summaryrefslogtreecommitdiff
path: root/79288-0.txt
diff options
context:
space:
mode:
Diffstat (limited to '79288-0.txt')
-rw-r--r--79288-0.txt2919
1 files changed, 2919 insertions, 0 deletions
diff --git a/79288-0.txt b/79288-0.txt
new file mode 100644
index 0000000..2616878
--- /dev/null
+++ b/79288-0.txt
@@ -0,0 +1,2919 @@
+*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 79288 ***
+
+
+
+
+ LORD LISTER
+ GENAAMD RAFFLES
+ DE GROOTE ONBEKENDE.
+
+ NO. 52 DE KRIJGSSCHAT VAN DEN ROGHI.
+
+
+
+
+
+
+
+
+DE KRIJGSSCHAT VAN DEN ROGHI.
+
+EERSTE HOOFDSTUK.
+
+EEN TOCHT NAAR HET ONBEKENDE KABYLENLAND VAN HET RIFGEBIED.
+
+
+Het zilvergrijze jacht „Meteor” van den schatrijken Amerikaan Shaw,
+waarop Lord Lister en zijn vriend Charly Brand een vaart op de
+Middellandsche zee maakten, bracht onze beide vrienden ook weer naar
+hun vaderland terug.
+
+Na het avontuur in Messina gedurende de aardbeving had de „Meteor” een
+West-Zuidwestelijken koers genomen en stoomde nu naar de laatste
+rotsachtige uitloopers van Afrika.
+
+John Raffles stond met kapitein Wheeler op de commandobrug van het
+jacht en keek vol aandacht door zijn verrekijker naar de aan den
+horizont zichtbaar wordende hoogten, die zich naar links verhieven en
+uit de blauwe, in de zon glinsterende zee schenen op te duiken.
+
+„Een tocht naar het Rifgebied is eenvoudig onmogelijk; het zou
+zelfmoord zijn!” sprak de kapitein juist tot Raffles.
+
+„Allright!” antwoordde Lord Lister lachend, „dat is het juist wat mij
+aantrekt en waarom ik koers liet nemen naar Melilla!
+
+„Wij zullen eens een kijkje gaan nemen in het Alpenland van
+Noord-Marokko alsof wij verslaggevers van de Times waren en de eersten
+zijn, die daar binnendringen, waar ons nog niemand is voor geweest.
+
+„Het is eigenlijk een zaak van eer voor Europa, om hier spoedig vasten
+voet te krijgen!
+
+„Ik heb mij voorgenomen, deze leemte in de aardrijkskundige kennis in
+de onmiddellijke nabijheid van Europa zoo spoedig mogelijk aan te
+vullen!
+
+„Mijn vroegere ervaringen in aanmerking genomen, denk ik wel, dat mij
+dit zal gelukken.”
+
+De wakkere kapitein krabde zich bedenkelijk op het hoofd.
+
+„Als gij mij maar van te voren had gevraagd, Mylord! Het is beslist een
+groote lichtzinnigheid van u! Ik zal onmiddellijk koers nemen naar het
+Noorden, als gij het toestaat!”
+
+Lord Lister schudde glimlachend het hoofd.
+
+„Not at all! Dat sta ik niet toe! Stuur kalmpjes naar Melilla, dat ik
+juist in den kijker heb gezien met zijn wallen en vestingwerken.
+Terwijl wij echter dit tochtje van meerdere dagen maken door het
+Rifgebied, moet gij met de „Meteor” langs de Marokkaansche kust
+kruisen.
+
+„Wees zoo goed, mij een niet al te groote Amerikaansche vlag mee te
+geven en voorzie mij van een kleinen voorraad vuurpijlen.
+
+„Als ik de „Meteor” in de nabijheid zie of weet, en als wij ons
+dichtbij de kust bevinden en in gevaar verkeeren, zal ik u daarmede een
+noodsignaal geven. Dan moet gij met een aantal van onze lieden zoo gauw
+mogelijk te hulp komen!”
+
+Men was intusschen de kleine stad Melilla genaderd en de „Meteor” bleef
+op eenige afstand van de andere schepen aan het eind der kade liggen.
+
+Lister, die de Amerikaansche vlag zoowel op het jacht als op de boot
+voerde, werd door den Spaanschen havenmeester bij de trap zeer
+vriendelijk ontvangen en ging met hem een klein havengebouw binnen,
+waar hij zijn papieren toonde.
+
+Tegelijkertijd informeerde hij, of en waar hij den gouverneur-generaal
+Marina zijn opwachting zou kunnen maken, daar hij met dezen een
+expeditie wilde maken in het Rifgebied, voor wetenschappelijke
+doeleinden en als verslaggever van Amerikaansche en Engelsche
+nieuwsbladen.
+
+De havenkapitein keek den vermeenden Amerikaan, bij het hooren van een
+dergelijke vermetelheid en waaghalzerij met open mond aan.
+
+„Caramba, señores, ik hoop niet, dat gij met mij schertst! Die plannen
+moet gij echter beslist opgeven, want de generaal zal er in geen geval
+toe willen meehelpen, dat gij uw verderf tegemoet gaat!”
+
+„Mijn beste kapitein,” antwoordde Lister in uitstekend Spaansch, „zoo
+erg zal die zaak niet zijn. De hoofdzaak is echter op het oogenblik, om
+generaal Marina te spreken. Ik ben er zeker van, dat hij ons het best
+zal raden en helpen!”
+
+De havenkapitein schudde het hoofd en gaf hem een jongen mee, die hem
+het paleis van den gouverneur moest wijzen.
+
+Volgens Zuidelijk gebruik vormde het binnenplein, dat geheel en al door
+het gouvernementsgebouw werd ingesloten, met zijn klaterende fontein en
+breede zuilengalerijen een verrukkelijk en schaduwrijk oponthoud.— —
+
+Daar er geen enkele bediende aanwezig scheen, was Lord Lister reeds van
+plan op een der banken, welke rondom de fontein stonden, plaats te
+nemen en een sigaret aan te steken, toen zijn aandacht werd getrokken
+door een woordenwisseling, die zeer duidelijk te volgen was en uit een
+kamer scheen te komen in een verdieping boven de zuilengalerij.
+
+Lister en Charly wisselden snel een blik van verstandhouding.
+
+Hij keek met scherpen blik in het rond, daarop gaf hij Charly een wenk
+en sloop onhoorbaar—wat bij het geklater der fontein gemakkelijk was—de
+steenen trap op, die naar de galerij der eerste verdieping voerde.
+
+Reeds had hij aan de rechterzijde het geopende venster ontdekt,
+waardoor het opgewonden gesprek nu duidelijk te verstaan was, terwijl
+de deur ernaast gesloten was.
+
+Voor die deur bleef Lister staan en luisterde om zich ervan te
+overtuigen, of hij beneden goed had gehoord, dat zich een landsman of
+landsvrouw van hem in gevaar bevond en, naar het hem was voorgekomen,
+werd bedreigd.
+
+Charly, die den toestand ook had begrepen, bukte zich en kroop op
+handen en voeten onder het venster door, om binnen niet gezien te
+kunnen worden.
+
+Daarop vatte hij post aan de andere zijde van het open venster op
+eenigen afstand om eveneens, voor zoover zijn eenigszins gebrekkig
+Spaansch het hem mogelijk maakte, zijn weetgierigheid te bevredigen en
+zijn beminden meester en vriend zoo noodig te kunnen helpen.
+
+
+
+
+
+
+
+
+TWEEDE HOOFDSTUK.
+
+EEN GEBOEIDE KNAAP EN EEN WOORD MET GENERAAL MARINA.
+
+
+Met de uiterste voorzichtigheid was het Lord Lister gelukt, een blik in
+de kamer te slaan.
+
+Met den rug naar het venster zat een in het licht gekleede man met een
+witte militairen muts op het donkere haar.
+
+Ook op de schouders droeg hij onderscheidingsteekenen van zijn rang.
+
+Zoo dikwijls hij het hoofd draaide, zag men zijn donkeren ringbaard.
+
+Zou het gouverneur Marina in eigen persoon zijn?...
+
+Tot Lister’s groote verbazing was het echter niet een vrouw, zooals hij
+had verondersteld, maar een ongeveer veertienjarige knaap, die geboeid
+voor den Spanjaard stond.
+
+Op een stoelleuning aan den linkerkant rustte de arm en de
+olijfkleurige hand van een soldaat of bediende, die als bewaker op
+eenigen afstand scheen te staan, zoodat hij verder niet zichtbaar was.
+
+Lister en Charly spitsten de ooren.
+
+De geboeide knaap begon weer te spreken en bezwoer met hartroerende
+woorden zijn onschuld.
+
+Hoe goed hij echter ook Spaansch sprak, zijn uitspraak verried
+ontegenzeggelijk den Engelschman.
+
+De Spanjaard snauwde tegen hem en legde hem het stilzwijgen op, hem
+zeggende, dat hij alleen op de hem gestelde vragen mocht antwoorden.
+
+„Geef mij inlichtingen betreffende het verblijf van je ouders! Waar
+zijn zij geboren?”
+
+„Zij zijn beiden dooden!” antwoordde de knaap met door tranen verstikte
+stem.
+
+„Waar is de kas der spoorwegmaatschappij?”
+
+„Dat weet ik niet, mijnheer de gouverneur! Hoogstwaarschijnlijk is zij
+bij den overval der Rifkabylen op het kantoor, waar mijn ouders werden
+vermoord, gestolen!”
+
+„Waren de concessies en overdrachten reeds door den Roghi onderteekend?
+Heb jij de papieren?”
+
+„Ik heb niets, mijnheer de generaal. Ik was niet in het huis, dat mijn
+vader zich bij Nador bouwde. Alleen daardoor ben ik gered! Ik geloof
+niet, dat het geld vereffend is en dat de verdragen zijn onderteekend!”
+
+„Een millioen naar den duivel—por Dios!” mompelde generaal Marina op
+tafel slaande. „Die geschiedenis is mij niet helder! Jongen, spreek de
+waarheid! Hoe heb jij je leven kunnen redden bij het algemeene
+bloedbad, dat door die vervloekte Rifioten is aangericht? Dat komt mij
+zeer onwaarschijnlijk voor!”
+
+„Ik was niet thuis, mijnheer de generaal. Ik had kennis gemaakt met den
+Marabout Bu Ismail, die zulke prachtige Arabische geschiedenissen kan
+vertellen en dichtbij Nador woont in zijn kleine kubbah.
+
+„Toen men het lawaai van het gevecht en van het geweervuur zoo opeens
+hoorde, beval hij mij te blijven en mij te verbergen.
+
+„Daarop snelde hij uit de kubbah.
+
+„Maar ook ik werd door ongerustheid naar buiten gedreven en mijn blik
+viel op een grooten brand in het bouwstation, waar vroeger het huisje
+van mijn vader en het kantoorgebouw hadden gestaan.
+
+„Een verwijderd vreugdegeschreeuw, vermengd met geweerschoten, vervulde
+de lucht.
+
+„Vol ontzetting week ik terug in den uitersten schuilhoek van de
+kubbah.
+
+„Daar kwam de dappere Bu Ismail zoo snel mogelijk terug.
+
+„„Weg—weg!”—riep hij op ge jaagden toon. „Je bent hier niet veilig!
+Maar ik zal je redden. Men heeft je ouders en de ingenieurs
+doodgeschoten! De spoorwegarbeiders, welke inboorlingen zijn, zijn
+weggejaagd, de Europeesche zijn omgebracht.
+
+„„Het werk van den duivel in ons land is vernield! Onze broeders hebben
+daar gelijk in, maar jij bent een kind! Jij hebt den ouden Marabout
+vriendelijk behandeld en bent niet hoogmoedig, zooals andere
+Europeanen.
+
+„„Kom, ik zal je redden, er is geen oogenblik te verliezen!”
+
+„Ik stond versteend van ontzetting, ik kon het niet gelooven, niet
+begrijpen. Hij wierp echter een witten mantel om mij heen, wond mij een
+tulband om het hoofd en wreef mijn gelaat en handen in met een zalf om
+ze bruin te krijgen.
+
+„Daarop nam hij mij bij de hand.
+
+„„Neen, neen” riep ik. „Laat mij, Bu Ismail!”
+
+„„Stil, stil, mijn jongen!” waarschuwde de oude Marabout mij op
+angstigen toon, mij zijn beenige hand op den mond leggend. „Kijk eens
+naar buiten en vertel mij wat je ziet!”
+
+„En plotseling vernam ik paardengetrappel.
+
+„„Bu Hamara, de Roghi zelf!” fluisterde de Marabout, verschrikt
+achteruitgaande.
+
+„Nu keek ik onwillekeurig aandachtiger naar buiten en had bijna gegild
+van schrik.
+
+„Achter den Roghi reden ruiters met lansen en een van hen droeg op de
+spits van zijn langen speer een hoofd.
+
+„Ik snikte en kermde van smart, want, señor, ik zag het hoofd van mijn
+edelen vader op de lans van den middelsten ruiter.
+
+„En ook zij, mijn goede, lieve moeder— —!”
+
+De knaap bedwong met moeite de opwellende tranen.
+
+„De Marabout verliet mij een oogenblik, daarop keerde hij terug, greep
+mij bij den arm en verliet snel met mij door een verborgen achterdeur
+de kubbah. Wij bestegen de door hem gezadelde paarden en snelden heen.
+
+„Hem alleen heb ik mijn redding te danken!”
+
+Generaal Marina streek over zijn zwarten baard, waarin zich nog slechts
+weinige grijze haren bevonden.
+
+Hij haalde de schouders op en trok de wenkbrauwen in de hoogte.
+
+„En waar is de Marabout,” vroeg hij, „opdat hij de waarheid van je
+verhaal kan bevestigen?”
+
+„Hij verliet mij op een half uur afstand van hier, toen wij reeds de
+vestingwerken van fort Sidi Auriach links en de citadel van Melilla
+recht voor ons zagen en ik den weg niet meer kon missen!”
+
+De gouverneur sprong op.
+
+„Mooi bedacht, knaap! Je vader is, naar het schijnt, een verstandige
+kerel! Maar wij zijn nog slimmer! He, José! Neem den jongen mee en
+ransel hem, totdat hij niet meer liegt!
+
+„Als hij bekent, waar de schat verborgen is, of waarheen zijn vader
+ermee is gevlucht, mag je mij roepen!
+
+„Of nog beter, ik zal dadelijk meegaan!
+
+„Wij zullen eens zien, of de bengel bij zijn leugenverhalen blijft!—
+
+„Misschien zal ik hem zelf eens flink geeselen!”—
+
+Generaal Marina had nauwelijks uitgesproken, of zijn mond bleef van
+schrik en verbazing wijd open staan. Hij vertrouwde zijn ooren en oogen
+niet.
+
+Want zonder dat hij het geringste geluid had vernomen, stond bij de
+gesloten deur van de kamer een hooge gestalte in elegant, wit
+tropenkostuum en mikte koelbloedig op zijn hart.
+
+Tegelijkertijd hoorde hij in onberispelijk Spaansch, met een bijna
+onmerkbaar vreemd accent de woorden:
+
+„Dat zult gij niet doen, Señor, als uw leven u iets waard is!”
+
+Ook José keek met schuwen blik op.
+
+Met een enkelen oogopslag zag de generaal, dat zijn toestand hachelijk
+was. Want bij het venster leunde met een vriendelijk glimlachje om de
+lippen een sterke jonge man.
+
+Wat echter het ergste was, ook deze hield een blinkende revolver op den
+braven José gericht, den vertrouweling van den gouverneur.
+
+De beide overvallenen waren verstijfd van schrik en durfden zich niet
+bewegen.
+
+Lister had met een snelle beweging met zijn zakmes de boeien van den
+knaap doorgesneden.
+
+Met een zucht van verlichting en de trouwhartige blauwe oogen vol hoop,
+keek de jonge Engelschman zijn redder dankbaar aan.
+
+Ook in zijn hand blonk nu een wapen, want Lister had hem, zonder den
+gouverneur een oogenblik onbedreigd te laten, met de linkerhand een
+miniatuurrevolver gegeven, die naar zijn eigen vinding samengesteld,
+hoewel klein, toch uitstekend was.
+
+Het vastberaden gelaat van den knaap verried duidelijk, dat ook in zijn
+hand het wapen in geval van nood geen kinderspeelgoed zou zijn.
+
+„Caramba!” vloekte de generaal, „wie zijt gij? Hoe zijt gij hier
+gekomen? Wat beteekent dit alles? Gij speelt een gewaagd spel, heeren!”
+
+„Gij nog veel gewaagder, Señor generaal! Wij zijn Amerikanen,
+Angelsaksen, evenals die knaap, dien gij wederrechtelijk van zijn
+vrijheid hebt beroofd, in plaats van hem te helpen, zooals men dat zeer
+zeker tegenover een wees verplicht is!
+
+„Ik ben Amerikaansch burger en lid van het Congres! Ik vertegenwoordig
+de Unie en duldt geen onbillijkheid, geen barbarisme, maar bescherm elk
+harer zonen, ook aan de verste kusten!—
+
+„Elk woord, dat de knaap sprak is waarheid! Dat is mijn innige
+overtuiging! En daarom staat hij onder mijn, onder Amerika’s
+bescherming!”
+
+Allen hadden naar de verontwaardigde woorden van Lord Lister
+geluisterd.
+
+Plotseling riep Jack, de Engelsche knaap:
+
+„Kijk eens, de slaaf van den generaal ontvlucht!”
+
+„Voor den duivel!” riep Lister op verwijtenden toon tot Charly,
+
+„Waar had je je oogen, Charly! Die kerel zal waarschijnlijk alarm maken
+en ons de geheele wacht op den hals halen!
+
+„Dat kan vermakelijk worden! Neem je revolver in de linkerhand, trek je
+Catalonisch mes en houd het gereed. Als de lui zich op ons willen
+werpen, let dan op mijn bevel en stoot toe, want het leven van den
+generaal staat op het spel!
+
+„Wij zullen het hard te verantwoorden hebben!”
