukking
+zijner zending veroorzaken!.... Beter ware het een paar uren te
+verliezen.... Ja! maar die beleediging te verkroppen!
+
+»Zult ge nu vechten, lafaard?” herhaalde de reiziger, de grofheid bij
+de onbeschoftheid voegende.
+
+»Neen!” antwoordde Michael Strogoff, die onbeweeglijk bleef, maar den
+reiziger strak in de oogen keek.
+
+»De paarden, en terstond!” zeide deze toen.
+
+En daarop verliet hij de zaal.
+
+De postmeester volgde hem onmiddellijk, niet zonder de schouders
+opgehaald en Michael Strogoff met een blik, waarin weinig goedkeuring
+doorstraalde, aangekeken te hebben.
+
+De uitwerking van dit voorval op de dagbladschrijvers teweeggebracht,
+kon niet gunstig voor Michael Strogoff zijn, wiens gedrag hun zeer
+tegenviel. De stevige, krachtvolle jonge man, zich zoo te laten slaan,
+en voor dergelijke beleediging niet eens voldoening te vragen. Zij
+groetten hem dus en gingen heen, terwijl Alcide Jolivet tegen Harry
+Blount zeide:
+
+»Ik zou dat nooit van dien man gedacht hebben, die zoo netjes de beren
+van den Oeral den buik openrijt! Zou het dus waar zijn dat de moed zijn
+oogenblikken en zijn vormen heeft? Het is onbegrijpelijk! Wellicht komt
+het daar vandaan dat wij nooit lijfeigenen geweest zijn!”
+
+Een oogenblik daarna duidden het geraas van wielen en het klappen eener
+zweep aan dat de berline met de paarden van de tarentass bespannen,
+snel het posthuis verliet.
+
+Nadia, geheel gevoelloos en Michael Strogoff, nog van woede bevende,
+bleven alleen in de wachtkamer der wisselplaats. De koerier van den
+czaar, nog altijd met de armen over de borst gekruist, was gaan zitten.
+Hij was een standbeeld gelijk. Evenwel had eene roode kleur, niet die
+der schaamte, de bleekheid op zijn mannelijk gelaat vervangen.
+
+Nadia twijfelde niet of allerkrachtigste redenen alleen hadden zulk een
+man eene dergelijke beleediging kunnen doen verkroppen.
+
+Zij ging dus naar hem toe zooals hij in het politiehuis te
+Nijni-Novgorod naar haar was toegekomen, en zeide:
+
+»Uwe hand, broeder!”
+
+En tegelijkertijd wischte haar vinger, door eene bijna moederlijke
+beweging, een traan af, die uit het oog van haren makker opwelde.
+
+
+
+
+
+
+
+
+XIII.
+
+PLICHT BOVENAL.
+
+
+Nadia giste wel dat een geheime drijfveer al de handelingen van Michael
+Strogoff bestuurde; dat deze, om eene of andere haar onbekende reden,
+in zijne handelingen niet vrij was; dat hij geen recht had over zijn
+persoon te beschikken, en dat hij, onder deze omstandigheid zelfs den
+wrok over eene doodelijke beleediging heldhaftig aan zijn plicht had
+opgeofferd.
+
+Nadia vroeg Michael Strogoff trouwens ook geene opheldering. De laatste
+sprak den geheelen avond geen woord. De postmeester kon hem, vóór den
+volgenden morgen, geen versche paarden bezorgen; hij moest derhalve een
+geheelen nacht op de wisselplaats vertoeven. Nadia maakte dus van dat
+oponthoud gebruik om eenige rust te genieten, hoewel zij liever bij
+haar metgezel had willen blijven; maar zij gevoelde dat hij behoefte
+had om alleen te zijn.
+
+Michael Strogoff bleef op. Hij zou zelfs geen uur hebben kunnen slapen.
+Het was alsof hij een brandwonde gevoelde, op de plaats waar de zweep
+van den onbeschoften reiziger hem getroffen had.
+
+»Voor het Vaderland en voor den Vader!” prevelde hij aan het slot van
+zijn avondgebed.
+
+Evenwel gevoelde hij eene onwederstaanbare behoefte om te weten, wie de
+man was, die hem geslagen had, van waar hij kwam en waar hij heenging.
+Wat zijn gezicht betrof, de trekken er van waren zoo goed in zijn
+geheugen geprent, dat hij niet behoefde te vreezen ze ooit te vergeten.
+
+Hij vroeg om den postmeester te spreken.
+
+Deze, een Siberiër van den ouden stempel, kwam terstond, en den jongen
+man een weinig uit de hoogte aanziende, wachtte hij, totdat hij
+ondervraagd werd.
+
+»Zijt ge een Siberiër?” vroeg Michael Strogoff.
+
+»Ja”.
+
+»Kent ge dien man, die mijne paarden genomen heeft?”
+
+»Neen.”
+
+»Hebt ge hem nooit gezien?”
+
+»Nooit!”
+
+»Wie denkt ge dat die man kan zijn?”
+
+»Een voornaam heer, die zich weet te doen gehoorzamen!”
+
+De blik van Michael Strogoff drong als een dolk in het hart van den
+Siberiër, maar de postmeester sloeg den blik niet neder.
+
+»Gij veroorlooft je mij te beoordeelen!” riep Michael Strogoff uit.
+
+»Ja,” antwoordde de Siberiër, »want er zijn dingen die een eenvoudig
+koopman niet ontvangt zonder ze terug te geven!”
+
+»De zweepslagen?”
+
+»De zweepslagen, jong mensch! Ik ben oud en sterk genoeg om je dat te
+zeggen!”
+
+Michael Strogoff naderde den postmeester en legde zijne beide krachtige
+handen op diens schouders.
+
+Daarop zeide hij op een zonderling kalmen toon:
+
+»Ga heen, vriend, ga heen! Anders zou ik je dooden!”
+
+De postmeester begreep de zaak nu.
+
+»Zoo bevalt hij mij beter,” mompelde hij.
+
+En hij verwijderde zich zonder verder een woord te spreken.
+
+Den volgenden dag, 24 Juli, des morgens te acht uur, stond de tarentass
+voor, met drie sterke paarden bespannen. Michael Strogoff en Nadia
+namen er plaats in, en Ichim, dat voor beiden zulk eene
+verschrikkelijke herinnering zou blijven, was weldra achter eene kromte
+van den weg verdwenen.
+
+Aan de verschillende wisselplaatsen, waar hij dien dag ophield, kon
+Michael Strogoff zich overtuigen dat de berline hem op den weg naar
+Irkoetsk altijd vooruit bleef, en dat de reiziger even gehaast als hij,
+geen oogenblik verloor, om de steppe door te trekken.
+
+Om vier uur in den namiddag moest bij het station Abatskaia, de rivier
+Ichim, een der voornaamste nevenrivieren van de Irtisch, overgetrokken
+worden.
+
+Dit overtrekken ging wat moeilijker dan over de Tobol. De stroom van de
+Ichim is op die plaats vrij sterk. Gedurende den winter zijn al die
+stroomen in de steppe, met eene ijskorst van verscheidene voeten
+bedekt, gemakkelijk begaanbaar, en de reiziger trekt ze ongemerkt over,
+want hunne bedding is dan geheel verdwenen onder het witte laken, dat
+de uitgestrekte steppe gelijkelijk bedekt; maar in den zomer kan het
+overtrekken soms zeer moeilijk zijn.
+
+Inderdaad werden twee uren besteed aan den overtocht van de
+Ichim,—hetgeen Michael Strogoff verbitterde, te meer omdat de schippers
+hem omtrent den inval der Tartaren, verontrustende tijdingen
+mededeelden.
+
+Ziehier wat men vertelde:
+
+Eenige vooruitrukkende veldontdekkers van Feofar-Khan zouden zich reeds
+aan de beide oevers van de beneden-Ichim vertoond hebben, in de
+zuidelijke streken van het gouvernement Tobolsk. Omsk werd zeer
+bedreigd. Men sprak van een gevecht, dat tusschen de Siberische en
+Tartaarsche troepen op de grenzen der groote Kirgiesche horden had
+plaats gehad,—een gevecht, dat niet ten gunste der Russen was
+uitgevallen, die op dit punt zeer zwak waren. Vandaar, het terugtrekken
+dier troepen en dientengevolge, algemeene verhuizing der boeren uit de
+provincie. Men verhaalde verschrikkelijke wreedheden door de
+overweldigers gepleegd. Overal ontvluchtte men de voorhoede van
+Feofar-Khan, en dit deed Michael Strogoff zeer vreezen, dat de middelen
+van vervoer hem weldra zouden gaan ontbreken. Hij had dus eene
+buitengewone haast om Omsk te bereiken.
+
+Zoodra de pont de tarentass op den rechteroever van de Ichim had
+overgezet, werd de reis door de steppe met volle snelheid hervat.
+
+Het was zeven uur in den avond. De lucht was zeer betrokken. Ook viel
+er herhaalde malen eene stortbui, die het stof neersloeg en de wegen
+beter maakte.
+
+Michael Strogoff had, na het verlaten der wisselplaats te Ichim, geen
+woord meer gesproken. Hij droeg evenwel steeds zorg voor Nadia, hoewel
+het jonge meisje niet klaagde. Zij had aan de paarden van de tarentass
+wel vleugels willen geven; want iets scheen haar toe te roepen, dat
+haar metgezel nog meer haast had dan zij om te Irkoetsk aan te komen,
+en hoeveel wersten hadden zij nog wel af te leggen! Ook kwam haar in de
+gedachte dat, indien Omsk door de Tartaren was ingenomen, de moeder van
+Michael Strogoff, die deze stad bewoonde, gevaar liep, waarover haar
+zoon zich uiterst ongerust moest maken, en dat dit voldoende was om
+zijn ongeduld te verklaren om bij haar aan te komen. Nadia meende dus,
+op zeker oogenblik, hem over de oude Marfa te moeten spreken, over de
+verlatenheid waarin zij zich zou kunnen bevinden te midden van deze
+ernstige gebeurtenissen.
+
+»Hebt ge sedert het begin van den inval geene tijding van uwe moeder
+ontvangen?” vroeg zij.
+
+»Geen enkele, Nadia. De laatste brief, die mijne moeder geschreven
+heeft, is reeds twee maanden oud, maar hij behelsde goede tijdingen.
+Marfa is eene krachtvolle, dappere Siberische vrouw. In weerwil van
+hare jaren, is zij nog in het bezit van hare geheele zedelijke kracht.
+Zij weet te lijden.”
+
+»Ik zal haar bezoeken, broeder,” zeide Nadia levendig. »Wijl gij mij
+dien naam van zuster geeft, ben ik de dochter van Marfa!” En, daar
+Michael Strogoff niet antwoordde, voegde zij er bij: »Misschien heeft
+uwe moeder Omsk kunnen verlaten?”
+
+»Wel mogelijk, Nadia”, antwoordde Michael Strogoff, »en zelfs hoop ik
+dat zij Tobolsk zal bereikt hebben. De oude Marfa haat den Tartaar. Zij
+kent de steppe, zij is niet bang, en ik hoop dat zij haar stok zal
+opgenomen hebben, en de Irtisch zal zijn afgezakt. Er is geene plek in
+de provincie of zij kent ze. Hoe menigmaal heeft zij het geheele land
+met mijn ouden vader doorloopen en hoe menigmaal heb ik zelf, nog kind
+zijnde, hen op hunne tochten door de Siberische woestijn gevolgd! Ja,
+Nadia, ik hoop dat mijne moeder Omsk zal verlaten hebben!”
+
+»En wanneer zult gij haar gaan bezoeken?”
+
+»Ik zal haar bezoeken.... op mijn terugreis.”
+
+»Intusschen zult ge, wanneer uwe moeder te Omsk is, er toch wel een uur
+afnemen om haar te gaan omhelzen?”
+
+»Dat zal ik niet!”
+
+»Ge gaat haar niet bezoeken?”
+
+»Neen, Nadia,” antwoordde Michael Strogoff, wiens borst begon te
+zwellen en die begreep dat hij die vragen van het jonge meisje niet zou
+kunnen blijven beantwoorden.
+
+»Gij zegt: neen! broeder, om welke reden?”
+
+»Om welke reden, Nadia! gij vraagt mij om welke reden?” riep Michael
+Strogoff met eene zoo diep ontroerde stem uit, dat het meisje er van
+sidderde. »Maar om de reden, die mij, tot lafhartigheid toe, geduld
+heeft doen oefenen met dien ellendeling, van wien....”
+
+Hij kon zijn volzin niet eindigen.
+
+»Bedaar, broeder,” zeide Nadia, zoo zacht mogelijk. »Ik weet slechts
+éen ding of liever ik weet het niet, ik gevoel het! Het is dat, op dit
+oogenblik, éen gevoel uw geheele gedrag beheerscht; dat van een zoo
+mogelijk heiliger plicht, dan die, welke den zoon aan de moeder
+verbindt!”
+
+Nadia zweeg, en, van dit oogenblik af, vermeed zij elk gesprek, dat
+betrekking kon hebben op den bijzonderen toestand van Michael Strogoff.
+Het gold hier een of ander geheim te eerbiedigen. Zij eerbiedigde het.
+
+Den volgenden morgen, 25 Juli, te drie uur, kwam de tarentass aan de
+wisselplaats van Tioekalinsk aan na een afstand van honderd twintig
+wersten afgelegd te hebben sedert den overtocht van de Ichim.
+
+Men verwisselde snel van paarden. Doch de iemschik maakte, en wel voor
+de eerste maal, eenig bezwaar om te vertrekken, verzekerende dat
+Tartaarsche afdeelingen de steppe afliepen, en dat reizigers, paarden
+en rijtuigen door die plunderaars zouden buit gemaakt worden.
+
+Michael Strogoff zegevierde slechts door middel van geld over den
+slechten zin van den iemschik, want in dit geval zooals in zooveel
+andere, wilde hij van zijn podaroshna geen gebruik maken.
+
+De laatste ukaze, door de telegraaf overgebracht, was in de Siberische
+provinciën bekend, en een Rus, juist omdat hij in het bijzonder
+vrijgesteld was om aan hare voorschriften te gehoorzamen, zou zeker de
+algemeene aandacht getrokken hebben—iets dat de koerier van den czaar
+bovenal moest vermijden.
+
+Eindelijk vertrok de tarentass, en maakte zooveel spoed dat zij, om
+drie uur in den namiddag, tachtig wersten verder Koulatsinskoë
+bereikte. Een uur later bevond zij zich aan de boorden van de Irtisch,
+en nog slechts een twintigtal wersten van Omsk af.
+
+De Irtisch is een dier breede stroomen van Siberië, die in het
+Altaï-gebergte ontspringende, van het zuidoosten naar het noordwesten
+loopt en zich in de Obi werpt, na een weg afgelegd te hebben van bij de
+zevenduizend wersten.
+
+Op dit tijdstip van het jaar stond de Irtisch buitengemeen hoog, en was
+het overtrekken van dien stroom vrij moeilijk. Een zwemmer, hoe bekwaam
+ook, zou hem niet hebben kunnen overzwemmen, en zelfs door middel van
+eene pont ging de overtocht met gevaar gepaard. Doch die gevaren,
+zooals alle andere, konden Michael Strogoff en Nadia geen oogenblik
+weerhouden.
+
+Intusschen gaf Michael Strogoff aan zijne jonge gezellin in overweging
+om eerst, alleen met de tarentass en de paarden, den stroom over te
+steken, want hij vreesde dat de pont het gewicht der vracht niet zou
+kunnen dragen. Hij zou dan Nadia komen afhalen, als hij paarden en
+rijtuig aan de overkant zou afgezet hebben.
+
+Nadia weigerde, want dit zou een oponthoud van een uur veroorzaken, en
+zij wilde niet de oorzaak van deze vertraging zijn.
+
+De inscheping had niet zonder moeite plaats, want de steile oevers
+waren ten deele overstroomd, en de pont kon niet dicht genoeg
+aanleggen.
+
+Evenwel, na een half uur tobben, stonden de tarentass en de drie
+paarden op de pont. Michael Strogoff, Nadia en de iemschik gingen aan
+boord en men stak van wal. In de eerste oogenblikken ging alles goed.
+De beide schippers duwden met hunne lange boomen de pont behendig
+voort, doch hoe verder zij in het midden der rivier kwamen, hoe dieper
+de bedding werd en er bleef van de boomen slechts een eind ter lengte
+van een voet boven water, zoodat ze moeilijk te hanteeren waren en het
+werk weinig vrucht opleverde.
+
+Michael Strogoff en Nadia achter in de pont gezeten, en steeds eenig
+oponthoud vreezende, zagen met zekere ongerustheid het werken der
+schippers aan.
+
+»Pas op!” riep een van hen zijn makkers toe.
+
+Deze kreet werd veroorzaakt door de veranderde richting die de pont met
+eene buitengemeene snelheid had genomen. Zij werd door den stroom
+medegevoerd. De schippers trachtten door het goed hanteeren hunner
+boomen en door buitengewone krachtsinspanning, in eene schuine richting
+den rechteroever van den stroom te bereiken, doch, naar alle
+berekening, op minstens vijf à zes wersten beneden de hoogte waar zij
+van wal gestoken waren. Terwijl zij aldus alle pogingen in het werk
+stelden en zij met eene snelheid van twee wersten per uur in het midden
+van den stroom voortgedreven werden, stond Michael Strogoff op en
+bemerkte hij stroomopwaarts verscheidene vaartuigen, door den stroom
+met groote snelheid medegevoerd, die nog vermeerderd werd door de
+werking der roeiriemen, waarvan zij voorzien waren.
+
+Het gelaat van Michael Strogoff trok zich krampachtig samen en een
+kreet ontsnapte hem.
+
+»Wat is er?” vroeg het meisje.
+
+Maar eer dat Michael Strogoff den tijd had te antwoorden, riep een der
+schippers angstig uit:
+
+»De Tartaren! de Tartaren!”
+
+Het waren inderdaad, met soldaten bemande booten, die de Irtisch
+afzakten, en die binnen weinige minuten de pont zouden ingehaald
+hebben, daar deze te zwaar geladen was om hen te kunnen ontvluchten.
+
+De schippers slaakten een kreet van wanhoop en lieten de boomen
+glippen.
+
+»Houdt moed, vrienden!” riep hun Michael Strogoff toe, »houdt moed!
+Vijftig roebels voor u, wanneer wij de rechteroever bereiken vóordat
+die vaartuigen ons hebben ingehaald!”
+
+De schippers, door deze woorden aangemoedigd, gingen op nieuw aan den
+gang; ook Michael Strogoff greep een boom, dien hij met
+bovenmenschelijke kracht hanteerde, doch het was te voorzien dat zij
+het enteren der Tartaren niet zouden kunnen ontkomen.
+
+De vaartuigen waren nog slechts op honderd pas verwijderd. Zij voerden
+eene afdeeling Boukharijsche soldaten die op verkenning naar Omsk uit
+waren.
+
+»Sarijn na Kitschou!” riepen de soldaten uit de voorste boot.
+
+Michael Strogoff herkende den oorlogskreet der Tartaarsche roovers. Op
+dien kreet moest men plat op den buik gaan liggen.
+
+En daar de schippers, noch hij, aan dit bevel gehoorzaamden, had er
+eene hevige losbranding plaats, en werden twee paarden doodelijk
+getroffen.
+
+Op dit oogenblik had er een schok plaats. De booten hadden de pont
+dwars aangevaren.
+
+»Kom mee, Nadia!” riep Michael Strogoff, gereed om zich over boord te
+werpen.
+
+Het meisje zou hem volgen, toen hij, door een lanssteek getroffen, in
+den stroom stortte, die hem medevoerde en waarin hij, nadat zijne hand
+even boven was gekomen, verdween.
+
+Nadia had een gil gegeven, doch, voor zij den tijd had Michael Strogoff
+in den stroom na te springen, werd zij gegrepen en in een der booten
+gezet.
+
+Een oogenblik later waren de schippers door lanssteken gedood, dreef de
+pont op goed geluk af, terwijl de Tartaren de Irtisch verder afzakten.
+
+
+
+
+
+
+
+
+XIV.
+
+MOEDER EN ZOON.
+
+
+Omsk is de hoofdstad en het verblijf van den gouverneur-generaal van
+westelijk Siberië. Zij is evenwel niet de belangrijkste stad van dit
+eerste gedeelte van Aziatisch-Rusland. Tomsk is meer bevolkt en
+aanzienlijker.
+
+Omsk bestaat eigenlijk uit twee gedeelten. Het eene gedeelte is het
+verblijf van het bewind en der rijksambtenaren, het andere wordt
+bewoond door de Siberische kooplieden, alhoewel het toch niet zeer
+handeldrijvend is.
+
+Deze stad bevat twaalf à dertien duizend inwoners, en wordt door aarden
+borstweringen verdedigd die haar zeer onvoldoende beschermen. Het
+kostte dus den Tartaren weinig moeite zich, na eene belegering van
+eenige dagen, stormenderhand van de stad meester te maken.
+
+De bezetting had zich, na eene dappere verdediging, naar het hooge
+gedeelte der stad teruggetrokken, en zich daar met den
+gouverneur-generaal en zijne officieren verschanst, zonder evenwel veel
+hoop te koesteren van bijtijds ontzet te zullen worden, want de
+Tartaren kregen elken dag versterkingen, en wat erger was, zij werden
+aangevoerd door een officier,—een landverrader—maar een man van groote
+verdienste en van eene beproefde onverschrokkenheid.
+
+Deze officier was de kolonel Ivan Ogareff. Ivan Ogareff was een bekwaam
+militair. Daar er in hem een weinig Mongoolsch bloed zat van
+moederszijde, die van Aziatischen oorsprong was, was hij listig, hield
+hij er van hinderlagen uit te denken, en niets kon hem beletten om een
+of ander geheim te weten te komen. Bedrieglijk en wreed van natuur, nam
+hij tot de laagste vermommingen zijne toevlucht, en Feofar-Khan had in
+hem een waardigen helper in dezen woesten oorlog gevonden.
+
+Toen Michael Strogoff nu aan de boorden van de Irtisch aankwam, had
+Ivan Ogareff zich reeds van Omsk meester gemaakt, en zette hij met
+kracht het beleg van het hooge gedeelte der stad voort, daar hij zich
+zoo snel mogelijk naar Tomsk wilde begeven, alwaar zich de hoofdmacht
+van het Tartaarsche leger had saamgetrokken.
+
+Tomsk was inderdaad sedert eenige dagen door Feofar-Khan ingenomen, en
+vandaar moesten de overweldigers, reeds meester van Middel-Siberië,
+naar Irkoetsk voortrukken.
+
+Irkoetsk was het eenige en wezenlijke doel van Ivan Ogareff.
+
+Het plan van dien verrader was om, onder een valschen naam, toegang tot
+den grootvorst te verkrijgen, zijn vertrouwen te winnen, en, wanneer
+het oogenblik gekomen was, aan de Tartaren de stad en den grootvorst
+zelf over te leveren.
+
+Met zulk eene stad en zulk een gijzelaar, moest geheel Siberië in de
+handen der overweldigers vallen.
+
+Nu weet men dat deze samenzwering den czaar bekend was, en dat, om haar
+te verijdelen, aan Michael Strogoff de belangrijke dépêche was
+toevertrouwd geworden. Deze zending had hij tot hiertoe getrouw
+nagekomen, doch zou hij ze nu wel geheel ten einde kunnen brengen? De
+lanssteek, dien hij gekregen had, was niet doodelijk. Al zwemmende had
+hij, zonder gezien te worden, den rechteroever bereikt, alwaar hij in
+het riet in zwijm gevallen was.
+
+Toen hij tot zichzelf kwam, bevond hij zich in de hut van een moejiek
+die hem opgenomen en verzorgd had, en wien hij het alzoo te danken had
+dat hij nog leefde. Hoe lang hij bij dien braven Siberiër was, dat wist
+hij niet. Maar toen hij de oogen weder opende, zag hij bij zijn bed een
+goedig gelaat met een langen baard staan, dat hem met een medelijdenden
+blik aanzag. Hij wilde vragen waar hij zich bevond, toen de moejiek,
+hem voorkwam, zeggende:
+
+»Spreek niet, vadertje, spreek niet! Je zijt nog te zwak. Ik zal je
+zeggen waar je zijt en al hetgeen er gebeurd is, sedert dat ik je in
+deze hut gedragen heb.”
+
+En de moejiek vertelde Michael Strogoff de bijzonderheden van het
+gevecht waarvan hij getuige was geweest, den aanval der Tartaarsche
+vaartuigen, het plunderen van de tarentass, den moord der schippers....
+Michael Strogoff luisterde niet meer naar hem, maar zijn hand in zijn
+borstzak stekende, voelde hij, dat hij nog altijd den keizerlijken
+brief bezat.
+
+Dit stelde hem gerust, maar dat was nog niet genoeg.
+
+»Een meisje vergezelde mij!” zeide hij.
+
+»Zij hebben haar niet gedood,” antwoordde de moejiek, de ongerustheid
+tegemoet komende, die hij in de oogen van zijn gast bemerkte. »Zij
+hebben haar in hun vaartuig medegevoerd en zijn de Irtisch afgezakt!
+Het is een gevangene te meer, die men naar Tomsk voert.”
+
+Michael Strogoff kon geen woord spreken, zoozeer klopte zijn hart.
+Doch, ondanks zooveel beproevingen, beheerschte het plichtgevoel toch
+zijne geheele ziel.
+
+»Waar ben ik hier?” vroeg hij.
+
+»Op den rechteroever van den Irtisch, en slechts vijf wersten van Omsk
+verwijderd,” antwoordde de moejiek.
+
+»Welke wond is mij dan toegebracht, die mij zoo plotseling heeft
+terneergeveld? Het is toch geen schotwond?”
+
+»Neen, een lanssteek aan het hoofd, die nu geheeld is,” antwoordde de
+moejiek. »Na eenige dagen rust zult ge je reis kunnen vervolgen. Ge
+zijt in den stroom gevallen, maar de Tartaren hebben je noch aangeraakt
+noch onderzocht, en je beurs is nog altijd in je zak.”
+
+Michael Strogoff stak den moejiek de hand toe; zich daarna plotseling
+met moeite oprichtende, vroeg hij:
+
+»Vriend! sedert hoe lang ben ik in deze hut?”
+
+»Sedert drie dagen.”
+
+»Drie dagen verloren!”
+
+»Drie dagen, dat ge buiten kennis zijt geweest!”
+
+»Hebt ge een paard voor mij te koop?”
+
+»Hoe! wilt ge vertrekken?”
+
+»Terstond.”
+
+»Ik heb noch paard, noch voertuig, vadertje! De Tartaren hebben alles
+meegenomen!”
+
+»Welnu, dan ga ik te voet naar Omsk om een paard te zoeken.”
+
+»Eenige uren rust nog en ge zult beter in staat zijn de reis voort te
+zetten!”
+
+»Geen uur meer!”
+
+»Kom dan!” zeide de moejiek, die wel inzag dat zijn gast niet te
+overreden was. »Ik zal je dan zelf brengen,” voegde hij erbij.
+»Trouwens er zijn nog zeer veel Russen te Omsk en ge zult misschien wel
+ongemerkt kunnen doorsluipen.”
+
+»Vriend,” antwoordde Michael Strogoff, »moge de hemel je beloonen voor
+al hetgeen ge voor mij gedaan hebt!”
+
+»Eene belooning! Alleen de dwazen verwachten die in deze wereld!”
+antwoordde de moejiek.
+
+Michael Strogoff wilde de hut verlaten, doch hij werd op eens duizelig,
+en, zonder de hulp van den moejiek, zou hij neergevallen zijn. De open
+lucht evenwel herstelde hem oogenblikkelijk. Hij voelde toen den
+lanssteek, waarvan de kracht gelukkig door zijne bonte muts was
+gebroken. Met de zielskracht, die hij bezat, was hij er de man niet
+naar om zich door zoo weinig te laten terneerslaan. Eén doel had hij
+slechts voor oogen, namelijk: het verre Irkoetsk te bereiken! Maar hij
+moest Omsk doortrekken, zonder er zich op te houden.
+
+»God bescherme mijne moeder en Nadia!” mompelde hij. »Ik heb nog het
+recht niet om aan haar te denken!”
+
+Michael Strogoff en de moejiek kwamen weldra in de door de kooplieden
+bewoonde wijk aan. Op verscheidene plaatsen waren de aarden wallen
+verwoest, en dit waren even zoovele openingen, waardoor voortdurend
+soldaten van Feofar-Khan binnenslopen, die, achtergebleven, zich aan
+roof en plundering overgaven.
+
+Het groote marktplein geleek op een kamp; twee duizend Tartaren
+bivakkeerden er in goede orde. De paarden aan palen vastgebonden, maar
+opgetuigd, stonden gereed op het eerste bevel, te vertrekken, want Omsk
+kon slechts eene voorloopige halte zijn voor die Tartaarsche ruiterij,
+die de voorkeur moest geven aan de weelderige vlakte van Oostelijk
+Siberië, waar rijker steden, vruchtbaarder velden gevonden worden, en
+waar bijgevolg meer gelegenheid tot plunderen zou bestaan.
+
+Boven het hoogere gedeelte der stad, dat zich dapper tegen de herhaalde
+aanvallen van Ivan Ogareff verdedigde, wapperde de Russische vlag.
+
+Michael Strogoff vermeed de drukke straten. Niet dat hij vreesde
+herkend te worden, maar hij was bang dat, wanneer hij zijne moeder
+mocht ontmoeten, deze hem bij zijn waren naam zou noemen.
+
+De moejiek kende gelukkig een postmeester, die, wanneer hij goed
+betaald werd, niet zou weigeren, hem rijtuig en paarden te verhuren of
+te verkoopen. Het kwam er dan verder slechts op aan de stad ongemerkt
+te verlaten.
+
+De moejiek bracht Michael Strogoff dus regelrecht naar de wisselplaats,
+toen deze in eene nauwe straat opeens bleef stilstaan en zich achter
+een muur verschool.
+
+»Wat scheelt u,” vroeg de moejiek hem schielijk, die zeer verwonderd
+was over deze plotselinge beweging.
+
+»Stil!” antwoordde Michael Strogoff haastig, terwijl hij een vinger op
+zijn mond legde.
+
+Op dit oogenblik kwam, van het marktplein, eene afdeeling Tartaren de
+straat inrijden, die Michael Strogoff en zijn metgezel ingeslagen
+hadden.
+
+Aan het hoofd van de afdeeling, een twintigtal ruiters sterk, reed een
+officier in eene zeer eenvoudige uniform. Ofschoon deze zijn blikken
+overal liet rondgaan, kon hij toch het plotselinge verdwijnen van
+Michael Strogoff niet opgemerkt hebben.
+
+De ruiters reden in vollen draf door de nauwe straat, zonder acht te
+geven op de voorbijgangers, die nauwelijks tijd hadden om uit den weg
+te gaan.
+
+Toen de ruiters voorbij waren, vroeg Michael Strogoff den moejiek:
+
+»Wie was die officier?”
+
+En, terwijl hij deze vraag deed, was zijn gelaat zoo bleek als dat van
+een doode.
+
+»Dat is Ivan Ogareff,” antwoordde de Siberiër, maar op een zachten
+toon, die haat verried.
+
+»Hij!” riep Michael Strogoff uit, wien dit woord ontsnapte met eene
+uitdrukking van woede, die hij niet kon bedwingen.
+
+Hij had in dien officier den reiziger herkend, die hem aan de
+wisselplaats te Ichim een slag had gegeven!
+
+En, het was alsof er een licht voor hem opging; die reiziger, ofschoon
+hij hem slechts even gezien had, herinnerde hem dien ouden Zigeuner,
+wiens woorden hij op de markt van Nijni-Novgorod had opgevangen.
+
+Michael Strogoff vergiste zich niet. In de kleeding van een Zigeuner en
+in gezelschap van den troep van Sangarre, had Ivan Ogareff de provincie
+Nijni-Novgorod kunnen verlaten. Hij was het die, in den nacht op het
+kermisplein, die zonderlinge woorden had gesproken, waarvan Michael
+Strogoff nu den zin begreep; hij was het die aan boord van de Kaukasus
+met de geheele bende Zigeuners reisde; hij was het, die langs een
+anderen weg, van Kazan naar Ichim door het Oeral-gebergte, Omsk bereikt
+had, alwaar hij nu het bevel voerde.
+
+Ivan Ogareff was nog geen drie dagen geleden te Omsk aangekomen, en,
+zonder de noodlottige ontmoeting te Ichim, zonder het ongeval dat hem
+drie dagen aan de boorden van de Irtisch had opgehouden, zou Michael
+Strogoff hem zeker op den weg naar Irkoetsk vooruit zijn geweest! En
+wie weet hoeveel onheil er in de toekomst door vermeden zou zijn
+geworden!
+
+De moejiek en hij vervolgden nu hun weg door de stad, en kwamen
+eindelijk aan het posthuis aan. Omsk door een der bressen in de wallen
+te verlaten zou niet moeielijk vallen, vooral wanneer het eenmaal
+donker was. Wat het bekomen van een rijtuig betrof, dat was onmogelijk.
+Er was er geen te koop, noch te huur. Maar wat behoefde Michael
+Strogoff nu ook een rijtuig. Helaas! Hij reisde nu toch maar alleen.
+Een paard moest hem voldoende zijn en dit paard kon hij gelukkig
+krijgen. Het was een stevig paard, waarvan Michael Strogoff, een ferm
+ruiter zijnde, goed partij kon trekken.
+
+Het paard werd tegen een hoogen prijs gekocht en, eenige minuten later,
+was hij gereed om te vertrekken.
+
+Het was toen vier uur in den namiddag. Hij bleef in het wisselstation
+tot dat het donker was geworden.
+
+In de wachtkamer bevond zich eene groote menigte, die, om
+nieuwstijdingen te vernemen, aldaar was samengevloeid.
+
+Michael Strogoff luisterde aandachtig naar hetgeen men vertelde, maar
+hij mengde zich niet in het gesprek.
+
+Terwijl hij bezig was om iets te gebruiken, hoort hij op eens een gil,
+die hem doet sidderen, en tegelijk de woorden:
+
+»Mijn zoon!”
+
+Zijne moeder, de oude Marfa stond voor hem! Zij glimlachte al bevende;
+zij strekte de armen naar hem uit.... Michael Strogoff stond op, en was
+op het punt in hare armen te vliegen.
+
+De gedachte aan zijn plicht, het ernstige gevaar dat uit deze
+ontmoeting voor zijne moeder en voor hem kon ontstaan, weerhielden hem
+plotseling, en zoo groot was zijne zelfbeheersching, dat niet een
+zijner gelaatsspieren zich vertrok. Een vijftigtal menschen waren er in
+de wachtkamer, waaronder misschien spionnen; en wist men niet in de
+geheele stad dat de zoon van Marfa tot de koeriers van den keizer
+behoorde.
+
+Michael Strogoff bleef onbeweeglijk.
+
+»Michael!” riep zijne moeder uit.
+
+»Wie zijt ge, goede vrouw?” vroeg Michael Strogoff, hoewel hij deze
+woorden veeleer stamelde, dan uitsprak.
+
+»Wie ik ben? vraagt gij dat? Mijn kind kent ge uwe moeder dan niet
+meer?”
+
+»Gij vergist u!” antwoordde Michael Strogoff koel weg. »Eene gelijkenis
+misleidt u....”
+
+De oude Marfa keek hem strak in de oogen:
+
+»Zijt gij niet de zoon van Peter en Marfa Strogoff?” zeide zij.
+
+Michael Strogoff zou zijn leven gegeven hebben om zijne moeder vrij in
+zijne armen te kunnen drukken!.... maar gaf hij toe, het ware met hem,
+met haar, met zijn eed gedaan geweest!....
+
+»Ik weet waarlijk niet wat ge zeggen wilt, vrouwtje,” antwoordde hij,
+eenige schreden achteruittredende.
+
+»Michael!” riep de oude moeder opnieuw.
+
+»Ik heet niet Michael! Ik ben nooit uw zoon geweest! Ik ben Nikolaas
+Korpanoff, koopman te Irkoetsk!....”
+
+En plotseling verliet hij de wachtkamer, terwijl de volgende woorden
+voor ’t laatst weerklonken:
+
+»Mijn zoon! mijn zoon!”
+
+Michael Strogoff zich niet langer kunnende bedwingen, was heengegaan.
+Zijne oude moeder was bijna levenloos op eene bank neergevallen. Doch
+op het oogenblik dat de postmeester toeschoot om haar te helpen, stond
+de oude vrouw weder op. Er was op eens een licht voor haar opgegaan.
+Dat haar zoon haar niet had willen herkennen was onmogelijk en even
+onmogelijk was het dat zij een ander voor hem had aangezien. Hij moest
+dus overwegende redenen gehad hebben om zoo jegens haar te handelen.
+
+»Ik ben krankzinnig!” zeide zij tot hen die haar ondervroegen. »Mijne
+oogen hebben mij bedrogen! Die jonge man is mijn kind niet! Laat ik er
+maar niet meer aan denken! Ik zou hem, ten laatste, overal meenen te
+zien.”
+
+Er waren nog geen tien minuten verloopen of een Tartaarsch officier
+vertoonde zich aan het posthuis.
+
+»Marfa Strogoff?” vroeg hij.
+
+»Dat ben ik,” antwoordde de oude vrouw op een zoo kalmen toon en met
+een zoo rustig gelaat, dat zij, die getuigen geweest waren van de
+ontmoeting die zooeven plaats had gehad, haar niet zouden herkend
+hebben.
+
+»Kom met mij mee,” zeide de officier.
+
+Marfa Strogoff volgde den officier ongedwongen en verliet het posthuis.
+
+Eenige oogenblikken daarna bevond Marfa Strogoff zich in het bivak op
+het groote marktplein in tegenwoordigheid van Ivan Ogareff aan wien al
+de bijzonderheden van dit tooneel onmiddellijk waren overgebracht.
+
+Ivan Ogareff, de waarheid vermoedende, had zelf die oude Siberische
+vrouw willen ondervragen.
+
+»Je naam?” vroeg hij op barschen toon.
+
+»Marfa Strogoff.”
+
+»Hebt ge een zoon?”
+
+»Ja.”
+
+»Hij is koerier van den czaar?”
+
+»Ja.”
+
+»Waar is hij?”
+
+»Te Moskou.”
+
+»Hebt ge geen tijding van hem?”
+
+»Geene.”
+
+»Sedert hoelang?”
+
+»Sedert twee maanden.”
+
+»Wie was die jonge man die ge, eenige oogenblikken geleden, aan het
+posthuis je zoon noemdet?”
+
+»Een jonge Siberiër, dien ik voor hem aangezien heb,” antwoordde Marfa
+Strogoff. »Het is wel de tiende in wien ik mijn zoon heb meenen te
+herkennen, sedert de stad vol vreemdelingen is! Ik meen hem overal te
+zien!”
+
+»Die jonge man was dus Michael Strogoff niet?”
+
+»Neen.”
+
+»Weet ge wel, dat ik je kan laten pijnigen, totdat ge de waarheid
+bekend hebt?”
+
+»Ik heb de waarheid gezegd, en de foltering zal niets aan mijne woorden
+veranderen.”
+
+»Die Siberiër was Michael Strogoff dan niet?” vroeg Ivan Ogareff
+andermaal.
+
+»Neen! Hij was het niet,” antwoordde Marfa Strogoff. »Geloof mij, dat
+ik voor niets ter wereld mijn zoon zou verloochenen.”
+
+Ivan Ogareff bleef twijfelen. Indien die zoon, zeide hij tot zichzelf,
+in het eerst zijne moeder verloochend heeft, en de moeder op hare beurt
+haar zoon, dan kan dit niets anders zijn dan om eene zeer ernstige
+reden.
+
+Hij twijfelde er dus niet meer aan of de gewaande Nikolaas Korpanoff
+was Michael Strogoff, de koerier van den czaar, zich onder een valschen
+naam verbergende, en belast met eene zending, die voor hem van het
+uiterste belang was om te weten. Hij gaf dus ook oogenblikkelijk bevel
+hem na te zetten. Daarna zeide hij, zich naar Marfa wendende:
+
+»Dat deze vrouw naar Tomsk vervoerd worde.”
+
+En, terwijl de soldaten haar onbeschoft medesleepten, mompelde hij
+binnen ’s monds:
+
+Als het oogenblik daar is, zal ik die oude tooverheks wel doen praten.
+
+
+
+
+
+
+
+
+XV.
+
+DE MOERASSEN VAN DE BARABA.
+
+
+Gelukkig dat Michael Strogoff zoo plotseling de wisselplaats verlaten
+had, want Ivan Ogareff had zijn signalement naar alle uitgangen der
+stad gezonden, om hem te kunnen doen aanhouden; maar, daar hij niet
+oogenblikkelijk achtervolgd was, was het hem gelukt door eene der
+bressen van de wallen te ontsnappen.
+
+Den 29sten Juli, te acht uur ’s avonds, had Michael Strogoff Omsk
+verlaten. Die stad ligt halverwege Moskou en Irkoetsk, waar hij binnen
+tien dagen moest aankomen, indien hij het Tartaarsche leger voor wilde
+zijn. Het ongelukkig toeval dat hem zijne moeder deed ontmoeten, had
+zijn incognito verraden en Ivan Ogareff zou wel alles in het werk
+stellen om zich van hem meester te maken. Michael Strogoff spoorde dus
+zijn paard stevig aan.
+
+Te middernacht kwam hij te Koelikovo aan, na zeventig wersten afgelegd
+te hebben. Hier vond hij noch rijtuig, noch paarden. Ter nauwernood kon
+Michael Strogoff hier voor hem en voor zijn paard eenig voedsel
+bekomen. Alles was door de Tartaren geroofd geworden.
+
+Het kwam er nu op aan zijn paard te sparen. Evenwel moest hij spoed
+maken, om niet ingehaald te worden door de ruiters, die Ivan Ogareff
+hem waarschijnlijk achterna gezonden had. Tot nog toe had het weder de
+reis van den koerier van den czaar begunstigd. De luchtgesteldheid was
+draaglijk. De zeer korte nachten in dien tijd van het jaar maakten voor
+Michael Strogoff het reizen wel gemakkelijk, doch minder veilig. Daarom
+had hij liever gezien, dat deze geheele Siberische streek, gedurende
+een paar maanden, in het duister van den poolnacht verzonken ware
+geweest.
+
+Den 30sten Juli te acht uur in den morgen kwam hij voorbij het
+wisselstation van Toeroenoff en snelde hij de moerassige streken der
+Baraba binnen.
+
+Daar konden, over eene oppervlakte van drie honderd wersten, de
+natuurlijke moeielijkheden zeer groot worden. Dat wist hij, maar hij
+wist ook dat hij ze zou te boven komen, van welken aard zij ook mochten
+zijn.
+
+Deze uitgestrekte moerassen, loopende van het noorden naar het zuiden
+tusschen den zestigsten en twee en vijftigsten parallelcirkel, dienen
+tot vergaarplaats van al het water dat, na langdurige regens, geene
+uitwatering vindt noch in de Obi, noch in de Irtisch. De grond is er
+kleiachtig, en bijgevolg ondoordringbaar, zoodat het water er eene
+streek vormt die in het warme jaargetijde zeer moeilijk door te trekken
+is.
+
+De weg naar Irkoetsk loopt evenwel door die streek, die in den winter
+beter bereisbaar en zeer bezocht wordt door de jagers die ter jacht
+gaan op den marter, het sabeldier, en de kostbare vossen, wier pels zoo
+gezocht is.
+
+Michael Strogoff reed onvermoeid door, springende over de kloven, die
+zich hier en daar in den weg bevonden. Maar hoe vlug zij ook reden,
+konden paard noch ruiter aan de steken der tweevleugelige insecten
+ontkomen, die dit moerassige land ten plaag verstrekken.
+
+De reizigers die ’s zomers genoodzaakt zijn de Baraba over te steken,
+dragen zorg zich te voorzien van een paardenharen masker, waaraan een
+soort van maliënkolder van zeer fijn ijzerdraad bevestigd is, die hunne
+schouders bedekt. Ondanks deze voorzorgen zijn er weinigen, die uit
+deze moerassen komen, zonder hun gezicht, hun hals en hunne handen vol
+roode bulten te hebben.
+
+Het paard van Michael Strogoff, door deze venijnige insecten gestoken,
+ging er van door alsof het door duizenden sporen aangezet werd, zijne
+zijden met zijn staart zweepende, en door de snelheid van zijn vaart
+eene afleiding voor zijne pijniging zoekende.
+
+Wie zou gelooven dat deze streek van de Baraba, zoo ongezond gedurende
+de hitte, nog bewoond kon zijn? En dat was toch zoo. Eenige ver van
+elkander gelegen Siberische gehuchten vertoonden zich tusschen het
+reusachtige riet, dat aan weerszijden van den weg stond. Mannen,
+vrouwen, kinderen, grijsaards, gekleed in dierenhuiden, en hun gelaat
+bedekt met blaren, met pek bestreken, lieten kudden magere schapen
+grazen; maar om deze dieren tegen den aanval der insecten te
+beschutten, hielden zij ze onder den wind van hoopen brandend groen
+hout, die zij dag en nacht aanvulden en waarvan de scherpe bijtende
+rook zich langzaam over het onmetelijke moeras verspreidde.
+
+Toen Michael Strogoff gewaar werd dat zijn paard, afgemat van
+vermoeienis, op het punt was van neder te storten, hield hij voor een
+dier ellendige gehuchten stil, en wreef hij, zijne eigene vermoeienis
+vergetende, volgens de gewoonte in Siberië, zelf de steken van het arme
+dier met warm vet in; vervolgens gaf hij het een goed rantsoen voeder,
+en eerst na het goed verzorgd te hebben, dacht hij aan de versterking
+van zijn eigen persoon door het gebruiken van een stuk brood met
+vleesch en een paar glazen kwass. Een uur, hoogstens twee uren daarna,
+zette hij in allerijl zijne reis, langs den oneindigen weg naar
+Irkoetsk, voort.
+
+Negentig wersten werden aldus van af Toeroenoff afgelegd, en den 30sten
+Juli, te vier uur in den namiddag, kwam Michael Strogoff te Elamsk aan.
+
+Daar moest hij aan zijn paard een nacht rust geven. Het moedige dier
+zou niet langer die reis hebben kunnen vervolgen, hier, evenals overal
+anders was geen middel van vervoer meer te vinden.
+
+Elamsk, eene kleine stad die de Tartaren nog niet bezocht hadden, was
+bijna geheel ontvolkt, want zij was gemakkelijk te bemachtigen; daarom
+waren de paardenposterij, de bureaux van politie, en het
+gouvernementshuis op hooger bevel verlaten geworden.
+
+Den volgenden dag verliet Michael Strogoff Elamsk op het oogenblik dat
+men vertelde dat de Tartaarsche verkenners zich op een afstand van tien
+wersten vertoond hadden. Hij haastte zich dus om vooruit te komen. De
+weg was wel effen, maar zeer kronkelend en daardoor veel langer; echter
+was aan den regelrechten, korteren tocht, door het net van vijvers en
+poelen, geen denken.
+
+Twee dagen daarna, den 1sten Augustus, honderd twintig wersten verder,
+kwam hij tegen twaalf uur aan het vlek Spaskoë en tegen twee uur hield
+hij stil in het vlek Pokrowskoë, waar hij tot den volgenden morgen
+moest vertoeven, omdat zijn paard, geheel afgereden, niet meer
+voortkon.
+
+Den 2den Augustus bereikte hij te vier uur Kamsk, na weder vijf en
+zeventig wersten te hebben afgelegd.
+
+Het land had hier een geheel ander aanzien. Het kleine vlek Kamsk ligt,
+als een bewoonbaar en gezond eiland, in het midden der onbewoonbare
+landstreek. Het ligt midden in de Baraba. Dank zij de kanalisatie van
+de Tom, eene nevenrivier van de Irtisch, die langs Kamsk vloeit, zijn
+de verpestende moerassen in weelderige weilanden herschapen. Evenwel
+hebben deze verbeteringen nog niet geheel over de koortsen gezegevierd,
+die, gedurende den herfst, het verblijf in die stad gevaarlijk maken.
+En toch is het hier, dat de bewoners van de Baraba eene toevlucht
+zoeken, wanneer de peststof, die uit de moerassen opstijgt, hen uit
+andere deelen van de provincie verjaagt.
+
+Het stadje Kamsk was nog niet verlaten; het was tot nog toe van den
+inval der Tartaren vrij gebleven.
+
+Michael Strogoff kon hier dus geen nieuws vernemen. Hij bleef dan ook
+maar in de herberg waar hij zijn intrek had genomen en vertoonde zich
+zoo min mogelijk.
+
+Den volgenden morgen, te zes uur vertrok hij met het voornemen dien dag
+de tachtig wersten af te leggen, die Kamsk van het gehucht Oebinsk
+scheidden.
+
+Te Oebinsk overnachtte hij, om zijn paard te laten uitrusten, en den
+volgenden morgen bij het krieken van den dag vertrok hij naar het
+honderd wersten verder gelegen Ikoelskoï, maar ongelukkig was de weg
+daarheen allerellendigst door den regen, die gedurende eenige weken
+gevallen was. Doch eenmaal de honderd vijf en twintig wersten, die dit
+vlek van Kolivan scheiden, afgelegd hebbende, zou de weg beter worden;
+maar zoo hij dan geen natuurlijke hinderpalen meer te duchten had, zou
+hij waarschijnlijk alles van den mensch te vreezen hebben.
+
+Eindelijk tegen half vier in den namiddag verliet hij de laatste
+moerassige streken van de Baraba en weerklonk de harde en droge
+Siberische grond weder onder den hoef van zijn paard. Hij had Moskou
+den 15den Juli verlaten. Den 5den Augustus had hij dus een en twintig
+dagen gereisd, de meer dan zeventig uren medegerekend, die hij aan de
+boorden van de Irtisch verloren had. Hij was nu nog vijftien honderd
+wersten van Irkoetsk verwijderd.
+
+
+
+
+
+
+
+
+XVI.
+
+EENE LAATSTE POGING.
+
+
+Michael Strogoff had wel gelijk dat hij eene of andere onaangename
+ontmoeting vreesde in de vlakten, die zich aan gene zijde van de Baraba
+uitstrekken. De door de paarden platgetrapte velden toonden aan dat de
+Tartaren daar over getrokken waren en van deze barbaren kan men zeggen
+wat van de Turken gezegd wordt: »Daar waar de Turk doorgetrokken is,
+groeit geen kruid meer!”
+
+Michael Strogoff moest dus de grootste voorzorgen nemen bij het
+doortrekken dezer streek. De rook, die hier aan den gezichteinder
+dwarrelend opsteeg, toonde aan dat vlekken en gehuchten nog brandden.
