diff options
| -rw-r--r-- | .gitattributes | 3 | ||||
| -rw-r--r-- | 76913-0.txt | 10650 | ||||
| -rw-r--r-- | 76913-h/76913-h.htm | 10402 | ||||
| -rw-r--r-- | 76913-h/images/back2.jpg | bin | 0 -> 186076 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 76913-h/images/front2.jpg | bin | 0 -> 288915 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 76913-h/images/p017.png | bin | 0 -> 275427 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 76913-h/images/p032.jpg | bin | 0 -> 305790 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 76913-h/images/p033.jpg | bin | 0 -> 301418 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 76913-h/images/p064.jpg | bin | 0 -> 281896 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 76913-h/images/p065.jpg | bin | 0 -> 269782 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 76913-h/images/p104.jpg | bin | 0 -> 294514 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 76913-h/images/p105-1.jpg | bin | 0 -> 253370 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 76913-h/images/p105-2.jpg | bin | 0 -> 245875 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 76913-h/images/p120.jpg | bin | 0 -> 338869 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 76913-h/images/p121-1.jpg | bin | 0 -> 250431 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 76913-h/images/p121-2.jpg | bin | 0 -> 277260 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 76913-h/images/p122.png | bin | 0 -> 202258 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 76913-h/images/p144.jpg | bin | 0 -> 273994 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 76913-h/images/p145.jpg | bin | 0 -> 334642 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 76913-h/images/p154.png | bin | 0 -> 289300 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 76913-h/images/p176.jpg | bin | 0 -> 316262 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 76913-h/images/p177.jpg | bin | 0 -> 415088 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 76913-h/images/p192.jpg | bin | 0 -> 328193 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 76913-h/images/p193.jpg | bin | 0 -> 304672 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 76913-h/images/p256.jpg | bin | 0 -> 317848 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 76913-h/images/p257.jpg | bin | 0 -> 312502 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 76913-h/images/spine2.jpg | bin | 0 -> 63348 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 76913-h/images/titlepage.png | bin | 0 -> 37537 bytes | |||
| -rw-r--r-- | LICENSE.txt | 11 | ||||
| -rw-r--r-- | README.md | 2 |
30 files changed, 21068 insertions, 0 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes new file mode 100644 index 0000000..6833f05 --- /dev/null +++ b/.gitattributes @@ -0,0 +1,3 @@ +* text=auto +*.txt text +*.md text diff --git a/76913-0.txt b/76913-0.txt new file mode 100644 index 0000000..a8f4bf2 --- /dev/null +++ b/76913-0.txt @@ -0,0 +1,10650 @@ + +*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 76913 *** + + + + + + SVEN HEDIN + + + VAN POOL TOT POOL. + + TWEEDE REIS. + + VAN DE NOORDPOOL NAAR DEN AEQUATOR. + + + GEAUTORISEERDE UITGAVE. + + + W. DE HAAN—UTRECHT. + + + + + + + + +1. NAAR HET LAND VAN DE MIDDERNACHTZON. + + +Na even uitgerust te hebben van onzen tocht door Azië, kiezen wij het +hooge Noorden voor ons volgend doel. Wij zijn in Stockholm in den +spoortrein gestapt en als wij op het achterbalkon van den laatsten +wagen gaan staan, schitteren ons de metalen rails tegemoet, die +Stockholm met Narvik in het hooge Noorden van Noorwegen verbinden. Stil +droomerig ligt het landschap om ons heen in den helderen avond. De uren +gaan voorbij, wij schrijven 27 Juni, den tijd van de heldere nachten. +Wie kan dan het besluit nemen, te gaan slapen? Nu eens wordt de blik +geboeid door een klein meer, op welks landtongen en eilandjes jonge +pijnboomen als in den slaap knikken, dan weer groene weiden, aan welker +uitersten rand een reeks witte berkestammen scherp tegen de duisternis +van het dennenbosch afsteekt. + +Den volgenden morgen zijn wij reeds midden in het land der +onuitputtelijke bosschen en der zaagwerken. Overal dennen, sparren en +berken, de meren en rivieren bedekt met drijvende houtblokken en +vlotten. De nabijgelegen hoogten flikkeren in krachtige, groene tinten; +daarachter verdwijnt alles meer en meer in diep blauw. Dikwijls +strekken zich tusschen de heuvels vlakke veenstreken uit, omlijst door +boomen, die er als verschrompelde dwergjes uitzien. Wel is dit land +mijlen ver tot naar het Noorden eentonig, maar toch kunnen wij er onze +oogen niet van afhouden; de teere lijnen en tinten en de wazige, +trillende spiegelbeelden van het landschap in de heldere golven der +blauwe meren stellen volop schadeloos, voor de grootscher bekoring van +het hooggebergte, dat ver in het Westen blijft liggen. + +Wij hebben reeds meer dan de helft van den weg achter ons en houden ’s +avonds te Boden stil, vanwaar wij een uitstapje maken naar Luleå aan de +Bottnische golf. Op den weg naar de kust wordt het bosch weer dichter +en hooger en spoedig wandelen wij door de straten van Luleâ, de +hoofdstad van Norrbotten, die na den laatsten verwoestenden brand nieuw +en voornaam is verrezen. De alleeën van berken in de grootere straten +zijn niet minder betooverend dan de palmen in Singapore. In het Noorden +glinsteren de randen der wolken in verblindend purper. Maar welk een +eenzaamheid! Het is klaarlichte dag en toch is er niemand op straat? Is +de stad verlaten of betooverd? De klok lost het raadsel op; het is +middernacht! + +Een kleine stoomboot brengt ons den volgenden morgen naar het eiland +Svartö, en spoedig staan wij op een geweldige houten brug, die zich +zestien meter boven den waterspiegel verheft. Aan beide zijden ligt een +stoomboot met erts voor anker, en nu komt op de brug een trein +aangerold. Elk van zijn wagens bevat dertig ton erts. Zoodra de eerste +zich boven een opening in de brug bevindt, slaat zijn bodem naar +beneden open. Met oorverdoovend geraas stort het erts in een met +geslagen plaatijzer bedekte goot om in het ruim van een der schepen te +verdwenen. Zoo wordt de eene wagen na den anderen geledigd, de eene +trein na den anderen, en elk uur dalen duizenden tonnen erts in het +binnenste van een schip. Zoodra het geladen is, stoomt het naar eene +vreemde haven, bijv. Rotterdam, vanwaar het erts naar de groote +metaalgieterijen in Westfalen wordt verzonden. + +Al dit ijzererts komt uit Gellivara en den Malmberg. + +Als ’s winters de scheepvaart heeft opgehouden, wordt het op de kade +opgestapeld; daar liggen dan ongeveer 600.000 ton. Hier op Svartö +vloeit een der twee ertsstroomen van Norrland, de andere gaat over +Narvik in Noorwegen en is nog geweldiger, want daar vloeit het erts het +geheele jaar door en keert als goudstroom terug. + +Te Boden bereiken wij weer onzen trein en richten ons nu meer +noord-noord-west naar Lapland. Geen gebergte, geen rivieren. De +spoorweg slingert zich tusschen eindelooze moerassen en veengronden, +waaruit kleine, ronde heuvels als eilanden uitsteken. + +Maar denkt niet, dat deze veengronden waardelooze woestenijen zijn, +waarin de spoorweg-stations schaarsche oasen vormen. Zij zijn een +kapitaal voor de toekomst, want daaruit wordt zooveel turf gewonnen, +dat ze den tegenwoordigen steenkoleninvoer, voor geheel Zweden +gedurende tweehonderd jaar kan vervangen! + +Het woud krimpt meer en meer in. De dennen zijn zoo klein, dat ze +ternauwernood voor kerstboompjes deugen, hun korte takken liggen vlak +tegen den stam. Maar zij staan zoo dicht tegen elkaar, alsof een leger +dwergen, dat men naar het Noorden heeft gejaagd, opeendrong, om zich +gedurende den winter wederkeerig te verwarmen. Zij streven naar de zon, +maar kunnen zich niet verheffen, en blijven verschrompeld, mager en +ellendig. In den winter verdwijnen zij geheel onder opgewaaide sneeuw. + +Schril gilt de stoomfluit der locomotief over het zwijgende dwergwoud. +Daardoor maakt de machinist ons opmerkzaam op een merkwaardigheid. Op +twee witte borden rechts en links, staat in groote, zwarte letters +„Poolcirkel”. Hier zijn wij dus in de Poolstreek, waar de langste dag +des zomers, zoowel als de langste nacht ’s winters vier en twintig uren +duurt. Van den Poolcirkel af neemt de lengte van den dag naar de +Noordpool toe, waar zij zes maanden duurt, om met een even langen +winternacht af te wisselen. + +Het merkwaardigste, wat ik ooit in mijn leven zag, is Kirunavara, dat +wij van af Boden over Malmberg bereiken, een gebergte dat van de +geheele wereld het rijkste is aan ijzererts. Hier heeft de aarde aan de +bewoners van Zweden bijna onuitputtelijke rijkdommen geschonken, en hij +die er voorbijgaat, vermoedt ternauwernood den onmetelijken schat, die +onder den golvenden rug van het zoo onaanzienlijk gebergte ligt. + +Midden in de wildernis is hier aan de oostelijke zijde van een meer, de +plaats Kiruna verrezen, en noordwestelijk er van verheft zich een +tweede berg, de Luossavara, die eveneens ontzaglijke massa’s kostbaar +ijzererts in zijn binnenste verbergt. Te Kiruna heerscht gedurende een +maand heldere dag; een arbeider verzekerde mij, dat voortdurend licht +veel onaangenamer aandoet dan een even lange winternacht. Want ook dan, +als de diepste duisternis heerscht en de zon zich sedert veertien dagen +niet meer boven den horizon vertoond heeft, ziet men toch in het Zuiden +den weerschijn van het verdwenen licht, en de vlam van het noorderlicht +trilt over de witte sneeuw, waarover de Lappen in hun sleden rijden. +Tusschen met sneeuw bedekte bergen, gaat de spoorbaan verder naar het +Noorden. Voor ons ontvouwt zich een prachtig uitzicht over het +Torne-Träsk. Dit zeventig kilometer lange tot negen kilometer breede +meer ligt tusschen geweldige door sneeuw bedekte bergen, die zich aan +den noordelijken oever tot 1300 meter hoogte verheffen. Het Torne-Träsk +is geen moerassig meer, maar een echt Alpenmeer met 162 meter diepte en +wordt in schoonheid maar door weinig meren van Europa overtroffen. Bij +Björkliden worden de dwergberken, die de hellingen van den oever +bedekken, vijf meter hoog, maar krimpen spoedig weer in tot +onaanzienlijke struiken. Een waterval stort schuimend een steilen wand +af: hij heet „de Zilveren Sluier” en fladdert en glinstert in den wind +als een sluier op het haar van een meisje. Maar nu wordt het uitzicht +steeds meer benomen. Muren ter bescherming tegen opgewaaide sneeuw +versperren het. Dikwijls sneeuwen de ertstreinen hierboven zoo diep in, +dat ternauwernood de bovenste blokken der ertsvrachten nog zichtbaar +zijn. Dan moet de trein met schepraderen, die door motoren, op +bijzondere, door de locomotief geschoven wagens gedreven worden, uit de +sneeuw worden bevrijd. + +Opeens ligt een kamp der Lappen voor ons, een tent en een hut, aan een +kleine poel! Wat aardig en tevreden zien deze kleine Lappen in hun +bonte kleeren, uit rendierenhuid met roode, blauwe en gele banden, er +uit! Bijna hadden wij eenige van hun rendieren overreden, die +natuurlijk juist over de rails moesten loopen, toen de trein naderde. +Sedert duizend jaren volgen de Lappen steeds getrouw hun rendieren en +trekken als de dagen lengen over het hooggebergte naar de Noorweegsche +fjorden, om in den herfst weer terug te keeren en den winter in Lapland +door te brengen. De rendieren bepalen het tijdstip voor het opbreken en +de Lappen moeten hen volgen en met behulp van hun vroolijke, waakzame +honden de kudden bijeenhouden. Want deze kudden rendieren zijn hun +eenig bezit, hun rijkdom. Zij verzorgen ze met liefde en beschermen ze +zorgvuldig tegen den wolf, den veelvraat en de stekende insekten. Men +telt in Zweden vierduizend Lappen en zij bezitten twee honderdduizend +rendieren. Dit volk eens uit Azië hierheen gekomen, kent zijn land in- +en uitwendig als de Indianen hun wouden. Elke Lap is een padvinder. Het +was ook een Lap, die voor honderdzeventig jaren den ertsberg Kiruna +ontdekte en den weg daarheen wees. + +Terwijl de trein ons langs het traject tusschen het Torne-Träsk en de +grens van Zweden voert, door dit eenzaam en toch betooverend hoogland, +langs kleine, nog bevroren meren, tusschen hoog opgewaaide +sneeuwhoopen, door en over een bodem, waar geen boom meer wortelt, waar +de rendieren buiten in vrijheid schaarsch mos zoeken, en dikke, blauwe +rook uit de tenten der Lappen omhoog stijgt, moet ik aan mijn oud Tibet +denken. Welk een gelijkenis tusschen beide landen! De natuur, de +menschen met hun spleetoogen en hun levenswijze, dezelfde eenzame, +golvende landstreken tusschen meren en moerassen, beide worden +doorgetrokken door kleine, tevreden Nomaden, die gehard en geduldig een +dapperen strijd, met een harde, karige natuur en een grimmig klimaat +voeren. Dezelfde omzwervingen met de jaargetijden, dezelfde gewoonten, +dezelfde mannelijke kleederdracht voor beide geslachten en dezelfde +ronde, naar boven spits toeloopende tenten! De yak en het schaap zijn +voor den Tibetaan, wat het rendier voor den Lap is. De bewoners van +Tibet zijn even goedaardig en vreedzaam als hun geestverwanten in +Zweden en koesteren evenals dezen slechts den eenigen wensch in vrede +gelaten te worden. + + + + + + + + +2. AAN DE NOORDKAAP. + + +De grens van Zweden is nu bereikt, de wolken liggen dicht als +veerenbedden over het station „Riksgränsen” (landgrens) op een hoogte +van 520 Meter. Dan gaat het op Noorweegsch gebied omlaag naar de zee. +De trein geeft zich nu over aan zijn eigen zwaarte, de machinist +behoeft slechts te remmen. Op een 180 meter lange viaduct van tien +gewelfde bogen, gaan wij over het woeste Noorddal en rijden dan langs +de linkerzijde van het Hondedal. In de diepte schuimt de blauw-groene +rivier. De dwergboomen beginnen zich weer in de hoogte te verheffen, +hoe dieper wij komen. De bergruggen verdwijnen in de wolken. Maar onder +den rand der wolkenmantels storten ruischende watervallen van de +rotswanden af. Nog enkele krommingen en wij zijn in de havenstad +Narvik, die tusschen hooge, steile bergen ligt. Hier waar het Zweedsche +erts de wereld inrolt, wacht ons de stoomboot „Salten”. + +Bij scherpen Zuid-Westen wind en nevelig weer, draagt ze ons den +volgenden dag de Ofotenfjord uit, om zich dan naar het Noord-Oosten te +wenden, tusschen groote eilanden, door smalle zeeëngten en over open +vlakken van den Atlantischen Oceaan, waarop men de uitgestrekte +wereldzee tusschen de eilanden door ziet schemeren. Elk oogenblik +verandert de omgeving. De onderste hellingen der hooge bergen zijn met +berkenbosschen en groene weiden bedekt, hier en daar ligt een eenzame +hoeve temidden van haar akkers, van welke de gerst zoo hoog in het +Noorden niet meer rijp wordt. De hoogten zijn kaal, op de toppen ligt +sneeuw, en van de punten der sneeuwvelden dansen de bergbeekjes naar de +zee omlaag. Wij ontmoeten eenige visschersbooten, roei- en motorbooten, +alle met bruine zeilen. Zij komen van de vischvangst aan de kusten van +Finmarken, hebben den buit hunner netten verkocht en keeren nu met hun +verdienste naar huis terug. De lichten der vuurtorens op de landtongen +en klippen slapen in den hellen zomernacht, het weer was onvriendelijk +tegen ons, maar in den nacht klaart de noordelijke horizon op. Slechts +een kleine opening breekt door de wolken, maar groot genoeg, dat de zon +er door kan zien, en eindelijk kunnen wij ons met eigen oogen +overtuigen, dat de dagvorstin op deze hooge breedte niet meer in de zee +verzinkt. + +Voor ons ligt Tromsö; ginds de kerk en het museum, hier aan den oever +houten loodsen op hun palen en aan de landingsbrug visschersschuiten en +stoombooten. Uit de berkenboschjes boven de haven komen sierlijke +houten villa’s kijken, en als de zon zich weer achter de wolken +verbergt, teekent zich de geheele stad donker af tegen den helderen +noordelijken hemel. Maar van den ondersten rand der wolken overstroomt +het licht als stralen van een geweldig zoeklicht, de zeeëngte. Alles +slaapt. Slechts twee jongens staan op een pier en eenige mannen werken +in hun boot. Nu valt het zonlicht brandgeel op daken en gevels en in +het Zuiden staan de van regen zware wolken donker violet. + +Tromsö is een kleine en gezellige, maar vuile stad. Het museum bevat de +dierenwereld van de noordelijke zeeën van af den walvisch tot het +kleinste wormpje. In den bonthandel van Tromsö spelen de kostbare +vellen van den blauw- en zilvervos, van het sabeldier en den hermelijn +een groote rol. + +Verscheiden Russische zeilschepen liggen voor de stad. Zij kwamen +bevracht met hout, van Archangel en hadden de reis van daar tot hier in +tien dagen afgelegd. In Tromsö en omgeving koopen zij dan versche +dorschen en andere visschen, die aan boord worden ingezouten en met +deze lading gaan de schepen weer naar den mond van de Dwina terug. In +het gunstigst geval is de winst van zulk een schip op een reis 5000 +roebel. De Noorweegsche visschers houden echter niet van de Russische +kooplieden. Zij vinden, dat zij te veel verdienen aan de dorschen; +bovendien drinken de Russische matrozen naar hun inzicht te veel en +leven te ruw in de havensteden. + +Slechts ongaarne scheidt men van dit eeuwig wisselend landschap, om +gedurende den eeuwigen dag eenige uren te gaan slapen. Als men dan +echter buiten op de Loppzee ontwaakt, waar de hooge golven van den +oceaan onbelemmerd tegen het schip slaan, dan is men blij nog eenigen +tijd te kunnen bleven liggen. Men kan al zeeziek worden als men kleeren +en handdoeken heen en weer ziet fladderen, en handkoffers, schoenen en +boeken op den bodem van de hut hoort dansen! + +Maar nu glijden wij kalm water binnen, waar men slechts zelden een +visscher, hier en daar een stoomboot met erts uit de Varangerfjord of +een schip met timmerhout van de kust van de Witte Zee ziet. Wij maken +een uitstapje naar de Kvänangenfjord en een harer vertakkingen de +Jökelfjord in, aan welker uitersten rand ijsschollen rondzwemmen. De +gillende toon van een stoomfluit weergalmt tusschen de bergen. Dat is +het teeken van een Lap, die zich aan het strand heeft gevestigd en +spoedig stoot een boot van den oever af, die ons tegemoet komt en +waarvan de bezitter aan onzen loods inlichtingen geeft. Hij is +dorschvisscher en kent het vaarwater. Hij is een levendige, kleine, +aardige kerel, die ons, terwijl hij wijdbeens met bloot hoofd staat, +verzekert, dat wij bij 70 vadem diepgang niet op grond zullen komen! +Het zwartgroene water, waartegen de ijsschotsen in stralend wit +afsteken, zegt ons ook reeds zelf, dat het nog een flink eind is tot de +ankerplaats in den fjord. + +Langzaam glijden wij den fjord binnen en voor ons ontrolt zich een +grootsch beeld. Over een geweldigen rotswand hangt een gletscher. Als +van tijd tot tijd ijsblokken door hun eigen gewicht omlaag storten, +vloeien zij aan de voet van den berg weer tot een nieuwe gletschertong +samen; deze rekt zich langzaam voorwaarts tot ze den fjord heeft +bereikt; hier rolt de kracht van het water den ijsrand uit, en blokken +storten omlaag; dan „kalft” de gletscher, zooals men pleegt te zeggen. +Maar nu rust hij; de Lap verzekert echter, dat de ijstong ’s zomers +elke twee dagen en ’s winters dagelijks „kalft” en als de blokken van +den ijswand afstorten, kan men het kraken 60 kilometer ver hooren. De +kapitein van de „Salten” laat twee kanonschoten afvuren, om het ijs te +schokken, maar vandaag laat de „Jökel”, de gletscher, zich niet in zijn +rust storen. Misschien tot ons geluk, want het kalven van den gletscher +kan een stortgolf teweegbrengen, die kleine schepen doet kenteren. + +Onze loods, de Lap, wordt koninklijk betaald en daar hij buitendien een +arm vol boterhammen, vruchten en sigaren ontvangt, wordt hij opgetogen +van geluk. Zulke aardige reizigers had hij nog nooit ontmoet, herhaalt +hij onophoudelijk! De „Salten” keert langzaam in het binnenste bekken +van den Jökelfjord. Hij stevent als hij weer in de open zee is +aangekomen, verder noordwaarts, op Hammerfest aan, de noordelijkste +stad der aarde; voor welker slechtriekende traankokerijen talrijke +Russische zeilschepen liggen, die van hier met visch naar Archangel +gaan. In dien avond stoomen wij over een open gat, waar de zee +grijsgroen is en hoog gaat. Eenige dolfijnen krommen hun blanke, zwarte +ruggen bevallig over de golven. + +Het is koud en winderig geworden; voortdurend stroomt een fijne regen +op de „Salten” neer; en uit den dichten nevel glanzen slechts de +allernaaste rotseilanden, achter welke zij beschutting voor den wind +zoeken, om de smalle, schoone zeeëngte tusschen het vasteland en het +eiland Magerö binnen te varen. Onze koers gaat oostelijk om Magerö +heen. In het Zuiden opent de Porsangerfjord, in het Oosten is +Svärholtklubben even zichtbaar met den Vogelberg, een steil +omlaaggaande kaap, waarop ontelbaar veel meeuwen nestelen. Daarna +wenden wij ons noordwaarts. Aan stuurboordzijde speelt een dolfijn in +de golven, die nu door den storm worden gezweept. Het schip stampt +onaangenaam; de stoelen op het dek wandelen kris en kras door elkaar en +in het rond rommelt het van beweegbare voorwerpen. Wij hebben het +middagmaal juist geëindigd, daar slingert het schip heftig, en de tafel +is in een ommezien afgenomen. Op den vloer zwemmen de sardinen in den +rooden wijn! + +Zoo worstelen wij met de golven en rollen langzaam naar ons doel. Voor +ons verheft zich de rots van de Noordkaap. Europa’s noordelijkst +voorgebergte, dat steil naar de zee afdaalt. Als wij maar eerst +gelukkig onder de beschutting der hooge rotswanden zijn, waar reeds +twee toeristen-stoombooten voor anker liggen! Het gelukt, weldra zijn +wij in veilige beschutting en de zee wordt kalmer. + +Slechts de binnenste hoek van de bocht is stil, boven ons huilt de +storm en suist in teugelooze woede de steile hellingen af en over de +zee heen. Op een hoogte van 300 Meter staat op den top van de Noordkaap +een klein paviljoen. + +Het middernachtuur is nabij. Er heerscht een geel schemerlicht, +loodzware wolkenmassa’s jagen over zee en land. Vergeefs wachten wij op +de doorbraak der middernachtzon in het Noorden! Maar misschien nog +grootscher dan zij, is het uitzicht, dat wij nu naar het Noorden +hebben! Voor ons ligt staalgrijs en koud de witte ijszee, op den +achtergrond der blauwzwarte wolken dansen de witte schuimkoppen van de +golven der zee, die de Zuid-Weststorm naar Nova-Zembla en het +Frans-Jozef-land drijft. + + + + + + + + +3. DE POOLTOCHT VAN FRANKLIN. + + +Nu zijn wij onmiddellijk aan de grens van het eeuwige ijs. Alle +vastelanden, zeeën en eilanden heeft de ondernemingsgeest van den +mensch reeds doorzocht. Slechts de beide Polen en hun naaste omgeving +hebben tot nu toe nog aan zijn verder doordringen den hardnekkigsten +tegenstand geboden. [1] Maar onvermoeid is de eerzuchtige +ontdekkingsgeest aan den arbeid; de wetenschap duldt geen witte, +onbeschreven plek meer op de kaart. Daarvoor konden zelfs de +onafzienbare ijsvelden op den duur den moed der zeevaarders niet +terugschrikken. Het eene schip na het andere ging te gronde, maar +steeds nieuwe kielen doorploegden de Poolzee. De Noordpool heeft de +grootste aantrekkingskracht, want deze ligt het dichtst bij Europa, +midden in de Noordelijke IJszee, die door de kusten van Azië, Europa en +Noord-Amerika wordt ingesloten. + +De geschiedenis der Poolonderzoeking is buitengewoon rijk aan +heldendaden en onheilen; een er van willen wij ons kort in herinnering +brengen. + +Aan de door het geluk begunstigde poging van Nordenskjöld om langs de +kusten van Noord-Azië een Noord-Oost doorvaart te vinden, heb ik reeds +herinnerd. Ook de Noord-West doorvaart is een der problemen, die +ondanks alle mislukkingen, steeds weer wordt ondernomen. De +noodlottigste van deze expedities, was de pooltocht van den Engelschman +John Franklin in het jaar 1845. + +Franklin was officier van de Engelsche vloot. Hij had te land en te +water op het Noordelijk en Zuidelijk halfrond expedities geleid, in +zeeslagen gevochten en kaartopnamen gedaan van aanzienlijke +uitgestrektheden der noordkust van Amerika, ten oosten van de +Behringstraat. Het grootste deel der kust van het Amerikaansche +vasteland was hem dus bekend en het betrof nu nog slechts een +bevaarbaren waterweg te vinden, tusschen de groote eilanden, die ten +Noorden van de kust lagen. Hij was er natuurlijk, maar of hij geschikt +was voor de scheepvaart, dat was de vraag. Een aantal deskundigen +besloten een groote expeditie uit te rusten, om de doorvaart te vinden. + +Geheel Engeland kwam in geestdrift voor het plan en honderden dappere +mannen meldden zich aan om er aan deel te nemen. Admiraal John Franklin +was reeds vroeger in deze streken geweest en koesterde den vurigen +wensch, leider der expeditie te zijn. Wel vreesde de Admiraliteit dat +Franklin met zijn zestig jaren niet opgewassen zou zijn voor de taak. +„Maar ik ben pas negen en vijftig jaren”, antwoordde Franklin met +nadruk en zoo werd hij de leider der expeditie, van welke noch hij, +noch een zijner ondergeschikten zoude terugkeeren. + +De schepen, die van de kiel tot aan den mast zeevaardig werden gemaakt, +heeten „Erebus” en „Terror” „Onderwereld” en „Schrik”. Franklin heesch +zijn admiraalsvlag op de „Erebus”, waar kapitein Fitsjames in rang op +hem volgde; bevelhebber van de „Terror” en tweede leider der expeditie, +werd kapitein Crizier. Het officierscorps werd met groote zorg gekozen; +slechts krachtige door de zee geharde en zeer bekwame mannen werden +aangenomen. De bezetting der beide schepen bestond uit drie en twintig +officieren en honderd elf man. Levensmiddelen werden voor drie jaren +medegenomen en in beide scheepsruimten stoommachines gebouwd, hetgeen +destijds nog nooit in de Poolzeeën was beproefd. + +Franklin kreeg een voorschrift, waaraan hij zich te houden had; +natuurlijk behield hij het recht onder zekere omstandigheden anders te +handelen, zijn taak was van de Atlantische zijde Noord-Amerika om te +zeilen en door de Behringstraat in den Stillen Oceaan te komen. Met de +oplossing van deze taak zou de Noord-West doorvaart gevonden zijn. + +Den 19den Mei 1845 verlieten de beide schepen Engeland. Bevelhebber en +manschappen waren vol heerlijke verwachtingen op succes, en vast +besloten hun uiterste kracht tot bereiking van het doel in te spannen. +Allen droomden reeds van de warme winden, die hen in den Stillen Oceaan +zouden ontvangen en van den onsterfelijken roem, die hen wachtte, als +zij door de smalle zeeëngte, waar Azië en Amerika maar enkele mijlen +van elkaar verwijderd zijn, zuidwaarts zouden stevenen. + +Op zee hield de admiraal een toespraak tot zijn lieden, verklaarde hen, +waarom het ging en sprak de verwachting uit, dat ieder zijn plicht zou +vervullen. Zij voeren de Orkney eilanden voorbij en op Sint Jan zagen +zij Kaap Farewell, de Zuidkaap van Groenland, verdwijnen. Den volgenden +dag stieten zij op het eerste ijs, geweldige drijvende ijsbergen, die +woeste, getande vormen toonden en aan de waterlijn door den golfslag +klokvormig waren uitgehold. Voor de meesten der manschappen was dit +schouwspel nieuw; zij stonden op het dek en bewonderden deze drijvende +bergen, waarvan de toppen boven den wimpel van den hoofdmast uitstaken. +Nu en dan sloeg een der ijsbergen om en de zee kwam in beroering, als +hij zijn door het water stukgeknaagde onderzijde naar boven keerde. + +Tien dagen later ankerden de beide schepen bij het eiland Disko, aan de +westkust van Groenland. Hier ontmoetten zij een ander Engelsch schip, +dat vooruit was gezonden, om met zijn lading hun voorraad aan proviand +en verdere voorwerpen voor de uitrusting te voltooien. De kapitein van +dit schip was de laatste die met de leden der Franklin expeditie had +gesproken. Nooit, zoo verzekerde hij later, heb ik zulk een flinke +schaar en voor hun taak in geestdrift verkeerende zeelieden gezien. Ik +heb gemeend, dat die zich overal zouden doorslaan. Hij nam de laatste +postzending der poolvaarders mede. Eenige der briefschrijvers gaven +Kamschatka, de Sandwicheilanden en Panama als postadres op; zij meenden +in een jaar weer in Europa terug te zijn, en de brieven getuigden van +de geestdriftige stemming, welke aan de officierstafel heerschte en van +de bewondering voor den admiraal, den ouden zeerob, die niet eens bij +stormachtig weer het getal der geheschen zeilen verminderde om maar +snel verder te komen! Want hij wist, dat hier in het Noorden, slechts +kort gedurende den laten zomer op open water was te rekenen. Er was +voor drie jaar proviand voorradig, zelfs op het dek stond elke hoek vol +met tonnen en kisten,—wat was er dus verder te vreezen? + +Den 26sten Juli werden „Erebus” en „Terror” door een Engelschen +walvischvaarder gepraaid. Dat was de laatste maal, dat een sterfelijk +oog hen zag; sedert dien dag omgaf de ongelukkigste van alle +poolexpedities een huiveringwekkend diep duister! + + + + + + + + +4. DE DOOD VAN DEN ADMIRAAL. + + +Wat men over het verdere lot der beide ongeluksschepen „Erebus” en +„Terror” met zekerheid weet, bepaalt zich tot heel enkele +bijzonderheden, die pas verscheidene jaren later door hulpexpedities +werden ontdekt. Maar ze zijn voldoende voor de nadenkende fantasie, om +zich het ontzettend drama voor te stellen, waaraan schip en manschappen +ten offer vielen. + +Eerst ging de vaart naar het Noord-Westen, tusschen twee groote +eilanden door in de Lancaster-sond. Verder doordringen werd verhinderd +door onoverkomelijk saamgepakt ijs. De stoommachines bleken zoo zwak te +zijn, dat ze slechts in kalm open water bruikbaar waren. Een naar het +Noorden gaande zeeëngte liet echter nog open water zien, en hier kon +men 250 kilometer afleggen, voordat het ijs weer zijn onverbiddelijk: +„tot hiertoe en niet verder!” uitsprak. Daarop gingen de zeevaarders +door een tweede open zeeëngte weer zuidelijk. Het was het begin van den +herfst; sneeuw bedekte reeds alles in het rond, en in de Sond vormde +zich nieuw ijs. Bij een klein eiland vond men een beschutte haven, en +hier sloeg Franklin het winterkwartier op. + +Hoe het leven aan boord was gedurende den langen winternacht, laat zich +steeds vermoeden. De officieren zullen wel gelezen en gestudeerd +hebben, en de manschappen bezig hooge sneeuwmuren, die boven de reeling +van het schip reikten, te maken, om het binnenste van het schip warm te +houden. In elk geval werden sneeuwhutten op het ijs en op het land +gebouwd voor wetenschappelijke waarnemingen en werd dag en nacht een +wak opengehouden, voor het geval er brand uitbrak en de pompen tot +ijszuilen waren bevroren. Toen de lange poolnacht voorbij was en +Februari met een zwak lichtschijnsel aan den zuidelijken horizon begon, +toen het van dag tot dag lichter werd en eindelijk de zon aan den hemel +straalde, ondernamen bevelhebbers en manschappen waarschijnlijk +jachttochten op de naburige eilanden. De hoop van allen herleefde met +het toenemende licht. Slechts 420 kilometer onbekende kusten waren nog +van de Noord-West doorvaart over. Was het niet zoo goed als zeker, dat +het nieuwe jaar getuige zou zijn van hun terugkeer? Steeds langer bleef +de zon aan den horizon, en eindelijk was de lange pooldag er, waarop +zij in het geheel niet ondergaat. + +Maar pas in den naherfst werden de „Erebus” en de „Terror” uit hun +ijsbanden bevrijd en konden eindelijk het eiland verlaten. Drie dooden +bleven aan het strand achter; hun graven met enkele eenvoudige +herinneringswoorden werden vijf jaar later door een hulpexpeditie +gevonden. Daar alleen door weet men, dat Franklin op die plek heeft +overwinterd. + +Naar het Zuiden lag het vaarwater nu open. Wat juichten de zeelieden! +Naar het Westen strekte zich nog dik ijs uit; maar ook de zuidelijke +waterweg moest ten slotte naar het Zuiden afslaan. De eene mijl na de +andere gleden de schepen, het drijfijs ontwakend, naar het Zuiden. In +het Oosten en Westen waren de kusten van groote eilanden zichtbaar en +recht vooruit vermoedde men King-Williamland, den naasten buur van het +vasteland- Hiermede was alzoo het grootste deel der Noord-West +doorvaart afgelegd, want tot reeds bekende kusten in het Westen, waren +er nu nog maar 200 kilometer. + +En tóch—hoe hopeloos lang leek dit eind, toen de schepen eenige dagen +later weer door het ijs werden vastgelegd. Door winden en +zeestroomingen gedreven, hoopten de ijsblokken zich op en bevroren tot +een rotsharden wand. Toch behoefde de bemanning de hoop nog niet geheel +op te geven, los te komen. Wel stond de winter voor de deur, maar de +laatste najaarsstormen uit het Zuiden konden het ijs nog breken en in +noordelijke richting drijven. Maar steeds vaster sloot het zich rondom +de rompen der schepen en alle hoop verdween. De dagen werden korter, +met haastige schreden naderde de tweede winter en evenals het vorige +jaar bereidde men zich op zijn komst voor. De schepen waren op zestig +graden noorderbreedte vast gevroren, dus nog iets meer zuidelijk, dan +de Noordelijke punt van Scandinavië. Maar daar hield geen golfstroom +door zijn warm water de zee open. Nooit zouden de officieren en +manschappen weer een golf tegen de zijden van de „Erebus” en de +„Terror” hooren klotsen! + +Deze winter zal minder opgewekt doorgebracht zijn dan de eerste. De +schepen hadden een slechte plaats op de open reede, zonder eenige +beschutting van de kust. Zij lagen als in een schroef en het drukken +van het opgehoopte ijs dreigde hen te verpletteren. Het kraakte en +knapte in de rompen en de schepen steunden en jammerden om toch maar +weer overgelaten te worden aan de vrije golven. Hoe lang zouden zij nog +weerstand kunnen bieden? Men moest er elk oogenblik op voorbereid zijn, +dat het hout met oorverdoovend gekraak bezweek, en de schepen als +notedoppen kapot in de onpeilbare stroomen verdwenen. Het leven aan +boord, van een in het ijs bekneld schip, kan niet anders dan vol zorg +zijn geweest. Maar het ergste was toch de duisternis, toen de zon voor +het laatst onderging. Als schimmen gleden de menschen in de donkere +gangen onder het dek, waar de lucht zwaar, vochtig en bedorven was. Wat +zou men buiten doen, waar het even donker was, zoodat men geen +handbreed vooruit kon zien? Liever lag men in de kajuit en las bij het +bleeke kaarslicht. Toen de drukking van het ijs, het schip echter in +een scheeve positie bracht, was het nog erger; het was levensgevaarlijk +in de pikdonkere gangen tusschen wankelende kisten en balen door te +balanceeren. De eenige afwisseling was de klok, die de gevangenen aan +den maaltijd riep. De gesprekken werden steeds minder, men kende elkaar +in- en uitwendig. Wie had nog iets nieuws te zeggen? Steeds dezelfde +gezichten in het rond! Men ging het liefst den kameraad uit den weg en +zocht de eenzaamheid van zijn hut. Als die lange, ontzettende +duisternis maar eerst voorbij was! + +Een ontzaglijke laagheid, waaraan men slechts met afschuw kan denken, +had bovendien de expeditie van Franklin getroffen. De koopman, op wien +de zorg rustte de vleeschconserven te leveren, had bedorven vleesch, +zaagsel en kiezel in de blikken laten doen! Duizenden van zulke doozen +werden later gevonden op de kusten, die door de schepen werden +aangedaan. Dat de proviand niet toereikend was voor drie jaren, moesten +zij, die in het eeuwige ijs gevangen zaten, weten. Reeds den tweeden +winter sidderde men stellig bij de gedachte aan het inkrimpen der +levensmiddelen. De toestand moest wanhopend worden, als geen hulp kwam +voor den derden winter! + +De tweede winter ging voorbij en de zon keerde terug. Gaandeweg werd +het in de gangen onder het dek lichter; het was niet meer noodig +talklicht aan te steken, om ’s avonds te kunnen lezen. En eindelijk +straalde de zon weer gedurende de vierentwintig uren van den dag, nog +schitterender dan ooit, daar de schepen nog door niets dan ijs en +sneeuw ingesloten waren! Verder in het Zuiden en Oosten zag men de +heuvels van King-Williamland. Als het ijs zijn greep slechts losser +wilde maken en begon te drijven! Maar naar het Westen lag nog steeds +opeengehoopt ijs; en zonder twijfel waren de schepen door het persen +van het ijs beschadigd. Twee officieren ondernamen met zes mannen een +tocht naar King-Williamland, vanwaar men bij helder weer het vasteland +van Noord-Amerika kon zien. Op de plek waar zij weer omkeerden, legden +zij in een hoop steenen een kort bericht neer over de gewichtigste +gebeurtenissen aan boord. Deze regels werden na vele jaren gevonden. + +Met goede berichten en groote verwachtingen keerden de reizigers weer +naar de schepen terug. Maar welk een slag wachtte hen daar. Admiraal +Franklin lag op zijn sterfbed! Het wachten had hem te lang geduurd. Men +kon hem nog slechts vertellen, dat de Noord-West doorvaart als ontdekt +beschouwd kon worden. Weinige dagen daarna, in Juni 1847 stierf hij, en +deze dood moest nog als een geluk beschouwd worden, na een leven van +dapperheid en moed. Zeker speelde er een trotsche lach om zijn lippen +toen hij ontsliep! + +Hoe zal het er op dien rouwdag op de „Erebus” hebben uitgezien? De +lange pooldag was op zijn middaghoogte. De zonnestralen braken in de +scherpe randen van het ijs en vervloeiden in alle kleuren van het +prisma. Het was stil aan boord; aan den bazaanmast fladderde Engeland’s +vlag halfstok. Ernstige mannen liepen door de gangen en fluisterden +zacht in de nabijheid der kajuit van den admiraal. Bleek en uitgeput +zagen zij zich nu beroofd van hun leider, die beter dan een hunner het +vasteland in het Zuiden kende. De scheepstimmerman maakte een lijkkist. +Daar werd de admiraal in groot uniform ingelegd. Misschien werd de kist +in een Engelsche vlag gehuld en zoo droegen de officieren ze over het +dek en over het ijs. In het glasheldere ijs was een graf uitgehouwen; +daar werd de kist in neergelaten en met fijn ijs en ijsblokken bedekt. +De nieuwe opperbevelhebber, kapitein Crozier, ging bij het kruis staan, +om de lijkrede te houden, terwijl de anderen er met ontbloot hoofd +omheen stonden. En zeker zullen de bleeke mannen in hun versleten +poolkleeren de grafgezangen van hun geboorteland hebben gezongen. +Plechtig en aangrijpend zal het gezang over de ijsvelden hebben +weerklonken. Zwijgend keerden zij naar de „Erebus” en de „Terror” +terug, waar zij zich nu nog ongelukkiger voelden dan te voren. Nog eens +waren zij voor een jaar tot blijven veroordeeld! + + + + + + + + +5. IN NACHT EN IJS. + + +Weer kwam de tijd, waarop het ijs in beweging raakte en men op open +water kon hopen. Zeker zullen de gevangenen van de „Erebus” en de +„Terror” naar alle kanten tochten hebben gemaakt, om te zien, waar de +branding van de open zee het meest nabij was. Misschien beproefden zij +ook met ijszagen en buskruit zich uit de ijsbanden te bevrijden. Alles +vergeefs! Het ijs hield hen vast. Op zekeren dag ontdekten zij echter +tot hun groote vreugde, dat het geheele ijsveld zich in zuidelijker +richting bewoog! Als zij op deze manier het vasteland toch maar konden +bereiken! Een groote Amerikaansche maatschappij, die zich naar de +Hudsonbaai noemde, had ver in het Noorden van het vasteland kleine +handelsstations gevestigd. Als zij daar slechts konden komen, dan waren +zij gered. + +De herfst liep naar zijn einde, maar de hoop op bevrijding werd +verijdeld, nu, dat de winter zoo nabij was, nog een poging te wagen het +vasteland te bereiken, was ondenkbaar, want in die eindelooze +woestenijen is in den winter geen wild, en het trekken naar het Zuiden +brengt daarom tot een zekeren hongerdood. In den zomer daarentegen kan +men hopen daar reeds tamelijk vroeg op rendieren te stooten en op +muskusossen, die vreemde pooldieren, die evenveel gelijken op het +schaap als op het rund, van varens en mossen leven en niet meer +zuidelijk gaan dan tot 60 graden breedte. In het Westen van +Noord-Amerika valt de zuidelijke grens voor het optreden der +muskusossen ongeveer samen met de noordelijke boomgrens. Een kudde van +twintig of dertig dieren zou de gebreklijdende zeelieden van Franklin +van den dood hebben gered! Indien men tenminste maar ijsberen had +ontmoet! Of nog beter zeehonden en walrussen, met hun dikke speklaag +onder de huid. + +De poolhaas zou ook niet te versmaden zijn geweest, indien hij in +voldoend aantal was aangetroffen. Maar de bergvos, die van vogeleieren +en jonge vogels leeft en in den winter, niet te herkennen door zijn +witte vel, op de sneeuwhoenderjacht gaat, zou weliswaar niet aangenaam +zijn geweest te ontmoeten. + +Nu was het jaargetijde echter reeds te ver verstreken en de wilde +dieren trokken voor de sneeuw en de koude meer zuidelijk. Zeker +beraadslaagden de officieren wat er nu gedaan moest worden. Zij hadden +kaarten en boeken aan boord en wisten heel precies hoever het eerste +handelsstation der Hudsonbaai-maatschappij was verwijderd en op den weg +daarheen hadden zij misschien wild of Eskimo’s kunnen ontmoeten. Maar +zij besloten ook den derden winter aan boord uit te houden! Waarom +gebruikten zij den herfst niet, om de walvischbooten, sleden, tenten, +werktuigen en munitie en al de zware bagage op het King-Williamland aan +land te brengen? Zelfs met het afnemen van het licht hadden zij toch +verscheidene dagen kunnen werken. Stellig waren zij geheel +terneergeslagen en zagen met een huivering de duisternis tegemoet. Nog +ging de zon op, maar beschreef in het Zuiden slechts een vlakke boog en +dook na anderhalf uur weer onder. Spoedig duurde de dag nog maar een +half uur, de lichte oogenblikken werden steeds minder, en op zekeren +dag zag men nog slechts den bovensten rand, als een stralenden robijn, +een oogenblik boven den horizon fonkelen. Den volgenden dag viel in den +middag de schemering reeds in; slechts een weerschijn der zon vlamde +als het avondrood langs den zuidelijken hemel. Daarna werd de +schemering dieper en dieper. Wel merkte men ’s middags, in het Zuiden, +nog een bloedroode streep, die een mat purper schijnsel over de +ijsvelden wierp. Maar ook dit bluschte uit, en de poolnacht, die op +dezen breedtegraad volle zestig dagen, terwijl hij aan de Noordelijke +Pool zelfs een half jaar duurt, was er, en de sterren fonkelden als +brandende fakkels, op blauw-zwarten grond, zelfs dan, als de klok in de +officierskajuit het middaguur aangaf! + +Het was weliswaar niet altijd zoo pikdonker. Behalve de sterren, die in +de reine lucht bij de scherpe koude veel helderder stralen, dan in de +landen, die meer door de natuur zijn begunstigd, doet de maan ook +dienst. Maar haar licht deed het door de vorst verstijfde tehuis van +sneeuw en ijs nog verlatener en somberder lijken. In de duisternis zag +men tenminste niet hoe verlaten het aan alle kanten was. + +Wie voor het eerst in het hooge Noorden overwintert, vindt den +poolnacht wonderlijk aantrekkelijk, het diepe zwijgen der koude +duisternis en het klagend huilen van den voortjagenden sneeuwstorm. +Maar niets is zoo bewonderenswaardig als het noorderlicht. In Zweden +vertoont het zich niet zelden. Al weet men, dat de magnetische en +electrische kracht der aarde van tijd tot tijd bijna den ganschen +aardbol in een mantel van licht hult, toch staat men nog vragend voor +dit raadselachtig verschijnsel. Als de vuurtongen van het noorderlicht +hun flikkerend schijnsel over het Noorden uitstraalden, geloofden de +oude Vikings, dat de Walkuren op zilverwitte paarden van het Walhalla +uit naar het slagveld trokken. + +Meestal is het noorderlicht onvast. Het vlamt plotseling op, trilt een +oogenblik aan den hemel, verbleekt en verdwijnt. Het langst duren de +boogvormige noorderlichten, die dikwijls hun melkwitte wegen, hoog over +den hemel spannen. Dikwijls is slechts de eene helft van den boog +zichtbaar en verheft zich als een lichtzuil aan den rand des hemels. +Een anderen keer gelijkt het noorderlicht op flikkerende vlammen, die +naar beneden rood en naar boven groen zijn en vlug langs den hemel +glippen. Verder noordelijk is het licht geelachtiger. Als de stralen +zich alle in hetzelfde punt schijnen te vereenigen, dan spreekt men van +een noorderlichtkroon. Prachtige kleuren vertoonen zich, snel wisselend +in zulk een stralenbundel, die de kruin der aarde kroont; slechts +zelden is het licht zoo sterk als het schijnsel van de volle maan. Het +schoonst is echter het noorderlicht, wanneer het als geplooide +gordijnen van den hemel schijnt neer te hangen, die in den wind +fladderen. + +Voor de in het ijs gevangen gehouden Engelschen zullen de vlammentongen +van het noorderlicht wel geen aantrekkingskracht meer gehad hebben! +Uitgemergeld en afgestompt, de bedorven proviand zat, door drie winters +eindeloos nietsdoend wachten verweeklijkt geworden, lagen zij in hun +kooien en hoorden hoe de klok de seconden aftikte. De eenige +afwisseling in het eentonige leven waren nog de sterfgevallen. De +timmerlieden hadden de handel vol en kapitein Crozier kende zijn +lijkredenen al van buiten. Negen officieren en elf matrozen stierven +gedurende de beide laatste winters, de meesten in ieder geval gedurende +den laatsten winter. Dat werd bekend door een klein strookje papier, +dat verzegeld in een hoop steen aan de kust was neergelegd en elf jaar +later werd gevonden. + +Ook de maanden van deze duisternis naderden haar einde. De roode streep +ontvlamde weer in het Zuiden en werd gaandeweg lichter. Schemering +loste de duisternis af en eindelijk flikkerden de eerste zonnestralen +weer aan den horizon. Zeker hebben de Brahmanen aan den oever van den +Ganges het opgaan der zon niet met grooter gejubel begroet, dan de +manschappen van deze beide ongeluksschepen „Erebus” en „Terror”. + + + + + + + + +6. DE TOCHT NAAR DE DOODENBAAI. + + +Met de nieuwe zon ontwaakte de hoop der bemanning nu voor de laatste +maal! Wie kapitein Crozier persoonlijk heeft gekend, was overtuigd, dat +hij de hoop nooit heeft opgegeven. + +Nu gold het een laatste poging. De kapitein hield een toespraak tot +zijn manschappen en verheelde hen niet, dat hun leven op het spel stond +en dat hij het uiterste van hen verlangen moest. Er waren nog +honderdvijftig man bijeen, maar velen waarschijnlijk ziek of zelfs +stervende, zeker allen geheel uitgeput. Maar met het toenemende licht +verhief de levens- en arbeidslust zich weer. Verscheidene sleden werden +ingericht, wel plomp en zwaar, maar sterk. Drie walvischbooten, die +sedert jaren vastgevroren in hun davids hadden gehangen, werden +losgemaakt en op het ijs neergelaten. Het beste van de nog voorhanden +zijnde proviand werd uitgezocht en rondom de booten opgestapeld. Met +toenemende opwinding zag men de zon van dag tot dag langer boven den +horizon staan. Stellig werd een uitvoerig bericht over het lot der +expeditie neergeschreven en aan boord achter gelaten. + +Toen al de bagage op het ijs bijeen was, werden voorraden, tenten, +instrumenten, geweren en munitie op de sleden geladen en de drie +walvischbooten met koorden elk op een slede vast gesnoerd. Een aparte +slede met bedden was voor de zieken bestemd. Onder deze voorbereidingen +werden de dagen steeds langer en eindelijk werd het verlangen om op te +breken zoo sterk, dat niets de manschappen meer kon terughouden. Maar +dit te vroeg opbreken, bezegelde hun lot! Noch wild, noch Eskimo’s gaan +voor den nazomer zoover naar het Noorden, en ook met de volgeladen +sleden kon de proviand slechts voor veertien dagen toereikend zijn! + +Den dag voor den afmarsch zag ieder zijn bezittingen voor het laatst +nog eens na; dierbare herinneringen aan betrekkingen, den bijbel en het +horloge, dat den tragen gang van den tijd verkondigde, nam elk der +zwaar beproefde zeelieden in zijn zak mede. De officieren gingen voor +het laatst hun leege hutten binnen, om zich er van te overtuigen, dat +niets van gewicht was vergeten. In het inwendige van het schip zag het +er uit als in een huis, dat bij een overstrooming hals over kop +verlaten was en waaruit men nog maar het meest onontbeerlijke had +kunnen medenemen. + +Den 22sten April 1848 klonk het signaal tot opbreken, en de veel te +zwaar beladen sleden knarsten langzaam en hortend over het met sneeuw +bedekte, hobbelige ijs. Bijlen, houweelen en spaden zijn onafgebroken +aan het werk om scherpe kanten af te houwen en hinderlijke blokken weg +te ruimen. Het zijn slechts vijf-en-twintig kilometer tot +King-Williamland, toch duurt het drie dagen! Te langzaam worden de +masten en de rompen der verlaten schepen kleiner, maar eindelijk +verdwijnen zij toch. + +Maar nu zag de kapitein in, dat hij zoo niet verder kon gaan. De bagage +werd opnieuw doorgezien, en al wat maar eenigszins gemist kon worden er +uit gehaald. De latere hulpexpeditie vond op deze plek een menigte +voorwerpen, stukken van de uniform, koperen knoopen, metalen +voorwerpen, en dergelijke, hetgeen men als munt, bij ruilhandel met +Eskimo’s en Indianen had willen gebruiken. Maar alle proviand en +munitie werd medegenomen, want als de eerste op zijn eind raakte, dan +was de munitie de eenige redding. + +Met lichtere schreden zette de stoet zich langs de westkust in +beweging. Maar men was nog niet ver gevorderd of John Irving, luitenant +van de „Terror”, bezweek. Gekleed in zijn blauwe uniform, gewikkeld in +zeildoek, een zijden doek om het hoofd gewonden, werd hij tusschen +schuin geplaatste steenen begraven en het graf met vlakke steenen +gedekt. Naast zijn hoofd lag een zilveren medaille, op de voorzijde +stond: „Tweede prijs voor de wiskunde, door de Koninklijke +Zeevaartschool, aan John Irving 21 Juni 1830 uitgereikt.” Aan deze +medaille werd de doode na lange jaren herkend, en daardoor konden zijn +overblijfselen naar zijn geboorteplaats overgebracht worden. + +Twee bochten der westkust van King-Williamland zijn naar de beide +ongeluksschepen genoemd. Aan het strand van de noordelijkste, de +Erebus-baai, waren de krachten der Engelsche zeelieden zoo uitgeput, +dat zij twee booten, met de sleden waarop ze nu onnoodig zoover waren +medegesleept, achterlieten. Een menigte andere dingen werden hier +eveneens geofferd. Hier en daar toonde een graf hun weg—en steeds +eenvoudiger werden deze graven, hoe verder de stoet zich naar het +Zuiden bewoog. Daar kwam het vreeselijkste. Bij de Terror-baai hield de +band der vriendschap hen niet meer bijeen! De bevelhebber had geen +macht meer over de manschappen. De ongeveer honderd man, die +overgebleven waren, scheidden zich nu in twee, waarschijnlijke gelijke +deelen. Het eene, met de zwakkeren, wilde naar de schepen terugkeeren, +waar men tenminste tegen wind en weer beschut was en nog levensmiddelen +vond. Het andere deel trok, met de derde walvischboot langs de zuidkust +verder, en hoopte dan naar het vasteland en de Groote Vischrivier te +komen. Zonder eenigen twijfel zouden dezen, zoodra ze hulp hadden +gevonden, naar hun kameraden zijn teruggekeerd. + +Wanhopend moet de tocht zijn geweest van hen, die terugkeerden. +Wanhopend ook de marsch van hen, die verder trokken. Van de eersten +weet men zoo goed als niets. De laatsten sleepten zich, de zware sleden +trekkend, met vermoeide schreden voort, totdat zij, de een na den +ander, bezweken. Niemand dacht er meer aan, de lijken der makkers te +begraven; terwille van een stervende kon men zich niet ophouden! Ieder +had genoeg te zorgen voor zichzelf. Eenigen stierven in het gaan; dit +zag men later aan de geraamten, die men op het gezicht liggend vond. + +Vergeefs sleepten de overlevenden hun munitiekisten mede, zonder een +enkel schot te kunnen afvuren, want geen spoor van wild komt in Mei en +Juni op het eiland voor. Steeds kleiner werd het getal van hen, die de +boot over sneeuw en ijs nog aan land konden trekken. Nu wachtten zij op +open water om over de zeeëngte aan land te kunnen komen. In het begin +van Juli pleegt het ijs te breken, en in elk geval zijn de overlevenden +in dezen tijd daar overgezet, want de boot werd later in een bocht, die +nu de „Doodenbaai” heet, aangetroffen. Indien men de boot daar later +zou hebben gevonden, dan was het even goed mogelijk geweest, dat wind +en golven ze daarheen hadden gedreven; maar de geraamten in de boot en +aan het strand en allerlei voorwerpen van de uitrusting toonden aan, +dat de boot bij de overvaart en het landen bemand geweest was. Vele +oogenblikken van dezen noodlottigen tocht zijn voor eeuwig duister +gebleven. Waarom sleepten zij de zware walvischbooten twee maanden lang +mede, daar ze toch reeds het vorige jaar, op den tocht, kort voor den +dood van den admiraal, het vasteland in het Zuiden moesten hebben +gezien? De zeeëngte is op haar smalste plaats slechts tien kilometer +breed, en ze hadden haar op elke plaats over het ijs kunnen overgaan! +Nooit zal het raadsel opgelost worden, want allen stierven en geen blad +uit het dagboek is gevonden! + +Toen berichten van Franklin geheel uitbleven, werd reeds na twee jaar +de eerste hulp-expeditie gezonden. In het najaar van 1850 waren +vijftien schepen aan het zoeken; het dapperst en meest energiek was de +vrouw van Franklin, die jaren lang de hoop op een weerzien niet opgaf! +Zij offerde haar geheele vermogen aan de hulp-expedities en de +regeering gaf in den loop van zes jaar, ruim negen millioen gulden voor +hulpexpedities uit! Alles vergeefs! Want het ongeluk was reeds lang +geschied. Een expeditie, die reeds in 1848 uittrok, bleef in het ijs +steken, en kwam op een heel bijzonderen inval, om de in nood +verkeerenden, waar zij zich ook mochten bevinden, van hun nabijheid in +kennis te stellen. Men ving ongeveer honderd bergvossen, deed ze +koperen halsbanden om, waarop een kort bericht omtrent de ligging van +het hulpschip was ingekrast en liet ze dan weer loopen. + +In het jaar 1854 werden de namen van Franklin, Crozier en de overige +deelnemers uit de personeellijst der Engelsche marine geschrapt. In de +geboorteplaats van Franklin werd een gedenkteeken voor hem opgericht en +in de Westminster abdij, waar Engeland’s helden sluimeren, heeft men +een marmeren gedenksteen voor hem opgericht, met de woorden van den +dichter Alfred Tennyson: + + + „Niet hier! In den ijzigen arm verwijlt gij + Van de Pool—Een man, een held. + Naar een andere Pool gij ijlt, + Daar boven in de hemeltent!” + + +Een beroemd poolreiziger, Julius Payer, die Frans-Jozef-land in het +Oosten van Spitsbergen heeft ontdekt, heeft een schilderij geschilderd, +die hij de „Doodenbaai” noemde. Aan een verlaten kust midden tusschen +ijs en sneeuw ligt een aan land getrokken boot, tusschen hier en daar +verspreide bagage rusten de lijken van verscheidene zeelieden. In de +boot liggen andere lijken in de meest verschillende houdingen, de +trekken verstijfd in wanhoop en ontzetting! Een ligt voorovergebogen op +een open bijbel, de linkerhand omknelt krampachtig de saamgekreukelde +bladeren. Aan den voorsteven der boot knielt een man, de laatst +overgeblevene, kapitein Crozier. Met koelbloedige kalmte houdt hij zijn +geweer gereed. Twee ijsberen naderen, tegen hen wil hij zichzelf en +zijn doode makkers beschermen! + + + + + + + + +7. HET BERICHT DER ESKIMO’S. + + +Dertig jaren na den ondergang van de Franklin-expeditie begaf zich +luitenant Schwatka naar het Noorden om de oplossing van het raadsel te +zoeken. Verscheidene van de verongelukten zouden toch zeker een dagboek +hebben gehouden; een was voldoende om alles te vernemen. + +Schwatka zocht het allereerst de Eskimostammen op, die op hun zomersche +jachttochten, het dichtst bij King-Williamland kwamen. Bij velen vond +hij voorwerpen, die bij de expeditie hadden behoord. Maar het +merkwaardigste waren de verhalen van oude Eskimo’s. + +Een oude vrouw was met haar inmiddels gestorven man en twee andere +families naar King-Williamland getrokken voor de robbenvangst. Vol +verbazing en schrik hadden zij op een dag een troep vreemdelingen +gezien, die een boot achter zich aantrokken. Eerst hadden zij op de +vlucht willen gaan, maar toen een der vreemdelingen haastig op hen toe +was gekomen, hadden zij niet kunnen wegloopen. Zij spraken met elkaar +door teekenen en de Eskimo’s begrepen, dat de mannen blanke zeelieden +waren van een gestrand schip. Zij hadden er ontzettend uitgehongerd en +mager uitgezien, en zwarte kringen om oogen en mond gehad. De Eskimo’s +bleven vier dagen bij hen, deelden met hen het vleesch van een zeehond +en ontvingen als vergoeding een mes. De blanken brachten den nacht +gedeeltelijk in een boot, gedeeltelijk in een kleine tent door. +Levensmiddelen hadden zij niet. De Eskimovrouw vertelde, dat een der +mannen lang was geweest, en een reeds grijzenden baard had, een ander +werd „doklut”—dokter—genoemd, en had een witten bril gedragen, de +anderen, allen een donkeren. De Eskimo’s werden door ijsgang verrast en +moesten den geheelen zomer op het eiland blijven. In dien tijd verloren +zij de vreemdelingen uit het oog. + +Het volgend jaar keerden dezelfde Eskimo’s terug naar de zuidkust van +het eiland en vonden daar voor een tent verscheidene lijken, slechts +twee waren met zand en steenen bedekt, en ook in de tent lagen +verscheiden dooden in hun bed, geheel aangekleed, met laarzen aan de +voeten en toegedekt met hun dekens. De lijken, die buiten lagen waren +door de nog levenden daarheen gedragen. Messen, lepels, horloges, +papieren, werktuigen, en wat er nog meer in de tent lag, namen de +Eskimo’s mede. + +Andere Eskimo’s vertelden, dat zij op het vasteland een boot met +verscheiden geraamten hadden gevonden, hoeveel waren zij vergeten, +naast de boot hadden vier dooden gelegen, slechts een der dooden had +nog huid en haren, en zijn haar was lichtblond geweest, hij kon pas +eenige maanden dood zijn geweest. Hij had een ring aan den vinger en +droeg oorringen, zijn horloge was met een ketting bevestigd geweest. +Naast hem lag een blauwe bril. Alles van waarde namen de Eskimo’s mede, +o.a. een zaag, aarden pijpen, zeildoek, kleedingstukken, een kompas, +een tabaksdoos en een blikken doos met boeken. De boeken gaven zij aan +hun kinderen om mede te spelen en in den loop der jaren waren zij +verscheurd. Ongetwijfeld waren dat de kostbare logboeken met al de +waarnemingen en kaarten welke gedurende de drie jaren waren +opgeschreven en geteekend—papieren, voor welke Engeland vele millioenen +zou hebben gegeven! + +Eindelijk vertelde nog een oude man, dat hij en zijn stamgenooten voor +ongeveer dertig jaren in de nabijheid der kust van het vasteland in een +groot ijsveld een schip ingesloten hadden gevonden, ook hadden zij +sporen van menschen in de sneeuw ontdekt. Het volgend voorjaar hadden +zij zich weer naar het schip begeven, maar geen spoor van een bezetting +meer gevonden en aan boord was het zoo stil geweest als het graf. + +Waarschijnlijk was het dek nog hoog met sneeuw bedekt van den vorigen +zomer, en hadden de Eskimo’s die nog nooit aan boord van een schip +waren geweest, niet geweten hoe er in te komen. Op hun kloppen en leven +maken hadden zij geen antwoord gekregen en de scheepsluiken hadden zij +niet gevonden. Toen hadden zij met bijlen een gat in den zijwand +gehouwen en waren hierdoor voorzichtig naar binnen gekropen. Het was +binnen stikdonker en doodstil. Maar zij vatten moed en zochten rond in +de gangen en hutten. Maar in één kooi hadden zij het lijk van een man +gevonden. Naast hem, op een kleine tafel had een blikken kan met eenige +stukken vleesch gestaan. Toen het ijs in den loop van den zomer +verdween, vulde het schip zich door het gat in den romp en ging onder. +Andere Eskimo’s bevestigden dit bericht. Maar welk van de twee schepen, +de „Erebus” of „Terror” de „Onderwereld” of de „Schrik” zoo naar de +diepte ging, dat weet men niet. + +En wie was die eenzame in het binnenste van het schip? Men huivert bij +de gedachte aan zijn lot, hij was de laatste van die vijftig mannen, +die van de Terrorbaai naar het schip terugkeerden. Alle kameraden waren +dood, hij alleen had de kracht behouden zich naar het schip te slepen. +In de kajuiten lag alles nog even onordelijk verspreid als men het voor +twee maanden bij het verlaten van het schip had achtergelaten. De +laatste der manschappen, zocht proviand bijeen en droeg het in zijn +kajuit, dekens waren er genoeg voorhanden, een geriefelijk bed kon hij +nog voor zich inrichten. De zomerdag naderde zijn einde. Steeds langer +bleef de zon onder den horizon. Hij vermoedde niet, dat buiten op het +ijs Eskimo’s het schip gadesloegen maar niet aan boord dorsten te +komen. En toch was hij nu en dan op het dek geweest en had vergeefs +naar hulp van het land uitgezien. Toen kwam de schemering weer, gevolgd +door den langen nacht. Nu bleef hij in zijn hut, luisterde ingespannen +maar hij hoorde niets dan den wind in het takelwerk en in de bevroren +rinkelende touwen of het op zuchten gelijkende knarsen van den +scheepsromp, die door het ijs werd saamgeperst. Ontzettender dan welke +kerker ook, moet dit geheel alleen zijn op het verlaten schip zijn +geweest! En toch bracht het hem niet tot waanzin! De laatste der +overledenen wachtte rustig zijn laatste uur af: een vierde winter was +te veel voor hem, en de tijd tot den volgenden zonsopgang te lang. Toen +de dag weer lichtte, het ijs smolt, en het schip uit zijn driejarige +gevangenschap bevrijdde, zonk het met zijn held in de diepte. + + + + + + + + +8. AAN DE OOSTKUST VAN GROENLAND. + + +De Noordpool, het doel van zoovele ontdekkingsreizen, is door zulk een +dichten krans van onopgeloste vraagstukken omgeven, dat elke expeditie, +die bij den altijd durenden wisselenden toestand van het poolijs geheel +van haar route wordt afgedreven, toch met een menigte wetenschappelijke +resultaten terugkeert en al heeft zij de Noordpool ook niet bereikt, +toch bij zorgvuldigen, wetenschappelijken arbeid, voor onze kennis der +Poolstreek gewichtige bijdragen levert. Dat geldt ook van de Duitsche +Noordpool-expeditie, die in de jaren 1869 en 1870 ondernomen werd op +aandrijven van den beroemden Duitschen geograaf August Petermann, en +die de verdienste heeft, aan de oostkust van Groenland, het grootste +eiland van de wereld, het vaderland der Eskimo’s, dat op de kaart als +een lange, witte, slechts aan de randen gekleurde landstrook van de +Noordpool afhangt, ruime gebieden te hebben ontsloten. Groenland, welks +eigenaardigheden van een eiland pas door de laatste ontdekkingsreizen, +vooral die van den Amerikaan Peary, werden bepaald, dankt zijn +ontdekking en eerste nederzetting tot in de tiende eeuw aan de Noren +wier kolonies aan de westkust zich tot in de 14e eeuw in bloeienden +toestand bevonden. Reeds in het jaar 1000 werd in Groenland van uit +Noorwegen het christendom wettelijk ingevoerd en van 1126 tot aan den +hervormingstijd kan men nagaan, welke bisschoppen er achtereenvolgens +geregeerd hebben. Het levendig scheepverkeer dat in die vroege eeuwen +tusschen Groenland, IJsland en Noorwegen bestond, verminderde echter +met het verval der Noorweegsche kolonies, in de 13de eeuw, en in het +midden der 15de eeuw was alle verbinding tusschen Groenland en de +beschaafde wereld verbroken. Pas in den tijd der Noorsche +ontdekkingsreizen, dus vanaf de 16de eeuw, moest dit ontzaglijke eiland +weer stuk voor stuk ontdekt worden, en in de 17de eeuw werd de +Groenlandsche kust vaak bezocht door Duitsche en Hollandsche +walvischvaarders, de zoogenaamde Groenlandvaarders. Maar steeds was de +westkust van Groenland het doel der walvischvaarders en +ontdekkingsreizigers, daar de oostkust door den onmetelijken stroom van +het voortdrijvende poolijs als achter een veilig bolwerk volkomen +ontoegankelijk scheen. Pas aan het einde der 18de en vooral in de 19e +eeuw drong de geografische onderzoeking ook hier zegevierend door en +het succes der Duitsche expeditie lokte een groot aantal poolreizigers +naar deze oostkust van Groenland, die tegenwoordig wel beschouwd mag +worden als bekend te zijn in haar hoofdomtrekken. + +Met twee schepen, de stoomboot „Germania” en het zeilschip „Hansa” stak +de Duitsche expeditie den 15den Juli 1869 van Bremerhaven uit, in +tegenwoordigheid van Koning Wilhelm van Pruisen, in zee. Maar reeds in +het midden van Juli werden de beide schepen, toen zij juist de grens +van het poolijs hadden bereikt, van elkaar gescheiden. Het gelukte aan +de „Germania” zich tot aan de oostkust van Groenland door te werken; +zij bereikte den 5den Augustus 1869 land en drong den 12den Augustus +tot 75° 17′ breedtegraad door, waar het ijs den verderen doortocht +verbood. Zij trok zich vooreerst terug naar de zuidzijde der +Shannon-eilanden, teneinde die wetenschappelijk te onderzoeken en +stootte daarbij op muskusossen, van welke het tot dusverre niet bekend +was, dat zij zich op Groenland’s oostkust bevonden. Daar de toestand +van het ijs ook verder ongunstig was begaf de „Germania” zich aan de +zuidzijde der Sabine-eilanden in winter-kwartier, en daar ook de +winterstormen geen beweging in het ijs brachten, bleef de expeditie +tien maanden op die plaats, om op slede- en boottochten een reeks +kuststreken, die tot nog toe niet waren onderzocht, te verkennen. + +Zij hadden een uitstekende haven voor overwintering uitgezocht, die +door vooruitstekende bergen voor de razende noorderstormen was beschut +en geheel ongedeerd bleef van drijfijs en dank zij de vèrziende +voorzorgen van den uitnemenden kapitein Koldewey en zijn vier +wetenschappelijke medearbeiders, dr. Börgen, eerste luitenant Payer, +dr. Copeland en dr. Pansch, werd deze arctische overwintering van tien +maanden in de „Germania-haven” een zeer huiselijke idylle. + +Op het nabijzijnd vasteland van de Sabine-eilanden werd het voornaamste +deel van de proviand opgestapeld en twee observatoria opgericht, een +astronomisch en een meteorologisch. Over het dek der „Germania” werd +een dichte tent gespannen en die met een laag mos belegd, wat echter +niet belette, dat bij dagenlangen heftigen storm, de sneeuw door alle +spleten drong en het dek een voet hoog bedekte. De kajuiten werden met +vilt, wollen stof en zeildoek bekleed, een vernuftige ventilatie voor +de ruimten onder dek werd aangebracht en tijdig drinkwater uit de +borrelende beken der nabijzijnde kust gehaald. Het schip werd omgeven +door een borstwering van geweldige ijsblokken en een schutting eveneens +van ijsblokken leidde naar de observatoria. Om den stand van den stroom +gade te slaan en om bij brandgevaar veilig te zijn, werd steeds een gat +in het ijsveld opengehouden, een voorzorg, die bij een brand, die in +den loop van den winter in de kajuiten uitbrak, schitterend voldeed. + +Tot in November werden deze voorbereidingen door prachtig helder +winterweer begunstigd. Toen begon gaandeweg de vorst sterker te worden, +de dagen werden korter, en den 6en November verdween de zon en de +poolnacht van drie maanden daalde op de „Germania” en haar zeventien +bewoners. Tot de terugkeer van het daglicht, was de bezetting beperkt +tot het schip en de naaste omgeving er van. De bediening der +observatoria, die veelvuldig te lijden hadden van het geweld der +stormen en de nieuwsgierigheid der ijsberen, en de uitvoering der +andere wetenschappelijke observaties was van uur tot uur precies +geregeld en slechts aan de pijnlijke nauwgezetheid in het opvolgen +dezer voorschriften, was het te danken, dat de hierboven genoemde brand +in het achterdek bijtijds werd ontdekt. Om de manschappen bezig te +houden, richtten de geleerden der „Germania” een zeevaartschool op, +waar de nautische wetenschappen, geografie, astronomie en natuurkunde +werden onderwezen, en zelden heeft men in een scheepslogis zooveel +gehoord van plus en minus, van macht en wortel als in de kajuiten der +Duitsche poolreizigers! Er werd zelfs een „Oost Groenlandsche Courant” +opgericht. Zij verscheen elke veertien dagen in twee geschreven +exemplaren, bevatte allerhande schertsen, gedichten, toespraken, +„officieele bekendmakingen” en droeg niet weinig bij tot het +wintervermaak. Voor het Kerstfeest bouwde de timmerman een kunstige +denneboom; de takken werden sierlijk getooid met de groene +uitspruitsels van de onder de sneeuw groeiende plant Andromeda. +Oudejaarsavond werd met rijnwijn, muziek, gezang en dans op het ijs +gevierd. Den 3en Februari keerde de jubelend begroete zon weer terug en +spoedig had men weer volle werkdagen zonder het vermoeiende lamplicht. +Maar daarmede kwam er ook een eind aan het gezellige leven aan boord, +en de manschappen gingen in troepjes met sleden uit; tochten, die hun +moed en volharding op de zwaarste proef stelden. Bij het volkomen +onbewoond zijn der kusten, waren honden en rendierensleden niet te +krijgen. Men moest de sleden met bagage en proviand dus zelf over de +ijsbergen en sneeuwvelden trekken. Toch gelukte het aan de Duitsche +pioniers op vijf zulke reizen met sleden bijna duizend zeemijlen in een +onbekend gebied te doorkruisen. Het vreeselijkst waren daarbij de +sneeuwstormen, die dikwijls dagenlang de deelnemers van een +slede-expeditie in hun nauwe tent vast hielden en tijdverlies +veroorzaakten, dat bij de beperkte proviand soms levensgevaarlijk werd. + +Was de dagmarsch volbracht, meestal bij het invallen der duisternis, +dan werd een geschikte plek op het strand of een ijsvlakte als +kampement gekozen. Kleine sneeuwlagen werden met den voet weggeschopt, +scherpgekante, vastgevroren blokken, met moeite terzijde geschoven, +grootere menigmaal meer dan honderd schreden aangesleept om de touwen +der tent er aan te bevestigen, een werk, dat bij storm en 20 graden +koude eenige zelfoverwinning kost. Was de slaapzak in de tent +uitgespreid, de bagage in orde gebracht, had de kok den ketel met +sneeuw volgestopt, de lamp aangestoken en het avondrantsoen uitgedeeld, +dan konden ook de andere makkers, die ondertusschen door de toenemende +koude hoe langer hoe meer gekweld werden, het nachtkwartier betrekken. +De openingen van de tent werden met haken gesloten en men trof de +toebereidselen voor den nacht. + +De stijve laarzen van zeildoek, die aan de kousen vastgevroren waren, +moesten als hoofdkussen dienen, zij werden met de hand ontdooid en met +moeite losgescheurd. Daarop de met sneeuw bedekte kousen uitgetrokken, +afgekrabd en op de borst bewaard, om door de eenige warmtebron, de +eigen lichaamswarmte voor den volgenden dag te worden gedroogd. +Eindelijk hebben allen zich in den slaapzak gewrongen, ieder ligt +gedeeltelijk op zijn buurman en men wacht, dicht opeengedrongen, op het +avondeten. De wind drukt de wanden van de tent naar binnen en maakt de +ruimte nog kleiner. Door het weefsel, uit elken naad, door de kleinste +opening spat een fijne stroom sneeuwkorrels en valt onafgebroken als +meel uit den molen op den slaapzak neer. Hoe dikwijls de sneeuwlaag ook +met het mes wordt weggeschraapt, even snel vormt zij zich weer. +Dikwijls gebeurt het ook, dat de sneeuw smelt door de verhooging der +temperatuur in de tent en dan doordringt tot op de huid. + +Met een onverschilligheid, grenzende aan stompzinnigheid, wachten de +makkers, dicht op elkaar gedrongen, hurkend, met verstijfde handen +handschoenen en kousen herstellend, den baard vol ijs, te midden van +dezen chaos van bevroren kleedingstukken en laarzen. De kookpan is lek +geworden; de spirituslamp druipt en dreigt de tent met brandgevaar; de +vernieling ervan zou bij den woedenden storm het werk van een oogenblik +zijn. De kok klaagt, dat hij vandaag zijn vingers verbrandt, die +gisteren bevroren waren. Zijn werkzaamheid is aan voortdurende kritiek +onderhevig, waartoe de algemeene honger prikkelt. Ieder wacht met +ongeduld op het gereedkomen van het eten; rillend, in elkaar gedoken, +roept de een of ander: „Peter, kookt het haast, je hebt zeker sneeuw in +den spiritus gedaan!” + +Waarop Peter dan antwoordt: „Houd je mond! Hebt ge niet leeren +wachten?” + +De levensmiddelen zijn steenhard bevroren, vleesch in bussen of ham +wordt met de bijl stuk geslagen; boter kan men zonder eenige bedenking +in het vestjeszakje opbergen, om onder den marsch bevroren te worden +opgegeten, want de thermometer in den binnensten jas- of broekzak wijst +gewoonlijk nog zes tot tien graden koude. + +Eindelijk is na twee uur de maaltijd gereed en wordt gretig en zoo warm +mogelijk verslonden. De damp, door het koken ontstaan, maakt, dat men, +als in een dampbad, ternauwernood iets van zijn buurman ziet; de wanden +der tent worden door en door nat; de vochtigheid der kleeren neemt toe, +het opengaan der deur van de tent brengt dadelijk een sneeuwval te +weeg, en nadat het koken is geëindigd, is alles bevroren of met een +dikke korst sneeuw bedekt. Het kleine rantsoen van een uit rundvleesch +en peulvruchten toebereide soep kan den dagelijks toenemenden honger +niet stillen, de slaap moet dien, evenals den smachtenden dorst, doen +vergeten. + +Eindelijk heeft de kok, nadat hij den ketel heeft uitgekrabd, zich ook +een plaats in den slaapzak veroverd, en nu kan er ook verder niemand +meer in. Het is slechts mogelijk op de zijde te liggen. Vandaag liggen +allen links, morgen allen rechts; persoonlijke begeerten, bijvoorbeeld +den wensch op den rug te gaan liggen, wekken algemeen protest, evenals +elke beweging, zoodra de toestand van verstijving is ingetreden. Uit +acht menschen is één klomp geworden! + +’s Morgens te 5 uur wordt weer opgebroken; de slappe, zwarte koffie is +met ijskoud broodkruim tot een brei vermengd. De bevroren laarzen +worden met de hand ontdooid, in de plooien en van buiten van sneeuw +bevrijd; zoo ook de tent, die geheel stijf is geworden, en eerst door +kloppen buigzaam gemaakt moet worden. Zoo ook de slaapzak, die door de +dagelijks toenemende vracht van ijs den spotnaam van „Walrus” heeft +gekregen. De doorweekte zeehondenkleeding bevriest buiten dadelijk en +aan de haren vormen zich ijsbloemen. Enkelen wrijven hun gezicht met +fijne sneeuw om do oogen te verfrisschen, een andere manier om zich te +wasschen verbiedt het gebrek aan water. Sleden en tent worden uit de +opgewaaide sneeuw uitgegraven en eindelijk kan ieder na twee uren de +trekkoorden grijpen, de vurig verlangde verlossing van de pijn van het +nachtleger! Het is nog een geluk als de brandstoffen tot het einde van +zulk een sledevaart toereikend zijn. Indien de voorraad ten einde +raakt, dan moeten de manschappen zich er aan gewennen, het rauwe, nog +warme vleesch van gevelde muskusossen te verorberen, en de drang tot +zelfbehoud walgde zelfs niet van bosjes haar en de wol der dekens, +vermengd met broodkruim, peper en jeneverbessen! + +Tot midden Juli werden deze sledevaarten langs de kusten ondernomen, en +daarbij 77 breedtegraad bereikt. Toen het poolijs zich echter in +beweging zette, moest de „Germania” trachten uit haar winterkwartier +los te komen. Een nieuwe voortgang naar het Noorden bleek onmogelijk te +zijn, de expeditie gebruikte den overigen tijd tot verdere onderzoeking +van de kust; daarbij ontdekten zij den Keizer-Frans Jozeffjord, die +diep tot in het binnenste van Groenland voert en aan grootschheid van +natuurschoon met de meest romantische Alpenstreken kan wedijveren. + +Averij aan den stoomketel maakte, vroeger dan men gedacht had, een eind +aan den verderen ontdekkingstocht van de „Germania” en zij konden van +geluk spreken, dat zij nog zooveel stoom hadden, om den pas ontdekten +fjord te verlaten. Den 17den Augustus lichtte men het anker voor den +terugtocht en na twee dagen moeitevol en opwindend heen en weer zeilen +door een gordel van pakijs, hoorde de bemanning eindelijk met +onbeschrijflijke vreugde de branding van de open zee weer tegen de +ijsschollen klotsen. De 10den September liep de „Germania” gelukkig +reeds weer den Wezer binnen en landde den 11den September aan haar +uitgangspunt Bremerhaven. + + + + + + + + +9. DOOR IJSBEREN AANGEVALLEN. + + +Naast de muskusossen, die in tegenstelling van hun leelijk uiterlijk, +evenals de schapen, tot wier familie zij behooren, zeer onschuldig +bleken te zijn, waren voor de manschappen van de „Germania” de talrijke +rendieren gedurende hun overwintering een zeer welkom wild. Daar de +oostkust van Groenland geheel onbewoond was, toonden de dieren niet de +minste schuwheid voor de voor hen vreemde menschen en liepen vaak +regelrecht voor het geweer; zelfs de poolvossen, die dikwijls rondom +het schip slopen, waren zoo tam, dat ze zich met de hand lieten +streelen. + +Bedenkelijk en met het vorderen van den winter steeds gevaarlijker +werden echter de bezoeken van de ijsberen, en de bemanning van de +„Germania” had ruim gelegenheid op te merken, dat deze roofdieren +volstrekt geen winterslaap hielden, zooals men vroeger meende. Steeds +meer lieten de ongenoode gasten zich in de nabijheid van het schip +zien, vanwaar hun allerhande heerlijke geuren tegemoet stroomden en het +kwam zoo ver, dat de „Germania” gewoon belegerd werd door een kring van +deze gevaarlijke dieren, en niemand meer zonder geleide ook maar eenige +schreden het schip kon verlaten. + +Het was op den 13den Januari, in den voormiddag, de tijd waarop de +manschappen gewoonlijk buiten bezig waren, en moesten wandelen, dat een +der matrozen, Kleutzer geheeten, op eigen gelegenheid den nabijgelegen +Germaniaberg beklom, om het landschap, in het reeds helderder wordend +middaglicht, op te nemen. Boven aangekomen ging hij welgemoed op een +rots zitten en zong vroolijk een lied de stille heldere lucht in. Heel +toevallig keek hij om; daar stond maar enkele schreden verwijderd een +geweldige ijsbeer, die met ernstige uitdrukking den vreemdeling bekeek. +De matroos was een even kalm en vastberaden als krachtig man en in +gewone omstandigheden zou er niets bijzonders aan de zaak zijn geweest; +de beer stond prachtig onder schot en kon niet zoo gemakkelijk gemist +worden, maar—Kleutzer was geheel ongewapend en had zelfs geen mes bij +zich. Onbegrijpelijk, niet waar? Want nog slechts enkele dagen geleden +was een beer bij het schip gezien. En alleen verklaarbaar door de +noodlottige zorgeloosheid, welke den matrozen eigen is en door de +omstandigheid, dat tot nu toe bijna alle beren voor de ongewone +verschijningen der poolvaarders gevlucht waren en de matrozen nog geen +respect hadden ingeboezemd. + +Kleutzer ziet zich dus ongewapend en ver van zijn makkers, alleen +tegenover den beer. Vlucht is de eenige, al is het dan ook +twijfelachtige redding en reeds komt de vermetele gedachte bij hem op, +zich op goed geluk langs de steile gletscherhelling omlaag te storten. +Maar hij neemt toch liever de zachter glooiende zijde en begint nu hard +den berg af te loopen. Na een poos kijkt hij om, de beer loopt als een +groote hond op zijn gemak hem achterna. Zoo gaat het een tijdlang +bergaf, zoo hard als het terrein het toelaat. Stond Kleutzer stil, dan +stond de beer ook stil, ging hij verder dan volgde de beer langzaam, en +ging hij hard loopen, dan volgde de beer, in hetzelfde tempo. Zoo waren +de twee al een goed eind gevorderd en Kleutzer waande zich zoo goed als +gered. Het begon den beer zeker te vervelen, hij bleef den vervolgde +tenminste dichter op de hielen. + +Dat werd den matroos toch te griezelig en terwijl hij steeds +voortholde, slaakte hij, om het dier te verschrikken en om hulp te +krijgen, een luiden kreet. In het eerst scheen de beer er door +verbluft, maar daarna woedend geworden, naderde hij den vluchteling nu +steeds meer, zoodat deze den heeten adem van het monster reeds meende +te voelen. In dezen ontzettenden toestand kwam Kleutzer de bekende +berengeschiedenis in de gedachte, die hem juist kort geleden was +verteld, waarin de vervolgde zich redde door den beer kleedingstukken +voor te werpen; bij het onderzoek er van hield de beer zich zoo lang +op, totdat hulp kwam opdagen. Kleutzer trekt dus, al voortsnellend, +zijn buis uit, en werpt het achter zich en ziet, de list helpt. De beer +blijft staan en begint een nader onderzoek van het buis, dat hij +besnuffelt en heen en weer schudt. Kleutzer vat nieuwen moed, snelt +verder den berg af en stoot uit volle borst een kreet om hulp uit, die +ver door de stille streek weergalmt. Maar al te gauw is de beer hem +echter weer op de hielen en Kleutzer werpt hem nu de muts, dan het vest +toe, waardoor hij weer een voorsprong krijgt. Kleutzer ziet reeds dat +redding nadert, en eenige kameraden over het ijs toesnellen. Met +inspanning zijner laatste krachten loopt en schreeuwt hij weer, maar +alle hulp schijnt vergeefs, want steeds sneller nadert de vervolger en +Kleutzer moet nu het laatste wat hij nog geven kan, afstaan, zijn +wollen doek, welken hij het dier tegen den kop werpt. + +Maar de beer, door het geschreeuw opnieuw getergd, werpt den doek door +een ruk met den kop, met verachting van zich, en dringt steeds +begeeriger op den weerlooze toe, die reeds den kouden, zwarten snuit +aan zijn hand voelt. Nu schijnt hij verloren te zijn; de matroos weet +geen raad meer,—daar komt hij op een prachtige gedachte: met zijn +lederen gordel de keel van het dier dicht te snoeren. Strak kijkt hij +in de meedoogenlooze oogen van het beest—een kort oogenblik van wanhoop +treedt in, daar—schrikt de beer door iets wat op zij gebeurt, het +volgend oogenblik verwijdert hij zich in volle vaart! Het geschreeuw +der kameraden die ter hulpe kwamen, had hem blijkbaar verschrikt, en +hij vond het ’t verstandigst het op een loopen te zetten. Kleutzer was +als door een wonder gered. + +Nog veel erger was een aanval op den astronoom der „Germania” in het +begin van Maart. + +Tegen negen uur in den avond was Dr. Börgen naar buiten gegaan, om een +hemelverschijnsel gade te slaan en te gelijkertijd de meteorologische +aanteekeningen op te nemen. Juist op het punt aan land te gaan, +ontmoette hij kapitein Koldewey. Die twee spreken nog een oogenblik met +elkaar, waarop de een naar het observatorium, de ander naar het schip +gaat. Op den terugweg van het observatorium, nog vijftig schreden van +het schip verwijderd, hoort Dr. Börgen een geruisch links naast zich en +staat hij tegenover een op hem toekomenden beer. De aanval geschiedde +zoo plotseling, dat Börgen van het geweer geen gebruik kon maken, ja +later niet eens kon zeggen, of de beer zich had opgericht en hem met +zijn klauwen op den grond geworpen of omvergeloopen had. Het eerste wat +Börgen voelde, wat het indringen van het gebit in de huid van zijn +hoofd, dat slechts door een dun lakenschen muts was bedekt. De beer +spande zich in, zooals hij dat met zeehonden pleegt te doen, den +schedel van zijn slachtoffer te breken, maar zijn tanden gleden er +knarsend af. Een luide hulpkreet verjoeg het dier voor een oogenblik, +het keerde echter onmiddellijk terug en beet nog verscheiden keeren in +het hoofd van Dr. Börgen. Dat het gebit den schedel niet verbrijzelde, +was stellig toe te schrijven aan de omstandigheid, dat het geen +volkomen volwassen dier was. De hulpkreet was intusschen door den +kapitein vernomen. Hij snelde op het dek, alarmeerde de bemanning en +allen snelden den in gevaar verkeerenden makker te hulp. Het geraas dat +ontstond, joeg den beer schrik aan, en nu beproefde hij zijn +slachtoffer, dat hij aan het hoofd vast had, en dat zich door +machtelooze stooten in de ribben van het dier trachtte te weren, in +zekerheid te brengen. Daar weerklonk een schot; het dier schrok, liet +Börgen los en sprong een paar schreden ter zijde, maar eensklaps greep +het zijn arm en daarna zijn hand, die in een bonten handschoen was +gehuld. Dit oponthoud maakte het den vervolgers mogelijk te naderen, +maar toch zou de beer met zijn buit zijn ontkomen, indien hij tegen den +oever was opgeklauterd. Maar hij nam zijn weg langs de kust, waar door +de oneffenheid van het ijs zijn snelheid van loopen aanmerkelijk werd +vertraagd, terwijl de toesnellenden op het gladde ijs snel dichterbij +kwamen. Toch werd Börgen ongeveer driehonderd schreden ver +voortgesleept en door den doek, waarvan de beer de einden ook beet had +gepakt, werd hij bijna geworgd. Eindelijk liet het ondier los; dadelijk +daarop bukte kapitein Koldewey zich met een „Goddank, hij leeft nog!” +over het lichaam van den geleerde. + +Eenige schreden terzijde stond de beer, blijkbaar nog overleggend, wat +hem te doen stond, totdat een kogel hem vertelde, dat het hoog tijd +werd zich uit de voeten te maken. Aan het vervolgen van den beer dacht +echter niemand, daar de allereerste taak nu was, den gewonde aan boord +te brengen; het duurde verscheiden weken, voordat deze van de vele +wonden, die de ijsbeer hem had toegebracht, genezen was. + + + + + + + + +10. TWEEHONDERD DAGEN OP EEN IJSSCHOTS. + + +Het lot van de „Hansa” waarop kapitein Hedemann het bevel voerde en die +in dr. Buchholz en dr. Laube twee wetenschappelijke medewerkers aan +boord had, was niet zoo gelukkig als dat van de „Germania”. Ze was door +een verkeerd begrepen signaal te ver naar het Westen gezeild, en zat +spoedig, nadat zij het hoofdschip uit het gezicht verloren had in het +ijs vast, dat langzaam naar het Zuiden dreef. Land te bereiken was +onmogelijk en men moest voorbereid zijn op een overwintering tusschen +het drijfijs. Met of zonder schip? Dat was de moeielijke vraag, van +welker beslissing het lot der geheele bemanning die veertien man sterk +was, afhing. Ondenkbaar was het niet, met het ijs verder te drijven en +in Februari ongeveer bij IJsland weer vlot te worden. Maar hoeveel +Groenlandvaarders van vroegers tijden, die eveneens met hun schepen +tusschen het ijs der Groenlandsche kusten waren gedreven, waren daarbij +niet te gronde gegaan. + +De ijspersingen kwamen steeds meer voor en spoedig moest men zich +voorbereiden op het verlies van de „Hansa”. + +De booten gaven te weinig beschutting tegen storm, koude en sneeuw; in +de allereerste plaats moest er dus voor een goed onderkomen worden +gezorgd. Vierhonderd vijftig schreden van het schip verwijderd zocht +men een stevig stuk ijs, dat geen gaten had, en oogenschijnlijk niet +zoo spoedig door de wrijving met andere ijsvelden zou doorbreken. En +hier begon men een huis te bouwen. Bouwsteenen waren de voorhanden +zijnde briquetten, een uitnemend bouwmateriaal, dat de vochtigheid +opnam en de warmte in de binnenruimte hield. Water en sneeuw was de +kalk; hoe sterker het vroor, des te beter vorderde het werk; men +behoefde slechts in de voegen en spleten der kolensteenen fijne sneeuw +te strooien en daar water op te gieten—in tien minuten was alles tot +een vaste massa bevroren. De kap van het dak werd getimmerd uit +scheepshout en met zeildoek en matten bedekt en om aan het luchtige dak +meer dichtheid en vastheid te geven, werd er nog sneeuw opgeschept. De +vloer werd eveneens met briquetten belegd, in het huis, dat 3 October +na een arbeid van zeven dagen gereed kwam, werd proviand voor twee +maanden gebracht; vooral brood en vleesch, conserven, spek, wat koffie +en alcohol, brandhout en kolen. Tegelijkertijd werd het schip zelf voor +de mogelijke overwintering ingericht. + +Intusschen dreef de „Hansa” steeds meer naar het Zuid-Westen. Een +laatste poging om te voet tot het land door te dringen bleek +onuitvoerbaar door een waterarm, die parallel met de kust liep. + +Den 18den October begon het ijs den strijd met het ingesloten schip. In +regelmatige tusschenruimten, als door een gelijkmatigen golfslag in het +leven geroepen, begon het persen en schroeven der ijsmassa, het dreunen +en knallen, piepen en fluiten onder het ijs. Nu eens klonk het als het +knarsen van deuren, dan weer als een verward door elkaar spreken van +stemmen, dan weer als het remmen van een trein. Het ijsveld, waarin de +„Hansa” lag, had zich onder het drijven omgedraaid en drong het schip +nu steeds sterker naar het kustijs. De masten schommelden en het was +den stuurman boven op zijn brug vaak, alsof iemand hem naklom. + +Dat was slechts het voorspel der gebeurtenissen in de eerstvolgende +dagen. Onder storm en sneeuwjachten werden de persingen van het ijs +steeds sterker, gaandeweg hieven de ijsmassa’s den voorsteven omhoog, +terwijl de achtersteven van het schip ingeklemd bleef en een +vreeselijken druk had te weerstaan. Elk oogenblik kon de catastrofe +plaats hebben en dan was de eenige toevlucht voor de mannen het +kolenhuis op het ijs! + +In de grootste haast werd nog alles uit het schip gehaald, dat aan +kleedingstukken, bedden, brandstof en proviand diensten kon bewijzen. +Toen de persing wat minderde, bleek, dat het schip op een onbereikbare +plaats een gat had gekregen. + +Het pompen was vergeefs en de „Hansa” begon langzaam te zinken. Wat nog +maar van eenige waarde kon zijn, werd gehaald en op het ijs gebracht; +de tot nu toe bijeengebrachte wetenschappelijke verzamelingen en +fotografische opnamen gingen echter verloren; de masten werden gekapt +en met al het takelwerk op het ijs gesleept; daarna werden de touwen +losgemaakt, waarmede het ijsanker de „Hansa” nog aan het veld +vasthield, opdat de ijsschol zelf niet door het zinkende schip werd +verbrijzeld. In het rond lagen in chaotische verwarring de meest +verschillende zaken door elkaar, met den dood kampende en van koude +bevende ratten, die door het water uit het scheepsruim waren gedreven, +liepen er tusschen, en in den nacht van den 21sten op den 22sten +October zonk de „Hansa” in de ijzige diepte! + +Nu moest men zich eenigszins huiselijk in het kolenhuis inrichten. Het +niet luchtdichte dak van zeildoek werd door een planken dak vervangen +en om licht en lucht in de zwarte woning te brengen, werden twee +klepramen in het dak aangebracht, maar die toch het grootste gedeelte +van den dag het lamplicht niet onontbeerlijk maakten. Aan beide zijden +van de middengang werden britsen om op te slapen geplaatst en tegen den +wand houtvoering aangebracht om het vastvriezen der kussens te +beletten. Twee kachels zorgden voor voldoende verwarming. Tegen de met +zeildoek bekleede muren werden planken getimmerd, waarop boeken, +instrumenten en kookgereedschappen geplaatst konden worden; de +scheepskisten dienden voor tafel en banken. De vergulde spiegel uit de +kajuit prijkte tegen den zeildoeken wand, daaronder een kostbare +barometer en de klok. Het grootste deel van de proviand en brandstof +werd van de plaats, waar de „Hansa” was gezonken naar het huis gesleept +en daar opgestapeld. Daar de sneeuw spoedig zoo hoog als de muren van +het huis kwam, werd een vijf voet breede gang rondom de woning gegraven +en met zeildoek gedekt. Dat was de eetkamer. Een voor ongeveer twee +maanden dienend deel van de proviand werd in de booten gepakt, die +elken dag uit de sneeuw moesten gegraven worden. Een valreeptrap diende +om in het huis te komen, dat als een vossehol, ternauwernood met het +dak uit de sneeuw stak en om sneeuw en wind van dezen ingang verre te +houden, werd er nog een voorhal met een slingerende gang in de sneeuw +gegraven, waarvan het dak evenals de voorraadschuren was samengesteld. + +Met de vernietiging van de „Hansa” scheen de kracht van het ijs ook +uitgeput te zijn, de ijspersingen hielden op en het ijsveld met de +vreemde nederzetting dreef langzaam langs de ijskust van Groenland, nu +eens dichter, dan weer verder van het land verwijderd, een beweging die +stellig haar oorzaak vond in ebbe en vloed. De schilderachtige vormen +der Groenlandsche rotsige kusten waren meestal duidelijk te zien, +zonder dat er eenige mogelijkheid bestond ze te naderen. + +De veertien kolonisten waren natuurlijk spoedig begonnen hun drijvend +ijsland te onderzoeken, zooals vroeger Robinson zijn eiland. Het bleek +in alle richtingen ongeveer dezelfde doorsnede van ongeveer twee +zeemijlen te hebben en had boven het water een hoogte van vijf voet, +waaruit volgens de ervaring besloten konden worden, dat de sterkte van +het ijs onder het water op meer dan veertig voet geschat kon worden. +Overigens bood ze slechts het beeld van een gelijksoortig met sneeuw +bedekte, gelijke vlakte en als men zich verwijderde, van het diep in de +sneeuw begraven huis, dan verdwenen spoedig alle herkenningsteekenen +der nederzetting behalve de donkere punten der beide schoorsteenen, de +na elke sneeuwjacht weer opengelegde booten en de mast met de +wapperende Noord-Duitsche vlag. Maar een afschrikwekkend woest gezicht +leverden echter de randen van het ijsveld, namelijk in het Westen en +Noord-Oosten. De wrijvingen en persingen met aandrijvende schollen +hadden hier muren opgestapeld tot tien voet hoogte. In den zonneschijn +glinsterden de sneeuw-kristallen als millioenen diamanten. Het avond- +en morgenrood gaf aan de witte vlakten een vaal-groene kleur. De +nachten waren prachtig helder, zoodat men het fijnste schrift zonder +moeite kon lezen. Het noorderlicht verscheen bijna elken nacht, +dikwijls zoo intensief sterk, dat de glans der sterren verdoofde en de +voorwerpen op het ijs schaduwen wierpen. + +In deze sprookjesachtige ijswereld ontwikkelde nu het kleine hoopje +schipbreukelingen een bedrijvige, geregelde werkzaamheid het eenige +middel om zich over het tot wanhoop brengend traag voortsluipen der +dagen, weken en maanden heen te helpen. ’s Morgens te zeven uur wekte +de laatste nachtwacht de kameraden, die zich snel in hun wollen +kleederen wierpen, met gesmolten sneeuwwater waschten en hun +ochtendkoffie met scheepsbeschuit gebruikten. Dan ging ieder aan zijn +bezigheden, het maken van allerlei nog ontbrekende nuttige voorwerpen, +het naaien van zeilen, het kloven van hout, herstellen van kleeren, het +dagboek bijhouden en lectuur. Bij heldere lucht werden astronomische +waarnemingen gedaan en de noodige schriftelijke berekeningen gemaakt. +Te één uur werd er gemiddagmaald, het hoofdbestanddeel was een +krachtige vleeschsoep en de rijkelijk voorhanden zijnde conserven +zorgden telkens voor afwisseling der bijgerechten. Gezouten vleesch en +spek werden weinig gegeten; het spek der gevangen walvisch waarop de +mannen dikwijls jacht maakten, werd meestal slechts als brandstof +gebruikt. Nu en dan leverde een nieuwsgierige ijsbeer kostelijk gebraad +in de keuken. Met spiritualiën werd zeer spaarzaam omgegaan, slechts op +den Zondag gunde men zich een glas sterken portwijn. De +gezondheidstoestand der manschappen bleef dan ook gewoon goed. + +Zonder ernstige gevaren ging December 1869 voorbij. Het Kerstfeest werd +volgens het gebruik in het vaderland feestelijk gevierd, de matrozen +hadden uit dennenhout en berkenrijs een kunstige kerstboom opgericht, +en den kapitein zelfs verrast met eigen vervaardigde geschenken. +Eveneens werd oudejaarsavond met geweersalvo’s en vroolijke punch +doorgebracht, en als ooit gelukwenschen bij het nieuwe jaar met +klinkende glazen diepernstig worden gemeend, dan was het hier in den +helderen poolnacht op de drijvende ijsschots der Duitsche +Hansavaarders. + +Met een ontzettend stormweer, zette het jaar 1870 den tweeden Januari +in. Reeds in den ochtend van dien dag meenden de kapitein en de +officieren een eigenaardig geraas te hooren, alsof iemand met den voet +langs den grond krabde. + +Toen ’s middags de manschappen zich hadden neergelegd voor de +middagrust, klonk hetzelfde geruisch, maar veel sterker. Het was een +krabben, stommelen, knetteren, een zagen, steunen en knarsen, alsof +griezelige geesten onder de ijsschots aan het razen waren. Opgeschrikt +sprongen allen op en stormden naar buiten; zeker was de plaats met +proviand rondom het huis ingestort. Maar er was niets te ontdekken en +buiten kon men in den sneeuwstorm geen tien pas ver zien. Maar tusschen +het woeden van den storm, steeds dit schuiven en kraken van het ijs, en +als men het oor op den grond legde was het alsof water onder de +schollen vloeide. Er was geen twijfel aan: het ijsveld begon te barsten +of aan de kanten af te brokkelen en één oogenblik kon over het leven en +den dood der veertien menschen beslissen! + +In dezen ontzettenden toestand brachten de in sneeuw en ijs begravenen +twee eindelooze dagen door. Toen de storm was uitgewoed, en in den +morgen van den vierden Januari de lucht weer helder was, zagen de +kolonisten met ontzetting, dat de vorm van hun ijseiland veranderd was, +en de doorsnede nu hoogstens één zeemijl bedroeg! Het kolenhuis lag +naar drie kanten slechts tweehonderd schreden van den rand van de +schots verwijderd, naar den vierden kant nog duizend schreden, tegen +drieduizend vroeger. Daarbij waren de randen van het ijsveld zoo met +brokken ijs bedekt en vol gewaaid met sneeuw, dat aan een halen der +booten en aan redding naar de nabijzijnde kust niet viel te denken. De +Hansamannen waren en bleven de gevangenen van het onverbiddelijke ijs! +Den 11den Januari stormde ’s morgens vroeg de matroos van de wacht met +den alarmkreet: „alle man gereed” het huis binnen; een onbeschrijfelijk +gevaar woedde in de naaste omgeving. Opnieuw begon het ijsveld aan alle +kanten af te brokkelen; ongeveer vijf en twintig schreden van het huis +verwijderd gaapte eensklaps een ijsspleet, het afgebrokkelde stuk +verhief zich huizenhoog en dreef met het opgestapelde brandhout naar de +woedende zee. De weer kleiner geworden ijsschol met het kolenhuis +verhief zich en daalde weer omlaag, en weer scheen het laatste uur der +kolonisten te zijn geslagen. Zij namen afscheid van elkaar en +verdeelden zich bij twee hunner booten in twee groepen. Zoo stonden zij +en hurkten zij neer gedurende een ganschen dag, voorbereid op de +laatste ramp. Maar als door een wonder hield juist dat deel der +ijsschots, waarop zij zich hadden neergezet nog stand. ’s Avonds legden +zij zich eenigszins gerustgesteld in het huis neer, maar omstreeks +middernacht schrok weer een angstige kreet de slapers op. Zij gunden +zich den tijd niet eerst door de lange sneeuwgang te loopen, maar +stieten het dak door en klauterden zoo naar buiten. Vlak naast het huis +verhief zich een kolom van reusachtige hoogte—slechts enkele +oogenblikken. Toen klonk de geruststellende stem van den kapitein: „Het +is voorbij!” + +Of het werkelijk een ijsberg was, of maar een luchtspiegeling of +misschien de hooge kust, was door de snelheid, waarmede het griezelige +spooksel verdween, niet uit te maken. + +Maar den 14den Januari werd, door het plotseling openen van een spleet +in het ijs, het kolenhuis zelf vernield en de mannen moesten zich in de +booten redden! Uit de puinhoopen werd een kleiner woonhuis gebouwd, +waarvan het dak den eersten nacht reeds door den storm werd weggewaaid. +Er was slechts plaats in voor zes man, de overigen moesten een onderdak +in de booten vinden. Volgens het getuigenis van den kapitein, hield de +dappere Duitsche schaar zich in die dagen van schrik, toen de dood +achter elk ijsblok grijnsde, voorbeeldig, en de eenige vreemdeling +onder hen, de Hollandsche kok, behield zelfs zijn drogen zeemanshumor +in de angstigste oogenblikken. In al die dagen, toen de schemerachtige +koude ochtenduren bij storm en sneeuwjacht steeds nieuwe tooneelen van +verwoesting in het rond onthulden, wist hij toch zijn kameraden, alsof +er niets gebeurd was, de morgenkoffie klaar te maken, en toen de +instorting van het huis hem juist verraste, terwijl hij met de +reparatie van zijn ketel bezig was, zeide hij: „Als de ijsschol nu maar +zoolang wilde stand houden, totdat ik met mijn ketel klaar ben! Ik +wilde nog thee voor den avond klaar maken, opdat wij „voor de afreis” +nog wat warms hebben!” + +De geweldige ijspersingen in Januari kwamen voornamelijk daardoor, dat +de schol met de schipbreukelingen in dien tijd tusschen IJsland en +Groenland doordreef, waar de ijsmassa’s, vooral door het veelvuldig +vooruitspringen der Groenlandsche kust in talrijke kapen steil op +elkaar schoven. Zoodra zij Kaap Dan voorbij waren gedreven, waar de +kust van Groenland naar het Westen terugwijkt en in het Oosten de grens +van IJsland wegvalt, houdt de ijsopstopperij op en de scènes aan de +golf „der Verschrikking”—zoo werd de golf genoemd, waarin den 4den +Januari de Hansaschol geheel dreigde te barsten—herhaalden zich niet +meer. Maar naast de elken dag dreigende ijsbergen, verhief zich nu een +nieuw gevaar. Reeds in Februari begon de zon merkbaar haar invloed uit +te oefenen; den 17den April steeg de thermometer tot tien graden +warmte! Begin Mei stroomde hevige regen neer en de hut der +schipbreukelingen, die vroeger in het dal had gestaan, lag nu na het +smelten van de sneeuw op een heuvel. + +Daar vertoonde zich den 7en Mei rondom de schots naar alle kanten +water, en het oogenblik der verlossing uit de ijzige gevangenschap +scheen gekomen. Nadat de kapitein den geheelen ochtend ijs en weer had +gadegeslagen, werden de booten na het eten in koortsachtige haast +geledigd en over den rand der schol geschoven, daarna weer geladen en +na drie uur was alles „gereed”. Nog een laatsten dankbaren blik op het +getrouwe ijseiland geworpen, dat de Hansamannen tweehonderd dagen lang +door alle gevaar gelukkig heen had gedragen en na een driewerf hoera +gingen de drie booten te 4 uur in den namiddag onder zeil. ’s Nachts +werden ze weer op het ijs gehaald, wat telkens groote inspanning +kostte; en zoo naderden zij tot op anderhalve zeemijl het land. Maar +hier had het kustijs zich tot een ondoordringbare massa samengeschoven, +en verscheiden dagen moest er op het ijs worden gebivouakeerd. Met den +verrekijker konden zij reeds op het land de beken van de steile +hellingen omlaag zien storten, en frisch water stond overal op de +schollen; op zekeren dag zoemde zelfs een vroolijke vlieg rondom het +zeil. Het bedenkelijk minderen van de proviand dwong de bemanning nu, +het kostte wat het wilde, de kust te bereiken, en onder onnoemelijke +inspanning en onophoudelijke stortregens, die alle nachtrust beletten, +werden de booten voetje voor voetje door het labyrint van ijs +geschoven, naar het drie mijlen verwijderde eiland Illuilek. De +maaltijden bestonden ’s morgens en ’s avonds nog maar uit een vierde +pond brood en een klein stuk spek en het opraken van den voorraad +spiritus, maakte het bereiden van warme dranken spoedig onmogelijk, nu +er geen zeehonden meer werden aangetroffen met hun brandbaar spek. +Daarbij droomden de mannen in enkele uren van onrustigen slaap van +prachtige maaltijden en voelden dan bij het ontwaken de leegte van hun +maag des te kwellender. + +Den 4den Juni gelukte het eindelijk het eiland te bereiken. Vier weken +waren verstreken sinds het verlaten der ijsschol, en de proviand zou nu +nog slechts voor ten hoogste veertien dagen toereikend zijn. Het eiland +was echter niets dan een rotseiland, en vertoonde geen spoor van +vegetatie, er nestelden slechts enkele meeuwen en alken! + +Den 7den Juni landde de bemanning der „Hansa” eindelijk aan de kust van +het vasteland van Groenland en konden de mannen hier tenminste eens +grondig uitrusten, zonder het voortdurende gevaar van het opdringende +ijs. En na een zesdaagsche zeilvaart kris en kras door de klippen en +fjorden der kust, bereikten de drie booten den 13den Juni gelukkig de +kolonie Frederickstal aan de westkust, waar zij in het daar aanwezige +zendingshuis werden opgenomen en voortreffelijk verpleegd. In +Julianahaab troffen zij een Deensch schip en den 26sten Juli lichtten +de geredden het anker voor de huisreis. + +Den 1sten September 1870 kwamen zij te Kopenhagen aan, en de berichten +van den zegevierenden strijd van Duitschland tegen den Franschen +erfvijand ontvingen zij, die aan het leven waren teruggeschonken! +Denzelfden dag waarop het bericht van den slag bij Sedan de wereld +doortrok, betraden zij te Sleeswijk voor het eerst weer den Duitschen +bodem, en kwamen Hamburg binnen, juist toen de stad ter eere der +overwinning in schitterende verlichting straalde! Zoo waren veertien +dappere mannen aan hun roemrijk vaderland terug gegeven na een +zwerftocht in het poolijs, rijk aan avonturen en heldendaden. + + + + + + + + +11. EEN GORDON-BENNETTVAART NAAR DE NOORDPOOL. + + +Het was de Amerikaansche dagbladondernemer, Gordon-Bennett, wiens naam +destijds in aller mond was door den door hem uitgeschreven grooten +prijs voor de wedstrijden in automobiel en luchtballon, die eens +Stanley naar Afrika heeft gezonden om den verdwenen zendeling +Livingstone op te zoeken. Naast het onderzoek van tropisch Afrika, +waarvoor hij groote sommen beschikbaar stelde, beproefde hij echter ook +de verovering van de Noordpool. Hij had de geschiedenis der +Noordpoolreizen bestudeerd en daarbij was hem opgevallen, dat +verscheiden schepen, die van den Atlantischen Oceaan naar het Noorden +voeren, in een zeestrooming geraakten, die met drijfijs was bedekt en +waardoor zij naar het Zuiden werden teruggedrongen. Als dus een schip +door de Beringhstraat tusschen Azië en Amerika doorging, moest het nut +trekken van deze strooming en kon misschien juist door deze, langs de +Noordpool naar de andere zijde van den Oceaan worden gedreven. + +Gordon-Bennett kocht dus een schip, dat reeds vroeger dienst gedaan had +bij het zoeken naar Franklin. Het kreeg te New-York den naam van +„Jeannette” en bij den doop was ook Stanley tegenwoordig, die juist van +zijn tweede Afrikareis was teruggekeerd. De „Jeannette” zeilde geheel +Amerika om en deed San Francisco aan, om daar haar uitrusting te +voltooien. Er werd voor drie jaar proviand ingescheept. De kapitein en +leider der expeditie was De Long, de eerste machinist heette Melville, +de arts dr. Ambler. Daar kwamen nog vijf andere officieren bij; de +bemanning bestond uit vier en twintig man; daaronder bevonden zich twee +Indianen, bekwame jagers, en twee Chineezen ter verzorging der keuken. +De geheele onderneming kostte 1.080.000 gulden. + +De Long kreeg van Bennett drie gewichtige opdrachten mede. Ten eerste +moest hij de Noordpool bereiken; bovendien de Noord-West-doorvaart +zoeken, in tegenovergestelde richting van de „Vega”. Van het gelukken +der Zweedsche expeditie wist men toen nog niets; de „Vega” was sedert +een jaar weg en men had nog geen bericht van die expeditie gekregen. +Indien het noodig was, zou De Long haar derhalve hulp brengen. + +Den 8sten Juli 1879 ging de „Jeannette” in zee. Een geheele vloot +stoombooten en jachten deed haar uitgeleide. Mevrouw De Long ging ook +mede, totdat men in open zee was. Daar zeiden de beide echtgenooten +elkaar voor het laatst vaarwel en de dappere vrouw bleef zoolang bij de +borstwering van haar schip staan, als er nog iets van de rookkolommen +van het poolschip was te zien. Een afscheid voor eeuwig! + +De zee stond bol toen de „Jeannette” in open zee kwam, en toen de klok +voor het middageten luidde, begaven zich maar weinigen naar de eetzaal. +De meesten lagen liever in de hut, terwijl het stampende schip als een +meeuw op de golven schommelde. Zelfs geharde zeelieden moesten den +zeegod rijkelijk schatting betalen. + +Op witte vleugelen zweefden de stormvogels rondom het schip en daalden +nu en dan op de golven neer, als afval over boord werd geworpen. +Eenigen werden gevangen; zij fladderden, sloegen met de vleugels en +konden zich niet meer van het schip opheffen, omdat de harde, gelijke +grond hun geen lucht genoeg bood. Vreemd genoeg werden ook zij zeeziek; +ofschoon ze hun leven boven de golven doorbrachten en zoo dikwijls op +de golven wiegden, konden zij het schommelen van het schip niet +verdragen, maar keerden letterlijk hun maag om. Bovendien zaten zij vol +ongedierte, ofschoon de zoutachtige, reine zee hun tehuis was. + +De Chinees werd onder de passagiers het ergste ziek. Dr. Ambler moest +al zijn kennis aanwenden om hem in het leven te behouden: in de eerst +volgende haven werd hij op een ander schip weer teruggezonden. + +De dagen vervolgden rustig hun loop. Men deed waarnemingen en begon met +het verzamelen van de bewoners der zee. ’s Avonds werd muziek gemaakt +op een piano en ’s Zondags leidde De Long een godsdienstoefening op het +achterdek. De zee was kalmer geworden en ver in het Oosten moest de +kust van Canada reeds liggen. Om kolen te sparen vertrouwde de +„Jeannette” zich zoo veel mogelijk aan haar zeilen toe; het duurde +daarom lang, voordat zij door de eilandenketen der Aleoeten de +Behringstraat inliep. + +Op de kust van Alaska werden Eskimohonden aan boord genomen; maar negen +er van werden dadelijk door hun makkers opgegeten en moesten door +nieuwe worden vervangen. De twee Indianen waren meegenomen voor de +verzorging der honden en voor de jacht. Het hondenhok was op het +voordek en daar heerschte voortdurend een helsch geraas, dat maar een +korten tijd minder werd als een der Indianen zijn zweep op het +gezelschap liet neersuizen. + +Op het eiland St. Lorenz vernam De Long, dat de „Vega” drie maanden +geleden gelukkig daar was aangekomen en in zuidelijke richting was +gegaan. Een oude Tschiektsch, die zelf aan boord van de „Vega” was +geweest, gaf uitvoerig verslag over het winterkwartier van het +Zweedsche schip. Om zich van de juistheid der verklaringen te +overtuigen, zeilde De Long naar de plaats van het winterkwartier en +liet zich daar elke mededeeling door de daar wonende Tschiektschen +bevestigen. Er viel dus niet meer te twijfelen aan den gelukkigen +uitslag der Vega-expeditie. Twee van zijn eigen opdrachten waren +hiermede volbracht: de Noord-Oost-doorvaart was gevonden en de mannen +van de „Vega” hadden zijn hulp niet noodig. Nu bleef hem nog slechts +over de Noordpool te bereiken. + +Van San Francisco was een tweede schip naar de Behringstraat gevaren, +om kolen en proviand van de „Jeannette”, weer aan te vullen. Daarna +werd de „Jeannette” nog maar eens gezien en wel door een Amerikaanschen +walvischvaarder; deze vertelde, dat de Poolzee vol drijfijs was geweest +en de „Jeannette” zeker spoedig in het ijs was blijven steken. De +walvischvaarders, die dat jaar het laatst terugkeerden, hadden het +schip niet meer gezien en spoedig begon men er zich ongerust over te +maken. Maar pas na bijna twee jaar, in 1881, werden vijf +hulp-expedities uitgezonden: naar de Noordkust van Alaska, naar +Noord-Groenland, naar Frans-Jozef-land en andere deelen van de +noordelijke IJszee en de Russische regeering werd verzocht alle +Siberische zeelieden bevel te geven, dat zij naar het schip zouden +rondzien, en in geval van nood hulp moesten bieden. + + + + + + + + +12. DE ONDERGANG DER „JEANNETTE”. + + +Intusschen was de „Jeanette” reeds in het begin van September 1879 in +dicht ijs geraakt, en daar zij geen duimbreed meer verder kon, werd het +schip aan een veld drijfijs voor anker gelegd en de vuren onder de +stoomketels werden uitgedoofd. Den volgenden morgen was ze reeds aan +alle kanten ingesloten en gevangen—een en twintig maanden lang! De +zeelieden namen het lot kalm op en hoopten, dat het ijs zich spoedig in +beweging zou zetten. Op de bevroren zoetwaterplassen, die zich op de +ijsschollen vormden, reden de manschappen schaatsen; de een hield zich +bezig met lezen, de ander ging op de jacht. Twee walrussen en eenige +ijsberen werden neergeschoten. Toen een der Indianen zijn eerste walrus +had gedood, stak hij zijn arm in den muil van het nog niet koud +geworden dier, trok er hem weer met bloed bedekt uit, en bestreek toen +zijn voorhoofd eerst met bloed, daarna met sneeuw; dit, had zijn vader +hem verzekerd, bezorgde hem geluk op de jacht. + +Spoedig bemerkte men door waarneming van den hemel, dat het schip +slechts schijnbaar stil lag in het ijs. Een onregelmatige strooming der +zee dreef het geheele ijsveld noord-westelijk. Indien het slechts wat +sneller was gegaan, zou men niet gemakkelijker het poolijs door hebben +kunnen varen! Maar het ging wanhopig langzaam. Dikwijls dreef het +ijsveld in kromme lijnen en cirkels en van het Wrangeleiland naar de +slechts ongeveer duizend meter verwijderde groep der Nieuw-Siberische +eilanden had men bijna twee jaar noodig! + +Zonder gevaar was deze gevangenis der „Jeannette” volstrekt niet. Het +ijs perste ontzaglijk. Het roer werd weggenomen maar de schroef liet +men nog zitten en de dreigende ijsblokken in de nabijheid er van werden +weggeslagen en weggezaagd. De instrumenten werden op een afstand van +eenige honderden meters op het ijs ondergebracht, waar een +observatorium werd gebouwd, dat met het schip in telefonische +verbinding stond. De „Jeannette” lag tusschen twee meter dik ijs, maar +daar hier en daar de ijsvelden, door de ontzaglijke persing op elkaar +waren geschoven, bedroeg de dikte van het ijs op enkele plaatsen tot +zes meter. Bij zulke opschuivingen der ijsmassa’s dreunde het rondom de +„Jeannette” als donder en de grootste voorzichtigheid was noodig. + +Tot dusverre had men gedacht, dat het eiland Wrangel zich noordelijk +naar de Pool als een tweede Groenland uitstrekt. De drift van de +„Jeannette” toonde echter, dat het eiland tamelijk klein was en rondom +de kusten de zee nog grootendeels open was. + +Zeehonden en walrussen kwamen hier in grooten getale voor, maar men +ontmoette slechts twee witte walvisschen. + +In het begin van November werd het kraken van het ijs, dat +onophoudelijk van positie veranderde, hoogst beangstigend. De honden +huilden van schrik, noch zij noch hun meesters hadden ooit zulk een +geraas gehoord. Soms scheidden de ijsschollen zich en dan dreef de +„Jeannette” een korten tijd op het water. Spleten en gleuven openden +zich hier en ginds en gedurende eenige dagen verkeerde de bemanning van +het schip in zulk een opwinding, dat ze er ternauwernood toe konden +komen thee te drinken. + +Den 10den November begon de winternacht van drie maanden, een tijd van +rust, dien men eenigszins gezellig inrichtte. Te zeven uur ’s morgens +klonk de reveille, dan werd het vuur aangemaakt. Te negen uur werd het +ontbijt gebruikt en van elf tot een uur moesten allen op de jacht gaan +om beweging te nemen. Te drie uur werd er voor het middagmaal geluid, +daarna liet men het keukenvuur uitgaan om kolen te sparen. Te acht uur +was er thee en koude keuken, daarna ging men slapen. Het menu bracht +tamelijk veel afwisseling: tweemaal in de week was er gebraden +ijsberen- en robbenvleesch. Wijn werd slechts bij feestelijke +gelegenheden gedronken. + +Met Kerstmis verschenen de manschappen in groot tenue aan den bak om de +officieren geluk te wenschen en werden door hen aan het middageten +genoodigd. De avond werd gevierd met de opvoering van een tooneelstuk +en verder hield men de manschappen bezig met voordrachten, precies als +op de „Vega”. + +In Januari 1880 was de „Jeannette” aan zulke ontzettende ijspersingen +blootgesteld, dat ze lek werd. Waar het lek was, wist men niet, maar in +het voorruim kwam het water zoo hoog, dat de pompen in werking gebracht +moesten worden. Van toen af werkten ze volle achttien maanden! + +Begin Februari werd een witte vos geschoten. Wat ter wereld had die +hier buiten te zoeken? Het eiland Wrangel was nog steeds een groot eind +verwijderd. Meester Reintje had misschien de honden gespeurd, en zich +naar hier laten lokken. Op een anderen keer beproefde een ijsbeer een +bezoek aan boord te brengen; ontvangen door de woedende honden, maakte +hij volstrekt niet, dat hij wegkwam, maar joeg zijn tegenstanders op de +vlucht. Het dappere dier had wel een beter lot verdiend, dan in kleine +porties op de tafel der „Jeannette” te verschijnen. + +Toen de zon, door stormachtig gejubel begroet, terugkeerde, waren de +gevangenen verbaasd te zien hoe bleek en grauwgeel zij er uitzagen. De +koude daalde tot bijna vijftig graden; het was hier dus nog vier graden +kouder dan in het winterkwartier van de „Vega”. + +In Mei vertoonde zich nu en dan een meeuw, ook soms een verdwaalde +eidergans of een wilde eend. Gedurende den zomer was het heerlijk weer. +De honden vonden den voortdurenden zonneschijn zelfs hinderlijk warm en +lagen hijgend aan de schaduwzijde van het dek. + +Zoo dreef de „Jeannette” van maand tot maand in haar ijsveld steeds +verder naar het Noorden, en indien zij stand had kunnen houden tegen +het ijs, dan was zij zeker de Noordpool voorbij of althans in haar +nabijheid gekomen! De waarnemingen der zeelieden schenen aan te toonen, +dat de geheele Poolzee met een mantel drijfijs bedekt was, dat, althans +in de nabijheid der Siberische kusten, langzaam den tegenovergestelden +weg van den wijzer eener klok aflegde, namelijk van het Oosten over het +Noorden naar het Westen. + +Daarna begon de tweede nacht, die drie maanden duurde. De gezondheid +der gevangenen leed meer dan in den eersten winter. Teekenen van +scheurbuik, de vernielende ziekte der poolstreken, waaraan reeds +zooveel menschenlevens ten offer waren gevallen, vertoonden zich en de +scheepsdokter had handen vol werk. + +Den 18den Mei zag de loods van zijn uitkijk aan den top van den +grootsten mast, in het Zuidwesten, waar tot nu toe nog geen land bekend +was, een kust. Het was slechts een klein eiland; het kreeg voor goed +den naam van het in het ijs gevangen gehouden schip. Eenige dagen later +kwam weer een eiland in het zicht, waar de „Jeannette” langzaam voorbij +ging. In het begin van Juni openden zich rondom het schip gapende +spleten in het ijs. Den avond van den 10den werden heftige stooten +gevoeld en gedurende de uren van den zonhelderen Juni-nacht barstten de +ijsvelden overal in het rond, alom vertoonden zich groote watervlakten, +en de „Jeannette” was bijna vlot. Het roer werd weer aangezet, onder +den stoomketel het vuur gestookt, en men verheugde zich in de hoop +eindelijk weer uit het pak-ijs te komen. + +Met het vlot worden van de „Jeannette” eindigt het logboek van kapitein +De Long, maar in zijn dagboek vervolgt hij het verslag. De „Jeannette” +kwam den 11den Juni in den voormiddag geheel vrij van ijs en allen +waren vervuld van een gevoel, alsof het schip zoo juist van stapel was +geloopen! De geheele bemanning stormde uit de kajuiten naar het dek en +jubelde over het kristalheldere, blauwe bekken, waarin de „Jeannette” +zwom. + +Men ging voor anker liggen in de verwachting van een vaarwater, dat +zich zou openen. Maar men wachtte vergeefs! Weer schoof het ijs aan +alle kanten te zamen en den 12den Juni zat het schip erger dan ooit in +het ijs bekneld. Het weer was prachtig. Toen men weer eenigszins van +het persen van het ijs was bekomen, ging een deel der bemanning op +jacht en gedurende hun afwezigheid begon het persen van het ijs +opnieuw. Het vlaggesignaal van De Long riep allen terug aan boord en +toen de laatste jager, een Indiaan, hijgend aankwam met een zeehond op +den schouder, dien hij had geveld, perste het ijs reeds zoo, dat het +schip overhelde. Allen verkeerden in de grootste opwinding. Zonder +eenigen twijfel moest de „Jeannette” als glas tot splinters gaan, als +het ijs met al zijn kracht verder perste en het drong stormachtig +nader. Het schip streed zijn doodstrijd; het werd zoo samengedrukt, dat +het dek zich als een golf verhief en de trap naar de commandobrug +instortte. De machinist verliet eveneens zijn post met den kreet van +schrik: „Het ijs dringt in het kolenruim”. + +Daarna hoorde men nog slechts het water alle lekken binnen stroomen. +Officieren en manschappen werkten als galeislaven. De Long deelde zijn +bevelen uit vanaf de commandobrug, de matrozen stonden halverwege in +het water en reikten elkaar kisten met proviand toe. Maar toen het +water onder het dek steeds hooger kwam, moesten zij hun plaats +verlaten. Sleden, booten en een voorraad levensmiddelen had men reeds +geruimen tijd te voren op een veilige plaats van het schip verwijderd, +gereed gehouden. Nu moest nog slechts gered worden, wat op de een of +andere wijze geborgen kon worden. Officieren en manschappen hadden hun +eigendommen bij elkaar gepakt en het werd hoog tijd, deze te halen, +want het water stond reeds in de kajuiten en salons. Op den bezaansmast +werd de vlag geheschen—voor den ondergang. + +Wat gered was, werd naar het kamp gedragen, waar de tenten opgeslagen +waren. Intusschen drong en drong het ijs het schip sterk naar +stuurboordzijde; het was reeds tot boven toe vol water en werd nog +slechts door den druk van het ijs gehouden. + +De laatste manschappen waren van het dek gesprongen, dat langzaam door +het water werd overstroomd; nu verliet ook de kapitein, als +allerlaatste, de commandobrug van zijn zinkend schip! Den 13den Juni te +drie uur in den morgen stond de geheele scheepsromp onder water, de +schoorsteenen verdwenen in de golven, de masten staken nog alleen +omhoog. Knallend versplinterden de raas tegen de ijskanten en ten +slotte gaapte een wak, als een graf; nog slechts enkele boeien en +planken dreven rond. De bemanning der „Jeannette” stond zoo stil en +zwijgend als bij een begrafenis, de honden huilden klagend. Daarna +schoof langzaam een ijsschots over het wak, als een ijzeren deksel van +een crematorium! + +Zwijgend gingen de mannen naar het kamp, waar alles dooreen lag +opgestapeld. Er waren levensmiddelen voorhanden voor twee à drie +maanden: vleesch, brood, suiker, thee, chocolade, vleeschextract. Zij +hadden verscheiden geweren en twee duizend patronen. Twee sloepen, en +een walvischboot, sleden en tenten waren eveneens gered. + +Verlaten en woest lag in het rond het ijslandschap. Geen spoor meer van +het schip, dat zoolang het tehuis der mannen was geweest. Zij voelden +zich als arme sukkels, die door den kwaden huisbaas op straat waren +gezet. De ongeluksdag was een Zondag; op den gewonen tijd riep De Long +de zijnen bijeen voor de godsdienstoefening. + +Daarna werd het kamp in orde gebracht en de tenten geriefelijk en warm +ingericht. De Nieuw-Siberische eilanden waren zoo nabij, en over de zee +zou men zonder al te groote moeilijkheden de Lenadelta aan de +Siberische kust kunnen bereiken. ’s Avonds zongen de matrozen bij de +klanken der harmonica. + +De Long gaf zijn mannen zes dagen den tijd om zich gereed te maken voor +het opbreken. De booten werden op de grootste sleden vastgesnoerd en +met tenten, kisten proviand en de overige bagage gevuld. Logboeken, +aanteekeningen en kaarten verloor de kapitein niet uit het oog. Niemand +mocht overbodige en al te zware zaken medenemen; elk pak mocht niet +meer bevatten dan twee vilten dekens, twee paar kousen, ondergoed, +wanten, twee mutsen, schoenen om te verwisselen, een sneeuwbril, een +pak tabak met een pijp en lucifers en enkele kleinigheden. Toen alles +tot den afmarsch gereed was, telde men 28 man en 23 honden. + + + + + + + + +13. DOOR DE IJSWOESTIJN. + + +Onder aanvoering van den ijsloods, die vooruitging om den besten weg +met zwarte vaantjes af te steken, begon de tocht door de ijswoestijn +nu. Er werd gedurende de nachtelijke uren geloopen, te middernacht werd +halt gehouden om te eten; de zon stond dag en nacht aan den hemel. De +sleden waren zwaar en de onderstukken raakten vast in de diepe sneeuw. +Men moest daarom elk eind verscheiden keeren afleggen om al de bagage +gaandeweg verder te krijgen. Ontelbaar waren de oponthouden en de +onderbrekingen van den marsch, daar maar al te dikwijls breede spleten +en open watersleuven hun weg kruisten. Elke sleuf moest op ijsvlotten +herhaaldelijk worden afgelegd, om de eene slede na de andere er over te +brengen. Het gesmolten water op het ijs kwam de mannen tot aan de knie. +Daarbij was de gloed der zon om te stikken, allen liepen in hemdsmouwen +en het dampte rondom elken man, die hier om het leven streed. De honden +trokken de kleine sleden: indien men geen wild vond, dan werden zij met +geconserveerd vleesch gevoerd. Nadat de mannen tot bezwijkens toe een +week lang hadden gewerkt, bleek het, dat het ijsveld waarop ze liepen, +driemaal zoo veel zuid-waarts was gedreven, dan zij meenden naar het +Zuiden te zijn gedrongen! Inplaats dichter bij te komen, verwijderden +zij zich steeds meer van het doel! Daar dit ontzettend feit +vernietigend op al de mannen zou hebben gewerkt, vertrouwde De Long het +slechts aan de officieren toe. + +Voortgezet moest de marsch in elk geval worden en weer zocht men wat +gemist kon worden uit de bagage. Nu gold het voor alle dingen open +water te bereiken. + +Midden Juli klaarde de droeve positie der reizigers op. Twee robben, +een walrus en een ijsbeer werden geveld; dus voor eenigen tijd versch +vleesch genoeg en ook de honden smulden aan de beenderen. Maar nog +hoopvoller was, dat zich eindelijk in het Zuid-Westen land vertoonde. +Na oneindige moeilijkheden bereikte men door een nevel, die elk +uitzicht benam, een eiland, dat den naam Gordon Bennett kreeg. Een vlag +werd geheschen, en een driewerf hoera weerklonk. + +Op het Bennett-eiland werd eenige dagen gerust. Daar men nu per boot +verder zou gaan, had er een nieuw onderzoek van al de bagage plaats. +Ook de sleden werden vernietigd en daar de honden dientengevolge +onnutte ballast waren, werden zij die het minst waard waren, dood +geschoten. Twaalf werden mede in de booten genomen, zij verzetten zich +echter tegen de zeevaart en verkozen op de ijsschollen te springen, op +welke de een na den ander weggedreven werd! Maar twee volgden hun +meester—tot het einde. + +Bij het verlaten van het eiland verdeelden zich de officieren en +manschappen, levensmiddelen en uitrusting in drie booten. Die van den +kapitein was zes meter lang, had mast, zeil en roer en nam veertien man +op, onder wie Dr. Ambler, de physicus Collins, de matrozen Nindermann, +Noros en Erikson, een Indiaan en een Chinees. + +Het opperbevel der tweede boot, die elf man bevatte, voerde Melville. +Gelukkig allen, wie het lot trof, bij hem ingedeeld te worden! De derde +en kleinste boot, waarin maar acht mannen plaats vonden, stond onder +commando van luitenant Chipp, een bijzonder bekwaam zeeman. + +Voor de afvaart werd streng bevel gegeven bij elkaar te blijven. +Melville en Chipp mochten de boot van De Long nooit uit het oog +verliezen. + +Spoedig greep de wind de drie booten en dreef ze in snelle vaart over +de zee. Allen was de zeetocht welkom, daar men tenminste kon uitrusten +in de booten. Het was daarom een des te hardere slag voor hen, toen het +ijs hen weer tien dagen insloot. Maar zij kwamen weer los en landden op +het eiland Fadschejew, dat tot de groep der Nieuw-Siberische eilanden +behoort. De oever was bedekt met veel bruikbaar drijfhout en eenige +hutten en gereedschap bewees dat het eiland nu en dan door menschen +werd bezocht. + +Daarna ging het verder, nu eens zeilend, dan roeiend, langs de +zuidelijke kust van de Kesseleilanden. Het weer was stormachtig en op +zekeren dag had men Chipp uit het oog verloren. De twee andere booten +wachtten daarom bij een ijsschol, totdat de vermisten weer opdaagden en +al de manschappen landden op de Kesseleilanden, om hier een kamp op te +slaan. + +Na twee rustdagen ging het onder de rotsen van den oever door, vanwaar +nu en dan een steenuiltje op de zeelieden neerzag, verder. Den 10den +September kwamen zij aan het eiland Semenorn, dat twee jaar te voren +door de bemanning van de „Vega” was gezien; hier schoten zij een +rendierkoe, die hen weer van versch vleesch voorzag. + +De Long besloot hier verscheidene dagen te blijven, opdat allen hun +krachten konden verzamelen, voordat zij de ruime zee zouden trotseeren. +Helaas gaf hij toe aan den aandrang van Melville om snel verder te +gaan, ofschoon hemel en wind een orkaan voorspelden. De Lenadelta het +meest nabij liggend deel der kust van het Siberisch vasteland, die men +moest trachten te bereiken, lag op een afstand van tweehonderd +kilometer. + +De boot met kapitein De Long zeilde vooruit. Ze was echter nog niet ver +gekomen, of ze werd met zulk een kracht tegen een blok drijfijs +gedreven, dat ze lek werd. Weer moest men bij een ijsveld landen, om +het lek te stoppen, de beide andere booten wachtten hier ook een poos. +Dit was de laatste keer dat de mannen der expeditie bij elkander waren. +Daarna zeilden zij bij gunstigen wind zuid-westwaarts. + +De zee ging hoog. Tegen den avond verhief zich een storm en de golven +rolden met schuim bedekte kammen langs de open booten. Melville gaf het +bevel zijner boot over aan een zeevaardig officier, die met het +vaartuig voortreffelijk manoeuvreerde. Wie niet bezig was aan zeil of +stuur moest water scheppen, want de eene golf na de andere sloeg over +de reeling. In de schemering waren de booten van De Long en Chipp nog +in zicht. Maar daarna werd het donker: tot op de huid nat, verstijfd +van koude worstelden de mannen in de boot van Melville met verstijfde +handen om hun leven. De storm dreef hen in het donker voor zich uit +naar de kust. Niets was te zien, men hoorde slechts het geloei van den +storm en het ruischen der golven, welker kammen in kokend schuim omlaag +sloegen. Toch hielden allen dapper stand. Maar toen de dag over de +woeste zee aanbrak, was van de beide andere booten niets meer te zien! + +Den ganschen dag en den daarop volgenden nacht ging de strijd met wind +en golven verder. Toen de boot van Melville tenslotte gelukkig in het +oostelijk deel der Lenadelta landde, hadden de manschappen honderd acht +uren achter elkaar ineengehurkt aan de riemen gezeten. Eenigen waren +zoo stijf bevroren, dat ze zich aan land ternauwernood naar het vuur +konden sleepen, dat hun makkers aanmaakten en waaromheen nu allen zich +neerwierpen in een vasten slaap. Maar het geluk diende hen; twee dagen +later ontmoetten zij visschers, die hen den weg naar Boeloen, het +eerste dorp aan den Lena-oever, wezen. Waar was kapitein De Long +gebleven? + + + + + + + + +14. DE DOODENMARSCH VAN DE LONG. + + +Ofschoon verscheidene jaren verloopen zijn, sedert den tocht over de +ijszee, weet men nu nog niet, wat er geworden is van de boot van Chipp. +Ongetwijfeld heeft hij nooit land gezien en is in den storm ten gronde +gegaan. Maar De Long heeft zijn manschappen tenminste op vast land +gebracht. Wel verloor zijn boot in den eersten stormnacht mast en +zeilen, maar die werden door drie riemen vervangen. Den morgen van den +13den September zag hij de andere booten niet weer, maar daarvoor kwam +den volgenden dag land in het gezicht. Het was een vlak strand en nieuw +gevormd ijs maakte het aan land komen moeielijk. Twee dagen later +roeiden zij, halfdood van koude en afmatting zoo dicht langs het strand +als maar eenigszins mogelijk was en boegseerden toen de boot zoover op +het ijs, dat ze niet meer van de plek ging. Den volgenden dag droegen +zij hun zaken aan land, waarbij zij eenige honderden meters ver, op den +langzaam stijgenden oever, door het water moesten waden. + +Hier bleven zij twee dagen, om uit te slapen en hun bagage te regelen. +Drijfhout, dat de Lena uit de wouden van Siberië naar de zee sleept, +lag overal in het rond. De voeten van den matroos Erikson waren +bevroren, hij moest op een handslede worden getrokken. Er waren nog +levensmiddelen voor vijf dagen, waaronder de laatste der veertig +honden. Nog altijd waren de vrachten voor ieder afzonderlijk te zwaar, +want De Long kon zijn logboeken niet achterlaten, en behalve hun +ransels moesten zij nog tenten, geweren en munitiekisten meesleepen. + +Toen de eerste vijf dagen voorbij waren en de troep eenige mijlen in +zuidelijke richting had afgelegd, schoot de Indiaan twee rendieren, die +de manschappen voor den eerstvolgenden tijd redden. Nu marcheerden zij +negen dagen, totdat een breede rivierarm hen tot staan bracht. De +toestand van Erikson verergerde en op zekeren nacht bevroor zijn hand. +Daarom moest men den marsch afbreken en zich den 6den October een +rustdag gunnen. De nood was reeds tot het hoogste gestegen. Om den +honger der lieden te stillen, moest reeds de hond geslacht worden. Den +volgenden dag stierf de zieke matroos en was nu niet meer tot last +zijner kameraden. Door een wak in het ijs werd hij in de rivier +neergelaten. De Long sprak boven het graf de voorgeschreven gebeden en +drie geweersalvo’s werden afgevuurd. Het sneeuwde hevig, en zoo spoedig +mogelijk snelde men weer voor den heftigen stormwind in de tenten +terug. Het was onmogelijk bij dit weer te loopen, daarom moest men +opnieuw wachten, en de rest van het vleesch van den hond werd ’s avonds +uitgedeeld. Dan rolden zij zich allen als egels in elkaar, om beter +warm te kunnen blijven. + +Den volgenden morgen besloten zij toch liever den sneeuwstorm te +trotseeren dan stilliggend te verhongeren! Een geweer en een +schriftelijk met zorg ingepakt bericht over de lotgevallen der +„Jeannette” werden achtergelaten. De bagage bestond nu behalve kleeren, +die men droeg, slechts uit de logboeken, een tent en twee geweren. + +Maar de krachten der reizigers namen snel af, daar zij verder niets +meer hadden om te gebruiken dan ’s morgens, ’s middags en ’s avonds +warm water met een paar druppels spiritus. De nood was tot het uiterste +gestegen. Na de godsdienstoefening op den Zondag van 9 October, riep De +Long de twee sterkste matrozen, Nindermann en Noros bij zich en vroeg +hun of zij vooruit wilden gaan om hulp te zoeken. Zij verzochten +dadelijk te mogen gaan. De kapitein gaf hun een kaart van den +benedenloop van de Lena, opdat zij zich konden oriënteeren en ried hen +aan op den linker oever te blijven, omdat er daar slechts dorpen en +drijfhout waren. Het eene geweer en vijftig patronen mochten zij +medenemen. Indien het hun gelukte binnen anderhalven dag een rendier te +schieten, moesten zij daarmede terugkeeren. Na een aandoenlijk afscheid +begaven zij zich op weg, een driewerf hoera werd den padvinders door de +achterblijvenden nageroepen. + +Het was niet de eerste keer dat de matroos Nindermann op zulk een +avontuur uittrok. Hij was een der deelnemers van de Polaris-Expeditie +geweest, in de zeeëngte van Noord-West-Groenland. Het schip „Polaris” +was ook in het ijs bekneld geweest en in een donkeren nacht van het +jaar 1873 hadden twee geweldige schotsen het uit het ijs opgeheven. +Daar men het ergste kon verwachten, werden boeken en levensmiddelen op +een drijvende ijsschol gebracht, die in den heftigen storm scheurde. +Negentien menschen, waaronder negen Eskimo’s en de matroos Nindermann +dreven nu op grootere en kleine schotsen in de ondoordringbare +duisternis op de verwoede zee rond. Veertien mannen waren nog aan +boord. Tot hen terug te keeren, daaraan viel niet te denken en toen de +„Polaris” uit het gezicht der schipbreukelingen was verdwenen, +verzamelden zij zich op een groot ijsveld, waar zij hutten uit sneeuw +en ijs bouwden, en hun voorraden opstapelden. Op dit ijsveld dreven zij +acht maanden lang in zuidelijke richting. Maar met ontzetting bemerkten +zij in den loop van het voorjaar hoe de bodem onder hun voeten in +omvang afnam; de branding brak heele stukken uit het ijs en knaagde er +aan, aan alle kanten. Reeds waren zij langs Kaap Farewell naar het +Zuiden gedreven, toen zij geheel uitgeput door een schip werden gered! +Ook de veertien op de „Polaris” mochten hun vaderland terugzien. + +Nu jaren later, stond weer het leven op het spel. Met zijn kameraad +Noros snelde Nindermann in zuidelijke richting. Een kudde rendieren, +die zij op een heuvel staande, zagen, speurden de vreemdelingen echter +en gingen in wilde vaart op de vlucht. De sneeuwstorm joeg hen juist in +het gezicht en ’s avonds moesten zij, daar er geen beschutte plek te +vinden was, met de hand een gat in de sneeuw graven, waar zij inkropen. +Gedurende den nacht hoopte de sneeuw zich zoo voor hun schuilplaats op, +dat zij er ’s morgens ternauwernood meer uit konden komen! + +In hetzelfde stormweer ging het verder. Stap voor stap drongen zij, +tegen den wind vooruit, zonder te kunnen opzien. Tegen den avond zagen +zij een kleinen heuvel voor zich, die een verlaten hut bleek te zijn; +hier staken zij vuur aan. Den volgenden nacht brachten zij in een +onoverdekt hol door, waar zij bijna bevroren. Een dag later stieten zij +op een tentvormige hut, waar twee rottende visschen en een paling +lagen. Hier bleven zij zes en dertig uur om krachten te verzamelen. Den +15den October kwamen zij door den storm niet verder, brachten den nacht +in een hol door en gebruikten voor ontbijt bast van wilgen en reepen +van de broek van robbenvel van Noros. Daarna gingen zij de bevroren +Lena over en overnachtten in een kloof om den volgenden nacht weer naar +den westelijken oever terug te keeren en voor den nacht in een grot +beschutting te zoeken, waar zij echter geen hout vonden om vuur aan te +steken. Zij waren geheel wanhopend. Met loome schreden vervolgden zij +den 19den October hun tocht op het ijs van de Lena, vast besloten om op +handen voeten te kruipen, als zij niet meer zouden kunnen loopen. Zij +hadden tweehonderd kilometer afgelegd zonder hulp te vinden. Den avond +van dien dag ontdekten zij drie hutten en vonden hier niet alleen +onderkomen maar ook redding. In de eene hut lag een kleine voorraad +gedroogde visch, en een slede, die voor de deur stond, leverde +brandhout. Nadat zij twee dagen rust hadden genomen, wilden zij verder +trekken, maar zij waren nog te vermoeid, zoodat zij nog een paar dagen +moesten blijven. Den 22sten October, toen zij juist op het punt waren +eten te koken, klonk buiten voor de deur een ongewoon geraas. +Nindermann keek tersluiks naar buiten en kwam dadelijk terug om zijn +geweer te halen. Hij had twee rendieren gezien. Toen hij zacht de hut +wilde verlaten, stond op den drempel—een mensch, een Toengoes! + +Toen de inboorling de twee uitgemergelde vreemdelingen zag en het +geweer in de hand van den een, geloofde hij, dat zijn laatste uurtje +was geslagen, viel op de knieën en smeekte om genade. Nindermann wierp +het geweer in den hoek, klopte den man vriendelijk op den schouder en +beproefde hem te kalmeeren; spoedig begreep de Toengoes ook, dat de +twee niets tegen hem in het schild voerden. Hij zag, dat zij in den +grootsten nood verkeerden, en zij beproefden hem door teekens duidelijk +te maken, dat zij schipbreukelingen waren, dat zij dringend voedsel +noodig hadden, en verder noordelijk kameraden hadden achtergelaten. De +Toengoes kon hen echter niet meer geven dan een paar laarzen van vellen +en de huid van een rendier! + +Na een poosje stak hij drie vingers in de hoogte en ging naar zijn +rendierslede. Dat moest zeker beteekenen, dat hij na drie dagen terug +komen en hulp brengen zou. Voordat de twee matrozen er aan dachten, was +hij met zijn voertuig vertrokken en zij hadden weldra spijt, dat zij +hem hadden laten gaan. Maar den volgenden dag kwam hij al weer terug +met twee stamgenooten en verscheidene sleden en bracht pelzen, laarzen +en bevroren visch mede. De half uitgehongerde mannen aten nu eindelijk +weer, trokken de nieuwe, warme kleeren aan en waren nu buiten gevaar. + +En toch was het voor hun nagedachtenis in de dikwijls treurige, bijna +altijd roemrijke en nu en dan schitterende geschiedenis der poolreizen, +misschien beter geweest, als zij dien Toengoes niet meer teruggezien +hadden. Dan zouden zij toch gedwongen zijn geweest, hun marsch naar het +Zuiden voort te zetten en waren er waarschijnlijk levend afgekomen. +Want tot het naaste Toengoesche dorp waren nog slechts vijftig +kilometer. De Long en zijn kameraden waren weliswaar verloren geweest, +maar Nindermann en Noros hadden dan tenminste alles gedaan, wat van hen +verwacht had kunnen worden. Hadden zij zich, in het ergste geval door +bedreigingen, een slede met een half dozijn rendieren, die buiten in de +sneeuw voor de hut stonden te trappelen, toegeëigend, om den weg, dien +zij gekomen waren terug te rijden, dan waren zij nog ter rechtertijd +gekomen, om de meeste makkers van De Long te redden! Zij wisten, dat +hun kameraden, toen zij veertien dagen tevoren hen verlieten, leer en +bast van wilgen aten, en het werd hoog tijd hun rendierenvleesch te +brengen! Maar ze keerden niet terug, doch vergezelden de Toengoezen op +hun weg naar het Zuiden—en daarna was het te laat! + +Maar toch moet men zich wachten de beide dappere matrozen maar kortweg +te veroordeelen. Zij hadden in elk geval wonderen verricht en zij waren +door den langen strijd voor hun levensbehoud gedurende vier maanden, +sedert den dag waarop de „Jeannette” in de diepte wegzonk, uitgehongerd +en geheel uitgeput. Daarbij de voortdurende spanning dag en nacht! Een +derde winter naderde, dien zij nog dichter bij de Noordpool hadden +moeten doorbrengen dan de twee vorige. Onverschilligheid en stompheid +van geest moeten zich van hen hebben meester gemaakt, en dat moet hun +ter verontschuldiging strekken. Uit zulk een toestand herstelt men niet +in een dag en juist de onbeperkte voorraad levensmiddelen was voor hen +een gevaar. Na zoo lang hongerlijden konden zij het eten niet meer +verdragen en werden daardoor nog meer uitgeput. + +Genoeg, te middernacht namen zij, goed ingepakt, plaats op de sleden en +joegen met de Toengoezen naar een dorp, dat uit twee groote tenten en +tien bewoners bestond. Deze bezaten 75 rendieren en 30 sleden. In de +eene tent stond een ketel met versch rendierenvleesch te koken en de +mannen werden uitgenoodigd toe te tasten. Houten schalen werden voor +hen gevuld met vette vleeschpap, waarbij thee werd gedronken. Daarna +spreidden de vriendelijke Toengoezen warme, zachte rendiervellen op den +grond uit; zulk een nacht hadden de twee sinds maanden niet beleefd! + +Den volgenden dag reden de Toengoezen en hun beide gasten in een aantal +sleden naar een ander dorp, waar zij den 25sten October aankwamen. Nu +pas dacht Nindermann aan den kapitein en zijn ongelukkige makkers en +ofschoon hij geen woord met de Toengoezen kon spreken, beproefde hij +toch, hun den stand van zaken duidelijk te maken. In een tent lag een +kleine boot, een stuk speelgoed. Hij zette er masten op. Daarna sneed +hij drie kleine booten, die de drie booten der „Jeannette” moesten +voorstellen. Met twee brokken ijs wees hij nu hoe het schip in elkaar +was gedrukt en vergaan en de manschappen zich in de kleine booten aan +land hadden gered. Zestien maal strekte hij zich op den grond uit, +sloot de oogen en stond weer op, om de Toengoezen te doen begrijpen, +dat zestien nachten verloopen waren, sedert hij zijn makkers had +verlaten! + +De inboorlingen knikten bij deze gebarentaal, en wisselden met elkaar +onverstaanbare woorden. Maar hoe ijverig de matrozen hen dezelfde +geschiedenis telkens ook weer voordroegen, men scheen ze niet te +begrijpen of wilde ze misschien ook niet begrijpen, omdat de Toengoezen +de woeste toendra in den wintertijd ook vreesden. Eindelijk begon +Nindermann in zijn wanhoop te schreien. Zij beproefden hem te troosten, +klopten hem op de schouders en trokken een medelijdend gezicht. + +Den volgenden dag verscheen een banneling, Kusma genaamd. Hij was +intelligenter dan de Toengoezen en werd door Nindermann goed +ondervraagd. Elf verdwaalde mannen! Dat scheen hij te begrijpen en +beproefde nu van zijn kant Nindermann te doen begrijpen, dat zij reeds +gered waren! Maar Kusma dacht, dat Nindermann sprak over den troep van +Melville, die eveneens uit elf man bestond en zoo nam hij de twee +matrozen mede naar Boeloen, waar zij den 2den November weer samenkwamen +met Melville en zijn manschappen. + +Toen Melville hen naar De Long vroeg, begonnen zij hard te snikken en +smeekten hem, hen weer naar het Noorden te laten trekken. Maar hij vond +er hen te zwak voor en begaf zich alleen op reis. Hier en daar vond hij +achtergelaten voorwerpen van de manschappen van De Long, een vlag, +instrumenten en de apotheekkist. Hij was dus op het juiste spoor, maar +kon door de hooge sneeuw en den onwil der Toengoezen zijn nasporingen +niet vervolgen. Hiermede werd het lot van De Long en zijn makkers +beslist! + +Een half jaar later, in Maart 1882, werden verschillende afdeelingen +naar de Lenadelta gezonden, om nasporingen in het werk te stellen. +Melville begaf er zich ook weer heen, en nu vond men spoedig acht man +van den troep van De Long, die door honger en koude waren omgekomen. De +laatste kampplaats lag geheel onder de sneeuw; de hand van den kapitein +zag men slechts uit de sneeuw steken, alsof hij de zoekenden de juiste +plaats had willen wijzen! Hij zelf, dr. Ambler, Collins, de Chinees en +de matrozen waren gedeeltelijk bedekt door de tent. Tot het laatste +oogenblik hadden zij blijkbaar beproefd het kampvuur aan te houden. De +koude moet hen ontzettend hebben gemarteld; van twee waren handen en +kleeren geschroeid, zoo dicht waren zij bij het vuur gekomen. Gemarteld +door den honger, hadden ze hun laarzen van vellen stuk gesneden en de +stukjes in gloeiende kolen geroosterd. Het gelaat van Collins was met +een doek bedekt, welke De Long en dr. Ambler daar stellig nog over +hadden gelegd. Het dagboek van den kapitein lag naast een potlood op +den grond; hij had het gebruikt, tot het oogenblik, waarop hij de +kracht miste het in den zak te steken! + +Dit dagboek vertelde, dat men op 9 October het spoor van Nindermann en +Noros was gevolgd. De krachten begaven de manschappen echter hoe langer +hoe meer. Voetje voor voetje sleepten zij zich voort. Zij kookten soep +van wilgentakken. + +„Ik hoop toch nog op Gods hulp en geloof niet, dat het Zijn plan is, +ons van honger te laten omkomen,” schreef De Long nog in zijn dagboek. + +Tweemaal teekende hij op, dat de Indiaan een sneeuwhoen had geschoten, +dat zij onder elkaar hadden verdeeld. + +Op een andere plaats staat: „Niets te eten, maar wij zijn nog vol moed. +O God, help ons!” + +Den 11den October: „Onmogelijk verder te komen, geen brandhout.” + +Den 13den October: „Wij kunnen niet tegen den wind op, en hier blijven, +wil zeggen van honger omkomen.” + +Een matroos bezweek. De kapitein bidt het Onze Vader bij het lijk. „Een +nacht van ontzettenden sneeuwstorm!” + +Zondag, den 16den: „Alexis (de Indiaan) kan niet meer, is aan het einde +zijner krachten. Godsdienstoefening.” + +Den 17den: „Alexis ligt op sterven. De dokter doopt hem. Ik houd met +den zieke een godsdienstoefening. Collins wordt vandaag veertig jaar. +Alexis stierf bij zonsondergang van honger en uitputting. Wij dekten +hem onder de tent toe met een vlag.” + +Twee dagen later snijden zij de halve tent stuk om met de reepen hun +voeten in te wikkelen. + +Den 21sten lag een der matrozen dood tusschen hen. In den middag stierf +een tweede matroos. Niemand had de kracht meer de lijken te begraven; +ze werden naar buiten gebracht, opdat men hen niet meer behoefde te +zien. + +Den volgenden Zondag was de godsdienstoefening heel kort, daarna werd +brandhout gezocht voor den nacht. + +Den 24sten October: „Een grimmig koude nacht.” + +Daarna twee dagen geen woord. + +Den 27sten schrijft De Long over een matroos, die op sterven ligt en +den volgenden dag, dat hij dood is. + +Den 29sten sterft weer een matroos. + +Den 30sten October, 140 dagen na den ondergang der „Jeannette”, wordt +geen godsdienstoefening meer gehouden. + +De laatste woorden, die De Long schreef, voordat het potlood aan zijn +hand ontglipte, luidde: „Boyd en Cortz stierven vannacht, Collins ligt +op sterven.” + + + + + + + + +15. FRIDTJOF NANSEN. + + +Drie jaren na den ondergang der „Jeannette” vond men in de nabijheid +van Kaap Farewell, de zuidelijkste punt van Groenland een menigte +voorwerpen, die aan het verongelukte schip moeten hebben behoord. Zij +zaten vast gevroren in ijsblokken, maar er kon geen twijfel bestaan +omtrent hun herkomst, want er was een proviandlijst bij met de +handteekening van De Long, een afzonderlijke opgave der booten van de +„Jeannette”, een klep van een pet met den naam Nindermann en +eindelijk—een paar oliebroeken, die het merk „Louis Noros” droegen! +Zonder twijfel hadden deze voorwerpen met het ijs den geheelen weg +afgelegd van de Nieuw Siberische eilanden naar het zuidelijk +voorgebergte van Groenland en waren daarbij juist over de Noordpool +gedreven! Men wist ook, dat veel drijfhout, dat aan de oevers der +Siberische rivieren gegroeid was, aan de kusten van Groenland placht te +landen. + +Uit deze en andere teekenen, aan het Noordelijk halfrond der aarde +maakte een jonge Noor, Fridtjof Nansen genaamd, op, dat zich van de +Behringstraat een zeestroom moest bewegen naar de oostkust van +Groenland. Nansen besloot deze strooming te benutten. Vele +Noordpoolreizigers waren van de zijde der Atlantische Oceaan de IJszee +ingegaan en werden door de strooming terug gedreven; hij wilde nu van +de tegenovergestelde zijde beginnen en zich door deze strooming laten +drijven! + +Anderen hadden dat pakijs gevreesd en vermeden; hij wilde het juist +opzoeken en er zich vrijwillig aan overgeven. Anderen waren met +ondeugdelijke schepen, die als notendoppen door de ijsvelden werden +verpletterd, uitgevaren; hij wilde een schip bouwen welks naar binnen +gebogen zijden niet door het ijs gepakt zouden kunnen worden. Hoe erger +het ijs perste, des te zekerder moest zulk een schip uit het ijs omhoog +geheven worden, en dan kon het op het ijs met den stroom verder +drijven! Zoo’n reis zou echter lang moeten duren, daar de +overblijfselen der „Jeannette” drie jaren onderweg waren geweest. Maar +men had daarbij gelegenheid nieuwe streken der aarde, diepten der zee, +weer en wind te onderzoeken. Het kleine puntje, dat men de Noordpool +noemde, te bereiken, vond Nansen minder gewichtig dan de +wetenschappelijke resultaten. + +Onder de velen, die zich aanboden hem te vergezellen, koos Nansen de +twaalf besten uit; zij waren aldus met hun dertienen; het getal dat +bijgeloovige vrees verwekt, werd het gelukscijfer van Nansen! + +Het nieuwe schip doopte men „Fram” (Voorwaarts). Sverdrup werd de +kapitein. Deze was vroeger reeds een keer de metgezel van Nansen +geweest op een avontuurlijke onderneming. Zij hadden te zamen Groenland +van de west- tot de oostkust doorkruist. + +Alles werd zoo goed het kon ingericht en proviand voor vijf jaar +medegenomen. Den 24sten Juni 1893 vertrok de „Fram” naar de Siberische +IJszee. + +Het eerst moesten de Nieuw-Siberische eilanden bereikt worden. Den weg +daarheen had de Zweedsche „Vega” gewezen, de „Fram” behoefde haar weg +slechts te volgen. Ten Westen van deze eilanden richtte hij zich +dadelijk naar het Noorden, en het duurde ook niet lang of de „Fram” zat +in het ijs vast en werd, zooals Nansen had voorzien, door de persingen +totaal op de oppervlakte van het pakijs geheven, zonder ook maar de +minste schade te ondervinden! Zoover ging alles volgens de berekeningen +van Nansen en kundige poolreizigers, die zijn plan voor krankzinnigheid +hadden uitgemaakt, moesten daarna toegeven, dat hun wijze +voorspellingen onjuist waren geweest. Wel ging de reis nu langzaam +verder; het ijs kraakte en kreunde als altijd, maar in den dikken +houten romp van de „Fram” was de bemanning voor zijn streken veilig en +leidde aan boord een heel gezellig leven. + +Toen kwam de poolnacht, lang, somber en zwijgend. IJsberen spookten in +’t rond en moesten er vaak het leven bij laten. Voordat het geheel +donker was, richtte Nansen de honden er op af, de sleden te trekken. +Zij werden er voorgespannen. Hij nam plaats op de slede en klapte met +de tong; daar ging het in dolle vaart vooruit. Zij stormden over +blokken en gaten in het ijs. Nansen viel van de zitplaats, hield zich +vast aan de slede en de honden ijlden om het schip heen, alsof de booze +hen op de hielen zat! De positie van den koetsier was allesbehalve +aangenaam; hij werd nu eens op den buik, dan eens op den rug +medegesleept. Maar als hij maar eerst weer op de been was, zou hij de +uitgelaten dieren de ribben wel breken. Maar toen zij eindelijk zoo +goed waren, hijgend stil te staan en vriendelijk met de staarten +kwispelden, alsof zij hun zaak werkelijk goed hadden gedaan, was Nansen +zoo bont en blauw gestooten, dat hij niet meer van zich verkrijgen kon, +ze te slaan. + +Maar langzamerhand ging het beter. Wel is waar moesten eenige der +trouwe dieren hun sledevaarten op het poolijs boeten; twee werden door +ijsberen weggehaald en twee door hun makkers doodgebeten. Maar midden +in de ergste duisternis kwamen op zekeren dag, den 13den December, ook +jonge honden ter wereld.