summaryrefslogtreecommitdiff
diff options
context:
space:
mode:
authorpgww <pgww@lists.pglaf.org>2025-09-22 15:22:02 -0700
committerpgww <pgww@lists.pglaf.org>2025-09-22 15:22:02 -0700
commitb26be9df84f151e9a137971f969e470749aca1fc (patch)
treea71cd9fef64103ef242e407bc81e8b7416ebe9c7
Update for 76913HEADmain
-rw-r--r--.gitattributes3
-rw-r--r--76913-0.txt10650
-rw-r--r--76913-h/76913-h.htm10402
-rw-r--r--76913-h/images/back2.jpgbin0 -> 186076 bytes
-rw-r--r--76913-h/images/front2.jpgbin0 -> 288915 bytes
-rw-r--r--76913-h/images/p017.pngbin0 -> 275427 bytes
-rw-r--r--76913-h/images/p032.jpgbin0 -> 305790 bytes
-rw-r--r--76913-h/images/p033.jpgbin0 -> 301418 bytes
-rw-r--r--76913-h/images/p064.jpgbin0 -> 281896 bytes
-rw-r--r--76913-h/images/p065.jpgbin0 -> 269782 bytes
-rw-r--r--76913-h/images/p104.jpgbin0 -> 294514 bytes
-rw-r--r--76913-h/images/p105-1.jpgbin0 -> 253370 bytes
-rw-r--r--76913-h/images/p105-2.jpgbin0 -> 245875 bytes
-rw-r--r--76913-h/images/p120.jpgbin0 -> 338869 bytes
-rw-r--r--76913-h/images/p121-1.jpgbin0 -> 250431 bytes
-rw-r--r--76913-h/images/p121-2.jpgbin0 -> 277260 bytes
-rw-r--r--76913-h/images/p122.pngbin0 -> 202258 bytes
-rw-r--r--76913-h/images/p144.jpgbin0 -> 273994 bytes
-rw-r--r--76913-h/images/p145.jpgbin0 -> 334642 bytes
-rw-r--r--76913-h/images/p154.pngbin0 -> 289300 bytes
-rw-r--r--76913-h/images/p176.jpgbin0 -> 316262 bytes
-rw-r--r--76913-h/images/p177.jpgbin0 -> 415088 bytes
-rw-r--r--76913-h/images/p192.jpgbin0 -> 328193 bytes
-rw-r--r--76913-h/images/p193.jpgbin0 -> 304672 bytes
-rw-r--r--76913-h/images/p256.jpgbin0 -> 317848 bytes
-rw-r--r--76913-h/images/p257.jpgbin0 -> 312502 bytes
-rw-r--r--76913-h/images/spine2.jpgbin0 -> 63348 bytes
-rw-r--r--76913-h/images/titlepage.pngbin0 -> 37537 bytes
-rw-r--r--LICENSE.txt11
-rw-r--r--README.md2
30 files changed, 21068 insertions, 0 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes
new file mode 100644
index 0000000..6833f05
--- /dev/null
+++ b/.gitattributes
@@ -0,0 +1,3 @@
+* text=auto
+*.txt text
+*.md text
diff --git a/76913-0.txt b/76913-0.txt
new file mode 100644
index 0000000..a8f4bf2
--- /dev/null
+++ b/76913-0.txt
@@ -0,0 +1,10650 @@
+
+*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 76913 ***
+
+
+
+
+
+ SVEN HEDIN
+
+
+ VAN POOL TOT POOL.
+
+ TWEEDE REIS.
+
+ VAN DE NOORDPOOL NAAR DEN AEQUATOR.
+
+
+ GEAUTORISEERDE UITGAVE.
+
+
+ W. DE HAAN—UTRECHT.
+
+
+
+
+
+
+
+
+1. NAAR HET LAND VAN DE MIDDERNACHTZON.
+
+
+Na even uitgerust te hebben van onzen tocht door Azië, kiezen wij het
+hooge Noorden voor ons volgend doel. Wij zijn in Stockholm in den
+spoortrein gestapt en als wij op het achterbalkon van den laatsten
+wagen gaan staan, schitteren ons de metalen rails tegemoet, die
+Stockholm met Narvik in het hooge Noorden van Noorwegen verbinden. Stil
+droomerig ligt het landschap om ons heen in den helderen avond. De uren
+gaan voorbij, wij schrijven 27 Juni, den tijd van de heldere nachten.
+Wie kan dan het besluit nemen, te gaan slapen? Nu eens wordt de blik
+geboeid door een klein meer, op welks landtongen en eilandjes jonge
+pijnboomen als in den slaap knikken, dan weer groene weiden, aan welker
+uitersten rand een reeks witte berkestammen scherp tegen de duisternis
+van het dennenbosch afsteekt.
+
+Den volgenden morgen zijn wij reeds midden in het land der
+onuitputtelijke bosschen en der zaagwerken. Overal dennen, sparren en
+berken, de meren en rivieren bedekt met drijvende houtblokken en
+vlotten. De nabijgelegen hoogten flikkeren in krachtige, groene tinten;
+daarachter verdwijnt alles meer en meer in diep blauw. Dikwijls
+strekken zich tusschen de heuvels vlakke veenstreken uit, omlijst door
+boomen, die er als verschrompelde dwergjes uitzien. Wel is dit land
+mijlen ver tot naar het Noorden eentonig, maar toch kunnen wij er onze
+oogen niet van afhouden; de teere lijnen en tinten en de wazige,
+trillende spiegelbeelden van het landschap in de heldere golven der
+blauwe meren stellen volop schadeloos, voor de grootscher bekoring van
+het hooggebergte, dat ver in het Westen blijft liggen.
+
+Wij hebben reeds meer dan de helft van den weg achter ons en houden ’s
+avonds te Boden stil, vanwaar wij een uitstapje maken naar Luleå aan de
+Bottnische golf. Op den weg naar de kust wordt het bosch weer dichter
+en hooger en spoedig wandelen wij door de straten van Luleâ, de
+hoofdstad van Norrbotten, die na den laatsten verwoestenden brand nieuw
+en voornaam is verrezen. De alleeën van berken in de grootere straten
+zijn niet minder betooverend dan de palmen in Singapore. In het Noorden
+glinsteren de randen der wolken in verblindend purper. Maar welk een
+eenzaamheid! Het is klaarlichte dag en toch is er niemand op straat? Is
+de stad verlaten of betooverd? De klok lost het raadsel op; het is
+middernacht!
+
+Een kleine stoomboot brengt ons den volgenden morgen naar het eiland
+Svartö, en spoedig staan wij op een geweldige houten brug, die zich
+zestien meter boven den waterspiegel verheft. Aan beide zijden ligt een
+stoomboot met erts voor anker, en nu komt op de brug een trein
+aangerold. Elk van zijn wagens bevat dertig ton erts. Zoodra de eerste
+zich boven een opening in de brug bevindt, slaat zijn bodem naar
+beneden open. Met oorverdoovend geraas stort het erts in een met
+geslagen plaatijzer bedekte goot om in het ruim van een der schepen te
+verdwenen. Zoo wordt de eene wagen na den anderen geledigd, de eene
+trein na den anderen, en elk uur dalen duizenden tonnen erts in het
+binnenste van een schip. Zoodra het geladen is, stoomt het naar eene
+vreemde haven, bijv. Rotterdam, vanwaar het erts naar de groote
+metaalgieterijen in Westfalen wordt verzonden.
+
+Al dit ijzererts komt uit Gellivara en den Malmberg.
+
+Als ’s winters de scheepvaart heeft opgehouden, wordt het op de kade
+opgestapeld; daar liggen dan ongeveer 600.000 ton. Hier op Svartö
+vloeit een der twee ertsstroomen van Norrland, de andere gaat over
+Narvik in Noorwegen en is nog geweldiger, want daar vloeit het erts het
+geheele jaar door en keert als goudstroom terug.
+
+Te Boden bereiken wij weer onzen trein en richten ons nu meer
+noord-noord-west naar Lapland. Geen gebergte, geen rivieren. De
+spoorweg slingert zich tusschen eindelooze moerassen en veengronden,
+waaruit kleine, ronde heuvels als eilanden uitsteken.
+
+Maar denkt niet, dat deze veengronden waardelooze woestenijen zijn,
+waarin de spoorweg-stations schaarsche oasen vormen. Zij zijn een
+kapitaal voor de toekomst, want daaruit wordt zooveel turf gewonnen,
+dat ze den tegenwoordigen steenkoleninvoer, voor geheel Zweden
+gedurende tweehonderd jaar kan vervangen!
+
+Het woud krimpt meer en meer in. De dennen zijn zoo klein, dat ze
+ternauwernood voor kerstboompjes deugen, hun korte takken liggen vlak
+tegen den stam. Maar zij staan zoo dicht tegen elkaar, alsof een leger
+dwergen, dat men naar het Noorden heeft gejaagd, opeendrong, om zich
+gedurende den winter wederkeerig te verwarmen. Zij streven naar de zon,
+maar kunnen zich niet verheffen, en blijven verschrompeld, mager en
+ellendig. In den winter verdwijnen zij geheel onder opgewaaide sneeuw.
+
+Schril gilt de stoomfluit der locomotief over het zwijgende dwergwoud.
+Daardoor maakt de machinist ons opmerkzaam op een merkwaardigheid. Op
+twee witte borden rechts en links, staat in groote, zwarte letters
+„Poolcirkel”. Hier zijn wij dus in de Poolstreek, waar de langste dag
+des zomers, zoowel als de langste nacht ’s winters vier en twintig uren
+duurt. Van den Poolcirkel af neemt de lengte van den dag naar de
+Noordpool toe, waar zij zes maanden duurt, om met een even langen
+winternacht af te wisselen.
+
+Het merkwaardigste, wat ik ooit in mijn leven zag, is Kirunavara, dat
+wij van af Boden over Malmberg bereiken, een gebergte dat van de
+geheele wereld het rijkste is aan ijzererts. Hier heeft de aarde aan de
+bewoners van Zweden bijna onuitputtelijke rijkdommen geschonken, en hij
+die er voorbijgaat, vermoedt ternauwernood den onmetelijken schat, die
+onder den golvenden rug van het zoo onaanzienlijk gebergte ligt.
+
+Midden in de wildernis is hier aan de oostelijke zijde van een meer, de
+plaats Kiruna verrezen, en noordwestelijk er van verheft zich een
+tweede berg, de Luossavara, die eveneens ontzaglijke massa’s kostbaar
+ijzererts in zijn binnenste verbergt. Te Kiruna heerscht gedurende een
+maand heldere dag; een arbeider verzekerde mij, dat voortdurend licht
+veel onaangenamer aandoet dan een even lange winternacht. Want ook dan,
+als de diepste duisternis heerscht en de zon zich sedert veertien dagen
+niet meer boven den horizon vertoond heeft, ziet men toch in het Zuiden
+den weerschijn van het verdwenen licht, en de vlam van het noorderlicht
+trilt over de witte sneeuw, waarover de Lappen in hun sleden rijden.
+Tusschen met sneeuw bedekte bergen, gaat de spoorbaan verder naar het
+Noorden. Voor ons ontvouwt zich een prachtig uitzicht over het
+Torne-Träsk. Dit zeventig kilometer lange tot negen kilometer breede
+meer ligt tusschen geweldige door sneeuw bedekte bergen, die zich aan
+den noordelijken oever tot 1300 meter hoogte verheffen. Het Torne-Träsk
+is geen moerassig meer, maar een echt Alpenmeer met 162 meter diepte en
+wordt in schoonheid maar door weinig meren van Europa overtroffen. Bij
+Björkliden worden de dwergberken, die de hellingen van den oever
+bedekken, vijf meter hoog, maar krimpen spoedig weer in tot
+onaanzienlijke struiken. Een waterval stort schuimend een steilen wand
+af: hij heet „de Zilveren Sluier” en fladdert en glinstert in den wind
+als een sluier op het haar van een meisje. Maar nu wordt het uitzicht
+steeds meer benomen. Muren ter bescherming tegen opgewaaide sneeuw
+versperren het. Dikwijls sneeuwen de ertstreinen hierboven zoo diep in,
+dat ternauwernood de bovenste blokken der ertsvrachten nog zichtbaar
+zijn. Dan moet de trein met schepraderen, die door motoren, op
+bijzondere, door de locomotief geschoven wagens gedreven worden, uit de
+sneeuw worden bevrijd.
+
+Opeens ligt een kamp der Lappen voor ons, een tent en een hut, aan een
+kleine poel! Wat aardig en tevreden zien deze kleine Lappen in hun
+bonte kleeren, uit rendierenhuid met roode, blauwe en gele banden, er
+uit! Bijna hadden wij eenige van hun rendieren overreden, die
+natuurlijk juist over de rails moesten loopen, toen de trein naderde.
+Sedert duizend jaren volgen de Lappen steeds getrouw hun rendieren en
+trekken als de dagen lengen over het hooggebergte naar de Noorweegsche
+fjorden, om in den herfst weer terug te keeren en den winter in Lapland
+door te brengen. De rendieren bepalen het tijdstip voor het opbreken en
+de Lappen moeten hen volgen en met behulp van hun vroolijke, waakzame
+honden de kudden bijeenhouden. Want deze kudden rendieren zijn hun
+eenig bezit, hun rijkdom. Zij verzorgen ze met liefde en beschermen ze
+zorgvuldig tegen den wolf, den veelvraat en de stekende insekten. Men
+telt in Zweden vierduizend Lappen en zij bezitten twee honderdduizend
+rendieren. Dit volk eens uit Azië hierheen gekomen, kent zijn land in-
+en uitwendig als de Indianen hun wouden. Elke Lap is een padvinder. Het
+was ook een Lap, die voor honderdzeventig jaren den ertsberg Kiruna
+ontdekte en den weg daarheen wees.
+
+Terwijl de trein ons langs het traject tusschen het Torne-Träsk en de
+grens van Zweden voert, door dit eenzaam en toch betooverend hoogland,
+langs kleine, nog bevroren meren, tusschen hoog opgewaaide
+sneeuwhoopen, door en over een bodem, waar geen boom meer wortelt, waar
+de rendieren buiten in vrijheid schaarsch mos zoeken, en dikke, blauwe
+rook uit de tenten der Lappen omhoog stijgt, moet ik aan mijn oud Tibet
+denken. Welk een gelijkenis tusschen beide landen! De natuur, de
+menschen met hun spleetoogen en hun levenswijze, dezelfde eenzame,
+golvende landstreken tusschen meren en moerassen, beide worden
+doorgetrokken door kleine, tevreden Nomaden, die gehard en geduldig een
+dapperen strijd, met een harde, karige natuur en een grimmig klimaat
+voeren. Dezelfde omzwervingen met de jaargetijden, dezelfde gewoonten,
+dezelfde mannelijke kleederdracht voor beide geslachten en dezelfde
+ronde, naar boven spits toeloopende tenten! De yak en het schaap zijn
+voor den Tibetaan, wat het rendier voor den Lap is. De bewoners van
+Tibet zijn even goedaardig en vreedzaam als hun geestverwanten in
+Zweden en koesteren evenals dezen slechts den eenigen wensch in vrede
+gelaten te worden.
+
+
+
+
+
+
+
+
+2. AAN DE NOORDKAAP.
+
+
+De grens van Zweden is nu bereikt, de wolken liggen dicht als
+veerenbedden over het station „Riksgränsen” (landgrens) op een hoogte
+van 520 Meter. Dan gaat het op Noorweegsch gebied omlaag naar de zee.
+De trein geeft zich nu over aan zijn eigen zwaarte, de machinist
+behoeft slechts te remmen. Op een 180 meter lange viaduct van tien
+gewelfde bogen, gaan wij over het woeste Noorddal en rijden dan langs
+de linkerzijde van het Hondedal. In de diepte schuimt de blauw-groene
+rivier. De dwergboomen beginnen zich weer in de hoogte te verheffen,
+hoe dieper wij komen. De bergruggen verdwijnen in de wolken. Maar onder
+den rand der wolkenmantels storten ruischende watervallen van de
+rotswanden af. Nog enkele krommingen en wij zijn in de havenstad
+Narvik, die tusschen hooge, steile bergen ligt. Hier waar het Zweedsche
+erts de wereld inrolt, wacht ons de stoomboot „Salten”.
+
+Bij scherpen Zuid-Westen wind en nevelig weer, draagt ze ons den
+volgenden dag de Ofotenfjord uit, om zich dan naar het Noord-Oosten te
+wenden, tusschen groote eilanden, door smalle zeeëngten en over open
+vlakken van den Atlantischen Oceaan, waarop men de uitgestrekte
+wereldzee tusschen de eilanden door ziet schemeren. Elk oogenblik
+verandert de omgeving. De onderste hellingen der hooge bergen zijn met
+berkenbosschen en groene weiden bedekt, hier en daar ligt een eenzame
+hoeve temidden van haar akkers, van welke de gerst zoo hoog in het
+Noorden niet meer rijp wordt. De hoogten zijn kaal, op de toppen ligt
+sneeuw, en van de punten der sneeuwvelden dansen de bergbeekjes naar de
+zee omlaag. Wij ontmoeten eenige visschersbooten, roei- en motorbooten,
+alle met bruine zeilen. Zij komen van de vischvangst aan de kusten van
+Finmarken, hebben den buit hunner netten verkocht en keeren nu met hun
+verdienste naar huis terug. De lichten der vuurtorens op de landtongen
+en klippen slapen in den hellen zomernacht, het weer was onvriendelijk
+tegen ons, maar in den nacht klaart de noordelijke horizon op. Slechts
+een kleine opening breekt door de wolken, maar groot genoeg, dat de zon
+er door kan zien, en eindelijk kunnen wij ons met eigen oogen
+overtuigen, dat de dagvorstin op deze hooge breedte niet meer in de zee
+verzinkt.
+
+Voor ons ligt Tromsö; ginds de kerk en het museum, hier aan den oever
+houten loodsen op hun palen en aan de landingsbrug visschersschuiten en
+stoombooten. Uit de berkenboschjes boven de haven komen sierlijke
+houten villa’s kijken, en als de zon zich weer achter de wolken
+verbergt, teekent zich de geheele stad donker af tegen den helderen
+noordelijken hemel. Maar van den ondersten rand der wolken overstroomt
+het licht als stralen van een geweldig zoeklicht, de zeeëngte. Alles
+slaapt. Slechts twee jongens staan op een pier en eenige mannen werken
+in hun boot. Nu valt het zonlicht brandgeel op daken en gevels en in
+het Zuiden staan de van regen zware wolken donker violet.
+
+Tromsö is een kleine en gezellige, maar vuile stad. Het museum bevat de
+dierenwereld van de noordelijke zeeën van af den walvisch tot het
+kleinste wormpje. In den bonthandel van Tromsö spelen de kostbare
+vellen van den blauw- en zilvervos, van het sabeldier en den hermelijn
+een groote rol.
+
+Verscheiden Russische zeilschepen liggen voor de stad. Zij kwamen
+bevracht met hout, van Archangel en hadden de reis van daar tot hier in
+tien dagen afgelegd. In Tromsö en omgeving koopen zij dan versche
+dorschen en andere visschen, die aan boord worden ingezouten en met
+deze lading gaan de schepen weer naar den mond van de Dwina terug. In
+het gunstigst geval is de winst van zulk een schip op een reis 5000
+roebel. De Noorweegsche visschers houden echter niet van de Russische
+kooplieden. Zij vinden, dat zij te veel verdienen aan de dorschen;
+bovendien drinken de Russische matrozen naar hun inzicht te veel en
+leven te ruw in de havensteden.
+
+Slechts ongaarne scheidt men van dit eeuwig wisselend landschap, om
+gedurende den eeuwigen dag eenige uren te gaan slapen. Als men dan
+echter buiten op de Loppzee ontwaakt, waar de hooge golven van den
+oceaan onbelemmerd tegen het schip slaan, dan is men blij nog eenigen
+tijd te kunnen bleven liggen. Men kan al zeeziek worden als men kleeren
+en handdoeken heen en weer ziet fladderen, en handkoffers, schoenen en
+boeken op den bodem van de hut hoort dansen!
+
+Maar nu glijden wij kalm water binnen, waar men slechts zelden een
+visscher, hier en daar een stoomboot met erts uit de Varangerfjord of
+een schip met timmerhout van de kust van de Witte Zee ziet. Wij maken
+een uitstapje naar de Kvänangenfjord en een harer vertakkingen de
+Jökelfjord in, aan welker uitersten rand ijsschollen rondzwemmen. De
+gillende toon van een stoomfluit weergalmt tusschen de bergen. Dat is
+het teeken van een Lap, die zich aan het strand heeft gevestigd en
+spoedig stoot een boot van den oever af, die ons tegemoet komt en
+waarvan de bezitter aan onzen loods inlichtingen geeft. Hij is
+dorschvisscher en kent het vaarwater. Hij is een levendige, kleine,
+aardige kerel, die ons, terwijl hij wijdbeens met bloot hoofd staat,
+verzekert, dat wij bij 70 vadem diepgang niet op grond zullen komen!
+Het zwartgroene water, waartegen de ijsschotsen in stralend wit
+afsteken, zegt ons ook reeds zelf, dat het nog een flink eind is tot de
+ankerplaats in den fjord.
+
+Langzaam glijden wij den fjord binnen en voor ons ontrolt zich een
+grootsch beeld. Over een geweldigen rotswand hangt een gletscher. Als
+van tijd tot tijd ijsblokken door hun eigen gewicht omlaag storten,
+vloeien zij aan de voet van den berg weer tot een nieuwe gletschertong
+samen; deze rekt zich langzaam voorwaarts tot ze den fjord heeft
+bereikt; hier rolt de kracht van het water den ijsrand uit, en blokken
+storten omlaag; dan „kalft” de gletscher, zooals men pleegt te zeggen.
+Maar nu rust hij; de Lap verzekert echter, dat de ijstong ’s zomers
+elke twee dagen en ’s winters dagelijks „kalft” en als de blokken van
+den ijswand afstorten, kan men het kraken 60 kilometer ver hooren. De
+kapitein van de „Salten” laat twee kanonschoten afvuren, om het ijs te
+schokken, maar vandaag laat de „Jökel”, de gletscher, zich niet in zijn
+rust storen. Misschien tot ons geluk, want het kalven van den gletscher
+kan een stortgolf teweegbrengen, die kleine schepen doet kenteren.
+
+Onze loods, de Lap, wordt koninklijk betaald en daar hij buitendien een
+arm vol boterhammen, vruchten en sigaren ontvangt, wordt hij opgetogen
+van geluk. Zulke aardige reizigers had hij nog nooit ontmoet, herhaalt
+hij onophoudelijk! De „Salten” keert langzaam in het binnenste bekken
+van den Jökelfjord. Hij stevent als hij weer in de open zee is
+aangekomen, verder noordwaarts, op Hammerfest aan, de noordelijkste
+stad der aarde; voor welker slechtriekende traankokerijen talrijke
+Russische zeilschepen liggen, die van hier met visch naar Archangel
+gaan. In dien avond stoomen wij over een open gat, waar de zee
+grijsgroen is en hoog gaat. Eenige dolfijnen krommen hun blanke, zwarte
+ruggen bevallig over de golven.
+
+Het is koud en winderig geworden; voortdurend stroomt een fijne regen
+op de „Salten” neer; en uit den dichten nevel glanzen slechts de
+allernaaste rotseilanden, achter welke zij beschutting voor den wind
+zoeken, om de smalle, schoone zeeëngte tusschen het vasteland en het
+eiland Magerö binnen te varen. Onze koers gaat oostelijk om Magerö
+heen. In het Zuiden opent de Porsangerfjord, in het Oosten is
+Svärholtklubben even zichtbaar met den Vogelberg, een steil
+omlaaggaande kaap, waarop ontelbaar veel meeuwen nestelen. Daarna
+wenden wij ons noordwaarts. Aan stuurboordzijde speelt een dolfijn in
+de golven, die nu door den storm worden gezweept. Het schip stampt
+onaangenaam; de stoelen op het dek wandelen kris en kras door elkaar en
+in het rond rommelt het van beweegbare voorwerpen. Wij hebben het
+middagmaal juist geëindigd, daar slingert het schip heftig, en de tafel
+is in een ommezien afgenomen. Op den vloer zwemmen de sardinen in den
+rooden wijn!
+
+Zoo worstelen wij met de golven en rollen langzaam naar ons doel. Voor
+ons verheft zich de rots van de Noordkaap. Europa’s noordelijkst
+voorgebergte, dat steil naar de zee afdaalt. Als wij maar eerst
+gelukkig onder de beschutting der hooge rotswanden zijn, waar reeds
+twee toeristen-stoombooten voor anker liggen! Het gelukt, weldra zijn
+wij in veilige beschutting en de zee wordt kalmer.
+
+Slechts de binnenste hoek van de bocht is stil, boven ons huilt de
+storm en suist in teugelooze woede de steile hellingen af en over de
+zee heen. Op een hoogte van 300 Meter staat op den top van de Noordkaap
+een klein paviljoen.
+
+Het middernachtuur is nabij. Er heerscht een geel schemerlicht,
+loodzware wolkenmassa’s jagen over zee en land. Vergeefs wachten wij op
+de doorbraak der middernachtzon in het Noorden! Maar misschien nog
+grootscher dan zij, is het uitzicht, dat wij nu naar het Noorden
+hebben! Voor ons ligt staalgrijs en koud de witte ijszee, op den
+achtergrond der blauwzwarte wolken dansen de witte schuimkoppen van de
+golven der zee, die de Zuid-Weststorm naar Nova-Zembla en het
+Frans-Jozef-land drijft.
+
+
+
+
+
+
+
+
+3. DE POOLTOCHT VAN FRANKLIN.
+
+
+Nu zijn wij onmiddellijk aan de grens van het eeuwige ijs. Alle
+vastelanden, zeeën en eilanden heeft de ondernemingsgeest van den
+mensch reeds doorzocht. Slechts de beide Polen en hun naaste omgeving
+hebben tot nu toe nog aan zijn verder doordringen den hardnekkigsten
+tegenstand geboden. [1] Maar onvermoeid is de eerzuchtige
+ontdekkingsgeest aan den arbeid; de wetenschap duldt geen witte,
+onbeschreven plek meer op de kaart. Daarvoor konden zelfs de
+onafzienbare ijsvelden op den duur den moed der zeevaarders niet
+terugschrikken. Het eene schip na het andere ging te gronde, maar
+steeds nieuwe kielen doorploegden de Poolzee. De Noordpool heeft de
+grootste aantrekkingskracht, want deze ligt het dichtst bij Europa,
+midden in de Noordelijke IJszee, die door de kusten van Azië, Europa en
+Noord-Amerika wordt ingesloten.
+
+De geschiedenis der Poolonderzoeking is buitengewoon rijk aan
+heldendaden en onheilen; een er van willen wij ons kort in herinnering
+brengen.
+
+Aan de door het geluk begunstigde poging van Nordenskjöld om langs de
+kusten van Noord-Azië een Noord-Oost doorvaart te vinden, heb ik reeds
+herinnerd. Ook de Noord-West doorvaart is een der problemen, die
+ondanks alle mislukkingen, steeds weer wordt ondernomen. De
+noodlottigste van deze expedities, was de pooltocht van den Engelschman
+John Franklin in het jaar 1845.
+
+Franklin was officier van de Engelsche vloot. Hij had te land en te
+water op het Noordelijk en Zuidelijk halfrond expedities geleid, in
+zeeslagen gevochten en kaartopnamen gedaan van aanzienlijke
+uitgestrektheden der noordkust van Amerika, ten oosten van de
+Behringstraat. Het grootste deel der kust van het Amerikaansche
+vasteland was hem dus bekend en het betrof nu nog slechts een
+bevaarbaren waterweg te vinden, tusschen de groote eilanden, die ten
+Noorden van de kust lagen. Hij was er natuurlijk, maar of hij geschikt
+was voor de scheepvaart, dat was de vraag. Een aantal deskundigen
+besloten een groote expeditie uit te rusten, om de doorvaart te vinden.
+
+Geheel Engeland kwam in geestdrift voor het plan en honderden dappere
+mannen meldden zich aan om er aan deel te nemen. Admiraal John Franklin
+was reeds vroeger in deze streken geweest en koesterde den vurigen
+wensch, leider der expeditie te zijn. Wel vreesde de Admiraliteit dat
+Franklin met zijn zestig jaren niet opgewassen zou zijn voor de taak.
+„Maar ik ben pas negen en vijftig jaren”, antwoordde Franklin met
+nadruk en zoo werd hij de leider der expeditie, van welke noch hij,
+noch een zijner ondergeschikten zoude terugkeeren.
+
+De schepen, die van de kiel tot aan den mast zeevaardig werden gemaakt,
+heeten „Erebus” en „Terror” „Onderwereld” en „Schrik”. Franklin heesch
+zijn admiraalsvlag op de „Erebus”, waar kapitein Fitsjames in rang op
+hem volgde; bevelhebber van de „Terror” en tweede leider der expeditie,
+werd kapitein Crizier. Het officierscorps werd met groote zorg gekozen;
+slechts krachtige door de zee geharde en zeer bekwame mannen werden
+aangenomen. De bezetting der beide schepen bestond uit drie en twintig
+officieren en honderd elf man. Levensmiddelen werden voor drie jaren
+medegenomen en in beide scheepsruimten stoommachines gebouwd, hetgeen
+destijds nog nooit in de Poolzeeën was beproefd.
+
+Franklin kreeg een voorschrift, waaraan hij zich te houden had;
+natuurlijk behield hij het recht onder zekere omstandigheden anders te
+handelen, zijn taak was van de Atlantische zijde Noord-Amerika om te
+zeilen en door de Behringstraat in den Stillen Oceaan te komen. Met de
+oplossing van deze taak zou de Noord-West doorvaart gevonden zijn.
+
+Den 19den Mei 1845 verlieten de beide schepen Engeland. Bevelhebber en
+manschappen waren vol heerlijke verwachtingen op succes, en vast
+besloten hun uiterste kracht tot bereiking van het doel in te spannen.
+Allen droomden reeds van de warme winden, die hen in den Stillen Oceaan
+zouden ontvangen en van den onsterfelijken roem, die hen wachtte, als
+zij door de smalle zeeëngte, waar Azië en Amerika maar enkele mijlen
+van elkaar verwijderd zijn, zuidwaarts zouden stevenen.
+
+Op zee hield de admiraal een toespraak tot zijn lieden, verklaarde hen,
+waarom het ging en sprak de verwachting uit, dat ieder zijn plicht zou
+vervullen. Zij voeren de Orkney eilanden voorbij en op Sint Jan zagen
+zij Kaap Farewell, de Zuidkaap van Groenland, verdwijnen. Den volgenden
+dag stieten zij op het eerste ijs, geweldige drijvende ijsbergen, die
+woeste, getande vormen toonden en aan de waterlijn door den golfslag
+klokvormig waren uitgehold. Voor de meesten der manschappen was dit
+schouwspel nieuw; zij stonden op het dek en bewonderden deze drijvende
+bergen, waarvan de toppen boven den wimpel van den hoofdmast uitstaken.
+Nu en dan sloeg een der ijsbergen om en de zee kwam in beroering, als
+hij zijn door het water stukgeknaagde onderzijde naar boven keerde.
+
+Tien dagen later ankerden de beide schepen bij het eiland Disko, aan de
+westkust van Groenland. Hier ontmoetten zij een ander Engelsch schip,
+dat vooruit was gezonden, om met zijn lading hun voorraad aan proviand
+en verdere voorwerpen voor de uitrusting te voltooien. De kapitein van
+dit schip was de laatste die met de leden der Franklin expeditie had
+gesproken. Nooit, zoo verzekerde hij later, heb ik zulk een flinke
+schaar en voor hun taak in geestdrift verkeerende zeelieden gezien. Ik
+heb gemeend, dat die zich overal zouden doorslaan. Hij nam de laatste
+postzending der poolvaarders mede. Eenige der briefschrijvers gaven
+Kamschatka, de Sandwicheilanden en Panama als postadres op; zij meenden
+in een jaar weer in Europa terug te zijn, en de brieven getuigden van
+de geestdriftige stemming, welke aan de officierstafel heerschte en van
+de bewondering voor den admiraal, den ouden zeerob, die niet eens bij
+stormachtig weer het getal der geheschen zeilen verminderde om maar
+snel verder te komen! Want hij wist, dat hier in het Noorden, slechts
+kort gedurende den laten zomer op open water was te rekenen. Er was
+voor drie jaar proviand voorradig, zelfs op het dek stond elke hoek vol
+met tonnen en kisten,—wat was er dus verder te vreezen?
+
+Den 26sten Juli werden „Erebus” en „Terror” door een Engelschen
+walvischvaarder gepraaid. Dat was de laatste maal, dat een sterfelijk
+oog hen zag; sedert dien dag omgaf de ongelukkigste van alle
+poolexpedities een huiveringwekkend diep duister!
+
+
+
+
+
+
+
+
+4. DE DOOD VAN DEN ADMIRAAL.
+
+
+Wat men over het verdere lot der beide ongeluksschepen „Erebus” en
+„Terror” met zekerheid weet, bepaalt zich tot heel enkele
+bijzonderheden, die pas verscheidene jaren later door hulpexpedities
+werden ontdekt. Maar ze zijn voldoende voor de nadenkende fantasie, om
+zich het ontzettend drama voor te stellen, waaraan schip en manschappen
+ten offer vielen.
+
+Eerst ging de vaart naar het Noord-Westen, tusschen twee groote
+eilanden door in de Lancaster-sond. Verder doordringen werd verhinderd
+door onoverkomelijk saamgepakt ijs. De stoommachines bleken zoo zwak te
+zijn, dat ze slechts in kalm open water bruikbaar waren. Een naar het
+Noorden gaande zeeëngte liet echter nog open water zien, en hier kon
+men 250 kilometer afleggen, voordat het ijs weer zijn onverbiddelijk:
+„tot hiertoe en niet verder!” uitsprak. Daarop gingen de zeevaarders
+door een tweede open zeeëngte weer zuidelijk. Het was het begin van den
+herfst; sneeuw bedekte reeds alles in het rond, en in de Sond vormde
+zich nieuw ijs. Bij een klein eiland vond men een beschutte haven, en
+hier sloeg Franklin het winterkwartier op.
+
+Hoe het leven aan boord was gedurende den langen winternacht, laat zich
+steeds vermoeden. De officieren zullen wel gelezen en gestudeerd
+hebben, en de manschappen bezig hooge sneeuwmuren, die boven de reeling
+van het schip reikten, te maken, om het binnenste van het schip warm te
+houden. In elk geval werden sneeuwhutten op het ijs en op het land
+gebouwd voor wetenschappelijke waarnemingen en werd dag en nacht een
+wak opengehouden, voor het geval er brand uitbrak en de pompen tot
+ijszuilen waren bevroren. Toen de lange poolnacht voorbij was en
+Februari met een zwak lichtschijnsel aan den zuidelijken horizon begon,
+toen het van dag tot dag lichter werd en eindelijk de zon aan den hemel
+straalde, ondernamen bevelhebbers en manschappen waarschijnlijk
+jachttochten op de naburige eilanden. De hoop van allen herleefde met
+het toenemende licht. Slechts 420 kilometer onbekende kusten waren nog
+van de Noord-West doorvaart over. Was het niet zoo goed als zeker, dat
+het nieuwe jaar getuige zou zijn van hun terugkeer? Steeds langer bleef
+de zon aan den horizon, en eindelijk was de lange pooldag er, waarop
+zij in het geheel niet ondergaat.
+
+Maar pas in den naherfst werden de „Erebus” en de „Terror” uit hun
+ijsbanden bevrijd en konden eindelijk het eiland verlaten. Drie dooden
+bleven aan het strand achter; hun graven met enkele eenvoudige
+herinneringswoorden werden vijf jaar later door een hulpexpeditie
+gevonden. Daar alleen door weet men, dat Franklin op die plek heeft
+overwinterd.
+
+Naar het Zuiden lag het vaarwater nu open. Wat juichten de zeelieden!
+Naar het Westen strekte zich nog dik ijs uit; maar ook de zuidelijke
+waterweg moest ten slotte naar het Zuiden afslaan. De eene mijl na de
+andere gleden de schepen, het drijfijs ontwakend, naar het Zuiden. In
+het Oosten en Westen waren de kusten van groote eilanden zichtbaar en
+recht vooruit vermoedde men King-Williamland, den naasten buur van het
+vasteland- Hiermede was alzoo het grootste deel der Noord-West
+doorvaart afgelegd, want tot reeds bekende kusten in het Westen, waren
+er nu nog maar 200 kilometer.
+
+En tóch—hoe hopeloos lang leek dit eind, toen de schepen eenige dagen
+later weer door het ijs werden vastgelegd. Door winden en
+zeestroomingen gedreven, hoopten de ijsblokken zich op en bevroren tot
+een rotsharden wand. Toch behoefde de bemanning de hoop nog niet geheel
+op te geven, los te komen. Wel stond de winter voor de deur, maar de
+laatste najaarsstormen uit het Zuiden konden het ijs nog breken en in
+noordelijke richting drijven. Maar steeds vaster sloot het zich rondom
+de rompen der schepen en alle hoop verdween. De dagen werden korter,
+met haastige schreden naderde de tweede winter en evenals het vorige
+jaar bereidde men zich op zijn komst voor. De schepen waren op zestig
+graden noorderbreedte vast gevroren, dus nog iets meer zuidelijk, dan
+de Noordelijke punt van Scandinavië. Maar daar hield geen golfstroom
+door zijn warm water de zee open. Nooit zouden de officieren en
+manschappen weer een golf tegen de zijden van de „Erebus” en de
+„Terror” hooren klotsen!
+
+Deze winter zal minder opgewekt doorgebracht zijn dan de eerste. De
+schepen hadden een slechte plaats op de open reede, zonder eenige
+beschutting van de kust. Zij lagen als in een schroef en het drukken
+van het opgehoopte ijs dreigde hen te verpletteren. Het kraakte en
+knapte in de rompen en de schepen steunden en jammerden om toch maar
+weer overgelaten te worden aan de vrije golven. Hoe lang zouden zij nog
+weerstand kunnen bieden? Men moest er elk oogenblik op voorbereid zijn,
+dat het hout met oorverdoovend gekraak bezweek, en de schepen als
+notedoppen kapot in de onpeilbare stroomen verdwenen. Het leven aan
+boord, van een in het ijs bekneld schip, kan niet anders dan vol zorg
+zijn geweest. Maar het ergste was toch de duisternis, toen de zon voor
+het laatst onderging. Als schimmen gleden de menschen in de donkere
+gangen onder het dek, waar de lucht zwaar, vochtig en bedorven was. Wat
+zou men buiten doen, waar het even donker was, zoodat men geen
+handbreed vooruit kon zien? Liever lag men in de kajuit en las bij het
+bleeke kaarslicht. Toen de drukking van het ijs, het schip echter in
+een scheeve positie bracht, was het nog erger; het was levensgevaarlijk
+in de pikdonkere gangen tusschen wankelende kisten en balen door te
+balanceeren. De eenige afwisseling was de klok, die de gevangenen aan
+den maaltijd riep. De gesprekken werden steeds minder, men kende elkaar
+in- en uitwendig. Wie had nog iets nieuws te zeggen? Steeds dezelfde
+gezichten in het rond! Men ging het liefst den kameraad uit den weg en
+zocht de eenzaamheid van zijn hut. Als die lange, ontzettende
+duisternis maar eerst voorbij was!
+
+Een ontzaglijke laagheid, waaraan men slechts met afschuw kan denken,
+had bovendien de expeditie van Franklin getroffen. De koopman, op wien
+de zorg rustte de vleeschconserven te leveren, had bedorven vleesch,
+zaagsel en kiezel in de blikken laten doen! Duizenden van zulke doozen
+werden later gevonden op de kusten, die door de schepen werden
+aangedaan. Dat de proviand niet toereikend was voor drie jaren, moesten
+zij, die in het eeuwige ijs gevangen zaten, weten. Reeds den tweeden
+winter sidderde men stellig bij de gedachte aan het inkrimpen der
+levensmiddelen. De toestand moest wanhopend worden, als geen hulp kwam
+voor den derden winter!
+
+De tweede winter ging voorbij en de zon keerde terug. Gaandeweg werd
+het in de gangen onder het dek lichter; het was niet meer noodig
+talklicht aan te steken, om ’s avonds te kunnen lezen. En eindelijk
+straalde de zon weer gedurende de vierentwintig uren van den dag, nog
+schitterender dan ooit, daar de schepen nog door niets dan ijs en
+sneeuw ingesloten waren! Verder in het Zuiden en Oosten zag men de
+heuvels van King-Williamland. Als het ijs zijn greep slechts losser
+wilde maken en begon te drijven! Maar naar het Westen lag nog steeds
+opeengehoopt ijs; en zonder twijfel waren de schepen door het persen
+van het ijs beschadigd. Twee officieren ondernamen met zes mannen een
+tocht naar King-Williamland, vanwaar men bij helder weer het vasteland
+van Noord-Amerika kon zien. Op de plek waar zij weer omkeerden, legden
+zij in een hoop steenen een kort bericht neer over de gewichtigste
+gebeurtenissen aan boord. Deze regels werden na vele jaren gevonden.
+
+Met goede berichten en groote verwachtingen keerden de reizigers weer
+naar de schepen terug. Maar welk een slag wachtte hen daar. Admiraal
+Franklin lag op zijn sterfbed! Het wachten had hem te lang geduurd. Men
+kon hem nog slechts vertellen, dat de Noord-West doorvaart als ontdekt
+beschouwd kon worden. Weinige dagen daarna, in Juni 1847 stierf hij, en
+deze dood moest nog als een geluk beschouwd worden, na een leven van
+dapperheid en moed. Zeker speelde er een trotsche lach om zijn lippen
+toen hij ontsliep!
+
+Hoe zal het er op dien rouwdag op de „Erebus” hebben uitgezien? De
+lange pooldag was op zijn middaghoogte. De zonnestralen braken in de
+scherpe randen van het ijs en vervloeiden in alle kleuren van het
+prisma. Het was stil aan boord; aan den bazaanmast fladderde Engeland’s
+vlag halfstok. Ernstige mannen liepen door de gangen en fluisterden
+zacht in de nabijheid der kajuit van den admiraal. Bleek en uitgeput
+zagen zij zich nu beroofd van hun leider, die beter dan een hunner het
+vasteland in het Zuiden kende. De scheepstimmerman maakte een lijkkist.
+Daar werd de admiraal in groot uniform ingelegd. Misschien werd de kist
+in een Engelsche vlag gehuld en zoo droegen de officieren ze over het
+dek en over het ijs. In het glasheldere ijs was een graf uitgehouwen;
+daar werd de kist in neergelaten en met fijn ijs en ijsblokken bedekt.
+De nieuwe opperbevelhebber, kapitein Crozier, ging bij het kruis staan,
+om de lijkrede te houden, terwijl de anderen er met ontbloot hoofd
+omheen stonden. En zeker zullen de bleeke mannen in hun versleten
+poolkleeren de grafgezangen van hun geboorteland hebben gezongen.
+Plechtig en aangrijpend zal het gezang over de ijsvelden hebben
+weerklonken. Zwijgend keerden zij naar de „Erebus” en de „Terror”
+terug, waar zij zich nu nog ongelukkiger voelden dan te voren. Nog eens
+waren zij voor een jaar tot blijven veroordeeld!
+
+
+
+
+
+
+
+
+5. IN NACHT EN IJS.
+
+
+Weer kwam de tijd, waarop het ijs in beweging raakte en men op open
+water kon hopen. Zeker zullen de gevangenen van de „Erebus” en de
+„Terror” naar alle kanten tochten hebben gemaakt, om te zien, waar de
+branding van de open zee het meest nabij was. Misschien beproefden zij
+ook met ijszagen en buskruit zich uit de ijsbanden te bevrijden. Alles
+vergeefs! Het ijs hield hen vast. Op zekeren dag ontdekten zij echter
+tot hun groote vreugde, dat het geheele ijsveld zich in zuidelijker
+richting bewoog! Als zij op deze manier het vasteland toch maar konden
+bereiken! Een groote Amerikaansche maatschappij, die zich naar de
+Hudsonbaai noemde, had ver in het Noorden van het vasteland kleine
+handelsstations gevestigd. Als zij daar slechts konden komen, dan waren
+zij gered.
+
+De herfst liep naar zijn einde, maar de hoop op bevrijding werd
+verijdeld, nu, dat de winter zoo nabij was, nog een poging te wagen het
+vasteland te bereiken, was ondenkbaar, want in die eindelooze
+woestenijen is in den winter geen wild, en het trekken naar het Zuiden
+brengt daarom tot een zekeren hongerdood. In den zomer daarentegen kan
+men hopen daar reeds tamelijk vroeg op rendieren te stooten en op
+muskusossen, die vreemde pooldieren, die evenveel gelijken op het
+schaap als op het rund, van varens en mossen leven en niet meer
+zuidelijk gaan dan tot 60 graden breedte. In het Westen van
+Noord-Amerika valt de zuidelijke grens voor het optreden der
+muskusossen ongeveer samen met de noordelijke boomgrens. Een kudde van
+twintig of dertig dieren zou de gebreklijdende zeelieden van Franklin
+van den dood hebben gered! Indien men tenminste maar ijsberen had
+ontmoet! Of nog beter zeehonden en walrussen, met hun dikke speklaag
+onder de huid.
+
+De poolhaas zou ook niet te versmaden zijn geweest, indien hij in
+voldoend aantal was aangetroffen. Maar de bergvos, die van vogeleieren
+en jonge vogels leeft en in den winter, niet te herkennen door zijn
+witte vel, op de sneeuwhoenderjacht gaat, zou weliswaar niet aangenaam
+zijn geweest te ontmoeten.
+
+Nu was het jaargetijde echter reeds te ver verstreken en de wilde
+dieren trokken voor de sneeuw en de koude meer zuidelijk. Zeker
+beraadslaagden de officieren wat er nu gedaan moest worden. Zij hadden
+kaarten en boeken aan boord en wisten heel precies hoever het eerste
+handelsstation der Hudsonbaai-maatschappij was verwijderd en op den weg
+daarheen hadden zij misschien wild of Eskimo’s kunnen ontmoeten. Maar
+zij besloten ook den derden winter aan boord uit te houden! Waarom
+gebruikten zij den herfst niet, om de walvischbooten, sleden, tenten,
+werktuigen en munitie en al de zware bagage op het King-Williamland aan
+land te brengen? Zelfs met het afnemen van het licht hadden zij toch
+verscheidene dagen kunnen werken. Stellig waren zij geheel
+terneergeslagen en zagen met een huivering de duisternis tegemoet. Nog
+ging de zon op, maar beschreef in het Zuiden slechts een vlakke boog en
+dook na anderhalf uur weer onder. Spoedig duurde de dag nog maar een
+half uur, de lichte oogenblikken werden steeds minder, en op zekeren
+dag zag men nog slechts den bovensten rand, als een stralenden robijn,
+een oogenblik boven den horizon fonkelen. Den volgenden dag viel in den
+middag de schemering reeds in; slechts een weerschijn der zon vlamde
+als het avondrood langs den zuidelijken hemel. Daarna werd de
+schemering dieper en dieper. Wel merkte men ’s middags, in het Zuiden,
+nog een bloedroode streep, die een mat purper schijnsel over de
+ijsvelden wierp. Maar ook dit bluschte uit, en de poolnacht, die op
+dezen breedtegraad volle zestig dagen, terwijl hij aan de Noordelijke
+Pool zelfs een half jaar duurt, was er, en de sterren fonkelden als
+brandende fakkels, op blauw-zwarten grond, zelfs dan, als de klok in de
+officierskajuit het middaguur aangaf!
+
+Het was weliswaar niet altijd zoo pikdonker. Behalve de sterren, die in
+de reine lucht bij de scherpe koude veel helderder stralen, dan in de
+landen, die meer door de natuur zijn begunstigd, doet de maan ook
+dienst. Maar haar licht deed het door de vorst verstijfde tehuis van
+sneeuw en ijs nog verlatener en somberder lijken. In de duisternis zag
+men tenminste niet hoe verlaten het aan alle kanten was.
+
+Wie voor het eerst in het hooge Noorden overwintert, vindt den
+poolnacht wonderlijk aantrekkelijk, het diepe zwijgen der koude
+duisternis en het klagend huilen van den voortjagenden sneeuwstorm.
+Maar niets is zoo bewonderenswaardig als het noorderlicht. In Zweden
+vertoont het zich niet zelden. Al weet men, dat de magnetische en
+electrische kracht der aarde van tijd tot tijd bijna den ganschen
+aardbol in een mantel van licht hult, toch staat men nog vragend voor
+dit raadselachtig verschijnsel. Als de vuurtongen van het noorderlicht
+hun flikkerend schijnsel over het Noorden uitstraalden, geloofden de
+oude Vikings, dat de Walkuren op zilverwitte paarden van het Walhalla
+uit naar het slagveld trokken.
+
+Meestal is het noorderlicht onvast. Het vlamt plotseling op, trilt een
+oogenblik aan den hemel, verbleekt en verdwijnt. Het langst duren de
+boogvormige noorderlichten, die dikwijls hun melkwitte wegen, hoog over
+den hemel spannen. Dikwijls is slechts de eene helft van den boog
+zichtbaar en verheft zich als een lichtzuil aan den rand des hemels.
+Een anderen keer gelijkt het noorderlicht op flikkerende vlammen, die
+naar beneden rood en naar boven groen zijn en vlug langs den hemel
+glippen. Verder noordelijk is het licht geelachtiger. Als de stralen
+zich alle in hetzelfde punt schijnen te vereenigen, dan spreekt men van
+een noorderlichtkroon. Prachtige kleuren vertoonen zich, snel wisselend
+in zulk een stralenbundel, die de kruin der aarde kroont; slechts
+zelden is het licht zoo sterk als het schijnsel van de volle maan. Het
+schoonst is echter het noorderlicht, wanneer het als geplooide
+gordijnen van den hemel schijnt neer te hangen, die in den wind
+fladderen.
+
+Voor de in het ijs gevangen gehouden Engelschen zullen de vlammentongen
+van het noorderlicht wel geen aantrekkingskracht meer gehad hebben!
+Uitgemergeld en afgestompt, de bedorven proviand zat, door drie winters
+eindeloos nietsdoend wachten verweeklijkt geworden, lagen zij in hun
+kooien en hoorden hoe de klok de seconden aftikte. De eenige
+afwisseling in het eentonige leven waren nog de sterfgevallen. De
+timmerlieden hadden de handel vol en kapitein Crozier kende zijn
+lijkredenen al van buiten. Negen officieren en elf matrozen stierven
+gedurende de beide laatste winters, de meesten in ieder geval gedurende
+den laatsten winter. Dat werd bekend door een klein strookje papier,
+dat verzegeld in een hoop steen aan de kust was neergelegd en elf jaar
+later werd gevonden.
+
+Ook de maanden van deze duisternis naderden haar einde. De roode streep
+ontvlamde weer in het Zuiden en werd gaandeweg lichter. Schemering
+loste de duisternis af en eindelijk flikkerden de eerste zonnestralen
+weer aan den horizon. Zeker hebben de Brahmanen aan den oever van den
+Ganges het opgaan der zon niet met grooter gejubel begroet, dan de
+manschappen van deze beide ongeluksschepen „Erebus” en „Terror”.
+
+
+
+
+
+
+
+
+6. DE TOCHT NAAR DE DOODENBAAI.
+
+
+Met de nieuwe zon ontwaakte de hoop der bemanning nu voor de laatste
+maal! Wie kapitein Crozier persoonlijk heeft gekend, was overtuigd, dat
+hij de hoop nooit heeft opgegeven.
+
+Nu gold het een laatste poging. De kapitein hield een toespraak tot
+zijn manschappen en verheelde hen niet, dat hun leven op het spel stond
+en dat hij het uiterste van hen verlangen moest. Er waren nog
+honderdvijftig man bijeen, maar velen waarschijnlijk ziek of zelfs
+stervende, zeker allen geheel uitgeput. Maar met het toenemende licht
+verhief de levens- en arbeidslust zich weer. Verscheidene sleden werden
+ingericht, wel plomp en zwaar, maar sterk. Drie walvischbooten, die
+sedert jaren vastgevroren in hun davids hadden gehangen, werden
+losgemaakt en op het ijs neergelaten. Het beste van de nog voorhanden
+zijnde proviand werd uitgezocht en rondom de booten opgestapeld. Met
+toenemende opwinding zag men de zon van dag tot dag langer boven den
+horizon staan. Stellig werd een uitvoerig bericht over het lot der
+expeditie neergeschreven en aan boord achter gelaten.
+
+Toen al de bagage op het ijs bijeen was, werden voorraden, tenten,
+instrumenten, geweren en munitie op de sleden geladen en de drie
+walvischbooten met koorden elk op een slede vast gesnoerd. Een aparte
+slede met bedden was voor de zieken bestemd. Onder deze voorbereidingen
+werden de dagen steeds langer en eindelijk werd het verlangen om op te
+breken zoo sterk, dat niets de manschappen meer kon terughouden. Maar
+dit te vroeg opbreken, bezegelde hun lot! Noch wild, noch Eskimo’s gaan
+voor den nazomer zoover naar het Noorden, en ook met de volgeladen
+sleden kon de proviand slechts voor veertien dagen toereikend zijn!
+
+Den dag voor den afmarsch zag ieder zijn bezittingen voor het laatst
+nog eens na; dierbare herinneringen aan betrekkingen, den bijbel en het
+horloge, dat den tragen gang van den tijd verkondigde, nam elk der
+zwaar beproefde zeelieden in zijn zak mede. De officieren gingen voor
+het laatst hun leege hutten binnen, om zich er van te overtuigen, dat
+niets van gewicht was vergeten. In het inwendige van het schip zag het
+er uit als in een huis, dat bij een overstrooming hals over kop
+verlaten was en waaruit men nog maar het meest onontbeerlijke had
+kunnen medenemen.
+
+Den 22sten April 1848 klonk het signaal tot opbreken, en de veel te
+zwaar beladen sleden knarsten langzaam en hortend over het met sneeuw
+bedekte, hobbelige ijs. Bijlen, houweelen en spaden zijn onafgebroken
+aan het werk om scherpe kanten af te houwen en hinderlijke blokken weg
+te ruimen. Het zijn slechts vijf-en-twintig kilometer tot
+King-Williamland, toch duurt het drie dagen! Te langzaam worden de
+masten en de rompen der verlaten schepen kleiner, maar eindelijk
+verdwijnen zij toch.
+
+Maar nu zag de kapitein in, dat hij zoo niet verder kon gaan. De bagage
+werd opnieuw doorgezien, en al wat maar eenigszins gemist kon worden er
+uit gehaald. De latere hulpexpeditie vond op deze plek een menigte
+voorwerpen, stukken van de uniform, koperen knoopen, metalen
+voorwerpen, en dergelijke, hetgeen men als munt, bij ruilhandel met
+Eskimo’s en Indianen had willen gebruiken. Maar alle proviand en
+munitie werd medegenomen, want als de eerste op zijn eind raakte, dan
+was de munitie de eenige redding.
+
+Met lichtere schreden zette de stoet zich langs de westkust in
+beweging. Maar men was nog niet ver gevorderd of John Irving, luitenant
+van de „Terror”, bezweek. Gekleed in zijn blauwe uniform, gewikkeld in
+zeildoek, een zijden doek om het hoofd gewonden, werd hij tusschen
+schuin geplaatste steenen begraven en het graf met vlakke steenen
+gedekt. Naast zijn hoofd lag een zilveren medaille, op de voorzijde
+stond: „Tweede prijs voor de wiskunde, door de Koninklijke
+Zeevaartschool, aan John Irving 21 Juni 1830 uitgereikt.” Aan deze
+medaille werd de doode na lange jaren herkend, en daardoor konden zijn
+overblijfselen naar zijn geboorteplaats overgebracht worden.
+
+Twee bochten der westkust van King-Williamland zijn naar de beide
+ongeluksschepen genoemd. Aan het strand van de noordelijkste, de
+Erebus-baai, waren de krachten der Engelsche zeelieden zoo uitgeput,
+dat zij twee booten, met de sleden waarop ze nu onnoodig zoover waren
+medegesleept, achterlieten. Een menigte andere dingen werden hier
+eveneens geofferd. Hier en daar toonde een graf hun weg—en steeds
+eenvoudiger werden deze graven, hoe verder de stoet zich naar het
+Zuiden bewoog. Daar kwam het vreeselijkste. Bij de Terror-baai hield de
+band der vriendschap hen niet meer bijeen! De bevelhebber had geen
+macht meer over de manschappen. De ongeveer honderd man, die
+overgebleven waren, scheidden zich nu in twee, waarschijnlijke gelijke
+deelen. Het eene, met de zwakkeren, wilde naar de schepen terugkeeren,
+waar men tenminste tegen wind en weer beschut was en nog levensmiddelen
+vond. Het andere deel trok, met de derde walvischboot langs de zuidkust
+verder, en hoopte dan naar het vasteland en de Groote Vischrivier te
+komen. Zonder eenigen twijfel zouden dezen, zoodra ze hulp hadden
+gevonden, naar hun kameraden zijn teruggekeerd.
+
+Wanhopend moet de tocht zijn geweest van hen, die terugkeerden.
+Wanhopend ook de marsch van hen, die verder trokken. Van de eersten
+weet men zoo goed als niets. De laatsten sleepten zich, de zware sleden
+trekkend, met vermoeide schreden voort, totdat zij, de een na den
+ander, bezweken. Niemand dacht er meer aan, de lijken der makkers te
+begraven; terwille van een stervende kon men zich niet ophouden! Ieder
+had genoeg te zorgen voor zichzelf. Eenigen stierven in het gaan; dit
+zag men later aan de geraamten, die men op het gezicht liggend vond.
+
+Vergeefs sleepten de overlevenden hun munitiekisten mede, zonder een
+enkel schot te kunnen afvuren, want geen spoor van wild komt in Mei en
+Juni op het eiland voor. Steeds kleiner werd het getal van hen, die de
+boot over sneeuw en ijs nog aan land konden trekken. Nu wachtten zij op
+open water om over de zeeëngte aan land te kunnen komen. In het begin
+van Juli pleegt het ijs te breken, en in elk geval zijn de overlevenden
+in dezen tijd daar overgezet, want de boot werd later in een bocht, die
+nu de „Doodenbaai” heet, aangetroffen. Indien men de boot daar later
+zou hebben gevonden, dan was het even goed mogelijk geweest, dat wind
+en golven ze daarheen hadden gedreven; maar de geraamten in de boot en
+aan het strand en allerlei voorwerpen van de uitrusting toonden aan,
+dat de boot bij de overvaart en het landen bemand geweest was. Vele
+oogenblikken van dezen noodlottigen tocht zijn voor eeuwig duister
+gebleven. Waarom sleepten zij de zware walvischbooten twee maanden lang
+mede, daar ze toch reeds het vorige jaar, op den tocht, kort voor den
+dood van den admiraal, het vasteland in het Zuiden moesten hebben
+gezien? De zeeëngte is op haar smalste plaats slechts tien kilometer
+breed, en ze hadden haar op elke plaats over het ijs kunnen overgaan!
+Nooit zal het raadsel opgelost worden, want allen stierven en geen blad
+uit het dagboek is gevonden!
+
+Toen berichten van Franklin geheel uitbleven, werd reeds na twee jaar
+de eerste hulp-expeditie gezonden. In het najaar van 1850 waren
+vijftien schepen aan het zoeken; het dapperst en meest energiek was de
+vrouw van Franklin, die jaren lang de hoop op een weerzien niet opgaf!
+Zij offerde haar geheele vermogen aan de hulp-expedities en de
+regeering gaf in den loop van zes jaar, ruim negen millioen gulden voor
+hulpexpedities uit! Alles vergeefs! Want het ongeluk was reeds lang
+geschied. Een expeditie, die reeds in 1848 uittrok, bleef in het ijs
+steken, en kwam op een heel bijzonderen inval, om de in nood
+verkeerenden, waar zij zich ook mochten bevinden, van hun nabijheid in
+kennis te stellen. Men ving ongeveer honderd bergvossen, deed ze
+koperen halsbanden om, waarop een kort bericht omtrent de ligging van
+het hulpschip was ingekrast en liet ze dan weer loopen.
+
+In het jaar 1854 werden de namen van Franklin, Crozier en de overige
+deelnemers uit de personeellijst der Engelsche marine geschrapt. In de
+geboorteplaats van Franklin werd een gedenkteeken voor hem opgericht en
+in de Westminster abdij, waar Engeland’s helden sluimeren, heeft men
+een marmeren gedenksteen voor hem opgericht, met de woorden van den
+dichter Alfred Tennyson:
+
+
+ „Niet hier! In den ijzigen arm verwijlt gij
+ Van de Pool—Een man, een held.
+ Naar een andere Pool gij ijlt,
+ Daar boven in de hemeltent!”
+
+
+Een beroemd poolreiziger, Julius Payer, die Frans-Jozef-land in het
+Oosten van Spitsbergen heeft ontdekt, heeft een schilderij geschilderd,
+die hij de „Doodenbaai” noemde. Aan een verlaten kust midden tusschen
+ijs en sneeuw ligt een aan land getrokken boot, tusschen hier en daar
+verspreide bagage rusten de lijken van verscheidene zeelieden. In de
+boot liggen andere lijken in de meest verschillende houdingen, de
+trekken verstijfd in wanhoop en ontzetting! Een ligt voorovergebogen op
+een open bijbel, de linkerhand omknelt krampachtig de saamgekreukelde
+bladeren. Aan den voorsteven der boot knielt een man, de laatst
+overgeblevene, kapitein Crozier. Met koelbloedige kalmte houdt hij zijn
+geweer gereed. Twee ijsberen naderen, tegen hen wil hij zichzelf en
+zijn doode makkers beschermen!
+
+
+
+
+
+
+
+
+7. HET BERICHT DER ESKIMO’S.
+
+
+Dertig jaren na den ondergang van de Franklin-expeditie begaf zich
+luitenant Schwatka naar het Noorden om de oplossing van het raadsel te
+zoeken. Verscheidene van de verongelukten zouden toch zeker een dagboek
+hebben gehouden; een was voldoende om alles te vernemen.
+
+Schwatka zocht het allereerst de Eskimostammen op, die op hun zomersche
+jachttochten, het dichtst bij King-Williamland kwamen. Bij velen vond
+hij voorwerpen, die bij de expeditie hadden behoord. Maar het
+merkwaardigste waren de verhalen van oude Eskimo’s.
+
+Een oude vrouw was met haar inmiddels gestorven man en twee andere
+families naar King-Williamland getrokken voor de robbenvangst. Vol
+verbazing en schrik hadden zij op een dag een troep vreemdelingen
+gezien, die een boot achter zich aantrokken. Eerst hadden zij op de
+vlucht willen gaan, maar toen een der vreemdelingen haastig op hen toe
+was gekomen, hadden zij niet kunnen wegloopen. Zij spraken met elkaar
+door teekenen en de Eskimo’s begrepen, dat de mannen blanke zeelieden
+waren van een gestrand schip. Zij hadden er ontzettend uitgehongerd en
+mager uitgezien, en zwarte kringen om oogen en mond gehad. De Eskimo’s
+bleven vier dagen bij hen, deelden met hen het vleesch van een zeehond
+en ontvingen als vergoeding een mes. De blanken brachten den nacht
+gedeeltelijk in een boot, gedeeltelijk in een kleine tent door.
+Levensmiddelen hadden zij niet. De Eskimovrouw vertelde, dat een der
+mannen lang was geweest, en een reeds grijzenden baard had, een ander
+werd „doklut”—dokter—genoemd, en had een witten bril gedragen, de
+anderen, allen een donkeren. De Eskimo’s werden door ijsgang verrast en
+moesten den geheelen zomer op het eiland blijven. In dien tijd verloren
+zij de vreemdelingen uit het oog.
+
+Het volgend jaar keerden dezelfde Eskimo’s terug naar de zuidkust van
+het eiland en vonden daar voor een tent verscheidene lijken, slechts
+twee waren met zand en steenen bedekt, en ook in de tent lagen
+verscheiden dooden in hun bed, geheel aangekleed, met laarzen aan de
+voeten en toegedekt met hun dekens. De lijken, die buiten lagen waren
+door de nog levenden daarheen gedragen. Messen, lepels, horloges,
+papieren, werktuigen, en wat er nog meer in de tent lag, namen de
+Eskimo’s mede.
+
+Andere Eskimo’s vertelden, dat zij op het vasteland een boot met
+verscheiden geraamten hadden gevonden, hoeveel waren zij vergeten,
+naast de boot hadden vier dooden gelegen, slechts een der dooden had
+nog huid en haren, en zijn haar was lichtblond geweest, hij kon pas
+eenige maanden dood zijn geweest. Hij had een ring aan den vinger en
+droeg oorringen, zijn horloge was met een ketting bevestigd geweest.
+Naast hem lag een blauwe bril. Alles van waarde namen de Eskimo’s mede,
+o.a. een zaag, aarden pijpen, zeildoek, kleedingstukken, een kompas,
+een tabaksdoos en een blikken doos met boeken. De boeken gaven zij aan
+hun kinderen om mede te spelen en in den loop der jaren waren zij
+verscheurd. Ongetwijfeld waren dat de kostbare logboeken met al de
+waarnemingen en kaarten welke gedurende de drie jaren waren
+opgeschreven en geteekend—papieren, voor welke Engeland vele millioenen
+zou hebben gegeven!
+
+Eindelijk vertelde nog een oude man, dat hij en zijn stamgenooten voor
+ongeveer dertig jaren in de nabijheid der kust van het vasteland in een
+groot ijsveld een schip ingesloten hadden gevonden, ook hadden zij
+sporen van menschen in de sneeuw ontdekt. Het volgend voorjaar hadden
+zij zich weer naar het schip begeven, maar geen spoor van een bezetting
+meer gevonden en aan boord was het zoo stil geweest als het graf.
+
+Waarschijnlijk was het dek nog hoog met sneeuw bedekt van den vorigen
+zomer, en hadden de Eskimo’s die nog nooit aan boord van een schip
+waren geweest, niet geweten hoe er in te komen. Op hun kloppen en leven
+maken hadden zij geen antwoord gekregen en de scheepsluiken hadden zij
+niet gevonden. Toen hadden zij met bijlen een gat in den zijwand
+gehouwen en waren hierdoor voorzichtig naar binnen gekropen. Het was
+binnen stikdonker en doodstil. Maar zij vatten moed en zochten rond in
+de gangen en hutten. Maar in één kooi hadden zij het lijk van een man
+gevonden. Naast hem, op een kleine tafel had een blikken kan met eenige
+stukken vleesch gestaan. Toen het ijs in den loop van den zomer
+verdween, vulde het schip zich door het gat in den romp en ging onder.
+Andere Eskimo’s bevestigden dit bericht. Maar welk van de twee schepen,
+de „Erebus” of „Terror” de „Onderwereld” of de „Schrik” zoo naar de
+diepte ging, dat weet men niet.
+
+En wie was die eenzame in het binnenste van het schip? Men huivert bij
+de gedachte aan zijn lot, hij was de laatste van die vijftig mannen,
+die van de Terrorbaai naar het schip terugkeerden. Alle kameraden waren
+dood, hij alleen had de kracht behouden zich naar het schip te slepen.
+In de kajuiten lag alles nog even onordelijk verspreid als men het voor
+twee maanden bij het verlaten van het schip had achtergelaten. De
+laatste der manschappen, zocht proviand bijeen en droeg het in zijn
+kajuit, dekens waren er genoeg voorhanden, een geriefelijk bed kon hij
+nog voor zich inrichten. De zomerdag naderde zijn einde. Steeds langer
+bleef de zon onder den horizon. Hij vermoedde niet, dat buiten op het
+ijs Eskimo’s het schip gadesloegen maar niet aan boord dorsten te
+komen. En toch was hij nu en dan op het dek geweest en had vergeefs
+naar hulp van het land uitgezien. Toen kwam de schemering weer, gevolgd
+door den langen nacht. Nu bleef hij in zijn hut, luisterde ingespannen
+maar hij hoorde niets dan den wind in het takelwerk en in de bevroren
+rinkelende touwen of het op zuchten gelijkende knarsen van den
+scheepsromp, die door het ijs werd saamgeperst. Ontzettender dan welke
+kerker ook, moet dit geheel alleen zijn op het verlaten schip zijn
+geweest! En toch bracht het hem niet tot waanzin! De laatste der
+overledenen wachtte rustig zijn laatste uur af: een vierde winter was
+te veel voor hem, en de tijd tot den volgenden zonsopgang te lang. Toen
+de dag weer lichtte, het ijs smolt, en het schip uit zijn driejarige
+gevangenschap bevrijdde, zonk het met zijn held in de diepte.
+
+
+
+
+
+
+
+
+8. AAN DE OOSTKUST VAN GROENLAND.
+
+
+De Noordpool, het doel van zoovele ontdekkingsreizen, is door zulk een
+dichten krans van onopgeloste vraagstukken omgeven, dat elke expeditie,
+die bij den altijd durenden wisselenden toestand van het poolijs geheel
+van haar route wordt afgedreven, toch met een menigte wetenschappelijke
+resultaten terugkeert en al heeft zij de Noordpool ook niet bereikt,
+toch bij zorgvuldigen, wetenschappelijken arbeid, voor onze kennis der
+Poolstreek gewichtige bijdragen levert. Dat geldt ook van de Duitsche
+Noordpool-expeditie, die in de jaren 1869 en 1870 ondernomen werd op
+aandrijven van den beroemden Duitschen geograaf August Petermann, en
+die de verdienste heeft, aan de oostkust van Groenland, het grootste
+eiland van de wereld, het vaderland der Eskimo’s, dat op de kaart als
+een lange, witte, slechts aan de randen gekleurde landstrook van de
+Noordpool afhangt, ruime gebieden te hebben ontsloten. Groenland, welks
+eigenaardigheden van een eiland pas door de laatste ontdekkingsreizen,
+vooral die van den Amerikaan Peary, werden bepaald, dankt zijn
+ontdekking en eerste nederzetting tot in de tiende eeuw aan de Noren
+wier kolonies aan de westkust zich tot in de 14e eeuw in bloeienden
+toestand bevonden. Reeds in het jaar 1000 werd in Groenland van uit
+Noorwegen het christendom wettelijk ingevoerd en van 1126 tot aan den
+hervormingstijd kan men nagaan, welke bisschoppen er achtereenvolgens
+geregeerd hebben. Het levendig scheepverkeer dat in die vroege eeuwen
+tusschen Groenland, IJsland en Noorwegen bestond, verminderde echter
+met het verval der Noorweegsche kolonies, in de 13de eeuw, en in het
+midden der 15de eeuw was alle verbinding tusschen Groenland en de
+beschaafde wereld verbroken. Pas in den tijd der Noorsche
+ontdekkingsreizen, dus vanaf de 16de eeuw, moest dit ontzaglijke eiland
+weer stuk voor stuk ontdekt worden, en in de 17de eeuw werd de
+Groenlandsche kust vaak bezocht door Duitsche en Hollandsche
+walvischvaarders, de zoogenaamde Groenlandvaarders. Maar steeds was de
+westkust van Groenland het doel der walvischvaarders en
+ontdekkingsreizigers, daar de oostkust door den onmetelijken stroom van
+het voortdrijvende poolijs als achter een veilig bolwerk volkomen
+ontoegankelijk scheen. Pas aan het einde der 18de en vooral in de 19e
+eeuw drong de geografische onderzoeking ook hier zegevierend door en
+het succes der Duitsche expeditie lokte een groot aantal poolreizigers
+naar deze oostkust van Groenland, die tegenwoordig wel beschouwd mag
+worden als bekend te zijn in haar hoofdomtrekken.
+
+Met twee schepen, de stoomboot „Germania” en het zeilschip „Hansa” stak
+de Duitsche expeditie den 15den Juli 1869 van Bremerhaven uit, in
+tegenwoordigheid van Koning Wilhelm van Pruisen, in zee. Maar reeds in
+het midden van Juli werden de beide schepen, toen zij juist de grens
+van het poolijs hadden bereikt, van elkaar gescheiden. Het gelukte aan
+de „Germania” zich tot aan de oostkust van Groenland door te werken;
+zij bereikte den 5den Augustus 1869 land en drong den 12den Augustus
+tot 75° 17′ breedtegraad door, waar het ijs den verderen doortocht
+verbood. Zij trok zich vooreerst terug naar de zuidzijde der
+Shannon-eilanden, teneinde die wetenschappelijk te onderzoeken en
+stootte daarbij op muskusossen, van welke het tot dusverre niet bekend
+was, dat zij zich op Groenland’s oostkust bevonden. Daar de toestand
+van het ijs ook verder ongunstig was begaf de „Germania” zich aan de
+zuidzijde der Sabine-eilanden in winter-kwartier, en daar ook de
+winterstormen geen beweging in het ijs brachten, bleef de expeditie
+tien maanden op die plaats, om op slede- en boottochten een reeks
+kuststreken, die tot nog toe niet waren onderzocht, te verkennen.
+
+Zij hadden een uitstekende haven voor overwintering uitgezocht, die
+door vooruitstekende bergen voor de razende noorderstormen was beschut
+en geheel ongedeerd bleef van drijfijs en dank zij de vèrziende
+voorzorgen van den uitnemenden kapitein Koldewey en zijn vier
+wetenschappelijke medearbeiders, dr. Börgen, eerste luitenant Payer,
+dr. Copeland en dr. Pansch, werd deze arctische overwintering van tien
+maanden in de „Germania-haven” een zeer huiselijke idylle.
+
+Op het nabijzijnd vasteland van de Sabine-eilanden werd het voornaamste
+deel van de proviand opgestapeld en twee observatoria opgericht, een
+astronomisch en een meteorologisch. Over het dek der „Germania” werd
+een dichte tent gespannen en die met een laag mos belegd, wat echter
+niet belette, dat bij dagenlangen heftigen storm, de sneeuw door alle
+spleten drong en het dek een voet hoog bedekte. De kajuiten werden met
+vilt, wollen stof en zeildoek bekleed, een vernuftige ventilatie voor
+de ruimten onder dek werd aangebracht en tijdig drinkwater uit de
+borrelende beken der nabijzijnde kust gehaald. Het schip werd omgeven
+door een borstwering van geweldige ijsblokken en een schutting eveneens
+van ijsblokken leidde naar de observatoria. Om den stand van den stroom
+gade te slaan en om bij brandgevaar veilig te zijn, werd steeds een gat
+in het ijsveld opengehouden, een voorzorg, die bij een brand, die in
+den loop van den winter in de kajuiten uitbrak, schitterend voldeed.
+
+Tot in November werden deze voorbereidingen door prachtig helder
+winterweer begunstigd. Toen begon gaandeweg de vorst sterker te worden,
+de dagen werden korter, en den 6en November verdween de zon en de
+poolnacht van drie maanden daalde op de „Germania” en haar zeventien
+bewoners. Tot de terugkeer van het daglicht, was de bezetting beperkt
+tot het schip en de naaste omgeving er van. De bediening der
+observatoria, die veelvuldig te lijden hadden van het geweld der
+stormen en de nieuwsgierigheid der ijsberen, en de uitvoering der
+andere wetenschappelijke observaties was van uur tot uur precies
+geregeld en slechts aan de pijnlijke nauwgezetheid in het opvolgen
+dezer voorschriften, was het te danken, dat de hierboven genoemde brand
+in het achterdek bijtijds werd ontdekt. Om de manschappen bezig te
+houden, richtten de geleerden der „Germania” een zeevaartschool op,
+waar de nautische wetenschappen, geografie, astronomie en natuurkunde
+werden onderwezen, en zelden heeft men in een scheepslogis zooveel
+gehoord van plus en minus, van macht en wortel als in de kajuiten der
+Duitsche poolreizigers! Er werd zelfs een „Oost Groenlandsche Courant”
+opgericht. Zij verscheen elke veertien dagen in twee geschreven
+exemplaren, bevatte allerhande schertsen, gedichten, toespraken,
+„officieele bekendmakingen” en droeg niet weinig bij tot het
+wintervermaak. Voor het Kerstfeest bouwde de timmerman een kunstige
+denneboom; de takken werden sierlijk getooid met de groene
+uitspruitsels van de onder de sneeuw groeiende plant Andromeda.
+Oudejaarsavond werd met rijnwijn, muziek, gezang en dans op het ijs
+gevierd. Den 3en Februari keerde de jubelend begroete zon weer terug en
+spoedig had men weer volle werkdagen zonder het vermoeiende lamplicht.
+Maar daarmede kwam er ook een eind aan het gezellige leven aan boord,
+en de manschappen gingen in troepjes met sleden uit; tochten, die hun
+moed en volharding op de zwaarste proef stelden. Bij het volkomen
+onbewoond zijn der kusten, waren honden en rendierensleden niet te
+krijgen. Men moest de sleden met bagage en proviand dus zelf over de
+ijsbergen en sneeuwvelden trekken. Toch gelukte het aan de Duitsche
+pioniers op vijf zulke reizen met sleden bijna duizend zeemijlen in een
+onbekend gebied te doorkruisen. Het vreeselijkst waren daarbij de
+sneeuwstormen, die dikwijls dagenlang de deelnemers van een
+slede-expeditie in hun nauwe tent vast hielden en tijdverlies
+veroorzaakten, dat bij de beperkte proviand soms levensgevaarlijk werd.
+
+Was de dagmarsch volbracht, meestal bij het invallen der duisternis,
+dan werd een geschikte plek op het strand of een ijsvlakte als
+kampement gekozen. Kleine sneeuwlagen werden met den voet weggeschopt,
+scherpgekante, vastgevroren blokken, met moeite terzijde geschoven,
+grootere menigmaal meer dan honderd schreden aangesleept om de touwen
+der tent er aan te bevestigen, een werk, dat bij storm en 20 graden
+koude eenige zelfoverwinning kost. Was de slaapzak in de tent
+uitgespreid, de bagage in orde gebracht, had de kok den ketel met
+sneeuw volgestopt, de lamp aangestoken en het avondrantsoen uitgedeeld,
+dan konden ook de andere makkers, die ondertusschen door de toenemende
+koude hoe langer hoe meer gekweld werden, het nachtkwartier betrekken.
+De openingen van de tent werden met haken gesloten en men trof de
+toebereidselen voor den nacht.
+
+De stijve laarzen van zeildoek, die aan de kousen vastgevroren waren,
+moesten als hoofdkussen dienen, zij werden met de hand ontdooid en met
+moeite losgescheurd. Daarop de met sneeuw bedekte kousen uitgetrokken,
+afgekrabd en op de borst bewaard, om door de eenige warmtebron, de
+eigen lichaamswarmte voor den volgenden dag te worden gedroogd.
+Eindelijk hebben allen zich in den slaapzak gewrongen, ieder ligt
+gedeeltelijk op zijn buurman en men wacht, dicht opeengedrongen, op het
+avondeten. De wind drukt de wanden van de tent naar binnen en maakt de
+ruimte nog kleiner. Door het weefsel, uit elken naad, door de kleinste
+opening spat een fijne stroom sneeuwkorrels en valt onafgebroken als
+meel uit den molen op den slaapzak neer. Hoe dikwijls de sneeuwlaag ook
+met het mes wordt weggeschraapt, even snel vormt zij zich weer.
+Dikwijls gebeurt het ook, dat de sneeuw smelt door de verhooging der
+temperatuur in de tent en dan doordringt tot op de huid.
+
+Met een onverschilligheid, grenzende aan stompzinnigheid, wachten de
+makkers, dicht op elkaar gedrongen, hurkend, met verstijfde handen
+handschoenen en kousen herstellend, den baard vol ijs, te midden van
+dezen chaos van bevroren kleedingstukken en laarzen. De kookpan is lek
+geworden; de spirituslamp druipt en dreigt de tent met brandgevaar; de
+vernieling ervan zou bij den woedenden storm het werk van een oogenblik
+zijn. De kok klaagt, dat hij vandaag zijn vingers verbrandt, die
+gisteren bevroren waren. Zijn werkzaamheid is aan voortdurende kritiek
+onderhevig, waartoe de algemeene honger prikkelt. Ieder wacht met
+ongeduld op het gereedkomen van het eten; rillend, in elkaar gedoken,
+roept de een of ander: „Peter, kookt het haast, je hebt zeker sneeuw in
+den spiritus gedaan!”
+
+Waarop Peter dan antwoordt: „Houd je mond! Hebt ge niet leeren
+wachten?”
+
+De levensmiddelen zijn steenhard bevroren, vleesch in bussen of ham
+wordt met de bijl stuk geslagen; boter kan men zonder eenige bedenking
+in het vestjeszakje opbergen, om onder den marsch bevroren te worden
+opgegeten, want de thermometer in den binnensten jas- of broekzak wijst
+gewoonlijk nog zes tot tien graden koude.