+Waren deze branden aangestoken door de voorhoede? Of was het leger van
+den emir reeds tot aan de uiterste grenzen der provincie voortgerukt?
+Bevond Feofar-Khan zich in persoon in het gouvernement van de
+Yeniseïsk? Dat wist Michael Strogoff niet en hieromtrent kon hij niets
+met zekerheid bepalen. Was het land dan zoo verlaten, dat hij geen
+enkele Siberiër meer vond om hem in te lichten?
+
+Michael Strogoff legde twee wersten op den geheel verlaten weg af. Hij
+keek links en rechts rond om een of ander huis te vinden, dat niet
+verlaten was; doch die, welke hij onderzocht, waren allen ledig.
+
+Eene hut, die hij tusschen de boomen bespeurde, rookte echter nog. Toen
+hij ze naderde, zag hij, op eenige schreden van de overblijfsels van
+het huis, een grijsaard, door schreiende kinderen omringd. Eene nog
+jonge vrouw, zijne dochter zonder twijfel, de moeder dezer kleinen,
+zag, op den grond geknield liggende, met een verwilderd oog dit tooneel
+van verwoesting aan. Zij had een kind van eenige maanden aan de borst.
+Het huisgezin was omringd van puinhoopen en van alles beroofd.
+
+Michael Strogoff naderde den grijsaard.
+
+»Kunt ge mij antwoorden?” vroeg hij op een ernstigen toon.
+
+»Spreek,” zeide de grijsaard.
+
+»Zijn de Tartaren hier doorgetrokken?”
+
+»Ja, daar mijn huis verbrand is!”
+
+»Was het een geheel leger of eene afdeeling?”
+
+»Een leger, want zoover het oog reikt, zijn onze velden verwoest.”
+
+»Aangevoerd door den emir?....”
+
+»Door den emir, want het water van de Obi is rood van het bloed!”
+
+»En is Feofar-Khan binnen Tomsk getrokken?”
+
+»Ja.”
+
+»Weet gij ook of de Tartaren zich van Kolivan hebben meester gemaakt?”
+
+»Neen, want Kolivan staat nog niet in brand!”
+
+»Heb dank vriend.—Kan ik iets voor u en de uwen doen?”
+
+»Niets.”
+
+»Tot weerziens.”
+
+»Vaarwel.”
+
+En na vijf en twintig roebels in den schoot der ongelukkige vrouw
+geworpen te hebben, die zelfs geene kracht bezat hem te bedanken, gaf
+Michael Strogoff zijn paard de sporen en vervolgde hij zijn tocht.
+
+Hij wist nu éen ding, namelijk dat hij Tomsk moest mijden. Naar Kolivan
+te gaan, waar de Tartaren nog niet waren, was mogelijk. Ook had hij
+zich van levensmiddelen voor een langen rit te voorzien; vervolgens
+moest hij een zijweg inslaan ten einde Tomsk om te trekken.
+
+Hij aarzelde geen oogenblik. Hij haastte zich den linkeroever van de
+Obi te bereiken, waarvan hij nog veertig wersten verwijderd was.
+
+Kolivan eens bereikt hebbende, zou zijne reis beter gaan. Hij kon daar
+ook zijn paard, dat door de lange reis geducht uitgeput zou zijn, tegen
+een ander verruilen. Zoolang hij door het verwoeste land trok, bleven
+de moeielijkheden nog zeer groot, maar, wanneer hij, na Tomsk vermeden
+te hebben, den weg naar Irkoetsk door de provincie van de Yeniseïsk kon
+hernemen, zou hij in eenige dagen zijn doel bereikt hebben.
+
+Het was nu langzamerhand donker geworden. De dag was vrij heet geweest.
+Er heerschte over de geheele steppe eene diepe stilte. Alleen hoorde
+men op dien eenzamen weg de stappen van het paard, en eenige woorden
+waarmede zijn meester het aanzette.
+
+Michael Strogoff reed zoo snel mogelijk voort, maar toch zeer
+voorzichtig om niet buiten den weg te geraken, die omzoomd was met
+vijvers en kleine stroomen die in de Obi uitliepen.
+
+Op dit oogenblik steeg Michael Strogoff van zijn paard en zocht hij de
+juiste richting van den weg te verkennen, toen hij een verward
+gedruisch, dat uit het westen kwam, meende te hooren. Het was het
+getrappel van een troep paarden in de verte.
+
+Hij hield zijn oor midden op den weg tegen den grond en luisterde met
+meer oplettendheid.
+
+»Het is eene afdeeling ruiterij, die van Omsk komt,” zeide hij tot
+zichzelf. »Zij rijdt snel, want het gedruisch wordt duidelijker. Zouden
+het Russen of Tartaren zijn?”
+
+Michael Strogoff luisterde opnieuw.
+
+»Ja,” zeide hij, »die ruiters rijden in vollen draf! Binnen tien
+minuten zullen zij hier zijn! Mijn paard kan hen niet vooruitblijven.
+Wanneer het Russen zijn, dan voeg ik mij bij hen. Zijn het Tartaren,
+dan moet ik hen vermijden. Maar hoe? Waar mij in deze steppen te
+verbergen?”
+
+Hij keek om zich heen en zijn zoo doordringend oog ontdekte door de
+duisternis heen eene massa, die zich op eenen afstand van honderd
+passen links van den weg flauw afteekende.
+
+»Daar is eenig kreupelhout,” zeide hij. »Zoek ik daar eene
+schuilplaats, dan stel ik mij misschien bloot om gevangen te worden
+genomen, als zij het kreupelhout doorzoeken, maar er is geene keus!
+Daar zijn zij! daar zijn zij!”
+
+Michael Strogoff nam zijn paard bij den toom en drong in een boschje
+van lorkeboomen door, dat zich langs den weg bevond.
+
+De duisternis was zoo dicht, dat hij geen gevaar liep van bemerkt te
+worden, tenzij het boschje nauwkeurig onderzocht werd. Hij maakte zijn
+paard aan een boom vast, en ging aan den rand van het bosch op den
+grond liggen om te zien met welke lieden hij te doen had.
+
+Nauwelijks had hij achter een groep pijnboomen plaats genomen of hij
+zag eenige lichten flikkeren.
+
+»Toortsen!” zeide hij tot zichzelf.
+
+En hij kroop opeens, als een wilde, achter het kreupelhout weg.
+
+Hoe meer de ruiters het bosch naderden, hoe duidelijker en hoe
+langzamer ook het getrappel hunner paarden begon te worden. Zouden die
+ruiters den weg verlichten met het oogmerk er de minste bochten van te
+onderzoeken?
+
+Michael Strogoff vreesde het, en instinctmatig sloop hij naar den kant
+van het stroompje dat achter het boschje liep, gereed om er in te
+springen, als het noodig was.
+
+Aan het kreupelhout gekomen, hield de afdeeling stil. De ruiters stegen
+af. Zij waren ongeveer vijftig in getal. Een tiental van hen droegen
+toortsen.
+
+Aan eenige toebereidselen zag Michael Strogoff, dat de afdeeling er
+gelukkig geenszins aan dacht om het kreupelhout te onderzoeken, maar
+dat ze op de plaats wilden bivakkeren, om de paarden te laten rusten en
+aan de manschappen eenig voedsel te laten gebruiken.
+
+Inderdaad begonnen de paarden te grazen en de ruiters strekten zich
+langs den weg uit en verdeelden den voorraad uit hunne ransels onder
+elkander.
+
+Michael Strogoff had zijne tegenwoordigheid van geest behouden, en
+tusschen het hooge gras sluipende, zocht hij te zien en te hooren.
+
+Het was eene afdeeling, die van Omsk kwam. Zij was samengesteld uit
+usbecksche ruiters, het heerschend ras in Tartarije, en wier type veel
+overeenkomst heeft met dat der Mongolen. Deze lieden, goed gebouwd, van
+eene meer dan middelmatige gestalte en met een ruw en woest gelaat,
+hadden, als hoofddeksel, de talpak, een soort van muts van zwart
+schapevel, en als schoeisel, gele laarzen met hooge hakken en punten.
+Hun pels van gewatteerd sits was om het lijf gesloten door een rood
+gestikten lederen gordel. Zij waren gewapend met een schild, een
+krommen sabel en een vuursteengeweer, aan den zadelknop hangende. Over
+hunne schouders hing een vilten, opzichtig gekleurden mantel.
+
+Deze afdeeling werd aangevoerd door een pendja-baschi, dat wil zeggen
+een commandant over vijftig man, hebbende onder zich een deh-baschi, of
+commandant van tien man. Deze beide officieren droegen een helm en een
+maliënkolder; trompetjes, aan den zadelknop bevestigd, waren het
+onderscheidingsteeken van hun graad.
+
+De pendja-baschi had zijne manschappen laten uitrusten, die door een
+langen marsch zeer vermoeid waren. Al pratende en den beng rookende,
+zijnde het hennepblad dat de grondstof van den haschisch uitmaakt,
+waarvan de Aziaten zooveel gebruik maken, liepen de beide officieren
+heen en weer in het boschje, zoodat Michael Strogoff, zonder gezien te
+worden, hun gesprek kon verstaan, daar het in het Tartaarsch werd
+gevoerd.
+
+Reeds door de eerste woorden die hij opving, werd zijne aandacht sterk
+gespannen. Inderdaad golden zij hem.
+
+»Die koerier kan ons toch niet ver vooruit zijn,” zeide de
+pendja-baschi, »en, van den anderen kant, is het onmogelijk dat hij een
+anderen weg dan die door de Baraba heeft genomen.”
+
+»Wie weet of hij Omsk wel verlaten heeft?” antwoordde de deh-baschi.
+»Misschien houdt hij zich nog in een of ander huis van die stad
+verscholen.”
+
+»Dat zou waarlijk te wenschen zijn! Kolonel Ogareff zou dan niet meer
+behoeven te vreezen dat de dépêches, die deze koerier moet overbrengen,
+de plaats harer bestemming zouden bereiken.”
+
+»Men zegt dat het een Siberiër is,” hernam de deh-baschi. »Hij moet dus
+goed de streken kennen, en het is mogelijk dat hij den weg naar
+Irkoetsk verlaten heeft, om hem later weer te hernemen!”
+
+»Maar dan zouden wij hem vooruit zijn,” antwoordde de pendja-baschi,
+»want wij hebben Omsk een klein uur na hem verlaten, en wij hebben den
+kortsten weg genomen en wel met al de snelheid onzer paarden. Derhalve
+is hij òf te Omsk gebleven, òf wij zullen vóor hem te Tomsk aankomen.
+In beide gevallen, zal hij dus Irkoetsk niet bereiken.”
+
+»Die Siberische vrouw is zeker zijne moeder!” zeide de deh-baschi.
+
+Op dit gezegde klopte het hart van Michael Strogoff, alsof het vaneen
+zou springen.
+
+»Ja,” antwoordde de pendja-baschi, »zij heeft goed volgehouden dat die
+gewaande koopman haar zoon niet was; maar het was te laat. Kolonel
+Ogareff heeft zich niet laten beetnemen, en, zooals hij gezegd heeft,
+hij zal die oude tooverheks wel weten te doen praten, wanneer het
+oogenblik daar is.”
+
+Deze woorden waren even zooveel dolksteken voor Michael Strogoff! Het
+was bekend dat hij een koerier van den czaar was! Eene afdeeling
+ruiters zou hem wel den weg afsnijden! En wat nog smartvoller voor hem
+was, zijne moeder was in de handen der Tartaren, en de wreede Ogareff
+maakte zich sterk haar te doen praten, wanneer hij zulks maar wilde!
+
+Michael Strogoff wist wel, dat de krachtvolle Siberische vrouw niet zou
+praten, al moest zij er het leven bij laten! Hij geloofde niet dat hij
+Ivan Ogareff meer kon haten dan hij hem tot nu toe gehaat had. De
+ellendeling die zijn land verried, dreigde nu zijne moeder te pijnigen!
+
+Het gesprek tusschen die beide officiers werd voortgezet, en Michael
+Strogoff meende er uit te begrijpen, dat er een groot gevecht in de
+omstreken van Kolivan op handen was tusschen de Moskovische troepen die
+uit het noorden aanrukten en de Tartaarsche troepen. Een klein Russisch
+korps van twee duizend man, vertelde men, was op marsch naar Tomsk.
+Indien dit zoo was, dan zou dat korps met het gros van het leger van
+Feofar-Khan slaags gerakende, onvermijdelijk in de pan gehakt worden,
+en de geheele weg naar Irkoetsk zou voor de overweldigers open liggen.
+
+Wat Michael Strogoff zelf betreft, hij vernam, door eenige woorden van
+den pendja-baschi, dat hij vogelvrij was verklaard, en dat er bevel
+gegeven was hem dood of levend in handen te krijgen.
+
+Het was dus zaak voor Michael Strogoff, de ruiters op den weg naar
+Irkoetsk vooruit te komen en zoo snel mogelijk de Obi over te trekken.
+
+Hij had bijgevolg geen oogenblik te verliezen. Het was éen uur in den
+morgen. Hij moest van de duisternis gebruik maken, en toch scheen hem
+het welslagen eener dergelijke vlucht bijna onmogelijk toe.
+
+Hoe uit dit kreupelbosch te komen, uit dien moerassigen grond overal
+dicht begroeid met stekelige brem. Het eenige dat er op zat, was om te
+trachten op den grooten weg te komen, door het bosch om te rijden, en
+de Obi te bereiken, al moest hij zijn paard zien bezwijken en
+vervolgens dien machtigen stroom, hetzij in een pont, hetzij al
+zwemmende over te trekken.
+
+Zijne zielskracht, zijn moed hadden zich in het gezicht van het gevaar
+vertienvoudigd. Het gold zijn leven, zijne zending, de eer van zijn
+land, wellicht het heil zijner moeder.
+
+Hij had geen oogenblik meer te verliezen. Reeds was er eenige beweging
+onder de manschappen van de afdeeling gekomen, en hunne paarden trokken
+langzamerhand naar het vereenigingspunt in het boschje.
+
+Michael Strogoff naderde, al kruipende door het hooge gras, zijn paard,
+dat op den grond te rusten lag. Hij liefkoosde het, en het gelukte hem
+het stil te doen opstaan. Hij deed het zijn gebit aan, bevestigde den
+buikriem, onderzocht de riemen der stijgbeugels, en leidde het zachtjes
+bij den toom. Het scheen dat het dier begreep wat men van hem wilde;
+het volgde gewillig zijn meester zonder het minste gehinnik te laten
+hooren. Evenwel staken eenige usbecksche paarden de ooren op, en liepen
+langzaam naar den rand van het boschje.
+
+Michael Strogoff hield zijn revolver in de rechter hand, gereed om den
+eersten den besten ruiter, die naderen mocht een kogel door het hoofd
+te jagen. Hij werd gelukkig niet opgemerkt en hij kon den hoek van het
+bosch bereiken die op den grooten weg uitkwam.
+
+Ongelukkigerwijze begon, op het oogenblik dat hij den rand van het
+kreupelboschje zou overschrijden, een usbecksch paard, dat hem rook, te
+hinniken en rende het op den weg.
+
+Zijn meester snelde toe om het terug te halen, maar in de
+morgenschemering de schim van een mensch ontwarende, riep hij:
+
+»Verraad.”
+
+Op dien kreet stonden al de manschappen op en vlogen zij naar den weg.
+
+Michael Strogoff sprong op zijn paard en zette het in galop.
+
+De beide officieren der afdeeling waren toegesneld, en wakkerden hunne
+manschappen aan.
+
+Op dit oogenblik werd een knal gehoord en voelde Michael Strogoff zijn
+pels door een kogel doorboren.
+
+Zonder om te kijken, zonder te antwoorden, gaf hij zijn paard de
+sporen, en rende hij met lossen teugel, in de richting van de Obi
+voort.
+
+Ofschoon de paarden der usbecken afgetuigd waren, duurde het toch geene
+vijf minuten of hij hoorde het getrappel der paarden, die hem
+langzamerhand inhaalden.
+
+Michael Strogoff zijn hoofd omkeerende, zag een ruiter dicht achter
+hem.
+
+Het was de deh-baschi, die aan het hoofd der afdeeling, den vluchteling
+dreigde in te halen.
+
+Michael Strogoff legde, zonder stil te houden, zijn revolver op hem
+aan, en schoot hem vlak in de borst.
+
+Hij moest nog meermalen van zijn revolver gebruik maken, wanneer de
+ruiters hem te nabij kwamen, en telkenmale stortte dan een usbeck uit
+den zadel, onder de verwoede kreten zijner makkers, die hem met des te
+meer hevigheid vervolgden.
+
+Dit vervolgen kon niet anders dan ten nadeele van Michael Strogoff
+uitloopen. Het gelukte hem evenwel de Obi te bereiken. Hij sprong er
+met zijn paard in.
+
+De ruiters, aan den steilen oever, waarmede het water gelijk stond,
+aangekomen, aarzelden om hem na te springen. Maar de pendja-baschi
+greep toen zijn geweer en mikte goed op den vluchteling, die zich reeds
+midden in den stroom bevond. Het schot ging af, en het paard van
+Michael Strogoff, in de zijde getroffen, zonk onder zijn meester in den
+stroom weg.
+
+Deze had zich snel van de stijgbeugels bevrijd, op het oogenblik dat
+het dier verdween. Vervolgens bijtijds duikende onder een hagelbui van
+kogels, gelukte het hem den rechteroever van den stroom te bereiken,
+waarna hij verdween in het riet, dat den oever van de Obi bedekte.
+
+
+
+
+
+
+
+
+XVII.
+
+VERZEN EN LIEDEREN.
+
+
+Michael Strogoff was nu betrekkelijk in veiligheid. Maar zijn toestand
+bleef nog steeds verschrikkelijk. Hoe zou hij, nu het trouwe dier, dat
+hem zoo moedig diende, in den stroom zijn dood had gevonden, zijne reis
+kunnen voortzetten? Hij was te voet, zonder levensbehoeften, in een
+land overal door den vijand verwoest en bedreigd en nog zoover
+verwijderd van het doel zijner reis.
+
+Doch zijn moed had hem nog niet begeven. Eenmaal den vasten grond
+bereikt hebbende, na zich met veel moeite aan het dikke slijk
+ontworsteld te hebben, dat de buiten hare oevers getreden rivier had
+achtergelaten, bepaalde Michael Strogoff wat hij verder te doen had.
+
+Hij wilde vooral Tomsk vermijden, dat door de Tartaren bezet was.
+Niettemin moest hij zien een of ander plaatsje te bereiken, om een
+paard te bekomen en een zijweg in te slaan, om, in den omtrek van
+Krasnoïarsk, den grooten weg naar Irkoetsk te hernemen.
+
+Allereerst ging Michael Strogoff op verkenning uit.
+
+Op twee wersten voor hem uit, verhief zich, den stroom van de Obi
+volgende, een stadje, schilderachtig op eene kleine hoogte gelegen.
+Eenige kerken met Bizantijnsche koepels teekenden zich in de verte
+tegen den grijzen hemel af.
+
+Dit was Kolivan, waar de hooge en mindere beambten van Kamsk en andere
+steden des zomers een verblijf zoeken om het ongezonde klimaat van de
+Baraba te ontvluchten. Kolivan was, volgens de berichten, nog niet in
+handen van den vijand. De Tartaarsche troepen, in twee kolonnes
+verdeeld, waren links naar Omsk, rechts naar Tomsk opgerukt, het
+tusschengelegen land met vrede latende.
+
+Het plan nu dat Michael Strogoff gevormd had, was om Kolivan voor de
+usbecksche ruiters te bereiken.
+
+Het was drie uur in den morgen. De omstreken van Kolivan, toen volkomen
+rustig, schenen geheel verlaten te zijn, daar de buitenbewoners voor
+den vijand vluchtende, naar het noorden van de provinciën van de
+Yeneseïsk getrokken waren.
+
+Michael Strogoff spoedde zich naar Kolivan, toen hij op eens, in de
+verte meende te hooren schieten.
+
+Hij bleef een oogenblik stilstaan:
+
+»Ja, waarlijk,” zeide hij tot zich zelf, »het zijn kanon- en
+geweerschoten. Zou dan het kleine Russische korps met het Tartaarsche
+leger handgemeen zijn geraakt! God geve dat ik vóor hen te Kolivan
+aankome!”
+
+Michael Strogoff had zich niet vergist, want hij was geene werst meer
+van Kolivan verwijderd of hij zag lichterlaaie vlammen tusschen de
+huizen opstijgen, en den toren der kerk te midden van wolken stof en
+vlammen instorten.
+
+Weldra zag hij aan zijne linkerhand eene geheele wijk van Kolivan in
+brand staan. Zonder zich te bedenken sloeg hij rechtsaf de steppe in,
+om eene schuilplaats onder eenige boomen te zoeken.
+
+Nauwelijks was hij onder die boomen, of hij zag eene afdeeling
+Tartaarsche ruiters naderen, die in vollen ren op de stad aanrukten.
+
+Michael Strogoff keek angstig rond hoe hun te ontsnappen en gelukkig
+zag hij in de verte een eenzaam gelegen huis, dat hij wel kans zag te
+bereiken zonder opgemerkt te worden. Hij liep er ijlings heen en toen
+hij er bij was zag hij dat het een telegraafkantoor was, waaruit twee
+draden liepen, de eene westwaarts, de andere oostwaarts, terwijl een
+derde in de richting van Kolivan gespannen was.
+
+In de tegenwoordige omstandigheden moest men wel veronderstellen dat
+het huis verlaten zou zijn, doch, hoe het ook zij, Michael Strogoff zou
+er zich kunnen verschuilen en er den nacht afwachten, om eerder door de
+steppe zijn weg te vervolgen.
+
+Aan het kantoor gekomen, duwde hij de deur open. Een enkel persoon
+bevond zich in het vertrek, waar de berichten overgeseind werden.
+
+Het was een beambte, die daar kalm, flegmatisch en onverschillig
+omtrent hetgeen er buiten gebeurde, getrouw op zijn post was.
+
+Michael Strogoff ging naar hem toe en zeide met een door groote
+vermoeienis afgematte stem:
+
+»Welk nieuws?”
+
+»Geen nieuws,” antwoordde de beambte glimlachende.
+
+»Zijn de Russen en de Tartaren handgemeen?”
+
+»Men zegt het.”
+
+»Maar wie zijn overwinnaars?”
+
+»Ik weet het niet.”
+
+Zooveel kalmte te midden dezer verschrikkelijke omstandigheden, zooveel
+onverschilligheid zelfs, waren bijna ongeloofelijk.
+
+»En is de draad niet afgesneden?” vroeg Michael Strogoff.
+
+»Hij is afgesneden tusschen Kolivan en Krasnoïarsk, maar hij werkt nog
+tusschen Kolivan en de Russische grens.”
+
+»Voor het gouvernement?”
+
+»Voor het gouvernement, wanneer het zulks noodig oordeelt. Voor het
+publiek, wanneer het betaalt. Het is tien kopeken per woord.—Wanneer ge
+maar wilt, mijnheer?”
+
+Michael Strogoff stond gereed dien zonderlingen beambte te antwoorden
+dat hij geene dépêche te verzenden had, dat hij slechts wat water en
+brood verzocht, toen de deur van het huis eenklaps driftig geopend
+werd.
+
+Michael Strogoff, denkende dat het de Tartaren waren, wilde uit het
+venster springen, toen hij slechts twee mannen het vertrek zag
+binnentreden, die niet het minst op Tartaarsche soldaten geleken.
+
+De een hield eene met potlood geschreven dépêche in de hand, en den
+anderen voorbijschietende liep hij naar het raampje van den beambte.
+
+In die beide mannen vond Michael Strogoff, met eene verwondering die
+iedereen begrijpen zal, twee personages terug, aan wie hij weinig meer
+dacht en die hij nooit meer had denken weer te zien.
+
+Het waren de correspondenten Harry Blount en Alcide Jolivet, thans geen
+reisgezellen meer, maar mededingers, ja vijanden, nu zij op het tooneel
+van den oorlog werkzaam waren.
+
+Door het oponthoud van drie dagen dat Michael Strogoff aan de boorden
+van de Irtisch ondervonden had, waren ze eerder te Kolivan aangekomen,
+alhoewel zij eenige uren later dan hij Ichim verlaten hadden.
+
+Ze waren beiden naar het telegraafkantoor toegesneld op het oogenblik
+dat het gevecht tusschen Russen en Tartaren in de straten van Kolivan
+plaats had, en de een voor den anderen wilde het eerst zijne berichten
+naar Europa overseinen.
+
+Michael Strogoff hield zich ter zijde om alles te zien en te hooren,
+en, door het belangrijk nieuws dat zij brachten, te weten te komen of
+het zaak voor hem was al dan niet naar Kolivan te gaan.
+
+Harry Blount, haastiger dan zijn collega, had van het raampje bezit
+genomen, en stak den beambte zijne dépêche toe, terwijl Alcide Jolivet
+van ongeduld stampvoette.
+
+»Tien kopeken per woord,” zeide de beambte, terwijl hij de dépêche
+overnam.
+
+Harry Blount legde een stapeltje roebels neer, dat zijn collega met
+zekere verbazing beschouwde.
+
+»Goed,” zeide de beambte.
+
+En met de grootste koelheid van de wereld, begon hij de volgende
+dépêche te telegrapheeren:
+
+
+ Daily Telegraph, Londen.
+
+ »Kolivan, gouvernement Omsk, Siberië, 6 Augustus.
+
+ »Gevecht tusschen Russische en Tartaarsche troepen....”
+
+
+Daar dit hardop gelezen werd, hoorde Michael Strogoff alles wat de
+Engelsche correspondent aan zijn dagblad berichtte.
+
+
+ »Russische troepen met groote verliezen teruggedreven. Tartaren
+ dienzelfden dag Kolivan binnengerukt....”
+
+
+Dit waren de laatste woorden van de dépêche.
+
+»Nu is het mijne beurt,” riep Alcide Jolivet uit, die aan zijne nicht
+in den faubourg Montmartre wilde telegrapheeren. Maar dit beviel den
+Engelschen correspondent geenszins, die niet van plan was het raampje
+te verlaten, teneinde nieuwsberichten naarmate die inkwamen, over te
+seinen.
+
+»Maar gij zijt klaar!” riep Alcide Jolivet uit.
+
+»Ik ben niet klaar,” antwoordde Harry Blount eenvoudig.
+
+En hij ging voort met eene reeks woorden op te schrijven, die hij
+vervolgens aan den beambte overgaf, en die deze op zijn bedaarden toon
+voorlas:
+
+In het begin schiep God hemel en aarde!....
+
+Het waren verzen uit den bijbel, die Harry Blount telegrapheerde, om
+tijd te winnen en zijne plaats niet aan zijn mededinger af te staan.
+Het kon zijn dagblad wellicht eenige duizenden roebels kosten, maar
+zijn dagblad zou ook de eerste tijdingen hebben! Frankrijk moest maar
+wachten! Men begrijpt de woede van Alcide Jolivet, die, in elke andere
+omstandigheid, zou gevonden hebben dat het eerlijk toeging. Hij wilde
+dan ook de beambte noodzaken om den voorrang aan zijn bericht te geven.
+
+»Mijnheer is in zijn recht,” antwoordde de beambte bedaard, terwijl hij
+op Harry Blount wees en deze vriendelijk toelachte. En hij ging voort
+met het eerste vers van de heilige schrift getrouw aan de Daily
+Telegraph over te seinen.
+
+Terwijl hij bezig was, ging Harry Blount bedaard naar het venster en
+sloeg hij, met het lorgnet voor de oogen, gade wat er in den omtrek van
+Kolivan voorviel, teneinde zijne berichten aan te vullen.
+
+Eenige oogenblikken daarna hernam hij zijne plaats voor het raampje en
+voegde aan zijn telegram het volgende toe:
+
+»Twee kerken in brand. De brand schijnt aan den rechterkant toe te
+nemen. De aarde was woest en ledig; de duisternis bedekte den
+afgrond....”
+
+De handen van Alcide Jolivet jeukten van begeerten om den eerwaardigen
+correspondent van de Daily Telegraph te wurgen. Hij sprak nog eens tot
+den beambte, die altijd, onbeweeglijk, hem eenvoudig antwoordde:
+
+»Mijnheer is in zijn recht, in zijn recht.... tegen tien kopeken per
+woord.”
+
+En hij seinde het volgende bericht, dat Harry Blount hem overgaf:
+
+»Russische vluchtelingen ontsnappen uit de stad. En God zeide: daar zij
+licht, en het werd licht!....”
+
+Alcide Jolivet was letterlijk razend van woede. Harry Blount was naar
+het raam teruggekeerd, maar dezen keer, door het schouwspel dat zich
+aan zijne blikken vertoonde, waarschijnlijk afgetrokken, bleef hij te
+lang kijken. Toen de beambte dan ook klaar was met het overseinen van
+het derde vers uit den Bijbel, plaatste Alcide Jolivet zich heel stil
+aan het raampje, en na evenals zijn collega hoogst bedaard een
+aanzienlijk stapeltje roebels op de plank neergelegd te hebben, gaf hij
+zijn telegram over, dat de beambte hardop las:
+
+
+ Madeleine Jolivet.
+ 10, Faubourg Montmartre, Paris.
+
+ »Kolivan, gouvernement Omsk, Siberië, 6 Augustus.
+
+ »De vluchtelingen ontsnappen uit de stad. Russen geslagen.
+ Hardnekkige vervolging door de Tartaarsche ruiterij....”
+
+
+En toen Harry Blount terugkwam, hoorde hij Alcide Jolivet die zijn
+telegram eindigde, al spottend neuriën:
+
+
+ In Parijs,
+ In het grijs
+ Loopt daar een klein vet manneke,
+ Een wandelend koffiekanneke....
+
+
+Het ongepast vindende om, zooals zijn collega, het gewijde met het
+ongewijde dooreen te mengen, antwoordde Alcide Jolivet op de verzen uit
+den Bijbel met een vroolijk deuntje van Béranger.
+
+»Aoh!” zeide Harry Blount.
+
+»Dat is maar zoo,” antwoordde Alcide Jolivet.
+
+De toestand om Kolivan werd echter hachelijker. Het gevecht kwam
+dichterbij en het schieten werd steeds heviger.
+
+Opeens dreunde het gebouw van een vreeselijken slag.
+
+Er was eene granaat door den muur geslagen, die den seinpaal in eene
+wolk van stof hulde.
+
+Alcide Jolivet was juist bezig de dichtregels te eindigen:
+
+
+ Als een appel zoo rond,
+ Doch in zijn zak.... geen grond....
+
+
+maar hij hield op, vloog op de granaat af, greep ze met beide handen en
+wierp ze het raam uit. Dit was het werk van een oogenblik.
+
+Vijf minuten later sprong de granaat.
+
+Alcide Jolivet ging met de grootste bedaardheid voort zijn telegram op
+te schrijven. Hij schreef:
+
+»Twaalfduims granaat heeft den muur van het telegraaf gebouw uiteen
+doen springen. Er nog meer van hetzelfde kaliber wachtende....”
+
+Wat Michael Strogoff betreft, deze twijfelde niet of de Russen waren
+uit Kolivan verdreven. Er zat voor hem niets anders op dan de
+zuidelijke steppen in te slaan.
+
+Hij stond op het punt van te vertrekken, toen eene hagelbui van kogels
+de ruiten van het venster verbrijzelde.
+
+Harry Blount, aan den schouder getroffen, viel op den grond.
+
+Alcide Jolivet vulde, op hetzelfde oogenblik, zijn bericht met het
+volgende aan:
+
+»Harry Blount, correspondent van de Daily Telegraph, valt aan mijne
+zijde, door eene granaatscherf getroffen....”
+
+toen de ongevoelige beambte hem met de onverstoorbaarste kalmte
+toevoegde:
+
+»Mijnheer, de draad is gebroken.”
+
+En, het raampje verlatende, nam hij bedaard zijn hoed, dien hij met den
+elleboog glad streek, en verdween hij, nog altijd glimlachende, door
+een deurtje, dat Michael Strogoff niet had opgemerkt.
+
+Daarop werd het telegraafkantoor door de Tartaarsche soldaten
+overweldigd, en noch Michael Strogoff, noch de dagbladschrijvers,
+slaagden er in zich uit de voeten te maken.
+
+Alcide Jolivet, zijne laatste dépêche in de hand houdende, was op Harry
+Blount toegeschoten, had hem op zijne schouders genomen om met hem te
+vluchten.... Maar het was te laat!
+
+Beiden werden gevangen genomen, en tegelijkertijd Michael Strogoff, die
+uit het venster willende springen, in de handen der Tartaren viel!
+
+
+
+
+
+
+
+
+XVIII.
+
+EEN TARTAARSCH KAMP.
+
+
+Op eene dagreis van Kolivan, eenige wersten voor het vlek Diachinsk,
+strekt zich eene groote vlakte uit, waarop eenige zware boomen,
+voornamelijk pijnboomen en ceders uitstaken. Dit gedeelte der steppe is
+gedurende het warme jaargetijde gewoonlijk door Siberische herders
+ingenomen, die er, voor hunne talrijke kudden, voldoende voedsel
+vinden. Doch op dit tijdstip, zou men er te vergeefs een enkele dezer
+zwervende bewoners gezocht hebben. En toch was deze vlakte niet
+verlaten, integendeel zij vertoonde eene buitengewone levendigheid.
+
+Daar waren de Tartaarsche tenten opgeslagen, daar kampeerde
+Feofar-Khan, de woeste emir van Boekhara en daar werden den volgenden
+dag, 7 Augustus, de gevangenen van Kolivan opgebracht, na de
+vernietiging van het kleine Russische korps. Van deze twee duizend man,
+waren er nauwelijks eenige honderden overgebleven. De gebeurtenissen
+namen dus, voor het keizerlijk bestuur, aanvankelijk eene ongunstige
+wending, want de Russen zouden, vroeger of later, ongetwijfeld die
+horden overweldigers weder verdrijven. Maar het hart van Siberië was
+door den inval aangetast en hij dreigde zich nu dwars door het
+opgestane land heen naar de oostelijke en westelijke provinciën te
+zullen uitbreiden. Irkoetsk was nu van elke gemeenschap met Europa
+verstoken. Wanneer de troepen van de Amoer en uit de provincie Jakoetsk
+niet bijtijds aankwamen om Irkoetsk te bezetten, zou die hoofdstad van
+Aziatisch Rusland in handen der Tartaren vallen, en voor dat zij kon
+heroverd worden, zou de grootvorst, de broeder van den keizer, aan de
+wraak van Ivan Ogareff zijn overgeleverd.
+
+Wat zou er van Michael Strogoff worden? Zou hij onder den druk van
+zoovele beproevingen eindelijk bezwijken? Zou hij door de reeks van
+tegenspoeden, sedert het ongeval te Ichim ondervonden, zich als
+overwonnen beschouwen? Zou hij zijne zending als mislukt beschouwen en
+haar opgeven?
+
+Neen, Michael Strogoff leefde nog, hij was niet gekwetst, den
+keizerlijken brief had hij nog altijd bij zich, hij had zijn incognito
+bewaard. Wel bevond hij zich onder de gevangenen, die door de Tartaren
+als redeloos vee werden medegesleept, maar terwijl hij op die wijze
+Tomsk naderde, kwam hij ook dichter bij Irkoetsk. In elk geval zou hij
+Ivan Ogareff dan nog vóoruit zijn.
+
+»Ik zal er komen!” zeide hij telkens bij zichzelven.
+
+Sedert het gebeurde te Kolivan, had hij slechts éene gedachte,
+namelijk: zijne vrijheid te herkrijgen! Hoe aan de soldaten van den
+emir te ontsnappen? Wanneer het oogenblik daar was, zou hij zien.
+
+Het kamp van Feofar bood een prachtig schouwspel aan. Tallooze tenten
+uit huiden, vilt of zijden stoffen vervaardigd, glinsterden in de
+stralen der zon. De rijksten dezer tenten behoorden aan de seïden en de
+khodjas, de voornaamste personages van het khanaat.
+
+Het kamp bevatte minstens honderd vijftig duizend man, zoowel
+voetknechten als ruiters, die de verschillende typen van Aziatisch ras
+vertoonden. Lastdieren telde men er bij duizenden.
+
+Toen de gevangenen van Kolivan voor de tenten van Feofar en der
+grootwaardigheid-bekleeders van het khanaat aankwamen, werd de roffel
+geslagen, schalden de trompetten en bulderde het geschut.
+
+Overigens was de omgeving van Feofar geheel militair, daar zijn om zoo
+te zeggen burgerlijk gevolg en zijn harem zich te Tomsk bevonden, dat,
+nu in de handen der Tartaren, de residentie van den emir zou worden,
+tot zoolang hij haar eindelijk zou kunnen verwisselen tegen de
+hoofdstad van oostelijk Siberië.
+
+De tent van Feofar stak boven de naburige tenten uit. Met eene
+schitterende zijden stof behangen, die opgehouden werd door koorden met
+gouden kwasten, besloeg zij het middelpunt van eene uitgestrekte open
+plaats tusschen de boomen, waarvan de achtergrond door prachtige
+beukeboomen en reusachtige pijnboomen werd gevormd. Voor deze tent lag
+op eene verlakte en met edelgesteenten ingelegde tafel, het heilige
+boek van den Koran open, waarvan de bladzijden uit fijn gegraveerde
+gouden blaadjes bestonden. Boven de tent wapperde de Tartaarsche
+standaard, versierd met het wapen van den emir.
+
+Op het oogenblik dat de gevangenen in het kamp gebracht werden, was de
+emir in zijne tent. Hij kwam niet te voorschijn. En het was zonder
+twijfel gelukkig. Éen woord, éene wenk zou wellicht slechts het sein
+voor eene of andere bloedige terechtstelling zijn geweest. Maar, als
+een echt Oostersch Vorst zonderde hij zich af; want hij, die zich niet
+vertoont, wordt bewonderd en vooral gevreesd.
+
+Wat de gevangenen aangaat, zij werden in eene afgesloten ruimte
+gelegerd, waar zij, mishandeld, bijna zonder voedsel, blootgesteld aan
+de guurheid van het klimaat, het welgevallen van Feofar verbeidden.
+
+De gedweeste, zoo niet de geduldigste van allen was zeker Michael
+Strogoff. Hij liet zich geleiden, want men bewaakte hem overal waar hij
+heen wilde gaan en dus was hij zoo veilig, als hij, in vrijheid zijnde,
+op den weg van Kolivan naar Tomsk nooit had kunnen zijn. Te willen
+ontsnappen vóor dat hij in laatstgenoemde stad was aangekomen, ware
+zich blootstellen om weder in handen te vallen van de verkenners die in
+de steppe rondzwierven.
+
+Eenmaal te Tomsk zijnde, zeide hij tot zich zelf, om eenigszins het
+ongeduld te onderdrukken dat hij niet altijd kon bedwingen, kan ik in
+weinige minuten voorbij de voorposten zijn; twaalf uren op Feofar,
+twaalf uren op Ogareff gewonnen, zullen voldoende zijn om vóor hen te
+Irkoetsk aan te komen!
+
+Hetgeen Michael Strogoff inderdaad bovenal vreesde, was de
+tegenwoordigheid van Ogareff in het Tartaarsche kamp. Buiten het gevaar
+van herkend te worden, gevoelde hij instinctmatig dat het van belang
+was dien verrader vooruit te komen. Hij begreep ook dat, wanneer de
+troepen van Ivan Ogareff zich met die van Feofar vereenigd hadden, dit
+leger, nu voltallig, zoo snel mogelijk tegen de hoofdstad van oostelijk
+Siberië zou oprukken. Dit vooral vreesde hij en elk oogenblik luisterde
+hij of niet een trompetgeschal de aankomst van Ivan Ogareff
+aankondigde.
+
+Bij die vrees voegde zich de gedachte aan zijne moeder en aan Nadia.
+Zou hij haar wel ooit wederzien? Op deze vraag die hij niet durfde
+oplossen, werd het hem vreeselijk benauwd om het hart.
+
+Met Michael Strogoff en zooveel andere gevangenen, waren ook Harry
+Blount en Alcide Jolivet naar het Tartaarsche kamp gevoerd. Michael
+Strogoff zocht hen niet op; het kon hem weinig schelen wat zij van hem
+dachten sedert het gebeurde aan de wisselplaats te Ichim. Hij wilde
+liever alleen blijven om alleen te handelen, wanneer het er op aan
+kwam.
+
+Alcide Jolivet had, sedert zijn collega aan zijne zijde was gevallen,
+dezen voortdurend verzorgd en hem ondersteund op den tocht van Kolivan
+naar het kamp. In het kamp aangekomen, was het zijne eerste zorg
+geweest de wond van Harry Blount te onderzoeken.
+
+»Het beteekent niets,” zeide hij tot hem, »het is slechts een schram!
+Na twee- of driemaal verbonden te zijn, zal er niets meer van zichtbaar
+zijn!”
+
+»Maar dat verband?....” vroeg Harry Blount.
+
+»Dat zal ik wel leggen!”
+
+»Gij zijt dus een halve heelmeester?”
+
+»Dat zijn alle Franschen zoo wat half en half!”
+
+En op deze verzekering scheurde Alcide Jolivet zijn zakdoek in twee
+stukken, maakte van het eene pluksel, van het andere eene prop, waschte
+de wond, die gelukkig niet ernstig was, uit en legde het vochtige
+linnen zeer behendig op den schouder van Harry Blount.
+
+»Ik genees u met water,” zeide hij, »want het is het heilzaamste
+pijnstillende middel, dat voor het genezen van wonden bekend is. De
+geneesheeren hebben zes duizend jaar er aan besteed om dit te
+ontdekken! Ja, zes duizend jaar!”
+
+»Ik dank u, mijnheer Jolivet,” antwoordde Harry Blount, die zich op een
+bed van dorre bladeren nedervleide, dat zijn metgezel in de schaduw van
+een berkeboom voor hem gereed had gemaakt.
+
+»Blijf nu maar stil liggen en praat niet meer, want gij hebt volstrekt
+rust noodig,” zeide Alcide Jolivet.
+
+Maar Harry Blount had geen lust om te zwijgen.
+
+»Mijnheer Jolivet,” vroeg hij, »denkt gij dat onze dépêches over de
+Russische grenzen hebben kunnen komen!”
+
+»En waarom niet,” antwoordde Alcide Jolivet. »Op het oogenblik weet
+mijn goede nicht alles aangaande het gevecht bij Kolivan.”
+
+»En hoeveel exemplaren van de dépêche laat uw nicht wel drukken?” vroeg
+Harry Blount, die voor den eersten keer de vraag zoo rechtstreeks deed.
+
+»Wel ja!” antwoordde Alcide Jolivet lachende. »Mijne nicht is iemand,
+die zeer bescheiden is, die er niet van houdt dat men over haar
+spreekt, en wie het zeer zou spijten als zij den slaap verstoorde, dien
+gij zoo noodig hebt.”
+
+»Ik wil niet slapen,” antwoordde de Engelschman.—»Wat zou uwe nicht van
+de zaken in Rusland denken?”
+
+»Dat zij op het oogenblik zeer slecht schijnen te staan. Maar dat
+beteekent niets! De Russische regeering is machtig, zij zal zich niet
+ongerust maken over een inval van barbaren en Siberië zal haar niet
+ontvallen.”
+
+»Al te veel eerzucht heeft de grootste rijken doen ten óndergaan!”
+antwoordde Harry Blount, die niet vrij was van een zekere Engelsche
+jaloerschheid, ten opzichte der Russische aanmatigingen in Middel-Azië.
+
+»Ach! laten we niet over politiek praten!” riep Alcide Jolivet uit.
+»Dat is door de faculteit verboden. Niets is slechter voor
+schouderwonden!.... tenzij dit ware—om u te doen inslapen.”
+
+»Laat ons dan spreken over hetgeen ons verder te doen staat,” zeide
+Harry Blount. »Mijnheer Jolivet, ik ben niet van plan om voortdurend
+bij deze Tartaren gevangen te blijven.”
+
+»Ik voor den drommel ook niet!”
+
+»Zullen wij bij de eerste gelegenheid trachten te ontsnappen?”
+
+»Ja, als er geen ander middel is om onze vrijheid te herkrijgen.”
+
+»Weet ge een ander?” vroeg Harry Blount, zijn makker aanziende.
+
+»Zeker! Wij behooren niet tot de oorlogvoerende partijen, wij zijn
+onzijdig, en wij zullen er tegen opkomen!”
+
+»Bij dien onbeschaafden Feofar-Khan?”
+
+»Neen, hij zou ons niet verstaan,” antwoordde Alcide Jolivet, »maar bij
+Ivan Ogareff.”
+
+»Dat is een schurk!”
+
+»Zonder twijfel, maar die schurk is een Rus. Hij weet dat men met het
+volkenrecht niet moet gekscheren, en hij heeft er geen belang bij om
+ons gevangen te houden, integendeel!”
+
+»Maar dat heer iets te vragen, bevalt mij niet erg!”
+
+»Maar dat heer is niet in het kamp, ten minste ik heb hem er niet
+gezien,” merkte Harry Blount op.
+
+»Hij zal er komen. Dat is zeker. Hij moet zich bij den emir voegen, die
+alleen op hem wacht om naar Irkoetsk op te trekken.”
+
+»En eenmaal vrij, wat zullen wij dan doen?”
+
+»Eenmaal vrij, dan zullen wij de Tartaren volgen tot dat de
+gebeurtenissen ons zullen vergunnen om naar het Russische kamp over te
+loopen. Drommels! wij moeten den moed niet laten zakken! Wij beginnen
+pas. Gij collega, gij hebt reeds het geluk gehad in dienst van de Daily
+Telegraph gewond te worden, terwijl ik nog niets bekomen heb in dienst
+van mijne nicht, kom, kom!”
+
+»Goed zoo,” mompelde Alcide Jolivet, »daar valt hij in slaap! Eenige
+uren slaaps en eenige compressen met frisch water zijn meer dan
+voldoende om een Engelschman weer op de been te helpen. Die lui zijn
+van ijzer!”
+
+En terwijl Harry Blount sliep, waakte Alcide Jolivet bij hem, en maakte
+hij aanteekeningen in zijn boekje, vast besloten die met zijn collega
+te deelen tot groote voldoening der lezers van de Daily Telegraph. De
+gebeurtenissen hadden hen vereenigd, en tegen die vereeniging was hunne
+ijverzucht niet bestand.
+
+Zoo was, wat Michael Strogoff het meeste duchtte, juist datgene, waar
+de beide dagbladschrijvers het zeerst naar verlangden. De komst van
+Ivan Ogareff kon zeker voor hen goed zijn, want wanneer hunne qualiteit
+van Engelsch en Fransch correspondent maar eerst bekend was, zouden
+zij, allerwaarschijnlijkst, in vrijheid gesteld worden. Ivan Ogareff
+zou Feofar wel doen begrijpen dat dagbladschrijvers geen eenvoudige
+spionnen zijn.
+
+Vier dagen waren reeds voorbij gegaan en de gevangenen hoorden er nog
+maar niets van dat het kamp opgebroken zou worden. Zij werden streng
+bewaakt en slecht gevoed. Tweemaal in de vier en twintig uren wierp men
+hun een stuk geroosterd geiten-ingewand toe, of een stuk kaas, kroete
+genaamd, uit zure schapenmelk vervaardigd, en daarna in paardenmelk
+geweekt, eene Kirgiesche spijs, meestal koemijss genoemd. Daarbij kwam
+nog dat het weer afschuwelijk was, eenige gewonden, vrouwen en
+kinderen, stierven en hunne bewakers daartoe ongenegen zijnde, moesten
+de gevangenen hunne lijken begraven.
+
+Die toestand duurde gelukkig niet zeer lang. In den morgen van 20
+Augustus hoorde men opeens de trompetten schallen, de trommels roeren,
+de geweren losbranden en op den weg naar Kolivan zag men eene dikke
+stofwolk oprijzen. Ivan Ogareff deed aan het hoofd van verscheidene
+duizenden krijgslieden zijn intocht in het Tartaarsche kamp.
+
+
+
+
+
+
+
+
+XIX.
+
+EENE HOUDING VAN ALCIDE JOLIVET.
+
+
+Het was een geheel legerkorps dat Ivan Ogareff den emir toevoerde. Het
+bestond uit een groot gedeelte van het leger dat zich van Omsk had
+meester gemaakt. Ivan Ogareff, het bovengedeelte der stad niet kunnende
+vermeesteren, had besloten het beleg op te breken, met achterlating van
+een voldoend observatiekorps te Omsk.
+
+Hij voerde een aantal Russische en Siberische gevangenen met zich mede.
+Deze ongelukkigen moesten aan de voorposten blijven en afwachten wat
+Feofar-Khan omtrent hen zou beslissen.
+
+Dit legerkorps had Omsk en Kolivan niet verlaten zonder eene menigte
+bedelaars, stroopers, kooplui en heidenen met zich te voeren; de gewone
+achterhoede van een marcheerend leger.
+
+Onder deze heidens bevond zich de zigeunertroep, die Michael Strogoff
+tot Perm vergezeld had. Sangarre, die woeste verspiedster, die Ivan
+Ogareff met lijf en ziel toegedaan was, was er bij. Deze vrouw,
+bijgestaan door hare heidenen, die haar alles wat zij konden te weten
+komen overbrachten, hield Ivan Ogareff op de hoogte van alles wat er in
+het middelpunt der overweldigde provinciën voorviel.
+
+Sangarre, vroeger in eene zeer ernstige zaak betrokken geweest, werd
+toen door den Russischen officier gered. Zij had niet vergeten wat zij
+hem verschuldigd was, en zich geheel en al aan hem gewijd. Welk bevel
+hij haar ook gaf, Sangarre voerde het uit; een onbegrijpelijk instinct,
+sterker nog dan dat der erkentelijkheid, had haar bewogen om de slavin
+te worden van dien verrader, met wien zij zich verbonden had sedert het
+oogenblik dat hij naar Siberië verbannen was. Sedert hare komst te
+Omsk, had zij Ivan Ogareff niet meer verlaten. De ontmoeting van
+Michael en Marfa Strogoff was haar bekend, alsmede de vrees die Ivan
+Ogareff koesterde ten opzichte van het op weg zijn van een koerier van
+den czaar. Daarom verloor zij Marfa Strogoff ook niet uit het oog, die
+zich onder de gevangenen bevond en die zij onophoudelijk bespiedde, om
+het woord »zoon” aan hare lippen te hooren ontglippen.
+
+Bij het kamp aangekomen, werd Ivan Ogareff met de grootste eerbewijzen
+door de hooge beambten ontvangen, die hem tegemoet gezonden waren, en
+die hem uitnoodigden hen naar de tent van Feofar-Khan te vergezellen.