—Toen deze voor het eerst in hun leven de zon +zagen, blaften zij er woedend tegen. + +Precies, zooals Nansen voorspeld had, dreef de „Fram” naar het Noorden +in de richting van de Pool over zulk een geweldig diepe zee, als hier +niet verwacht was, en waar de loodlijn van twee duizend meter den grond +nog niet bereikte. + +Kerstmis werd op Noorsche wijze gevierd, en toen de 80ste breedtegraad +werd gepasseerd, werd zelfs een groot feest aangericht. Maar de +grootste vreugde verschafte echter de eerste terugkeer der zon, op den +20sten Februari. + +Lente en zomer gingen voorbij zonder eenige opmerkelijke +gebeurtenissen. Hondenhokken werden op het ijs gebouwd en nieuwe jonge +honden kwamen ter wereld. Deze honden waren later even verbaasd over de +winterachtige duisternis als hun neven, toen ze voor het eerst de zon +hadden gezien. Door de gesmolten sneeuw ontstonden op het ijs groote +vijvers, waarop men kon zeilen, de makkers stonden aan den kant en +wierpen de mannen, die in de booten zaten, met sneeuwballen. Op zekeren +dag kreeg zulk een vijver echter een gat in den bodem, en was spoedig +geheel leeggeloopen. + +Intusschen had Nansen op een moedig plan gezonnen. Hij wilde met +hondensleden nog verder naar het Noorden dringen en dan in zuidelijke +richting naar Frans Jozefs-land terugkeeren! De „Fram” zou intusschen +haar drift vervolgen en aan boord moesten de gewone waarnemingen +gemaakt worden. Een zou hem slechts vergezellen, luitenant Johansen, +met wien hij er pas in November 1894 over sprak. Het was een +onderneming op dood en leven, maar Johanson besloot, zonder zich een +oogenblik te bedenken, Nansen te vergezellen. + +„Dan beginnen wij morgen dadelijk de voorbereidingen te treffen,” zeide +Nansen. + +Daarmede was de gansche winter gemoeid; zij bouwden twee kajaks, elk +voor een man plaats bevattende, iets grooter en steviger dan de +Eskimo’s gebruiken, als ze op visch- en robbenvangst gaan. Een +stellage, van latten vervaardigd, werd met zeildoek overtrokken; elk +dezer booten woog slechts achttien kilogram. Zij waren geheel overdekt, +en als de roeier in het midden plaats nam, en de opening om zich heen +sloot, konden de golven rustig over het vaartuig rollen zonder de boot +of den inzittende te schaden. Hondensleden, tuig daarvoor, een slaapzak +voor twee personen, sneeuwschoenen, stokken, proviand en een +petroleumstel,—alles werd gepakt. + +Bij de wisseling van het jaar moest het werk een korten tijd +onderbroken worden, daar vreeselijke persingen van het ijs in het rond +kraakten en de „Fram” nu toch bedreigden. Heele bergen van groote +ijsblokken en vaste sneeuw verhieven zich rondom het schip, alsof zij +het er onder wilden begraven. Het zeewater werd daardoor omhoog +gedrongen en overstroomde het ijs zoodanig, dat de honden bijna +verdronken in hun hokken en in allerijl gered moesten worden! De muur +van ijs drong tot bij het schip, wentelde zich over de reeling, en brak +de tent op het dek. Maar toen het zich over het geheele dek +verspreidde, waren schip en manschappen als in een muizenval gevangen. +En het was zoo donker, dat men niet goed kon beoordeelen, hoe groot het +gevaar wel was. Proviand voor twee-honderd dagen had men gelukkig te +voren op veilige plaatsen op het ijs ondergebracht. + +Maar gaandeweg kwamen de ijsmassa’s weer tot rust. De groote muur werd +weggeschoffeld en nu kon de voorgenomen tocht beginnen. Tweemaal braken +Nansen en Johansen op, maar moesten beide keeren terugkeeren. Eens was +een slede gebroken, den anderen keer was de bagage te zwaar geweest. +Den 14den Maart 1895 verlieten zij de „Fram” voor goed. Of zij hun +trouw schip en hun dappere kameraden wel ooit zouden terugzien? + + + + + + + + +16. OP SNEEUWSCHOENEN EN MET HONDENSLEDEN NAAR DE NOORDPOOL. + + +De beide koene reizigers hadden, bij het aanvaarden van hun tocht naar +de Noordpool, drie sleden en acht en twintig honden bij zich. Op +sneeuwschoenen loopend bestuurden ze hun hondespannen. Aanvankelijk +konden ze op het effen terrein vlug vooruit komen; maar gaandeweg werd +de ijsvlakte hobbelig, zoodat ze slechts weinig opschoten. + +Na twee dagmarschen steeg de koude tot drie en veertig graden, en in de +kleine zijden tent was ’t meer dan frisch. Maar toch legden ze +dagelijks negen uur af, en onder het gaan bemerkten ze niets van de +koude; het eenige, waarvan ze last hadden, was, dat de uitwaseming van +hun lichaam in hun kleederen bevroor, die zoodoende tot een pantser van +ijs werden, dat bij elken stap kraakte. Door de voortdurende wrijving +tegen de stijfbevroren mouwen kwamen er aan Nansen’s polsen bloedende +wonden, die pas in den herfst genazen. + +Om te kampeeren kozen ze altijd een voor den wind beschutte plek op het +ijs. Johansen zorgde voor de honden en gaf hun te eten, terwijl Nansen +de tent in gereedheid bracht en den ketel met stukken ijs vulde. Het +avondeten was voor beiden een feest, waarnaar ze den geheelen dag met +verlangen uitzagen, daarbij werden ze tenminste inwendig eens flink +warm; na afloop van het eten kropen ze vlug in hun slaapzak, dan +ontdooiden hun bevroren kleederen en de slapers lagen den geheelen +nacht in druipnatte omslagen en droomden van slede en hondespannen. +Eenmaal riep Johansen des nachts in zijn slaap: „Vooruit, rakkers, +vort, vort! Halt, daar kantelt de sleê!” + +In de barre koude van den aanbrekenden dag stonden ze weer op, dreven +de honden op, die, van de koude jankend, ineengerold in de sneeuw +lagen, haalden de teugels uit de war, laadden de sleden weer op, en dan +ging ’t weer verder, de verlaten eenzaamheid in. + +Maar al te vaak was ’t ijs ontzettend slecht; de sleden raakten vast, +moesten gedragen, of over oneffenheden en spleten voortgeschoven +worden: een inspannenden tocht. Maar, één breedte graad was reeds +doorworsteld. + +Dikwijls waren ze zoo uitgeput, dat ze onder het loopen bijna +insliepen, terwijl de honden zich met moeite voortsleepten. Ook dezen +werd de voortdurende inspanning langzamerhand te machtig. Twee moesten +er geslacht worden en werden hun kameraden als ontbijt voorgezet; maar +er waren er die zulk een maal niet wilden aanroeren. + +Toen het ijs voortdurend slechter werd en de witte woestenij zich +onafzienbaar naar het Noorden uitstrekte, besloot Nansen van het +bereiken van de Noordpool af te zien, en, al was ’t ook met een +bezwaard gemoed, om te keeren. Terug naar de „Fram” was onmogelijk; +alle sporen waren door sneeuwstormen uitgewischt. Het eenige wat er op +zat, was, de richting in te slaan naar de barre eilandengroep, die den +naam draagt van Frans Jozefs-land. Maar—dat was een afstand van +zevenhonderd kilometer en de proviand begon al op te raken. + +Gelukkig was het voorjaar in aantocht, zoodat de kans bestond, dat ze +wel eenig wild zouden weten te bemachtigen. Ze hadden twee geweren met +honderdtachtig scherpe en honderd vijftig losse patronen. Voor de +honden zag het er heel wat bedenkelijker uit; die moesten van +lieverlede elkaar tot voedsel dienen. + +Zoo aanvaardden dus Nansen en Johansen den 8sten April den terugtocht, +nadat ze tot 86° 4′ voortgedrongen waren, en zetten over vrij goed ijs +met lange marschen koers naar Frans Jozefs-land. Op zekeren dag zagen +zij een balk uit het ijs steken. Welke wonderlijke lotgevallen zou dat +stuk hout wel beleefd hebben sedert het van den boomstam afgezaagd was! +Tegen het einde van April teekende zich het spoor van twee vossen in de +sneeuw af. Was er land in de nabijheid, of wat hadden die dieren hier +in deze ijszeeën te zoeken? Twee dagen later werd de eerste hond, de +„gele” opgeofferd. Op de „Fram” geboren, had hij gedurende zijn +kortstondig leven nog nooit iets anders dan ijs en sneeuw gezien. + +Open water, waarin de zon zich spiegelde, glinsterende golven! + +Hoe heerlijk, dat geluid van de golfjes, die tegen den ijsrand +kabbelden! Het was den beiden reizigers als een voorbode van voorjaar +en zomer, als een groet van de groote zee, de weg naar het vaderland! +Nieuwe sporen van vossen wezen op de nabijheid van land, en dagelijks +keken beiden er verlangend naar uit. Maar, nog drie lange maanden +moesten verloopen, voordat ze het eerste eiland zouden bereiken! + +In het begin van Mei waren er nog slechts zeventien honden in leven. Nu +deed de lange zomerdag zijn intrede in het poolgebied, en het was bijna +niet meer uit te houden van de warmte—want het vroor nog slechts elf +graden! Maar het ijs was afschuwelijk! Onophoudelijk moesten de sleden +over diepe spleten of over hooge ijsdammen heen geschoven worden, en de +beide mannen strompelden na deze zware inspanning uitgeput op hun +sneeuwschoenen verder. De honden hadden het, naarmate hun aantal +geringer werd, niet minder hard te verantwoorden, en de proviand slonk +bedenkelijk. + +Toen werden ze door een hevigen sneeuwstorm gedwongen om een dag halt +te houden. Een slede werd opgeofferd en de stukken van gebroken +sneeuwschoenen werden aan de vlammen van een heerlijk vuur prijs +gegeven. Voor elk der beide overgebleven sleden waren nu nog zes honden +over. + +Eindelijk, op het einde van Mei, kwamen Nansen en zijn tochtgenoot in +een streek, die door open water in alle richtingen werd doorsneden; +daardoor werd hun voortgang aanmerkelijk vertraagd. Maar nu vertoonden +zich ook levende wezens. De grijze rug van den otter dook op boven het +staalblauwe water; de zeehond ging uit op de vischvangst, en sporen van +ijsberen wekten het verlangen naar versch vleesch! Vaak snelde Nansen +op zijn sneeuwschoenen ver vooruit, om te zien, waar de weg het beste +was; dan bleef Johansen bij de sleden achter. Wanneer het al te lang +duurde, dan bekroop hem wel eens een gevoel van vrees, of niet soms +zijn makker een ongeluk overkomen zou zijn. Hoe het dan den +achtergeblevene zou vergaan, geheel alleen in die eindelooze woestenij, +daaraan moest men maar liever niet denken! + +Juni brak aan, en het gekrijsch der meeuwen weerklonk door de lucht. De +beide mannen bleven een week lang in hun kamp om hun kajaks zeevaardig +te maken. Ze hadden nog voldoende brood voor een maand, en er waren nog +zes honden in leven. Toen er nog slechts drie over waren, moesten ze +zichzelf voor de sleden spannen. + +In een lange, breede kreek lieten ze de kajaks te water, bonden de +sneeuwschoenen aan elkaar en roeiden langs den zoom van het ijs. +Daarbij schoten ze twee zeehonden en drie ijsberen en waren nu voor +langen tijd voorzien van vleesch. Ook de beide laatste honden konden nu +weer eens volop eten krijgen. + +Eindelijk vertoonde zich in het Zuiden het land, waarnaar ze +reikhalzend hadden uitgezien, en nu ging het snel daarop af; voor elke +slede een man en een hond. Eenmaal moesten ze met de kajak een kreek +oversteken. Nansen stond reeds op den rand van het ijs, toen hij achter +zich Johansen hoorde roepen: + +„Vlug de geweren!” + +Toen Nansen zich omkeerde, zag hij een grooten beer, die zijn makker +neergeveld had en bezig was hem te besnuffelen. Snel wilde Nansen zijn +geweer in de kajak grijpen, maar in hetzelfde oogenblik dreef het +vaartuig van den kant af, en terwijl hij het terug roeide, hoorde hij +Johansen doodbedaard zeggen: + +„Schiet vlug, of ’t is te laat!” + +Toen had hij eindelijk zijn geweer gegrepen en schoot den beer neer. + +Vijf maanden lang hadden ze zich zoo over het ijs voortgesleept, toen +ze in het begin van Augustus vanaf het ijs open water in de buurt van +de eilanden voor zich zagen. Nu moest de zeetocht beginnen, en de beide +oudste honden zouden maar onnoodige ballast zijn. Nansen nam Johansen’s +hond, en Johansen dien van zijn vriend, en twee kogels waren het loon +voor de trouwe diensten der goede dieren. + +Van nu af ging het gemakkelijker en sneller vooruit. De kajaks waren +aan elkaar gebonden en van mast en zeil voorzien, en zoo voeren ze +langs onbekende eilanden. Eenmaal dwong een sterke strooming hen om op +een der beide eilanden aan land te gaan; terwijl ze hun kajaks op het +land trokken, kwam er een witte beer aandraven, en begon hun spoor te +besnuffelen. Welkome proviand voor eenigen tijd! Nauwelijks hadden ze +den beer gevild, of daar plaste een walrus in het water rond, en zwom +naar de plek, waar reeds twee van zijn kameraden zich in de zon lagen +te koesteren, en ook hij met de vinnen op den ijsrand gesteund, eerst +een poos bleef liggen uitblazen. Toen verhief het dier zich langzaam +uit het water en kroop naar zijn makkers toe; maar dezen wilden eerst +niets van hem weten en toonden den indringer hun slagtanden, maar per +slot van rekening lieten ze hem toch met rust. Daar lagen ze drie uren +lang in roerlooze rust uitgestrekt, terwijl de zeemeeuwen boven de +golven hun overmoedig gekrijsch deden hooren. + +Nansen en zijn metgezel namen hun nieuw domein in bezit, deden een +onderzoekingstocht over het eiland en keerden toen naar hun +ijsbeergebraad terug dat hun een ongekend gevoel van verzadigdheid +verschafte. + +Den volgenden dag zochten ze een geschikt verblijf om te overwinteren. +Maar, daar ze nergens een hol ontdekten, bouwden ze uit steenen een +kleine hut, waarvan het dak gevormd werd door hun sneeuwschoenen en de +zijden tent. Aan alle kanten hadden het licht en de wind vrijen +toegang; maar toch was ’t binnen heel behaaglijk, en de ketel pruttelde +boven een vuur, gestookt van rauw walrussenspek. Nansen besloot op dit +eiland te overwinteren. + + + + + + + + +17. EEN OVERWINTERING. + + +De eilanden, die Nansen en zijn tochtgenoot tot nog toe gezien hadden, +geleken echter in ’t geheel niet op het bekende gedeelte van het Frans +Jozefs-land, zoodat Nansen niet meer precies wist, waar hij zich +eigenlijk bevond. Bovendien was ’t onmogelijk zich op de kajaks in het +open water te wagen: ’t was dus beter om voor het verzamelen van +mondvoorraad te zorgen. Want de poolnacht stond voor de deur, en +binnenkort zou al het wild verdwenen zijn. + +Het eerste, waarvoor ze moesten zorgen, was een goede, bewoonbare hut. +Steenen en mos waren als bouwmateriaal genoeg voorhanden; een +aangespoelde balk, die ze aan den oever vonden, zou dienst doen als +dakvorst en toen men op een goeden keer weer eens twee walrussen buit +maakte, was de bedekking van het dak ook in orde. + +Reeds spartelde daarbuiten een groote walrus in het open water. In een +ommezien waren de saamgebonden kajaks in het water geschoven en van +daaruit werd nu de kolos bestookt. De walrus dook in de diepte, maar +kwam onder de eene kajak weer naar boven, en ’t scheelde maar een haar, +of de geheele geschiedenis was omgeslagen. Eindelijk kreeg het dier een +doodelijke wond, maar juist, toen Nansen hem den harpoen in het lijf +wilde stooten, verdween hij in de diepte. + +Bij twee andere, die zich op het ijs in slaap brulden, hadden ze meer +geluk. Nansen vertelde later, dat hij zich als een moordenaar gevoeld +had, toen hij ze moest doodschieten, en dat de smeekende, treurige blik +van hunne stervende oogen, toen ze, als zwaar zieke menschen, onder het +opgeven van bloed den laatsten adem uitbliezen, hem zijn geheele leven +zou bijblijven. + +Daarna moesten de dieren gevild, het spek er af gesneden, en de buit +naar de hut gebracht worden. Maar welk een geluk, dat Nansen zoo +voorzichtig geweest was, om de kajaks mee te nemen. Want terwijl ze als +slagers met de dieren bezig waren, stak er een sterke landwind op, +zoodat de ijsschots waarop ze zich bevonden, los geraakte, en ze naar +de zee afdreven. Reeds waren ze omringd door de donkergroene, +witbekuifde golven. Er was geen oogenblik te verliezen, met razende +snelheid dreven ze af. Maar, om met leege handen weer naar de hut te +moeten terugkeeren, dat zou toch al te jammer zijn. Daarom sneden ze de +eene in tweeën en droegen de helft met het spek naar hun kajaks. +Doodmoe kwamen ze na een gevaarvollen tocht eindelijk in behouden haven +terug. + +In den nacht kwam een ijsberen-mama met haar beide groote jongen eens +een kijkje nemen in de hut. Ze werd neergeschoten; de beide jongen +draafden naar de kust, plompten in het water, en zwommen naar een +ijsschol. Daar stonden ze te brommen op de menschen, en verwonderden +zich er over, waarom moeder zoo lang aan land bleef. Het eene jong viel +over den rand in het water, maar kroop weer naar boven, terwijl het +zoute water hem van den pels afdroop. Beiden dreven met de ijsschol +door den wind gedreven weg, en waren in korten tijd nog slechts als +twee witte stippen op het donkere water zichtbaar. Maar, Nansen en +Johansen hadden vleesch noodig, want de drie dieren hadden hun geheelen +voorraad walrussen-vleesch opgegeten; dus werden de kajaks weer te +water gelaten, en spoedig bereikten ze de schol, waarop zich de jonge +beren bevonden; ze dreven hen in ’t water en vervolgden ze tot aan het +land, waar eenige schoten een einde aan hun leven maakten. + +Er was nu aan vleeschvoorraad geen gebrek. Drie beren tegelijk! En +bovendien kwam nog de walrus, die ze het eerst geschoten hadden aan de +oppervlakte, en terwijl deze gevild werd, kwam een tweede uit +nieuwsgierigheid kijken, en moest daarvoor met zijn leven boeten. Bij +dit onsmakelijk werk werden de kleederen der beide mannen zoo met bloed +en traan besmeerd, dat het kleverige vuil tot op hun huid doordrong. +Van alle kanten kwamen de meeuwen krijschend aangevlogen om gulzig den +afval te verslinden, voordat ze naar het Zuiden trokken, en de +poolnacht een aanvang nam. + +Met het bouwen van het winterverblijf ging een week heen. Het +schouderblad van een walrus, aan den stok van een sneeuwschoen +gebonden, diende als schop, terwijl een walrussentand, aan de lat van +een slede bevestigd, als houweel dienst deed. Zoo verhieven zich binnen +korten tijd de muren van de nieuwe hut. Van binnen werd de grond +uitgegraven, en van steenen een gemeenschappelijke slaapplaats gebouwd +en met berenvellen bedekt. Twee buitgemaakte walrussen leverden het +materiaal voor dakbedekking. Wel is waar kwam er een beer die het +geheele dak naar beneden haalde, maar hij moest deze euveldaad zwaar +boeten, en later werd het dak door een laag steenen tegen dergelijke +gebeurtenissen beschermd. Een schoorsteen van ijs diende voor den +afvoer van den rook uit den open haard. Nu betrokken de beide mannen de +nieuwe hut, die hun gedurende den geheelen langen winter een veilig en +behagelijk onderkomen verschafte. + +Den 15den October 1895 zagen ze de zon voor ’t laatst, en hun derde +poolnacht nam een aanvang. De beren verdwenen, om zich voor het +volgende voorjaar niet meer te laten zien. Slechts de vossen bleven, en +deze waren even brutaal als roofzuchtig. Ze stalen touw en staaldraad +en harpoenen, en vergrepen zich zelfs aan een thermometer, die buiten +was blijven liggen. Den geheelen winter liepen ze over het dak, al +huilend en knorrend en brommend en onderling vechtend. Deze teekenen +van leven vormden echter voor de bewoners een zoo welkome afwisseling, +dat ze die wilde bezoekers voor geen geld van de wereld zouden hebben +willen missen. + +Of de dagen langzaam voorbij gingen? Dat nu juist niet: de geheele +winter was immers slechts één enkele nacht! Daarbuiten was ’t stil en +verlaten: een plechtige stilte heerschte in de windstille nachten. De +maan scheen helder, en de hut lag in de schaduw van een klip, het +maanlicht bedekte land en ijs als met een witte lijkwade. Vaak vlamde +het noorderlicht als een geheimzinnig vuur aan het inktzwarte +uitspansel, en de sterren fonkelden in onbeschrijflijken glans. + +Slechts zelden was het stil weer. Gewoonlijk huilde de wind over de +kale rotsen, die reeds gedurende onafzienbaren tijd milliarden stormen +hadden getrotseerd, en de sneeuwstormen gierden er loeiend omheen en +vormden om de hutten der reizigers een geweldigen muur. + +Zoo verliep de eindeloos lange nacht. Nansen en Johansen aten en +dronken, liepen in het donker rond om wat beweging te nemen, en vierden +in hun hut het Kerstfeest. Ze knapten het inwendige van de hut op: +verwijderden allen afval, en hielden een feestmaal van de laatste +delicatessen van de „Fram”. Naderhand bleef Nansen nog lang liggen +luisteren, alsof hij verwachtte in het vaderland de kerkklokken te +zullen hooren luiden. Toen kwam Nieuwjaarsdag, met een zoo felle koude +dat ze alleen om te eten hun neus buiten den slaapzak staken, en vaak +vier en twintig uur aan een stuk bleven voortdommelen, evenals de +ijsberen in hun hol. + +Den laatsten Februari zagen ze eindelijk weer de zon, die met haar +stralen ettelijke kleine vogels aanlokte. Maar de beide mannen +schrokken, toen ze elkaar weer bij het daglicht zagen: haren en baard +waren ongestoord gegroeid; ze hadden zich al dien tijd niet gewasschen +en hun gezicht was roetzwart. De anders zoo blonde Nansen had pikzwart +haar; maar aan een bad viel natuurlijk bij een temperatuur van veertig +graden vorst niet te denken! + +Spoedig verscheen ook de eerste beer. Hij krabbelde tegen de hut, +aangelokt door allerlei verlokkelijke geuren; maar hij werd met een +kogel ontvangen en ging op den loop; een tweede kogel velde hem neer: +van zijn vleesch leefden beide mannen zes weken lang. + +Nu werden de dagen besteed voor de toebereidselen tot het voortzetten +van de reis. Er werden uit vachten lappen genaaid om de beenen te +beschutten, schoenen geflikt, touwen gesneden uit de huiden van +walrussen, nieuwe bovenstellen voor de sleden getimmerd, de proviand +opgeladen en den 19den Mei 1896 verlieten Nansen en zijn makker hun +veilig winterkwartier om in zuid-westelijke richting hun onzekeren +tocht voort te zetten. + + + + + + + + +18. HET AVONTUUR IN DE KAJAK. + + +De sneeuwstormen loeiden om de beide reizigers heen. Hun tent hadden ze +prijs gegeven en ’s nachts kropen ze tusschen de sleden, waar ze een +zeil over heen gespannen hadden. Eenmaal liep Nansen op sneeuwschoenen +regelrecht het water in, en hij zou stellig verdronken zijn, wanneer +niet Johansen hem er nog tijdig uitgetrokken had. Het dunne ijs was met +een laag sneeuw bedekt, en was van water doortrokken: zoo kwam het, dat +ze slechts langzaam vorderden, want ze moesten eerst begaanbaar ijs +opzoeken. Reeds begon de proviand weer op te raken, maar gelukkig +krioelde het in ’t water van walrussen. Vaak waren de dieren, die in +troepen op ’t ijs lagen, zoo mak, dat Nansen dicht in hun nabijheid kon +komen om ze te fotografeeren. Zelfs wanneer er een neergeschoten werd, +verroerden de anderen zich in ’t geheel niet. Slechts wanneer er met +stokken op los geslagen werd, stonden ze log op, waggelden als eenden +achter elkaar naar het water en doken met de koppen naar beneden onder. + +Eens was het ijs zoo glad, en de wind zoo gunstig, dat Nansen en +Johansen de zeilen heschen, zich op hun sneeuwschoenen er voor +plaatsten om te sturen en voort ging het, in suizende vaart, zoodat de +wind hen om de ooren floot! + +Op een anderen keer zeilden ze met samengebonden kajaks en landden op +een eiland, om ruimer om zich heen te kunnen zien. De kajaks werden aan +een koord van walrussenhuid vastgelegd. Maar toen ze over het eiland +ronddwaalden, riep plotseling Johansen: + +„Halt! Daar drijven de kajaks!” + +Toen snelden ze naar het water, de wind woei krachtig zeewaarts en +dreef met de kajaks al hun bezittingen weg. + +„Hier is mijn horloge!” riep Nansen, gooide snel zijn kleeren uit, +sprong in het ijskoude water, en zwom de schuiten achterna. Maar deze +dreven sneller dan Nansen kon zwemmen. Hij voelde reeds dat hij begon +te verstijven; maar hier te verdrinken was niet erger dan zonder de +booten terug te keeren! Vooruit dus, met inspanning van alle krachten! +Toen zijn krachten hem begonnen te begeven, ging hij een poos op zijn +rug liggen; intusschen liep Johansen in vertwijfeling op het ijs heen +en weer—maar daar zwom Nansen reeds weer, en ten slotte werd de afstand +geringer; Johansen uitte een vreugdekreet, en reeds op het punt van te +zinken, gelukte het Nansen nog juist om een der sneeuwschoenen, die +buiten de kajuit uitstaken, te grijpen; daaraan klemde hij zich vast en +kon tenminste een oogenblik op adem komen. Toen heesch hij zich met +moeite in de boot, en roeide terug, door en door verkleumd. Maar toch +kwam hij eindelijk aan land; Johansen pakte hem dadelijk in den +slaapzak, en dekte hem toe met alles wat voorhanden was. Na een paar +uur geslapen te hebben, was de ijzersterke Nansen weer zoo frisch als +een hoen, en deed het avondeten alle eer aan. Later bekende Johansen +dat het de angstigste oogenblikken geweest waren, die hij nog ooit had +doorgebracht. + +Steeds meer zuidwaarts leidde hun weg, dwars door het ijs en de golven. +Het grootste gedeelte van hun tocht legden zij thans in de kajaks af. +Op zekeren dag kwam vlak naast Nansen’s kajak, een walrus aan de +oppervlakte, en had bijna de boot met de beide mannen in het zilte nat +doen verdwijnen. Toen het dier weer weggezwommen was, voelde Nansen dat +op den bodem plotseling alles drijfnat geworden was. Zoo vlug als hij +kon, roeide hij naar de naastbijgelegen ijsvlakte, waar de kajak, +gelukkig in ondiep water, snel begon te zinken. Om het lek te +herstellen hadden zij een geruimen tijd noodig. + +Nansen’s tocht is een ongeëvenaard feit in de geschiedenis der +noordpooltochten. Van de honderd en dertig manschappen van den „Erebus” +en den „Terror” had niet één enkele er het levend afgebracht, hoewel ze +hun schepen niet verloren hadden, en hoewel ze vlak in de nabijheid +lagen van land, waar menschen woonden, en waar levend wild in overvloed +was. De Long was het slachtoffer geworden der ongunstige +omstandigheden. Deze beide koene Noren daarentegen, hadden het vijftien +maanden lang in de Poolzeeën uitgehouden, zonder daarbij hun leven in +te boeten, zonder dat hun ledematen bevroren waren, ja zelfs zonder +door uitputting en ontberingen te vermageren! Zelfs hadden ze het nog +wel geruimen tijd langer kunnen uithouden, maar—het oogenblik van hun +bevrijding was ophanden. + + + + + + + + +19. NANSEN’S GELUKKIGE TERUGKEER. + + +Den 17den Juli 1896 stond Nansen op een ijsberg naar het krijschen der +vogels te luisteren, die in wijde kringen om hem heen vlogen. +Plotseling luisterde hij met gespannen aandacht. Wat was dat? Neen ’t +was onmogelijk. En toch,—het geblaf van honden. Of was dat een vogel, +die op zoo bijzondere manier krijschte? Neen, ’t kon onmogelijk iets +anders wezen, ’t moest het blaffen van een hond zijn! Op een draf ging +hij naar het kamp terug, maar Johansen meende, dat hij zich stellig +vergist moest hebben. Nadat ze haastig ontbeten hadden, bond Nansen +zich de sneeuwschoenen aan, greep geweer, verrekijker en sok, en +pijlsnel vloog hij over de sneeuwvlakte voort. + +Weldra ontdekte hij het spoor van een hond. Of zou het misschien toch +van een vos zijn? Maar neen, van een vos is het spoor veel kleiner. Nu +ging het in vliegende vaart over het ijs landwaarts. Daar treft een +stem Nansen’s oor, en hij roept met al de kracht van zijn longen, +terwijl hij over scheuren en dammen heensnelt, want nu was de redding +nabij, en wie weet hoe spoedig men weer in het vaderland terug zou +zijn! + +En werkelijk—daar komt, luid blaffend een hond op hem toespringen, en +daarachter komt een man. Nansen snelt op den man toe, en beide zwaaien +met hun mutsen. Wie ook die vreemdeling mocht wezen, hij kon niet +anders doen dan dien pikzwarten reus, die daar regelrecht van de +Noordpool op hem afkwam, sprakeloos aanstaren. + +Nu stonden beiden tegenover elkaar, en reikten elkaar de hand. + +„’t Doet me bijzonder veel genoegen u te zien,” sprak de vreemdeling. + +„Dank u, mij eveneens,” antwoordde Nansen. + +„Hebt u hier een schip?” + +„Neen, mijn schip is hier niet.” + +„Met z’n hoevelen bent u?” + +„Ik heb slechts één tochtgenoot, daarginds op het ijsplateau.” + +De vreemdeling was een Engelschman, Frederick Jackson genaamd; hij had +zich reeds sedert twee jaren op het Frans Josefs-land gevestigd, +teneinde dat land met een goed uitgeruste expeditie grondig te +onderzoeken. In het eerst meende hij, dat deze zwarte gedaante op +sneeuwschoenen tot de bemanning van de „Fram” behoorde, en verdwaald +was. Maar toen hij hoorde dat Nansen in eigen persoon voor hem stond, +steeg zijn verbazing nog meer. + +Beiden begaven zich naar de woonplaats van Jackson, waar ook Johansen +zich na korten tijd bij hen voegde. Het eerste wat de beide Noren +deden, was, zich het zoo lang ontbeerde genot van een grondige +reiniging met heet water te verschaffen. Ze bewerkten hun lichaam met +groene zeep en harde borstels om tenminste het vuil, dat nog niet in de +poriën doorgedrongen en op het lichaam vastgekleefd zat, kwijt te +raken. Toen lieten ze zich scheren en de haren knippen, en toen ze van +top tot teen in schoone kleeren gestoken waren, zagen ze er tenminste +weer eenigszins als gewone menschen uit. + +In den loop van den zomer kwam een schip om Jackson zijn gewone +proviand te brengen. Daarmee voeren Nansen en Johansen naar huis. Reeds +in Bardö ontvingen ze telegrammen van hun verwanten, en hun vreugde was +grenzenloos. Slechts één ding was er nog waarover ze zich bezorgd +maakten: waar was de „Fram?” + +Het was te Hammerfest, toen Nansen ’s morgens uit den slaap gewekt +werd. Er stond iemand aan de deur, die hem dadelijk wenschte te +spreken. Nu, zoolang totdat hij zich aangekleed had, zou die persoon +nog wel kunnen wachten, meende Nansen. Toen hij klaar was, ging hij +naar buiten. De directeur van het telegraafkantoor stond in hoogsteigen +persoon voor hem. + +„Ik heb een telegram voor u, dat u ongetwijfeld genoegen zal doen,” +zeide deze. + +Nansen maakte het telegram open en las: „„Fram” heden veilig +aangekomen. Alles wel aan boord. Ga terstond naar Tromsö. Welkom in het +vaderland.” + +De afzender van dit telegram was de kapitein van de „Fram”, de wakkere +Sverdrup! + + + + + + + + +20. PER LUCHTBALLON NAAR DE NOORDPOOL. + + +Het was den 16den October 1893, toen ik Stockholm verliet om door Azië +een reis naar het verre Oosten te beginnen. Een deel van mijn +reisindrukken op dezen tocht heb ik in het eerste deel van dit werk +weegegeven. Te St. Petersburg, waar ik eenige inkoopen moest doen, +vertoefde ik in het huis van Nobel, waar ik op zekeren dag het volgend +telegram ontving: + +„Den 19den October streek Andrée’s ballon over de Finsche scheren, en +werd door den storm de Oostzee ingedreven. Van Sandhamn uit zag men, +hoe de ballon steeds twintig meter boven het zeewater zweefde.” + +Hoe ontzettend! Nauwelijks had Andrée Zweden achter zich gelaten, en de +woeste Oostzeegolven voor zich, en reeds zou zijn tocht een rampzalig +einde moeten nemen? Want omringd door herfstnevelen, was er nauwelijks +eenige hoop op behoud voor hem. Persoonlijk kende ik Andrée niet, ik +had hem nooit gezien; maar iedereen sprak van hem, want hij had reeds +negen gevaarvolle tochten gemaakt in de „Svea”, denzelfden ballon, die +hem thans den dood tegemoet voerde. Zulk een man kon de wereld toch +niet zoo snel verliezen! + +Ik zelf had het grootste vasteland der aarde voor mij. Het was toch +iets heerlijks, om tenminste vaste bodem onder de voeten te hebben! +Maar Andrée! De gedachte aan hem liet me geen rust. Sedert eenige jaren +had hij zichzelf tot een der wakkerste en bekwaamste luchtschippers +gevormd; zou dan nu reeds zijn loopbaan een einde nemen, nu reeds, +hoewel hij slechts veertig jaar oud was? + +Den volgenden dag kwam er evenwel een tweede telegram: + +„Andrée gered. Geland op de Finsche kust. Alles wel.” + +Goddank! Nu was ik op mijn reis tenminste van deze zorg ontheven. + +Twee jaar na dezen, bijna zoo rampspoedig geëindigden tocht, ontwierp +Andrée het plan voor een reis, die zich niet tot de Oostzee bepalen +zou. De geheele Noordelijke IJszee, van Spitsbergen tot aan de +Behringstraat wilde hij doorkruisen, een gebied, dat zich over een +afstand van 3700 kilometer uitstrekte; en zoo mogelijk, wilde hij op +zijn tocht over de Noordpool heenvliegen! Het was het meest gewaagde +plan dat nog ooit een ontdekkingsreiziger beraamd had. En Andrée had +zoo lang en zoo grondig er over nagedacht, dat hij nauwkeurig berekend +had, hoeveel elke schroef en elk touw van zijn ballon mocht wegen. + +De ballon zou vervaardigd zijn van een drievoudige bedekking van +Chineesche zijde, en zou, zoowel van binnen als van buiten gevernist +worden, teneinde zoo weinig mogelijk van zijn inhoud van 4500 kubieke +meters waterstofgas te verliezen. De doorsnede zou twintig meter +bedragen en van boven zou een extra omhulsel aangebracht worden, dat +beletten moest, dat de sneeuw zich op het netwerk vastzette. + +Lange sleeptouwen zouden den ballon gedurig op dezelfde hoogte houden. +Ze zouden gemaakt zijn van kokosdraden, zoodat ze op het water konden +drijven, en zouden veel gemakkelijker over het ijs heenglijden dan over +het land, waar ze vaak aan boomen, of andere voorwerpen konden blijven +hangen, en zoodoende den ballon aan menigen gevaarlijken ruk konden +blootstellen. Wanneer de helft van het sleeptouw op de aarde ligt, en +de andere helft in de lucht zweeft, dan trekt alleen die laatste helft +de ballon naar beneden. Zoodra deze daalt, wordt het gedeelte van het +touw dat op de aarde rust, grooter, de ballon wordt daardoor verlicht, +en stijgt weer omhoog. Maar de sleeptouwen verhinderen dan weer een al +te sterke stijging, want hoe langer het touw wordt dat in de lucht +hangt, des te meer wordt de ballon weer omlaag getrokken. Zoodoende zal +de ballon, zoo berekende Andrée, steeds op een gelijkmatige hoogte +blijven zweven. + +Maar, de sleeptouwen hebben nog een ander doel. Door hun wrijving aan +de oppervlakte van het water of van het ijs werken ze als een rem. +Dientengevolge is de snelheid van den wind grooter dan die van den +ballon, die niet vrij in de lucht zweeft, maar, om ’t zoo uit te +drukken, steeds een voet op de aarde heeft. Door het hijschen van een +zeil aan een der beide kanten kan men dan den ballon eenigszins +besturen en hem, evenals een zeilschip laten laveeren. + +De gondel van Andrée’s ballon bestond uit een teenen korf, en was rond, +ruim, stevig en licht, voorzien van een dak, waarop de luchtreizigers +als op een balkon konden staan, tot het doen hunner waarnemingen. Door +een luik kon men in de gondel afdalen, die voor twee mannen, wanneer ze +naast elkaar uitgestrekt lagen, plaats bood. + +Twee vensters in het dak gaven uitzicht naar buiten. In de zijwanden +bevonden zich tal van vakjes en zakken, waarin alle mogelijke dingen +konden opgeborgen worden. Met zes dikke touwen was de gondel aan den +draagring bevestigd. Acht ballasttouwen, van zeventig meter lang, +moesten dienen om den schok te breken, wanneer een heftige windstoot +den ballon tegen de aarde zou slingeren; ze konden ook afgekapt worden, +zoodra de ballon zooveel gas verloor, dat ze niet meer in staat was om +te bleven zweven. Al deze touwen wogen te zamen ongeveer duizend +kilogram. + +Andrée’s ballon zou dertig dagen kunnen zweven. Maar wanneer er nu een +windstilte intrad, of wanneer men door het drijfijs, dat de Pool +omringde, weer teruggedreven werd? Ook met deze mogelijkheid had Andrée +rekening gehouden, en hij was erop voorbereid den ballon ergens achter +te kunnen laten, en den terugtocht over het ijs te aanvaarden. + +Daarvoor zouden sleden en sneeuwschoenen, een tent, een opvouwbare +zeilboot en drie geweren met ammunitie meegenomen moeten worden, +bovendien voldoende mondvoorraad voor honderd dagen; dit alles was in +zakken boven aan den draagring geborgen. + +Maar hoe zou men zich daarboven in de koude lucht iets warms kunnen +toebereiden? Daarom werd een bijzonder kooktoestel vervaardigd, dat, +ter voorkoming van brandgevaar onder aan den ballon zou hangen. Men +behoefde slechts een blikje met soep, vleesch of visch in den ketel te +doen, de spirituslamp te vullen en de geheele geschiedenis naar beneden +te laten zakken; wanneer men aan een bepaald koord trok, dan ontbrandde +daar een vlam, die men met behulp van een slang weer uit kon blazen, +wanneer het eten gaar was, en men het toestel weer naar boven trok. +Teneinde de buitenwereld berichten te kunnen doen toekomen over het +verloop der reis, zouden dertien boeien van kurk meegenomen worden, die +van buiten met koperdraad omhuld en van binnen een metalen koker +bevatten voor het opbergen van brieven. De grootste zou bij aankomst +van de Noordpool uitgeworpen worden! Bovendien stelde Andrée zich voor +om rechtstreeks schriftelijke mededeelingen te zenden. Daartoe kocht +hij ongeveer vijftig postduiven, die vroegtijdig naar den +noordelijksten vuurtoren aan de Noordkaap gebracht werden; om ze met +den vorm der kust vertrouwd te maken, bracht men ze eerst op een hoogen +berg met vrij uitzicht naar alle kanten. Daarna werden ze op +zeilschepen een eind de zee ingenomen, en daar losgelaten. Eenigen +vlogen terstond naar hun punt van uitgang terug, anderen sloegen de +richting naar het Zuiden in, en twee vielen ten prooi van een +roofvogel. Gedurende de reis zouden de duiven in kleine teenen kooien +geborgen worden, waarin aluminium bakjes met water en kleine korfjes +met gerst, erwten en zaad geplaatst waren. Toen men van Spitsbergen +uit, drie van deze duiven liet vliegen, stegen ze loodrecht in de +hoogte, bleven daar eenige minuten lang volkomen onbeweeglijk, als om +het terrein te verkennen, en vlogen toen pijlsnel zuidwaarts. Slechts +een dezer postduiven werd bij Ofoten op de Noorsche kust opgevangen. +Maar, dat was een bedriegster, ze was op een stoomboot, die naar +Noorwegen onderweg was, neergestreken, en toen de kust in ’t zicht was, +vloog ze weer op en liet zich met den wind naar Ofoten meevoeren. + +De brief, dien zulk een duif draagt, moet licht als een veertje zijn om +het vliegen niet te belemmeren. Hij wordt geschreven op zijde-papier +en, opgerold, in een waterdichte huls geschoven die met was +dichtgekleefd en onder de staartveeren van de duif bevestigd wordt. + +Zoo had Andrée alles met groote scherpzinnigheid voorbereid. Er was een +geheel boek geschreven, dat uitsluitend de toerusting tot deze reis +beschreef. In het begin van Juli, een tijd waarin de zon dag en nacht +aan den hemel staat, wilde Andrée met twee tochtgenooten de opstijging +wagen vanuit het Denen-eiland, aan de noordkust van Spitsbergen. In +dezen tijd van het jaar kon men steeds fotografische opnamen maken +wanneer men over onbekende eilanden heen vloog. Ook zou de zon de +temperatuur van het gas op gelijkmatige hoogte houden, en zoodoende zou +de ballon steeds op ongeveer dezelfde hoogte bleven zweven. + +Andrée was vast overtuigd van het welslagen van zijn plan. In het +gunstigste geval zou alles immers als vanzelf gaan. Op een zijner +proeftochten had hij den afstand van 400 Kilometer tusschen Gothenburg +en Gotland in 3 uren afgelegd. Zulk een wind zou hem in negen uren aan +de Noordpool kunnen brengen, en, zelfs bij matigen wind zou hij in +hoogstens twee dagen de Pool kunnen bereiken! Wanneer hij op +Spitsbergen een gunstigen, zuidelijken wind had, dan kon hij, volgens +zijn vaste overtuiging, wanneer alles meeliep, reeds na acht dagen aan +de Behringzee, of ergens anders, op de Aziatische of Amerikaansche +noordkust, kunnen landen! + +Maar „de wind blaast waarheen hij wil, en ge hoort zijn suizen wel, +maar ge weet niet vanwaar hij komt, noch waar hij henen gaat.” Het +eenige vaststaande is het feit, dat de wind aan de Noordpool altijd uit +het zuiden komt! Want aan de Pool komen de meridianen allen in een punt +te zamen, en wanneer ge aan de Pool staat, dan kijkt ge, wáárheen ge +het oog ook richt, altijd naar het Zuiden! + + + + + + + + +21. VOOR DE OPSTIJGING. + + +Toen het plan van Andrée’s tocht wereldkundig werd, schoten natuurlijk +overal de ongeluksprofeten als paddestoelen uit den grond op. In het +buitenland had men niets dan scherpe woorden, en sprak men van +onzinnige waaghalzerij. Andrée kon zelf toch wel begrijpen, dat de +zeevogels daar in het hooge Noorden het omhulsel van zijn ballon met +hun snavels zouden doorboren, dat hij en zijn tochtgenooten, wanneer ze +over het bewoonde land heenzweefden door de bewoners met pijlen +doorschoten zouden worden, en dat ze, indien ze al de Noordpool +bereikten, daar immers toch van koude zouden omkomen! Sneeuw en ijs +zouden door hun gewicht het gevaarte omlaag drukken, de sleeptouwen +zouden tusschen de ijsschotsen verward raken, vastvriezen en zoodoende +den ballon onbeweeglijk vasthouden. + +Alleen in Zweden veroorzaakte het plan eerst verbazing, voorts +bewondering, en eindelijk geestdrift! Maar—waar zou het geld vandaan +komen? Er waren voor de verwezenlijking van het plan 130.000 Kronen +noodig. Alfred Nobel bood aan de helft der kosten voor zijn rekening te +nemen. Koning Oscar, die alles wat met ontdekkingsreizen in verband +stond met milde hand steunde, schonk het vierde gedeelte, en de rest +werd door anderen bijeengebracht. + +Toen alles in gereedheid was, reisde Andrée naar Spitsbergen. Op het +Denen-eiland werd een reusachtige loods gebouwd om den ballon tijdens +de vulling te beschutten. Op het einde van Juli 1896 was de vulling +afgeloopen, en nu wachtte men slechts op den zuidenwind. + +Maar de wind kwam voortdurend uit het Noorden of uit het Westen. Weken +verliepen. Mist en sneeuw maakten de vooruitzichten nog ongunstiger. +Het wachten was vergeefs—de gunstige wind kwam niet. + +Ten Noorden der Denen-eilanden ligt het Amsterdam-eiland, dat naar het +Oosten in een vlakke landtong, de Hollanderkaap, uitsteekt. Hier kwam +den 14den Augustus een merkwaardig schip voor anker. Andrée en +verscheidene andere Zweden voeren er in hun stoomsloep heen. Het was de +„Fram”, eerst enkele dagen geleden, uit een driejarige gevangenschap in +het poolijs, bevrijd! + +„Zou ik Nansen kunnen spreken?” vroeg Andrée, nadat hij Sverdrup en +zijn metgezellen begroet had. + +„Wat, is Nansen dan nog niet terug?” riepen de Noren. + +„Neen, maar waarom is hij niet op de „Fram”?” + +„Het is nu bijna anderhalf jaar geleden, sedert hij van ons wegging.” + +Aan weerskanten heerschten angst en verslagenheid. Sverdrup keerde zoo +snel mogelijk naar Noorwegen terug, vast besloten om, na kolen en +proviand ingenomen te hebben, zich naar Frans-Josefs-land te begeven en +Nansen te zoeken. Toen hij de eerste haven, een klein Noorsch +kustplaatsje, bereikt had, liet hij zich, midden in den nacht, aan land +roeien, en ging naar een telegraafkantoor. Daar hamerde hij met zulk +een geweld op de deur, alsof zijn leven er mee gemoeid was. Alles was +in diepe rust. Eindelijk stak een oud man zijn hoofd uit het venster, +en schreeuwde hem toe: „Wat heeft dat gruwelijke spektakel in ’t holle +van den nacht te beduiden?” + +Sverdrup antwoordde: „Doe maar vlug open, ik ben kapitein Sverdrup, van +de „Fram”.” + +Dadelijk werden overal de vensters verlicht, en de telegraafbeambte +kwam hals over kop naar beneden hollen. + +„Ik heb van Andrée gehoord,” zei Sverdrup op bezorgden toon, „dat er +nog geen bericht van Nansen gekomen is.” + +„Wel,” riep de man, „Nansen? Die is den 13den Augustus te Bardö +aangekomen! Op ’t oogenblik is hij te Hammerfest.” + +Sverdrup maakte van blijdschap een luchtsprong, draaide zich, zonder +een woord te zeggen om, en snelde weg om zijn makkers de blijde tijding +te brengen. + +Intusschen wachtte Andrée nog steeds op den zuidenwind. Maar, daar het +reeds te ver in het jaar was, moest hij wel terugkeeren. De ballon werd +leeggemaakt, alles werd ingepakt, en Andrée reisde naar Stockholm +terug. + +Men kan zich wel voorstellen hoe terneergeslagen hij was. Nog nooit had +het plan van een Noordpooltocht een zoo algemeene en warme sympathie +genoten. De geheele wereld wachtte met spanning en ongeduld op het +vertrek. Toen hij Stockholm en Gothenburg verliet, had men hem als een +held gehuldigd, en nu moest hij onverrichter zake weer terugkeeren! +Velen dreven den spot met hem, maar de meesten bewonderden toch zijn +zelfbeheersching. Het bedrag dat voor een nieuwe poging noodig was, +werd terstond bijeengebracht, en wel uitsluitend in Zweden. In het +midden van Mei van het volgend jaar wilde Andrée zich wederom naar het +Denen-eiland begeven. + +Den 10den Mei 1897, kwam ik uit Azië terug. Den dertienden gaf Andrée +een diner te zijner eere. Wij waren slechts met ons zessen aan tafel, +en ik zag hem bij deze gelegenheid voor het eerst. Tijdens het maal +heette hij mij welkom met een rede, die ik mij niet zonder ontroering +herinner. Hij sprak er over welk een verschillende toekomst ons beiden +wachtte. Terwijl ik mijn groote reis achter den rug had, en rustige +arbeid mij wachtte, had hij zijn tocht nog voor zich, en stond op het +punt zich toe te vertrouwen aan een onzeker lot in de groote +eenzaamheid. In zijn toon was iets weemoedigs verscholen, dat hij +vergeefs trachtte te verbergen. In mijn antwoord huldigde ik hem als de +ontwerper van een grootsch plan, en sprak mijn overtuiging uit, dat we +elkaar onder gelukkiger omstandigheden zouden weerzien! + +Het gezelschap ging spoedig uiteen. Andrée had nog veel te doen; over +twee dagen zou hij Stockholm voorgoed verlaten. + +Ditmaal vond zijn vertrek in alle stilte plaats. Men had hem zoo weinig +met rust gelaten, dat het te voorzien was, dat hij, ook bij niet +volkomen gunstigen wind, tóch zou opstijgen. Slechts enkele vrienden +waren aan het station om afscheid van hem te nemen. Ik drukte hem +hartelijk de hand—voor het laatst! Toen voerde de trein hem weg, den +helderen nacht in. + +In Juni heerschte op het Denen-eiland weer dezelfde bedrijvigheid. In +het begin van Juli was alles voor de opstijging in gereedheid. Wederom +was het wachten slechts op een gunstigen zuidenwind. Door een heftigen +storm werd de ballon zoo hevig in de loods heen en weer geslingerd, dat +hij bijna tegen de wanden stuk geslagen werd, en zelfs bijna geheel +losgerukt werd. + +Dagelijks schreef Andrée eenige regels in zijn dagboek. Op den 8sten +Juli 1897 eindigt het—voor altijd. + + + + + + + + +22. „ALLES KLAAR!” + + +Den 11den Juli 1897, een Zondag, brak aan. Reeds des morgens om drie +uur vertoonden zich bij de Hollanderkaap eenige rimpels op het effen +watervlak. Het was een lichte bries, die elk uur in kracht toenam! + +Om acht uur werd de laatste post bezorgd en nog het een en ander in het +schuitje van den ballon gebracht. Andrée belegde een krijgsraad. Zijn +beide tochtgenooten, de ingenieur Fränkel en Dr. Strindberg verklaarden +zich voor de opstijging. Hij zelf sloot zich daarbij aan. Onverwijld +toog men aan ’t werk. De bemanning der kanonneerboot „Svenskund”, het +schip, dat de luchtvaarders naar het Denen-eiland gebracht had, werd +aan land gezet, en om 11 uur begon men met het afbreken van de loods. +Reeds was een groot gedeelte van de voorzijde weggenomen. Aan de +windzijde werd zeildoek gespannen om eenige beschutting voor den wind +te vormen. Uitstekende balken werden met een dikke laag vilt omwikkeld, +zoodat ze bij het slingeren van den ballon geen gaten in het omhulsel +konden boren. + +Gedurende de eerstvolgende uren heerschte er een koortsachtige +opgewondenheid. Iedereen deed zijn uiterste best. Aan alle kanten +weerklonk het kraken en dreunen van planken, die losgebroken werden. +Men repte zich, als gold het een brand te blusschen. Door een +scheepsroeper deelde Andrée met de stem van een godheid zijn bevelen +uit; aan ieder moest hij zijn bijzondere bevelen geven en naar alle +kanten moest hij zijn opmerkzaamheid richten. Intusschen daalden, van +de hooge berghellingen achter de loods, zware wolken neer. + +Reeds rukte de ballon ongeduldig aan de touwen, en vaak werden reeds +alle zandzakken van den bodem opgelicht. Nu werd hij een weinig gevierd +om de gondel met de zes draagtouwen aan den ring te kunnen bevestigen. +De kooien met de duiven werden in de gondel gezet en de zandzakken voor +een groot deel verwijderd. De ballon werd nu alleen nog maar +vastgehouden door drie bundels ballastzakken, waarvan de luchtschippers +op het laatste oogenblik de touwen zouden doorkappen, en door drie +dikke kabels die om eenige balken op den grond heengeslagen waren. Bij +elken kabel stond een matroos met een bijl. Twee dozijn zakken met zand +werden als ballast ingeladen. + +„Alles klaar!” + +Andrée dankt allen, die hem geholpen hebben, en neemt haastig van ieder +afzonderlijk afscheid. Zonder veel woorden drukt men elkaar stevig de +hand. Wanneer de laatste oogenblikken maar eerst voorbij waren, wenscht +ieder in stilte. Een onvergetelijk schouwspel moet deze opstijging +opgeleverd hebben. + +Dan doopt Andrée den ballon met den naam „Ornen” (Adelaar) en hij +springt in de gondel waar Fränkel en Strindberg reeds onder de +Zweedsche vlag hebben plaats genomen. Met blanke messen in de handen +staan ze daar, en met één enkele snede kappen ze de touwen der +ballastzakken! + +Een rustig oogenblik wordt afgewacht. Er heerscht een diepe stilte. Men +waagt het nauwelijks te fluisteren, slechts het suizen van den wind in +de bijna ledige loods is hoorbaar. De drie helden leunen tegen den rand +van de gondel. Andrée bewaart een onverstoorbare kalmte; geen spoor van +aandoening is op zijn gelaat te bekennen. Om halfdrie klinkt zijn stem: + +„Kappen—een, twee, drie!” + +Op hetzelfde oogenblik springen de kabels los, en statig verheft zich +de „Adelaar” uit zijn nest! + +„Leve Andrée!” klinkt het daar beneden. + +„Groet Zweden van mij!” roept hij met luider stem, terwijl hij zich +over den rand van de gondel heenbuigt; met de sleeptouwen die een spoor +van schuim in het water achter laten, als het zog van een stoomschip, +zweefde de „Adelaar” in noordoostelijke richting over de Hollanderkaap +heen. Voordat hij die achter zich had, daalde hij bedenkelijk, wellicht +door een sterken luchtstroom naar beneden gedrukt. De gondel kwam zelfs +in het water, maar sprong toen weer in de hoogte. Negen zandzakken +moesten uitgeworpen worden om te beletten dat de „Adelaar” tegen de +klippen zou stooten. Daarmede gingen tweehonderd kilogram ballast +overboord! + +Nog ernstiger was, dat bij het opstijgen een groot stuk der sleeptouwen +scheurde. Daarmee ging meer dan een halve ton ballast verloren! Het +geheele fundament, waarop Andrée zijn plannen gebouwd had, scheen +vernietigd! Hij was niet meer door de sleeptouwen in aanraking met de +aarde, maar zweefde als een speelbal der winden, vrij in de lucht! + +De „Adelaar” verhief zich dan ook tot een hoogte van ongeveer +zevenhonderd meter. Een tijd lang werd hij door een wolk aan het +gezicht onttrokken, maar weldra kwam hij weer te voorschijn. Na verloop +van een uur verdween hij achter de rotsige eilanden in het Noordoosten, +in de wijde eenzaamheid der poolzeeën—voor altijd. + +Zwijgend en ernstig begaven zich de helpers der drie helden weer aan +boord van de „Svensksund”.— + + + + + + + + +23. HET LOT VAN ANDRÉE. + + +Met welke spanning wachtte de geheele wereld op berichten van Andrée, +hoe werd overal de telegraaf in werking gesteld toen het bekend werd +dat de held opgestegen, en in noordelijke richting verdwenen was! Op de +geheele wereld was er nauwelijks een dagblad dat niet kolommenlange +beschrijvingen van de koene opstijging gegeven had. Overal heerschten +verbazing en bewondering! Hoe zou het wel afloopen? vroeg een ieder +zich af. Atlassen werden te voorschijn gehaald, en onderzoekend liet +men het oog gaan over de landen om de ijszeeën. Hoelang zou de +zuidenwind aanhouden, en waar zou de ballon weer te voorschijn komen? +Te oordeelen naar de manier waarop de „Adelaar” opgestegen was, zou +hij, zoo was de algemeene meening, zich hoogstens drie weken in de +wolken drijvend kunnen houden! Maar in dien tijd kon hij geweldige +afstanden afleggen, en op elke willekeurige plek van de bewoonde wereld +weer zichtbaar worden. Juist in dezen tijd van het jaar bevonden zich +tal van walvischvaarders en visschers in de noordelijke ijszeeën. De +spanning nam met elken dag toe. Niemand dacht meer aan de Noordpool. +Waar ook Andrée’s ballon zou landen—hij zou ongetwijfeld den +merkwaardigsten tocht gemaakt hebben, waarvan nog ooit een mensch +gehoord had. + +Nauwelijks waren veertien dagen verloopen, of de eerste verontrustende +berichten deden door de pers de ronde. Den 17den Juli zou een Hollander +den ballon in de Witte Zee op het water hebben zien drijven! +Nasporingen brachten echter aan licht dat de Hollander vrij zeker een +doode, opgezwollen walvisch ontmoet had. + +Van nu af kwam er echter van alle kanten een stroom van de meest +tegenstrijdige berichten. Aan de westkust van Groenland had men vanuit +de zee schoten van een buks gehoord; zonder twijfel waren die schoten +afgevuurd door Andrée en zijn makkers, die, evenals vroeger de mannen +van de „Polaris” op een ijsschots zuidwaarts dreven. Wanneer men op een +schip in de herfstnevelen het krijschen van zeemeeuwen hoorde, dan was +dat natuurlijk Andrée, die in zijn zeilboot ronddobberend, om hulp +riep! + +En hoevele bewoners van de landen om de Noordpool heen, wilden den +ballon met eigen oogen gezien hebben! De wakkere Russische +pelshandelaars, en boeren tot ver in Siberië, bezwoeren met dure eeden, +dat ze den „Adelaar” boven dit of dat dorp hadden gezien. Op Sachalin, +het eiland der verbannenen in het verre Oosten had men hem stil en +geheimzinnig boven de kale rotsen zien drijven. Zelfs de Indianen van +Noord-Amerika beweerden, dat ze hem gezien hadden. + +Anderen weer, wisten stellig, dat Andrée te Klondyke was, en van +daaruit reeds geschreven had. In Britsch-Columbia streek de „Adelaar” +over het land heen, en in Canada hadden de Eskimo’s verscheidene blanke +mannen ontmoet die hun proviand in een zonderling gevaarte +medesleepten. Weer anderen hadden visioenen gehad, en wisten +dientengevolge nauwkeurig dat Andrée en zijn makkers in de zee gestort +en verdronken waren—ze hadden in den geest de catastrophe mede +aangezien. Weer anderen wisten met even groote zekerheid te vertellen +dat Andrée nog leefde, maar dringend hulp noodig had. + +Op deze wijze had de menschelijke verbeeldingskracht allerwege vrij +spel, overal tuurde men met spiedende blikken omhoog, en meende den +ballon te zien, zelfs al was ’t slechts een kraai die in den +schemeravond voorbijvloog. De beangstigende, maar geweldige +werkelijkheid werd langzamerhand tot een wonderbare sage, en bijna ging +het met Andrée’s ballons als met het sprookjesschip van den vliegenden +Hollander! + +Reeds in den herfst werd er vanuit Zweden hulp gezonden, on overal waar +Andrée met mogelijkheid zijn kon, werd proviand opgesteld. Een +expeditie onderzocht vanuit het nu ledige graf van De Long en zijn +makkers een groot deel der kusten van de Siberische IJszee. Professor +Rathorst gaf als zijn meening te kennen, dat de luchtschippers +Oost-Groenland hadden kunnen bereiken, waar ze zich langen tijd met +muskusossen zouden kunnen voeden. Hij rustte derhalve de „Anlactic” uit +met het doel om deze kusten grondig te onderzoeken. Weliswaar vond hij +Andrée niet, maar hij bracht prachtige kaarten, verzamelingen en het +resultaat van belangrijke waarnemingen mede terug. + +Zoo verliepen maanden en jaren! Van tijd tot tijd dook een nieuw +gerucht op, en steeds vlamde weer een nieuwe straal van hoop op! + +Wat was er gevonden van de dertien boeien, die Andrée wilde uitwerpen, +en waar waren de duiven gebleven? + +Vijf boeien werden twee jaar later gevonden. Drie waren er in het +ongereede geraakt, de briefhulzen ontbraken. Twee bevatten een +schrijven, en hadden met den stroom een grooten afstand afgelegd, de +eene werd op de noordkust van Noorwegen gevonden, de ander op IJsland. +Ze waren reeds op den dag van opstijging om 10 uur en om 11 uur +uitgeworpen, en behelsden slechts korte berichten over den koers, den +toestand aan boord en de plek waar de boei uitgeworpen was. Om 10 uur +dreef de ballon in noordelijke richting over vlak ijs heen. „Prachtig +weer. Stemming uitstekend.” Om elf uur zweefde hij zeshonderd meter +boven het zeeoppervlak „alles wel.” + +Van de duiven keerde slechts één enkele weer terug. Een Noorsch schip +nam ze reeds vier dagen na de opstijging aan boord. Het bericht, dat ze +droeg, was daarom merkwaardig, omdat Andrée het den 13den Juli om half +drie geschreven had. De „Adelaar” had toen reeds zes en veertig uur +gezweefd, en was dus reeds langer in de lucht geweest dan eenig ander +luchtschip! Op het kleine ineengerolde stuk papier stond o.a.: „aan +boord alles wel. Dit is de derde duivenpost. Andrée.” De ballon bevond +zich toen boven het noordelijk gedeelte van Spitsbergen, maar dreef met +een flinke vaart naar het Oost-Zuid-Oosten. + +Van dit oogenblik af is er van het lot van den „Adelaar” niets meer +bekend;—en, waarschijnlijk zal het ook wel onbekend blijven. + +Gedurende tweemaal vier en twintig uren na de opstijging was dus alles +aan boord in orde, en de luchtschippers koesterden geen angst voor den +afloop van hun tocht. Misschien zweefden ze gedurende verscheidene +dagen nu eens naar het Noorden, dan weer naar het Zuiden. Maar elken +dag moest de draagkracht van den ballon onvermijdelijk verminderen, +totdat tenslotte de „Adelaar” zijn last niet meer kon torsen. Maar, +waar hij nederdaalde, dat weet niemand. + +Wanneer hij in de buurt van de Noordpool, in de richting van de +Behringzee, tusschen het drijfijs geland is, dan was de positie der +opvarenden hopeloos, want ze hadden niet voldoenden leeftocht bij zich +voor een zoo verren tocht, als in dat geval noodzakelijk zou wezen. +Waarschijnlijker is dat de ballon naar het zuidelijk deel van de +IJszee, tusschen Frans-Jozefs-land en het schiereiland Kola dreef. Hij +moest daarbij steeds slapper worden, en steeds dieper zinken. +Ongetwijfeld kapte men alle touwen, en wierp allen ballast overboord. +Zoodoende kon hij nog eenige uren, misschien nog een geheelen dag in de +lucht blijven. Maar ten slotte moest hij weer dalen, terwijl de donkere +zee daaronder den muil opensperde. Nu zal men de laatste boeien +opgeofferd, en alles wat men eenigszins kon missen, weggeworpen hebben. +Weer verhief zich de ballon, maar verslapte spoedig weer opnieuw, door +het minste koeltje heen en weer gedreven. Andrée was een man, die in +oogenblikken van gevaar den moed niet verloor; hij en zijn makkers +zullen dapper met den dood gestreden hebben! + +Indien de winter zijn intocht reeds gedaan had op het noordelijk +halfrond, dan had Andrée misschien kans gehad, spoedig hulp te zien +opdagen. Dan zou hij een groot gedeelte van zijn leeftocht rustig +hebben kunnen prijs geven, dan had hij de duiven kunnen loslaten en hun +kooien in zee kunnen werpen. Maar misschien zonk de „Adelaar” op een +plek waar geen land te bekennen was. De gondel sleepte over het water +en stiet tegen elke oneffenheid; de inzittenden klommen in den +draagring en kapten de gondel af. Dan verhief zich misschien de ballon +nog eenmaal voor het laatst, om door de winden weer zeewaarts gedreven +te worden. Daardoor werd de catastrophe nog slechte enkele uren +uitgesteld, want wanneer een ballon zijn grootste hoogte bereikt heeft, +daalt hij plotseling. Toen hij weer op de oppervlakte van het water +kwam, was de ring het eenige wat nog gekapt kon worden. Hoe ook de +omstandigheden mogen geweest zijn, waaronder Andrée en zijn makkers den +dood gevonden hebben,—nu, na zooveel jaren weten we het nog niet; laat +ons hopen dat hun doodsstrijd kort was! Hun reis was vruchteloos, maar +die drie mannen zullen voor altoos toonbeelden blijven van heldenmoed. +Ze hebben nieuwe paden betreden, en de tijd is nabij waarop anderen, +met betere hulpmiddelen toegerust, hun onzichtbaar spoor door het +luchtruim en over de zeeën zullen volgen. + + + + + + + + +24. IN HAMBURG BIJ HAGENBECK. + + +Verlaten we thans de dood-aanbrengende hoogere sferen, om ons weer op +vasten bodem te bewegen! Na het korte uitstapje in de geschiedenis der +Noordpooltochten willen we ons naar Engeland op weg begeven, uit de +oneindige eenzaamheid van het eeuwige ijs, der middernachtzon, en der +poolstormen naar een der brandpunten van het menschengewoel; naar de +wereldstad Londen. + +Van Malmö uit, brengt ons een stoomboot over de Sond, naar het groote, +vroolijke en bedrijvige Kopenhagen. Daarna doorsnijdt de spoorweg het +rijke en vruchtbare eiland Seeland. Hier staan prachtige hoeven +tusschen vruchtbare velden, hier graast op welige weiden het +kloekgebouwde vee, waaraan Denemarken zijn overvloed van melk en boter +dankt: hier breidt zich naar alle kanten de vruchtbare bodem uit, die +geen plaats meer overlaat voor de kale zandvlakten en schrale heide, +zooals die op de westkust van Jutland voorkomen. + +Denemarken is een der kleinste landen van Europa, maar de bewoners +weten van de natuurlijke hulpbronnen van hun land partij te trekken en +voordeelige handelsbetrekkingen met het buitenland aan te knoopen. Veel +uitgestrekter dan het moederland zijn echter zijn bezittingen in de +noordelijke zeeën, Groenland en IJsland; helaas zijn deze beide +eilanden echter slechts schaars bevolkt, koude en ijs zijn er de +eigenlijke heerschers. Van Korsör uit brengt ons een stoomboot tusschen +de eilanden Langeland en Laaland door, in enkele uren naar Kiel. Hier +betreden we Duitschen bodem; hier is Duitschland’s grootste +oorlogshaven. + +Door het vruchtbare Holstein heen, spoeden we ons naar het Zuiden, waar +de vrije Hanzestad Hamburg aan de Elbe, de grootste havenplaats op het +vasteland van Europa, en na Londen en New-York de derde der geheele +wereld. + +Wat is hier al niet te zien en te bewonderen. De enkele uren oponthoud +willen we besteden om iets te zien, dat men overal elders vergeefs zou +zoeken: Hagenbeck’s dierenpark. + +Het ligt buiten de stad. Uit alle landen der wereld zijn hier wilde +dieren bijeengebracht. Maar hier verkwijnen ze niet in een sombere +gevangenschap, zooals in menagerieën en zoölogische tuinen, hier kunnen +ze zich vrij bewegen over terreinen, die naar gelang van den aard der +verschillende soorten, ingericht zijn. Over wijde zandvlakten zwerven +de dromedarissen en struisvogels der Sahara, een kunstmatig aangelegde +steppe strekt de buffels van Noord-Amerika en de antilopen en zebra’s +van Afrika tot verblijfplaats. Tusschen grillige rotsen klauteren de +lama’s der Andes, de steenbokken der Alpen en de muffeldieren uit de +gebergten van Corsika en Sardinië: de olifanten staan in een +gemeenschappelijk hok bijeen, en gaan vandaar uit aan hun arbeid in het +park. + +In het Poollandschap dartelen walrussen en robben in ruime bassins, op +welker randen de pinguins komisch-gewichtig plomp rondwaggelen. +Afzonderlijke grotten en koele vijvers strekken den ijsberen tot +woonplaats; ze laten zich in ’t water neerplonzen, zwemmen snuivend in +’t rond, slaan elkaar, wanneer ze te dicht in elkaars nabijheid komen, +met de klauwen, klauteren dan op een overhangende rots om daar lui op +den rug liggend, uit te rusten, en storten zich dan weer, den kop +vooruit, in ’t water. Daarboven verheft zich een klein plateau waar een +rendierkudde graast. + +Het glanspunt van Hagenbeck’s dierenpark is de leeuwenkloof. Aan drie +kanten bevinden zich steile rotswanden met grotten en kloven. Aan den +vierden kant, naar den toegang, is de kloof open, en hier staan we nu, +op een afstand van slechts enkele meters, vlak tegenover twaalf groote +leeuwen, zonder ook maar door een draadwerk van hen gescheiden te zijn! +Dat is wel buitengewoon gevaarlijk, zou men zoo zeggen. In ’t geheel +niet! De dieren zouden ons, zelfs al wilden ze, geen kwaad kunnen doen. +Dan zijn ze zeker vastgebonden? Ook dat niet! Ze zijn vrij. Eenigen +liggen languit te slapen, anderen zitten voor zich uit te staren, en +droomen van Soedan; twee springen met lenige, katachtige bewegingen de +rotsen op en af; twee Oost-Afrikaansche leeuwen zonder manen nemen +elkaar met vijandige blikken op, terwijl een Zuid-Perzische leeuw op +het plateau op den voorgrond rusteloos heen en weer loopt. Ze +verwaardigen den toeschouwer met geen enkelen blik, daarvoor zijn die +koninklijke dieren veel te trotsch; ’t is alsof ze die menschen vóór +zich in ’t geheel niet zien, en toch zijn ze slechts één sprong +afstands van hen verwijderd. Maar deze sprong zou te groot zijn! Een +gracht tusschen hen en ons is acht meter breed, en zoo ver springt een +leeuw niet! Wanneer een van die dieren op ons af zou springen, dan zou +hij tegen een gladden muur terecht komen, die zich loodrecht uit de met +water gevulde gracht verheft, en van daaruit is geen andere uitweg dan +weer naar de kloof terug. + +Toen ik eens voor dat eigenaardige leeuwenhol stond, kwam een breed +geschouderde oppasser naar me toe en zei: „Wanneer u me tien stuivers +geeft, ga ik het leeuwenhol binnen!” + +„Best,” zei ik, „maar op je eigen verantwoording.” + +„Natuurlijk! Wacht u maar een oogenblik!” + +Dadelijk daarop ging er een kleine deur in de rots open, en met kalme, +zekere schreden naderde de oppasser de twaalf woestijnkoningen. Men kon +terstond zien dat hij ze volkomen in bedwang had. De Zuid-Perzische +leeuw stiet een dof gebrul uit, maar bleef heen en weer loopen. De +slapenden openden de oogen, spitsten de ooren en verhieven zich. De +oppasser sloeg een der dieren met een rijzweep, waarop het dier lenig +op een omgevallen boomstam in de kloof sprong. Een tweede leeuw sprong +geluidloos en sierlijk over de hem voorgehouden zweep. Toen ze hun +kunsten vertoond hadden, kreeg ieder een stuk vleesch, dat de oppasser +uit zijn zak te voorschijn haalde, toen greep hij een der grootste +dieren stevig bij de manen en schudde hem duchtig heen en weer; een +ander pakte hij bij de ooren, en hield zijn gezicht tegen den kop van +den leeuw aangedrukt. Deze hoefde slechts zijn muil open te sperren om +hem het hoofd van den romp af te scheiden; maar zooals de oppasser me +later verzekerde, bij al die gevaarlijke kunststukken klopte zijn hart +geen oogenblik sneller. Hij had de leeuwen volkomen aan zich +onderworpen; hij speelde met ze, alsof het jonge katten waren, en toch +waren er twee bij, die pas zes maanden geleden gevangen waren. Toen de +oppasser de kloof verliet, liep hij achteruit, bleef op het eind een +oogenblik staan, riep op bevelenden toon een commando, en sloeg met +zijn zweep op een rotsblok, om de dieren naar den anderen kant te +verdrijven, en verdween toen snel door de deur. Klaarblijkelijk kon hij +ze toch niet blindelings vertrouwen, onverwachts kon in deze gevangenen +het roofdier ontwaken! + +In de nabijheid der wilde dieren vergeet men niet alleen den tijd, maar +ook het begrip van plaats. Ik althans vertoefde daar met voorliefde. +Hun aanblik verplaatst me in de stilte der woestijn, in het zwijgen der +wouden, in de stormen der bergen, in de geheimzinnigheid van Indië’s +struikgewas. Ik denk aan karavanen en nachtelijk kampvuur, aan jachten +en gevaarvolle avonturen, en ik koester medelijden met de gevangenen, +ook al hebben ze ’t zoo goed als in Hagenbeck’s prachtig park in +Hamburg. + +Maar nu voert de trein ons met razende vaart door Hannover en +Westfalen, over den statigen Rijn, en door het Zuiden van Holland. +Rechts en links zooveel nijverheid, zooveel rustelooze arbeid! Hier +kampen de Hollanders met het water, dat hen steeds met overstroomingen +bedreigt. Slechts kort zijn de afstanden tusschen de nijvere +industrie-steden. Voorbij! Onverbiddelijk voert ons de trein +westwaarts, totdat we het eindpunt, Vlissingen bereiken. + +Hier wacht ons de stoomboot. Zoodra alle reizigers aan boord zijn, en +hun bagage, benevens eenige wagenladingen vrachtgoed in het ruim +geladen zijn, beginnen de raderen te werken en het schip verlaat de +haven en vaart het kanaal, tusschen het vasteland en Engeland in. Het +weer is prachtig, een zilte bries strijkt over het water, maar zonder +dat we last hebben van hooge golven. Nu en dan ontmoeten we een ander +stoomschip. Hongerige meeuwen vliegen in sierlijke kringen rondom ons. +Een voor anker liggend lichtschip laten we links achter ons liggen, en +aan denzelfden kant doemt na eenige uren de kust van het graafschap +Kent op. Engeland is in ’t zicht! + + + + + + + + +25. IN HET GEWOEL DER WERELDSTAD. + + +Ons schip vaart de breede, trechtervormige uitmonding der Theems +binnen, en landt in de haven van Queensborough. Hier nemen we weer +plaats in den spoortrein, die ons in korten tijd door een dichtbevolkte +landstreek naar het hartje van Londen brengt. Reeds op weg naar het +hotel, krijgt men een indruk van de woelige drukte van Engeland’s +hoofdstad, die tweemaal zoo groot is als Berlijn, en met haar bijna +vijf millioen inwoners het zevende deel der gezamenlijke bevolking van +Engeland en Wales herbergt. + +Welke keus zullen we nu doen uit deze onuitputtelijke zee van +bezienswaardigheden? Men verdrinkt in die menigte musea, +kunstverzamelingen, theaters en kerken! Er zijn dorpen, die slechts uit +één enkele straat bestaan. Wanneer men de 8000 straten die Londen telt, +aan elkaar zou kunnen voegen, dan zou die reuzenstraat zich door geheel +Europa, West-Azië, tot aan Samarkand in Turkestan uitstrekken! Maar, +gelukkig, zóó lang zijn de Londensche straten niet; ze vormen één groot +net, ze eindigen aan de Theems of in uitgestrekte parken en +wereldberoemde pleinen. En op al deze straten en pleinen wemelt en +krioelt het van voetgangers en voertuigen; maar het drukste verkeer +vindt men in Piccadilly, de drukste straat der wereld! + +Reeds na twee dagen komen we tot de overtuiging, dat onze zwakke +krachten het tegenover de onafzienbare menigte bezienswaardigheden van +Londen moeten afleggen, we willen ons dus willoos door het toeval laten +leiden. Wanneer men bezoeken moet afleggen bij vrienden en bekenden, +dan raadpleegt men eerst den plattegrond om op de snelste en +goedkoopste manier te komen waar men moet wezen, en men zorgt er voor +vooraf te informeeren, wanneer de familie thuis is om bezoek af te +wachten. + +Men kan hun geen grooter genoegen doen dan door juist op een ontvangdag +te komen, en het gewoel in de salons en om de theetafel te helpen +vergrooten. Want het staat deftig om zooveel mogelijk bezoek te +ontvangen. Maar, om bezoek te ontvangen moet de gastvrouw zich +beijveren om gedurende de overige dagen der week zelve bezoeken af te +leggen. Het gevolg hiervan is een rusteloos rondrijden in equipage of +automobiel; en nauwelijks tehuis gekomen, moet ze snel voor een diner +toilet maken. In Engeland is het warme jaargetijde gewijd aan het +maatschappelijk verkeer, hoewel ik persoonlijk in dit opzicht tusschen +winter en zomer volstrekt geen onderscheid opgemerkt heb. Want ook ’s +winters betoonen de Engelschen den vreemdeling dezelfde gastvrijheid. + +Wanneer men een indruk wil krijgen van het straatgewoel, dan moet men +bovenop een omnibus plaats nemen; van daar uit heeft men naar alle +kanten vrij uitzicht. Wij bestijgen dus een „bus” in Kensington, de +wijk waarin ons hotel ligt, in de onmiddellijke nabijheid van twee der +rijkste musea van Londen voor kunsten en wetenschappen. Eerst gaat ’t +langs het prachtige Hydepark, een heerlijke oase temidden van de +huizenwoestijn. Het park wordt doorsneden door breede, schaduwrijke +wegen; hier praalt de voorname wereld met schitterende equipages, +kostbare toiletten en rijk uitgedoste livreien. Wanneer men ’s zomers +zucht van de hitte, dan vindt men hier een verkwikkende koelte; zwarte +zwanen zwemmen statig rond in den langwerpigen vijver, waarin ieder mag +baden, zonder dat hij daarvoor een cent hoeft te betalen. Maar de +prachtige gazons zien er uit alsof er zoo juist een groote +volksbijeenkomst is gehouden; hier rusten de dakloozen, want overdag +mogen ze in de openbare parken gaan liggen en slapen, maar des nachts +worden ze er door de politie verdreven! + +Langzaam beweegt zich nu onze omnibus door het gewoel van Piccadilly. +Zooeven hadden we nog het Hydepark links, en reeds spreidt het St. +James-park zijn boomenpracht rechts van ons ten toon. Links van ons +hebben we Londen’s grauwe, eindelooze huizenzee. Maar spoedig zijn we +het park voorbij, en nu hebben we aan weerszijden de huizen van +Piccadilly. Men houdt bij het rijden links, daardoor ontstaat een +dubbele stroom van voertuigen in de tamelijk smalle straat. Vanaf het +imperiaal van den omnibus heeft men een uitstekend uitzicht op dien +gestadig voortbruisenden verkeersstroom. + +Voor en achter ons, zoover de blik reikt, ziet men de honderden van +voertuigen als eindelooze, naast elkaar rijdende treinen, een bonte +aaneenschakeling van passagiers- en goederenwagens. De omnibussen +alleen zijn honderden in getal, groote, zware, roodgeverfde monsters, +deels door motoren, deels door paarden voortbewogen; aan de zijkanten +altoos met reclameborden bedekt. Op het imperiaal zitten de heeren met +hun hooge hoeden, onder het rooken van een pijp, hun courant te lezen, +terwijl de dames onder haar groote hoeden schuil gaan. Van het +plaveisel is nauwelijks iets te zien. Want tusschen de omnibussen +verdringen zich nog automobielen, vierwielige huurrijtuigen, +reclamewagens, hooge tweewielige hansoms en vrachtwagens, en +daartusschen weer kleine karren beladen met bananen en sinaasappels. +Hier en daar dringt zich ook nog een wielrijder tusschen het +levensgevaarlijke gewoel. De andere helft der straat biedt hetzelfde +schouwspel. Slechts beweegt zich hier de stroom in tegenovergestelde +richting. Onafgebroken klinkt het getoeter der automobielen en het +knallen der zweepen: al die geluiden der wereldstad, vermengd met het +paardengetrappel, het menschengedruisch, het roepen der +courantenventers, enz. smelt samen tot een zoemend gebrom, dat ons +onophoudelijk in de ooren klinkt. + +Van tijd tot tijd ziet men kleine jongens, die snel den paardenmest +opvegen en wegdragen. Vlug en handig wippen ze door het ergste gedrang +heen; en ’t mag wel een wonder heeten, dat ze het er altijd heelhuids +afbrengen! + +Langzaam, langzaam gaat ’t verder. Ineens staat de geheele stoet stil; +een politieagent heeft zijn hand in de hoogte gestoken; wee den +koetsier of chauffeur die bij dit teeken niet onmiddellijk zou +stilhouden! De politieagent en zijn kameraad, aan den anderen kant van +de straat, hebben het verkeer een oogenblik stop gezet om een rij +voertuigen uit een dwarsstraat gelegenheid te geven Piccadilly over te +steken; ze rijden ons nu voorbij, maar over eenige minuten brengen +andere agenten het verkeer in de zijstraat tot stilstand en wij kunnen +onzen weg weer vervolgen, totdat we aan een ander kruispunt weer moeten +wachten. Men heeft zoodoende bij een rit door Londen’s straten heel wat +geduld noodig, want van snel vooruit komen, kan bij al die drukte, geen +sprake wezen. + +Eindelijk eindigt Piccadilly in een klein rond plein, waarop van alle +kanten straten uitkomen. Hier is het gewemel van voertuigen en +voetgangers werkelijk angstwekkend! De onvermoeide politie leidt echter +rustig het verkeer, en wordt ook gewillig gehoorzaamd. De politie van +Londen is de vriend en beschermer van het publiek, zoo komt het, dat er +overal voorbeeldige orde heerscht. + +Nu buigt onze omnibus naar rechts af, en brengt ons door een korte, +maar belangrijke straat naar Trafalgar-Square, een der mooiste en +levendigste pleinen van Londen. In het midden verheft zich een 44 meter +hooge zuil, bekroond door het standbeeld van den zeeheld Nelson. Het +plein ontleent zijn naam aan het voorgebergte Trafalgar in Spanje, aan +de kust van den Atlantischen Oceaan, in de buurt van Gibraltar. Daar +behaalde Nelson in 1805 de overwinning op de vloot van Napoleon, en +verijdelde zoodoende het plan van den keizer, om met zijn troepen een +inval in Engeland te doen. Nelson zelf vond in dezen bloedigen slag den +dood. Op de zuil staan zijn beroemde woorden gebeiteld: „Engeland +verwacht dat elkeen zijn plicht zal doen!” + +De omnibus rolt dreunend verder oostwaarts door eindelooze straten met +winkels en kantoren. Beneden ons krioelt het als in een mierenhoop. +Iedereen heeft haast. Men spoedt zich naar het station, naar kantoor, +winkel, of bank zonder zijn aandacht te schenken aan die oude huizen, +gevels of fonteinen die de herinnering wakker roepen aan lang vervlogen +tijden. „Zaken” dat is het wachtwoord in de City, de „hoofdstad van +Londen.” Hier vloeit het geld in zilveren en gouden stroomen, hier is +het brandpunt van wereld- en kolonialen handel, hier liggen naast +ontelbare bankgebouwen de paleizen der stedelijke beambten, de oude +gilde-huizen, de redactiebureaus der couranten. Hier verheft zich ook +de prachtige, en op twee na de grootste kerk der christenheid, de St. +Pauls-kathedraal, die zoo omringd is door de zee van grauwe, donkere +huizenmassa’s dat het uiterlijk nauwelijks eenigen indruk maakt; van +binnen is de kerk evenwel overweldigend en plechtig. + +Een eind verderop ligt de Bank van Engeland, met zijn meer dan 1000 +beambten, en zijn geldvoorraad van minstens 240 millioen gulden aan +goud en zilver. Daar het gebouw geheel zonder vensters is, ziet het er +uit als een geweldige vesting; en met dien schat, dien het bergt, is ’t +dan ook inderdaad het sterkste bolwerk van Engeland’s welvaart en +onafhankelijkheid. + + + + + + + + +26. DE THEEMS. + + +Weer rijden we langs het dek van Hydepark, maar ditmaal slaat onze +automobiel bij Piccadilly rechtsaf, voert ons langs het +Buckingham-paleis, waar de koning verblijf houdt; en laat vervolgens +een rij groote gebouwen, waarin de ministeries gevestigd zijn, links +liggen. Rechts verheft zich de beroemde Westminster-Abdij, waar +Engeland’s koningen gekroond worden en waar de grootste mannen en +helden van Brittannië in hun graven sluimeren. Naast de Kathedraal +verheft zich het reusachtige parlementsgebouw, in welks prachtige zalen +het Engelsche Hooger- en Lagerhuis zitting houden en waar over het wel +en wee van het Britsche rijk beraadslaagd wordt. + +Met zijn languitgestrekten gevel en zijn torens weerspiegelt zich het +Parlementsgebouw in het water van de Theems, evenals het vlak +daartegenover liggend St. Thomas-hospitaal. De verbinding tusschen de +beide oevers wordt gevormd door de Westminsterbrug. Hier begeven we ons +op een rivierbootje, waarmee we stroomafwaarts, en tóch tegen den +stroom opvaren! Want het is bijna twaalf uur en de vloed komt van uit +zee opzetten. Ontelbare vrachtschepen maken daarvan gebruik, om +zoodoende gemakkelijk van uit zee Londen te bereiken. + +We varen onder een spoorbrug door. Links op de kade verheft zich de +„Naald van Cleopatra,” een Egyptische obelisk: en iets verder +stroomafwaarts zien we de steenen muren van eenige reuzen-hotels. +Achter de Waterloo-brug wordt de hooge, heerlijke koepel der St. +Pauls-kathedraal zichtbaar. Blackfriars-brug, de brug der „Zwarte +broeders” en een spoorbrug liggen zóó dicht naast elkaar, dat de +afstand tusschen die beide nauwelijks twintig meter bedraagt. De +rechteroever wordt ingenomen door fabrieken en eenvoudige woonhuizen. + +Nu gaan we onder drie bruggen door, die eveneens vlak naast elkaar +liggen. De derde heet „London Bridge”, en is een der hoofdaderen van +het verkeer. Voortdurend wordt het oog door iets nieuws geboeid. Ginds +ligt de „Tower” een der beroemdste overblijfselen uit vroegere eeuwen, +een overoude vesting en staatsgevangenis, een gebouw, welks +geschiedenis ten nauwste met die van Engeland verbonden is. In den +„Tower” worden tegenwoordig, behalve andere kostbaarheden, de +kroonjuweelen en de uiterlijke kenteekenen der koninklijke macht +bewaard, ter waarde van ongeveer zestig millioen gulden. + +Op twee, midden in den stroom gebouwde torens, rust de „Tower-brug”. +Het middelste gedeelte bestaat uit twee boven elkaar liggende bruggen, +zoodat ook schepen met hooge masten er onder door kunnen varen, terwijl +voor de voetgangers in de beide torens liften zijn aangebracht waarmede +zij op de bovenste brug worden gebracht en niet behoeven te wachten. De +grootste stoomschepen varen evenwel niet zoo ver stroomopwaarts. De +schepen met bestemming voor Amerika verlaten Engeland van uit +Liverpool, Southampton en Bristol, terwijl de Australische, die we in +Bombay en Colombo zagen, veel dichter bij de Theemsmonding ankeren. + +Wanneer we de Towerbrug voorbij zijn, bieden de oevers weinig +belangrijks meer. Dokken, fabrieken, stapelplaatsen, werven, kranen, +nemen de plaats in van beroemde gebouwen. Aan weerszijden liggen +tallooze kleine stoombootjes, zeilschepen en roeibooten. We komen +machtige stoomschepen uit alle werelddeelen tegen. Nu varen we juist +over een tunnel heen, die onder den stroom door gegraven is. Rechts +ligt de Electrische Centrale, vanwaar uit alle electrische trams van +Londen hun beweegkracht ontvangen, een reuzen-installatie, want de +trams doorsnijden Londen in alle richtingen. + +Eindelijk bereiken we Greenwich, met de wereldberoemde sterrenwacht, +wier meridiaan in nagenoeg alle landen als „nulmeridiaan” aangenomen +is. Op de meeste land- en zeekaarten wordt de ooster- en westerlengte +van deze meridiaan uit berekend. + +We bevinden ons thans op den rechteroever van de Theems. Om op den +linkeroever te komen, gaan we met een omnibus door de Blackwell-tunnel +onder de rivier door. Deze tunnel is gebouwd van cement, en lijkt op +een buis met twee trottoirs en een rijweg in ’t midden. De lengte +bedraagt twee kilometer, de echo wordt dreunend door de wanden +weerkaatst: boven ons hoofd doorploegen de schepen de rivier. + +Tenslotte zoeken we, om weer in ons hotel terug te komen, een der +ondergrondsche spoorwegen op, die in alle richtingen Londen +doorkruisen, evenals de gangen van reusachtige mollen. In doorsnede +bevinden ze zich op een diepte van twintig meter, sommigen zelfs van +vijftig meter. Men kan daarmee goedkoop en snel van het eene eind van +de stad naar het andere komen, maar men mist natuurlijk het +belangwekkende schouwspel, dat het bonte gewoel daarboven in het +daglicht oplevert. + + + + + + + + +27. TWEE DAGEN IN HET BRITSCH MUSEUM. + + +Men kan twee dagen in het Britsch Museum, wel het grootste der wereld, +doorgebracht hebben, zonder nog zelfs een oppervlakkig overzicht te +hebben van de schatten die het bevat! Onder sfinxen en granieten +beelden die 6000 jaar oud zijn, wordt men verplaatst in het grijze +verleden. Hier staat een doodkist waarin voor 5500 jaar een Egyptische +koning ter ruste gelegd werd; hij was de stichter van tal van prachtige +graven bij Caïro; en in de Ninivé-zaal staan we vol bewondering voor +oude oorkonden en brieven die in spijkerschrift op leemen tabletten +gegrift zijn. + +Uit de dagen van Sanherig en Sardanapalus, 700 en 600 v. Chr., stamt +het Babylonisch-Assyrische verhaal van Schepping en Zondvloed, dat +zooveel overeenkomst vertoont met de bijbelsche voorstelling. De goden, +zoo heet het, besloten een vloed over de aarde te zenden, waarin alles +zou verdrinken. Slechts aan Sit-Napistim, den Babylonischen Noach, werd +bevolen een schip te bouwen dat voor hem, zijn familie en zijn +huisdieren zou dienen als een veilige wijkplaats. Toen steeg de vloed, +en bedekte de gansche aarde, en toen het schip, nadat het water weer +gevallen was, op den berg Nizir landde, werden op den zevenden dag een +duif, een zwaluw en een raaf losgelaten om op verkenning uit te +gaan.—Deze sage is tot ons gekomen door de bibliotheek te Ninivé, die +door Sardanapalus werd uitgebreid. + +Welk een gevoel van eerbied vervult ons, wanneer we staan voor het +beeld van Ramses II. Hij was de Pharao die de kinderen Israëls +onderdrukte! Wanneer we dan de Romeinsche zalen betreden, en we het oog +vestigen op de buste van Caesar, dan hebben we het gevoel, weer op +historischen bodem te staan, en wanneer we dan in de bibliotheek van +George III (King’s Library) een bijbel uit het jaar 1455 aanschouwen, +de eerste die uit Gutenberg’s eigen drukkerij te Mainz kwam, dan meenen +we al zeer nabij den tegenwoordigen tijd te zijn. + +De handschriftenverzameling van het Britsch Museum omvat een menigte +gedenkwaardige brieven uit de geschiedenis van Engeland. Zoo kunnen we +hier het eigenhandig, door Nelson geschreven, plan voor den zeeslag van +Trafalgar lezen, alsook de laatste bladzijden uit het dagboek van +Gordon, den held van Karthoem, met wien we nog nader zullen +kennismaken. + +De bibliotheek van het Britsch Museum omvat twee-en-een-half millioen +banden die, naast elkaar gezet, een rij van zeventig kilometer lengte +zouden vormen. En onze bewondering voor deze menigte van boeken stijgt +nog wanneer we denken aan de scherpzinnigheid der navorschers, die er +in geslaagd zijn om uit al deze gegevens schatten van wijsheid te +putten, aangaande de geschiedenis van volkeren, die reeds tal van +eeuwen tot het verleden behooren. + +Niet minder dan deze verzamelplaats van historische herinneringen trof +mij de levende getuige van een grijs verleden, die tot aan zijn dood op +een buitenplaats buiten Londen woonde, en dien ik eens bezocht, in +gezelschap van den overste Younghusband, die jaren geleden de +Engelsch-Indische expeditie naar Lhassa in Thibet leidde. Toen we +aanbelden, kwam de statige grijsaard zelf om ons te ontvangen. Hij was +toendertijd vijf-en-negentig jaar oud en heette Sir Joseph Hooker. +Eertijds directeur van den grooten Londenschen plantentuin, zat hij nog +op het eind van zijn leven over zijn microscoop gebogen, en schreef +geleerde verhandelingen over het leven der planten! Reeds twintig jaren +voor mijn geboorte was hij tot aan de grenzen van Thibet doorgedrongen, +en ook van zijn reis naar de Zuidelijke IJszee vertelde hij met groote +levendigheid! Hij was in 1839 scheepsdokter bij de Zuidpool expeditie +van James Rosz. Twee-en-zeventig jaren waren er sedert voorbij gegaan, +en men kan zich nauwelijks voorstellen, dat er nog persoonlijke +herinneringen bewaard konden blijven uit een tijd, die zoo ver in ’t +verleden lag. + +„Is ’t mogelijk, dat u zich alles nog kunt herinneren, wat op dien +tocht voorviel?” vroeg ik. + +„Zeker,” antwoordde Hooker, „ik kan me dien tocht beter voor den geest +terugbrengen, dan de gebeurtenissen van het vorige jaar.” + +En toen beschreef hij ons hoe de ligging van het ijs was, en hoe hij en +zijn tochtgenooten aan boord leefden. Ook sprak hij met warmte over +dien grooten baanbreker der nieuwere natuurwetenschap, zijn vriend +Charles Darwin. + + + + + + + + +28. IN LONDEN’S ARMENWIJK. + + +Wat is het leven toch rijk aan scherpe tegenstellingen en aan ten hemel +schreiend onrecht! Op een afstand van ternauwernood een half uur van al +de pracht en praal, die bij de laatste kroning in Juni 1910 in de +Westminster Abdij tentoongespreid werd, ligt de armenwijk in het +Eastland en in het zuidoostelijk deel van Londen. Begeven we ons thans +daarheen. + +We hebben onze allereenvoudigste plunje aangetrokken en worden begeleid +door een vriendelijken missionaris, want het is in deze straten, waar +moorden niet tot de zeldzaamheden behooren, en waar nog heden +vreemdelingen spoorloos verdwijnen, volstrekt onveilig. Het is raadzaam +om horloge en ketting maar liever thuis te laten, en ’t is dames niet +aan te bevelen om hier haar handtaschje met geld met zich mede te +dragen! + +Hoevele boeken zou men niet kunnen vol schrijven over de ontzettende +armoede van Londen! Een armoede die het hart breekt en die schande +roept over de grootste en rijkste stad der wereld. Tot zulk een ellende +als in Londen, vervallen de armen in geen enkel land op aarde, zelfs +niet in Azië! Hun leven is een onafgebroken worsteling met de meest +kwellende zorgen en het meest nijpende gebrek; met ziekte, vervuiling, +gedierte en misdaad. + +Daar woont een moeder met acht kinderen in een enkel kamertje, waarvoor +ze nauwelijks de huur kan betalen. Hoe moet ze den honger van haar +kinderen stillen, wanneer haar man het grootste gedeelte van zijn +verdiensten als dokwerker verdrinkt? Jammerlijk slepen de kinderen hun +ellendig bestaan voort, en wanneer er een sterft, blijft het liggen, +totdat het noodige geld voor een begrafenis bijeengebracht is. +Overleven ze de kinderjaren, dan groeien ze op tot straatslijpers en +vagebonden, die voor niets anders deugen dan voor bedelaars. + +Roerend, en tegelijk ergerlijk is de aanblik dier kleinen, zoo als ze, +in lompen gehuld, in de nauwe, stinkende sloppen te midden van allerlei +afval, stoeien en spelen. Dat is hun zomervermaak, en van de vrije +natuur hebben ze niet eens een voorstelling! Ze zijn aan deze straten +in het Eastland gehecht, en zouden niet eens van woonplaats willen +wisselen! ’t Is nu immers zomer, en dan heeft men ’t tenminste op +straat niet koud! + +Onze leidsman brengt ons naar een wijk waar de stegen zoo nauw zijn, +dat twee personen elkaar nauwelijks kunnen passeeren. Hier heeft de +missionaris veel goeds verricht. De zending heeft hier een eigen +vergaderlokaal, kerk en club, en ’t is weldadig om te zien hoe graag de +arme kinderen hier heen gaan. Een ruim gymnastieklokaal en een kleine +bibliotheek staan hun ter beschikking, en zelfs hebben ze een +padvindersclub georganiseerd die achttien leden telt. Op het dak van +een huis hebben ze een ruim terrein voor voetbal en andere spelen. + +Zulk een zending, een zoogenaamd „Settlement” of kolonie vindt men in +de armste wijken van het Eastland. Barmhartige Samaritanen, uit de +welgestelde klassen van Londen, offeren een deel van hun tijd op om +hier met de armen om te gaan en hun met raad en daad bij te staan. + +Ze zijn in zekeren zin het zout dat het bederf tegen gaat. Ze redden +velen van het verderf en vormen hen tot fatsoenlijke burgers. Hoe groot +is echter het getal van hen, die in dien poel van jammer en misdaad +reddeloos ten onder gaan! + +Nu voert onze leidsman ons in een arbeiderswoning, die niet eens tot de +slechtste behoort; men gaat vanuit de straat twee treden af in een +ellendig klein kelderhol. De enkele meubels zien er zoo vervallen uit, +dat het schijnt, alsof ze zich nog slechts met moeite staande houden. +Aan een ronde tafel in ’t midden zit baas Higgins, met zijn moeder en +zijn vrouw voor een karig middageten; het vertrek is klein en bedompt, +en geen frissche lucht komt van de straat uit naar binnen. Hoe zal ’t +hier dan ’s winters wel wezen, wanneer de beruchte Londensche mist zoo +dik is, dat ’s middags een stikdonkere duisternis heerscht en op de +rijk verlichte breede straten de electrische lampen aan de overzijde +nauwelijks te zien zijn! + +Maar baas Higgins is tenminste nog een goede kerel. Hij is juist +thuisgekomen van zijn werk: het bouwen van een brug, en hij heeft ’t +nog zóó warm, dat de hitte van zijn lichaam afslaat als hij te midden +der zijnen in zijn hemdsmouwen aan tafel zit. Hij heeft reeds volwassen +zoons, die zelf verdienen en hij vertelt ons wat hij wekelijks +verdient, en wat hij noodig heeft voor huur en levensmiddelen. + +Reeds bij de oudste staatsregeling heeft elke Engelschman het recht +„niet te verhongeren” en een uitstekende Armenzorg van staats- en +gemeentewege was het gevolg. Maar, nog ontbreekt het hier aan wetten, +die inplaats van de armoede te lenigen, die weten te voorkomen. + +Tijdens een bezoek aan Londen was ik op zekeren avond als gast bij een +feestmaal van het gilde der zijdehandelaars. Dit gilde is een der +oudste van Londen en bestaat reeds acht eeuwen; hoewel tegenwoordig +geen der leden meer zijdehandelaar is. Lid kan evenwel lang niet +iedereen worden, het is een eer die van vader op zoon overgedragen +wordt. Door giften en legaten beschikt het gilde over ontzaglijke +sommen, waarvan de rente in zijn geheel voor liefdadige doeleinden +gebruikt wordt. Het gildehuis in Londen is een heel oud gebouw, van +middeleeuwsche pracht; men vindt hier de prachtigste bekers, kannen en +schotels, die alle eeuwen oud zijn. Wel twee duizend huizen in Londen +zijn het eigendom van het gilde en tal van scholen worden geheel door +het gilde bekostigd; ook worden alle ziekenhuizen uit de kas met ruime +giften gesteund. + +Toen ik later met een kennis langs de Theems naar huis ging, waren de +banken dicht bezet met tal van kerels in lompen en nachtelijke +zwervers. De meeste zaten in elkaar gebogen, de handen in de zakken en +het hoofd op de borst gezonken. Enkelen zaten met elkaar te praten, +terwijl ze hun pijp rookten. Een oude man had een plaats gevonden dicht +bij een lantaarnpaal, en las de courant. + +„Wat zijn dat voor menschen?” + +„De dakloozen,” antwoordde mijn geleider. + +„Slapen ze hier den geheelen nacht?” + +„Neen, ze wachten tot twee uur, dan deelt het Leger des Heils daarginds +onder de brug warme soep en brood uit.” + +„En na het eten?” + +„Dan zitten ze weer in doffe onverschilligheid op de banken, of ze +zwerven door de stad heen om te bedelen of te stelen. ’s Morgens zien +ze weer op de een of andere manier aan een gratis maal te komen.” + +„Wat doen ze dan overdag?” + +„Dan liggen ze in de parken te slapen; ’s nachts worden ze daar door de +politie niet geduld.” + +„Maar waarom werken ze dan niet?” + +„Ze willen niet! Van al deze kerels hier kon ieder gemakkelijk zijn +dertig stuivers per dag verdienen, een slaapgelegenheid bekostigen, en +onafhankelijk leven, maar ze willen niet. Probeer ’t: verschaf hun +werk, biedt hun dertig stuivers dagloon aan! Niet een enkele zou van uw +aanbod gebruik maken! Ze willen veel liever bedelen, in de parken +slapen en de gemeente tot last zijn.” + +„Is hun aantal groot?” + +„Veertig duizend—maar, laat ons dat niet vergeten, onder de +aanzienlijken en onder den adel zijn minstens evenveel dagdieven en +deugnieten te vinden! Van hen heeft men het recht te verwachten, dat ze +zich voor hun land nuttig maken. Hij, die des nachts moet rondzwerven, +is wel meer te beklagen dan te veroordeelen.” + + + + + + + + +29. VAN LONDEN NAAR PARIJS. + + +Vaak ben ik van Londen naar Parijs gereisd. De tocht duurt slechts +enkele uren. Een trein brengt ons vlug naar Dover, en dan, waar ’t +kanaal het smalst is, steken we met de stoomboot naar Calais over. Dan +gaat ’t weer verder per spoor door noordwest Frankrijk. + +Het is me altijd een genot de Fransche taal te hooren, die als muziek +in de ooren klinkt. Graag zie ik dit levendige, opgewekte menschenras +dat ieder woord vergezeld doet gaan van gebaren, schouderophalen en het +wisselen der gelaatsuitdrukking. Op weg naar Parijs heb ik het gevoel +alsof ik me naar een feest begeef. Reeds de naam Parijs bevat een +onuitputtelijken voorraad van levensvreugde en zorgeloosheid, van trots +en vaderlandsliefde, vrijheid, dapperheid en roem. + +Welk een onderscheid tusschen Londen en Parijs! De steden liggen +bijkans vlak bij elkaar, en toch is ’t alsof ze door een geheele wereld +van elkaar gescheiden zijn. Reeds in de namen ligt het verschil. +„Londen”, hoe zwaarwichtig, dof en ouderwetsch klinkt dat! Zooals het +brommen van een torenklok, in nauwe straten weerklinkend tusschen +grauwe huizen. Het klinkt als het stampen van zware stoommachines, als +het dreunen van voetstappen van een in koortsachtige haast zich +voortspoedende menigte, het maakt een indruk als iets reusachtigs, maar +tevens als iets eentonigs, dat krachtig en overweldigend verborgen ligt +onder roet en stoomwolken, als iets alledaagsch en prozaïsch dat zich +slechts bij een kroning of bij de begrafenis van een vorst tot +feestelijken luister ontplooit. + +Maar Parijs! Klinkt dat niet als een zegelied, als een fanfare, +opstijgend te midden eener jubelende menigte? Het klinkt als het luiden +van zilveren klokjes te midden van witte paleizen. Het roept en lokt +den vreemdeling naar de vroolijkste aller steden; het toont hem +theaters waar de kunst als een godsdienst wordt beleden, het herinnert +hem aan de fijnste beschaving, het tintelendste vernuft en de diepste +wijsheid, die ooit een stad heeft tentoongespreid. De naam Parijs roept +de herinnering te voorschijn aan roemrijke oorlogen, schitterende +triomftochten; maar ook aan belegeringen, bestormingen en bloedige +omwentelingen, aan onuitputtelijke kracht en rijkdom, zelfopoffering en +geestdrift, wanneer het ging om de verdediging van het vaderland. Nog +steeds schijnt de zon over Parijs te stralen, ook op sombere dagen +viert er de levensvreugde hoogtij. En zoo is Parijs eeuwig jong, hoewel +het reeds ten tijde van Ceasar een stad van beteekenis was. + +Het moge zoo zijn dat Londen in zekeren zin het middelpunt der aarde +is; het moge zijn dat de Engelsche taal heerscht op de zeeën en in de +havens; maar toch was steeds Parijs de hoofdstad der wereld, en was het +Fransch de wereldtaal, en nog heden is ’t de taal der diplomatie. Naar +Parijs trekken de kunstenaars, beeldhouwers en schilders om zich te +vormen; in Parijs hebben kunsten en wetenschappen een buitengewone +hoogte bereikt; na Bologne bezit Parijs de oudste academie ter wereld. +Op het punt van verfijnden smaak en weelde, ook in de kunst zijn de +Franschen ongeëvenaard, en wat kleeding, kookkunst en wijnkelder +betreft, daarin schreven zij de andere volken de wetten voor! + +Vanaf Calais reist men zuidwaarts door een der vruchtbaarste streken +van Frankrijk. Steden en dorpen, akkers en boomgaarden en gehuchten +volgen elkaar op in bonte afwisseling. Als een geweldige zeshoek ligt +Frankrijk tusschen den Atlantischen Oceaan en de Middellandsche zee; +ver in het Westen strekt zich het eeuwenoude Normandië uit, het land +dat herinnert aan de strooptochten der Noormannen en de veroveringen op +de kusten van Europa der Vikingers in overoude tijden; zelfs bedreigden +ze Parijs, maar de stad werd voor een losprijs voor verwoesting +bewaard. + +Vier eeuwen lang beheerschten de Romeinen Frankrijk, totdat de West +Gothen, de Bourgondiërs en de Franken het land veroverden. Onder de +Bourbons werd het de kweekplaats der vreeselijke revolutie, die de +maatschappij met al haar misstanden omver wierp, en die den grondslag +legde voor een nieuwen tijd; van hieruit verspreidde zich over de +geheele beschaafde wereld het streven naar „Vrijheid, Gelijkheid, +Broederschap”. Voorwaar, we betreden hier een belangwekkenden +historischen bodem. + + + + + + + + +30. EEN WANDELING DOOR DE SEINESTAD. + + +We bevinden ons nu in de wereldstad waar de Seine een wijden boog +beschrijft, om verder noordwestwaarts langs Rouaan te stroomen en bij +Le Havre in de zee uit te monden. Het eerste wat ons opvalt zijn de +boulevards, prachtige straten, met schaduwrijke boomen beplant, met aan +weerszijden groote paleizen, theaters, café’s en winkels. De naam +boulevard beteekent bolwerk, en de oudste boulevards waren dan ook +niets anders dan vestingwallen. Lodewijk de XIII liet in de 17e eeuw +ter verfraaiïng en uitbreiding der hoofdstad, deze bolwerken slechten, +en in de plaats daarvan de eerste moderne boulevards aanleggen. Zij +vormen noordelijk van de Seine een doorloopende reeks met verschillende +namen: Boulevard de la Madeleine, des Capucines, des Italiens en +Montmartre, en deze boulevards vormen een der hoofdaderen van Parijs. +Hier bevindt men zich temidden van het gewemel van automobielen, +omnibussen, huurrijtuigen, equipages en een onophoudelijken +menschenstroom. + +Later werden ook daar, waar oorspronkelijk geen vestingwallen waren, +boulevards aangelegd; onder Lodewijk XIV en diens opvolgers nam Parijs +aan grootte en luister toe, en ten tijde van Napoleon I was het ’t hart +van het machtigste rijk ter wereld. Na den val van Napoleon werd het +tweemaal door Frankrijk’s vijanden veroverd. Napoleon III verfraaide en +verbeterde de stad, als nooit te voren geschied was. In 1871 namen de +Duitschers Parijs in, en in hetzelfde jaar werd het door de oproerige +benden der Commune bezet. Het gepeupel verwoestte tal van prachtige +paleizen, musea en gedenkteekenen. Ook de reusachtige Vendôme-zuil, een +herinnering aan Napoleon’s overwinningen werd bij deze gelegenheid +omvergehaald. + +Sedert dien tijd is Parijs voor verwoestingen gespaard gebleven. Maar +nog steeds gaat het levendig toe in die stad, waar koningen, keizers en +presidenten elkaar afwisselen en waar ministers nooit langen tijd +achtereen hun post behouden. Nog heden is Parijs de stad der +verrassingen, en dagelijks volgt de geheele wereld met gespannen +aandacht de nieuwtjes die van daaruit bericht worden. + +We moeten ons met een snelle wandeling door Parijs tevreden stellen. We +kiezen daarvoor den noordelijken oever der Seine en doorkruisen de stad +van het zuidoosten naar het noordwesten. We beginnen onze wandeling +waar eertijds de Bastille, tegelijk vesting en staatsgevangenis, stond. +Deze werd bij het begin der groote revolutie den 14den Juli 1789 +bestormd en verwoest en sedert is die dag de nationale feestdag der +Franschen gebleven. Tegenwoordig verheft zich in het midden van het +plein de Juli-kolom, opgericht ter eere van hen die in de +Juli-revolutie van 1830 op de barricade gevallen zijn. + +Van hieruit volgen we de Rue de Rivoli, een der grootste en mooiste +straten van Parijs. Links is het stadhuis, een grootsch bouwwerk in +renaissance-stijl, in welks prachtige zalen schitterende feesten +gehouden worden. Het bevat vele schilderstukken van beroemde meesters. + +Iets verder verheft zich het grootste openbare gebouw van de stad, het +Louvre, van de middeleeuwen af, tot aan de dagen van Napoleon III, de +residentie van Frankrijk’s koningen en keizers, het schitterendste +paleis der wereld; tegenwoordig bevat het twee groote ministeriën en +een der grootste musea. Om alles wat het bevat nauwkeurig te bezien, +heeft men, evenals in het Britsch museum, dagen en weken noodig, zoo +niet maanden en jaren! Kolossale verzamelingen zijn hier opgehoopt, +niet slechts herinneringen aan de groote rijken der oudheid, van Azië +en Europa, maar ook het beste en kostbaarste wat Europa door alle +tijden heen aan kunst heeft opgeleverd. + +In noordwestelijke richting gaan we door het park der Tuilerieën, en +vertoeven een oogenblik op de Place de la Concorde, om te genieten van +het prachtige uitzicht dat men hier naar alle kanten heeft, de rivier +met haar kaden en bruggen, de parken en lanen, de machtige gebouwen, +wonderen van bouwkunst, de talrijke pleinen en de onafgebroken stroom +van levenslustige mannen en elegante vrouwen, die naar de laatste mode +gekleed zijn. + +In dit deel van Parijs vormen de pleinen, plantsoenen en parken een +onafgebroken reeks. + +Van de Place de la Concorde komen we thans in de Champs Elysées, een +twee kilometer lange allée. Op de breede paden verzamelt zich de +voorname wereld in schitterende equipages en prachtige automobielen, te +paard of te voet. Des avonds zijn al deze pleinen, straten en parken +schitterend electrisch verlicht, zoodat ook dan het oog overal door +prachtige vergezichten geboeid wordt. Aan de noordzijde der Champs +Elysées woont in het Elysée-paleis de president der republiek. Den +14den Juli ontvangt hij ieder, die in het bezit is van een +visitekaartje en een rok. + +Wanneer we de breede straten in noordwestelijke richting vervolgen, +komen we aan de Place de l’Etoile, waarop twaalf avenue’s of groote +straten uitkomen. Een daarvan, het vervolg der Champs Elysées is +genoemd naar het leger van Napoleon, en voert naar het Bois de +Boulogne. In het midden van de Place de l’Etoile verheft zich een +vijftig meter hooge triomfboog, opgericht ter herinnering aan de +overwinningen van den Corsicaan. Vanaf dezen triomfboog overziet men de +twaalf straten die aan den voet samenkomen; vanaf die hoogte lijkt het +gewoel daar beneden op het gekrioel in een mierenhoop. + +We begeven ons thans naar de Pont d’Iéna waar tegenover, op den anderen +oever der Seine de Eiffeltoren zich driehonderd meter boven Parijs +verheft. De Eiffeltoren is het hoogste bouwwerk dat ooit door +menschenhanden werd opgericht; met zijn driehonderd meter is deze toren +ongeveer tweemaal zoo hoog als de dom te Keulen en als de hoogste +pyramide van Egypte. Op het tweede platform zijn we al meer dan honderd +meter boven de stad; maar de heuvels rondom Parijs beletten nog het +vrije uitzicht. Wanneer de lift ons echter op het derde platform +gebracht heeft, bevinden we ons op een hoogte van 276 meter boven den +grond, en in de diepte zien we de Seine met haar talrijke bruggen en we +overzien de stad met haar tallooze straten en haar 140 pleinen en +parken. Langs een trap komen we nog tot heel boven in den toren, en in +de spits straalt des nachts een licht dat zeventig kilometer ver +zichtbaar is. Alleen zij, die geen last hebben van duizeligheid kunnen +het wagen om over de borstwering naar beneden te zien, naar de pijlers +van het ijzeren gevaarte; en vooral niet wanneer het hard waait en de +groote toren merkbaar heen en weer schommelt. Men behoeft niet in een +luchtballon op te stijgen om Parijs in vogelvlucht te zien; vanaf den +Eiffeltoren ziet men de geheele stad als een uitgerolde kaart aan zijn +voeten liggen. + + + + + + + + +31. HET GRAF VAN NAPOLEON. + + +Van de duizelingwekkende hoogte van den Eiffeltoren zijn we gelukkig +weer beneden aangeland, en we begeven ons over het Marsveld naar het +Invalidenhuis. Vroeger bewoond door duizenden invaliden van het +Fransche leger, herbergt het thans slechts historische herinneringen. + +Onder den vergulden koepel der Dôme des Invalides, die bijna vanaf elk +punt der stad zichtbaar is, komen we in een ronde zaal; waarvan het +midden bestaat uit een crypta. Deze is eveneens rond, heeft een diepte +van eenige meters en is naar boven toe open. Op den bodem leest men in +mozaïek de beroemde namen: Rivoli, Pyramiden, Marengo, Austerlitz, +Jéna, Friedland, Wagram en Moskou. Twaalf marmerbeelden, die even +zoovele overwinningen voorstellen, houden de wacht om de machtige +sarcophaag uit rood Siberisch porfier, die de asch van Napoleon bedekt. +Een zacht blauw licht beschijnt de crypta. Ook het levendigste Fransche +gesprek verstomt bij het betreden van Napoleon’s grafkamer. Diepe +stilte omgeeft het stoffelijk overschot van hem, die tijdens zijn leven +de wereld vervulde van het gedonder van zijn geschut, en het +wapengekletter zijner legioenen, en die binnen verloop van enkele jaren +de kaart van Europa volkomen veranderde. + +De plechtige stilte, de verheven bouwstijl, en het schemerachtige licht +oefenen een aangrijpenden invloed uit op het gemoed van den +toeschouwer. Hoevele beelden worden niet voor ons geestesoog te +voorschijn geroepen! Onwillekeurig verwacht men de echo te hooren +weerklinken der commando’s, die eertijds van den grooten keizer +uitgingen! + +We zien een blauwoogig kind spelen aan den schoot zijner moeder te +Ajaccio. Dan hooren we hoe de jonge revolutionnair geestdriftige +redevoeringen houdt in de geheime clubs te Parijs. Bleek en ernstig +zien we de gestalte van den zes-en-twintig jarigen generaal voorbij +schrijden; na tal van roemrijke overwinningen komt hij terug uit +Italië, waar hij als een stormwind was komen neerstrijken in de vlakte +van Lombardije, waar hij als overwinnaar zijn intocht hield te Milaan, +en waar hij de overoude republiek Venetië voor altoos van de +onafhankelijkheid beroofde. + +Ginds voor het altaarvenster verheft zich het beeld van den gekruisten +Heiland. Het leidt onze gedachten naar den tocht van het keizerlijke +leger naar Egypte en het Heilige Land. Frankrijk’s grootste generaal +voert de vloot uit de haven van Toulon. Hij ontkomt aan de +oorlogsschepen van Nelson, verovert Malta, vaart langs Kreta en Cyprus +en landt met 40000 man in Alexandrië. Op den weg naar Kaïro versmachten +de soldaten in de dorre woestenij. Bij den Nijl komt het tot een +treffen met het Egyptische leger, en aan den voet der pyramiden moet +het Oosten zich buigen voor den held van het Westen. + +In oostelijke richting vervolgt het leger zijn weg naar Syrië. Vijf +eeuwen waren voorbijgegaan sedert de kruisvaarders gepoogd hadden het +Heilige Graf aan de ongeloovigen te ontrukken. Nu kletteren wederom de +wapenen van het avondland in het Jordaandal en aan den voet van den +berg Tabor, en voor de poorten van Nazareth worden de Turken door den +Franschen generaal verslagen. Maar, intusschen heeft Nelson de Fransche +vloot vernietigd, de keur van het republikeinsche leger heeft den dood +gevonden. Napoleon’s droom van een rijk in het morgenland, is in den +rook van het laatste wachtvuur verdwenen. Met twee fregatten verlaat +hij Egypte, zeilt langs Tripolis en de kusten van Tunis, en komt met +gedoofde lichten, behouden door de straat van Gibraltar heen. Bij zijn +aankomst te Parijs begroet hem het volk met stormachtigen jubel. + +Geleidelijk raakt het oog gewend aan het schemerduister in den koepel +der Invaliden en de witte zuilen en marmeren beelden geven onze +gedachten een andere wending. De Alpen passen, de St. Bernard, de St. +Gothard, de Mont Cenis en de Simplon, de hoogste bergtoppen van Europa, +worden door Napoleon met zijn vier armeecorpsen getrotseerd! Soldaten +trekken de kanonnen door de sneeuwvelden; en eerst op Italiaanschen +bodem scharen ze zich weer in ’t gelid. Bij Marengo oogsten de vanen +van Frankrijk nieuwe lauweren, en het lot van geheel Europa berust in +handen van Frankrijk’s grootsten held. + +„Austerlitz” lezen we in het mozaïek der crypta. Frankrijk’s keizer is +opgetrokken naar Mähren, en zijn legioenen strijden onder den vergulden +adelaar. De garde-cavalerie rijdt de Russische garde onder den voet, en +Napoleon’s leger vernietigt de vereenigde strijdmachten van Oostenrijk +en Rusland; de Fransche artillerie beschiet de bevroren oppervlakte van +een meer, zoodat de vijand met kanonnen, wagens en paarden omkomt. + +Welke nieuwe echo stijgt thans uit de crypta omhoog? „Jena!” Waar de +Pruisen verslagen werden, waar hun land tusschen Elbe en Oder onder het +vreemde juk gebracht, hun vestingen geslecht werden; Erfurt, +Maagdeburg, Stettin en Lübeck geven zich over, terwijl de overwinnaar +zijn intocht houdt in Berlijn, de residentie van Frederik den Grooten! + +Dan dreunen de voetstappen der scharen door Poolsche straten, op de +bloedige slagvelden bij Pultusk op den oostelijken oever van den +Weichsel en bij Eylau in West-Pruisen, waar de lijken opgehoopt in de +diepe sneeuw liggen. Napoleon zelf snelt op zijn schimmel voort na den +slag bij Friedland in Oost-Pruisen, waar de Russen verslagen werden. +Met getrokken sabel defileeren garde-cavalerie en huzaren, en nog heden +trilt de naklank van hun geestdriftigen jubel om de vaandels van de +sarcophaag, en langs de heirwegen van Europa weerklinkt het +hoefgetrappel der paarden: het zijn de boden, die de gemeenschap +onderhouden tusschen het hoofdkwartier en Parijs. + +Napoleon trekt op Weenen aan, en dreigt Oostenrijk te verpletteren. Hij +overwint in den bloedigen slag bij Wagram, noord-oostelijk van Weenen; +hij maakt zelfstandige rijken tot provinciën van Frankrijk, hun +beheerschers tot Fransche vazallen, en deelt koningskronen uit onder +zijn bloedverwanten, vrienden en generaals. Zijn rijk strekt zich thans +uit van Danzig tot Cadix, van de Elbe tot aan den Tiber, als eertijds +het rijk van Karel den Grooten! De macht van den Corsikaan is +uitgebreid, en zijn rijk is gevestigd zooals van geen sedert de helden +van het oud Romeinsch rijk. + +Bajonetten en sabels, kurassen en helmen flikkeren in het +zonlicht—Napoleon’s onoverwinnelijke heirscharen trekken over den +Njemen, een half millioen soldaten rukt op tegen Moskou, Rusland’s oude +hoofdstad. Onafzienbare scharen, tallooze kanonnen en een eindelooze +legertros trekt voort over de Russische wegen van Wilna naar Witebsk en +Smolensk. De Russen weten het: het gaat om hun vrijheid. Ze verbranden +hun eigen steden en dorpen; ze verwoesten hun land, en trekken zich +terug naar het binnenland, zooals ze het reeds een eeuw vroeger deden, +toen Karel XII van Zweden in Rusland binnendrong. Eindelijk komt het +tot een slag aan de Moskowa, en het Fransche leger bezet de stad. Maar +dan verlichten de vlammen van het brandende Moskou ver in het rond de +Septembernachten! + +Op een der terrassen van het Kremlin staat een kleine man in grauwe +wapenrok, de handen op den rug staart de keizer nadenkend in de vlammen +en de rookwolken, die over de stad heen rollen. In een week is het oude +heiligdom der Moskovieten in vlammen opgegaan. + +Daarbuiten, in de straten van Parijs, is de schemering neergedaald, en +de schaduwen tusschen de zuilen rondom Napoleon’s graf worden dichter. +Maar uit deze schaduwen doemen menschelijke gedaanten op, die worstelen +met honger, koude en uitputting. De tijden van tegenspoed zijn +aangebroken! Het groote leger bevindt zich op den terugtocht. Aan den +kant der wegen liggen de lijken, weggeworpen wapenen en achtergelaten +bagage. De kanonnen blijven steken in de diepe sneeuw, en de soldaten +storten bij geheele regimenten neer als rijpe aren onder de sikkel. +Scharen hongerige wolven volgen hun spoor, ze vergenoegen zich met de +lijken, terwijl de kozakkenbenden de overlevenden neerhouwen. Bij den +overtocht over de Beresina, een zijrivier van den Dnjepr, komen 30.000 +man om! Alle gehoorzaamheid en discipline is verdwenen. + +Gekleed in een pels, een stok in de hand marcheert de overwonnen keizer +als een gewoon soldaat in ’t gelid mee. Het barre klimaat is de +sterkste bondgenoot der Russen, en hun voorzichtige taktiek doet het +overige om het Fransche leger geheel te vernietigen. + +Nu heerscht bijna duisternis om ons heen. Bij Leipzig staan Russen en +Oostenrijkers, Pruisen en Zweden tegenover Napoleon. Hier stort zijn +trotsch rijk als een kaartenhuis ineen; zelfs Parijs wordt veroverd, en +de kroon wordt aan zijn hoofd ontrukt! Als gevangene voert men hem door +het Rhônedal over Lyon naar de zee, en per schip naar Elba. + +Maar nog is de kracht van dezen man niet uitgeput. Nog eenmaal vervult +zijn naam de wereld met angst. Vergezeld van zeven kleine schepen zet +hij koers naar Frankrijk’s kusten! Hij trekt over de West-Alpen; in +Lyon wordt hij begroet als keizer, en Parijs opent hem de poorten. + +Thans staat alles op het spel; in België zal de beslissende slag plaats +vinden. Wederom vereenigen zich aan Frankrijk’s grenzen de vijandelijke +legers. Europa is eindelijk den voortdurenden krijg moede, het besluit +tot een beslissenden slag. Bij Belle-Alliance (Waterloo) strijdt +Napoleon voor het laatst, hier wordt zijn lot voor immer bezegeld. + +Nog eens verlaat de keizer zijn hoofdstad—nu voor altijd. In de haven +Rochefort, tusschen de monden van Loire en Garonne gaat hij aan boord +van een Engelsch fregat. Na een zeereis van zeventig dagen wordt hij op +St. Helena, een klein eiland in het zuidelijk deel van den Atlantischen +Oceaan, aan land gezet, om daar zijn zes laatste levensjaren in harde +gevangenschap door te brengen! Onder de wilgen in een dal delft men +zijn graf. + +Nu heerscht volslagen duisternis in de Dôme des Invalides. Duister +ontwaakt de werkelijkheid rondom ons. Negentien jaren na zijn dood +vordert Frankrijk het stoffelijk overschot van zijn held op. Het +eenzame graf op St. Helena wordt geopend, de viervoudige lijkkist wordt +ontsloten in tegenwoordigheid van eenige getrouwen, die gedurende zes +lange jaren des keizers gevangenschap gedeeld hebben; in de groen-witte +uniform der garde ligt de overwinnaar van Marengo en Austerlitz, +onveranderd als op zijn sterfbed voor hun oogen! + +Dan brengt men het lijk op een Fransch fregat, de kanonnen donderen, de +vlaggen waaien halfstok. In Cherbourg, in Normandië wordt de lijkkist +aan land gebracht, en nog eenmaal houdt de veroveraar van Europa, onder +militair eerbetoon, ten aanschouwe van geheel Frankrijk zijn intocht in +Parijs. Door zestien met rouwfloers bekleede paarden getrokken, +begeleid door de oudgedienden uit zijn veldtochten, rijdt de lijkwagen +met keizerlijke pracht tusschen dichte rijen van soldaten onder den +triomfboog der Place de l’Etoile door langs de Champs Elysées naar de +Dôme des Invalides, om daar in de sarcophaag van porfier te worden +bijgezet. + +Zoo werd de laatste wil van den wereldveroveraar, neergeschreven op St. +Helena, vervuld: „Ik wensch dat mijn stof moge rusten aan de boorden +der Seine, te midden van het Fransche volk, dat ik zoozeer heb +liefgehad.” + + + + + + + + +32. AAN DEN OEVER VAN HET MEER VAN GENEVE. + + +Slechts noode verlaat de vreemdeling Parijs, maar de gedachte op weg te +zijn naar het zonnige Italië, maakt hem het afscheid minder zwaar, +wanneer hij op zijn tocht oostwaarts door het venster van zijn +spoorwegcoupé, de heuvels en dalen van Champagne, het land vanwaar de +bekende wijn komt, aanschouwt. Overal bebouwde velden, dorpen en +boerderijen, waar de bodem ongeschikt is voor den akkerbouw, daar +grazen groote kudden vee. Allerwege ziet men arbeiders op het veld; het +bedrijf der kleine grondbezitters, boeren en burgers vormt de bron van +Frankrijk’s welvaart. + +Thans naderen we de grens. De sterke vesting Belfort is de laatste +Fransche stad, kort daarop zijn we in den Elzas. Nauwelijks een +menschenleeftijd geleden waren deze streken het tooneel van gewichtige +gebeurtenissen. Het was de tijd van den Fransch-Duitschen oorlog; na +een dappere verdediging moest Frankrijk het onderspit delven. Het +verloor hierbij twee van zijn bloeiendste provinciën. Nog heden ten +dage doet men goed de namen dezer provinciën: Elzas en Lotharingen, in +Fransche kringen niet te noemen. Ze wekken smartelijke herinneringen +op. Deze beide provinciën zijn echter in 1919 bij den vrede van +Versailles weder aan Frankrijk toegewezen. Frankrijk was niet voor een +oorlog toegerust, en had zijn leger en vestingwerken verwaarloosd. In +een staat die ten strijde toegerust is, bloeit de vrede. Zoodra +daarentegen een volk luistert naar de inblazingen van idealistische +droomers die de leuze van ontwapening en eeuwigen vrede prediken, dan +is zijn lot beslist, en dan zal vroeg of laat het volk zich bukken +onder het juk van vreemde tyrannen. Zoo was het steeds, en zoo zal het +ook immer blijven. De tijd van het duizendjarig rijk is nog lang niet +aangebroken! + +Wederom passeeren we de grenzen, en wel van Zwitserland, het nijvere +Alpenland. De trein houdt stil in Bazel, de stad die den Rijn in tweeën +splitst. Van den „Bodensee” komend, stroomt het heldere water onder +Bazel’s bruggen door, om vervolgens in een rechten hoek naar het +noorden af te buigen en zijn loop tusschen Vogezen en Scharzwald te +vervolgen. Onze plaats van bestemming is Genève. De spoorweg loopt door +een nauw dal langs een zijrivier van den Rijn, de Birs. Het is winter, +en het landschap is met een effen kleed van sneeuw bedekt, nauwelijks +ziet men de kleine dorpjes die in de dalen verspreid liggen. Aan +weerszijden verheffen zich de dennenbosschen; een dikke sneeuwlaag +buigt de takken der boomen naar omlaag. Wanneer het dal niet zoo nauw +was, en zich in het Westen niet een bergketen verhief, zou men zich in +Zweden verplaatst wanen. Die bergketen is de Jura, die de scheiding +vormt tusschen Zwitserland en Frankrijk. + +Hier liggen na elkaar drie meren. Het kleinste heet het Bieler-meer; +het volgende is grooter en heet naar de stad Neuenburg; het laatste is +het groote meer van Genève dat we bij Lausanne bereiken. + +Hier houdt de sneeuw op, en in het Zuiden schitteren de Alpen van +Savoye, terwijl de zonnestralen door het heldere watervlak weerspiegeld +worden. Deze aanblik behoort tot het schoonste wat de aarde te +aanschouwen geeft, en men blijft in bewondering verzonken, terwijl de +trein langs het meer voortsnelt. Het meer gelijkt in vorm op een +dolfijn die op het punt staat onder te duiken; bij den kop van den +dolfijn ligt Genève, en hier verlaat de Rhône het meer, die verder naar +Lyon stroomt om vervolgens vlak ten westen van de groote havenstad +Marseille in de Middellandsche Zee uit te monden. + +Genève is een der sierlijkste en schilderachtigste steden der wereld. +Tusschen de noordelijke en zuidelijke helft der stad wordt het +kristalheldere water, als door een trechter in de Rhône gestuwd, de +stroom is sterk, en wordt door een langwerpig eiland in tweeën gedeeld. +Het geheel herinnert levendig aan Stockholm; in ’t bijzonder ’s avonds +wanneer overal het electrisch licht door den voortglijdenden stroom +weerspiegeld wordt. + +Het prachtigst is echter het uitzicht naar het zuidoosten bij helder +weer. Daar verheffen zich de Alpen van Savoye met hun schitterende, met +sneeuw bedekte kruinen en bergruggen. Daar troont boven de Alpen, ja +boven geheel Europa in trotsche majesteit de Mont-Blanc, die den +grenspaal vormt tusschen Zwitserland, Frankrijk en Italië. Tegen den +avond krijgen we den „Witten Berg” even te zien, maar spoedig hult zich +de reus weder in een ondoordringbaren mantel van nevel. + +Van Genève uit voert ons de spoorbaan oostwaarts langs den noordelijken +oever van het meer. Als een nevelachtige streep teekenen zich de Alpen +van Savoye aan den horizon af. Voorbij Lausanne verdwijnen de nevelen, +en weer verheffen zich in verblindenden glans de Alpen als geweldige +torens en piramiden. Langs den oever strekt zich temidden van tuinen en +parken een eindelooze rij van internationale hotels uit. Uit alle +oorden der wereld komen reizigers hierheen om zich te verzadigen aan +het natuurschoon en om hun longen te versterken door het inademen der +reine Alpenlucht. Bij iedere bocht ontrolt zich een nieuw panorama, en +in de herinnering smelt alles tezamen tot één onvergetelijk geheel. + +We verlaten thans het meer en volgen tusschen woeste rotsgevaarten de +Rhône stroomopwaarts. Naarmate we hooger stijgen, wordt het dal nauwer. +De Rhône is thans een bruisende bergstroom, haast onbeduidend in +vergelijking met de breedte van den stroom bij Genève. In het dal +breiden zich vlakke velden uit, op de hellingen verheffen zich donkere +pijnboomen uit de sneeuw, en boven dat alles tronen de sneeuwtoppen der +Alpen. + +Eenige minuten voorbij Brieg suist de trein in volle vaart het gebergte +in. De electrische lampen branden, en alle raampjes zijn gesloten; de +tunnel vult zich met rook, en de duizendvoudige echo maakt ons bijna +doof. Hoezeer verlangt men naar de vrije lucht; door alle spleten +dringt de rook naar binnen; maar hier heet het geduld oefenen, want de +Simplon-tunnel met zijn lengte van 19731 meter is de langste der +wereld. Ze is eerst enkele jaren oud. Van weerszijden werd +tegelijkertijd begonnen, en toen men bij elkaar gekomen was, en een +ontploffing de laatste scheidsmuur opruimde, bleek het dat men zich bij +de berekeningen geen duimbreed vergist had! + + + + + + + + +33. DE LAGUNENSTAD. + + +Wie voor het eerst Italië bezoekt, moet steeds met Venetië, de +geboortestad van Marco Polo beginnen, en wel moet hij het zoo +inrichten, dat hij er des avonds aankomt. Dan zal zich een tooverwereld +voor zijn oogen ontsluiten, en hij zal meenen in een sprookje van de +„Duizend en een Nacht” verplaatst te zijn! + +Reeds de aankomst is wonderbaar. De trein heeft de vruchtbare vlakte in +snelle vaart doorsneden en rolt nu voort over een smallen, maar 3600 +meter langen dam, die de Lagunenstad met het vasteland verbindt. Rechts +en links niets dan een donkere, onmetelijke watervlakte; slechts +vooruit, heel in de verte, duiken tallooze lichten op. Ongeveer tien +minuten lang rijdt men over dezen langen dam; dan stopt de trein in een +ruime, hel verlichte hal, het station van Venetië. + +We zien vooralsnog niets bijzonders. Zoodra we echter het station +verlaten, treft ons een zoo eigenaardig schouwspel, dat we sprakeloos +een poos blijven staan, verbluft van den ongewonen aanblik. + +Geen groot, open plein, zooals men dat zoo vaak voor stations aantreft, +geen geratel van rijtuigen en gebel van trammen, dicht voor ons +kronkelt als een breed, donker lint een water waaruit de huizen steil +opsteken, en rechts en links doorsnijden zijkanalen de stad. En op al +deze waterwegen een ontelbare menigte Venetiaansche gondels, die er nog +precies eender uitzien als vijfhonderd jaren geleden met hun +zwanenhalzen en uitgesneden spitsen, die in het nachtelijk duister aan +zeemonsters doen denken. Voor ons ligt het Canal Grande, de voornaamste +verkeersweg die zich S-vormig door de stad heen slingert. + +We huren een der gondels. De gondelier staat aan het eind van zijn +vaartuig, den eenen voet een weinig naar voren geschoven; met +bewonderenswaardige handigheid hanteert hij zijn roeispaan. Een +doodelijke stilte omgeeft ons: geruischloos glijdt de gondel voort en +door het Canal Grande. Hoe verder we komen, des te beter begrijpen we +waarom de Italianen deze Lagunenstad zoo liefhebben. Het eene paleis na +het andere glijdt ons voorbij, het eene nog prachtiger dan het andere. +Daar is het prachtige Palazzo Vendramin Calergi waarin een van +Duitschland’s grootste toondichters, Richard Wagner, overleed; daar, +aan de overzijde het beroemde Fondaco dei Turchi, in de 17de eeuw +bekend als de verblijfplaats der Turken die Venetië bezochten. Verderop +het sierlijke, in gothische stijl gebouwde Ca’ d’Oro, waarvan de +marmeren gevel, spookachtig in den duisteren nacht uit het water +schijnt op te stijgen. Ook het Fondaco dei Tedeschi, de voormalige +stapelplaats der Duitsche kooplieden, glijden we voorbij, en komen dan +onder den wereldberoemden Ponte di Rialto door, een prachtige brug met +marmeren boog, bezet met een dubbele rij winkels. + +De gondelier stuurt het vaartuig in een der kleine zijkanalen. Wederom +andere beelden: nu eens stille, duistere hoeken, vol spookachtige +geheimzinnigheid, dan weer smalle bruggen, waarover men gestalten ziet +voortglijden, dan weer een prachtig paleis, waarvan de terrassen tot +aan het water reiken. Nu klinkt uit een zijkanaal het smachtende lied +van een gondelier. Kortom, tal van indrukken volgen elkaar op, en +verlevendigen tevens de herinnering aan de avontuurlijke geschiedenis +dezer wonderbare stad. We denken aan de macht en den rijkdom der dagen, +aan de pracht en praal die Venetië’s roem over de geheele wereld +verspreidden, aan de schitterende optochten over het water, aan het met +de grootst mogelijke pracht vertoonde huwelijk van den Doge met de zee. +Maar tevens denken we aan den gruwel der inquisitie, aan de folteringen +der politieke gevangenen. Juist waren we onder de „Brug der Zuchten” +door; een donker gat in den muur toont nog heden den weg dien de ter +dood veroordeelden moesten nemen, welke hier in duistere diepte moesten +sterven. Ginds, voor ons, verheft zich het Dogen-paleis, van welks +kwellingen onder de looden daken de avonturier Casanova zulk een +levendige schildering heeft gegeven. Hoevelen zijn daar niet in de +verzengende hitte versmacht, die niet, zooals hij, aan hun boeien +wisten te ontsnappen? + +We stijgen aan de Piazzetta uit. Voor ons liggen twee eilanden en +verscheidene trotsche kerken; daarachter de zee, de wonderschoone +Adriatische Zee. In de verte zien we een smalle kuststrook. Dat is +Lido, de voornaamste badplaats van Italië, die jaarlijks duizenden, +zoowel Italianen als vreemdelingen, tot zich trekt. + +Na eenige schreden bevinden we ons op het San Marco-plein, in het +Noorden en Zuiden begrensd door de zoogenaamde „Procuraziën”, +oorspronkelijk de woonplaatsen der negen procuratoren, die aan het +hoofd van het stadsbestuur stonden. Het zuidelijke paleis dient +tegenwoordig tot residentie van den koning wanneer deze Venetië +bezoekt. Het indrukwekkendst is echter de oostelijke zijde van het +plein. Hier staat de Marcuskerk, gebouwd in Byzantijnschen stijl, met +een heerlijken rijkdom aan mozaïeken, zoowel van binnen als van buiten. +Men aanschouwt er niet minder dan vijfhonderd marmeren zuilen. Onder +het hoogaltaar rust het gebeente van den heiligen Marcus, den +schutsheilige van Venetië, door Venetiaansche burgers in het jaar 829 +uit Alexandrië meegebracht. Niet minder indrukwekkend is het +Dogenpaleis, naast de San Marco gelegen; met zijn ruime, prachtige +zalen herinnert het nog heden ten dage aan de roemrijke Venetiaansche +republiek. Maar niets is heerlijker dan ’s avonds bij maanlicht vanaf +het balcon van dit paleis neer te zien op het Marcusplein. Duizende +menschen, van allerlei stand en van verschillende natiën wandelen hier +onder de tonen der muziek heen en weer. Slanke Venetiaansche vrouwen, +de zwarte doeken bevallig over de schouders geworpen; zongebrande +visschers uit Chioggia, patricische dames met trotsche trekken en +aschblond haar, daartusschen Duitschers, Engelschen, Russen, Franschen, +Turken, in een bont gewemel. Het vroolijke gebabbel en gelach vermengt +zich met de smeltende Italiaansche melodieën, en over dat alles giet de +maan een tooverachtig licht, dat de mozaïeken van San Marco +verzilvert.—Als een betooverde prins, die tot het leven teruggeroepen +is, staat men urenlang tegen de balustrade van het balcon geleund, en +niet zonder weemoed neemt men van dit sprookjesachtige tafereel +afscheid. + + + + + + + + +34. DWARS DOOR ITALIË. + + +Wel moeten de verwachtingen hooggespannen zijn van hem, die van Venetië +zijn eerste indrukken van Italië ontving, toen hij door de poorten der +Lagunenstad zijn intrede in dit land deed. Wij echter komen op onze +reis, van Zwitserland’s hemelhooge bergen in een heerlijk dal aan de +oevers van het Lago Maggiore. Door steile bergen omringd, bevat dit +donkerblauwe meer een groep kleine eilandjes, bezet met witte huizen, +fraaie paleizen en groene parken. Een dezer eilandjes draagt den +beroemden naam „Isola Bella”, het „mooie eiland”. + +Dan snelt de spoortrein de Lombardische vlakte in, die het grootste +deel van Noord-Italië omvat, en waardoor de Po heenstroomt, alvorens in +de Adriatische Zee uit te monden. + +De eerste groote stad, die nog geen bepaald Italiaansch karakter +draagt, is Milaan. De straten zijn breed en goed geplaveid, de huizen +modern gebouwd; men zou kunnen wanen zich in een groote Duitsche stad +te bevinden. Ook van fabrieken, die in de kleinere Italiaansche steden +nagenoeg geheel ontbreken, is Milaan ruimschoots voorzien. + +Maar twee wonderen herbergt de stad. Het eene is de Dom, een der +prachtigste Gotische bouwwerken. In het middelpunt der stad verheft +zich dit indrukwekkende Godshuis op een ruim plein. Eerst wanneer men +de vijfhonderd treden, deels binnen in het gebouw, deels aan de +buitenzijde van den toren bestegen heeft, kan men zich een voorstelling +maken van de reusachtige afmetingen. Niet minder dan acht en negentig +spitsen, versieren als een woud van marmer het dakwerk, en het aantal +marmeren beelden dat aan de buitenzijde is aangebracht, moet ongeveer +tweeduizend bedragen. Geen andere kerk is met pulk een kwistigen +rijkdom van marmer voorzien. De oogverblindende schittering van al dit +marmer, vormt een wonderbare tegenstelling met het mystieke +schemerlicht dat daarbinnen, door de beschilderde glazen, heerscht; +daglicht en schemering hebben hier een verbond gesloten, om dit +meesterwerk van architectuur, waarover meer dan twee eeuwen gebouwd +werd, een bijzondere bekoring te verleenen. + +Het tweede wonder van Milaan is het Heilige Avondmaal van Leonardo da +Vinci. Deze schat bevindt zich in het refectorium van een klooster, dat +tegen de kerk Santa Maria delle Grazia aangebouwd is; jammer is ’t dat +de jaren slechts te duidelijk hun sporen op dit beroemde schilderstuk +hebben achtergelaten. Maar nog steeds verkondigen de omtrekken en +verbleekte kleuren het genie van Leonardo. + +De vruchtbare, dicht bebouwde vlakte van Lombardije biedt den reiziger +geen bonte verscheidenheid van tafereelen. Eerst bij Piacenza, waar wij +de Po oversteken, en waar reeds de noordelijke uitloopers der Apenijnen +in ’t gezicht komen, wordt het terrein heuvelachtig. De trein voert ons +langs den noordelijken rand der Apenijnen naar Bologna. Wij snellen de +oude universiteitsstad Parma, waar de beroemde schilder Corregio +arbeidde, voorbij evenals het overoude Reggio, de geboorteplaats van +den dichter Ariosto. Dan volgt Modena, met zijn bijna duizendjarigen +Dom en ten slotte bereiken we de vijftienhonderd jaar oude +universiteitsstad Bologna. + +Gedurende de middeleeuwen, en ook tijdens de Renaissance, was Bologna +de verzamelplaats van alle naar wetenschap, dorstende jongelieden. Hier +heeft ook Ulrich von Hutten zich aan de bron der kennis gelaafd. +Bologna’s geschiedenis reikt ver in het verleden terug. Reeds in de +vijfde eeuw voor onze jaartelling werd een heftige strijd gevoerd om +het bezit der stad, totdat het door de Romeinen tot een hunner koloniën +gemaakt werd. Ook keizer Frederik Barbarossa had menigen harden kamp om +Bologna te voeren. Zijn zoon Enzio werd in 1249 in den bloedigen slag +van Forsalta gevangen genomen, en werd langen tijd als gijzelaar door +de Bolognesers gehouden. Het paleis waar hij in gevangenschap zuchtte, +en, volgens het verhaal, door de schoone Lucia Biadagola vertroost +werd, is nog heden ten dage te zien. Bologna is rijk aan kerken en +paleizen. Een der mooiste is de onvoltooide kerk San Petronio. Hier +werd Karel V door Paus Clemens VII gekroond. + +De stad die op Bologna volgt, Ravenna, is het Pompeji uit den tijd der +eerste Christenheid. Oorspronkelijk was Ravenna, evenals Venetië, een +lagunen-stad. Ten tijde van keizer Augustus was het de oorlogshaven +voor de vloot der Adriatische zee. Maar tegenwoordig ligt de stad op +een afstand van tien kilometer van de zee verwijderd; zoozeer is in den +loop der eeuwen de kustlijn veranderd! Talrijke monumenten verkondigen +nog heden ten dage den glans der vroegere Germaansche heerschappij over +Italië. Weliswaar zijn er van het trotsche paleis van Theoderik nog +slechts enkele zuilen over, maar nog altijd verheft zich in +indrukwekkenden eenvoud zijn grafmonument. Hier is ook de laatste +rustplaats van Italië’s grootsten dichter, Dante. Bij Bologna begint de +spoorweg naar Florence de Apenijnen te doorsnijden. Het landschap +verliest nu zijn eentonigheid. Diepe dalen en ravijnen wisselen af met +steile rotsgevaarten, watervallen en wilde bergstroomen. Alvorens +Florence te bereiken komen we door meer dan 20 tunnels, want deze stad, +de kroon van Toscane, ligt diep in het dal van den Arno verscholen. + +„La Bella”, de schoone, zoo noemen de Italianen Florence. Maar haar +schoonheid springt niet dadelijk in het oog, zooals die van Venetië, ze +is een schoonheid die slechts geleidelijk haar bekoorlijkheden +tentoonspreidt. + +De aantrekkelijkheid der stad ligt in de kunstschatten die binnen haar +muren besloten zijn. Men hoeft nog niet de Uffiziën of het Palazzo +Pitti bezocht te hebben, men behoeft nog niet op de Piazza della +Signoria met het burchtachtige Palazzo Vecchio gestaan te hebben, om +deze bijzondere bekoorlijkheid van Florence op te merken. Bijna op +elken hoek der straat, bij elke fontein worden wij door een kunstwerk +getroffen, en worden we herinnerd aan de namen van een Leonardo, Michel +Angelo of Rafaël. + +Niet ver van het station ligt een eenvoudige kerk, San Lorenzo genaamd, +gebouwd door de Medici en andere Florentijnsche families. Deze kerk +biedt weinig aantrekkelijks voor het oog, maar ze bevat de mooiste en +zinrijkste grafmonumenten ter wereld. Ze zijn vervaardigd door Michel +Angelo. Het was zijn plan om in deze kleine kapel nog meer van zulke +meesterwerken op te richten, maar verstoordheid over het omverwerpen +der republiek benam hem hiertoe den lust. Zoo hebben deze +grafmonumenten, behalve hun oorspronkelijk doel, den roem der Medici +door alle tijden heen te verkondigen, nog een tweede beteekenis; ze +zijn de laatste getuigenissen der Florentijnsche kunst, die met den val +der republiek uitstierf. Nauwelijks een eeuw had dit bloeitijdperk +geduurd, maar gedurende dezen tijd zijn er binnen de muren van Florence +zoovele kunstschatten opgehoopt, dat de stad voor altoos „La Bella” zal +blijven heeten. + +Zuidelijk van Florence komen de sporen der antieke wereld duidelijker +voor den dag dan die der Renaissance. Reeds het Trasmeensche meer, +langs welke Westelijken oever we voorbij sporen, wekt de herinnering +aan het oude Rome. Hier versloeg Hannibal in 217 v. Chr. het leger van +den onvoorzichtigen Romeinschen consul Flaminius. Van af de bergtoppen +der Apenijnen zien nog trotsche, ommuurde burchten uit de middeleeuwen +op ons neer, en de een of andere bergvesting als Perugia of Siena +herinneren ons aan de Renaissance; maar hoe meer we het dal van den +Tiber naderen, des te talrijker worden de overblijfselen uit de +oudheid, om eindelijk in de Campagne, en in Rome zelf, uit tal van +ruïnes te verhalen van een wereld waaraan ook wij, bewoners van +noordelijke gewesten, het grootste deel van onze beschaving te danken +hebben. Daar ligt de eeuwige stad voor ons! Beschenen door de stralen +der zon, schittert de vergulde koepel van den St. Pieter als een +hemelsch vuur boven Rome! + + + + + + + + +35. DE EEUWIGE STAD. + + +Rome is onuitputtelijk. Het groeit onder de voeten van den bezoeker. In +2600 jaren zijn steeds nieuwe bouwwerken boven de ruïnen van een +vroegeren tijd verrezen. Van wat in de diepste lagen verborgen ligt, +het Rome uit den tijd der koningen, heeft men nog nauwelijks eenig +vermoeden. Daarop volgde het Rome der republiek, en vervolgens het Rome +van den keizertijd, de wereldstad, toen vanuit het Palatinum de +Caesaren hun scepter zwaaiden over de geheele, toenmaals bekende +wereld; van het nevelachtige Brittannië, en de duistere wouden van +Germanië, tot aan de gloeiende zandvlakten van Afrika, van de bergen +van Spanje, tot aan Galilea, het land der Joden. Talrijke +overblijfselen uit deze tijden van Rome’s wereldheerschappij zijn nog +heden temidden van het moderne straatgewoel overgebleven. Monsters op +den troon der Caesaren hebben de stad verwoest, teneinde de herinnering +aan hun voorgangers uit te wisschen, en slechts hun eigen roem aan het +nageslacht over te leveren. Vandalen, Gothen en andere barbaren hebben +Rome geplunderd. „Rome is niet op één dag gebouwd”—maar ook hebben +tweeduizend jaren Rome’s heerlijkheid niet kunnen vernietigen! + +Op het Rome van den keizertijd volgen nieuwe lagen, de christelijke +tijd, de middeleeuwen en de nieuwere tijd met hun tallooze kerken, +kloosters, musea, en machtige paleizen. Het christendom bouwde op de +bouwvallen van het heidendom, het verleden en het heden gaan onmerkbaar +in elkaar over. Op het Kapitool staat de Romeinsche keizer Marcus +Aurelius, en op den anderen Tiber-oever staart Garibaldi, de +vrijheidsheld van het jonge Italië over de eeuwige stad heen. Men rijdt +door een moderne straat met prachtige winkels, en in weinige minuten +staat men op het Forum Romanum, het Romeinsche marktplein, het hart van +het oud-Romeinsche rijk, het tooneel van volksverzamelingen, +gerechtszittingen en handelszaken. Het Forum geleek op een marmeren +zaal in de open lucht, waardoor de triumfators omstuwd van +wapenbroeders en gevangenen zich naar het Kapitool begaven, om daar hun +offer te brengen aan Jupiter. Heden zijn nog eenige zuilen en +bouwvallen overgebleven van al de pracht waarmede Julius Caesar en +keizer Augustus het plein versierden. Zoo juist dwaalde men nog als een +vroom pelgrim door de St. Pieterskerk rond, en reeds bevindt men zich +onder den triomfboog van Titus, die opgericht werd ter herinnering aan +de verwoesting van Jeruzalem in het jaar 70 n. Chr.! + +Zoo dwaalt men in Rome rond, tusschen gedenkzuilen en triomfbogen, +tusschen tempel en theater, en vergeet bijna dat bijkans tweeduizend +jaren verloopen zijn, sedert de stemmen van krijgers, priesters en +tooneelspelers onder al deze geweldige bogen, voor het laatst +weerklonken. Op de trappen die naar het Kapitool voeren, wordt men +herinnerd aan de stichting van Rome; in een door een ijzeren hekwerk +omsloten grot loopen twee wolven heen en weer, vruchteloos een uitweg +zoekend; en boven op den heuvel zien we het bronzen beeld der wolvin +die Romulus en Remus zoogde. Volgens de sage werden beide knapen aan +den oever van den Tiber te vondeling gelegd, maar door de wolvin +gevonden en in het leven gehouden. Romulus grondvestte 750 jaar voor +het begin onzer jaartelling de eeuwige stad, en werd Rome’s eerste +koning. + +Tal van gangen en gewelven bedekken den Palatijnschen heuvel, het zijn +de overblijfselen der paleizen van de Romeinsche keizers. Op de +hellingen groeien sinaasappelen tusschen de varens en klimopranken, en +door de oude pijnboomen en cypressen ruischt een wegstervende echo uit +lang vervlogen tijden. + + + + + + + + +36. PAUS PIUS X. + + +Italië’s koning heerscht over 35 millioen onderdanen. Zijn hoofdstad +Rome is echter ook de zetel van een ander machtig vorst, wiens rijk +niet van deze wereld is. Zijn troon is de stoel van den heiligen +Petrus, zijn wapens zijn de drievoudige kroon, de Tiara, en de +gekruiste sleutels die de poort van het hemelrijk openen en sluiten. +Aan hem zijn de 270 millioen Katholieken over de geheele wereld +onderworpen! Hij is een vrijwillige gevangene in het Vatikaan, een +groep van hooge paleizen, dat wel tienduizend zalen en vertrekken +omvat. Hier zijn musea, bibliotheken en handschriftenverzamelingen van +onschatbare waarde bijeengebracht, alleen de beeldengalerij van het +Vatikaan is de rijkste der wereld. De Sixtijnsche kapel is door Michel +Angelo met reusachtige schilderstukken versierd; de prachtige +plafondschildering stelt de schepping, de zondeval en de zondvloed +voor; een muurschildering toont ons het jongste gericht. + +Aan de westzijde van het Vatikaan liggen de tuinen van den paus, en +zuidelijk daarvan verheft zich de St. Pieterskerk, het geweldigste +bedehuis der christenheid. + +Het Vatikaan, met alles wat er bij behoort, vormt een stad op zichzelf, +en wel de machtigste stad op de geheele wereld, een zetel van kunst en +geleerdheid, en bovenal, is het ’t brandpunt van een machtig +kerkgenootschap. Van hieruit slingert de Paus zijn banbliksem over +ketters en zondaren, en van hieruit bewaakt hij de geloovigen van zijn +werk volgens het driemaal herhaalde woord van den Heiland tot Petrus: +„Weidt mijne lammeren!” + +Toen den 20sten Juli 1903, de vorige Paus, Leo XIII stierf, kwamen de +kardinalen bijeen om zijn opvolger te kiezen. Onder deze bevond zich +ook de bejaarde patriarch van Venetië, kardinaal Giuseppe Sarto. Toen +deze zijn geliefd Venetië verliet, om voor de Pauskeuze naar Rome te +reizen, nam hij aan het station een retourkaartje! Maar, daar hij het +was, die tot Paus gekozen werd, zal hij zijn Venetië, en het landhuis +waar hij als kind gespeeld heeft, nimmer weer zien; want als heerscher +in het Vatikaan, heeft hij van zijn vrijheid afstand moeten doen. + +Op zekeren Februaridag van het jaar 1910 bevond ik me op weg naar het +Vatikaan. Een vriend uit Italië vergezelde me. We reden over de +Engelen-brug, en voor ons verhief zich de statige Engelen-burcht, door +keizer Hadrianus 1800 jaar geleden opgericht als zijn eigen +grafmonument. Na links afgeslagen te zijn, kwamen we aan het St. +Pietersplein, dat, begrensd door St. Pieterskerk, Vatikaan en +zuilengangen, een der indrukwekkendste pleinen ter wereld is. Tusschen +de ruischende fonteinen, staat een obelisk, op bevel van keizer +Caligula uit Egypte hierheen gebracht. Reeds lang vóór den tijd van +Mozes zag deze obelisk neer op Egypte’s woestijn. Aan zijn voeten +hebben de kinderen Israël’s in hun gevangenschap hun liederen gezongen. +Ten tijde van Nero, zag hij duizenden Christenen den marteldood +sterven. Nog heden verheft hij zich, vijf en twintig meter hoog, +bestaande uit een enkel stuk steen, ongedeerd door den tijd en +onaangetast door menschenhanden. Aan de noordzijde van het plein +bevindt zich de poort van het Vatikaan. Hier houdt de Zwitsersche Garde +in middeleeuwsche uniform, de wacht. In prachtige, met roode zijde +behangen vertrekken wachten talrijke pelgrims, monniken en prelaten het +oogenblik af, waarop ze tot Zijne Heiligheid zouden worden toegelaten. +Een voornaam priester, gekleed in violet gewaad, ging ons voor, om ons +aan te dienen, en door de geopende deur zag ik, hoe hij nederknielde +terwijl hij met den Paus sprak. + +Spoedig was het mijn beurt om toegelaten te worden. In een ruim, rood +behangen vertrek zat Pius X aan zijn schrijftafel. Bij mijn binnenkomst +stond hij op, en reikte mij zijn fijngevormde doch krachtige hand. +Daarop namen wij plaats. De Paus leunde met de ellebogen op de +schrijftafel, en hield het hoofd op de handen gesteund; hij begon over +Tibet te spreken. Hij vroeg of de zending in dat land eenige kans op +succes had. Ik moest antwoorden dat Tibet tegenwoordig voor alle +Europeanen gesloten is, maar dat vroeger Italiaansche monniken er als +zendelingen werkzaam geweest waren. Toen ik onder anderen Odorico uit +Pordenone noemde, die in de 14de eeuw Tibet bereisd had, luisterde de +Paus vol belangstelling; want die naam was hem goed bekend, immers +Pordenone is een dorp uit zijn eigen geboortestreek! + +Pius X geeft den indruk van grooten christelijken deemoed, van +eenvoudige, vriendelijke zachtmoedigheid, en zijn stem klinkt week en +ernstig. Ook zijn uiterlijk komt, door de witte kleeding die tegen het +roode behangsel van het vertrek afsteekt, uitstekend tot zijn recht. +Hij droeg een langen dichtgeknoopten priesterrok met een breeden gordel +en een schouderkraag, en op het witte haar droeg hij een wit kapje. Om +zijn hals fonkelde een gouden ketting met een groot kruis. + +Tusschen het Vatikaan en de St. Pieterskerk liggen slechts enkele +schreden. We betreden het prachtige voorportaal en komen door een der +vijf gewelfde bronzen deuren in de kerk zelf. Eerbied en bewondering +overweldigen ons, zoo indrukwekkend zijn hier alle afmetingen! Nu eens +verlustigt zich onze blik in de bonte, hemelhooge gewelven, dan weer in +de eindelooze zuilenrijen, nu eens worden we geboeid door een +mozaiekwerk, dan weer door een grafteeken. Hoe lang zou men hier niet +moeten ronddwalen om aan al deze heerlijkheid eenigszins recht te doen +wedervaren! Rome is niet in één dag gebouwd, luidt het spreekwoord. +Voor het bouwen van de St. Pieterskerk waren alleen al honderd en +twintig jaren noodig, gedurende welken tijd twintig Pausen elkaar +opvolgden! Italië’s grootste meesters waaronder Rafaël en Michel Angelo +hebben het beste van hun scheppingen gewijd aan dezen tempelbouw, die +het graf van den apostel Petrus omsluit. De kosten bedroegen twee +honderd en vijftig millioen. + + + + + + + + +37. „BROOD EN SPELEN”. + + +„Brood en spelen” brulde het naar vermaak dorstende Romeinsche +gepeupel, en om bij het volk in de gunst te blijven, lieten de keizers +van het Romeinsche rijk prachtige theaters oprichten waarin van tijd +tot tijd op groote schaal volksfeesten gevierd werden. Zulk een theater +was het Circus Maximus dat aan 200.000 toeschouwers ruimte bood. Hier +werden wedrennen gehouden met vierspannen. Op den van goud flonkerenden +wagen stond met gebogen knieën de wagenrenner, de teugels in de handen. +Geheel Rome, Senatoren, patriciërs en plebejers waren daarbij +tegenwoordig, en temidden van zijn hofhouding en gunstelingen zat de +keizer in zijn loge. De wagenrenners droegen verschillende kleuren, en +bij het wedden op de een of andere kleur werden vermogens op het spel +gezet. Een trompetsignaal gaf het teeken tot vertrek, en in het witte +zand der arena joegen de voortrazende wagens dichte stofwolken op. + +Zulk een theater was ook het circus van Nero. In den zomer van het jaar +64 n. Chr. ging Rome in vlammen op, en in een week tijds was de geheele +stad in de asch gelegd. De Campagna werd wijd en zijd door dezen +reusachtigen brand verlicht, en onschatbare kunstwerken gingen voor +altijd verloren. Nero echter, de grimmige beheerscher van het +Romeinsche rijk, genoot van dit gruwelijke schouwspel, en verheugde +zich over de woede der vlammen! Hij zette zich een krans op het hoofd +en terwijl hij zijn lier bespeelde, zong hij het lied van de +verwoesting van Troje. + +Maar onder de burgers verspreidde zich het gerucht dat de keizer zelf +Rome zou hebben doen in brand steken, om ruimte te krijgen voor zijn +waanzinnige bouwplannen, en zijn nieuw paleis. Nero vreesde den haat +van het volk, en, om zich van deze verdenking te zuiveren, beschuldigde +hij de leden der jonge christengemeente van deze euveldaad; ze hadden +immers vaak in het openbaar de ongebonden leefwijze in de hoofdstad +vervloekt, en den ondergang van het Romeinsche rijk en de overwinning +der christelijke leer geprofeteerd. Wat lag meer voor de hand dan dat +zij de schuldigen waren? Nu zouden ze voor hun misdaad boeten. De +leiders der christenen, de apostelen Paulus en Petrus werden in ketenen +geslagen, en met andere geloovigen in de Mamertijnsche gevangenis +gebracht, een verpest onderaardsch gewelf tusschen het kapitool en het +Forum. Bij geheele troepen sleepte men de geloovigen uit hun huizen en +uit de plaatsen waar ze hun samenkomsten hielden, en dreef ze als +kudden in de onderaardsche holen die met den circus van Nero in +verbinding stonden. Hier moesten ze hun straf afwachten, en tevens zou +het verbasterde gepeupel van een nieuw schouwspel genieten. + +In andere, met ijzeren tralies afgesloten, onderaardsche holen, +bewaarde men leeuwen, tijgers en andere roofdieren. Dagen achtereen +liet men de dieren honger lijden, en om hun bloeddorst nog meer te +prikkelen, moesten de circus-beambten bloedige stukken vleesch voor hun +hokken heen en weer bewegen. Rome sprak over niets anders dan over het +op handen zijnde schouwspel! + +De groote dag brak aan. Voorname mannen en vrouwen kwamen in prachtige +draagstoelen, gekleed in purperen zijden gewaden; het krioelde van +krijgslieden en blanke wapenen, de lucht was doortrokken met den geur +van welriekende oliën en zalven. Men spreidde kussens en dekens over de +banken uit, en nam zijn plaats in. In de keizerloge verschenen Nero en +zijn hovelingen. + +De trompetten schallen en terdood veroordeelde krijgsgevangenen +betreden de arena voor het gladiatorengevecht. Voor een deel dragen ze +helm en pantser, terwijl andere geheel ongekleed zijn. Net en een +drietand zijn de wapenen van dezen, terwijl genen voorzien zijn van +zwaard en schild. De tweekamp eindigt eerst met den dood van een der +beide partijen, tenzij een wenk van den keizer den overwonnene +begenadigt. Daarna komt een algemeen gevecht; maar, alvorens op elkaar +los te stormen, begeven de gladiatoren zich met statigen tred tot voor +Nero’s loge, en roepen: „Heil, U, Caesar, zij die sterven gaan, groeten +U!” Zoodra het bloedige spel teneinde is, worden de lijken weggesleept, +en versch zand in de arena rond gestrooid om de bloedsporen te +bedekken. + +Wederom schallen de trompetten, luider dan voorheen. Een christenschare +wordt in de arena gedreven. Inplaats van in kleederen zijn ze in +dierenvellen gestoken. Slechts hun bleeke, rustige gelaatstrekken zijn +zichtbaar; opwaarts blikkend heffen ze een psalm aan, en hun gezang +klinkt trotsch en luide over het heidensche Rome. + +Nieuwe trompetstooten—en de ijzeren zijdeuren worden geopend; een troep +wilde honden stort zich in de arena. In ’t eerst zijn ze schuw, maar +met steenworpen en wilde kreten worden ze aangehitst; ze naderen hun +prooi, trekken aan de dierenhuiden en besnuffelden het naakte vleesch. +Zoodra er een begint, volgen de anderen zijn voorbeeld, en stillen hun +honger. Geen der martelaren smeekt om genade, geen keurt Nero één blik +waardig. Eerst met den dood van den laatste verstomt het gezang. + +Reeds worden nieuwe scharen binnengevoerd, en nu is het de beurt voor +de leeuwen om hun honger te stillen. Zoo gaat het bloedige feest voort. +Tijgers, panters, beren, wolven en jakhalzen worden op de christenen +losgelaten terwijl het gepeupel brult van dolle opwinding, en de lucht +van het bloed den geheelen circus vervult. + +Wanneer het schouwspel voorbij en het theater ledig is, wagen zich +eenige christenen die zich nog in vrijheid bevinden in de arena om het +gebeente der dooden te verzamelen en ze te begraven in de grafplaatsen +buiten Rome. + +Er staat nog een derde theater op zijn oorspronkelijke plaats, het +Colosseum, en dit bouwwerk is zoo goed bewaard gebleven, dat men zich +nog een duidelijk beeld van zijn oorspronkelijken toestand kan vormen. +Het is het mooiste en grootste bouwwerk uit de oudheid dat Rome bevat. +Dit theater, voltooid in het jaar tachtig van onze jaartelling, werd +onder de keizers Vespasianus en Titus gebouwd. De rijen banken, die +ruimte boden voor 85.000 toeschouwers waren in vier afdeelingen +verdeeld, waarvan de achterste en hoogste bestemd waren voor vrouwen en +vrijgelaten slaven. Als toegangskaarten deden stukjes elpenbeen dienst, +die de ligging der verschillende plaatsen zoo nauwkeurig aangaven, dat +ieder dadelijk in het reusachtige gebouw zijn weg kon vinden. De +zitplaatsen waren van marmer, en tal van marmeren beelden sierden de +muren van het theater. + +Daar de spelen gewoonlijk overdag gegeven werden, had men over de arena +en de plaatsen der toeschouwers een reusachtigen zijden doek gespannen. +Wanneer het theater met publiek gevuld was, bood het een schouwspel van +overweldigende pracht. Op de beste plaatsen zaten de Senatoren in +purperomzoomde toga, de priesters der verschillende tempels, zwart +gesluierde Vestaalsche maagden, en krijgslieden in schitterende +wapenrusting. Daarachter kwamen de rijen der Romeinsche burgers in hun +witte of bonte toga, het hoofd onbedekt, baardeloos en met kort geknipt +haar; ze onderhielden zich met elkaar in een taal die even welluidend +was als het tegenwoordige Fransch en Italiaansch. De talrijke +vreemdelingen die Rome bezochten, waren aanwezig, gezanten uit alle +landen der wereld, staatslieden, kooplieden en reizigers uit Germanië +en Gallië, uit Syrië, Griekenland en Egypte. + +Nog machtiger indruk krijgt men van dit bouwwerk wanneer met het niet +overdag, maar des avonds bij maanlicht, bezoekt. Het plein voor het +theater, waar eertijds de gladiatorenkazernen en de lijkenhuizen +stonden, is nu leeg en verlaten, en de duistere nacht breidt zich uit +over de ruïnen; maar wanneer men de geweldige arena binnentreedt, +beschijnt het maanlicht de hooge, grauwe muren en de verweerde banken. +Hier en daar gapen donkere holen, ’t zijn de toegangen tot de +onderaardsche gewelven waar de christenen en de wilde dieren opgesloten +werden. Want ook in dit theater is de bodem letterlijk met bloed +gedrenkt. + +Geen geluid van de stad, die ter ruste gegaan is, dringt tot ons door. +En toch meen ik reeds lang weggestorven stemmen te hooren. Ik hoor het +vreugdegehuil van het gepeupel, dat het bloed van de christenen ziet +vloeien; ik hoor den strijdkreet der gladiatoren, het gekletter van hun +wapenen wanneer zij elkaar op leven en dood bevechten; uit de +onderaardsche gewelven stijgt een dof, hongerig gebrul dat de aarde +doet beven, en boven dit alles uit stijgt helder en plechtig het +overwinningslied der martelaren ten hemel! + +Een circus, of een theater van den tegenwoordigen tijd,—dat is slechts +speelgoed, in vergelijking met het Colosseum. De oude Romeinen waren +meesters in het uitvinden van zulke schouwspelen, die naar den smaak +van de massa waren. Geheele wouden werden tevoorschijn getooverd, +waarin de gladiatoren op leeuwen en tijgers jacht maakten. In korten +tijd kon het geheele tooneel onder water gezet worden, en op dit +kunstmatige meer werden bloedige zeeslagen geleverd, totdat het water +rood gekleurd was van bloed. Door vernuftige kanalen liep de arena dan +in een oogwenk weer leeg, de lijken werden door slaven weggesleept, en +het theater werd ingericht voor een nachtelijk feest. Dan werd de arena +door fakkels verlicht, en nieuwe scharen gevangen christenen werden +gekruisigd of voor de wilde dieren geworpen. Toen de Romeinsche keizer +Philippus Arabs in 248 het duizendjarig bestaan van Rome vierde, traden +twee en dertig olifanten, een groote menigte wilde dieren en +tweeduizend gladiatoren in het Colosseum op. + + + + + + + + +38. IN DE CATACOMBEN. + + +Niet ver van het Colosseum ligt het begin van een der oudste en +beroemdste wegen, die ooit door menschenvoeten betreden zijn, de +Appische weg. Hierlangs hielden keizers en legeraanvoerders hun +zegevierenden intocht in Rome; hierlangs werden ze na hun dood +uitgedragen om op brandstapels verbrand en in hun familiegraven +bijgezet te worden. Hierlangs schreden in duisteren nacht de +christenen, om de overblijfselen hunner, in de arena omgekomen, +geloofsgenooten aan het onderaardsche Rome toe te vertrouwen. Langs den +Appischen weg kwam ook Paulus Rome binnen, omstuwd door een schare +christenen, die hem, zooals men in het laatste hoofdstuk van het boek +der Handelingen lezen kan, tegemoet gegaan waren. Nog heden staat aan +de Via Appia een kleine kapel; ze is geheeten „Quo vadis?” („waarheen +gaat ge?”); aan deze kapel is de volgende sage verbonden: + +Nadat de apostelen Petrus en Paulus negen maanden lang in den +Mamertijnschen kerker gevangen gezeten hadden, werd het doodvonnis over +hen beiden geveld. Als Romeinsch burger zou Paulus met het zwaard +worden terechtgesteld; Petrus echter werd tot den onteerenden kruisdood +veroordeeld. + +Doch in den nacht, voorafgaande aan den dag waarop het vonnis +voltrokken zou worden, kwamen de gevangenbewaarders bij de gevangenen, +bevrijdden hen van hun boeien en fluisterden hun toe: „Vlucht, voor het +te laat is!” Paulus vluchtte niet, hij was bereid om voor zijn geloof +te sterven. Petrus echter kon, volgens de sage, de verzoeking niet +weerstaan. Het was een duistere nacht, de regen stroomde kletterend op +het marmeren plaveisel van het Forum neer, en de storm huilde door de +zuilengangen. Over de verlaten markt voortsnellend, bereikte hij een +der stadspoorten en ontvluchtte Rome langs de Via Appia. Wel sprak zijn +geweten, maar hij trachtte het tot zwijgen te brengen door te denken +aan al de bekeeringen, die hij zou volvoeren, indien hem nog eenige +jaren levens vergund werden. + +De storm bedaarde en de lucht werd helder. Daar bespeurde Petrus voor +zich uit een lichtschijnsel, dat hem tegemoet kwam. Het licht was niet +geel, zooals van vuur, maar blauwachtig als het schijnsel van sterren, +en toen het nabij gekomen was, zag Petrus dat het licht van een +stralenkrans uitging, die het hoofd omgaf van een man, gehuld in een +lang wit gewaad. + +Petrus gevoelde bij dezen aanblik een wondere ontroering. Toen de +onbekende twee schreden aan Petrus voorbij was, wendde hij zich om en +zag den apostel met denzelfden weemoedigen zachten blik aan, dien +Petrus zich zoo wel herinnerde van drie en dertig jaar geleden, in den +hof van den hoogepriester Kajafas. Hij wierp zich voor Jezus’ voeten, +en vroeg: + +„Heer, waarheen gaat ge?” + +En Jezus antwoordde: „Naar Rome, om nog eenmaal gekruisigd te worden!” + +Toen boog Petrus het oude, moede hoofd ter aarde, en weende bitterlijk. +Toen hij zich weder ophief, was de Meester verdwenen, en de apostel +stond alleen op de Via Appia. + +Opnieuw was de storm opgestoken, en zware wolken joegen over de +Campagna naar de Appenijnen. Zonder aarzeling, keerde Petrus om, en +snelde naar Rome terug. Onderweg ontmoette hij een vrijgelaten slaaf, +dien hij zelf gedoopt had. + +„Heer, waarheen gaat ge?” vroeg de slaaf verbaasd. En Petrus +antwoordde: „Naar Rome om gekruisigd te worden!” Met vluggen tred ging +hij verder, ging weer over het Forum, en daalde in de Mamertijnsche +gevangenis af. Hier liet hij zich door den gevangenbewaarder de ketenen +weer aanleggen. + +Den volgenden dag bracht men hem naar een heuvel waar het kruis reeds +opgericht was. Daar hij zichzelf evenwel voor onwaardig hield om in +dezelfde houding als zijn Heiland te sterven, vroeg hij den Romeinschen +krijgsknechten om de gunst om met het hoofd naar omlaag aan het kruis +genageld te mogen worden. + +Langs de Via Appia gaat men ook wanneer men de onderaardsche catacomben +wil bezoeken. + +Twee monniken met waskaarsen voeren ons een trap omlaag, en dan gaat +het door smalle gangen die een duister en vochtig labyrint onder de +aarde vormen. De meeste gangen zijn slechts een meter breed, het dak is +gewelfd, en in de wanden ziet men ontelbare nissen waar de christenen +hun ontslapene broeders en zusters bij zetten. Men legde het lijk in +een doek; kruiste de armen over de borst, wendde hun gezicht naar het +Oosten. De nissen werden afgesloten met een marmeren plaat, of met +eenige tichelsteenen, en dan zongen de rouwdragers, met fakkels in de +handen, geestelijke liederen. + +Hoevele lijkstoeten zullen zich wel door deze gangen hebben +voortbewogen! Hier rustten de martelaren. Hier verzamelden zich de +christenen tot gemeenschappelijk gebed of beraadslagingen, en nog in de +vijfde eeuw vierden ze hier in den schoot der aarde feesten ter +herinnering aan hun martelaren. + +Een steile, donkere trap brengt ons nog een verdieping lager. Vaak +liggen vier of vijf verdiepingen onder elkaar, waarvan de diepste meer +dan twintig meter beneden den grond ligt. Alle gangen tezamen vormen +een lengte van negenhonderd kilometer, en overal vindt men nissen in de +wanden; het onderaardsche Rome bevat meer dan drie millioen zulke +graven! + +Het zou levensgevaarlijk wezen, zich hier zonder een gids te wagen. Men +zou doelloos ronddwalen, vergeefs een uitweg zoeken, nu eens rechtsom, +dan weer ter linkerzijde een zijgang inslaan. Wanneer de waskaars +opgebrand was, zou men al tastend den weg zoeken, telkens struikelend +zou men al verder en verder verdwalen. Niet het geringste geluid! +Alleen de echo zou op het hulpgeroep antwoorden. De waanzin zou als +verlosser komen en men zou het hoofd te pletter stooten tegen een der +grafsteenen in deze doodenstad! + +In de musea, vooral in het Vatikaan, bevinden zich tal van marmeren +gedenkplaten uit dezen oud christelijken tijd. De inschriften zijn in +het Latijn of Grieksch geschreven, en bevatten vaak zinnebeeldige +voorstellingen waarbij de visch de Heiland, het olijvenblad de vrede, +een schip het menschenleven, de duif de ziel van den afgestorvene, het +anker de hoop op de opstanding, en de palmtak de zege der zaligen +beteekent. + +Niets is treffender dan deze grafsteenen met hun korte, veelzeggende +afscheidswoorden. Voor de antieke marmeren beelden staat men in stomme +bewondering; hier echter, te midden der schatten van deze doodenstad, +hoort men de steenen spreken. Voor ongeveer tweeduizend jaren hebben de +levenden, vaak in onbeholpen schrift, hun geloof, hun liefde, hun +droefheid en hun hoop aan deze steenen toevertrouwd. + +Maar wij moeten afscheid nemen van Rome. Er is echter een middel om +zich de terugkomst in de eeuwige stad te verzekeren. + +Ik heb het zelf geprobeerd. Op een klein plein in Rome verheft zich +voor den voorgevel van een prachtig paleis de Fontana Trevi. De zeegod +staat op zijn wagen, een reusachtige schelp, die door twee zeepaarden +wordt getrokken. Door tritons geleid willen zij over den rand van de +nagemaakte rotsen springen, waarover het water in hel-groene golven en +witte stralen afstroomt, om beneden in een rond bassin saam te vloeien. + +Als de laatste avond van uw verblijf te Rome is aangebroken, begeeft u +dan naar de Fontana Trevi. Hier werpt gij—voor de straatjongens—een +klein geldstuk in het bassin; laat uw hand volloopen onder een der +waterstralen en drinkt van het water van Rome—dan zal u de toovermacht +van den zeegod gevangen houden, en uw ziel zal geen rust vinden, +voordat gij nog eens uw schreden hebt gericht naar de Eeuwige Stad! + + + + + + + + +39. POMPEJI. + + +Weer eenige uren langs glinsterende rails en wij zijn te Napels. Ginds +in het Oosten broedt de kegel van den Vesuvius, als een vuurspuwende +draak over den zeeboezem, aan welks oever steden en dorpen en stralend +witte landhuizen, zoo dicht naast elkaar liggen, als de kralen van een +rozenkrans. Op de met lava geplaveide straten van Napels loopen wij +rond en kunnen ons niet verzadigen aan het gezicht van de prachtige, +bruine gezichten, de bonte, morsige kleederdrachten. Steeds weer zouden +wij de melodieuse liederen willen hooren, die ter eere van het +liefelijk Napels weerklinken. „Napels zien en dan sterven” is een +Italiaansch spreekwoord, het wil zeggen dat voor hem die Napels niet +zag, het leven geen waarde heeft! + +Wij gaan het nationaal museum binnen en nu verdwijnen voor ons het +bonte leven daarbuiten op de straten, de blauwe Golf van Napels en de +krans van groenende tuinen. Hier overweldigt ons het verleden, dat in +een grootsche verzameling van kunstwerken, beelden en schilderijen uit +Pompeji ons tegemoet treedt. + +In de zevende eeuw voor de geboorte van Christus, werd niet ver van de +kust, aan de Golf van Napels, aan den zuidelijken voet van den Vesuvius +de stad Pompeji gesticht. Ongeveer tachtig jaar voor onze tijdrekening +kwam ze onder Romeinsche heerschappij en gedurende de volgende honderd +vijftig jaren ontwikkelde zij zich in architectuur, taal en gewoonten +tot een echte Romeinsche stad. Een muur met torens omringde de huizen +en straten met haar 20.000 inwoners en bij het invallen van den nacht +werden de acht stadspoorten gesloten. Op het voornaamste plein, het +Forum, waar volksvergaderingen en feesten werden gehouden, verhief +zich, tusschen open hallen en zuilengangen en een reeks marmeren +beelden, de tempel van Jupiter. + +Op het tweede plein stonden het theater en een oude Grieksche tempel. + +Pompeji werd spoedig een lievelingsstad der aanzienlijke Romeinen, die +in het stadsgebied zelf van Pompeji of in de wonderschoone omgeving +ervan prachtige villa’s lieten bouwen. Een dezer villa’s, bij de +noord-westelijke stadspoort, behoorde aan den beroemden redenaar en +schrijver Cicero, die van tijd tot tijd in dezen, zijnen „Tusculum”, +ontspanning zocht van het geraas en het onrustige leven in Rome. Men +weet heel nauwkeurig dat hij zich hier het laatst ophield in het jaar +44 na Christus, kort na den moord van den grooten Julius Caesar. + +Niet ver van de villa van Cicero liep noord-westelijk de „Weg der +Graven”, die evenals de Appische heirweg aan beide zijden door +grafmonumenten is begrensd, van de eenvoudigste gedenksteenen, tot de +kostbaarste altaren en tempels; zij bevatten alle de urnen met het +gebeente en de asch der dooden. + +De straten waren recht en regelmatig aangelegd, eenige breed, vele heel +smal. Zij waren met lavazerken, geplaveid en verhoogde trottoirs liepen +langs de huizen. Langs eenige straten waren aan beide zijden winkels, +hier en daar was een rij steenen dwars over de straat gelegd, opdat de +voetgangers na hevige stortregens, die destijds evenals nu nog alle +wegen in kanalen en rivieren veranderden, droogvoets aan den anderen +kant konden komen. + +Pompeji bezat vele baden, die prachtig en met de uiterste +geriefelijkheid waren ingericht. Uit steen opgetrokken, waren zij koel +en donker, en boden gedurende den warmen zomer een heerlijke +verkwikking. Men legde zijn kleeren in de nissen van de ontkleedhal, en +liep van het eene badkamertje naar het andere, om eerst een heet +luchtbad, dan een warm bad, en eindelijk een koud bad te nemen. De +muren van de kamer voor het koude bad waren met schilderijen versierd, +die schaduwrijke bosschages en donkere wouden voorstelden; de blauw +gewelfde zoldering was met gouden sterren bezaaid, en het zonlicht viel +slechts door een klein rond venster naar binnen; daardoor geleek het +bassin op een klein meer in een bosch, onder den vrijen hemel. Men liet +zich door de badknechten masseeren en met welriekende oliën inwrijven. + +De huizen der welgestelde burgers waren met uitgezochten smaak, en +grooten kunstzin ingericht. Naar de straatzijde toe was niet veel meer +te zien dan kale, gelijkvormige muren, want de oude Romeinen wilden het +heiligdom van hun tehuis niet laten ontwijden door het geraas der +straat en de nieuwsgierigheid der voorbijgangers. Precies zoo is het +ook nu nog, zooal niet in Italië en Griekenland dan toch in het gansche +Aziatische Oosten. In het inwendige wordt daarentegen des te grooter +pracht tentoongesteld. Hier stonden beelden en busten, onder open +zuilengangen, geurende, weelderige bloembedden, en midden in de +voornaamste zaal, in het „atrium” was in den mozaïeken vloer een +marmeren bassin aangebracht. Door een vierkante opening in de zoldering +boven het bassin, keken zon en maan binnen, en de regen vermengde vaak +zijn droppels met de stralen van de steeds klaterende fontein. + +Indien de heer des huizes een gastmaal gaf, dan droegen slaven tafels +aan, en terwijl ze op lange rustbedden lagen, gebruikten zij de +overdadige spijzen; dronken, schertsten en luisterden onderhand naar de +tonen der fluiten, citers en cimbalen en volgden met slaperige, door +het gebruik van wijn verduisterde oogen de bewegingen van danseressen. + +Dat was een gelukkige tijd van ongestoorde rust voor Pompeji! Men +genoot van de gaven der wouden, der tuinen en van de zee, dreef handel, +vervulde zijn ambtsplichten en verzamelde zich voor beraadslagingen op +het Forum, op welks steenen zerken de marmeren zuilen koele schaduwen +wierpen. Wie dacht aan den nabijzijnden Vesuvius! Sedert duizenden +jaren was de vulkaan reeds uitgebluscht en op oeroude lavastroomen +stonden oeroude boomen en tegen de hellingen van den berg rijpten in de +zon de heerlijkste druiven, waaruit nog tegenwoordig een wijn wordt +geperst, die „de tranen van Christus” heet. De sage vertelt, dat de +Heiland eens op zijn omwandeling op aarde, den Vesuvius heeft +beklommen, en eerst is blijven staan in stomme bewondering over het +heerlijke landschap dat de Golf van Napels omgeeft. Daarna zou Hij, +door leed, over deze plaats der ijdelheid en der zonde bitter hebben +geschreid. En juist op de plaats waar zijn tranen op aarde +neerdruppelden, ontsproot een wijnrank, die haars gelijke niet had! + + + + + + + + +40. ONDER DE ASCH VAN DEN VESUVIUS. + + +Een jaar voor den brand van Rome werd Pompeji door een geweldige +aardbeving geschokt, maar de bewoners vatten weer gauw moed en bouwden +hun stad weer schooner en prachtiger op. Zestien jaren gingen voorbij, +toen viel de meest vernietigende slag, die ooit een stad heeft +getroffen sedert Sodom en Gomorrha door vuur uit den hemel werden +verteerd. + +Plinius de Oudere, die ons een onsterfelijk natuur-wetenschappelijk +werk heeft nagelaten, was destijds bevelhebber over de Romeinsche +vloot; ze lag in de bocht van Napels voor anker, terwijl hij zelf +vertoefde bij zijn zuster, op een plaats niet ver van Pompeji. Plinius +de Jongere, zijn neef, een jonge man van achttien jaren, was eveneens +bij zijn moeder te gast. + +De 24ste Augustus van het jaar 79 brak aan. De Vesuvius had zich zoo +lang stil gehouden, maar nu kende zijn woede geen grenzen. In den loop +van enkele uren begroef hij Pompeji en nog twee andere steden, +Herculanum en Stabiae onder een regen van puimsteen en asch en onder +een stroom gloeiende lava en heete modder. Onder hen die er het leven +bij verloren behoorde ook Plinius de Oudere. + +Verscheidene jaren later schreef de geschiedschrijver Tacitus aan +Plinius den Jongeren en verzocht hem eenig bericht te geven over den +dood van zijn oom. Deze geschriften zijn nog bewaard. Plinius +beschrijft hoe zijn oom beneden aan het strand door een regen van asch +en zwaveldampen stikt. Hij zelf had gezien hoe vurige vlammen uit den +krater opstegen en hoe de Vesuvius een zwarte wolk uitspuwde die zich +omhoog, als de kroon van een pijnboom vertakte. Hij was met zijn moeder +gevlucht in den voorhof van haar huis; maar toen de grond onder hun +voeten begon te wankelen en de lucht zich met asch vulde, snelden zij +met nog een menigte menschen weg. Zijn reeds bejaarde moeder smeekte +hem zich toch door een haastige vlucht te redden, maar hij wilde haar +niet alleen laten. „Dikke rookerige duisternis,” zoo luidt zijn +beschrijving, „welfde zich dreigend boven ons. Zij overstroomde de +aarde als een voortstormende rivier, en golfde achter ons aan. „Laat +ons terzijde afslaan,” zeide ik, „zoolang wij nog kunnen zien, opdat +wij onderweg niet vallen en in de duisternis, door hen, die ons volgen, +worden vertreden.” Ternauwernood waren wij gelukkig aan het gedrang +ontkomen, of diepe nacht omringde ons reeds, een nacht, niet alleen +zonder maan of bewolkt, maar zooals hij in dichtgesloten ruimten +heerscht, waar het licht is uitgebluscht.” Dan vertelt Plinius hoe de +vluchtenden kussens op hun hoofd bonden om niet verpletterd te worden +door neervallende steenen en hoe men onophoudelijk de asch van zich +moest afschudden om niet door den last daarvan op den grond te worden +gedrukt. Hij zelf bleef onder deze gebeurtenissen heel kalm, want hij +was er van overtuigd, dat de geheele wereld nu ten onder moest gaan. + +Door deze uitbarsting van den Vesuvius werd Pompeji onder een dikke, +zes meter hooge laag puimsteen en asch begraven. Nog vele jaren later +gingen de bewoners van omliggende streken er heen om met spaden +allerhande uit te graven. Maar daarna daalde Pompeji in den nacht der +vergetelheid en sliep 1500 jaren onder de aarde. Maar na 1500 jaren +werd de stad weer ontdekt en men begon opnieuw te graven. Akkers, +moerbeiboschjes en landgoederen waren intusschen op het kleed van het +geweldige bed van asch opgegroeid. Maar pas vijftig jaar geleden begon +de navorsching van den nieuwen tijd met ernst de bedolven stad op te +graven, en nu heeft men het reeds voor meer dan de helft gedaan. +Tegenwoordig kan de vreemdeling ongehinderd door haar straten rijden, +de oude winkels en baden inzien en de prachtige muurschilderingen in de +paleizen der aanzienlijken bewonderen. De zuilen van den tempel van +Jupiter, die zoo lang in ondoordringbaren nacht begraven waren—werpen +nu weer, in de verblindende zon hun schaduw op dezelfde steenen zerken +van het Forum als te voren. De Weg der Graven is opengelegd en jonge +cypressen schieten omhoog tusschen de grafteekenen. De dooden, die voor +den tweeden keer begraven werden, toen de Vesuvius zijn asch over hen +uitspreidde, luisterden nu opnieuw naar de schreden van een jong +geslacht, buiten op de straat. + +Maar de ongelukkigen, die levend onder den aschregen werden begraven, +zijn lang tot stof vergaan, en toch zijn er nog en in de musea kunnen +wij hen met verwrongen ledematen, het gelaat op den grond gedrukt, zien +liggen precies in de houding, die zij innamen, toen zij neervielen en +de asch hen bedekte. Want zoo bleven zij als in een gietvorm 1800 jaren +liggen! Hun stof werd weer aarde, maar de ontstane ledige ruimte bleef +bestaan, en als men gips in zulke holten giet, dan verkrijgt men een +levendig afbeeldsel van die menschen in het oogenblik van hun dood! +Hier ligt een vrouw, die voor haar huis is neergestort en krampachtig +een buidel van goud en zilver met beide handen omklemd houdt; ginds een +man, wiens hoofd zwaar op de ellebogen is neergevallen en daar een +hond, die zich ineen heeft gerold, voordat hij stikte. Zoo is de +slapende stad tot nieuw leven ontwaakt en de dooden zijn teruggekeerd +uit het rijk der schaduwen. + +Onverbiddelijk heeft de spade alle geheimen van Pompeji onthuld; de +asch heeft alles getrouw bewaard, tot zelfs de vluchtige invallen, die +op de hoeken van huizen werden geschreven. Op een huis werd aangegeven, +dat het vanaf den eersten Juli te huur was: „Mogelijke huurders worden +verzocht zich tot den slaaf Primus te wenden.” Op een anderen hoek +raadt een grappenmaker een kennis aan: „Loop heen en hang je op!” Een +burger schrijft van zijn vriend: „Ik hoor tot mijn leedwezen, dat je +gestorven bent.