+
+Eindelijk is na twee uur de maaltijd gereed en wordt gretig en zoo warm
+mogelijk verslonden. De damp, door het koken ontstaan, maakt, dat men,
+als in een dampbad, ternauwernood iets van zijn buurman ziet; de wanden
+der tent worden door en door nat; de vochtigheid der kleeren neemt toe,
+het opengaan der deur van de tent brengt dadelijk een sneeuwval te
+weeg, en nadat het koken is geëindigd, is alles bevroren of met een
+dikke korst sneeuw bedekt. Het kleine rantsoen van een uit rundvleesch
+en peulvruchten toebereide soep kan den dagelijks toenemenden honger
+niet stillen, de slaap moet dien, evenals den smachtenden dorst, doen
+vergeten.
+
+Eindelijk heeft de kok, nadat hij den ketel heeft uitgekrabd, zich ook
+een plaats in den slaapzak veroverd, en nu kan er ook verder niemand
+meer in. Het is slechts mogelijk op de zijde te liggen. Vandaag liggen
+allen links, morgen allen rechts; persoonlijke begeerten, bijvoorbeeld
+den wensch op den rug te gaan liggen, wekken algemeen protest, evenals
+elke beweging, zoodra de toestand van verstijving is ingetreden. Uit
+acht menschen is één klomp geworden!
+
+’s Morgens te 5 uur wordt weer opgebroken; de slappe, zwarte koffie is
+met ijskoud broodkruim tot een brei vermengd. De bevroren laarzen
+worden met de hand ontdooid, in de plooien en van buiten van sneeuw
+bevrijd; zoo ook de tent, die geheel stijf is geworden, en eerst door
+kloppen buigzaam gemaakt moet worden. Zoo ook de slaapzak, die door de
+dagelijks toenemende vracht van ijs den spotnaam van „Walrus” heeft
+gekregen. De doorweekte zeehondenkleeding bevriest buiten dadelijk en
+aan de haren vormen zich ijsbloemen. Enkelen wrijven hun gezicht met
+fijne sneeuw om do oogen te verfrisschen, een andere manier om zich te
+wasschen verbiedt het gebrek aan water. Sleden en tent worden uit de
+opgewaaide sneeuw uitgegraven en eindelijk kan ieder na twee uren de
+trekkoorden grijpen, de vurig verlangde verlossing van de pijn van het
+nachtleger! Het is nog een geluk als de brandstoffen tot het einde van
+zulk een sledevaart toereikend zijn. Indien de voorraad ten einde
+raakt, dan moeten de manschappen zich er aan gewennen, het rauwe, nog
+warme vleesch van gevelde muskusossen te verorberen, en de drang tot
+zelfbehoud walgde zelfs niet van bosjes haar en de wol der dekens,
+vermengd met broodkruim, peper en jeneverbessen!
+
+Tot midden Juli werden deze sledevaarten langs de kusten ondernomen, en
+daarbij 77 breedtegraad bereikt. Toen het poolijs zich echter in
+beweging zette, moest de „Germania” trachten uit haar winterkwartier
+los te komen. Een nieuwe voortgang naar het Noorden bleek onmogelijk te
+zijn, de expeditie gebruikte den overigen tijd tot verdere onderzoeking
+van de kust; daarbij ontdekten zij den Keizer-Frans Jozeffjord, die
+diep tot in het binnenste van Groenland voert en aan grootschheid van
+natuurschoon met de meest romantische Alpenstreken kan wedijveren.
+
+Averij aan den stoomketel maakte, vroeger dan men gedacht had, een eind
+aan den verderen ontdekkingstocht van de „Germania” en zij konden van
+geluk spreken, dat zij nog zooveel stoom hadden, om den pas ontdekten
+fjord te verlaten. Den 17den Augustus lichtte men het anker voor den
+terugtocht en na twee dagen moeitevol en opwindend heen en weer zeilen
+door een gordel van pakijs, hoorde de bemanning eindelijk met
+onbeschrijflijke vreugde de branding van de open zee weer tegen de
+ijsschollen klotsen. De 10den September liep de „Germania” gelukkig
+reeds weer den Wezer binnen en landde den 11den September aan haar
+uitgangspunt Bremerhaven.
+
+
+
+
+
+
+
+
+9. DOOR IJSBEREN AANGEVALLEN.
+
+
+Naast de muskusossen, die in tegenstelling van hun leelijk uiterlijk,
+evenals de schapen, tot wier familie zij behooren, zeer onschuldig
+bleken te zijn, waren voor de manschappen van de „Germania” de talrijke
+rendieren gedurende hun overwintering een zeer welkom wild. Daar de
+oostkust van Groenland geheel onbewoond was, toonden de dieren niet de
+minste schuwheid voor de voor hen vreemde menschen en liepen vaak
+regelrecht voor het geweer; zelfs de poolvossen, die dikwijls rondom
+het schip slopen, waren zoo tam, dat ze zich met de hand lieten
+streelen.
+
+Bedenkelijk en met het vorderen van den winter steeds gevaarlijker
+werden echter de bezoeken van de ijsberen, en de bemanning van de
+„Germania” had ruim gelegenheid op te merken, dat deze roofdieren
+volstrekt geen winterslaap hielden, zooals men vroeger meende. Steeds
+meer lieten de ongenoode gasten zich in de nabijheid van het schip
+zien, vanwaar hun allerhande heerlijke geuren tegemoet stroomden en het
+kwam zoo ver, dat de „Germania” gewoon belegerd werd door een kring van
+deze gevaarlijke dieren, en niemand meer zonder geleide ook maar eenige
+schreden het schip kon verlaten.
+
+Het was op den 13den Januari, in den voormiddag, de tijd waarop de
+manschappen gewoonlijk buiten bezig waren, en moesten wandelen, dat een
+der matrozen, Kleutzer geheeten, op eigen gelegenheid den nabijgelegen
+Germaniaberg beklom, om het landschap, in het reeds helderder wordend
+middaglicht, op te nemen. Boven aangekomen ging hij welgemoed op een
+rots zitten en zong vroolijk een lied de stille heldere lucht in. Heel
+toevallig keek hij om; daar stond maar enkele schreden verwijderd een
+geweldige ijsbeer, die met ernstige uitdrukking den vreemdeling bekeek.
+De matroos was een even kalm en vastberaden als krachtig man en in
+gewone omstandigheden zou er niets bijzonders aan de zaak zijn geweest;
+de beer stond prachtig onder schot en kon niet zoo gemakkelijk gemist
+worden, maar—Kleutzer was geheel ongewapend en had zelfs geen mes bij
+zich. Onbegrijpelijk, niet waar? Want nog slechts enkele dagen geleden
+was een beer bij het schip gezien. En alleen verklaarbaar door de
+noodlottige zorgeloosheid, welke den matrozen eigen is en door de
+omstandigheid, dat tot nu toe bijna alle beren voor de ongewone
+verschijningen der poolvaarders gevlucht waren en de matrozen nog geen
+respect hadden ingeboezemd.
+
+Kleutzer ziet zich dus ongewapend en ver van zijn makkers, alleen
+tegenover den beer. Vlucht is de eenige, al is het dan ook
+twijfelachtige redding en reeds komt de vermetele gedachte bij hem op,
+zich op goed geluk langs de steile gletscherhelling omlaag te storten.
+Maar hij neemt toch liever de zachter glooiende zijde en begint nu hard
+den berg af te loopen. Na een poos kijkt hij om, de beer loopt als een
+groote hond op zijn gemak hem achterna. Zoo gaat het een tijdlang
+bergaf, zoo hard als het terrein het toelaat. Stond Kleutzer stil, dan
+stond de beer ook stil, ging hij verder dan volgde de beer langzaam, en
+ging hij hard loopen, dan volgde de beer, in hetzelfde tempo. Zoo waren
+de twee al een goed eind gevorderd en Kleutzer waande zich zoo goed als
+gered. Het begon den beer zeker te vervelen, hij bleef den vervolgde
+tenminste dichter op de hielen.
+
+Dat werd den matroos toch te griezelig en terwijl hij steeds
+voortholde, slaakte hij, om het dier te verschrikken en om hulp te
+krijgen, een luiden kreet. In het eerst scheen de beer er door
+verbluft, maar daarna woedend geworden, naderde hij den vluchteling nu
+steeds meer, zoodat deze den heeten adem van het monster reeds meende
+te voelen. In dezen ontzettenden toestand kwam Kleutzer de bekende
+berengeschiedenis in de gedachte, die hem juist kort geleden was
+verteld, waarin de vervolgde zich redde door den beer kleedingstukken
+voor te werpen; bij het onderzoek er van hield de beer zich zoo lang
+op, totdat hulp kwam opdagen. Kleutzer trekt dus, al voortsnellend,
+zijn buis uit, en werpt het achter zich en ziet, de list helpt. De beer
+blijft staan en begint een nader onderzoek van het buis, dat hij
+besnuffelt en heen en weer schudt. Kleutzer vat nieuwen moed, snelt
+verder den berg af en stoot uit volle borst een kreet om hulp uit, die
+ver door de stille streek weergalmt. Maar al te gauw is de beer hem
+echter weer op de hielen en Kleutzer werpt hem nu de muts, dan het vest
+toe, waardoor hij weer een voorsprong krijgt. Kleutzer ziet reeds dat
+redding nadert, en eenige kameraden over het ijs toesnellen. Met
+inspanning zijner laatste krachten loopt en schreeuwt hij weer, maar
+alle hulp schijnt vergeefs, want steeds sneller nadert de vervolger en
+Kleutzer moet nu het laatste wat hij nog geven kan, afstaan, zijn
+wollen doek, welken hij het dier tegen den kop werpt.
+
+Maar de beer, door het geschreeuw opnieuw getergd, werpt den doek door
+een ruk met den kop, met verachting van zich, en dringt steeds
+begeeriger op den weerlooze toe, die reeds den kouden, zwarten snuit
+aan zijn hand voelt. Nu schijnt hij verloren te zijn; de matroos weet
+geen raad meer,—daar komt hij op een prachtige gedachte: met zijn
+lederen gordel de keel van het dier dicht te snoeren. Strak kijkt hij
+in de meedoogenlooze oogen van het beest—een kort oogenblik van wanhoop
+treedt in, daar—schrikt de beer door iets wat op zij gebeurt, het
+volgend oogenblik verwijdert hij zich in volle vaart! Het geschreeuw
+der kameraden die ter hulpe kwamen, had hem blijkbaar verschrikt, en
+hij vond het ’t verstandigst het op een loopen te zetten. Kleutzer was
+als door een wonder gered.
+
+Nog veel erger was een aanval op den astronoom der „Germania” in het
+begin van Maart.
+
+Tegen negen uur in den avond was Dr. Börgen naar buiten gegaan, om een
+hemelverschijnsel gade te slaan en te gelijkertijd de meteorologische
+aanteekeningen op te nemen. Juist op het punt aan land te gaan,
+ontmoette hij kapitein Koldewey. Die twee spreken nog een oogenblik met
+elkaar, waarop de een naar het observatorium, de ander naar het schip
+gaat. Op den terugweg van het observatorium, nog vijftig schreden van
+het schip verwijderd, hoort Dr. Börgen een geruisch links naast zich en
+staat hij tegenover een op hem toekomenden beer. De aanval geschiedde
+zoo plotseling, dat Börgen van het geweer geen gebruik kon maken, ja
+later niet eens kon zeggen, of de beer zich had opgericht en hem met
+zijn klauwen op den grond geworpen of omvergeloopen had. Het eerste wat
+Börgen voelde, wat het indringen van het gebit in de huid van zijn
+hoofd, dat slechts door een dun lakenschen muts was bedekt. De beer
+spande zich in, zooals hij dat met zeehonden pleegt te doen, den
+schedel van zijn slachtoffer te breken, maar zijn tanden gleden er
+knarsend af. Een luide hulpkreet verjoeg het dier voor een oogenblik,
+het keerde echter onmiddellijk terug en beet nog verscheiden keeren in
+het hoofd van Dr. Börgen. Dat het gebit den schedel niet verbrijzelde,
+was stellig toe te schrijven aan de omstandigheid, dat het geen
+volkomen volwassen dier was. De hulpkreet was intusschen door den
+kapitein vernomen. Hij snelde op het dek, alarmeerde de bemanning en
+allen snelden den in gevaar verkeerenden makker te hulp. Het geraas dat
+ontstond, joeg den beer schrik aan, en nu beproefde hij zijn
+slachtoffer, dat hij aan het hoofd vast had, en dat zich door
+machtelooze stooten in de ribben van het dier trachtte te weren, in
+zekerheid te brengen. Daar weerklonk een schot; het dier schrok, liet
+Börgen los en sprong een paar schreden ter zijde, maar eensklaps greep
+het zijn arm en daarna zijn hand, die in een bonten handschoen was
+gehuld. Dit oponthoud maakte het den vervolgers mogelijk te naderen,
+maar toch zou de beer met zijn buit zijn ontkomen, indien hij tegen den
+oever was opgeklauterd. Maar hij nam zijn weg langs de kust, waar door
+de oneffenheid van het ijs zijn snelheid van loopen aanmerkelijk werd
+vertraagd, terwijl de toesnellenden op het gladde ijs snel dichterbij
+kwamen. Toch werd Börgen ongeveer driehonderd schreden ver
+voortgesleept en door den doek, waarvan de beer de einden ook beet had
+gepakt, werd hij bijna geworgd. Eindelijk liet het ondier los; dadelijk
+daarop bukte kapitein Koldewey zich met een „Goddank, hij leeft nog!”
+over het lichaam van den geleerde.
+
+Eenige schreden terzijde stond de beer, blijkbaar nog overleggend, wat
+hem te doen stond, totdat een kogel hem vertelde, dat het hoog tijd
+werd zich uit de voeten te maken. Aan het vervolgen van den beer dacht
+echter niemand, daar de allereerste taak nu was, den gewonde aan boord
+te brengen; het duurde verscheiden weken, voordat deze van de vele
+wonden, die de ijsbeer hem had toegebracht, genezen was.
+
+
+
+
+
+
+
+
+10. TWEEHONDERD DAGEN OP EEN IJSSCHOTS.
+
+
+Het lot van de „Hansa” waarop kapitein Hedemann het bevel voerde en die
+in dr. Buchholz en dr. Laube twee wetenschappelijke medewerkers aan
+boord had, was niet zoo gelukkig als dat van de „Germania”. Ze was door
+een verkeerd begrepen signaal te ver naar het Westen gezeild, en zat
+spoedig, nadat zij het hoofdschip uit het gezicht verloren had in het
+ijs vast, dat langzaam naar het Zuiden dreef. Land te bereiken was
+onmogelijk en men moest voorbereid zijn op een overwintering tusschen
+het drijfijs. Met of zonder schip? Dat was de moeielijke vraag, van
+welker beslissing het lot der geheele bemanning die veertien man sterk
+was, afhing. Ondenkbaar was het niet, met het ijs verder te drijven en
+in Februari ongeveer bij IJsland weer vlot te worden. Maar hoeveel
+Groenlandvaarders van vroegers tijden, die eveneens met hun schepen
+tusschen het ijs der Groenlandsche kusten waren gedreven, waren daarbij
+niet te gronde gegaan.
+
+De ijspersingen kwamen steeds meer voor en spoedig moest men zich
+voorbereiden op het verlies van de „Hansa”.
+
+De booten gaven te weinig beschutting tegen storm, koude en sneeuw; in
+de allereerste plaats moest er dus voor een goed onderkomen worden
+gezorgd. Vierhonderd vijftig schreden van het schip verwijderd zocht
+men een stevig stuk ijs, dat geen gaten had, en oogenschijnlijk niet
+zoo spoedig door de wrijving met andere ijsvelden zou doorbreken. En
+hier begon men een huis te bouwen. Bouwsteenen waren de voorhanden
+zijnde briquetten, een uitnemend bouwmateriaal, dat de vochtigheid
+opnam en de warmte in de binnenruimte hield. Water en sneeuw was de
+kalk; hoe sterker het vroor, des te beter vorderde het werk; men
+behoefde slechts in de voegen en spleten der kolensteenen fijne sneeuw
+te strooien en daar water op te gieten—in tien minuten was alles tot
+een vaste massa bevroren. De kap van het dak werd getimmerd uit
+scheepshout en met zeildoek en matten bedekt en om aan het luchtige dak
+meer dichtheid en vastheid te geven, werd er nog sneeuw opgeschept. De
+vloer werd eveneens met briquetten belegd, in het huis, dat 3 October
+na een arbeid van zeven dagen gereed kwam, werd proviand voor twee
+maanden gebracht; vooral brood en vleesch, conserven, spek, wat koffie
+en alcohol, brandhout en kolen. Tegelijkertijd werd het schip zelf voor
+de mogelijke overwintering ingericht.
+
+Intusschen dreef de „Hansa” steeds meer naar het Zuid-Westen. Een
+laatste poging om te voet tot het land door te dringen bleek
+onuitvoerbaar door een waterarm, die parallel met de kust liep.
+
+Den 18den October begon het ijs den strijd met het ingesloten schip. In
+regelmatige tusschenruimten, als door een gelijkmatigen golfslag in het
+leven geroepen, begon het persen en schroeven der ijsmassa, het dreunen
+en knallen, piepen en fluiten onder het ijs. Nu eens klonk het als het
+knarsen van deuren, dan weer als een verward door elkaar spreken van
+stemmen, dan weer als het remmen van een trein. Het ijsveld, waarin de
+„Hansa” lag, had zich onder het drijven omgedraaid en drong het schip
+nu steeds sterker naar het kustijs. De masten schommelden en het was
+den stuurman boven op zijn brug vaak, alsof iemand hem naklom.
+
+Dat was slechts het voorspel der gebeurtenissen in de eerstvolgende
+dagen. Onder storm en sneeuwjachten werden de persingen van het ijs
+steeds sterker, gaandeweg hieven de ijsmassa’s den voorsteven omhoog,
+terwijl de achtersteven van het schip ingeklemd bleef en een
+vreeselijken druk had te weerstaan. Elk oogenblik kon de catastrofe
+plaats hebben en dan was de eenige toevlucht voor de mannen het
+kolenhuis op het ijs!
+
+In de grootste haast werd nog alles uit het schip gehaald, dat aan
+kleedingstukken, bedden, brandstof en proviand diensten kon bewijzen.
+Toen de persing wat minderde, bleek, dat het schip op een onbereikbare
+plaats een gat had gekregen.
+
+Het pompen was vergeefs en de „Hansa” begon langzaam te zinken. Wat nog
+maar van eenige waarde kon zijn, werd gehaald en op het ijs gebracht;
+de tot nu toe bijeengebrachte wetenschappelijke verzamelingen en
+fotografische opnamen gingen echter verloren; de masten werden gekapt
+en met al het takelwerk op het ijs gesleept; daarna werden de touwen
+losgemaakt, waarmede het ijsanker de „Hansa” nog aan het veld
+vasthield, opdat de ijsschol zelf niet door het zinkende schip werd
+verbrijzeld. In het rond lagen in chaotische verwarring de meest
+verschillende zaken door elkaar, met den dood kampende en van koude
+bevende ratten, die door het water uit het scheepsruim waren gedreven,
+liepen er tusschen, en in den nacht van den 21sten op den 22sten
+October zonk de „Hansa” in de ijzige diepte!
+
+Nu moest men zich eenigszins huiselijk in het kolenhuis inrichten. Het
+niet luchtdichte dak van zeildoek werd door een planken dak vervangen
+en om licht en lucht in de zwarte woning te brengen, werden twee
+klepramen in het dak aangebracht, maar die toch het grootste gedeelte
+van den dag het lamplicht niet onontbeerlijk maakten. Aan beide zijden
+van de middengang werden britsen om op te slapen geplaatst en tegen den
+wand houtvoering aangebracht om het vastvriezen der kussens te
+beletten. Twee kachels zorgden voor voldoende verwarming. Tegen de met
+zeildoek bekleede muren werden planken getimmerd, waarop boeken,
+instrumenten en kookgereedschappen geplaatst konden worden; de
+scheepskisten dienden voor tafel en banken. De vergulde spiegel uit de
+kajuit prijkte tegen den zeildoeken wand, daaronder een kostbare
+barometer en de klok. Het grootste deel van de proviand en brandstof
+werd van de plaats, waar de „Hansa” was gezonken naar het huis gesleept
+en daar opgestapeld. Daar de sneeuw spoedig zoo hoog als de muren van
+het huis kwam, werd een vijf voet breede gang rondom de woning gegraven
+en met zeildoek gedekt. Dat was de eetkamer. Een voor ongeveer twee
+maanden dienend deel van de proviand werd in de booten gepakt, die
+elken dag uit de sneeuw moesten gegraven worden. Een valreeptrap diende
+om in het huis te komen, dat als een vossehol, ternauwernood met het
+dak uit de sneeuw stak en om sneeuw en wind van dezen ingang verre te
+houden, werd er nog een voorhal met een slingerende gang in de sneeuw
+gegraven, waarvan het dak evenals de voorraadschuren was samengesteld.
+
+Met de vernietiging van de „Hansa” scheen de kracht van het ijs ook
+uitgeput te zijn, de ijspersingen hielden op en het ijsveld met de
+vreemde nederzetting dreef langzaam langs de ijskust van Groenland, nu
+eens dichter, dan weer verder van het land verwijderd, een beweging die
+stellig haar oorzaak vond in ebbe en vloed. De schilderachtige vormen
+der Groenlandsche rotsige kusten waren meestal duidelijk te zien,
+zonder dat er eenige mogelijkheid bestond ze te naderen.
+
+De veertien kolonisten waren natuurlijk spoedig begonnen hun drijvend
+ijsland te onderzoeken, zooals vroeger Robinson zijn eiland. Het bleek
+in alle richtingen ongeveer dezelfde doorsnede van ongeveer twee
+zeemijlen te hebben en had boven het water een hoogte van vijf voet,
+waaruit volgens de ervaring besloten konden worden, dat de sterkte van
+het ijs onder het water op meer dan veertig voet geschat kon worden.
+Overigens bood ze slechts het beeld van een gelijksoortig met sneeuw
+bedekte, gelijke vlakte en als men zich verwijderde, van het diep in de
+sneeuw begraven huis, dan verdwenen spoedig alle herkenningsteekenen
+der nederzetting behalve de donkere punten der beide schoorsteenen, de
+na elke sneeuwjacht weer opengelegde booten en de mast met de
+wapperende Noord-Duitsche vlag. Maar een afschrikwekkend woest gezicht
+leverden echter de randen van het ijsveld, namelijk in het Westen en
+Noord-Oosten. De wrijvingen en persingen met aandrijvende schollen
+hadden hier muren opgestapeld tot tien voet hoogte. In den zonneschijn
+glinsterden de sneeuw-kristallen als millioenen diamanten. Het avond-
+en morgenrood gaf aan de witte vlakten een vaal-groene kleur. De
+nachten waren prachtig helder, zoodat men het fijnste schrift zonder
+moeite kon lezen. Het noorderlicht verscheen bijna elken nacht,
+dikwijls zoo intensief sterk, dat de glans der sterren verdoofde en de
+voorwerpen op het ijs schaduwen wierpen.
+
+In deze sprookjesachtige ijswereld ontwikkelde nu het kleine hoopje
+schipbreukelingen een bedrijvige, geregelde werkzaamheid het eenige
+middel om zich over het tot wanhoop brengend traag voortsluipen der
+dagen, weken en maanden heen te helpen. ’s Morgens te zeven uur wekte
+de laatste nachtwacht de kameraden, die zich snel in hun wollen
+kleederen wierpen, met gesmolten sneeuwwater waschten en hun
+ochtendkoffie met scheepsbeschuit gebruikten. Dan ging ieder aan zijn
+bezigheden, het maken van allerlei nog ontbrekende nuttige voorwerpen,
+het naaien van zeilen, het kloven van hout, herstellen van kleeren, het
+dagboek bijhouden en lectuur. Bij heldere lucht werden astronomische
+waarnemingen gedaan en de noodige schriftelijke berekeningen gemaakt.
+Te één uur werd er gemiddagmaald, het hoofdbestanddeel was een
+krachtige vleeschsoep en de rijkelijk voorhanden zijnde conserven
+zorgden telkens voor afwisseling der bijgerechten. Gezouten vleesch en
+spek werden weinig gegeten; het spek der gevangen walvisch waarop de
+mannen dikwijls jacht maakten, werd meestal slechts als brandstof
+gebruikt. Nu en dan leverde een nieuwsgierige ijsbeer kostelijk gebraad
+in de keuken. Met spiritualiën werd zeer spaarzaam omgegaan, slechts op
+den Zondag gunde men zich een glas sterken portwijn. De
+gezondheidstoestand der manschappen bleef dan ook gewoon goed.
+
+Zonder ernstige gevaren ging December 1869 voorbij. Het Kerstfeest werd
+volgens het gebruik in het vaderland feestelijk gevierd, de matrozen
+hadden uit dennenhout en berkenrijs een kunstige kerstboom opgericht,
+en den kapitein zelfs verrast met eigen vervaardigde geschenken.
+Eveneens werd oudejaarsavond met geweersalvo’s en vroolijke punch
+doorgebracht, en als ooit gelukwenschen bij het nieuwe jaar met
+klinkende glazen diepernstig worden gemeend, dan was het hier in den
+helderen poolnacht op de drijvende ijsschots der Duitsche
+Hansavaarders.
+
+Met een ontzettend stormweer, zette het jaar 1870 den tweeden Januari
+in. Reeds in den ochtend van dien dag meenden de kapitein en de
+officieren een eigenaardig geraas te hooren, alsof iemand met den voet
+langs den grond krabde.
+
+Toen ’s middags de manschappen zich hadden neergelegd voor de
+middagrust, klonk hetzelfde geruisch, maar veel sterker. Het was een
+krabben, stommelen, knetteren, een zagen, steunen en knarsen, alsof
+griezelige geesten onder de ijsschots aan het razen waren. Opgeschrikt
+sprongen allen op en stormden naar buiten; zeker was de plaats met
+proviand rondom het huis ingestort. Maar er was niets te ontdekken en
+buiten kon men in den sneeuwstorm geen tien pas ver zien. Maar tusschen
+het woeden van den storm, steeds dit schuiven en kraken van het ijs, en
+als men het oor op den grond legde was het alsof water onder de
+schollen vloeide. Er was geen twijfel aan: het ijsveld begon te barsten
+of aan de kanten af te brokkelen en één oogenblik kon over het leven en
+den dood der veertien menschen beslissen!
+
+In dezen ontzettenden toestand brachten de in sneeuw en ijs begravenen
+twee eindelooze dagen door. Toen de storm was uitgewoed, en in den
+morgen van den vierden Januari de lucht weer helder was, zagen de
+kolonisten met ontzetting, dat de vorm van hun ijseiland veranderd was,
+en de doorsnede nu hoogstens één zeemijl bedroeg! Het kolenhuis lag
+naar drie kanten slechts tweehonderd schreden van den rand van de
+schots verwijderd, naar den vierden kant nog duizend schreden, tegen
+drieduizend vroeger. Daarbij waren de randen van het ijsveld zoo met
+brokken ijs bedekt en vol gewaaid met sneeuw, dat aan een halen der
+booten en aan redding naar de nabijzijnde kust niet viel te denken. De
+Hansamannen waren en bleven de gevangenen van het onverbiddelijke ijs!
+Den 11den Januari stormde ’s morgens vroeg de matroos van de wacht met
+den alarmkreet: „alle man gereed” het huis binnen; een onbeschrijfelijk
+gevaar woedde in de naaste omgeving. Opnieuw begon het ijsveld aan alle
+kanten af te brokkelen; ongeveer vijf en twintig schreden van het huis
+verwijderd gaapte eensklaps een ijsspleet, het afgebrokkelde stuk
+verhief zich huizenhoog en dreef met het opgestapelde brandhout naar de
+woedende zee. De weer kleiner geworden ijsschol met het kolenhuis
+verhief zich en daalde weer omlaag, en weer scheen het laatste uur der
+kolonisten te zijn geslagen. Zij namen afscheid van elkaar en
+verdeelden zich bij twee hunner booten in twee groepen. Zoo stonden zij
+en hurkten zij neer gedurende een ganschen dag, voorbereid op de
+laatste ramp. Maar als door een wonder hield juist dat deel der
+ijsschots, waarop zij zich hadden neergezet nog stand. ’s Avonds legden
+zij zich eenigszins gerustgesteld in het huis neer, maar omstreeks
+middernacht schrok weer een angstige kreet de slapers op. Zij gunden
+zich den tijd niet eerst door de lange sneeuwgang te loopen, maar
+stieten het dak door en klauterden zoo naar buiten. Vlak naast het huis
+verhief zich een kolom van reusachtige hoogte—slechts enkele
+oogenblikken. Toen klonk de geruststellende stem van den kapitein: „Het
+is voorbij!”
+
+Of het werkelijk een ijsberg was, of maar een luchtspiegeling of
+misschien de hooge kust, was door de snelheid, waarmede het griezelige
+spooksel verdween, niet uit te maken.
+
+Maar den 14den Januari werd, door het plotseling openen van een spleet
+in het ijs, het kolenhuis zelf vernield en de mannen moesten zich in de
+booten redden! Uit de puinhoopen werd een kleiner woonhuis gebouwd,
+waarvan het dak den eersten nacht reeds door den storm werd weggewaaid.
+Er was slechts plaats in voor zes man, de overigen moesten een onderdak
+in de booten vinden. Volgens het getuigenis van den kapitein, hield de
+dappere Duitsche schaar zich in die dagen van schrik, toen de dood
+achter elk ijsblok grijnsde, voorbeeldig, en de eenige vreemdeling
+onder hen, de Hollandsche kok, behield zelfs zijn drogen zeemanshumor
+in de angstigste oogenblikken. In al die dagen, toen de schemerachtige
+koude ochtenduren bij storm en sneeuwjacht steeds nieuwe tooneelen van
+verwoesting in het rond onthulden, wist hij toch zijn kameraden, alsof
+er niets gebeurd was, de morgenkoffie klaar te maken, en toen de
+instorting van het huis hem juist verraste, terwijl hij met de
+reparatie van zijn ketel bezig was, zeide hij: „Als de ijsschol nu maar
+zoolang wilde stand houden, totdat ik met mijn ketel klaar ben! Ik
+wilde nog thee voor den avond klaar maken, opdat wij „voor de afreis”
+nog wat warms hebben!”
+
+De geweldige ijspersingen in Januari kwamen voornamelijk daardoor, dat
+de schol met de schipbreukelingen in dien tijd tusschen IJsland en
+Groenland doordreef, waar de ijsmassa’s, vooral door het veelvuldig
+vooruitspringen der Groenlandsche kust in talrijke kapen steil op
+elkaar schoven. Zoodra zij Kaap Dan voorbij waren gedreven, waar de
+kust van Groenland naar het Westen terugwijkt en in het Oosten de grens
+van IJsland wegvalt, houdt de ijsopstopperij op en de scènes aan de
+golf „der Verschrikking”—zoo werd de golf genoemd, waarin den 4den
+Januari de Hansaschol geheel dreigde te barsten—herhaalden zich niet
+meer. Maar naast de elken dag dreigende ijsbergen, verhief zich nu een
+nieuw gevaar. Reeds in Februari begon de zon merkbaar haar invloed uit
+te oefenen; den 17den April steeg de thermometer tot tien graden
+warmte! Begin Mei stroomde hevige regen neer en de hut der
+schipbreukelingen, die vroeger in het dal had gestaan, lag nu na het
+smelten van de sneeuw op een heuvel.
+
+Daar vertoonde zich den 7en Mei rondom de schots naar alle kanten
+water, en het oogenblik der verlossing uit de ijzige gevangenschap
+scheen gekomen. Nadat de kapitein den geheelen ochtend ijs en weer had
+gadegeslagen, werden de booten na het eten in koortsachtige haast
+geledigd en over den rand der schol geschoven, daarna weer geladen en
+na drie uur was alles „gereed”. Nog een laatsten dankbaren blik op het
+getrouwe ijseiland geworpen, dat de Hansamannen tweehonderd dagen lang
+door alle gevaar gelukkig heen had gedragen en na een driewerf hoera
+gingen de drie booten te 4 uur in den namiddag onder zeil. ’s Nachts
+werden ze weer op het ijs gehaald, wat telkens groote inspanning
+kostte; en zoo naderden zij tot op anderhalve zeemijl het land. Maar
+hier had het kustijs zich tot een ondoordringbare massa samengeschoven,
+en verscheiden dagen moest er op het ijs worden gebivouakeerd. Met den
+verrekijker konden zij reeds op het land de beken van de steile
+hellingen omlaag zien storten, en frisch water stond overal op de
+schollen; op zekeren dag zoemde zelfs een vroolijke vlieg rondom het
+zeil. Het bedenkelijk minderen van de proviand dwong de bemanning nu,
+het kostte wat het wilde, de kust te bereiken, en onder onnoemelijke
+inspanning en onophoudelijke stortregens, die alle nachtrust beletten,
+werden de booten voetje voor voetje door het labyrint van ijs
+geschoven, naar het drie mijlen verwijderde eiland Illuilek. De
+maaltijden bestonden ’s morgens en ’s avonds nog maar uit een vierde
+pond brood en een klein stuk spek en het opraken van den voorraad
+spiritus, maakte het bereiden van warme dranken spoedig onmogelijk, nu
+er geen zeehonden meer werden aangetroffen met hun brandbaar spek.
+Daarbij droomden de mannen in enkele uren van onrustigen slaap van
+prachtige maaltijden en voelden dan bij het ontwaken de leegte van hun
+maag des te kwellender.
+
+Den 4den Juni gelukte het eindelijk het eiland te bereiken. Vier weken
+waren verstreken sinds het verlaten der ijsschol, en de proviand zou nu
+nog slechts voor ten hoogste veertien dagen toereikend zijn. Het eiland
+was echter niets dan een rotseiland, en vertoonde geen spoor van
+vegetatie, er nestelden slechts enkele meeuwen en alken!
+
+Den 7den Juni landde de bemanning der „Hansa” eindelijk aan de kust van
+het vasteland van Groenland en konden de mannen hier tenminste eens
+grondig uitrusten, zonder het voortdurende gevaar van het opdringende
+ijs. En na een zesdaagsche zeilvaart kris en kras door de klippen en
+fjorden der kust, bereikten de drie booten den 13den Juni gelukkig de
+kolonie Frederickstal aan de westkust, waar zij in het daar aanwezige
+zendingshuis werden opgenomen en voortreffelijk verpleegd. In
+Julianahaab troffen zij een Deensch schip en den 26sten Juli lichtten
+de geredden het anker voor de huisreis.
+
+Den 1sten September 1870 kwamen zij te Kopenhagen aan, en de berichten
+van den zegevierenden strijd van Duitschland tegen den Franschen
+erfvijand ontvingen zij, die aan het leven waren teruggeschonken!
+Denzelfden dag waarop het bericht van den slag bij Sedan de wereld
+doortrok, betraden zij te Sleeswijk voor het eerst weer den Duitschen
+bodem, en kwamen Hamburg binnen, juist toen de stad ter eere der
+overwinning in schitterende verlichting straalde! Zoo waren veertien
+dappere mannen aan hun roemrijk vaderland terug gegeven na een
+zwerftocht in het poolijs, rijk aan avonturen en heldendaden.
+
+
+
+
+
+
+
+
+11. EEN GORDON-BENNETTVAART NAAR DE NOORDPOOL.
+
+
+Het was de Amerikaansche dagbladondernemer, Gordon-Bennett, wiens naam
+destijds in aller mond was door den door hem uitgeschreven grooten
+prijs voor de wedstrijden in automobiel en luchtballon, die eens
+Stanley naar Afrika heeft gezonden om den verdwenen zendeling
+Livingstone op te zoeken. Naast het onderzoek van tropisch Afrika,
+waarvoor hij groote sommen beschikbaar stelde, beproefde hij echter ook
+de verovering van de Noordpool. Hij had de geschiedenis der
+Noordpoolreizen bestudeerd en daarbij was hem opgevallen, dat
+verscheiden schepen, die van den Atlantischen Oceaan naar het Noorden
+voeren, in een zeestrooming geraakten, die met drijfijs was bedekt en
+waardoor zij naar het Zuiden werden teruggedrongen. Als dus een schip
+door de Beringhstraat tusschen Azië en Amerika doorging, moest het nut
+trekken van deze strooming en kon misschien juist door deze, langs de
+Noordpool naar de andere zijde van den Oceaan worden gedreven.
+
+Gordon-Bennett kocht dus een schip, dat reeds vroeger dienst gedaan had
+bij het zoeken naar Franklin. Het kreeg te New-York den naam van
+„Jeannette” en bij den doop was ook Stanley tegenwoordig, die juist van
+zijn tweede Afrikareis was teruggekeerd. De „Jeannette” zeilde geheel
+Amerika om en deed San Francisco aan, om daar haar uitrusting te
+voltooien. Er werd voor drie jaar proviand ingescheept. De kapitein en
+leider der expeditie was De Long, de eerste machinist heette Melville,
+de arts dr. Ambler. Daar kwamen nog vijf andere officieren bij; de
+bemanning bestond uit vier en twintig man; daaronder bevonden zich twee
+Indianen, bekwame jagers, en twee Chineezen ter verzorging der keuken.
+De geheele onderneming kostte 1.080.000 gulden.
+
+De Long kreeg van Bennett drie gewichtige opdrachten mede. Ten eerste
+moest hij de Noordpool bereiken; bovendien de Noord-West-doorvaart
+zoeken, in tegenovergestelde richting van de „Vega”. Van het gelukken
+der Zweedsche expeditie wist men toen nog niets; de „Vega” was sedert
+een jaar weg en men had nog geen bericht van die expeditie gekregen.
+Indien het noodig was, zou De Long haar derhalve hulp brengen.
+
+Den 8sten Juli 1879 ging de „Jeannette” in zee. Een geheele vloot
+stoombooten en jachten deed haar uitgeleide. Mevrouw De Long ging ook
+mede, totdat men in open zee was. Daar zeiden de beide echtgenooten
+elkaar voor het laatst vaarwel en de dappere vrouw bleef zoolang bij de
+borstwering van haar schip staan, als er nog iets van de rookkolommen
+van het poolschip was te zien. Een afscheid voor eeuwig!
+
+De zee stond bol toen de „Jeannette” in open zee kwam, en toen de klok
+voor het middageten luidde, begaven zich maar weinigen naar de eetzaal.
+De meesten lagen liever in de hut, terwijl het stampende schip als een
+meeuw op de golven schommelde. Zelfs geharde zeelieden moesten den
+zeegod rijkelijk schatting betalen.
+
+Op witte vleugelen zweefden de stormvogels rondom het schip en daalden
+nu en dan op de golven neer, als afval over boord werd geworpen.
+Eenigen werden gevangen; zij fladderden, sloegen met de vleugels en
+konden zich niet meer van het schip opheffen, omdat de harde, gelijke
+grond hun geen lucht genoeg bood. Vreemd genoeg werden ook zij zeeziek;
+ofschoon ze hun leven boven de golven doorbrachten en zoo dikwijls op
+de golven wiegden, konden zij het schommelen van het schip niet
+verdragen, maar keerden letterlijk hun maag om. Bovendien zaten zij vol
+ongedierte, ofschoon de zoutachtige, reine zee hun tehuis was.
+
+De Chinees werd onder de passagiers het ergste ziek. Dr. Ambler moest
+al zijn kennis aanwenden om hem in het leven te behouden: in de eerst
+volgende haven werd hij op een ander schip weer teruggezonden.
+
+De dagen vervolgden rustig hun loop. Men deed waarnemingen en begon met
+het verzamelen van de bewoners der zee. ’s Avonds werd muziek gemaakt
+op een piano en ’s Zondags leidde De Long een godsdienstoefening op het
+achterdek. De zee was kalmer geworden en ver in het Oosten moest de
+kust van Canada reeds liggen. Om kolen te sparen vertrouwde de
+„Jeannette” zich zoo veel mogelijk aan haar zeilen toe; het duurde
+daarom lang, voordat zij door de eilandenketen der Aleoeten de
+Behringstraat inliep.
+
+Op de kust van Alaska werden Eskimohonden aan boord genomen; maar negen
+er van werden dadelijk door hun makkers opgegeten en moesten door
+nieuwe worden vervangen. De twee Indianen waren meegenomen voor de
+verzorging der honden en voor de jacht. Het hondenhok was op het
+voordek en daar heerschte voortdurend een helsch geraas, dat maar een
+korten tijd minder werd als een der Indianen zijn zweep op het
+gezelschap liet neersuizen.
+
+Op het eiland St. Lorenz vernam De Long, dat de „Vega” drie maanden
+geleden gelukkig daar was aangekomen en in zuidelijke richting was
+gegaan. Een oude Tschiektsch, die zelf aan boord van de „Vega” was
+geweest, gaf uitvoerig verslag over het winterkwartier van het
+Zweedsche schip. Om zich van de juistheid der verklaringen te
+overtuigen, zeilde De Long naar de plaats van het winterkwartier en
+liet zich daar elke mededeeling door de daar wonende Tschiektschen
+bevestigen. Er viel dus niet meer te twijfelen aan den gelukkigen
+uitslag der Vega-expeditie. Twee van zijn eigen opdrachten waren
+hiermede volbracht: de Noord-Oost-doorvaart was gevonden en de mannen
+van de „Vega” hadden zijn hulp niet noodig. Nu bleef hem nog slechts
+over de Noordpool te bereiken.
+
+Van San Francisco was een tweede schip naar de Behringstraat gevaren,
+om kolen en proviand van de „Jeannette”, weer aan te vullen. Daarna
+werd de „Jeannette” nog maar eens gezien en wel door een Amerikaanschen
+walvischvaarder; deze vertelde, dat de Poolzee vol drijfijs was geweest
+en de „Jeannette” zeker spoedig in het ijs was blijven steken. De
+walvischvaarders, die dat jaar het laatst terugkeerden, hadden het
+schip niet meer gezien en spoedig begon men er zich ongerust over te
+maken. Maar pas na bijna twee jaar, in 1881, werden vijf
+hulp-expedities uitgezonden: naar de Noordkust van Alaska, naar
+Noord-Groenland, naar Frans-Jozef-land en andere deelen van de
+noordelijke IJszee en de Russische regeering werd verzocht alle
+Siberische zeelieden bevel te geven, dat zij naar het schip zouden
+rondzien, en in geval van nood hulp moesten bieden.
+
+
+
+
+
+
+
+
+12. DE ONDERGANG DER „JEANNETTE”.
+
+
+Intusschen was de „Jeanette” reeds in het begin van September 1879 in
+dicht ijs geraakt, en daar zij geen duimbreed meer verder kon, werd het
+schip aan een veld drijfijs voor anker gelegd en de vuren onder de
+stoomketels werden uitgedoofd. Den volgenden morgen was ze reeds aan
+alle kanten ingesloten en gevangen—een en twintig maanden lang! De
+zeelieden namen het lot kalm op en hoopten, dat het ijs zich spoedig in
+beweging zou zetten. Op de bevroren zoetwaterplassen, die zich op de
+ijsschollen vormden, reden de manschappen schaatsen; de een hield zich
+bezig met lezen, de ander ging op de jacht. Twee walrussen en eenige
+ijsberen werden neergeschoten. Toen een der Indianen zijn eerste walrus
+had gedood, stak hij zijn arm in den muil van het nog niet koud
+geworden dier, trok er hem weer met bloed bedekt uit, en bestreek toen
+zijn voorhoofd eerst met bloed, daarna met sneeuw; dit, had zijn vader
+hem verzekerd, bezorgde hem geluk op de jacht.
+
+Spoedig bemerkte men door waarneming van den hemel, dat het schip
+slechts schijnbaar stil lag in het ijs. Een onregelmatige strooming der
+zee dreef het geheele ijsveld noord-westelijk. Indien het slechts wat
+sneller was gegaan, zou men niet gemakkelijker het poolijs door hebben
+kunnen varen! Maar het ging wanhopig langzaam. Dikwijls dreef het
+ijsveld in kromme lijnen en cirkels en van het Wrangeleiland naar de
+slechts ongeveer duizend meter verwijderde groep der Nieuw-Siberische
+eilanden had men bijna twee jaar noodig!
+
+Zonder gevaar was deze gevangenis der „Jeannette” volstrekt niet. Het
+ijs perste ontzaglijk. Het roer werd weggenomen maar de schroef liet
+men nog zitten en de dreigende ijsblokken in de nabijheid er van werden
+weggeslagen en weggezaagd. De instrumenten werden op een afstand van
+eenige honderden meters op het ijs ondergebracht, waar een
+observatorium werd gebouwd, dat met het schip in telefonische
+verbinding stond. De „Jeannette” lag tusschen twee meter dik ijs, maar
+daar hier en daar de ijsvelden, door de ontzaglijke persing op elkaar
+waren geschoven, bedroeg de dikte van het ijs op enkele plaatsen tot
+zes meter. Bij zulke opschuivingen der ijsmassa’s dreunde het rondom de
+„Jeannette” als donder en de grootste voorzichtigheid was noodig.
+
+Tot dusverre had men gedacht, dat het eiland Wrangel zich noordelijk
+naar de Pool als een tweede Groenland uitstrekt. De drift van de
+„Jeannette” toonde echter, dat het eiland tamelijk klein was en rondom
+de kusten de zee nog grootendeels open was.
+
+Zeehonden en walrussen kwamen hier in grooten getale voor, maar men
+ontmoette slechts twee witte walvisschen.
+
+In het begin van November werd het kraken van het ijs, dat
+onophoudelijk van positie veranderde, hoogst beangstigend. De honden
+huilden van schrik, noch zij noch hun meesters hadden ooit zulk een
+geraas gehoord. Soms scheidden de ijsschollen zich en dan dreef de
+„Jeannette” een korten tijd op het water. Spleten en gleuven openden
+zich hier en ginds en gedurende eenige dagen verkeerde de bemanning van
+het schip in zulk een opwinding, dat ze er ternauwernood toe konden
+komen thee te drinken.
+
+Den 10den November begon de winternacht van drie maanden, een tijd van
+rust, dien men eenigszins gezellig inrichtte. Te zeven uur ’s morgens
+klonk de reveille, dan werd het vuur aangemaakt. Te negen uur werd het
+ontbijt gebruikt en van elf tot een uur moesten allen op de jacht gaan
+om beweging te nemen. Te drie uur werd er voor het middagmaal geluid,
+daarna liet men het keukenvuur uitgaan om kolen te sparen. Te acht uur
+was er thee en koude keuken, daarna ging men slapen. Het menu bracht
+tamelijk veel afwisseling: tweemaal in de week was er gebraden
+ijsberen- en robbenvleesch. Wijn werd slechts bij feestelijke
+gelegenheden gedronken.
+
+Met Kerstmis verschenen de manschappen in groot tenue aan den bak om de
+officieren geluk te wenschen en werden door hen aan het middageten
+genoodigd. De avond werd gevierd met de opvoering van een tooneelstuk
+en verder hield men de manschappen bezig met voordrachten, precies als
+op de „Vega”.
+
+In Januari 1880 was de „Jeannette” aan zulke ontzettende ijspersingen
+blootgesteld, dat ze lek werd. Waar het lek was, wist men niet, maar in
+het voorruim kwam het water zoo hoog, dat de pompen in werking gebracht
+moesten worden. Van toen af werkten ze volle achttien maanden!
+
+Begin Februari werd een witte vos geschoten. Wat ter wereld had die
+hier buiten te zoeken? Het eiland Wrangel was nog steeds een groot eind
+verwijderd. Meester Reintje had misschien de honden gespeurd, en zich
+naar hier laten lokken. Op een anderen keer beproefde een ijsbeer een
+bezoek aan boord te brengen; ontvangen door de woedende honden, maakte
+hij volstrekt niet, dat hij wegkwam, maar joeg zijn tegenstanders op de
+vlucht. Het dappere dier had wel een beter lot verdiend, dan in kleine
+porties op de tafel der „Jeannette” te verschijnen.
+
+Toen de zon, door stormachtig gejubel begroet, terugkeerde, waren de
+gevangenen verbaasd te zien hoe bleek en grauwgeel zij er uitzagen. De
+koude daalde tot bijna vijftig graden; het was hier dus nog vier graden
+kouder dan in het winterkwartier van de „Vega”.
+
+In Mei vertoonde zich nu en dan een meeuw, ook soms een verdwaalde
+eidergans of een wilde eend. Gedurende den zomer was het heerlijk weer.
+De honden vonden den voortdurenden zonneschijn zelfs hinderlijk warm en
+lagen hijgend aan de schaduwzijde van het dek.
+
+Zoo dreef de „Jeannette” van maand tot maand in haar ijsveld steeds
+verder naar het Noorden, en indien zij stand had kunnen houden tegen
+het ijs, dan was zij zeker de Noordpool voorbij of althans in haar
+nabijheid gekomen! De waarnemingen der zeelieden schenen aan te toonen,
+dat de geheele Poolzee met een mantel drijfijs bedekt was, dat, althans
+in de nabijheid der Siberische kusten, langzaam den tegenovergestelden
+weg van den wijzer eener klok aflegde, namelijk van het Oosten over het
+Noorden naar het Westen.
+
+Daarna begon de tweede nacht, die drie maanden duurde. De gezondheid
+der gevangenen leed meer dan in den eersten winter. Teekenen van
+scheurbuik, de vernielende ziekte der poolstreken, waaraan reeds
+zooveel menschenlevens ten offer waren gevallen, vertoonden zich en de
+scheepsdokter had handen vol werk.
+
+Den 18den Mei zag de loods van zijn uitkijk aan den top van den
+grootsten mast, in het Zuidwesten, waar tot nu toe nog geen land bekend
+was, een kust. Het was slechts een klein eiland; het kreeg voor goed
+den naam van het in het ijs gevangen gehouden schip. Eenige dagen later
+kwam weer een eiland in het zicht, waar de „Jeannette” langzaam voorbij
+ging. In het begin van Juni openden zich rondom het schip gapende
+spleten in het ijs. Den avond van den 10den werden heftige stooten
+gevoeld en gedurende de uren van den zonhelderen Juni-nacht barstten de
+ijsvelden overal in het rond, alom vertoonden zich groote watervlakten,
+en de „Jeannette” was bijna vlot. Het roer werd weer aangezet, onder
+den stoomketel het vuur gestookt, en men verheugde zich in de hoop
+eindelijk weer uit het pak-ijs te komen.
+
+Met het vlot worden van de „Jeannette” eindigt het logboek van kapitein
+De Long, maar in zijn dagboek vervolgt hij het verslag. De „Jeannette”
+kwam den 11den Juni in den voormiddag geheel vrij van ijs en allen
+waren vervuld van een gevoel, alsof het schip zoo juist van stapel was
+geloopen! De geheele bemanning stormde uit de kajuiten naar het dek en
+jubelde over het kristalheldere, blauwe bekken, waarin de „Jeannette”
+zwom.
+
+Men ging voor anker liggen in de verwachting van een vaarwater, dat
+zich zou openen. Maar men wachtte vergeefs! Weer schoof het ijs aan
+alle kanten te zamen en den 12den Juni zat het schip erger dan ooit in
+het ijs bekneld. Het weer was prachtig. Toen men weer eenigszins van
+het persen van het ijs was bekomen, ging een deel der bemanning op
+jacht en gedurende hun afwezigheid begon het persen van het ijs
+opnieuw. Het vlaggesignaal van De Long riep allen terug aan boord en
+toen de laatste jager, een Indiaan, hijgend aankwam met een zeehond op
+den schouder, dien hij had geveld, perste het ijs reeds zoo, dat het
+schip overhelde. Allen verkeerden in de grootste opwinding. Zonder
+eenigen twijfel moest de „Jeannette” als glas tot splinters gaan, als
+het ijs met al zijn kracht verder perste en het drong stormachtig
+nader. Het schip streed zijn doodstrijd; het werd zoo samengedrukt, dat
+het dek zich als een golf verhief en de trap naar de commandobrug
+instortte. De machinist verliet eveneens zijn post met den kreet van
+schrik: „Het ijs dringt in het kolenruim”.
+
+Daarna hoorde men nog slechts het water alle lekken binnen stroomen.
+Officieren en manschappen werkten als galeislaven. De Long deelde zijn
+bevelen uit vanaf de commandobrug, de matrozen stonden halverwege in
+het water en reikten elkaar kisten met proviand toe. Maar toen het
+water onder het dek steeds hooger kwam, moesten zij hun plaats
+verlaten. Sleden, booten en een voorraad levensmiddelen had men reeds
+geruimen tijd te voren op een veilige plaats van het schip verwijderd,
+gereed gehouden. Nu moest nog slechts gered worden, wat op de een of
+andere wijze geborgen kon worden. Officieren en manschappen hadden hun
+eigendommen bij elkaar gepakt en het werd hoog tijd, deze te halen,
+want het water stond reeds in de kajuiten en salons. Op den bezaansmast
+werd de vlag geheschen—voor den ondergang.
+
+Wat gered was, werd naar het kamp gedragen, waar de tenten opgeslagen
+waren. Intusschen drong en drong het ijs het schip sterk naar
+stuurboordzijde; het was reeds tot boven toe vol water en werd nog
+slechts door den druk van het ijs gehouden.
+
+De laatste manschappen waren van het dek gesprongen, dat langzaam door
+het water werd overstroomd; nu verliet ook de kapitein, als
+allerlaatste, de commandobrug van zijn zinkend schip! Den 13den Juni te
+drie uur in den morgen stond de geheele scheepsromp onder water, de
+schoorsteenen verdwenen in de golven, de masten staken nog alleen
+omhoog. Knallend versplinterden de raas tegen de ijskanten en ten
+slotte gaapte een wak, als een graf; nog slechts enkele boeien en
+planken dreven rond. De bemanning der „Jeannette” stond zoo stil en
+zwijgend als bij een begrafenis, de honden huilden klagend. Daarna
+schoof langzaam een ijsschots over het wak, als een ijzeren deksel van
+een crematorium!
+
+Zwijgend gingen de mannen naar het kamp, waar alles dooreen lag
+opgestapeld. Er waren levensmiddelen voorhanden voor twee à drie
+maanden: vleesch, brood, suiker, thee, chocolade, vleeschextract. Zij
+hadden verscheiden geweren en twee duizend patronen. Twee sloepen, en
+een walvischboot, sleden en tenten waren eveneens gered.
+
+Verlaten en woest lag in het rond het ijslandschap. Geen spoor meer van
+het schip, dat zoolang het tehuis der mannen was geweest. Zij voelden
+zich als arme sukkels, die door den kwaden huisbaas op straat waren
+gezet. De ongeluksdag was een Zondag; op den gewonen tijd riep De Long
+de zijnen bijeen voor de godsdienstoefening.
+
+Daarna werd het kamp in orde gebracht en de tenten geriefelijk en warm
+ingericht. De Nieuw-Siberische eilanden waren zoo nabij, en over de zee
+zou men zonder al te groote moeilijkheden de Lenadelta aan de
+Siberische kust kunnen bereiken. ’s Avonds zongen de matrozen bij de
+klanken der harmonica.
+
+De Long gaf zijn mannen zes dagen den tijd om zich gereed te maken voor
+het opbreken. De booten werden op de grootste sleden vastgesnoerd en
+met tenten, kisten proviand en de overige bagage gevuld. Logboeken,
+aanteekeningen en kaarten verloor de kapitein niet uit het oog. Niemand
+mocht overbodige en al te zware zaken medenemen; elk pak mocht niet
+meer bevatten dan twee vilten dekens, twee paar kousen, ondergoed,
+wanten, twee mutsen, schoenen om te verwisselen, een sneeuwbril, een
+pak tabak met een pijp en lucifers en enkele kleinigheden. Toen alles
+tot den afmarsch gereed was, telde men 28 man en 23 honden.
+
+
+
+
+
+
+
+
+13. DOOR DE IJSWOESTIJN.
+
+
+Onder aanvoering van den ijsloods, die vooruitging om den besten weg
+met zwarte vaantjes af te steken, begon de tocht door de ijswoestijn
+nu. Er werd gedurende de nachtelijke uren geloopen, te middernacht werd
+halt gehouden om te eten; de zon stond dag en nacht aan den hemel. De
+sleden waren zwaar en de onderstukken raakten vast in de diepe sneeuw.
+Men moest daarom elk eind verscheiden keeren afleggen om al de bagage
+gaandeweg verder te krijgen. Ontelbaar waren de oponthouden en de
+onderbrekingen van den marsch, daar maar al te dikwijls breede spleten
+en open watersleuven hun weg kruisten. Elke sleuf moest op ijsvlotten
+herhaaldelijk worden afgelegd, om de eene slede na de andere er over te
+brengen. Het gesmolten water op het ijs kwam de mannen tot aan de knie.
+Daarbij was de gloed der zon om te stikken, allen liepen in hemdsmouwen
+en het dampte rondom elken man, die hier om het leven streed. De honden
+trokken de kleine sleden: indien men geen wild vond, dan werden zij met
+geconserveerd vleesch gevoerd. Nadat de mannen tot bezwijkens toe een
+week lang hadden gewerkt, bleek het, dat het ijsveld waarop ze liepen,
+driemaal zoo veel zuid-waarts was gedreven, dan zij meenden naar het
+Zuiden te zijn gedrongen! Inplaats dichter bij te komen, verwijderden
+zij zich steeds meer van het doel! Daar dit ontzettend feit
+vernietigend op al de mannen zou hebben gewerkt, vertrouwde De Long het
+slechts aan de officieren toe.
+
+Voortgezet moest de marsch in elk geval worden en weer zocht men wat
+gemist kon worden uit de bagage. Nu gold het voor alle dingen open
+water te bereiken.
+
+Midden Juli klaarde de droeve positie der reizigers op. Twee robben,
+een walrus en een ijsbeer werden geveld; dus voor eenigen tijd versch
+vleesch genoeg en ook de honden smulden aan de beenderen. Maar nog
+hoopvoller was, dat zich eindelijk in het Zuid-Westen land vertoonde.
+Na oneindige moeilijkheden bereikte men door een nevel, die elk
+uitzicht benam, een eiland, dat den naam Gordon Bennett kreeg. Een vlag
+werd geheschen, en een driewerf hoera weerklonk.
+
+Op het Bennett-eiland werd eenige dagen gerust. Daar men nu per boot
+verder zou gaan, had er een nieuw onderzoek van al de bagage plaats.
+Ook de sleden werden vernietigd en daar de honden dientengevolge
+onnutte ballast waren, werden zij die het minst waard waren, dood
+geschoten. Twaalf werden mede in de booten genomen, zij verzetten zich
+echter tegen de zeevaart en verkozen op de ijsschollen te springen, op
+welke de een na den ander weggedreven werd! Maar twee volgden hun
+meester—tot het einde.
+
+Bij het verlaten van het eiland verdeelden zich de officieren en
+manschappen, levensmiddelen en uitrusting in drie booten. Die van den
+kapitein was zes meter lang, had mast, zeil en roer en nam veertien man
+op, onder wie Dr. Ambler, de physicus Collins, de matrozen Nindermann,
+Noros en Erikson, een Indiaan en een Chinees.
+
+Het opperbevel der tweede boot, die elf man bevatte, voerde Melville.
+Gelukkig allen, wie het lot trof, bij hem ingedeeld te worden! De derde
+en kleinste boot, waarin maar acht mannen plaats vonden, stond onder
+commando van luitenant Chipp, een bijzonder bekwaam zeeman.
+
+Voor de afvaart werd streng bevel gegeven bij elkaar te blijven.
+Melville en Chipp mochten de boot van De Long nooit uit het oog
+verliezen.
+
+Spoedig greep de wind de drie booten en dreef ze in snelle vaart over
+de zee. Allen was de zeetocht welkom, daar men tenminste kon uitrusten
+in de booten. Het was daarom een des te hardere slag voor hen, toen het
+ijs hen weer tien dagen insloot. Maar zij kwamen weer los en landden op
+het eiland Fadschejew, dat tot de groep der Nieuw-Siberische eilanden
+behoort. De oever was bedekt met veel bruikbaar drijfhout en eenige
+hutten en gereedschap bewees dat het eiland nu en dan door menschen
+werd bezocht.
+
+Daarna ging het verder, nu eens zeilend, dan roeiend, langs de
+zuidelijke kust van de Kesseleilanden. Het weer was stormachtig en op
+zekeren dag had men Chipp uit het oog verloren. De twee andere booten
+wachtten daarom bij een ijsschol, totdat de vermisten weer opdaagden en
+al de manschappen landden op de Kesseleilanden, om hier een kamp op te
+slaan.
+
+Na twee rustdagen ging het onder de rotsen van den oever door, vanwaar
+nu en dan een steenuiltje op de zeelieden neerzag, verder. Den 10den
+September kwamen zij aan het eiland Semenorn, dat twee jaar te voren
+door de bemanning van de „Vega” was gezien; hier schoten zij een
+rendierkoe, die hen weer van versch vleesch voorzag.
+
+De Long besloot hier verscheidene dagen te blijven, opdat allen hun
+krachten konden verzamelen, voordat zij de ruime zee zouden trotseeren.
+Helaas gaf hij toe aan den aandrang van Melville om snel verder te
+gaan, ofschoon hemel en wind een orkaan voorspelden. De Lenadelta het
+meest nabij liggend deel der kust van het Siberisch vasteland, die men
+moest trachten te bereiken, lag op een afstand van tweehonderd
+kilometer.
+
+De boot met kapitein De Long zeilde vooruit. Ze was echter nog niet ver
+gekomen, of ze werd met zulk een kracht tegen een blok drijfijs
+gedreven, dat ze lek werd. Weer moest men bij een ijsveld landen, om
+het lek te stoppen, de beide andere booten wachtten hier ook een poos.
+Dit was de laatste keer dat de mannen der expeditie bij elkander waren.
+Daarna zeilden zij bij gunstigen wind zuid-westwaarts.
+
+De zee ging hoog. Tegen den avond verhief zich een storm en de golven
+rolden met schuim bedekte kammen langs de open booten. Melville gaf het
+bevel zijner boot over aan een zeevaardig officier, die met het
+vaartuig voortreffelijk manoeuvreerde. Wie niet bezig was aan zeil of
+stuur moest water scheppen, want de eene golf na de andere sloeg over
+de reeling. In de schemering waren de booten van De Long en Chipp nog
+in zicht. Maar daarna werd het donker: tot op de huid nat, verstijfd
+van koude worstelden de mannen in de boot van Melville met verstijfde
+handen om hun leven. De storm dreef hen in het donker voor zich uit
+naar de kust. Niets was te zien, men hoorde slechts het geloei van den
+storm en het ruischen der golven, welker kammen in kokend schuim omlaag
+sloegen. Toch hielden allen dapper stand. Maar toen de dag over de
+woeste zee aanbrak, was van de beide andere booten niets meer te zien!
+
+Den ganschen dag en den daarop volgenden nacht ging de strijd met wind
+en golven verder. Toen de boot van Melville tenslotte gelukkig in het
+oostelijk deel der Lenadelta landde, hadden de manschappen honderd acht
+uren achter elkaar ineengehurkt aan de riemen gezeten. Eenigen waren
+zoo stijf bevroren, dat ze zich aan land ternauwernood naar het vuur
+konden sleepen, dat hun makkers aanmaakten en waaromheen nu allen zich
+neerwierpen in een vasten slaap. Maar het geluk diende hen; twee dagen
+later ontmoetten zij visschers, die hen den weg naar Boeloen, het
+eerste dorp aan den Lena-oever, wezen. Waar was kapitein De Long
+gebleven?
+
+
+
+
+
+
+
+
+14. DE DOODENMARSCH VAN DE LONG.
+
+
+Ofschoon verscheidene jaren verloopen zijn, sedert den tocht over de
+ijszee, weet men nu nog niet, wat er geworden is van de boot van Chipp.
+Ongetwijfeld heeft hij nooit land gezien en is in den storm ten gronde
+gegaan. Maar De Long heeft zijn manschappen tenminste op vast land
+gebracht. Wel verloor zijn boot in den eersten stormnacht mast en
+zeilen, maar die werden door drie riemen vervangen. Den morgen van den
+13den September zag hij de andere booten niet weer, maar daarvoor kwam
+den volgenden dag land in het gezicht. Het was een vlak strand en nieuw
+gevormd ijs maakte het aan land komen moeielijk. Twee dagen later
+roeiden zij, halfdood van koude en afmatting zoo dicht langs het strand
+als maar eenigszins mogelijk was en boegseerden toen de boot zoover op
+het ijs, dat ze niet meer van de plek ging. Den volgenden dag droegen
+zij hun zaken aan land, waarbij zij eenige honderden meters ver, op den
+langzaam stijgenden oever, door het water moesten waden.
+
+Hier bleven zij twee dagen, om uit te slapen en hun bagage te regelen.
+Drijfhout, dat de Lena uit de wouden van Siberië naar de zee sleept,
+lag overal in het rond. De voeten van den matroos Erikson waren
+bevroren, hij moest op een handslede worden getrokken. Er waren nog
+levensmiddelen voor vijf dagen, waaronder de laatste der veertig
+honden. Nog altijd waren de vrachten voor ieder afzonderlijk te zwaar,
+want De Long kon zijn logboeken niet achterlaten, en behalve hun
+ransels moesten zij nog tenten, geweren en munitiekisten meesleepen.
+
+Toen de eerste vijf dagen voorbij waren en de troep eenige mijlen in
+zuidelijke richting had afgelegd, schoot de Indiaan twee rendieren, die
+de manschappen voor den eerstvolgenden tijd redden. Nu marcheerden zij
+negen dagen, totdat een breede rivierarm hen tot staan bracht. De
+toestand van Erikson verergerde en op zekeren nacht bevroor zijn hand.
+Daarom moest men den marsch afbreken en zich den 6den October een
+rustdag gunnen. De nood was reeds tot het hoogste gestegen. Om den
+honger der lieden te stillen, moest reeds de hond geslacht worden. Den
+volgenden dag stierf de zieke matroos en was nu niet meer tot last
+zijner kameraden. Door een wak in het ijs werd hij in de rivier
+neergelaten. De Long sprak boven het graf de voorgeschreven gebeden en
+drie geweersalvo’s werden afgevuurd. Het sneeuwde hevig, en zoo spoedig
+mogelijk snelde men weer voor den heftigen stormwind in de tenten
+terug. Het was onmogelijk bij dit weer te loopen, daarom moest men
+opnieuw wachten, en de rest van het vleesch van den hond werd ’s avonds
+uitgedeeld. Dan rolden zij zich allen als egels in elkaar, om beter
+warm te kunnen blijven.
+
+Den volgenden morgen besloten zij toch liever den sneeuwstorm te
+trotseeren dan stilliggend te verhongeren! Een geweer en een
+schriftelijk met zorg ingepakt bericht over de lotgevallen der
+„Jeannette” werden achtergelaten. De bagage bestond nu behalve kleeren,
+die men droeg, slechts uit de logboeken, een tent en twee geweren.
+
+Maar de krachten der reizigers namen snel af, daar zij verder niets
+meer hadden om te gebruiken dan ’s morgens, ’s middags en ’s avonds
+warm water met een paar druppels spiritus. De nood was tot het uiterste
+gestegen. Na de godsdienstoefening op den Zondag van 9 October, riep De
+Long de twee sterkste matrozen, Nindermann en Noros bij zich en vroeg
+hun of zij vooruit wilden gaan om hulp te zoeken. Zij verzochten
+dadelijk te mogen gaan. De kapitein gaf hun een kaart van den
+benedenloop van de Lena, opdat zij zich konden oriënteeren en ried hen
+aan op den linker oever te blijven, omdat er daar slechts dorpen en
+drijfhout waren. Het eene geweer en vijftig patronen mochten zij
+medenemen. Indien het hun gelukte binnen anderhalven dag een rendier te
+schieten, moesten zij daarmede terugkeeren. Na een aandoenlijk afscheid
+begaven zij zich op weg, een driewerf hoera werd den padvinders door de
+achterblijvenden nageroepen.
+
+Het was niet de eerste keer dat de matroos Nindermann op zulk een
+avontuur uittrok. Hij was een der deelnemers van de Polaris-Expeditie
+geweest, in de zeeëngte van Noord-West-Groenland. Het schip „Polaris”
+was ook in het ijs bekneld geweest en in een donkeren nacht van het
+jaar 1873 hadden twee geweldige schotsen het uit het ijs opgeheven.
+Daar men het ergste kon verwachten, werden boeken en levensmiddelen op
+een drijvende ijsschol gebracht, die in den heftigen storm scheurde.
+Negentien menschen, waaronder negen Eskimo’s en de matroos Nindermann
+dreven nu op grootere en kleine schotsen in de ondoordringbare
+duisternis op de verwoede zee rond. Veertien mannen waren nog aan
+boord. Tot hen terug te keeren, daaraan viel niet te denken en toen de
+„Polaris” uit het gezicht der schipbreukelingen was verdwenen,
+verzamelden zij zich op een groot ijsveld, waar zij hutten uit sneeuw
+en ijs bouwden, en hun voorraden opstapelden. Op dit ijsveld dreven zij
+acht maanden lang in zuidelijke richting. Maar met ontzetting bemerkten
+zij in den loop van het voorjaar hoe de bodem onder hun voeten in
+omvang afnam; de branding brak heele stukken uit het ijs en knaagde er
+aan, aan alle kanten. Reeds waren zij langs Kaap Farewell naar het
+Zuiden gedreven, toen zij geheel uitgeput door een schip werden gered!
+Ook de veertien op de „Polaris” mochten hun vaderland terugzien.
+
+Nu jaren later, stond weer het leven op het spel. Met zijn kameraad
+Noros snelde Nindermann in zuidelijke richting. Een kudde rendieren,
+die zij op een heuvel staande, zagen, speurden de vreemdelingen echter
+en gingen in wilde vaart op de vlucht. De sneeuwstorm joeg hen juist in
+het gezicht en ’s avonds moesten zij, daar er geen beschutte plek te
+vinden was, met de hand een gat in de sneeuw graven, waar zij inkropen.
+Gedurende den nacht hoopte de sneeuw zich zoo voor hun schuilplaats op,
+dat zij er ’s morgens ternauwernood meer uit konden komen!
+
+In hetzelfde stormweer ging het verder. Stap voor stap drongen zij,
+tegen den wind vooruit, zonder te kunnen opzien. Tegen den avond zagen
+zij een kleinen heuvel voor zich, die een verlaten hut bleek te zijn;
+hier staken zij vuur aan. Den volgenden nacht brachten zij in een
+onoverdekt hol door, waar zij bijna bevroren. Een dag later stieten zij
+op een tentvormige hut, waar twee rottende visschen en een paling
+lagen. Hier bleven zij zes en dertig uur om krachten te verzamelen. Den
+15den October kwamen zij door den storm niet verder, brachten den nacht
+in een hol door en gebruikten voor ontbijt bast van wilgen en reepen
+van de broek van robbenvel van Noros. Daarna gingen zij de bevroren
+Lena over en overnachtten in een kloof om den volgenden nacht weer naar
+den westelijken oever terug te keeren en voor den nacht in een grot
+beschutting te zoeken, waar zij echter geen hout vonden om vuur aan te
+steken. Zij waren geheel wanhopend. Met loome schreden vervolgden zij
+den 19den October hun tocht op het ijs van de Lena, vast besloten om op
+handen voeten te kruipen, als zij niet meer zouden kunnen loopen. Zij
+hadden tweehonderd kilometer afgelegd zonder hulp te vinden. Den avond
+van dien dag ontdekten zij drie hutten en vonden hier niet alleen
+onderkomen maar ook redding. In de eene hut lag een kleine voorraad
+gedroogde visch, en een slede, die voor de deur stond, leverde
+brandhout. Nadat zij twee dagen rust hadden genomen, wilden zij verder
+trekken, maar zij waren nog te vermoeid, zoodat zij nog een paar dagen
+moesten blijven. Den 22sten October, toen zij juist op het punt waren
+eten te koken, klonk buiten voor de deur een ongewoon geraas.
+Nindermann keek tersluiks naar buiten en kwam dadelijk terug om zijn
+geweer te halen. Hij had twee rendieren gezien. Toen hij zacht de hut
+wilde verlaten, stond op den drempel—een mensch, een Toengoes!
+
+Toen de inboorling de twee uitgemergelde vreemdelingen zag en het
+geweer in de hand van den een, geloofde hij, dat zijn laatste uurtje
+was geslagen, viel op de knieën en smeekte om genade. Nindermann wierp
+het geweer in den hoek, klopte den man vriendelijk op den schouder en
+beproefde hem te kalmeeren; spoedig begreep de Toengoes ook, dat de
+twee niets tegen hem in het schild voerden. Hij zag, dat zij in den
+grootsten nood verkeerden, en zij beproefden hem door teekens duidelijk
+te maken, dat zij schipbreukelingen waren, dat zij dringend voedsel
+noodig hadden, en verder noordelijk kameraden hadden achtergelaten. De
+Toengoes kon hen echter niet meer geven dan een paar laarzen van vellen
+en de huid van een rendier!
+
+Na een poosje stak hij drie vingers in de hoogte en ging naar zijn
+rendierslede. Dat moest zeker beteekenen, dat hij na drie dagen terug
+komen en hulp brengen zou. Voordat de twee matrozen er aan dachten, was
+hij met zijn voertuig vertrokken en zij hadden weldra spijt, dat zij
+hem hadden laten gaan. Maar den volgenden dag kwam hij al weer terug
+met twee stamgenooten en verscheidene sleden en bracht pelzen, laarzen
+en bevroren visch mede. De half uitgehongerde mannen aten nu eindelijk
+weer, trokken de nieuwe, warme kleeren aan en waren nu buiten gevaar.
+
+En toch was het voor hun nagedachtenis in de dikwijls treurige, bijna
+altijd roemrijke en nu en dan schitterende geschiedenis der poolreizen,
+misschien beter geweest, als zij dien Toengoes niet meer teruggezien
+hadden. Dan zouden zij toch gedwongen zijn geweest, hun marsch naar het
+Zuiden voort te zetten en waren er waarschijnlijk levend afgekomen.
+Want tot het naaste Toengoesche dorp waren nog slechts vijftig
+kilometer. De Long en zijn kameraden waren weliswaar verloren geweest,
+maar Nindermann en Noros hadden dan tenminste alles gedaan, wat van hen
+verwacht had kunnen worden. Hadden zij zich, in het ergste geval door
+bedreigingen, een slede met een half dozijn rendieren, die buiten in de
+sneeuw voor de hut stonden te trappelen, toegeëigend, om den weg, dien
+zij gekomen waren terug te rijden, dan waren zij nog ter rechtertijd
+gekomen, om de meeste makkers van De Long te redden! Zij wisten, dat
+hun kameraden, toen zij veertien dagen tevoren hen verlieten, leer en
+bast van wilgen aten, en het werd hoog tijd hun rendierenvleesch te
+brengen! Maar ze keerden niet terug, doch vergezelden de Toengoezen op
+hun weg naar het Zuiden—en daarna was het te laat!
+
+Maar toch moet men zich wachten de beide dappere matrozen maar kortweg
+te veroordeelen. Zij hadden in elk geval wonderen verricht en zij waren
+door den langen strijd voor hun levensbehoud gedurende vier maanden,
+sedert den dag waarop de „Jeannette” in de diepte wegzonk, uitgehongerd
+en geheel uitgeput. Daarbij de voortdurende spanning dag en nacht! Een
+derde winter naderde, dien zij nog dichter bij de Noordpool hadden
+moeten doorbrengen dan de twee vorige. Onverschilligheid en stompheid
+van geest moeten zich van hen hebben meester gemaakt, en dat moet hun
+ter verontschuldiging strekken. Uit zulk een toestand herstelt men niet
+in een dag en juist de onbeperkte voorraad levensmiddelen was voor hen
+een gevaar. Na zoo lang hongerlijden konden zij het eten niet meer
+verdragen en werden daardoor nog meer uitgeput.
+
+Genoeg, te middernacht namen zij, goed ingepakt, plaats op de sleden en
+joegen met de Toengoezen naar een dorp, dat uit twee groote tenten en
+tien bewoners bestond. Deze bezaten 75 rendieren en 30 sleden. In de
+eene tent stond een ketel met versch rendierenvleesch te koken en de
+mannen werden uitgenoodigd toe te tasten. Houten schalen werden voor
+hen gevuld met vette vleeschpap, waarbij thee werd gedronken. Daarna
+spreidden de vriendelijke Toengoezen warme, zachte rendiervellen op den
+grond uit; zulk een nacht hadden de twee sinds maanden niet beleefd!
+
+Den volgenden dag reden de Toengoezen en hun beide gasten in een aantal
+sleden naar een ander dorp, waar zij den 25sten October aankwamen. Nu
+pas dacht Nindermann aan den kapitein en zijn ongelukkige makkers en
+ofschoon hij geen woord met de Toengoezen kon spreken, beproefde hij
+toch, hun den stand van zaken duidelijk te maken. In een tent lag een
+kleine boot, een stuk speelgoed. Hij zette er masten op. Daarna sneed
+hij drie kleine booten, die de drie booten der „Jeannette” moesten
+voorstellen. Met twee brokken ijs wees hij nu hoe het schip in elkaar
+was gedrukt en vergaan en de manschappen zich in de kleine booten aan
+land hadden gered. Zestien maal strekte hij zich op den grond uit,
+sloot de oogen en stond weer op, om de Toengoezen te doen begrijpen,
+dat zestien nachten verloopen waren, sedert hij zijn makkers had
+verlaten!
+
+De inboorlingen knikten bij deze gebarentaal, en wisselden met elkaar
+onverstaanbare woorden. Maar hoe ijverig de matrozen hen dezelfde
+geschiedenis telkens ook weer voordroegen, men scheen ze niet te
+begrijpen of wilde ze misschien ook niet begrijpen, omdat de Toengoezen
+de woeste toendra in den wintertijd ook vreesden. Eindelijk begon
+Nindermann in zijn wanhoop te schreien. Zij beproefden hem te troosten,
+klopten hem op de schouders en trokken een medelijdend gezicht.
+
+Den volgenden dag verscheen een banneling, Kusma genaamd. Hij was
+intelligenter dan de Toengoezen en werd door Nindermann goed
+ondervraagd. Elf verdwaalde mannen! Dat scheen hij te begrijpen en
+beproefde nu van zijn kant Nindermann te doen begrijpen, dat zij reeds
+gered waren! Maar Kusma dacht, dat Nindermann sprak over den troep van
+Melville, die eveneens uit elf man bestond en zoo nam hij de twee
+matrozen mede naar Boeloen, waar zij den 2den November weer samenkwamen
+met Melville en zijn manschappen.
+
+Toen Melville hen naar De Long vroeg, begonnen zij hard te snikken en
+smeekten hem, hen weer naar het Noorden te laten trekken. Maar hij vond
+er hen te zwak voor en begaf zich alleen op reis. Hier en daar vond hij
+achtergelaten voorwerpen van de manschappen van De Long, een vlag,
+instrumenten en de apotheekkist. Hij was dus op het juiste spoor, maar
+kon door de hooge sneeuw en den onwil der Toengoezen zijn nasporingen
+niet vervolgen. Hiermede werd het lot van De Long en zijn makkers
+beslist!
+
+Een half jaar later, in Maart 1882, werden verschillende afdeelingen
+naar de Lenadelta gezonden, om nasporingen in het werk te stellen.
+Melville begaf er zich ook weer heen, en nu vond men spoedig acht man
+van den troep van De Long, die door honger en koude waren omgekomen. De
+laatste kampplaats lag geheel onder de sneeuw; de hand van den kapitein
+zag men slechts uit de sneeuw steken, alsof hij de zoekenden de juiste
+plaats had willen wijzen! Hij zelf, dr. Ambler, Collins, de Chinees en
+de matrozen waren gedeeltelijk bedekt door de tent. Tot het laatste
+oogenblik hadden zij blijkbaar beproefd het kampvuur aan te houden. De
+koude moet hen ontzettend hebben gemarteld; van twee waren handen en
+kleeren geschroeid, zoo dicht waren zij bij het vuur gekomen. Gemarteld
+door den honger, hadden ze hun laarzen van vellen stuk gesneden en de
+stukjes in gloeiende kolen geroosterd. Het gelaat van Collins was met
+een doek bedekt, welke De Long en dr. Ambler daar stellig nog over
+hadden gelegd. Het dagboek van den kapitein lag naast een potlood op
+den grond; hij had het gebruikt, tot het oogenblik, waarop hij de
+kracht miste het in den zak te steken!
+
+Dit dagboek vertelde, dat men op 9 October het spoor van Nindermann en
+Noros was gevolgd. De krachten begaven de manschappen echter hoe langer
+hoe meer. Voetje voor voetje sleepten zij zich voort. Zij kookten soep
+van wilgentakken.
+
+„Ik hoop toch nog op Gods hulp en geloof niet, dat het Zijn plan is,
+ons van honger te laten omkomen,” schreef De Long nog in zijn dagboek.
+
+Tweemaal teekende hij op, dat de Indiaan een sneeuwhoen had geschoten,
+dat zij onder elkaar hadden verdeeld.