+Op het oogenblik dat het ruitergeleide zich in beweging zou stellen,
+naderde Sangarre, tusschen de ruiters doorgaande, Ivan Ogareff en bleef
+onbeweeglijk voor hem staan.
+
+»Niets?” vroeg Ivan Ogareff.
+
+»Niets.”
+
+»Heb maar geduld.”
+
+»Zult gij die oude vrouw weldra noodzaken om te spreken?”
+
+»Weldra, Sangarre.”
+
+»Wanneer zal de oude spreken?”
+
+»Als wij te Tomsk zullen zijn.”
+
+»En wanneer zal dat wezen?”
+
+»Binnen drie dagen.”
+
+De groote zwarte oogen van Sangarre glinsterden buitengewoon, en zij
+ging bedaard heen.
+
+Ivan Ogareff begaf zich vervolgens naar de tent van den emir gevolgd
+door zijn staf van Tartaarsche officieren. Voor de tent aangekomen
+steeg hij van zijn paard, trad binnen en bevond zich voor den emir die
+hem naderde en hem een kus gaf. Deze kus had een groote beteekenis. Hij
+maakte Ivan Ogareff voorzitter van den raad en plaatste hem tijdelijk
+boven den khodja. Zich vervolgens tot Ivan Ogareff wendende, zeide
+Feofar:
+
+»Ik heb u niet te ondervragen; spreek Ivan. Allen zijn gereed om u aan
+te hooren.”
+
+»Takhsir,” [6] antwoordde Ivan Ogareff, »ziehier wat ik u heb mede te
+deelen.”
+
+Ivan Ogareff sprak in het Tartaarsch en gaf aan zijne woorden dat
+hoogdravende, waardoor zich de taal der oosterlingen onderscheidt.
+
+»Takhsir, het is de tijd niet om dien met nuttelooze woorden te
+verspillen. Wat ik aan het hoofd uwer troepen gedaan heb, is u bekend.
+De liniën van de Ichim en van de Irtisch zijn op het oogenblik in onze
+macht, en de Turkomansche ruiters kunnen hunne paarden laten baden in
+de wateren dier stroomen die nu Tartaarsch zijn geworden. De Kirgiesche
+horden zijn op de stem van Feofar-Khan opgestaan, en de Siberische
+groote weg is in uw bezit, van Ichim tot Tomsk. Gij kunt dus uwe
+strijdbenden richten zoowel naar het oosten waar de zon opkomt, als
+naar het westen waar zij ondergaat.”
+
+»En welke raadgeving boezemt uwe trouw aan de Tartaarsche zaak u
+hieromtrent in?” vroeg de emir na een oogenblik stilzwijgen.
+
+»Mijn raad,” antwoordde Ivan Ogareff levendig, »is, om de zon tegemoet
+te marcheeren, het gras der oostelijke steppen door de paarden der
+Turkomannen te laten verslinden! Irkoetsk, de hoofdstad der oostelijke
+provinciën, in te nemen, en met haar den gijzelaar, die eene geheele
+landstreek waard is. Bij gebrek van den czaar, moet zijn broeder de
+grootvorst in uwe handen vallen.”
+
+Dat was het groote doel, dat Ivan Ogareff najoeg. Hem hoorende spreken,
+zou men hem gehouden hebben voor een dier wreede afstammelingen van
+Stepan-Razine, de vermaarde roover, die in de XVIIIe eeuw Zuid-Rusland
+verwoestte. Zich van den grootvorst meester te maken, hem onmeedoogend
+te treffen, dit ware eene volkomen voldoening voor zijn haat! Bovendien
+zou de verovering van Irkoetsk geheel oostelijk Siberië terstond onder
+de Tartaarsche heerschappij brengen.
+
+»Zoo zal het geschieden,” antwoordde Feofar.
+
+»Wat zijn uwe bevelen, Takhsir?”
+
+»Van daag nog, zal ons hoofdkwartier naar Tomsk verplaatst worden.”
+
+Ivan Ogareff maakte eene buiging, en verwijderde zich, gevolgd door den
+hoesch-bégui, om de bevelen van den emir ten uitvoer te brengen.
+
+Op het oogenblik dat hij te paard zou stijgen, om zich naar de
+voorposten te begeven, hoorde men op eenigen afstand een zeker rumoer
+in dat gedeelte van het kamp, waar de gevangenen zich bevonden. Men
+hoorde geschreeuw en twee à drie geweerschoten. Was het eene poging tot
+opstand of tot ontvluchting, die men zocht te beteugelen?
+
+Ivan Ogareff en de hoesch-bégui snelden toe en op eens zagen zij twee
+mannen voor zich, die eenige soldaten niet konden bedwingen.
+
+De hoesch-bégui gaf, zonder dralen een wenk en beiden zouden neergeveld
+zijn, had Ivan Ogareff niet door een paar woorden den sabel afgewend
+die hen reeds bedreigde.
+
+De Rus had opgemerkt, dat deze gevangenen vreemdelingen waren, en hij
+beval dat men ze voor hem zou brengen. Het waren Harry Blount en Alcide
+Jolivet. Zoodra Ivan Ogareff in het kamp aangekomen was, hadden zij
+gevraagd om voor hem gebracht te worden, doch de soldaten hadden zulks
+geweigerd, en vandaar die worsteling.
+
+Ivan Ogareff keek deze reizigers, die hem geheel onbekend waren, eenige
+oogenblikken aan. Toch waren zij tegenwoordig geweest op de
+wisselplaats te Ichim, waar Michael Strogoff den slag van Ivan Ogareff
+ontvangen had; maar de onbeschofte reiziger had geen acht geslagen op
+de lieden die zich toen in de wachtkamer bevonden.
+
+Harry Blount en Alcide Jolivet herkenden hem, integendeel, wel, en de
+laatste zeide fluisterend:
+
+»Als ik mij niet vergis, dan meen ik in kolonel Ogareff den
+onbeschoften persoon te herkennen, dien wij op de wisselplaats te Ichim
+ontmoet hebben!”
+
+»Legt gij hem onze zaak bloot, Blount. Gij zult mij een dienst
+bewijzen. Een Russisch kolonel in een Tartaarsch kamp te zien, walgt
+mij, en hoewel ik het hem te danken heb dat mijn hoofd nog op mijne
+schouders zit, kan ik hem toch niet zonder de grootste verachting
+aanzien.”
+
+En dit gezegd hebbende, veinsde hij de volkomenste en meest hooghartige
+onverschilligheid.
+
+Begreep Ivan Ogareff wat de houding van den gevangene beleedigends voor
+hem had? In elk geval liet hij het niet blijken.
+
+»Wie zijt gij, heeren?” vroeg hij in het Russisch op een koelen toon,
+maar zonder zijne gewone ruwheid.
+
+»Twee correspondenten van Engelsche en Fransche dagbladen,” antwoordde
+Harry Blount droogweg.
+
+»Gij hebt zonder twijfel papieren die uwe identiteit kunnen bewijzen?”
+
+»Ziehier onze geloofsbrieven bij de Engelsche en Fransche kanselarijen
+in Rusland.”
+
+Ivan Ogareff las de brieven die Harry Blount hem overhandigde, en hij
+las ze met aandacht. Daarna zeide hij:
+
+»Gij vraagt vergunning om onze militaire bewegingen in Siberië te
+volgen?”
+
+»Wij vragen om niets anders dan om vrij te zijn,” antwoordde de
+Engelsche correspondent op drogen toon.
+
+»Gij zijt vrij, mijne heeren,” antwoordde Ivan Ogareff, »en ik ben zeer
+verlangend om uwe artikelen in de Daily Telegraph te lezen.”
+
+»Mijnheer,” hernam Harry Blount met de onverstoorbaarste
+onverschilligheid, »het kost zes pence het nummer, behalve de port.”
+
+En hierop keerde Harry Blount zich tot zijn makker, die zijn antwoord
+volkomen scheen goed te keuren.
+
+Ivan Ogareff liet niets blijken, en, te paard stijgende, verdween hij
+aan het hoofd van zijn geleide.
+
+»Wel mijnheer Jolivet, wat denkt gij van kolonel Ivan Ogareff,
+opperbevelhebber der Tartaarsche troepen?” vroeg Harry Blount.
+
+»Wat ik van hem denk, mijn waarde collega?” antwoordde Alcide Jolivet
+glimlachende, »wel niets anders dan dat die hoesch-bégui een mal figuur
+heeft gemaakt, toen hij bevel gaf om ons een kop kleiner te maken!”
+
+»En,” vroeg Harry Blount, »welk gebruik zullen wij nu van onze vrijheid
+maken?”
+
+»Gebruik? neen misbruik zullen wij er van maken,” antwoordde Alcide
+Jolivet, »wij gaan stilletjes naar Tomsk, om te kijken wat daar
+gebeurt.”
+
+»Tot op het oogenblik, en moge het weldra komen, dat wij ons bij een of
+ander Russisch legerkorps zullen kunnen voegen!”
+
+»Juist, mijn waarde Blount. Wij moeten toch niet geheel en al Tartaren
+worden! De schoonste rol hebben nog altijd zij wier wapenen de
+beschaving verspreiden, want dat is zeker, dat de volken van
+Middel-Azië, bij den tegenwoordigen inval, eerder zullen verliezen dan
+winnen; maar de Russen zullen wel de overhand krijgen. Het is slechts
+eene zaak van tijd!”
+
+Intusschen was de komst van Ivan Ogareff, die Alcide Jolivet en Harry
+Blount in vrijheid gesteld had, een ernstig gevaar voor Michael
+Strogoff. Wanneer het toeval wilde dat Ivan Ogareff den koerier van den
+czaar ontmoette, dan zou hij zeker dezen herkennen als den reiziger,
+dien hij aan de wisselplaats van Ichim zoo onbeschoft bejegend had.
+Doch de komst van Ivan Ogareff had voor Michael Strogoff gelukkig ook
+eene goede zijde, omdat bevel was gegeven om het kamp op te breken en
+het hoofdkwartier naar Tomsk te verplaatsen. Dit was de vurige wensch
+van Michael Strogoff, want zijn voornemen was, om te gelijk met de
+gevangenen Tomsk te bereiken; hij zou dan geen gevaar loopen van in
+handen der verkenners te vallen die zich in de omstreken van die
+belangrijke stad in grooten getale bevonden. Tengevolge van de komst
+van Ivan Ogareff, en uit vrees van door dezen herkend te worden, vroeg
+hij zich echter af, of het niet beter zou zijn van zijn eerste
+voornemen af te zien en liever pogingen te doen om onderweg te
+ontsnappen.
+
+Hij zou zonder twijfel dit laatste plan ten uitvoer brengen, toen hij
+vernam dat Feofar-Khan en Ivan Ogareff aan het hoofd van eenige
+duizenden ruiters reeds naar Tomsk vertrokken waren.
+
+»Ik zal dus wachten,” zeide hij, »tenzij zich eene gunstige gelegenheid
+voordoe om te vluchten. Laat ik nog maar drie dagen geduld hebben, en
+moge God mij dan te hulp komen!”
+
+Inderdaad was het een tocht van drie dagen, dien de gevangenen onder
+bewaking van eene sterke afdeeling Tartaren door de steppe moesten
+afleggen, een tocht gemakkelijk voor de soldaten van den emir, aan wie
+niets ontbrak, doch bezwaarlijk voor de gevangenen die door ontbering
+geheel verzwakt waren.
+
+Te twee uur in den namiddag van 12 Augustus, bij eene zeer groote hitte
+en onder een onbewolkten hemel, gaf de toptschi-baschi bevel om het
+kamp op te breken.
+
+Alcide Jolivet en Harry Blount, hadden zich, na paarden gekocht te
+hebben, op weg naar Tomsk begeven, alwaar de loop der gebeurtenissen de
+voornaamste personen van dit verhaal zou te zamen brengen.
+
+Onder de gevangenen die Ivan Ogareff naar het Tartaarsche kamp had
+medegevoerd, bevond zich eene oude vrouw, wier stilzwijgen haar als het
+ware geheel van hare medegevangenen afzonderde.
+
+Geene klacht kwam over hare lippen. Men zou gezegd hebben dat zij een
+standbeeld was, de smart voorstellende. Deze vrouw, bijna voortdurend
+onbeweeglijk en strenger dan de anderen bewaakt, werd zonder dat zij
+zulks vermoedde of er zich om bekreunde, aanhoudend door de zigeunerin
+Sangarre bespied. Ondanks haar hoogen ouderdom had zij evenals de
+andere gevangenen den weg te voet moeten afleggen, zonder dat hare
+ellende eenigszins verzacht was geworden.
+
+Evenwel had de voorzienigheid een moedig en liefderijk wezen aan hare
+zijde geplaatst, die haar begreep en bijstond. Onder hare gezellinnen
+in het ongeluk, scheen een jeugdig meisje, merkwaardig door hare
+schoonheid en door eene lijdzaamheid die in niets onderdeed voor die
+der Siberische vrouw, zich tot taak gesteld te hebben over haar te
+waken. Geen woord was tusschen de beide gevangenen gewisseld geworden,
+maar het meisje bevond zich steeds bij de oude vrouw als haar hulp haar
+van nut kon zijn. Deze had evenwel niet terstond, noch zonder
+wantrouwen de stille zorgen van deze onbekende aangenomen, doch het
+open gelaat van het jonge meisje, hare ingetogenheid en de
+geheimzinnige toegenegenheid, die eene gemeenschappelijke smart doet
+ontstaan tusschen menschen die hetzelfde ongelukkig lot deelen, hadden
+over de trotsche koelheid van Marfa Strogoff gezegevierd. Nadia,—want
+zij was het—had aldus, zonder haar te kennen, aan de moeder de zorgen
+gewijd, die haar zoon aan haar betoond had. Te midden van deze
+ongelukkigen, door het lijden verbitterd, boezemden deze twee vrouwen,
+waarvan de eene de grootmoeder, de andere de kleindochter scheen te
+zijn, aan allen eene soort van eerbied in.
+
+Nadat Nadia door de verkenners aan de Irtisch was weggevoerd naar Omsk,
+deelde zij daar het lot van al de gevangenen en bijgevolg dat van Marfa
+Strogoff. Indien zij minder zielskracht had gehad, zou zij zeker
+bezweken zijn onder den dubbelen slag die haar trof. De staking harer
+reis, de dood van Michael Strogoff hadden haar wanhopig gemaakt en haar
+tot morren gebracht. Voor altijd misschien van haar vader verwijderd,
+na zoovele gelukte pogingen, die haar nader bij hem gebracht hadden, en
+tot overmaat van smart, van haar onverschrokken reisgenoot gescheiden,
+dien God haar op haar weg had doen ontmoeten om haar doel te bereiken,
+had zij alles te gelijk en op eens verloren. Het beeld van Michael
+Strogoff dien zij door een lanssteek had zien treffen en in de wateren
+der Irtisch verdwijnen, stond haar voortdurend voor den geest.
+
+»Wie zal dien doode wreken, die zichzelf niet meer wreken kan?” zeide
+zij tot zichzelf.
+
+En zich tot God wendende, riep het jonge meisje in haar binnenste uit:
+
+»Heer, laat ik dat zijn!”
+
+Men begrijpt wel dat Nadia, in deze gedachten verzonken, geheel
+ongevoelig was gebleven voor al de ellende harer gevangenschap.
+
+Het toeval had haar toen, zonder dat zij dit het minst vermoedde, met
+Marfa Strogoff vereenigd. Hoe had zij kunnen denken, dat die oude
+vrouw, evenals zij gevangen, de moeder was van haar reismakker, die
+voor haar niemand anders was geweest dan de koopman Nikolaas Korpanoff?
+En hoe had Marfa van haar kant kunnen raden dat een band van
+dankbaarheid die jonge onbekende aan haar zoon verbond?
+
+Het meisje deelde met haar het weinige voedsel dat zij ging halen op
+het uur dat de levensmiddelen werden uitgedeeld; haar arm strekte haar
+tot steun op haar moeielijken tocht en het was ter wille van het jonge
+meisje, dat Marfa de soldaten van het konvooi mocht volgen, zonder als
+andere ongelukkigen, aan den knop van een zadel te worden medegesleurd.
+
+»Dat God u beloone, mijn kind, voor al hetgeen gij voor mij doet!”
+zeide Marfa Strogoff, en dit waren gedurende eenigen tijd, de eenige
+woorden die zij uitte.
+
+Gedurende de dagen dat zij op weg waren, dagen die haar eeuwen
+toeschenen, zou men gedacht hebben dat de oude vrouw en het meisje over
+haar beider toestand met elkander hadden moeten spreken. Doch Marfa
+Strogoff had door eene omzichtigheid, die licht te begrijpen is, alleen
+over zich zelve, en nog maar zeer kort, gesproken. Zij had noch op haar
+zoon, noch op hare ontmoeting met hem, gezinspeeld.
+
+Ook Nadia sprak weinig. Op zekeren dag echter, gevoelende dat zij met
+eene eenvoudige doch verhevene ziel te doen had, had haar hart zich
+lucht gegeven en had zij, zonder iets te verbergen, al de
+gebeurtenissen verteld die er sedert haar vertrek van Wladimir tot den
+dood van Nikolaas Korpanoff hadden plaats gehad. Hetgeen zij van haar
+jongen reismakker verhaalde, boezemde der oude vrouw levendige
+belangstelling in.
+
+»Nikolaas Korpanoff!” zeide zij. »Vertel mij nog iets van dien
+Nikolaas. Zijn gedrag heeft mij zeer verwonderd! Was Nikolaas Korpanoff
+wel zijn eigenlijke naam? Zijt ge er wel zeker van mijn kind?”
+
+»Waarom zou hij mij dienaangaande bedrogen hebben?” antwoordde Nadia.
+
+Doch Marfa Strogoff door eene soort van voorgevoel gedreven, deed Nadia
+vraag op vraag.
+
+»Gij hebt mij gezegd dat hij onverschrokken was! Gij hebt mij bewezen
+dat hij zulks was!” zeide zij.
+
+»Ja, onverschrokken! het was een leeuw, een held,” antwoordde Nadia.
+
+»Dat zou mijn zoon ook geweest zijn,” zeide Marfa Strogoff telkens bij
+zich zelve.
+
+»Maar intusschen zegt gij dat hij in het posthuis te Ichim eene
+verschrikkelijke beleediging verdragen heeft?”
+
+»Die heeft hij verdragen!” antwoordde Nadia, haar hoofd latende hangen.
+
+»Hij heeft ze verdragen?” mompelde Marfa Strogoff bevende.
+
+»Moeder! Moeder!” riep Nadia uit, »veroordeel hem niet. Er zit een
+geheim achter, een geheim, waarover God alleen op dit oogenblik
+oordeelen kan!”
+
+»En,” zeide Marfa, terwijl zij het hoofd ophief en Nadia aankeek alsof
+zij tot in het binnenste van hare ziel wilde lezen, »hebt gij op het
+oogenblik dier vernedering, dien Nikolaas Korpanoff niet veracht?”
+
+»Ik heb hem bewonderd zonder hem te begrijpen,” antwoordde het meisje.
+
+De oude vrouw zweeg een oogenblik.
+
+»Hij was lang?” vroeg zij daarna.
+
+»Zeer lang.”
+
+»En zeer knap, is ’t niet? Kom, spreek mijn kind.”
+
+»Hij was zeer knap,” antwoordde Nadia blozend.
+
+»Het was mijn zoon! Ik zeg u dat het mijn zoon was!” riep de oude vrouw
+uit, Nadia omhelzende.
+
+»Uw zoon!” antwoordde Nadia geheel verstomd, »uw zoon!”
+
+»Kom!” zeide Marfa, »vertel voort, mijn kind! Uw makker, uw vriend, uw
+beschermer, hij had een moeder! Heeft hij u nooit van zijne moeder
+gesproken?”
+
+»Van zijne moeder?” zeide Nadia. »Hij heeft mij van zijne moeder
+gesproken, zooals ik hem dikwijls van mijn vader gesproken heb! Die
+moeder, hij aanbad ze!”
+
+»Nadia, Nadia! Gij vertelt me daar de geheele geschiedenis van mijn
+zoon,” zeide de oude vrouw.
+
+En zij voegde er opeens bij:
+
+»Had hij haar dan niet moeten bezoeken toen hij door Omsk trok, die
+moeder, die hij, naar uw zeggen, zoo beminde?”
+
+»Neen,” antwoordde Nadia, »neen, dat moest hij niet.”
+
+»Neen!” riep Marfa uit. »Gij hebt neen tegen mij durven zeggen?”
+
+»Dat heb ik gezegd, maar ik moet u nog vertellen, dat ik heb meenen te
+begrijpen, dat Nikolaas Korpanoff het land zeer in het geheim moest
+doortrekken, om allergewichtigste, mij onbekende redenen. Het was voor
+hem eene vraag van leven en dood of liever nog, eene vraag van plicht
+en eer.”
+
+»Van plicht, inderdaad, van gebiedenden plicht,” zeide de oude vrouw,
+»van die plichten, waaraan men alles opoffert, zelfs de vreugde van een
+kus, misschien den laatsten, aan zijne oude moeder te komen geven!
+Hetgeen ge niet weet, hetgeen ik zelve niet wist, ik weet het nu op dit
+oogenblik. Gij hebt mij alles doen begrijpen! Het geheim van mijn zoon,
+Nadia, daar hij ’t u niet gezegd heeft, ik moet ’t voor hem bewaren!
+Vergeef mij, Nadia! De goedheid, die gij voor mij gehad hebt, kan ik u
+niet vergelden!”
+
+»Moeder, ik vraag niets,” antwoordde Nadia.
+
+
+
+
+
+
+
+
+XX.
+
+LEER OM LEER.
+
+
+Alles had zich dus voor de oude vrouw opgehelderd, alles, tot zelfs het
+onbegrijpelijke gedrag van haar zoon ten haren opzichte in de herberg
+te Omsk. Zij twijfelde er nu niet meer aan, dat de metgezel van het
+meisje, Michael Strogoff was geweest en dat eene geheime zending hem
+genoodzaakt had, zijne hoedanigheid van koerier van den czaar te
+verbergen.
+
+»Neen, mijn waarde zoon,” zeide Marfa Strogoff tot zichzelve, »ik zal u
+niet verraden, en geene pijnigingen van welken aard ook, zullen in
+staat zijn, mij de bekentenis te ontrukken, dat gij het zijt dien ik te
+Omsk gezien heb!”
+
+Marfa Strogoff had nu, met éen woord, aan Nadia de hartelijkheid kunnen
+vergelden, die deze haar betoond had. Zij had haar kunnen vertellen dat
+haar metgezel Nikolaas Korpanoff of liever Michael Strogoff niet in de
+wateren van de Irtisch omgekomen was, omdat zij hem eenige dagen na het
+ongeval ontmoet, ja, hem gesproken had!....
+
+Maar zij bedwong zich, zweeg, en bepaalde zich met te zeggen:
+
+»Hoop maar, mijn kind! Het ongeluk zal u niet altijd vervolgen! Gij
+zult uw vader wederzien, ik heb er een voorgevoel van, en misschien is
+hij, die u den naam van zuster gaf, niet dood! God zal uw moedigen
+makker niet hebben laten omkomen!.... Voed slechts hoop, mijn kind! Doe
+zooals ik! de rouw, dien ik draag, is nog niet die over mijn zoon!”
+
+Zoodanig was nu de verhouding van Marfa Strogoff en van Nadia, ten
+opzichte van elkander. De oude vrouw had alles begrepen, en zoo het
+jonge meisje niet wist dat haar zoo betreurde metgezel nog leefde, wist
+zij nu ten minste, hoe hij haar, die zij als hare moeder beschouwde,
+bestond; en zij dankte God, haar de vreugde gegeven te hebben van bij
+de gevangene den zoon, dien zij verloren had, te kunnen vervangen.
+
+Maar wat beiden niet konden weten, was dat Michael Strogoff, te Kolivan
+gevangen genomen, zich bij hetzelfde konvooi bevond dat hen naar Tomsk
+voerde.
+
+De gevangenen door Ivan Ogareff medegevoerd waren vereenigd met die van
+den emir in het Tartaarsche kamp. De ongelukkigen, Russen en Siberiërs,
+militairen en burgers, waren ten getale van eenige duizenden, en
+vormden eene kolonne die zich over eene lengte van verscheidene wersten
+uitstrekte. Onder hen waren er die als meer gevaarlijk beschouwd, met
+handboeien aan eene lange ketting bevestigd waren. Vrouwen en kinderen
+waren aan de zadelknoppen gebonden of gehangen en werden onmeedoogend
+langs de wegen gesleept! Men dreef ze allen als eene kudde vee voort.
+
+Michael Strogoff bevond zich in de eerste rijen, omdat de gevangenen
+van Kolivan, eerder dan die van Omsk in het kamp aangekomen, het nu ook
+vroeger verlieten. Hij kon dus de tegenwoordigheid van zijne moeder en
+Nadia in het konvooi niet gissen, evenmin als zij konden vermoeden, dat
+hij zich daarbij bevond.
+
+Eindelijk bereikte men op 15 Augustus, bij het vallen van den avond,
+het kleine vlek Zabediero, op dertig wersten afstands van Tomsk.
+
+Den geheelen nacht moesten de gevangenen aan de boorden van de Tom
+doorbrengen, want de emir had zijn intocht te Tomsk tot den volgenden
+dag uitgesteld.
+
+Nadia had, terwijl zij Marfa Strogoff ondersteunde, met moeite den
+steilen oever van de rivier bereikt. Zij versmachtten beiden van dorst.
+Nadia schepte water met hare hand en laafde de lippen van Marfa er mee.
+Op het oogenblik dat zij oprees om den oever te verlaten ontsnapte haar
+een kreet.
+
+Michael Strogoff stond daar, op eenige schreden van haar!.... Hij was
+het!.... De laatste schemering van den dag stortte haar licht nog over
+hem uit!
+
+Michael Strogoff sidderde bij het hooren van dien kreet van Nadia. Maar
+hij bezat zelfbeheersching genoeg om niets te zeggen dat hem verdacht
+zou hebben kunnen maken.
+
+En toch had hij, tegelijkertijd met Nadia, ook zijn moeder herkend!...
+
+Bij deze onverwachte ontmoeting was Michael Strogoff zich zelven niet
+meer meester: hij bracht dan ook de hand voor zijne oogen, en
+verwijderde zich dadelijk. Nadia snelde instinctmatig naar hem toe,
+maar de oude vrouw fluisterde haar deze woorden in het oor:
+
+»Blijf hier, mijn kind!”
+
+»Hij is het!” antwoordde Nadia met eene door aandoening afgebroken
+stem. »Hij leeft, moeder! hij is het!”
+
+»Het is mijn zoon,” antwoordde Marfa Strogoff, »het is Michael
+Strogoff, en gij ziet, dat ik nochtans geen stap tot hem nader! Volg
+mijn voorbeeld, dochterlief!”
+
+Michael Strogoff had eene der hevigste gemoedsaandoeningen ondergaan,
+die een mensch kan gevoelen. Zijne moeder en Nadia stonden daar, met
+hem in hetzelfde ongeluk vereenigd.
+
+Wist Nadia dan wie hij was? Neen, want hij had Marfa Strogoff haar zien
+tegenhouden op het oogenblik dat zij naar hem toe wilde vliegen. Marfa
+Strogoff had dus alles begrepen en haar geheim bewaard. Gedurende den
+nacht was Michael Strogoff wel twintig maal op het punt om zich naar
+zijne moeder te begeven; maar hij begreep dat hij weerstand moest
+bieden aan het vurige verlangen om haar te omhelzen en om de hand
+zijner jonge gezellin nog eens te drukken. De minste onvoorzichtigheid
+kon voor hem noodlottig zijn. Hij had trouwens gezworen zijne moeder
+niet te zien.... ten minste niet vrijwillig. Eenmaal te Tomsk
+aangekomen, zou hij, omdat hij toch dezen nacht niet kon vluchten, zich
+in de steppe werpen, zonder de beide wezens te omhelzen, in wie zijn
+leven zich samentrok en die hij, aan zooveel gevaren blootgesteld,
+achterliet.
+
+Michael Strogoff mocht dus hopen dat de ontmoeting in het kamp van
+Zabediero geene kwade gevolgen, noch voor zijne moeder, noch voor hem
+zou hebben. Maar hij wist niet dat de Zigeunerin Sangarre, de
+verspiedster van Ivan Ogareff, zich in de nabijheid bevond, en dat zij
+een gedeelte van het gebeurde, hoe snel ook voorgevallen, had gezien.
+Zij had Michael Strogoff niet kunnen bemerken, die reeds verdwenen was
+toen zij zich omkeerde; maar de beweging die Marfa maakte om Nadia
+tegen te houden, was haar niet ontsnapt.
+
+Zij twijfelde niet of de zoon van Marfa Strogoff was in het kamp, onder
+de gevangenen van Ivan Ogareff. Zij verliet dus terstond het kamp om
+Ivan Ogareff te gaan waarschuwen.
+
+Ivan Ogareff ontving haar oogenblikkelijk.
+
+»Wat voor nieuws, Sangarre?” vroeg hij.
+
+»De zoon van Marfa Strogoff is in het kamp,” antwoordde Sangarre.
+
+»Gevangen?”
+
+»Gevangen!”
+
+»Ha!” riep Ivan Ogareff uit, »ik zal....”
+
+»Gij zult niets, Ivan,” antwoordde de zigeunerin, »want gij kent hem
+niet eens!”
+
+»Maar gij kent hem toch! Gij hebt hem gezien, Sangarre!”
+
+»Ik heb hem niet gezien, maar ik heb zijne moeder zich zien verraden
+door eene beweging die mij alles heeft doen begrijpen.”
+
+»Vergist gij u niet?”
+
+»Neen, ik vergis mij niet.”
+
+»Gij weet het belang dat ik aan de gevangenneming van dien koerier
+hecht,” zeide Ivan Ogareff. »Indien de brief, die hem te Moskou is
+overhandigd, Irkoetsk bereikt, indien hij in handen komt van den
+grootvorst, dan zal deze op zijne hoede zijn, en ik zal hem niet kunnen
+naderen! Ik moet dien brief hebben, wat het ook koste! Gij zegt mij nu
+dat de overbrenger van dien brief in mijne macht is! Ik herhaal het,
+Sangarre, vergist gij u niet?”
+
+»Ik vergis mij niet, Ivan,” antwoordde zij.
+
+»Maar Sangarre, er zijn in het kamp verscheidene duizenden gevangenen,
+en gij zegt dat gij Michael Strogoff niet kent!”
+
+»Neen,” antwoordde de zigeunerin, wier blik van woeste vreugde
+schitterde, »ik ken hem niet, maar zijne moeder kent hem! Ivan, men
+moet zijne moeder doen spreken.”
+
+»Morgen zal zij spreken!” riep Ivan Ogareff uit.
+
+Daarop stak hij aan de zigeunerin zijne hand toe, die haar kuste,
+zonder dat er in dit bewijs van eerbied, bij de noordsche volken in
+gebruik, iets slaafs gelegen was.
+
+Sangarre ging naar de legerplaats terug. Zij vond Nadia en Marfa
+Strogoff nog op dezelfde plaats, en bracht den nacht door met beiden
+gade te slaan. De oude vrouw en het meisje sliepen niet, ofschoon zij
+afgemat van vermoeienis waren. Hunne ongerustheid was te groot. Michael
+Strogoff leefde nog, doch was gevangen, zooals zij! Zou Ivan Ogareff
+dit weten, en, zoo hij het niet wist, zou hij het dan niet te weten
+komen? Nadia gevoelde zich gelukkig bij de gedachte dat haar metgezel
+nog leefde! Maar Marfa Strogoff zag verder in de toekomst en had reden
+om voor haar zoon alle vrees te koesteren.
+
+Sangarre, die in de duisternis tot dicht bij de beide vrouwen geslopen
+was, bleef eenige uren op die plaats en luisterde.... Zij hoorde
+evenwel niets. Door een instinctmatig gevoel van voorzichtigheid,
+wisselden Nadia en Marfa Strogoff geen woord met elkander.
+
+Den volgenden dag, 16 Augustus, tegen tien uur in den morgen,
+weergalmde schetterend trompetgeschal. Oogenblikkelijk kwamen de
+Tartaarsche soldaten onder de wapenen.
+
+Ivan Ogareff naderde in het midden van een talrijken staf van
+Tartaarsche officieren. Zijn gelaat was somberder dan gewoonlijk en
+verraadde een stillen toorn, die slechts op eene aanleiding wachtte om
+los te barsten.
+
+Michael Strogoff dien man voorbij ziende trekken, kreeg een voorgevoel
+alsof er weldra eene treurige ontknooping zou plaats hebben; want Ivan
+Ogareff wist nu dat Marfa Strogoff de moeder was van Michael Strogoff,
+kapitein bij het korps koeriers van den czaar. Ivan Ogareff steeg van
+zijn paard, en de ruiters van zijn geleide vormden toen een grooten
+cirkel om hem heen.
+
+Op dit oogenblik naderde Sangarre en zeide:
+
+»Ik heb geen nieuws, Ivan!”
+
+Ivan Ogareff antwoordde slechts door een kort bevel aan een zijner
+officieren.
+
+Terstond werden de gelederen der gevangenen op eene ruwe wijze door
+soldaten doorloopen, die door zweep- en lansslagen deze ongelukkigen
+dwongen om op te staan en zich rondom het kamp te gaan plaatsen. Een
+vierdubbele kring van voetvolk en ruiters, achter hen geplaatst, maakte
+elke poging tot ontvluchten onmogelijk. Het werd dadelijk stil, en op
+een teeken van Ivan Ogareff, liep Sangarre naar de groep waarin Marfa
+Strogoff zich bevond.
+
+De oude vrouw zag haar aankomen. Zij begreep wat er zou gebeuren. Een
+smadelijke glimlach kwam op hare lippen te voorschijn, en zich daarop
+tot Nadia neigende, fluisterde zij haar toe:
+
+»Gij moet mij niet meer kennen, mijn kind! Geen woord, geen gebaar, wat
+er ook gebeure, hoe zwaar ook de beproeving moge zijn! Het geldt hem,
+niet mij!”
+
+Op dit oogenblik legde Sangarre, na haar even aangekeken te hebben,
+hare hand op den schouder der oude vrouw.
+
+»Wat wilt gij van mij?” zeide Marfa Strogoff.
+
+»Kom mee!” antwoordde Sangarre.
+
+En haar met de hand voortduwende, bracht zij haar midden in de
+afgesloten ruimte voor Ivan Ogareff.
+
+Michael Strogoff keek voor zich, om niet door zijne oogen verraden te
+worden.
+
+Marfa Strogoff, voor Ivan Ogareff gekomen, ging rechtop staan, kruiste
+hare armen en wachtte.
+
+»Gij zijt Marfa Strogoff?” vroeg Ivan Ogareff.
+
+»Ja,” antwoordde de oude vrouw bedaard.
+
+»Komt gij terug op hetgeen gij mij geantwoord hebt, toen ik u drie
+dagen geleden te Omsk ondervraagd heb?”
+
+»Neen.”
+
+»Dus, weet gij niet dat uw zoon Michael Strogoff, de koerier van den
+czaar, door Omsk getrokken is?”
+
+»Ik weet het niet.”
+
+»En de man, dien gij voor uw zoon meendet te herkennen aan het
+posthuis, was dus uw zoon niet?”
+
+»Was mijn zoon niet.”
+
+»En sedert hebt gij hem niet meer onder deze gevangenen gezien?”
+
+»Neen.”
+
+»En indien men hem u toonde, zoudt gij hem dan herkennen?”
+
+»Neen.”
+
+Op dit antwoord, dat een onverzettelijk besluit aanduidde om niets te
+bekennen, deed zich een gemompel onder de menigte hooren.
+
+Ivan Ogareff kon een dreigend gebaar niet bedwingen.
+
+»Luister,” zeide hij tot Marfa Strogoff, »uw zoon is hier en gij zult
+hem dadelijk aanwijzen.”
+
+»Neen.”
+
+»Al de mannen, die te Omsk en te Kolivan gevangen genomen zijn, zullen
+hier voor uwe oogen voorbijtrekken en zoo gij Michael Strogoff niet
+aanwijst, zult gij zooveel slagen met den knoet ontvangen, als er
+mannen voor u voorbij zullen zijn getrokken!”
+
+Ivan Ogareff had begrepen dat, welke bedreigingen hij ook mocht doen,
+welke pijnigingen hij haar ook mocht doen ondergaan, de ontembare
+Siberische vrouw toch niet zou spreken. Om den koerier van den czaar te
+ontdekken, rekende hij dus niet op haar, maar op Michael Strogoff zelf.
+Hij achtte het onmogelijk, dat, wanneer moeder en zoon in elkanders
+tegenwoordigheid waren, eene onweerstaanbare beweging hen niet zouden
+verraden. Indien hij alleen den keizerlijken brief in beslag had willen
+nemen, dan zou hij zeker eenvoudig bevel gegeven hebben al de
+gevangenen te onderzoeken; maar Michael kon den brief, na hem gelezen
+te hebben, vernietigd hebben en werd hij nu niet herkend, gelukte het
+hem Irkoetsk te bereiken, dan zouden de plannen van Ivan Ogareff
+verijdeld worden. Het was dus niet enkel den brief dien de verrader
+wilde hebben, maar ook den overbrenger van dien brief.
+
+Nadia had nu alles gehoord. Zij wist nu wat Michael Strogoff was en
+waarom hij de overheerde provinciën van Siberië had willen doortrekken
+zonder herkend te worden.
+
+Op bevel van Ivan Ogareff trokken de gevangenen, een voor een, langs
+Marfa Strogoff voorbij, die zoo onbeweeglijk als een beeld bleef staan
+en wier blik de volslagenste onverschilligheid vertoonde. Haar zoon
+bevond zich onder de laatste gevangenen. Toen hij op zijne beurt
+voorbij zijne moeder kwam, sloeg Nadia de oogen neer om niet te zien.
+
+Michael Strogoff was schijnbaar ongevoelig, maar de palm zijner hand
+bloedde onder zijn nagels, die er zich ingedrukt hadden.
+
+Ivan Ogareff was door moeder en zoon overwonnen! Sangarre, die bij hem
+stond, zeide slechts een woord:
+
+»De knoet!”
+
+»Ja!” riep Ivan Ogareff uit, buiten zichzelf van woede, »de knoet voor
+dat oude vrouwspersoon, totdat zij er onder bezwijkt.”
+
+Een Tartaarsch soldaat, het strafwerktuig in de hand houdende, naderde
+Marfa Strogoff.
+
+De knoet bestaat uit een zeker aantal lederen riemen aan wier uiteinden
+gedraaid ijzerdraad bevestigd is. Men rekent dat eene veroordeeling tot
+honderd twintig slagen met die zweep, met een doodvonnis gelijk staat.
+
+Marfa Strogoff werd door twee soldaten gegrepen en op de knieën
+geworpen. Eene sabel werd op eenige duimen afstand van hare borst
+zoodanig gericht, dat, zoo zij onder de pijn mocht bezwijken, haar
+borst door de scherpe punt doorboord werd.
+
+De Tartaar stond gereed. Hij wachtte.
+
+»Ga je gang!” zeide Ivan Ogareff.
+
+De zweep doorkliefde de lucht....
+
+Maar, voor dat hij sloeg, had eene krachtige hand de zweep uit de hand
+van den Tartaar gerukt.
+
+Michael Strogoff was daar! Op het gezicht van dit verschrikkelijk
+tooneel was hij opgestoven! Zoo hij zich aan de wisselplaats te Ichim
+ingehouden had toen de zweep van Ivan Ogareff hem getroffen had, thans,
+nu het zijne moeder gold, had hij zich niet kunnen bedwingen.
+
+Ivan Ogareff was geslaagd.
+
+»Michael Strogoff!” riep hij uit.
+
+Daarop een stap voorwaarts doende, zeide hij:
+
+»Ha! de man van Ichim!”
+
+»Juist,” zeide Michael Strogoff.
+
+En, den knoet opheffende, verscheurde hij er het gezicht van Ivan
+Ogareff mee.
+
+»Leer om leer!” zeide hij.
+
+»Goed betaald gezet!” riep de stem van een der toeschouwers uit, die
+zich echter gelukkig in het gewoel verloor.
+
+Twintig soldaten wierpen zich op Michael Strogoff en wilden hem
+dooden....
+
+Doch Ivan Ogareff, aan wien een kreet van woede en pijn ontsnapt was,
+hield hen tegen met een wenk.
+
+»Die man zal voor den emir terecht staan!” zeide hij. »Onderzoekt hem.”
+
+De brief met het keizerlijke wapen werd op de borst van Michael
+Strogoff gevonden, die geen tijd had gehad om hem te vernietigen, en
+men overhandigde hem Ivan Ogareff.
+
+De toeschouwer, die de woorden: »Goed betaald gezet!” had geuit, was
+niemand anders dan Alcide Jolivet. Zijn collega en hij, die in het kamp
+van Zabediero stil hadden gehouden, woonden dit tooneel bij.
+
+»Drommels!” zeide hij tot Harry Blount, »die Noordsche lui zijn stevige
+mannen! Ge moet toch bekennen dat wij onzen reismakker herstel van eer
+verschuldigd zijn! Korpanoff doet voor Strogoff niet onder! De zaak van
+Ichim is goed gewroken!”
+
+»Ja, goed gewroken, inderdaad,” antwoordde Harry Blount, »maar Strogoff
+is een man des doods. In zijn eigen belang zou hij toch beter gedaan
+hebben zijne wraakneming nog maar wat uit te stellen!”
+
+»En zijne moeder onder den knoet te laten omkomen!”
+
+»Gelooft ge dan dat hij door zijne drift het voor haar en zijne zuster
+er beter op gemaakt heeft?”
+
+»Ik geloof niets, ik weet niets,” antwoordde Alcide Jolivet; »maar in
+zijne plaats, zou ik niet anders gehandeld hebben! Wat eene snede over
+zijn aangezicht! En, wat duivel! het bloed moet je toch wel eens
+beginnen te koken!”
+
+»Een mooi zaakje voor eene kroniek!” zeide Harry Blount. »Indien Ivan
+Ogareff ons dien brief maar eens wilde mededeelen!....”
+
+Na het bloed, dat zijn gelaat bedekte, afgewischt te hebben, had Ivan
+Ogareff dien brief opengebroken. Hij las en herlas hem zeer lang, alsof
+hij den inhoud er van ter dege in zijn geheugen had willen prenten.
+
+Na vervolgens bevel te hebben gegeven om Michael Strogoff zwaar geboeid
+met de overige gevangenen naar Tomsk over te brengen, nam hij het bevel
+over de te Zabediero gelegerde troepen, en onder het oorverdoovend
+gedruisch der trommen en trompetten trok hij op naar de stad, waar de
+emir hem wachtte.
+
+
+
+
+
+
+
+
+XXI.
+
+DE ZEGEVIERENDE INTOCHT.
+
+
+Tomsk, in 1604 gesticht, bijna in het hart der Siberische provinciën,
+is eene der voornaamste steden van Aziatisch-Rusland. Tobolsk en
+Irkoetsk hebben deze stad ten hunnen koste allengs grooter zien worden.
+
+En, evenwel is Tomsk niet de hoofdstad van die belangrijke provincie.
+Het is te Omsk, dat de gouverneur-generaal der provincie en de andere
+rijksbeambten hun verblijf houden. Maar Tomsk is de aanzienlijkste stad
+van dat grondgebied dat aan het Altaï-gebergte grenst. Op de helling
+van dit gebergte tot in de vallei van de Tom vindt men platina, goud,
+zilver, koper en goudglanzig lood. De landstreek is zeer rijk, en ook
+de stad, die te midden van zeer winstgevende exploitatiën gelegen is en
+die, wat weelde betreft, met de grootste steden in Europa kan
+wedijveren. Het is eene stad van millionairs, door het breekijzer en
+het houweel rijk geworden, en zoo zij al niet de eer heeft tot
+residentie van den vertegenwoordiger van den czaar te strekken, kan zij
+zich hierover troosten, omdat zij onder de voornaamsten harer inwoners
+het hoofd der kooplieden van de stad telt, de voornaamste
+concessionaris der mijnen van het keizerlijk gouvernement.
+
+Het was nu te Tomsk dat de emir zijne zegevierende troepen zou
+ontvangen. Een luisterrijk feest zou ter hunner eer gegeven worden. Tot
+het houden dezer plechtigheid was de keus gevallen op eene uitgestrekte
+vlakte op den heuvel die de stad en de talrijke kronkelingen van den
+Tom beheerscht.
+
+Te vier uur deed de emir zijne intrede op de bergvlakte, te midden van
+het geschal der trompetten en het gebulder van het geschut.
+
+Feofar bereed zijn geliefkoosd paard, dat op zijn kop eene pluim met
+diamanten bezet, droeg. Hij was in krijgsgewaad en vergezeld van een
+talrijken staf.
+
+Ivan Ogareff liet zich niet wachten; een schetterend trompetgeschal
+kondigde zijne aankomst aan. Hij—reeds bekend als de
+Litteekendrager—droeg de Tartaarsche officiers-uniform en kwam te paard
+voor de tent van den emir. Hij was vergezeld van een gedeelte der
+soldaten uit het kamp van Zabediero, die zich rondom het plein in
+slagorde stelden. Men zag een groot litteeken dat dwars over het
+gezicht van den verrader liep.
+
+Ivan Ogareff stelde den emir zijne voornaamste officieren voor en
+Feofar-Khan, zonder de afgemetenheid vaarwel te zeggen, die het
+voornaamste van zijne waardigheid uitmaakte, ontving hen op eene wijze,
+dat zij over zijne ontvangst tevreden konden zijn.
+
+Aldus begrepen Harry Blount en Alcide Jolivet het ten minste, die zich
+nu voor de jacht op nieuwstijdingen onafscheidelijk met elkander
+verbonden hadden. Na Zabediero verlaten te hebben, hadden zij zich
+gehaast Tomsk te bereiken. Hun plan was zoo snel mogelijk de Tartaren
+te verlaten, zich bij een of ander Russisch korps te voegen, en
+zoodoende spoedig Irkoetsk te bereiken. Wat zij van den inval gezien
+hadden,—brandstichting en moord—begon hun te walgen. Doch alvorens zich
+naar Irkoetsk op weg te begeven, wilden zij nog het feest bijwonen, om
+eenige bijzonderheden hiervan te kunnen overseinen. Zij bewonderden dus
+Feofar-Khan in al zijne pracht: zijne vrouwen, zijne officieren, zijne
+lijfwachten, en dien oosterschen luister, waarvan de plechtigheden van
+Europa geen denkbeeld kunnen geven. Doch zij wendden met verachting
+hunne oogen van Ivan Ogareff af, toen deze zich voor den emir
+vertoonde, en zij wachtten niet zonder ongeduld, totdat het feest
+begon.
+
+»Ziet ge wel, mijn waarde Blount,” zeide Alcide Jolivet, »wij zijn te
+vroeg, als eenvoudige luidjes die veel voor hun geld willen hebben. Dit
+alles is nog slechts een begin, en het ware beter geweest dat wij
+alleen voor het ballet gekomen waren.”
+
+»Welk ballet?” vroeg Harry Blount.
+
+»Wel het ballet, dat bij deze plechtige gelegenheden altijd
+verplichtend is! Maar ik geloof dat het scherm opgaat.”
+
+Alcide Jolivet sprak alsof hij in de opera geweest ware, en zijn
+tooneelkijker voor den dag halende, maakte hij zich gereed om als een
+kenner »de eerste sujetten van den troep van Feofar” op te nemen.
+
+Maar eene pijnlijke plechtigheid zou deze vermakelijkheden voorafgaan.
+
+Inderdaad kon de zegepraal van den overwinnaar niet volmaakt zijn
+zonder de openbare vernedering der overwonnenen. Te dien einde werden
+verscheidene honderden gevangenen onder de zweep der soldaten
+voorgebracht. Zij waren bestemd om voorbij Feofar-Khan en zijne
+bondgenooten te trekken, alvorens met hunne lotgenooten in de
+gevangenissen der stad opgehoopt te worden.
+
+Onder deze gevangenen bevond zich, in het eerste gelid, Michael
+Strogoff. Overeenkomstig de bevelen van Ivan Ogareff, werd hij in het
+bijzonder door een peloton soldaten bewaakt. Zijne moeder en Nadia
+waren er ook bij.
+
+De oude vrouw, altijd krachtvol, wanneer het alleen haarzelve gold, was
+vreeselijk bleek. Zij verwachtte een of ander verschrikkelijk tooneel.
+Het was niet zonder reden dat haar zoon voor den emir werd gebracht.
+Zij koesterde dan ook de grootste vrees voor hem. Ivan Ogareff zoo in
+het openbaar met dien knoet getroffen, die haar had moeten treffen, was
+er de man niet naar om dit te vergeven, en zijne wraak zou geene genade
+kennen. Eene of andere verschrikkelijke straf bedreigde Michael
+Strogoff zeker.
+
+Moeder en zoon waren onmeedoogend van elkander gescheiden geworden,
+sedert het noodlottige voorval in het kamp van Zabediero en sedert
+hadden zij elkander niet meer gesproken. Dit verergerde hunne ellende
+nog meer. Marfa Strogoff had haar zoon vergeving willen vragen voor al
+het kwaad dat zij hem onwillekeurig berokkend had. Indien zij zich te
+Omsk, in het posthuis, had kunnen inhouden toen zij hem aldaar
+toevallig ontmoette, zou Michael Strogoff zijn weg hebben kunnen
+vervolgen, zonder herkend te worden, en hoeveel ongelukken zouden dan
+vermeden zijn.
+
+En Michael Strogoff van zijn kant dacht wel, dat Ivan Ogareff door
+zijne moeder in zijne tegenwoordigheid te plaatsen, van plan was hen
+beiden een verschrikkelijken dood te doen ondergaan. Wat Nadia betreft,
+zij vroeg zich af, wat zij zou kunnen doen om beiden, moeder en zoon te
+redden. Zij wist niet wat te bedenken, maar zij gevoelde wel eenigszins
+dat zij vooral moest vermijden om de aandacht tot zich te trekken; dat
+zij moest veinzen! Misschien dat zij daardoor de ketenen, die den leeuw
+gekluisterd hielden, zou kunnen verbreken. In elk geval moest zij eene
+gelegenheid afwachten om te kunnen handelen.
+
+De meeste gevangenen waren nu voorbij den emir getrokken, en terwijl
+zij voorbijtrokken, moest elk hunner knielen met het hoofd in het stof,
+ten teeken van onderworpenheid. Het was de slavernij die met de
+vernedering begon. Wanneer deze ongelukkigen niet snel genoeg knielden,
+werden zij door de ruwe hand der wachters met geweld ter aarde
+geworpen.
