diff options
Diffstat (limited to '79288-0.txt')
| -rw-r--r-- | 79288-0.txt | 2919 |
1 files changed, 2919 insertions, 0 deletions
diff --git a/79288-0.txt b/79288-0.txt new file mode 100644 index 0000000..2616878 --- /dev/null +++ b/79288-0.txt @@ -0,0 +1,2919 @@ +*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 79288 *** + + + + + LORD LISTER + GENAAMD RAFFLES + DE GROOTE ONBEKENDE. + + NO. 52 DE KRIJGSSCHAT VAN DEN ROGHI. + + + + + + + + +DE KRIJGSSCHAT VAN DEN ROGHI. + +EERSTE HOOFDSTUK. + +EEN TOCHT NAAR HET ONBEKENDE KABYLENLAND VAN HET RIFGEBIED. + + +Het zilvergrijze jacht „Meteor” van den schatrijken Amerikaan Shaw, +waarop Lord Lister en zijn vriend Charly Brand een vaart op de +Middellandsche zee maakten, bracht onze beide vrienden ook weer naar +hun vaderland terug. + +Na het avontuur in Messina gedurende de aardbeving had de „Meteor” een +West-Zuidwestelijken koers genomen en stoomde nu naar de laatste +rotsachtige uitloopers van Afrika. + +John Raffles stond met kapitein Wheeler op de commandobrug van het +jacht en keek vol aandacht door zijn verrekijker naar de aan den +horizont zichtbaar wordende hoogten, die zich naar links verhieven en +uit de blauwe, in de zon glinsterende zee schenen op te duiken. + +„Een tocht naar het Rifgebied is eenvoudig onmogelijk; het zou +zelfmoord zijn!” sprak de kapitein juist tot Raffles. + +„Allright!” antwoordde Lord Lister lachend, „dat is het juist wat mij +aantrekt en waarom ik koers liet nemen naar Melilla! + +„Wij zullen eens een kijkje gaan nemen in het Alpenland van +Noord-Marokko alsof wij verslaggevers van de Times waren en de eersten +zijn, die daar binnendringen, waar ons nog niemand is voor geweest. + +„Het is eigenlijk een zaak van eer voor Europa, om hier spoedig vasten +voet te krijgen! + +„Ik heb mij voorgenomen, deze leemte in de aardrijkskundige kennis in +de onmiddellijke nabijheid van Europa zoo spoedig mogelijk aan te +vullen! + +„Mijn vroegere ervaringen in aanmerking genomen, denk ik wel, dat mij +dit zal gelukken.” + +De wakkere kapitein krabde zich bedenkelijk op het hoofd. + +„Als gij mij maar van te voren had gevraagd, Mylord! Het is beslist een +groote lichtzinnigheid van u! Ik zal onmiddellijk koers nemen naar het +Noorden, als gij het toestaat!” + +Lord Lister schudde glimlachend het hoofd. + +„Not at all! Dat sta ik niet toe! Stuur kalmpjes naar Melilla, dat ik +juist in den kijker heb gezien met zijn wallen en vestingwerken. +Terwijl wij echter dit tochtje van meerdere dagen maken door het +Rifgebied, moet gij met de „Meteor” langs de Marokkaansche kust +kruisen. + +„Wees zoo goed, mij een niet al te groote Amerikaansche vlag mee te +geven en voorzie mij van een kleinen voorraad vuurpijlen. + +„Als ik de „Meteor” in de nabijheid zie of weet, en als wij ons +dichtbij de kust bevinden en in gevaar verkeeren, zal ik u daarmede een +noodsignaal geven. Dan moet gij met een aantal van onze lieden zoo gauw +mogelijk te hulp komen!” + +Men was intusschen de kleine stad Melilla genaderd en de „Meteor” bleef +op eenige afstand van de andere schepen aan het eind der kade liggen. + +Lister, die de Amerikaansche vlag zoowel op het jacht als op de boot +voerde, werd door den Spaanschen havenmeester bij de trap zeer +vriendelijk ontvangen en ging met hem een klein havengebouw binnen, +waar hij zijn papieren toonde. + +Tegelijkertijd informeerde hij, of en waar hij den gouverneur-generaal +Marina zijn opwachting zou kunnen maken, daar hij met dezen een +expeditie wilde maken in het Rifgebied, voor wetenschappelijke +doeleinden en als verslaggever van Amerikaansche en Engelsche +nieuwsbladen. + +De havenkapitein keek den vermeenden Amerikaan, bij het hooren van een +dergelijke vermetelheid en waaghalzerij met open mond aan. + +„Caramba, señores, ik hoop niet, dat gij met mij schertst! Die plannen +moet gij echter beslist opgeven, want de generaal zal er in geen geval +toe willen meehelpen, dat gij uw verderf tegemoet gaat!” + +„Mijn beste kapitein,” antwoordde Lister in uitstekend Spaansch, „zoo +erg zal die zaak niet zijn. De hoofdzaak is echter op het oogenblik, om +generaal Marina te spreken. Ik ben er zeker van, dat hij ons het best +zal raden en helpen!” + +De havenkapitein schudde het hoofd en gaf hem een jongen mee, die hem +het paleis van den gouverneur moest wijzen. + +Volgens Zuidelijk gebruik vormde het binnenplein, dat geheel en al door +het gouvernementsgebouw werd ingesloten, met zijn klaterende fontein en +breede zuilengalerijen een verrukkelijk en schaduwrijk oponthoud.— — + +Daar er geen enkele bediende aanwezig scheen, was Lord Lister reeds van +plan op een der banken, welke rondom de fontein stonden, plaats te +nemen en een sigaret aan te steken, toen zijn aandacht werd getrokken +door een woordenwisseling, die zeer duidelijk te volgen was en uit een +kamer scheen te komen in een verdieping boven de zuilengalerij. + +Lister en Charly wisselden snel een blik van verstandhouding. + +Hij keek met scherpen blik in het rond, daarop gaf hij Charly een wenk +en sloop onhoorbaar—wat bij het geklater der fontein gemakkelijk was—de +steenen trap op, die naar de galerij der eerste verdieping voerde. + +Reeds had hij aan de rechterzijde het geopende venster ontdekt, +waardoor het opgewonden gesprek nu duidelijk te verstaan was, terwijl +de deur ernaast gesloten was. + +Voor die deur bleef Lister staan en luisterde om zich ervan te +overtuigen, of hij beneden goed had gehoord, dat zich een landsman of +landsvrouw van hem in gevaar bevond en, naar het hem was voorgekomen, +werd bedreigd. + +Charly, die den toestand ook had begrepen, bukte zich en kroop op +handen en voeten onder het venster door, om binnen niet gezien te +kunnen worden. + +Daarop vatte hij post aan de andere zijde van het open venster op +eenigen afstand om eveneens, voor zoover zijn eenigszins gebrekkig +Spaansch het hem mogelijk maakte, zijn weetgierigheid te bevredigen en +zijn beminden meester en vriend zoo noodig te kunnen helpen. + + + + + + + + +TWEEDE HOOFDSTUK. + +EEN GEBOEIDE KNAAP EN EEN WOORD MET GENERAAL MARINA. + + +Met de uiterste voorzichtigheid was het Lord Lister gelukt, een blik in +de kamer te slaan. + +Met den rug naar het venster zat een in het licht gekleede man met een +witte militairen muts op het donkere haar. + +Ook op de schouders droeg hij onderscheidingsteekenen van zijn rang. + +Zoo dikwijls hij het hoofd draaide, zag men zijn donkeren ringbaard. + +Zou het gouverneur Marina in eigen persoon zijn?... + +Tot Lister’s groote verbazing was het echter niet een vrouw, zooals hij +had verondersteld, maar een ongeveer veertienjarige knaap, die geboeid +voor den Spanjaard stond. + +Op een stoelleuning aan den linkerkant rustte de arm en de +olijfkleurige hand van een soldaat of bediende, die als bewaker op +eenigen afstand scheen te staan, zoodat hij verder niet zichtbaar was. + +Lister en Charly spitsten de ooren. + +De geboeide knaap begon weer te spreken en bezwoer met hartroerende +woorden zijn onschuld. + +Hoe goed hij echter ook Spaansch sprak, zijn uitspraak verried +ontegenzeggelijk den Engelschman. + +De Spanjaard snauwde tegen hem en legde hem het stilzwijgen op, hem +zeggende, dat hij alleen op de hem gestelde vragen mocht antwoorden. + +„Geef mij inlichtingen betreffende het verblijf van je ouders! Waar +zijn zij geboren?” + +„Zij zijn beiden dooden!” antwoordde de knaap met door tranen verstikte +stem. + +„Waar is de kas der spoorwegmaatschappij?” + +„Dat weet ik niet, mijnheer de gouverneur! Hoogstwaarschijnlijk is zij +bij den overval der Rifkabylen op het kantoor, waar mijn ouders werden +vermoord, gestolen!” + +„Waren de concessies en overdrachten reeds door den Roghi onderteekend? +Heb jij de papieren?” + +„Ik heb niets, mijnheer de generaal. Ik was niet in het huis, dat mijn +vader zich bij Nador bouwde. Alleen daardoor ben ik gered! Ik geloof +niet, dat het geld vereffend is en dat de verdragen zijn onderteekend!” + +„Een millioen naar den duivel—por Dios!” mompelde generaal Marina op +tafel slaande. „Die geschiedenis is mij niet helder! Jongen, spreek de +waarheid! Hoe heb jij je leven kunnen redden bij het algemeene +bloedbad, dat door die vervloekte Rifioten is aangericht? Dat komt mij +zeer onwaarschijnlijk voor!” + +„Ik was niet thuis, mijnheer de generaal. Ik had kennis gemaakt met den +Marabout Bu Ismail, die zulke prachtige Arabische geschiedenissen kan +vertellen en dichtbij Nador woont in zijn kleine kubbah. + +„Toen men het lawaai van het gevecht en van het geweervuur zoo opeens +hoorde, beval hij mij te blijven en mij te verbergen. + +„Daarop snelde hij uit de kubbah. + +„Maar ook ik werd door ongerustheid naar buiten gedreven en mijn blik +viel op een grooten brand in het bouwstation, waar vroeger het huisje +van mijn vader en het kantoorgebouw hadden gestaan. + +„Een verwijderd vreugdegeschreeuw, vermengd met geweerschoten, vervulde +de lucht. + +„Vol ontzetting week ik terug in den uitersten schuilhoek van de +kubbah. + +„Daar kwam de dappere Bu Ismail zoo snel mogelijk terug. + +„„Weg—weg!”—riep hij op ge jaagden toon. „Je bent hier niet veilig! +Maar ik zal je redden. Men heeft je ouders en de ingenieurs +doodgeschoten! De spoorwegarbeiders, welke inboorlingen zijn, zijn +weggejaagd, de Europeesche zijn omgebracht. + +„„Het werk van den duivel in ons land is vernield! Onze broeders hebben +daar gelijk in, maar jij bent een kind! Jij hebt den ouden Marabout +vriendelijk behandeld en bent niet hoogmoedig, zooals andere +Europeanen. + +„„Kom, ik zal je redden, er is geen oogenblik te verliezen!” + +„Ik stond versteend van ontzetting, ik kon het niet gelooven, niet +begrijpen. Hij wierp echter een witten mantel om mij heen, wond mij een +tulband om het hoofd en wreef mijn gelaat en handen in met een zalf om +ze bruin te krijgen. + +„Daarop nam hij mij bij de hand. + +„„Neen, neen” riep ik. „Laat mij, Bu Ismail!” + +„„Stil, stil, mijn jongen!” waarschuwde de oude Marabout mij op +angstigen toon, mij zijn beenige hand op den mond leggend. „Kijk eens +naar buiten en vertel mij wat je ziet!” + +„En plotseling vernam ik paardengetrappel. + +„„Bu Hamara, de Roghi zelf!” fluisterde de Marabout, verschrikt +achteruitgaande. + +„Nu keek ik onwillekeurig aandachtiger naar buiten en had bijna gegild +van schrik. + +„Achter den Roghi reden ruiters met lansen en een van hen droeg op de +spits van zijn langen speer een hoofd. + +„Ik snikte en kermde van smart, want, señor, ik zag het hoofd van mijn +edelen vader op de lans van den middelsten ruiter. + +„En ook zij, mijn goede, lieve moeder— —!” + +De knaap bedwong met moeite de opwellende tranen. + +„De Marabout verliet mij een oogenblik, daarop keerde hij terug, greep +mij bij den arm en verliet snel met mij door een verborgen achterdeur +de kubbah. Wij bestegen de door hem gezadelde paarden en snelden heen. + +„Hem alleen heb ik mijn redding te danken!” + +Generaal Marina streek over zijn zwarten baard, waarin zich nog slechts +weinige grijze haren bevonden. + +Hij haalde de schouders op en trok de wenkbrauwen in de hoogte. + +„En waar is de Marabout,” vroeg hij, „opdat hij de waarheid van je +verhaal kan bevestigen?” + +„Hij verliet mij op een half uur afstand van hier, toen wij reeds de +vestingwerken van fort Sidi Auriach links en de citadel van Melilla +recht voor ons zagen en ik den weg niet meer kon missen!” + +De gouverneur sprong op. + +„Mooi bedacht, knaap! Je vader is, naar het schijnt, een verstandige +kerel! Maar wij zijn nog slimmer! He, José! Neem den jongen mee en +ransel hem, totdat hij niet meer liegt! + +„Als hij bekent, waar de schat verborgen is, of waarheen zijn vader +ermee is gevlucht, mag je mij roepen! + +„Of nog beter, ik zal dadelijk meegaan! + +„Wij zullen eens zien, of de bengel bij zijn leugenverhalen blijft!— + +„Misschien zal ik hem zelf eens flink geeselen!”— + +Generaal Marina had nauwelijks uitgesproken, of zijn mond bleef van +schrik en verbazing wijd open staan. Hij vertrouwde zijn ooren en oogen +niet. + +Want zonder dat hij het geringste geluid had vernomen, stond bij de +gesloten deur van de kamer een hooge gestalte in elegant, wit +tropenkostuum en mikte koelbloedig op zijn hart. + +Tegelijkertijd hoorde hij in onberispelijk Spaansch, met een bijna +onmerkbaar vreemd accent de woorden: + +„Dat zult gij niet doen, Señor, als uw leven u iets waard is!” + +Ook José keek met schuwen blik op. + +Met een enkelen oogopslag zag de generaal, dat zijn toestand hachelijk +was. Want bij het venster leunde met een vriendelijk glimlachje om de +lippen een sterke jonge man. + +Wat echter het ergste was, ook deze hield een blinkende revolver op den +braven José gericht, den vertrouweling van den gouverneur. + +De beide overvallenen waren verstijfd van schrik en durfden zich niet +bewegen. + +Lister had met een snelle beweging met zijn zakmes de boeien van den +knaap doorgesneden. + +Met een zucht van verlichting en de trouwhartige blauwe oogen vol hoop, +keek de jonge Engelschman zijn redder dankbaar aan. + +Ook in zijn hand blonk nu een wapen, want Lister had hem, zonder den +gouverneur een oogenblik onbedreigd te laten, met de linkerhand een +miniatuurrevolver gegeven, die naar zijn eigen vinding samengesteld, +hoewel klein, toch uitstekend was. + +Het vastberaden gelaat van den knaap verried duidelijk, dat ook in zijn +hand het wapen in geval van nood geen kinderspeelgoed zou zijn. + +„Caramba!” vloekte de generaal, „wie zijt gij? Hoe zijt gij hier +gekomen? Wat beteekent dit alles? Gij speelt een gewaagd spel, heeren!” + +„Gij nog veel gewaagder, Señor generaal! Wij zijn Amerikanen, +Angelsaksen, evenals die knaap, dien gij wederrechtelijk van zijn +vrijheid hebt beroofd, in plaats van hem te helpen, zooals men dat zeer +zeker tegenover een wees verplicht is! + +„Ik ben Amerikaansch burger en lid van het Congres! Ik vertegenwoordig +de Unie en duldt geen onbillijkheid, geen barbarisme, maar bescherm elk +harer zonen, ook aan de verste kusten!