+
+Op een andere plaats staat: „Niets te eten, maar wij zijn nog vol moed.
+O God, help ons!”
+
+Den 11den October: „Onmogelijk verder te komen, geen brandhout.”
+
+Den 13den October: „Wij kunnen niet tegen den wind op, en hier blijven,
+wil zeggen van honger omkomen.”
+
+Een matroos bezweek. De kapitein bidt het Onze Vader bij het lijk. „Een
+nacht van ontzettenden sneeuwstorm!”
+
+Zondag, den 16den: „Alexis (de Indiaan) kan niet meer, is aan het einde
+zijner krachten. Godsdienstoefening.”
+
+Den 17den: „Alexis ligt op sterven. De dokter doopt hem. Ik houd met
+den zieke een godsdienstoefening. Collins wordt vandaag veertig jaar.
+Alexis stierf bij zonsondergang van honger en uitputting. Wij dekten
+hem onder de tent toe met een vlag.”
+
+Twee dagen later snijden zij de halve tent stuk om met de reepen hun
+voeten in te wikkelen.
+
+Den 21sten lag een der matrozen dood tusschen hen. In den middag stierf
+een tweede matroos. Niemand had de kracht meer de lijken te begraven;
+ze werden naar buiten gebracht, opdat men hen niet meer behoefde te
+zien.
+
+Den volgenden Zondag was de godsdienstoefening heel kort, daarna werd
+brandhout gezocht voor den nacht.
+
+Den 24sten October: „Een grimmig koude nacht.”
+
+Daarna twee dagen geen woord.
+
+Den 27sten schrijft De Long over een matroos, die op sterven ligt en
+den volgenden dag, dat hij dood is.
+
+Den 29sten sterft weer een matroos.
+
+Den 30sten October, 140 dagen na den ondergang der „Jeannette”, wordt
+geen godsdienstoefening meer gehouden.
+
+De laatste woorden, die De Long schreef, voordat het potlood aan zijn
+hand ontglipte, luidde: „Boyd en Cortz stierven vannacht, Collins ligt
+op sterven.”
+
+
+
+
+
+
+
+
+15. FRIDTJOF NANSEN.
+
+
+Drie jaren na den ondergang der „Jeannette” vond men in de nabijheid
+van Kaap Farewell, de zuidelijkste punt van Groenland een menigte
+voorwerpen, die aan het verongelukte schip moeten hebben behoord. Zij
+zaten vast gevroren in ijsblokken, maar er kon geen twijfel bestaan
+omtrent hun herkomst, want er was een proviandlijst bij met de
+handteekening van De Long, een afzonderlijke opgave der booten van de
+„Jeannette”, een klep van een pet met den naam Nindermann en
+eindelijk—een paar oliebroeken, die het merk „Louis Noros” droegen!
+Zonder twijfel hadden deze voorwerpen met het ijs den geheelen weg
+afgelegd van de Nieuw Siberische eilanden naar het zuidelijk
+voorgebergte van Groenland en waren daarbij juist over de Noordpool
+gedreven! Men wist ook, dat veel drijfhout, dat aan de oevers der
+Siberische rivieren gegroeid was, aan de kusten van Groenland placht te
+landen.
+
+Uit deze en andere teekenen, aan het Noordelijk halfrond der aarde
+maakte een jonge Noor, Fridtjof Nansen genaamd, op, dat zich van de
+Behringstraat een zeestroom moest bewegen naar de oostkust van
+Groenland. Nansen besloot deze strooming te benutten. Vele
+Noordpoolreizigers waren van de zijde der Atlantische Oceaan de IJszee
+ingegaan en werden door de strooming terug gedreven; hij wilde nu van
+de tegenovergestelde zijde beginnen en zich door deze strooming laten
+drijven!
+
+Anderen hadden dat pakijs gevreesd en vermeden; hij wilde het juist
+opzoeken en er zich vrijwillig aan overgeven. Anderen waren met
+ondeugdelijke schepen, die als notendoppen door de ijsvelden werden
+verpletterd, uitgevaren; hij wilde een schip bouwen welks naar binnen
+gebogen zijden niet door het ijs gepakt zouden kunnen worden. Hoe erger
+het ijs perste, des te zekerder moest zulk een schip uit het ijs omhoog
+geheven worden, en dan kon het op het ijs met den stroom verder
+drijven! Zoo’n reis zou echter lang moeten duren, daar de
+overblijfselen der „Jeannette” drie jaren onderweg waren geweest. Maar
+men had daarbij gelegenheid nieuwe streken der aarde, diepten der zee,
+weer en wind te onderzoeken. Het kleine puntje, dat men de Noordpool
+noemde, te bereiken, vond Nansen minder gewichtig dan de
+wetenschappelijke resultaten.
+
+Onder de velen, die zich aanboden hem te vergezellen, koos Nansen de
+twaalf besten uit; zij waren aldus met hun dertienen; het getal dat
+bijgeloovige vrees verwekt, werd het gelukscijfer van Nansen!
+
+Het nieuwe schip doopte men „Fram” (Voorwaarts). Sverdrup werd de
+kapitein. Deze was vroeger reeds een keer de metgezel van Nansen
+geweest op een avontuurlijke onderneming. Zij hadden te zamen Groenland
+van de west- tot de oostkust doorkruist.
+
+Alles werd zoo goed het kon ingericht en proviand voor vijf jaar
+medegenomen. Den 24sten Juni 1893 vertrok de „Fram” naar de Siberische
+IJszee.
+
+Het eerst moesten de Nieuw-Siberische eilanden bereikt worden. Den weg
+daarheen had de Zweedsche „Vega” gewezen, de „Fram” behoefde haar weg
+slechts te volgen. Ten Westen van deze eilanden richtte hij zich
+dadelijk naar het Noorden, en het duurde ook niet lang of de „Fram” zat
+in het ijs vast en werd, zooals Nansen had voorzien, door de persingen
+totaal op de oppervlakte van het pakijs geheven, zonder ook maar de
+minste schade te ondervinden! Zoover ging alles volgens de berekeningen
+van Nansen en kundige poolreizigers, die zijn plan voor krankzinnigheid
+hadden uitgemaakt, moesten daarna toegeven, dat hun wijze
+voorspellingen onjuist waren geweest. Wel ging de reis nu langzaam
+verder; het ijs kraakte en kreunde als altijd, maar in den dikken
+houten romp van de „Fram” was de bemanning voor zijn streken veilig en
+leidde aan boord een heel gezellig leven.
+
+Toen kwam de poolnacht, lang, somber en zwijgend. IJsberen spookten in
+’t rond en moesten er vaak het leven bij laten. Voordat het geheel
+donker was, richtte Nansen de honden er op af, de sleden te trekken.
+Zij werden er voorgespannen. Hij nam plaats op de slede en klapte met
+de tong; daar ging het in dolle vaart vooruit. Zij stormden over
+blokken en gaten in het ijs. Nansen viel van de zitplaats, hield zich
+vast aan de slede en de honden ijlden om het schip heen, alsof de booze
+hen op de hielen zat! De positie van den koetsier was allesbehalve
+aangenaam; hij werd nu eens op den buik, dan eens op den rug
+medegesleept. Maar als hij maar eerst weer op de been was, zou hij de
+uitgelaten dieren de ribben wel breken. Maar toen zij eindelijk zoo
+goed waren, hijgend stil te staan en vriendelijk met de staarten
+kwispelden, alsof zij hun zaak werkelijk goed hadden gedaan, was Nansen
+zoo bont en blauw gestooten, dat hij niet meer van zich verkrijgen kon,
+ze te slaan.
+
+Maar langzamerhand ging het beter. Wel is waar moesten eenige der
+trouwe dieren hun sledevaarten op het poolijs boeten; twee werden door
+ijsberen weggehaald en twee door hun makkers doodgebeten. Maar midden
+in de ergste duisternis kwamen op zekeren dag, den 13den December, ook
+jonge honden ter wereld.—Toen deze voor het eerst in hun leven de zon
+zagen, blaften zij er woedend tegen.
+
+Precies, zooals Nansen voorspeld had, dreef de „Fram” naar het Noorden
+in de richting van de Pool over zulk een geweldig diepe zee, als hier
+niet verwacht was, en waar de loodlijn van twee duizend meter den grond
+nog niet bereikte.
+
+Kerstmis werd op Noorsche wijze gevierd, en toen de 80ste breedtegraad
+werd gepasseerd, werd zelfs een groot feest aangericht. Maar de
+grootste vreugde verschafte echter de eerste terugkeer der zon, op den
+20sten Februari.
+
+Lente en zomer gingen voorbij zonder eenige opmerkelijke
+gebeurtenissen. Hondenhokken werden op het ijs gebouwd en nieuwe jonge
+honden kwamen ter wereld. Deze honden waren later even verbaasd over de
+winterachtige duisternis als hun neven, toen ze voor het eerst de zon
+hadden gezien. Door de gesmolten sneeuw ontstonden op het ijs groote
+vijvers, waarop men kon zeilen, de makkers stonden aan den kant en
+wierpen de mannen, die in de booten zaten, met sneeuwballen. Op zekeren
+dag kreeg zulk een vijver echter een gat in den bodem, en was spoedig
+geheel leeggeloopen.
+
+Intusschen had Nansen op een moedig plan gezonnen. Hij wilde met
+hondensleden nog verder naar het Noorden dringen en dan in zuidelijke
+richting naar Frans Jozefs-land terugkeeren! De „Fram” zou intusschen
+haar drift vervolgen en aan boord moesten de gewone waarnemingen
+gemaakt worden. Een zou hem slechts vergezellen, luitenant Johansen,
+met wien hij er pas in November 1894 over sprak. Het was een
+onderneming op dood en leven, maar Johanson besloot, zonder zich een
+oogenblik te bedenken, Nansen te vergezellen.
+
+„Dan beginnen wij morgen dadelijk de voorbereidingen te treffen,” zeide
+Nansen.
+
+Daarmede was de gansche winter gemoeid; zij bouwden twee kajaks, elk
+voor een man plaats bevattende, iets grooter en steviger dan de
+Eskimo’s gebruiken, als ze op visch- en robbenvangst gaan. Een
+stellage, van latten vervaardigd, werd met zeildoek overtrokken; elk
+dezer booten woog slechts achttien kilogram. Zij waren geheel overdekt,
+en als de roeier in het midden plaats nam, en de opening om zich heen
+sloot, konden de golven rustig over het vaartuig rollen zonder de boot
+of den inzittende te schaden. Hondensleden, tuig daarvoor, een slaapzak
+voor twee personen, sneeuwschoenen, stokken, proviand en een
+petroleumstel,—alles werd gepakt.
+
+Bij de wisseling van het jaar moest het werk een korten tijd
+onderbroken worden, daar vreeselijke persingen van het ijs in het rond
+kraakten en de „Fram” nu toch bedreigden. Heele bergen van groote
+ijsblokken en vaste sneeuw verhieven zich rondom het schip, alsof zij
+het er onder wilden begraven. Het zeewater werd daardoor omhoog
+gedrongen en overstroomde het ijs zoodanig, dat de honden bijna
+verdronken in hun hokken en in allerijl gered moesten worden! De muur
+van ijs drong tot bij het schip, wentelde zich over de reeling, en brak
+de tent op het dek. Maar toen het zich over het geheele dek
+verspreidde, waren schip en manschappen als in een muizenval gevangen.
+En het was zoo donker, dat men niet goed kon beoordeelen, hoe groot het
+gevaar wel was. Proviand voor twee-honderd dagen had men gelukkig te
+voren op veilige plaatsen op het ijs ondergebracht.
+
+Maar gaandeweg kwamen de ijsmassa’s weer tot rust. De groote muur werd
+weggeschoffeld en nu kon de voorgenomen tocht beginnen. Tweemaal braken
+Nansen en Johansen op, maar moesten beide keeren terugkeeren. Eens was
+een slede gebroken, den anderen keer was de bagage te zwaar geweest.
+Den 14den Maart 1895 verlieten zij de „Fram” voor goed. Of zij hun
+trouw schip en hun dappere kameraden wel ooit zouden terugzien?
+
+
+
+
+
+
+
+
+16. OP SNEEUWSCHOENEN EN MET HONDENSLEDEN NAAR DE NOORDPOOL.
+
+
+De beide koene reizigers hadden, bij het aanvaarden van hun tocht naar
+de Noordpool, drie sleden en acht en twintig honden bij zich. Op
+sneeuwschoenen loopend bestuurden ze hun hondespannen. Aanvankelijk
+konden ze op het effen terrein vlug vooruit komen; maar gaandeweg werd
+de ijsvlakte hobbelig, zoodat ze slechts weinig opschoten.
+
+Na twee dagmarschen steeg de koude tot drie en veertig graden, en in de
+kleine zijden tent was ’t meer dan frisch. Maar toch legden ze
+dagelijks negen uur af, en onder het gaan bemerkten ze niets van de
+koude; het eenige, waarvan ze last hadden, was, dat de uitwaseming van
+hun lichaam in hun kleederen bevroor, die zoodoende tot een pantser van
+ijs werden, dat bij elken stap kraakte. Door de voortdurende wrijving
+tegen de stijfbevroren mouwen kwamen er aan Nansen’s polsen bloedende
+wonden, die pas in den herfst genazen.
+
+Om te kampeeren kozen ze altijd een voor den wind beschutte plek op het
+ijs. Johansen zorgde voor de honden en gaf hun te eten, terwijl Nansen
+de tent in gereedheid bracht en den ketel met stukken ijs vulde. Het
+avondeten was voor beiden een feest, waarnaar ze den geheelen dag met
+verlangen uitzagen, daarbij werden ze tenminste inwendig eens flink
+warm; na afloop van het eten kropen ze vlug in hun slaapzak, dan
+ontdooiden hun bevroren kleederen en de slapers lagen den geheelen
+nacht in druipnatte omslagen en droomden van slede en hondespannen.
+Eenmaal riep Johansen des nachts in zijn slaap: „Vooruit, rakkers,
+vort, vort! Halt, daar kantelt de sleê!”
+
+In de barre koude van den aanbrekenden dag stonden ze weer op, dreven
+de honden op, die, van de koude jankend, ineengerold in de sneeuw
+lagen, haalden de teugels uit de war, laadden de sleden weer op, en dan
+ging ’t weer verder, de verlaten eenzaamheid in.
+
+Maar al te vaak was ’t ijs ontzettend slecht; de sleden raakten vast,
+moesten gedragen, of over oneffenheden en spleten voortgeschoven
+worden: een inspannenden tocht. Maar, één breedte graad was reeds
+doorworsteld.
+
+Dikwijls waren ze zoo uitgeput, dat ze onder het loopen bijna
+insliepen, terwijl de honden zich met moeite voortsleepten. Ook dezen
+werd de voortdurende inspanning langzamerhand te machtig. Twee moesten
+er geslacht worden en werden hun kameraden als ontbijt voorgezet; maar
+er waren er die zulk een maal niet wilden aanroeren.
+
+Toen het ijs voortdurend slechter werd en de witte woestenij zich
+onafzienbaar naar het Noorden uitstrekte, besloot Nansen van het
+bereiken van de Noordpool af te zien, en, al was ’t ook met een
+bezwaard gemoed, om te keeren. Terug naar de „Fram” was onmogelijk;
+alle sporen waren door sneeuwstormen uitgewischt. Het eenige wat er op
+zat, was, de richting in te slaan naar de barre eilandengroep, die den
+naam draagt van Frans Jozefs-land. Maar—dat was een afstand van
+zevenhonderd kilometer en de proviand begon al op te raken.
+
+Gelukkig was het voorjaar in aantocht, zoodat de kans bestond, dat ze
+wel eenig wild zouden weten te bemachtigen. Ze hadden twee geweren met
+honderdtachtig scherpe en honderd vijftig losse patronen. Voor de
+honden zag het er heel wat bedenkelijker uit; die moesten van
+lieverlede elkaar tot voedsel dienen.
+
+Zoo aanvaardden dus Nansen en Johansen den 8sten April den terugtocht,
+nadat ze tot 86° 4′ voortgedrongen waren, en zetten over vrij goed ijs
+met lange marschen koers naar Frans Jozefs-land. Op zekeren dag zagen
+zij een balk uit het ijs steken. Welke wonderlijke lotgevallen zou dat
+stuk hout wel beleefd hebben sedert het van den boomstam afgezaagd was!
+Tegen het einde van April teekende zich het spoor van twee vossen in de
+sneeuw af. Was er land in de nabijheid, of wat hadden die dieren hier
+in deze ijszeeën te zoeken? Twee dagen later werd de eerste hond, de
+„gele” opgeofferd. Op de „Fram” geboren, had hij gedurende zijn
+kortstondig leven nog nooit iets anders dan ijs en sneeuw gezien.
+
+Open water, waarin de zon zich spiegelde, glinsterende golven!
+
+Hoe heerlijk, dat geluid van de golfjes, die tegen den ijsrand
+kabbelden! Het was den beiden reizigers als een voorbode van voorjaar
+en zomer, als een groet van de groote zee, de weg naar het vaderland!
+Nieuwe sporen van vossen wezen op de nabijheid van land, en dagelijks
+keken beiden er verlangend naar uit. Maar, nog drie lange maanden
+moesten verloopen, voordat ze het eerste eiland zouden bereiken!
+
+In het begin van Mei waren er nog slechts zeventien honden in leven. Nu
+deed de lange zomerdag zijn intrede in het poolgebied, en het was bijna
+niet meer uit te houden van de warmte—want het vroor nog slechts elf
+graden! Maar het ijs was afschuwelijk! Onophoudelijk moesten de sleden
+over diepe spleten of over hooge ijsdammen heen geschoven worden, en de
+beide mannen strompelden na deze zware inspanning uitgeput op hun
+sneeuwschoenen verder. De honden hadden het, naarmate hun aantal
+geringer werd, niet minder hard te verantwoorden, en de proviand slonk
+bedenkelijk.
+
+Toen werden ze door een hevigen sneeuwstorm gedwongen om een dag halt
+te houden. Een slede werd opgeofferd en de stukken van gebroken
+sneeuwschoenen werden aan de vlammen van een heerlijk vuur prijs
+gegeven. Voor elk der beide overgebleven sleden waren nu nog zes honden
+over.
+
+Eindelijk, op het einde van Mei, kwamen Nansen en zijn tochtgenoot in
+een streek, die door open water in alle richtingen werd doorsneden;
+daardoor werd hun voortgang aanmerkelijk vertraagd. Maar nu vertoonden
+zich ook levende wezens. De grijze rug van den otter dook op boven het
+staalblauwe water; de zeehond ging uit op de vischvangst, en sporen van
+ijsberen wekten het verlangen naar versch vleesch! Vaak snelde Nansen
+op zijn sneeuwschoenen ver vooruit, om te zien, waar de weg het beste
+was; dan bleef Johansen bij de sleden achter. Wanneer het al te lang
+duurde, dan bekroop hem wel eens een gevoel van vrees, of niet soms
+zijn makker een ongeluk overkomen zou zijn. Hoe het dan den
+achtergeblevene zou vergaan, geheel alleen in die eindelooze woestenij,
+daaraan moest men maar liever niet denken!
+
+Juni brak aan, en het gekrijsch der meeuwen weerklonk door de lucht. De
+beide mannen bleven een week lang in hun kamp om hun kajaks zeevaardig
+te maken. Ze hadden nog voldoende brood voor een maand, en er waren nog
+zes honden in leven. Toen er nog slechts drie over waren, moesten ze
+zichzelf voor de sleden spannen.
+
+In een lange, breede kreek lieten ze de kajaks te water, bonden de
+sneeuwschoenen aan elkaar en roeiden langs den zoom van het ijs.
+Daarbij schoten ze twee zeehonden en drie ijsberen en waren nu voor
+langen tijd voorzien van vleesch. Ook de beide laatste honden konden nu
+weer eens volop eten krijgen.
+
+Eindelijk vertoonde zich in het Zuiden het land, waarnaar ze
+reikhalzend hadden uitgezien, en nu ging het snel daarop af; voor elke
+slede een man en een hond. Eenmaal moesten ze met de kajak een kreek
+oversteken. Nansen stond reeds op den rand van het ijs, toen hij achter
+zich Johansen hoorde roepen:
+
+„Vlug de geweren!”
+
+Toen Nansen zich omkeerde, zag hij een grooten beer, die zijn makker
+neergeveld had en bezig was hem te besnuffelen. Snel wilde Nansen zijn
+geweer in de kajak grijpen, maar in hetzelfde oogenblik dreef het
+vaartuig van den kant af, en terwijl hij het terug roeide, hoorde hij
+Johansen doodbedaard zeggen:
+
+„Schiet vlug, of ’t is te laat!”
+
+Toen had hij eindelijk zijn geweer gegrepen en schoot den beer neer.
+
+Vijf maanden lang hadden ze zich zoo over het ijs voortgesleept, toen
+ze in het begin van Augustus vanaf het ijs open water in de buurt van
+de eilanden voor zich zagen. Nu moest de zeetocht beginnen, en de beide
+oudste honden zouden maar onnoodige ballast zijn. Nansen nam Johansen’s
+hond, en Johansen dien van zijn vriend, en twee kogels waren het loon
+voor de trouwe diensten der goede dieren.
+
+Van nu af ging het gemakkelijker en sneller vooruit. De kajaks waren
+aan elkaar gebonden en van mast en zeil voorzien, en zoo voeren ze
+langs onbekende eilanden. Eenmaal dwong een sterke strooming hen om op
+een der beide eilanden aan land te gaan; terwijl ze hun kajaks op het
+land trokken, kwam er een witte beer aandraven, en begon hun spoor te
+besnuffelen. Welkome proviand voor eenigen tijd! Nauwelijks hadden ze
+den beer gevild, of daar plaste een walrus in het water rond, en zwom
+naar de plek, waar reeds twee van zijn kameraden zich in de zon lagen
+te koesteren, en ook hij met de vinnen op den ijsrand gesteund, eerst
+een poos bleef liggen uitblazen. Toen verhief het dier zich langzaam
+uit het water en kroop naar zijn makkers toe; maar dezen wilden eerst
+niets van hem weten en toonden den indringer hun slagtanden, maar per
+slot van rekening lieten ze hem toch met rust. Daar lagen ze drie uren
+lang in roerlooze rust uitgestrekt, terwijl de zeemeeuwen boven de
+golven hun overmoedig gekrijsch deden hooren.
+
+Nansen en zijn metgezel namen hun nieuw domein in bezit, deden een
+onderzoekingstocht over het eiland en keerden toen naar hun
+ijsbeergebraad terug dat hun een ongekend gevoel van verzadigdheid
+verschafte.
+
+Den volgenden dag zochten ze een geschikt verblijf om te overwinteren.
+Maar, daar ze nergens een hol ontdekten, bouwden ze uit steenen een
+kleine hut, waarvan het dak gevormd werd door hun sneeuwschoenen en de
+zijden tent. Aan alle kanten hadden het licht en de wind vrijen
+toegang; maar toch was ’t binnen heel behaaglijk, en de ketel pruttelde
+boven een vuur, gestookt van rauw walrussenspek. Nansen besloot op dit
+eiland te overwinteren.
+
+
+
+
+
+
+
+
+17. EEN OVERWINTERING.
+
+
+De eilanden, die Nansen en zijn tochtgenoot tot nog toe gezien hadden,
+geleken echter in ’t geheel niet op het bekende gedeelte van het Frans
+Jozefs-land, zoodat Nansen niet meer precies wist, waar hij zich
+eigenlijk bevond. Bovendien was ’t onmogelijk zich op de kajaks in het
+open water te wagen: ’t was dus beter om voor het verzamelen van
+mondvoorraad te zorgen. Want de poolnacht stond voor de deur, en
+binnenkort zou al het wild verdwenen zijn.
+
+Het eerste, waarvoor ze moesten zorgen, was een goede, bewoonbare hut.
+Steenen en mos waren als bouwmateriaal genoeg voorhanden; een
+aangespoelde balk, die ze aan den oever vonden, zou dienst doen als
+dakvorst en toen men op een goeden keer weer eens twee walrussen buit
+maakte, was de bedekking van het dak ook in orde.
+
+Reeds spartelde daarbuiten een groote walrus in het open water. In een
+ommezien waren de saamgebonden kajaks in het water geschoven en van
+daaruit werd nu de kolos bestookt. De walrus dook in de diepte, maar
+kwam onder de eene kajak weer naar boven, en ’t scheelde maar een haar,
+of de geheele geschiedenis was omgeslagen. Eindelijk kreeg het dier een
+doodelijke wond, maar juist, toen Nansen hem den harpoen in het lijf
+wilde stooten, verdween hij in de diepte.
+
+Bij twee andere, die zich op het ijs in slaap brulden, hadden ze meer
+geluk. Nansen vertelde later, dat hij zich als een moordenaar gevoeld
+had, toen hij ze moest doodschieten, en dat de smeekende, treurige blik
+van hunne stervende oogen, toen ze, als zwaar zieke menschen, onder het
+opgeven van bloed den laatsten adem uitbliezen, hem zijn geheele leven
+zou bijblijven.
+
+Daarna moesten de dieren gevild, het spek er af gesneden, en de buit
+naar de hut gebracht worden. Maar welk een geluk, dat Nansen zoo
+voorzichtig geweest was, om de kajaks mee te nemen. Want terwijl ze als
+slagers met de dieren bezig waren, stak er een sterke landwind op,
+zoodat de ijsschots waarop ze zich bevonden, los geraakte, en ze naar
+de zee afdreven. Reeds waren ze omringd door de donkergroene,
+witbekuifde golven. Er was geen oogenblik te verliezen, met razende
+snelheid dreven ze af. Maar, om met leege handen weer naar de hut te
+moeten terugkeeren, dat zou toch al te jammer zijn. Daarom sneden ze de
+eene in tweeën en droegen de helft met het spek naar hun kajaks.
+Doodmoe kwamen ze na een gevaarvollen tocht eindelijk in behouden haven
+terug.
+
+In den nacht kwam een ijsberen-mama met haar beide groote jongen eens
+een kijkje nemen in de hut. Ze werd neergeschoten; de beide jongen
+draafden naar de kust, plompten in het water, en zwommen naar een
+ijsschol. Daar stonden ze te brommen op de menschen, en verwonderden
+zich er over, waarom moeder zoo lang aan land bleef. Het eene jong viel
+over den rand in het water, maar kroop weer naar boven, terwijl het
+zoute water hem van den pels afdroop. Beiden dreven met de ijsschol
+door den wind gedreven weg, en waren in korten tijd nog slechts als
+twee witte stippen op het donkere water zichtbaar. Maar, Nansen en
+Johansen hadden vleesch noodig, want de drie dieren hadden hun geheelen
+voorraad walrussen-vleesch opgegeten; dus werden de kajaks weer te
+water gelaten, en spoedig bereikten ze de schol, waarop zich de jonge
+beren bevonden; ze dreven hen in ’t water en vervolgden ze tot aan het
+land, waar eenige schoten een einde aan hun leven maakten.
+
+Er was nu aan vleeschvoorraad geen gebrek. Drie beren tegelijk! En
+bovendien kwam nog de walrus, die ze het eerst geschoten hadden aan de
+oppervlakte, en terwijl deze gevild werd, kwam een tweede uit
+nieuwsgierigheid kijken, en moest daarvoor met zijn leven boeten. Bij
+dit onsmakelijk werk werden de kleederen der beide mannen zoo met bloed
+en traan besmeerd, dat het kleverige vuil tot op hun huid doordrong.
+Van alle kanten kwamen de meeuwen krijschend aangevlogen om gulzig den
+afval te verslinden, voordat ze naar het Zuiden trokken, en de
+poolnacht een aanvang nam.
+
+Met het bouwen van het winterverblijf ging een week heen. Het
+schouderblad van een walrus, aan den stok van een sneeuwschoen
+gebonden, diende als schop, terwijl een walrussentand, aan de lat van
+een slede bevestigd, als houweel dienst deed. Zoo verhieven zich binnen
+korten tijd de muren van de nieuwe hut. Van binnen werd de grond
+uitgegraven, en van steenen een gemeenschappelijke slaapplaats gebouwd
+en met berenvellen bedekt. Twee buitgemaakte walrussen leverden het
+materiaal voor dakbedekking. Wel is waar kwam er een beer die het
+geheele dak naar beneden haalde, maar hij moest deze euveldaad zwaar
+boeten, en later werd het dak door een laag steenen tegen dergelijke
+gebeurtenissen beschermd. Een schoorsteen van ijs diende voor den
+afvoer van den rook uit den open haard. Nu betrokken de beide mannen de
+nieuwe hut, die hun gedurende den geheelen langen winter een veilig en
+behagelijk onderkomen verschafte.
+
+Den 15den October 1895 zagen ze de zon voor ’t laatst, en hun derde
+poolnacht nam een aanvang. De beren verdwenen, om zich voor het
+volgende voorjaar niet meer te laten zien. Slechts de vossen bleven, en
+deze waren even brutaal als roofzuchtig. Ze stalen touw en staaldraad
+en harpoenen, en vergrepen zich zelfs aan een thermometer, die buiten
+was blijven liggen. Den geheelen winter liepen ze over het dak, al
+huilend en knorrend en brommend en onderling vechtend. Deze teekenen
+van leven vormden echter voor de bewoners een zoo welkome afwisseling,
+dat ze die wilde bezoekers voor geen geld van de wereld zouden hebben
+willen missen.
+
+Of de dagen langzaam voorbij gingen? Dat nu juist niet: de geheele
+winter was immers slechts één enkele nacht! Daarbuiten was ’t stil en
+verlaten: een plechtige stilte heerschte in de windstille nachten. De
+maan scheen helder, en de hut lag in de schaduw van een klip, het
+maanlicht bedekte land en ijs als met een witte lijkwade. Vaak vlamde
+het noorderlicht als een geheimzinnig vuur aan het inktzwarte
+uitspansel, en de sterren fonkelden in onbeschrijflijken glans.
+
+Slechts zelden was het stil weer. Gewoonlijk huilde de wind over de
+kale rotsen, die reeds gedurende onafzienbaren tijd milliarden stormen
+hadden getrotseerd, en de sneeuwstormen gierden er loeiend omheen en
+vormden om de hutten der reizigers een geweldigen muur.
+
+Zoo verliep de eindeloos lange nacht. Nansen en Johansen aten en
+dronken, liepen in het donker rond om wat beweging te nemen, en vierden
+in hun hut het Kerstfeest. Ze knapten het inwendige van de hut op:
+verwijderden allen afval, en hielden een feestmaal van de laatste
+delicatessen van de „Fram”. Naderhand bleef Nansen nog lang liggen
+luisteren, alsof hij verwachtte in het vaderland de kerkklokken te
+zullen hooren luiden. Toen kwam Nieuwjaarsdag, met een zoo felle koude
+dat ze alleen om te eten hun neus buiten den slaapzak staken, en vaak
+vier en twintig uur aan een stuk bleven voortdommelen, evenals de
+ijsberen in hun hol.
+
+Den laatsten Februari zagen ze eindelijk weer de zon, die met haar
+stralen ettelijke kleine vogels aanlokte. Maar de beide mannen
+schrokken, toen ze elkaar weer bij het daglicht zagen: haren en baard
+waren ongestoord gegroeid; ze hadden zich al dien tijd niet gewasschen
+en hun gezicht was roetzwart. De anders zoo blonde Nansen had pikzwart
+haar; maar aan een bad viel natuurlijk bij een temperatuur van veertig
+graden vorst niet te denken!
+
+Spoedig verscheen ook de eerste beer. Hij krabbelde tegen de hut,
+aangelokt door allerlei verlokkelijke geuren; maar hij werd met een
+kogel ontvangen en ging op den loop; een tweede kogel velde hem neer:
+van zijn vleesch leefden beide mannen zes weken lang.
+
+Nu werden de dagen besteed voor de toebereidselen tot het voortzetten
+van de reis. Er werden uit vachten lappen genaaid om de beenen te
+beschutten, schoenen geflikt, touwen gesneden uit de huiden van
+walrussen, nieuwe bovenstellen voor de sleden getimmerd, de proviand
+opgeladen en den 19den Mei 1896 verlieten Nansen en zijn makker hun
+veilig winterkwartier om in zuid-westelijke richting hun onzekeren
+tocht voort te zetten.
+
+
+
+
+
+
+
+
+18. HET AVONTUUR IN DE KAJAK.
+
+
+De sneeuwstormen loeiden om de beide reizigers heen. Hun tent hadden ze
+prijs gegeven en ’s nachts kropen ze tusschen de sleden, waar ze een
+zeil over heen gespannen hadden. Eenmaal liep Nansen op sneeuwschoenen
+regelrecht het water in, en hij zou stellig verdronken zijn, wanneer
+niet Johansen hem er nog tijdig uitgetrokken had. Het dunne ijs was met
+een laag sneeuw bedekt, en was van water doortrokken: zoo kwam het, dat
+ze slechts langzaam vorderden, want ze moesten eerst begaanbaar ijs
+opzoeken. Reeds begon de proviand weer op te raken, maar gelukkig
+krioelde het in ’t water van walrussen. Vaak waren de dieren, die in
+troepen op ’t ijs lagen, zoo mak, dat Nansen dicht in hun nabijheid kon
+komen om ze te fotografeeren. Zelfs wanneer er een neergeschoten werd,
+verroerden de anderen zich in ’t geheel niet. Slechts wanneer er met
+stokken op los geslagen werd, stonden ze log op, waggelden als eenden
+achter elkaar naar het water en doken met de koppen naar beneden onder.
+
+Eens was het ijs zoo glad, en de wind zoo gunstig, dat Nansen en
+Johansen de zeilen heschen, zich op hun sneeuwschoenen er voor
+plaatsten om te sturen en voort ging het, in suizende vaart, zoodat de
+wind hen om de ooren floot!
+
+Op een anderen keer zeilden ze met samengebonden kajaks en landden op
+een eiland, om ruimer om zich heen te kunnen zien. De kajaks werden aan
+een koord van walrussenhuid vastgelegd. Maar toen ze over het eiland
+ronddwaalden, riep plotseling Johansen:
+
+„Halt! Daar drijven de kajaks!”
+
+Toen snelden ze naar het water, de wind woei krachtig zeewaarts en
+dreef met de kajaks al hun bezittingen weg.
+
+„Hier is mijn horloge!” riep Nansen, gooide snel zijn kleeren uit,
+sprong in het ijskoude water, en zwom de schuiten achterna. Maar deze
+dreven sneller dan Nansen kon zwemmen. Hij voelde reeds dat hij begon
+te verstijven; maar hier te verdrinken was niet erger dan zonder de
+booten terug te keeren! Vooruit dus, met inspanning van alle krachten!
+Toen zijn krachten hem begonnen te begeven, ging hij een poos op zijn
+rug liggen; intusschen liep Johansen in vertwijfeling op het ijs heen
+en weer—maar daar zwom Nansen reeds weer, en ten slotte werd de afstand
+geringer; Johansen uitte een vreugdekreet, en reeds op het punt van te
+zinken, gelukte het Nansen nog juist om een der sneeuwschoenen, die
+buiten de kajuit uitstaken, te grijpen; daaraan klemde hij zich vast en
+kon tenminste een oogenblik op adem komen. Toen heesch hij zich met
+moeite in de boot, en roeide terug, door en door verkleumd. Maar toch
+kwam hij eindelijk aan land; Johansen pakte hem dadelijk in den
+slaapzak, en dekte hem toe met alles wat voorhanden was. Na een paar
+uur geslapen te hebben, was de ijzersterke Nansen weer zoo frisch als
+een hoen, en deed het avondeten alle eer aan. Later bekende Johansen
+dat het de angstigste oogenblikken geweest waren, die hij nog ooit had
+doorgebracht.
+
+Steeds meer zuidwaarts leidde hun weg, dwars door het ijs en de golven.
+Het grootste gedeelte van hun tocht legden zij thans in de kajaks af.
+Op zekeren dag kwam vlak naast Nansen’s kajak, een walrus aan de
+oppervlakte, en had bijna de boot met de beide mannen in het zilte nat
+doen verdwijnen. Toen het dier weer weggezwommen was, voelde Nansen dat
+op den bodem plotseling alles drijfnat geworden was. Zoo vlug als hij
+kon, roeide hij naar de naastbijgelegen ijsvlakte, waar de kajak,
+gelukkig in ondiep water, snel begon te zinken. Om het lek te
+herstellen hadden zij een geruimen tijd noodig.
+
+Nansen’s tocht is een ongeëvenaard feit in de geschiedenis der
+noordpooltochten. Van de honderd en dertig manschappen van den „Erebus”
+en den „Terror” had niet één enkele er het levend afgebracht, hoewel ze
+hun schepen niet verloren hadden, en hoewel ze vlak in de nabijheid
+lagen van land, waar menschen woonden, en waar levend wild in overvloed
+was. De Long was het slachtoffer geworden der ongunstige
+omstandigheden. Deze beide koene Noren daarentegen, hadden het vijftien
+maanden lang in de Poolzeeën uitgehouden, zonder daarbij hun leven in
+te boeten, zonder dat hun ledematen bevroren waren, ja zelfs zonder
+door uitputting en ontberingen te vermageren! Zelfs hadden ze het nog
+wel geruimen tijd langer kunnen uithouden, maar—het oogenblik van hun
+bevrijding was ophanden.
+
+
+
+
+
+
+
+
+19. NANSEN’S GELUKKIGE TERUGKEER.
+
+
+Den 17den Juli 1896 stond Nansen op een ijsberg naar het krijschen der
+vogels te luisteren, die in wijde kringen om hem heen vlogen.
+Plotseling luisterde hij met gespannen aandacht. Wat was dat? Neen ’t
+was onmogelijk. En toch,—het geblaf van honden. Of was dat een vogel,
+die op zoo bijzondere manier krijschte? Neen, ’t kon onmogelijk iets
+anders wezen, ’t moest het blaffen van een hond zijn! Op een draf ging
+hij naar het kamp terug, maar Johansen meende, dat hij zich stellig
+vergist moest hebben. Nadat ze haastig ontbeten hadden, bond Nansen
+zich de sneeuwschoenen aan, greep geweer, verrekijker en sok, en
+pijlsnel vloog hij over de sneeuwvlakte voort.
+
+Weldra ontdekte hij het spoor van een hond. Of zou het misschien toch
+van een vos zijn? Maar neen, van een vos is het spoor veel kleiner. Nu
+ging het in vliegende vaart over het ijs landwaarts. Daar treft een
+stem Nansen’s oor, en hij roept met al de kracht van zijn longen,
+terwijl hij over scheuren en dammen heensnelt, want nu was de redding
+nabij, en wie weet hoe spoedig men weer in het vaderland terug zou
+zijn!
+
+En werkelijk—daar komt, luid blaffend een hond op hem toespringen, en
+daarachter komt een man. Nansen snelt op den man toe, en beide zwaaien
+met hun mutsen. Wie ook die vreemdeling mocht wezen, hij kon niet
+anders doen dan dien pikzwarten reus, die daar regelrecht van de
+Noordpool op hem afkwam, sprakeloos aanstaren.
+
+Nu stonden beiden tegenover elkaar, en reikten elkaar de hand.
+
+„’t Doet me bijzonder veel genoegen u te zien,” sprak de vreemdeling.
+
+„Dank u, mij eveneens,” antwoordde Nansen.
+
+„Hebt u hier een schip?”
+
+„Neen, mijn schip is hier niet.”
+
+„Met z’n hoevelen bent u?”
+
+„Ik heb slechts één tochtgenoot, daarginds op het ijsplateau.”
+
+De vreemdeling was een Engelschman, Frederick Jackson genaamd; hij had
+zich reeds sedert twee jaren op het Frans Josefs-land gevestigd,
+teneinde dat land met een goed uitgeruste expeditie grondig te
+onderzoeken. In het eerst meende hij, dat deze zwarte gedaante op
+sneeuwschoenen tot de bemanning van de „Fram” behoorde, en verdwaald
+was. Maar toen hij hoorde dat Nansen in eigen persoon voor hem stond,
+steeg zijn verbazing nog meer.
+
+Beiden begaven zich naar de woonplaats van Jackson, waar ook Johansen
+zich na korten tijd bij hen voegde. Het eerste wat de beide Noren
+deden, was, zich het zoo lang ontbeerde genot van een grondige
+reiniging met heet water te verschaffen. Ze bewerkten hun lichaam met
+groene zeep en harde borstels om tenminste het vuil, dat nog niet in de
+poriën doorgedrongen en op het lichaam vastgekleefd zat, kwijt te
+raken. Toen lieten ze zich scheren en de haren knippen, en toen ze van
+top tot teen in schoone kleeren gestoken waren, zagen ze er tenminste
+weer eenigszins als gewone menschen uit.
+
+In den loop van den zomer kwam een schip om Jackson zijn gewone
+proviand te brengen. Daarmee voeren Nansen en Johansen naar huis. Reeds
+in Bardö ontvingen ze telegrammen van hun verwanten, en hun vreugde was
+grenzenloos. Slechts één ding was er nog waarover ze zich bezorgd
+maakten: waar was de „Fram?”
+
+Het was te Hammerfest, toen Nansen ’s morgens uit den slaap gewekt
+werd. Er stond iemand aan de deur, die hem dadelijk wenschte te
+spreken. Nu, zoolang totdat hij zich aangekleed had, zou die persoon
+nog wel kunnen wachten, meende Nansen. Toen hij klaar was, ging hij
+naar buiten. De directeur van het telegraafkantoor stond in hoogsteigen
+persoon voor hem.
+
+„Ik heb een telegram voor u, dat u ongetwijfeld genoegen zal doen,”
+zeide deze.
+
+Nansen maakte het telegram open en las: „„Fram” heden veilig
+aangekomen. Alles wel aan boord. Ga terstond naar Tromsö. Welkom in het
+vaderland.”
+
+De afzender van dit telegram was de kapitein van de „Fram”, de wakkere
+Sverdrup!
+
+
+
+
+
+
+
+
+20. PER LUCHTBALLON NAAR DE NOORDPOOL.
+
+
+Het was den 16den October 1893, toen ik Stockholm verliet om door Azië
+een reis naar het verre Oosten te beginnen. Een deel van mijn
+reisindrukken op dezen tocht heb ik in het eerste deel van dit werk
+weegegeven. Te St. Petersburg, waar ik eenige inkoopen moest doen,
+vertoefde ik in het huis van Nobel, waar ik op zekeren dag het volgend
+telegram ontving:
+
+„Den 19den October streek Andrée’s ballon over de Finsche scheren, en
+werd door den storm de Oostzee ingedreven. Van Sandhamn uit zag men,
+hoe de ballon steeds twintig meter boven het zeewater zweefde.”
+
+Hoe ontzettend! Nauwelijks had Andrée Zweden achter zich gelaten, en de
+woeste Oostzeegolven voor zich, en reeds zou zijn tocht een rampzalig
+einde moeten nemen? Want omringd door herfstnevelen, was er nauwelijks
+eenige hoop op behoud voor hem. Persoonlijk kende ik Andrée niet, ik
+had hem nooit gezien; maar iedereen sprak van hem, want hij had reeds
+negen gevaarvolle tochten gemaakt in de „Svea”, denzelfden ballon, die
+hem thans den dood tegemoet voerde. Zulk een man kon de wereld toch
+niet zoo snel verliezen!
+
+Ik zelf had het grootste vasteland der aarde voor mij. Het was toch
+iets heerlijks, om tenminste vaste bodem onder de voeten te hebben!
+Maar Andrée! De gedachte aan hem liet me geen rust. Sedert eenige jaren
+had hij zichzelf tot een der wakkerste en bekwaamste luchtschippers
+gevormd; zou dan nu reeds zijn loopbaan een einde nemen, nu reeds,
+hoewel hij slechts veertig jaar oud was?
+
+Den volgenden dag kwam er evenwel een tweede telegram:
+
+„Andrée gered. Geland op de Finsche kust. Alles wel.”
+
+Goddank! Nu was ik op mijn reis tenminste van deze zorg ontheven.
+
+Twee jaar na dezen, bijna zoo rampspoedig geëindigden tocht, ontwierp
+Andrée het plan voor een reis, die zich niet tot de Oostzee bepalen
+zou. De geheele Noordelijke IJszee, van Spitsbergen tot aan de
+Behringstraat wilde hij doorkruisen, een gebied, dat zich over een
+afstand van 3700 kilometer uitstrekte; en zoo mogelijk, wilde hij op
+zijn tocht over de Noordpool heenvliegen! Het was het meest gewaagde
+plan dat nog ooit een ontdekkingsreiziger beraamd had. En Andrée had
+zoo lang en zoo grondig er over nagedacht, dat hij nauwkeurig berekend
+had, hoeveel elke schroef en elk touw van zijn ballon mocht wegen.
+
+De ballon zou vervaardigd zijn van een drievoudige bedekking van
+Chineesche zijde, en zou, zoowel van binnen als van buiten gevernist
+worden, teneinde zoo weinig mogelijk van zijn inhoud van 4500 kubieke
+meters waterstofgas te verliezen. De doorsnede zou twintig meter
+bedragen en van boven zou een extra omhulsel aangebracht worden, dat
+beletten moest, dat de sneeuw zich op het netwerk vastzette.
+
+Lange sleeptouwen zouden den ballon gedurig op dezelfde hoogte houden.
+Ze zouden gemaakt zijn van kokosdraden, zoodat ze op het water konden
+drijven, en zouden veel gemakkelijker over het ijs heenglijden dan over
+het land, waar ze vaak aan boomen, of andere voorwerpen konden blijven
+hangen, en zoodoende den ballon aan menigen gevaarlijken ruk konden
+blootstellen. Wanneer de helft van het sleeptouw op de aarde ligt, en
+de andere helft in de lucht zweeft, dan trekt alleen die laatste helft
+de ballon naar beneden. Zoodra deze daalt, wordt het gedeelte van het
+touw dat op de aarde rust, grooter, de ballon wordt daardoor verlicht,
+en stijgt weer omhoog. Maar de sleeptouwen verhinderen dan weer een al
+te sterke stijging, want hoe langer het touw wordt dat in de lucht
+hangt, des te meer wordt de ballon weer omlaag getrokken. Zoodoende zal
+de ballon, zoo berekende Andrée, steeds op een gelijkmatige hoogte
+blijven zweven.
+
+Maar, de sleeptouwen hebben nog een ander doel. Door hun wrijving aan
+de oppervlakte van het water of van het ijs werken ze als een rem.
+Dientengevolge is de snelheid van den wind grooter dan die van den
+ballon, die niet vrij in de lucht zweeft, maar, om ’t zoo uit te
+drukken, steeds een voet op de aarde heeft. Door het hijschen van een
+zeil aan een der beide kanten kan men dan den ballon eenigszins
+besturen en hem, evenals een zeilschip laten laveeren.
+
+De gondel van Andrée’s ballon bestond uit een teenen korf, en was rond,
+ruim, stevig en licht, voorzien van een dak, waarop de luchtreizigers
+als op een balkon konden staan, tot het doen hunner waarnemingen. Door
+een luik kon men in de gondel afdalen, die voor twee mannen, wanneer ze
+naast elkaar uitgestrekt lagen, plaats bood.
+
+Twee vensters in het dak gaven uitzicht naar buiten. In de zijwanden
+bevonden zich tal van vakjes en zakken, waarin alle mogelijke dingen
+konden opgeborgen worden. Met zes dikke touwen was de gondel aan den
+draagring bevestigd. Acht ballasttouwen, van zeventig meter lang,
+moesten dienen om den schok te breken, wanneer een heftige windstoot
+den ballon tegen de aarde zou slingeren; ze konden ook afgekapt worden,
+zoodra de ballon zooveel gas verloor, dat ze niet meer in staat was om
+te bleven zweven. Al deze touwen wogen te zamen ongeveer duizend
+kilogram.
+
+Andrée’s ballon zou dertig dagen kunnen zweven. Maar wanneer er nu een
+windstilte intrad, of wanneer men door het drijfijs, dat de Pool
+omringde, weer teruggedreven werd? Ook met deze mogelijkheid had Andrée
+rekening gehouden, en hij was erop voorbereid den ballon ergens achter
+te kunnen laten, en den terugtocht over het ijs te aanvaarden.
+
+Daarvoor zouden sleden en sneeuwschoenen, een tent, een opvouwbare
+zeilboot en drie geweren met ammunitie meegenomen moeten worden,
+bovendien voldoende mondvoorraad voor honderd dagen; dit alles was in
+zakken boven aan den draagring geborgen.
+
+Maar hoe zou men zich daarboven in de koude lucht iets warms kunnen
+toebereiden? Daarom werd een bijzonder kooktoestel vervaardigd, dat,
+ter voorkoming van brandgevaar onder aan den ballon zou hangen. Men
+behoefde slechts een blikje met soep, vleesch of visch in den ketel te
+doen, de spirituslamp te vullen en de geheele geschiedenis naar beneden
+te laten zakken; wanneer men aan een bepaald koord trok, dan ontbrandde
+daar een vlam, die men met behulp van een slang weer uit kon blazen,
+wanneer het eten gaar was, en men het toestel weer naar boven trok.
+Teneinde de buitenwereld berichten te kunnen doen toekomen over het
+verloop der reis, zouden dertien boeien van kurk meegenomen worden, die
+van buiten met koperdraad omhuld en van binnen een metalen koker
+bevatten voor het opbergen van brieven. De grootste zou bij aankomst
+van de Noordpool uitgeworpen worden! Bovendien stelde Andrée zich voor
+om rechtstreeks schriftelijke mededeelingen te zenden. Daartoe kocht
+hij ongeveer vijftig postduiven, die vroegtijdig naar den
+noordelijksten vuurtoren aan de Noordkaap gebracht werden; om ze met
+den vorm der kust vertrouwd te maken, bracht men ze eerst op een hoogen
+berg met vrij uitzicht naar alle kanten. Daarna werden ze op
+zeilschepen een eind de zee ingenomen, en daar losgelaten. Eenigen
+vlogen terstond naar hun punt van uitgang terug, anderen sloegen de
+richting naar het Zuiden in, en twee vielen ten prooi van een
+roofvogel. Gedurende de reis zouden de duiven in kleine teenen kooien
+geborgen worden, waarin aluminium bakjes met water en kleine korfjes
+met gerst, erwten en zaad geplaatst waren. Toen men van Spitsbergen
+uit, drie van deze duiven liet vliegen, stegen ze loodrecht in de
+hoogte, bleven daar eenige minuten lang volkomen onbeweeglijk, als om
+het terrein te verkennen, en vlogen toen pijlsnel zuidwaarts. Slechts
+een dezer postduiven werd bij Ofoten op de Noorsche kust opgevangen.
+Maar, dat was een bedriegster, ze was op een stoomboot, die naar
+Noorwegen onderweg was, neergestreken, en toen de kust in ’t zicht was,
+vloog ze weer op en liet zich met den wind naar Ofoten meevoeren.
+
+De brief, dien zulk een duif draagt, moet licht als een veertje zijn om
+het vliegen niet te belemmeren. Hij wordt geschreven op zijde-papier
+en, opgerold, in een waterdichte huls geschoven die met was
+dichtgekleefd en onder de staartveeren van de duif bevestigd wordt.
+
+Zoo had Andrée alles met groote scherpzinnigheid voorbereid. Er was een
+geheel boek geschreven, dat uitsluitend de toerusting tot deze reis
+beschreef. In het begin van Juli, een tijd waarin de zon dag en nacht
+aan den hemel staat, wilde Andrée met twee tochtgenooten de opstijging
+wagen vanuit het Denen-eiland, aan de noordkust van Spitsbergen. In
+dezen tijd van het jaar kon men steeds fotografische opnamen maken
+wanneer men over onbekende eilanden heen vloog. Ook zou de zon de
+temperatuur van het gas op gelijkmatige hoogte houden, en zoodoende zou
+de ballon steeds op ongeveer dezelfde hoogte bleven zweven.
+
+Andrée was vast overtuigd van het welslagen van zijn plan. In het
+gunstigste geval zou alles immers als vanzelf gaan. Op een zijner
+proeftochten had hij den afstand van 400 Kilometer tusschen Gothenburg
+en Gotland in 3 uren afgelegd. Zulk een wind zou hem in negen uren aan
+de Noordpool kunnen brengen, en, zelfs bij matigen wind zou hij in
+hoogstens twee dagen de Pool kunnen bereiken! Wanneer hij op
+Spitsbergen een gunstigen, zuidelijken wind had, dan kon hij, volgens
+zijn vaste overtuiging, wanneer alles meeliep, reeds na acht dagen aan
+de Behringzee, of ergens anders, op de Aziatische of Amerikaansche
+noordkust, kunnen landen!
+
+Maar „de wind blaast waarheen hij wil, en ge hoort zijn suizen wel,
+maar ge weet niet vanwaar hij komt, noch waar hij henen gaat.” Het
+eenige vaststaande is het feit, dat de wind aan de Noordpool altijd uit
+het zuiden komt! Want aan de Pool komen de meridianen allen in een punt
+te zamen, en wanneer ge aan de Pool staat, dan kijkt ge, wáárheen ge
+het oog ook richt, altijd naar het Zuiden!
+
+
+
+
+
+
+
+
+21. VOOR DE OPSTIJGING.
+
+
+Toen het plan van Andrée’s tocht wereldkundig werd, schoten natuurlijk
+overal de ongeluksprofeten als paddestoelen uit den grond op. In het
+buitenland had men niets dan scherpe woorden, en sprak men van
+onzinnige waaghalzerij. Andrée kon zelf toch wel begrijpen, dat de
+zeevogels daar in het hooge Noorden het omhulsel van zijn ballon met
+hun snavels zouden doorboren, dat hij en zijn tochtgenooten, wanneer ze
+over het bewoonde land heenzweefden door de bewoners met pijlen
+doorschoten zouden worden, en dat ze, indien ze al de Noordpool
+bereikten, daar immers toch van koude zouden omkomen! Sneeuw en ijs
+zouden door hun gewicht het gevaarte omlaag drukken, de sleeptouwen
+zouden tusschen de ijsschotsen verward raken, vastvriezen en zoodoende
+den ballon onbeweeglijk vasthouden.
+
+Alleen in Zweden veroorzaakte het plan eerst verbazing, voorts
+bewondering, en eindelijk geestdrift! Maar—waar zou het geld vandaan
+komen? Er waren voor de verwezenlijking van het plan 130.000 Kronen
+noodig. Alfred Nobel bood aan de helft der kosten voor zijn rekening te
+nemen. Koning Oscar, die alles wat met ontdekkingsreizen in verband
+stond met milde hand steunde, schonk het vierde gedeelte, en de rest
+werd door anderen bijeengebracht.
+
+Toen alles in gereedheid was, reisde Andrée naar Spitsbergen. Op het
+Denen-eiland werd een reusachtige loods gebouwd om den ballon tijdens
+de vulling te beschutten. Op het einde van Juli 1896 was de vulling
+afgeloopen, en nu wachtte men slechts op den zuidenwind.
+
+Maar de wind kwam voortdurend uit het Noorden of uit het Westen. Weken
+verliepen. Mist en sneeuw maakten de vooruitzichten nog ongunstiger.
+Het wachten was vergeefs—de gunstige wind kwam niet.
+
+Ten Noorden der Denen-eilanden ligt het Amsterdam-eiland, dat naar het
+Oosten in een vlakke landtong, de Hollanderkaap, uitsteekt. Hier kwam
+den 14den Augustus een merkwaardig schip voor anker. Andrée en
+verscheidene andere Zweden voeren er in hun stoomsloep heen. Het was de
+„Fram”, eerst enkele dagen geleden, uit een driejarige gevangenschap in
+het poolijs, bevrijd!
+
+„Zou ik Nansen kunnen spreken?” vroeg Andrée, nadat hij Sverdrup en
+zijn metgezellen begroet had.
+
+„Wat, is Nansen dan nog niet terug?” riepen de Noren.
+
+„Neen, maar waarom is hij niet op de „Fram”?”
+
+„Het is nu bijna anderhalf jaar geleden, sedert hij van ons wegging.”
+
+Aan weerskanten heerschten angst en verslagenheid. Sverdrup keerde zoo
+snel mogelijk naar Noorwegen terug, vast besloten om, na kolen en
+proviand ingenomen te hebben, zich naar Frans-Josefs-land te begeven en
+Nansen te zoeken. Toen hij de eerste haven, een klein Noorsch
+kustplaatsje, bereikt had, liet hij zich, midden in den nacht, aan land
+roeien, en ging naar een telegraafkantoor. Daar hamerde hij met zulk
+een geweld op de deur, alsof zijn leven er mee gemoeid was. Alles was
+in diepe rust. Eindelijk stak een oud man zijn hoofd uit het venster,
+en schreeuwde hem toe: „Wat heeft dat gruwelijke spektakel in ’t holle
+van den nacht te beduiden?”
+
+Sverdrup antwoordde: „Doe maar vlug open, ik ben kapitein Sverdrup, van
+de „Fram”.”
+
+Dadelijk werden overal de vensters verlicht, en de telegraafbeambte
+kwam hals over kop naar beneden hollen.
+
+„Ik heb van Andrée gehoord,” zei Sverdrup op bezorgden toon, „dat er
+nog geen bericht van Nansen gekomen is.”
+
+„Wel,” riep de man, „Nansen? Die is den 13den Augustus te Bardö
+aangekomen! Op ’t oogenblik is hij te Hammerfest.”
+
+Sverdrup maakte van blijdschap een luchtsprong, draaide zich, zonder
+een woord te zeggen om, en snelde weg om zijn makkers de blijde tijding
+te brengen.
+
+Intusschen wachtte Andrée nog steeds op den zuidenwind. Maar, daar het
+reeds te ver in het jaar was, moest hij wel terugkeeren. De ballon werd
+leeggemaakt, alles werd ingepakt, en Andrée reisde naar Stockholm
+terug.
+
+Men kan zich wel voorstellen hoe terneergeslagen hij was. Nog nooit had
+het plan van een Noordpooltocht een zoo algemeene en warme sympathie
+genoten. De geheele wereld wachtte met spanning en ongeduld op het
+vertrek. Toen hij Stockholm en Gothenburg verliet, had men hem als een
+held gehuldigd, en nu moest hij onverrichter zake weer terugkeeren!
+Velen dreven den spot met hem, maar de meesten bewonderden toch zijn
+zelfbeheersching. Het bedrag dat voor een nieuwe poging noodig was,
+werd terstond bijeengebracht, en wel uitsluitend in Zweden. In het
+midden van Mei van het volgend jaar wilde Andrée zich wederom naar het
+Denen-eiland begeven.
+
+Den 10den Mei 1897, kwam ik uit Azië terug. Den dertienden gaf Andrée
+een diner te zijner eere. Wij waren slechts met ons zessen aan tafel,
+en ik zag hem bij deze gelegenheid voor het eerst. Tijdens het maal
+heette hij mij welkom met een rede, die ik mij niet zonder ontroering
+herinner. Hij sprak er over welk een verschillende toekomst ons beiden
+wachtte. Terwijl ik mijn groote reis achter den rug had, en rustige
+arbeid mij wachtte, had hij zijn tocht nog voor zich, en stond op het
+punt zich toe te vertrouwen aan een onzeker lot in de groote
+eenzaamheid. In zijn toon was iets weemoedigs verscholen, dat hij
+vergeefs trachtte te verbergen. In mijn antwoord huldigde ik hem als de
+ontwerper van een grootsch plan, en sprak mijn overtuiging uit, dat we
+elkaar onder gelukkiger omstandigheden zouden weerzien!
+
+Het gezelschap ging spoedig uiteen. Andrée had nog veel te doen; over
+twee dagen zou hij Stockholm voorgoed verlaten.
+
+Ditmaal vond zijn vertrek in alle stilte plaats. Men had hem zoo weinig
+met rust gelaten, dat het te voorzien was, dat hij, ook bij niet
+volkomen gunstigen wind, tóch zou opstijgen. Slechts enkele vrienden
+waren aan het station om afscheid van hem te nemen. Ik drukte hem
+hartelijk de hand—voor het laatst! Toen voerde de trein hem weg, den
+helderen nacht in.
+
+In Juni heerschte op het Denen-eiland weer dezelfde bedrijvigheid. In
+het begin van Juli was alles voor de opstijging in gereedheid. Wederom
+was het wachten slechts op een gunstigen zuidenwind. Door een heftigen
+storm werd de ballon zoo hevig in de loods heen en weer geslingerd, dat
+hij bijna tegen de wanden stuk geslagen werd, en zelfs bijna geheel
+losgerukt werd.
+
+Dagelijks schreef Andrée eenige regels in zijn dagboek. Op den 8sten
+Juli 1897 eindigt het—voor altijd.
+
+
+
+
+
+
+
+
+22. „ALLES KLAAR!”
+
+
+Den 11den Juli 1897, een Zondag, brak aan. Reeds des morgens om drie
+uur vertoonden zich bij de Hollanderkaap eenige rimpels op het effen
+watervlak. Het was een lichte bries, die elk uur in kracht toenam!
+
+Om acht uur werd de laatste post bezorgd en nog het een en ander in het
+schuitje van den ballon gebracht. Andrée belegde een krijgsraad. Zijn
+beide tochtgenooten, de ingenieur Fränkel en Dr. Strindberg verklaarden
+zich voor de opstijging. Hij zelf sloot zich daarbij aan. Onverwijld
+toog men aan ’t werk. De bemanning der kanonneerboot „Svenskund”, het
+schip, dat de luchtvaarders naar het Denen-eiland gebracht had, werd
+aan land gezet, en om 11 uur begon men met het afbreken van de loods.
+Reeds was een groot gedeelte van de voorzijde weggenomen. Aan de
+windzijde werd zeildoek gespannen om eenige beschutting voor den wind
+te vormen. Uitstekende balken werden met een dikke laag vilt omwikkeld,
+zoodat ze bij het slingeren van den ballon geen gaten in het omhulsel
+konden boren.
+
+Gedurende de eerstvolgende uren heerschte er een koortsachtige
+opgewondenheid. Iedereen deed zijn uiterste best. Aan alle kanten
+weerklonk het kraken en dreunen van planken, die losgebroken werden.
+Men repte zich, als gold het een brand te blusschen. Door een
+scheepsroeper deelde Andrée met de stem van een godheid zijn bevelen
+uit; aan ieder moest hij zijn bijzondere bevelen geven en naar alle
+kanten moest hij zijn opmerkzaamheid richten. Intusschen daalden, van
+de hooge berghellingen achter de loods, zware wolken neer.
+
+Reeds rukte de ballon ongeduldig aan de touwen, en vaak werden reeds
+alle zandzakken van den bodem opgelicht. Nu werd hij een weinig gevierd
+om de gondel met de zes draagtouwen aan den ring te kunnen bevestigen.
+De kooien met de duiven werden in de gondel gezet en de zandzakken voor
+een groot deel verwijderd. De ballon werd nu alleen nog maar
+vastgehouden door drie bundels ballastzakken, waarvan de luchtschippers
+op het laatste oogenblik de touwen zouden doorkappen, en door drie
+dikke kabels die om eenige balken op den grond heengeslagen waren. Bij
+elken kabel stond een matroos met een bijl. Twee dozijn zakken met zand
+werden als ballast ingeladen.
+
+„Alles klaar!”
+
+Andrée dankt allen, die hem geholpen hebben, en neemt haastig van ieder
+afzonderlijk afscheid. Zonder veel woorden drukt men elkaar stevig de
+hand. Wanneer de laatste oogenblikken maar eerst voorbij waren, wenscht
+ieder in stilte. Een onvergetelijk schouwspel moet deze opstijging
+opgeleverd hebben.
+
+Dan doopt Andrée den ballon met den naam „Ornen” (Adelaar) en hij
+springt in de gondel waar Fränkel en Strindberg reeds onder de
+Zweedsche vlag hebben plaats genomen. Met blanke messen in de handen
+staan ze daar, en met één enkele snede kappen ze de touwen der
+ballastzakken!
+
+Een rustig oogenblik wordt afgewacht. Er heerscht een diepe stilte. Men
+waagt het nauwelijks te fluisteren, slechts het suizen van den wind in
+de bijna ledige loods is hoorbaar. De drie helden leunen tegen den rand
+van de gondel. Andrée bewaart een onverstoorbare kalmte; geen spoor van
+aandoening is op zijn gelaat te bekennen. Om halfdrie klinkt zijn stem:
+
+„Kappen—een, twee, drie!”
+
+Op hetzelfde oogenblik springen de kabels los, en statig verheft zich
+de „Adelaar” uit zijn nest!
+
+„Leve Andrée!” klinkt het daar beneden.
+
+„Groet Zweden van mij!” roept hij met luider stem, terwijl hij zich
+over den rand van de gondel heenbuigt; met de sleeptouwen die een spoor
+van schuim in het water achter laten, als het zog van een stoomschip,
+zweefde de „Adelaar” in noordoostelijke richting over de Hollanderkaap
+heen. Voordat hij die achter zich had, daalde hij bedenkelijk, wellicht
+door een sterken luchtstroom naar beneden gedrukt. De gondel kwam zelfs
+in het water, maar sprong toen weer in de hoogte. Negen zandzakken
+moesten uitgeworpen worden om te beletten dat de „Adelaar” tegen de
+klippen zou stooten. Daarmede gingen tweehonderd kilogram ballast
+overboord!
+
+Nog ernstiger was, dat bij het opstijgen een groot stuk der sleeptouwen
+scheurde. Daarmee ging meer dan een halve ton ballast verloren! Het
+geheele fundament, waarop Andrée zijn plannen gebouwd had, scheen
+vernietigd! Hij was niet meer door de sleeptouwen in aanraking met de
+aarde, maar zweefde als een speelbal der winden, vrij in de lucht!
+
+De „Adelaar” verhief zich dan ook tot een hoogte van ongeveer
+zevenhonderd meter. Een tijd lang werd hij door een wolk aan het
+gezicht onttrokken, maar weldra kwam hij weer te voorschijn. Na verloop
+van een uur verdween hij achter de rotsige eilanden in het Noordoosten,
+in de wijde eenzaamheid der poolzeeën—voor altijd.
+
+Zwijgend en ernstig begaven zich de helpers der drie helden weer aan
+boord van de „Svensksund”.—
+
+
+
+
+
+
+
+
+23. HET LOT VAN ANDRÉE.
+
+
+Met welke spanning wachtte de geheele wereld op berichten van Andrée,
+hoe werd overal de telegraaf in werking gesteld toen het bekend werd
+dat de held opgestegen, en in noordelijke richting verdwenen was! Op de
+geheele wereld was er nauwelijks een dagblad dat niet kolommenlange
+beschrijvingen van de koene opstijging gegeven had. Overal heerschten
+verbazing en bewondering! Hoe zou het wel afloopen? vroeg een ieder
+zich af. Atlassen werden te voorschijn gehaald, en onderzoekend liet
+men het oog gaan over de landen om de ijszeeën. Hoelang zou de
+zuidenwind aanhouden, en waar zou de ballon weer te voorschijn komen?
+Te oordeelen naar de manier waarop de „Adelaar” opgestegen was, zou
+hij, zoo was de algemeene meening, zich hoogstens drie weken in de
+wolken drijvend kunnen houden! Maar in dien tijd kon hij geweldige
+afstanden afleggen, en op elke willekeurige plek van de bewoonde wereld
+weer zichtbaar worden. Juist in dezen tijd van het jaar bevonden zich
+tal van walvischvaarders en visschers in de noordelijke ijszeeën. De
+spanning nam met elken dag toe. Niemand dacht meer aan de Noordpool.
+Waar ook Andrée’s ballon zou landen—hij zou ongetwijfeld den
+merkwaardigsten tocht gemaakt hebben, waarvan nog ooit een mensch
+gehoord had.
+
+Nauwelijks waren veertien dagen verloopen, of de eerste verontrustende
+berichten deden door de pers de ronde. Den 17den Juli zou een Hollander
+den ballon in de Witte Zee op het water hebben zien drijven!
+Nasporingen brachten echter aan licht dat de Hollander vrij zeker een
+doode, opgezwollen walvisch ontmoet had.
+
+Van nu af kwam er echter van alle kanten een stroom van de meest
+tegenstrijdige berichten. Aan de westkust van Groenland had men vanuit
+de zee schoten van een buks gehoord; zonder twijfel waren die schoten
+afgevuurd door Andrée en zijn makkers, die, evenals vroeger de mannen
+van de „Polaris” op een ijsschots zuidwaarts dreven. Wanneer men op een
+schip in de herfstnevelen het krijschen van zeemeeuwen hoorde, dan was
+dat natuurlijk Andrée, die in zijn zeilboot ronddobberend, om hulp
+riep!
+
+En hoevele bewoners van de landen om de Noordpool heen, wilden den
+ballon met eigen oogen gezien hebben! De wakkere Russische
+pelshandelaars, en boeren tot ver in Siberië, bezwoeren met dure eeden,
+dat ze den „Adelaar” boven dit of dat dorp hadden gezien. Op Sachalin,
+het eiland der verbannenen in het verre Oosten had men hem stil en
+geheimzinnig boven de kale rotsen zien drijven. Zelfs de Indianen van
+Noord-Amerika beweerden, dat ze hem gezien hadden.
+
+Anderen weer, wisten stellig, dat Andrée te Klondyke was, en van
+daaruit reeds geschreven had. In Britsch-Columbia streek de „Adelaar”
+over het land heen, en in Canada hadden de Eskimo’s verscheidene blanke
+mannen ontmoet die hun proviand in een zonderling gevaarte
+medesleepten. Weer anderen hadden visioenen gehad, en wisten
+dientengevolge nauwkeurig dat Andrée en zijn makkers in de zee gestort
+en verdronken waren—ze hadden in den geest de catastrophe mede
+aangezien. Weer anderen wisten met even groote zekerheid te vertellen
+dat Andrée nog leefde, maar dringend hulp noodig had.
+
+Op deze wijze had de menschelijke verbeeldingskracht allerwege vrij
+spel, overal tuurde men met spiedende blikken omhoog, en meende den
+ballon te zien, zelfs al was ’t slechts een kraai die in den
+schemeravond voorbijvloog. De beangstigende, maar geweldige
+werkelijkheid werd langzamerhand tot een wonderbare sage, en bijna ging
+het met Andrée’s ballons als met het sprookjesschip van den vliegenden
+Hollander!
+
+Reeds in den herfst werd er vanuit Zweden hulp gezonden, on overal waar
+Andrée met mogelijkheid zijn kon, werd proviand opgesteld. Een
+expeditie onderzocht vanuit het nu ledige graf van De Long en zijn
+makkers een groot deel der kusten van de Siberische IJszee. Professor
+Rathorst gaf als zijn meening te kennen, dat de luchtschippers
+Oost-Groenland hadden kunnen bereiken, waar ze zich langen tijd met
+muskusossen zouden kunnen voeden. Hij rustte derhalve de „Anlactic” uit
+met het doel om deze kusten grondig te onderzoeken. Weliswaar vond hij
+Andrée niet, maar hij bracht prachtige kaarten, verzamelingen en het
+resultaat van belangrijke waarnemingen mede terug.
+
+Zoo verliepen maanden en jaren! Van tijd tot tijd dook een nieuw
+gerucht op, en steeds vlamde weer een nieuwe straal van hoop op!
+
+Wat was er gevonden van de dertien boeien, die Andrée wilde uitwerpen,
+en waar waren de duiven gebleven?
+
+Vijf boeien werden twee jaar later gevonden. Drie waren er in het
+ongereede geraakt, de briefhulzen ontbraken. Twee bevatten een
+schrijven, en hadden met den stroom een grooten afstand afgelegd, de
+eene werd op de noordkust van Noorwegen gevonden, de ander op IJsland.
+Ze waren reeds op den dag van opstijging om 10 uur en om 11 uur
+uitgeworpen, en behelsden slechts korte berichten over den koers, den
+toestand aan boord en de plek waar de boei uitgeworpen was. Om 10 uur
+dreef de ballon in noordelijke richting over vlak ijs heen. „Prachtig
+weer. Stemming uitstekend.” Om elf uur zweefde hij zeshonderd meter
+boven het zeeoppervlak „alles wel.”
+
+Van de duiven keerde slechts één enkele weer terug. Een Noorsch schip
+nam ze reeds vier dagen na de opstijging aan boord. Het bericht, dat ze
+droeg, was daarom merkwaardig, omdat Andrée het den 13den Juli om half
+drie geschreven had. De „Adelaar” had toen reeds zes en veertig uur
+gezweefd, en was dus reeds langer in de lucht geweest dan eenig ander
+luchtschip! Op het kleine ineengerolde stuk papier stond o.a.: „aan
+boord alles wel. Dit is de derde duivenpost. Andrée.” De ballon bevond
+zich toen boven het noordelijk gedeelte van Spitsbergen, maar dreef met
+een flinke vaart naar het Oost-Zuid-Oosten.
+
+Van dit oogenblik af is er van het lot van den „Adelaar” niets meer
+bekend;—en, waarschijnlijk zal het ook wel onbekend blijven.
+
+Gedurende tweemaal vier en twintig uren na de opstijging was dus alles
+aan boord in orde, en de luchtschippers koesterden geen angst voor den
+afloop van hun tocht. Misschien zweefden ze gedurende verscheidene
+dagen nu eens naar het Noorden, dan weer naar het Zuiden. Maar elken
+dag moest de draagkracht van den ballon onvermijdelijk verminderen,
+totdat tenslotte de „Adelaar” zijn last niet meer kon torsen. Maar,
+waar hij nederdaalde, dat weet niemand.
+
+Wanneer hij in de buurt van de Noordpool, in de richting van de
+Behringzee, tusschen het drijfijs geland is, dan was de positie der
+opvarenden hopeloos, want ze hadden niet voldoenden leeftocht bij zich
+voor een zoo verren tocht, als in dat geval noodzakelijk zou wezen.
+Waarschijnlijker is dat de ballon naar het zuidelijk deel van de
+IJszee, tusschen Frans-Jozefs-land en het schiereiland Kola dreef. Hij
+moest daarbij steeds slapper worden, en steeds dieper zinken.
+Ongetwijfeld kapte men alle touwen, en wierp allen ballast overboord.
+Zoodoende kon hij nog eenige uren, misschien nog een geheelen dag in de
+lucht blijven. Maar ten slotte moest hij weer dalen, terwijl de donkere
+zee daaronder den muil opensperde. Nu zal men de laatste boeien
+opgeofferd, en alles wat men eenigszins kon missen, weggeworpen hebben.
+Weer verhief zich de ballon, maar verslapte spoedig weer opnieuw, door
+het minste koeltje heen en weer gedreven. Andrée was een man, die in
+oogenblikken van gevaar den moed niet verloor; hij en zijn makkers
+zullen dapper met den dood gestreden hebben!
+
+Indien de winter zijn intocht reeds gedaan had op het noordelijk
+halfrond, dan had Andrée misschien kans gehad, spoedig hulp te zien
+opdagen. Dan zou hij een groot gedeelte van zijn leeftocht rustig
+hebben kunnen prijs geven, dan had hij de duiven kunnen loslaten en hun
+kooien in zee kunnen werpen. Maar misschien zonk de „Adelaar” op een
+plek waar geen land te bekennen was. De gondel sleepte over het water
+en stiet tegen elke oneffenheid; de inzittenden klommen in den
+draagring en kapten de gondel af. Dan verhief zich misschien de ballon
+nog eenmaal voor het laatst, om door de winden weer zeewaarts gedreven
+te worden. Daardoor werd de catastrophe nog slechte enkele uren
+uitgesteld, want wanneer een ballon zijn grootste hoogte bereikt heeft,
+daalt hij plotseling. Toen hij weer op de oppervlakte van het water
+kwam, was de ring het eenige wat nog gekapt kon worden. Hoe ook de
+omstandigheden mogen geweest zijn, waaronder Andrée en zijn makkers den
+dood gevonden hebben,—nu, na zooveel jaren weten we het nog niet; laat
+ons hopen dat hun doodsstrijd kort was! Hun reis was vruchteloos, maar
+die drie mannen zullen voor altoos toonbeelden blijven van heldenmoed.
+Ze hebben nieuwe paden betreden, en de tijd is nabij waarop anderen,
+met betere hulpmiddelen toegerust, hun onzichtbaar spoor door het
+luchtruim en over de zeeën zullen volgen.
+
+
+
+
+
+
+
+
+24. IN HAMBURG BIJ HAGENBECK.
+
+
+Verlaten we thans de dood-aanbrengende hoogere sferen, om ons weer op
+vasten bodem te bewegen! Na het korte uitstapje in de geschiedenis der
+Noordpooltochten willen we ons naar Engeland op weg begeven, uit de
+oneindige eenzaamheid van het eeuwige ijs, der middernachtzon, en der
+poolstormen naar een der brandpunten van het menschengewoel; naar de
+wereldstad Londen.
+
+Van Malmö uit, brengt ons een stoomboot over de Sond, naar het groote,
+vroolijke en bedrijvige Kopenhagen. Daarna doorsnijdt de spoorweg het
+rijke en vruchtbare eiland Seeland. Hier staan prachtige hoeven
+tusschen vruchtbare velden, hier graast op welige weiden het
+kloekgebouwde vee, waaraan Denemarken zijn overvloed van melk en boter
+dankt: hier breidt zich naar alle kanten de vruchtbare bodem uit, die
+geen plaats meer overlaat voor de kale zandvlakten en schrale heide,
+zooals die op de westkust van Jutland voorkomen.
+
+Denemarken is een der kleinste landen van Europa, maar de bewoners
+weten van de natuurlijke hulpbronnen van hun land partij te trekken en
+voordeelige handelsbetrekkingen met het buitenland aan te knoopen. Veel
+uitgestrekter dan het moederland zijn echter zijn bezittingen in de
+noordelijke zeeën, Groenland en IJsland; helaas zijn deze beide
+eilanden echter slechts schaars bevolkt, koude en ijs zijn er de
+eigenlijke heerschers. Van Korsör uit brengt ons een stoomboot tusschen
+de eilanden Langeland en Laaland door, in enkele uren naar Kiel. Hier
+betreden we Duitschen bodem; hier is Duitschland’s grootste
+oorlogshaven.
+
+Door het vruchtbare Holstein heen, spoeden we ons naar het Zuiden, waar
+de vrije Hanzestad Hamburg aan de Elbe, de grootste havenplaats op het
+vasteland van Europa, en na Londen en New-York de derde der geheele
+wereld.
+
+Wat is hier al niet te zien en te bewonderen. De enkele uren oponthoud
+willen we besteden om iets te zien, dat men overal elders vergeefs zou
+zoeken: Hagenbeck’s dierenpark.
+
+Het ligt buiten de stad. Uit alle landen der wereld zijn hier wilde
+dieren bijeengebracht. Maar hier verkwijnen ze niet in een sombere
+gevangenschap, zooals in menagerieën en zoölogische tuinen, hier kunnen
+ze zich vrij bewegen over terreinen, die naar gelang van den aard der
+verschillende soorten, ingericht zijn. Over wijde zandvlakten zwerven
+de dromedarissen en struisvogels der Sahara, een kunstmatig aangelegde
+steppe strekt de buffels van Noord-Amerika en de antilopen en zebra’s
+van Afrika tot verblijfplaats. Tusschen grillige rotsen klauteren de
+lama’s der Andes, de steenbokken der Alpen en de muffeldieren uit de
+gebergten van Corsika en Sardinië: de olifanten staan in een
+gemeenschappelijk hok bijeen, en gaan vandaar uit aan hun arbeid in het
+park.
+
+In het Poollandschap dartelen walrussen en robben in ruime bassins, op
+welker randen de pinguins komisch-gewichtig plomp rondwaggelen.
+Afzonderlijke grotten en koele vijvers strekken den ijsberen tot
+woonplaats; ze laten zich in ’t water neerplonzen, zwemmen snuivend in
+’t rond, slaan elkaar, wanneer ze te dicht in elkaars nabijheid komen,
+met de klauwen, klauteren dan op een overhangende rots om daar lui op
+den rug liggend, uit te rusten, en storten zich dan weer, den kop
+vooruit, in ’t water. Daarboven verheft zich een klein plateau waar een
+rendierkudde graast.
+
+Het glanspunt van Hagenbeck’s dierenpark is de leeuwenkloof. Aan drie
+kanten bevinden zich steile rotswanden met grotten en kloven. Aan den
+vierden kant, naar den toegang, is de kloof open, en hier staan we nu,
+op een afstand van slechts enkele meters, vlak tegenover twaalf groote
+leeuwen, zonder ook maar door een draadwerk van hen gescheiden te zijn!
+Dat is wel buitengewoon gevaarlijk, zou men zoo zeggen. In ’t geheel
+niet! De dieren zouden ons, zelfs al wilden ze, geen kwaad kunnen doen.