+
+Alcide Jolivet en zijn makker konden een dergelijk schouwspel niet
+bijwonen zonder eene wezenlijke verontwaardiging te gevoelen.
+
+»Het is laf, laag! Laat ons heengaan,” zeide Alcide Jolivet.
+
+»Neen!” antwoordde Harry Blount. »Wij moeten alles zien!”
+
+»Alles zien!.... Ha!” riep Alcide Jolivet opeens uit, zijn makker bij
+den arm grijpende.
+
+»Wat scheelt u?” vroeg deze.
+
+»Kijk Blount! Zij is het!”
+
+»Zij?”
+
+»De zuster van onzen reisgezel! Alléen en gevangen! Wij moeten haar
+zien te redden....”
+
+»Wees maar voorzichtig,” antwoordde Harry Blount koel. »Onze
+tusschenkomst ten gunste van dat meisje zou haar eer nadeelig dan
+nuttig kunnen zijn.”
+
+Alcide Jolivet, gereed om toe te schieten, bleef dus staan, en Nadia,
+die hen niet bemerkt had, trok op hare beurt voorbij den emir, zonder
+zijne aandacht te trekken.
+
+Doch na Nadia, kwam Marfa Strogoff, en daar zij zich niet snel genoeg
+op den grond wierp, werd zij door de soldaten op eene ruwe wijze
+geduwd.
+
+Marfa Strogoff viel.
+
+Haar zoon maakte zulk eene geweldige beweging dat de soldaten, die hem
+bewaakten, hem nauwelijks konden bedwingen.
+
+Doch de oude Marfa richtte zich weder op, en men was op het punt haar
+voort te slepen, toen Ivan Ogareff tusschen beiden kwam, zeggende:
+
+»Die vrouw moet hier blijven!”
+
+Wat Nadia betreft, zij kwam weer bij de andere gevangenen terecht. Ivan
+Ogareff had haar niet opgemerkt.
+
+Michael Strogoff werd nu voor den emir gebracht en daar bleef hij
+staan, zonder de oogen neer te slaan.
+
+»Het hoofd ter aarde!” riep Ivan Ogareff toe.
+
+»Neen,” antwoordde Michael Strogoff.
+
+Twee wachten wilden hem dwingen te buigen, maar zij werden ter aarde
+geworpen door de hand van den forschen jongen man.
+
+Ivan Ogareff naderde Michael Strogoff.
+
+»Gij zult sterven!” zeide hij.
+
+»Ik zal sterven,” antwoordde Michael Strogoff trotsch; »maar uw
+verradersgelaat zal daarom niet minder en voor altijd het onteerend
+merk van den knoet dragen!”
+
+Ivan Ogareff werd op dit antwoord afzichtelijk bleek.
+
+»Wie is die gevangene?” vroeg de emir met eene stem des te dreigender,
+naar mate zij kalm was.
+
+»Een Russisch spion,” antwoordde Ivan Ogareff. Door Michael Strogoff
+een spion te noemen, wist hij dat het vonnis, over hem uit te spreken,
+verschrikkelijk zou zijn.
+
+Michael Strogoff schoot op Ivan Ogareff toe, doch de soldaten hielden
+hem tegen.
+
+De emir gaf toen een teeken, waarop de geheele menigte het hoofd boog.
+Vervolgens wees hij met zijne hand naar den Koran, die hem gebracht
+werd. Hij opende het heilige boek en plaatste zijn vinger op een der
+bladen.
+
+Het was het toeval, of liever, naar de voorstelling der Oosterlingen,
+God zelf die over het lot van Michael Strogoff zou beslissen. De volken
+van Middel-Azië geven aan dit gebruik de naam van fal. Na de zin van
+het vers, waarop de rechter zijn vinger gelegd heeft, uitgelegd te
+hebben, passen zij het vonnis toe wat het ook zijn moge.
+
+De emir had zijn vinger op het blad van den Koran gehouden. Het hoofd
+der Ulema’s naderde nu, en las met luider stem een vers dat met deze
+woorden eindigde:
+
+»En hij zal de dingen dezer aarde niet meer zien.”
+
+»Russisch spion,” zeide Feofar-Khan, »gij zijt gekomen om te zien wat
+er in het Tartaarsche kamp omgaat! Kijk dus met beide oogen, kijk!”
+
+
+
+
+
+
+
+
+XXII.
+
+KIJK! MET BEIDE OOGEN, KIJK!
+
+
+Michael Strogoff werd met gebonden armen voor den troon des emirs
+geplaatst.
+
+Zijne moeder, overstelpt door zoovele folteringen van lichaam en geest,
+was in elkander gezakt, en durfde noch zien, noch hooren.
+
+Kijk met beide oogen, kijk! had Feofar-Khan gezegd, zijne hand naar
+Michael Strogoff uitstrekkende. Zonder twijfel had Ivan Ogareff, die op
+de hoogte van de Tartaarsche zeden was, het gewicht dezer woorden
+begrepen, want er kwam een wreede glimlach over zijne lippen.
+Vervolgens had hij bij Feofar-Khan plaats genomen.
+
+Oogenblikkelijk werd trompetgeschal vernomen. Het was het sein voor de
+vermakelijkheden.
+
+»Daar begint het ballet,” zeide Alcide Jolivet tot Harry Blount; »maar,
+tegen alle gebruiken in, vertoonen die barbaren het vóor het
+treurspel!”
+
+Michael Strogoff kreeg bevel om te kijken. Hij keek.
+
+Eene groote schaar danseressen drong het plein binnen, begeleid door
+een orkest bestaande uit verscheidene Tartaarsche muziekinstrumenten,
+zooals de daetare, eene soort van mandoline, de kabize, eene soort van
+violoncel, de tschibirga, eene lange rieten fluit, trompetten,
+tamboerijns, tam-tam’s, die met de keelgeluiden der zangers eene
+zonderlinge harmonie vormden.
+
+Terstond begonnen de dansen.
+
+Deze danseressen waren allen van Perzischen oorsprong. Het waren geene
+slavinnen en zij oefenden hun beroep in vrijheid uit. Vroeger
+vertoonden zij zich officieel bij plechtige gelegenheden aan het hof
+van Teheran, maar sedert het thans regeerende geslacht op den troon is,
+zijn zij uit het rijk verbannen en zijn zij genoodzaakt geworden elders
+hun geluk te beproeven. Zij droegen bij deze gelegenheid haar nationaal
+kostuum, en, met juweelen kwistig versierd, voerden zij dan eens
+alleen, dan weder in groepen, verscheidene bevallige dansen uit.
+
+Toen deze eerste vertooning geëindigd was, liet zich eene zware stem
+hooren, die zeide:
+
+»Kijk met beide oogen, kijk!”
+
+De man, die de woorden van den emir herhaalde, was een lange Tartaar,
+de scherprechter van Feofar-Khan. Hij had achter Michael Strogoff
+plaats genomen en hield eene sabel met eene breede en kromme kling in
+de hand, eene dier damascener klingen die door de beroemde wapensmeden
+van Karschi of Hissar gehard zijn.
+
+In zijne nabijheid hadden de lijfwachten een drievoet geplaatst waarop
+een komfoor stond, waarin gloeiende kolen brandden, die geen den
+minsten rook verspreidden. De lichte walm, die over deze kolen hing,
+ontstond door het verkolen van eene harsachtige en aromatische
+zelfstandigheid, bestaande uit oliban, eene soort van beste Arabische
+wierook en benzoën, die er over gestrooid was.
+
+Intusschen werden de Perzische danseressen onmiddellijk door een
+anderen troep danseressen opgevolgd, die van een geheel verschillend
+ras waren en die Michael Strogoff oogenblikkelijk herkende.
+
+De beide dagbladschrijvers herkenden ze ook, want Harry Blount zeide
+tot zijn collega:
+
+»Dat zijn de zigeuners van Nijni-Novgorod.”
+
+»Dezelfde!” riep Alcide Jolivet uit. »Ik verbeeld me dat hare oogen aan
+deze spionnen meer geld dan hare beenen zullen opbrengen.”
+
+En met haar spionnen in dienst van den emir te noemen, vergiste Alcide
+Jolivet zich niet.
+
+Toen zij hare dansen geëindigd hadden, viel er een gouden regen uit de
+handen van den emir, van zijne bondgenooten en van de officieren van
+alle rangen, en de klank dier goudstukjes, die de cimbalen raakten,
+vermengde zich met de laatste tonen der tamboerijnen en der daetaren.
+
+»Verkwistend als plunderaars!” fluisterde Alcide Jolivet zijn metgezel
+toe.
+
+En hij zeide de waarheid, want met Tartaarsche tomans en sequinen,
+regende het grootendeels Moskovische dukaten en roebels. Er heerschte
+nu een oogenblik stilte en de stem van den scherprechter, die zijne
+hand op den schouder van Michael Strogoff legde, sprak nog eens deze
+woorden, die hunne herhaling steeds akeliger maakte:
+
+»Kijk met beide oogen, kijk!”
+
+Maar Alcide Jolivet merkte op dat de scherprechter ditmaal zijn blanke
+sabel niet meer in de hand hield.
+
+Intusschen was de zon aan de kimmen ondergegaan en was het
+langzamerhand duister geworden. Nu drongen verscheidene honderden
+slaven, die brandende toortsen droegen, het plein op. Door Sangarre
+medegesleept verschenen de Perzische en zigeuner danseressen opnieuw
+voor den troon van den emir. Zij wedijverden in vlugheid en het orkest
+nam hoe langer hoe meer in woestheid toe.
+
+Doch op eens, op een gegeven sein, werden al de lichten uitgebluscht,
+de dansen hielden op en de danseressen verdwenen.
+
+Op een teeken van den emir, werd Michael Strogoff midden op het plein
+gebracht.
+
+»Blount,” zeide Alcide Jolivet, »staat gij er op het einde van dat
+alles te zien?”
+
+»Niet in ’t minst,” antwoordde Harry Blount.
+
+»Arme jongen,” voegde Alcide Jolivet er bij, terwijl hij Michael
+Strogoff aanzag. »Die dappere soldaat had den dood op het slagveld
+verdiend!”
+
+»Kunnen wij niets voor zijne redding doen?” zeide Blount.
+
+»Wij vermogen niets.”
+
+De beide dagbladschrijvers herinnerden zich het edelmoedige gedrag van
+Michael Strogoff jegens hen, en het speet hun dat zij niets voor hem
+konden doen, te midden dezer Tartaren, die geen medelijden kennen. Niet
+zeer verlangend om de strafoefening van dien ongelukkige bij te wonen,
+keerden zij naar de stad terug. Een uur later waren zij op weg naar
+Irkoetsk.
+
+Michael Strogoff stond daar nu, op den emir een trotschen, en op Ivan
+Ogareff een verachtenden blik werpende. Hij wist dat hij sterven moest
+en toch zou men te vergeefs op zijn gelaat een teeken van zwakheid
+gezocht hebben.
+
+De emir gaf een wenk. Michael Strogoff, door de wachters voortgeduwd,
+naderde, en toen zeide Feofar hem in de Tartaarsche taal, die hij
+verstond:
+
+»Ge zijt gekomen om te zien, spion der Russen. Ge hebt voor de laatste
+maal gezien. In een oogenblik zullen uwe oogen voor altijd voor het
+licht gesloten zijn!”
+
+Michael Strogoff zou niet ter dood gebracht, maar met blindheid
+geslagen worden. Verlies van het gezicht, verschrikkelijker misschien
+dan het verlies van het leven! Doch Michael Strogoff verloor, toen hij
+het vonnis door den emir hoorde uitspreken, den moed niet. Hij bleef
+onbeweeglijk met de oogen wijd open, alsof hij in een laatsten blik
+zijn geheele leven had willen samenvatten. Hij liet niet de minste
+gemoedsbeweging blijken. Al zijne gedachten bepaalden zich tot zijn
+mislukte zending, zijne moeder en Nadia, die hij niet meer zou
+wederzien! Vervolgens maakte een gevoel van wraak zich geheel van hem
+meester. Hij keerde zich naar Ivan Ogareff.
+
+»Ivan,” zeide hij met eene dreigende stem, »Ivan de verrader, de
+laatste bedreiging mijner oogen geldt u!”
+
+Ivan Ogareff haalde de schouders op.
+
+Maar Michael Strogoff vergiste zich. Niet terwijl hij Ivan Ogareff
+aankeek, zou het licht in zijne oogen voor altijd uitgebluscht worden.
+
+Marfa Strogoff was voor hem komen staan.
+
+»Moeder!” riep hij uit. »Ja! ja! voor u mijn laatste blik en niet voor
+dien ellendeling! Blijf daar voor mijn staan! Dat ik nog eens uw
+beminnelijk gelaat aanschouwe! Dat mijne oogen u aanziende, zich
+sluiten!...”
+
+De oude vrouw naderde, zonder een woord te spreken....
+
+»Jaagt die vrouw weg!” riep Ivan Ogareff.
+
+Twee soldaten duwden Marfa Strogoff weg. Zij week terug, maar bleef op
+eenige schreden van haar zoon staan.
+
+De scherprechter verscheen. Ditmaal hield hij zijn blanke sabel in de
+hand, en deze, witgloeiend, had hij van het komfoor genomen, waarin de
+welriekende kolen brandden. Michael Strogoff zou nu, volgens
+Tartaarsche gewoonte, blind gemaakt worden door de gloeiende sabelkling
+langs zijne oogen te strijken!
+
+Michael Strogoff beproefde geen tegenweer. Voor zijne oogen bestond
+niets meer dan zijne moeder, die hij met zijne blikken als verslond! Al
+zijn leven lag in dat gezicht besloten. Marfa Strogoff keek hem aan met
+wijd opengespalkte oogen, de armen naar hem uitgestrekt!...
+
+De gloeiende kling streek nu langs de oogen van Michael Strogoff.
+
+Een kreet van wanhoop weergalmde. De oude Marfa viel als levenloos ter
+aarde!
+
+Michael Strogoff was blind.
+
+Nadat zijne bevelen ten uitvoer waren gebracht, verwijderde de emir
+zich met zijn geheele gevolg. Er bleef weldra niemand meer op het plein
+over dan Ivan Ogareff en de toortsdragers.
+
+Wilde die ellendeling dan zijn slachtoffer nog honen, en het nà den
+scherprechter den genadeslag geven!
+
+Ivan Ogareff naderde Michael Strogoff langzaam, die hem voelde aankomen
+en zich oprichtte. Ivan Ogareff haalde den keizerlijken brief uit zijn
+zak, opende hem, en, zijn spotlust bot vierende, hield hij hem voor de
+uitgedoofde oogen van den koerier des czaars, zeggende:
+
+»Lees nu, Michael Strogoff, lees, en ga te Irkoetsk vertellen wat ge
+gelezen hebt! De ware koerier van den czaar is nu Ivan Ogareff!”
+
+Dit gezegd hebbende, stak de verrader den brief weer in zijn zak.
+Zonder zich om te keeren verliet hij vervolgens het plein, en de
+toortsdragers volgden hem.
+
+Michael Strogoff bleef nu alleen, bewegingloos, misschien wel dood, op
+eenige schreden van zijne moeder liggen.
+
+Men hoorde in de verte het schreeuwen, het zingen en het joelen der
+brassende menigte. Tomsk was geheel verlicht, en in volle feestvreugde.
+
+Michael Strogoff luisterde. Het plein was stil en verlaten.
+
+Hij kroop, al tastende, naar de plaats waar zijne moeder neergestort
+was. Hij vond ze, legde zijn gelaat op het hare, luisterde naar hare
+ademhaling. Daarna zou men gezegd hebben dat hij haar iets
+influisterde.
+
+Leefde Marfa nog en hoorde zij wat haar zoon haar zeide? In ieder geval
+verroerde zij zich niet. Michael Strogoff kuste haar voorhoofd en hare
+grijze haren. Daarna richtte hij zich op, en liep met handen en voeten
+rondtastende, langzamerhand naar het uiteinde van het plein.
+
+Opeens verscheen Nadia. Zij liep recht op haar makker toe. Een dolk,
+dien zij in de hand hield, diende om de touwen los te snijden, waarmede
+de armen van Michael Strogoff vastgebonden waren.
+
+Hij wist in zijn blindheid niet wie hem losmaakte, want Nadia had geen
+woord geuit.
+
+Maar toen hij los was, zeide zij: »Broeder!”
+
+»Nadia!” stamelde Michael Strogoff, »Nadia!”
+
+»Kom, broeder,” zeide Nadia, »mijne oogen zullen voortaan de uwe zijn,
+en ik zal u naar Irkoetsk geleiden!”
+
+
+
+
+
+
+
+
+XXIII.
+
+EEN VRIEND OP DEN GROOTEN WEG.
+
+
+Een half uur later hadden Michael Strogoff en Nadia Tomsk verlaten.
+
+Dienzelfden nacht slaagden nog eenige gevangenen er in om aan de
+Tartaren te ontsnappen. Officieren en soldaten verkeerden in een roes
+en veronachtzaamden nu de strenge waakzaamheid, die zij, zoowel in het
+kamp van Zabediero, als gedurende den marsch der konvooien hadden
+betracht. Nadat Nadia aanvankelijk met de andere gevangenen was
+medegevoerd, had zij later de vlucht kunnen nemen en was zij op de
+bergvlakte teruggekeerd, op het oogenblik dat Michael Strogoff voor den
+emir werd gebracht.
+
+Daar had zij, tusschen de menigte verborgen, alles gezien. Geen kreet
+ontsnapte haar, toen de witgloeiende kling langs de oogen van haar
+makker werd gestreken. Zij had de kracht onbeweeglijk en stom te
+blijven. Eene ingeving der Voorzienigheid spoorde haar, die nu vrij
+was, aan om zich beschikbaar te houden om den zoon van Marfa Strogoff
+tot gids te verstrekken naar het doel dat hij gezworen had te zullen
+bereiken. Een oogenblik hield haar hart op te kloppen, toen de oude
+Siberische vrouw als dood ter aarde stortte, maar eene gedachte schonk
+haar al hare geestkracht terug.
+
+»Ik zal,” zeide zij, »de hond van den blinde zijn!”
+
+Na het vertrek van Ivan Ogareff had Nadia zich in het duister
+verborgen. Zij had gewacht totdat de menigte de bergvlakte verlaten
+had. Als een ellendig wezen, waarvan niets meer te vreezen was, lag
+Michael Strogoff daar verlaten en alleen. Zij zag hoe hij zich naar
+zijne moeder sleepte, hoe hij over haar heen bukte, haar op het
+voorhoofd kuste, en zich eindelijk oprichtte om, al rondtastende, te
+vluchten...
+
+Eenige oogenblikken later waren beiden, hand in hand, de steile
+glooiing afgedaald, en na tot aan het uiteinde der stad, de oevers der
+Tom te hebben gevolgd, kwamen zij gelukkig door eene bres in de
+omwalling naar buiten.
+
+De weg naar Irkoetsk was de eenige, die zich oostwaarts richtte. Daar
+kon men zich niet in vergissen. Nadia sleepte Michael snel mede. De
+mogelijkheid bestond dat de veldontdekkers van den emir, den volgenden
+dag, na een paar uur gezwelgd te hebben, zich in de steppen wierpen en
+alle gemeenschap afsneden. Het kwam er dus op aan hen vooruit te komen,
+vóor hen Krasnoïarsk, vijf honderd wersten (533 kilometer) van Tomsk,
+te bereiken en vooral den grooten weg zoolang mogelijk te houden. Den
+gebaanden weg te verlaten, stond gelijk met het onzekere, het
+onbekende, met den dood op de snelste wijze te zoeken.
+
+Hoe was het mogelijk dat Nadia de vermoeienissen van den nacht van 16
+op 17 Augustus doorstond? Waar vond zij de noodige lichaamskracht om
+zulk een langen weg af te leggen? Hoe zouden hare voeten, die door den
+geweldigen marsch bloedden, haar tot daar kunnen voeren? het was bijna
+onbegrijpelijk. Maar niettemin is het waar dat Michael Strogoff en zij
+den anderen dag, twaalf uren na hun vertrek van Tomsk, na een tocht van
+twintig wersten, het vlek Semilowskoë bereikten.
+
+Michael Strogoff had geen woord gesproken. Nadia hield zijne hand niet
+vast, maar hij de hare, gedurende den geheelen nacht en het trillen
+alleen van hare hand, was voldoende geweest om hem met zijn gewonen pas
+te doen voortgaan.
+
+Semilowskoë was bijna geheel verlaten. De bewoners dier plaats waren,
+uit vrees voor de Tartaren, naar de provincie Jeniseïsk gevlucht.
+Nauwelijks waren er twee of drie huizen, die bewoond waren. Al wat de
+plaats nuttigs of kostbaars bezat, was op karren weggevoerd.
+
+Toch moest Nadia er een paar uur stilhouden. Zij hadden beiden behoefte
+aan voedsel en aan rust.
+
+Het meisje bracht haren makker dus naar het einde van het vlek. Daar
+stond een ledig huis, met geopende deur. Zij gingen binnen. Bij den
+hoogen haard aan de Siberische woningen eigen, stond eene oude houten
+bank, waarop zij plaats namen.
+
+Thans keek Nadia haar blinden makker goed in het gelaat, zooals zij het
+vroeger nog nooit gedaan had. Uit haar blik straalde meer dan een
+gevoel van dankbaarheid en van medelijden. Had Michael Strogoff haar
+kunnen zien, hij zou in haar schoonen, droevigen blik de uitdrukking
+eener onbegrensde toegenegenheid en teederheid gelezen hebben.
+
+De door het gloeiende ijzer geblakerde oogleden van den blinde bedekten
+zijne geheel verdroogde oogen slechts ten halve. Het oogvlies was licht
+gerimpeld en als hoornachtig geworden, de oogappel op eene zonderlinge
+wijze vergroot; het blauw van den oogappelboog scheen donkerder dan
+vroeger; de oogharen en de wenkbrauwen waren half verschroeid; maar,
+althans schijnbaar, was het alsof de doordringende blik van den jongen
+man geene verandering had ondergaan. Zoo hij het gezicht miste, zoo
+zijne blindheid volkomen was, werd dit veroorzaakt doordat de
+gevoeligheid van het netvlies en van de gezichtszenuw, door de
+gloeiende hitte van het staal, geheel en al vernietigd waren.
+
+Op dit oogenblik strekte Michael Strogoff de handen uit.
+
+»Zijt gij daar, Nadia?” vroeg hij.
+
+»Ja,” gaf het meisje ten antwoord, »ik ben bij u en ik zal u niet meer
+verlaten, Michael.”
+
+Bij het uitspreken van zijn naam door Nadia voor de éerste maal,
+sidderde Michael Strogoff. Hij begreep dat zijne gezellin alles wist,
+wie hij was en welke banden hem aan de oude Marfa verbonden.
+
+»Nadia,” hernam hij, »wij moeten scheiden!”
+
+»Scheiden? Waarom dat, Michael?”
+
+»Ik wil geen hinderpaal op uwe reis zijn! Uw vader wacht u te Irkoetsk.
+Gij moet zorgen dat gij bij hem komt!”
+
+»Mijn vader zou mij vervloeken, Michael, zoo ik u verliet, na al
+hetgeen gij voor mij gedaan hebt!”
+
+»Nadia! Nadia!” antwoordde Michael Strogoff, de hand van het meisje,
+die zij in de zijne gelegd had, drukkende, »gij moet alleen aan uw
+vader denken.”
+
+»Michael,” hernam Nadia, »gij hebt mij meer noodig dan mijn vader!
+Zoudt gij dan de reis naar Irkoetsk willen opgeven?”
+
+»Nooit!” riep Michael Strogoff uit op een toon, die bewees dat hij
+niets van zijn geestkracht verloren had.
+
+»Maar, gij hebt den brief niet meer!....”
+
+»Dien brief mij door Ivan Ogareff ontstolen!.... Welnu! daar kan ik
+buiten, Nadia! Zij hebben mij als een spion behandeld! Ik zal nu als
+een spion handelen! Ik zal te Irkoetsk gaan vertellen wat ik gezien en
+wat ik gehoord heb en, bij den levenden God, zweer ik, dat de verrader
+mij nog eenmaal van aangezicht tot aangezicht zal zien! Maar ik moet
+vóor hem te Irkoetsk aankomen!”
+
+»En gij spreekt van scheiden, Michael?”
+
+»Nadia, de ellendelingen hebben mij van alles beroofd!”
+
+»Mij blijven nog eenige roebels en mijne oogen over! Ik kan voor u
+zien, Michael, en u geleiden daar, waar gij alleen niet meer zoudt
+kunnen komen!”
+
+»En hoe zullen wij gaan?”
+
+»Te voet.”
+
+»En hoe zullen wij aan den kost komen?”
+
+»Al bedelend.”
+
+»Laat ons dan gaan, Nadia!”
+
+»Kom mee, Michael.”
+
+De jonge lieden noemden elkander niet langer broeder en zuster. In
+hunne gemeenschappelijke armoede, gevoelden zij zich nauwer aan
+elkander verbonden. Beiden verlieten het huis, na een uur rust te
+hebben genomen. De straten van het vlek afloopende, had Nadia zich
+eenige stukken »tchornekhleb,” eene soort van gerstebrood en een weinig
+mee, in Rusland bekend onder den naam van »meod,” verschaft. Het had
+haar niets gekost, want zij had haar beroep van bedelares ingewijd. Het
+brood en de mee hadden, zoo goed mogelijk, den honger en den dorst van
+Michael Strogoff gestild. Nadia had voor hem het grootste deel van die
+onvoldoende voeding afgezonderd. Hij at de stukken brood op die zijne
+gezellin hem, het eene na het andere, aanbood. Hij dronk uit de
+kalebas, die zij aan zijne lippen bracht.
+
+»Eet gij wel, Nadia?” vroeg hij verscheidene malen.
+
+»Ja zeker, Michael,” antwoordde het meisje steeds, terwijl het zich
+vergenoegde met hetgeen haar makker overliet.
+
+Michael en Nadia verlieten Semilowskoë en hernamen den moeielijken
+tocht naar Irkoetsk. Het meisje weerstond de vermoeienis vol
+geestkracht. Had Michael Strogoff haar kunnen zien, wellicht had hem de
+moed ontbroken om verder te gaan. Maar Nadia klaagde niet en Michael
+Strogoff, geene zucht vernemende, liep met eene haast, die hij niet kon
+bedwingen. En waarom? Mocht hij dan hopen de Tartaren nog vóor te
+blijven? Hij was te voet, zonder geld, blind, en indien Nadia, zijn
+eenige gids, hem kwam te ontbreken, bleef hem niets anders over dan
+zich aan den weg neder te leggen en er ellendig om te komen! Maar, zoo
+hij door eene krachtige inspanning Krasnoïarsk kon bereiken, zou alles
+nog niet verloren zijn, omdat de gouverneur, aan wien hij zich bekend
+zou maken, niet zou aarzelen hem de middelen te verschaffen om Irkoetsk
+te bereiken? Michael Strogoff vervolgde alzoo zijn weg, weinig pratende
+en geheel in gedachten verzonken. Nadia leidde hem bij de hand; van
+tijd tot tijd zeide Michael Strogoff tot Nadia:
+
+»Spreek wat, Nadia.”
+
+»Waarom, Michael? Wij denken te zamen,” antwoordde het meisje dan, maar
+op een toon die geen vermoeienis verried.
+
+Maar soms gebeurde het, dat haar hart niet meer scheen te kloppen en
+dat hare knieën knikten, zoodat zij achter bleef. Michael Strogoff
+hield dan stil, zocht door den donkeren sluier, die zijn gezicht
+overschaduwde, het meisje gade slaan en na eene zucht geslaakt te
+hebben, hield hij haar steviger vast en schreed hij weder voorwaarts.
+
+Intusschen zou zich dien dag een gelukkig voorval opdoen, dat hun veel
+vermoeienis zou besparen.
+
+Zij hadden Semilowskoë sedert ongeveer twee uur verlaten, toen Michael
+Strogoff stil stond en vroeg:
+
+»Is de weg verlaten?”
+
+»Geheel verlaten,” antwoordde Nadia.
+
+»Hoort ge achter ons eenig geraas?”
+
+»Ja, toch.”
+
+»Indien het Tartaren zijn, moeten wij ons verbergen; kijk dus goed.”
+
+»Wacht even, Michael!” antwoordde Nadia, terwijl zij den weg opstapte,
+die eenige passen verder, eene buiging rechts maakte.
+
+Michael Strogoff bleef een oogenblik alleen en luisterde.
+
+Nadia kwam oogenblikkelijk terug en zeide:
+
+»Het is eene kar door een jongen man gevoerd.”
+
+»Is hij alleen?”
+
+»Alleen.”
+
+Michael Strogoff aarzelde een oogenblik. Zou hij zich verschuilen? Zou
+hij trachten, zoo niet voor zich zelven, dan toch voor Nadia een
+plaatsje in de kar te verkrijgen? Hij zou, des noods, naast de kar
+kunnen loopen, maar Nadia, sedert den overtocht der Obi—dus reeds acht
+dagen—te voet medegesleept, was geheel uitgeput.
+
+Hij wachtte.
+
+Spoedig bereikte de kar de kromming van den weg.
+
+Het was een armoedig voertuig, dat met moeite drie personen kon
+bevatten en dat »kibitka” wordt genoemd.
+
+Gewoonlijk is de kibitka met drie paarden bespannen, maar deze werd
+getrokken door slechts één paard, ruigharig, met een langen staart en
+welks mongoolsch bloed kracht en moed aanduidde.
+
+Zij werd door een jongen man gevoerd, die een hond naast zich had.
+
+Nadia zag dat het jonge mensch een Rus was. Hij had een zacht, kalm
+gelaat, dat vertrouwen inboezemde. Gehaast scheen hij volstrekt niet.
+Hij reed zeer langzaam om zijn paard niet af te matten en men zou hem
+ziende, niet gezegd hebben, dat hij een weg volgde, die elk oogenblik
+door de Tartaren kon worden afgesneden.
+
+Nadia had zich, Michael Strogoff vasthoudende, ter zijde van den weg
+geplaatst.
+
+De kibitka hield stil en de voerman zag het meisje glimlachend aan.
+
+»En waar gaat gijlieden zoo naar toe?” vroeg hij haar, terwijl hij een
+paar goedaardige, geheel ronde oogen opzette.
+
+Op het geluid dier stem zeide Michael Strogoff tot zich zelf dat hij
+haar meer gehoord had. En hij was er, ten aanzien van den voerman, zoo
+door gerust gesteld, dat zijn voorhoofd dadelijk ophelderde.
+
+»Welnu, waar gaat ge naar toe?” herhaalde de jonge man, zich nu meer
+rechtstreeks tot Michael Strogoff wendende.
+
+»Naar Irkoetsk,” antwoordde deze.
+
+»Wel! vadertje, weet ge dan niet dat er nog wat wersten tusschen hier
+en Irkoetsk liggen?”
+
+»Dat weet ik.”
+
+»En gij gaat te voet?”
+
+»Te voet.”
+
+»Gij, dat gaat! maar de juffer?...”
+
+»Het is mijne zuster,” zeide Michael Strogoff, die het voorzichtig
+achtte dezen naam weder aan Nadia te geven.
+
+»Zoo, uwe zuster, vadertje! Maar geloof mij dat zij Irkoetsk nimmer zal
+kunnen bereiken!”
+
+»Vriend,” antwoordde Michael Strogoff naderbij komende, »de Tartaren
+hebben ons van alles beroofd en ik kan u geen kopek meer aanbieden;
+maar wilt gij mijne zuster opnemen, dan kan ik uw voertuig wel te voet
+volgen en zal ik geen uur vertraging teweegbrengen.”
+
+»Broeder,” riep Nadia uit, »dat wil ik niet, neen, dat wil ik niet!
+Mijnheer, mijn broeder is blind!”
+
+»Blind!” antwoordde de jonge man, met eene bewogene stem.
+
+»De Tartaren hebben hem de oogen uitgebrand!” hernam Nadia, terwijl
+zij, als om mededoogen in te roepen, hare handen uitstrekte.
+
+»De oogen uitgebrand? Ach! arm vadertje! Ik ga naar Krasnoïarsk Waarom
+zoudt gij met uwe zuster niet in de kibitka stappen. Met wat
+inschikkelijkheid vinden wij er met ons drieën plaats in. Mijn hond zal
+er niet tegen te hebben om te loopen. Maar ik rijd niet vlug, om mijn
+paard te sparen.”
+
+»Vriend, hoe heet gij?” vroeg Michael Strogoff.
+
+»Ik heet Nikolaas Pigassoff.”
+
+»Dat is een naam dien ik nimmer zal vergeten,” antwoordde Michael
+Strogoff.
+
+»Welnu, blind vadertje, stap in. Uwe zuster kan bij u, achter in de kar
+zitten; ik blijf voorop om te besturen. Er ligt goede berkenschors en
+gerstestroo op den grond. Het is een waar nestje. Komaan Serko, maak
+plaats voor ons!”
+
+De hond, van Siberisch ras, sprong dadelijk op den grond.
+
+Michael Strogoff en Nadia waren aanstonds op hun gemak in de kibitka.
+Michael Strogoff strekte zijne handen naar die van Nikolaas Pigassoff
+uit.
+
+»Gij wilt mijne handen drukken!” zeide Nikolaas. »Hier zijn ze,
+vadertje, en druk ze zoolang ge er lust in hebt!”
+
+De kibitka ging naar Michael Strogoff’s zin te langzaam voorwaarts maar
+Nadia ondervond zooveel te minder vermoeienis.
+
+Door het schommelen der kibitka viel zij spoedig in een diepen slaap.
+Michael Strogoff en Nikolaas legerden zich zoo goed mogelijk op het
+berkenloof en zoo Michael Strogoff geen traan van dankbaarheid liet,
+kwam dit omdat het gloeiende ijzer den laatsten verschroeid had.
+
+»Wat is zij lief,” zeide Nikolaas.
+
+»Ja,” antwoordde Michael Strogoff.
+
+»Dat wil sterk zijn, vadertje; maar hoe moedig ook, zijn die lievertjes
+toch zwak! Komt ge ver weg?”
+
+»Zeer ver.”
+
+»Arme jongelieden! Dat uitbranden uwer oogen moet zeer smartelijk zijn
+geweest!”
+
+»Zeer smartelijk,” antwoordde Michael Strogoff, terwijl hij zich naar
+Nikolaas wendde.
+
+»Hebt gij niet geweend?”
+
+»Zeker.”
+
+»Ik zou ook geweend hebben, bij de gedachte van zijne geliefden niet
+meer te kunnen aanschouwen! Maar zij zien u toch. Dat is wellicht een
+troost.”
+
+»Ja, misschien! Zeg eens vriend,” vroeg Michael Strogoff, »hebt gij mij
+nooit ergens anders gezien?”
+
+»U, vadertje? Neen nooit.”
+
+»Uwe stem komt mij toch niet onbekend voor.”
+
+»Kijk eens aan!” antwoordde Nikolaas glimlachend. »Hij kent den klank
+mijner stem. Vraagt gij het misschien om te weten waar ik vandaan kom?
+Welnu, ik kom van Kolivan.”
+
+»Van Kolivan?” zeide Michael Strogoff. »Maar dan heb ik u daar ontmoet.
+Waart gij op het telegraafkantoor?”
+
+»Dat kan wel,” antwoordde Nikolaas. »Ik woonde er. Ik was de beambte
+met het overseinen belast.”
+
+»En gij zijt tot op het laatste oogenblik op uw post gebleven?”
+
+»Wel, juist dan moet men tegenwoordig zijn!”
+
+»Het was op een dag toen een Engelschman en een Franschman elkander, de
+handen met roebels gevuld, de plaats aan uw raampje betwistten; terwijl
+de Engelschman de eerste verzen uit den Bijbel telegrapheerde.”
+
+»Dat is wel mogelijk, vadertje, maar ik herinner het mij niet!”
+
+»Wat! gij herinnert u dat niet?”
+
+»Ik lees nooit de dépêches die ik oversein. Daar het mijn plicht is die
+te vergeten, is het de kortste weg ze niet te weten.”
+
+Dit antwoord bevatte het beeld van Nikolaas Pigassoff.
+
+Intusschen ging de kibitka langzaam vooruit. Het paard liep drie uur en
+had dan een uur rust; dit ging zoo dag en nacht. Gedurende de halten
+graasde het paard en gebruikten de reizigers wat, in gezelschap van den
+trouwen Serko.
+
+Na een dag rust, was Nadia weer wat versterkt. Nikolaas droeg zorg dat
+zij het zoo goed mogelijk had. De reis werd langzaam, maar geregeld
+voortgezet. Des nachts echter, als Nikolaas den slaap des
+rechtvaardigen sliep, had men kunnen bespeuren hoe Michael Strogoff
+zich van de teugels meester maakte en hoe de stap van het paard in den
+draf overging. En al werd de stap bij het ontwaken van Nikolaas
+hernomen, er was toch menige werst meer afgelegd dan de aangenomen
+snelheid toeliet.
+
+Zoo trok men over de rivier van Ichimsk, door de vlekken Ichimskoë,
+Berikilskoë, Küskoë, de rivier Mariinsk, het vlek van dienzelfden naam,
+Rogostowskoë en eindelijk door de Tchoela, een stroompje dat
+West-Siberië van oostelijk Siberië scheidt.
+
+Alles, langs dien weg, was verlaten. De vlekken waren bijna geheel
+onbewoond. De boeren waren over de Jeniseï gevlucht, in de hoop dat
+deze breede stroom de Tartaren wellicht zou tegenhouden.
+
+Den 22sten Augustus bereikte de kibitka het stadje Atchinsk, op drie
+honderd tachtig wersten van Tomsk. Honderd twintig wersten scheidden
+haar nog van Krasnoïarsk. Er was niets bijzonders onder weg
+voorgevallen.
+
+Michael Strogoff had, om zoo te zeggen, het doorreisde land door de
+oogen van Nikolaas en van het meisje gezien. Beurtelings hadden zij hem
+alles, waar de kabitka langs ging, medegedeeld en bij die gelegenheid
+bleek Nikolaas een onderhoudend verteller te zijn.
+
+Eens vroeg Michael Strogoff hem, welk weer het was.
+
+»Wel genoeg, vadertje,” antwoordde hij, »maar het zijn de laatste
+zomersche dagen. De herfst duurt maar kort in Siberië en weldra zullen
+wij de eerste winterkou gevoelen. Misschien dat de Tartaren er wel over
+denken om de winterkwartieren te betrekken.”
+
+Michael Strogoff schudde, twijfelend, het hoofd.
+
+»Gij denkt het niet, vadertje,” antwoordde Nikolaas. »Gij gelooft dat
+ze naar Irkoetsk zullen oprukken?”
+
+»Ik vrees het,” antwoordde Michael Strogoff.
+
+»Ja, ge hebt gelijk. Zij hebben een slecht mensch bij zich, dat hen
+geen rust zal laten.—Hebt ge wel eens van Ivan Ogareff hooren spreken?”
+
+»Ja.”
+
+»Weet ge, dat het niet goed is om zijn land te verraden?”
+
+»Neen.... dat is niet goed....” antwoordde Michael Strogoff, die
+onverschillig wilde blijven.
+
+»Vadertje,” hernam Nikolaas, »ik vind dat uwe verontwaardiging niet
+sterk genoeg is, als er, in uwe tegenwoordigheid, over Ivan Ogareff
+gesproken wordt. Ieder Russisch hart moet opspringen, als die naam
+wordt uitgesproken.”
+
+»Geloof mij, vriend,” zeide Michael Strogoff, »ik haat hem meer, dan
+gij hem ooit zult kunnen haten.”
+
+»Dat is niet mogelijk,” antwoordde Nikolaas, »neen, dat is niet
+mogelijk! Wanneer ik aan Ivan Ogareff denk, en aan het kwaad dat hij
+over ons heilig Rusland brengt, dan word ik door toorn bevangen, en zoo
+ik hem beet had....”
+
+»Nu, zoo ge hem beet hadt, vriend?....”
+
+»Dan zou ik hem, geloof ik, dooden.”
+
+»En ik, ik zou het zeker doen,” antwoordde Michael Strogoff bedaard.
+
+
+
+
+
+
+
+
+XXIV.
+
+DE OVERTOCHT DER JENISEÏ.
+
+
+Tegen den avond van 25 Augustus kreeg de kibitka Krasnoïarsk in het
+gezicht. De reis van Tomsk was in acht dagen afgelegd. Had Nikolaas
+meer geslapen, de tocht zou in korteren tijd volbracht zijn.
+
+Gelukkig was er nog geen sprake van de Tartaren. Geen verkenner had
+zich nog vertoond op den weg door de kibitka genomen. Voor het
+vertraagde oprukken naar Irkoetsk moest zeker eene gewichtige reden
+bestaan.
+
+Inderdaad bestond er zulk eene reden. Een nieuw Russisch korps, in
+allerijl in het gouvernement Jeniseïsk verzameld, was naar Tomsk
+gemarcheerd om het te hernemen. Maar te zwak, had het voor de troepen
+van den emir moeten terugtrekken. Met inbegrip zijner eigene soldaten
+en die van de khanaten Khokhand en Koendoez, telde Feofar-Khan nu twee
+honderd vijftig duizend man onder zijne bevelen.
+
+De slag van Tomsk was op 22 Augustus geleverd—hetgeen aan Michael
+Strogoff niet bekend was—maar dat eene verklaring gaf voor het niet
+verschijnen der voorhoede van den emir te Krasnoïarsk op den 25sten
+dier maand.
+
+Maar dit wist Michael Strogoff: dat hij de Tartaren verscheidene dagen
+vóor was en dat hij er alzoo niet aan behoefde te wanhopen om vóor hen
+Irkoetsk te bereiken, dat nog acht honderd vijftig wersten (900
+kilometer) verwijderd was.
+
+Te Krasnoïarsk, eene stad van twaalf duizend zielen, zouden hem geene
+vervoermiddelen ontbreken. Daar Nikolaas Pigassoff er stil hield, zou
+hij er een gids moeten nemen en de kibitka door een ander rijtuig
+moeten vervangen. Michael Strogoff twijfelde er niet aan of hij zou, na
+aan den gouverneur zijne identiteit bewezen te hebben, in staat worden
+gesteld om zijne reis naar Irkoetsk spoedig te kunnen vervolgen.
+
+Zoo Nikolaas echter te Krasnoïarsk bleef, zou hij dit alleen doen als
+hij er eene betrekking had gevonden.
+
+Inderdaad stond dit voorbeeld van een beambte er op, om, na tot de
+laatste minuut op zijn post te Kolivan te zijn gebleven, zich weder ter
+beschikking van de administratie te stellen.
+
+»Waarom zou ik loon trekken, zonder het verdiend te hebben?” herhaalde
+hij steeds.
+
+Zoo hij dus daar of te Oedinsk geen dienst kon bewijzen, zou hij tot
+naar de hoofdstad van Siberië trekken en dan met broeder en zuster
+medereizen, die moeielijk een beteren gids konden vinden.
+
+De kibitka was Krasnoïarsk tot op een halve werst genaderd. Men zag
+links en rechts de tallooze houten kruizen, die, bij den toegang eener
+stad, langs den weg staan. Het was ’s avonds zeven uur. Tegen den
+helderen hemel teekenden zich de omtrekken der kerken en de gevels der
+huizen af, die op het hooge voorgebergte van de Jeniseï gebouwd waren.
+De wateren van den stroom weerkaatsten de laatste lichtstralen, die in
+den dampkring verspreid waren.
+
+De kabitka stond stil.
+
+»Waar zijn wij, zuster?” vroeg Michael Strogoff.
+
+»Hoogstens op eene halve werst van de eerste huizen,” antwoordde Nadia.
+
+»Slaapt die stad dan?” hernam Michael Strogoff. »Er komt niet het
+minste leven tot mijn gehoor.”
+
+»En ik zie geen enkel licht in het duister schitteren, noch een
+rookwolkje in de lucht opstijgen,” voegde Nadia er bij.
+
+»Wat een zonderlinge stad,” zeide Nikolaas. »Men maakt er geen geraas,
+en gaat vroeg naar bed.”
+
+Michael Strogoff vond het een slecht voorteeken en vreesde dat zijne
+hoop om te Krasnoïarsk het noodige te vinden om Irkoetsk spoedig te
+bereiken, ijdel zou zijn. Nadia had zijne gedachte geraden, hoewel zij
+niet vatte waarom hij, zonder den keizerlijken brief, toch Irkoetsk zoo
+spoedig wilde bereiken. Zij had hem vroeger daar al eens over
+onderhouden, maar hij bepaalde zich toen tot dit antwoord:
+
+»Ik heb gezworen naar Irkoetsk te gaan.”
+
+Maar om zijne zending te vervullen, was het een vereischte dat hij te
+Krasnoïarsk een snel middel van vervoer vond.
+
+»Wel vriend,” zeide hij tot Nikolaas, »waarom gaan we niet vooruit?”
+
+»Omdat ik bang ben de bewoners dezer stad door het geraas mijner kar
+wakker te maken!”
+
+En daarop zette Nikolaas, met een lichten zweepslag, zijn paard aan.
+Serko blafte even en toen daalde de kibitka op een drafje, den weg af
+die in Krasnoïarsk uitliep.
+
+Tien minuten later kwamen zij in de hoofdstraat.
+
+Krasnoïarsk was verlaten. »Er was geen Athener meer in dit Noordsch
+Athene” zooals mevrouw de Bourboulon het noemt. Geen rijtuigen, geen
+voetgangers, geene sierlijke Siberische dames, op Fransche wijze
+gekleed, in de straten.—De groote klok der hoofdkerk was stom en geen
+klokkenspel liet zijne tonen hooren.
+
+Het laatste telegram uit het kabinet van den czaar afgezonden, vóordat
+de draad verbroken werd, hield het bevel in voor den gouverneur, voor
+de bezetting en de inwoners, onverschillig wie ook, om Krasnoïarsk te
+verlaten, al wat waarde had of den Tartaren van nut zou kunnen zijn,
+medetevoeren en naar Irkoetsk de wijk te nemen. Hetzelfde was aan de
+inwoners der vlekken van de provincie bevolen. Het Moskovische
+gouvernement wilde eene woestijn aan de overweldigers overstellen. Deze
+bevelen werden niet besproken, maar dadelijk uitgevoerd.
+
+Michael Strogoff, Nadia en Nikolaas doorliepen stilzwijgend de stad.
+Hunne voetstappen weerklonken als in eene uitgestorven plaats. Michael
+Strogoff liet echter niets blijken van de teleurstelling, die hij
+opnieuw ondervond.
+
+»Lieve Hemel!” riep Nikolaas uit, »in deze woestijn zal ik mijne
+bezoldiging nooit verdienen!”
+
+»Vriend,” sprak Nadia, »gij moet met ons naar Irkoetsk gaan.”
+
+»Ja, het moet!” antwoordde Nikolaas. »De draad moet nog in werking zijn
+tusschen Oedinsk en Irkoetsk, en daar.... vertrekken we, vadertje?”
+
+»Laat ons tot morgen wachten,” antwoordde Michael Strogoff.
+
+»Gij hebt gelijk,” antwoordde Nikolaas. »Wij moeten de Jeniseï
+overtrekken en daarbij moet men kunnen zien!”
+
+»Kunnen zien!” mompelde Nadia, terwijl ze aan haar blinden metgezel
+dacht.
+
+Nikolaas had haar verstaan en zeide, zich tot Michael Strogoff
+keerende:
+
+»Vergeef me, vadertje. Helaas! het is waar dat dag en nacht voor u
+hetzelfde zijn!”
+
+»Verwijt u zelven niets, mijn vriend,” antwoordde Michael Strogoff, die
+zijne hand over de oogen streek. »Met u tot gids, ben ik nog tot
+handelen in staat. Neem dus eenige uren rust. Laat Nadia ook wat
+rusten. Morgen zal het dag zijn!”
+
+Michael Strogoff, Nadia en Nikolaas vonden spoedig eene rustplaats in
+een openstaand ledig huis. Na voor een eenvoudig beeld der Panaghia
+geknield te hebben, sliepen Nikolaas en het meisje spoedig in, terwijl
+Michael Strogoff, die den slaap niet kon vatten, wakende bleef.
+
+Des anderen daags, 26 Augustus, vóor het aanbreken van den dageraad,
+reed de kabitka een berkenbosch bij de stad door en begaf ze zich naar
+den oever der Jeniseï.
+
+Michael Strogoff was zeer bezorgd hoe hij het zou aanleggen om dien
+breeden stroom over te steken. In gewone omstandigheden duurt de
+overtocht met ponten, bijzonder ingericht tot vervoer van reizigers,
+voertuigen en paarden, drie uur en gaat dan nog met de uiterste moeite
+gepaard. Hoe zou de kabitka nu, bij gebreke van eenig vaartuig, de
+overzijde bereiken?
+
+»Ik zal er over komen, hoe het ook ga,” zeide Michael Strogoff telkens.
+
+De dag begon aan te breken, toen de kabitka op den linkeroever aankwam,
+dezelfde waar eene der lanen van het berkenbosch op uitkwam. De oever
+was hier honderd voet boven den waterspiegel verheven. Men kon de
+Jeniseï hier dus over eene groote uitgestrektheid waarnemen.
+
+»Ziet ge eene pont?” vroeg Michael Strogoff, naar alle zijden
+rondkijkende, alsof hij zijn gezicht nog had. »Het is nauwelijks dag,
+broeder,” antwoordde het meisje. »De nevel hangt nog te zwaar over den
+stroom, zoodat men zijne wateren niet kan onderscheiden.”
+
+»Ik hoor ze loeien,” antwoordde Michael Strogoff. Inderdaad liet zich
+uit de onderste lagen van den nevel een dof geraas van stroomen en
+tegenstroomen vernemen, die tegen elkander inwerkten. De op dit
+tijdstip des jaars zeer gestegen wateren, stroomden met het geweld van
+een stortvloed af. Allen luisterden, in afwachting dat de gordijn van
+nevelen zou optrekken. De zon steeg boven den gezichteinder en hare
+eerste stralen zouden deze dampen spoedig opslurpen.
+
+»Welnu?” vroeg Michael Strogoff.
+
+»De nevelen beginnen weg te drijven, broeder,” antwoordde Nadia, »en
+het daglicht breekt er al doorheen.”
+
+»Ziet ge den waterspiegel nog niet, zuster?”
+
+»Nog niet.”
+
+»Een weinig geduld, vadertje,” zeide Nikolaas. »Het zal alles
+verdwijnen! Hoor! daar zet de wind op! Hij begint dien nevel al te
+verstrooien. De hooge heuvelen van den rechteroever vertoonen hunne
+boomrijen reeds. Alles gaat weg! Alles vervliegt! De goedige stralen
+der zon hebben dien berg van nevelen al verdikt. Ach! mijn arme blinde,
+hoe schoon is dat en wat een ongeluk voor u, dat gij zulk een
+schouwspel niet meer kunt zien!”