— + +„Elk woord, dat de knaap sprak is waarheid! Dat is mijn innige +overtuiging! En daarom staat hij onder mijn, onder Amerika’s +bescherming!” + +Allen hadden naar de verontwaardigde woorden van Lord Lister +geluisterd. + +Plotseling riep Jack, de Engelsche knaap: + +„Kijk eens, de slaaf van den generaal ontvlucht!” + +„Voor den duivel!” riep Lister op verwijtenden toon tot Charly, + +„Waar had je je oogen, Charly! Die kerel zal waarschijnlijk alarm maken +en ons de geheele wacht op den hals halen! + +„Dat kan vermakelijk worden! Neem je revolver in de linkerhand, trek je +Catalonisch mes en houd het gereed. Als de lui zich op ons willen +werpen, let dan op mijn bevel en stoot toe, want het leven van den +generaal staat op het spel! + +„Wij zullen het hard te verantwoorden hebben!” + +Zijn hersens werkten onophoudelijk. Hij keek naar het venster, maar +hoewel hij op de binnenplaats de zee en de „Meteor” niet kon zien, toch +dacht hij nu bij het naderen van den avond aan kapitein Wheeler, diens +zeelieden en de meegenomen vuurpijlen. + +Snel besloten klemde hij een daarvan in schuine richting tusschen het +raamkozijn en het venster zelf vast en ging zoo dicht bij het venster +staan, dat hij dit en de deur kon bewaken. + +Daarop legde hij zijn revolver aan op den gouverneur en sprak: + +„Snel, Charly, bind den gouverneur vast op zijn stoel, opdat hij bij de +komst der hulptroepen geen domheden kan begaan!” + +Dit was in een ommezien gebeurd. + +Maar nauwelijks had Charly zijn Catalonisch mes weer ter hand genomen, +terwijl Jack op de deur aanlegde en ook Lister zijn beide zevenloops +revolvers gereed hield, of de deur sprong reeds open. + +Zooals Lister had voorzien, verscheen José, hijgend van opgewondenheid +en haast, met zes politiebeambten en eenige infanteristen met gevelde +bajonetten. + +„Halt! Geen stap verder, of de gouverneur is een kind des doods!” riep +Lister met luide stem, zonder zijn kalmte te verliezen. + +„Of wenscht gij, señor,” zoo wendde hij zich tot den gevangen generaal, +„dat uw lieden ons aanvallen?” + +„Charly, zoodra de lui den drempel overschrijden, stoot je toe!” + +„Halt, halt! Niet verder mannen!” riep generaal Marina, die niet +wenschte door een messtoot te sterven, vooral omdat hij nog talrijke +lauweren hoopte te oogsten in het Rifgebied, nu door den moord op de +arbeiders Spanje zulk een gegronde reden had om handelend op te treden. + +„Halt, mannen, wacht!”— + +Met zuurzoet gezicht wendde hij zich daarop tot Lord Lister met de +vraag: + +„Zeg mij eindelijk, wat gij van mij wenscht, señor! Ik ben gaarne +bereid om toe te staan, wat recht en billijk is!” + +„Dat laat zich hooren, generaal! + +„Wat ik verlang is, dat gij uw wacht laat vertrekken, voordat ik met u +ga onderhandelen.” + +„Dat vind ik goed,” antwoordde de gouverneur, „onder voorwaarde, dat ik +van de mij onwaardige boeien wordt ontdaan!” + +„Toegestaan!” antwoordde Lister glimlachend, hoewel Charly met kracht +het hoofd schudde. + +Op een wenk van Marina trok José zich met de wacht terug. + +Het geheime knipoogje van het tweetal was Lister volstrekt niet +ontgaan. Hij had zijn revolvers in den zak gestoken en was tot groote +verbazing van Charly, onbezorgd bezig, een sigaret aan te steken. + +„Neem den generaal de boeien af!” sprak hij met de grootste kalmte. +„Rookt gij, generaal? Alstublieft!” + +De generaal nam een sigaret en stak die op. + +„Drommels, mylord! Een fijn merk!” + +Maar reeds had Lister weer een revolver in de rechterhand genomen en +leunde aan het venster, terwijl hij de sigaret in de linkerhand hield. + +„Wat ik verlang, mijnheer de gouverneur,” vervolgde hij, „is zeer +eenvoudig. Het is de uitrusting eener expeditie naar het Rifgebied +onder mijne leiding om de onschuld van den knaap en zijn vader vast te +stellen en zoo mogelijk het geroofde millioen terug te krijgen.” + +„Dezen wensch wil ik gaarne vervullen! Onder uwe leiding kan het bijna +niet mislukken, vooral daar gij Amerikaan zijt en het dus gemakkelijk +klaar zult spelen met de Kabylen.” + +„Meent gij?” vroeg Lord Lister glimlachend. „Er bestaat dus in het +geheel geen gevaar, wanneer wij de bergen van het Rifgebied +binnendringen?” + +„Voor u niet, denk ik! Voor ons, Spanjaarden, die sinds tientallen van +jaren in strijd leven met het Rifvolk, is dat iets anders. + +„Ik kan u gidsen meegeven, ook manschappen.— + +„Wij Spanjaarden zullen overigens met de Kabylen op een anderen toon +spreken, zoodra morgen vanuit Malaga en Algeciras de door de regeering +toegestane versterkingen worden gezonden. + +„Wij zullen die bende straffen met kanonnen en geweren.” + +Lister hield onafgebroken de deur in het oog, terwijl hij met smaak +zijn sigaret verder rookte. + +Hij was niet in het minst verbaasd, toen plotseling de deur openvloog +en de schijnbaar zoo eerlijk teruggetrokken wacht, nog zeer versterkt, +terugkeerde en dezen keer ernstig plan scheen te hebben om zich op de +beide Amerikanen en den knaap te werpen. + +Op dit oogenblik, waarop hij slechts had gewacht, strekte Lister zijn +linkerhand, waarin hij de brandende sigaret hield, uit en plotseling +siste in de vallende duisternis een heldere vuurpijl in de hoogte, +zoodat de politiebeambten, die zich voor het venster bevonden, bleek +van schrik achteruit liepen. + +Nog een tweede en derde vuurpijl schoten sissend uit het papieren +omhulsel en gaven het afgesproken teeken. + +Evenals de anderen bij het venster waren ook José en zijn mannen bij de +deur stom van verbazing, toen zij zagen, hoe kalm en vastberaden de +beide Amerikanen en zelfs de knaap waren en, hoewel nog ongeboeid, +gevoelde de anders zoo dappere en gevreesde generaal zich onder bereik +van Charly’s revolver niet behaaglijk. + +„Dat is in strijd met de afspraak!” riep Lord Lister en nam plotseling +een zilveren kapiteinsfluitje tusschen de tanden. + +Snel achter elkaar weerklonken drie schrille geluiden tot de +allergrootste verbazing der Spanjaarden. + +Lister had nu koelbloedig de revolvers weer bij zich gestoken, wat +bijna op spot geleek. + +José had dit nauwelijks gezien, of hij wierp zich op Lister. + +Plotseling werd hij echter bij de armen beetgepakt en met zulk een +reuzenkracht naar de deuropening teruggeslingerd, dat hij nog drie der +zich daar bevindende soldaten mee omvertrok en door den val het +bewustzijn verloor. + +Woede maakte zich nu meester van de Spaansche soldaten en reeds +sprongen eenige van hen door de vensters de kamer binnen, terwijl de +politiemannen door de deur naar binnen drongen. + +De beide Engelschen schenen verloren en hun jeugdige beschermeling +eveneens. + +Opnieuw klonken drie fluitsignalen van Lister,—en luister—van buiten +kwam het antwoord op dezelfde wijze. + +Kapitein Wheeler, die reeds langen tijd met zijn mannen had gewacht, +herkende dadelijk het afgesproken vuurpijlsignaal en daar dit slechts +in geval van hoogen nood gebruikt zou worden had hij zich snel op weg +begeven! + +En zoo kwam het, dat, nog voordat de revolvers werden afgeschoten, op +het gefluit van Lister, dat Wheeler den weg wees, de brave zeelieden +met hun ruwen kapitein achter de verblufte Spanjaarden opdoken. + +Voordat zij tijd hadden om tot bezinning te komen, voelden de +Spanjaarden, hoe zij van het venster werden weggetrokken, de +politiebeambten en infanteristen bij de deur werden overweldigd en +stevig aan handen en voeten gebonden. + +„De zaak heeft een andere wending genomen, Señor generaal!” sprak +Lister tot den doodsbleek geworden gouverneur. „Ik denk nu met u af te +rekenen wegens uw verraad! Of gij staat toe, wat ik eisch, of uw leven +is geen halve cent waard, dat bezweer ik u!” + +„Ik ben bereid, noem uw eischen en loop dan naar den duivel!” bromde de +generaal woedend. + +„Zij zijn eenvoudig. Zoodra zij ingewilligd zijn, Señor, zullen wij u +de eer van ons bezoek niet langer gunnen, maar dadelijk vertrekken naar +het onbekende Rifgebied. Daar zie ik op de schrijftafel schrijfpapier +van het gouvernement,” vervolgde Lord Lister. + +Snel schreef hij in het Spaansch eenige regels en overhandigde het +Marina ter onderteekening. + + + „Hierdoor beveel ik, dat Mr. Shaw uit Chicago volgens zijn wensch + aan gidsen en manschappen moet worden verstrekt zooveel hij wenscht + en dat hem alle mogelijke inlichtingen betreffende den naasten weg + naar de Kasbah van den Roghi en elk voorschot worde verstrekt. + + Geteekend Marina.” + + +De gouverneur keek verbaasd op en kon een uitdrukking van spot en +voldoening niet geheel verbergen. + +Maar zonder zich te bedenken onderteekende hij de volmacht aan den +commandant en gaf Jack Lupton, den zoon van den vermoorden +hoofdingenieur, bovendien de verlangde verklaring, dat deze in zijn eer +hersteld was. + +Charly, kapitein Wheeler en twee hunner begaven zich naar de +commandantuur, terwijl Lister en Jack met de anderen bleven waar zij +waren om een oogje te houden op den gouverneur en de Spanjaarden. + +Ten slotte werd de generaal ondanks zijn inwendige ergernis nog zeer +vriendelijk en gastvrij. + +José, door een der zeelieden begeleid, moest voor een goed maal, wijn +en Spaansch gebak zorgen. + +Lister en Marina rookten nog eenige der voortreffelijke, echt +Egyptische sigaretten van Lord Lister te zamen, totdat een van Wheelers +teerjakken kwam vertellen, dat alles voor de Rif-expeditie gereed was. + +De gouverneur wenschte Lister en zijn vrienden, die hij een zekeren +dood tegemoet meende te zien gaan, hoonlachend veel geluk. + +En bij het aanbreken van den dag begon Lister met Charly en Jack, den +geredden ingenieurszoon, onder leiding van twee gidsen en met een +karavaan van vijf matrozen van de „Meteor” en tien Spaansche dragers +een der merkwaardigste expedities, welke ooit in een onbekend land zijn +ondernomen. + +Kapitein Wheeler echter keerde met zijn manschappen naar de Meteor +terug, om volgens afspraak aan de Marokkaansche kusten te kruisen. + + + + + + + + +DERDE HOOFDSTUK. + +DE STRIJD OM MELILLA. + + +De cavalcade beklom op muildieren de steile zijpaden, zoodra zij de +vlakte achter den rug had. + +De dag was reeds aangebroken, toen het kleine gezelschap voor de +bescheiden Kubbah el Ismail stilhield, waar Lister en de jonge Jack van +hun muildieren stegen. + +Reeds had het hoefgetrappel den Marabout naar buiten getrokken. + +Zijn vreugde was groot, toen hij den knaap terug zag, maar hij deed +zijn best om in gebroken Spaansch Lister en zijn beschermeling het idee +om verder in het Rifgebied door te dringen, uit het hoofd te praten, +vooral echter, den Roghi niet op te zoeken. + +Maar Lister zette den waardigen kluizenaar, wiens hooge gestalte was +gehuld in een wijden witten burnous, zijn beweegredenen zoo duidelijk +uiteen, dat de wakkere Moslem ondanks alle bedenkingen, die bij hem +opkwamen, toch eindelijk toestemmend knikte. + +Lister verklaarde, dat de tocht naar den Roghi onvermijdelijk was, om +zoowel Jack als diens ouders te rechtvaardigen. + +Bu Hamara, wiens rotskasbah zich in de buurt moest bevinden, zou +stellig het billijke verzoek van den Amerikaan, om den dood der ouders +en den roof van het geld te bevestigen, niet weigeren. + +Eindelijk hield de Marabout het voor mogelijk, daar Bu Hamara’s haat +tegen de Spanjaarden den Amerikanen misschien zeer te stade zou komen. + +Na rijp beraad besloot de heilige man en dat was voor Lord Lister en +zijn beschermeling de hoofdzaak—hen langs geheime paden naar de Kasbah +van den Roghi te brengen en een poging te wagen om den Roghi gunstig te +stemmen. + +Lister bemerkte alras het voordeel om een geleider te hebben, die de +streek zooveel beter kende dan de Spaansche gidsen. + +Met groote behendigheid wist hij de kleine dorpen der Rifbewoners, die +meestal op de toppen van de bergen of heuvels lagen, te ontwijken en +langs geheime wegen, die soms zeer moeilijk begaanbaar waren voor de +muildieren, langs de steile hellingen, tusschen de pijnboomen, eiken en +esschen door, langzaam den top van het gebergte te bereiken, om zonder +gevaar aan de bergkasbah van den Roghi te komen. + +Plotseling echter maakte de Marabout, die met Lister vooraan reed, een +handbeweging, om de hen volgende cavalcade halt te gebieden. + +Hij gleed van zijn muildier af en drong in gebukte houding door het +struikgewas en de stekelige cactussen. + +Lister was hem onmiddellijk gevolgd. + +Hij zag, hoe de Marabout op handen en voeten verder kroop. Dadelijk +deed hij hetzelfde en—luisterde plotseling verbaasd. Zijn geoefend oor +had wel is waar nog ver verwijderd, maar toch zeer duidelijk een +geweersalvo waargenomen, waarop onmiddellijk een tweede volgde, terwijl +hierop een gekraak en geknetter, een onregelmatig, maar duidelijk te +herkennen geweervuur volgde. + +Lister kroop snel achter den Marabout aan en had hem weldra bereikt. +Deze lag op den rand van een rots en keek in de diepte. + +Lister kon de witte liniën van Spaansch voetvolk onderscheiden en zag +van alle bergen en heuvels beneden, hen scharen Rifbewoners neerdalen, +die met hun lange geweren en buksen van uit hun schuilhoeken in de +bergen de aanvallende Spanjaarden met kogels beschoten. + +„De strijd om het Spaansche duivelswerk, om den ijzeren weg met den +betooverden wagen heeft een aanvang genomen!” mompelde de Marabout. „Uw +vriend, Don Marina, zou vandaag wel eens een lesje kunnen krijgen, om +niet zoo spoedig meer te vergeten!” + +Meer en meer lieden der expeditie, die het alarm van den strijd +vernomen hadden, waren naderbij gekomen en ook gaan liggen om het +aangrijpende schouwspel mede aan te zien en natuurlijk waren het +voornamelijk de Spanjaarden, welke levendig belang stelden in den +strijd en het lot hunner landslieden. + +Al spoedig was de geheele karavaan aan den bergrand saamgekomen en de +Spanjaarden opperden luide hunne vrees. + +Tevergeefs geboden Lister en de Marabout stilte. + +De Spanjaarden waren, nu hun landslieden dermate bedreigd werden, met +hun Zuidelijk temperament niet in staat om te zwijgen. + +Het was begrijpelijk, dat niemand meer op zijn weg op de inderhaast aan +boomen bevestigde muildieren en op het meegenomen proviand had gelet. + +Plotseling echter vernamen zij een dreigende stem achter zich, en toen +zij omkeken, was het reeds te laat. + +Zij waren aan alle kanten omsingeld en ongeveer een vijftigtal +Rifkrijgers in hun eigenaardige bruine mantels van geitenhaar, welke +zij khit noemen en met de witte of bonte mutsen, de zoogenaamde rezaas +op, hielden hun buksen gereed. + +Een andere schaar had zich meester gemaakt van de muildieren en het +proviand. Tegelijkertijd echter trokken in lange rijen ontelbare +bergbewoners, tot de tanden gewapend, naar beneden naar het dal, om in +den daar woedenden strijd mee te vechten tegen de Spanjaarden. + +En aan wapenen scheen het hun inderdaad niet te ontbreken. + +Want in de breede leeren gordels, die meer dan een voet breed zijn, is +een waar arsenaal van pistolen, dolken, messen, laadstokken en patronen +verborgen en behalve het moderne repeteergeweer, dragen zij ook nog een +sabel. + +Lister had bliksemsnel den ongunstigen toestand, waarin zij zich +bevonden, overzien en riep in het Spaansch, bezorgd voor het +hartstochtelijk temperament van zijn Spaansche lieden: + +„Kalmte en geen tegenstand!” + +Uit zijn zak echter haalde hij een witten zakdoek en wenkte daarmede de +Rifbewoners toe, door wie zij waren ingesloten. Daarop haalde hij nog +de kleine Amerikaansche vlag te voorschijn, de sterren en strepen, +welke hij zich door kapitein Wheeler had laten geven, en zwaaide deze +eveneens voor de oogen der hen bedreigende lieden heen en weer. + +Reeds had ook de Marabout met levendige bewegingen op Listers +vlagsignaal gewezen en doen begrijpen, dat het Europeesche gezelschap +vredelievende bedoelingen had. + +Toen hij langs Lister voorbijkwam, had hij dezen toegefluisterd: + +„De Roghi in eigen persoon!