+
+Zijn hersens werkten onophoudelijk. Hij keek naar het venster, maar
+hoewel hij op de binnenplaats de zee en de „Meteor” niet kon zien, toch
+dacht hij nu bij het naderen van den avond aan kapitein Wheeler, diens
+zeelieden en de meegenomen vuurpijlen.
+
+Snel besloten klemde hij een daarvan in schuine richting tusschen het
+raamkozijn en het venster zelf vast en ging zoo dicht bij het venster
+staan, dat hij dit en de deur kon bewaken.
+
+Daarop legde hij zijn revolver aan op den gouverneur en sprak:
+
+„Snel, Charly, bind den gouverneur vast op zijn stoel, opdat hij bij de
+komst der hulptroepen geen domheden kan begaan!”
+
+Dit was in een ommezien gebeurd.
+
+Maar nauwelijks had Charly zijn Catalonisch mes weer ter hand genomen,
+terwijl Jack op de deur aanlegde en ook Lister zijn beide zevenloops
+revolvers gereed hield, of de deur sprong reeds open.
+
+Zooals Lister had voorzien, verscheen José, hijgend van opgewondenheid
+en haast, met zes politiebeambten en eenige infanteristen met gevelde
+bajonetten.
+
+„Halt! Geen stap verder, of de gouverneur is een kind des doods!” riep
+Lister met luide stem, zonder zijn kalmte te verliezen.
+
+„Of wenscht gij, señor,” zoo wendde hij zich tot den gevangen generaal,
+„dat uw lieden ons aanvallen?”
+
+„Charly, zoodra de lui den drempel overschrijden, stoot je toe!”
+
+„Halt, halt! Niet verder mannen!” riep generaal Marina, die niet
+wenschte door een messtoot te sterven, vooral omdat hij nog talrijke
+lauweren hoopte te oogsten in het Rifgebied, nu door den moord op de
+arbeiders Spanje zulk een gegronde reden had om handelend op te treden.
+
+„Halt, mannen, wacht!”—
+
+Met zuurzoet gezicht wendde hij zich daarop tot Lord Lister met de
+vraag:
+
+„Zeg mij eindelijk, wat gij van mij wenscht, señor! Ik ben gaarne
+bereid om toe te staan, wat recht en billijk is!”
+
+„Dat laat zich hooren, generaal!
+
+„Wat ik verlang is, dat gij uw wacht laat vertrekken, voordat ik met u
+ga onderhandelen.”
+
+„Dat vind ik goed,” antwoordde de gouverneur, „onder voorwaarde, dat ik
+van de mij onwaardige boeien wordt ontdaan!”
+
+„Toegestaan!” antwoordde Lister glimlachend, hoewel Charly met kracht
+het hoofd schudde.
+
+Op een wenk van Marina trok José zich met de wacht terug.
+
+Het geheime knipoogje van het tweetal was Lister volstrekt niet
+ontgaan. Hij had zijn revolvers in den zak gestoken en was tot groote
+verbazing van Charly, onbezorgd bezig, een sigaret aan te steken.
+
+„Neem den generaal de boeien af!” sprak hij met de grootste kalmte.
+„Rookt gij, generaal? Alstublieft!”
+
+De generaal nam een sigaret en stak die op.
+
+„Drommels, mylord! Een fijn merk!”
+
+Maar reeds had Lister weer een revolver in de rechterhand genomen en
+leunde aan het venster, terwijl hij de sigaret in de linkerhand hield.
+
+„Wat ik verlang, mijnheer de gouverneur,” vervolgde hij, „is zeer
+eenvoudig. Het is de uitrusting eener expeditie naar het Rifgebied
+onder mijne leiding om de onschuld van den knaap en zijn vader vast te
+stellen en zoo mogelijk het geroofde millioen terug te krijgen.”
+
+„Dezen wensch wil ik gaarne vervullen! Onder uwe leiding kan het bijna
+niet mislukken, vooral daar gij Amerikaan zijt en het dus gemakkelijk
+klaar zult spelen met de Kabylen.”
+
+„Meent gij?” vroeg Lord Lister glimlachend. „Er bestaat dus in het
+geheel geen gevaar, wanneer wij de bergen van het Rifgebied
+binnendringen?”
+
+„Voor u niet, denk ik! Voor ons, Spanjaarden, die sinds tientallen van
+jaren in strijd leven met het Rifvolk, is dat iets anders.
+
+„Ik kan u gidsen meegeven, ook manschappen.—
+
+„Wij Spanjaarden zullen overigens met de Kabylen op een anderen toon
+spreken, zoodra morgen vanuit Malaga en Algeciras de door de regeering
+toegestane versterkingen worden gezonden.
+
+„Wij zullen die bende straffen met kanonnen en geweren.”
+
+Lister hield onafgebroken de deur in het oog, terwijl hij met smaak
+zijn sigaret verder rookte.
+
+Hij was niet in het minst verbaasd, toen plotseling de deur openvloog
+en de schijnbaar zoo eerlijk teruggetrokken wacht, nog zeer versterkt,
+terugkeerde en dezen keer ernstig plan scheen te hebben om zich op de
+beide Amerikanen en den knaap te werpen.
+
+Op dit oogenblik, waarop hij slechts had gewacht, strekte Lister zijn
+linkerhand, waarin hij de brandende sigaret hield, uit en plotseling
+siste in de vallende duisternis een heldere vuurpijl in de hoogte,
+zoodat de politiebeambten, die zich voor het venster bevonden, bleek
+van schrik achteruit liepen.
+
+Nog een tweede en derde vuurpijl schoten sissend uit het papieren
+omhulsel en gaven het afgesproken teeken.
+
+Evenals de anderen bij het venster waren ook José en zijn mannen bij de
+deur stom van verbazing, toen zij zagen, hoe kalm en vastberaden de
+beide Amerikanen en zelfs de knaap waren en, hoewel nog ongeboeid,
+gevoelde de anders zoo dappere en gevreesde generaal zich onder bereik
+van Charly’s revolver niet behaaglijk.
+
+„Dat is in strijd met de afspraak!” riep Lord Lister en nam plotseling
+een zilveren kapiteinsfluitje tusschen de tanden.
+
+Snel achter elkaar weerklonken drie schrille geluiden tot de
+allergrootste verbazing der Spanjaarden.
+
+Lister had nu koelbloedig de revolvers weer bij zich gestoken, wat
+bijna op spot geleek.
+
+José had dit nauwelijks gezien, of hij wierp zich op Lister.
+
+Plotseling werd hij echter bij de armen beetgepakt en met zulk een
+reuzenkracht naar de deuropening teruggeslingerd, dat hij nog drie der
+zich daar bevindende soldaten mee omvertrok en door den val het
+bewustzijn verloor.
+
+Woede maakte zich nu meester van de Spaansche soldaten en reeds
+sprongen eenige van hen door de vensters de kamer binnen, terwijl de
+politiemannen door de deur naar binnen drongen.
+
+De beide Engelschen schenen verloren en hun jeugdige beschermeling
+eveneens.
+
+Opnieuw klonken drie fluitsignalen van Lister,—en luister—van buiten
+kwam het antwoord op dezelfde wijze.
+
+Kapitein Wheeler, die reeds langen tijd met zijn mannen had gewacht,
+herkende dadelijk het afgesproken vuurpijlsignaal en daar dit slechts
+in geval van hoogen nood gebruikt zou worden had hij zich snel op weg
+begeven!
+
+En zoo kwam het, dat, nog voordat de revolvers werden afgeschoten, op
+het gefluit van Lister, dat Wheeler den weg wees, de brave zeelieden
+met hun ruwen kapitein achter de verblufte Spanjaarden opdoken.
+
+Voordat zij tijd hadden om tot bezinning te komen, voelden de
+Spanjaarden, hoe zij van het venster werden weggetrokken, de
+politiebeambten en infanteristen bij de deur werden overweldigd en
+stevig aan handen en voeten gebonden.
+
+„De zaak heeft een andere wending genomen, Señor generaal!” sprak
+Lister tot den doodsbleek geworden gouverneur. „Ik denk nu met u af te
+rekenen wegens uw verraad! Of gij staat toe, wat ik eisch, of uw leven
+is geen halve cent waard, dat bezweer ik u!”
+
+„Ik ben bereid, noem uw eischen en loop dan naar den duivel!” bromde de
+generaal woedend.
+
+„Zij zijn eenvoudig. Zoodra zij ingewilligd zijn, Señor, zullen wij u
+de eer van ons bezoek niet langer gunnen, maar dadelijk vertrekken naar
+het onbekende Rifgebied. Daar zie ik op de schrijftafel schrijfpapier
+van het gouvernement,” vervolgde Lord Lister.
+
+Snel schreef hij in het Spaansch eenige regels en overhandigde het
+Marina ter onderteekening.
+
+
+ „Hierdoor beveel ik, dat Mr. Shaw uit Chicago volgens zijn wensch
+ aan gidsen en manschappen moet worden verstrekt zooveel hij wenscht
+ en dat hem alle mogelijke inlichtingen betreffende den naasten weg
+ naar de Kasbah van den Roghi en elk voorschot worde verstrekt.
+
+ Geteekend Marina.”
+
+
+De gouverneur keek verbaasd op en kon een uitdrukking van spot en
+voldoening niet geheel verbergen.
+
+Maar zonder zich te bedenken onderteekende hij de volmacht aan den
+commandant en gaf Jack Lupton, den zoon van den vermoorden
+hoofdingenieur, bovendien de verlangde verklaring, dat deze in zijn eer
+hersteld was.
+
+Charly, kapitein Wheeler en twee hunner begaven zich naar de
+commandantuur, terwijl Lister en Jack met de anderen bleven waar zij
+waren om een oogje te houden op den gouverneur en de Spanjaarden.
+
+Ten slotte werd de generaal ondanks zijn inwendige ergernis nog zeer
+vriendelijk en gastvrij.
+
+José, door een der zeelieden begeleid, moest voor een goed maal, wijn
+en Spaansch gebak zorgen.
+
+Lister en Marina rookten nog eenige der voortreffelijke, echt
+Egyptische sigaretten van Lord Lister te zamen, totdat een van Wheelers
+teerjakken kwam vertellen, dat alles voor de Rif-expeditie gereed was.
+
+De gouverneur wenschte Lister en zijn vrienden, die hij een zekeren
+dood tegemoet meende te zien gaan, hoonlachend veel geluk.
+
+En bij het aanbreken van den dag begon Lister met Charly en Jack, den
+geredden ingenieurszoon, onder leiding van twee gidsen en met een
+karavaan van vijf matrozen van de „Meteor” en tien Spaansche dragers
+een der merkwaardigste expedities, welke ooit in een onbekend land zijn
+ondernomen.
+
+Kapitein Wheeler echter keerde met zijn manschappen naar de Meteor
+terug, om volgens afspraak aan de Marokkaansche kusten te kruisen.
+
+
+
+
+
+
+
+
+DERDE HOOFDSTUK.
+
+DE STRIJD OM MELILLA.
+
+
+De cavalcade beklom op muildieren de steile zijpaden, zoodra zij de
+vlakte achter den rug had.
+
+De dag was reeds aangebroken, toen het kleine gezelschap voor de
+bescheiden Kubbah el Ismail stilhield, waar Lister en de jonge Jack van
+hun muildieren stegen.
+
+Reeds had het hoefgetrappel den Marabout naar buiten getrokken.
+
+Zijn vreugde was groot, toen hij den knaap terug zag, maar hij deed
+zijn best om in gebroken Spaansch Lister en zijn beschermeling het idee
+om verder in het Rifgebied door te dringen, uit het hoofd te praten,
+vooral echter, den Roghi niet op te zoeken.
+
+Maar Lister zette den waardigen kluizenaar, wiens hooge gestalte was
+gehuld in een wijden witten burnous, zijn beweegredenen zoo duidelijk
+uiteen, dat de wakkere Moslem ondanks alle bedenkingen, die bij hem
+opkwamen, toch eindelijk toestemmend knikte.
+
+Lister verklaarde, dat de tocht naar den Roghi onvermijdelijk was, om
+zoowel Jack als diens ouders te rechtvaardigen.
+
+Bu Hamara, wiens rotskasbah zich in de buurt moest bevinden, zou
+stellig het billijke verzoek van den Amerikaan, om den dood der ouders
+en den roof van het geld te bevestigen, niet weigeren.
+
+Eindelijk hield de Marabout het voor mogelijk, daar Bu Hamara’s haat
+tegen de Spanjaarden den Amerikanen misschien zeer te stade zou komen.
+
+Na rijp beraad besloot de heilige man en dat was voor Lord Lister en
+zijn beschermeling de hoofdzaak—hen langs geheime paden naar de Kasbah
+van den Roghi te brengen en een poging te wagen om den Roghi gunstig te
+stemmen.
+
+Lister bemerkte alras het voordeel om een geleider te hebben, die de
+streek zooveel beter kende dan de Spaansche gidsen.
+
+Met groote behendigheid wist hij de kleine dorpen der Rifbewoners, die
+meestal op de toppen van de bergen of heuvels lagen, te ontwijken en
+langs geheime wegen, die soms zeer moeilijk begaanbaar waren voor de
+muildieren, langs de steile hellingen, tusschen de pijnboomen, eiken en
+esschen door, langzaam den top van het gebergte te bereiken, om zonder
+gevaar aan de bergkasbah van den Roghi te komen.
+
+Plotseling echter maakte de Marabout, die met Lister vooraan reed, een
+handbeweging, om de hen volgende cavalcade halt te gebieden.
+
+Hij gleed van zijn muildier af en drong in gebukte houding door het
+struikgewas en de stekelige cactussen.
+
+Lister was hem onmiddellijk gevolgd.
+
+Hij zag, hoe de Marabout op handen en voeten verder kroop. Dadelijk
+deed hij hetzelfde en—luisterde plotseling verbaasd. Zijn geoefend oor
+had wel is waar nog ver verwijderd, maar toch zeer duidelijk een
+geweersalvo waargenomen, waarop onmiddellijk een tweede volgde, terwijl
+hierop een gekraak en geknetter, een onregelmatig, maar duidelijk te
+herkennen geweervuur volgde.
+
+Lister kroop snel achter den Marabout aan en had hem weldra bereikt.
+Deze lag op den rand van een rots en keek in de diepte.
+
+Lister kon de witte liniën van Spaansch voetvolk onderscheiden en zag
+van alle bergen en heuvels beneden, hen scharen Rifbewoners neerdalen,
+die met hun lange geweren en buksen van uit hun schuilhoeken in de
+bergen de aanvallende Spanjaarden met kogels beschoten.
+
+„De strijd om het Spaansche duivelswerk, om den ijzeren weg met den
+betooverden wagen heeft een aanvang genomen!” mompelde de Marabout. „Uw
+vriend, Don Marina, zou vandaag wel eens een lesje kunnen krijgen, om
+niet zoo spoedig meer te vergeten!”
+
+Meer en meer lieden der expeditie, die het alarm van den strijd
+vernomen hadden, waren naderbij gekomen en ook gaan liggen om het
+aangrijpende schouwspel mede aan te zien en natuurlijk waren het
+voornamelijk de Spanjaarden, welke levendig belang stelden in den
+strijd en het lot hunner landslieden.
+
+Al spoedig was de geheele karavaan aan den bergrand saamgekomen en de
+Spanjaarden opperden luide hunne vrees.
+
+Tevergeefs geboden Lister en de Marabout stilte.
+
+De Spanjaarden waren, nu hun landslieden dermate bedreigd werden, met
+hun Zuidelijk temperament niet in staat om te zwijgen.
+
+Het was begrijpelijk, dat niemand meer op zijn weg op de inderhaast aan
+boomen bevestigde muildieren en op het meegenomen proviand had gelet.
+
+Plotseling echter vernamen zij een dreigende stem achter zich, en toen
+zij omkeken, was het reeds te laat.
+
+Zij waren aan alle kanten omsingeld en ongeveer een vijftigtal
+Rifkrijgers in hun eigenaardige bruine mantels van geitenhaar, welke
+zij khit noemen en met de witte of bonte mutsen, de zoogenaamde rezaas
+op, hielden hun buksen gereed.
+
+Een andere schaar had zich meester gemaakt van de muildieren en het
+proviand. Tegelijkertijd echter trokken in lange rijen ontelbare
+bergbewoners, tot de tanden gewapend, naar beneden naar het dal, om in
+den daar woedenden strijd mee te vechten tegen de Spanjaarden.
+
+En aan wapenen scheen het hun inderdaad niet te ontbreken.
+
+Want in de breede leeren gordels, die meer dan een voet breed zijn, is
+een waar arsenaal van pistolen, dolken, messen, laadstokken en patronen
+verborgen en behalve het moderne repeteergeweer, dragen zij ook nog een
+sabel.
+
+Lister had bliksemsnel den ongunstigen toestand, waarin zij zich
+bevonden, overzien en riep in het Spaansch, bezorgd voor het
+hartstochtelijk temperament van zijn Spaansche lieden:
+
+„Kalmte en geen tegenstand!”
+
+Uit zijn zak echter haalde hij een witten zakdoek en wenkte daarmede de
+Rifbewoners toe, door wie zij waren ingesloten. Daarop haalde hij nog
+de kleine Amerikaansche vlag te voorschijn, de sterren en strepen,
+welke hij zich door kapitein Wheeler had laten geven, en zwaaide deze
+eveneens voor de oogen der hen bedreigende lieden heen en weer.
+
+Reeds had ook de Marabout met levendige bewegingen op Listers
+vlagsignaal gewezen en doen begrijpen, dat het Europeesche gezelschap
+vredelievende bedoelingen had.
+
+Toen hij langs Lister voorbijkwam, had hij dezen toegefluisterd:
+
+„De Roghi in eigen persoon!—Dat treft uitstekend! Ik zal zien, wat ik
+kan doen!”
+
+Daarop was hij op de krijgers toegesneld, die eerbiedig plaats voor hem
+maakten en hem doorlieten.