+Dan zijn ze zeker vastgebonden? Ook dat niet! Ze zijn vrij. Eenigen
+liggen languit te slapen, anderen zitten voor zich uit te staren, en
+droomen van Soedan; twee springen met lenige, katachtige bewegingen de
+rotsen op en af; twee Oost-Afrikaansche leeuwen zonder manen nemen
+elkaar met vijandige blikken op, terwijl een Zuid-Perzische leeuw op
+het plateau op den voorgrond rusteloos heen en weer loopt. Ze
+verwaardigen den toeschouwer met geen enkelen blik, daarvoor zijn die
+koninklijke dieren veel te trotsch; ’t is alsof ze die menschen vóór
+zich in ’t geheel niet zien, en toch zijn ze slechts één sprong
+afstands van hen verwijderd. Maar deze sprong zou te groot zijn! Een
+gracht tusschen hen en ons is acht meter breed, en zoo ver springt een
+leeuw niet! Wanneer een van die dieren op ons af zou springen, dan zou
+hij tegen een gladden muur terecht komen, die zich loodrecht uit de met
+water gevulde gracht verheft, en van daaruit is geen andere uitweg dan
+weer naar de kloof terug.
+
+Toen ik eens voor dat eigenaardige leeuwenhol stond, kwam een breed
+geschouderde oppasser naar me toe en zei: „Wanneer u me tien stuivers
+geeft, ga ik het leeuwenhol binnen!”
+
+„Best,” zei ik, „maar op je eigen verantwoording.”
+
+„Natuurlijk! Wacht u maar een oogenblik!”
+
+Dadelijk daarop ging er een kleine deur in de rots open, en met kalme,
+zekere schreden naderde de oppasser de twaalf woestijnkoningen. Men kon
+terstond zien dat hij ze volkomen in bedwang had. De Zuid-Perzische
+leeuw stiet een dof gebrul uit, maar bleef heen en weer loopen. De
+slapenden openden de oogen, spitsten de ooren en verhieven zich. De
+oppasser sloeg een der dieren met een rijzweep, waarop het dier lenig
+op een omgevallen boomstam in de kloof sprong. Een tweede leeuw sprong
+geluidloos en sierlijk over de hem voorgehouden zweep. Toen ze hun
+kunsten vertoond hadden, kreeg ieder een stuk vleesch, dat de oppasser
+uit zijn zak te voorschijn haalde, toen greep hij een der grootste
+dieren stevig bij de manen en schudde hem duchtig heen en weer; een
+ander pakte hij bij de ooren, en hield zijn gezicht tegen den kop van
+den leeuw aangedrukt. Deze hoefde slechts zijn muil open te sperren om
+hem het hoofd van den romp af te scheiden; maar zooals de oppasser me
+later verzekerde, bij al die gevaarlijke kunststukken klopte zijn hart
+geen oogenblik sneller. Hij had de leeuwen volkomen aan zich
+onderworpen; hij speelde met ze, alsof het jonge katten waren, en toch
+waren er twee bij, die pas zes maanden geleden gevangen waren. Toen de
+oppasser de kloof verliet, liep hij achteruit, bleef op het eind een
+oogenblik staan, riep op bevelenden toon een commando, en sloeg met
+zijn zweep op een rotsblok, om de dieren naar den anderen kant te
+verdrijven, en verdween toen snel door de deur. Klaarblijkelijk kon hij
+ze toch niet blindelings vertrouwen, onverwachts kon in deze gevangenen
+het roofdier ontwaken!
+
+In de nabijheid der wilde dieren vergeet men niet alleen den tijd, maar
+ook het begrip van plaats. Ik althans vertoefde daar met voorliefde.
+Hun aanblik verplaatst me in de stilte der woestijn, in het zwijgen der
+wouden, in de stormen der bergen, in de geheimzinnigheid van Indië’s
+struikgewas. Ik denk aan karavanen en nachtelijk kampvuur, aan jachten
+en gevaarvolle avonturen, en ik koester medelijden met de gevangenen,
+ook al hebben ze ’t zoo goed als in Hagenbeck’s prachtig park in
+Hamburg.
+
+Maar nu voert de trein ons met razende vaart door Hannover en
+Westfalen, over den statigen Rijn, en door het Zuiden van Holland.
+Rechts en links zooveel nijverheid, zooveel rustelooze arbeid! Hier
+kampen de Hollanders met het water, dat hen steeds met overstroomingen
+bedreigt. Slechts kort zijn de afstanden tusschen de nijvere
+industrie-steden. Voorbij! Onverbiddelijk voert ons de trein
+westwaarts, totdat we het eindpunt, Vlissingen bereiken.
+
+Hier wacht ons de stoomboot. Zoodra alle reizigers aan boord zijn, en
+hun bagage, benevens eenige wagenladingen vrachtgoed in het ruim
+geladen zijn, beginnen de raderen te werken en het schip verlaat de
+haven en vaart het kanaal, tusschen het vasteland en Engeland in. Het
+weer is prachtig, een zilte bries strijkt over het water, maar zonder
+dat we last hebben van hooge golven. Nu en dan ontmoeten we een ander
+stoomschip. Hongerige meeuwen vliegen in sierlijke kringen rondom ons.
+Een voor anker liggend lichtschip laten we links achter ons liggen, en
+aan denzelfden kant doemt na eenige uren de kust van het graafschap
+Kent op. Engeland is in ’t zicht!
+
+
+
+
+
+
+
+
+25. IN HET GEWOEL DER WERELDSTAD.
+
+
+Ons schip vaart de breede, trechtervormige uitmonding der Theems
+binnen, en landt in de haven van Queensborough. Hier nemen we weer
+plaats in den spoortrein, die ons in korten tijd door een dichtbevolkte
+landstreek naar het hartje van Londen brengt. Reeds op weg naar het
+hotel, krijgt men een indruk van de woelige drukte van Engeland’s
+hoofdstad, die tweemaal zoo groot is als Berlijn, en met haar bijna
+vijf millioen inwoners het zevende deel der gezamenlijke bevolking van
+Engeland en Wales herbergt.
+
+Welke keus zullen we nu doen uit deze onuitputtelijke zee van
+bezienswaardigheden? Men verdrinkt in die menigte musea,
+kunstverzamelingen, theaters en kerken! Er zijn dorpen, die slechts uit
+één enkele straat bestaan. Wanneer men de 8000 straten die Londen telt,
+aan elkaar zou kunnen voegen, dan zou die reuzenstraat zich door geheel
+Europa, West-Azië, tot aan Samarkand in Turkestan uitstrekken! Maar,
+gelukkig, zóó lang zijn de Londensche straten niet; ze vormen één groot
+net, ze eindigen aan de Theems of in uitgestrekte parken en
+wereldberoemde pleinen. En op al deze straten en pleinen wemelt en
+krioelt het van voetgangers en voertuigen; maar het drukste verkeer
+vindt men in Piccadilly, de drukste straat der wereld!
+
+Reeds na twee dagen komen we tot de overtuiging, dat onze zwakke
+krachten het tegenover de onafzienbare menigte bezienswaardigheden van
+Londen moeten afleggen, we willen ons dus willoos door het toeval laten
+leiden. Wanneer men bezoeken moet afleggen bij vrienden en bekenden,
+dan raadpleegt men eerst den plattegrond om op de snelste en
+goedkoopste manier te komen waar men moet wezen, en men zorgt er voor
+vooraf te informeeren, wanneer de familie thuis is om bezoek af te
+wachten.
+
+Men kan hun geen grooter genoegen doen dan door juist op een ontvangdag
+te komen, en het gewoel in de salons en om de theetafel te helpen
+vergrooten. Want het staat deftig om zooveel mogelijk bezoek te
+ontvangen. Maar, om bezoek te ontvangen moet de gastvrouw zich
+beijveren om gedurende de overige dagen der week zelve bezoeken af te
+leggen. Het gevolg hiervan is een rusteloos rondrijden in equipage of
+automobiel; en nauwelijks tehuis gekomen, moet ze snel voor een diner
+toilet maken. In Engeland is het warme jaargetijde gewijd aan het
+maatschappelijk verkeer, hoewel ik persoonlijk in dit opzicht tusschen
+winter en zomer volstrekt geen onderscheid opgemerkt heb. Want ook ’s
+winters betoonen de Engelschen den vreemdeling dezelfde gastvrijheid.
+
+Wanneer men een indruk wil krijgen van het straatgewoel, dan moet men
+bovenop een omnibus plaats nemen; van daar uit heeft men naar alle
+kanten vrij uitzicht. Wij bestijgen dus een „bus” in Kensington, de
+wijk waarin ons hotel ligt, in de onmiddellijke nabijheid van twee der
+rijkste musea van Londen voor kunsten en wetenschappen. Eerst gaat ’t
+langs het prachtige Hydepark, een heerlijke oase temidden van de
+huizenwoestijn. Het park wordt doorsneden door breede, schaduwrijke
+wegen; hier praalt de voorname wereld met schitterende equipages,
+kostbare toiletten en rijk uitgedoste livreien. Wanneer men ’s zomers
+zucht van de hitte, dan vindt men hier een verkwikkende koelte; zwarte
+zwanen zwemmen statig rond in den langwerpigen vijver, waarin ieder mag
+baden, zonder dat hij daarvoor een cent hoeft te betalen. Maar de
+prachtige gazons zien er uit alsof er zoo juist een groote
+volksbijeenkomst is gehouden; hier rusten de dakloozen, want overdag
+mogen ze in de openbare parken gaan liggen en slapen, maar des nachts
+worden ze er door de politie verdreven!
+
+Langzaam beweegt zich nu onze omnibus door het gewoel van Piccadilly.
+Zooeven hadden we nog het Hydepark links, en reeds spreidt het St.
+James-park zijn boomenpracht rechts van ons ten toon. Links van ons
+hebben we Londen’s grauwe, eindelooze huizenzee. Maar spoedig zijn we
+het park voorbij, en nu hebben we aan weerszijden de huizen van
+Piccadilly. Men houdt bij het rijden links, daardoor ontstaat een
+dubbele stroom van voertuigen in de tamelijk smalle straat. Vanaf het
+imperiaal van den omnibus heeft men een uitstekend uitzicht op dien
+gestadig voortbruisenden verkeersstroom.
+
+Voor en achter ons, zoover de blik reikt, ziet men de honderden van
+voertuigen als eindelooze, naast elkaar rijdende treinen, een bonte
+aaneenschakeling van passagiers- en goederenwagens. De omnibussen
+alleen zijn honderden in getal, groote, zware, roodgeverfde monsters,
+deels door motoren, deels door paarden voortbewogen; aan de zijkanten
+altoos met reclameborden bedekt. Op het imperiaal zitten de heeren met
+hun hooge hoeden, onder het rooken van een pijp, hun courant te lezen,
+terwijl de dames onder haar groote hoeden schuil gaan. Van het
+plaveisel is nauwelijks iets te zien. Want tusschen de omnibussen
+verdringen zich nog automobielen, vierwielige huurrijtuigen,
+reclamewagens, hooge tweewielige hansoms en vrachtwagens, en
+daartusschen weer kleine karren beladen met bananen en sinaasappels.
+Hier en daar dringt zich ook nog een wielrijder tusschen het
+levensgevaarlijke gewoel. De andere helft der straat biedt hetzelfde
+schouwspel. Slechts beweegt zich hier de stroom in tegenovergestelde
+richting. Onafgebroken klinkt het getoeter der automobielen en het
+knallen der zweepen: al die geluiden der wereldstad, vermengd met het
+paardengetrappel, het menschengedruisch, het roepen der
+courantenventers, enz. smelt samen tot een zoemend gebrom, dat ons
+onophoudelijk in de ooren klinkt.
+
+Van tijd tot tijd ziet men kleine jongens, die snel den paardenmest
+opvegen en wegdragen. Vlug en handig wippen ze door het ergste gedrang
+heen; en ’t mag wel een wonder heeten, dat ze het er altijd heelhuids
+afbrengen!
+
+Langzaam, langzaam gaat ’t verder. Ineens staat de geheele stoet stil;
+een politieagent heeft zijn hand in de hoogte gestoken; wee den
+koetsier of chauffeur die bij dit teeken niet onmiddellijk zou
+stilhouden! De politieagent en zijn kameraad, aan den anderen kant van
+de straat, hebben het verkeer een oogenblik stop gezet om een rij
+voertuigen uit een dwarsstraat gelegenheid te geven Piccadilly over te
+steken; ze rijden ons nu voorbij, maar over eenige minuten brengen
+andere agenten het verkeer in de zijstraat tot stilstand en wij kunnen
+onzen weg weer vervolgen, totdat we aan een ander kruispunt weer moeten
+wachten. Men heeft zoodoende bij een rit door Londen’s straten heel wat
+geduld noodig, want van snel vooruit komen, kan bij al die drukte, geen
+sprake wezen.
+
+Eindelijk eindigt Piccadilly in een klein rond plein, waarop van alle
+kanten straten uitkomen. Hier is het gewemel van voertuigen en
+voetgangers werkelijk angstwekkend! De onvermoeide politie leidt echter
+rustig het verkeer, en wordt ook gewillig gehoorzaamd. De politie van
+Londen is de vriend en beschermer van het publiek, zoo komt het, dat er
+overal voorbeeldige orde heerscht.
+
+Nu buigt onze omnibus naar rechts af, en brengt ons door een korte,
+maar belangrijke straat naar Trafalgar-Square, een der mooiste en
+levendigste pleinen van Londen. In het midden verheft zich een 44 meter
+hooge zuil, bekroond door het standbeeld van den zeeheld Nelson. Het
+plein ontleent zijn naam aan het voorgebergte Trafalgar in Spanje, aan
+de kust van den Atlantischen Oceaan, in de buurt van Gibraltar. Daar
+behaalde Nelson in 1805 de overwinning op de vloot van Napoleon, en
+verijdelde zoodoende het plan van den keizer, om met zijn troepen een
+inval in Engeland te doen. Nelson zelf vond in dezen bloedigen slag den
+dood. Op de zuil staan zijn beroemde woorden gebeiteld: „Engeland
+verwacht dat elkeen zijn plicht zal doen!”
+
+De omnibus rolt dreunend verder oostwaarts door eindelooze straten met
+winkels en kantoren. Beneden ons krioelt het als in een mierenhoop.
+Iedereen heeft haast. Men spoedt zich naar het station, naar kantoor,
+winkel, of bank zonder zijn aandacht te schenken aan die oude huizen,
+gevels of fonteinen die de herinnering wakker roepen aan lang vervlogen
+tijden. „Zaken” dat is het wachtwoord in de City, de „hoofdstad van
+Londen.” Hier vloeit het geld in zilveren en gouden stroomen, hier is
+het brandpunt van wereld- en kolonialen handel, hier liggen naast
+ontelbare bankgebouwen de paleizen der stedelijke beambten, de oude
+gilde-huizen, de redactiebureaus der couranten. Hier verheft zich ook
+de prachtige, en op twee na de grootste kerk der christenheid, de St.
+Pauls-kathedraal, die zoo omringd is door de zee van grauwe, donkere
+huizenmassa’s dat het uiterlijk nauwelijks eenigen indruk maakt; van
+binnen is de kerk evenwel overweldigend en plechtig.
+
+Een eind verderop ligt de Bank van Engeland, met zijn meer dan 1000
+beambten, en zijn geldvoorraad van minstens 240 millioen gulden aan
+goud en zilver. Daar het gebouw geheel zonder vensters is, ziet het er
+uit als een geweldige vesting; en met dien schat, dien het bergt, is ’t
+dan ook inderdaad het sterkste bolwerk van Engeland’s welvaart en
+onafhankelijkheid.
+
+
+
+
+
+
+
+
+26. DE THEEMS.
+
+
+Weer rijden we langs het dek van Hydepark, maar ditmaal slaat onze
+automobiel bij Piccadilly rechtsaf, voert ons langs het
+Buckingham-paleis, waar de koning verblijf houdt; en laat vervolgens
+een rij groote gebouwen, waarin de ministeries gevestigd zijn, links
+liggen. Rechts verheft zich de beroemde Westminster-Abdij, waar
+Engeland’s koningen gekroond worden en waar de grootste mannen en
+helden van Brittannië in hun graven sluimeren. Naast de Kathedraal
+verheft zich het reusachtige parlementsgebouw, in welks prachtige zalen
+het Engelsche Hooger- en Lagerhuis zitting houden en waar over het wel
+en wee van het Britsche rijk beraadslaagd wordt.
+
+Met zijn languitgestrekten gevel en zijn torens weerspiegelt zich het
+Parlementsgebouw in het water van de Theems, evenals het vlak
+daartegenover liggend St. Thomas-hospitaal. De verbinding tusschen de
+beide oevers wordt gevormd door de Westminsterbrug. Hier begeven we ons
+op een rivierbootje, waarmee we stroomafwaarts, en tóch tegen den
+stroom opvaren! Want het is bijna twaalf uur en de vloed komt van uit
+zee opzetten. Ontelbare vrachtschepen maken daarvan gebruik, om
+zoodoende gemakkelijk van uit zee Londen te bereiken.
+
+We varen onder een spoorbrug door. Links op de kade verheft zich de
+„Naald van Cleopatra,” een Egyptische obelisk: en iets verder
+stroomafwaarts zien we de steenen muren van eenige reuzen-hotels.
+Achter de Waterloo-brug wordt de hooge, heerlijke koepel der St.
+Pauls-kathedraal zichtbaar. Blackfriars-brug, de brug der „Zwarte
+broeders” en een spoorbrug liggen zóó dicht naast elkaar, dat de
+afstand tusschen die beide nauwelijks twintig meter bedraagt. De
+rechteroever wordt ingenomen door fabrieken en eenvoudige woonhuizen.
+
+Nu gaan we onder drie bruggen door, die eveneens vlak naast elkaar
+liggen. De derde heet „London Bridge”, en is een der hoofdaderen van
+het verkeer. Voortdurend wordt het oog door iets nieuws geboeid. Ginds
+ligt de „Tower” een der beroemdste overblijfselen uit vroegere eeuwen,
+een overoude vesting en staatsgevangenis, een gebouw, welks
+geschiedenis ten nauwste met die van Engeland verbonden is. In den
+„Tower” worden tegenwoordig, behalve andere kostbaarheden, de
+kroonjuweelen en de uiterlijke kenteekenen der koninklijke macht
+bewaard, ter waarde van ongeveer zestig millioen gulden.
+
+Op twee, midden in den stroom gebouwde torens, rust de „Tower-brug”.
+Het middelste gedeelte bestaat uit twee boven elkaar liggende bruggen,
+zoodat ook schepen met hooge masten er onder door kunnen varen, terwijl
+voor de voetgangers in de beide torens liften zijn aangebracht waarmede
+zij op de bovenste brug worden gebracht en niet behoeven te wachten. De
+grootste stoomschepen varen evenwel niet zoo ver stroomopwaarts. De
+schepen met bestemming voor Amerika verlaten Engeland van uit
+Liverpool, Southampton en Bristol, terwijl de Australische, die we in
+Bombay en Colombo zagen, veel dichter bij de Theemsmonding ankeren.
+
+Wanneer we de Towerbrug voorbij zijn, bieden de oevers weinig
+belangrijks meer. Dokken, fabrieken, stapelplaatsen, werven, kranen,
+nemen de plaats in van beroemde gebouwen. Aan weerszijden liggen
+tallooze kleine stoombootjes, zeilschepen en roeibooten. We komen
+machtige stoomschepen uit alle werelddeelen tegen. Nu varen we juist
+over een tunnel heen, die onder den stroom door gegraven is. Rechts
+ligt de Electrische Centrale, vanwaar uit alle electrische trams van
+Londen hun beweegkracht ontvangen, een reuzen-installatie, want de
+trams doorsnijden Londen in alle richtingen.
+
+Eindelijk bereiken we Greenwich, met de wereldberoemde sterrenwacht,
+wier meridiaan in nagenoeg alle landen als „nulmeridiaan” aangenomen
+is. Op de meeste land- en zeekaarten wordt de ooster- en westerlengte
+van deze meridiaan uit berekend.
+
+We bevinden ons thans op den rechteroever van de Theems. Om op den
+linkeroever te komen, gaan we met een omnibus door de Blackwell-tunnel
+onder de rivier door. Deze tunnel is gebouwd van cement, en lijkt op
+een buis met twee trottoirs en een rijweg in ’t midden. De lengte
+bedraagt twee kilometer, de echo wordt dreunend door de wanden
+weerkaatst: boven ons hoofd doorploegen de schepen de rivier.
+
+Tenslotte zoeken we, om weer in ons hotel terug te komen, een der
+ondergrondsche spoorwegen op, die in alle richtingen Londen
+doorkruisen, evenals de gangen van reusachtige mollen. In doorsnede
+bevinden ze zich op een diepte van twintig meter, sommigen zelfs van
+vijftig meter. Men kan daarmee goedkoop en snel van het eene eind van
+de stad naar het andere komen, maar men mist natuurlijk het
+belangwekkende schouwspel, dat het bonte gewoel daarboven in het
+daglicht oplevert.
+
+
+
+
+
+
+
+
+27. TWEE DAGEN IN HET BRITSCH MUSEUM.
+
+
+Men kan twee dagen in het Britsch Museum, wel het grootste der wereld,
+doorgebracht hebben, zonder nog zelfs een oppervlakkig overzicht te
+hebben van de schatten die het bevat! Onder sfinxen en granieten
+beelden die 6000 jaar oud zijn, wordt men verplaatst in het grijze
+verleden. Hier staat een doodkist waarin voor 5500 jaar een Egyptische
+koning ter ruste gelegd werd; hij was de stichter van tal van prachtige
+graven bij Caïro; en in de Ninivé-zaal staan we vol bewondering voor
+oude oorkonden en brieven die in spijkerschrift op leemen tabletten
+gegrift zijn.
+
+Uit de dagen van Sanherig en Sardanapalus, 700 en 600 v. Chr., stamt
+het Babylonisch-Assyrische verhaal van Schepping en Zondvloed, dat
+zooveel overeenkomst vertoont met de bijbelsche voorstelling. De goden,
+zoo heet het, besloten een vloed over de aarde te zenden, waarin alles
+zou verdrinken. Slechts aan Sit-Napistim, den Babylonischen Noach, werd
+bevolen een schip te bouwen dat voor hem, zijn familie en zijn
+huisdieren zou dienen als een veilige wijkplaats. Toen steeg de vloed,
+en bedekte de gansche aarde, en toen het schip, nadat het water weer
+gevallen was, op den berg Nizir landde, werden op den zevenden dag een
+duif, een zwaluw en een raaf losgelaten om op verkenning uit te
+gaan.—Deze sage is tot ons gekomen door de bibliotheek te Ninivé, die
+door Sardanapalus werd uitgebreid.
+
+Welk een gevoel van eerbied vervult ons, wanneer we staan voor het
+beeld van Ramses II. Hij was de Pharao die de kinderen Israëls
+onderdrukte! Wanneer we dan de Romeinsche zalen betreden, en we het oog
+vestigen op de buste van Caesar, dan hebben we het gevoel, weer op
+historischen bodem te staan, en wanneer we dan in de bibliotheek van
+George III (King’s Library) een bijbel uit het jaar 1455 aanschouwen,
+de eerste die uit Gutenberg’s eigen drukkerij te Mainz kwam, dan meenen
+we al zeer nabij den tegenwoordigen tijd te zijn.
+
+De handschriftenverzameling van het Britsch Museum omvat een menigte
+gedenkwaardige brieven uit de geschiedenis van Engeland. Zoo kunnen we
+hier het eigenhandig, door Nelson geschreven, plan voor den zeeslag van
+Trafalgar lezen, alsook de laatste bladzijden uit het dagboek van
+Gordon, den held van Karthoem, met wien we nog nader zullen
+kennismaken.
+
+De bibliotheek van het Britsch Museum omvat twee-en-een-half millioen
+banden die, naast elkaar gezet, een rij van zeventig kilometer lengte
+zouden vormen. En onze bewondering voor deze menigte van boeken stijgt
+nog wanneer we denken aan de scherpzinnigheid der navorschers, die er
+in geslaagd zijn om uit al deze gegevens schatten van wijsheid te
+putten, aangaande de geschiedenis van volkeren, die reeds tal van
+eeuwen tot het verleden behooren.
+
+Niet minder dan deze verzamelplaats van historische herinneringen trof
+mij de levende getuige van een grijs verleden, die tot aan zijn dood op
+een buitenplaats buiten Londen woonde, en dien ik eens bezocht, in
+gezelschap van den overste Younghusband, die jaren geleden de
+Engelsch-Indische expeditie naar Lhassa in Thibet leidde. Toen we
+aanbelden, kwam de statige grijsaard zelf om ons te ontvangen. Hij was
+toendertijd vijf-en-negentig jaar oud en heette Sir Joseph Hooker.
+Eertijds directeur van den grooten Londenschen plantentuin, zat hij nog
+op het eind van zijn leven over zijn microscoop gebogen, en schreef
+geleerde verhandelingen over het leven der planten! Reeds twintig jaren
+voor mijn geboorte was hij tot aan de grenzen van Thibet doorgedrongen,
+en ook van zijn reis naar de Zuidelijke IJszee vertelde hij met groote
+levendigheid! Hij was in 1839 scheepsdokter bij de Zuidpool expeditie
+van James Rosz. Twee-en-zeventig jaren waren er sedert voorbij gegaan,
+en men kan zich nauwelijks voorstellen, dat er nog persoonlijke
+herinneringen bewaard konden blijven uit een tijd, die zoo ver in ’t
+verleden lag.
+
+„Is ’t mogelijk, dat u zich alles nog kunt herinneren, wat op dien
+tocht voorviel?” vroeg ik.
+
+„Zeker,” antwoordde Hooker, „ik kan me dien tocht beter voor den geest
+terugbrengen, dan de gebeurtenissen van het vorige jaar.”
+
+En toen beschreef hij ons hoe de ligging van het ijs was, en hoe hij en
+zijn tochtgenooten aan boord leefden. Ook sprak hij met warmte over
+dien grooten baanbreker der nieuwere natuurwetenschap, zijn vriend
+Charles Darwin.
+
+
+
+
+
+
+
+
+28. IN LONDEN’S ARMENWIJK.
+
+
+Wat is het leven toch rijk aan scherpe tegenstellingen en aan ten hemel
+schreiend onrecht! Op een afstand van ternauwernood een half uur van al
+de pracht en praal, die bij de laatste kroning in Juni 1910 in de
+Westminster Abdij tentoongespreid werd, ligt de armenwijk in het
+Eastland en in het zuidoostelijk deel van Londen. Begeven we ons thans
+daarheen.
+
+We hebben onze allereenvoudigste plunje aangetrokken en worden begeleid
+door een vriendelijken missionaris, want het is in deze straten, waar
+moorden niet tot de zeldzaamheden behooren, en waar nog heden
+vreemdelingen spoorloos verdwijnen, volstrekt onveilig. Het is raadzaam
+om horloge en ketting maar liever thuis te laten, en ’t is dames niet
+aan te bevelen om hier haar handtaschje met geld met zich mede te
+dragen!
+
+Hoevele boeken zou men niet kunnen vol schrijven over de ontzettende
+armoede van Londen! Een armoede die het hart breekt en die schande
+roept over de grootste en rijkste stad der wereld. Tot zulk een ellende
+als in Londen, vervallen de armen in geen enkel land op aarde, zelfs
+niet in Azië! Hun leven is een onafgebroken worsteling met de meest
+kwellende zorgen en het meest nijpende gebrek; met ziekte, vervuiling,
+gedierte en misdaad.
+
+Daar woont een moeder met acht kinderen in een enkel kamertje, waarvoor
+ze nauwelijks de huur kan betalen. Hoe moet ze den honger van haar
+kinderen stillen, wanneer haar man het grootste gedeelte van zijn
+verdiensten als dokwerker verdrinkt? Jammerlijk slepen de kinderen hun
+ellendig bestaan voort, en wanneer er een sterft, blijft het liggen,
+totdat het noodige geld voor een begrafenis bijeengebracht is.
+Overleven ze de kinderjaren, dan groeien ze op tot straatslijpers en
+vagebonden, die voor niets anders deugen dan voor bedelaars.
+
+Roerend, en tegelijk ergerlijk is de aanblik dier kleinen, zoo als ze,
+in lompen gehuld, in de nauwe, stinkende sloppen te midden van allerlei
+afval, stoeien en spelen. Dat is hun zomervermaak, en van de vrije
+natuur hebben ze niet eens een voorstelling! Ze zijn aan deze straten
+in het Eastland gehecht, en zouden niet eens van woonplaats willen
+wisselen! ’t Is nu immers zomer, en dan heeft men ’t tenminste op
+straat niet koud!
+
+Onze leidsman brengt ons naar een wijk waar de stegen zoo nauw zijn,
+dat twee personen elkaar nauwelijks kunnen passeeren. Hier heeft de
+missionaris veel goeds verricht. De zending heeft hier een eigen
+vergaderlokaal, kerk en club, en ’t is weldadig om te zien hoe graag de
+arme kinderen hier heen gaan. Een ruim gymnastieklokaal en een kleine
+bibliotheek staan hun ter beschikking, en zelfs hebben ze een
+padvindersclub georganiseerd die achttien leden telt. Op het dak van
+een huis hebben ze een ruim terrein voor voetbal en andere spelen.
+
+Zulk een zending, een zoogenaamd „Settlement” of kolonie vindt men in
+de armste wijken van het Eastland. Barmhartige Samaritanen, uit de
+welgestelde klassen van Londen, offeren een deel van hun tijd op om
+hier met de armen om te gaan en hun met raad en daad bij te staan.
+
+Ze zijn in zekeren zin het zout dat het bederf tegen gaat. Ze redden
+velen van het verderf en vormen hen tot fatsoenlijke burgers. Hoe groot
+is echter het getal van hen, die in dien poel van jammer en misdaad
+reddeloos ten onder gaan!
+
+Nu voert onze leidsman ons in een arbeiderswoning, die niet eens tot de
+slechtste behoort; men gaat vanuit de straat twee treden af in een
+ellendig klein kelderhol. De enkele meubels zien er zoo vervallen uit,
+dat het schijnt, alsof ze zich nog slechts met moeite staande houden.
+Aan een ronde tafel in ’t midden zit baas Higgins, met zijn moeder en
+zijn vrouw voor een karig middageten; het vertrek is klein en bedompt,
+en geen frissche lucht komt van de straat uit naar binnen. Hoe zal ’t
+hier dan ’s winters wel wezen, wanneer de beruchte Londensche mist zoo
+dik is, dat ’s middags een stikdonkere duisternis heerscht en op de
+rijk verlichte breede straten de electrische lampen aan de overzijde
+nauwelijks te zien zijn!
+
+Maar baas Higgins is tenminste nog een goede kerel. Hij is juist
+thuisgekomen van zijn werk: het bouwen van een brug, en hij heeft ’t
+nog zóó warm, dat de hitte van zijn lichaam afslaat als hij te midden
+der zijnen in zijn hemdsmouwen aan tafel zit. Hij heeft reeds volwassen
+zoons, die zelf verdienen en hij vertelt ons wat hij wekelijks
+verdient, en wat hij noodig heeft voor huur en levensmiddelen.
+
+Reeds bij de oudste staatsregeling heeft elke Engelschman het recht
+„niet te verhongeren” en een uitstekende Armenzorg van staats- en
+gemeentewege was het gevolg. Maar, nog ontbreekt het hier aan wetten,
+die inplaats van de armoede te lenigen, die weten te voorkomen.
+
+Tijdens een bezoek aan Londen was ik op zekeren avond als gast bij een
+feestmaal van het gilde der zijdehandelaars. Dit gilde is een der
+oudste van Londen en bestaat reeds acht eeuwen; hoewel tegenwoordig
+geen der leden meer zijdehandelaar is. Lid kan evenwel lang niet
+iedereen worden, het is een eer die van vader op zoon overgedragen
+wordt. Door giften en legaten beschikt het gilde over ontzaglijke
+sommen, waarvan de rente in zijn geheel voor liefdadige doeleinden
+gebruikt wordt. Het gildehuis in Londen is een heel oud gebouw, van
+middeleeuwsche pracht; men vindt hier de prachtigste bekers, kannen en
+schotels, die alle eeuwen oud zijn. Wel twee duizend huizen in Londen
+zijn het eigendom van het gilde en tal van scholen worden geheel door
+het gilde bekostigd; ook worden alle ziekenhuizen uit de kas met ruime
+giften gesteund.
+
+Toen ik later met een kennis langs de Theems naar huis ging, waren de
+banken dicht bezet met tal van kerels in lompen en nachtelijke
+zwervers. De meeste zaten in elkaar gebogen, de handen in de zakken en
+het hoofd op de borst gezonken. Enkelen zaten met elkaar te praten,
+terwijl ze hun pijp rookten. Een oude man had een plaats gevonden dicht
+bij een lantaarnpaal, en las de courant.
+
+„Wat zijn dat voor menschen?”
+
+„De dakloozen,” antwoordde mijn geleider.
+
+„Slapen ze hier den geheelen nacht?”
+
+„Neen, ze wachten tot twee uur, dan deelt het Leger des Heils daarginds
+onder de brug warme soep en brood uit.”
+
+„En na het eten?”
+
+„Dan zitten ze weer in doffe onverschilligheid op de banken, of ze
+zwerven door de stad heen om te bedelen of te stelen. ’s Morgens zien
+ze weer op de een of andere manier aan een gratis maal te komen.”
+
+„Wat doen ze dan overdag?”
+
+„Dan liggen ze in de parken te slapen; ’s nachts worden ze daar door de
+politie niet geduld.”
+
+„Maar waarom werken ze dan niet?”
+
+„Ze willen niet! Van al deze kerels hier kon ieder gemakkelijk zijn
+dertig stuivers per dag verdienen, een slaapgelegenheid bekostigen, en
+onafhankelijk leven, maar ze willen niet. Probeer ’t: verschaf hun
+werk, biedt hun dertig stuivers dagloon aan! Niet een enkele zou van uw
+aanbod gebruik maken! Ze willen veel liever bedelen, in de parken
+slapen en de gemeente tot last zijn.”
+
+„Is hun aantal groot?”
+
+„Veertig duizend—maar, laat ons dat niet vergeten, onder de
+aanzienlijken en onder den adel zijn minstens evenveel dagdieven en
+deugnieten te vinden! Van hen heeft men het recht te verwachten, dat ze
+zich voor hun land nuttig maken. Hij, die des nachts moet rondzwerven,
+is wel meer te beklagen dan te veroordeelen.”
+
+
+
+
+
+
+
+
+29. VAN LONDEN NAAR PARIJS.
+
+
+Vaak ben ik van Londen naar Parijs gereisd. De tocht duurt slechts
+enkele uren. Een trein brengt ons vlug naar Dover, en dan, waar ’t
+kanaal het smalst is, steken we met de stoomboot naar Calais over. Dan
+gaat ’t weer verder per spoor door noordwest Frankrijk.
+
+Het is me altijd een genot de Fransche taal te hooren, die als muziek
+in de ooren klinkt. Graag zie ik dit levendige, opgewekte menschenras
+dat ieder woord vergezeld doet gaan van gebaren, schouderophalen en het
+wisselen der gelaatsuitdrukking. Op weg naar Parijs heb ik het gevoel
+alsof ik me naar een feest begeef. Reeds de naam Parijs bevat een
+onuitputtelijken voorraad van levensvreugde en zorgeloosheid, van trots
+en vaderlandsliefde, vrijheid, dapperheid en roem.
+
+Welk een onderscheid tusschen Londen en Parijs! De steden liggen
+bijkans vlak bij elkaar, en toch is ’t alsof ze door een geheele wereld
+van elkaar gescheiden zijn. Reeds in de namen ligt het verschil.
+„Londen”, hoe zwaarwichtig, dof en ouderwetsch klinkt dat! Zooals het
+brommen van een torenklok, in nauwe straten weerklinkend tusschen
+grauwe huizen. Het klinkt als het stampen van zware stoommachines, als
+het dreunen van voetstappen van een in koortsachtige haast zich
+voortspoedende menigte, het maakt een indruk als iets reusachtigs, maar
+tevens als iets eentonigs, dat krachtig en overweldigend verborgen ligt
+onder roet en stoomwolken, als iets alledaagsch en prozaïsch dat zich
+slechts bij een kroning of bij de begrafenis van een vorst tot
+feestelijken luister ontplooit.
+
+Maar Parijs! Klinkt dat niet als een zegelied, als een fanfare,
+opstijgend te midden eener jubelende menigte? Het klinkt als het luiden
+van zilveren klokjes te midden van witte paleizen. Het roept en lokt
+den vreemdeling naar de vroolijkste aller steden; het toont hem
+theaters waar de kunst als een godsdienst wordt beleden, het herinnert
+hem aan de fijnste beschaving, het tintelendste vernuft en de diepste
+wijsheid, die ooit een stad heeft tentoongespreid. De naam Parijs roept
+de herinnering te voorschijn aan roemrijke oorlogen, schitterende
+triomftochten; maar ook aan belegeringen, bestormingen en bloedige
+omwentelingen, aan onuitputtelijke kracht en rijkdom, zelfopoffering en
+geestdrift, wanneer het ging om de verdediging van het vaderland. Nog
+steeds schijnt de zon over Parijs te stralen, ook op sombere dagen
+viert er de levensvreugde hoogtij. En zoo is Parijs eeuwig jong, hoewel
+het reeds ten tijde van Ceasar een stad van beteekenis was.
+
+Het moge zoo zijn dat Londen in zekeren zin het middelpunt der aarde
+is; het moge zijn dat de Engelsche taal heerscht op de zeeën en in de
+havens; maar toch was steeds Parijs de hoofdstad der wereld, en was het
+Fransch de wereldtaal, en nog heden is ’t de taal der diplomatie. Naar
+Parijs trekken de kunstenaars, beeldhouwers en schilders om zich te
+vormen; in Parijs hebben kunsten en wetenschappen een buitengewone
+hoogte bereikt; na Bologne bezit Parijs de oudste academie ter wereld.
+Op het punt van verfijnden smaak en weelde, ook in de kunst zijn de
+Franschen ongeëvenaard, en wat kleeding, kookkunst en wijnkelder
+betreft, daarin schreven zij de andere volken de wetten voor!
+
+Vanaf Calais reist men zuidwaarts door een der vruchtbaarste streken
+van Frankrijk. Steden en dorpen, akkers en boomgaarden en gehuchten
+volgen elkaar op in bonte afwisseling. Als een geweldige zeshoek ligt
+Frankrijk tusschen den Atlantischen Oceaan en de Middellandsche zee;
+ver in het Westen strekt zich het eeuwenoude Normandië uit, het land
+dat herinnert aan de strooptochten der Noormannen en de veroveringen op
+de kusten van Europa der Vikingers in overoude tijden; zelfs bedreigden
+ze Parijs, maar de stad werd voor een losprijs voor verwoesting
+bewaard.
+
+Vier eeuwen lang beheerschten de Romeinen Frankrijk, totdat de West
+Gothen, de Bourgondiërs en de Franken het land veroverden. Onder de
+Bourbons werd het de kweekplaats der vreeselijke revolutie, die de
+maatschappij met al haar misstanden omver wierp, en die den grondslag
+legde voor een nieuwen tijd; van hieruit verspreidde zich over de
+geheele beschaafde wereld het streven naar „Vrijheid, Gelijkheid,
+Broederschap”. Voorwaar, we betreden hier een belangwekkenden
+historischen bodem.
+
+
+
+
+
+
+
+
+30. EEN WANDELING DOOR DE SEINESTAD.
+
+
+We bevinden ons nu in de wereldstad waar de Seine een wijden boog
+beschrijft, om verder noordwestwaarts langs Rouaan te stroomen en bij
+Le Havre in de zee uit te monden. Het eerste wat ons opvalt zijn de
+boulevards, prachtige straten, met schaduwrijke boomen beplant, met aan
+weerszijden groote paleizen, theaters, café’s en winkels. De naam
+boulevard beteekent bolwerk, en de oudste boulevards waren dan ook
+niets anders dan vestingwallen. Lodewijk de XIII liet in de 17e eeuw
+ter verfraaiïng en uitbreiding der hoofdstad, deze bolwerken slechten,
+en in de plaats daarvan de eerste moderne boulevards aanleggen. Zij
+vormen noordelijk van de Seine een doorloopende reeks met verschillende
+namen: Boulevard de la Madeleine, des Capucines, des Italiens en
+Montmartre, en deze boulevards vormen een der hoofdaderen van Parijs.
+Hier bevindt men zich temidden van het gewemel van automobielen,
+omnibussen, huurrijtuigen, equipages en een onophoudelijken
+menschenstroom.
+
+Later werden ook daar, waar oorspronkelijk geen vestingwallen waren,
+boulevards aangelegd; onder Lodewijk XIV en diens opvolgers nam Parijs
+aan grootte en luister toe, en ten tijde van Napoleon I was het ’t hart
+van het machtigste rijk ter wereld. Na den val van Napoleon werd het
+tweemaal door Frankrijk’s vijanden veroverd. Napoleon III verfraaide en
+verbeterde de stad, als nooit te voren geschied was. In 1871 namen de
+Duitschers Parijs in, en in hetzelfde jaar werd het door de oproerige
+benden der Commune bezet. Het gepeupel verwoestte tal van prachtige
+paleizen, musea en gedenkteekenen. Ook de reusachtige Vendôme-zuil, een
+herinnering aan Napoleon’s overwinningen werd bij deze gelegenheid
+omvergehaald.
+
+Sedert dien tijd is Parijs voor verwoestingen gespaard gebleven. Maar
+nog steeds gaat het levendig toe in die stad, waar koningen, keizers en
+presidenten elkaar afwisselen en waar ministers nooit langen tijd
+achtereen hun post behouden. Nog heden is Parijs de stad der
+verrassingen, en dagelijks volgt de geheele wereld met gespannen
+aandacht de nieuwtjes die van daaruit bericht worden.
+
+We moeten ons met een snelle wandeling door Parijs tevreden stellen. We
+kiezen daarvoor den noordelijken oever der Seine en doorkruisen de stad
+van het zuidoosten naar het noordwesten. We beginnen onze wandeling
+waar eertijds de Bastille, tegelijk vesting en staatsgevangenis, stond.
+Deze werd bij het begin der groote revolutie den 14den Juli 1789
+bestormd en verwoest en sedert is die dag de nationale feestdag der
+Franschen gebleven. Tegenwoordig verheft zich in het midden van het
+plein de Juli-kolom, opgericht ter eere van hen die in de
+Juli-revolutie van 1830 op de barricade gevallen zijn.
+
+Van hieruit volgen we de Rue de Rivoli, een der grootste en mooiste
+straten van Parijs. Links is het stadhuis, een grootsch bouwwerk in
+renaissance-stijl, in welks prachtige zalen schitterende feesten
+gehouden worden. Het bevat vele schilderstukken van beroemde meesters.
+
+Iets verder verheft zich het grootste openbare gebouw van de stad, het
+Louvre, van de middeleeuwen af, tot aan de dagen van Napoleon III, de
+residentie van Frankrijk’s koningen en keizers, het schitterendste
+paleis der wereld; tegenwoordig bevat het twee groote ministeriën en
+een der grootste musea. Om alles wat het bevat nauwkeurig te bezien,
+heeft men, evenals in het Britsch museum, dagen en weken noodig, zoo
+niet maanden en jaren! Kolossale verzamelingen zijn hier opgehoopt,
+niet slechts herinneringen aan de groote rijken der oudheid, van Azië
+en Europa, maar ook het beste en kostbaarste wat Europa door alle
+tijden heen aan kunst heeft opgeleverd.
+
+In noordwestelijke richting gaan we door het park der Tuilerieën, en
+vertoeven een oogenblik op de Place de la Concorde, om te genieten van
+het prachtige uitzicht dat men hier naar alle kanten heeft, de rivier
+met haar kaden en bruggen, de parken en lanen, de machtige gebouwen,
+wonderen van bouwkunst, de talrijke pleinen en de onafgebroken stroom
+van levenslustige mannen en elegante vrouwen, die naar de laatste mode
+gekleed zijn.
+
+In dit deel van Parijs vormen de pleinen, plantsoenen en parken een
+onafgebroken reeks.
+
+Van de Place de la Concorde komen we thans in de Champs Elysées, een
+twee kilometer lange allée. Op de breede paden verzamelt zich de
+voorname wereld in schitterende equipages en prachtige automobielen, te
+paard of te voet. Des avonds zijn al deze pleinen, straten en parken
+schitterend electrisch verlicht, zoodat ook dan het oog overal door
+prachtige vergezichten geboeid wordt. Aan de noordzijde der Champs
+Elysées woont in het Elysée-paleis de president der republiek. Den
+14den Juli ontvangt hij ieder, die in het bezit is van een
+visitekaartje en een rok.
+
+Wanneer we de breede straten in noordwestelijke richting vervolgen,
+komen we aan de Place de l’Etoile, waarop twaalf avenue’s of groote
+straten uitkomen. Een daarvan, het vervolg der Champs Elysées is
+genoemd naar het leger van Napoleon, en voert naar het Bois de
+Boulogne. In het midden van de Place de l’Etoile verheft zich een
+vijftig meter hooge triomfboog, opgericht ter herinnering aan de
+overwinningen van den Corsicaan. Vanaf dezen triomfboog overziet men de
+twaalf straten die aan den voet samenkomen; vanaf die hoogte lijkt het
+gewoel daar beneden op het gekrioel in een mierenhoop.
+
+We begeven ons thans naar de Pont d’Iéna waar tegenover, op den anderen
+oever der Seine de Eiffeltoren zich driehonderd meter boven Parijs
+verheft. De Eiffeltoren is het hoogste bouwwerk dat ooit door
+menschenhanden werd opgericht; met zijn driehonderd meter is deze toren
+ongeveer tweemaal zoo hoog als de dom te Keulen en als de hoogste
+pyramide van Egypte. Op het tweede platform zijn we al meer dan honderd
+meter boven de stad; maar de heuvels rondom Parijs beletten nog het
+vrije uitzicht. Wanneer de lift ons echter op het derde platform
+gebracht heeft, bevinden we ons op een hoogte van 276 meter boven den
+grond, en in de diepte zien we de Seine met haar talrijke bruggen en we
+overzien de stad met haar tallooze straten en haar 140 pleinen en
+parken. Langs een trap komen we nog tot heel boven in den toren, en in
+de spits straalt des nachts een licht dat zeventig kilometer ver
+zichtbaar is. Alleen zij, die geen last hebben van duizeligheid kunnen
+het wagen om over de borstwering naar beneden te zien, naar de pijlers
+van het ijzeren gevaarte; en vooral niet wanneer het hard waait en de
+groote toren merkbaar heen en weer schommelt. Men behoeft niet in een
+luchtballon op te stijgen om Parijs in vogelvlucht te zien; vanaf den
+Eiffeltoren ziet men de geheele stad als een uitgerolde kaart aan zijn
+voeten liggen.
+
+
+
+
+
+
+
+
+31. HET GRAF VAN NAPOLEON.
+
+
+Van de duizelingwekkende hoogte van den Eiffeltoren zijn we gelukkig
+weer beneden aangeland, en we begeven ons over het Marsveld naar het
+Invalidenhuis. Vroeger bewoond door duizenden invaliden van het
+Fransche leger, herbergt het thans slechts historische herinneringen.
+
+Onder den vergulden koepel der Dôme des Invalides, die bijna vanaf elk
+punt der stad zichtbaar is, komen we in een ronde zaal; waarvan het
+midden bestaat uit een crypta. Deze is eveneens rond, heeft een diepte
+van eenige meters en is naar boven toe open. Op den bodem leest men in
+mozaïek de beroemde namen: Rivoli, Pyramiden, Marengo, Austerlitz,
+Jéna, Friedland, Wagram en Moskou. Twaalf marmerbeelden, die even
+zoovele overwinningen voorstellen, houden de wacht om de machtige
+sarcophaag uit rood Siberisch porfier, die de asch van Napoleon bedekt.
+Een zacht blauw licht beschijnt de crypta. Ook het levendigste Fransche
+gesprek verstomt bij het betreden van Napoleon’s grafkamer. Diepe
+stilte omgeeft het stoffelijk overschot van hem, die tijdens zijn leven
+de wereld vervulde van het gedonder van zijn geschut, en het
+wapengekletter zijner legioenen, en die binnen verloop van enkele jaren
+de kaart van Europa volkomen veranderde.
+
+De plechtige stilte, de verheven bouwstijl, en het schemerachtige licht
+oefenen een aangrijpenden invloed uit op het gemoed van den
+toeschouwer. Hoevele beelden worden niet voor ons geestesoog te
+voorschijn geroepen! Onwillekeurig verwacht men de echo te hooren
+weerklinken der commando’s, die eertijds van den grooten keizer
+uitgingen!
+
+We zien een blauwoogig kind spelen aan den schoot zijner moeder te
+Ajaccio. Dan hooren we hoe de jonge revolutionnair geestdriftige
+redevoeringen houdt in de geheime clubs te Parijs. Bleek en ernstig
+zien we de gestalte van den zes-en-twintig jarigen generaal voorbij
+schrijden; na tal van roemrijke overwinningen komt hij terug uit
+Italië, waar hij als een stormwind was komen neerstrijken in de vlakte
+van Lombardije, waar hij als overwinnaar zijn intocht hield te Milaan,
+en waar hij de overoude republiek Venetië voor altoos van de
+onafhankelijkheid beroofde.
+
+Ginds voor het altaarvenster verheft zich het beeld van den gekruisten
+Heiland. Het leidt onze gedachten naar den tocht van het keizerlijke
+leger naar Egypte en het Heilige Land. Frankrijk’s grootste generaal
+voert de vloot uit de haven van Toulon. Hij ontkomt aan de
+oorlogsschepen van Nelson, verovert Malta, vaart langs Kreta en Cyprus
+en landt met 40000 man in Alexandrië. Op den weg naar Kaïro versmachten
+de soldaten in de dorre woestenij. Bij den Nijl komt het tot een
+treffen met het Egyptische leger, en aan den voet der pyramiden moet
+het Oosten zich buigen voor den held van het Westen.
+
+In oostelijke richting vervolgt het leger zijn weg naar Syrië. Vijf
+eeuwen waren voorbijgegaan sedert de kruisvaarders gepoogd hadden het
+Heilige Graf aan de ongeloovigen te ontrukken. Nu kletteren wederom de
+wapenen van het avondland in het Jordaandal en aan den voet van den
+berg Tabor, en voor de poorten van Nazareth worden de Turken door den
+Franschen generaal verslagen. Maar, intusschen heeft Nelson de Fransche
+vloot vernietigd, de keur van het republikeinsche leger heeft den dood
+gevonden. Napoleon’s droom van een rijk in het morgenland, is in den
+rook van het laatste wachtvuur verdwenen. Met twee fregatten verlaat
+hij Egypte, zeilt langs Tripolis en de kusten van Tunis, en komt met
+gedoofde lichten, behouden door de straat van Gibraltar heen. Bij zijn
+aankomst te Parijs begroet hem het volk met stormachtigen jubel.
+
+Geleidelijk raakt het oog gewend aan het schemerduister in den koepel
+der Invaliden en de witte zuilen en marmeren beelden geven onze
+gedachten een andere wending. De Alpen passen, de St. Bernard, de St.
+Gothard, de Mont Cenis en de Simplon, de hoogste bergtoppen van Europa,
+worden door Napoleon met zijn vier armeecorpsen getrotseerd! Soldaten
+trekken de kanonnen door de sneeuwvelden; en eerst op Italiaanschen
+bodem scharen ze zich weer in ’t gelid. Bij Marengo oogsten de vanen
+van Frankrijk nieuwe lauweren, en het lot van geheel Europa berust in
+handen van Frankrijk’s grootsten held.
+
+„Austerlitz” lezen we in het mozaïek der crypta. Frankrijk’s keizer is
+opgetrokken naar Mähren, en zijn legioenen strijden onder den vergulden
+adelaar. De garde-cavalerie rijdt de Russische garde onder den voet, en
+Napoleon’s leger vernietigt de vereenigde strijdmachten van Oostenrijk
+en Rusland; de Fransche artillerie beschiet de bevroren oppervlakte van
+een meer, zoodat de vijand met kanonnen, wagens en paarden omkomt.
+
+Welke nieuwe echo stijgt thans uit de crypta omhoog? „Jena!” Waar de
+Pruisen verslagen werden, waar hun land tusschen Elbe en Oder onder het
+vreemde juk gebracht, hun vestingen geslecht werden; Erfurt,
+Maagdeburg, Stettin en Lübeck geven zich over, terwijl de overwinnaar
+zijn intocht houdt in Berlijn, de residentie van Frederik den Grooten!
+
+Dan dreunen de voetstappen der scharen door Poolsche straten, op de
+bloedige slagvelden bij Pultusk op den oostelijken oever van den
+Weichsel en bij Eylau in West-Pruisen, waar de lijken opgehoopt in de
+diepe sneeuw liggen. Napoleon zelf snelt op zijn schimmel voort na den
+slag bij Friedland in Oost-Pruisen, waar de Russen verslagen werden.
+Met getrokken sabel defileeren garde-cavalerie en huzaren, en nog heden
+trilt de naklank van hun geestdriftigen jubel om de vaandels van de
+sarcophaag, en langs de heirwegen van Europa weerklinkt het
+hoefgetrappel der paarden: het zijn de boden, die de gemeenschap
+onderhouden tusschen het hoofdkwartier en Parijs.
+
+Napoleon trekt op Weenen aan, en dreigt Oostenrijk te verpletteren. Hij
+overwint in den bloedigen slag bij Wagram, noord-oostelijk van Weenen;
+hij maakt zelfstandige rijken tot provinciën van Frankrijk, hun
+beheerschers tot Fransche vazallen, en deelt koningskronen uit onder
+zijn bloedverwanten, vrienden en generaals. Zijn rijk strekt zich thans
+uit van Danzig tot Cadix, van de Elbe tot aan den Tiber, als eertijds
+het rijk van Karel den Grooten! De macht van den Corsikaan is
+uitgebreid, en zijn rijk is gevestigd zooals van geen sedert de helden
+van het oud Romeinsch rijk.
+
+Bajonetten en sabels, kurassen en helmen flikkeren in het
+zonlicht—Napoleon’s onoverwinnelijke heirscharen trekken over den
+Njemen, een half millioen soldaten rukt op tegen Moskou, Rusland’s oude
+hoofdstad. Onafzienbare scharen, tallooze kanonnen en een eindelooze
+legertros trekt voort over de Russische wegen van Wilna naar Witebsk en
+Smolensk. De Russen weten het: het gaat om hun vrijheid. Ze verbranden
+hun eigen steden en dorpen; ze verwoesten hun land, en trekken zich
+terug naar het binnenland, zooals ze het reeds een eeuw vroeger deden,
+toen Karel XII van Zweden in Rusland binnendrong. Eindelijk komt het
+tot een slag aan de Moskowa, en het Fransche leger bezet de stad. Maar
+dan verlichten de vlammen van het brandende Moskou ver in het rond de
+Septembernachten!
+
+Op een der terrassen van het Kremlin staat een kleine man in grauwe
+wapenrok, de handen op den rug staart de keizer nadenkend in de vlammen
+en de rookwolken, die over de stad heen rollen. In een week is het oude
+heiligdom der Moskovieten in vlammen opgegaan.
+
+Daarbuiten, in de straten van Parijs, is de schemering neergedaald, en
+de schaduwen tusschen de zuilen rondom Napoleon’s graf worden dichter.
+Maar uit deze schaduwen doemen menschelijke gedaanten op, die worstelen
+met honger, koude en uitputting. De tijden van tegenspoed zijn
+aangebroken! Het groote leger bevindt zich op den terugtocht. Aan den
+kant der wegen liggen de lijken, weggeworpen wapenen en achtergelaten
+bagage. De kanonnen blijven steken in de diepe sneeuw, en de soldaten
+storten bij geheele regimenten neer als rijpe aren onder de sikkel.
+Scharen hongerige wolven volgen hun spoor, ze vergenoegen zich met de
+lijken, terwijl de kozakkenbenden de overlevenden neerhouwen. Bij den
+overtocht over de Beresina, een zijrivier van den Dnjepr, komen 30.000
+man om! Alle gehoorzaamheid en discipline is verdwenen.
+
+Gekleed in een pels, een stok in de hand marcheert de overwonnen keizer
+als een gewoon soldaat in ’t gelid mee. Het barre klimaat is de
+sterkste bondgenoot der Russen, en hun voorzichtige taktiek doet het
+overige om het Fransche leger geheel te vernietigen.
+
+Nu heerscht bijna duisternis om ons heen. Bij Leipzig staan Russen en
+Oostenrijkers, Pruisen en Zweden tegenover Napoleon. Hier stort zijn
+trotsch rijk als een kaartenhuis ineen; zelfs Parijs wordt veroverd, en
+de kroon wordt aan zijn hoofd ontrukt! Als gevangene voert men hem door
+het Rhônedal over Lyon naar de zee, en per schip naar Elba.
+
+Maar nog is de kracht van dezen man niet uitgeput. Nog eenmaal vervult
+zijn naam de wereld met angst. Vergezeld van zeven kleine schepen zet
+hij koers naar Frankrijk’s kusten! Hij trekt over de West-Alpen; in
+Lyon wordt hij begroet als keizer, en Parijs opent hem de poorten.
+
+Thans staat alles op het spel; in België zal de beslissende slag plaats
+vinden. Wederom vereenigen zich aan Frankrijk’s grenzen de vijandelijke
+legers. Europa is eindelijk den voortdurenden krijg moede, het besluit
+tot een beslissenden slag. Bij Belle-Alliance (Waterloo) strijdt
+Napoleon voor het laatst, hier wordt zijn lot voor immer bezegeld.
+
+Nog eens verlaat de keizer zijn hoofdstad—nu voor altijd. In de haven
+Rochefort, tusschen de monden van Loire en Garonne gaat hij aan boord
+van een Engelsch fregat. Na een zeereis van zeventig dagen wordt hij op
+St. Helena, een klein eiland in het zuidelijk deel van den Atlantischen
+Oceaan, aan land gezet, om daar zijn zes laatste levensjaren in harde
+gevangenschap door te brengen! Onder de wilgen in een dal delft men
+zijn graf.
+
+Nu heerscht volslagen duisternis in de Dôme des Invalides. Duister
+ontwaakt de werkelijkheid rondom ons. Negentien jaren na zijn dood
+vordert Frankrijk het stoffelijk overschot van zijn held op. Het
+eenzame graf op St. Helena wordt geopend, de viervoudige lijkkist wordt
+ontsloten in tegenwoordigheid van eenige getrouwen, die gedurende zes
+lange jaren des keizers gevangenschap gedeeld hebben; in de groen-witte
+uniform der garde ligt de overwinnaar van Marengo en Austerlitz,
+onveranderd als op zijn sterfbed voor hun oogen!
+
+Dan brengt men het lijk op een Fransch fregat, de kanonnen donderen, de
+vlaggen waaien halfstok. In Cherbourg, in Normandië wordt de lijkkist
+aan land gebracht, en nog eenmaal houdt de veroveraar van Europa, onder
+militair eerbetoon, ten aanschouwe van geheel Frankrijk zijn intocht in
+Parijs. Door zestien met rouwfloers bekleede paarden getrokken,
+begeleid door de oudgedienden uit zijn veldtochten, rijdt de lijkwagen
+met keizerlijke pracht tusschen dichte rijen van soldaten onder den
+triomfboog der Place de l’Etoile door langs de Champs Elysées naar de
+Dôme des Invalides, om daar in de sarcophaag van porfier te worden
+bijgezet.
+
+Zoo werd de laatste wil van den wereldveroveraar, neergeschreven op St.
+Helena, vervuld: „Ik wensch dat mijn stof moge rusten aan de boorden
+der Seine, te midden van het Fransche volk, dat ik zoozeer heb
+liefgehad.”
+
+
+
+
+
+
+
+
+32. AAN DEN OEVER VAN HET MEER VAN GENEVE.
+
+
+Slechts noode verlaat de vreemdeling Parijs, maar de gedachte op weg te
+zijn naar het zonnige Italië, maakt hem het afscheid minder zwaar,
+wanneer hij op zijn tocht oostwaarts door het venster van zijn
+spoorwegcoupé, de heuvels en dalen van Champagne, het land vanwaar de
+bekende wijn komt, aanschouwt. Overal bebouwde velden, dorpen en
+boerderijen, waar de bodem ongeschikt is voor den akkerbouw, daar
+grazen groote kudden vee. Allerwege ziet men arbeiders op het veld; het
+bedrijf der kleine grondbezitters, boeren en burgers vormt de bron van
+Frankrijk’s welvaart.
+
+Thans naderen we de grens. De sterke vesting Belfort is de laatste
+Fransche stad, kort daarop zijn we in den Elzas. Nauwelijks een
+menschenleeftijd geleden waren deze streken het tooneel van gewichtige
+gebeurtenissen. Het was de tijd van den Fransch-Duitschen oorlog; na
+een dappere verdediging moest Frankrijk het onderspit delven. Het
+verloor hierbij twee van zijn bloeiendste provinciën. Nog heden ten
+dage doet men goed de namen dezer provinciën: Elzas en Lotharingen, in
+Fransche kringen niet te noemen. Ze wekken smartelijke herinneringen
+op. Deze beide provinciën zijn echter in 1919 bij den vrede van
+Versailles weder aan Frankrijk toegewezen. Frankrijk was niet voor een
+oorlog toegerust, en had zijn leger en vestingwerken verwaarloosd. In
+een staat die ten strijde toegerust is, bloeit de vrede. Zoodra
+daarentegen een volk luistert naar de inblazingen van idealistische
+droomers die de leuze van ontwapening en eeuwigen vrede prediken, dan
+is zijn lot beslist, en dan zal vroeg of laat het volk zich bukken
+onder het juk van vreemde tyrannen. Zoo was het steeds, en zoo zal het
+ook immer blijven. De tijd van het duizendjarig rijk is nog lang niet
+aangebroken!
+
+Wederom passeeren we de grenzen, en wel van Zwitserland, het nijvere
+Alpenland. De trein houdt stil in Bazel, de stad die den Rijn in tweeën
+splitst. Van den „Bodensee” komend, stroomt het heldere water onder
+Bazel’s bruggen door, om vervolgens in een rechten hoek naar het
+noorden af te buigen en zijn loop tusschen Vogezen en Scharzwald te
+vervolgen. Onze plaats van bestemming is Genève. De spoorweg loopt door
+een nauw dal langs een zijrivier van den Rijn, de Birs. Het is winter,
+en het landschap is met een effen kleed van sneeuw bedekt, nauwelijks
+ziet men de kleine dorpjes die in de dalen verspreid liggen. Aan
+weerszijden verheffen zich de dennenbosschen; een dikke sneeuwlaag
+buigt de takken der boomen naar omlaag. Wanneer het dal niet zoo nauw
+was, en zich in het Westen niet een bergketen verhief, zou men zich in
+Zweden verplaatst wanen. Die bergketen is de Jura, die de scheiding
+vormt tusschen Zwitserland en Frankrijk.
+
+Hier liggen na elkaar drie meren. Het kleinste heet het Bieler-meer;
+het volgende is grooter en heet naar de stad Neuenburg; het laatste is
+het groote meer van Genève dat we bij Lausanne bereiken.
+
+Hier houdt de sneeuw op, en in het Zuiden schitteren de Alpen van
+Savoye, terwijl de zonnestralen door het heldere watervlak weerspiegeld
+worden. Deze aanblik behoort tot het schoonste wat de aarde te
+aanschouwen geeft, en men blijft in bewondering verzonken, terwijl de
+trein langs het meer voortsnelt. Het meer gelijkt in vorm op een
+dolfijn die op het punt staat onder te duiken; bij den kop van den
+dolfijn ligt Genève, en hier verlaat de Rhône het meer, die verder naar
+Lyon stroomt om vervolgens vlak ten westen van de groote havenstad
+Marseille in de Middellandsche Zee uit te monden.
+
+Genève is een der sierlijkste en schilderachtigste steden der wereld.
+Tusschen de noordelijke en zuidelijke helft der stad wordt het
+kristalheldere water, als door een trechter in de Rhône gestuwd, de
+stroom is sterk, en wordt door een langwerpig eiland in tweeën gedeeld.
+Het geheel herinnert levendig aan Stockholm; in ’t bijzonder ’s avonds
+wanneer overal het electrisch licht door den voortglijdenden stroom
+weerspiegeld wordt.
+
+Het prachtigst is echter het uitzicht naar het zuidoosten bij helder
+weer. Daar verheffen zich de Alpen van Savoye met hun schitterende, met
+sneeuw bedekte kruinen en bergruggen. Daar troont boven de Alpen, ja
+boven geheel Europa in trotsche majesteit de Mont-Blanc, die den
+grenspaal vormt tusschen Zwitserland, Frankrijk en Italië. Tegen den
+avond krijgen we den „Witten Berg” even te zien, maar spoedig hult zich
+de reus weder in een ondoordringbaren mantel van nevel.
+
+Van Genève uit voert ons de spoorbaan oostwaarts langs den noordelijken
+oever van het meer. Als een nevelachtige streep teekenen zich de Alpen
+van Savoye aan den horizon af. Voorbij Lausanne verdwijnen de nevelen,
+en weer verheffen zich in verblindenden glans de Alpen als geweldige
+torens en piramiden. Langs den oever strekt zich temidden van tuinen en
+parken een eindelooze rij van internationale hotels uit. Uit alle
+oorden der wereld komen reizigers hierheen om zich te verzadigen aan
+het natuurschoon en om hun longen te versterken door het inademen der
+reine Alpenlucht. Bij iedere bocht ontrolt zich een nieuw panorama, en
+in de herinnering smelt alles tezamen tot één onvergetelijk geheel.
+
+We verlaten thans het meer en volgen tusschen woeste rotsgevaarten de
+Rhône stroomopwaarts. Naarmate we hooger stijgen, wordt het dal nauwer.
+De Rhône is thans een bruisende bergstroom, haast onbeduidend in
+vergelijking met de breedte van den stroom bij Genève. In het dal
+breiden zich vlakke velden uit, op de hellingen verheffen zich donkere
+pijnboomen uit de sneeuw, en boven dat alles tronen de sneeuwtoppen der
+Alpen.
+
+Eenige minuten voorbij Brieg suist de trein in volle vaart het gebergte
+in. De electrische lampen branden, en alle raampjes zijn gesloten; de
+tunnel vult zich met rook, en de duizendvoudige echo maakt ons bijna
+doof. Hoezeer verlangt men naar de vrije lucht; door alle spleten
+dringt de rook naar binnen; maar hier heet het geduld oefenen, want de
+Simplon-tunnel met zijn lengte van 19731 meter is de langste der
+wereld. Ze is eerst enkele jaren oud. Van weerszijden werd
+tegelijkertijd begonnen, en toen men bij elkaar gekomen was, en een
+ontploffing de laatste scheidsmuur opruimde, bleek het dat men zich bij
+de berekeningen geen duimbreed vergist had!
+
+
+
+
+
+
+
+
+33. DE LAGUNENSTAD.
+
+
+Wie voor het eerst Italië bezoekt, moet steeds met Venetië, de
+geboortestad van Marco Polo beginnen, en wel moet hij het zoo
+inrichten, dat hij er des avonds aankomt. Dan zal zich een tooverwereld
+voor zijn oogen ontsluiten, en hij zal meenen in een sprookje van de
+„Duizend en een Nacht” verplaatst te zijn!
+
+Reeds de aankomst is wonderbaar. De trein heeft de vruchtbare vlakte in
+snelle vaart doorsneden en rolt nu voort over een smallen, maar 3600
+meter langen dam, die de Lagunenstad met het vasteland verbindt. Rechts
+en links niets dan een donkere, onmetelijke watervlakte; slechts
+vooruit, heel in de verte, duiken tallooze lichten op. Ongeveer tien
+minuten lang rijdt men over dezen langen dam; dan stopt de trein in een
+ruime, hel verlichte hal, het station van Venetië.
+
+We zien vooralsnog niets bijzonders. Zoodra we echter het station
+verlaten, treft ons een zoo eigenaardig schouwspel, dat we sprakeloos
+een poos blijven staan, verbluft van den ongewonen aanblik.
+
+Geen groot, open plein, zooals men dat zoo vaak voor stations aantreft,
+geen geratel van rijtuigen en gebel van trammen, dicht voor ons
+kronkelt als een breed, donker lint een water waaruit de huizen steil
+opsteken, en rechts en links doorsnijden zijkanalen de stad. En op al
+deze waterwegen een ontelbare menigte Venetiaansche gondels, die er nog
+precies eender uitzien als vijfhonderd jaren geleden met hun
+zwanenhalzen en uitgesneden spitsen, die in het nachtelijk duister aan
+zeemonsters doen denken. Voor ons ligt het Canal Grande, de voornaamste
+verkeersweg die zich S-vormig door de stad heen slingert.
+
+We huren een der gondels. De gondelier staat aan het eind van zijn
+vaartuig, den eenen voet een weinig naar voren geschoven; met
+bewonderenswaardige handigheid hanteert hij zijn roeispaan. Een
+doodelijke stilte omgeeft ons: geruischloos glijdt de gondel voort en
+door het Canal Grande. Hoe verder we komen, des te beter begrijpen we
+waarom de Italianen deze Lagunenstad zoo liefhebben. Het eene paleis na
+het andere glijdt ons voorbij, het eene nog prachtiger dan het andere.
+Daar is het prachtige Palazzo Vendramin Calergi waarin een van
+Duitschland’s grootste toondichters, Richard Wagner, overleed; daar,
+aan de overzijde het beroemde Fondaco dei Turchi, in de 17de eeuw
+bekend als de verblijfplaats der Turken die Venetië bezochten. Verderop
+het sierlijke, in gothische stijl gebouwde Ca’ d’Oro, waarvan de
+marmeren gevel, spookachtig in den duisteren nacht uit het water
+schijnt op te stijgen. Ook het Fondaco dei Tedeschi, de voormalige
+stapelplaats der Duitsche kooplieden, glijden we voorbij, en komen dan
+onder den wereldberoemden Ponte di Rialto door, een prachtige brug met
+marmeren boog, bezet met een dubbele rij winkels.
+
+De gondelier stuurt het vaartuig in een der kleine zijkanalen. Wederom
+andere beelden: nu eens stille, duistere hoeken, vol spookachtige
+geheimzinnigheid, dan weer smalle bruggen, waarover men gestalten ziet
+voortglijden, dan weer een prachtig paleis, waarvan de terrassen tot
+aan het water reiken. Nu klinkt uit een zijkanaal het smachtende lied
+van een gondelier. Kortom, tal van indrukken volgen elkaar op, en
+verlevendigen tevens de herinnering aan de avontuurlijke geschiedenis
+dezer wonderbare stad. We denken aan de macht en den rijkdom der dagen,
+aan de pracht en praal die Venetië’s roem over de geheele wereld
+verspreidden, aan de schitterende optochten over het water, aan het met
+de grootst mogelijke pracht vertoonde huwelijk van den Doge met de zee.
+Maar tevens denken we aan den gruwel der inquisitie, aan de folteringen
+der politieke gevangenen. Juist waren we onder de „Brug der Zuchten”
+door; een donker gat in den muur toont nog heden den weg dien de ter
+dood veroordeelden moesten nemen, welke hier in duistere diepte moesten
+sterven. Ginds, voor ons, verheft zich het Dogen-paleis, van welks
+kwellingen onder de looden daken de avonturier Casanova zulk een
+levendige schildering heeft gegeven. Hoevelen zijn daar niet in de
+verzengende hitte versmacht, die niet, zooals hij, aan hun boeien
+wisten te ontsnappen?
+
+We stijgen aan de Piazzetta uit. Voor ons liggen twee eilanden en
+verscheidene trotsche kerken; daarachter de zee, de wonderschoone
+Adriatische Zee. In de verte zien we een smalle kuststrook. Dat is
+Lido, de voornaamste badplaats van Italië, die jaarlijks duizenden,
+zoowel Italianen als vreemdelingen, tot zich trekt.
+
+Na eenige schreden bevinden we ons op het San Marco-plein, in het
+Noorden en Zuiden begrensd door de zoogenaamde „Procuraziën”,
+oorspronkelijk de woonplaatsen der negen procuratoren, die aan het
+hoofd van het stadsbestuur stonden. Het zuidelijke paleis dient
+tegenwoordig tot residentie van den koning wanneer deze Venetië
+bezoekt. Het indrukwekkendst is echter de oostelijke zijde van het
+plein. Hier staat de Marcuskerk, gebouwd in Byzantijnschen stijl, met
+een heerlijken rijkdom aan mozaïeken, zoowel van binnen als van buiten.
+Men aanschouwt er niet minder dan vijfhonderd marmeren zuilen. Onder
+het hoogaltaar rust het gebeente van den heiligen Marcus, den
+schutsheilige van Venetië, door Venetiaansche burgers in het jaar 829
+uit Alexandrië meegebracht. Niet minder indrukwekkend is het
+Dogenpaleis, naast de San Marco gelegen; met zijn ruime, prachtige
+zalen herinnert het nog heden ten dage aan de roemrijke Venetiaansche
+republiek. Maar niets is heerlijker dan ’s avonds bij maanlicht vanaf
+het balcon van dit paleis neer te zien op het Marcusplein. Duizende
+menschen, van allerlei stand en van verschillende natiën wandelen hier
+onder de tonen der muziek heen en weer. Slanke Venetiaansche vrouwen,
+de zwarte doeken bevallig over de schouders geworpen; zongebrande
+visschers uit Chioggia, patricische dames met trotsche trekken en
+aschblond haar, daartusschen Duitschers, Engelschen, Russen, Franschen,
+Turken, in een bont gewemel. Het vroolijke gebabbel en gelach vermengt
+zich met de smeltende Italiaansche melodieën, en over dat alles giet de
+maan een tooverachtig licht, dat de mozaïeken van San Marco
+verzilvert.—Als een betooverde prins, die tot het leven teruggeroepen
+is, staat men urenlang tegen de balustrade van het balcon geleund, en
+niet zonder weemoed neemt men van dit sprookjesachtige tafereel
+afscheid.
+
+
+
+
+
+
+
+
+34. DWARS DOOR ITALIË.
+
+
+Wel moeten de verwachtingen hooggespannen zijn van hem, die van Venetië
+zijn eerste indrukken van Italië ontving, toen hij door de poorten der
+Lagunenstad zijn intrede in dit land deed. Wij echter komen op onze
+reis, van Zwitserland’s hemelhooge bergen in een heerlijk dal aan de
+oevers van het Lago Maggiore. Door steile bergen omringd, bevat dit
+donkerblauwe meer een groep kleine eilandjes, bezet met witte huizen,
+fraaie paleizen en groene parken. Een dezer eilandjes draagt den
+beroemden naam „Isola Bella”, het „mooie eiland”.
+
+Dan snelt de spoortrein de Lombardische vlakte in, die het grootste
+deel van Noord-Italië omvat, en waardoor de Po heenstroomt, alvorens in
+de Adriatische Zee uit te monden.
+
+De eerste groote stad, die nog geen bepaald Italiaansch karakter
+draagt, is Milaan. De straten zijn breed en goed geplaveid, de huizen
+modern gebouwd; men zou kunnen wanen zich in een groote Duitsche stad
+te bevinden. Ook van fabrieken, die in de kleinere Italiaansche steden
+nagenoeg geheel ontbreken, is Milaan ruimschoots voorzien.
+
+Maar twee wonderen herbergt de stad. Het eene is de Dom, een der
+prachtigste Gotische bouwwerken. In het middelpunt der stad verheft
+zich dit indrukwekkende Godshuis op een ruim plein. Eerst wanneer men
+de vijfhonderd treden, deels binnen in het gebouw, deels aan de
+buitenzijde van den toren bestegen heeft, kan men zich een voorstelling
+maken van de reusachtige afmetingen. Niet minder dan acht en negentig
+spitsen, versieren als een woud van marmer het dakwerk, en het aantal
+marmeren beelden dat aan de buitenzijde is aangebracht, moet ongeveer
+tweeduizend bedragen. Geen andere kerk is met pulk een kwistigen
+rijkdom van marmer voorzien. De oogverblindende schittering van al dit
+marmer, vormt een wonderbare tegenstelling met het mystieke
+schemerlicht dat daarbinnen, door de beschilderde glazen, heerscht;
+daglicht en schemering hebben hier een verbond gesloten, om dit
+meesterwerk van architectuur, waarover meer dan twee eeuwen gebouwd
+werd, een bijzondere bekoring te verleenen.
+
+Het tweede wonder van Milaan is het Heilige Avondmaal van Leonardo da
+Vinci. Deze schat bevindt zich in het refectorium van een klooster, dat
+tegen de kerk Santa Maria delle Grazia aangebouwd is; jammer is ’t dat
+de jaren slechts te duidelijk hun sporen op dit beroemde schilderstuk
+hebben achtergelaten. Maar nog steeds verkondigen de omtrekken en
+verbleekte kleuren het genie van Leonardo.
+
+De vruchtbare, dicht bebouwde vlakte van Lombardije biedt den reiziger
+geen bonte verscheidenheid van tafereelen. Eerst bij Piacenza, waar wij
+de Po oversteken, en waar reeds de noordelijke uitloopers der Apenijnen
+in ’t gezicht komen, wordt het terrein heuvelachtig. De trein voert ons
+langs den noordelijken rand der Apenijnen naar Bologna. Wij snellen de
+oude universiteitsstad Parma, waar de beroemde schilder Corregio
+arbeidde, voorbij evenals het overoude Reggio, de geboorteplaats van
+den dichter Ariosto. Dan volgt Modena, met zijn bijna duizendjarigen
+Dom en ten slotte bereiken we de vijftienhonderd jaar oude
+universiteitsstad Bologna.
+
+Gedurende de middeleeuwen, en ook tijdens de Renaissance, was Bologna
+de verzamelplaats van alle naar wetenschap, dorstende jongelieden. Hier
+heeft ook Ulrich von Hutten zich aan de bron der kennis gelaafd.
+Bologna’s geschiedenis reikt ver in het verleden terug. Reeds in de
+vijfde eeuw voor onze jaartelling werd een heftige strijd gevoerd om
+het bezit der stad, totdat het door de Romeinen tot een hunner koloniën
+gemaakt werd. Ook keizer Frederik Barbarossa had menigen harden kamp om
+Bologna te voeren. Zijn zoon Enzio werd in 1249 in den bloedigen slag
+van Forsalta gevangen genomen, en werd langen tijd als gijzelaar door
+de Bolognesers gehouden. Het paleis waar hij in gevangenschap zuchtte,
+en, volgens het verhaal, door de schoone Lucia Biadagola vertroost
+werd, is nog heden ten dage te zien. Bologna is rijk aan kerken en
+paleizen. Een der mooiste is de onvoltooide kerk San Petronio. Hier
+werd Karel V door Paus Clemens VII gekroond.
+
+De stad die op Bologna volgt, Ravenna, is het Pompeji uit den tijd der
+eerste Christenheid. Oorspronkelijk was Ravenna, evenals Venetië, een
+lagunen-stad. Ten tijde van keizer Augustus was het de oorlogshaven
+voor de vloot der Adriatische zee. Maar tegenwoordig ligt de stad op
+een afstand van tien kilometer van de zee verwijderd; zoozeer is in den
+loop der eeuwen de kustlijn veranderd! Talrijke monumenten verkondigen
+nog heden ten dage den glans der vroegere Germaansche heerschappij over
+Italië. Weliswaar zijn er van het trotsche paleis van Theoderik nog
+slechts enkele zuilen over, maar nog altijd verheft zich in
+indrukwekkenden eenvoud zijn grafmonument. Hier is ook de laatste
+rustplaats van Italië’s grootsten dichter, Dante. Bij Bologna begint de
+spoorweg naar Florence de Apenijnen te doorsnijden. Het landschap
+verliest nu zijn eentonigheid. Diepe dalen en ravijnen wisselen af met
+steile rotsgevaarten, watervallen en wilde bergstroomen. Alvorens
+Florence te bereiken komen we door meer dan 20 tunnels, want deze stad,
+de kroon van Toscane, ligt diep in het dal van den Arno verscholen.
+
+„La Bella”, de schoone, zoo noemen de Italianen Florence. Maar haar
+schoonheid springt niet dadelijk in het oog, zooals die van Venetië, ze
+is een schoonheid die slechts geleidelijk haar bekoorlijkheden
+tentoonspreidt.
+
+De aantrekkelijkheid der stad ligt in de kunstschatten die binnen haar
+muren besloten zijn. Men hoeft nog niet de Uffiziën of het Palazzo
+Pitti bezocht te hebben, men behoeft nog niet op de Piazza della
+Signoria met het burchtachtige Palazzo Vecchio gestaan te hebben, om
+deze bijzondere bekoorlijkheid van Florence op te merken. Bijna op
+elken hoek der straat, bij elke fontein worden wij door een kunstwerk
+getroffen, en worden we herinnerd aan de namen van een Leonardo, Michel
+Angelo of Rafaël.