—Dat treft uitstekend! Ik zal zien, wat ik +kan doen!” + +Daarop was hij op de krijgers toegesneld, die eerbiedig plaats voor hem +maakten en hem doorlieten. + +Deze Mohammedaansche kluizenaars worden door het volk zeer geacht, dat +hen beschouwt als door Allah begenadigden en als wonderdoeners, daar +zij dikwijls wonderlijke kunststukken kunnen verrichten, welke het volk +niet begrijpt, wat inderdaad niets anders zijn dan zakkenrollerstrucs +en handigheden. + +Ook de Roghi, die eigenlijk Dschilaliben Drisz heet, is beroemd +geworden als Marabout en staat bekend onder zijn maraboutnaam Bu +Hamara. + +Het was dus te voorzien, dat de Roghi, die den invloed dezer heiligen +het beste kent, dezen half-collega van hem voorkomend zou behandelen. + +Toen de rijen der krijgers zich openden en de Marabout naar een +statigen man met grooten baard toeschreed, die gekleed was in een +witten burnous en groenen tulband, en die ongeveer 45 jaren telde, zag +Lister voor den eersten keer in zijn leven den Roghi, want het kon +niemand anders zijn dan deze, die door den kluizenaar werd begroet met +de Marokkaansche woorden: + +„Allah ibarek f’amr Sidi!” (Allah zegene het leven van onzen heer!) + +Het gesprek tusschen den Roghi en den Marabout duurde niet lang, want +eerstgenoemde had het druk. Hij wilde met zijn beste krijgers zoo +spoedig mogelijk deelnemen aan het gevecht. + +Lister zag, hoe hij vriendelijk en toestemmend knikte en daarop snel +met zijn onderbevelhebbers de andere scharen langs den verborgen weg +naar beneden volgde. + +De Marabout wendde zich tot den aanvoerder der lieden, die het +Europeesche gezelschap hadden ingesloten en deze lieten mopperend hun +geweren zakken. + +De helft van hen volgde snel Bu Hamara en verdween. De anderen echter +bleven, waar zij waren. Slechts drie hunner naderden met den Marabout +den Spanjaard en lieten hen alle wapens afgeven. + +De kluizenaar sprak echter tot de Engelschen: + +„Morahba bikum, galkum Sidi!” (Weest welkom, roept mijn heer u toe!) En +als verklaring vervolgde hij: + +„Wij zullen nu onmiddellijk vooruitgaan naar de rotskasbah van den +Roghi, die op eenigen afstand van hier is. Als de Roghi vanavond +terugkeert nadat hij de Spanjaarden heeft overwonnen, zult gij aan hem +worden voorgesteld. De Spanjaarden uit uw gevolg zullen echter, de +vijandelijkheden in aanmerking genomen, als gevangenen worden +beschouwd. + +„Ik geloof nu, na dit gelukkig toeval, dat het niet onmogelijk is, dat +uw onderneming u zal gelukken.” + +De Engelschen werden niet eens ontwapend, maar kregen zelfs hun +muildieren terug. Eveneens werd hun proviand teruggegeven, waarmede de +Spaansche dragers, wien hun wapens en andere eigendommen waren +afgenomen, werden belast. + +Den anderen Spanjaarden werden de handen op den rug gebonden en een +touw om den hals geslingerd, welks eind door Rifkrijgers werd +vastgehouden. + +Eenige andere Rifkrijgers in hun eigenaardige kleederdracht, met de +vreemde, bruine mutsjes van geitenhaar op het kaalgeschoren hoofd, +reden op vlugge, onvermoeide muildieren vooruit, terwijl een groep van +ongeveer vijftig anderen, met hun buksen over den schouder, naast of +achter hen liepen of naar boven klauterden. + +Al naar de weg het toeliet, reden Lister, Charly en de kleine Jack +naast of achter elkaar en met hen de Marabout Bu Ismail. + +Na een korte rust in de schaduw van pijnboomen en eiken, gedurende +welke Lister het meegenomen proviand door den algemeen geachten +kluizenaar liet verdeelen, en waarbij zich ook de drie Engelschen flink +te goed deden, ging het weer verder naar boven en Lister maakte de +opmerking, dat de weg nu met kronkelingen opwaarts ging. + +Bu Ismail, de Marabout, verzekerde, dat men de kasbah van den Roghi +meer en meer naderde, de rotsvesting, die zelfs door de Spanjaarden, +die hun geschut moeilijk naar boven konden krijgen, niet in te nemen +was, de veilige woonplaats van den vermetelen troonpretendent. + +Maar reeds brak de avond aan met zijn op deze breedte zoo korte +schemering en Lister kon, hoe scherp hij ook keek, nog steeds niets +ontdekken van Bu Hamara’s vesting, die hem zooveel belang inboezemde. + +Plotseling vuurden alle Rifbewoners, die ter bescherming of ter +bewaking der Europeanen medetrokken, hun buksen af in de lucht en op +eenigen afstand werd deze eigenaardige aankondiging door een zwakker +salvo begroet. + +Toen men een plateau van lagere rotsblokken was voorbijgegaan, lag vlak +voor hen een door ruw over elkaar gelegde rotsblokken gevormde muur met +schietgaten, waarachter, als een vervallen ruïne van een Duitschen of +Engelschen burcht uit de middeleeuwen, een groote ronde toren opdook, +waaraan zich ter rechter en linker zijde grijze gebouwen zonder +vensters, doch alleen van schietgaten voorzien, aansloten. + +Nogmaals weerklonk een geweersalvo der naderende Rifkrijgers. + +Daar rinkelden zware, roestige kettingen en Lister verbeeldde zich +bijna weer terug te zijn in de middeleeuwen, in de tijden zijner +heldhaftige voorvaderen, de Lords en ridders von Lister, wanneer niet +rondom hem heen de Rifbewoners in hun blauwe djellebas en khits, met +hun arsenalen van wapenen in de breede gordels, hem aan de +werkelijkheid hadden herinnerd: + +Want op middeleeuwsche manier werd een zware ophaalbrug, gebouwd van +dikke eiken stammen met ijzer beslagen, neergelaten op den uitgehouwen +rotsbodem. + +Ginds echter in den toren werd de zwarte opening van een Moorsche +boogpoort zichtbaar. + +De gids wenkte met zijn lang geweer, ook Bu Ismail keerde zich om en +knikte den Europeanen toe met een „Salem aleikum.” + +Een oogenblik later dreunden de hoeven der muildieren over de +ophaalbrug. + +Zij waren in de kasbah van den Roghi aangekomen. + + + + + + + + +VIERDE HOOFDSTUK. + +IN DE ROTSKASBAH VAN DEN ROGHI. + + +Het inwendige van de kasbah vormde een ruim plein met een reusachtige +fontein in het midden. + +Dat plein werd omgeven door vijf verschillende huizen met getraliede +vensters, elk met een Moorschen ingang. + +De vertegenwoordiger van den Roghi, een oude Kabyle met langgolvenden, +grijzen aartsvaderlijken baard, opende de met ijzer beslagen poort van +het eerste gebouw en liet de drie Engelschen binnentreden, terwijl men +de Spanjaarden wegleidde naar een der gebouwen op den achtergrond. + +De Marabout sloot zich aan bij Lord Lister en diens vrienden. + +Door een soort voorkamer, waar een misschien nog uit den tijd der +Romeinen stammende olielamp van de zoldering af haar spaarzaam licht +verspreidde, en waar geen andere meubelen stonden dan een breede divan +langs de muren en eenige lage Arabische tafeltjes, kwamen zij in een op +dezelfde wijze ingericht tweede vertrek, dat de Kabyle hun als verblijf +aanwees. + +De drie vrienden vielen met een zucht van verlichting na dezen zwaren +dag op de vrij harde kussens neer en Lister had juist een zijner fijne +sigaretten opgestoken, toen een zwarte slaaf van den Roghi met vier +kleine kopjes mokka en een andere met drie reusachtige waterpijpen +binnentrad. + +Lister wist, dat het een onbeleefdheid zou zijn, de nargileh te +weigeren. Hij wierp den zwarte zijn sigaret toe, welke deze met de +behendigheid van een gedresseerden aap opving, waarna hij van genoegen +zijn breeden mond tot een nog breeder lach vertrok. + +Daar de jonge Engelschman het mondstuk van de nargilehpijp vol afschuw +wilde afwijzen, sprak Lister: + +„Het helpt je niet, Jack, een enkel trekje moet je in elk geval doen, +om onzen gastheer niet te beleedigen daarna kun je de pijp teruggeven.” + +Jack zette een wanhopig gezicht, daar hij niet kon rooken en kreeg een +heftige hoestbui, toen de scherpe rook hem uit mond en neus kwam. + +Met veel genoegen gaf hij den neger het barnsteenen mondstuk terug, die +het op een wenk van den Marabout zorgvuldig afveegde en het dezen +aangaf. De Marabout zat er reeds met gekruiste beenen op den divan op +te wachten. + +Lister en Charly echter vonden de waterpijp zeer aangenaam en de tabak +uitstekend, al beviel hun de vreemde bijsmaak ook minder, welken de +rook op zijn weg door het met rozenolie geparfumeerde water van het +bassin had aangenomen. + +De voortreffelijke, zeer sterke koffie in de fijne bruine kopjes werkte +opwekkend. + +Intusschen had men ook Listers proviand en bagage gebracht, waaraan ook +niet het minste mankeerde. + +Lister opende een der pakken en nam er een fonkelnieuw browningpistool +benevens de daarbij behoorende ammunitie uit. Hij verzocht den +Marabout, dit kleine geschenk met een verrekijker den Roghi bij diens +aankomst te overhandigen, daar het te voorzien was, dat Bu Ismail den +troonpretendent het eerst verslag zou moeten uitbrengen. + +De Marabout beloofde het en was ondanks zijn heiligheid zeer gelukkig, +toen Lister ook hem een revolver ten geschenke gaf. + +Al werd hij ook in zijn eenzame kubbah het best beschermd door den +godsdienst en het bijgeloof van deze natuurmenschen, toch was in +sommige gevallen het bezit van een pistool, dat men zeven keer +achtereen kon afschieten, niet te versmaden. + +Daar Lister verder wel wist, hoezeer kunstjes en onverklaarbare dingen +het aanzien van den kluizenaar in de oogen van het bijgeloovige, domme +volk verhoogen, nam hij nog een pakje, dat hij voor dat doel had +meegebracht en opende het gedeeltelijk. + +Hij schudde er een beetje poeder uit op den steenen vloer van het +vertrek en streek een lucifer aan. + +Al spoedig verspreidde zich in het spaarzaam verlichte vertrek een +groene rook, zoodat de juist met een presenteerblad binnenkomende neger +bijna het geheele maal, dat hij kwam brengen, had laten vallen van +schrik. + +Dit pakje met Bengaalsch poeder, dat Lister hem gaf, verschafte den +Marabout bijna nog meer vreugde dan het wapen en hij legde met +schitterende oogen en een veelzeggend gebaar de rechterhand op het hart +en liet het kostbare pakket in zijn burnous verdwijnen. + +Intusschen had de neger zich van den schrik hersteld en het groote blad +neergezet. Hij zette voor elk der gasten een der kleine achthoekige +tafeltjes neer en plaatste daarop een groot aantal schalen met +schapenvleesch, rijst, dadels en zoet gebak. + +Ondanks de vreemde toebereiding en samenstelling der spijzen smaakte +hun allen het krachtige maal en toen Lister opnieuw de nargileh had +aangestoken, voelde hij zich volkomen verkwikt. + +Hij was juist een gesprek begonnen met den Marabout over den besten weg +naar Tetuan of Ceuta, toen plotseling buiten een geweersalvo weerklonk, +dat door een tweede werd beantwoord, zoodat een oningewijde moest +denken, dat de Kasbah door vijandelijke troepen werd aangevallen. + +De Marabout echter legde zijn hand op Lister’s arm en sprak: + +„De Roghi komt thuis!” + +Inderdaad weerklonken vreugdekreten en levendige begroetingen en op het +plein werd hoefgetrappel vernomen. + +Na eenige minuten reeds kwam de neger weer binnen en fluisterde den +Marabout onverstaanbare woorden toe. + +Bu Ismail stond op, gaf den Engelschen een wenk en verdween achter den +neger door een deur, die blijkbaar naar de binnenvertrekken leidde. + +Het gewichtige oogenblik, waarvan het welslagen of het mislukken der +onderneming afhing, was genaderd. + +Lister wierp de slang der pijp op den divan en sprong op. Met snelle +schreden liep hij het ruime vertrek op en neer, terwijl Charly en Jack +met gespannen aandacht al zijn bewegingen volgden. + +Ongeveer tien minuten later trad de Marabout glimlachend weer binnen. + +„Alles gaat goed, mijn vriend!” fluisterde hij, „de Roghi was zeer +ingenomen met uw geschenken, zoowel met het pistool als met het +tooverglas, dat de menschen en zelfs de bergen dichtbij het oog brengt. +De Roghi is verrukt, want het zal hem helpen, morgen de Spanjaarden, +evenals vandaag, te overwinnen. + +„Kom, mijn vriend, Bu Hamara wil u persoonlijk zijn dank uitdrukken. +Gij moet hem zelf nader onderricht geven in het gebruik der beide +kunstig samengestelde voorwerpen!” + +Toen Lister de zaal binnentrad, waar hij den beroemden troonpretendent +zou spreken, die reeds den vroegeren sultan Abd el Asis een zware +nederlaag had toegebracht en die tot vlak voor de poort van Fez was +gedrongen en in wiens macht hij zich bevond, voelde hij zich geen +oogenblik bevreesd of onzeker. + +De Marabout vouwde de handen over de borst en boog het hoofd. + +„Emirel Muminin! (vorst der geloovigen). Hier is de vreemdeling, +die vol vertrouwen op uw rechtvaardigheid het heeft gewaagd, den +gevaarlijken en moeilijken weg naar u te ondernemen. + +„Hij behoort niet tot onze aartsvijanden, de wreede Spanjaarden, die +eenmaal met hun machtig leger onze broeders uit het heerlijke Granada +verdreven en den laatsten Emir der Mooren Boabdil bij het scheiden van +Alhambra’s heerlijkheid het hart braken en zoovele duizenden van onze +bloedverwanten, de Morisko’s, vermoordden en verbrandden. + +„Van gene zijde van den Oceaan komt hij, een telg van hen, die altijd +en overal vijandelijk stonden tegenover onzen vijand en die dikwijls +hun schepen op de wereldzeeën hebben vernield en doen zinken. + +„Gij, trotsche Roghi en Emir, gij kent de macht van Amerika, tot wiens +grooten en voornamen deze vreemdeling behoort, die u met kostbare +geschenken huldigt!” + +Bu Hamara, de Roghi, zat met gekruiste beenen op een kussen en +luisterde met welgevallen naar de woorden van den Marabout, terwijl hij +rookwolken uit zijn huka blies en niet zonder ingenomenheid naar de +rijzige, slanke gestalte van Lord Lister keek, die den blik zijner +scherpe oogen vol kalme waardigheid doorstond. + +Lister maakte een toestemmende handbeweging bij de woorden van den +kluizenaar, maar sprak opzettelijk nog niet, om den Roghi eerst +gelegenheid te geven om het woord te nemen. + +„Welnu, vreemdeling uit het verre Westen! Ik heet u welkom! Uw +wonderlijke geschenken hebben mij veel genoegen gedaan, want zij zijn +bij mijn volk niet bekend en wel in staat om mijn macht en aanzien te +vergrooten! Heb dank en vertel mij onbevreesd de reden van uw komst! +Als gij niet te veel verlangt, denk ik wel, dat ik uw wensch kan +bevredigen!” + +„Dappere Roghi en Emir,” antwoordde Lister, terwijl hij als een +Muzelman de handen over de borst kruiste, „het is een onvergetelijk +oogenblik voor mij, den beroemden krijgsman te zien, die zelfs de +Marokkaansche legers en de beste troepen van den sultan versloeg, die +binnen korten tijd, na de Spanjaarden overwonnen te hebben, evengoed +Fez als Rabat en Marrakesch zal binnentrekken en die alleenheerscher +zal zijn in Marokko, zooals nu in het Rifgebied! + +„Dat mijn geringe gaven u genoegen doen, verheugt mij! + +„Maar niet daarom, doch van uw beroemde rechtvaardigheid en wijsheid +hoop ik datgene te verkrijgen, waarvoor ik heden tot u kwam!” + +Het scherpe, gebruinde gelaat van den Roghi, welks waardigheid verhoogd +werd door een vollen zwarten baard, verried