+
+Deze Mohammedaansche kluizenaars worden door het volk zeer geacht, dat
+hen beschouwt als door Allah begenadigden en als wonderdoeners, daar
+zij dikwijls wonderlijke kunststukken kunnen verrichten, welke het volk
+niet begrijpt, wat inderdaad niets anders zijn dan zakkenrollerstrucs
+en handigheden.
+
+Ook de Roghi, die eigenlijk Dschilaliben Drisz heet, is beroemd
+geworden als Marabout en staat bekend onder zijn maraboutnaam Bu
+Hamara.
+
+Het was dus te voorzien, dat de Roghi, die den invloed dezer heiligen
+het beste kent, dezen half-collega van hem voorkomend zou behandelen.
+
+Toen de rijen der krijgers zich openden en de Marabout naar een
+statigen man met grooten baard toeschreed, die gekleed was in een
+witten burnous en groenen tulband, en die ongeveer 45 jaren telde, zag
+Lister voor den eersten keer in zijn leven den Roghi, want het kon
+niemand anders zijn dan deze, die door den kluizenaar werd begroet met
+de Marokkaansche woorden:
+
+„Allah ibarek f’amr Sidi!” (Allah zegene het leven van onzen heer!)
+
+Het gesprek tusschen den Roghi en den Marabout duurde niet lang, want
+eerstgenoemde had het druk. Hij wilde met zijn beste krijgers zoo
+spoedig mogelijk deelnemen aan het gevecht.
+
+Lister zag, hoe hij vriendelijk en toestemmend knikte en daarop snel
+met zijn onderbevelhebbers de andere scharen langs den verborgen weg
+naar beneden volgde.
+
+De Marabout wendde zich tot den aanvoerder der lieden, die het
+Europeesche gezelschap hadden ingesloten en deze lieten mopperend hun
+geweren zakken.
+
+De helft van hen volgde snel Bu Hamara en verdween. De anderen echter
+bleven, waar zij waren. Slechts drie hunner naderden met den Marabout
+den Spanjaard en lieten hen alle wapens afgeven.
+
+De kluizenaar sprak echter tot de Engelschen:
+
+„Morahba bikum, galkum Sidi!” (Weest welkom, roept mijn heer u toe!) En
+als verklaring vervolgde hij:
+
+„Wij zullen nu onmiddellijk vooruitgaan naar de rotskasbah van den
+Roghi, die op eenigen afstand van hier is. Als de Roghi vanavond
+terugkeert nadat hij de Spanjaarden heeft overwonnen, zult gij aan hem
+worden voorgesteld. De Spanjaarden uit uw gevolg zullen echter, de
+vijandelijkheden in aanmerking genomen, als gevangenen worden
+beschouwd.
+
+„Ik geloof nu, na dit gelukkig toeval, dat het niet onmogelijk is, dat
+uw onderneming u zal gelukken.”
+
+De Engelschen werden niet eens ontwapend, maar kregen zelfs hun
+muildieren terug. Eveneens werd hun proviand teruggegeven, waarmede de
+Spaansche dragers, wien hun wapens en andere eigendommen waren
+afgenomen, werden belast.
+
+Den anderen Spanjaarden werden de handen op den rug gebonden en een
+touw om den hals geslingerd, welks eind door Rifkrijgers werd
+vastgehouden.
+
+Eenige andere Rifkrijgers in hun eigenaardige kleederdracht, met de
+vreemde, bruine mutsjes van geitenhaar op het kaalgeschoren hoofd,
+reden op vlugge, onvermoeide muildieren vooruit, terwijl een groep van
+ongeveer vijftig anderen, met hun buksen over den schouder, naast of
+achter hen liepen of naar boven klauterden.
+
+Al naar de weg het toeliet, reden Lister, Charly en de kleine Jack
+naast of achter elkaar en met hen de Marabout Bu Ismail.
+
+Na een korte rust in de schaduw van pijnboomen en eiken, gedurende
+welke Lister het meegenomen proviand door den algemeen geachten
+kluizenaar liet verdeelen, en waarbij zich ook de drie Engelschen flink
+te goed deden, ging het weer verder naar boven en Lister maakte de
+opmerking, dat de weg nu met kronkelingen opwaarts ging.
+
+Bu Ismail, de Marabout, verzekerde, dat men de kasbah van den Roghi
+meer en meer naderde, de rotsvesting, die zelfs door de Spanjaarden,
+die hun geschut moeilijk naar boven konden krijgen, niet in te nemen
+was, de veilige woonplaats van den vermetelen troonpretendent.
+
+Maar reeds brak de avond aan met zijn op deze breedte zoo korte
+schemering en Lister kon, hoe scherp hij ook keek, nog steeds niets
+ontdekken van Bu Hamara’s vesting, die hem zooveel belang inboezemde.
+
+Plotseling vuurden alle Rifbewoners, die ter bescherming of ter
+bewaking der Europeanen medetrokken, hun buksen af in de lucht en op
+eenigen afstand werd deze eigenaardige aankondiging door een zwakker
+salvo begroet.
+
+Toen men een plateau van lagere rotsblokken was voorbijgegaan, lag vlak
+voor hen een door ruw over elkaar gelegde rotsblokken gevormde muur met
+schietgaten, waarachter, als een vervallen ruïne van een Duitschen of
+Engelschen burcht uit de middeleeuwen, een groote ronde toren opdook,
+waaraan zich ter rechter en linker zijde grijze gebouwen zonder
+vensters, doch alleen van schietgaten voorzien, aansloten.
+
+Nogmaals weerklonk een geweersalvo der naderende Rifkrijgers.
+
+Daar rinkelden zware, roestige kettingen en Lister verbeeldde zich
+bijna weer terug te zijn in de middeleeuwen, in de tijden zijner
+heldhaftige voorvaderen, de Lords en ridders von Lister, wanneer niet
+rondom hem heen de Rifbewoners in hun blauwe djellebas en khits, met
+hun arsenalen van wapenen in de breede gordels, hem aan de
+werkelijkheid hadden herinnerd:
+
+Want op middeleeuwsche manier werd een zware ophaalbrug, gebouwd van
+dikke eiken stammen met ijzer beslagen, neergelaten op den uitgehouwen
+rotsbodem.
+
+Ginds echter in den toren werd de zwarte opening van een Moorsche
+boogpoort zichtbaar.
+
+De gids wenkte met zijn lang geweer, ook Bu Ismail keerde zich om en
+knikte den Europeanen toe met een „Salem aleikum‎.”
+
+Een oogenblik later dreunden de hoeven der muildieren over de
+ophaalbrug.
+
+Zij waren in de kasbah van den Roghi aangekomen.
+
+
+
+
+
+
+
+
+VIERDE HOOFDSTUK.
+
+IN DE ROTSKASBAH VAN DEN ROGHI.
+
+
+Het inwendige van de kasbah vormde een ruim plein met een reusachtige
+fontein in het midden.
+
+Dat plein werd omgeven door vijf verschillende huizen met getraliede
+vensters, elk met een Moorschen ingang.
+
+De vertegenwoordiger van den Roghi, een oude Kabyle met langgolvenden,
+grijzen aartsvaderlijken baard, opende de met ijzer beslagen poort van
+het eerste gebouw en liet de drie Engelschen binnentreden, terwijl men
+de Spanjaarden wegleidde naar een der gebouwen op den achtergrond.
+
+De Marabout sloot zich aan bij Lord Lister en diens vrienden.
+
+Door een soort voorkamer, waar een misschien nog uit den tijd der
+Romeinen stammende olielamp van de zoldering af haar spaarzaam licht
+verspreidde, en waar geen andere meubelen stonden dan een breede divan
+langs de muren en eenige lage Arabische tafeltjes, kwamen zij in een op
+dezelfde wijze ingericht tweede vertrek, dat de Kabyle hun als verblijf
+aanwees.
+
+De drie vrienden vielen met een zucht van verlichting na dezen zwaren
+dag op de vrij harde kussens neer en Lister had juist een zijner fijne
+sigaretten opgestoken, toen een zwarte slaaf van den Roghi met vier
+kleine kopjes mokka en een andere met drie reusachtige waterpijpen
+binnentrad.
+
+Lister wist, dat het een onbeleefdheid zou zijn, de nargileh te
+weigeren. Hij wierp den zwarte zijn sigaret toe, welke deze met de
+behendigheid van een gedresseerden aap opving, waarna hij van genoegen
+zijn breeden mond tot een nog breeder lach vertrok.
+
+Daar de jonge Engelschman het mondstuk van de nargilehpijp vol afschuw
+wilde afwijzen, sprak Lister:
+
+„Het helpt je niet, Jack, een enkel trekje moet je in elk geval doen,
+om onzen gastheer niet te beleedigen daarna kun je de pijp teruggeven.”
+
+Jack zette een wanhopig gezicht, daar hij niet kon rooken en kreeg een
+heftige hoestbui, toen de scherpe rook hem uit mond en neus kwam.
+
+Met veel genoegen gaf hij den neger het barnsteenen mondstuk terug, die
+het op een wenk van den Marabout zorgvuldig afveegde en het dezen
+aangaf. De Marabout zat er reeds met gekruiste beenen op den divan op
+te wachten.
+
+Lister en Charly echter vonden de waterpijp zeer aangenaam en de tabak
+uitstekend, al beviel hun de vreemde bijsmaak ook minder, welken de
+rook op zijn weg door het met rozenolie geparfumeerde water van het
+bassin had aangenomen.
+
+De voortreffelijke, zeer sterke koffie in de fijne bruine kopjes werkte
+opwekkend.
+
+Intusschen had men ook Listers proviand en bagage gebracht, waaraan ook
+niet het minste mankeerde.
+
+Lister opende een der pakken en nam er een fonkelnieuw browningpistool
+benevens de daarbij behoorende ammunitie uit. Hij verzocht den
+Marabout, dit kleine geschenk met een verrekijker den Roghi bij diens
+aankomst te overhandigen, daar het te voorzien was, dat Bu Ismail den
+troonpretendent het eerst verslag zou moeten uitbrengen.
+
+De Marabout beloofde het en was ondanks zijn heiligheid zeer gelukkig,
+toen Lister ook hem een revolver ten geschenke gaf.
+
+Al werd hij ook in zijn eenzame kubbah het best beschermd door den
+godsdienst en het bijgeloof van deze natuurmenschen, toch was in
+sommige gevallen het bezit van een pistool, dat men zeven keer
+achtereen kon afschieten, niet te versmaden.
+
+Daar Lister verder wel wist, hoezeer kunstjes en onverklaarbare dingen
+het aanzien van den kluizenaar in de oogen van het bijgeloovige, domme
+volk verhoogen, nam hij nog een pakje, dat hij voor dat doel had
+meegebracht en opende het gedeeltelijk.
+
+Hij schudde er een beetje poeder uit op den steenen vloer van het
+vertrek en streek een lucifer aan.
+
+Al spoedig verspreidde zich in het spaarzaam verlichte vertrek een
+groene rook, zoodat de juist met een presenteerblad binnenkomende neger
+bijna het geheele maal, dat hij kwam brengen, had laten vallen van
+schrik.
+
+Dit pakje met Bengaalsch poeder, dat Lister hem gaf, verschafte den
+Marabout bijna nog meer vreugde dan het wapen en hij legde met
+schitterende oogen en een veelzeggend gebaar de rechterhand op het hart
+en liet het kostbare pakket in zijn burnous verdwijnen.
+
+Intusschen had de neger zich van den schrik hersteld en het groote blad
+neergezet. Hij zette voor elk der gasten een der kleine achthoekige
+tafeltjes neer en plaatste daarop een groot aantal schalen met
+schapenvleesch, rijst, dadels en zoet gebak.
+
+Ondanks de vreemde toebereiding en samenstelling der spijzen smaakte
+hun allen het krachtige maal en toen Lister opnieuw de nargileh had
+aangestoken, voelde hij zich volkomen verkwikt.
+
+Hij was juist een gesprek begonnen met den Marabout over den besten weg
+naar Tetuan of Ceuta, toen plotseling buiten een geweersalvo weerklonk,
+dat door een tweede werd beantwoord, zoodat een oningewijde moest
+denken, dat de Kasbah door vijandelijke troepen werd aangevallen.
+
+De Marabout echter legde zijn hand op Lister’s arm en sprak:
+
+„De Roghi komt thuis!”
+
+Inderdaad weerklonken vreugdekreten en levendige begroetingen en op het
+plein werd hoefgetrappel vernomen.
+
+Na eenige minuten reeds kwam de neger weer binnen en fluisterde den
+Marabout onverstaanbare woorden toe.
+
+Bu Ismail stond op, gaf den Engelschen een wenk en verdween achter den
+neger door een deur, die blijkbaar naar de binnenvertrekken leidde.
+
+Het gewichtige oogenblik, waarvan het welslagen of het mislukken der
+onderneming afhing, was genaderd.
+
+Lister wierp de slang der pijp op den divan en sprong op. Met snelle
+schreden liep hij het ruime vertrek op en neer, terwijl Charly en Jack
+met gespannen aandacht al zijn bewegingen volgden.
+
+Ongeveer tien minuten later trad de Marabout glimlachend weer binnen.
+
+„Alles gaat goed, mijn vriend!” fluisterde hij, „de Roghi was zeer
+ingenomen met uw geschenken, zoowel met het pistool als met het
+tooverglas, dat de menschen en zelfs de bergen dichtbij het oog brengt.
+De Roghi is verrukt, want het zal hem helpen, morgen de Spanjaarden,
+evenals vandaag, te overwinnen.
+
+„Kom, mijn vriend, Bu Hamara wil u persoonlijk zijn dank uitdrukken.
+Gij moet hem zelf nader onderricht geven in het gebruik der beide
+kunstig samengestelde voorwerpen!”
+
+Toen Lister de zaal binnentrad, waar hij den beroemden troonpretendent
+zou spreken, die reeds den vroegeren sultan Abd el Asis een zware
+nederlaag had toegebracht en die tot vlak voor de poort van Fez was
+gedrongen en in wiens macht hij zich bevond, voelde hij zich geen
+oogenblik bevreesd of onzeker.
+
+De Marabout vouwde de handen over de borst en boog het hoofd.
+
+„Emirel Muminin! (vorst der geloovigen). Hier is de vreemdeling,
+die vol vertrouwen op uw rechtvaardigheid het heeft gewaagd, den
+gevaarlijken en moeilijken weg naar u te ondernemen.
+
+„Hij behoort niet tot onze aartsvijanden, de wreede Spanjaarden, die
+eenmaal met hun machtig leger onze broeders uit het heerlijke Granada
+verdreven en den laatsten Emir der Mooren Boabdil bij het scheiden van
+Alhambra’s heerlijkheid het hart braken en zoovele duizenden van onze
+bloedverwanten, de Morisko’s, vermoordden en verbrandden.
+
+„Van gene zijde van den Oceaan komt hij, een telg van hen, die altijd
+en overal vijandelijk stonden tegenover onzen vijand en die dikwijls
+hun schepen op de wereldzeeën hebben vernield en doen zinken.
+
+„Gij, trotsche Roghi en Emir, gij kent de macht van Amerika, tot wiens
+grooten en voornamen deze vreemdeling behoort, die u met kostbare
+geschenken huldigt!”
+
+Bu Hamara, de Roghi, zat met gekruiste beenen op een kussen en
+luisterde met welgevallen naar de woorden van den Marabout, terwijl hij
+rookwolken uit zijn huka blies en niet zonder ingenomenheid naar de
+rijzige, slanke gestalte van Lord Lister keek, die den blik zijner
+scherpe oogen vol kalme waardigheid doorstond.
+
+Lister maakte een toestemmende handbeweging bij de woorden van den
+kluizenaar, maar sprak opzettelijk nog niet, om den Roghi eerst
+gelegenheid te geven om het woord te nemen.
+
+„Welnu, vreemdeling uit het verre Westen! Ik heet u welkom! Uw
+wonderlijke geschenken hebben mij veel genoegen gedaan, want zij zijn
+bij mijn volk niet bekend en wel in staat om mijn macht en aanzien te
+vergrooten! Heb dank en vertel mij onbevreesd de reden van uw komst!
+Als gij niet te veel verlangt, denk ik wel, dat ik uw wensch kan
+bevredigen!”
+
+„Dappere Roghi en Emir,” antwoordde Lister, terwijl hij als een
+Muzelman de handen over de borst kruiste, „het is een onvergetelijk
+oogenblik voor mij, den beroemden krijgsman te zien, die zelfs de
+Marokkaansche legers en de beste troepen van den sultan versloeg, die
+binnen korten tijd, na de Spanjaarden overwonnen te hebben, evengoed
+Fez als Rabat en Marrakesch zal binnentrekken en die alleenheerscher
+zal zijn in Marokko, zooals nu in het Rifgebied!
+
+„Dat mijn geringe gaven u genoegen doen, verheugt mij!
+
+„Maar niet daarom, doch van uw beroemde rechtvaardigheid en wijsheid
+hoop ik datgene te verkrijgen, waarvoor ik heden tot u kwam!”
+
+Het scherpe, gebruinde gelaat van den Roghi, welks waardigheid verhoogd
+werd door een vollen zwarten baard, verried duidelijk de groote
+tevredenheid over Listers woorden.
+
+Hij stak zijn hand uit en knikte met een bij hem zeldzame
+welwillendheid.
+
+„Welaan, vreemdeling, spreek zonder schroom uw verlangens uit!”
+
+„Ik maak van uw toestemming gebruik, edele Emir, en zal kort zijn! Niet
+voor mijzelf ben ik gekomen, noch om aardsche belangen. De
+rechtvaardigheid leidt mij hierheen; schandelijke beschuldigingen wil
+ik met uw hulp te niet doen.
+
+„In den strijd met uwe lieden werd aan het eind van den ijzeren weg met
+vele zijner arbeiders vermoord de bouwmeester van dezen weg, een
+Engelschman, die zijn werk beter verstaat dan een Spanjaard dat zou
+kunnen.
+
+„Of hij u de concessie betaalde, welke gij van hem eischtet, dat weet
+ik niet. Maar het geld is verdwenen.