+
+Niet ver van het station ligt een eenvoudige kerk, San Lorenzo genaamd,
+gebouwd door de Medici en andere Florentijnsche families. Deze kerk
+biedt weinig aantrekkelijks voor het oog, maar ze bevat de mooiste en
+zinrijkste grafmonumenten ter wereld. Ze zijn vervaardigd door Michel
+Angelo. Het was zijn plan om in deze kleine kapel nog meer van zulke
+meesterwerken op te richten, maar verstoordheid over het omverwerpen
+der republiek benam hem hiertoe den lust. Zoo hebben deze
+grafmonumenten, behalve hun oorspronkelijk doel, den roem der Medici
+door alle tijden heen te verkondigen, nog een tweede beteekenis; ze
+zijn de laatste getuigenissen der Florentijnsche kunst, die met den val
+der republiek uitstierf. Nauwelijks een eeuw had dit bloeitijdperk
+geduurd, maar gedurende dezen tijd zijn er binnen de muren van Florence
+zoovele kunstschatten opgehoopt, dat de stad voor altoos „La Bella” zal
+blijven heeten.
+
+Zuidelijk van Florence komen de sporen der antieke wereld duidelijker
+voor den dag dan die der Renaissance. Reeds het Trasmeensche meer,
+langs welke Westelijken oever we voorbij sporen, wekt de herinnering
+aan het oude Rome. Hier versloeg Hannibal in 217 v. Chr. het leger van
+den onvoorzichtigen Romeinschen consul Flaminius. Van af de bergtoppen
+der Apenijnen zien nog trotsche, ommuurde burchten uit de middeleeuwen
+op ons neer, en de een of andere bergvesting als Perugia of Siena
+herinneren ons aan de Renaissance; maar hoe meer we het dal van den
+Tiber naderen, des te talrijker worden de overblijfselen uit de
+oudheid, om eindelijk in de Campagne, en in Rome zelf, uit tal van
+ruïnes te verhalen van een wereld waaraan ook wij, bewoners van
+noordelijke gewesten, het grootste deel van onze beschaving te danken
+hebben. Daar ligt de eeuwige stad voor ons! Beschenen door de stralen
+der zon, schittert de vergulde koepel van den St. Pieter als een
+hemelsch vuur boven Rome!
+
+
+
+
+
+
+
+
+35. DE EEUWIGE STAD.
+
+
+Rome is onuitputtelijk. Het groeit onder de voeten van den bezoeker. In
+2600 jaren zijn steeds nieuwe bouwwerken boven de ruïnen van een
+vroegeren tijd verrezen. Van wat in de diepste lagen verborgen ligt,
+het Rome uit den tijd der koningen, heeft men nog nauwelijks eenig
+vermoeden. Daarop volgde het Rome der republiek, en vervolgens het Rome
+van den keizertijd, de wereldstad, toen vanuit het Palatinum de
+Caesaren hun scepter zwaaiden over de geheele, toenmaals bekende
+wereld; van het nevelachtige Brittannië, en de duistere wouden van
+Germanië, tot aan de gloeiende zandvlakten van Afrika, van de bergen
+van Spanje, tot aan Galilea, het land der Joden. Talrijke
+overblijfselen uit deze tijden van Rome’s wereldheerschappij zijn nog
+heden temidden van het moderne straatgewoel overgebleven. Monsters op
+den troon der Caesaren hebben de stad verwoest, teneinde de herinnering
+aan hun voorgangers uit te wisschen, en slechts hun eigen roem aan het
+nageslacht over te leveren. Vandalen, Gothen en andere barbaren hebben
+Rome geplunderd. „Rome is niet op één dag gebouwd”—maar ook hebben
+tweeduizend jaren Rome’s heerlijkheid niet kunnen vernietigen!
+
+Op het Rome van den keizertijd volgen nieuwe lagen, de christelijke
+tijd, de middeleeuwen en de nieuwere tijd met hun tallooze kerken,
+kloosters, musea, en machtige paleizen. Het christendom bouwde op de
+bouwvallen van het heidendom, het verleden en het heden gaan onmerkbaar
+in elkaar over. Op het Kapitool staat de Romeinsche keizer Marcus
+Aurelius, en op den anderen Tiber-oever staart Garibaldi, de
+vrijheidsheld van het jonge Italië over de eeuwige stad heen. Men rijdt
+door een moderne straat met prachtige winkels, en in weinige minuten
+staat men op het Forum Romanum, het Romeinsche marktplein, het hart van
+het oud-Romeinsche rijk, het tooneel van volksverzamelingen,
+gerechtszittingen en handelszaken. Het Forum geleek op een marmeren
+zaal in de open lucht, waardoor de triumfators omstuwd van
+wapenbroeders en gevangenen zich naar het Kapitool begaven, om daar hun
+offer te brengen aan Jupiter. Heden zijn nog eenige zuilen en
+bouwvallen overgebleven van al de pracht waarmede Julius Caesar en
+keizer Augustus het plein versierden. Zoo juist dwaalde men nog als een
+vroom pelgrim door de St. Pieterskerk rond, en reeds bevindt men zich
+onder den triomfboog van Titus, die opgericht werd ter herinnering aan
+de verwoesting van Jeruzalem in het jaar 70 n. Chr.!
+
+Zoo dwaalt men in Rome rond, tusschen gedenkzuilen en triomfbogen,
+tusschen tempel en theater, en vergeet bijna dat bijkans tweeduizend
+jaren verloopen zijn, sedert de stemmen van krijgers, priesters en
+tooneelspelers onder al deze geweldige bogen, voor het laatst
+weerklonken. Op de trappen die naar het Kapitool voeren, wordt men
+herinnerd aan de stichting van Rome; in een door een ijzeren hekwerk
+omsloten grot loopen twee wolven heen en weer, vruchteloos een uitweg
+zoekend; en boven op den heuvel zien we het bronzen beeld der wolvin
+die Romulus en Remus zoogde. Volgens de sage werden beide knapen aan
+den oever van den Tiber te vondeling gelegd, maar door de wolvin
+gevonden en in het leven gehouden. Romulus grondvestte 750 jaar voor
+het begin onzer jaartelling de eeuwige stad, en werd Rome’s eerste
+koning.
+
+Tal van gangen en gewelven bedekken den Palatijnschen heuvel, het zijn
+de overblijfselen der paleizen van de Romeinsche keizers. Op de
+hellingen groeien sinaasappelen tusschen de varens en klimopranken, en
+door de oude pijnboomen en cypressen ruischt een wegstervende echo uit
+lang vervlogen tijden.
+
+
+
+
+
+
+
+
+36. PAUS PIUS X.
+
+
+Italië’s koning heerscht over 35 millioen onderdanen. Zijn hoofdstad
+Rome is echter ook de zetel van een ander machtig vorst, wiens rijk
+niet van deze wereld is. Zijn troon is de stoel van den heiligen
+Petrus, zijn wapens zijn de drievoudige kroon, de Tiara, en de
+gekruiste sleutels die de poort van het hemelrijk openen en sluiten.
+Aan hem zijn de 270 millioen Katholieken over de geheele wereld
+onderworpen! Hij is een vrijwillige gevangene in het Vatikaan, een
+groep van hooge paleizen, dat wel tienduizend zalen en vertrekken
+omvat. Hier zijn musea, bibliotheken en handschriftenverzamelingen van
+onschatbare waarde bijeengebracht, alleen de beeldengalerij van het
+Vatikaan is de rijkste der wereld. De Sixtijnsche kapel is door Michel
+Angelo met reusachtige schilderstukken versierd; de prachtige
+plafondschildering stelt de schepping, de zondeval en de zondvloed
+voor; een muurschildering toont ons het jongste gericht.
+
+Aan de westzijde van het Vatikaan liggen de tuinen van den paus, en
+zuidelijk daarvan verheft zich de St. Pieterskerk, het geweldigste
+bedehuis der christenheid.
+
+Het Vatikaan, met alles wat er bij behoort, vormt een stad op zichzelf,
+en wel de machtigste stad op de geheele wereld, een zetel van kunst en
+geleerdheid, en bovenal, is het ’t brandpunt van een machtig
+kerkgenootschap. Van hieruit slingert de Paus zijn banbliksem over
+ketters en zondaren, en van hieruit bewaakt hij de geloovigen van zijn
+werk volgens het driemaal herhaalde woord van den Heiland tot Petrus:
+„Weidt mijne lammeren!”
+
+Toen den 20sten Juli 1903, de vorige Paus, Leo XIII stierf, kwamen de
+kardinalen bijeen om zijn opvolger te kiezen. Onder deze bevond zich
+ook de bejaarde patriarch van Venetië, kardinaal Giuseppe Sarto. Toen
+deze zijn geliefd Venetië verliet, om voor de Pauskeuze naar Rome te
+reizen, nam hij aan het station een retourkaartje! Maar, daar hij het
+was, die tot Paus gekozen werd, zal hij zijn Venetië, en het landhuis
+waar hij als kind gespeeld heeft, nimmer weer zien; want als heerscher
+in het Vatikaan, heeft hij van zijn vrijheid afstand moeten doen.
+
+Op zekeren Februaridag van het jaar 1910 bevond ik me op weg naar het
+Vatikaan. Een vriend uit Italië vergezelde me. We reden over de
+Engelen-brug, en voor ons verhief zich de statige Engelen-burcht, door
+keizer Hadrianus 1800 jaar geleden opgericht als zijn eigen
+grafmonument. Na links afgeslagen te zijn, kwamen we aan het St.
+Pietersplein, dat, begrensd door St. Pieterskerk, Vatikaan en
+zuilengangen, een der indrukwekkendste pleinen ter wereld is. Tusschen
+de ruischende fonteinen, staat een obelisk, op bevel van keizer
+Caligula uit Egypte hierheen gebracht. Reeds lang vóór den tijd van
+Mozes zag deze obelisk neer op Egypte’s woestijn. Aan zijn voeten
+hebben de kinderen Israël’s in hun gevangenschap hun liederen gezongen.
+Ten tijde van Nero, zag hij duizenden Christenen den marteldood
+sterven. Nog heden verheft hij zich, vijf en twintig meter hoog,
+bestaande uit een enkel stuk steen, ongedeerd door den tijd en
+onaangetast door menschenhanden. Aan de noordzijde van het plein
+bevindt zich de poort van het Vatikaan. Hier houdt de Zwitsersche Garde
+in middeleeuwsche uniform, de wacht. In prachtige, met roode zijde
+behangen vertrekken wachten talrijke pelgrims, monniken en prelaten het
+oogenblik af, waarop ze tot Zijne Heiligheid zouden worden toegelaten.
+Een voornaam priester, gekleed in violet gewaad, ging ons voor, om ons
+aan te dienen, en door de geopende deur zag ik, hoe hij nederknielde
+terwijl hij met den Paus sprak.
+
+Spoedig was het mijn beurt om toegelaten te worden. In een ruim, rood
+behangen vertrek zat Pius X aan zijn schrijftafel. Bij mijn binnenkomst
+stond hij op, en reikte mij zijn fijngevormde doch krachtige hand.
+Daarop namen wij plaats. De Paus leunde met de ellebogen op de
+schrijftafel, en hield het hoofd op de handen gesteund; hij begon over
+Tibet te spreken. Hij vroeg of de zending in dat land eenige kans op
+succes had. Ik moest antwoorden dat Tibet tegenwoordig voor alle
+Europeanen gesloten is, maar dat vroeger Italiaansche monniken er als
+zendelingen werkzaam geweest waren. Toen ik onder anderen Odorico uit
+Pordenone noemde, die in de 14de eeuw Tibet bereisd had, luisterde de
+Paus vol belangstelling; want die naam was hem goed bekend, immers
+Pordenone is een dorp uit zijn eigen geboortestreek!
+
+Pius X geeft den indruk van grooten christelijken deemoed, van
+eenvoudige, vriendelijke zachtmoedigheid, en zijn stem klinkt week en
+ernstig. Ook zijn uiterlijk komt, door de witte kleeding die tegen het
+roode behangsel van het vertrek afsteekt, uitstekend tot zijn recht.
+Hij droeg een langen dichtgeknoopten priesterrok met een breeden gordel
+en een schouderkraag, en op het witte haar droeg hij een wit kapje. Om
+zijn hals fonkelde een gouden ketting met een groot kruis.
+
+Tusschen het Vatikaan en de St. Pieterskerk liggen slechts enkele
+schreden. We betreden het prachtige voorportaal en komen door een der
+vijf gewelfde bronzen deuren in de kerk zelf. Eerbied en bewondering
+overweldigen ons, zoo indrukwekkend zijn hier alle afmetingen! Nu eens
+verlustigt zich onze blik in de bonte, hemelhooge gewelven, dan weer in
+de eindelooze zuilenrijen, nu eens worden we geboeid door een
+mozaiekwerk, dan weer door een grafteeken. Hoe lang zou men hier niet
+moeten ronddwalen om aan al deze heerlijkheid eenigszins recht te doen
+wedervaren! Rome is niet in één dag gebouwd, luidt het spreekwoord.
+Voor het bouwen van de St. Pieterskerk waren alleen al honderd en
+twintig jaren noodig, gedurende welken tijd twintig Pausen elkaar
+opvolgden! Italië’s grootste meesters waaronder Rafaël en Michel Angelo
+hebben het beste van hun scheppingen gewijd aan dezen tempelbouw, die
+het graf van den apostel Petrus omsluit. De kosten bedroegen twee
+honderd en vijftig millioen.
+
+
+
+
+
+
+
+
+37. „BROOD EN SPELEN”.
+
+
+„Brood en spelen” brulde het naar vermaak dorstende Romeinsche
+gepeupel, en om bij het volk in de gunst te blijven, lieten de keizers
+van het Romeinsche rijk prachtige theaters oprichten waarin van tijd
+tot tijd op groote schaal volksfeesten gevierd werden. Zulk een theater
+was het Circus Maximus dat aan 200.000 toeschouwers ruimte bood. Hier
+werden wedrennen gehouden met vierspannen. Op den van goud flonkerenden
+wagen stond met gebogen knieën de wagenrenner, de teugels in de handen.
+Geheel Rome, Senatoren, patriciërs en plebejers waren daarbij
+tegenwoordig, en temidden van zijn hofhouding en gunstelingen zat de
+keizer in zijn loge. De wagenrenners droegen verschillende kleuren, en
+bij het wedden op de een of andere kleur werden vermogens op het spel
+gezet. Een trompetsignaal gaf het teeken tot vertrek, en in het witte
+zand der arena joegen de voortrazende wagens dichte stofwolken op.
+
+Zulk een theater was ook het circus van Nero. In den zomer van het jaar
+64 n. Chr. ging Rome in vlammen op, en in een week tijds was de geheele
+stad in de asch gelegd. De Campagna werd wijd en zijd door dezen
+reusachtigen brand verlicht, en onschatbare kunstwerken gingen voor
+altijd verloren. Nero echter, de grimmige beheerscher van het
+Romeinsche rijk, genoot van dit gruwelijke schouwspel, en verheugde
+zich over de woede der vlammen! Hij zette zich een krans op het hoofd
+en terwijl hij zijn lier bespeelde, zong hij het lied van de
+verwoesting van Troje.
+
+Maar onder de burgers verspreidde zich het gerucht dat de keizer zelf
+Rome zou hebben doen in brand steken, om ruimte te krijgen voor zijn
+waanzinnige bouwplannen, en zijn nieuw paleis. Nero vreesde den haat
+van het volk, en, om zich van deze verdenking te zuiveren, beschuldigde
+hij de leden der jonge christengemeente van deze euveldaad; ze hadden
+immers vaak in het openbaar de ongebonden leefwijze in de hoofdstad
+vervloekt, en den ondergang van het Romeinsche rijk en de overwinning
+der christelijke leer geprofeteerd. Wat lag meer voor de hand dan dat
+zij de schuldigen waren? Nu zouden ze voor hun misdaad boeten. De
+leiders der christenen, de apostelen Paulus en Petrus werden in ketenen
+geslagen, en met andere geloovigen in de Mamertijnsche gevangenis
+gebracht, een verpest onderaardsch gewelf tusschen het kapitool en het
+Forum. Bij geheele troepen sleepte men de geloovigen uit hun huizen en
+uit de plaatsen waar ze hun samenkomsten hielden, en dreef ze als
+kudden in de onderaardsche holen die met den circus van Nero in
+verbinding stonden. Hier moesten ze hun straf afwachten, en tevens zou
+het verbasterde gepeupel van een nieuw schouwspel genieten.
+
+In andere, met ijzeren tralies afgesloten, onderaardsche holen,
+bewaarde men leeuwen, tijgers en andere roofdieren. Dagen achtereen
+liet men de dieren honger lijden, en om hun bloeddorst nog meer te
+prikkelen, moesten de circus-beambten bloedige stukken vleesch voor hun
+hokken heen en weer bewegen. Rome sprak over niets anders dan over het
+op handen zijnde schouwspel!
+
+De groote dag brak aan. Voorname mannen en vrouwen kwamen in prachtige
+draagstoelen, gekleed in purperen zijden gewaden; het krioelde van
+krijgslieden en blanke wapenen, de lucht was doortrokken met den geur
+van welriekende oliën en zalven. Men spreidde kussens en dekens over de
+banken uit, en nam zijn plaats in. In de keizerloge verschenen Nero en
+zijn hovelingen.
+
+De trompetten schallen en terdood veroordeelde krijgsgevangenen
+betreden de arena voor het gladiatorengevecht. Voor een deel dragen ze
+helm en pantser, terwijl andere geheel ongekleed zijn. Net en een
+drietand zijn de wapenen van dezen, terwijl genen voorzien zijn van
+zwaard en schild. De tweekamp eindigt eerst met den dood van een der
+beide partijen, tenzij een wenk van den keizer den overwonnene
+begenadigt. Daarna komt een algemeen gevecht; maar, alvorens op elkaar
+los te stormen, begeven de gladiatoren zich met statigen tred tot voor
+Nero’s loge, en roepen: „Heil, U, Caesar, zij die sterven gaan, groeten
+U!” Zoodra het bloedige spel teneinde is, worden de lijken weggesleept,
+en versch zand in de arena rond gestrooid om de bloedsporen te
+bedekken.
+
+Wederom schallen de trompetten, luider dan voorheen. Een christenschare
+wordt in de arena gedreven. Inplaats van in kleederen zijn ze in
+dierenvellen gestoken. Slechts hun bleeke, rustige gelaatstrekken zijn
+zichtbaar; opwaarts blikkend heffen ze een psalm aan, en hun gezang
+klinkt trotsch en luide over het heidensche Rome.
+
+Nieuwe trompetstooten—en de ijzeren zijdeuren worden geopend; een troep
+wilde honden stort zich in de arena. In ’t eerst zijn ze schuw, maar
+met steenworpen en wilde kreten worden ze aangehitst; ze naderen hun
+prooi, trekken aan de dierenhuiden en besnuffelden het naakte vleesch.
+Zoodra er een begint, volgen de anderen zijn voorbeeld, en stillen hun
+honger. Geen der martelaren smeekt om genade, geen keurt Nero één blik
+waardig. Eerst met den dood van den laatste verstomt het gezang.
+
+Reeds worden nieuwe scharen binnengevoerd, en nu is het de beurt voor
+de leeuwen om hun honger te stillen. Zoo gaat het bloedige feest voort.
+Tijgers, panters, beren, wolven en jakhalzen worden op de christenen
+losgelaten terwijl het gepeupel brult van dolle opwinding, en de lucht
+van het bloed den geheelen circus vervult.
+
+Wanneer het schouwspel voorbij en het theater ledig is, wagen zich
+eenige christenen die zich nog in vrijheid bevinden in de arena om het
+gebeente der dooden te verzamelen en ze te begraven in de grafplaatsen
+buiten Rome.
+
+Er staat nog een derde theater op zijn oorspronkelijke plaats, het
+Colosseum, en dit bouwwerk is zoo goed bewaard gebleven, dat men zich
+nog een duidelijk beeld van zijn oorspronkelijken toestand kan vormen.
+Het is het mooiste en grootste bouwwerk uit de oudheid dat Rome bevat.
+Dit theater, voltooid in het jaar tachtig van onze jaartelling, werd
+onder de keizers Vespasianus en Titus gebouwd. De rijen banken, die
+ruimte boden voor 85.000 toeschouwers waren in vier afdeelingen
+verdeeld, waarvan de achterste en hoogste bestemd waren voor vrouwen en
+vrijgelaten slaven. Als toegangskaarten deden stukjes elpenbeen dienst,
+die de ligging der verschillende plaatsen zoo nauwkeurig aangaven, dat
+ieder dadelijk in het reusachtige gebouw zijn weg kon vinden. De
+zitplaatsen waren van marmer, en tal van marmeren beelden sierden de
+muren van het theater.
+
+Daar de spelen gewoonlijk overdag gegeven werden, had men over de arena
+en de plaatsen der toeschouwers een reusachtigen zijden doek gespannen.
+Wanneer het theater met publiek gevuld was, bood het een schouwspel van
+overweldigende pracht. Op de beste plaatsen zaten de Senatoren in
+purperomzoomde toga, de priesters der verschillende tempels, zwart
+gesluierde Vestaalsche maagden, en krijgslieden in schitterende
+wapenrusting. Daarachter kwamen de rijen der Romeinsche burgers in hun
+witte of bonte toga, het hoofd onbedekt, baardeloos en met kort geknipt
+haar; ze onderhielden zich met elkaar in een taal die even welluidend
+was als het tegenwoordige Fransch en Italiaansch. De talrijke
+vreemdelingen die Rome bezochten, waren aanwezig, gezanten uit alle
+landen der wereld, staatslieden, kooplieden en reizigers uit Germanië
+en Gallië, uit Syrië, Griekenland en Egypte.
+
+Nog machtiger indruk krijgt men van dit bouwwerk wanneer met het niet
+overdag, maar des avonds bij maanlicht, bezoekt. Het plein voor het
+theater, waar eertijds de gladiatorenkazernen en de lijkenhuizen
+stonden, is nu leeg en verlaten, en de duistere nacht breidt zich uit
+over de ruïnen; maar wanneer men de geweldige arena binnentreedt,
+beschijnt het maanlicht de hooge, grauwe muren en de verweerde banken.
+Hier en daar gapen donkere holen, ’t zijn de toegangen tot de
+onderaardsche gewelven waar de christenen en de wilde dieren opgesloten
+werden. Want ook in dit theater is de bodem letterlijk met bloed
+gedrenkt.
+
+Geen geluid van de stad, die ter ruste gegaan is, dringt tot ons door.
+En toch meen ik reeds lang weggestorven stemmen te hooren. Ik hoor het
+vreugdegehuil van het gepeupel, dat het bloed van de christenen ziet
+vloeien; ik hoor den strijdkreet der gladiatoren, het gekletter van hun
+wapenen wanneer zij elkaar op leven en dood bevechten; uit de
+onderaardsche gewelven stijgt een dof, hongerig gebrul dat de aarde
+doet beven, en boven dit alles uit stijgt helder en plechtig het
+overwinningslied der martelaren ten hemel!
+
+Een circus, of een theater van den tegenwoordigen tijd,—dat is slechts
+speelgoed, in vergelijking met het Colosseum. De oude Romeinen waren
+meesters in het uitvinden van zulke schouwspelen, die naar den smaak
+van de massa waren. Geheele wouden werden tevoorschijn getooverd,
+waarin de gladiatoren op leeuwen en tijgers jacht maakten. In korten
+tijd kon het geheele tooneel onder water gezet worden, en op dit
+kunstmatige meer werden bloedige zeeslagen geleverd, totdat het water
+rood gekleurd was van bloed. Door vernuftige kanalen liep de arena dan
+in een oogwenk weer leeg, de lijken werden door slaven weggesleept, en
+het theater werd ingericht voor een nachtelijk feest. Dan werd de arena
+door fakkels verlicht, en nieuwe scharen gevangen christenen werden
+gekruisigd of voor de wilde dieren geworpen. Toen de Romeinsche keizer
+Philippus Arabs in 248 het duizendjarig bestaan van Rome vierde, traden
+twee en dertig olifanten, een groote menigte wilde dieren en
+tweeduizend gladiatoren in het Colosseum op.
+
+
+
+
+
+
+
+
+38. IN DE CATACOMBEN.
+
+
+Niet ver van het Colosseum ligt het begin van een der oudste en
+beroemdste wegen, die ooit door menschenvoeten betreden zijn, de
+Appische weg. Hierlangs hielden keizers en legeraanvoerders hun
+zegevierenden intocht in Rome; hierlangs werden ze na hun dood
+uitgedragen om op brandstapels verbrand en in hun familiegraven
+bijgezet te worden. Hierlangs schreden in duisteren nacht de
+christenen, om de overblijfselen hunner, in de arena omgekomen,
+geloofsgenooten aan het onderaardsche Rome toe te vertrouwen. Langs den
+Appischen weg kwam ook Paulus Rome binnen, omstuwd door een schare
+christenen, die hem, zooals men in het laatste hoofdstuk van het boek
+der Handelingen lezen kan, tegemoet gegaan waren. Nog heden staat aan
+de Via Appia een kleine kapel; ze is geheeten „Quo vadis?” („waarheen
+gaat ge?”); aan deze kapel is de volgende sage verbonden:
+
+Nadat de apostelen Petrus en Paulus negen maanden lang in den
+Mamertijnschen kerker gevangen gezeten hadden, werd het doodvonnis over
+hen beiden geveld. Als Romeinsch burger zou Paulus met het zwaard
+worden terechtgesteld; Petrus echter werd tot den onteerenden kruisdood
+veroordeeld.
+
+Doch in den nacht, voorafgaande aan den dag waarop het vonnis
+voltrokken zou worden, kwamen de gevangenbewaarders bij de gevangenen,
+bevrijdden hen van hun boeien en fluisterden hun toe: „Vlucht, voor het
+te laat is!” Paulus vluchtte niet, hij was bereid om voor zijn geloof
+te sterven. Petrus echter kon, volgens de sage, de verzoeking niet
+weerstaan. Het was een duistere nacht, de regen stroomde kletterend op
+het marmeren plaveisel van het Forum neer, en de storm huilde door de
+zuilengangen. Over de verlaten markt voortsnellend, bereikte hij een
+der stadspoorten en ontvluchtte Rome langs de Via Appia. Wel sprak zijn
+geweten, maar hij trachtte het tot zwijgen te brengen door te denken
+aan al de bekeeringen, die hij zou volvoeren, indien hem nog eenige
+jaren levens vergund werden.
+
+De storm bedaarde en de lucht werd helder. Daar bespeurde Petrus voor
+zich uit een lichtschijnsel, dat hem tegemoet kwam. Het licht was niet
+geel, zooals van vuur, maar blauwachtig als het schijnsel van sterren,
+en toen het nabij gekomen was, zag Petrus dat het licht van een
+stralenkrans uitging, die het hoofd omgaf van een man, gehuld in een
+lang wit gewaad.
+
+Petrus gevoelde bij dezen aanblik een wondere ontroering. Toen de
+onbekende twee schreden aan Petrus voorbij was, wendde hij zich om en
+zag den apostel met denzelfden weemoedigen zachten blik aan, dien
+Petrus zich zoo wel herinnerde van drie en dertig jaar geleden, in den
+hof van den hoogepriester Kajafas. Hij wierp zich voor Jezus’ voeten,
+en vroeg:
+
+„Heer, waarheen gaat ge?”
+
+En Jezus antwoordde: „Naar Rome, om nog eenmaal gekruisigd te worden!”
+
+Toen boog Petrus het oude, moede hoofd ter aarde, en weende bitterlijk.
+Toen hij zich weder ophief, was de Meester verdwenen, en de apostel
+stond alleen op de Via Appia.
+
+Opnieuw was de storm opgestoken, en zware wolken joegen over de
+Campagna naar de Appenijnen. Zonder aarzeling, keerde Petrus om, en
+snelde naar Rome terug. Onderweg ontmoette hij een vrijgelaten slaaf,
+dien hij zelf gedoopt had.
+
+„Heer, waarheen gaat ge?” vroeg de slaaf verbaasd. En Petrus
+antwoordde: „Naar Rome om gekruisigd te worden!” Met vluggen tred ging
+hij verder, ging weer over het Forum, en daalde in de Mamertijnsche
+gevangenis af. Hier liet hij zich door den gevangenbewaarder de ketenen
+weer aanleggen.
+
+Den volgenden dag bracht men hem naar een heuvel waar het kruis reeds
+opgericht was. Daar hij zichzelf evenwel voor onwaardig hield om in
+dezelfde houding als zijn Heiland te sterven, vroeg hij den Romeinschen
+krijgsknechten om de gunst om met het hoofd naar omlaag aan het kruis
+genageld te mogen worden.
+
+Langs de Via Appia gaat men ook wanneer men de onderaardsche catacomben
+wil bezoeken.
+
+Twee monniken met waskaarsen voeren ons een trap omlaag, en dan gaat
+het door smalle gangen die een duister en vochtig labyrint onder de
+aarde vormen. De meeste gangen zijn slechts een meter breed, het dak is
+gewelfd, en in de wanden ziet men ontelbare nissen waar de christenen
+hun ontslapene broeders en zusters bij zetten. Men legde het lijk in
+een doek; kruiste de armen over de borst, wendde hun gezicht naar het
+Oosten. De nissen werden afgesloten met een marmeren plaat, of met
+eenige tichelsteenen, en dan zongen de rouwdragers, met fakkels in de
+handen, geestelijke liederen.
+
+Hoevele lijkstoeten zullen zich wel door deze gangen hebben
+voortbewogen! Hier rustten de martelaren. Hier verzamelden zich de
+christenen tot gemeenschappelijk gebed of beraadslagingen, en nog in de
+vijfde eeuw vierden ze hier in den schoot der aarde feesten ter
+herinnering aan hun martelaren.
+
+Een steile, donkere trap brengt ons nog een verdieping lager. Vaak
+liggen vier of vijf verdiepingen onder elkaar, waarvan de diepste meer
+dan twintig meter beneden den grond ligt. Alle gangen tezamen vormen
+een lengte van negenhonderd kilometer, en overal vindt men nissen in de
+wanden; het onderaardsche Rome bevat meer dan drie millioen zulke
+graven!
+
+Het zou levensgevaarlijk wezen, zich hier zonder een gids te wagen. Men
+zou doelloos ronddwalen, vergeefs een uitweg zoeken, nu eens rechtsom,
+dan weer ter linkerzijde een zijgang inslaan. Wanneer de waskaars
+opgebrand was, zou men al tastend den weg zoeken, telkens struikelend
+zou men al verder en verder verdwalen. Niet het geringste geluid!
+Alleen de echo zou op het hulpgeroep antwoorden. De waanzin zou als
+verlosser komen en men zou het hoofd te pletter stooten tegen een der
+grafsteenen in deze doodenstad!
+
+In de musea, vooral in het Vatikaan, bevinden zich tal van marmeren
+gedenkplaten uit dezen oud christelijken tijd. De inschriften zijn in
+het Latijn of Grieksch geschreven, en bevatten vaak zinnebeeldige
+voorstellingen waarbij de visch de Heiland, het olijvenblad de vrede,
+een schip het menschenleven, de duif de ziel van den afgestorvene, het
+anker de hoop op de opstanding, en de palmtak de zege der zaligen
+beteekent.
+
+Niets is treffender dan deze grafsteenen met hun korte, veelzeggende
+afscheidswoorden. Voor de antieke marmeren beelden staat men in stomme
+bewondering; hier echter, te midden der schatten van deze doodenstad,
+hoort men de steenen spreken. Voor ongeveer tweeduizend jaren hebben de
+levenden, vaak in onbeholpen schrift, hun geloof, hun liefde, hun
+droefheid en hun hoop aan deze steenen toevertrouwd.
+
+Maar wij moeten afscheid nemen van Rome. Er is echter een middel om
+zich de terugkomst in de eeuwige stad te verzekeren.
+
+Ik heb het zelf geprobeerd. Op een klein plein in Rome verheft zich
+voor den voorgevel van een prachtig paleis de Fontana Trevi. De zeegod
+staat op zijn wagen, een reusachtige schelp, die door twee zeepaarden
+wordt getrokken. Door tritons geleid willen zij over den rand van de
+nagemaakte rotsen springen, waarover het water in hel-groene golven en
+witte stralen afstroomt, om beneden in een rond bassin saam te vloeien.
+
+Als de laatste avond van uw verblijf te Rome is aangebroken, begeeft u
+dan naar de Fontana Trevi. Hier werpt gij—voor de straatjongens—een
+klein geldstuk in het bassin; laat uw hand volloopen onder een der
+waterstralen en drinkt van het water van Rome—dan zal u de toovermacht
+van den zeegod gevangen houden, en uw ziel zal geen rust vinden,
+voordat gij nog eens uw schreden hebt gericht naar de Eeuwige Stad!
+
+
+
+
+
+
+
+
+39. POMPEJI.
+
+
+Weer eenige uren langs glinsterende rails en wij zijn te Napels. Ginds
+in het Oosten broedt de kegel van den Vesuvius, als een vuurspuwende
+draak over den zeeboezem, aan welks oever steden en dorpen en stralend
+witte landhuizen, zoo dicht naast elkaar liggen, als de kralen van een
+rozenkrans. Op de met lava geplaveide straten van Napels loopen wij
+rond en kunnen ons niet verzadigen aan het gezicht van de prachtige,
+bruine gezichten, de bonte, morsige kleederdrachten. Steeds weer zouden
+wij de melodieuse liederen willen hooren, die ter eere van het
+liefelijk Napels weerklinken. „Napels zien en dan sterven” is een
+Italiaansch spreekwoord, het wil zeggen dat voor hem die Napels niet
+zag, het leven geen waarde heeft!
+
+Wij gaan het nationaal museum binnen en nu verdwijnen voor ons het
+bonte leven daarbuiten op de straten, de blauwe Golf van Napels en de
+krans van groenende tuinen. Hier overweldigt ons het verleden, dat in
+een grootsche verzameling van kunstwerken, beelden en schilderijen uit
+Pompeji ons tegemoet treedt.
+
+In de zevende eeuw voor de geboorte van Christus, werd niet ver van de
+kust, aan de Golf van Napels, aan den zuidelijken voet van den Vesuvius
+de stad Pompeji gesticht. Ongeveer tachtig jaar voor onze tijdrekening
+kwam ze onder Romeinsche heerschappij en gedurende de volgende honderd
+vijftig jaren ontwikkelde zij zich in architectuur, taal en gewoonten
+tot een echte Romeinsche stad. Een muur met torens omringde de huizen
+en straten met haar 20.000 inwoners en bij het invallen van den nacht
+werden de acht stadspoorten gesloten. Op het voornaamste plein, het
+Forum, waar volksvergaderingen en feesten werden gehouden, verhief
+zich, tusschen open hallen en zuilengangen en een reeks marmeren
+beelden, de tempel van Jupiter.
+
+Op het tweede plein stonden het theater en een oude Grieksche tempel.
+
+Pompeji werd spoedig een lievelingsstad der aanzienlijke Romeinen, die
+in het stadsgebied zelf van Pompeji of in de wonderschoone omgeving
+ervan prachtige villa’s lieten bouwen. Een dezer villa’s, bij de
+noord-westelijke stadspoort, behoorde aan den beroemden redenaar en
+schrijver Cicero, die van tijd tot tijd in dezen, zijnen „Tusculum”,
+ontspanning zocht van het geraas en het onrustige leven in Rome. Men
+weet heel nauwkeurig dat hij zich hier het laatst ophield in het jaar
+44 na Christus, kort na den moord van den grooten Julius Caesar.
+
+Niet ver van de villa van Cicero liep noord-westelijk de „Weg der
+Graven”, die evenals de Appische heirweg aan beide zijden door
+grafmonumenten is begrensd, van de eenvoudigste gedenksteenen, tot de
+kostbaarste altaren en tempels; zij bevatten alle de urnen met het
+gebeente en de asch der dooden.
+
+De straten waren recht en regelmatig aangelegd, eenige breed, vele heel
+smal. Zij waren met lavazerken, geplaveid en verhoogde trottoirs liepen
+langs de huizen. Langs eenige straten waren aan beide zijden winkels,
+hier en daar was een rij steenen dwars over de straat gelegd, opdat de
+voetgangers na hevige stortregens, die destijds evenals nu nog alle
+wegen in kanalen en rivieren veranderden, droogvoets aan den anderen
+kant konden komen.
+
+Pompeji bezat vele baden, die prachtig en met de uiterste
+geriefelijkheid waren ingericht. Uit steen opgetrokken, waren zij koel
+en donker, en boden gedurende den warmen zomer een heerlijke
+verkwikking. Men legde zijn kleeren in de nissen van de ontkleedhal, en
+liep van het eene badkamertje naar het andere, om eerst een heet
+luchtbad, dan een warm bad, en eindelijk een koud bad te nemen. De
+muren van de kamer voor het koude bad waren met schilderijen versierd,
+die schaduwrijke bosschages en donkere wouden voorstelden; de blauw
+gewelfde zoldering was met gouden sterren bezaaid, en het zonlicht viel
+slechts door een klein rond venster naar binnen; daardoor geleek het
+bassin op een klein meer in een bosch, onder den vrijen hemel. Men liet
+zich door de badknechten masseeren en met welriekende oliën inwrijven.
+
+De huizen der welgestelde burgers waren met uitgezochten smaak, en
+grooten kunstzin ingericht. Naar de straatzijde toe was niet veel meer
+te zien dan kale, gelijkvormige muren, want de oude Romeinen wilden het
+heiligdom van hun tehuis niet laten ontwijden door het geraas der
+straat en de nieuwsgierigheid der voorbijgangers. Precies zoo is het
+ook nu nog, zooal niet in Italië en Griekenland dan toch in het gansche
+Aziatische Oosten. In het inwendige wordt daarentegen des te grooter
+pracht tentoongesteld. Hier stonden beelden en busten, onder open
+zuilengangen, geurende, weelderige bloembedden, en midden in de
+voornaamste zaal, in het „atrium” was in den mozaïeken vloer een
+marmeren bassin aangebracht. Door een vierkante opening in de zoldering
+boven het bassin, keken zon en maan binnen, en de regen vermengde vaak
+zijn droppels met de stralen van de steeds klaterende fontein.
+
+Indien de heer des huizes een gastmaal gaf, dan droegen slaven tafels
+aan, en terwijl ze op lange rustbedden lagen, gebruikten zij de
+overdadige spijzen; dronken, schertsten en luisterden onderhand naar de
+tonen der fluiten, citers en cimbalen en volgden met slaperige, door
+het gebruik van wijn verduisterde oogen de bewegingen van danseressen.
+
+Dat was een gelukkige tijd van ongestoorde rust voor Pompeji! Men
+genoot van de gaven der wouden, der tuinen en van de zee, dreef handel,
+vervulde zijn ambtsplichten en verzamelde zich voor beraadslagingen op
+het Forum, op welks steenen zerken de marmeren zuilen koele schaduwen
+wierpen. Wie dacht aan den nabijzijnden Vesuvius! Sedert duizenden
+jaren was de vulkaan reeds uitgebluscht en op oeroude lavastroomen
+stonden oeroude boomen en tegen de hellingen van den berg rijpten in de
+zon de heerlijkste druiven, waaruit nog tegenwoordig een wijn wordt
+geperst, die „de tranen van Christus” heet. De sage vertelt, dat de
+Heiland eens op zijn omwandeling op aarde, den Vesuvius heeft
+beklommen, en eerst is blijven staan in stomme bewondering over het
+heerlijke landschap dat de Golf van Napels omgeeft. Daarna zou Hij,
+door leed, over deze plaats der ijdelheid en der zonde bitter hebben
+geschreid. En juist op de plaats waar zijn tranen op aarde
+neerdruppelden, ontsproot een wijnrank, die haars gelijke niet had!
+
+
+
+
+
+
+
+
+40. ONDER DE ASCH VAN DEN VESUVIUS.
+
+
+Een jaar voor den brand van Rome werd Pompeji door een geweldige
+aardbeving geschokt, maar de bewoners vatten weer gauw moed en bouwden
+hun stad weer schooner en prachtiger op. Zestien jaren gingen voorbij,
+toen viel de meest vernietigende slag, die ooit een stad heeft
+getroffen sedert Sodom en Gomorrha door vuur uit den hemel werden
+verteerd.
+
+Plinius de Oudere, die ons een onsterfelijk natuur-wetenschappelijk
+werk heeft nagelaten, was destijds bevelhebber over de Romeinsche
+vloot; ze lag in de bocht van Napels voor anker, terwijl hij zelf
+vertoefde bij zijn zuster, op een plaats niet ver van Pompeji. Plinius
+de Jongere, zijn neef, een jonge man van achttien jaren, was eveneens
+bij zijn moeder te gast.
+
+De 24ste Augustus van het jaar 79 brak aan. De Vesuvius had zich zoo
+lang stil gehouden, maar nu kende zijn woede geen grenzen. In den loop
+van enkele uren begroef hij Pompeji en nog twee andere steden,
+Herculanum en Stabiae onder een regen van puimsteen en asch en onder
+een stroom gloeiende lava en heete modder. Onder hen die er het leven
+bij verloren behoorde ook Plinius de Oudere.
+
+Verscheidene jaren later schreef de geschiedschrijver Tacitus aan
+Plinius den Jongeren en verzocht hem eenig bericht te geven over den
+dood van zijn oom. Deze geschriften zijn nog bewaard. Plinius
+beschrijft hoe zijn oom beneden aan het strand door een regen van asch
+en zwaveldampen stikt. Hij zelf had gezien hoe vurige vlammen uit den
+krater opstegen en hoe de Vesuvius een zwarte wolk uitspuwde die zich
+omhoog, als de kroon van een pijnboom vertakte. Hij was met zijn moeder
+gevlucht in den voorhof van haar huis; maar toen de grond onder hun
+voeten begon te wankelen en de lucht zich met asch vulde, snelden zij
+met nog een menigte menschen weg. Zijn reeds bejaarde moeder smeekte
+hem zich toch door een haastige vlucht te redden, maar hij wilde haar
+niet alleen laten. „Dikke rookerige duisternis,” zoo luidt zijn
+beschrijving, „welfde zich dreigend boven ons. Zij overstroomde de
+aarde als een voortstormende rivier, en golfde achter ons aan. „Laat
+ons terzijde afslaan,” zeide ik, „zoolang wij nog kunnen zien, opdat
+wij onderweg niet vallen en in de duisternis, door hen, die ons volgen,
+worden vertreden.” Ternauwernood waren wij gelukkig aan het gedrang
+ontkomen, of diepe nacht omringde ons reeds, een nacht, niet alleen
+zonder maan of bewolkt, maar zooals hij in dichtgesloten ruimten
+heerscht, waar het licht is uitgebluscht.” Dan vertelt Plinius hoe de
+vluchtenden kussens op hun hoofd bonden om niet verpletterd te worden
+door neervallende steenen en hoe men onophoudelijk de asch van zich
+moest afschudden om niet door den last daarvan op den grond te worden
+gedrukt. Hij zelf bleef onder deze gebeurtenissen heel kalm, want hij
+was er van overtuigd, dat de geheele wereld nu ten onder moest gaan.
+
+Door deze uitbarsting van den Vesuvius werd Pompeji onder een dikke,
+zes meter hooge laag puimsteen en asch begraven. Nog vele jaren later
+gingen de bewoners van omliggende streken er heen om met spaden
+allerhande uit te graven. Maar daarna daalde Pompeji in den nacht der
+vergetelheid en sliep 1500 jaren onder de aarde. Maar na 1500 jaren
+werd de stad weer ontdekt en men begon opnieuw te graven. Akkers,
+moerbeiboschjes en landgoederen waren intusschen op het kleed van het
+geweldige bed van asch opgegroeid. Maar pas vijftig jaar geleden begon
+de navorsching van den nieuwen tijd met ernst de bedolven stad op te
+graven, en nu heeft men het reeds voor meer dan de helft gedaan.
+Tegenwoordig kan de vreemdeling ongehinderd door haar straten rijden,
+de oude winkels en baden inzien en de prachtige muurschilderingen in de
+paleizen der aanzienlijken bewonderen. De zuilen van den tempel van
+Jupiter, die zoo lang in ondoordringbaren nacht begraven waren—werpen
+nu weer, in de verblindende zon hun schaduw op dezelfde steenen zerken
+van het Forum als te voren. De Weg der Graven is opengelegd en jonge
+cypressen schieten omhoog tusschen de grafteekenen. De dooden, die voor
+den tweeden keer begraven werden, toen de Vesuvius zijn asch over hen
+uitspreidde, luisterden nu opnieuw naar de schreden van een jong
+geslacht, buiten op de straat.
+
+Maar de ongelukkigen, die levend onder den aschregen werden begraven,
+zijn lang tot stof vergaan, en toch zijn er nog en in de musea kunnen
+wij hen met verwrongen ledematen, het gelaat op den grond gedrukt, zien
+liggen precies in de houding, die zij innamen, toen zij neervielen en
+de asch hen bedekte. Want zoo bleven zij als in een gietvorm 1800 jaren
+liggen! Hun stof werd weer aarde, maar de ontstane ledige ruimte bleef
+bestaan, en als men gips in zulke holten giet, dan verkrijgt men een
+levendig afbeeldsel van die menschen in het oogenblik van hun dood!
+Hier ligt een vrouw, die voor haar huis is neergestort en krampachtig
+een buidel van goud en zilver met beide handen omklemd houdt; ginds een
+man, wiens hoofd zwaar op de ellebogen is neergevallen en daar een
+hond, die zich ineen heeft gerold, voordat hij stikte. Zoo is de
+slapende stad tot nieuw leven ontwaakt en de dooden zijn teruggekeerd
+uit het rijk der schaduwen.
+
+Onverbiddelijk heeft de spade alle geheimen van Pompeji onthuld; de
+asch heeft alles getrouw bewaard, tot zelfs de vluchtige invallen, die
+op de hoeken van huizen werden geschreven. Op een huis werd aangegeven,
+dat het vanaf den eersten Juli te huur was: „Mogelijke huurders worden
+verzocht zich tot den slaaf Primus te wenden.” Op een anderen hoek
+raadt een grappenmaker een kennis aan: „Loop heen en hang je op!” Een
+burger schrijft van zijn vriend: „Ik hoor tot mijn leedwezen, dat je
+gestorven bent.—Vaarwel!” Een andere muur draagt de vriendelijke
+aanmaning: „Hier is geen plaats voor luilakken, maak dat je wegkomt,
+jij, deugniet!” Het merkwaardigst zijn echter de woorden Sodom en
+Gomorrha, die stellig door een Jood tegen een huis werden ingekrast.
+Zelfs de schrijfoefeningen der schooljongens zijn nog tegen een muur te
+herkennen, pogingen in het Grieksche alphabet, hetgeen bewust dat de
+Grieksche taal een deel van het onderwijs uitmaakte. Oudere jongens
+hebben, precies als zij nu nog doen, verzen van voorname dichters
+ingekrast, en eens vindt men, met houtskool geschreven en nog maar voor
+de helft leesbaar: „Verheug u op het vuur, Christen!” Zoo bespotte men
+de martelaars, die met teer overgoten in den tuin van Nero als fakkels
+werden verbrand!
+
+De kunstschatten, schilderijen en beeldhouwwerken, die men te Pompeji
+heeft uitgegraven, hebben met den geheelen aanleg der stad, haar
+bouwtrant en haar inschriften een licht over het leven der Oudheid
+geworpen, dat men te voren nooit had vermoed. Maar nog een veel
+rijkeren oogst voor de wetenschap verwacht men uit het bed van lava en
+slib, dat Herculanum, de stad die naast Pompeji lag, bedekt. Maar op
+dien bodem zijn intusschen twee steden verrezen, die eerst verwijderd
+zouden moeten worden als ook Herculanum uit zijn eeuwigen slaap gewekt
+zou worden.
+
+Vaarwel, Pompeji en Napels!
+
+Wij gaan in gedachten op een schip dat ons over de Golf van Napels
+draagt. Rechts laten wij het verrukkelijke eiland Capri achter ons. Aan
+de noordelijke zijde ervan kan men liggend in een platte roeiboot, of
+zwemmend een rotsopening, die niet hooger is dan een meter, voorbij
+gaan, die toegang geeft tot de Blauwe Grot. Zij werd in 1826 door twee
+Duitsche schilders ontdekt. Daarbinnen strekt zich een stille,
+kristalheldere watervlakte uit, meer dan vijftig meter den berg in en
+het gewelf boven den waterspiegel is vijftien meter hoog. De eenige
+verlichting van het inwendige der grot, is de reflectie der kleur van
+den hemel en van de zee in de grot, van welker gewelf en wanden
+druipsteenen als ijskegels neerhangen—alles blauw. Dompelt men een
+roeispaan of de hand in het water dan glinstert zij, door de reflectie
+van den witten zandbodem, zilverwit. Maar men kan het slechts bij kalm
+weer wagen er in te varen, anders zou de boot tegen de rotsachtige
+zoldering verpletteren. Slechts moedige bewoners van Capri wagen er
+zich ook bij hooge zee in, met groote handigheid en vlugheid boegseeren
+zij hun boot tusschen twee golfslagen in de grot.
+
+Aan onze linkerhand verbergt een landtong de witte huizen en
+olijftuinen van Sorrent, een kleine stad, die door groote dichters werd
+bezongen. Daarna stevenen wij op de turkoois-blauwe watervlakte van de
+Tyrrheensche zee verder. In het Zuiden duikt het rotseiland Stromboli
+uit de golven op, met zijn vuurspuwenden op een vuurtoren gelijkenden
+vulkaan. In de straat van Messina zijn wij tusschen de kusten van
+Calabrië en Cicilië, die zoo vaak door ontzettende aardbevingen werden
+verwoest. Maar nu gaat het naar buiten, in de groote, open
+Middellandsche Zee. Achter ons verdwijnt Italië en daarmede Europa aan
+den horizon, en wij schommelen naar het Oosten, naar het land der
+pharao’s.
+
+
+
+
+
+
+
+
+41. EGYPTE.
+
+
+Ik herinner mij nog alsof het gisteren gebeurde, den dag in het jaar
+1885, toen de telegraaf over de gansche aarde de treurmare bracht, dat
+Chartoem gevallen en Gordon Pacha, de gouverneur van Soedan omgekomen
+was! Zelden werd de geheele wereld zoo diep getroffen door den dood van
+een man.
+
+Gordon was een Schot, maar werd in 1833 in een der voorsteden van
+Londen geboren, en reeds als jonge luitenant bij de genie, hoorde hij
+onder de muren van Sebastopol het oorlogsgedonder dreunen. Als
+dertigjarig majoor voerde hij het bevel over het keizerlijk leger in
+China en onderdrukte den schrikkelijken Taiping-opstand, die sedert
+1851 in de provinciën aan de blauwe Rivier woede. In anderhalf jaar had
+hij de rust hersteld.
+
+Nadat hij eenige jaren, gedeeltelijk in zijn geboorteland, gedeeltelijk
+in de landen van het Oosten had doorgebracht, trad hij in 1874 in
+dienst van den Khedive, den onderkoning van Egypte. De Khedive Ismail
+was een energiek man met vooruitstrevende plannen. Hij wilde zijn rijk
+uitbreiden tot aan de groote meren van den aequator, waar men meende
+dat de Nijl moest ontspringen, en Gordon zou over een provincie
+regeeren, die haar naam, Aequatoria, naar den aequator draagt. Vlak ten
+Zuiden van Caïro, de grootste stad van Afrika, de hoofdstad van Egypte,
+begint een hoogland, dat zich van het Noorden naar het Zuiden bijna
+over het geheele vasteland uitstrekt. In Abessinië verheft het zich tot
+aanzienlijke hoogte en rondom den aequator, verheft het zich tot
+Afrika’s hoogste bergtoppen. Als een scherm houdt dit gebergte allen
+regen verre van Egypte en groote deelen van Soedan. De waterdampen, die
+de passaatwind des zomers over Abessinië heendrijft, veranderen in de
+bergstreken van dit land in regen en sneeuw en de wind komt droog naar
+Nubië en Egypte. Wat aan vochtige massa’s uit den warmen Indischen
+Oceaan opstijgt en door den passaatwind naar het Noordwesten wordt
+gedreven, verandert gedurende acht maanden van het jaar in water, in de
+gebergten bij den aequator, en zoo ontvangt het Nijldal ook van daar
+geen neerslag. De bodem blijft hoog en ontzaglijke gebieden zijn
+woestenijen, waar bronnen slechts op groote afstanden van elkaar
+liggen. Maar gedragen door de winden van den Indischen Oceaan, ruischt
+de regen op de Oost-Afrikaansche gebergten neer en verzamelt zich daar
+tot geweldige rivieren. De Atbara en de Blauwe Nijl stroomen uit
+Abessinië neer en veroorzaken in den herfst de bekende overstroomingen
+van den Nijl; gedurende het overige deel van het jaar zorgt de Witte
+Nijl voor de bewatering van Egypte. Zoo gedijt het land ook zonder
+regen, en ontelbare kanalen bevruchten in zijn plaats de akkers in
+welker, krachtigen, moerassigen slibbodem ontelbaar veel graansoorten;
+tarwe, mais, gerst en durrha (negergierst), groenten als boonen en
+erwten en veel dadelpalmen welig groeien en suikerriet en
+katoenstruiken, zich steeds meer uitbreiden. Van uit een ballon gezien
+zouden deze akkers, die palmen en vruchtboomen zich afteekenen langs de
+rivier als een groene band, terwijl het geheele overige gebied er geel
+en grauw zou uitzien; want het bestaat slechts uit droge
+zandwoestijnen.
+
+Zoo is de Nijl voor Egypte de gewichtigste levensvoorwaarde. Daarvan
+vertelt de geschiedenis van de verste Oudheid ons reeds. Want Egypte is
+een der oudste cultuur-centra der aarde. Wie duizelt niet bij de
+gedachte, dat de eerste koning van wien gegevens uit de Oudheid worden
+medegedeeld 3200 jaren voor de christelijke jaartelling heeft geleefd
+en dat de groote piramide bij Giseh 4600 jaren oud is! Het grafgewelf
+ervan is in de vaste steenmassa ingemetseld en daar staat tegenwoordig
+nog de sarcophaag van rood graniet van koning Cheops. Twee millioen
+300.000 steenblokken, elk tien kubieke meter groot, zijn noodig geweest
+om voor een vergankelijk koning een onvergankelijk grafteeken op te
+richten! Het gaat door voor het grootste bouwwerk, wat ooit door
+menschenhanden werd opgericht. Gebouwen van onzen tijd schrompelen
+daarnaast tot niets ineen. Slechts de lange Chineesche muur zou er
+zich, wat omvang betreft, mede kunnen meten, maar hij is vervallen en
+voor het grootste deel van de aarde verdwenen, terwijl de piramide van
+Cheops er nog altijd als voor duizenden jaren staat, nu eens door de
+zon verwarmd, dan weer door het maanlicht beschenen, of als een
+sprookjesachtige verschijning te midden van den duisteren, lauwwarmen
+nacht.
+
+Twee duizend kilometer ten zuiden van de hoofdstad van Egypte eindigt
+de woestijn en vandaar bedekken geweldige moerassen en dicht riet den
+grond. Dit is Soedan, „het land der zwarten”. Op de landpunt, in welks
+hoek de Witte en de Blauwe Nijl samenvloeien, lag Chartoem, de eenige
+stad van Soedan, tot waar handelswegen van alle kanten heenleidden, en
+waar de waren nooit onverkocht bleven liggen. Naar de kostbare veeren
+van den snelvoetigen struisvogel was toch ter versiering der
+Europeesche dameshoeden steeds groote navraag en eveneens naar het
+kostbaar ivoor van de Afrikaansche olifanten die grooter en krachtiger
+zijn dan hun Indische neven en die bij kudden worden neergeschoten of
+in het woud in valkuilen worden gevangen. Maar het handelsartikel dat
+het meest op prijs werd gesteld, en langs Chartoem ging, dat waren de
+slaven, „het zwarte ivoor”, zooals hun hartelooze Arabische handelaars
+hen noemden. Het vervoer der olifantstanden door paarden of ossen was
+te duur, daar vele dieren bezweken onder de steken van de giftige
+vliegen. Daarom moest het ivoor door menschen worden gedragen en zoodra
+deze hun diensten hadden bewezen, werden zij zelf naar Egypte, Rome,
+Syrië en Turkije verkocht. Wouden en woestijnen waren niet
+onuitputtelijk, ivoor en struisveeren konden eens een einde nemen; voor
+uitsterven van negers behoefde men niet te vreezen. Sedert voor drie
+honderd jaren, een Engelsen kapitein de eerste scheepslading slaven
+naar Amerika bevrachtte, heeft deze schandelijke handel tot in den
+modernen tijd als een vloek gerust op het werelddeel der zwarten.
+
+
+
+
+
+
+
+
+42. MET GORDON DEN NIJL OP.
+
+
+Gordon had het stadhouderschap van de nieuwe provincie, niet ver van de
+bronnen van den Nijl op zich genomen in de hoop den slavenhandel
+eindelijk te kunnen uitroeien of althans eenigszins de jacht op zwarte
+mannen en vrouwen te stuiten. Hij voer van Caïro over de Roode Zee naar
+Soeakin, reed naar Berber aan den Nijl en werd daar door den generaal
+gouverneur der provincie Chartoem met grooten luister ontvangen. Hier
+vernam hij dat de Nijl nog 1500 kilometer verder zuidelijk bevaarbaar
+was en hij dus zijn reis zonder oponthoud kon voortzetten.
+
+De Nijl bood aan Gordon’s stoomboot den uitnemendsten weg. Maar
+dezelfde rivier kan voor den reiziger ook een onoverwinnelijken
+hinderpaal zijn. Want na den regentijd treedt ze buiten haar oevers en
+vormt een onontwarbaar doolhof van zijarmen, meren en moerassen.
+Tusschen ondoordringbare bosschen van riet en velden van
+papyrusstruiken is de vrije waterweg dikwijls niet meer dan een nauwe
+doortocht. De wortels der grootere planten maken zich los uit het slik
+en pakken zich samen met stengels en aarde tot koeken, die dan door het
+aandringende water naar het Noorden worden gedreven. In smalle
+openingen of bij scherpe bochten blijven ze hangen en telkens worden
+weer nieuwe van deze eilanden aangespoeld en botsen tegen ze aan. Zoo
+stuwden zij het water der rivier op, en tusschen deze natuurlijke
+dammen vormt het water meren. Zulke gezwellen van drijvende en
+vastrakende, verrottende vegetatie noemt men „Sedd”, en hoe sterker de
+regen is, des te grooter is deze stroomafwaarts gedreven slibmassa.
+Eindelijk weeken de hardgeworden koeken weer, bezwijken voor den druk
+van het water en dan is de Nijl weer bevaarbaar.
+
+Langzaam gleed Gordon’s stoomboot stroomopwaarts en drong steeds dieper
+in de tot nu toe onbekende wereld van het tropisch Afrika. Aan den
+oever schommelden de waaiers der papyrusstruiken boven het riet. Uit
+het merg van den papyrus bereidden de oude Egyptenaren een stof, het
+papier, waarop zij hun kronieken neerschreven. Tusschen de struiken zag
+de bemanning van de stoomboot de zwarte inboorlingen en zwervende
+scharen luid schreeuwende apen. De nijlpaarden, op zwemmende eilanden
+gelijkend, vertoonden zich slechts bij nacht, als zij het ondiepe water
+opwoelden. Achter de weelderige vegetatie van de oevers strekten zich
+eindelooze grassteppen uit, met hun groot aantal dieren, en hun
+schaarsche bosschen.
+
+Na vier dagen en vier nachten gleed de stoomboot het eiland Abba
+voorbij. Hier woonde in zijn grot een bedelmonnik, de derwisch Mohammed
+Ahmed, en deze eenvoudige man wierp zich later op tot beheerscher van
+Soedan en zijn fanatieke scharen zouden tien jaar later Gordon’s
+moordenaar worden!
+
+Midden April bereikte Gordon Gondokoro, een kleine plaats, die
+tegenwoordig op de grens van Soedan en Britsch-Oost-Afrika ligt. En nu
+begon hij als stadhouder van de aequator-provincie zijn werkzaamheid.
+De Egyptische soldaten die hier en in twee andere plaatsen aan den Nijl
+in garnizoen lagen en op eigen hand een rooversleven leidden, voedde
+hij op tot nuttigen arbeid met ploeg en spade, de slavenjagers die men
+meester kon worden, werden gevangen genomen en de slaven bevrijd.
+Overal stond Gordon de armen bij, beschermde de hulpeloozen en zond aan
+de hongerenden durrha.
+
+De hitte was ontzettend en misschien nog erger de wolken bloeddorstige
+muggen, door welke Gordon en zijn metgezellen werden geplaagd. Maar
+toen in September de regen begon te vallen en de geheele streek in een
+moeras veranderde, werd hun toestand nog gevaarlijker, want uit deze
+moerassen stegen moordende koortsdampen omhoog. Na een maand waren
+reeds zeven van Gordon’s officieren aan de koorts overleden, maar hij
+zelf werkte onverpoosd aan zijn taak. „Als God wil, zal ik in dit land
+veel uitrichten”, schreef hij in zijn dagboek.
+
+Spoedig zag hij, dat de beste streken van zijn provincie aan de groote
+meren in het Zuiden lagen. Maar de provincie Aequatoria was te ver van
+Egypte verwijderd; zij hing als aan een oneindig lang koord, den Nijl.
+En van het Victoria-Niansa—het grootste meer—tot aan Caïro waren het in
+rechte lijn 3500 kilometer. Des te korter was de weg naar Mombasa, aan
+de Oostkust. Gordon raadde daarom den Khedive aan Mombasa te veroveren
+en vandaar uit een weg naar het Victoria-Niansameer aan te leggen.
+Daardoor zou de bestrijding van den slavenhandel aanmerkelijk veel
+gemakkelijker zijn geweest. Met vurige woorden schilderde hij hem in
+brieven den toestand in Soedan en deze brieven deden den Khedive de
+oogen opengaan over dingen, waarover hij uit den mond zijner pacha’s
+nooit de waarheid had vernomen.
+
+Gordon wilde allereerst een stoombootdienst instellen naar de meren;
+toen de Nijl begon te stijgen, kwamen de stoombooten aan. Nu ging het
+verder naar het Zuiden. De inboorlingen sloegen deze expeditie echter
+met haat gade en vreesden de Egyptische overheersching. Zij beproefden
+het verder doordringen van den „Witten Pacha” te verhinderen, het was
+Gordon zeer pijnlijk de wapenen tegen hen te moeten keeren. Zij
+verlangden verder niets dan in hun woestijnen en bosschen met rust te
+worden gelaten, en het doel van den indringer was hen onbegrijpelijk.
+Gewelddaden stond Gordon echter aan zijn manschappen niet toe. Gestolen
+vee moesten zij weer teruggeven en de dochter van een hoofd, die zij
+gevangen genomen hadden, liet hij met kostbare stoffen en gewaden
+tooien en onder ridderlijke bescherming weer naar huis brengen. In
+tegenstelling van alle andere Europeanen kende hij noch haat noch
+wreedheid; vandaar zijn merkwaardige macht over de wilden van Afrika,
+precies zooals hij tien jaren vroeger over de Chineezen had gehad!
+
+Na groote moeielijkheden bereikte hij eindelijk het noordelijkste der
+Nijl-meren, het Albert-Niansameer. Het bereiken van dit doel was een
+heldendaad. Maar tot aan het Victoria-Niansameer door te dringen
+gelukte hem niet, want de beheerscher van het land tusschen de meren
+duldde geen indringers noch blanke, noch Arabieren.
+
+
+
+
+
+
+
+
+43. DE WITTE PACHA.
+
+
+Drie jaren lang werkte Gordon aan den Boven-Nijl, in de nabijheid van
+den aequator. Gedurende de volgende drie jaren vinden wij hem verder
+noordelijk als stadhouder van het geheele Egyptische Soedan; Chartoem
+is z’n hoofdstad. Zijn provincie is 2000 kilometer breed, vanaf de
+Roode Zee tot aan de Sahara en haar uitgestrektheid naar het Noorden en
+Zuiden is niet minder.
+
+Het geheele land bevindt zich in opstand. De Khedive van Egypte heeft
+met den koning van het christelijk Abessinië een ongelukkigen oorlog
+gevoerd en de Mohammedaansche rijken: Kordofan en Darfoer in Westelijk
+Soedan zijn tegen hem opgestaan. Juist in dit deel van de provincie van
+Gordon doorkruisen half wilde Bedouïnen-stammen de woestijn, eenige van
+de boosaardigste slavenhandelaars hebben daar hun holen.
+
+In Mei 1877 beklimt Gordon zijn vluggen dromedaris voor een reis van
+3300 kilometer. Hij zelf wil de dorpen en tentkampen der
+slavenhandelaars in het ver verwijderd Darfoer opzoeken, ondanks het
+warme jaargetijde. Troosteloos strekt zich naar alle kanten de woestijn
+uit, grauwgeel, stoffig en droog. Als de zon de middaghoogte heeft
+bereikt, verdwijnt de schaduw van den dromedaris bijna onder het dier.
+
+De eene mijl na de andere jaagt de Witte Pacha over het woestijnzand op
+zijn prachtig rijdier, dat in geheel Soedan beroemd is. Eenige
+honderden Egyptische ruiters volgen hem, maar ze blijven ver achter,
+alleen de gids is in staat hem bij te houden. Geheimzinnig en
+onverwacht als de wind stuift hij verder, en houdt voor de poort eener
+oase stil nog voordat de wacht zijn geweer kan presenteeren. En nadat
+hij uit naam van den Khedive zijn bevelen heeft uitgedeeld, verdwijnt
+hij even geheimzinnig; niemand weet waarheen. In een andere 500
+kilometer verder liggende oase, heeft men bericht van zijn reis
+ontvangen, en de hoofdman heeft wachten uitgezet, die de nadering van
+den Witten Pacha moeten melden. Geel en zandig strekt zich in het rond
+de door de zon doorgloeide woestijn uit, evenals de spiegel der zee;
+mijlen ver moet men elken reiziger kunnen zien. Daar meldt de wacht
+twee zwarte punten in het verschiet. Dat kunnen niet anders dan de
+voorrijders van den pacha zijn, en het zal nog wel uren duren, voordat
+hij zelf met zijn troepen aankomt. De beide punten worden grooter en
+naderen snel; de lange pooten van den dromedaris glippen over den
+woestijngrond, zij vliegen als op onzichtbare vleugelen. Daar zijn zij
+reeds aan den rand van de oase, en de bewoners vertrouwen hun oogen
+niet; de een der beide aangekomenen draagt de goudgeborduurde uniform
+van den Egyptischen Pacha! Zonder vaandels en militaire muziek en al
+den uiterlijken glans van z’n positie. Nooit had men in Soedan zoo een
+stadhouder zien reizen.
+
+Even raadselachtig gauw is hij ook weer verdwenen; in onveilige
+plaatsen legt hij bezetting; in andere streken bezet hij de paden die
+naar de bronnen leiden, om oproerige stammen tot onderwerping te
+dwingen. Met ijzeren gestrengheid breekt hij de macht der opperhoofden,
+die nog slavenhandel drijven. Hij bevrijdt een menigte zwarte slaven en
+vormt hen tot soldaten, want hij heeft manschappen noodig; de
+krijgslieden van zijn gevolg zijn slechts het schuim van Egypte en
+Syrië. Met een handvol mannen volbrengt hij goed gerichte aanvallen
+tegen de zwakste punten van den vijand en overwint steeds. In vier
+maanden heeft hij het oproer onderdrukt en de heerschappij der
+slavenhandelaars gebroken!
+
+Het spoedig tot rust brengen van West-Soedan, was eveneens een
+heldendaad en het is nauwelijks te begrijpen, hoe Gordon bijna
+alleenstaand tegenover talrijke oproerige stammen, ze heeft volbracht.
+Door zijn ontzaglijke snelheid en verrassende alomtegenwoordigheid,
+deed hij de menschen gelooven, dat hij over heerscharen te beschikken
+had, terwijl hem slechts eenige honderden mannen ten dienste stonden en
+door zijn onwankelbare kalmte en zijn groot overwicht verlamde hij
+elken aanslag.
+
+Een karavaan met slaven trekt door de woestijn. In lange rijen komen de
+zwarte mannen aanloopen, die tot den zwaren arbeid der lijfeigenschap
+veroordeeld zijn en de jonge meisjes, die voor de harems van Egypte en
+Turkije bestemd zijn, gedreven door hun Arabische meesters, als vee,
+met zweepslagen aangezet en dikwijls in den dood gedreven. Gedurende de
+warmste uren van den dag wordt aan de van honger en dorst
+versmachtenden toegestaan uit te rusten, maar de woestijn biedt geen
+schaduw en zoo liggen zij midden in de gloeiende middagzon halfdood van
+uitputting. En dan suist de zweep weer op de naakte ruggen neer, en in
+de avondkoelte worden zij verder naar het Oosten gedreven.
+
+Daar nadert in een stofwolk de Witte Pacha. De tirannen vluchten als
+kaf voor den wind, alle banden worden losgemaakt, alle honger gestild,
+de mannen worden gewapend. Voor een troep slaven heeft het uur der
+bevrijding geslagen!
+
+Zoo zuiverde Gordon geheel westelijk Soedan. Ten laatste bleef alleen
+nog Dara in Zuid-Darfoer over. Hier hadden zich de machtigste
+slavenkoningen, tot weerstand, verzameld. Maar als de bliksem viel hij
+op zekeren dag hun tentkamp binnen. Zij hadden hem gemakkelijk om het
+leven kunnen brengen; met bovenmenschelijke kalmte ging hij alleen
+tusschen hun tenten rond, en niemand waagde het hem aan te raken. Toen
+zijn troepen aankwamen, liet hij de opperhoofden in zijn tent komen en
+stelde hen daar zijn voorwaarden: het neerleggen der wapenen en
+terugtrekken naar hun haardsteden. En de een na den ander gehoorzaamde
+en ging stil zijns weegs.
+
+Wie was deze buitengewone man, die zijn scepter over een land zwaaide,
+dat grooter was dan alle koninkrijken van Europa te zamen; Arabieren,
+Egyptenaren en negers, onderdrukkers en onderdrukten vreesden en
+bewonderden hem evenzeer! Hij reed op zijn snelvoetigen dromedaris
+sneller dan de roofzuchtige Bedouïn en haalde zelfs den struisvogel in
+aan den rand van de Libysche woestijn! Geen gevaar schrikte hem af.
+Rechtvaardigheid en bescherming van de zwakken, daarin bestond zijn
+leven en hij verlangde geen loon. Een pacha, die zijn macht niet
+gebruikt tot afpersingen—van zoo een had men nog nooit gehoord! De
+herinnering aan Gordon zweeft nog heden als een lied en een sage over
+de troostelooze woestijn!
+
+Wat bereikte Gordon door zijn rustelooze jacht voor het geluk der
+zwarten? De slavenhandel wortelde als een onkruid veel te diep in
+Afrika’s aarde, om opeens uitgeroeid te kunnen worden. Ternauwernood
+was Gordon naar Chartoem teruggekeerd, of de slavenhandelaars begonnen
+hun schandelijk bedrijf opnieuw. En toch gaf hij de hoop niet op.
+„Stuur mij een man,” zoo schreef hij in zijn dagboek, „die geld, roem
+en onderscheidingen veracht, die geen hoop meer koestert zijn
+geboorteland terug te zien, en tot God opziet als de bron van het goede
+en den wreker van het kwade, een man met gezond lichaam en ijzeren
+karakter, die den dood beschouwt als den bevrijder van alle ellende—ik
+neem hem in mijn dienst. Indien gij zoo een niet vindt, laat mij dan
+alleen! Ik heb genoeg aan mijzelf te dragen; ik heb geen bagage
+noodig!”
+
+Van uit zijn groot paleis te Chartoem regeerde Gordon zijn geweldige
+provincie en richtte nieuwe slagen tegen den slavenhandel. Dikwijls lag
+hij, als in September na de zomerwarmte de koortstijd begon, in hooge
+koorts ijlend op zijn legerstede, of zwierf rusteloos door zijn eenzame
+zalen, steeds nieuwe plannen smedend om de zwarten te redden. Voor hem
+had het leven geen waarde, als hij het niet gebruiken kon om het lijden
+van anderen te verminderen.
+
+Bij de wisseling van het jaar gistte het weer aan alle kanten. De
+provincie Bahr el-Ghasal, die uit haar binnenland den Witten Nijl
+talrijke zijrivieren toezendt, was in opstand, en Abessinië dreigde met
+oorlog. In Bahr el-Ghasal regeerde Ziber, een machtig Arabisch
+opperhoofd; deze had de brandfakkel tegen Egypte ontstoken en nu
+dreigde de beweging zich over geheel Darfoer uit te breiden. Het
+opperhoofd kocht bij de negerstammen in het hartje van Afrika een
+menigte slaven, om hen als soldaten tegen Egypte te gebruiken. De
+negers zelf hebben altijd den slavenhandel vergemakkelijkt; als de
+stammen onder elkaar met bogen, speren en schilden, vervaardigd van de
+huid van nijlpaarden, oorlog voerden, dan aten zij hun verslagen
+vijanden op en verkochten de gevangenen als slaven. Daarom viel het aan
+het Arabisch opperhoofd gemakkelijk manschappen te krijgen. Maar
+Gordon’s waakzaamheid verijdelde zijn plannen.
+
+Ternauwernood was de rust weer hersteld, of Gordon ontving het bericht
+dat Khedive Ismail Pacha afgezet was, en een nieuwe Khedive het lot van
+Egypte bestuurde. Nu spoedde hij zich naar Kaïro en verzocht om zijn
+ontslag. Maar de nieuwe Khedive kon hem niet missen, en drong bij hem
+aan, dat hij bleef. Gordon liet zich overhalen en begaf zich nu, in
+opdracht van den nieuwen Khedive, naar koning Johannes van Abessinië,
+om te zien of de dreigende oorlog niet was af te wenden. Maar de koning
+behandelde hem met minachting en stelde onaannemelijke voorwaarden.
+Daarom keerde Gordon naar zijn hoofdstad Chartoem terug. Maar op het
+oogenblik, dat hij de grenzen van Soedan had bereikt, werden hij en
+zijn metgezellen door Abessinische ruiters gevangen genomen, die hem
+dwongen Soedan te verlaten en door de met sneeuw bedekte bergen van
+Abessinië den terugtocht naar de kusten van de Roode Zee te ondernemen.
+
+Zoo keerde hij weer naar Kaïro terug. Nijd en afgunst begluurden elk
+zijner schreden. Vele Europeanen haatten en vreesden hem ook. Want
+Egypte moest immers tot wanhoop worden gedreven; maar Gordon steunde
+den Khedive. In zijn eigen vaderland, Engeland, werd hij belasterd en
+zijn particuliere correspondentie met den Khedive werd in de dagbladen
+openbaar gemaakt. De een noemde hem krankzinnig, de ander een
+gevaarlijk avonturier. En toch was Gordon een der grootste en edelste
+mannen, die ooit heeft geleefd.
+
+Spoedig daarop vinden wij hem in Bombay. Hier ontving hij een telegram
+van den grooten staatsman Li-hung-tschang, die hem verzocht, dadelijk
+naar Peking te komen. Rusland bedreigde China met den oorlog en China
+dacht er nog aan, dat Gordon den Taiping-opstand had onderdrukt.
+Werkelijk gelukte het hem weer door verstandigen raad, het krijgsgevaar
+af te wenden, en hij leerde den Chineezen hoe zij hun verdediging
+moesten inrichten.
+
+Welk blad van Gordon’s levensgeschiedenis wij ook opslaan, ze schijnt
+ons steeds een heldensage toe. Na zijn terugkeer uit China vertoefde
+hij in Ierland, daarna in Engelschen dienst, op het eiland Mauritius in
+het Oosten van Madagascar, en spoedig daarop in Zuid-Afrika. In het
+einde van 1882 was hij weer in Engeland en een jaar daarna dwaalde hij
+eenzaam en vergeten door de straten van Jeruzalem. Hij zocht alle
+plaatsen op, waar de Heiland had geleefd en geleden, alsof hij zich
+door dezen pelgrimstocht wilde voorbereiden op het laatste jaar van
+zijn merkwaardig leven.
+
+
+
+
+
+
+
+
+44. DE ONTRUIMING VAN SOEDAN.
+
+
+Intusschen waren gewichtige gebeurtenissen in Egypte voorgevallen.
+Engeland had schepen en soldaten naar het land van den Khedive
+uitgezonden, en in Egypte de macht aan zich getrokken. Mohammed Ahmed,
+de koning der derwischen, die vroeger op het kleine Nijleiland Abba
+woonde, had zich uitgegeven voor een Godsgezant, tot redding der
+onderdrukten, als Mahdi of Messias van den Islam. In het Mohammedaansch
+Soedan heerschte overal ontevredenheid, want Egypte had toch eindelijk
+den slavenhandel verboden. Al de ontevreden stammen verzamelden zich
+onder het vaandel van den Mahdi. Zijn doel was het afschudden van het
+Egyptische juk, en als een brand der steppen vloog zijn oproep tot den
+heiligen krijg door geheel Noord-Afrika. Met verstand en energie
+tooverde hij uit het rampzalig Soedan zulk een machtig rijk, dat
+Engeland in zorg geraakte. Een leger van 10000 Egyptenaren, dat
+gedeeltelijk onder Engelsch bevel stond, werd, toen het Kordofan wilde
+veroveren, zoo volkomen door de opgezweepte scharen van den Mahdi
+vernietigd, dat er nauwelijks een ooggetuige overbleef van deze
+gebeurtenis. Wapenen en ammunitie van dit leger beteekenden voor de
+overwinnaars een welkome versterking.
+
+De positie van de Engelsche regeering was nu moeilijk. Soedan moest
+veroverd of ontruimd worden. Men besloot het te ontruimen, maar in
+Chartoem en in verschillende andere plaatsen aan den Aequator lag nog
+Egyptisch garnizoen. Hoe zou men die uit de macht van den Mahdi redden
+en den Nijl afvoeren?
+
+Daar herinnerde men zich den man, die Soedan het best kende en alleen
+in staat zou zijn, deze reuzentaak, de redding van die garnizoenen, te
+volvoeren! En toen in het einde van 1883 de nieuwe jobstijding kwam,
+dat de Mahdi weer een Egyptisch leger, onder Engelsch commando, had
+vernietigd, verzocht de Engelsche regeering aan Gordon, deze taak op
+zich te willen nemen! Gordon verklaarde zich bereid en reisde dadelijk
+naar Kaïro.
+
+Vandaar begon hij zijn laatste reis den Nijl op. Achter hem verdwenen
+de prachtige moskeeën en minaretten van Kaïro, van welker galerijen de
+priesters tot het gebed oproepen en de oeroude pyramide van Cheops
+onttrok zich aan zijn oogen, achter heuvelen en palmboomen. In Korosko,
+aan de noordelijke spits van de groote S-vormige kromming van den Nijl,
+beklom hij zijn dromedaris en vervolgde het smalle, slingerende pad,
+dat sinds duizenden jaren door de droge beddingen van de Nubische
+woestijn, over verweerde vulkanische heuvels en door duinen van
+verstikkend zand leidt. Wat was hij gelukkig, toen hij nu weer de
+schreden van zijn dromedaris in het woestijnzand kon beluisteren; Alsof
+de vlugge gang van zijn rijdier hem regelrecht naar het verlangde doel
+moest voeren! Zoo was hij duizenden mijlen door Soedan gereden, toen
+hij nog voor de bevrijding der slaven streed. Nu had hij slechts de
+eene gedachte, de bedreigde garnizoenen te redden, ook al moest het
+zijn eigen leven kosten.
+
+De garnizoenen in zekerheid brengen! Dat klonk zoo eenvoudig. Maar in
+werkelijkheid was het een hopelooze opdracht. Chartoem ligt pas op de
+helft van den weg naar den aequator, en het grootste deel van het
+geheele land was in de macht van den Mahdi. Toch geloofde Gordon door
+snel handelen zijn taak te kunnen vervullen, en zoo niet, dan wilde hij
+in elk geval zijn plicht doen.
+
+Op den weg naar Abu Hammed, die de noordelijke bocht van den Nijl
+afsnijdt, reed Gordon door de Nubische woestijn, bereikte gelukkig Abu
+Hammed, en trok dan Nijlopwaarts verder over Berber naar Chartoem.
+Ondanks den oorlog was de geheele weg vrij.