—Vaarwel!” Een andere muur draagt de vriendelijke +aanmaning: „Hier is geen plaats voor luilakken, maak dat je wegkomt, +jij, deugniet!” Het merkwaardigst zijn echter de woorden Sodom en +Gomorrha, die stellig door een Jood tegen een huis werden ingekrast. +Zelfs de schrijfoefeningen der schooljongens zijn nog tegen een muur te +herkennen, pogingen in het Grieksche alphabet, hetgeen bewust dat de +Grieksche taal een deel van het onderwijs uitmaakte. Oudere jongens +hebben, precies als zij nu nog doen, verzen van voorname dichters +ingekrast, en eens vindt men, met houtskool geschreven en nog maar voor +de helft leesbaar: „Verheug u op het vuur, Christen!” Zoo bespotte men +de martelaars, die met teer overgoten in den tuin van Nero als fakkels +werden verbrand! + +De kunstschatten, schilderijen en beeldhouwwerken, die men te Pompeji +heeft uitgegraven, hebben met den geheelen aanleg der stad, haar +bouwtrant en haar inschriften een licht over het leven der Oudheid +geworpen, dat men te voren nooit had vermoed. Maar nog een veel +rijkeren oogst voor de wetenschap verwacht men uit het bed van lava en +slib, dat Herculanum, de stad die naast Pompeji lag, bedekt. Maar op +dien bodem zijn intusschen twee steden verrezen, die eerst verwijderd +zouden moeten worden als ook Herculanum uit zijn eeuwigen slaap gewekt +zou worden. + +Vaarwel, Pompeji en Napels! + +Wij gaan in gedachten op een schip dat ons over de Golf van Napels +draagt. Rechts laten wij het verrukkelijke eiland Capri achter ons. Aan +de noordelijke zijde ervan kan men liggend in een platte roeiboot, of +zwemmend een rotsopening, die niet hooger is dan een meter, voorbij +gaan, die toegang geeft tot de Blauwe Grot. Zij werd in 1826 door twee +Duitsche schilders ontdekt. Daarbinnen strekt zich een stille, +kristalheldere watervlakte uit, meer dan vijftig meter den berg in en +het gewelf boven den waterspiegel is vijftien meter hoog. De eenige +verlichting van het inwendige der grot, is de reflectie der kleur van +den hemel en van de zee in de grot, van welker gewelf en wanden +druipsteenen als ijskegels neerhangen—alles blauw. Dompelt men een +roeispaan of de hand in het water dan glinstert zij, door de reflectie +van den witten zandbodem, zilverwit. Maar men kan het slechts bij kalm +weer wagen er in te varen, anders zou de boot tegen de rotsachtige +zoldering verpletteren. Slechts moedige bewoners van Capri wagen er +zich ook bij hooge zee in, met groote handigheid en vlugheid boegseeren +zij hun boot tusschen twee golfslagen in de grot. + +Aan onze linkerhand verbergt een landtong de witte huizen en +olijftuinen van Sorrent, een kleine stad, die door groote dichters werd +bezongen. Daarna stevenen wij op de turkoois-blauwe watervlakte van de +Tyrrheensche zee verder. In het Zuiden duikt het rotseiland Stromboli +uit de golven op, met zijn vuurspuwenden op een vuurtoren gelijkenden +vulkaan. In de straat van Messina zijn wij tusschen de kusten van +Calabrië en Cicilië, die zoo vaak door ontzettende aardbevingen werden +verwoest. Maar nu gaat het naar buiten, in de groote, open +Middellandsche Zee. Achter ons verdwijnt Italië en daarmede Europa aan +den horizon, en wij schommelen naar het Oosten, naar het land der +pharao’s. + + + + + + + + +41. EGYPTE. + + +Ik herinner mij nog alsof het gisteren gebeurde, den dag in het jaar +1885, toen de telegraaf over de gansche aarde de treurmare bracht, dat +Chartoem gevallen en Gordon Pacha, de gouverneur van Soedan omgekomen +was! Zelden werd de geheele wereld zoo diep getroffen door den dood van +een man. + +Gordon was een Schot, maar werd in 1833 in een der voorsteden van +Londen geboren, en reeds als jonge luitenant bij de genie, hoorde hij +onder de muren van Sebastopol het oorlogsgedonder dreunen. Als +dertigjarig majoor voerde hij het bevel over het keizerlijk leger in +China en onderdrukte den schrikkelijken Taiping-opstand, die sedert +1851 in de provinciën aan de blauwe Rivier woede. In anderhalf jaar had +hij de rust hersteld. + +Nadat hij eenige jaren, gedeeltelijk in zijn geboorteland, gedeeltelijk +in de landen van het Oosten had doorgebracht, trad hij in 1874 in +dienst van den Khedive, den onderkoning van Egypte. De Khedive Ismail +was een energiek man met vooruitstrevende plannen. Hij wilde zijn rijk +uitbreiden tot aan de groote meren van den aequator, waar men meende +dat de Nijl moest ontspringen, en Gordon zou over een provincie +regeeren, die haar naam, Aequatoria, naar den aequator draagt. Vlak ten +Zuiden van Caïro, de grootste stad van Afrika, de hoofdstad van Egypte, +begint een hoogland, dat zich van het Noorden naar het Zuiden bijna +over het geheele vasteland uitstrekt. In Abessinië verheft het zich tot +aanzienlijke hoogte en rondom den aequator, verheft het zich tot +Afrika’s hoogste bergtoppen. Als een scherm houdt dit gebergte allen +regen verre van Egypte en groote deelen van Soedan. De waterdampen, die +de passaatwind des zomers over Abessinië heendrijft, veranderen in de +bergstreken van dit land in regen en sneeuw en de wind komt droog naar +Nubië en Egypte. Wat aan vochtige massa’s uit den warmen Indischen +Oceaan opstijgt en door den passaatwind naar het Noordwesten wordt +gedreven, verandert gedurende acht maanden van het jaar in water, in de +gebergten bij den aequator, en zoo ontvangt het Nijldal ook van daar +geen neerslag. De bodem blijft hoog en ontzaglijke gebieden zijn +woestenijen, waar bronnen slechts op groote afstanden van elkaar +liggen. Maar gedragen door de winden van den Indischen Oceaan, ruischt +de regen op de Oost-Afrikaansche gebergten neer en verzamelt zich daar +tot geweldige rivieren. De Atbara en de Blauwe Nijl stroomen uit +Abessinië neer en veroorzaken in den herfst de bekende overstroomingen +van den Nijl; gedurende het overige deel van het jaar zorgt de Witte +Nijl voor de bewatering van Egypte. Zoo gedijt het land ook zonder +regen, en ontelbare kanalen bevruchten in zijn plaats de akkers in +welker, krachtigen, moerassigen slibbodem ontelbaar veel graansoorten; +tarwe, mais, gerst en durrha (negergierst), groenten als boonen en +erwten en veel dadelpalmen welig groeien en suikerriet en +katoenstruiken, zich steeds meer uitbreiden. Van uit een ballon gezien +zouden deze akkers, die palmen en vruchtboomen zich afteekenen langs de +rivier als een groene band, terwijl het geheele overige gebied er geel +en grauw zou uitzien; want het bestaat slechts uit droge +zandwoestijnen. + +Zoo is de Nijl voor Egypte de gewichtigste levensvoorwaarde. Daarvan +vertelt de geschiedenis van de verste Oudheid ons reeds. Want Egypte is +een der oudste cultuur-centra der aarde. Wie duizelt niet bij de +gedachte, dat de eerste koning van wien gegevens uit de Oudheid worden +medegedeeld 3200 jaren voor de christelijke jaartelling heeft geleefd +en dat de groote piramide bij Giseh 4600 jaren oud is! Het grafgewelf +ervan is in de vaste steenmassa ingemetseld en daar staat tegenwoordig +nog de sarcophaag van rood graniet van koning Cheops. Twee millioen +300.000 steenblokken, elk tien kubieke meter groot, zijn noodig geweest +om voor een vergankelijk koning een onvergankelijk grafteeken op te +richten! Het gaat door voor het grootste bouwwerk, wat ooit door +menschenhanden werd opgericht. Gebouwen van onzen tijd schrompelen +daarnaast tot niets ineen. Slechts de lange Chineesche muur zou er +zich, wat omvang betreft, mede kunnen meten, maar hij is vervallen en +voor het grootste deel van de aarde verdwenen, terwijl de piramide van +Cheops er nog altijd als voor duizenden jaren staat, nu eens door de +zon verwarmd, dan weer door het maanlicht beschenen, of als een +sprookjesachtige verschijning te midden van den duisteren, lauwwarmen +nacht. + +Twee duizend kilometer ten zuiden van de hoofdstad van Egypte eindigt +de woestijn en vandaar bedekken geweldige moerassen en dicht riet den +grond. Dit is Soedan, „het land der zwarten”. Op de landpunt, in welks +hoek de Witte en de Blauwe Nijl samenvloeien, lag Chartoem, de eenige +stad van Soedan, tot waar handelswegen van alle kanten heenleidden, en +waar de waren nooit onverkocht bleven liggen. Naar de kostbare veeren +van den snelvoetigen struisvogel was toch ter versiering der +Europeesche dameshoeden steeds groote navraag en eveneens naar het +kostbaar ivoor van de Afrikaansche olifanten die grooter en krachtiger +zijn dan hun Indische neven en die bij kudden worden neergeschoten of +in het woud in valkuilen worden gevangen. Maar het handelsartikel dat +het meest op prijs werd gesteld, en langs Chartoem ging, dat waren de +slaven, „het zwarte ivoor”, zooals hun hartelooze Arabische handelaars +hen noemden. Het vervoer der olifantstanden door paarden of ossen was +te duur, daar vele dieren bezweken onder de steken van de giftige +vliegen. Daarom moest het ivoor door menschen worden gedragen en zoodra +deze hun diensten hadden bewezen, werden zij zelf naar Egypte, Rome, +Syrië en Turkije verkocht. Wouden en woestijnen waren niet +onuitputtelijk, ivoor en struisveeren konden eens een einde nemen; voor +uitsterven van negers behoefde men niet te vreezen. Sedert voor drie +honderd jaren, een Engelsen kapitein de eerste scheepslading slaven +naar Amerika bevrachtte, heeft deze schandelijke handel tot in den +modernen tijd als een vloek gerust op het werelddeel der zwarten. + + + + + + + + +42. MET GORDON DEN NIJL OP. + + +Gordon had het stadhouderschap van de nieuwe provincie, niet ver van de +bronnen van den Nijl op zich genomen in de hoop den slavenhandel +eindelijk te kunnen uitroeien of althans eenigszins de jacht op zwarte +mannen en vrouwen te stuiten. Hij voer van Caïro over de Roode Zee naar +Soeakin, reed naar Berber aan den Nijl en werd daar door den generaal +gouverneur der provincie Chartoem met grooten luister ontvangen. Hier +vernam hij dat de Nijl nog 1500 kilometer verder zuidelijk bevaarbaar +was en hij dus zijn reis zonder oponthoud kon voortzetten. + +De Nijl bood aan Gordon’s stoomboot den uitnemendsten weg. Maar +dezelfde rivier kan voor den reiziger ook een onoverwinnelijken +hinderpaal zijn. Want na den regentijd treedt ze buiten haar oevers en +vormt een onontwarbaar doolhof van zijarmen, meren en moerassen. +Tusschen ondoordringbare bosschen van riet en velden van +papyrusstruiken is de vrije waterweg dikwijls niet meer dan een nauwe +doortocht. De wortels der grootere planten maken zich los uit het slik +en pakken zich samen met stengels en aarde tot koeken, die dan door het +aandringende water naar het Noorden worden gedreven. In smalle +openingen of bij scherpe bochten blijven ze hangen en telkens worden +weer nieuwe van deze eilanden aangespoeld en botsen tegen ze aan. Zoo +stuwden zij het water der rivier op, en tusschen deze natuurlijke +dammen vormt het water meren. Zulke gezwellen van drijvende en +vastrakende, verrottende vegetatie noemt men „Sedd”, en hoe sterker de +regen is, des te grooter is deze stroomafwaarts gedreven slibmassa. +Eindelijk weeken de hardgeworden koeken weer, bezwijken voor den druk +van het water en dan is de Nijl weer bevaarbaar. + +Langzaam gleed Gordon’s stoomboot stroomopwaarts en drong steeds dieper +in de tot nu toe onbekende wereld van het tropisch Afrika. Aan den +oever schommelden de waaiers der papyrusstruiken boven het riet. Uit +het merg van den papyrus bereidden de oude Egyptenaren een stof, het +papier, waarop zij hun kronieken neerschreven. Tusschen de struiken zag +de bemanning van de stoomboot de zwarte inboorlingen en zwervende +scharen luid schreeuwende apen. De nijlpaarden, op zwemmende eilanden +gelijkend, vertoonden zich slechts bij nacht, als zij het ondiepe water +opwoelden. Achter de weelderige vegetatie van de oevers strekten zich +eindelooze grassteppen uit, met hun groot aantal dieren, en hun +schaarsche bosschen. + +Na vier dagen en vier nachten gleed de stoomboot het eiland Abba +voorbij. Hier woonde in zijn grot een bedelmonnik, de derwisch Mohammed +Ahmed, en deze eenvoudige man wierp zich later op tot beheerscher van +Soedan en zijn fanatieke scharen zouden tien jaar later Gordon’s +moordenaar worden! + +Midden April bereikte Gordon Gondokoro, een kleine plaats, die +tegenwoordig op de grens van Soedan en Britsch-Oost-Afrika ligt. En nu +begon hij als stadhouder van de aequator-provincie zijn werkzaamheid. +De Egyptische soldaten die hier en in twee andere plaatsen aan den Nijl +in garnizoen lagen en op eigen hand een rooversleven leidden, voedde +hij op tot nuttigen arbeid met ploeg en spade, de slavenjagers die men +meester kon worden, werden gevangen genomen en de slaven bevrijd. +Overal stond Gordon de armen bij, beschermde de hulpeloozen en zond aan +de hongerenden durrha. + +De hitte was ontzettend en misschien nog erger de wolken bloeddorstige +muggen, door welke Gordon en zijn metgezellen werden geplaagd. Maar +toen in September de regen begon te vallen en de geheele streek in een +moeras veranderde, werd hun toestand nog gevaarlijker, want uit deze +moerassen stegen moordende koortsdampen omhoog. Na een maand waren +reeds zeven van Gordon’s officieren aan de koorts overleden, maar hij +zelf werkte onverpoosd aan zijn taak. „Als God wil, zal ik in dit land +veel uitrichten”, schreef hij in zijn dagboek. + +Spoedig zag hij, dat de beste streken van zijn provincie aan de groote +meren in het Zuiden lagen. Maar de provincie Aequatoria was te ver van +Egypte verwijderd; zij hing als aan een oneindig lang koord, den Nijl. +En van het Victoria-Niansa—het grootste meer—tot aan Caïro waren het in +rechte lijn 3500 kilometer. Des te korter was de weg naar Mombasa, aan +de Oostkust. Gordon raadde daarom den Khedive aan Mombasa te veroveren +en vandaar uit een weg naar het Victoria-Niansameer aan te leggen. +Daardoor zou de bestrijding van den slavenhandel aanmerkelijk veel +gemakkelijker zijn geweest. Met vurige woorden schilderde hij hem in +brieven den toestand in Soedan en deze brieven deden den Khedive de +oogen opengaan over dingen, waarover hij uit den mond zijner pacha’s +nooit de waarheid had vernomen. + +Gordon wilde allereerst een stoombootdienst instellen naar de meren; +toen de Nijl begon te stijgen, kwamen de stoombooten aan. Nu ging het +verder naar het Zuiden. De inboorlingen sloegen deze expeditie echter +met haat gade en vreesden de Egyptische overheersching. Zij beproefden +het verder doordringen van den „Witten Pacha” te verhinderen, het was +Gordon zeer pijnlijk de wapenen tegen hen te moeten keeren. Zij +verlangden verder niets dan in hun woestijnen en bosschen met rust te +worden gelaten, en het doel van den indringer was hen onbegrijpelijk. +Gewelddaden stond Gordon echter aan zijn manschappen niet toe. Gestolen +vee moesten zij weer teruggeven en de dochter van een hoofd, die zij +gevangen genomen hadden, liet hij met kostbare stoffen en gewaden +tooien en onder ridderlijke bescherming weer naar huis brengen. In +tegenstelling van alle andere Europeanen kende hij noch haat noch +wreedheid; vandaar zijn merkwaardige macht over de wilden van Afrika, +precies zooals hij tien jaren vroeger over de Chineezen had gehad! + +Na groote moeielijkheden bereikte hij eindelijk het noordelijkste der +Nijl-meren, het Albert-Niansameer. Het bereiken van dit doel was een +heldendaad. Maar tot aan het Victoria-Niansameer door te dringen +gelukte hem niet, want de beheerscher van het land tusschen de meren +duldde geen indringers noch blanke, noch Arabieren. + + + + + + + + +43. DE WITTE PACHA. + + +Drie jaren lang werkte Gordon aan den Boven-Nijl, in de nabijheid van +den aequator. Gedurende de volgende drie jaren vinden wij hem verder +noordelijk als stadhouder van het geheele Egyptische Soedan; Chartoem +is z’n hoofdstad. Zijn provincie is 2000 kilometer breed, vanaf de +Roode Zee tot aan de Sahara en haar uitgestrektheid naar het Noorden en +Zuiden is niet minder. + +Het geheele land bevindt zich in opstand. De Khedive van Egypte heeft +met den koning van het christelijk Abessinië een ongelukkigen oorlog +gevoerd en de Mohammedaansche rijken: Kordofan en Darfoer in Westelijk +Soedan zijn tegen hem opgestaan. Juist in dit deel van de provincie van +Gordon doorkruisen half wilde Bedouïnen-stammen de woestijn, eenige van +de boosaardigste slavenhandelaars hebben daar hun holen. + +In Mei 1877 beklimt Gordon zijn vluggen dromedaris voor een reis van +3300 kilometer. Hij zelf wil de dorpen en tentkampen der +slavenhandelaars in het ver verwijderd Darfoer opzoeken, ondanks het +warme jaargetijde. Troosteloos strekt zich naar alle kanten de woestijn +uit, grauwgeel, stoffig en droog. Als de zon de middaghoogte heeft +bereikt, verdwijnt de schaduw van den dromedaris bijna onder het dier. + +De eene mijl na de andere jaagt de Witte Pacha over het woestijnzand op +zijn prachtig rijdier, dat in geheel Soedan beroemd is. Eenige +honderden Egyptische ruiters volgen hem, maar ze blijven ver achter, +alleen de gids is in staat hem bij te houden. Geheimzinnig en +onverwacht als de wind stuift hij verder, en houdt voor de poort eener +oase stil nog voordat de wacht zijn geweer kan presenteeren. En nadat +hij uit naam van den Khedive zijn bevelen heeft uitgedeeld, verdwijnt +hij even geheimzinnig; niemand weet waarheen. In een andere 500 +kilometer verder liggende oase, heeft men bericht van zijn reis +ontvangen, en de hoofdman heeft wachten uitgezet, die de nadering van +den Witten Pacha moeten melden. Geel en zandig strekt zich in het rond +de door de zon doorgloeide woestijn uit, evenals de spiegel der zee; +mijlen ver moet men elken reiziger kunnen zien. Daar meldt de wacht +twee zwarte punten in het verschiet. Dat kunnen niet anders dan de +voorrijders van den pacha zijn, en het zal nog wel uren duren, voordat +hij zelf met zijn troepen aankomt. De beide punten worden grooter en +naderen snel; de lange pooten van den dromedaris glippen over den +woestijngrond, zij vliegen als op onzichtbare vleugelen. Daar zijn zij +reeds aan den rand van de oase, en de bewoners vertrouwen hun oogen +niet; de een der beide aangekomenen draagt de goudgeborduurde uniform +van den Egyptischen Pacha! Zonder vaandels en militaire muziek en al +den uiterlijken glans van z’n positie. Nooit had men in Soedan zoo een +stadhouder zien reizen. + +Even raadselachtig gauw is hij ook weer verdwenen; in onveilige +plaatsen legt hij bezetting; in andere streken bezet hij de paden die +naar de bronnen leiden, om oproerige stammen tot onderwerping te +dwingen. Met ijzeren gestrengheid breekt hij de macht der opperhoofden, +die nog slavenhandel drijven. Hij bevrijdt een menigte zwarte slaven en +vormt hen tot soldaten, want hij heeft manschappen noodig; de +krijgslieden van zijn gevolg zijn slechts het schuim van Egypte en +Syrië. Met een handvol mannen volbrengt hij goed gerichte aanvallen +tegen de zwakste punten van den vijand en overwint steeds. In vier +maanden heeft hij het oproer onderdrukt en de heerschappij der +slavenhandelaars gebroken! + +Het spoedig tot rust brengen van West-Soedan, was eveneens een +heldendaad en het is nauwelijks te begrijpen, hoe Gordon bijna +alleenstaand tegenover talrijke oproerige stammen, ze heeft volbracht. +Door zijn ontzaglijke snelheid en verrassende alomtegenwoordigheid, +deed hij de menschen gelooven, dat hij over heerscharen te beschikken +had, terwijl hem slechts eenige honderden mannen ten dienste stonden en +door zijn onwankelbare kalmte en zijn groot overwicht verlamde hij +elken aanslag. + +Een karavaan met slaven trekt door de woestijn. In lange rijen komen de +zwarte mannen aanloopen, die tot den zwaren arbeid der lijfeigenschap +veroordeeld zijn en de jonge meisjes, die voor de harems van Egypte en +Turkije bestemd zijn, gedreven door hun Arabische meesters, als vee, +met zweepslagen aangezet en dikwijls in den dood gedreven. Gedurende de +warmste uren van den dag wordt aan de van honger en dorst +versmachtenden toegestaan uit te rusten, maar de woestijn biedt geen +schaduw en zoo liggen zij midden in de gloeiende middagzon halfdood van +uitputting. En dan suist de zweep weer op de naakte ruggen neer, en in +de avondkoelte worden zij verder naar het Oosten gedreven. + +Daar nadert in een stofwolk de Witte Pacha. De tirannen vluchten als +kaf voor den wind, alle banden worden losgemaakt, alle honger gestild, +de mannen worden gewapend. Voor een troep slaven heeft het uur der +bevrijding geslagen! + +Zoo zuiverde Gordon geheel westelijk Soedan. Ten laatste bleef alleen +nog Dara in Zuid-Darfoer over. Hier hadden zich de machtigste +slavenkoningen, tot weerstand, verzameld. Maar als de bliksem viel hij +op zekeren dag hun tentkamp binnen. Zij hadden hem gemakkelijk om het +leven kunnen brengen; met bovenmenschelijke kalmte ging hij alleen +tusschen hun tenten rond, en niemand waagde het hem aan te raken. Toen +zijn troepen aankwamen, liet hij de opperhoofden in zijn tent komen en +stelde hen daar zijn voorwaarden: het neerleggen der wapenen en +terugtrekken naar hun haardsteden. En de een na den ander gehoorzaamde +en ging stil zijns weegs. + +Wie was deze buitengewone man, die zijn scepter over een land zwaaide, +dat grooter was dan alle koninkrijken van Europa te zamen; Arabieren, +Egyptenaren en negers, onderdrukkers en onderdrukten vreesden en +bewonderden hem evenzeer! Hij reed op zijn snelvoetigen dromedaris +sneller dan de roofzuchtige Bedouïn en haalde zelfs den struisvogel in +aan den rand van de Libysche woestijn! Geen gevaar schrikte hem af. +Rechtvaardigheid en bescherming van de zwakken, daarin bestond zijn +leven en hij verlangde geen loon. Een pacha, die zijn macht niet +gebruikt tot afpersingen—van zoo een had men nog nooit gehoord! De +herinnering aan Gordon zweeft nog heden als een lied en een sage over +de troostelooze woestijn! + +Wat bereikte Gordon door zijn rustelooze jacht voor het geluk der +zwarten? De slavenhandel wortelde als een onkruid veel te diep in +Afrika’s aarde, om opeens uitgeroeid te kunnen worden. Ternauwernood +was Gordon naar Chartoem teruggekeerd, of de slavenhandelaars begonnen +hun schandelijk bedrijf opnieuw. En toch gaf hij de hoop niet op. +„Stuur mij een man,” zoo schreef hij in zijn dagboek, „die geld, roem +en onderscheidingen veracht, die geen hoop meer koestert zijn +geboorteland terug te zien, en tot God opziet als de bron van het goede +en den wreker van het kwade, een man met gezond lichaam en ijzeren +karakter, die den dood beschouwt als den bevrijder van alle ellende—ik +neem hem in mijn dienst. Indien gij zoo een niet vindt, laat mij dan +alleen! Ik heb genoeg aan mijzelf te dragen; ik heb geen bagage +noodig!” + +Van uit zijn groot paleis te Chartoem regeerde Gordon zijn geweldige +provincie en richtte nieuwe slagen tegen den slavenhandel. Dikwijls lag +hij, als in September na de zomerwarmte de koortstijd begon, in hooge +koorts ijlend op zijn legerstede, of zwierf rusteloos door zijn eenzame +zalen, steeds nieuwe plannen smedend om de zwarten te redden. Voor hem +had het leven geen waarde, als hij het niet gebruiken kon om het lijden +van anderen te verminderen. + +Bij de wisseling van het jaar gistte het weer aan alle kanten. De +provincie Bahr el-Ghasal, die uit haar binnenland den Witten Nijl +talrijke zijrivieren toezendt, was in opstand, en Abessinië dreigde met +oorlog. In Bahr el-Ghasal regeerde Ziber, een machtig Arabisch +opperhoofd; deze had de brandfakkel tegen Egypte ontstoken en nu +dreigde de beweging zich over geheel Darfoer uit te breiden. Het +opperhoofd kocht bij de negerstammen in het hartje van Afrika een +menigte slaven, om hen als soldaten tegen Egypte te gebruiken. De +negers zelf hebben altijd den slavenhandel vergemakkelijkt; als de +stammen onder elkaar met bogen, speren en schilden, vervaardigd van de +huid van nijlpaarden, oorlog voerden, dan aten zij hun verslagen +vijanden op en verkochten de gevangenen als slaven. Daarom viel het aan +het Arabisch opperhoofd gemakkelijk manschappen te krijgen. Maar +Gordon’s waakzaamheid verijdelde zijn plannen. + +Ternauwernood was de rust weer hersteld, of Gordon ontving het bericht +dat Khedive Ismail Pacha afgezet was, en een nieuwe Khedive het lot van +Egypte bestuurde. Nu spoedde hij zich naar Kaïro en verzocht om zijn +ontslag. Maar de nieuwe Khedive kon hem niet missen, en drong bij hem +aan, dat hij bleef. Gordon liet zich overhalen en begaf zich nu, in +opdracht van den nieuwen Khedive, naar koning Johannes van Abessinië, +om te zien of de dreigende oorlog niet was af te wenden. Maar de koning +behandelde hem met minachting en stelde onaannemelijke voorwaarden. +Daarom keerde Gordon naar zijn hoofdstad Chartoem terug. Maar op het +oogenblik, dat hij de grenzen van Soedan had bereikt, werden hij en +zijn metgezellen door Abessinische ruiters gevangen genomen, die hem +dwongen Soedan te verlaten en door de met sneeuw bedekte bergen van +Abessinië den terugtocht naar de kusten van de Roode Zee te ondernemen. + +Zoo keerde hij weer naar Kaïro terug. Nijd en afgunst begluurden elk +zijner schreden. Vele Europeanen haatten en vreesden hem ook. Want +Egypte moest immers tot wanhoop worden gedreven; maar Gordon steunde +den Khedive. In zijn eigen vaderland, Engeland, werd hij belasterd en +zijn particuliere correspondentie met den Khedive werd in de dagbladen +openbaar gemaakt. De een noemde hem krankzinnig, de ander een +gevaarlijk avonturier. En toch was Gordon een der grootste en edelste +mannen, die ooit heeft geleefd. + +Spoedig daarop vinden wij hem in Bombay. Hier ontving hij een telegram +van den grooten staatsman Li-hung-tschang, die hem verzocht, dadelijk +naar Peking te komen. Rusland bedreigde China met den oorlog en China +dacht er nog aan, dat Gordon den Taiping-opstand had onderdrukt. +Werkelijk gelukte het hem weer door verstandigen raad, het krijgsgevaar +af te wenden, en hij leerde den Chineezen hoe zij hun verdediging +moesten inrichten. + +Welk blad van Gordon’s levensgeschiedenis wij ook opslaan, ze schijnt +ons steeds een heldensage toe. Na zijn terugkeer uit China vertoefde +hij in Ierland, daarna in Engelschen dienst, op het eiland Mauritius in +het Oosten van Madagascar, en spoedig daarop in Zuid-Afrika. In het +einde van 1882 was hij weer in Engeland en een jaar daarna dwaalde hij +eenzaam en vergeten door de straten van Jeruzalem. Hij zocht alle +plaatsen op, waar de Heiland had geleefd en geleden, alsof hij zich +door dezen pelgrimstocht wilde voorbereiden op het laatste jaar van +zijn merkwaardig leven. + + + + + + + + +44. DE ONTRUIMING VAN SOEDAN. + + +Intusschen waren gewichtige gebeurtenissen in Egypte voorgevallen. +Engeland had schepen en soldaten naar het land van den Khedive +uitgezonden, en in Egypte de macht aan zich getrokken. Mohammed Ahmed, +de koning der derwischen, die vroeger op het kleine Nijleiland Abba +woonde, had zich uitgegeven voor een Godsgezant, tot redding der +onderdrukten, als Mahdi of Messias van den Islam. In het Mohammedaansch +Soedan heerschte overal ontevredenheid, want Egypte had toch eindelijk +den slavenhandel verboden. Al de ontevreden stammen verzamelden zich +onder het vaandel van den Mahdi. Zijn doel was het afschudden van het +Egyptische juk, en als een brand der steppen vloog zijn oproep tot den +heiligen krijg door geheel Noord-Afrika. Met verstand en energie +tooverde hij uit het rampzalig Soedan zulk een machtig rijk, dat +Engeland in zorg geraakte. Een leger van 10000 Egyptenaren, dat +gedeeltelijk onder Engelsch bevel stond, werd, toen het Kordofan wilde +veroveren, zoo volkomen door de opgezweepte scharen van den Mahdi +vernietigd, dat er nauwelijks een ooggetuige overbleef van deze +gebeurtenis. Wapenen en ammunitie van dit leger beteekenden voor de +overwinnaars een welkome versterking. + +De positie van de Engelsche regeering was nu moeilijk. Soedan moest +veroverd of ontruimd worden. Men besloot het te ontruimen, maar in +Chartoem en in verschillende andere plaatsen aan den Aequator lag nog +Egyptisch garnizoen. Hoe zou men die uit de macht van den Mahdi redden +en den Nijl afvoeren? + +Daar herinnerde men zich den man, die Soedan het best kende en alleen +in staat zou zijn, deze reuzentaak, de redding van die garnizoenen, te +volvoeren! En toen in het einde van 1883 de nieuwe jobstijding kwam, +dat de Mahdi weer een Egyptisch leger, onder Engelsch commando, had +vernietigd, verzocht de Engelsche regeering aan Gordon, deze taak op +zich te willen nemen! Gordon verklaarde zich bereid en reisde dadelijk +naar Kaïro. + +Vandaar begon hij zijn laatste reis den Nijl op. Achter hem verdwenen +de prachtige moskeeën en minaretten van Kaïro, van welker galerijen de +priesters tot het gebed oproepen en de oeroude pyramide van Cheops +onttrok zich aan zijn oogen, achter heuvelen en palmboomen. In Korosko, +aan de noordelijke spits van de groote S-vormige kromming van den Nijl, +beklom hij zijn dromedaris en vervolgde het smalle, slingerende pad, +dat sinds duizenden jaren door de droge beddingen van de Nubische +woestijn, over verweerde vulkanische heuvels en door duinen van +verstikkend zand leidt. Wat was hij gelukkig, toen hij nu weer de +schreden van zijn dromedaris in het woestijnzand kon beluisteren; Alsof +de vlugge gang van zijn rijdier hem regelrecht naar het verlangde doel +moest voeren! Zoo was hij duizenden mijlen door Soedan gereden, toen +hij nog voor de bevrijding der slaven streed. Nu had hij slechts de +eene gedachte, de bedreigde garnizoenen te redden, ook al moest het +zijn eigen leven kosten. + +De garnizoenen in zekerheid brengen! Dat klonk zoo eenvoudig. Maar in +werkelijkheid was het een hopelooze opdracht. Chartoem ligt pas op de +helft van den weg naar den aequator, en het grootste deel van het +geheele land was in de macht van den Mahdi. Toch geloofde Gordon door +snel handelen zijn taak te kunnen vervullen, en zoo niet, dan wilde hij +in elk geval zijn plicht doen. + +Op den weg naar Abu Hammed, die de noordelijke bocht van den Nijl +afsnijdt, reed Gordon door de Nubische woestijn, bereikte gelukkig Abu +Hammed, en trok dan Nijlopwaarts verder over Berber naar Chartoem. +Ondanks den oorlog was de geheele weg vrij. + +De vanzelfsprekende taak van de Engelsche regeering, die een der der +grootste zonen van haar land naar Chartoem zond om vele duizenden +menschenlevens te redden, zou zijn geweest, bezetting naar Korosko, Abu +Hammed en Berber aan den Nijl te zenden, om den terugtocht der +garnizoenen te dekken! Maar inplaats daarvan redeneerden de Engelsche +ministers en Egyptische pacha’s, de gezanten generaals en ingenieurs +over en weer, kibbelden over kleinigheden, beproefden elkaar de loef af +te steken en vergaten daardoor de eenvoudigste van alle +voorzorgsmaatregelen, die binnen een maand uitgevoerd hadden kunnen +worden en het minst gekost zouden hebben! Inplaats van dit beraamde men +het plan een spoorlijn aan te leggen van de Roode Zee naar den Nijl; +maar de ingenieurs rekenden eindelijk uit, dat de aanleg twee jaren zou +duren en het water, dat men van de zee naar de woestijn zou moeten +oppompen, zou zoo duur worden, dat men even goed de stoomketels der +locomotieven met champagne zou kunnen vullen! Genoeg, Korosko, Berber +en Abu Hammed bleven zonder verdedigers, en daarmede waren Gordon en de +garnizoenen aan hun lot overgelaten! + + + + + + + + +45. IN DE MACHT VAN DEN MAHDI. + + +Den 18den Februari 1884 trok Gordon voor den tweeden keer als +stadhouder van Soedan Chartoem binnen, en nam weer zijn intrek in zijn +oude paleis. Wreedheid en onrecht van allerlei aard hadden, gedurende +de jaren zijner afwezigheid, om zich gegrepen. Nu opende hij de deuren +der overvolle gevangenissen, onbetaalde belastingpapieren werden +verbrand, allerhande martelwerktuigen gebroken en in den Nijl geworpen. +Daarna begon hij met de ontruiming der stad. Ongeveer 3000 vrouwen en +kinderen werden naar Abu Hammed en door de Nubische woestijn naar +Korosko gezonden; zij kwamen daar nog zonder gevaar en waren gered. +Langs denzelfden weg zou het oprukken van troepen uit Egypte een +kleinigheid zijn geweest. In plaats daarvan zond Engeland een expeditie +naar Soeakin, om aan de Roode Zee een vast standpunt te hebben! Dat +deed de woede der oproerige stammen in Soedan nog meer ontvlammen, want +zij veronderstelden natuurlijk, dat de blanken van daar uit hun land +wilden veroveren. Steeds vaster sloten zij zich aaneen, rondom den +Mahdi, en hun haat richtte zich tegen den gevreesden Gordon en de +weinige Europeanen, die zich met hem te Chartoem bevonden. + +Zoolang de telegraaflijn naar Kaïro nog in orde was, bracht Gordon de +machthebbers op de hoogte van zijn toestand. Vóór alles verlangde hij, +dat de weg van Soeakin naar Berber bezet werd, want ook vanaf deze lijn +was Soedan te beheerschen. Maar men verwierp zijn raadgevingen en +Berber werd door de troepen van den Mahdi veroverd. Verschillende, tot +nu toe bevriende opperhoofden ten Noorden en Noordoosten van Chartoem +voegden zich nu ook bij den Mahdi, onophoudelijk kwamen berichten van +nieuwe opstanden naar Chartoem, en in de stad zelf was Gordon aan alle +kanten door verraders omgeven. Den 10den Maart werd de telegraafkabel +doorgesneden, en nu lag een geheel halfjaar diep stilzwijgen over +Gordon en zijn manschappen! Reeds den 11den Maart vertoonden zich aan +den oever van de Roode Zee Arabische krijgslieden, de Mahdi trok het +net steeds vaster rondom de ongelukkige stad. + +Gedurende de laatste jaren had de Egyptische regeering Chartoem slechts +gebrekkig laten versterken en gedurende de eerste drie maanden der +belegering werkte Gordon dag en nacht aan de versterking der +verschansingen. Rondom de stad werden aarden wallen opgeworpen, +prikkeldraad aangebracht, en daar waar aanvallen te verwachten waren, +mijnen gelegd. Einde April was Chartoem geheel ingesloten, en alleen de +weg langs de rivier naar het Noorden vrij. Begin Mei gingen de +Arabieren den Blauwen Nijl over, leden echter groote verliezen door +ontploffende mijnen, en werden met kruppkanonnen uit hun stelling +gedreven. + +Zoolang het maar eenigszins mogelijk was, had Gordon troepen +uitgezonden om durrha en andere levensmiddelen te halen. Einde Juli +zuiverde hij met zijn beste troepen den oever van den Nijl en nam +dertien Arabische verschansingen. Maar tot dien tijd had hij reeds 700 +man verloren. Elke gedachte aan een ontruiming der stad was reeds +opgegeven. Het was nu nog slechts uithouden—tot het einde. + +In September 1884 was er nog proviand voor drie maanden voorhanden en +de Arabieren, die inzagen, dat zij de stad niet aan den Witten Pacha +konden ontnemen, besloten ze te laten uithongeren. + +In September had de Nijl zijn hoogsten waterstand bereikt. Hoe vaak +zullen Gordon en zijn beide makkers, overste Steward en Power, de +correspondent van de Times, wel niet vanaf het platte dak van het +paleis, naar het Noorden, naar verlangde hulp hebben uitgezien. Over de +watervallen beneden Chartoem en Berber bruiste het water tien meter +omlaag, en nu alleen was het mogelijk met een stoomboot naar Dongola +door te dringen. In den nacht van 9 September werd een der acht kleine +stoombooten, met welke Gordon de Arabieren van de oevers van den Witten +en den Blauwen Nijl placht te verdrijven, voor de afreis gereed +gehouden. Steward, Power, de Fransche consul en eenige Grieken, kortom +alle Europeanen in Chartoem, begaven zich aan boord en met hen vijftig +soldaten. Zij namen de belegeringskronieken, de ambtelijke geschriften, +de lijsten over proviand, ammunitie, wapenen en manschappen, de +verdedigingsplannen en alle papieren van waarde mede. Toen de stoomboot +van den oever afstiet, en bij het ochtendgrauwen in de schemering +verdween, was Gordon de eenige Europeaan in Chartoem. + +In Februari had de stad 60.000 inwoners gehad. Gedurende de belegering +werd echter het derde deel der inwoners verdreven, omdat men wist, dat +het verraders waren. Van de overige 40.000 kan Gordon zich +ternauwernood op de helft verlaten, en ook de betrouwbaren zijner +manschappen waren slechts daarop bedacht, hun have en goed te redden. +In vergelijking met de vreugdedronken, fanatieke derwischen, onder het +vaandel van den Mahdi, waren Gordon’s soldaten erbarmelijk gespuis. + +Wat nu gedurende dit halfjaar gebeurde, zal men nooit te weten komen. +Men weet slechts dat Gordon de versterking der stad krachtiger maakte, +de schepen en stoombooten met stalen platen bekleedde en met kanonnen +liet bewapenen en onvermoeid z’n soldaten tot weerstand oefende. Men +weet ook, dat hij waakte over de rechtvaardige verdeeling der +levensmiddelen, zieken en gewonden in de hospitalen opzocht en moed +insprak en de nachten doorbracht in de buitenwerken, waar het eerst +gevaar dreigde. In den bazaar kocht hij groote hoeveelheden blauw-groen +katoen, dat over de aarden wallen werd uitgespreid, opdat deze er +zouden uitzien alsof zij met stalen platen waren bedekt en den aanval +der Arabieren vertraagden, totdat men gereed was met het opwerpen van +nieuwe wallen binnen de oude. Maar al deze berichten zijn slechts bij +geruchten uit het belegerd Chartoem in de wereld gekomen. Want ook +Steward en de overige Europeanen bereikten het doel niet. Vlak achter +Abu Hammed leed de boot schipbreuk, de geheele bemanning werd door de +lieden van den Mahdi vermoord, en al de papieren van waarde van Gordon +vielen den overweldigers in handen! + + + + + + + + +46. HET DAGBOEK VAN GORDON. + + +Het eenige wat er aan betrouwbare berichten omtrent den tijd tusschen +10 September en 14 December 1884 is overgebleven, weten wij uit het +dagboek van Gordon, dat nog bestaat en aangrijpend is om te lezen. + +In Augustus had de Engelsche regeering eindelijk het besluit opgevat +een hulpexpeditie uit te zenden tot redding van Gordon. Het ging nu +niet meer om de garnizoenen, maar om Gordon zelf, de geheele wereld +verkeerde in opgewondenheid, over zijn lot, en met elke maand werd de +spanning grooter. Sedert een half jaar had men geen bericht van hem, en +nu overhaastte men het verleenen van hulp om nog bijtijds bij hem te +komen. Groote troepenmassa’s van alle wapenen werden naar het Zuiden +gezonden, rivierbooten bij honderden gebouwd, de beste Engelsche +officieren namen het bevel op zich, en reeds midden September trok het +eerste bataljon infanterie Dongola, in de noordelijkste helft van het +groote Nijlgebied, binnen. Intusschen waren de stoombooten pas te +Alexandrië aangekomen en moesten den Nijl nog af, over de gevaarlijke +en tijdroovende watervallen, en de woestijncolonnen, die bestemd waren +Chartoem te bestormen, hadden Engeland nog niet eens verlaten. + +Zonder verbinding met de buitenwereld, zonder vriend en makker, +vertrouwde Gordon zich slechts aan zijn dagboek toe, en in de weinige +bladzijden, die daarvan bewaard zijn gebleven, weerspiegelt zich zijn +diepst en innigst zieleleven. Hij is een held, een groot +legeraanvoerder en een goed christen. Hij beklaagt zich nooit en geen +verwijt tegen hen, die in het vaderland de verantwoording van zijn lot +dragen, komt over zijn lippen! Dag aan dag beschrijft hij den voortgang +der belegering zoo kalm en rustig, alsof het de eenvoudigste zaak ter +wereld was. Nergens spreekt hij van zijn eigen heldenmoed en de +nachtelijke uren van eenzaamheid, die hij onder het vijandelijk vuur +der schansen doorbracht; hij beproeft zelfs zijn heldenmoed te +verkleinen, terwijl hij eens schrijft: + +„Gedurende de belegering hebben wij vaak over de vraag omtrent de vrees +geredeneerd, dat gevoel, hetwelk een echte man volgens het oordeel der +wereld niet mag kennen. Ik ben echter steeds door vrees vervuld, +dikwijls zelfs zeer erg! Vrees voor den dood is dat echter niet, die +is, Gode zij dank, voorbij; maar vrees voor een nederlaag en haar +gevolgen. Ik geloof niet aan den steeds kalmen, onwrikbaren man. De +hoofdzaak is slechts dat hij niet toont, wat hij voelt. Daarom moet een +bevelhebber nooit te nauw samen zijn met zijn ondergeschikten. Want zij +slaan hem met scherpe oogen gade, en er bestaat geen gevaarlijker +besmettingsstof dan de vrees! Ik kon woedend worden, als ik van angst +niet kon eten, en dan zag dat de officieren aan mijn tafel dezelfde +neigingen hadden. Misschien vraagt men mij, waarom ik niet met Steward +en de anderen heenging? Nu eenvoudig daarom niet, omdat de menschen +hier niet zoo dwaas zouden zijn geweest, mij te laten gaan!” + +Ondertusschen legerden de derwischen ongeveer tien kilometer van de +buitenwerken en wachtten hun tijd af. Uit de verte werden schoten +gewisseld, maar de dagen verliepen toch nog eenigszins kalm. Den 20sten +September hoorde Gordon door een handig verkenner, dat de hulpexpeditie +onderweg was en tien dagen later zond hij zijn stoomboot een eind in +noordelijke richting, haar tegemoet, om het naderbrengen der troepen te +verhaasten. Maar daardoor boette hij ook de helft van zijn +weerstandskracht in. + +Den 21sten October kwam de Mahdi zelf in het leger rondom Chartoem en +den volgenden dag zond hij aan Gordon de bewijzen, dat de stoomboot van +Steward was vergaan, en alle opvarenden gedood waren; hij legde zelfs +een lijst over der dagboeken en aanteekeningen, die aan boord waren +gevonden. Uit deze papieren had de Mahdi tot op een dag gezien, hoe +lang Chartoem zich nog staande kon houden, hoe groot het garnizoen was +en hoe de verdediging was georganiseerd, waar de batterijen stonden en +hoe lang de ammunitie nog kon strekken. Dat was een ontzettende slag +voor Gordon, maar het brak zijn moed niet. Het meest deed hem den dood +van Steward en der overigen leed, daar hij meende er zelf schuld aan te +hebben. Hij liet den Mahdi echter zeggen: „Ook al kaapt gij mij 20.000 +booten weg, toch sta ik hier pal!” + +Den 2den November telde hij in de streng bewaakte schuur de zakken met +durrha. De proviand strekte nog voor zes weken. Deze termijn kon +verlengd worden, als de menschen op half rantsoen werden gesteld. Maar +waarom de bezetting door beperking van het dagelijksch voedsel onnoodig +zwakker maken? Zij waren toch al met volle magen moedeloos genoeg! + +Onder de troepen der Engelsche hulpexpeditie bevond zich een majoor +Kitchener, een naam, die later zeer beroemd is geworden. Hij beproefde +vermomd Chartoem binnen te sluipen en het gelukte hem Gordon de +schriftelijke mededeeling te doen toekomen, dat de hulpbrigade den +eersten November uit Dongola zou opbreken. Toen de brief aankwam, was +het corps reeds twee dagen onderweg; maar de weg tusschen Dongola en +Chartoem bedroeg 450 kilometer! + +De brief van Kitchener was in een dagblad gewikkeld. Sedert negen +maanden had Gordon niets meer dan duistere geruchten van de +buitenwereld gehoord en toen hij dit verdwaald blad, dat als omslag +diende, las, zag hij de eene kolom na de andere gevuld met berichten en +vermoedens over hemzelf. „De hulpexpeditie tot ontzet van Gordon” stond +daar gespatiëerd. Het opschrift ontstemde hem, en hij schreef in zijn +dagboek dat het moest heeten: „De expeditie tot ontzet der garnizoenen +in Soedan.” + +Gordon’s dagboek vertelt ons ook, hoe hij zijn dagen en nachten +doorbracht en hoe onvermoeid en ingespannen hij werkte. Pas te drie uur +’s nachts placht hij zich uitgeput op zijn legerstede neer te werpen. +Maar dikwijls was hij ternauwernood ingeslapen, of buiten werd +tromgeroffel vernomen. Hij ontwaakt, wrijft zich de oogen en herinnert +zich, dat hij in Chartoem is. Wat beteekent het geraas? Hij roept de +mannen in het geweer en de bevelhebbers naar de buitenwerken. Overdag +is Gordon alom tegenwoordig om zijn manschappen gerust te stellen en +aan te vuren. Slechts zelden blijft hem een kort ongestoord oogenblik +over om in zijn dagboek te schrijven. Als de dag aanbreekt, ziet hij +vanaf het dak in het rond. Vandaar overziet hij ver het vlakke land: +hij ziet hoe de Arabieren den belegeringsketting steeds vaster snoeren. +Hoe ver zijn de Engelsche legerscharen nog achter den vlakken rand van +den noordelijken horizon? Zullen zij komen voordat het te laat is? + +40.000 schoten werden dagelijks uit Chartoem afgevuurd en ondanks dat +reikte de ammunitie nog voor veertig dagen. De soldaten konden er +gerust op los schieten, de proviand reikte toch niet langer dan dertig +dagen. Maar Gordon dacht aan geen overgave; volhouden en vallen onder +de vlag, dat was zijn vast besluit. Talrijk waren de overloopers, die +Chartoem verlieten, de ratten verlieten het zinkende schip. Door +verraad omgeven, beproefde hij nog steeds de wegsmeltende scharen +zijner getrouwen staande te houden. + +Den 22sten November had Gordon in het geheel reeds twee duizend +soldaten verloren. Toch liet hij de hoop niet varen. Zijn dagboek +onthult, dat hij, indien redding bijtijds was gekomen, het plan had +gekoesterd, nog meer zuidelijk te trekken, om de garnizoenen in de +Aequator-provinciën hulp te verleenen! + +Den 10den December is er nog voor vijftien dagen proviand aanwezig. De +aanteekeningen in het dagboek worden steeds korter, en gewagen bijna +van niets anders dan van deserteurs, overloopers en het inslinken der +levensmiddelen. Den 14den December biedt zich nog een laatste +gelegenheid aan, uit Chartoem bericht te zenden en het dagboek, dat de +bode meeneemt, sluit daarom met dien datum, en met de woorden: „Ik heb +mijn best voor de eer van het vaderland gedaan, vaarwel!” Per brief +neemt hij van zijn vrienden afscheid en aan zijn zuster schrijft hij: +„Ik ben, Gode zij dank, volkomen gelukkig; ik heb mijn plicht gedaan.” +Aan een vriend verzoekt hij voor zijn familie te zorgen. Uit al zijn +afscheidsbrieven klinkt ons zijn onwankelbare heldhaftige kalmte tegen, +maar ook de zekerheid, dat hij sinds dit laatst vaarwel, alle hoop op +redding heeft begraven. + + + + + + + + +47. DE VAL VAN CHARTOEM EN HET EINDE VAN GORDON. + + +Na de afzending van het dagboek daalt op de laatste weken van Chartoem +ondoordringbare nacht. Van de hand van Gordon hebben wij geen bericht +meer en geen navorschingen zullen in staat zijn, volkomen licht over +zijn laatsten strijd te brengen. + +Door overloopers zijn nog enkele schaarsche berichten ontvangen. +Gedurende de veertig dagen, dat de stad zich na den 16den December +staande hield, werden 18000 inwoners in het legerkamp van den Mahdi +gezonden, om hen van den dood te redden. Daardoor reikte de proviand +voor de achterblijvenden langer dan men had berekend. De overige 14000 +burgers en soldaten werden op half rantsoen gezet; de hulpexpeditie +moest nu dicht bij zijn! Omdoerman, een fort aan den linker oever van +den Witten Nijl, dat reeds lang van de stad was afgesneden, viel en de +troepen van den Mahdi drongen van alle kanten op. Ontvluchte slaven +hebben medegedeeld, dat de Egyptische officieren zich hadden willen +overgeven, maar dat Gordon onder geen enkele voorwaarde zijn +toestemming had willen geven. Hij had zijn rekening met de wereld +afgesloten, en zoolang hij in leven was, wilde hij de vlag niet +strijken, ook al verlieten allen hem. Toen alle proviand op was, leefde +men van ratten en muizen, huiden en leer, en ontbolsterde men de +stammen der palmen, om de zachte vezels er binnen te eten. Ondanks +alles stond de Witte Pacha nog altijd met opgeheven hoofd en onbewolkt +voorhoofd, in de voorste gelederen, om zijn manschappen tot heldhaftige +verdediging aan te vuren. + +Intusschen trok de hulpbrigade zuidwaarts en bereikte 20 Januari 1895 +Metemma, 160 kilometer van Chartoem verwijderd. Hier stiet zij op de +stoombooten van Gordon, die reeds sedert vier maanden vergeefs hadden +gewacht. Vier dagen later vertrokken twee der stoombooten naar +Chartoem. + +Waarom werd er vier dagen gewacht, terwijl toch elk uur Gordon het +leven kon kosten? Nauwelijks een maand geleden had een bode van Gordon +het leger bereikt, en had een brief gebracht met de woorden: „In +Chartoem alles wel, kan nog jarenlang stand houden.” Daaruit maakte men +op, dat de toestand nog niet gevaarlijk kon zijn. Eerst later is men +den zin dezer woorden van Gordon goed gaan uitleggen. Hij wist dat de +bode door de troepen van den Mahdi zou gevangen genomen worden, en de +Mahdi wist, dat de stad elken dag kon vallen. Gordon wilde daarom den +bode voor gevangenschap en dood bewaren; de Mahdi moest den man wel met +genoegen laten loopen, want zijn boodschap zou den opmarsch van het +hulpleger slechts verlangzamen. + +Den 24sten Januari verlieten de beide stoombooten Metemma pas; +halverwege moesten zij over een waterval en verloren daardoor twee +dagen. Pas den 28sten hadden zij de watervallen achter zich en de +middagzon scheen helder, toen de Engelsche officieren Chartoem op de +landtong tusschen den Witten en den Blauwen Nijl zagen liggen. Alle +verrekijkers werden naar het hooge paleis gericht; men dorst niet te +spreken, ternauwernood adem te halen. Daar stond het paleis van Gordon, +maar—de vlag was gestreken! + +Toch stoomden de booten verder. Maar geen vreugdekreten begroetten de +bemanning, als vurig verlangde bevrijders. Toen zij in het bereik der +kogels waren, begonnen de derwischen op hen te vuren; woeste, door de +overwinning bedwelmde scharen, verzamelden zich aan den oever, Chartoem +was in de macht van den Mahdi; de hulp kwam acht-en-veertig uren te +laat! + +Twee dagen te voren, den 26sten Januari, hadden de derwischen, tot +uiterste woede geprikkeld door den hardnekkigen tegenstand, hun +voortdurende verliezen en den onuitputtelijken regen van kogels uit +Chartoem, zich verzameld tot een laatsten stormloop. De aanval +geschiedde gedurende de donkerste uren van den nacht, nadat de maan was +ondergegaan. De verdedigers werden verrast, bovendien waren zij +uitgeput en tengevolge van den honger onverschillig geworden voor hun +lot. Zij boden ternauwernood meer weerstand, toen de derwischen de stad +binnenstormden en hun wild gehuil in de straten en stegen weerklonk. + +Terwijl de razende bende der bloeddorstige derwischen naar het paleis +van Gordon drong, luisterde in het kamp van den Mahdi een tweede +Europeaan met koortsachtige spanning naar elk geluid, dat van de +vestingwerken van Chartoem tot hem doordrong. Met veertien meter lange +zware kettingen, met hals- en voetijzers geketend, lag hij voor zijn +tent en had al zijn bewonderenswaardige energie noodig, om den hem +bespiedenden bewakers zijn opwinding niet te verraden. Op de wallen van +de in het nauw gebrachte stad viel voor hem waarschijnlijk ook de +beslissing over leven en dood! + +Deze gevangene van den Mahdi was een vroeger Oostenrijksch officier, +Rudolf Slatin genaamd. Hij was tegen het eind van het jaar 1878, den +oproep van Gordon volgend, in dienst der Egyptische regeering gekomen, +en dank zij zijn geschiktheid en dapperheid, heerschte hij enkele jaren +later als gouverneur en militair commandant over de provincie Darfoer. +Hier was het zijn taak de roofzuchtige, als nomaden levende Arabieren, +in toom te houden en aan zijn onverschrokken geestkracht gelukte het +gaandeweg een reeks oproerige stammen met sterke hand ten onder te +brengen. Maar toen de Mahdi het vaandel van den profeet ophief en de +volkeren van Soedan tot den heiligen oorlog opriep, vielen ook de tot +nu toe getrouwen van de Egyptische regeering af, en na enkele weken +stond Slatin met zijn schaarsche en bovendien onbetrouwbare troepen +midden in het brandpunt van het oproer, dat bovendien nog door +persoonlijken haat en wraakzucht van den strengen gouverneur werd +aangewakkerd. Er viel aan geen ontkomen meer te denken, en na een +dappere verdediging moest Slatin zich in December 1883 met de overige +zijner soldaten overgeven aan de zegevierende overmacht van den Mahdi. + +Eerst hield de sluwe Mahdi hem in dragelijke gevangenschap; deze hooge +beambte der Egyptische regeering, die men bovendien voor den neef van +Gordon hield, was voor hem een maar al te kostbare gijzelaar. + +Uit krijgslist had Slatin reeds terwijl hij gouverneur was, den Islam +aangenomen: het fanatisme der Mahdisten had daarom dus geen reden meer +dezen „christenhond” als zooveel anderen met geweld uit den weg te +ruimen. + +Slatin had de hoop gekoesterd, bij de belegering van Chartoem naar +Gordon te kunnen ontvluchten. Maar de Mahdi doorzag hem, en had hem +voor Chartoem in boeien geslagen en streng laten bewaken om elke poging +tot ontvluchten en elke verbinding met Gordon onmogelijk te maken. Zoo +was deze gevangene de eenige overlevende Europeaan, die de belegering +van Chartoem van nabij en met het volle overzicht over de krachten der +strijdende partijen meeleefde. Wat aan schriftelijke berichten in +handen der derwischen viel, werd hem voorgelegd, want in het leger van +den Mahdi was hij alleen in staat, de brieven en rapporten van Gordon +te lezen. Slechts zijn ongewone tegenwoordigheid van geest en +verbazingwekkende dialektische handigheid, bewaarden hem voor het lot, +terwille van zijn eigen redding, door het vertalen van die brieven +verraad tegenover de zijnen te moeten plegen. De Mahdi was toch ook +door overloopers en door berichten van geheime aanhangers in Chartoem +zelf ruimschoots onderricht over den onhoudbaren toestand der belegerde +stad. Maar even precies kende Slatin nu den toestand van Gordon en toen +den 26sten Januari 1885 het leger van den Mahdi onder de beschutting +van den duisteren nacht en zoo geluidloos als maar mogelijk was tot de +bestorming van Chartoem uitrukte, maakte zich van den achtergebleven +gevangene, die tot nu toe ketenen en honger, verachting en spot, zijner +pijnigers met stoïcijnsche onverschilligheid had verdragen, een met het +uur groeiende zenuwachtigheid meester. + +Toen hij tegen het ochtendgrauwen van afmatting een weinig was +ingeslapen, werd hij eensklaps opgeschrikt door het geknetter der +geweren en de eerste kanonschoten. Er was in de schemering nog niets te +zien. Na eenige salvo’s vielen nog slechts enkele schoten, daarna werd +alles weer rustig. Dat kon toch onmogelijk de bestorming van Chartoem +zijn? + +De zon kwam op, in het rond was alles stil, de bewakers hadden zich, +door nieuwsgierigheid gedreven, verwijderd. Plotseling geschreeuw en +jubelkreten, de bewakers kwamen terug met het bericht: „Chartoem is +bestormd, en in handen der Mahdisten.” + +Deze jobstijding dreef Slatin uit zijn tent. Een groote menigte +menschen had zich verzameld voor de tenten van den Mahdi en zijn +kalifa’s. De menigte scheen zich in beweging te zetten en het staketsel +te naderen, waarmede de tent van Slatin werd omgeven. En werkelijk +kwamen ze nu in deze richting. Voorop liepen drie negersoldaten, een +hunner droeg een bloedigen bundel in de handen. Achter hen aan drong de +joelende menigte. De slaven traden binnen de omheining, bleven met +grijnzend gezicht voor Slatin staan, de een sloeg den doek van elkaar +en vertoonde aan den ontstelden gevangene het hoofd van generaal +Gordon! + +Het bloed steeg Slatin naar het hoofd, zijn adem stokte; met de +uiterste inspanning behield hij echter zooveel zelfbeheersching rustig +in het vale gelaat te zien. De blauwe oogen waren half geopend, de mond +had zijn natuurlijken vorm behouden, het gelaat was kalm, de trekken +niet verwrongen, het hoofdhaar en de korte bakkebaarden waren bijna +wit. + +„Is dat niet je oom, de ongeloovige?” vroeg de slaaf, het hoofd omhoog +houdend. + +„En wat zou dat dan?” antwoordde Slatin rustig. „In elk geval een +dapper soldaat, die op zijn post is gevallen en opgehouden heeft te +lijden. Wel hem!” + +„Je prijst den ongeloovige nog! Je zult de gevolgen ondervinden,” +bromde de slaaf en verwijderde zich langzaam met het schrikkelijk +teeken van den triomf van den Mahdi. De menigte drong brullend achter +hem aan. + +Slatin sleepte zich terug in zijn tent en wierp zich doodelijk afgemat +op den grond. Chartoem gevallen! Gordon dood! Dat was dus het einde van +den man, die zijn post met zooveel heldenmoed had verdedigd, een man, +die door velen misschien te hoog verheven en verafgood werd, door velen +miskend en belasterd, maar door zijn buitengewone eigenschappen, de +wereld echter met z’n roem had vervuld! Wat nut had nu de zegevierende +voorhoede, wat het geheele Engelsche leger? + +Door vrienden, die Slatin zich ook in het leger van den vijand door +zijn vrijgevigheid had verworven, vernam hij nu gaandeweg alle +bijzonderheden van den schrikkelijken nacht. De overval had Gordon niet +onvoorbereid gevonden, maar hij scheen niet verwacht te hebben, dat de +bestorming zoo gauw en in het vroege morgenuur ondernomen zou worden. +Ter misleiding van den vijand en tot amusement zijner manschappen, liet +hij nog den avond te voren een vuurwerk ontsteken, en juist toen de +Mahdi den stormloop voorbereidde, stegen de eerste raketten boven +Chartoem in bont kleurenspel ten hemel en de muziek speelde vroolijke +wijsjes, om de terneergeslagen gemoederen wat op te wekken. + +Het vuurwerk was uitgebrand, de muziek zweeg en de verdedigers van +Chartoem sliepen. Maar de vijanden waren maar al te wakker! Zij kenden +de versterking, wisten precies waar ze sterk, en met geregelde troepen +bezet, en waar ze zwak en slechts door de stadsbewoners verdedigd was. +Tegen deze zwakke plaatsen der versterking, hoofdzakelijk aan den +Witten Nijl, richtte zich bij het eerste ochtendgrauwen de hoofdaanval. +De verdedigers vluchtten en toen de soldaten op de muren der vesting +staande de Mahdisten in hun rug de stad zagen binnendringen, verlieten +ook zij hun post, en gaven zich meestal vrijwillig en zonder strijd +over. + +De Mahdisten beproefden voor alles de kerk en het paleis te bereiken, +omdat men daar schatten en in het laatste—voor alles, Gordon Pacha +hoopte te vinden. De dienaren van den generaal, die zich in de +benedenverdieping bevonden, werden neergesabeld. Hij zelf wachtte den +vijand af op de bovenste trede van de naar zijn vertrekken leidende +trap. Zonder zich te bekommeren om zijn groet, stiet hem de eerste +aanvaller, de treden opstormend, de lans in het lichaam. Gordon viel +met het gezicht naar voren zonder een geluid te geven op de trap, en +werd door zijn moordenaars tot aan den ingang van het paleis gesleept. +Hier werd zijn hoofd met een mes van den romp gescheiden, en naar den +Mahdi gezonden, die beval, dat men het aan Slatin zou toonen; de romp +werd prijs gegeven aan de fanatici en honderden van deze onmenschen +beproefden de spitsen hunner lansen en de scherpte van hun zwaarden aan +den gevallen held, die in enkele minuten een onherkenbare bloedige +massa geleek. + +Nog langen tijd daarna waren de sporen van deze bloedige daad voor het +paleis zichtbaar en de zwarte bloedvlek op de trap van het paleis geeft +de plaats aan waar men Gordon heeft vermoord; ze werd pas verwijderd, +toen de opvolger van den Mahdi, de Kalief, het regeeringspaleis tot +woning voor zijn vrouwen liet inrichten. + +Toen men den Mahdi het hoofd van generaal Gordon bracht, zei de +huichelaar, dat hij wenschte dat men hem levend in handen gekregen had, +want dat hij hem „na zijn bekeering” had willen uitleveren tegen +gevangen genomen derwischen. Wanneer het echter werkelijk zijn wensch +geweest was, Gordon’s leven te sparen, dan zou geen van zijn +volgelingen het gewaagd hebben om in strijd met zijn uitdrukkelijk +uitgesproken verlangen te handelen. + +De gruwelen, door de derwischen in de veroverde stad bedreven, spotten +met elke beschrijving. Gedurende de eerste dagen, tijdens welke de +Mahdi Chartoem aan plundering prijsgaf, werden slechts slaven en +slavinnen, benevens de mooiste vrouwen en meisjes der vrije stammen +gespaard, alle anderen hadden het uitsluitend aan het toeval te danken +wanneer ze er levend afkwamen. + +Tal van inwoners benamen zich vrijwillig het leven; een nog veel +grooter aantal werd door eigen slaven en vroegere vrienden vermoord, of +viel ten offer aan het zwaard der verraders, die voor de rooverbenden +als gids hadden gediend. + +Met het verhaal van al de gruweldaden, die in de weerlooze stad +gepleegd werden, zouden, zooals Slatin Pacha zelf zegt, boekdeelen te +vullen zijn. Ook de overlevenden gingen een droevig lot tegemoet. Nadat +alle huizen bezet waren, begon men naar verborgen schatten te zoeken; +geen ontkennen, geen plechtige verzekeringen mochten baten; hij op wien +slechts de minste verdenking viel—en bij wien was dit niet het +geval?—iets van waarde verborgen te hebben, werd zoolang gemarteld, +totdat hij bekend had, of, indien hij werkelijk niets te bekennen had, +totdat hij onder de handen zijner pijnigers den laatsten adem uitblies. + +En de Engelsch-Egyptische ontzettings-expeditie, waarvan de schepen +reeds in ’t zicht van Chartoem lagen? Met den val van Chartoem, en den +dood van Gordon, was haar taak afgeloopen, en bovendien waren er onder +de inlandsche bemanning der schepen zoovele verraders, dat de Engelsche +bemanning genoeg te doen had met er voor te zorgen, dat ze niet door de +brooddronken Mahdisten omsingeld werden, temeer daar ze in aantal lang +niet tegen deze benden opgewassen waren. Ze maakten daarom zoo snel +mogelijk rechtsomkeert, en lieten Soedan aan den Mahdi over, die nu +Omdoerman tot hoofdstad van zijn rijk verhief, dat van nu af niets meer +van de Egyptische regeering te duchten had. + + + + + + + + +48. DE VELDTOCHT VAN KITCHENER IN SOEDAN. + + +Hoe snel volgden daar ginds in het Oosten de gedenkwaardige +gebeurtenissen elkaar op! In 1881 had de Mahdi de vaan des oproers +geplant, en reeds na vier jaar was hij in het bezit der +alleenheerschappij over Soedan. Maar, lang zou hij de vruchten van zijn +overwinning niet plukken; den 28sten Juni 1885, juist vijf maanden na +den val van Chartoem stierf hij. + +Zijn opvolger, Abdullahi, nam den titel van Kalifa aan, en dertien +jaren zuchtte het ongelukkige land onder het juk zijner heerschappij! +De stammen van Soedan, het Egyptische juk moede, hadden den Mahdi als +hun bevrijder begroet. In plaats van Turksche pacha’s kregen ze thans +een despoot, die in schandelijke willekeur zijns gelijke zocht. +Abdullahi legde op al het bare geld en al het koren beslag, en +vaardigde de meest dwaze verordeningen uit. Wie niet gehoorzaamde, werd +opgehangen. Het land was ten prooi aan plundering en brandstichting, en +meer dan de helft der bevolking werd tijdens zijn bewind uitgeroeid. +Met de schatten die hij van zijn eigen volk stal, kon hij een +uitstekend leger op de been houden; eenmaal zou het uur der vergelding +slaan, en daarvoor moest hij zijn leger bereid houden. Zijn hoofdstad +was Omdoerman, waar de Mahdi onder den koepel eener moskee begraven +lag. Voordat de christenhonden zoover in zijn rijk waren doorgedrongen, +zouden hun geraamten allang verbleekt zijn in het zand der Nubische +woestijn. + +Maar, het uur der vergelding naderde. Langzaam trok een +Engelsch-Egyptisch leger Nijl-opwaarts, en de aanvoerder, generaal +Kitchener, de laatste die aan Gordon een brief had kunnen doen +toekomen, had zijn maatregelen zoo goed getroffen, dat hij reeds twee +jaren van te voren, bijna op den dag af, nauwkeurig het tijdstip had +kunnen voorspellen, waarop Chartoem en Omdoerman hem in handen zouden +vallen. + +Bij den Atbara, een der zijrivieren van den Nijl, versloeg hij, na een +moorddadig gevecht, een der legers van den Kalifa. In Augustus 1898 +trok de expeditie tegen Metemma op. In de voorhoede trokken de +verkenners en de lichte cavalerie, daarop volgden Egyptische troepen, +kanonnen en mitrailleurs, Engelsche troepen in lichte grauw-gele +uniformen met helmen van kurk, die de beste beschutting tegen de zon +opleveren, Egyptische troepen met hun bonte turbans en de rijk met goud +versierde uniformen der officieren. Daarop volgden eindelooze karavanen +van sterke transport-muilezels, dromedarissen beladen met kisten vol +proviand, ammunitie en wapenen, tenten, balen met kleedingstukken, de +geheele uitrusting voor een leger van twee en twintig duizend man. +Groote kudden slachtvee, ossen, schapen en geiten werden medegevoerd. +Het geleek op een lange, zwarte slang die daar over het gele zand langs +den Nijloever voortkronkelde. Zoover het oog reikte, niets dan +legerscharen; een schouwspel dat deed denken aan een groote +volksverhuizing der Israëlieten uit Egypte. + +Het leger bereikte zonder schermutselingen Metemma. + +Den 28sten Augustus was men nog slechts vier dagreizen van Chartoem +verwijderd, waar Engeland’s naam weer in eere hersteld zou worden! +Thans naderde de beslissende slag. De grauwe kanonneerbooten voeren +langzaam Nijlopwaarts; met verzengenden gloed bescheen de zon het +woestijnzand; maar stap voor stap ging het gestadig voorwaarts, en bij +het kampeeren werd het terrein zoo gekozen, dat een nachtelijke +overrompeling uitgesloten was. + +Daar verschenen in de verte bereden troepen derwischen. De weg voert +door struikgewas en tusschen twee heuvels door. Reeds komen witte +tenten en vaandels in ’t gezicht. Er weerklinkt tromgeroffel;—de Kalifa +roept de zijnen ten strijde op. Maar de derwischen trekken zich weder +terug; het Engelsch-Egyptisch leger vervolgt zijn weg. + +Eindelijk doemt in het Zuiden de koepel op, die zich welft over het +graf van den Mahdi; en daar bovenuit verheffen zich de leemen huizen en +grauwe muren van Omdoerman. Tusschen de stad en het leger breidt zich +een zandvlakte uit. Voor de stad vertoont zich een zwarte streep. +Wellicht een schans? Maar neen, het beweegt, de derwischen trekken ten +strijde. Thans is voor de blanken het oogenblik van wraak aangebroken, +nu begint een tooneel dat geheel Soedan van ontzetting zal vervullen. + +Het krijgsgehuil der derwischen nadert, reeds hoort men het kletteren +van hun wapenen. Op één kilometer afstand maken ze weer rechtsomkeert. +Kitchener laat de nacht rustig voorbijgaan, zijn tijd zal wel komen! + +Op den morgen van den 2den September is het leger strijdvaardig. Uit +den nevel komen van de heuvels in ’t Zuiden eenige ruiters te +voorschijn: Hun aantal groeit steeds aan; een strijdmacht van +vijftigduizend derwischen krioelt in bonte verwarring dooreen. + +Weer verheft zich hun fanatiek krijgsgehuil ten hemel, het rolt als een +loeiende stormwind over de vlakte. Ze komen aanstormen. God moge hun +genadig zijn! Zij rijden hun verderf tegemoet. Ze naderen in snellen +draf, ze willen zich als een lawine op den vijand storten; nu zijn ze +onder schot—daar knetteren duizenden geweren, en plotseling maken de +horden halt, terwijl de granaten in hun midden dood en verderf +verspreiden. + +Maar, slechts voor één oogenblik is de aanval in zijn vaart gestuit, +met een onversaagdheid, zooals alleen godsdienstig fanatisme die teweeg +kan brengen, rukken ze voort. De Engelsche mitrailleurs vuren zóó +onophoudelijk dat men slechts een gelijkmatig geknetter hoort. De +soldaten vuren zoo snel achtereen dat hun geweren warm worden, en door +anderen moeten worden vervangen. De derwischen vallen bij geheele +compagnieën tegelijk, maar de openingen in de gelederen worden steeds +weer aangevuld. De lijken in de witte, met bloed bevlekte mantels +bedekken de vlakte als de bloesems in het voorjaar na een wervelwind. +Eindelijk geven ze den strijd op, en trekken zich terug. + +„Voorwaarts naar Omdoerman!” klinkt het Engelsche commando. Nog is de +bloedige dag niet ten einde. De derwischen verzamelen zich opnieuw, de +vaan van den Kalifa wordt op den heuvel geplant, en daarnaast de groene +vaan van den profeet, om de geloovigen tot een laatsten vertwijfelenden +kamp op te roepen. De eene linie na de andere stort zich in het vuur, +om telkens weer opnieuw door de Engelsche kogels te worden weggemaaid. +De derwischen verweren zich als leeuwen, want het gaat hier om de +heerschappij in Soedan, Mahdi, Kalifa en paradijs, overwinning of dood! + +Toen de dag ten einde was, was het leger van den Kalifa vernietigd, en +de vaan die bij Gordon’s dood geheschen was, zonk in het stof. + +Elfduizend dooden, zestienduizend gewonden en vierduizend gevangenen! +De Kalifa zelf ontkwam. Zijn harem en zijn dienaren verlieten hem, en +hij die des morgens nog de alleenheerscher over een onmetelijk rijk +geweest was, zwierf bij het aanbreken van den avond eenzaam rond. Hij +vluchtte naar het Zuiden, en het gelukte hem een nieuw leger op de been +te brengen, dat echter het volgende jaar eveneens volkomen vernietigd +werd. Hij zelf sneuvelde. + +Thans bleef er voor den overwinnaar nog een dure plicht over. Sedert +Gordon’s dood waren dertien jaren en zes maanden verstreken en nu zou +de held zijn christelijke begrafenis deelachtig worden. Op het plein +voor Gordon’s paleis te Chartoem vormden de troepen drie zijden van een +carré; op de vierde zijde stond Kitchener temidden van zijn staf, en +omringd door de divisie- en brigade-generaals. Kitchener heft de hand +op, de vlag van Groot-Brittannië wordt op het paleis geheschen, begroet +door den donder van het geschut der kanonneerbooten. Het muziekkorps +der garde speelt het Engelsche volkslied. Dan wappert de vlag van +Egypte naast de Engelsche, begroet door de Egyptische volkshymne. Vier +geestelijken verrichten den lijkdienst. Dan blazen de Soedaneezen den +lievelingsmarsch van Gordon en een laatste hoera van officieren en +manschappen geldt den wreker van den gevallene, generaal Kitchener. + +In den generalen staf van het Engelsche leger bevond zich ook Slatin +Pacha, wien het na twaalfjarige, standvastig verduurde gevangenschap, +eindelijk gelukt was de waakzaamheid van den Kalifa en zijn dienaren te +verschalken, en na een avontuurlijke vlucht vaderland en familie weer +terug te zien. Na de wederoprichting van de Engelsch-Egyptische +heerschappij in Soedan werd hij tot generaal-inspector van dit land +benoemd + + + + + + + + +49. DE STRUISVOGEL. + + +Tegenwoordig is in Soedan alles anders geworden; een spoorweg loopt van +de Nijldelta naar Chartoem, en een andere van de Roode Zee naar Berber. +Chartoem bezit thans scholen, hospitalen, kerken en andere openbare +gebouwen en de stoombooten bevaren den Nijl tot aan de groote meren. +Gordon’s plan het Victoria-Niansa meer met Mombas aan de kust te +verbinden, is verwezenlijkt, en een spoorlijn doorsnijdt Britsch +Oost-Afrika. Kortom van alle kanten zijn de blanken steeds dieper in +het zwarte werelddeel binnengedrongen, en hebben zich de heerschappij +over bijna geheel Afrika verzekerd. De fauna van dit werelddeel is +dientengevolge herhaaldelijk in het gedrang gekomen, en door te grooten +ijver der jagers is in vele streken het wild volkomen uitgeroeid; het +heeft ontoegankelijke oorden opgezocht, waar het voorloopig nog +ongestoord kan voortleven. + +In de Sahara, in de Libysche Woestijn, op de vlakke velden aan den +boven-Nijl, op de steppen van Zuid-Afrika, overal waar open vlakten +zijn, leeft een der schoonste en belangwekkendste vertegenwoordigers +van Afrika’s dierenwereld, de struisvogel. Hoewel hij wegens zijn +kostbare vederen sedert tal van eeuwen wordt gejaagd, komt hij nog in +menigte voor. In de onherbergzame woestijnstreken houdt hij zich +evenwel niet op; hij leeft slechts daar, waar water in de nabijheid is. + +Deze wonderlijke vogel bereikt een hoogte van twee-en-een-halven meter +en weegt in volwassen toestand vijf-en-zeventig kilogram. Hij heeft een +kleinen, platten kop met groote, schitterende oogen. Zijn vleugels, +waaraan de kostbare vederen zitten, zijn zoo klein, dat zij hem niet in +staat stellen, om zich in de lucht te verheffen en te vliegen; maar als +vergoeding daarvoor kan hij een duizelingwekkende snelheid bereiken, en +laat een paard en ruiter ver achter zich. + +De struisvogels leven in kleine troepen bijeen van vijf of zes stuks. +Den morgen gebruiken ze om hun maag te vullen met planten, en ook wel +met kleine dieren en insekten. Dan rusten ze, of spelen met elkaar +waarbij ze in een kring over het zand loopen, zonder hinder te hebben +van de zon en den gloeienden bodem. Dan drinken ze, en des middags gaan +ze weer op jacht om voedsel te zoeken. Des avonds zoeken ze hun +legerstede op. + +Het scherpste zintuig van den struisvogel is het gezicht, hoewel ook +hun reuk en gehoor buitengewoon ontwikkeld zijn. Wanneer er gevaar in +aantocht is, vlucht hij fladderend weg en neemt dan passen, die een +lengte bereiken van drie tot vier meter. Door de waakzaamheid van den +struisvogel houdt de zebra zich bij voorkeur in zijn nabijheid op, +teneinde tijdig tegen naderend onheil gewaarschuwd te zijn. + +De struisvogeljacht wordt van ouds door de Arabieren van Noord-Afrika +op snelle paarden of dromedarissen uitgeoefend. Twee of drie ruiters +achtervolgen een mannetje, dat na een vlucht van een uur uitgeput is. +Weliswaar zijn dan ook de paarden aan het eind van hun krachten, maar +een der ruiters dwingt zijn ros tot een laatste krachtsinspanning, en +haalt ten slotte den struisvogel in; dan velt hij hem met een slag op +den kop terneer. Dan springen de ruiters van hun paarden, villen de +dieren en keeren de huid om, die dan dient als een zak, waarin ze de +veeren bergen, en zoo keeren ze dan weer naar hun tenten terug. + +De veeren van den wilden struisvogel zijn veel mooier en kostbaarder +dan die van de tamme exemplaren. Een volwassen struisvogel levert +steeds 14 groote, witte veeren op. + +De wijfjes leggen haar reusachtige eieren in kuilen in het zand, en, +merkwaardigerwijze, zijn ’t de mannetjes die de eieren uitbroeden. +Overdag gaan ze uren lang van het nest af, maar dekken de eieren met +zand toe. Reeds na anderhalve maand komen de jongen uit, ze zijn dan +even groot als jonge hanen, maar een enkel struisvogelei weegt dan ook +evenveel als vier-en-twintig kippeneieren tezamen, en heeft in +doorsnede een lengte van vijftien centimeter. + +De eetlust van den struisvogel is verwonderlijk. Er is bijna niets wat +hij versmaadt. De groote dierenkenner Brehm, die er tamme struisvogels +op na hield, vertelt dat ze ratten en kuikens verteren, kleine steenen +inslikken, en dat tweemaal zijn sleutelbos in een struisvogelmaag +verdween. Men vond eenmaal in zulk een maag voor vier kilogram aan +„diversen”, en wel: steenen, lompen, metaal, munten, sleutels, enz. +Brehm bezat een tamme baviaan, die met alle dieren in vijandschap +leefde, alleen niet met de struisvogels; maar op den duur ging ook deze +vriendschap over in vijandschap, want wanneer de baviaan op een muur +van den hof zat, en zijn staart naar beneden liet hangen, kwam altijd +een der struisvogels, die nu eenmaal niets kon zien of hij moest +dadelijk probeeren hoe het smaakte, en die hem altijd in dit gevoelige +aanhangsel beet. De aap werd dan natuurlijk woedend, en sprong op den +struisvogel toe, die er nooit zonder eenige schrammen en geplukte +veeren afkwam. + +Er wordt wel eens beweerd, dat de struisvogel het domste dier is dat er +bestaat. Dit is een bewering die niet door alle Zoölogen gedeeld wordt. +De Duitsche onderzoekingsreizer Schillings, die beroemd is wegens zijn +moment-opnamen, des nachts van wilde dieren gemaakt, volgde op zekeren +keer uren lang het spoor van eenige leeuwen; het spoor bracht hem langs +een struisvogelnest waarin een paar jongen waren, die pas waren +uitgebroed. De ouden waren klaarblijkelijk niet aanwezig, en, +merkwaardigerwijze hadden de leeuwen de jongen ongemoeid gelaten. +Spoedig vond hij de oplossing van dit raadsel: de oude struisvogels, +die in den helderen maannacht reeds lang van tevoren het gevaar hadden +zien aankomen, waren bij het naderen der leeuwen opgesprongen om ze van +het nest weg te lokken. Deze list was hun ook gelukt, het spoor wees +eindelijk uit dat de leeuwen de vluchtende struisvogels achtervolgd +hadden, en zoodoende zich steeds verder van het nest hadden verwijderd. +Toen het struisvogelpaar meende dat ze den vijand ver genoeg hadden +weggelokt, waren ze omgekeerd om langs een omweg weer naar hun jongen +terug te keeren. + + + + + + + + +50. LEEUWENJACHT. + + +We begeven ons thans naar Mombas, aan Afrika’s Oostkust, vlak ten +zuiden van den aequator. Hier bevinden we ons in het gebied van den +Afrikaanschen leeuw. De beste gids die er voor deze streken bestaat, +vergezelt ons, namelijk de Engelsche overste Patterson; talrijk zijn de +avonturen die hij heeft meegemaakt op zijn leeuwenjachten, en van een +dezer avonturen willen we nu vertellen. Hoewel het een verhaal vol van +verschrikkingen zal zijn, is ’t toch in waarheid gebeurd, en +onopgesmukt, zooals duizenden die er getuigen van waren, zouden kunnen +bevestigen. + +Overste Patterson was in het jaar 1898 gedetacheerd bij den +Uganda-spoorweg, die van Mombas door Britsch Oost-Afrika +noordwestwaarts naar het Victoria-Niansa-meer, een der groote meren, +waaruit de Nijl zijn oorsprong neemt, loopt. Bij zijn aankomst aldaar +liep de spoorweg nog niet verder dan tot aan den Tsavo, een klein +zijriviertje van den Sabaki, die ten noorden van Mombas in de zee +uitstroomt. Hier aan den Tsavo, waar een houten hulpbrug gebouwd was, +die door Patterson vervangen zou worden door een ijzeren brug, +kampeerde hij met een paar duizend Indische arbeiders. + +Eenige dagen na zijn aankomst hoorde Patterson van twee leeuwen, die de +streek onveilig maakten. Aanvankelijk sloeg hij niet veel acht op dit +gerucht, totdat na verloop van eenigen tijd een zijner bedienden door +een leeuw werd weggesleept. Een makker van den ongelukkige, die in +dezelfde tent sliep, had gezien hoe de leeuw midden in den nacht het +kamp onhoorbaar binnensloop, de tent binnendrong, en Patterson’s +bediende bij de keel greep. De man had geroepen „Laat me los!” en zijn +arm om den hals van het roofdier geslagen. Toen was het kamp weer in +diepe stilte gehuld. Des morgens kon de overste het spoor van den leeuw +gemakkelijk volgen, want langs den geheelen weg hadden de voeten van +het slachtoffer door het zand gesleept; daar waar de leeuw zijn prooi +verslonden had, lagen nog slechts de kleedingstukken van den +ongelukkige, en zijn hoofd; een namelooze ontzetting sprak uit de +gebroken oogen. + +Diep door dit droevige schouwspel bewogen, zwoer de overste niet eerder +te zullen rusten voordat de beide leeuwen gedood waren. Met zijn buks +in de hand hield hij den volgenden nacht in de nabijheid van de tent +zijner bedienden de wacht. Toen het stil en donker geworden was, +weerklonk in de verte een gebrul, dat steeds meer nabij kwam; de +leeuwen kwamen om een nieuw offer te halen. Toen werd het wederom stil; +de leeuw bespringt zijn prooi in stilte; alleen wanneer hij zijn +zwerftochten begint, stoot hij een dof gebrul uit, als om de bewoners +der wildernis te waarschuwen. De overste wachtte—daar weerklonk +plotseling in het naastbijzijnde kamp, op een afstand van ongeveer +honderd meter, een kreet van ontzetting. Dan weer diepe stilte. Weer +hadden de roofdieren hun prooi weggesleept. + +Nu verborg de overste zich in het andere kamp. Maar ook hier werd hij +teleurgesteld. Van uit de verte klonk den volgenden nacht een +hartverscheurende kreet—een derde arbeider was weggesleurd. + +De Indische arbeiders sliepen in verschillende kampen, en de leeuwen +hadden elken nacht een ander kamp uitgezocht, teneinde de menschen op +een dwaalspoor te brengen. Toen ze nu bemerkten dat ze verscheidene +nachten achtereen ongestraft hun prooi hadden kunnen wegsleuren, werden +ze steeds overmoediger, en toonden niet den geringsten angst voor de +wachtvuren. Ze stoorden zich zelfs in ’t geheel niet aan de kogels, die +hun in de duisternis werden nagezonden. + +Men bouwde thans om elk kamp een hooge, stevige omheining van +doornstruiken, maar toch gelukte het den leeuwen steeds er over heen te +springen of er doorheen te breken. Overdag volgde overste Patterson het +spoor in alle richtingen, maar zoodra hij op rotsachtig terrein kwam, +hield natuurlijk elk spoor op. Nog ernstiger werd de toestand, toen de +spoorweg meer landwaarts gelegd werd, en slechts een paar honderd +arbeiders bij de Tsavo-brug achterbleven. De heiningen werden bizonder +hoog en stevig gebouwd, de kampvuren gloeiden als brandstapels, overal +werden wachtposten uitgezet, de buksen lagen gereed, en in elk kamp +moest een man op oliekannen trommelen om de dieren te verjagen. Maar +toch verdwenen steeds weer nieuwe offers. De arbeiders waren zóó +verlamd van angst, dat ze niet eens konden schieten wanneer de leeuwen +vlakbij waren. Eens werd zelfs een zieke uit de hospitaaltent +weggesleept. Het volgende offer was een waterdrager, hij had met het +hoofd naar het midden der tent, en met de voeten naar de opening +gelegen; de leeuwen waren over de heining heen gesprongen, hadden den +man bij de voeten beetgepakt, en naar buiten gesleurd. De ongelukkige +had zich aan een kist vastgeklemd, dan aan een stuk touw van de tent; +het touw was afgebroken, en de leeuw was met zijn buit in den bek langs +de omheining geloopen om een open plek te zoeken, waar hij doorheen was +gedrongen. Hier vond men des morgens eenige flarden van kleederen en +stukken vleesch. De tweede leeuw had aan de buitenzijde gewacht, en +samen hadden ze den buit gedeeld. Een hand van het slachtoffer was +overgebleven, en daaraan stak een ring, die naar zijn vrouw in Indië +gestuurd werd. + +Hierop volgde een periode van rust. De leeuwen waren klaarblijkelijk +elders bezig, en de arbeiders begonnen reeds wegens de hitte buiten de +tenten te slapen. Op zekeren nacht zaten ze rondom het wachtvuur toen +de eene leeuw plotseling over de omheining sprong, voor hen bleef +staan, en ze aanstaarde. Alles sprong in ontzetting op wierp met +steenen en brandende stukken hout naar het ondier. Maar de leeuw deed +onversaagd een sprong, pakte weer een der mannen en stormde met hem +door de omheining heen, weg. Het andere dier wachtte hem daarbuiten, en +op slechts dertig meter afstand van het kamp verslonden ze samen hun +prooi. + +Een geheele week achtereen hield de overste de wacht in een der kampen, +waar het bezoek te wachten was. Er is, zooals hij zelf zegt, niets +afmattender voor de zenuwen dan zulk een vruchteloos afwachten. Altijd +hoorde hij het waarschuwende gebrul in de verte, wanneer de roofdieren +in aantocht waren. Dan riepen de wachters: „Past op, broeders, de +duivel komt!” En dan weerklonken altijd weer een oogenblik later de +angstkreten van het slachtoffer dat weggesleurd werd! Tenslotte werden +de leeuwen zoo overmoedig dat ze beiden tegelijk over de heining +sprongen, om ieder voor zich een prooi te maken. Eenmaal gelukte het +een der leeuwen niet om zijn buit door de heining heen te sleepen, en +hij moest zich tevreden stellen met zijn aandeel in de buit van zijn +makker. De man, dien hij had moeten achterlaten, was echter zoo +gruwelijk toegetakeld, dat hij reeds stierf voordat men hem in de +ziekentent had kunnen brengen. De arbeiders, uitgeput als ze waren door +hun voortdurend doodsgevaar en het waken, konden dezen toestand +eindelijk niet meer uithouden; ze legden het werk neer. Ze waren naar +Afrika gekomen om geld te verdienen bij het aanleggen van een spoorweg, +en niet om als voedsel te dienen voor leeuwen. Op zekeren dag hielden +ze een trein aan, vulden de wagens met al hun hebben en houden, en +vertrokken naar de kust. De enkele dapperen, die bij overste Patterson +stand hielden, overnachtten in boomen, in het waterreservoir of in +overdekte kuilen, die ze in hun tenten gegraven hadden. + +Nu had overste Patterson een Engelschen kameraad uitgenoodigd om bij +hem aan den Tsavo te komen en aan de jacht op de beide leeuwen deel te +nemen. De trein, waarmede die aankwam, had vertraging en het was reeds +donker toen hij zich door het struikgewas op weg naar het kamp begaf. +Hij werd slechts door één bediende met een lantaarn vergezeld. Toen hij +halverwege gekomen was, sprong plotseling een leeuw van de glooiïng van +een heuvel naar beneden, bracht den Engelschman bloedende wonden in den +rug toe, en zou hem meegesleurd hebben, wanneer deze niet zijn karabijn +had afgevuurd. Door den knal verdoofd, liet de leeuw onwillekeurig los, +maar wierp zich nu op den bediende en was het volgende oogenblik met +zijn prooi in het struikgewas verdwenen. + +Eenige dagen later meldde een Suaheli, de afstammeling van een +Arabischen vader en een negerin, dat de leeuw een ezel geroofd had, en +nu bezig was, dien vlak in de nabijheid te verslinden. De overste +snelde naar de plek, die de boodschapper hem aanwees, en zag reeds +vanuit de verte den gelen rug van het dier. Ongelukkigerwijze trad hij +op een tak. De leeuw verdween in het ondoordringbare struikgewas. Nu +werd iedereen die in de nabijheid was ontboden, en van trommels en +blikken kannen voorzien, ondernamen ze een klopjacht, terwijl de +overste zich in een hinderlaag legde bij de plek waar het beest +waarschijnlijk te voorschijn zou komen. En ja, daar kwam hij te +voorschijn, een geweldige leeuw, grimmig en woedend gemaakt door die +stoornis. Langzaam liep hij rechtuit; telkens bleef hij stilstaan, en +hij was zoozeer in beslag genomen door het lawaai achter zich, dat hij +den jager in ’t geheel niet opmerkte. Nu was hij nog slechts op dertien +meter afstand; de overste nam zijn buks op—daar hoorde de leeuw de +beweging, zette zich met de voorpooten schrap, en bereidde zich, +snuivend van woede, voor tot een sprong. De overste richtte zijn buks +op den manenlooze kop en—het schot weigerde! + +Maar op hetzelfde oogenblik draaide de leeuw zich om en nam de wijk in +de struiken; een schot beantwoordde hij met een woedend gebrul. Nu +moest de overste tot aan het aanbreken van den nacht geduld hebben. In +de haast had hij die verraderlijke buks van iemand geleend; nu was het +zaak om op zijn eigen wapenen te vertrouwen. De ezel lag daar nog +onaangeroerd. In de onmiddellijke nabijheid van het lijk werd een +verhevenheid van vier meter hoogte opgericht, waarop tegen +zonsondergang de overste post vatte. Aan den aequator duurt de +schemering slechts zeer kort, en wanneer de maan niet schijnt, wordt +het snel donkere nacht. Dan heerscht er over Afrika’s vlakten een +drukkende, onheilspellende stilte. Patterson zelf bekent dat het hem +steeds banger te moede werd, naarmate de uren voorbij gingen. Met het +geweer in de hand bleef hij onbeweeglijk staan wachten; hij was er +zeker van, dat de leeuw zou komen, om tezamen met zijn makker den ezel +te verslinden, want uit de arbeiderskampen waren dezen avond geen +angstkreten opgestegen. + +Klonk het daar niet alsof er een dunne tak onder een zwaren last brak? +Een groot dier drong zich tusschen de struiken door, dat was duidelijk +te hooren. Dan weer diepe stilte, nu een dof gesteun, het teeken van +honger—het dier was in de nabijheid. Weer een zacht ruischen tusschen +de struiken, daarna verbrak een vreeselijk gebrul de nachtelijke +stilte. De leeuw had lucht gekregen van de nabijheid van een mensch. +Zou hij omkeeren? Integendeel, hij versmaadt nu den ezel, en gaat +regelrecht op den overste af! + +Twee uren lang kroop het roofdier in steeds enger kringen om de +verhevenheid heen. Het werd den jager bang te moede. Plotseling voelt +hij hoe iets zachts zijn nek aanraakt—„nu heeft het monster me” dacht +hij! Maar ’t was slechts een nachtuil, die de roerlooze gestalte van +den overste niet bemerkt had. + +Eindelijk besloot de leeuw tot den aanval en maakte zich gereed tot een +sprong. Nauwelijks was het dier te onderscheiden van den bodem. Daar +knalde het eerste schot door den nacht; de leeuw stiet een ontzettend +gebrul uit en vluchtte in het struikgewas, waar hij zich, brullend van +pijn, rondwentelde. Maar het gebrul werd zwakker, om eindelijk na een +langgerekt gesteun, te verstommen. De rekening met den eersten roover +was vereffend! + +Nog voor het aanbreken van den dag kwamen de arbeiders aangestroomd, en +droegen den overste onder luid gejuich in triomf om den dooden leeuw +rond. De tweede leeuw zette evenwel zijn bezoeken voort, maar werd ook +spoedig neergeschoten. + +Nu kon het werk aan den spoorwegaanleg weer voortgezet worden, en de +overste genoot in die streek, die hij van een plaag bevrijd had, de +grootste populariteit. + +Patterson beleefde een groot aantal van zulke jachtavonturen, niet +slechts met leeuwen, maar ook met neushoorns, nijlpaarden, luipaarden, +giraffen, krokodillen, enz. Nog een zijner avonturen moge hier een +plaats vinden. + +Op zekeren dag had hij in een klein station ten noorden van den Tsavo +met den politiecommissaris Ryall in een spoorwagen gedineerd, zonder +eenig vermoeden te hebben van het lot dat dezen man, eenige maanden +later, precies in denzelfden wagen zou treffen. Een leeuw had dit +station als zijn jachtterrein uitgekozen, en sleepte den eenen man na +den anderen weg. De politiecommissaris begaf zich met twee andere +Europeanen daarheen, om de streek van dien roover te bevrijden. Bij hun +aankomst vernamen ze, dat het dier nog kort te voren in de nabijheid +gezien was, en dat het dus niet ver weg kon wezen. Dus besloten de drie +Europeanen om des nachts de wacht te houden. Ryall’s wagen werd +afgehaakt, en op een zijspoor geschoven. Hier was de onderbouw nog niet +gereed, zoodat de wagen een weinig scheef stond. Na het eten zouden zij +afwisselend de wacht houden. Ryall het eerst. In den wagen stonden twee +sofa’s die als bedden dienst deden, de eene tamelijk hoog boven den +bodem. Ryall had ze zijn gasten aangeboden, maar de eene wilde liever +tusschen de beide sofa’s op den grond liggen. Toen nu Ryall meende dat +hij lang genoeg gewaakt had, en er geen spoor van den leeuw te bekennen +viel, legde hij zich op de lagere sofa ter ruste. + +De wagen was voorzien van een schuifdeur die zeer gemakkelijk open en +dicht schoof, en niet gesloten was. Toen alles stil was, kwam de leeuw +uit het struikgewas in de nabijheid te voorschijn sluipen, sprong op +het achterplatvorm van den wagen, maakte met zijn poot de deur open en +gleed onhoorbaar naar binnen. Maar, nauwelijks was hij binnen, of de +deur schoof tengevolge van den scheeven stand van den wagen, weer +dicht, en sprong in het slot. Nu was het beest met drie slapende mannen +in den wagen opgesloten! De slaper op de bovenste sofa werd wakker +geschrikt door een rauwen angstkreet, en zag hoe de leeuw met de +achterpooten op den eenen man, die op den bodem lag, en met de +voorpooten op Ryall stond. Met den moed der vertwijfeling sprong hij +van de sofa op, om de tegenover liggende deur te bereiken, maar hij kon +het dier niet voorbijkomen, zonder op zijn rug te stappen! Tot zijn +ontzetting bemerkte hij dat de bedienden, door het leven wakker +geschrikt, de deur van buiten dicht hielden. Toch gelukte het hem, met +aanwending van alle krachten, de deur te openen, en naar buiten te +komen, waarop men ze snel sloot. In hetzelfde oogenblik klonk een +verschrikkelijk gekraak—de leeuw was met Ryall in den bek door het +venster gesprongen, en, daar de opening te smal was, had hij het +houtwerk als glas versplinterd! Den volgenden dag werden de +overblijfselen van den ongelukkige gevonden en begraven. De leeuw werd +later in een val gevangen, en nog vele dagen lang tentoongesteld, +voordat hij werd doodgeschoten. + + + + + + + + +51. HET NIJLPAARD. + + +In de meren en stroomen van midden-Afrika leeft het groote, plompe, +monsterachtige nijlpaard, de Behemoth uit den bijbel. In oude tijden +kwam het ook voor in Beneden Egypte, waar het „rivierzwijn” heette. +Tegenwoordig moet men echter al een heel eind zuidelijk van Nubië +komen, wil men het aantreffen. Het onderneemt in tal van stroomen +tochten, waarbij het zich naar den waterstand richt: wanneer de +waterspiegel daalt, dan trekt het dier stroomafwaarts, en wanneer het +water weer wast, dan gaat ’t weer stroomopwaarts. + +Terwijl andere diersoorten sedert de vroegste zoölogische tijdperken +groote gedaante-veranderingen hebben ondergaan, is het nijlpaard in +hoofdzaak hetzelfde gebleven. Zoo komt het dat dit dier nog heden een +voorwereldlijken indruk maakte. Het ronde, plompe lichaam rust op vier +korte, vormlooze pooten, met vier hoeven aan elken poot. De kop is +bijna vierkant, oogen en ooren zijn klein, de muil is geweldig breed en +de neusgaten zijn groot. De twee centimeter dikke huid is onbehaard en +heeft, naar gelang het dier nat of droog is, een grauwe, donkerbruine, +of wel vuilroode kleur. Het wordt, de kleine staart niet meegerekend, +vier meter lang, en weegt evenveel als dertig volwassen mannen. + +De nijlpaarden blijven voor het grootste deel van den tijd in het +water; des nachts komen ze aan land, voornamelijk dáár, waar de stroom +hun niet veel voedsel biedt. Wanneer men stil over rustig stroomend +water heen vaart, dan kan men de dieren vaak verrassen; wanneer ze +opduiken om versche lucht in te ademen, dan stijgen de waterstralen uit +hun neusgaten naar boven. Dan duiken ze weer, en blijven wel drie of +vier minuten onder water. Wanneer ze vlak onder den waterspiegel zijn, +ziet men slechts zes kleine stippen: ooren, oogen en neusgaten. Wanneer +ze gevaar meenen te bespeuren, dan steken ze slechts met hun neusgaten +boven het water uit, en ademen zoo zacht als ze maar kunnen. + +Vaak klimmen ze op het droge, om zich in de zon te koesteren, dan hoort +men hoe ze voortdurend een gegrom van welbehagen uitstooten. Tegen den +avond zoeken ze echter dieper water op, waar ze rondzwemmen, en, met +een voor zulke logge dieren groote behendigheid, elkaar najagen. Ze +zwemmen steeds in troepen bijeen, en ontwikkelen daarbij een groote +snelheid, terwijl ze de lucht met hun gebrul vervullen. Maar ze kunnen +ook zoo zachtjes zwemmen, dat men het water in ’t geheel niet hoort +ruischen. Wanneer een nijlpaard gewond is, brengt hij het water in zoo +heftige beroering, dat kleine booten vaak gevaar loopen te kantelen. +Wanneer meerdere oude mannetjes tegelijk hun gebrul uitstooten, +weerklinkt het wijd en zijd door het oerwoud, als het rollen van den +donder. Er is geen ander dier dat zulk een geluid kan teweegbrengen; +zelfs de leeuw blijft dan luisterend staan. + +Aan den Boven-Nijl, voorbij Chartoem, waar een welige plantengroei de +oevers bedekt, en waar talrijke stilstaande plassen en moerassen zijn, +gaat het nijlpaard, evenals de krokodil slechts zelden aan land. Het +voedt zich hier met lotusstengels en rietgewassen die in deze +moerassige streken voorkomen; van tijd tot tijd duikt het dier onder, +en wroet op den bodem van den stroom; wanneer het zijn geweldigen bek +met bladeren en stengels gevuld heeft, komt het weer naar boven, +waarbij dan het water in stroomen van zijn breeden rug afloopt, en dan +ontplooien de geweldige tanden hun kracht. De eetlust van het dier is +even groot als zijn geheele wezen. + +In streken, waar de oevers door bebouwde velden omzoomd worden, richt +hij onder het koren en de groenten groote schade aan, zelfs het leven +der menschen wordt daar door hem bedreigd. Wanneer hij door een boot in +zijn rust gestoord wordt, laat hij niet met zich spotten. Het +gevaarlijkste is het wijfjesnijlpaard, zoolang ze haar jong, dat ze op +den rug overal meevoert, bij zich heeft. Een buks moet, om eenige +uitwerking te hebben op het dikke huid-pantser, geducht geladen zijn. +Wanneer het dier, na getroffen te zijn, snuift en onderduikt, dan is ’t +voor den jager verloren; wanneer het zich echter uit het water verheft, +om dan weer neer te vallen, dan heeft het een doodelijke wond +ontvangen; in dit geval zinkt het onmiddellijk, en de jager heeft niets +anders te doen dan een paar uur te wachten, totdat het lijk aan de +oppervlakte komt drijven. + +Enkele negerstammen aan den Witten Nijl graven kuilen om daarin de +nijlpaarden te vangen. Langs de stroomen, die in den noordelijken oever +van het Ngami-meer uitmonden, maken de inboorlingen jacht op deze +dieren met harpoenen, die voorzien zijn van scherpe, ijzeren weerhaken. +Door middel van een lang touw is aan den harpoen een stuk kurk +bevestigd. Op een rieten vlot zijn twee kano’s vastgemaakt, daar +tusschen in hurken de zwarte jagers met hun harpoenen en lichte speren. +Het vlot drijft geruischloos stroomafwaarts. In de verte hoort men de +dieren snuiven en in het water rondplassen. Het gesprek der jagers +verstomt, ieder moet op zijn post zijn. Daar ziet men de donkere +gestalten, die gedeeltelijk boven het water uitsteken. Ze vermoeden +geen gevaar van dat vlot dat door den stroom langs hen heen gedreven +wordt. Vlak naast het vlot komt een nijlpaard opduiken. Op dit +oogenblik verheft zich een harpoenier, en stoot het dier bliksemsnel +zijn wapen in de zijde. Het dier duikt onder, maar het stuk kurk dat op +het water blijft drijven, duidt de plek aan waar het zich bevindt. +Zoodra het weer boven komt, wordt het met een hagelbui van speren +ontvangen door de jagers die inmiddels hun kano’s van het vlot in het +water hebben geschoven. Weer duikt het dier onder en laat een +bloedroode streep in het water achter. Wanneer het nog eens naar boven +komt en weer door een hagelbui van speren ontvangen wordt, komt het +vaak voor, dat het woedend wordt, zich tegen zijn vervolgers richt, en +een kano die zich wat al te dicht in zijn nabijheid gewaagd heeft, met +de tanden versplintert, of wel met den kop omstoot. Soms koelt het +verwonde nijlpaard zijn woede niet alleen aan de kano, maar werpt zich +ook op de mannen, en menige koene jager is door hem reeds verscheurd. + +Wanneer echter het dier uitgeput is, dan vischt de jager het stuk kurk +op, roeit aan land, bindt een touw om een boomstam, en trekt zoolang +tot hij zijn buit op het droge gekregen heeft. + +Het vleesch van nijlpaarden wordt met graagte gegeten. Het vleesch der +jongere en het vet van oudere exemplaren wordt voor bijzonder smakelijk +gehouden; de tong is een lekkernij. Uit de huid vervaardigd men zweepen +en schilden en nog tal van andere zaken; ook de groote hoektanden zijn +van waarde. Vele diergaarden in Europa bezitten nijlpaarden die als +jongen gevangen zijn. Wanneer men een jong wil bemachtigen, moet men +eerst de moeder dooden, want ook in het gevaar verlaat het jong de +moeder niet, het gaat zelfs niet van haar lijk weg. Deze jonge dieren, +die voor zoölogische tuinen gevangen worden, worden met bijzonder +ingerichte harpoenen gewond, die zoo gemaakt zijn, dat de wond niet +diep in de huid doordringt en dus spoedig weer geneest. In den eersten +tijd wordt het jong met koemelk gevoed; voor een enkelen maaltijd +gebruikt het de melk van vier koeien. Maar, vaak kwijnen ze weg in de +gevangenschap; ze droomen van Afrika’s meren en stroomen, waar ze lagen +tusschen kokosbladen en riet. In plaats van den ruischenden stroom, +moeten ze zich thans tevreden stellen met een armzalig bassin. En toch +is, volgens den bijbel, het nijlpaard het eerste van Gods schepselen. + + + + + + + + +52. DAVID LIVINGSTONE. + + +In een eerlijk en vroom, maar arm arbeidersgezin in Blantyre bij +Glasgow in Schotland werd voor honderd jaar een jongen geboren, wiens +naam later wereldberoemd zou worden. Hij heette David Livingstone, en +werd niet slechts de ontdekker van onbekende landen en volksstammen, +meren en rivieren, maar ook een der edelste menschen die ooit hun eigen +leven ten beste hunner medemenschen hebben opgeofferd. + +Op de dorpsschool leerde hij zonder moeite in korten tijd lezen en +schrijven; maar daar zijn ouders niet in staat waren om hem te laten +studeeren, deden ze den jongen toen hij tien jaar oud was op een +spinnerij, waar hij van ’s morgens 8 tot ’s avonds 10 uur moest werken. +Deze zware arbeid brak evenwel zijn moed en zijn weetgierigheid niet, +en terwijl de machines om hem heen snorden, en de spoelen door het +garen heen en weer vlogen, zwierven zijn gedachten over de +fabrieksmuren heen en hielden zich bezig met de natuur en het leven +daarbuiten. Vlijt en nauwgezette arbeid bezorgden hem spoedig een +hooger loon, en voor het geld dat hij opspaarde, kocht hij tal van +boeken, die hij tot diep in den nacht bestudeerde. Teneinde zooveel +mogelijk zijn kennis uit te breiden, bezocht hij een avondschool, en op +de feestdagen maakte hij met zijn broeders lange wandeltochten. + +Zoo groeide David op tot een jongeman, en op zekeren dag verklaarde hij +zijn ouders dat hij zendings-arts wilde worden, om de volkeren in het +Oosten en Zuiden te bezoeken, de zieken te verplegen, en allen die hem +wilden hooren het evangelie te prediken. Om zich de noodige middelen te +verschaffen tot studeeren, spaarde hij van zijn fabrieksloon, en toen +hij voldoende had voor zijn onderhoud gedurende het eerste semester, +ging hij naar Glasgow, waar hij voor anderhalve gulden per week een +kamer huurde, en in de medicijnen studeerde. Na afloop van het eerste +semester keerde hij weer naar de fabriek terug om weer voldoende te +verdienen voor een volgend semester. Op deze wijze sloeg hij er zich +door heen, en deed eindelijk met schitterend gevolg zijn examens. Op +zekeren dag vergezelde zijn vader hem voor de laatste maal naar +Glasgow, om daar voor altijd afscheid van hem te nemen! De jonge +zendings-arts reisde af naar Afrika. + +Eerst begaf hij zich naar de Kaap, en vandaar naar Koeroeman, het +noordelijkste zendingsstation in Betschoeana-land. Van hieruit maakte +hij tal van reizen het binnenland in, om de inboorlingen en hun taal te +leeren kennen, om hun zieken te helpen, en hun vertrouwen te winnen. +Toen hij eens van zulk een reis terugkeerde, vond hij, toen hij 250 +K.M. van zijn doel verwijderd kampeerde, een klein, zwart meisje onder +zijn wagen gehurkt. + +De kleine was haar bezitters ontloopen, om niet als slavin verkocht te +worden, en was te voet den wagen van den zendeling gevolgd. Livingstone +verkwikte haar met spijs en drank, toen ze plotseling luid begon te +huilen. Ze had een man gezien met een buks die haar achterna gezonden +was om haar terug te halen, en die nu dreigend naderde. Maar +Livingstone nam het meisje in bescherming, en zorgde er voor dat ze ook +later voor de slavernij bewaard bleef. Dit kind was voor hem een +symbool van Afrika, de bakermat van den slavenhandel, en Livingstone +begreep zijn roeping; tot aan zijn dood arbeidde hij, als vele jaren +later Gordon, aan de bevrijding der slaven. Hij bestreed de heidensche +gebruiken en het botte bijgeloof der inboorlingen, en hoopte mettertijd +volgelingen te zullen krijgen die zijn leer verder zouden verbreiden. +Livingstone bewees den zwarten dat de tooverkunst hunner +medicijnmannen, die tegelijkertijd regenmakers waren, slechts bedrog +was, en dat hij hun zelf water kon verschaffen voor hun velden, niet +door tooverformules, maar door kanalen die het water van naburige +stroomen afleidden. Talrijk waren de zieken die hij hielp, en wier moed +en koelbloedigheid hem vaak met verbazing vervulden. Zonder een spier +te vertrekken, of een enkelen kik te geven, lieten ze zich gezwellen +wegsnijden of andere ingrijpende operaties verrichten. Dan zei hij wel +eens: „Maar schreeuw dan toch, kerel, ’t doet toch pijn;” maar de +inboorling antwoordde: „Een man schreeuwt niet, dat doen alleen +kinderen.” + +Zoo won hij langzamerhand het vertrouwen, en een bijzondere macht over +de zwarten. In sommige streken hield men hem voor een toovenaar, die +over geheime krachten beschikte en dooden kon opwekken. Daar hij nooit +dacht aan eigen voordeel, maar altijd slechts aan het welzijn der +zwarten, die hij altijd vriendelijk behandelde, en nooit met harde +woorden aansprak, verwierf hij zich de liefde en bewondering van deze +wilden, die maar één ding niet konden begrijpen, en wel, dat een zoo +machtig opperhoofd zichzelf tot dienaar van anderen maakte, inplaats +van, zooals ze dat gewoon waren, de zwakkeren te onderdrukken en uit te +buiten. De ergste bedreiging, die hij tegenover hen kon gebruiken, was +dat hij ze zou verlaten wanneer ze hem niet gehoorzaamden; en wanneer +hij dan werkelijk naar een anderen stam moest verder trekken, dan gaven +de stamhoofden hem hun eigen zonen en betrouwbare mannen als gidsen +mede. + +In 1843 stichtte Livingstone het zendingsstation Mabotsa, niet ver van +de tegenwoordige stad Mafeking, tegenwoordig gemakkelijk van Kaapstad +uit per spoorweg te bereiken. Het stamhoofd van die streek was gaarne +bereid hem een stuk grond te verkoopen, waarvoor hij kralen en andere +voor hem waardevolle zaken, kreeg. Zeventig jaar geleden was deze +streek echter nog geheel een wildernis, en vaak was Livingstone’s leven +in gevaar. Zoo was er eens een leeuw in het dorp ingebroken, die +geweldig onder de schapen huishield. Onder leiding van Livingstone +maakten de inboorlingen jacht op hem. De indringer werd zwaar verwond, +en trok zich in het struikgewas terug, maar plotseling stormde hij weer +uit de struiken tevoorschijn, en stortte zich op Livingstone, wien hij +het vleesch van den schouder afhaalde en den linkerarm brak. Reeds +rustte zijn poot op het hoofd van den zendeling, toen een inboorling op +het dier toesprong, dat nu zijn slachtoffer losliet om zijn nieuwen +aanvaller eveneens toe te takelen. Het beest was echter zoo zwaar +gewond, dat zijn kracht uitgeput was, en het dood neerstortte. Nog +dertig jaar later voelde Livingstone het litteeken van den beet, en hij +heeft zijn linkerarm nooit meer hooger dan tot den schouder kunnen +opheffen. + +Nadat zijn wonden geheeld waren, bouwde hij eigenhandig het nieuwe +zendingshuis, waarbij door een vallenden steen de nauwelijks geheelde +arm weer zwaar gekwetst werd. Toen het huis gereed was, betrok hij het +met zijn jonge vrouw, de dochter van den bekenden reiziger en zendeling +Moffat in Koeroeman. + +Te Mabotsa woonde nog een tweede zendeling, die het er nu op toelegde +Livingstone het leven te verbitteren. Deze wilde echter de zwarten niet +tot getuigen maken van het schouwspel dat twee blanken met elkaar ruzie +hadden; hij ruimde dus het veld en trok met zijn vrouw verder, zeventig +kilometer noordwaarts. Het huis in Mabotsa had hij van zijn eigen +opgespaard geld gebouwd, want van de duizend gulden, die hij jaarlijks +van het Engelsche Zendingsgenootschap ontving, kon voor het bouwen van +huizen niet veel overblijven. Toen hij wegging, waren de inboorlingen +wanhopend. Nog toen de ossen reeds voor den wagen gespannen waren, +smeekten ze hem om toch te blijven, terwijl ze beloofden een nieuw huis +voor hem te zullen bouwen. Maar, hij bleef bij zijn voornemen, en begaf +zich naar het dorp Tschonoeane, waar de hoofdman Setschala leefde. + +Deze ontving Livingstone met groote vreugde, en hoorde oplettend naar +zijn prediking. Hij beloofde zelfs den geheelen stam tot het +Christendom te zullen bekeeren, en wel met behulp van een flinke zweep. +Daar Livingstone echter van zulk een methode van bekeering niets wilde +weten, zeide Setschala dat hij zijn onderdanen bezwaarlijk, zonder van +een zweep gebruik te maken, zou kunnen bewegen tot het geloof aan +Christus! Hij zelf zond evenwel zijn talrijke vrouwen allen op één na +weg, waarmee hij zijn eigen aanzien een gevoeligen slag toebracht; want +een hoofdman met slechts ééne vrouw vond men bijzonder armzalig! + +Van dit punt uit maakte Livingstone een reis oostwaarts, naar het +gebied, dat Hollandsche boeren uit Kaapland opgezocht hadden. Ze hadden +de Kaapkolonie verlaten, daar de Engelsche regeering geen slavenhandel +duldde en de vrijlating der Hottentotten beval. De Boeren stichtten +derhalve een eigen republiek, Transvaal genaamd, daar ze aan de +overzijde van den Vaal, een zijstroom van de Oranje-rivier, gelegen is. +Hier meenden ze de zwarten ongestoord tot slavenhandel te kunnen +dwingen; ze bezetten alle bronnen en de inboorlingen waren in hun eigen +land van vreemden afhankelijk. + +Livingstone had in zijn nieuwe nederzetting de handen vol; hij bouwde, +verzorgde zijn tuin, bezocht de zieken, herstelde zijn wapenen en +wagens, maakte tapijten en schoenwerk, predikte, gaf les in een +kinderschool, hield voordrachten over geneeskunde en gaf les aan +inboorlingen, die eveneens zendeling wilden worden. Zijn vrijen tijd +gebruikte hij voor natuurwetenschappelijke verzamelingen, die hij naar +het vaderland zond; bovendien bestudeerde hij de giftige tsetse-vlieg +en de ziekte, die door deze teweeggebracht wordt, en hij arbeidde +onverdroten aan het uitvinden van middelen om die beide te bekampen. + +Zijn nieuwe woonplaats had echter een ernstige schaduwzijde; er was +gebrek aan water; daarom besloot Livingstone nog zeventig kilometer +noordwaarts naar Koboleng te trekken, waar hij nu voor de derde maal +een eigen huis bouwde. Ook ditmaal waren zijn zwarte vrienden geheel +verslagen over zijn besluit. Daar ze hem er niet toe konden overhalen +te blijven, pakte de geheele stam zijn have en goed bijeen, en trok met +hem mee. In Kolobeng bleef Livingstone vijf jaren, de langste en tevens +laatste rusttijd van zijn leven. Ook hier won hij het vertrouwen en de +vriendschap der inboorlingen, want wanneer het gold een zieke te +helpen, dan reed hij bij dag en nacht mijlen ver, zonder om gevaar te +denken. In Kolobeng smaakte hij ook de groote vreugde met zijn eigen +kinderen, die hier ter wereld kwamen, te kunnen spelen. + +De nabuurschap der Boeren vernietigde echter het succes van zijn +arbeid. Ze haatten hem wegens zijn bestrijding der slavernij, en +beschuldigden hem er van Setschala’s stam van wapenen te voorzien en +tegen de Boeren op te hitsen. Ze dreigden alle zwarte zendelingen, die +zich in Transvaal zouden vertoonen, zonder meer te zullen dooden, en +ook lieten ze geen middel onbeproefd om Livingstone uit den weg te +ruimen. Derhalve besloot deze nog verder naar het noorden te trekken, +waar blanke mannen die christenen heetten, maar die inboorlingen als +dieren behandelden, hem niet bij zijn arbeid zouden storen. Een in +Kolobeng uitbrekende hongersnood versterkte hem in zijn besluit. Een +groote droogte had den oogst doen mislukken en de bedding der rivieren +volkomen uitgedroogd. De inboorlingen moesten er op uit om van de jacht +te leven, en de vrouwen verzamelden sprinkhanen als voedingsmiddel. +Geen kind bezocht meer de school, en de kerk stond des Zondags vergeefs +open. Zoo begaf zich dan Livingstone nogmaals op weg om zich elders te +vestigen. + + + + + + + + +53. DE ONTDEKKING VAN HET NGAMI-MEER. + + +Reeds toen Livingstone voor het eerst Afrika betreden had, en in +Koeroeman vertoefde, hoorde hij, dat er ver in het Noorden, een groot +zoetwatermeer was, dat men Ngami noemde. En op een zijner latere +tochten was het hem zelfs gelukt om dit meer, dat nog nooit door +Europeanen bezocht was, tot op tien dagreizen te naderen. Maar hij +moest toen omkeeren, omdat onder zijn trekossen de runderpest uitbrak. +Nu kwam echter op zekeren dag te Kolobeng een bode bij hem van den +zwarten koning Letscholetebe, wiens gebied aan het Ngami-meer gelegen +was; deze liet den zendeling verzoeken om tot hem te komen en beloofde +hem een goed onthaal. Ook was er in zijn land veel ivoor. Toen de +menschen van Livingstone van ivoor hoorden, waren ze terstond tot de +lange reis bereid, en den 1sten Juni 1849 ging het weder noordwaarts. +Een vriend van Livingstone, de Engelschman Oswell ging mee; als een +welgesteld man had hij verscheidene wagens, tachtig ossen, twintig +paarden en vijf-en-twintig dienaren medegenomen. Een dezer laatsten +diende als gids, want reeds na twee dagen voerde de weg langs streken +die nog nooit door een Europeaan betreden waren. Aan den woestijnrand +kampeerden ze; overal in de rondte waren de bronnen uitgedroogd. +Slechts in een kuil, waar een neushoorn zich in het zand rondgewenteld +had, stond nog zooveel water, dat elk paard een slok kon nemen, maar +voor de ossen was het niet toereikend, en daar de weg, tot aan de +volgende rustplaats honderd en twintig kilometer lang was, en dwars +door de beruchte Kalahari-woestijn liep, werden de ossen weer +teruggedreven naar een veertig kilometer verder terug gelegen bron. +Toen ze terugkwamen, had men echter reeds verscheidene waterrijke +bronnen opgegraven, en toen de karavaan opbrak, hadden alle dieren +zooveel gedronken als ze maar wilden. + +Verlaten en dor strekte de woestijn zich voor hun oogen uit. De +uitgedroogde wagens knarsten over de zandvlakte, en de raderen zonken +diep in het mulle zand. De ossen, die gebrek hadden aan water, verloren +snel hun krachten. Na een tocht van drie dagen door de Kalahari, had +men pas zeventig K.M. afgelegd. Toen raakte plotseling de gids de kluts +kwijt, en wanneer men hem vroeg hoever het nog was tot aan de naaste +bron, dan antwoordde hij op goed geluk af: vijftig kilometer. Een +somber vooruitzicht voor de reizigers! Voordat ze zoover kwamen, zouden +alle ossen allang van dorst omgekomen zijn! De paarden moesten +vooruitgezonden worden, dan bleven die tenminste gespaard. In geval van +nood kon men dan, wanneer de geheele karavaan omkwam, met de paarden +verder trekken en van de jacht leven. Bovendien zouden de ossen het +spoor van de paarden kunnen volgen, en misschien, door hun instinct +geleid, een bron vinden. + +De paarden en hun berijders waren echter nauwelijks een uur weg, of ze +kwamen aan een oase, en spoedig verried het kwaken van kikvorschen de +aanwezigheid van een waterplas, die allen het leven redde. + +Na een tocht van twee maanden bereikte Livingstone de oevers van het +Ngami-meer, dat nog nooit door een Europeaan aanschouwd was. De koning +Letscholetebe bleek evenwel niet zoo vriendschappelijk gezind te zijn +als men gehoopt had. Toen hij hoorde dat Livingstone nog verder +noordwaarts wilde trekken, naar het groote stamhoofd Sebitoeane, was +hij bang dat deze van de blanken vuurwapenen zou krijgen en +strooptochten in zijn gebied zou ondernemen. Dientengevolge moest de +expeditie weer naar Kolobeng terugkeeren. Maar Livingstone’s volharding +kende geen hinderpalen; hij kwam nog een tweeden keer aan het +Ngami-meer terug, vergezeld van zijn familie en van Oswell. Op dezen +tocht kwam hij ook in het gebied van den machtigen Sebitoeane, die hem +gastvrij ontving. Dit stamhoofd, in dit deel van Midden-Afrika als een +goedhartig mensch bekend, was blij een blanke te zien, en begreep +terstond dat deze zendeling hem en zijn stam goed gezind was. Reeds den +eersten Zondag woonde hij de godsdienstoefening bij, en luisterde +aandachtig naar Livingstone’s woorden. Eenige dagen later kreeg +Sebitoeane echter een longontsteking, en het duurde niet lang of +Livingstone zag dat het stamhoofd op sterven lag. Zijn laatste woorden +golden Livingstone’s kleinen zoon: „Breng hem in de hut van de vrouwen +en geef hem wat melk!” Toen blies Livingstone’s nieuwe vriend den +laatsten adem uit. + +Nu zetten de beide reizigers hun tocht noordoostwaarts voort, naar het +groote dorp Linjanti, en ontdekten spoedig daarop een groote rivier, de +Zambesi. Haar benedenloop was den Europeanen reeds lang bekend, maar +niemand kende haar bovenloop. Het klimaat van deze streken was zeer +ongezond, aan het oprichten van een zendingsstation viel hier dan ook +niet te denken. Het Makololo-volk, de stam van het doode opperhoofd, +beloofde hem weliswaar grondbezit, hutten en ossen, wanneer hij daar +wilde blijven, maar Livingstone had grootere plannen. Voordat hier aan +een zendingsstation gedacht kon worden, moest er eerst een eerlijke +handel bloeien; ook het Makololo-volk was begonnen slaven te verkoopen, +teneinde in het bezit te komen van vuurwapenen en andere begeerlijke +zaken uit Europa. Wanneer men ze nu er toe kon brengen om met ivoor en +struisvederen handel te drijven, dan konden ze evengoed alles wat hun +hart begeerde van de Europeanen in ruil bekomen. Maar daartoe ontbrak +in de eerste plaats een weg naar de kust, hetzij van den Atlantischen, +hetzij van den Indischen Oceaan, en het was Livingstone’s plan, zulk +een weg te zoeken. Later, zoo meende hij, wanneer de slavenhandel voor +een eerlijken handel had plaats gemaakt, zou het nog altijd tijd genoeg +wezen om hier het christendom te prediken. + +Zoo trok hij dan weer zuidwaarts. Vrouw en kinderen konden hem op deze +moeitevolle tochten niet vergezellen; hij zond ze naar Engeland. In +Kaapstad nam hij van de zijnen afscheid, daarop reisde hij alleen naar +Koeroeman, en begaf zich langs een omweg naar Kolobeng. Hij had +onderweg veel oponthoud, en ditmaal was dat zijn geluk. Want intusschen +had de eerste President der Boerenrepubliek, Pretorius, met zeshonderd +Boeren, en zevenhonderd aangeworven zwarten Kolobeng verwoest, +Livingstone’s geheele have geroofd, zijn vee weggedreven, alles wat ze +niet konden meenemen, tot zelfs de meubels, stuk geslagen, zijn boeken +verscheurd, de dorpen der inboorlingen overvallen, en zestig menschen +met kanonnen neergeschoten. De verwachting der Boeren, om Livingstone +zelf in handen te krijgen, werd gelukkig niet verwezenlijkt. De zwarten +hadden zich echter dapper verweerd, en vijf-en-dertig dooden hadden de +Boeren moeten achterlaten. Deze overval moest een straf voor de zwarten +zijn, omdat ze Engelsche reizigers vrijen doortocht verschaft hadden. +Daarbij waren deze Boeren Christenen, maar ze sloten hun land voor alle +Europeanen, teneinde ongehinderd zelve de zwarten te kunnen mishandelen +en uitzuigen, en ze als slaven te kunnen gebruiken, terwijl ze zelf +rustig thuis zaten, hun pijp rookten, en in kalme gemoedsrust—den +Bijbel lazen! + + + + + + + + +54. VAN KUST TOT KUST. + + +In het jaar 1853 begon Livingstone zijn verderen tocht naar de +Westkust, en kwam eerst bij het Makololo-volk. Hier heerschte thans +Sebitoeane’s zoon Sekeletoe, die hem vriendelijk ontving, en hem het +liefst in het geheel niet meer had laten gaan. Toen Livingstone toch +langs de Zambesi stroomopwaarts verder trok, begeleidde de koning hem +met tal van krijgers. Na eenige dagmarschen stiet men op den +halfbroeder des konings, die Mpepe heette; deze was een slavenhandelaar +en stond Sekeletoe reeds lang naar het leven, om daardoor zijn eigen +macht te vergrooten. Tweemaal poogde Mpepe zijn stiefbroeder te dooden, +en eenmaal was het Livingstone, die den koning voor een speerworp +behoedde. De strijd tusschen deze beide mededingers eindigde met den +dood van Mpepe. + +Nog verder stroomopwaarts aan de Zambesi woonde de vader van den +gedoode. Deze verbond zich nu met het opperhoofd van een naburigen +stam, om gezamenlijk zijn zoon te wreken. Bij het eerste samentreffen +werden eerst vreedzame onderhandelingen gevoerd, totdat plotseling +Sekeletoe een teeken gaf; terstond omringden zijn krijgers de beide +vijandelijke stamhoofden, en voordat Livingstone het kon verhinderen, +werden ze door de mannen van Sekeletoe neergehouwen. De lijken werden +in stukken gehakt, en den krokodillen in de Zambesi voorgeworpen. +Livingstone was over deze verraderlijke daad zoo verontwaardigd, dat +hij terstond deze streken verliet, en verder trok. + +Nu maakte Livingstone zijn gedenkwaardigen tocht van Linjanti naar +Loanda aan de Westkust ten zuiden van de uitmonding van den Congo. Nog +geen Europeaan had voor hem dezen weg afgelegd. Zijn geleide bestond +uit zeven-en-twintig Makololo-manen, en zijn bagage uit bijna niets +anders dan kralen en stukken goed, de in Afrika gangbare munt. Proviand +had hij niet meegenomen, omdat hij van plan was dat men zou leven van +wat er onderweg zou worden geschoten of gevangen. + +Het was een inspannende, moeitevolle tocht waarbij men door het gebied +van tallooze wilde stammen trok. Eerst ging het stroomopwaarts langs de +Zambesi, en dan langs den anderen oever. Tengevolge van hevige regens +moest men telkens over sterk gezwollen beken en door verraderlijke +moerassen trekken. + +Sedert Livingstone eens met een boot droevige ervaringen had opgedaan, +liet hij zich steeds door een os door het natte element dragen. + +Wolken muskieten zwermden boven den vochtigen grond en de koorts +ondermijnde Livingstone zoo hevig, dat hij niet eens meer op zijn os +kon zitten. Maar onder al deze plagen verzuimde hij niet de natuur +rondom hem gade te slaan en de kaart van den door hem genomen weg uit +te werken. Zijn dagboek was een dik deel met sterken omslag en voorzien +van een slot. Hij schreef daarin fijn en sierlijk, alsof het gedrukt +was. Men zou hebben gedacht, dat het de mannen uit Makololo moede zou +zijn geworden door onbekende streken en volkeren te trekken; maar niets +was in staat hen hun heer en leidsman te doen verlaten. + +Reeds bij het begin van deze lange reis had Livingstone een schaar van +achttien aan elkaar geketende slaven bevrijd, en hoe verder hij door de +bosschen drong, des te vaker moest hij zien, hoe de slavenhandel de +menschen verwilderde, hen wantrouwend en vijandig maakte. Meermalen +bevrijdde hij troepen slaven door den drijver eenvoudig te bevelen, de +gevangenen te laten loopen. + +Door goedheid en vriendelijkheid verwierf Livingstone overal het +vertrouwen der wilden, zoodat zij hem niet alleen vrij lieten +doortrekken, maar zelfs levensmiddelen schonken. Mocht al soms een +opperhoofd moeilijkheden maken, en als schatting een os, een geweer of +een van Livingstone’s geleiders verlangen, wist hij toch zoo goed met +hem klaar te komen, dat deze hem ten slotte in vrede verder liet +trekken. Dikwijls ontwapende hij zulk een opperhoofd met een grapje, en +als dat niet hielp, kalmeerde hij de opgewonden gemoederen door zijn +tooverlantaarn met bijbelsche platen. In gespannen verwachting +verdrongen de zwarten, als de platen op het scherm verschenen, zich +achter hem, niet vrij van angst, dat het geesten zouden zijn, die hen +kwaad wilden doen. Maar van een anderen godsdienst dan het kijken naar +deze bijbelsche platen wilden zij niets hooren. + +Zoo naderde Livingstone met zijn dappere schaar voetje voor voetje de +Westkust. Kort voor zijn doel werd hem echter nog een zware schatting +afgeperst door een onverzoenlijk opperhoofd; hij boette zijn wollen +deken, zijn scheermes en een menigte kleedingstukken in, en zijn +manschappen moesten hun sieraden en hun koperen armbanden afstaan. Van +alles beroofd, ontmoetten zij eindelijk een Portugees, en onder zijn +geleide hield Livingstone zijn intocht in het Portugeesche gebied aan +de Westkust. Door de Portugeezen in Loanda werd Livingstone gastvrij +opgenomen; zij bezorgden hem alles wat hij noodig had, en voorzagen hem +van top tot teen van nieuwe kleeren. + +Voor Loanda lagen verscheidene Engelsche kruisers, die daar gekomen +waren om den slavenhandel onmogelijk te maken. Hier bij zijn +landslieden verheugde zich Livingstone in een heerlijken rusttijd. Welk +een genot weer eens in een behoorlijk bed te slapen, nadat hij een half +jaar lang slechts op den vochtigen grond had gelegen! En hoeveel nieuws +vernam hij nu niet uit de groote wereld, waaruit zoo lang geen bericht +tot hem was doorgedrongen. Men vertelde hem van den Krim-oorlog, waarin +Gordon als onbekend luitenant voor het eerst streed, en van de +hulp-expeditie, die uitgevaren was om den Noordpoolvaarder Franklin en +zijn ongelukkige makkers te zoeken. Na jarenlang rondtrekken in het +zwarte werelddeel, zou het maar al te heerlijk zijn geweest, in een +gemakkelijke scheepskajuit op den terugweg naar Engeland uit te rusten! + +Maar Livingstone weerstond de verzoeking. Hij wilde zijn trouwe +Makololo-manschappen niet aan een onzeker lot overlaten, daar hij +bovendien had vastgesteld, dat de weg naar de Westkust zich niet +eigende voor een handelsweg. Misschien bood de Zambesi een zekeren weg +van de binnenlanden naar de Oostkust, en om dit vast te stellen, +weerstond hij alle gevaar en koortsaanvallen, nam afscheid van de +Engelschen en Portugeezen en trok nog eens het donkere Afrika binnen. + +Voordat Livingstone echter Loanda verliet, ordende hij zijn papieren, +zijn aanteekeningen en kaarten van de nieuw ontdekte landen tot een +geweldig pakket. Maar het Engelsche schip, dat zijn post aan boord had +genomen, leed schipbreuk bij Madeira en verging met man en muis! +Slechts één passagier werd gered. Livingstone bevond zich nog in de +nabijheid van de kust, toen hem deze ongelukstijding bereikte, en nu +moest hij al deze aanteekeningen en teekeningen nog eens over maken, +een werk dat verscheiden maanden in beslag nam. En toch kan hij nog van +geluk spreken! Indien hij zijn Makololo-mannen in den steek had gelaten +en naar zijn vaderland was teruggegaan, dan zou ook hij met het +verongelukte schip te gronde zijn gegaan. + +Regen en ziekte veroorzaakten op deze nieuwe reis vele hinderpalen, +maar anders liep ze gemakkelijker van stapel dan de vorige. Uit Loanda +had hij een grooten voorraad geschenken voor de opperhoofden meegenomen +en nu was hij bij zijn terugkeer ook reeds een bekende voor hen. Toen +hij de dorpen van het Makololo-volk weer binnentrok, kwam de geheele +stam hem tegemoet om hem te begroeten. Livingstone hield een dankstond +voor het geheele volk. Bij de nachtelijke vuren werden ossen geslacht, +de zwarte mannen sloegen de trommel, onder dans en gezang stegen +vreugdekreten boven de toppen der apenbroodboomen en van omhoog +fonkelden de sterren door de kruinen der wilde palmen. + +Sekeletoe toonde zich nog steeds vriendschappelijk gezind. Maar +Livingstone had ook een prachtig geschenk voor hem uit Loanda +medegebracht, een afgelegd uniform van een overste, waarin hij nu +Zondags in de kerk verscheen; die trok de aandacht van het volk veel +meer dan de prediker met zijn woorden. De vrijgevigheid van Sekeletoe +ging zoo ver, dat hij, toen Livingstone nu verder naar de Oostkust +wilde trekken aan zijn blanken vriend tien ossen om te slachten, drie +van zijn beste trekossen en mondvoorraad voor de geheele reis schonk. +En dit was nog niet genoeg, hij beval, dat honderd van zijn +krijgslieden als wacht zouden medetrekken, en zoo ver als zijn naam +macht had over woud en veld, gaf hij bevel, dat alle jagers en +landbouwers den blanken man en zijn troep moesten geven, wat dezen +noodig hadden. De reizen van Livingstone zijn toch daarom vooral +merkwaardig, dat hij ze zonder noemenswaardige ondersteuningen uit het +vaderland, ten uitvoer bracht; als vriend der Afrikanen legde hij +geheele einden uitsluitend als hun gast af. + +Nu werd de richting langs den oever der Zambesi ingeslagen, het was +voor hem een volkomen onbekend land. In Linjanti had Livingstone reeds +gedurende zijn vroegere bezoeken gehoord van een geweldigen waterval +der Zambesi, en nu zou hij deze Niagara van Afrika ontdekken. Hij gaf +er den naam Victoria-val aan. Boven den val is de Zambesi 1800 meter +breed en over een drempel van basalt stort deze ontzaglijke stroom 119 +meter in de diepte, waar de ziedende en borrelende watermassa’s door +een dikwijls ternauwernood 50 meter breede rotskloof worden +saamgeperst. Wolken van stof, regen en waterdamp zweven voortdurend +boven den val, daarom noemen de inboorlingen hem „het rookende water.” +De beschrijving van den Victoria-val maakte later op de Europeanen een +veel dieperen indruk dan al de overige ontdekkingen van Livingstone. +Dat er in Afrika een waterval was, die zich met de Niagara kon meten, +ja die aan woeste schoonheid en grootsche kracht zelfs nog overtrof, +daarvan had men tot nu toe niets vermoed. Tegenwoordig loopt een +spoortrein over den Victoria-val en ook is er een stad in de nabijheid +ontstaan, die den naam van Livingstone draagt. + +Het oorverdoovend geraas van den Victoria-val stierf in de verte weg +achter de reizigers en de troep ging verder langs de boschpaden van de +grens van den eenen stam naar die van een anderen. Met +bewonderenswaardige kalmte plaatste Livingstone moed en doodsverachting +tegenover alle gevaren en lage listen, en met onvermoeiden ijver werkte +hij aan zijn kaart van Zuid-Afrika, waarvan hij de hoofdlijnen aangaf. +In den loop der jaren was hij meer onderzoeker dan zendeling geworden. +Maar de grondgedachten zijner toekomstdroomen waren steeds: het eind +van den geografischen ontdekkingsarbeid is slechts het begin der +werkzaamheid van den zendeling. + +In het eerste Portugeesche station aan de Zambesi liet hij zijn +Makololo-manschappen achter met de belofte, dat hij later terug zou +komen en hen naar hun dorpen zou terugbrengen. Daarna voer hij de +Zambesi af, naar Quelimana en had hiermede Afrika van kust tot kust +doorkruist. Livingstone was de eerste wetenschappelijk gevormde +Europeaan, die dit ten uitvoer bracht. + +Nadat hij zoo vijftien jaren in de binnenlanden van Afrika had +doorgebracht, kon hij het zich wel veroorloven, ook eens de terugreis +naar het vaderland te aanvaarden. + +Een Engelsche brik bracht hem naar Mauritius, einde 1856 kwam hij te +Engeland aan. Met ontzaglijk gejubel werd hij overal ontvangen en nog +nooit was een onderzoeker zoo geëerd als hij! Van stad tot stad werd +hij als een held geëerd en deze populariteit gebruikte hij om overal +tegen den slavenhandel te prediken, en zijn landslieden er van te +overtuigen, dat de blanken verantwoordelijk zijn voor de bevrijding der +zwarten. Afrika dat donker en vergeten onder zijn dravende regengordels +had neergelegen, werd nu opeens het middelpunt van de aandacht van alle +beschaafden. + +Wel is waar bleef afkeuring den overwinnaar bij zijn terugkeer niet +gespaard. Zooals altijd waren er geografen, die beweerden dat zijn +ontdekkingen reeds door anderen waren gedaan, maar het geschreeuw dezer +dwergen tegen den reus verstomde gaandeweg. Het zendingsgenootschap gaf +hem ook te verstaan, dat hij voor de verbreiding van het Evangelie niet +genoeg had gewerkt, dat hij te zeer onderzoeker en te weinig zendeling +was geweest. Livingstone trad daarom het zendingsgenootschap uit en +toen hij daarna, na een verblijf van twaalf maanden in het vaderland, +met zijn vrouw naar Afrika terugkeerde, reisde hij in opdracht van de +Engelsche regeering. + +Gedurende deze tweede, zes jaren durende reis door het zwarte +werelddeel, gelukte het hem, onder meer gewichtige ontdekkingen, het +Groot Nyassa-meer te vinden, uit welks omgeving tot nu toe jaarlijks +negentienduizend slaven naar Zanzibar werden gebracht; het aantal der +ongelukkigen, die op den weg naar de kust bezweken, is mogelijk +jaarlijks nog veel grooter geweest. + +Gedurende dit tweede verblijf in Afrika stierf de vrouw van Livingstone +en werd onder de zware takken van een apenbroodboom begraven. Ook dit +ongeluk brak zijn moed en kracht niet en toen hij na zes jaar naar zijn +geboorteland terugkeerde, had hij weer licht gebracht over een geweldig +stuk van de binnenlanden van Afrika. + + + + + + + + +55. DE APOSTEL VAN AFRIKA. + + +In het jaar 1866 landde Livingstone opnieuw in Zanzibar en dezen keer +in de hoedanigheid van Britsch consul van de binnenlanden van Afrika. +Hij doorkruiste het land van het Nyassa-meer; toen hij zich echter in +de booten der inboorlingen naar den westelijken oever van het meer +wilde laten overzetten, beletten Arabieren hem dit, die hem kenden als +den gevaarlijksten vijand van den slavenhandel. Hij moest dus te voet +het meer omgaan, en veroverde voet voor voet voor de wetenschap nieuwe +streken, werkte kaarten uit, hield aanteekeningen en legde +verzamelingen aan. Nog eens naderde hij streken, die hij reeds van de +vorige reizen kende, waar de vrouwen van de zwarten aan den oever der +rivier door krokodillen werden weggesleept, waar zijn echtgenoote was +gestorven en alle zendelingen, die men er op zijn verzoek heen gezonden +had, aan koorts waren gestorven! + +Hij had slechts zeven-en-dertig manschappen bij zich; een hunner, +Moesa, had hem vroeger reeds vergezeld, en velen zijner bedienden waren +Indiërs. Maar spoedig bleek het dat zijn geleide armzalig gespuis was. +Hij moest de Indiërs wegzenden en van de overigen kon hij slechts aan +weinigen vertrouwen geven. De besten waren Soesi en Tschoema, die later +in Afrika en Europa beroemd werden om hun voorbeeldigen trouw. +Daarentegen was Moesa een schurk. Toen hij van een slavenhandelaar +vernam, dat het geheele land, hetwelk Livingstone wilde doortrekken, +door oorlogzuchtige stammen was bewoond, die kort geleden een troep van +veertig Arabieren overvallen en gedood hadden, overviel hem en de +meesten zijner makkers zulk een vrees, dat zij op de vlucht gingen. Bij +zijn komst te Zanzibar vertelde Moesa aan den Engelschen consul, dat +Livingstone overvallen en gedood en van al zijn bezittingen beroofd was +geworden. Hij had zijn verzonnen bericht zoo handig bedacht, en zoo +goed uit het hoofd geleerd, dat hij zich bij het kruisverhoor in geen +tegenspraken verwikkelde en overal geloofd werd. De Engelsche bladen +brachten reeds kolommen vol klaagliederen over den doode. Slechts één +vriend van Livingstone, die hem op zijn vroegere reizen had vergezeld, +en Moesa heel precies kende, twijfelde aan de waarheid van het bericht. +Hij ging zelf naar Afrika, volgde het spoor van den doodgewaande en +vernam toen ook spoedig van de inboorlingen, dat Livingstone nooit +overvallen was, maar zich nu op weg bevond naar het tot nu toe +onbekende Tangajika-meer. + +Deze weg was ver en bezwaarlijk, en berokkende Livingstone groote +verliezen. De levensmiddelen raakten op, en een gehuurde drager ging er +met de reisapotheek vandoor. Dientengevolge was Livingstone van alle +middelen tegen de koorts beroofd, en zijn gezondheid werd ernstig +geschokt. Toch bereikte hij de zuidelijke punt van het Tangajika-meer, +en een jaar later ontdekte hij het Bangweolo-meer. Per boot bezocht hij +de in het meer liggende eilanden, en wekte groot opzien onder de +inboorlingen, die nog nooit een blanke hadden gezien. + +Rondom het meer strekten zich groote moerassen uit, en Livingstone had +de overtuiging gekregen, dat men in deze streek de uiterste zuidelijke +bron van den Nijl had te zoeken. De vraag omtrent de waterscheiding van +den Nijl boeide hem zoo sterk, dat hij het eene jaar na het andere in +Afrika bleef en toch werd het hem niet gegund dit vraagstuk op te +lossen. Hij heeft nooit gehoord, dat de rivier, die uit het +Bangweolo-meer komt, niet naar den Nijl stroomt, maar een zijrivier van +de Loealaba of de Boven-Congo is. + +Aan den oever van het Bangweolo-meer sloegen de meesten zijner +geleiders aan het muiten, maar hij wist hen in zooverre te kalmeeren, +dat zij hem nog verder volgden. Hij reisde nu in gezelschap van een +vriendschappelijk gezind Arabier, Mohammed genaamd. Bij den troep waren +nog eenige Arabieren, verscheiden inboorlingen van den oostelijken +oever van het Tangajika-meer en slaven, die ivoor en proviand droegen. +Hoe vaak zag Livingstone nu groote scharen slaven voorttrekken, die met +een hout, dat als een vork om hun hals greep, vooruit geduwd werden, en +als zij zich niet verder konden sleepen door hun onmenschelijke +pijnigers op de plaats werden gedood, opdat zij andere kooplieden niet +ten goede zouden komen. Eens hoorde hij zulk een troep uit volle borst +zingen, en toen hij hen naar de reden van hun vroolijkheid vroeg, +vertelden zij hem, dat zij wraakliederen zongen. Nu werden zij naar de +kust gebracht, om zich zelf af te werken in slavernij, maar eens zou +hun juk worden afgeschud. Dan zouden zij naar hun wouden terug keeren +en daar de tirannen op hun beurt martelen. + +Livingstone werd op deze reis ernstig ziek en moest op een baar worden +gedragen. Dikwijls lag hij in ijlende koorts en verloor volkomen elk +besef van tijd. Als men slechts gelukkig het Tangajika-meer bereikte en +over het meer het land Oedjidji, aan den oostelijken oever, dan kreeg +hij weer rust, nieuwe voorraden en brieven uit het geboorteland en deze +hoop hield hem staande. + +Van alles beroofd en rampzalig bereikte hij werkelijk Oedjidji, een der +hoofdpunten van den Arabischen slavenhandel. Maar de verwachte +voorraden waren spoorloos verdwenen en van al de brieven, die hij aan +den sultan van Zanzibar en naar zijn geboorteland had geschreven, is er +nooit een aangekomen. De stammen aan den oostelijken kant van het meer +waren juist met elkaar in strijd. Toch liet Livingstone den moed niet +zakken. Geen noodlot scheen vreeselijk genoeg om de weerstandskracht +van dezen man te breken. Met Soesi en een schaar nieuw aangeworven +dragers brak hij opnieuw op, om in westelijke richting over het meer te +gaan, waar het land Manjema zijn doel was. Door het grensgebied hiervan +stroomde de Loealaba, en als het hem gelukte vast te stellen waar deze +geweldige rivier bleef, of zij naar de Middellandsche Zee of naar den +Atlantischen Oceaan stroomde, dan wilde hij met een gerust geweten naar +het vaderland terugkeeren. Hij had zich voorgenomen het zwarte +werelddeel niet eerder te verlaten, voor hij dit vraagstuk zou hebben +opgelost, en aan dit besluit heeft hij vergeefs zijn leven opgeofferd. + +Ook in het Manjemaland waren de zwarten met elkaar in oorlog, aten hun +verslagen vijanden op, aanbaden afgoden, die zij zelf uit hout sneden, +en geloofden aan bezweringen en meer dergelijke dwaasheden. „Sterven +bij u de menschen ook, of kent gij bezweringen, die tegen den dood +helpen?” vroegen zij. „Waar blijft den mensch als het leven is +uitgebluscht?” Livingstone beproefde hun dat alles duidelijk te maken. + +Daarna trok hij verder in westelijke richting. De Loealaba liet hem +geen rust; de inboorlingen der streken, die hij doortrok, zagen hem +evenals de andere vreemdelingen, voor een slavenhandelaar aan, en +ondersteunden hem op geen enkele manier. + +Maar welk een sprookjesachtig land trok hij door. Op de heuvels wuifden +palmen in den wind, en klimplanten, zoo dik als kabeltouw slingerden +zich rondom reusachtige boomen, op welke krijschende papegaaien van tak +tot tak vlogen. Geheele scharen vroolijke apen, leefden in het groene +bladerendak en de dieren wedijverden met den plantengroei in +verscheidenheid en rijkdom. Vreemde planten, die insecten en zelfs +kleine visschen, die in het natte gras omhoogsprongen, naar zich toe +trokken en opaten, groeiden aan de oevers der rivieren, en voor al +zulke natuurverschijnselen had Livingstone een steeds open oog. + +Doordat de regentijd intrad, kon hij gedurende verscheidene maanden +niet verder trekken en toen het eindelijk weer zoover kwam, had hij nog +slechts drie metgezellen, onder wie de twee getrouwen Soesi en +Tschoema. + +In het donkere kreupelhout van het tropisch bosch reet hij zijn voeten +open, hij klauterde verder over omgevallen boomstammen en vermolmde +takken, door gezwollen rivieren moest hij waden, terwijl tusschen de +toppen der boomen en in het dichte kreupelhout koortsdampen als +nauwelijks zichtbare sluiers zweefden. Weer werd hij ziek en moest lang +in een armelijke hut op een bed van gras blijven liggen, waar hij zijn +tijd doorbracht met steeds weer zijn reeds geheel stuk gelezen bijbel +te bestudeeren en zich door de inboorlingen te laten inlichten over hun +strijd met menschen en mensch-apen, want ook de gorilla huisde daar in +het woud. + +Zoo verliep het eene jaar na het andere zonder dat ook maar het zwakste +geluid van het gewoel der wereld tot het oor van Livingstone doordrong, +en hij zelf was voor de Europeesche wereld verdwenen. Wat hem hier +terughield, was nog steeds de Loealaba rivier. Stortte ze haar +onuitputtelijk water in de groote zee in het Westen of stroomde ze +langzaam door bosschen, moerassen en woestijnen naar Egypte? + +Livingstone had een dochter, Agnes genaamd. Zij leeft nog en in haar +gastvrij huis te Edinburg zijn nog de dagboeken haars vaders, zijn oude +bijbel en zijn instrumenten te zien. + +Als jong kind had zij aan haar vader geschreven, dat hij zich voor haar +niet moest haasten met het naar huis keeren, dat het veel beter was, +dat hij eerst kalm zijn werk voltooide, opdat hij er zelf tevreden over +zou kunnen zijn. Zulk een opwekking van den kant zijner eigen dochter +kon natuurlijk niet anders dan hem in zijn besluit versterken, en in +een brief uit Manjema schreef hij haar, dat hij aan zijn jonge +landgenooten ook een voorbeeld van volharding wilde geven. In dezen +brief vertelde hij ook hoe oud, grijs en tandeloos hij is geworden, dat +hij ingevallen wangen en diep weggezonken oogen heeft. Een opperhoofd +had hem een jongen gorilla geschonken, over dien schrijft hij: „Als het +dier zit, is het bijna twee voet hoog en hij is de verstandigste, de +minst dwaze aap, dien ik ooit heb gezien. Hij strekt zijn handen +smeekend uit om opgetild en rondgedragen te worden en als men weigert, +vertrekt hij zijn gezicht als een schreiend mensch en wringt de handen +precies als een mensch. Soms strekt hij nog een derde hand uit om de +vraag nog dringender te maken. Hij nam mij dadelijk als vriend aan en +als iemand hem plaagt, zoekt hij bij mij bescherming: op mijn mat heeft +hij een legerstede uit gras en bladeren gemaakt en als het tijd is om +te gaan slapen, dekt hij zich met de mat toe. Helaas kan ik hem niet +mede naar huis nemen, want ik vrees, dat hij sterft, voor dat ik op weg +naar huis ga. Maar hij ziet er erg verwilderd uit; zoolang zijn moeder +leefde, die hem goed verzorgde, was zijn lang zwart haar mooi en fijn. +Maar waartoe zou ik hem meebrengen? Alleen word ik al genoeg +aangegaapt—twee gorilla’s, hij en ik, zouden zeker niet met rust worden +gelaten!” + +In Februari 1871 verliet Livingstone Manjema, en begaf zich naar +Njangwe, aan den oever van de Loealaba, een middelpunt van den +slavenhandel. Weer toonden de inboorlingen zich vijandig, omdat zij ook +hem voor een slavenhandelaar hielden, en tevergeefs beproefde hij +booten te krijgen om de groote rivier af te varen. Hij bood een der +Arabische opperhoofden, Doegoembo genaamd, betaling aan, als deze hem +zou willen helpen, maar terwijl Doegoembo over het aanbod nadacht, werd +Livingstone ooggetuige van een voorval, dat aan afschuwelijkheid alles +overtrof, wat hij nog in Afrika had bijgewoond. + +Het was een mooie Julidag aan den oever van den Loealaba. +Vijftienhonderd zwarten, voor het meerendeel vrouwen, waren in een dorp +aan den oever, waar een markt gehouden werd, samengekomen. Livingstone +dwaalde buiten in het vrije veld rond, toen hij op eens zag, hoe twee +kanonnen op de menigte werden gericht en afgevuurd. De slavenhandelaars +waren aan het werk! Velen van hen, die overvallen waren, snelden naar +de booten, maar de bende slavenjagers sneed hen den weg af en stortte +een regen van pijlen op hen neer, en de booten aan den oever lagen te +dicht naast elkaar om inallerijl afgestooten te kunnen worden. Het +gekerm der gewonden vervulde de lucht, en allen liepen in wanhoop door +elkaar. Boven den waterspiegel vertoonden zich een menigte zwarte +koppen; velen der vervolgden beproefden zwemmend een eiland te +bereiken, dat anderhalve kilometer verwijderd was, maar de stroom was +hen tegen. Eenigen verdwenen stil in de diepte, anderen stieten luide +jammerklachten uit, en strekten de armen ten hemel, voordat ze in de +donkere kristallen zalen der krokodillen neerdaalden. Drie kano’s, die +te zwaar beladen waren, zonken, en de geheele bemanning kwam om. +Gaandeweg werd het getal der boven het water zichtbare hoofden steeds +kleiner en slechts enkelen streden nog maar om het behoud van hun +leven, toen het opperhoofd Doegoembe zich eindelijk ontfermde en de +laatste een-en-twintig liet redden. Een dappere vrouw weigerde echter +zijn hulp aan te nemen, en verkoos den krokodil boven de genade van den +slavenkoning. De Arabieren zelf schatten de omgekomenen op vierhonderd +man. De beschrijving van zulke tooneelen, die daarna door de geheele +Engelsche pers ging, verwekte in Europa zulk een storm van afschuw, dat +een commissie benoemd en naar Zanzibar werd gezonden, om den +slavenhandel aan de plaats zelf te bestudeeren en om met den sultan van +Zanzibar middelen te beramen tot geheele uitroeiing er van. Wij weten +met welke uitkomst. Nog ten tijde van Gordon was de slavenhandel in +Soedan in vollen gang, en er zouden nog tientallen van jaren +voorbijgaan, voordat de macht der slavenhandelaars gebroken zou zijn. +Maar het was voor Livingstone zelf een geluk, dat hij zich niet bij het +opperhoofd Doegoembe had aangesloten, want de inboorlingen vereenigden +zich tot verweer, overvielen den slavenhandelaar en zijn bende en +doodden tweehonderd van hun pijnigers. + +Maar nu bleef de vraag naar het lot van de Loealaba-rivier onopgelost +en Livingstone zelf begon te vreezen, dat zijn droom, in de Loealaba de +bron van den Nijl voor zich te hebben, ongegrond was. Een gerucht drong +tot hem door, dat de rivier naar het Westen afsloeg; maar nog steeds +kon hij de hoop niet opgeven, dat de Loealaba naar het Noorden ging en +de bron van den Nijl dus onder de zijrivieren van het Bangweolo-meer +was te zoeken. Ofschoon de moeilijkheden rondom hem als muren omhoog +kwamen, werd zijn besluit, niet toe te geven, nog sterker. Zonder een +sterke, goed uitgeruste karavaan, kon hij wel is waar niets bereiken. +Daarom moest hij terugkeeren naar Oedjidji, waar zeker reeds lang +nieuwe voorraden van de kust waren aangekomen. Onder duizend gevaren +ondernam hij den terugtocht door het in opstand verkeerend land, en +half dood van koortsaanvallen en van alles ontbloot, bereikte hij in +October Oedjidji. + +Maar hier wachtte hem een nieuwe teleurstelling! Wel waren de voorraden +overgekomen, maar de Arabische schurk, die de zaken van Livingstone zou +bewaren, had ze verkocht, daaronder waren tweeduizend meter stoffen en +verschillende zakken kralen, de eenige gangbare munt in het verkeer met +de zwarten. De Arabier zeide doodbedaard, dat hij gemeend had, dat de +zendeling dood was! + +Hoe Livingstone te moede was in dezen benarden toestand, lezen wij in +zijn dagboek; hij geleek op den man die naar Jericho reisde en in +handen van roovers viel en hij scheen vergeefs te moeten wachten op den +priester, den Leviet en den barmhartigen Samaritaan. Maar vijf dagen na +zijn aankomst in Oedjidji schrijft hij in dagboek: + +„Toen ik mij nog het diepst terneergeslagen voelde, naderde de +barmhartige Samaritaan reeds! Op zekeren morgen kwam Soesi haastig +aanloopen en riep buiten adem: „Een Engelschman! Ik zie hem!” Met deze +woorden maakte hij weer rechtsomkeert om den vreemdeling tegemoet te +snellen. + +„Een Amerikaansche vlag aan het hoofd der karavaan gaf te kennen van +welk land zij waren, die daar naderden. Balen van koopwaren, tenten, +kookgereedschap, suiker, badkuipen enz. werden meegevoerd, en ik moest +onwillekeurig denken: „dat moet een rijk heer zijn, niet zoo’n arme +drommel als ik ben.”” + + + + + + + + +56. HOE STANLEY LIVINGSTONE VOND. + + +Terwijl Livingstone nu voor zijn hut staat, de oogen met de hand +beschuttend en de Amerikaansche vlag bekijkend, die van den naasten +heuvel, wapperend in den wind nadert, willen wij hooren wat er +intusschen in Europa is gebeurd. + +Een jong journalist Henry Morton Stanley genaamd, in dienst van het +groote dagblad „The New York Herald” wiens eigenaar de Amerikaansche +millionnair Gordon Bennett was, bevond zich in 1869 in Madrid. Op +zekeren morgen wekte zijn bediende hem met een telegram, dat slechts de +woorden bevatte: „Kom voor een gewichtige aangelegenheid naar Parijs, +Gordon Bennett.” + +Met den eersten trein ging Stanley naar Parijs en haastte zich naar het +hotel van Bennett. Deze ontving hem met de vraag: + +„Waar denkt gij dat Livingstone nu zal zijn?” + +„Dat weet ik werkelijk niet,” antwoordde Stanley. + +„Gelooft ge dat hij nog leeft?” + +„Misschien—maar misschien ook niet.” + +„Ik geloof dat hij leeft,” zeide Bennett, „en gij moet hem zoeken.” + +„Wat,” riep Stanley, „ik moet naar Afrika?” + +„Ja, ik zou willen dat gij daarheen ging en Livingstone opzocht. +Misschien lijdt de oude man gebrek; neem dus alles mee wat hij zou +kunnen gebruiken. Handel geheel naar eigen goedvinden, maar—vind +Livingstone!” + +Stanley bracht nog alleen in het midden: „Zulk een reis kost geld.” +Maar Bennett antwoordde hem: „Laat f 12000 van de bank halen, en als +gij die hebt uitgegeven neemt gij weer f 12000 op en zoo verder, zoo +lang als het noodig is, maar—vind Livingstone!” + +„Goed,” zeide Stanley. „Ik zal met Gods hulp doen wat ik kan.” + +En zoo ging het dan naar Afrika. Stanley had van Gordon Bennett nog +eenige andere opdrachten ontvangen, die hij onderweg ten uitvoer moest +brengen. Hij reisde den Nijl op, bezocht Jeruzalem, ging naar Trapezund +en Teheran en dwars door Perzië naar Boesjir, langs denzelfden weg dien +de lezers van het eerste deel bekend is, en bereikte pas begin Januari +1871 Zanzibar. + +Hier maakte hij allereerst grondige voorbereidselen voor de reis naar +de binnenlanden. Hij had van Afrika slechts Abessinië leeren kennen en +was nooit in de binnenlanden van het zwarte werelddeel geweest, maar +als verstandig en moedig man stelde hij zich van al het wetenswaardige +op de hoogte en gelijk een speurhond was hij niet van zijn plan af te +brengen. Hij kocht zooveel stoffen, dat honderd man zich daarmede twee +jaren lang zouden kunnen kleeden. Kralen, metaaldraad en andere +voorwerpen van welke de zwarten houden, verder zadels en tenten, +geweren en patronen, een boot, geneesmiddelen, werktuigen, proviand en +ezels. Twee Engelsche zeelieden sloten zich bij de expeditie aan, maar +beiden stierven in het koortsland. Zwarte dragers werden gehuurd en +twintig man, die Stanley zijn soldaten noemde, werden van geweren +voorzien. De groote bagage werd op booten geladen en onder zeil ging +het van Zanzibar naar het Afrikaansche vasteland. Te Bagamoyo werd de +laatste hand aan de uitrusting gelegd, en nu moest er haast gemaakt +worden om den marsch nog voor den regentijd te kunnen beginnen. + +In twee afdeelingen, te zamen honderd twee-en-negentig man, trok de +groote en rijke karavaan naar het Westen. Leider van de laatste +afdeeling was Stanley zelf, en toen hij, met de Amerikaansche vlag +voorop, op weg ging, was geheel Bagamoyo op de been. In de diepe +schaduwen der mimosahagen marcheerden de soldaten met het geweer op den +schouder en zongen vroolijke liederen, voor hen lag de wildernis, de +binnenlanden van Afrika met hun donkere raadselen! + +Op tijd bereikte de vroolijk zingende troep de eerste kampplaats. Hier +groeide de hooge maïs in het rond, en op uitgestrekte velden werd de +maniokplant geteeld. Hun groote knollen bevatten voor het grootste deel +stijfsel, maar ook een giftig, meelachtig sap, dat doodt als men de +wortels zoo maar opeet. Maar bij juiste behandeling wordt het sap +gemakkelijk verwijderd, en de fijngewreven wortel geeft dan een meel, +waaruit een soort brood wordt bereidt. Rondom de nabijgelegen moerassen +stonden lage waaierpalmen en accacia’s tusschen weelderig gras en +onbeweeglijke varens. + +Den volgenden dag marcheerde de karavaan onder ebbenhoutboomen en +kalabasboomen; uit de basten der vruchten maken de inboorlingen +vaatwerk, want door uitwendige bewerking laat de vrucht zich gedurende +haar groei in elken vorm brengen. Faisanten en kwartels, moerashoenders +en duiven vlogen verschrikt op, toen de lange reeks zwarte mannen zich +door het hooge gras slingerde. In de waterpoelen, die men over moest +trekken, lagen nijlpaarden, die in het geheel niet schuw waren en +behaaglijk snoven. + +Maar lang duurde het gunstige weer niet; toen trokken de voorloopers +van den regentijd met geplas en gekletter over het land. De twee +paarden der karavaan bezweken; verscheiden manschappen, wie het in +Bagamoyo beter was bevallen, deserteerden, en twaalf dragers kregen de +koorts. Ondanks dat verhaastte Stanley zijn marsch zooveel mogelijk, +hij zelf sloeg elken morgen op een blikken kan de reveille. Het ging +verder door dichte „jungles”. In een klein dal wiegden zich maïsvelden +in den wind en zachte koeltjes suisden door het suikerriet, dat nat van +den regen was. De hangende bananen geleken op vergulde komkommers en +rechts en links van het pad geurden tamarinden- en mimosaboomen. Nu en +dan werd in de dorpen, die uit goed gebouwde hutten van gras bestonden, +halt gehouden. + +Na veertig dagen eindigde de regentijd op den laatsten April. Bosschen +van prachtige palmyrapalmen omringden nu de reizigers; deze palmen +groeien bijna in geheel tropisch Afrika, in Indië en op de +Soenda-eilanden en ze werden reeds in een oud Indisch lied +verheerlijkt, omdat hun vrucht, hun bladeren en hun hout, naar men +zegt, voor acht honderd en één verschillende doeleinden zouden zijn te +gebruiken. Daarna werd het land heuvelachtig en in het Westen verheft +zich de eene bergkam boven den anderen. Soldaten en dragers verheugden +zich uit het vochtige kustland in droge streken te komen, maar voor de +ezels werd de weg nu heel moeilijk. Er werd gekampeerd in dorpen, wier +bijenkorfvormige hutten met bamboes en bast waren gedekt en door leemen +muren waren omgeven. Eenige einden van den weg waren zoo woest, dat +slechts wolfsmelk (euphorbia), distels en doornstruiken in den dorren +grond voedsel vonden. Bij een klein meer vond men verscheiden sporen +van buffels, zebra’s, giraffen, wilde zwijnen en antilopen, die daar +kwamen om te drinken. + +In een dorp haalde Stanley een groote Arabische karavaan in, met welke +hij het gevreesde, oorlogzuchtige Oegogoland doortrok. + +De twee karavanen telden nu te zamen vierhonderd man, die op de smalle +paden, die sinds onheugelijke tijden door olifanten en neushoorns in de +jungles waren uitgetreden, de een achter den ander moesten verder +trekken. In een streek hadden de hutten den vorm van de tenten der +Kirgiezen en in een andere streek verhieven zich midden in het bosch +rotsen als ruïnen van een slot uit een sprookje. + +In Tabora, de hoofdplaats van Oenjamwesi, een der voornaamste +nederzettingen in Oost-Afrika, haalde Stanley de voorste afdeelingen +van de karavaan in, en de Arabieren bewezen hem alle mogelijke eer. Zij +onthaalden hem op tarwekoeken, kippen en rijst, en schonken hem vijf +vette ossen, acht schapen en tien geiten. Prachtig bebouwde akkers +strekten zich in het rond uit, waarop groote kudden met vee graasden, +en men zag het de statige, goedgebouwde mannen niet aan, dat zij ook +slavenhandelaars waren. + +Het land Oenjamwesi was juist in oorlog. Mirambo, een machtig +opperhoofd in het Noord-Westen bedreigde Tabora; de Arabieren +verzamelden daarom de Oenjamwesi krijgslieden, om hen voor te zijn, en +een leger van tweeduizend tweehonderd man trok ten strijde. Twintig +Arabieren trokken met vijfhonderd inboorlingen naar het dorp Mirambos +en veroverden het, maar het opperhoofd ontvluchtte met zijn +manschappen. De hutten werden geplunderd; met een rijken buit van +honderd olifantstanden, zestig balen stof, en tweehonderd slaven +keerden de krijgslieden naar hun haardsteden terug. Maar hiermede was +de oorlog nog in het geheel niet ten einde. Mirambo en zijn manschappen +overvielen Oenjamwesi, doodden alle Arabieren en een menigte +inboorlingen en haalden hun eigendom terug. Bij deze gelegenheid werden +ook vijf mannen van Stanley gedood. + +Toen Stanley Tabora verliet, had hij nog slechts vier-en-vijftig man; +hij moest daarom een omweg naar het Zuiden maken, om de stammen te +vermijden, die in oorlog waren. Met elken dag nam zijn spanning en zorg +toe. Waar was die Livingstone dan toch, over wien de geheele wereld +sprak? + +Was hij reeds lang dood of zwierf hij nog steeds in de wouden van +Afrika, zooals nu gedurende bijna dertig jaren? + +Dikwijls moest Stanley een of soms wel twee balen stof aan een +opperhoofd als schatting betalen. Een dezer zwarte koningen zond +levensmiddelen, voor de karavaan, voldoende om vier dagen lang van te +kunnen leven en bezocht daarna met een schaar zijner zwarte +krijgslieden Stanley in zijn tent. Men noodigde hen uit plaats te +nemen, een poos zaten de zwarten stil, keken den blanken man +nieuwsgierig aan, betastten zijn kleeren, keken elkaar aan en barstten +in schaterend gelach uit. Gaandeweg werden zij zóó vroolijk, dat zij +met de vingers knipten en zoo heftig aan hun ineengestrengelde +wijsvingers trokken, dat zij zich bijna de handen ontwrichtten. Daarna +mochten zij de geweren en de apotheek bekijken. Stanley liet hun een +flesch ammoniak zien, en vertelde hun dat deze medicijn tegen hoofdpijn +en de beten der slangen hielp. De zwarte koning klaagde dadelijk over +hoofdpijn, maar toen Stanley hem de flesch onder de neus hield, viel +hij met verwrongen gelaat lang uit op den grond, terwijl zijn +krijgslieden het uitbrulden van lachen en in de handen klapten. + +Voor dezen keer had zijne majesteit genoeg van het sterke geneesmiddel! + +Toen op een avond, juist onder het eten, Stanley het teeken tot +opbreken gaf, kwam het tot een muiterij onder zijn dragers. Deze +wierpen, nadat zij een half uur hadden geloopen hun pakken weg en +begonnen in dreigend uitziende groepen met elkaar te fluisteren, twee +raddraaiers legden zich in hinderlaag en richtten hun geweren op +Stanley. Maar deze greep dadelijk naar zijn buks en dreigde hen, dat +hij hen op de plaats zou neerschieten als zij niet onmiddellijk hun +geweren neerlegden. Het voorval eindigde zonder bloedvergieten en de +mannen beloofden opnieuw verder rustig mede naar het Tangajika-meer te +trekken, zooals het bij de afreis was overeengekomen. + +Nu moest de karavaan door een boschrijke streek waar de tsetse-vlieg al +het vee doodde en de kleine honigvogel bedrijvig tusschen de boomen +heen en weer vloog. Deze vogel gelijkt op de gewone musch, hij is +alleen iets grooter en heeft op elke schouder een gele vlek. Door +voortdurend heen en weer fladderen in een bepaalde richting, maakt hij +de inboorlingen opmerkzaam op nesten van wilde bijen. Volgt men hem, +vriendelijk fluitend, zonder hem door geraas te verschrikken, dan merkt +de vogel dat men zijn bedoeling begrijpt. Hoe meer men het bijennest +nadert, des te korter einden fladdert hij heen en terug, en als hij +zijn doel heeft bereikt, gaat hij op een nabijgelegen tak zitten, om +geduldig te wachten op zijn aandeel in den buit. Daarom is de +honigvogel zeer geliefd bij de inboorlingen en zij volgen hem waarheen +hij hen roept. + +Vandaar richtte Stanley zich noordelijk naar een rivier, die in het +Tangajika-meer uitloopt. In kleine, gebrekkige booten ging de karavaan +er over, terwijl de ezels er overheen moesten zwemmen, waarbij een der +dieren de prooi van een krokodil werd. + +Daar ontmoette Stanley op zekeren dag een karavaan, die uit Oedjidji +kwam, en hoorde, dat zich daar een blanke man bevond! „Hoera, dat kan +niemand anders dan Livingstone zijn!” dacht Stanley. Zijn ijver verder +te komen werd nu des te grooter. Door hoogere betaling kon hij zijn +dragers bewegen langere dagmarschen te maken, en steeds sneller ging +het nu van land tot land, van het eene opperhoofd naar het andere. + +Eens versperde een troep inboorlingen de karavaan den weg, de zwarten +riepen Stanley toe: „Waarom trekt de blanke man zonder groet of gave +het dorp van koning Oekka voorbij? Weet hij niet, dat koning Oekka +schatting heft voor de toestemming zijn land door te trekken?” Uit een +naburig dorp naderden vijftig krijgslieden met een aanvoerder van hooge +gestalte. + +Hij droeg een kersrooden mantel, een hoofdband en aan een halsketting +een stuk ivoor. Allen waren gewapend met speren, knotsen, bogen en +pijlen. Met voorname houding trad het zwarte opperhoofd op den +aanvoerder der blanken toe en begroette hem vriendelijk: „Hoe gaat het +u, mijnheer?” En Stanley antwoordde: „Hoe gaat het u zelf, opperhoofd?” +Stanley ging nu op een baal goed zitten en de zwarten legden hun +wapenen neer. Na een poosje zeide het opperhoofd: „Ik ben de groote +Miouwoe, de eerste man na den koning van Oekka. Wil de blanke man geen +schatting betalen aan den koning? De blanke man is sterker dan wij. Hij +heeft geweren, wij slechts bogen en speren. Maar Oekka is groot en wij +bezitten veel dorpen. De blanke man kan rondzien, alles wat hij ziet, +behoort aan Oekka. Verlangt de blanke man oorlog of vrede?” + +Op deze plechtige toespraak antwoordde Stanley: „Het groote opperhoofd +Miouwoe weet, dat blanke mannen niet tegen zwarten oorlog voeren. Zij +komen niet voor de slaven noch voor het ivoor maar om het nieuwe land +te zien, de bergen en meren, de menschen en de dieren, en tehuis in hun +eigen land daarvan te vertellen. De blanken zijn machtig, hun kogels +reiken verder dan gij kunt zien. Maar ik wil geen oorlog, ik wil de +vriend zijn van Miouwoe en van alle zwarte mannen.” + +Het einde van deze verhandeling was, dat Stanley een groote belasting +aan katoen moest geven. Het volgend opperhoofd eischte eveneens hooge +schatting en slaven meldden, dat op de volgende dagreizen vijf +verschillende opperhoofden dezelfde aanspraken zouden maken. Dat ging +te ver! Men kon zich toch maar niet gewoonweg laten plunderen. Daar +bood de gids aan, om voor twaalf ellen katoen de karavaan bij nacht +door het bosch te brengen, als men zich dan heel stil hield. En +werkelijk bracht hij hen door het struikgewas, dat door het maanlicht +werd overgoten en de karavaan bereikte zonder verder lastig gevallen te +worden zijn laatste legerplaats, voor het Tangajika-meer. + +De tiende November van het jaar 1871 brak aan. Het was een prachtige, +zonnige morgen en zes uren lang marcheerden Stanley en zijn manschappen +naar het Zuid-Westen. Door dicht bamboeriet, leidde het pad naar den +heuvel, van waar men den zilver-glanzenden spiegel van het +Tangajika-meer voor zich zag en aan den westelijken oever vertoonden +zich blauwe bergen, welker nevelige omtrekken in de verte vervaagden. +De geheele karavaan slaakte een jubelkreet. Van een laatsten landrug +kwam het dorp Oedjidji reeds in het zicht, zijn hutten, zijn paleizen +en zijn groote booten, beneden aan den oever. Stanley tuurde als een +valk langs den oever. Het gerucht dat een blanke man aan het meer +vertoefde, was de laatste dagen steeds beslister geworden. Waar was de +hut van den gezochte? Was het Livingstone, leefde hij nog, of was zijn +naam nog maar een sage of een droom? + +Nu wordt de vlag gezwaaid. De dorpelingen stroomden de naderenden +tegemoet onder oorverdoovend geraas; een verwelkoming, een vragen en +door elkaar roepen begint. Nog slechts enkele honderden schreden tot +aan het dorp.