+
+„De zoon van den vermoorde kon gelukkig naar Melilla, naar generaal
+Marina vluchten!”
+
+Lister zweeg even, want bij de deur aan zijn rechterhand meende hij een
+gesmoorden kreet te hooren.
+
+De Roghi had onmiddellijk zijn barnsteenpijp op het kussen laten vallen
+en was opgesprongen.
+
+Met snelle schreden had hij den uitgang bereikt en snel trok hij het
+roode gordijn weg.
+
+Maar er was niemand te zien.
+
+Hij bleef een oogenblik luisteren, daarop trok hij het gordijn weer toe
+en nam zijn oude plaats weer in.
+
+„Ik heb mij zeker vergist!” mompelde hij. „Ga door, vreemdeling, want
+uw verhaal boeit mij!”
+
+„De gouverneur stoorde er zich niet aan, dat de arme knaap door den
+dood zijner ouders een wees was geworden, dien hij verplicht was te
+beschermen. Hij vroeg alleen naar het millioen, dat de vader onder zijn
+berusting had gehad.
+
+„Hij beschimpte den Engelschen bouwmeester nog na diens dood, hij sprak
+van ontrouw en diefstal, beschuldigde den knaap zelfs van leugens en
+dreigde hem te zullen laten geeselen.
+
+„Ik overviel den Spaanschen veldheer, uw vijand, generaal Marina, ik
+bevrijdde den knaap en dwong den generaal, den jongen in diens eer te
+herstellen en om mij te helpen, een vredelievenden tocht in uw land te
+ondernemen!”
+
+„Met welk doel hebt gij dien tocht ondernomen?” viel Bu Hamara hem op
+scherpen toon in de rede.
+
+„Ik kom nu met dit doel, dappere Roghi! Ik verzoek u, de eer mijner
+landgenooten te herstellen, ik bid u, den jeugdigen zoon van den
+spoorwegingenieur, Mr. Lupton, een bewijs te geven, dat zijn ouders bij
+den overval zijn vermoord om zoodoende de leugenaars tegen te spreken,
+die zeggen, dat de ingenieur met zijn vrouw is gevlucht om zich het
+millioen toe te eigenen, dat hij u moest uitbetalen!”
+
+„En wanneer ik dat weiger?”
+
+Een listige blik van den Roghi viel op Lord Lister.
+
+Deze was juist van plan om te antwoorden, toen de deur, waardoor de
+troonpretendent zooeven naar buiten had gekeken, geopend werd en een
+diepgesluierde vrouwengestalte op den drempel stond.
+
+Zij strekte haar arm uit onder het wijde gewaad en riep:
+
+„Dat zult gij niet doen, Bu Hamara! Gij zult dezen edelen man de
+verlangde verklaring geven en er je naam onder zetten. Eén
+onrechtvaardigheid is voldoende en gij weet, dat gij die begaan hebt!”
+
+De Roghi was opgesprongen.
+
+„Onrechtvaardigheid zeg je?” mompelde hij. „Ga terug naar de
+vrouwenvertrekken! Het past niet, dat een vrouw onder mannen verschijnt
+en meespreekt! Ik zal overwegen, wat ik moet doen! Misschien bewillig
+ik het verzoek van dezen man!”
+
+„Belooft gij het mij, Emir der geloovigen? Bedenk, dat Allah u macht en
+zegen heeft gegeven. Gij zult echter niet in Fez en Marrakesch
+binnentrekken, als gij uw onrechtvaardige daad niet eerst goedmaakt!
+Want gij hebt den spoorwegbouwer de beloften slechts voorgespiegeld.
+
+„Toen gij het millioen in handen hadt, geschiedde die onrechtvaardige
+overval, Roghi, die den ingenieur het leven kostte, u van uw
+verplichtingen ontsloeg en het millioen in uw krijgskas bracht!
+
+„Is dat soms rechtvaardig?”
+
+„Zwijg, vrouw en ga terug naar het vrouwenvertrek, zooals het behoort!”
+
+„Ik ga,” sprak de vrouw, „maar ik zou gaarne de oude achting weer
+willen koesteren voor den dapperen Roghi als toen Sidi Lupton nog niet
+vermoord en het millioen peseta’s nog niet als buit in Bu Hamara’s kas
+was gevloeid.”
+
+De Roghi strekte bevelend zijn hand uit en de gesluierde vrouw
+verdween, zooals zij was gekomen.
+
+Lister was verbaasd, want zij sprak wel goed en vloeiend Arabisch, maar
+met een Engelsch accent.
+
+De troonpretendent staarde peinzend voor zich uit.
+
+Eindelijk richtte hij zijn somberen blik op Lister.
+
+„Ga nu heen, Amerikaan en laat mij alleen! Ik zal over uw verzoek
+nadenken! Krijgslist is geen onrechtvaardigheid, zooals die vrouw
+beweert. Om echter ook niet den schijn van ongerechtigheid op mij te
+laden, denk ik wel, dat ik u de gewenschte verklaring zal geven.”
+
+Lister kruiste de handen over de borst, boog en antwoordde:
+
+„Moge Allah den Emir tot een edel besluit brengen. Ook al wilde de Emir
+den dood niet van Sidi Lupton, toch droeg hij schuld aan diens
+ongelukkig einde.
+
+„De Emir zal niet willen, dat een braaf man door zijn schuld nog na
+zijn dood onrechtmatig beloond wordt!”
+
+Bu Hamara knikte en sprak:
+
+„Ik zal er over nadenken! Ik geloof niet, dat ik tot een weigering zal
+beslissen!—Ik zal u laten roepen!”
+
+
+
+
+
+
+
+
+VIJFDE HOOFDSTUK.
+
+SPAANSCH VERRAAD EN MAROKKAANSCHE LIST.
+
+
+Nauwelijks had Lord Lister het vertrek verlaten, of de Roghi stond op
+en liep met snelle schreden heen en weer.
+
+„Ook zij vergist zich! Ik kan niet gelooven, dat alleen ter wille van
+een doode deze vreemdeling het heeft gewaagd, hier binnen te dringen,
+waar dood, verderf en plundering alle Europeanen wacht, die tot ons
+durven komen. Ik zoek en zoek zonder te vinden!”
+
+Een slag op een in de kamer hangende kleine tam-tam gaf een dreunend
+geluid en onmiddellijk trad de neger weer binnen, die de Engelschen had
+aangediend.
+
+„Ik zou den Marabout kunnen vragen!” mompelde de Roghi peinzend, „maar
+ik merkte reeds dat hij een vriend der Engelschen is en in hun voordeel
+zou spreken.”
+
+Plotseling knipte hij met de vingers.
+
+„De gjaur vertelde, dat hij generaal Marina had gedwongen, hem bij zijn
+tocht naar het Rifgebied te helpen. Ik had wel eens willen zien, hoe de
+trotsche generaal door de vermetele Amerikanen werd gevangen genomen en
+gedwongen.
+
+„Den gevangen Spanjaarden zal ik het vragen! Van hen zal ik stellig de
+ware bedoeling vernemen van deze zeldzame expeditie in het Rifgebied!
+Hassan!” sprak hij tot den neger, die deemoedig bij de deur stond,
+„breng het eerste opperhoofd der gevangen Spanjaarden bij mij!”
+
+Na korten tijd trad de nog geboeide Spaansche sergeant, die door
+generaal Marina als bevelvoerder der meegezonden Spanjaarden was
+benoemd, onderdanig binnen.
+
+De groote neger van den Roghi bleef achter hem staan en ontdeed den
+gevangene op een wenk van Bu Hamara van zijn boeien.
+
+„Het handelt om het leven van jou en je vrienden, Spanjaard!
+Daarom—luister naar mij en antwoord mij volgens de waarheid.
+
+„Is uw antwoord belangrijk voor ons, dan zal ik u de vrijheid
+teruggeven en u zelfs onder geleide en met een goede belooning naar
+Melilla laten terugbrengen.
+
+„Jij moogt dan een brief van den Roghi overbrengen aan generaal
+Marina!”
+
+„Spreek, edele Emir! Bij alle heiligen, ik zal al uw vragen naar
+waarheid beantwoorden. Moge de hemel mijn antwoord zegenen, opdat ik u
+een dienst kan bewijzen!”
+
+Bu Hamara glimlachte.
+
+„Vertel mij openhartig, waarom heeft generaal Marina dezen Engelschman
+onder geleide van u en uw mannen naar onze bergen laten gaan? Hij moest
+weten, welk lot hem te wachten stond.
+
+„En hij zette ook uw leven op het spel, door u als geleide van dezen
+vreemdeling uit te zenden.
+
+„Was het werkelijk slechts het doel van dien man, zijn landslieden te
+rechtvaardigen, omdat men hen beschuldigde, het millioen peseta’s
+verduisterd te hebben?”
+
+De Spanjaard wist niet veel van de beweegredenen van den generaal. Maar
+hij was een dergenen geweest, die door de matrozen van de Meteor
+overweldigd waren.
+
+Hij wist, dat Lister den generaal gedwongen had, zijn toestemming te
+geven tot den tocht in de bergen.
+
+De gedachte, den gouverneur te rechtvaardigen en zoodoende bij hem in
+de gunst te komen, voegde zich bij zijn haat tegen Lister over de
+geleden overweldiging, die niet zacht was geweest.
+
+„Het is een geheim, dat ik u toevertrouw, dappere Emir! Doch niet voor
+u! Ook zou het u misschien reeds onthuld zijn, wanneer mijn
+gevangenname mij de gelegenheid niet had ontnomen.
+
+„Wij zijn niet als vrienden, maar als vijanden van dezen dwazen Yankee
+in uw bergland gekomen.
+
+„Een duivelsch plan is in het brein van dezen schurk gerijpt.
+
+„Listig lokte hij onzen wakkeren generaal in een val en dwong hem tot
+deelname en tot ondersteuning!”
+
+De oogen van den Roghi fonkelden.
+
+Hij herinnerde zich, dat ook Lister hem van dwang op den gouverneur had
+gesproken.
+
+„Vervolg, Spanjaard, je woorden boezemen mij belang in!”
+
+„Zijn hulp was echter slechts schijnbaar.
+
+„De generaal liet mij roepen.
+
+„Ramiro, sprak hij tot mij, ik ben in de macht van een schurk en kan
+deze medewerking niet weigeren. Jij bent verstandig en moedig tevens.
+Jij zult beletten, dat de schanddaad, die deze Yankee van plan is te
+plegen, uitgevoerd wordt!”
+
+De Roghi luisterde met uitgerekten hals. „Van welke schanddaad spreekt
+gij?”
+
+„Edele Roghi,” vervolgde de Spanjaard, „gij zult een dergelijke
+vermetelheid niet voor mogelijk houden! Ik weet het, want ook de
+generaal zeide het! De Roghi, sprak hij, is onze vijand, wien wij alle
+eer bewijzen, ook als wij tegen hem strijden.
+
+„Deze hond van een Yankee heeft gehoord, dat de Emir van het Rifgebied,
+die aanspraak maakt op den troon van Marrakesch, een grooten
+krijgsschat heeft verzameld!”
+
+De Roghi sprong op en balde zijn vuisten. Eindelooze woede blonk uit
+zijn oogen.
+
+Zijn krijgsschat, zijn trots—dat was zijn gevoelige plek!
+
+Zelfs in Marokko, zelfs in het arme Rifgebied is ten slotte hij de
+overwinnaar, die over de rijkste middelen beschikt, om de manschappen
+met al het benoodigde uit te rusten, opdat het hun nimmer aan wapenen
+en munitie ontbreekt.
+
+De Spanjaard bemerkte, welken indruk zijn woorden maakten.
+
+„Deze Yankee heeft het plan opgevat om den krijgsschat van den Roghi en
+tegelijkertijd het millioen van het syndicaat in diens kasbah in de
+bergen te stelen.”
+
+De Roghi had al zijn waardigheid afgelegd. Hij sprong op, als door een
+slang gestoken. Het bloed stroomde naar zijn gelaat en zijn aderen
+zwollen op.
+
+„Ha! Bij den baard des profeten! Als dat wat jij vertelt, waar is, en
+het komt mij waarschijnlijk voor, zal ik je beloonen als nog nooit
+iemand werd beloond!
+
+„Deze vervloekte gjaur, die nederig en vleiend, met het uiterlijk van
+een engel, voor mij trad, om mij als een duivel te verraden en te
+vernietigen, voor hem zal ik martelingen uitdenken, zoodat hij den dag
+zijner geboorte zal vervloeken!
+
+„Kom, mijn vriend, spreek verder en verzwijg mij niets!”
+
+De Roghi greep den arm van den Spanjaard. Zijn borst hijgde en zijn
+stem klonk heesch als die van een roofdier.
+
+Voor een dergelijken ruwen hartstocht, dien hij zelf had uitgelokt,
+schrok Don Ramiro, de Spaansche leugenaar, angstig terug.
+
+Want geen woord van zijn verhaal was waar.
+
+Generaal Marina, die voortdurend door kapitein Wheeler en zijn matrozen
+bewaakt was, had tijd noch gelegenheid gehad om den sergeant
+ophelderingen of bevelen te kunnen geven.
+
+Maar hij begreep, dat hij verloren was, als hij nu een enkel woord van
+zijn bericht durfde herroepen.
+
+Hij vervolgde daarom zijn phantastisch verhaal:
+
+„Deze schanddaad van den Amerikaan,” sprak generaal Marina, „zal jij
+niet toelaten!
+
+„Valt gij in handen van den koenen Emir, zooals ik veronderstel, vertel
+hem dan alles en beroep je op mij. Laat hij met den misdadiger doen,
+wat hij wil!
+
+„Mocht gij echter den eersten nacht van uw avontuurlijken tocht in de
+bergen nog in vrijheid zijn, dan beveel ik u, den dollen Engelschman
+met zijn vrienden en landslieden te overvallen, te boeien en u naar den
+Roghi te begeven om hem, zooals het behoort, dezen gevangen misdadiger
+met een groet van den gouverneur van Melilla uit te leveren!
+
+„Dat was de wensch van onzen nobelen generaal, dappere Emir!
+
+„Maar wij hadden den tijd niet, dezen schurk te overweldigen en tot u
+te voeren! Tot dusverre hadden wij als gevangenen geen gelegenheid, ons
+tegenover u te verantwoorden en u de welwillende gezindheid van onzen
+generaal mede te deelen!”
+
+Als een wild beest, dat opgesloten is, zoo liep de Roghi in de Moorsche
+zaal van zijn bergkasbah op en neer.
+
+Weldra echter was zijn laatste twijfel opgeheven en niets was er meer
+overgebleven van den goeden indruk, welken de fiere, edele persoon van
+Lord Lister op hem had gemaakt.
+
+Voor zijn oogen kwamen, waarheen hij ook keek, roode vlekken. De
+hartstocht van dezen wilden natuurmensch was opgewekt en als de Roghi
+zich in dezen toestand bevond, was er geen halt meer voor hem, dan
+volvoerde hij de bloedigste, wreedste besluiten zonder aarzelen, zonder
+voor de gevolgen terug te schrikken.
+
+Plotseling bleef hij staan en terwijl zijn linkerhand den met juweelen
+bezetten greep van een dolk omklemde, zoodat eenige steenen losbraken,
+strekte hij gebiedend den rechterarm uit en riep:
+
+„Ik heb den dood van deze Amerikaansche honden besloten! Niemand is in
+staat deze schurken te redden! Dat echter zal het bewijs van de
+waarheid uwer woorden zijn, dat gij en uw lieden u met mijn manschappen
+vereenigt om de Amerikanen en hun gevolg tot gevangenen te maken!”
+
+„Dolgaarne, edele Emir! Dan kunnen wij in uw belang toch nog de bevelen
+van onzen generaal gehoorzamen!
+
+„Zij zullen spoedig in uwe macht zijn, hooge Emir!”
+
+Een blik vol triomf straalde uit de oogen van den Roghi.
+
+„Zij zijn overgeleverd aan mijn wraak! Luister! Breng uw lieden op de
+hoogte! Zij moeten van hun boeien bevrijd worden! Gij krijgt uw wapens
+terug en rijkelijk spijs en drank!
+
+„Haast u, opdat gij gereed zijt, als mijn verdere bevelen komen.
+
+„Laat geweer en sabel achter, die zijn hinderlijk bij een gevecht
+binnenshuis. Mes en revolver zijn voldoende! Wacht mijn bevelen af!—
+
+„Hassan, geleid hem en ontdoe de andere Spanjaarden van hun boeien!
+Geef hun daarna te eten en geef hun hunne wapens!
+
+„Vooruit! Aan den arbeid!”
+
+Geruischloos verdwenen beide door de deur rechts, waardoor Hassan met
+den Spanjaard was gekomen en onhoorbaar viel het roode gordijn weer
+achter hen neer.
+
+
+
+
+
+
+
+
+ZESDE HOOFDSTUK.
+
+EEN WANTROUWENDE MARABOUT EN TWEE EDELE VERLEIDERS.
+
+
+Lister was intusschen in vroolijke stemming van zijn gesprek met den
+Roghi naar zijn makkers teruggekeerd en had hun bericht gebracht.
+
+„Jij kunt alles!” riep Charly vol geestdrift uit. „Het is zoo goed als
+zeker, dat je plan gelukken zal. Slechts één ding is jammer!” sprak hij
+met een lachje.
+
+„En dat is?” vroeg Lister verbaasd.
+
+„Nu, dat je deze zaak zoo geheel en al als Lord klaarspeelt en dat je
+Raffleskarakter hier in het geheel niet tot zijn recht komt, waar
+daarvoor toch in dit geval een gunstige gelegenheid zou bestaan.
+Bedenk, dat deze Rifbeheerscher zulk een rijken krijgsschat heeft
+verzameld, die nog pas met een rond millioen is vermeerderd!”
+
+Lister dreigde zijn vriend met den vinger.