+
+De vanzelfsprekende taak van de Engelsche regeering, die een der der
+grootste zonen van haar land naar Chartoem zond om vele duizenden
+menschenlevens te redden, zou zijn geweest, bezetting naar Korosko, Abu
+Hammed en Berber aan den Nijl te zenden, om den terugtocht der
+garnizoenen te dekken! Maar inplaats daarvan redeneerden de Engelsche
+ministers en Egyptische pacha’s, de gezanten generaals en ingenieurs
+over en weer, kibbelden over kleinigheden, beproefden elkaar de loef af
+te steken en vergaten daardoor de eenvoudigste van alle
+voorzorgsmaatregelen, die binnen een maand uitgevoerd hadden kunnen
+worden en het minst gekost zouden hebben! Inplaats van dit beraamde men
+het plan een spoorlijn aan te leggen van de Roode Zee naar den Nijl;
+maar de ingenieurs rekenden eindelijk uit, dat de aanleg twee jaren zou
+duren en het water, dat men van de zee naar de woestijn zou moeten
+oppompen, zou zoo duur worden, dat men even goed de stoomketels der
+locomotieven met champagne zou kunnen vullen! Genoeg, Korosko, Berber
+en Abu Hammed bleven zonder verdedigers, en daarmede waren Gordon en de
+garnizoenen aan hun lot overgelaten!
+
+
+
+
+
+
+
+
+45. IN DE MACHT VAN DEN MAHDI.
+
+
+Den 18den Februari 1884 trok Gordon voor den tweeden keer als
+stadhouder van Soedan Chartoem binnen, en nam weer zijn intrek in zijn
+oude paleis. Wreedheid en onrecht van allerlei aard hadden, gedurende
+de jaren zijner afwezigheid, om zich gegrepen. Nu opende hij de deuren
+der overvolle gevangenissen, onbetaalde belastingpapieren werden
+verbrand, allerhande martelwerktuigen gebroken en in den Nijl geworpen.
+Daarna begon hij met de ontruiming der stad. Ongeveer 3000 vrouwen en
+kinderen werden naar Abu Hammed en door de Nubische woestijn naar
+Korosko gezonden; zij kwamen daar nog zonder gevaar en waren gered.
+Langs denzelfden weg zou het oprukken van troepen uit Egypte een
+kleinigheid zijn geweest. In plaats daarvan zond Engeland een expeditie
+naar Soeakin, om aan de Roode Zee een vast standpunt te hebben! Dat
+deed de woede der oproerige stammen in Soedan nog meer ontvlammen, want
+zij veronderstelden natuurlijk, dat de blanken van daar uit hun land
+wilden veroveren. Steeds vaster sloten zij zich aaneen, rondom den
+Mahdi, en hun haat richtte zich tegen den gevreesden Gordon en de
+weinige Europeanen, die zich met hem te Chartoem bevonden.
+
+Zoolang de telegraaflijn naar Kaïro nog in orde was, bracht Gordon de
+machthebbers op de hoogte van zijn toestand. Vóór alles verlangde hij,
+dat de weg van Soeakin naar Berber bezet werd, want ook vanaf deze lijn
+was Soedan te beheerschen. Maar men verwierp zijn raadgevingen en
+Berber werd door de troepen van den Mahdi veroverd. Verschillende, tot
+nu toe bevriende opperhoofden ten Noorden en Noordoosten van Chartoem
+voegden zich nu ook bij den Mahdi, onophoudelijk kwamen berichten van
+nieuwe opstanden naar Chartoem, en in de stad zelf was Gordon aan alle
+kanten door verraders omgeven. Den 10den Maart werd de telegraafkabel
+doorgesneden, en nu lag een geheel halfjaar diep stilzwijgen over
+Gordon en zijn manschappen! Reeds den 11den Maart vertoonden zich aan
+den oever van de Roode Zee Arabische krijgslieden, de Mahdi trok het
+net steeds vaster rondom de ongelukkige stad.
+
+Gedurende de laatste jaren had de Egyptische regeering Chartoem slechts
+gebrekkig laten versterken en gedurende de eerste drie maanden der
+belegering werkte Gordon dag en nacht aan de versterking der
+verschansingen. Rondom de stad werden aarden wallen opgeworpen,
+prikkeldraad aangebracht, en daar waar aanvallen te verwachten waren,
+mijnen gelegd. Einde April was Chartoem geheel ingesloten, en alleen de
+weg langs de rivier naar het Noorden vrij. Begin Mei gingen de
+Arabieren den Blauwen Nijl over, leden echter groote verliezen door
+ontploffende mijnen, en werden met kruppkanonnen uit hun stelling
+gedreven.
+
+Zoolang het maar eenigszins mogelijk was, had Gordon troepen
+uitgezonden om durrha en andere levensmiddelen te halen. Einde Juli
+zuiverde hij met zijn beste troepen den oever van den Nijl en nam
+dertien Arabische verschansingen. Maar tot dien tijd had hij reeds 700
+man verloren. Elke gedachte aan een ontruiming der stad was reeds
+opgegeven. Het was nu nog slechts uithouden—tot het einde.
+
+In September 1884 was er nog proviand voor drie maanden voorhanden en
+de Arabieren, die inzagen, dat zij de stad niet aan den Witten Pacha
+konden ontnemen, besloten ze te laten uithongeren.
+
+In September had de Nijl zijn hoogsten waterstand bereikt. Hoe vaak
+zullen Gordon en zijn beide makkers, overste Steward en Power, de
+correspondent van de Times, wel niet vanaf het platte dak van het
+paleis, naar het Noorden, naar verlangde hulp hebben uitgezien. Over de
+watervallen beneden Chartoem en Berber bruiste het water tien meter
+omlaag, en nu alleen was het mogelijk met een stoomboot naar Dongola
+door te dringen. In den nacht van 9 September werd een der acht kleine
+stoombooten, met welke Gordon de Arabieren van de oevers van den Witten
+en den Blauwen Nijl placht te verdrijven, voor de afreis gereed
+gehouden. Steward, Power, de Fransche consul en eenige Grieken, kortom
+alle Europeanen in Chartoem, begaven zich aan boord en met hen vijftig
+soldaten. Zij namen de belegeringskronieken, de ambtelijke geschriften,
+de lijsten over proviand, ammunitie, wapenen en manschappen, de
+verdedigingsplannen en alle papieren van waarde mede. Toen de stoomboot
+van den oever afstiet, en bij het ochtendgrauwen in de schemering
+verdween, was Gordon de eenige Europeaan in Chartoem.
+
+In Februari had de stad 60.000 inwoners gehad. Gedurende de belegering
+werd echter het derde deel der inwoners verdreven, omdat men wist, dat
+het verraders waren. Van de overige 40.000 kan Gordon zich
+ternauwernood op de helft verlaten, en ook de betrouwbaren zijner
+manschappen waren slechts daarop bedacht, hun have en goed te redden.
+In vergelijking met de vreugdedronken, fanatieke derwischen, onder het
+vaandel van den Mahdi, waren Gordon’s soldaten erbarmelijk gespuis.
+
+Wat nu gedurende dit halfjaar gebeurde, zal men nooit te weten komen.
+Men weet slechts dat Gordon de versterking der stad krachtiger maakte,
+de schepen en stoombooten met stalen platen bekleedde en met kanonnen
+liet bewapenen en onvermoeid z’n soldaten tot weerstand oefende. Men
+weet ook, dat hij waakte over de rechtvaardige verdeeling der
+levensmiddelen, zieken en gewonden in de hospitalen opzocht en moed
+insprak en de nachten doorbracht in de buitenwerken, waar het eerst
+gevaar dreigde. In den bazaar kocht hij groote hoeveelheden blauw-groen
+katoen, dat over de aarden wallen werd uitgespreid, opdat deze er
+zouden uitzien alsof zij met stalen platen waren bedekt en den aanval
+der Arabieren vertraagden, totdat men gereed was met het opwerpen van
+nieuwe wallen binnen de oude. Maar al deze berichten zijn slechts bij
+geruchten uit het belegerd Chartoem in de wereld gekomen. Want ook
+Steward en de overige Europeanen bereikten het doel niet. Vlak achter
+Abu Hammed leed de boot schipbreuk, de geheele bemanning werd door de
+lieden van den Mahdi vermoord, en al de papieren van waarde van Gordon
+vielen den overweldigers in handen!
+
+
+
+
+
+
+
+
+46. HET DAGBOEK VAN GORDON.
+
+
+Het eenige wat er aan betrouwbare berichten omtrent den tijd tusschen
+10 September en 14 December 1884 is overgebleven, weten wij uit het
+dagboek van Gordon, dat nog bestaat en aangrijpend is om te lezen.
+
+In Augustus had de Engelsche regeering eindelijk het besluit opgevat
+een hulpexpeditie uit te zenden tot redding van Gordon. Het ging nu
+niet meer om de garnizoenen, maar om Gordon zelf, de geheele wereld
+verkeerde in opgewondenheid, over zijn lot, en met elke maand werd de
+spanning grooter. Sedert een half jaar had men geen bericht van hem, en
+nu overhaastte men het verleenen van hulp om nog bijtijds bij hem te
+komen. Groote troepenmassa’s van alle wapenen werden naar het Zuiden
+gezonden, rivierbooten bij honderden gebouwd, de beste Engelsche
+officieren namen het bevel op zich, en reeds midden September trok het
+eerste bataljon infanterie Dongola, in de noordelijkste helft van het
+groote Nijlgebied, binnen. Intusschen waren de stoombooten pas te
+Alexandrië aangekomen en moesten den Nijl nog af, over de gevaarlijke
+en tijdroovende watervallen, en de woestijncolonnen, die bestemd waren
+Chartoem te bestormen, hadden Engeland nog niet eens verlaten.
+
+Zonder verbinding met de buitenwereld, zonder vriend en makker,
+vertrouwde Gordon zich slechts aan zijn dagboek toe, en in de weinige
+bladzijden, die daarvan bewaard zijn gebleven, weerspiegelt zich zijn
+diepst en innigst zieleleven. Hij is een held, een groot
+legeraanvoerder en een goed christen. Hij beklaagt zich nooit en geen
+verwijt tegen hen, die in het vaderland de verantwoording van zijn lot
+dragen, komt over zijn lippen! Dag aan dag beschrijft hij den voortgang
+der belegering zoo kalm en rustig, alsof het de eenvoudigste zaak ter
+wereld was. Nergens spreekt hij van zijn eigen heldenmoed en de
+nachtelijke uren van eenzaamheid, die hij onder het vijandelijk vuur
+der schansen doorbracht; hij beproeft zelfs zijn heldenmoed te
+verkleinen, terwijl hij eens schrijft:
+
+„Gedurende de belegering hebben wij vaak over de vraag omtrent de vrees
+geredeneerd, dat gevoel, hetwelk een echte man volgens het oordeel der
+wereld niet mag kennen. Ik ben echter steeds door vrees vervuld,
+dikwijls zelfs zeer erg! Vrees voor den dood is dat echter niet, die
+is, Gode zij dank, voorbij; maar vrees voor een nederlaag en haar
+gevolgen. Ik geloof niet aan den steeds kalmen, onwrikbaren man. De
+hoofdzaak is slechts dat hij niet toont, wat hij voelt. Daarom moet een
+bevelhebber nooit te nauw samen zijn met zijn ondergeschikten. Want zij
+slaan hem met scherpe oogen gade, en er bestaat geen gevaarlijker
+besmettingsstof dan de vrees! Ik kon woedend worden, als ik van angst
+niet kon eten, en dan zag dat de officieren aan mijn tafel dezelfde
+neigingen hadden. Misschien vraagt men mij, waarom ik niet met Steward
+en de anderen heenging? Nu eenvoudig daarom niet, omdat de menschen
+hier niet zoo dwaas zouden zijn geweest, mij te laten gaan!”
+
+Ondertusschen legerden de derwischen ongeveer tien kilometer van de
+buitenwerken en wachtten hun tijd af. Uit de verte werden schoten
+gewisseld, maar de dagen verliepen toch nog eenigszins kalm. Den 20sten
+September hoorde Gordon door een handig verkenner, dat de hulpexpeditie
+onderweg was en tien dagen later zond hij zijn stoomboot een eind in
+noordelijke richting, haar tegemoet, om het naderbrengen der troepen te
+verhaasten. Maar daardoor boette hij ook de helft van zijn
+weerstandskracht in.
+
+Den 21sten October kwam de Mahdi zelf in het leger rondom Chartoem en
+den volgenden dag zond hij aan Gordon de bewijzen, dat de stoomboot van
+Steward was vergaan, en alle opvarenden gedood waren; hij legde zelfs
+een lijst over der dagboeken en aanteekeningen, die aan boord waren
+gevonden. Uit deze papieren had de Mahdi tot op een dag gezien, hoe
+lang Chartoem zich nog staande kon houden, hoe groot het garnizoen was
+en hoe de verdediging was georganiseerd, waar de batterijen stonden en
+hoe lang de ammunitie nog kon strekken. Dat was een ontzettende slag
+voor Gordon, maar het brak zijn moed niet. Het meest deed hem den dood
+van Steward en der overigen leed, daar hij meende er zelf schuld aan te
+hebben. Hij liet den Mahdi echter zeggen: „Ook al kaapt gij mij 20.000
+booten weg, toch sta ik hier pal!”
+
+Den 2den November telde hij in de streng bewaakte schuur de zakken met
+durrha. De proviand strekte nog voor zes weken. Deze termijn kon
+verlengd worden, als de menschen op half rantsoen werden gesteld. Maar
+waarom de bezetting door beperking van het dagelijksch voedsel onnoodig
+zwakker maken? Zij waren toch al met volle magen moedeloos genoeg!
+
+Onder de troepen der Engelsche hulpexpeditie bevond zich een majoor
+Kitchener, een naam, die later zeer beroemd is geworden. Hij beproefde
+vermomd Chartoem binnen te sluipen en het gelukte hem Gordon de
+schriftelijke mededeeling te doen toekomen, dat de hulpbrigade den
+eersten November uit Dongola zou opbreken. Toen de brief aankwam, was
+het corps reeds twee dagen onderweg; maar de weg tusschen Dongola en
+Chartoem bedroeg 450 kilometer!
+
+De brief van Kitchener was in een dagblad gewikkeld. Sedert negen
+maanden had Gordon niets meer dan duistere geruchten van de
+buitenwereld gehoord en toen hij dit verdwaald blad, dat als omslag
+diende, las, zag hij de eene kolom na de andere gevuld met berichten en
+vermoedens over hemzelf. „De hulpexpeditie tot ontzet van Gordon” stond
+daar gespatiëerd. Het opschrift ontstemde hem, en hij schreef in zijn
+dagboek dat het moest heeten: „De expeditie tot ontzet der garnizoenen
+in Soedan.”
+
+Gordon’s dagboek vertelt ons ook, hoe hij zijn dagen en nachten
+doorbracht en hoe onvermoeid en ingespannen hij werkte. Pas te drie uur
+’s nachts placht hij zich uitgeput op zijn legerstede neer te werpen.
+Maar dikwijls was hij ternauwernood ingeslapen, of buiten werd
+tromgeroffel vernomen. Hij ontwaakt, wrijft zich de oogen en herinnert
+zich, dat hij in Chartoem is. Wat beteekent het geraas? Hij roept de
+mannen in het geweer en de bevelhebbers naar de buitenwerken. Overdag
+is Gordon alom tegenwoordig om zijn manschappen gerust te stellen en
+aan te vuren. Slechts zelden blijft hem een kort ongestoord oogenblik
+over om in zijn dagboek te schrijven. Als de dag aanbreekt, ziet hij
+vanaf het dak in het rond. Vandaar overziet hij ver het vlakke land:
+hij ziet hoe de Arabieren den belegeringsketting steeds vaster snoeren.
+Hoe ver zijn de Engelsche legerscharen nog achter den vlakken rand van
+den noordelijken horizon? Zullen zij komen voordat het te laat is?
+
+40.000 schoten werden dagelijks uit Chartoem afgevuurd en ondanks dat
+reikte de ammunitie nog voor veertig dagen. De soldaten konden er
+gerust op los schieten, de proviand reikte toch niet langer dan dertig
+dagen. Maar Gordon dacht aan geen overgave; volhouden en vallen onder
+de vlag, dat was zijn vast besluit. Talrijk waren de overloopers, die
+Chartoem verlieten, de ratten verlieten het zinkende schip. Door
+verraad omgeven, beproefde hij nog steeds de wegsmeltende scharen
+zijner getrouwen staande te houden.
+
+Den 22sten November had Gordon in het geheel reeds twee duizend
+soldaten verloren. Toch liet hij de hoop niet varen. Zijn dagboek
+onthult, dat hij, indien redding bijtijds was gekomen, het plan had
+gekoesterd, nog meer zuidelijk te trekken, om de garnizoenen in de
+Aequator-provinciën hulp te verleenen!
+
+Den 10den December is er nog voor vijftien dagen proviand aanwezig. De
+aanteekeningen in het dagboek worden steeds korter, en gewagen bijna
+van niets anders dan van deserteurs, overloopers en het inslinken der
+levensmiddelen. Den 14den December biedt zich nog een laatste
+gelegenheid aan, uit Chartoem bericht te zenden en het dagboek, dat de
+bode meeneemt, sluit daarom met dien datum, en met de woorden: „Ik heb
+mijn best voor de eer van het vaderland gedaan, vaarwel!” Per brief
+neemt hij van zijn vrienden afscheid en aan zijn zuster schrijft hij:
+„Ik ben, Gode zij dank, volkomen gelukkig; ik heb mijn plicht gedaan.”
+Aan een vriend verzoekt hij voor zijn familie te zorgen. Uit al zijn
+afscheidsbrieven klinkt ons zijn onwankelbare heldhaftige kalmte tegen,
+maar ook de zekerheid, dat hij sinds dit laatst vaarwel, alle hoop op
+redding heeft begraven.
+
+
+
+
+
+
+
+
+47. DE VAL VAN CHARTOEM EN HET EINDE VAN GORDON.
+
+
+Na de afzending van het dagboek daalt op de laatste weken van Chartoem
+ondoordringbare nacht. Van de hand van Gordon hebben wij geen bericht
+meer en geen navorschingen zullen in staat zijn, volkomen licht over
+zijn laatsten strijd te brengen.
+
+Door overloopers zijn nog enkele schaarsche berichten ontvangen.
+Gedurende de veertig dagen, dat de stad zich na den 16den December
+staande hield, werden 18000 inwoners in het legerkamp van den Mahdi
+gezonden, om hen van den dood te redden. Daardoor reikte de proviand
+voor de achterblijvenden langer dan men had berekend. De overige 14000
+burgers en soldaten werden op half rantsoen gezet; de hulpexpeditie
+moest nu dicht bij zijn! Omdoerman, een fort aan den linker oever van
+den Witten Nijl, dat reeds lang van de stad was afgesneden, viel en de
+troepen van den Mahdi drongen van alle kanten op. Ontvluchte slaven
+hebben medegedeeld, dat de Egyptische officieren zich hadden willen
+overgeven, maar dat Gordon onder geen enkele voorwaarde zijn
+toestemming had willen geven. Hij had zijn rekening met de wereld
+afgesloten, en zoolang hij in leven was, wilde hij de vlag niet
+strijken, ook al verlieten allen hem. Toen alle proviand op was, leefde
+men van ratten en muizen, huiden en leer, en ontbolsterde men de
+stammen der palmen, om de zachte vezels er binnen te eten. Ondanks
+alles stond de Witte Pacha nog altijd met opgeheven hoofd en onbewolkt
+voorhoofd, in de voorste gelederen, om zijn manschappen tot heldhaftige
+verdediging aan te vuren.
+
+Intusschen trok de hulpbrigade zuidwaarts en bereikte 20 Januari 1895
+Metemma, 160 kilometer van Chartoem verwijderd. Hier stiet zij op de
+stoombooten van Gordon, die reeds sedert vier maanden vergeefs hadden
+gewacht. Vier dagen later vertrokken twee der stoombooten naar
+Chartoem.
+
+Waarom werd er vier dagen gewacht, terwijl toch elk uur Gordon het
+leven kon kosten? Nauwelijks een maand geleden had een bode van Gordon
+het leger bereikt, en had een brief gebracht met de woorden: „In
+Chartoem alles wel, kan nog jarenlang stand houden.” Daaruit maakte men
+op, dat de toestand nog niet gevaarlijk kon zijn. Eerst later is men
+den zin dezer woorden van Gordon goed gaan uitleggen. Hij wist dat de
+bode door de troepen van den Mahdi zou gevangen genomen worden, en de
+Mahdi wist, dat de stad elken dag kon vallen. Gordon wilde daarom den
+bode voor gevangenschap en dood bewaren; de Mahdi moest den man wel met
+genoegen laten loopen, want zijn boodschap zou den opmarsch van het
+hulpleger slechts verlangzamen.
+
+Den 24sten Januari verlieten de beide stoombooten Metemma pas;
+halverwege moesten zij over een waterval en verloren daardoor twee
+dagen. Pas den 28sten hadden zij de watervallen achter zich en de
+middagzon scheen helder, toen de Engelsche officieren Chartoem op de
+landtong tusschen den Witten en den Blauwen Nijl zagen liggen. Alle
+verrekijkers werden naar het hooge paleis gericht; men dorst niet te
+spreken, ternauwernood adem te halen. Daar stond het paleis van Gordon,
+maar—de vlag was gestreken!
+
+Toch stoomden de booten verder. Maar geen vreugdekreten begroetten de
+bemanning, als vurig verlangde bevrijders. Toen zij in het bereik der
+kogels waren, begonnen de derwischen op hen te vuren; woeste, door de
+overwinning bedwelmde scharen, verzamelden zich aan den oever, Chartoem
+was in de macht van den Mahdi; de hulp kwam acht-en-veertig uren te
+laat!
+
+Twee dagen te voren, den 26sten Januari, hadden de derwischen, tot
+uiterste woede geprikkeld door den hardnekkigen tegenstand, hun
+voortdurende verliezen en den onuitputtelijken regen van kogels uit
+Chartoem, zich verzameld tot een laatsten stormloop. De aanval
+geschiedde gedurende de donkerste uren van den nacht, nadat de maan was
+ondergegaan. De verdedigers werden verrast, bovendien waren zij
+uitgeput en tengevolge van den honger onverschillig geworden voor hun
+lot. Zij boden ternauwernood meer weerstand, toen de derwischen de stad
+binnenstormden en hun wild gehuil in de straten en stegen weerklonk.
+
+Terwijl de razende bende der bloeddorstige derwischen naar het paleis
+van Gordon drong, luisterde in het kamp van den Mahdi een tweede
+Europeaan met koortsachtige spanning naar elk geluid, dat van de
+vestingwerken van Chartoem tot hem doordrong. Met veertien meter lange
+zware kettingen, met hals- en voetijzers geketend, lag hij voor zijn
+tent en had al zijn bewonderenswaardige energie noodig, om den hem
+bespiedenden bewakers zijn opwinding niet te verraden. Op de wallen van
+de in het nauw gebrachte stad viel voor hem waarschijnlijk ook de
+beslissing over leven en dood!
+
+Deze gevangene van den Mahdi was een vroeger Oostenrijksch officier,
+Rudolf Slatin genaamd. Hij was tegen het eind van het jaar 1878, den
+oproep van Gordon volgend, in dienst der Egyptische regeering gekomen,
+en dank zij zijn geschiktheid en dapperheid, heerschte hij enkele jaren
+later als gouverneur en militair commandant over de provincie Darfoer.
+Hier was het zijn taak de roofzuchtige, als nomaden levende Arabieren,
+in toom te houden en aan zijn onverschrokken geestkracht gelukte het
+gaandeweg een reeks oproerige stammen met sterke hand ten onder te
+brengen. Maar toen de Mahdi het vaandel van den profeet ophief en de
+volkeren van Soedan tot den heiligen oorlog opriep, vielen ook de tot
+nu toe getrouwen van de Egyptische regeering af, en na enkele weken
+stond Slatin met zijn schaarsche en bovendien onbetrouwbare troepen
+midden in het brandpunt van het oproer, dat bovendien nog door
+persoonlijken haat en wraakzucht van den strengen gouverneur werd
+aangewakkerd. Er viel aan geen ontkomen meer te denken, en na een
+dappere verdediging moest Slatin zich in December 1883 met de overige
+zijner soldaten overgeven aan de zegevierende overmacht van den Mahdi.
+
+Eerst hield de sluwe Mahdi hem in dragelijke gevangenschap; deze hooge
+beambte der Egyptische regeering, die men bovendien voor den neef van
+Gordon hield, was voor hem een maar al te kostbare gijzelaar.
+
+Uit krijgslist had Slatin reeds terwijl hij gouverneur was, den Islam
+aangenomen: het fanatisme der Mahdisten had daarom dus geen reden meer
+dezen „christenhond” als zooveel anderen met geweld uit den weg te
+ruimen.
+
+Slatin had de hoop gekoesterd, bij de belegering van Chartoem naar
+Gordon te kunnen ontvluchten. Maar de Mahdi doorzag hem, en had hem
+voor Chartoem in boeien geslagen en streng laten bewaken om elke poging
+tot ontvluchten en elke verbinding met Gordon onmogelijk te maken. Zoo
+was deze gevangene de eenige overlevende Europeaan, die de belegering
+van Chartoem van nabij en met het volle overzicht over de krachten der
+strijdende partijen meeleefde. Wat aan schriftelijke berichten in
+handen der derwischen viel, werd hem voorgelegd, want in het leger van
+den Mahdi was hij alleen in staat, de brieven en rapporten van Gordon
+te lezen. Slechts zijn ongewone tegenwoordigheid van geest en
+verbazingwekkende dialektische handigheid, bewaarden hem voor het lot,
+terwille van zijn eigen redding, door het vertalen van die brieven
+verraad tegenover de zijnen te moeten plegen. De Mahdi was toch ook
+door overloopers en door berichten van geheime aanhangers in Chartoem
+zelf ruimschoots onderricht over den onhoudbaren toestand der belegerde
+stad. Maar even precies kende Slatin nu den toestand van Gordon en toen
+den 26sten Januari 1885 het leger van den Mahdi onder de beschutting
+van den duisteren nacht en zoo geluidloos als maar mogelijk was tot de
+bestorming van Chartoem uitrukte, maakte zich van den achtergebleven
+gevangene, die tot nu toe ketenen en honger, verachting en spot, zijner
+pijnigers met stoïcijnsche onverschilligheid had verdragen, een met het
+uur groeiende zenuwachtigheid meester.
+
+Toen hij tegen het ochtendgrauwen van afmatting een weinig was
+ingeslapen, werd hij eensklaps opgeschrikt door het geknetter der
+geweren en de eerste kanonschoten. Er was in de schemering nog niets te
+zien. Na eenige salvo’s vielen nog slechts enkele schoten, daarna werd
+alles weer rustig. Dat kon toch onmogelijk de bestorming van Chartoem
+zijn?
+
+De zon kwam op, in het rond was alles stil, de bewakers hadden zich,
+door nieuwsgierigheid gedreven, verwijderd. Plotseling geschreeuw en
+jubelkreten, de bewakers kwamen terug met het bericht: „Chartoem is
+bestormd, en in handen der Mahdisten.”
+
+Deze jobstijding dreef Slatin uit zijn tent. Een groote menigte
+menschen had zich verzameld voor de tenten van den Mahdi en zijn
+kalifa’s. De menigte scheen zich in beweging te zetten en het staketsel
+te naderen, waarmede de tent van Slatin werd omgeven. En werkelijk
+kwamen ze nu in deze richting. Voorop liepen drie negersoldaten, een
+hunner droeg een bloedigen bundel in de handen. Achter hen aan drong de
+joelende menigte. De slaven traden binnen de omheining, bleven met
+grijnzend gezicht voor Slatin staan, de een sloeg den doek van elkaar
+en vertoonde aan den ontstelden gevangene het hoofd van generaal
+Gordon!
+
+Het bloed steeg Slatin naar het hoofd, zijn adem stokte; met de
+uiterste inspanning behield hij echter zooveel zelfbeheersching rustig
+in het vale gelaat te zien. De blauwe oogen waren half geopend, de mond
+had zijn natuurlijken vorm behouden, het gelaat was kalm, de trekken
+niet verwrongen, het hoofdhaar en de korte bakkebaarden waren bijna
+wit.
+
+„Is dat niet je oom, de ongeloovige?” vroeg de slaaf, het hoofd omhoog
+houdend.
+
+„En wat zou dat dan?” antwoordde Slatin rustig. „In elk geval een
+dapper soldaat, die op zijn post is gevallen en opgehouden heeft te
+lijden. Wel hem!”
+
+„Je prijst den ongeloovige nog! Je zult de gevolgen ondervinden,”
+bromde de slaaf en verwijderde zich langzaam met het schrikkelijk
+teeken van den triomf van den Mahdi. De menigte drong brullend achter
+hem aan.
+
+Slatin sleepte zich terug in zijn tent en wierp zich doodelijk afgemat
+op den grond. Chartoem gevallen! Gordon dood! Dat was dus het einde van
+den man, die zijn post met zooveel heldenmoed had verdedigd, een man,
+die door velen misschien te hoog verheven en verafgood werd, door velen
+miskend en belasterd, maar door zijn buitengewone eigenschappen, de
+wereld echter met z’n roem had vervuld! Wat nut had nu de zegevierende
+voorhoede, wat het geheele Engelsche leger?
+
+Door vrienden, die Slatin zich ook in het leger van den vijand door
+zijn vrijgevigheid had verworven, vernam hij nu gaandeweg alle
+bijzonderheden van den schrikkelijken nacht. De overval had Gordon niet
+onvoorbereid gevonden, maar hij scheen niet verwacht te hebben, dat de
+bestorming zoo gauw en in het vroege morgenuur ondernomen zou worden.
+Ter misleiding van den vijand en tot amusement zijner manschappen, liet
+hij nog den avond te voren een vuurwerk ontsteken, en juist toen de
+Mahdi den stormloop voorbereidde, stegen de eerste raketten boven
+Chartoem in bont kleurenspel ten hemel en de muziek speelde vroolijke
+wijsjes, om de terneergeslagen gemoederen wat op te wekken.
+
+Het vuurwerk was uitgebrand, de muziek zweeg en de verdedigers van
+Chartoem sliepen. Maar de vijanden waren maar al te wakker! Zij kenden
+de versterking, wisten precies waar ze sterk, en met geregelde troepen
+bezet, en waar ze zwak en slechts door de stadsbewoners verdedigd was.
+Tegen deze zwakke plaatsen der versterking, hoofdzakelijk aan den
+Witten Nijl, richtte zich bij het eerste ochtendgrauwen de hoofdaanval.
+De verdedigers vluchtten en toen de soldaten op de muren der vesting
+staande de Mahdisten in hun rug de stad zagen binnendringen, verlieten
+ook zij hun post, en gaven zich meestal vrijwillig en zonder strijd
+over.
+
+De Mahdisten beproefden voor alles de kerk en het paleis te bereiken,
+omdat men daar schatten en in het laatste—voor alles, Gordon Pacha
+hoopte te vinden. De dienaren van den generaal, die zich in de
+benedenverdieping bevonden, werden neergesabeld. Hij zelf wachtte den
+vijand af op de bovenste trede van de naar zijn vertrekken leidende
+trap. Zonder zich te bekommeren om zijn groet, stiet hem de eerste
+aanvaller, de treden opstormend, de lans in het lichaam. Gordon viel
+met het gezicht naar voren zonder een geluid te geven op de trap, en
+werd door zijn moordenaars tot aan den ingang van het paleis gesleept.
+Hier werd zijn hoofd met een mes van den romp gescheiden, en naar den
+Mahdi gezonden, die beval, dat men het aan Slatin zou toonen; de romp
+werd prijs gegeven aan de fanatici en honderden van deze onmenschen
+beproefden de spitsen hunner lansen en de scherpte van hun zwaarden aan
+den gevallen held, die in enkele minuten een onherkenbare bloedige
+massa geleek.
+
+Nog langen tijd daarna waren de sporen van deze bloedige daad voor het
+paleis zichtbaar en de zwarte bloedvlek op de trap van het paleis geeft
+de plaats aan waar men Gordon heeft vermoord; ze werd pas verwijderd,
+toen de opvolger van den Mahdi, de Kalief, het regeeringspaleis tot
+woning voor zijn vrouwen liet inrichten.
+
+Toen men den Mahdi het hoofd van generaal Gordon bracht, zei de
+huichelaar, dat hij wenschte dat men hem levend in handen gekregen had,
+want dat hij hem „na zijn bekeering” had willen uitleveren tegen
+gevangen genomen derwischen. Wanneer het echter werkelijk zijn wensch
+geweest was, Gordon’s leven te sparen, dan zou geen van zijn
+volgelingen het gewaagd hebben om in strijd met zijn uitdrukkelijk
+uitgesproken verlangen te handelen.
+
+De gruwelen, door de derwischen in de veroverde stad bedreven, spotten
+met elke beschrijving. Gedurende de eerste dagen, tijdens welke de
+Mahdi Chartoem aan plundering prijsgaf, werden slechts slaven en
+slavinnen, benevens de mooiste vrouwen en meisjes der vrije stammen
+gespaard, alle anderen hadden het uitsluitend aan het toeval te danken
+wanneer ze er levend afkwamen.
+
+Tal van inwoners benamen zich vrijwillig het leven; een nog veel
+grooter aantal werd door eigen slaven en vroegere vrienden vermoord, of
+viel ten offer aan het zwaard der verraders, die voor de rooverbenden
+als gids hadden gediend.
+
+Met het verhaal van al de gruweldaden, die in de weerlooze stad
+gepleegd werden, zouden, zooals Slatin Pacha zelf zegt, boekdeelen te
+vullen zijn. Ook de overlevenden gingen een droevig lot tegemoet. Nadat
+alle huizen bezet waren, begon men naar verborgen schatten te zoeken;
+geen ontkennen, geen plechtige verzekeringen mochten baten; hij op wien
+slechts de minste verdenking viel—en bij wien was dit niet het
+geval?—iets van waarde verborgen te hebben, werd zoolang gemarteld,
+totdat hij bekend had, of, indien hij werkelijk niets te bekennen had,
+totdat hij onder de handen zijner pijnigers den laatsten adem uitblies.
+
+En de Engelsch-Egyptische ontzettings-expeditie, waarvan de schepen
+reeds in ’t zicht van Chartoem lagen? Met den val van Chartoem, en den
+dood van Gordon, was haar taak afgeloopen, en bovendien waren er onder
+de inlandsche bemanning der schepen zoovele verraders, dat de Engelsche
+bemanning genoeg te doen had met er voor te zorgen, dat ze niet door de
+brooddronken Mahdisten omsingeld werden, temeer daar ze in aantal lang
+niet tegen deze benden opgewassen waren. Ze maakten daarom zoo snel
+mogelijk rechtsomkeert, en lieten Soedan aan den Mahdi over, die nu
+Omdoerman tot hoofdstad van zijn rijk verhief, dat van nu af niets meer
+van de Egyptische regeering te duchten had.
+
+
+
+
+
+
+
+
+48. DE VELDTOCHT VAN KITCHENER IN SOEDAN.
+
+
+Hoe snel volgden daar ginds in het Oosten de gedenkwaardige
+gebeurtenissen elkaar op! In 1881 had de Mahdi de vaan des oproers
+geplant, en reeds na vier jaar was hij in het bezit der
+alleenheerschappij over Soedan. Maar, lang zou hij de vruchten van zijn
+overwinning niet plukken; den 28sten Juni 1885, juist vijf maanden na
+den val van Chartoem stierf hij.
+
+Zijn opvolger, Abdullahi, nam den titel van Kalifa aan, en dertien
+jaren zuchtte het ongelukkige land onder het juk zijner heerschappij!
+De stammen van Soedan, het Egyptische juk moede, hadden den Mahdi als
+hun bevrijder begroet. In plaats van Turksche pacha’s kregen ze thans
+een despoot, die in schandelijke willekeur zijns gelijke zocht.
+Abdullahi legde op al het bare geld en al het koren beslag, en
+vaardigde de meest dwaze verordeningen uit. Wie niet gehoorzaamde, werd
+opgehangen. Het land was ten prooi aan plundering en brandstichting, en
+meer dan de helft der bevolking werd tijdens zijn bewind uitgeroeid.
+Met de schatten die hij van zijn eigen volk stal, kon hij een
+uitstekend leger op de been houden; eenmaal zou het uur der vergelding
+slaan, en daarvoor moest hij zijn leger bereid houden. Zijn hoofdstad
+was Omdoerman, waar de Mahdi onder den koepel eener moskee begraven
+lag. Voordat de christenhonden zoover in zijn rijk waren doorgedrongen,
+zouden hun geraamten allang verbleekt zijn in het zand der Nubische
+woestijn.
+
+Maar, het uur der vergelding naderde. Langzaam trok een
+Engelsch-Egyptisch leger Nijl-opwaarts, en de aanvoerder, generaal
+Kitchener, de laatste die aan Gordon een brief had kunnen doen
+toekomen, had zijn maatregelen zoo goed getroffen, dat hij reeds twee
+jaren van te voren, bijna op den dag af, nauwkeurig het tijdstip had
+kunnen voorspellen, waarop Chartoem en Omdoerman hem in handen zouden
+vallen.
+
+Bij den Atbara, een der zijrivieren van den Nijl, versloeg hij, na een
+moorddadig gevecht, een der legers van den Kalifa. In Augustus 1898
+trok de expeditie tegen Metemma op. In de voorhoede trokken de
+verkenners en de lichte cavalerie, daarop volgden Egyptische troepen,
+kanonnen en mitrailleurs, Engelsche troepen in lichte grauw-gele
+uniformen met helmen van kurk, die de beste beschutting tegen de zon
+opleveren, Egyptische troepen met hun bonte turbans en de rijk met goud
+versierde uniformen der officieren. Daarop volgden eindelooze karavanen
+van sterke transport-muilezels, dromedarissen beladen met kisten vol
+proviand, ammunitie en wapenen, tenten, balen met kleedingstukken, de
+geheele uitrusting voor een leger van twee en twintig duizend man.
+Groote kudden slachtvee, ossen, schapen en geiten werden medegevoerd.
+Het geleek op een lange, zwarte slang die daar over het gele zand langs
+den Nijloever voortkronkelde. Zoover het oog reikte, niets dan
+legerscharen; een schouwspel dat deed denken aan een groote
+volksverhuizing der Israëlieten uit Egypte.
+
+Het leger bereikte zonder schermutselingen Metemma.
+
+Den 28sten Augustus was men nog slechts vier dagreizen van Chartoem
+verwijderd, waar Engeland’s naam weer in eere hersteld zou worden!
+Thans naderde de beslissende slag. De grauwe kanonneerbooten voeren
+langzaam Nijlopwaarts; met verzengenden gloed bescheen de zon het
+woestijnzand; maar stap voor stap ging het gestadig voorwaarts, en bij
+het kampeeren werd het terrein zoo gekozen, dat een nachtelijke
+overrompeling uitgesloten was.
+
+Daar verschenen in de verte bereden troepen derwischen. De weg voert
+door struikgewas en tusschen twee heuvels door. Reeds komen witte
+tenten en vaandels in ’t gezicht. Er weerklinkt tromgeroffel;—de Kalifa
+roept de zijnen ten strijde op. Maar de derwischen trekken zich weder
+terug; het Engelsch-Egyptisch leger vervolgt zijn weg.
+
+Eindelijk doemt in het Zuiden de koepel op, die zich welft over het
+graf van den Mahdi; en daar bovenuit verheffen zich de leemen huizen en
+grauwe muren van Omdoerman. Tusschen de stad en het leger breidt zich
+een zandvlakte uit. Voor de stad vertoont zich een zwarte streep.
+Wellicht een schans? Maar neen, het beweegt, de derwischen trekken ten
+strijde. Thans is voor de blanken het oogenblik van wraak aangebroken,
+nu begint een tooneel dat geheel Soedan van ontzetting zal vervullen.
+
+Het krijgsgehuil der derwischen nadert, reeds hoort men het kletteren
+van hun wapenen. Op één kilometer afstand maken ze weer rechtsomkeert.
+Kitchener laat de nacht rustig voorbijgaan, zijn tijd zal wel komen!
+
+Op den morgen van den 2den September is het leger strijdvaardig. Uit
+den nevel komen van de heuvels in ’t Zuiden eenige ruiters te
+voorschijn: Hun aantal groeit steeds aan; een strijdmacht van
+vijftigduizend derwischen krioelt in bonte verwarring dooreen.
+
+Weer verheft zich hun fanatiek krijgsgehuil ten hemel, het rolt als een
+loeiende stormwind over de vlakte. Ze komen aanstormen. God moge hun
+genadig zijn! Zij rijden hun verderf tegemoet. Ze naderen in snellen
+draf, ze willen zich als een lawine op den vijand storten; nu zijn ze
+onder schot—daar knetteren duizenden geweren, en plotseling maken de
+horden halt, terwijl de granaten in hun midden dood en verderf
+verspreiden.
+
+Maar, slechts voor één oogenblik is de aanval in zijn vaart gestuit,
+met een onversaagdheid, zooals alleen godsdienstig fanatisme die teweeg
+kan brengen, rukken ze voort. De Engelsche mitrailleurs vuren zóó
+onophoudelijk dat men slechts een gelijkmatig geknetter hoort. De
+soldaten vuren zoo snel achtereen dat hun geweren warm worden, en door
+anderen moeten worden vervangen. De derwischen vallen bij geheele
+compagnieën tegelijk, maar de openingen in de gelederen worden steeds
+weer aangevuld. De lijken in de witte, met bloed bevlekte mantels
+bedekken de vlakte als de bloesems in het voorjaar na een wervelwind.
+Eindelijk geven ze den strijd op, en trekken zich terug.
+
+„Voorwaarts naar Omdoerman!” klinkt het Engelsche commando. Nog is de
+bloedige dag niet ten einde. De derwischen verzamelen zich opnieuw, de
+vaan van den Kalifa wordt op den heuvel geplant, en daarnaast de groene
+vaan van den profeet, om de geloovigen tot een laatsten vertwijfelenden
+kamp op te roepen. De eene linie na de andere stort zich in het vuur,
+om telkens weer opnieuw door de Engelsche kogels te worden weggemaaid.
+De derwischen verweren zich als leeuwen, want het gaat hier om de
+heerschappij in Soedan, Mahdi, Kalifa en paradijs, overwinning of dood!
+
+Toen de dag ten einde was, was het leger van den Kalifa vernietigd, en
+de vaan die bij Gordon’s dood geheschen was, zonk in het stof.
+
+Elfduizend dooden, zestienduizend gewonden en vierduizend gevangenen!
+De Kalifa zelf ontkwam. Zijn harem en zijn dienaren verlieten hem, en
+hij die des morgens nog de alleenheerscher over een onmetelijk rijk
+geweest was, zwierf bij het aanbreken van den avond eenzaam rond. Hij
+vluchtte naar het Zuiden, en het gelukte hem een nieuw leger op de been
+te brengen, dat echter het volgende jaar eveneens volkomen vernietigd
+werd. Hij zelf sneuvelde.
+
+Thans bleef er voor den overwinnaar nog een dure plicht over. Sedert
+Gordon’s dood waren dertien jaren en zes maanden verstreken en nu zou
+de held zijn christelijke begrafenis deelachtig worden. Op het plein
+voor Gordon’s paleis te Chartoem vormden de troepen drie zijden van een
+carré; op de vierde zijde stond Kitchener temidden van zijn staf, en
+omringd door de divisie- en brigade-generaals. Kitchener heft de hand
+op, de vlag van Groot-Brittannië wordt op het paleis geheschen, begroet
+door den donder van het geschut der kanonneerbooten. Het muziekkorps
+der garde speelt het Engelsche volkslied. Dan wappert de vlag van
+Egypte naast de Engelsche, begroet door de Egyptische volkshymne. Vier
+geestelijken verrichten den lijkdienst. Dan blazen de Soedaneezen den
+lievelingsmarsch van Gordon en een laatste hoera van officieren en
+manschappen geldt den wreker van den gevallene, generaal Kitchener.
+
+In den generalen staf van het Engelsche leger bevond zich ook Slatin
+Pacha, wien het na twaalfjarige, standvastig verduurde gevangenschap,
+eindelijk gelukt was de waakzaamheid van den Kalifa en zijn dienaren te
+verschalken, en na een avontuurlijke vlucht vaderland en familie weer
+terug te zien. Na de wederoprichting van de Engelsch-Egyptische
+heerschappij in Soedan werd hij tot generaal-inspector van dit land
+benoemd
+
+
+
+
+
+
+
+
+49. DE STRUISVOGEL.
+
+
+Tegenwoordig is in Soedan alles anders geworden; een spoorweg loopt van
+de Nijldelta naar Chartoem, en een andere van de Roode Zee naar Berber.
+Chartoem bezit thans scholen, hospitalen, kerken en andere openbare
+gebouwen en de stoombooten bevaren den Nijl tot aan de groote meren.
+Gordon’s plan het Victoria-Niansa meer met Mombas aan de kust te
+verbinden, is verwezenlijkt, en een spoorlijn doorsnijdt Britsch
+Oost-Afrika. Kortom van alle kanten zijn de blanken steeds dieper in
+het zwarte werelddeel binnengedrongen, en hebben zich de heerschappij
+over bijna geheel Afrika verzekerd. De fauna van dit werelddeel is
+dientengevolge herhaaldelijk in het gedrang gekomen, en door te grooten
+ijver der jagers is in vele streken het wild volkomen uitgeroeid; het
+heeft ontoegankelijke oorden opgezocht, waar het voorloopig nog
+ongestoord kan voortleven.
+
+In de Sahara, in de Libysche Woestijn, op de vlakke velden aan den
+boven-Nijl, op de steppen van Zuid-Afrika, overal waar open vlakten
+zijn, leeft een der schoonste en belangwekkendste vertegenwoordigers
+van Afrika’s dierenwereld, de struisvogel. Hoewel hij wegens zijn
+kostbare vederen sedert tal van eeuwen wordt gejaagd, komt hij nog in
+menigte voor. In de onherbergzame woestijnstreken houdt hij zich
+evenwel niet op; hij leeft slechts daar, waar water in de nabijheid is.
+
+Deze wonderlijke vogel bereikt een hoogte van twee-en-een-halven meter
+en weegt in volwassen toestand vijf-en-zeventig kilogram. Hij heeft een
+kleinen, platten kop met groote, schitterende oogen. Zijn vleugels,
+waaraan de kostbare vederen zitten, zijn zoo klein, dat zij hem niet in
+staat stellen, om zich in de lucht te verheffen en te vliegen; maar als
+vergoeding daarvoor kan hij een duizelingwekkende snelheid bereiken, en
+laat een paard en ruiter ver achter zich.
+
+De struisvogels leven in kleine troepen bijeen van vijf of zes stuks.
+Den morgen gebruiken ze om hun maag te vullen met planten, en ook wel
+met kleine dieren en insekten. Dan rusten ze, of spelen met elkaar
+waarbij ze in een kring over het zand loopen, zonder hinder te hebben
+van de zon en den gloeienden bodem. Dan drinken ze, en des middags gaan
+ze weer op jacht om voedsel te zoeken. Des avonds zoeken ze hun
+legerstede op.
+
+Het scherpste zintuig van den struisvogel is het gezicht, hoewel ook
+hun reuk en gehoor buitengewoon ontwikkeld zijn. Wanneer er gevaar in
+aantocht is, vlucht hij fladderend weg en neemt dan passen, die een
+lengte bereiken van drie tot vier meter. Door de waakzaamheid van den
+struisvogel houdt de zebra zich bij voorkeur in zijn nabijheid op,
+teneinde tijdig tegen naderend onheil gewaarschuwd te zijn.
+
+De struisvogeljacht wordt van ouds door de Arabieren van Noord-Afrika
+op snelle paarden of dromedarissen uitgeoefend. Twee of drie ruiters
+achtervolgen een mannetje, dat na een vlucht van een uur uitgeput is.
+Weliswaar zijn dan ook de paarden aan het eind van hun krachten, maar
+een der ruiters dwingt zijn ros tot een laatste krachtsinspanning, en
+haalt ten slotte den struisvogel in; dan velt hij hem met een slag op
+den kop terneer. Dan springen de ruiters van hun paarden, villen de
+dieren en keeren de huid om, die dan dient als een zak, waarin ze de
+veeren bergen, en zoo keeren ze dan weer naar hun tenten terug.
+
+De veeren van den wilden struisvogel zijn veel mooier en kostbaarder
+dan die van de tamme exemplaren. Een volwassen struisvogel levert
+steeds 14 groote, witte veeren op.
+
+De wijfjes leggen haar reusachtige eieren in kuilen in het zand, en,
+merkwaardigerwijze, zijn ’t de mannetjes die de eieren uitbroeden.
+Overdag gaan ze uren lang van het nest af, maar dekken de eieren met
+zand toe. Reeds na anderhalve maand komen de jongen uit, ze zijn dan
+even groot als jonge hanen, maar een enkel struisvogelei weegt dan ook
+evenveel als vier-en-twintig kippeneieren tezamen, en heeft in
+doorsnede een lengte van vijftien centimeter.
+
+De eetlust van den struisvogel is verwonderlijk. Er is bijna niets wat
+hij versmaadt. De groote dierenkenner Brehm, die er tamme struisvogels
+op na hield, vertelt dat ze ratten en kuikens verteren, kleine steenen
+inslikken, en dat tweemaal zijn sleutelbos in een struisvogelmaag
+verdween. Men vond eenmaal in zulk een maag voor vier kilogram aan
+„diversen”, en wel: steenen, lompen, metaal, munten, sleutels, enz.
+Brehm bezat een tamme baviaan, die met alle dieren in vijandschap
+leefde, alleen niet met de struisvogels; maar op den duur ging ook deze
+vriendschap over in vijandschap, want wanneer de baviaan op een muur
+van den hof zat, en zijn staart naar beneden liet hangen, kwam altijd
+een der struisvogels, die nu eenmaal niets kon zien of hij moest
+dadelijk probeeren hoe het smaakte, en die hem altijd in dit gevoelige
+aanhangsel beet. De aap werd dan natuurlijk woedend, en sprong op den
+struisvogel toe, die er nooit zonder eenige schrammen en geplukte
+veeren afkwam.
+
+Er wordt wel eens beweerd, dat de struisvogel het domste dier is dat er
+bestaat. Dit is een bewering die niet door alle Zoölogen gedeeld wordt.
+De Duitsche onderzoekingsreizer Schillings, die beroemd is wegens zijn
+moment-opnamen, des nachts van wilde dieren gemaakt, volgde op zekeren
+keer uren lang het spoor van eenige leeuwen; het spoor bracht hem langs
+een struisvogelnest waarin een paar jongen waren, die pas waren
+uitgebroed. De ouden waren klaarblijkelijk niet aanwezig, en,
+merkwaardigerwijze hadden de leeuwen de jongen ongemoeid gelaten.
+Spoedig vond hij de oplossing van dit raadsel: de oude struisvogels,
+die in den helderen maannacht reeds lang van tevoren het gevaar hadden
+zien aankomen, waren bij het naderen der leeuwen opgesprongen om ze van
+het nest weg te lokken. Deze list was hun ook gelukt, het spoor wees
+eindelijk uit dat de leeuwen de vluchtende struisvogels achtervolgd
+hadden, en zoodoende zich steeds verder van het nest hadden verwijderd.
+Toen het struisvogelpaar meende dat ze den vijand ver genoeg hadden
+weggelokt, waren ze omgekeerd om langs een omweg weer naar hun jongen
+terug te keeren.
+
+
+
+
+
+
+
+
+50. LEEUWENJACHT.
+
+
+We begeven ons thans naar Mombas, aan Afrika’s Oostkust, vlak ten
+zuiden van den aequator. Hier bevinden we ons in het gebied van den
+Afrikaanschen leeuw. De beste gids die er voor deze streken bestaat,
+vergezelt ons, namelijk de Engelsche overste Patterson; talrijk zijn de
+avonturen die hij heeft meegemaakt op zijn leeuwenjachten, en van een
+dezer avonturen willen we nu vertellen. Hoewel het een verhaal vol van
+verschrikkingen zal zijn, is ’t toch in waarheid gebeurd, en
+onopgesmukt, zooals duizenden die er getuigen van waren, zouden kunnen
+bevestigen.
+
+Overste Patterson was in het jaar 1898 gedetacheerd bij den
+Uganda-spoorweg, die van Mombas door Britsch Oost-Afrika
+noordwestwaarts naar het Victoria-Niansa-meer, een der groote meren,
+waaruit de Nijl zijn oorsprong neemt, loopt. Bij zijn aankomst aldaar
+liep de spoorweg nog niet verder dan tot aan den Tsavo, een klein
+zijriviertje van den Sabaki, die ten noorden van Mombas in de zee
+uitstroomt. Hier aan den Tsavo, waar een houten hulpbrug gebouwd was,
+die door Patterson vervangen zou worden door een ijzeren brug,
+kampeerde hij met een paar duizend Indische arbeiders.
+
+Eenige dagen na zijn aankomst hoorde Patterson van twee leeuwen, die de
+streek onveilig maakten. Aanvankelijk sloeg hij niet veel acht op dit
+gerucht, totdat na verloop van eenigen tijd een zijner bedienden door
+een leeuw werd weggesleept. Een makker van den ongelukkige, die in
+dezelfde tent sliep, had gezien hoe de leeuw midden in den nacht het
+kamp onhoorbaar binnensloop, de tent binnendrong, en Patterson’s
+bediende bij de keel greep. De man had geroepen „Laat me los!” en zijn
+arm om den hals van het roofdier geslagen. Toen was het kamp weer in
+diepe stilte gehuld. Des morgens kon de overste het spoor van den leeuw
+gemakkelijk volgen, want langs den geheelen weg hadden de voeten van
+het slachtoffer door het zand gesleept; daar waar de leeuw zijn prooi
+verslonden had, lagen nog slechts de kleedingstukken van den
+ongelukkige, en zijn hoofd; een namelooze ontzetting sprak uit de
+gebroken oogen.
+
+Diep door dit droevige schouwspel bewogen, zwoer de overste niet eerder
+te zullen rusten voordat de beide leeuwen gedood waren. Met zijn buks
+in de hand hield hij den volgenden nacht in de nabijheid van de tent
+zijner bedienden de wacht. Toen het stil en donker geworden was,
+weerklonk in de verte een gebrul, dat steeds meer nabij kwam; de
+leeuwen kwamen om een nieuw offer te halen. Toen werd het wederom stil;
+de leeuw bespringt zijn prooi in stilte; alleen wanneer hij zijn
+zwerftochten begint, stoot hij een dof gebrul uit, als om de bewoners
+der wildernis te waarschuwen. De overste wachtte—daar weerklonk
+plotseling in het naastbijzijnde kamp, op een afstand van ongeveer
+honderd meter, een kreet van ontzetting. Dan weer diepe stilte. Weer
+hadden de roofdieren hun prooi weggesleept.
+
+Nu verborg de overste zich in het andere kamp. Maar ook hier werd hij
+teleurgesteld. Van uit de verte klonk den volgenden nacht een
+hartverscheurende kreet—een derde arbeider was weggesleurd.
+
+De Indische arbeiders sliepen in verschillende kampen, en de leeuwen
+hadden elken nacht een ander kamp uitgezocht, teneinde de menschen op
+een dwaalspoor te brengen. Toen ze nu bemerkten dat ze verscheidene
+nachten achtereen ongestraft hun prooi hadden kunnen wegsleuren, werden
+ze steeds overmoediger, en toonden niet den geringsten angst voor de
+wachtvuren. Ze stoorden zich zelfs in ’t geheel niet aan de kogels, die
+hun in de duisternis werden nagezonden.
+
+Men bouwde thans om elk kamp een hooge, stevige omheining van
+doornstruiken, maar toch gelukte het den leeuwen steeds er over heen te
+springen of er doorheen te breken. Overdag volgde overste Patterson het
+spoor in alle richtingen, maar zoodra hij op rotsachtig terrein kwam,
+hield natuurlijk elk spoor op. Nog ernstiger werd de toestand, toen de
+spoorweg meer landwaarts gelegd werd, en slechts een paar honderd
+arbeiders bij de Tsavo-brug achterbleven. De heiningen werden bizonder
+hoog en stevig gebouwd, de kampvuren gloeiden als brandstapels, overal
+werden wachtposten uitgezet, de buksen lagen gereed, en in elk kamp
+moest een man op oliekannen trommelen om de dieren te verjagen. Maar
+toch verdwenen steeds weer nieuwe offers. De arbeiders waren zóó
+verlamd van angst, dat ze niet eens konden schieten wanneer de leeuwen
+vlakbij waren. Eens werd zelfs een zieke uit de hospitaaltent
+weggesleept. Het volgende offer was een waterdrager, hij had met het
+hoofd naar het midden der tent, en met de voeten naar de opening
+gelegen; de leeuwen waren over de heining heen gesprongen, hadden den
+man bij de voeten beetgepakt, en naar buiten gesleurd. De ongelukkige
+had zich aan een kist vastgeklemd, dan aan een stuk touw van de tent;
+het touw was afgebroken, en de leeuw was met zijn buit in den bek langs
+de omheining geloopen om een open plek te zoeken, waar hij doorheen was
+gedrongen. Hier vond men des morgens eenige flarden van kleederen en
+stukken vleesch. De tweede leeuw had aan de buitenzijde gewacht, en
+samen hadden ze den buit gedeeld. Een hand van het slachtoffer was
+overgebleven, en daaraan stak een ring, die naar zijn vrouw in Indië
+gestuurd werd.
+
+Hierop volgde een periode van rust. De leeuwen waren klaarblijkelijk
+elders bezig, en de arbeiders begonnen reeds wegens de hitte buiten de
+tenten te slapen. Op zekeren nacht zaten ze rondom het wachtvuur toen
+de eene leeuw plotseling over de omheining sprong, voor hen bleef
+staan, en ze aanstaarde. Alles sprong in ontzetting op wierp met
+steenen en brandende stukken hout naar het ondier. Maar de leeuw deed
+onversaagd een sprong, pakte weer een der mannen en stormde met hem
+door de omheining heen, weg. Het andere dier wachtte hem daarbuiten, en
+op slechts dertig meter afstand van het kamp verslonden ze samen hun
+prooi.
+
+Een geheele week achtereen hield de overste de wacht in een der kampen,
+waar het bezoek te wachten was. Er is, zooals hij zelf zegt, niets
+afmattender voor de zenuwen dan zulk een vruchteloos afwachten. Altijd
+hoorde hij het waarschuwende gebrul in de verte, wanneer de roofdieren
+in aantocht waren. Dan riepen de wachters: „Past op, broeders, de
+duivel komt!” En dan weerklonken altijd weer een oogenblik later de
+angstkreten van het slachtoffer dat weggesleurd werd! Tenslotte werden
+de leeuwen zoo overmoedig dat ze beiden tegelijk over de heining
+sprongen, om ieder voor zich een prooi te maken. Eenmaal gelukte het
+een der leeuwen niet om zijn buit door de heining heen te sleepen, en
+hij moest zich tevreden stellen met zijn aandeel in de buit van zijn
+makker. De man, dien hij had moeten achterlaten, was echter zoo
+gruwelijk toegetakeld, dat hij reeds stierf voordat men hem in de
+ziekentent had kunnen brengen. De arbeiders, uitgeput als ze waren door
+hun voortdurend doodsgevaar en het waken, konden dezen toestand
+eindelijk niet meer uithouden; ze legden het werk neer. Ze waren naar
+Afrika gekomen om geld te verdienen bij het aanleggen van een spoorweg,
+en niet om als voedsel te dienen voor leeuwen. Op zekeren dag hielden
+ze een trein aan, vulden de wagens met al hun hebben en houden, en
+vertrokken naar de kust. De enkele dapperen, die bij overste Patterson
+stand hielden, overnachtten in boomen, in het waterreservoir of in
+overdekte kuilen, die ze in hun tenten gegraven hadden.
+
+Nu had overste Patterson een Engelschen kameraad uitgenoodigd om bij
+hem aan den Tsavo te komen en aan de jacht op de beide leeuwen deel te
+nemen. De trein, waarmede die aankwam, had vertraging en het was reeds
+donker toen hij zich door het struikgewas op weg naar het kamp begaf.
+Hij werd slechts door één bediende met een lantaarn vergezeld. Toen hij
+halverwege gekomen was, sprong plotseling een leeuw van de glooiïng van
+een heuvel naar beneden, bracht den Engelschman bloedende wonden in den
+rug toe, en zou hem meegesleurd hebben, wanneer deze niet zijn karabijn
+had afgevuurd. Door den knal verdoofd, liet de leeuw onwillekeurig los,
+maar wierp zich nu op den bediende en was het volgende oogenblik met
+zijn prooi in het struikgewas verdwenen.
+
+Eenige dagen later meldde een Suaheli, de afstammeling van een
+Arabischen vader en een negerin, dat de leeuw een ezel geroofd had, en
+nu bezig was, dien vlak in de nabijheid te verslinden. De overste
+snelde naar de plek, die de boodschapper hem aanwees, en zag reeds
+vanuit de verte den gelen rug van het dier. Ongelukkigerwijze trad hij
+op een tak. De leeuw verdween in het ondoordringbare struikgewas. Nu
+werd iedereen die in de nabijheid was ontboden, en van trommels en
+blikken kannen voorzien, ondernamen ze een klopjacht, terwijl de
+overste zich in een hinderlaag legde bij de plek waar het beest
+waarschijnlijk te voorschijn zou komen. En ja, daar kwam hij te
+voorschijn, een geweldige leeuw, grimmig en woedend gemaakt door die
+stoornis. Langzaam liep hij rechtuit; telkens bleef hij stilstaan, en
+hij was zoozeer in beslag genomen door het lawaai achter zich, dat hij
+den jager in ’t geheel niet opmerkte. Nu was hij nog slechts op dertien
+meter afstand; de overste nam zijn buks op—daar hoorde de leeuw de
+beweging, zette zich met de voorpooten schrap, en bereidde zich,
+snuivend van woede, voor tot een sprong. De overste richtte zijn buks
+op den manenlooze kop en—het schot weigerde!
+
+Maar op hetzelfde oogenblik draaide de leeuw zich om en nam de wijk in
+de struiken; een schot beantwoordde hij met een woedend gebrul. Nu
+moest de overste tot aan het aanbreken van den nacht geduld hebben. In
+de haast had hij die verraderlijke buks van iemand geleend; nu was het
+zaak om op zijn eigen wapenen te vertrouwen. De ezel lag daar nog
+onaangeroerd. In de onmiddellijke nabijheid van het lijk werd een
+verhevenheid van vier meter hoogte opgericht, waarop tegen
+zonsondergang de overste post vatte. Aan den aequator duurt de
+schemering slechts zeer kort, en wanneer de maan niet schijnt, wordt
+het snel donkere nacht. Dan heerscht er over Afrika’s vlakten een
+drukkende, onheilspellende stilte. Patterson zelf bekent dat het hem
+steeds banger te moede werd, naarmate de uren voorbij gingen. Met het
+geweer in de hand bleef hij onbeweeglijk staan wachten; hij was er
+zeker van, dat de leeuw zou komen, om tezamen met zijn makker den ezel
+te verslinden, want uit de arbeiderskampen waren dezen avond geen
+angstkreten opgestegen.
+
+Klonk het daar niet alsof er een dunne tak onder een zwaren last brak?
+Een groot dier drong zich tusschen de struiken door, dat was duidelijk
+te hooren. Dan weer diepe stilte, nu een dof gesteun, het teeken van
+honger—het dier was in de nabijheid. Weer een zacht ruischen tusschen
+de struiken, daarna verbrak een vreeselijk gebrul de nachtelijke
+stilte. De leeuw had lucht gekregen van de nabijheid van een mensch.
+Zou hij omkeeren? Integendeel, hij versmaadt nu den ezel, en gaat
+regelrecht op den overste af!
+
+Twee uren lang kroop het roofdier in steeds enger kringen om de
+verhevenheid heen. Het werd den jager bang te moede. Plotseling voelt
+hij hoe iets zachts zijn nek aanraakt—„nu heeft het monster me” dacht
+hij! Maar ’t was slechts een nachtuil, die de roerlooze gestalte van
+den overste niet bemerkt had.
+
+Eindelijk besloot de leeuw tot den aanval en maakte zich gereed tot een
+sprong. Nauwelijks was het dier te onderscheiden van den bodem. Daar
+knalde het eerste schot door den nacht; de leeuw stiet een ontzettend
+gebrul uit en vluchtte in het struikgewas, waar hij zich, brullend van
+pijn, rondwentelde. Maar het gebrul werd zwakker, om eindelijk na een
+langgerekt gesteun, te verstommen. De rekening met den eersten roover
+was vereffend!
+
+Nog voor het aanbreken van den dag kwamen de arbeiders aangestroomd, en
+droegen den overste onder luid gejuich in triomf om den dooden leeuw
+rond. De tweede leeuw zette evenwel zijn bezoeken voort, maar werd ook
+spoedig neergeschoten.
+
+Nu kon het werk aan den spoorwegaanleg weer voortgezet worden, en de
+overste genoot in die streek, die hij van een plaag bevrijd had, de
+grootste populariteit.
+
+Patterson beleefde een groot aantal van zulke jachtavonturen, niet
+slechts met leeuwen, maar ook met neushoorns, nijlpaarden, luipaarden,
+giraffen, krokodillen, enz. Nog een zijner avonturen moge hier een
+plaats vinden.
+
+Op zekeren dag had hij in een klein station ten noorden van den Tsavo
+met den politiecommissaris Ryall in een spoorwagen gedineerd, zonder
+eenig vermoeden te hebben van het lot dat dezen man, eenige maanden
+later, precies in denzelfden wagen zou treffen. Een leeuw had dit
+station als zijn jachtterrein uitgekozen, en sleepte den eenen man na
+den anderen weg. De politiecommissaris begaf zich met twee andere
+Europeanen daarheen, om de streek van dien roover te bevrijden. Bij hun
+aankomst vernamen ze, dat het dier nog kort te voren in de nabijheid
+gezien was, en dat het dus niet ver weg kon wezen. Dus besloten de drie
+Europeanen om des nachts de wacht te houden. Ryall’s wagen werd
+afgehaakt, en op een zijspoor geschoven. Hier was de onderbouw nog niet
+gereed, zoodat de wagen een weinig scheef stond. Na het eten zouden zij
+afwisselend de wacht houden. Ryall het eerst. In den wagen stonden twee
+sofa’s die als bedden dienst deden, de eene tamelijk hoog boven den
+bodem. Ryall had ze zijn gasten aangeboden, maar de eene wilde liever
+tusschen de beide sofa’s op den grond liggen. Toen nu Ryall meende dat
+hij lang genoeg gewaakt had, en er geen spoor van den leeuw te bekennen
+viel, legde hij zich op de lagere sofa ter ruste.
+
+De wagen was voorzien van een schuifdeur die zeer gemakkelijk open en
+dicht schoof, en niet gesloten was. Toen alles stil was, kwam de leeuw
+uit het struikgewas in de nabijheid te voorschijn sluipen, sprong op
+het achterplatvorm van den wagen, maakte met zijn poot de deur open en
+gleed onhoorbaar naar binnen. Maar, nauwelijks was hij binnen, of de
+deur schoof tengevolge van den scheeven stand van den wagen, weer
+dicht, en sprong in het slot. Nu was het beest met drie slapende mannen
+in den wagen opgesloten! De slaper op de bovenste sofa werd wakker
+geschrikt door een rauwen angstkreet, en zag hoe de leeuw met de
+achterpooten op den eenen man, die op den bodem lag, en met de
+voorpooten op Ryall stond. Met den moed der vertwijfeling sprong hij
+van de sofa op, om de tegenover liggende deur te bereiken, maar hij kon
+het dier niet voorbijkomen, zonder op zijn rug te stappen! Tot zijn
+ontzetting bemerkte hij dat de bedienden, door het leven wakker
+geschrikt, de deur van buiten dicht hielden. Toch gelukte het hem, met
+aanwending van alle krachten, de deur te openen, en naar buiten te
+komen, waarop men ze snel sloot. In hetzelfde oogenblik klonk een
+verschrikkelijk gekraak—de leeuw was met Ryall in den bek door het
+venster gesprongen, en, daar de opening te smal was, had hij het
+houtwerk als glas versplinterd! Den volgenden dag werden de
+overblijfselen van den ongelukkige gevonden en begraven. De leeuw werd
+later in een val gevangen, en nog vele dagen lang tentoongesteld,
+voordat hij werd doodgeschoten.
+
+
+
+
+
+
+
+
+51. HET NIJLPAARD.
+
+
+In de meren en stroomen van midden-Afrika leeft het groote, plompe,
+monsterachtige nijlpaard, de Behemoth uit den bijbel. In oude tijden
+kwam het ook voor in Beneden Egypte, waar het „rivierzwijn” heette.
+Tegenwoordig moet men echter al een heel eind zuidelijk van Nubië
+komen, wil men het aantreffen. Het onderneemt in tal van stroomen
+tochten, waarbij het zich naar den waterstand richt: wanneer de
+waterspiegel daalt, dan trekt het dier stroomafwaarts, en wanneer het
+water weer wast, dan gaat ’t weer stroomopwaarts.
+
+Terwijl andere diersoorten sedert de vroegste zoölogische tijdperken
+groote gedaante-veranderingen hebben ondergaan, is het nijlpaard in
+hoofdzaak hetzelfde gebleven. Zoo komt het dat dit dier nog heden een
+voorwereldlijken indruk maakte. Het ronde, plompe lichaam rust op vier
+korte, vormlooze pooten, met vier hoeven aan elken poot. De kop is
+bijna vierkant, oogen en ooren zijn klein, de muil is geweldig breed en
+de neusgaten zijn groot. De twee centimeter dikke huid is onbehaard en
+heeft, naar gelang het dier nat of droog is, een grauwe, donkerbruine,
+of wel vuilroode kleur. Het wordt, de kleine staart niet meegerekend,
+vier meter lang, en weegt evenveel als dertig volwassen mannen.
+
+De nijlpaarden blijven voor het grootste deel van den tijd in het
+water; des nachts komen ze aan land, voornamelijk dáár, waar de stroom
+hun niet veel voedsel biedt. Wanneer men stil over rustig stroomend
+water heen vaart, dan kan men de dieren vaak verrassen; wanneer ze
+opduiken om versche lucht in te ademen, dan stijgen de waterstralen uit
+hun neusgaten naar boven. Dan duiken ze weer, en blijven wel drie of
+vier minuten onder water. Wanneer ze vlak onder den waterspiegel zijn,
+ziet men slechts zes kleine stippen: ooren, oogen en neusgaten. Wanneer
+ze gevaar meenen te bespeuren, dan steken ze slechts met hun neusgaten
+boven het water uit, en ademen zoo zacht als ze maar kunnen.
+
+Vaak klimmen ze op het droge, om zich in de zon te koesteren, dan hoort
+men hoe ze voortdurend een gegrom van welbehagen uitstooten. Tegen den
+avond zoeken ze echter dieper water op, waar ze rondzwemmen, en, met
+een voor zulke logge dieren groote behendigheid, elkaar najagen. Ze
+zwemmen steeds in troepen bijeen, en ontwikkelen daarbij een groote
+snelheid, terwijl ze de lucht met hun gebrul vervullen. Maar ze kunnen
+ook zoo zachtjes zwemmen, dat men het water in ’t geheel niet hoort
+ruischen. Wanneer een nijlpaard gewond is, brengt hij het water in zoo
+heftige beroering, dat kleine booten vaak gevaar loopen te kantelen.
+Wanneer meerdere oude mannetjes tegelijk hun gebrul uitstooten,
+weerklinkt het wijd en zijd door het oerwoud, als het rollen van den
+donder. Er is geen ander dier dat zulk een geluid kan teweegbrengen;
+zelfs de leeuw blijft dan luisterend staan.
+
+Aan den Boven-Nijl, voorbij Chartoem, waar een welige plantengroei de
+oevers bedekt, en waar talrijke stilstaande plassen en moerassen zijn,
+gaat het nijlpaard, evenals de krokodil slechts zelden aan land. Het
+voedt zich hier met lotusstengels en rietgewassen die in deze
+moerassige streken voorkomen; van tijd tot tijd duikt het dier onder,
+en wroet op den bodem van den stroom; wanneer het zijn geweldigen bek
+met bladeren en stengels gevuld heeft, komt het weer naar boven,
+waarbij dan het water in stroomen van zijn breeden rug afloopt, en dan
+ontplooien de geweldige tanden hun kracht. De eetlust van het dier is
+even groot als zijn geheele wezen.
+
+In streken, waar de oevers door bebouwde velden omzoomd worden, richt
+hij onder het koren en de groenten groote schade aan, zelfs het leven
+der menschen wordt daar door hem bedreigd. Wanneer hij door een boot in
+zijn rust gestoord wordt, laat hij niet met zich spotten. Het
+gevaarlijkste is het wijfjesnijlpaard, zoolang ze haar jong, dat ze op
+den rug overal meevoert, bij zich heeft. Een buks moet, om eenige
+uitwerking te hebben op het dikke huid-pantser, geducht geladen zijn.
+Wanneer het dier, na getroffen te zijn, snuift en onderduikt, dan is ’t
+voor den jager verloren; wanneer het zich echter uit het water verheft,
+om dan weer neer te vallen, dan heeft het een doodelijke wond
+ontvangen; in dit geval zinkt het onmiddellijk, en de jager heeft niets
+anders te doen dan een paar uur te wachten, totdat het lijk aan de
+oppervlakte komt drijven.
+
+Enkele negerstammen aan den Witten Nijl graven kuilen om daarin de
+nijlpaarden te vangen. Langs de stroomen, die in den noordelijken oever
+van het Ngami-meer uitmonden, maken de inboorlingen jacht op deze
+dieren met harpoenen, die voorzien zijn van scherpe, ijzeren weerhaken.
+Door middel van een lang touw is aan den harpoen een stuk kurk
+bevestigd. Op een rieten vlot zijn twee kano’s vastgemaakt, daar
+tusschen in hurken de zwarte jagers met hun harpoenen en lichte speren.
+Het vlot drijft geruischloos stroomafwaarts. In de verte hoort men de
+dieren snuiven en in het water rondplassen. Het gesprek der jagers
+verstomt, ieder moet op zijn post zijn. Daar ziet men de donkere
+gestalten, die gedeeltelijk boven het water uitsteken. Ze vermoeden
+geen gevaar van dat vlot dat door den stroom langs hen heen gedreven
+wordt. Vlak naast het vlot komt een nijlpaard opduiken. Op dit
+oogenblik verheft zich een harpoenier, en stoot het dier bliksemsnel
+zijn wapen in de zijde. Het dier duikt onder, maar het stuk kurk dat op
+het water blijft drijven, duidt de plek aan waar het zich bevindt.
+Zoodra het weer boven komt, wordt het met een hagelbui van speren
+ontvangen door de jagers die inmiddels hun kano’s van het vlot in het
+water hebben geschoven. Weer duikt het dier onder en laat een
+bloedroode streep in het water achter. Wanneer het nog eens naar boven
+komt en weer door een hagelbui van speren ontvangen wordt, komt het
+vaak voor, dat het woedend wordt, zich tegen zijn vervolgers richt, en
+een kano die zich wat al te dicht in zijn nabijheid gewaagd heeft, met
+de tanden versplintert, of wel met den kop omstoot. Soms koelt het
+verwonde nijlpaard zijn woede niet alleen aan de kano, maar werpt zich
+ook op de mannen, en menige koene jager is door hem reeds verscheurd.
+
+Wanneer echter het dier uitgeput is, dan vischt de jager het stuk kurk
+op, roeit aan land, bindt een touw om een boomstam, en trekt zoolang
+tot hij zijn buit op het droge gekregen heeft.
+
+Het vleesch van nijlpaarden wordt met graagte gegeten. Het vleesch der
+jongere en het vet van oudere exemplaren wordt voor bijzonder smakelijk
+gehouden; de tong is een lekkernij. Uit de huid vervaardigd men zweepen
+en schilden en nog tal van andere zaken; ook de groote hoektanden zijn
+van waarde. Vele diergaarden in Europa bezitten nijlpaarden die als
+jongen gevangen zijn. Wanneer men een jong wil bemachtigen, moet men
+eerst de moeder dooden, want ook in het gevaar verlaat het jong de
+moeder niet, het gaat zelfs niet van haar lijk weg. Deze jonge dieren,
+die voor zoölogische tuinen gevangen worden, worden met bijzonder
+ingerichte harpoenen gewond, die zoo gemaakt zijn, dat de wond niet
+diep in de huid doordringt en dus spoedig weer geneest. In den eersten
+tijd wordt het jong met koemelk gevoed; voor een enkelen maaltijd
+gebruikt het de melk van vier koeien. Maar, vaak kwijnen ze weg in de
+gevangenschap; ze droomen van Afrika’s meren en stroomen, waar ze lagen
+tusschen kokosbladen en riet. In plaats van den ruischenden stroom,
+moeten ze zich thans tevreden stellen met een armzalig bassin. En toch
+is, volgens den bijbel, het nijlpaard het eerste van Gods schepselen.
+
+
+
+
+
+
+
+
+52. DAVID LIVINGSTONE.
+
+
+In een eerlijk en vroom, maar arm arbeidersgezin in Blantyre bij
+Glasgow in Schotland werd voor honderd jaar een jongen geboren, wiens
+naam later wereldberoemd zou worden. Hij heette David Livingstone, en
+werd niet slechts de ontdekker van onbekende landen en volksstammen,
+meren en rivieren, maar ook een der edelste menschen die ooit hun eigen
+leven ten beste hunner medemenschen hebben opgeofferd.
+
+Op de dorpsschool leerde hij zonder moeite in korten tijd lezen en
+schrijven; maar daar zijn ouders niet in staat waren om hem te laten
+studeeren, deden ze den jongen toen hij tien jaar oud was op een
+spinnerij, waar hij van ’s morgens 8 tot ’s avonds 10 uur moest werken.
+Deze zware arbeid brak evenwel zijn moed en zijn weetgierigheid niet,
+en terwijl de machines om hem heen snorden, en de spoelen door het
+garen heen en weer vlogen, zwierven zijn gedachten over de
+fabrieksmuren heen en hielden zich bezig met de natuur en het leven
+daarbuiten. Vlijt en nauwgezette arbeid bezorgden hem spoedig een
+hooger loon, en voor het geld dat hij opspaarde, kocht hij tal van
+boeken, die hij tot diep in den nacht bestudeerde. Teneinde zooveel
+mogelijk zijn kennis uit te breiden, bezocht hij een avondschool, en op
+de feestdagen maakte hij met zijn broeders lange wandeltochten.
+
+Zoo groeide David op tot een jongeman, en op zekeren dag verklaarde hij
+zijn ouders dat hij zendings-arts wilde worden, om de volkeren in het
+Oosten en Zuiden te bezoeken, de zieken te verplegen, en allen die hem
+wilden hooren het evangelie te prediken. Om zich de noodige middelen te
+verschaffen tot studeeren, spaarde hij van zijn fabrieksloon, en toen
+hij voldoende had voor zijn onderhoud gedurende het eerste semester,
+ging hij naar Glasgow, waar hij voor anderhalve gulden per week een
+kamer huurde, en in de medicijnen studeerde. Na afloop van het eerste
+semester keerde hij weer naar de fabriek terug om weer voldoende te
+verdienen voor een volgend semester. Op deze wijze sloeg hij er zich
+door heen, en deed eindelijk met schitterend gevolg zijn examens. Op
+zekeren dag vergezelde zijn vader hem voor de laatste maal naar
+Glasgow, om daar voor altijd afscheid van hem te nemen! De jonge
+zendings-arts reisde af naar Afrika.
+
+Eerst begaf hij zich naar de Kaap, en vandaar naar Koeroeman, het
+noordelijkste zendingsstation in Betschoeana-land. Van hieruit maakte
+hij tal van reizen het binnenland in, om de inboorlingen en hun taal te
+leeren kennen, om hun zieken te helpen, en hun vertrouwen te winnen.
+Toen hij eens van zulk een reis terugkeerde, vond hij, toen hij 250
+K.M. van zijn doel verwijderd kampeerde, een klein, zwart meisje onder
+zijn wagen gehurkt.
+
+De kleine was haar bezitters ontloopen, om niet als slavin verkocht te
+worden, en was te voet den wagen van den zendeling gevolgd. Livingstone
+verkwikte haar met spijs en drank, toen ze plotseling luid begon te
+huilen. Ze had een man gezien met een buks die haar achterna gezonden
+was om haar terug te halen, en die nu dreigend naderde. Maar
+Livingstone nam het meisje in bescherming, en zorgde er voor dat ze ook
+later voor de slavernij bewaard bleef. Dit kind was voor hem een
+symbool van Afrika, de bakermat van den slavenhandel, en Livingstone
+begreep zijn roeping; tot aan zijn dood arbeidde hij, als vele jaren
+later Gordon, aan de bevrijding der slaven. Hij bestreed de heidensche
+gebruiken en het botte bijgeloof der inboorlingen, en hoopte mettertijd
+volgelingen te zullen krijgen die zijn leer verder zouden verbreiden.