—Voorwaarts! Marsch! + +Daar roept iemand uit het gedrang: „Good morning, sir!” Wie kan dat +zijn? Een zwarte, in een wit hemd en tulband op het hoofd! + +„Wie ter wereld zijt gij?” vraagt Stanley. + +„Ik ben Soesi, de bediende van Dr. Livingstone!” + +„Dus Dr. Livingstone leeft?” + +„Ja, mijnheer!” + +„In dit dorp?” + +„Ja, mijnheer!” + +„Loop dan gauw en haal den doctor!” + +En Soesi liep zoo gauw als hij maar kon. + +Toen Livingstone het verrassende bericht hoorde, dat een karavaan was +aangekomen, daalde hij van de veranda van zijn huis op het erf, waar de +Arabieren, die in Oedjidji woonden, zich ook hadden verzameld. Stanley +baande zich een weg door de menigte en zag nu voor zich een kleinen +man, grijs en bleek met de blauwe muts van een consul, waarvan de band, +die eens goud was geweest, geheel verbleekt was, een buis met roode +mouwen en versleten grauwe broek. De eerste ingeving van Stanley was op +hem toe te snellen en hem te omarmen, maar met het oog op de +volksmenigte nam hij zijn hoed af, trad op hem toe en zeide: + +„Niet waar, Dr. Livingstone?” + +„Ja,” antwoordde deze vriendelijk, terwijl hij even de muts afnam. + +„Goddank, doctor, dat het mij vergund is u te ontmoeten.” + +Waarop Livingstone antwoordde: „Ook ik dank er God voor, dat ik hier +ben om u welkom te heeten.” + +De twee gingen nu op de veranda zitten, de in het rond staande +inboorlingen keken hen bewonderend aan. Ik heb Stanley eens in Londen, +aan een diner, gevraagd, hoe het hem te moede was, toen hij Livingstone +in het hartje van Afrika ontmoette; hij antwoordde, dat zijn gevoel +veel te overweldigend was geweest, om te kunnen beschrijven. Hij had +den beroemden kluizenaar, die gedurende bijna dertig jaren, de wereld +verzakend, onder de zwarten had geleefd, steeds weer moeten aankijken +en elken rimpel van zijn bleek gelaat gadegeslagen, waarin lijden en +ernst, de jaren van eenzaamheid en arbeid, ziekte en zorg gegrift +waren, en steeds weer had hij aan de woorden van Gordon Bennett moeten +denken: „Het doet er niet toe wat het kost—maar spoor voor mij +Livingstone op.” + +Nog laat in den avond zaten de twee bij elkaar en spraken samen. De +nacht spreidde zijn sluier uit over de palmen, en het werd donker over +de bergen van waar Stanley dien dag was neergedaald. Een doffe branding +sloeg ruischend tegen den oever van het Tangajika-meer. + + + + + + + + +57. DE LAATSTE REIS VAN LIVINGSTONE. + + +Vier maanden bleven Stanley en Livingstone bij elkaar. Zij huurden twee +groote booten en roeiden naar het noordelijk einde van het +Tangajika-meer. Want, al verlangde Livingstone ook gedurende de laatste +zes jaren naar het vaderland en vooral naar zijn kinderen, weigerde hij +toch terug te keeren, voordat hij wist of de Loealaba tot den Nijl of +tot den Congo behoorde. Nu stelden de beide onderzoekers vast, dat het +meer noordelijk geen afvoer had. Maar daarmede was het vraagstuk dat +Livingstone zoo zeer in beslag nam, nog volstrekt niet opgelost. Pas +twee jaren later gelukte het aan den Engelschman Cameron, de Loekoega +te ontdekken, die uit het Tangajika-meer komt, en in de Loealaba +stroomt. En daar hij bovendien nog vaststelde, dat Njangwe, aan de +Loealaba, honderd en vijftig meter lager ligt dan de Nijl bij zijn +uitstrooming uit het Albert Niansa-meer, was hiermede bewezen, dat de +Loealaba niets met den Nijl te maken had en dat de veronderstelling van +Livingstone, de uiterste bronnen van den Nijl in het Bangweolo-meer te +willen vinden, een vergissing was! De Loealaba moest dus naar den +Atlantischen Oceaan stroomen, en feitelijk is zij niets anders dan de +bovenloop van den Congo. + +Maar al te gauw was de tijd van Stanley voorbij. Hij moest naar +Zanzibar terug, om aan de wereld mede te deelen, dat Livingstone nog +leefde. Zij begaven zich te zamen naar Tabora, waar Livingstone nieuwe +voorraden wilde afwachten en Stanley schonk hem van zijn overvloed nog +veertig balen katoen, kralen en metaaldraad, een boot van zeildoek, een +waterdichte tent, twee achterladers en andere wapenen—en voorzag hem +ook rijkelijk van ammunitie, werktuigen en kookgereedschap, voorwerpen +die voor Livingstone van onschatbare waarde waren, daar hij nog beslist +zoo lang in Afrika wilde blijven, totdat hij zijn taak had volbracht. + +Stanley had bovendien aan Livingstone beloofd in Zanzibar eenige +vertrouwde dragers te huren en naar Tabora te zenden, waar Livingstone +hun komst zou afwachten. Zijn dagboeken, brieven en kaarten had +Livingstone den vertrekkende overhandigd, wat voor Stanley zelf van het +grootste gewicht was; want toen hij in Engeland terugkwam, betwijfelde +men zijn berichten! De dagbladen beproefden hem verdacht te maken, al +geloofde het groote publiek zijn woorden ook. Later kreeg hij echter +voor dit wantrouwen volkomen voldoening, en niemand twijfelde er meer +aan, dat hij met het vinden van Livingstone een schitterende daad had +verricht. + +Eindelijk kwamen de nieuwe dragers van Livingstone, zeven-en-vijftig +man te Tabora aan. Zij waren flink en vertrouwbaar en einde Augustus +begon Livingstone nu een nieuwe reis, zijn laatste! Nog eens sloeg hij +de richting in naar het Tangajika-meer en met Nieuwjaar 1872 bevond hij +zich in de nabijheid van het Bangweolo-meer. De regen stroomde dezen +keer als nooit te voren, alsof de hemel al zijn sluizen had geopend, en +de karavaan kwam hierdoor op den slibberigen weg slechts met moeite +vooruit. + +Tusschenbeide marcheerde men urenlang in het water en de rivieren waren +slechts door hun golven van de omringende moerassen en het ver in het +rond overstroomde land te onderscheiden. De inboorlingen waren ook +onvriendelijk, weigerden levensmiddelen en gaven verkeerde inlichtingen +omtrent den weg. Zulk een moeilijke reis had Livingstone nog nooit +gemaakt! + +Zijn plan was het Bangweolo-meer aan de zuidzijde om te trekken en al +de rivieren na te vorschen, die er in uitloopen. Vooral ook de +Loeapoela, die er uitstroomt en in de Loealaba uitmondt. Hij wilde dan, +het naar het Noorden stroomende water volgen, en zich van de richting +en het laatste punt overtuigen. Maar welken weg de raadselachtige +rivier ook naar de een of andere zee mocht inslaan—het af te leggen +eind weg was verschrikkelijk groot en de dagen van Livingstone waren +geteld. Na lang ziek te zijn geweest, werd zijn toestand tengevolge van +de inspanning der laatste reis ernstiger. Zijn lichaam was gesloopt en +verzwakt door voortdurende koorts en onvoldoende voedsel. Maar nog +steeds geloofde hij aan het succes van zijn reis en met onvermoeide +nauwgezetheid schreef hij zijn waarnemingen neer. De eene maand na de +andere sleept hij zich voort. Maar zijn krachten waren niet meer +voldoende voor zulk een inspanning. Den 21sten April schreef hij met +bevende hand nog slechts de volgende woorden in zijn dagboek: + +„Beproefde te rijden, maar ik moest gaan liggen en men droeg mij geheel +uitgeput terug in het dorp.” + +Er werd nu een gemakkelijke draagbaar voor hem gemaakt, en Soesi en +Tschoema waren steeds in zijn nabijheid. Den volgenden dag werd hij +twee uur ver door de moerassige grasvlakte gedragen, maar de volgende +vier dagen was hij niet meer in staat een regel in zijn dagboek neer te +schrijven. Slechts op de kaart verbond hij nog een dorp aan den +zuidelijken oever van het Bangweolo-meer met een ander. Den 27sten +April staat er: + +„Met mij is het geheel gedaan en ik blijf hier.—Moet gezond worden!—Heb +uitgezonden om twee geiten te koopen voor de melk. Wij zijn aan den +oever van de Molilamo.” + +Met deze woorden—sluit zijn dagboek, dat dertig jaren omvat! Geiten +waren echter niet te vinden, maar het opperhoofd van de plaats zond +andere levensmiddelen als geschenken. + +Twee dagen later werd de reis voortgezet en het opperhoofd zond booten +om de Molilamo over te steken, een beek, die in het meer uitloopt. De +zieke werd in een boot getild en over de sterk gezwollen beek geroeid. +Aan den oever snelde Soesi vooruit om in het naburig dorp van het +opperhoofd Tschitamba, een hut in te richten. De draagbaar volgde +langzaam; telkens moest de zieke zijn manschappen verzoeken de baar +neer te zetten en hem te laten rusten. Hij scheen in een verdooving te +zijn gevallen, die zijn bedienden schrik aanjoeg. Toen hij eindelijk in +het dorp aankwam, hadden de inboorlingen zich verzameld en stonden +zwijgend, gesteund op hun speren, rondom de baar, waarop de blanke man +rustte, van wiens daden en roem zij zoo dikwijls hadden gehoord. Een +hut was ingericht, en tegen den binnenmuur werd van gras en takken een +bank aangebracht, waarop het bed werd uitgespreid. Voor den ingang werd +een vuur ontstoken, waarbij de knaap Majvara de wacht hield. + +Vroeg in den morgen van 30 April bracht het opperhoofd Tschitambo zijn +gast een bezoek, maar Livingstone was te zwak om met hem te kunnen +spreken. Toen ’s avonds de mannen zich ter ruste hadden begeven, werd +Soesi te elf uur bij zijn heer geroepen. Uit de verte weerklonk luid +geschreeuw; Livingstone vroeg aan Soesi of zijn manschappen zulk een +leven maakten. Toen hij hoorde, dat die sliepen, zeide hij: + +„Ik hoor aan de kreten, dat de lieden een buffel uit hun durrhaveld +verjagen.” + +Na een poosje zeide hij: + +„Is dat de Loeapoela?” + +„Neen,” antwoordde Soesi, „wij zijn in het dorp van Tschitambo.” + +„Hoeveel dagreizen zijn het nog tot de Loeapoela?” + +„Ik geloof drie dagen,” antwoordde Soesi. + +Na een poosje zuchtte Livingstone diep en zeide: + +„O, lieve, lieve God!” + +Daarna verloor hij het bewustzijn. + +Te middernacht riep Majvara Soesi weer bij den zieke, die een poeder +wilde innemen. Nadat Soesi hem daarmede had geholpen, zeide hij: „Nu +kunt gij gaan.” + +Te vier uur in den morgen van 1 Mei 1873 riep Majvara den bediende +Soesi weer en verzocht hem dadelijk te komen. „Ik ben bang, ik weet +niet of onze heer nog leeft.” Soesi riep Tschoema, en eenige anderen, +en zij snelden naar de hut van Livingstone. Deze lag geknield naast +zijn bed, het hoofd gebogen op de gevouwen handen. Zoo hadden zij hem +dikwijls gezien, verdiept in het gebed, en daarom trokken zij zich in +eerbiedig zwijgen terug. Maar het was er hen vreemd bij te moede, en +toen niets zich bewoog, naderden zij zachtjes; Livingstone ademde niet +meer! Een van de bedienden raakte de wangen van den knielende aan, zij +waren koud. De apostel van Afrika was dood! + +Diep bedroefd legden zijn bedienden hem op zijn bed en gingen daarna +naar buiten om te beraadslagen. + +Juist begonnen de hanen in het dorp te kraaien, en een nieuwe dag brak +over Afrika aan. Zij gingen de hut van Livingstone weer binnen om zijn +bagage te regelen. Allen die hem vergezelden, waren er bij tegenwoordig +om gezamenlijk de verantwoording te dragen. Met bijzondere zorg legden +zij de dagboeken en brieven van den dokter, zijn bijbel en zijn +instrumenten in ijzeren kisten, om ze voor vocht en witte mieren, die +anders alles vernielen, te beschermen. + +Wat nu? Soesi en Tschoema wisten welk een ontzaglijke taak hen wachtte. +Zij kenden den afschuw der inboorlingen voor een lijk; de inboorlingen +meenen, dat de geesten in het doodenrijk aan niets anders denken dan +aan wraak en slechtheid. Daarom beproeven zij door bezweringen deze +geesten te kalmeeren, opdat zij de levenden niet door oorlog, misgewas +of ziekte bezoeken. Maar Soesi en Tschoema, die gedurende de laatste +zeven jaren de voortdurende metgezellen van Livingstone waren geweest, +voelden hun verantwoordelijkheid ook zeer. Zij onderhandelden met de +dragers, die Stanley van uit Zanzibar had gezonden. Dezen zeiden: „Gij +zijt onder reizen en inspanning oud geworden, daarom moet gij onze +opperhoofden zijn, en wij beloven u te zullen gehoorzamen.” + +Soesi en Tschoema namen nu het opperbevel op zich over den troep. En +zij volvoerden een heldendaad, die in de geschiedenis van alle +ontdekkingsreizen haar weerga niet heeft. + + + + + + + + +58. DE LIJKSTOET VAN EEN HELD. + + +Vooreerst besloten de geleiders van Livingstone, dat de dood van hun +meester een geheim zou blijven, want als Tschitambo er achter kwam, was +te vreezen, dat hij de karavaan een bovenmatige groote schatting zou +laten betalen, en daardoor den tocht naar de kust onmogelijk zou maken. +Bovendien besloten de lieden hun gestorven heer, den geheelen weg naar +Zanzibar te dragen! Intusschen zou er op eenigen afstand van het dorp +een hut worden gebouwd, opdat men ongestoord voorbereidselen voor de +lange reis zou kunnen maken. Tschoema vroeg aan het opperhoofd +Tschitambo de toestemming voor den bouw en verkreeg die ook dadelijk. + +In den loop van den dag verbreidde zich in het dorp het gerucht van den +dood van Livingstone en Tschitambo kwam zichzelf overtuigen. „Waarom +hebt gij mij de waarheid niet gezegd?” vroeg hij aan de mannen, „ik +weet dat uw meester vannacht is gestorven. Gij waart bang het mij te +zeggen, maar ik heb ook reizen gemaakt, en ben meer dan eens aan de +kust geweest. Ik weet, dat gij bij uw bezoek in ons land slechts goede +bedoelingen hebt gehad, en de dood overvalt vaak reizigers op hun +tochten.” + +Gerustgesteld door deze woorden, deelden zij aan het opperhoofd mede, +dat zij plan hadden den doode tot aan Zanzibar te dragen. Dat was +onmogelijk verzekerde Tschitambo en hij raadde hun dringend aan, +Livingstone op de plaats zelf te begraven. Den volgenden dag bracht +Soesi het opperhoofd een rijk geschenk en later kwam deze aan het hoofd +van zijn geheelen stam naar de nieuwgebouwde hut. Met een rooden +katoenen lap had hij zijn schouders versierd en om het lijf droeg hij +een rok van zelf geweven linnen, die hem tot aan de enkels reikte. Zijn +metgezellen droegen bogen, pijlen en speren. Nu weerklonken luide +klaagliederen rondom de baar, en tromgeroffel weergalmde dof in de +omgeving. Daarna werd de baar in een hooge en sterke omheining +geplaatst, opdat geen wilde dieren aan het lijk zouden kunnen komen. + +Livingstone was bij zijn dood zoo in elkaar geschrompeld, dat zijn +lichaam nog slechts uit huid en beenderen bestond. Ingewanden en hart +werden er uit genomen en in een blikken bus diep in de aarde begraven. +Een christen onder de bedienden sprak de gebeden. Het lichaam werd met +zout opgevuld en veertien dagen aan den zonnegloed blootgesteld, om te +drogen en de verrotting te ontgaan. Daarna werden de beenen van af de +knieën naar achteren gebogen en het lijk stevig in katoen genaaid. Een +boom ontdeed men van den bast, en daarin schoof men het lijk, snoerde +het geheel met koorden bijeen en bevestigde het pak aan een stang, om +het gemakkelijker te kunnen dragen. In een boom werd de naam van +Livingstone ingesneden en den datum van zijn dood, en de treurende +bedienden verzochten Tschitambo de struiken rondom den boom te laten +neerhouwen, opdat hij bij een grasbrand niet in vlammen zou opgaan. + +Toen alles gereed was, hieven twee mannen den kostbaren last op hun +schouders, de anderen namen hun bagage op den rug en zoo begon een +tocht, die negen maanden zou duren; de eigenaardigste lijkstoet waarvan +de geschiedenis vertelt! De weg ging nu eens door vriendelijk-, dan +weer door vijandig-gezinde stammen, en eens moest de karavaan zich een +doortocht afdwingen. + +Ondanks alle vermomming snelde het gerucht van den dood van den grooten +zendeling hen overal vooruit, en verbreidde zich door geheel Afrika. In +eenige streken vluchtten de lieden uit vrees voor den griezeligen +lijkstoet; in andere kwamen ze haastig aanloopen om deze zonderlinge +karavaan te bekijken. De apenbroodboomen strekken hun takken over den +weg uit, alsof ze een troonhemel wilden vormen boven de terugkeerende +overwinnaars, en de palmen, de zinnebeelden van den vrede en de +opstanding, hielden aan den weg trouw de wacht. De eene mijl na de +andere trok men, zoo onder het groene loof, naar het Oosten. + +In Tabora ontmoette de karavaan een Engelsche expeditie, die +Livingstone hulp zou brengen, en de aangekomenen luisterden nu diep +getroffen naar het bericht van de bedienden. Maar van het voorstel, den +doode in Tabora te begraven, wilden Soesi en Tschoema niets weten. +Eenige dagen later stieten de reizigers op ernstigen tegenstand; een +stam verbood hen, omdat zij het lijk meedroegen, den doortocht. Zij +hielpen zich met een list. Zij maakten een pak gereed, gelijk aan dat +van het lijk en gaven voor naar Tabora te willen terugkeeren om hun +heer daar te begraven. Eenigen trokken nu met het voorgewende pak af, +namen het op zekeren nacht uit elkaar, verstopten het in dichte +doornenstruiken en keerden daarna naar hun makkers terug, die +intusschen aan het noodlottige pak een ander aanzien hadden gegeven, +zoodat het nu op een baal goed geleek. Daarmede waren de inboorlingen +tevreden en lieten hen nu ongehinderd verder trekken. + +In Februari 1874 bereikte men Bagamoyo en de doode werd door een +kruiser naar Zanzibar en van daar uit eindelijk naar Engeland gebracht. +In Londen twijfelde men er echter aan, of deze doode werkelijk +Livingstone was. De eene gebroken, weer slecht aangegroeide arm, die +voor jaren door den leeuw in Mabotsa zoo was toegetakeld, moest daarom +de identiteit van den doode bewijzen. Nu werd Livingstone onder de +helden van de Engelsche natie in de Westminster Abdij, midden in het +hoofdschip der kerk, begraven. Onder de dragers van het lijkkleed +bevond zich ook Henry M. Stanley. Het graf is gedekt door een zwart +granieten plaat met de woorden: „Hier rust, door trouwe handen over +land en zee gedragen, David Livingstone, zendeling, ontdekkingsreiziger +en menschenvriend, geboren den 19 Maart 1813 in Blantyre, gestorven 1 +Mei 1873 in het dorp Tschitambos. Dertig jaren van zijn leven offerde +hij in onvermoeiden arbeid aan de verbreiding van het Evangelie onder +de inboorlingen, aan de navorsching naar niet ontdekte geheimen en aan +de uitroeiïng van den verderfelijken slavenhandel in Midden-Afrika.” + +Nu nog denken de inboorlingen met dankbare herinnering aan het Witte +Hart, aan den Helper der menschen, zooals zij Livingstone noemden, en +verheugen zich, dat zijn hart in Afrika’s aarde, onder den boom in het +dorp Tschitambos rust. Livingstone’s droom, de bron van den Nijl te +vinden en den verderen loop van de Loealaba vast te stellen, werd niet +vervuld. Maar daardoor is zijn verdienste niet geringer. Hij ontdekte +het Ngami-, het Nyassa- en andere meren, den Victoria-val en den +bovenloop van de Zambesi en heeft van ontzaglijke uitgestrektheden +onbekend land kaarten geteekend. Het werk der wetenschap en der +menschelijkheid heeft sedert Livingstone’s leven reusachtige +vorderingen in het werelddeel der zwarten gemaakt. Maar aan deze +vorderingen zou niet te denken zijn geweest, zonder den +zelfverloochenenden voorarbeid en de bewonderenswaardige volharding van +dezen man. + + + + + + + + +59. DOOR HET DONKERE WERELDDEEL. + + +Succes moedigt aan! Reeds in het najaar van 1874 was Stanley weer in +Zanzibar om nog eens in het donkere werelddeel zijn geluk te beproeven! +Hij rustte een karavaan uit met driehonderd dragers, met proviand, +kralen, koperdraad, wapenen, opvouwbare booten, tenten, werktuigen en +al datgene wat men op een reis van verscheidene jaren noodig heeft en +sloeg de richting in naar het Victoria-Niansa meer. Hij zeilde het +geheele meer om, bezocht Oeganda en Oedjidji, waar de hut van +Livingstone reeds lang met den grond was gelijk gemaakt, en zeilde toen +nog het Tangajika-meer om. + +Twee jaar na zijn vertrek bereikte hij den oever van de Loealaba, +waaraan Dr. Livingstone zijn leven had gewijd om de raadselen er van op +te lossen. Na twee jaren inspannend reizen stond nu Stanley op de +westelijkste punt, tot waar ooit een Europeaan vanaf de Indische kust +van Afrika was doorgedrongen en voor hem lag een geheel onbekend land, +dat op de kaarten van dien tijd slechts door een groote, witte vlek was +aangegeven. Van alle kanten waren reizigers den rand van dit gebied +genaderd, maar niet een was verder gedrongen; men wist niet eens waar +de Loealaba bleef en vergeefs had Livingstone getracht daar +inboorlingen en Arabieren uit te vragen. Hier te Njangwe hadden de +Arabische slavenhandelaars hun westelijkste markt. Groenten, vruchten, +graan, visch, vee, metaaldraad, bogen, pijlen en speren werden hier +verkocht en een ruilhandel met ivoor en slaven uit het binnenland +gedreven. Maar ofschoon van alle kanten wegen in Njangwe samenliepen +waren de Arabieren al even weinig van het binnenland op de hoogte. + +Maar moeielijkheden waren er voor den ijzeren wil van Stanley niet. +Zijn besluit stond vast in geen geval weer naar het Oosten terug te +keeren; hij wilde naar het Westen, naar de Atlantische kust +doordringen, al kostte het zijn eigen leven; zijn lijfspreuk was: „Waag +te winnen en te verliezen!” Zoo brak hij dan den 5den November 1876 in +gezelschap van het machtig en rijk Arabisch opperhoofd Tipoe Tip op en +ging in noordelijke richting naar een groot woud. De troep van Tipoe +Tip bestond uit zevenhonderd mannen, vrouwen en kinderen; Stanley had +honderd vier-en-vijftig manschappen met geweren, revolvers en bijlen +gewapend. Dus een groote karavaan, die in lange rijen het oerwoud +naderde en onder de geweldige boomen verdween. Als zuilen stonden hier +de stammen naast elkaar. Palmen en rotangs worstelden met de wilde +wijnranken om de plaats. Varens en riet woekerden op den grond en +doornstruiken vormden ondoordringbaar struikgewas. Klimplanten kropen +tegen de stammen op en hingen als netten van de takken. Uit het +bladerengewelf druppelde dauw als motregen neer; de lucht was zwaar en +zwoel, en verzadigd van den geur der planten en van de aarde. Slechts +zelden drong een koeltje in de diepte van het woud. Hoog boven de +toppen der boomen konden stormen woeden, maar daar beneden in de +schemering van het bosch bewoog zich geen blad. In den lossen, van +water doortrokken bodem behoefden de wortels zich dus niet zoo diep in +te boren om aan boomen en struiken kracht en steun te geven; dikwijls +lagen de geweldige wortels van oeroude woudreuzen bijna geheel bloot. + +Met bijlen moest de karavaan zich voetje voor voetje een weg door het +tropisch oerwoud, door zijn nooit door een zonnestraal getroffen +kreupelhout, banen. Mieren, duizendpooten, kevers en andere insecten +kropen hier in groote volksverhuizingen rond; tusschen de wortels der +boomen loerde de pythonslang op haar buit. Op de takken der boomen +klauterden apen en slingerden zich schommelend en met handige sprongen +van den eenen boomstam op den anderen. Rijen bavianen maakten geraas en +brulden en hier en daar hoorde men de geluiden van den chimpansee, en +ontdekte men tusschen een forschen tak zijn gevlochten nest. + +Langzaam ging het op den slibberigen bodem en door het struikgewas +vooruit. De pakken droeg men op het hoofd, om de armen vrij te hebben +en takken en jonge boomen op zij te kunnen schuiven. De kleeren hingen +weldra aan flarden, bij de naakte zwarten moest de huid het ontgelden. +Voor de dragers van de opvouwbare boot, moest, dikwijls een apart pad +met moeite worden uitgehouwen. Daarbij steeds dezelfde zwoele, +verstikkende broeikaslucht en de diepe, drukkende schemering! Men +tastte als door een donkere gang; nergens een licht, steeds een eeuwige +schemering, die door pikzwarte nachten werd afgelost. Evenals de +Poolvaarders in den langen winternacht, verlangde ieder naar den +terugkeer der zon en naar het daglicht. + +Op eenigen afstand van den oostelijken oever van de Loealaba ging de +tocht noordwaarts. Stanley klauterde in een boom, die vrij en eenzaam +op een heuvel stond. Welk een wondervol gezicht hier, over de toppen +der boomen van het woud. In het rond een enkele zee van bladeren, de +door de zon bestraalde oppervlakte der dicht in elkaar gevlochten +groene kronen der boomen. Hier boven ruischten de bladeren in den wind +en de storm veroorzaakte geweldige golven over de groene vlakte. Zelfs +voor den moed en de volharding van een Stanley was dit oerwoud een +beproeving van zijn energie. Ziekte, verveling en ongehoorzaamheid werd +merkbaar in zijn schaar. De groote Tipoe Tip was van oordeel, dat in +zulk een land verder doordringen onmogelijk was; hij wilde daarom met +zijn zwarte bende omkeeren. Na veel heen en weer praten liet hij zich +eindelijk overhalen nog twintig dagreizen verder mede te trekken, en na +ontelbaar veel moeite bereikte de karavaan eindelijk weer den oever der +Loealaba. + +Zonder geluid en majestueus gleed de geweldige watermassa den oever +langs. Dik en bruin door de verrotte planten wentelde de rivier zich +naar een land, van welks tallooze negerstammen de Europeanen nog in het +geheel niets wisten en dat nog nooit door den voet van een blanke was +betreden. De olifanten in het duistere woud voelden zich nog niet +verontrust door de Europeesche jagers en het nijlpaard lag nog +onbezorgd tusschen lotusbladeren en riet. En deze geheimzinnige rivier +over welke geleerden met elkaar streden, wilde Stanley overwinnen, het +koste wat het wilde. + +Tenten en omheiningen werden aan den rechteroever opgericht. Ginds aan +den linkeroever werden hutten zichtbaar van onbekende stammen. Stanley +liet zijn boot in elkaar zetten om de rivier over te gaan en met de +wilden te spreken. Intusschen lag hij peinzend in zijn tent. Door deze +eeuwige wouden te voet te gaan, was op den duur niet mogelijk. Waarom +den breeden weg niet gebruiken, dien de Loealaba zelf aanbood! Het woud +stond vol groeiende booten! Uit deze stammen kon een geheele vloot +bruikbare vaartuigen worden gehouwen. + +Snel besloten liet Stanley zijn karavaan door trommelslag bijeenroepen, +om zijn plan mede te deelen. Met aarzelende schreden naderden de +mannen, Tipoe Tip en de overige Arabieren vooraan. Zij verwachtten +niets anders dan dat de marsch door het geheele bosch voortgezet zou +worden. Toen allen bij elkaar waren, zei Stanley: + +„Arabieren, mannen uit Oenjamwesi en Zanzibar! Gij ziet deze rivier, +die sedert onheuglijke tijden stil en onbekend naar de zoute zee +stroomt, waar mijn blanke vrienden wonen.” En nu zette hij hun zijn +plan uiteen, om met een sterke vloot de Loealaba te willen afroeien. + +Eerst klonk als antwoord een onwillig gemompel, maar Stanley liet zich +niet van zijn stuk brengen. Hij verzekerde hen rondweg, dat hij dezen +tocht zou doen, ook al vergezelde hem niemand anders dan Frank Pocock, +de eenige overlevende, der drie uit Zanzibar medegenomen blanken. +Daarna wendde hij zich tot de bootslieden: „Gij, die met mij over de +groote zeeën zijt gezeild, wilt gij nu mij en mijn blanken broeder in +het woud laten omkomen?” Reeds kwamen eenigen naar voren en tenslotte +verklaarden twee-en-dertig man zich bereid mede te gaan. Tipoe Tip en +zijn Arabieren verzekerden echter dat zoo’n tocht reine krankzinnigheid +was, men zou in handen vallen van oorlogzuchtige wilden en +menscheneters of omkomen in bruisende watervallen. Stanley verzocht aan +de Arabieren, tenminste door hun gepraat niet hen af te schrikken, die +reeds beloofd hadden te zullen meegaan. + +Juist kwam nu van den linkeroever een boot met twee roeiers en een van +Stanley’s tolken riep den inboorlingen toe: + +„Bezorgt ons booten, opdat wij u ginds kunnen bezoeken.” + +„Vult de booten met schelpen en dan kunt gij komen!” + +„Gij kunt ieder tien schelpen krijgen,” antwoordde de tolk. + +Maar de wilden antwoordden: + +„Neen, jelui zijn slechte menschen, keert terug, keert terug!” En +daarbij hieven zij een akelig, vreemd lied aan, en van den anderen +oever klonk een onheilspellend „o-hoe, o-hoe-hoe!” + +„Ginds schijnt een strijdlustig opperhoofd te wonen,” zeide de tolk van +Stanley. + +„Onzin,” antwoordde Stanley, „waarom zouden zij strijd met ons zoeken?” + +„Het zijn wilden en daarom strijdlustig als de dieren.” + +„Ik zal je bewijzen, dat je ongelijk hebt,” antwoordde Stanley, stapte +met Tipoe Tip, eenige Arabieren en alle tolken in een boot en roeide +met snelle slagen naar den anderen oever. + +Hier krioelde het van zwarte krijgslieden, en een vloot van twintig +booten lag aan den oever. + +Op behoorlijken afstand riep de tolk de wilden toe, dat de blanke man +hun land wilde zien, men zou niets van hun eigendom aanraken en hen +geen kwaad doen. Het antwoord was, dat de blanke man den volgenden +morgen naar een klein, nabijgelegen eiland moest roeien; hun opperhoofd +zou daar eveneens met tien krijgslieden heengaan. Zoodra men daar +broederschap gesloten zou hebben, mochten de vreemdelingen de hutten +der zwarten bezoeken! + +Daar Stanley een overval vreesde, zond hij in den nacht twintig +gewapenden naar het eiland, die zich in het kreupelhout moesten +verbergen. Pocock en tien man roeiden den volgenden morgen naar de +plaats van samenkomst, terwijl Stanley zelf in de nabijheid in zijn +boot wachtte. Stanley had het goed voorzien, een geheele zwerm van +booten der wilden verliet den linkeroever, en toen zij het eiland +naderden, hieven de zwarten hun oorlogskreet aan: „o-hoe, o-hoe-hoe!” +en stormden met gespannen bogen en opgeheven speren aan land. Maar daar +waren de twintig in hinderlaag liggenden ook op hun post, en na een +korte schermutseling snelden de wilden hals over kop naar hun booten, +om zoo gauw als mogelijk naar hun dorpen terug te roeien. + +Stanley bracht nu al zijn manschappen naar een beschutte plaats op den +linkeroever. Den volgenden morgen waren de inboorlingen gevlucht en hun +dorpen stonden leeg. Slechts twee rijen grijnzende schedels van +opgegeten vijanden en gevangenen sierden de dorpsstraten. + + + + + + + + +60. OORLOGEN MET DE INBOORLINGEN. + + +Ondanks deze onvriendelijke houding der inboorlingen gaf Stanley het +besluit niet op met zijn boot de Loealaba af te varen. Met ongeveer +dertig man scheepte hij zich eindelijk in, terwijl Tipoe Tip en Pocock +met de overigen den oever langs zouden trekken. + +Het eene dorp na het andere werd aan den oever zichtbaar, maar overal +hadden de inboorlingen zich teruggetrokken en uit de verte hoorde men +hun oorlogskreet: „O-hoe, o-hoe-hoe!” + +Op een eiland tusschen de hoofdrivier en een zijrivier ging Stanley met +zijn boot aan land om de karavaan af te wachten en ze bij den overtocht +over de rivier behulpzaam te zijn. Rondom de legerplaats werd een +omheining opgericht. Daarna roeide hij een eind de zijrivier op, het +water was door de donkere boomwortels, die van den oever tot aan den +bodem reikten, zoo zwart als inkt. Bij zijn terugkomst vond hij het +eiland door vijandelijke booten omringd; maar zoodra zijn boot naderde, +roeiden de wilden pijlsnel weg. + +Eindelijk kwam Tipoe Tip met zijn troep hijgend aan, en nu kon men +verder trekken. Stanley bleef nu met zijn boot steeds dicht bij den +oever, zoodat de twee afdeelingen door een teeken met de trom met +elkaar in verbinding konden blijven. Weer waren alle dorpen verlaten, +maar toch sloegen de inboorlingen de vreemdelingen gade en lagen overal +in hinderlaag; maar toen op zekeren dag eenige van Stanley’s +manschappen in twee geroofde booten op verkenning uitgingen, werden zij +overvallen en geraakten op hun vlucht in draaikolken en +stroomversnellingen. Hun booten sloegen om en zij verloren vier +geweren; maar zij zelf werkten zich op de gekantelde boot en bleven +daarop zoolang, totdat zij door hun makkers werden gered. Uit het +groote dorp Ikondo waren alle inwoners gevlucht. Maar tusschen de +kooivormige rieten hutten, die zich in twee lange rijen uitstrekten, +hingen nog de gevulde wijnkruiken aan de palmen, meloenen en bananen +geurden, en overal stiet men op maniokaanplantingen, aardnoten- en +suikerrietvelden. In de nabijheid van Ikondo lag een groote boot, maar +die was gebarsten en lek; ze werd hersteld, in het water gelaten en als +hospitaal gebruikt, want pokken en buikloop waren in de karavaan +uitgebroken en dagelijks moesten twee à drie dooden in de rivier worden +begraven. + +Toen op zekeren dag de kleine vloot langs den oever roeide, slaakte +eensklaps een man in de ziekenboot een luiden kreet. Een vergiftige +pijl was hem in de borst gedrongen en op deze eerste volgde een regen +van pijlen. Snel werd uit de gevaarlijke streek geroeid en gekampeerd +op een plaats, waar vroeger markt was gehouden. De gewone haag van +rijshout werd rondom de tent opgericht, en voor alle zekerheid werden +posten in het kreupelhout uitgezet. + +Het duurde ook niet lang of geweerschoten en geschreeuw werden +vernomen. De wachten kwamen hals over kop aanloopen en riepen van +verre: „Houdt jelui gereed, zij komen!” En voordat men er op bedacht +was, suisden pijlen en speren tegen de verschansingen en de wilden +kwamen aanstormen onder het zingen van hun akelige krijgsliederen. Arme +duivels! Wat hielpen hun pijlen en speren tegen kogels en kruit! Zij +werden teruggeslagen, maar keerden steeds weer met nieuwe versterking +terug. Pas na een strijd van twee uur en bij het invallen der +duisternis trokken zij terug. + +Onder zulke gevechten bereikten Stanley en Tipoe Tip een dicht bebouwde +streek aan den westelijken oever en ook hier kwamen de inboorlingen hen +vijandig tegemoet. Bij het eerste treffen werden zij teruggeslagen, +roeiden toen echter naar een lang en smal eiland, waar zij hun booten +aan palen vastbonden, blijkbaar met het plan den volgenden dag weer te +beginnen. + +Maar dat plan zou hen vergald worden. In den pikduisteren nacht, +terwijl de regen nederkletterde, roeide Stanley naar het eiland, en +terwijl zijn boot stil en voorzichtig onder den hoogen, met boomen +bezetten oever gleed, sneed hij de vaartuigen, zooveel hij maar +bereiken kon, los en spoedig daarop dreven zes-en-dertig booten de +rivier af, waar ze door de manschappen van Stanley werden opgevangen. +Met deze buitgemaakte vloot roeide men met het aanbreken van den dag +weer naar de kampplaats terug. De wilden, die den kouden nacht in de +hutten van gras op het eiland hadden doorgebracht, zullen den volgenden +morgen wel verbaasd hebben staan kijken, toen zij bijna al hun booten +misten. Nu roeide de tolk van Stanley naar hen toe, om hun de +voorwaarden mede te deelen die Stanley hen stelde. Zij hadden den troep +van den blanken man trouweloos overvallen, vier man gedood en dertien +verwond; nu moesten zij levensmiddelen geven en dan zouden zij +schadeloos gesteld worden voor de geroofde booten. En eindelijk moesten +zij beloven den vrede te bewaren. + +Door deze handige list gelukte het eenige dagen in vrede te leven en +dat was dringend noodig, want Tipoe Tip had er nu meer dan genoeg van +en wilde geen schrede verder gaan op deze oorlogzuchtige rivier, maar +beslist met zijn manschappen terugkeeren. Maar Stanley stond er op, met +uitgezochte manschappen, die voor het grootste deel vrouwen en kinderen +bij zich hadden, in ’t geheel honderd en vijftig zielen, de reis te +vervolgen. + +De buitgemaakte booten werden, twee aan twee, met stangen aan elkaar +bevestigd, opdat zij niet zouden kenteren: de geheele vloot bestond nu +uit drie-en-twintig vaartuigen. Er werd voor twintig dagen proviand +ingepakt en een der laatste dagen van December, toen juist een frisch +koeltje de dichte nevelen van elkaar reet, riepen trompet- en +hoornsignalen tot het vertrek. Stanley commandeerde: „Aan boord!” De +zonen van Oenjamwesi zongen afscheidsliederen, waarop de naar huis +trekkende schaar van Tipoe Tip antwoordde, en nu gleed Stanley’s vloot +de rivier af, opnieuw onbekende landen en lotgevallen tegemoet. + + + + + + + + +61. OVER DE CONGO-VALLEN. + + +Stanley was er van overtuigd, dat deze geweldige rivier, aan welke hij +den naam van Livingstone had gegeven, geen andere was dan de Congo, +waarvan men de uitmonding reeds vierhonderd jaar kende. Maar hij was +ook van meening, dat de Loealaba óf zich met den Nijl vereenigde, óf in +het Noord-Westen in verbinding stond met den Niger. De oplossing van +dit vraagstuk moest nu door Stanley en zijn geleiders met bloed en +tranen worden gekocht. Het werd een tocht die in alle tijden beroemd +zal blijven en een waardige tegenhanger is aan moed, gevaren en +avonturen, van de boottochten der Spanjaarden, op de door hen ontdekte +rivieren van Amerika, den Mississipi en de Amazone-rivier. + +Den avond van den eersten dag legde de vloot van Stanley aan een oever +aan, waar veertien dorpen verscholen lagen in een dicht beukenbosch, en +voor het eerst na de scheiding van Tipoe Tip zou een kamp worden +opgeslagen. Maar dezen keer kwamen de inboorlingen de vreemdelingen +vriendelijk tegemoet. Maar iets verder omlaag weerklonk het woud weer +van geraas en oorlogstrommels. De tromsignalen plantten zich van dorp +tot dorp, van oever tot oever verder. Van beide kanten naderden bij +troepen de booten der inboorlingen, en spoedig was de vloot van Stanley +omringd. „Vrede, vrede,” riepen de tolken, maar de wilden riepen op +bevelenden toon: „Keert terug of oorlog!” Eindelijk kwam het toch tot +onderhandeling, terwijl het geheele gezelschap, vriend en vijand, +stroomafwaarts dreef. Nieuwe dorpen werden tusschen de boomen +zichtbaar. Maar hier woonden vijanden van de aanvallers en nu maakten +deze haastig dat ze wegkwamen, voordat het tot een strijd was gekomen. + +Den volgenden keer liep het samenkomen met de inboorlingen niet zoo +gelukkig af. Een hagel van speren werd naar de booten van Stanley +geslingerd en op de giftige pijlen der wilden moesten de Europeanen met +nadruk antwoord geven. Daarbij maakten de mannen van Stanley een aantal +schilden buit, die hen later van veel nut werden. + +Bij de volgende kampplaats, dreigden de wilden, de vreemdelingen bij +een groot feestmaal, dat zij van plan waren aan te richten, als gebraad +te gebruiken, en Stanley vond het daarom raadzamer verder te trekken en +liever aan den oever van een zijrivier te kampeeren. Hier was het bosch +buitengewoon dicht. Varens en rotangs groeiden tusschen hooge stammen +en overal wemelde het van insecten, van bruine, gele en zwarte mieren, +en de huiveringwekkende termieten, die alles wat hen in den weg komt, +stuk knagen. Een onafgebroken suizen vervulde de lucht door de +ontelbaar veel vleugels der insecten, de krekels, sprinkhanen en +kevers, die in ontzaglijke menigten sprongen, vlogen, op stengels en +bladeren rondliepen, aten of ijverig werkten. + +Hier verschenen voor het eerst vredelievende inboorlingen als bezoekers +in het kamp. Maar toen de vloot van Stanley verder roeide, weerklonk +weer oorlogsgetrommel aan den oever. Stanley liet zijn manschappen, ten +strijd gereed, midden in de rivier halt houden. Zwermen flinke booten +vlogen ijlings als wilde eenden nader, en de speren der zwarte krijgers +klonken helder tegen de schilden. + +De tolk in de voorste boot riep hen toe: „Vrede: Neemt u in acht of we +schieten!” Deze roep maakte de wilden besluiteloos. Zij trokken zich +langzaam onder den overhangenden, begroeiden oever terug. Dikwijls +gelukte het aan den tolk geheele scharen roeiende krijgslieden door het +eene woord „vrede” te verlammen; maar anderen beantwoordden de +vredesboodschap met hoongelach. Onder heftige slagen der roeispanen +naderden zij, slingerden hun werpsperen naar de vreemdelingen, en hun +pijlen floten door de lucht. Werden zij met kruit en lood beantwoord, +dan keerden zij bloedend naar den oever terug. + +Het jaar 1877 was reeds aangevangen, toen een vredelievende stam de +reizigers voor gevaarlijke watervallen en stroomversnellingen +waarschuwde, waarvan zij het razen en bruisen weldra zouden hooren. De +vloot gleed nu langs den rechteroever en allen luisterden of zij de +watervallen al naderden. Daar snelden eensklaps acht wilden naar den +oever en slingerden hun speren naar de bemanning der booten. Eenige +dezer speren drongen in de zijden er van, andere vlogen er over heen en +toen Stanley nu bevel gaf stroomafwaarts te roeien, dreunde weer de +oorlogstrom en een groot aantal lange booten naderden. Het lichaam der +inboorlingen was half geel beschilderd, half rood met breede, zwarte +strepen. Het gezelschap zag er recht griezelig uit. Hun gehuil en hun +hoornsignalen deden een heftigen strijd verwachten. + +Stanley plaatste zijn booten in slagorde en liet langs de borstwering +van iedere boot de schilden, die vroeger buitgemaakt waren, opstellen +ter bescherming van hen die niet medevochten. Een boot van +vijf-en-twintig meter roeide recht op die van Stanley aan, maar werd +met een knetterend geweervuur ontvangen. Nu ging Stanley tot den aanval +over. De boot van den tegenstander kon echter niet snel genoeg wenden, +de krijgslieden en roeiers sprongen in het water om al zwemmende te +ontkomen. Weldra verdwenen de overigen ook, en de vaart naar de +watervallen kon worden voortgezet. + +Nu was het bruisen er van reeds duidelijk te hooren. Maar de +inboorlingen dachten deze gelegenheid waar te nemen om de vreemdelingen +te vangen en stap voor stap moest Stanley nu eens te land, dan weer te +water door de scharen wilden heendringen. Op de kalme uitgestrektheden +water, tusschen de watervallen, kon geroeid worden, maar dan weer moest +de oever bereikt worden en door het kreupelhout een pad worden gehouwen +om de booten over land te kunnen trekken. Dikwijls moesten de wilden +van boom tot boom worden teruggeslagen; eens beproefden zij zelfs de +manschappen van Stanley in een net te vangen, maar de poging eindigde +er mede, dat zij zelf acht hunner manschappen verloren. Deze gevangenen +waren op het voorhoofd getatoueerd en hun voortanden waren spits +toeloopend gevijld. Zij waren als alle stammen van deze streek +menscheneters en het versche vleesch der vreemdelingen zou voor hen een +zeer welkome buit zijn geweest. + +Einde Januari 1877 gleed de vloot van Stanley over den Aequator, en de +rivier wendde zich nu steeds meer naar het Westen, een bewijs, dat zij +niet naar den Nijl kon stroomen. Hier werd de zevende en laatste +Congo-val gelukkig overwonnen en de lange reeks dezer watervallen, die +sedert onder den naam Stanley-watervallen bekend zijn, was hiermede +ontdekt. Twee jaren later deed men den eersten stap tot vestiging van +den Belgischen Congostaat. + + + + + + + + +62. „BOELA MATARI, DE STEENBREKER”. + + +Beneden de Congo-vallen verbreedde het bed der rivier zich hier en daar +tot drie kilometer, zoodat de tegenovergestelde oever ternauwernood nog +zichtbaar was en de vloot van Stanley tusschen de vele eilanden en +labyrinthen van waterwegen verdwaalde. De gevaren van de reis bleven +dezelfde. Telkens moest uitgekeken worden en steeds werden de +vreemdelingen door de inboorlingen vervolgd. In de booten vertoonden +zich krijgslieden met afzichtelijke gezichten en roode en groene +papegaaienveeren op het hoofd. Zij droegen armbanden van ivoor en het +handvat van hun roeispanen was eveneens gesneden uit de tanden van +olifanten. Aan den boeg van de groote booten woei een bos palmtakken en +uit de ivoren hoorns riepen schetterende tonen tot den aanval. + +In een dorp werd een afgodstempel ontdekt; het ronde dak rustte op +drie-en-dertig olifantstanden. In het midden van den tempel troonde een +uit hout gesneden rood geschilderd afgodsbeeld met zwarte oogen, haren +en baard. De messen, speren en strijdbijlen van deze wilden waren +buitengewoon handig gesmeed en hun sieraden bestonden uit koperen, +ijzeren en ivoren ringen. In de vuilnishoopen zag men de overblijfselen +van hun afschuwelijke maaltijden en rondom de hutten waren schedels van +menschen op hooge palen gestoken. + +Eindelooze wouden bedekten de oevers en de eilanden. Hier groeit de +mangroveboom, met zijn vele wortels, de hooge slangvormige rotang, met +zijn hangende gevederde bladeren, de drakenbloedboom, de gummiboom en +vele andere. Gevaar en hinderlaag loerde achter elke landtong. Er moest +gelet worden op rotsen en stroomingen in het water; op watervallen, +stroomversnellingen en draaikolken: nijlpaarden en krokodillen waren er +in menigte. Maar de inboorlingen zelf waren het gevaarlijkst en Stanley +en zijn manschappen waren door de eeuwige vervolging, waaraan zij +gedurende de laatste maanden waren blootgesteld, geheel uitgeput. + +In het dorp Roeboenga waar de inboorlingen weer eens vriendelijk gezind +waren, hoorde Stanley voor het eerst, dat deze rivier werkelijk de +Congo heette! Hier konden de reizigers hun levensmiddelen weer +aanvullen en toen de trommen van Roeboenga werden geroerd, was het niet +om ten strijde op te trekken maar om naar de handelsmarkt op te roepen, +waar de bewoners der omliggende dorpen visch, slakken, eetbare +schelpdieren, gedroogd hondevleesch, geiten, bananen, meel en brood te +koop aanboden. + +Maar vertrouwen kon men deze wilden nooit. Met hun griezelig +getatoueerd lichaam, hun halsbanden uit tanden van menschen, met hun +eigen tanden die zoo spits als die van een wolf zijn gevijld, met de +lichte gordels van gras om de lenden, speer en boog in de handen, +maakten zij in het geheel geen vertrouwenwekkenden indruk en +ternauwernood was men van een oogenschijnlijk vredelievenden oever +afgestooten of de zwarten maakten zich al weer gereed in de booten te +gaan om de vertrekkenden te vervolgen. In deze streek waren zij zelfs +al met geweren gewapend, die zij van de kust hadden gekregen en eens +kwam het tusschen de kleine vloot van Stanley en drie-en-dertig booten +der inboorlingen tot een heftigen strijd met schietwapenen aan beide +zijden! In de voorste boot stond een jong opperhoofd als aanvoerder, +hij had een schoon en waardig voorkomen. Hij droeg een hoofdbedekking +en een mantel uit geitenvel en om zijn armen, beenen en hals lompe +ringen van koperdraad. Een kogel trof hem in de dij, kalm bond hij een +lap om de wond, daarna gaf hij zijn roeiers een teeken naar den oever +terug te gaan. Nu verloren ook de anderen den moed en volgden de boot +van hun aanvoerder. + +Zoo ging deze tocht van Stanley onder onophoudelijke gevechten verder +naar het Zuiden. De groote kromming van den Congo was nu afgelegd, +waarbij niet minder dan twee-en-dertig slagen geleverd waren. Er volgde +weer een moeilijk einde waarop de geweldige rivier, in schuimende +watervallen en kokende stroomversnellingen, het hoogland, dat zich +langs Afrika’s westkust uitstrekt, doorbreekt. Aan dezen waterval gaf +Stanley den naam van Livingstone, want nu zag hij in, dat de rivier +toch nooit anders dan Congo zou heeten. De Livingstonevallen zouden +echter toch den naam van den grooten zendeling voor het nageslacht +bewaren. + +Nieuwe en vele moeilijkheden waren hier te overwinnen. Eens verdronken +een half dozijn mannen en verscheiden booten gingen verloren: de tocht +moest onderbroken worden om in het woud nieuwe booten uit te hollen. De +verraderlijke rivier trok de boot van Pocock op zekeren dag naar een +waterval, de arme bemerkte het gevaar pas te laat, suisde over den +waterval omlaag en verdronk. + +De laatste blanke, die Stanley zoo ver door Afrika had vergezeld, was +nu ook heen, en leeg en verlaten stond zijn tent ’s avonds als de maan +helder en spookachtig op de schuimende watermassa’s neerzag. + +Bij een anderen waterval geraakten de kwartiermeester en de timmerman +met een juist uitgeholden boom aan het drijven. Zij hadden geen +roeispanen bij zich. „Spring in het water,” riep de kwartiermeester +zijn makker toe, hij kreeg echter tot antwoord: „Ik waag het niet, ik +kan niet zwemmen!” + +„Vaarwel dan, broeder,” riep de andere, sprong in het water en zwom +naar het land. De eerste suisde den val af, de boot verdween in de +schuimende draaikolk, dook weer op, en men kon duidelijk zien, dat de +man er zich nog aan vastklemde. + +Nog eens zoog de draaikolk de boot in en nog eens werd ze boven het +water zichtbaar met haar last. Toen ze voor den derden keer in de +diepte werd getrokken en ze weer naar boven kwam, was de man verdwenen! + +Eindelijk werd het verder trekken met de booten onmogelijk. Ze moesten +opgeofferd worden, en de tocht verder over land voortgezet worden. Nu +was de schaar van Stanley van alles ontbloot, ellendig en uitgehongerd; +zij hadden ook bijna niets meer om de schatting te betalen, die de +zwarte stamhoofden voor den doortocht eischten. Eens zeide zulk een +zwarte koning, dat hij met een flesch cognac tevreden was. Cognac, als +men drie jaar in Afrika heeft rondgezworven! Daar kwam de +kwartiermeester naar voren en hoorde wat de zwarte majesteit eischte. +„Cognac,” riep hij, „daar hebt gij cognac!” En daarbij gaf hij den +zwarte zulk een muilpeer, dat hij languit neerviel en het geheele hof +de vlucht nam! + +Eindelijk was men nog slechts twee dagreizen van Boma, aan de monding +van den Congo, verwijderd. Daar waren handelsfactorijen en Europeanen! +Daarheen schreef Stanley en spoedig kreeg hij alles wat hij voor het +levensonderhoud noodig had. Toen hij dan eindelijk Boma bereikte, kon +hij zich en zijn getrouwen eenigen tijd rust gunnen! Daarna ging de +reis per schip Afrika om, naar Zanzibar, waar Stanley zijn mannen weer +afleverde. + +In zijn vaderland werd hij overal met gejubel ontvangen. Sedert een +duizendtal jaren waren de Arabieren steeds meer de binnenlanden van +Afrika ingedrongen, maar den loop van den Congo kenden zij nog niet! +Vergeefs hadden sinds eeuwen Europeesche vorschers getracht licht in +deze duisternis te brengen; de inboorlingen wisten niet eens waar ten +slotte de Loealaba bleef. Stanley had op eens de witte vlek op de kaart +van Afrika gevuld. Hij had voor de Europeanen de binnenlanden ontsloten +en was hen als pionier vooruitgegaan. Zelfs de wilden werden +geïmponeerd door zijn onbuigzamen moed en zijn ijzeren volharding en +zij noemden hem „Boela Matari” den „Steenbreker.” + +Andere vorschers volgden en volgen nog heden de voetstappen van +Stanley. Nu gaat een spoorlijn langs de Congo-vallen, en op de rivier +varen verscheiden stoombooten. Stanley zelf was tegenwoordig toen de +eerste stations werden aangelegd, en zijn naam is sedert dezen +Congotocht voor altijd met de geschiedenis van Afrika verbonden. + + + + + + + + +63. DE LAATSTE GOUVERNEUR VAN GORDON. + + +Chartoem was in Januari 1885 gevallen. Gordon dood, Slatin pacha +gevangen en de opvolger van den zegevierenden Mahdi, Kalifa Abdullahi +had geheel Soedan te vuur en te zwaard aan zijn heerschappij +onderworpen. Alleen het zuidelijkst deel van het voormalig Egyptische +rijk, de Aequator-provincie, die zich Nijlopwaarts tot aan het hart van +Afrika uitstrekt, had nog steeds hardnekkig weerstand geboden aan den +stormloop der derwischen. + +De gouverneur van deze provincie, een Duitscher, Eduard Schnitzer, Emin +pacha genaamd, was als vijf-en-twintig jarig arts en natuuronderzoeker +in Turkschen dienst getreden en had zich na tien veel bewogen +levensjaren ter beschikking gesteld van den gouverneur van Egyptisch +Soedan, van Gordon te Chartoem. Gordon had reeds na korten tijd de +uitnemende hoedanigheid van den Duitschen arts erkend, en hem in Maart +1878 tot gouverneur van de Aequator-provincie benoemd. In zijn +uiterlijk meer het oerbeeld van een slechts voor de wetenschap levend +professor, zooals de geestigheid van het volk hem graag teekent wist +Emin pacha, door beminnelijke zorg, diplomatieke handigheid en +onwankelbare kalmte het volle vertrouwen zijner onderdanen te winnen. +Den slavenhandel wist hij krachtig te beperken, de her- en derwaarts +gedreven inboorlingen opnieuw aan vaste woonplaatsen te binden en door +het aanleggen van wegen zijn gebied te ontsluiten voor handel en +verkeer: de bebouwing zijner provincie nam zoo toe, dat de Egyptische +regeering, nadat hij vijf jaar het bestuur in handen had gehad, +aanzienlijke oogsten kon binnenhalen. Naast dit veelzijdig werk aan +zijn bestuur verbonden, verrijkte Emin op talrijke reizen de +wetenschappelijke kennis omtrent de binnenlanden van Afrika door +grondige onderzoekingen en hij zond de resultaten van zijn +lievelingsstudie, groote botanische en zoölogische verzamelingen, naar +Europa. + +Daar brak de opstand van Soedan uit tegen de Egyptische heerschappij en +14 April 1883 ging de laatste stoomboot van Lado, de residentie van +Emin, den Nijl af naar Chartoem. + +Hiermede was de gouverneur met zijn manschappen geheel van Egypte en +Europa afgesneden. + +Ondanks dapper verweer, moest hij steeds meer Nijlopwaarts terugtrekken +voor de uit het Noorden voortdringende horden der Mahdisten; in het +Zuiden was hij de rijken van zwarte, oorlogzuchtige koningen +ingedreven, die er slechts op wachtten de hoofden van den blanken pacha +en zijn Egyptische soldaten als overwinnings-trofeeën rondom hun hutten +op staken te plaatsen, of met het vleesch der verslagenen hun +kookpannen te vullen. Vele naburige negerstammen sloten zich bij de +Mahdisten aan, en het godsdienstig fanatisme wekte oproer en verraad, +zelfs in Emin’s naaste omgeving. Hoe lang kon de Duitsche geleerde, +door zijn Egyptische regeering in den steek gelaten, zich op dezen +verwijderden post met een handjevol soldaten nog staande houden? + +Deze vraag hield gedurende de volgende drie jaren de geheele beschaafde +wereld bezig! Reeds had een Duitsche hulpexpeditie, die onder leiding +van den Afrika-reiziger, Gustaaf Adolf Fischer, vanaf de westkust voort +was getrokken, bij het Victoria-Niansa-meer moeten terugkeeren zonder +iets van Emin pacha te hebben vernomen. Wie zou het nu wagen den +laatsten der gouverneurs van Gordon, voor hetzelfde lot van den +verdediger van Chartoem te redden? + +Daar richtten eenige ondernemende Engelschen het oog weer op Stanley. +Indien hij eens Livingstone had gevonden, zoo zou hij ook nu van de +oost- of de westkust tot Emin pacha doordringen en den gouverneur en +zijn getrouwen uit de, door Egypte opgegeven, provincie naar Zanzibar +geleiden. + +Stanley was juist op een reis in Amerika om voordrachten te houden, +toen hij telegrafisch het bericht kreeg, dat het comité dat zich ten +doel stelde Emin pacha hulp te verleenen in verbinding met de +Egyptische regeering de noodige middelen voor een expeditie bijeen had +gebracht. + +Tot wanhoop zijner agenten onderbrak hij dadelijk zijn reis en 24 +December 1886 was hij in Londen. Dadelijk begon hij met zijn +voorbereidingen en wel met zulk een energie, dat hij reeds vier weken +later naar Egypte kon vertrekken. Den 22sten Februari 1887 was hij +reeds in Zanzibar, om hier de geschikte troepen te werven en dan per +schip rondom Zuid-Afrika naar de monding van den Congo te varen. Het +ongeluk der Duitsche expeditie had bewezen, dat men slechts met een +klein Europeesch leger, vanaf de Oostkust, den doortocht zou hebben +kunnen wagen door de stammen van de binnenlanden van Afrika, en de +gewone neiging der dragers uit Zanzibar, om na verkregen voorschot naar +hun naburig geboorteland te deserteeren, zou een expeditie vanaf de +oostkust roekeloos op niets hebben doen uitloopen. Daarom wilde +Stanley, met behulp van den Congo, Afrika voor den tweeden keer +doorkruisen en langs dezen weg tot aan het Albert-meer doordringen, in +de nabijheid waarvan de verdwenen gouverneur, als hij nog leefde, zich +moest ophouden. + +De Congolijn leidde echter door een gebied, dat het machtig Arabisch +opperhoofd Tipoe Tip als zijn eigendom beschouwde. De sluwe slaven- en +ivoorhandelaar was, sedert hij Stanley op zijn eerste doorkruising van +Afrika, in 1876 zoo trouweloos in den steek had gelaten, het spoor van +den Europeeschen ontdekker gevolgd en de eerste vruchten van dat +pionierswerk waren hem in den schoot gevallen. Onmetelijke gebieden van +menschen en olifanten, schenen slechts ontdekt, om zijn rijkdom aan +slaven en ivoor, met millioenen te doen toenemen! In enkele jaren had +hij zich opgewerkt tot dwingeland van het Congo-bekken, en aan den +oever van de rivier vele Arabische nederzettingen gevestigd, van waar +uit zijn duizenden krijgslieden die aan het woeste leven van den +Aequator gewoon waren, begeerig naar buit, rondtrokken en door moord, +roof en verwoesting voor de toekomstige beschaving van het donkere +werelddeel ontzetting verbreidende herauten werden. Indien Tipoe Tip de +nieuwe expeditie moeielijkheden in den weg lei, dan zou zij +onuitvoerbaar zijn, en als de groote voorraad aan ammunitie, die +Stanley voor Emin pacha meevoerde in handen van het opperhoofd viel, +dan zou de jonge opbloeiende Congo-staat aan welks vestiging Stanley +verscheidene jaren van zijn leven had gewijd, bedenkelijk in gevaar +gebracht worden. Bovendien had Stanley bij de geringe weerstandskracht +van zijn geleiders uit Zanzibar dragers noodig om tot Emin te kunnen +komen. + +Stanley ontmoette het Arabisch opperhoofd reeds in Zanzibar en deze nam +op zich, om tegen hooge betaling, zeshonderd dragers te verschaffen +voor het eind dat van de Stanley-vallen naar het Albert-meer afgelegd +moest worden. Als belooning voor zijn goeden wil zorgde Stanley er +voor, dat Tipoe Tip tot gouverneur over de Stanley-vallen werd benoemd, +met het traktement van een officier; hij moest daarvoor het in 1883 +gevestigd station Stanley-val, dat om zijn roofzuchtige scharen was +opgegeven, verdedigen tegen zijn eigen lieden en de naburige +inboorlingen, en den slavenhandel daar onderdrukken. Bovendien kreeg +Tipoe Tip met zes-en-negentig van zijn metgezellen vrije vaart rondom +Afrika en den Congo op. Den 25sten Februari 1887 stoomde de geheele +expeditie, op de stoomboot „Madoera” van Zanzibar uit. + +In het gezicht van Kaapstad, waarvan de groei en het bedrijvig leven op +den Arabier grooten indruk maakte, zeide deze tegen zijn Engelsche +bondgenooten, dat hij tot nu toe alle blanken voor dwazen had gehouden. + +„En wat denkt gij nu van hen?” vroeg Stanley. + +„Ik geloof, dat er iets in hen steekt,” antwoordde Tipoe Tip, „en zij +zijn nog ondernemender dan de Arabieren. Ik heb met mijn vrienden deze +stad, haar groote schepen en havendammen bekeken, en wij zijn tot de +overtuiging gekomen, dat alles zooveel beter is dan in Zanzibar, en ik +heb mij verbaasd, waarom wij het niet even goed kunnen als de blanken. +Ik begin te gelooven, dat zij heel schrander moeten zijn.” + +„Indien gij dat ontdekt hebt, Tipoe Tip, dan zijt gij op den goeden weg +meer te ontdekken. Jammer dat gij nooit een bezoek aan Engeland hebt +gebracht. Wees op deze lange reis trouw aan ons, dan zal ik er u heen +brengen en gij zult meer zien dan gij u kunt voorstellen!” + +„Inschallah! Als het de wil van Allah is, zullen wij er samen +heengaan.” + +Indien deze bewonderende stemming van Tipoe Tip bleef, dan zou hij de +expeditie van onschatbaar veel nut zijn. Maar wie kon peilen, wat voor +plannen en aanslagen achter het breede voorhoofd van dezen bruinen +diplomaat schuilden! + + + + + + + + +64. HONDERD ZESTIG DAGEN IN HET OER-WOUD. + + +Den 18den Maart liep de stoomboot „Madoera” de monding van den Congo +binnen. Maar reeds gedurende het eerste eind van Matadi tot aan +Stanley-Pool leed de karavaan door desertie en ziekte groote verliezen, +en bagage, proviand en ammunitie smolten tot bijna op de helft in. +Daarbij veroorzaakte het verkregen van nieuwe voedingsmiddelen zeer +onverwachte moeilijkheden, en daarom moesten in geforceerde marschen +vruchtbare streken bereikt worden. Van Stanley-Pool zou het per schip +verder gaan, maar de bestuurder van het Zendingsstation was slechts na +langdurige onderhandeling bereid, zijn schepen aan de expeditie ter +beschikking te stellen, voor de vaart den Congo op tot aan Jamboeja, +aan de zijrivier Aroewimi. + +Den eersten Mei begon de eentonige vaart. Dag aan dag hetzelfde +tooneel: boschrijk land, miriaden met bosch bedekte eilanden, en breede +kanalen met doodsch, stil water, die in den strakken glans der zon op +stroomen van kwikzilver geleken. Maar de inboorlingen leverden tamelijk +bereidwillig levensmiddelen en de gezondheid der expeditie bleef in het +begin uitstekend. Maar in Leopoldville moest reeds een deel der bagage +achter worden gelaten en in Bolobo bleef zelfs een deel der expeditie +liggen: honderd en vijf-en-twintig man, die reeds te uitgeput en ziek +waren. Te Jamboeja, waar de zendingsschepen terugkeerden en ook Tipoe +Tip zijns weegs ging, moest Stanley weer een keuze onder zijn +manschappen doen. En daar in het Oosten wachtte Emin pacha hevig door +de Mahdisten in het nauw gebracht op hulp! Voorwaarts dus, het koste +wat het wilde! Een voorhoede van gezonden en sterken baant den weg naar +het Albert-meer; wie niet mede kan, blijft bij de achterhoede onder +majoor Barttelot in Jamboeja. Hun taak is bagage en manschappen uit +Leopoldville en Bolobo te halen, en dan ondersteund door de door Tipoe +Tip beloofde dragers of in het ergste geval alleen, de voetsporen van +Stanley te volgen om zich na eenige maanden weer met hem te vereenigen. + +De achterhoede betrok een bestaande kampplaats te Jamboeja, want het +verlies der achtergebleven manschappen en hun voor het grootste deel +voor Emin pacha bestemde bagage, zou een onherstelbaar verlies voor de +voorhoede wezen; men moest dus voorzichtig zijn tegenover de +inboorlingen en eveneens tegenover Tipoe Tip, voor het geval deze de +voorkeur er aan mocht geven, inplaats zijn loon te verdienen, zich de +schatten der expeditie kortweg toe te eigenen. + +Den 28sten Juni begon nu de marsch der voorhoede van drie honderd +negen-en-tachtig man in de richting van het Albert-meer door een geheel +onbekend gebied en door vreemde stammen van inboorlingen. Weer nam een +ontzaglijk oerwoud de karavaan op en gedurende honderd en zestig dagen +moest zij zich onder ontzaglijke moeite met mes en bijl een pad banen, +door kreupelhout en struikgewas, zonder in al dien tijd, ook maar een +stuk grasland, zoo groot als de vloer eener kamer te hebben gezien! De +marsch ging langs den oever van de Aroewini, en af en toe kwam men in +de meegebrachte boot of in van de inboorlingen geroofde kano’s op +einden, die vrij waren van watervallen, sneller vooruit. Maar bijna nog +gevaarlijker dan de inboorlingen, waren de aanvallen der zwermen +wespen, wier nesten vastkleefden aan de over het water hangende takken; +vooral de naakte dragers wisten zich ternauwernood tegen hen te +verweren. Regen, vereenigd met stormachtige onweersbuien, bemoeilijkten +den marsch zeer, en meestal moest de karavaan zich tevreden stellen met +de meest schrale voedingsmiddelen, die zij langs den weg vonden. Want +de inboorlingen aan de dichtbevolkte oevers gedroegen zich, met enkele +uitzonderingen, vijandig of verlangden buitensporige prijzen voor een +paar bananen en maïskolven, want dikwijls leden zij ook zelf honger en +leefden zij van paddestoelen, wortelen, visschen, slakken of rupsen, +een menu, dat zij in het gunstigste geval door eenige porties +menschenvleesch van verslagen vijanden verbeterden. + +Daarbij toonden velen van Stanley’s manschappen zich zoo weerbarstig en +lui, dat zij liever zouden zijn verhongerd, dan met eigen hand de boven +hun hoofd hangende bananen af te snijden. De mannen uit Zanzibar +toonden zich zeer onverschillig omtrent het verlies van hun bagage, +hetgeen noodlottig dreigde te worden voor het lot der geheele karavaan, +die in het oerwoud als begraven was. Op het water waren zij geheel +onbruikbaar en aan den oever tegenover de hen omringende gevaren van +dezelfde stompzinnige onverschilligheid. Ondanks dagelijksche, ja elk +uur, gegeven waarschuwingen zwierven zij zorgeloos in het bosch rond en +werden dan dikwijls door de vergiftige pijlen en speren der +inboorlingen in den rug doorboord. Indien een moedige wilde hen brutaal +tegemoet trad, dan wierpen zij het liefst het geweer weg om te vluchten +of zij verhandelden hun wapenen tegen een paar maïskolven; daardoor +werden de inboorlingen steeds brutaler en weldra moest elke schrede in +hardnekkig gevecht met de wilden veroverd worden. De veerkracht hunner +bogen was zoo groot, dat de pijlen op korten afstand een lichaam geheel +doorboorden, en het gift, waarmede de punten waren bestreken, +veroorzaakte na voorafgegane krampaanvallen bij de meeste verwondingen, +onder groote smarten den dood. + +Bovendien ontmoette de karavaan nu roofzuchtige Arabieren en deze +ontmoeting demoraliseerde de troepen van Stanley nog meer dan ziekte en +honger het tot nu toe hadden gedaan. + +De desertie nam toe, proviand, ammunitie en ruilwaren werden bij +massa’s gestolen en aan de Arabieren verkocht. Vele zieken +bemoeielijkten den marsch, vooral als de booten op het land getrokken +en voorbij watervallen gesleept moesten worden. De desertiekoorts stak +zelfs een der laatste ezels aan, ook hij ging op zekeren dag aan den +haal. + +Intusschen was het nog een geluk voor de geheel uitgeputte en +ingesmolten karavaan, dat zij den 16den September in de nederzetting +van het Arabisch opperhoofd Oegarrowa aankwam, een voorpost der +slavenhandelaars, waar men Stanley vriendelijk ontving. Hij gaf daarom +zijn zieken aan de Arabieren ter verpleging; zij zouden, tegen +betaling, zoo lang in de nederzetting van Oegarrowa blijven, totdat de +achterhoede van majoor Barttelot hen zou bereiken. Door desertie en +dood had de voorhoede tot nu toe twee-en-zestig man verloren, en het +hoopje van hen, die zich nu gereed maakten verder te trekken, was zeer +verminderd. + +De aanwezigheid der slaven- en ivoorjagers had bovendien de +inboorlingen in het rond verdreven. Zij hielden zich verborgen in +ontoegankelijke kreupelbosschen en levensmiddelen waren maar zelden te +krijgen. De woeste strooming der rivier maakte het onmogelijk de +vaartuigen te gebruiken en spoedig waren de dragers zoo verzwakt, dat +zij nog slechts op handen en voeten kropen. Weer moest een troep zieken +en uitgeputten achtergelaten worden, en niettegenstaande de +buitengewone volharding van Stanley begon deze nu te twijfelen aan de +redding der expeditie! Evenals de wilden leefde men van woudbananen, +kevers, rupsen, slakken en witte mieren, en een ezel werd zoo grondig +verorberd door de half uitgehongerden dat niets dan het vergoten bloed +en de haren overbleven. Op de rustplaatsen zaten de lieden dof voor +zich heen te staren of spraken met elkaar over het bange voorgevoel dat +zij omtrent het hun te wachten lot hadden. + +„Weet gij dat die en die dood is; dat die verloren is en een derde +misschien vannacht te gronde gaat? De overigen zullen morgen omkomen.” +En na het gesprek riep de trompet weer allen op hun post om verder te +marcheeren en verder te strijden. + +Daar stiet men eindelijk den 18den October weer op de +herkenningsteekenen der Arabieren en vond in hun nederzetting Ipoto +opname en redding. Maar deze vriendelijkheid der Arabieren was +gevaarlijker, dan wanneer zij de expeditie met de wapenen in de hand +tegemoet waren getreden. + +Tegen levensmiddelen verkochten de mannen uit Zanzibar, wapenen en +bagage en vanaf Stanley tot aan den laatsten drager waren allen op het +punt weerloos in de handen der Arabieren te vallen! Toch bleef er niets +anders over dan om ook hier weer de zieken achter te laten, om nog maar +voorwaarts te komen. + +Den 27sten October ging de marsch verder naar het Oosten. Het oerwoud +werd steeds meer onbegaanbaar. Het vreeselijkste waren de open plekken, +die gedeeltelijk door den storm waren veroorzaakt, gedeeltelijk door de +inboorlingen ter beschutting hunner dorpen waren gemaakt. In +schrikkelijke verwarring lagen stammen en boomen, de een op den ander; +verhieven zich de takken tot den eenen heuvel boven den anderen. In +deze woestenij van bosch groeiden in den grootsten overvloed bananen, +wilde druiven, palmen, rotangs en vele woekerplanten, en door dit alles +moesten de manschappen dringen, over neergevallen stammen balanceeren, +dan weer op den grond door een warnet van takken kruipen en door +moerassen en greppels voorttuimelen. En vooral dreigden, onder bladeren +verborgen, vergiftige houtsplinters, die de sluwe inboorlingen tot +verweer tegen de vreemdelingen rechtop in den grond plachten te steken! +Elken avond pakten zich wolken samen, en hoorde men het rollen van den +donder van alle kanten weerkaatsen in het woud; de bliksemstralen +flikkerden hier en ginds, braken dagelijks de kronen der boomen en +spleten een woud-patriarch van den top tot den wortel, en de regen viel +in stroomen neer. Maar gedurende den marsch was de Voorzienigheid weer +genadig, de zon scheen en wierp haar zacht licht in millioenen stralen +door de takken en wekte de gedrukte stemming der reizigers op, +veranderde de stammen der boomen in marmeren pilaren en den dauw en +regendroppels in fonkelende brillanten, vroolijkte de onzichtbare +vogels op, zoodat zij hun lied deden klinken, wekte de zwermen van +papegaaien tot vroolijk geschreeuw en gefluit, en de groote troepen +apen tot uitgelaten grappen, terwijl hier en daar een diep gebrul in de +verte verkondigde dat een soko- of chimpanseefamilie zich in hun +schuilhoek met de een of andere wilde sport vermaakte. + +Een troep Arabieren diende op dezen marsch tot gidsen en de brutale +overmoed, tegenover de vreemdelingen, die zij reeds geheel in hun macht +zagen, werd voor de manschappen een onverdraaglijke marteling. Maar +zwak als zij waren, aan wandelende geraamten gelijk, moesten zij zich +alles laten welgevallen, totdat zij eindelijk Ibwiri bereikten, waar +zij zich weer aan een overvloed van levensmiddelen konden versterken. +Alsof zij met een tooverstaf werden aangeraakt, werkte hier op de +karavanen het bericht, dat de gevangenschap in het oerwoud op haar +einde liep en het grasland in het Oosten nog maar enkele dagreizen was +verwijderd. In Ibwiri wachtte Stanley, totdat zij, die in de laatste +kampplaatsen waren achtergebleven, zich met hem vereenigden, en toen de +voorhoede weer honderd vijf-en-zeventig man telde, zette hij den 24sten +November met nieuwen moed en frissche kracht den tocht voort. + + + + + + + + +65. OP ZOEK NAAR EMIN PACHA. + + +Den 4den December betrad Stanley met zijn kameraden, na honderd en +zestig dagen, voor het eerst weer de open vlakte, en de uitgestrekte +landerijen van Aequatoria lagen voor de oogen van de jubelende +manschappen, voor wie het een ontspanning was, eindelijk weer eens in +looppas te kunnen voortgaan. Achter de blauwe bergen aan den horizon, +moest het Albert-meer liggen, het vurig verlangde doel der expeditie, +waar Stanley den verdwenen gouverneur hoopte te vinden! + +Nieuwe moeielijkheden! Ontzaglijke velden en aanplantingen lagen voor +hem, en het eene dorp volgde op het andere; maar de inboorlingen +drongen rondom de karavaan in benauwende massa’s: van een +vriendschappelijke overeenkomst wilden zij niets weten en dag noch +nacht kon men het geweer uit de hand leggen. Dikwijls waren de wilden +door strijdlustige honden vergezeld, en wie zich alleen van de karavaan +verwijderde, was reddeloos ten doode opgeschreven. + +Bij elke hindernis in den weg, bij elken overgang over de rivier lagen +de wilden in hinderlaag, en als Stanley, hun eigendom sparend, voorbij +trok, zagen zij dat voor lafheid aan en werden zij nog brutaler. Het +krijgsgehuil weerklonk onophoudelijk, elk vooruitspringend gedeelte van +een berg, elke heuvel was zwart van de menschen, en op de vlakten +krioelden zij dooreen als mieren. En al deze gevechten en deze +slachtoffers slechts door een misverstand! De inboorlingen zagen de +vreemdelingen aan voor bondgenooten van den zwarten koning Kabba-Rega, +die hun gebied schatting liet betalen en Emin pacha ook bedreigde. + +Onder onophoudelijke gevechten naderde men eindelijk het Albert-meer en +op zekeren dag rustten aller oogen op een grauwe wolk beneden in het +dal. Wat is dat? De nevel trok gaandeweg op, en de glinsterende vlakte +van het meer lag voor hen! Door geestdriftig gejubel, werd den 13den +December 1887 de ontdekking gevierd. + +Maar wat nu? De voorhoede bezat geen vaartuig, want de booten had men +in Ipoto moeten achterlaten. Op de rotsige hellingen van de het meer +omgevende bergen, groeiden noch bananen noch eenige boom, die voor den +bouw van kano’s gebruikt konden worden. Nergens was een aanplanting te +zien, de bewoners der oevers leefden van vischvangst en van de +bereiding van zout. Indien Emin pacha nu zelf niet met zijn stoomboot +en levensmiddelen hen tegemoet kwam, dan was de karavaan hier vlak bij +het doel prijsgegeven aan den hongerdood. Maar hoe ijverig Stanley zijn +tolken ook liet navragen en hoe onvermoeid hij elk punt van den oever +met zijn verrekijker ook afzocht—geen spoor van den gouverneur en zijn +manschappen! Zou nu de geheele zending met al haar offers aan bloed en +leven toch vergeefs zijn geweest? + +Wat bleef er anders over dan intusschen naar Ibwiri terug te keeren! +Den 16den December begon de terugtocht, en den 8sten Januari 1888, werd +Ibwiri weer bereikt. Hier bouwde Stanley eerst het fort Bodo, bezette +het sterk en zond een afdeeling uit, om de verschillende achterblijvers +uit de Arabische nederzettingen te halen. Rondom het fort liet hij het +bosch ontginnen en maïs en boonen zaaien, opdat de later hier +achterblijvende bezetting eenige levensmiddelen zou hebben. Wel +verwoestten de inboorlingen de nieuwe aanplantingen dikwijls en het +fort geleek meer op een belegerde vesting. + +Daarbij overvielen gansche legers van mieren en ander ongedierte, de +hutten en tenten, en het wemelde er van giftige slangen. + +Den 8sten Februari kwamen de achterblijvers uit Ipoto gelukkig met de +boot aan. Zij hadden in de legerplaats der Arabieren ontzettend +geleden! De slavenhandelaars hadden hen slechts dan spaarzaam van +voedingsmiddelen voorzien, als zij in de aanplantingen werkten, en de +zwakken en zieken hadden zij eenvoudig laten verhongeren. Door diefstal +en geweld hadden de roovers een deel der wapenen van de expeditie in +hun bezit gekregen. Wat was onder deze omstandigheden het lot der +achterhoede en van majoor Barttelot geweest? Niemand had een spoor van +haar gezien. Zeer verontrust zond nu Stanley een troep vrijwilligers de +Aroewimi weer af, om de verdwenenen op te zoeken. Maar terwijl hij op +hun terugkomst wachtte, kreeg hij zelf koorts en lag drie-en-twintig +dagen onder den invloed van morphine, bijna voortdurend bewusteloos! + +Intusschen schoot op de bebouwde akkers de jonge maïs op, en was weldra +zoo hoog als het kreupelhout in het woud; fort Bodo beloofde een rijke +graanschuur voor de bezetting en de geheele karavaan te worden. Stanley +herstelde weer, maar niets bevrijdde hem van de kwellende zorgen over +zijn manschappen. De weken gingen voorbij. Geen spoor van de +achterhoede! Geen bericht van de verkenners! Allen schenen reddeloos +begraven te zijn onder de altijd groene golven van het oerwoud! En aan +het Albert-meer wachtte Emin pacha in wanhopig verzet op hulp en +redding! + +Zoodra Stanley zich weer krachtig voelde begon den 2den April 1888 de +tweede marsch naar het Albert-meer. Nog eens door de legioenen van +zwarte krijgslieden Emin pacha tegemoet! Maar dezen keer werden zij +niet ontvangen door het krijgsgeschreeuw der inboorlingen. De +machtigste opperhoofden kwamen nu de karavaan als bondgenooten +tegemoet. Twee maanden na Stanley’s terugkeer van het Albert-meer was +een hen bevriend blanke Mallejoe genaamd of de „Gebaarde” in een groote +ijzeren kano op het meer verschenen! „In het midden stond een groote, +zwarte boom, waaruit rook en vonken vuur kwamen,” vertelden het +opperhoofd Masamboni en zijn krijgslieden. „En er waren veel vreemde +lieden aan boord en er liepen geiten heen en weer als op de markt in +een dorp en kippen in met staven gesloten kisten en wij hoorden de +hanen even vroolijk kraaien als tusschen onze gierstvelden. Mallejoe +vroeg met diepe, diepe stem naar u, zijn broeder. Daarna voer hij weer +weg met zijn groote, ijzeren kano, die zooveel rook in de lucht deed +gaan, alsof ze in brand stond. Twijfel er niet aan, heer, u zult hem +spoedig vinden.” + +Dat waren de eerste berichten, die Stanley van Emin pacha kreeg. Van de +vele berichten, die Stanley reeds uit Zanzibar, langs de meest +verschillende wegen, naar den gouverneur had gezonden, had er hem dus +niet één bereikt. Maar de opperhoofden der inboorlingen zonden hem nu +hun hardloopers na, en binnen enkele dagen moest Emin pacha er van op +de hoogte zijn, dat de expeditie er was. Intusschen marcheerde Stanley +naar Kavalli, overal begroet en aangeroepen door de vriendelijke +inboorlingen, die nog enkele maanden geleden de vreemdelingen beschimpt +en niet weinigen gedood hadden. Nu trok een voorhoede van honderd +vijftig inboorlingen vooruit en vrijwillige, zwarte dragers namen de +lasten der karavaan over. + +Wel was de plechtig gesloten vrede van de inboorlingen een welkome +gelegenheid zich te verrijken met de geschenken der vreemdelingen en +zelfs de opperhoofden werden vaak onbeschaamde bedelaars. Maar zij +moesten in goede stemming worden gehouden en Stanley was daarom niet +spaarzaam met de producten der Europeesche beschaving, die meegenomen +waren om de nieuwsgierigheid der wilden gaande te maken en hen er mee +te vermaken. Een handspiegel wekte onder de zwarten eerst de grootste +verwondering en vrees. Toen zij hun eigen gelaat weerspiegeld zagen, +geloofden zij dat een vijandelijke stam uit de aarde tegen hen optrok +en zij liepen in den grootsten schrik weg. + +Daarna kwamen zij op de teenen terug en lieten nog eens het vreemde +visioen over zich heen gaan. „De gezichten zien er als die van ons +uit!” fluisterden zij tegen elkaar, en nu legde Stanley hun uit, dat +hetgeen zij zagen niets anders was dan het spiegelbeeld van hun eigen +buitengewoon innemende trekken, bij welk compliment het opperhoofd, +Mpinga van trots gloeide. En nu overwon de persoonlijke ijdelheid in +enkele oogenblikken de aanvankelijke vrees. Zijn geleiders drongen zich +om hem heen, en allen sloegen met onuitputtelijk genoegen gade hoe waar +de spiegel de kenteekenen van elk gelaat weergaf. „Zie eens het +litteeken, het is precies zoo; maar zie toch je breeden neus, Mpinga. +O, dat is heel precies. Ja, en zie de groote veer, die wuift werkelijk! +Het is te vreemd! Waar kan het van zijn gemaakt? Het ziet eruit als +water, is toch niet vloeibaar; en op den rug ziet het zwart. Ah, wij +hebben vandaag een ding gezien, dat onze voorvaderen nooit zagen!” + +In Kavalli kreeg Stanley eindelijk een brief van Emin, die hem echter +tot zijn verbazing beval te blijven waar hij was, totdat de gouverneur +met zijn manschappen bij hem zou komen. Den 29sten April kwam eindelijk +de stoomboot van Emin, op het Albert-meer, in het zicht. Stanley zond +hem boden tegemoet, en onder algemeen gejubel en talrijke +begroetingssalvo’s, naderde de verdwenen gouverneur met zijn geleide in +het duistere avonduur, de legerplaats. Maar laat ons nu Stanley zelf +laten vertellen: + +„Ik schudde alle aangekomenen de hand en vroeg, wie Emin pacha was. +Toen wekte een wat kleine, tengere gestalte mijn opmerkzaamheid door de +in ’t uitnemend Engelsch gesproken woorden: + +„Ik ben u veel dank verschuldigd, mijnheer Stanley en ik weet werkelijk +niet hoe ik dien zal uiten.” + +„Ah, u zijt Emin pacha! spreek over geen dank, maar kom binnen en neemt +u plaats. Het is hier buiten zoo donker, dat wij elkaar niet kunnen +zien.” + +„Wij zaten aan den ingang der tent, een waskaars verlichtte die. Ik had +volgens de beschrijving van verschillende reizigers een groote, magere +gestalte van militair voorkomen verwacht, in afgedragen Egyptische +uniform, maar zag in de plaats daarvan een kleine, tengere gestalte met +een goed onderhouden fez en in een helder, goed gestreken en uitnemend +zittend pak uit katoenen dril. Een donkere, met grijs doorweven baard, +omlijstte het gelaat dat een Hongaarsch type had ofschoon een bril het +een ietwat Italiaansche of Spaansche uitdrukking gaf. + +„Het gelaat vertoonde geen spoor van ziekte of zorg, integendeel, +slechts gezondheid en kalme gemoedsrust waren er op te lezen. Korte +mededeelingen over onze lotgevallen, de gebeurtenissen in Europa; de +voorvallen uit de streken om den aequator, alsmede persoonlijke +lotgevallen, namen nagenoeg twee uren in beslag; daarna werden, om het +gelukkige wederzien te vieren, vijf halve flesschen champagne ontkurkt, +en op de voortdurende gezondheid van Emin pacha en zijn metgezellen +geledigd! Daarop brachten wij het gezelschap naar de boot, die hen naar +het stoomschip terug bracht.” + +De rollen der beide groepen waren dus juist omgekeerd! Naast het +welverzorgde militaire geleide van den pacha, scheen de karavaan van +Stanley een erbarmelijk armoedige bende, die veel eerder hulp noodig +scheen te hebben dan de gouverneur, ter wiens redding zoo vele +kameraden het leven gelaten hadden! + +In de positie van Emin pacha was namelijk weer een gunstige wending +gekomen, daar het scheen alsof zijn gebied niet meer onmiddellijk +bedreigd werd. Daarom was hij ook nog volstrekt niet besloten om zich +door Stanley te laten redden. Het viel hem zwaar om plotseling zijn +levenstaak niet verder voort te zetten, en ook zijn troepen dachten er +niet aan hun vaderland op te geven; en aan den anderen kant kon hij het +niet over zijn hart verkrijgen om zijn mannen in den steek te laten. +Het werd ook spoedig duidelijk, dat hij van zijn soldaten en hun +inlandsche officieren afhankelijker was dan wel voor een gouverneur, +met de macht van onder-koning bekleed, paste; hij verklaarde dan ook +dat hij zijn besluit afhankelijk zou maken van den wensch zijner +manschappen. Hij moest derhalve eerst naar zijn residentie Wadelai +terugkeeren; en zelfs indien in het gunstigste geval de Egyptische +troepen zich bereid verklaarden om zich by Stanley aan te sluiten, dan +zouden er toch nog weken en maanden moeten verloopen, voordat zij ter +plaatse waren. + +Ook Stanley zelf had een tijd van rust noodig. Hij kon zijn uitgeputte +manschappen niet dadelijk blootstellen aan het onzekere lot, dat hen +wachtte op de onbekende wegen naar de oostkust; maar bovenal moest de +achterhoede, waarvan hij nog niet het geringste levensteeken had +ontvangen, gered worden. + +Stanley betrok derhalve in Nsabe een versterkt kamp, liet een zijner +officieren, Jephson, met verscheidene manschappen by Emin achter, en +begon den 24sten Mei zijn verschrikkelijken marsch teneinde de +achterhoede te ontzetten! + + + + + + + + +66. HET LOT VAN DE ACHTERHOEDE. + + +Ten tweeden male het donkere oerwoud in! Den 8sten Juni was Stanley +reeds weder in het fort Bodo, waar hij alles in den besten toestand +aantrof. De gewassen waren uitstekend opgekomen, de oogst was +binnengehaald, en er was opnieuw gezaaid. De bevelhebber van het +garnizoen, luitenant Stairs, had de invaliden uit het kamp van +Oegarrowa gehaald, maar tengevolge van de schandelijke behandeling der +Arabieren, waren er van de zes-en-vijftig man slechts veertien levend +in het fort Bodo aangekomen! + +Den 16den Juni begon de opmarsen naar Jamboeja, en weerklonk dagelijks +de waarschuwende roep der gidsen: „Roode mieren onderweg! Pas op, een +boomstronk, o! splinters! Een kuil, rechts! Pas op, links! Pas op, +doornen! Een wortel! Roode mieren in aantocht! Pas op de roode mieren! +Een boomstam! Splinters daaronder!” + +Zoo ging het verder, van het eene kamp naar het andere. Toen Stanley +den 21sten Juni te Ipoto aankwam, waren de Arabieren aldaar niet weinig +geschrokken, daar ze bang waren voor een wraakoefening wegens de wijze +waarop ze zijn invaliden behandeld hadden. Maar Stanley hield zich in, +want eerst moest de achterhoede gered worden, en hij mocht het fort +Bodo met zijn bezetting van zestig man niet blootstellen aan een +overrompeling door Arabische roovers. Derhalve vergenoegde hij er zich +mee, een deel der geroofde wapenen te doen uitleveren, en trok toen +verder de Aroewini stroomafwaarts. + +De lastdragers die hem door Emin medegegeven waren, hadden het meeste +van de vermoeienissen der dagmarschen te lijden; bij een heftigen +stortregen, vielen er plotseling drie dood neer, alsof ze door een +kogel getroffen waren, en dagelijks waren er meerderen die ditzelfde +lot deelden. + +Den 13den Juli bereikte Stanley het kamp van Oegarrowa. Maar de plek +was als uitgestorven, alle bewoners waren stroomafwaarts getrokken. Met +behulp van talrijke kano’s, die men den inboorlingen ontnam, +achterhaalde men echter de mannen van Oegarrowa, en hier, in het kamp +der Arabieren trof Stanley eindelijk de vrijwilligers aan, die hij de +achterhoede tegemoet gezonden had. Van de twintig man waren er vier +gesneuveld, en van de overige zestien man was er slechts één enkele +zonder schot- of speerwond afgekomen! Ze hadden voor de vijandelijke +inboorlingen moeten wijken, en zich onder bescherming der Arabieren +moeten stellen. Ook de afgezanten die Oegarrowa in opdracht van Stanley +naar Jamboeja gezonden had, waren niet in staat geweest, zich door de +vijandelijke benden heen een weg te banen. Het lot der achterhoede was +dus nog geheel in het duister gehuld. Daar moest wel iets +verschrikkelijks gebeurd zijn! + +Den 12den Augustus werd de marsch voortgezet. De bezwaren, die de weg +opleverde, bleven dezelfde, alleen werd de karavaan niet meer door de +inboorlingen lastig gevallen. De dicht bewoonde streken, waardoor men +zich bij den opmarsch met moeite een weg had moeten banen, waren thans +verlaten; de inboorlingen waren verdwenen, hun groote dorpen waren te +deele verwoest De slaven- en ivoorhandelaars hadden hier weer eens +duchtig huisgehouden! + +Zoo brak de 17de Augustus aan. Na de opeenvolgende tooneelen van +verwoesting en verlatenheid aan beide oevers, vertoonde zich in den +lichten morgennevel een nog gespaard gebleven dorp, en toen men +naderbij gekomen was, werd een versterkte omheining zichtbaar. Witte +gewaden kwamen in ’t zicht, en in den morgenwind wapperde een roode +vaan met de halve maan. Weer een kamp der Arabieren! Hier was misschien +de achterhoede! „De majoor, jongens! Aan de riemen!” riep Stanley zijn +mannen toe, en onder luid hoera-geroep vloog de kano met razende +snelheid voort. + +Een eind voor het dorp hield Stanley stil, en daar hij aan land een +troep vreemde menschen zag, riep hij: + +„Tot wien behooren jullie?” + +„We behooren tot Stanley’s mannen,” klonk het antwoord. + +In enkele oogenblikken was Stanley aan land, en voor hem stond, als +eenige Europeaan, de arts Bonny. + +„Wel Bonny, hoe gaat ’t? Waar is de majoor? Soms ziek?” + +„De majoor is dood!” + +„Dood? Goede God! Hoe is hij gestorven? Aan koorts?” + +„Neen, hij is doodgeschoten!” + +„Door wie?” + +„Door de Manjema, de mannen van Tipoe Tip!” + +„Genadige hemel! En waar is de plaatsvervangende officier?” + +„Aan de Stanley-vallen!” + +„Om Godswil! Wat doet hij daar?” + +„Hij is daarheen gegaan om meer dragers te krijgen.” + +„En waar zijn de andere officieren?” + +„De eene is in Bangala, en de andere is al sedert lang ziek naar huis +teruggekeerd!” + +Bij stukjes en beetjes vernam nu Stanley het lot van de achterhoede. +Majoor Barttelot had de instructies van Stanley niet opgevolgd, die hem +uitdrukkelijk gelast had, om slechts een tijdlang op de door Tipoe Tip +beloofde dragers te wachten; maar om dan, wanneer de Arabier zijn woord +niet zou houden, met al de bagage in kleine dagmarschen op te rukken, +om in elk geval dichter by Stanley te komen. Tipoe Tip had, zooals +Stanley wel voorzien had, zijn woord niet gehouden, en majoor Barttelot +had zich door de beloften van den sluwen Arabier volkomen om den tuin +laten leiden! + +Deze had spoedig de benarde positie van den majoor bemerkt, en het was +zijn streven geweest om zich zijn hulp zoo duur mogelijk te laten +betalen. De rooftochten van zijn benden hadden de oevers van de +Aroewini verwoest en ontvolkt, en de achterhoede was nu voor de +proviandeering op de milddadigheid der Arabieren aangewezen. Dit was ’t +juist wat Tipoe Tip beoogde: op deze wijze kreeg hij voortdurend meer +van de kostbare bagage van Stanley in handen. Hoewel er geen +schermutselingen hadden plaats gehad, was de munitie-voorraad reeds tot +op de helft ingekrompen, de helft van het buskruit en meer dan twee +derden der kogels waren verdwenen; de slaghoedjes had men aan Tipoe Tip +moeten verkoopen! + +Maar, nog erger! Tengevolge van ongunstige berichten omtrent het lot +van Stanley had Barttelot een groot deel der bagage naar Bangala +teruggezonden, zoodat Stanley thans aan alles gebrek had, en voor +zichzelf uit een stuk doek der tent, een soort van kousen moest maken! +Alsof dit alles nog niet voldoende was, had Barttelot ook een deel van +de Europeesche proviand, en bijna alle geneesmiddelen teruggezonden, en +dat nog wel terwijl zijn mannen van honger omkwamen, en het kamp meer +zieken dan gezonden bevatte! Van de 271 man sterke achterhoede waren er +nog slechts 101 in leven, en van dezen was nog de helft door honger en +ontbering ten doode opgeschreven. Kortom, de aanvoerder was bij al den +tegenspoed volkomen zijn hoofd kwijtgeraakt. En toen eindelijk, tien +maanden later dan afgesproken was, Tipoe Tip met een deel der beloofde +dragers aankwam, waren deze zoo onbruikbaar, dat de majoor zijn +zelfbeheersching volkomen kwijt raakte. Bij een twist, die hierover +ontstond, had een der Arabieren hem eenvoudig neergeschoten. + +Zelfs de ijzeren energie van iemand als Stanley moest wel door het +verhaal van dezen rampspoed gebroken worden. De halve expeditie +vernietigd door de roekeloosheid van den aanvoerder! Niets dan moord en +dood, ziekte en zorg, kommer en gebrek. Welk een welkom voor deze +kleine heldenschaar! Dagen lang was Stanley als ’t ware versteend bij +den aanblik van al deze ellende. + +Toen hij echter weer eenigszins tot zichzelve gekomen was, zorgde hij +er eerst voor, dat velen van de achterhoede die zichzelf met slecht +toebereide maniok vergiftigd hadden, weer op krachten kwamen; toen dit +het geval was, werd den 1sten September de terugmarsch ondernomen. + +Alzoo ten derden male door de verschrikkingen van het oerwoud! En dat +met een karavaan waarin op één gezonde drie zieken voorkwamen. De +vreeselijkste ervaringen hadden de mannen nog niet verstandiger +gemaakt, en noch de vergiftigde pijlen noch de vlijmscherpe speren der +inboorlingen hielden de mannen er van af om zich van den troep af te +scheiden, en alleen op buit uit te gaan. Daarbij dag aan dag regen, die +de bezwaren van den tocht nagenoeg onoverkomelijk maakte! Meer dan eens +dreigde de hongerdood een einde aan de geheele expeditie te zullen +maken. + +Den 15den December, in een kamp nabij het punt waar de Ihoeroe en de +Doei samenstroomen, wanhoopte zelfs Stanley er aan, den volgenden dag +nog te zullen beleven. + +De uitgezonden fourageerders waren sedert dagen verdwenen; of +verzorgden zichzelf misschien in weelderige bananenaanplantingen, +zonder aan hun kameraden te denken. Van hen die in het kamp waren +achtergebleven, waren slechts weinigen in staat om in het woud bessen +of paddestoelen te zoeken. Wie nog gaan kon, volgde den aanvoerder om +de vermisten te zoeken. Het werd nacht, wellicht de laatste nacht, dien +ze zouden beleven! De sterren waren niet te zien, er brandde geen vuur, +want er was toch niets om te koken. Diepe stilte heerschte +rondom—slechts nu en dan een vertwijfeld steunen. + +„Uit de pikzwarte duisternis,” zoo lezen we in Stanley’s dagboek +„doemden vage gestalten op, die het koortsgebied bevolken, er waart +door de lucht een gefluister van graven en eenige vergetelheid, een +demon fluistert de verhitte verbeelding in, dat het beter is te rusten, +dan met een gebroken hart te denken, en de wind in de toppen der boomen +van het duistere woud schijnt te zuchten en te steunen: verloren! +verloren! verloren! Vergeefs zijn uw arbeid en uw kommer! De eene +noodlotsdag na den anderen; stuk voor stuk zullen uw mannen den dood +ten prooi vallen, en dan zult ge alleen zijn!” + +„Allah ho Akbar” weerklonk plotseling de roep van een man in het +duister. „God is groot”—een Muzelman herinnerde de Christenen er aan +hunnen God te gedenken! + +Tegen den morgen sluimerde Stanley in, maar toen de dag nog nauwelijks +aangebroken was en het spookachtig licht zijn doodstille makkers deed +zien, sprong hij weer op. „Vooruit, jongens naar de bananen! Met Gods +hulp zullen we vandaag nog bananen hebben!” Allen stonden met +inspanning van hun laatste krachten op, en struikelend van zwakte +gingen ze in het grauwe morgenlicht achter elkaar aan. + +Hoor! Was dat niet als het gerommel van stemmen in de verte? Neen, ’t +was reeds nabij! En komt daar niet als gedragen door de hand van een +schim een bundel groene bananen uit het struikgewas te voorschijn? Daar +zijn de fourageerders met schatten beladen! En op hetzelfde oogenblik +vergaten allen hun ellende, en jubelend stijgt hun dank ten hemel: „God +zij gedankt!” Snel werden vuren aangestoken, waarop de bananen +geroosterd werden, en toen men weer voldoende krachten had opgedaan om +zich op weg te begeven, gingen ze naar het kamp terug, om ook daar aan +de halfdooden weer nieuw leven te schenken. + +Dit verschrikkelijkste avontuur van de geheele expeditie vond plaats op +een afstand van weinige dagreizen van het fort Bodo, waar Stanley op +den 20sten December aankwam. In het geheel had de marsch van Banalja +naar het fort honderd en zes menschenlevens gekost! + +„In het fort Bodo alles wel!” Dit gelukkige bericht had tegelijkertijd +iets verbluffends voor Stanley. Immers, hij had er in ’t geheel niet op +gerekend de bezetting nog in het fort aan te zullen treffen. + +Emin pacha en Jephson hadden, zoo luidde de stellige afspraak, een +expeditie tot ontzet zullen vormen! Maar er was van beiden niet het +geringste bericht tot hier doorgedrongen. Had dan alles samengespannen +om het doel dezer expeditie onmogelijk te maken? Er moest in het gebied +van den gouverneur wel iets zeer bijzonders hebben plaats gegrepen, +wanneer zelfs Stanley’s eigen officieren de strikste bevelen om het +fort te ontzetten niet hadden kunnen nakomen! + + + + + + + + +67. GERED UIT DE HANDEN DER REBELLEN. + + +Juist in de dagen waarin Stanley de treurige overblijfselen zijner +achterhoede in Banalja terugvond, waren er in de provincie Aequatoria +ernstige dingen voorgevallen. De autoriteit van den gouverneur over +zijn troepen was reeds lang slechts een schijn-gezag geweest, en den +18den Augustus kwam het in Doefilé tot openlijke rebellie. Door +Stanley’s officier Jephson was allerwege de oproep der Egyptische +regeering bekend gemaakt aan de garnizoenen in Aequatoria, om het land +te verlaten en zich bij de hulp-expeditie aan te sluiten; dit bevel +strookte echter in ’t geheel niet met de wenschen der Egyptische +officieren; daarom strooiden deze onder de soldaten het praatje rond, +dat de brieven die Stanley had meegebracht, valsch waren, dat ’t niet +waar was dat Chartoem gevallen was, dat Stanley slechts een avonturier +was, die in ’t geheel niet uit Egypte gekomen was; maar dat hij met den +gouverneur een complot gesmeed had om hen, hun vrouwen en kinderen uit +het land te voeren, om ze den Engelschen als slaven te verkoopen. Deze +leugens werkten in dit onwetende en fanatieke land als vuur onder de +bevolking, en toen de gouverneur den 18den Augustus te Doefilé kwam, +werd hij met Jephson gevangen genomen. Men verklaarde hem voor afgezet, +ontzette de hem goedgezinde officieren uit hun posten, en sommigen +verlangden zelfs dat men den pacha in boeien zou klinken. Maar dit +duldden de soldaten niet, daarvoor hadden ze te vaak zijn +rechtvaardigheidszin en zijn goede zorgen ondervonden. Met Stanley +hoopten de rebellen bij diens terugkeer, spoedig af te rekenen; ze +waren van plan hem in het land te lokken, hem van alle geweren, munitie +en leeftocht te berooven, en hem dan eenvoudig weg te jagen. + +Daar rukten in October plotseling uit het Noorden de Mahdisten aan en +spoedig kwam de eisch van hun aanvoerder tot den gevangen gouverneur +om, tegen vrijen aftocht, zichzelf en zijn mannen, over te geven. + +Redjaf viel, met al zijn voorraden in handen der derwischen, en de +bevolking der geheele streek sloeg hals over kop op de vlucht. + +Thans kwamen de leugens der oproerige officieren aan het licht, en de +soldaten vervloekten hun aanvoerders: „Wanneer we onzen gouverneur +gehoorzaamd hadden, dan bevonden we ons thans in veiligheid; al deze +jaren is hij als een vader en moeder voor ons geweest; maar inplaats +van op hem, hebben we op u vertrouwd, en nu zijn we verloren!” + +De poging om Redjaf te heroveren mislukte, de Mahdisten behielden de +overhand, en er ontstond onder de soldaten zulk een paniek dat ze +weigerden nog verder te vechten, wanneer hun pacha hun niet werd +teruggegeven. Bij den strijd om Redjaf waren de ergste vijanden van +Emin gesneuveld, en zoo herkregen de gouverneur en Jephson hun +vrijheid. Hij had drie maanden in strenge gevangenschap doorgebracht, +maar toen hij te Wadelai aankwam, werd hij door de bevolking met +gejubel ontvangen. + +Weliswaar werden de Mahdisten den 25sten November door Emin’s troepen +verslagen, maar, daar het eene station na het andere hun in handen +viel, en ze vanuit Chartoem versterking kregen, moest Wadelai toch +prijsgegeven worden, en in het begin van Januari trok Emin naar +Toengoeroe terug. + +In deze Januari-dagen van 1889 had Stanley met zijn karavaan eindelijk +weder de grasvlakten van Aequatoria betreden, en vol onrust over het +zwijgen van Emin rukte hij in geforceerde marschen voort. Den 28sten +Januari was hij weer in Kavalli, den 6den Februari kwam Jephson bij +hem, en eindelijk, den 17den Februari kwam Emin in zijn kamp aan. + +Weliswaar hadden de rebellen hem om vergiffenis gevraagd, maar toch +zonnen ze op verraad, en koesterden nog steeds het plan om zich van de +munitie der expeditie meester te maken, en den gouverneur en Stanley +uit den weg te ruimen. + +Maar, om dit plan ten uitvoer te brengen, hadden ze tijd noodig en daar +het gerucht van de groote troepenmacht die Stanley meevoerde, en van de +verschrikkelijke uitwerking van zijn geweren hun een heilzamen angst +inboezemde, bepaalden de aanvoerders zich er toe om den eigenlijken +afmarsch van Stanley en den geredden Emin zooveel mogelijk te +vertragen, totdat het aantal hunner kameraden tot een overmacht zou +zijn aangegroeid. Daarbij sleepten de mannen, die hun gouverneur +zoogenaamd naar de oostkust zouden vergezellen, zulk een massa bagage +mede dat Stanley’s dragers op verre na niet toereikend waren, en met +recht weerspannig werden. + +Stanley verklaarde derhalve aan de Egyptische officieren dat ze zelf +voor hun bagage moesten zorgen, en dat hij zijn mannen, die zich bij de +redding der Egyptenaren zoo dapper geweerd hadden, niet zou laten +gebruiken voor hun molensteenen om maïs te malen, en hun groote vaten +voor het bereiden van bier naar de kust te sleepen. + +Daar hij hun heimelijke bedoeling doorzag, gaf hij allen die hem wilden +volgen een bepaalden bedenktijd, en door vertrouwde spionnen liet hij +zich van alles wat er tegen hem beraamd werd op de hoogte houden. Emin +pacha, die nog slechts belangstelling voor natuur-wetenschappelijke +studiën scheen te hebben, en die gedurende dien tijd van wachten zich +bijna uitsluitend bezighield met het verzamelen van vogels en insecten, +vertrouwde nog steeds op zijn officieren, en het kostte Stanley heel +wat moeite om hem over de stemming van zijn eigen manschappen in te +lichten. Met de inboorlingen rondom stond Stanley thans op den besten +voet, daar hij hen bijstond in hun strijd tegen koning Kabba-Rega. Het +kamp der karavaan was intusschen zoo groot als een stad geworden en +werd door de dankbare inboorlingen uitnemend geproviandeerd. + +Den 10den April was Stanley gereed. Nu begon het eigenlijke ontzet van +Emin, de marsch der vereenigde troepen naar de kust. Stanley’s troepen +waren thans 460 man sterk, die van Emin 600, dat was alles wat +overbleef van de 10.000 man waarop de gouverneur in goed vertrouwen +gemeend had te kunnen rekenen! En ook dezen bleven hem nog niet eens +allen getrouw, ze deserteerden bij troepen. + +Nog eenmaal scheen het ontzet van Emin gevaar te loopen! Den 13den +April werd Stanley zwaar ziek, evenals zijn arts en Jephson; zoodat de +marsch een langen tijd onderbroken moest worden. Eerst den 8sten Mei +kon men verder trekken. + +De groote karavaan trok langs den voet van een der machtigste +sneeuwbergen van Afrika, de Roewenzori, welks top Stanley reeds in 1888 +als eerste Europeaan aanschouwd had, en die later in 1906 door den +hertog der Abruzzen voor het eerst bestegen werd. Achter Boekolo stiet +men weer op Arabische rooversbenden, waarmee men, tengevolge van een +misverstand, slaags raakte. Ook met de mannen van Kabba-Rega had +Stanley menige schermutseling, terwijl door het slechte weer bijna de +geheele karavaan aan koorts leed! + +Den 4den Juli had men eindelijk de uitgestrekte vlakte voor zich, die +zich uitstrekt van Eduard-Niansa tot aan de kust. Na een marsch van +vijf maanden kwam een expeditie den 4den December te Bagamoyo tegenover +Zanzibar. Reeds in Mpoeapoea waren ze door den keizerlijken commissaris +van Duitsch-Oost-Afrika, majoor Wissmann, verwelkomd. Bij een +feestbanket dat ter eere van redders en geredden te Bagamoyo gegeven +werd, kreeg Emin pacha nog, tengevolge van zijn bijziendheid een +ongeluk, daar hij uit een raam viel! + +Na zijn genezing trad hij den 7den April in dienst van het Duitsche +rijk, maar het was hem slechts twee en een half jaar vergund zijn +bekwaamheid en ervaringen in dienst te stellen van de Duitsche koloniën +in Afrika. Uit de handen der Mahdisten hadden Stanley’s moed en +volharding hem ten koste van driehonderd menschenlevens bevrijd. En +thans viel de voormalige gouverneur van Aequatoria op een reis in het +binnenland in handen van vijandelijke Arabieren, en werd door hen den +23sten October 1892, vermoord, een bittere ironie der +wereldgeschiedenis. + +Slechts zijn dochtertje Ferida, wier moeder een Abessynische was, +keerde naar Europa terug, en leeft nog heden onder ons. + +Hiermede besluiten we onze tweede reis „Van Pool tot Pool”. Maar we +ontmoeten elkaar weder in het „Zwarte Werelddeel” om ons van daar uit +over Spanje met Columbus naar de nieuwe wereld in te schepen en om +tenslotte ook het „zesde werelddeel” de Zuidpool te bezoeken. Alzoo: +„tot weerziens!” + + + + + + + + +INHOUD. + + + 1. Naar het land van de Middernachtzon 3 + 2. Aan de Noordkaap 7 + 3. De Pooltocht van Franklin 11 + 4. De dood van den Admiraal 14 + 5. In nacht en ijs 19 + 6. De tocht naar de Doodenbaai 23 + 7. Het bericht der Eskimo’s 27 + 8. Aan de Oostkust van Groenland 30 + 9. Door ijsberen aangevallen 36 + 10. Tweehonderd dagen op een ijsschots 40 + 11. Een Gordon-Bennettvaart naar de Noordpool 48 + 12. De ondergang der „Jeannette” 51 + 13. Door de ijswoestijn 57 + 14. De doodenmarsch van De Long 60 + 15. Fridtjof Nansen 68 + 16. Op sneeuwschoenen en met hondensleden naar + de Noordpool 72 + 17. Een overwintering 76 + 18. Een avontuur in de Kajak 80 + 19. Nansen’s gelukkige terugkeer 82 + 20. Per luchtballon naar de Noordpool 84 + 21. Voor de opstijging 88 + 22. „Alles klaar!” 91 + 23. Het lot van Andrée 94 + 24. In Hamburg bij Hagenbeck 98 + 25. In het gewoel der wereldstad 102 + 26. Tocht op de Theems 106 + 27. Twee dagen in het Britsch museum 108 + 28. In Londen’s armenwijk 110 + 29. Van Londen naar Parijs 113 + 30. Een wandeling door de Seinestad 115 + 31. Het graf van Napoleon 118 + 32. Aan den oever van het Meer van Genève 124 + 33. De lagunenstad 127 + 34. Dwars door Italië 130 + 35. De eeuwige stad 133 + 36. Paus Pius X 135 + 37. „Brood en spelen” 137 + 38. In de catacomben 142 + 39. Pompeji 145 + 40. Onder de asch van den Vesuvius 148 + 41. Egypte 152 + 42. Met Gordon den Nijl op 155 + 43. De Witte Pacha 158 + 44. De ontruiming van Soedan 163 + 45. In de macht van den Mahdi 165 + 46. Het dagboek van Gordon 168 + 47. De val van Chartoem en het einde van Gordon 172 + 48. De veldtocht van Kitchener in Soedan 179 + 49. De struisvogel 182 + 50. Leeuwenjacht 185 + 51. Het nijlpaard 192 + 52. David Livingstone 195 + 53. De ontdekking van het Ngami-meer 200 + 54. Van kust tot kust 203 + 55. De apostel van Afrika 209 + 56. Hoe Stanley Livingstone vond 216 + 57. De laatste reis van Livingstone 224 + 58. De lijkstoet van een held 229 + 59. Door het donkere werelddeel 232 + 60. Oorlogen met de inboorlingen 237 + 61. Over de congo-vallen 239 + 62. „Boela Matari, de steenbreker” 242 + 63. De laatste gouverneur van Gordon 246 + 64. Honderd zestig dagen in het oerwoud 250 + 65. Op zoek naar Emin Pacha 255 + 66. Het lot van de achterhoede 260 + 67. Gered uit de handen der rebellen 265 + + + + + + + + +AANTEEKENING + + +[1] Thans is de Zuidpool zoowel door den Noor Asmussen als door den +Engelschman Scott betreden, terwijl den 26en April 1908 de Noordpool +ontdekt werd door R. E. Peary. + + + + + + + + + + + +*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 76913 *** diff --git a/76913-h/76913-h.htm b/76913-h/76913-h.htm new file mode 100644 index 0000000..e0797bf --- /dev/null +++ b/76913-h/76913-h.htm @@ -0,0 +1,10402 @@ +<!DOCTYPE HTML> +<!-- This HTML file has been automatically generated from an XML source on 2025-09-22T18:54:26Z using SAXON HE 9.9.1.8 . --> +<html lang="nl"> +<head> +<title>Van pool tot pool: Tweede reis: van de Noordpool naar den Aequator | Project Gutenberg</title> +<meta charset="utf-8"> +<meta name="generator" content="tei2html.xsl, see https://github.com/jhellingman/tei2html"> +<meta name="author" content="Sven Anders Hedin (1865–1952)"> +<link rel="coverpage" href="images/front2.jpg"> +<link rel="icon" href="images/front2.jpg" type="image/x-cover"> +<meta name="DC.Title" content="Van pool tot pool: Tweede reis: van de Noordpool naar den Aequator"> +<meta name="DC.Creator" content="Sven Anders Hedin (1865–1952)"> +<meta name="DC.Language" content="nl-1900"> +<meta name="DC.Format" content="text/html"> +<meta name="DC.Publisher" content="Project Gutenberg"> +<style> /* <![CDATA[ */ +html { +line-height: 1.3; +} +body { +margin: 0; +} +main { +display: block; +} +h1 { +font-size: 2em; +margin: 0.67em 0; +} +hr { +height: 0; +overflow: visible; +} +pre { +font-family: monospace; +font-size: 1em; +} +a { +background-color: transparent; +} +abbr[title] { +border-bottom: none; +text-decoration: underline; +} +b, strong { +font-weight: bolder; +} +code, kbd, samp { +font-family: monospace; +font-size: 1em; +} +small { +font-size: 80%; +} +sub, sup { +font-size: 67%; +line-height: 0; +position: relative; +vertical-align: baseline; +} +sub { +bottom: -0.25em; +} +sup { +top: -0.5em; +} +img { +border-style: none; +} +body { +font-family: serif; +font-size: 100%; +text-align: left; +margin-top: 2.4em; +} +div.front, div.body { +margin-bottom: 7.2em; +} +div.back { +margin-bottom: 2.4em; +} +.div0 { +margin-top: 7.2em; +margin-bottom: 7.2em; +} +.div1 { +margin-top: 5.6em; +margin-bottom: 5.6em; +} +.div2 { +margin-top: 4.8em; +margin-bottom: 4.8em; +} +.div3 { +margin-top: 3.6em; +margin-bottom: 3.6em; +} +.div4 { +margin-top: 2.4em; +margin-bottom: 2.4em; +} +.div5, .div6, .div7 { +margin-top: 1.44em; +margin-bottom: 1.44em; +} +.div0:last-child, .div1:last-child, .div2:last-child, .div3:last-child, +.div4:last-child, .div5:last-child, .div6:last-child, .div7:last-child { +margin-bottom: 0; +} +blockquote div.front, blockquote div.body, blockquote div.back { +margin-top: 0; +margin-bottom: 0; +} +.divBody .div1:first-child, .divBody .div2:first-child, .divBody .div3:first-child, .divBody .div4:first-child, +.divBody .div5:first-child, .divBody .div6:first-child, .divBody .div7:first-child { +margin-top: 0; +} +h1, h2, h3, h4, h5, h6, .h1, .h2, .h3, .h4, .h5, .h6 { +clear: both; +font-style: normal; +text-transform: none; +} +h3, .h3 { +font-size: 1.2em; +} +h3.label { +font-size: 1em; +margin-bottom: 0; +} +h4, .h4 { +font-size: 1em; +} +.alignleft { +text-align: left; +} +.alignright { +text-align: right; +} +.alignblock { +text-align: justify; +} +p.tb, hr.tb, .par.tb, li.tb { +margin: 1.6em auto; +text-align: center; +} +p.argument, p.note, p.tocArgument, .par.argument, .par.note, .par.tocArgument { +font-size: 0.9em; +text-indent: 0; +} +p.argument, p.tocArgument, .par.argument, .par.tocArgument { +margin: 1.58em 10%; +} +.opener, .address { +margin-top: 1.6em; +margin-bottom: 1.6em; +} +.addrline { +margin-top: 0; +margin-bottom: 0; +} +.dateline { +margin-top: 1.6em; +margin-bottom: 1.6em; +text-align: right; +} +.salute { +margin-top: 1.6em; +margin-left: 3.58em; +text-indent: -2em; +} +.signed { +margin-top: 1.6em; +margin-left: 3.58em; +text-indent: -2em; +} +.epigraph { +font-size: 0.9em; +width: 60%; +margin-left: auto; +} +.epigraph span.bibl { +display: block; +text-align: right; +} +.trailer { +clear: both; +margin-top: 3.6em; +} +span.abbr, abbr { +white-space: nowrap; +} +span.parNum { +font-weight: bold; +} +span.corr, span.gap { +border-bottom: 1px dotted red; +} +span.num, span.trans { +border-bottom: 1px dotted gray; +} +span.measure { +border-bottom: 1px dotted green; +} +.ex { +letter-spacing: 0.2em; +} +.sc { +font-variant: small-caps; +} +.asc { +font-variant: small-caps; +text-transform: lowercase; +} +.uc { +text-transform: uppercase; +} +.tt { +font-family: monospace; +} +.underline { +text-decoration: underline; +} +.overline, .overtilde { +text-decoration: overline; +} +.rm { +font-style: normal; +} +.red { +color: red; +} +hr { +clear: both; +border: none; +border-bottom: 1px solid black; +width: 45%; +margin-left: auto; +margin-right: auto; +margin-top: 1em; +text-align: center; +} +hr.dotted { +border-bottom: 2px dotted black; +} +hr.dashed { +border-bottom: 2px dashed black; +} +.aligncenter { +text-align: center; +} +h1, h2, .h1, .h2 { +font-size: 1.44em; +line-height: 1.5; +} +h1.label, h2.label { +font-size: 1.2em; +margin-bottom: 0; +} +h5, h6 { +font-size: 1em; +font-style: italic; +} +p, .par { +text-indent: 0; +} +p.firstlinecaps:first-line, .par.firstlinecaps:first-line { +text-transform: uppercase; +} +.hangq { +text-indent: -0.32em; +} +.hangqq { +text-indent: -0.42em; +} +.hangqqq { +text-indent: -0.84em; +} +p.dropcap:first-letter, .par.dropcap:first-letter { +float: left; +clear: left; +margin: 0 0.05em 0 0; +padding: 0; +line-height: 0.8; +font-size: 420%; +vertical-align: super; +} +blockquote, p.quote, div.blockquote, div.argument, .par.quote { +font-size: 0.9em; +margin: 1.58em 5%; +} +.pageNum a, a.noteRef:hover, a.pseudoNoteRef:hover, a.hidden:hover, a.hidden { +text-decoration: none; +} +.advertisement, .advertisements { +background-color: #FFFEE0; +border: black 1px dotted; +color: #000; +margin: 2em 5%; +padding: 1em; +} +span.accent { +display: inline-block; +text-align: center; +} +span.accent, span.accent span.top, span.accent span.base { +line-height: 0.40em; +} +span.accent span.top { +font-weight: bold; +font-size: 5pt; +} +span.accent span.base { +display: block; +} +.footnotes .body, .footnotes .div1 { +padding: 0; +} +.fnarrow { +color: #AAAAAA; +font-weight: bold; +text-decoration: none; +} +.fnarrow:hover, .fnreturn:hover { +color: #660000; +} +.fnreturn { +color: #AAAAAA; +font-size: 80%; +font-weight: bold; +text-decoration: none; +vertical-align: 0.25em; +} +a { +text-decoration: none; +} +a:hover { +text-decoration: underline; +background-color: #e9f5ff; +} +a.noteRef, a.pseudoNoteRef { +font-size: 67%; +vertical-align: super; +text-decoration: none; +margin-left: 0.1em; +} +.externalUrl { +font-size: small; +font-family: monospace; +color: gray; +} +.displayfootnote { +display: none; +} +div.footnotes { +font-size: 80%; +margin-top: 1em; +padding: 0; +} +hr.fnsep { +margin-left: 0; +margin-right: 0; +text-align: left; +width: 25%; +} +p.footnote, .par.footnote { +margin-bottom: 0.5em; +margin-top: 0.5em; +} +p.footnote .fnlabel, .par.footnote .fnlabel { +float: left; +margin-left: -0.1em; +min-width: 1.0em; +padding-right: 0.4em; +} +.apparatusnote { +text-decoration: none; +} +.apparatusnote:target, .fndiv:target { +background-color: #eaf3ff; +} +table.tocList { +width: 100%; +margin-left: auto; +margin-right: auto; +border-width: 0; +border-collapse: collapse; +} +td.tocText { +padding-top: 2em; +padding-bottom: 1em; +} +td.tocPageNum, td.tocDivNum { +text-align: right; +min-width: 10%; +border-width: 0; +white-space: nowrap; +} +td.tocDivNum { +padding-left: 0; +padding-right: 0.5em; +vertical-align: top; +} +td.tocPageNum { +padding-left: 0.5em; +padding-right: 0; +vertical-align: bottom; +} +td.tocDivTitle { +width: auto; +} +p.tocPart, .par.tocPart { +margin: 1.58em 0; +font-variant: small-caps; +} +p.tocChapter, .par.tocChapter { +margin: 1.58em 0; +} +p.tocSection, .par.tocSection { +margin: 0.7em 5%; +} +table.tocList td { +vertical-align: top; +} +table.tocList td.tocPageNum { +vertical-align: bottom; +} +table.inner { +display: inline-table; +border-collapse: collapse; +width: 100%; +} +td.itemNum { +text-align: right; +min-width: 5%; +padding-right: 0.8em; +} +td.innerContainer { +padding: 0; +margin: 0; +} +.index { +font-size: 80%; +} +.index p { +text-indent: -1em; +margin-left: 1em; +} +.indexToc { +text-align: center; +} +.transcriberNote { +background-color: #DDE; +border: black 1px dotted; +color: #000; +font-family: sans-serif; +font-size: 80%; +margin: 2em 5%; +padding: 1em; +} +.missingTarget { +text-decoration: line-through; +color: red; +} +.correctionTable { +width: 75%; +} +.width20 { +width: 20%; +} +.width40 { +width: 40%; +} +p.smallprint, li.smallprint, .par.smallprint { +color: #666666; +font-size: 80%; +} +span.musictime { +vertical-align: middle; +display: inline-block; +text-align: center; +} +span.musictime, span.musictime span.top, span.musictime span.bottom { +padding: 1px 0.5px; +font-size: xx-small; +font-weight: bold; +line-height: 0.7em; +} +span.musictime span.bottom { +display: block; +} +audio { +height: 20px; +margin-left: 0.5em; +margin-right: 0.5em; +} +ul { +list-style-type: none; +} +.splitListTable { +margin-left: 0; +} +.splitListTable td { +vertical-align: top; +} +.numberedItem { +text-indent: -3em; +margin-left: 3em; +} +.numberedItem .itemNumber { +float: left; +position: relative; +left: -3.5em; +width: 3em; +display: inline-block; +text-align: right; +} +.itemGroupTable { +border-collapse: collapse; +margin-left: 0; +} +.itemGroupTable td { +padding: 0; +margin: 0; +vertical-align: middle; +} +.itemGroupBrace { +padding: 0 0.5em !important; +} +.titlePage { +border: #DDDDDD 2px solid; +margin: 3em 0 7em; +padding: 5em 10% 6em; +text-align: center; +} +.titlePage .docTitle { +line-height: 1.7; +margin: 2em 0; +font-weight: bold; +} +.titlePage .docTitle .mainTitle { +font-size: 1.8em; +font-weight: inherit; +font-variant: inherit; +line-height: inherit; +} +.titlePage .docTitle .subTitle, +.titlePage .docTitle .seriesTitle, +.titlePage .docTitle .volumeTitle { +font-size: 1.44em; +font-weight: inherit; +font-variant: inherit; +line-height: inherit; +} +.titlePage .byline { +margin: 2em 0; +font-size: 1.2em; +line-height: 1.5; +} +.titlePage .byline .docAuthor { +font-size: 1.2em; +font-weight: bold; +} +.titlePage .figure { +margin: 2em auto; +} +.titlePage .docImprint { +margin: 4em 0 0; +font-size: 1.2em; +line-height: 1.5; +} +.titlePage .docImprint .docDate { +font-size: 1.2em; +font-weight: bold; +} +div.figure, div.figureGroup { +text-align: center; +} +table.figureGroupTable { +width: 80%; +border-collapse: collapse; +} +.figure, .figureGroup { +margin-left: auto; +margin-right: auto; +} +.floatLeft { +float: left; +margin: 10px 10px 10px 0; +} +.floatRight { +float: right; +margin: 10px 0 10px 10px; +} +p.figureHead, .par.figureHead { +font-size: 100%; +text-align: center; +} +.figAnnotation { +font-size: 80%; +position: relative; +margin: 0 auto; +} +.figTopLeft, .figBottomLeft { +float: left; +} +.figTopRight, .figBottomRight { +float: right; +} +.figure p, .figure .par, .figureGroup p, .figureGroup .par { +font-size: 80%; +margin-top: 0; +text-align: center; +} +img { +border-width: 0; +} +td.galleryFigure { +text-align: center; +vertical-align: middle; +} +td.galleryCaption { +text-align: center; +vertical-align: top; +} +.lgouter { +margin-left: auto; +margin-right: auto; +display: table; +} +.lg { +text-align: left; +padding: .5em 0; +} +.lg h4, .lgouter h4 { +font-weight: normal; +} +.lg .lineNum, .sp .lineNum, .lgouter .lineNum { +color: #777; +font-size: 90%; +left: 16%; +margin: 0; +position: absolute; +text-align: center; +text-indent: 0; +top: auto; +width: 1.75em; +} +p.line, .par.line { +margin: 0; +} +span.hemistich { +visibility: hidden; +} +.verseNum { +font-weight: bold; +} +.speaker { +font-weight: bold; +margin-bottom: 0.4em; +} +.sp .line { +margin: 0 10%; +text-align: left; +} +.castlist, .castitem { +list-style-type: none; +} +.castGroupTable { +border-collapse: collapse; +margin-left: 0; +} +.castGroupTable td { +padding: 0; +margin: 0; +vertical-align: middle; +} +.castGroupBrace { +padding: 0 0.5em !important; +} +body { +padding: 1.58em 16%; +} +.pageNum { +display: inline; +font-size: 8.4pt; +font-style: normal; +margin: 0; +padding: 0; +position: absolute; +right: 1%; +text-align: right; +letter-spacing: normal; +} +.marginnote { +font-size: 0.8em; +height: 0; +left: 1%; +position: absolute; +text-indent: 0; +width: 14%; +text-align: left; +} +.right-marginnote { +font-size: 0.8em; +height: 0; +right: 3%; +position: absolute; +text-indent: 0; +text-align: right; +width: 11% +} +.cut-in-left-note { +font-size: 0.8em; +left: 1%; +float: left; +text-indent: 0; +width: 14%; +text-align: left; +padding: 0.8em 0.8em 0.8em 0; +} +.cut-in-right-note { +font-size: 0.8em; +left: 1%; +float: right; +text-indent: 0; +width: 14%; +text-align: right; +padding: 0.8em 0 0.8em 0.8em; +} +span.tocPageNum, span.flushright { +position: absolute; +right: 16%; +top: auto; +text-indent: 0; +} +.pglink::after { +content: "\0000A0\01F4D8"; +font-size: 80%; +font-style: normal; +font-weight: normal; +} +.catlink::after { +content: "\0000A0\01F4C7"; +font-size: 80%; +font-style: normal; +font-weight: normal; +} +.exlink::after, .wplink::after, .biblink::after, .qurlink::after, .seclink::after { +content: "\0000A0\002197\00FE0F"; +color: blue; +font-size: 80%; +font-style: normal; +font-weight: normal; +} +.pglink:hover { +background-color: #DCFFDC; +} +.catlink:hover { +background-color: #FFFFDC; +} +.exlink:hover, .wplink:hover, .biblink:hover, .qurlink:hover, .seclin:hover { +background-color: #FFDCDC; +} +body { +background: #FFFFFF; +font-family: serif; +} +body, a.hidden { +color: black; +} +h1, h2, .h1, .h2 { +text-align: center; +font-variant: small-caps; +font-weight: normal; +} +p.byline { +text-align: center; +font-style: italic; +margin-bottom: 2em; +} +.div2 p.byline, .div3 p.byline, .div4 p.byline, .div5 p.byline, .div6 p.byline, .div7 p.byline { +text-align: left; +} +.figureHead, .noteRef, .pseudoNoteRef, .marginnote, .right-marginnote, p.legend, .verseNum { +color: #660000; +} +.rightnote, .pageNum, .lineNum, .pageNum a { +color: #AAAAAA; +} +a.hidden:hover, a.noteRef:hover, a.pseudoNoteRef:hover { +color: red; +} +h1, h2, h3, h4, h5, h6 { +font-weight: normal; +} +table { +margin-left: auto; +margin-right: auto; +} +td.tocText { +text-align: center; +font-variant: small-caps; +font-size: 1.2em; +line-height: 1.5; +} +.tableCaption { +text-align: center; +} +.arab { font-family: Scheherazade, serif; } +.aran { font-family: 'Awami Nastaliq', serif; } +.grek { font-family: 'Charis SIL', serif; } +.hebr { font-family: 'SBL Hebrew', Shlomo, 'Ezra SIL', serif; } +.syrc { font-family: 'Serto Jerusalem', serif; } +/* CSS rules generated from rendition elements in TEI file */ +.small { +font-size: small; +} +.large { +font-size: large; +} +.vam { +vertical-align: middle; +} +.center { +text-align: center; +} +/* CSS rules generated from @rend attributes in TEI file */ +.cover-imagewidth { +width:550px; +} +.titlepage-imagewidth { +width:489px; +} +.p017width { +width:547px; +} +.p032width { +width:720px; +} +.p033width { +width:720px; +} +.p064width { +width:720px; +} +.p065width { +width:720px; +} +.p104width { +width:720px; +} +.p105-1width { +width:547px; +} +.p105-2width { +width:548px; +} +.p120width { +width:720px; +} +.p121-1width { +width:410px; +} +.p121-2width { +width:407px; +} +.p122width { +width:554px; +} +.p144width { +width:720px; +} +.p145width { +width:720px; +} +.p154width { +width:593px; +} +.p176width { +width:720px; +} +.p177width { +width:720px; +} +.p192width { +width:720px; +} +.p193width { +width:720px; +} +.p256width { +width:720px; +} +.p257width { +width:720px; +} +.spine2width { +width:144px; +} +.back2width { +width:549px; +} +/* ]]> */ </style> +</head> +<body> +<div style='text-align:center'>*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 76913 ***</div> +<div class="front"> +<div class="div1 cover"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody"> +<p class="first"></p> +<div class="figure cover-imagewidth"><img src="images/front2.jpg" alt="Oorspronkelijke voorkant." width="550" height="720"></div><p> +</p> +</div> +</div> +<div class="div1 titlepage"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody"> +<p class="first"></p> +<div class="figure titlepage-imagewidth"><img src="images/titlepage.png" alt="Oorspronkelijke titelpagina." width="489" height="720"></div><p> +</p> +</div> +</div> +<div class="titlePage"> +<div class="byline"><span class="docAuthor">SVEN HEDIN</span></div> +<div class="docTitle"> +<h1 class="mainTitle">VAN POOL TOT POOL.</h1> +<div class="subTitle">TWEEDE REIS.</div> +<div class="subTitle">VAN DE NOORDPOOL NAAR DEN AEQUATOR.</div> +</div> +<div class="docImprint">GEAUTORISEERDE UITGAVE. +<br> +W. DE HAAN—UTRECHT.</div> +</div> +<p><span class="pageNum" id="pb3">[<a href="#pb3">3</a>]</span></p> +</div> +<div class="body"> +<div id="ch1" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#xd33e2821">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> +<h2 class="main"><span class="divNum">1.</span> NAAR HET LAND VAN DE MIDDERNACHTZON.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">Na even uitgerust te hebben van onzen tocht door Azië, kiezen wij het hooge Noorden +voor ons volgend doel. Wij zijn in Stockholm in den spoortrein gestapt en als wij +op het achterbalkon van den laatsten wagen gaan staan, schitteren ons de metalen rails +tegemoet, die Stockholm met Narvik in het hooge Noorden van Noorwegen verbinden. Stil +droomerig ligt het landschap om ons heen in den helderen avond. De uren gaan voorbij, +wij schrijven 27 Juni, den tijd van de heldere nachten. Wie kan dan het besluit nemen, +te gaan slapen? Nu eens wordt de blik geboeid door een klein meer, op welks landtongen +en eilandjes jonge pijnboomen als in den slaap knikken, dan weer groene weiden, aan +welker uitersten rand een reeks witte berkestammen scherp tegen de duisternis van +het dennenbosch afsteekt. +</p> +<p>Den volgenden morgen zijn wij reeds midden in het land der onuitputtelijke bosschen +en der zaagwerken. Overal dennen, sparren en berken, de meren en rivieren bedekt met +drijvende houtblokken en vlotten. De nabijgelegen hoogten flikkeren in krachtige, +groene tinten; daarachter verdwijnt alles meer en meer in diep blauw. Dikwijls strekken +zich tusschen de heuvels vlakke veenstreken uit, omlijst door boomen, die er als verschrompelde +dwergjes uitzien. Wel is dit land mijlen ver tot naar het Noorden eentonig, maar toch +kunnen wij er onze oogen niet van afhouden; de teere lijnen en tinten en de wazige, +trillende spiegelbeelden van het landschap in de heldere golven der blauwe meren stellen +volop schadeloos, voor de grootscher bekoring van het hooggebergte, dat ver in het +Westen blijft liggen. +<span class="pageNum" id="pb4">[<a href="#pb4">4</a>]</span></p> +<p>Wij hebben reeds meer dan de helft van den weg achter ons en houden ’s avonds te Boden +stil, vanwaar wij een uitstapje maken naar <span class="corr" id="xd33e142" title="Bron: Luleâ">Luleå</span> aan de Bottnische golf. Op den weg naar de kust wordt het bosch weer dichter en hooger +en spoedig wandelen wij door de straten van Luleâ, de hoofdstad van Norrbotten, die +na den laatsten verwoestenden brand nieuw en voornaam is verrezen. De alleeën van +berken in de grootere straten zijn niet minder betooverend dan de palmen in Singapore. +In het Noorden glinsteren de randen der wolken in verblindend purper. Maar welk een +eenzaamheid! Het is klaarlichte dag en toch is er niemand op straat? Is de stad verlaten +of betooverd? De klok lost het raadsel op; het is middernacht! +</p> +<p>Een kleine stoomboot brengt ons den volgenden morgen naar het eiland Svartö, en spoedig +staan wij op een geweldige houten brug, die zich zestien meter boven den waterspiegel +verheft. Aan beide zijden ligt een stoomboot met erts voor anker, en nu komt op de +brug een trein aangerold. Elk van zijn wagens bevat dertig ton erts. Zoodra de eerste +zich boven een opening in de brug bevindt, slaat zijn bodem naar beneden open. Met +oorverdoovend geraas stort het erts in een met geslagen plaatijzer bedekte goot om +in het ruim van een der schepen te verdwenen. Zoo wordt de eene wagen na den anderen +geledigd, de eene trein na den anderen, en elk uur dalen duizenden tonnen erts in +het binnenste van een schip. Zoodra het geladen is, stoomt het naar eene vreemde haven, +bijv. Rotterdam, vanwaar het erts naar de groote metaalgieterijen in Westfalen wordt +verzonden. +</p> +<p>Al dit ijzererts komt uit Gellivara en den Malmberg. +</p> +<p>Als ’s winters de scheepvaart heeft opgehouden, wordt het op de kade opgestapeld; +daar liggen dan ongeveer 600.000 ton. Hier op Svartö vloeit een der twee ertsstroomen +van Norrland, de andere gaat over Narvik in Noorwegen en is nog geweldiger, want daar +vloeit het erts het geheele jaar door en keert als goudstroom terug. +</p> +<p>Te Boden bereiken wij weer onzen trein en richten ons nu meer noord-noord-west naar +Lapland. Geen gebergte, geen rivieren. De spoorweg slingert zich tusschen eindelooze +moerassen en veengronden, waaruit kleine, ronde heuvels als eilanden uitsteken. +<span class="pageNum" id="pb5">[<a href="#pb5">5</a>]</span></p> +<p>Maar denkt niet, dat deze veengronden waardelooze woestenijen zijn, waarin de spoorweg-stations +schaarsche oasen vormen. Zij zijn een kapitaal voor de toekomst, want daaruit wordt +zooveel turf gewonnen, dat ze den tegenwoordigen steenkoleninvoer, voor geheel Zweden +gedurende tweehonderd jaar kan vervangen! +</p> +<p>Het woud krimpt meer en meer in. De dennen zijn zoo klein, dat ze ternauwernood voor +kerstboompjes deugen, hun korte takken liggen vlak tegen den stam. Maar zij staan +zoo dicht tegen elkaar, alsof een leger dwergen, dat men naar het Noorden heeft gejaagd, +opeendrong, om zich gedurende den winter wederkeerig te verwarmen. Zij streven naar +de zon, maar kunnen zich niet verheffen, en blijven verschrompeld, mager en ellendig. +In den winter verdwijnen zij geheel onder opgewaaide sneeuw. +</p> +<p>Schril gilt de stoomfluit der locomotief over het zwijgende dwergwoud. Daardoor maakt +de machinist ons opmerkzaam op een merkwaardigheid. Op twee witte borden rechts en +links, staat in groote, zwarte letters „<span class="corr" id="xd33e155" title="Bron: Poolcirkels">Poolcirkel</span>”. Hier zijn wij dus in de Poolstreek, waar de langste dag des zomers, zoowel als +de langste nacht ’s winters vier en twintig uren duurt. Van den Poolcirkel af neemt +de lengte van den dag naar de Noordpool toe, waar zij zes maanden duurt, om met een +even langen winternacht af te wisselen. +</p> +<p>Het merkwaardigste, wat ik ooit in mijn leven zag, is Kirunavara, dat wij van af Boden +over Malmberg bereiken, een gebergte dat van de geheele wereld het rijkste is aan +ijzererts. Hier heeft de aarde aan de bewoners van Zweden bijna onuitputtelijke rijkdommen +geschonken, en hij die er voorbijgaat, vermoedt ternauwernood den onmetelijken schat, +die onder den golvenden rug van het zoo onaanzienlijk gebergte ligt. +</p> +<p>Midden in de wildernis is hier aan de oostelijke zijde van een meer, de plaats Kiruna +verrezen, en noordwestelijk er van verheft zich een tweede berg, de Luossavara, die +eveneens ontzaglijke massa’s kostbaar ijzererts in zijn binnenste verbergt. Te Kiruna +heerscht gedurende een maand heldere dag; een arbeider verzekerde mij, dat voortdurend +licht veel onaangenamer aandoet dan een even lange winternacht. Want ook dan, als +de diepste duisternis heerscht en de zon zich <span class="pageNum" id="pb6">[<a href="#pb6">6</a>]</span>sedert veertien dagen niet meer boven den horizon vertoond heeft, ziet men toch in +het Zuiden den weerschijn van het verdwenen licht, en de vlam van het noorderlicht +trilt over de witte sneeuw, waarover de Lappen in hun sleden rijden. Tusschen met +sneeuw bedekte bergen, gaat de spoorbaan verder naar het Noorden. Voor ons ontvouwt +zich een prachtig uitzicht over het Torne-Träsk. Dit zeventig kilometer lange tot +negen kilometer breede meer ligt tusschen geweldige door sneeuw bedekte bergen, die +zich aan den noordelijken oever tot 1300 meter hoogte verheffen. Het Torne-Träsk is +geen moerassig meer, maar een echt Alpenmeer met 162 meter diepte en wordt in schoonheid +maar door weinig meren van Europa overtroffen. Bij Björkliden worden de dwergberken, +die de hellingen van den oever bedekken, vijf meter hoog, maar krimpen spoedig weer +in tot onaanzienlijke struiken. Een waterval stort schuimend een steilen wand af: +hij heet „de Zilveren Sluier” en fladdert en glinstert in den wind als een sluier +op het haar van een meisje. Maar nu wordt het uitzicht steeds meer benomen. Muren +ter bescherming tegen opgewaaide sneeuw versperren het. Dikwijls sneeuwen de ertstreinen +hierboven zoo diep in, dat ternauwernood de bovenste blokken der ertsvrachten nog +zichtbaar zijn. Dan moet de trein met schepraderen, die door motoren, op bijzondere, +door de locomotief geschoven wagens gedreven worden, uit de sneeuw worden bevrijd. +</p> +<p>Opeens ligt een kamp der Lappen voor ons, een tent en een hut, aan een kleine poel! +Wat aardig en tevreden zien deze kleine Lappen in hun bonte kleeren, uit rendierenhuid +met roode, blauwe en gele banden, er uit! Bijna hadden wij eenige van hun rendieren +overreden, die natuurlijk juist over de rails moesten loopen, toen de trein naderde. +Sedert duizend jaren volgen de Lappen steeds getrouw hun rendieren en trekken als +de dagen lengen over het hooggebergte naar de Noorweegsche fjorden, om in den herfst +weer terug te keeren en den winter in Lapland door te brengen. De rendieren bepalen +het tijdstip voor het opbreken en de Lappen moeten hen volgen en met behulp van hun +vroolijke, waakzame honden de kudden bijeenhouden. Want deze kudden rendieren zijn +hun eenig bezit, hun rijkdom. Zij verzorgen ze met liefde en beschermen <span class="pageNum" id="pb7">[<a href="#pb7">7</a>]</span>ze zorgvuldig tegen den wolf, den veelvraat en de stekende insekten. Men telt in Zweden +vierduizend Lappen en zij bezitten twee honderdduizend rendieren. Dit volk eens uit +<span class="corr" id="xd33e168" title="Bron: Azie">Azië</span> hierheen gekomen, kent zijn land in- en uitwendig als de Indianen hun wouden. Elke +Lap is een padvinder. Het was ook een Lap, die voor honderdzeventig jaren den ertsberg +Kiruna ontdekte en den weg daarheen wees. +</p> +<p>Terwijl de trein ons langs het traject tusschen het Torne-Träsk en de grens van Zweden +voert, door dit eenzaam en toch betooverend hoogland, langs kleine, nog bevroren meren, +tusschen hoog opgewaaide sneeuwhoopen, door en over een bodem, waar geen boom meer +wortelt, waar de rendieren buiten in vrijheid schaarsch mos zoeken, en dikke, blauwe +rook uit de tenten der Lappen omhoog stijgt, moet ik aan mijn oud Tibet denken. Welk +een gelijkenis tusschen beide landen! De natuur, de menschen met hun spleetoogen en +hun levenswijze, dezelfde eenzame, golvende landstreken tusschen meren en moerassen, +beide worden doorgetrokken door kleine, tevreden Nomaden, die gehard en geduldig een +dapperen strijd, met een harde, karige natuur en een grimmig klimaat voeren. Dezelfde +omzwervingen met de jaargetijden, dezelfde gewoonten, dezelfde mannelijke kleederdracht +voor beide geslachten en dezelfde ronde, naar boven spits toeloopende tenten! De yak +en het schaap zijn voor den Tibetaan, wat het rendier voor den Lap is. De bewoners +van Tibet zijn even goedaardig en vreedzaam als hun geestverwanten in Zweden en koesteren +evenals dezen slechts den eenigen wensch in vrede gelaten te worden. +</p> +</div> +</div> +<div id="ch2" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#xd33e2830">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> +<h2 class="main"><span class="divNum">2.</span> AAN DE NOORDKAAP.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">De grens van Zweden is nu bereikt, de wolken liggen dicht als veerenbedden over het +station „<span class="corr" id="xd33e179" lang="sv" title="Bron: Riksgraensen">Riksgränsen</span>” (landgrens) op een hoogte van 520 Meter. Dan gaat het op Noorweegsch gebied omlaag +naar de zee. De trein geeft zich nu over aan zijn eigen zwaarte, de machinist behoeft +slechts te remmen. Op een 180 meter lange viaduct van tien gewelfde bogen, gaan wij +over het woeste Noorddal en rijden dan langs de linkerzijde van het Hondedal. In de +diepte schuimt de blauw-groene <span class="pageNum" id="pb8">[<a href="#pb8">8</a>]</span>rivier. De dwergboomen beginnen zich weer in de hoogte te verheffen, hoe dieper wij +komen. De bergruggen verdwijnen in de wolken. Maar onder den rand der wolkenmantels +storten ruischende watervallen van de rotswanden af. Nog enkele krommingen en wij +zijn in de havenstad Narvik, die tusschen hooge, steile bergen ligt. Hier waar het +Zweedsche erts de wereld inrolt, wacht ons de stoomboot „Salten”. +</p> +<p>Bij scherpen Zuid-Westen wind en nevelig weer, draagt ze ons den volgenden dag de +Ofotenfjord uit, om zich dan naar het Noord-Oosten te wenden, tusschen groote eilanden, +door smalle zeeëngten en over open vlakken van den Atlantischen Oceaan, waarop men +de uitgestrekte wereldzee tusschen de eilanden door ziet schemeren. Elk oogenblik +verandert de omgeving. De onderste hellingen der hooge bergen zijn met berkenbosschen +en groene weiden bedekt, hier en daar ligt een eenzame hoeve temidden van haar akkers, +van welke de gerst zoo hoog in het Noorden niet meer rijp wordt. De hoogten zijn kaal, +op de toppen ligt sneeuw, en van de punten der sneeuwvelden dansen de bergbeekjes +naar de zee omlaag. Wij ontmoeten eenige visschersbooten, roei- en motorbooten, alle +met bruine zeilen. Zij komen van de vischvangst aan de kusten van Finmarken, hebben +den buit hunner netten verkocht en keeren nu met hun verdienste naar huis terug. De +lichten der vuurtorens op de landtongen en klippen slapen in den hellen zomernacht, +het weer was onvriendelijk tegen ons, maar in den nacht klaart de noordelijke horizon +op. Slechts een kleine opening breekt door de wolken, maar groot genoeg, dat de zon +er door kan zien, en eindelijk kunnen wij ons met eigen oogen overtuigen, dat de dagvorstin +op deze hooge breedte niet meer in de zee verzinkt. +</p> +<p>Voor ons ligt Tromsö; ginds de kerk en het museum, hier aan den oever houten loodsen +op hun palen en aan de landingsbrug visschersschuiten en stoombooten. Uit de berkenboschjes +boven de haven komen sierlijke houten villa’s kijken, en als de zon zich weer achter +de wolken verbergt, teekent zich de geheele stad donker af tegen den helderen noordelijken +hemel. Maar van den ondersten rand der wolken overstroomt het licht als stralen van +een geweldig zoeklicht, de zeeëngte. Alles slaapt. Slechts twee jongens staan op een +pier en eenige mannen werken <span class="pageNum" id="pb9">[<a href="#pb9">9</a>]</span>in hun boot. Nu valt het zonlicht brandgeel op daken en gevels en in het Zuiden staan +de van regen zware wolken donker violet. +</p> +<p>Tromsö is een kleine en gezellige, maar vuile stad. Het museum bevat de dierenwereld +van de noordelijke zeeën van af den walvisch tot het kleinste wormpje. In den bonthandel +van Tromsö spelen de kostbare vellen van den blauw- en zilvervos, van het sabeldier +en den hermelijn een groote rol. +</p> +<p>Verscheiden Russische zeilschepen liggen voor de stad. Zij kwamen bevracht met hout, +van Archangel en hadden de reis van daar tot hier in tien dagen afgelegd. In Tromsö +en omgeving koopen zij dan versche dorschen en andere visschen, die aan boord worden +ingezouten en met deze lading gaan de schepen weer naar den mond van de Dwina terug. +In het gunstigst geval is de winst van zulk een schip op een reis 5000 roebel. De +Noorweegsche visschers houden echter niet van de Russische kooplieden. Zij vinden, +dat zij te veel verdienen aan de dorschen; bovendien drinken de Russische matrozen +naar hun inzicht te veel en leven te ruw in de havensteden. +</p> +<p>Slechts ongaarne scheidt men van dit eeuwig wisselend landschap, om gedurende den +eeuwigen dag eenige uren te gaan slapen. Als men dan echter buiten op de Loppzee ontwaakt, +waar de hooge golven van den oceaan onbelemmerd tegen het schip slaan, dan is men +blij nog eenigen tijd te kunnen bleven liggen. Men kan al zeeziek worden als men kleeren +en handdoeken heen en weer ziet fladderen, en handkoffers, schoenen en boeken op den +bodem van de hut hoort dansen! +</p> +<p>Maar nu glijden wij kalm water binnen, waar men slechts zelden een visscher, hier +en daar een stoomboot met erts uit de Varangerfjord of een schip met timmerhout van +de kust van de Witte Zee ziet. Wij maken een uitstapje naar de Kvänangenfjord en een +harer vertakkingen de Jökelfjord in, aan welker uitersten rand ijsschollen rondzwemmen. +De gillende toon van een stoomfluit weergalmt tusschen de bergen. Dat is het teeken +van een Lap, die zich aan het strand heeft gevestigd en spoedig stoot een boot van +den oever af, die ons tegemoet komt en waarvan de bezitter aan onzen loods inlichtingen +geeft. Hij is dorschvisscher en kent het vaarwater. Hij is een levendige, kleine, +aardige kerel, die ons, terwijl hij <span class="pageNum" id="pb10">[<a href="#pb10">10</a>]</span>wijdbeens met bloot hoofd staat, verzekert, dat wij bij 70 vadem diepgang niet op +grond zullen komen! Het zwartgroene water, waartegen de ijsschotsen in stralend wit +afsteken, zegt ons ook reeds zelf, dat het nog een flink eind is tot de ankerplaats +in den fjord. +</p> +<p>Langzaam glijden wij den fjord binnen en voor ons ontrolt zich een grootsch beeld. +Over een geweldigen rotswand hangt een gletscher. Als van tijd tot tijd ijsblokken +door hun eigen gewicht omlaag storten, vloeien zij aan de voet van den berg weer tot +een nieuwe gletschertong samen; deze rekt zich langzaam voorwaarts tot ze den fjord +heeft bereikt; hier rolt de kracht van het water den ijsrand uit, en blokken storten +omlaag; dan „kalft” de gletscher, zooals men pleegt te zeggen. Maar nu rust hij; de +Lap verzekert echter, dat de ijstong ’s zomers elke twee dagen en ’s winters <span class="corr" id="xd33e198" title="Bron: dagelijk">dagelijks</span> „kalft” en als de blokken van den ijswand afstorten, kan men het kraken 60 kilometer +ver hooren. De kapitein van de „Salten” laat twee kanonschoten afvuren, om het ijs +te schokken, maar vandaag laat de „Jökel”, de gletscher, zich niet in zijn rust storen. +Misschien tot ons geluk, want het kalven van den gletscher kan een stortgolf teweegbrengen, +die kleine schepen doet kenteren. +</p> +<p>Onze loods, de Lap, wordt koninklijk betaald en daar hij buitendien een arm vol boterhammen, +vruchten en sigaren ontvangt, wordt hij opgetogen van geluk. Zulke aardige reizigers +had hij nog nooit ontmoet, herhaalt hij onophoudelijk! De „Salten” keert langzaam +in het binnenste bekken van den Jökelfjord. Hij stevent als hij weer in de open zee +is aangekomen, verder noordwaarts, op Hammerfest aan, de noordelijkste stad der aarde; +voor welker slechtriekende traankokerijen talrijke Russische zeilschepen liggen, die +van hier met visch naar Archangel gaan. In dien avond stoomen wij over een open gat, +waar de zee grijsgroen is en hoog gaat. Eenige dolfijnen krommen hun blanke, zwarte +ruggen bevallig over de golven. +</p> +<p>Het is koud en winderig geworden; voortdurend stroomt een fijne regen op de „Salten” +neer; en uit den dichten nevel glanzen slechts de allernaaste rotseilanden, achter +welke zij beschutting voor den wind zoeken, om de smalle, schoone zeeëngte <span class="pageNum" id="pb11">[<a href="#pb11">11</a>]</span>tusschen het vasteland en het eiland Magerö binnen te varen. Onze koers gaat oostelijk +om Magerö heen. In het Zuiden opent de Porsangerfjord, in het Oosten is Svärholtklubben +even zichtbaar met den Vogelberg, een steil omlaaggaande kaap, waarop ontelbaar veel +meeuwen nestelen. Daarna wenden wij ons noordwaarts. Aan stuurboordzijde speelt een +dolfijn in de golven, die nu door den storm worden gezweept. Het schip stampt onaangenaam; +de stoelen op het dek wandelen kris en kras door elkaar en in het rond rommelt het +van beweegbare voorwerpen. Wij hebben het middagmaal juist geëindigd, daar slingert +het schip heftig, en de tafel is in een ommezien afgenomen. Op den vloer zwemmen de +sardinen in den rooden wijn! +</p> +<p>Zoo worstelen wij met de golven en rollen langzaam naar ons doel. Voor ons verheft +zich de rots van de Noordkaap. Europa’s noordelijkst voorgebergte, dat steil naar +de zee afdaalt. Als wij maar eerst gelukkig onder de beschutting der hooge rotswanden +zijn, waar reeds twee toeristen-stoombooten voor anker liggen! Het gelukt, weldra +zijn wij in veilige beschutting en de zee wordt kalmer. +</p> +<p>Slechts de binnenste hoek van de bocht is stil, boven ons huilt de storm en suist +in teugelooze woede de steile hellingen af en over de zee heen. Op een hoogte van +300 Meter staat op den top van de Noordkaap een klein paviljoen. +</p> +<p>Het middernachtuur is nabij. Er heerscht een geel schemerlicht, loodzware wolkenmassa’s +jagen over zee en land. Vergeefs wachten wij op de doorbraak der middernachtzon in +het Noorden! Maar misschien nog grootscher dan zij, is het uitzicht, dat wij nu naar +het Noorden hebben! Voor ons ligt staalgrijs en koud de witte ijszee, op den achtergrond +der blauwzwarte wolken dansen de witte schuimkoppen van de golven der zee, die de +Zuid-Weststorm naar Nova-Zembla en het Frans-Jozef-land drijft. +</p> +</div> +</div> +<div id="ch3" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#xd33e2839">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> +<h2 class="main"><span class="divNum">3.</span> DE POOLTOCHT VAN FRANKLIN.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">Nu zijn wij onmiddellijk aan de grens van het eeuwige ijs. Alle vastelanden, zeeën +en eilanden heeft de ondernemingsgeest van den mensch reeds doorzocht. Slechts de +beide Polen en <span class="pageNum" id="pb12">[<a href="#pb12">12</a>]</span>hun naaste omgeving hebben tot nu toe nog aan zijn verder doordringen den hardnekkigsten +tegenstand geboden.<a class="noteRef" id="xd33e219src" href="#xd33e219" title="Ga naar noot 1.">1</a> Maar onvermoeid is de eerzuchtige ontdekkingsgeest aan den arbeid; de wetenschap +duldt geen witte, onbeschreven plek meer op de kaart. Daarvoor konden zelfs de onafzienbare +ijsvelden op den duur den moed der zeevaarders niet terugschrikken. Het eene schip +na het andere ging te gronde, maar steeds nieuwe kielen doorploegden de Poolzee. De +Noordpool heeft de grootste aantrekkingskracht, want deze ligt het dichtst bij Europa, +midden in de Noordelijke IJszee, die door de kusten van Azië, Europa en Noord-Amerika +wordt ingesloten. +</p> +<p>De geschiedenis der Poolonderzoeking is buitengewoon rijk aan heldendaden en onheilen; +een er van willen wij ons kort in herinnering brengen. +</p> +<p>Aan de door het geluk begunstigde poging van Nordenskjöld om langs de kusten van Noord-Azië +een Noord-Oost doorvaart te vinden, heb ik reeds herinnerd. Ook de Noord-West doorvaart +is een der problemen, die ondanks alle mislukkingen, steeds weer wordt ondernomen. +De noodlottigste van deze expedities, was de pooltocht van den Engelschman John Franklin +in het jaar 1845. +</p> +<p>Franklin was officier van de Engelsche vloot. Hij had te land en te water op het Noordelijk +en Zuidelijk halfrond expedities geleid, in zeeslagen gevochten en kaartopnamen gedaan +van aanzienlijke uitgestrektheden der noordkust van Amerika, ten oosten van de Behringstraat. +Het grootste deel der kust van het Amerikaansche vasteland was hem dus bekend en het +betrof nu nog slechts een bevaarbaren waterweg te vinden, tusschen de groote eilanden, +die ten Noorden van de kust lagen. Hij was er natuurlijk, maar of hij geschikt was +voor de scheepvaart, dat was de vraag. Een aantal deskundigen besloten een groote +expeditie uit te rusten, om de doorvaart te vinden. +</p> +<p>Geheel Engeland kwam in geestdrift voor het plan en honderden dappere mannen meldden +zich aan om er aan deel te nemen. Admiraal John Franklin was reeds vroeger in deze +streken geweest en koesterde den vurigen wensch, leider der <span class="pageNum" id="pb13">[<a href="#pb13">13</a>]</span>expeditie te zijn. Wel vreesde de Admiraliteit dat Franklin met zijn zestig jaren +niet opgewassen zou zijn voor de taak. „Maar ik ben pas negen en vijftig jaren”, antwoordde +Franklin met nadruk en zoo werd hij de leider der expeditie, van welke noch hij, noch +een zijner ondergeschikten zoude terugkeeren. +</p> +<p>De schepen, die van de kiel tot aan den mast zeevaardig werden gemaakt, heeten „Erebus” +en „Terror” „Onderwereld” en „Schrik”. Franklin heesch zijn admiraalsvlag op de „Erebus”, +waar kapitein Fitsjames in rang op hem volgde; bevelhebber van de „Terror” en tweede +leider der expeditie, werd kapitein Crizier. Het officierscorps werd met groote zorg +gekozen; slechts krachtige door de zee geharde en zeer bekwame mannen werden aangenomen. +De bezetting der beide schepen bestond uit drie en twintig officieren en honderd elf +man. Levensmiddelen werden voor drie jaren medegenomen en in beide scheepsruimten +stoommachines gebouwd, hetgeen destijds nog nooit in de Poolzeeën was beproefd. +</p> +<p>Franklin kreeg een voorschrift, waaraan hij zich te houden had; natuurlijk behield +hij het recht onder zekere omstandigheden anders te handelen, zijn taak was van de +Atlantische zijde Noord-Amerika om te zeilen en door de Behringstraat in den Stillen +Oceaan te komen. Met de oplossing van deze taak zou de Noord-West doorvaart gevonden +zijn. +</p> +<p>Den 19den Mei 1845 verlieten de beide schepen Engeland. Bevelhebber en manschappen +waren vol heerlijke verwachtingen op succes, en vast besloten hun uiterste kracht +tot bereiking van het doel in te spannen. Allen droomden reeds van de warme winden, +die hen in den Stillen Oceaan zouden ontvangen en van den onsterfelijken roem, die +hen wachtte, als zij door de smalle zeeëngte, waar Azië en Amerika maar enkele mijlen +van elkaar verwijderd zijn, zuidwaarts zouden stevenen. +</p> +<p>Op zee hield de admiraal een toespraak tot zijn lieden, verklaarde hen, waarom het +ging en sprak de verwachting uit, dat ieder zijn plicht zou vervullen. Zij voeren +de Orkney eilanden voorbij en op Sint Jan zagen zij Kaap Farewell, de Zuidkaap van +Groenland, verdwijnen. Den volgenden dag stieten zij op het eerste ijs, geweldige +drijvende ijsbergen, die woeste, getande vormen toonden en aan de waterlijn door den +golfslag klokvormig <span class="pageNum" id="pb14">[<a href="#pb14">14</a>]</span>waren uitgehold. Voor de meesten der manschappen was dit schouwspel nieuw; zij stonden +op het dek en bewonderden deze drijvende bergen, waarvan de toppen boven den wimpel +van den hoofdmast uitstaken. Nu en dan sloeg een der ijsbergen om en de zee kwam in +beroering, als hij zijn door het water stukgeknaagde onderzijde naar boven keerde. +</p> +<p>Tien dagen later ankerden de beide schepen bij het eiland Disko, aan de westkust van +Groenland. Hier ontmoetten zij een ander Engelsch schip, dat vooruit was gezonden, +om met zijn lading hun voorraad aan proviand en verdere voorwerpen voor de uitrusting +te voltooien. De kapitein van dit schip was de laatste die met de leden der Franklin +expeditie had gesproken. Nooit, zoo verzekerde hij later, heb ik zulk een flinke schaar +en voor hun taak in geestdrift verkeerende zeelieden gezien. Ik heb gemeend, dat die +zich overal zouden doorslaan. Hij nam de laatste postzending der poolvaarders mede. +Eenige der briefschrijvers gaven Kamschatka, de Sandwicheilanden en Panama als postadres +op; zij meenden in een jaar weer in Europa terug te zijn, en de brieven getuigden +van de geestdriftige stemming, welke aan de officierstafel heerschte en van de bewondering +voor den admiraal, den ouden zeerob, die niet eens bij stormachtig weer het getal +der geheschen zeilen verminderde om maar snel verder te komen! Want hij wist, dat +hier in het Noorden, slechts kort gedurende den laten zomer op open water was te rekenen. +Er was voor drie jaar proviand voorradig, zelfs op het dek stond elke hoek vol met +tonnen en kisten,—wat was er dus verder te vreezen? +</p> +<p>Den 26sten Juli werden „Erebus” en „Terror” door een Engelschen walvischvaarder gepraaid. +Dat was de laatste maal, dat een sterfelijk oog hen zag; sedert dien dag omgaf de +ongelukkigste van alle poolexpedities een huiveringwekkend diep duister! +</p> +</div> +<div class="footnotes"> +<hr class="fnsep"> +<div class="footnote-body"> +<div class="fndiv" id="xd33e219"> +<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd33e219src" title="Ga terug naar noot 1 in tekst.">1</a></span> Thans is de Zuidpool zoowel door den Noor Asmussen als door den Engelschman Scott +betreden, terwijl den 26en April 1908 de Noordpool ontdekt werd door R. E. Peary. <a class="fnarrow" href="#xd33e219src" title="Ga terug naar noot 1 in tekst.">↑</a></p> +</div> +</div> +</div> +</div> +<div id="ch4" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#xd33e2848">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> +<h2 class="main"><span class="divNum">4.</span> DE DOOD VAN DEN ADMIRAAL.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">Wat men over het verdere lot der beide ongeluksschepen „Erebus” en „Terror” met zekerheid +weet, bepaalt zich tot heel enkele bijzonderheden, die pas verscheidene jaren later +door <span class="pageNum" id="pb15">[<a href="#pb15">15</a>]</span>hulpexpedities werden ontdekt. Maar ze zijn voldoende voor de nadenkende fantasie, +om zich het ontzettend drama voor te stellen, waaraan schip en manschappen ten offer +vielen. +</p> +<p>Eerst ging de vaart naar het Noord-Westen, tusschen twee groote eilanden door in de +Lancaster-sond. Verder doordringen werd verhinderd door onoverkomelijk saamgepakt +ijs. De stoommachines bleken zoo zwak te zijn, dat ze slechts in kalm open water bruikbaar +waren. Een naar het Noorden gaande zeeëngte liet echter nog open water zien, en hier +kon men 250 kilometer afleggen, voordat het ijs weer zijn onverbiddelijk: „tot hiertoe +en niet verder!” uitsprak. Daarop gingen de zeevaarders door een tweede open zeeëngte +weer zuidelijk. Het was het begin van den herfst; sneeuw bedekte reeds alles in het +rond, en in de Sond vormde zich nieuw ijs. Bij een klein eiland vond men een beschutte +haven, en hier sloeg Franklin het winterkwartier op. +</p> +<p>Hoe het leven aan boord was gedurende den langen winternacht, laat zich steeds vermoeden. +De officieren zullen wel gelezen en gestudeerd hebben, en de manschappen bezig hooge +sneeuwmuren, die boven de reeling van het schip reikten, te maken, om het binnenste +van het schip warm te houden. In elk geval werden sneeuwhutten op het ijs en op het +land gebouwd voor wetenschappelijke waarnemingen en werd dag en nacht een wak opengehouden, +voor het geval er brand uitbrak en de pompen tot ijszuilen waren bevroren. Toen de +lange poolnacht voorbij was en Februari met een zwak lichtschijnsel aan den zuidelijken +horizon begon, toen het van dag tot dag lichter werd en eindelijk de zon aan den hemel +straalde, ondernamen bevelhebbers en manschappen waarschijnlijk jachttochten op de +naburige eilanden. De hoop van allen herleefde met het toenemende licht. Slechts 420 +kilometer onbekende kusten waren nog van de Noord-West doorvaart over. Was het niet +zoo goed als zeker, dat het nieuwe jaar getuige zou zijn van hun terugkeer? Steeds +langer bleef de zon aan den horizon, en eindelijk was de lange pooldag er, waarop +zij in het geheel niet ondergaat. +</p> +<p>Maar pas in den naherfst werden de „Erebus” en de „Terror” uit hun ijsbanden bevrijd +en konden eindelijk het eiland verlaten. Drie dooden bleven aan het strand achter; +hun graven <span class="pageNum" id="pb16">[<a href="#pb16">16</a>]</span>met enkele eenvoudige herinneringswoorden werden vijf jaar later door een hulpexpeditie +gevonden. Daar alleen door weet men, dat Franklin op die plek heeft overwinterd. +</p> +<p>Naar het Zuiden lag het vaarwater nu open. Wat juichten de zeelieden! Naar het Westen +strekte zich nog dik ijs uit; maar ook de zuidelijke waterweg moest ten slotte naar +het Zuiden afslaan. De eene mijl na de andere gleden de schepen, het drijfijs ontwakend, +naar het Zuiden. In het Oosten en Westen waren de kusten van groote eilanden zichtbaar +en recht vooruit vermoedde men King-Williamland, den naasten buur van het vasteland- +Hiermede was alzoo het grootste deel der Noord-West doorvaart afgelegd, want tot reeds +bekende kusten in het Westen, waren er nu nog maar 200 kilometer. +</p> +<p>En tóch—hoe hopeloos lang leek dit eind, toen de schepen eenige dagen later weer door +het ijs werden vastgelegd. Door winden en zeestroomingen gedreven, hoopten de ijsblokken +zich op en bevroren tot een rotsharden wand. Toch behoefde de bemanning de hoop nog +niet geheel op te geven, los te komen. Wel stond de winter voor de deur, maar de laatste +najaarsstormen uit het Zuiden konden het ijs nog breken en in noordelijke richting +drijven. Maar steeds vaster sloot het zich rondom de rompen der schepen en alle hoop +verdween. De dagen werden korter, met haastige schreden naderde de tweede winter en +evenals het vorige jaar bereidde men zich op zijn komst voor. De schepen waren op +zestig graden noorderbreedte vast gevroren, dus nog iets meer zuidelijk, dan de Noordelijke +punt van Scandinavië. Maar daar hield geen golfstroom door zijn warm water de zee +open. Nooit zouden de officieren en manschappen weer een golf tegen de zijden van +de „Erebus” en de „Terror” hooren klotsen! +</p> +<p></p> +<div class="figure p017width"><img src="images/p017.png" alt="HET NOORDPOOLGEBIED." width="547" height="630"><p class="figureHead">HET NOORDPOOLGEBIED.