+
+»Ziet gij een vaartuig?” vroeg Michael Strogoff.
+
+»Geen enkel,” was het antwoord van Nikolaas.
+
+»Zie goed rond, mijn vriend, op dezen en op den tegenoverliggenden
+oever, zoover uw gezicht reikt. Een vaartuig, eene boot, een kano van
+boomschors!”
+
+Nikolaas en Nadia hadden zich, terwijl zij zich aan de meest
+vooruitgeschoven berkeboomen op het voorgebergte vasthielden, over den
+stroom gebogen. Een onmetelijk veld strekte zich toen voor hun blik
+uit. Op deze plaats is de Jeniseï niet minder dan anderhalve werst
+breed en vormt zij twee armen van ongelijke grootte, waardoor het water
+met snelheid afstroomde. Tusschen deze armen lagen onderscheidene
+eilanden met elzen, wilgen en populieren begroeid, die even zoovele
+groenachtige vaartuigen schenen, in den stroom voor anker liggende.
+
+Maar een werkelijk vaartuig was er niet te ontdekken, noch op den
+linker- noch op den rechteroever, noch op den oever der eilanden. Allen
+waren op hoog bevel medegenomen of vernield. Zeker was het, dat, zoo de
+Tartaren uit het zuiden niet het materieel voor eene schipbrug lieten
+komen, hun marsch naar Irkoetsk gedurende zekeren tijd door den
+hinderpaal, dien de Jeniseï opleverde, zou worden tegengehouden.
+
+»Ik herinner mij iets,” zeide Michael Strogoff. »Hoogerop, bij de
+laatste huizen van Krasnoïarsk, is eene kleine inschepingshaven. Daar
+landen de ponten. Vriend, laten wij stroomopwaarts gaan en zien of er
+geene boot op den oever vergeten is.”
+
+Nikolaas snelde in de aangewezen richting voort. Nadia had Michael
+Strogoff bij de hand genomen en leidde hem, snel voortstappende. Eene
+boot, eene eenvoudige sloep groot genoeg om de kabitka te dragen of,
+bij gebreke van haar, hen die ze tot hier gebracht had, en Michael
+Strogoff zou niet schromen om den overtocht te beproeven!
+
+Twintig minuten later hadden alle drie het haventje van inscheping
+bereikt, welks laatste huizen den waterspiegel raakten.
+
+Maar er lag geen enkel vaartuig op den oever; geen bootje aan den
+steiger die tot inschepingsplaats diende, zelfs niet om een vlot samen
+te stellen, dat drie personen kon dragen.
+
+Michael Strogoff had Nikolaas ondervraagd en deze had hem het
+ontmoedigende antwoord gegeven, dat de overtocht van den stroom hem ten
+eenenmale ondoenlijk toescheen.
+
+»Wij zullen er overgaan,” antwoordde Michael Strogoff.
+
+In de verlaten woningen van Krasnoïarsk zoekende, maar niets vindende
+wat hun van nut kon zijn, hoorden Nikolaas en het jonge meisje zich
+eensklaps aanroepen.
+
+Beiden liepen naar den oever terug, waar zij Michael Strogoff op den
+drempel eener woning vonden staan.
+
+»Komt!” riep hij hun toe.
+
+Nikolaas en Nadia volgden hem in de hut.
+
+»Wat is dat?” vroeg Michael Strogoff, onderscheidene voorwerpen, die
+achter in een spijskelder opgehoopt waren, met de hand aanrakende.
+
+»Een half dozijn lederen zakken,” antwoordde Nikolaas.
+
+»Zijn ze vol?”
+
+»Ja, vol koemijss.”
+
+De »koemijss” is een drank vervaardigd uit melk van eene merrie of van
+een wijfjes-kameel; een versterkende, bedwelmende drank en Nikolaas was
+met die vondst zeer in zijn schik.
+
+»Zet er een ter zijde, maar ledig de anderen,” zeide Michael Strogoff.
+
+»Dadelijk, vadertje.”
+
+»Dat zal ons helpen om de Jeniseï over te steken.”
+
+»En het vlot?”
+
+»De kibitka, die licht genoeg is om te drijven, terwijl wij haar en het
+paard bovendien met de lederen zakken zullen steunen.”
+
+»Goed bedacht, vadertje,” riep Nikolaas uit, »en met Gods hulp zullen
+wij in eene goede haven aanlanden .... misschien niet in eene rechte
+lijn, want de stroom is zoo snel!”
+
+»Wat maakt dat!” antwoordde Michael Strogoff. »Eerst er over en dan
+zullen wij aan de overzijde den weg naar Irkoetsk wel vinden.”
+
+»Aan het werk,” zeide Nikolaas, die de zakken al ledigde en ze naar de
+kibitka droeg.
+
+Een zak met koemijss werd bewaard; de anderen aan de kibitka en het
+paard bevestigd, waardoor het vlot gevormd was.
+
+»Zult ge niet bang zijn, Nadia?” vroeg Michael Strogoff.
+
+»Neen, broeder,” antwoordde het meisje.
+
+»En gij, vriend?”
+
+»Ik!” riep Nikolaas uit. »Ik zie nu een mijner droomen verwezenlijkt:
+in eene kar te varen!”
+
+De hellende oever te dezer plaatse was bijzonder geschikt om de kibitka
+te water te laten. In een oogenblik dreef alles, terwijl Serko dapper
+rondzwom.
+
+Michael Strogoff hield de teugels van het paard en op aanwijzing van
+Nikolaas stuurde hij het dier in schuinsche richting. Zoolang de
+kibitka den stroomdraad volgde, ging alles goed en na weinige minuten
+was ze de kaden van Krasnoïarsk voorbij. Zij dreef naar het noorden af
+en het was blijkbaar dat zij den anderen oever ver beneden de stad zou
+bereiken.
+
+De overtocht der Jeniseï zou dus zonder groot bezwaar volbracht zijn,
+zonder de draaikolken; maar, niettegenstaande al de krachtsinspanning
+die Michael Strogoff betoonde, werd de kibitka onwederstaanbaar in een
+dier trechters medegesleept.
+
+Toen werd het gevaar groot. De kibitka dreef niet meer naar den
+oostelijken oever af, maar zij draaide met een uiterste snelheid in een
+cirkel rond. Het paard kon het hoofd bijna niet meer boven water houden
+en stikte bijna, terwijl Serko op de kibitka een steunpunt had gezocht.
+
+Michael Strogoff begreep wat er omging. Hij voelde dat hij werd
+medegesleept langs eene zich steeds vernauwde cirkelvormige lijn,
+waaruit geen ontkomen mogelijk was. Maar hij kon niet zien!
+
+Nadia was stil. Zij hield zich krampachtig aan de stijlen van de kar
+vast, heen en weer geschommeld door de ongeregelde bewegingen van den
+toestel, die meer en meer naar het middelpunt van samendrukking
+overhelde.
+
+Wat Nikolaas betreft, hij was volmaakt kalm. Het was alsof hij het
+leven van geene waarde beschouwde, gelijk de Oosterlingen, die het een
+logement voor vijf dagen noemen, dat men den zesden dag, goed of
+kwaadschiks, moet verlaten. De glimlach verliet zijn gelaat niet.
+
+De kibitka bleef dus in den maalstroom ronddraaien, terwijl het paard
+af was. Eensklaps ontdeed Michael Strogoff zich van de kleederen die
+hem konden hinderen en wierp zich te water; daarna greep hij met kracht
+den teugel van het verschrikte paard en duwde het door een krachtigen
+stoot buiten de aantrekkingskracht van de draaikolk, waarna de kibitka
+weder in den macht van den snellen stroom gekomen, met vernieuwde vaart
+afdreef.
+
+»Hoezee!” schreeuwde Nikolaas.
+
+Eerst twee uur na het te waterlaten, was de kibitka den breedsten
+stroomarm overgestoken en landde zij op den oever van een eiland, zes
+wersten beneden het punt van vertrek gelegen. Daar werd de kar door het
+paard op den oever getrokken en kreeg dit een uur rust. Vervolgens werd
+het eiland in zijne volle breedte doorgetrokken, waarna men zich op den
+oever van den kleinsten arm der Jeniseï bevond.
+
+Deze overtocht ging gemakkelijk, hoewel de stroom zoo snel was dat de
+kibitka den rechteroever eerst vijf wersten stroomafwaarts bereikte. In
+het geheel bedroeg de afwijking nu elf wersten.
+
+Die groote stroomen op het Siberisch grondgebied, waarover nergens nog
+eene brug geslagen is, zijn een groot beletsel voor de gemeenschap.
+Allen waren Michael Strogoff noodlottig geweest. Op de Irtisch werd de
+pont, die hem en Nadia vervoerde, door de Tartaren aangetast. Op de Obi
+was hij, nadat zijn paard door een kogel getroffen was, slechts door
+een wonder aan de hem vervolgende ruiters ontsnapt. Bij slot van
+rekening had de overtocht der Jeniseï nog de minste ongelukken
+opgeleverd.
+
+»Het zou niet zoo vermakelijk zijn geweest,” riep Nikolaas, zich in de
+handen wringende, uit, »indien het niet zoo moeitevol was geweest!”
+
+»Wat voor ons moeilijk is geweest, vriend,” antwoordde Michael
+Strogoff, »zal den Tartaren misschien onmogelijk zijn.”
+
+
+
+
+
+
+
+
+XXV.
+
+EEN HAAS OVER DEN WEG.
+
+
+Eindelijk mocht Michael Strogoff gelooven, dat de weg tot Irkoetsk vrij
+was. Hij was de Tartaren, die te Tomsk werden achter gehouden, vooruit
+en de soldaten van den emir zouden te Krasnoïarsk slechts eene verlaten
+stad vinden. Tenzij zij eene, moeielijk te plaatsen schipbrug
+medebrachten, zou de overtocht bijna onmogelijk zijn.
+
+Voor het eerst, na de noodlottige ontmoeting met Ivan Ogareff te Omsk,
+gevoelde de koerier van den czaar zich minder ongerust en hoopte hij nu
+geen hinderpalen meer te ontmoeten.
+
+Na in eene schuinsche richting een vijftiental wersten naar het
+zuidoosten te zijn gedaald, vond de kibitka den langen steppenweg weder
+terug en sloeg zij dien in.
+
+De weg was goed en zelfs wordt het gedeelte, dat zich tusschen
+Krasnoïarsk en Irkoetsk uitstrekt, als het beste beschouwd. Minder
+schokken der reizigers, schaduw tegen de zonnehitte en soms pijnboom-
+en cederwouden ter lengte van honderd wersten. Maar dit rijke land was
+toen ontvolkt. Overal verlaten vlekken. Geen Siberische boeren meer met
+den Slavischen gelaatstrek. Het was de woestijn en, zoo als men weet,
+de woestijn op hoog bevel.
+
+Het weder was schoon, maar de lucht, die ’s nachts reeds koel was, werd
+door de zonnestralen zoo gemakkelijk niet meer verwarmd. Men was dan
+ook in de eerste dagen van September, en op deze hooge breedte wordt de
+dagboog zichtbaar kleiner boven den gezichteinder. De herfst duurt er
+slechts kort, hoewel dit gedeelte van Siberië niet boven den vijf en
+vijftigsten parallel—die van Edinburgh en Kopenhagen—gelegen is. Soms
+volgt de winter plotseling op den zomer. Het moeten zeer voorspoedige
+winters zijn, die winters van Aziatisch-Rusland, gedurende welke de
+thermometer tot op het vriespunt der kwik daalt [7] en waar men
+gemiddelden van twintig honderddeelige graden onder nul, een draaglijke
+temperatuur rekent.
+
+Het weder was den reizigers dus gunstig. Het was noch storm- noch
+regenachtig. De warmte was matig, de nachten waren koel. Nadia en
+Michael Strogoff bleven gezond en, sedert zij Tomsk verlaten hadden,
+waren zij langzamerhand van hunne vermoeinissen bekomen.
+
+Wat Nikolaas Pigassoff betrof, deze was nooit zoo welvarend geweest.
+Deze reis was voor hem eene wandeling, een aangenaam uitstapje, waartoe
+hij zijn vrijen tijd, als ambtenaar buiten dienst, besteedde.
+
+»Zeker,” zeide hij, »is het beter dan twaalf uur daags, op een stoel,
+met den stroomafsluiter van den telegraaftoestel in de hand te zitten!”
+
+Michael Strogoff had Nikolaas kunnen overreden om zijn paard wat meer
+gang te geven, zoodat gemakkelijk zestig wersten in het etmaal konden
+worden afgelegd, zonder dat het dier werd uitgeput.
+
+Nikolaas had vooral toegegeven om Nadia en haar broeder spoediger hun
+vader te doen wederzien. Ook zeide hij glimlachend tegen haar:
+
+»Hemelsche goedheid! wat zal de heer Korpanoff blijde zijn als hij u
+wederziet, als zijne armen zich zullen openen om u te omhelzen! Als ik
+tot Irkoetsk ga—en dat komt mij nu wel waarschijnlijk voor—mag ik dan
+bij die ontmoeting zijn? Ja, niet waar?”
+
+Daarop sloeg hij zich tegen het voorhoofd en zeide hij:
+
+»Maar ook welk eene droefheid, als hij zal bespeuren dat zijn arme,
+kloeke zoon blind is! Ach! wat is alles in deze wereld toch
+dooreengemengd.”
+
+Een en ander had het gevolg dat de kibitka sneller reed en naar de
+berekening van Michael Strogoff nu tien à twaalf wersten in het uur
+aflegde.
+
+Dientengevolge kwamen de reizigers op 28 Augustus tot voorbij het vlek
+Balaisk op tachtig wersten van Krasnoïarsk en den 29sten voorbij het
+vlek Ribinsk, op veertig wersten van Balaisk.
+
+Den volgenden dag, kwam zij, vijf en dertig wersten verder, te Kamsk
+aan, een aanzienlijker stadje, besproeid door de rivier van dienzelfden
+naam en behoorende tot het stroomgebied van de Jeniseï, die van het
+Saïansk-gebergte afvloeit. Als stad is het niet van veel gewicht; de
+huizen zijn schilderachtig om een marktplein geplaatst; terwijl de
+hooge klokketoren der hoofdkerk alles overziet en zijn verguld kruis in
+de zon laat schitteren.
+
+Ledige huizen en een verlaten kerk. Geen wisselplaats meer, geene
+herberg meer die bewoond was. Geen paard op stal. Geen huisdier in de
+steppe. De bevelen van het Moskovische gouvernement waren met volkomen
+gestrengheid uitgevoerd. Wat niet medegevoerd kon worden, was vernield.
+
+Toen zij Kamsk uitreden, vertelde Michael Strogoff aan Nadia en aan
+Nikolaas dat zij nu nog slechts een eenigszins belangrijk stadje,
+Nijni-Oedinsk, zouden ontmoeten, voor dat zij Irkoetsk bereikten.
+Nikolaas antwoordde dat hij zulks wist, daar er een telegraafkantoor in
+die plaats bestond. Was Nijni-Oedinsk dus evenzeer verlaten als Kamsk,
+dan zou hij, om bezigheid te vinden, verplicht zijn tot de hoofdstad
+van Oost-Siberië door te gaan.
+
+De kibitka kwam op eene waadbare plaats gemakkelijk het riviertje over,
+dat den weg voorbij Kamsk snijdt. Bovendien was tusschen de Jeniseï en
+de Angara, aan eerstgenoemde schatplichtig en die Irkoetsk besproeit,
+geen hindernis van eenigen belangrijken stroom—de Dinka misschien
+uitgezonderd—te vreezen.
+
+Van Kamsk naar het eerstvolgende vlek, was het een lange weg, bijna
+honderd wersten. De vastgestelde halten moesten dus in acht genomen
+worden, wilde men zich, zooals Nikolaas zeide, »niet aan een billijk
+beklag van het paard blootstellen.” Er was met dit moedige dier
+overeengekomen dat het om de vijftien wersten zou rusten en wanneer men
+eene overeenkomst sluit, eischt de billijkheid, zelfs tegenover dieren,
+dat men zich aan de bepalingen dier overeenkomst houde.
+
+Na het riviertje Birioesa overgetrokken te zijn, bereikte de kibitka,
+in den morgen van 4 September, Birioesinsk.
+
+Daar vond Nikolaas, wiens voorraad uitgeput raakte, gelukkig een dozijn
+»pogatchas” eene soort van koeken met schapenvet toebereid en eene
+goede hoeveelheid rijst in water gekookt. Dit buitenkansje kwam ter
+rechter tijd den voorraad koemijss versterken, waarvan de kibitka te
+Krasnoïarsk voldoende voorzien was.
+
+Na eene behoorlijke halte werd de reis in den namiddag van 8 September
+hervat. De afstand tot Irkoetsk bedroeg nog slechts vijf honderd
+wersten. Achter hen was nog niets van de voorhoede der Tartaren te
+bespeuren. Michael Strogoff had dus grond om te gelooven dat zijne reis
+geene verhindering meer zou ondervinden en dat hij binnen acht, of
+hoogstens tien dagen, voor den grootvorst zou staan.
+
+Bij het uitkomen van Birioesinsk sprong een haas dwars over den weg, op
+dertig pas vóor de kibitka.
+
+»Ach!” zeide Nikolaas.
+
+»Wat scheelt u, vriend?” vroeg Michael Strogoff haastig als een blinde,
+die op het minste gerucht let.
+
+»Hebt ge het dan niet gezien?....” zeide Nikolaas, wiens lachend gelaat
+plotseling een sombere plooi had aangenomen.
+
+Daarna liet hij er op volgen:
+
+»O! neen! gij kondt het niet zien en dat is gelukkig voor u, vadertje!”
+
+»Maar ik heb niets gezien,” zeide Nadia.
+
+»Zooveel te beter! zooveel te beter! Maar ik.... ik heb gezien!....”
+
+»Wat dan?” vroeg Michael Strogoff.
+
+»Een haas die onzen weg kruiste!” antwoordde Nikolaas.
+
+Wanneer een haas den weg van een reiziger kruist, wil het volksgeloof
+in Rusland daarin het voorteeken van een aanstaand ongeluk zien.
+
+Even bijgeloovig als het meerendeel der Russen, had Nikolaas de kibitka
+stil laten staan.
+
+Hoewel Michael de bijgeloovigheid ten aanzien van hazen, die iemands
+weg kruisen, niet deelde, begreep hij de aarzeling van zijn metgezel en
+trachtte hij hem gerust te stellen.
+
+»Vriend,” zeide hij, »er is niets te vreezen.”
+
+»Voor u en voor haar niet, vadertje, dat weet ik, maar voor mij wel,”
+antwoordde Nikolaas.
+
+En daarna hernam hij:
+
+»Het is het noodlot.”
+
+En hij zette zijn paard weer in den draf.
+
+Intusschen ging de dag, niettegenstaande het ongunstige voorteeken,
+zonder ongeluk voorbij.
+
+Den volgenden dag, op den middag, hield de kibitka in het vlek
+Alsaleïsk stil, dat even verlaten was als de geheele omstreek.
+
+Daar vond Nadia, op den drempel eener woning, twee van die messen met
+sterk lemmet, bij de Siberische jagers in gebruik. Zij gaf er een aan
+Michael Strogoff, die het onder zijne kleederen verborg, terwijl zij er
+een voor zich hield. De kibitka was nu nog vijf en zeventig wersten van
+Nijni-Oedinsk af.
+
+Gedurende de beide laatste dagen had Nikolaas zijne gewone goede luim
+maar niet teruggekregen. Het kwade voorteeken had hem meer aangedaan,
+dan men zou kunnen gelooven, en hij, die anders geen uur zonder praten
+was, verviel nu dikwijls in een langdurig stilzwijgen, waaruit Nadia
+hem slechts met moeite opwekte. Die verschijnselen waren werkelijk die
+van een getroffen geest, dat zich bij lieden van een Noorsch ras
+verklaart, als men bedenkt dat hunne voorvaderen de stichters waren der
+Noordsche fabelleer.
+
+Van Ekaterinenburg uitgaande loopt de weg naar Irkoetsk bijna
+evenwijdig met de vijf en vijftigsten graad noorderbreedte; maar
+Birioesinsk verlatende, buigt hij schuins naar het zuidoosten af,
+zoodat hij den honderdsten meridiaan oosterlengte dwars doorsnijdt. Hij
+bereikt de hoofdstad van Oost-Siberië op de kortste wijze door de
+laatste hellingen van het Saïansk-gebergte over te gaan. Deze bergen
+zijn zelven slechts een uitspruitsel van de Altaï-keten, die op een
+afstand van twee honderd wersten zichtbaar is.
+
+De kibitka snelde dus op dien weg voort. Ja, zij snelde voort! Men
+gevoelde dat Nikolaas zijn paard niet meer spaarde en dat hij spoed
+maakte om aan te komen. Niettegenstaande zijne fatalistische
+onderworpenheid, geloofde hij dat hij eerst binnen de wallen van
+Irkoetsk veilig zou zijn. Vele Russen zouden met hem van dezelfde
+gedachten zijn geweest en menigeen onder hen, zou, na het oversteken
+van zijn weg door een haas, dadelijk omgekeerd zijn.
+
+Intusschen leidden eenige opmerkingen die hij maakte en wier juistheid
+door Nadia, na ze aan Michael Strogoff medegedeeld te hebben,
+beoordeeld werden, er toe om te vreezen dat de reeks van beproevingen
+voor hen nog niet geëindigd zou wezen.
+
+Inderdaad, mocht de grond van af Krasnoïarsk in zijne natuurlijke
+voortbrengselen al gespaard zijn, de wouden begonnen nu de sporen van
+vuur en zwaard te vertoonen; de weiden langs den weg waren verwoest en
+het was blijkbaar dat een aanzienlijke troep daar voorbijgetrokken was.
+
+Dertig wersten aan deze zijde van Nijni-Oedinsk konden de sporen eener
+kortelings plaats gehad hebbende verwoesting niet geloochend worden en
+deze was onmogelijk anders dan aan de Tartaren toe te schrijven.
+
+Ook vertoonden zich half afgebroken of verbrande huizen, terwijl, op de
+muren der woningen, de indrukken van kogels zichtbaar waren.
+
+Men begrijpt licht hoe ongerust Michael Strogoff was. Er viel niet meer
+aan te twijfelen dat eene afdeeling Tartaren kort geleden dit gedeelte
+van den weg was langs gekomen en toch konden het de soldaten van den
+emir niet zijn geweest, want deze konden hen niet vooruit zijn gekomen,
+zonder dat hij ze gezien had. Maar wie waren dan die nieuwe
+overweldigers en langs welken zijweg waren zij uit de steppe op den
+grooten weg naar Irkoetsk gekomen. Met welke nieuwe vijanden zou de
+koerier van den czaar nu weer te doen krijgen?
+
+Deze beduchtheid deelde Michael Strogoff noch aan Nikolaas, noch aan
+Nadia mede, omdat hij hen niet ongerust wilde maken.
+
+Bovendien had hij besloten zijn weg te vervolgen, zoolang geen
+onoverkomelijk beletsel hem tegenhield. Later zou hij zien, wat hem te
+doen stond.
+
+Den volgenden dag vertoonden zich, meer en meer, de sporen van den
+doortocht van een sterken troep ruiters en voetknechten. Rookwolken
+waren aan den gezichteinder merkbaar. De kibitka ging behoedzaam
+voorwaarts.—Eenige huizen van het vlek brandden nog en zeker was het
+geen vier en twintig uur geleden dat ze in brand waren gestoken.
+
+Eindelijk hield de kibitka den 8sten September stil. Het paard weigerde
+om vooruit te gaan. Serko blafte op eene erbarmelijke wijze.
+
+»Wat is er?” vroeg Michael Strogoff.
+
+»Een lijk!” antwoordde Nikolaas, die uit de kibitka sprong.
+
+Het lijk was dat van een moejiek, vreeselijk verminkt en reeds koud.
+
+Nikolaas maakte een kruis. Daarna bracht hij, door Michael Strogoff
+geholpen, het lijk naar den berm van den weg. Hij had het een
+behoorlijk graf willen geven, het diep willen begraven, opdat de
+roofdieren der steppe de ellendige overblijfselen niet zouden
+verscheuren, maar Michael Strogoff liet er hem den tijd niet voor.
+
+»Laat ons vertrekken, vriend, laat ons vertrekken!” riep hij. »Wij
+mogen zelfs geen uur vertragen!”
+
+En de kibitka reed weder voorwaarts.
+
+Overigens zou Nikolaas toch niet in staat zijn geweest de laatste eer
+te bewijzen aan alle dooden, die hij voortaan op den Siberischen
+grooten weg zou ontmoeten! Bij het naderen van Nijni-Oedinsk lagen de
+lichamen bij twintigtallen op den grond.
+
+Men moest den weg echter volgen, totdat het blijkbaar onmogelijk werd
+dit te doen, zonder in de handen der overweldigers te vallen. De
+reisweg werd dus niet gewijzigd en nochtans namen, bij elk vlek, de
+verwoesting en de bouwvallen steeds toe. Al deze dorpen, wier namen
+aanwezen, dat zij door Poolsche ballingen werden gesticht, waren aan de
+ijselijkheden van plundering en brand overgeleverd. Het bloed der
+slachtoffers was nog niet eens volkomen gestold. Onder welke
+omstandigheden deze noodlottige voorvallen plaats hadden gegrepen, was
+niet uit te maken. Er was geen levend wezen over om het te vertellen.
+
+Dienzelfden dag, tegen vier uur des avonds, bespeurde Nikolaas aan den
+gezichteinder de hooge klokketorens der kerken van Nijni-Oedinsk. Zij
+waren gehuld in zware dampen, die geene wolken schenen te zijn.
+
+Nikolaas en Nadia keken en deelden den uitslag hunner waarnemingen aan
+Michael Strogoff mede. Er moest een besluit worden genomen. Was de stad
+verlaten, dan kon men haar zonder gevaar doortrekken, maar zoo de
+Tartaren haar bezetten, moest men tot elken prijs er om heen trekken.
+
+»Laten wij voorzichtig vooruit gaan,” zeide Michael Strogoff, »maar
+laat ons vooruit gaan!”
+
+Er werd nog eene werst afgelegd.
+
+»Het zijn geene wolken, het is rook!” riep Nadia uit. »Broeder, men
+steekt de stad in brand!”
+
+Inderdaad, was het maar al te blijkbaar. Zwartachtige schijnsels
+vertoonden zich te midden der dampen. Die dwarrelende wolken werden
+steeds dikker en stegen hemelwaarts. Overigens, nergens een
+vluchteling. Het was waarschijnlijk dat de brandstichters de stad
+verlaten hadden gevonden en dat ze haar nu verbrandden. Maar waren het
+Tartaren die dus te werk gingen? Of Russen die aan de bevelen van den
+grootvorst gehoorzaamden? Had het gouvernement van den czaar gewild dat
+van af Krasnoïarsk en van af de Jeniseï, geene stad, geen vlek eene
+schuilplaats aan de soldaten van den emir zouden kunnen aanbieden? Wat
+Michael Strogoff aangaat, moest hij zijne reis staken of haar
+vervolgen?
+
+Hij was besluiteloos. Maar na het voor en tegen gewogen te hebben,
+meende hij dat, welke vermoeienissen de steppen ook opleverden, hij
+zich niet moet blootstellen eene tweede maal in handen der Tartaren te
+vallen. Hij wilde dus aan Nikolaas voorstellen den weg te verlaten en
+hem, zoo noodig, niet te hernemen alvorens Nijni-Oedinsk omgereden te
+zijn, toen er, ter rechterzijde, een schot viel. Het gefluit van een
+kogel werd gehoord en het paard der kibitka viel, in den kop getroffen,
+dood neder.
+
+Op hetzelfde oogenblik wierp zich een dozijn ruiters op den weg en
+omsingelden het rijtuig. Zonder dat Michael Strogoff, Nadia en Nikolaas
+zich van het gebeurde eenige rekenschap konden geven, waren zij
+gevangen genomen en werden zij snel naar Nijni-Oedinsk medegesleept.
+
+Michael Strogoff had, gedurende dezen plotselingen aanval, niets van
+zijne koelbloedigheid verloren. Zijne vijanden niet kunnende zien, had
+hij er niet aan gedacht zich te verdedigen. En al had hij het gebruik
+zijner oogen gehad, hij zou het nochtans niet beproefd hebben. Hij zou
+den dood te gemoet geloopen zijn. Maar kon hij niet zien, hij kon
+hooren en begrijpen wat zij zeiden.
+
+Inderdaad herkende hij aan hunne spraak dat de soldaten Tartaren waren
+en aan hunne woorden, dat zij de voorloopers van het leger der
+overweldigers waren.
+
+Ziehier overigens wat Michael Strogoff vernam zoo uit de gesprekken die
+nu in zijne tegenwoordigheid gevoerd werden, als uit stukken van
+samensprekingen, die hij later opving.
+
+Deze soldaten stonden niet onder rechtstreeksch bevel van den emir, die
+nog aan gene zijde van de Jeniseï werd opgehouden. Zij behoorden tot de
+derde kolonne, meer uitsluitend samengesteld uit Tartaren van de
+Khanaten Khokhand en Koendoez, waarmede het leger van Feofar zich
+weldra in de omstreken van Irkoetsk zou vereenigen.
+
+Op raad van Ivan Ogareff en ten einde het slagen van den inval in de
+oostelijke provinciën te verzekeren, was deze kolonne, na de grens van
+het gouvernement Semipalatinsk overschreden te hebben en het meer
+Balkhach ten zuiden langs getrokken te zijn, verder langs den voet van
+het Altaï-gebergte opgemarcheerd. Onder aanvoering van een officier van
+den khan van Koendoez plunderende en vernielende, had zij den bovenloop
+der Jeniseï bereikt. Daar had die officier, vóoruitziende wat op bevel
+van den czaar te Krasnoïarsk geschied was en om den overtocht van den
+stroom voor de troepen van den emir te vergemakkelijken, eene kleine
+vloot te water gelaten, die hetzij als vaartuigen, hetzij als
+bruggenmaterieel, Feofar in staat zou stellen op den rechteroever den
+weg naar Irkoetsk te vervolgen. Daarna was deze derde kolonne na den
+voet van het gebergte te zijn omgetrokken in de vallei der Jeniseï
+afgedaald en had zij genoemden weg ter hoogte van Alsalevsk weder
+bereikt. Dit was de oorzaak van de vreeselijke ophooping van
+bouwvallen—het kenmerkende der Tartaarsche oorlogen—die van af dat
+stadje werden waargenomen. Nijni-Oedinsk had het algemeene lot
+ondergaan en de Tartaren, ten getale van vijftig duizend man, hadden
+het reeds verlaten om de eerste stellingen voor Irkoetsk in te nemen.
+Binnenkort zouden zij met de troepen van den emir vereenigd zijn.
+
+Zoo was de toestand op dit oogenblik; een toestand allerernstigst voor
+dit geheel afgezonderd gedeelte van oostelijk Siberië en de
+betrekkelijk weinig talrijke verdedigers van zijne hoofdstad.
+
+Michael Strogoff wist dus het volgende: aankomst voor Irkoetsk van eene
+derde Tartaarsche kolonne en aanstaande vereeniging van den emir en van
+Ivan Ogareff met het gros hunner troepen. Bij gevolg was de insluiting
+van Irkoetsk en hare overgaaf, slechts eene zaak van tijd, wellicht van
+slechts zeer korten tijd.
+
+Men begrijpt door welke gedachten Michael Strogoff bestormd werd! Wie
+zou er verwonderd zijn geweest, zoo hij eindelijk allen moed, elke hoop
+verloren had? Toch was dit zoo niet en prevelden zijne lippen slechts
+deze woorden:
+
+»Ik zal er komen!”
+
+Een half uur na den aanval der Tartaarsche ruiters deden Michael
+Strogoff, Nikolaas en Nadia hun intocht binnen Nijni-Oedinsk. De
+getrouwe hond was hun, maar van verre, gevolgd. Zij zouden zich in de
+stad niet ophouden die in brand stond en op het punt was van door de
+laatste stroopers verlaten te worden.
+
+De gevangenen werden dus te paard gezet en snel medegevoerd. Nikolaas,
+gelaten als altijd, Nadia in haar vertrouwen in Michael Strogoff niet
+het minst geschokt en Michael Strogoff oogenschijnlijk onverschillig,
+maar gereed om elke gelegenheid tot ontvluchting aan te grijpen.
+
+De Tartaren hadden spoedig bemerkt dat een hunner gevangenen blind was
+en hunne aangeboren barbaarschheid dreef hen aan om zich met den
+ongelukkige te vermaken. Men schreed snel voorwaarts. Het paard van
+Michael Strogoff dat niemand anders tot bestuurder had, maakte dikwijls
+zijsprongen, die de ruiterafdeeling in wanorde brachten. Van daar
+scheldwoorden en onbeschoftheden die het hart van Nadia braken en
+Nikolaas verontwaardigden. Maar wat er tegen te doen? Zij verstonden de
+Tartaarsche taal niet en hunne tusschenkomst werd onmeedoogend
+afgewezen.
+
+Zelfs kwamen de soldaten door hunne uiterste barbaarschheid er toe om
+het paard dat Michael Strogoff bereed, te verwisselen voor een ander
+dat blind was. Deze ruil was het gevolg eener aanmerking van een der
+ruiters, door Michael Strogoff opgevangen en van dezen inhoud:
+
+»Maar misschien ziet die Rus wel!”
+
+Dit gebeurde op zestig wersten van Nijni-Oedinsk, tusschen de stadjes
+Tetan en Chibarlinskoë. Zoo had men Michael Strogoff op dat paard gezet
+en hem spottenderwijs de teugels in de handen gegeven. Daarna zette men
+het in galop door zweepslagen, steenworpen en schreeuwen.
+
+Het paard dat door zijn even blinden berijder niet in eene rechte
+richting kon worden gehouden, liep dan eens tegen een boom of geraakte,
+een ander maal, van den weg af. Daarvan waren schokken en vallen het
+gevolg, die zeer noodlottig konden worden.
+
+Michael Strogoff stribbelde niet tegen. Geene klacht liet hij hooren.
+Stortte zijn paard, hij wachtte tot men het kwam oprichten. En
+inderdaad richtte men het op en hernam het wreede spel dan zijn gang.
+
+Bij deze slechte behandeling kon Nikolaas zich niet bedwingen. Hij
+wilde zijn makker te hulp snellen. Men hield hem tegen, men mishandelde
+hem.
+
+Dit spel zou tot groot vermaak der Tartaren zeker nog lang geduurd
+hebben, zoo een ernstiger voorval er geen einde aan gemaakt had.
+
+Op zeker oogenblik den 10den September, ging het blinde paard op hol en
+liep recht op een modderpoel toe die, dertig tot veertig voet diep,
+langs den weg liep.
+
+Nikolaas wilde toeschieten! Men hield hem tegen. Het paard, niet
+bestuurd wordende, wierp zich met zijn ruiter in dien kuil.
+
+Nadia en Nikolaas stieten een hevigen kreet uit!.... Zij dachten dat
+hun ongelukkige makker in zijn val moest verpletterd zijn!
+
+Toen men hem ophielp, bleek het dat Michael Strogoff, die zich uit het
+zadel had kunnen werpen, geen enkele wond had, maar dat het paard twee
+pooten gebroken had en geen dienst meer kon doen.
+
+Men liet het daar sterven, zonder het den genadeslag te geven, terwijl
+Michael Strogoff aan den zadelknop van een Tartaar vastgemaakt, de
+afdeeling verder te voet moest volgen.
+
+Nog geene klacht, noch geen bezwaar! Hij liep met een snellen pas,
+nauwelijks getrokken door het touw waarmede hij vastgebonden was. Hij
+was nog altijd »de ijzeren man” waarover generaal Kissoff met den czaar
+gesproken had!
+
+Daags daarop, 11 September, kwam de afdeeling voorbij het stadje
+Chibarlinskoë.
+
+Toen viel er iets voor dat de ernstigste gevolgen zou hebben.
+
+De nacht was gevallen. De Tartaarsche ruiters, die halt hadden gemaakt,
+waren min of meer dronken. Zij waren op het punt om te vertrekken.
+
+Op dat oogenblik werd Nadia, die, tot dusverre als door een wonder door
+de soldaten ontzien was, door een hunner beleedigd.
+
+Michael Strogoff had noch beleediging, noch beleediger kunnen zien,
+maar Nikolaas had voor hem toegekeken.
+
+Toen ging Nikolaas, rustig, zonder nadenken en zonder wellicht het
+gewicht zijner daad te beseffen, recht op den soldaat af, en vóor dat
+deze eene beweging had kunnen maken om hem tegen te houden, had hij
+eene pistool uit den zadelholster gepakt, en haar in de volle borst van
+den soldaat afgevuurd.
+
+De officier, die over de afdeeling het bevel voerde, kwam, op het
+geraas der losbranding, dadelijk aanrijden.
+
+De ruiters waren op het punt Nikolaas door midden te houwen, maar, op
+een teeken van den officier, werd hij gebonden en dwars op een paard
+gezet, waarna de afdeeling in galop weder vertrok.
+
+Het touw, waarmede Michael Strogoff vastgebonden was en dat hij bijna
+had doorgebeten, brak door een plotselingen sprong van het paard,
+terwijl zijn halfdronken berijder, door een snellen rit medegevoerd het
+niet eens bemerkte.
+
+Michael Strogoff en Nadia stonden alleen op den weg.
+
+
+
+
+
+
+
+
+XXVI.
+
+IN DE STEPPE.
+
+
+Michael Strogoff en Nadia waren dus andermaal vrij, zoo als zij het
+gedurende het eind weg van Perm naar de oevers der Irtisch waren
+geweest. Maar hoe waren hunne reisomstandigheden veranderd! Toen
+verzekerden eene gemakkelijke tarentass, dikwijls vernieuwde
+vóorspannen en goed onderhouden pleisterplaatsen hun eene snelle reis.
+Nu waren zij te voet, in de onmogelijkheid zich een vervoermiddel te
+verschaffen, zonder hulpmiddelen, niet wetende hoe in hunne nooddruft
+te voorzien en met nog vier honderd wersten om afteleggen! En bovendien
+zag Michael Strogoff nu slechts door de oogen van Nadia.
+
+En den vriend, dien het toeval hun geschonken had, waren zij, onder de
+ongunstigste omstandigheden, kwijt geraakt.
+
+Michael Strogoff had zich op den berm van den weg neder geworpen. Nadia
+stond op een woord van hem te wachten om zich weder op weg te begeven.
+
+Het was tien uur ’s avonds. Sedert drie en een half uur was de zon
+achter den gezichteinder verdwenen. Er was geen huis, geene hut te
+bespeuren. De laatste Tartaren verdwenen in de verte. Michael Strogoff
+en Nadia waren geheel verlaten.
+
+»Wat zullen ze met onzen vriend doen?” riep het meisje uit. »Arme
+Nikolaas! Onze ontmoeting is u wel zeer noodlottig geweest!”
+
+Michael Strogoff antwoordde niet.
+
+»Michael,” hernam Nadia, »gij weet toch hoe hij u verdedigd heeft, toen
+gij de speelbal der Tartaren waart; dat hij zijn leven voor mij gewaagd
+heeft?”
+
+Michael Strogoff bleef zwijgen. Waar dacht hij aan, zoo als hij daar
+onbeweeglijk nederzat met het hoofd in de handen geleund? En daar hij
+Nadia geen antwoord gaf, was het de vraag of hij ’t hoorde dat zij hem
+toesprak?
+
+Ja! hij hoorde haar, want toen het meisje er bijvoegde:
+
+»Waar moet ik u heenleiden, Michael?”
+
+Antwoordde hij, »naar Irkoetsk!”
+
+»Langs den grooten weg?”
+
+»Ja, Nadia.”
+
+Michael Strogoff was nog steeds de man die gezworen had zijn doel te
+zullen bereiken, wat er ook gebeuren mocht. Den grooten weg volgen, was
+den kortsten weg te nemen. Indien de voorhoede der troepen van
+Feofar-Khan zich vertoonde, zou het tijds genoeg wezen om den zijweg in
+te slaan.
+
+Nadia greep de hand van Michael Strogoff weder, waarna zij hun weg
+vervolgden.
+
+Den anderen morgen, 12 September, hielden beiden, twintig wersten
+verder, even op bij het stadje Toeloenowskoë. De plaats was afgebrand
+en ledig. Den geheelen nacht door had Nadia opgelet of het lijk van
+Nikolaas niet op den weg was achtergelaten, maar vruchteloos doorzocht
+zij de bouwvallen, bekeek zij de lijken. Nikolaas scheen tot dusverre
+gespaard te zijn. Maar was hij niet bestemd om in het kamp van Irkoetsk
+eenige vreeselijke foltering te ondergaan?
+
+Nadia, die van honger uitgeput was, waaraan haar makker ook vreeselijk
+leed, was zoo gelukkig in een huis van het stadje eenig gedroogd
+vleesch te vinden en eenige »soekharis” of stukken brood die, door
+uitdamping gedroogd, gedurende een onbepaalden tijd hunne voedende
+eigenschappen behouden. Michael Strogoff en het meisje belaadden zich
+met wat zij maar dragen konden. Voedsel was hun dus voor onderscheidene
+dagen verzekerd en wat het water betreft, dit zou hun in eene streek,
+door duizenden zijstroompjes der Angara doorsneden, niet ontbreken.
+
+Zij gingen weder op weg. Michael Strogoff liep met een vasten stap en
+hield dien niet in dan ter wille van zijne gezellin. Nadia, die niet
+achter wilde blijven, spande zich in om te loopen. Gelukkig kon haar
+makker niet zien, hoe ellendig zij er door vermoeidheid uitzag.
+
+Michael Strogoff voelde het echter.
+
+»Uwe krachten zijn uitgeput, arm kind,” zeide hij somtijds.
+
+»Neen,” was haar antwoord.
+
+»Nadia, als gij niet meer kunt loopen, zal ik u dragen.”
+
+»Ja, Michael.”
+
+Op dezen dag moest het riviertje Oka overgestoken worden. Maar het was
+doorwaadbaar en de overtocht leverde dus geene moeielijkheid op.
+
+Het was eene bedekte lucht en eene draaglijke temperatuur. Het was
+echter te vreezen dat het weder regenachtig zou worden, waardoor hunne
+ellende nog zou toenemen. Zelfs vielen er eenige stortbuien, maar zij
+hielden niet aan.
+
+Zoo liepen zij steeds door, hand in hand, weinig sprekende en Nadia
+maar vooruit- en achterwaarts kijkende. Tweemaal daags hielden zij
+stil. ’s Nachts rustten zij zes uur. In sommige hutten vond Nadia nog
+eenig schapenvleesch, in dit land zoo overvloedig, dat het niet meer
+dan twee en een halve kopek per pond geldt.
+
+Maar een lastdier, waarop Michael Strogoff gehoopt had, was in de
+geheele streek niet te vinden. Paard, kameel, alles was gedood of
+medegenomen. Zij moesten dus maar steeds te voet deze oneindige steppe
+oversteken. Er ontbraken geene sporen van de derde Tartaarsche kolonne,
+die zich op Irkoetsk richtte. Hier een dood paard, daar een verlaten
+wagen. De lijken van ongelukkige Siberiërs waren, vooral bij den ingang
+der dorpen, langs den weg verspreid. Nadia, haar afschrik bedwingende,
+bekeek ze allen!....
+
+Ten slotte lag het gevaar niet vooruit, maar achter hen. De voorhoede
+van het hoofdleger van den emir, door Ivan Ogareff aangevoerd, kon zich
+ieder oogenblik vertoonen. De schuiten van de beneden-Jeniseï
+afgezonden, moesten nu te Krasnoïarsk zijn aangekomen en den overtocht
+van den stroom dadelijk mogelijk maken. De weg lag dan voor de
+overweldigers open. Tusschen Krasnoïarsk en het meer Baïkal kon geen
+enkel Russisch korps hem dan versperren. Michael Strogoff was dus
+voorbereid op de aankomst der Tartaarsche veldontdekkers.
+
+Nadia besteeg dan ook op elke rustplaats, eene of andere hoogte en keek
+van daar, met alle aandacht, in eene westelijke richting; maar geen
+enkel stofwolkje verraadde de verschijning eener ruiterbende.
+
+Vervolgens werd de tocht voortgezet, en als Michael Strogoff voelde dat
+hij Nadia moest voortslepen, kortte hij zijn pas in. Zij praatten
+weinig en enkel over Nikolaas. Het meisje bracht alles wat die makker
+van een paar dagen voor hen geweest was, in herinnering.
+
+In zijne antwoorden aan haar liet Michael Strogoff altijd eenige hoop
+doorschemeren, ofschoon hij die zelf niet koesterde; want hij wist dat
+de ongelukkige den dood niet zou ontkomen.
+
+Eens zeide Michael Strogoff tot het meisje:
+
+»Nadia, gij spreekt nooit meer over mijne moeder?”
+
+Nadia wilde niet over zijne moeder spreken. Waartoe zijne smart weder
+te verlevendigen? Was de oude Siberische vrouw niet dood? Had haar zoon
+niet den laatsten kus gedrukt op dat lijk, dat op de bergvlakte van
+Tomsk lag uitgestrekt?
+
+»Kom Nadia,” sprak Michael Strogoff, »spreek mij over haar! Gij zult er
+mij genoegen mee doen!”
+
+En toen deed Nadia wat zij tot dusver niet gedaan had. Zij verhaalde
+alles wat er tusschen Marfa en haar sedert hunne ontmoeting te Tomsk,
+waar zij elkander voor het eerst zagen, was voorgevallen. Zij vertelde
+hoe een onverklaarbaar instinct haar tot de bejaarde gevangene gedreven
+had, zonder dat zij haar kende; welke zorgen zij aan haar had gewijd en
+welke bemoediging zij van haar ontvangen had. Destijds was Michael
+Strogoff voor haar niemand anders dan Nikolaas Korpanoff.
+
+»Dien ik steeds had moeten blijven!” antwoordde Michael Strogoff, wiens
+voorhoofd betrok.
+
+Daarna liet hij er op volgen:
+
+»Ik heb mijn eed niet gehouden, Nadia. Ik had gezworen mijne moeder
+niet te zullen zien!”
+
+»Maar Michael, gij hebt niet getracht om haar te zien. Alleen het
+toeval heeft u in hare tegenwoordigheid gebracht.”
+
+»Ik had gezworen om, wat er ook gebeurde, mij zelven niet te verraden.”
+
+»Michael, Michael! Kondt gij weerstand bieden toen de zweep Marfa
+Strogoff bedreigde! Er bestaat geen eed, die een zoon kan beletten om
+zijne moeder te hulp te komen!”
+
+»Ik heb mijn eed niet gehouden, Nadia,” antwoordde Michael Strogoff.
+»Mogen God en de Vader het mij vergeven.”
+
+»Michael,” zeide het meisje toen, »ik heb u eene vraag te doen.
+Antwoord mij niet, indien gij meent mij geen antwoord te moeten geven.
+Van uwe zijde kan niets mij beleedigen.”
+
+»Spreek, Nadia.”
+
+»Waarom maakt ge, nu de brief van den czaar u ontnomen is, toch zoo’n
+haast om Irkoetsk te bereiken?”
+
+Michael Strogoff drukte de hand zijner gezellin nog sterker, maar hij
+antwoordde niet.
+
+»Wist gij dan wat de brief inhield, vóor dat gij Moskou verliet?”
+hernam Nadia.
+
+»Neen, ik wist het niet.”
+
+»Moet ik gelooven, Michael, dat de wensch om mij in handen van mijn
+vader te stellen, u alleen naar Irkoetsk drijft?”
+
+»Neen, Nadia,” antwoordde Michael Strogoff ernstig. »Ik zou u
+bedriegen, zoo ik u in dien waan liet. Ik ga derwaarts, waarheen mijn
+plicht mij gebiedt te gaan. En wat het geleide naar Irkoetsk betreft,
+zijt gij het niet Nadia die mij nu derwaarts voert. Hebt gij de
+diensten, die ik u in den beginne bewees, niet honderdvoudig vergolden?
+Ik weet niet of het noodlot ons zal blijven vervolgen, maar den dag
+waarop gij mij dank zult zeggen omdat ik u bij uw vader heb gebracht,
+dien dag ontvangt gij mijn dank omdat gij mij tot Irkoetsk geleid
+hebt!”
+
+»Arme Michael!” antwoordde Nadia, zeer bewogen. »Spreek toch zoo niet!
+Michael, ik verlang geen antwoord, maar waarom maakt ge nu zoo’n haast
+om te Irkoetsk te komen?”
+
+»Omdat ik er vóor Ivan Ogareff moet zijn,” riep Michael Strogoff uit.
+
+»Nu nog?”
+
+»Nu nog, en ik zal er wezen!”
+
+En deze laatste woorden uitsprekende, werd Michael Strogoff niet enkel
+door haat jegens den verrader gedreven. Maar Nadia begreep dat haar
+makker niet alles zeide en dat hij alles niet kon zeggen.
+
+Drie dagen later, 15 September, bereikten beiden het stadje
+Koeitoenskoë, op zeventig wersten afstands van Toeloenowskoë. Het
+meisje liep met de ergste pijn. Hare bezeerde voeten konden haar
+nauwelijks dragen. Maar zij bood weerstand aan—zij worstelde tegen de
+vermoeienis en hare eenige gedachte was deze:
+
+»Omdat hij mij niet zien kan, zal ik loopen totdat ik er bij neerval!”
+
+Overigens ondervonden zij, na het vertrek der Tartaren, gedurende dit
+gedeelte der reis, geen enkel beletsel of gevaar onder weg.
+
+Dit ging zoo drie dagen door. Het was zichtbaar dat de derde kolonne
+der overweldigers in het oosten snelle vorderingen maakte. Het was op
+te maken uit de verwoesting die zij achterliet, uit de asch die geen
+rook meer verspreidde en uit de reeds ontbonden lijken die op den grond
+lagen.
+
+In het westen ook niets te zien. De voorhoede van den emir vertoonde
+zich niet. Michael Strogoff kwam tot de onwaarschijnlijkste
+onderstellingen om deze vertraging te verklaren. Bedreigden de Russen,
+in voldoende sterkte, Tomsk of Krasnoïarsk rechtstreeks? Liep de derde
+kolonne, van de beide andere gescheiden, gevaar om afgesneden te
+worden? Ware dit het geval, dan zou het den grootvorst gemakkelijk
+vallen Irkoetsk te verdedigen en, wordt bij een inval tijd gewonnen,
+dan is men op weg om hem afteslaan.