+Livingstone bewees den zwarten dat de tooverkunst hunner
+medicijnmannen, die tegelijkertijd regenmakers waren, slechts bedrog
+was, en dat hij hun zelf water kon verschaffen voor hun velden, niet
+door tooverformules, maar door kanalen die het water van naburige
+stroomen afleidden. Talrijk waren de zieken die hij hielp, en wier moed
+en koelbloedigheid hem vaak met verbazing vervulden. Zonder een spier
+te vertrekken, of een enkelen kik te geven, lieten ze zich gezwellen
+wegsnijden of andere ingrijpende operaties verrichten. Dan zei hij wel
+eens: „Maar schreeuw dan toch, kerel, ’t doet toch pijn;” maar de
+inboorling antwoordde: „Een man schreeuwt niet, dat doen alleen
+kinderen.”
+
+Zoo won hij langzamerhand het vertrouwen, en een bijzondere macht over
+de zwarten. In sommige streken hield men hem voor een toovenaar, die
+over geheime krachten beschikte en dooden kon opwekken. Daar hij nooit
+dacht aan eigen voordeel, maar altijd slechts aan het welzijn der
+zwarten, die hij altijd vriendelijk behandelde, en nooit met harde
+woorden aansprak, verwierf hij zich de liefde en bewondering van deze
+wilden, die maar één ding niet konden begrijpen, en wel, dat een zoo
+machtig opperhoofd zichzelf tot dienaar van anderen maakte, inplaats
+van, zooals ze dat gewoon waren, de zwakkeren te onderdrukken en uit te
+buiten. De ergste bedreiging, die hij tegenover hen kon gebruiken, was
+dat hij ze zou verlaten wanneer ze hem niet gehoorzaamden; en wanneer
+hij dan werkelijk naar een anderen stam moest verder trekken, dan gaven
+de stamhoofden hem hun eigen zonen en betrouwbare mannen als gidsen
+mede.
+
+In 1843 stichtte Livingstone het zendingsstation Mabotsa, niet ver van
+de tegenwoordige stad Mafeking, tegenwoordig gemakkelijk van Kaapstad
+uit per spoorweg te bereiken. Het stamhoofd van die streek was gaarne
+bereid hem een stuk grond te verkoopen, waarvoor hij kralen en andere
+voor hem waardevolle zaken, kreeg. Zeventig jaar geleden was deze
+streek echter nog geheel een wildernis, en vaak was Livingstone’s leven
+in gevaar. Zoo was er eens een leeuw in het dorp ingebroken, die
+geweldig onder de schapen huishield. Onder leiding van Livingstone
+maakten de inboorlingen jacht op hem. De indringer werd zwaar verwond,
+en trok zich in het struikgewas terug, maar plotseling stormde hij weer
+uit de struiken tevoorschijn, en stortte zich op Livingstone, wien hij
+het vleesch van den schouder afhaalde en den linkerarm brak. Reeds
+rustte zijn poot op het hoofd van den zendeling, toen een inboorling op
+het dier toesprong, dat nu zijn slachtoffer losliet om zijn nieuwen
+aanvaller eveneens toe te takelen. Het beest was echter zoo zwaar
+gewond, dat zijn kracht uitgeput was, en het dood neerstortte. Nog
+dertig jaar later voelde Livingstone het litteeken van den beet, en hij
+heeft zijn linkerarm nooit meer hooger dan tot den schouder kunnen
+opheffen.
+
+Nadat zijn wonden geheeld waren, bouwde hij eigenhandig het nieuwe
+zendingshuis, waarbij door een vallenden steen de nauwelijks geheelde
+arm weer zwaar gekwetst werd. Toen het huis gereed was, betrok hij het
+met zijn jonge vrouw, de dochter van den bekenden reiziger en zendeling
+Moffat in Koeroeman.
+
+Te Mabotsa woonde nog een tweede zendeling, die het er nu op toelegde
+Livingstone het leven te verbitteren. Deze wilde echter de zwarten niet
+tot getuigen maken van het schouwspel dat twee blanken met elkaar ruzie
+hadden; hij ruimde dus het veld en trok met zijn vrouw verder, zeventig
+kilometer noordwaarts. Het huis in Mabotsa had hij van zijn eigen
+opgespaard geld gebouwd, want van de duizend gulden, die hij jaarlijks
+van het Engelsche Zendingsgenootschap ontving, kon voor het bouwen van
+huizen niet veel overblijven. Toen hij wegging, waren de inboorlingen
+wanhopend. Nog toen de ossen reeds voor den wagen gespannen waren,
+smeekten ze hem om toch te blijven, terwijl ze beloofden een nieuw huis
+voor hem te zullen bouwen. Maar, hij bleef bij zijn voornemen, en begaf
+zich naar het dorp Tschonoeane, waar de hoofdman Setschala leefde.
+
+Deze ontving Livingstone met groote vreugde, en hoorde oplettend naar
+zijn prediking. Hij beloofde zelfs den geheelen stam tot het
+Christendom te zullen bekeeren, en wel met behulp van een flinke zweep.
+Daar Livingstone echter van zulk een methode van bekeering niets wilde
+weten, zeide Setschala dat hij zijn onderdanen bezwaarlijk, zonder van
+een zweep gebruik te maken, zou kunnen bewegen tot het geloof aan
+Christus! Hij zelf zond evenwel zijn talrijke vrouwen allen op één na
+weg, waarmee hij zijn eigen aanzien een gevoeligen slag toebracht; want
+een hoofdman met slechts ééne vrouw vond men bijzonder armzalig!
+
+Van dit punt uit maakte Livingstone een reis oostwaarts, naar het
+gebied, dat Hollandsche boeren uit Kaapland opgezocht hadden. Ze hadden
+de Kaapkolonie verlaten, daar de Engelsche regeering geen slavenhandel
+duldde en de vrijlating der Hottentotten beval. De Boeren stichtten
+derhalve een eigen republiek, Transvaal genaamd, daar ze aan de
+overzijde van den Vaal, een zijstroom van de Oranje-rivier, gelegen is.
+Hier meenden ze de zwarten ongestoord tot slavenhandel te kunnen
+dwingen; ze bezetten alle bronnen en de inboorlingen waren in hun eigen
+land van vreemden afhankelijk.
+
+Livingstone had in zijn nieuwe nederzetting de handen vol; hij bouwde,
+verzorgde zijn tuin, bezocht de zieken, herstelde zijn wapenen en
+wagens, maakte tapijten en schoenwerk, predikte, gaf les in een
+kinderschool, hield voordrachten over geneeskunde en gaf les aan
+inboorlingen, die eveneens zendeling wilden worden. Zijn vrijen tijd
+gebruikte hij voor natuurwetenschappelijke verzamelingen, die hij naar
+het vaderland zond; bovendien bestudeerde hij de giftige tsetse-vlieg
+en de ziekte, die door deze teweeggebracht wordt, en hij arbeidde
+onverdroten aan het uitvinden van middelen om die beide te bekampen.
+
+Zijn nieuwe woonplaats had echter een ernstige schaduwzijde; er was
+gebrek aan water; daarom besloot Livingstone nog zeventig kilometer
+noordwaarts naar Koboleng te trekken, waar hij nu voor de derde maal
+een eigen huis bouwde. Ook ditmaal waren zijn zwarte vrienden geheel
+verslagen over zijn besluit. Daar ze hem er niet toe konden overhalen
+te blijven, pakte de geheele stam zijn have en goed bijeen, en trok met
+hem mee. In Kolobeng bleef Livingstone vijf jaren, de langste en tevens
+laatste rusttijd van zijn leven. Ook hier won hij het vertrouwen en de
+vriendschap der inboorlingen, want wanneer het gold een zieke te
+helpen, dan reed hij bij dag en nacht mijlen ver, zonder om gevaar te
+denken. In Kolobeng smaakte hij ook de groote vreugde met zijn eigen
+kinderen, die hier ter wereld kwamen, te kunnen spelen.
+
+De nabuurschap der Boeren vernietigde echter het succes van zijn
+arbeid. Ze haatten hem wegens zijn bestrijding der slavernij, en
+beschuldigden hem er van Setschala’s stam van wapenen te voorzien en
+tegen de Boeren op te hitsen. Ze dreigden alle zwarte zendelingen, die
+zich in Transvaal zouden vertoonen, zonder meer te zullen dooden, en
+ook lieten ze geen middel onbeproefd om Livingstone uit den weg te
+ruimen. Derhalve besloot deze nog verder naar het noorden te trekken,
+waar blanke mannen die christenen heetten, maar die inboorlingen als
+dieren behandelden, hem niet bij zijn arbeid zouden storen. Een in
+Kolobeng uitbrekende hongersnood versterkte hem in zijn besluit. Een
+groote droogte had den oogst doen mislukken en de bedding der rivieren
+volkomen uitgedroogd. De inboorlingen moesten er op uit om van de jacht
+te leven, en de vrouwen verzamelden sprinkhanen als voedingsmiddel.
+Geen kind bezocht meer de school, en de kerk stond des Zondags vergeefs
+open. Zoo begaf zich dan Livingstone nogmaals op weg om zich elders te
+vestigen.
+
+
+
+
+
+
+
+
+53. DE ONTDEKKING VAN HET NGAMI-MEER.
+
+
+Reeds toen Livingstone voor het eerst Afrika betreden had, en in
+Koeroeman vertoefde, hoorde hij, dat er ver in het Noorden, een groot
+zoetwatermeer was, dat men Ngami noemde. En op een zijner latere
+tochten was het hem zelfs gelukt om dit meer, dat nog nooit door
+Europeanen bezocht was, tot op tien dagreizen te naderen. Maar hij
+moest toen omkeeren, omdat onder zijn trekossen de runderpest uitbrak.
+Nu kwam echter op zekeren dag te Kolobeng een bode bij hem van den
+zwarten koning Letscholetebe, wiens gebied aan het Ngami-meer gelegen
+was; deze liet den zendeling verzoeken om tot hem te komen en beloofde
+hem een goed onthaal. Ook was er in zijn land veel ivoor. Toen de
+menschen van Livingstone van ivoor hoorden, waren ze terstond tot de
+lange reis bereid, en den 1sten Juni 1849 ging het weder noordwaarts.
+Een vriend van Livingstone, de Engelschman Oswell ging mee; als een
+welgesteld man had hij verscheidene wagens, tachtig ossen, twintig
+paarden en vijf-en-twintig dienaren medegenomen. Een dezer laatsten
+diende als gids, want reeds na twee dagen voerde de weg langs streken
+die nog nooit door een Europeaan betreden waren. Aan den woestijnrand
+kampeerden ze; overal in de rondte waren de bronnen uitgedroogd.
+Slechts in een kuil, waar een neushoorn zich in het zand rondgewenteld
+had, stond nog zooveel water, dat elk paard een slok kon nemen, maar
+voor de ossen was het niet toereikend, en daar de weg, tot aan de
+volgende rustplaats honderd en twintig kilometer lang was, en dwars
+door de beruchte Kalahari-woestijn liep, werden de ossen weer
+teruggedreven naar een veertig kilometer verder terug gelegen bron.
+Toen ze terugkwamen, had men echter reeds verscheidene waterrijke
+bronnen opgegraven, en toen de karavaan opbrak, hadden alle dieren
+zooveel gedronken als ze maar wilden.
+
+Verlaten en dor strekte de woestijn zich voor hun oogen uit. De
+uitgedroogde wagens knarsten over de zandvlakte, en de raderen zonken
+diep in het mulle zand. De ossen, die gebrek hadden aan water, verloren
+snel hun krachten. Na een tocht van drie dagen door de Kalahari, had
+men pas zeventig K.M. afgelegd. Toen raakte plotseling de gids de kluts
+kwijt, en wanneer men hem vroeg hoever het nog was tot aan de naaste
+bron, dan antwoordde hij op goed geluk af: vijftig kilometer. Een
+somber vooruitzicht voor de reizigers! Voordat ze zoover kwamen, zouden
+alle ossen allang van dorst omgekomen zijn! De paarden moesten
+vooruitgezonden worden, dan bleven die tenminste gespaard. In geval van
+nood kon men dan, wanneer de geheele karavaan omkwam, met de paarden
+verder trekken en van de jacht leven. Bovendien zouden de ossen het
+spoor van de paarden kunnen volgen, en misschien, door hun instinct
+geleid, een bron vinden.
+
+De paarden en hun berijders waren echter nauwelijks een uur weg, of ze
+kwamen aan een oase, en spoedig verried het kwaken van kikvorschen de
+aanwezigheid van een waterplas, die allen het leven redde.
+
+Na een tocht van twee maanden bereikte Livingstone de oevers van het
+Ngami-meer, dat nog nooit door een Europeaan aanschouwd was. De koning
+Letscholetebe bleek evenwel niet zoo vriendschappelijk gezind te zijn
+als men gehoopt had. Toen hij hoorde dat Livingstone nog verder
+noordwaarts wilde trekken, naar het groote stamhoofd Sebitoeane, was
+hij bang dat deze van de blanken vuurwapenen zou krijgen en
+strooptochten in zijn gebied zou ondernemen. Dientengevolge moest de
+expeditie weer naar Kolobeng terugkeeren. Maar Livingstone’s volharding
+kende geen hinderpalen; hij kwam nog een tweeden keer aan het
+Ngami-meer terug, vergezeld van zijn familie en van Oswell. Op dezen
+tocht kwam hij ook in het gebied van den machtigen Sebitoeane, die hem
+gastvrij ontving. Dit stamhoofd, in dit deel van Midden-Afrika als een
+goedhartig mensch bekend, was blij een blanke te zien, en begreep
+terstond dat deze zendeling hem en zijn stam goed gezind was. Reeds den
+eersten Zondag woonde hij de godsdienstoefening bij, en luisterde
+aandachtig naar Livingstone’s woorden. Eenige dagen later kreeg
+Sebitoeane echter een longontsteking, en het duurde niet lang of
+Livingstone zag dat het stamhoofd op sterven lag. Zijn laatste woorden
+golden Livingstone’s kleinen zoon: „Breng hem in de hut van de vrouwen
+en geef hem wat melk!” Toen blies Livingstone’s nieuwe vriend den
+laatsten adem uit.
+
+Nu zetten de beide reizigers hun tocht noordoostwaarts voort, naar het
+groote dorp Linjanti, en ontdekten spoedig daarop een groote rivier, de
+Zambesi. Haar benedenloop was den Europeanen reeds lang bekend, maar
+niemand kende haar bovenloop. Het klimaat van deze streken was zeer
+ongezond, aan het oprichten van een zendingsstation viel hier dan ook
+niet te denken. Het Makololo-volk, de stam van het doode opperhoofd,
+beloofde hem weliswaar grondbezit, hutten en ossen, wanneer hij daar
+wilde blijven, maar Livingstone had grootere plannen. Voordat hier aan
+een zendingsstation gedacht kon worden, moest er eerst een eerlijke
+handel bloeien; ook het Makololo-volk was begonnen slaven te verkoopen,
+teneinde in het bezit te komen van vuurwapenen en andere begeerlijke
+zaken uit Europa. Wanneer men ze nu er toe kon brengen om met ivoor en
+struisvederen handel te drijven, dan konden ze evengoed alles wat hun
+hart begeerde van de Europeanen in ruil bekomen. Maar daartoe ontbrak
+in de eerste plaats een weg naar de kust, hetzij van den Atlantischen,
+hetzij van den Indischen Oceaan, en het was Livingstone’s plan, zulk
+een weg te zoeken. Later, zoo meende hij, wanneer de slavenhandel voor
+een eerlijken handel had plaats gemaakt, zou het nog altijd tijd genoeg
+wezen om hier het christendom te prediken.
+
+Zoo trok hij dan weer zuidwaarts. Vrouw en kinderen konden hem op deze
+moeitevolle tochten niet vergezellen; hij zond ze naar Engeland. In
+Kaapstad nam hij van de zijnen afscheid, daarop reisde hij alleen naar
+Koeroeman, en begaf zich langs een omweg naar Kolobeng. Hij had
+onderweg veel oponthoud, en ditmaal was dat zijn geluk. Want intusschen
+had de eerste President der Boerenrepubliek, Pretorius, met zeshonderd
+Boeren, en zevenhonderd aangeworven zwarten Kolobeng verwoest,
+Livingstone’s geheele have geroofd, zijn vee weggedreven, alles wat ze
+niet konden meenemen, tot zelfs de meubels, stuk geslagen, zijn boeken
+verscheurd, de dorpen der inboorlingen overvallen, en zestig menschen
+met kanonnen neergeschoten. De verwachting der Boeren, om Livingstone
+zelf in handen te krijgen, werd gelukkig niet verwezenlijkt. De zwarten
+hadden zich echter dapper verweerd, en vijf-en-dertig dooden hadden de
+Boeren moeten achterlaten. Deze overval moest een straf voor de zwarten
+zijn, omdat ze Engelsche reizigers vrijen doortocht verschaft hadden.
+Daarbij waren deze Boeren Christenen, maar ze sloten hun land voor alle
+Europeanen, teneinde ongehinderd zelve de zwarten te kunnen mishandelen
+en uitzuigen, en ze als slaven te kunnen gebruiken, terwijl ze zelf
+rustig thuis zaten, hun pijp rookten, en in kalme gemoedsrust—den
+Bijbel lazen!
+
+
+
+
+
+
+
+
+54. VAN KUST TOT KUST.
+
+
+In het jaar 1853 begon Livingstone zijn verderen tocht naar de
+Westkust, en kwam eerst bij het Makololo-volk. Hier heerschte thans
+Sebitoeane’s zoon Sekeletoe, die hem vriendelijk ontving, en hem het
+liefst in het geheel niet meer had laten gaan. Toen Livingstone toch
+langs de Zambesi stroomopwaarts verder trok, begeleidde de koning hem
+met tal van krijgers. Na eenige dagmarschen stiet men op den
+halfbroeder des konings, die Mpepe heette; deze was een slavenhandelaar
+en stond Sekeletoe reeds lang naar het leven, om daardoor zijn eigen
+macht te vergrooten. Tweemaal poogde Mpepe zijn stiefbroeder te dooden,
+en eenmaal was het Livingstone, die den koning voor een speerworp
+behoedde. De strijd tusschen deze beide mededingers eindigde met den
+dood van Mpepe.
+
+Nog verder stroomopwaarts aan de Zambesi woonde de vader van den
+gedoode. Deze verbond zich nu met het opperhoofd van een naburigen
+stam, om gezamenlijk zijn zoon te wreken. Bij het eerste samentreffen
+werden eerst vreedzame onderhandelingen gevoerd, totdat plotseling
+Sekeletoe een teeken gaf; terstond omringden zijn krijgers de beide
+vijandelijke stamhoofden, en voordat Livingstone het kon verhinderen,
+werden ze door de mannen van Sekeletoe neergehouwen. De lijken werden
+in stukken gehakt, en den krokodillen in de Zambesi voorgeworpen.
+Livingstone was over deze verraderlijke daad zoo verontwaardigd, dat
+hij terstond deze streken verliet, en verder trok.
+
+Nu maakte Livingstone zijn gedenkwaardigen tocht van Linjanti naar
+Loanda aan de Westkust ten zuiden van de uitmonding van den Congo. Nog
+geen Europeaan had voor hem dezen weg afgelegd. Zijn geleide bestond
+uit zeven-en-twintig Makololo-manen, en zijn bagage uit bijna niets
+anders dan kralen en stukken goed, de in Afrika gangbare munt. Proviand
+had hij niet meegenomen, omdat hij van plan was dat men zou leven van
+wat er onderweg zou worden geschoten of gevangen.
+
+Het was een inspannende, moeitevolle tocht waarbij men door het gebied
+van tallooze wilde stammen trok. Eerst ging het stroomopwaarts langs de
+Zambesi, en dan langs den anderen oever. Tengevolge van hevige regens
+moest men telkens over sterk gezwollen beken en door verraderlijke
+moerassen trekken.
+
+Sedert Livingstone eens met een boot droevige ervaringen had opgedaan,
+liet hij zich steeds door een os door het natte element dragen.
+
+Wolken muskieten zwermden boven den vochtigen grond en de koorts
+ondermijnde Livingstone zoo hevig, dat hij niet eens meer op zijn os
+kon zitten. Maar onder al deze plagen verzuimde hij niet de natuur
+rondom hem gade te slaan en de kaart van den door hem genomen weg uit
+te werken. Zijn dagboek was een dik deel met sterken omslag en voorzien
+van een slot. Hij schreef daarin fijn en sierlijk, alsof het gedrukt
+was. Men zou hebben gedacht, dat het de mannen uit Makololo moede zou
+zijn geworden door onbekende streken en volkeren te trekken; maar niets
+was in staat hen hun heer en leidsman te doen verlaten.
+
+Reeds bij het begin van deze lange reis had Livingstone een schaar van
+achttien aan elkaar geketende slaven bevrijd, en hoe verder hij door de
+bosschen drong, des te vaker moest hij zien, hoe de slavenhandel de
+menschen verwilderde, hen wantrouwend en vijandig maakte. Meermalen
+bevrijdde hij troepen slaven door den drijver eenvoudig te bevelen, de
+gevangenen te laten loopen.
+
+Door goedheid en vriendelijkheid verwierf Livingstone overal het
+vertrouwen der wilden, zoodat zij hem niet alleen vrij lieten
+doortrekken, maar zelfs levensmiddelen schonken. Mocht al soms een
+opperhoofd moeilijkheden maken, en als schatting een os, een geweer of
+een van Livingstone’s geleiders verlangen, wist hij toch zoo goed met
+hem klaar te komen, dat deze hem ten slotte in vrede verder liet
+trekken. Dikwijls ontwapende hij zulk een opperhoofd met een grapje, en
+als dat niet hielp, kalmeerde hij de opgewonden gemoederen door zijn
+tooverlantaarn met bijbelsche platen. In gespannen verwachting
+verdrongen de zwarten, als de platen op het scherm verschenen, zich
+achter hem, niet vrij van angst, dat het geesten zouden zijn, die hen
+kwaad wilden doen. Maar van een anderen godsdienst dan het kijken naar
+deze bijbelsche platen wilden zij niets hooren.
+
+Zoo naderde Livingstone met zijn dappere schaar voetje voor voetje de
+Westkust. Kort voor zijn doel werd hem echter nog een zware schatting
+afgeperst door een onverzoenlijk opperhoofd; hij boette zijn wollen
+deken, zijn scheermes en een menigte kleedingstukken in, en zijn
+manschappen moesten hun sieraden en hun koperen armbanden afstaan. Van
+alles beroofd, ontmoetten zij eindelijk een Portugees, en onder zijn
+geleide hield Livingstone zijn intocht in het Portugeesche gebied aan
+de Westkust. Door de Portugeezen in Loanda werd Livingstone gastvrij
+opgenomen; zij bezorgden hem alles wat hij noodig had, en voorzagen hem
+van top tot teen van nieuwe kleeren.
+
+Voor Loanda lagen verscheidene Engelsche kruisers, die daar gekomen
+waren om den slavenhandel onmogelijk te maken. Hier bij zijn
+landslieden verheugde zich Livingstone in een heerlijken rusttijd. Welk
+een genot weer eens in een behoorlijk bed te slapen, nadat hij een half
+jaar lang slechts op den vochtigen grond had gelegen! En hoeveel nieuws
+vernam hij nu niet uit de groote wereld, waaruit zoo lang geen bericht
+tot hem was doorgedrongen. Men vertelde hem van den Krim-oorlog, waarin
+Gordon als onbekend luitenant voor het eerst streed, en van de
+hulp-expeditie, die uitgevaren was om den Noordpoolvaarder Franklin en
+zijn ongelukkige makkers te zoeken. Na jarenlang rondtrekken in het
+zwarte werelddeel, zou het maar al te heerlijk zijn geweest, in een
+gemakkelijke scheepskajuit op den terugweg naar Engeland uit te rusten!
+
+Maar Livingstone weerstond de verzoeking. Hij wilde zijn trouwe
+Makololo-manschappen niet aan een onzeker lot overlaten, daar hij
+bovendien had vastgesteld, dat de weg naar de Westkust zich niet
+eigende voor een handelsweg. Misschien bood de Zambesi een zekeren weg
+van de binnenlanden naar de Oostkust, en om dit vast te stellen,
+weerstond hij alle gevaar en koortsaanvallen, nam afscheid van de
+Engelschen en Portugeezen en trok nog eens het donkere Afrika binnen.
+
+Voordat Livingstone echter Loanda verliet, ordende hij zijn papieren,
+zijn aanteekeningen en kaarten van de nieuw ontdekte landen tot een
+geweldig pakket. Maar het Engelsche schip, dat zijn post aan boord had
+genomen, leed schipbreuk bij Madeira en verging met man en muis!
+Slechts één passagier werd gered. Livingstone bevond zich nog in de
+nabijheid van de kust, toen hem deze ongelukstijding bereikte, en nu
+moest hij al deze aanteekeningen en teekeningen nog eens over maken,
+een werk dat verscheiden maanden in beslag nam. En toch kan hij nog van
+geluk spreken! Indien hij zijn Makololo-mannen in den steek had gelaten
+en naar zijn vaderland was teruggegaan, dan zou ook hij met het
+verongelukte schip te gronde zijn gegaan.
+
+Regen en ziekte veroorzaakten op deze nieuwe reis vele hinderpalen,
+maar anders liep ze gemakkelijker van stapel dan de vorige. Uit Loanda
+had hij een grooten voorraad geschenken voor de opperhoofden meegenomen
+en nu was hij bij zijn terugkeer ook reeds een bekende voor hen. Toen
+hij de dorpen van het Makololo-volk weer binnentrok, kwam de geheele
+stam hem tegemoet om hem te begroeten. Livingstone hield een dankstond
+voor het geheele volk. Bij de nachtelijke vuren werden ossen geslacht,
+de zwarte mannen sloegen de trommel, onder dans en gezang stegen
+vreugdekreten boven de toppen der apenbroodboomen en van omhoog
+fonkelden de sterren door de kruinen der wilde palmen.
+
+Sekeletoe toonde zich nog steeds vriendschappelijk gezind. Maar
+Livingstone had ook een prachtig geschenk voor hem uit Loanda
+medegebracht, een afgelegd uniform van een overste, waarin hij nu
+Zondags in de kerk verscheen; die trok de aandacht van het volk veel
+meer dan de prediker met zijn woorden. De vrijgevigheid van Sekeletoe
+ging zoo ver, dat hij, toen Livingstone nu verder naar de Oostkust
+wilde trekken aan zijn blanken vriend tien ossen om te slachten, drie
+van zijn beste trekossen en mondvoorraad voor de geheele reis schonk.
+En dit was nog niet genoeg, hij beval, dat honderd van zijn
+krijgslieden als wacht zouden medetrekken, en zoo ver als zijn naam
+macht had over woud en veld, gaf hij bevel, dat alle jagers en
+landbouwers den blanken man en zijn troep moesten geven, wat dezen
+noodig hadden. De reizen van Livingstone zijn toch daarom vooral
+merkwaardig, dat hij ze zonder noemenswaardige ondersteuningen uit het
+vaderland, ten uitvoer bracht; als vriend der Afrikanen legde hij
+geheele einden uitsluitend als hun gast af.
+
+Nu werd de richting langs den oever der Zambesi ingeslagen, het was
+voor hem een volkomen onbekend land. In Linjanti had Livingstone reeds
+gedurende zijn vroegere bezoeken gehoord van een geweldigen waterval
+der Zambesi, en nu zou hij deze Niagara van Afrika ontdekken. Hij gaf
+er den naam Victoria-val aan. Boven den val is de Zambesi 1800 meter
+breed en over een drempel van basalt stort deze ontzaglijke stroom 119
+meter in de diepte, waar de ziedende en borrelende watermassa’s door
+een dikwijls ternauwernood 50 meter breede rotskloof worden
+saamgeperst. Wolken van stof, regen en waterdamp zweven voortdurend
+boven den val, daarom noemen de inboorlingen hem „het rookende water.”
+De beschrijving van den Victoria-val maakte later op de Europeanen een
+veel dieperen indruk dan al de overige ontdekkingen van Livingstone.
+Dat er in Afrika een waterval was, die zich met de Niagara kon meten,
+ja die aan woeste schoonheid en grootsche kracht zelfs nog overtrof,
+daarvan had men tot nu toe niets vermoed. Tegenwoordig loopt een
+spoortrein over den Victoria-val en ook is er een stad in de nabijheid
+ontstaan, die den naam van Livingstone draagt.
+
+Het oorverdoovend geraas van den Victoria-val stierf in de verte weg
+achter de reizigers en de troep ging verder langs de boschpaden van de
+grens van den eenen stam naar die van een anderen. Met
+bewonderenswaardige kalmte plaatste Livingstone moed en doodsverachting
+tegenover alle gevaren en lage listen, en met onvermoeiden ijver werkte
+hij aan zijn kaart van Zuid-Afrika, waarvan hij de hoofdlijnen aangaf.
+In den loop der jaren was hij meer onderzoeker dan zendeling geworden.
+Maar de grondgedachten zijner toekomstdroomen waren steeds: het eind
+van den geografischen ontdekkingsarbeid is slechts het begin der
+werkzaamheid van den zendeling.
+
+In het eerste Portugeesche station aan de Zambesi liet hij zijn
+Makololo-manschappen achter met de belofte, dat hij later terug zou
+komen en hen naar hun dorpen zou terugbrengen. Daarna voer hij de
+Zambesi af, naar Quelimana en had hiermede Afrika van kust tot kust
+doorkruist. Livingstone was de eerste wetenschappelijk gevormde
+Europeaan, die dit ten uitvoer bracht.
+
+Nadat hij zoo vijftien jaren in de binnenlanden van Afrika had
+doorgebracht, kon hij het zich wel veroorloven, ook eens de terugreis
+naar het vaderland te aanvaarden.
+
+Een Engelsche brik bracht hem naar Mauritius, einde 1856 kwam hij te
+Engeland aan. Met ontzaglijk gejubel werd hij overal ontvangen en nog
+nooit was een onderzoeker zoo geëerd als hij! Van stad tot stad werd
+hij als een held geëerd en deze populariteit gebruikte hij om overal
+tegen den slavenhandel te prediken, en zijn landslieden er van te
+overtuigen, dat de blanken verantwoordelijk zijn voor de bevrijding der
+zwarten. Afrika dat donker en vergeten onder zijn dravende regengordels
+had neergelegen, werd nu opeens het middelpunt van de aandacht van alle
+beschaafden.
+
+Wel is waar bleef afkeuring den overwinnaar bij zijn terugkeer niet
+gespaard. Zooals altijd waren er geografen, die beweerden dat zijn
+ontdekkingen reeds door anderen waren gedaan, maar het geschreeuw dezer
+dwergen tegen den reus verstomde gaandeweg. Het zendingsgenootschap gaf
+hem ook te verstaan, dat hij voor de verbreiding van het Evangelie niet
+genoeg had gewerkt, dat hij te zeer onderzoeker en te weinig zendeling
+was geweest. Livingstone trad daarom het zendingsgenootschap uit en
+toen hij daarna, na een verblijf van twaalf maanden in het vaderland,
+met zijn vrouw naar Afrika terugkeerde, reisde hij in opdracht van de
+Engelsche regeering.
+
+Gedurende deze tweede, zes jaren durende reis door het zwarte
+werelddeel, gelukte het hem, onder meer gewichtige ontdekkingen, het
+Groot Nyassa-meer te vinden, uit welks omgeving tot nu toe jaarlijks
+negentienduizend slaven naar Zanzibar werden gebracht; het aantal der
+ongelukkigen, die op den weg naar de kust bezweken, is mogelijk
+jaarlijks nog veel grooter geweest.
+
+Gedurende dit tweede verblijf in Afrika stierf de vrouw van Livingstone
+en werd onder de zware takken van een apenbroodboom begraven. Ook dit
+ongeluk brak zijn moed en kracht niet en toen hij na zes jaar naar zijn
+geboorteland terugkeerde, had hij weer licht gebracht over een geweldig
+stuk van de binnenlanden van Afrika.
+
+
+
+
+
+
+
+
+55. DE APOSTEL VAN AFRIKA.
+
+
+In het jaar 1866 landde Livingstone opnieuw in Zanzibar en dezen keer
+in de hoedanigheid van Britsch consul van de binnenlanden van Afrika.
+Hij doorkruiste het land van het Nyassa-meer; toen hij zich echter in
+de booten der inboorlingen naar den westelijken oever van het meer
+wilde laten overzetten, beletten Arabieren hem dit, die hem kenden als
+den gevaarlijksten vijand van den slavenhandel. Hij moest dus te voet
+het meer omgaan, en veroverde voet voor voet voor de wetenschap nieuwe
+streken, werkte kaarten uit, hield aanteekeningen en legde
+verzamelingen aan. Nog eens naderde hij streken, die hij reeds van de
+vorige reizen kende, waar de vrouwen van de zwarten aan den oever der
+rivier door krokodillen werden weggesleept, waar zijn echtgenoote was
+gestorven en alle zendelingen, die men er op zijn verzoek heen gezonden
+had, aan koorts waren gestorven!
+
+Hij had slechts zeven-en-dertig manschappen bij zich; een hunner,
+Moesa, had hem vroeger reeds vergezeld, en velen zijner bedienden waren
+Indiërs. Maar spoedig bleek het dat zijn geleide armzalig gespuis was.
+Hij moest de Indiërs wegzenden en van de overigen kon hij slechts aan
+weinigen vertrouwen geven. De besten waren Soesi en Tschoema, die later
+in Afrika en Europa beroemd werden om hun voorbeeldigen trouw.
+Daarentegen was Moesa een schurk. Toen hij van een slavenhandelaar
+vernam, dat het geheele land, hetwelk Livingstone wilde doortrekken,
+door oorlogzuchtige stammen was bewoond, die kort geleden een troep van
+veertig Arabieren overvallen en gedood hadden, overviel hem en de
+meesten zijner makkers zulk een vrees, dat zij op de vlucht gingen. Bij
+zijn komst te Zanzibar vertelde Moesa aan den Engelschen consul, dat
+Livingstone overvallen en gedood en van al zijn bezittingen beroofd was
+geworden. Hij had zijn verzonnen bericht zoo handig bedacht, en zoo
+goed uit het hoofd geleerd, dat hij zich bij het kruisverhoor in geen
+tegenspraken verwikkelde en overal geloofd werd. De Engelsche bladen
+brachten reeds kolommen vol klaagliederen over den doode. Slechts één
+vriend van Livingstone, die hem op zijn vroegere reizen had vergezeld,
+en Moesa heel precies kende, twijfelde aan de waarheid van het bericht.
+Hij ging zelf naar Afrika, volgde het spoor van den doodgewaande en
+vernam toen ook spoedig van de inboorlingen, dat Livingstone nooit
+overvallen was, maar zich nu op weg bevond naar het tot nu toe
+onbekende Tangajika-meer.
+
+Deze weg was ver en bezwaarlijk, en berokkende Livingstone groote
+verliezen. De levensmiddelen raakten op, en een gehuurde drager ging er
+met de reisapotheek vandoor. Dientengevolge was Livingstone van alle
+middelen tegen de koorts beroofd, en zijn gezondheid werd ernstig
+geschokt. Toch bereikte hij de zuidelijke punt van het Tangajika-meer,
+en een jaar later ontdekte hij het Bangweolo-meer. Per boot bezocht hij
+de in het meer liggende eilanden, en wekte groot opzien onder de
+inboorlingen, die nog nooit een blanke hadden gezien.
+
+Rondom het meer strekten zich groote moerassen uit, en Livingstone had
+de overtuiging gekregen, dat men in deze streek de uiterste zuidelijke
+bron van den Nijl had te zoeken. De vraag omtrent de waterscheiding van
+den Nijl boeide hem zoo sterk, dat hij het eene jaar na het andere in
+Afrika bleef en toch werd het hem niet gegund dit vraagstuk op te
+lossen. Hij heeft nooit gehoord, dat de rivier, die uit het
+Bangweolo-meer komt, niet naar den Nijl stroomt, maar een zijrivier van
+de Loealaba of de Boven-Congo is.
+
+Aan den oever van het Bangweolo-meer sloegen de meesten zijner
+geleiders aan het muiten, maar hij wist hen in zooverre te kalmeeren,
+dat zij hem nog verder volgden. Hij reisde nu in gezelschap van een
+vriendschappelijk gezind Arabier, Mohammed genaamd. Bij den troep waren
+nog eenige Arabieren, verscheiden inboorlingen van den oostelijken
+oever van het Tangajika-meer en slaven, die ivoor en proviand droegen.
+Hoe vaak zag Livingstone nu groote scharen slaven voorttrekken, die met
+een hout, dat als een vork om hun hals greep, vooruit geduwd werden, en
+als zij zich niet verder konden sleepen door hun onmenschelijke
+pijnigers op de plaats werden gedood, opdat zij andere kooplieden niet
+ten goede zouden komen. Eens hoorde hij zulk een troep uit volle borst
+zingen, en toen hij hen naar de reden van hun vroolijkheid vroeg,
+vertelden zij hem, dat zij wraakliederen zongen. Nu werden zij naar de
+kust gebracht, om zich zelf af te werken in slavernij, maar eens zou
+hun juk worden afgeschud. Dan zouden zij naar hun wouden terug keeren
+en daar de tirannen op hun beurt martelen.
+
+Livingstone werd op deze reis ernstig ziek en moest op een baar worden
+gedragen. Dikwijls lag hij in ijlende koorts en verloor volkomen elk
+besef van tijd. Als men slechts gelukkig het Tangajika-meer bereikte en
+over het meer het land Oedjidji, aan den oostelijken oever, dan kreeg
+hij weer rust, nieuwe voorraden en brieven uit het geboorteland en deze
+hoop hield hem staande.
+
+Van alles beroofd en rampzalig bereikte hij werkelijk Oedjidji, een der
+hoofdpunten van den Arabischen slavenhandel. Maar de verwachte
+voorraden waren spoorloos verdwenen en van al de brieven, die hij aan
+den sultan van Zanzibar en naar zijn geboorteland had geschreven, is er
+nooit een aangekomen. De stammen aan den oostelijken kant van het meer
+waren juist met elkaar in strijd. Toch liet Livingstone den moed niet
+zakken. Geen noodlot scheen vreeselijk genoeg om de weerstandskracht
+van dezen man te breken. Met Soesi en een schaar nieuw aangeworven
+dragers brak hij opnieuw op, om in westelijke richting over het meer te
+gaan, waar het land Manjema zijn doel was. Door het grensgebied hiervan
+stroomde de Loealaba, en als het hem gelukte vast te stellen waar deze
+geweldige rivier bleef, of zij naar de Middellandsche Zee of naar den
+Atlantischen Oceaan stroomde, dan wilde hij met een gerust geweten naar
+het vaderland terugkeeren. Hij had zich voorgenomen het zwarte
+werelddeel niet eerder te verlaten, voor hij dit vraagstuk zou hebben
+opgelost, en aan dit besluit heeft hij vergeefs zijn leven opgeofferd.
+
+Ook in het Manjemaland waren de zwarten met elkaar in oorlog, aten hun
+verslagen vijanden op, aanbaden afgoden, die zij zelf uit hout sneden,
+en geloofden aan bezweringen en meer dergelijke dwaasheden. „Sterven
+bij u de menschen ook, of kent gij bezweringen, die tegen den dood
+helpen?” vroegen zij. „Waar blijft den mensch als het leven is
+uitgebluscht?” Livingstone beproefde hun dat alles duidelijk te maken.
+
+Daarna trok hij verder in westelijke richting. De Loealaba liet hem
+geen rust; de inboorlingen der streken, die hij doortrok, zagen hem
+evenals de andere vreemdelingen, voor een slavenhandelaar aan, en
+ondersteunden hem op geen enkele manier.
+
+Maar welk een sprookjesachtig land trok hij door. Op de heuvels wuifden
+palmen in den wind, en klimplanten, zoo dik als kabeltouw slingerden
+zich rondom reusachtige boomen, op welke krijschende papegaaien van tak
+tot tak vlogen. Geheele scharen vroolijke apen, leefden in het groene
+bladerendak en de dieren wedijverden met den plantengroei in
+verscheidenheid en rijkdom. Vreemde planten, die insecten en zelfs
+kleine visschen, die in het natte gras omhoogsprongen, naar zich toe
+trokken en opaten, groeiden aan de oevers der rivieren, en voor al
+zulke natuurverschijnselen had Livingstone een steeds open oog.
+
+Doordat de regentijd intrad, kon hij gedurende verscheidene maanden
+niet verder trekken en toen het eindelijk weer zoover kwam, had hij nog
+slechts drie metgezellen, onder wie de twee getrouwen Soesi en
+Tschoema.
+
+In het donkere kreupelhout van het tropisch bosch reet hij zijn voeten
+open, hij klauterde verder over omgevallen boomstammen en vermolmde
+takken, door gezwollen rivieren moest hij waden, terwijl tusschen de
+toppen der boomen en in het dichte kreupelhout koortsdampen als
+nauwelijks zichtbare sluiers zweefden. Weer werd hij ziek en moest lang
+in een armelijke hut op een bed van gras blijven liggen, waar hij zijn
+tijd doorbracht met steeds weer zijn reeds geheel stuk gelezen bijbel
+te bestudeeren en zich door de inboorlingen te laten inlichten over hun
+strijd met menschen en mensch-apen, want ook de gorilla huisde daar in
+het woud.
+
+Zoo verliep het eene jaar na het andere zonder dat ook maar het zwakste
+geluid van het gewoel der wereld tot het oor van Livingstone doordrong,
+en hij zelf was voor de Europeesche wereld verdwenen. Wat hem hier
+terughield, was nog steeds de Loealaba rivier. Stortte ze haar
+onuitputtelijk water in de groote zee in het Westen of stroomde ze
+langzaam door bosschen, moerassen en woestijnen naar Egypte?
+
+Livingstone had een dochter, Agnes genaamd. Zij leeft nog en in haar
+gastvrij huis te Edinburg zijn nog de dagboeken haars vaders, zijn oude
+bijbel en zijn instrumenten te zien.
+
+Als jong kind had zij aan haar vader geschreven, dat hij zich voor haar
+niet moest haasten met het naar huis keeren, dat het veel beter was,
+dat hij eerst kalm zijn werk voltooide, opdat hij er zelf tevreden over
+zou kunnen zijn. Zulk een opwekking van den kant zijner eigen dochter
+kon natuurlijk niet anders dan hem in zijn besluit versterken, en in
+een brief uit Manjema schreef hij haar, dat hij aan zijn jonge
+landgenooten ook een voorbeeld van volharding wilde geven. In dezen
+brief vertelde hij ook hoe oud, grijs en tandeloos hij is geworden, dat
+hij ingevallen wangen en diep weggezonken oogen heeft. Een opperhoofd
+had hem een jongen gorilla geschonken, over dien schrijft hij: „Als het
+dier zit, is het bijna twee voet hoog en hij is de verstandigste, de
+minst dwaze aap, dien ik ooit heb gezien. Hij strekt zijn handen
+smeekend uit om opgetild en rondgedragen te worden en als men weigert,
+vertrekt hij zijn gezicht als een schreiend mensch en wringt de handen
+precies als een mensch. Soms strekt hij nog een derde hand uit om de
+vraag nog dringender te maken. Hij nam mij dadelijk als vriend aan en
+als iemand hem plaagt, zoekt hij bij mij bescherming: op mijn mat heeft
+hij een legerstede uit gras en bladeren gemaakt en als het tijd is om
+te gaan slapen, dekt hij zich met de mat toe. Helaas kan ik hem niet
+mede naar huis nemen, want ik vrees, dat hij sterft, voor dat ik op weg
+naar huis ga. Maar hij ziet er erg verwilderd uit; zoolang zijn moeder
+leefde, die hem goed verzorgde, was zijn lang zwart haar mooi en fijn.
+Maar waartoe zou ik hem meebrengen? Alleen word ik al genoeg
+aangegaapt—twee gorilla’s, hij en ik, zouden zeker niet met rust worden
+gelaten!”
+
+In Februari 1871 verliet Livingstone Manjema, en begaf zich naar
+Njangwe, aan den oever van de Loealaba, een middelpunt van den
+slavenhandel. Weer toonden de inboorlingen zich vijandig, omdat zij ook
+hem voor een slavenhandelaar hielden, en tevergeefs beproefde hij
+booten te krijgen om de groote rivier af te varen. Hij bood een der
+Arabische opperhoofden, Doegoembo genaamd, betaling aan, als deze hem
+zou willen helpen, maar terwijl Doegoembo over het aanbod nadacht, werd
+Livingstone ooggetuige van een voorval, dat aan afschuwelijkheid alles
+overtrof, wat hij nog in Afrika had bijgewoond.
+
+Het was een mooie Julidag aan den oever van den Loealaba.
+Vijftienhonderd zwarten, voor het meerendeel vrouwen, waren in een dorp
+aan den oever, waar een markt gehouden werd, samengekomen. Livingstone
+dwaalde buiten in het vrije veld rond, toen hij op eens zag, hoe twee
+kanonnen op de menigte werden gericht en afgevuurd. De slavenhandelaars
+waren aan het werk! Velen van hen, die overvallen waren, snelden naar
+de booten, maar de bende slavenjagers sneed hen den weg af en stortte
+een regen van pijlen op hen neer, en de booten aan den oever lagen te
+dicht naast elkaar om inallerijl afgestooten te kunnen worden. Het
+gekerm der gewonden vervulde de lucht, en allen liepen in wanhoop door
+elkaar. Boven den waterspiegel vertoonden zich een menigte zwarte
+koppen; velen der vervolgden beproefden zwemmend een eiland te
+bereiken, dat anderhalve kilometer verwijderd was, maar de stroom was
+hen tegen. Eenigen verdwenen stil in de diepte, anderen stieten luide
+jammerklachten uit, en strekten de armen ten hemel, voordat ze in de
+donkere kristallen zalen der krokodillen neerdaalden. Drie kano’s, die
+te zwaar beladen waren, zonken, en de geheele bemanning kwam om.
+Gaandeweg werd het getal der boven het water zichtbare hoofden steeds
+kleiner en slechts enkelen streden nog maar om het behoud van hun
+leven, toen het opperhoofd Doegoembe zich eindelijk ontfermde en de
+laatste een-en-twintig liet redden. Een dappere vrouw weigerde echter
+zijn hulp aan te nemen, en verkoos den krokodil boven de genade van den
+slavenkoning. De Arabieren zelf schatten de omgekomenen op vierhonderd
+man. De beschrijving van zulke tooneelen, die daarna door de geheele
+Engelsche pers ging, verwekte in Europa zulk een storm van afschuw, dat
+een commissie benoemd en naar Zanzibar werd gezonden, om den
+slavenhandel aan de plaats zelf te bestudeeren en om met den sultan van
+Zanzibar middelen te beramen tot geheele uitroeiing er van. Wij weten
+met welke uitkomst. Nog ten tijde van Gordon was de slavenhandel in
+Soedan in vollen gang, en er zouden nog tientallen van jaren
+voorbijgaan, voordat de macht der slavenhandelaars gebroken zou zijn.
+Maar het was voor Livingstone zelf een geluk, dat hij zich niet bij het
+opperhoofd Doegoembe had aangesloten, want de inboorlingen vereenigden
+zich tot verweer, overvielen den slavenhandelaar en zijn bende en
+doodden tweehonderd van hun pijnigers.
+
+Maar nu bleef de vraag naar het lot van de Loealaba-rivier onopgelost
+en Livingstone zelf begon te vreezen, dat zijn droom, in de Loealaba de
+bron van den Nijl voor zich te hebben, ongegrond was. Een gerucht drong
+tot hem door, dat de rivier naar het Westen afsloeg; maar nog steeds
+kon hij de hoop niet opgeven, dat de Loealaba naar het Noorden ging en
+de bron van den Nijl dus onder de zijrivieren van het Bangweolo-meer
+was te zoeken. Ofschoon de moeilijkheden rondom hem als muren omhoog
+kwamen, werd zijn besluit, niet toe te geven, nog sterker. Zonder een
+sterke, goed uitgeruste karavaan, kon hij wel is waar niets bereiken.
+Daarom moest hij terugkeeren naar Oedjidji, waar zeker reeds lang
+nieuwe voorraden van de kust waren aangekomen. Onder duizend gevaren
+ondernam hij den terugtocht door het in opstand verkeerend land, en
+half dood van koortsaanvallen en van alles ontbloot, bereikte hij in
+October Oedjidji.
+
+Maar hier wachtte hem een nieuwe teleurstelling! Wel waren de voorraden
+overgekomen, maar de Arabische schurk, die de zaken van Livingstone zou
+bewaren, had ze verkocht, daaronder waren tweeduizend meter stoffen en
+verschillende zakken kralen, de eenige gangbare munt in het verkeer met
+de zwarten. De Arabier zeide doodbedaard, dat hij gemeend had, dat de
+zendeling dood was!
+
+Hoe Livingstone te moede was in dezen benarden toestand, lezen wij in
+zijn dagboek; hij geleek op den man die naar Jericho reisde en in
+handen van roovers viel en hij scheen vergeefs te moeten wachten op den
+priester, den Leviet en den barmhartigen Samaritaan. Maar vijf dagen na
+zijn aankomst in Oedjidji schrijft hij in dagboek:
+
+„Toen ik mij nog het diepst terneergeslagen voelde, naderde de
+barmhartige Samaritaan reeds! Op zekeren morgen kwam Soesi haastig
+aanloopen en riep buiten adem: „Een Engelschman! Ik zie hem!” Met deze
+woorden maakte hij weer rechtsomkeert om den vreemdeling tegemoet te
+snellen.
+
+„Een Amerikaansche vlag aan het hoofd der karavaan gaf te kennen van
+welk land zij waren, die daar naderden. Balen van koopwaren, tenten,
+kookgereedschap, suiker, badkuipen enz. werden meegevoerd, en ik moest
+onwillekeurig denken: „dat moet een rijk heer zijn, niet zoo’n arme
+drommel als ik ben.””
+
+
+
+
+
+
+
+
+56. HOE STANLEY LIVINGSTONE VOND.
+
+
+Terwijl Livingstone nu voor zijn hut staat, de oogen met de hand
+beschuttend en de Amerikaansche vlag bekijkend, die van den naasten
+heuvel, wapperend in den wind nadert, willen wij hooren wat er
+intusschen in Europa is gebeurd.
+
+Een jong journalist Henry Morton Stanley genaamd, in dienst van het
+groote dagblad „The New York Herald” wiens eigenaar de Amerikaansche
+millionnair Gordon Bennett was, bevond zich in 1869 in Madrid. Op
+zekeren morgen wekte zijn bediende hem met een telegram, dat slechts de
+woorden bevatte: „Kom voor een gewichtige aangelegenheid naar Parijs,
+Gordon Bennett.”
+
+Met den eersten trein ging Stanley naar Parijs en haastte zich naar het
+hotel van Bennett. Deze ontving hem met de vraag:
+
+„Waar denkt gij dat Livingstone nu zal zijn?”
+
+„Dat weet ik werkelijk niet,” antwoordde Stanley.
+
+„Gelooft ge dat hij nog leeft?”
+
+„Misschien—maar misschien ook niet.”
+
+„Ik geloof dat hij leeft,” zeide Bennett, „en gij moet hem zoeken.”
+
+„Wat,” riep Stanley, „ik moet naar Afrika?”
+
+„Ja, ik zou willen dat gij daarheen ging en Livingstone opzocht.
+Misschien lijdt de oude man gebrek; neem dus alles mee wat hij zou
+kunnen gebruiken. Handel geheel naar eigen goedvinden, maar—vind
+Livingstone!”
+
+Stanley bracht nog alleen in het midden: „Zulk een reis kost geld.”
+Maar Bennett antwoordde hem: „Laat f 12000 van de bank halen, en als
+gij die hebt uitgegeven neemt gij weer f 12000 op en zoo verder, zoo
+lang als het noodig is, maar—vind Livingstone!”
+
+„Goed,” zeide Stanley. „Ik zal met Gods hulp doen wat ik kan.”
+
+En zoo ging het dan naar Afrika. Stanley had van Gordon Bennett nog
+eenige andere opdrachten ontvangen, die hij onderweg ten uitvoer moest
+brengen. Hij reisde den Nijl op, bezocht Jeruzalem, ging naar Trapezund
+en Teheran en dwars door Perzië naar Boesjir, langs denzelfden weg dien
+de lezers van het eerste deel bekend is, en bereikte pas begin Januari
+1871 Zanzibar.
+
+Hier maakte hij allereerst grondige voorbereidselen voor de reis naar
+de binnenlanden. Hij had van Afrika slechts Abessinië leeren kennen en
+was nooit in de binnenlanden van het zwarte werelddeel geweest, maar
+als verstandig en moedig man stelde hij zich van al het wetenswaardige
+op de hoogte en gelijk een speurhond was hij niet van zijn plan af te
+brengen. Hij kocht zooveel stoffen, dat honderd man zich daarmede twee
+jaren lang zouden kunnen kleeden. Kralen, metaaldraad en andere
+voorwerpen van welke de zwarten houden, verder zadels en tenten,
+geweren en patronen, een boot, geneesmiddelen, werktuigen, proviand en
+ezels. Twee Engelsche zeelieden sloten zich bij de expeditie aan, maar
+beiden stierven in het koortsland. Zwarte dragers werden gehuurd en
+twintig man, die Stanley zijn soldaten noemde, werden van geweren
+voorzien. De groote bagage werd op booten geladen en onder zeil ging
+het van Zanzibar naar het Afrikaansche vasteland. Te Bagamoyo werd de
+laatste hand aan de uitrusting gelegd, en nu moest er haast gemaakt
+worden om den marsch nog voor den regentijd te kunnen beginnen.
+
+In twee afdeelingen, te zamen honderd twee-en-negentig man, trok de
+groote en rijke karavaan naar het Westen. Leider van de laatste
+afdeeling was Stanley zelf, en toen hij, met de Amerikaansche vlag
+voorop, op weg ging, was geheel Bagamoyo op de been. In de diepe
+schaduwen der mimosahagen marcheerden de soldaten met het geweer op den
+schouder en zongen vroolijke liederen, voor hen lag de wildernis, de
+binnenlanden van Afrika met hun donkere raadselen!
+
+Op tijd bereikte de vroolijk zingende troep de eerste kampplaats. Hier
+groeide de hooge maïs in het rond, en op uitgestrekte velden werd de
+maniokplant geteeld. Hun groote knollen bevatten voor het grootste deel
+stijfsel, maar ook een giftig, meelachtig sap, dat doodt als men de
+wortels zoo maar opeet. Maar bij juiste behandeling wordt het sap
+gemakkelijk verwijderd, en de fijngewreven wortel geeft dan een meel,
+waaruit een soort brood wordt bereidt. Rondom de nabijgelegen moerassen
+stonden lage waaierpalmen en accacia’s tusschen weelderig gras en
+onbeweeglijke varens.
+
+Den volgenden dag marcheerde de karavaan onder ebbenhoutboomen en
+kalabasboomen; uit de basten der vruchten maken de inboorlingen
+vaatwerk, want door uitwendige bewerking laat de vrucht zich gedurende
+haar groei in elken vorm brengen. Faisanten en kwartels, moerashoenders
+en duiven vlogen verschrikt op, toen de lange reeks zwarte mannen zich
+door het hooge gras slingerde. In de waterpoelen, die men over moest
+trekken, lagen nijlpaarden, die in het geheel niet schuw waren en
+behaaglijk snoven.
+
+Maar lang duurde het gunstige weer niet; toen trokken de voorloopers
+van den regentijd met geplas en gekletter over het land. De twee
+paarden der karavaan bezweken; verscheiden manschappen, wie het in
+Bagamoyo beter was bevallen, deserteerden, en twaalf dragers kregen de
+koorts. Ondanks dat verhaastte Stanley zijn marsch zooveel mogelijk,
+hij zelf sloeg elken morgen op een blikken kan de reveille. Het ging
+verder door dichte „jungles”. In een klein dal wiegden zich maïsvelden
+in den wind en zachte koeltjes suisden door het suikerriet, dat nat van
+den regen was. De hangende bananen geleken op vergulde komkommers en
+rechts en links van het pad geurden tamarinden- en mimosaboomen. Nu en
+dan werd in de dorpen, die uit goed gebouwde hutten van gras bestonden,
+halt gehouden.
+
+Na veertig dagen eindigde de regentijd op den laatsten April. Bosschen
+van prachtige palmyrapalmen omringden nu de reizigers; deze palmen
+groeien bijna in geheel tropisch Afrika, in Indië en op de
+Soenda-eilanden en ze werden reeds in een oud Indisch lied
+verheerlijkt, omdat hun vrucht, hun bladeren en hun hout, naar men
+zegt, voor acht honderd en één verschillende doeleinden zouden zijn te
+gebruiken. Daarna werd het land heuvelachtig en in het Westen verheft
+zich de eene bergkam boven den anderen. Soldaten en dragers verheugden
+zich uit het vochtige kustland in droge streken te komen, maar voor de
+ezels werd de weg nu heel moeilijk. Er werd gekampeerd in dorpen, wier
+bijenkorfvormige hutten met bamboes en bast waren gedekt en door leemen
+muren waren omgeven. Eenige einden van den weg waren zoo woest, dat
+slechts wolfsmelk (euphorbia), distels en doornstruiken in den dorren
+grond voedsel vonden. Bij een klein meer vond men verscheiden sporen
+van buffels, zebra’s, giraffen, wilde zwijnen en antilopen, die daar
+kwamen om te drinken.
+
+In een dorp haalde Stanley een groote Arabische karavaan in, met welke
+hij het gevreesde, oorlogzuchtige Oegogoland doortrok.
+
+De twee karavanen telden nu te zamen vierhonderd man, die op de smalle
+paden, die sinds onheugelijke tijden door olifanten en neushoorns in de
+jungles waren uitgetreden, de een achter den ander moesten verder
+trekken. In een streek hadden de hutten den vorm van de tenten der
+Kirgiezen en in een andere streek verhieven zich midden in het bosch
+rotsen als ruïnen van een slot uit een sprookje.
+
+In Tabora, de hoofdplaats van Oenjamwesi, een der voornaamste
+nederzettingen in Oost-Afrika, haalde Stanley de voorste afdeelingen
+van de karavaan in, en de Arabieren bewezen hem alle mogelijke eer. Zij
+onthaalden hem op tarwekoeken, kippen en rijst, en schonken hem vijf
+vette ossen, acht schapen en tien geiten. Prachtig bebouwde akkers
+strekten zich in het rond uit, waarop groote kudden met vee graasden,
+en men zag het de statige, goedgebouwde mannen niet aan, dat zij ook
+slavenhandelaars waren.
+
+Het land Oenjamwesi was juist in oorlog. Mirambo, een machtig
+opperhoofd in het Noord-Westen bedreigde Tabora; de Arabieren
+verzamelden daarom de Oenjamwesi krijgslieden, om hen voor te zijn, en
+een leger van tweeduizend tweehonderd man trok ten strijde. Twintig
+Arabieren trokken met vijfhonderd inboorlingen naar het dorp Mirambos
+en veroverden het, maar het opperhoofd ontvluchtte met zijn
+manschappen. De hutten werden geplunderd; met een rijken buit van
+honderd olifantstanden, zestig balen stof, en tweehonderd slaven
+keerden de krijgslieden naar hun haardsteden terug. Maar hiermede was
+de oorlog nog in het geheel niet ten einde. Mirambo en zijn manschappen
+overvielen Oenjamwesi, doodden alle Arabieren en een menigte
+inboorlingen en haalden hun eigendom terug. Bij deze gelegenheid werden
+ook vijf mannen van Stanley gedood.
+
+Toen Stanley Tabora verliet, had hij nog slechts vier-en-vijftig man;
+hij moest daarom een omweg naar het Zuiden maken, om de stammen te
+vermijden, die in oorlog waren. Met elken dag nam zijn spanning en zorg
+toe. Waar was die Livingstone dan toch, over wien de geheele wereld
+sprak?
+
+Was hij reeds lang dood of zwierf hij nog steeds in de wouden van
+Afrika, zooals nu gedurende bijna dertig jaren?
+
+Dikwijls moest Stanley een of soms wel twee balen stof aan een
+opperhoofd als schatting betalen. Een dezer zwarte koningen zond
+levensmiddelen, voor de karavaan, voldoende om vier dagen lang van te
+kunnen leven en bezocht daarna met een schaar zijner zwarte
+krijgslieden Stanley in zijn tent. Men noodigde hen uit plaats te
+nemen, een poos zaten de zwarten stil, keken den blanken man
+nieuwsgierig aan, betastten zijn kleeren, keken elkaar aan en barstten
+in schaterend gelach uit. Gaandeweg werden zij zóó vroolijk, dat zij
+met de vingers knipten en zoo heftig aan hun ineengestrengelde
+wijsvingers trokken, dat zij zich bijna de handen ontwrichtten. Daarna
+mochten zij de geweren en de apotheek bekijken. Stanley liet hun een
+flesch ammoniak zien, en vertelde hun dat deze medicijn tegen hoofdpijn
+en de beten der slangen hielp. De zwarte koning klaagde dadelijk over
+hoofdpijn, maar toen Stanley hem de flesch onder de neus hield, viel
+hij met verwrongen gelaat lang uit op den grond, terwijl zijn
+krijgslieden het uitbrulden van lachen en in de handen klapten.
+
+Voor dezen keer had zijne majesteit genoeg van het sterke geneesmiddel!
+
+Toen op een avond, juist onder het eten, Stanley het teeken tot
+opbreken gaf, kwam het tot een muiterij onder zijn dragers. Deze
+wierpen, nadat zij een half uur hadden geloopen hun pakken weg en
+begonnen in dreigend uitziende groepen met elkaar te fluisteren, twee
+raddraaiers legden zich in hinderlaag en richtten hun geweren op
+Stanley. Maar deze greep dadelijk naar zijn buks en dreigde hen, dat
+hij hen op de plaats zou neerschieten als zij niet onmiddellijk hun
+geweren neerlegden. Het voorval eindigde zonder bloedvergieten en de
+mannen beloofden opnieuw verder rustig mede naar het Tangajika-meer te
+trekken, zooals het bij de afreis was overeengekomen.
+
+Nu moest de karavaan door een boschrijke streek waar de tsetse-vlieg al
+het vee doodde en de kleine honigvogel bedrijvig tusschen de boomen
+heen en weer vloog. Deze vogel gelijkt op de gewone musch, hij is
+alleen iets grooter en heeft op elke schouder een gele vlek. Door
+voortdurend heen en weer fladderen in een bepaalde richting, maakt hij
+de inboorlingen opmerkzaam op nesten van wilde bijen. Volgt men hem,
+vriendelijk fluitend, zonder hem door geraas te verschrikken, dan merkt
+de vogel dat men zijn bedoeling begrijpt. Hoe meer men het bijennest
+nadert, des te korter einden fladdert hij heen en terug, en als hij
+zijn doel heeft bereikt, gaat hij op een nabijgelegen tak zitten, om
+geduldig te wachten op zijn aandeel in den buit. Daarom is de
+honigvogel zeer geliefd bij de inboorlingen en zij volgen hem waarheen
+hij hen roept.
+
+Vandaar richtte Stanley zich noordelijk naar een rivier, die in het
+Tangajika-meer uitloopt. In kleine, gebrekkige booten ging de karavaan
+er over, terwijl de ezels er overheen moesten zwemmen, waarbij een der
+dieren de prooi van een krokodil werd.
+
+Daar ontmoette Stanley op zekeren dag een karavaan, die uit Oedjidji
+kwam, en hoorde, dat zich daar een blanke man bevond! „Hoera, dat kan
+niemand anders dan Livingstone zijn!” dacht Stanley. Zijn ijver verder
+te komen werd nu des te grooter. Door hoogere betaling kon hij zijn
+dragers bewegen langere dagmarschen te maken, en steeds sneller ging
+het nu van land tot land, van het eene opperhoofd naar het andere.
+
+Eens versperde een troep inboorlingen de karavaan den weg, de zwarten
+riepen Stanley toe: „Waarom trekt de blanke man zonder groet of gave
+het dorp van koning Oekka voorbij? Weet hij niet, dat koning Oekka
+schatting heft voor de toestemming zijn land door te trekken?” Uit een
+naburig dorp naderden vijftig krijgslieden met een aanvoerder van hooge
+gestalte.
+
+Hij droeg een kersrooden mantel, een hoofdband en aan een halsketting
+een stuk ivoor. Allen waren gewapend met speren, knotsen, bogen en
+pijlen. Met voorname houding trad het zwarte opperhoofd op den
+aanvoerder der blanken toe en begroette hem vriendelijk: „Hoe gaat het
+u, mijnheer?” En Stanley antwoordde: „Hoe gaat het u zelf, opperhoofd?”
+Stanley ging nu op een baal goed zitten en de zwarten legden hun
+wapenen neer. Na een poosje zeide het opperhoofd: „Ik ben de groote
+Miouwoe, de eerste man na den koning van Oekka. Wil de blanke man geen
+schatting betalen aan den koning? De blanke man is sterker dan wij. Hij
+heeft geweren, wij slechts bogen en speren. Maar Oekka is groot en wij
+bezitten veel dorpen. De blanke man kan rondzien, alles wat hij ziet,
+behoort aan Oekka. Verlangt de blanke man oorlog of vrede?”
+
+Op deze plechtige toespraak antwoordde Stanley: „Het groote opperhoofd
+Miouwoe weet, dat blanke mannen niet tegen zwarten oorlog voeren. Zij
+komen niet voor de slaven noch voor het ivoor maar om het nieuwe land
+te zien, de bergen en meren, de menschen en de dieren, en tehuis in hun
+eigen land daarvan te vertellen. De blanken zijn machtig, hun kogels
+reiken verder dan gij kunt zien. Maar ik wil geen oorlog, ik wil de
+vriend zijn van Miouwoe en van alle zwarte mannen.”
+
+Het einde van deze verhandeling was, dat Stanley een groote belasting
+aan katoen moest geven. Het volgend opperhoofd eischte eveneens hooge
+schatting en slaven meldden, dat op de volgende dagreizen vijf
+verschillende opperhoofden dezelfde aanspraken zouden maken. Dat ging
+te ver! Men kon zich toch maar niet gewoonweg laten plunderen. Daar
+bood de gids aan, om voor twaalf ellen katoen de karavaan bij nacht
+door het bosch te brengen, als men zich dan heel stil hield. En
+werkelijk bracht hij hen door het struikgewas, dat door het maanlicht
+werd overgoten en de karavaan bereikte zonder verder lastig gevallen te
+worden zijn laatste legerplaats, voor het Tangajika-meer.
+
+De tiende November van het jaar 1871 brak aan. Het was een prachtige,
+zonnige morgen en zes uren lang marcheerden Stanley en zijn manschappen
+naar het Zuid-Westen. Door dicht bamboeriet, leidde het pad naar den
+heuvel, van waar men den zilver-glanzenden spiegel van het
+Tangajika-meer voor zich zag en aan den westelijken oever vertoonden
+zich blauwe bergen, welker nevelige omtrekken in de verte vervaagden.
+De geheele karavaan slaakte een jubelkreet. Van een laatsten landrug
+kwam het dorp Oedjidji reeds in het zicht, zijn hutten, zijn paleizen
+en zijn groote booten, beneden aan den oever. Stanley tuurde als een
+valk langs den oever. Het gerucht dat een blanke man aan het meer
+vertoefde, was de laatste dagen steeds beslister geworden. Waar was de
+hut van den gezochte? Was het Livingstone, leefde hij nog, of was zijn
+naam nog maar een sage of een droom?
+
+Nu wordt de vlag gezwaaid. De dorpelingen stroomden de naderenden
+tegemoet onder oorverdoovend geraas; een verwelkoming, een vragen en
+door elkaar roepen begint. Nog slechts enkele honderden schreden tot
+aan het dorp.—Voorwaarts! Marsch!
+
+Daar roept iemand uit het gedrang: „Good morning, sir!” Wie kan dat
+zijn? Een zwarte, in een wit hemd en tulband op het hoofd!
+
+„Wie ter wereld zijt gij?” vraagt Stanley.
+
+„Ik ben Soesi, de bediende van Dr. Livingstone!”
+
+„Dus Dr. Livingstone leeft?”
+
+„Ja, mijnheer!”
+
+„In dit dorp?”
+
+„Ja, mijnheer!”
+
+„Loop dan gauw en haal den doctor!”
+
+En Soesi liep zoo gauw als hij maar kon.
+
+Toen Livingstone het verrassende bericht hoorde, dat een karavaan was
+aangekomen, daalde hij van de veranda van zijn huis op het erf, waar de
+Arabieren, die in Oedjidji woonden, zich ook hadden verzameld. Stanley
+baande zich een weg door de menigte en zag nu voor zich een kleinen
+man, grijs en bleek met de blauwe muts van een consul, waarvan de band,
+die eens goud was geweest, geheel verbleekt was, een buis met roode
+mouwen en versleten grauwe broek. De eerste ingeving van Stanley was op
+hem toe te snellen en hem te omarmen, maar met het oog op de
+volksmenigte nam hij zijn hoed af, trad op hem toe en zeide:
+
+„Niet waar, Dr. Livingstone?”
+
+„Ja,” antwoordde deze vriendelijk, terwijl hij even de muts afnam.
+
+„Goddank, doctor, dat het mij vergund is u te ontmoeten.”
+
+Waarop Livingstone antwoordde: „Ook ik dank er God voor, dat ik hier
+ben om u welkom te heeten.”
+
+De twee gingen nu op de veranda zitten, de in het rond staande
+inboorlingen keken hen bewonderend aan. Ik heb Stanley eens in Londen,
+aan een diner, gevraagd, hoe het hem te moede was, toen hij Livingstone
+in het hartje van Afrika ontmoette; hij antwoordde, dat zijn gevoel
+veel te overweldigend was geweest, om te kunnen beschrijven. Hij had
+den beroemden kluizenaar, die gedurende bijna dertig jaren, de wereld
+verzakend, onder de zwarten had geleefd, steeds weer moeten aankijken
+en elken rimpel van zijn bleek gelaat gadegeslagen, waarin lijden en
+ernst, de jaren van eenzaamheid en arbeid, ziekte en zorg gegrift
+waren, en steeds weer had hij aan de woorden van Gordon Bennett moeten
+denken: „Het doet er niet toe wat het kost—maar spoor voor mij
+Livingstone op.”
+
+Nog laat in den avond zaten de twee bij elkaar en spraken samen. De
+nacht spreidde zijn sluier uit over de palmen, en het werd donker over
+de bergen van waar Stanley dien dag was neergedaald. Een doffe branding
+sloeg ruischend tegen den oever van het Tangajika-meer.
+
+
+
+
+
+
+
+
+57. DE LAATSTE REIS VAN LIVINGSTONE.
+
+
+Vier maanden bleven Stanley en Livingstone bij elkaar. Zij huurden twee
+groote booten en roeiden naar het noordelijk einde van het
+Tangajika-meer. Want, al verlangde Livingstone ook gedurende de laatste
+zes jaren naar het vaderland en vooral naar zijn kinderen, weigerde hij
+toch terug te keeren, voordat hij wist of de Loealaba tot den Nijl of
+tot den Congo behoorde. Nu stelden de beide onderzoekers vast, dat het
+meer noordelijk geen afvoer had. Maar daarmede was het vraagstuk dat
+Livingstone zoo zeer in beslag nam, nog volstrekt niet opgelost. Pas
+twee jaren later gelukte het aan den Engelschman Cameron, de Loekoega
+te ontdekken, die uit het Tangajika-meer komt, en in de Loealaba
+stroomt. En daar hij bovendien nog vaststelde, dat Njangwe, aan de
+Loealaba, honderd en vijftig meter lager ligt dan de Nijl bij zijn
+uitstrooming uit het Albert Niansa-meer, was hiermede bewezen, dat de
+Loealaba niets met den Nijl te maken had en dat de veronderstelling van
+Livingstone, de uiterste bronnen van den Nijl in het Bangweolo-meer te
+willen vinden, een vergissing was! De Loealaba moest dus naar den
+Atlantischen Oceaan stroomen, en feitelijk is zij niets anders dan de
+bovenloop van den Congo.
+
+Maar al te gauw was de tijd van Stanley voorbij. Hij moest naar
+Zanzibar terug, om aan de wereld mede te deelen, dat Livingstone nog
+leefde. Zij begaven zich te zamen naar Tabora, waar Livingstone nieuwe
+voorraden wilde afwachten en Stanley schonk hem van zijn overvloed nog
+veertig balen katoen, kralen en metaaldraad, een boot van zeildoek, een
+waterdichte tent, twee achterladers en andere wapenen—en voorzag hem
+ook rijkelijk van ammunitie, werktuigen en kookgereedschap, voorwerpen
+die voor Livingstone van onschatbare waarde waren, daar hij nog beslist
+zoo lang in Afrika wilde blijven, totdat hij zijn taak had volbracht.
+
+Stanley had bovendien aan Livingstone beloofd in Zanzibar eenige
+vertrouwde dragers te huren en naar Tabora te zenden, waar Livingstone
+hun komst zou afwachten. Zijn dagboeken, brieven en kaarten had
+Livingstone den vertrekkende overhandigd, wat voor Stanley zelf van het
+grootste gewicht was; want toen hij in Engeland terugkwam, betwijfelde
+men zijn berichten! De dagbladen beproefden hem verdacht te maken, al
+geloofde het groote publiek zijn woorden ook. Later kreeg hij echter
+voor dit wantrouwen volkomen voldoening, en niemand twijfelde er meer
+aan, dat hij met het vinden van Livingstone een schitterende daad had
+verricht.
+
+Eindelijk kwamen de nieuwe dragers van Livingstone, zeven-en-vijftig
+man te Tabora aan. Zij waren flink en vertrouwbaar en einde Augustus
+begon Livingstone nu een nieuwe reis, zijn laatste! Nog eens sloeg hij
+de richting in naar het Tangajika-meer en met Nieuwjaar 1872 bevond hij
+zich in de nabijheid van het Bangweolo-meer. De regen stroomde dezen
+keer als nooit te voren, alsof de hemel al zijn sluizen had geopend, en
+de karavaan kwam hierdoor op den slibberigen weg slechts met moeite
+vooruit.
+
+Tusschenbeide marcheerde men urenlang in het water en de rivieren waren
+slechts door hun golven van de omringende moerassen en het ver in het
+rond overstroomde land te onderscheiden. De inboorlingen waren ook
+onvriendelijk, weigerden levensmiddelen en gaven verkeerde inlichtingen
+omtrent den weg. Zulk een moeilijke reis had Livingstone nog nooit
+gemaakt!
+
+Zijn plan was het Bangweolo-meer aan de zuidzijde om te trekken en al
+de rivieren na te vorschen, die er in uitloopen. Vooral ook de
+Loeapoela, die er uitstroomt en in de Loealaba uitmondt. Hij wilde dan,
+het naar het Noorden stroomende water volgen, en zich van de richting
+en het laatste punt overtuigen. Maar welken weg de raadselachtige
+rivier ook naar de een of andere zee mocht inslaan—het af te leggen
+eind weg was verschrikkelijk groot en de dagen van Livingstone waren
+geteld. Na lang ziek te zijn geweest, werd zijn toestand tengevolge van
+de inspanning der laatste reis ernstiger. Zijn lichaam was gesloopt en
+verzwakt door voortdurende koorts en onvoldoende voedsel. Maar nog
+steeds geloofde hij aan het succes van zijn reis en met onvermoeide
+nauwgezetheid schreef hij zijn waarnemingen neer. De eene maand na de
+andere sleept hij zich voort. Maar zijn krachten waren niet meer
+voldoende voor zulk een inspanning. Den 21sten April schreef hij met
+bevende hand nog slechts de volgende woorden in zijn dagboek:
+
+„Beproefde te rijden, maar ik moest gaan liggen en men droeg mij geheel
+uitgeput terug in het dorp.”
+
+Er werd nu een gemakkelijke draagbaar voor hem gemaakt, en Soesi en
+Tschoema waren steeds in zijn nabijheid. Den volgenden dag werd hij
+twee uur ver door de moerassige grasvlakte gedragen, maar de volgende
+vier dagen was hij niet meer in staat een regel in zijn dagboek neer te
+schrijven. Slechts op de kaart verbond hij nog een dorp aan den
+zuidelijken oever van het Bangweolo-meer met een ander. Den 27sten
+April staat er:
+
+„Met mij is het geheel gedaan en ik blijf hier.—Moet gezond worden!—Heb
+uitgezonden om twee geiten te koopen voor de melk. Wij zijn aan den
+oever van de Molilamo.”
+
+Met deze woorden—sluit zijn dagboek, dat dertig jaren omvat! Geiten
+waren echter niet te vinden, maar het opperhoofd van de plaats zond
+andere levensmiddelen als geschenken.
+
+Twee dagen later werd de reis voortgezet en het opperhoofd zond booten
+om de Molilamo over te steken, een beek, die in het meer uitloopt. De
+zieke werd in een boot getild en over de sterk gezwollen beek geroeid.
+Aan den oever snelde Soesi vooruit om in het naburig dorp van het
+opperhoofd Tschitamba, een hut in te richten. De draagbaar volgde
+langzaam; telkens moest de zieke zijn manschappen verzoeken de baar
+neer te zetten en hem te laten rusten. Hij scheen in een verdooving te
+zijn gevallen, die zijn bedienden schrik aanjoeg. Toen hij eindelijk in
+het dorp aankwam, hadden de inboorlingen zich verzameld en stonden
+zwijgend, gesteund op hun speren, rondom de baar, waarop de blanke man
+rustte, van wiens daden en roem zij zoo dikwijls hadden gehoord. Een
+hut was ingericht, en tegen den binnenmuur werd van gras en takken een
+bank aangebracht, waarop het bed werd uitgespreid. Voor den ingang werd
+een vuur ontstoken, waarbij de knaap Majvara de wacht hield.
+
+Vroeg in den morgen van 30 April bracht het opperhoofd Tschitambo zijn
+gast een bezoek, maar Livingstone was te zwak om met hem te kunnen
+spreken. Toen ’s avonds de mannen zich ter ruste hadden begeven, werd
+Soesi te elf uur bij zijn heer geroepen. Uit de verte weerklonk luid
+geschreeuw; Livingstone vroeg aan Soesi of zijn manschappen zulk een
+leven maakten. Toen hij hoorde, dat die sliepen, zeide hij:
+
+„Ik hoor aan de kreten, dat de lieden een buffel uit hun durrhaveld
+verjagen.”
+
+Na een poosje zeide hij:
+
+„Is dat de Loeapoela?”
+
+„Neen,” antwoordde Soesi, „wij zijn in het dorp van Tschitambo.”
+
+„Hoeveel dagreizen zijn het nog tot de Loeapoela?”
+
+„Ik geloof drie dagen,” antwoordde Soesi.
+
+Na een poosje zuchtte Livingstone diep en zeide:
+
+„O, lieve, lieve God!”
+
+Daarna verloor hij het bewustzijn.
+
+Te middernacht riep Majvara Soesi weer bij den zieke, die een poeder
+wilde innemen. Nadat Soesi hem daarmede had geholpen, zeide hij: „Nu
+kunt gij gaan.”
+
+Te vier uur in den morgen van 1 Mei 1873 riep Majvara den bediende
+Soesi weer en verzocht hem dadelijk te komen. „Ik ben bang, ik weet
+niet of onze heer nog leeft.” Soesi riep Tschoema, en eenige anderen,
+en zij snelden naar de hut van Livingstone. Deze lag geknield naast
+zijn bed, het hoofd gebogen op de gevouwen handen. Zoo hadden zij hem
+dikwijls gezien, verdiept in het gebed, en daarom trokken zij zich in
+eerbiedig zwijgen terug. Maar het was er hen vreemd bij te moede, en
+toen niets zich bewoog, naderden zij zachtjes; Livingstone ademde niet
+meer! Een van de bedienden raakte de wangen van den knielende aan, zij
+waren koud. De apostel van Afrika was dood!
+
+Diep bedroefd legden zijn bedienden hem op zijn bed en gingen daarna
+naar buiten om te beraadslagen.
+
+Juist begonnen de hanen in het dorp te kraaien, en een nieuwe dag brak
+over Afrika aan. Zij gingen de hut van Livingstone weer binnen om zijn
+bagage te regelen. Allen die hem vergezelden, waren er bij tegenwoordig
+om gezamenlijk de verantwoording te dragen. Met bijzondere zorg legden
+zij de dagboeken en brieven van den dokter, zijn bijbel en zijn
+instrumenten in ijzeren kisten, om ze voor vocht en witte mieren, die
+anders alles vernielen, te beschermen.
+
+Wat nu? Soesi en Tschoema wisten welk een ontzaglijke taak hen wachtte.
+Zij kenden den afschuw der inboorlingen voor een lijk; de inboorlingen
+meenen, dat de geesten in het doodenrijk aan niets anders denken dan
+aan wraak en slechtheid. Daarom beproeven zij door bezweringen deze
+geesten te kalmeeren, opdat zij de levenden niet door oorlog, misgewas
+of ziekte bezoeken. Maar Soesi en Tschoema, die gedurende de laatste
+zeven jaren de voortdurende metgezellen van Livingstone waren geweest,
+voelden hun verantwoordelijkheid ook zeer. Zij onderhandelden met de
+dragers, die Stanley van uit Zanzibar had gezonden. Dezen zeiden: „Gij
+zijt onder reizen en inspanning oud geworden, daarom moet gij onze
+opperhoofden zijn, en wij beloven u te zullen gehoorzamen.”