</p> +</div><p> +</p> +<p>Deze winter zal minder opgewekt doorgebracht zijn dan de eerste. De schepen hadden +een slechte plaats op de open reede, zonder eenige beschutting van de kust. Zij lagen +als in een schroef en het drukken van het opgehoopte ijs dreigde hen te verpletteren. +Het kraakte en knapte in de rompen en de schepen steunden en jammerden om toch maar +weer overgelaten te worden aan de vrije golven. Hoe lang zouden zij nog weerstand +kunnen bieden? Men moest er elk oogenblik op voorbereid zijn, dat het hout met oorverdoovend +gekraak bezweek, <span class="pageNum" id="pb17">[<a href="#pb17">17</a>]</span>en de schepen als notedoppen kapot in de onpeilbare stroomen verdwenen. Het leven +aan boord, van een in het ijs bekneld schip, kan niet anders dan vol zorg zijn geweest. +Maar het ergste was toch de duisternis, toen de zon voor het laatst onderging. Als +schimmen gleden de menschen in de donkere gangen onder het dek, waar de lucht zwaar, +vochtig en bedorven <span class="pageNum" id="pb18">[<a href="#pb18">18</a>]</span>was. Wat zou men buiten doen, waar het even donker was, zoodat men geen handbreed +vooruit kon zien? Liever lag men in de kajuit en las bij het bleeke kaarslicht. Toen +de drukking van het ijs, het schip echter in een scheeve positie bracht, was het nog +erger; het was levensgevaarlijk in de pikdonkere gangen tusschen wankelende kisten +en balen door te balanceeren. De eenige afwisseling was de klok, die de gevangenen +aan den maaltijd riep. De gesprekken werden steeds minder, men kende elkaar in- en +uitwendig. Wie had nog iets nieuws te zeggen? Steeds dezelfde gezichten in het rond! +Men ging het liefst den kameraad uit den weg en zocht de eenzaamheid van zijn hut. +Als die lange, ontzettende duisternis maar eerst voorbij was! +</p> +<p>Een ontzaglijke laagheid, waaraan men slechts met afschuw kan denken, had bovendien +de expeditie van Franklin getroffen. De koopman, op wien de zorg rustte de vleeschconserven +te leveren, had bedorven vleesch, zaagsel en kiezel in de blikken laten doen! Duizenden +van zulke doozen werden later gevonden op de kusten, die door de schepen werden aangedaan. +Dat de proviand niet toereikend was voor drie jaren, moesten zij, die in het eeuwige +ijs gevangen zaten, weten. Reeds den tweeden winter sidderde men stellig bij de gedachte +aan het inkrimpen der levensmiddelen. De toestand moest wanhopend worden, als geen +hulp kwam voor den derden winter! +</p> +<p>De tweede winter ging voorbij en de zon keerde terug. Gaandeweg werd het in de gangen +onder het dek lichter; het was niet meer noodig talklicht aan te steken, om ’s avonds +te kunnen lezen. En eindelijk straalde de zon weer gedurende de vierentwintig uren +van den dag, nog schitterender dan ooit, daar de schepen nog door niets dan ijs en +sneeuw ingesloten waren! Verder in het Zuiden en Oosten zag men de heuvels van King-Williamland. +Als het ijs zijn greep slechts losser wilde maken en begon te drijven! Maar naar het +Westen lag nog steeds opeengehoopt ijs; en zonder twijfel waren de schepen door het +persen van het ijs beschadigd. Twee officieren ondernamen met zes mannen een tocht +naar King-Williamland, vanwaar men bij helder weer het vasteland van Noord-Amerika +kon zien. Op de plek waar zij weer omkeerden, legden zij in een hoop steenen een kort +bericht neer over de gewichtigste gebeurtenissen <span class="pageNum" id="pb19">[<a href="#pb19">19</a>]</span>aan boord. Deze regels werden na vele jaren gevonden. +</p> +<p>Met goede berichten en groote verwachtingen keerden de reizigers weer naar de schepen +terug. Maar welk een slag wachtte hen daar. Admiraal Franklin lag op zijn sterfbed! +Het wachten had hem te lang geduurd. Men kon hem nog slechts vertellen, dat de Noord-West +doorvaart als ontdekt beschouwd kon worden. Weinige dagen daarna, in Juni 1847 stierf +hij, en deze dood moest nog als een geluk beschouwd worden, na een leven van dapperheid +en moed. Zeker speelde er een trotsche lach om zijn lippen toen hij ontsliep! +</p> +<p>Hoe zal het er op dien rouwdag op de „Erebus” hebben uitgezien? De lange pooldag was +op zijn middaghoogte. De zonnestralen braken in de scherpe randen van het ijs en vervloeiden +in alle kleuren van het prisma. Het was stil aan boord; aan den bazaanmast fladderde +Engeland’s vlag halfstok. Ernstige mannen liepen door de gangen en fluisterden zacht +in de nabijheid der kajuit van den admiraal. Bleek en uitgeput zagen zij zich nu beroofd +van hun leider, die beter dan een hunner het vasteland in het Zuiden kende. De scheepstimmerman +maakte een lijkkist. Daar werd de admiraal in groot uniform ingelegd. Misschien werd +de kist in een Engelsche vlag gehuld en zoo droegen de officieren ze over het dek +en over het ijs. In het glasheldere ijs was een graf uitgehouwen; daar werd de kist +in neergelaten en met fijn ijs en ijsblokken bedekt. De nieuwe opperbevelhebber, kapitein +Crozier, ging bij het kruis staan, om de lijkrede te houden, terwijl de anderen er +met ontbloot hoofd omheen stonden. En zeker zullen de bleeke mannen in hun versleten +poolkleeren de grafgezangen van hun geboorteland hebben gezongen. Plechtig en aangrijpend +zal het gezang over de ijsvelden hebben weerklonken. Zwijgend keerden zij naar de +„Erebus” en de „Terror” terug, waar zij zich nu nog ongelukkiger voelden dan te voren. +Nog eens waren zij voor een jaar tot blijven veroordeeld! +</p> +</div> +</div> +<div id="ch5" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#xd33e2857">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> +<h2 class="main"><span class="divNum">5.</span> IN NACHT EN IJS.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">Weer kwam de tijd, waarop het ijs in beweging raakte en men op open water kon hopen. +Zeker zullen de gevangenen <span class="pageNum" id="pb20">[<a href="#pb20">20</a>]</span>van de „Erebus” en de „Terror” naar alle kanten tochten hebben gemaakt, om te zien, +waar de branding van de open zee het meest nabij was. Misschien beproefden zij ook +met ijszagen en buskruit zich uit de ijsbanden te bevrijden. Alles vergeefs! Het ijs +hield hen vast. Op zekeren dag ontdekten zij echter tot hun groote vreugde, dat het +geheele ijsveld zich in zuidelijker richting bewoog! Als zij op deze manier het vasteland +toch maar konden bereiken! Een groote Amerikaansche maatschappij, die zich naar de +Hudsonbaai noemde, had ver in het Noorden van het vasteland kleine handelsstations +gevestigd. Als zij daar slechts konden komen, dan waren zij gered. +</p> +<p>De herfst liep naar zijn einde, maar de hoop op bevrijding werd verijdeld, nu, dat +de winter zoo nabij was, nog een poging te wagen het vasteland te bereiken, was ondenkbaar, +want in die eindelooze woestenijen is in den winter geen wild, en het trekken naar +het Zuiden brengt daarom tot een zekeren hongerdood. In den zomer daarentegen kan +men hopen daar reeds tamelijk vroeg op rendieren te stooten en op muskusossen, die +vreemde pooldieren, die evenveel gelijken op het schaap als op het rund, van varens +en mossen leven en niet meer zuidelijk gaan dan tot 60 graden breedte. In het Westen +van Noord-Amerika valt de zuidelijke grens voor het optreden der muskusossen ongeveer +samen met de noordelijke boomgrens. Een kudde van twintig of dertig dieren zou de +gebreklijdende zeelieden van Franklin van den dood hebben gered! Indien men tenminste +maar ijsberen had ontmoet! Of nog beter zeehonden en walrussen, met hun dikke speklaag +onder de huid. +</p> +<p>De poolhaas zou ook niet te versmaden zijn geweest, indien hij in voldoend aantal +was aangetroffen. Maar de bergvos, die van vogeleieren en jonge vogels leeft en in +den winter, niet te herkennen door zijn witte vel, op de sneeuwhoenderjacht gaat, +zou weliswaar niet aangenaam zijn geweest te ontmoeten. +</p> +<p>Nu was het jaargetijde echter reeds te ver verstreken en de wilde dieren trokken voor +de sneeuw en de koude meer zuidelijk. Zeker beraadslaagden de officieren wat er nu +gedaan moest worden. Zij hadden kaarten en boeken aan boord en wisten heel precies +hoever het eerste handelsstation der Hudsonbaai-maatschappij was verwijderd en op +den weg daarheen hadden <span class="pageNum" id="pb21">[<a href="#pb21">21</a>]</span>zij misschien wild of Eskimo’s kunnen ontmoeten. Maar zij besloten ook den derden +winter aan boord uit te houden! Waarom gebruikten zij den herfst niet, om de walvischbooten, +sleden, tenten, werktuigen en munitie en al de zware bagage op het King-Williamland +aan land te brengen? Zelfs met het afnemen van het licht hadden zij toch verscheidene +dagen kunnen werken. Stellig waren zij geheel terneergeslagen en zagen met een huivering +de duisternis tegemoet. Nog ging de zon op, maar beschreef in het Zuiden slechts een +vlakke boog en dook na anderhalf uur weer onder. Spoedig duurde de dag nog maar een +half uur, de lichte oogenblikken werden steeds minder, en op zekeren dag zag men nog +slechts den bovensten rand, als een stralenden robijn, een oogenblik boven den horizon +fonkelen. Den volgenden dag viel in den middag de schemering reeds in; slechts een +weerschijn der zon vlamde als het avondrood langs den zuidelijken hemel. Daarna werd +de schemering dieper en dieper. Wel merkte men ’s middags, in het Zuiden, nog een +bloedroode streep, die een mat purper schijnsel over de ijsvelden wierp. Maar ook +dit bluschte uit, en de poolnacht, die op dezen breedtegraad volle zestig dagen, terwijl +hij aan de Noordelijke Pool zelfs een half jaar duurt, was er, en de sterren fonkelden +als brandende fakkels, op blauw-zwarten grond, zelfs dan, als de klok in de officierskajuit +het middaguur aangaf! +</p> +<p>Het was weliswaar niet altijd zoo pikdonker. Behalve de sterren, die in de reine lucht +bij de scherpe koude veel helderder stralen, dan in de landen, die meer door de natuur +zijn begunstigd, doet de maan ook dienst. Maar haar licht deed het door de vorst verstijfde +tehuis van sneeuw en ijs nog verlatener en somberder lijken. In de duisternis zag +men tenminste niet hoe verlaten het aan alle kanten was. +</p> +<p>Wie voor het eerst in het hooge Noorden overwintert, vindt den poolnacht wonderlijk +aantrekkelijk, het diepe zwijgen der koude duisternis en het klagend huilen van den +voortjagenden sneeuwstorm. Maar niets is zoo bewonderenswaardig als het noorderlicht. +In Zweden vertoont het zich niet zelden. Al weet men, dat de magnetische en electrische +kracht der aarde van tijd tot tijd bijna den ganschen aardbol in een mantel van licht +hult, toch staat men nog vragend voor dit raadselachtig <span class="pageNum" id="pb22">[<a href="#pb22">22</a>]</span>verschijnsel. Als de vuurtongen van het noorderlicht hun flikkerend schijnsel over +het Noorden uitstraalden, geloofden de oude Vikings, dat de Walkuren op zilverwitte +paarden van het Walhalla uit naar het slagveld trokken. +</p> +<p>Meestal is het noorderlicht onvast. Het vlamt plotseling op, trilt een oogenblik aan +den hemel, verbleekt en verdwijnt. Het langst duren de boogvormige noorderlichten, +die dikwijls hun melkwitte wegen, hoog over den hemel spannen. Dikwijls is slechts +de eene helft van den boog zichtbaar en verheft zich als een lichtzuil aan den rand +des hemels. Een anderen keer gelijkt het noorderlicht op flikkerende vlammen, die +naar beneden rood en naar boven groen zijn en vlug langs den hemel glippen. Verder +noordelijk is het licht geelachtiger. Als de stralen zich alle in hetzelfde punt schijnen +te vereenigen, dan spreekt men van een noorderlichtkroon. Prachtige kleuren vertoonen +zich, snel wisselend in zulk een stralenbundel, die de kruin der aarde kroont; slechts +zelden is het licht zoo sterk als het schijnsel van de volle maan. Het schoonst is +echter het noorderlicht, wanneer het als geplooide gordijnen van den hemel schijnt +neer te hangen, die in den wind fladderen. +</p> +<p>Voor de in het ijs gevangen gehouden Engelschen zullen de vlammentongen van het noorderlicht +wel geen aantrekkingskracht meer gehad hebben! Uitgemergeld en afgestompt, de bedorven +proviand zat, door drie winters eindeloos nietsdoend wachten verweeklijkt geworden, +lagen zij in hun kooien en hoorden hoe de klok de seconden aftikte. De eenige afwisseling +in het eentonige leven waren nog de sterfgevallen. De timmerlieden hadden de handel +vol en kapitein Crozier kende zijn lijkredenen al van buiten. Negen officieren en +elf matrozen stierven gedurende de beide laatste winters, de meesten in ieder geval +gedurende den laatsten winter. Dat werd bekend door een klein strookje papier, dat +verzegeld in een hoop steen aan de kust was neergelegd en elf jaar later werd gevonden. +</p> +<p>Ook de maanden van deze duisternis naderden haar einde. De roode streep ontvlamde +weer in het Zuiden en werd gaandeweg lichter. Schemering loste de duisternis af en +eindelijk flikkerden de eerste zonnestralen weer aan den horizon. Zeker <span class="pageNum" id="pb23">[<a href="#pb23">23</a>]</span>hebben de Brahmanen aan den oever van den Ganges het opgaan der zon niet met grooter +gejubel begroet, dan de manschappen van deze beide ongeluksschepen „Erebus” en „Terror”. +</p> +</div> +</div> +<div id="ch6" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#xd33e2866">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> +<h2 class="main"><span class="divNum">6.</span> DE TOCHT NAAR DE DOODENBAAI.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">Met de nieuwe zon ontwaakte de hoop der bemanning nu voor de laatste maal! Wie kapitein +Crozier persoonlijk heeft gekend, was overtuigd, dat hij de hoop nooit heeft opgegeven. +</p> +<p>Nu gold het een laatste poging. De kapitein hield een toespraak tot zijn manschappen +en verheelde hen niet, dat hun leven op het spel stond en dat hij het uiterste van +hen verlangen moest. Er waren nog honderdvijftig man bijeen, maar velen waarschijnlijk +ziek of zelfs stervende, zeker allen geheel uitgeput. Maar met het toenemende licht +verhief de levens- en arbeidslust zich weer. Verscheidene sleden werden ingericht, +wel plomp en zwaar, maar sterk. Drie walvischbooten, die sedert jaren vastgevroren +in hun davids hadden gehangen, werden losgemaakt en op het ijs neergelaten. Het beste +van de nog voorhanden zijnde proviand werd uitgezocht en rondom de booten opgestapeld. +Met toenemende opwinding zag men de zon van dag tot dag langer boven den horizon staan. +Stellig werd een uitvoerig bericht over het lot der expeditie neergeschreven en aan +boord achter gelaten. +</p> +<p>Toen al de bagage op het ijs bijeen was, werden voorraden, tenten, instrumenten, geweren +en munitie op de sleden geladen en de drie walvischbooten met koorden elk op een slede +vast gesnoerd. Een aparte slede met bedden was voor de zieken bestemd. Onder deze +voorbereidingen werden de dagen steeds langer en eindelijk werd het verlangen om op +te breken zoo sterk, dat niets de manschappen meer kon terughouden. Maar dit te vroeg +opbreken, bezegelde hun lot! Noch wild, noch Eskimo’s gaan voor den nazomer zoover +naar het Noorden, en ook met de volgeladen sleden kon de proviand slechts voor veertien +dagen toereikend zijn! +</p> +<p>Den dag voor den afmarsch zag ieder zijn bezittingen voor het laatst nog eens na; +dierbare herinneringen aan betrekkingen, den bijbel en het horloge, dat den tragen +gang van <span class="pageNum" id="pb24">[<a href="#pb24">24</a>]</span>den tijd verkondigde, nam elk der zwaar beproefde zeelieden in zijn zak mede. De officieren +gingen voor het laatst hun leege hutten binnen, om zich er van te overtuigen, dat +niets van gewicht was vergeten. In het inwendige van het schip zag het er uit als +in een huis, dat bij een overstrooming hals over kop verlaten was en waaruit men nog +maar het meest onontbeerlijke had kunnen medenemen. +</p> +<p>Den 22sten April 1848 klonk het signaal tot opbreken, en de veel te zwaar beladen +sleden knarsten langzaam en hortend over het met sneeuw bedekte, hobbelige ijs. Bijlen, +houweelen en spaden zijn onafgebroken aan het werk om scherpe kanten af te houwen +en hinderlijke blokken weg te ruimen. Het zijn slechts vijf-en-twintig kilometer tot +King-Williamland, toch duurt het drie dagen! Te langzaam worden de masten en de rompen +der verlaten schepen kleiner, maar eindelijk verdwijnen zij toch. +</p> +<p>Maar nu zag de kapitein in, dat hij zoo niet verder kon gaan. De bagage werd opnieuw +doorgezien, en al wat maar eenigszins gemist kon worden er uit gehaald. De latere +hulpexpeditie vond op deze plek een menigte voorwerpen, stukken van de uniform, koperen +knoopen, metalen voorwerpen, en dergelijke, hetgeen men als munt, bij ruilhandel met +Eskimo’s en Indianen had willen gebruiken. Maar alle proviand en munitie werd medegenomen, +want als de eerste op zijn eind raakte, dan was de munitie de eenige redding. +</p> +<p>Met lichtere schreden zette de stoet zich langs de westkust in beweging. Maar men +was nog niet ver gevorderd of John Irving, luitenant van de „Terror”, bezweek. Gekleed +in zijn blauwe uniform, gewikkeld in zeildoek, een zijden doek om het hoofd gewonden, +werd hij tusschen schuin geplaatste steenen begraven en het graf met vlakke steenen +gedekt. Naast zijn hoofd lag een zilveren medaille, op de voorzijde stond: „Tweede +prijs voor de wiskunde, door de Koninklijke Zeevaartschool, aan John Irving 21 Juni +1830 uitgereikt.” Aan deze medaille werd de doode na lange jaren herkend, en daardoor +konden zijn overblijfselen naar zijn geboorteplaats overgebracht worden. +</p> +<p>Twee bochten der westkust van King-Williamland zijn naar de beide ongeluksschepen +genoemd. Aan het strand van de noordelijkste, de Erebus-baai, waren de krachten der +Engelsche <span class="pageNum" id="pb25">[<a href="#pb25">25</a>]</span>zeelieden zoo uitgeput, dat zij twee booten, met de sleden waarop ze nu onnoodig zoover +waren medegesleept, achterlieten. Een menigte andere dingen werden hier eveneens geofferd. +Hier en daar toonde een graf hun weg—en steeds eenvoudiger werden deze graven, hoe +verder de stoet zich naar het Zuiden bewoog. Daar kwam het vreeselijkste. Bij de Terror-baai +hield de band der vriendschap hen niet meer bijeen! De bevelhebber had geen macht +meer over de manschappen. De ongeveer honderd man, die overgebleven waren, scheidden +zich nu in twee, waarschijnlijke gelijke deelen. Het eene, met de zwakkeren, wilde +naar de schepen terugkeeren, waar men tenminste tegen wind en weer beschut was en +nog levensmiddelen vond. Het andere deel trok, met de derde walvischboot langs de +zuidkust verder, en hoopte dan naar het vasteland en de Groote Vischrivier te komen. +Zonder eenigen twijfel zouden dezen, zoodra ze hulp hadden gevonden, naar hun kameraden +zijn teruggekeerd. +</p> +<p>Wanhopend moet de tocht zijn geweest van hen, die terugkeerden. Wanhopend ook de marsch +van hen, die verder trokken. Van de eersten weet men zoo goed als niets. De laatsten +sleepten zich, de zware sleden trekkend, met vermoeide schreden voort, totdat zij, +de een na den ander, bezweken. Niemand dacht er meer aan, de lijken der makkers te +begraven; terwille van een stervende kon men zich niet ophouden! Ieder had genoeg +te zorgen voor zichzelf. Eenigen stierven in het gaan; dit zag men later aan de geraamten, +die men op het gezicht liggend vond. +</p> +<p>Vergeefs sleepten de overlevenden hun munitiekisten mede, zonder een enkel schot te +kunnen afvuren, want geen spoor van wild komt in Mei en Juni op het eiland voor. Steeds +kleiner werd het getal van hen, die de boot over sneeuw en ijs nog aan land konden +trekken. Nu wachtten zij op open water om over de zeeëngte aan land te kunnen komen. +In het begin van Juli pleegt het ijs te breken, en in elk geval zijn de overlevenden +in dezen tijd daar overgezet, want de boot werd later in een bocht, die nu de „Doodenbaai” +heet, aangetroffen. Indien men de boot daar later zou hebben gevonden, dan was het +even goed mogelijk geweest, dat wind en golven ze daarheen hadden gedreven; maar de +geraamten in de boot en aan het strand en allerlei voorwerpen van de uitrusting toonden +aan, dat de boot <span class="pageNum" id="pb26">[<a href="#pb26">26</a>]</span>bij de overvaart en het landen bemand geweest was. Vele oogenblikken van dezen noodlottigen +tocht zijn voor eeuwig duister gebleven. Waarom sleepten zij de zware walvischbooten +twee maanden lang mede, daar ze toch reeds het vorige jaar, op den tocht, kort voor +den dood van den admiraal, het vasteland in het Zuiden moesten hebben gezien? De zeeëngte +is op haar smalste plaats slechts tien kilometer breed, en ze hadden haar op elke +plaats over het ijs kunnen overgaan! Nooit zal het raadsel opgelost worden, want allen +stierven en geen blad uit het dagboek is gevonden! +</p> +<p>Toen berichten van Franklin geheel uitbleven, werd reeds na twee jaar de eerste hulp-expeditie +gezonden. In het najaar van 1850 waren vijftien schepen aan het zoeken; het dapperst +en meest energiek was de vrouw van Franklin, die jaren lang de hoop op een weerzien +niet opgaf! Zij offerde haar geheele vermogen aan de hulp-expedities en de regeering +gaf in den loop van zes jaar, ruim negen millioen gulden voor hulpexpedities uit! +Alles vergeefs! Want het ongeluk was reeds lang geschied. Een expeditie, die reeds +in 1848 uittrok, bleef in het ijs steken, en kwam op een heel bijzonderen inval, om +de in nood verkeerenden, waar zij zich ook mochten bevinden, van hun nabijheid in +kennis te stellen. Men ving ongeveer honderd bergvossen, deed ze koperen halsbanden +om, waarop een kort bericht omtrent de ligging van het hulpschip was ingekrast en +liet ze dan weer loopen. +</p> +<p>In het jaar 1854 werden de namen van Franklin, Crozier en de overige deelnemers uit +de personeellijst der Engelsche marine geschrapt. In de geboorteplaats van Franklin +werd een gedenkteeken voor hem opgericht en in de Westminster abdij, waar Engeland’s +helden sluimeren, heeft men een marmeren gedenksteen voor hem opgericht, met de woorden +van den dichter Alfred Tennyson: +</p> +<div class="lgouter"> +<p class="line">„Niet hier! In den ijzigen arm verwijlt gij +</p> +<p class="line">Van de Pool—Een man, een held. +</p> +<p class="line">Naar een andere Pool gij ijlt, +</p> +<p class="line">Daar boven in de hemeltent!”</p> +</div> +<p class="first">Een beroemd poolreiziger, Julius Payer, die Frans-Jozef-land in het Oosten van Spitsbergen +heeft ontdekt, heeft een schilderij geschilderd, die hij de „Doodenbaai” noemde. Aan +een verlaten <span class="pageNum" id="pb27">[<a href="#pb27">27</a>]</span>kust midden tusschen ijs en sneeuw ligt een aan land getrokken boot, tusschen hier +en daar verspreide bagage rusten de lijken van verscheidene zeelieden. In de boot +liggen andere lijken in de meest verschillende houdingen, de trekken verstijfd in +wanhoop en ontzetting! Een ligt voorovergebogen op een open bijbel, de linkerhand +omknelt krampachtig de saamgekreukelde bladeren. Aan den voorsteven der boot knielt +een man, de laatst overgeblevene, kapitein Crozier. Met koelbloedige kalmte houdt +hij zijn geweer gereed. Twee ijsberen naderen, tegen hen wil hij zichzelf en zijn +doode makkers beschermen! +</p> +</div> +</div> +<div id="ch7" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#xd33e2875">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> +<h2 class="main"><span class="divNum">7.</span> HET BERICHT DER ESKIMO’S.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">Dertig jaren na den ondergang van de Franklin-expeditie begaf zich luitenant Schwatka +naar het Noorden om de oplossing van het raadsel te zoeken. Verscheidene van de verongelukten +zouden toch zeker een dagboek hebben gehouden; <i>een</i> was voldoende om alles te vernemen. +</p> +<p>Schwatka zocht het allereerst de Eskimostammen op, die op hun zomersche jachttochten, +het dichtst bij King-Williamland kwamen. Bij velen vond hij voorwerpen, die bij de +expeditie hadden behoord. Maar het merkwaardigste waren de verhalen van oude Eskimo’s. +</p> +<p>Een oude vrouw was met haar inmiddels gestorven man en twee andere families naar King-Williamland +getrokken voor de robbenvangst. Vol verbazing en schrik hadden zij op een dag een +troep vreemdelingen gezien, die een boot achter zich aantrokken. Eerst hadden zij +op de vlucht willen gaan, maar toen een der vreemdelingen haastig op hen toe was gekomen, +hadden zij niet kunnen wegloopen. Zij spraken met elkaar door teekenen en de Eskimo’s +begrepen, dat de mannen blanke zeelieden waren van een gestrand schip. Zij hadden +er ontzettend uitgehongerd en mager uitgezien, en zwarte kringen om oogen en mond +gehad. De Eskimo’s bleven vier dagen bij hen, deelden met hen het vleesch van een +zeehond en ontvingen als vergoeding een mes. De blanken brachten den nacht gedeeltelijk +in een boot, gedeeltelijk in een kleine tent door. Levensmiddelen <span class="pageNum" id="pb28">[<a href="#pb28">28</a>]</span>hadden zij niet. De Eskimovrouw vertelde, dat een der mannen lang was geweest, en +een reeds grijzenden baard had, een ander werd „doklut”—dokter—genoemd, en had een +witten bril gedragen, de anderen, allen een donkeren. De Eskimo’s werden door ijsgang +verrast en moesten den geheelen zomer op het eiland blijven. In dien tijd verloren +zij de vreemdelingen uit het oog. +</p> +<p>Het volgend jaar keerden dezelfde Eskimo’s terug naar de zuidkust van het eiland en +vonden daar voor een tent verscheidene lijken, slechts twee waren met zand en steenen +bedekt, en ook in de tent lagen verscheiden dooden in hun bed, geheel aangekleed, +met laarzen aan de voeten en toegedekt met hun dekens. De lijken, die buiten lagen +waren door de nog levenden daarheen gedragen. Messen, lepels, horloges, papieren, +werktuigen, en wat er nog meer in de tent lag, namen de Eskimo’s mede. +</p> +<p>Andere Eskimo’s vertelden, dat zij op het vasteland een boot met verscheiden geraamten +hadden gevonden, hoeveel waren zij vergeten, naast de boot hadden vier dooden gelegen, +slechts een der dooden had nog huid en haren, en zijn haar was lichtblond geweest, +hij kon pas eenige maanden dood zijn geweest. Hij had een ring aan den vinger en droeg +oorringen, zijn horloge was met een ketting bevestigd geweest. Naast hem lag een blauwe +bril. Alles van waarde namen de Eskimo’s mede, o.a. een zaag, aarden pijpen, zeildoek, +kleedingstukken, een kompas, een tabaksdoos en een blikken doos met boeken. De boeken +gaven zij aan hun kinderen om mede te spelen en in den loop der jaren waren zij verscheurd. +Ongetwijfeld waren dat de kostbare logboeken met al de waarnemingen en kaarten welke +gedurende de drie jaren waren opgeschreven en geteekend—papieren, voor welke Engeland +vele millioenen zou hebben gegeven! +</p> +<p>Eindelijk vertelde nog een oude man, dat hij en zijn stamgenooten voor ongeveer dertig +jaren in de nabijheid der kust van het vasteland in een groot ijsveld een schip ingesloten +hadden gevonden, ook hadden zij sporen van menschen in de sneeuw ontdekt. Het volgend +voorjaar hadden zij zich weer naar het schip begeven, maar geen spoor van een bezetting +meer gevonden en aan boord was het zoo stil geweest als het graf. +<span class="pageNum" id="pb29">[<a href="#pb29">29</a>]</span></p> +<p>Waarschijnlijk was het dek nog hoog met sneeuw bedekt van den vorigen zomer, en hadden +de Eskimo’s die nog nooit aan boord van een schip waren geweest, niet geweten hoe +er in te komen. Op hun kloppen en leven maken hadden zij geen antwoord gekregen en +de scheepsluiken hadden zij niet gevonden. Toen hadden zij met bijlen een gat in den +zijwand gehouwen en waren hierdoor voorzichtig naar binnen gekropen. Het was binnen +stikdonker en doodstil. Maar zij vatten moed en zochten rond in de gangen en hutten. +Maar in één kooi hadden zij het lijk van een man gevonden. Naast hem, op een kleine +tafel had een blikken kan met eenige stukken vleesch gestaan. Toen het ijs in den +loop van den zomer verdween, vulde het schip zich door het gat in den romp en ging +onder. Andere Eskimo’s bevestigden dit bericht. Maar welk van de twee schepen, de +„Erebus” of „Terror” de „Onderwereld” of de „Schrik” zoo naar de diepte ging, dat +weet men niet. +</p> +<p>En wie was die eenzame in het binnenste van het schip? Men huivert bij de gedachte +aan zijn lot, hij was de laatste van die vijftig mannen, die van de Terrorbaai naar +het schip terugkeerden. Alle kameraden waren dood, hij alleen had de kracht behouden +zich naar het schip te slepen. In de kajuiten lag alles nog even onordelijk verspreid +als men het voor twee maanden bij het verlaten van het schip had achtergelaten. De +laatste der manschappen, zocht proviand bijeen en droeg het in zijn kajuit, dekens +waren er genoeg voorhanden, een geriefelijk bed kon hij nog voor zich inrichten. De +zomerdag naderde zijn einde. Steeds langer bleef de zon onder den horizon. Hij vermoedde +niet, dat buiten op het ijs Eskimo’s het schip gadesloegen maar niet aan boord dorsten +te komen. En toch was hij nu en dan op het dek geweest en had vergeefs naar hulp van +het land uitgezien. Toen kwam de schemering weer, gevolgd door den langen nacht. Nu +bleef hij in zijn hut, luisterde ingespannen maar hij hoorde niets dan den wind in +het takelwerk en in de bevroren rinkelende touwen of het op zuchten gelijkende knarsen +van den scheepsromp, die door het ijs werd saamgeperst. Ontzettender dan welke kerker +ook, moet dit geheel alleen zijn op het verlaten schip zijn geweest! En toch bracht +het hem niet tot waanzin! De laatste der overledenen wachtte rustig zijn laatste uur +af: een vierde winter was te veel voor hem, en de <span class="pageNum" id="pb30">[<a href="#pb30">30</a>]</span>tijd tot den volgenden zonsopgang te lang. Toen de dag weer lichtte, het ijs smolt, +en het schip uit zijn driejarige gevangenschap bevrijdde, zonk het met zijn held in +de diepte. +</p> +</div> +</div> +<div id="ch8" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#xd33e2884">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> +<h2 class="main"><span class="divNum">8.</span> AAN DE OOSTKUST VAN GROENLAND.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">De Noordpool, het doel van zoovele ontdekkingsreizen, is door <span class="corr" id="xd33e367" title="Bron: zuk">zulk</span> een dichten krans van onopgeloste vraagstukken omgeven, dat elke expeditie, die bij +den altijd durenden wisselenden toestand van het poolijs geheel van haar route wordt +afgedreven, toch met een menigte wetenschappelijke resultaten terugkeert en al heeft +zij de Noordpool ook niet bereikt, toch bij zorgvuldigen, wetenschappelijken arbeid, +voor onze kennis der Poolstreek gewichtige bijdragen levert. Dat geldt ook van de +Duitsche Noordpool-expeditie, die in de jaren 1869 en <span class="corr" id="xd33e370" title="Bron: 1970">1870</span> ondernomen werd op aandrijven van den beroemden Duitschen geograaf August Petermann, +en die de verdienste heeft, aan de oostkust van Groenland, het grootste eiland van +de wereld, het vaderland der Eskimo’s, dat op de kaart als een lange, witte, slechts +aan de randen gekleurde landstrook van de Noordpool afhangt, ruime gebieden te hebben +ontsloten. Groenland, welks eigenaardigheden van een eiland pas door de laatste ontdekkingsreizen, +vooral die van den Amerikaan Peary, werden bepaald, dankt zijn ontdekking en eerste +nederzetting tot in de tiende eeuw aan de Noren wier kolonies aan de westkust zich +tot in de 14e eeuw in bloeienden toestand bevonden. Reeds in het jaar 1000 werd in +Groenland van uit Noorwegen het christendom wettelijk ingevoerd en van 1126 tot aan +den hervormingstijd kan men nagaan, welke bisschoppen er achtereenvolgens geregeerd +hebben. Het levendig scheepverkeer dat in die vroege eeuwen tusschen Groenland, IJsland +en Noorwegen bestond, verminderde echter met het verval der Noorweegsche kolonies, +in de <span class="corr" id="xd33e373" title="Bron: 13">13de</span> eeuw, en in het midden der 15de eeuw was alle verbinding tusschen Groenland en de +beschaafde wereld verbroken. Pas in den tijd der Noorsche ontdekkingsreizen, dus vanaf +de 16de eeuw, moest dit ontzaglijke eiland weer stuk voor stuk ontdekt worden, en +in de 17de eeuw werd de Groenlandsche kust vaak bezocht door Duitsche en Hollandsche +<span class="pageNum" id="pb33">[<a href="#pb33">33</a>]</span>walvischvaarders, de zoogenaamde Groenlandvaarders. Maar steeds was de westkust van +Groenland het doel der walvischvaarders en ontdekkingsreizigers, daar de oostkust +door den onmetelijken stroom van het voortdrijvende poolijs als achter een veilig +bolwerk volkomen ontoegankelijk scheen. Pas aan het einde der 18de en vooral in de +19e eeuw drong de geografische onderzoeking ook hier zegevierend door en het succes +der Duitsche expeditie lokte een groot aantal poolreizigers naar deze oostkust van +Groenland, die tegenwoordig wel beschouwd mag worden als bekend te zijn in haar hoofdomtrekken. +<span class="pageNum" id="pb31">[<a href="#pb31">31</a>]</span> +</p> +<p></p> +<div class="figure p032width"><img src="images/p032.jpg" alt="De doodenbaai. Het einde der Franklin Expeditie." width="720" height="459"><p class="figureHead">De doodenbaai. Het einde der Franklin Expeditie.</p> +</div><p> +<span class="pageNum" id="pb32">[<a href="#pb32">32</a>]</span> +</p> +<p></p> +<div class="figure p033width"><img src="images/p033.jpg" alt="Tocht op een ijsschots door de bemanning van de „Hansa”." width="720" height="456"><p class="figureHead">Tocht op een ijsschots door de bemanning van de „Hansa”.</p> +</div><p> +<span class="pageNum" id="pb33a">[<a href="#pb33a">33</a>]</span></p> +<p>Met twee schepen, de stoomboot „Germania” en het zeilschip „Hansa” stak de Duitsche +expeditie den 15den Juli 1869 van Bremerhaven uit, in tegenwoordigheid van Koning +Wilhelm van Pruisen, in zee. Maar reeds in het midden van Juli werden de beide schepen, +toen zij juist de grens van het poolijs hadden bereikt, van elkaar gescheiden. Het +gelukte aan de „Germania” zich tot aan de oostkust van Groenland door te werken; zij +bereikte den 5den Augustus 1869 land en drong den 12den Augustus tot 75° 17′ breedtegraad +door, waar het ijs den verderen doortocht verbood. Zij trok zich vooreerst terug naar +de zuidzijde der Shannon-eilanden, teneinde die wetenschappelijk te onderzoeken en +stootte daarbij op muskusossen, van welke het tot dusverre niet bekend was, dat zij +zich op Groenland’s oostkust bevonden. Daar de toestand van het ijs ook verder ongunstig +was begaf de „Germania” zich aan de zuidzijde der Sabine-eilanden in winter-kwartier, +en daar ook de winterstormen geen beweging in het ijs brachten, bleef de expeditie +tien maanden op die plaats, om op slede- en boottochten een reeks kuststreken, die +tot nog toe niet waren onderzocht, te verkennen. +</p> +<p>Zij hadden een uitstekende haven voor overwintering uitgezocht, die door vooruitstekende +bergen voor de razende noorderstormen was beschut en geheel ongedeerd bleef van drijfijs +en dank zij de vèrziende voorzorgen van den uitnemenden kapitein Koldewey en zijn +vier wetenschappelijke medearbeiders, dr. Börgen, eerste luitenant Payer, dr. Copeland +en dr. Pansch, werd deze arctische overwintering van tien maanden in de „Germania-haven” +een zeer huiselijke idylle. +</p> +<p>Op het nabijzijnd vasteland van de Sabine-eilanden werd het <span class="pageNum" id="pb34">[<a href="#pb34">34</a>]</span>voornaamste deel van de proviand opgestapeld en twee observatoria opgericht, een astronomisch +en een meteorologisch. Over het dek der „Germania” werd een dichte tent gespannen +en die met een laag mos belegd, wat echter niet belette, dat bij dagenlangen heftigen +storm, de sneeuw door alle spleten drong en het dek een voet hoog bedekte. De kajuiten +werden met vilt, wollen stof en zeildoek bekleed, een vernuftige ventilatie voor de +ruimten onder dek werd aangebracht en tijdig drinkwater uit de borrelende beken der +nabijzijnde kust gehaald. Het schip werd omgeven door een borstwering van geweldige +ijsblokken en een schutting eveneens van ijsblokken leidde naar de observatoria. Om +den stand van den stroom gade te slaan en om bij brandgevaar veilig te zijn, werd +steeds een gat in het ijsveld opengehouden, een voorzorg, die bij een brand, die in +den loop van den winter in de kajuiten uitbrak, schitterend voldeed. +</p> +<p>Tot in November werden deze voorbereidingen door prachtig helder winterweer begunstigd. +Toen begon gaandeweg de vorst sterker te worden, de dagen werden korter, en den 6en +November verdween de zon en de poolnacht van drie maanden daalde op de „Germania” +en haar zeventien bewoners. Tot de terugkeer van het daglicht, was de bezetting beperkt +tot het schip en de naaste omgeving er van. De bediening der observatoria, die veelvuldig +te lijden hadden van het geweld der stormen en de nieuwsgierigheid der ijsberen, en +de uitvoering der andere wetenschappelijke observaties was van uur tot uur precies +geregeld en slechts aan de pijnlijke nauwgezetheid in het opvolgen dezer voorschriften, +was het te danken, dat de hierboven genoemde brand in het achterdek bijtijds werd +ontdekt. Om de manschappen bezig te houden, richtten de geleerden der „Germania” een +zeevaartschool op, waar de nautische wetenschappen, geografie, astronomie en natuurkunde +werden onderwezen, en zelden heeft men in een scheepslogis zooveel gehoord van plus +en minus, van macht en wortel als in de kajuiten der Duitsche poolreizigers! Er werd +zelfs een „Oost Groenlandsche Courant” opgericht. Zij verscheen elke veertien dagen +in twee geschreven exemplaren, bevatte allerhande schertsen, gedichten, toespraken, +„officieele bekendmakingen” en droeg niet weinig bij tot het wintervermaak. Voor het +Kerstfeest <span class="pageNum" id="pb35">[<a href="#pb35">35</a>]</span>bouwde de timmerman een kunstige denneboom; de takken werden sierlijk getooid met +de groene uitspruitsels van de onder de sneeuw groeiende plant Andromeda. Oudejaarsavond +werd met rijnwijn, muziek, gezang en dans op het ijs gevierd. Den 3en Februari keerde +de jubelend begroete zon weer terug en spoedig had men weer volle werkdagen zonder +het vermoeiende lamplicht. Maar daarmede kwam er ook een eind aan het gezellige leven +aan boord, en de manschappen gingen in troepjes met sleden uit; tochten, die hun moed +en volharding op de zwaarste proef stelden. Bij het volkomen onbewoond zijn der kusten, +waren honden en rendierensleden niet te krijgen. Men moest de sleden met bagage en +proviand dus zelf over de ijsbergen en sneeuwvelden trekken. Toch gelukte het aan +de Duitsche pioniers op vijf zulke reizen met sleden bijna duizend zeemijlen in een +onbekend gebied te doorkruisen. Het vreeselijkst waren daarbij de sneeuwstormen, die +dikwijls dagenlang de deelnemers van een slede-expeditie in hun nauwe tent vast hielden +en tijdverlies veroorzaakten, dat bij de beperkte proviand soms levensgevaarlijk werd. +</p> +<p>Was de dagmarsch volbracht, meestal bij het invallen der duisternis, dan werd een +geschikte plek op het strand of een ijsvlakte als kampement gekozen. Kleine sneeuwlagen +werden met den voet weggeschopt, scherpgekante, vastgevroren blokken, met moeite terzijde +geschoven, grootere menigmaal meer dan honderd schreden aangesleept om de touwen der +tent er aan te bevestigen, een werk, dat bij storm en 20 graden koude eenige zelfoverwinning +kost. Was de slaapzak in de tent uitgespreid, de bagage in orde gebracht, had de kok +den ketel met sneeuw volgestopt, de lamp aangestoken en het avondrantsoen uitgedeeld, +dan konden ook de andere makkers, die ondertusschen door de toenemende koude hoe langer +hoe meer gekweld werden, het nachtkwartier betrekken. De openingen van de tent werden +met haken gesloten en men trof de toebereidselen voor den nacht. +</p> +<p>De stijve laarzen van zeildoek, die aan de kousen vastgevroren waren, moesten als +hoofdkussen dienen, zij werden met de hand ontdooid en met moeite losgescheurd. Daarop +de met sneeuw bedekte kousen uitgetrokken, afgekrabd en op de borst bewaard, om door +de eenige warmtebron, de eigen lichaamswarmte <span class="pageNum" id="pb36">[<a href="#pb36">36</a>]</span>voor den volgenden dag te worden gedroogd. Eindelijk hebben allen zich in den slaapzak +gewrongen, ieder ligt gedeeltelijk op zijn buurman en men wacht, dicht opeengedrongen, +op het avondeten. De wind drukt de wanden van de tent naar binnen en maakt de ruimte +nog kleiner. Door het weefsel, uit elken naad, door de kleinste opening spat een fijne +stroom sneeuwkorrels en valt onafgebroken als meel uit den molen op den slaapzak neer. +Hoe dikwijls de sneeuwlaag ook met het mes wordt weggeschraapt, even snel vormt zij +zich weer. Dikwijls gebeurt het ook, dat de sneeuw smelt door de verhooging der temperatuur +in de tent en dan doordringt tot op de huid. +</p> +<p>Met een onverschilligheid, grenzende aan stompzinnigheid, wachten de makkers, dicht +op elkaar gedrongen, hurkend, met verstijfde handen handschoenen en kousen herstellend, +den baard vol ijs, te midden van dezen chaos van bevroren kleedingstukken en laarzen. +De kookpan is lek geworden; de spirituslamp druipt en dreigt de tent met brandgevaar; +de vernieling ervan zou bij den woedenden storm het werk van een oogenblik zijn. De +kok klaagt, dat hij vandaag zijn vingers verbrandt, die gisteren bevroren waren. Zijn +werkzaamheid is aan voortdurende kritiek onderhevig, waartoe de algemeene honger prikkelt. +Ieder wacht met ongeduld op het gereedkomen van het eten; rillend, in elkaar gedoken, +roept de een of ander: „Peter, kookt het haast, je hebt zeker sneeuw in den spiritus +gedaan!” +</p> +<p>Waarop Peter dan antwoordt: „Houd je mond! Hebt ge niet leeren wachten?” +</p> +<p>De levensmiddelen zijn steenhard bevroren, vleesch in bussen of ham wordt met de bijl +stuk geslagen; boter kan men zonder eenige bedenking in het vestjeszakje opbergen, +om onder den marsch bevroren te worden opgegeten, want de thermometer in den binnensten +jas- of broekzak wijst gewoonlijk nog zes tot tien graden koude. +</p> +<p>Eindelijk is na twee uur de maaltijd gereed en wordt gretig en zoo warm mogelijk verslonden. +De damp, door het koken ontstaan, maakt, dat men, als in een dampbad, ternauwernood +iets van zijn buurman ziet; de wanden der tent worden door en door nat; de vochtigheid +der kleeren neemt toe, het <span class="pageNum" id="pb37">[<a href="#pb37">37</a>]</span>opengaan der deur van de tent brengt dadelijk een sneeuwval te weeg, en nadat het +koken is geëindigd, is alles bevroren of met een dikke korst sneeuw bedekt. Het kleine +rantsoen van een uit rundvleesch en peulvruchten toebereide soep kan den dagelijks +toenemenden honger niet stillen, de slaap moet dien, evenals den smachtenden dorst, +doen vergeten. +</p> +<p>Eindelijk heeft de kok, nadat hij den ketel heeft uitgekrabd, zich ook een plaats +in den slaapzak veroverd, en nu kan er ook verder niemand meer in. Het is slechts +mogelijk op de zijde te liggen. Vandaag liggen allen links, morgen allen rechts; persoonlijke +begeerten, bijvoorbeeld den wensch op den rug te gaan liggen, wekken algemeen protest, +evenals elke beweging, zoodra de toestand van verstijving is ingetreden. Uit acht +menschen is één klomp geworden! +</p> +<p>’s Morgens te 5 uur wordt weer opgebroken; de slappe, zwarte koffie is met ijskoud +broodkruim tot een brei vermengd. De bevroren laarzen worden met de hand ontdooid, +in de plooien en van buiten van sneeuw bevrijd; zoo ook de tent, die geheel stijf +is geworden, en eerst door kloppen buigzaam gemaakt moet worden. Zoo ook de slaapzak, +die door de dagelijks toenemende vracht van ijs den spotnaam van „Walrus” heeft gekregen. +De doorweekte zeehondenkleeding bevriest buiten dadelijk en aan de haren vormen zich +ijsbloemen. Enkelen wrijven hun gezicht met fijne sneeuw om do oogen te verfrisschen, +een andere manier om zich te wasschen verbiedt het gebrek aan water. Sleden en tent +worden uit de opgewaaide sneeuw uitgegraven en eindelijk kan ieder na twee uren de +trekkoorden grijpen, de vurig verlangde verlossing van de pijn van het nachtleger! +Het is nog een geluk als de brandstoffen tot het einde van zulk een sledevaart toereikend +zijn. Indien de voorraad ten einde raakt, dan moeten de manschappen zich er aan gewennen, +het rauwe, nog warme vleesch van gevelde muskusossen te verorberen, en de drang tot +zelfbehoud walgde zelfs niet van bosjes haar en de wol der dekens, vermengd met broodkruim, +peper en jeneverbessen! +</p> +<p>Tot midden Juli werden deze sledevaarten langs de kusten ondernomen, en daarbij 77 +breedtegraad bereikt. Toen het poolijs zich echter in beweging zette, moest de „Germania” +trachten uit haar winterkwartier los te komen. Een nieuwe <span class="pageNum" id="pb38">[<a href="#pb38">38</a>]</span>voortgang naar het Noorden bleek onmogelijk te zijn, de expeditie gebruikte den overigen +tijd tot verdere onderzoeking van de kust; daarbij ontdekten zij den Keizer-Frans +Jozeffjord, die diep tot in het binnenste van Groenland voert en aan grootschheid +van natuurschoon met de meest romantische Alpenstreken kan wedijveren. +</p> +<p>Averij aan den stoomketel maakte, vroeger dan men gedacht had, een eind aan den verderen +ontdekkingstocht van de „Germania” en zij konden van geluk spreken, dat zij nog zooveel +stoom hadden, om den pas ontdekten fjord te verlaten. Den 17den Augustus lichtte men +het anker voor den terugtocht en na twee dagen moeitevol en opwindend heen en weer +zeilen door een gordel van pakijs, hoorde de bemanning eindelijk met onbeschrijflijke +vreugde de branding van de open zee weer tegen de ijsschollen klotsen. De 10den September +liep de „Germania” gelukkig reeds weer den Wezer binnen en landde den 11den September +aan haar uitgangspunt Bremerhaven. +</p> +</div> +</div> +<div id="ch9" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#xd33e2893">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> +<h2 class="main"><span class="divNum">9.</span> DOOR IJSBEREN AANGEVALLEN.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">Naast de muskusossen, die in tegenstelling van hun leelijk uiterlijk, evenals de schapen, +tot wier familie zij behooren, zeer onschuldig bleken te zijn, waren voor de manschappen +van de „Germania” de talrijke rendieren gedurende hun overwintering een zeer welkom +wild. Daar de oostkust van Groenland geheel onbewoond was, toonden de dieren niet +de minste schuwheid voor de voor hen vreemde menschen en liepen vaak regelrecht voor +het geweer; zelfs de poolvossen, die dikwijls rondom het schip slopen, waren zoo tam, +dat ze zich met de hand lieten streelen. +</p> +<p>Bedenkelijk en met het vorderen van den winter steeds gevaarlijker werden echter de +bezoeken van de ijsberen, en de bemanning van de „Germania” had ruim gelegenheid op +te merken, dat deze roofdieren volstrekt geen winterslaap hielden, zooals men vroeger +meende. Steeds meer lieten de ongenoode gasten zich in de nabijheid van het schip +zien, vanwaar hun allerhande heerlijke geuren tegemoet stroomden en <span class="pageNum" id="pb39">[<a href="#pb39">39</a>]</span>het kwam zoo ver, dat de „Germania” gewoon belegerd werd door een kring van deze gevaarlijke +dieren, en niemand meer zonder geleide ook maar eenige schreden het schip kon verlaten. +</p> +<p>Het was op den 13den Januari, in den voormiddag, de tijd waarop de manschappen gewoonlijk +buiten bezig waren, en moesten wandelen, dat een der matrozen, Kleutzer geheeten, +op eigen gelegenheid den nabijgelegen Germaniaberg beklom, om het landschap, in het +reeds helderder wordend middaglicht, op te nemen. Boven aangekomen ging hij welgemoed +op een rots zitten en zong vroolijk een lied de stille heldere lucht in. Heel toevallig +keek hij om; daar stond maar enkele schreden verwijderd een geweldige ijsbeer, die +met ernstige uitdrukking den vreemdeling bekeek. De matroos was een even kalm en vastberaden +als krachtig man en in gewone omstandigheden zou er niets bijzonders aan de zaak zijn +geweest; de beer stond prachtig onder schot en kon niet zoo gemakkelijk gemist worden, +maar—Kleutzer was geheel ongewapend en had zelfs geen mes bij zich. Onbegrijpelijk, +niet waar? Want nog slechts enkele dagen geleden was een beer bij het schip gezien. +En alleen verklaarbaar door de noodlottige zorgeloosheid, welke den matrozen eigen +is en door de omstandigheid, dat tot nu toe bijna alle beren voor de ongewone verschijningen +der poolvaarders gevlucht waren en de matrozen nog geen respect hadden ingeboezemd. +</p> +<p>Kleutzer ziet zich dus ongewapend en ver van zijn makkers, alleen tegenover den beer. +Vlucht is de eenige, al is het dan ook twijfelachtige redding en reeds komt de vermetele +gedachte bij hem op, zich op goed geluk langs de steile gletscherhelling omlaag te +storten. Maar hij neemt toch liever de zachter glooiende zijde en begint nu hard den +berg af te loopen. Na een poos kijkt hij om, de beer loopt als een groote hond op +zijn gemak hem achterna. Zoo gaat het een tijdlang bergaf, zoo hard als het terrein +het toelaat. Stond Kleutzer stil, dan stond de beer ook stil, ging hij verder dan +volgde de beer langzaam, en ging hij hard loopen, dan volgde de beer, in hetzelfde +tempo. Zoo waren de twee al een goed eind gevorderd en Kleutzer waande zich zoo goed +als gered. Het begon den beer zeker te vervelen, hij bleef den vervolgde tenminste +dichter op de hielen. +<span class="pageNum" id="pb40">[<a href="#pb40">40</a>]</span></p> +<p>Dat werd den matroos toch te griezelig en terwijl hij steeds voortholde, slaakte hij, +om het dier te verschrikken en om hulp te krijgen, een luiden kreet. In het eerst +scheen de beer er door verbluft, maar daarna woedend geworden, naderde hij den vluchteling +nu steeds meer, zoodat deze den heeten adem van het monster reeds meende te voelen. +In dezen ontzettenden toestand kwam Kleutzer de bekende berengeschiedenis in de gedachte, +die hem juist kort geleden was verteld, waarin de vervolgde zich redde door den beer +kleedingstukken voor te werpen; bij het onderzoek er van hield de beer zich zoo lang +op, totdat hulp kwam opdagen. Kleutzer trekt dus, al voortsnellend, zijn buis uit, +en werpt het achter zich en ziet, de list helpt. De beer blijft staan en begint een +nader onderzoek van het buis, dat hij besnuffelt en heen en weer schudt. Kleutzer +vat nieuwen moed, snelt verder den berg af en stoot uit volle borst een kreet om hulp +uit, die ver door de stille streek weergalmt. Maar al te gauw is de beer hem echter +weer op de hielen en Kleutzer werpt hem nu de muts, dan het vest toe, waardoor hij +weer een voorsprong krijgt. Kleutzer ziet reeds dat redding nadert, en eenige kameraden +over het ijs toesnellen. Met inspanning zijner laatste krachten loopt en schreeuwt +hij weer, maar alle hulp schijnt vergeefs, want steeds sneller nadert de vervolger +en Kleutzer moet nu het laatste wat hij nog geven kan, afstaan, zijn wollen doek, +welken hij het dier tegen den kop werpt. +</p> +<p>Maar de beer, door het geschreeuw opnieuw getergd, werpt den doek door een ruk met +den kop, met verachting van zich, en dringt steeds begeeriger op den weerlooze toe, +die reeds den kouden, zwarten snuit aan zijn hand voelt. Nu schijnt hij verloren te +zijn; de matroos weet geen raad meer,—daar komt hij op een prachtige gedachte: met +zijn lederen gordel de keel van het dier dicht te snoeren. Strak kijkt hij in de meedoogenlooze +oogen van het beest—een kort oogenblik van wanhoop treedt in, daar—schrikt de beer +door iets wat op zij gebeurt, het volgend oogenblik verwijdert hij zich in volle vaart! +Het geschreeuw der kameraden die ter hulpe kwamen, had hem blijkbaar verschrikt, en +hij vond het ’t verstandigst het op een loopen te zetten. Kleutzer was als door een +wonder gered. +<span class="pageNum" id="pb41">[<a href="#pb41">41</a>]</span></p> +<p>Nog veel erger was een aanval op den astronoom der „Germania” in het begin van Maart. +</p> +<p>Tegen negen uur in den avond was Dr. Börgen naar buiten gegaan, om een hemelverschijnsel +gade te slaan en te gelijkertijd de meteorologische aanteekeningen op te nemen. Juist +op het punt aan land te gaan, ontmoette hij kapitein Koldewey. Die twee spreken nog +een oogenblik met elkaar, waarop de een naar het observatorium, de ander naar het +schip gaat. Op den terugweg van het observatorium, nog vijftig schreden van het schip +verwijderd, hoort Dr. Börgen een geruisch links naast zich en staat hij tegenover +een op hem toekomenden beer. De aanval geschiedde zoo plotseling, dat Börgen van het +geweer geen gebruik kon maken, ja later niet eens kon zeggen, of de beer zich had +opgericht en hem met zijn klauwen op den grond geworpen of omvergeloopen had. Het +eerste wat Börgen voelde, wat het indringen van het gebit in de huid van zijn hoofd, +dat slechts door een dun lakenschen muts was bedekt. De beer spande zich in, zooals +hij dat met zeehonden pleegt te doen, den schedel van zijn slachtoffer te breken, +maar zijn tanden gleden er knarsend af. Een luide hulpkreet verjoeg het dier voor +een oogenblik, het keerde echter onmiddellijk terug en beet nog verscheiden keeren +in het hoofd van Dr. Börgen. Dat het gebit den schedel niet verbrijzelde, was stellig +toe te schrijven aan de omstandigheid, dat het geen volkomen volwassen dier was. De +hulpkreet was intusschen door den kapitein vernomen. Hij snelde op het dek, alarmeerde +de bemanning en allen snelden den in gevaar verkeerenden makker te hulp. Het geraas +dat ontstond, joeg den beer schrik aan, en nu beproefde hij zijn slachtoffer, dat +hij aan het hoofd vast had, en dat zich door machtelooze stooten in de ribben van +het dier trachtte te weren, in zekerheid te brengen. Daar weerklonk een schot; het +dier schrok, liet Börgen los en sprong een paar schreden ter zijde, maar eensklaps +greep het zijn arm en daarna zijn hand, die in een bonten handschoen was gehuld. Dit +oponthoud maakte het den vervolgers mogelijk te naderen, maar toch zou de beer met +zijn buit zijn ontkomen, indien hij tegen den oever was opgeklauterd. Maar hij nam +zijn weg langs de kust, waar door de oneffenheid van het ijs zijn snelheid van loopen +aanmerkelijk werd vertraagd, terwijl de toesnellenden <span class="pageNum" id="pb42">[<a href="#pb42">42</a>]</span>op het gladde ijs snel dichterbij kwamen. Toch werd Börgen ongeveer driehonderd schreden +ver voortgesleept en door den doek, waarvan de beer de einden ook beet had gepakt, +werd hij bijna geworgd. Eindelijk liet het ondier los; dadelijk daarop bukte kapitein +Koldewey zich met een „Goddank, hij leeft nog!” over het lichaam van den geleerde. +</p> +<p>Eenige schreden terzijde stond de beer, blijkbaar nog overleggend, wat hem te doen +stond, totdat een kogel hem vertelde, dat het hoog tijd werd zich uit de voeten te +maken. Aan het vervolgen van den beer dacht echter niemand, daar de allereerste taak +nu was, den gewonde aan boord te brengen; het duurde verscheiden weken, voordat deze +van de vele wonden, die de ijsbeer hem had toegebracht, genezen was. +</p> +</div> +</div> +<div id="ch10" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#xd33e2902">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> +<h2 class="main"><span class="divNum">10.</span> TWEEHONDERD DAGEN OP EEN IJSSCHOTS.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">Het lot van de „Hansa” waarop kapitein Hedemann het bevel voerde en die in dr. Buchholz +en dr. Laube twee wetenschappelijke medewerkers aan boord had, was niet zoo gelukkig +als dat van de „Germania”. Ze was door een verkeerd begrepen signaal te ver naar het +Westen gezeild, en zat spoedig, nadat zij het hoofdschip uit het gezicht verloren +had in het ijs vast, dat langzaam naar het Zuiden dreef. Land te bereiken was onmogelijk +en men moest voorbereid zijn op een overwintering tusschen het drijfijs. Met of zonder +schip? Dat was de moeielijke vraag, van welker beslissing het lot der geheele bemanning +die veertien man sterk was, afhing. Ondenkbaar was het niet, met het ijs verder te +drijven en in Februari ongeveer bij IJsland weer vlot te worden. Maar hoeveel Groenlandvaarders +van vroegers tijden, die eveneens met hun schepen tusschen het ijs der Groenlandsche +kusten waren gedreven, waren daarbij niet te gronde gegaan. +</p> +<p>De ijspersingen kwamen steeds meer voor en spoedig moest men zich voorbereiden op +het verlies van de „Hansa”. +</p> +<p>De booten gaven te weinig beschutting tegen storm, koude en sneeuw; in de allereerste +plaats moest er dus voor een goed onderkomen worden gezorgd. Vierhonderd vijftig schreden +van <span class="pageNum" id="pb43">[<a href="#pb43">43</a>]</span>het schip verwijderd zocht men een stevig stuk ijs, dat geen gaten had, en oogenschijnlijk +niet zoo spoedig door de wrijving met andere ijsvelden zou doorbreken. En hier begon +men een huis te bouwen. Bouwsteenen waren de voorhanden zijnde briquetten, een uitnemend +bouwmateriaal, dat de vochtigheid opnam en de warmte in de binnenruimte hield. Water +en sneeuw was de kalk; hoe sterker het vroor, des te beter vorderde het werk; men +behoefde slechts in de voegen en spleten der kolensteenen fijne sneeuw te strooien +en daar water op te gieten—in tien minuten was alles tot een vaste massa bevroren. +De kap van het dak werd getimmerd uit scheepshout en met zeildoek en matten bedekt +en om aan het luchtige dak meer dichtheid en vastheid te geven, werd er nog sneeuw +opgeschept. De vloer werd eveneens met briquetten belegd, in het huis, dat 3 October +na een arbeid van zeven dagen gereed kwam, werd proviand voor twee maanden gebracht; +vooral brood en vleesch, conserven, spek, wat koffie en alcohol, brandhout en kolen. +Tegelijkertijd werd het schip zelf voor de mogelijke overwintering ingericht. +</p> +<p>Intusschen dreef de „Hansa” steeds meer naar het Zuid-Westen. Een laatste poging om +te voet tot het land door te dringen bleek onuitvoerbaar door een waterarm, die <span class="corr" id="xd33e458" title="Bron: paralel">parallel</span> met de kust liep. +</p> +<p>Den 18den October begon het ijs den strijd met het ingesloten schip. In regelmatige +tusschenruimten, als door een gelijkmatigen golfslag in het leven geroepen, begon +het persen en schroeven der ijsmassa, het dreunen en knallen, piepen en fluiten onder +het ijs. Nu eens klonk het als het knarsen van deuren, dan weer als een verward door +elkaar spreken van stemmen, dan weer als het remmen van een trein. Het ijsveld, waarin +de „Hansa” lag, had zich onder het drijven omgedraaid en drong het schip nu steeds +sterker naar het kustijs. De masten schommelden en het was den stuurman boven op zijn +brug vaak, alsof iemand hem naklom. +</p> +<p>Dat was slechts het voorspel der gebeurtenissen in de eerstvolgende dagen. Onder storm +en sneeuwjachten werden de persingen van het ijs steeds sterker, gaandeweg hieven +de ijsmassa’s den voorsteven omhoog, terwijl de achtersteven van het schip ingeklemd +bleef en een vreeselijken druk had te <span class="pageNum" id="pb44">[<a href="#pb44">44</a>]</span>weerstaan. Elk oogenblik kon de catastrofe plaats hebben en dan was de eenige toevlucht +voor de mannen het kolenhuis op het ijs! +</p> +<p>In de grootste haast werd nog alles uit het schip gehaald, dat aan kleedingstukken, +bedden, brandstof en proviand diensten kon bewijzen. Toen de persing wat minderde, +bleek, dat het schip op een onbereikbare plaats een gat had gekregen. +</p> +<p>Het pompen was vergeefs en de „Hansa” begon langzaam te zinken. Wat nog maar van eenige +waarde kon zijn, werd gehaald en op het ijs gebracht; de tot nu toe bijeengebrachte +wetenschappelijke verzamelingen en fotografische opnamen gingen echter verloren; de +masten werden gekapt en met al het takelwerk op het ijs gesleept; daarna werden de +touwen losgemaakt, waarmede het ijsanker de „Hansa” nog aan het veld vasthield, opdat +de ijsschol zelf niet door het zinkende schip werd verbrijzeld. In het rond lagen +in chaotische verwarring de meest verschillende zaken door elkaar, met den dood kampende +en van koude bevende ratten, die door het water uit het scheepsruim waren gedreven, +liepen er tusschen, en in den nacht van den 21sten op den 22sten October zonk de „Hansa” +in de ijzige diepte! +</p> +<p>Nu moest men zich eenigszins huiselijk in het kolenhuis inrichten. Het niet luchtdichte +dak van zeildoek werd door een planken dak vervangen en om licht en lucht in de zwarte +woning te brengen, werden twee klepramen in het dak aangebracht, maar die toch het +grootste gedeelte van den dag het lamplicht niet onontbeerlijk maakten. Aan beide +zijden van de middengang werden britsen om op te slapen geplaatst en tegen den wand +houtvoering aangebracht om het vastvriezen der kussens te beletten. Twee kachels zorgden +voor voldoende verwarming. Tegen de met zeildoek bekleede muren werden planken getimmerd, +waarop boeken, instrumenten en kookgereedschappen geplaatst konden worden; de scheepskisten +dienden voor tafel en banken. De vergulde spiegel uit de kajuit prijkte tegen den +zeildoeken wand, daaronder een kostbare barometer en de klok. Het grootste deel van +de proviand en brandstof werd van de plaats, waar de „Hansa” was gezonken naar het +huis gesleept en daar opgestapeld. Daar de sneeuw <span class="pageNum" id="pb45">[<a href="#pb45">45</a>]</span>spoedig zoo hoog als de muren van het huis kwam, werd een vijf voet breede gang rondom +de woning gegraven en met zeildoek gedekt. Dat was de eetkamer. Een voor ongeveer +twee maanden dienend deel van de proviand werd in de booten gepakt, die elken dag +uit de sneeuw moesten gegraven worden. Een valreeptrap diende om in het huis te komen, +dat als een vossehol, ternauwernood met het dak uit de sneeuw stak en om sneeuw en +wind van dezen ingang verre te houden, werd er nog een voorhal met een slingerende +gang in de sneeuw gegraven, waarvan het dak evenals de voorraadschuren was samengesteld. +</p> +<p>Met de vernietiging van de „Hansa” scheen de kracht van het ijs ook uitgeput te zijn, +de ijspersingen hielden op en het ijsveld met de vreemde nederzetting dreef langzaam +langs de ijskust van Groenland, nu eens dichter, dan weer verder van het land verwijderd, +een beweging die stellig haar oorzaak vond in ebbe en vloed. De schilderachtige vormen +der Groenlandsche rotsige kusten waren meestal duidelijk te zien, zonder dat er eenige +mogelijkheid bestond ze te naderen. +</p> +<p>De veertien kolonisten waren natuurlijk spoedig begonnen hun drijvend ijsland te onderzoeken, +zooals vroeger Robinson zijn eiland. Het bleek in alle richtingen ongeveer dezelfde +doorsnede van ongeveer twee zeemijlen te hebben en had boven het water een hoogte +van vijf voet, waaruit volgens de ervaring besloten konden worden, dat de sterkte +van het ijs onder het water op meer dan veertig voet geschat kon worden. Overigens +bood ze slechts het beeld van een gelijksoortig met sneeuw bedekte, gelijke vlakte +en als men zich verwijderde, van het diep in de sneeuw begraven huis, dan verdwenen +spoedig alle herkenningsteekenen der nederzetting behalve de donkere punten der beide +schoorsteenen, de na elke sneeuwjacht weer opengelegde booten en de mast met de wapperende +Noord-Duitsche vlag. Maar een afschrikwekkend woest gezicht leverden echter de randen +van het ijsveld, namelijk in het Westen en Noord-Oosten. De wrijvingen en persingen +met aandrijvende schollen hadden hier muren opgestapeld tot tien voet hoogte. In den +zonneschijn glinsterden de sneeuw-kristallen als millioenen diamanten. Het avond- +en morgenrood gaf aan de witte vlakten een vaal-groene kleur. De nachten waren prachtig +helder, zoodat men het fijnste schrift zonder moeite kon lezen. Het noorderlicht <span class="pageNum" id="pb46">[<a href="#pb46">46</a>]</span>verscheen bijna elken nacht, dikwijls zoo intensief sterk, dat de glans der sterren +verdoofde en de voorwerpen op het ijs schaduwen wierpen. +</p> +<p>In deze sprookjesachtige ijswereld ontwikkelde nu het kleine hoopje schipbreukelingen +een bedrijvige, geregelde werkzaamheid het eenige middel om zich over het tot wanhoop +brengend traag voortsluipen der dagen, weken en maanden heen te helpen. ’s Morgens +te zeven uur wekte de laatste nachtwacht de kameraden, die zich snel in hun wollen +kleederen wierpen, met gesmolten sneeuwwater waschten en hun ochtendkoffie met scheepsbeschuit +gebruikten. Dan ging ieder aan zijn bezigheden, het maken van allerlei nog ontbrekende +nuttige voorwerpen, het naaien van zeilen, het kloven van hout, herstellen van kleeren, +het dagboek bijhouden en lectuur. Bij heldere lucht werden astronomische waarnemingen +gedaan en de noodige schriftelijke berekeningen gemaakt. Te één uur werd er gemiddagmaald, +het hoofdbestanddeel was een krachtige vleeschsoep en de rijkelijk voorhanden zijnde +conserven zorgden telkens voor afwisseling der bijgerechten. Gezouten vleesch en spek +werden weinig gegeten; het spek der gevangen walvisch waarop de mannen dikwijls jacht +maakten, werd meestal slechts als brandstof gebruikt. Nu en dan leverde een nieuwsgierige +ijsbeer kostelijk gebraad in de keuken. Met spiritualiën werd zeer spaarzaam omgegaan, +slechts op den Zondag gunde men zich een glas sterken portwijn. De gezondheidstoestand +der manschappen bleef dan ook gewoon goed. +</p> +<p>Zonder ernstige gevaren ging December 1869 voorbij. Het Kerstfeest werd volgens het +gebruik in het vaderland feestelijk gevierd, de matrozen hadden uit dennenhout en +berkenrijs een kunstige kerstboom opgericht, en den kapitein zelfs verrast met eigen +vervaardigde geschenken. Eveneens werd oudejaarsavond met geweersalvo’s en vroolijke +punch doorgebracht, en als ooit gelukwenschen bij het nieuwe jaar met klinkende glazen +diepernstig worden gemeend, dan was het hier in den helderen poolnacht op de drijvende +ijsschots der Duitsche Hansavaarders. +</p> +<p>Met een ontzettend stormweer, zette het jaar 1870 den tweeden Januari in. Reeds in +den ochtend van dien dag meenden de kapitein en de officieren een eigenaardig geraas +<span class="pageNum" id="pb47">[<a href="#pb47">47</a>]</span>te hooren, alsof iemand met den voet langs den grond krabde. +</p> +<p>Toen ’s middags de manschappen zich hadden neergelegd voor de middagrust, klonk hetzelfde +geruisch, maar veel sterker. Het was een krabben, stommelen, knetteren, een zagen, +steunen en knarsen, alsof griezelige geesten onder de ijsschots aan het razen waren. +Opgeschrikt sprongen allen op en stormden naar buiten; zeker was de plaats met proviand +rondom het huis ingestort. Maar er was niets te ontdekken en buiten kon men in den +sneeuwstorm geen tien pas ver zien. Maar tusschen het woeden van den storm, steeds +dit schuiven en kraken van het ijs, en als men het oor op den grond legde was het +alsof water onder de schollen vloeide. Er was geen twijfel aan: het ijsveld begon +te barsten of aan de kanten af te brokkelen en één oogenblik kon over het leven en +den dood der veertien menschen beslissen! +</p> +<p>In dezen ontzettenden toestand brachten de in sneeuw en ijs begravenen twee eindelooze +dagen <span class="corr" id="xd33e487" title="Bron: voor">door</span>. Toen de storm was uitgewoed, en in den morgen van den vierden Januari de lucht weer +helder was, zagen de kolonisten met ontzetting, dat de vorm van hun ijseiland veranderd +was, en de doorsnede nu hoogstens één zeemijl bedroeg! Het kolenhuis lag naar drie +kanten slechts tweehonderd schreden van den rand van de schots verwijderd, naar den +vierden kant nog duizend schreden, tegen drieduizend vroeger. Daarbij waren de randen +van het ijsveld zoo met brokken ijs bedekt en vol gewaaid met sneeuw, dat aan een +halen der booten en aan redding naar de nabijzijnde kust niet viel te denken. De Hansamannen +waren en bleven de gevangenen van het onverbiddelijke ijs! Den 11den Januari stormde +’s morgens vroeg de matroos van de wacht met den alarmkreet: „alle man gereed” het +huis binnen; een onbeschrijfelijk gevaar woedde in de naaste omgeving. Opnieuw begon +het ijsveld aan alle kanten af te brokkelen; ongeveer vijf en twintig schreden van +het huis verwijderd gaapte eensklaps een ijsspleet, het afgebrokkelde stuk verhief +zich huizenhoog en dreef met het opgestapelde brandhout naar de woedende zee. De weer +kleiner geworden ijsschol met het kolenhuis verhief zich en daalde weer omlaag, en +weer scheen het laatste uur der kolonisten te zijn geslagen. Zij namen afscheid van +elkaar en verdeelden zich bij twee hunner booten in twee <span class="pageNum" id="pb48">[<a href="#pb48">48</a>]</span>groepen. Zoo stonden zij en hurkten zij neer gedurende een ganschen dag, voorbereid +op de laatste ramp. Maar als door een wonder hield juist dat deel der ijsschots, waarop +zij zich hadden neergezet nog stand. ’s Avonds legden zij zich eenigszins gerustgesteld +in het huis neer, maar omstreeks middernacht schrok weer een angstige kreet de slapers +op. Zij gunden zich den tijd niet eerst door de lange sneeuwgang te loopen, maar stieten +het dak door en klauterden zoo naar buiten. Vlak naast het huis verhief zich een kolom +van reusachtige hoogte—slechts enkele oogenblikken. Toen klonk de geruststellende +stem van den kapitein: „Het is voorbij!” +</p> +<p>Of het werkelijk een ijsberg was, of maar een luchtspiegeling of misschien de hooge +kust, was door de snelheid, waarmede het griezelige spooksel verdween, niet uit te +maken. +</p> +<p>Maar den 14den Januari werd, door het plotseling openen van een spleet in het ijs, +het kolenhuis zelf vernield en de mannen moesten zich in de booten redden! Uit de +puinhoopen werd een kleiner woonhuis gebouwd, waarvan het dak den eersten nacht reeds +door den storm werd weggewaaid. Er was slechts plaats in voor zes man, de overigen +moesten een onderdak in de booten vinden. Volgens het getuigenis van den kapitein, +hield de dappere Duitsche schaar zich in die dagen van schrik, toen de dood achter +elk ijsblok grijnsde, voorbeeldig, en de eenige vreemdeling onder hen, de Hollandsche +kok, behield zelfs zijn drogen zeemanshumor in de angstigste oogenblikken. In al die +dagen, toen de schemerachtige koude ochtenduren bij storm en sneeuwjacht steeds nieuwe +tooneelen van verwoesting in het rond onthulden, wist hij toch zijn kameraden, alsof +er niets gebeurd was, de morgenkoffie klaar te maken, en toen de instorting van het +huis hem juist verraste, terwijl hij met de reparatie van zijn ketel bezig was, zeide +hij: „Als de ijsschol nu maar zoolang wilde stand houden, totdat ik met mijn ketel +klaar ben! Ik wilde nog thee voor den avond klaar maken, opdat wij „voor de afreis” +nog wat warms hebben!” +</p> +<p>De geweldige ijspersingen in Januari kwamen voornamelijk daardoor, dat de schol met +de schipbreukelingen in dien tijd tusschen IJsland en Groenland doordreef, waar de +ijsmassa’s, vooral door het veelvuldig vooruitspringen der Groenlandsche kust in talrijke +kapen steil op elkaar schoven. Zoodra zij <span class="pageNum" id="pb49">[<a href="#pb49">49</a>]</span>Kaap Dan voorbij waren gedreven, waar de kust van Groenland naar het Westen terugwijkt +en in het Oosten de grens van IJsland wegvalt, houdt de ijsopstopperij op en de scènes +aan de golf „der Verschrikking”—zoo werd de golf genoemd, waarin den 4den Januari +de Hansaschol geheel dreigde te barsten—herhaalden zich niet meer. Maar naast de elken +dag dreigende ijsbergen, verhief zich nu een nieuw gevaar. Reeds in Februari begon +de zon merkbaar haar invloed uit te oefenen; den 17den April steeg de thermometer +tot tien graden warmte! Begin Mei stroomde hevige regen neer en de hut der schipbreukelingen, +die vroeger in het dal had gestaan, lag nu na het smelten van de sneeuw op een heuvel. +</p> +<p>Daar vertoonde zich den 7en Mei rondom de schots naar alle kanten water, en het oogenblik +der verlossing uit de ijzige gevangenschap scheen gekomen. Nadat de kapitein den geheelen +ochtend ijs en weer had gadegeslagen, werden de booten na het eten in koortsachtige +haast geledigd en over den rand der schol geschoven, daarna weer geladen en na drie +uur was alles „gereed”. Nog een laatsten dankbaren blik op het getrouwe ijseiland +geworpen, dat de Hansamannen tweehonderd dagen lang door alle gevaar gelukkig heen +had gedragen en na een driewerf hoera gingen de drie booten te 4 uur in den namiddag +onder zeil. ’s Nachts werden ze weer op het ijs gehaald, wat telkens groote inspanning +kostte; en zoo naderden zij tot op anderhalve zeemijl het land. Maar hier had het +kustijs zich tot een ondoordringbare massa samengeschoven, en verscheiden dagen moest +er op het ijs worden gebivouakeerd. Met den verrekijker konden zij reeds op het land +de beken van de steile hellingen omlaag zien storten, en frisch water stond overal +op de schollen; op zekeren dag zoemde zelfs een vroolijke vlieg rondom het zeil. Het +bedenkelijk minderen van de proviand dwong de bemanning nu, het kostte wat het wilde, +de kust te bereiken, en onder onnoemelijke inspanning en onophoudelijke stortregens, +die alle nachtrust beletten, werden de booten voetje voor voetje door het labyrint +van ijs geschoven, naar het drie mijlen verwijderde eiland Illuilek. De maaltijden +bestonden ’s morgens en ’s avonds nog maar uit een vierde pond brood en een klein +stuk spek en het opraken van den voorraad spiritus, maakte het bereiden van warme +dranken spoedig onmogelijk, <span class="pageNum" id="pb50">[<a href="#pb50">50</a>]</span>nu er geen zeehonden meer werden aangetroffen met hun brandbaar spek. Daarbij droomden +de mannen in enkele uren van onrustigen slaap van prachtige maaltijden en voelden +dan bij het ontwaken de leegte van hun maag des te kwellender. +</p> +<p>Den 4den Juni gelukte het eindelijk het eiland te bereiken. Vier weken waren verstreken +sinds het verlaten der ijsschol, en de proviand zou nu nog slechts voor ten hoogste +veertien dagen toereikend zijn. Het eiland was echter niets dan een rotseiland, en +vertoonde geen spoor van vegetatie, er nestelden slechts enkele meeuwen en alken! +</p> +<p>Den 7den Juni landde de bemanning der „Hansa” eindelijk aan de kust van het vasteland +van Groenland en konden de mannen hier tenminste eens grondig uitrusten, zonder het +voortdurende gevaar van het opdringende ijs. En na een zesdaagsche zeilvaart kris +en kras door de klippen en fjorden der kust, bereikten de drie booten den 13den Juni +gelukkig de kolonie Frederickstal aan de westkust, waar zij in het daar aanwezige +zendingshuis werden opgenomen en voortreffelijk verpleegd. In Julianahaab troffen +zij een Deensch schip en den 26sten Juli lichtten de geredden het anker voor de huisreis. +</p> +<p>Den 1sten September 1870 kwamen zij te Kopenhagen aan, en de berichten van den zegevierenden +strijd van Duitschland tegen den Franschen erfvijand ontvingen zij, die aan het leven +waren teruggeschonken! Denzelfden dag waarop het bericht van den slag bij Sedan de +wereld doortrok, betraden zij te Sleeswijk voor het eerst weer den Duitschen bodem, +en kwamen Hamburg binnen, juist toen de stad ter eere der overwinning in schitterende +verlichting straalde! Zoo waren veertien dappere mannen aan hun roemrijk vaderland +terug gegeven na een zwerftocht in het poolijs, rijk aan avonturen en heldendaden. +</p> +</div> +</div> +<div id="ch11" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#xd33e2911">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> +<h2 class="main"><span class="divNum">11.</span> EEN GORDON-BENNETTVAART NAAR DE NOORDPOOL.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">Het was de Amerikaansche dagbladondernemer, Gordon-Bennett, wiens naam destijds in +aller mond was door den door hem uitgeschreven grooten prijs voor de wedstrijden in +<span class="pageNum" id="pb51">[<a href="#pb51">51</a>]</span>automobiel en luchtballon, die eens Stanley naar Afrika heeft gezonden om den verdwenen +zendeling Livingstone op te zoeken. Naast het onderzoek van tropisch Afrika, waarvoor +hij groote sommen beschikbaar stelde, beproefde hij echter ook de verovering van de +Noordpool. Hij had de geschiedenis der Noordpoolreizen bestudeerd en daarbij was hem +opgevallen, dat verscheiden schepen, die van den Atlantischen Oceaan naar het Noorden +voeren, in een zeestrooming geraakten, die met drijfijs was bedekt en waardoor zij +naar het Zuiden werden teruggedrongen. Als dus een schip door de Beringhstraat tusschen +Azië en Amerika doorging, moest het nut trekken van deze strooming en kon misschien +juist door deze, langs de Noordpool naar de andere zijde van den Oceaan worden gedreven. +</p> +<p>Gordon-Bennett kocht dus een schip, dat reeds vroeger dienst gedaan had bij het zoeken +naar Franklin. Het kreeg te New-York den naam van „Jeannette” en bij den doop was +ook Stanley tegenwoordig, die juist van zijn tweede Afrikareis was teruggekeerd. De +„Jeannette” zeilde geheel Amerika om en deed San Francisco aan, om daar haar uitrusting +te voltooien. Er werd voor drie jaar proviand ingescheept. De kapitein en leider der +expeditie was De Long, de eerste machinist heette Melville, de arts dr. Ambler. Daar +kwamen nog vijf andere officieren bij; de bemanning bestond uit vier en twintig man; +daaronder bevonden zich twee Indianen, bekwame jagers, en twee Chineezen ter verzorging +der keuken. De geheele onderneming kostte 1.080.000 gulden. +</p> +<p>De Long kreeg van Bennett drie gewichtige opdrachten mede. Ten eerste moest hij de +Noordpool bereiken; bovendien de Noord-West-doorvaart zoeken, in tegenovergestelde +richting van de „Vega”. Van het gelukken der Zweedsche expeditie wist men toen nog +niets; de „Vega” was sedert een jaar weg en men had nog geen bericht van die expeditie +gekregen. Indien het noodig was, zou De Long haar derhalve hulp brengen. +</p> +<p>Den 8sten Juli 1879 ging de „Jeannette” in zee. Een geheele vloot stoombooten en jachten +deed haar uitgeleide. Mevrouw De Long ging ook mede, totdat men in open zee was. Daar +zeiden de beide echtgenooten elkaar voor het laatst vaarwel <span class="pageNum" id="pb52">[<a href="#pb52">52</a>]</span>en de dappere vrouw bleef zoolang bij de borstwering van haar schip staan, als er +nog iets van de rookkolommen van het poolschip was te zien. Een afscheid voor eeuwig! +</p> +<p>De zee stond bol toen de „Jeannette” in open zee kwam, en toen de klok voor het middageten +luidde, begaven zich maar weinigen naar de eetzaal. De meesten lagen liever in de +hut, terwijl het stampende schip als een meeuw op de golven schommelde. Zelfs geharde +zeelieden moesten den zeegod rijkelijk schatting betalen. +</p> +<p>Op witte vleugelen zweefden de stormvogels rondom het schip en daalden nu en dan op +de golven neer, als afval over boord werd geworpen. Eenigen werden gevangen; zij fladderden, +sloegen met de vleugels en konden zich niet meer van het schip opheffen, omdat de +harde, gelijke grond hun geen lucht genoeg bood. Vreemd genoeg werden ook zij zeeziek; +ofschoon ze hun leven boven de golven doorbrachten en zoo dikwijls op de golven wiegden, +konden zij het schommelen van het schip niet verdragen, maar keerden letterlijk hun +maag om. Bovendien zaten zij vol ongedierte, ofschoon de zoutachtige, reine zee hun +tehuis was. +</p> +<p>De Chinees werd onder de passagiers het ergste ziek. Dr. Ambler moest al zijn kennis +aanwenden om hem in het leven te behouden: in de eerst volgende haven werd hij op +een ander schip weer teruggezonden. +</p> +<p>De dagen vervolgden rustig hun loop. Men deed waarnemingen en begon met het verzamelen +van de bewoners der zee. ’s Avonds werd muziek gemaakt op een piano en ’s Zondags +leidde De Long een godsdienstoefening op het achterdek. De zee was kalmer geworden +en ver in het Oosten moest de kust van Canada reeds liggen. Om kolen te sparen vertrouwde +de „Jeannette” zich zoo veel mogelijk aan haar zeilen toe; het duurde daarom lang, +voordat zij door de eilandenketen der Aleoeten de Behringstraat inliep. +</p> +<p>Op de kust van Alaska werden Eskimohonden aan boord genomen; maar negen er van werden +dadelijk door hun makkers opgegeten en moesten door nieuwe worden vervangen. De twee +Indianen waren meegenomen voor de verzorging der honden en voor de jacht. Het hondenhok +was op het voordek en daar heerschte voortdurend een helsch geraas, dat maar <span class="pageNum" id="pb53">[<a href="#pb53">53</a>]</span>een korten tijd minder werd als een der Indianen zijn zweep op het gezelschap liet +neersuizen. +</p> +<p>Op het eiland St. Lorenz vernam De Long, dat de „Vega” drie maanden geleden gelukkig +daar was aangekomen en in zuidelijke richting was gegaan. Een oude Tschiektsch, die +zelf aan boord van de „Vega” was geweest, gaf uitvoerig verslag over het winterkwartier +van het Zweedsche schip. Om zich van de juistheid der verklaringen te overtuigen, +zeilde De Long naar de plaats van het winterkwartier en liet zich daar elke mededeeling +door de daar wonende Tschiektschen bevestigen. Er viel dus niet meer te twijfelen +aan den gelukkigen uitslag der Vega-expeditie. Twee van zijn eigen opdrachten waren +hiermede volbracht: de Noord-Oost-doorvaart was gevonden en de mannen van de „Vega” +hadden zijn hulp niet noodig. Nu bleef hem nog slechts over de Noordpool te bereiken. +</p> +<p>Van San Francisco was een tweede schip naar de Behringstraat gevaren, om kolen en +proviand van de „Jeannette”, weer aan te vullen. Daarna werd de „Jeannette” nog maar +eens gezien en wel door een Amerikaanschen walvischvaarder; deze vertelde, dat de +Poolzee vol drijfijs was geweest en de „Jeannette” zeker spoedig in het ijs was blijven +steken. De walvischvaarders, die dat jaar het laatst terugkeerden, hadden het schip +niet meer gezien en spoedig begon men er zich ongerust over te maken. Maar pas na +bijna twee jaar, in 1881, werden vijf hulp-expedities uitgezonden: naar de Noordkust +van Alaska, naar Noord-Groenland, naar Frans-Jozef-land en andere deelen van de noordelijke +IJszee en de Russische regeering werd verzocht alle Siberische zeelieden bevel te +geven, dat zij naar het schip zouden rondzien, en in geval van nood hulp moesten bieden. +</p> +</div> +</div> +<div id="ch12" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#xd33e2921">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> +<h2 class="main"><span class="divNum">12.</span> DE ONDERGANG DER „JEANNETTE”.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">Intusschen was de „Jeanette” reeds in het begin van September 1879 in dicht ijs geraakt, +en daar zij geen duimbreed meer verder kon, werd het schip aan een veld drijfijs voor +anker gelegd en de vuren onder de stoomketels werden uitgedoofd. Den volgenden morgen +was ze reeds aan <span class="pageNum" id="pb54">[<a href="#pb54">54</a>]</span>alle kanten ingesloten en gevangen—een en twintig maanden lang! De zeelieden namen +het lot kalm op en hoopten, dat het ijs zich spoedig in beweging zou zetten. Op de +bevroren zoetwaterplassen, die zich op de ijsschollen vormden, reden de manschappen +schaatsen; de een hield zich bezig met lezen, de ander ging op de jacht. Twee walrussen +en eenige ijsberen werden neergeschoten. Toen een der Indianen zijn eerste walrus +had gedood, stak hij zijn arm in den muil van het nog niet koud geworden dier, trok +er hem weer met bloed bedekt uit, en bestreek toen zijn voorhoofd eerst met bloed, +daarna met sneeuw; dit, had zijn vader hem verzekerd, bezorgde hem geluk op de jacht. +</p> +<p>Spoedig bemerkte men door waarneming van den hemel, dat het schip slechts schijnbaar +stil lag in het ijs. Een onregelmatige strooming der zee dreef het geheele ijsveld +<span class="corr" id="xd33e544" title="Bron: noord-westtelijk">noord-westelijk</span>. Indien het slechts wat sneller was gegaan, zou men niet gemakkelijker het poolijs +door hebben kunnen varen! Maar het ging wanhopig langzaam. Dikwijls dreef het ijsveld +in kromme lijnen en cirkels en van het Wrangeleiland naar de slechts ongeveer duizend +meter verwijderde groep der Nieuw-Siberische eilanden had men bijna twee jaar noodig! +</p> +<p>Zonder gevaar was deze gevangenis der „Jeannette” volstrekt niet. Het ijs perste ontzaglijk. +Het roer werd weggenomen maar de schroef liet men nog zitten en de dreigende ijsblokken +in de nabijheid er van werden weggeslagen en weggezaagd. De instrumenten werden op +een afstand van eenige honderden meters op het ijs ondergebracht, waar een observatorium +werd gebouwd, dat met het schip in telefonische verbinding stond. De „Jeannette” lag +tusschen twee meter dik ijs, maar daar hier en daar de ijsvelden, door de ontzaglijke +persing op elkaar waren geschoven, bedroeg de dikte van het ijs op enkele plaatsen +tot zes meter. Bij zulke opschuivingen der ijsmassa’s dreunde het rondom de „Jeannette” +als donder en de grootste voorzichtigheid was noodig. +</p> +<p>Tot dusverre had men gedacht, dat het eiland Wrangel zich noordelijk naar de Pool +als een tweede Groenland uitstrekt. De drift van de „Jeannette” toonde echter, dat +het eiland tamelijk klein was en rondom de kusten de zee nog grootendeels open was. +<span class="pageNum" id="pb55">[<a href="#pb55">55</a>]</span></p> +<p>Zeehonden en walrussen kwamen hier in grooten getale voor, maar men ontmoette slechts +twee witte walvisschen. +</p> +<p>In het begin van November werd het kraken van het ijs, dat onophoudelijk van positie +veranderde, hoogst beangstigend. De honden huilden van schrik, noch zij noch hun meesters +hadden ooit zulk een geraas gehoord. Soms scheidden de ijsschollen zich en dan dreef +de „Jeannette” een korten tijd op het water. Spleten en gleuven openden zich hier +en ginds en gedurende eenige dagen verkeerde de bemanning van het schip in zulk een +opwinding, dat ze er ternauwernood toe konden komen thee te drinken. +</p> +<p>Den 10den November begon de winternacht van drie maanden, een tijd van rust, dien +men eenigszins gezellig inrichtte. Te zeven uur ’s morgens klonk de reveille, dan +werd het vuur aangemaakt. Te negen uur werd het ontbijt gebruikt en van elf tot een +uur moesten allen op de jacht gaan om beweging te nemen. Te drie uur werd er voor +het middagmaal geluid, daarna liet men het keukenvuur uitgaan om kolen te sparen. +Te acht uur was er thee en koude keuken, daarna ging men slapen. Het menu bracht tamelijk +veel afwisseling: tweemaal in de week was er gebraden ijsberen- en robbenvleesch. +Wijn werd slechts bij feestelijke gelegenheden gedronken. +</p> +<p>Met Kerstmis verschenen de manschappen in groot tenue aan den bak om de officieren +geluk te wenschen en werden door hen aan het middageten genoodigd. De avond werd gevierd +met de opvoering van een tooneelstuk en verder hield men de manschappen bezig met +voordrachten, precies als op de „Vega”. +</p> +<p>In Januari 1880 was de „Jeannette” aan zulke ontzettende ijspersingen blootgesteld, +dat ze lek werd. Waar het lek was, wist men niet, maar in het voorruim kwam het water +zoo hoog, dat de pompen in werking gebracht moesten worden. Van toen af werkten ze +volle achttien maanden! +</p> +<p>Begin Februari werd een witte vos geschoten. Wat ter wereld had die hier buiten te +zoeken? Het eiland Wrangel was nog steeds een groot eind verwijderd. Meester Reintje +had misschien de honden gespeurd, en zich naar hier laten lokken. Op een anderen keer +beproefde een ijsbeer een bezoek aan boord te brengen; ontvangen door de woedende +honden, maakte <span class="pageNum" id="pb56">[<a href="#pb56">56</a>]</span>hij volstrekt niet, dat hij wegkwam, maar joeg zijn tegenstanders op de vlucht. Het +dappere dier had wel een beter lot verdiend, dan in kleine porties op de tafel der +„Jeannette” te verschijnen. +</p> +<p>Toen de zon, door stormachtig gejubel begroet, terugkeerde, waren de gevangenen verbaasd +te zien hoe bleek en grauwgeel zij er uitzagen. De koude daalde tot bijna vijftig +graden; het was hier dus nog vier graden kouder dan in het winterkwartier van de „Vega”. +</p> +<p>In Mei vertoonde zich nu en dan een meeuw, ook soms een verdwaalde eidergans of een +wilde eend. Gedurende den zomer was het heerlijk weer. De honden vonden den voortdurenden +zonneschijn zelfs hinderlijk warm en lagen hijgend aan de schaduwzijde van het dek. +</p> +<p>Zoo dreef de „Jeannette” van maand tot maand in haar ijsveld steeds verder naar het +Noorden, en indien zij stand had kunnen houden tegen het ijs, dan was zij zeker de +Noordpool voorbij of althans in haar nabijheid gekomen! De waarnemingen der zeelieden +schenen aan te toonen, dat de geheele Poolzee met een mantel drijfijs bedekt was, +dat, althans in de nabijheid der Siberische kusten, langzaam den tegenovergestelden +weg van den wijzer eener klok aflegde, namelijk van het Oosten over het Noorden naar +het Westen. +</p> +<p>Daarna begon de tweede nacht, die drie maanden duurde. De gezondheid der gevangenen +leed meer dan in den eersten winter. Teekenen van scheurbuik, de vernielende ziekte +der poolstreken, waaraan reeds zooveel menschenlevens ten offer waren gevallen, vertoonden +zich en de scheepsdokter had handen vol werk. +</p> +<p>Den 18den Mei zag de loods van zijn uitkijk aan den top van den grootsten mast, in +het Zuidwesten, waar tot nu toe nog geen land bekend was, een kust. Het was slechts +een klein eiland; het kreeg voor goed den naam van het in het ijs gevangen gehouden +schip. Eenige dagen later kwam weer een eiland in het zicht, waar de „Jeannette” langzaam +voorbij ging. In het begin van Juni openden zich rondom het schip gapende spleten +in het ijs. Den avond van den 10den werden heftige stooten gevoeld en gedurende de +uren van den zonhelderen Juni-nacht barstten de ijsvelden overal in het rond, <span class="pageNum" id="pb57">[<a href="#pb57">57</a>]</span>alom vertoonden zich groote watervlakten, en de „Jeannette” was bijna vlot. Het roer +werd weer aangezet, onder den stoomketel het vuur gestookt, en men verheugde zich +in de hoop eindelijk weer uit het pak-ijs te komen. +</p> +<p>Met het vlot worden van de „Jeannette” eindigt het logboek van kapitein De Long, maar +in zijn dagboek vervolgt hij het verslag. De „Jeannette” kwam den 11den Juni in den +voormiddag geheel vrij van ijs en allen waren vervuld van een gevoel, alsof het schip +zoo juist van stapel was geloopen! De geheele bemanning stormde uit de kajuiten naar +het dek en jubelde over het kristalheldere, blauwe bekken, waarin de „Jeannette” zwom. +</p> +<p>Men ging voor anker liggen in de verwachting van een vaarwater, dat zich zou openen. +Maar men wachtte vergeefs! Weer schoof het ijs aan alle kanten te zamen en den 12den +Juni zat het schip erger dan ooit in het ijs bekneld. Het weer was prachtig. Toen +men weer eenigszins van het persen van het ijs was bekomen, ging een deel der bemanning +op jacht en gedurende hun afwezigheid begon het persen van het ijs opnieuw. Het vlaggesignaal +van De Long riep allen terug aan boord en toen de laatste jager, een Indiaan, hijgend +aankwam met een zeehond op den schouder, dien hij had geveld, <span class="corr" id="xd33e572" title="Bron: perstte">perste</span> het ijs reeds zoo, dat het schip overhelde. Allen verkeerden in de grootste opwinding. +Zonder eenigen twijfel moest de „Jeannette” als glas tot splinters gaan, als het ijs +met al zijn kracht verder perste en het drong stormachtig nader. Het schip streed +zijn doodstrijd; het werd zoo samengedrukt, dat het dek zich als een golf verhief +en de trap naar de commandobrug instortte. De machinist verliet eveneens zijn post +met den kreet van schrik: „Het ijs dringt in het kolenruim”. +</p> +<p>Daarna hoorde men nog slechts het water alle lekken binnen stroomen. Officieren en +manschappen werkten als galeislaven. De Long deelde zijn bevelen uit vanaf de commandobrug, +de matrozen stonden halverwege in het water en reikten elkaar kisten met proviand +toe. Maar toen het water onder het dek steeds hooger kwam, moesten zij hun plaats +verlaten. Sleden, booten en een voorraad levensmiddelen had men reeds geruimen tijd +te voren op een veilige plaats van het schip verwijderd, gereed gehouden. Nu moest +nog slechts gered worden, <span class="pageNum" id="pb58">[<a href="#pb58">58</a>]</span>wat op de een of andere wijze geborgen kon worden. Officieren en manschappen hadden +hun eigendommen bij elkaar gepakt en het werd hoog tijd, deze te halen, want het water +stond reeds in de kajuiten en salons. Op den bezaansmast werd de vlag geheschen—voor +den ondergang. +</p> +<p>Wat gered was, werd naar het kamp gedragen, waar de tenten opgeslagen waren. Intusschen +drong en drong het ijs het schip sterk naar stuurboordzijde; het was reeds tot boven +toe vol water en werd nog slechts door den druk van het ijs gehouden. +</p> +<p>De laatste manschappen waren van het dek gesprongen, dat langzaam door het water werd +overstroomd; nu verliet ook de kapitein, als allerlaatste, de commandobrug van zijn +zinkend schip! Den 13den Juni te drie uur in den morgen stond de geheele scheepsromp +onder water, de schoorsteenen verdwenen in de golven, de masten staken nog alleen +omhoog. Knallend versplinterden de raas tegen de ijskanten en ten slotte gaapte een +wak, als een graf; nog slechts enkele boeien en planken dreven rond. De bemanning +der „Jeannette” stond zoo stil en zwijgend als bij een begrafenis, de honden huilden +klagend. Daarna schoof langzaam een ijsschots over het wak, als een ijzeren deksel +van een crematorium! +</p> +<p>Zwijgend gingen de mannen naar het kamp, waar alles dooreen lag opgestapeld. Er waren +levensmiddelen voorhanden voor twee <span class="corr" id="xd33e583" title="Bron: á">à</span> drie maanden: vleesch, brood, suiker, thee, chocolade, vleeschextract. Zij hadden +verscheiden geweren en twee duizend patronen. Twee sloepen, en een walvischboot, sleden +en tenten waren eveneens gered. +</p> +<p>Verlaten en woest lag in het rond het ijslandschap. Geen spoor meer van het schip, +dat zoolang het tehuis der mannen was geweest. Zij voelden zich als arme sukkels, +die door den kwaden huisbaas op straat waren gezet. De ongeluksdag was een Zondag; +op den gewonen tijd riep De Long de zijnen bijeen voor de godsdienstoefening. +</p> +<p>Daarna werd het kamp in orde gebracht en de tenten geriefelijk en warm ingericht. +De Nieuw-Siberische eilanden waren zoo nabij, en over de zee zou men zonder al te +groote moeilijkheden de Lenadelta aan de Siberische kust kunnen bereiken. ’s Avonds +zongen de matrozen bij de klanken der harmonica. +<span class="pageNum" id="pb59">[<a href="#pb59">59</a>]</span></p> +<p>De Long gaf zijn mannen zes dagen den tijd om zich gereed te maken voor het opbreken. +De booten werden op de grootste sleden vastgesnoerd en met tenten, kisten proviand +en de overige bagage gevuld. Logboeken, aanteekeningen en kaarten verloor de kapitein +niet uit het oog. Niemand mocht overbodige en al te zware zaken medenemen; elk pak +mocht niet meer bevatten dan twee vilten dekens, twee paar kousen, ondergoed, wanten, +twee mutsen, schoenen om te verwisselen, een sneeuwbril, een pak tabak met een pijp +en lucifers en enkele kleinigheden. Toen alles tot den afmarsch gereed was, telde +men 28 man en 23 honden. +</p> +</div> +</div> +<div id="ch13" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#xd33e2930">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> +<h2 class="main"><span class="divNum">13.</span> DOOR DE IJSWOESTIJN.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">Onder aanvoering van den ijsloods, die vooruitging om den besten weg met zwarte vaantjes +af te steken, begon de tocht door de ijswoestijn nu. Er werd gedurende de nachtelijke +uren geloopen, te middernacht werd halt gehouden om te eten; de zon stond dag en nacht +aan den hemel. De sleden waren zwaar en de onderstukken raakten vast in de diepe sneeuw. +Men moest daarom elk eind verscheiden keeren afleggen om al de bagage gaandeweg verder +te krijgen. Ontelbaar waren de oponthouden en de onderbrekingen van den marsch, daar +maar al te dikwijls breede spleten en open watersleuven hun weg kruisten. Elke sleuf +moest op ijsvlotten herhaaldelijk worden afgelegd, om de eene slede na de andere er +over te brengen. Het gesmolten water op het ijs kwam de mannen tot aan de knie. Daarbij +was de gloed der zon om te stikken, allen liepen in hemdsmouwen en het dampte rondom +elken man, die hier om het leven streed. De honden trokken de kleine sleden: indien +men geen wild vond, dan werden zij met geconserveerd vleesch gevoerd. Nadat de mannen +tot bezwijkens toe een week lang hadden gewerkt, bleek het, dat het ijsveld waarop +ze liepen, driemaal zoo veel zuid-waarts was gedreven, dan zij meenden naar het Zuiden +te zijn gedrongen! Inplaats dichter bij te komen, verwijderden zij zich steeds meer +van het doel! Daar dit ontzettend feit vernietigend op al de mannen zou hebben gewerkt, +vertrouwde De Long het slechts aan de officieren toe. +<span class="pageNum" id="pb60">[<a href="#pb60">60</a>]</span></p> +<p>Voortgezet moest de marsch in elk geval worden en weer zocht men wat gemist kon worden +uit de bagage. Nu gold het voor alle dingen open water te bereiken. +</p> +<p>Midden Juli klaarde de droeve positie der reizigers op. Twee robben, een walrus en +een ijsbeer werden geveld; dus voor eenigen tijd versch vleesch genoeg en ook de honden +smulden aan de beenderen. Maar nog hoopvoller was, dat zich eindelijk in het Zuid-Westen +land vertoonde. Na oneindige moeilijkheden bereikte men door een nevel, die elk uitzicht +benam, een eiland, dat den naam Gordon Bennett kreeg. Een vlag werd geheschen, en +een driewerf hoera weerklonk. +</p> +<p>Op het Bennett-eiland werd eenige dagen gerust. Daar men nu per boot verder zou gaan, +had er een nieuw onderzoek van al de bagage plaats. Ook de sleden werden vernietigd +en daar de honden dientengevolge onnutte ballast waren, werden zij die het minst waard +waren, dood geschoten. Twaalf werden mede in de booten genomen, zij verzetten zich +echter tegen de zeevaart en verkozen op de ijsschollen te springen, op welke de een +na den ander weggedreven werd! Maar twee volgden hun meester—tot het einde. +</p> +<p>Bij het verlaten van het eiland verdeelden zich de officieren en manschappen, levensmiddelen +en uitrusting in drie booten. Die van den kapitein was zes meter lang, had mast, zeil +en roer en nam veertien man op, onder wie Dr. Ambler, de physicus Collins, de matrozen +Nindermann, Noros en Erikson, een Indiaan en een Chinees. +</p> +<p>Het opperbevel der tweede boot, die elf man bevatte, voerde Melville. Gelukkig allen, +wie het lot trof, bij hem ingedeeld te worden! De derde en kleinste boot, waarin maar +acht mannen plaats vonden, stond onder commando van luitenant Chipp, een bijzonder +bekwaam zeeman. +</p> +<p>Voor de afvaart werd streng bevel gegeven bij elkaar te blijven. Melville en Chipp +mochten de boot van De Long nooit uit het oog verliezen. +</p> +<p>Spoedig greep de wind de drie booten en dreef ze in snelle vaart over de zee. Allen +was de zeetocht welkom, daar men tenminste kon uitrusten in de booten. Het was daarom +een des te hardere slag voor hen, toen het ijs hen weer tien dagen insloot. Maar zij +kwamen weer los en landden op het eiland <span class="pageNum" id="pb61">[<a href="#pb61">61</a>]</span>Fadschejew, dat tot de groep der Nieuw-Siberische eilanden behoort. De oever was bedekt +met veel bruikbaar drijfhout en eenige hutten en gereedschap bewees dat het eiland +nu en dan door menschen werd bezocht. +</p> +<p>Daarna ging het verder, nu eens zeilend, dan roeiend, langs de zuidelijke kust van +de <span class="corr" id="xd33e612" title="Bron: kesseleilanden">Kesseleilanden</span>. Het weer was stormachtig en op zekeren dag had men Chipp uit het oog verloren. De +twee andere booten wachtten daarom bij een ijsschol, totdat de vermisten weer opdaagden +en al de manschappen landden op de Kesseleilanden, om hier een kamp op te slaan. +</p> +<p>Na twee rustdagen ging het onder de rotsen van den oever door, vanwaar nu en dan een +steenuiltje op de zeelieden neerzag, verder. Den 10den September kwamen zij aan het +eiland Semenorn, dat twee jaar te voren door de bemanning van de „Vega” was gezien; +hier schoten zij een rendierkoe, die hen weer van versch vleesch voorzag. +</p> +<p>De Long besloot hier verscheidene dagen te blijven, opdat allen hun krachten konden +verzamelen, voordat zij de ruime zee zouden trotseeren. Helaas gaf hij toe aan den +aandrang van Melville om snel verder te gaan, ofschoon hemel en wind een orkaan voorspelden. +De Lenadelta het meest nabij liggend deel der kust van het Siberisch vasteland, die +men moest trachten te bereiken, lag op een afstand van tweehonderd kilometer. +</p> +<p>De boot met kapitein De Long zeilde vooruit. Ze was echter nog niet ver gekomen, of +ze werd met zulk een kracht tegen een blok drijfijs gedreven, dat ze lek werd. Weer +moest men bij een ijsveld landen, om het lek te stoppen, de beide andere booten wachtten +hier ook een poos. Dit was de laatste keer dat de mannen der expeditie bij elkander +waren. Daarna zeilden zij bij gunstigen wind zuid-westwaarts. +</p> +<p>De zee ging hoog. Tegen den avond verhief zich een storm en de golven rolden met schuim +bedekte kammen langs de open booten. Melville gaf het bevel zijner boot over aan een +zeevaardig officier, die met het vaartuig voortreffelijk manoeuvreerde. Wie niet bezig +was aan zeil of stuur moest water scheppen, want de eene golf na de andere sloeg over +de reeling. In de schemering waren de booten van De Long en Chipp nog in zicht. Maar +daarna werd het donker: tot op de huid nat, <span class="pageNum" id="pb62">[<a href="#pb62">62</a>]</span>verstijfd van koude worstelden de mannen in de boot van Melville met verstijfde handen +om hun leven. De storm dreef hen in het donker voor zich uit naar de kust. Niets was +te zien, men hoorde slechts het geloei van den storm en het ruischen der golven, welker +kammen in kokend schuim omlaag sloegen. Toch hielden allen dapper stand. Maar toen +de dag over de woeste zee aanbrak, was van de beide andere booten niets meer te zien! +</p> +<p>Den ganschen dag en den daarop volgenden nacht ging de strijd met wind en golven verder. +Toen de boot van Melville tenslotte gelukkig in het oostelijk deel der Lenadelta landde, +hadden de manschappen honderd acht uren achter elkaar ineengehurkt aan de riemen gezeten. +Eenigen waren zoo stijf bevroren, dat ze zich aan land ternauwernood naar het vuur +konden sleepen, dat hun makkers aanmaakten en waaromheen nu allen zich neerwierpen +in een vasten slaap. Maar het geluk diende hen; twee dagen later ontmoetten zij visschers, +die hen den weg naar Boeloen, het eerste dorp aan den Lena-oever<span class="corr" id="xd33e625" title="Niet in bron">,</span> wezen. Waar was kapitein De Long gebleven? +</p> +</div> +</div> +<div id="ch14" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#xd33e2939">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> +<h2 class="main"><span class="divNum">14.</span> DE DOODENMARSCH VAN DE LONG.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">Ofschoon verscheidene jaren verloopen zijn, sedert den tocht over de ijszee, weet +men nu nog niet, wat er geworden is van de boot van Chipp. Ongetwijfeld heeft hij +nooit land gezien en is in den storm ten gronde gegaan. Maar De Long heeft zijn manschappen +tenminste op vast land gebracht. Wel verloor zijn boot in den eersten stormnacht mast +en zeilen, maar die werden door drie riemen vervangen. Den morgen van den 13den September +zag hij de andere booten niet weer, maar daarvoor kwam den volgenden dag land in het +gezicht. Het was een vlak strand en nieuw gevormd ijs maakte het aan land komen moeielijk. +Twee dagen later roeiden zij, halfdood van koude en afmatting zoo dicht langs het +strand als maar eenigszins mogelijk was en boegseerden toen de boot zoover op het +ijs, dat ze niet meer van de plek ging. Den volgenden dag droegen zij hun zaken aan +land, waarbij zij eenige honderden meters ver, op den langzaam stijgenden oever, door +het water moesten waden. +<span class="pageNum" id="pb63">[<a href="#pb63">63</a>]</span></p> +<p>Hier bleven zij twee dagen, om uit te slapen en hun bagage te regelen. Drijfhout, +dat de Lena uit de wouden van Siberië naar de zee sleept, lag overal in het rond. +De voeten van den matroos Erikson waren bevroren, hij moest op een handslede worden +getrokken. Er waren nog levensmiddelen voor vijf dagen, waaronder de laatste der veertig +honden. Nog altijd waren de vrachten voor ieder afzonderlijk te zwaar, want De Long +kon zijn logboeken niet achterlaten, en behalve hun ransels moesten zij nog tenten, +geweren en munitiekisten meesleepen. +</p> +<p>Toen de eerste vijf dagen voorbij waren en de troep eenige mijlen in zuidelijke richting +had afgelegd, schoot de Indiaan twee rendieren, die de manschappen voor den eerstvolgenden +tijd redden. Nu marcheerden zij negen dagen, totdat een breede rivierarm hen tot staan +bracht. De toestand van Erikson verergerde en op zekeren nacht bevroor zijn hand. +Daarom moest men den marsch afbreken en zich den 6den October een rustdag gunnen. +De nood was reeds tot het hoogste gestegen. Om den honger der lieden te stillen, moest +reeds de hond geslacht worden. Den volgenden dag stierf de zieke matroos en was nu +niet meer tot last zijner kameraden. Door een wak in het ijs werd hij in de rivier +neergelaten. De Long sprak boven het graf de voorgeschreven gebeden en drie geweersalvo’s +werden afgevuurd. Het sneeuwde hevig, en zoo spoedig mogelijk snelde men weer voor +den heftigen stormwind in de tenten terug. Het was onmogelijk bij dit weer te loopen, +daarom moest men opnieuw wachten, en de rest van het vleesch van den hond werd ’s +avonds uitgedeeld. Dan rolden zij zich allen als egels in elkaar, om beter warm te +kunnen blijven. +</p> +<p>Den volgenden morgen besloten zij toch liever den sneeuwstorm te trotseeren dan stilliggend +te verhongeren! Een geweer en een schriftelijk met zorg ingepakt bericht over de lotgevallen +der „Jeannette” werden achtergelaten. De bagage bestond nu behalve kleeren, die men +droeg, slechts uit de logboeken, een tent en twee geweren. +</p> +<p>Maar de krachten der reizigers namen snel af, daar zij verder niets meer hadden om +te gebruiken dan ’s morgens, ’s middags en ’s avonds warm water met een paar druppels +spiritus. De nood was tot het uiterste gestegen. Na de godsdienstoefening op den Zondag +van 9 October, riep De Long <span class="pageNum" id="pb64">[<a href="#pb64">64</a>]</span>de twee sterkste matrozen<span class="corr" id="xd33e642" title="Bron: .">,</span> Nindermann en Noros bij zich en vroeg hun of zij vooruit wilden gaan om hulp te zoeken. +Zij verzochten dadelijk te mogen gaan. De kapitein gaf hun een kaart van den benedenloop +van de Lena, opdat zij zich konden oriënteeren en ried hen aan op den linker oever +te blijven, omdat er daar slechts dorpen en drijfhout waren. Het eene geweer en vijftig +patronen mochten zij medenemen. Indien het hun gelukte binnen anderhalven dag een +rendier te schieten, moesten zij daarmede terugkeeren. Na een aandoenlijk afscheid +begaven zij zich op weg, een driewerf hoera werd den padvinders door de achterblijvenden +nageroepen. +</p> +<p>Het was niet de eerste keer dat de matroos Nindermann op zulk een avontuur uittrok. +Hij was een der deelnemers van de Polaris-Expeditie geweest, in de zeeëngte van Noord-West-Groenland. +Het schip „Polaris” was ook in het ijs bekneld geweest en in een donkeren nacht van +het jaar 1873 hadden twee geweldige schotsen het uit het ijs opgeheven. Daar men het +ergste kon verwachten, werden boeken en levensmiddelen op een drijvende ijsschol gebracht, +die in den heftigen storm scheurde. Negentien menschen, waaronder negen Eskimo’s en +de matroos Nindermann dreven nu op grootere en kleine schotsen in de ondoordringbare +duisternis op de verwoede zee rond. Veertien mannen waren nog aan boord. Tot hen terug +te keeren, daaraan viel niet te denken en toen de „Polaris” uit het gezicht der schipbreukelingen +was verdwenen, verzamelden zij zich op een groot ijsveld, waar zij hutten uit sneeuw +en ijs bouwden, en hun voorraden opstapelden. Op dit ijsveld dreven zij acht maanden +lang in zuidelijke richting. Maar met ontzetting bemerkten zij in den loop van het +voorjaar hoe de bodem onder hun voeten in omvang afnam; de branding brak heele stukken +uit het ijs en knaagde er aan, aan alle kanten. Reeds waren zij langs Kaap Farewell +naar het Zuiden gedreven, toen zij geheel uitgeput door een schip werden gered! Ook +de veertien op de „Polaris” mochten hun vaderland terugzien. +</p> +<p>Nu jaren later, stond weer het leven op het spel. Met zijn kameraad Noros snelde Nindermann +in zuidelijke richting. Een kudde rendieren, die zij op een heuvel staande, zagen, +speurden de vreemdelingen echter en gingen in wilde vaart op de vlucht. De sneeuwstorm +joeg hen juist in het gezicht en ’s avonds <span class="pageNum" id="pb65">[<a href="#pb65">65</a>]</span>moesten zij, daar er geen beschutte plek te vinden was, met de hand een gat in de +sneeuw graven, waar zij inkropen. Gedurende den nacht hoopte de sneeuw zich zoo voor +hun schuilplaats op, dat zij er ’s morgens ternauwernood meer uit konden komen! +</p> +<p>In hetzelfde stormweer ging het verder. Stap voor stap drongen zij, tegen den wind +vooruit, zonder te kunnen opzien. Tegen den avond zagen zij een kleinen heuvel voor +zich, die een verlaten hut bleek te zijn; hier staken zij vuur aan. Den volgenden +nacht brachten zij in een onoverdekt hol door, waar zij bijna bevroren. Een dag later +stieten zij op een tentvormige hut, waar twee rottende visschen en een paling lagen. +Hier bleven zij zes en dertig uur om krachten te verzamelen. Den 15den October kwamen +zij door den storm niet verder, brachten den nacht in een hol door en gebruikten voor +ontbijt bast van wilgen en reepen van de broek van robbenvel van Noros. Daarna gingen +zij de bevroren Lena over en overnachtten in een kloof om den volgenden nacht weer +naar den westelijken oever terug te keeren en voor den nacht in een grot beschutting +te zoeken, waar zij echter geen hout vonden om vuur aan te steken. Zij waren geheel +wanhopend. Met loome schreden vervolgden zij den 19den October hun tocht op het ijs +van de Lena, vast besloten om op handen voeten te kruipen, als zij niet meer zouden +kunnen loopen. Zij hadden tweehonderd kilometer afgelegd zonder hulp te vinden. Den +avond van dien dag ontdekten zij drie hutten en vonden hier niet alleen onderkomen +maar ook redding. In de eene hut lag een kleine voorraad gedroogde visch, en een slede, +die voor de deur stond, leverde brandhout. Nadat zij twee dagen rust hadden genomen, +wilden zij verder trekken, maar zij waren nog te vermoeid, zoodat zij nog een paar +dagen moesten blijven. Den 22sten October, toen zij juist op het punt waren eten te +koken, klonk buiten voor de deur een ongewoon geraas. Nindermann keek tersluiks naar +buiten en kwam dadelijk terug om zijn geweer te halen. Hij had twee rendieren gezien. +Toen hij zacht de hut wilde verlaten, stond op den drempel—een mensch, een Toengoes! +</p> +<p>Toen de inboorling de twee uitgemergelde vreemdelingen zag en het geweer in de hand +van den een, geloofde hij, dat <span class="pageNum" id="pb66">[<a href="#pb66">66</a>]</span>zijn laatste uurtje was geslagen, viel op de knieën en smeekte om genade. <span class="corr" id="xd33e655" title="Bron: Ninderman">Nindermann</span> wierp het geweer in den hoek, klopte den man vriendelijk op den schouder en beproefde +hem te kalmeeren; spoedig begreep de Toengoes ook, dat de twee niets tegen hem in +het schild voerden. Hij zag, dat zij in den grootsten nood verkeerden, en zij beproefden +hem door teekens duidelijk te maken, dat zij schipbreukelingen waren, dat zij dringend +voedsel noodig hadden, en verder noordelijk kameraden hadden achtergelaten. De Toengoes +kon hen echter niet meer geven dan een paar laarzen van vellen en de huid van een +rendier! +</p> +<p>Na een poosje stak hij drie vingers in de hoogte en ging naar zijn rendierslede. Dat +moest zeker beteekenen, dat hij na drie dagen terug komen en hulp brengen zou. Voordat +de twee matrozen er aan dachten, was hij met zijn voertuig vertrokken en zij hadden +weldra spijt, dat zij hem hadden laten gaan. Maar den volgenden dag kwam hij al weer +terug met twee stamgenooten en verscheidene sleden en bracht pelzen, laarzen en bevroren +visch mede. De half uitgehongerde mannen aten nu eindelijk weer, trokken de nieuwe, +warme kleeren aan en waren nu buiten gevaar. +</p> +<p>En toch was het voor hun nagedachtenis in de dikwijls treurige, bijna altijd roemrijke +en nu en dan schitterende geschiedenis der poolreizen, misschien beter geweest, als +zij dien Toengoes niet meer teruggezien hadden. Dan zouden zij toch <i>gedwongen</i> zijn geweest, hun marsch naar het Zuiden voort te zetten en waren er waarschijnlijk +levend afgekomen. Want tot het naaste Toengoesche dorp waren nog slechts vijftig kilometer. +De Long en zijn kameraden waren weliswaar verloren geweest, maar <span class="corr" id="xd33e664" title="Bron: Ninderman">Nindermann</span> en Noros hadden dan tenminste alles gedaan, wat van hen verwacht had kunnen worden. +Hadden zij zich, in het ergste geval door bedreigingen, een slede met een half dozijn +rendieren, die buiten in de sneeuw voor de hut stonden te trappelen, toegeëigend, +om den weg, dien zij gekomen waren terug te rijden, dan waren zij nog ter rechtertijd +gekomen, om de meeste makkers van De Long te redden! Zij wisten, dat hun kameraden, +toen zij veertien dagen tevoren hen verlieten, leer en bast van wilgen aten, en het +werd hoog tijd hun rendierenvleesch te brengen! Maar ze keerden niet terug, doch vergezelden +<span class="pageNum" id="pb67">[<a href="#pb67">67</a>]</span>de Toengoezen op hun weg naar het Zuiden—en daarna was het te laat! +</p> +<p>Maar toch moet men zich wachten de beide dappere matrozen maar kortweg te veroordeelen. +Zij hadden in elk geval wonderen verricht en zij waren door den langen strijd voor +hun levensbehoud gedurende vier maanden, sedert den dag waarop de „Jeannette” in de +diepte wegzonk, uitgehongerd en geheel uitgeput. Daarbij de voortdurende spanning +dag en nacht! Een derde winter naderde, dien zij nog dichter bij de Noordpool hadden +moeten doorbrengen dan de twee vorige. Onverschilligheid en stompheid van geest moeten +zich van hen hebben meester gemaakt, en dat moet hun ter verontschuldiging strekken. +Uit zulk een toestand herstelt men niet in een dag en juist de onbeperkte voorraad +levensmiddelen was voor hen een gevaar. Na zoo lang hongerlijden konden zij het eten +niet meer verdragen en werden daardoor nog meer uitgeput. +</p> +<p>Genoeg, te middernacht namen zij, goed ingepakt, plaats op de sleden en joegen met +de Toengoezen naar een dorp, dat uit twee groote tenten en tien bewoners bestond. +Deze bezaten 75 rendieren en 30 sleden. In de eene tent stond een ketel met versch +rendierenvleesch te koken en de mannen werden uitgenoodigd toe te tasten. Houten schalen +werden voor hen gevuld met vette vleeschpap, waarbij thee werd gedronken. Daarna spreidden +de vriendelijke Toengoezen warme, zachte rendiervellen op den grond uit; zulk een +nacht hadden de twee sinds maanden niet beleefd! +</p> +<p>Den volgenden dag reden de Toengoezen en hun beide gasten in een aantal sleden naar +een ander dorp, waar zij den 25sten October aankwamen. Nu pas dacht <span class="corr" id="xd33e673" title="Bron: Ninderman">Nindermann</span> aan den kapitein en zijn ongelukkige makkers en ofschoon hij geen woord met de Toengoezen +kon spreken, beproefde hij toch, hun den stand van zaken duidelijk te maken. In een +tent lag een kleine boot, een stuk speelgoed. Hij zette er masten op. Daarna sneed +hij drie kleine booten, die de drie booten der „Jeannette” moesten voorstellen. Met +twee brokken ijs wees hij nu hoe het schip in elkaar was gedrukt en vergaan en de +manschappen zich in de kleine booten aan land hadden gered. Zestien maal strekte hij +zich op den grond uit, sloot de oogen en stond weer op, om de Toengoezen te doen begrijpen, +dat zestien nachten <span class="pageNum" id="pb68">[<a href="#pb68">68</a>]</span>verloopen waren, sedert hij zijn makkers had verlaten! +</p> +<p>De inboorlingen knikten bij deze gebarentaal, en wisselden met elkaar onverstaanbare +woorden. Maar hoe ijverig de matrozen hen dezelfde geschiedenis telkens ook weer voordroegen, +men scheen ze niet te begrijpen of wilde ze misschien ook niet begrijpen, omdat de +Toengoezen de woeste toendra in den wintertijd ook vreesden. Eindelijk begon <span class="corr" id="xd33e680" title="Bron: Ninderman">Nindermann</span> in zijn wanhoop te schreien. Zij beproefden hem te troosten, klopten hem op de schouders +en trokken een medelijdend gezicht. +</p> +<p>Den volgenden dag verscheen een banneling, Kusma genaamd. Hij was intelligenter dan +de Toengoezen en werd door Nindermann goed ondervraagd. Elf verdwaalde mannen! Dat +scheen hij te begrijpen en beproefde nu van zijn kant Nindermann te doen begrijpen, +dat zij reeds gered waren! Maar Kusma dacht, dat Nindermann sprak over den troep van +Melville, die eveneens uit elf man bestond en zoo nam hij de twee matrozen mede naar +Boeloen, waar zij den 2den November weer samenkwamen met Melville en zijn manschappen. +</p> +<p>Toen Melville hen naar De Long vroeg, begonnen zij hard te snikken en smeekten hem, +hen weer naar het Noorden te laten trekken. Maar hij vond er hen te zwak voor en begaf +zich alleen op reis. Hier en daar vond hij achtergelaten voorwerpen van de manschappen +van De Long, een vlag, instrumenten en de apotheekkist. Hij was dus op het juiste +spoor, maar kon door de hooge sneeuw en den onwil der Toengoezen zijn nasporingen +niet vervolgen. Hiermede werd het lot van De Long en zijn makkers beslist! +</p> +<p>Een half jaar later, in Maart 1882, werden verschillende afdeelingen naar de Lenadelta +gezonden, om nasporingen in het werk te stellen. Melville begaf er zich ook weer heen, +en nu vond men spoedig acht man van den troep van De Long, die door honger en koude +waren omgekomen. De laatste kampplaats lag geheel onder de sneeuw; de hand van den +kapitein zag men slechts uit de sneeuw steken, alsof hij de zoekenden de juiste plaats +had willen wijzen! Hij zelf, dr. Ambler, Collins, de Chinees en de matrozen waren +gedeeltelijk bedekt door de tent. Tot het laatste oogenblik hadden zij blijkbaar beproefd +het kampvuur aan te houden. De koude moet hen ontzettend hebben gemarteld; van twee +waren handen en <span class="pageNum" id="pb69">[<a href="#pb69">69</a>]</span>kleeren geschroeid, zoo dicht waren zij bij het vuur gekomen. Gemarteld door den honger, +hadden ze hun laarzen van vellen stuk gesneden en de stukjes in gloeiende kolen geroosterd. +Het gelaat van Collins was met een doek bedekt, welke De Long en dr. Ambler daar stellig +nog over hadden gelegd. Het dagboek van den kapitein lag naast een potlood op den +grond; hij had het gebruikt, tot het oogenblik, waarop hij de kracht miste het in +den zak te steken! +</p> +<p>Dit dagboek vertelde, dat men op 9 October het spoor van Nindermann en Noros was gevolgd. +De krachten begaven de manschappen echter hoe langer hoe meer. Voetje voor voetje +sleepten zij zich voort. Zij kookten soep van wilgentakken. +</p> +<p>„Ik hoop toch nog op Gods hulp en geloof niet, dat het Zijn plan is, ons van honger +te laten omkomen,” schreef De Long nog in zijn dagboek. +</p> +<p>Tweemaal teekende hij op, dat de Indiaan een sneeuwhoen had geschoten, dat zij onder +elkaar hadden verdeeld. +</p> +<p>Op een andere plaats staat: „Niets te eten, maar wij zijn nog vol moed. O God, help +ons!” +</p> +<p>Den 11den October: „Onmogelijk verder te komen, geen brandhout.” +</p> +<p>Den 13den October: „Wij kunnen niet tegen den wind op, en hier blijven, wil zeggen +van honger omkomen.” +</p> +<p>Een matroos bezweek. De kapitein bidt het Onze Vader bij het lijk. „Een nacht van +ontzettenden sneeuwstorm!” +</p> +<p>Zondag, den 16den: „Alexis (de Indiaan) kan niet meer, is aan het einde zijner krachten. +Godsdienstoefening.” +</p> +<p>Den 17den: „Alexis ligt op sterven. De dokter doopt hem. Ik houd met den zieke een +godsdienstoefening. Collins wordt vandaag veertig jaar. Alexis stierf bij zonsondergang +van honger en uitputting. Wij dekten hem onder de tent toe met een vlag.” +</p> +<p>Twee dagen later snijden zij de halve tent stuk om met de reepen hun voeten in te +wikkelen. +</p> +<p>Den 21sten lag een der matrozen dood tusschen hen. In den middag stierf een tweede +matroos. Niemand had de kracht meer de lijken te begraven; ze werden naar buiten gebracht, +opdat men hen niet meer behoefde te zien. +</p> +<p>Den volgenden Zondag was de godsdienstoefening heel kort, daarna werd brandhout gezocht +voor den nacht. +<span class="pageNum" id="pb70">[<a href="#pb70">70</a>]</span></p> +<p>Den 24sten October: „Een grimmig koude nacht.” +</p> +<p>Daarna twee dagen geen woord. +</p> +<p>Den 27sten schrijft De Long over een matroos, die op sterven ligt en den volgenden +dag, dat hij dood is. +</p> +<p>Den 29sten sterft weer een matroos. +</p> +<p>Den 30sten October, 140 dagen na den ondergang der „Jeannette”, wordt geen godsdienstoefening +meer gehouden. +</p> +<p>De laatste woorden, die De Long schreef, voordat het potlood aan zijn hand ontglipte, +luidde: „Boyd en Cortz stierven vannacht, Collins ligt op sterven.” +</p> +</div> +</div> +<div id="ch15" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#xd33e2948">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> +<h2 class="main"><span class="divNum">15.</span> FRIDTJOF NANSEN.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">Drie jaren na den ondergang der „Jeannette” vond men in de nabijheid van Kaap Farewell, +de zuidelijkste punt van Groenland een menigte voorwerpen, die aan het verongelukte +schip moeten hebben behoord. Zij zaten vast gevroren in ijsblokken, maar er kon geen +twijfel bestaan omtrent hun herkomst, want er was een proviandlijst bij met de handteekening +van De Long, een afzonderlijke opgave der booten van de „Jeannette”, een klep van +een pet met den naam Nindermann en eindelijk—een paar oliebroeken, die het merk „Louis +Noros” droegen! Zonder twijfel hadden deze voorwerpen met het ijs den geheelen weg +afgelegd van de Nieuw Siberische eilanden naar het zuidelijk voorgebergte van Groenland +en waren daarbij juist over de Noordpool gedreven! Men wist ook, dat veel drijfhout, +dat aan de oevers der Siberische rivieren gegroeid was, aan de kusten van Groenland +placht te landen. +</p> +<p>Uit deze en andere teekenen, aan het Noordelijk halfrond der aarde maakte een jonge +Noor, Fridtjof Nansen genaamd, op, dat zich van de Behringstraat een zeestroom moest +bewegen naar de oostkust van Groenland. Nansen besloot deze strooming te benutten. +Vele Noordpoolreizigers waren van de zijde der Atlantische Oceaan de IJszee ingegaan +en werden door de strooming terug gedreven; hij wilde nu van de tegenovergestelde +zijde beginnen en zich door deze strooming laten drijven! +<span class="pageNum" id="pb71">[<a href="#pb71">71</a>]</span> +</p> +<p></p> +<div class="figure p064width"><img src="images/p064.jpg" alt="De manschappen der „Jeanette” op den doodenmarsch." width="720" height="434"><p class="figureHead">De manschappen der „Jeanette” op den doodenmarsch.</p> +</div><p> +<span class="pageNum" id="pb72">[<a href="#pb72">72</a>]</span> +</p> +<p></p> +<div class="figure p065width"><img src="images/p065.jpg" alt="De ontmoeting van Nansen met Jackson." width="720" height="529"><p class="figureHead">De ontmoeting van Nansen met Jackson.</p> +</div><p> +<span class="pageNum" id="pb70a">[<a href="#pb70a">70</a>]</span></p> +<p>Anderen hadden dat pakijs gevreesd en vermeden; hij wilde het juist opzoeken en er +zich vrijwillig aan overgeven. Anderen <span class="pageNum" id="pb73">[<a href="#pb73">73</a>]</span>waren met ondeugdelijke schepen, die als notendoppen door de ijsvelden werden verpletterd, +uitgevaren; hij wilde een schip bouwen welks naar binnen gebogen zijden niet door +het ijs gepakt zouden kunnen worden. Hoe erger het ijs perste, des te zekerder moest +zulk een schip uit het ijs omhoog geheven worden, en dan kon het op het ijs met den +stroom verder drijven! Zoo’n reis zou echter lang moeten duren, daar de overblijfselen +der „Jeannette” drie jaren onderweg waren geweest. Maar men had daarbij gelegenheid +nieuwe streken der aarde, diepten der zee, weer en wind te onderzoeken. Het kleine +puntje, dat men de Noordpool noemde, te bereiken, vond Nansen minder gewichtig dan +de wetenschappelijke resultaten. +</p> +<p>Onder de velen, die zich aanboden hem te vergezellen, koos Nansen de twaalf besten +uit; zij waren aldus met hun dertienen; het getal dat bijgeloovige vrees verwekt, +werd het gelukscijfer van Nansen! +</p> +<p>Het nieuwe schip doopte men „Fram” (Voorwaarts). Sverdrup werd de kapitein. Deze was +vroeger reeds een keer de metgezel van Nansen geweest op een avontuurlijke onderneming. +Zij hadden te zamen Groenland van de west- tot de oostkust doorkruist. +</p> +<p>Alles werd zoo goed het kon ingericht en proviand voor vijf jaar medegenomen. Den +24sten Juni 1893 vertrok de „Fram” naar de Siberische IJszee. +</p> +<p>Het eerst moesten de Nieuw-Siberische eilanden bereikt worden. Den weg daarheen had +de Zweedsche „Vega” gewezen, de „Fram” behoefde haar weg slechts te volgen. Ten Westen +van deze eilanden richtte hij zich dadelijk naar het Noorden, en het duurde ook niet +lang of de „Fram” zat in het ijs vast en werd, zooals Nansen had voorzien, door de +persingen totaal op de oppervlakte van het pakijs geheven, zonder ook maar de minste +schade te ondervinden! Zoover ging alles volgens de berekeningen van Nansen en kundige +poolreizigers, die zijn plan voor krankzinnigheid hadden uitgemaakt, moesten daarna +toegeven, dat hun wijze voorspellingen onjuist waren geweest. Wel ging de reis nu +langzaam verder; het ijs kraakte en kreunde als altijd, maar in den dikken houten +romp van de „Fram” was de bemanning voor zijn streken veilig en leidde aan boord een +heel gezellig leven. +<span class="pageNum" id="pb74">[<a href="#pb74">74</a>]</span></p> +<p>Toen kwam de poolnacht, lang, somber en zwijgend. IJsberen spookten in ’t rond en +moesten er vaak het leven bij laten. Voordat het geheel donker was, richtte Nansen +de honden er op af, de sleden te trekken. Zij werden er voorgespannen. Hij nam plaats +op de slede en klapte met de tong; daar ging het in dolle vaart vooruit. Zij stormden +over blokken en gaten in het ijs. Nansen viel van de zitplaats, hield zich vast aan +de slede en de honden ijlden om het schip heen, alsof de booze hen op de hielen zat! +De positie van den koetsier was allesbehalve aangenaam; hij werd nu eens op den buik, +dan eens op den rug medegesleept. Maar als hij maar eerst weer op de been was, zou +hij de uitgelaten dieren de ribben wel breken. Maar toen zij eindelijk zoo goed waren, +hijgend stil te staan en vriendelijk met de staarten kwispelden, alsof zij hun zaak +werkelijk goed hadden gedaan, was Nansen zoo bont en blauw gestooten, dat hij niet +meer van zich verkrijgen kon, ze te slaan. +</p> +<p>Maar langzamerhand ging het beter. Wel is waar moesten eenige der trouwe dieren hun +sledevaarten op het poolijs boeten; twee werden door ijsberen weggehaald en twee door +hun makkers doodgebeten. Maar midden in de ergste duisternis kwamen op zekeren dag, +den 13den December, ook jonge honden ter wereld.—Toen deze voor het eerst in hun leven +de zon zagen, blaften zij er woedend tegen. +</p> +<p>Precies, zooals Nansen voorspeld had, dreef de „Fram” naar het Noorden in de richting +van de Pool over zulk een geweldig diepe zee, als hier niet verwacht was, en waar +de loodlijn van twee duizend meter den grond nog niet bereikte. +</p> +<p>Kerstmis werd op Noorsche wijze gevierd, en toen de 80ste breedtegraad werd gepasseerd, +werd zelfs een groot feest aangericht. Maar de grootste vreugde verschafte echter +de eerste terugkeer der zon, op den 20sten Februari. +</p> +<p>Lente en zomer gingen voorbij zonder eenige opmerkelijke gebeurtenissen. Hondenhokken +werden op het ijs gebouwd en nieuwe jonge honden kwamen ter wereld. Deze honden waren +later even verbaasd over de winterachtige duisternis als hun neven, toen ze voor het +eerst de zon hadden gezien. Door de gesmolten sneeuw ontstonden op het ijs groote +vijvers, waarop men kon zeilen, de makkers stonden aan den kant en wierpen de mannen, +die in de booten zaten, met sneeuwballen. Op <span class="pageNum" id="pb75">[<a href="#pb75">75</a>]</span>zekeren dag kreeg zulk een vijver echter een gat in den bodem, en was spoedig geheel +leeggeloopen. +</p> +<p>Intusschen had Nansen op een moedig plan gezonnen. Hij wilde met hondensleden nog +verder naar het Noorden dringen en dan in zuidelijke richting naar Frans Jozefs-land +terugkeeren! De „Fram” zou intusschen haar drift vervolgen en aan boord moesten de +gewone waarnemingen gemaakt worden. Een zou hem slechts vergezellen, luitenant Johansen, +met wien hij er pas in November 1894 over sprak. Het was een onderneming op dood en +leven, maar Johanson <span class="corr" id="xd33e753" title="Bron: bsloot">besloot</span>, zonder zich een oogenblik te bedenken, Nansen te vergezellen. +</p> +<p>„Dan beginnen wij morgen dadelijk de voorbereidingen te treffen,” zeide Nansen. +</p> +<p>Daarmede was de gansche winter gemoeid; zij bouwden twee kajaks, elk voor een man +plaats bevattende, iets grooter en steviger dan de Eskimo’s gebruiken, als ze op visch- +en robbenvangst gaan. Een stellage, van latten vervaardigd, werd met zeildoek overtrokken; +elk dezer booten woog slechts achttien kilogram. Zij waren geheel overdekt, en als +de roeier in het midden plaats nam, en de opening om zich heen sloot, konden de golven +rustig over het vaartuig rollen zonder de boot of den inzittende te schaden. Hondensleden, +tuig daarvoor, een slaapzak voor twee personen, sneeuwschoenen, stokken, proviand +en een petroleumstel,—alles werd gepakt. +</p> +<p>Bij de wisseling van het jaar moest het werk een korten tijd onderbroken worden, daar +vreeselijke persingen van het ijs in het rond kraakten en de „Fram” nu toch bedreigden. +Heele bergen van groote ijsblokken en vaste sneeuw verhieven zich rondom het schip, +alsof zij het er onder wilden begraven. Het zeewater werd daardoor omhoog gedrongen +en overstroomde het ijs zoodanig, dat de honden bijna verdronken in hun hokken en +in allerijl gered moesten worden! De muur van ijs drong tot bij het schip, wentelde +zich over de reeling, en brak de tent op het dek. Maar toen het zich over het geheele +dek verspreidde, waren schip en manschappen als in een muizenval gevangen. En het +was zoo donker, dat men niet goed kon beoordeelen, hoe groot het gevaar wel was. Proviand +voor twee-honderd dagen had men gelukkig te voren op veilige plaatsen op het ijs ondergebracht. +<span class="pageNum" id="pb76">[<a href="#pb76">76</a>]</span></p> +<p>Maar gaandeweg kwamen de ijsmassa’s weer tot rust. De groote muur werd weggeschoffeld +en nu kon de voorgenomen tocht beginnen. Tweemaal braken Nansen en Johansen op, maar +moesten beide keeren terugkeeren. Eens was een slede gebroken, den anderen keer was +de bagage te zwaar geweest. Den 14den Maart 1895 verlieten zij de „Fram” voor goed. +Of zij hun trouw schip en hun dappere kameraden wel ooit zouden terugzien? +</p> +</div> +</div> +<div id="ch16" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#xd33e2957">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> +<h2 class="main"><span class="divNum">16.</span> OP SNEEUWSCHOENEN EN MET HONDENSLEDEN NAAR DE NOORDPOOL.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">De beide koene reizigers hadden, bij het aanvaarden van hun tocht naar de Noordpool, +drie sleden en acht en twintig honden bij zich. Op sneeuwschoenen loopend bestuurden +ze hun hondespannen. Aanvankelijk konden ze op het effen terrein vlug vooruit komen; +maar gaandeweg werd de ijsvlakte hobbelig, zoodat ze slechts weinig opschoten. +</p> +<p>Na twee dagmarschen steeg de koude tot drie en veertig graden, en in de kleine zijden +tent was ’t meer dan frisch. Maar toch legden ze dagelijks negen uur af, en onder +het gaan bemerkten ze niets van de koude; het eenige, waarvan ze last hadden, was, +dat de uitwaseming van hun lichaam in hun kleederen bevroor, die zoodoende tot een +pantser van ijs werden, dat bij elken stap kraakte. Door de voortdurende wrijving +tegen de stijfbevroren mouwen kwamen er aan Nansen’s polsen bloedende wonden, die +pas in den herfst genazen. +</p> +<p>Om te kampeeren kozen ze altijd een voor den wind beschutte plek op het ijs. Johansen +zorgde voor de honden en gaf hun te eten, terwijl Nansen de tent in gereedheid bracht +en den ketel met stukken ijs vulde. Het avondeten was voor beiden een feest, waarnaar +ze den geheelen dag met verlangen uitzagen, daarbij werden ze tenminste inwendig eens +flink warm; na afloop van het eten kropen ze vlug in hun slaapzak, dan ontdooiden +hun bevroren kleederen en de slapers lagen den geheelen nacht in druipnatte omslagen +en droomden van slede <span class="pageNum" id="pb77">[<a href="#pb77">77</a>]</span>en hondespannen. Eenmaal riep Johansen des nachts in zijn slaap: „Vooruit, rakkers, +vort, vort! Halt, daar kantelt de sleê!” +</p> +<p>In de barre koude van den aanbrekenden dag stonden ze weer op, dreven de honden op, +die, van de koude jankend, ineengerold in de sneeuw lagen, haalden de teugels uit +de war, laadden de sleden weer op, en dan ging ’t weer verder, de verlaten eenzaamheid +in. +</p> +<p>Maar al te vaak was ’t ijs ontzettend slecht; de sleden raakten vast, moesten gedragen, +of over oneffenheden en spleten voortgeschoven worden: een inspannenden tocht. Maar, +één breedte graad was reeds doorworsteld. +</p> +<p>Dikwijls waren ze zoo uitgeput, dat ze onder het loopen bijna insliepen, terwijl de +honden zich met moeite voortsleepten. Ook dezen werd de voortdurende inspanning langzamerhand +te machtig. Twee moesten er geslacht worden en werden hun kameraden als ontbijt voorgezet; +maar er waren er die zulk een maal niet wilden aanroeren. +</p> +<p>Toen het ijs voortdurend slechter werd en de witte woestenij zich onafzienbaar naar +het Noorden uitstrekte, besloot Nansen van het bereiken van de Noordpool af te zien, +en, al was ’t ook met een bezwaard gemoed, om te keeren. Terug naar de „Fram” was +onmogelijk; alle sporen waren door sneeuwstormen uitgewischt. Het eenige wat er op +zat, was, de richting in te slaan naar de barre eilandengroep, die den naam draagt +van Frans Jozefs-land. Maar—dat was een afstand van zevenhonderd kilometer en de proviand +begon al op te raken. +</p> +<p>Gelukkig was het voorjaar in aantocht, zoodat de kans bestond, dat ze wel eenig wild +zouden weten te bemachtigen. Ze hadden twee geweren met honderdtachtig scherpe en +honderd vijftig losse patronen. Voor de honden zag het er heel wat bedenkelijker uit; +die moesten van lieverlede elkaar tot voedsel dienen. +</p> +<p>Zoo aanvaardden dus Nansen en Johansen den 8sten April den terugtocht, nadat ze tot +86° 4′ voortgedrongen waren, en zetten over vrij goed ijs met lange marschen koers +naar Frans Jozefs-land. Op zekeren dag zagen zij een balk uit het ijs steken. Welke +wonderlijke lotgevallen zou dat stuk hout wel beleefd hebben sedert het van den boomstam +afgezaagd was! Tegen het einde van April teekende zich het spoor van twee <span class="pageNum" id="pb78">[<a href="#pb78">78</a>]</span>vossen in de sneeuw af. Was er land in de nabijheid, of wat hadden die dieren hier +in deze ijszeeën te zoeken? Twee dagen later werd de eerste hond, de „gele” opgeofferd. +Op de „Fram” geboren, had hij gedurende zijn kortstondig leven nog nooit iets anders +dan ijs en sneeuw gezien. +</p> +<p>Open water, waarin de zon zich spiegelde, glinsterende golven! +</p> +<p>Hoe heerlijk, dat geluid van de golfjes, die tegen den ijsrand kabbelden! Het was +den beiden reizigers als een voorbode van voorjaar en zomer, als een groet van de +groote zee, de weg naar het vaderland! Nieuwe sporen van vossen wezen op de nabijheid +van land, en dagelijks keken beiden er verlangend naar uit. Maar, nog drie lange maanden +moesten verloopen, voordat ze het eerste eiland zouden bereiken! +</p> +<p>In het begin van Mei waren er nog slechts zeventien honden in leven. Nu deed de lange +zomerdag zijn intrede in het poolgebied, en het was bijna niet meer uit te houden +van de warmte—want het vroor nog slechts elf graden! Maar het ijs was afschuwelijk! +Onophoudelijk moesten de sleden over diepe spleten of over hooge ijsdammen heen geschoven +worden, en de beide mannen strompelden na deze zware inspanning uitgeput op hun sneeuwschoenen +verder. De honden hadden het, naarmate hun aantal geringer werd, niet minder hard +te verantwoorden, en de proviand slonk bedenkelijk. +</p> +<p>Toen werden ze door een hevigen sneeuwstorm gedwongen om een dag halt te houden. Een +slede werd opgeofferd en de stukken van gebroken sneeuwschoenen werden aan de vlammen +van een heerlijk vuur prijs gegeven. Voor elk der beide overgebleven sleden waren +nu nog zes honden over. +</p> +<p>Eindelijk, op het einde van Mei, kwamen Nansen en zijn tochtgenoot in een streek, +die door open water in alle richtingen werd doorsneden; daardoor werd hun voortgang +aanmerkelijk vertraagd. Maar nu vertoonden zich ook levende wezens. De grijze rug +van den otter dook op boven het staalblauwe water; de zeehond ging uit op de vischvangst, +en sporen van ijsberen wekten het verlangen naar versch vleesch! Vaak snelde Nansen +op zijn sneeuwschoenen ver vooruit, om te zien, waar de weg het beste was; dan bleef +Johansen bij de sleden achter. Wanneer het al te lang duurde, dan bekroop hem wel +eens een gevoel van vrees, of niet soms zijn makker een ongeluk <span class="pageNum" id="pb79">[<a href="#pb79">79</a>]</span>overkomen zou zijn. Hoe het dan den achtergeblevene zou vergaan, geheel alleen in +die eindelooze woestenij, daaraan moest men maar liever niet denken! +</p> +<p>Juni brak aan, en het gekrijsch der meeuwen weerklonk door de lucht. De beide mannen +bleven een week lang in hun kamp om hun kajaks zeevaardig te maken. Ze hadden nog +voldoende brood voor een maand, en er waren nog zes honden in leven. Toen er nog slechts +drie over waren, moesten ze zichzelf voor de sleden spannen. +</p> +<p>In een lange, breede kreek lieten ze de kajaks te water, bonden de sneeuwschoenen +aan elkaar en roeiden langs den zoom van het ijs. Daarbij schoten ze twee zeehonden +en drie ijsberen en waren nu voor langen tijd voorzien van vleesch. Ook de beide laatste +honden konden nu weer eens volop eten krijgen. +</p> +<p>Eindelijk vertoonde zich in het Zuiden het land, waarnaar ze reikhalzend hadden uitgezien, +en nu ging het snel daarop af; voor elke slede een man en een hond. Eenmaal moesten +ze met de kajak een kreek oversteken. Nansen stond reeds op den rand van het ijs, +toen hij achter zich Johansen hoorde roepen: +</p> +<p>„Vlug de geweren!” +</p> +<p>Toen Nansen zich omkeerde, zag hij een grooten beer, die zijn makker neergeveld had +en bezig was hem te besnuffelen. Snel wilde Nansen zijn geweer in de kajak grijpen, +maar in hetzelfde oogenblik dreef het vaartuig van den kant af, en terwijl hij het +terug roeide, hoorde hij Johansen doodbedaard zeggen: +</p> +<p>„Schiet vlug, of ’t is te laat!” +</p> +<p>Toen had hij eindelijk zijn geweer gegrepen en schoot den beer neer. +</p> +<p>Vijf maanden lang hadden ze zich zoo over het ijs voortgesleept, toen ze in het begin +van Augustus vanaf het ijs open water in de buurt van de eilanden voor zich zagen. +Nu moest de zeetocht beginnen, en de beide oudste honden zouden maar onnoodige ballast +zijn. Nansen nam Johansen’s hond, en Johansen dien van zijn vriend, en twee kogels +waren het loon voor de trouwe diensten der goede dieren. +</p> +<p>Van nu af ging het gemakkelijker en sneller vooruit. De kajaks waren aan elkaar gebonden +en van mast en zeil voorzien, <span class="pageNum" id="pb80">[<a href="#pb80">80</a>]</span>en zoo voeren ze langs onbekende eilanden. Eenmaal dwong een sterke strooming hen +om op een der beide eilanden aan land te gaan; terwijl ze hun kajaks op het land trokken, +kwam er een witte beer aandraven, en begon hun spoor te besnuffelen. Welkome proviand +voor eenigen tijd! Nauwelijks hadden ze den beer gevild, of daar plaste een walrus +in het water rond, en zwom naar de plek, waar reeds twee van zijn kameraden zich in +de zon lagen te koesteren, en ook hij met de vinnen op den ijsrand gesteund, eerst +een poos bleef liggen uitblazen. Toen verhief het dier zich langzaam uit het water +en kroop naar zijn makkers toe; maar dezen wilden eerst niets van hem weten en toonden +den indringer hun slagtanden, maar per slot van rekening lieten ze hem toch met rust. +Daar lagen ze drie uren lang in roerlooze rust uitgestrekt, terwijl de zeemeeuwen +boven de golven hun overmoedig gekrijsch deden hooren. +</p> +<p>Nansen en zijn metgezel namen hun nieuw domein in bezit, deden een onderzoekingstocht +over het eiland en keerden toen naar hun ijsbeergebraad terug dat hun een ongekend +gevoel van verzadigdheid verschafte. +</p> +<p>Den volgenden dag zochten ze een geschikt verblijf om te overwinteren. Maar, daar +ze nergens een hol ontdekten, bouwden ze uit steenen een kleine hut, waarvan het dak +gevormd werd door hun sneeuwschoenen en de zijden tent. Aan alle kanten hadden het +licht en de wind vrijen toegang; maar toch was ’t binnen heel behaaglijk, en de ketel +pruttelde boven een vuur, gestookt van rauw walrussenspek. Nansen besloot op dit eiland +te overwinteren. +</p> +</div> +</div> +<div id="ch17" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#xd33e2966">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> +<h2 class="main"><span class="divNum">17.</span> EEN OVERWINTERING.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">De eilanden, die Nansen en zijn tochtgenoot tot nog toe gezien hadden, geleken echter +in ’t geheel niet op het bekende gedeelte van het Frans Jozefs-land, zoodat Nansen +niet meer precies wist, waar hij zich eigenlijk bevond. Bovendien was ’t onmogelijk +zich op de kajaks in het open water te wagen: ’t was dus beter om voor het verzamelen +van mondvoorraad te <span class="pageNum" id="pb81">[<a href="#pb81">81</a>]</span>zorgen. Want de poolnacht stond voor de deur, en binnenkort zou al het wild verdwenen +zijn. +</p> +<p>Het eerste, waarvoor ze moesten zorgen, was een goede, bewoonbare hut. Steenen en +mos waren als bouwmateriaal genoeg voorhanden; een aangespoelde balk, die ze aan den +oever vonden, zou dienst doen als dakvorst en toen men op een goeden keer weer eens +twee walrussen buit maakte, was de bedekking van het dak ook in orde. +</p> +<p>Reeds spartelde daarbuiten een groote walrus in het open water. In een ommezien waren +de saamgebonden kajaks in het water geschoven en van daaruit werd nu de kolos bestookt. +De walrus dook in de diepte, maar kwam onder de eene kajak weer naar boven, en ’t +scheelde maar een haar, of de geheele geschiedenis was omgeslagen. Eindelijk kreeg +het dier een doodelijke wond, maar juist, toen Nansen hem den harpoen in het lijf +wilde stooten, verdween hij in de diepte. +</p> +<p>Bij twee andere, die zich op het ijs in slaap brulden, hadden ze meer geluk. Nansen +vertelde later, dat hij zich als een moordenaar gevoeld had, toen hij ze moest doodschieten, +en dat de smeekende, treurige blik van hunne stervende oogen, toen ze, als zwaar zieke +menschen, onder het opgeven van bloed den laatsten adem uitbliezen, hem zijn geheele +leven zou bijblijven. +</p> +<p>Daarna moesten de dieren gevild, het spek er af gesneden, en de buit naar de hut gebracht +worden. Maar welk een geluk, dat Nansen zoo voorzichtig geweest was, om de kajaks +mee te nemen. Want terwijl ze als slagers met de dieren bezig waren, stak er een sterke +landwind op, zoodat de ijsschots waarop ze zich bevonden, los geraakte, en ze naar +de zee afdreven. Reeds waren ze omringd door de donkergroene, witbekuifde golven. +Er was geen oogenblik te verliezen, met razende snelheid dreven ze af. Maar, om met +leege handen weer naar de hut te moeten terugkeeren, dat zou toch al te jammer zijn. +Daarom sneden ze de eene in tweeën en droegen de helft met het spek naar hun kajaks. +Doodmoe kwamen ze na een gevaarvollen tocht eindelijk in behouden haven terug. +</p> +<p>In den nacht kwam een ijsberen-mama met haar beide groote jongen eens een kijkje nemen +in de hut. Ze werd neergeschoten; <span class="pageNum" id="pb82">[<a href="#pb82">82</a>]</span>de beide jongen draafden naar de kust, plompten in het water, en zwommen naar een +ijsschol. Daar stonden ze te brommen op de menschen, en verwonderden zich er over, +waarom moeder zoo lang aan land bleef. Het eene jong viel over den rand in het water, +maar kroop weer naar boven, terwijl het zoute water hem van den pels afdroop. Beiden +dreven met de ijsschol door den wind gedreven weg, en waren in korten tijd nog slechts +als twee witte stippen op het donkere water zichtbaar. Maar, Nansen en Johansen hadden +vleesch noodig, want de drie dieren hadden hun geheelen voorraad walrussen-vleesch +opgegeten; dus werden de kajaks weer te water gelaten, en spoedig bereikten ze de +schol, waarop zich de jonge beren bevonden; ze dreven hen in ’t water en vervolgden +ze tot aan het land, waar eenige schoten een einde aan hun leven maakten. +</p> +<p>Er was nu aan vleeschvoorraad geen gebrek. Drie beren tegelijk! En bovendien kwam +nog de walrus, die ze het eerst geschoten hadden aan de oppervlakte, en terwijl deze +gevild werd, kwam een tweede uit nieuwsgierigheid kijken, en moest daarvoor met zijn +leven boeten. Bij dit onsmakelijk werk werden de kleederen der beide mannen zoo met +bloed en traan besmeerd, dat het kleverige vuil tot op hun huid doordrong. Van alle +kanten kwamen de meeuwen krijschend aangevlogen om gulzig den afval te verslinden, +voordat ze naar het Zuiden trokken, en de poolnacht een aanvang nam. +</p> +<p>Met het bouwen van het winterverblijf ging een week heen. Het schouderblad van een +walrus, aan den stok van een sneeuwschoen gebonden, diende als schop, terwijl een +walrussentand, aan de lat van een slede bevestigd, als houweel dienst deed. Zoo verhieven +zich binnen korten tijd de muren van de nieuwe hut. Van binnen werd de grond uitgegraven, +en van steenen een gemeenschappelijke slaapplaats gebouwd en met berenvellen bedekt. +Twee buitgemaakte walrussen leverden het materiaal voor dakbedekking. Wel is waar +kwam er een beer die het geheele dak naar beneden haalde, maar hij moest deze euveldaad +zwaar boeten, en later werd het dak door een laag steenen tegen dergelijke gebeurtenissen +beschermd. Een schoorsteen van ijs diende voor den afvoer van den rook uit den open +haard. Nu betrokken de beide mannen de nieuwe hut, die hun <span class="pageNum" id="pb83">[<a href="#pb83">83</a>]</span>gedurende den geheelen langen winter een veilig en behagelijk onderkomen verschafte. +</p> +<p>Den 15den October 1895 zagen ze de zon voor ’t laatst, en hun derde poolnacht nam +een aanvang. De beren verdwenen, om zich voor het volgende voorjaar niet meer te laten +zien. Slechts de vossen bleven, en deze waren even brutaal als roofzuchtig. Ze stalen +touw en staaldraad en harpoenen, en vergrepen zich zelfs aan een thermometer, die +buiten was blijven liggen. Den geheelen winter liepen ze over het dak, al huilend +en knorrend en brommend en onderling vechtend. Deze teekenen van leven vormden echter +voor de bewoners een zoo welkome afwisseling, dat ze die wilde bezoekers voor geen +geld van de wereld zouden hebben willen missen. +</p> +<p>Of de dagen langzaam voorbij gingen? Dat nu juist niet: de geheele winter was immers +slechts één enkele nacht! Daarbuiten was ’t stil en verlaten: een plechtige stilte +heerschte in de windstille nachten. De maan scheen helder, en de hut lag in de schaduw +van een klip, het maanlicht bedekte land en ijs als met een witte lijkwade. Vaak vlamde +het noorderlicht als een geheimzinnig vuur aan het inktzwarte uitspansel, en de sterren +fonkelden in onbeschrijflijken glans. +</p> +<p>Slechts zelden was het stil weer. Gewoonlijk huilde de wind over de kale rotsen, die +reeds gedurende onafzienbaren tijd milliarden stormen hadden getrotseerd, en de sneeuwstormen +gierden er loeiend omheen en vormden om de hutten der reizigers een geweldigen muur. +</p> +<p>Zoo verliep de eindeloos lange nacht. Nansen en Johansen aten en dronken, liepen in +het donker rond om wat beweging te nemen, en vierden in hun hut het Kerstfeest. Ze +knapten het inwendige van de hut op: verwijderden allen afval, en hielden een feestmaal +van de laatste delicatessen van de „Fram”. Naderhand bleef Nansen nog lang liggen +luisteren, alsof hij verwachtte in het vaderland de kerkklokken te zullen hooren luiden. +Toen kwam Nieuwjaarsdag, met een zoo felle koude dat ze alleen om te eten hun neus +buiten den slaapzak staken, en vaak vier en twintig uur aan een stuk bleven voortdommelen, +evenals de ijsberen in hun hol. +</p> +<p>Den laatsten Februari zagen ze eindelijk weer de zon, die met haar stralen ettelijke +kleine vogels aanlokte. Maar de <span class="pageNum" id="pb84">[<a href="#pb84">84</a>]</span>beide mannen schrokken, toen ze elkaar weer bij het daglicht zagen: haren en baard +waren ongestoord gegroeid; ze hadden zich al dien tijd niet gewasschen en hun gezicht +was roetzwart. De anders zoo blonde Nansen had pikzwart haar; maar aan een bad viel +natuurlijk bij een temperatuur van veertig graden vorst niet te denken! +</p> +<p>Spoedig verscheen ook de eerste beer. Hij krabbelde tegen de hut, aangelokt door allerlei +verlokkelijke geuren; maar hij werd met een kogel ontvangen en ging op den loop; een +tweede kogel velde hem neer: van zijn vleesch leefden beide mannen zes weken lang. +</p> +<p>Nu werden de dagen besteed voor de toebereidselen tot het voortzetten van de reis. +Er werden uit vachten lappen genaaid om de beenen te beschutten, schoenen geflikt, +touwen gesneden uit de huiden van walrussen, nieuwe bovenstellen voor de sleden getimmerd, +de proviand opgeladen en den 19den Mei 1896 verlieten Nansen en zijn makker hun veilig +winterkwartier om in zuid-westelijke richting hun onzekeren tocht voort te zetten. +</p> +</div> +</div> +<div id="ch18" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#xd33e2975">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> +<h2 class="main"><span class="divNum">18.</span> HET AVONTUUR IN DE KAJAK.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">De sneeuwstormen loeiden om de beide reizigers heen. Hun tent hadden ze prijs gegeven +en ’s nachts kropen ze tusschen de sleden, waar ze een zeil over heen gespannen hadden. +Eenmaal liep Nansen op sneeuwschoenen regelrecht het water in, en hij zou stellig +verdronken zijn, wanneer niet Johansen hem er nog tijdig uitgetrokken had. Het dunne +ijs was met een laag sneeuw bedekt, en was van water doortrokken: zoo kwam het, dat +ze slechts langzaam vorderden, want ze moesten eerst begaanbaar ijs opzoeken. Reeds +begon de proviand weer op te raken, maar gelukkig krioelde het in ’t water van walrussen. +Vaak waren de dieren, die in troepen op ’t ijs lagen, zoo mak, dat Nansen dicht in +hun nabijheid kon komen om ze te fotografeeren. Zelfs wanneer er een neergeschoten +werd, verroerden de anderen zich in ’t geheel niet. Slechts wanneer er met stokken +op los geslagen werd, stonden ze log op, waggelden als eenden achter elkaar naar het +water en doken met de koppen naar beneden onder. +<span class="pageNum" id="pb85">[<a href="#pb85">85</a>]</span></p> +<p>Eens was het ijs zoo glad, en de wind zoo gunstig, dat Nansen en Johansen de zeilen +heschen, zich op hun sneeuwschoenen er voor plaatsten om te sturen en voort ging het, +in suizende vaart, zoodat de wind hen om de ooren floot! +</p> +<p>Op een anderen keer zeilden ze met samengebonden kajaks en landden op een eiland, +om ruimer om zich heen te kunnen zien. De kajaks werden aan een koord van walrussenhuid +vastgelegd. Maar toen ze over het eiland ronddwaalden, riep plotseling Johansen: +</p> +<p>„Halt! Daar drijven de kajaks!” +</p> +<p>Toen snelden ze naar het water, de wind woei krachtig zeewaarts en dreef met de kajaks +al hun bezittingen weg. +</p> +<p>„Hier is mijn horloge!” riep Nansen, gooide snel zijn kleeren uit, sprong in het ijskoude +water, en zwom de schuiten achterna. Maar deze dreven sneller dan Nansen kon zwemmen. +Hij voelde reeds dat hij begon te verstijven; maar hier te verdrinken was niet erger +dan zonder de booten terug te keeren! Vooruit dus, met inspanning van alle krachten! +Toen zijn krachten hem begonnen te begeven, ging hij een poos op zijn rug liggen; +intusschen liep Johansen in vertwijfeling op het ijs heen en weer—maar daar zwom Nansen +reeds weer, en ten slotte werd de afstand geringer; Johansen uitte een vreugdekreet, +en reeds op het punt van te zinken, gelukte het Nansen nog juist om een der sneeuwschoenen, +die buiten de kajuit uitstaken, te grijpen; daaraan klemde hij zich vast en kon tenminste +een oogenblik op adem komen. Toen heesch hij zich met moeite in de boot, en roeide +terug, door en door verkleumd. Maar toch kwam hij eindelijk aan land; Johansen pakte +hem dadelijk in den slaapzak, en dekte hem toe met alles wat voorhanden was. Na een +paar uur geslapen te hebben, was de ijzersterke Nansen weer zoo frisch als een hoen, +en deed het avondeten alle eer aan. Later bekende Johansen dat het de angstigste oogenblikken +geweest waren, die hij nog ooit had doorgebracht. +</p> +<p>Steeds meer zuidwaarts leidde hun weg, dwars door het ijs en de golven. Het grootste +gedeelte van hun tocht legden zij thans in de kajaks af. Op zekeren dag kwam vlak +naast Nansen’s kajak, een walrus aan de oppervlakte, en had bijna de boot met de beide +mannen in het zilte nat doen verdwijnen. Toen het dier weer weggezwommen was, voelde +Nansen dat op <span class="pageNum" id="pb86">[<a href="#pb86">86</a>]</span>den bodem plotseling alles drijfnat geworden was. Zoo vlug als hij kon, roeide hij +naar de naastbijgelegen ijsvlakte, waar de kajak, gelukkig in ondiep water, snel begon +te zinken. Om het lek te herstellen hadden zij een geruimen tijd noodig. +</p> +<p>Nansen’s tocht is een ongeëvenaard feit in de geschiedenis der noordpooltochten. Van +de honderd en dertig manschappen van den „Erebus” en den „Terror” had niet één enkele +er het <span class="corr" id="xd33e858" title="Bron: leven">levend</span> afgebracht, hoewel ze hun schepen niet verloren hadden, en hoewel ze vlak in de nabijheid +lagen van land, waar menschen woonden, en waar levend wild in overvloed was. De Long +was het slachtoffer geworden der ongunstige omstandigheden. Deze beide koene Noren +daarentegen, hadden het vijftien maanden lang in de Poolzeeën uitgehouden, zonder +daarbij hun leven in te boeten, zonder dat hun ledematen bevroren waren, ja zelfs +zonder door uitputting en ontberingen te vermageren! Zelfs hadden ze het nog wel geruimen +tijd langer kunnen uithouden, maar—het oogenblik van hun bevrijding was ophanden. +</p> +</div> +</div> +<div id="ch19" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#xd33e2984">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> +<h2 class="main"><span class="divNum">19.</span> NANSEN’S GELUKKIGE TERUGKEER.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">Den 17den Juli 1896 stond Nansen op een ijsberg naar het krijschen der vogels te luisteren, +die in wijde kringen om hem heen vlogen. Plotseling luisterde hij met gespannen aandacht. +Wat was dat? Neen ’t was onmogelijk. En toch,—het geblaf van honden. Of was dat een +vogel, die op zoo bijzondere manier krijschte? Neen, ’t kon onmogelijk iets anders +wezen, ’t moest het blaffen van een hond zijn! Op een draf ging hij naar het kamp +terug, maar Johansen meende, dat hij zich stellig vergist moest hebben. Nadat ze haastig +ontbeten hadden, bond Nansen zich de sneeuwschoenen aan, greep geweer, verrekijker +en sok, en pijlsnel vloog hij over de sneeuwvlakte voort. +</p> +<p>Weldra ontdekte hij het spoor van een hond. Of zou het misschien toch van een vos +zijn? Maar neen, van een vos is het spoor veel kleiner. Nu ging het in vliegende vaart +over het ijs landwaarts. Daar treft een stem Nansen’s oor, en hij roept met al de +kracht van zijn longen, terwijl hij over scheuren en <span class="pageNum" id="pb87">[<a href="#pb87">87</a>]</span>dammen heensnelt, want nu was de redding nabij, en wie weet hoe spoedig men weer in +het vaderland terug zou zijn! +</p> +<p>En werkelijk—daar komt, luid blaffend een hond op hem toespringen, en daarachter komt +een man. Nansen snelt op den man toe, en beide zwaaien met hun mutsen. Wie ook die +vreemdeling mocht wezen, hij kon niet anders doen dan dien pikzwarten reus, die daar +regelrecht van de Noordpool op hem afkwam, sprakeloos aanstaren. +</p> +<p>Nu stonden beiden tegenover elkaar, en reikten elkaar de hand. +</p> +<p>„’t Doet me bijzonder veel genoegen u te zien,” sprak de vreemdeling. +</p> +<p>„Dank u, mij eveneens,” antwoordde Nansen. +</p> +<p>„Hebt u hier een schip?” +</p> +<p>„Neen<span class="corr" id="xd33e878" title="Bron: .">,</span> mijn schip is hier niet.” +</p> +<p>„Met z’n hoevelen bent u?” +</p> +<p>„Ik heb slechts één tochtgenoot, daarginds op het ijsplateau.<span class="corr" id="xd33e884" title="Niet in bron">”</span> +</p> +<p>De vreemdeling was een Engelschman, Frederick Jackson genaamd; hij had zich reeds +sedert twee jaren op het Frans Josefs-land gevestigd, teneinde dat land met een goed +uitgeruste expeditie grondig te onderzoeken. In het eerst meende hij, dat deze zwarte +gedaante op sneeuwschoenen tot de bemanning van de „Fram” behoorde, en verdwaald was. +Maar toen hij hoorde dat Nansen in eigen persoon voor hem stond, steeg zijn verbazing +nog meer. +</p> +<p>Beiden begaven zich naar de woonplaats van Jackson, waar ook Johansen zich na korten +tijd bij hen voegde. Het eerste wat de beide Noren deden, was, zich het zoo lang ontbeerde +genot van een grondige reiniging met heet water te verschaffen. Ze bewerkten hun lichaam +met groene zeep en harde borstels om tenminste het vuil, dat nog niet in de poriën +doorgedrongen en op het lichaam vastgekleefd zat, kwijt te raken. Toen lieten ze zich +scheren en de haren knippen, en toen ze van top tot teen in schoone kleeren gestoken +waren, zagen ze er tenminste weer eenigszins als gewone menschen uit. +</p> +<p>In den loop van den zomer kwam een schip om Jackson zijn gewone proviand te brengen. +Daarmee voeren Nansen en Johansen naar huis. Reeds in Bardö ontvingen ze telegrammen +van hun verwanten, en hun vreugde was grenzenloos. Slechts <span class="pageNum" id="pb88">[<a href="#pb88">88</a>]</span>één ding was er nog waarover ze zich bezorgd maakten: waar was de „Fram?” +</p> +<p>Het was te Hammerfest, toen Nansen ’s morgens uit den slaap gewekt werd. Er stond +iemand aan de deur, die hem dadelijk wenschte te spreken. Nu, zoolang totdat hij zich +aangekleed had, zou die persoon nog wel kunnen wachten, meende Nansen. Toen hij klaar +was, ging hij naar buiten. De directeur van het telegraafkantoor stond in hoogsteigen +persoon voor hem. +</p> +<p>„Ik heb een telegram voor u, dat u ongetwijfeld genoegen zal doen,” zeide deze. +</p> +<p>Nansen maakte het telegram open en las: <span class="corr" id="xd33e897" title="Niet in bron">„</span>„Fram” heden veilig aangekomen. Alles wel aan boord. Ga terstond naar <span class="corr" id="xd33e899" title="Bron: Trosmö">Tromsö</span>. Welkom in het vaderland.” +</p> +<p>De afzender van dit telegram was de kapitein van de „Fram”, de wakkere Sverdrup! +</p> +</div> +</div> +<div id="ch20" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#xd33e2993">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> +<h2 class="main"><span class="divNum">20.