+
+„Wij zullen dit geval niet ingewikkelder maken dan noodig is. De
+vriendelijke tegemoetkoming van den Emir en de gastvrijheid, die hij
+ons bewijst, sluiten een dergelijke gedachte uit. Als hij zich vijandig
+tegenover ons had aangesteld,” vervolgde hij met een fijnen glimlach,
+„dan zou ik er geen gewetenszaak van hebben gemaakt om ook hier een
+kleine gastvoorstelling als John Raffles te geven, maar nu gevoel ik
+mij in het belang van onzen Jack verplicht, de krijgskas te
+respecteeren.”
+
+Charly lachte.
+
+„In ernst, jammer! Ook onze krijgskas kan best een kleine aanvulling
+gebruiken na je edelmoedige daden in Messina!”
+
+De Marabout had niet gelet op dit voor hem onverstaanbare Engelsche
+gesprek tusschen de beide vrienden, maar zich in gedachten verdiept,
+aan zijn huka gewijd en zich in geurige blauwe wolken gehuld.
+
+Nu legde hij de slang der waterpijp neer, rekte zich uit en stond op.
+
+„Wij zijn nog niet aan het einddoel, mijn vrienden!” sprak hij in het
+Spaansch. „Zooals de zee daarbuiten soms blauw is als de hemel en even
+glad en vriendelijk en soms woest rollend op het strand beukt en de
+schepen vernielt, even veranderlijk is de ziel van den Roghi!—Wij
+hebben den laatsten berg nog niet achter ons!—Wie het gevaar kent, moet
+niet sluimeren! Daarom wil ik zelf gaan, mijn vrienden, om te zien, hoe
+het met de zaak staat. Ik hoop u goede tijding te kunnen brengen!”
+
+Bu Ismail wenkte vol waardigheid als afscheidsgroet en verliet
+onhoorbaar de kamer.
+
+„Deze vrome kluizenaar beschaamt mij!” sprak Lister glimlachend, „hij
+hecht niet veel waarde aan de beminnelijkheid van den Roghi!”
+
+„Ja en het lijkt er veel op, alsof jij toch nog gelegenheid zult
+hebben, om hier voor John Raffles te spelen.”
+
+„Dat zeg jij in je jeugdigen overmoed, Charly,” antwoordde Lister op
+ernstigen toon. „Eerlijk gezegd, het zou mij ter wille van den knaap
+liever zijn, als dit niet noodig zou zijn en alles in vrede kon worden
+afgehandeld.
+
+„Maar wie weet?—
+
+„Voorloopig echter hebben wij geen reden om aan de woorden van den
+Roghi te twijfelen en moeten wij zijn gastvrijheid met dankbaarheid
+beantwoorden!”
+
+Lister was naar den divan gegaan, waar intusschen de arme knaap
+uitrustte van de vermoeienissen van den vorigen dag en heerlijk sliep.
+Lister en Charly hadden hem zorgvuldig toegedekt, want de nacht was
+koel in de bergen.
+
+„Als wij den armen jongen, die in zijn slaap lacht en die zich volkomen
+aan ons heeft toevertrouwd, eerst in veiligheid hebben, dan kunnen wij
+ons wel weer in avonturen begeven.
+
+„Nu echter zou het een onrecht zijn jegens den wees.”
+
+Lister keek op en luisterde.
+
+Onwillekeurig stak hij zijn handen in de zakken, waarin hij zijn
+revolvers had.
+
+„Let op, Charly!” fluisterde hij.
+
+De portière aan den linkermuur bewoog en onhoorbaar sloop een neger in
+een blauwe djellaba met korte mouwen binnen, legde de hand op het hart
+en sprak in het Spaansch:
+
+„Moge de vreemde Sidi het bezoek van mijn meesters als een geheim
+bewaren.”
+
+„Het bezoek van je meesters? Daarvan weet ik niets, knaap! Waar zijn
+zij en wie zijn zij?”
+
+De jonge neger trad achteruit en wees naar de deur. Hij kruiste
+deemoedig de armen over de borst en neeg diep.
+
+Het roode gordijn werd weggeschoven en twee lange gestalten in lange,
+witte burnous traden binnen.
+
+De een droeg den groenen tulband der Schorfa’s, het geslacht van den
+Scherif, d.w.z. van de afstammelingen van den Kalif, terwijl de tulband
+van den ander wit was.
+
+Lister bootste met zijn tooneelspelerstalent zeer handig hun groet na
+en vroeg:
+
+„Wat verschaft mij het genoegen van uw bezoek?”
+
+Hij wees naar den divan en presenteerde fijne sigaretten, welke de
+beide nachtelijke bezoekers met welgevallen aannamen.
+
+„Wij zijn gekomen, vreemde gast uit verre landen, om uit naam van onzen
+sultan Muley Hafid, die over geheel Marokko heerscht, ook over het
+afvallige Rifgebied en zijn oproerigen Roghi, naar uw welzijn te
+informeeren.”
+
+Lister lachte spottend.
+
+„De bezorgdheid voor mijn welzijn treft mij zeer!” antwoordde hij met
+zooveel waardigheid en ernst, dat Charly bijna in een schaterlach
+uitbarstte.
+
+„Maar vertel uw heer met mijn eerbiedigen groet, dat ik mij zeer wel
+bevind en dat ik zeer tevreden ben over de gastvrijheid van den
+Roghi!”— —
+
+„Het is goed, vreemdeling!” antwoordde hij, dien de groene tulband als
+den voornaamste aanwees.
+
+„Maar ik raad u, wees op uw hoede! De kat is nooit vriendelijker tegen
+de muis, dan op het oogenblik waarop ze het beestje wil opeten. Wij
+zelf, onderdanen van den Makhsen, zijn als gezanten hier bij den Roghi,
+om hem over te halen, zich te onderwerpen aan den Groot-Sherif.
+
+„Maar de troonpretendent is hoogmoedig en weigert.
+
+„Zijn macht is groot, de Rifbergen zijn onneembaar voor onze Mahalla en
+zijn invloed is verbazend.
+
+„Als gij ons belooft, het geheim te zullen bewaren, dan zullen wij u,
+uit naam van den Groot-Sherif, onzen Sultan, een voorstel doen, dat in
+zijn, uw en ons belang is!”
+
+„Ik beloof het u! Vertel dus verder!” antwoordde Lister.
+
+„Muley Hafid, onze heer, de ware Emir der geloovigen, is vertoornd over
+den afval van dit kustgebied van Ceuta tot Melilla. Hij wil in vrede
+leven en erkent de aanspraken van dezen oproerling niet.
+
+„Wanneer deze zich goedschiks onderwerpt, dan is de Sultan tevreden.
+Maar vol vertrouwen op zijn kracht, blijft hij in zijn trots volharden.
+
+„Zullen wij onverrichter zake weer vertrekken?
+
+„Als gij ons helpt met uw lieden, kunnen wij gemakkelijk den Roghi
+overweldigen en dooden. Een van ons zal in zijn plaats het
+stadhouderschap van het Rif op zich nemen en, als gij ons uw hulp
+verleent, zullen wij den krijgsschat deelen.
+
+„De eene helft is voor onzen heer, de andere voor u! Gij zijt de
+eerste, die het heeft gewaagd, deze bergen binnen te dringen, voldoende
+bewijs voor uw koenheid.
+
+„Wij zullen u raad geven, hoe te handelen, gij moet dien raad opvolgen!
+
+„Onze dienaren zullen u helpen en op het juiste oogenblik zullen ook
+onze sabels u ter zijde staan.
+
+„Stem toe, o vreemdeling, en uw geluk is gemaakt, evenals het onze.
+
+„Wanneer ik dan stadhouder ben, zal ik u veilig naar de kust laten
+geleiden, waarheen gij wenscht!
+
+„Nu, hoe denkt gij er over?”
+
+„Ja, wat vindt jij, Charly?” vroeg Lister aan zijn vriend. „Zullen wij
+er op ingaan? Op die manier zouden wij gauw onze zakken kunnen vullen
+en misschien meerdere millioenen mee naar huis terug nemen.”
+
+„Ik ben er vóór, Lister. Je twijfelt er zelf aan, of de Roghi het
+eerlijk meent, zoodoende zouden wij elken list van hem voorkomen. En de
+millioenen zijn ook niet te versmaden.”
+
+„Wie waarborgt ons, dat deze twee het eerlijk meenen, dat zij niet zijn
+gestuurd om ons op de proef te stellen?” vroeg Lister. „Bovendien staat
+het mij tegen, als werktuig van anderen te dienen. Ik heb slechts
+geluk, als ik alleen werk, als het noodig is, zal ik wel weten te
+handelen.”
+
+„Ik buig mij natuurlijk voor jouw beter inzicht, Edward! Maar jammer is
+het toch, vooral om de millioenen!”
+
+„Die wij toch nooit te zien zullen krijgen,” antwoordde Lister. „Weet
+je wat, Charly? Als wij de kastanjes voor die twee uit het vuur hebben
+gehaald, eten zij ze zelf op. Laat mij maar gauw gaan!”
+
+Nu wendde Lister zich weer tot de Marokkanen.
+
+„Ik heb eens beraadslaagd met mijn vriend, die vol wijsheid is, edele
+heeren!”
+
+Charly boog met goed gespeelde waardigheid, maar hij moest zich op de
+lippen bijten om niet te lachen.
+
+„En deze, mijn wijze vriend, wees mij er op, edele heeren, dat ik uw
+namen nog niet ken en dat gij mij ook nog geen bewijs hebt gegeven, dat
+gij werkelijk afgevaardigden zijt van den Groot-Sherif! Ik twijfel niet
+aan uw woorden, maar toch verzoek ik u, mij uw namen te noemen, en mij
+uw hoog ambt te bewijzen.”
+
+De beide Marokkanen keken elkaar aan, alsof zij beraadslaagden.
+
+De man met den witten tulband knikte.
+
+„Wij hebben ook daaraan gedacht!” sprak de voornaamste der twee. „Uw
+wensch is niet onbillijk. Gij moet weten, wie wij zijn.
+
+„Ik ben Mohammed ben Aïssa, welken naam gij wel zult kennen, want die
+is zeer beroemd onder de Marokkaansche stammen en dikwijls voerde ik de
+Mahallas van mijn heer ten zegepraal. En dit is Omar ben Hassan, mijn
+geheimschrijver, uit de klasse der Umana’s.
+
+„Opdat gij echter zult zien, dat wij waarheid spreken,” hij haalde een
+perkament uit zijn burnous te voorschijn, voorzien van een groot zegel
+en overhandigde het Lister, „hier is het bewijs. Hieronder ziet gij de
+handteekening van onzen heer, Muley Hafid, den beheerscher der
+geloovigen.”
+
+Lister kende weliswaar niet al te veel Arabisch, maar in zijn
+studentenjaren te Oxford had hij zich geïnteresseerd voor den Oriënt en
+ook eenige Arabische taallessen genomen.
+
+Dat kwam hem nu te pas.
+
+Hij kon met geringe moeite den naam Muley Hafid ontcijferen en eveneens
+de namen der beide Marokkanen zelf.
+
+Ook het woord Roghi on de uitdrukking voor afgezanten was hem
+duidelijk. Bovendien bewees het Rijkszegel, dat hij kende, dat hij
+werkelijk een echte oorkonde van den Sultan voor zich had.
+
+„Ik dank u, edele heeren!” sprak hij, het perkament teruggevend. „Ik
+heb niet aan uw woorden getwijfeld, maar nu heb ik zekerheid.”
+
+„En zult gij nu besluiten, u met ons te vereenigen?” vroeg de
+voornaamste der twee gezanten.
+
+Lister boog het hoofd alsof hij nadacht. Daarop hief hij het weer op en
+strekte met plechtig gebaar zijn arm uit:
+
+„Ik dank u, edele heeren, voor het mij geschonken vertrouwen.
+
+„Maar na rijp beraad en bedenkende, dat de Roghi ons gastvrij en als
+vrienden heeft behandeld, dat hij het verzoek, waarmede wij kwamen,
+reeds zoo goed als toegezegd heeft, kan ik niet besluiten, uw voorstel
+aan te nemen, daar het mij zou noodzaken, mijn gastheer te bedriegen.
+
+„Wees niet boos op mij, edele heeren, wanneer ik uw voorstel helaas
+niet kan aannemen.”
+
+De beide Marokkanen sprongen op, alsof zij door een adder werden
+gebeten.
+
+Hun van woede verwrongen trekken hadden alle waardigheid verloren.
+
+„Hond van een gjaur!” siste Mohammed ben Aïssa, van woede hijgend en
+hij greep in zijn sneeuwwitten burnous. Daaruit haalde hij een lang
+dolkmes te voorschijn, waarmede hij zich op Lister wilde werpen en ook
+de geleerde schrijver uit de klasse der Umana’s hield plotseling een
+blinkend mes in zijn rechterhand, dat hij Charly Brand tusschen de
+ribben wilde steken.
+
+Maar de beide Marokkaansche edelen weken verschrikt terug en lieten hun
+wapens zinken, want beiden keken vol ontzetting in de opening van een
+revolver.
+
+Charly had bij een meester als Lister verbazende vorderingen gemaakt in
+het hanteeren van de revolver.
+
+„Steekt uw deftige moordwerktuigen weer bij u, vrienden!” sprak Lister
+op scherpen, spottenden toon, „of wij zullen uw lichamen als een zeef
+vol gaten schieten en u vóór uw tijd naar de houris in den zevenden
+hemel zenden! Ik heb gezegd!”
+
+Snel verdwenen de dolken weer onder de onschuldige, witte gewaden.
+
+„Zoo en nu eruit! Daar is het gordijn, edele heeren, gezanten van Zijne
+Majesteit den Sheriff en ellendige verraders der heilige gastvrijheid!”
+
+Zonder een woord van tegenspraak met oogen vol haat en woede gingen de
+beide verleiders naar de deur.
+
+Reeds was Mohammed ben Aïssa achter het gordijn verdwenen, toen zonder
+op de revolver, die op hem was gericht, te letten, Oman ben Hassan zich
+omwendde en siste:
+
+„Vertrouwd maar op den valschen Roghi, dwazen! Weldra zal het u
+berouwen, onze hulp versmaad te hebben. Wij alleen konden u redden. Nu
+zal ook onze wraak u treffen, vervloekte gjaurs!
+
+„Nimmer zult gij uw vaderland terugzien! Tusschen de bergen van het
+Rifgebied zal uw lichaam verteren en zullen uw beenderen verbleeken.
+Allah’s vloek moge u treffen, ongeloovige honden!”
+
+„Zal ik hem een kogel nazenden?” vroeg Charly boos.
+
+„Zal ik je den mond snoeren met een kogel, jij schreeuwer?” vroeg
+Lister, op wien de woedende uitval van den kerel niet den minsten
+indruk maakte. Hij maakte een beweging, alsof hij zijn revolver wilde
+afvuren.
+
+Maar reeds was de Marokkaan met een katachtigen sprong achter het
+gordijn verdwenen.
+
+
+
+
+
+
+
+
+ZEVENDE HOOFDSTUK.
+
+ONVERWACHTE OVERROMPELING EN HET LOON DER VERRADERS.
+
+
+Charly keek hen vroolijk na.
+
+„Een prachtigen sprong maakte de kerel uit angst voor onze revolvers,”
+sprak hij lachend.
+
+Lister had zijn miniatuurwapen weer weggeborgen en krabde zich achter
+het oor.
+
+„Ik vind de zaak eigenlijk minder amusant, Charly,” antwoordde hij.
+
+„De beide zeer edele heeren zullen ongetwijfeld nu den Roghi tegen ons
+ophitsen en het zoo mogelijk doen voorkomen, alsof wij hun plan hadden
+opgemaakt. Men weet niet, wat daaruit voort kan vloeien.
+
+„Wij hebben nu vrijwel alles tegen ons. Het is een geluk, dat tenminste
+onze lieden van de Meteor in de nabijheid zijn.
+
+„Wees zoo goed, Charly, voorzichtig naar hen toe te gaan, het
+voorvertrek scheidt ons alleen van hen. Zij moeten op alles voorbereid
+zijn, om dadelijk te kunnen handelen, als zij een fluitsignaal hooren.
+Mochten zij worden aangevallen, dan moet bootsman Canning fluiten, dan
+zullen wij hem te hulp komen.”
+
+„Houd je dan den toestand voor zoo gevaarlijk?” vroeg Charly verbaasd.
+
+„Ik dacht, dat wij goed op weg waren om onzen zin te krijgen!”
+
+„Dat waren wij ook. Het is mogelijk, dat ik mij vergis, maar die edele
+heeren Marokkanen vertrouw ik niet!
+
+„Zij zullen ons zooveel mogelijk zwart maken en het is de vraag, of Bu
+Hamara hen doorziet.—Daarom voorzichtig en snel naar de matrozen!”
+
+„Als het zóó staat!... Natuurlijk zal ik hun de grootst mogelijke
+voorzichtigheid inprenten!”
+
+Bij die woorden was Charly snel achter de portière verdwenen.
+
+Lister liep onrustig in het ruime vertrek heen en weer. Hij wierp een
+teederen blik op het slapende kind en nam zich voor, den mooien knaap
+zoo goed mogelijk te verdedigen.
+
+Maar wat vermocht hij, zelfs geholpen door zijn weinige mannen, als de
+Roghi zijn vijand was en zijn macht wilde misbruiken!
+
+Een gevecht was even nutteloos als een vlucht in dit vijandige
+bergland, dat bovendien nog in oproer was tegen de Spanjaarden!
+
+Lister pijnigde zijn hersens om een uitweg te vinden.
+
+Plotseling luisterde hij scherp.
+
+Hij meende, lichte schreden gehoord te hebben. Met gespannen aandacht
+luisterde hij, beide handen om de revolvers in zijn zakken geklemd.
+
+Hij had zich niet vergist.
+
+De roode portière werd teruggeschoven en tot zijn hoogste verbazing zag
+Lord Edward een gesluierde vrouw op den drempel.
+
+Het was dezelfde, die bij zijn gesprek met den Roghi zijn partij had
+gekozen.