+
+Michael Strogoff gaf zich soms aan deze hoop over, maar hij zag spoedig
+het hersenschimmige er van in en hij rekende slechts op zich zelven,
+alsof het behoud van den grootvorst alleen in zijne handen gelegen had!
+
+Zestig wersten scheidden Koeitoenskoë van Timilteiskoë, een stadje
+gelegen bij de Dinka, die in de Angara uitloopt. Michael Strogoff was
+niet zonder vrees voor het beletsel dat die niet onbeteekenende stroom
+op zijn weg zou kunnen opleveren. Ponten of schuiten te vinden, daar
+was geen denken aan en uit vroegere ervaring wist hij dat hij moeilijk
+te doorwaden was. Maar dat water, eens overgetrokken zijnde, zou geen
+enkele stroom, geen enkele rivier hun weg naar Irkoetsk, twee honderd
+dertig wersten verder, meer afbreken.
+
+Niet minder dan drie dagen werden vereischt om Kimilteiskoë te
+bereiken. Nadia sleepte zich voort. Hoe sterk hare zedelijke kracht ook
+ware, hare lichaamskracht was op het punt van haar te begeven. Michael
+Strogoff wist het maar al te wel!
+
+Ware hij niet blind geweest, dan zou Nadia ongetwijfeld tegen hem
+gezegd hebben:
+
+»Ga, Michael, laat mij in eene hut achter! Bereik Irkoetsk! Volbreng
+uwe zending! Bezoek mijn vader! Zeg hem waar ik ben! Zeg hem, dat ik op
+hem wacht en dan zult gij met u beiden mij wel kunnen terugvinden!
+Vertrek! Ik ben niet bevreesd! Ik zal mij voor de Tartaren verbergen!
+Ik zal voor mijn behoud zorgen, voor hem, voor u! Ga, Michael! Ik kan
+niet meer gaan!....”
+
+Nadia was verscheidene malen genoodzaakt om stil te houden. Michael
+Strogoff nam haar dan in zijne armen en van het oogenblik af dat hij
+haar droeg, geene zorg over de vermoeienis van het meisje hebbende,
+liep hij sneller en met zijn onvermoeiden pas.
+
+Den 18den September, ’s avonds tien uur, bereikten beiden eindelijk
+Kimilteiskoë. Van den top eens heuvels bespeurde Nadia eene lichte
+streep aan den gezichteinder. Het was de Dinka. Het weerlichtte en dit
+schijnsel weerkaatste in hare wateren; het ging van geen donder
+vergezeld en bepaalde zich dus tot het verlichten der vlakte.
+
+Nadia geleidde haar makker door het verwoeste stadje. De asch, door den
+brand achtergelaten, was koud. Het was zeker vijf of zes dagen geleden,
+dat de laatste Tartaren er langs getrokken waren.
+
+Aan de laatste huizen van het vlek gekomen, viel Nadia op eene steenen
+bank neder.
+
+»Houden we stil?” vroeg Michael Strogoff.
+
+»Het is nacht geworden, Michael,” antwoordde Nadia. »Wilt gij niet een
+paar uur rust nemen?”
+
+»Ik zou gaarne de Dinka hebben overgetrokken,” was het antwoord van
+Michael Strogoff; »ik had haar tusschen ons en de voorhoede van den
+emir gewenscht. Maar, mijne arme Nadia, gij kunt u zelfs niet meer
+voortslepen!”
+
+»Kom, Michael,” antwoordde Nadia, die de hand van haar makker vatte en
+hem meevoerde.
+
+Het was twee of drie wersten verder dat de Dinka den weg naar Irkoetsk
+sneed. Het meisje wilde de laatste poging, die haar makker van haar
+verlangde, beproeven. Beiden liepen dus voort bij het schijnsel van het
+weerlicht. Zij doorkruisten toen eene onbegrensde woestenij, waarin het
+riviertje verdween. Geen boom, geen heuveltje stak boven de
+uitgestrekte vlakte uit, die weder een aanvang der Siberische steppe
+was. Geen zuchtje zweefde er door den dampkring, die zoo stil was dat
+het minste geluid zich op onbepaalden afstand zou hebben voortgeplant.
+
+Plotseling stonden Michael Strogoff en Nadia stil, alsof hunne voeten
+in eene spleet van den grond beklemd waren geraakt.
+
+Er had zich een geblaf door de steppe laten hooren.
+
+»Hebt gij ’t gehoord?” zeide Nadia.
+
+Daarop volgde een akelige kreet, een wanhoopskreet als het laatste
+hulpgeschrei van een menschelijk wezen dat den dood nabij is.
+
+»Nikolaas! Nikolaas!” riep het meisje uit, als door een somber
+voorgevoel gedreven.
+
+Michael Strogoff, die luisterde, schudde het hoofd.
+
+»Kom, Michael, kom!” zeide Nadia.
+
+En zij, die zooeven zich nauwelijks kon voortslepen, herkreeg nu
+plotseling hare krachten, onder den invloed eener hevige
+opgewondenheid.
+
+»Zijn wij van den weg af?” zeide Michael, die bemerkte dat hij den
+mullen weg niet meer betrad, maar het korte gras onder zijne voeten
+had.
+
+»Ja.... het moet!....” antwoordde Nadia. »Daar rechts is de kreet
+vandaan gekomen!”
+
+Eenige minuten later waren beiden geene halve werst meer van de rivier
+verwijderd.
+
+Andermaal werd geblaf gehoord en hoewel het zwakker klonk, was het
+niettemin dichterbij. Nadia stond stil.
+
+»Ja,” zeide Michael. »Het is Serko die blaft! Hij is zijn meester
+gevolgd.”
+
+»Nikolaas,” schreeuwde het meisje.
+
+Op haar geroep volgde geen antwoord.
+
+Slechts vlogen eenige roofvogels op, die in het luchtruim verdwenen.
+
+Michael Strogoff luisterde met inspanning. Nadia beschouwde de vlakte,
+met lichtende strepen overdekt en die als een spiegel glinsterde, maar
+zij zag niets.
+
+En, toch werd er eene stem hoorbaar die nu, op een klagenden toon,
+stamelde: »Michael....”
+
+Daarop sprong een geheel met bloed overdekte hond op Nadia los! Het was
+Serko!
+
+Nikolaas kon niet ver weg zijn! Niemand anders dan hij had den naam van
+Michael kunnen stamelen! Waar was hij? Nadia bezat zelfs geene kracht
+meer om hem te roepen.
+
+Michael Strogoff zocht, over den grond kruipende, met zijne handen.
+Plotseling blafte Serko opnieuw en snelde hij op een reusachtigen vogel
+toe, die langs den grond streek.
+
+Het was een gier. Toen Serko op hem toesprong, steeg hij op; maar
+terugkeerende, sloeg hij op den hond los! Deze sprong nogmaals naar den
+gier! Een hevige slag met den geweldigen snavel trof zijn kop en
+ditmaal viel Serko levenloos ter aarde. Terzelfder tijde ontsnapte een
+kreet van afgrijzen aan Nadia!
+
+»Daar... daar!” zeide zij.
+
+Een hoofd stak boven den grond uit. Zonder het heldere schijnsel dat
+het uitspansel afstraalde, zou zij er met den voet tegen geschopt
+hebben.
+
+Nadia wierp zich, bij dit hoofd, op de knieën.
+
+Nikolaas, naar Tartaarsche gewoonte tot aan den hals toe begraven, was
+in de steppe achtergelaten, om er van honger en dorst of wellicht door
+het gebit der wolven of den snavel der roofvogels om te komen.
+Schrikkelijke marteling van een in den bodem ingekerkerd slachtoffer,
+dat door de aarde die het niet verwijderen kan, saamgeperst wordt,
+terwijl de armen nauwsluitend aan het lichaam zijn bevestigd, gelijk
+die van een lijk in zijn doodkist! Den veroordeelde levende in dien
+leemen vorm, dien hij niet verbreken kan, blijft niets over dan den
+dood aan te roepen, die te lang uitblijft!
+
+Daar hadden de Tartaren sedert drie dagen hun gevangene begraven!...
+Sedert drie dagen wachtte Nikolaas op hulp, die te laat zou komen!
+
+De gieren hadden dat hoofd, gelijk met den grond opgemerkt en sedert
+eenige uren verdedigde de hond zijn meester tegen die woeste vogels!
+
+Michael Strogoff dolf de aarde met zijn mes op om dien levende te
+ontgraven!
+
+De tot dusverre gesloten oogen van Nikolaas, gingen weder open.
+
+Hij herkende Michael en Nadia en vervolgens prevelde hij.
+
+»Vaartwel, vrienden. Ik ben tevreden dat ik u heb wedergezien! Bidt
+voor mij!...”
+
+En dit waren zijne laatste woorden.
+
+Michael Strogoff ging voort met in den grond te graven, die door het
+vaststampen zoo hard als eene rots was geworden en hij slaagde er
+eindelijk in er het lichaam van den ongelukkige uit te halen. Hij
+luisterde of zijn hart nog klopte! Het klopte niet meer.
+
+Toen besloot hij het te begraven, opdat het niet op de steppe bloot zou
+liggen en daarom maakte hij het gat, waarin Nikolaas begraven was,
+wijder en dieper, zoodanig dat hij hem er dood in kon leggen. De trouwe
+Serko zou naast zijn meester geplaatst worden.
+
+Op dit oogenblik werd er, op hoogstens een halve werst afstands een
+groot gedruisch op den weg vernomen.
+
+Michael Strogoff luisterde.
+
+Uit het gedruisch maakte hij op dat eene afdeeling ruiters zich naar de
+Dinka richtte.
+
+»Nadia! Nadia!” zeide hij zacht.
+
+Nadia die lag te bidden stond nu op.
+
+»Kijk! kijk toch!” sprak hij tot haar.
+
+»De Tartaren!” mompelde zij.
+
+Inderdaad was het de voorhoede van den emir, die snel op den weg naar
+Irkoetsk voorbij reed.
+
+»Toch zullen zij mij niet beletten hem te begraven!” zeide Michael
+Strogoff.
+
+En hij zette zijn arbeid voort.
+
+Weldra werd het lichaam van Nikolaas, met de armen over de borst
+gekruist, in het graf nedergelegd. Michael Strogoff en Nadia deden op
+de knieën liggende, het laatste gebed voor het arme, goedhartige wezen,
+dat zijne gehechtheid aan hen met zijn leven betaald had.
+
+»En nu,” zeide Michael Strogoff, terwijl hij de aarde er weder over
+wierp, »zullen de wolven der steppe hem niet verslinden.”
+
+Daarna hief hij de hand dreigend naar de voorbijgaande ruiters op.
+
+»Op weg, Nadia!” zeide hij.
+
+Michael Strogoff kon den weg, nu door de Tartaren ingenomen, niet meer
+volgen. Hij moest dwars door de steppe gaan en Irkoetsk omtrekken. Over
+den overtocht der Dinka behoefde hij zich niet meer te bekommeren.
+
+Nadia kon zich niet verder voortslepen, maar zij kon voor hem zien. Hij
+nam haar in zijne armen en trok het zuidwesten der provincie in.
+
+Hij had nog meer dan tweehonderd wersten te doorloopen. Hoe legde hij
+ze af? Hoe kwam het dat hij onder zooveel vermoeienis niet bezweek? Hoe
+kwam hij onderweg aan voedsel? Door welke bovenmenschelijke wilskracht
+kwam hij over de eerste hellingen van het Saïansk-gebergte? Noch Nadia,
+noch hij hadden op die vragen antwoord kunnen geven.
+
+En nochtans lag twaalf dagen later, ’s avonds zes uur, een onmetelijk
+waterbekken aan de voeten van Michael Strogoff.
+
+Het was het meer Baïkal.
+
+
+
+
+
+
+
+
+XXVII.
+
+BAÏKAL EN ANGARA.
+
+
+Het meer Baïkal ligt zeventienhonderd voet boven het oppervlak der zee.
+Het is bijna negenhonderd wersten lang en honderd breed. Zijne diepte
+is niet bekend. Mevrouw Bourboulon verhaalt dat het, naar het zeggen
+der schippers, »Mevrouw Zee” wil genoemd worden. Indien men ’t
+»Mijnheer Meer” noemt wordt het dadelijk onstuimig. Intusschen wil de
+legende dat er nimmer een Rus in verdronken is.
+
+Dit onmetelijk zoetwater-bekken, door meer dan driehonderd rivieren
+gevoed, wordt door een prachtigen ring van vulkanische bergen omlijst.
+Het heeft geen anderen uitloop dan de Angara, die, na langs Irkoetsk te
+zijn gestroomd, zich een weinig boven de stad Jeniseïsk in de Jeniseï
+werpt. De bergen, die het omringen, vormen een tak van het
+Toengoes-gebergte en zij behooren tot het uitgestrekte gebied van het
+Altaï-gebergte.
+
+De koude deed zich op dit tijdstip reeds gevoelen. Zooals het in deze
+aan eene bijzondere luchtgesteldheid onderhevige landstreek gebeurt,
+scheen de herfst in een vroegtijdigen winter te zullen overgaan. Het
+was in de eerste dagen van October. De zon verliet den gezichteinder nu
+om vijf uur ’s avonds en de lange nachten deden den thermometer op nul
+dalen. De eerste sneeuw, die tot aan den zomer zou aanhouden, bedekte
+de bergkruinen in den omtrek van het Baïkalmeer. Dit binnenmeer,
+gedurende den Siberischen winter verscheidene voeten dik bevroren,
+wordt dan in alle richtingen door sleden van koeriers en karavanen
+doorkruist.
+
+Of het is omdat men, de regels der wellevendheid vergetende, het den
+naam geeft van »Mijnheer Meer” of wel om eenige andere weerkundige
+reden, zeker is het dat het Baïkalmeer aan hevige stormen onderhevig
+is. Zijne golven, kort als die van alle binnenzeeën, zijn zeer
+gevaarlijk voor vlotten, schuiten en stoombooten, die het des zomers
+bevaren.
+
+Michael Strogoff kwam nu aan de zuidwestelijke punt van dit meer aan,
+terwijl hij Nadia, wier leven zich tot hare oogen bepaalde, in zijne
+armen droeg. Wat konden zij in dit woeste gedeelte der provincie anders
+verwachten dan van uitputting en van gebrek om te komen? En wat bleef
+er intusschen van den langen weg van zesduizend wersten nog afteleggen
+door den koerier van den czaar, zoo hij zijn doel wilde bereiken?
+
+Slechts zestig wersten over het meer naar de monding der Angara en
+tachtig wersten van den mond der Angara tot Irkoetsk: in het geheel
+honderd veertig wersten, dat is drie dagreizen voor een gezond,
+krachtig man, al ging hij te voet.
+
+Was Michael Strogoff nog zoo’n man?
+
+Ongetwijfeld wilde de hemel hem deze proef besparen. Het noodlot, dat
+hem vervolgde, scheen hem eenige oogenblikken rust te willen gunnen.
+Dit uiteinde van het Baïkalmeer, dit gedeelte der steppe, dat hij
+verlaten waande en dat zulks anders altijd is, was het nu niet.
+
+Een vijftigtal personen bevonden zich in den hoek door de
+zuidwestelijke punt van het meer gevormd.
+
+Nadia bespeurde dien hoop menschen dadelijk toen Michael Strogoff, haar
+dragende, den bergpas uitstapte.
+
+Het meisje vreesde in het eerst dat het eene Tartaarsche afdeeling was,
+afgezonden om de oevers van het meer Baïkal af te stroopen, in welk
+geval de vlucht voor beiden onmogelijk ware geweest.
+
+Maar Nadia werd, in dit opzicht, spoedig gerustgesteld.
+
+»Russen!” riep zij uit.
+
+En, na deze laatste inspanning, sloten hare oogleden zich weder en zonk
+haar hoofd op de borst van Michael Strogoff.
+
+Maar zij waren opgemerkt en eenige Russen, die naar hen toeliepen,
+brachten den blinde en het meisje naar een smallen oever, waar een vlot
+vastgemeerd lag.
+
+Het vlot lag tot vertrek gereed.
+
+Die Russen waren vluchtelingen van elken stand, door éénzelfde belang
+op dit punt van het Baïkalmeer vereenigd. Door de Tartaarsche
+veldontdekkers afgewezen, beproefden zij eene wijkplaats in Irkoetsk te
+vinden en dit land niet kunnende bereiken, sedert de overweldigers de
+beide oevers der Angara bezet hadden, hoopten ze er te komen door den
+stroom, die de stad doorsnijdt, af te zakken.
+
+Hun voornemen deed het hart van Michael Strogoff opspringen. Er
+vertoonde zich eene laatste kans in zijn spel. Maar hij had de kracht
+om te veinzen, daar hij zijn incognito nog strenger dan vroeger wilde
+bewaren.
+
+Het plan der vluchtelingen was zeer eenvoudig. Een stroom van het
+Baïkalmeer trekt langs den bovenoever tot aan de monding der Angara.
+Van dezen stroom wilden zij gebruik maken om allereerst den uitloop van
+het Baïkalmeer te bereiken. Van dit punt tot Irkoetsk zou het
+snelvlietende water van den stroom hen met een spoed van tien tot
+twaalf wersten per uur meevoeren. Zij zouden in anderhalven dag in het
+gezicht der stad zijn.
+
+Geen enkel vaartuig was in deze streek aanwezig. Men had er dus iets op
+moeten verzinnen. Er was een vlot gebouwd of liever een houtsleep,
+zooals er gewoonlijk de Siberische rivier afzakken. Een pijnboomenwoud,
+dat zich op den oever verhief, had de drijvende bouwstoffen geleverd.
+De boomstammen met teenen aan elkander verbonden, vormden een plat,
+waarop honderd menschen gemakkelijk plaats zouden hebben gevonden.
+
+Op dit vlot werden Michael Strogoff en Nadia overgebracht. Het meisje
+was weder tot zichzelve gekomen. Men gaf haar en haren makker eenig
+voedsel. Daarna viel zij, op een bed van bladeren, spoedig in een
+diepen slaap.
+
+Michael Strogoff vertelde aan hen, die hem ondervroegen, niets van de
+zaken die te Tomsk waren voorgevallen. Hij gaf zich uit voor een
+inwoner van Krasnoïarsk, die Irkoetsk niet had kunnen bereiken voordat
+de troepen van den emir op den linkeroever der Dinka waren aangekomen
+en hij voegde er bij dat het gros der Tartaarsche troepen
+waarschijnlijk voor de hoofdstad van Siberië stelling had genomen.
+
+Er viel dus geen oogenblik te verliezen. Bovendien werd de koude steeds
+vinniger. De temperatuur daalde gedurende den nacht, beneden nul. Er
+hadden zich reeds ijsschotsen op de oppervlakte van het meer Baïkal
+gevormd. Zoo het vlot op het meer gemakkelijk kon varen, tusschen de
+oevers van de Angara zou dit, indien de ijsschotsen zijn loop
+belemmerden, niet het geval zijn.
+
+Om al deze redenen moesten de vluchtelingen met hun vertrek spoed
+maken.
+
+Te acht uur des avonds werden de touwen losgegooid en door de werking
+van den stroom, volgde het vlot de kust. Lange boomen, door eenige
+stevige moejieks gehanteerd, waren voldoende om het in de goede
+richting te houden.
+
+Een oude schipper van het meer Baïkal had het bevel over het vlot op
+zich genomen. Het was een man van vijf en zestig jaar, door de
+windvlagen van het meer geheel verweerd. Een zeer dikke, witte baard
+hing op zijne borst neder. Eene bonten muts bedekte zijn ernstig en
+eerbiedwaardig hoofd. Zijn wijde en lange schanslooper, om zijn middel
+gesloten, viel hem tot op de hielen. Deze stilzwijgende grijsaard, die
+achter op het vlot zat, gaf zijne bevelen door gebaren, en hij sprak in
+tien uren geen tien woorden. Overigens bestond de besturing slechts in
+de zorg om het vlot in den langs de kust loopenden stroom te houden, en
+te zorgen dat het niet in het volle meer geraakte.
+
+Zooeven is gezegd dat Russen van allerlei stand op het vlot plaats
+hadden genomen. Inderdaad hadden zich bij de inlandsche moejieks,
+mannen, vrouwen, grijsaards en kinderen, twee of drie door den inval
+verraste pelgrims gevoegd, zoomede eenige monniken en een pope. De
+pelgrims droegen den reisstaf, eene aan den gordel bevestigde kalebas
+en zij zongen psalmen op een klagenden toon. De eene kwam uit de
+Ukraïne, de andere van de Gele Zee, de derde uit Finland. De laatste,
+reeds hoog bejaard, droeg aan den gordel eene offerbus met een hangslot
+er aan, even alsof ze aan een kerkpijler was opgehangen. Van alles wat
+hij gedurende dien langen en vermoeienden omgang ophaalde, was niets
+voor hem zelven en hij had zelfs geen sleutel van het hangslot, dat
+eerst bij zijn terugkeer werd geopend.
+
+De monniken kwamen uit het noorden des rijks. Zij hadden sedert drie
+maanden Archangel verlaten, de stad waaraan de reizigers terecht een
+Oostersch aanzicht hebben opgemerkt. Zij hadden de Heilige eilanden, op
+de kust van Karelië bezocht, zoomede het klooster Solowetsk, het
+klooster Troïtsa, de kloosters van den Heiligen Antonius en van de
+Heilige Theodosia te Kiew, dat oude lievelingsoord der Jagellonen, het
+mannenklooster van Siméonow te Moskou, dat van Kasan, zoomede de kerk
+der Oud-Geloovigen aldaar en zij begaven zich nu naar Irkoetsk, gekleed
+in eene pij, eene kap en verdere kleederen uit saai vervaardigd.
+
+De pope was een eenvoudig dorpspriester, een dier zes honderd duizend
+herders die het Russische rijk telt. Hij was even ellendig als de
+moejieks gekleed, boven wie hij in werkelijkheid ook niet verheven was,
+daar hij rang noch macht in de kerk bezat en hij, als een boer, zijn
+stukje grond bearbeidde, voor het overige doopende, in den echt
+verbindende en begravende. Hij had zijne kinderen en zijne vrouw aan de
+gewelddadigheden der Tartaren kunnen onttrekken, door hen naar de
+Noordelijke provinciën te zenden. Hij was echter tot het laatste
+oogenblik in zijn kerspel gebleven. Vervolgens was hij genoodzaakt om
+te vluchten en, daar de weg naar Irkoetsk versperd was, had hij het
+meer Baïkal moeten trachten te bereiken.
+
+Die verschillende geestelijken, voor op het vlot in groepen gezeten,
+baden op geregelde tijdstippen, de stem in dezen stillen nacht
+verheffende; terwijl aan het slot van elk vers van hun gebed het »Slava
+Bogu” (Glorie zij God), over hunne lippen kwam.
+
+Er viel gedurende de vaart niets bijzonders voor. Nadia bleef in een
+diepe sluimering verzonken. Michael Strogoff had bij haar gewaakt. De
+slaap had hem slechts bij korte tusschenpoozen overmeesterd, terwijl
+zijne gedachte steeds wakker bleef.
+
+Bij het aanbreken van den dag was het vlot, opgehouden door tegenwind
+die de werking van den stroom belemmerde, nog op veertig wersten van de
+uitmonding der Angara. Waarschijnlijk zou het die niet voor drie of
+vier uur ’s namiddags bereiken. Dit was geen bezwaar, integendeel, want
+nu konden de vluchtelingen den stroom des nachts afzakken en zou de
+duisternis hunne aankomst te Irkoetsk begunstigen.
+
+De eenige vrees, die de schipper verscheidene malen te kennen gaf,
+betrof het ontstaan van ijs op de oppervlakte van het water. De nacht
+was buitengemeen koud geweest. Men zag vrij talrijke ijsschotsen onder
+den invloed des winds, in eene westelijke richting drijven. Deze waren
+echter niet te duchten omdat zij niet in de Angara konden afdrijven,
+daar zij reeds voorbij hare monding waren. Maar men moest aan de
+schotsen denken die uit de oostelijke gedeelten van het meer kwamen en
+die door den stroom nader gebracht, zich tusschen de oevers van den
+stroom konden vastzetten. Daaruit konden bezwaren en vertragingen
+voortspruiten, misschien wel een onoverkomelijk beletsel dat het vlot
+kon tegenhouden.
+
+Michael Strogoff had er dus het grootste belang bij om den toestand van
+het meer te kennen en te weten of de ijsschotsen zich in grooten getale
+opdeden. Nadia ontwaakt zijnde, ondervroeg hij haar dikwijls en zij gaf
+hem verslag van alles wat op de oppervlakte der wateren voorviel.
+
+Terwijl de ijsschotsen zoo afdreven, vertoonden zich merkwaardige
+natuurverschijnselen op de oppervlakte van het Baïkalmeer. Het was een
+prachtig springen van bronnen kokend water, opstijgende uit de
+artesische putten die de natuur zelve in de bedding van het meer
+geboord heeft. Deze stralen verhieven zich tot eene groote hoogte en
+verspreidden zich daarna in dampen, waar de zonnestralen regenbogen op
+vormden, die door de koude oogenblikkelijk verdikt werden. Zeker zou
+dit belangwekkende schouwspel den blik verrukt hebben van den reiziger,
+die, in vollen vrede en voor zijn genoegen, op deze Siberische zee had
+gereisd.
+
+Om vier uur ’s avonds werd de mond van de Angara door den ouden
+schipper tusschen de hooge granietrotsen der kust verkend. Men
+bespeurde op den rechteroever de kleine haven van Livenitchnaïa, zijne
+kerk en zijne op den oever gebouwde huisjes.
+
+Maar eene ernstige omstandigheid was het dat de eerste ijsschotsen, uit
+het oosten komende, reeds tusschen de oevers der Angara afdreven en dat
+zij bijgevolg naar Irkoetsk afzakten. Intusschen kon hun aantal nog
+niet groot genoeg zijn om den stroom te verstoppen, noch de koude hevig
+genoeg om ze te doen samenpakken.
+
+Het vlot bereikte het haventje en hield er stil. De oude schipper had
+beslist dat daar een uur zou worden stil gehouden om eenige
+noodzakelijke herstellingen te doen. De losgeraakte boomstammen liepen
+gevaar zich van elkander te verwijderen en het kwam er op aan ze stevig
+te verbinden om den zeer snellen stroom der Angara weerstand te kunnen
+bieden.
+
+Gedurende het schoone jaargetijde is de haven van Livenitchnaïa een
+station voor het in- en ontschepen der reizigers op het meer Baïkal,
+hetzij dat zij zich naar Kiachta, de laatste stad op de
+Russisch-Chineesche grens begeven, hetzij zij vandaar terugkeeren. Zij
+wordt dus druk bezocht door de stoombooten en de kustvaarders van het
+meer.
+
+Maar op dit oogenblik was Livenitchnaïa verlaten. Zijne inwoners wilden
+zich niet blootstellen aan de verwoestingen der Tartaren, die nu de
+beide oevers der Angara afliepen. Zij hadden de kleine vloot van
+schuiten en booten, die gewoonlijk in hunne haven overwintert, naar
+Irkoetsk gezonden, en voorzien van al wat vervoerbaar was, hadden zij
+tijdig de wijk binnen de hoofdstad van Oost-Siberië genomen.
+
+De oude schipper verwachtte dus niet nieuwe vluchtelingen in de haven
+van Livenitchnaïa te zullen opnemen en echter kwamen er, op het
+oogenblik dat het vlot aan wal kwam, uit een ledig huis, twee
+passagiers zoo hard zij konden, op den oever aanloopen.
+
+Nadia, die achterop zat, keek met een verstrooiden blik.
+
+Bijna ontsnapte haar een kreet. Zij greep de hand van Michael Strogoff,
+die, bij deze beweging, het hoofd oprichtte.
+
+»Wat hebt ge, Nadia?” vroeg hij.
+
+»Michael, daar zijn onze twee reismakkers.”
+
+»Die Franschman en de Engelschman, die wij in de bergpassen van den
+Oeral ontmoet hebben?”
+
+»Ja.”
+
+Michael Strogoff sidderde, want het strenge incognito dat hij niet
+wilde opgeven, liep gevaar opgeheven te worden.
+
+Inderdaad zouden Alcide Jolivet en Harry Blount in hem niet meer
+Nikolaas Korpanoff zien, maar wel den echten Michael Strogoff, den
+koerier van den czaar.
+
+De beide dagbladschrijvers hadden hem reeds twee keer ontmoet na hunne
+scheiding op de wisselplaats te Ichim: de eerste maal in het kamp van
+Zabediero, toen hij het gelaat van Ivan Ogareff met den knoet
+doorstriemde; de tweede keer te Tomsk toen hij door den emir
+veroordeeld werd. Zij wisten dus waaraan zij zich, ten zijnen aanzien,
+te houden hadden, ook wat zijne werkelijke hoedanigheid betrof.
+
+Michael Strogoff nam een snel besluit.
+
+»Nadia,” zeide hij, »zoodra die Franschman en die Engelschman scheep
+zullen zijn, verzoek hen dan om bij mij te komen.”
+
+Inderdaad waren het Harry Blount en Alcide Jolivet, die, even als
+Michael Strogoff, niet door het toeval, maar door den drang der
+gebeurtenissen naar de haven van Livenitchnaïa gedreven waren.
+
+Men weet dat ze, na den intocht der Tartaren te Tomsk te hebben
+bijgewoond, vertrokken waren vóor de wreede terechtstelling, die het
+feest besloot. Zij twijfelden er dus niet aan of hun makker was ter
+dood gebracht; dat hij op last van den emir blind was gemaakt, wisten
+ze niet.
+
+Na zich van paarden voorzien te hebben, hadden zij dienzelfden avond
+Tomsk verlaten, met het vaste voornemen om voortaan hunne berichten uit
+de Russische legerplaatsen in Oost-Siberië te dagteekenen.
+
+Alcide Jolivet en Harry Blount begaven zich met versnelden marsch naar
+Irkoetsk. Zij hoopten er Feofar-Khan voor te zijn en zouden zulks ook
+geweest zijn, zonder de plotselinge verschijning van de derde, uit de
+zuidelijke streken der Jeniseï-vallei aanrukkende kolonne. Evenals
+Michael Strogoff werden zij afgesneden vóor zij de Dinka bereikten en
+moesten zij daarom weder tot aan het meer Baïkal afzakken.
+
+Toen zij te Livenitchnaïa aankwamen, vonden zij de haven reeds ledig.
+Van eene andere zijde konden zij Irkoetsk niet bereiken, dat door de
+Tartaren reeds omsingeld was. Zij vertoefden er dus reeds drie dagen in
+groote verlegenheid, toen het vlot aankwam.
+
+Het oogmerk der vluchtelingen werd hun toen medegedeeld. Zeker was er
+wel kans om gedurende den nacht door te sluipen en binnen Irkoetsk te
+komen. Ze besloten dus de zaak te beproeven.
+
+Alcide Jolivet stelde zich dadelijk met den ouden schipper in
+betrekking en vroeg hem overtocht van zijn makker en hem, met aanbod
+elken prijs, dien hij eischte, te zullen betalen.
+
+»Hier wordt niet betaald,” antwoordde de oude schipper op ernstigen
+toon, »men waagt zijn leven, en daarmee uit.”
+
+De beide dagbladschrijvers kwamen aan boord en Nadia zag hen plaats
+nemen op het voorste gedeelte van het vlot.
+
+Harry Blount was nog steeds de koele Engelschman die haar, gedurende
+den overtocht van het Oeral-gebergte, nauwelijks een woord had
+toegesproken.
+
+Alcide Jolivet scheen iets ernstiger dan gewoonlijk en het valt niet te
+ontkennen dat zijn ernst door de omstandigheden wel gerechtvaardigd
+was.
+
+Alcide Jolivet zat dus voor op het vlot, toen hij eene hand op zijn arm
+voelde.
+
+Hij keerde zich om en herkende Nadia, de zuster niet van Nikolaas
+Korpanoff, maar van Michael Strogoff, koerier van den czaar.
+
+Een kreet van verrassing ontsnapte hem bijna, maar hij zag dat het
+meisje een vinger aan hare lippen bracht.
+
+»Kom mede,” zeide Nadia.
+
+En terwijl Alcide Jolivet aan Harry Blount een teeken gaf om hem te
+vergezellen, volgde hij haar met een onverschillig gelaat.
+
+Maar was de verrassing der dagbladschrijvers groot, toen zij Nadia op
+het vlot ontmoetten, zij kende geene grenzen toen zij Michael Strogoff
+bespeurden, dien zij niet meer onder de levenden waanden.
+
+Op hunne nadering, maakte Michael Strogoff geene beweging.
+
+Alcide Jolivet wendde zich daarop tot het meisje.
+
+»Hij ziet u niet, heeren,” zeide Nadia. »De Tartaren hebben hem de
+oogen uitgebrand! Mijn arme broeder is blind!”
+
+Een levendig gevoel van medelijden vertoonde zich op het gelaat van
+Alcide Jolivet en van zijn makker.
+
+Een oogenblik later zaten ze naast Michael Strogoff, drukten hem de
+hand en wachtten tot dat hij hen aansprak.
+
+»Heeren,” zeide Michael Strogoff op zachten toon, »gij behoort niet te
+weten wie ik ben, noch wat ik in Siberië ben komen uitvoeren. Ik vraag
+u om mijn geheim te eerbiedigen. Belooft gij mij dat?”
+
+»Op mijne eer,” antwoordde Alcide Jolivet.
+
+»Op mijn woord van gentleman,” voegde Harry Blount er bij.
+
+»Goed, heeren.”
+
+»Kunnen wij u van eenigen dienst zijn?” vroeg Harry Blount. »Wilt gij
+dat wij u helpen om uwe taak te volbrengen?”
+
+»Ik geef er de voorkeur aan om alleen te handelen,” was het antwoord
+van Michael Strogoff.
+
+»Maar die schelmen hebben u het gezicht vernietigd,” zeide Alcide
+Jolivet.
+
+»Ik heb Nadia en haar oogen zijn mij voldoende.”
+
+Een half uur later voer het vlot, na het haventje van Livenitchnaïa
+verlaten te hebben, den stroom op. Het werd nacht. Hij zou zeer donker
+en ook zeer koud zijn, want de temperatuur was reeds onder nul.
+
+Maar al hadden Alcide Jolivet en Harry Blount geheimhouding beloofd,
+toch verlieten zij Michael Strogoff niet. Zij praatten zachtjes en,
+hetgeen hij wist aanvullende met hetgeen hij van hen vernam, kon de
+blinde zich van den stand van zaken een duidelijk denkbeeld vormen.
+
+Het was zeker dat de Tartaren Irkoetsk omsingeld hadden en dat de drie
+kolonnes de vereeniging hadden volbracht. Er viel dus niet aan te
+twijfelen dat de emir en Ivan Ogareff zich voor de hoofdstad bevonden.
+
+Maar waarom had de koerier van den czaar, nu hij den keizerlijken brief
+niet meer aan den grootvorst kon overhandigen en daar de inhoud hem
+onbekend was, nog zoo’n haast om te Irkoetsk aan te komen? Alcide
+Jolivet en Harry Blount begrepen het evenmin, als Nadia het had
+begrepen.
+
+Overigens werd er over het verledene niet gesproken, vóor het oogenblik
+dat Alcide Jolivet tegen Michael Strogoff meende te moeten zeggen:
+
+»Wij zijn haast verplicht onze verontschuldiging er over te maken dat
+wij u, vóor onze scheiding op de pleisterplaats te Ichim, de hand niet
+gegeven hebben.”
+
+»Neen, gij hadt het recht mij als een lafaard te beschouwen!”
+
+»In ieder geval,” voegde Alcide Jolivet er bij, »hebt gij het gelaat
+van dien ellendeling maar aardig geknoet en hij zal er langen tijd het
+merk van vertoonen!”
+
+»Neen, niet lang!” antwoordde Michael Strogoff eenvoudig.
+
+Een half uur na het vertrek van Livenitchnaïa waren Alcide Jolivet en
+zijn makker op de hoogte van de wreede beproevingen die Michael
+Strogoff en zijne gezellin ondergaan hadden. Zij hadden niets dan
+bewondering voor eene wilskracht, slechts door de opoffering van het
+meisje geëvenaard. En over Michael Strogoff dachten ze precies
+overeenkomstig hetgeen de czaar van hem te Moskou had gezegd:
+
+»Waarlijk, het is een man!”
+
+Het vlot gleed snel voort tusschen de ijsschotsen die de stroom der
+Angara medevoerde. Een beweeglijk panorama ontrolde zich langs de beide
+oevers van den stroom en, door een gezichtsbedrog scheen het alsof de
+drijvende toestel onbeweeglijk bleef tegenover die opeenvolging van
+schilderachtige gezichtspunten. Hier waren het hooge granietachtige
+voorgebergten; daar woeste berg-engten waaruit een stortvloed te
+voorschijn kwam; soms eene breede insnijding met een nog rookend dorp
+en dan weder dichte pijnboom-wouden die helle vlammen vertoonden. Maar
+zoo de Tartaren overal sporen van hun doortocht hadden achtergelaten,
+henzelven zag men nog niet, omdat zij aan de toegangswegen naar
+Irkoetsk gelegerd waren.
+
+In den tusschentijd vervolgden de pelgrims, met luider stem, hunne
+gebeden en hield de oude schipper, de ijsschotsen, die het te dicht
+naderde, op zijde duwende, het vlot in het midden van den snellen
+stroom der Angara.
+
+
+
+
+
+
+
+
+XXVIII.
+
+TUSSCHEN TWEE OEVERS.
+
+
+Zooals de toestand van den hemel het deed vooruit zien, was de geheele
+streek om acht uur ’s avonds in diepe duisternis gehuld. De maan, nieuw
+zijnde, zou niet boven den gezichteinder verschijnen. De oevers waren
+uit het midden van den stroom niet te zien. De steile gebergten langs
+de rivier liepen op eene geringe hoogte ineen met de zware wolken,
+waarin geen beweging was. Bij tusschenpoozen kwam er een zuchtje uit
+het oosten, dat in de enge vallei van de Angara scheen weg te sterven.
+
+De duisternis kon de plannen der vluchtelingen niet anders dan zeer
+bevorderen. Want hoewel Tartaarsche schildwachten langs beide oevers
+geplaatst moesten zijn, had het vlot alle kans om ongemerkt voorbij te
+varen. Ook was het niet waarschijnlijk dat de belegeraars den stroom
+boven Irkoetsk zouden hebben versperd, daar zij wisten, dat de Russen
+uit het zuiden der provincie geene hulp konden verwachten. Bovendien
+zou de natuur zelve die afsluiting hebben gemaakt, als zij door de
+koude de ijsschotsen, tusschen de beide oevers opgehoopt, aan elkander
+zou hebben doen vastmetselen.
+
+Aan boord van het vlot heerschte nu volkomen stilte. Sedert het den
+stroom afdreef, werden de stemmen der pelgrims niet meer vernomen. Zij
+baden nog, maar hun gebed bestond nu in een geprevel dat aan wal niet
+meer gehoord kon worden. Plat uitgestrekt verbrak het uitstekende
+hunner lichamen nauwelijks de horizontale lijn van het water. De oude
+schipper die vooruit bij zijne manschappen lag, hield zich slechts
+onledig met de ijsschotsen wegteduwen, hetgeen zonder geraas
+geschiedde.
+
+Indien de drijvende ijsschotsen later geen onoverkomelijk beletsel voor
+de doorvaart van het vlot opleverden, vormden zij op zich zelven eene
+gunstige omstandigheid. Inderdaad liep het vlot, indien het alléen op
+de open wateren gedreven had, veel kans van zelfs te midden der dichte
+duisternis, ontdekt te worden, terwijl het nu ineensmolt met de
+drijvende massa’s van allerlei grootte en vorm en het geraas der tegen
+elkander stootende blokken tevens elk verdacht geluid overstemde.
+
+Eene zeer scherpe koude vervulde den dampkring. De vluchtelingen, die
+geene andere beschutting dan eenige berketakken hadden, leden er
+vreeselijk onder. Zij drongen zich tegen elkander aan om de daling der
+temperatuur, die dezen nacht tot tien graden onder nul zou gaan, beter
+te kunnen verdragen. De zwakke wind die opstak, na over de oostelijke
+met sneeuw bedekte bergen te zijn gestreken was zeer snijdend.
+
+Michael Strogoff en Nadia, achter op het vlot liggende, verdroegen
+zonder klagen, deze verzwaring van lijden. Alcide Jolivet en Harry
+Blount, in hunne nabijheid gezeten, weerstonden zoo goed mogelijk de
+eerste aanvallen van den Siberischen winter. Geen hunner sprak nu meer,
+zelfs niet in stilte. Overigens letten zij alleen op den toestand
+waarin men verkeerde. Ieder oogenblik kon zich eene gebeurtenis, een
+gevaar, een ramp voordoen, waar zij niet zonder letsel zouden afkomen.
+
+Voor iemand, die weldra zijn doel dacht te bereiken, scheen Michael
+Strogoff bijzonder kalm. Overigens had zijne wilskracht hem, in de
+ernstigste verwikkelingen, nimmer verlaten. Hij voorzag reeds het
+oogenblik dat het hem eindelijk vergund zou wezen aan zijne moeder, aan
+Nadia, aan zichzelven te denken! Hij vreesde slechts eene laatste en
+kwade kans: namelijk dat het vlot werd tegengehouden door eene
+versperring van ijsschotsen vóor dat het Irkoetsk bereikt had. Daar
+dacht hij steeds over; maar verder was hij vast besloten, zoo noodig,
+eene uiterste poging te wagen.
+
+Door eenige uren rust weder versterkt, had Nadia hare lichaamskracht
+herwonnen, die het gebrek soms had kunnen onderdrukken, zonder dat hare
+zedelijke wilskracht echter ooit aan het wankelen kon worden gebracht.
+Ook dacht zij er aan dat wanneer Michael Strogoff eene nieuwe poging
+mocht beproeven om zijn doel te bereiken, zij bij de hand moest zijn om
+hem te leiden. Maar naarmate zij Irkoetsk naderde, kwam het beeld van
+haar vader haar duidelijker voor den geest. Zij zag hem in de belegerde
+stad, ver van zijne geliefden, maar—daaraan twijfelde zij niet—met al
+het vuur zijner vaderlandsliefde tegen de overweldigers worstelende.
+Zoo de hemel hun eindelijk gunstig was, zou zij, binnen een paar uur,
+in zijne armen liggen, hem de laatste woorden harer moeder herinneren
+en dan zouden zij elkander niet meer verlaten. Werd de ballingschap van
+Wassili Fedor niet verkort, dan zou zijne dochter zijne ballingschap
+blijven deelen. Daarna werd zij door hare natuurlijke neiging er toe
+geleid aan hem te denken aan wien zij de terugkomst bij haar vader te
+danken had, aan dien braven makker, aan dien »broeder” die, nadat de
+Tartaren verdreven zouden zijn, naar Moskou zou terugkeeren; dien zij
+dan misschien nooit meer zou terugzien!....
+
+Alcide Jolivet en Harry Blount hadden slechts eene en dezelfde
+gedachte: dat de toestand zoo dramatisch mogelijk was en dat ze, goed
+verwerkt, een der allerbelangwekkendste verhalen zou opleveren. De
+Engelschman dacht dus aan de lezers van de Daily Telegraph en de
+Franschman aan die van zijne nicht Madeleine. Inderdaad waren zij
+beiden eenigszins aangedaan.
+
+»Welaan! zooveel te beter,” dacht Alcide Jolivet. »Om aandoening te
+verwekken moet men zelf aangedaan zijn! Ik geloof zelfs dat er een
+vermaard vers over dat onderwerp bestaat, maar de duivel hale mij! als
+ik het weet....”
+
+En met zijne zoo geoefende oogen trachtte hij de dichte duisternis, die
+den stroom omgaf, te doorboren.
+
+Intusschen werd deze duisternis soms door sterke flikkeringen van licht
+afgebroken, die de donkere lichamen op den oever dan een spookachtig
+aanzicht gaven. Het was een woud dat in brand stond of een dorp dat nog
+brandde en dus eene sombere herhaling der tooneelen van den dag, nog
+verhoogd door de tegenstelling van den nacht. De Angara werd dan van
+den eenen tot den anderen oever verlicht. De ijsschotsen vormden even
+zoovele spiegels die, de vlam onder alle hoeken en met allerlei kleuren
+terugkaatsende, zich naar de luimen van den stroom verplaatsten. Het
+vlot onder al deze drijvende lichamen vermengd, gleed ongemerkt
+voorbij.
+
+Daar zat het gevaar hem dus niet.
+
+Maar een gevaar van gansch anderen aard bedreigde de vluchtelingen. Dat
+konden zij niet voorzien, maar wat meer is, zij konden het niet
+afweren. Het toeval maakte er Alcide Jolivet mede bekend en wel onder
+de volgende omstandigheid.
+
+Alcide Jolivet had, op den rechterkant van het vlot liggende, zijne
+hand in den stroom laten afhangen. Plotseling was hij verwonderd over
+de werking die de aanraking van het water op de oppervlakte zijner hand
+uitoefende. Het scheen uit een kleverige zelfstandigheid te bestaan,
+alsof het uit aard-olie was saamgesteld.
+
+Het gevoel door den reuk nagaande, bleef er voor Alcide Jolivet geen
+twijfel over. Het was inderdaad eene laag vloeibare naphta die op de
+oppervlakte van het water der Angara dreef en met haar meestroomde!
+
+Dreef het vlot dan werkelijk op deze zoo brandbare zelfstandigheid?
+Waar kwam die naphta vandaan? Was het eene werking der natuur die het
+op de oppervlakte der Angara gelegerd had of wel een
+vernielingswerktuig door de Tartaren aangewend? Wilden zij, door
+middelen die het oorlogsrecht tusschen beschaafde natiën niet
+rechtvaardigde, den brand tot in Irkoetsk voortplanten?
+
+Deze vragen deed Alcide Jolivet aan zich zelven, maar hij deelde het
+geval aan niemand anders mede dan aan Harry Blount en beiden waren van
+gevoelen om hunne makkers niet te verontrusten door hun dit nieuwe
+gevaar te openbaren.
+
+Het is bekend dat de bodem van Middel-Azië als eene spons doortrokken
+is van een vloeibaar mengsel van koolstof met waterstof. In de haven
+van Bakoe, op de Perzische grens, op het schiereiland Abcheron, op de
+Kaspische zee, in Klein-Azië, in China, in den Joeg-Hijan, in Birma,
+borrelen de bronnen van minerale oliën bij duizenden boven de
+oppervlakte van den grond. Het is de »oliestreek” gelijkende op die,
+welke in Noord-Amerika denzelfden naam draagt.
+
+Bij sommige godsdienstige feesten werpen de inboorlingen, voornamelijk
+die van de havenstad Bakoe, welke vuur-aanbidders zijn, vloeibare
+naphta op de oppervlakte der zee, die dan bovendrijft omdat ze lichter
+dan het water is. Als het dan nacht geworden is en zich eene laag
+minerale olie over de Kaspische zee verspreid heeft, steken zij haar
+aan en verschaffen zij zich het onvergelijkelijk schoone schouwspel van
+eene vuurzee, wier golven door den wind heen en weer bewogen worden.
+
+Maar wat te Bakoe slechts een vermaak was, zou op de wateren der Angara
+eene ramp zijn geweest. Of het vuur door kwaadwilligheid of door
+onvoorzichtigheid werd aangebracht, in een oogenblik zou de brand zich
+tot voorbij Irkoetsk hebben uitgestrekt.
+
+In elk geval was op het vlot geene onvoorzichtigheid te vreezen; maar
+er was alles te duchten van de branden die op beide oevers der Angara
+woedden, want een brandend stuk hout of eene vonk, die in den stroom
+vielen, waren voldoende om de naphtavloed in vuur te zetten.
+
+De vrees van Alcide Jolivet en Harry Blount is gemakkelijker te
+begrijpen, dan er eene beschrijving van te geven. Zij vroegen zich af
+of het met het oog op dit nieuwe gevaar, niet verkieslijker ware, een
+der oevers aan te doen, er te ontschepen en te wachten?
+
+»In ieder geval,” zeide Alcide Jolivet, »ken ik iemand die, om geen
+enkel gevaar, zou ontschepen!”
+
+En hij zinspeelde op Michael Strogoff.
+
+Intusschen dreef het vlot snel af te midden der ijsschotsen die zich
+steeds dichter aan elkander sloten.
+
+Tot dusverre was er nog geene enkele Tartaarsche afdeeling op de oevers
+der Angara waargenomen, hetgeen aantoonde dat het vlot nog niet ter
+hoogte van hunne voorposten was aangekomen. Maar, tegen tien uur ’s
+avonds, meende Harry Blount talrijke zwarte lichamen zich op de
+ijsschotsen te zien bewegen. Die gedaanten, van schots tot schots
+springende, naderden snel.
+
+»Tartaren!” dacht hij.
+
+En naar den ouden schipper toekruipende, die voorop zat, wees hij hem
+de verdachte beweging.
+
+De oude schipper keek scherp uit.
+
+»Dat zijn slechts wolven,” zeide hij. »Die heb ik liever dan Tartaren.
+Maar wij moeten ons verdedigen, doch zonder leven te maken!”
+
+Inderdaad hadden zij tegen de woeste, verscheurende dieren te
+worstelen, die de honger en de koude door de provincie gedreven had. De
+wolven hadden het vlot geroken en spoedig vielen zij het aan. De
+vluchtelingen waren dus tot het gevecht gedwongen maar zonder van
+vuurwapenen gebruik te maken, daar zij niet ver van de Tartaarsche
+posten verwijderd konden zijn. De vrouwen en kinderen plaatsten zich
+midden op het vlot, terwijl de mannen, sommigen met staken, anderen met
+messen, de meesten met stokken gewapend, zich gereed maakten om de
+aanvallers af te slaan. Zij lieten geen geluid hooren, maar het gehuil
+der wolven vervulde de lucht.
+
+Michael Strogoff wilde niet werkeloos blijven. Hij had zich uitgestrekt
+aan de zijde van het vlot, die door de wolven werd aangevallen. Hij had
+zijn mes getrokken en telkenmale als een wolf onder zijn bereik kwam,
+wist hij het hem in de keel te stooten. Harry Blount en Alcide Jolivet
+zaten ook niet stil; zij werkten hard. Hunne makkers stonden hen dapper
+bij. Deze slachting geschiedde in alle stilte, hoewel onderscheidene
+vluchtelingen zich voor ernstige beten niet had kunnen behoeden.
+
+Intusschen scheen de worsteling niet zoo spoedig te zullen eindigen. De
+troep wolven werd steeds aangevuld en de rechteroever der Angara scheen
+er van te wemelen.
+
+»Houdt het dan nooit op!” zeide Alcide Jolivet, zijn dolk, rood van het
+bloed, rondzwaaiende.