</span> PER LUCHTBALLON NAAR DE NOORDPOOL.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">Het was den 16den October 1893, toen ik Stockholm verliet om door Azië een reis naar +het verre Oosten te beginnen. Een deel van mijn reisindrukken op dezen tocht heb ik +in het eerste deel van dit werk weegegeven. Te St. Petersburg, waar ik eenige inkoopen +moest doen, vertoefde ik in het huis van Nobel, waar ik op zekeren dag het volgend +telegram ontving: +</p> +<p>„Den 19den October streek Andrée’s ballon over de Finsche scheren, en werd door den +storm de Oostzee ingedreven. Van Sandhamn uit zag men, hoe de ballon steeds twintig +meter boven het zeewater zweefde.” +</p> +<p>Hoe ontzettend! Nauwelijks had Andrée Zweden achter zich gelaten, en de woeste Oostzeegolven +voor zich, en reeds zou zijn tocht een rampzalig einde moeten nemen? Want omringd +door herfstnevelen, was er nauwelijks eenige hoop op behoud voor hem. Persoonlijk +kende ik Andrée niet, ik had hem nooit gezien; maar iedereen sprak van hem, want hij +had reeds negen gevaarvolle tochten gemaakt in de „Svea”, denzelfden ballon, die hem +thans den dood tegemoet voerde. Zulk een man kon de wereld toch niet zoo snel verliezen! +<span class="pageNum" id="pb89">[<a href="#pb89">89</a>]</span></p> +<p>Ik zelf had het grootste vasteland der aarde voor mij. Het was toch iets heerlijks, +om tenminste vaste bodem onder de voeten te hebben! Maar Andrée! De gedachte aan hem +liet me geen rust. Sedert eenige jaren had hij zichzelf tot een der wakkerste en bekwaamste +luchtschippers gevormd; zou dan nu reeds zijn loopbaan een einde nemen, nu reeds, +hoewel hij slechts veertig jaar oud was? +</p> +<p>Den volgenden dag kwam er evenwel een tweede telegram: +</p> +<p>„Andrée gered. Geland op de Finsche kust. Alles wel.” +</p> +<p>Goddank! Nu was ik op mijn reis tenminste van deze zorg ontheven. +</p> +<p>Twee jaar na dezen, bijna zoo rampspoedig geëindigden tocht, ontwierp Andrée het plan +voor een reis, die zich niet tot de Oostzee bepalen zou. De geheele Noordelijke IJszee, +van Spitsbergen tot aan de Behringstraat wilde hij doorkruisen, een gebied, dat zich +over een afstand van 3700 kilometer uitstrekte; en zoo mogelijk, wilde hij op zijn +tocht over de Noordpool heenvliegen! Het was het meest gewaagde plan dat nog ooit +een ontdekkingsreiziger beraamd had. En Andrée had zoo lang en zoo grondig er over +nagedacht, dat hij nauwkeurig berekend had, hoeveel elke schroef en elk touw van zijn +ballon mocht wegen. +</p> +<p>De ballon zou vervaardigd zijn van een drievoudige bedekking van Chineesche zijde, +en zou, zoowel van binnen als van buiten gevernist worden, teneinde zoo weinig mogelijk +van zijn inhoud van 4500 kubieke meters waterstofgas te verliezen. De doorsnede zou +twintig meter bedragen en van boven zou een extra omhulsel aangebracht worden, dat +beletten moest, dat de sneeuw zich op het netwerk vastzette. +</p> +<p>Lange sleeptouwen zouden den ballon gedurig op dezelfde hoogte houden. Ze zouden gemaakt +zijn van kokosdraden, zoodat ze op het water konden drijven, en zouden veel gemakkelijker +over het ijs heenglijden dan over het land, waar ze vaak aan boomen, of andere voorwerpen +konden blijven hangen, en zoodoende den ballon aan menigen gevaarlijken ruk konden +blootstellen. Wanneer de helft van het sleeptouw op de aarde ligt, en de andere helft +in de lucht zweeft, dan trekt alleen die laatste helft de ballon naar beneden. Zoodra +deze daalt, wordt het gedeelte van het touw dat op de aarde rust, grooter, <span class="pageNum" id="pb90">[<a href="#pb90">90</a>]</span>de ballon wordt daardoor verlicht, en stijgt weer omhoog. Maar de sleeptouwen verhinderen +dan weer een al te sterke stijging, want hoe langer het touw wordt dat in de lucht +hangt, des te meer wordt de ballon weer omlaag getrokken. Zoodoende zal de ballon, +zoo berekende Andrée, steeds op een gelijkmatige hoogte blijven zweven. +</p> +<p>Maar, de sleeptouwen hebben nog een ander doel. Door hun wrijving aan de oppervlakte +van het water of van het ijs werken ze als een rem. Dientengevolge is de snelheid +van den wind grooter dan die van den ballon, die niet vrij in de lucht zweeft, maar, +om ’t zoo uit te drukken, steeds een voet op de aarde heeft. Door het hijschen van +een zeil aan een der beide kanten kan men dan den ballon eenigszins besturen en hem, +evenals een zeilschip laten laveeren. +</p> +<p>De gondel van Andrée’s ballon bestond uit een teenen korf, en was rond, ruim, stevig +en licht, voorzien van een dak, waarop de luchtreizigers als op een balkon konden +staan, tot het doen hunner waarnemingen. Door een luik kon men in de gondel afdalen, +die voor twee mannen, wanneer ze naast elkaar uitgestrekt lagen, plaats bood. +</p> +<p>Twee vensters in het dak gaven uitzicht naar buiten. In de zijwanden bevonden zich +tal van vakjes en zakken, waarin alle mogelijke dingen konden opgeborgen worden. Met +zes dikke touwen was de gondel aan den draagring bevestigd. Acht ballasttouwen, van +zeventig meter lang, moesten dienen om den schok te breken, wanneer een heftige windstoot +den ballon tegen de aarde zou slingeren; ze konden ook afgekapt worden, zoodra de +ballon zooveel gas verloor, dat ze niet meer in staat was om te bleven zweven. Al +deze touwen wogen te zamen ongeveer duizend kilogram. +</p> +<p>Andrée’s ballon zou dertig dagen kunnen zweven. Maar wanneer er nu een windstilte +intrad, of wanneer men door het drijfijs, dat de Pool omringde, weer teruggedreven +werd? Ook met deze mogelijkheid had Andrée rekening gehouden, en hij was erop voorbereid +den ballon ergens achter te kunnen laten, en den terugtocht over het ijs te aanvaarden. +</p> +<p>Daarvoor zouden sleden en sneeuwschoenen, een tent, een opvouwbare zeilboot en drie +geweren met ammunitie meegenomen moeten worden, bovendien voldoende mondvoorraad voor +<span class="pageNum" id="pb91">[<a href="#pb91">91</a>]</span>honderd dagen; dit alles was in zakken boven aan den draagring geborgen. +</p> +<p>Maar hoe zou men zich daarboven in de koude lucht iets warms kunnen toebereiden? Daarom +werd een bijzonder kooktoestel vervaardigd, dat, ter voorkoming van brandgevaar onder +aan den ballon zou hangen. Men behoefde slechts een blikje met soep, vleesch of visch +in den ketel te doen, de spirituslamp te vullen en de geheele geschiedenis naar beneden +te laten zakken; wanneer men aan een bepaald koord trok, dan ontbrandde daar een vlam, +die men met behulp van een slang weer uit kon blazen, wanneer het eten gaar was, en +men het toestel weer naar boven trok. Teneinde de buitenwereld berichten te kunnen +doen toekomen over het verloop der reis, zouden dertien boeien van kurk meegenomen +worden, die van buiten met koperdraad omhuld en van binnen een metalen koker bevatten +voor het opbergen van brieven. De grootste zou bij aankomst van de Noordpool uitgeworpen +worden! Bovendien stelde Andrée zich voor om rechtstreeks schriftelijke mededeelingen +te zenden. Daartoe kocht hij ongeveer vijftig postduiven, die vroegtijdig naar den +noordelijksten vuurtoren aan de Noordkaap gebracht werden; om ze met den vorm der +kust vertrouwd te maken, bracht men ze eerst op een hoogen berg met vrij uitzicht +naar alle kanten. Daarna werden ze op zeilschepen een eind de zee ingenomen, en daar +losgelaten. Eenigen vlogen terstond naar hun punt van uitgang terug, anderen sloegen +de richting naar het Zuiden in, en twee vielen ten prooi van een roofvogel. Gedurende +de reis zouden de duiven in kleine teenen kooien geborgen worden, waarin aluminium +bakjes met water en kleine korfjes met gerst, erwten en zaad geplaatst waren. Toen +men van Spitsbergen uit, drie van deze duiven liet vliegen, stegen ze loodrecht in +de hoogte, bleven daar eenige minuten lang volkomen onbeweeglijk, als om het terrein +te verkennen, en vlogen toen pijlsnel zuidwaarts. Slechts een dezer postduiven werd +bij Ofoten op de Noorsche kust opgevangen. Maar, dat was een bedriegster, ze was op +een stoomboot, die naar Noorwegen onderweg was, neergestreken, en toen de kust in +’t zicht was, vloog ze weer op en liet zich met den wind naar Ofoten meevoeren. +</p> +<p>De brief, dien zulk een duif draagt, moet licht als een veertje <span class="pageNum" id="pb92">[<a href="#pb92">92</a>]</span>zijn om het vliegen niet te belemmeren. Hij wordt geschreven op zijde-papier en, opgerold, +in een waterdichte huls geschoven die met was dichtgekleefd en onder de staartveeren +van de duif bevestigd wordt. +</p> +<p>Zoo had Andrée alles met groote scherpzinnigheid voorbereid. Er was een geheel boek +geschreven, dat uitsluitend de toerusting tot deze reis beschreef. In het begin van +Juli, een tijd waarin de zon dag en nacht aan den hemel staat, wilde Andrée met twee +tochtgenooten de opstijging wagen vanuit het Denen-eiland, aan de noordkust van Spitsbergen. +In dezen tijd van het jaar kon men steeds fotografische opnamen maken wanneer men +over onbekende eilanden heen vloog. Ook zou de zon de temperatuur van het gas op gelijkmatige +hoogte houden, en zoodoende zou de ballon steeds op ongeveer dezelfde hoogte bleven +zweven. +</p> +<p>Andrée was vast overtuigd van het welslagen van zijn plan. In het gunstigste geval +zou alles immers als vanzelf gaan. Op een zijner proeftochten had hij den afstand +van 400 Kilometer tusschen Gothenburg en Gotland in 3 uren afgelegd. Zulk een wind +zou hem in negen uren aan de Noordpool kunnen brengen, en, zelfs bij matigen wind +zou hij in hoogstens twee dagen de Pool kunnen bereiken! Wanneer hij op Spitsbergen +een gunstigen, zuidelijken wind had, dan kon hij, volgens zijn vaste overtuiging, +wanneer alles meeliep, reeds na acht dagen aan de Behringzee, of ergens anders, op +de Aziatische of Amerikaansche noordkust, kunnen landen! +</p> +<p>Maar „de wind blaast waarheen hij wil, en ge hoort zijn suizen wel, maar ge weet niet +vanwaar hij komt, noch waar hij henen gaat.” Het eenige vaststaande is het feit, dat +de wind aan de Noordpool altijd uit het zuiden komt! Want aan de Pool komen de meridianen +allen in een punt te zamen, en wanneer ge aan de Pool staat, dan kijkt ge, wáárheen +ge het oog ook richt, altijd naar het Zuiden! +</p> +</div> +</div> +<div id="ch21" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#xd33e3002">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> +<h2 class="main"><span class="divNum">21.</span> VOOR DE OPSTIJGING.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">Toen het plan van Andrée’s tocht wereldkundig werd, schoten natuurlijk overal de ongeluksprofeten +als paddestoelen uit den <span class="pageNum" id="pb93">[<a href="#pb93">93</a>]</span>grond op. In het buitenland had men niets dan scherpe woorden, en sprak men van onzinnige +waaghalzerij. Andrée kon zelf toch wel begrijpen, dat de zeevogels daar in het hooge +Noorden het omhulsel van zijn ballon met hun snavels zouden doorboren, dat hij en +zijn tochtgenooten, wanneer ze over het bewoonde land heenzweefden door de bewoners +met pijlen doorschoten zouden worden, en dat ze, indien ze al de Noordpool bereikten, +<span class="corr" id="xd33e949" title="Bron: daarimmers">daar immers</span> toch van koude zouden omkomen! Sneeuw en ijs zouden door hun gewicht het gevaarte +omlaag drukken, de sleeptouwen zouden tusschen de ijsschotsen verward raken, vastvriezen +en zoodoende den ballon onbeweeglijk vasthouden. +</p> +<p>Alleen in Zweden veroorzaakte het plan eerst verbazing, voorts bewondering, en eindelijk +geestdrift! Maar—waar zou het geld vandaan komen? Er waren voor de verwezenlijking +van het plan 130.000 Kronen noodig. Alfred Nobel bood aan de helft der kosten voor +zijn rekening te nemen. Koning Oscar, die alles wat met ontdekkingsreizen in verband +stond met milde hand steunde, schonk het vierde gedeelte, en de rest werd door anderen +bijeengebracht. +</p> +<p>Toen alles in gereedheid was, reisde Andrée naar Spitsbergen. Op het Denen-eiland +werd een reusachtige loods gebouwd om den ballon tijdens de vulling te beschutten. +Op het einde van Juli 1896 was de vulling afgeloopen, en nu wachtte men slechts op +den zuidenwind. +</p> +<p>Maar de wind kwam voortdurend uit het Noorden of uit het Westen. Weken verliepen. +Mist en sneeuw maakten de vooruitzichten nog ongunstiger. Het wachten was vergeefs—de +gunstige wind kwam niet. +</p> +<p>Ten Noorden der Denen-eilanden ligt het Amsterdam-eiland, dat naar het Oosten in een +vlakke landtong, de Hollanderkaap, uitsteekt. Hier kwam den 14den Augustus een merkwaardig +schip voor anker. Andrée en verscheidene andere Zweden voeren er in hun stoomsloep +heen. Het was de „Fram”, eerst enkele dagen geleden, uit een driejarige gevangenschap +in het poolijs, bevrijd! +</p> +<p>„Zou ik Nansen kunnen spreken?” vroeg Andrée, nadat hij Sverdrup en zijn metgezellen +begroet had. +</p> +<p>„Wat, is Nansen dan nog niet terug?” riepen de Noren. +<span class="pageNum" id="pb94">[<a href="#pb94">94</a>]</span></p> +<p>„Neen, maar waarom is hij niet op de „Fram”?<span class="corr" id="xd33e962" title="Niet in bron">”</span> +</p> +<p>„Het is nu bijna anderhalf jaar geleden, sedert hij van ons wegging.” +</p> +<p>Aan weerskanten heerschten angst en verslagenheid. Sverdrup keerde zoo snel mogelijk +naar Noorwegen terug, vast besloten om, na kolen en proviand ingenomen te hebben, +zich naar Frans-Josefs-land te begeven en Nansen te zoeken. Toen hij de eerste haven, +een klein Noorsch kustplaatsje, bereikt had, liet hij zich, midden in den nacht, aan +land roeien, en ging naar een telegraafkantoor. Daar hamerde hij met zulk een geweld +op de deur, alsof zijn leven er mee gemoeid was. Alles was in diepe rust. Eindelijk +stak een oud man zijn hoofd uit het venster, en schreeuwde hem toe: „Wat heeft dat +gruwelijke spektakel in ’t holle van den nacht te beduiden?” +</p> +<p>Sverdrup antwoordde: „Doe maar vlug open, ik ben kapitein Sverdrup, van de „Fram”.<span class="corr" id="xd33e969" title="Niet in bron">”</span> +</p> +<p>Dadelijk werden overal de vensters verlicht, en de telegraafbeambte kwam hals over +kop naar beneden hollen. +</p> +<p>„Ik heb van Andrée gehoord,” zei Sverdrup op bezorgden toon, „dat er nog geen bericht +van Nansen gekomen is.” +</p> +<p>„Wel,” riep de man, „Nansen? Die is den 13den Augustus te Bardö aangekomen! Op ’t +oogenblik is hij te Hammerfest.” +</p> +<p>Sverdrup maakte van blijdschap een luchtsprong, draaide zich, zonder een woord te +zeggen om, en snelde weg om zijn makkers de blijde tijding te brengen. +</p> +<p>Intusschen wachtte Andrée nog steeds op den zuidenwind. Maar, daar het reeds te ver +in het jaar was, moest hij wel terugkeeren. De ballon werd leeggemaakt, alles werd +ingepakt, en Andrée reisde naar Stockholm terug. +</p> +<p>Men kan zich wel voorstellen hoe terneergeslagen hij was. Nog nooit had het plan van +een Noordpooltocht een zoo algemeene en warme sympathie genoten. De geheele wereld +wachtte met spanning en ongeduld op het vertrek. Toen hij Stockholm en Gothenburg +verliet, had men hem als een held gehuldigd, en nu moest hij onverrichter zake weer +terugkeeren! Velen dreven den spot met hem, maar de meesten bewonderden toch zijn +zelfbeheersching. Het bedrag dat voor een nieuwe poging noodig was, werd terstond +bijeengebracht, en wel uitsluitend in Zweden. In het midden van Mei van het volgend +<span class="pageNum" id="pb95">[<a href="#pb95">95</a>]</span>jaar wilde Andrée zich wederom naar het Denen-eiland begeven. +</p> +<p>Den 10den Mei 1897, kwam ik uit Azië terug. Den dertienden gaf Andrée een diner te +zijner eere. Wij waren slechts met ons zessen aan tafel, en ik zag hem bij deze gelegenheid +voor het eerst. Tijdens het maal heette hij mij welkom met een rede, die ik mij niet +zonder ontroering herinner. Hij sprak er over welk een verschillende toekomst ons +beiden wachtte. Terwijl ik mijn groote reis achter den rug had, en rustige arbeid +mij wachtte, had hij zijn tocht nog voor zich, en stond op het punt zich toe te vertrouwen +aan een onzeker lot in de groote eenzaamheid. In zijn toon was iets weemoedigs verscholen, +dat hij vergeefs trachtte te verbergen. In mijn antwoord huldigde ik hem als de ontwerper +van een grootsch plan, en sprak mijn overtuiging uit, dat we elkaar onder gelukkiger +omstandigheden zouden weerzien! +</p> +<p>Het gezelschap ging spoedig uiteen. Andrée had nog veel te doen; over twee dagen zou +hij Stockholm voorgoed verlaten. +</p> +<p>Ditmaal vond zijn vertrek in alle stilte plaats. Men had hem zoo weinig met rust gelaten, +dat het te voorzien was, dat hij, ook bij niet volkomen gunstigen wind, tóch zou opstijgen. +Slechts enkele vrienden waren aan het station om afscheid van hem te nemen. Ik drukte +hem hartelijk de hand—voor het laatst! Toen voerde de trein hem weg, den helderen +nacht in. +</p> +<p>In Juni heerschte op het Denen-eiland weer dezelfde bedrijvigheid. In het begin van +Juli was alles voor de opstijging in gereedheid. Wederom was het wachten slechts op +een gunstigen zuidenwind. Door een heftigen storm werd de ballon zoo hevig in de loods +heen en weer geslingerd, dat hij bijna tegen de wanden stuk geslagen werd, en zelfs +bijna geheel losgerukt werd. +</p> +<p>Dagelijks schreef Andrée eenige regels in zijn dagboek. Op den 8sten Juli 1897 eindigt +het—voor altijd. +</p> +</div> +</div> +<div id="ch22" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#xd33e3011">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> +<h2 class="main"><span class="divNum">22.</span> „ALLES KLAAR!”</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">Den 11den Juli 1897, een Zondag, brak aan. Reeds des morgens om drie uur vertoonden +zich bij de Hollanderkaap <span class="pageNum" id="pb96">[<a href="#pb96">96</a>]</span>eenige rimpels op het effen watervlak. Het was een lichte bries, die elk uur in kracht +toenam! +</p> +<p>Om acht uur werd de laatste post bezorgd en nog het een en ander in het schuitje van +den ballon gebracht. Andrée belegde een krijgsraad. Zijn beide tochtgenooten, de ingenieur +Fränkel en Dr. Strindberg verklaarden zich voor de opstijging. Hij zelf sloot zich +daarbij aan. Onverwijld toog men aan ’t werk. De bemanning der kanonneerboot „Svenskund”, +het schip, dat de luchtvaarders naar het Denen-eiland gebracht had, werd aan land +gezet, en om 11 uur begon men met het afbreken van de loods. Reeds was een groot gedeelte +van de voorzijde weggenomen. Aan de windzijde werd zeildoek gespannen om eenige beschutting +voor den wind te vormen. Uitstekende balken werden met een dikke laag vilt omwikkeld, +zoodat ze bij het slingeren van den ballon geen gaten in het omhulsel konden boren. +</p> +<p>Gedurende de eerstvolgende uren heerschte er een koortsachtige opgewondenheid. Iedereen +deed zijn uiterste best. Aan alle kanten weerklonk het kraken en dreunen van planken, +die losgebroken werden. Men repte zich, als gold het een brand te blusschen. Door +een scheepsroeper deelde Andrée met de stem van een godheid zijn bevelen uit; aan +ieder moest hij zijn bijzondere bevelen geven en naar alle kanten moest hij zijn opmerkzaamheid +richten. Intusschen daalden, van de hooge berghellingen achter de loods, zware wolken +neer. +</p> +<p>Reeds rukte de ballon ongeduldig aan de touwen, en vaak werden reeds alle zandzakken +van den bodem opgelicht. Nu werd hij een weinig gevierd om de gondel met de zes draagtouwen +aan den ring te kunnen bevestigen. De kooien met de duiven werden in de gondel gezet +en de zandzakken voor een groot deel verwijderd. De ballon werd nu alleen nog maar +vastgehouden door drie bundels ballastzakken, waarvan de luchtschippers op het laatste +oogenblik de touwen zouden doorkappen, en door drie dikke kabels die om eenige balken +op den grond heengeslagen waren. Bij elken kabel stond een matroos met een bijl. Twee +dozijn zakken met zand werden als ballast ingeladen. +</p> +<p>„Alles klaar!” +</p> +<p>Andrée dankt allen, die hem geholpen hebben, en neemt <span class="pageNum" id="pb97">[<a href="#pb97">97</a>]</span>haastig van ieder afzonderlijk afscheid. Zonder veel woorden drukt men elkaar stevig +de hand. Wanneer de laatste oogenblikken maar eerst voorbij waren, wenscht ieder in +stilte. Een onvergetelijk schouwspel moet deze opstijging opgeleverd hebben. +</p> +<p>Dan doopt Andrée den ballon met den naam „Ornen” (Adelaar) en hij springt in de gondel +waar Fränkel en Strindberg reeds onder de Zweedsche vlag hebben plaats genomen. Met +blanke messen in de handen staan ze daar, en met één enkele snede kappen ze de touwen +der ballastzakken! +</p> +<p>Een rustig oogenblik wordt afgewacht. Er heerscht een diepe stilte. Men waagt het +nauwelijks te fluisteren, slechts het suizen van den wind in de bijna ledige loods +is hoorbaar. De drie helden leunen tegen den rand van de gondel. Andrée bewaart een +onverstoorbare kalmte; geen spoor van aandoening is op zijn gelaat te bekennen. Om +halfdrie klinkt zijn stem: +</p> +<p>„Kappen—een, twee, drie!” +</p> +<p>Op hetzelfde oogenblik springen de kabels los, en statig verheft zich de „Adelaar” +uit zijn nest! +</p> +<p>„Leve Andrée!” klinkt het daar beneden. +</p> +<p>„Groet Zweden van mij!” roept hij met luider stem, terwijl hij zich over den rand +van de gondel heenbuigt; met de sleeptouwen die een spoor van schuim in het water +achter laten, als het zog van een stoomschip, zweefde de „Adelaar” in noordoostelijke +richting over de Hollanderkaap heen. Voordat hij die achter zich had, daalde hij bedenkelijk, +wellicht door een sterken luchtstroom naar beneden gedrukt. De gondel kwam zelfs in +het water, maar sprong toen weer in de hoogte. Negen zandzakken moesten uitgeworpen +worden om te beletten dat de „Adelaar” tegen de klippen zou stooten. Daarmede gingen +tweehonderd kilogram ballast overboord! +</p> +<p>Nog ernstiger was, dat bij het opstijgen een groot stuk der sleeptouwen scheurde. +Daarmee ging meer dan een halve ton ballast verloren! Het geheele fundament, waarop +Andrée zijn plannen gebouwd had, scheen vernietigd! Hij was niet meer door de sleeptouwen +in aanraking met de aarde, maar zweefde als een speelbal der winden, vrij in de lucht! +</p> +<p>De „Adelaar” verhief zich dan ook tot een hoogte van ongeveer zevenhonderd meter. +Een tijd lang werd hij door een <span class="pageNum" id="pb98">[<a href="#pb98">98</a>]</span>wolk aan het gezicht onttrokken, maar weldra kwam hij weer te voorschijn. Na verloop +van een uur verdween hij achter de rotsige eilanden in het Noordoosten, in de wijde +eenzaamheid der poolzeeën—voor altijd. +</p> +<p>Zwijgend en ernstig begaven zich de helpers der drie helden weer aan boord van de +„Svensksund”.— +</p> +</div> +</div> +<div id="ch23" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#xd33e3021">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> +<h2 class="main"><span class="divNum">23.</span> HET LOT VAN <span class="corr" id="xd33e1022" title="Bron: ANDREE">ANDRÉE</span>.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">Met welke spanning wachtte de geheele wereld op berichten van Andrée, hoe werd overal +de telegraaf in werking gesteld toen het bekend werd dat de held opgestegen, en in +noordelijke richting verdwenen was! Op de geheele wereld was er nauwelijks een dagblad +dat niet kolommenlange beschrijvingen van de koene opstijging gegeven had. Overal +heerschten verbazing en bewondering! Hoe zou het wel afloopen? vroeg een ieder zich +af. Atlassen werden te voorschijn gehaald, en onderzoekend liet men het oog gaan over +de landen om de ijszeeën. Hoelang zou de zuidenwind aanhouden, en waar zou de ballon +weer te voorschijn komen? Te oordeelen naar de manier waarop de „Adelaar” opgestegen +was, zou hij, zoo was de algemeene meening, zich hoogstens drie weken in de wolken +drijvend kunnen houden! Maar in dien tijd kon hij geweldige afstanden afleggen, en +op elke willekeurige plek van de bewoonde wereld weer zichtbaar worden. Juist in dezen +tijd van het jaar bevonden zich tal van walvischvaarders en visschers in de noordelijke +ijszeeën. De spanning nam met elken dag toe. Niemand dacht meer aan de Noordpool. +Waar ook Andrée’s ballon zou landen—hij zou ongetwijfeld den merkwaardigsten tocht +gemaakt hebben, waarvan nog ooit een mensch gehoord had. +</p> +<p>Nauwelijks waren veertien dagen verloopen, of de eerste verontrustende berichten deden +door de pers de ronde. Den 17den Juli zou een Hollander den ballon in de Witte Zee +op het water hebben zien drijven! Nasporingen brachten echter aan licht dat de Hollander +vrij zeker een doode, opgezwollen walvisch ontmoet had. +<span class="pageNum" id="pb99">[<a href="#pb99">99</a>]</span></p> +<p>Van nu af kwam er echter van alle kanten een stroom van de meest tegenstrijdige berichten. +Aan de westkust van Groenland had men vanuit de zee schoten van een buks gehoord; +zonder twijfel waren die schoten afgevuurd door Andrée en zijn makkers, die, evenals +vroeger de mannen van de „Polaris” op een ijsschots zuidwaarts dreven. Wanneer men +op een schip in de herfstnevelen het krijschen van zeemeeuwen hoorde, dan was dat +natuurlijk Andrée, die in zijn zeilboot ronddobberend, om hulp riep! +</p> +<p>En hoevele bewoners van de landen om de Noordpool heen, wilden den ballon met eigen +oogen gezien hebben! De wakkere Russische pelshandelaars, en boeren tot ver in Siberië, +bezwoeren met dure eeden, dat ze den „Adelaar” boven dit of dat dorp hadden gezien. +Op Sachalin, het eiland der verbannenen in het verre Oosten had men hem stil en geheimzinnig +boven de kale rotsen zien drijven. Zelfs de Indianen van Noord-Amerika beweerden, +dat ze hem gezien hadden. +</p> +<p>Anderen weer, wisten stellig, dat Andrée te Klondyke was, en van daaruit reeds geschreven +had. In Britsch-Columbia streek de „Adelaar” over het land heen, en in Canada hadden +de Eskimo’s verscheidene blanke mannen ontmoet die hun proviand in een zonderling +gevaarte medesleepten. Weer anderen hadden visioenen gehad, en wisten dientengevolge +nauwkeurig dat Andrée en zijn makkers in de zee gestort en verdronken waren—ze hadden +in den geest de catastrophe mede aangezien. Weer anderen wisten met even groote zekerheid +te vertellen dat Andrée nog leefde, maar dringend hulp noodig had. +</p> +<p>Op deze wijze had de menschelijke verbeeldingskracht allerwege vrij spel, overal tuurde +men met spiedende blikken omhoog, en meende den ballon te zien, zelfs al was ’t slechts +een kraai die in den schemeravond voorbijvloog. De beangstigende, maar geweldige werkelijkheid +werd langzamerhand tot een wonderbare sage, en bijna ging het met Andrée’s ballons +als met het sprookjesschip van den vliegenden Hollander! +</p> +<p>Reeds in den herfst werd er vanuit Zweden hulp gezonden, on overal waar Andrée met +mogelijkheid zijn kon, werd proviand opgesteld. Een expeditie onderzocht vanuit het +nu ledige graf van De Long en zijn makkers een groot deel der kusten <span class="pageNum" id="pb100">[<a href="#pb100">100</a>]</span>van de Siberische IJszee. Professor Rathorst gaf als zijn meening te kennen, dat de +luchtschippers Oost-Groenland hadden kunnen bereiken, waar ze zich langen tijd met +muskusossen zouden kunnen voeden. Hij rustte derhalve de „Anlactic” uit met het doel +om deze kusten grondig te onderzoeken. Weliswaar vond hij Andrée niet, maar hij bracht +prachtige kaarten, verzamelingen en het resultaat van belangrijke waarnemingen mede +terug. +</p> +<p>Zoo verliepen maanden en jaren! Van tijd tot tijd dook een nieuw gerucht op, en steeds +vlamde weer een nieuwe straal van hoop op! +</p> +<p>Wat was er gevonden van de dertien boeien, die Andrée wilde uitwerpen, en waar waren +de duiven gebleven? +</p> +<p>Vijf boeien werden twee jaar later gevonden. Drie waren er in het ongereede geraakt, +de briefhulzen ontbraken. Twee bevatten een schrijven, en hadden met den stroom een +grooten afstand afgelegd, de eene werd op de noordkust van Noorwegen gevonden, de +ander op IJsland. Ze waren reeds op den dag van opstijging om 10 uur en om 11 uur +uitgeworpen, en behelsden slechts korte berichten over den koers, den toestand aan +boord en de plek waar de boei uitgeworpen was. Om 10 uur dreef de ballon in noordelijke +richting over vlak ijs heen. „Prachtig weer. Stemming uitstekend.<span class="corr" id="xd33e1041" title="Niet in bron">”</span> Om elf uur zweefde hij zeshonderd meter boven het zeeoppervlak „alles wel.” +</p> +<p>Van de duiven keerde slechts één enkele weer terug. Een Noorsch schip nam ze reeds +vier dagen na de opstijging aan boord. Het bericht, dat ze droeg, was daarom merkwaardig, +omdat Andrée het den 13den Juli om half drie geschreven had. De „Adelaar” had toen +reeds zes en veertig uur gezweefd, en was dus reeds langer in de lucht geweest dan +eenig ander luchtschip! Op het kleine ineengerolde stuk papier stond o.a.: „aan boord +alles wel. Dit is de derde duivenpost. Andrée.” De ballon bevond zich toen boven het +noordelijk gedeelte van Spitsbergen, maar dreef met een flinke vaart naar het Oost-Zuid-Oosten. +</p> +<p>Van dit oogenblik af is er van het lot van den „Adelaar” niets meer bekend;—en, waarschijnlijk +zal het ook wel onbekend blijven. +</p> +<p>Gedurende tweemaal vier en twintig uren na de opstijging <span class="pageNum" id="pb101">[<a href="#pb101">101</a>]</span>was dus alles aan boord in orde, en de luchtschippers koesterden geen angst voor den +afloop van hun tocht. Misschien zweefden ze gedurende verscheidene dagen nu eens naar +het Noorden, dan weer naar het Zuiden. Maar elken dag moest de draagkracht van den +ballon onvermijdelijk verminderen, totdat tenslotte de „Adelaar” zijn last niet meer +kon torsen. Maar, waar hij nederdaalde, dat weet niemand. +</p> +<p>Wanneer hij in de buurt van de Noordpool, in de richting van de Behringzee, tusschen +het drijfijs geland is, dan was de positie der opvarenden hopeloos, want ze hadden +niet voldoenden leeftocht bij zich voor een zoo verren tocht, als in dat geval noodzakelijk +zou wezen. Waarschijnlijker is dat de ballon naar het zuidelijk deel van de IJszee, +tusschen Frans-Jozefs-land en het schiereiland Kola dreef. Hij moest daarbij steeds +slapper worden, en steeds dieper zinken. Ongetwijfeld kapte men alle touwen, en wierp +allen ballast overboord. Zoodoende kon hij nog eenige uren, misschien nog een geheelen +dag in de lucht blijven. Maar ten slotte moest hij weer dalen, terwijl de donkere +zee daaronder den muil opensperde. Nu zal men de laatste boeien opgeofferd, en alles +wat men eenigszins kon missen, weggeworpen hebben. Weer verhief zich de ballon, maar +verslapte spoedig weer opnieuw, door het minste koeltje heen en weer gedreven. Andrée +was een man, die in oogenblikken van gevaar den moed niet verloor; hij en zijn makkers +zullen dapper met den dood gestreden hebben! +</p> +<p>Indien de winter zijn intocht reeds gedaan had op het noordelijk halfrond, dan had +Andrée misschien kans gehad, spoedig hulp te zien opdagen. Dan zou hij een groot gedeelte +van zijn leeftocht rustig hebben kunnen prijs geven, dan had hij de duiven kunnen +loslaten en hun kooien in zee kunnen werpen. Maar misschien zonk de „Adelaar” op een +plek waar geen land te bekennen was. De gondel sleepte over het water en stiet tegen +elke oneffenheid; de inzittenden klommen in den draagring en kapten de gondel af. +Dan verhief zich misschien de ballon nog eenmaal voor het laatst, om door de winden +weer zeewaarts gedreven te worden. Daardoor werd de catastrophe nog slechte enkele +uren uitgesteld, want wanneer een ballon zijn grootste hoogte bereikt heeft, daalt +hij plotseling. Toen hij weer op de oppervlakte van het water kwam, was de ring het +<span class="pageNum" id="pb102">[<a href="#pb102">102</a>]</span>eenige wat nog gekapt kon worden. Hoe ook de omstandigheden mogen geweest zijn, waaronder +Andrée en zijn makkers den dood gevonden hebben,—nu, na zooveel jaren weten we het +nog niet; laat ons hopen dat hun doodsstrijd kort was! Hun reis was vruchteloos, maar +die drie mannen zullen voor altoos toonbeelden blijven van heldenmoed. Ze hebben nieuwe +paden betreden, en de tijd is nabij waarop anderen, met betere hulpmiddelen toegerust, +hun onzichtbaar spoor door het luchtruim en over de zeeën zullen volgen. +</p> +</div> +</div> +<div id="ch24" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#xd33e3030">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> +<h2 class="main"><span class="divNum">24.</span> IN HAMBURG BIJ HAGENBECK.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">Verlaten we thans de dood-aanbrengende hoogere sferen, om ons weer op vasten bodem +te bewegen! Na het korte uitstapje in de geschiedenis der Noordpooltochten willen +we ons naar Engeland op weg begeven, uit de oneindige eenzaamheid van het eeuwige +ijs, der middernachtzon, en der poolstormen naar een der brandpunten van het menschengewoel; +naar de wereldstad Londen. +</p> +<p>Van Malmö uit, brengt ons een stoomboot over de Sond, naar het groote, vroolijke en +bedrijvige Kopenhagen. Daarna doorsnijdt de spoorweg het rijke en vruchtbare eiland +Seeland. Hier staan prachtige hoeven tusschen vruchtbare velden, hier graast op welige +weiden het kloekgebouwde vee, waaraan Denemarken zijn overvloed van melk en boter +dankt: hier breidt zich naar alle kanten de vruchtbare bodem uit, die geen plaats +meer overlaat voor de kale zandvlakten en schrale heide, zooals die op de westkust +van Jutland voorkomen. +</p> +<p>Denemarken is een der kleinste landen van Europa, maar de bewoners weten van de natuurlijke +hulpbronnen van hun land partij te trekken en voordeelige handelsbetrekkingen met +het buitenland aan te knoopen. Veel uitgestrekter dan het moederland zijn echter zijn +bezittingen in de noordelijke zeeën, Groenland en IJsland; helaas zijn deze beide +eilanden echter slechts schaars bevolkt, koude en ijs zijn er de eigenlijke heerschers. +Van Korsör uit brengt ons een stoomboot tusschen de eilanden Langeland en Laaland +door, in enkele uren naar Kiel. Hier betreden we Duitschen bodem; hier is Duitschland’s +grootste oorlogshaven. +<span class="pageNum" id="pb103">[<a href="#pb103">103</a>]</span></p> +<p>Door het vruchtbare Holstein heen, spoeden we ons naar het Zuiden, waar de vrije Hanzestad +Hamburg aan de Elbe, de grootste havenplaats op het vasteland van Europa, en na Londen +en New-York de derde der geheele wereld. +</p> +<p>Wat is hier al niet te zien en te bewonderen. De enkele uren oponthoud willen we besteden +om iets te zien, dat men overal elders vergeefs zou zoeken: Hagenbeck’s dierenpark. +</p> +<p>Het ligt buiten de stad. Uit alle landen der wereld zijn hier wilde dieren bijeengebracht. +Maar hier verkwijnen ze niet in een sombere gevangenschap, zooals in <span class="corr" id="xd33e1069" title="Bron: menageriën">menagerieën</span> en zoölogische tuinen, hier kunnen ze zich vrij bewegen over terreinen, die naar +gelang van den aard der verschillende soorten, ingericht zijn. Over wijde zandvlakten +zwerven de dromedarissen en struisvogels der Sahara, een kunstmatig aangelegde steppe +strekt de buffels van Noord-Amerika en de antilopen en zebra’s van Afrika tot verblijfplaats. +Tusschen grillige rotsen klauteren de lama’s der Andes, de steenbokken der Alpen en +de muffeldieren uit de gebergten van Corsika en Sardinië: de olifanten staan in een +gemeenschappelijk hok bijeen, en gaan vandaar uit aan hun arbeid in het park. +</p> +<p>In het Poollandschap dartelen walrussen en robben in ruime bassins, op welker randen +de pinguins komisch-gewichtig plomp rondwaggelen. Afzonderlijke grotten en koele vijvers +strekken den ijsberen tot woonplaats; ze laten zich in ’t water neerplonzen, zwemmen +snuivend in ’t rond, slaan elkaar, wanneer ze te dicht in elkaars nabijheid komen, +met de klauwen, klauteren dan op een overhangende rots om daar lui op den rug liggend, +uit te rusten, en storten zich dan weer, den kop vooruit, in ’t water. Daarboven verheft +zich een klein plateau waar een rendierkudde graast. +</p> +<p>Het glanspunt van Hagenbeck’s dierenpark is de leeuwenkloof. Aan drie kanten bevinden +zich steile <span class="corr" id="xd33e1075" title="Bron: rontswanden">rotswanden</span> met grotten en kloven. Aan den vierden kant, naar den toegang, is de kloof open, +en hier staan we nu, op een afstand van slechts enkele meters, vlak tegenover twaalf +groote leeuwen, zonder ook maar door een draadwerk van hen gescheiden te zijn! Dat +is wel buitengewoon gevaarlijk, zou men zoo zeggen. In ’t geheel niet! De dieren zouden +ons, zelfs al wilden ze, geen kwaad kunnen doen. Dan zijn ze zeker vastgebonden? Ook +dat niet! <span class="pageNum" id="pb104">[<a href="#pb104">104</a>]</span>Ze zijn vrij. Eenigen liggen languit te slapen, anderen zitten voor zich uit te staren, +en droomen van Soedan; twee springen met lenige, katachtige bewegingen de rotsen op +en af; twee Oost-Afrikaansche leeuwen zonder manen nemen elkaar met vijandige blikken +op, terwijl een Zuid-Perzische leeuw op het plateau op den voorgrond rusteloos heen +en weer loopt. Ze verwaardigen den toeschouwer met geen enkelen blik, daarvoor zijn +die koninklijke dieren veel te trotsch; ’t is alsof ze die menschen vóór zich in ’t +geheel niet zien, en toch zijn ze slechts één sprong afstands van hen verwijderd. +Maar deze sprong zou te groot zijn! Een gracht tusschen hen en ons is acht meter breed, +en zoo ver springt een leeuw niet! Wanneer een van die dieren op ons af zou springen, +dan zou hij tegen een gladden muur terecht komen, die zich loodrecht uit de met water +gevulde gracht verheft, en van daaruit is geen andere uitweg dan weer naar de kloof +terug. +</p> +<p>Toen ik eens voor dat eigenaardige leeuwenhol stond, kwam een breed geschouderde oppasser +naar me toe en zei: „Wanneer u me tien stuivers geeft, ga ik het leeuwenhol binnen!” +</p> +<p>„Best,” zei ik, „maar op je eigen verantwoording.” +</p> +<p>„Natuurlijk! Wacht u maar een oogenblik!” +</p> +<p>Dadelijk daarop ging er een kleine deur in de rots open, en met kalme, zekere schreden +naderde de oppasser de twaalf woestijnkoningen. Men kon terstond zien dat hij ze volkomen +in bedwang had. De Zuid-Perzische leeuw stiet een dof gebrul uit, maar bleef heen +en weer loopen. De slapenden openden de oogen, spitsten de ooren en verhieven zich. +De oppasser sloeg een der dieren met een rijzweep, waarop het dier lenig op een omgevallen +boomstam in de kloof sprong. Een tweede leeuw sprong geluidloos en sierlijk over de +hem voorgehouden zweep. Toen ze hun kunsten vertoond hadden, kreeg ieder een stuk +vleesch, dat de oppasser uit zijn zak te voorschijn haalde, toen greep hij een der +grootste dieren stevig bij de manen en schudde hem duchtig heen en weer; een ander +pakte hij bij de ooren, en hield zijn gezicht tegen den kop van den leeuw aangedrukt. +Deze hoefde slechts zijn muil open te sperren om hem het hoofd van den romp af te +scheiden; maar zooals de oppasser me later verzekerde, bij al die gevaarlijke kunststukken +klopte zijn hart geen oogenblik sneller. Hij had de leeuwen volkomen <span class="pageNum" id="pb105">[<a href="#pb105">105</a>]</span>aan zich onderworpen; hij speelde met ze, alsof het jonge katten waren, en toch waren +er twee bij, die pas zes maanden geleden gevangen waren. Toen de oppasser de kloof +verliet, liep hij achteruit, bleef op het eind een oogenblik staan, riep op bevelenden +toon een commando, en sloeg met zijn zweep op een rotsblok, om de dieren naar den +anderen kant te verdrijven, en verdween toen snel door de deur. Klaarblijkelijk kon +hij ze toch niet blindelings vertrouwen, onverwachts kon in deze gevangenen het roofdier +ontwaken! +</p> +<p>In de nabijheid der wilde dieren vergeet men niet alleen den tijd, maar ook het begrip +van plaats. Ik althans vertoefde daar met voorliefde. Hun aanblik verplaatst me in +de stilte der woestijn, in het zwijgen der wouden, in de stormen der bergen, in de +geheimzinnigheid van Indië’s struikgewas. Ik denk aan karavanen en nachtelijk kampvuur, +aan jachten en gevaarvolle avonturen, en ik koester medelijden met de gevangenen, +ook al hebben ze ’t zoo goed als in Hagenbeck’s prachtig park in Hamburg. +</p> +<p>Maar nu voert de trein ons met razende vaart door Hannover en Westfalen, over den +statigen Rijn, en door het Zuiden van Holland. Rechts en links zooveel nijverheid, +zooveel rustelooze arbeid! Hier kampen de Hollanders met het water, dat hen steeds +met overstroomingen bedreigt. Slechts kort zijn de afstanden tusschen de nijvere industrie-steden. +Voorbij! Onverbiddelijk voert ons de trein westwaarts, totdat we het eindpunt, Vlissingen +bereiken. +</p> +<p>Hier wacht ons de stoomboot. Zoodra alle reizigers aan boord zijn, en hun bagage, +benevens eenige wagenladingen vrachtgoed in het ruim geladen zijn, beginnen de raderen +te werken en het schip verlaat de haven en vaart het kanaal, tusschen het vasteland +en Engeland in. Het weer is prachtig, een zilte bries strijkt over het water, maar +zonder dat we last hebben van hooge golven. Nu en dan ontmoeten we een ander stoomschip. +Hongerige meeuwen vliegen in sierlijke kringen rondom ons. Een voor anker liggend +lichtschip laten we links achter ons liggen, en aan denzelfden kant doemt na eenige +uren de kust van het graafschap Kent op. Engeland is in ’t zicht! +<span class="pageNum" id="pb106">[<a href="#pb106">106</a>]</span></p> +</div> +</div> +<div id="ch25" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#xd33e3040">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> +<h2 class="main"><span class="divNum">25.</span> IN HET GEWOEL DER WERELDSTAD.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">Ons schip vaart de breede, trechtervormige uitmonding der Theems binnen, en landt +in de haven van Queensborough. Hier nemen we weer plaats in den spoortrein, die ons +in korten tijd door een dichtbevolkte landstreek naar het hartje van Londen brengt. +Reeds op weg naar het hotel, krijgt men een indruk van de woelige drukte van Engeland’s +hoofdstad, die tweemaal zoo groot is als Berlijn, en met haar bijna vijf millioen +inwoners het zevende deel der gezamenlijke bevolking van Engeland en Wales herbergt. +</p> +<p>Welke keus zullen we nu doen uit deze onuitputtelijke zee van bezienswaardigheden? +Men verdrinkt in die menigte musea, kunstverzamelingen, theaters en kerken! Er zijn +dorpen, die slechts uit één enkele straat bestaan. Wanneer men de 8000 straten die +Londen telt, aan elkaar zou kunnen voegen, dan zou die reuzenstraat zich door geheel +Europa, West-Azië, tot aan Samarkand in Turkestan uitstrekken! Maar, gelukkig, zóó +lang zijn de Londensche straten niet; ze vormen één groot net, ze eindigen aan de +Theems of in uitgestrekte parken en wereldberoemde pleinen. En op al deze straten +en pleinen wemelt en krioelt het van voetgangers en voertuigen; maar het drukste verkeer +vindt men in Piccadilly, de drukste straat der wereld! +</p> +<p>Reeds na twee dagen komen we tot de overtuiging, dat onze zwakke krachten het tegenover +de onafzienbare menigte bezienswaardigheden van Londen moeten afleggen, we willen +ons dus willoos door het toeval laten leiden. Wanneer men bezoeken moet afleggen bij +vrienden en bekenden, dan raadpleegt men eerst den plattegrond om op de snelste en +goedkoopste manier te komen waar men moet wezen, en men zorgt er voor vooraf te informeeren, +wanneer de familie thuis is om bezoek af te wachten. +<span class="pageNum" id="pb107">[<a href="#pb107">107</a>]</span> +</p> +<p></p> +<div class="figure p104width"><img src="images/p104.jpg" alt="Tower en Towerbrug te Londen." width="720" height="460"><p class="figureHead">Tower en Towerbrug te Londen.</p> +</div><p> +<span class="pageNum" id="pb108">[<a href="#pb108">108</a>]</span> +</p> +<p></p> +<div class="figure p105-1width"><img src="images/p105-1.jpg" alt="Parlementsgebouw in Londen." width="547" height="405"><p class="figureHead">Parlementsgebouw in Londen.</p> +</div><p> +</p> +<p></p> +<div class="figure p105-2width"><img src="images/p105-2.jpg" alt="Britsch Museum te Londen." width="548" height="404"><p class="figureHead">Britsch Museum te Londen.</p> +</div><p> +<span class="pageNum" id="pb106a">[<a href="#pb106a">106</a>]</span></p> +<p>Men kan hun geen grooter genoegen doen dan door juist op een ontvangdag te komen, +en het gewoel in de salons en om de theetafel te helpen vergrooten. Want het staat +deftig om zooveel mogelijk bezoek te ontvangen. Maar, om bezoek te ontvangen moet +de gastvrouw zich beijveren om gedurende <span class="pageNum" id="pb109">[<a href="#pb109">109</a>]</span>de overige dagen der week zelve bezoeken af te leggen. Het gevolg hiervan is een rusteloos +rondrijden in equipage of automobiel; en nauwelijks tehuis gekomen, moet ze snel voor +een diner toilet maken. In Engeland is het warme jaargetijde gewijd aan het maatschappelijk +verkeer, hoewel ik persoonlijk in dit opzicht tusschen winter en zomer volstrekt geen +onderscheid opgemerkt heb. Want ook ’s winters betoonen de Engelschen den vreemdeling +dezelfde gastvrijheid. +</p> +<p>Wanneer men een indruk wil krijgen van het straatgewoel, dan moet men bovenop een +omnibus plaats nemen; van daar uit heeft men naar alle kanten vrij uitzicht. Wij bestijgen +dus een „bus” in Kensington, de wijk waarin ons hotel ligt, in de onmiddellijke nabijheid +van twee der rijkste musea van Londen voor kunsten en wetenschappen. Eerst gaat ’t +langs het prachtige Hydepark, een heerlijke oase temidden van de huizenwoestijn. Het +park wordt doorsneden door breede, schaduwrijke wegen; hier praalt de voorname wereld +met schitterende equipages, kostbare toiletten en rijk uitgedoste livreien. Wanneer +men ’s zomers zucht van de hitte, dan vindt men hier een verkwikkende koelte; zwarte +zwanen zwemmen statig rond in den langwerpigen vijver, waarin ieder mag baden, zonder +dat hij daarvoor een cent hoeft te betalen. Maar de prachtige gazons zien er uit alsof +er zoo juist een groote volksbijeenkomst is gehouden; hier rusten de dakloozen, want +overdag mogen ze in de openbare parken gaan liggen en slapen, maar des nachts worden +ze er door de politie verdreven! +</p> +<p>Langzaam beweegt zich nu onze omnibus door het gewoel van Piccadilly. Zooeven hadden +we nog het Hydepark links, en reeds spreidt het St. James-park zijn boomenpracht rechts +van ons ten toon. Links van ons hebben we Londen’s grauwe, eindelooze huizenzee. Maar +spoedig zijn we het park voorbij, en nu hebben we aan weerszijden de huizen van Piccadilly. +Men houdt bij het rijden links, daardoor ontstaat een dubbele stroom van voertuigen +in de tamelijk smalle straat. Vanaf het imperiaal van den omnibus heeft men een uitstekend +uitzicht op dien gestadig voortbruisenden verkeersstroom. +</p> +<p>Voor en achter ons, zoover de blik reikt, ziet men de honderden van voertuigen als +eindelooze, naast elkaar rijdende treinen, een bonte aaneenschakeling van passagiers- +en goederenwagens. <span class="pageNum" id="pb110">[<a href="#pb110">110</a>]</span>De omnibussen alleen zijn honderden in getal, groote, zware, roodgeverfde monsters, +deels door motoren, deels door paarden voortbewogen; aan de zijkanten altoos met reclameborden +bedekt. Op het imperiaal zitten de heeren met hun hooge hoeden, onder het rooken van +een pijp, hun courant te lezen, terwijl de dames onder haar groote hoeden schuil gaan. +Van het plaveisel is nauwelijks iets te zien. Want tusschen de omnibussen verdringen +zich nog automobielen, vierwielige huurrijtuigen, reclamewagens, hooge tweewielige +hansoms en vrachtwagens, en daartusschen weer kleine karren beladen met bananen en +sinaasappels. Hier en daar dringt zich ook nog een wielrijder tusschen het levensgevaarlijke +gewoel. De andere helft der straat biedt hetzelfde schouwspel. Slechts beweegt zich +hier de stroom in tegenovergestelde richting. Onafgebroken klinkt het getoeter der +automobielen en het knallen der zweepen: al die geluiden der wereldstad, vermengd +met het paardengetrappel, het menschengedruisch, het roepen der courantenventers, +enz. smelt samen tot een zoemend gebrom, dat ons onophoudelijk in de ooren klinkt. +</p> +<p>Van tijd tot tijd ziet men kleine jongens, die snel den paardenmest opvegen en wegdragen. +Vlug en handig wippen ze door het ergste gedrang heen; en ’t mag wel een wonder heeten, +dat ze het er altijd heelhuids afbrengen! +</p> +<p>Langzaam, langzaam gaat ’t verder. Ineens staat de geheele stoet stil; een politieagent +heeft zijn hand in de hoogte gestoken; wee den koetsier of chauffeur die bij dit teeken +niet onmiddellijk zou stilhouden! De politieagent en zijn kameraad, aan den anderen +kant van de straat, hebben het verkeer een oogenblik stop gezet om een rij voertuigen +uit een dwarsstraat gelegenheid te geven Piccadilly over te steken; ze rijden ons +nu voorbij, maar over eenige minuten brengen andere agenten het verkeer in de zijstraat +tot stilstand en wij kunnen onzen weg weer vervolgen, totdat we aan een ander kruispunt +weer moeten wachten. Men heeft zoodoende bij een rit door Londen’s straten heel wat +geduld noodig, want van snel vooruit komen, kan bij al die drukte, geen sprake wezen. +</p> +<p>Eindelijk eindigt Piccadilly in een klein rond plein, waarop van alle kanten straten +uitkomen. Hier is het gewemel van voertuigen en voetgangers werkelijk angstwekkend! +De onvermoeide <span class="pageNum" id="pb111">[<a href="#pb111">111</a>]</span>politie leidt echter rustig het verkeer, en wordt ook gewillig gehoorzaamd. De politie +van Londen is de vriend en beschermer van het publiek, zoo komt het, dat er overal +voorbeeldige orde heerscht. +</p> +<p>Nu buigt onze omnibus naar rechts af, en brengt ons door een korte, maar belangrijke +straat naar Trafalgar-Square, een der mooiste en levendigste pleinen van Londen. In +het midden verheft zich een 44 meter hooge zuil, bekroond door het standbeeld van +den zeeheld Nelson. Het plein ontleent zijn naam aan het voorgebergte Trafalgar in +Spanje, aan de kust van den Atlantischen Oceaan, in de buurt van Gibraltar. Daar behaalde +Nelson in 1805 de overwinning op de vloot van Napoleon, en verijdelde zoodoende het +plan van den keizer, om met zijn troepen een inval in Engeland te doen. Nelson zelf +vond in dezen bloedigen slag den dood. Op de zuil staan zijn beroemde woorden gebeiteld: +„Engeland verwacht dat elkeen zijn plicht zal doen!” +</p> +<p>De omnibus rolt dreunend verder oostwaarts door eindelooze straten met winkels en +kantoren. Beneden ons krioelt het als in een mierenhoop. Iedereen heeft haast. Men +spoedt zich naar het station, naar kantoor, winkel, of bank zonder zijn aandacht te +schenken aan die oude huizen, gevels of fonteinen die de herinnering wakker roepen +aan lang vervlogen tijden. „Zaken” dat is het wachtwoord in de City, de „hoofdstad +van Londen.” Hier vloeit het geld in zilveren en gouden stroomen, hier is het brandpunt +van wereld- en kolonialen handel, hier liggen naast ontelbare bankgebouwen de paleizen +der stedelijke beambten, de oude gilde-huizen, de <span class="corr" id="xd33e1139" title="Bron: redactiebureau’s">redactiebureaus</span> der couranten. Hier verheft zich ook de prachtige, en op twee na de grootste kerk +der christenheid, de St. Pauls-kathedraal, die zoo omringd is door de zee van grauwe, +donkere huizenmassa’s dat het uiterlijk nauwelijks eenigen indruk maakt; van binnen +is de kerk evenwel overweldigend en plechtig. +</p> +<p>Een eind verderop ligt de Bank van Engeland, met zijn meer dan 1000 beambten, en zijn +geldvoorraad van minstens 240 millioen gulden aan goud en zilver. Daar het gebouw +geheel zonder vensters is, ziet het er uit als een geweldige vesting; en met dien +schat, dien het bergt, is ’t dan ook inderdaad het sterkste bolwerk van Engeland’s +welvaart en onafhankelijkheid. +<span class="pageNum" id="pb112">[<a href="#pb112">112</a>]</span></p> +</div> +</div> +<div id="ch26" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#xd33e3049">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> +<h2 class="main"><span class="divNum">26.</span> DE THEEMS.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">Weer rijden we langs het dek van Hydepark, maar ditmaal slaat onze automobiel bij +Piccadilly rechtsaf, voert ons langs het Buckingham-paleis, waar de koning verblijf +houdt; en laat vervolgens een rij groote gebouwen, waarin de ministeries gevestigd +zijn, links liggen. Rechts verheft zich de beroemde Westminster-Abdij, waar Engeland’s +koningen gekroond worden en waar de grootste mannen en helden van Brittannië in hun +graven sluimeren. Naast de Kathedraal verheft zich het reusachtige parlementsgebouw, +in welks prachtige zalen het Engelsche Hooger- en Lagerhuis zitting houden en waar +over het wel en wee van het Britsche rijk beraadslaagd wordt. +</p> +<p>Met zijn languitgestrekten gevel en zijn torens weerspiegelt zich het Parlementsgebouw +in het water van de Theems, evenals het vlak daartegenover liggend St. Thomas-hospitaal. +De verbinding tusschen de beide oevers wordt gevormd door de Westminsterbrug. Hier +begeven we ons op een rivierbootje, waarmee we stroomafwaarts, en tóch tegen den stroom +opvaren! Want het is bijna twaalf uur en de vloed komt van uit zee opzetten. Ontelbare +vrachtschepen maken daarvan gebruik, om zoodoende gemakkelijk van uit zee Londen te +bereiken. +</p> +<p>We varen onder een spoorbrug door. Links op de kade verheft zich de „Naald van Cleopatra,” +een Egyptische obelisk: en iets verder stroomafwaarts zien we de steenen muren van +eenige reuzen-hotels. Achter de Waterloo-brug wordt de hooge, heerlijke koepel der +St. Pauls-kathedraal zichtbaar. Blackfriars-brug, de brug der „Zwarte broeders” en +een spoorbrug liggen zóó dicht naast elkaar, dat de afstand tusschen die beide nauwelijks +twintig meter bedraagt. De rechteroever wordt ingenomen door fabrieken en eenvoudige +woonhuizen. +</p> +<p>Nu gaan we onder drie bruggen door, die eveneens vlak naast elkaar liggen. De derde +heet „London Bridge”, en is een der hoofdaderen van het verkeer. Voortdurend wordt +het oog door iets nieuws geboeid. Ginds ligt de „Tower” een der beroemdste overblijfselen +uit vroegere eeuwen, een overoude vesting en staatsgevangenis, een gebouw, welks geschiedenis +ten nauwste met die van Engeland verbonden is. In den „Tower” <span class="pageNum" id="pb113">[<a href="#pb113">113</a>]</span>worden tegenwoordig, behalve andere kostbaarheden, de kroonjuweelen en de uiterlijke +kenteekenen der koninklijke macht bewaard, ter waarde van ongeveer zestig millioen +gulden. +</p> +<p>Op twee, midden in den stroom gebouwde torens, rust de „Tower-brug”. Het middelste +gedeelte bestaat uit twee boven elkaar liggende bruggen, zoodat ook schepen met hooge +masten er onder door kunnen varen, terwijl voor de voetgangers in de beide torens +liften zijn aangebracht waarmede zij op de bovenste brug worden gebracht en niet behoeven +te wachten. De grootste stoomschepen varen evenwel niet zoo ver stroomopwaarts. De +schepen met bestemming voor Amerika verlaten Engeland van uit Liverpool, Southampton +en Bristol, terwijl de Australische, die we in Bombay en Colombo zagen, veel dichter +bij de Theemsmonding ankeren. +</p> +<p>Wanneer we de Towerbrug voorbij zijn, bieden de oevers weinig belangrijks meer. Dokken, +fabrieken, stapelplaatsen, werven, kranen, nemen de plaats in van beroemde gebouwen. +Aan weerszijden liggen tallooze kleine stoombootjes, zeilschepen en roeibooten. We +komen machtige stoomschepen uit alle werelddeelen tegen. Nu varen we juist over een +tunnel heen, die onder den stroom door gegraven is. Rechts ligt de Electrische Centrale, +vanwaar uit alle electrische trams van Londen hun beweegkracht ontvangen, een reuzen-installatie, +want de trams doorsnijden Londen in alle richtingen. +</p> +<p>Eindelijk bereiken we Greenwich, met de wereldberoemde sterrenwacht, wier meridiaan +in nagenoeg alle landen als „nulmeridiaan” aangenomen is. Op de meeste land- en zeekaarten +wordt de ooster- en westerlengte van deze meridiaan uit berekend. +</p> +<p>We bevinden ons thans op den rechteroever van de Theems. Om op den linkeroever te +komen, gaan we met een omnibus door de Blackwell-tunnel onder de rivier door. Deze +tunnel is gebouwd van cement, en lijkt op een buis met twee trottoirs en een rijweg +in ’t midden. De lengte bedraagt twee kilometer, de echo wordt dreunend door de wanden +weerkaatst: boven ons hoofd doorploegen de schepen de rivier. +</p> +<p>Tenslotte zoeken we, om weer in ons hotel terug te komen, een der ondergrondsche spoorwegen +op, die in alle richtingen Londen doorkruisen, evenals de gangen van reusachtige mollen. +<span class="pageNum" id="pb114">[<a href="#pb114">114</a>]</span>In doorsnede bevinden ze zich op een diepte van twintig meter, sommigen zelfs van +vijftig meter. Men kan daarmee goedkoop en snel van het eene eind van de stad naar +het andere komen, maar men mist natuurlijk het belangwekkende schouwspel, dat het +bonte gewoel daarboven in het daglicht oplevert. +</p> +</div> +</div> +<div id="ch27" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#xd33e3058">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> +<h2 class="main"><span class="divNum">27.</span> TWEE DAGEN IN HET BRITSCH MUSEUM.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">Men kan twee dagen in het Britsch Museum, wel het grootste der wereld, doorgebracht +hebben, zonder nog zelfs een oppervlakkig overzicht te hebben van de schatten die +het bevat! Onder sfinxen en granieten beelden die 6000 jaar oud zijn, wordt men verplaatst +in het grijze verleden. Hier staat een doodkist waarin voor 5500 jaar een Egyptische +koning ter ruste gelegd werd<span class="corr" id="xd33e1172" title="Bron: ,">;</span> hij was de stichter van tal van prachtige graven bij Caïro; en in de Ninivé-zaal +staan we vol bewondering voor oude oorkonden en brieven die in spijkerschrift op leemen +tabletten gegrift zijn. +</p> +<p>Uit de dagen van Sanherig en Sardanapalus, 700 en 600 v. Chr., stamt het Babylonisch-Assyrische +verhaal van Schepping en Zondvloed, dat zooveel overeenkomst vertoont met de bijbelsche +voorstelling. De goden, zoo heet het, besloten een vloed over de aarde te zenden, +waarin alles zou verdrinken. Slechts aan Sit-Napistim, den Babylonischen Noach, werd +bevolen een schip te bouwen dat voor hem, zijn familie en zijn huisdieren zou dienen +als een veilige wijkplaats. Toen steeg de vloed, en bedekte de gansche aarde, en toen +het schip, nadat het water weer gevallen was, op den berg Nizir landde, werden op +den zevenden dag een duif, een zwaluw en een raaf losgelaten om op verkenning uit +te gaan.—Deze sage is tot ons gekomen door de bibliotheek te Ninivé, die door Sardanapalus +werd uitgebreid. +</p> +<p>Welk een gevoel van eerbied vervult ons, wanneer we staan voor het beeld van Ramses +II. Hij was de Pharao die de kinderen Israëls onderdrukte! Wanneer we dan de Romeinsche +zalen betreden, en we het oog vestigen op de buste van Caesar, dan hebben we het gevoel, +weer op historischen bodem te staan, en wanneer we dan in de bibliotheek van George +III (King’s <span class="pageNum" id="pb115">[<a href="#pb115">115</a>]</span>Library) een bijbel uit het jaar 1455 aanschouwen, de eerste die uit Gutenberg’s eigen +drukkerij te Mainz kwam, dan meenen we al zeer nabij den tegenwoordigen tijd te zijn. +</p> +<p>De handschriftenverzameling van het Britsch Museum omvat een menigte gedenkwaardige +brieven uit de geschiedenis van Engeland. Zoo kunnen we hier het eigenhandig, door +Nelson geschreven, plan voor den zeeslag van Trafalgar lezen, alsook de laatste bladzijden +uit het dagboek van Gordon, den held van Karthoem, met wien we nog nader zullen kennismaken. +</p> +<p>De bibliotheek van het Britsch Museum omvat twee-en-een-half millioen banden die, +naast elkaar gezet, een rij van zeventig kilometer lengte zouden vormen. En onze bewondering +voor deze menigte van boeken stijgt nog wanneer we denken aan de scherpzinnigheid +der navorschers, die er in geslaagd zijn om uit al deze gegevens schatten van wijsheid +te putten, aangaande de geschiedenis van volkeren, die reeds tal van eeuwen tot het +verleden behooren. +</p> +<p>Niet minder dan deze verzamelplaats van historische herinneringen trof mij de levende +getuige van een grijs verleden, die tot aan zijn dood op een buitenplaats buiten Londen +woonde, en dien ik eens bezocht, in gezelschap van den overste Younghusband, die jaren +geleden de Engelsch-Indische expeditie naar Lhassa in Thibet leidde. Toen we aanbelden, +kwam de statige grijsaard zelf om ons te ontvangen. Hij was toendertijd vijf-en-negentig +jaar oud en heette Sir Joseph Hooker. Eertijds directeur van den grooten Londenschen +plantentuin, zat hij nog op het eind van zijn leven over zijn microscoop gebogen, +en schreef geleerde verhandelingen over het leven der planten! Reeds twintig jaren +voor mijn geboorte was hij tot aan de grenzen van Thibet doorgedrongen, en ook van +zijn reis naar de Zuidelijke IJszee vertelde hij met groote levendigheid! Hij was +in 1839 scheepsdokter bij de Zuidpool expeditie van James Rosz. Twee-en-zeventig jaren +waren er sedert voorbij gegaan, en men kan zich nauwelijks voorstellen, dat er nog +persoonlijke herinneringen bewaard konden blijven uit een tijd, die zoo ver in ’t +verleden lag. +</p> +<p>„Is ’t mogelijk, dat u zich alles nog kunt herinneren, wat op dien tocht voorviel?” +vroeg ik. +</p> +<p>„Zeker,” antwoordde Hooker, „ik kan me dien tocht beter <span class="pageNum" id="pb116">[<a href="#pb116">116</a>]</span>voor den geest terugbrengen, dan de gebeurtenissen van het vorige jaar.” +</p> +<p>En toen beschreef hij ons hoe de ligging van het ijs was, en hoe hij en zijn tochtgenooten +aan boord leefden. Ook sprak hij met warmte over dien grooten baanbreker der nieuwere +natuurwetenschap, zijn vriend Charles Darwin. +</p> +</div> +</div> +<div id="ch28" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#xd33e3067">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> +<h2 class="main"><span class="divNum">28.</span> IN LONDEN’S ARMENWIJK.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">Wat is het leven toch rijk aan scherpe tegenstellingen en aan ten hemel schreiend +onrecht! Op een afstand van ternauwernood een half uur van al de pracht en praal, +die bij de laatste kroning in Juni 1910 in de Westminster Abdij tentoongespreid werd, +ligt de armenwijk in het Eastland en in het zuidoostelijk deel van Londen. Begeven +we ons thans daarheen. +</p> +<p>We hebben onze allereenvoudigste plunje aangetrokken en worden begeleid door een vriendelijken +missionaris, want het is in deze straten, waar moorden niet tot de zeldzaamheden behooren, +en waar nog heden vreemdelingen spoorloos verdwijnen, volstrekt onveilig. Het is raadzaam +om horloge en ketting maar liever thuis te laten, en ’t is dames niet aan te bevelen +om hier haar handtaschje met geld met zich mede te dragen! +</p> +<p>Hoevele boeken zou men niet kunnen vol schrijven over de ontzettende armoede van Londen! +Een armoede die het hart breekt en die schande roept over de grootste en rijkste stad +der wereld. Tot zulk een ellende als in Londen, vervallen de armen in geen enkel land +op aarde, zelfs niet in Azië! Hun leven is een onafgebroken worsteling met de meest +kwellende zorgen en het meest nijpende gebrek; met ziekte, vervuiling, gedierte en +misdaad. +</p> +<p>Daar woont een moeder met acht kinderen in een enkel kamertje, waarvoor ze nauwelijks +de huur kan betalen. Hoe moet ze den honger van haar kinderen stillen, wanneer haar +man het grootste gedeelte van zijn verdiensten als dokwerker verdrinkt? Jammerlijk +slepen de kinderen hun ellendig bestaan voort, en wanneer er een sterft, blijft het +liggen, totdat het noodige geld voor een begrafenis bijeengebracht is. Overleven <span class="pageNum" id="pb117">[<a href="#pb117">117</a>]</span>ze de kinderjaren, dan groeien ze op tot straatslijpers en vagebonden, die voor niets +anders deugen dan voor bedelaars. +</p> +<p>Roerend, en tegelijk ergerlijk is de aanblik dier kleinen, zoo als ze, in lompen gehuld, +in de nauwe, stinkende sloppen te midden van allerlei afval, stoeien en spelen. Dat +is hun zomervermaak, en van de vrije natuur hebben ze niet eens een voorstelling! +Ze zijn aan deze straten in het Eastland gehecht, en zouden niet eens van woonplaats +willen wisselen! ’t Is nu immers zomer, en dan heeft men ’t tenminste op straat niet +koud! +</p> +<p>Onze leidsman brengt ons naar een wijk waar de stegen zoo nauw zijn, dat twee personen +elkaar nauwelijks kunnen passeeren. Hier heeft de missionaris veel goeds verricht. +De zending heeft hier een eigen vergaderlokaal, kerk en club, en ’t is weldadig om +te zien hoe graag de arme kinderen hier heen gaan. Een ruim gymnastieklokaal en een +kleine bibliotheek staan hun ter beschikking, en zelfs hebben ze een padvindersclub +georganiseerd die achttien leden telt. Op het dak van een huis hebben ze een ruim +terrein voor voetbal en andere spelen. +</p> +<p>Zulk een zending, een zoogenaamd „Settlement” of kolonie vindt men in de armste wijken +van het Eastland. Barmhartige Samaritanen, uit de welgestelde klassen van Londen, +offeren een deel van hun tijd op om hier met de armen om te gaan en hun met raad en +daad bij te staan. +</p> +<p>Ze zijn in zekeren zin het zout dat het bederf tegen gaat. Ze redden velen van het +verderf en vormen hen tot fatsoenlijke burgers. Hoe groot is echter het getal van +hen, die in dien poel van jammer en misdaad reddeloos ten onder gaan! +</p> +<p>Nu voert onze leidsman ons in een arbeiderswoning, die niet eens tot de slechtste +behoort; men gaat vanuit de straat twee treden af in een ellendig klein kelderhol. +De enkele meubels zien er zoo vervallen uit, dat het schijnt, alsof ze zich nog slechts +met moeite staande houden. Aan een ronde tafel in ’t midden zit baas Higgins, met +zijn moeder en zijn vrouw voor een karig middageten; het vertrek is klein en bedompt, +en geen frissche lucht komt van de straat uit naar binnen. Hoe zal ’t hier dan ’s +winters wel wezen, wanneer de beruchte Londensche mist zoo dik is, dat ’s middags +een stikdonkere duisternis heerscht en op de rijk verlichte breede straten de electrische +lampen aan de overzijde nauwelijks te zien zijn! +<span class="pageNum" id="pb118">[<a href="#pb118">118</a>]</span></p> +<p>Maar baas Higgins is tenminste nog een goede kerel. Hij is juist thuisgekomen van +zijn werk: het bouwen van een brug, en hij heeft ’t nog zóó warm, dat de hitte van +zijn lichaam afslaat als hij te midden der zijnen in zijn hemdsmouwen aan tafel zit. +Hij heeft reeds volwassen zoons, die zelf verdienen en hij vertelt ons wat hij wekelijks +verdient, en wat hij noodig heeft voor huur en levensmiddelen. +</p> +<p>Reeds bij de oudste staatsregeling heeft elke Engelschman het recht „niet te verhongeren” +en een uitstekende Armenzorg van staats- en gemeentewege was het gevolg. Maar, nog +ontbreekt het hier aan wetten, die inplaats van de armoede te lenigen, die weten te +voorkomen. +</p> +<p>Tijdens een bezoek aan Londen was ik op zekeren avond als gast bij een feestmaal van +het gilde der zijdehandelaars. Dit gilde is een der oudste van Londen en bestaat reeds +acht eeuwen; hoewel tegenwoordig geen der leden meer zijdehandelaar is. Lid kan evenwel +lang niet iedereen worden, het is een eer die van vader op zoon overgedragen wordt. +Door giften en legaten beschikt het gilde over ontzaglijke sommen, waarvan de rente +in zijn geheel voor liefdadige doeleinden gebruikt wordt. Het gildehuis in Londen +is een heel oud gebouw, van middeleeuwsche pracht; men vindt hier de prachtigste bekers, +kannen en schotels, die alle eeuwen oud zijn. Wel twee duizend huizen in Londen zijn +het eigendom van het gilde en tal van scholen worden geheel door het gilde bekostigd; +ook worden alle ziekenhuizen uit de kas met ruime giften gesteund. +</p> +<p>Toen ik later met een kennis langs de Theems naar huis ging, waren de banken dicht +bezet met tal van kerels in lompen en nachtelijke zwervers. De meeste zaten in elkaar +gebogen, de handen in de zakken en het hoofd op de borst gezonken. Enkelen zaten met +elkaar te praten, terwijl ze hun pijp rookten. Een oude man had een plaats gevonden +dicht bij een lantaarnpaal, en las de courant. +</p> +<p>„Wat zijn dat voor menschen?” +</p> +<p>„De dakloozen,” antwoordde mijn geleider. +</p> +<p>„Slapen ze hier den geheelen nacht?” +</p> +<p>„Neen, ze wachten tot twee uur, dan deelt het Leger des Heils daarginds onder de brug +warme soep en brood uit.” +</p> +<p>„En na het eten?” +<span class="pageNum" id="pb119">[<a href="#pb119">119</a>]</span></p> +<p>„Dan zitten ze weer in doffe onverschilligheid op de banken, of ze zwerven door de +stad heen om te bedelen of te stelen. ’s Morgens zien ze weer op de een of andere +manier aan een gratis maal te komen.” +</p> +<p>„Wat doen ze dan overdag?” +</p> +<p>„Dan liggen ze in de parken te slapen; ’s nachts worden ze daar door de politie niet +geduld.” +</p> +<p>„Maar waarom werken ze dan niet?” +</p> +<p>„Ze willen niet! Van al deze kerels hier kon ieder gemakkelijk zijn dertig stuivers +per dag verdienen, een slaapgelegenheid bekostigen, en onafhankelijk leven, maar ze +willen niet. Probeer ’t: verschaf hun werk, biedt hun dertig stuivers dagloon aan! +Niet een enkele zou van uw aanbod gebruik maken! Ze willen veel liever bedelen, in +de parken slapen en de gemeente tot last zijn.” +</p> +<p>„Is hun aantal groot?” +</p> +<p>„Veertig duizend—maar, laat ons dat niet vergeten, onder de aanzienlijken en onder +den adel zijn minstens evenveel dagdieven en deugnieten te vinden! Van hen heeft men +het recht te verwachten, dat ze zich voor hun land nuttig maken. Hij, die des nachts +moet rondzwerven, is wel meer te beklagen dan te veroordeelen.” +</p> +</div> +</div> +<div id="ch29" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#xd33e3076">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> +<h2 class="main"><span class="divNum">29.</span> VAN LONDEN NAAR PARIJS.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">Vaak ben ik van Londen naar Parijs gereisd. De tocht duurt slechts enkele uren. Een +trein brengt ons vlug naar Dover, en dan, waar ’t kanaal het smalst is, steken we +met de stoomboot naar Calais over. Dan gaat ’t weer verder per spoor door noordwest +Frankrijk. +</p> +<p>Het is me altijd een genot de Fransche taal te hooren, die als muziek in de ooren +klinkt. Graag zie ik dit levendige, opgewekte menschenras dat ieder woord vergezeld +doet gaan van gebaren, schouderophalen en het wisselen der gelaatsuitdrukking. Op +weg naar Parijs heb ik het gevoel alsof ik me naar een feest begeef. Reeds de naam +Parijs bevat een onuitputtelijken voorraad van levensvreugde en zorgeloosheid, van +trots en vaderlandsliefde, vrijheid, dapperheid en roem. +<span class="pageNum" id="pb120">[<a href="#pb120">120</a>]</span></p> +<p>Welk een onderscheid tusschen Londen en Parijs! De steden liggen bijkans vlak bij +elkaar, en toch is ’t alsof ze door een geheele wereld van elkaar gescheiden zijn. +Reeds in de namen ligt het verschil. „Londen”, hoe zwaarwichtig, dof en ouderwetsch +klinkt dat! Zooals het brommen van een torenklok, in nauwe straten weerklinkend tusschen +grauwe huizen. Het klinkt als het stampen van zware stoommachines, als het dreunen +van voetstappen van een in koortsachtige haast zich voortspoedende menigte, het maakt +een indruk als iets reusachtigs, maar tevens als iets eentonigs, dat krachtig en overweldigend +verborgen ligt onder roet en stoomwolken, als iets alledaagsch en prozaïsch dat zich +slechts bij een kroning of bij de begrafenis van een vorst tot feestelijken luister +ontplooit. +</p> +<p>Maar Parijs! Klinkt dat niet als een zegelied, als een fanfare, opstijgend te midden +eener jubelende menigte? Het klinkt als het luiden van zilveren klokjes te midden +van witte paleizen. Het roept en lokt den vreemdeling naar de vroolijkste aller steden; +het toont hem theaters waar de kunst als een godsdienst wordt beleden, het herinnert +hem aan de fijnste beschaving, het tintelendste vernuft en de diepste wijsheid, die +ooit een stad heeft tentoongespreid. De naam Parijs roept de herinnering te voorschijn +aan roemrijke oorlogen, schitterende triomftochten; maar ook aan belegeringen, bestormingen +en bloedige omwentelingen, aan onuitputtelijke kracht en rijkdom, zelfopoffering en +geestdrift, wanneer het ging om de verdediging van het vaderland. Nog steeds schijnt +de zon over Parijs te stralen, ook op sombere dagen viert er de levensvreugde hoogtij. +En zoo is Parijs eeuwig jong, hoewel het reeds ten tijde van Ceasar een stad van beteekenis +was. +</p> +<p>Het moge zoo zijn dat Londen in zekeren zin het middelpunt der aarde is; het moge +zijn dat de Engelsche taal heerscht op de zeeën en in de havens; maar toch was steeds +Parijs de hoofdstad der wereld, en was het Fransch de wereldtaal, en nog heden is +’t de taal der diplomatie. Naar Parijs trekken de kunstenaars, beeldhouwers en schilders +om zich te vormen; in Parijs hebben kunsten en wetenschappen een buitengewone hoogte +bereikt; na Bologne bezit Parijs de oudste academie ter wereld. Op het punt van verfijnden +smaak en weelde, ook in de kunst zijn de Franschen ongeëvenaard, en wat kleeding, +<span class="pageNum" id="pb121">[<a href="#pb121">121</a>]</span>kookkunst en wijnkelder betreft, daarin schreven zij de andere volken de wetten voor! +</p> +<p>Vanaf Calais reist men zuidwaarts door een der vruchtbaarste streken van Frankrijk. +Steden en dorpen, akkers en boomgaarden en gehuchten volgen elkaar op in bonte afwisseling. +Als een geweldige zeshoek ligt Frankrijk tusschen den Atlantischen Oceaan en de Middellandsche +zee; ver in het Westen strekt zich het eeuwenoude Normandië uit, het land dat herinnert +aan de strooptochten der Noormannen en de veroveringen op de kusten van Europa der +Vikingers in overoude tijden; zelfs bedreigden ze Parijs, maar de stad werd voor een +losprijs voor verwoesting bewaard. +</p> +<p>Vier eeuwen lang beheerschten de Romeinen Frankrijk, totdat de West Gothen, de Bourgondiërs +en de Franken het land veroverden. Onder de Bourbons werd het de kweekplaats der vreeselijke +revolutie, die de maatschappij met al haar misstanden omver wierp, en die den grondslag +legde voor een nieuwen tijd; van hieruit verspreidde zich over de geheele beschaafde +wereld het streven naar „Vrijheid, Gelijkheid, Broederschap”. Voorwaar, we betreden +hier een belangwekkenden historischen bodem. +</p> +</div> +</div> +<div id="ch30" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#xd33e3085">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> +<h2 class="main"><span class="divNum">30.</span> EEN WANDELING DOOR DE SEINESTAD.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">We bevinden ons nu in de wereldstad waar de Seine een wijden boog beschrijft, om verder +noordwestwaarts langs Rouaan te stroomen en bij Le Havre in de zee uit te monden. +Het eerste wat ons opvalt zijn de boulevards, prachtige straten, met schaduwrijke +boomen beplant, met aan weerszijden groote paleizen, theaters, café’s en winkels. +De naam boulevard beteekent bolwerk, en de oudste boulevards waren dan ook niets anders +dan vestingwallen. Lodewijk de XIII liet in de 17e eeuw ter verfraaiïng en uitbreiding +der hoofdstad, deze bolwerken slechten, en in de plaats daarvan de eerste moderne +boulevards aanleggen. Zij vormen noordelijk van de Seine een doorloopende reeks met +verschillende namen: Boulevard de la Madeleine, des Capucines, des Italiens en Montmartre, +en deze boulevards vormen een der hoofdaderen van Parijs. Hier bevindt men <span class="pageNum" id="pb122">[<a href="#pb122">122</a>]</span>zich temidden van het gewemel van automobielen, omnibussen, huurrijtuigen, equipages +en een onophoudelijken menschenstroom. +</p> +<p>Later werden ook daar, waar oorspronkelijk geen vestingwallen waren, boulevards aangelegd; +onder Lodewijk XIV en diens opvolgers nam Parijs aan grootte en luister toe, en ten +tijde van Napoleon I was het ’t hart van het machtigste rijk ter wereld. Na den val +van Napoleon werd het tweemaal door Frankrijk’s vijanden veroverd. Napoleon III verfraaide +en verbeterde de stad, als nooit te voren geschied was. In 1871 namen de Duitschers +Parijs in, en in hetzelfde jaar werd het door de oproerige benden der Commune bezet. +Het gepeupel verwoestte tal van prachtige paleizen, musea en gedenkteekenen. Ook de +reusachtige Vendôme-zuil, een herinnering aan Napoleon’s overwinningen werd bij deze +gelegenheid omvergehaald. +</p> +<p>Sedert dien tijd is Parijs voor verwoestingen gespaard gebleven. Maar nog steeds gaat +het levendig toe in die stad, waar koningen, keizers en presidenten elkaar afwisselen +en waar ministers nooit langen tijd achtereen hun post behouden. Nog heden is Parijs +de stad der verrassingen, en dagelijks volgt de geheele wereld met gespannen aandacht +de nieuwtjes die van daaruit bericht worden. +</p> +<p>We moeten ons met een snelle wandeling door Parijs tevreden stellen. We kiezen daarvoor +den noordelijken oever der Seine en doorkruisen de stad van het zuidoosten naar het +noordwesten. We beginnen onze wandeling waar eertijds de Bastille, tegelijk vesting +en staatsgevangenis, stond. Deze werd bij het begin der groote revolutie den 14den +Juli 1789 bestormd en verwoest en sedert is die dag de nationale feestdag der Franschen +gebleven. Tegenwoordig verheft zich in het midden van het plein de Juli-kolom, opgericht +ter eere van hen die in de Juli-revolutie van 1830 op de barricade gevallen zijn. +</p> +<p>Van hieruit volgen we de Rue de Rivoli, een der grootste en mooiste straten van Parijs. +Links is het stadhuis, een grootsch bouwwerk in renaissance-stijl, in welks prachtige +zalen schitterende feesten gehouden worden. Het bevat vele schilderstukken van beroemde +meesters. +</p> +<p>Iets verder verheft zich het grootste openbare gebouw van de stad, het Louvre, van +de middeleeuwen af, tot aan de dagen <span class="pageNum" id="pb123">[<a href="#pb123">123</a>]</span>van Napoleon III, de residentie van Frankrijk’s koningen en keizers, het schitterendste +paleis der wereld; tegenwoordig bevat het twee groote ministeriën en een der grootste +musea. Om alles wat het bevat nauwkeurig te bezien, heeft men, evenals in het Britsch +museum, dagen en weken noodig, zoo niet maanden en jaren! Kolossale verzamelingen +zijn hier opgehoopt, niet slechts herinneringen aan de groote rijken der oudheid, +van Azië en Europa, maar ook het beste en kostbaarste wat Europa door alle tijden +heen aan kunst heeft opgeleverd. +</p> +<p>In noordwestelijke richting gaan we door het park der Tuilerieën, en vertoeven een +oogenblik op de Place de la Concorde, om te genieten van het prachtige uitzicht dat +men hier naar alle kanten heeft, de rivier met haar kaden en bruggen, de parken en +lanen, de machtige gebouwen, wonderen van bouwkunst, de talrijke pleinen en de onafgebroken +stroom van levenslustige mannen en elegante vrouwen, die naar de laatste mode gekleed +zijn. +</p> +<p>In dit deel van Parijs vormen de pleinen, plantsoenen en parken een onafgebroken reeks. +</p> +<p>Van de Place de la Concorde komen we thans in de <span class="corr" id="xd33e1266" title="Bron: Champes">Champs</span> Elysées, een twee kilometer lange allée. Op de breede paden verzamelt zich de voorname +wereld in schitterende equipages en prachtige automobielen, te paard of te voet. Des +avonds zijn al deze pleinen, straten en parken schitterend electrisch verlicht, zoodat +ook dan het oog overal door prachtige vergezichten geboeid wordt. Aan de noordzijde +der Champs Elysées woont in het Elysée-paleis de president der republiek. Den 14den +Juli ontvangt hij ieder, die in het bezit is van een visitekaartje en een rok. +</p> +<p>Wanneer we de breede straten in noordwestelijke richting vervolgen, komen we aan de +Place de l’Etoile, waarop twaalf avenue’s of groote straten uitkomen. Een daarvan, +het vervolg der Champs Elysées is genoemd naar het leger van Napoleon, en voert naar +het Bois de <span class="corr" id="xd33e1271" title="Bron: boulogne">Boulogne</span>. In het midden van de Place de l’Etoile verheft zich een vijftig meter hooge triomfboog, +opgericht ter herinnering aan de overwinningen van den Corsicaan. Vanaf dezen triomfboog +overziet men de twaalf straten die aan den voet samenkomen; vanaf die hoogte lijkt +het gewoel daar beneden op het gekrioel in een mierenhoop. +<span class="pageNum" id="pb124">[<a href="#pb124">124</a>]</span></p> +<p>We begeven ons thans naar de Pont <span class="corr" id="xd33e1278" title="Bron: d’Jéna">d’Iéna</span> waar tegenover, op den anderen oever der Seine de Eiffeltoren zich driehonderd meter +boven Parijs verheft. De Eiffeltoren is het hoogste bouwwerk dat ooit door menschenhanden +werd opgericht; met zijn driehonderd meter is deze toren ongeveer tweemaal zoo hoog +als de dom te Keulen en als de hoogste pyramide van Egypte. Op het tweede platform +zijn we al meer dan honderd meter boven de stad; maar de heuvels rondom Parijs beletten +nog het vrije uitzicht. Wanneer de lift ons echter op het derde platform gebracht +heeft, bevinden we ons op een hoogte van 276 meter boven den grond, en in de diepte +zien we de Seine met haar talrijke bruggen en we overzien de stad met haar tallooze +straten en haar 140 pleinen en parken. Langs een trap komen we nog tot heel boven +in den toren, en in de spits straalt des nachts een licht dat zeventig kilometer ver +zichtbaar is. Alleen zij, die geen last hebben van duizeligheid kunnen het wagen om +over de borstwering naar beneden te zien, naar de pijlers van het ijzeren gevaarte; +en vooral niet wanneer het hard waait en de groote toren merkbaar heen en weer schommelt. +Men behoeft niet in een luchtballon op te stijgen om Parijs in vogelvlucht te zien; +vanaf den Eiffeltoren ziet men de geheele stad als een uitgerolde kaart aan zijn voeten +liggen. +</p> +</div> +</div> +<div id="ch31" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#xd33e3094">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> +<h2 class="main"><span class="divNum">31.</span> HET GRAF VAN NAPOLEON.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">Van de duizelingwekkende hoogte van den Eiffeltoren zijn we gelukkig weer beneden +aangeland, en we begeven ons over het Marsveld naar het Invalidenhuis. Vroeger bewoond +door duizenden invaliden van het Fransche leger, herbergt het thans slechts historische +herinneringen. +<span class="pageNum" id="pb125">[<a href="#pb125">125</a>]</span> +</p> +<p></p> +<div class="figure p120width"><img src="images/p120.jpg" alt="Place de la Concorde te Parijs." width="720" height="460"><p class="figureHead">Place de la Concorde te Parijs.</p> +</div><p> +<span class="pageNum" id="pb126">[<a href="#pb126">126</a>]</span> +</p> +<p></p> +<div class="figure p121-1width"><img src="images/p121-1.jpg" alt="Dôme des Invalides." width="410" height="550"><p class="figureHead">Dôme des Invalides.</p> +</div><p> +</p> +<p></p> +<div class="figure p121-2width"><img src="images/p121-2.jpg" alt="Het graf van Napoleon." width="407" height="551"><p class="figureHead">Het graf van Napoleon.</p> +<p class="first">Parijs.</p> +</div><p> +<span class="pageNum" id="pb124a">[<a href="#pb124a">124</a>]</span></p> +<p>Onder den vergulden koepel der Dôme des Invalides, die bijna vanaf elk punt der stad +zichtbaar is, komen we in een ronde zaal; waarvan het midden bestaat uit een crypta. +Deze is eveneens rond, heeft een diepte van eenige meters en is naar boven toe open. +Op den bodem leest men in mozaïek de beroemde namen: Rivoli, Pyramiden, Marengo, Austerlitz, +Jéna, Friedland, Wagram en Moskou. Twaalf marmerbeelden, die even zoovele overwinningen +voorstellen, houden de wacht <span class="pageNum" id="pb127">[<a href="#pb127">127</a>]</span>om de machtige sarcophaag uit rood Siberisch porfier, die de asch van Napoleon bedekt. +Een zacht blauw licht beschijnt de crypta. Ook het levendigste Fransche gesprek verstomt +bij het betreden van Napoleon’s grafkamer. Diepe stilte omgeeft het stoffelijk overschot +van hem, die tijdens zijn leven de wereld vervulde van het gedonder van zijn geschut, +en het wapengekletter zijner legioenen, en die binnen verloop van enkele jaren de +kaart van Europa volkomen veranderde. +</p> +<p>De plechtige stilte, de verheven bouwstijl, en het schemerachtige licht oefenen een +aangrijpenden invloed uit op het gemoed van den toeschouwer. Hoevele beelden worden +niet voor ons geestesoog te voorschijn geroepen! Onwillekeurig verwacht men de echo +te hooren weerklinken der commando’s, die eertijds van den grooten keizer uitgingen! +</p> +<p>We zien een blauwoogig kind spelen aan den schoot zijner moeder te Ajaccio. Dan hooren +we hoe de jonge revolutionnair geestdriftige redevoeringen houdt in de geheime clubs +te Parijs. Bleek en ernstig zien we de gestalte van den zes-en-twintig jarigen generaal +voorbij schrijden; na tal van roemrijke overwinningen komt hij terug uit Italië, waar +hij als een stormwind was komen neerstrijken in de vlakte van Lombardije, waar hij +als overwinnaar zijn intocht hield te Milaan, en waar hij de overoude republiek Venetië +voor altoos van de onafhankelijkheid beroofde. +</p> +<p>Ginds voor het altaarvenster verheft zich het beeld van den gekruisten Heiland. Het +leidt onze gedachten naar den tocht van het keizerlijke leger naar Egypte en het Heilige +Land. Frankrijk’s grootste generaal voert de vloot uit de haven van Toulon. Hij ontkomt +aan de oorlogsschepen van Nelson, verovert Malta, vaart langs Kreta en Cyprus en landt +met 40000 man in Alexandrië. Op den weg naar Kaïro versmachten de soldaten in de dorre +woestenij. Bij den Nijl komt het tot een treffen met het Egyptische leger, en aan +den voet der pyramiden moet het Oosten zich buigen voor den held van het Westen. +</p> +<p>In oostelijke richting vervolgt het leger zijn weg naar Syrië. Vijf eeuwen waren voorbijgegaan +sedert de kruisvaarders gepoogd hadden het Heilige Graf aan de ongeloovigen te ontrukken. +Nu kletteren wederom de wapenen van het avondland <span class="pageNum" id="pb128">[<a href="#pb128">128</a>]</span>in het Jordaandal en aan den voet van den berg Tabor, en voor de poorten van Nazareth +worden de Turken door den Franschen generaal verslagen. Maar, intusschen heeft Nelson +de Fransche vloot vernietigd, de keur van het republikeinsche leger heeft den dood +gevonden. Napoleon’s droom van een rijk in het morgenland, is in den rook van het +laatste wachtvuur verdwenen. Met twee fregatten verlaat hij Egypte, zeilt langs Tripolis +en de kusten van Tunis, en komt met gedoofde lichten, behouden door de straat van +Gibraltar heen. Bij zijn aankomst te Parijs begroet hem het volk met stormachtigen +jubel. +</p> +<p>Geleidelijk raakt het oog gewend aan het schemerduister in den koepel der Invaliden +en de witte zuilen en marmeren beelden geven onze gedachten een andere wending. De +Alpen passen, de St. Bernard, de St. Gothard, de Mont Cenis en de Simplon, de hoogste +bergtoppen van Europa, worden door Napoleon met zijn vier armeecorpsen getrotseerd! +Soldaten trekken de kanonnen door de sneeuwvelden; en eerst op Italiaanschen bodem +scharen ze zich weer in ’t gelid. Bij Marengo oogsten de vanen van Frankrijk nieuwe +lauweren, en het lot van geheel Europa berust in handen van Frankrijk’s grootsten +held. +</p> +<p>„Austerlitz” lezen we in het mozaïek der crypta. Frankrijk’s keizer is opgetrokken +naar Mähren, en zijn legioenen strijden onder den vergulden adelaar. De garde-cavalerie +rijdt de Russische garde onder den voet, en Napoleon’s leger vernietigt de vereenigde +strijdmachten van Oostenrijk en Rusland; de Fransche artillerie beschiet de bevroren +oppervlakte van een meer, zoodat de vijand met kanonnen, wagens en paarden omkomt. +</p> +<p>Welke nieuwe echo stijgt thans uit de crypta omhoog? „Jena!” Waar de Pruisen verslagen +werden, waar hun land tusschen Elbe en Oder onder het vreemde juk gebracht, hun vestingen +geslecht werden; Erfurt, Maagdeburg, Stettin en Lübeck geven zich over, terwijl de +overwinnaar zijn intocht houdt in Berlijn, de residentie van Frederik den Grooten! +</p> +<p>Dan dreunen de voetstappen der scharen door Poolsche straten, op de bloedige slagvelden +bij Pultusk op den oostelijken oever van den Weichsel en bij Eylau in West-Pruisen, +waar de lijken opgehoopt in de diepe sneeuw liggen. Napoleon zelf snelt <span class="pageNum" id="pb129">[<a href="#pb129">129</a>]</span>op zijn schimmel voort na den slag bij Friedland in Oost-Pruisen, waar de Russen verslagen +werden. Met getrokken sabel defileeren garde-cavalerie en huzaren, en nog heden trilt +de naklank van hun geestdriftigen jubel om de vaandels van de sarcophaag, en langs +de heirwegen van Europa weerklinkt het hoefgetrappel der paarden: het zijn de boden, +die de gemeenschap onderhouden tusschen het hoofdkwartier en Parijs. +</p> +<p></p> +<div class="figure p122width"><img src="images/p122.png" alt="MIDDEN-EUROPA TEN TIJDE VAN NAPOLEON I (1812)." width="554" height="485"><p class="figureHead">MIDDEN-EUROPA TEN TIJDE VAN NAPOLEON I (1812).</p> +</div><p> +</p> +<p>Napoleon trekt op Weenen aan, en dreigt Oostenrijk te verpletteren. Hij overwint in +den bloedigen slag bij Wagram, noord-oostelijk van Weenen; hij maakt zelfstandige +rijken tot provinciën van Frankrijk, hun beheerschers tot Fransche vazallen, en deelt +koningskronen uit onder zijn bloedverwanten, vrienden en generaals. Zijn rijk strekt +zich thans uit van <span class="pageNum" id="pb130">[<a href="#pb130">130</a>]</span>Danzig tot Cadix, van de Elbe tot aan den Tiber, als eertijds het rijk van Karel den +Grooten! De macht van den Corsikaan is uitgebreid, en zijn rijk is gevestigd zooals +van geen sedert de helden van het oud Romeinsch rijk. +</p> +<p>Bajonetten en sabels, kurassen en helmen flikkeren in het zonlicht—Napoleon’s onoverwinnelijke +heirscharen trekken over den Njemen, een half millioen soldaten rukt op tegen Moskou, +Rusland’s oude hoofdstad. Onafzienbare scharen, tallooze kanonnen en een eindelooze +legertros trekt voort over de Russische wegen van Wilna naar Witebsk en Smolensk. +De Russen weten het: het gaat om hun vrijheid. Ze verbranden hun eigen steden en dorpen; +ze verwoesten hun land, en trekken zich terug naar het binnenland, zooals ze het reeds +een eeuw vroeger deden, toen Karel XII van Zweden in Rusland binnendrong. Eindelijk +komt het tot een slag aan de Moskowa, en het Fransche leger bezet de stad. Maar dan +verlichten de vlammen van het brandende Moskou ver in het rond de Septembernachten! +</p> +<p>Op een der terrassen van het Kremlin staat een kleine man in grauwe wapenrok, de handen +op den rug staart de keizer nadenkend in de vlammen en de rookwolken, die over de +stad heen rollen. In een week is het oude heiligdom der Moskovieten in vlammen opgegaan. +</p> +<p>Daarbuiten, in de straten van Parijs, is de schemering neergedaald, en de schaduwen +tusschen de zuilen rondom Napoleon’s graf worden dichter. Maar uit deze schaduwen +doemen menschelijke gedaanten op, die worstelen met honger, koude en uitputting. De +tijden van tegenspoed zijn aangebroken! Het groote leger bevindt zich op den terugtocht. +Aan den kant der wegen liggen de lijken, weggeworpen wapenen en achtergelaten bagage. +De kanonnen blijven steken in de diepe sneeuw, en de soldaten storten bij geheele +regimenten neer als rijpe aren onder de sikkel. Scharen hongerige wolven volgen hun +spoor, ze vergenoegen zich met de lijken, terwijl de kozakkenbenden de overlevenden +neerhouwen. Bij den overtocht over de Beresina, een zijrivier van den Dnjepr, komen +30.000 man om! Alle gehoorzaamheid en discipline is verdwenen. +</p> +<p>Gekleed in een pels, een stok in de hand marcheert de overwonnen keizer als een gewoon +soldaat in ’t gelid mee. Het barre klimaat is de sterkste bondgenoot der Russen, en +hun <span class="pageNum" id="pb131">[<a href="#pb131">131</a>]</span>voorzichtige taktiek doet het overige om het Fransche leger geheel te vernietigen. +</p> +<p>Nu heerscht bijna duisternis om ons heen. Bij Leipzig staan Russen en Oostenrijkers, +Pruisen en Zweden tegenover Napoleon. Hier stort zijn trotsch rijk als een kaartenhuis +ineen; zelfs Parijs wordt veroverd, en de kroon wordt aan zijn hoofd ontrukt! Als +gevangene voert men hem door het Rhônedal over Lyon naar de zee, en per schip naar +Elba. +</p> +<p>Maar nog is de kracht van dezen man niet uitgeput. Nog eenmaal vervult zijn naam de +wereld met angst. Vergezeld van zeven kleine schepen zet hij koers naar Frankrijk’s +kusten! Hij trekt over de West-Alpen; in Lyon wordt hij begroet als keizer, en Parijs +opent hem de poorten. +</p> +<p>Thans staat alles op het spel; in België zal de beslissende slag plaats vinden. Wederom +vereenigen zich aan Frankrijk’s grenzen de vijandelijke legers. Europa is eindelijk +den voortdurenden krijg moede, het besluit tot een beslissenden slag. Bij Belle-Alliance +(Waterloo) strijdt Napoleon voor het laatst, hier wordt zijn lot voor immer bezegeld. +</p> +<p>Nog eens verlaat de keizer zijn hoofdstad—nu voor altijd. In de haven Rochefort, tusschen +de monden van Loire en Garonne gaat hij aan boord van een Engelsch fregat. Na een +zeereis van zeventig dagen wordt hij op St. Helena, een klein eiland in het zuidelijk +deel van den Atlantischen Oceaan, aan land gezet, om daar zijn zes laatste levensjaren +in harde gevangenschap door te brengen! Onder de wilgen in een dal delft men zijn +graf. +</p> +<p>Nu heerscht volslagen duisternis in de Dôme des Invalides. Duister ontwaakt de werkelijkheid +rondom ons. Negentien jaren na zijn dood vordert Frankrijk het stoffelijk overschot +van zijn held op. Het eenzame graf op St. Helena wordt geopend, de viervoudige lijkkist +wordt ontsloten in tegenwoordigheid van eenige getrouwen, die gedurende zes lange +jaren des keizers gevangenschap gedeeld hebben; in de groen-witte uniform der garde +ligt de overwinnaar van Marengo en Austerlitz, onveranderd als op zijn sterfbed voor +hun oogen! +</p> +<p>Dan brengt men het lijk op een Fransch fregat, de kanonnen donderen, de vlaggen waaien +halfstok. In Cherbourg, in Normandië wordt de lijkkist aan land gebracht, en nog eenmaal +houdt de veroveraar van Europa, onder militair eerbetoon, ten <span class="pageNum" id="pb132">[<a href="#pb132">132</a>]</span>aanschouwe van geheel Frankrijk zijn intocht in Parijs. Door zestien met rouwfloers +bekleede paarden getrokken, begeleid door de oudgedienden uit zijn veldtochten, rijdt +de lijkwagen met keizerlijke pracht tusschen dichte rijen van soldaten onder den triomfboog +der Place de l’Etoile door langs de Champs Elysées naar de Dôme des Invalides, om +daar in de sarcophaag van porfier te worden bijgezet. +</p> +<p>Zoo werd de laatste wil van den wereldveroveraar, neergeschreven op St. Helena, vervuld: +„Ik wensch dat mijn stof moge rusten aan de boorden der Seine, te midden van het Fransche +volk, dat ik zoozeer heb liefgehad.” +</p> +</div> +</div> +<div id="ch32" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#xd33e3103">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> +<h2 class="main"><span class="divNum">32.</span> AAN DEN OEVER VAN HET MEER VAN GENEVE.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">Slechts noode verlaat de vreemdeling Parijs, maar de gedachte op weg te zijn naar +het zonnige Italië, maakt hem het afscheid minder zwaar, wanneer hij op zijn tocht +oostwaarts door het venster van zijn spoorwegcoupé, de heuvels en dalen van Champagne, +het land vanwaar de bekende wijn komt, aanschouwt. Overal bebouwde velden, dorpen +en boerderijen, waar de bodem ongeschikt is voor den akkerbouw, daar grazen groote +kudden vee. Allerwege ziet men arbeiders op het veld; het bedrijf der kleine grondbezitters, +boeren en burgers vormt de bron van Frankrijk’s welvaart. +</p> +<p>Thans naderen we de grens. De sterke vesting Belfort is de laatste Fransche stad, +kort daarop zijn we in den Elzas. Nauwelijks een menschenleeftijd geleden waren deze +streken het tooneel van gewichtige gebeurtenissen. Het was de tijd van den Fransch-Duitschen +oorlog; na een dappere verdediging moest Frankrijk het onderspit delven. Het verloor +hierbij twee van zijn bloeiendste provinciën. Nog heden ten dage doet men goed de +namen dezer provinciën: Elzas en Lotharingen, in Fransche kringen niet te noemen. +Ze wekken smartelijke <span class="corr" id="xd33e1359" title="Bron: herinnneringen">herinneringen</span> op. Deze beide provinciën zijn echter in 1919 bij den vrede van Versailles weder +aan Frankrijk toegewezen. Frankrijk was niet voor een oorlog toegerust, en had zijn +leger en vestingwerken verwaarloosd. In een staat die ten strijde <span class="pageNum" id="pb133">[<a href="#pb133">133</a>]</span>toegerust is, bloeit de vrede. Zoodra daarentegen een volk luistert naar de inblazingen +van idealistische droomers die de leuze van ontwapening en eeuwigen vrede prediken, +dan is zijn lot beslist, en dan zal vroeg of laat het volk zich bukken onder het juk +van vreemde tyrannen. Zoo was het steeds, en zoo zal het ook immer blijven. De tijd +van het duizendjarig rijk is nog lang niet aangebroken! +</p> +<p>Wederom passeeren we de grenzen, en wel van Zwitserland, het nijvere Alpenland. De +trein houdt stil in Bazel, de stad die den Rijn in tweeën splitst. Van den „Bodensee” +komend, stroomt het heldere water onder Bazel’s bruggen door, om vervolgens in een +rechten hoek naar het noorden af te buigen en zijn loop tusschen Vogezen en Scharzwald +te vervolgen. Onze plaats van bestemming is Genève. De spoorweg loopt door een nauw +dal langs een zijrivier van den Rijn, de Birs. Het is winter, en het landschap is +met een effen kleed van sneeuw bedekt, nauwelijks ziet men de kleine dorpjes die in +de dalen verspreid liggen. Aan weerszijden verheffen zich de dennenbosschen; een dikke +sneeuwlaag buigt de takken der boomen naar omlaag. Wanneer het dal niet zoo nauw was, +en zich in het Westen niet een bergketen verhief, zou men zich in Zweden verplaatst +wanen. Die bergketen is de Jura, die de scheiding vormt tusschen Zwitserland en Frankrijk<span class="corr" id="xd33e1366" title="Niet in bron">.</span> +</p> +<p>Hier liggen na elkaar drie meren. Het kleinste heet het Bieler-meer; het volgende +is grooter en heet naar de stad Neuenburg; het laatste is het groote meer van Genève +dat we bij Lausanne bereiken. +</p> +<p>Hier houdt de sneeuw op, en in het Zuiden schitteren de Alpen van Savoye, terwijl +de zonnestralen door het heldere watervlak weerspiegeld worden. Deze aanblik behoort +tot het schoonste wat de aarde te aanschouwen geeft, en men blijft in bewondering +verzonken, terwijl de trein langs het meer voortsnelt. Het meer gelijkt in vorm op +een dolfijn die op het punt staat onder te duiken; bij den kop van den dolfijn ligt +Genève, en hier verlaat de Rhône het meer, die verder naar Lyon stroomt om vervolgens +vlak ten westen van de groote havenstad Marseille in de Middellandsche Zee uit te +monden. +</p> +<p>Genève is een der sierlijkste en schilderachtigste steden der wereld. Tusschen de +noordelijke en zuidelijke helft der stad <span class="pageNum" id="pb134">[<a href="#pb134">134</a>]</span>wordt het kristalheldere water, als door een trechter in de Rhône gestuwd, de stroom +is sterk, en wordt door een langwerpig eiland in tweeën gedeeld. Het geheel herinnert +levendig aan Stockholm; in ’t bijzonder ’s avonds wanneer overal het electrisch licht +door den voortglijdenden stroom weerspiegeld wordt. +</p> +<p>Het prachtigst is echter het uitzicht naar het zuidoosten bij helder weer. Daar verheffen +zich de Alpen van Savoye met hun schitterende, met sneeuw bedekte kruinen en bergruggen. +Daar troont boven de Alpen, ja boven geheel Europa in trotsche majesteit de Mont-Blanc, +die den grenspaal vormt tusschen Zwitserland, Frankrijk en Italië. Tegen den avond +krijgen we den „Witten Berg” even te zien, maar spoedig hult zich de reus weder in +een ondoordringbaren mantel van nevel. +</p> +<p>Van Genève uit voert ons de spoorbaan oostwaarts langs den noordelijken oever van +het meer. Als een nevelachtige streep teekenen zich de Alpen van Savoye aan den horizon +af. Voorbij Lausanne verdwijnen de nevelen, en weer verheffen zich in verblindenden +glans de Alpen als geweldige torens en piramiden. Langs den oever strekt zich temidden +van tuinen en parken een eindelooze rij van internationale hotels uit. Uit alle oorden +der wereld komen reizigers hierheen om zich te verzadigen aan het natuurschoon en +om hun longen te versterken door het inademen der reine Alpenlucht. Bij iedere bocht +ontrolt zich een nieuw panorama, en in de herinnering smelt alles tezamen tot één +onvergetelijk geheel. +</p> +<p>We verlaten thans het meer en volgen tusschen woeste rotsgevaarten de Rhône stroomopwaarts. +Naarmate we hooger stijgen, wordt het dal nauwer. De Rhône is thans een bruisende +bergstroom, haast onbeduidend in vergelijking met de breedte van den stroom bij Genève. +In het dal breiden zich vlakke velden uit, op de hellingen verheffen zich donkere +pijnboomen uit de sneeuw, en boven dat alles tronen de sneeuwtoppen der Alpen. +</p> +<p>Eenige minuten voorbij Brieg suist de trein in volle vaart het gebergte in. De electrische +lampen branden, en alle raampjes zijn gesloten; de tunnel vult zich met rook, en de +duizendvoudige echo maakt ons bijna doof. Hoezeer verlangt men naar de vrije lucht; +door alle spleten dringt de rook naar binnen; maar hier heet het geduld oefenen, want +de Simplon-tunnel <span class="pageNum" id="pb135">[<a href="#pb135">135</a>]</span>met zijn lengte van 19731 meter is de langste der wereld. Ze is eerst enkele jaren +oud. Van weerszijden werd tegelijkertijd begonnen, en toen men bij elkaar gekomen +was, en een ontploffing de laatste scheidsmuur opruimde, bleek het dat men zich bij +de berekeningen geen duimbreed vergist had! +</p> +</div> +</div> +<div id="ch33" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#xd33e3112">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> +<h2 class="main"><span class="divNum">33.</span> DE LAGUNENSTAD.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">Wie voor het eerst Italië bezoekt, moet steeds met Venetië, de geboortestad van Marco +Polo beginnen, en wel moet hij het zoo inrichten, dat hij er des avonds aankomt. Dan +zal zich een tooverwereld voor zijn oogen ontsluiten, en hij zal meenen in een sprookje +van de „Duizend en een Nacht” verplaatst te zijn! +</p> +<p>Reeds de aankomst is wonderbaar. De trein heeft de vruchtbare vlakte in snelle vaart +doorsneden en rolt nu voort over een smallen, maar 3600 meter langen dam, die de Lagunenstad +met het vasteland verbindt. Rechts en links niets dan een donkere, onmetelijke watervlakte; +slechts vooruit, heel in de verte, duiken tallooze lichten op. Ongeveer tien minuten +lang rijdt men over dezen langen dam; dan stopt de trein in een ruime, hel verlichte +hal, het station van Venetië. +</p> +<p>We zien vooralsnog niets bijzonders. Zoodra we echter het station verlaten, treft +ons een zoo eigenaardig schouwspel, dat we sprakeloos een poos blijven staan, verbluft +van den ongewonen aanblik. +</p> +<p>Geen groot, open plein, zooals men dat zoo vaak voor stations aantreft, geen geratel +van rijtuigen en gebel van trammen, dicht voor ons kronkelt als een breed, donker +lint een water waaruit de huizen steil opsteken, en rechts en links doorsnijden zijkanalen +de stad. En op al deze waterwegen een ontelbare menigte Venetiaansche gondels, die +er nog precies eender uitzien als vijfhonderd jaren geleden met hun zwanenhalzen en +uitgesneden spitsen, die in het nachtelijk duister aan zeemonsters doen denken. Voor +ons ligt het Canal Grande, de voornaamste verkeersweg die zich S-vormig door de stad +heen slingert. +</p> +<p>We huren een der gondels. De gondelier staat aan het eind van zijn vaartuig, den eenen +voet een weinig naar voren geschoven; met bewonderenswaardige handigheid hanteert +hij <span class="pageNum" id="pb136">[<a href="#pb136">136</a>]</span>zijn roeispaan. Een doodelijke stilte omgeeft ons: geruischloos glijdt de gondel voort +en door het Canal Grande. Hoe verder we komen, des te beter begrijpen we waarom de +Italianen deze Lagunenstad zoo liefhebben. Het eene paleis na het andere glijdt ons +voorbij, het eene nog prachtiger dan het andere. Daar is het prachtige Palazzo <span class="corr" id="xd33e1394" title="Bron: Bendramin-Calergi">Vendramin Calergi</span> waarin een van Duitschland’s grootste toondichters, Richard Wagner, overleed; daar, +aan de overzijde het beroemde Fondaco <span class="corr" id="xd33e1397" title="Bron: de’">dei</span> Turchi, in de 17de eeuw bekend als de verblijfplaats der Turken die Venetië bezochten. +Verderop het sierlijke, in gothische stijl gebouwde <span class="corr" id="xd33e1400" title="Bron: Ca Doro">Ca’ d’Oro</span>, waarvan de marmeren gevel, spookachtig in den duisteren nacht uit het water schijnt +op te stijgen. Ook het Fondaco <span class="corr" id="xd33e1403" title="Bron: de’">dei</span> Tedeschi, de voormalige stapelplaats der Duitsche kooplieden, glijden we voorbij, +en komen dan onder den wereldberoemden <span class="corr" id="xd33e1407" title="Bron: Ponto">Ponte</span> di Rialto door, een prachtige brug met marmeren boog, bezet met een dubbele rij winkels. +</p> +<p>De gondelier stuurt het vaartuig in een der kleine zijkanalen. Wederom andere beelden: +nu eens stille, duistere hoeken, vol spookachtige geheimzinnigheid, dan weer smalle +bruggen, waarover men gestalten ziet voortglijden, dan weer een prachtig paleis, waarvan +de terrassen tot aan het water reiken. Nu klinkt uit een zijkanaal het smachtende +lied van een gondelier. Kortom, tal van indrukken volgen elkaar op, en verlevendigen +tevens de herinnering aan de avontuurlijke geschiedenis dezer wonderbare stad. We +denken aan de macht en den rijkdom der dagen, aan de pracht en praal die Venetië’s +roem over de geheele wereld verspreidden, aan de schitterende optochten over het water, +aan het met de grootst mogelijke pracht vertoonde huwelijk van den Doge met de zee. +Maar tevens denken we aan den gruwel der inquisitie, aan de folteringen der politieke +gevangenen. Juist waren we onder de „Brug der Zuchten” door; een donker gat in den +muur toont nog heden den weg dien de ter dood veroordeelden moesten nemen, welke hier +in duistere diepte moesten sterven. Ginds, voor ons, verheft zich het Dogen-paleis, +van welks kwellingen onder de looden daken de avonturier Casanova zulk een levendige +schildering heeft gegeven. Hoevelen zijn daar niet in de verzengende hitte versmacht, +die niet, zooals hij, aan hun boeien wisten te ontsnappen? +<span class="pageNum" id="pb137">[<a href="#pb137">137</a>]</span></p> +<p>We stijgen aan de <span class="corr" id="xd33e1415" title="Bron: Piazetta">Piazzetta</span> uit. Voor ons liggen twee eilanden en verscheidene trotsche kerken; daarachter de +zee, de wonderschoone Adriatische Zee. In de verte zien we een smalle kuststrook. +Dat is Lido, de voornaamste badplaats van Italië, die jaarlijks duizenden, zoowel +Italianen als vreemdelingen, tot zich trekt. +</p> +<p>Na eenige schreden bevinden we ons op het San Marco-plein, in het Noorden en Zuiden +begrensd door de zoogenaamde „Procuraziën”, oorspronkelijk de woonplaatsen der negen +procuratoren, die aan het hoofd van het stadsbestuur stonden. Het zuidelijke paleis +dient tegenwoordig tot residentie van den koning wanneer deze Venetië bezoekt. Het +indrukwekkendst is echter de oostelijke zijde van het plein. Hier staat de Marcuskerk, +gebouwd in Byzantijnschen stijl, met een heerlijken rijkdom aan mozaïeken, zoowel +van binnen als van buiten. Men aanschouwt er niet minder dan vijfhonderd marmeren +zuilen. Onder het hoogaltaar rust het gebeente van den heiligen Marcus, den schutsheilige +van Venetië, door Venetiaansche burgers in het jaar 829 uit Alexandrië meegebracht. +Niet minder indrukwekkend is het Dogenpaleis, naast de San Marco gelegen; met zijn +ruime, prachtige zalen herinnert het nog heden ten dage aan de roemrijke Venetiaansche +republiek. Maar niets is heerlijker dan ’s avonds bij maanlicht vanaf het balcon van +dit paleis neer te zien op het Marcusplein. Duizende menschen, van allerlei stand +en van verschillende natiën wandelen hier onder de tonen der muziek heen en weer. +Slanke Venetiaansche vrouwen, de zwarte doeken bevallig over de schouders geworpen; +zongebrande visschers uit Chioggia, patricische dames met trotsche trekken en aschblond +haar, daartusschen Duitschers, Engelschen, Russen, Franschen, Turken, in een bont +gewemel. Het vroolijke gebabbel en gelach vermengt zich met de smeltende Italiaansche +<span class="corr" id="xd33e1420" title="Bron: melodiën">melodieën</span>, en over dat alles giet de maan een tooverachtig licht, dat de mozaïeken van San +Marco verzilvert.—Als een betooverde prins, die tot het leven teruggeroepen is, staat +men urenlang tegen de balustrade van het balcon geleund, en niet zonder weemoed neemt +men van dit sprookjesachtige tafereel afscheid. +<span class="pageNum" id="pb138">[<a href="#pb138">138</a>]</span></p> +</div> +</div> +<div id="ch34" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#xd33e3122">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> +<h2 class="main"><span class="divNum">34.</span> DWARS DOOR ITALIË.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">Wel moeten de verwachtingen hooggespannen zijn van hem, die van Venetië zijn eerste +indrukken van Italië ontving, toen hij door de poorten der Lagunenstad zijn intrede +in dit land deed. Wij echter komen op onze reis, van Zwitserland’s hemelhooge bergen +in een heerlijk dal aan de oevers van het Lago Maggiore. Door steile bergen omringd, +bevat dit donkerblauwe meer een groep kleine eilandjes, bezet met witte huizen, fraaie +paleizen en groene parken. Een dezer eilandjes draagt den beroemden naam „Isola Bella”, +het „mooie eiland”. +</p> +<p>Dan snelt de spoortrein de Lombardische vlakte in, die het grootste deel van Noord-Italië +omvat, en waardoor de Po heenstroomt, alvorens in de Adriatische Zee uit te monden. +</p> +<p>De eerste groote stad, die nog geen bepaald Italiaansch karakter draagt, is Milaan. +De straten zijn breed en goed geplaveid, de huizen modern gebouwd; men zou kunnen +wanen zich in een groote Duitsche stad te bevinden. Ook van fabrieken, die in de kleinere +Italiaansche steden nagenoeg geheel ontbreken, is Milaan ruimschoots voorzien. +</p> +<p>Maar twee wonderen herbergt de stad. Het eene is de Dom, een der prachtigste Gotische +bouwwerken. In het middelpunt der stad verheft zich dit indrukwekkende Godshuis op +een ruim plein. Eerst wanneer men de vijfhonderd treden, deels binnen in het gebouw, +deels aan de buitenzijde van den toren bestegen heeft, kan men zich een voorstelling +maken van de reusachtige afmetingen. Niet minder dan acht en negentig spitsen, versieren +als een woud van marmer het dakwerk, en het aantal marmeren beelden dat aan de buitenzijde +is aangebracht, moet ongeveer tweeduizend bedragen. Geen andere kerk is met pulk een +kwistigen rijkdom van marmer voorzien. De oogverblindende schittering van al dit marmer, +vormt een wonderbare tegenstelling met het mystieke schemerlicht dat daarbinnen, door +de beschilderde glazen, heerscht; daglicht en schemering hebben hier een verbond gesloten, +om dit meesterwerk van architectuur, waarover meer dan twee eeuwen gebouwd werd, een +bijzondere bekoring te verleenen. +</p> +<p>Het tweede wonder van Milaan is het Heilige Avondmaal van <span class="pageNum" id="pb139">[<a href="#pb139">139</a>]</span>Leonardo da Vinci. Deze schat bevindt zich in het refectorium van een klooster, dat +tegen de kerk Santa Maria delle Grazia aangebouwd is; jammer is ’t dat de jaren slechts +te duidelijk hun sporen op dit beroemde schilderstuk hebben achtergelaten. Maar nog +steeds verkondigen de omtrekken en verbleekte kleuren het genie van Leonardo. +</p> +<p>De vruchtbare, dicht bebouwde vlakte van Lombardije biedt den reiziger geen bonte +verscheidenheid van tafereelen. Eerst bij Piacenza, waar wij de Po oversteken, en +waar reeds de noordelijke uitloopers der Apenijnen in ’t gezicht komen, wordt het +terrein heuvelachtig. De trein voert ons langs den noordelijken rand der Apenijnen +naar Bologna. Wij snellen de oude universiteitsstad Parma, waar de beroemde schilder +Corregio arbeidde, voorbij evenals het overoude Reggio, de geboorteplaats van den +dichter Ariosto. Dan volgt Modena, met zijn bijna duizendjarigen Dom en ten slotte +bereiken we de vijftienhonderd jaar oude universiteitsstad Bologna. +</p> +<p>Gedurende de middeleeuwen, en ook tijdens de Renaissance, was Bologna de verzamelplaats +van alle naar wetenschap, dorstende jongelieden. Hier heeft ook Ulrich von Hutten +zich aan de bron der kennis gelaafd. Bologna’s geschiedenis reikt ver in het verleden +terug. Reeds in de vijfde eeuw voor onze jaartelling werd een heftige strijd gevoerd +om het bezit der stad, totdat het door de Romeinen tot een hunner koloniën gemaakt +werd. Ook keizer Frederik Barbarossa had menigen harden kamp om Bologna te voeren. +Zijn zoon Enzio werd in 1249 in den bloedigen slag van Forsalta gevangen genomen, +en werd langen tijd als gijzelaar door de Bolognesers gehouden. Het paleis waar hij +in gevangenschap zuchtte, en, volgens het verhaal, door de schoone Lucia Biadagola +vertroost werd, is nog heden ten dage te zien. Bologna is rijk aan kerken en paleizen. +Een der mooiste is de onvoltooide kerk San Petronio. Hier werd Karel V door Paus Clemens +VII gekroond. +</p> +<p>De stad die op Bologna volgt, Ravenna, is het Pompeji uit den tijd der eerste Christenheid. +Oorspronkelijk was Ravenna, evenals Venetië, een lagunen-stad. Ten tijde van keizer +Augustus was het de oorlogshaven voor de vloot der Adriatische zee. Maar tegenwoordig +ligt de stad op een afstand van tien kilometer van de zee verwijderd; zoozeer is in +den loop der eeuwen <span class="pageNum" id="pb140">[<a href="#pb140">140</a>]</span>de kustlijn veranderd! Talrijke monumenten verkondigen nog heden ten dage den glans +der vroegere Germaansche heerschappij over Italië. Weliswaar zijn er van het trotsche +paleis van Theoderik nog slechts enkele zuilen over, maar nog altijd verheft zich +in indrukwekkenden eenvoud zijn grafmonument. Hier is ook de laatste rustplaats van +Italië’s grootsten dichter, Dante. Bij Bologna begint de spoorweg naar Florence de +Apenijnen te doorsnijden. Het landschap verliest nu zijn eentonigheid. Diepe dalen +en ravijnen wisselen af met steile rotsgevaarten, watervallen en wilde bergstroomen. +Alvorens Florence te bereiken komen we door meer dan 20 tunnels, want deze stad, de +kroon van Toscane, ligt diep in het dal van den Arno verscholen. +</p> +<p>„La Bella”, de schoone, zoo noemen de Italianen Florence. Maar haar schoonheid springt +niet dadelijk in het oog, zooals die van Venetië, ze is een schoonheid die slechts +geleidelijk haar bekoorlijkheden tentoonspreidt. +</p> +<p>De aantrekkelijkheid der stad ligt in de kunstschatten die binnen haar muren besloten +zijn. Men hoeft nog niet de Uffiziën of het Palazzo Pitti bezocht te hebben, men behoeft +nog niet op de Piazza della Signoria met het burchtachtige Palazzo Vecchio gestaan +te hebben, om deze bijzondere bekoorlijkheid van Florence op te merken. Bijna op elken +hoek der straat, bij elke fontein worden wij door een kunstwerk getroffen, en worden +we herinnerd aan de namen van een Leonardo, Michel Angelo of Rafaël. +</p> +<p>Niet ver van het station ligt een eenvoudige kerk, San Lorenzo genaamd, gebouwd door +de Medici en andere Florentijnsche families. Deze kerk biedt weinig aantrekkelijks +voor het oog, maar ze bevat de mooiste en zinrijkste grafmonumenten ter wereld. Ze +zijn vervaardigd door Michel Angelo. Het was zijn plan om in deze kleine kapel nog +meer van zulke meesterwerken op te richten, maar verstoordheid over het omverwerpen +der republiek benam hem hiertoe den lust. Zoo hebben deze grafmonumenten, behalve +hun oorspronkelijk doel, den roem der Medici door alle tijden heen te verkondigen, +nog een tweede beteekenis; ze zijn de laatste getuigenissen der Florentijnsche kunst, +die met den val der republiek uitstierf. Nauwelijks een eeuw had dit bloeitijdperk +geduurd, maar gedurende dezen tijd zijn er binnen de muren van Florence zoovele kunstschatten +<span class="pageNum" id="pb141">[<a href="#pb141">141</a>]</span>opgehoopt, dat de stad voor altoos „La Bella” zal blijven heeten. +</p> +<p>Zuidelijk van Florence komen de sporen der antieke wereld duidelijker voor den dag +dan die der Renaissance. Reeds het Trasmeensche meer, langs welke Westelijken oever +we voorbij sporen, wekt de herinnering aan het oude Rome. Hier versloeg Hannibal in +217 v. Chr. het leger van den onvoorzichtigen Romeinschen consul Flaminius. Van af +de bergtoppen der Apenijnen zien nog trotsche, ommuurde burchten uit de middeleeuwen +op ons neer, en de een of andere bergvesting als Perugia of Siena herinneren ons aan +de Renaissance; maar hoe meer we het dal van den Tiber naderen, des te talrijker worden +de overblijfselen uit de oudheid, om eindelijk in de Campagne, en in Rome zelf, uit +tal van ruïnes te verhalen van een wereld waaraan ook wij, bewoners van noordelijke +gewesten, het grootste deel van onze beschaving te danken hebben. Daar ligt de eeuwige +stad voor ons! Beschenen door de stralen der zon, schittert de vergulde koepel van +den St. Pieter als een hemelsch vuur boven Rome! +</p> +</div> +</div> +<div id="ch35" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#xd33e3131">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> +<h2 class="main"><span class="divNum">35.</span> DE EEUWIGE STAD.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">Rome is onuitputtelijk. Het groeit onder de voeten van den bezoeker. In 2600 jaren +zijn steeds nieuwe bouwwerken boven de ruïnen van een vroegeren tijd verrezen. Van +wat in de diepste lagen verborgen ligt, het Rome uit den tijd der koningen, heeft +men nog nauwelijks eenig vermoeden. Daarop volgde het Rome der republiek, en vervolgens +het Rome van den keizertijd, de wereldstad, toen vanuit het Palatinum de Caesaren +hun scepter zwaaiden over de geheele, toenmaals bekende wereld; van het nevelachtige +Brittannië, en de duistere wouden van Germanië, tot aan de gloeiende zandvlakten van +Afrika, van de bergen van Spanje, tot aan Galilea, het land der Joden. Talrijke overblijfselen +uit deze tijden van Rome’s wereldheerschappij zijn nog heden temidden van het moderne +straatgewoel overgebleven. Monsters op den troon der Caesaren hebben de stad verwoest, +teneinde de herinnering aan hun voorgangers uit te wisschen, en slechts hun eigen +roem aan het nageslacht over te leveren. Vandalen, Gothen en andere barbaren hebben +Rome geplunderd. <span class="pageNum" id="pb142">[<a href="#pb142">142</a>]</span>„Rome is niet op één dag gebouwd”—maar ook hebben tweeduizend jaren Rome’s heerlijkheid +niet kunnen vernietigen! +</p> +<p>Op het Rome van den keizertijd volgen nieuwe lagen, de christelijke tijd, de middeleeuwen +en de nieuwere tijd met hun tallooze kerken, kloosters, musea, en machtige paleizen. +Het christendom bouwde op de bouwvallen van het heidendom, het verleden en het heden +gaan onmerkbaar in elkaar over. Op het Kapitool staat de Romeinsche keizer Marcus +Aurelius, en op den anderen Tiber-oever staart Garibaldi, de vrijheidsheld van het +jonge Italië over de eeuwige stad heen. Men rijdt door een moderne straat met prachtige +winkels, en in weinige minuten staat men op het Forum Romanum, het Romeinsche marktplein, +het hart van het oud-Romeinsche rijk, het tooneel van volksverzamelingen, gerechtszittingen +en handelszaken. Het Forum geleek op een marmeren zaal in de open lucht, waardoor +de triumfators omstuwd van wapenbroeders en gevangenen zich naar het Kapitool begaven, +om daar hun offer te brengen aan Jupiter. Heden zijn nog eenige zuilen en bouwvallen +overgebleven van al de pracht waarmede Julius Caesar en keizer Augustus het plein +versierden. Zoo juist dwaalde men nog als een vroom pelgrim door de St. Pieterskerk +rond, en reeds bevindt men zich onder den triomfboog van Titus, die opgericht werd +ter herinnering aan de verwoesting van Jeruzalem in het jaar 70 n. Chr.! +</p> +<p>Zoo dwaalt men in Rome rond, tusschen gedenkzuilen en triomfbogen, tusschen tempel +en theater, en vergeet bijna dat bijkans tweeduizend jaren verloopen zijn, sedert +de stemmen van krijgers, priesters en tooneelspelers onder al deze geweldige bogen, +voor het laatst weerklonken. Op de trappen die naar het Kapitool voeren, wordt men +herinnerd aan de stichting van Rome; in een door een ijzeren hekwerk omsloten grot +loopen twee wolven heen en weer, vruchteloos een uitweg zoekend; en boven op den heuvel +zien we het bronzen beeld der wolvin die Romulus en Remus zoogde. Volgens de sage +werden beide knapen aan den oever van den Tiber te vondeling gelegd, maar door de +wolvin gevonden en in het leven gehouden. Romulus <span class="corr" id="xd33e1464" title="Bron: grodvestte">grondvestte</span> 750 jaar voor het begin onzer jaartelling de eeuwige stad, en werd Rome’s eerste +koning. +</p> +<p>Tal van gangen en gewelven bedekken den Palatijnschen <span class="pageNum" id="pb143">[<a href="#pb143">143</a>]</span>heuvel, het zijn de overblijfselen der paleizen van de Romeinsche keizers. Op de hellingen +groeien sinaasappelen tusschen de varens en klimopranken, en door de oude pijnboomen +en cypressen ruischt een wegstervende echo uit lang vervlogen tijden. +</p> +</div> +</div> +<div id="ch36" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#xd33e3140">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> +<h2 class="main"><span class="divNum">36.</span> PAUS PIUS X.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">Italië’s koning heerscht over 35 millioen onderdanen. Zijn hoofdstad Rome is echter +ook de zetel van een ander machtig vorst, wiens rijk niet van deze wereld is. Zijn +troon is de stoel van den heiligen Petrus, zijn wapens zijn de drievoudige kroon, +de Tiara, en de gekruiste sleutels die de poort van het hemelrijk openen en sluiten. +Aan hem zijn de 270 millioen Katholieken over de geheele wereld onderworpen! Hij is +een vrijwillige gevangene in het Vatikaan, een groep van hooge paleizen, dat wel tienduizend +zalen en vertrekken omvat. Hier zijn musea, bibliotheken en handschriftenverzamelingen +van onschatbare waarde bijeengebracht, alleen de beeldengalerij van het Vatikaan is +de rijkste der wereld. De Sixtijnsche kapel is door Michel Angelo met reusachtige +schilderstukken versierd; de prachtige plafondschildering stelt de schepping, de zondeval +en de zondvloed voor; een muurschildering toont ons het jongste gericht. +</p> +<p>Aan de westzijde van het Vatikaan liggen de tuinen van den paus, en zuidelijk daarvan +verheft zich de St. Pieterskerk, het geweldigste bedehuis der christenheid. +</p> +<p>Het Vatikaan, met alles wat er bij behoort, vormt een stad op zichzelf, en wel de +machtigste stad op de geheele wereld, een zetel van kunst en geleerdheid, en bovenal, +is het ’t brandpunt van een machtig kerkgenootschap. Van hieruit slingert de Paus +zijn banbliksem over ketters en zondaren, en van hieruit bewaakt hij de geloovigen +van zijn werk volgens het driemaal herhaalde woord van den Heiland tot Petrus: „Weidt +mijne lammeren!” +</p> +<p>Toen den 20sten Juli 1903, de vorige Paus, Leo XIII stierf, kwamen de kardinalen bijeen +om zijn opvolger te kiezen. Onder deze bevond zich ook de bejaarde patriarch van Venetië, +kardinaal Giuseppe Sarto. Toen deze zijn geliefd Venetië verliet, <span class="pageNum" id="pb144">[<a href="#pb144">144</a>]</span>om voor de Pauskeuze naar Rome te reizen, nam hij aan het station een retourkaartje! +Maar, daar hij het was, die tot Paus gekozen werd, zal hij zijn Venetië, en het landhuis +waar hij als kind gespeeld heeft, nimmer weer zien; want als heerscher in het Vatikaan, +heeft hij van zijn vrijheid afstand moeten doen. +</p> +<p>Op zekeren Februaridag van het jaar 1910 bevond ik me op weg naar het Vatikaan. Een +vriend uit Italië vergezelde me. We reden over de Engelen-brug, en voor ons verhief +zich de statige Engelen-burcht, door keizer Hadrianus 1800 jaar geleden opgericht +als zijn eigen grafmonument. Na links afgeslagen te zijn, kwamen we aan het St. Pietersplein, +dat, begrensd door St. Pieterskerk, Vatikaan en zuilengangen, een der indrukwekkendste +pleinen ter wereld is. Tusschen de ruischende fonteinen, staat een obelisk, op bevel +van keizer Caligula uit Egypte hierheen gebracht. Reeds lang vóór den tijd van Mozes +zag deze obelisk neer op Egypte’s woestijn. Aan zijn voeten hebben de kinderen Israël’s +in hun gevangenschap hun liederen gezongen. Ten tijde van Nero, zag hij duizenden +Christenen den marteldood sterven. Nog heden verheft hij zich, vijf en twintig meter +hoog, bestaande uit een enkel stuk steen, ongedeerd door den tijd en onaangetast door +menschenhanden. Aan de noordzijde van het plein bevindt zich de poort van het Vatikaan. +Hier houdt de Zwitsersche Garde in middeleeuwsche uniform, de wacht. In prachtige, +met roode zijde behangen vertrekken wachten talrijke pelgrims, monniken en prelaten +het oogenblik af, waarop ze tot Zijne Heiligheid zouden worden toegelaten. Een voornaam +priester, gekleed in violet gewaad, ging ons voor, om ons aan te dienen, en door de +geopende deur zag ik, hoe hij nederknielde terwijl hij met den Paus sprak. +</p> +<p>Spoedig was het mijn beurt om toegelaten te worden. In een ruim, rood behangen vertrek +zat Pius X aan zijn schrijftafel. Bij mijn binnenkomst stond hij op, en reikte mij +zijn fijngevormde doch krachtige hand. Daarop namen wij plaats. De Paus leunde met +de ellebogen op de schrijftafel, en hield het hoofd op de handen gesteund; hij begon +over Tibet te spreken. Hij vroeg of de zending in dat land eenige kans op succes had. +Ik moest antwoorden dat Tibet tegenwoordig voor alle Europeanen gesloten is, maar +dat vroeger Italiaansche monniken er <span class="pageNum" id="pb145">[<a href="#pb145">145</a>]</span>als zendelingen werkzaam geweest waren. Toen ik onder anderen Odorico uit Pordenone +noemde, die in de 14de eeuw Tibet bereisd had, luisterde de Paus vol belangstelling; +want die naam was hem goed bekend, immers Pordenone is een dorp uit zijn eigen geboortestreek! +</p> +<p>Pius X geeft den indruk van grooten christelijken deemoed, van eenvoudige, vriendelijke +zachtmoedigheid, en zijn stem klinkt week en ernstig. Ook zijn uiterlijk komt, door +de witte kleeding die tegen het roode behangsel van het vertrek afsteekt, uitstekend +tot zijn recht. Hij droeg een langen dichtgeknoopten priesterrok met een breeden gordel +en een schouderkraag, en op het witte haar droeg hij een wit kapje. Om zijn hals fonkelde +een gouden ketting met een groot kruis. +</p> +<p>Tusschen het Vatikaan en de St. Pieterskerk liggen slechts enkele schreden. We betreden +het prachtige voorportaal en komen door een der vijf gewelfde bronzen deuren in de +kerk zelf. Eerbied en bewondering overweldigen ons, zoo indrukwekkend zijn hier alle +afmetingen! Nu eens verlustigt zich onze blik in de bonte, hemelhooge gewelven, dan +weer in de eindelooze zuilenrijen, nu eens worden we geboeid door een mozaiekwerk, +dan weer door een grafteeken. Hoe lang zou men hier niet moeten ronddwalen om aan +al deze heerlijkheid eenigszins recht te doen wedervaren! Rome is niet in één dag +gebouwd, luidt het spreekwoord. Voor het bouwen van de St. Pieterskerk waren alleen +al honderd en twintig jaren noodig, gedurende welken tijd twintig Pausen elkaar opvolgden! +Italië’s grootste meesters waaronder Rafaël en Michel Angelo hebben het beste van +hun scheppingen gewijd aan dezen tempelbouw, die het graf van den apostel Petrus omsluit. +De kosten bedroegen twee honderd en vijftig millioen. +</p> +</div> +</div> +<div id="ch37" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#xd33e3149">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> +<h2 class="main"><span class="divNum">37.</span> „BROOD EN SPELEN”.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">„Brood en spelen” brulde het naar vermaak dorstende Romeinsche gepeupel, en om bij +het volk in de gunst te blijven, lieten de keizers van het Romeinsche rijk prachtige +theaters oprichten waarin van tijd tot tijd op groote schaal volksfeesten gevierd +werden. Zulk een theater was het Circus Maximus dat <span class="pageNum" id="pb146">[<a href="#pb146">146</a>]</span>aan 200.000 toeschouwers ruimte bood. Hier werden wedrennen gehouden met vierspannen. +Op den van goud flonkerenden wagen stond met gebogen knieën de wagenrenner, de teugels +in de handen. Geheel Rome, Senatoren, patriciërs en plebejers waren daarbij tegenwoordig, +en temidden van zijn hofhouding en gunstelingen zat de keizer in zijn loge. De wagenrenners +droegen verschillende kleuren, en bij het wedden op de een of andere kleur werden +vermogens op het spel gezet. Een trompetsignaal gaf het teeken tot vertrek, en in +het witte zand der arena joegen de voortrazende wagens dichte stofwolken op. +</p> +<p>Zulk een theater was ook het circus van Nero. In den zomer van het jaar 64 n. Chr. +ging Rome in vlammen op, en in een week tijds was de geheele stad in de asch gelegd. +De Campagna werd wijd en zijd door dezen reusachtigen brand verlicht, en onschatbare +kunstwerken gingen voor altijd verloren. Nero echter, de grimmige beheerscher van +het Romeinsche rijk, genoot van dit gruwelijke schouwspel, en verheugde zich over +de woede der vlammen! Hij zette zich een krans op het hoofd en terwijl hij zijn lier +bespeelde, zong hij het lied van de verwoesting van Troje. +</p> +<p>Maar onder de burgers verspreidde zich het gerucht dat de keizer zelf Rome zou hebben +doen in brand steken, om ruimte te krijgen voor zijn waanzinnige bouwplannen, en zijn +nieuw paleis. Nero vreesde den haat van het volk, en, om zich van deze verdenking +te zuiveren, beschuldigde hij de leden der jonge christengemeente van deze euveldaad; +ze hadden immers vaak in het openbaar de ongebonden leefwijze in de hoofdstad vervloekt, +en den ondergang van het Romeinsche rijk en de overwinning der christelijke leer geprofeteerd. +Wat lag meer voor de hand dan dat zij de schuldigen waren? Nu zouden ze voor hun misdaad +boeten. De leiders der christenen, de apostelen Paulus en Petrus werden in ketenen +geslagen, en met andere geloovigen in de Mamertijnsche gevangenis gebracht, een verpest +onderaardsch gewelf tusschen het kapitool en het Forum. Bij geheele troepen sleepte +men de geloovigen uit hun huizen en uit de plaatsen waar ze hun samenkomsten hielden, +en dreef ze als kudden in de onderaardsche holen die met den circus van Nero in verbinding +stonden. Hier moesten ze hun straf afwachten, en tevens zou het verbasterde gepeupel +van een nieuw schouwspel genieten. +<span class="pageNum" id="pb147">[<a href="#pb147">147</a>]</span></p> +<p>In andere, met ijzeren tralies afgesloten, onderaardsche holen, bewaarde men leeuwen, +tijgers en andere roofdieren. Dagen achtereen liet men de dieren honger lijden, en +om hun bloeddorst nog meer te prikkelen, moesten de circus-beambten bloedige stukken +vleesch voor hun hokken heen en weer bewegen. Rome sprak over niets anders dan over +het op handen zijnde schouwspel! +</p> +<p>De groote dag brak aan. Voorname mannen en vrouwen kwamen in prachtige draagstoelen, +gekleed in purperen zijden gewaden; het krioelde van krijgslieden en blanke wapenen, +de lucht was doortrokken met den geur van welriekende oliën en zalven. Men spreidde +kussens en dekens over de banken uit, en nam zijn plaats in. In de keizerloge verschenen +Nero en zijn hovelingen. +</p> +<p>De trompetten schallen en terdood veroordeelde krijgsgevangenen betreden de arena +voor het gladiatorengevecht. Voor een deel dragen ze helm en pantser, terwijl andere +geheel ongekleed zijn. Net en een drietand zijn de wapenen van dezen, terwijl genen +voorzien zijn van zwaard en schild. De tweekamp eindigt eerst met den dood van een +der beide partijen, tenzij een wenk van den keizer den overwonnene begenadigt. Daarna +komt een algemeen gevecht; maar, alvorens op elkaar los te stormen, begeven de gladiatoren +zich met statigen tred tot voor Nero’s loge, en roepen: „Heil, U, Caesar, zij die +sterven gaan, groeten U!” Zoodra het bloedige spel teneinde is, worden de lijken weggesleept, +en versch zand in de arena rond gestrooid om de bloedsporen te bedekken. +</p> +<p>Wederom schallen de trompetten, luider dan voorheen. Een christenschare wordt in de +arena gedreven. Inplaats van in kleederen zijn ze in dierenvellen gestoken. Slechts +hun bleeke, rustige gelaatstrekken zijn zichtbaar; opwaarts blikkend heffen ze een +psalm aan, en hun gezang klinkt trotsch en luide over het heidensche Rome. +</p> +<p>Nieuwe trompetstooten—en de ijzeren zijdeuren worden geopend; een troep wilde honden +stort zich in de arena. In ’t eerst zijn ze schuw, maar met steenworpen en wilde kreten +worden ze aangehitst; ze naderen hun prooi, trekken aan de dierenhuiden en besnuffelden +het naakte vleesch. Zoodra er een begint, volgen de anderen zijn voorbeeld, en stillen +hun honger. <span class="pageNum" id="pb148">[<a href="#pb148">148</a>]</span>Geen der martelaren smeekt om genade, geen keurt Nero één blik waardig. Eerst met +den dood van den laatste verstomt het gezang. +</p> +<p>Reeds worden nieuwe scharen binnengevoerd, en nu is het de beurt voor de leeuwen om +hun honger te stillen. Zoo gaat het bloedige feest voort. Tijgers, panters, beren, +wolven en jakhalzen worden op de christenen losgelaten terwijl het gepeupel brult +van dolle opwinding, en de lucht van het bloed den geheelen circus vervult. +</p> +<p>Wanneer het schouwspel voorbij en het theater ledig is, wagen zich eenige christenen +die zich nog in vrijheid bevinden in de arena om het gebeente der dooden te verzamelen +en ze te begraven in de grafplaatsen buiten Rome. +</p> +<p>Er staat nog een derde theater op zijn oorspronkelijke plaats, het Colosseum, en dit +bouwwerk is zoo goed bewaard gebleven, dat men zich nog een duidelijk beeld van zijn +oorspronkelijken toestand kan vormen. Het is het mooiste en grootste bouwwerk uit +de oudheid dat Rome bevat. Dit theater, voltooid in het jaar tachtig van onze jaartelling, +werd onder de keizers Vespasianus en Titus gebouwd. De rijen banken, die ruimte boden +voor 85.000 toeschouwers waren in vier afdeelingen verdeeld, waarvan de achterste +en hoogste bestemd waren voor vrouwen en vrijgelaten slaven. Als toegangskaarten deden +stukjes elpenbeen dienst, die de ligging der verschillende plaatsen zoo nauwkeurig +aangaven, dat ieder dadelijk in het reusachtige gebouw zijn weg kon vinden. De zitplaatsen +waren van marmer, en tal van marmeren beelden sierden de muren van het theater. +</p> +<p>Daar de spelen gewoonlijk overdag gegeven werden, had men over de arena en de plaatsen +der toeschouwers een reusachtigen zijden doek gespannen. Wanneer het theater met publiek +gevuld was, bood het een schouwspel van overweldigende pracht. Op de beste plaatsen +zaten de Senatoren in purperomzoomde toga, de priesters der verschillende tempels, +zwart gesluierde Vestaalsche maagden, en krijgslieden in schitterende wapenrusting. +Daarachter kwamen de rijen der Romeinsche burgers in hun witte of bonte toga, het +hoofd onbedekt, baardeloos en met kort geknipt haar; ze onderhielden zich met elkaar +in een taal die even welluidend was als het tegenwoordige Fransch en Italiaansch. +De talrijke vreemdelingen die Rome bezochten, waren aanwezig, gezanten <span class="pageNum" id="pb149">[<a href="#pb149">149</a>]</span>uit alle landen der wereld, staatslieden<span class="corr" id="xd33e1519" title="Niet in bron">,</span> kooplieden en reizigers uit Germanië en Gallië, uit Syrië, Griekenland en Egypte. +</p> +<p>Nog machtiger indruk krijgt men van dit bouwwerk wanneer met het niet overdag, maar +des avonds bij maanlicht, bezoekt. Het plein voor het theater, waar eertijds de gladiatorenkazernen +en de lijkenhuizen stonden, is nu leeg en verlaten, en de duistere nacht breidt zich +uit over de ruïnen; maar wanneer men de geweldige arena binnentreedt, beschijnt het +maanlicht de hooge, grauwe muren en de verweerde banken. Hier en daar gapen donkere +holen, ’t zijn de toegangen tot de onderaardsche gewelven waar de christenen en de +wilde dieren opgesloten werden. Want ook in dit theater is de bodem letterlijk met +bloed gedrenkt. +</p> +<p>Geen geluid van de stad, die ter ruste gegaan is, dringt tot ons door. En toch meen +ik reeds lang weggestorven stemmen te hooren. Ik hoor het vreugdegehuil van het gepeupel, +dat het bloed van de christenen ziet vloeien; ik hoor den strijdkreet der gladiatoren, +het gekletter van hun wapenen wanneer zij elkaar op leven en dood bevechten; uit de +onderaardsche gewelven stijgt een dof, hongerig gebrul dat de aarde doet beven, en +boven dit alles uit stijgt helder en plechtig het overwinningslied der martelaren +ten hemel! +</p> +<p>Een circus, of een theater van den tegenwoordigen tijd,—dat is slechts speelgoed, +in vergelijking met het Colosseum. De oude Romeinen waren meesters in het uitvinden +van zulke schouwspelen, die naar den smaak van de massa waren. Geheele wouden werden +tevoorschijn getooverd, waarin de gladiatoren op leeuwen en tijgers jacht maakten. +In korten tijd kon het geheele tooneel onder water gezet worden, en op dit kunstmatige +meer werden bloedige zeeslagen geleverd, totdat het water rood gekleurd was van bloed. +Door vernuftige kanalen liep de arena dan in een oogwenk weer leeg, de lijken werden +door slaven weggesleept, en het theater werd ingericht voor een nachtelijk feest. +Dan werd de arena door <span class="corr" id="xd33e1525" title="Bron: Fakkels">fakkels</span> verlicht, en nieuwe scharen gevangen christenen werden gekruisigd of voor de wilde +dieren geworpen. Toen de Romeinsche keizer Philippus Arabs in 248 het duizendjarig +bestaan van Rome vierde, traden twee en dertig olifanten, een groote menigte wilde +dieren en tweeduizend gladiatoren in het Colosseum op. +<span class="pageNum" id="pb150">[<a href="#pb150">150</a>]</span></p> +</div> +</div> +<div id="ch38" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#xd33e3158">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> +<h2 class="main"><span class="divNum">38.</span> IN DE CATACOMBEN.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">Niet ver van het Colosseum ligt het begin van een der oudste en beroemdste wegen, +die ooit door menschenvoeten betreden zijn, de Appische weg. Hierlangs hielden keizers +en legeraanvoerders hun zegevierenden intocht in Rome; hierlangs werden ze na hun +dood uitgedragen om op brandstapels verbrand en in hun familiegraven bijgezet te worden. +Hierlangs schreden in duisteren nacht de christenen, om de overblijfselen hunner, +in de arena omgekomen, geloofsgenooten aan het onderaardsche Rome toe te vertrouwen. +Langs den Appischen weg kwam ook Paulus Rome binnen, omstuwd door een schare christenen, +die hem, zooals men in het laatste hoofdstuk van het boek der Handelingen lezen kan, +tegemoet gegaan waren. Nog heden staat aan de Via Appia een kleine kapel; ze is geheeten +„<span lang="la">Quo vadis?</span>” („waarheen gaat ge?”)<span class="corr" id="xd33e1539" title="Bron: ,">;</span> aan deze kapel is de volgende sage verbonden: +</p> +<p>Nadat de apostelen Petrus en Paulus negen maanden lang in den Mamertijnschen kerker +gevangen gezeten hadden, werd het doodvonnis over hen beiden geveld. Als Romeinsch +burger zou Paulus met het zwaard worden terechtgesteld; Petrus echter werd tot den +onteerenden kruisdood veroordeeld. +</p> +<p>Doch in den nacht, voorafgaande aan den dag waarop het vonnis voltrokken zou worden, +kwamen de gevangenbewaarders bij de gevangenen, bevrijdden hen van hun boeien en fluisterden +hun toe: „Vlucht, voor het te laat is!” Paulus vluchtte niet, hij was bereid om voor +zijn geloof te sterven. Petrus echter kon, volgens de sage, de verzoeking niet weerstaan. +Het was een duistere nacht, de regen stroomde kletterend op het marmeren plaveisel +van het Forum neer, en de storm huilde door de zuilengangen. Over de verlaten markt +voortsnellend, bereikte hij een der stadspoorten en ontvluchtte Rome langs de Via +Appia. Wel sprak zijn geweten, maar hij trachtte het tot zwijgen te brengen door te +denken aan al de bekeeringen, die hij zou volvoeren, indien hem nog eenige jaren levens +vergund werden. +</p> +<p>De storm bedaarde en de lucht werd helder. Daar bespeurde Petrus voor zich uit een +lichtschijnsel, dat hem tegemoet kwam. Het licht was niet geel, zooals van vuur, maar +blauwachtig als <span class="pageNum" id="pb151">[<a href="#pb151">151</a>]</span>het schijnsel van sterren, en toen het nabij gekomen was, zag Petrus dat het licht +van een stralenkrans uitging, die het hoofd omgaf van een man, gehuld in een lang +wit gewaad. +</p> +<p>Petrus gevoelde bij dezen aanblik een wondere ontroering. Toen de onbekende twee schreden +aan Petrus voorbij was, wendde hij zich om en zag den apostel met denzelfden weemoedigen +zachten blik aan, dien Petrus zich zoo wel herinnerde van drie en dertig jaar geleden, +in den hof van den hoogepriester Kajafas. Hij wierp zich voor Jezus’ voeten, en vroeg: +</p> +<p>„Heer, waarheen gaat ge?” +</p> +<p>En Jezus antwoordde: „Naar Rome, om nog eenmaal gekruisigd te worden!” +</p> +<p>Toen boog Petrus het oude, moede hoofd ter aarde, en weende bitterlijk. Toen hij zich +weder ophief, was de Meester verdwenen, en de apostel stond alleen op de Via Appia. +</p> +<p>Opnieuw was de storm opgestoken, en zware wolken joegen over de Campagna naar de Appenijnen. +Zonder aarzeling, keerde Petrus om, en snelde naar Rome terug. Onderweg ontmoette +hij een vrijgelaten slaaf, dien hij zelf gedoopt had. +</p> +<p>„Heer, waarheen gaat ge?” vroeg de slaaf verbaasd. En Petrus antwoordde: „Naar Rome +om gekruisigd te worden!” Met vluggen tred ging hij verder, ging weer over het Forum, +en daalde in de Mamertijnsche gevangenis af. Hier liet hij zich door den gevangenbewaarder +de ketenen weer aanleggen. +</p> +<p>Den volgenden dag bracht men hem naar een heuvel waar het kruis reeds opgericht was. +Daar hij zichzelf evenwel voor onwaardig hield om in dezelfde houding als zijn Heiland +te sterven, vroeg hij den Romeinschen krijgsknechten om de gunst om met het hoofd +naar omlaag aan het kruis genageld te mogen worden. +</p> +<p>Langs de Via Appia gaat men ook wanneer men de onderaardsche catacomben wil bezoeken. +</p> +<p>Twee monniken met waskaarsen voeren ons een trap omlaag, en dan gaat het door smalle +gangen die een duister en vochtig labyrint onder de aarde vormen. De meeste gangen +zijn slechts een meter breed, het dak is gewelfd, en in de wanden ziet men ontelbare +nissen waar de christenen hun ontslapene broeders en zusters bij zetten. Men legde +het lijk in een doek; kruiste de armen over de borst, wendde hun gezicht naar het +Oosten. <span class="pageNum" id="pb152">[<a href="#pb152">152</a>]</span>De nissen werden afgesloten met een marmeren plaat, of met eenige tichelsteenen, en +dan zongen de rouwdragers, met fakkels in de handen, geestelijke liederen. +</p> +<p>Hoevele lijkstoeten zullen zich wel door deze gangen hebben voortbewogen! Hier rustten +de martelaren. Hier verzamelden zich de christenen tot gemeenschappelijk gebed of +beraadslagingen, en nog in de vijfde eeuw vierden ze hier in den schoot der aarde +feesten ter herinnering aan hun martelaren. +</p> +<p>Een steile, donkere trap brengt ons nog een verdieping lager. Vaak liggen vier of +vijf verdiepingen onder elkaar, waarvan de diepste meer dan twintig meter beneden +den grond ligt. Alle gangen tezamen vormen een lengte van negenhonderd kilometer, +en overal vindt men nissen in de wanden; het onderaardsche Rome bevat meer dan drie +millioen zulke graven! +</p> +<p>Het zou levensgevaarlijk wezen, zich hier zonder een gids te wagen. Men zou doelloos +ronddwalen, vergeefs een uitweg zoeken, nu eens rechtsom, dan weer ter linkerzijde +een zijgang inslaan. Wanneer de waskaars opgebrand was, zou men al tastend den weg +zoeken, telkens struikelend zou men al verder en verder verdwalen. Niet het geringste +geluid! Alleen de echo zou op het hulpgeroep antwoorden. De waanzin zou als verlosser +komen en men zou het hoofd te pletter stooten tegen een der grafsteenen in deze doodenstad! +</p> +<p>In de musea, vooral in het Vatikaan, bevinden zich tal van marmeren gedenkplaten uit +dezen oud christelijken tijd. De inschriften zijn in het <span class="corr" id="xd33e1566" title="Bron: Latijnsch">Latijn</span> of Grieksch geschreven, en bevatten vaak zinnebeeldige voorstellingen waarbij de +visch de Heiland, het olijvenblad de vrede, een schip het menschenleven, de duif de +ziel van den afgestorvene, het anker de hoop op de opstanding, en de palmtak de zege +der zaligen beteekent. +</p> +<p>Niets is treffender dan deze grafsteenen met hun korte, veelzeggende afscheidswoorden. +Voor de antieke marmeren beelden staat men in stomme bewondering; hier echter, te +midden der schatten van deze doodenstad, hoort men de steenen spreken. Voor ongeveer +tweeduizend jaren hebben de levenden, vaak in onbeholpen schrift, hun geloof, hun +liefde, hun droefheid en hun hoop aan deze steenen toevertrouwd. +<span class="pageNum" id="pb153">[<a href="#pb153">153</a>]</span> +</p> +<p></p> +<div class="figure p144width"><img src="images/p144.jpg" alt="Colosseum in Rome." width="720" height="461"><p class="figureHead">Colosseum in Rome.</p> +</div><p> +<span class="pageNum" id="pb154">[<a href="#pb154">154</a>]</span> +</p> +<p></p> +<div class="figure p145width"><img src="images/p145.jpg" alt="Het Forum van Pompeji met de Vesuvius." width="720" height="461"><p class="figureHead">Het Forum van Pompeji met de Vesuvius.</p> +</div><p> +<span class="pageNum" id="pb152a">[<a href="#pb152a">152</a>]</span></p> +<p>Maar wij moeten afscheid nemen van Rome. Er is echter een middel om zich de terugkomst +in de eeuwige stad te verzekeren. +<span class="pageNum" id="pb155">[<a href="#pb155">155</a>]</span></p> +<p>Ik heb het zelf geprobeerd. Op een klein plein in Rome verheft zich voor den voorgevel +van een prachtig paleis de Fontana Trevi. De zeegod staat op zijn wagen, een reusachtige +schelp, die door twee zeepaarden wordt getrokken. Door tritons geleid willen zij over +den rand van de nagemaakte rotsen springen, waarover het water in hel-groene golven +en witte stralen afstroomt, om beneden in een rond bassin saam te vloeien. +</p> +<p>Als de laatste avond van uw verblijf te Rome is aangebroken, begeeft u dan naar de +Fontana Trevi. Hier werpt gij—voor de straatjongens—een klein geldstuk in het bassin; +laat uw hand volloopen onder een der waterstralen en drinkt van het water van Rome—dan +zal u de toovermacht van den zeegod gevangen houden, en uw ziel zal geen rust vinden, +voordat gij nog eens uw schreden hebt gericht naar de Eeuwige Stad! +</p> +</div> +</div> +<div id="ch39" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#xd33e3167">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> +<h2 class="main"><span class="divNum">39.</span> POMPEJI.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">Weer eenige uren langs glinsterende rails en wij zijn te Napels. Ginds in het Oosten +broedt de kegel van den Vesuvius, als een vuurspuwende draak over den zeeboezem, aan +welks oever steden en dorpen en stralend witte landhuizen, zoo dicht naast elkaar +liggen, als de kralen van een rozenkrans. Op de met lava geplaveide straten van Napels +loopen wij rond en kunnen ons niet verzadigen aan het gezicht van de prachtige, bruine +gezichten, de bonte, morsige kleederdrachten. Steeds weer zouden wij de melodieuse +liederen willen hooren, die ter eere van het liefelijk Napels weerklinken. „Napels +zien en dan sterven” is een Italiaansch spreekwoord, het wil zeggen dat voor hem die +Napels niet zag, het leven geen waarde heeft! +</p> +<p>Wij gaan het nationaal museum binnen en nu verdwijnen voor ons het bonte leven daarbuiten +op de straten, de blauwe Golf van Napels en de krans van groenende tuinen. Hier overweldigt +ons het verleden, dat in een grootsche verzameling van kunstwerken, beelden en schilderijen +uit Pompeji ons tegemoet treedt. +</p> +<p>In de zevende eeuw voor de geboorte van Christus, werd niet ver van de kust, aan de +Golf van Napels, aan den <span class="pageNum" id="pb156">[<a href="#pb156">156</a>]</span>zuidelijken voet van den Vesuvius de stad Pompeji gesticht. Ongeveer tachtig jaar +voor onze tijdrekening kwam ze onder Romeinsche heerschappij en gedurende de volgende +honderd vijftig jaren ontwikkelde zij zich in architectuur, taal en gewoonten tot +een echte Romeinsche stad. Een muur met torens omringde de huizen en straten met haar +20.000 inwoners en bij het invallen van den nacht werden de acht stadspoorten gesloten. +Op het voornaamste plein, het Forum, waar volksvergaderingen en feesten werden gehouden, +verhief zich, tusschen open hallen en zuilengangen en een reeks marmeren beelden, +de tempel van Jupiter. +</p> +<p>Op het tweede plein stonden het theater en een oude Grieksche tempel. +</p> +<p>Pompeji werd spoedig een lievelingsstad der aanzienlijke Romeinen, die in het stadsgebied +zelf van Pompeji of in de wonderschoone omgeving ervan prachtige villa’s lieten bouwen. +Een dezer villa’s, bij de noord-westelijke stadspoort, behoorde aan den beroemden +redenaar en schrijver Cicero, die van tijd tot tijd in dezen, zijnen „Tusculum”, ontspanning +zocht van het geraas en het onrustige leven in Rome. Men weet heel nauwkeurig dat +hij zich hier het laatst ophield in het jaar 44 na Christus, kort na den moord van +den grooten Julius Caesar. +</p> +<p>Niet ver van de villa van Cicero liep noord-westelijk de „Weg der Graven”, die evenals +de Appische heirweg aan beide zijden door grafmonumenten is begrensd, van de eenvoudigste +gedenksteenen, tot de kostbaarste altaren en tempels; zij bevatten alle de urnen met +het gebeente en de asch der dooden. +</p> +<p>De straten waren recht en regelmatig aangelegd, eenige breed, vele heel smal. Zij +waren met lavazerken, geplaveid en verhoogde trottoirs liepen langs de huizen. Langs +eenige straten waren aan beide zijden winkels, hier en daar was een rij steenen dwars +over de straat gelegd, opdat de voetgangers na hevige stortregens, die destijds evenals +nu nog alle wegen in kanalen en rivieren veranderden, droogvoets aan den anderen kant +konden komen. +</p> +<p>Pompeji bezat vele baden, die prachtig en met de uiterste geriefelijkheid waren ingericht. +Uit steen opgetrokken, waren zij koel en donker, en boden gedurende den warmen zomer +<span class="pageNum" id="pb157">[<a href="#pb157">157</a>]</span>een heerlijke verkwikking. Men legde zijn kleeren in de nissen van de ontkleedhal, +en liep van het eene badkamertje naar het andere, om eerst een heet luchtbad, dan +een warm bad, en eindelijk een koud bad te nemen. De muren van de kamer voor het koude +bad waren met schilderijen versierd, die schaduwrijke bosschages en donkere wouden +voorstelden; de blauw gewelfde zoldering was met gouden sterren bezaaid, en het zonlicht +viel slechts door een klein rond venster naar binnen; daardoor geleek het bassin op +een klein meer in een bosch, onder den vrijen hemel. Men liet zich door de badknechten +masseeren en met welriekende oliën inwrijven. +</p> +<p>De huizen der welgestelde burgers waren met uitgezochten smaak, en grooten kunstzin +ingericht. Naar de straatzijde toe was niet veel meer te zien dan kale, gelijkvormige +muren, want de oude Romeinen wilden het heiligdom van hun tehuis niet laten ontwijden +door het geraas der straat en de nieuwsgierigheid der voorbijgangers. Precies zoo +is het ook nu nog, zooal niet in Italië en Griekenland dan toch in het gansche Aziatische +Oosten. In het inwendige wordt daarentegen des te grooter pracht tentoongesteld. Hier +stonden beelden en busten, onder open zuilengangen, geurende, weelderige bloembedden, +en midden in de voornaamste zaal, in het „atrium” was in den mozaïeken vloer een marmeren +bassin aangebracht. Door een vierkante opening in de zoldering boven het bassin, keken +zon en maan binnen, en de regen vermengde vaak zijn droppels met de stralen van de +steeds klaterende fontein. +</p> +<p>Indien de heer des huizes een gastmaal gaf, dan droegen slaven tafels aan, en terwijl +ze op lange rustbedden lagen, gebruikten zij de overdadige spijzen; dronken, schertsten +en luisterden onderhand naar de tonen der fluiten, citers en cimbalen en volgden met +slaperige, door het gebruik van wijn verduisterde oogen de bewegingen van danseressen. +</p> +<p>Dat was een gelukkige tijd van ongestoorde rust voor Pompeji! Men genoot van de gaven +der wouden, der tuinen en van de zee, dreef handel, vervulde zijn ambtsplichten en +verzamelde zich voor beraadslagingen op het Forum, op welks steenen zerken de marmeren +zuilen koele schaduwen wierpen. Wie dacht aan den nabijzijnden Vesuvius! Sedert duizenden +jaren was de vulkaan reeds uitgebluscht en op oeroude lavastroomen <span class="pageNum" id="pb158">[<a href="#pb158">158</a>]</span>stonden oeroude boomen en tegen de hellingen van den berg rijpten in de zon de heerlijkste +druiven, waaruit nog tegenwoordig een wijn wordt geperst, die „de tranen van Christus” +heet. De sage vertelt, dat de Heiland eens op zijn omwandeling op aarde, den Vesuvius +heeft beklommen, en eerst is blijven staan in stomme bewondering over het heerlijke +landschap dat de Golf van Napels omgeeft. Daarna zou Hij, door leed, over deze plaats +der ijdelheid en der zonde bitter hebben geschreid. En juist op de plaats waar zijn +tranen op aarde neerdruppelden, ontsproot een wijnrank, die haars gelijke niet had! +</p> +</div> +</div> +<div id="ch40" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#xd33e3176">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> +<h2 class="main"><span class="divNum">40.</span> ONDER DE ASCH VAN DEN VESUVIUS.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">Een jaar voor den brand van Rome werd Pompeji door een geweldige aardbeving geschokt, +maar de bewoners vatten weer gauw moed en bouwden hun stad weer schooner en prachtiger +op. Zestien jaren gingen voorbij, toen viel de meest vernietigende slag, die ooit +een stad heeft getroffen sedert Sodom en Gomorrha door vuur uit den hemel werden verteerd. +</p> +<p>Plinius de Oudere, die ons een onsterfelijk natuur-wetenschappelijk werk heeft nagelaten, +was destijds bevelhebber over de Romeinsche vloot; ze lag in de bocht van Napels voor +anker, terwijl hij zelf vertoefde bij zijn zuster, op een plaats niet ver van Pompeji. +Plinius de Jongere, zijn neef, een jonge man van achttien jaren, was eveneens bij +zijn moeder te gast. +</p> +<p>De 24ste Augustus van het jaar 79 brak aan. De Vesuvius had zich zoo lang stil gehouden, +maar nu kende zijn woede geen grenzen. In den loop van enkele uren begroef hij Pompeji +en nog twee andere steden, Herculanum en Stabiae onder een regen van puimsteen en +asch en onder een stroom gloeiende lava en heete modder. Onder hen die er het leven +bij verloren behoorde ook Plinius de Oudere. +</p> +<p>Verscheidene jaren later schreef de geschiedschrijver Tacitus aan Plinius den Jongeren +en verzocht hem eenig bericht te geven over den dood van zijn oom. Deze geschriften +zijn nog bewaard. Plinius beschrijft hoe zijn oom beneden aan het strand door een +regen van asch en zwaveldampen stikt. Hij zelf had gezien hoe vurige vlammen uit den +krater opstegen en hoe de Vesuvius <span class="pageNum" id="pb159">[<a href="#pb159">159</a>]</span>een zwarte wolk uitspuwde die zich omhoog, als de kroon van een pijnboom vertakte. +Hij was met zijn moeder gevlucht in den voorhof van haar huis; maar toen de grond +onder hun voeten begon te wankelen en de lucht zich met asch vulde, snelden zij met +nog een menigte menschen weg. Zijn reeds bejaarde moeder smeekte hem zich toch door +een haastige vlucht te redden, maar hij wilde haar niet alleen laten. „Dikke rookerige +duisternis,” zoo luidt zijn beschrijving, „welfde zich dreigend boven ons. Zij overstroomde +de aarde als een voortstormende rivier, en golfde achter ons aan. „Laat ons terzijde +afslaan,” zeide ik, „zoolang wij nog kunnen zien, opdat wij onderweg niet vallen en +in de duisternis, door hen, die ons volgen, worden vertreden.” Ternauwernood waren +wij gelukkig aan het gedrang ontkomen, of diepe nacht omringde ons reeds, een nacht, +niet alleen zonder maan of bewolkt, maar zooals hij in dichtgesloten ruimten heerscht, +waar het licht is uitgebluscht.” Dan vertelt Plinius hoe de vluchtenden kussens op +hun hoofd bonden om niet verpletterd te worden door neervallende steenen en hoe men +onophoudelijk de asch van zich moest afschudden om niet door den last daarvan op den +grond te worden gedrukt. Hij zelf bleef onder deze gebeurtenissen heel kalm, want +hij was er van overtuigd, dat de geheele wereld nu ten onder moest gaan. +</p> +<p>Door deze uitbarsting van den Vesuvius werd Pompeji onder een dikke, zes meter hooge +laag puimsteen en asch begraven. Nog vele jaren later gingen de bewoners van omliggende +streken er heen om met spaden allerhande uit te graven. Maar daarna daalde Pompeji +in den nacht der vergetelheid en sliep 1500 jaren onder de aarde. Maar na 1500 jaren +werd de stad weer ontdekt en men begon opnieuw te graven. Akkers, moerbeiboschjes +en landgoederen waren intusschen op het kleed van het geweldige bed van asch opgegroeid. +Maar pas vijftig jaar geleden begon de navorsching van den nieuwen tijd met ernst +de bedolven stad op te graven, en nu heeft men het reeds voor meer dan de helft gedaan. +Tegenwoordig kan de vreemdeling ongehinderd door haar straten rijden, de oude winkels +en baden inzien en de prachtige muurschilderingen in de paleizen der aanzienlijken +bewonderen. De zuilen van den tempel van Jupiter, die zoo lang in ondoordringbaren +nacht begraven <span class="pageNum" id="pb160">[<a href="#pb160">160</a>]</span>waren—werpen nu weer, in de verblindende zon hun schaduw op dezelfde steenen zerken +van het Forum als te voren. De Weg der Graven is opengelegd en jonge cypressen schieten +omhoog tusschen de grafteekenen. De dooden, die voor den tweeden keer begraven werden, +toen de Vesuvius zijn asch over hen uitspreidde, luisterden nu opnieuw naar de schreden +van een jong geslacht, buiten op de straat. +</p> +<p>Maar de ongelukkigen, die levend onder den aschregen werden begraven, zijn lang tot +stof vergaan, en toch zijn er nog en in de musea kunnen wij hen met verwrongen ledematen, +het gelaat op den grond gedrukt, zien liggen precies in de houding, die zij innamen, +toen zij neervielen en de asch hen bedekte. Want zoo bleven zij als in een gietvorm +1800 jaren liggen! Hun stof werd weer aarde, maar de ontstane ledige ruimte bleef +bestaan, en als men gips in zulke holten giet, dan verkrijgt men een levendig afbeeldsel +van die menschen in het oogenblik van hun dood! Hier ligt een vrouw, die voor haar +huis is neergestort en krampachtig een buidel van goud en zilver met beide handen +omklemd houdt; ginds een man, wiens hoofd zwaar op de ellebogen is neergevallen en +daar een hond, die zich ineen heeft gerold, voordat hij stikte. Zoo is de slapende +stad tot nieuw leven ontwaakt en de dooden zijn teruggekeerd uit het rijk der schaduwen. +</p> +<p>Onverbiddelijk heeft de spade alle geheimen van Pompeji onthuld; de asch heeft alles +getrouw bewaard, tot zelfs de vluchtige invallen, die op de hoeken van huizen werden +geschreven. Op een huis werd aangegeven, dat het vanaf den eersten Juli te huur was: +„Mogelijke huurders worden verzocht zich tot den slaaf Primus te wenden.” Op een anderen +hoek raadt een grappenmaker een kennis aan: „Loop heen en hang je op!” Een burger +schrijft van zijn vriend: „Ik hoor tot mijn leedwezen, dat je gestorven bent.