+
+Ook nu was haar gelaat door een sluier verborgen. Zij wenkte met de
+hand, als wilde zij tot voorzichtigheid en tot zwijgen aansporen.
+
+Daarop trad zij nader.
+
+Toen zij den sluimerenden knaap zag, die in zijn slaap glimlachte,
+vouwde zij de handen over de borst en knielde neer om naar hem te
+kijken. Een zucht kwam van haar lippen en zacht fluisterde zij:
+
+„Arme knaap, hoe heerlijk sluimer je! En toch zal men je weldra moeten
+wekken, want de vervolgers naderen reeds! Maar jij bent in de hoede van
+een edel man! God zal hem helpen om je te redden en gelukkig naar het
+vaderland terug te brengen!”
+
+Lister vertrouwde zijn ooren niet, toen hij de vermeende Marokkaansche
+deze woorden in het zuiverste Engelsch hoorde uiten.
+
+Maar reeds was zij opgestaan en trad naar hem toe.
+
+„Vraag mij niets, mijnheer! Red uzelf en den knaap, want Bu Hamara, de
+Roghi, zal dadelijk met zijn lieden hier zijn. De Spanjaarden hebben u
+verraden en de Mahksenlieden hebben u bij hem aangeklaagd.
+
+„Vraag niet, maar handel, eer het te laat is!—Bu Ismail, de Marabout,
+zal u buiten wachten en veilig geleiden. Ik zelf zal uw gids zijn.”
+
+„O, mijn landsvrouw, hoe zal ik u danken? Door welk wonder bevindt gij
+u hier, om als een engel te verschijnen en ons te redden?”
+
+„Er is geen minuut te verliezen, mijnheer,” antwoordde de gesluierde
+haastig. „Alle vragen later. Wek den knaap, roep uw lieden en volg
+mij!”
+
+In een oogenblik had Lister zijn wapens en den tropenhelm bij elkaar
+gezocht en ging naar Jack.
+
+Opeens werden in de aangrenzende kamer schoten gehoord, waarop een
+geheel salvo volgde.
+
+Een onbeschrijfelijk alarm volgde, vermengd met Engelsche vloeken, maar
+ook menig Spaansch en Moorsch woord werd vernomen.
+
+Lister bleef een oogenblik staan, daarop echter had hij zijn
+tegenwoordigheid van geest teruggekregen.
+
+„Te laat!” mompelde de gesluierde vrouw. „Groote hemel, de knaap, de
+knaap! Wat moet ik doen? Wat geeft het mij en u, als Bu Hamara mij hier
+treft en in zijn woede doodt of gevangen zet?”
+
+Met een droeven blik op den knaap, die zich, door de schoten gewekt,
+verbaasd van zijn rustplaats oprichtte, en met een wanhopige
+handbeweging vluchtte zij uit het vertrek en was verdwenen.
+
+Maar reeds was Lister van plan met een revolver in elke hand door het
+roode gordijn in de voorzaal te snellen om zijn overrompelde getrouwen
+ter hulp te komen, toen met verwarde haren en verscheurde kleeren
+Charly achteruitloopende bij de portière verscheen, herhaaldelijk
+achteruitvurende op zijn vervolgers.
+
+Oogenblikkelijk was Lister aan zijn zijde en nu zag hij door de
+deuropening bijna de geheele zaal gevuld met Rifkabylen, die alleen in
+toom werden gehouden door Charly’s uitstekende revolvers.
+
+Toen twee der vermetelste kerels met hun lange messen naderslopen,
+werden beide door Lister’s revolverkogels in den arm getroffen, zoodat
+zij hun messen moesten laten vallen.
+
+Daar schreeuwde plotseling de knaap achter hem luidkeels en toen Lister
+schielijk omkeek om hem zoo noodig ter hulp te snellen, was het reeds
+te laat.
+
+Hij zoowel als Charly werden ruggelings door vele sterke armen
+aangegrepen en hun revolvers hun ontnomen.
+
+Hun armen en beenen werden met stevige touwen gebonden en toen Lister
+met moeite zijn hoofd omdraaide, zag hij tot zijn leedwezen, dat ook de
+arme, dappere knaap reeds hetzelfde lot ten deel was gevallen.
+
+Over hen heen echter boog zich hoonlachend de Spaansche sergeant Ramiro
+en riep:
+
+„Oog om oog, Señor Lordo!
+
+„Dat is de groet van generaal Marina, dien ik u moet overbrengen!”
+
+Onmiddellijk daarop echter stelde hij zich in postuur met de hand aan
+de witte kepi.
+
+„Dappere Roghi, hier ziet gij uw vijanden geboeid in uw macht, waaraan
+ook wij dapper hebben meegeholpen. Mag ik uwe genade nu verzoeken ons
+volgens uwe belofte, het ons toegezegde loon te geven en ons onder
+veilig geleide naar Melilla, naar generaal Marina, terug te zenden?!”
+
+Lister hoorde, hoe de Roghi die binnengekomen was, met luide stem in
+het Spaansch zei:
+
+„Mijn belofte zal ik houden! Uw wapens hebt gij al weer terug! Hassan,
+hebt gij den buidel?—Welaan, geef elk der Spanjaarden een goudstuk en
+den capitano drie!”
+
+„O, veelmaals dank, edele Emir!” antwoordde Ramiro verheugd.
+
+„Ben je gereed, Hassan?” vroeg Bu Hamara vol ongeduld.
+
+„Ja, heer!”
+
+„Welnu, heeren Spanjaarden!” vervolgde de Roghi, „ook mijn derde
+belofte zal ik houden.—Hola, Riflieden! Neemt deze Spaansche
+onderdrukkers op, die zoozeer verlangen, onze bergen met hun erts en
+verborgen schatten te bezitten, die ons ons vaderland willen ontnemen,
+dat wij liefhebben, ik beveel u, neemt hun hun geld en wapenen weer
+af!”
+
+Ramiro ging een schrede achteruit.
+
+„Was dat de bedoeling, trouwelooze Kabyle! Zoo zie dan, hoe
+Castiliaansche mannen weten te sterven. Lieden, revolvers te
+voorschijn! Caramba! Legt aan!—vuur!”
+
+De elf revolvers der Spanjaarden werden gelost. Maar de Rifbewoners en
+Bu Hamara zelf wisten zich te redden, doordat zij zich op den grond
+lieten vallen.
+
+Een tweede maal konden de ongelukkige Spanjaarden echter niet vuren.
+Uit de andere kamer waren talrijke Marokkanen naar binnen geslopen. Op
+een wenk van den Roghi hadden achter elken Spanjaard twee er van plaats
+genomen en onverhoeds werden hun de wapens ontrukt.
+
+Ondanks hun dapperen tegenstand werden de Spanjaarden door de overmacht
+overweldigd en evenzoo gebonden als zooeven Lister en de lieden van de
+Meteor, benevens Charly en Jack.
+
+Ondanks zijn onbehagelijken toestand kon Lister niet nalaten, den
+sergeant toe te roepen:
+
+„Er bestaat een Engelsch spreekwoord, edele Hidalgo van den Manzanares,
+dat luidt: „Wie een ander een put graaf, valt er zelf in.”
+
+„Zeg maar niets, Señor!” antwoordde de Spanjaard op schuldbewusten
+toon, „ik zie in, dat ik nog dommer ben dan de ezel van Sancho Pancha.”
+
+„Zoo, dappere Señores!” hernam de Roghi, „nu zal ik ook mijn derde
+belofte houden. De Spanjaarden worden morgen vroeg op het plein van
+mijn kasbah doodgeschoten, hun lijken echter zullen onder veilig
+geleide naar Melilla worden gevoerd. Niemand echter kan zeggen, dat Bu
+Hamara niet tot in de kleinste bijzonderheden zijn belofte heeft
+gehouden.—Nu echter—weg met de gevangenen naar de rotskelders!”
+
+Men maakte een begin met de Spanjaarden en twee aan twee werden de
+geboeiden uit het vertrek gedragen.
+
+Nu wendde de Roghi zich tot Lord Lister, die voor hem op den vloer lag
+uitgestrekt.
+
+„Nu gij, mijn vriend van gene zijde van den oceaan! Uw edelmoedigheid
+was te groot, dan dat ik er geloof aan kon slaan. Nu is de waarheid aan
+het licht gekomen.
+
+„Niet ter wille van Sidi Lupton en diens familie kwaamt gij in onze
+bergen, maar met het doel om mijn krijgsschat en het laatst verworven
+millioen te stelen.
+
+„Het helpt u niets, te ontkennen. Het is bewezen.
+
+„Goedhartig als ik ben, wil ik zelfs u gelegenheid geven om uw plan ten
+uitvoer te brengen!”
+
+Lister luisterde vol belangstelling en zelfs Charly kon een uitroep van
+verbazing niet weerhouden.
+
+„Uw lieden, en deze, uw vrienden, zullen zich verkwikken in mijn
+onderaardsche kelders, om koel en frisch morgenochtend in onze
+buksmondingen te kijken.
+
+„Gij echter, mijn speciale vriend, zult geboeid, zooals gij zijt, den
+nacht doorbrengen in mijn schatkamer.
+
+„Gelukt het u, den krijgsschat te stelen, zooals uw plan was, dan zal
+die van u zijn. Gelukt het u echter niet, ondanks al mijn
+tegemoetkoming, dan kan ik u verder niet helpen. Dan zult gij met al uw
+aanhangers morgenochtend te zamen met de Spanjaarden op het plein van
+mijn kasbah gefusilleerd worden.—Nu, hoe denkt gij over mijn voorstel,
+hoogedele heer?”
+
+„Drommels, Lister!” fluisterde Charly verbaasd.
+
+„Ik was tot dusverre niet van plan, uw schat te stelen, Roghi. Maar ik
+neem uw voorstel, dat gij mij hoonend doet, in allen ernst aan. Ik roep
+alle aanwezigen aan als getuigen, dat mij de schat zal toebehooren, als
+het mij gelukt hem te stelen.—Ik zal u dus vóór morgenochtend den schat
+ontstelen, Roghi, wees daar verzekerd van!”
+
+Bu Hamara barstte bij het hooren van die vermeende grootspraak in zulk
+een hartelijk lachen uit, dat hij alle Kabylen, die tot de tanden
+gewapend de geboeide Engelschen omringden, aanstak.
+
+Plotseling echter wenkte hij met de hand en al zijn haat en woede tegen
+Lord Lister lag weer op zijn gelaat te lezen.
+
+„Als mijn schutters u en uw makkers morgen tot schietschijf nemen, zal
+de lust om grappen te verkoopen u wel vergaan, mijn geestige,
+Amerikaansche vriend,” riep hij vol woede. „Kom, werpt de Gjaurs in de
+rotskelders! Dezen echter moet gij in mijn schatkamer neerleggen. Ik
+houd altijd mijn woord!”
+
+Toen de Kabylen zich gereed maakten om het bevel van den Roghi op te
+volgen, werd op angstigen toon: „Halt! Halt!” geroepen.
+
+Bu Hamara keerde zich boos om. Maar hij schrok, want achter hem stond
+op den drempel de gesluierde vrouw.
+
+„Halt—halt!” riep zij op opgewonden toon. „Waarheen laat gij hen
+brengen, Roghi?—Gij zijt misleid! Geloof mij! Doe niets, wat u zal
+berouwen! Gij benadeelt slechts uzelf! Deze heer is een Amerikaan van
+grooten invloed, die u van meer nut kan zijn dan gij denkt. En deze
+knaap—wat heeft hij misdaan?”
+
+De gesluierde knielde voor hem neer en hief de armen op.
+
+„Ik smeek u, Roghi!—Laat den knaap vrij, geef hem aan mij! verhoor mijn
+bede en als gij mij een genoegen wilt doen, zendt deze menschen dan
+ongedeerd naar de kust.”
+
+De Roghi scheen zeldzaam bewogen. Hij beet zich op de lippen en staarde
+voor zich uit. Daarop hief hij de knielende op.
+
+„Genade voor al deze menschen, overgave aan u van den knaap, een
+vrijgeleide en alles wat gij wenscht, sta ik toe, op de voorwaarde, die
+gij kent. Maar het inwilligen van die voorwaarde is onomstootelijk!”
+
+„Het is niet edel, Roghi, dwang te willen uitoefenen op een vrouw. Uw
+eisch kan ik niet bewilligen.
+
+„Waartoe te herhalen, wat ik u reeds zeide? Maar ik heb een betere
+meening over u. Gij zijt niet onedel. Gij zult mijn verzoek niet
+weigeren, want ook ik ben een Engelsche en behoor tot hun stam!”
+
+De Roghi balde de vuisten en zijn oogen gloeiden van hartstocht:
+
+„Dat zal ik niet doen, bij den baard des profeten! Ik heb er genoeg
+van, mij door u voor den gek te laten houden. Er zijn nog andere
+dwangmiddelen, mijn duifje! Gij zijt in mijn macht en ik zal mij niet
+langer door mijn geweten in bedwang laten houden. Onthoud dat, schoone
+Engelsche!”
+
+„Wilt gij mij met dreigementen bang maken, Bu Hamara? Op die manier is
+geen vrouw te winnen! Bij ons te lande weten de vrouwen eerder te
+sterven dan zich tegen haar zin te laten dwingen! Wanneer deze
+gevangenen worden gekweld of gedood, dan—Bu Hamara, zijn wij voor
+eeuwig gescheiden!”
+
+Met een teederen blik op Jack, den ouderloozen knaap, die wel bleek was
+geworden, maar zich toch dapper hield, met een afwerende handbeweging
+tegen den Roghi, verliet zij met fieren tred de kamer.—
+
+De Roghi stampte woedend op den vloer.
+
+„Waarom aarzelt gij? Waarom zijn de gevangenen nog niet weggebracht?
+Moet ik u beenen leeren maken, luiaards?” schreeuwde de Emir tot de
+Kabylen.
+
+„Waarheen heer, naar de schatkamer?”
+
+„Heb ik het nog niet duidelijk genoeg gezegd, domkoppen?” riep hij uit.
+„Allen bij de Spanjaarden in de rotskamers beneden. Dezen echter alleen
+naar de schatkamer. Daar mag hij bersten van nijd bij den aanblik
+mijner schatten! Dat zal mijn wraak zijn! Steel ze, als ge kunt! Ik
+houd mijn woord!”
+
+„Ik zal mijn uiterste best doen!” riep Lister, toen men hem wegdroeg.
+
+Zijn hart klopte sneller en ondanks zijn wanhopigen toestand, was hij
+vaster dan ooit in zijn leven van plan om te zegevieren, toen hij den
+hoonlach hoorde, waarmee de Roghi hem nakeek.
+
+
+
+
+
+
+
+
+ACHTSTE HOOFDSTUK.
+
+DE GELUKTE LIST VAN EEN MARABOUT EN MAROKKAANSCH BIJGELOOF.
+
+
+Met een gevoel van bevrediging liep Bu Hamara, de Roghi, nu alleen op
+en neer door het vertrek, dat Lister en zijn vrienden tot verblijf had
+gediend.
+
+Al deze vermetele Engelschen, zelfs de ondernemende Lord, moesten
+sterven, evenals de Spanjaarden, die vanuit hun schuilhoeken op de
+rotsen en eilanden het vrije Rifgebied bekampten.
+
+Morgen zou een groote aanval worden ondernomen op de versterkte
+verblijfplaatsen der Spanjaarden op den Guruguberg en de forten.
+
+Een harka van 6000 man was reeds gereed om uit te trekken en alle
+naburige stammen hadden hun medewerking toegezegd.
+
+Waarschijnlijk kon hij morgen bevelen over 20,000 strijdlustige
+Rifkrijgers, die, naar hij vast geloofde, de Spanjaarden van Melilla
+spoedig zouden hebben opgeruimd.
+
+Door geheel Marokko zou zijn naam weerklinken als die van den
+overwinnaar der Spanjaarden en de weg naar den troon van den sultan zou
+hem zoodoende worden gebaand.
+
+De Emir was juist van plan om zich naar zijn vertrekken te begeven,
+toen naderende voetstappen werden vernomen.
+
+De roode gordijnen werden geopend en de Marabout trad binnen.
+
+Verbaasd bleef hij op den drempel staan, toen hij Lister, Charly en den
+knaap niet meer in het vertrek zag.
+
+„Waar is de knaap, die mij toebehoort, Roghi? Waar zijn de beide
+voorname Amerikanen gebleven? Wilt gij mijn vraag naar waarheid
+beantwoorden?”
+
+Bu Ismail keek den gevreesden Bu Hamara met ijskouden blik aan. Hij
+vreesde en achtte hem niet, daar hij den man en diens verleden maar al
+te goed kende.
+
+„Weet gij niet, Marabout, tegen wien gij spreekt? De Roghi, die weldra
+sultan zal zijn, duldt niet, dat men een dergelijken toon tegen hem
+aanslaat!”
+
+„Waar is de knaap gebleven? Gij weet, dat hij mijn beschermeling is.
+Wee u, Bu Hamara, als hem eenig leed is overkomen!”
+
+„Gij stelt merkwaardig veel belang in dezen zoon der ongeloovigen!
+Reeds lang komt mij uw handelwijze tegenover Spanjaarden en Engelschen
+verdacht voor! Dat is een Marabout van het Rifgebied onwaardig!”
+
+„Hierover kan ik zelf alleen oordeelen, Bu Hamara! Wij kennen elkaar,
+mijn vriend. Waar is de onschuldige knaap, die mij vertrouwde? Ik wil
+het weten Roghi, afvallige Marabout! Zijn vrienden zijn mannen; zij
+zullen wel voor zichzelf zorgen. Deze knaap echter staat onder mijn
+bescherming en ik verlang te weten, waar hij gebleven is!”
+
+„Ik zou wel dwaas zijn, u te vertellen, wat u niet aangaat, gij vriend
+der Europeanen! Hij is bij zijn vrienden! Maar zij zullen moeilijk voor
+hem kunnen zorgen, want zij kunnen dat niet eens voor zichzelf doen.
+Hij zal het lot der andere Europeanen deelen en ook onschadelijk worden
+gemaakt.”