duidelijk de groote +tevredenheid over Listers woorden. + +Hij stak zijn hand uit en knikte met een bij hem zeldzame +welwillendheid. + +„Welaan, vreemdeling, spreek zonder schroom uw verlangens uit!” + +„Ik maak van uw toestemming gebruik, edele Emir, en zal kort zijn! Niet +voor mijzelf ben ik gekomen, noch om aardsche belangen. De +rechtvaardigheid leidt mij hierheen; schandelijke beschuldigingen wil +ik met uw hulp te niet doen. + +„In den strijd met uwe lieden werd aan het eind van den ijzeren weg met +vele zijner arbeiders vermoord de bouwmeester van dezen weg, een +Engelschman, die zijn werk beter verstaat dan een Spanjaard dat zou +kunnen. + +„Of hij u de concessie betaalde, welke gij van hem eischtet, dat weet +ik niet. Maar het geld is verdwenen. + +„De zoon van den vermoorde kon gelukkig naar Melilla, naar generaal +Marina vluchten!” + +Lister zweeg even, want bij de deur aan zijn rechterhand meende hij een +gesmoorden kreet te hooren. + +De Roghi had onmiddellijk zijn barnsteenpijp op het kussen laten vallen +en was opgesprongen. + +Met snelle schreden had hij den uitgang bereikt en snel trok hij het +roode gordijn weg. + +Maar er was niemand te zien. + +Hij bleef een oogenblik luisteren, daarop trok hij het gordijn weer toe +en nam zijn oude plaats weer in. + +„Ik heb mij zeker vergist!” mompelde hij. „Ga door, vreemdeling, want +uw verhaal boeit mij!” + +„De gouverneur stoorde er zich niet aan, dat de arme knaap door den +dood zijner ouders een wees was geworden, dien hij verplicht was te +beschermen. Hij vroeg alleen naar het millioen, dat de vader onder zijn +berusting had gehad. + +„Hij beschimpte den Engelschen bouwmeester nog na diens dood, hij sprak +van ontrouw en diefstal, beschuldigde den knaap zelfs van leugens en +dreigde hem te zullen laten geeselen. + +„Ik overviel den Spaanschen veldheer, uw vijand, generaal Marina, ik +bevrijdde den knaap en dwong den generaal, den jongen in diens eer te +herstellen en om mij te helpen, een vredelievenden tocht in uw land te +ondernemen!” + +„Met welk doel hebt gij dien tocht ondernomen?” viel Bu Hamara hem op +scherpen toon in de rede. + +„Ik kom nu met dit doel, dappere Roghi! Ik verzoek u, de eer mijner +landgenooten te herstellen, ik bid u, den jeugdigen zoon van den +spoorwegingenieur, Mr. Lupton, een bewijs te geven, dat zijn ouders bij +den overval zijn vermoord om zoodoende de leugenaars tegen te spreken, +die zeggen, dat de ingenieur met zijn vrouw is gevlucht om zich het +millioen toe te eigenen, dat hij u moest uitbetalen!” + +„En wanneer ik dat weiger?” + +Een listige blik van den Roghi viel op Lord Lister. + +Deze was juist van plan om te antwoorden, toen de deur, waardoor de +troonpretendent zooeven naar buiten had gekeken, geopend werd en een +diepgesluierde vrouwengestalte op den drempel stond. + +Zij strekte haar arm uit onder het wijde gewaad en riep: + +„Dat zult gij niet doen, Bu Hamara! Gij zult dezen edelen man de +verlangde verklaring geven en er je naam onder zetten. Eén +onrechtvaardigheid is voldoende en gij weet, dat gij die begaan hebt!” + +De Roghi was opgesprongen. + +„Onrechtvaardigheid zeg je?” mompelde hij. „Ga terug naar de +vrouwenvertrekken! Het past niet, dat een vrouw onder mannen verschijnt +en meespreekt! Ik zal overwegen, wat ik moet doen! Misschien bewillig +ik het verzoek van dezen man!” + +„Belooft gij het mij, Emir der geloovigen? Bedenk, dat Allah u macht en +zegen heeft gegeven. Gij zult echter niet in Fez en Marrakesch +binnentrekken, als gij uw onrechtvaardige daad niet eerst goedmaakt! +Want gij hebt den spoorwegbouwer de beloften slechts voorgespiegeld. + +„Toen gij het millioen in handen hadt, geschiedde die onrechtvaardige +overval, Roghi, die den ingenieur het leven kostte, u van uw +verplichtingen ontsloeg en het millioen in uw krijgskas bracht! + +„Is dat soms rechtvaardig?” + +„Zwijg, vrouw en ga terug naar het vrouwenvertrek, zooals het behoort!” + +„Ik ga,” sprak de vrouw, „maar ik zou gaarne de oude achting weer +willen koesteren voor den dapperen Roghi als toen Sidi Lupton nog niet +vermoord en het millioen peseta’s nog niet als buit in Bu Hamara’s kas +was gevloeid.” + +De Roghi strekte bevelend zijn hand uit en de gesluierde vrouw +verdween, zooals zij was gekomen. + +Lister was verbaasd, want zij sprak wel goed en vloeiend Arabisch, maar +met een Engelsch accent. + +De troonpretendent staarde peinzend voor zich uit. + +Eindelijk richtte hij zijn somberen blik op Lister. + +„Ga nu heen, Amerikaan en laat mij alleen! Ik zal over uw verzoek +nadenken! Krijgslist is geen onrechtvaardigheid, zooals die vrouw +beweert. Om echter ook niet den schijn van ongerechtigheid op mij te +laden, denk ik wel, dat ik u de gewenschte verklaring zal geven.” + +Lister kruiste de handen over de borst, boog en antwoordde: + +„Moge Allah den Emir tot een edel besluit brengen. Ook al wilde de Emir +den dood niet van Sidi Lupton, toch droeg hij schuld aan diens +ongelukkig einde. + +„De Emir zal niet willen, dat een braaf man door zijn schuld nog na +zijn dood onrechtmatig beloond wordt!” + +Bu Hamara knikte en sprak: + +„Ik zal er over nadenken! Ik geloof niet, dat ik tot een weigering zal +beslissen!—Ik zal u laten roepen!” + + + + + + + + +VIJFDE HOOFDSTUK. + +SPAANSCH VERRAAD EN MAROKKAANSCHE LIST. + + +Nauwelijks had Lord Lister het vertrek verlaten, of de Roghi stond op +en liep met snelle schreden heen en weer. + +„Ook zij vergist zich! Ik kan niet gelooven, dat alleen ter wille van +een doode deze vreemdeling het heeft gewaagd, hier binnen te dringen, +waar dood, verderf en plundering alle Europeanen wacht, die tot ons +durven komen. Ik zoek en zoek zonder te vinden!” + +Een slag op een in de kamer hangende kleine tam-tam gaf een dreunend +geluid en onmiddellijk trad de neger weer binnen, die de Engelschen had +aangediend. + +„Ik zou den Marabout kunnen vragen!” mompelde de Roghi peinzend, „maar +ik merkte reeds dat hij een vriend der Engelschen is en in hun voordeel +zou spreken.” + +Plotseling knipte hij met de vingers. + +„De gjaur vertelde, dat hij generaal Marina had gedwongen, hem bij zijn +tocht naar het Rifgebied te helpen. Ik had wel eens willen zien, hoe de +trotsche generaal door de vermetele Amerikanen werd gevangen genomen en +gedwongen. + +„Den gevangen Spanjaarden zal ik het vragen! Van hen zal ik stellig de +ware bedoeling vernemen van deze zeldzame expeditie in het Rifgebied! +Hassan!” sprak hij tot den neger, die deemoedig bij de deur stond, +„breng het eerste opperhoofd der gevangen Spanjaarden bij mij!” + +Na korten tijd trad de nog geboeide Spaansche sergeant, die door +generaal Marina als bevelvoerder der meegezonden Spanjaarden was +benoemd, onderdanig binnen. + +De groote neger van den Roghi bleef achter hem staan en ontdeed den +gevangene op een wenk van Bu Hamara van zijn boeien. + +„Het handelt om het leven van jou en je vrienden, Spanjaard! +Daarom—luister naar mij en antwoord mij volgens de waarheid. + +„Is uw antwoord belangrijk voor ons, dan zal ik u de vrijheid +teruggeven en u zelfs onder geleide en met een goede belooning naar +Melilla laten terugbrengen. + +„Jij moogt dan een brief van den Roghi overbrengen aan generaal +Marina!” + +„Spreek, edele Emir! Bij alle heiligen, ik zal al uw vragen naar +waarheid beantwoorden. Moge de hemel mijn antwoord zegenen, opdat ik u +een dienst kan bewijzen!” + +Bu Hamara glimlachte. + +„Vertel mij openhartig, waarom heeft generaal Marina dezen Engelschman +onder geleide van u en uw mannen naar onze bergen laten gaan? Hij moest +weten, welk lot hem te wachten stond. + +„En hij zette ook uw leven op het spel, door u als geleide van dezen +vreemdeling uit te zenden. + +„Was het werkelijk slechts het doel van dien man, zijn landslieden te +rechtvaardigen, omdat men hen beschuldigde, het millioen peseta’s +verduisterd te hebben?” + +De Spanjaard wist niet veel van de beweegredenen van den generaal. Maar +hij was een dergenen geweest, die door de matrozen van de Meteor +overweldigd waren. + +Hij wist, dat Lister den generaal gedwongen had, zijn toestemming te +geven tot den tocht in de bergen. + +De gedachte, den gouverneur te rechtvaardigen en zoodoende bij hem in +de gunst te komen, voegde zich bij zijn haat tegen Lister over de +geleden overweldiging, die niet zacht was geweest. + +„Het is een geheim, dat ik u toevertrouw, dappere Emir! Doch niet voor +u! Ook zou het u misschien reeds onthuld zijn, wanneer mijn +gevangenname mij de gelegenheid niet had ontnomen. + +„Wij zijn niet als vrienden, maar als vijanden van dezen dwazen Yankee +in uw bergland gekomen. + +„Een duivelsch plan is in het brein van dezen schurk gerijpt. + +„Listig lokte hij onzen wakkeren generaal in een val en dwong hem tot +deelname en tot ondersteuning!” + +De oogen van den Roghi fonkelden. + +Hij herinnerde zich, dat ook Lister hem van dwang op den gouverneur had +gesproken. + +„Vervolg, Spanjaard, je woorden boezemen mij belang in!” + +„Zijn hulp was echter slechts schijnbaar. + +„De generaal liet mij roepen. + +„Ramiro, sprak hij tot mij, ik ben in de macht van een schurk en kan +deze medewerking niet weigeren. Jij bent verstandig en moedig tevens. +Jij zult beletten, dat de schanddaad, die deze Yankee van plan is te +plegen, uitgevoerd wordt!” + +De Roghi luisterde met uitgerekten hals. „Van welke schanddaad spreekt +gij?” + +„Edele Roghi,” vervolgde de Spanjaard, „gij zult een dergelijke +vermetelheid niet voor mogelijk houden! Ik weet het, want ook de +generaal zeide het! De Roghi, sprak hij, is onze vijand, wien wij alle +eer bewijzen, ook als wij tegen hem strijden. + +„Deze hond van een Yankee heeft gehoord, dat de Emir van het Rifgebied, +die aanspraak maakt op den troon van Marrakesch, een grooten +krijgsschat heeft verzameld!” + +De Roghi sprong op en balde zijn vuisten. Eindelooze woede blonk uit +zijn oogen. + +Zijn krijgsschat, zijn trots—dat was zijn gevoelige plek! + +Zelfs in Marokko, zelfs in het arme Rifgebied is ten slotte hij de +overwinnaar, die over de rijkste middelen beschikt, om de manschappen +met al het benoodigde uit te rusten, opdat het hun nimmer aan wapenen +en munitie ontbreekt. + +De Spanjaard bemerkte, welken indruk zijn woorden maakten. + +„Deze Yankee heeft het plan opgevat om den krijgsschat van den Roghi en +tegelijkertijd het millioen van het syndicaat in diens kasbah in de +bergen te stelen.” + +De Roghi had al zijn waardigheid afgelegd. Hij sprong op, als door een +slang gestoken. Het bloed stroomde naar zijn gelaat en zijn aderen +zwollen op. + +„Ha! Bij den baard des profeten! Als dat wat jij vertelt, waar is, en +het komt mij waarschijnlijk voor, zal ik je beloonen als nog nooit +iemand werd beloond! + +„Deze vervloekte gjaur, die nederig en vleiend, met het uiterlijk van +een engel, voor mij trad, om mij als een duivel te verraden en te +vernietigen, voor hem zal ik martelingen uitdenken, zoodat hij den dag +zijner geboorte zal vervloeken! + +„Kom, mijn vriend, spreek verder en verzwijg mij niets!” + +De Roghi greep den arm van den Spanjaard. Zijn borst hijgde en zijn +stem klonk heesch als die van een roofdier. + +Voor een dergelijken ruwen hartstocht, dien hij zelf had uitgelokt, +schrok Don Ramiro, de Spaansche leugenaar, angstig terug. + +Want geen woord van zijn verhaal was waar. + +Generaal Marina, die voortdurend door kapitein Wheeler en zijn matrozen +bewaakt was, had tijd noch gelegenheid gehad om den sergeant +ophelderingen of bevelen te kunnen geven. + +Maar hij begreep, dat hij verloren was, als hij nu een enkel woord van +zijn bericht durfde herroepen. + +Hij vervolgde daarom zijn phantastisch verhaal: + +„Deze schanddaad van den Amerikaan,” sprak generaal Marina, „zal jij +niet toelaten! + +„Valt gij in handen van den koenen Emir, zooals ik veronderstel, vertel +hem dan alles en beroep je op mij. Laat hij met den misdadiger doen, +wat hij wil! + +„Mocht gij echter den eersten nacht van uw avontuurlijken tocht in de +bergen nog in vrijheid zijn, dan beveel ik u, den dollen Engelschman +met zijn vrienden en landslieden te overvallen, te boeien en u naar den +Roghi te begeven om hem, zooals het behoort, dezen gevangen misdadiger +met een groet van den gouverneur van Melilla uit te leveren! + +„Dat was de wensch van onzen nobelen generaal, dappere Emir! + +„Maar wij hadden den tijd niet, dezen schurk te overweldigen en tot u +te voeren! Tot dusverre hadden wij als gevangenen geen gelegenheid, ons +tegenover u te verantwoorden en u de welwillende gezindheid van onzen +generaal mede te deelen!” + +Als een wild beest, dat opgesloten is, zoo liep de Roghi in de Moorsche +zaal van zijn bergkasbah op en neer. + +Weldra echter was zijn laatste twijfel opgeheven en niets was er meer +overgebleven van den goeden indruk, welken de fiere, edele persoon van +Lord Lister op hem had gemaakt. + +Voor zijn oogen kwamen, waarheen hij ook keek, roode vlekken. De +hartstocht van dezen wilden natuurmensch was opgewekt en als de Roghi +zich in dezen toestand bevond, was er geen halt meer voor hem, dan +volvoerde hij de bloedigste, wreedste besluiten zonder aarzelen, zonder +voor de gevolgen terug te schrikken. + +Plotseling bleef hij staan en terwijl zijn linkerhand den met juweelen +bezetten greep van een dolk omklemde, zoodat eenige steenen losbraken, +strekte hij gebiedend den rechterarm uit en riep: + +„Ik heb den dood van deze Amerikaansche honden besloten! Niemand is in +staat deze schurken te redden! Dat echter zal het bewijs van de +waarheid uwer woorden zijn, dat gij en uw lieden u met mijn manschappen +vereenigt om de Amerikanen en hun gevolg tot gevangenen te maken!” + +„Dolgaarne, edele Emir! Dan kunnen wij in uw belang toch nog de bevelen +van onzen generaal gehoorzamen! + +„Zij zullen spoedig in uwe macht zijn, hooge Emir!” + +Een blik vol triomf straalde uit de oogen van den Roghi. + +„Zij zijn overgeleverd aan mijn wraak! Luister! Breng uw lieden op de +hoogte! Zij moeten van hun boeien bevrijd worden! Gij krijgt uw wapens +terug en rijkelijk spijs en drank! + +„Haast u, opdat gij gereed zijt, als mijn verdere bevelen komen. + +„Laat geweer en sabel achter, die zijn hinderlijk bij een gevecht +binnenshuis. Mes en revolver zijn voldoende! Wacht mijn bevelen af!