+
+En inderdaad renden, een half uur nadat het gevecht begonnen was, de
+wolven nog bij honderden over de ijsschotsen.
+
+De uitgeputte vluchtelingen werden toen zichtbaar zwakker. Het gevecht
+begon in hun nadeel te staan. Op dit oogenblik maakte een troep van
+tien groote wolven, dol van woede en honger en wier oogen in de
+duisternis als kolen vuurs schitterden, zich van het plat van het vlot
+meester. Alcide Jolivet en zijn makker wierpen zich midden tusschen
+deze vreeselijke dieren en Michael Strogoff kroop naar hen toe, toen er
+plotseling een front-verandering plaats greep.
+
+Binnen eenige seconden hadden de wolven niet alleen het vlot, maar ook
+de in den stroom verspreide ijsschotsen verlaten. Al die donkere
+gedaanten verspreidden zich en het was spoedig blijkbaar dat zij, met
+den meesten spoed, naar den rechteroever van den stroom waren
+teruggekeerd.
+
+Om te handelen hadden die wolven de duisternis noodig en thans
+verlichtte een helle gloed de Angara over haar geheelen loop.
+
+Het was het schijnsel van een hevigen brand. Het stadje Poshkavsk stond
+geheel in vlammen. Nu waren er de Tartaren dan toch aan het werk. Van
+dit punt bezetten zij de beide oevers tot voorbij Irkoetsk. Nu kwamen
+de vluchtelingen aan de gevaarlijkste streek van hun doortocht en zij
+waren nog dertig wersten van de hoofdstad verwijderd.
+
+Het was half twaalf ’s avonds. Het vlot vervolgde in het donker zijn
+tocht door de ijsschotsen, waarmede zijn vorm geheel te samen smolt;
+maar soms werd het door breede lichtstrepen bestraald. Ook
+veroorloofden de op het dek van het vlot uitgestrekte vluchtelingen
+zich geene enkele beweging die hen zou hebben kunnen verraden.
+
+De brand van het stadje geschiedde met buitengemeene hevigheid. De van
+dennenhout gebouwde huizen brandden als hars. Er brandden er honderd
+vijftig te gelijk. Aan het geknetter der vlammen paarde zich het gebrul
+der Tartaren. De oude schipper had een steunpunt genomen op de
+omringende ijsschotsen, vanwaar hij het vlot naar den rechteroever
+terugduwde, zoodat een afstand van drie tot vierhonderd voet het toen
+van de brandende steile oevers van Poshkavsk scheidde.
+
+Niettemin zouden de vluchtelingen, die telkenmale eenige oogenblikken
+verlicht waren, zeker ontdekt zijn geworden, zoo de brandstichters het
+met de vernieling van het stadje niet te druk hadden gehad. Maar men
+zal kunnen begrijpen hoe Alcide Jolivet en Harry Blount te moede waren,
+als zij dachten aan de brandbare vloeistof, waarop het vlot dreef.
+
+Intusschen vlogen bundels vonken uit de huizen, die gloeiende ovens
+schenen. In het midden der rookkolommen stegen die vonken tot eene
+hoogte van vijf- of zes honderd voet naar boven. Op den rechteroever,
+die vlak tegenover den brand gelegen was, vertoonden de boomen en
+oevergebergten zich alsof ze in vlam stonden. Nu had slechts een vonk
+op het watervlak der Angara te vallen en de brand deelde zich aan het
+stroomende water mede, waardoor de ramp zich van oever tot oever zou
+hebben uitgestrekt. Het was de vernieling, in weinig tijds, van het
+vlot en van hen die het meevoerde.
+
+Maar gelukkig woeien de nachtelijke zuchtjes niet naar den kant van het
+vlot. Zij bleven uit het oosten blazen en sloegen de vlammen naar de
+linkerzijde. Er bestond dus mogelijkheid dat de vluchtelingen aan dit
+nieuwe gevaar zouden ontsnappen.
+
+En werkelijk kwam men eindelijk voorbij het brandende vlek.
+Langzamerhand verflauwde de gloed van den brand, het geknetter
+verminderde en de laatste schijnsels verdwenen achter de hooge steile
+oevers bij eene scherpe bocht der Angara.
+
+Het was omstreeks middernacht. De duisternis, die weder ingetreden was,
+beschutte het vlot opnieuw. De Tartaren, die er waren, liepen heen en
+weer aan beide oevers. Men zag ze niet, maar men hoorde hen. De vuren
+der voorposten waren buitengewoon helder.
+
+Intusschen werd het noodzakelijk om tusschen de opzettende ijsschotsen
+met meer nauwkeurigheid te sturen.
+
+De oude schipper stond op en de moejieks namen hunne boomen weder op.
+Allen hadden de handen vol en de besturing van het vlot werd steeds
+moeielijker, want de bedding van den stroom vernauwde zich merkbaar.
+
+Michael Strogoff was naar het voorste gedeelte geslopen.
+
+Alcide Jolivet was hem gevolgd.
+
+Beiden luisterden naar hetgeen de schipper en zijne lieden spraken.
+
+»Houd rechts de wacht!”
+
+»Daar komen de ijsschotsen links opzetten.”
+
+»Houd af! Houd af met je boom!”
+
+»Binnen een uur liggen we stil!....”
+
+»Als God het wil!” antwoordde de oude schipper. »Tegen zijn wil is
+niets te doen.”
+
+»Verstaat gij hen,” zeide Alcide Jolivet.
+
+»Ja,” antwoordde Michael Strogoff, »maar God is met ons!”
+
+Intusschen verergerde de toestand meer en meer. Indien de vaart van het
+vlot gestaakt moest worden, zouden de vluchtelingen niet alleen
+Irkoetsk niet bereiken, maar zij zouden genoodzaakt worden hun
+drijvenden toestel te verlaten, die, door de ijsschotsen verbrijzeld,
+spoedig onder hunne voeten zou wegzinken. De teenen banden zouden
+breken, de met geweld vaneengescheiden pijnboomstammen zouden onder de
+harde korst geraken en er zou den ongelukkigen niets dan de ijsschotsen
+zelven tot wijkplaats overblijven. Bij het aanbreken van den dag zouden
+zij door de Tartaren ontdekt en zonder genade vermoord worden!
+
+Michael Strogoff begaf zich weder naar achteren, waar Nadia hem
+wachtte. Hij naderde het meisje, greep hare hand en deed haar deze
+onveranderlijke vraag: »Nadia, zijt ge gereed?” waarop zij, als altijd,
+ten antwoord gaf:
+
+»Ik ben gereed!”
+
+Het vlot bleef nog eenige wersten lang tusschen het drijfijs afzakken.
+Indien de Angara nauwer werd, zou er eene verstopping ontstaan en zou
+het bijgevolg onmogelijk worden, den stroom te volgen. Reeds was er
+minder drift in het vlot. Ieder oogenblik schokken of afwijkingen. Hier
+eene aanvaring te vermijden, daar eene geul op te zoeken. Om kort te
+gaan, vele onrustbarende vertragingen.
+
+En de nacht zou nog maar eenige uren duren. Zoo de vluchtelingen
+Irkoetsk niet vóor vijf uur ’s morgen bereikten, konden zij de hoop wel
+opgeven om er ooit binnen te komen.
+
+Om half twee stiet het vlot, niettegenstaande alle aangewende pogingen,
+tegen eene zware versperring en lag het voor goed stil. De ijsschotsen,
+die van boven afdreven, liepen op het vlot aan, drukten het tegen de
+verstopping en maakten het zoo onbeweeglijk, alsof het op eene klip
+gestrand ware.
+
+Op deze plaats vernauwde de Angara zich en besloeg hare bedding slechts
+de helft der gewone breedte. Vandaar opeenhooping van ijsschotsen, die
+zich langzamerhand aaneengehecht hadden onder den dubbelen invloed der
+samenpersing, die belangrijk was, en van de koude, wier hevigheid
+verdubbelde. Vijfhonderd schreden benedenwaarts verbreedde zich het bed
+van den stroom weder en de ijsschotsen, die daar langzaam van den rand
+van het ijsveld losraakten, vervolgden hun tocht naar Irkoetsk. Het was
+dus waarschijnlijk dat, zonder deze vernauwing, de opstopping zich niet
+zou gevormd hebben en dat het vlot zijne vaart zou hebben kunnen
+vervolgen. Maar het was een onherstelbaar ongeluk en de vluchtelingen
+moesten alle hoop om hun doel te bereiken, opgeven.
+
+Hadden zij gereedschap ter hunner beschikking gehad, zooals de
+walvischvaarders het gewoonlijk gebruiken, om zich kanalen door de
+ijsvelden te openen; hadden zij het ijsveld kunnen doorzagen tot aan de
+plek waar de rivier breeder werd, de tijd zou hun er wellicht niet voor
+ontbroken hebben. Maar geene zaag, geen houweel, niets wat hen in staat
+stelde die korst aantetasten, welke door de koude zoo hard als graniet
+was geworden.
+
+Welk besluit te nemen?
+
+Op dit oogenblik knalden geweerschoten op den rechteroever der Angara.
+Een hagelbui van kogels kwam in de richting van het vlot. Waren de
+ongelukkigen dan ontdekt? Waarschijnlijk want ook van den linkeroever
+werd geweervuur gehoord. De alzoo tusschen twee vuren geplaatste
+vluchtelingen werden het mikpunt der Tartaarsche schutters. Enkelen
+hunner werden door die kogels verwond, hoewel ze, in de duisternis, hen
+slechts bij toeval bereikten.
+
+»Kom, Nadia,” fluisterde Michael Strogoff aan het oor van het meisje.
+
+Zonder eene opmerking, tot alles gereed, vatte Nadia de hand van
+Michael Strogoff.
+
+»We moeten de verstopping over,” zeide hij zacht tot haar. »Leid mij,
+maar dat niemand ons het vlot zie verlaten!”
+
+Nadia gehoorzaamde. Michael Strogoff en zij slopen snel over het
+ijsveld, in eene duisternis, die hier en daar door het flikkeren van
+geweerschoten afgebroken werd.
+
+Nadia kroop Michael Strogoff vooruit. De kogels vielen als eene hevige
+hagelbui om hen heen en kletterden tegen de ijsschotsen. De oppervlakte
+van het ijsveld deed door zijne oneffenheden en scherpe kanten hunne
+handen bloeden, maar zij kwamen toch vooruit.
+
+Tien minuten daarna werd de benedenrand van de verstopping bereikt.
+Daar was het water der Angara weder open. Eenige schotsen,
+langzamerhand van het ijsveld losgeraakt, volgden weder den stroom en
+zakten naar de stad af.
+
+Nadia begreep wat Michael Strogoff beproeven wilde. Zij zag eene schots
+die nog maar met eene dunne strook vastzat.
+
+»Kom mede,” zeide Nadia.
+
+En beiden gingen op dit ijsbrok liggen, dat door eene lichte
+schommeling van de verstopping los raakte.
+
+De ijsschots begon af te drijven. Daar het bed der rivier breeder werd
+was de weg open.
+
+Michael Strogoff en Nadia luisterden naar de geweerschoten, de
+noodkreten en het gebrul der Tartaren, dat zich bovenwaarts liet
+hooren... Daarna stierven de geluiden van hevigen angst en wreedaardige
+woede langzamerhand in de verte weg. »Arme makkers!” mompelde Nadia.
+
+De stroom voerde de ijsschots, waarop Michael Strogoff en Nadia zich
+bevonden, gedurende een half uur snel mede. Ieder oogenblik konden ze
+vreezen dat zij onder hen zou wegzinken. In den stroomdraad geraakt,
+volgde zij het midden der rivier en het zou dan eerst noodig zijn om
+haar eene schuinsche richting te geven, wanneer het oogenblik om de
+kaden van Irkoetsk aan te doen, daar zou zijn. De tanden op elkander
+gesloten en het oor gespitst, sprak Michael Strogoff geen enkel woord.
+Nooit was hij het doel zoo nabij geweest. Hij gevoelde dat hij op het
+punt was het te bereiken!...
+
+Tegen twee uur des morgens schitterde een dubbele rij lichten tegen den
+donkeren gezichteinder, waarin beide oevers der Angara ineenvloeden.
+
+Rechts was ’t het licht dat van Irkoetsk uitstraalde. Ter linkerhand
+waren het de vuren van het Tartaarsche kamp.
+
+Michael Strogoff was nog slechts op een halve werst van de stad.
+
+»Eindelijk!” mompelde hij.
+
+Maar plotseling deed Nadia een kreet hooren.
+
+Op dezen kreet ging Michael Strogoff overeind staan op de ijsschots die
+waggelde. Hij strekte zijn hand naar de Angara uit. Zijn gelaat, door
+blauwachtige schijnsels verlicht, werd vreeselijk om te aanschouwen en
+toen, alsof hij het gezicht teruggekregen had, riep hij uit:
+
+»Ach! God zelf is dan tegen ons!”
+
+
+
+
+
+
+
+
+XXIX.
+
+IRKOETSK.
+
+
+Irkoetsk, de hoofdstad van Oostelijk-Siberië is eene stad, die, in
+gewone tijden, een bevolking van dertig duizend inwoners telt. Een
+redelijk steile oever, die zich op de rechterzijde van de Angara
+verheft strekt tot grondlaag voor hare kerken, die door de hoofdkerk
+beheerscht worden en voor hare in schilderachtige wanorde geplaatste
+huizen.
+
+Op een zekeren afstand van de hoogte van den berg gezien, die zich op
+twintig wersten op den Siberischen grooten weg verheft, vertoont het
+een eenigszins Oostersch aanzien met zijne koepels; zijne klokketorens,
+zijne spitse naalden gelijk aan minarets, zijne domtorens zoo buikig
+als Japansche poppen. Maar dat voorkomen wijkt van de oogen der
+reizigers, zoodra hij de stad is binnengetreden. De half Byzantijnsche,
+half Chineesche stad herneemt een Europeesch karakter door hare
+mac-adam straten, voorzien van trottoirs, met goten doorsneden en met
+reusachtige berkeboomen beplant; door hare half baksteenen, half houten
+huizen, waarvan er eenigen onderscheidene verdiepingen hebben; door de
+talrijke rijtuigen die haar doorkruisen, niet alleen tarentassen en
+telega’s maar coupé’s en kalessen; eindelijk door eene geheele klasse
+zeer beschaafde inwoners, aan wie de laatste Parijsche modes niet
+vreemd waren.
+
+Op dit tijdstip was Irkoetsk, als wijkplaats voor de Siberiërs uit de
+provincie, overvol. De hulpmiddelen van allerlei soort, waren er in
+overvloed voorhanden. Irkoetsk is het entrepôt van de tallooze
+koopmanschappen die tusschen China, Middel-Azië en Europa geruild
+worden. Men had dus niet geschroomd er de landlieden uit de vallei der
+Angara, Mongoolsche Khalkas, Tongoesen en Boeretiërs heen te lokken en
+de woestijn zich tusschen de overweldigers en de stad te laten
+uitstrekken.
+
+Irkoetsk is de verblijfplaats van den gouverneur-generaal van
+Oost-Siberië. Onder hem staat een burgerlijk gouverneur, in wiens
+handen het beheer der provincie vereenigd is, een politiemeester die
+het in zijn stad vol ballingen zeer druk heeft en eindelijk een
+burgemeester, hoofd der kooplieden, een persoon zeer aanzienlijk wegens
+zijne onmetelijke bezittingen en den invloed dien hij op de door hem
+geregeerden uitoefent.
+
+Het garnizoen van Irkoetsk bestond toen uit een regiment kozakken te
+voet, dat ongeveer twee duizend man telde, en uit een korps stedelijke
+gendarmen met helm en blauwe met zilver geboorde uniform.
+
+Bovendien is het bekend dat de broeder van den czaar, tengevolge van
+bijzondere omstandigheden, sedert het begin van den inval, in de stad
+was opgesloten.
+
+Deze omstandigheid moet nader omschreven worden.
+
+Eene reis van staatkundig gewicht had den grootvorst naar deze
+verwijderde streken van Oostelijk-Azië gevoerd.
+
+Na de voornaamste Siberische steden doorgetrokken te zijn had de
+grootvorst, die meer als soldaat dan als vorst reisde, zich zonder
+eenige praal, door zijne officieren vergezeld en begeleid door eene
+afdeeling kozakken, naar de streken aan gene zijde van het meer Baïkal
+begeven.
+
+Nikolaevsk, de laatste Russische stad op het kustgebied der zee van
+Okhotsk, was door hem met een bezoek vereerd.
+
+Van de grenzen van het onmetelijke Moscovitische rijk kwam de
+grootvorst naar Irkoetsk terug, vanwaar hij de terugreis naar Europa
+dacht aan te nemen, toen hij de tijding ontving van den zoo
+plotselingen, als dreigenden inval. Hij haastte zich naar de hoofdstad
+terug te keeren, maar toen hij er aankwam, was de gemeenschap met
+Rusland op het punt van afgebroken te worden. Hij ontving nog eenige
+telegrammen uit Petersburg en Moskou en hij kon ze zelfs beantwoorden.
+Daarna werd de draad, onder de ons bekende omstandigheden, afgesneden.
+
+Irkoetsk was van het overige deel der wereld afgezonderd.
+
+De grootvorst kon zich bepalen tot het regelen der verdediging en dit
+deed hij met die standvastigheid en die koelbloedigheid waarvan hij in
+andere omstandigheden, onwedersprekelijke bewijzen heeft gegeven.
+
+De berichten omtrent het innemen van Ichim, Omsk en Tomsk kwamen
+achtereenvolgens te Irkoetsk aan. Men moest dus, tot elken prijs, de
+hoofdstad van Siberië voor vermeestering vrijwaren. Op spoedige hulp
+kon men niet rekenen. De geringe troepenmacht in de provinciën van den
+Amoer en in het gouvernement van Irkoetsk verspreid, kon niet in
+genoegzamen getale oprukken om de Tartaarsche kolonnes tegen te houden.
+En daar Irkoetsk nu onmogelijk aan eene insluiting kon ontsnappen, was
+het vooral zaak de stad in staat te stellen een beleg van eenigen duur
+te kunnen weerstaan.
+
+Deze werken werden aangevangen op den dag waarop Tomsk in handen der
+Tartaren viel. Tegelijk met dat bericht, vernam de grootvorst dat de
+emir van Boekhara en de verbonden khans de beweging in persoon
+aanvoerden, maar wat hij niet wist, was dat de luitenant dezer
+barbaarsche opperhoofden Ivan Ogareff was, dien hij zelf van zijn rang
+vervallen had verklaard en dien hij niet kende.
+
+Gelijk men gezien heeft werden de bewoners der provincie Irkoetsk al
+dadelijk gedwongen steden en vlekken te verlaten. Zij, die niet de wijk
+naar de hoofdstad namen, moesten zich achter het meer Baïkal
+terugtrekken, omdat het niet waarschijnlijk was dat de inval zijne
+verwoestingen tot daar zou uitbreiden. De oogst van graan en veevoeder
+werd voor de stad in beslag genomen en dit laatste bolwerk der
+Moscovitische macht in het verre oosten in staat gesteld om eenigen
+tijd weerstand te bieden.
+
+Irkoetsk, in 1611 gesticht, is gelegen aan de samenvloeiing van de
+Irkoet en de Angara, op den rechteroever van dezen stroom. Twee houten
+bruggen op paalwerk gebouwd en zoodanig ingericht dat zij over de volle
+breedte van het vaarwater ten dienste der scheepvaart konden geopend
+worden, verbonden de stad aan hare voorsteden, die zich op den
+linkeroever uitstrekken. Aan deze zijde was de verdediging gemakkelijk.
+De voorsteden werden verlaten en de bruggen vernield. De overtocht der
+op dit punt zeer breede Angara zou, onder het vuur der belegerden, niet
+mogelijk zijn geweest. Maar de stroom kon boven en beneden de stad
+overgetrokken worden en bijgevolg stond Irkoetsk bloot om aan de
+oostzijde, door geen ringmuur beschermd, te worden aangetast.
+
+Aan de vestingwerken werd dus allereerst gearbeid. Men werkte dag en
+nacht. De grootvorst vond eene volijverige bevolking aan den gang, die
+hij later als dappere verdedigers zou terugvinden. Soldaten,
+kooplieden, ballingen, landlieden allen offerden zich voor het gemeene
+welzijn op. Acht dagen voordat de Tartaren aan de Angara verschenen,
+waren aarden wallen opgericht. Een gracht met water uit de Angara
+gevuld, was tusschen de eskarp en de contre-eskarp gegraven. De stad
+kon nu niet meer bij verrassing worden ingenomen; zij moest berend en
+belegerd worden.
+
+De derde Tartaarsche kolonne—dezelfde die de vallei der Jeniseï was
+opgetrokken—verscheen 24 September in het gezicht van Irkoetsk. Zij nam
+dadelijk de verlaten voorsteden in bezit, waarvan de huizen echter
+vernield waren, om de werking der ongelukkigerwijze te zwakke
+artillerie van den grootvorst niet te hinderen.
+
+De Tartaren namen dus stelling in afwachting der aankomst van de beide
+andere kolonnes, aangevoerd door den emir en zijne bondgenooten.
+
+De vereeniging der onderscheidene korpsen had plaats op 25 September in
+het kamp van de Angara en het geheele leger, uitgenomen de bezettingen
+in de voornaamste veroverde steden achtergelaten, was nu saamgetrokken
+onder bevel van Feofar-Khan.
+
+Daar Ivan Ogareff den overtocht der Angara vóor Irkoetsk niet doenlijk
+vond, stak eene sterke troepen-afdeeling eenige wersten benedenwaarts
+den stroom over op schipbruggen. De grootvorst deed geene poging om
+zich tegen dezen overtocht te verzetten. Hij had dien kunnen
+belemmeren, maar niet verhinderen, omdat hij geen veldgeschut tot zijne
+beschikking had en daarom hield hij zich wijselijk binnen Irkoetsk
+opgesloten.
+
+De Tartaren hadden dus den rechteroever van den stroom bezet;
+vervolgens trokken zij naar de stad op, staken onderweg het
+zomerverblijf van den gouverneur-generaal, gelegen in de bosschen aan
+het bovengedeelte der Angara, in brand en namen zij eindelijk hunne
+stellingen voor het beleg in, na Irkoetsk geheel omsingeld te hebben.
+
+Als bekwaam ingenieur was Ivan Ogareff gewis in staat om de
+werkzaamheden van een geregeld beleg te besturen; maar de materieele
+middelen ontbraken hem om spoedig te handelen. Daarom had hij ook
+gehoopt Irkoetsk, het doel van al zijn streven, bij verrassing in te
+nemen.
+
+De zaken waren dus anders geloopen dan hij berekend had. Aan de eene
+zijde de marsch van het Tartaarsche leger vertraagd door den veldslag
+van Tomsk, aan den anderen kant de spoed door den grootvorst bij de
+verdedigingswerken aangewend: deze twee redenen waren voldoende geweest
+om zijn plan te doen schipbreuk lijden. Hij zag zich dus genoodzaakt
+een geregeld beleg te voeren.
+
+Intusschen beproefde de emir op zijn raad tweemaal, om de stad, ten
+koste van veel volk, in te nemen. Hij wierp zijne manschappen tegen
+eenige zwakke punten der aarden versterkingen; maar beide stormen
+werden allermoedigst afgeslagen. De grootvorst en zijne officieren
+ontzagen zich niet bij deze gelegenheid. Zij waren voorop en sleepten
+de bevolking mede naar de wallen. Burgers en moejieks vervulden hun
+plicht op bewonderenswaardige wijze. Bij het tweede stormloopen waren
+de Tartaren er in geslaagd een der poorten van de omwalling met geweld
+binnen te dringen. Er had een gevecht plaats aan het begin der
+Bolchaïa-straat die twee wersten lang is en die op de oevers der Angara
+uitloopt. Maar Kozakken, gendarmes en burgers boden hevigen wederstand,
+zoodat de Tartaren naar hunne stellingen moesten terugtrekken.
+
+Ivan Ogareff dacht er toen over om door verraad te verkrijgen, wat het
+geweld hem niet verschaffen kon. Men weet dat hij van plan was de stad
+binnen te dringen, den grootvorst te naderen, zijn vertrouwen te
+winnen, op een gegeven oogenblik een der poorten aan de belegeraars
+over te leveren, en om daarna zijn wraak aan den broeder des czaars te
+koelen.
+
+De zigeunerin Sangarre, die hem naar het kamp aan de Angara vergezeld
+had, zette hem aan om dit plan ten uitvoer te brengen.
+
+Inderdaad moest er zonder dralen gehandeld worden. De Russische troepen
+uit het gouvernement Jakoetsk rukten op Irkoetsk aan. Zij hadden zich
+vereenigd aan den bovenloop der Lena, vanwaar zij in de vallei van dien
+naam oprukten. Binnen zes dagen zouden zij aangekomen zijn. Voor dat
+zes dagen verstreken waren moest Irkoetsk dus bij verraad overgeleverd
+zijn.
+
+Ivan Ogareff aarzelde dus niet langer.
+
+Op den 2den October, des avonds, werd er in de groote zaal van het
+paleis van den gouverneur-generaal krijgsraad gehouden. De grootvorst
+hield daar zijn verblijf.
+
+Dit paleis aan het uiteinde van de Bolchaïa-straat staande, beheerschte
+den loop van den stroom over eene groote uitgestrektheid. Door de ramen
+van den hoofdgevel bespeurde men het Tartaarsche kamp, en
+belegeringsgeschut dat verder droeg dan dat der Tartaren, zou het
+onbewoonbaar gemaakt hebben.
+
+De grootvorst, generaal Woranzoff en de stedelijke gouverneur, het
+hoofd der kooplieden, bijgestaan door eenige hoofdofficieren, hadden
+juist eenige beschikkingen vastgesteld.
+
+»Mijne heeren,” sprak de grootvorst, »gij zijt nauwkeurig met onzen
+toestand bekend. Ik koester de vaste hoop dat wij het tot aan de
+aankomst der troepen uit Jakoetsk zullen kunnen uithouden. Dan zullen
+wij die barbaarsche horden wel verjagen en het zal niet van mij
+afhangen dat zij deze overweldiging van het Moscovische grondgebied ten
+duurste zullen betalen.”
+
+»Uwe Hoogheid weet dat zij op de geheele bevolking van Irkoetsk staat
+kan maken,” antwoordde generaal Woranzoff.
+
+»Ja generaal,” antwoordde de grootvorst, »en ik breng hulde aan hare
+vaderlandsliefde. Door ’s Hemels goedheid heeft zij de verschrikkingen
+van besmettelijke ziekten of hongersnood nog niet behoeven te verduren
+en ik heb reden om te gelooven dat zij daar buiten zal blijven; maar op
+de wallen heb ik haren moed slechts kunnen bewonderen. Heer, hoofd der
+kooplieden, gij hoort mijne woorden en ik zal u verzoeken die wel te
+willen overbrengen.”
+
+»Ik zeg Uwe Hoogheid dank in naam der stad,” antwoordde het hoofd der
+kooplieden. »Zou ik haar mogen vragen binnen welk uiterst tijdstip zij
+verwacht, dat het hulpleger zal aankomen?”
+
+»Binnen zes dagen op zijn hoogst, mijnheer,” was het antwoord van den
+grootvorst. »Een behendig en moedig zendeling is dezen morgen in de
+stad kunnen binnendringen en hij heeft mij bericht dat vijftig duizend
+Russen met versnelden marsch, onder bevel van generaal Kisselef,
+aanrukken. Twee dagen geleden waren zij te Kirensk aan de boorden van
+Lena en nu zullen koude noch sneeuw hunne aankomst meer beletten.
+Vijftig duizend man goede troepen, die de Tartaren in de flank
+aantasten, zullen ons spoedig bevrijd hebben.”
+
+»Ik kan hier nog bijvoegen,” antwoordde het hoofd der kooplieden, »dat
+wanneer Uwe Hoogheid een uitval mocht bevelen, wij gereed zullen zijn
+dat bevel ten uitvoer te brengen.”
+
+»Goed, mijnheer,” antwoordde de grootvorst. »Wacht tot dat de spits
+onzer kolonnes zich op de hoogten vertoont, dan zullen wij de
+overweldigers verpletteren.”
+
+Zich daarna tot generaal Woranzoff wendende, zeide hij:
+
+»Wij zullen morgen de werken op den rechteroever bezien. De Angara
+begint ijsschotsen te kruien, zij zal spoedig vastzitten en, in dat
+geval zouden de Tartaren haar kunnen oversteken.”
+
+»Uwe Hoogheid sta mij toe eene opmerking te maken,” zeide het hoofd der
+kooplieden.
+
+»Ga uw gang, mijnheer.”
+
+»Ik heb de temperatuur meermalen tot dertig à veertig graden onder nul
+zien dalen en de Angara bleef dan kruien, maar raakte niet vast. Dat
+ligt zeker aan haar snellen stroom. Indien de Tartaren dus geen ander
+middel hebben om over den stroom te komen, kan ik Uwe Hoogheid
+verzekeren, dat zij langs dien weg Irkoetsk niet zullen binnen komen.”
+
+De gouverneur-generaal bevestigde de verklaring van het hoofd der
+kooplieden.
+
+»Dat is wel eene gelukkige omstandigheid,” antwoordde de grootvorst.
+»Niettemin zullen wij ons op alles voorbereid houden.”
+
+En zich daarna tot den politiemeester wendende, zeide hij:
+
+»Hebt u mij niets te zeggen, mijnheer?”
+
+»Ik heb,” antwoordde de politiemeester, »Uwe Hoogheid met een
+smeekschrift in kennis te stellen, dat door mijne tusschenkomst aan U
+gericht is.”
+
+»Aan mij gericht door...?”
+
+»Door de Siberische ballingen die, zoo als Uwe Hoogheid weet, zich ten
+getale van vijfhonderd in de stad bevinden.”
+
+De over de geheele provincie verdeelde staatkundige ballingen waren
+sedert het begin van den opstand te Irkoetsk verzameld. Zij hadden
+gehoorzaamd aan het bevel om naar de stad te komen en de vlekken te
+verlaten waar zij onderscheidene beroepen uitoefenden, dezen als
+geneesheer, genen als leeraar hetzij aan het gymnasium, hetzij aan de
+Japansche school, hetzij aan de zeevaart-school. Reeds had de
+grootvorst even als de czaar in hunne vaderlandsliefde vertrouwen
+stellende, hen gewapend en in hen dappere verdedigers gevonden.
+
+»Wat vragen de ballingen?” zeide de grootvorst.
+
+»Zij vragen aan Uwe Hoogheid,” antwoordde de politiemeester,
+»vergunning om een bijzonder korps te mogen vormen en om bij den
+eersten uitval de spits uit te maken.”
+
+»Ja,” antwoordde de grootvorst met een gevoel dat hij niet zocht te
+onderdrukken, »die ballingen zijn Russen en zijn in hun recht wanneer
+zij voor hun land willen vechten!”
+
+»Ik meen Uwe Hoogheid te kunnen verzekeren,” zeide de
+gouverneur-generaal, »dat zij geen betere soldaten zal hebben.”
+
+»Maar zij moeten een hoofd hebben,” antwoordde de grootvorst. »Wie zal
+dat wezen?”
+
+»Zij wilden,” zeide de politiemeester, »dat Uwe Hoogheid een hunner,
+die zich bij verschillende gelegenheden onderscheiden heeft, als
+zoodanig zoudt willen aannemen.”
+
+»Is het een Rus?”
+
+»Ja, een Rus uit de Oostzee-provinciën.”
+
+»Hij heet...?”
+
+»Wassili Fedor.”
+
+Deze balling was Nadia’s vader.
+
+Wassili Fedor oefende, gelijk men weet, te Irkoetsk het beroep van
+geneesheer uit. Het was een geleerd en liefdadig mensch en tevens een
+moedig, vaderlandlievend man. Al den tijd, dien hij niet aan de zieken
+wijdde, besteedde hij om de verdediging te regelen. Hij was het die
+zijne makkers in ballingschap tot samenwerken vereenigd had. De tot
+dusverre onder de verschillende klassen der bevolking levende ballingen
+hadden zich zoodanig gedragen, dat zij de aandacht van den grootvorst
+hadden getrokken. In onderscheidene uitvallen hadden zij, met hun
+bloed, hunne schuld aan het heilige Rusland betaald; het heilige ja, en
+als zoodanig door zijne kinderen aangebeden! Wassili Fedor had zich
+heldhaftig gedragen. Zijn naam werd meer dan eens genoemd, maar hij had
+nooit gunsten noch gaven gevraagd en toen de ballingen te Irkoetsk er
+over dachten een bijzonder korps op te richten, wist hij zelfs niet dat
+zij het voornemen hadden hem als hun hoofd te kiezen.
+
+Toen de politiemeester dezen naam voor den grootvorst had uitgesproken,
+antwoordde deze dat hij hem niet onbekend was.
+
+»Inderdaad,” antwoordde generaal Woranzoff, »Wassili Fedor is een
+onverschrokken, moedig man. Zijn invloed op zijne makkers is altijd
+zeer groot geweest.”
+
+»Sedert wanneer is hij te Irkoetsk?” vroeg de grootvorst.
+
+»Sedert twee jaar.”
+
+»En zijn gedrag ...?”
+
+»Zijn gedrag,” antwoordde de politiemeester, »is dat van iemand, die
+zich onderwerpt aan de bijzondere wetten, waaronder hij staat.”
+
+»Generaal,” antwoordde de grootvorst, »wil hem mij dadelijk
+voorstellen.”
+
+De bevelen van den grootvorst werden uitgevoerd en nog geen half uur
+later, werd Wassili Fedor in zijne tegenwoordigheid binnengeleid.
+
+Het was een man van ten hoogste veertig jaar, kloek, met een streng en
+treurig gelaat. Men gevoelde dat zijn geheele leven was samen te vatten
+in dit enkele woord: worstelen; hij had geworsteld en geleden. Zijne
+gelaatstrekken hadden verwonderlijk veel van die zijner dochter Nadia
+Fedor.
+
+Meer dan iemand anders was hij door den Tartaarschen inval in zijn
+teederste genegenheid getroffen, daar hij de grootste hoop van dezen op
+acht duizend wersten van zijne geboortestad verbannen vader
+vernietigde. Een brief had hem den dood zijner vrouw bericht en,
+tegelijkertijd, het vertrek zijner dochter, die van het gouvernement
+vergunning had verkregen om zich bij hem te Irkoetsk te voegen.
+
+Nadia had Riga den 10den Juli moeten verlaten. De inval dagteekende van
+15 Juli. Indien Nadia, op dit tijdstip, de grens was overgetrokken, wat
+was er dan van haar te midden der overweldigers geworden? Men begrijpt
+dat deze vader door ongerustheid verteerd werd, daar hij, sedert dien
+tijd, niets van zijne dochter had vernomen.
+
+Wassili Fedor maakte eene buiging voor den grootvorst en wachtte tot
+hij ondervraagd werd.
+
+»Wassili Fedor,” zeide de grootvorst tot hem, »uwe makkers in de
+ballingschap hebben gevraagd om eene keurbende te vormen. Weten zij dat
+men zich in zoodanig korps tot den laatsten man moet laten dooden?”
+
+»Dat weten zij,” antwoordde Wassili Fedor.
+
+»Zij verlangen u als aanvoerder.”
+
+»Mij, Uwe Hoogheid?”
+
+»Stemt gij er in toe u aan hun hoofd te plaatsen?”
+
+»Ja, indien het welzijn van Rusland het vordert.”
+
+»Commandant Fedor,” sprak de grootvorst, »gij zijt geen balling meer.”
+
+»Ik dank Uwe Hoogheid, maar kan ik hen, die het nog zijn, bevelen?”
+
+»Zij zijn het niet meer!”
+
+Zoo verleende de broeder van den czaar genade aan de makkers zijner
+ballingschap, die nu zijn wapenbroeders waren!
+
+Wassili Fedor drukte vol aandoening de hand, die de grootvorst hem
+toestak en verwijderde zich.
+
+Deze zeide glimlachend, terwijl hij zich tot zijne officieren wendde:
+
+»De czaar zal niet weigeren den genadebrief, dien ik op hem trek,
+aantenemen. Wij hebben helden noodig om de hoofdstad van Siberië te
+verdedigen en ik heb ze daar gemaakt.”
+
+Inderdaad was die gratie aan de ballingen te Irkoetsk verleend, eene
+daad van rechtvaardigheid, die van een goede staatkunde getuigde.
+
+Het was toen nacht geworden. Door de vensters van het paleis schenen de
+vuren van het Tartaarsche kamp, die aan gene zijde van de Angara
+schitterden. De stroom kruide talrijke ijsschotsen, waarvan er eenigen
+tegen de eerste palen van de voormalige houten bruggen bleven liggen.
+Die welke de stroom in de vaargeul hield, dreven met buitengewone
+snelheid af. Het was blijkbaar dat, zoo als het hoofd der kooplieden
+had doen opmerken, de Angara niet gemakkelijk over hare geheele
+oppervlakte kon bevriezen. Het gevaar om van die zijde aangevallen te
+worden, boezemde den verdedigers van Irkoetsk dus geene zorg in.
+
+Het had tien uur ’s avonds geslagen. De grootvorst was op het punt
+zijne officieren te laten weggaan en zich naar zijne vertrekken te
+begeven, toen zich een geraas buiten het paleis deed hooren.
+
+Bijna op hetzelfde oogenblik werd de deur der zaal geopend en verscheen
+er een adjudant die, naar den grootvorst toegaande, zeide:
+
+»Uwe Hoogheid, een koerier van den czaar!”
+
+
+
+
+
+
+
+
+XXX.
+
+EEN KOERIER VAN DEN CZAAR.
+
+
+Eene plotselinge beweging dreef alle leden van den raad naar de half
+openstaande deur. Een koerier van den czaar, te Irkoetsk aangekomen!
+Zoo deze officieren een oogenblik over de onwaarschijnlijkheid van dit
+feit hadden nagedacht, zouden zij het zeker voor onmogelijk hebben
+gehouden.
+
+De grootvorst was haastig naar zijn adjudant toegestapt en zeide:
+
+»Die koerier!”
+
+Er trad een man binnen. Hij zag er uitgeput van vermoeienis uit. Hij
+droeg de kleeding van een Siberischen boer, die versleten en gescheurd
+was en die sporen van kogels vertoonde. Eene Moscovische muts dekte
+zijn hoofd. Eene slecht geheelde houw liep dwars over zijn gelaat. Die
+man had blijkbaar een langen en moeilijken weg afgelegd. De slechte
+toestand van zijn schoeisel bewees zelfs dat hij een gedeelte van zijne
+reis te voet had afgelegd.
+
+»Zijne Hoogheid de grootvorst,” riep hij uit toen hij binnen trad.
+
+De grootvorst ging naar hem toe.
+
+»Gij zijt een koerier van den czaar?” vroeg hij.
+
+»Ja, Uwe Hoogheid.”
+
+»Gij komt....?”
+
+»Van Moskou.”
+
+»Gij hebt Moskou verlaten....?”
+
+»Den 15den Juli.”
+
+»Gij heet....?”
+
+»Michael Strogoff.”
+
+Het was Ivan Ogareff. Hij had den naam en de hoedanigheid aangenomen
+van hem, dien hij tot machteloosheid gedoemd waande. Noch de
+grootvorst, noch iemand anders kenden hem te Irkoetsk en het was zelfs
+niet noodig geweest dat hij zich vermomde. Daar hij zijne voorgewende
+identiteit kon staven, zou niemand aan hem kunnen twijfelen. Door een
+ijzeren wil gesteund, kwam hij alzoo door verraad en moord de
+ontknooping van het invalstreurspel verhaasten.
+
+Na het antwoord van Ivan Ogareff gaf de grootvorst een teeken en
+verwijderden al zijne officieren zich.
+
+De valsche Michael Strogoff en hij bleven alleen in de zaal.
+
+De grootvorst bekeek Ivan Ogareff zeer aandachtig en vroeg toen:
+
+»Gij waart 15 Juli te Moskou?”
+
+»Ja, Uwe Hoogheid en ’s nachts van 14 op 15 Juli, heb ik Zijne
+Majesteit den czaar in het Nieuwe Paleis gezien.”
+
+»Hebt gij een brief van den czaar?”
+
+»Hier is hij.”
+
+En Ivan Ogareff gaf den grootvorst den keizerlijken brief over, die
+microscopische afmetingen had aangenomen.
+
+»Is deze brief u in dien staat ter hand gesteld?”
+
+»Neen, Uwe Hoogheid, maar ik heb den omslag moeten verscheuren, om haar
+beter voor de soldaten van den emir te verbergen.”
+
+»Zijt gij dan bij de Tartaren gevangen geweest?”
+
+»Ja, Uwe Hoogheid, eenige dagen,” antwoordde Ivan Ogareff. »Daarom ben
+ik, hoewel 15 Juli van Moskou vertrokken, zooals de dagteekening van
+den brief aanwijst, eerst 2 October te Irkoetsk aangekomen, dus na eene
+reis van negen en zeventig dagen.”
+
+De grootvorst nam den brief aan. Hij ontvouwde hem en herkende de
+handteekening van den czaar, voorafgegaan door het eigenhandig
+geschreven vaste formulier. Er bleef dus, ten aanzien van de echtheid
+van brief en koerier, geen twijfel over. Had de woeste uitdrukking van
+zijn gelaat den grootvorst aanvankelijk wantrouwen ingeboezemd, waarvan
+hij niets liet blijken, dat wantrouwen was nu geheel geweken.
+
+De grootvorst sprak niet gedurende eenige oogenblikken. Hij las den
+brief zeer langzaam, ten einde den zin er van goed te vatten.
+
+Daarna het gesprek hervattende, vroeg hij:
+
+»Michael Strogoff, weet gij den inhoud van dezen brief?”
+
+»Ja, Uwe Hoogheid. Ik kon in de noodzakelijkheid komen om hem te
+vernietigen opdat hij niet in de handen der Tartaren zou vallen en, in
+dit geval, wilde ik de woorden nauwkeurig aan Uwe Hoogheid
+overbrengen.”
+
+»Gij weet dat deze brief ons gebiedt te Irkoetsk te sterven, liever dan
+de stad over te geven?”
+
+»Ik weet het.”
+
+»Gij weet ook dat hij eene aanwijzing bevat van de bewegingen der
+troepen, die vereenigd zijn, om den inval tot staan te brengen?”
+
+»Ja, Uwe Hoogheid, maar die bewegingen zijn niet gelukt.”
+
+»Wat wilt gij daarmede zeggen?”
+
+»Ik wil zeggen, dat Ichim, Omsk, Tomsk, om slechts van de gewichtigste
+plaatsen der beide Siberiën te spreken, achtereenvolgens door de
+soldaten van Feofar-Khan zijn bezet.”
+
+»Maar is er gevochten? Hebben onze kozakken zich met de Tartaren
+gemeten?”
+
+»Onderscheidene keeren, Uwe Hoogheid.”
+
+»En zijn ze teruggeslagen?”
+
+»Zij waren te zwak in getal.”
+
+»Waar hebben de ontmoetingen, waarvan gij spreekt, plaats gehad?”
+
+»Te Kolivan, te Tomsk....”
+
+Tot hiertoe had Ivan Ogareff slechts de waarheid gezegd, maar met het
+oogmerk om de verdedigers van Irkoetsk aan het wankelen te brengen,
+door de voordeden door de troepen van den emir behaald, te overdrijven,
+voegde hij er bij:
+
+»En eene derde keer vóor Krasnoïarsk.”
+
+»En dit laatste gevecht?....” vroeg de grootvorst, wiens gesloten
+lippen aan zijne woorden bijna geen doortocht lieten.
+
+»Het was meer dan een gevecht, Uwe Hoogheid, het was een veldslag.”
+
+»Een veldslag?”
+
+»Twintig duizend Russen uit de provinciën en uit het gouvernement
+Tobolsk aangerukt, ontmoetten honderd vijftig duizend Tartaren en
+werden, niettegenstaande hun moedig gedrag, vernietigd.”
+
+»Gij liegt!” riep de grootvorst uit, die te vergeefs zijne woede
+trachtte meester te blijven.
+
+»Ik spreek de waarheid, Uwe Hoogheid,” antwoordde Ivan Ogareff. »Ik was
+bij den veldslag van Krasnoïarsk tegenwoordig en daar ben ik gevangen
+genomen!”
+
+De grootvorst hernam zijne bedaardheid en deed Ivan Ogareff door een
+teeken begrijpen, dat hij aan zijne geloofwaardigheid niet twijfelde.
+
+»Op welken dag heeft die veldslag van Krasnoïarsk plaats gehad?” vroeg
+hij.
+
+»Den 5den September.”
+
+»En nu zijn al de Tartaarsche troepen om Irkoetsk verzameld?”
+
+»Allen.”
+
+»En gij schat ze....?”
+
+»Op vier honderd duizend man.”
+
+Nieuwe overdrijving van Ivan Ogareff in het begrooten der sterkte van
+de Tartaarsche troepen en altijd met hetzelfde oogmerk.
+
+»En heb ik niet de minste hulp uit de westelijke provinciën te
+wachten?” vroeg de grootvorst.
+
+»Volstrekt geene, Uwe Hoogheid, ten minste vóor den winter.”
+
+»Welnu, Michael Strogoff, verneem dan dit. Al mocht noch uit het
+westen, noch uit het oosten, mij eenige hulp geworden en al waren die
+barbaren ook zes honderd duizend man sterk, toch zal ik Irkoetsk niet
+overgeven!”
+
+Het boosaardig oog van Ivan Ogareff knipte even. De verrader scheen
+daarmede te willen zeggen, dat de broeder van den czaar zijne rekening
+buiten het verraad maakte.
+
+De grootvorst, die van een zenuwachtig gestel was, had groote moeite om
+zijne kalmte te bewaren, toen hij deze ongunstige tijdingen vernam. Hij
+liep heen en weer door de zaal onder de oogen van Ivan Ogareff, die hem
+verslonden als eene voor zijne wraak bestemde prooi. Hij stond voor de
+vensters stil, hij keek naar de wachtvuren in het Tartaarsche kamp, hij
+trachtte de geluiden op te vangen, waarvan de meesten ontstonden door
+den schok der ijsschotsen, die door den stroom der Angara werden
+meegevoerd.
+
+Er verliep een kwartuur uurs, zonder dat hij eene andere vraag deed.
+Den brief vervolgens weder opnemende, herlas hij er eene zinsnede uit
+en zeide hij:
+
+»Gij weet, Michael Strogoff, dat er op dit oogenblik sprake is van een
+verrader, voor wien ik mij wachten moet?”
+
+»Ja, Uwe Hoogheid.”
+
+»Hij moet trachten vermomd binnen Irkoetsk te dringen, zich van mijn
+vertrouwen meester te maken om daarna, op een gegeven oogenblik, de
+stad aan de Tartaren over te leveren.”
+
+»Dat weet ik alles, Uwe Hoogheid, en ik weet ook dat Ivan Ogareff
+gezworen heeft zich persoonlijk op den broeder van den czaar te
+wreken.”
+
+»Waarom?”
+
+»Men zegt dat die officier door den grootvorst tot een vernederend
+verlies van zijn graad veroordeeld is.”
+
+»Ja.... dat herinner ik mij.... maar dat verdiende de ellendeling die
+later tegen zijn land zou dienen en er een inval van barbaren zou
+heenvoeren!”
+
+»Zijne Majesteit de czaar,” antwoordde Ivan Ogareff, »hechtte er vooral
+veel aan dat gij verwittigd werdt van de booze plannen die Ivan Ogareff
+tegen uwen persoon smeedt.”
+
+»Ja.... de brief deelt mij dat mede....”
+
+»En Zijne Majesteit heeft het mij persoonlijk gezegd en mij
+gewaarschuwd om, op mijne reis door Siberië, tegen dien verrader op
+mijne hoede te wezen.”
+
+»Hebt gij hem ontmoet?”
+
+»Ja, Uwe Hoogheid, na den slag van Krasnoïarsk. Had hij kunnen
+vermoeden dat ik een brief overbracht aan Uwe Hoogheid gericht en
+waarin zijne plannen ontsluierd werden, hij zou mij geene genade
+verleend hebben.”
+
+»Ja, gij waart verloren geweest!” antwoordde de grootvorst. »En hoe
+hebt gij kunnen ontsnappen?”
+
+»Door mij in de Irtisch te werpen.”
+
+»En hoe zijt gij binnen Irkoetsk gekomen?”
+
+»Onder begunstiging van een uitval die dezen avond is gedaan om een
+Tartaarsche afdeeling terug te drijven. Ik heb mij onder de verdedigers
+der stad geschaard, ik heb mij doen herkennen en men heeft mij dadelijk
+voor Uwe Hoogheid gebracht.”
+
+»Goed, Michael Strogoff,” antwoordde de grootvorst. »Gij hebt,
+gedurende die moeielijke zending, moed en ijver betoond. Ik zal het
+niet vergeten. Hebt gij mij eenige gunst te vragen?”
+
+»Geene andere dan de vergunning om aan de zijde van Uwe Hoogheid te
+strijden,” antwoordde Ivan Ogareff.
+
+»Het zij zoo, Michael Strogoff. Van dit oogenblik verbind ik u aan mijn
+persoon en zult gij in dit paleis wonen.”
+
+»En, indien Ivan Ogareff, volgens de bedoeling, die men hem
+toeschrijft, zich onder een valschen naam aan Uwe Hoogheid laat
+voorstellen?....”
+
+»Dan zullen we, dank aan u die hem kent, hem ontmaskeren en ik zal hem
+onder den knoet laten omkomen. Ga.”
+
+Ivan Ogareff, bedenkende dat hij kapitein in het korps koeriers van den
+czaar was, groette op militaire wijze en vertrok.
+
+Ivan Ogareff had zijne onwaardige rol dus met goed gevolg gespeeld. Van
+het vertrouwen van den grootvorst was hij geheel en ten volle
+verzekerd. Hij kon er misbruik van maken, wanneer en waar hij wilde.
+Hij zou hetzelfde paleis bewonen. Hij zou achter de geheimen der
+verdediging komen. Hij had den toestand dus in handen. Niemand te
+Irkoetsk kende hem, niemand kon hem ontmaskeren. Hij besloot dus,
+zonder uitstel, aan het werk te gaan.
+
+Inderdaad drong de tijd. De stad moest over zijn vóor de aankomst der
+Russen uit het noorden en het oosten, en dat was eene zaak van slechts
+weinige dagen. Waren de Tartaren eens meester van Irkoetsk, dan zou het
+niet gemakkelijk op hen te heroveren zijn. Moesten zij het later
+opgeven, dan zouden zij het niet doen zonder het tot den grond toe
+verwoest te hebben en zonder dat het hoofd van den grootvorst voor de
+voeten van Feofar-Khan was gerold.