+
+De oogen van den Marabout fonkelden.
+
+„Geef mij dadelijk den knaap terug! Want ik heb gezworen bij den baard
+van Mohammed, hem veilig naar de kust te brengen, opdat hij naar zijn
+vaderland kan terugkeeren!
+
+„Ik wilde echter voor u in het boek van het noodlot lezen en u
+mededeelen of u overwinning dan wel nederlaag te wachten staat.
+
+„Dwaas! Denkt gij Spanje te kunnen bedwingen door zijn wraak op te
+wekken? O, gij dwaze onwetende! Zelfs het hoopje in Melilla kunt gij
+niet overwinnen! En wat wilt gij beginnen, als zij hun vuurspuwende
+schepen, hun honderdtallen stukken geschut hierheen zenden en als het
+Afrikaansche strand wemelt van hun soldaten?”
+
+Maar met den Roghi viel niet te redeneeren.
+
+„Dat zullen wij morgen probeeren. Ik heb zooveel volk verzameld, dat
+wij hen van den Guruguberg zullen verdrijven, hun forten vernietigen en
+de muren van hun stad vernielen en beklimmen.”
+
+„Als gij de toekomst beter kent dan ik, Roghi, hebt gij mijn
+mededeelingen uit het boek der geesten niet noodig!”
+
+De Roghi lachte gedwongen.
+
+„Maak daarmee anderen bang, Bu Ismail! Vergeet niet, dat ik zelf
+Marabout ben geweest! Ik ken die voorspellingen! Maar ook ik heb die
+kunst nog niet verleerd en wil u gratis de toekomst voorspellen,”
+antwoordde de Roghi, die met snelle schreden naar den divan was gegaan,
+waarop Lister zijn nargileh had gerookt.
+
+Ook hier hing een metalen alarmschild. De Roghi sloeg er met den
+klopper tegen aan en het geluid dreunde door de ruime zalen der kasbah.
+
+De Marabout had zich snel teruggetrokken naar de deur, waaruit de
+gesluierde vrouw te voorschijn was gekomen. Hij had zich daar
+neergebogen en in een kring rondgedraaid, alsof hij een bezwering
+uitsprak, want hij mompelde onverstaanbare woorden.
+
+Hassan kwam haastig binnen en een aantal gewapende Rifbewoners volgden
+hem.
+
+„Zoo voorspel ik je, Bu Ismail, verrader van de belangen van het Rif en
+van den profeet, vriend der Europeanen, dat je deze zaal niet levend
+zult verlaten.
+
+„Zoo staat het in het boek der toekomst! Vooruit Hassan, werp je op den
+afvallige, den valschen Marabout daar en stoot je dolk in zijn
+verradershart!
+
+„Weg met den vriend der Spanjaarden, die hier kwam om te spionneeren.”
+
+Alle negers snelden tegelijk voorwaarts om het bevel op te volgen.
+
+De Marabout was kalm en rustig voortgegaan met zijn bezwering en had
+zich nogmaals gebukt.
+
+Plotseling bleven de mannen, die reeds wilden toestooten en hun
+vlijmscherpe dolken zwaaiden, als verlamd staan, want tusschen hen en
+den Marabout stegen onder aanhoudend gesis groene wolken op, een knal
+werd vernomen en de neger Hassan viel met de armen in de hoogte
+gestrekt, dood voorover.
+
+De mannen van den Roghi en deze zelf stonden verlamd van schrik en
+bijgeloovige angst.
+
+Maar toen de groene damp eindelijk was opgetrokken, was de Marabout
+verdwenen.
+
+De Mooren keken elkaar met angst en ontzetting aan, daarop wierpen zij
+een schuwen blik naar den Roghi en weken als voor een melaatsche terug,
+want hij had zich nu door beschimping van den heiligen man de straf der
+booze geesten op den hals gehaald.
+
+„Domkoppen!” schreeuwde de Roghi. „Bah! Laat u toch niet uitlachen!
+Denkt maar niet aan toovenarij, spoken of bovenaardsche wonderen! Het
+is niets anders dan een handig kunststukje! Hebben de Europeanen, die
+zijn vrienden zijn, niet wagens, die zonder paarden loopen en geweren,
+die tienmaal of nog vaker schieten, zonder dat men ze laadt?
+
+„Deze groene damp is voor de Europeanen zeker niet moeilijker te maken
+dan die wagens en buksen!”
+
+Hij overtuigde echter de bijgeloovigen niet, die te zeer gewend zijn om
+te gelooven aan de bovennatuurlijke krachten der Marabouts en andere
+heiligen van den Islam.
+
+„Allah moge u verlichten!” sprak een der oudste Riflieden, op de breede
+kolf van zijn geweer leunend. „Hij duide u de beschimping van zijn
+heiligen niet ten kwade! Wij echter willen uw afschuwelijke woorden
+niet aanhooren en laten u aan uw eigen gedachten over!”
+
+De woorden van den ouden man vonden algemeenen bijval. Men drong elkaar
+het vertrek uit en zelfs de lijfwacht van den Roghi sloot zich bij de
+anderen aan en allen verlieten de kamer.
+
+De Roghi kon nu ongestoord over zijn eigen optreden nadenken, want
+voordat hij het zelf begreep was hij alleen.
+
+Hij zag zeer goed in, welke fout hij had gemaakt. Nog meer echter
+vreesde hij nu den invloed van Bu Ismail. Hij was er van overtuigd, dat
+deze nu zou trachten hem tegen te werken, zich te wreken en misschien
+zelfs de Engelschen, zijn vrienden, te bevrijden.
+
+Hij besloot zich er zelf van te gaan overtuigen, of de Engelschen en
+Spanjaarden goed verzekerd waren en dat de brutale Yankee, die zijn
+hoon voor ernst durfde opnemen, nog stevig geboeid in de schatkamer
+smachtte.
+
+Hij nam uit een eenvoudige kast een paar fakkels, stak nog eenige in
+zijn gordel, stak een er van aan de olielamp aan en verdween haastig
+uit de kamer.
+
+
+
+
+
+
+
+
+NEGENDE HOOFDSTUK.
+
+LORD LISTER IN DE SCHATKAMER VAN DEN ROGHI.
+
+
+Volgens bevel van den Roghi waren de Spanjaarden, evenals de Engelsche
+matrozen, stevig geboeid, nadat men hun al hun eigendommen had
+afgenomen.
+
+Men had hen over het plein naar een ander, ruw opgetrokken gebouw
+gevoerd, een soort van barak. In het midden van het gebouw, waarin de
+geweren der Kabylen en allerlei krijgsvoorwerpen, gedeeltelijk nog
+ingepakt, werden bewaard, gaapte in den vloer een zwarte opening,
+hierboven bevond zich een stevige eikenpaal, waarvan een touw afhing.
+
+Een Kabyle, voorzien van een fakkel, liet zich langs het touw naar
+beneden glijden en weldra verscheen in de opening een soort korf,
+waarin telkens twee of drie Europeanen werden gepakt, die daarop in de
+diepte verdwenen.
+
+Eindelijk waren alle Europeanen, geboeid als zij waren, in den diepen
+rotskelder gebracht en de Kabyle, die hen vermoedelijk beneden naast
+elkaar had neergelegd, kwam weer te voorschijn.
+
+Lister was door eenige zwarte bedienden van den Roghi opgenomen en naar
+een meer verwijderd vertrek gedragen, waar zich het begin van een trap
+bevond.
+
+Men had hem aan een touw onder de armen neergelaten, waarop de drie
+negers ook neergedaald waren. In den kelder namen zij hem weer op de
+schouders en droegen hem naar een uitgehouwen rotskelder.
+
+Een der negers, die hier goed den weg scheen te kennen, drukte op een
+knopje in de rots en nu hoorde Lister het rinkelen van kettingen en het
+piepen van verroeste scharnieren.
+
+Bij het licht der fakkels ontdekte hij, dat hij zich in een
+hooggewelfde zaal bevond, waarin hij op een tafel zag een groot aantal
+splinternieuwe Winchester-repeteerbuksen met bijbehoorende ammunitie,
+talrijke pistolen en moderne revolvers met ontelbare patronengordels,
+patronendoozen en allerlei sabels, bajonetten, hartsvangers, dolken en
+bijlen, ja zelfs zweepen.
+
+Wat echter nog meer zijn blik aantrok, waren de honderden met goud
+gevulde zakken.
+
+Lister zag onmiddellijk, dat het gemunt, fonkelnieuw goud moest zijn,
+dat in vele rijen uit de open zakken blonk en schitterde.
+
+De bleekere glans van het zilvergeld vertoonde zich meer op den
+achtergrond en in de vakken langs den wand bevonden zich staven van
+goud of zilver, misschien ook gouderts en geroofde kostbaarheden.
+
+Op bevel van den Roghi, die Lister door den aanblik van het goud wilde
+hoonen, zette men Lister op een kleine ton aan den rotsmuur, zoodat hij
+met zijn rug tegen de rots leunde en nu den geheelen rijkdom van den
+Roghi voor zich zag, daar men verscheiden fakkels in de rotskloven had
+bevestigd.
+
+Lister voelde op dit oogenblik niets van de ruwe behandeling, welke hij
+onderging. Zijn oog rustte onafgebroken op al het goud, dat voor hem
+lag.
+
+Slechts één enkele gedachte beheerschte zijn brein in dit verblijf uit
+de „Duizend en één Nacht”, de vurige wensch, om zijn woord tegenover
+den Roghi gestand te doen.
+
+Eerst toen de rotsdeur opnieuw piepte en kraakte, kwam hij tot het
+ontzettende bewustzijn van zijn toestand, begreep hij, dat hij hier
+diep onder de aarde was, verstoken van menschelijke hulp.
+
+Op dit oogenblik voelde hij ook de boeien, die diep in zijn vleesch
+drongen, de lichamelijke pijn en de noodzakelijkheid, om zich zelf te
+bevrijden.
+
+Maar zijn boeien waren niet los te krijgen, de Rifkabylen hadden de
+touwen op zulk een ongelooflijk kunstige wijze vastgemaakt, dat hij
+ondanks al zijn pogingen geen enkelen knoop los kon maken om er een
+hand doorheen te werken.
+
+Maar Lister bleef rustig en koelbloedig.
+
+Plotseling hoorde hij het knarsen der verroeste deurscharnieren.
+
+Verrast keek hij op, doch op hetzelfde oogenblik verhelderde een straal
+van vreugde zijn gelaat: hij had de gesluierde vrouw herkend.
+
+Snel trad zij nader en een mes blonk in haar hand.
+
+„Hierheen hebben de onmenschen u dus gesleept!” sprak een welluidende,
+medelijdende stem. „Maar waar is de knaap? Waar zijn uw vrienden?”
+vroeg zij angstig.
+
+„Zij smachten in andere gewelven, edele redster”, antwoordde Lister.
+„Wij zullen hen vinden en bevrijden, als gij maar eerst zoo goed wilt
+zijn, mijn boeien door te snijden!”
+
+„Onmiddellijk, mijn edele landgenoot!” sprak zij en reeds sneed zij met
+het scherpe mes het eene touw na het andere door.
+
+Lister was weer vrij!......
+
+Hij rekte zich uit om den gestoorden bloedsomloop te herstellen en
+bedankte de onbekende met warme woorden.
+
+Plotseling legde zij haar hand, het mooiste en blankste vrouwenhandje,
+dat men zich kan denken, op zijn arm en fluisterde:
+
+„Hoort gij niets? Dat zijn schreden! Om ’s Hemels wil! Ik heb de deur
+opengelaten! Als dat Bu Hamara eens zelf was!”
+
+Snel liep zij naar de rotsdeur en met inspanning van al haar krachten
+gelukte het haar, de deur te bewegen en door de veeren van het slot
+tegen te houden, elk geluid bij het sluiten der deur te vermijden.
+
+Bleek maar vastberaden keerde zij naar Lister terug, die juist een
+revolver had genomen van de vele, die op de tafel lagen.
+
+„Goed, goed”, fluisterde zij, „voor het geval, dat het de Roghi zelf is
+en hij niet alleen is! Maar misschien is het beter, dat gij u houdt
+alsof gij nog geboeid zijt, om af te wachten wat er gebeuren zal!”
+
+Handig nam zij een paar einden van het touw, waarmee Lister gebonden
+was geweest, en legde die zoo om het lichaam van den Lord, dat het
+zonder nauwkeurig onderzoek leek, alsof hij geheel vastgebonden was,
+terwijl inderdaad het touw hem niet belette, zich volkomen vrij te
+bewegen. Zij zelf verborg zich achter een grooten zak goud in een der
+hoeken.
+
+
+
+
+
+
+
+
+TIENDE HOOFDSTUK.
+
+DE MARABOUT AAN DEN ARBEID. WORSTELSTRIJD IN DE SCHATKAMER.
+
+
+Nadat de Marabout zoo handig was omgegaan met het hem door Lister
+geschonken groen Bengaalsch poeder, dat hij gebruik kon maken van het
+bijgeloof der Rifbewoners en den aanslag van den Roghi tegen zijn
+vrijheid en zijn leven kon ontloopen, was hij de eigenlijke vertrekken
+van den Roghi en het daaraan verbonden vrouwenhuis binnengeslopen.
+
+Bu Hamara had zich door zijn ondoordachte houding tegenover een
+kluizenaar en door zijn bedreiging van dezen een gevaarlijken vijand
+geschapen, daar de Marabouts in het geheele land in verbinding staan
+met de overige geestelijken.
+
+Bu Ismail, die tot nu toe de zaken van den Roghi had waargenomen, was
+thans besloten hem te laten vallen en ook de overige geestelijkheid van
+hoogeren en lageren rang te bewegen, dit eveneens te doen.
+
+Met dit besluit stelde hij allereerst de beide gezanten van den Sultan
+in kennis, die hierdoor bijna hun trotsche waardigheid vergaten en
+luide wilden juichen. Daar zij ten gevolge van hun openbaringen aan
+Lister een slecht geweten hadden en nu de overbrengers van zulke goede
+berichten voor Muley Hafid waren, besloten zij dadelijk terug te
+keeren, zonder nog van den Roghi afscheid te nemen.
+
+Zonder lang dralen was de Marabout naar buiten gesneld om zich over het
+plein naar de gevangenen te begeven, wier verblijf de Roghi hem in zijn
+woede had verraden. Allereerst stond hij er op het verblijf der
+Amerikanen uit te vorschen, alvorens het te laat was.— — —
+
+Opnieuw kraakte de groote rotspoort der schatkamer, waarin Lister en de
+gesluierde vrouw met ingehouden adem luisterden in de verschillende
+hoeken en in de gapende opening stond hoonend de Roghi.
+
+Een enkele blik had hem er van overtuigd, dat zijn manschappen zijn
+bevelen goed hadden opgevolgd en dat de trotsche Yankee nog steeds
+stijf en onbewegelijk geketend, vlak bij deze schatten en wapenen,
+hulpeloos in zijn macht was.
+
+„Welnu, mijn vriend van de overzij van den Oceaan, ik was zoo
+nieuwsgierig naar de door u aangekondigde daden, dat ik niet kon
+nalaten te zien, hoe het u ging. Ik ben verrukt, mijn vriend, dat moet
+ik zeggen! Lui en niets doende heb je nog geen hand uitgestoken; het
+wordt, dunkt me, meer dan tijd dat gij uw pocherijen waar maakt. De
+nacht is niet lang meer, mijn vriend, ge moest reeds uitgeslapen zijn.
+Kijk, hier zijn de schatten en daar wapens in overvloed. Steel nu toch
+de millioenen, zooals ge van plan waart!”
+
+„Hooggeachte Roghi”, antwoordde Lister spottend, „Wees wat minder
+eigenwijs en bind uw vriendelijke belangstelling in mijn doen en laten
+een weinig in; ik geloof eveneens, dat mijn resultaat u zeer zal
+verrassen en zooals gij terecht opmerkt, zal ik eerst op het laatste
+oogenblik handelend optreden en uw bewondering opwekken. Ik ben het nog
+niet met mij zelve eens, hoe ik de twee millioen pesetas, die ik
+volgens mondelinge overeenkomst gaarne zou meenemen, het gemakkelijkst
+hier vandaan krijg. Zoodra ik in dit opzicht een besluit heb genomen,
+zal ik u zoo vrij zijn u de millioenen te ontstelen; wacht alles dus
+geduldig af!”
+
+De Roghi kon nauwelijks zijn woede verkroppen; hij werd bont en blauw
+in zijn gelaat en greep knarsetandend in zijn zwarten baard.
+
+„Wat, vervloekte kerel? Ook nu nog hoont gij den Roghi?
+
+„Honderd dooden zal ik je laten sterven! Ik laat je de tong en de
+tanden uitrukken, de ledematen zullen je een voor een worden afgehakt,
+opdat gij het pochen tegenover den door Allah uitverkoren Sheriff, den
+wereldberoemden Roghi, den aanstaanden Sultan van Fez en Marrakesch,
+zult afleeren!”
+
+Met bloeddorstige oogen keek hij naar het wapenrek. Opeens begonnen
+zijn oogen te fonkelen toen hij een bundel zweepen ontdekte en hij was
+van plan een er van te nemen, vermoedelijk met het doel om zijn woede
+te koelen op den hulpelooze.
+
+Blijkbaar kon hij de zweep er niet zoo gauw uittrekken, of wel het pak
+was te vast bijeengebonden, want er verliepen eenige seconden, waarin
+hij Lister den rug toekeerde.
+
+Het oogenblik kon niet gunstiger zijn. Lister stond snel op, de touwen
+vielen van hem af, hij deed een sprong en met ijzeren vuist had hij den
+Roghi bij de keel gegrepen. De Marokkaan begon woest te schreeuwen en
+de sterke, aan vechten gewende man verweerde zich met alle kracht.
+
+Lister moest alle kracht, die hij bezat, aanwenden om zich tegen den
+Roghi te verweren. Steeds vaster drukte hij de keel dicht van zijn
+tegenstander, die zich met geweld tegen hem verzette en, naar lucht
+snappend, begon te rochelen.