— + +„Hassan, geleid hem en ontdoe de andere Spanjaarden van hun boeien! +Geef hun daarna te eten en geef hun hunne wapens! + +„Vooruit! Aan den arbeid!” + +Geruischloos verdwenen beide door de deur rechts, waardoor Hassan met +den Spanjaard was gekomen en onhoorbaar viel het roode gordijn weer +achter hen neer. + + + + + + + + +ZESDE HOOFDSTUK. + +EEN WANTROUWENDE MARABOUT EN TWEE EDELE VERLEIDERS. + + +Lister was intusschen in vroolijke stemming van zijn gesprek met den +Roghi naar zijn makkers teruggekeerd en had hun bericht gebracht. + +„Jij kunt alles!” riep Charly vol geestdrift uit. „Het is zoo goed als +zeker, dat je plan gelukken zal. Slechts één ding is jammer!” sprak hij +met een lachje. + +„En dat is?” vroeg Lister verbaasd. + +„Nu, dat je deze zaak zoo geheel en al als Lord klaarspeelt en dat je +Raffleskarakter hier in het geheel niet tot zijn recht komt, waar +daarvoor toch in dit geval een gunstige gelegenheid zou bestaan. +Bedenk, dat deze Rifbeheerscher zulk een rijken krijgsschat heeft +verzameld, die nog pas met een rond millioen is vermeerderd!” + +Lister dreigde zijn vriend met den vinger. + +„Wij zullen dit geval niet ingewikkelder maken dan noodig is. De +vriendelijke tegemoetkoming van den Emir en de gastvrijheid, die hij +ons bewijst, sluiten een dergelijke gedachte uit. Als hij zich vijandig +tegenover ons had aangesteld,” vervolgde hij met een fijnen glimlach, +„dan zou ik er geen gewetenszaak van hebben gemaakt om ook hier een +kleine gastvoorstelling als John Raffles te geven, maar nu gevoel ik +mij in het belang van onzen Jack verplicht, de krijgskas te +respecteeren.” + +Charly lachte. + +„In ernst, jammer! Ook onze krijgskas kan best een kleine aanvulling +gebruiken na je edelmoedige daden in Messina!” + +De Marabout had niet gelet op dit voor hem onverstaanbare Engelsche +gesprek tusschen de beide vrienden, maar zich in gedachten verdiept, +aan zijn huka gewijd en zich in geurige blauwe wolken gehuld. + +Nu legde hij de slang der waterpijp neer, rekte zich uit en stond op. + +„Wij zijn nog niet aan het einddoel, mijn vrienden!” sprak hij in het +Spaansch. „Zooals de zee daarbuiten soms blauw is als de hemel en even +glad en vriendelijk en soms woest rollend op het strand beukt en de +schepen vernielt, even veranderlijk is de ziel van den Roghi!—Wij +hebben den laatsten berg nog niet achter ons!—Wie het gevaar kent, moet +niet sluimeren! Daarom wil ik zelf gaan, mijn vrienden, om te zien, hoe +het met de zaak staat. Ik hoop u goede tijding te kunnen brengen!” + +Bu Ismail wenkte vol waardigheid als afscheidsgroet en verliet +onhoorbaar de kamer. + +„Deze vrome kluizenaar beschaamt mij!” sprak Lister glimlachend, „hij +hecht niet veel waarde aan de beminnelijkheid van den Roghi!” + +„Ja en het lijkt er veel op, alsof jij toch nog gelegenheid zult +hebben, om hier voor John Raffles te spelen.” + +„Dat zeg jij in je jeugdigen overmoed, Charly,” antwoordde Lister op +ernstigen toon. „Eerlijk gezegd, het zou mij ter wille van den knaap +liever zijn, als dit niet noodig zou zijn en alles in vrede kon worden +afgehandeld. + +„Maar wie weet?— + +„Voorloopig echter hebben wij geen reden om aan de woorden van den +Roghi te twijfelen en moeten wij zijn gastvrijheid met dankbaarheid +beantwoorden!” + +Lister was naar den divan gegaan, waar intusschen de arme knaap +uitrustte van de vermoeienissen van den vorigen dag en heerlijk sliep. +Lister en Charly hadden hem zorgvuldig toegedekt, want de nacht was +koel in de bergen. + +„Als wij den armen jongen, die in zijn slaap lacht en die zich volkomen +aan ons heeft toevertrouwd, eerst in veiligheid hebben, dan kunnen wij +ons wel weer in avonturen begeven. + +„Nu echter zou het een onrecht zijn jegens den wees.” + +Lister keek op en luisterde. + +Onwillekeurig stak hij zijn handen in de zakken, waarin hij zijn +revolvers had. + +„Let op, Charly!” fluisterde hij. + +De portière aan den linkermuur bewoog en onhoorbaar sloop een neger in +een blauwe djellaba met korte mouwen binnen, legde de hand op het hart +en sprak in het Spaansch: + +„Moge de vreemde Sidi het bezoek van mijn meesters als een geheim +bewaren.” + +„Het bezoek van je meesters? Daarvan weet ik niets, knaap! Waar zijn +zij en wie zijn zij?” + +De jonge neger trad achteruit en wees naar de deur. Hij kruiste +deemoedig de armen over de borst en neeg diep. + +Het roode gordijn werd weggeschoven en twee lange gestalten in lange, +witte burnous traden binnen. + +De een droeg den groenen tulband der Schorfa’s, het geslacht van den +Scherif, d.w.z. van de afstammelingen van den Kalif, terwijl de tulband +van den ander wit was. + +Lister bootste met zijn tooneelspelerstalent zeer handig hun groet na +en vroeg: + +„Wat verschaft mij het genoegen van uw bezoek?” + +Hij wees naar den divan en presenteerde fijne sigaretten, welke de +beide nachtelijke bezoekers met welgevallen aannamen. + +„Wij zijn gekomen, vreemde gast uit verre landen, om uit naam van onzen +sultan Muley Hafid, die over geheel Marokko heerscht, ook over het +afvallige Rifgebied en zijn oproerigen Roghi, naar uw welzijn te +informeeren.” + +Lister lachte spottend. + +„De bezorgdheid voor mijn welzijn treft mij zeer!” antwoordde hij met +zooveel waardigheid en ernst, dat Charly bijna in een schaterlach +uitbarstte. + +„Maar vertel uw heer met mijn eerbiedigen groet, dat ik mij zeer wel +bevind en dat ik zeer tevreden ben over de gastvrijheid van den +Roghi!”— — + +„Het is goed, vreemdeling!” antwoordde hij, dien de groene tulband als +den voornaamste aanwees. + +„Maar ik raad u, wees op uw hoede! De kat is nooit vriendelijker tegen +de muis, dan op het oogenblik waarop ze het beestje wil opeten. Wij +zelf, onderdanen van den Makhsen, zijn als gezanten hier bij den Roghi, +om hem over te halen, zich te onderwerpen aan den Groot-Sherif. + +„Maar de troonpretendent is hoogmoedig en weigert. + +„Zijn macht is groot, de Rifbergen zijn onneembaar voor onze Mahalla en +zijn invloed is verbazend. + +„Als gij ons belooft, het geheim te zullen bewaren, dan zullen wij u, +uit naam van den Groot-Sherif, onzen Sultan, een voorstel doen, dat in +zijn, uw en ons belang is!” + +„Ik beloof het u! Vertel dus verder!” antwoordde Lister. + +„Muley Hafid, onze heer, de ware Emir der geloovigen, is vertoornd over +den afval van dit kustgebied van Ceuta tot Melilla. Hij wil in vrede +leven en erkent de aanspraken van dezen oproerling niet. + +„Wanneer deze zich goedschiks onderwerpt, dan is de Sultan tevreden. +Maar vol vertrouwen op zijn kracht, blijft hij in zijn trots volharden. + +„Zullen wij onverrichter zake weer vertrekken? + +„Als gij ons helpt met uw lieden, kunnen wij gemakkelijk den Roghi +overweldigen en dooden. Een van ons zal in zijn plaats het +stadhouderschap van het Rif op zich nemen en, als gij ons uw hulp +verleent, zullen wij den krijgsschat deelen. + +„De eene helft is voor onzen heer, de andere voor u! Gij zijt de +eerste, die het heeft gewaagd, deze bergen binnen te dringen, voldoende +bewijs voor uw koenheid. + +„Wij zullen u raad geven, hoe te handelen, gij moet dien raad opvolgen! + +„Onze dienaren zullen u helpen en op het juiste oogenblik zullen ook +onze sabels u ter zijde staan. + +„Stem toe, o vreemdeling, en uw geluk is gemaakt, evenals het onze. + +„Wanneer ik dan stadhouder ben, zal ik u veilig naar de kust laten +geleiden, waarheen gij wenscht! + +„Nu, hoe denkt gij er over?” + +„Ja, wat vindt jij, Charly?” vroeg Lister aan zijn vriend. „Zullen wij +er op ingaan? Op die manier zouden wij gauw onze zakken kunnen vullen +en misschien meerdere millioenen mee naar huis terug nemen.” + +„Ik ben er vóór, Lister. Je twijfelt er zelf aan, of de Roghi het +eerlijk meent, zoodoende zouden wij elken list van hem voorkomen. En de +millioenen zijn ook niet te versmaden.” + +„Wie waarborgt ons, dat deze twee het eerlijk meenen, dat zij niet zijn +gestuurd om ons op de proef te stellen?” vroeg Lister. „Bovendien staat +het mij tegen, als werktuig van anderen te dienen. Ik heb slechts +geluk, als ik alleen werk, als het noodig is, zal ik wel weten te +handelen.” + +„Ik buig mij natuurlijk voor jouw beter inzicht, Edward! Maar jammer is +het toch, vooral om de millioenen!” + +„Die wij toch nooit te zien zullen krijgen,” antwoordde Lister. „Weet +je wat, Charly? Als wij de kastanjes voor die twee uit het vuur hebben +gehaald, eten zij ze zelf op. Laat mij maar gauw gaan!” + +Nu wendde Lister zich weer tot de Marokkanen. + +„Ik heb eens beraadslaagd met mijn vriend, die vol wijsheid is, edele +heeren!” + +Charly boog met goed gespeelde waardigheid, maar hij moest zich op de +lippen bijten om niet te lachen. + +„En deze, mijn wijze vriend, wees mij er op, edele heeren, dat ik uw +namen nog niet ken en dat gij mij ook nog geen bewijs hebt gegeven, dat +gij werkelijk afgevaardigden zijt van den Groot-Sherif! Ik twijfel niet +aan uw woorden, maar toch verzoek ik u, mij uw namen te noemen, en mij +uw hoog ambt te bewijzen.” + +De beide Marokkanen keken elkaar aan, alsof zij beraadslaagden. + +De man met den witten tulband knikte. + +„Wij hebben ook daaraan gedacht!” sprak de voornaamste der twee. „Uw +wensch is niet onbillijk. Gij moet weten, wie wij zijn. + +„Ik ben Mohammed ben Aïssa, welken naam gij wel zult kennen, want die +is zeer beroemd onder de Marokkaansche stammen en dikwijls voerde ik de +Mahallas van mijn heer ten zegepraal. En dit is Omar ben Hassan, mijn +geheimschrijver, uit de klasse der Umana’s. + +„Opdat gij echter zult zien, dat wij waarheid spreken,” hij haalde een +perkament uit zijn burnous te voorschijn, voorzien van een groot zegel +en overhandigde het Lister, „hier is het bewijs. Hieronder ziet gij de +handteekening van onzen heer, Muley Hafid, den beheerscher der +geloovigen.” + +Lister kende weliswaar niet al te veel Arabisch, maar in zijn +studentenjaren te Oxford had hij zich geïnteresseerd voor den Oriënt en +ook eenige Arabische taallessen genomen. + +Dat kwam hem nu te pas. + +Hij kon met geringe moeite den naam Muley Hafid ontcijferen en eveneens +de namen der beide Marokkanen zelf. + +Ook het woord Roghi on de uitdrukking voor afgezanten was hem +duidelijk. Bovendien bewees het Rijkszegel, dat hij kende, dat hij +werkelijk een echte oorkonde van den Sultan voor zich had. + +„Ik dank u, edele heeren!” sprak hij, het perkament teruggevend. „Ik +heb niet aan uw woorden getwijfeld, maar nu heb ik zekerheid.” + +„En zult gij nu besluiten, u met ons te vereenigen?” vroeg de +voornaamste der twee gezanten. + +Lister boog het hoofd alsof hij nadacht. Daarop hief hij het weer op en +strekte met plechtig gebaar zijn arm uit: + +„Ik dank u, edele heeren, voor het mij geschonken vertrouwen. + +„Maar na rijp beraad en bedenkende, dat de Roghi ons gastvrij en als +vrienden heeft behandeld, dat hij het verzoek, waarmede wij kwamen, +reeds zoo goed als toegezegd heeft, kan ik niet besluiten, uw voorstel +aan te nemen, daar het mij zou noodzaken, mijn gastheer te bedriegen. + +„Wees niet boos op mij, edele heeren, wanneer ik uw voorstel helaas +niet kan aannemen.” + +De beide Marokkanen sprongen op, alsof zij door een adder werden +gebeten. + +Hun van woede verwrongen trekken hadden alle waardigheid verloren. + +„Hond van een gjaur!” siste Mohammed ben Aïssa, van woede hijgend en +hij greep in zijn sneeuwwitten burnous. Daaruit haalde hij een lang +dolkmes te voorschijn, waarmede hij zich op Lister wilde werpen en ook +de geleerde schrijver uit de klasse der Umana’s hield plotseling een +blinkend mes in zijn rechterhand, dat hij Charly Brand tusschen de +ribben wilde steken. + +Maar de beide Marokkaansche edelen weken verschrikt terug en lieten hun +wapens zinken, want beiden keken vol ontzetting in de opening van een +revolver. + +Charly had bij een meester als Lister verbazende vorderingen gemaakt in +het hanteeren van de revolver. + +„Steekt uw deftige moordwerktuigen weer bij u, vrienden!” sprak Lister +op scherpen, spottenden toon, „of wij zullen uw lichamen als een zeef +vol gaten schieten en u vóór uw tijd naar de houris in den zevenden +hemel zenden! Ik heb gezegd!” + +Snel verdwenen de dolken weer onder de onschuldige, witte gewaden. + +„Zoo en nu eruit! Daar is het gordijn, edele heeren, gezanten van Zijne +Majesteit den Sheriff en ellendige verraders der heilige gastvrijheid!” + +Zonder een woord van tegenspraak met oogen vol haat en woede gingen de +beide verleiders naar de deur. + +Reeds was Mohammed ben Aïssa achter het gordijn verdwenen, toen zonder +op de revolver, die op hem was gericht, te letten, Oman ben Hassan zich +omwendde en siste: + +„Vertrouwd maar op den valschen Roghi, dwazen! Weldra zal het u +berouwen, onze hulp versmaad te hebben. Wij alleen konden u redden. Nu +zal ook onze wraak u treffen, vervloekte gjaurs! + +„Nimmer zult gij uw vaderland terugzien! Tusschen de bergen van het +Rifgebied zal uw lichaam verteren en zullen uw beenderen verbleeken. +Allah’s vloek moge u treffen, ongeloovige honden!” + +„Zal ik hem een kogel nazenden?” vroeg Charly boos. + +„Zal ik je den mond snoeren met een kogel, jij schreeuwer?” vroeg +Lister, op wien de woedende uitval van den kerel niet den minsten +indruk maakte. Hij maakte een beweging, alsof hij zijn revolver wilde +afvuren. + +Maar reeds was de Marokkaan met een katachtigen sprong achter het +gordijn verdwenen. + + + + + + + + +ZEVENDE HOOFDSTUK. + +ONVERWACHTE OVERROMPELING EN HET LOON DER VERRADERS. + + +Charly keek hen vroolijk na. + +„Een prachtigen sprong maakte de kerel uit angst voor onze revolvers,” +sprak hij lachend. + +Lister had zijn miniatuurwapen weer weggeborgen en krabde zich achter +het oor. + +„Ik vind de zaak eigenlijk minder amusant, Charly,” antwoordde hij. + +„De beide zeer edele heeren zullen ongetwijfeld nu den Roghi tegen ons +ophitsen en het zoo mogelijk doen voorkomen, alsof wij hun plan hadden +opgemaakt. Men weet niet, wat daaruit voort kan vloeien. + +„Wij hebben nu vrijwel alles tegen ons. Het is een geluk, dat tenminste +onze lieden van de Meteor in de nabijheid zijn. + +„Wees zoo goed, Charly, voorzichtig naar hen toe te gaan, het +voorvertrek scheidt ons alleen van hen. Zij moeten op alles voorbereid +zijn, om dadelijk te kunnen handelen, als zij een fluitsignaal hooren. +Mochten zij worden aangevallen, dan moet bootsman Canning fluiten, dan +zullen wij hem te hulp komen.” + +„Houd je dan den toestand voor zoo gevaarlijk?” vroeg Charly verbaasd. + +„Ik dacht, dat wij goed op weg waren om onzen zin te krijgen!” + +„Dat waren wij ook. Het is mogelijk, dat ik mij vergis, maar die edele +heeren Marokkanen vertrouw ik niet! + +„Zij zullen ons zooveel mogelijk zwart maken en het is de vraag, of Bu +Hamara hen doorziet.