+
+Ivan Ogareff, die volle vrijheid had om te kijken, waar te nemen, te
+handelen, hield zich reeds den volgenden dag bezig om de wallen te
+bezoeken. Overal werd hij met de hartelijkste gelukwenschen begroet
+door officieren, soldaten en burgers. Die koerier van den czaar was
+voor hen als het ware een band, die hen aan het keizerrijk hechtte.
+Ivan Ogareff verhaalde dan, met een onbeschaamdheid die zich nooit
+verraadde, de verzonnen ongevallen zijner reis. Daarna sprak hij zeer
+behendig, zonder er te veel nadruk op te leggen, over het ernstige van
+den toestand, terwijl hij, zooals hij bij den grootvorst had gedaan, de
+voordeelen door de Tartaren behaald en de krachten waarover deze
+barbaren beschikten, zeer overdreef. Naar zijn zeggen zou de verwachte
+hulp, zoo zij al aankwam, niet afdoende zijn en stond het te vreezen
+dat een onder de muren van Irkoetsk geleverde veldslag even noodlottig
+zou afloopen als de slagen van Kolivan, Tomsk en Krasnoïarsk.
+
+Met deze boosaardige gezegden liep Ivan Ogareff niet te koop. Hij ging
+zeer omzichtig te werk om ze langzamerhand in het gemoed der
+verdedigers van Irkoetsk te doen doordringen. Hij scheen slechts, en
+met tegenzin, te antwoorden, wanneer hij daartoe door vragen gedrongen
+werd. In ieder geval voegde hij er steeds bij, dat men zich tot den
+laatsten man moest verdedigen en dat men liever de stad moest in de
+lucht laten springen, dan haar over te geven!
+
+Het kwaad zou er niettemin om gesticht zijn, zoo dit mogelijk ware
+geweest. Maar de bezetting en de bevolking van Irkoetsk waren te
+vaderlandlievend, om aan het wankelen te worden gebracht. Niemand van
+deze soldaten of burgers, opgesloten in eene stad aan het einde der
+Aziatische wereld, zou er aan gedacht hebben om van overgaaf te
+spreken. De verachting van den Rus voor deze barbaren was grenzenloos.
+
+Van den anderen kant vermoedde niemand de schandelijke rol die Ivan
+Ogareff speelde; niemand kon gissen dat de gewaande koerier van den
+czaar slechts een verrader was.
+
+Eene zeer natuurlijke omstandigheid was oorzaak dat, dadelijk na de
+aankomst van Ivan Ogareff, tusschen hem en een der dapperste
+verdedigers der stad, Wassili Fedor, veelvuldige betrekkingen
+ontstonden.
+
+Men weet door welke onrust deze ongelukkige vader verteerd werd. Wat
+was er van zijne dochter, Nadia Fedor geworden, indien zij Rusland
+verlaten had op den dag, aangegeven in den laatsten brief dien hij uit
+Riga ontvangen had? Trachtte zij nog om door de overheerde provinciën
+te trekken of was zij reeds lang gevangen genomen? De eenige
+verzachting voor zijne smart vond Wassili in een gevecht tegen de
+Tartaren, eene gelegenheid die zich, naar zijn zin, te weinig voordeed.
+
+En, toen Wassili Fedor nu de zoo onverwachte aankomst van een koerier
+des czaars vernam, had hij als een voorgevoel dat deze koerier hem
+tijding van zijne dochter zou brengen. Het was waarschijnlijk slechts
+eene denkbeeldige hoop, maar hij hield er zich aan vast. Was deze
+koerier niet gevangen, toen Nadia het wellicht ook was?
+
+Wassili Fedor ging Ivan Ogareff opzoeken, die deze gelegenheid aangreep
+om in dagelijksche betrekking met den commandant te geraken. Hoopte
+deze renegaat deze omstandigheid te benuttigen? Mat hij iedereen naar
+zich zelven af? Meende hij dat een Rus, zelfs een staatkundige balling,
+laag genoeg kon wezen om zijn land te verraden?
+
+Wat er van zij, Ivan Ogareff beantwoordde, met kunstig geveinsde
+bereidwilligheid, de beleefdheden die Nadia’s vader hem bewees. De
+laatste begaf zich, reeds daags na de aankomst van den gewaanden
+koerier, naar het paleis van den gouverneur-generaal. Daar maakte hij
+Ivan Ogareff bekend met de omstandigheden waaronder zij Europeesch
+Rusland verlaten had en vertelde hem hoe ongerust hij thans ten haren
+opzichte was.
+
+Ivan Ogareff kende Nadia niet, hoewel hij haar ontmoet had op de
+wisselplaats te Ichim, toen zij er zich met Michael Strogoff bevond.
+Maar toen had hij op haar even weinig acht geslagen als op de beide
+dagbladschrijvers, die gelijktijdig in het posthuis waren. Hij kon dus
+aan Wassili omtrent zijne dochter niets mededeelen.
+
+»Maar op welk tijdstip,” vroeg Ivan Ogareff, »zou uwe dochter het
+Russisch grondgebied verlaten hebben?”
+
+»Zoo wat op denzelfden tijd als gij,” antwoordde Wassili Fedor.
+
+»Ik heb Moskou 15 Juli verlaten.”
+
+»Nadia moet op datzelfde tijdstip Moskou verlaten hebben. Haar brief
+meldde het bepaald.”
+
+»Was zij op 15 Juli te Moskou?” vroeg Ivan Ogareff.
+
+»Ja zeker op dat tijdstip.”
+
+»Welnu!....” antwoordde Ivan Ogareff, maar zich bedenkende, zeide hij:
+
+»Maar neen. Ik bedrieg mij.... Ik zou de dagen verwarren....” liet hij
+er op volgen. »Het is ongelukkig zeer waarschijnlijk dat uwe dochter de
+grens zal overschreden hebben en slechts éene hoop blijft u over,
+namelijk: dat zij niet verder zal zijn gegaan, toen zij de berichten
+van den Tartaarschen inval vernam!”
+
+Wassili Fedor liet het hoofd zakken. Hij kende Nadia en hij wist wel
+dat niets haar vertrek zou hebben kunnen tegenhouden.
+
+Ivan Ogareff had weder, zonder noodzaak, een waarlijk wreede daad
+gepleegd. Met éen woord had hij Wassili Fedor gerust kunnen stellen.
+Want hoewel Nadia, onder de omstandigheden die bekend zijn, de
+Siberische grens had overschreden, zou Wassili Fedor, zoo hij de
+dagteekening, waarop zijne dochter zich te Nijni-Novgorod bevond,
+vergeleken had met de dagteekening van het besluit, houdende verbod om
+het verlaten, ongetwijfeld tot het besluit zijn gekomen dat Nadia niet
+aan de gevaren van den inval kon hebben blootgestaan en dat zij zich,
+ondanks haar zelve, nog op het Europeesche grondgebied van het
+keizerrijk bevond.
+
+Ivan Ogareff zijne inborst volgende als een man, wien het lijden van
+anderen niet meer kon treffen, kon dit woord zeggen.... Hij zeide het
+niet.
+
+Wassili Fedor verwijderde zich met een gebroken hart. Na dit onderhoud
+was zijne laatste hoop vervlogen.
+
+Gedurende beide volgende dagen, 3 en 4 October, ontbood de grootvorst
+den gewaanden Michael Strogoff onderscheidene malen en liet hij hem
+alles herhalen wat hij in het kabinet des keizers in het Nieuwe Paleis
+gehoord had. Op al deze vragen voorbereid, antwoordde Ivan Ogareff
+zonder ooit te aarzelen. Met voordacht maakte hij er geen geheim van
+dat het gouvernement van den czaar door den inval ten eenenmale verrast
+was, dat de opstand in het grootste geheim was voorbereid, dat de
+Tartaren reeds van de linie van de Obi meester waren toen het bericht
+van den inval te Moskou aankwam en, eindelijk, dat in de Russische
+provinciën niets gereed was om de troepen ter verdrijving der
+overweldigers noodig, naar Siberië te zenden.
+
+Ivan Ogareff, die in zijn doen en laten volkomen vrij was, ging
+vervolgens Irkoetsk bestudeeren, namelijk den toestand zijner
+versterkingswerken en hunne zwakke punten, ten einde later van zijne
+waarnemingen voordeel te kunnen trekken in het geval, dat eenige
+omstandigheid hem de volvoering van zijne verraderlijke daad mocht
+beletten. In het bijzonder onderzocht hij de Bolchaïa-poort, die hij
+wilde overleveren.
+
+Tweemaal ’s avonds kwam hij op het glacis van deze poort. Hij wandelde
+er zonder vrees van zich bloottestellen aan de schoten der belegeraars,
+wier voorposten zich minstens op eene werst van de wallen bevonden. Hij
+wist wel dat hij geen gevaar liep en dat hij zelfs herkend werd. Ook
+merkte hij eene schim op, die tot aan den voet der aardwerken sloop.
+
+Sangarre beproefde, met levensgevaar, om zich met Ivan Ogareff in
+gemeenschap te stellen. Overigens genoten de belegerden, sedert twee
+dagen, eene rust waaraan de Tartaren hen, sedert den aanvang der
+belegering, niet gewend hadden.
+
+Dit had plaats op bevel van Ivan Ogareff. De luitenant van Feofar-Khan
+had gewild dat elke poging om de stad met geweld te nemen, gestaakt
+werd. Ook nam het geschut een volstrekt stilzwijgen in acht, sedert
+zijne aankomst te Irkoetsk. Misschien—dat hoopte hij ten minste—zou de
+waakzaamheid der belegerden verflauwen. In elk geval zouden duizenden
+Tartaren aan de voorposten gereed staan om zich op de van verdediging
+ontbloote poort te werpen, zoodra Ivan Ogareff hun het tijdstip van
+handelen zou hebben bekend gemaakt.
+
+Dit kon intusschen niet lang uitblijven. De slag moest geslagen worden,
+voordat de Russische korpsen in het gezicht van Irkoetsk aankwamen.
+Ivan Ogareff nam een besluit en dienzelfden avond viel er, van het
+glacis, een briefje in de handen van Sangarre.
+
+Ivan Ogareff had besloten Irkoetsk den volgenden dag, in den nacht van
+5 op 6 October, te twee uur des morgens, over te leveren.
+
+
+
+
+
+
+
+
+XXXI.
+
+DE NACHT VAN 5 OP 6 OCTOBER.
+
+
+Het plan van Ivan Ogareff was met de grootste zorg opgemaakt en,
+behoudens onwaarschijnlijke kansen, moest het gelukken. Het kwam er op
+aan dat de Bolchaïa-poort vrij was op het oogenblik dat hij haar zou
+overleveren. Daarom moest, op dat oogenblik, de aandacht der belegerden
+naar een ander punt der stad worden afgetrokken. Er was alzoo omtrent
+eene afleiding met den emir overeengekomen.
+
+Deze afleiding moest aan de zijde der voorstad van Irkoetsk plaats
+hebben, boven- en benedenwaarts van den stroom, op den rechteroever. De
+aanval op deze punten zou zeer ernstig zijn en tegelijkertijd zou een
+schijn-overtocht van de Angara op haren linkeroever beproefd worden.
+Waarschijnlijk zou de Bolchaïa-poort dan van troepen ontbloot worden,
+te meer omdat de Tartaarsche posten aan die zijde achterwaarts
+verplaatst wordende, het den schijn zou hebben alsof deze ingerukt
+waren.
+
+Men schreef 5 October. Binnen vier en twintig uren moest de hoofdstad
+van Oostelijk-Siberië in handen van den emir zijn en de grootvorst in
+de macht van Ivan Ogareff.
+
+Gedurende dien dag had er eene ongewone beweging plaats in het kamp aan
+de Angara. Uit de ramen van het paleis en van de huizen op de
+rechteroever, zag men duidelijk dat op den tegenoverliggenden oever
+groote toebereidselen werden gemaakt. Talrijke afdeelingen Tartaren
+richtten zich naar het kamp en kwamen van uur tot uur de troepen des
+emirs versterken. Het was de overeengekomen afleiding die, op zeer
+merkbare wijze, werd gereedgemaakt.
+
+Overigens verheelde Ivan Ogareff het niet voor den grootvorst dat er,
+van die zijde, een aanval te vreezen was. Hij wist, zeide hij, dat er
+boven en beneden de stad, eene bestorming zou worden beproefd en hij
+raadde den grootvorst deze meer rechtstreeks bedreigde punten te
+versterken.
+
+Daar de waargenomen toebereidselen den door Ivan Ogareff gegeven raad
+kracht bijzetten, was het dringend noodig daarmede rekening te houden.
+Na het houden van een krijgsraad op het paleis, werden dan ook bevelen
+gegeven om de verdediging samen te trekken op den rechteroever der
+Angara en aan de beide uiteinden der stad, daar waar de aardwerken op
+de rivier steunden.
+
+Dat was juist wat Ivan Ogareff wilde. Hij rekende er natuurlijk niet
+op, dat de Bolchaïa-poort zonder verdedigers zou gelaten worden, maar
+wel dat hun aantal gering zou zijn. Overigens had Ivan Ogareff er voor
+gezorgd dat de afleiding op zoo’n groote schaal zou geschieden, dat de
+grootvorst verplicht zou zijn er zijne geheele beschikbare troepenmacht
+tegen over te stellen.
+
+Bovendien moest eene zeer ernstige gebeurtenis, door Ivan Ogareff
+bedacht, de uitvoering zijner plannen krachtig bevorderen. Al werd
+Irkoetsk niet op twee van de Bolchaïa-poort verwijderde punten en van
+den rechteroever der rivier aangetast, dan zou de bedoelde gebeurtenis
+nog voldoende zijn geweest om de samenwerking der verdedigers naar het
+punt te lokken, waar Ivan Ogareff hen juist wilde hebben. Hij zou,
+tegelijkertijd, eene vreeselijke ramp teweegbrengen.
+
+Alle kansen stonden dus gunstig om de poort, op het bepaalde uur bijna
+onbezet, aan de duizenden Tartaren over te leveren, die onder
+beschutting der dichte oostelijke wouden stonden te wachten.
+
+Gedurende dezen dag, waren de bezetting en de bevolking van Irkoetsk
+voortdurend op den uitkijk. Alle maatregelen, door een ophanden zijnden
+aanval op de tot dusver ontziene punten geboden, waren genomen. De
+grootvorst en generaal Woranzoff bezochten de posten, die op hun bevel
+versterkt waren. Het keurkorps van Wassili Fedor bezette het noordelijk
+gedeelte der stad, maar had in last zich derwaarts te begeven, waar het
+gevaar het grootst was. De rechteroever der Angara was voorzien van het
+weinige geschut dat beschikbaar was. Door deze tijdig genomen
+maatregelen, te danken aan de mededeelingen van Ivan Ogareff zoo van
+pas gedaan, mocht men hopen dat de voorgenomen aanval niet zou
+gelukken. In dat geval zouden de voor het oogenblik ontmoedigde
+Tartaren eene nieuwe poging tegen de stad waarschijnlijk eenige dagen
+uitstellen. En nu konden de door den grootvorst verwachte troepen ieder
+uur aankomen. Het behoud of het verlies van Irkoetsk hing dus slechts
+aan éen draad.
+
+De zon, dien dag te zes uur twintig minuten opgegaan, ging om vijf uur
+twintig minuten onder, na hare schijf gedurende elf uren boven den
+gezichteinder rondgewenteld te hebben. De schemering zou nog twee uur
+tegen den nacht te worstelen hebben. Daarna zou de ruimte in dichte
+duisternis gehuld worden, want dikke wolken stapelden zich in de lucht
+op en de maan, die nieuw was, zou zich niet vertoonen.
+
+Deze diepe duisternis zou de plannen van Ivan Ogareff volkomen
+bevorderen.
+
+Reeds gedurende eenige dagen ging een buitengewoon hevige koude den
+Siberischen winter vooraf en dien avond was zij nog gevoeliger. De op
+den rechteroever der Angara geplaatste soldaten, hadden om hunne
+aanwezigheid te verbergen, geen wachtvuren aangestoken. Zij leden dus
+vreeselijk door deze geduchte daling der temperatuur. Eenige voeten
+onder hen dreven de ijsschotsen voorbij, die den stroom der rivier
+volgden. Men had ze den geheelen dag in gesloten rijen, tusschen de
+beide oevers, zien voorbijdrijven. Deze door den grootvorst en zijne
+officieren opgemerkte omstandigheid, werd als zeer gelukkig beschouwd.
+Het was duidelijk dat, zoo het bed der Angara verstopt werd, de
+overtocht geheel ondoenlijk zou worden. De Tartaren zouden vlotten noch
+schuiten kunnen besturen en het was ook niet aan te nemen dat zij den
+stroom op deze ijsschotsen, als ze zich aan elkander vast hadden
+gehecht, zouden oversteken. Het pas verbonden ijsveld zou aan den
+overgang eener stormkolonne geen voldoenden wederstand hebben geboden.
+
+Maar omdat deze omstandigheid den verdedigers van Irkoetsk gunstig
+scheen, had Ivan Ogareff hare verschijning moeten betreuren. Dit was
+intusschen geenszins het geval! De verrader wist maar al te goed, dat
+de Tartaren den overtocht der Angara niet zouden beproeven en dat hunne
+pogingen van die zijde slechts eene krijgslist zouden zijn.
+
+Intusschen werd de toestand der rivier tegen tien uur ’s avonds
+merkelijk gewijzigd tot groote verrassing der belegerden en, thans,
+niet in hun voordeel. De overtocht, tot dusver onmogelijk, werd
+eensklaps doenlijk. Het bed der Angara was weder open geworden. De
+ijsschotsen, die gedurende de laatste dagen in grooten getale
+voorbijgetrokken waren, verdwenen benedenwaarts en het was veel als er
+nu vijf of zes waren in de ruimte, tusschen beide oevers begrepen. Zij
+vertoonden zelfs de samenstelling niet meer van de in gewone
+omstandigheden en onder den invloed eener regelmatige koude gevormde
+schotsen. Het waren eenvoudige brokken van een of ander ijsveld
+losgescheurd, waarvan de scherpe brokken geene ruwe bobbels vertoonden.
+
+De Russische officieren die deze wijziging in den toestand der rivier
+waarnamen, gaven er den grootvorst kennis van. Overigens was, als reden
+voor die verandering, aantenemen dat de ijsschotsen zich op een nauw
+punt der Angara hadden opgehoopt, zoodanig dat zij eene verstopping
+vormden.
+
+Men weet dat dit het geval was.
+
+De overtocht der Angara stond dus voor de belegeraars open. Daardoor
+waren de Russen genoodzaakt met nog meer oplettendheid wacht te houden.
+
+Tot middernacht viel er niets bijzonders voor. Aan de oostzijde voorbij
+de Bolchaïa-poort, was het volkomen rustig. Geen wachtvuur was er
+zichtbaar in die dichte wouden, die aan den gezichteinder met de laag
+hangende wolken ineensmolten.
+
+In het kamp van de Angara heerschte daarentegen, blijkens het
+veelvuldig verplaatsen van lichten, groote drukte.
+
+Op eene werst boven en beneden het punt waar de wal zich aan den
+steilen rivieroever aansloot, werd een dof geraas vernomen, ’t welk
+aantoonde dat de Tartaren op de been waren, in afwachting van eenig
+sein. Weder verliep er een uur. Niets nieuws.
+
+De klok der hoofdkerk van Irkoetsk zou twee uur slaan en nog had geene
+enkele beweging verraden dat de belegeraars vijandelijke bedoelingen in
+den zin hadden.
+
+De grootvorst en zijne officieren vroegen zich af of zij niet in
+dwaling gebracht waren en of het werkelijk in het plan der Tartaren lag
+om de stad te willen verrassen. De vorige nachten waren, bij lange na,
+zoo kalm niet geweest. Er vielen toen geweerschoten in de richting der
+voorposten, granaten doorkruisten de lucht en thans, niets.
+
+De grootvorst, generaal Woranzoff en hunne adjudanten wachtten dus,
+gereed om, naar gelang der omstandigheden, bevelen te geven.
+
+Men weet dat Ivan Ogareff eene kamer in het paleis had. Het was eene
+vrij groote zaal, gelijkvloers en waarvan de ramen uitkwamen op een
+terras dat er langs liep. Men behoefde slecht eenige schreden op dit
+terras te doen om den geheelen loop der Angara te kunnen overzien. Er
+heerschte eene diepe duisternis in deze zaal. Bij een venster staande,
+wachtte Ivan Ogareff het uur van handelen af. Blijkbaar kon hij alleen
+het sein geven. Dit sein eenmaal gegeven zijnde en het meerendeel der
+verdedigers van Irkoetsk naar de openlijk aangetaste punten opgeroepen
+zijnde, was het zijn voornemen het paleis te verlaten en zijn werk te
+gaan volbrengen. Hij wachtte dus in de duisternis als een wild beest,
+dat gereed is om zich op zijn prooi te werpen.
+
+Intusschen vroeg de grootvorst, eenige minuten voor twee uur om Michael
+Strogoff—den eenigen naam dien hij aan Ivan Ogareff kon geven—bij hem
+te brengen. Een adjudant kwam tot voor zijne kamer, die gesloten was.
+Hij riep hem...
+
+Onbeweeglijk aan het venster staande en onzichtbaar in de schaduw,
+wachtte Ivan Ogareff zich wel antwoord te geven.
+
+Men berichtte dus aan den grootvorst dat de koerier van den czaar, op
+dit oogenblik, niet in het paleis was.
+
+Het sloeg twee uur. Dit was het oogenblik om de met de Tartaren—voor de
+bestorming gereed staande—overeengekomen afleiding te doen aanvangen.
+
+Ivan Ogareff opende het venster zijner kamer en plaatste zich op den
+noordelijken hoek van het terras.
+
+In de schaduw, beneden hem, stroomden de wateren der Angara, die
+brullende op de uitstekende hoeken der pijlers braken.
+
+Ivan Ogareff haalde een stuk lont uit zijn zak, stak het aan en deed
+daarmee een weinig met laadkruit doortrokken vlas of werk ontbranden.
+Dit laatste wierp hij in de rivier...
+
+Het was op bevel van Ivan Ogareff geweest dat stroomen minerale olie op
+de oppervlakte der Angara waren uitgestort!
+
+Boven Irkoetsk werden op den rechteroever naphtabronnen geëxploiteerd,
+tusschen het vlek Poshkavsk en de stad. Ivan Ogareff had besloten om
+dit vreeselijke middel te bezigen om Irkoetsk in brand te steken. Hij
+maakte zich derhalve meester van de onmetelijke vergaarbakken, waarin
+de brandbare vloeistof bewaard werd.
+
+Het afbreken van een muur was voldoende om ze in groote hoeveelheid te
+doen wegstroomen.
+
+Dit was dezen nacht, eenige uren geleden, geschied en daarom dreef het
+vlot, dat den echten koerier van den czaar, Nadia en de vluchtelingen
+overvoerde, op een stroom van minerale olie. Door de bressen in deze
+vergaarbakken, die millioenen kubieke meter inhielden, had de naphta
+zich als een stortvloed naar buiten geworpen en had zij zich, de
+natuurlijke helling van den bodem volgende, over de oppervlakte van de
+rivier verspreid, waarop hare dichtheid haar deed drijven.
+
+Zoo verstond Ivan Ogareff den oorlog! Bondgenoot der Tartaren, handelde
+hij als een Tartaar en tegen zijn eigen landgenooten!
+
+Het brandende werk was op de wateren der Angara geworpen. In een
+oogenblik alsof de stroom uit alkohol bestond, stond de rivier, zoo
+boven- als benedenwaarts, met de snelheid der electriciteit, in vuur.
+Blauwachtige vlammen kronkelden zich tusschen beide oevers. Groote
+roetkleurige dampen dwarrelden er boven. De enkele ijsschotsen die nog
+afdreven, smolten, door het vurige water aangetast, als was boven een
+oven en het verdampte water ontsnapte in de lucht met een oorverdoovend
+gefluit.
+
+Op hetzelfde oogenblik ontbrandde geweervuur ten noorden en ten zuiden
+van de stad. De batterijen in het kamp der Angara vuurden met volle
+lagen. Verscheidene duizenden Tartaren bestormden de aardwerken. De
+huizen op de oevers van hout gebouwd, vatten aan alle zijden vuur. Een
+ontzettende gloed verdreef de schaduw van den nacht.
+
+»Eindelijk!” zeide Ivan Ogareff.
+
+En hij had recht om zich lof toe te zwaaien! De afleiding, die hij
+uitgedacht had, was vreeselijk. De verdedigers van Irkoetsk waren nu
+tusschen den aanval der Tartaren en de verschrikkingen van den brand
+geplaatst. De klokken luidden en al wat onder de bevolking weerbaar
+was, begaf zich naar de aangevallen punten en naar de huizen verteerd
+door het vuur, dat zich aan de geheele stad dreigde mede te deelen.
+
+De Bolchaïa-poort was bijna vrij. Men had er nauwelijks eenige
+verdedigers achtergelaten. En op aanraden van den verrader zelven, én
+opdat de zaak, als zij gebeurd zou zijn, buiten hem en uit
+staatkundigen haat zou kunnen worden verklaard, waren deze weinige
+verdedigers uit het kleine korps ballingen gekozen.
+
+Ivan Ogareff kwam in zijne kamer terug die toen schitterend verlicht
+was door de vlammen der Angara, die zich boven de hekken van het terras
+verhieven. Daarna maakte hij zich gereed om uit te gaan.
+
+Maar nauwelijks had hij de deur geopend, of eene vrouw stortte zich in
+de kamer met natte kleederen en verward haar.
+
+»Sangarre!” riep Ivan Ogareff in het eerste oogenblik van verrassing
+uit en in de verbeelding dat het niemand anders dan de zigeunerin kon
+zijn.
+
+Het was Sangarre niet, het was Nadia.
+
+Op het oogenblik dat het meisje op de ijsschots gevlucht, een kreet had
+geslaakt toen zij de Angara den brand zag verspreiden, had Michael
+Strogoff haar in zijne armen genomen en was hij met haar ondergedoken
+om, in de diepten der wateren zelven, eene beschutting tegen de vlammen
+te zoeken. Men weet dat de schots die hen droeg toen niet meer dan een
+dertig vademen van de eerste kade boven Irkoetsk verwijderd was.
+
+Na onder water gezwommen te hebben, gelukte het Michael Strogoff, met
+Nadia op de kade vasten voet te krijgen.
+
+Eindelijk bereikte Michael Strogoff zijn doel! Hij was te Irkoetsk!
+
+»Naar het paleis van den gouverneur!” zeide hij tot Nadia.
+
+Binnen tien minuten kwamen beiden aan den ingang van dat paleis,
+waarvan de steenen grondlagen door de vurige tongen der Angara werden
+gelekt, maar die door den brand niet bereikt konden worden.
+
+Er voorbij stonden al de huizen op den oever in vlammen.
+
+Zonder moeite traden Michael Strogoff en Nadia dat voor iedereen
+geopende paleis binnen. Door de algemeene verwarring merkte niemand hen
+op, hoewel hunne kleederen doornat waren.
+
+Eene menigte officieren die orders kwamen halen en soldaten die ze
+uitvoerden, vulden de groote zaal gelijkvloers. Daar werden Michael
+Strogoff en het meisje, door een plotseling gedrang van de verschrikte
+menigte, van elkander gescheiden.
+
+Nadia liep verwilderd door de benedenzalen, haar makker roepende en
+vragende om voor den grootvorst te worden gebracht.
+
+Eene deur, die toegang gaf tot eene van licht schitterende kamer,
+opende zich voor haar. Zij trad binnen en bevond zich onverwachts
+tegenover hem dien zij te Ichim gezien had, dien zij te Tomsk gezien
+had, tegenover hem wiens schelmsche hand, een oogenblik later, de stad
+zou overleveren!
+
+»Ivan Ogareff!” riep zij uit.
+
+De ellendeling sidderde toen hij zijn naam hoorde uitspreken. Was zijn
+ware naam bekend, dan leden al zijn plannen schipbreuk. Hem bleef
+slechts eene zaak over: het wezen, dat hem had uitgesproken,
+onverschillig wie het was, te dooden.
+
+Ivan Ogareff wierp zich op Nadia; maar het meisje plaatste zich, met
+een mes in de hand, tegen den muur, gereed om zich te verdedigen.
+
+»Ivan Ogareff!” schreeuwde Nadia nogmaals, wel wetende dat deze
+verachte naam haar hulp zou doen toekomen.
+
+»Zwijg!” zeide de verrader.
+
+»Ivan Ogareff!” schreeuwde het onverschrokken meisje voor de derde maal
+met eene stem, die de haat tienmaal sterker had gemaakt.
+
+Door woede bedwelmd, trok Ivan Ogareff een dolk uit zijn gordel, wierp
+zich op Nadia en drong haar in een hoek van de zaal.
+
+Het ware met haar gedaan geweest, toen de ellendeling, plotseling door
+eene onweerstaanbare kracht opgeheven, op den grond rolde.
+
+»Michael,” riep Nadia uit.
+
+Het was Michael Strogoff.
+
+Michael Strogoff had het geroep van Nadia gehoord. Door hare stem
+geleid, was hij tot aan de kamer van Ivan Ogareff gekomen en door de
+openstaande deur binnengetreden.
+
+»Vrees niets, Nadia,” zeide hij, zich tusschen haar en Ivan Ogareff
+plaatsende.
+
+»Ach!” riep het meisje uit, »neem u in acht, broeder!.... De verrader
+is gewapend!.... Hij ziet goed, hij!....”
+
+Ivan Ogareff was opgestaan en met den blinde gemakkelijk spel meenende
+te hebben, wierp hij zich op Michael Strogoff. Maar de blinde greep den
+helderziende met de eene hand bij den arm en, met de andere zijn wapen
+afwerende, smeet hij hem ten tweeden male op den grond.
+
+Bleek van woede en schaamte, bedacht Ivan Ogareff zich dat hij een
+degen droeg. Hij trok hem uit de scheede en ging er weer op los.
+
+Hij ook had Michael Strogoff herkend. Een blinde! Tenslotte had hij
+slechts met een blinde te doen! De partij stond schoon voor hem!
+
+Nadia bevreesd voor het gevaar dat haar makker in zoo’n ongelijke
+worsteling bedreigde, vloog naar de deur en riep om hulp.
+
+»Nadia, doe die deur dicht!” zeide Michael Strogoff. »Roep niemand en
+laat mij mijn gang gaan! De koerier van den czaar heeft heden van dien
+ellendeling niets te vreezen! Laat hij op mij afkomen, zoo hij durft!
+Ik wacht hem af.”
+
+Intusschen sprak Ivan Ogareff, die als een tijger op de loer lag, geen
+woord. Hij had het geluid van zijn stap, zelfs zijne ademhaling wel
+voor het oor van den blinde willen wegdoen. Hij wilde hem treffen voor
+dat hij hem hoorde naderen; hij wilde hem met een wissen stoot treffen.
+De verrader dacht er niet aan om te vechten, maar om hem, wiens naam
+hij gestolen had, te vermoorden.
+
+Nadia, bevreesd en tegelijkertijd vertrouwende, aanschouwde dit
+vreeselijk tooneel met eene soort van bewondering. Het scheen dat de
+bedaardheid van Michael Strogoff zich plotseling aan haar had
+medegedeeld. Michael Strogoff had, wel is waar, geen ander wapen dan
+zijn Siberisch mes en hij zag zijn tegenstander niet, die met een degen
+gewapend was. Maar door welke hemelsche goedheid scheen hij hem dan den
+meester te zijn? Hoe kwam het dat hij, zonder zich bijna te
+verplaatsen, steeds front maakte tegenover de punt van zijn degen?
+
+Ivan Ogareff bespiedde, met zichtbaren angst, zijn zonderlingen
+tegenstander. De bovenmenschelijke bedaardheid had invloed op hem. Te
+vergeefs zeide hij tot zichzelven dat, wanneer hij met zijne rede te
+rade ging, al het voordeel in zulk een ongelijk gevecht, geheel aan
+zijn kant moest zijn. Die onbeweeglijkheid van den blinde verlamde hem.
+Zijn blik had de plek opgezocht waar hij zijn slachtoffer moest
+treffen.... Hij had haar gevonden!.... Wat weerhield hem dan om er een
+eind aan te maken?....
+
+Eindelijk deed hij een sprong en richtte hij een degenstoot op Michael
+Strogoff’s borst.
+
+Eene bijna onmerkbare beweging van het mes van den blinde weerde den
+stoot af. Michael Strogoff was niet geraakt en wachtte koelbloedig,
+zonder uittarting, een tweeden aanval af.
+
+Een ijskoud zweet druppelde van het voorhoofd van Ivan Ogareff. Hij
+ging een pas achterwaarts en viel toen weer uit. Maar de tweede stoot
+trof evenmin als de eerste. Een eenvoudige afwering met het breede mes
+was voldoende om den nutteloozen degen van den verrader te doen
+afwijken.
+
+Deze, dol van woede en schrik tegenover dat levende standbeeld, richtte
+zijne bevreesde blikken op de wijd geopende oogen van den blinde. Die
+oogen, die tot in het diepst zijner ziel schenen te lezen en niet
+zagen, niet konden zien, die oogen oefenden eene verschrikkelijke
+betoovering op hem uit.
+
+Plotseling liet Ivan Ogareff een kreet hooren.
+
+Er was onverwachts een licht voor zijne gedachte opgegaan.
+
+»Hij ziet,” riep hij uit, »hij ziet!....”
+
+En, als een wild dier dat in zijn hol tracht binnen te sluipen, liep
+hij achteruit, schrede voor schrede en geheel terneergeslagen, naar het
+achtergedeelte der zaal.
+
+Toen kwam er leven in het standbeeld, de blinde liep recht op Ivan
+Ogareff toe en zich vlak voor hem plaatsende, zeide hij:
+
+»Ja, ik zie! Ik zie den knoetslag, waarmee ik u gemerkt heb, verrader
+en lafaard! Ik zie de plek waar ik u nu zal treffen! Verdedig uw leven!
+Ik verwaardig mij u een tweegevecht aan te bieden! Mijn mes zal het
+tegen uw degen opnemen!”
+
+»Hij ziet,” zeide Nadia tot zichzelve. »Barmhartige God, zou het
+mogelijk zijn!”
+
+Ivan Ogareff voelde dat hij verloren was. Maar, door eene opwelling
+zijner wilskracht moed vattende, vloog hij met getrokken degen op zijn
+onwrikbaren tegenstander los. De beide klingen kruisten zich, maar het
+mes van Michael Strogoff, door de hand van een Siberisch jager gevoerd,
+deed den degen in stukken vliegen en de ellendeling viel, in het hart
+getroffen, dood op den grond.
+
+Op dit oogenblik werd de kamerdeur van buiten opengeduwd. De
+grootvorst, door zijne officieren vergezeld, vertoonde zich op den
+drempel.
+
+De grootvorst trad voorwaarts. Hij herkende, in het op den grond
+liggende lijk, dat van hem dien hij voor den koerier des czaars hield.
+
+En toen vroeg hij op dreigenden toon:
+
+»Wie heeft die man gedood?”
+
+»Ik,” antwoordde Michael Strogoff.
+
+Een der officieren legde zijn revolver op zijn slaap aan, gereed om
+vuur te geven.
+
+»Uw naam?” vroeg de grootvorst, voor dat hij bevel gaf hem het hoofd te
+verbrijzelen.
+
+»Uwe Hoogheid vrage mij liever den naam van den man die aan hare voeten
+ligt uitgestrekt!” antwoordde Michael Strogoff.
+
+»Ik herken dien man! Het is een dienaar van mijn broeder! Het is de
+koerier van den czaar!”
+
+»Uwe Hoogheid, die man is geen koerier van den czaar! Het is Ivan
+Ogareff!”
+
+»Ivan Ogareff?” riep de grootvorst uit.
+
+»Ja, Ivan de verrader!”
+
+»Maar gij, wie zijt gij dan?”
+
+»Michael Strogoff!”
+
+
+
+
+
+
+
+
+XXXII.
+
+BESLUIT.
+
+
+Michael Strogoff was niet blind; hij was het nooit geweest. Een zuiver
+menschelijk natuurverschijnsel, van zedelijken en lichamelijken aard,
+had de werking onschadelijk gemaakt van de gloeiende kling, die de
+scherprechter van Feofar voorbij zijne oogen had laten gaan.
+
+Men herinnert zich dat Marfa Strogoff, op het oogenblik der
+strafoefening, daar stond en hare handen naar haar zoon uitstrekte.
+Michael Strogoff keek haar aan zooals een zoon, voor de laatste maal,
+zijne moeder kan aankijken.
+
+Tranen, die met stroomen van zijn hart naar zijne oogen opwelden en die
+zijne fierheid te vergeefs trachtte in te houden, hadden zich onder
+zijne oogleden opgehoopt en, door langs het hoornvlies te verdampen,
+hem het gezicht behouden. De laag van stoom door zijne tranen gevormd,
+zich tusschen de gloeiende sabel en zijne oogappels plaatsende, was
+voldoende geweest om de werking der hitte te vernietigen. Het was een
+soortgelijke uitwerking als zich voordoet wanneer een werkman in eene
+gieterij, na zijne hand in het water gedompeld te hebben, haar door
+eene straal gesmolten ijzer laat gaan zonder letsel te bekomen.
+
+Michael Strogoff had dadelijk begrepen welk gevaar hij zou loopen zoo
+hij zijn geheim, aan wien dan ook, mededeelde. Hij voelde welk voordeel
+hij uit dezen toestand voor de uitvoering zijner voornemens kon
+trekken. Omdat men hem blind waande, zou men hem vrij laten. Hij moest
+dus blind zijn, voor allen, zelfs voor Nadia; hij moest het, in éen
+woord, overal zijn en geen gebaar, mocht, waar ook, aan de oprechtheid
+zijner rol twijfel kunnen doen opperen. Zijn besluit was genomen. Zelfs
+zijn leven moest hij wagen om aan iedereen het bewijs zijner blindheid
+te geven en men weet hoe hij het waagde.
+
+Alleen zijne moeder wist de waarheid; op het plein te Tomsk had hij het
+haar in het oor gefluisterd, toen hij, in de schaduw over haar gebogen,
+haar met zijne kussen overstelpte.
+
+Men zal nu begrijpen dat, toen Ivan Ogareff, uit wreede spotternij, den
+keizerlijken brief voor zijne oogen, die hij uitgedoofd waande, had
+gehouden, Michael Strogoff dien brief—waarin de snoode bedoelingen van
+den verrader ontsluierd werden—had kunnen lezen en hem ook werkelijk
+gelezen had. Vandaar die onomstootelijke wil om Irkoetsk te bereiken en
+er zijne zending mondeling te vervullen. Hij wist dat de stad
+overgeleverd zou worden! Hij wist dat het leven van den grootvorst
+bedreigd was! Het behoud van den broeder des czaars en Siberië waren
+dus nog in zijne handen.
+
+In weinige woorden was dit verhaal aan den grootvorst mede gedeeld en
+Michael Strogoff vertelde ook en met welk eene aandoening! het aandeel
+dat Nadia in die gebeurtenissen had gehad.
+
+»Wie is dat meisje?” vroeg de grootvorst.
+
+»De dochter van Wassili Fedor,” antwoordde Michael Strogoff.
+
+»De dochter van den commandant Fedor,” zeide de grootvorst, »is niet
+meer de dochter ven een balling. Er zijn te Irkoetsk geene ballingen
+meer!”
+
+Niet zoo bestand tegen de vreugde als tegen de smart, viel Nadia aan de
+knieën van den grootvorst, die haar met de eene hand ophield, terwijl
+hij de andere aan Michael Strogoff toestak.
+
+Een uur later lag Nadia in haars vaders armen.
+
+Michael Strogoff, Nadia, Wassili Fedor waren bij elkander. Van
+weerszijden was het eene overstelping van geluk.
+
+De dubbele aanval der Tartaren tegen de stad was afgeslagen.
+
+Wassili Fedor had met zijn troepje de eerste aanvallers verpletterd die
+zich voor de Bolchaïa-poort hadden vertoond, er op rekenende dat zij
+hun geopend zou worden en hij, door een instinctmatig voorgevoel
+gedreven, was er bij blijven staan om de verdediging der poort te
+leiden.
+
+Terzelfder tijde dat de Tartaren teruggeworpen waren, maakten de
+belegerden zich van den brand meester. Daar de vloeiende naphta snel op
+de oppervlakte der Angara verbrand was, hadden de vlammen, die zich tot
+de huizen op den oever bepaalden, de andere wijken der stad gespaard.
+
+Voor het aanbreken van den dag waren de troepen van Feofar-Khan in
+hunne legerplaats teruggekeerd, een goed aantal dooden op de
+buitenzijde der wallen achterlatende.
+
+Onder de dooden bevond zich de zigeunerin Sangarre, die vergeefs
+getracht had om zich bij Ivan Ogareff te voegen.
+
+De belegeraars beproefden, gedurende twee dagen, geen nieuwe
+bestorming. De dood van Ivan Ogareff had hen ontmoedigd. Hij was de
+ziel van den aanval en hij alleen had, door zijne sedert lang op touw
+gezette samenzwering, voldoenden invloed op de khans en hunne horden
+uitgeoefend om hen in eene verovering van Aziatisch Rusland mede te
+slepen.
+
+Intusschen waren de verdedigers van Irkoetsk op hun hoede en duurde de
+omsingeling steeds voort.
+
+Maar den 7den October, bij de eerste schemering, bulderde het geschut
+op de hoogten, die Irkoetsk omringen.
+
+Het was het hulpleger, dat onder de bevelen van generaal Kisselef
+aanrukte en op deze wijze van zijne aankomst aan den grootvorst bericht
+gaf.
+
+De Tartaren draalden niet. Zij wilden de kans van een veldslag onder de
+muren der stad niet wagen en het kamp aan de Angara werd onmiddellijk
+opgebroken.
+
+Irkoetsk was eindelijk verlost.
+
+Met de eerste Russische soldaten waren ook twee vrienden van Michael
+Strogoff de stad binnengekomen. Het waren de onafscheidelijken, Blount
+en Jolivet. Over de ijsverstopping den rechteroever van de Angara
+bereikt hebbende, hadden zij met de overige vluchtelingen kunnen
+ontsnappen, vóordat de vlammen der Angara het vlot bereikt hadden.
+Alcide Jolivet had dit volgenderwijze in zijn zakboekje aangeteekend:
+
+»Op het punt geweest als eene citroen in eene kom punsch om te komen”.
+
+Hunne vreugde was groot, toen zij Nadia en Michael Strogoff gezond en
+wel terugvonden en vooral toen zij vernamen dat hun dappere makker niet
+blind was, hetgeen Harry Blount aanleiding gaf om deze opmerking in te
+schrijven.
+
+»Gloeiend ijzer kan onvoldoende zijn om de gevoeligheid der
+gezichtszenuw te vernietigen. Eene wijziging noodig!”
+
+Daarna hielden de beide correspondenten, nadat zij te Irkoetsk goed
+onder dak waren, zich onledig met hunne reisindrukken in orde te maken.
+Vandaar de verzending naar Londen en naar Parijs van twee
+belangwekkende verhalen betreffende den Tartaarschen inval en die zich,
+zonderlingerwijze, slechts op de minst belangrijke punten tegenspraken.
+
+Overigens was de veldtocht voor den emir en zijne bondgenooten
+ongunstig. Deze inval, even nutteloos als alle andere aanvallen tegen
+den Russischen kolossus, was hun zeer noodlottig. Zij waren spoedig
+door de troepen van den czaar afgesneden, die achtereenvolgens al de
+veroverde steden hernamen. Buitendien was het een vreeselijke winter,
+zoodat van die door koude gedunde troepen, slechts een klein gedeelte
+de steppen van Tartarije terugzag.
+
+De weg van Irkoetsk naar het Oeral-gebergte was nu vrij. De grootvorst
+had haast om naar Moskou terug te keeren, maar hij stelde zijne reis
+uit om bij eene aandoenlijke plechtigheid tegenwoordig te zijn, die
+eenige dagen na den intocht der Russische troepen plaats had.
+
+Michael Strogoff was Nadia gaan bezoeken en had haar, in het bijzijn
+van haar vader, gezegd:
+
+»Nadia, hadt gij, die nu nog mijne zuster zijt, toen gij Riga verliet
+om naar Irkoetsk te gaan, nog een ander verlies dan dat van uwe moeder
+te betreuren?”
+
+»Neen,” antwoordde Nadia, »geen enkel en van geene enkele soort.”
+
+»Dus hebt gij er geen deel van uw hart achtergelaten?”
+
+»Niets, broeder.”
+
+»Welnu, Nadia,” zeide Michael Strogoff, »dan geloof ik dat God, toen
+hij ons bijeenbracht en ons te zamen zulke harde beproevingen deed
+ondergaan, ons niet dan voor altijd heeft willen vereenigen.”
+
+»Ach!” zuchtte Nadia en zij viel in de armen van Michael Strogoff.
+
+En zich naar Wassili Fedor keerende, zeide zij, geheel blozende:
+
+»Vader!”
+
+»Nadia,” antwoordde Wassili Fedor haar, »het zal mij eene vreugde zijn
+u beiden mijne kinderen te noemen.”
+
+De huwelijksplechtigheid had in de hoofdkerk van Irkoetsk plaats. Zij
+was, in de bijzonderheden zeer eenvoudig, maar zij werd zeer
+opgeluisterd door de tegenwoordigheid van de geheele militaire en
+burgerlijke bevolking die een bewijs wilde geven van hare diepe
+erkentelijkheid voor de beide jonge lieden, wier zonderlinge
+ontmoetingen reeds eene geschiedenis vormden.
+
+Alcide Jolivet en Harry Blount woonden natuurlijk het huwelijk bij
+waarvan zij aan hunne lezers verslag wilden geven.
+
+»En wekt dat bij u den lust niet op om hen na te volgen?” vroeg Alcide
+Jolivet aan zijn broeder in het vak.
+
+»Poeah!” zeide Harry Blount. »Indien ik gelijk gij eene nicht had!....”
+
+»Mijne nicht is niet meer uit te huwelijken!” antwoordde Alcide Jolivet
+lachende.
+
+»Zooveel te beter,” liet Harry Blount er op volgen, »want men spreekt
+over verwikkelingen die tusschen Londen en Peking op handen zijn. Hebt
+gij geen lust om daar eens een kijkje te nemen?”
+
+»Wel! verdraaid, mijn waarde Blount,” riep Alcide Jolivet uit, »ik
+wilde u dat juist voorstellen!”
+
+En zoo vertrokken onze beide onafscheidelijken naar China!
+
+Eenige dagen na de plechtigheid gingen Michael en Nadia Strogoff, door
+Wassili Fedor vergezeld, naar Europa terug. Die weg bij het heengaan
+zoo vol smarte, was, bij het terugkeeren, slechts door geluk gezegend.
+Zij reisden met buitengewone snelheid in eene dier sleden, die gelijk
+een sneltrein over de bevrozen steppen van Siberië glijden.
+
+Op de oevers der Dinka, even voor Birskoë aangekomen, hielden zij
+echter een dag stil.
+
+Michael Strogoff vond de plek terug waar hij den armen Nikolaas
+begraven had. Er werd een kruis geplant en Nadia deed een laatste gebed
+op het graf van den nederigen en heldhaftigen vriend, die door geen van
+beiden ooit zou vergeten worden.
+
+Te Omsk wachtte de oude Marfa hen in het huisje van de Strogoffs. Zij
+drukte haar, die zij reeds honderd maal in haar hart hare dochter had
+genoemd, hartstochtelijk in hare armen. De dappere Siberische vrouw had
+op dien dag het recht haar zoon te herkennen en trotsch op hem te zijn.
+
+Na eenige dagen te Omsk doorgebracht te hebben, kwamen Michael en Nadia
+Strogoff in Europa terug en Wassili Fedor zich te Sint-Petersburg
+gevestigd hebbende, hadden zijn zoon en zijne dochter geene andere
+aanleiding om hem te verlaten, dan om hunne oude moeder te gaan
+bezoeken.
+
+De jonge koerier was door den czaar ontvangen, die hem in het bijzonder
+aan zijn persoon verbond en hem het Kruis van Sint-George uitreikte.
+
+Michael Strogoff geraakte later tot eene hooge betrekking in het
+keizerrijk. Maar niet de geschiedenis van zijn geluk, die van zijne
+beproevingen was de eer waard om verhaald te worden.
+
+
+
+
+
+
+
+
+INHOUD.
+
+
+ Bladz.
+
+ I. Een feest in het Nieuwe Paleis 1
+ II. Russen en Tartaren 11
+ III. Michael Strogoff 20
+ IV. Van Moskou naar Nijni-Novgorod 27
+ V. Een besluit in twee artikelen 40
+ VI. Broeder en zuster 51
+ VII. De Wolga afvarende 53
+ VIII. De Kama opvarende 66
+ IX. Nacht en dag in eene tarentass 71
+ X. Een onweder in het Oeral-gebergte 79
+ XI. Reizigers in doodsnood 83
+ XII. Eene uitdaging 95
+ XIII. Plicht bovenal 108
+ XIV. Moeder en zoon 116
+ XV. De moerassen van de Baraba 124
+ XVI. Eene laatste poging 128
+ XVII. Verzen en liederen 135
+ XVIII. Een Tartaarsch kamp 143
+ XIX. Eene houding van Alcide Jolivet 148
+ XX. Leer om leer 159
+ XXI. De zegevierende intocht 168
+ XXII. Kijk met beide oogen, kijk! 174
+ XXIII. Een vriend op den grooten weg 180
+ XXIV. De overtocht der Jeniseï 190
+ XXV. Een haas over den weg 199
+ XXVI. In de steppe 210
+ XXVII. Baïkal en Angara 219
+ XXVIII. Tusschen twee oevers 229
+ XXIX. Irkoetsk 240
+ XXX. Een koerier van den czaar 250
+ XXXI. De nacht van 5 op 6 October 259
+ XXXII. Besluit 268
+
+
+
+
+
+
+
+
+AANTEEKENINGEN.
+
+
+[1] Een werst is 1.067 meter, iets meer dan een kilometer.
+
+[2] Ongeveer 13 gulden. De roebel (zilveren) is 1 gulden 77 cent. De
+kopek (kopermunt) is ongeveer 2 cent.
+
+[3] Eene soort van pannekoek.
+
+[4] Fooien.
+
+[5] Russische gouden munt die 5 roebel doet. De roebel is eene zilveren
+munt die 100 kopeken doet, namelijk ƒ 1.77.
+
+[6] Deze naam wordt aan de sultans van Boukhara gegeven, en beteekent
+zooveel als Sire.
+
+[7] Bijna 42 graden onder nul.
+
+
+
+
+
+
+
+*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 79379 ***