+
+De Marokkaan had met zijn linkerhand Lister beetgepakt en tastte met
+zijn rechter naar zijn dolk om daarvan plotseling gebruik te maken.
+Lister echter was een te goed worstelaar en had hem daarbij nog het
+been gelicht, zoodat de Marokkaan struikelde over de zakken met
+Spaansche goudstukken en ruggelings met Lister op de andere zakken
+viel. Verscheidene hiervan kantelden en wierpen hun blinken den inhoud
+onder luid gerinkel op den rotsachtigen bodem van de schatkamer. (Zie
+titelblad.)
+
+Tevergeefs beproefde de Roghi zich weer op te richten en zich aan
+Listers vasten greep te onttrekken en met even weinig succes greep hij
+naar de wapens in zijn gordel.
+
+Reeds had hij met de rechterhand zijn mes beetgepakt, toen Lister hem
+een handigen Japanschen Jiu-Jitsu-slag toebracht, daar de worsteling
+hem te lang duurde en hij er naar verlangde Charly en Jack te
+bevrijden.
+
+Bewusteloos lag de Roghi Bu Hamara op het glinsterend bed van
+goudstukken uitgestrekt. Een oogenblik later waren de rollen
+verwisseld. Lister stond vrij en te midden van wapenen voor de gouden
+schatten en de woeste, kwaadaardige Roghi lag geboeid en bewusteloos in
+zijn eigen schatkamer neer.
+
+De gesluierde Engelsche evenwel was voor Lister neergeknield en kuste
+zijn hand, na haar sluier te hebben teruggeslagen.
+
+„O dappere, edelmoedige man!” riep zij bijna snikkend uit, „gij zult
+immers ook de anderen redden en allereerst den knaap, niet waar? Het
+zou verschrikkelijk zijn, wanneer hij en de overige Europeanen in
+handen van de Kabylen zouden vallen!”
+
+De Groote Onbekende keek verwonderd naar het lieftallige gelaat, dat
+zich voor de eerste maal ongesluierd naar hem wendde; in haar groote,
+blauwe oogen blonk een traan en onder den sluier kwam een goudblonde
+lok te voorschijn.
+
+„Sta op, Mylady, sta op!” riep Lister en hielp haar opstaan. „Vertel
+mij eens, hoe komt gij in handen van dezen onmensch?”
+
+„Ik ben de weduwe van den armen om het leven gebrachten ingenieur
+Lupton”, sprak zij bedroefd. „Wij waren eerst een half jaar getrouwd—ik
+was zijn tweede vrouw, toen dit ongeluk als een bliksemslag uit den
+hemel op mij neerviel.
+
+„Mijn goede man, die verscheidene keeren zaken met den Roghi had,
+waarbij ook de Roghi geen slechten indruk op mij maakte, vertrouwde hem
+ten volle!—Bu Hamara dacht alleen maar aan geld!
+
+„Het was gelukkig, dat onze Jack, dien ik als mijn eigen kind liefheb,
+de gevangenis ontging, ach, om toch nog in handen van den Roghi te
+vallen!
+
+„Gelukkig, dat hij niet vermoedt, hoe na mij de knaap aan het hart
+ligt.”
+
+„Troost u, Mrs. Lupton! Binnen eenige oogenblikken zal hij vrij zijn.
+Dan zullen wij zien of ons de tocht naar de kust gelukt! Aan den
+arbeid! De tijd staat niet stil!”
+
+
+
+
+
+
+
+
+ELFDE HOOFDSTUK.
+
+DE EDELMOEDIGHEID VAN LORD LISTER.
+
+
+Lister hing zich een gordel met patronen om het middel, en stak
+verscheiden revolvers van het wapenrek bij zich. Vervolgens ontnam hij
+den altijd nog bewusteloozen Roghi zijn drie fakkels, stak een ervan op
+de plaats van de bijna opgebrande in de rotsspleet en gaf een tweede
+aan Mrs. Lupton. De derde nam hijzelf.
+
+Ook toen men hem geboeid wegdroeg, had Lister een oog in het zeil
+gehouden en had er goede nota van genomen, waarheen men zijn makkers
+had gebracht.
+
+Zij hadden de bewuste zaal bereikt, toen plotseling een gestalte uit
+het onderaardsche hol te voorschijn kwam en zijn handen boven het hoofd
+ineensloeg.
+
+Lister had reeds een verdedigende houding aangenomen, toen hij den
+reeds lang vermisten Marabout Bu Ismail herkende.
+
+„Bij den baard van den profeet”, riep deze uit, „wat een verrassing.
+Tevergeefs brak ik mij het hoofd, waar de Roghi u en uwe makkers
+verborgen had gehouden. En nu vind ik u hier, vrij, en ook gij,
+ongelukkige vrouw? Is mijn vermoeden juist?”
+
+„Ja, dappere Marabout”, antwoordde Lister op ernstigen toon, „uw
+vermoeden is juist, wat zou ik zijn zonder haar, die mij van mijn
+boeien bevrijdde!”
+
+„Dat treft goed, Sidi Shaw, want ik breng u een goede tijding.—Wat ge
+niet had durven hopen, is verwezenlijkt. De Roghi is verdwenen, niemand
+weet waarheen.”
+
+Lister en de jonge vrouw keken elkander lachend aan; zij wisten het
+beter en alleen, waar de geweldenaar zich bevond.
+
+De Lord klopte den Marabout op de schouders.
+
+„Ik weet niet alleen, waar de Roghi zich bevindt, ik weet ook, waar
+onze manschappen, waar de aan uw hoede toevertrouwde kleine Jack, en
+waar de Spanjaarden zich bevinden.
+
+„Den Roghi nam ik gevangen, en in zijn schatkamer ligt hij evengoed
+geboeid, zooals nog kort geleden met mij het geval was!—Ik wil nu naar
+onze manschappen om hen te bevrijden! Hebben we veel tegenstand te
+duchten?”
+
+„Niet de moeite waard!” antwoordde de Marabout. „Behalve de grijze
+bewaker zijn slechts ongeveer tien man voor brug- en waakdienst hier
+gebleven.
+
+„Alle anderen zijn naar Melilla getrokken, daar zij dachten, dat de
+Roghi ze daarheen ongeduldig vooruitgesneld zou zijn.”
+
+„Uitstekend! Dat zullen we wel klaar spelen. Bu Ismail, mag ik u
+verzoeken erop toe te zien, dat zij ons hier niet storen?”
+
+De Marabout glimlachte.
+
+„Niets is gemakkelijker dan dat! Ik zal hun een der verhalen van
+Scheherazades vertellen. Bij den strijd wil ik liever niet zijn.”
+
+„Wanneer het mogelijk is, spaar hen dan!”
+
+„Dat zal gebeuren, en weet gij, hoe? Ik zal met mijn fluit een teeken
+geven; dan zendt gij den een na den ander op onderzoek uit, en als dat
+gebeurd is, blijft gij achter om voor muildieren te zorgen. Die zullen
+we noodig hebben.”
+
+De Marabout boog met smartelijk gebaar. Hij vouwde zijn handen ineen en
+voerde een zwaren strijd met zichzelf.
+
+„Hoe moeilijk het mij ook valt, verraad te plegen tegenover mijn
+landslieden, ik zie in, dat het niet anders gaat. Gij zijt in uw recht.
+Men heeft u schandelijk behandeld.
+
+„Om der wille van de gerechtigheid zal ik u helpen!”
+
+„Hartelijk dank, Bu Ismail! Ik begrijp, dat het u moeilijk valt. Zonder
+u en deze moedige vrouw waren we al lang verloren en misschien had de
+Roghi mij reeds onder ontzettende martelingen om het leven gebracht!”
+
+De Marabout groette en liep naar de trap om het plan van Lord Lister
+ten uitvoer te brengen.
+
+Terwijl de jonge vrouw het touw vasthield, liet deze zich met zijn
+fakkel in de onderaardsche ruimte afglijden.—
+
+Toen het rotsvertrek door Lister’s fakkel werd verlicht, en de
+hulpeloos in twee rijen op den grond liggenden in plaats van den
+verwachten Kabyle of beul den jongen Engelschen Lord herkenden,
+slaakten allen een zucht van verlichting.
+
+„Goddank!” riep Charly geestdriftig. „Nu is alles in orde.”
+
+De Spaansche sergeant Ramiro werd doodsbleek, daar hij zich zijn
+valschheid welbewust was en wraak duchtte.
+
+„O Señor Shaw!” riep hij uit „Misericordia!”
+
+„Allen goeden morgen, heeren!” antwoordde Lister opgewekt. „Het stemt
+altijd prettig, als men ziet, dat men welkom is. We zullen zien wat er
+valt te doen!”
+
+Met een mes bevrijdde bij eerst Charly en Jack, daarna den bootsman
+Canning en zijn gezellen.
+
+Allen schudden hem bewogen de hand.
+
+Daarna wendde hij zich tot Señor Ramiro en de overige Spanjaarden, om
+hen te wijzen op het verkeerde van hun handelwijze.
+
+Allen toonden berouw en zwoeren trouwe onderdanigheid op leven en dood,
+als Señor Shaw hen wilde bevrijden.
+
+„Dat is juist wat ik noodig heb, daar we anders niet ongedeerd de kust
+zullen kunnen bereiken”, was Lister’s antwoord.
+
+Hij liet hen allen bij het flikkerend fakkellicht een eed van trouw
+afleggen en binnen weinige minuten waren ook de Spanjaarden van alle
+boeien bevrijd.
+
+„Volg mij, Jack!” zei Lister. „Kun je nu je ledematen weer bewegen,
+arme jongen?”
+
+„Dat denk ik wel, lieve Lord! Het zal wel gaan.”
+
+Lister trok aan een touw en de eenvoudige lift kwam naar beneden.
+
+„Stap in, mijn jongen, dat is beter. Ik zal het ook doen.—Daarna komen
+Charly, Canning en de anderen.”
+
+Lister trok aan het andere touw het eenvoudige hijschtoestel naar boven
+en spoedig was de uitgang bereikt.
+
+De knaap bleef boven even staan, toen hij de vrouwengestalte onder de
+fakkel ontdekte, doch een oogenblik later vloog hij zijn wedergevonden
+moeder in de armen, die hem aan haar liefdevol hart drukte.
+
+Toen ook de anderen boven waren gekomen, werden allen door Lister op
+een rij geschaard, waarna hij zich met Charly en Canning naar de
+voorste mannenzaal begaf, waar zij allerlei uitrustingen en kleeren en
+al datgene vonden, wat tot de kleedij der Rifbewoners behoorde.
+
+Lister was nog in het bezit van eenige schminkstiften. Op een wenk van
+hem hadden Charly en Canning hun jas uitgetrokken, de broek tot aan de
+knie, de hemdsmouwen tot over de ellebogen teruggeslagen.
+
+Armen en beenen werden bruin geverfd en ook het gelaat kreeg een
+Marokkaanschen tint. Zij kozen eenige der mooiste Marokkaansche laarzen
+uit en hadden zich weldra omgetooverd in geboren Marokkanen.
+
+De Spanjaarden schrokken, toen zij de voorname Marokkanen zagen
+aankomen en wilden zich al bijna op hen werpen.
+
+Met Moorsche waardigheid strekte Lister zijn armen uit en zei:
+
+„Kalm, kalm, Amigos. Wij zijn het, alleen een beetje Moorsch uitgedost.
+
+„Doet gij allen ook zoo; in het nevenvertrek vindt gij het noodige, dan
+zorg ik ondertusschen voor wapens!”
+
+
+
+
+
+
+
+
+TWAALFDE HOOFDSTUK.
+
+DE AFREKENING MET DEN ROGHI IN DE SCHATKAMER.
+
+
+De Roghi was ondertusschen uit zijn verdooving ontwaakt en schuimbekte
+als een wild dier, toen hij zich in zijn schatkamer geboeid vond.
+
+Hij moest zich even bezinnen alvorens hij ontdekte, dat Lister
+verdwenen was.— —
+
+De eerst ontwaakte hoop, toen hij bij het gekraak der rotspoort drie
+voorname Marokkanen zag binnentreden, veranderde weldra in wanhoop,
+toen hij, in weerwil van den schmink, in den voorste den Engelschen
+Lord herkende.
+
+„Wij zijn het, Roghi!” glimlachte Lister. „Gij ziet, mijn vriend, de
+rollen zijn verwisseld.”
+
+„Ellendeling!” riep Bu Hamara kwaadaardig, „het is je gelukt. Maak er
+een eind aan, opdat ik deze schande niet overleef.”
+
+„Aanstonds, mijn vriend! Ik moet eerst mijn vrienden nog wat zeggen!”
+
+Lister deelde aan Charly en Canning zijn plan mede over het vervoer der
+twee millioen, die hij besloten had mee te nemen, doch waaraan nogal
+moeilijkheden waren verbonden.
+
+Terwijl men de zakken onderzocht, ontdekte Charly opeens in een hiervan
+een kistje met diamanten van verschillende grootte, dat hij Lord Lister
+overhandigde.
+
+„Niet kwaad!” sprak deze. „Dat helpt ons uit de verlegenheid.
+
+„Laten de matrozen aantreden en tel voor ieder de noodige wapens en
+ammunitie af.”
+
+Ondertusschen wendde Lister zich tot den Roghi:
+
+„Gij herinnert u onze overeenkomst. Ik ben vrij en heb u van datgene
+beroofd, wat ik te voren gezegd heb. Gij waart zoo vrijgevig, alles toe
+te laten. Ik beperk mij tot het millioen, dat gij het syndicaat voor
+spoorwegaanleg hebt ontstolen, en dat ik ter eere van Mr. Lupton aan de
+maatschappij teruggeef; tot een tweede millioen voor mijne begeleiders
+als schadevergoeding voor doorgestanen angst en lijden, en dit kistje
+met edelsteenen voor mijzelf!”
+
+„Doe, wat ge wilt”, bromde de Roghi verachtelijk.
+
+„Neen! Ik houd mij aan de afspraak en gij zult het gegeven woord
+gestand blijven. Wanneer gij mijn verdere voorwaarden aanneemt, zal ik
+zelfs uwe boeien verbreken!”
+
+De Roghi wist niet wat hij hoorde, daar hij verwacht had, dat de
+Amerikaan zich op hem zou wreken.
+
+„Gij zult u niet wreken en mij niet martelen?” vroeg hij.
+
+„Dat is bij ons geen gebruik, ofschoon wij evenzeer te vreezen zijn.
+Wat wij beloven, daar houden wij ons aan. Al het andere blijft uw
+eigendom. Bovendien zal ik uwe boeien losmaken, en u een gewichtige
+mededeeling doen, wanneer gij naar waarheid verklaart, dat Lupton bij
+de verdediging van den spoorweg en de hem toevertrouwde gelden is
+omgekomen, en wanneer gij Mrs. Lupton ongehinderd laat vertrekken!”—
+
+„Wilt gij haar als meesteres in uwen harem opnemen, Amerikaan?” vroeg
+Bu Hamara bevend.
+
+„Wij hebben geen harem in ons land. Mrs. Jane kan nooit mijn vrouw
+worden, Bu Hamara! Zij zal zich in haar vaderland wijden aan de
+opvoeding van den zoon van Mr. Lupton.”
+
+„Welaan, ik ben bereid, de verklaring voor Sidi Lupton af te geven.”
+
+Lister bedacht zich even en schreef. Hij las de korte verklaring voor
+en de Roghi wilde haar onderteekenen.
+
+„Halt! Ons recht vordert hierbij twee getuigen!”
+
+Hij keek om en zag eerst nu, wat de Roghi al lang gezien had, dat
+beiden alleen waren.
+
+Doch daar kwam Charly terug en meldde:
+
+„Mylord, uwe bevelen zijn uitgevoerd! De Kabylen zijn ontwapend.”
+
+Even daarna kwam ook Ramiro om met zijn manschappen de zakken goud weg
+te halen.
+
+Lister las opnieuw de verklaring voor; de Roghi onderteekende in
+Arabisch schrift, en Charly en Ramiro zetten hun namen als getuigen.
+
+Op dit oogenblik kwam de Marabout aan met een bestoven en vermoeiden
+Marokkaan, die diep boog voor den Roghi en hem mededeelde, dat drie
+Mahallas van den Sultan tegen zijn zuidelijke legermacht bij Fez in
+aantocht waren.
+
+Tegelijkertijd berichtte Bu Ismail aan Lord Lister, dat alles gereed
+was voor den afmarsch en de muildieren geladen.
+
+Zoo namen de vroegere vijanden in de beste verhouding afscheid.
+
+De wakkere Marabout nam de leiding der kleine karavaan op zich, die
+overal voor een Marokkaansche gehouden werd.
+
+In Alhucema, een der westelijke Spaansche havenplaatsen, bereikten zij
+weer de kust en ontmoetten een uur later kapitein Wheeler en de
+„Meteor”.
+
+Hier leverde Lister het millioen van het spoorwegsyndicaat tegen
+quitantie af, waardoor aan de jonge vrouw, die volkomen in haar eer
+hersteld was, een flink pensioen van de maatschappij werd toegezegd.
+
+De „Meteor” nam nu koers naar de reede van Gibraltar.
+
+Hier nam Lister afscheid, hoe zwaar het hem ook viel, van de twee
+geredden.
+
+Toen de schoone jonge vrouw in Cambridge, waar ze zich vestigde voor de
+opvoeding van Jack, haar nieuwen koffer opende, welken Lord Lister haar
+in Gibraltar had gekocht in plaats van den hare, die bij de Kabylen met
+haar geheele garderobe verloren was gegaan, en welke de Lord van al het
+noodige had laten voorzien, vond zij daarin vol ontroering vijf zakken
+Spaansche goudstukken.
+
+Lister had deze zonder haar medeweten daarin gesmokkeld, om haar en den
+kleinen braven Jack voor zorgen te bewaren.
+
+Lister en Charly kruisten intusschen met de „Meteor” langs de Spaansche
+kusten.
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 79288 ***