—Daarom voorzichtig en snel naar de matrozen!” + +„Als het zóó staat!... Natuurlijk zal ik hun de grootst mogelijke +voorzichtigheid inprenten!” + +Bij die woorden was Charly snel achter de portière verdwenen. + +Lister liep onrustig in het ruime vertrek heen en weer. Hij wierp een +teederen blik op het slapende kind en nam zich voor, den mooien knaap +zoo goed mogelijk te verdedigen. + +Maar wat vermocht hij, zelfs geholpen door zijn weinige mannen, als de +Roghi zijn vijand was en zijn macht wilde misbruiken! + +Een gevecht was even nutteloos als een vlucht in dit vijandige +bergland, dat bovendien nog in oproer was tegen de Spanjaarden! + +Lister pijnigde zijn hersens om een uitweg te vinden. + +Plotseling luisterde hij scherp. + +Hij meende, lichte schreden gehoord te hebben. Met gespannen aandacht +luisterde hij, beide handen om de revolvers in zijn zakken geklemd. + +Hij had zich niet vergist. + +De roode portière werd teruggeschoven en tot zijn hoogste verbazing zag +Lord Edward een gesluierde vrouw op den drempel. + +Het was dezelfde, die bij zijn gesprek met den Roghi zijn partij had +gekozen. + +Ook nu was haar gelaat door een sluier verborgen. Zij wenkte met de +hand, als wilde zij tot voorzichtigheid en tot zwijgen aansporen. + +Daarop trad zij nader. + +Toen zij den sluimerenden knaap zag, die in zijn slaap glimlachte, +vouwde zij de handen over de borst en knielde neer om naar hem te +kijken. Een zucht kwam van haar lippen en zacht fluisterde zij: + +„Arme knaap, hoe heerlijk sluimer je! En toch zal men je weldra moeten +wekken, want de vervolgers naderen reeds! Maar jij bent in de hoede van +een edel man! God zal hem helpen om je te redden en gelukkig naar het +vaderland terug te brengen!” + +Lister vertrouwde zijn ooren niet, toen hij de vermeende Marokkaansche +deze woorden in het zuiverste Engelsch hoorde uiten. + +Maar reeds was zij opgestaan en trad naar hem toe. + +„Vraag mij niets, mijnheer! Red uzelf en den knaap, want Bu Hamara, de +Roghi, zal dadelijk met zijn lieden hier zijn. De Spanjaarden hebben u +verraden en de Mahksenlieden hebben u bij hem aangeklaagd. + +„Vraag niet, maar handel, eer het te laat is!—Bu Ismail, de Marabout, +zal u buiten wachten en veilig geleiden. Ik zelf zal uw gids zijn.” + +„O, mijn landsvrouw, hoe zal ik u danken? Door welk wonder bevindt gij +u hier, om als een engel te verschijnen en ons te redden?” + +„Er is geen minuut te verliezen, mijnheer,” antwoordde de gesluierde +haastig. „Alle vragen later. Wek den knaap, roep uw lieden en volg +mij!” + +In een oogenblik had Lister zijn wapens en den tropenhelm bij elkaar +gezocht en ging naar Jack. + +Opeens werden in de aangrenzende kamer schoten gehoord, waarop een +geheel salvo volgde. + +Een onbeschrijfelijk alarm volgde, vermengd met Engelsche vloeken, maar +ook menig Spaansch en Moorsch woord werd vernomen. + +Lister bleef een oogenblik staan, daarop echter had hij zijn +tegenwoordigheid van geest teruggekregen. + +„Te laat!” mompelde de gesluierde vrouw. „Groote hemel, de knaap, de +knaap! Wat moet ik doen? Wat geeft het mij en u, als Bu Hamara mij hier +treft en in zijn woede doodt of gevangen zet?” + +Met een droeven blik op den knaap, die zich, door de schoten gewekt, +verbaasd van zijn rustplaats oprichtte, en met een wanhopige +handbeweging vluchtte zij uit het vertrek en was verdwenen. + +Maar reeds was Lister van plan met een revolver in elke hand door het +roode gordijn in de voorzaal te snellen om zijn overrompelde getrouwen +ter hulp te komen, toen met verwarde haren en verscheurde kleeren +Charly achteruitloopende bij de portière verscheen, herhaaldelijk +achteruitvurende op zijn vervolgers. + +Oogenblikkelijk was Lister aan zijn zijde en nu zag hij door de +deuropening bijna de geheele zaal gevuld met Rifkabylen, die alleen in +toom werden gehouden door Charly’s uitstekende revolvers. + +Toen twee der vermetelste kerels met hun lange messen naderslopen, +werden beide door Lister’s revolverkogels in den arm getroffen, zoodat +zij hun messen moesten laten vallen. + +Daar schreeuwde plotseling de knaap achter hem luidkeels en toen Lister +schielijk omkeek om hem zoo noodig ter hulp te snellen, was het reeds +te laat. + +Hij zoowel als Charly werden ruggelings door vele sterke armen +aangegrepen en hun revolvers hun ontnomen. + +Hun armen en beenen werden met stevige touwen gebonden en toen Lister +met moeite zijn hoofd omdraaide, zag hij tot zijn leedwezen, dat ook de +arme, dappere knaap reeds hetzelfde lot ten deel was gevallen. + +Over hen heen echter boog zich hoonlachend de Spaansche sergeant Ramiro +en riep: + +„Oog om oog, Señor Lordo! + +„Dat is de groet van generaal Marina, dien ik u moet overbrengen!” + +Onmiddellijk daarop echter stelde hij zich in postuur met de hand aan +de witte kepi. + +„Dappere Roghi, hier ziet gij uw vijanden geboeid in uw macht, waaraan +ook wij dapper hebben meegeholpen. Mag ik uwe genade nu verzoeken ons +volgens uwe belofte, het ons toegezegde loon te geven en ons onder +veilig geleide naar Melilla, naar generaal Marina, terug te zenden?!” + +Lister hoorde, hoe de Roghi die binnengekomen was, met luide stem in +het Spaansch zei: + +„Mijn belofte zal ik houden! Uw wapens hebt gij al weer terug! Hassan, +hebt gij den buidel?—Welaan, geef elk der Spanjaarden een goudstuk en +den capitano drie!” + +„O, veelmaals dank, edele Emir!” antwoordde Ramiro verheugd. + +„Ben je gereed, Hassan?” vroeg Bu Hamara vol ongeduld. + +„Ja, heer!” + +„Welnu, heeren Spanjaarden!” vervolgde de Roghi, „ook mijn derde +belofte zal ik houden.—Hola, Riflieden! Neemt deze Spaansche +onderdrukkers op, die zoozeer verlangen, onze bergen met hun erts en +verborgen schatten te bezitten, die ons ons vaderland willen ontnemen, +dat wij liefhebben, ik beveel u, neemt hun hun geld en wapenen weer +af!” + +Ramiro ging een schrede achteruit. + +„Was dat de bedoeling, trouwelooze Kabyle! Zoo zie dan, hoe +Castiliaansche mannen weten te sterven. Lieden, revolvers te +voorschijn! Caramba! Legt aan!—vuur!” + +De elf revolvers der Spanjaarden werden gelost. Maar de Rifbewoners en +Bu Hamara zelf wisten zich te redden, doordat zij zich op den grond +lieten vallen. + +Een tweede maal konden de ongelukkige Spanjaarden echter niet vuren. +Uit de andere kamer waren talrijke Marokkanen naar binnen geslopen. Op +een wenk van den Roghi hadden achter elken Spanjaard twee er van plaats +genomen en onverhoeds werden hun de wapens ontrukt. + +Ondanks hun dapperen tegenstand werden de Spanjaarden door de overmacht +overweldigd en evenzoo gebonden als zooeven Lister en de lieden van de +Meteor, benevens Charly en Jack. + +Ondanks zijn onbehagelijken toestand kon Lister niet nalaten, den +sergeant toe te roepen: + +„Er bestaat een Engelsch spreekwoord, edele Hidalgo van den Manzanares, +dat luidt: „Wie een ander een put graaf, valt er zelf in.” + +„Zeg maar niets, Señor!” antwoordde de Spanjaard op schuldbewusten +toon, „ik zie in, dat ik nog dommer ben dan de ezel van Sancho Pancha.” + +„Zoo, dappere Señores!” hernam de Roghi, „nu zal ik ook mijn derde +belofte houden. De Spanjaarden worden morgen vroeg op het plein van +mijn kasbah doodgeschoten, hun lijken echter zullen onder veilig +geleide naar Melilla worden gevoerd. Niemand echter kan zeggen, dat Bu +Hamara niet tot in de kleinste bijzonderheden zijn belofte heeft +gehouden.—Nu echter—weg met de gevangenen naar de rotskelders!” + +Men maakte een begin met de Spanjaarden en twee aan twee werden de +geboeiden uit het vertrek gedragen. + +Nu wendde de Roghi zich tot Lord Lister, die voor hem op den vloer lag +uitgestrekt. + +„Nu gij, mijn vriend van gene zijde van den oceaan! Uw edelmoedigheid +was te groot, dan dat ik er geloof aan kon slaan. Nu is de waarheid aan +het licht gekomen. + +„Niet ter wille van Sidi Lupton en diens familie kwaamt gij in onze +bergen, maar met het doel om mijn krijgsschat en het laatst verworven +millioen te stelen. + +„Het helpt u niets, te ontkennen. Het is bewezen. + +„Goedhartig als ik ben, wil ik zelfs u gelegenheid geven om uw plan ten +uitvoer te brengen!” + +Lister luisterde vol belangstelling en zelfs Charly kon een uitroep van +verbazing niet weerhouden. + +„Uw lieden, en deze, uw vrienden, zullen zich verkwikken in mijn +onderaardsche kelders, om koel en frisch morgenochtend in onze +buksmondingen te kijken. + +„Gij echter, mijn speciale vriend, zult geboeid, zooals gij zijt, den +nacht doorbrengen in mijn schatkamer. + +„Gelukt het u, den krijgsschat te stelen, zooals uw plan was, dan zal +die van u zijn. Gelukt het u echter niet, ondanks al mijn +tegemoetkoming, dan kan ik u verder niet helpen. Dan zult gij met al uw +aanhangers morgenochtend te zamen met de Spanjaarden op het plein van +mijn kasbah gefusilleerd worden.—Nu, hoe denkt gij over mijn voorstel, +hoogedele heer?” + +„Drommels, Lister!” fluisterde Charly verbaasd. + +„Ik was tot dusverre niet van plan, uw schat te stelen, Roghi. Maar ik +neem uw voorstel, dat gij mij hoonend doet, in allen ernst aan. Ik roep +alle aanwezigen aan als getuigen, dat mij de schat zal toebehooren, als +het mij gelukt hem te stelen.—Ik zal u dus vóór morgenochtend den schat +ontstelen, Roghi, wees daar verzekerd van!” + +Bu Hamara barstte bij het hooren van die vermeende grootspraak in zulk +een hartelijk lachen uit, dat hij alle Kabylen, die tot de tanden +gewapend de geboeide Engelschen omringden, aanstak. + +Plotseling echter wenkte hij met de hand en al zijn haat en woede tegen +Lord Lister lag weer op zijn gelaat te lezen. + +„Als mijn schutters u en uw makkers morgen tot schietschijf nemen, zal +de lust om grappen te verkoopen u wel vergaan, mijn geestige, +Amerikaansche vriend,” riep hij vol woede. „Kom, werpt de Gjaurs in de +rotskelders! Dezen echter moet gij in mijn schatkamer neerleggen. Ik +houd altijd mijn woord!” + +Toen de Kabylen zich gereed maakten om het bevel van den Roghi op te +volgen, werd op angstigen toon: „Halt! Halt!” geroepen. + +Bu Hamara keerde zich boos om. Maar hij schrok, want achter hem stond +op den drempel de gesluierde vrouw. + +„Halt—halt!” riep zij op opgewonden toon. „Waarheen laat gij hen +brengen, Roghi?—Gij zijt misleid! Geloof mij! Doe niets, wat u zal +berouwen! Gij benadeelt slechts uzelf! Deze heer is een Amerikaan van +grooten invloed, die u van meer nut kan zijn dan gij denkt. En deze +knaap—wat heeft hij misdaan?” + +De gesluierde knielde voor hem neer en hief de armen op. + +„Ik smeek u, Roghi!—Laat den knaap vrij, geef hem aan mij! verhoor mijn +bede en als gij mij een genoegen wilt doen, zendt deze menschen dan +ongedeerd naar de kust.” + +De Roghi scheen zeldzaam bewogen. Hij beet zich op de lippen en staarde +voor zich uit. Daarop hief hij de knielende op. + +„Genade voor al deze menschen, overgave aan u van den knaap, een +vrijgeleide en alles wat gij wenscht, sta ik toe, op de voorwaarde, die +gij kent. Maar het inwilligen van die voorwaarde is onomstootelijk!” + +„Het is niet edel, Roghi, dwang te willen uitoefenen op een vrouw. Uw +eisch kan ik niet bewilligen. + +„Waartoe te herhalen, wat ik u reeds zeide? Maar ik heb een betere +meening over u. Gij zijt niet onedel. Gij zult mijn verzoek niet +weigeren, want ook ik ben een Engelsche en behoor tot hun stam!” + +De Roghi balde de vuisten en zijn oogen gloeiden van hartstocht: + +„Dat zal ik niet doen, bij den baard des profeten! Ik heb er genoeg +van, mij door u voor den gek te laten houden. Er zijn nog andere +dwangmiddelen, mijn duifje! Gij zijt in mijn macht en ik zal mij niet +langer door mijn geweten in bedwang laten houden. Onthoud dat, schoone +Engelsche!” + +„Wilt gij mij met dreigementen bang maken, Bu Hamara? Op die manier is +geen vrouw te winnen! Bij ons te lande weten de vrouwen eerder te +sterven dan zich tegen haar zin te laten dwingen! Wanneer deze +gevangenen worden gekweld of gedood, dan—Bu Hamara, zijn wij voor +eeuwig gescheiden!” + +Met een teederen blik op Jack, den ouderloozen knaap, die wel bleek was +geworden, maar zich toch dapper hield, met een afwerende handbeweging +tegen den Roghi, verliet zij met fieren tred de kamer.— + +De Roghi stampte woedend op den vloer. + +„Waarom aarzelt gij? Waarom zijn de gevangenen nog niet weggebracht? +Moet ik u beenen leeren maken, luiaards?” schreeuwde de Emir tot de +Kabylen. + +„Waarheen heer, naar de schatkamer?” + +„Heb ik het nog niet duidelijk genoeg gezegd, domkoppen?” riep hij uit. +„Allen bij de Spanjaarden in de rotskamers beneden. Dezen echter alleen +naar de schatkamer. Daar mag hij bersten van nijd bij den aanblik +mijner schatten! Dat zal mijn wraak zijn! Steel ze, als ge kunt! Ik +houd mijn woord!” + +„Ik zal mijn uiterste best doen!” riep Lister, toen men hem wegdroeg. + +Zijn hart klopte sneller en ondanks zijn wanhopigen toestand, was hij +vaster dan ooit in zijn leven van plan om te zegevieren, toen hij den +hoonlach hoorde, waarmee de Roghi hem nakeek. + + + + + + + + +ACHTSTE HOOFDSTUK. + +DE GELUKTE LIST VAN EEN MARABOUT EN MAROKKAANSCH BIJGELOOF. + + +Met een gevoel van bevrediging liep Bu Hamara, de Roghi, nu alleen op +en neer door het vertrek, dat Lister en zijn vrienden tot verblijf had +gediend. + +Al deze vermetele Engelschen, zelfs de ondernemende Lord, moesten +sterven, evenals de Spanjaarden, die vanuit hun schuilhoeken op de +rotsen en eilanden het vrije Rifgebied bekampten. + +Morgen zou een groote aanval worden ondernomen op de versterkte +verblijfplaatsen der Spanjaarden op den Guruguberg en de forten. + +Een harka van 6000 man was reeds gereed om uit te trekken en alle +naburige stammen hadden hun medewerking toegezegd. + +Waarschijnlijk kon hij morgen bevelen over 20,000 strijdlustige +Rifkrijgers, die, naar hij vast geloofde, de Spanjaarden van Melilla +spoedig zouden hebben opgeruimd. + +Door geheel Marokko zou zijn naam weerklinken als die van den +overwinnaar der Spanjaarden en de weg naar den troon van den sultan zou +hem zoodoende worden gebaand. + +De Emir was juist van plan om zich naar zijn vertrekken te begeven, +toen naderende voetstappen werden vernomen. + +De roode gordijnen werden geopend en de Marabout trad binnen. + +Verbaasd bleef hij op den drempel staan, toen hij Lister, Charly en den +knaap niet meer in het vertrek zag. + +„Waar is de knaap, die mij toebehoort, Roghi? Waar zijn de beide +voorname Amerikanen gebleven? Wilt gij mijn vraag naar waarheid +beantwoorden?” + +Bu Ismail keek den gevreesden Bu Hamara met ijskouden blik aan. Hij +vreesde en achtte hem niet, daar hij den man en diens verleden maar al +te goed kende. + +„Weet gij niet, Marabout, tegen wien gij spreekt? De Roghi, die weldra +sultan zal zijn, duldt niet, dat men een dergelijken toon tegen hem +aanslaat!” + +„Waar is de knaap gebleven? Gij weet, dat hij mijn beschermeling is. +Wee u, Bu Hamara, als hem eenig leed is overkomen!” + +„Gij stelt merkwaardig veel belang in dezen zoon der ongeloovigen! +Reeds lang komt mij uw handelwijze tegenover Spanjaarden en Engelschen +verdacht voor! Dat is een Marabout van het Rifgebied onwaardig!” + +„Hierover kan ik zelf alleen oordeelen, Bu Hamara! Wij kennen elkaar, +mijn vriend. Waar is de onschuldige knaap, die mij vertrouwde? Ik wil +het weten Roghi, afvallige Marabout! Zijn vrienden zijn mannen; zij +zullen wel voor zichzelf zorgen. Deze knaap echter staat onder mijn +bescherming en ik verlang te weten, waar hij gebleven is!” + +„Ik zou wel dwaas zijn, u te vertellen, wat u niet aangaat, gij vriend +der Europeanen! Hij is bij zijn vrienden! Maar zij zullen moeilijk voor +hem kunnen zorgen, want zij kunnen dat niet eens voor zichzelf doen. +Hij zal het lot der andere Europeanen deelen en ook onschadelijk worden +gemaakt.” + +De oogen van den Marabout