—Vaarwel!” +Een andere muur draagt de vriendelijke aanmaning: „Hier is geen plaats voor luilakken, +maak dat je wegkomt, jij, deugniet!” Het merkwaardigst zijn echter de woorden Sodom +en Gomorrha, die stellig door een Jood tegen een huis werden ingekrast. Zelfs de schrijfoefeningen +der schooljongens zijn nog tegen een muur te herkennen, pogingen in het Grieksche +alphabet, hetgeen bewust dat de Grieksche taal een deel van het onderwijs uitmaakte. +<span class="pageNum" id="pb161">[<a href="#pb161">161</a>]</span>Oudere jongens hebben, precies als zij nu nog doen, verzen van voorname dichters ingekrast, +en eens vindt men, met houtskool geschreven en nog maar voor de helft leesbaar: „Verheug +u op het vuur, Christen!” Zoo bespotte men de martelaars, die met teer overgoten in +den tuin van Nero als fakkels werden verbrand! +</p> +<p>De kunstschatten, schilderijen en beeldhouwwerken, die men te Pompeji heeft uitgegraven, +hebben met den geheelen aanleg der stad, haar bouwtrant en haar inschriften een licht +over het leven der Oudheid geworpen, dat men te voren nooit had vermoed. Maar nog +een veel rijkeren oogst voor de wetenschap verwacht men uit het bed van lava en slib, +dat Herculanum, de stad die naast Pompeji lag, bedekt. Maar op dien bodem zijn intusschen +twee steden verrezen, die eerst verwijderd zouden moeten worden als ook Herculanum +uit zijn eeuwigen slaap gewekt zou worden. +</p> +<p>Vaarwel, Pompeji en Napels! +</p> +<p>Wij gaan in gedachten op een schip dat ons over de Golf van Napels draagt. Rechts +laten wij het verrukkelijke eiland Capri achter ons. Aan de noordelijke zijde ervan +kan men liggend in een platte roeiboot, of zwemmend een rotsopening, die niet hooger +is dan een meter, voorbij gaan, die toegang geeft tot de Blauwe Grot. Zij werd in +1826 door twee Duitsche schilders ontdekt. Daarbinnen strekt zich een stille, kristalheldere +watervlakte uit, meer dan vijftig meter den berg in en het gewelf boven den waterspiegel +is vijftien meter hoog. De eenige verlichting van het inwendige der grot, is de reflectie +der kleur van den hemel en van de zee in de grot, <span class="corr" id="xd33e1641" title="Bron: vanwelker">van welker</span> gewelf en wanden druipsteenen als ijskegels neerhangen—alles blauw. Dompelt men een +roeispaan of de hand in het water dan glinstert zij, door de reflectie van den witten +zandbodem, zilverwit. Maar men kan het slechts bij kalm weer wagen er in te varen, +anders zou de boot tegen de rotsachtige zoldering verpletteren. Slechts moedige bewoners +van Capri wagen er zich ook bij hooge zee in, met groote handigheid en vlugheid boegseeren +zij hun boot tusschen twee golfslagen in de grot. +</p> +<p>Aan onze linkerhand verbergt een landtong de witte huizen en olijftuinen van Sorrent, +een kleine stad, die door groote dichters werd bezongen. Daarna stevenen wij op de +turkoois-blauwe <span class="pageNum" id="pb162">[<a href="#pb162">162</a>]</span>watervlakte van de Tyrrheensche zee verder. In het Zuiden duikt het rotseiland Stromboli +uit de golven op, met zijn vuurspuwenden op een vuurtoren gelijkenden vulkaan. In +de straat van Messina zijn wij tusschen de kusten van Calabrië en Cicilië, die zoo +vaak door ontzettende aardbevingen werden verwoest. Maar nu gaat het naar buiten, +in de groote, open Middellandsche Zee. Achter ons verdwijnt Italië en daarmede Europa +aan den horizon, en wij schommelen naar het Oosten, naar het land der pharao’s. +</p> +</div> +</div> +<div id="ch41" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#xd33e3185">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> +<h2 class="main"><span class="divNum">41.</span> EGYPTE.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">Ik herinner mij nog alsof het gisteren gebeurde, den dag in het jaar 1885, toen de +telegraaf over de gansche aarde de treurmare bracht, dat Chartoem gevallen en Gordon +Pacha, de gouverneur van Soedan omgekomen was! Zelden werd de geheele wereld zoo diep +getroffen door den dood van een man. +</p> +<p>Gordon was een Schot, maar werd in 1833 in een der voorsteden van Londen geboren, +en reeds als jonge luitenant bij de genie, hoorde hij onder de muren van Sebastopol +het oorlogsgedonder dreunen. Als dertigjarig majoor voerde hij het bevel over het +keizerlijk leger in China en onderdrukte den schrikkelijken Taiping-opstand, die sedert +1851 in de provinciën aan de blauwe Rivier woede. In anderhalf jaar had hij de rust +hersteld. +</p> +<p>Nadat hij eenige jaren, gedeeltelijk in zijn geboorteland, gedeeltelijk in de landen +van het Oosten had doorgebracht, trad hij in 1874 in dienst van den Khedive, den onderkoning +van Egypte. De Khedive Ismail was een energiek man met vooruitstrevende plannen. Hij +wilde zijn rijk uitbreiden tot aan de groote meren van den aequator, waar men meende +dat de Nijl moest ontspringen, en Gordon zou over een provincie regeeren, die haar +naam, Aequatoria, naar den aequator draagt. Vlak ten Zuiden van Caïro, de grootste +stad van Afrika, de hoofdstad van Egypte, begint een hoogland, dat zich van het Noorden +naar het Zuiden bijna over het geheele vasteland uitstrekt. In Abessinië verheft het +zich tot aanzienlijke hoogte en rondom den aequator, verheft het zich tot Afrika’s +hoogste bergtoppen. <span class="pageNum" id="pb163">[<a href="#pb163">163</a>]</span>Als een scherm houdt dit gebergte allen regen verre van Egypte en groote deelen van +Soedan. De waterdampen, die de passaatwind des zomers over Abessinië heendrijft, veranderen +in de bergstreken van dit land in regen en sneeuw en de wind komt droog naar Nubië +en Egypte. Wat aan vochtige massa’s uit den warmen Indischen Oceaan opstijgt en door +den passaatwind naar het Noordwesten wordt gedreven, verandert gedurende acht maanden +van het jaar in water, in de gebergten bij den aequator, en zoo ontvangt het Nijldal +ook van daar geen neerslag. De bodem blijft hoog en ontzaglijke gebieden zijn woestenijen, +waar bronnen slechts op groote afstanden van elkaar liggen. Maar gedragen door de +winden van den Indischen Oceaan, ruischt de regen op de Oost-Afrikaansche gebergten +neer en verzamelt zich daar tot geweldige rivieren. De Atbara en de Blauwe Nijl stroomen +uit Abessinië neer en veroorzaken in den herfst de bekende overstroomingen van den +Nijl; gedurende het overige deel van het jaar zorgt de Witte Nijl voor de bewatering +van Egypte. Zoo gedijt het land ook zonder regen, en ontelbare kanalen bevruchten +in zijn plaats de akkers in welker, krachtigen, moerassigen slibbodem ontelbaar veel +graansoorten; tarwe, mais, gerst en durrha (negergierst), groenten als boonen en erwten +en veel dadelpalmen welig groeien en suikerriet en katoenstruiken, zich steeds meer +uitbreiden. Van uit een ballon gezien zouden deze akkers, die palmen en vruchtboomen +zich afteekenen langs de rivier als een groene band, terwijl het geheele overige gebied +er geel en grauw zou uitzien; want het bestaat slechts uit droge zandwoestijnen. +</p> +<p></p> +<div class="figure p154width"><img src="images/p154.png" alt="OVERZICHT VAN AFRIKA." width="593" height="662"><p class="figureHead">OVERZICHT VAN AFRIKA.</p> +</div><p> +</p> +<p>Zoo is de Nijl voor Egypte de gewichtigste levensvoorwaarde. Daarvan vertelt de geschiedenis +van de verste Oudheid ons reeds. Want Egypte is een der oudste cultuur-centra der +aarde. Wie duizelt niet bij de gedachte, dat de eerste koning van wien gegevens uit +de Oudheid worden medegedeeld 3200 jaren voor de christelijke jaartelling heeft geleefd +en dat de groote piramide bij Giseh 4600 jaren oud is! Het grafgewelf ervan is in +de vaste steenmassa ingemetseld en daar staat tegenwoordig nog de sarcophaag van rood +graniet van koning Cheops. Twee millioen 300.000 steenblokken, elk tien kubieke meter +groot, zijn noodig geweest om voor een vergankelijk koning een onvergankelijk <span class="pageNum" id="pb164">[<a href="#pb164">164</a>]</span>grafteeken op te richten! Het gaat door voor het grootste bouwwerk, wat ooit door +menschenhanden werd opgericht. Gebouwen van onzen tijd schrompelen daarnaast tot niets +ineen. Slechts de lange Chineesche muur zou er zich, wat omvang betreft, mede kunnen +meten, maar hij is vervallen en voor het grootste deel van de aarde verdwenen, terwijl +de <span class="pageNum" id="pb165">[<a href="#pb165">165</a>]</span>piramide van Cheops er nog altijd als voor duizenden jaren staat, nu eens door de +zon verwarmd, dan weer door het maanlicht beschenen, of als een sprookjesachtige verschijning +te midden van den duisteren, lauwwarmen nacht. +</p> +<p>Twee duizend kilometer ten zuiden van de hoofdstad van Egypte eindigt de woestijn +en vandaar bedekken geweldige moerassen en dicht riet den grond. Dit is Soedan, „het +land der zwarten”. Op de landpunt, in welks hoek de Witte en de Blauwe Nijl samenvloeien, +lag Chartoem, de eenige stad van Soedan, tot waar handelswegen van alle kanten heenleidden, +en waar de waren nooit onverkocht bleven liggen. Naar de kostbare veeren van den snelvoetigen +struisvogel was toch ter versiering der Europeesche dameshoeden steeds groote navraag +en eveneens naar het kostbaar ivoor van de Afrikaansche olifanten die grooter en krachtiger +zijn dan hun Indische neven en die bij kudden worden neergeschoten of in het woud +in valkuilen worden gevangen. Maar het handelsartikel dat het meest op prijs werd +gesteld, en <span class="corr" id="xd33e1672" title="Bron: Langs">langs</span> Chartoem ging, dat waren de slaven, „het zwarte ivoor”, zooals hun hartelooze Arabische +handelaars hen noemden. Het vervoer der olifantstanden door paarden of ossen was te +duur, daar vele dieren bezweken onder de steken van de giftige vliegen. Daarom moest +het ivoor door menschen worden gedragen en zoodra deze hun diensten hadden bewezen, +werden zij zelf naar Egypte, Rome, Syrië en Turkije verkocht. Wouden en woestijnen +waren niet onuitputtelijk, ivoor en struisveeren konden eens een einde nemen; voor +uitsterven van negers behoefde men niet te vreezen. Sedert voor drie honderd jaren, +een Engelsen kapitein de eerste scheepslading slaven naar Amerika bevrachtte, heeft +deze schandelijke handel tot in den modernen tijd als een vloek gerust op het werelddeel +der zwarten. +</p> +</div> +</div> +<div id="ch42" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#xd33e3194">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> +<h2 class="main"><span class="divNum">42.</span> MET GORDON DEN NIJL OP.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">Gordon had het stadhouderschap van de nieuwe provincie, niet ver van de bronnen van +den Nijl op zich genomen in de hoop den slavenhandel eindelijk te kunnen uitroeien +of althans eenigszins de jacht op zwarte mannen en vrouwen te stuiten. <span class="pageNum" id="pb166">[<a href="#pb166">166</a>]</span>Hij voer van Caïro over de Roode Zee naar Soeakin, reed naar Berber aan den Nijl en +werd daar door den generaal gouverneur der provincie Chartoem met grooten luister +ontvangen. Hier vernam hij dat de Nijl nog 1500 kilometer verder zuidelijk bevaarbaar +was en hij dus zijn reis zonder oponthoud kon voortzetten. +</p> +<p>De Nijl bood aan Gordon’s stoomboot den uitnemendsten weg. Maar dezelfde rivier kan +voor den reiziger ook een onoverwinnelijken hinderpaal zijn. Want na den regentijd +treedt ze buiten haar oevers en vormt een onontwarbaar doolhof van zijarmen, meren +en moerassen. Tusschen ondoordringbare bosschen van riet en velden van papyrusstruiken +is de vrije waterweg dikwijls niet meer dan een nauwe doortocht. De wortels der grootere +planten maken zich los uit het slik en pakken zich samen met stengels en aarde tot +koeken, die dan door het aandringende water naar het Noorden worden gedreven. In smalle +openingen of bij scherpe bochten blijven ze hangen en telkens worden weer nieuwe van +deze eilanden aangespoeld en botsen tegen ze aan. Zoo stuwden zij het water der rivier +op, en tusschen deze natuurlijke dammen vormt het water meren. Zulke gezwellen van +drijvende en vastrakende, verrottende vegetatie noemt men „Sedd”, en hoe sterker de +regen is, des te grooter is deze stroomafwaarts gedreven slibmassa. Eindelijk weeken +de hardgeworden koeken weer, bezwijken voor den druk van het water en dan is de Nijl +weer bevaarbaar. +</p> +<p>Langzaam gleed Gordon’s stoomboot <span class="corr" id="xd33e1687" title="Bron: stroomafwaarts">stroomopwaarts</span> en drong steeds dieper in de tot nu toe onbekende wereld van het tropisch Afrika. +Aan den oever schommelden de waaiers der papyrusstruiken boven het riet. Uit het merg +van den papyrus bereidden de oude Egyptenaren een stof, het papier, waarop zij hun +kronieken neerschreven. Tusschen de struiken zag de bemanning van de stoomboot de +zwarte inboorlingen en zwervende scharen luid schreeuwende apen. De nijlpaarden, op +zwemmende eilanden gelijkend, vertoonden zich slechts bij nacht, als zij het ondiepe +water opwoelden. Achter de weelderige vegetatie van de oevers strekten zich eindelooze +grassteppen uit, met hun groot aantal dieren, en hun schaarsche bosschen. +</p> +<p>Na vier dagen en vier nachten gleed de stoomboot het eiland Abba voorbij. Hier woonde +in zijn grot een bedelmonnik, de <span class="pageNum" id="pb167">[<a href="#pb167">167</a>]</span>derwisch Mohammed Ahmed, en deze eenvoudige man wierp zich later op tot beheerscher +van Soedan en zijn fanatieke scharen zouden tien jaar later Gordon’s moordenaar worden! +</p> +<p>Midden April bereikte Gordon Gondokoro, een kleine plaats, die tegenwoordig op de +grens van Soedan en Britsch-Oost-Afrika ligt. En nu begon hij als stadhouder van de +aequator-provincie zijn werkzaamheid. De Egyptische soldaten die hier en in twee andere +plaatsen aan den Nijl in garnizoen lagen en op eigen hand een rooversleven leidden, +voedde hij op tot nuttigen arbeid met ploeg en spade, de slavenjagers die men meester +kon worden, werden gevangen genomen en de slaven bevrijd. Overal stond Gordon de armen +bij, beschermde de hulpeloozen en zond aan de hongerenden durrha. +</p> +<p>De hitte was ontzettend en misschien nog erger de wolken bloeddorstige muggen, door +welke Gordon en zijn metgezellen werden geplaagd. Maar toen in September de regen +begon te vallen en de geheele streek in een moeras veranderde, werd hun toestand nog +gevaarlijker, want uit deze moerassen stegen moordende koortsdampen omhoog. Na een +maand waren reeds zeven van Gordon’s officieren aan de koorts overleden, maar hij +zelf werkte onverpoosd aan zijn taak. „Als God wil, zal ik in dit land veel uitrichten”, +schreef hij in zijn dagboek. +</p> +<p>Spoedig zag hij, dat de beste streken van zijn provincie aan de groote meren in het +Zuiden lagen. Maar de provincie Aequatoria was te ver van Egypte verwijderd; zij hing +als aan een oneindig lang koord, den Nijl. En van het Victoria-Niansa—het grootste +meer—tot aan Caïro waren het in rechte lijn 3500 kilometer. Des te korter was de weg +naar Mombasa, aan de Oostkust. Gordon raadde daarom den Khedive aan Mombasa te veroveren +en vandaar uit een weg naar het Victoria-Niansameer aan te leggen. Daardoor zou de +bestrijding van den slavenhandel aanmerkelijk veel gemakkelijker zijn geweest. Met +vurige woorden schilderde hij hem in brieven den toestand in Soedan en deze brieven +deden den Khedive de oogen opengaan over dingen, waarover hij uit den mond zijner +pacha’s nooit de waarheid had vernomen. +</p> +<p>Gordon wilde allereerst een stoombootdienst instellen naar de meren; toen de Nijl +begon te stijgen, kwamen de stoombooten aan. Nu ging het verder naar het Zuiden. De +inboorlingen <span class="pageNum" id="pb168">[<a href="#pb168">168</a>]</span>sloegen deze expeditie echter met haat gade en vreesden de Egyptische overheersching. +Zij beproefden het verder doordringen van den „Witten Pacha” te verhinderen, het was +Gordon zeer pijnlijk de wapenen tegen hen te moeten keeren. Zij verlangden verder +niets dan in hun woestijnen en bosschen met rust te worden gelaten, en het doel van +den indringer was hen onbegrijpelijk. Gewelddaden stond Gordon echter aan zijn manschappen +niet toe. Gestolen vee moesten zij weer teruggeven en de dochter van een hoofd, die +zij gevangen genomen hadden, liet hij met kostbare stoffen en gewaden tooien en onder +ridderlijke bescherming weer naar huis brengen. In tegenstelling van alle andere Europeanen +kende hij noch haat noch wreedheid; vandaar zijn merkwaardige macht over de wilden +van Afrika, precies zooals hij tien jaren vroeger over de Chineezen had gehad! +</p> +<p>Na groote moeielijkheden bereikte hij eindelijk het noordelijkste der Nijl-meren, +het Albert-Niansameer. Het bereiken van dit doel was een heldendaad. Maar tot aan +het Victoria-Niansameer door te dringen gelukte hem niet, want de beheerscher van +het land tusschen de meren duldde geen indringers noch blanke, noch Arabieren. +</p> +</div> +</div> +<div id="ch43" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#xd33e3203">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> +<h2 class="main"><span class="divNum">43.</span> DE WITTE PACHA.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">Drie jaren lang werkte Gordon aan den Boven-Nijl, in de nabijheid van den aequator. +Gedurende de volgende drie jaren vinden wij hem verder noordelijk als stadhouder van +het geheele Egyptische Soedan; Chartoem is z’n hoofdstad. Zijn provincie is 2000 kilometer +breed, vanaf de Roode Zee tot aan de Sahara en haar uitgestrektheid naar het Noorden +en Zuiden is niet minder. +</p> +<p>Het geheele land bevindt zich in opstand. De Khedive van Egypte heeft met den koning +van het christelijk Abessinië een ongelukkigen oorlog gevoerd en de Mohammedaansche +rijken: Kordofan en Darfoer in Westelijk Soedan zijn tegen hem opgestaan. Juist in +dit deel van de provincie van Gordon doorkruisen half wilde Bedouïnen-stammen de woestijn, +eenige van de boosaardigste slavenhandelaars hebben daar hun holen. +<span class="pageNum" id="pb169">[<a href="#pb169">169</a>]</span></p> +<p>In Mei 1877 beklimt Gordon zijn vluggen dromedaris voor een reis van 3300 kilometer. +Hij zelf wil de dorpen en tentkampen der slavenhandelaars in het ver verwijderd Darfoer +opzoeken, ondanks het warme jaargetijde. Troosteloos strekt zich naar alle kanten +de woestijn uit, grauwgeel, stoffig en droog. Als de zon de middaghoogte heeft bereikt, +verdwijnt de schaduw van den dromedaris bijna onder het dier. +</p> +<p>De eene mijl na de andere jaagt de Witte Pacha over het woestijnzand op zijn prachtig +rijdier, dat in geheel Soedan beroemd is. Eenige honderden Egyptische ruiters volgen +hem, maar ze blijven ver achter, alleen de gids is in staat hem bij te houden. Geheimzinnig +en onverwacht als de wind stuift hij verder, en houdt voor de poort eener oase stil +nog voordat de wacht zijn geweer kan presenteeren. En nadat hij uit naam van den Khedive +zijn bevelen heeft uitgedeeld, verdwijnt hij even geheimzinnig; niemand weet waarheen. +In een andere 500 kilometer verder liggende oase, heeft men bericht van zijn reis +ontvangen, en de hoofdman heeft wachten uitgezet, die de nadering van den Witten Pacha +moeten melden. Geel en zandig strekt zich in het rond de door de zon doorgloeide woestijn +uit, evenals de spiegel der zee; mijlen ver moet men elken reiziger kunnen zien. Daar +meldt de wacht twee zwarte punten in het verschiet. Dat kunnen niet anders dan de +voorrijders van den pacha zijn, en het zal nog wel uren duren, voordat hij zelf met +zijn troepen aankomt. De beide punten worden grooter en naderen snel; de lange pooten +van den dromedaris glippen over den woestijngrond, zij vliegen als op onzichtbare +vleugelen. Daar zijn zij reeds aan den rand van de oase, en de bewoners vertrouwen +hun oogen niet; de een der beide aangekomenen draagt de goudgeborduurde uniform van +den Egyptischen Pacha! Zonder vaandels en militaire muziek en al den uiterlijken glans +van z’n positie. Nooit had men in Soedan zoo een stadhouder zien reizen. +</p> +<p>Even raadselachtig gauw is hij ook weer verdwenen; in onveilige plaatsen legt hij +bezetting; in andere streken bezet hij de paden die naar de bronnen leiden, om oproerige +stammen tot onderwerping te dwingen. Met ijzeren gestrengheid breekt hij de macht +der opperhoofden, die nog slavenhandel drijven. Hij bevrijdt een menigte zwarte slaven +en vormt hen tot <span class="pageNum" id="pb170">[<a href="#pb170">170</a>]</span>soldaten, want hij heeft manschappen noodig; de krijgslieden van zijn gevolg zijn +slechts het schuim van Egypte en Syrië. Met een handvol mannen volbrengt hij goed +gerichte aanvallen tegen de zwakste punten van den vijand en overwint steeds. In vier +maanden heeft hij het oproer onderdrukt en de heerschappij der slavenhandelaars gebroken! +</p> +<p>Het spoedig tot rust brengen van West-Soedan, was eveneens een heldendaad en het is +nauwelijks te begrijpen, hoe Gordon bijna alleenstaand tegenover talrijke oproerige +stammen, ze heeft volbracht. Door zijn ontzaglijke snelheid en verrassende alomtegenwoordigheid, +deed hij de menschen gelooven, dat hij over heerscharen te beschikken had, terwijl +hem slechts eenige honderden mannen ten dienste stonden en door zijn onwankelbare +kalmte en zijn groot overwicht verlamde hij elken aanslag. +</p> +<p>Een karavaan met slaven trekt door de woestijn. In lange rijen komen de zwarte mannen +aanloopen, die tot den zwaren arbeid der lijfeigenschap veroordeeld zijn en de jonge +meisjes, die voor de harems van Egypte en Turkije bestemd zijn, gedreven door hun +Arabische meesters, als vee, met zweepslagen aangezet en dikwijls in den dood gedreven. +Gedurende de warmste uren van den dag wordt aan de van honger en dorst versmachtenden +toegestaan uit te rusten, maar de woestijn biedt geen schaduw en zoo liggen zij midden +in de gloeiende middagzon halfdood van uitputting. En dan suist de zweep weer op de +naakte ruggen neer, en in de avondkoelte worden zij verder naar het Oosten gedreven. +</p> +<p>Daar nadert in een stofwolk de Witte Pacha. De tirannen vluchten als kaf voor den +wind, alle banden worden losgemaakt, alle honger gestild, de mannen worden gewapend. +Voor een troep slaven heeft het uur der bevrijding geslagen! +</p> +<p>Zoo zuiverde Gordon geheel westelijk Soedan. Ten laatste bleef alleen nog Dara in +Zuid-Darfoer over. Hier hadden zich de machtigste slavenkoningen, tot weerstand, verzameld. +Maar als de bliksem viel hij op zekeren dag hun tentkamp binnen. Zij hadden hem gemakkelijk +om het leven kunnen brengen; met bovenmenschelijke kalmte ging hij alleen tusschen +hun tenten rond, en niemand waagde het hem aan te raken. Toen zijn troepen aankwamen, +liet hij de opperhoofden in zijn tent komen en stelde hen daar zijn voorwaarden: het +neerleggen <span class="pageNum" id="pb171">[<a href="#pb171">171</a>]</span>der wapenen en terugtrekken naar hun haardsteden. En de een na den ander gehoorzaamde +en ging stil zijns weegs. +</p> +<p>Wie was deze buitengewone man, die zijn scepter over een land zwaaide, dat grooter +was dan alle koninkrijken van Europa te zamen; Arabieren, Egyptenaren en negers, onderdrukkers +en onderdrukten vreesden en bewonderden hem evenzeer! Hij reed op zijn snelvoetigen +dromedaris sneller dan de roofzuchtige Bedouïn en haalde zelfs den struisvogel in +aan den rand van de Libysche woestijn! Geen gevaar schrikte hem af. Rechtvaardigheid +en bescherming van de zwakken, daarin bestond zijn leven en hij verlangde geen loon. +Een pacha, die zijn macht niet gebruikt tot afpersingen—van zoo een had men nog nooit +gehoord! De herinnering aan Gordon zweeft nog heden als een lied en een sage over +de troostelooze woestijn! +</p> +<p>Wat bereikte Gordon door zijn rustelooze jacht voor het geluk der zwarten? De slavenhandel +wortelde als een onkruid veel te diep in Afrika’s aarde, om opeens uitgeroeid te kunnen +worden. Ternauwernood was Gordon naar Chartoem teruggekeerd, of de slavenhandelaars +begonnen hun schandelijk bedrijf opnieuw. En toch gaf hij de hoop niet op. „Stuur +mij een man,” zoo schreef hij in zijn dagboek, „die geld, roem en onderscheidingen +veracht, die geen hoop meer koestert zijn geboorteland terug te zien, en tot God opziet +als de bron van het goede en den wreker van het kwade, een man met gezond lichaam +en ijzeren karakter, die den dood beschouwt als den bevrijder van alle ellende—ik +neem hem in mijn dienst<span class="corr" id="xd33e1728" title="Niet in bron">.</span> Indien gij zoo een niet vindt, laat mij dan alleen! Ik heb genoeg aan mijzelf te +dragen; ik heb geen bagage noodig!” +</p> +<p>Van uit zijn groot paleis te Chartoem regeerde Gordon zijn geweldige provincie en +richtte nieuwe slagen tegen den slavenhandel. Dikwijls lag hij, als in September na +de zomerwarmte de koortstijd begon, in hooge koorts ijlend op zijn legerstede, of +zwierf rusteloos door zijn eenzame zalen, steeds nieuwe plannen smedend om de zwarten +te redden. Voor hem had het leven geen waarde, als hij het niet gebruiken kon om het +lijden van anderen te verminderen. +</p> +<p>Bij de wisseling van het jaar gistte het weer aan alle kanten. De provincie Bahr el-Ghasal, +die uit haar binnenland den Witten Nijl talrijke zijrivieren toezendt, was in opstand, +en Abessinië <span class="pageNum" id="pb172">[<a href="#pb172">172</a>]</span>dreigde met oorlog. In Bahr el-Ghasal regeerde Ziber, een machtig Arabisch opperhoofd; +deze had de brandfakkel tegen Egypte ontstoken en nu dreigde de beweging zich over +geheel Darfoer uit te breiden. Het opperhoofd kocht bij de negerstammen in het hartje +van Afrika een menigte slaven, om hen als soldaten tegen Egypte te gebruiken. De negers +zelf hebben altijd den slavenhandel vergemakkelijkt; als de stammen onder elkaar met +bogen, speren en schilden, vervaardigd van de huid van nijlpaarden, oorlog voerden, +dan aten zij hun verslagen vijanden op en verkochten de gevangenen als slaven. Daarom +viel het aan het Arabisch opperhoofd gemakkelijk manschappen te krijgen. Maar Gordon’s +waakzaamheid verijdelde zijn plannen. +</p> +<p>Ternauwernood was de rust weer hersteld, of Gordon ontving het bericht dat Khedive +Ismail Pacha afgezet was, en een nieuwe Khedive het lot van Egypte bestuurde. Nu spoedde +hij zich naar Kaïro en verzocht om zijn ontslag. Maar de nieuwe Khedive kon hem niet +missen, en drong bij hem aan, dat hij bleef. Gordon liet zich overhalen en begaf zich +nu, in opdracht van den nieuwen Khedive, naar koning Johannes van Abessinië, om te +zien of de dreigende oorlog niet was af te wenden. Maar de koning behandelde hem met +minachting en stelde onaannemelijke voorwaarden. Daarom keerde Gordon naar zijn hoofdstad +Chartoem terug. Maar op het oogenblik, dat hij de grenzen van Soedan had bereikt, +werden hij en zijn metgezellen door Abessinische ruiters gevangen genomen, die hem +dwongen Soedan te verlaten en door de met sneeuw bedekte bergen van Abessinië den +terugtocht naar de kusten van de Roode Zee te ondernemen. +</p> +<p>Zoo keerde hij weer naar Kaïro terug. Nijd en afgunst begluurden elk zijner schreden. +Vele Europeanen haatten en vreesden hem ook. Want Egypte moest immers tot wanhoop +worden gedreven; maar Gordon steunde den Khedive. In zijn eigen vaderland, Engeland, +werd hij belasterd en zijn particuliere correspondentie met den Khedive werd in de +dagbladen openbaar gemaakt. De een noemde hem krankzinnig, de ander een gevaarlijk +avonturier. En toch was Gordon een der grootste en edelste mannen, die ooit heeft +geleefd. +</p> +<p>Spoedig daarop vinden wij hem in Bombay. Hier ontving hij een telegram van den grooten +staatsman Li-hung-tschang, die hem verzocht, dadelijk naar Peking te komen. Rusland +bedreigde <span class="pageNum" id="pb173">[<a href="#pb173">173</a>]</span>China met den oorlog en China dacht er nog aan, dat Gordon den Taiping-opstand had +onderdrukt. Werkelijk gelukte het hem weer door verstandigen raad, het krijgsgevaar +af te wenden, en hij leerde den Chineezen hoe zij hun verdediging moesten inrichten. +</p> +<p>Welk blad van Gordon’s levensgeschiedenis wij ook opslaan, ze schijnt ons steeds een +heldensage toe. Na zijn terugkeer uit China vertoefde hij in Ierland, daarna in Engelschen +dienst, op het eiland Mauritius in het Oosten van Madagascar, en spoedig daarop in +Zuid-Afrika. In het einde van 1882 was hij weer in Engeland en een jaar daarna dwaalde +hij eenzaam en vergeten door de straten van Jeruzalem. Hij zocht alle plaatsen op, +waar de Heiland had geleefd en geleden, alsof hij zich door dezen pelgrimstocht wilde +voorbereiden op het laatste jaar van zijn merkwaardig leven. +</p> +</div> +</div> +<div id="ch44" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#xd33e3212">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> +<h2 class="main"><span class="divNum">44.</span> DE ONTRUIMING VAN SOEDAN.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">Intusschen waren gewichtige gebeurtenissen in Egypte voorgevallen. Engeland had schepen +en soldaten naar het land van den Khedive uitgezonden, en in Egypte de macht aan zich +getrokken. Mohammed Ahmed, de koning der derwischen, die vroeger op het kleine Nijleiland +Abba woonde, had zich uitgegeven voor een Godsgezant, tot redding der onderdrukten, +als Mahdi of Messias van den Islam. In het Mohammedaansch Soedan heerschte overal +ontevredenheid, want Egypte had toch eindelijk den slavenhandel verboden. Al de ontevreden +stammen verzamelden zich onder het vaandel van den Mahdi. Zijn doel was het afschudden +van het Egyptische juk, en als een brand der steppen vloog zijn oproep tot den heiligen +krijg door geheel Noord-Afrika. Met verstand en energie tooverde hij uit het rampzalig +Soedan zulk een machtig rijk, dat Engeland in zorg geraakte. Een leger van 10000 Egyptenaren, +dat gedeeltelijk onder Engelsch bevel stond, werd, toen het Kordofan wilde veroveren, +zoo volkomen door de opgezweepte scharen van den Mahdi vernietigd, dat er nauwelijks +een ooggetuige overbleef van deze gebeurtenis. Wapenen en ammunitie van dit leger +beteekenden voor de overwinnaars een welkome versterking. +<span class="pageNum" id="pb174">[<a href="#pb174">174</a>]</span></p> +<p>De positie van de Engelsche regeering was nu moeilijk. Soedan moest veroverd of ontruimd +worden. Men besloot het te ontruimen, maar in Chartoem en in verschillende andere +plaatsen aan den Aequator lag nog Egyptisch garnizoen. Hoe zou men die uit de macht +van den Mahdi redden en den Nijl afvoeren? +</p> +<p>Daar herinnerde men zich den man, die Soedan het best kende en alleen in staat zou +zijn, deze reuzentaak, de redding van die garnizoenen, te volvoeren! En toen in het +einde van 1883 de nieuwe jobstijding kwam, dat de Mahdi weer een Egyptisch leger, +onder Engelsch commando, had vernietigd, verzocht de Engelsche regeering aan Gordon, +deze taak op zich te willen nemen! Gordon verklaarde zich bereid en reisde dadelijk +naar Kaïro. +</p> +<p>Vandaar begon hij zijn laatste reis den Nijl op. Achter hem verdwenen de prachtige +moskeeën en minaretten van Kaïro, van welker galerijen de priesters tot het gebed +oproepen en de oeroude pyramide van Cheops onttrok zich aan zijn oogen, achter heuvelen +en palmboomen. In Korosko, aan de noordelijke spits van de groote S-vormige kromming +van den Nijl, beklom hij zijn dromedaris en vervolgde het smalle, slingerende pad, +dat sinds duizenden jaren door de droge beddingen van de Nubische woestijn, over verweerde +vulkanische heuvels en door duinen van verstikkend zand leidt. Wat was hij gelukkig, +toen hij nu weer de schreden van zijn dromedaris in het woestijnzand kon beluisteren; +Alsof de vlugge gang van zijn rijdier hem regelrecht naar het verlangde doel moest +voeren! Zoo was hij duizenden mijlen door Soedan gereden, toen hij nog voor de bevrijding +der slaven streed. Nu had hij slechts de eene gedachte, de bedreigde garnizoenen te +redden, ook al moest het zijn eigen leven kosten. +</p> +<p>De garnizoenen in zekerheid brengen! Dat klonk zoo eenvoudig. Maar in werkelijkheid +was het een hopelooze opdracht. Chartoem ligt pas op de helft van den weg naar den +aequator, en het grootste deel van het geheele land was in de macht van den Mahdi. +Toch geloofde Gordon door snel handelen zijn taak te kunnen vervullen, en zoo niet, +dan wilde hij in elk geval zijn plicht doen. +</p> +<p>Op den weg naar Abu Hammed, die de noordelijke bocht van den Nijl afsnijdt, reed Gordon +door de Nubische woestijn, <span class="pageNum" id="pb175">[<a href="#pb175">175</a>]</span>bereikte gelukkig Abu Hammed, en trok dan Nijlopwaarts verder over Berber naar Chartoem. +Ondanks den oorlog was de geheele weg vrij. +</p> +<p>De vanzelfsprekende taak van de Engelsche regeering, die een der der grootste zonen +van haar land naar Chartoem zond om vele duizenden menschenlevens te redden, zou zijn +geweest, bezetting naar Korosko, Abu Hammed en Berber aan den Nijl te zenden, om den +terugtocht der garnizoenen te dekken! Maar inplaats daarvan redeneerden de Engelsche +ministers en Egyptische pacha’s, de gezanten generaals en ingenieurs over en weer, +kibbelden over kleinigheden, beproefden elkaar de loef af te steken en vergaten daardoor +de eenvoudigste van alle voorzorgsmaatregelen, die binnen een maand uitgevoerd hadden +kunnen worden en het minst gekost zouden hebben! Inplaats van dit beraamde men het +plan een spoorlijn aan te leggen van de Roode Zee naar den Nijl; maar de ingenieurs +rekenden eindelijk uit, dat de aanleg twee jaren zou duren en het water, dat men van +de zee naar de woestijn zou moeten oppompen, zou zoo duur worden, dat men even goed +de stoomketels der locomotieven met champagne zou kunnen vullen! Genoeg, Korosko, +Berber en Abu Hammed bleven zonder verdedigers, en daarmede waren Gordon en de garnizoenen +aan hun lot overgelaten! +</p> +</div> +</div> +<div id="ch45" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#xd33e3222">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> +<h2 class="main"><span class="divNum">45.</span> IN DE MACHT VAN DEN MAHDI.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">Den 18den Februari 1884 trok Gordon voor den tweeden keer als stadhouder van Soedan +Chartoem binnen, en nam weer zijn intrek in zijn oude paleis. Wreedheid en onrecht +van allerlei aard hadden, gedurende de jaren zijner afwezigheid, om zich gegrepen. +Nu opende hij de deuren der overvolle gevangenissen, onbetaalde belastingpapieren +werden verbrand, allerhande martelwerktuigen gebroken en in den Nijl geworpen. Daarna +begon hij met de ontruiming der stad. Ongeveer 3000 vrouwen en kinderen werden naar +Abu Hammed en door de Nubische woestijn naar Korosko gezonden; zij kwamen daar nog +zonder gevaar en waren gered. Langs denzelfden weg zou het oprukken van troepen uit +Egypte een kleinigheid zijn geweest. In plaats <span class="pageNum" id="pb176">[<a href="#pb176">176</a>]</span>daarvan zond Engeland een expeditie naar Soeakin, om aan de Roode Zee een vast standpunt +te hebben! Dat deed de woede der oproerige stammen in Soedan nog meer ontvlammen, +want zij veronderstelden natuurlijk, dat de blanken van daar uit hun land wilden veroveren. +Steeds vaster sloten zij zich aaneen, rondom den Mahdi, en hun haat richtte zich tegen +den gevreesden Gordon en de weinige Europeanen, die zich met hem te Chartoem bevonden. +</p> +<p>Zoolang de telegraaflijn naar Kaïro nog in orde was, bracht Gordon de machthebbers +op de hoogte van zijn toestand. Vóór alles verlangde hij, dat de weg van Soeakin naar +Berber bezet werd, want ook vanaf deze lijn was Soedan te beheerschen. Maar men verwierp +zijn raadgevingen en Berber werd door de troepen van den Mahdi veroverd. Verschillende, +tot nu toe bevriende opperhoofden ten Noorden en Noordoosten van Chartoem voegden +zich nu ook bij den Mahdi, onophoudelijk kwamen berichten van nieuwe opstanden naar +Chartoem, en in de stad zelf was Gordon aan alle kanten door verraders omgeven. Den +10den Maart werd de telegraafkabel doorgesneden, en nu lag een geheel halfjaar diep +stilzwijgen over Gordon en zijn manschappen! Reeds den 11den Maart vertoonden zich +aan den oever van de Roode Zee Arabische krijgslieden, de Mahdi trok het net steeds +vaster rondom de ongelukkige stad. +</p> +<p>Gedurende de laatste jaren had de Egyptische regeering Chartoem slechts gebrekkig +laten versterken en gedurende de eerste drie maanden der belegering werkte Gordon +dag en nacht aan de versterking der verschansingen. Rondom de stad werden aarden wallen +opgeworpen, prikkeldraad aangebracht, en daar waar aanvallen te verwachten waren, +mijnen gelegd. Einde April was Chartoem geheel ingesloten, en alleen de weg langs +de rivier naar het Noorden vrij. Begin Mei gingen de Arabieren den Blauwen Nijl over, +leden echter groote verliezen door ontploffende mijnen, en werden met kruppkanonnen +uit hun stelling gedreven. +</p> +<p>Zoolang het maar eenigszins mogelijk was, had Gordon troepen uitgezonden om durrha +en andere levensmiddelen te halen. Einde Juli zuiverde hij met zijn beste troepen +den oever van den Nijl en nam dertien Arabische verschansingen. Maar tot dien tijd +had hij reeds 700 man verloren. Elke gedachte <span class="pageNum" id="pb177">[<a href="#pb177">177</a>]</span>aan een ontruiming der stad was reeds opgegeven. Het was nu nog slechts uithouden—tot +het einde. +</p> +<p>In September 1884 was er nog proviand voor drie maanden voorhanden en de Arabieren, +die inzagen, dat zij de stad niet aan den Witten Pacha konden ontnemen, besloten ze +te laten uithongeren. +</p> +<p>In September had de Nijl zijn hoogsten waterstand bereikt. Hoe vaak zullen Gordon +en zijn beide makkers, overste Steward en Power, de correspondent van de Times, wel +niet vanaf het platte dak van het paleis, naar het Noorden, naar verlangde hulp hebben +uitgezien. Over de watervallen beneden Chartoem en Berber bruiste het water tien meter +omlaag, en nu alleen was het mogelijk met een stoomboot naar Dongola door te dringen. +In den nacht van 9 September werd een der acht kleine stoombooten, met welke Gordon +de Arabieren van de oevers van den Witten en den Blauwen Nijl placht te verdrijven, +voor de afreis gereed gehouden. Steward, Power, de Fransche consul en eenige Grieken, +kortom alle Europeanen in Chartoem, begaven zich aan boord en met hen vijftig soldaten. +Zij namen de belegeringskronieken, de ambtelijke geschriften, de lijsten over proviand, +ammunitie, wapenen en manschappen, de verdedigingsplannen en alle papieren van waarde +mede. Toen de stoomboot van den oever afstiet, en bij het ochtendgrauwen in de schemering +verdween, was Gordon de eenige Europeaan in Chartoem. +</p> +<p>In Februari had de stad 60.000 inwoners gehad. Gedurende de belegering werd echter +het derde deel der inwoners verdreven, omdat men wist, dat het verraders waren. Van +de overige 40.000 kan Gordon zich ternauwernood op de helft verlaten, en ook de betrouwbaren +zijner manschappen waren slechts daarop bedacht, hun have en goed te redden. In vergelijking +met de vreugdedronken, fanatieke derwischen, onder het vaandel van den Mahdi, waren +Gordon’s soldaten erbarmelijk gespuis. +</p> +<p>Wat nu gedurende dit halfjaar gebeurde, zal men nooit te weten komen. Men weet slechts +dat Gordon de versterking der stad krachtiger maakte, de schepen en stoombooten met +stalen platen <span class="corr" id="xd33e1780" title="Bron: bekleeden">bekleedde</span> en met kanonnen liet bewapenen en onvermoeid z’n soldaten tot weerstand oefende. +Men weet ook, dat hij waakte over de rechtvaardige verdeeling der levensmiddelen, +<span class="pageNum" id="pb178">[<a href="#pb178">178</a>]</span>zieken en gewonden in de hospitalen opzocht en moed insprak en de nachten doorbracht +in de buitenwerken, waar het eerst gevaar dreigde. In den bazaar kocht hij groote +hoeveelheden blauw-groen katoen, dat over de aarden wallen werd uitgespreid, opdat +deze er zouden uitzien alsof zij met stalen platen waren bedekt en den aanval der +Arabieren vertraagden, totdat men gereed was met het opwerpen van nieuwe wallen binnen +de oude. Maar al deze berichten zijn slechts bij geruchten uit het belegerd Chartoem +in de wereld gekomen. Want ook Steward en de overige Europeanen bereikten het doel +niet. Vlak achter Abu Hammed leed de boot schipbreuk, de geheele bemanning werd door +de lieden van den Mahdi vermoord, en al de papieren van waarde van Gordon vielen den +overweldigers in handen! +</p> +</div> +</div> +<div id="ch46" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#xd33e3231">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> +<h2 class="main"><span class="divNum">46.</span> HET DAGBOEK VAN GORDON.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">Het eenige wat er aan betrouwbare berichten omtrent den tijd tusschen 10 September +en 14 December 1884 is overgebleven, weten wij uit het dagboek van Gordon, dat nog +bestaat en aangrijpend is om te lezen. +</p> +<p>In Augustus had de Engelsche regeering eindelijk het besluit opgevat een hulpexpeditie +uit te zenden tot redding van Gordon. Het ging nu niet meer om de garnizoenen, maar +om Gordon zelf, de geheele wereld verkeerde in opgewondenheid, over zijn lot, en met +elke maand werd de spanning grooter. Sedert een half jaar had men geen bericht van +hem, en nu overhaastte men het verleenen van hulp om nog bijtijds bij hem te komen. +Groote troepenmassa’s van alle wapenen werden naar het Zuiden gezonden, rivierbooten +bij honderden gebouwd, de beste Engelsche officieren namen het bevel op zich, en reeds +midden September trok het eerste bataljon infanterie Dongola, in de noordelijkste +helft van het groote Nijlgebied, binnen. Intusschen waren de stoombooten pas te Alexandrië +aangekomen en moesten den Nijl nog af, over de gevaarlijke en tijdroovende watervallen, +en de woestijncolonnen, die bestemd waren Chartoem te bestormen, hadden Engeland nog +niet eens verlaten. +</p> +<p>Zonder verbinding met de buitenwereld, zonder vriend en makker, vertrouwde Gordon +zich slechts aan zijn dagboek toe, <span class="pageNum" id="pb179">[<a href="#pb179">179</a>]</span>en in de weinige bladzijden, die daarvan bewaard zijn gebleven, weerspiegelt zich +zijn diepst en innigst zieleleven. Hij is een held, een groot legeraanvoerder en een +goed christen. Hij beklaagt zich nooit en geen verwijt tegen hen, die in het vaderland +de verantwoording van zijn lot dragen, komt over zijn lippen! Dag aan dag beschrijft +hij den voortgang der belegering zoo kalm en rustig, alsof het de eenvoudigste zaak +ter wereld was. Nergens spreekt hij van zijn eigen heldenmoed en de nachtelijke uren +van eenzaamheid, die hij onder het vijandelijk vuur der schansen doorbracht; hij beproeft +zelfs zijn heldenmoed te verkleinen, terwijl hij eens schrijft: +</p> +<p>„Gedurende de belegering hebben wij vaak over de vraag omtrent de vrees geredeneerd, +dat gevoel, hetwelk een echte man volgens het oordeel der wereld niet mag kennen. +Ik ben echter steeds door vrees vervuld, dikwijls zelfs zeer erg! Vrees voor den dood +is dat echter niet, die is, Gode zij dank, voorbij; maar vrees voor een nederlaag +en haar gevolgen. Ik geloof niet aan den steeds kalmen, onwrikbaren man. De hoofdzaak +is slechts dat hij niet toont, wat hij voelt. Daarom moet een bevelhebber nooit te +nauw samen zijn met zijn ondergeschikten. Want zij slaan hem met scherpe oogen gade, +en er bestaat geen gevaarlijker besmettingsstof dan de vrees! Ik kon woedend worden, +als ik van angst niet kon eten, en dan zag dat de officieren aan mijn tafel dezelfde +neigingen hadden. Misschien vraagt men mij, waarom ik niet met Steward en de anderen +heenging? Nu eenvoudig daarom niet, omdat de menschen hier niet zoo dwaas zouden zijn +geweest, mij te laten gaan!” +</p> +<p>Ondertusschen legerden de derwischen ongeveer tien kilometer van de buitenwerken en +wachtten hun tijd af. Uit de verte werden schoten gewisseld, maar de dagen verliepen +toch nog eenigszins kalm. Den 20sten September hoorde Gordon door een handig verkenner, +dat de hulpexpeditie onderweg was en tien dagen later zond hij zijn stoomboot een +eind in noordelijke richting, haar tegemoet, om het naderbrengen der troepen te verhaasten. +Maar daardoor boette hij ook de helft van zijn weerstandskracht in. +</p> +<p>Den 21sten October kwam de Mahdi zelf in het leger rondom Chartoem en den volgenden +dag zond hij aan Gordon <span class="pageNum" id="pb180">[<a href="#pb180">180</a>]</span>de bewijzen, dat de stoomboot van Steward was vergaan, en alle opvarenden gedood waren; +hij legde zelfs een lijst over der dagboeken en aanteekeningen, die aan boord waren +gevonden. Uit deze papieren had de Mahdi tot op een dag gezien, hoe lang Chartoem +zich nog staande kon houden, hoe groot het garnizoen was en hoe de verdediging was +georganiseerd, waar de batterijen stonden en hoe lang de ammunitie nog kon strekken. +Dat was een ontzettende slag voor Gordon, maar het brak zijn moed niet. Het meest +deed hem den dood van Steward en der overigen leed, daar hij meende er zelf schuld +aan te hebben. Hij liet den Mahdi echter zeggen: „Ook al kaapt gij mij 20.000 booten +weg, toch sta ik hier pal!” +</p> +<p>Den 2den November telde hij in de streng bewaakte schuur de zakken met durrha. De +proviand strekte nog voor zes weken. Deze termijn kon verlengd worden, als de menschen +op half rantsoen werden gesteld. Maar waarom de bezetting door beperking van het dagelijksch +voedsel onnoodig zwakker maken? Zij waren toch al met volle magen moedeloos genoeg! +</p> +<p>Onder de troepen der Engelsche hulpexpeditie bevond zich een majoor Kitchener, een +naam, die later zeer beroemd is geworden. Hij beproefde vermomd Chartoem binnen te +sluipen en het gelukte hem Gordon de schriftelijke mededeeling te doen toekomen, dat +de hulpbrigade den eersten November uit Dongola zou opbreken. Toen de brief aankwam, +was het corps reeds twee dagen onderweg; maar de weg tusschen Dongola en Chartoem +bedroeg 450 kilometer! +</p> +<p>De brief van Kitchener was in een dagblad gewikkeld. Sedert negen maanden had Gordon +niets meer dan duistere geruchten van de buitenwereld gehoord en toen hij dit verdwaald +blad, dat als omslag diende, las, zag hij de eene kolom na de andere gevuld met berichten +en vermoedens over hemzelf. „De hulpexpeditie tot ontzet van Gordon” stond daar gespatiëerd. +Het opschrift ontstemde hem, en hij schreef in zijn dagboek dat het moest heeten: +„De expeditie tot ontzet der garnizoenen in Soedan.” +</p> +<p>Gordon’s dagboek vertelt ons ook, hoe hij zijn dagen en nachten doorbracht en hoe +onvermoeid en ingespannen hij werkte. Pas te drie uur ’s nachts placht hij zich uitgeput +op zijn legerstede neer te werpen. Maar dikwijls was hij ternauwernood <span class="pageNum" id="pb181">[<a href="#pb181">181</a>]</span>ingeslapen, of buiten werd tromgeroffel vernomen. Hij ontwaakt, wrijft zich de oogen +en herinnert zich, dat hij in Chartoem is. Wat beteekent het geraas? Hij roept de +mannen in het geweer en de bevelhebbers naar de buitenwerken. Overdag is Gordon alom +tegenwoordig om zijn manschappen gerust te stellen en aan te vuren. Slechts zelden +blijft hem een kort ongestoord oogenblik over om in zijn dagboek te schrijven. Als +de dag aanbreekt, ziet hij vanaf het dak in het rond. Vandaar overziet hij ver het +vlakke land: hij ziet hoe de Arabieren den belegeringsketting steeds vaster snoeren. +Hoe ver zijn de Engelsche legerscharen nog achter den vlakken rand van den noordelijken +horizon? Zullen zij komen voordat het te laat is? +</p> +<p>40.000 schoten werden dagelijks uit Chartoem afgevuurd en ondanks dat reikte de ammunitie +nog voor veertig dagen. De soldaten konden er gerust op los schieten, de proviand +reikte toch niet langer dan dertig dagen. Maar Gordon dacht aan geen overgave; volhouden +en vallen onder de vlag, dat was zijn vast besluit. Talrijk waren de overloopers, +die Chartoem verlieten, de ratten verlieten het zinkende schip. Door verraad omgeven, +beproefde hij nog steeds de wegsmeltende scharen zijner getrouwen staande te houden. +</p> +<p>Den 22sten November had Gordon in het geheel reeds twee duizend soldaten verloren. +Toch liet hij de hoop niet varen. Zijn dagboek onthult, dat hij, indien redding bijtijds +was gekomen, het plan had gekoesterd, nog meer zuidelijk te trekken, om de garnizoenen +in de Aequator-provinciën hulp te verleenen! +</p> +<p>Den 10den December is er nog voor vijftien dagen proviand aanwezig. De aanteekeningen +in het dagboek worden steeds korter, en gewagen bijna van niets anders dan van deserteurs, +overloopers en het inslinken der levensmiddelen. Den 14den December biedt zich nog +een laatste gelegenheid aan, uit Chartoem bericht te zenden en het dagboek, dat de +bode meeneemt, sluit daarom met dien datum, en met de woorden: „Ik heb mijn best voor +de eer van het vaderland gedaan, vaarwel!” Per brief neemt hij van zijn vrienden afscheid +en aan zijn zuster schrijft hij: „Ik ben, Gode zij dank, volkomen gelukkig; ik heb +mijn plicht gedaan.” Aan een vriend verzoekt hij voor zijn familie te zorgen. Uit +al zijn afscheidsbrieven klinkt ons zijn onwankelbare heldhaftige kalmte tegen, maar +ook de <span class="pageNum" id="pb182">[<a href="#pb182">182</a>]</span>zekerheid, dat hij sinds dit laatst vaarwel, alle hoop op redding heeft begraven. +</p> +</div> +</div> +<div id="ch47" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#xd33e3240">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> +<h2 class="main"><span class="divNum">47.</span> DE VAL VAN CHARTOEM EN HET EINDE VAN GORDON.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">Na de afzending van het dagboek daalt op de laatste weken van Chartoem ondoordringbare +nacht. Van de hand van Gordon hebben wij geen bericht meer en geen navorschingen zullen +in staat zijn, volkomen licht over zijn laatsten strijd te brengen. +</p> +<p>Door overloopers zijn nog enkele schaarsche berichten ontvangen. Gedurende de veertig +dagen, dat de stad zich na den 16den December staande hield, werden 18000 inwoners +in het legerkamp van den Mahdi gezonden, om hen van den dood te redden. Daardoor reikte +de proviand voor de achterblijvenden langer dan men had berekend. De overige 14000 +burgers en soldaten werden op half rantsoen gezet; de hulpexpeditie moest nu dicht +bij zijn! Omdoerman, een fort aan den linker oever van den Witten Nijl, dat reeds +lang van de stad was afgesneden, viel en de troepen van den Mahdi drongen van alle +kanten op. Ontvluchte slaven hebben medegedeeld, dat de Egyptische officieren zich +hadden willen overgeven, maar dat Gordon onder geen enkele voorwaarde zijn toestemming +had willen geven. Hij had zijn rekening met de wereld afgesloten, en zoolang hij in +leven was, wilde hij de vlag niet strijken, ook al verlieten allen hem. Toen alle +proviand op was, leefde men van ratten en muizen, huiden en leer, en ontbolsterde +men de stammen der palmen, om de zachte vezels er binnen te eten. Ondanks alles stond +de Witte Pacha nog altijd met opgeheven hoofd en onbewolkt voorhoofd, in de voorste +gelederen, om zijn manschappen tot heldhaftige verdediging aan te vuren. +</p> +<p>Intusschen trok de hulpbrigade zuidwaarts en bereikte 20 Januari 1895 Metemma, 160 +kilometer van Chartoem verwijderd. Hier stiet zij op de stoombooten van Gordon, die +reeds sedert vier maanden vergeefs hadden gewacht. Vier dagen later vertrokken twee +der stoombooten naar Chartoem. +<span class="pageNum" id="pb183">[<a href="#pb183">183</a>]</span> +</p> +<p></p> +<div class="figure p176width"><img src="images/p176.jpg" alt="Nijlpaardenvangst aan het Ngami-meer." width="720" height="462"><p class="figureHead">Nijlpaardenvangst aan het Ngami-meer.</p> +</div><p> +<span class="pageNum" id="pb184">[<a href="#pb184">184</a>]</span> +</p> +<p></p> +<div class="figure p177width"><img src="images/p177.jpg" alt="Mahdisten brengen het hoofd van Gordon Pacha aan den gevangenen Slatin." width="720" height="550"><p class="figureHead">Mahdisten brengen het hoofd van Gordon Pacha aan den gevangenen Slatin.</p> +</div><p> +<span class="pageNum" id="pb182a">[<a href="#pb182a">182</a>]</span></p> +<p>Waarom werd er vier dagen gewacht, terwijl toch elk uur Gordon het leven kon kosten? +Nauwelijks een maand geleden <span class="pageNum" id="pb185">[<a href="#pb185">185</a>]</span>had een bode van Gordon het leger bereikt, en had een brief gebracht met de woorden: +„In Chartoem alles wel, kan nog jarenlang stand houden.” Daaruit maakte men op, dat +de toestand nog niet gevaarlijk kon zijn. Eerst later is men den zin dezer woorden +van Gordon goed gaan uitleggen. Hij wist dat de bode door de troepen van den Mahdi +zou gevangen genomen worden, en de Mahdi wist, dat de stad elken dag kon vallen. Gordon +wilde daarom den bode voor gevangenschap en dood bewaren; de Mahdi moest den man wel +met genoegen laten loopen, want zijn boodschap zou den opmarsch van het hulpleger +slechts verlangzamen. +</p> +<p>Den 24sten Januari verlieten de beide stoombooten Metemma pas; halverwege moesten +zij over een waterval en verloren daardoor twee dagen. Pas den 28sten hadden zij de +watervallen achter zich en de middagzon scheen helder, toen de Engelsche officieren +Chartoem op de landtong tusschen den Witten en den Blauwen Nijl zagen liggen. Alle +verrekijkers werden naar het hooge paleis gericht; men dorst niet te spreken, ternauwernood +adem te halen. Daar stond het paleis van Gordon, maar—de vlag was gestreken! +</p> +<p>Toch stoomden de booten verder. Maar geen vreugdekreten begroetten de bemanning, als +vurig verlangde bevrijders. Toen zij in het bereik der kogels waren, begonnen de derwischen +op hen te vuren; woeste, door de overwinning bedwelmde scharen, verzamelden zich aan +den oever, Chartoem was in de macht van den Mahdi; de hulp kwam acht-en-veertig uren +te laat! +</p> +<p>Twee dagen te voren, den 26sten Januari, hadden de derwischen, tot uiterste woede +geprikkeld door den hardnekkigen tegenstand, hun voortdurende verliezen en den onuitputtelijken +regen van kogels uit Chartoem, zich verzameld tot een laatsten stormloop. De aanval +geschiedde gedurende de donkerste uren van den nacht, nadat de maan was ondergegaan. +De verdedigers werden verrast, bovendien waren zij uitgeput en tengevolge van den +honger onverschillig geworden voor hun lot. Zij boden ternauwernood meer weerstand, +toen de derwischen de stad binnenstormden en hun wild gehuil in de straten en stegen +weerklonk. +</p> +<p>Terwijl de razende bende der bloeddorstige derwischen naar het paleis van Gordon drong, +luisterde in het kamp van den <span class="pageNum" id="pb186">[<a href="#pb186">186</a>]</span>Mahdi een tweede Europeaan met koortsachtige spanning naar elk geluid, dat van de +vestingwerken van Chartoem tot hem doordrong. Met veertien meter lange zware kettingen, +met hals- en voetijzers geketend, lag hij voor zijn tent en had al zijn bewonderenswaardige +energie noodig, om den hem bespiedenden bewakers zijn opwinding niet te verraden. +Op de wallen van de in het nauw gebrachte stad viel voor hem waarschijnlijk ook de +beslissing over leven en dood! +</p> +<p>Deze gevangene van den Mahdi was een vroeger Oostenrijksch officier, Rudolf Slatin +genaamd. Hij was tegen het eind van het jaar 1878, den oproep van Gordon volgend, +in dienst der Egyptische regeering gekomen, en dank zij zijn geschiktheid en dapperheid, +heerschte hij enkele jaren later als gouverneur en militair commandant over de provincie +Darfoer. Hier was het zijn taak de roofzuchtige, als nomaden levende Arabieren, in +toom te houden en aan zijn onverschrokken geestkracht gelukte het gaandeweg een reeks +oproerige stammen met sterke hand ten onder te brengen. Maar toen de Mahdi het vaandel +van den profeet ophief en de volkeren van Soedan tot den heiligen oorlog opriep, vielen +ook de tot nu toe getrouwen van de Egyptische regeering af, en na enkele weken stond +Slatin met zijn schaarsche en bovendien onbetrouwbare troepen midden in het brandpunt +van het oproer, dat bovendien nog door persoonlijken haat en wraakzucht van den strengen +gouverneur werd aangewakkerd. Er viel aan geen ontkomen meer te denken, en na een +dappere verdediging moest Slatin zich in December 1883 met de overige zijner soldaten +overgeven aan de zegevierende overmacht van den Mahdi. +</p> +<p>Eerst hield de sluwe Mahdi hem in dragelijke gevangenschap; deze hooge beambte der +Egyptische regeering, die men bovendien voor den neef van Gordon hield, was voor hem +een maar al te kostbare gijzelaar. +</p> +<p>Uit krijgslist had Slatin reeds terwijl hij gouverneur was, den Islam aangenomen: +het fanatisme der Mahdisten had daarom dus geen reden meer dezen „christenhond” als +zooveel anderen met geweld uit den weg te ruimen. +</p> +<p>Slatin had de hoop gekoesterd, bij de belegering van Chartoem naar Gordon te kunnen +ontvluchten. Maar de Mahdi doorzag hem, en had hem voor Chartoem in boeien geslagen +<span class="pageNum" id="pb187">[<a href="#pb187">187</a>]</span>en streng laten bewaken om elke poging tot ontvluchten en elke verbinding met Gordon +onmogelijk te maken. Zoo was deze gevangene de eenige overlevende Europeaan, die de +belegering van Chartoem van nabij en met het volle overzicht over de krachten der +strijdende partijen meeleefde. Wat aan schriftelijke berichten in handen der derwischen +viel, werd hem voorgelegd, want in het leger van den Mahdi was hij alleen in staat, +de brieven en rapporten van Gordon te lezen. Slechts zijn ongewone tegenwoordigheid +van geest en verbazingwekkende dialektische handigheid, bewaarden hem voor het lot, +terwille van zijn eigen redding, door het vertalen van die brieven verraad tegenover +de zijnen te moeten plegen. De Mahdi was toch ook door overloopers en door berichten +van geheime aanhangers in Chartoem zelf ruimschoots onderricht over den onhoudbaren +toestand der belegerde stad. Maar even precies kende Slatin nu den toestand van Gordon +en toen den 26sten Januari 1885 het leger van den Mahdi onder de beschutting van den +duisteren nacht en zoo geluidloos als maar mogelijk was tot de bestorming van Chartoem +uitrukte, maakte zich van den achtergebleven gevangene, die tot nu toe ketenen en +honger, verachting en spot, zijner pijnigers met stoïcijnsche onverschilligheid had +verdragen, een met het uur groeiende zenuwachtigheid meester. +</p> +<p>Toen hij tegen het ochtendgrauwen van afmatting een weinig was ingeslapen, werd hij +eensklaps opgeschrikt door het geknetter der geweren en de eerste kanonschoten. Er +was in de schemering nog niets te zien. Na eenige salvo’s vielen nog slechts enkele +schoten, daarna werd alles weer rustig. Dat kon toch onmogelijk de bestorming van +Chartoem zijn? +</p> +<p>De zon kwam op, in het rond was alles stil, de bewakers hadden zich, door nieuwsgierigheid +gedreven, verwijderd. Plotseling geschreeuw en jubelkreten, de bewakers kwamen terug +met het bericht: „Chartoem is bestormd, en in handen der Mahdisten.” +</p> +<p>Deze jobstijding dreef Slatin uit zijn tent. Een groote menigte menschen had zich +verzameld voor de tenten van den Mahdi en zijn kalifa’s. De menigte scheen zich in +beweging te zetten en het staketsel te naderen, waarmede de tent van Slatin werd omgeven. +En werkelijk kwamen ze nu in deze <span class="pageNum" id="pb188">[<a href="#pb188">188</a>]</span>richting. Voorop liepen drie negersoldaten, een hunner droeg een bloedigen bundel +in de handen. Achter hen aan drong de joelende menigte. De slaven traden binnen de +omheining, bleven met grijnzend gezicht voor Slatin staan, de een sloeg den doek van +elkaar en vertoonde aan den ontstelden gevangene het hoofd van generaal Gordon! +</p> +<p>Het bloed steeg Slatin naar het hoofd, zijn adem stokte; met de uiterste inspanning +behield hij echter zooveel zelfbeheersching rustig in het vale gelaat te zien. De +blauwe oogen waren half geopend, de mond had zijn natuurlijken vorm behouden, het +gelaat was kalm, de trekken niet verwrongen, het hoofdhaar en de korte bakkebaarden +waren bijna wit. +</p> +<p>„Is dat niet je oom, de ongeloovige?” vroeg de slaaf, het hoofd omhoog houdend. +</p> +<p>„En wat zou dat dan?” antwoordde Slatin rustig. „In elk geval een dapper soldaat, +die op zijn post is gevallen en opgehouden heeft te lijden. Wel hem!” +</p> +<p>„Je prijst den ongeloovige nog! Je zult de gevolgen ondervinden,” bromde de slaaf +en verwijderde zich langzaam met het schrikkelijk teeken van den triomf van den Mahdi. +De menigte drong brullend achter hem aan. +</p> +<p>Slatin sleepte zich terug in zijn tent en wierp zich doodelijk afgemat op den grond. +Chartoem gevallen! Gordon dood! Dat was dus het einde van den man, die zijn post met +zooveel heldenmoed had verdedigd, een man, die door velen misschien te hoog verheven +en verafgood werd, door velen miskend en belasterd, maar door zijn buitengewone eigenschappen, +de wereld echter met z’n roem had vervuld! Wat nut had nu de zegevierende voorhoede, +wat het geheele Engelsche leger? +</p> +<p>Door vrienden, die Slatin zich ook in het leger van den vijand door zijn vrijgevigheid +had verworven, vernam hij nu gaandeweg alle bijzonderheden van den schrikkelijken +nacht. De overval had Gordon niet onvoorbereid gevonden, maar hij scheen niet verwacht +te hebben, dat de bestorming zoo gauw en in het vroege morgenuur ondernomen zou worden. +Ter misleiding van den vijand en tot amusement zijner manschappen, liet hij nog den +avond te voren een vuurwerk ontsteken, en juist toen de Mahdi den stormloop voorbereidde, +stegen de eerste raketten boven Chartoem in bont kleurenspel <span class="pageNum" id="pb189">[<a href="#pb189">189</a>]</span>ten hemel en de muziek speelde vroolijke wijsjes, om de terneergeslagen gemoederen +wat op te wekken. +</p> +<p>Het vuurwerk was uitgebrand, de muziek zweeg en de verdedigers van Chartoem sliepen. +Maar de vijanden waren maar al te wakker! Zij kenden de versterking, wisten precies +waar ze sterk, en met geregelde troepen bezet, en waar ze zwak en slechts door de +stadsbewoners verdedigd was. Tegen deze zwakke plaatsen der versterking, hoofdzakelijk +aan den Witten Nijl, richtte zich bij het eerste ochtendgrauwen de hoofdaanval. De +verdedigers vluchtten en toen de soldaten op de muren der vesting staande de Mahdisten +in hun rug de stad zagen binnendringen, verlieten ook zij hun post, en gaven zich +meestal vrijwillig en zonder strijd over. +</p> +<p>De Mahdisten beproefden voor alles de kerk en het paleis te bereiken, omdat men daar +schatten en in het laatste—voor alles, Gordon Pacha hoopte te vinden. De dienaren +van den generaal, die zich in de benedenverdieping bevonden, werden neergesabeld. +Hij zelf wachtte den vijand af op de bovenste trede van de naar zijn vertrekken leidende +trap. Zonder zich te bekommeren om zijn groet, stiet hem de eerste aanvaller, de treden +opstormend, de lans in het lichaam. Gordon viel met het gezicht naar voren zonder +een geluid te geven op de trap, en werd door zijn moordenaars tot aan den ingang van +het paleis gesleept. Hier werd zijn hoofd met een mes van den romp gescheiden, en +naar den Mahdi gezonden, die beval, dat men het aan Slatin zou toonen; de romp werd +prijs gegeven aan de fanatici en honderden van deze onmenschen beproefden de spitsen +hunner lansen en de scherpte van hun zwaarden aan den gevallen held, die in enkele +minuten een onherkenbare bloedige massa geleek. +</p> +<p>Nog langen tijd daarna waren de sporen van deze bloedige daad voor het paleis zichtbaar +en de zwarte bloedvlek op de trap van het paleis geeft de plaats aan waar men Gordon +heeft vermoord; ze werd pas verwijderd, toen de opvolger van den Mahdi, de Kalief, +het regeeringspaleis tot woning voor zijn vrouwen liet inrichten. +</p> +<p>Toen men den Mahdi het hoofd van generaal Gordon bracht, zei de huichelaar, dat hij +wenschte dat men hem levend in handen gekregen had, want dat hij hem „na zijn bekeering” +<span class="pageNum" id="pb190">[<a href="#pb190">190</a>]</span>had willen uitleveren tegen gevangen genomen derwischen. Wanneer het echter werkelijk +zijn wensch geweest was, Gordon’s leven te sparen, dan zou geen van zijn volgelingen +het gewaagd hebben om in strijd met zijn uitdrukkelijk uitgesproken verlangen te handelen. +</p> +<p>De gruwelen, door de derwischen in de veroverde stad bedreven, spotten met elke beschrijving. +Gedurende de eerste dagen, tijdens welke de Mahdi Chartoem aan plundering prijsgaf, +werden slechts slaven en slavinnen, benevens de mooiste vrouwen en meisjes der vrije +stammen gespaard, alle anderen hadden het uitsluitend aan het toeval te danken wanneer +ze er levend afkwamen. +</p> +<p>Tal van inwoners benamen zich vrijwillig het leven; een nog veel grooter aantal werd +door eigen slaven en vroegere vrienden vermoord, of viel ten offer aan het zwaard +der verraders, die voor de rooverbenden als gids hadden gediend. +</p> +<p>Met het verhaal van al de gruweldaden, die in de weerlooze stad gepleegd werden, zouden, +zooals Slatin Pacha zelf zegt, boekdeelen te vullen zijn. Ook de overlevenden gingen +een droevig lot tegemoet. Nadat alle huizen bezet waren, begon men naar verborgen +schatten te zoeken; geen ontkennen, geen plechtige verzekeringen mochten baten; hij +op wien slechts de minste verdenking viel—en bij wien was dit niet het geval?—iets +van waarde verborgen te hebben, werd zoolang gemarteld, totdat hij bekend had, of, +indien hij werkelijk niets te bekennen had, totdat hij onder de handen zijner pijnigers +den laatsten adem uitblies. +</p> +<p>En de Engelsch-Egyptische ontzettings-expeditie, waarvan de schepen reeds in ’t zicht +van Chartoem lagen? Met den val van Chartoem, en den dood van Gordon, was haar taak +afgeloopen, en bovendien waren er onder de inlandsche bemanning der schepen zoovele +verraders, dat de Engelsche bemanning genoeg te doen had met er voor te zorgen, dat +ze niet door de brooddronken Mahdisten omsingeld werden, temeer daar ze in aantal +lang niet tegen deze benden opgewassen waren. Ze maakten daarom zoo snel mogelijk +rechtsomkeert, en lieten Soedan aan den Mahdi over, die nu Omdoerman tot hoofdstad +van zijn rijk verhief, dat van nu af niets meer van de Egyptische regeering te duchten +had. +<span class="pageNum" id="pb191">[<a href="#pb191">191</a>]</span></p> +</div> +</div> +<div id="ch48" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#xd33e3249">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> +<h2 class="main"><span class="divNum">48.</span> DE VELDTOCHT VAN KITCHENER IN SOEDAN.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">Hoe snel volgden daar ginds in het Oosten de gedenkwaardige gebeurtenissen elkaar +op! In 1881 had de Mahdi de vaan des oproers geplant, en reeds na vier jaar was hij +in het bezit der alleenheerschappij over Soedan. Maar, lang zou hij de vruchten van +zijn overwinning niet plukken; den 28sten Juni 1885, juist vijf maanden na den val +van Chartoem stierf hij. +</p> +<p><span class="corr" id="xd33e1893" title="Bron: Zij">Zijn</span> opvolger, Abdullahi, nam den titel van Kalifa aan, en dertien jaren zuchtte het ongelukkige +land onder het juk zijner heerschappij! De stammen van Soedan, het Egyptische juk +moede, hadden den Mahdi als hun bevrijder begroet. In plaats van Turksche pacha’s +kregen ze thans een despoot, die in schandelijke willekeur zijns gelijke zocht. Abdullahi +legde op al het bare geld en al het koren beslag, en vaardigde de meest dwaze verordeningen +uit. Wie niet gehoorzaamde, werd opgehangen. Het land was ten prooi aan plundering +en brandstichting, en meer dan de helft der bevolking werd tijdens zijn bewind uitgeroeid. +Met de schatten die hij van zijn eigen volk stal, kon hij een uitstekend leger op +de been houden; eenmaal zou het uur der vergelding slaan, en daarvoor moest hij zijn +leger bereid houden. Zijn hoofdstad was Omdoerman, waar de Mahdi onder den koepel +eener moskee begraven lag. Voordat de christenhonden zoover in zijn rijk waren doorgedrongen, +zouden hun geraamten allang verbleekt zijn in het zand der Nubische woestijn. +</p> +<p>Maar, het uur der vergelding naderde. Langzaam trok een Engelsch-Egyptisch leger Nijl-opwaarts, +en de aanvoerder, generaal Kitchener, de laatste die aan Gordon een brief had kunnen +doen toekomen, had zijn maatregelen zoo goed getroffen, dat hij reeds twee jaren van +te voren, bijna op den dag af, nauwkeurig het tijdstip had kunnen voorspellen, waarop +Chartoem en Omdoerman hem in handen zouden vallen. +</p> +<p>Bij den Atbara, een der zijrivieren van den Nijl, versloeg hij, na een moorddadig +gevecht, een der legers van den Kalifa. In Augustus 1898 trok de expeditie tegen Metemma +op. In de voorhoede trokken de verkenners en de lichte cavalerie, <span class="pageNum" id="pb192">[<a href="#pb192">192</a>]</span>daarop volgden Egyptische troepen, kanonnen en mitrailleurs, Engelsche troepen in +lichte grauw-gele uniformen met helmen van kurk, die de beste beschutting tegen de +zon opleveren, Egyptische troepen met hun bonte turbans en de rijk met goud versierde +uniformen der officieren. Daarop volgden eindelooze karavanen van sterke transport-muilezels, +dromedarissen beladen met kisten vol proviand, ammunitie en wapenen, tenten, balen +met kleedingstukken, de geheele uitrusting voor een leger van twee en twintig duizend +man. Groote kudden slachtvee, ossen, schapen en geiten werden medegevoerd. Het geleek +op een lange, zwarte slang die daar over het gele zand langs den Nijloever voortkronkelde. +Zoover het oog reikte, niets dan legerscharen; een schouwspel dat deed denken aan +een groote volksverhuizing der Israëlieten uit Egypte. +</p> +<p>Het leger bereikte zonder schermutselingen Metemma. +</p> +<p>Den 28sten Augustus was men nog slechts vier dagreizen van Chartoem verwijderd, waar +Engeland’s naam weer in eere hersteld zou worden! Thans naderde de beslissende slag. +De grauwe kanonneerbooten voeren langzaam Nijlopwaarts; met verzengenden gloed bescheen +de zon het woestijnzand; maar stap voor stap ging het gestadig voorwaarts, en bij +het kampeeren werd het terrein zoo gekozen, dat een nachtelijke overrompeling uitgesloten +was. +</p> +<p>Daar verschenen in de verte bereden troepen derwischen. De weg voert door struikgewas +en tusschen twee heuvels door. Reeds komen witte tenten en vaandels in ’t gezicht. +Er weerklinkt tromgeroffel;—de Kalifa roept de zijnen ten strijde op. Maar de derwischen +trekken zich weder terug; het Engelsch-Egyptisch leger vervolgt zijn weg. +</p> +<p>Eindelijk doemt in het Zuiden de koepel op, die zich welft over het graf van den Mahdi; +en daar bovenuit verheffen zich de leemen huizen en grauwe muren van Omdoerman. Tusschen +de stad en het leger breidt zich een zandvlakte uit. Voor de stad vertoont zich een +zwarte streep. Wellicht een schans? Maar neen, het beweegt, de derwischen trekken +ten strijde. Thans is voor de blanken het oogenblik van wraak aangebroken, nu begint +een tooneel dat geheel Soedan van ontzetting zal vervullen. +</p> +<p>Het krijgsgehuil der derwischen nadert, reeds hoort men <span class="pageNum" id="pb193">[<a href="#pb193">193</a>]</span>het kletteren van hun wapenen. Op één kilometer afstand maken ze weer rechtsomkeert. +Kitchener laat de nacht rustig voorbijgaan, zijn tijd zal wel komen! +</p> +<p>Op den morgen van den 2den <span class="corr" id="xd33e1911" title="Bron: Septembtr">September</span> is het leger strijdvaardig. Uit den nevel komen van de heuvels in ’t Zuiden eenige +ruiters te voorschijn: Hun aantal groeit steeds aan; een strijdmacht van vijftigduizend +derwischen krioelt in bonte verwarring dooreen. +</p> +<p>Weer verheft zich hun fanatiek krijgsgehuil ten hemel, het rolt als een loeiende stormwind +over de vlakte. Ze komen aanstormen. God moge hun genadig zijn! Zij rijden hun verderf +tegemoet. Ze naderen in snellen draf, ze willen zich als een lawine op den vijand +storten; nu zijn ze onder schot—daar knetteren duizenden geweren, en plotseling maken +de horden halt, terwijl de granaten in hun midden dood en verderf verspreiden. +</p> +<p>Maar, slechts voor één oogenblik is de aanval in zijn vaart gestuit, met een onversaagdheid, +zooals alleen godsdienstig fanatisme die teweeg kan brengen, rukken ze voort. De Engelsche +mitrailleurs vuren zóó onophoudelijk dat men slechts een gelijkmatig geknetter hoort. +De soldaten vuren zoo snel achtereen dat hun geweren warm worden, en door anderen +moeten worden vervangen. De derwischen vallen bij geheele compagnieën tegelijk, maar +de openingen in de gelederen worden steeds weer aangevuld. De lijken in de witte, +met bloed bevlekte mantels bedekken de vlakte als de bloesems in het voorjaar na een +wervelwind. Eindelijk geven ze den strijd op, en trekken zich terug. +</p> +<p>„Voorwaarts naar Omdoerman!” klinkt het Engelsche commando. Nog is de bloedige dag +niet ten einde. De derwischen verzamelen zich opnieuw, de vaan van den Kalifa wordt +op den heuvel geplant, en daarnaast de groene vaan van den profeet, om de geloovigen +tot een laatsten vertwijfelenden kamp op te roepen. De eene linie na de andere stort +zich in het vuur, om telkens weer opnieuw door de Engelsche kogels te worden weggemaaid. +De derwischen verweren zich als leeuwen, want het gaat hier om de heerschappij in +Soedan, Mahdi, Kalifa en paradijs, overwinning of dood! +</p> +<p>Toen de dag ten einde was, was het leger van den Kalifa <span class="pageNum" id="pb194">[<a href="#pb194">194</a>]</span>vernietigd, en de vaan die bij Gordon’s dood geheschen was, zonk in het stof. +</p> +<p>Elfduizend dooden, zestienduizend gewonden en vierduizend gevangenen! De Kalifa zelf +ontkwam. Zijn harem en zijn dienaren verlieten hem, en hij die des morgens nog de +alleenheerscher over een onmetelijk rijk geweest was, zwierf bij het aanbreken van +den avond eenzaam rond. Hij vluchtte naar het Zuiden, en het gelukte hem een nieuw +leger op de been te brengen, dat echter het volgende jaar eveneens volkomen vernietigd +werd. Hij zelf sneuvelde. +</p> +<p>Thans bleef er voor den overwinnaar nog een dure plicht over. Sedert Gordon’s dood +waren dertien jaren en zes maanden verstreken en nu zou de held zijn christelijke +begrafenis deelachtig worden. Op het plein voor Gordon’s paleis te Chartoem vormden +de troepen drie zijden van een carré; op de vierde zijde stond Kitchener temidden +van zijn staf, en omringd door de divisie- en brigade-generaals. Kitchener heft de +hand op, de vlag van Groot-Brittannië wordt op het paleis geheschen, begroet door +den donder van het geschut der kanonneerbooten. Het muziekkorps der garde speelt het +Engelsche volkslied. Dan wappert de vlag van Egypte naast de Engelsche, begroet door +de Egyptische volkshymne. Vier geestelijken verrichten den lijkdienst. Dan blazen +de Soedaneezen den lievelingsmarsch van Gordon en een laatste hoera van officieren +en manschappen geldt den wreker van den gevallene, generaal Kitchener. +</p> +<p>In den generalen staf van het Engelsche leger bevond zich ook Slatin Pacha, wien het +na twaalfjarige, standvastig verduurde gevangenschap, eindelijk gelukt was de waakzaamheid +van den Kalifa en zijn dienaren te verschalken, en na een avontuurlijke vlucht vaderland +en familie weer terug te zien. Na de wederoprichting van de Engelsch-Egyptische heerschappij +in Soedan werd hij tot generaal-inspector van dit land benoemd +</p> +</div> +</div> +<div id="ch49" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#xd33e3258">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> +<h2 class="main"><span class="divNum">49.</span> DE STRUISVOGEL.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">Tegenwoordig is in Soedan alles anders geworden; een spoorweg loopt van de Nijldelta +naar Chartoem, en een andere van de Roode Zee naar Berber. Chartoem bezit thans scholen, +<span class="pageNum" id="pb195">[<a href="#pb195">195</a>]</span>hospitalen, kerken en andere openbare gebouwen en de stoombooten bevaren den Nijl +tot aan de groote meren. Gordon’s plan het Victoria-Niansa meer met Mombas aan de +kust te verbinden, is verwezenlijkt, en een spoorlijn doorsnijdt Britsch Oost-Afrika. +Kortom van alle kanten zijn de blanken steeds dieper in het zwarte werelddeel binnengedrongen, +en hebben zich de heerschappij over bijna geheel Afrika verzekerd. De fauna van dit +werelddeel is dientengevolge herhaaldelijk in het gedrang gekomen, en door te grooten +ijver der jagers is in vele streken het wild volkomen uitgeroeid; het heeft ontoegankelijke +oorden opgezocht, waar het voorloopig nog ongestoord kan voortleven. +</p> +<p>In de Sahara, in de Libysche Woestijn, op de vlakke velden aan den boven-Nijl, op +de steppen van Zuid-Afrika, overal waar open vlakten zijn, leeft een der schoonste +en belangwekkendste vertegenwoordigers van Afrika’s dierenwereld, de struisvogel. +Hoewel hij wegens zijn kostbare vederen sedert tal van eeuwen wordt gejaagd, komt +hij nog in menigte voor. In de onherbergzame woestijnstreken houdt hij zich evenwel +niet op; hij leeft slechts daar, waar water in de nabijheid is. +</p> +<p>Deze wonderlijke vogel bereikt een hoogte van <span class="corr" id="xd33e1937" title="Bron: twee-en-een halven">twee-en-een-halven</span> meter en weegt in volwassen toestand vijf-en-zeventig kilogram. Hij heeft een kleinen, +platten kop met groote, schitterende oogen. Zijn vleugels, waaraan de kostbare vederen +zitten, zijn zoo klein, dat <span class="corr" id="xd33e1940" title="Niet in bron">zij </span>hem niet in staat stellen, om zich in de lucht te verheffen en te vliegen; maar als +vergoeding daarvoor kan hij een duizelingwekkende snelheid bereiken, en laat een paard +en ruiter ver achter zich. +</p> +<p>De struisvogels leven in kleine troepen bijeen van vijf of zes stuks. Den morgen gebruiken +ze om hun maag te vullen met planten, en ook wel met kleine dieren en insekten. Dan +rusten ze, of spelen met elkaar waarbij ze in een kring over het zand loopen, zonder +hinder te hebben van de zon en den gloeienden bodem. Dan drinken ze, en des middags +gaan ze weer op jacht om voedsel te zoeken. Des avonds zoeken ze hun legerstede op. +</p> +<p>Het scherpste zintuig van den struisvogel is het gezicht, hoewel ook hun reuk en gehoor +buitengewoon ontwikkeld zijn. Wanneer er gevaar in aantocht is, vlucht hij fladderend +weg en neemt dan passen, die een lengte bereiken van drie tot vier <span class="pageNum" id="pb196">[<a href="#pb196">196</a>]</span>meter. Door de waakzaamheid van den struisvogel houdt de zebra zich bij voorkeur in +zijn nabijheid op, teneinde tijdig tegen naderend onheil gewaarschuwd te zijn. +</p> +<p>De struisvogeljacht wordt van ouds door de Arabieren van Noord-Afrika op snelle paarden +of dromedarissen uitgeoefend. Twee of drie ruiters achtervolgen een mannetje, dat +na een vlucht van een uur uitgeput is. Weliswaar zijn dan ook de paarden aan het eind +van hun krachten, maar een der ruiters dwingt zijn ros tot een laatste krachtsinspanning, +en haalt ten slotte den struisvogel in; dan velt hij hem met een slag op den kop terneer. +Dan springen de ruiters van hun paarden, villen de dieren en keeren de huid om, die +dan dient als een zak, waarin ze de veeren bergen, en zoo keeren ze dan weer naar +hun tenten terug. +</p> +<p>De veeren van den wilden struisvogel zijn veel mooier en kostbaarder dan die van de +tamme exemplaren. Een volwassen struisvogel levert steeds 14 groote, witte veeren +op. +</p> +<p>De wijfjes leggen haar reusachtige eieren in kuilen in het zand, en, merkwaardigerwijze, +zijn ’t de mannetjes die de eieren uitbroeden. Overdag gaan ze uren lang van het nest +af, maar dekken de eieren met zand toe. Reeds na anderhalve maand komen de jongen +uit, ze zijn dan even groot als jonge hanen, maar een enkel struisvogelei weegt dan +ook evenveel als vier-en-twintig kippeneieren tezamen, en heeft in doorsnede een lengte +van vijftien centimeter. +</p> +<p>De eetlust van den struisvogel is verwonderlijk. Er is bijna niets wat hij versmaadt. +De groote dierenkenner Brehm, die er tamme struisvogels op na hield, vertelt dat ze +ratten en kuikens verteren, kleine steenen inslikken, en dat tweemaal zijn sleutelbos +in een struisvogelmaag verdween. Men vond eenmaal in zulk een maag voor vier kilogram +aan „diversen”, en wel: steenen, lompen, metaal, munten, sleutels, enz. Brehm bezat +een tamme baviaan, die met alle dieren in vijandschap leefde, alleen niet met de struisvogels; +maar op den duur ging ook deze vriendschap over in vijandschap, want wanneer de baviaan +op een muur van den hof zat, en zijn staart naar beneden liet hangen, kwam altijd +een der struisvogels, die nu eenmaal niets kon zien of hij moest dadelijk probeeren +hoe het smaakte, en die hem altijd in dit gevoelige aanhangsel beet. De aap werd <span class="pageNum" id="pb197">[<a href="#pb197">197</a>]</span>dan natuurlijk woedend, en sprong op den struisvogel toe, die er nooit zonder eenige +schrammen en geplukte veeren afkwam. +</p> +<p>Er wordt wel eens beweerd, dat de struisvogel het domste dier is dat er bestaat. Dit +is een bewering die niet door alle Zoölogen gedeeld wordt. De Duitsche onderzoekingsreizer +Schillings, die beroemd is wegens zijn moment-opnamen, des nachts van wilde dieren +gemaakt, volgde op zekeren keer uren lang het spoor van eenige leeuwen; het spoor +bracht hem langs een struisvogelnest waarin een paar jongen waren, die pas waren uitgebroed. +De ouden waren klaarblijkelijk niet aanwezig, en, merkwaardigerwijze hadden de leeuwen +de jongen ongemoeid gelaten. Spoedig vond hij de oplossing van dit raadsel: de oude +struisvogels, die in den helderen maannacht reeds lang van tevoren het gevaar hadden +zien aankomen, waren bij het naderen der leeuwen opgesprongen om ze van het nest weg +te lokken. Deze list was hun ook gelukt, het spoor wees eindelijk uit dat de leeuwen +de vluchtende struisvogels achtervolgd hadden, en zoodoende zich steeds verder van +het nest hadden verwijderd. Toen het struisvogelpaar meende dat ze den vijand ver +genoeg hadden weggelokt, waren ze omgekeerd om langs een omweg weer naar hun jongen +terug te keeren. +</p> +</div> +</div> +<div id="ch50" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#xd33e3267">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> +<h2 class="main"><span class="divNum">50.</span> LEEUWENJACHT.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">We begeven ons thans naar Mombas, aan Afrika’s Oostkust, vlak ten zuiden van den aequator. +Hier bevinden we ons in het gebied van den Afrikaanschen leeuw. De beste gids die +er voor deze streken bestaat, vergezelt ons, namelijk de Engelsche overste Patterson; +talrijk zijn de avonturen die hij heeft meegemaakt op zijn leeuwenjachten, en van +een dezer avonturen willen we nu vertellen. Hoewel het een verhaal vol van verschrikkingen +zal zijn, is ’t toch in waarheid gebeurd, en onopgesmukt, zooals duizenden die er +getuigen van waren, zouden kunnen bevestigen. +</p> +<p>Overste Patterson was in het jaar 1898 gedetacheerd bij den Uganda-spoorweg, die van +Mombas door Britsch Oost-Afrika noordwestwaarts naar het Victoria-Niansa-meer, een +der groote meren, waaruit de Nijl zijn oorsprong neemt, loopt. Bij zijn <span class="pageNum" id="pb198">[<a href="#pb198">198</a>]</span>aankomst aldaar liep de spoorweg nog niet verder dan tot aan den Tsavo, een klein +zijriviertje van den Sabaki, die ten noorden van Mombas in de zee uitstroomt. Hier +aan den Tsavo, waar een houten hulpbrug gebouwd was, die door Patterson vervangen +zou worden door een ijzeren brug, kampeerde hij met een paar duizend Indische arbeiders. +</p> +<p>Eenige dagen na zijn aankomst hoorde Patterson van twee leeuwen, die de streek onveilig +maakten. Aanvankelijk sloeg hij niet veel acht op dit gerucht, totdat na verloop van +eenigen tijd een zijner bedienden door een leeuw werd weggesleept. Een makker van +den ongelukkige, die in dezelfde tent sliep, had gezien hoe de leeuw midden in den +nacht het kamp onhoorbaar binnensloop, de tent binnendrong, en Patterson’s bediende +bij de keel greep. De man had geroepen „Laat me los!” en zijn arm om den hals van +het roofdier geslagen. Toen was het kamp weer in diepe stilte gehuld. Des morgens +kon de overste het spoor van den leeuw gemakkelijk volgen, want langs den geheelen +weg hadden de voeten van het slachtoffer door het zand gesleept; daar waar de leeuw +zijn prooi verslonden had, lagen nog slechts de kleedingstukken van den ongelukkige, +en zijn hoofd; een namelooze ontzetting sprak uit de gebroken oogen. +</p> +<p>Diep door dit droevige schouwspel bewogen, zwoer de overste niet eerder te zullen +rusten voordat de beide leeuwen gedood waren. Met zijn buks in de hand hield hij den +volgenden nacht in de nabijheid van de tent zijner bedienden de wacht. Toen het stil +en donker geworden was, weerklonk in de verte een gebrul, dat steeds meer nabij kwam; +de leeuwen kwamen om een nieuw offer te halen. Toen werd het wederom stil; de leeuw +bespringt zijn prooi in stilte; alleen wanneer hij zijn zwerftochten begint, stoot +hij een dof gebrul uit, als om de bewoners der wildernis te waarschuwen. De overste +wachtte—daar weerklonk plotseling in het naastbijzijnde kamp, op een afstand van ongeveer +honderd meter, een kreet van ontzetting. Dan weer diepe stilte. Weer hadden de roofdieren +hun prooi weggesleept. +</p> +<p>Nu verborg de overste zich in het andere kamp. Maar ook hier werd hij teleurgesteld. +Van uit de verte klonk den volgenden nacht een hartverscheurende kreet—een derde arbeider +was weggesleurd. +<span class="pageNum" id="pb199">[<a href="#pb199">199</a>]</span></p> +<p>De Indische arbeiders sliepen in verschillende kampen, en de leeuwen hadden elken +nacht een ander kamp uitgezocht, teneinde de menschen op een dwaalspoor te brengen. +Toen ze nu bemerkten dat ze verscheidene nachten achtereen ongestraft hun prooi hadden +kunnen wegsleuren, werden ze steeds overmoediger, en toonden niet den geringsten angst +voor de wachtvuren. Ze stoorden zich zelfs in ’t geheel niet aan de kogels, die hun +in de duisternis werden nagezonden. +</p> +<p>Men bouwde thans om elk kamp een hooge, stevige omheining van doornstruiken, maar +toch gelukte het den leeuwen steeds er over heen te springen of er doorheen te breken. +Overdag volgde overste Patterson het spoor in alle richtingen, maar zoodra hij op +rotsachtig terrein kwam, hield natuurlijk elk spoor op. Nog ernstiger werd de toestand, +toen de spoorweg meer landwaarts gelegd werd, en slechts een paar honderd arbeiders +bij de Tsavo-brug achterbleven. De heiningen werden bizonder hoog en stevig gebouwd, +de kampvuren gloeiden als brandstapels, overal werden wachtposten uitgezet, de buksen +lagen gereed, en in elk kamp moest een man op oliekannen trommelen om de dieren te +verjagen. Maar toch verdwenen steeds weer nieuwe offers. De arbeiders waren zóó verlamd +van angst, dat ze niet eens konden schieten wanneer de leeuwen vlakbij waren. Eens +werd zelfs een zieke uit de hospitaaltent weggesleept. Het volgende offer was een +waterdrager, hij had met het hoofd naar het midden der tent, en met de voeten naar +de opening gelegen; de leeuwen waren over de heining heen gesprongen, hadden den man +bij de voeten beetgepakt, en naar buiten gesleurd. De ongelukkige had zich aan een +kist vastgeklemd, dan aan een stuk touw van de tent; het touw was afgebroken, en de +leeuw was met zijn buit in den bek langs de omheining geloopen om een open plek te +zoeken, waar hij doorheen was gedrongen. Hier vond men des morgens eenige flarden +van kleederen en stukken vleesch. De tweede leeuw had aan de buitenzijde gewacht, +en samen hadden ze den buit gedeeld. Een hand van het slachtoffer was overgebleven, +en daaraan stak een ring, die naar zijn vrouw in Indië gestuurd werd. +</p> +<p>Hierop volgde een periode van rust. De leeuwen waren klaarblijkelijk elders bezig, +en de arbeiders begonnen reeds wegens de hitte buiten de tenten te slapen. Op zekeren +nacht <span class="pageNum" id="pb200">[<a href="#pb200">200</a>]</span>zaten ze rondom het wachtvuur toen de eene leeuw plotseling over de omheining sprong, +voor hen bleef staan, en ze aanstaarde. Alles sprong in ontzetting op wierp met steenen +en brandende stukken hout naar het ondier. Maar de leeuw deed onversaagd een sprong, +pakte weer een der mannen en stormde met hem door de omheining heen, weg. Het andere +dier wachtte hem daarbuiten, en op slechts dertig meter afstand van het kamp verslonden +ze samen hun prooi. +</p> +<p>Een geheele week achtereen hield de overste de wacht in een der kampen, waar het bezoek +te wachten was. Er is, zooals hij zelf zegt, niets afmattender voor de zenuwen dan +zulk een vruchteloos afwachten. Altijd hoorde hij het waarschuwende gebrul in de verte, +wanneer de roofdieren in aantocht waren. Dan riepen de wachters: „Past op, broeders, +de duivel komt!” En dan weerklonken altijd weer een oogenblik later de angstkreten +van het slachtoffer dat weggesleurd werd! Tenslotte werden de leeuwen zoo overmoedig +dat ze beiden tegelijk over de heining sprongen, om ieder voor zich een prooi te maken. +Eenmaal gelukte het een der leeuwen niet om zijn buit door de heining heen te sleepen, +en hij moest zich tevreden stellen met zijn aandeel in de buit van zijn makker. De +man, dien hij had moeten achterlaten, was echter zoo gruwelijk toegetakeld, dat hij +reeds stierf voordat men hem in de ziekentent had kunnen brengen. De arbeiders, uitgeput +als ze waren door hun voortdurend doodsgevaar en het waken, konden dezen toestand +eindelijk niet meer uithouden; ze legden het werk neer. Ze waren naar Afrika gekomen +om geld te verdienen bij het aanleggen van een spoorweg, en niet om als voedsel te +dienen voor leeuwen. Op zekeren dag hielden ze een trein aan, vulden de wagens met +al hun hebben en houden, en vertrokken naar de kust. De enkele dapperen, die bij overste +Patterson stand hielden, overnachtten in boomen, in het waterreservoir of in overdekte +kuilen, die ze in hun tenten gegraven hadden. +</p> +<p>Nu had overste Patterson een Engelschen kameraad uitgenoodigd om bij hem aan den Tsavo +te komen en aan de jacht op de beide leeuwen deel te nemen. De trein, waarmede die +aankwam, had vertraging en het was reeds donker toen hij zich door het struikgewas +op weg naar het kamp begaf. Hij werd slechts door één bediende met een lantaarn vergezeld. +<span class="pageNum" id="pb201">[<a href="#pb201">201</a>]</span>Toen hij halverwege gekomen was, sprong plotseling een leeuw van de glooiïng van een +heuvel naar beneden, bracht den Engelschman bloedende wonden in den rug toe, en zou +hem meegesleurd hebben, wanneer deze niet zijn karabijn had afgevuurd. Door den knal +verdoofd, liet de leeuw onwillekeurig los, maar wierp zich nu op den bediende en was +het volgende oogenblik met zijn prooi in het struikgewas verdwenen. +</p> +<p>Eenige dagen later meldde een Suaheli, de afstammeling van een Arabischen vader en +een negerin, dat de leeuw een ezel geroofd had, en nu bezig was, dien vlak in de nabijheid +te verslinden. De overste snelde naar de plek, die de boodschapper hem aanwees, en +zag reeds vanuit de verte den gelen rug van het dier. Ongelukkigerwijze trad hij op +een tak. De leeuw verdween in het ondoordringbare struikgewas. Nu werd iedereen die +in de nabijheid was ontboden, en van trommels en blikken kannen voorzien, ondernamen +ze een klopjacht, terwijl de overste zich in een hinderlaag legde bij de plek waar +het beest waarschijnlijk te voorschijn zou komen. En ja, daar kwam hij te voorschijn, +een geweldige leeuw, grimmig en woedend gemaakt door die stoornis. Langzaam liep hij +rechtuit; telkens bleef hij stilstaan, en hij was zoozeer in beslag genomen door het +lawaai achter zich, dat hij den jager in ’t geheel niet opmerkte. Nu was hij nog slechts +op dertien meter afstand; de overste nam zijn buks op—daar hoorde de leeuw de beweging, +zette zich met de voorpooten schrap, en bereidde zich, snuivend van woede, voor tot +een sprong. De overste richtte zijn buks op den manenlooze kop en—het schot weigerde! +</p> +<p>Maar op hetzelfde oogenblik draaide de leeuw zich om en nam de wijk in de struiken; +een schot beantwoordde hij met een woedend gebrul. Nu moest de overste tot aan het +aanbreken van den nacht geduld hebben. In de haast had hij die verraderlijke buks +van iemand geleend; nu was het zaak om op zijn eigen wapenen te vertrouwen. De ezel +lag daar nog onaangeroerd. In de onmiddellijke nabijheid van het lijk werd een verhevenheid +van vier meter hoogte opgericht, waarop tegen zonsondergang de overste post vatte. +Aan den aequator duurt de schemering slechts zeer kort, en wanneer de maan niet schijnt, +wordt het snel donkere nacht. Dan heerscht er over Afrika’s vlakten een drukkende, +onheilspellende stilte. <span class="pageNum" id="pb202">[<a href="#pb202">202</a>]</span>Patterson zelf bekent dat het hem steeds banger te moede werd, naarmate de uren voorbij +gingen. Met het geweer in de hand bleef hij onbeweeglijk staan wachten; hij was er +zeker van, dat de leeuw zou komen, om tezamen met zijn makker den ezel te verslinden, +want uit de arbeiderskampen waren dezen avond geen angstkreten opgestegen. +</p> +<p>Klonk het daar niet alsof er een dunne tak onder een zwaren last brak? Een groot dier +drong zich tusschen de struiken door, dat was duidelijk te hooren. Dan weer diepe +stilte, nu een dof gesteun, het teeken van honger—het dier was in de nabijheid. Weer +een zacht ruischen tusschen de struiken, daarna verbrak een vreeselijk gebrul de nachtelijke +stilte. De leeuw had lucht gekregen van de nabijheid van een mensch. Zou hij omkeeren? +Integendeel, hij versmaadt nu den ezel, en gaat regelrecht op den overste af! +</p> +<p>Twee uren lang kroop het roofdier in steeds enger kringen om de verhevenheid heen. +Het werd den jager bang te moede. Plotseling voelt hij hoe iets zachts zijn nek aanraakt—„nu +heeft het monster me” dacht hij! Maar ’t was slechts een nachtuil, die de roerlooze +gestalte van den overste niet bemerkt had. +</p> +<p>Eindelijk besloot de leeuw tot den aanval en maakte zich gereed tot een sprong. Nauwelijks +was het dier te onderscheiden van den bodem. Daar knalde het eerste schot door den +nacht; de leeuw stiet een ontzettend gebrul uit en vluchtte in het struikgewas, waar +hij zich, brullend van pijn, rondwentelde. Maar het gebrul werd zwakker, om eindelijk +na een langgerekt gesteun, te verstommen. De rekening met den eersten roover was vereffend! +</p> +<p>Nog voor het aanbreken van den dag kwamen de arbeiders aangestroomd, en droegen den +overste onder luid gejuich in <span class="corr" id="xd33e1992" title="Bron: triumf">triomf</span> om den dooden leeuw rond. De tweede leeuw zette evenwel zijn bezoeken voort, maar +werd ook spoedig neergeschoten. +</p> +<p>Nu kon het werk aan den spoorwegaanleg weer voortgezet worden, en de overste genoot +in die streek, die hij van een plaag bevrijd had, de grootste populariteit. +</p> +<p>Patterson beleefde een groot aantal van zulke jachtavonturen, niet slechts met leeuwen, +maar ook met neushoorns, <span class="pageNum" id="pb203">[<a href="#pb203">203</a>]</span>nijlpaarden, luipaarden, giraffen, krokodillen, enz. Nog een zijner avonturen moge +hier een plaats vinden. +</p> +<p>Op zekeren dag had hij in een klein station ten noorden van den Tsavo met den politiecommissaris +Ryall in een spoorwagen gedineerd, zonder eenig vermoeden te hebben van het lot dat +dezen man, eenige maanden later, precies in denzelfden wagen zou treffen. Een leeuw +had dit station als zijn jachtterrein uitgekozen, en sleepte den eenen man na den +anderen weg. De politiecommissaris begaf zich met twee andere Europeanen daarheen, +om de streek van dien roover te bevrijden. Bij hun aankomst vernamen ze, dat het dier +nog kort te voren in de nabijheid gezien was, en dat het dus niet ver weg kon wezen. +Dus besloten de drie Europeanen om des nachts de wacht te houden. Ryall’s wagen werd +afgehaakt, en op een zijspoor geschoven. Hier was de onderbouw nog niet gereed, zoodat +de wagen een weinig scheef stond. Na het eten zouden zij afwisselend de wacht houden. +Ryall het eerst. In den wagen stonden twee sofa’s die als bedden dienst deden, de +eene tamelijk hoog boven den bodem. Ryall had ze zijn gasten aangeboden, maar de eene +wilde liever tusschen de beide sofa’s op den grond liggen. Toen nu Ryall meende dat +hij lang genoeg gewaakt had, en er geen spoor van den leeuw te bekennen viel, legde +hij zich op de lagere sofa ter ruste. +</p> +<p>De wagen was voorzien van een schuifdeur die zeer gemakkelijk open en dicht schoof, +en niet gesloten was. Toen alles stil was, kwam de leeuw uit het struikgewas in de +nabijheid te voorschijn sluipen, sprong op het achterplatvorm van den wagen, maakte +met zijn poot de deur open en gleed onhoorbaar naar binnen. Maar, nauwelijks was hij +binnen, of de deur schoof tengevolge van den scheeven stand van den wagen, weer dicht, +en sprong in het slot. Nu was het beest met drie slapende mannen in den wagen opgesloten! +De slaper op de bovenste sofa werd wakker geschrikt door een rauwen angstkreet, en +zag hoe de leeuw met de achterpooten op den eenen man, die op den bodem lag, en met +de voorpooten op Ryall stond. Met den moed der vertwijfeling sprong hij van de sofa +op, om de tegenover liggende deur te bereiken, maar hij kon het dier niet voorbijkomen, +zonder op zijn rug te stappen! Tot zijn ontzetting bemerkte hij dat de bedienden, +door het leven wakker geschrikt, de deur <span class="pageNum" id="pb204">[<a href="#pb204">204</a>]</span>van buiten dicht hielden. Toch gelukte het hem, met aanwending van alle krachten, +de deur te openen, en naar buiten te komen, waarop men ze snel sloot. In hetzelfde +oogenblik klonk een verschrikkelijk gekraak—de leeuw was met Ryall in den bek door +het venster gesprongen, en, daar de opening te smal was, had hij het houtwerk als +glas versplinterd! Den volgenden dag werden de overblijfselen van den ongelukkige +gevonden en begraven. De leeuw werd later in een val gevangen, en nog vele dagen lang +tentoongesteld, voordat hij werd doodgeschoten. +</p> +</div> +</div> +<div id="ch51" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#xd33e3276">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> +<h2 class="main"><span class="divNum">51.</span> HET NIJLPAARD.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">In de meren en stroomen van midden-Afrika leeft het groote, plompe, monsterachtige +nijlpaard, de Behemoth uit den bijbel. In oude tijden kwam het ook voor in Beneden +Egypte, waar het „rivierzwijn” heette. Tegenwoordig moet men echter al een heel eind +zuidelijk van Nubië komen, wil men het aantreffen. Het onderneemt in tal van stroomen +tochten, waarbij het zich naar den waterstand richt: wanneer de waterspiegel daalt, +dan trekt het dier stroomafwaarts, en wanneer het water weer wast, dan gaat ’t weer +stroomopwaarts. +</p> +<p>Terwijl andere diersoorten sedert de vroegste zoölogische tijdperken groote gedaante-veranderingen +hebben ondergaan, is het nijlpaard in hoofdzaak hetzelfde gebleven. Zoo komt het dat +dit dier nog heden een voorwereldlijken indruk maakte. Het ronde, plompe lichaam rust +op vier korte, vormlooze pooten, met vier hoeven aan elken poot. De kop is bijna vierkant, +oogen en ooren zijn klein, de muil is geweldig breed en de neusgaten zijn groot. De +twee centimeter dikke huid is onbehaard en heeft, naar gelang het dier nat of droog +is, een grauwe, donkerbruine, of wel vuilroode kleur. Het wordt, de kleine staart +niet meegerekend, vier meter lang, en weegt evenveel als dertig volwassen mannen. +</p> +<p>De nijlpaarden blijven voor het grootste deel van den tijd in het water; des nachts +komen ze aan land, voornamelijk dáár, waar de stroom hun niet veel voedsel biedt. +Wanneer men stil over rustig stroomend water heen vaart, dan kan men de dieren vaak +verrassen; wanneer ze opduiken om versche lucht in te ademen, dan stijgen de waterstralen +uit hun neusgaten naar <span class="pageNum" id="pb205">[<a href="#pb205">205</a>]</span>boven. Dan duiken ze weer, en blijven wel drie of vier minuten onder water. Wanneer +ze vlak onder den waterspiegel zijn, ziet men slechts zes kleine stippen: ooren, oogen +en neusgaten. Wanneer ze gevaar meenen te bespeuren, dan steken ze slechts met hun +neusgaten boven het water uit, en ademen zoo zacht als ze maar kunnen. +</p> +<p>Vaak klimmen ze op het droge, om zich in de zon te koesteren, dan hoort men hoe ze +voortdurend een gegrom van welbehagen uitstooten. Tegen den avond zoeken ze echter +dieper water op, waar ze rondzwemmen, en, met een voor zulke logge dieren groote behendigheid, +elkaar najagen. Ze zwemmen steeds in troepen bijeen, en ontwikkelen daarbij een groote +snelheid, terwijl ze de lucht met hun gebrul vervullen. Maar ze kunnen ook zoo zachtjes +zwemmen, dat men het water in ’t geheel niet hoort ruischen. Wanneer een nijlpaard +gewond is, brengt hij het water in zoo heftige beroering, dat kleine booten vaak gevaar +loopen te kantelen. Wanneer meerdere oude mannetjes tegelijk hun gebrul uitstooten, +weerklinkt het wijd en zijd door het oerwoud, als het rollen van den donder. Er is +geen ander dier dat zulk een geluid kan teweegbrengen; zelfs de leeuw blijft dan luisterend +staan. +</p> +<p>Aan den Boven-Nijl, voorbij Chartoem, waar een welige plantengroei de oevers bedekt, +en waar talrijke stilstaande plassen en moerassen zijn, gaat het nijlpaard, evenals +de krokodil slechts zelden aan land. Het voedt zich hier met lotusstengels en rietgewassen +die in deze moerassige streken voorkomen; van tijd tot tijd duikt het dier onder, +en wroet op den bodem van den stroom; wanneer het zijn geweldigen bek met bladeren +en stengels gevuld heeft, komt het weer naar boven, waarbij dan het water in stroomen +van zijn breeden rug afloopt, en dan ontplooien de geweldige tanden hun kracht. De +eetlust van het dier is even groot als zijn geheele wezen. +</p> +<p>In streken, waar de oevers door bebouwde velden omzoomd worden, richt hij onder het +koren en de groenten groote schade aan, zelfs het leven der menschen wordt daar door +hem bedreigd. Wanneer hij door een boot in zijn rust gestoord wordt, laat hij niet +met zich spotten. Het gevaarlijkste is het wijfjesnijlpaard, zoolang ze haar jong, +dat ze op den rug overal meevoert, bij zich heeft. Een buks moet, om eenige uitwerking +<span class="pageNum" id="pb206">[<a href="#pb206">206</a>]</span>te hebben op het dikke huid-pantser, geducht geladen zijn. Wanneer het dier, na getroffen +te zijn, snuift en onderduikt, dan is ’t voor den jager verloren; wanneer het zich +echter uit het water verheft, om dan weer neer te vallen, dan heeft het een doodelijke +wond ontvangen; in dit geval zinkt het onmiddellijk, en de jager heeft niets anders +te doen dan een paar uur te wachten, totdat het lijk aan de oppervlakte komt drijven. +</p> +<p>Enkele negerstammen aan den Witten Nijl graven kuilen om daarin de nijlpaarden te +vangen. Langs de stroomen, die in den noordelijken oever van het Ngami-meer uitmonden, +maken de inboorlingen jacht op deze dieren met harpoenen, die voorzien zijn van scherpe, +ijzeren weerhaken. Door middel van een lang touw is aan den harpoen een stuk kurk +bevestigd. Op een rieten vlot zijn twee kano’s vastgemaakt, daar tusschen in hurken +de zwarte jagers met hun harpoenen en lichte speren. Het vlot drijft geruischloos +stroomafwaarts. In de verte hoort men de dieren snuiven en in het water rondplassen. +Het gesprek der jagers verstomt, ieder moet op zijn post zijn. Daar ziet men de donkere +gestalten, die gedeeltelijk boven het water uitsteken. Ze vermoeden geen gevaar van +dat vlot dat door den stroom langs hen heen gedreven wordt. Vlak naast het vlot komt +een nijlpaard opduiken. Op dit oogenblik verheft zich een harpoenier, en stoot het +dier bliksemsnel zijn wapen in de zijde. Het dier duikt onder, maar het stuk kurk +dat op het water blijft drijven, <span class="corr" id="xd33e2024" title="Bron: duidtde">duidt de</span> plek aan waar het zich bevindt. Zoodra het weer boven komt, wordt het met een hagelbui +van speren ontvangen door de jagers die inmiddels hun kano’s van het vlot in het water +hebben geschoven. Weer duikt het dier onder en laat een bloedroode streep in het water +achter. Wanneer het nog eens naar boven komt en weer door een hagelbui van speren +ontvangen wordt, komt het vaak voor, dat het woedend wordt, zich tegen zijn vervolgers +richt, en een kano die zich wat al te dicht in zijn nabijheid gewaagd heeft, met de +tanden versplintert, of wel met den kop omstoot. Soms koelt het verwonde nijlpaard +zijn woede niet alleen aan de kano, maar werpt zich ook op de mannen, en menige koene +jager is door hem reeds verscheurd. +</p> +<p>Wanneer echter het dier uitgeput is, dan vischt de jager het stuk kurk op, roeit aan +land, bindt een touw om een boomstam, <span class="pageNum" id="pb207">[<a href="#pb207">207</a>]</span>en trekt zoolang tot hij zijn buit op het droge gekregen heeft. +</p> +<p>Het vleesch van nijlpaarden wordt met graagte gegeten. Het vleesch der jongere en +het vet van oudere exemplaren wordt voor bijzonder smakelijk gehouden; de tong is +een lekkernij. Uit de huid vervaardigd men zweepen en schilden en nog tal van andere +zaken; ook de groote hoektanden zijn van waarde. Vele diergaarden in Europa bezitten +nijlpaarden die als jongen gevangen zijn. Wanneer men een jong wil bemachtigen, moet +men eerst de moeder dooden, want ook in het gevaar verlaat het jong de moeder niet, +het gaat zelfs niet van haar lijk weg. Deze jonge dieren, die voor zoölogische tuinen +gevangen worden, worden met bijzonder ingerichte harpoenen gewond, die zoo gemaakt +zijn, dat de wond niet diep in de huid doordringt en dus spoedig weer geneest. In +den eersten tijd wordt het jong met koemelk gevoed; voor een enkelen maaltijd gebruikt +het de melk van vier koeien. Maar, vaak kwijnen ze weg in de gevangenschap; ze droomen +van Afrika’s meren en stroomen, waar ze lagen tusschen kokosbladen en riet. In plaats +van den ruischenden stroom, moeten ze zich thans tevreden stellen met een armzalig +bassin. En toch is, volgens den bijbel, het nijlpaard het eerste van Gods schepselen. +</p> +</div> +</div> +<div id="ch52" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#xd33e3285">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> +<h2 class="main"><span class="divNum">52.</span> DAVID LIVINGSTONE.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">In een eerlijk en vroom, maar arm arbeidersgezin in Blantyre bij Glasgow in Schotland +werd voor honderd jaar een jongen geboren, wiens naam later wereldberoemd zou worden. +Hij heette David Livingstone, en werd niet slechts de ontdekker van onbekende landen +en volksstammen, meren en rivieren, maar ook een der edelste menschen die ooit hun +eigen leven ten beste hunner medemenschen hebben opgeofferd. +</p> +<p>Op de dorpsschool leerde hij zonder moeite in korten tijd lezen en schrijven; maar +daar zijn ouders niet in staat waren om hem te laten studeeren, deden ze den jongen +toen hij tien jaar oud was op een spinnerij, waar hij van ’s morgens 8 tot ’s avonds +10 uur moest werken. Deze zware arbeid brak evenwel zijn moed en zijn weetgierigheid +niet, en terwijl de machines om hem heen snorden, en de spoelen door het garen <span class="pageNum" id="pb208">[<a href="#pb208">208</a>]</span>heen en weer vlogen, zwierven zijn gedachten over de fabrieksmuren heen en hielden +zich bezig met de natuur en het leven daarbuiten. Vlijt en nauwgezette arbeid bezorgden +hem spoedig een hooger loon, en voor het geld dat hij opspaarde, kocht hij tal van +boeken, die hij tot diep in den nacht bestudeerde. Teneinde zooveel mogelijk zijn +kennis uit te breiden, bezocht hij een avondschool, en op de feestdagen maakte hij +met zijn broeders lange wandeltochten. +</p> +<p>Zoo groeide David op tot een jongeman, en op zekeren dag verklaarde hij zijn ouders +dat hij zendings-arts wilde worden, om de volkeren in het Oosten en Zuiden te bezoeken, +de zieken te verplegen, en allen die hem wilden hooren het evangelie te prediken. +Om zich de noodige middelen te verschaffen tot studeeren, spaarde hij van zijn fabrieksloon, +en toen hij voldoende had voor zijn onderhoud gedurende het eerste semester, ging +hij naar Glasgow, waar hij voor anderhalve gulden per week een kamer huurde, en in +de medicijnen studeerde. Na afloop van het eerste semester keerde hij weer naar de +fabriek terug om weer voldoende te verdienen voor een volgend semester. Op deze wijze +sloeg hij er zich door heen, en deed eindelijk met schitterend gevolg zijn examens. +Op zekeren dag vergezelde zijn vader hem voor de laatste maal naar Glasgow, om daar +voor altijd afscheid van hem te nemen! De jonge zendings-arts reisde af naar Afrika. +</p> +<p>Eerst begaf hij zich naar de Kaap, en vandaar naar Koeroeman, het noordelijkste zendingsstation +in Betschoeana-land. Van hieruit maakte hij tal van reizen het binnenland in, om de +inboorlingen en hun taal te leeren kennen, om hun zieken te helpen, en hun vertrouwen +te winnen. Toen hij eens van zulk een reis terugkeerde, vond hij, toen hij 250 K.M. +van zijn doel verwijderd kampeerde, een klein, zwart meisje onder zijn wagen gehurkt. +</p> +<p>De kleine was haar bezitters ontloopen, om niet als slavin verkocht te worden, en +was te voet den wagen van den zendeling gevolgd. Livingstone verkwikte haar met spijs +en drank, toen ze plotseling luid begon te huilen. Ze had een man gezien met een buks +die haar achterna gezonden was om haar terug te halen, en die nu dreigend naderde. +Maar Livingstone nam het meisje in bescherming, en zorgde er voor dat ze ook later +voor de <span class="pageNum" id="pb209">[<a href="#pb209">209</a>]</span>slavernij bewaard bleef. Dit kind was voor hem een symbool van Afrika, de bakermat +van den slavenhandel, en Livingstone begreep zijn roeping; tot aan zijn dood arbeidde +hij, als vele jaren later Gordon, aan de bevrijding der slaven. Hij bestreed de heidensche +gebruiken en het botte bijgeloof der inboorlingen, en hoopte mettertijd volgelingen +te zullen krijgen die zijn leer verder zouden verbreiden. Livingstone bewees den zwarten +dat de tooverkunst hunner medicijnmannen, die tegelijkertijd regenmakers waren, slechts +bedrog was, en dat hij hun zelf water kon verschaffen voor hun velden, niet door tooverformules, +maar door kanalen die het water van naburige stroomen afleidden. Talrijk waren de +zieken die hij hielp, en wier moed en koelbloedigheid hem vaak met verbazing vervulden. +Zonder een spier te vertrekken, of een enkelen kik te geven, lieten ze zich gezwellen +wegsnijden of andere ingrijpende operaties verrichten. Dan zei hij wel eens: „Maar +schreeuw dan toch, kerel, ’t doet toch pijn;” maar de inboorling antwoordde: „Een +man schreeuwt niet, dat doen alleen kinderen.” +</p> +<p>Zoo won hij langzamerhand het vertrouwen, en een bijzondere macht over de zwarten. +In sommige streken hield men hem voor een toovenaar, die over geheime krachten beschikte +en dooden kon opwekken. Daar hij nooit dacht aan eigen voordeel, maar altijd slechts +aan het welzijn der zwarten, die hij altijd vriendelijk behandelde, en nooit met harde +woorden aansprak, verwierf hij zich de liefde en bewondering van deze wilden, die +maar één ding niet konden begrijpen, en wel, dat een zoo machtig opperhoofd zichzelf +tot dienaar van anderen maakte, inplaats van, zooals ze dat gewoon waren, de zwakkeren +te onderdrukken en uit te buiten. De ergste bedreiging, die hij tegenover hen kon +gebruiken, was dat hij ze zou verlaten wanneer ze hem niet gehoorzaamden; en wanneer +hij dan werkelijk naar een anderen stam moest verder trekken, dan gaven de stamhoofden +hem hun eigen zonen en betrouwbare mannen als gidsen mede. +</p> +<p>In 1843 stichtte Livingstone het zendingsstation Mabotsa, niet ver van de tegenwoordige +stad Mafeking, tegenwoordig gemakkelijk van Kaapstad uit per spoorweg te bereiken. +Het stamhoofd van die streek was gaarne bereid hem een stuk grond te verkoopen, waarvoor +hij kralen en andere voor hem <span class="pageNum" id="pb210">[<a href="#pb210">210</a>]</span>waardevolle zaken, kreeg. Zeventig jaar geleden was deze streek echter nog geheel +een wildernis, en vaak was Livingstone’s leven in gevaar. Zoo was er eens een leeuw +in het dorp ingebroken, die geweldig onder de schapen huishield. Onder leiding van +Livingstone maakten de inboorlingen jacht op hem. De indringer werd zwaar verwond, +en trok zich in het struikgewas terug, maar plotseling stormde hij weer uit de struiken +tevoorschijn, en stortte zich op Livingstone, wien hij het vleesch van den schouder +afhaalde en den linkerarm brak. Reeds rustte zijn poot op het hoofd van den zendeling, +toen een inboorling op het dier toesprong, dat nu zijn slachtoffer losliet om zijn +nieuwen aanvaller eveneens toe te takelen. Het beest was echter zoo zwaar gewond, +dat zijn kracht uitgeput was, en het dood neerstortte. Nog dertig jaar later voelde +Livingstone het litteeken van den beet, en hij heeft zijn linkerarm nooit meer hooger +dan tot den schouder kunnen opheffen. +</p> +<p>Nadat zijn wonden geheeld waren, bouwde hij eigenhandig het nieuwe zendingshuis, waarbij +door een vallenden steen de nauwelijks geheelde arm weer zwaar gekwetst werd. Toen +het huis gereed was, betrok hij het met zijn jonge vrouw, de dochter van den bekenden +reiziger en zendeling Moffat in Koeroeman. +</p> +<p>Te Mabotsa woonde nog een tweede zendeling, die het er nu op toelegde Livingstone +het leven te verbitteren. Deze wilde echter de zwarten niet tot getuigen maken van +het schouwspel dat twee blanken met elkaar ruzie hadden; hij ruimde dus het veld en +trok met zijn vrouw verder, zeventig kilometer noordwaarts. Het huis in Mabotsa had +hij van zijn eigen opgespaard geld gebouwd, want van de duizend gulden, die hij jaarlijks +van het Engelsche Zendingsgenootschap ontving, kon voor het bouwen van huizen niet +veel overblijven. Toen hij wegging, waren de inboorlingen wanhopend. Nog toen de ossen +reeds voor den wagen gespannen waren, smeekten ze hem om toch te blijven, terwijl +ze beloofden een nieuw huis voor hem te zullen bouwen. Maar, hij bleef bij zijn voornemen, +en begaf zich naar het dorp Tschonoeane, waar de hoofdman Setschala leefde. +</p> +<p>Deze ontving Livingstone met groote vreugde, en hoorde oplettend naar zijn prediking. +Hij beloofde zelfs den geheelen stam tot het Christendom te zullen bekeeren, en wel +met <span class="pageNum" id="pb211">[<a href="#pb211">211</a>]</span>behulp van een flinke zweep. Daar Livingstone echter van zulk een methode van bekeering +niets wilde weten, zeide Setschala dat hij zijn onderdanen bezwaarlijk, zonder van +een zweep gebruik te maken, zou kunnen bewegen tot het geloof aan Christus! Hij zelf +zond evenwel zijn talrijke vrouwen allen op één na weg, waarmee hij zijn eigen aanzien +een gevoeligen slag toebracht; want een hoofdman met slechts ééne vrouw vond men bijzonder +armzalig! +</p> +<p>Van dit punt uit maakte Livingstone een reis oostwaarts, naar het gebied, dat Hollandsche +boeren uit Kaapland opgezocht hadden. Ze hadden de Kaapkolonie verlaten, daar de Engelsche +regeering geen slavenhandel duldde en de vrijlating der Hottentotten beval. De Boeren +stichtten derhalve een eigen republiek, Transvaal genaamd, daar ze aan de overzijde +van den Vaal, een zijstroom van de Oranje-rivier, gelegen is. Hier meenden ze de zwarten +ongestoord tot slavenhandel te kunnen dwingen; ze bezetten alle bronnen en de inboorlingen +waren in hun eigen land van vreemden afhankelijk. +</p> +<p>Livingstone had in zijn nieuwe nederzetting de handen vol; hij bouwde, verzorgde zijn +tuin, bezocht de zieken, herstelde zijn wapenen en wagens, maakte tapijten en schoenwerk, +predikte, gaf les in een kinderschool, hield voordrachten over geneeskunde en gaf +les aan inboorlingen, die eveneens zendeling wilden worden. Zijn vrijen tijd gebruikte +hij voor natuurwetenschappelijke verzamelingen, die hij naar het vaderland zond; bovendien +bestudeerde hij de giftige tsetse-vlieg en de ziekte, die door deze teweeggebracht +wordt, en hij arbeidde onverdroten aan het uitvinden van middelen om die beide te +bekampen. +</p> +<p>Zijn nieuwe woonplaats had echter een ernstige schaduwzijde; er was gebrek aan water; +daarom besloot Livingstone nog zeventig kilometer noordwaarts naar Koboleng te trekken, +waar hij nu voor de derde maal een eigen huis bouwde. Ook ditmaal waren zijn zwarte +vrienden geheel verslagen over zijn besluit. Daar ze hem er niet toe konden overhalen +te blijven, pakte de geheele stam zijn have en goed bijeen, en trok met hem mee. In +Kolobeng bleef Livingstone vijf jaren, de langste en tevens laatste rusttijd van zijn +leven. Ook hier won hij het vertrouwen en de vriendschap der inboorlingen, <span class="pageNum" id="pb212">[<a href="#pb212">212</a>]</span>want wanneer het gold een zieke te helpen, dan reed hij bij dag en nacht mijlen ver, +zonder om gevaar te denken. In Kolobeng smaakte hij ook de groote vreugde met zijn +eigen kinderen, die hier ter wereld kwamen, te kunnen spelen. +</p> +<p>De nabuurschap der Boeren vernietigde echter het succes van zijn arbeid. Ze haatten +hem wegens zijn bestrijding der slavernij, en beschuldigden hem er van Setschala’s +stam van wapenen te voorzien en tegen de Boeren op te hitsen. Ze dreigden alle zwarte +zendelingen, die zich in Transvaal zouden vertoonen, zonder meer te zullen dooden, +en ook lieten ze geen middel onbeproefd om Livingstone uit den weg te ruimen. Derhalve +besloot deze nog verder naar het noorden te trekken, waar blanke mannen die christenen +heetten, maar die inboorlingen als dieren behandelden, hem niet bij zijn arbeid zouden +storen. Een in Kolobeng uitbrekende hongersnood versterkte hem in zijn besluit. Een +groote droogte had den oogst doen mislukken en de bedding der rivieren volkomen uitgedroogd. +De inboorlingen moesten er op uit om van de jacht te leven, en de vrouwen verzamelden +sprinkhanen als voedingsmiddel. Geen kind bezocht meer de school, en de kerk stond +des Zondags vergeefs open. Zoo begaf zich dan Livingstone nogmaals op weg om zich +elders te vestigen. +</p> +</div> +</div> +<div id="ch53" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#xd33e3294">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> +<h2 class="main"><span class="divNum">53.</span> DE ONTDEKKING VAN HET NGAMI-MEER.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">Reeds toen Livingstone voor het eerst Afrika betreden had, en in Koeroeman vertoefde, +hoorde hij, dat er ver in het Noorden, een groot zoetwatermeer was, dat men Ngami +noemde. En op een zijner latere tochten was het hem zelfs gelukt om dit meer, dat +nog nooit door Europeanen bezocht was, tot op tien dagreizen te naderen. Maar hij +moest toen omkeeren, omdat onder zijn trekossen de runderpest uitbrak. Nu kwam echter +op zekeren dag te Kolobeng een bode bij hem van den zwarten koning Letscholetebe, +wiens gebied aan het Ngami-meer gelegen was; deze liet den zendeling verzoeken om +tot hem te komen en beloofde hem een goed onthaal. Ook was er in zijn land veel ivoor. +Toen de menschen van Livingstone van ivoor hoorden, waren ze terstond tot de lange +reis bereid, <span class="pageNum" id="pb213">[<a href="#pb213">213</a>]</span>en den 1sten Juni 1849 ging het weder noordwaarts. Een vriend van Livingstone, de +Engelschman Oswell ging mee; als een welgesteld man had hij verscheidene wagens, tachtig +ossen, twintig paarden en vijf-en-twintig dienaren medegenomen. Een dezer laatsten +diende als gids, want reeds na twee dagen voerde de weg langs streken die nog nooit +door een Europeaan betreden waren. Aan den woestijnrand kampeerden ze; overal in de +rondte waren de bronnen uitgedroogd. Slechts in een kuil, waar een neushoorn zich +in het zand rondgewenteld had, stond nog zooveel water, dat elk paard een slok kon +nemen, maar voor de ossen was het niet toereikend, en daar de weg, tot aan de volgende +rustplaats honderd en twintig kilometer lang was, en dwars door de beruchte Kalahari-woestijn +liep, werden de ossen weer teruggedreven naar een veertig kilometer verder terug gelegen +bron. Toen ze terugkwamen, had men echter reeds verscheidene waterrijke bronnen opgegraven, +en toen de karavaan opbrak, hadden alle dieren zooveel gedronken als ze maar wilden. +</p> +<p>Verlaten en dor strekte de woestijn zich voor hun oogen uit. De uitgedroogde wagens +knarsten over de zandvlakte, en de raderen zonken diep in het mulle zand. De ossen, +die gebrek hadden aan water, verloren snel hun krachten. Na een tocht van drie dagen +door de Kalahari, had men pas zeventig K.M. afgelegd. Toen raakte plotseling de gids +de kluts kwijt, en wanneer men hem vroeg hoever het nog was tot aan de naaste bron, +dan antwoordde hij op goed geluk af: vijftig kilometer. Een somber vooruitzicht voor +de reizigers! Voordat ze zoover kwamen, zouden alle ossen allang van dorst omgekomen +zijn! De paarden moesten vooruitgezonden worden, dan bleven die tenminste gespaard. +In geval van nood kon men dan, wanneer de geheele karavaan omkwam, met de paarden +verder trekken en van de jacht leven. Bovendien zouden de ossen het spoor van de paarden +kunnen volgen, en misschien, door hun instinct geleid, een bron vinden. +</p> +<p>De paarden en hun berijders waren echter nauwelijks een uur weg, of ze kwamen aan +een oase, en spoedig verried het kwaken van kikvorschen de aanwezigheid van een waterplas, +die allen het leven redde. +</p> +<p>Na een tocht van twee maanden bereikte Livingstone de <span class="pageNum" id="pb214">[<a href="#pb214">214</a>]</span>oevers van het Ngami-meer, dat nog nooit door een Europeaan aanschouwd was. De koning +Letscholetebe bleek evenwel niet zoo vriendschappelijk gezind te zijn als men gehoopt +had. Toen hij hoorde dat Livingstone nog verder noordwaarts wilde trekken, naar het +groote stamhoofd Sebitoeane, was hij bang dat deze van de blanken vuurwapenen zou +krijgen en strooptochten in zijn gebied zou ondernemen. Dientengevolge moest de expeditie +weer naar Kolobeng terugkeeren. Maar Livingstone’s volharding kende geen hinderpalen; +hij kwam nog een tweeden keer aan het Ngami-meer terug, vergezeld van zijn familie +en van Oswell. Op dezen tocht kwam hij ook in het gebied van den machtigen Sebitoeane, +die hem gastvrij ontving. Dit stamhoofd, in dit deel van Midden-Afrika als een goedhartig +mensch bekend, was blij een blanke te zien, en begreep terstond dat deze zendeling +hem en zijn stam goed gezind was. Reeds den eersten Zondag woonde hij de godsdienstoefening +bij, en luisterde aandachtig naar Livingstone’s woorden. Eenige dagen later kreeg +Sebitoeane echter een longontsteking, en het duurde niet lang of Livingstone zag dat +het stamhoofd op sterven lag. Zijn laatste woorden golden Livingstone’s kleinen zoon: +„Breng hem in de hut van de vrouwen en geef hem wat melk!<span class="corr" id="xd33e2082" title="Bron: ’">”</span> Toen blies Livingstone’s nieuwe vriend den laatsten adem uit. +</p> +<p>Nu zetten de beide reizigers hun tocht noordoostwaarts voort, naar het groote dorp +Linjanti, en ontdekten spoedig daarop een groote rivier, de Zambesi. Haar benedenloop +was den Europeanen reeds lang bekend, maar niemand kende haar bovenloop. Het klimaat +van deze streken was zeer ongezond, aan het oprichten van een zendingsstation viel +hier dan ook niet te denken. Het Makololo-volk, de stam van het doode opperhoofd, +beloofde hem weliswaar grondbezit, hutten en ossen, wanneer hij daar wilde blijven, +maar Livingstone had grootere plannen. Voordat hier aan een zendingsstation gedacht +kon worden, moest er eerst een eerlijke handel bloeien; ook het Makololo-volk was +begonnen slaven te verkoopen, teneinde in het bezit te komen van vuurwapenen en andere +begeerlijke zaken uit Europa. Wanneer men ze nu er toe kon brengen om met ivoor en +struisvederen handel te drijven, dan konden ze evengoed alles wat hun hart begeerde +van de Europeanen in ruil bekomen. Maar daartoe ontbrak in de eerste plaats een weg +naar de kust, <span class="pageNum" id="pb215">[<a href="#pb215">215</a>]</span>hetzij van den Atlantischen, hetzij van den Indischen Oceaan, en het was Livingstone’s +plan, zulk een weg te zoeken. Later, zoo meende hij, wanneer de slavenhandel voor +een eerlijken handel had plaats gemaakt, zou het nog altijd tijd genoeg wezen om hier +het christendom te prediken. +</p> +<p>Zoo trok hij dan weer zuidwaarts. Vrouw en kinderen konden hem op deze moeitevolle +tochten niet vergezellen; hij zond ze naar Engeland. In Kaapstad nam hij van de zijnen +afscheid, daarop reisde hij alleen naar Koeroeman, en begaf zich langs een omweg naar +Kolobeng. Hij had onderweg veel oponthoud, en ditmaal was dat zijn geluk. Want intusschen +had de eerste President der Boerenrepubliek, Pretorius, met zeshonderd Boeren, en +zevenhonderd aangeworven zwarten Kolobeng verwoest, Livingstone’s geheele have geroofd, +zijn vee weggedreven, alles wat ze niet konden meenemen, tot zelfs de meubels, stuk +geslagen, zijn boeken verscheurd, de dorpen der inboorlingen overvallen, en zestig +menschen met kanonnen neergeschoten. De verwachting der Boeren, om Livingstone zelf +in handen te krijgen, werd gelukkig niet verwezenlijkt. De zwarten hadden zich echter +dapper verweerd, en vijf-en-dertig dooden hadden de Boeren moeten achterlaten. Deze +overval moest een straf voor de zwarten zijn, omdat ze Engelsche reizigers vrijen +doortocht verschaft hadden. Daarbij waren deze Boeren Christenen, maar ze sloten hun +land voor alle Europeanen, teneinde ongehinderd zelve de zwarten te kunnen mishandelen +en uitzuigen, en ze als slaven te kunnen gebruiken, terwijl ze zelf rustig thuis zaten, +hun pijp rookten, en in kalme gemoedsrust—den Bijbel lazen! +</p> +</div> +</div> +<div id="ch54" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#xd33e3303">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> +<h2 class="main"><span class="divNum">54.</span> VAN KUST TOT KUST.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">In het jaar 1853 begon Livingstone zijn verderen tocht naar de Westkust, en kwam eerst +bij het Makololo-volk. Hier heerschte thans Sebitoeane’s zoon Sekeletoe, die hem vriendelijk +ontving, en hem het liefst in het geheel niet meer had laten gaan. Toen Livingstone +toch langs de Zambesi stroomopwaarts verder trok, begeleidde de koning hem met tal +van krijgers. Na eenige dagmarschen stiet men op den halfbroeder des <span class="pageNum" id="pb216">[<a href="#pb216">216</a>]</span>konings, die Mpepe heette; deze was een slavenhandelaar en stond Sekeletoe reeds lang +naar het leven, om daardoor zijn eigen macht te vergrooten. Tweemaal poogde Mpepe +zijn stiefbroeder te dooden, en eenmaal was het Livingstone, die den koning voor een +speerworp behoedde. De strijd tusschen deze beide mededingers eindigde met den dood +van Mpepe. +</p> +<p>Nog verder stroomopwaarts aan de Zambesi woonde de vader van den gedoode. Deze verbond +zich nu met het opperhoofd van een naburigen stam, om gezamenlijk zijn zoon te wreken. +Bij het eerste samentreffen werden eerst vreedzame onderhandelingen gevoerd, totdat +plotseling Sekeletoe een teeken gaf; terstond omringden zijn krijgers de beide vijandelijke +stamhoofden, en voordat Livingstone het kon verhinderen, werden ze door de mannen +van Sekeletoe neergehouwen. De lijken werden in stukken gehakt, en den krokodillen +in de Zambesi voorgeworpen. Livingstone was over deze verraderlijke daad zoo verontwaardigd, +dat hij terstond deze streken verliet, en verder trok. +</p> +<p>Nu maakte Livingstone zijn gedenkwaardigen tocht van Linjanti naar Loanda aan de Westkust +ten zuiden van de uitmonding van den Congo. Nog geen Europeaan had voor hem dezen +weg afgelegd. Zijn geleide bestond uit zeven-en-twintig Makololo-manen, en zijn bagage +uit bijna niets anders dan kralen en stukken goed, de in Afrika gangbare munt. Proviand +had hij niet meegenomen, omdat hij van plan was dat men zou leven van wat er onderweg +zou worden geschoten of gevangen. +</p> +<p>Het was een inspannende, moeitevolle tocht waarbij men door het gebied van tallooze +wilde stammen trok. Eerst ging het stroomopwaarts langs de Zambesi, en dan langs den +anderen oever. Tengevolge van hevige regens moest men telkens over sterk gezwollen +beken en door verraderlijke moerassen trekken. +</p> +<p>Sedert Livingstone eens met een boot droevige ervaringen had opgedaan, liet hij zich +steeds door een os door het natte element dragen. +</p> +<p>Wolken muskieten zwermden boven den vochtigen grond en de koorts ondermijnde Livingstone +zoo hevig, dat hij niet eens meer op zijn os kon zitten. Maar onder al deze plagen +verzuimde hij niet de natuur rondom hem gade te slaan en de kaart van den door hem +genomen weg uit te werken. Zijn <span class="pageNum" id="pb217">[<a href="#pb217">217</a>]</span>dagboek was een dik deel met sterken omslag en voorzien van een slot. Hij schreef +daarin fijn en sierlijk, alsof het gedrukt was. Men zou hebben gedacht, dat het de +mannen uit Makololo moede zou zijn geworden door onbekende streken en volkeren te +trekken; maar niets was in staat hen hun heer en leidsman te doen verlaten. +</p> +<p>Reeds bij het begin van deze lange reis had Livingstone een schaar van achttien aan +elkaar geketende slaven bevrijd, en hoe verder hij door de bosschen drong, des te +vaker moest hij zien, hoe de slavenhandel de menschen verwilderde, hen wantrouwend +en vijandig maakte. Meermalen bevrijdde hij troepen slaven door den drijver eenvoudig +te bevelen, de gevangenen te laten loopen. +</p> +<p>Door goedheid en vriendelijkheid verwierf Livingstone overal het vertrouwen der wilden, +zoodat zij hem niet alleen vrij lieten doortrekken, maar zelfs levensmiddelen schonken. +Mocht al soms een opperhoofd moeilijkheden maken, en als schatting een os, een geweer +of een van Livingstone’s geleiders verlangen, wist hij toch zoo goed met hem klaar +te komen, dat deze hem ten slotte in vrede verder liet trekken. Dikwijls ontwapende +hij zulk een opperhoofd met een grapje, en als dat niet hielp, kalmeerde hij de opgewonden +gemoederen door zijn tooverlantaarn met bijbelsche platen. In gespannen verwachting +verdrongen de zwarten, als de platen op het scherm verschenen, zich achter hem, niet +vrij van angst, dat het geesten zouden zijn, die hen kwaad wilden doen. Maar van een +anderen godsdienst dan het kijken naar deze bijbelsche platen wilden zij niets hooren. +</p> +<p>Zoo naderde Livingstone met zijn dappere schaar voetje voor voetje de Westkust. Kort +voor zijn doel werd hem echter nog een zware schatting afgeperst door een onverzoenlijk +opperhoofd; hij boette zijn wollen deken, zijn scheermes en een menigte kleedingstukken +in, en zijn manschappen moesten hun sieraden en hun koperen armbanden afstaan. Van +alles beroofd, ontmoetten zij eindelijk een Portugees, en onder zijn geleide hield +Livingstone zijn intocht in het Portugeesche gebied aan de Westkust. Door de Portugeezen +in Loanda werd Livingstone gastvrij opgenomen; zij bezorgden hem alles wat hij noodig +had, en voorzagen hem van top tot teen van nieuwe kleeren. +</p> +<p>Voor Loanda lagen verscheidene Engelsche kruisers, die daar <span class="pageNum" id="pb218">[<a href="#pb218">218</a>]</span>gekomen waren om den slavenhandel onmogelijk te maken. Hier bij zijn landslieden verheugde +zich Livingstone in een heerlijken rusttijd. Welk een genot weer eens in een behoorlijk +bed te slapen, nadat hij een half jaar lang slechts op den vochtigen grond had gelegen! +En hoeveel nieuws vernam hij nu niet uit de groote wereld, waaruit zoo lang geen bericht +tot hem was doorgedrongen. Men vertelde hem van den Krim-oorlog, waarin Gordon als +onbekend luitenant voor het eerst streed, en van de hulp-expeditie, die uitgevaren +was om den Noordpoolvaarder Franklin en zijn ongelukkige makkers te zoeken. Na jarenlang +rondtrekken in het zwarte werelddeel, zou het maar al te heerlijk zijn geweest, in +een gemakkelijke scheepskajuit op den terugweg naar Engeland uit te rusten! +</p> +<p>Maar Livingstone weerstond de verzoeking. Hij wilde zijn trouwe Makololo-manschappen +niet aan een onzeker lot overlaten, daar hij bovendien had vastgesteld, dat de weg +naar de Westkust zich niet eigende voor een handelsweg. Misschien bood de Zambesi +een zekeren weg van de binnenlanden naar de Oostkust, en om dit vast te stellen, weerstond +hij alle gevaar en koortsaanvallen, nam afscheid van de Engelschen en Portugeezen +en trok nog eens het donkere Afrika binnen. +</p> +<p>Voordat Livingstone echter Loanda verliet, ordende hij zijn papieren, zijn aanteekeningen +en kaarten van de nieuw ontdekte landen tot een geweldig pakket. Maar het Engelsche +schip, dat zijn post aan boord had genomen, leed schipbreuk bij Madeira en verging +met man en muis! Slechts één passagier werd gered. Livingstone bevond zich nog in +de nabijheid van de kust, toen hem deze ongelukstijding bereikte, en nu moest hij +al deze aanteekeningen en teekeningen nog eens over maken, een werk dat verscheiden +maanden in beslag nam. En toch kan hij nog van geluk spreken! Indien hij zijn Makololo-mannen +in den steek had gelaten en naar zijn vaderland was teruggegaan, dan zou ook hij met +het verongelukte schip te gronde zijn gegaan. +</p> +<p>Regen en ziekte veroorzaakten op deze nieuwe reis vele hinderpalen, maar anders liep +ze gemakkelijker van stapel dan de vorige. Uit Loanda had hij een grooten voorraad +geschenken voor de opperhoofden meegenomen en nu was hij bij zijn terugkeer ook reeds +een bekende voor hen. Toen hij de dorpen van het Makololo-volk weer binnentrok, kwam +de geheele <span class="pageNum" id="pb219">[<a href="#pb219">219</a>]</span>stam hem tegemoet om hem te <span class="corr" id="xd33e2121" title="Bron: begroetten">begroeten</span>. Livingstone hield een dankstond voor het geheele volk. Bij de nachtelijke vuren +werden ossen geslacht, de zwarte mannen sloegen de trommel, onder dans en gezang stegen +vreugdekreten boven de toppen der apenbroodboomen en van omhoog fonkelden de sterren +door de kruinen der wilde palmen. +</p> +<p>Sekeletoe toonde zich nog steeds vriendschappelijk gezind. Maar Livingstone had ook +een prachtig geschenk voor hem uit Loanda medegebracht, een afgelegd uniform van een +overste, waarin hij nu Zondags in de kerk verscheen; die trok de aandacht van het +volk veel meer dan de prediker met zijn woorden. De vrijgevigheid van Sekeletoe ging +zoo ver, dat hij, toen Livingstone nu verder naar de <span class="corr" id="xd33e2126" title="Bron: Westkust">Oostkust</span> wilde trekken aan zijn blanken vriend tien ossen om te slachten, drie van zijn beste +trekossen en mondvoorraad voor de geheele reis schonk. En dit was nog niet genoeg, +hij beval, dat honderd van zijn krijgslieden als wacht zouden medetrekken, en zoo +ver als zijn naam macht had over woud en veld, gaf hij bevel, dat alle jagers en landbouwers +den blanken man en zijn troep moesten geven, wat dezen noodig hadden. De reizen van +Livingstone zijn toch daarom vooral merkwaardig, dat hij ze zonder noemenswaardige +ondersteuningen uit het vaderland, ten uitvoer bracht; als vriend der Afrikanen legde +hij geheele einden uitsluitend als hun gast af. +</p> +<p>Nu werd de richting langs den oever der Zambesi ingeslagen, het was voor hem een volkomen +onbekend land. In Linjanti had Livingstone reeds gedurende zijn vroegere bezoeken +gehoord van een geweldigen waterval der Zambesi, en nu zou hij deze Niagara van Afrika +ontdekken. Hij gaf er den naam Victoria-val aan. Boven den val is de Zambesi 1800 +meter breed en over een drempel van basalt stort deze ontzaglijke stroom 119 meter +in de diepte, waar de ziedende en borrelende watermassa’s door een dikwijls ternauwernood +50 meter breede rotskloof worden saamgeperst. Wolken van stof, regen en waterdamp +zweven voortdurend boven den val, daarom noemen de inboorlingen hem „het rookende +water.” De beschrijving van den Victoria-val maakte later op de Europeanen een veel +dieperen indruk dan al de overige ontdekkingen van Livingstone. Dat er in Afrika een +waterval was, die zich met de <span class="pageNum" id="pb220">[<a href="#pb220">220</a>]</span>Niagara kon meten, ja die aan woeste schoonheid en grootsche kracht zelfs nog overtrof, +daarvan had men tot nu toe niets vermoed. Tegenwoordig loopt een spoortrein over den +Victoria-val en ook is er een stad in de nabijheid ontstaan, die den naam van Livingstone +draagt. +</p> +<p>Het oorverdoovend geraas van den Victoria-val stierf in de verte weg achter de reizigers +en de troep ging verder langs de boschpaden van de grens van den eenen stam naar die +van een anderen. Met bewonderenswaardige kalmte plaatste Livingstone moed en doodsverachting +tegenover alle gevaren en lage listen, en met onvermoeiden ijver werkte hij aan zijn +kaart van Zuid-Afrika, waarvan hij de hoofdlijnen aangaf. In den loop der jaren was +hij meer onderzoeker dan zendeling geworden. Maar de grondgedachten zijner toekomstdroomen +waren steeds: het eind van den geografischen ontdekkingsarbeid is slechts het begin +der werkzaamheid van den zendeling. +</p> +<p>In het eerste Portugeesche station aan de Zambesi liet hij zijn Makololo-manschappen +achter met de belofte, dat hij later terug <span class="corr" id="xd33e2136" title="Niet in bron">zou </span>komen en hen naar hun dorpen zou terugbrengen. Daarna voer hij de Zambesi af, naar +Quelimana en had hiermede Afrika van kust tot kust doorkruist. Livingstone was de +eerste wetenschappelijk gevormde Europeaan, die dit ten uitvoer bracht. +</p> +<p>Nadat hij zoo vijftien jaren in de binnenlanden van Afrika had doorgebracht, kon hij +het zich wel veroorloven, ook eens de terugreis naar het vaderland te aanvaarden. +</p> +<p>Een Engelsche brik bracht hem naar Mauritius, einde 1856 kwam hij te Engeland aan. +Met ontzaglijk gejubel werd hij overal ontvangen en nog nooit was een onderzoeker +zoo geëerd als hij! Van stad tot stad werd hij als een held geëerd en deze populariteit +gebruikte hij om overal tegen den slavenhandel te prediken, en zijn landslieden er +van te overtuigen, dat de blanken verantwoordelijk zijn voor de bevrijding der zwarten. +Afrika dat donker en vergeten onder zijn dravende regengordels had neergelegen, werd +nu opeens het middelpunt van de aandacht van alle beschaafden. +</p> +<p>Wel is waar bleef afkeuring den overwinnaar bij zijn terugkeer niet gespaard. Zooals +altijd waren er geografen, die beweerden dat zijn ontdekkingen reeds door anderen +waren gedaan, maar het geschreeuw dezer dwergen tegen den reus <span class="pageNum" id="pb221">[<a href="#pb221">221</a>]</span>verstomde gaandeweg. Het zendingsgenootschap gaf hem ook te verstaan, dat hij voor +de verbreiding van het Evangelie niet genoeg had gewerkt, dat hij te zeer onderzoeker +en te weinig zendeling was geweest. Livingstone trad daarom het zendingsgenootschap +uit en toen hij daarna, na een verblijf van twaalf maanden in het vaderland, met zijn +vrouw naar Afrika terugkeerde, reisde hij in opdracht van de Engelsche regeering. +</p> +<p>Gedurende deze tweede, zes jaren durende reis door het zwarte werelddeel, gelukte +het hem, onder meer gewichtige ontdekkingen, het Groot Nyassa-meer te vinden, uit +welks omgeving tot nu toe jaarlijks negentienduizend slaven naar Zanzibar werden gebracht; +het aantal der ongelukkigen, die op den weg naar de kust bezweken, is mogelijk jaarlijks +nog veel grooter geweest. +</p> +<p>Gedurende dit tweede verblijf in Afrika stierf de vrouw van Livingstone en werd onder +de zware takken van een apenbroodboom begraven. Ook dit ongeluk brak zijn moed en +kracht niet en toen hij na zes jaar naar zijn geboorteland terugkeerde, had hij weer +licht gebracht over een geweldig stuk van de binnenlanden van Afrika. +</p> +</div> +</div> +<div id="ch55" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#xd33e3312">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> +<h2 class="main"><span class="divNum">55.</span> DE APOSTEL VAN AFRIKA.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">In het jaar 1866 landde Livingstone opnieuw in Zanzibar en dezen keer in de hoedanigheid +van Britsch consul van de binnenlanden van Afrika. Hij doorkruiste het land van het +Nyassa-meer; toen hij zich echter in de booten der inboorlingen naar den westelijken +oever van het meer wilde laten overzetten, beletten Arabieren hem dit, die hem kenden +als den gevaarlijksten vijand van den slavenhandel. Hij moest dus te voet het meer +omgaan, en veroverde voet voor voet voor de wetenschap nieuwe streken, werkte kaarten +uit, hield aanteekeningen en legde verzamelingen aan. Nog eens naderde hij streken, +die hij reeds van de vorige reizen kende, waar de vrouwen van de zwarten aan den oever +der rivier door krokodillen werden weggesleept, waar zijn echtgenoote was gestorven +en alle zendelingen, die men er op zijn verzoek heen gezonden had, aan koorts waren +gestorven! +<span class="pageNum" id="pb222">[<a href="#pb222">222</a>]</span></p> +<p>Hij had slechts zeven-en-dertig manschappen bij zich; een hunner, Moesa, had hem vroeger +reeds vergezeld, en velen zijner bedienden waren Indiërs. Maar spoedig bleek het dat +zijn geleide armzalig gespuis was. Hij moest de Indiërs wegzenden en van de overigen +kon hij slechts aan weinigen vertrouwen geven. De besten waren Soesi en Tschoema, +die later in Afrika en Europa beroemd werden om hun voorbeeldigen trouw. Daarentegen +was Moesa een schurk. Toen hij van een slavenhandelaar vernam, dat het geheele land, +hetwelk Livingstone wilde doortrekken, door oorlogzuchtige stammen was bewoond, die +kort geleden een troep van veertig Arabieren overvallen en gedood hadden, overviel +hem en de meesten zijner makkers zulk een vrees, dat zij op de vlucht gingen. Bij +zijn komst te Zanzibar vertelde Moesa aan den Engelschen consul, dat Livingstone overvallen +en gedood en van al zijn bezittingen beroofd was geworden. Hij had zijn verzonnen +bericht zoo handig bedacht, en zoo goed uit het hoofd geleerd, dat hij zich bij het +kruisverhoor in geen tegenspraken verwikkelde en overal geloofd werd. De Engelsche +bladen brachten reeds kolommen vol klaagliederen over den doode. Slechts één vriend +van Livingstone, die hem op zijn vroegere reizen had vergezeld, en Moesa heel precies +kende, twijfelde aan de waarheid van het bericht. Hij ging zelf naar Afrika, volgde +het spoor van den doodgewaande en vernam toen ook spoedig van de inboorlingen, dat +Livingstone nooit overvallen was, maar zich nu op weg bevond naar het tot nu toe onbekende +Tangajika-meer. +</p> +<p>Deze weg was ver en bezwaarlijk, en berokkende Livingstone groote verliezen. De levensmiddelen +raakten op, en een gehuurde drager ging er met de reisapotheek vandoor. Dientengevolge +was Livingstone van alle middelen tegen de koorts beroofd, en zijn gezondheid werd +ernstig geschokt. Toch bereikte hij de zuidelijke punt van het Tangajika-meer, en +een jaar later ontdekte hij het Bangweolo-meer. Per boot bezocht hij de in het meer +liggende eilanden, en wekte groot opzien onder de inboorlingen, die nog nooit een +blanke hadden gezien. +</p> +<p>Rondom het meer strekten zich groote moerassen uit, en Livingstone had de overtuiging +gekregen, dat men in deze streek de uiterste zuidelijke bron van den Nijl had te zoeken. +<span class="pageNum" id="pb223">[<a href="#pb223">223</a>]</span>De vraag omtrent de waterscheiding van den Nijl boeide hem zoo sterk, dat hij het +eene jaar na het andere in Afrika bleef en toch werd het hem niet gegund dit vraagstuk +op te lossen. Hij heeft nooit gehoord, dat de rivier, die uit het Bangweolo-meer komt, +niet naar den Nijl stroomt, maar een zijrivier van de Loealaba of de Boven-Congo is. +</p> +<p>Aan den oever van het Bangweolo-meer sloegen de meesten zijner geleiders aan het muiten, +maar hij wist hen in zooverre te kalmeeren, dat zij hem nog verder volgden. Hij reisde +nu in gezelschap van een vriendschappelijk gezind Arabier, Mohammed genaamd. Bij den +troep waren nog eenige Arabieren, verscheiden inboorlingen van den oostelijken oever +van het Tangajika-meer en slaven, die ivoor en proviand droegen. Hoe vaak zag Livingstone +nu groote scharen slaven voorttrekken, die met een hout, dat als een vork om hun hals +greep, vooruit geduwd werden, en als zij zich niet verder konden sleepen door hun +onmenschelijke pijnigers op de plaats werden gedood, opdat zij andere kooplieden niet +ten goede zouden komen. Eens hoorde hij zulk een troep uit volle borst zingen, en +toen hij hen naar de reden van hun vroolijkheid vroeg, vertelden zij hem, dat zij +wraakliederen zongen. Nu werden zij naar de kust gebracht, om zich zelf af te werken +in slavernij, maar eens zou hun juk worden afgeschud. Dan zouden zij naar hun wouden +terug keeren en daar de tirannen op hun beurt martelen. +</p> +<p>Livingstone werd op deze reis ernstig ziek en moest op een baar worden gedragen. Dikwijls +lag hij in ijlende koorts en verloor volkomen elk besef van tijd. Als men slechts +gelukkig het Tangajika-meer bereikte en over het meer het land Oedjidji, aan den oostelijken +oever, dan kreeg hij weer rust, nieuwe voorraden en brieven uit het geboorteland en +deze hoop hield hem staande. +</p> +<p>Van alles beroofd en rampzalig bereikte hij werkelijk Oedjidji, een der hoofdpunten +van den Arabischen slavenhandel. Maar de verwachte voorraden waren spoorloos verdwenen +en van al de brieven, die hij aan den sultan van Zanzibar en naar zijn geboorteland +had geschreven, is er nooit een aangekomen. De stammen aan den oostelijken kant van +het meer waren juist met elkaar in strijd. Toch liet Livingstone den moed niet zakken. +Geen noodlot scheen vreeselijk genoeg om de weerstandskracht <span class="pageNum" id="pb224">[<a href="#pb224">224</a>]</span>van dezen man te breken. Met Soesi en een schaar nieuw aangeworven dragers brak hij +opnieuw op, om in westelijke richting over het meer te gaan, waar het land Manjema +zijn doel was. Door het grensgebied hiervan stroomde de Loealaba, en als het hem gelukte +vast te stellen waar deze geweldige rivier bleef, of zij naar de Middellandsche Zee +of naar den Atlantischen Oceaan stroomde, dan wilde hij met een gerust geweten naar +het vaderland terugkeeren. Hij had zich voorgenomen het zwarte werelddeel niet eerder +te verlaten, voor hij dit vraagstuk zou hebben opgelost, en aan dit besluit heeft +hij vergeefs zijn leven opgeofferd. +</p> +<p>Ook in het Manjemaland waren de zwarten met elkaar in oorlog, aten hun verslagen vijanden +op, aanbaden afgoden, die zij zelf uit hout sneden, en geloofden aan bezweringen en +meer dergelijke dwaasheden. „Sterven bij u de menschen ook, of kent gij bezweringen, +die tegen den dood helpen?” vroegen zij. „Waar blijft den mensch als het leven is +uitgebluscht?” Livingstone beproefde hun dat alles duidelijk te maken. +</p> +<p>Daarna trok hij verder in westelijke richting. De Loealaba liet hem geen rust; de +inboorlingen der streken, die hij doortrok, zagen hem evenals de andere vreemdelingen, +voor een slavenhandelaar aan, en ondersteunden hem op geen enkele manier. +</p> +<p>Maar welk een sprookjesachtig land trok hij door. Op de heuvels wuifden palmen in +den wind, en klimplanten, zoo dik als kabeltouw slingerden zich rondom reusachtige +boomen, op welke krijschende papegaaien van tak tot tak vlogen. Geheele scharen vroolijke +apen, leefden in het groene bladerendak en de dieren wedijverden met den plantengroei +in verscheidenheid en rijkdom. Vreemde planten, die insecten en zelfs kleine visschen, +die in het natte gras omhoogsprongen, naar zich toe trokken en opaten, groeiden aan +de oevers der rivieren, en voor al zulke natuurverschijnselen had Livingstone een +steeds open oog. +</p> +<p>Doordat de regentijd intrad, kon hij gedurende verscheidene maanden niet verder trekken +en toen het eindelijk weer zoover kwam, had hij nog slechts drie metgezellen, onder +wie de twee getrouwen Soesi en Tschoema. +</p> +<p>In het donkere kreupelhout van het tropisch bosch reet hij zijn voeten open, hij klauterde +verder over omgevallen boomstammen en vermolmde takken, door gezwollen rivieren moest +<span class="pageNum" id="pb225">[<a href="#pb225">225</a>]</span>hij waden, terwijl tusschen de toppen der boomen en in het dichte kreupelhout koortsdampen +als nauwelijks zichtbare sluiers zweefden. Weer werd hij ziek en moest lang in een +armelijke hut op een bed van gras blijven liggen, waar hij zijn tijd doorbracht met +steeds weer zijn reeds geheel stuk gelezen bijbel te bestudeeren en zich door de inboorlingen +te laten inlichten over hun strijd met menschen en mensch-apen, want ook de gorilla +huisde daar in het woud. +</p> +<p>Zoo verliep het eene jaar na het andere zonder dat ook maar het zwakste geluid van +het gewoel der wereld tot het oor van Livingstone doordrong, en hij zelf was voor +de Europeesche wereld verdwenen. Wat hem hier terughield, was nog steeds de Loealaba +rivier. Stortte ze haar onuitputtelijk water in de groote zee in het Westen of stroomde +ze langzaam door bosschen, moerassen en woestijnen naar Egypte? +</p> +<p>Livingstone had een dochter, Agnes genaamd. Zij leeft nog en in haar gastvrij huis +te Edinburg zijn nog de dagboeken haars vaders, zijn oude bijbel en zijn instrumenten +te zien. +</p> +<p>Als jong kind had zij aan haar vader geschreven, dat hij zich voor haar niet moest +haasten met het naar huis keeren, dat het veel beter was, dat hij eerst kalm zijn +werk voltooide, opdat hij er zelf tevreden over zou kunnen zijn. Zulk een opwekking +van den kant zijner eigen dochter kon natuurlijk niet anders dan hem in zijn besluit +versterken, en in een brief uit Manjema schreef hij haar, dat hij aan zijn jonge landgenooten +ook een voorbeeld van volharding wilde geven. In dezen brief vertelde hij ook hoe +oud, grijs en tandeloos hij is geworden, dat hij ingevallen wangen en diep weggezonken +oogen heeft. Een opperhoofd had hem een jongen gorilla geschonken, over dien schrijft +hij: „Als het dier zit, is het bijna twee voet hoog en hij is de verstandigste, de +minst dwaze aap, dien ik ooit heb gezien. Hij strekt zijn handen smeekend uit om opgetild +en rondgedragen te worden en als men weigert, vertrekt hij zijn gezicht als een schreiend +mensch en wringt de handen precies als een mensch. Soms strekt hij nog een derde hand +uit om de vraag nog dringender te maken. Hij nam mij dadelijk als vriend aan en als +iemand hem plaagt, zoekt hij bij mij bescherming: op mijn mat heeft hij een legerstede +uit gras en bladeren gemaakt en als het tijd is om te gaan slapen, dekt <span class="pageNum" id="pb226">[<a href="#pb226">226</a>]</span>hij zich met de mat toe. Helaas kan ik hem niet mede naar huis nemen, want ik vrees, +dat hij sterft, voor dat ik op weg naar huis ga. Maar hij ziet er erg verwilderd uit; +zoolang zijn moeder leefde, die hem goed verzorgde, was zijn lang zwart haar mooi +en fijn. Maar waartoe zou ik hem meebrengen? Alleen word ik al genoeg aangegaapt—twee +gorilla’s, hij en ik, zouden zeker niet met rust worden gelaten!” +</p> +<p>In Februari 1871 verliet Livingstone Manjema, en begaf zich naar Njangwe, aan den +oever van de Loealaba, een middelpunt van den slavenhandel. Weer toonden de inboorlingen +zich vijandig, omdat zij ook hem voor een slavenhandelaar hielden, en tevergeefs beproefde +hij booten te krijgen om de groote rivier af te varen. Hij bood een der Arabische +opperhoofden, Doegoembo genaamd, betaling aan, als deze hem zou willen helpen, maar +terwijl Doegoembo over het aanbod nadacht, werd Livingstone ooggetuige van een voorval, +dat aan afschuwelijkheid alles overtrof, wat hij nog in Afrika had <span class="corr" id="xd33e2184" title="Bron: bij gewoond">bijgewoond</span>. +</p> +<p>Het was een mooie Julidag aan den oever van den Loealaba. Vijftienhonderd zwarten, +voor het meerendeel vrouwen, waren in een dorp aan den oever, waar een markt gehouden +werd, samengekomen. Livingstone dwaalde buiten in het vrije veld rond, toen hij op +eens zag, hoe twee kanonnen op de menigte werden gericht en afgevuurd. De slavenhandelaars +waren aan het werk! Velen van hen, die overvallen waren, snelden naar de booten, maar +de bende slavenjagers sneed hen den weg af en stortte een regen van pijlen op hen +neer, en de booten aan den oever lagen te dicht naast elkaar om inallerijl afgestooten +te kunnen worden. Het gekerm der gewonden vervulde de lucht, en allen liepen in wanhoop +door elkaar. Boven den waterspiegel vertoonden zich een menigte zwarte koppen; velen +der vervolgden beproefden zwemmend een eiland te bereiken, dat anderhalve kilometer +verwijderd was, maar de stroom was hen tegen. Eenigen verdwenen stil in de diepte, +anderen stieten luide jammerklachten uit, en strekten de armen ten hemel, voordat +ze in de donkere kristallen zalen der krokodillen neerdaalden. Drie kano’s, die te +zwaar beladen waren, zonken, en de geheele bemanning kwam om. Gaandeweg werd het getal +der boven het water zichtbare hoofden steeds kleiner en slechts enkelen streden nog +maar om het behoud van hun leven, toen <span class="pageNum" id="pb227">[<a href="#pb227">227</a>]</span>het opperhoofd Doegoembe zich eindelijk ontfermde en de laatste een-en-twintig liet +redden. Een dappere vrouw weigerde echter zijn hulp aan te nemen, en verkoos den krokodil +boven de genade van den slavenkoning. De Arabieren zelf schatten de omgekomenen op +vierhonderd man. De beschrijving van zulke tooneelen, die daarna door de geheele Engelsche +pers ging, verwekte in Europa zulk een storm van afschuw, dat een commissie benoemd +en naar Zanzibar werd gezonden, om den slavenhandel aan de plaats zelf te bestudeeren +en om met den sultan van Zanzibar middelen te beramen tot geheele uitroeiing er van. +Wij weten met welke uitkomst. Nog ten tijde van Gordon was de slavenhandel in Soedan +in vollen gang, en er zouden nog tientallen van jaren voorbijgaan, voordat de macht +der slavenhandelaars gebroken zou zijn. Maar het was voor Livingstone zelf een geluk, +dat hij zich niet bij het opperhoofd Doegoembe had aangesloten, want de inboorlingen +vereenigden zich tot verweer<span class="corr" id="xd33e2191" title="Niet in bron">,</span> overvielen den slavenhandelaar en zijn bende en doodden tweehonderd van hun pijnigers. +</p> +<p>Maar nu bleef de vraag naar het lot van de Loealaba-rivier onopgelost en Livingstone +zelf begon te vreezen, dat zijn droom, in de Loealaba de bron van den Nijl voor zich +te hebben, ongegrond was. Een gerucht drong tot hem door, dat de rivier naar het Westen +afsloeg; maar nog steeds kon hij de hoop niet opgeven, dat de Loealaba naar het Noorden +ging en de bron van den Nijl dus onder de zijrivieren van het Bangweolo-meer was te +zoeken. Ofschoon de moeilijkheden rondom hem als muren omhoog kwamen, werd zijn besluit, +niet toe te geven, nog sterker. Zonder een sterke, goed uitgeruste karavaan, kon hij +wel is waar niets bereiken. Daarom moest hij terugkeeren naar Oedjidji, waar zeker +reeds lang nieuwe voorraden van de kust waren aangekomen. Onder duizend gevaren ondernam +hij den terugtocht door het in opstand verkeerend land, en half dood van koortsaanvallen +en van alles ontbloot, bereikte hij in October Oedjidji. +</p> +<p>Maar hier wachtte hem een nieuwe teleurstelling! Wel waren de voorraden overgekomen, +maar de Arabische schurk, die de zaken van Livingstone zou bewaren, had ze verkocht, +daaronder waren tweeduizend meter stoffen en verschillende zakken kralen, de eenige +gangbare munt in het verkeer met <span class="pageNum" id="pb228">[<a href="#pb228">228</a>]</span>de zwarten. De Arabier zeide doodbedaard, dat hij gemeend had, dat de zendeling dood +was! +</p> +<p>Hoe Livingstone te moede was in dezen benarden toestand, lezen wij in zijn dagboek; +hij geleek op den man die naar Jericho reisde en in handen van roovers viel en hij +scheen vergeefs te moeten wachten op den priester, den Leviet en den barmhartigen +Samaritaan. Maar vijf dagen na zijn aankomst in Oedjidji schrijft hij in dagboek: +</p> +<p>„Toen ik mij nog het diepst terneergeslagen voelde, naderde de barmhartige Samaritaan +reeds! Op zekeren morgen kwam Soesi haastig aanloopen en riep buiten adem: „Een Engelschman! +Ik zie hem!” Met deze woorden maakte hij weer rechtsomkeert om den vreemdeling tegemoet +te snellen. +</p> +<p><span class="corr" id="xd33e2202" title="Niet in bron">„</span>Een Amerikaansche vlag aan het hoofd der karavaan gaf te kennen van welk land zij +waren, die daar naderden. Balen van koopwaren, tenten, kookgereedschap, suiker, badkuipen +enz. werden meegevoerd, en ik moest onwillekeurig denken: „dat moet een rijk heer +zijn, niet zoo’n arme drommel als ik ben.”<span class="corr" id="xd33e2204" title="Niet in bron">”</span> +</p> +</div> +</div> +<div id="ch56" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#xd33e3322">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> +<h2 class="main"><span class="divNum">56.</span> HOE STANLEY LIVINGSTONE VOND.