fonkelden. + +„Geef mij dadelijk den knaap terug! Want ik heb gezworen bij den baard +van Mohammed, hem veilig naar de kust te brengen, opdat hij naar zijn +vaderland kan terugkeeren! + +„Ik wilde echter voor u in het boek van het noodlot lezen en u +mededeelen of u overwinning dan wel nederlaag te wachten staat. + +„Dwaas! Denkt gij Spanje te kunnen bedwingen door zijn wraak op te +wekken? O, gij dwaze onwetende! Zelfs het hoopje in Melilla kunt gij +niet overwinnen! En wat wilt gij beginnen, als zij hun vuurspuwende +schepen, hun honderdtallen stukken geschut hierheen zenden en als het +Afrikaansche strand wemelt van hun soldaten?” + +Maar met den Roghi viel niet te redeneeren. + +„Dat zullen wij morgen probeeren. Ik heb zooveel volk verzameld, dat +wij hen van den Guruguberg zullen verdrijven, hun forten vernietigen en +de muren van hun stad vernielen en beklimmen.” + +„Als gij de toekomst beter kent dan ik, Roghi, hebt gij mijn +mededeelingen uit het boek der geesten niet noodig!” + +De Roghi lachte gedwongen. + +„Maak daarmee anderen bang, Bu Ismail! Vergeet niet, dat ik zelf +Marabout ben geweest! Ik ken die voorspellingen! Maar ook ik heb die +kunst nog niet verleerd en wil u gratis de toekomst voorspellen,” +antwoordde de Roghi, die met snelle schreden naar den divan was gegaan, +waarop Lister zijn nargileh had gerookt. + +Ook hier hing een metalen alarmschild. De Roghi sloeg er met den +klopper tegen aan en het geluid dreunde door de ruime zalen der kasbah. + +De Marabout had zich snel teruggetrokken naar de deur, waaruit de +gesluierde vrouw te voorschijn was gekomen. Hij had zich daar +neergebogen en in een kring rondgedraaid, alsof hij een bezwering +uitsprak, want hij mompelde onverstaanbare woorden. + +Hassan kwam haastig binnen en een aantal gewapende Rifbewoners volgden +hem. + +„Zoo voorspel ik je, Bu Ismail, verrader van de belangen van het Rif en +van den profeet, vriend der Europeanen, dat je deze zaal niet levend +zult verlaten. + +„Zoo staat het in het boek der toekomst! Vooruit Hassan, werp je op den +afvallige, den valschen Marabout daar en stoot je dolk in zijn +verradershart! + +„Weg met den vriend der Spanjaarden, die hier kwam om te spionneeren.” + +Alle negers snelden tegelijk voorwaarts om het bevel op te volgen. + +De Marabout was kalm en rustig voortgegaan met zijn bezwering en had +zich nogmaals gebukt. + +Plotseling bleven de mannen, die reeds wilden toestooten en hun +vlijmscherpe dolken zwaaiden, als verlamd staan, want tusschen hen en +den Marabout stegen onder aanhoudend gesis groene wolken op, een knal +werd vernomen en de neger Hassan viel met de armen in de hoogte +gestrekt, dood voorover. + +De mannen van den Roghi en deze zelf stonden verlamd van schrik en +bijgeloovige angst. + +Maar toen de groene damp eindelijk was opgetrokken, was de Marabout +verdwenen. + +De Mooren keken elkaar met angst en ontzetting aan, daarop wierpen zij +een schuwen blik naar den Roghi en weken als voor een melaatsche terug, +want hij had zich nu door beschimping van den heiligen man de straf der +booze geesten op den hals gehaald. + +„Domkoppen!” schreeuwde de Roghi. „Bah! Laat u toch niet uitlachen! +Denkt maar niet aan toovenarij, spoken of bovenaardsche wonderen! Het +is niets anders dan een handig kunststukje! Hebben de Europeanen, die +zijn vrienden zijn, niet wagens, die zonder paarden loopen en geweren, +die tienmaal of nog vaker schieten, zonder dat men ze laadt? + +„Deze groene damp is voor de Europeanen zeker niet moeilijker te maken +dan die wagens en buksen!” + +Hij overtuigde echter de bijgeloovigen niet, die te zeer gewend zijn om +te gelooven aan de bovennatuurlijke krachten der Marabouts en andere +heiligen van den Islam. + +„Allah moge u verlichten!” sprak een der oudste Riflieden, op de breede +kolf van zijn geweer leunend. „Hij duide u de beschimping van zijn +heiligen niet ten kwade! Wij echter willen uw afschuwelijke woorden +niet aanhooren en laten u aan uw eigen gedachten over!” + +De woorden van den ouden man vonden algemeenen bijval. Men drong elkaar +het vertrek uit en zelfs de lijfwacht van den Roghi sloot zich bij de +anderen aan en allen verlieten de kamer. + +De Roghi kon nu ongestoord over zijn eigen optreden nadenken, want +voordat hij het zelf begreep was hij alleen. + +Hij zag zeer goed in, welke fout hij had gemaakt. Nog meer echter +vreesde hij nu den invloed van Bu Ismail. Hij was er van overtuigd, dat +deze nu zou trachten hem tegen te werken, zich te wreken en misschien +zelfs de Engelschen, zijn vrienden, te bevrijden. + +Hij besloot zich er zelf van te gaan overtuigen, of de Engelschen en +Spanjaarden goed verzekerd waren en dat de brutale Yankee, die zijn +hoon voor ernst durfde opnemen, nog stevig geboeid in de schatkamer +smachtte. + +Hij nam uit een eenvoudige kast een paar fakkels, stak nog eenige in +zijn gordel, stak een er van aan de olielamp aan en verdween haastig +uit de kamer. + + + + + + + + +NEGENDE HOOFDSTUK. + +LORD LISTER IN DE SCHATKAMER VAN DEN ROGHI. + + +Volgens bevel van den Roghi waren de Spanjaarden, evenals de Engelsche +matrozen, stevig geboeid, nadat men hun al hun eigendommen had +afgenomen. + +Men had hen over het plein naar een ander, ruw opgetrokken gebouw +gevoerd, een soort van barak. In het midden van het gebouw, waarin de +geweren der Kabylen en allerlei krijgsvoorwerpen, gedeeltelijk nog +ingepakt, werden bewaard, gaapte in den vloer een zwarte opening, +hierboven bevond zich een stevige eikenpaal, waarvan een touw afhing. + +Een Kabyle, voorzien van een fakkel, liet zich langs het touw naar +beneden glijden en weldra verscheen in de opening een soort korf, +waarin telkens twee of drie Europeanen werden gepakt, die daarop in de +diepte verdwenen. + +Eindelijk waren alle Europeanen, geboeid als zij waren, in den diepen +rotskelder gebracht en de Kabyle, die hen vermoedelijk beneden naast +elkaar had neergelegd, kwam weer te voorschijn. + +Lister was door eenige zwarte bedienden van den Roghi opgenomen en naar +een meer verwijderd vertrek gedragen, waar zich het begin van een trap +bevond. + +Men had hem aan een touw onder de armen neergelaten, waarop de drie +negers ook neergedaald waren. In den kelder namen zij hem weer op de +schouders en droegen hem naar een uitgehouwen rotskelder. + +Een der negers, die hier goed den weg scheen te kennen, drukte op een +knopje in de rots en nu hoorde Lister het rinkelen van kettingen en het +piepen van verroeste scharnieren. + +Bij het licht der fakkels ontdekte hij, dat hij zich in een +hooggewelfde zaal bevond, waarin hij op een tafel zag een groot aantal +splinternieuwe Winchester-repeteerbuksen met bijbehoorende ammunitie, +talrijke pistolen en moderne revolvers met ontelbare patronengordels, +patronendoozen en allerlei sabels, bajonetten, hartsvangers, dolken en +bijlen, ja zelfs zweepen. + +Wat echter nog meer zijn blik aantrok, waren de honderden met goud +gevulde zakken. + +Lister zag onmiddellijk, dat het gemunt, fonkelnieuw goud moest zijn, +dat in vele rijen uit de open zakken blonk en schitterde. + +De bleekere glans van het zilvergeld vertoonde zich meer op den +achtergrond en in de vakken langs den wand bevonden zich staven van +goud of zilver, misschien ook gouderts en geroofde kostbaarheden. + +Op bevel van den Roghi, die Lister door den aanblik van het goud wilde +hoonen, zette men Lister op een kleine ton aan den rotsmuur, zoodat hij +met zijn rug tegen de rots leunde en nu den geheelen rijkdom van den +Roghi voor zich zag, daar men verscheiden fakkels in de rotskloven had +bevestigd. + +Lister voelde op dit oogenblik niets van de ruwe behandeling, welke hij +onderging. Zijn oog rustte onafgebroken op al het goud, dat voor hem +lag. + +Slechts één enkele gedachte beheerschte zijn brein in dit verblijf uit +de „Duizend en één Nacht”, de vurige wensch, om zijn woord tegenover +den Roghi gestand te doen. + +Eerst toen de rotsdeur opnieuw piepte en kraakte, kwam hij tot het +ontzettende bewustzijn van zijn toestand, begreep hij, dat hij hier +diep onder de aarde was, verstoken van menschelijke hulp. + +Op dit oogenblik voelde hij ook de boeien, die diep in zijn vleesch +drongen, de lichamelijke pijn en de noodzakelijkheid, om zich zelf te +bevrijden. + +Maar zijn boeien waren niet los te krijgen, de Rifkabylen hadden de +touwen op zulk een ongelooflijk kunstige wijze vastgemaakt, dat hij +ondanks al zijn pogingen geen enkelen knoop los kon maken om er een +hand doorheen te werken. + +Maar Lister bleef rustig en koelbloedig. + +Plotseling hoorde hij het knarsen der verroeste deurscharnieren. + +Verrast keek hij op, doch op hetzelfde oogenblik verhelderde een straal +van vreugde zijn gelaat: hij had de gesluierde vrouw herkend. + +Snel trad zij nader en een mes blonk in haar hand. + +„Hierheen hebben de onmenschen u dus gesleept!” sprak een welluidende, +medelijdende stem. „Maar waar is de knaap? Waar zijn uw vrienden?” +vroeg zij angstig. + +„Zij smachten in andere gewelven, edele redster”, antwoordde Lister. +„Wij zullen hen vinden en bevrijden, als gij maar eerst zoo goed wilt +zijn, mijn boeien door te snijden!” + +„Onmiddellijk, mijn edele landgenoot!” sprak zij en reeds sneed zij met +het scherpe mes het eene touw na het andere door. + +Lister was weer vrij!...... + +Hij rekte zich uit om den gestoorden bloedsomloop te herstellen en +bedankte de onbekende met warme woorden. + +Plotseling legde zij haar hand, het mooiste en blankste vrouwenhandje, +dat men zich kan denken, op zijn arm en fluisterde: + +„Hoort gij niets? Dat zijn schreden! Om ’s Hemels wil! Ik heb de deur +opengelaten! Als dat Bu Hamara eens zelf was!” + +Snel liep zij naar de rotsdeur en met inspanning van al haar krachten +gelukte het haar, de deur te bewegen en door de veeren van het slot +tegen te houden, elk geluid bij het sluiten der deur te vermijden. + +Bleek maar vastberaden keerde zij naar Lister terug, die juist een +revolver had genomen van de vele, die op de tafel lagen. + +„Goed, goed”, fluisterde zij, „voor het geval, dat het de Roghi zelf is +en hij niet alleen is! Maar misschien is het beter, dat gij u houdt +alsof gij nog geboeid zijt, om af te wachten wat er gebeuren zal!” + +Handig nam zij een paar einden van het touw, waarmee Lister gebonden +was geweest, en legde die zoo om het lichaam van den Lord, dat het +zonder nauwkeurig onderzoek leek, alsof hij geheel vastgebonden was, +terwijl inderdaad het touw hem niet belette, zich volkomen vrij te +bewegen. Zij zelf verborg zich achter een grooten zak goud in een der +hoeken. + + + + + + + + +TIENDE HOOFDSTUK. + +DE MARABOUT AAN DEN ARBEID. WORSTELSTRIJD IN DE SCHATKAMER. + + +Nadat de Marabout zoo handig was omgegaan met het hem door Lister +geschonken groen Bengaalsch poeder, dat hij gebruik kon maken van het +bijgeloof der Rifbewoners en den aanslag van den Roghi tegen zijn +vrijheid en zijn leven kon ontloopen, was hij de eigenlijke vertrekken +van den Roghi en het daaraan verbonden vrouwenhuis binnengeslopen. + +Bu Hamara had zich door zijn ondoordachte houding tegenover een +kluizenaar en door zijn bedreiging van dezen een gevaarlijken vijand +geschapen, daar de Marabouts in het geheele land in verbinding staan +met de overige geestelijken. + +Bu Ismail, die tot nu toe de zaken van den Roghi had waargenomen, was +thans besloten hem te laten vallen en ook de overige geestelijkheid van +hoogeren en lageren rang te bewegen, dit eveneens te doen. + +Met dit besluit stelde hij allereerst de beide gezanten van den Sultan +in kennis, die hierdoor bijna hun trotsche waardigheid vergaten en +luide wilden juichen. Daar zij ten gevolge van hun openbaringen aan +Lister een slecht geweten hadden en nu de overbrengers van zulke goede +berichten voor Muley Hafid waren, besloten zij dadelijk terug te +keeren, zonder nog van den Roghi afscheid te nemen. + +Zonder lang dralen was de Marabout naar buiten gesneld om zich over het +plein naar de gevangenen te begeven, wier verblijf de Roghi hem in zijn +woede had verraden. Allereerst stond hij er op het verblijf der +Amerikanen uit te vorschen, alvorens het te laat was.— — — + +Opnieuw kraakte de groote rotspoort der schatkamer, waarin Lister en de +gesluierde vrouw met ingehouden adem luisterden in de verschillende +hoeken en in de gapende opening stond hoonend de Roghi. + +Een enkele blik had hem er van overtuigd, dat zijn manschappen zijn +bevelen goed hadden opgevolgd en dat de trotsche Yankee nog steeds +stijf en onbewegelijk geketend, vlak bij deze schatten en wapenen, +hulpeloos in zijn macht was. + +„Welnu, mijn vriend van de overzij van den Oceaan, ik was zoo +nieuwsgierig naar de door u aangekondigde daden, dat ik niet kon +nalaten te zien, hoe het u ging. Ik ben verrukt, mijn vriend, dat moet +ik zeggen! Lui en niets doende heb je nog geen hand uitgestoken; het +wordt, dunkt me, meer dan tijd dat gij uw pocherijen waar maakt. De +nacht is niet lang meer, mijn vriend, ge moest reeds uitgeslapen zijn. +Kijk, hier zijn de schatten en daar wapens in overvloed. Steel nu toch +de millioenen, zooals ge van plan waart!” + +„Hooggeachte Roghi”, antwoordde Lister spottend, „Wees wat minder +eigenwijs en bind uw vriendelijke belangstelling in mijn doen en laten +een weinig in; ik geloof eveneens, dat mijn resultaat u zeer zal +verrassen en zooals gij terecht opmerkt, zal ik eerst op het laatste +oogenblik handelend optreden en uw bewondering opwekken. Ik ben het nog +niet met mij zelve eens, hoe ik de twee millioen pesetas, die ik +volgens mondelinge overeenkomst gaarne zou meenemen, het gemakkelijkst +hier vandaan krijg. Zoodra ik in dit opzicht een besluit heb genomen, +zal ik u zoo vrij zijn u de millioenen te ontstelen; wacht alles dus +geduldig af!” + +De Roghi kon nauwelijks zijn woede verkroppen; hij werd bont en blauw +in zijn gelaat en greep knarsetandend in zijn zwarten baard. + +„Wat, vervloekte kerel? Ook nu nog hoont gij den Roghi? + +„Honderd dooden zal ik je laten sterven! Ik laat je de tong en de +tanden uitrukken, de ledematen zullen je een voor een worden afgehakt, +opdat gij het pochen tegenover den door Allah uitverkoren Sheriff, den +wereldberoemden Roghi, den aanstaanden Sultan van Fez en Marrakesch, +zult afleeren!” + +Met bloeddorstige oogen keek hij naar het wapenrek. Opeens begonnen +zijn oogen te fonkelen toen hij een bundel zweepen ontdekte en hij was +van plan een er van te nemen, vermoedelijk met het doel om zijn woede +te koelen op den hulpelooze. + +Blijkbaar kon hij de zweep er niet zoo gauw uittrekken, of wel het pak +was te vast bijeengebonden, want er verliepen eenige seconden, waarin +hij Lister den rug toekeerde. + +Het oogenblik kon niet gunstiger zijn. Lister stond snel op, de touwen +vielen van hem af, hij deed een sprong en met ijzeren vuist had hij den +Roghi bij de keel gegrepen. De Marokkaan begon woest te schreeuwen en +de sterke, aan vechten gewende man verweerde zich met alle kracht. + +Lister moest alle kracht, die hij bezat, aanwenden om zich tegen den +Roghi te verweren. Steeds vaster drukte hij de keel dicht van zijn +tegenstander, die zich met geweld tegen hem verzette en, naar lucht +snappend, begon te rochelen. + +De Marokkaan had met zijn linkerhand Lister beetgepakt en tastte met +zijn rechter naar zijn dolk om daarvan plotseling gebruik te maken. +Lister echter was een te goed worstelaar en had hem daarbij nog het +been gelicht, zoodat de Marokkaan struikelde over de zakken met +Spaansche goudstukken en ruggelings met Lister op de andere zakken +viel. Verscheidene hiervan kantelden en wierpen hun blinken den inhoud +onder luid gerinkel op den rotsachtigen bodem van de schatkamer. (Zie +titelblad.) + +Tevergeefs beproefde de Roghi zich weer op te richten en zich aan +Listers vasten greep te onttrekken en met even weinig succes greep hij +naar de wapens in zijn gordel. + +Reeds had hij met de rechterhand zijn mes beetgepakt, toen Lister hem +een handigen Japanschen Jiu-Jitsu-slag toebracht, daar de worsteling +hem te lang duurde en hij er naar verlangde Charly en Jack te +bevrijden. + +Bewusteloos lag de Roghi Bu Hamara op het glinsterend bed van +goudstukken uitgestrekt. Een oogenblik later waren de rollen +verwisseld. Lister stond vrij en te midden van wapenen voor de gouden +schatten en de woeste, kwaadaardige Roghi lag geboeid en bewusteloos in +zijn eigen schatkamer neer. + +De gesluierde Engelsche evenwel was voor Lister neergeknield en kuste +zijn hand, na haar sluier te hebben teruggeslagen. + +„O dappere, edelmoedige man!” riep zij bijna snikkend uit, „gij zult +immers ook de anderen redden en allereerst den knaap, niet waar? Het +zou verschrikkelijk zijn, wanneer hij en de overige Europeanen in +handen van de Kabylen zouden vallen!” + +De Groote Onbekende keek verwonderd naar het lieftallige gelaat, dat +zich voor de eerste maal ongesluierd naar hem wendde; in haar groote, +blauwe oogen blonk een traan en onder den sluier kwam een goudblonde +lok te voorschijn. + +„Sta op, Mylady, sta op!” riep Lister en hielp haar opstaan. „Vertel +mij eens, hoe komt gij in handen van dezen onmensch?” + +„Ik ben de weduwe van den armen om het leven gebrachten ingenieur +Lupton”, sprak zij bedroefd. „Wij waren eerst een half jaar getrouwd—ik +was zijn tweede vrouw, toen dit ongeluk als een bliksemslag uit den +hemel op mij neerviel. + +„Mijn goede man, die verscheidene keeren zaken met den Roghi had, +waarbij ook de Roghi geen slechten indruk op mij maakte, vertrouwde hem +ten volle!—Bu Hamara dacht alleen maar aan geld! + +„Het was gelukkig, dat onze Jack, dien ik als mijn eigen kind liefheb, +de gevangenis ontging, ach, om toch nog in handen van den Roghi te +vallen! + +„Gelukkig, dat hij niet vermoedt, hoe na mij de knaap aan het hart +ligt.” + +„Troost u, Mrs. Lupton! Binnen eenige oogenblikken zal hij vrij zijn. +Dan zullen wij zien of ons de tocht naar de kust gelukt! Aan den +arbeid! De tijd staat niet stil!” + + + + + + + + +ELFDE HOOFDSTUK. + +DE EDELMOEDIGHEID VAN LORD LISTER. + + +Lister hing zich een gordel met patronen om het middel, en stak +verscheiden revolvers van het wapenrek bij zich. Vervolgens ontnam hij +den altijd nog bewusteloozen Roghi zijn drie fakkels, stak een ervan op +de plaats van de bijna opgebrande in de rotsspleet en gaf een tweede +aan Mrs. Lupton. De derde nam hijzelf. + +Ook toen men hem geboeid wegdroeg, had Lister een oog in het zeil +gehouden en had er goede nota van genomen, waarheen men zijn makkers +had gebracht. + +Zij hadden de bewuste zaal bereikt, toen plotseling een gestalte uit +het onderaardsche hol te voorschijn kwam en zijn handen boven het hoofd +ineensloeg. + +Lister had reeds een verdedigende houding aangenomen, toen hij den +reeds lang vermisten Marabout Bu Ismail herkende. + +„Bij den baard van den profeet”, riep deze uit, „wat een verrassing. +Tevergeefs brak ik mij het hoofd, waar de Roghi u en uwe makkers +verborgen had gehouden. En nu vind ik u hier, vrij, en ook gij, +ongelukkige vrouw? Is mijn vermoeden juist?” + +„Ja, dappere Marabout”, antwoordde Lister op ernstigen toon, „uw +vermoeden is juist, wat zou ik zijn zonder haar, die mij van mijn +boeien bevrijdde!” + +„Dat treft goed, Sidi Shaw, want ik breng u een goede tijding.—Wat ge +niet had durven hopen, is verwezenlijkt. De Roghi is verdwenen, niemand +weet waarheen.” + +Lister en de jonge vrouw keken elkander lachend aan; zij wisten het +beter en alleen, waar de geweldenaar zich bevond. + +De Lord klopte den Marabout op de schouders. + +„Ik weet niet alleen, waar de Roghi zich bevindt, ik weet ook, waar +onze manschappen, waar de aan uw hoede toevertrouwde kleine Jack, en +waar de Spanjaarden zich bevinden. + +„Den Roghi nam ik gevangen, en in zijn schatkamer ligt hij evengoed +geboeid, zooals nog kort geleden met mij het geval was!—Ik wil nu naar +onze manschappen om hen te bevrijden! Hebben we veel tegenstand te +duchten?” + +„Niet de moeite waard!” antwoordde de Marabout. „Behalve de grijze +bewaker zijn slechts ongeveer tien man voor brug- en waakdienst hier +gebleven. + +„Alle anderen zijn naar Melilla getrokken, daar zij dachten, dat de +Roghi ze daarheen ongeduldig vooruitgesneld zou zijn.” + +„Uitstekend! Dat zullen we wel klaar spelen. Bu Ismail, mag ik u +verzoeken erop toe te zien, dat zij ons hier niet storen?” + +De Marabout glimlachte. + +„Niets is gemakkelijker dan dat! Ik zal hun een der verhalen van +Scheherazades vertellen. Bij den strijd wil ik liever niet zijn.” + +„Wanneer het mogelijk is, spaar hen dan!” + +„Dat zal gebeuren, en weet gij, hoe? Ik zal met mijn fluit een teeken +geven; dan zendt gij den een na den ander op onderzoek uit, en als dat +gebeurd is, blijft gij achter om voor muildieren te zorgen. Die zullen +we noodig hebben.” + +De Marabout boog met smartelijk gebaar. Hij vouwde zijn handen ineen en +voerde een zwaren strijd met zichzelf. + +„Hoe moeilijk het mij ook valt, verraad te plegen tegenover mijn +landslieden, ik zie in, dat het niet anders gaat. Gij zijt in uw recht. +Men heeft u schandelijk behandeld. + +„Om der wille van de gerechtigheid zal ik u helpen!” + +„Hartelijk dank, Bu Ismail! Ik begrijp, dat het u moeilijk valt. Zonder +u en deze moedige vrouw waren we al lang verloren en misschien had de +Roghi mij reeds onder ontzettende martelingen om het leven gebracht!” + +De Marabout groette en liep naar de trap om het plan van Lord Lister +ten uitvoer te brengen. + +Terwijl de jonge vrouw het touw vasthield, liet deze zich met zijn +fakkel in de onderaardsche ruimte afglijden.— + +Toen het rotsvertrek door Lister’s fakkel werd verlicht, en de +hulpeloos in twee rijen op den grond liggenden in plaats van den +verwachten Kabyle of beul den jongen Engelschen Lord herkenden, +slaakten allen een zucht van verlichting. + +„Goddank!” riep Charly geestdriftig. „Nu is alles in orde.” + +De Spaansche sergeant Ramiro werd doodsbleek, daar hij zich zijn +valschheid welbewust was en wraak duchtte. + +„O Señor Shaw!” riep hij uit „Misericordia!” + +„Allen goeden morgen, heeren!” antwoordde Lister opgewekt. „Het stemt +altijd prettig, als men ziet, dat men welkom is. We zullen zien wat er +valt te doen!” + +Met een mes bevrijdde bij eerst Charly en Jack, daarna den bootsman +Canning en zijn gezellen. + +Allen schudden hem bewogen de hand. + +Daarna wendde hij zich tot Señor Ramiro en de overige Spanjaarden, om +hen te wijzen op het verkeerde van hun handelwijze. + +Allen toonden berouw en zwoeren trouwe onderdanigheid op leven en dood, +als Señor Shaw hen wilde bevrijden. + +„Dat is juist wat ik noodig heb, daar we anders niet ongedeerd de kust +zullen kunnen bereiken”, was Lister’s antwoord. + +Hij liet hen allen bij het flikkerend fakkellicht een eed van trouw +afleggen en binnen weinige minuten waren ook de Spanjaarden van alle +boeien bevrijd. + +„Volg mij, Jack!” zei Lister. „Kun je nu je ledematen weer bewegen, +arme jongen?” + +„Dat denk ik wel, lieve Lord! Het zal wel gaan.” + +Lister trok aan een touw en de eenvoudige lift kwam naar beneden. + +„Stap in, mijn jongen, dat is beter. Ik zal het ook doen.—Daarna komen +Charly, Canning en de anderen.” + +Lister trok aan het andere touw het eenvoudige hijschtoestel naar boven +en spoedig was de uitgang bereikt. + +De knaap bleef boven even staan, toen hij de vrouwengestalte onder de +fakkel ontdekte, doch een oogenblik later vloog hij zijn wedergevonden +moeder in de armen, die hem aan haar liefdevol hart drukte. + +Toen ook de anderen boven waren gekomen, werden allen door Lister op +een rij geschaard, waarna hij zich met Charly en Canning naar de +voorste mannenzaal begaf, waar zij allerlei uitrustingen en kleeren en +al datgene vonden, wat tot de kleedij der Rifbewoners behoorde. + +Lister was nog in het bezit van eenige schminkstiften. Op een wenk van +hem hadden Charly en Canning hun jas uitgetrokken, de broek tot aan de +knie, de hemdsmouwen tot over de ellebogen teruggeslagen. + +Armen en beenen werden bruin geverfd en ook het gelaat kreeg een +Marokkaanschen tint. Zij kozen eenige der mooiste Marokkaansche laarzen +uit en hadden zich weldra omgetooverd in geboren Marokkanen. + +De Spanjaarden schrokken, toen zij de voorname Marokkanen zagen +aankomen en wilden zich al bijna op hen werpen. + +Met Moorsche waardigheid strekte Lister zijn armen uit en zei: + +„Kalm, kalm, Amigos. Wij zijn het, alleen een beetje Moorsch uitgedost. + +„Doet gij allen ook zoo; in het nevenvertrek vindt gij het noodige, dan +zorg ik ondertusschen voor wapens!” + + + + + + + + +TWAALFDE HOOFDSTUK. + +DE AFREKENING MET DEN ROGHI IN DE SCHATKAMER. + + +De Roghi was ondertusschen uit zijn verdooving ontwaakt en schuimbekte +als een wild dier, toen hij zich in zijn schatkamer geboeid vond. + +Hij moest zich even bezinnen alvorens hij ontdekte, dat Lister +verdwenen was.— — + +De eerst ontwaakte hoop, toen hij bij het gekraak der rotspoort drie +voorname Marokkanen zag binnentreden, veranderde weldra in wanhoop, +toen hij, in weerwil van den schmink, in den voorste den Engelschen +Lord herkende. + +„Wij zijn het, Roghi!” glimlachte Lister. „Gij ziet, mijn vriend, de +rollen zijn verwisseld.” + +„Ellendeling!” riep Bu Hamara kwaadaardig, „het is je gelukt. Maak er +een eind aan, opdat ik deze schande niet overleef.” + +„Aanstonds, mijn vriend! Ik moet eerst mijn vrienden nog wat zeggen!” + +Lister deelde aan Charly en Canning zijn plan mede over het vervoer der +twee millioen, die hij besloten had mee te nemen, doch waaraan nogal +moeilijkheden waren verbonden. + +Terwijl men de zakken onderzocht, ontdekte Charly opeens in een hiervan +een kistje met diamanten van verschillende grootte, dat hij Lord Lister +overhandigde. + +„Niet kwaad!” sprak deze. „Dat helpt ons uit de verlegenheid. + +„Laten de matrozen aantreden en tel voor ieder de noodige wapens en +ammunitie af.” + +Ondertusschen wendde Lister zich tot den Roghi: + +„Gij herinnert u onze overeenkomst. Ik ben vrij en heb u van datgene +beroofd, wat ik te voren gezegd heb. Gij waart zoo vrijgevig, alles toe +te laten. Ik beperk mij tot het millioen, dat gij het syndicaat voor +spoorwegaanleg hebt ontstolen, en dat ik ter eere van Mr. Lupton aan de +maatschappij teruggeef; tot een tweede millioen voor mijne begeleiders +als schadevergoeding voor doorgestanen angst en lijden, en dit kistje +met edelsteenen voor mijzelf!” + +„Doe, wat ge wilt”, bromde de Roghi verachtelijk. + +„Neen! Ik houd mij aan de afspraak en gij zult het gegeven woord +gestand blijven. Wanneer gij mijn verdere voorwaarden aanneemt, zal ik +zelfs uwe boeien verbreken!” + +De Roghi wist niet wat hij hoorde, daar hij verwacht had, dat de +Amerikaan zich op hem zou wreken. + +„Gij zult u niet wreken en mij niet martelen?” vroeg hij. + +„Dat is bij ons geen gebruik, ofschoon wij evenzeer te vreezen zijn. +Wat wij beloven, daar houden wij ons aan. Al het andere blijft uw +eigendom. Bovendien zal ik uwe boeien losmaken, en u een gewichtige +mededeeling doen, wanneer gij naar waarheid verklaart, dat Lupton bij +de verdediging van den spoorweg en de hem toevertrouwde gelden is +omgekomen, en wanneer gij Mrs. Lupton ongehinderd laat vertrekken!”— + +„Wilt gij haar als meesteres in uwen harem opnemen, Amerikaan?” vroeg +Bu Hamara bevend. + +„Wij hebben geen harem in ons land. Mrs. Jane kan nooit mijn vrouw +worden, Bu Hamara! Zij zal zich in haar vaderland wijden aan de +opvoeding van den zoon van Mr. Lupton.” + +„Welaan, ik ben bereid, de verklaring voor Sidi Lupton af te geven.” + +Lister bedacht zich even en schreef. Hij las de korte verklaring voor +en de Roghi wilde haar onderteekenen. + +„Halt! Ons recht vordert hierbij twee getuigen!” + +Hij keek om en zag eerst nu, wat de Roghi al lang gezien had, dat +beiden alleen waren. + +Doch daar kwam Charly terug en meldde: + +„Mylord, uwe bevelen zijn uitgevoerd! De Kabylen zijn ontwapend.” + +Even daarna kwam ook Ramiro om met zijn manschappen de zakken goud weg +te halen. + +Lister las opnieuw de verklaring voor; de Roghi onderteekende in +Arabisch schrift, en Charly en Ramiro zetten hun namen als getuigen. + +Op dit oogenblik kwam de Marabout aan met een bestoven en vermoeiden +Marokkaan, die diep boog voor den Roghi en hem mededeelde, dat drie +Mahallas van den Sultan tegen zijn zuidelijke legermacht bij Fez in +aantocht waren. + +Tegelijkertijd berichtte Bu Ismail aan Lord Lister, dat alles gereed +was voor den afmarsch en de muildieren geladen. + +Zoo namen de vroegere vijanden in de beste verhouding afscheid. + +De wakkere Marabout nam de leiding der kleine karavaan op zich, die +overal voor een Marokkaansche gehouden werd. + +In Alhucema, een der westelijke Spaansche havenplaatsen, bereikten zij +weer de kust en ontmoetten een uur later kapitein Wheeler en de +„Meteor”. + +Hier leverde Lister het millioen van het spoorwegsyndicaat tegen +quitantie af, waardoor aan de jonge vrouw, die volkomen in haar eer +hersteld was, een flink pensioen van de maatschappij werd toegezegd. + +De „Meteor” nam nu koers naar de reede van Gibraltar. + +Hier nam Lister afscheid, hoe zwaar het hem ook viel, van de twee +geredden. + +Toen de schoone jonge vrouw in Cambridge, waar ze zich vestigde voor de +opvoeding van Jack, haar nieuwen koffer opende, welken Lord Lister haar +in Gibraltar had gekocht in plaats van den hare, die bij de Kabylen met +haar geheele garderobe verloren was gegaan, en welke de Lord van al het +noodige had laten voorzien, vond zij daarin vol ontroering vijf zakken +Spaansche goudstukken. + +Lister had deze zonder haar medeweten daarin gesmokkeld, om haar en den +kleinen braven Jack voor zorgen te bewaren. + +Lister en Charly kruisten intusschen met de „Meteor” langs de Spaansche +kusten. + + + + + + + + + +*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 79288 *** |