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">Terwijl Livingstone nu voor zijn hut staat, de oogen met de hand beschuttend en de +Amerikaansche vlag bekijkend, die van den naasten heuvel, wapperend in den wind nadert, +willen wij hooren wat er intusschen in Europa is gebeurd. +</p> +<p>Een jong journalist Henry Morton Stanley genaamd, in dienst van het groote dagblad +„<span lang="en">The New York Herald</span>” wiens eigenaar de Amerikaansche millionnair Gordon Bennett was, bevond zich in 1869 +in Madrid. Op zekeren morgen wekte zijn bediende hem met een telegram, dat slechts +de <span class="corr" id="xd33e2218" title="Bron: woordden">woorden</span> bevatte: „Kom voor een gewichtige aangelegenheid naar Parijs, Gordon Bennett.” +</p> +<p>Met den eersten trein ging Stanley naar Parijs en haastte zich naar het hotel van +Bennett. Deze ontving hem met de vraag: +</p> +<p>„Waar denkt gij dat Livingstone nu zal zijn?” +</p> +<p>„Dat weet ik werkelijk niet,” antwoordde Stanley. +</p> +<p>„Gelooft ge dat hij nog leeft?” +<span class="pageNum" id="pb229">[<a href="#pb229">229</a>]</span></p> +<p>„Misschien—maar misschien ook niet.” +</p> +<p>„Ik geloof dat hij leeft,” zeide Bennett, „en gij moet hem zoeken.” +</p> +<p>„Wat,” riep Stanley, „ik moet naar Afrika?” +</p> +<p>„Ja, ik zou willen dat gij daarheen ging en Livingstone opzocht. Misschien lijdt de +oude man gebrek; neem dus alles mee wat hij zou kunnen gebruiken. Handel geheel naar +eigen goedvinden, maar—vind Livingstone!” +</p> +<p>Stanley bracht nog alleen in het midden: „Zulk een reis kost geld.” Maar Bennett antwoordde +hem: „Laat f 12000 van de bank halen, en als gij die hebt uitgegeven neemt gij weer +f 12000 op en zoo verder, zoo lang als het noodig is, maar—vind Livingstone!” +</p> +<p>„Goed,” zeide Stanley. „Ik zal met Gods hulp doen wat ik kan.” +</p> +<p>En zoo ging het dan naar Afrika. Stanley had van Gordon Bennett nog eenige andere +opdrachten ontvangen, die hij onderweg ten uitvoer moest brengen. Hij reisde den Nijl +op, bezocht Jeruzalem, ging naar Trapezund en Teheran en dwars door Perzië naar Boesjir, +langs denzelfden weg dien de lezers van het eerste deel bekend is, en bereikte pas +begin Januari 1871 Zanzibar. +</p> +<p>Hier maakte hij allereerst grondige voorbereidselen voor de reis naar de binnenlanden. +Hij had van Afrika slechts Abessinië leeren kennen en was nooit in de binnenlanden +van het zwarte werelddeel geweest, maar als verstandig en moedig man stelde hij zich +van al het wetenswaardige op de hoogte en gelijk een speurhond was hij niet van zijn +plan af te brengen. Hij kocht zooveel stoffen, dat honderd man zich daarmede twee +jaren lang zouden kunnen kleeden. Kralen, metaaldraad en andere voorwerpen van welke +de zwarten houden, verder zadels en tenten, geweren en patronen, een boot, geneesmiddelen, +werktuigen, proviand en ezels. Twee Engelsche zeelieden sloten zich bij de expeditie +aan, maar beiden stierven in het koortsland. Zwarte dragers werden gehuurd en twintig +man, die Stanley zijn soldaten noemde, werden van geweren voorzien. De groote bagage +werd op booten geladen en onder zeil ging het van Zanzibar naar het Afrikaansche vasteland. +Te Bagamoyo werd de laatste hand aan de uitrusting gelegd, en nu moest er haast gemaakt +worden om den marsch nog voor den regentijd te kunnen beginnen. +<span class="pageNum" id="pb230">[<a href="#pb230">230</a>]</span></p> +<p>In twee afdeelingen, te zamen honderd twee-en-negentig man, trok de groote en rijke +karavaan naar het Westen. Leider van de laatste afdeeling was Stanley zelf, en toen +hij, met de Amerikaansche vlag voorop, op weg ging, was geheel Bagamoyo op de been. +In de diepe schaduwen der mimosahagen marcheerden de soldaten met het geweer op den +schouder en zongen vroolijke liederen, voor hen lag de wildernis, de binnenlanden +van Afrika met hun donkere raadselen! +</p> +<p>Op tijd bereikte de vroolijk zingende troep de eerste kampplaats. Hier groeide de +hooge maïs in het rond, en op uitgestrekte velden werd de maniokplant geteeld. Hun +groote knollen bevatten voor het grootste deel stijfsel, maar ook een giftig, meelachtig +sap, dat doodt als men de wortels zoo maar opeet. Maar bij juiste behandeling wordt +het sap gemakkelijk verwijderd, en de fijngewreven wortel geeft dan een meel, waaruit +een soort brood wordt bereidt. Rondom de nabijgelegen moerassen stonden lage waaierpalmen +en accacia’s tusschen weelderig gras en onbeweeglijke varens. +</p> +<p>Den volgenden dag marcheerde de karavaan onder ebbenhoutboomen en kalabasboomen; uit +de basten der vruchten maken de inboorlingen vaatwerk, want door uitwendige bewerking +laat de vrucht zich gedurende haar groei in elken vorm brengen. Faisanten en kwartels, +moerashoenders en duiven vlogen verschrikt op, toen de lange reeks zwarte mannen zich +door het hooge gras slingerde. In de waterpoelen, die men over moest trekken, lagen +nijlpaarden, die in het geheel niet schuw waren en behaaglijk snoven. +</p> +<p>Maar lang duurde het gunstige weer niet; toen trokken de voorloopers van den regentijd +met geplas en gekletter over het land. De twee paarden der karavaan bezweken; verscheiden +manschappen, wie het in Bagamoyo beter was bevallen, deserteerden, en twaalf dragers +kregen de koorts. Ondanks dat verhaastte Stanley zijn marsch zooveel mogelijk, hij +zelf sloeg elken morgen op een blikken kan de reveille. Het ging verder door dichte +„jungles”. In een klein dal wiegden zich maïsvelden in den wind en zachte koeltjes +suisden door het suikerriet, dat nat van den regen was. De hangende bananen geleken +op vergulde komkommers en rechts en links van het pad geurden tamarinden- en mimosaboomen. +Nu en dan werd in de dorpen, <span class="pageNum" id="pb231">[<a href="#pb231">231</a>]</span>die uit goed gebouwde hutten van gras bestonden, halt gehouden. +</p> +<p>Na veertig dagen eindigde de regentijd op den laatsten April. Bosschen van prachtige +palmyrapalmen omringden nu de reizigers; deze palmen groeien bijna in geheel tropisch +Afrika, in Indië en op de Soenda-eilanden en ze werden reeds in een oud Indisch lied +verheerlijkt, omdat hun vrucht, hun bladeren en hun hout, naar men zegt, voor acht +honderd en één verschillende doeleinden zouden zijn te gebruiken. Daarna werd het +land heuvelachtig en in het Westen verheft zich de eene bergkam boven den anderen. +Soldaten en dragers verheugden zich uit het vochtige kustland in droge streken te +komen, maar voor de ezels werd de weg nu heel moeilijk. Er werd gekampeerd in dorpen, +wier bijenkorfvormige hutten met bamboes en bast waren gedekt en door leemen muren +waren omgeven. Eenige einden van den weg waren zoo woest, dat slechts wolfsmelk (euphorbia), +distels en doornstruiken in den dorren grond voedsel vonden. Bij een klein meer vond +men verscheiden sporen van buffels, zebra’s<span class="corr" id="xd33e2247" title="Niet in bron">,</span> giraffen, wilde zwijnen en antilopen, die daar kwamen om te drinken. +</p> +<p>In een dorp haalde Stanley een groote Arabische karavaan in, met welke hij het gevreesde, +oorlogzuchtige Oegogoland doortrok. +</p> +<p>De twee karavanen telden nu te zamen vierhonderd man, die op de smalle paden, die +sinds onheugelijke tijden door olifanten en neushoorns in de jungles waren uitgetreden, +de een achter den ander moesten verder trekken. In een streek hadden de hutten den +vorm van de tenten der Kirgiezen en in een andere streek verhieven zich midden in +het bosch rotsen als ruïnen van een slot uit een sprookje. +</p> +<p>In Tabora, de hoofdplaats van Oenjamwesi, een der voornaamste nederzettingen in Oost-Afrika, +haalde Stanley de voorste afdeelingen van de karavaan in, en de Arabieren bewezen +hem alle mogelijke eer. Zij onthaalden hem op tarwekoeken, kippen en rijst, en schonken +hem vijf vette ossen, acht schapen en tien geiten. Prachtig bebouwde akkers strekten +zich in het rond uit, waarop groote kudden met vee graasden, en men zag het de statige, +goedgebouwde mannen niet aan, dat zij ook slavenhandelaars waren. +</p> +<p>Het land Oenjamwesi was juist in oorlog. Mirambo, een machtig opperhoofd in het Noord-Westen +bedreigde Tabora; de Arabieren verzamelden daarom de Oenjamwesi krijgslieden, om <span class="pageNum" id="pb232">[<a href="#pb232">232</a>]</span>hen voor te zijn, en een leger van tweeduizend tweehonderd man trok ten strijde. Twintig +Arabieren trokken met vijfhonderd inboorlingen naar het dorp Mirambos en veroverden +het, maar het opperhoofd ontvluchtte met zijn manschappen. De hutten werden geplunderd; +met een rijken buit van honderd olifantstanden, zestig balen stof, en tweehonderd +slaven keerden de krijgslieden naar hun haardsteden terug. Maar hiermede was de oorlog +nog in het geheel niet ten einde. Mirambo en zijn manschappen overvielen Oenjamwesi, +doodden alle Arabieren en een menigte inboorlingen en haalden hun eigendom terug. +Bij deze gelegenheid werden ook vijf mannen van Stanley gedood. +</p> +<p>Toen Stanley Tabora verliet, had hij nog slechts vier-en-vijftig man; hij moest daarom +een omweg naar het Zuiden maken, om de stammen te vermijden, die in oorlog waren. +Met elken dag nam zijn spanning en zorg toe. Waar was die Livingstone dan toch, over +wien de geheele wereld sprak? +</p> +<p>Was hij reeds lang dood of zwierf hij nog steeds in de wouden van Afrika, zooals nu +gedurende bijna dertig jaren? +</p> +<p>Dikwijls moest Stanley een of soms wel twee balen stof aan een opperhoofd als schatting +betalen. Een dezer zwarte koningen zond levensmiddelen, voor de karavaan, voldoende +om vier dagen lang van te kunnen leven en bezocht daarna met een schaar zijner zwarte +krijgslieden Stanley in zijn tent. Men noodigde hen uit plaats te nemen, een poos +zaten de zwarten stil, keken den blanken man nieuwsgierig aan, betastten zijn kleeren, +keken elkaar aan en barstten in schaterend gelach uit. Gaandeweg werden zij zóó vroolijk, +dat zij met de vingers knipten en zoo heftig aan hun ineengestrengelde wijsvingers +trokken, dat zij zich bijna de handen ontwrichtten. Daarna mochten zij de geweren +en de apotheek bekijken. Stanley liet hun een flesch ammoniak zien, en vertelde hun +dat deze medicijn tegen hoofdpijn en de beten der slangen hielp. De zwarte koning +klaagde dadelijk over hoofdpijn, maar toen Stanley hem de flesch onder de neus hield, +viel hij met verwrongen gelaat lang uit op den grond, terwijl zijn krijgslieden het +uitbrulden van lachen en in de handen klapten. +</p> +<p>Voor dezen keer had zijne majesteit genoeg van het sterke geneesmiddel! +<span class="pageNum" id="pb233">[<a href="#pb233">233</a>]</span></p> +<p>Toen op een avond, juist onder het eten, Stanley het teeken tot opbreken gaf, kwam +het tot een muiterij onder zijn dragers. Deze wierpen, nadat zij een half uur hadden +geloopen hun pakken weg en begonnen in dreigend uitziende groepen met elkaar te fluisteren, +twee raddraaiers legden zich in hinderlaag en richtten hun geweren op Stanley. Maar +deze greep dadelijk naar zijn buks en dreigde hen, dat hij hen op de plaats zou neerschieten +als zij niet onmiddellijk hun geweren neerlegden. Het voorval eindigde zonder bloedvergieten +en de mannen beloofden opnieuw verder rustig mede naar het Tangajika-meer te trekken, +zooals het bij de afreis was overeengekomen. +</p> +<p>Nu moest de karavaan door een boschrijke streek waar de tsetse-vlieg al het vee doodde +en de kleine honigvogel bedrijvig tusschen de boomen heen en weer vloog. Deze vogel +gelijkt op de gewone musch, hij is alleen iets grooter en heeft op elke schouder een +gele vlek. Door voortdurend heen en weer fladderen in een bepaalde richting, maakt +hij de inboorlingen opmerkzaam op nesten van wilde bijen. Volgt men hem, vriendelijk +fluitend, zonder hem door geraas te verschrikken, dan merkt de vogel dat men zijn +bedoeling begrijpt. Hoe meer men het bijennest nadert, des te korter einden fladdert +hij heen en terug, en als hij zijn doel heeft bereikt, gaat hij op een nabijgelegen +tak zitten, om geduldig te wachten op zijn aandeel in den buit. Daarom is de honigvogel +zeer geliefd bij de inboorlingen en zij volgen hem waarheen hij hen roept. +</p> +<p>Vandaar richtte Stanley zich noordelijk naar een rivier, die in het Tangajika-meer +uitloopt. In kleine, gebrekkige booten ging de karavaan er over, terwijl de ezels +er overheen moesten zwemmen, waarbij een der dieren de prooi van een krokodil werd. +</p> +<p>Daar ontmoette Stanley op zekeren dag een karavaan, die uit Oedjidji kwam, en hoorde, +dat zich daar een blanke man bevond! „Hoera, dat kan niemand anders dan Livingstone +zijn!” dacht Stanley. Zijn ijver verder te komen werd nu des te grooter. Door hoogere +betaling kon hij zijn dragers bewegen langere dagmarschen te maken, en steeds sneller +ging het nu van land tot land, van het eene opperhoofd naar het andere. +</p> +<p>Eens versperde een troep inboorlingen de karavaan den weg, de zwarten riepen Stanley +toe: „Waarom trekt de blanke man <span class="pageNum" id="pb234">[<a href="#pb234">234</a>]</span>zonder groet of gave het dorp van koning Oekka voorbij? Weet hij niet, dat koning +Oekka schatting heft voor de toestemming zijn land door te trekken?” Uit een naburig +dorp naderden vijftig krijgslieden met een aanvoerder van hooge gestalte. +</p> +<p>Hij droeg een kersrooden mantel, een hoofdband en aan een halsketting een stuk ivoor. +Allen waren gewapend met speren, knotsen, bogen en pijlen. Met voorname houding trad +het zwarte opperhoofd op den aanvoerder der blanken toe en begroette hem vriendelijk: +„Hoe gaat het u, mijnheer?” En Stanley antwoordde: „Hoe gaat het u zelf, opperhoofd?” +Stanley ging nu op een baal goed zitten en de zwarten legden hun wapenen neer. Na +een poosje zeide het opperhoofd: „Ik ben de groote Miouwoe, de eerste man na den koning +van Oekka. Wil de blanke man geen schatting betalen aan den koning? De blanke man +is sterker dan wij. Hij heeft geweren, wij slechts bogen en speren. Maar Oekka is +groot en wij bezitten veel dorpen. De blanke man kan rondzien, alles wat hij ziet, +behoort aan Oekka. Verlangt de blanke man oorlog of vrede?” +</p> +<p>Op deze plechtige toespraak antwoordde Stanley: „Het groote opperhoofd Miouwoe weet, +dat blanke mannen niet tegen zwarten oorlog voeren. Zij komen niet voor de slaven +noch voor het ivoor maar om het nieuwe land te zien, de bergen en meren, de menschen +en de dieren, en tehuis in hun eigen land daarvan te vertellen. De blanken zijn machtig, +hun kogels reiken verder dan gij kunt zien. Maar ik wil geen oorlog, ik wil de vriend +zijn van Miouwoe en van alle zwarte mannen.” +</p> +<p>Het einde van deze verhandeling was, dat Stanley een groote belasting aan katoen moest +geven. Het volgend opperhoofd eischte eveneens hooge schatting en slaven meldden, +dat op de volgende dagreizen vijf verschillende opperhoofden dezelfde aanspraken zouden +maken. Dat ging te ver! Men kon zich toch maar niet gewoonweg laten plunderen. Daar +bood de gids aan, om voor twaalf ellen katoen de karavaan bij nacht door het bosch +te brengen, als men zich dan heel stil hield. En werkelijk bracht hij hen door het +struikgewas, dat door het maanlicht werd overgoten en de karavaan bereikte zonder +verder lastig gevallen te worden zijn laatste legerplaats, voor het Tangajika-meer. +<span class="pageNum" id="pb235">[<a href="#pb235">235</a>]</span></p> +<p>De tiende November van het jaar 1871 brak aan. Het was een prachtige, zonnige morgen +en zes uren lang marcheerden Stanley en zijn manschappen naar het Zuid-Westen. Door +dicht bamboeriet, leidde het pad naar den heuvel, van waar men den zilver-glanzenden +spiegel van het <span class="corr" id="xd33e2279" title="Bron: Tangajika meer">Tangajika-meer</span> voor zich zag en aan den westelijken oever vertoonden zich blauwe bergen, welker +nevelige omtrekken in de verte vervaagden. De geheele karavaan slaakte een jubelkreet. +Van een laatsten landrug kwam het dorp Oedjidji reeds in het zicht, zijn hutten, zijn +paleizen en zijn groote booten, beneden aan den oever. Stanley tuurde als een valk +langs den oever. Het gerucht dat een blanke man aan het meer vertoefde, was de laatste +dagen steeds beslister geworden. Waar was de hut van den gezochte? Was het Livingstone, +leefde hij nog, of was zijn naam nog maar een sage of een droom? +</p> +<p>Nu wordt de vlag gezwaaid. De dorpelingen stroomden de naderenden tegemoet onder oorverdoovend +geraas; een verwelkoming, een vragen en door elkaar roepen begint. Nog slechts enkele +honderden schreden tot aan het dorp.—Voorwaarts! Marsch! +</p> +<p>Daar roept iemand uit het gedrang: „<i lang="en">Good morning, sir!</i>” Wie kan dat zijn? Een zwarte, in een wit hemd en tulband op het hoofd! +</p> +<p>„Wie ter wereld zijt gij?” vraagt Stanley. +</p> +<p>„Ik ben Soesi, de bediende van Dr. Livingstone!” +</p> +<p>„Dus Dr. Livingstone leeft?” +</p> +<p>„Ja, mijnheer!” +</p> +<p>„In dit dorp?” +</p> +<p>„Ja, mijnheer!” +</p> +<p>„Loop dan gauw en haal den doctor!” +</p> +<p>En Soesi liep zoo gauw als hij maar kon. +</p> +<p>Toen Livingstone het verrassende bericht hoorde, dat een karavaan was aangekomen, +daalde hij van de veranda van zijn huis op het erf, waar de Arabieren, die in Oedjidji +woonden, zich ook hadden verzameld. Stanley baande zich een weg door de menigte en +zag nu voor zich een kleinen man, grijs en bleek met de blauwe muts van een consul, +waarvan de band, die eens goud was geweest, geheel verbleekt was, een buis met roode +mouwen en versleten grauwe broek. De eerste <span class="pageNum" id="pb236">[<a href="#pb236">236</a>]</span>ingeving van Stanley was op hem toe te snellen en hem te omarmen, maar met het oog +op de volksmenigte nam hij zijn hoed af, trad op hem toe en zeide: +</p> +<p>„Niet waar, Dr. Livingstone?” +</p> +<p>„Ja,” antwoordde deze vriendelijk, terwijl hij even de muts afnam. +</p> +<p>„Goddank, doctor, dat het mij vergund is u te ontmoeten.” +</p> +<p>Waarop Livingstone antwoordde: „Ook ik dank er God voor, dat ik hier ben om u welkom +te heeten.” +</p> +<p>De twee gingen nu op de veranda zitten, de in het rond staande inboorlingen keken +hen bewonderend aan. Ik heb Stanley eens in Londen, aan een diner, gevraagd, hoe het +hem te moede was, toen hij Livingstone in het hartje van Afrika ontmoette; hij antwoordde, +dat zijn gevoel veel te overweldigend was geweest, om te kunnen beschrijven. Hij had +den beroemden kluizenaar, die gedurende bijna dertig jaren, de wereld verzakend, onder +de zwarten had geleefd, steeds weer moeten aankijken en elken rimpel van zijn bleek +gelaat gadegeslagen, waarin lijden en ernst, de jaren van eenzaamheid en arbeid, ziekte +en zorg gegrift waren, en steeds weer had hij aan de woorden van Gordon Bennett moeten +denken: „Het doet er niet toe wat het kost—maar spoor voor mij Livingstone op.” +</p> +<p>Nog laat in den avond zaten de twee bij elkaar en spraken samen. De nacht spreidde +zijn sluier uit over de palmen, en het werd donker over de bergen van waar Stanley +dien dag was neergedaald. Een doffe branding sloeg ruischend tegen den oever van het +Tangajika-meer. +</p> +</div> +</div> +<div id="ch57" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#xd33e3331">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> +<h2 class="main"><span class="divNum">57.</span> DE LAATSTE REIS VAN LIVINGSTONE.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">Vier maanden bleven Stanley en Livingstone bij elkaar. Zij huurden twee groote booten +en roeiden naar het noordelijk einde van het Tangajika-meer. Want, al verlangde Livingstone +ook gedurende de laatste zes jaren naar het vaderland en vooral naar zijn kinderen, +weigerde hij toch terug te keeren, voordat hij wist of de Loealaba tot den Nijl of +tot den Congo behoorde. Nu stelden de beide onderzoekers vast, dat het meer noordelijk +geen afvoer had. Maar daarmede was het vraagstuk dat Livingstone <span class="pageNum" id="pb239">[<a href="#pb239">239</a>]</span>zoo zeer in beslag nam, nog volstrekt niet opgelost. Pas twee jaren later gelukte +het aan den Engelschman Cameron, de Loekoega te ontdekken, die uit het Tangajika-meer +komt, en in de Loealaba stroomt. En daar hij bovendien nog vaststelde, dat Njangwe, +aan de Loealaba, honderd en vijftig meter lager ligt dan de Nijl bij zijn uitstrooming +uit het Albert Niansa-meer, was hiermede bewezen, dat de Loealaba niets met den Nijl +te maken had en dat de veronderstelling van Livingstone, de uiterste bronnen van den +Nijl in het Bangweolo-meer te willen vinden, een vergissing was! De Loealaba moest +dus naar den Atlantischen Oceaan stroomen, en feitelijk is zij niets anders dan de +bovenloop van den Congo. +<span class="pageNum" id="pb237">[<a href="#pb237">237</a>]</span> +</p> +<p></p> +<div class="figure p192width"><img src="images/p192.jpg" alt="Stanley vindt Livingstone." width="720" height="460"><p class="figureHead">Stanley vindt Livingstone.</p> +</div><p> +<span class="pageNum" id="pb238">[<a href="#pb238">238</a>]</span> +</p> +<p></p> +<div class="figure p193width"><img src="images/p193.jpg" alt="De laatste reis van Livingstone." width="720" height="429"><p class="figureHead">De laatste reis van Livingstone.</p> +</div><p> +<span class="pageNum" id="pb239a">[<a href="#pb239a">239</a>]</span></p> +<p>Maar al te gauw was de tijd van Stanley voorbij. Hij moest naar Zanzibar terug, om +aan de wereld mede te deelen, dat Livingstone nog leefde. Zij begaven zich te zamen +naar Tabora, waar Livingstone nieuwe voorraden wilde afwachten en Stanley schonk hem +van zijn overvloed nog veertig balen katoen, kralen en metaaldraad, een boot van zeildoek, +een waterdichte tent, twee achterladers en andere wapenen—en voorzag hem ook rijkelijk +van ammunitie, werktuigen en kookgereedschap, voorwerpen die voor Livingstone van +onschatbare waarde waren, daar hij nog beslist zoo lang in Afrika wilde blijven, totdat +hij zijn taak had volbracht. +</p> +<p>Stanley had bovendien aan Livingstone beloofd in Zanzibar eenige vertrouwde dragers +te huren en naar Tabora te zenden, waar Livingstone hun komst zou afwachten. Zijn +dagboeken, brieven en kaarten had Livingstone den vertrekkende overhandigd, wat voor +Stanley zelf van het grootste gewicht was; want toen hij in Engeland terugkwam, betwijfelde +men zijn berichten! De dagbladen beproefden hem verdacht te maken, al geloofde het +groote publiek zijn woorden ook. Later kreeg hij echter voor dit wantrouwen volkomen +voldoening, en niemand twijfelde er meer aan, dat hij met het vinden van Livingstone +een schitterende daad had verricht. +</p> +<p>Eindelijk kwamen de nieuwe dragers van Livingstone, zeven-en-vijftig man te Tabora +aan. Zij waren flink en vertrouwbaar en einde Augustus begon Livingstone nu een nieuwe +<span class="corr" id="xd33e2333" title="Bron: reus">reis</span>, zijn laatste! Nog eens sloeg hij de richting in naar het Tangajika-meer en met Nieuwjaar +1872 bevond hij zich in <span class="pageNum" id="pb240">[<a href="#pb240">240</a>]</span>de nabijheid van het Bangweolo-meer. De regen stroomde dezen keer als nooit te voren, +alsof de hemel al zijn sluizen had geopend, en de karavaan kwam hierdoor op den slibberigen +weg slechts met moeite vooruit. +</p> +<p>Tusschenbeide marcheerde men urenlang in het water en de rivieren waren slechts door +hun golven van de omringende moerassen en het ver in het rond overstroomde land te +onderscheiden. De inboorlingen waren ook onvriendelijk, weigerden levensmiddelen en +gaven verkeerde inlichtingen omtrent den weg. Zulk een moeilijke reis had Livingstone +nog nooit gemaakt! +</p> +<p>Zijn plan was het Bangweolo-meer aan de zuidzijde om te trekken en al de rivieren +na te vorschen, die er in uitloopen. Vooral ook de Loeapoela, die er uitstroomt en +in de Loealaba uitmondt. Hij wilde dan, het naar het Noorden stroomende water volgen, +en zich van de richting en het laatste punt overtuigen. Maar welken weg de raadselachtige +rivier ook naar de een of andere zee mocht inslaan—het af te leggen eind weg was verschrikkelijk +groot en de dagen van Livingstone waren geteld. Na lang ziek te zijn geweest, werd +zijn toestand tengevolge van de inspanning der laatste reis ernstiger. Zijn lichaam +was gesloopt en verzwakt door voortdurende koorts en <span class="corr" id="xd33e2341" title="Bron: onvoldoend">onvoldoende</span> voedsel. Maar nog steeds geloofde hij aan het succes van zijn reis en met onvermoeide +nauwgezetheid schreef hij zijn waarnemingen neer. De eene maand na de andere sleept +hij zich voort. Maar zijn krachten waren niet meer voldoende voor zulk een inspanning. +Den 21sten April schreef hij met bevende hand nog slechts de volgende woorden in zijn +dagboek: +</p> +<p>„Beproefde te rijden, maar ik moest gaan liggen en men droeg mij geheel uitgeput terug +in het dorp.” +</p> +<p>Er werd nu een gemakkelijke draagbaar voor hem gemaakt, en Soesi en Tschoema waren +steeds in zijn nabijheid. Den volgenden dag werd hij twee uur ver door de moerassige +grasvlakte gedragen, maar de volgende vier dagen was hij niet meer in staat een regel +in zijn dagboek neer te schrijven. Slechts op de kaart verbond hij nog een dorp aan +den zuidelijken oever van het Bangweolo-meer met een ander. Den 27sten April staat +er: +<span class="pageNum" id="pb241">[<a href="#pb241">241</a>]</span></p> +<p>„Met mij is het geheel gedaan en ik blijf hier.—Moet gezond worden!—Heb uitgezonden +om twee geiten te koopen voor de melk. Wij zijn aan den oever van de Molilamo.” +</p> +<p>Met deze woorden—sluit zijn dagboek, dat dertig jaren omvat! Geiten waren echter niet +te vinden, maar het opperhoofd van de plaats zond andere levensmiddelen als geschenken. +</p> +<p>Twee dagen later werd de reis voortgezet en het opperhoofd zond booten om de Molilamo +over te steken, een beek, die in het meer uitloopt. De zieke werd in een boot getild +en over de sterk gezwollen beek geroeid. Aan den oever snelde Soesi vooruit om in +het naburig dorp van het opperhoofd Tschitamba, een hut in te richten. De draagbaar +volgde langzaam; telkens moest de zieke zijn manschappen verzoeken de baar neer te +zetten en hem te laten rusten. Hij scheen in een verdooving te zijn gevallen, die +zijn bedienden schrik aanjoeg. Toen hij eindelijk in het dorp aankwam, hadden de inboorlingen +zich verzameld en stonden zwijgend, gesteund op hun speren, rondom de baar, waarop +de blanke man rustte, van wiens daden en roem zij zoo dikwijls hadden gehoord. Een +hut was ingericht, en tegen den binnenmuur werd van gras en takken een bank aangebracht, +waarop het bed werd uitgespreid. Voor den ingang werd een vuur ontstoken, waarbij +de knaap Majvara de wacht hield. +</p> +<p>Vroeg in den morgen van 30 April bracht het opperhoofd Tschitambo zijn gast een bezoek, +maar Livingstone was te zwak om met hem te kunnen spreken. Toen ’s avonds de mannen +zich ter ruste hadden begeven, werd Soesi te elf uur bij zijn heer geroepen. Uit de +verte weerklonk luid geschreeuw; Livingstone vroeg aan Soesi of zijn manschappen zulk +een leven maakten. Toen hij hoorde, dat die sliepen, zeide hij: +</p> +<p>„Ik hoor aan de kreten, dat de lieden een buffel uit hun durrhaveld verjagen.” +</p> +<p>Na een poosje zeide hij: +</p> +<p>„Is dat de Loeapoela?” +</p> +<p>„Neen,” antwoordde Soesi, „wij zijn in het dorp van Tschitambo.” +</p> +<p>„Hoeveel dagreizen zijn het nog tot de Loeapoela?” +</p> +<p>„Ik geloof drie dagen,” antwoordde Soesi. +</p> +<p>Na een poosje zuchtte Livingstone diep en zeide: +<span class="pageNum" id="pb242">[<a href="#pb242">242</a>]</span></p> +<p>„O, lieve, lieve God!” +</p> +<p>Daarna verloor hij het bewustzijn. +</p> +<p>Te middernacht riep Majvara Soesi weer bij den zieke, die een poeder wilde innemen. +Nadat Soesi hem daarmede had geholpen, zeide hij: „Nu kunt gij gaan.” +</p> +<p>Te vier uur in den morgen van 1 Mei 1873 riep Majvara den bediende Soesi weer en verzocht +hem dadelijk te komen. „Ik ben bang, ik weet niet of onze heer nog leeft.” Soesi riep +Tschoema, en eenige anderen, en zij snelden naar de hut van Livingstone. Deze lag +geknield naast zijn <span class="corr" id="xd33e2368" title="Bron: beid">bed</span>, het hoofd gebogen op de gevouwen handen. Zoo hadden zij hem dikwijls gezien, verdiept +in het gebed, en daarom trokken zij zich in eerbiedig zwijgen terug. Maar het was +er hen vreemd bij te moede, en toen niets zich bewoog, naderden zij zachtjes; Livingstone +ademde niet meer! Een van de bedienden raakte de wangen van den knielende aan, zij +waren koud. De apostel van Afrika was dood! +</p> +<p>Diep bedroefd legden zijn bedienden hem op zijn bed en gingen daarna naar buiten om +te beraadslagen. +</p> +<p>Juist begonnen de hanen in het dorp te kraaien, en een nieuwe dag brak over Afrika +aan. Zij gingen de hut van Livingstone weer binnen om zijn bagage te regelen. Allen +die hem vergezelden, waren er bij tegenwoordig om gezamenlijk de verantwoording te +dragen. Met bijzondere zorg legden zij de dagboeken en brieven van den dokter, zijn +bijbel en zijn instrumenten in ijzeren kisten, om ze voor vocht en witte mieren, die +anders alles vernielen, te beschermen. +</p> +<p>Wat nu? Soesi en <span class="corr" id="xd33e2375" title="Bron: Tschiema">Tschoema</span> wisten welk een ontzaglijke taak hen wachtte. Zij kenden den afschuw der inboorlingen +voor een lijk; de inboorlingen meenen, dat de geesten in het doodenrijk aan niets +anders denken dan aan wraak en slechtheid. Daarom beproeven zij door bezweringen deze +geesten te kalmeeren, opdat zij de levenden niet door oorlog, misgewas of ziekte bezoeken. +Maar Soesi en Tschoema, die gedurende de laatste zeven jaren de voortdurende metgezellen +van Livingstone waren geweest, voelden hun verantwoordelijkheid ook zeer. Zij onderhandelden +met de dragers, die Stanley van uit Zanzibar had gezonden. Dezen zeiden: „Gij zijt +onder reizen en inspanning oud geworden, daarom moet gij onze opperhoofden zijn, en +wij beloven u te zullen gehoorzamen.” +<span class="pageNum" id="pb243">[<a href="#pb243">243</a>]</span></p> +<p>Soesi en Tschoema namen nu het opperbevel op zich over den troep. En zij volvoerden +een heldendaad, die in de geschiedenis van alle ontdekkingsreizen haar weerga niet +heeft. +</p> +</div> +</div> +<div id="ch58" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#xd33e3341">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> +<h2 class="main"><span class="divNum">58.</span> DE LIJKSTOET VAN EEN HELD.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">Vooreerst besloten de geleiders van Livingstone, dat de dood van hun meester een geheim +zou blijven, want als Tschitambo er achter kwam, was te vreezen, dat hij de karavaan +een bovenmatige groote schatting zou laten betalen, en daardoor den tocht naar de +kust onmogelijk zou maken. Bovendien besloten de lieden hun gestorven heer, den geheelen +weg naar Zanzibar te dragen! Intusschen zou er op eenigen afstand van het dorp een +hut worden gebouwd, opdat men ongestoord voorbereidselen voor de lange reis zou kunnen +maken. Tschoema vroeg aan het opperhoofd Tschitambo de toestemming voor den bouw en +verkreeg die ook dadelijk. +</p> +<p>In den loop van den dag verbreidde zich in het dorp het gerucht van den dood van Livingstone +en Tschitambo kwam zichzelf overtuigen. „Waarom hebt gij mij de waarheid niet gezegd?” +vroeg hij aan de mannen, „ik weet dat uw meester vannacht is gestorven. Gij waart +bang het mij te zeggen, maar ik heb ook reizen gemaakt, en ben meer dan eens aan de +kust geweest. Ik weet, dat gij bij uw bezoek in ons land slechts goede bedoelingen +hebt gehad, en de dood overvalt vaak reizigers op hun tochten.” +</p> +<p>Gerustgesteld door deze woorden, deelden zij aan het opperhoofd mede, dat zij plan +hadden den doode tot aan Zanzibar te dragen. Dat was onmogelijk verzekerde Tschitambo +en hij raadde hun dringend aan, Livingstone op de plaats zelf te begraven. Den volgenden +dag bracht Soesi het opperhoofd een rijk geschenk en later kwam deze aan het hoofd +van zijn geheelen stam naar de nieuwgebouwde hut. Met een rooden katoenen lap had +hij zijn schouders versierd en om het lijf droeg hij een rok van zelf geweven linnen, +die hem tot aan de enkels reikte. Zijn metgezellen droegen bogen, pijlen en speren. +Nu weerklonken luide klaagliederen rondom de baar, en tromgeroffel weergalmde dof +in de omgeving. Daarna <span class="pageNum" id="pb244">[<a href="#pb244">244</a>]</span>werd de baar in een hooge en sterke omheining geplaatst, opdat geen wilde dieren aan +het lijk zouden kunnen komen. +</p> +<p>Livingstone was bij zijn dood zoo in elkaar geschrompeld, dat zijn lichaam nog slechts +uit huid en beenderen bestond. Ingewanden en hart werden er uit genomen en in een +blikken bus diep in de aarde begraven. Een christen onder de bedienden sprak de gebeden. +Het lichaam werd met zout opgevuld en veertien dagen aan den zonnegloed blootgesteld, +om te drogen en de verrotting te ontgaan. Daarna werden de beenen van af de knieën +naar achteren gebogen en het lijk stevig in katoen genaaid. Een boom ontdeed men van +den bast, en daarin schoof men het lijk, snoerde het geheel met koorden bijeen en +bevestigde het pak aan een stang, om het gemakkelijker te kunnen dragen. In een boom +werd de naam van Livingstone ingesneden en den datum van zijn dood, en de treurende +bedienden verzochten Tschitambo de struiken rondom den boom te laten neerhouwen, opdat +hij bij een grasbrand niet in vlammen zou opgaan. +</p> +<p>Toen alles gereed was, hieven twee mannen den kostbaren last op hun schouders, de +anderen namen hun bagage op den rug en zoo begon een tocht, die negen maanden zou +duren; de eigenaardigste lijkstoet waarvan de geschiedenis vertelt! De weg ging nu +eens door vriendelijk-, dan weer door vijandig-gezinde stammen, en eens moest de karavaan +zich een doortocht afdwingen. +</p> +<p>Ondanks alle vermomming snelde het gerucht van den dood van den grooten zendeling +hen overal vooruit, en verbreidde zich door geheel Afrika. In eenige streken vluchtten +de lieden uit vrees voor den griezeligen lijkstoet; in andere kwamen ze haastig aanloopen +om deze zonderlinge karavaan te bekijken. De apenbroodboomen strekken hun takken over +den weg uit, alsof ze een troonhemel wilden vormen boven de terugkeerende overwinnaars, +en de palmen, de zinnebeelden van den vrede en de opstanding, hielden aan den weg +trouw de wacht. De eene mijl na de andere trok men, zoo onder het groene loof, naar +het Oosten. +</p> +<p>In Tabora ontmoette de karavaan een Engelsche expeditie, die Livingstone hulp zou +brengen, en de aangekomenen luisterden nu diep getroffen naar het bericht van de bedienden. +Maar van het voorstel, den doode in Tabora te begraven, wilden <span class="pageNum" id="pb245">[<a href="#pb245">245</a>]</span>Soesi en Tschoema niets weten. Eenige dagen later stieten de reizigers op ernstigen +tegenstand; een stam verbood hen, omdat zij het lijk meedroegen, den doortocht. Zij +hielpen zich met een list. Zij maakten een pak gereed, gelijk aan dat van het lijk +en gaven voor naar Tabora te willen terugkeeren om hun heer daar te begraven. Eenigen +trokken nu met het voorgewende pak af, namen het op zekeren nacht uit elkaar, verstopten +het in dichte doornenstruiken en keerden daarna naar hun makkers terug, die intusschen +aan het noodlottige pak een ander aanzien hadden gegeven, zoodat het nu op een baal +goed geleek. Daarmede waren de inboorlingen tevreden en lieten hen nu ongehinderd +verder trekken. +</p> +<p>In Februari 1874 bereikte men Bagamoyo en de doode werd door een kruiser naar Zanzibar +en van daar uit eindelijk naar Engeland gebracht. In Londen twijfelde men er echter +aan, of deze doode werkelijk Livingstone was. De eene gebroken, weer slecht aangegroeide +arm, die voor jaren door den leeuw in Mabotsa zoo was toegetakeld, moest daarom de +<span class="corr" id="xd33e2400" title="Bron: indentiteit">identiteit</span> van den doode bewijzen. Nu werd Livingstone onder de helden van de Engelsche natie +in de Westminster Abdij, midden in het hoofdschip der kerk, begraven. Onder de dragers +van het lijkkleed bevond zich ook Henry M. Stanley. Het graf is gedekt door een zwart +granieten plaat met de woorden: „Hier rust, door trouwe handen over land en zee gedragen, +David Livingstone, zendeling, ontdekkingsreiziger en menschenvriend, geboren den 19 +Maart 1813 in Blantyre, gestorven 1 Mei 1873 in het dorp Tschitambos. Dertig jaren +van zijn leven offerde hij in onvermoeiden arbeid aan de verbreiding van het Evangelie +onder de inboorlingen, aan de navorsching naar niet ontdekte geheimen en aan de uitroeiïng +van den verderfelijken slavenhandel in Midden-Afrika.” +</p> +<p>Nu nog denken de inboorlingen met dankbare herinnering aan het Witte Hart, aan den +Helper der menschen, zooals zij Livingstone noemden, en verheugen zich, dat zijn hart +in Afrika’s aarde, onder den boom in het dorp Tschitambos rust. Livingstone’s droom, +de bron van den Nijl te vinden en den verderen loop van de Loealaba vast te stellen, +werd niet vervuld. Maar daardoor is zijn verdienste niet geringer. Hij ontdekte het +Ngami-, het Nyassa- en andere meren, den Victoria-val <span class="pageNum" id="pb246">[<a href="#pb246">246</a>]</span>en den bovenloop van de Zambesi en heeft van ontzaglijke uitgestrektheden onbekend +land kaarten geteekend. Het werk der wetenschap en der menschelijkheid heeft sedert +Livingstone’s leven reusachtige vorderingen in het werelddeel der zwarten gemaakt. +Maar aan deze vorderingen zou niet te denken zijn geweest, zonder den zelfverloochenenden +voorarbeid en de bewonderenswaardige volharding van dezen man. +</p> +</div> +</div> +<div id="ch59" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#xd33e3350">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> +<h2 class="main"><span class="divNum">59.</span> DOOR HET DONKERE WERELDDEEL.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">Succes moedigt aan! Reeds in het najaar van 1874 was Stanley weer in Zanzibar om nog +eens in het donkere werelddeel zijn geluk te beproeven! Hij rustte een karavaan uit +met driehonderd dragers, met proviand, kralen, koperdraad, wapenen, opvouwbare booten, +tenten, werktuigen en al datgene wat men op een reis van verscheidene jaren noodig +heeft en sloeg de richting in naar het Victoria-Niansa meer. Hij zeilde het geheele +meer om, bezocht Oeganda en Oedjidji, waar de hut van Livingstone reeds lang met den +grond was gelijk gemaakt, en zeilde toen nog het Tangajika-meer om. +</p> +<p>Twee jaar na zijn vertrek bereikte hij den oever van de Loealaba, waaraan Dr. Livingstone +zijn leven had gewijd om de raadselen er van op te lossen. Na twee jaren inspannend +reizen stond nu Stanley op de westelijkste punt, tot waar ooit een Europeaan vanaf +de Indische kust van Afrika was doorgedrongen en voor hem lag een geheel onbekend +land, dat op de kaarten van dien tijd slechts door een groote, witte vlek was aangegeven. +Van alle kanten waren reizigers den rand van dit gebied genaderd, maar niet een was +verder gedrongen; men wist niet eens waar de Loealaba bleef en vergeefs had Livingstone +getracht daar inboorlingen en Arabieren uit te vragen. Hier te Njangwe hadden de Arabische +slavenhandelaars hun westelijkste markt. Groenten, vruchten, graan, visch, vee, metaaldraad, +bogen, pijlen en speren werden hier verkocht en een ruilhandel met ivoor en slaven +uit het binnenland gedreven. Maar ofschoon van alle kanten wegen in Njangwe samenliepen +waren de Arabieren al even weinig van het binnenland op de hoogte. +<span class="pageNum" id="pb247">[<a href="#pb247">247</a>]</span></p> +<p>Maar moeielijkheden waren er voor den ijzeren wil van Stanley niet. Zijn besluit stond +vast in geen geval weer naar het Oosten terug te keeren; hij wilde naar het Westen, +naar de Atlantische kust doordringen, al kostte het zijn eigen leven; zijn lijfspreuk +was: „Waag te winnen en te verliezen!” Zoo brak hij dan den 5den November 1876 in +gezelschap van het machtig en rijk Arabisch opperhoofd Tipoe Tip op en ging in noordelijke +richting naar een groot woud. De troep van Tipoe Tip bestond uit zevenhonderd mannen, +vrouwen en kinderen; Stanley had honderd vier-en-vijftig manschappen met geweren, +revolvers en bijlen gewapend. Dus een groote karavaan, die in lange rijen het oerwoud +naderde en onder de geweldige boomen verdween. Als zuilen stonden hier de stammen +naast elkaar. Palmen en rotangs worstelden met de wilde wijnranken om de plaats. Varens +en riet woekerden op den grond en doornstruiken vormden ondoordringbaar struikgewas. +Klimplanten kropen tegen de stammen op en hingen als netten van de takken. Uit het +bladerengewelf druppelde dauw als motregen neer; de lucht was zwaar en zwoel, en verzadigd +van den geur der planten en van de aarde. Slechts zelden drong een koeltje in de diepte +van het woud. Hoog boven de toppen der boomen konden stormen woeden, maar daar beneden +in de schemering van het bosch bewoog zich geen blad. In den lossen, van water doortrokken +bodem behoefden de wortels zich dus niet zoo diep in te boren om aan boomen en struiken +kracht en steun te geven; dikwijls lagen de geweldige wortels van oeroude woudreuzen +bijna geheel bloot. +</p> +<p>Met bijlen moest de karavaan zich voetje voor voetje een weg door het tropisch oerwoud, +door zijn nooit door een zonnestraal getroffen kreupelhout, banen. Mieren, duizendpooten, +kevers en andere insecten kropen hier in groote volksverhuizingen rond; tusschen de +wortels der boomen loerde de pythonslang op haar buit. Op de takken der boomen klauterden +apen en slingerden zich schommelend en met handige sprongen van den eenen boomstam +op den anderen. Rijen bavianen maakten geraas en brulden en hier en daar hoorde men +de geluiden van den chimpansee, en ontdekte men tusschen een forschen tak zijn gevlochten +nest. +</p> +<p>Langzaam ging het op den slibberigen bodem en door het struikgewas vooruit. De pakken +droeg men op het hoofd, om <span class="pageNum" id="pb248">[<a href="#pb248">248</a>]</span>de armen vrij te hebben en takken en jonge boomen op zij te kunnen schuiven. De kleeren +hingen weldra aan flarden, bij de naakte zwarten moest de huid het ontgelden. Voor +de dragers van de opvouwbare boot, moest, dikwijls een apart pad met moeite worden +uitgehouwen. Daarbij steeds dezelfde zwoele, verstikkende broeikaslucht en de diepe, +drukkende schemering! Men tastte als door een donkere gang; nergens een licht, steeds +een eeuwige schemering, die door pikzwarte nachten werd afgelost. Evenals de Poolvaarders +in den langen winternacht, verlangde ieder naar den terugkeer der zon en naar het +daglicht. +</p> +<p>Op eenigen afstand van den oostelijken oever van de Loealaba ging de tocht noordwaarts. +Stanley klauterde in een boom, die vrij en eenzaam op een heuvel stond. Welk een wondervol +gezicht hier, over de toppen der boomen van het woud. In het rond een enkele zee van +bladeren, de door de zon bestraalde oppervlakte der dicht in elkaar gevlochten groene +kronen der boomen. Hier boven ruischten de bladeren in den wind en de storm veroorzaakte +geweldige golven over de groene vlakte. Zelfs voor den moed en de volharding van een +Stanley was dit oerwoud een beproeving van zijn energie. Ziekte, verveling en ongehoorzaamheid +werd merkbaar in zijn schaar. De groote Tipoe Tip was van oordeel, dat in zulk een +land verder doordringen onmogelijk was; hij wilde daarom met zijn zwarte bende omkeeren. +Na veel heen en weer praten liet hij zich eindelijk overhalen nog twintig dagreizen +verder mede te trekken, en na ontelbaar veel moeite bereikte de karavaan eindelijk +weer den oever der Loealaba. +</p> +<p>Zonder geluid en majestueus gleed de <span class="corr" id="xd33e2425" title="Bron: gewldige">geweldige</span> watermassa den oever langs. Dik en bruin door de verrotte planten wentelde de rivier +zich naar een land, van welks tallooze negerstammen de Europeanen nog in het geheel +niets wisten en dat nog nooit door den voet van een blanke was betreden. De olifanten +in het duistere <span class="corr" id="xd33e2428" title="Bron: woudvoelden">woud voelden</span> zich nog niet verontrust door de Europeesche jagers en het nijlpaard lag nog onbezorgd +tusschen lotusbladeren en riet. En deze geheimzinnige rivier over welke geleerden +met elkaar streden, wilde Stanley overwinnen, het koste wat het wilde. +</p> +<p>Tenten en omheiningen werden aan den rechteroever opgericht. Ginds aan den linkeroever +werden hutten zichtbaar <span class="pageNum" id="pb249">[<a href="#pb249">249</a>]</span>van onbekende stammen. Stanley liet zijn boot in elkaar zetten <span class="corr" id="xd33e2435" title="Bron: o mde">om de</span> rivier over te gaan en met de wilden te spreken. Intusschen lag hij peinzend in zijn +tent. Door deze eeuwige wouden te voet te gaan, was op den duur niet mogelijk. Waarom +den breeden weg niet gebruiken, dien de Loealaba zelf aanbood! Het woud stond vol +groeiende booten! Uit deze stammen kon een geheele vloot bruikbare vaartuigen worden +gehouwen. +</p> +<p>Snel besloten liet Stanley zijn karavaan door trommelslag bijeenroepen, om zijn plan +mede te deelen. Met aarzelende schreden naderden de mannen, Tipoe Tip en de overige +Arabieren vooraan. Zij verwachtten niets anders dan dat de marsch door het geheele +bosch voortgezet zou worden. Toen allen bij elkaar waren, zei Stanley: +</p> +<p>„Arabieren, mannen uit Oenjamwesi en Zanzibar! Gij ziet deze rivier, die sedert onheuglijke +tijden stil en onbekend naar de zoute zee stroomt, waar mijn blanke vrienden wonen.” +En nu zette hij hun zijn plan uiteen, om met een sterke vloot de Loealaba te willen +afroeien. +</p> +<p>Eerst klonk als antwoord een onwillig gemompel, maar Stanley liet zich niet van zijn +stuk brengen. Hij verzekerde hen rondweg, dat hij dezen tocht zou doen, ook al vergezelde +hem niemand anders dan Frank Pocock, de eenige overlevende, der drie uit Zanzibar +medegenomen blanken. Daarna wendde hij zich tot de bootslieden: „Gij, die met <span class="corr" id="xd33e2443" title="Bron: mjj">mij</span> over de groote zeeën zijt gezeild, wilt gij nu mij en mijn blanken broeder in het +woud laten omkomen?” Reeds kwamen eenigen naar voren en tenslotte verklaarden twee-en-dertig +man zich bereid mede te gaan. Tipoe Tip en zijn Arabieren verzekerden echter dat zoo’n +tocht reine krankzinnigheid was, men zou in handen vallen van oorlogzuchtige wilden +en menscheneters of omkomen in bruisende watervallen. Stanley verzocht aan de Arabieren, +tenminste door hun gepraat niet hen af te schrikken, die reeds beloofd hadden te zullen +meegaan. +</p> +<p>Juist kwam nu van den linkeroever een boot met twee roeiers en een van Stanley’s tolken +riep den inboorlingen toe: +</p> +<p>„Bezorgt ons booten, opdat wij u ginds kunnen bezoeken.” +</p> +<p>„Vult de booten met schelpen en dan kunt gij komen!” +</p> +<p>„Gij kunt ieder tien schelpen krijgen,” antwoordde de tolk. +</p> +<p>Maar de wilden antwoordden: +<span class="pageNum" id="pb250">[<a href="#pb250">250</a>]</span></p> +<p>„Neen, jelui zijn slechte menschen, keert terug, keert terug!” En daarbij hieven zij +een akelig, vreemd lied aan, en van den anderen oever klonk een onheilspellend „o-hoe, +<span class="corr" id="xd33e2455" title="Bron: o-hoe hoe">o-hoe-hoe</span>!” +</p> +<p>„Ginds schijnt een strijdlustig opperhoofd te wonen,” zeide de tolk van Stanley. +</p> +<p>„Onzin,” antwoordde Stanley, „waarom zouden zij strijd met ons zoeken?” +</p> +<p>„Het zijn wilden en daarom strijdlustig als de dieren.” +</p> +<p>„Ik zal je bewijzen, dat je ongelijk hebt,” antwoordde Stanley, stapte met Tipoe Tip, +eenige Arabieren en alle tolken in een boot en roeide met snelle slagen naar den anderen +oever. +</p> +<p>Hier krioelde het van zwarte krijgslieden, en een vloot van twintig booten lag aan +den oever. +</p> +<p>Op behoorlijken afstand riep de tolk de wilden toe, dat de blanke man hun land wilde +zien, men zou niets van hun eigendom aanraken en hen geen kwaad doen. Het antwoord +was, dat de blanke man den volgenden morgen naar een klein, nabijgelegen eiland moest +roeien; hun opperhoofd zou daar eveneens met tien krijgslieden heengaan. Zoodra men +daar broederschap gesloten zou hebben, mochten de vreemdelingen de hutten der zwarten +bezoeken! +</p> +<p>Daar Stanley een overval vreesde, zond hij in den nacht twintig gewapenden naar het +eiland, die zich in het kreupelhout moesten verbergen. Pocock en tien man roeiden +den volgenden morgen naar de plaats van samenkomst, terwijl Stanley zelf in de nabijheid +in zijn boot wachtte. Stanley had het goed voorzien, een geheele zwerm van booten +der wilden verliet den linkeroever, en toen zij het eiland naderden, hieven de zwarten +hun oorlogskreet aan: „o-hoe, o-hoe-hoe!” en stormden met gespannen bogen en opgeheven +speren aan land. Maar daar waren de twintig in hinderlaag liggenden ook op hun post, +en na een korte schermutseling snelden de wilden hals over kop naar hun booten, om +zoo gauw als mogelijk naar hun dorpen terug te roeien. +</p> +<p>Stanley bracht nu al zijn manschappen naar een beschutte plaats op den linkeroever. +Den volgenden morgen waren de inboorlingen gevlucht en hun dorpen stonden leeg. Slechts +twee rijen grijnzende schedels van opgegeten vijanden en gevangenen sierden de dorpsstraten. +<span class="pageNum" id="pb251">[<a href="#pb251">251</a>]</span></p> +</div> +</div> +<div id="ch60" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#xd33e3359">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> +<h2 class="main"><span class="divNum">60.</span> OORLOGEN MET DE INBOORLINGEN.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">Ondanks deze onvriendelijke houding der inboorlingen gaf Stanley het besluit niet +op met zijn boot de Loealaba af te varen. Met ongeveer dertig man scheepte hij zich +eindelijk in, terwijl Tipoe Tip en Pocock met de overigen den oever langs zouden trekken. +</p> +<p>Het eene dorp na het andere werd aan den oever zichtbaar, maar overal hadden de inboorlingen +zich teruggetrokken en uit de verte hoorde men hun oorlogskreet: <span class="corr" id="xd33e2477" title="Niet in bron">„</span>O-hoe, o-hoe-hoe!” +</p> +<p>Op een eiland tusschen de hoofdrivier en een zijrivier ging Stanley met zijn boot +aan land om de karavaan af te wachten en ze bij den overtocht over de rivier behulpzaam +te zijn. Rondom de legerplaats werd een omheining opgericht. Daarna roeide hij een +eind de zijrivier op, het water was door de donkere boomwortels, die van den oever +tot aan den bodem reikten, zoo zwart als inkt. Bij zijn terugkomst vond hij het eiland +door vijandelijke booten omringd; maar zoodra zijn boot naderde, roeiden de wilden +pijlsnel weg. +</p> +<p>Eindelijk kwam Tipoe Tip met zijn troep hijgend aan, en nu kon men verder trekken. +Stanley bleef nu met zijn boot steeds dicht bij den oever, zoodat de twee afdeelingen +door een teeken met de trom met elkaar in verbinding konden blijven. Weer waren alle +dorpen verlaten, maar toch sloegen de inboorlingen de vreemdelingen gade en lagen +overal in hinderlaag; maar toen op zekeren dag eenige van Stanley’s manschappen in +twee geroofde booten op verkenning uitgingen, werden zij overvallen en geraakten op +hun vlucht in draaikolken en stroomversnellingen. Hun booten sloegen om en zij verloren +vier geweren; maar zij zelf werkten zich op de gekantelde boot en bleven daarop zoolang, +totdat zij door hun makkers werden gered. Uit het groote dorp Ikondo waren alle inwoners +gevlucht. Maar tusschen de kooivormige rieten hutten, die zich in twee lange rijen +uitstrekten, hingen nog de gevulde wijnkruiken aan de palmen, meloenen en bananen +geurden, en overal stiet men op maniokaanplantingen, aardnoten- en suikerrietvelden. +In de nabijheid van Ikondo lag een groote boot, maar die was gebarsten en lek; ze +werd hersteld, in het water gelaten en als hospitaal gebruikt, want pokken en buikloop +<span class="pageNum" id="pb252">[<a href="#pb252">252</a>]</span>waren in de karavaan uitgebroken en dagelijks moesten twee à drie dooden in de rivier +worden begraven. +</p> +<p>Toen op zekeren dag de kleine vloot langs den oever roeide, slaakte eensklaps een +man in de ziekenboot een luiden kreet. Een vergiftige pijl was hem in de borst gedrongen +en op deze eerste volgde een regen van pijlen. Snel werd uit de gevaarlijke streek +geroeid en gekampeerd op een plaats, waar vroeger markt was gehouden. De gewone haag +van rijshout werd rondom de tent opgericht, en voor alle zekerheid werden posten in +het kreupelhout uitgezet. +</p> +<p>Het duurde ook niet lang of geweerschoten en geschreeuw werden vernomen. De wachten +kwamen hals over kop aanloopen en riepen van verre: „Houdt jelui gereed, zij komen!” +En voordat men er op bedacht was, suisden pijlen en speren tegen de verschansingen +en de wilden kwamen aanstormen onder het zingen van hun akelige krijgsliederen. Arme +duivels! Wat hielpen hun pijlen en speren tegen kogels en kruit! Zij werden teruggeslagen, +maar keerden steeds weer met nieuwe versterking terug. Pas na een strijd van twee +uur en bij het invallen der duisternis trokken zij terug. +</p> +<p>Onder zulke gevechten bereikten Stanley en Tipoe Tip een dicht bebouwde streek aan +den westelijken oever en ook hier kwamen de inboorlingen hen vijandig tegemoet. Bij +het eerste treffen werden zij teruggeslagen, roeiden toen echter naar een lang en +smal eiland, waar zij hun booten aan palen vastbonden, blijkbaar met het plan den +volgenden dag weer te beginnen. +</p> +<p>Maar dat plan zou hen vergald worden. In den pikduisteren nacht, terwijl de regen +nederkletterde, roeide Stanley naar het eiland, en terwijl zijn boot stil en voorzichtig +onder den hoogen, met boomen bezetten oever gleed, sneed hij de vaartuigen, zooveel +hij maar bereiken kon, los en spoedig daarop dreven zes-en-dertig booten de rivier +af, waar ze door de manschappen van Stanley werden opgevangen. Met deze buitgemaakte +vloot roeide men met het aanbreken van den dag weer naar de kampplaats terug. De wilden, +die den kouden nacht in de hutten van gras op het eiland hadden doorgebracht, zullen +den volgenden morgen wel verbaasd hebben staan kijken, toen zij bijna al hun booten +misten. Nu roeide de tolk van Stanley naar hen toe, om hun de voorwaarden mede te +deelen die <span class="pageNum" id="pb253">[<a href="#pb253">253</a>]</span>Stanley hen stelde. Zij hadden den troep van den blanken man trouweloos overvallen, +vier man gedood en dertien verwond; nu moesten zij levensmiddelen geven en dan zouden +zij schadeloos gesteld worden voor de geroofde booten. En eindelijk moesten zij beloven +den vrede te bewaren. +</p> +<p>Door deze handige list gelukte het eenige dagen in vrede te leven en dat was dringend +noodig, want Tipoe Tip had er nu meer dan genoeg van en wilde geen schrede verder +gaan op deze oorlogzuchtige rivier, maar beslist met zijn manschappen terugkeeren. +Maar Stanley stond er op, met uitgezochte manschappen, die voor het grootste deel +vrouwen en kinderen bij zich hadden, in ’t geheel honderd en vijftig zielen, de reis +te vervolgen. +</p> +<p>De buitgemaakte booten werden, twee aan twee, met stangen aan elkaar bevestigd, opdat +zij niet zouden kenteren: de geheele vloot bestond nu uit drie-en-twintig vaartuigen. +Er werd voor twintig dagen proviand ingepakt en een der laatste dagen van December, +toen juist een frisch koeltje de dichte nevelen van elkaar reet, riepen trompet- en +hoornsignalen tot het vertrek. Stanley commandeerde: „Aan boord!” De zonen van Oenjamwesi +zongen afscheidsliederen, waarop de naar huis trekkende schaar van Tipoe Tip antwoordde, +en nu gleed Stanley’s vloot de rivier af, opnieuw onbekende landen en lotgevallen +tegemoet. +</p> +</div> +</div> +<div id="ch61" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#xd33e3368">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> +<h2 class="main"><span class="divNum">61.</span> OVER DE CONGO-VALLEN.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">Stanley was er van overtuigd, dat deze geweldige rivier, aan welke hij den naam van +Livingstone had gegeven, geen andere was dan de Congo, waarvan men de uitmonding reeds +vierhonderd jaar kende. Maar hij was ook van meening, dat de Loealaba óf zich met +den Nijl vereenigde, óf in het Noord-Westen in verbinding stond met den Niger. De +oplossing van dit vraagstuk moest nu door Stanley en zijn geleiders met bloed en tranen +worden gekocht. Het werd een tocht die in alle tijden beroemd zal blijven en een waardige +tegenhanger is aan moed, gevaren en avonturen, van de boottochten der Spanjaarden, +op de door hen ontdekte rivieren van Amerika, den Mississipi en de Amazone-rivier. +<span class="pageNum" id="pb254">[<a href="#pb254">254</a>]</span></p> +<p>Den avond van den eersten dag legde de vloot van Stanley aan een oever aan, waar veertien +dorpen verscholen lagen in een dicht beukenbosch, en voor het eerst na de scheiding +van Tipoe Tip zou een kamp worden opgeslagen. Maar dezen keer kwamen de inboorlingen +de vreemdelingen vriendelijk tegemoet. Maar iets verder omlaag weerklonk het woud +weer van geraas en oorlogstrommels. De tromsignalen plantten zich van dorp tot dorp, +van oever tot oever verder. Van beide kanten naderden bij troepen de booten der inboorlingen, +en spoedig was de vloot van Stanley omringd. „Vrede, vrede,” riepen de tolken, maar +de wilden riepen op bevelenden toon: „Keert terug of oorlog!” Eindelijk kwam het toch +tot onderhandeling, terwijl het geheele gezelschap, vriend en vijand, stroomafwaarts +dreef. Nieuwe dorpen werden tusschen de boomen zichtbaar. Maar hier woonden vijanden +van de aanvallers en nu maakten deze haastig dat ze wegkwamen, voordat het tot een +strijd was gekomen. +</p> +<p>Den volgenden keer liep het samenkomen met de inboorlingen niet zoo gelukkig af. Een +hagel van speren werd naar de booten van Stanley geslingerd en op de giftige pijlen +der wilden moesten de Europeanen met nadruk antwoord geven. Daarbij maakten de mannen +van Stanley een aantal schilden buit, die hen later van veel nut werden. +</p> +<p>Bij de volgende kampplaats, dreigden de wilden, de vreemdelingen bij een groot feestmaal, +dat zij van plan waren aan te richten, als gebraad te gebruiken, en Stanley vond het +daarom raadzamer verder te trekken en liever aan den oever van een zijrivier te kampeeren. +Hier was het bosch buitengewoon dicht. Varens en rotangs groeiden tusschen hooge stammen +en overal wemelde het van insecten, van bruine, gele en zwarte mieren, en de huiveringwekkende +termieten, die alles wat hen in den weg komt, stuk knagen. Een onafgebroken suizen +vervulde de lucht door de ontelbaar veel vleugels der insecten, de krekels, sprinkhanen +en kevers, die in ontzaglijke menigten sprongen, vlogen, op stengels en bladeren rondliepen, +aten of ijverig werkten. +</p> +<p>Hier verschenen voor het eerst vredelievende inboorlingen als bezoekers in het kamp. +Maar toen de vloot van Stanley verder roeide, weerklonk weer oorlogsgetrommel aan +den oever. Stanley liet zijn manschappen, ten strijd gereed, midden in de <span class="pageNum" id="pb255">[<a href="#pb255">255</a>]</span>rivier halt houden. Zwermen flinke booten vlogen ijlings als wilde eenden nader, en +de speren der zwarte krijgers klonken helder tegen de schilden. +</p> +<p>De tolk in de voorste boot riep hen toe: „Vrede: Neemt u in acht of we schieten!” +Deze roep maakte de wilden besluiteloos. Zij trokken zich langzaam onder den overhangenden, +begroeiden oever terug. Dikwijls gelukte het aan den tolk geheele scharen roeiende +krijgslieden door het eene woord „vrede” te verlammen; maar anderen beantwoordden +de vredesboodschap met hoongelach. Onder heftige slagen der roeispanen naderden zij, +slingerden hun werpsperen naar de vreemdelingen, en hun pijlen floten door de lucht. +Werden zij met kruit en lood beantwoord, dan keerden zij bloedend naar den oever terug. +</p> +<p>Het jaar 1877 was reeds aangevangen, toen een vredelievende stam de reizigers voor +gevaarlijke watervallen en stroomversnellingen waarschuwde, waarvan zij het razen +en bruisen weldra zouden hooren. De vloot gleed nu langs den rechteroever en allen +luisterden of zij de watervallen al naderden. Daar snelden eensklaps acht wilden naar +den oever en slingerden hun speren naar de bemanning der booten. Eenige dezer speren +drongen in de zijden er van, andere vlogen er over heen en toen Stanley nu bevel gaf +stroomafwaarts te roeien, dreunde weer de oorlogstrom en een groot aantal lange booten +naderden. Het lichaam der inboorlingen was half geel beschilderd, half rood met breede, +zwarte strepen. Het gezelschap zag er recht griezelig uit. Hun gehuil en hun hoornsignalen +deden een heftigen strijd verwachten. +</p> +<p>Stanley plaatste zijn booten in slagorde en liet langs de borstwering van iedere boot +de schilden, die vroeger buitgemaakt waren, opstellen ter bescherming van hen die +niet medevochten. Een boot van vijf-en-twintig meter roeide recht op die van Stanley +aan, maar werd met een knetterend geweervuur ontvangen. Nu ging Stanley tot den aanval +over. De boot van den tegenstander kon echter niet snel genoeg wenden, de krijgslieden +en roeiers sprongen in het water om al zwemmende te ontkomen. Weldra verdwenen de +overigen ook, en de vaart naar de watervallen kon worden voortgezet. +</p> +<p>Nu was het bruisen er van reeds duidelijk te hooren. Maar <span class="pageNum" id="pb256">[<a href="#pb256">256</a>]</span>de inboorlingen dachten deze gelegenheid waar te nemen om de vreemdelingen te vangen +en stap voor stap moest Stanley nu eens te land, dan weer te water door de scharen +wilden heendringen. Op de kalme uitgestrektheden water, tusschen de watervallen, kon +geroeid worden, maar dan weer moest de oever bereikt worden en door het kreupelhout +een pad worden gehouwen om de booten over land te kunnen trekken. Dikwijls moesten +de wilden van boom tot boom worden teruggeslagen; eens beproefden zij zelfs de manschappen +van Stanley in een net te vangen, maar de poging eindigde er mede, dat zij zelf acht +hunner manschappen verloren. Deze gevangenen waren op het voorhoofd getatoueerd en +hun voortanden waren spits toeloopend gevijld. Zij waren als alle stammen van deze +streek menscheneters en het versche vleesch der vreemdelingen zou voor hen een zeer +welkome buit zijn geweest. +</p> +<p>Einde Januari 1877 gleed de vloot van Stanley over den Aequator, en de rivier wendde +zich nu steeds meer naar het Westen, een bewijs, dat zij niet naar den Nijl kon stroomen. +Hier werd de zevende en laatste Congo-val gelukkig overwonnen en de lange reeks dezer +watervallen, die sedert onder den naam Stanley-watervallen bekend zijn, was hiermede +ontdekt. Twee jaren later deed men den eersten stap tot vestiging van den Belgischen +Congostaat. +</p> +</div> +</div> +<div id="ch62" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#xd33e3377">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> +<h2 class="main"><span class="divNum">62.</span> „BOELA MATARI, DE STEENBREKER”.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">Beneden de Congo-vallen verbreedde het bed der rivier zich hier en daar tot drie kilometer, +zoodat de tegenovergestelde oever ternauwernood nog zichtbaar was en de vloot van +Stanley tusschen de vele eilanden en labyrinthen van waterwegen verdwaalde. De gevaren +van de reis bleven dezelfde. Telkens moest uitgekeken worden en steeds werden de vreemdelingen +door de inboorlingen vervolgd. In de booten vertoonden zich krijgslieden met afzichtelijke +gezichten en roode en groene papegaaienveeren op het hoofd. Zij droegen armbanden +van ivoor en het handvat van hun roeispanen was eveneens gesneden uit de tanden van +olifanten. Aan den boeg van de groote booten woei een bos palmtakken en uit de ivoren +hoorns riepen schetterende tonen tot den aanval. +<span class="pageNum" id="pb257">[<a href="#pb257">257</a>]</span></p> +<p>In een dorp werd een afgodstempel ontdekt; het ronde dak rustte op drie-en-dertig +olifantstanden. In het midden van den tempel troonde een uit hout gesneden rood geschilderd +afgodsbeeld met zwarte oogen, haren en baard. De messen, speren en strijdbijlen van +deze wilden waren buitengewoon handig gesmeed en hun sieraden bestonden uit koperen, +ijzeren en ivoren ringen. In de vuilnishoopen zag men de overblijfselen van hun afschuwelijke +maaltijden en rondom de hutten waren schedels van menschen op hooge palen gestoken. +</p> +<p>Eindelooze wouden bedekten de oevers en de eilanden. Hier groeit de mangroveboom, +met zijn vele wortels, de hooge slangvormige rotang, met zijn hangende gevederde bladeren, +de drakenbloedboom, de gummiboom en vele andere. Gevaar en hinderlaag loerde achter +elke landtong. Er moest gelet worden op rotsen en stroomingen in het water; op watervallen, +stroomversnellingen en draaikolken: nijlpaarden en krokodillen waren er in menigte. +Maar de inboorlingen zelf waren het gevaarlijkst en Stanley en zijn manschappen waren +door de eeuwige vervolging, waaraan zij gedurende de laatste maanden waren blootgesteld, +geheel uitgeput. +</p> +<p>In het dorp Roeboenga waar de inboorlingen weer eens vriendelijk gezind waren, hoorde +Stanley voor het eerst, dat deze rivier werkelijk de Congo heette! Hier konden de +reizigers hun levensmiddelen weer aanvullen en toen de trommen van Roeboenga werden +geroerd, was het niet om ten strijde op te trekken maar om naar de handelsmarkt op +te roepen, waar de bewoners der omliggende dorpen visch, slakken, eetbare schelpdieren, +gedroogd hondevleesch, geiten, bananen, meel en brood te koop aanboden. +</p> +<p>Maar vertrouwen kon men deze wilden nooit. Met hun griezelig getatoueerd lichaam, +hun halsbanden uit tanden van menschen, met hun eigen tanden die zoo spits als die +van een wolf zijn gevijld, met de lichte gordels van gras om de lenden, speer en boog +in de handen, maakten zij in het geheel geen vertrouwenwekkenden indruk en ternauwernood +was men van een oogenschijnlijk vredelievenden oever afgestooten of de zwarten maakten +zich al weer gereed in de booten te gaan om de vertrekkenden te vervolgen. In deze +streek waren zij zelfs al met geweren gewapend, die zij van de kust hadden gekregen +<span class="pageNum" id="pb258">[<a href="#pb258">258</a>]</span>en eens kwam het tusschen de kleine vloot van Stanley en drie-en-dertig booten der +inboorlingen tot een heftigen strijd met schietwapenen aan beide zijden! In de voorste +boot stond een jong opperhoofd als aanvoerder, hij had een schoon en waardig voorkomen. +Hij droeg een hoofdbedekking en een mantel uit geitenvel en om zijn armen, beenen +en hals lompe ringen van koperdraad. Een kogel trof hem in de dij, kalm bond hij een +lap om de wond, daarna gaf hij zijn roeiers een teeken naar den oever terug te gaan. +Nu verloren ook de anderen den moed en volgden de boot van hun aanvoerder. +</p> +<p>Zoo ging deze tocht van Stanley onder onophoudelijke gevechten verder naar het Zuiden. +De groote kromming van den Congo was nu afgelegd, waarbij niet minder dan twee-en-dertig +slagen geleverd waren. Er volgde weer een moeilijk einde waarop de geweldige rivier, +in schuimende watervallen en kokende stroomversnellingen, het hoogland, dat zich langs +Afrika’s westkust uitstrekt, doorbreekt. Aan dezen waterval gaf Stanley den naam van +Livingstone, want nu zag hij in, dat de rivier toch nooit anders dan Congo zou heeten. +De Livingstonevallen zouden echter toch den naam van den grooten zendeling voor het +nageslacht bewaren. +</p> +<p>Nieuwe en vele moeilijkheden waren hier te overwinnen. Eens verdronken een half dozijn +mannen en verscheiden booten gingen verloren: de tocht moest onderbroken worden om +in het woud nieuwe booten uit te hollen. De verraderlijke rivier trok de boot van +Pocock op zekeren dag naar een waterval, de arme bemerkte het gevaar pas te laat, +suisde over den waterval omlaag en verdronk. +</p> +<p>De laatste blanke, die Stanley zoo ver door Afrika had vergezeld, was nu ook heen, +en leeg en verlaten stond zijn tent ’s avonds als de maan helder en spookachtig op +de schuimende watermassa’s neerzag. +</p> +<p>Bij een anderen waterval geraakten de kwartiermeester en de timmerman met een juist +uitgeholden boom aan het drijven. Zij hadden geen roeispanen bij zich. „Spring in +het water,” riep de kwartiermeester zijn makker toe, hij kreeg echter tot antwoord: +„Ik waag het niet, ik kan niet zwemmen!” +</p> +<p>„Vaarwel dan, broeder,” riep de andere, sprong in het water en zwom naar het land. +De eerste suisde den val af, de boot <span class="pageNum" id="pb259">[<a href="#pb259">259</a>]</span>verdween in de schuimende draaikolk, dook weer op, en men kon duidelijk zien, dat +de man er zich nog aan vastklemde. +</p> +<p>Nog eens zoog de draaikolk de boot in en nog eens werd ze boven het water zichtbaar +met haar last. Toen ze voor den derden keer in de diepte werd getrokken en ze weer +naar boven kwam, was de man verdwenen! +</p> +<p>Eindelijk werd het verder trekken met de booten onmogelijk. Ze moesten opgeofferd +worden, en de tocht verder over land voortgezet worden. Nu was de schaar van Stanley +van alles ontbloot, ellendig en uitgehongerd; zij hadden ook bijna niets meer om de +schatting te betalen, die de zwarte stamhoofden voor den doortocht eischten. Eens +zeide zulk een zwarte koning, dat hij met een flesch cognac tevreden was. Cognac, +als men drie jaar in Afrika heeft rondgezworven! Daar kwam de kwartiermeester naar +voren en hoorde wat de zwarte majesteit eischte. „Cognac,” riep hij, „daar hebt gij +cognac!” En daarbij gaf hij den zwarte zulk een muilpeer, dat hij languit neerviel +en het geheele hof de vlucht nam! +</p> +<p>Eindelijk was men nog slechts twee dagreizen van Boma, aan de monding van den Congo, +verwijderd. Daar waren handelsfactorijen en Europeanen! Daarheen schreef Stanley en +spoedig kreeg hij alles wat hij voor het levensonderhoud noodig had. Toen hij dan +eindelijk Boma bereikte, kon hij zich en zijn getrouwen eenigen tijd rust gunnen! +Daarna ging de reis per schip Afrika om, naar Zanzibar, waar Stanley zijn mannen weer +afleverde. +</p> +<p>In zijn vaderland werd hij overal met gejubel ontvangen. Sedert een duizendtal jaren +waren de Arabieren steeds meer de binnenlanden van Afrika ingedrongen, maar den loop +van den Congo kenden zij nog niet! Vergeefs hadden sinds eeuwen Europeesche vorschers +getracht licht in deze duisternis te brengen; de inboorlingen wisten niet eens waar +ten slotte de Loealaba bleef. Stanley had op eens de witte vlek op de kaart van Afrika +gevuld. Hij had voor de Europeanen de binnenlanden ontsloten en was hen als pionier +vooruitgegaan. Zelfs de wilden werden geïmponeerd door zijn onbuigzamen moed en zijn +ijzeren volharding en zij noemden hem „Boela Matari” den „Steenbreker.” +</p> +<p>Andere vorschers volgden en volgen nog heden de voetstappen van Stanley. Nu gaat een +spoorlijn langs de Congo-vallen, <span class="pageNum" id="pb260">[<a href="#pb260">260</a>]</span>en op de rivier varen verscheiden stoombooten. Stanley zelf was tegenwoordig toen +de eerste stations werden aangelegd, en zijn naam is sedert dezen Congotocht voor +altijd met de geschiedenis van Afrika verbonden. +</p> +</div> +</div> +<div id="ch63" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#xd33e3386">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> +<h2 class="main"><span class="divNum">63.</span> DE LAATSTE GOUVERNEUR VAN GORDON.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">Chartoem was in Januari 1885 gevallen. Gordon dood, Slatin pacha gevangen en de opvolger +van den zegevierenden Mahdi, Kalifa Abdullahi had geheel Soedan te vuur en te zwaard +aan zijn heerschappij onderworpen. Alleen het zuidelijkst deel van het voormalig Egyptische +rijk, de Aequator-provincie, die zich Nijlopwaarts tot aan het hart van Afrika uitstrekt, +had nog steeds hardnekkig weerstand geboden aan den stormloop der derwischen. +</p> +<p>De gouverneur van deze provincie, een Duitscher, Eduard Schnitzer, Emin pacha genaamd, +was als vijf-en-twintig jarig arts en natuuronderzoeker in Turkschen dienst getreden +en had zich na tien veel bewogen levensjaren ter beschikking gesteld van den gouverneur +van Egyptisch Soedan, van Gordon te Chartoem. Gordon had reeds na korten tijd de uitnemende +hoedanigheid van den Duitschen arts erkend, en hem in Maart 1878 tot gouverneur van +de Aequator-provincie benoemd. In zijn uiterlijk meer het oerbeeld van een slechts +voor de wetenschap levend professor, zooals de geestigheid van het volk hem graag +teekent wist Emin pacha, door beminnelijke zorg, diplomatieke handigheid en onwankelbare +kalmte het volle vertrouwen zijner onderdanen te winnen. Den slavenhandel wist hij +krachtig te beperken, de her- en derwaarts gedreven inboorlingen opnieuw aan vaste +woonplaatsen te binden en door het aanleggen van wegen zijn gebied te ontsluiten voor +handel en verkeer: de bebouwing zijner provincie nam zoo toe, dat de Egyptische regeering, +nadat hij vijf jaar het bestuur in handen had gehad, aanzienlijke oogsten kon binnenhalen. +Naast dit veelzijdig werk aan zijn bestuur verbonden, verrijkte Emin op talrijke reizen +de wetenschappelijke kennis omtrent de binnenlanden van Afrika door grondige onderzoekingen +en hij zond de resultaten <span class="pageNum" id="pb261">[<a href="#pb261">261</a>]</span>van zijn lievelingsstudie, groote botanische en zoölogische verzamelingen, naar Europa. +</p> +<p>Daar brak de opstand van Soedan uit tegen de Egyptische heerschappij en 14 April 1883 +ging de laatste stoomboot van Lado, de residentie van Emin, den Nijl af naar Chartoem. +</p> +<p>Hiermede was de gouverneur met zijn manschappen geheel van Egypte en Europa afgesneden. +</p> +<p>Ondanks dapper verweer, moest hij steeds meer Nijlopwaarts terugtrekken voor de uit +het Noorden voortdringende horden der Mahdisten; in het Zuiden was hij de rijken van +zwarte, oorlogzuchtige koningen ingedreven, die er slechts op wachtten de hoofden +van den blanken pacha en zijn Egyptische soldaten als <span class="corr" id="xd33e2562" title="Bron: overwinnigs-trofeeën">overwinnings-trofeeën</span> rondom hun hutten op staken te plaatsen, of met het vleesch der verslagenen hun kookpannen +te vullen. Vele naburige negerstammen sloten zich bij de Mahdisten aan, en het godsdienstig +fanatisme wekte oproer en verraad, zelfs in Emin’s naaste omgeving. Hoe lang kon de +Duitsche geleerde, door zijn Egyptische regeering in den steek gelaten, zich op dezen +verwijderden post met een handjevol soldaten nog staande houden? +</p> +<p>Deze vraag hield gedurende de volgende drie jaren de geheele beschaafde wereld bezig! +Reeds had een Duitsche hulpexpeditie, die onder leiding van den Afrika-reiziger, Gustaaf +Adolf Fischer, vanaf de westkust voort was getrokken, bij het Victoria-Niansa-meer +moeten terugkeeren zonder iets van Emin pacha te hebben vernomen. Wie zou het nu wagen +den laatsten der gouverneurs van Gordon, voor hetzelfde lot van den verdediger van +Chartoem te redden? +</p> +<p>Daar richtten eenige ondernemende Engelschen het oog weer op Stanley. Indien hij eens +Livingstone had gevonden, zoo zou hij ook nu van de oost- of de westkust tot Emin +pacha doordringen en den gouverneur en zijn getrouwen uit de, door Egypte opgegeven, +provincie naar Zanzibar geleiden. +</p> +<p>Stanley was juist op een reis in Amerika om voordrachten te houden, toen hij telegrafisch +het bericht kreeg, dat het comité dat zich ten doel stelde Emin pacha hulp te verleenen +in verbinding met de Egyptische regeering de noodige middelen voor een expeditie bijeen +had gebracht. +</p> +<p>Tot wanhoop zijner agenten onderbrak hij dadelijk zijn reis <span class="pageNum" id="pb262">[<a href="#pb262">262</a>]</span>en 24 December 1886 was hij in Londen. Dadelijk begon hij met zijn voorbereidingen +en wel met zulk een energie, dat hij reeds vier weken later naar Egypte kon vertrekken. +Den 22sten Februari 1887 was hij reeds in Zanzibar, om hier de geschikte troepen te +werven en dan per schip rondom Zuid-Afrika naar de monding van den Congo te varen. +Het ongeluk der Duitsche expeditie had bewezen, dat men slechts met een klein Europeesch +leger, vanaf de Oostkust, den doortocht zou hebben kunnen wagen door de stammen van +de binnenlanden van Afrika, en de gewone neiging der dragers uit Zanzibar, om na verkregen +voorschot naar hun naburig geboorteland te deserteeren, zou een expeditie vanaf de +oostkust roekeloos op niets hebben doen uitloopen. Daarom wilde Stanley, met behulp +van den Congo, Afrika voor den tweeden keer doorkruisen en langs dezen weg tot aan +het Albert-meer doordringen, in de nabijheid waarvan de verdwenen gouverneur, als +hij nog leefde, zich moest ophouden. +</p> +<p>De Congolijn leidde echter door een gebied, dat het machtig Arabisch opperhoofd Tipoe +Tip als zijn eigendom beschouwde<span class="corr" id="xd33e2574" title="Bron: ,">.</span> De sluwe slaven- en ivoorhandelaar was, sedert hij Stanley op zijn eerste doorkruising +van Afrika, in 1876 zoo trouweloos in den steek had gelaten, het spoor van den Europeeschen +ontdekker gevolgd en de eerste vruchten van dat pionierswerk waren hem in den schoot +gevallen. Onmetelijke gebieden van menschen en olifanten, schenen slechts ontdekt, +om zijn rijkdom aan slaven en ivoor, met millioenen te doen toenemen! In enkele jaren +had hij zich opgewerkt tot dwingeland van het Congo-bekken, en aan den oever van de +rivier vele Arabische nederzettingen gevestigd, van waar uit zijn duizenden krijgslieden +die aan het woeste leven van den <span class="corr" id="xd33e2577" title="Bron: Aaquator">Aequator</span> gewoon waren, begeerig naar buit, rondtrokken en door moord, roof en verwoesting +voor de toekomstige beschaving van het donkere werelddeel ontzetting verbreidende +herauten werden. Indien Tipoe Tip de nieuwe expeditie moeielijkheden in den weg lei, +dan zou zij onuitvoerbaar zijn, en als de groote voorraad aan ammunitie, die Stanley +voor Emin pacha meevoerde in handen van het opperhoofd viel, dan zou de jonge opbloeiende +Congo-staat aan welks vestiging Stanley verscheidene jaren van zijn leven had gewijd, +bedenkelijk in gevaar gebracht worden. <span class="pageNum" id="pb263">[<a href="#pb263">263</a>]</span>Bovendien had Stanley bij de geringe weerstandskracht van zijn geleiders uit Zanzibar +dragers noodig om tot Emin te kunnen komen. +</p> +<p>Stanley ontmoette het Arabisch opperhoofd reeds in Zanzibar en deze nam op zich, om +tegen hooge betaling, zeshonderd dragers te verschaffen voor het eind dat van de Stanley-vallen +naar het Albert-meer afgelegd moest worden. Als belooning voor zijn goeden wil zorgde +Stanley er voor, dat Tipoe Tip tot gouverneur over de Stanley-vallen werd benoemd, +met het traktement van een officier; hij moest daarvoor het in 1883 gevestigd station +Stanley-val, dat om zijn roofzuchtige scharen was opgegeven, verdedigen tegen zijn +eigen lieden en de naburige inboorlingen, en den slavenhandel daar onderdrukken. Bovendien +kreeg Tipoe Tip met zes-en-negentig van zijn metgezellen vrije vaart rondom Afrika +en den Congo op. Den 25sten Februari 1887 stoomde de geheele expeditie, op de stoomboot +„Madoera” van Zanzibar uit. +</p> +<p>In het gezicht van Kaapstad, waarvan de groei en het bedrijvig leven op den Arabier +grooten indruk maakte, zeide deze tegen zijn Engelsche bondgenooten, dat hij tot nu +toe alle blanken voor dwazen had gehouden. +</p> +<p>„En wat denkt gij nu van hen?” vroeg Stanley. +</p> +<p>„Ik geloof, dat er iets in hen steekt,” antwoordde Tipoe Tip, „en zij zijn nog ondernemender +dan de Arabieren. Ik heb met mijn vrienden deze stad, haar groote schepen en havendammen +bekeken, en wij zijn tot de overtuiging gekomen, dat alles zooveel beter is dan in +<span class="corr" id="xd33e2588" title="Bron: Zanziber">Zanzibar</span>, en ik heb mij verbaasd, waarom wij het niet even goed kunnen als de blanken. Ik +begin te gelooven, dat zij heel schrander moeten zijn.” +</p> +<p>„Indien gij dat ontdekt hebt, Tipoe Tip, dan zijt gij op den goeden weg meer te ontdekken. +Jammer dat gij nooit een bezoek aan Engeland hebt gebracht. Wees op deze lange reis +trouw aan ons, dan zal ik er u heen brengen en gij zult meer zien dan gij u kunt voorstellen!” +</p> +<p>„Inschallah! Als het de wil van Allah is, zullen wij er samen heengaan.” +</p> +<p>Indien deze bewonderende stemming van Tipoe Tip bleef, dan zou hij de expeditie van +onschatbaar veel nut zijn. Maar wie kon peilen, wat voor plannen en aanslagen achter +het breede voorhoofd van dezen bruinen diplomaat schuilden! +<span class="pageNum" id="pb264">[<a href="#pb264">264</a>]</span></p> +</div> +</div> +<div id="ch64" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#xd33e3395">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> +<h2 class="main"><span class="divNum">64.</span> HONDERD ZESTIG DAGEN IN HET OER-WOUD.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">Den 18den Maart liep de stoomboot „Madoera” de monding van den Congo binnen. Maar +reeds gedurende het eerste eind van Matadi tot aan Stanley-Pool leed de karavaan door +desertie en ziekte groote verliezen, en bagage, proviand en ammunitie smolten tot +bijna op de helft in. Daarbij veroorzaakte het verkregen van nieuwe voedingsmiddelen +zeer onverwachte moeilijkheden, en daarom moesten in geforceerde marschen vruchtbare +streken bereikt worden. Van Stanley-Pool zou het per schip verder gaan, maar de bestuurder +van het Zendingsstation was slechts na langdurige onderhandeling bereid, zijn schepen +aan de expeditie ter beschikking te stellen, voor de vaart den Congo op tot aan Jamboeja, +aan de zijrivier Aroewimi. +</p> +<p>Den eersten Mei begon de eentonige vaart. Dag aan dag hetzelfde tooneel: boschrijk +land, miriaden met bosch bedekte eilanden, en breede kanalen met doodsch, stil water, +die in den strakken glans der zon op stroomen van kwikzilver geleken. Maar de inboorlingen +leverden tamelijk bereidwillig levensmiddelen en de gezondheid der expeditie bleef +in het begin uitstekend. Maar in Leopoldville moest reeds een deel der bagage achter +worden gelaten en in Bolobo bleef zelfs een deel der expeditie liggen: honderd en +vijf-en-twintig man, die reeds te uitgeput en ziek waren. Te Jamboeja, waar de zendingsschepen +terugkeerden en ook Tipoe Tip zijns weegs ging, moest Stanley weer een keuze onder +zijn manschappen doen. En daar in het Oosten wachtte Emin pacha hevig door de Mahdisten +in het nauw gebracht op hulp! Voorwaarts dus, het koste wat het wilde! Een voorhoede +van gezonden en sterken baant den weg naar het Albert-meer; wie niet mede kan, blijft +bij de achterhoede onder majoor Barttelot in Jamboeja. Hun taak is bagage en manschappen +uit Leopoldville en Bolobo te halen, en dan ondersteund door de door Tipoe Tip beloofde +dragers of in het ergste geval alleen, de voetsporen van Stanley te volgen om zich +na eenige maanden weer met hem te vereenigen. +</p> +<p>De achterhoede betrok een bestaande kampplaats te Jamboeja, <span class="pageNum" id="pb265">[<a href="#pb265">265</a>]</span>want het verlies der achtergebleven manschappen en hun voor het grootste deel voor +Emin pacha bestemde bagage, zou een onherstelbaar verlies voor de voorhoede wezen; +men moest dus voorzichtig zijn tegenover de inboorlingen en eveneens tegenover Tipoe +Tip, voor het geval deze de voorkeur er aan mocht geven, inplaats zijn loon te verdienen, +zich de schatten der expeditie kortweg toe te eigenen. +</p> +<p>Den 28sten Juni begon nu de marsch der voorhoede van drie honderd negen-en-tachtig +man in de richting van het Albert-meer door een geheel onbekend gebied en door vreemde +stammen van inboorlingen. Weer nam een ontzaglijk oerwoud de karavaan op en gedurende +honderd en zestig dagen moest zij zich onder ontzaglijke moeite met mes en bijl een +pad banen, door kreupelhout en struikgewas, zonder in al dien tijd, ook maar een stuk +grasland, zoo groot als de vloer eener kamer te hebben gezien! De marsch ging langs +den oever van de Aroewini, en af en toe kwam men in de meegebrachte boot of in van +de inboorlingen geroofde kano’s op einden, die vrij waren van watervallen, sneller +vooruit. Maar bijna nog gevaarlijker dan de inboorlingen, waren de aanvallen der zwermen +wespen, wier nesten vastkleefden aan de over het water hangende takken; vooral de +naakte dragers wisten zich ternauwernood tegen hen te verweren. Regen, vereenigd met +stormachtige onweersbuien, bemoeilijkten den marsch zeer, en meestal moest de karavaan +zich tevreden stellen met de meest schrale voedingsmiddelen, die zij langs den weg +vonden. Want de inboorlingen aan de dichtbevolkte oevers gedroegen zich, met enkele +uitzonderingen, vijandig of verlangden buitensporige prijzen voor een paar bananen +en maïskolven, want dikwijls leden zij ook zelf honger en leefden zij van paddestoelen, +wortelen, visschen, slakken of rupsen, een menu, dat zij in het gunstigste geval door +eenige porties menschenvleesch van verslagen vijanden verbeterden. +</p> +<p>Daarbij toonden velen van Stanley’s manschappen zich zoo weerbarstig en lui, dat zij +liever zouden zijn verhongerd, dan met eigen hand de boven hun hoofd hangende bananen +af te snijden. De mannen uit Zanzibar toonden zich zeer onverschillig omtrent het +verlies van hun bagage, hetgeen noodlottig dreigde te worden voor het lot der geheele +karavaan, die in <span class="pageNum" id="pb266">[<a href="#pb266">266</a>]</span>het oerwoud als begraven was. Op het water waren zij geheel onbruikbaar en aan den +oever tegenover de hen omringende gevaren van dezelfde stompzinnige onverschilligheid. +Ondanks dagelijksche, ja elk uur, gegeven waarschuwingen zwierven zij zorgeloos in +het bosch rond en werden dan dikwijls door de vergiftige pijlen en speren der inboorlingen +in den rug doorboord. Indien een moedige wilde hen brutaal tegemoet trad, dan wierpen +zij het liefst het geweer weg om te vluchten of zij verhandelden hun wapenen tegen +een paar maïskolven; daardoor werden de inboorlingen steeds brutaler en weldra moest +elke schrede in hardnekkig gevecht met de wilden veroverd worden. De veerkracht hunner +bogen was zoo groot, dat de pijlen op korten afstand een lichaam geheel doorboorden, +en het gift, waarmede de punten waren bestreken, veroorzaakte na voorafgegane krampaanvallen +bij de meeste verwondingen, onder groote smarten den dood. +</p> +<p>Bovendien ontmoette de karavaan nu roofzuchtige Arabieren en deze ontmoeting demoraliseerde +de troepen van Stanley nog meer dan ziekte en honger het tot nu toe hadden gedaan. +</p> +<p>De desertie nam toe, proviand, ammunitie en ruilwaren werden bij massa’s gestolen +en aan de Arabieren verkocht. Vele zieken bemoeielijkten den marsch, vooral als de +booten op het land getrokken en voorbij watervallen gesleept moesten worden. De desertiekoorts +stak zelfs een der laatste ezels aan, ook hij ging op zekeren dag aan den haal. +</p> +<p>Intusschen was het nog een geluk voor de geheel uitgeputte en ingesmolten karavaan, +dat zij den 16den September in de nederzetting van het Arabisch opperhoofd Oegarrowa +aankwam, een voorpost der slavenhandelaars, waar men Stanley vriendelijk ontving. +Hij gaf daarom zijn zieken aan de Arabieren ter verpleging; zij zouden, tegen betaling, +zoo lang in de nederzetting van Oegarrowa blijven, totdat de achterhoede van majoor +Barttelot hen zou bereiken. Door desertie en dood had de voorhoede tot nu toe twee-en-zestig +man verloren, en het hoopje van hen, die zich nu gereed maakten verder te trekken, +was zeer verminderd. +</p> +<p>De aanwezigheid der slaven- en ivoorjagers had bovendien de inboorlingen in het rond +verdreven. Zij hielden zich verborgen in ontoegankelijke kreupelbosschen en levensmiddelen +<span class="pageNum" id="pb267">[<a href="#pb267">267</a>]</span>waren maar zelden te krijgen. De woeste strooming der rivier maakte het onmogelijk +de vaartuigen te gebruiken en spoedig waren de dragers zoo verzwakt, dat zij nog slechts +op handen en voeten kropen. Weer moest een troep zieken en uitgeputten achtergelaten +worden, en niettegenstaande de buitengewone volharding van Stanley begon deze nu te +twijfelen aan de redding der expeditie! Evenals de wilden leefde men van woudbananen, +kevers, rupsen, slakken en witte mieren, en een ezel werd zoo grondig verorberd door +de half uitgehongerden dat niets dan het vergoten bloed en de haren overbleven. Op +de rustplaatsen zaten de lieden dof voor zich heen te staren of spraken met elkaar +over het bange voorgevoel dat zij omtrent het hun te wachten lot hadden. +</p> +<p>„Weet gij dat die en die dood is; dat die verloren is en een derde misschien vannacht +te gronde gaat? De overigen zullen morgen omkomen.” En na het gesprek riep de trompet +weer allen op hun post om verder te marcheeren en verder te strijden. +</p> +<p>Daar stiet men eindelijk den 18den October weer op de herkenningsteekenen der Arabieren +en vond in hun nederzetting Ipoto opname en redding. Maar deze vriendelijkheid der +Arabieren was gevaarlijker, dan wanneer zij de expeditie met de wapenen in de hand +tegemoet waren getreden. +</p> +<p>Tegen levensmiddelen verkochten de mannen uit Zanzibar, wapenen en bagage en vanaf +Stanley tot aan den laatsten drager waren allen op het punt weerloos in de handen +der Arabieren te vallen! Toch bleef er niets anders over dan om ook hier weer de zieken +achter te laten, om nog maar voorwaarts te komen. +</p> +<p>Den 27sten October ging de marsch verder naar het Oosten. Het oerwoud werd steeds +meer onbegaanbaar. Het vreeselijkste waren de open plekken, die gedeeltelijk door +den storm waren veroorzaakt, gedeeltelijk door de inboorlingen ter beschutting hunner +dorpen waren gemaakt. In schrikkelijke verwarring lagen stammen en boomen, de een +op den ander; verhieven zich de takken tot den eenen heuvel boven den anderen. In +deze woestenij van bosch groeiden in den grootsten overvloed bananen, wilde druiven, +palmen, rotangs en vele woekerplanten, en door dit alles moesten de manschappen <span class="pageNum" id="pb268">[<a href="#pb268">268</a>]</span>dringen, over neergevallen stammen balanceeren, dan weer op den grond door een warnet +van takken kruipen en door moerassen en greppels voorttuimelen. En vooral dreigden, +onder bladeren verborgen, vergiftige houtsplinters, die de sluwe inboorlingen tot +verweer tegen de vreemdelingen rechtop in den grond plachten te steken! Elken avond +pakten zich wolken samen, en hoorde men het rollen van den donder van alle kanten +weerkaatsen in het woud; de bliksemstralen flikkerden hier en ginds, braken dagelijks +de kronen der boomen en spleten een woud-patriarch van den top tot den wortel, en +de <span class="corr" id="xd33e2627" title="Bron: regel">regen</span> viel in stroomen neer. Maar gedurende den marsch was de Voorzienigheid weer genadig, +de zon scheen en wierp haar zacht licht in millioenen stralen door de takken en wekte +de gedrukte stemming der reizigers op, veranderde de stammen der boomen in marmeren +pilaren en den dauw en regendroppels in fonkelende brillanten, vroolijkte de onzichtbare +vogels op, zoodat zij hun lied deden klinken, wekte de zwermen van papegaaien tot +vroolijk geschreeuw en gefluit, en de groote troepen apen tot uitgelaten grappen, +terwijl hier en daar een diep gebrul in de verte verkondigde dat een soko- of chimpanseefamilie +zich in hun schuilhoek met de een of andere wilde sport vermaakte. +</p> +<p>Een troep Arabieren diende op dezen marsch tot gidsen en de brutale overmoed, tegenover +de vreemdelingen, die zij reeds geheel in hun macht zagen, werd voor de manschappen +een onverdraaglijke marteling. Maar zwak als zij waren, aan wandelende geraamten gelijk, +moesten zij zich alles laten welgevallen, totdat zij eindelijk Ibwiri bereikten, waar +zij zich weer aan een overvloed van levensmiddelen konden versterken. Alsof zij met +een tooverstaf werden aangeraakt, werkte hier op de karavanen het bericht, dat de +gevangenschap in het oerwoud op haar einde liep en het grasland in het Oosten nog +maar enkele dagreizen was verwijderd. In Ibwiri wachtte Stanley, totdat zij, die in +de laatste kampplaatsen waren achtergebleven, zich met hem vereenigden, en toen de +voorhoede weer honderd vijf-en-zeventig man telde, zette hij den 24sten November met +nieuwen moed en frissche kracht den tocht voort. +<span class="pageNum" id="pb269">[<a href="#pb269">269</a>]</span> +</p> +<p></p> +<div class="figure p256width"><img src="images/p256.jpg" alt="De eerste ontmoeting van Stanley met Emin Pascha." width="720" height="452"><p class="figureHead">De eerste ontmoeting van Stanley met Emin Pascha.</p> +</div><p> +<span class="pageNum" id="pb270">[<a href="#pb270">270</a>]</span> +</p> +<p></p> +<div class="figure p257width"><img src="images/p257.jpg" alt="De strijd van Stanley met de inboorlingen." width="720" height="458"><p class="figureHead">De strijd van Stanley met de inboorlingen.</p> +</div><p> +<span class="pageNum" id="pb271">[<a href="#pb271">271</a>]</span></p> +</div> +</div> +<div id="ch65" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#xd33e3404">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> +<h2 class="main"><span class="divNum">65.</span> OP ZOEK NAAR EMIN PACHA.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">Den 4den December betrad Stanley met zijn kameraden, na honderd en zestig dagen, voor +het eerst weer de open vlakte, en de uitgestrekte landerijen van Aequatoria lagen +voor de oogen van de jubelende manschappen, voor wie het een ontspanning was, eindelijk +weer eens in looppas te kunnen voortgaan. Achter de blauwe bergen aan den horizon, +moest het Albert-meer liggen, het vurig verlangde doel der expeditie, waar Stanley +den verdwenen gouverneur hoopte te vinden! +</p> +<p>Nieuwe moeielijkheden! Ontzaglijke velden en aanplantingen lagen voor hem, en het +eene dorp volgde op het andere; maar de inboorlingen drongen rondom de karavaan in +benauwende massa’s: van een vriendschappelijke overeenkomst wilden zij niets weten +en dag noch nacht kon men het geweer uit de hand leggen. Dikwijls waren de wilden +door strijdlustige honden vergezeld, en wie zich alleen van de karavaan verwijderde, +was reddeloos ten doode opgeschreven. +</p> +<p>Bij elke hindernis in den weg, bij elken overgang over de rivier lagen de wilden in +hinderlaag, en als Stanley, hun eigendom sparend, voorbij trok, zagen zij dat voor +lafheid aan en werden zij nog brutaler. Het krijgsgehuil weerklonk onophoudelijk, +elk vooruitspringend gedeelte van een berg, elke heuvel was zwart van de menschen, +en op de vlakten krioelden zij dooreen als mieren. En al deze gevechten en deze slachtoffers +slechts door een misverstand! De inboorlingen zagen de vreemdelingen aan voor bondgenooten +van den zwarten koning Kabba-Rega, die hun gebied schatting liet betalen en Emin pacha +ook bedreigde. +</p> +<p>Onder onophoudelijke gevechten naderde men eindelijk het Albert-meer en op zekeren +dag rustten aller oogen op een grauwe wolk beneden in het dal. Wat is dat? De nevel +trok gaandeweg op, en de glinsterende vlakte van het meer lag voor hen! Door geestdriftig +gejubel, werd den 13den December 1887 de ontdekking gevierd. +</p> +<p>Maar wat nu? De voorhoede bezat geen vaartuig, want de booten had men in Ipoto moeten +achterlaten. Op de rotsige hellingen van de het meer omgevende bergen, groeiden noch +bananen noch eenige boom, die voor den bouw van kano’s <span class="pageNum" id="pb272">[<a href="#pb272">272</a>]</span>gebruikt konden worden. Nergens was een aanplanting te zien, de bewoners der oevers +leefden van vischvangst en van de bereiding van zout. Indien Emin pacha nu zelf niet +met zijn stoomboot en levensmiddelen hen tegemoet kwam, dan was de karavaan hier vlak +bij het doel prijsgegeven aan den hongerdood. Maar hoe ijverig Stanley zijn tolken +ook liet navragen en hoe onvermoeid hij elk punt van den oever met zijn verrekijker +ook afzocht—geen spoor van den gouverneur en zijn manschappen! Zou nu de geheele zending +met al haar offers aan bloed en leven toch vergeefs zijn geweest? +</p> +<p>Wat bleef er anders over dan intusschen naar <span class="corr" id="xd33e2660" title="Bron: Ibwirri">Ibwiri</span> terug te keeren! Den 16den December begon de terugtocht, en den 8sten Januari 1888, +werd Ibwiri weer bereikt. Hier bouwde Stanley eerst het fort Bodo, bezette het sterk +en zond een afdeeling uit, om de verschillende achterblijvers uit de Arabische nederzettingen +te halen. Rondom het fort liet hij het bosch ontginnen en maïs en boonen zaaien, opdat +de later hier achterblijvende bezetting eenige levensmiddelen zou hebben. Wel <span class="corr" id="xd33e2663" title="Bron: verwoestte">verwoestten</span> de inboorlingen de nieuwe aanplantingen dikwijls en het fort geleek meer op een belegerde +vesting. +</p> +<p>Daarbij overvielen gansche legers van mieren en ander ongedierte, de hutten en tenten, +en het wemelde er van giftige slangen. +</p> +<p>Den 8sten Februari kwamen de achterblijvers uit Ipoto gelukkig met de boot aan. Zij +hadden in de legerplaats der Arabieren ontzettend geleden! De slavenhandelaars hadden +hen slechts dan spaarzaam van voedingsmiddelen voorzien, als zij in de aanplantingen +werkten, en de zwakken en zieken hadden zij eenvoudig laten verhongeren. Door diefstal +en geweld hadden de roovers een deel der wapenen van de expeditie in hun bezit gekregen. +Wat was onder deze omstandigheden het lot der achterhoede en van majoor Barttelot +geweest? Niemand had een spoor van haar gezien. Zeer verontrust zond nu Stanley een +troep vrijwilligers de Aroewimi weer af, om de verdwenenen op te zoeken. Maar terwijl +hij op hun terugkomst wachtte, kreeg hij zelf koorts en lag drie-en-twintig dagen +onder den invloed van morphine, bijna voortdurend bewusteloos! +</p> +<p>Intusschen schoot op de bebouwde akkers de jonge maïs op, en was weldra zoo hoog als +het kreupelhout in het woud; fort <span class="pageNum" id="pb273">[<a href="#pb273">273</a>]</span>Bodo beloofde een rijke graanschuur voor de bezetting en de geheele karavaan te worden. +Stanley herstelde weer, maar niets bevrijdde hem van de kwellende zorgen over zijn +manschappen. De weken gingen voorbij. Geen spoor van de achterhoede! Geen bericht +van de verkenners! Allen schenen reddeloos begraven te zijn onder de altijd groene +golven van het oerwoud! En aan het Albert-meer wachtte Emin pacha in wanhopig verzet +op hulp en redding! +</p> +<p>Zoodra Stanley zich weer krachtig voelde begon den 2den April 1888 de tweede marsch +naar het Albert-meer. Nog eens door de legioenen van zwarte krijgslieden Emin pacha +tegemoet! Maar dezen keer werden zij niet ontvangen door het krijgsgeschreeuw der +inboorlingen. De machtigste opperhoofden kwamen nu de karavaan als bondgenooten tegemoet. +Twee maanden na Stanley’s terugkeer van het Albert-meer was een hen bevriend blanke +Mallejoe genaamd of de „Gebaarde” in een groote ijzeren kano op het meer verschenen! +„In het midden stond een groote, zwarte boom, waaruit rook en vonken vuur kwamen,” +vertelden het opperhoofd Masamboni en zijn krijgslieden. „En er waren veel vreemde +lieden aan boord en er liepen geiten heen en weer als op de markt in een dorp en kippen +in met staven gesloten kisten en wij hoorden de hanen even vroolijk kraaien als tusschen +onze gierstvelden. Mallejoe vroeg met diepe, diepe stem naar u, zijn broeder. Daarna +voer hij weer weg met zijn groote, ijzeren kano, die zooveel rook in de lucht deed +gaan, alsof ze in brand stond. Twijfel er niet aan, heer, u zult hem spoedig vinden.” +</p> +<p>Dat waren de eerste berichten, die Stanley van Emin pacha kreeg. Van de vele berichten, +die Stanley reeds uit Zanzibar, langs de meest verschillende wegen, naar den gouverneur +had gezonden, had er hem dus niet één bereikt. Maar de opperhoofden der inboorlingen +zonden hem nu hun hardloopers na, en binnen enkele dagen moest Emin pacha er van op +de hoogte zijn, dat de expeditie er was. Intusschen marcheerde Stanley naar Kavalli, +overal begroet en aangeroepen door de vriendelijke inboorlingen, die nog enkele maanden +geleden de vreemdelingen beschimpt en niet weinigen gedood hadden. Nu trok een voorhoede +van honderd vijftig inboorlingen vooruit en <span class="pageNum" id="pb274">[<a href="#pb274">274</a>]</span>vrijwillige, zwarte dragers namen de lasten der karavaan over. +</p> +<p>Wel was de plechtig gesloten vrede van de inboorlingen een welkome gelegenheid zich +te verrijken met de geschenken der vreemdelingen en zelfs de opperhoofden werden vaak +onbeschaamde bedelaars. Maar zij moesten in goede stemming worden gehouden en Stanley +was daarom niet spaarzaam met de producten der Europeesche beschaving, die meegenomen +waren om de nieuwsgierigheid der wilden gaande te maken en hen er mee te vermaken. +Een handspiegel wekte onder de zwarten eerst de grootste verwondering en vrees. Toen +zij hun eigen gelaat weerspiegeld zagen, geloofden zij dat een vijandelijke stam uit +de aarde tegen hen optrok en zij liepen in den grootsten schrik weg. +</p> +<p>Daarna kwamen zij op de teenen terug en lieten nog eens het vreemde visioen over zich +heen gaan. „De gezichten zien er als die van ons uit!” fluisterden zij tegen elkaar, +en nu legde Stanley hun uit, dat hetgeen zij zagen niets anders was dan het spiegelbeeld +van hun eigen buitengewoon innemende trekken, bij welk compliment het opperhoofd, +Mpinga van trots gloeide. En nu overwon de persoonlijke ijdelheid in enkele oogenblikken +de aanvankelijke vrees. Zijn geleiders drongen zich om hem heen, en allen sloegen +met onuitputtelijk genoegen gade hoe waar de spiegel de kenteekenen van elk gelaat +weergaf. „Zie eens het litteeken, het is precies zoo; maar zie toch je breeden neus, +Mpinga. O, dat is heel precies. Ja, en zie de groote veer, die wuift werkelijk! Het +is te vreemd! Waar kan het van zijn gemaakt? Het ziet eruit als water, is toch niet +vloeibaar; en op den rug ziet het zwart. Ah, wij hebben vandaag een ding gezien, dat +onze voorvaderen nooit zagen!” +</p> +<p>In Kavalli kreeg Stanley eindelijk een brief van Emin, die hem echter tot zijn verbazing +beval te blijven waar hij was, totdat de gouverneur met zijn manschappen bij hem zou +komen. Den 29sten April kwam eindelijk de stoomboot van Emin, op het Albert-meer, +in het zicht. Stanley zond hem boden tegemoet, en onder algemeen gejubel en talrijke +begroetingssalvo’s, naderde de verdwenen gouverneur met zijn geleide in het duistere +avonduur, de legerplaats. Maar laat ons nu Stanley zelf laten vertellen: +</p> +<p>„Ik schudde alle aangekomenen de hand en vroeg, wie Emin <span class="pageNum" id="pb275">[<a href="#pb275">275</a>]</span>pacha was. Toen wekte een wat kleine, tengere gestalte mijn opmerkzaamheid door de +in ’t uitnemend Engelsch gesproken woorden: +</p> +<p>„Ik ben u veel dank verschuldigd, mijnheer Stanley en ik weet werkelijk niet hoe ik +dien zal uiten.” +</p> +<p>„Ah, u zijt Emin pacha! spreek over geen dank, maar kom binnen en neemt u plaats. +Het is hier buiten zoo donker, dat wij elkaar niet kunnen zien.” +</p> +<p>„Wij zaten aan den ingang der tent, een waskaars verlichtte die. Ik had volgens de +beschrijving van verschillende reizigers een groote, magere gestalte van militair +voorkomen verwacht, in afgedragen Egyptische uniform, maar zag in de plaats daarvan +een kleine, tengere gestalte met een goed onderhouden fez en in een helder, goed gestreken +en uitnemend zittend pak uit katoenen dril. Een donkere, met grijs doorweven baard, +omlijstte het gelaat dat een Hongaarsch type had ofschoon een bril het een ietwat +Italiaansche of Spaansche uitdrukking gaf. +</p> +<p><span class="corr" id="xd33e2689" title="Niet in bron">„</span>Het gelaat vertoonde geen spoor van ziekte of zorg, integendeel, slechts gezondheid +en kalme gemoedsrust waren er op te lezen. Korte mededeelingen over onze lotgevallen, +de gebeurtenissen in Europa; de voorvallen uit de streken om den aequator, alsmede +persoonlijke lotgevallen, namen <span class="corr" id="xd33e2691" title="Bron: nagegenoeg">nagenoeg</span> twee uren in beslag; daarna werden, om het gelukkige wederzien te vieren, vijf halve +flesschen champagne ontkurkt, en op de voortdurende gezondheid van Emin pacha en zijn +metgezellen geledigd! Daarop brachten wij het gezelschap naar de boot, die hen naar +het stoomschip terug bracht.” +</p> +<p>De rollen der beide groepen waren dus juist omgekeerd! Naast het welverzorgde militaire +geleide van den pacha, scheen de karavaan van Stanley een erbarmelijk armoedige bende, +die veel eerder hulp noodig scheen te hebben dan de gouverneur, ter wiens redding +zoo vele kameraden het leven gelaten hadden! +</p> +<p>In de positie van Emin pacha was namelijk weer een gunstige wending gekomen, daar +het scheen alsof zijn gebied niet meer onmiddellijk bedreigd werd. Daarom was hij +ook nog volstrekt niet besloten om zich door Stanley te laten redden. Het viel hem +zwaar om plotseling zijn levenstaak niet verder voort te zetten, en ook zijn troepen +dachten er niet aan hun vaderland op te geven; en aan den anderen kant kon hij het +niet over zijn <span class="pageNum" id="pb276">[<a href="#pb276">276</a>]</span>hart verkrijgen om zijn mannen in den steek te laten. Het werd ook spoedig duidelijk, +dat hij van zijn soldaten en hun inlandsche officieren afhankelijker was dan wel voor +een gouverneur, met de macht van onder-koning bekleed, paste; hij verklaarde dan ook +dat hij zijn besluit afhankelijk zou maken van den wensch zijner manschappen. Hij +moest derhalve eerst naar zijn residentie Wadelai terugkeeren; en zelfs indien in +het gunstigste geval de Egyptische troepen zich bereid verklaarden om zich by Stanley +aan te sluiten, dan zouden er toch nog weken en maanden moeten verloopen, voordat +zij ter plaatse waren. +</p> +<p>Ook Stanley zelf had een tijd van rust noodig. Hij kon zijn uitgeputte manschappen +niet dadelijk blootstellen aan het onzekere lot, dat hen wachtte op de onbekende wegen +naar de oostkust; maar bovenal moest de achterhoede, waarvan hij nog niet het geringste +levensteeken had ontvangen, gered worden. +</p> +<p>Stanley betrok derhalve in Nsabe een versterkt kamp, liet een zijner officieren, Jephson, +met verscheidene manschappen by Emin achter, en begon den 24sten Mei zijn verschrikkelijken +marsch teneinde de achterhoede te ontzetten! +</p> +</div> +</div> +<div id="ch66" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#xd33e3413">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> +<h2 class="main"><span class="divNum">66.</span> HET LOT VAN DE ACHTERHOEDE.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">Ten tweeden male het donkere oerwoud in! Den 8sten Juni was Stanley reeds weder in +het fort Bodo, waar hij alles in den besten toestand aantrof. De gewassen waren uitstekend +opgekomen, de oogst was binnengehaald, en er was opnieuw gezaaid. De bevelhebber van +het garnizoen, luitenant Stairs, had de <span class="corr" id="xd33e2709" title="Bron: invalieden">invaliden</span> uit het kamp van Oegarrowa gehaald, maar tengevolge van de schandelijke behandeling +der Arabieren, waren er van de zes-en-vijftig man slechts veertien levend in het fort +Bodo aangekomen! +</p> +<p>Den 16den Juni begon de opmarsen naar Jamboeja, en weerklonk dagelijks de waarschuwende +roep der gidsen: „Roode mieren onderweg! Pas op, een boomstronk, o! splinters! Een +kuil, rechts! Pas op, links! Pas op, doornen! Een wortel! Roode mieren in aantocht! +Pas op de roode mieren! Een boomstam! Splinters daaronder!” +</p> +<p>Zoo ging het verder, van het eene kamp naar het andere. <span class="pageNum" id="pb277">[<a href="#pb277">277</a>]</span>Toen Stanley den 21sten Juni te Ipoto aankwam, waren de Arabieren aldaar niet weinig +geschrokken, daar ze bang waren voor een wraakoefening wegens de wijze waarop ze zijn +invaliden behandeld hadden. Maar Stanley hield zich in, want eerst moest de achterhoede +gered worden, en hij mocht het fort Bodo met zijn bezetting van zestig man niet blootstellen +aan een overrompeling door Arabische roovers. Derhalve vergenoegde hij er zich mee, +een deel der geroofde wapenen te doen uitleveren, en trok toen verder de Aroewini +stroomafwaarts. +</p> +<p>De lastdragers die hem door Emin medegegeven waren, hadden het meeste van de vermoeienissen +der dagmarschen te lijden; bij een heftigen stortregen, vielen er plotseling drie +dood neer, alsof ze door een kogel getroffen waren, en dagelijks waren er meerderen +die ditzelfde lot deelden. +</p> +<p>Den 13den Juli bereikte Stanley het kamp van Oegarrowa. Maar de plek was als uitgestorven, +alle bewoners waren stroomafwaarts getrokken. Met behulp van talrijke kano’s, die +men den inboorlingen ontnam, achterhaalde men echter de mannen van Oegarrowa, en hier, +in het kamp der Arabieren trof Stanley eindelijk de vrijwilligers aan, die hij de +achterhoede tegemoet gezonden had. Van de twintig man waren er vier gesneuveld, en +van de overige zestien man was er slechts één enkele zonder schot- of speerwond afgekomen! +Ze hadden voor de vijandelijke inboorlingen moeten wijken, en zich onder bescherming +der Arabieren moeten stellen. Ook de afgezanten die Oegarrowa in opdracht van Stanley +naar Jamboeja gezonden had, waren niet in staat geweest, zich door de vijandelijke +benden heen een weg te banen. Het lot der achterhoede was dus nog geheel in het duister +gehuld. Daar moest wel iets verschrikkelijks gebeurd zijn! +</p> +<p>Den 12den Augustus werd de marsch voortgezet. De bezwaren, die de weg opleverde, bleven +dezelfde, alleen werd de karavaan niet meer door de inboorlingen lastig gevallen. +De dicht bewoonde streken, waardoor men zich bij den opmarsch met moeite een weg had +moeten banen, waren thans verlaten; de inboorlingen waren verdwenen, hun groote dorpen +waren te deele verwoest De slaven- en ivoorhandelaars hadden hier weer eens duchtig +huisgehouden! +<span class="pageNum" id="pb278">[<a href="#pb278">278</a>]</span></p> +<p>Zoo brak de 17de Augustus aan. Na de opeenvolgende tooneelen van verwoesting en verlatenheid +aan beide oevers, vertoonde zich in den lichten morgennevel een nog gespaard gebleven +dorp, en toen men naderbij gekomen was, werd een versterkte omheining zichtbaar. Witte +gewaden kwamen in ’t zicht, en in den morgenwind wapperde een roode vaan met de halve +maan. Weer een kamp der Arabieren! Hier was misschien de achterhoede! „De majoor, +jongens! Aan de riemen!” riep Stanley zijn mannen toe, en onder luid hoera-geroep +vloog de kano met razende snelheid voort. +</p> +<p>Een eind voor het dorp hield Stanley stil, en daar hij aan land een troep vreemde +menschen zag, riep hij: +</p> +<p>„Tot wien behooren jullie?” +</p> +<p>„We behooren tot Stanley’s mannen,” klonk het antwoord. +</p> +<p>In enkele oogenblikken was Stanley aan land, en voor hem stond, als eenige Europeaan, +de arts Bonny. +</p> +<p>„Wel Bonny, hoe gaat ’t? Waar is de majoor? Soms ziek?” +</p> +<p>„De majoor is dood!” +</p> +<p>„Dood? Goede God! Hoe is hij gestorven? Aan koorts?” +</p> +<p>„Neen, hij is doodgeschoten!” +</p> +<p>„Door wie?” +</p> +<p>„Door de Manjema, de mannen van Tipoe Tip!” +</p> +<p>„Genadige hemel! En waar is de plaatsvervangende officier?” +</p> +<p>„Aan de Stanley-vallen!” +</p> +<p>„Om Godswil! Wat doet hij daar?” +</p> +<p>„Hij is daarheen gegaan om meer dragers te krijgen.” +</p> +<p>„En waar zijn de andere officieren?” +</p> +<p>„De eene is in Bangala, en de andere is al sedert lang ziek naar huis teruggekeerd!” +</p> +<p>Bij stukjes en beetjes vernam nu Stanley het lot van de achterhoede. Majoor Barttelot +had de instructies van Stanley niet opgevolgd, die hem uitdrukkelijk gelast had, om +slechts een tijdlang op de door Tipoe Tip beloofde dragers te wachten; maar om dan, +wanneer de Arabier zijn woord niet zou houden, met al de bagage in kleine dagmarschen +op te rukken, om in elk geval dichter by Stanley te komen. Tipoe Tip had, zooals Stanley +wel voorzien had, zijn woord niet gehouden, en majoor Barttelot had zich door de beloften +van den sluwen Arabier volkomen om den tuin laten leiden! +<span class="pageNum" id="pb279">[<a href="#pb279">279</a>]</span></p> +<p>Deze had spoedig de benarde positie van den majoor bemerkt, en het was zijn streven +geweest om zich zijn hulp zoo duur mogelijk te laten betalen. De rooftochten van zijn +benden hadden de oevers van de Aroewini verwoest en ontvolkt, en de achterhoede was +nu voor de proviandeering op de milddadigheid der Arabieren aangewezen. Dit was ’t +juist wat Tipoe Tip beoogde: op deze wijze kreeg hij voortdurend meer van de kostbare +bagage van Stanley in handen. Hoewel er geen schermutselingen hadden plaats gehad, +was de munitie-voorraad reeds tot op de helft ingekrompen, de helft van het buskruit +en meer dan twee derden der kogels waren verdwenen; de slaghoedjes had men aan Tipoe +Tip moeten verkoopen! +</p> +<p>Maar, nog erger! Tengevolge van ongunstige berichten omtrent het lot van Stanley had +Barttelot een groot deel der bagage naar Bangala teruggezonden, zoodat Stanley thans +aan alles gebrek had, en voor zichzelf uit een stuk doek der tent, een soort van kousen +moest maken! Alsof dit alles nog niet voldoende was, had Barttelot ook een deel van +de Europeesche proviand, en bijna alle geneesmiddelen teruggezonden, en dat nog wel +terwijl zijn mannen van honger omkwamen, en het kamp meer zieken dan gezonden bevatte! +Van de 271 man sterke achterhoede waren er nog slechts 101 in leven, en van dezen +was nog de helft door honger en ontbering ten doode opgeschreven. Kortom, de aanvoerder +was bij al den tegenspoed volkomen zijn hoofd kwijtgeraakt. En toen eindelijk, tien +maanden later dan afgesproken was, Tipoe Tip met een deel der beloofde dragers aankwam, +waren deze zoo onbruikbaar, dat de majoor zijn zelfbeheersching volkomen kwijt raakte. +Bij een twist, die hierover ontstond, had een der Arabieren hem eenvoudig neergeschoten. +</p> +<p>Zelfs de ijzeren energie van iemand als Stanley moest wel door het verhaal van dezen +rampspoed gebroken worden. De halve expeditie vernietigd door de roekeloosheid van +den aanvoerder! Niets dan moord en dood, ziekte en zorg, kommer en gebrek. Welk een +welkom voor deze kleine heldenschaar! Dagen lang was Stanley als ’t ware versteend +bij den aanblik van al deze ellende. +</p> +<p>Toen hij echter weer eenigszins tot zichzelve gekomen was, zorgde hij er eerst voor, +dat velen van de achterhoede die zichzelf met slecht toebereide maniok vergiftigd +hadden, weer op <span class="pageNum" id="pb280">[<a href="#pb280">280</a>]</span>krachten kwamen; toen dit het geval was, werd den 1sten September de terugmarsch ondernomen. +</p> +<p>Alzoo ten derden male door de verschrikkingen van het oerwoud! En dat met een karavaan +waarin op één gezonde drie zieken voorkwamen. De vreeselijkste ervaringen hadden de +mannen nog niet verstandiger gemaakt, en noch de vergiftigde pijlen noch de vlijmscherpe +speren der inboorlingen hielden de mannen er van af om zich van den troep af te scheiden, +en alleen op buit uit te gaan. Daarbij dag aan dag regen, die de bezwaren van den +tocht nagenoeg onoverkomelijk maakte! Meer dan eens dreigde de hongerdood een einde +aan de geheele expeditie te zullen maken. +</p> +<p>Den 15den December, in een kamp nabij het punt waar de Ihoeroe en de Doei samenstroomen, +wanhoopte zelfs Stanley er aan, den volgenden dag nog te zullen beleven. +</p> +<p>De uitgezonden fourageerders waren sedert dagen verdwenen; of verzorgden zichzelf +misschien in weelderige bananenaanplantingen, zonder aan hun kameraden te denken. +Van hen die in het kamp waren achtergebleven, waren slechts weinigen in staat om in +het woud bessen of paddestoelen te zoeken. Wie nog gaan kon, volgde den aanvoerder +om de vermisten te zoeken. Het werd nacht, wellicht de laatste nacht, dien ze zouden +beleven! De sterren waren niet te zien, er brandde geen vuur, want er was toch niets +om te koken. <span class="corr" id="xd33e2755" title="Bron: Diep">Diepe</span> stilte heerschte rondom—slechts nu en dan een vertwijfeld steunen. +</p> +<p>„Uit de pikzwarte duisternis,” zoo lezen we in Stanley’s dagboek „doemden vage gestalten +op, die het koortsgebied bevolken, er waart door de lucht een gefluister van graven +en eenige vergetelheid, een demon fluistert de verhitte verbeelding in, dat het beter +is te rusten, dan met een gebroken hart te denken, en de wind in de toppen der boomen +van het duistere woud schijnt te zuchten en te steunen: verloren! verloren! verloren! +Vergeefs zijn uw arbeid en uw kommer! De eene noodlotsdag na den anderen; stuk voor +stuk zullen uw mannen den dood ten prooi vallen, en dan zult ge alleen zijn!” +</p> +<p>„Allah ho Akbar” weerklonk plotseling de roep van een man in het duister. „God is +groot”—een Muzelman herinnerde de Christenen er aan hunnen God te gedenken! +</p> +<p>Tegen den morgen sluimerde Stanley in, maar toen de dag <span class="pageNum" id="pb281">[<a href="#pb281">281</a>]</span>nog nauwelijks aangebroken was en het spookachtig licht zijn doodstille makkers deed +zien, sprong hij weer op. „Vooruit, jongens naar de bananen! Met Gods hulp zullen +we vandaag nog bananen hebben!<span class="corr" id="xd33e2765" title="Niet in bron">”</span> Allen stonden met inspanning van hun laatste krachten op, en struikelend van zwakte +gingen ze in het grauwe morgenlicht achter elkaar aan. +</p> +<p>Hoor! Was dat niet als het gerommel van stemmen in de verte? Neen, ’t was reeds nabij! +En komt daar niet als gedragen door de hand van een schim een bundel groene bananen +uit het struikgewas te voorschijn? Daar zijn de fourageerders met schatten beladen! +En op hetzelfde oogenblik vergaten allen hun ellende, en jubelend stijgt hun dank +ten hemel: „God zij gedankt!” Snel werden vuren aangestoken, waarop de bananen geroosterd +werden, en toen men weer voldoende krachten had opgedaan om zich op weg te begeven, +gingen ze naar het kamp terug, om ook daar aan de halfdooden weer nieuw leven te schenken. +</p> +<p>Dit verschrikkelijkste avontuur van de geheele expeditie vond plaats op een afstand +van weinige dagreizen van het fort Bodo, waar Stanley op den 20sten December aankwam. +In het geheel had de marsch van Banalja naar het fort honderd en zes menschenlevens +gekost! +</p> +<p>„In het fort Bodo alles wel!” Dit gelukkige bericht had tegelijkertijd iets verbluffends +voor Stanley. Immers, hij had er in ’t geheel niet op gerekend de bezetting nog in +het fort aan te zullen treffen. +</p> +<p>Emin pacha en Jephson hadden, zoo luidde de stellige afspraak, een expeditie tot ontzet +zullen vormen! Maar er was van beiden niet het geringste bericht tot hier doorgedrongen. +Had dan alles samengespannen om het doel dezer expeditie onmogelijk te maken? Er moest +in het gebied van den gouverneur wel iets zeer bijzonders hebben plaats gegrepen, +wanneer zelfs Stanley’s eigen officieren de strikste bevelen om het fort te ontzetten +niet hadden kunnen nakomen! +</p> +</div> +</div> +<div id="ch67" class="div1 last-child chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#xd33e3423">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> +<h2 class="main"><span class="divNum">67.</span> GERED UIT DE HANDEN DER REBELLEN.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">Juist in de dagen waarin Stanley de treurige overblijfselen zijner achterhoede in +Banalja terugvond, waren er in de <span class="pageNum" id="pb282">[<a href="#pb282">282</a>]</span>provincie Aequatoria ernstige dingen voorgevallen. De autoriteit van den gouverneur +over zijn troepen was reeds lang slechts een schijn-gezag geweest, en den 18den Augustus +kwam het in Doefilé tot openlijke rebellie. Door Stanley’s officier Jephson was allerwege +de oproep der Egyptische regeering bekend gemaakt aan de garnizoenen in Aequatoria, +om het land te verlaten en zich bij de hulp-expeditie aan te sluiten; dit bevel strookte +echter in ’t geheel niet met de wenschen der Egyptische officieren; daarom strooiden +deze onder de soldaten het praatje rond, dat de brieven die Stanley had meegebracht, +valsch waren, dat ’t niet waar was dat Chartoem gevallen was, dat Stanley slechts +een avonturier was, die in ’t geheel niet uit Egypte gekomen was; maar dat hij met +den gouverneur een complot gesmeed had om hen, hun vrouwen en kinderen uit het land +te voeren, om ze den Engelschen als slaven te verkoopen. Deze leugens werkten in dit +onwetende en fanatieke land als vuur onder de bevolking, en toen de gouverneur den +18den Augustus te Doefilé kwam, werd hij met Jephson gevangen genomen. Men verklaarde +hem voor afgezet, ontzette de hem goedgezinde officieren uit hun posten, en sommigen +verlangden zelfs dat men den pacha in boeien zou klinken. Maar dit duldden de soldaten +niet, daarvoor hadden ze te vaak zijn rechtvaardigheidszin en zijn goede zorgen ondervonden. +Met Stanley hoopten de rebellen bij diens terugkeer, spoedig af te rekenen; ze waren +van plan hem in het land te lokken, hem van alle geweren, munitie en leeftocht te +berooven, en hem dan eenvoudig weg te jagen. +</p> +<p>Daar rukten in October plotseling uit het Noorden de Mahdisten aan en spoedig kwam +de eisch van hun aanvoerder tot den gevangen gouverneur om, tegen vrijen aftocht, +zichzelf en zijn mannen, over te geven. +</p> +<p>Redjaf viel, met al zijn voorraden in handen der derwischen, en de bevolking der geheele +streek sloeg hals over kop op de vlucht. +</p> +<p>Thans kwamen de leugens der oproerige officieren aan het licht, en de soldaten vervloekten +hun aanvoerders: „Wanneer we onzen gouverneur gehoorzaamd hadden, dan bevonden we +ons thans in veiligheid; al deze jaren is hij als een vader en moeder voor ons geweest; +maar inplaats van op hem, hebben we op u vertrouwd, en nu zijn we verloren!” +<span class="pageNum" id="pb283">[<a href="#pb283">283</a>]</span></p> +<p>De poging om Redjaf te heroveren mislukte, de Mahdisten behielden de overhand, en +er ontstond onder de soldaten zulk een paniek dat ze weigerden nog verder te vechten, +wanneer hun pacha hun niet werd teruggegeven. Bij den strijd om Redjaf waren de ergste +vijanden van Emin gesneuveld, en zoo herkregen de gouverneur en Jephson hun vrijheid. +Hij had drie maanden in strenge gevangenschap doorgebracht, maar toen hij te Wadelai +aankwam, werd hij door de bevolking met gejubel ontvangen. +</p> +<p>Weliswaar werden de Mahdisten den 25sten November door Emin’s troepen verslagen, maar, +daar het eene station na het andere hun in handen viel, en ze vanuit Chartoem versterking +kregen, moest Wadelai toch prijsgegeven worden, en in het begin van Januari trok Emin +naar Toengoeroe terug. +</p> +<p>In deze Januari-dagen van 1889 had Stanley met zijn karavaan eindelijk weder de grasvlakten +van Aequatoria betreden, en vol onrust over het zwijgen van Emin rukte hij in geforceerde +marschen voort. Den 28sten Januari was hij weer in Kavalli, den 6den Februari kwam +Jephson bij hem, en eindelijk, den 17den Februari kwam Emin in zijn kamp aan. +</p> +<p>Weliswaar hadden de <span class="corr" id="xd33e2791" title="Bron: rebbellen">rebellen</span> hem om vergiffenis gevraagd, maar toch zonnen ze op verraad, en koesterden nog steeds +het plan om zich van de munitie der expeditie meester te maken, en den gouverneur +en Stanley uit den weg te ruimen. +</p> +<p>Maar, om dit plan ten uitvoer te brengen, hadden ze tijd noodig en daar het gerucht +van de groote troepenmacht die Stanley meevoerde, en van de verschrikkelijke uitwerking +van zijn geweren hun een heilzamen angst inboezemde, bepaalden de aanvoerders zich +er toe om den eigenlijken afmarsch van Stanley en den geredden Emin zooveel mogelijk +te vertragen, totdat het aantal hunner kameraden tot een overmacht zou zijn aangegroeid. +Daarbij sleepten de mannen, die hun gouverneur zoogenaamd naar de oostkust zouden +vergezellen, zulk een massa bagage mede dat Stanley’s dragers op verre na niet toereikend +waren, en met recht weerspannig werden. +</p> +<p>Stanley verklaarde derhalve aan de Egyptische officieren dat ze zelf voor hun bagage +moesten zorgen, en dat hij zijn mannen, die zich bij de redding der Egyptenaren zoo +dapper geweerd hadden, niet zou laten gebruiken voor hun molensteenen <span class="pageNum" id="pb284">[<a href="#pb284">284</a>]</span>om maïs te malen, en hun groote vaten voor het bereiden van bier naar de kust te sleepen. +</p> +<p>Daar hij hun heimelijke bedoeling doorzag, gaf hij allen die hem wilden volgen een +bepaalden bedenktijd, en door vertrouwde spionnen liet hij zich van alles wat er tegen +hem beraamd werd op de hoogte houden. Emin pacha, die nog slechts belangstelling voor +natuur-wetenschappelijke studiën scheen te hebben, en die gedurende dien tijd van +wachten zich bijna uitsluitend bezighield met het verzamelen van vogels en insecten, +vertrouwde nog steeds op zijn officieren, en het kostte Stanley heel wat moeite om +hem over de stemming van zijn eigen manschappen in te lichten. Met de inboorlingen +rondom stond Stanley thans op den besten voet, daar hij hen bijstond in hun strijd +tegen koning Kabba-Rega. Het kamp der karavaan was intusschen zoo groot als een stad +geworden en werd door de dankbare inboorlingen uitnemend geproviandeerd. +</p> +<p>Den 10den April was Stanley gereed. Nu begon het eigenlijke ontzet van Emin, de marsch +der vereenigde troepen naar de kust. Stanley’s troepen waren thans 460 man sterk, +die van Emin 600, dat was alles wat overbleef van de 10.000 man waarop de gouverneur +in goed vertrouwen gemeend had te kunnen rekenen! En ook dezen bleven hem nog niet +eens allen getrouw, ze deserteerden bij troepen. +</p> +<p>Nog eenmaal scheen het ontzet van Emin gevaar te loopen! Den 13den April werd Stanley +zwaar ziek, evenals zijn arts en Jephson; zoodat de marsch een langen tijd onderbroken +moest worden. Eerst den 8sten Mei kon men verder trekken. +</p> +<p>De groote karavaan trok langs den voet van een der machtigste sneeuwbergen van Afrika, +de Roewenzori, welks top Stanley reeds in 1888 als eerste Europeaan aanschouwd had, +en die later in 1906 door den hertog der Abruzzen voor het eerst bestegen werd. Achter +Boekolo stiet men weer op Arabische rooversbenden, waarmee men, tengevolge van een +misverstand, slaags raakte. Ook met de mannen van Kabba-Rega had Stanley menige schermutseling, +terwijl door het slechte weer bijna de geheele karavaan aan koorts leed! +</p> +<p>Den 4den Juli had men eindelijk de uitgestrekte vlakte voor zich, die zich uitstrekt +van Eduard-Niansa tot aan de kust. Na een marsch van vijf maanden kwam een expeditie +<span class="pageNum" id="pb285">[<a href="#pb285">285</a>]</span>den 4den December te Bagamoyo tegenover Zanzibar. Reeds in Mpoeapoea waren ze door +den keizerlijken commissaris van Duitsch-Oost-Afrika, majoor Wissmann, verwelkomd. +Bij een feestbanket dat ter eere van redders en geredden te Bagamoyo gegeven werd, +kreeg Emin pacha nog, tengevolge van zijn bijziendheid een ongeluk, daar hij uit een +raam viel! +</p> +<p>Na zijn genezing trad hij den 7den April in dienst van het Duitsche rijk, maar het +was hem slechts twee en een half jaar vergund zijn bekwaamheid en ervaringen in dienst +te stellen van de Duitsche koloniën in Afrika. Uit de handen der Mahdisten hadden +Stanley’s moed en volharding hem ten koste van driehonderd menschenlevens bevrijd. +En thans viel de voormalige gouverneur van Aequatoria op een reis in het binnenland +in handen van vijandelijke Arabieren, en werd door hen den 23sten October 1892, vermoord, +een bittere ironie der wereldgeschiedenis. +</p> +<p>Slechts zijn dochtertje Ferida, wier moeder een Abessynische was, keerde naar Europa +terug, en leeft nog heden onder ons. +</p> +<p>Hiermede besluiten we onze tweede reis „Van Pool tot Pool”. Maar we ontmoeten elkaar +weder in het „Zwarte Werelddeel” om ons van daar uit over Spanje met Columbus naar +de nieuwe wereld in te schepen en om tenslotte ook het „zesde werelddeel” de Zuidpool +te bezoeken. Alzoo: „tot weerziens!” +<span class="pageNum" id="pb286">[<a href="#pb286">286</a>]</span></p> +</div> +</div> +</div> +<div class="back"> +<div id="toc" class="div1 contents"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> +<h2 class="main">INHOUD.</h2> +<table class="tocList"> +<tr> +<td class="tocDivNum">1.</td> +<td class="tocDivTitle"> <a href="#ch1" id="xd33e2821">Naar het land van de Middernachtzon</a> </td> +<td class="tocPageNum">3</td> +</tr> +<tr> +<td class="tocDivNum">2.</td> +<td class="tocDivTitle"> <a href="#ch2" id="xd33e2830">Aan de Noordkaap</a> </td> +<td class="tocPageNum">7</td> +</tr> +<tr> +<td class="tocDivNum">3.</td> +<td class="tocDivTitle"> <a href="#ch3" id="xd33e2839">De Pooltocht van Franklin</a> </td> +<td class="tocPageNum">11</td> +</tr> +<tr> +<td class="tocDivNum">4.</td> +<td class="tocDivTitle"> <a href="#ch4" id="xd33e2848">De dood van den Admiraal</a> </td> +<td class="tocPageNum">14</td> +</tr> +<tr> +<td class="tocDivNum">5.</td> +<td class="tocDivTitle"> <a href="#ch5" id="xd33e2857">In nacht en ijs</a> </td> +<td class="tocPageNum">19</td> +</tr> +<tr> +<td class="tocDivNum">6.</td> +<td class="tocDivTitle"> <a href="#ch6" id="xd33e2866">De tocht naar de Doodenbaai</a> </td> +<td class="tocPageNum">23</td> +</tr> +<tr> +<td class="tocDivNum">7.</td> +<td class="tocDivTitle"> <a href="#ch7" id="xd33e2875">Het bericht der Eskimo’s</a> </td> +<td class="tocPageNum">27</td> +</tr> +<tr> +<td class="tocDivNum">8.</td> +<td class="tocDivTitle"> <a href="#ch8" id="xd33e2884">Aan de Oostkust van Groenland</a> </td> +<td class="tocPageNum">30</td> +</tr> +<tr> +<td class="tocDivNum">9.</td> +<td class="tocDivTitle"> <a href="#ch9" id="xd33e2893">Door ijsberen aangevallen</a> </td> +<td class="tocPageNum">36</td> +</tr> +<tr> +<td class="tocDivNum">10.</td> +<td class="tocDivTitle"> <a href="#ch10" id="xd33e2902">Tweehonderd dagen op een ijsschots</a> </td> +<td class="tocPageNum">40</td> +</tr> +<tr> +<td class="tocDivNum">11.</td> +<td class="tocDivTitle"> <a href="#ch11" id="xd33e2911">Een Gordon-Bennettvaart naar de Noordpool</a> </td> +<td class="tocPageNum">48</td> +</tr> +<tr> +<td class="tocDivNum">12.</td> +<td class="tocDivTitle"> <a href="#ch12" id="xd33e2921">De ondergang der „Jeannette”</a> </td> +<td class="tocPageNum">51</td> +</tr> +<tr> +<td class="tocDivNum">13.</td> +<td class="tocDivTitle"> <a href="#ch13" id="xd33e2930">Door de ijswoestijn</a> </td> +<td class="tocPageNum">57</td> +</tr> +<tr> +<td class="tocDivNum">14.</td> +<td class="tocDivTitle"> <a href="#ch14" id="xd33e2939">De doodenmarsch van De Long</a> </td> +<td class="tocPageNum">60</td> +</tr> +<tr> +<td class="tocDivNum">15.</td> +<td class="tocDivTitle"> <a href="#ch15" id="xd33e2948">Fridtjof Nansen</a> </td> +<td class="tocPageNum">68</td> +</tr> +<tr> +<td class="tocDivNum">16.</td> +<td class="tocDivTitle"> <a href="#ch16" id="xd33e2957">Op sneeuwschoenen en met hondensleden naar de Noordpool</a> </td> +<td class="tocPageNum">72</td> +</tr> +<tr> +<td class="tocDivNum">17.</td> +<td class="tocDivTitle"> <a href="#ch17" id="xd33e2966">Een overwintering</a> </td> +<td class="tocPageNum">76</td> +</tr> +<tr> +<td class="tocDivNum">18.</td> +<td class="tocDivTitle"> <a href="#ch18" id="xd33e2975">Een avontuur in de Kajak</a> </td> +<td class="tocPageNum">80</td> +</tr> +<tr> +<td class="tocDivNum">19.</td> +<td class="tocDivTitle"> <a href="#ch19" id="xd33e2984">Nansen’s gelukkige terugkeer</a> </td> +<td class="tocPageNum">82</td> +</tr> +<tr> +<td class="tocDivNum">20.</td> +<td class="tocDivTitle"> <a href="#ch20" id="xd33e2993">Per luchtballon naar de Noordpool</a> </td> +<td class="tocPageNum">84</td> +</tr> +<tr> +<td class="tocDivNum">21.</td> +<td class="tocDivTitle"> <a href="#ch21" id="xd33e3002">Voor de opstijging</a> </td> +<td class="tocPageNum">88</td> +</tr> +<tr> +<td class="tocDivNum">22.</td> +<td class="tocDivTitle"> <a href="#ch22" id="xd33e3011">„Alles klaar!”</a> </td> +<td class="tocPageNum">91</td> +</tr> +<tr> +<td class="tocDivNum">23.</td> +<td class="tocDivTitle"> <a href="#ch23" id="xd33e3021">Het lot van Andrée</a> </td> +<td class="tocPageNum">94</td> +</tr> +<tr> +<td class="tocDivNum">24.</td> +<td class="tocDivTitle"> <a href="#ch24" id="xd33e3030">In Hamburg bij Hagenbeck</a> <span class="pageNum" id="pb287">[<a href="#pb287">287</a>]</span></td> +<td class="tocPageNum">98</td> +</tr> +<tr> +<td class="tocDivNum">25.</td> +<td class="tocDivTitle"> <a href="#ch25" id="xd33e3040">In het gewoel der wereldstad</a> </td> +<td class="tocPageNum">102</td> +</tr> +<tr> +<td class="tocDivNum">26.</td> +<td class="tocDivTitle"> <a href="#ch26" id="xd33e3049">Tocht op de Theems</a> </td> +<td class="tocPageNum">106</td> +</tr> +<tr> +<td class="tocDivNum">27.</td> +<td class="tocDivTitle"> <a href="#ch27" id="xd33e3058">Twee dagen in het Britsch museum</a> </td> +<td class="tocPageNum">108</td> +</tr> +<tr> +<td class="tocDivNum">28.</td> +<td class="tocDivTitle"> <a href="#ch28" id="xd33e3067">In Londen’s armenwijk</a> </td> +<td class="tocPageNum">110</td> +</tr> +<tr> +<td class="tocDivNum">29.</td> +<td class="tocDivTitle"> <a href="#ch29" id="xd33e3076">Van Londen naar Parijs</a> </td> +<td class="tocPageNum">113</td> +</tr> +<tr> +<td class="tocDivNum">30.</td> +<td class="tocDivTitle"> <a href="#ch30" id="xd33e3085">Een wandeling door de Seinestad</a> </td> +<td class="tocPageNum">115</td> +</tr> +<tr> +<td class="tocDivNum">31.</td> +<td class="tocDivTitle"> <a href="#ch31" id="xd33e3094">Het graf van Napoleon</a> </td> +<td class="tocPageNum">118</td> +</tr> +<tr> +<td class="tocDivNum">32.</td> +<td class="tocDivTitle"> <a href="#ch32" id="xd33e3103">Aan den oever van het Meer van Genève</a> </td> +<td class="tocPageNum">124</td> +</tr> +<tr> +<td class="tocDivNum">33.</td> +<td class="tocDivTitle"> <a href="#ch33" id="xd33e3112">De lagunenstad</a> </td> +<td class="tocPageNum">127</td> +</tr> +<tr> +<td class="tocDivNum">34.</td> +<td class="tocDivTitle"> <a href="#ch34" id="xd33e3122">Dwars door Italië</a> </td> +<td class="tocPageNum">130</td> +</tr> +<tr> +<td class="tocDivNum">35.</td> +<td class="tocDivTitle"> <a href="#ch35" id="xd33e3131">De eeuwige stad</a> </td> +<td class="tocPageNum">133</td> +</tr> +<tr> +<td class="tocDivNum">36.</td> +<td class="tocDivTitle"> <a href="#ch36" id="xd33e3140">Paus Pius X</a> </td> +<td class="tocPageNum">135</td> +</tr> +<tr> +<td class="tocDivNum">37.</td> +<td class="tocDivTitle"> <a href="#ch37" id="xd33e3149">„Brood en spelen”</a> </td> +<td class="tocPageNum">137</td> +</tr> +<tr> +<td class="tocDivNum">38.</td> +<td class="tocDivTitle"> <a href="#ch38" id="xd33e3158">In de catacomben</a> </td> +<td class="tocPageNum">142</td> +</tr> +<tr> +<td class="tocDivNum">39.</td> +<td class="tocDivTitle"> <a href="#ch39" id="xd33e3167">Pompeji</a> </td> +<td class="tocPageNum">145</td> +</tr> +<tr> +<td class="tocDivNum">40.</td> +<td class="tocDivTitle"> <a href="#ch40" id="xd33e3176">Onder de asch van den Vesuvius</a> </td> +<td class="tocPageNum">148</td> +</tr> +<tr> +<td class="tocDivNum">41.</td> +<td class="tocDivTitle"> <a href="#ch41" id="xd33e3185">Egypte</a> </td> +<td class="tocPageNum">152</td> +</tr> +<tr> +<td class="tocDivNum">42.</td> +<td class="tocDivTitle"> <a href="#ch42" id="xd33e3194">Met Gordon den Nijl op</a> </td> +<td class="tocPageNum">155</td> +</tr> +<tr> +<td class="tocDivNum">43.</td> +<td class="tocDivTitle"> <a href="#ch43" id="xd33e3203">De Witte Pacha</a> </td> +<td class="tocPageNum">158</td> +</tr> +<tr> +<td class="tocDivNum">44.</td> +<td class="tocDivTitle"> <a href="#ch44" id="xd33e3212">De ontruiming van Soedan</a> </td> +<td class="tocPageNum">163</td> +</tr> +<tr> +<td class="tocDivNum">45.</td> +<td class="tocDivTitle"> <a href="#ch45" id="xd33e3222">In de macht van den Mahdi</a> </td> +<td class="tocPageNum">165</td> +</tr> +<tr> +<td class="tocDivNum">46.</td> +<td class="tocDivTitle"> <a href="#ch46" id="xd33e3231">Het dagboek van Gordon</a> </td> +<td class="tocPageNum">168</td> +</tr> +<tr> +<td class="tocDivNum">47.</td> +<td class="tocDivTitle"> <a href="#ch47" id="xd33e3240">De val van Chartoem en het einde van Gordon</a> </td> +<td class="tocPageNum">172</td> +</tr> +<tr> +<td class="tocDivNum">48.</td> +<td class="tocDivTitle"> <a href="#ch48" id="xd33e3249">De veldtocht van Kitchener in Soedan</a> </td> +<td class="tocPageNum">179</td> +</tr> +<tr> +<td class="tocDivNum">49.</td> +<td class="tocDivTitle"> <a href="#ch49" id="xd33e3258">De struisvogel</a> </td> +<td class="tocPageNum">182</td> +</tr> +<tr> +<td class="tocDivNum">50.</td> +<td class="tocDivTitle"> <a href="#ch50" id="xd33e3267">Leeuwenjacht</a> </td> +<td class="tocPageNum">185</td> +</tr> +<tr> +<td class="tocDivNum">51.</td> +<td class="tocDivTitle"> <a href="#ch51" id="xd33e3276">Het nijlpaard</a> </td> +<td class="tocPageNum">192</td> +</tr> +<tr> +<td class="tocDivNum">52.</td> +<td class="tocDivTitle"> <a href="#ch52" id="xd33e3285">David Livingstone</a> </td> +<td class="tocPageNum">195</td> +</tr> +<tr> +<td class="tocDivNum">53.</td> +<td class="tocDivTitle"> <a href="#ch53" id="xd33e3294">De ontdekking van het Ngami-meer</a> </td> +<td class="tocPageNum">200</td> +</tr> +<tr> +<td class="tocDivNum">54.</td> +<td class="tocDivTitle"> <a href="#ch54" id="xd33e3303">Van kust tot kust</a> </td> +<td class="tocPageNum">203</td> +</tr> +<tr> +<td class="tocDivNum">55.</td> +<td class="tocDivTitle"> <a href="#ch55" id="xd33e3312">De apostel van Afrika</a> </td> +<td class="tocPageNum">209</td> +</tr> +<tr> +<td class="tocDivNum">56.</td> +<td class="tocDivTitle"> <a href="#ch56" id="xd33e3322">Hoe Stanley Livingstone vond</a> </td> +<td class="tocPageNum">216</td> +</tr> +<tr> +<td class="tocDivNum">57.</td> +<td class="tocDivTitle"> <a href="#ch57" id="xd33e3331">De laatste reis van Livingstone</a> <span class="pageNum" id="pb288">[<a href="#pb288">288</a>]</span></td> +<td class="tocPageNum">224</td> +</tr> +<tr> +<td class="tocDivNum">58.</td> +<td class="tocDivTitle"> <a href="#ch58" id="xd33e3341">De lijkstoet van een held</a> </td> +<td class="tocPageNum">229</td> +</tr> +<tr> +<td class="tocDivNum">59.</td> +<td class="tocDivTitle"> <a href="#ch59" id="xd33e3350">Door het donkere werelddeel</a> </td> +<td class="tocPageNum">232</td> +</tr> +<tr> +<td class="tocDivNum">60.</td> +<td class="tocDivTitle"> <a href="#ch60" id="xd33e3359">Oorlogen met de inboorlingen</a> </td> +<td class="tocPageNum">237</td> +</tr> +<tr> +<td class="tocDivNum">61.</td> +<td class="tocDivTitle"> <a href="#ch61" id="xd33e3368">Over de congo-vallen</a> </td> +<td class="tocPageNum">239</td> +</tr> +<tr> +<td class="tocDivNum">62.</td> +<td class="tocDivTitle"> <a href="#ch62" id="xd33e3377">„Boela Matari, de steenbreker”</a> </td> +<td class="tocPageNum">242</td> +</tr> +<tr> +<td class="tocDivNum">63.</td> +<td class="tocDivTitle"> <a href="#ch63" id="xd33e3386">De laatste gouverneur van Gordon</a> </td> +<td class="tocPageNum">246</td> +</tr> +<tr> +<td class="tocDivNum">64.</td> +<td class="tocDivTitle"> <a href="#ch64" id="xd33e3395">Honderd zestig dagen in het oerwoud</a> </td> +<td class="tocPageNum">250</td> +</tr> +<tr> +<td class="tocDivNum">65.</td> +<td class="tocDivTitle"> <a href="#ch65" id="xd33e3404">Op zoek naar Emin Pacha</a> </td> +<td class="tocPageNum">255</td> +</tr> +<tr> +<td class="tocDivNum">66.</td> +<td class="tocDivTitle"> <a href="#ch66" id="xd33e3413">Het lot van de achterhoede</a> </td> +<td class="tocPageNum">260</td> +</tr> +<tr> +<td class="tocDivNum">67.</td> +<td class="tocDivTitle"> <a href="#ch67" id="xd33e3423">Gered uit de handen der rebellen</a> </td> +<td class="tocPageNum">265</td> +</tr> +</table> +</div> +</div> +<div class="div1 cover"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody"> +<p class="first"></p> +<div class="figure spine2width"><img src="images/spine2.jpg" alt="Oorspronkelijke rug." width="144" height="720"></div><p> +</p> +<p> +</p> +<p></p> +<div class="figure back2width"><img src="images/back2.jpg" alt="Oorspronkelijke achterkant." width="549" height="720"></div><p> +</p> +</div> +</div> +<div class="transcriberNote"> +<h2 class="main">Colofon</h2> +<h3 class="main">Codering</h3> +<p>Dit boek is weergegeven in oorspronkelijke schrijfwijze. Afgebroken woorden aan het +einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld. Kennelijke zetfouten in het origineel +zijn verbeterd. Deze verbeteringen zijn aangegeven in de colofon aan het einde van +dit boek.</p> +<h3 class="main">Documentgeschiedenis</h3> +<ul> +<li>2025-09-20 Begonnen. +</li> +</ul> +<h3 class="main">Verbeteringen</h3> +<p>De volgende 98 verbeteringen zijn aangebracht in de tekst:</p> +<table class="correctionTable"> +<tr> +<th>Bladzijde</th> +<th>Bron</th> +<th>Verbetering</th> +<th>Bewerkingsafstand</th> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e142">4</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">Luleâ</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">Luleå</td> +<td class="bottom">1 / 0</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e155">5</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">Poolcirkels</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">Poolcirkel</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e168">7</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">Azie</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">Azië</td> +<td class="bottom">1 / 0</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e179">7</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="sv">Riksgraensen</td> +<td class="width40 bottom" lang="sv">Riksgränsen</td> +<td class="bottom">2 / 1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e198">10</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">dagelijk</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">dagelijks</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e367">30</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">zuk</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">zulk</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e370">30</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">1970</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">1870</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e373">30</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">13</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">13de</td> +<td class="bottom">2</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e458">43</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">paralel</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">parallel</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e487">47</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">voor</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">door</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e544">54</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">noord-westtelijk</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">noord-westelijk</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e572">57</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">perstte</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">perste</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e583">58</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">á</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">à</td> +<td class="bottom">1 / 0</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e612">61</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">kesseleilanden</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">Kesseleilanden</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e625">62</a>, <a class="pageref" href="#xd33e1519">149</a>, <a class="pageref" href="#xd33e2191">227</a>, <a class="pageref" href="#xd33e2247">231</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl"> +[<i>Niet in bron</i>] +</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">,</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e642">64</a>, <a class="pageref" href="#xd33e878">87</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">.</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">,</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e655">66</a>, <a class="pageref" href="#xd33e664">66</a>, <a class="pageref" href="#xd33e673">67</a>, <a class="pageref" href="#xd33e680">68</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">Ninderman</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">Nindermann</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e753">75</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">bsloot</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">besloot</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e858">86</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">leven</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">levend</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e884">87</a>, <a class="pageref" href="#xd33e962">94</a>, <a class="pageref" href="#xd33e969">94</a>, <a class="pageref" href="#xd33e1041">100</a>, <a class="pageref" href="#xd33e2204">228</a>, <a class="pageref" href="#xd33e2765">281</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl"> +[<i>Niet in bron</i>] +</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">”</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e897">88</a>, <a class="pageref" href="#xd33e2202">228</a>, <a class="pageref" href="#xd33e2477">251</a>, <a class="pageref" href="#xd33e2689">275</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl"> +[<i>Niet in bron</i>] +</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">„</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e899">88</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">Trosmö</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">Tromsö</td> +<td class="bottom">2</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e949">93</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">daarimmers</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">daar immers</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1022">98</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">ANDREE</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">ANDRÉE</td> +<td class="bottom">1 / 0</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1069">103</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">menageriën</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">menagerieën</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1075">103</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">rontswanden</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">rotswanden</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1139">111</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">redactiebureau’s</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">redactiebureaus</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1172">114</a>, <a class="pageref" href="#xd33e1539">150</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">,</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">;</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1266">123</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">Champes</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">Champs</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1271">123</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">boulogne</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">Boulogne</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1278">124</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">d’Jéna</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">d’Iéna</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1359">132</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">herinnneringen</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">herinneringen</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1366">133</a>, <a class="pageref" href="#xd33e1728">171</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl"> +[<i>Niet in bron</i>] +</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">.</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1394">136</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">Bendramin-Calergi</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">Vendramin Calergi</td> +<td class="bottom">2</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1397">136</a>, <a class="pageref" href="#xd33e1403">136</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">de’</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">dei</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1400">136</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">Ca Doro</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">Ca’ d’Oro</td> +<td class="bottom">4</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1407">136</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">Ponto</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">Ponte</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1415">137</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">Piazetta</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">Piazzetta</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1420">137</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">melodiën</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">melodieën</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1464">142</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">grodvestte</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">grondvestte</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1525">149</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">Fakkels</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">fakkels</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1566">152</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">Latijnsch</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">Latijn</td> +<td class="bottom">3</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1641">161</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">vanwelker</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">van welker</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1672">165</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">Langs</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">langs</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1687">166</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">stroomafwaarts</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">stroomopwaarts</td> +<td class="bottom">2</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1780">177</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">bekleeden</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">bekleedde</td> +<td class="bottom">2</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1893">191</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">Zij</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">Zijn</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1911">193</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">Septembtr</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">September</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1937">195</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">twee-en-een halven</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">twee-en-een-halven</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1940">195</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl"> +[<i>Niet in bron</i>] +</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">zij </td> +<td class="bottom">4</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1992">202</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">triumf</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">triomf</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e2024">206</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">duidtde</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">duidt de</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e2082">214</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">’</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">”</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e2121">219</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">begroetten</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">begroeten</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e2126">219</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">Westkust</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">Oostkust</td> +<td class="bottom">2</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e2136">220</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl"> +[<i>Niet in bron</i>] +</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">zou </td> +<td class="bottom">4</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e2184">226</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">bij gewoond</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">bijgewoond</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e2218">228</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">woordden</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">woorden</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e2279">235</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">Tangajika meer</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">Tangajika-meer</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e2333">239</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">reus</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">reis</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e2341">240</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">onvoldoend</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">onvoldoende</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e2368">242</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">beid</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">bed</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e2375">242</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">Tschiema</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">Tschoema</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e2400">245</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">indentiteit</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">identiteit</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e2425">248</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">gewldige</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">geweldige</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e2428">248</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">woudvoelden</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">woud voelden</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e2435">249</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">o mde</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">om de</td> +<td class="bottom">2</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e2443">249</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">mjj</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">mij</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e2455">250</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">o-hoe hoe</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">o-hoe-hoe</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e2562">261</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">overwinnigs-trofeeën</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">overwinnings-trofeeën</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e2574">262</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">,</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">.</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e2577">262</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">Aaquator</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">Aequator</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e2588">263</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">Zanziber</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">Zanzibar</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e2627">268</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">regel</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">regen</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e2660">272</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">Ibwirri</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">Ibwiri</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e2663">272</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">verwoestte</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">verwoestten</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e2691">275</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">nagegenoeg</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">nagenoeg</td> +<td class="bottom">2</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e2709">276</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">invalieden</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">invaliden</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e2755">280</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">Diep</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">Diepe</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e2791">283</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">rebbellen</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">rebellen</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +</table> +</div> +</div> +<div style='text-align:center'>*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 76913 ***</div> +</body> +</html> + diff --git a/76913-h/images/back2.jpg b/76913-h/images/back2.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..a9771a1 --- /dev/null +++ b/76913-h/images/back2.jpg diff --git a/76913-h/images/front2.jpg b/76913-h/images/front2.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..bf9fea3 --- /dev/null +++ b/76913-h/images/front2.jpg diff --git a/76913-h/images/p017.png b/76913-h/images/p017.png Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..a986eaf --- /dev/null +++ b/76913-h/images/p017.png diff --git a/76913-h/images/p032.jpg b/76913-h/images/p032.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..cd058e3 --- /dev/null +++ b/76913-h/images/p032.jpg diff --git a/76913-h/images/p033.jpg b/76913-h/images/p033.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..a4c8402 --- /dev/null +++ b/76913-h/images/p033.jpg diff --git a/76913-h/images/p064.jpg b/76913-h/images/p064.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..b51e241 --- /dev/null +++ b/76913-h/images/p064.jpg diff --git a/76913-h/images/p065.jpg b/76913-h/images/p065.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..deb1c82 --- /dev/null +++ b/76913-h/images/p065.jpg diff --git a/76913-h/images/p104.jpg b/76913-h/images/p104.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..a3c7e86 --- /dev/null +++ b/76913-h/images/p104.jpg diff --git a/76913-h/images/p105-1.jpg b/76913-h/images/p105-1.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..d858fe5 --- /dev/null +++ b/76913-h/images/p105-1.jpg diff --git a/76913-h/images/p105-2.jpg b/76913-h/images/p105-2.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..8ee34db --- /dev/null +++ b/76913-h/images/p105-2.jpg diff --git a/76913-h/images/p120.jpg b/76913-h/images/p120.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..888b40d --- /dev/null +++ b/76913-h/images/p120.jpg diff --git a/76913-h/images/p121-1.jpg b/76913-h/images/p121-1.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..ceb789d --- /dev/null +++ b/76913-h/images/p121-1.jpg diff --git a/76913-h/images/p121-2.jpg b/76913-h/images/p121-2.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..74b7b39 --- /dev/null +++ b/76913-h/images/p121-2.jpg diff --git a/76913-h/images/p122.png b/76913-h/images/p122.png Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..ee3d3c8 --- /dev/null +++ b/76913-h/images/p122.png diff --git a/76913-h/images/p144.jpg b/76913-h/images/p144.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..d7db601 --- /dev/null +++ b/76913-h/images/p144.jpg diff --git a/76913-h/images/p145.jpg b/76913-h/images/p145.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..6e153a8 --- /dev/null +++ b/76913-h/images/p145.jpg diff --git a/76913-h/images/p154.png b/76913-h/images/p154.png Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..6c00f1a --- /dev/null +++ b/76913-h/images/p154.png diff --git a/76913-h/images/p176.jpg b/76913-h/images/p176.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..898534b --- /dev/null +++ b/76913-h/images/p176.jpg diff --git a/76913-h/images/p177.jpg b/76913-h/images/p177.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..b95281a --- /dev/null +++ b/76913-h/images/p177.jpg diff --git a/76913-h/images/p192.jpg b/76913-h/images/p192.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..c4e3714 --- /dev/null +++ b/76913-h/images/p192.jpg diff --git a/76913-h/images/p193.jpg b/76913-h/images/p193.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..7b6cb04 --- /dev/null +++ b/76913-h/images/p193.jpg diff --git a/76913-h/images/p256.jpg b/76913-h/images/p256.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..3030037 --- /dev/null +++ b/76913-h/images/p256.jpg diff --git a/76913-h/images/p257.jpg b/76913-h/images/p257.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..ee07741 --- /dev/null +++ b/76913-h/images/p257.jpg diff --git a/76913-h/images/spine2.jpg b/76913-h/images/spine2.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..7f3ffc7 --- /dev/null +++ b/76913-h/images/spine2.jpg diff --git a/76913-h/images/titlepage.png b/76913-h/images/titlepage.png Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..5d96379 --- /dev/null +++ b/76913-h/images/titlepage.png diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt new file mode 100644 index 0000000..6312041 --- /dev/null +++ b/LICENSE.txt @@ -0,0 +1,11 @@ +This eBook, including all associated images, markup, improvements, +metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be +in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES. + +Procedures for determining public domain status are described in +the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org. + +No investigation has been made concerning possible copyrights in +jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize +this eBook outside of the United States should confirm copyright +status under the laws that apply to them. diff --git a/README.md b/README.md new file mode 100644 index 0000000..12cc813 --- /dev/null +++ b/README.md @@ -0,0 +1,2 @@ +Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for eBook #76913 +(https://www.gutenberg.org/ebooks/76913) |