+
+Soesi en Tschoema namen nu het opperbevel op zich over den troep. En
+zij volvoerden een heldendaad, die in de geschiedenis van alle
+ontdekkingsreizen haar weerga niet heeft.
+
+
+
+
+
+
+
+
+58. DE LIJKSTOET VAN EEN HELD.
+
+
+Vooreerst besloten de geleiders van Livingstone, dat de dood van hun
+meester een geheim zou blijven, want als Tschitambo er achter kwam, was
+te vreezen, dat hij de karavaan een bovenmatige groote schatting zou
+laten betalen, en daardoor den tocht naar de kust onmogelijk zou maken.
+Bovendien besloten de lieden hun gestorven heer, den geheelen weg naar
+Zanzibar te dragen! Intusschen zou er op eenigen afstand van het dorp
+een hut worden gebouwd, opdat men ongestoord voorbereidselen voor de
+lange reis zou kunnen maken. Tschoema vroeg aan het opperhoofd
+Tschitambo de toestemming voor den bouw en verkreeg die ook dadelijk.
+
+In den loop van den dag verbreidde zich in het dorp het gerucht van den
+dood van Livingstone en Tschitambo kwam zichzelf overtuigen. „Waarom
+hebt gij mij de waarheid niet gezegd?” vroeg hij aan de mannen, „ik
+weet dat uw meester vannacht is gestorven. Gij waart bang het mij te
+zeggen, maar ik heb ook reizen gemaakt, en ben meer dan eens aan de
+kust geweest. Ik weet, dat gij bij uw bezoek in ons land slechts goede
+bedoelingen hebt gehad, en de dood overvalt vaak reizigers op hun
+tochten.”
+
+Gerustgesteld door deze woorden, deelden zij aan het opperhoofd mede,
+dat zij plan hadden den doode tot aan Zanzibar te dragen. Dat was
+onmogelijk verzekerde Tschitambo en hij raadde hun dringend aan,
+Livingstone op de plaats zelf te begraven. Den volgenden dag bracht
+Soesi het opperhoofd een rijk geschenk en later kwam deze aan het hoofd
+van zijn geheelen stam naar de nieuwgebouwde hut. Met een rooden
+katoenen lap had hij zijn schouders versierd en om het lijf droeg hij
+een rok van zelf geweven linnen, die hem tot aan de enkels reikte. Zijn
+metgezellen droegen bogen, pijlen en speren. Nu weerklonken luide
+klaagliederen rondom de baar, en tromgeroffel weergalmde dof in de
+omgeving. Daarna werd de baar in een hooge en sterke omheining
+geplaatst, opdat geen wilde dieren aan het lijk zouden kunnen komen.
+
+Livingstone was bij zijn dood zoo in elkaar geschrompeld, dat zijn
+lichaam nog slechts uit huid en beenderen bestond. Ingewanden en hart
+werden er uit genomen en in een blikken bus diep in de aarde begraven.
+Een christen onder de bedienden sprak de gebeden. Het lichaam werd met
+zout opgevuld en veertien dagen aan den zonnegloed blootgesteld, om te
+drogen en de verrotting te ontgaan. Daarna werden de beenen van af de
+knieën naar achteren gebogen en het lijk stevig in katoen genaaid. Een
+boom ontdeed men van den bast, en daarin schoof men het lijk, snoerde
+het geheel met koorden bijeen en bevestigde het pak aan een stang, om
+het gemakkelijker te kunnen dragen. In een boom werd de naam van
+Livingstone ingesneden en den datum van zijn dood, en de treurende
+bedienden verzochten Tschitambo de struiken rondom den boom te laten
+neerhouwen, opdat hij bij een grasbrand niet in vlammen zou opgaan.
+
+Toen alles gereed was, hieven twee mannen den kostbaren last op hun
+schouders, de anderen namen hun bagage op den rug en zoo begon een
+tocht, die negen maanden zou duren; de eigenaardigste lijkstoet waarvan
+de geschiedenis vertelt! De weg ging nu eens door vriendelijk-, dan
+weer door vijandig-gezinde stammen, en eens moest de karavaan zich een
+doortocht afdwingen.
+
+Ondanks alle vermomming snelde het gerucht van den dood van den grooten
+zendeling hen overal vooruit, en verbreidde zich door geheel Afrika. In
+eenige streken vluchtten de lieden uit vrees voor den griezeligen
+lijkstoet; in andere kwamen ze haastig aanloopen om deze zonderlinge
+karavaan te bekijken. De apenbroodboomen strekken hun takken over den
+weg uit, alsof ze een troonhemel wilden vormen boven de terugkeerende
+overwinnaars, en de palmen, de zinnebeelden van den vrede en de
+opstanding, hielden aan den weg trouw de wacht. De eene mijl na de
+andere trok men, zoo onder het groene loof, naar het Oosten.
+
+In Tabora ontmoette de karavaan een Engelsche expeditie, die
+Livingstone hulp zou brengen, en de aangekomenen luisterden nu diep
+getroffen naar het bericht van de bedienden. Maar van het voorstel, den
+doode in Tabora te begraven, wilden Soesi en Tschoema niets weten.
+Eenige dagen later stieten de reizigers op ernstigen tegenstand; een
+stam verbood hen, omdat zij het lijk meedroegen, den doortocht. Zij
+hielpen zich met een list. Zij maakten een pak gereed, gelijk aan dat
+van het lijk en gaven voor naar Tabora te willen terugkeeren om hun
+heer daar te begraven. Eenigen trokken nu met het voorgewende pak af,
+namen het op zekeren nacht uit elkaar, verstopten het in dichte
+doornenstruiken en keerden daarna naar hun makkers terug, die
+intusschen aan het noodlottige pak een ander aanzien hadden gegeven,
+zoodat het nu op een baal goed geleek. Daarmede waren de inboorlingen
+tevreden en lieten hen nu ongehinderd verder trekken.
+
+In Februari 1874 bereikte men Bagamoyo en de doode werd door een
+kruiser naar Zanzibar en van daar uit eindelijk naar Engeland gebracht.
+In Londen twijfelde men er echter aan, of deze doode werkelijk
+Livingstone was. De eene gebroken, weer slecht aangegroeide arm, die
+voor jaren door den leeuw in Mabotsa zoo was toegetakeld, moest daarom
+de identiteit van den doode bewijzen. Nu werd Livingstone onder de
+helden van de Engelsche natie in de Westminster Abdij, midden in het
+hoofdschip der kerk, begraven. Onder de dragers van het lijkkleed
+bevond zich ook Henry M. Stanley. Het graf is gedekt door een zwart
+granieten plaat met de woorden: „Hier rust, door trouwe handen over
+land en zee gedragen, David Livingstone, zendeling, ontdekkingsreiziger
+en menschenvriend, geboren den 19 Maart 1813 in Blantyre, gestorven 1
+Mei 1873 in het dorp Tschitambos. Dertig jaren van zijn leven offerde
+hij in onvermoeiden arbeid aan de verbreiding van het Evangelie onder
+de inboorlingen, aan de navorsching naar niet ontdekte geheimen en aan
+de uitroeiïng van den verderfelijken slavenhandel in Midden-Afrika.”
+
+Nu nog denken de inboorlingen met dankbare herinnering aan het Witte
+Hart, aan den Helper der menschen, zooals zij Livingstone noemden, en
+verheugen zich, dat zijn hart in Afrika’s aarde, onder den boom in het
+dorp Tschitambos rust. Livingstone’s droom, de bron van den Nijl te
+vinden en den verderen loop van de Loealaba vast te stellen, werd niet
+vervuld. Maar daardoor is zijn verdienste niet geringer. Hij ontdekte
+het Ngami-, het Nyassa- en andere meren, den Victoria-val en den
+bovenloop van de Zambesi en heeft van ontzaglijke uitgestrektheden
+onbekend land kaarten geteekend. Het werk der wetenschap en der
+menschelijkheid heeft sedert Livingstone’s leven reusachtige
+vorderingen in het werelddeel der zwarten gemaakt. Maar aan deze
+vorderingen zou niet te denken zijn geweest, zonder den
+zelfverloochenenden voorarbeid en de bewonderenswaardige volharding van
+dezen man.
+
+
+
+
+
+
+
+
+59. DOOR HET DONKERE WERELDDEEL.
+
+
+Succes moedigt aan! Reeds in het najaar van 1874 was Stanley weer in
+Zanzibar om nog eens in het donkere werelddeel zijn geluk te beproeven!
+Hij rustte een karavaan uit met driehonderd dragers, met proviand,
+kralen, koperdraad, wapenen, opvouwbare booten, tenten, werktuigen en
+al datgene wat men op een reis van verscheidene jaren noodig heeft en
+sloeg de richting in naar het Victoria-Niansa meer. Hij zeilde het
+geheele meer om, bezocht Oeganda en Oedjidji, waar de hut van
+Livingstone reeds lang met den grond was gelijk gemaakt, en zeilde toen
+nog het Tangajika-meer om.
+
+Twee jaar na zijn vertrek bereikte hij den oever van de Loealaba,
+waaraan Dr. Livingstone zijn leven had gewijd om de raadselen er van op
+te lossen. Na twee jaren inspannend reizen stond nu Stanley op de
+westelijkste punt, tot waar ooit een Europeaan vanaf de Indische kust
+van Afrika was doorgedrongen en voor hem lag een geheel onbekend land,
+dat op de kaarten van dien tijd slechts door een groote, witte vlek was
+aangegeven. Van alle kanten waren reizigers den rand van dit gebied
+genaderd, maar niet een was verder gedrongen; men wist niet eens waar
+de Loealaba bleef en vergeefs had Livingstone getracht daar
+inboorlingen en Arabieren uit te vragen. Hier te Njangwe hadden de
+Arabische slavenhandelaars hun westelijkste markt. Groenten, vruchten,
+graan, visch, vee, metaaldraad, bogen, pijlen en speren werden hier
+verkocht en een ruilhandel met ivoor en slaven uit het binnenland
+gedreven. Maar ofschoon van alle kanten wegen in Njangwe samenliepen
+waren de Arabieren al even weinig van het binnenland op de hoogte.
+
+Maar moeielijkheden waren er voor den ijzeren wil van Stanley niet.
+Zijn besluit stond vast in geen geval weer naar het Oosten terug te
+keeren; hij wilde naar het Westen, naar de Atlantische kust
+doordringen, al kostte het zijn eigen leven; zijn lijfspreuk was: „Waag
+te winnen en te verliezen!” Zoo brak hij dan den 5den November 1876 in
+gezelschap van het machtig en rijk Arabisch opperhoofd Tipoe Tip op en
+ging in noordelijke richting naar een groot woud. De troep van Tipoe
+Tip bestond uit zevenhonderd mannen, vrouwen en kinderen; Stanley had
+honderd vier-en-vijftig manschappen met geweren, revolvers en bijlen
+gewapend. Dus een groote karavaan, die in lange rijen het oerwoud
+naderde en onder de geweldige boomen verdween. Als zuilen stonden hier
+de stammen naast elkaar. Palmen en rotangs worstelden met de wilde
+wijnranken om de plaats. Varens en riet woekerden op den grond en
+doornstruiken vormden ondoordringbaar struikgewas. Klimplanten kropen
+tegen de stammen op en hingen als netten van de takken. Uit het
+bladerengewelf druppelde dauw als motregen neer; de lucht was zwaar en
+zwoel, en verzadigd van den geur der planten en van de aarde. Slechts
+zelden drong een koeltje in de diepte van het woud. Hoog boven de
+toppen der boomen konden stormen woeden, maar daar beneden in de
+schemering van het bosch bewoog zich geen blad. In den lossen, van
+water doortrokken bodem behoefden de wortels zich dus niet zoo diep in
+te boren om aan boomen en struiken kracht en steun te geven; dikwijls
+lagen de geweldige wortels van oeroude woudreuzen bijna geheel bloot.
+
+Met bijlen moest de karavaan zich voetje voor voetje een weg door het
+tropisch oerwoud, door zijn nooit door een zonnestraal getroffen
+kreupelhout, banen. Mieren, duizendpooten, kevers en andere insecten
+kropen hier in groote volksverhuizingen rond; tusschen de wortels der
+boomen loerde de pythonslang op haar buit. Op de takken der boomen
+klauterden apen en slingerden zich schommelend en met handige sprongen
+van den eenen boomstam op den anderen. Rijen bavianen maakten geraas en
+brulden en hier en daar hoorde men de geluiden van den chimpansee, en
+ontdekte men tusschen een forschen tak zijn gevlochten nest.
+
+Langzaam ging het op den slibberigen bodem en door het struikgewas
+vooruit. De pakken droeg men op het hoofd, om de armen vrij te hebben
+en takken en jonge boomen op zij te kunnen schuiven. De kleeren hingen
+weldra aan flarden, bij de naakte zwarten moest de huid het ontgelden.
+Voor de dragers van de opvouwbare boot, moest, dikwijls een apart pad
+met moeite worden uitgehouwen. Daarbij steeds dezelfde zwoele,
+verstikkende broeikaslucht en de diepe, drukkende schemering! Men
+tastte als door een donkere gang; nergens een licht, steeds een eeuwige
+schemering, die door pikzwarte nachten werd afgelost. Evenals de
+Poolvaarders in den langen winternacht, verlangde ieder naar den
+terugkeer der zon en naar het daglicht.
+
+Op eenigen afstand van den oostelijken oever van de Loealaba ging de
+tocht noordwaarts. Stanley klauterde in een boom, die vrij en eenzaam
+op een heuvel stond. Welk een wondervol gezicht hier, over de toppen
+der boomen van het woud. In het rond een enkele zee van bladeren, de
+door de zon bestraalde oppervlakte der dicht in elkaar gevlochten
+groene kronen der boomen. Hier boven ruischten de bladeren in den wind
+en de storm veroorzaakte geweldige golven over de groene vlakte. Zelfs
+voor den moed en de volharding van een Stanley was dit oerwoud een
+beproeving van zijn energie. Ziekte, verveling en ongehoorzaamheid werd
+merkbaar in zijn schaar. De groote Tipoe Tip was van oordeel, dat in
+zulk een land verder doordringen onmogelijk was; hij wilde daarom met
+zijn zwarte bende omkeeren. Na veel heen en weer praten liet hij zich
+eindelijk overhalen nog twintig dagreizen verder mede te trekken, en na
+ontelbaar veel moeite bereikte de karavaan eindelijk weer den oever der
+Loealaba.
+
+Zonder geluid en majestueus gleed de geweldige watermassa den oever
+langs. Dik en bruin door de verrotte planten wentelde de rivier zich
+naar een land, van welks tallooze negerstammen de Europeanen nog in het
+geheel niets wisten en dat nog nooit door den voet van een blanke was
+betreden. De olifanten in het duistere woud voelden zich nog niet
+verontrust door de Europeesche jagers en het nijlpaard lag nog
+onbezorgd tusschen lotusbladeren en riet. En deze geheimzinnige rivier
+over welke geleerden met elkaar streden, wilde Stanley overwinnen, het
+koste wat het wilde.
+
+Tenten en omheiningen werden aan den rechteroever opgericht. Ginds aan
+den linkeroever werden hutten zichtbaar van onbekende stammen. Stanley
+liet zijn boot in elkaar zetten om de rivier over te gaan en met de
+wilden te spreken. Intusschen lag hij peinzend in zijn tent. Door deze
+eeuwige wouden te voet te gaan, was op den duur niet mogelijk. Waarom
+den breeden weg niet gebruiken, dien de Loealaba zelf aanbood! Het woud
+stond vol groeiende booten! Uit deze stammen kon een geheele vloot
+bruikbare vaartuigen worden gehouwen.
+
+Snel besloten liet Stanley zijn karavaan door trommelslag bijeenroepen,
+om zijn plan mede te deelen. Met aarzelende schreden naderden de
+mannen, Tipoe Tip en de overige Arabieren vooraan. Zij verwachtten
+niets anders dan dat de marsch door het geheele bosch voortgezet zou
+worden. Toen allen bij elkaar waren, zei Stanley:
+
+„Arabieren, mannen uit Oenjamwesi en Zanzibar! Gij ziet deze rivier,
+die sedert onheuglijke tijden stil en onbekend naar de zoute zee
+stroomt, waar mijn blanke vrienden wonen.” En nu zette hij hun zijn
+plan uiteen, om met een sterke vloot de Loealaba te willen afroeien.
+
+Eerst klonk als antwoord een onwillig gemompel, maar Stanley liet zich
+niet van zijn stuk brengen. Hij verzekerde hen rondweg, dat hij dezen
+tocht zou doen, ook al vergezelde hem niemand anders dan Frank Pocock,
+de eenige overlevende, der drie uit Zanzibar medegenomen blanken.
+Daarna wendde hij zich tot de bootslieden: „Gij, die met mij over de
+groote zeeën zijt gezeild, wilt gij nu mij en mijn blanken broeder in
+het woud laten omkomen?” Reeds kwamen eenigen naar voren en tenslotte
+verklaarden twee-en-dertig man zich bereid mede te gaan. Tipoe Tip en
+zijn Arabieren verzekerden echter dat zoo’n tocht reine krankzinnigheid
+was, men zou in handen vallen van oorlogzuchtige wilden en
+menscheneters of omkomen in bruisende watervallen. Stanley verzocht aan
+de Arabieren, tenminste door hun gepraat niet hen af te schrikken, die
+reeds beloofd hadden te zullen meegaan.
+
+Juist kwam nu van den linkeroever een boot met twee roeiers en een van
+Stanley’s tolken riep den inboorlingen toe:
+
+„Bezorgt ons booten, opdat wij u ginds kunnen bezoeken.”
+
+„Vult de booten met schelpen en dan kunt gij komen!”
+
+„Gij kunt ieder tien schelpen krijgen,” antwoordde de tolk.
+
+Maar de wilden antwoordden:
+
+„Neen, jelui zijn slechte menschen, keert terug, keert terug!” En
+daarbij hieven zij een akelig, vreemd lied aan, en van den anderen
+oever klonk een onheilspellend „o-hoe, o-hoe-hoe!”
+
+„Ginds schijnt een strijdlustig opperhoofd te wonen,” zeide de tolk van
+Stanley.
+
+„Onzin,” antwoordde Stanley, „waarom zouden zij strijd met ons zoeken?”
+
+„Het zijn wilden en daarom strijdlustig als de dieren.”
+
+„Ik zal je bewijzen, dat je ongelijk hebt,” antwoordde Stanley, stapte
+met Tipoe Tip, eenige Arabieren en alle tolken in een boot en roeide
+met snelle slagen naar den anderen oever.
+
+Hier krioelde het van zwarte krijgslieden, en een vloot van twintig
+booten lag aan den oever.
+
+Op behoorlijken afstand riep de tolk de wilden toe, dat de blanke man
+hun land wilde zien, men zou niets van hun eigendom aanraken en hen
+geen kwaad doen. Het antwoord was, dat de blanke man den volgenden
+morgen naar een klein, nabijgelegen eiland moest roeien; hun opperhoofd
+zou daar eveneens met tien krijgslieden heengaan. Zoodra men daar
+broederschap gesloten zou hebben, mochten de vreemdelingen de hutten
+der zwarten bezoeken!
+
+Daar Stanley een overval vreesde, zond hij in den nacht twintig
+gewapenden naar het eiland, die zich in het kreupelhout moesten
+verbergen. Pocock en tien man roeiden den volgenden morgen naar de
+plaats van samenkomst, terwijl Stanley zelf in de nabijheid in zijn
+boot wachtte. Stanley had het goed voorzien, een geheele zwerm van
+booten der wilden verliet den linkeroever, en toen zij het eiland
+naderden, hieven de zwarten hun oorlogskreet aan: „o-hoe, o-hoe-hoe!”
+en stormden met gespannen bogen en opgeheven speren aan land. Maar daar
+waren de twintig in hinderlaag liggenden ook op hun post, en na een
+korte schermutseling snelden de wilden hals over kop naar hun booten,
+om zoo gauw als mogelijk naar hun dorpen terug te roeien.
+
+Stanley bracht nu al zijn manschappen naar een beschutte plaats op den
+linkeroever. Den volgenden morgen waren de inboorlingen gevlucht en hun
+dorpen stonden leeg. Slechts twee rijen grijnzende schedels van
+opgegeten vijanden en gevangenen sierden de dorpsstraten.
+
+
+
+
+
+
+
+
+60. OORLOGEN MET DE INBOORLINGEN.
+
+
+Ondanks deze onvriendelijke houding der inboorlingen gaf Stanley het
+besluit niet op met zijn boot de Loealaba af te varen. Met ongeveer
+dertig man scheepte hij zich eindelijk in, terwijl Tipoe Tip en Pocock
+met de overigen den oever langs zouden trekken.
+
+Het eene dorp na het andere werd aan den oever zichtbaar, maar overal
+hadden de inboorlingen zich teruggetrokken en uit de verte hoorde men
+hun oorlogskreet: „O-hoe, o-hoe-hoe!”
+
+Op een eiland tusschen de hoofdrivier en een zijrivier ging Stanley met
+zijn boot aan land om de karavaan af te wachten en ze bij den overtocht
+over de rivier behulpzaam te zijn. Rondom de legerplaats werd een
+omheining opgericht. Daarna roeide hij een eind de zijrivier op, het
+water was door de donkere boomwortels, die van den oever tot aan den
+bodem reikten, zoo zwart als inkt. Bij zijn terugkomst vond hij het
+eiland door vijandelijke booten omringd; maar zoodra zijn boot naderde,
+roeiden de wilden pijlsnel weg.
+
+Eindelijk kwam Tipoe Tip met zijn troep hijgend aan, en nu kon men
+verder trekken. Stanley bleef nu met zijn boot steeds dicht bij den
+oever, zoodat de twee afdeelingen door een teeken met de trom met
+elkaar in verbinding konden blijven. Weer waren alle dorpen verlaten,
+maar toch sloegen de inboorlingen de vreemdelingen gade en lagen overal
+in hinderlaag; maar toen op zekeren dag eenige van Stanley’s
+manschappen in twee geroofde booten op verkenning uitgingen, werden zij
+overvallen en geraakten op hun vlucht in draaikolken en
+stroomversnellingen. Hun booten sloegen om en zij verloren vier
+geweren; maar zij zelf werkten zich op de gekantelde boot en bleven
+daarop zoolang, totdat zij door hun makkers werden gered. Uit het
+groote dorp Ikondo waren alle inwoners gevlucht. Maar tusschen de
+kooivormige rieten hutten, die zich in twee lange rijen uitstrekten,
+hingen nog de gevulde wijnkruiken aan de palmen, meloenen en bananen
+geurden, en overal stiet men op maniokaanplantingen, aardnoten- en
+suikerrietvelden. In de nabijheid van Ikondo lag een groote boot, maar
+die was gebarsten en lek; ze werd hersteld, in het water gelaten en als
+hospitaal gebruikt, want pokken en buikloop waren in de karavaan
+uitgebroken en dagelijks moesten twee à drie dooden in de rivier worden
+begraven.
+
+Toen op zekeren dag de kleine vloot langs den oever roeide, slaakte
+eensklaps een man in de ziekenboot een luiden kreet. Een vergiftige
+pijl was hem in de borst gedrongen en op deze eerste volgde een regen
+van pijlen. Snel werd uit de gevaarlijke streek geroeid en gekampeerd
+op een plaats, waar vroeger markt was gehouden. De gewone haag van
+rijshout werd rondom de tent opgericht, en voor alle zekerheid werden
+posten in het kreupelhout uitgezet.
+
+Het duurde ook niet lang of geweerschoten en geschreeuw werden
+vernomen. De wachten kwamen hals over kop aanloopen en riepen van
+verre: „Houdt jelui gereed, zij komen!” En voordat men er op bedacht
+was, suisden pijlen en speren tegen de verschansingen en de wilden
+kwamen aanstormen onder het zingen van hun akelige krijgsliederen. Arme
+duivels! Wat hielpen hun pijlen en speren tegen kogels en kruit! Zij
+werden teruggeslagen, maar keerden steeds weer met nieuwe versterking
+terug. Pas na een strijd van twee uur en bij het invallen der
+duisternis trokken zij terug.
+
+Onder zulke gevechten bereikten Stanley en Tipoe Tip een dicht bebouwde
+streek aan den westelijken oever en ook hier kwamen de inboorlingen hen
+vijandig tegemoet. Bij het eerste treffen werden zij teruggeslagen,
+roeiden toen echter naar een lang en smal eiland, waar zij hun booten
+aan palen vastbonden, blijkbaar met het plan den volgenden dag weer te
+beginnen.
+
+Maar dat plan zou hen vergald worden. In den pikduisteren nacht,
+terwijl de regen nederkletterde, roeide Stanley naar het eiland, en
+terwijl zijn boot stil en voorzichtig onder den hoogen, met boomen
+bezetten oever gleed, sneed hij de vaartuigen, zooveel hij maar
+bereiken kon, los en spoedig daarop dreven zes-en-dertig booten de
+rivier af, waar ze door de manschappen van Stanley werden opgevangen.
+Met deze buitgemaakte vloot roeide men met het aanbreken van den dag
+weer naar de kampplaats terug. De wilden, die den kouden nacht in de
+hutten van gras op het eiland hadden doorgebracht, zullen den volgenden
+morgen wel verbaasd hebben staan kijken, toen zij bijna al hun booten
+misten. Nu roeide de tolk van Stanley naar hen toe, om hun de
+voorwaarden mede te deelen die Stanley hen stelde. Zij hadden den troep
+van den blanken man trouweloos overvallen, vier man gedood en dertien
+verwond; nu moesten zij levensmiddelen geven en dan zouden zij
+schadeloos gesteld worden voor de geroofde booten. En eindelijk moesten
+zij beloven den vrede te bewaren.
+
+Door deze handige list gelukte het eenige dagen in vrede te leven en
+dat was dringend noodig, want Tipoe Tip had er nu meer dan genoeg van
+en wilde geen schrede verder gaan op deze oorlogzuchtige rivier, maar
+beslist met zijn manschappen terugkeeren. Maar Stanley stond er op, met
+uitgezochte manschappen, die voor het grootste deel vrouwen en kinderen
+bij zich hadden, in ’t geheel honderd en vijftig zielen, de reis te
+vervolgen.
+
+De buitgemaakte booten werden, twee aan twee, met stangen aan elkaar
+bevestigd, opdat zij niet zouden kenteren: de geheele vloot bestond nu
+uit drie-en-twintig vaartuigen. Er werd voor twintig dagen proviand
+ingepakt en een der laatste dagen van December, toen juist een frisch
+koeltje de dichte nevelen van elkaar reet, riepen trompet- en
+hoornsignalen tot het vertrek. Stanley commandeerde: „Aan boord!” De
+zonen van Oenjamwesi zongen afscheidsliederen, waarop de naar huis
+trekkende schaar van Tipoe Tip antwoordde, en nu gleed Stanley’s vloot
+de rivier af, opnieuw onbekende landen en lotgevallen tegemoet.
+
+
+
+
+
+
+
+
+61. OVER DE CONGO-VALLEN.
+
+
+Stanley was er van overtuigd, dat deze geweldige rivier, aan welke hij
+den naam van Livingstone had gegeven, geen andere was dan de Congo,
+waarvan men de uitmonding reeds vierhonderd jaar kende. Maar hij was
+ook van meening, dat de Loealaba óf zich met den Nijl vereenigde, óf in
+het Noord-Westen in verbinding stond met den Niger. De oplossing van
+dit vraagstuk moest nu door Stanley en zijn geleiders met bloed en
+tranen worden gekocht. Het werd een tocht die in alle tijden beroemd
+zal blijven en een waardige tegenhanger is aan moed, gevaren en
+avonturen, van de boottochten der Spanjaarden, op de door hen ontdekte
+rivieren van Amerika, den Mississipi en de Amazone-rivier.
+
+Den avond van den eersten dag legde de vloot van Stanley aan een oever
+aan, waar veertien dorpen verscholen lagen in een dicht beukenbosch, en
+voor het eerst na de scheiding van Tipoe Tip zou een kamp worden
+opgeslagen. Maar dezen keer kwamen de inboorlingen de vreemdelingen
+vriendelijk tegemoet. Maar iets verder omlaag weerklonk het woud weer
+van geraas en oorlogstrommels. De tromsignalen plantten zich van dorp
+tot dorp, van oever tot oever verder. Van beide kanten naderden bij
+troepen de booten der inboorlingen, en spoedig was de vloot van Stanley
+omringd. „Vrede, vrede,” riepen de tolken, maar de wilden riepen op
+bevelenden toon: „Keert terug of oorlog!” Eindelijk kwam het toch tot
+onderhandeling, terwijl het geheele gezelschap, vriend en vijand,
+stroomafwaarts dreef. Nieuwe dorpen werden tusschen de boomen
+zichtbaar. Maar hier woonden vijanden van de aanvallers en nu maakten
+deze haastig dat ze wegkwamen, voordat het tot een strijd was gekomen.
+
+Den volgenden keer liep het samenkomen met de inboorlingen niet zoo
+gelukkig af. Een hagel van speren werd naar de booten van Stanley
+geslingerd en op de giftige pijlen der wilden moesten de Europeanen met
+nadruk antwoord geven. Daarbij maakten de mannen van Stanley een aantal
+schilden buit, die hen later van veel nut werden.
+
+Bij de volgende kampplaats, dreigden de wilden, de vreemdelingen bij
+een groot feestmaal, dat zij van plan waren aan te richten, als gebraad
+te gebruiken, en Stanley vond het daarom raadzamer verder te trekken en
+liever aan den oever van een zijrivier te kampeeren. Hier was het bosch
+buitengewoon dicht. Varens en rotangs groeiden tusschen hooge stammen
+en overal wemelde het van insecten, van bruine, gele en zwarte mieren,
+en de huiveringwekkende termieten, die alles wat hen in den weg komt,
+stuk knagen. Een onafgebroken suizen vervulde de lucht door de
+ontelbaar veel vleugels der insecten, de krekels, sprinkhanen en
+kevers, die in ontzaglijke menigten sprongen, vlogen, op stengels en
+bladeren rondliepen, aten of ijverig werkten.
+
+Hier verschenen voor het eerst vredelievende inboorlingen als bezoekers
+in het kamp. Maar toen de vloot van Stanley verder roeide, weerklonk
+weer oorlogsgetrommel aan den oever. Stanley liet zijn manschappen, ten
+strijd gereed, midden in de rivier halt houden. Zwermen flinke booten
+vlogen ijlings als wilde eenden nader, en de speren der zwarte krijgers
+klonken helder tegen de schilden.
+
+De tolk in de voorste boot riep hen toe: „Vrede: Neemt u in acht of we
+schieten!” Deze roep maakte de wilden besluiteloos. Zij trokken zich
+langzaam onder den overhangenden, begroeiden oever terug. Dikwijls
+gelukte het aan den tolk geheele scharen roeiende krijgslieden door het
+eene woord „vrede” te verlammen; maar anderen beantwoordden de
+vredesboodschap met hoongelach. Onder heftige slagen der roeispanen
+naderden zij, slingerden hun werpsperen naar de vreemdelingen, en hun
+pijlen floten door de lucht. Werden zij met kruit en lood beantwoord,
+dan keerden zij bloedend naar den oever terug.
+
+Het jaar 1877 was reeds aangevangen, toen een vredelievende stam de
+reizigers voor gevaarlijke watervallen en stroomversnellingen
+waarschuwde, waarvan zij het razen en bruisen weldra zouden hooren. De
+vloot gleed nu langs den rechteroever en allen luisterden of zij de
+watervallen al naderden. Daar snelden eensklaps acht wilden naar den
+oever en slingerden hun speren naar de bemanning der booten. Eenige
+dezer speren drongen in de zijden er van, andere vlogen er over heen en
+toen Stanley nu bevel gaf stroomafwaarts te roeien, dreunde weer de
+oorlogstrom en een groot aantal lange booten naderden. Het lichaam der
+inboorlingen was half geel beschilderd, half rood met breede, zwarte
+strepen. Het gezelschap zag er recht griezelig uit. Hun gehuil en hun
+hoornsignalen deden een heftigen strijd verwachten.
+
+Stanley plaatste zijn booten in slagorde en liet langs de borstwering
+van iedere boot de schilden, die vroeger buitgemaakt waren, opstellen
+ter bescherming van hen die niet medevochten. Een boot van
+vijf-en-twintig meter roeide recht op die van Stanley aan, maar werd
+met een knetterend geweervuur ontvangen. Nu ging Stanley tot den aanval
+over. De boot van den tegenstander kon echter niet snel genoeg wenden,
+de krijgslieden en roeiers sprongen in het water om al zwemmende te
+ontkomen. Weldra verdwenen de overigen ook, en de vaart naar de
+watervallen kon worden voortgezet.
+
+Nu was het bruisen er van reeds duidelijk te hooren. Maar de
+inboorlingen dachten deze gelegenheid waar te nemen om de vreemdelingen
+te vangen en stap voor stap moest Stanley nu eens te land, dan weer te
+water door de scharen wilden heendringen. Op de kalme uitgestrektheden
+water, tusschen de watervallen, kon geroeid worden, maar dan weer moest
+de oever bereikt worden en door het kreupelhout een pad worden gehouwen
+om de booten over land te kunnen trekken. Dikwijls moesten de wilden
+van boom tot boom worden teruggeslagen; eens beproefden zij zelfs de
+manschappen van Stanley in een net te vangen, maar de poging eindigde
+er mede, dat zij zelf acht hunner manschappen verloren. Deze gevangenen
+waren op het voorhoofd getatoueerd en hun voortanden waren spits
+toeloopend gevijld. Zij waren als alle stammen van deze streek
+menscheneters en het versche vleesch der vreemdelingen zou voor hen een
+zeer welkome buit zijn geweest.
+
+Einde Januari 1877 gleed de vloot van Stanley over den Aequator, en de
+rivier wendde zich nu steeds meer naar het Westen, een bewijs, dat zij
+niet naar den Nijl kon stroomen. Hier werd de zevende en laatste
+Congo-val gelukkig overwonnen en de lange reeks dezer watervallen, die
+sedert onder den naam Stanley-watervallen bekend zijn, was hiermede
+ontdekt. Twee jaren later deed men den eersten stap tot vestiging van
+den Belgischen Congostaat.
+
+
+
+
+
+
+
+
+62. „BOELA MATARI, DE STEENBREKER”.
+
+
+Beneden de Congo-vallen verbreedde het bed der rivier zich hier en daar
+tot drie kilometer, zoodat de tegenovergestelde oever ternauwernood nog
+zichtbaar was en de vloot van Stanley tusschen de vele eilanden en
+labyrinthen van waterwegen verdwaalde. De gevaren van de reis bleven
+dezelfde. Telkens moest uitgekeken worden en steeds werden de
+vreemdelingen door de inboorlingen vervolgd. In de booten vertoonden
+zich krijgslieden met afzichtelijke gezichten en roode en groene
+papegaaienveeren op het hoofd. Zij droegen armbanden van ivoor en het
+handvat van hun roeispanen was eveneens gesneden uit de tanden van
+olifanten. Aan den boeg van de groote booten woei een bos palmtakken en
+uit de ivoren hoorns riepen schetterende tonen tot den aanval.
+
+In een dorp werd een afgodstempel ontdekt; het ronde dak rustte op
+drie-en-dertig olifantstanden. In het midden van den tempel troonde een
+uit hout gesneden rood geschilderd afgodsbeeld met zwarte oogen, haren
+en baard. De messen, speren en strijdbijlen van deze wilden waren
+buitengewoon handig gesmeed en hun sieraden bestonden uit koperen,
+ijzeren en ivoren ringen. In de vuilnishoopen zag men de overblijfselen
+van hun afschuwelijke maaltijden en rondom de hutten waren schedels van
+menschen op hooge palen gestoken.
+
+Eindelooze wouden bedekten de oevers en de eilanden. Hier groeit de
+mangroveboom, met zijn vele wortels, de hooge slangvormige rotang, met
+zijn hangende gevederde bladeren, de drakenbloedboom, de gummiboom en
+vele andere. Gevaar en hinderlaag loerde achter elke landtong. Er moest
+gelet worden op rotsen en stroomingen in het water; op watervallen,
+stroomversnellingen en draaikolken: nijlpaarden en krokodillen waren er
+in menigte. Maar de inboorlingen zelf waren het gevaarlijkst en Stanley
+en zijn manschappen waren door de eeuwige vervolging, waaraan zij
+gedurende de laatste maanden waren blootgesteld, geheel uitgeput.
+
+In het dorp Roeboenga waar de inboorlingen weer eens vriendelijk gezind
+waren, hoorde Stanley voor het eerst, dat deze rivier werkelijk de
+Congo heette! Hier konden de reizigers hun levensmiddelen weer
+aanvullen en toen de trommen van Roeboenga werden geroerd, was het niet
+om ten strijde op te trekken maar om naar de handelsmarkt op te roepen,
+waar de bewoners der omliggende dorpen visch, slakken, eetbare
+schelpdieren, gedroogd hondevleesch, geiten, bananen, meel en brood te
+koop aanboden.
+
+Maar vertrouwen kon men deze wilden nooit. Met hun griezelig
+getatoueerd lichaam, hun halsbanden uit tanden van menschen, met hun
+eigen tanden die zoo spits als die van een wolf zijn gevijld, met de
+lichte gordels van gras om de lenden, speer en boog in de handen,
+maakten zij in het geheel geen vertrouwenwekkenden indruk en
+ternauwernood was men van een oogenschijnlijk vredelievenden oever
+afgestooten of de zwarten maakten zich al weer gereed in de booten te
+gaan om de vertrekkenden te vervolgen. In deze streek waren zij zelfs
+al met geweren gewapend, die zij van de kust hadden gekregen en eens
+kwam het tusschen de kleine vloot van Stanley en drie-en-dertig booten
+der inboorlingen tot een heftigen strijd met schietwapenen aan beide
+zijden! In de voorste boot stond een jong opperhoofd als aanvoerder,
+hij had een schoon en waardig voorkomen. Hij droeg een hoofdbedekking
+en een mantel uit geitenvel en om zijn armen, beenen en hals lompe
+ringen van koperdraad. Een kogel trof hem in de dij, kalm bond hij een
+lap om de wond, daarna gaf hij zijn roeiers een teeken naar den oever
+terug te gaan. Nu verloren ook de anderen den moed en volgden de boot
+van hun aanvoerder.
+
+Zoo ging deze tocht van Stanley onder onophoudelijke gevechten verder
+naar het Zuiden. De groote kromming van den Congo was nu afgelegd,
+waarbij niet minder dan twee-en-dertig slagen geleverd waren. Er volgde
+weer een moeilijk einde waarop de geweldige rivier, in schuimende
+watervallen en kokende stroomversnellingen, het hoogland, dat zich
+langs Afrika’s westkust uitstrekt, doorbreekt. Aan dezen waterval gaf
+Stanley den naam van Livingstone, want nu zag hij in, dat de rivier
+toch nooit anders dan Congo zou heeten. De Livingstonevallen zouden
+echter toch den naam van den grooten zendeling voor het nageslacht
+bewaren.
+
+Nieuwe en vele moeilijkheden waren hier te overwinnen. Eens verdronken
+een half dozijn mannen en verscheiden booten gingen verloren: de tocht
+moest onderbroken worden om in het woud nieuwe booten uit te hollen. De
+verraderlijke rivier trok de boot van Pocock op zekeren dag naar een
+waterval, de arme bemerkte het gevaar pas te laat, suisde over den
+waterval omlaag en verdronk.
+
+De laatste blanke, die Stanley zoo ver door Afrika had vergezeld, was
+nu ook heen, en leeg en verlaten stond zijn tent ’s avonds als de maan
+helder en spookachtig op de schuimende watermassa’s neerzag.
+
+Bij een anderen waterval geraakten de kwartiermeester en de timmerman
+met een juist uitgeholden boom aan het drijven. Zij hadden geen
+roeispanen bij zich. „Spring in het water,” riep de kwartiermeester
+zijn makker toe, hij kreeg echter tot antwoord: „Ik waag het niet, ik
+kan niet zwemmen!”
+
+„Vaarwel dan, broeder,” riep de andere, sprong in het water en zwom
+naar het land. De eerste suisde den val af, de boot verdween in de
+schuimende draaikolk, dook weer op, en men kon duidelijk zien, dat de
+man er zich nog aan vastklemde.
+
+Nog eens zoog de draaikolk de boot in en nog eens werd ze boven het
+water zichtbaar met haar last. Toen ze voor den derden keer in de
+diepte werd getrokken en ze weer naar boven kwam, was de man verdwenen!
+
+Eindelijk werd het verder trekken met de booten onmogelijk. Ze moesten
+opgeofferd worden, en de tocht verder over land voortgezet worden. Nu
+was de schaar van Stanley van alles ontbloot, ellendig en uitgehongerd;
+zij hadden ook bijna niets meer om de schatting te betalen, die de
+zwarte stamhoofden voor den doortocht eischten. Eens zeide zulk een
+zwarte koning, dat hij met een flesch cognac tevreden was. Cognac, als
+men drie jaar in Afrika heeft rondgezworven! Daar kwam de
+kwartiermeester naar voren en hoorde wat de zwarte majesteit eischte.
+„Cognac,” riep hij, „daar hebt gij cognac!” En daarbij gaf hij den
+zwarte zulk een muilpeer, dat hij languit neerviel en het geheele hof
+de vlucht nam!
+
+Eindelijk was men nog slechts twee dagreizen van Boma, aan de monding
+van den Congo, verwijderd. Daar waren handelsfactorijen en Europeanen!
+Daarheen schreef Stanley en spoedig kreeg hij alles wat hij voor het
+levensonderhoud noodig had. Toen hij dan eindelijk Boma bereikte, kon
+hij zich en zijn getrouwen eenigen tijd rust gunnen! Daarna ging de
+reis per schip Afrika om, naar Zanzibar, waar Stanley zijn mannen weer
+afleverde.
+
+In zijn vaderland werd hij overal met gejubel ontvangen. Sedert een
+duizendtal jaren waren de Arabieren steeds meer de binnenlanden van
+Afrika ingedrongen, maar den loop van den Congo kenden zij nog niet!
+Vergeefs hadden sinds eeuwen Europeesche vorschers getracht licht in
+deze duisternis te brengen; de inboorlingen wisten niet eens waar ten
+slotte de Loealaba bleef. Stanley had op eens de witte vlek op de kaart
+van Afrika gevuld. Hij had voor de Europeanen de binnenlanden ontsloten
+en was hen als pionier vooruitgegaan. Zelfs de wilden werden
+geïmponeerd door zijn onbuigzamen moed en zijn ijzeren volharding en
+zij noemden hem „Boela Matari” den „Steenbreker.”
+
+Andere vorschers volgden en volgen nog heden de voetstappen van
+Stanley. Nu gaat een spoorlijn langs de Congo-vallen, en op de rivier
+varen verscheiden stoombooten. Stanley zelf was tegenwoordig toen de
+eerste stations werden aangelegd, en zijn naam is sedert dezen
+Congotocht voor altijd met de geschiedenis van Afrika verbonden.
+
+
+
+
+
+
+
+
+63. DE LAATSTE GOUVERNEUR VAN GORDON.
+
+
+Chartoem was in Januari 1885 gevallen. Gordon dood, Slatin pacha
+gevangen en de opvolger van den zegevierenden Mahdi, Kalifa Abdullahi
+had geheel Soedan te vuur en te zwaard aan zijn heerschappij
+onderworpen. Alleen het zuidelijkst deel van het voormalig Egyptische
+rijk, de Aequator-provincie, die zich Nijlopwaarts tot aan het hart van
+Afrika uitstrekt, had nog steeds hardnekkig weerstand geboden aan den
+stormloop der derwischen.
+
+De gouverneur van deze provincie, een Duitscher, Eduard Schnitzer, Emin
+pacha genaamd, was als vijf-en-twintig jarig arts en natuuronderzoeker
+in Turkschen dienst getreden en had zich na tien veel bewogen
+levensjaren ter beschikking gesteld van den gouverneur van Egyptisch
+Soedan, van Gordon te Chartoem. Gordon had reeds na korten tijd de
+uitnemende hoedanigheid van den Duitschen arts erkend, en hem in Maart
+1878 tot gouverneur van de Aequator-provincie benoemd. In zijn
+uiterlijk meer het oerbeeld van een slechts voor de wetenschap levend
+professor, zooals de geestigheid van het volk hem graag teekent wist
+Emin pacha, door beminnelijke zorg, diplomatieke handigheid en
+onwankelbare kalmte het volle vertrouwen zijner onderdanen te winnen.
+Den slavenhandel wist hij krachtig te beperken, de her- en derwaarts
+gedreven inboorlingen opnieuw aan vaste woonplaatsen te binden en door
+het aanleggen van wegen zijn gebied te ontsluiten voor handel en
+verkeer: de bebouwing zijner provincie nam zoo toe, dat de Egyptische
+regeering, nadat hij vijf jaar het bestuur in handen had gehad,
+aanzienlijke oogsten kon binnenhalen. Naast dit veelzijdig werk aan
+zijn bestuur verbonden, verrijkte Emin op talrijke reizen de
+wetenschappelijke kennis omtrent de binnenlanden van Afrika door
+grondige onderzoekingen en hij zond de resultaten van zijn
+lievelingsstudie, groote botanische en zoölogische verzamelingen, naar
+Europa.
+
+Daar brak de opstand van Soedan uit tegen de Egyptische heerschappij en
+14 April 1883 ging de laatste stoomboot van Lado, de residentie van
+Emin, den Nijl af naar Chartoem.
+
+Hiermede was de gouverneur met zijn manschappen geheel van Egypte en
+Europa afgesneden.
+
+Ondanks dapper verweer, moest hij steeds meer Nijlopwaarts terugtrekken
+voor de uit het Noorden voortdringende horden der Mahdisten; in het
+Zuiden was hij de rijken van zwarte, oorlogzuchtige koningen
+ingedreven, die er slechts op wachtten de hoofden van den blanken pacha
+en zijn Egyptische soldaten als overwinnings-trofeeën rondom hun hutten
+op staken te plaatsen, of met het vleesch der verslagenen hun
+kookpannen te vullen. Vele naburige negerstammen sloten zich bij de
+Mahdisten aan, en het godsdienstig fanatisme wekte oproer en verraad,
+zelfs in Emin’s naaste omgeving. Hoe lang kon de Duitsche geleerde,
+door zijn Egyptische regeering in den steek gelaten, zich op dezen
+verwijderden post met een handjevol soldaten nog staande houden?
+
+Deze vraag hield gedurende de volgende drie jaren de geheele beschaafde
+wereld bezig! Reeds had een Duitsche hulpexpeditie, die onder leiding
+van den Afrika-reiziger, Gustaaf Adolf Fischer, vanaf de westkust voort
+was getrokken, bij het Victoria-Niansa-meer moeten terugkeeren zonder
+iets van Emin pacha te hebben vernomen. Wie zou het nu wagen den
+laatsten der gouverneurs van Gordon, voor hetzelfde lot van den
+verdediger van Chartoem te redden?
+
+Daar richtten eenige ondernemende Engelschen het oog weer op Stanley.
+Indien hij eens Livingstone had gevonden, zoo zou hij ook nu van de
+oost- of de westkust tot Emin pacha doordringen en den gouverneur en
+zijn getrouwen uit de, door Egypte opgegeven, provincie naar Zanzibar
+geleiden.
+
+Stanley was juist op een reis in Amerika om voordrachten te houden,
+toen hij telegrafisch het bericht kreeg, dat het comité dat zich ten
+doel stelde Emin pacha hulp te verleenen in verbinding met de
+Egyptische regeering de noodige middelen voor een expeditie bijeen had
+gebracht.
+
+Tot wanhoop zijner agenten onderbrak hij dadelijk zijn reis en 24
+December 1886 was hij in Londen. Dadelijk begon hij met zijn
+voorbereidingen en wel met zulk een energie, dat hij reeds vier weken
+later naar Egypte kon vertrekken. Den 22sten Februari 1887 was hij
+reeds in Zanzibar, om hier de geschikte troepen te werven en dan per
+schip rondom Zuid-Afrika naar de monding van den Congo te varen. Het
+ongeluk der Duitsche expeditie had bewezen, dat men slechts met een
+klein Europeesch leger, vanaf de Oostkust, den doortocht zou hebben
+kunnen wagen door de stammen van de binnenlanden van Afrika, en de
+gewone neiging der dragers uit Zanzibar, om na verkregen voorschot naar
+hun naburig geboorteland te deserteeren, zou een expeditie vanaf de
+oostkust roekeloos op niets hebben doen uitloopen. Daarom wilde
+Stanley, met behulp van den Congo, Afrika voor den tweeden keer
+doorkruisen en langs dezen weg tot aan het Albert-meer doordringen, in
+de nabijheid waarvan de verdwenen gouverneur, als hij nog leefde, zich
+moest ophouden.
+
+De Congolijn leidde echter door een gebied, dat het machtig Arabisch
+opperhoofd Tipoe Tip als zijn eigendom beschouwde. De sluwe slaven- en
+ivoorhandelaar was, sedert hij Stanley op zijn eerste doorkruising van
+Afrika, in 1876 zoo trouweloos in den steek had gelaten, het spoor van
+den Europeeschen ontdekker gevolgd en de eerste vruchten van dat
+pionierswerk waren hem in den schoot gevallen. Onmetelijke gebieden van
+menschen en olifanten, schenen slechts ontdekt, om zijn rijkdom aan
+slaven en ivoor, met millioenen te doen toenemen! In enkele jaren had
+hij zich opgewerkt tot dwingeland van het Congo-bekken, en aan den
+oever van de rivier vele Arabische nederzettingen gevestigd, van waar
+uit zijn duizenden krijgslieden die aan het woeste leven van den
+Aequator gewoon waren, begeerig naar buit, rondtrokken en door moord,
+roof en verwoesting voor de toekomstige beschaving van het donkere
+werelddeel ontzetting verbreidende herauten werden. Indien Tipoe Tip de
+nieuwe expeditie moeielijkheden in den weg lei, dan zou zij
+onuitvoerbaar zijn, en als de groote voorraad aan ammunitie, die
+Stanley voor Emin pacha meevoerde in handen van het opperhoofd viel,
+dan zou de jonge opbloeiende Congo-staat aan welks vestiging Stanley
+verscheidene jaren van zijn leven had gewijd, bedenkelijk in gevaar
+gebracht worden. Bovendien had Stanley bij de geringe weerstandskracht
+van zijn geleiders uit Zanzibar dragers noodig om tot Emin te kunnen
+komen.
+
+Stanley ontmoette het Arabisch opperhoofd reeds in Zanzibar en deze nam
+op zich, om tegen hooge betaling, zeshonderd dragers te verschaffen
+voor het eind dat van de Stanley-vallen naar het Albert-meer afgelegd
+moest worden. Als belooning voor zijn goeden wil zorgde Stanley er
+voor, dat Tipoe Tip tot gouverneur over de Stanley-vallen werd benoemd,
+met het traktement van een officier; hij moest daarvoor het in 1883
+gevestigd station Stanley-val, dat om zijn roofzuchtige scharen was
+opgegeven, verdedigen tegen zijn eigen lieden en de naburige
+inboorlingen, en den slavenhandel daar onderdrukken. Bovendien kreeg
+Tipoe Tip met zes-en-negentig van zijn metgezellen vrije vaart rondom
+Afrika en den Congo op. Den 25sten Februari 1887 stoomde de geheele
+expeditie, op de stoomboot „Madoera” van Zanzibar uit.
+
+In het gezicht van Kaapstad, waarvan de groei en het bedrijvig leven op
+den Arabier grooten indruk maakte, zeide deze tegen zijn Engelsche
+bondgenooten, dat hij tot nu toe alle blanken voor dwazen had gehouden.
+
+„En wat denkt gij nu van hen?” vroeg Stanley.
+
+„Ik geloof, dat er iets in hen steekt,” antwoordde Tipoe Tip, „en zij
+zijn nog ondernemender dan de Arabieren. Ik heb met mijn vrienden deze
+stad, haar groote schepen en havendammen bekeken, en wij zijn tot de
+overtuiging gekomen, dat alles zooveel beter is dan in Zanzibar, en ik
+heb mij verbaasd, waarom wij het niet even goed kunnen als de blanken.
+Ik begin te gelooven, dat zij heel schrander moeten zijn.”
+
+„Indien gij dat ontdekt hebt, Tipoe Tip, dan zijt gij op den goeden weg
+meer te ontdekken. Jammer dat gij nooit een bezoek aan Engeland hebt
+gebracht. Wees op deze lange reis trouw aan ons, dan zal ik er u heen
+brengen en gij zult meer zien dan gij u kunt voorstellen!”
+
+„Inschallah! Als het de wil van Allah is, zullen wij er samen
+heengaan.”
+
+Indien deze bewonderende stemming van Tipoe Tip bleef, dan zou hij de
+expeditie van onschatbaar veel nut zijn. Maar wie kon peilen, wat voor
+plannen en aanslagen achter het breede voorhoofd van dezen bruinen
+diplomaat schuilden!
+
+
+
+
+
+
+
+
+64. HONDERD ZESTIG DAGEN IN HET OER-WOUD.
+
+
+Den 18den Maart liep de stoomboot „Madoera” de monding van den Congo
+binnen. Maar reeds gedurende het eerste eind van Matadi tot aan
+Stanley-Pool leed de karavaan door desertie en ziekte groote verliezen,
+en bagage, proviand en ammunitie smolten tot bijna op de helft in.
+Daarbij veroorzaakte het verkregen van nieuwe voedingsmiddelen zeer
+onverwachte moeilijkheden, en daarom moesten in geforceerde marschen
+vruchtbare streken bereikt worden. Van Stanley-Pool zou het per schip
+verder gaan, maar de bestuurder van het Zendingsstation was slechts na
+langdurige onderhandeling bereid, zijn schepen aan de expeditie ter
+beschikking te stellen, voor de vaart den Congo op tot aan Jamboeja,
+aan de zijrivier Aroewimi.
+
+Den eersten Mei begon de eentonige vaart. Dag aan dag hetzelfde
+tooneel: boschrijk land, miriaden met bosch bedekte eilanden, en breede
+kanalen met doodsch, stil water, die in den strakken glans der zon op
+stroomen van kwikzilver geleken. Maar de inboorlingen leverden tamelijk
+bereidwillig levensmiddelen en de gezondheid der expeditie bleef in het
+begin uitstekend. Maar in Leopoldville moest reeds een deel der bagage
+achter worden gelaten en in Bolobo bleef zelfs een deel der expeditie
+liggen: honderd en vijf-en-twintig man, die reeds te uitgeput en ziek
+waren. Te Jamboeja, waar de zendingsschepen terugkeerden en ook Tipoe
+Tip zijns weegs ging, moest Stanley weer een keuze onder zijn
+manschappen doen. En daar in het Oosten wachtte Emin pacha hevig door
+de Mahdisten in het nauw gebracht op hulp! Voorwaarts dus, het koste
+wat het wilde! Een voorhoede van gezonden en sterken baant den weg naar
+het Albert-meer; wie niet mede kan, blijft bij de achterhoede onder
+majoor Barttelot in Jamboeja. Hun taak is bagage en manschappen uit
+Leopoldville en Bolobo te halen, en dan ondersteund door de door Tipoe
+Tip beloofde dragers of in het ergste geval alleen, de voetsporen van
+Stanley te volgen om zich na eenige maanden weer met hem te vereenigen.
+
+De achterhoede betrok een bestaande kampplaats te Jamboeja, want het
+verlies der achtergebleven manschappen en hun voor het grootste deel
+voor Emin pacha bestemde bagage, zou een onherstelbaar verlies voor de
+voorhoede wezen; men moest dus voorzichtig zijn tegenover de
+inboorlingen en eveneens tegenover Tipoe Tip, voor het geval deze de
+voorkeur er aan mocht geven, inplaats zijn loon te verdienen, zich de
+schatten der expeditie kortweg toe te eigenen.
+
+Den 28sten Juni begon nu de marsch der voorhoede van drie honderd
+negen-en-tachtig man in de richting van het Albert-meer door een geheel
+onbekend gebied en door vreemde stammen van inboorlingen. Weer nam een
+ontzaglijk oerwoud de karavaan op en gedurende honderd en zestig dagen
+moest zij zich onder ontzaglijke moeite met mes en bijl een pad banen,
+door kreupelhout en struikgewas, zonder in al dien tijd, ook maar een
+stuk grasland, zoo groot als de vloer eener kamer te hebben gezien! De
+marsch ging langs den oever van de Aroewini, en af en toe kwam men in
+de meegebrachte boot of in van de inboorlingen geroofde kano’s op
+einden, die vrij waren van watervallen, sneller vooruit. Maar bijna nog
+gevaarlijker dan de inboorlingen, waren de aanvallen der zwermen
+wespen, wier nesten vastkleefden aan de over het water hangende takken;
+vooral de naakte dragers wisten zich ternauwernood tegen hen te
+verweren. Regen, vereenigd met stormachtige onweersbuien, bemoeilijkten
+den marsch zeer, en meestal moest de karavaan zich tevreden stellen met
+de meest schrale voedingsmiddelen, die zij langs den weg vonden. Want
+de inboorlingen aan de dichtbevolkte oevers gedroegen zich, met enkele
+uitzonderingen, vijandig of verlangden buitensporige prijzen voor een
+paar bananen en maïskolven, want dikwijls leden zij ook zelf honger en
+leefden zij van paddestoelen, wortelen, visschen, slakken of rupsen,
+een menu, dat zij in het gunstigste geval door eenige porties
+menschenvleesch van verslagen vijanden verbeterden.
+
+Daarbij toonden velen van Stanley’s manschappen zich zoo weerbarstig en
+lui, dat zij liever zouden zijn verhongerd, dan met eigen hand de boven
+hun hoofd hangende bananen af te snijden. De mannen uit Zanzibar
+toonden zich zeer onverschillig omtrent het verlies van hun bagage,
+hetgeen noodlottig dreigde te worden voor het lot der geheele karavaan,
+die in het oerwoud als begraven was. Op het water waren zij geheel
+onbruikbaar en aan den oever tegenover de hen omringende gevaren van
+dezelfde stompzinnige onverschilligheid. Ondanks dagelijksche, ja elk
+uur, gegeven waarschuwingen zwierven zij zorgeloos in het bosch rond en
+werden dan dikwijls door de vergiftige pijlen en speren der
+inboorlingen in den rug doorboord. Indien een moedige wilde hen brutaal
+tegemoet trad, dan wierpen zij het liefst het geweer weg om te vluchten
+of zij verhandelden hun wapenen tegen een paar maïskolven; daardoor
+werden de inboorlingen steeds brutaler en weldra moest elke schrede in
+hardnekkig gevecht met de wilden veroverd worden. De veerkracht hunner
+bogen was zoo groot, dat de pijlen op korten afstand een lichaam geheel
+doorboorden, en het gift, waarmede de punten waren bestreken,
+veroorzaakte na voorafgegane krampaanvallen bij de meeste verwondingen,
+onder groote smarten den dood.
+
+Bovendien ontmoette de karavaan nu roofzuchtige Arabieren en deze
+ontmoeting demoraliseerde de troepen van Stanley nog meer dan ziekte en
+honger het tot nu toe hadden gedaan.
+
+De desertie nam toe, proviand, ammunitie en ruilwaren werden bij
+massa’s gestolen en aan de Arabieren verkocht. Vele zieken
+bemoeielijkten den marsch, vooral als de booten op het land getrokken
+en voorbij watervallen gesleept moesten worden. De desertiekoorts stak
+zelfs een der laatste ezels aan, ook hij ging op zekeren dag aan den
+haal.
+
+Intusschen was het nog een geluk voor de geheel uitgeputte en
+ingesmolten karavaan, dat zij den 16den September in de nederzetting
+van het Arabisch opperhoofd Oegarrowa aankwam, een voorpost der
+slavenhandelaars, waar men Stanley vriendelijk ontving. Hij gaf daarom
+zijn zieken aan de Arabieren ter verpleging; zij zouden, tegen
+betaling, zoo lang in de nederzetting van Oegarrowa blijven, totdat de
+achterhoede van majoor Barttelot hen zou bereiken. Door desertie en
+dood had de voorhoede tot nu toe twee-en-zestig man verloren, en het
+hoopje van hen, die zich nu gereed maakten verder te trekken, was zeer
+verminderd.
+
+De aanwezigheid der slaven- en ivoorjagers had bovendien de
+inboorlingen in het rond verdreven. Zij hielden zich verborgen in
+ontoegankelijke kreupelbosschen en levensmiddelen waren maar zelden te
+krijgen. De woeste strooming der rivier maakte het onmogelijk de
+vaartuigen te gebruiken en spoedig waren de dragers zoo verzwakt, dat
+zij nog slechts op handen en voeten kropen. Weer moest een troep zieken
+en uitgeputten achtergelaten worden, en niettegenstaande de
+buitengewone volharding van Stanley begon deze nu te twijfelen aan de
+redding der expeditie! Evenals de wilden leefde men van woudbananen,
+kevers, rupsen, slakken en witte mieren, en een ezel werd zoo grondig
+verorberd door de half uitgehongerden dat niets dan het vergoten bloed
+en de haren overbleven. Op de rustplaatsen zaten de lieden dof voor
+zich heen te staren of spraken met elkaar over het bange voorgevoel dat
+zij omtrent het hun te wachten lot hadden.
+
+„Weet gij dat die en die dood is; dat die verloren is en een derde
+misschien vannacht te gronde gaat? De overigen zullen morgen omkomen.”
+En na het gesprek riep de trompet weer allen op hun post om verder te
+marcheeren en verder te strijden.
+
+Daar stiet men eindelijk den 18den October weer op de
+herkenningsteekenen der Arabieren en vond in hun nederzetting Ipoto
+opname en redding. Maar deze vriendelijkheid der Arabieren was
+gevaarlijker, dan wanneer zij de expeditie met de wapenen in de hand
+tegemoet waren getreden.
+
+Tegen levensmiddelen verkochten de mannen uit Zanzibar, wapenen en
+bagage en vanaf Stanley tot aan den laatsten drager waren allen op het
+punt weerloos in de handen der Arabieren te vallen! Toch bleef er niets
+anders over dan om ook hier weer de zieken achter te laten, om nog maar
+voorwaarts te komen.
+
+Den 27sten October ging de marsch verder naar het Oosten. Het oerwoud
+werd steeds meer onbegaanbaar. Het vreeselijkste waren de open plekken,
+die gedeeltelijk door den storm waren veroorzaakt, gedeeltelijk door de
+inboorlingen ter beschutting hunner dorpen waren gemaakt. In
+schrikkelijke verwarring lagen stammen en boomen, de een op den ander;
+verhieven zich de takken tot den eenen heuvel boven den anderen. In
+deze woestenij van bosch groeiden in den grootsten overvloed bananen,
+wilde druiven, palmen, rotangs en vele woekerplanten, en door dit alles
+moesten de manschappen dringen, over neergevallen stammen balanceeren,
+dan weer op den grond door een warnet van takken kruipen en door
+moerassen en greppels voorttuimelen. En vooral dreigden, onder bladeren
+verborgen, vergiftige houtsplinters, die de sluwe inboorlingen tot
+verweer tegen de vreemdelingen rechtop in den grond plachten te steken!
+Elken avond pakten zich wolken samen, en hoorde men het rollen van den
+donder van alle kanten weerkaatsen in het woud; de bliksemstralen
+flikkerden hier en ginds, braken dagelijks de kronen der boomen en
+spleten een woud-patriarch van den top tot den wortel, en de regen viel
+in stroomen neer. Maar gedurende den marsch was de Voorzienigheid weer
+genadig, de zon scheen en wierp haar zacht licht in millioenen stralen
+door de takken en wekte de gedrukte stemming der reizigers op,
+veranderde de stammen der boomen in marmeren pilaren en den dauw en
+regendroppels in fonkelende brillanten, vroolijkte de onzichtbare
+vogels op, zoodat zij hun lied deden klinken, wekte de zwermen van
+papegaaien tot vroolijk geschreeuw en gefluit, en de groote troepen
+apen tot uitgelaten grappen, terwijl hier en daar een diep gebrul in de
+verte verkondigde dat een soko- of chimpanseefamilie zich in hun
+schuilhoek met de een of andere wilde sport vermaakte.
+
+Een troep Arabieren diende op dezen marsch tot gidsen en de brutale
+overmoed, tegenover de vreemdelingen, die zij reeds geheel in hun macht
+zagen, werd voor de manschappen een onverdraaglijke marteling. Maar
+zwak als zij waren, aan wandelende geraamten gelijk, moesten zij zich
+alles laten welgevallen, totdat zij eindelijk Ibwiri bereikten, waar
+zij zich weer aan een overvloed van levensmiddelen konden versterken.
+Alsof zij met een tooverstaf werden aangeraakt, werkte hier op de
+karavanen het bericht, dat de gevangenschap in het oerwoud op haar
+einde liep en het grasland in het Oosten nog maar enkele dagreizen was
+verwijderd. In Ibwiri wachtte Stanley, totdat zij, die in de laatste
+kampplaatsen waren achtergebleven, zich met hem vereenigden, en toen de
+voorhoede weer honderd vijf-en-zeventig man telde, zette hij den 24sten
+November met nieuwen moed en frissche kracht den tocht voort.
+
+
+
+
+
+
+
+
+65. OP ZOEK NAAR EMIN PACHA.
+
+
+Den 4den December betrad Stanley met zijn kameraden, na honderd en
+zestig dagen, voor het eerst weer de open vlakte, en de uitgestrekte
+landerijen van Aequatoria lagen voor de oogen van de jubelende
+manschappen, voor wie het een ontspanning was, eindelijk weer eens in
+looppas te kunnen voortgaan. Achter de blauwe bergen aan den horizon,
+moest het Albert-meer liggen, het vurig verlangde doel der expeditie,
+waar Stanley den verdwenen gouverneur hoopte te vinden!
+
+Nieuwe moeielijkheden! Ontzaglijke velden en aanplantingen lagen voor
+hem, en het eene dorp volgde op het andere; maar de inboorlingen
+drongen rondom de karavaan in benauwende massa’s: van een
+vriendschappelijke overeenkomst wilden zij niets weten en dag noch
+nacht kon men het geweer uit de hand leggen. Dikwijls waren de wilden
+door strijdlustige honden vergezeld, en wie zich alleen van de karavaan
+verwijderde, was reddeloos ten doode opgeschreven.
+
+Bij elke hindernis in den weg, bij elken overgang over de rivier lagen
+de wilden in hinderlaag, en als Stanley, hun eigendom sparend, voorbij
+trok, zagen zij dat voor lafheid aan en werden zij nog brutaler. Het
+krijgsgehuil weerklonk onophoudelijk, elk vooruitspringend gedeelte van
+een berg, elke heuvel was zwart van de menschen, en op de vlakten
+krioelden zij dooreen als mieren. En al deze gevechten en deze
+slachtoffers slechts door een misverstand! De inboorlingen zagen de
+vreemdelingen aan voor bondgenooten van den zwarten koning Kabba-Rega,
+die hun gebied schatting liet betalen en Emin pacha ook bedreigde.
+
+Onder onophoudelijke gevechten naderde men eindelijk het Albert-meer en
+op zekeren dag rustten aller oogen op een grauwe wolk beneden in het
+dal. Wat is dat? De nevel trok gaandeweg op, en de glinsterende vlakte
+van het meer lag voor hen! Door geestdriftig gejubel, werd den 13den
+December 1887 de ontdekking gevierd.
+
+Maar wat nu? De voorhoede bezat geen vaartuig, want de booten had men
+in Ipoto moeten achterlaten. Op de rotsige hellingen van de het meer
+omgevende bergen, groeiden noch bananen noch eenige boom, die voor den
+bouw van kano’s gebruikt konden worden. Nergens was een aanplanting te
+zien, de bewoners der oevers leefden van vischvangst en van de
+bereiding van zout. Indien Emin pacha nu zelf niet met zijn stoomboot
+en levensmiddelen hen tegemoet kwam, dan was de karavaan hier vlak bij
+het doel prijsgegeven aan den hongerdood. Maar hoe ijverig Stanley zijn
+tolken ook liet navragen en hoe onvermoeid hij elk punt van den oever
+met zijn verrekijker ook afzocht—geen spoor van den gouverneur en zijn
+manschappen! Zou nu de geheele zending met al haar offers aan bloed en
+leven toch vergeefs zijn geweest?
+
+Wat bleef er anders over dan intusschen naar Ibwiri terug te keeren!
+Den 16den December begon de terugtocht, en den 8sten Januari 1888, werd
+Ibwiri weer bereikt. Hier bouwde Stanley eerst het fort Bodo, bezette
+het sterk en zond een afdeeling uit, om de verschillende achterblijvers
+uit de Arabische nederzettingen te halen. Rondom het fort liet hij het
+bosch ontginnen en maïs en boonen zaaien, opdat de later hier
+achterblijvende bezetting eenige levensmiddelen zou hebben. Wel
+verwoestten de inboorlingen de nieuwe aanplantingen dikwijls en het
+fort geleek meer op een belegerde vesting.
+
+Daarbij overvielen gansche legers van mieren en ander ongedierte, de
+hutten en tenten, en het wemelde er van giftige slangen.
+
+Den 8sten Februari kwamen de achterblijvers uit Ipoto gelukkig met de
+boot aan. Zij hadden in de legerplaats der Arabieren ontzettend
+geleden! De slavenhandelaars hadden hen slechts dan spaarzaam van
+voedingsmiddelen voorzien, als zij in de aanplantingen werkten, en de
+zwakken en zieken hadden zij eenvoudig laten verhongeren. Door diefstal
+en geweld hadden de roovers een deel der wapenen van de expeditie in
+hun bezit gekregen. Wat was onder deze omstandigheden het lot der
+achterhoede en van majoor Barttelot geweest? Niemand had een spoor van
+haar gezien. Zeer verontrust zond nu Stanley een troep vrijwilligers de
+Aroewimi weer af, om de verdwenenen op te zoeken. Maar terwijl hij op
+hun terugkomst wachtte, kreeg hij zelf koorts en lag drie-en-twintig
+dagen onder den invloed van morphine, bijna voortdurend bewusteloos!
+
+Intusschen schoot op de bebouwde akkers de jonge maïs op, en was weldra
+zoo hoog als het kreupelhout in het woud; fort Bodo beloofde een rijke
+graanschuur voor de bezetting en de geheele karavaan te worden. Stanley
+herstelde weer, maar niets bevrijdde hem van de kwellende zorgen over
+zijn manschappen. De weken gingen voorbij. Geen spoor van de
+achterhoede! Geen bericht van de verkenners! Allen schenen reddeloos
+begraven te zijn onder de altijd groene golven van het oerwoud! En aan
+het Albert-meer wachtte Emin pacha in wanhopig verzet op hulp en
+redding!
+
+Zoodra Stanley zich weer krachtig voelde begon den 2den April 1888 de
+tweede marsch naar het Albert-meer. Nog eens door de legioenen van
+zwarte krijgslieden Emin pacha tegemoet! Maar dezen keer werden zij
+niet ontvangen door het krijgsgeschreeuw der inboorlingen. De
+machtigste opperhoofden kwamen nu de karavaan als bondgenooten
+tegemoet. Twee maanden na Stanley’s terugkeer van het Albert-meer was
+een hen bevriend blanke Mallejoe genaamd of de „Gebaarde” in een groote
+ijzeren kano op het meer verschenen! „In het midden stond een groote,
+zwarte boom, waaruit rook en vonken vuur kwamen,” vertelden het
+opperhoofd Masamboni en zijn krijgslieden. „En er waren veel vreemde
+lieden aan boord en er liepen geiten heen en weer als op de markt in
+een dorp en kippen in met staven gesloten kisten en wij hoorden de
+hanen even vroolijk kraaien als tusschen onze gierstvelden. Mallejoe
+vroeg met diepe, diepe stem naar u, zijn broeder. Daarna voer hij weer
+weg met zijn groote, ijzeren kano, die zooveel rook in de lucht deed
+gaan, alsof ze in brand stond. Twijfel er niet aan, heer, u zult hem
+spoedig vinden.”
+
+Dat waren de eerste berichten, die Stanley van Emin pacha kreeg. Van de
+vele berichten, die Stanley reeds uit Zanzibar, langs de meest
+verschillende wegen, naar den gouverneur had gezonden, had er hem dus
+niet één bereikt. Maar de opperhoofden der inboorlingen zonden hem nu
+hun hardloopers na, en binnen enkele dagen moest Emin pacha er van op
+de hoogte zijn, dat de expeditie er was. Intusschen marcheerde Stanley
+naar Kavalli, overal begroet en aangeroepen door de vriendelijke
+inboorlingen, die nog enkele maanden geleden de vreemdelingen beschimpt
+en niet weinigen gedood hadden. Nu trok een voorhoede van honderd
+vijftig inboorlingen vooruit en vrijwillige, zwarte dragers namen de
+lasten der karavaan over.
+
+Wel was de plechtig gesloten vrede van de inboorlingen een welkome
+gelegenheid zich te verrijken met de geschenken der vreemdelingen en
+zelfs de opperhoofden werden vaak onbeschaamde bedelaars. Maar zij
+moesten in goede stemming worden gehouden en Stanley was daarom niet
+spaarzaam met de producten der Europeesche beschaving, die meegenomen
+waren om de nieuwsgierigheid der wilden gaande te maken en hen er mee
+te vermaken. Een handspiegel wekte onder de zwarten eerst de grootste
+verwondering en vrees. Toen zij hun eigen gelaat weerspiegeld zagen,
+geloofden zij dat een vijandelijke stam uit de aarde tegen hen optrok
+en zij liepen in den grootsten schrik weg.
+
+Daarna kwamen zij op de teenen terug en lieten nog eens het vreemde
+visioen over zich heen gaan. „De gezichten zien er als die van ons
+uit!” fluisterden zij tegen elkaar, en nu legde Stanley hun uit, dat
+hetgeen zij zagen niets anders was dan het spiegelbeeld van hun eigen
+buitengewoon innemende trekken, bij welk compliment het opperhoofd,
+Mpinga van trots gloeide. En nu overwon de persoonlijke ijdelheid in
+enkele oogenblikken de aanvankelijke vrees. Zijn geleiders drongen zich
+om hem heen, en allen sloegen met onuitputtelijk genoegen gade hoe waar
+de spiegel de kenteekenen van elk gelaat weergaf. „Zie eens het
+litteeken, het is precies zoo; maar zie toch je breeden neus, Mpinga.
+O, dat is heel precies. Ja, en zie de groote veer, die wuift werkelijk!
+Het is te vreemd! Waar kan het van zijn gemaakt? Het ziet eruit als
+water, is toch niet vloeibaar; en op den rug ziet het zwart. Ah, wij
+hebben vandaag een ding gezien, dat onze voorvaderen nooit zagen!”
+
+In Kavalli kreeg Stanley eindelijk een brief van Emin, die hem echter
+tot zijn verbazing beval te blijven waar hij was, totdat de gouverneur
+met zijn manschappen bij hem zou komen. Den 29sten April kwam eindelijk
+de stoomboot van Emin, op het Albert-meer, in het zicht. Stanley zond
+hem boden tegemoet, en onder algemeen gejubel en talrijke
+begroetingssalvo’s, naderde de verdwenen gouverneur met zijn geleide in
+het duistere avonduur, de legerplaats. Maar laat ons nu Stanley zelf
+laten vertellen:
+
+„Ik schudde alle aangekomenen de hand en vroeg, wie Emin pacha was.
+Toen wekte een wat kleine, tengere gestalte mijn opmerkzaamheid door de
+in ’t uitnemend Engelsch gesproken woorden:
+
+„Ik ben u veel dank verschuldigd, mijnheer Stanley en ik weet werkelijk
+niet hoe ik dien zal uiten.”
+
+„Ah, u zijt Emin pacha! spreek over geen dank, maar kom binnen en neemt
+u plaats. Het is hier buiten zoo donker, dat wij elkaar niet kunnen
+zien.”
+
+„Wij zaten aan den ingang der tent, een waskaars verlichtte die. Ik had
+volgens de beschrijving van verschillende reizigers een groote, magere
+gestalte van militair voorkomen verwacht, in afgedragen Egyptische
+uniform, maar zag in de plaats daarvan een kleine, tengere gestalte met
+een goed onderhouden fez en in een helder, goed gestreken en uitnemend
+zittend pak uit katoenen dril. Een donkere, met grijs doorweven baard,
+omlijstte het gelaat dat een Hongaarsch type had ofschoon een bril het
+een ietwat Italiaansche of Spaansche uitdrukking gaf.
+
+„Het gelaat vertoonde geen spoor van ziekte of zorg, integendeel,
+slechts gezondheid en kalme gemoedsrust waren er op te lezen. Korte
+mededeelingen over onze lotgevallen, de gebeurtenissen in Europa; de
+voorvallen uit de streken om den aequator, alsmede persoonlijke
+lotgevallen, namen nagenoeg twee uren in beslag; daarna werden, om het
+gelukkige wederzien te vieren, vijf halve flesschen champagne ontkurkt,
+en op de voortdurende gezondheid van Emin pacha en zijn metgezellen
+geledigd! Daarop brachten wij het gezelschap naar de boot, die hen naar
+het stoomschip terug bracht.”
+
+De rollen der beide groepen waren dus juist omgekeerd! Naast het
+welverzorgde militaire geleide van den pacha, scheen de karavaan van
+Stanley een erbarmelijk armoedige bende, die veel eerder hulp noodig
+scheen te hebben dan de gouverneur, ter wiens redding zoo vele
+kameraden het leven gelaten hadden!
+
+In de positie van Emin pacha was namelijk weer een gunstige wending
+gekomen, daar het scheen alsof zijn gebied niet meer onmiddellijk
+bedreigd werd. Daarom was hij ook nog volstrekt niet besloten om zich
+door Stanley te laten redden. Het viel hem zwaar om plotseling zijn
+levenstaak niet verder voort te zetten, en ook zijn troepen dachten er
+niet aan hun vaderland op te geven; en aan den anderen kant kon hij het
+niet over zijn hart verkrijgen om zijn mannen in den steek te laten.
+Het werd ook spoedig duidelijk, dat hij van zijn soldaten en hun
+inlandsche officieren afhankelijker was dan wel voor een gouverneur,
+met de macht van onder-koning bekleed, paste; hij verklaarde dan ook
+dat hij zijn besluit afhankelijk zou maken van den wensch zijner
+manschappen. Hij moest derhalve eerst naar zijn residentie Wadelai
+terugkeeren; en zelfs indien in het gunstigste geval de Egyptische
+troepen zich bereid verklaarden om zich by Stanley aan te sluiten, dan
+zouden er toch nog weken en maanden moeten verloopen, voordat zij ter
+plaatse waren.
+
+Ook Stanley zelf had een tijd van rust noodig. Hij kon zijn uitgeputte
+manschappen niet dadelijk blootstellen aan het onzekere lot, dat hen
+wachtte op de onbekende wegen naar de oostkust; maar bovenal moest de
+achterhoede, waarvan hij nog niet het geringste levensteeken had
+ontvangen, gered worden.
+
+Stanley betrok derhalve in Nsabe een versterkt kamp, liet een zijner
+officieren, Jephson, met verscheidene manschappen by Emin achter, en
+begon den 24sten Mei zijn verschrikkelijken marsch teneinde de
+achterhoede te ontzetten!
+
+
+
+
+
+
+
+
+66. HET LOT VAN DE ACHTERHOEDE.
+
+
+Ten tweeden male het donkere oerwoud in! Den 8sten Juni was Stanley
+reeds weder in het fort Bodo, waar hij alles in den besten toestand
+aantrof. De gewassen waren uitstekend opgekomen, de oogst was
+binnengehaald, en er was opnieuw gezaaid. De bevelhebber van het
+garnizoen, luitenant Stairs, had de invaliden uit het kamp van
+Oegarrowa gehaald, maar tengevolge van de schandelijke behandeling der
+Arabieren, waren er van de zes-en-vijftig man slechts veertien levend
+in het fort Bodo aangekomen!
+
+Den 16den Juni begon de opmarsen naar Jamboeja, en weerklonk dagelijks
+de waarschuwende roep der gidsen: „Roode mieren onderweg! Pas op, een
+boomstronk, o! splinters! Een kuil, rechts! Pas op, links! Pas op,
+doornen! Een wortel! Roode mieren in aantocht! Pas op de roode mieren!
+Een boomstam! Splinters daaronder!”
+
+Zoo ging het verder, van het eene kamp naar het andere. Toen Stanley
+den 21sten Juni te Ipoto aankwam, waren de Arabieren aldaar niet weinig
+geschrokken, daar ze bang waren voor een wraakoefening wegens de wijze
+waarop ze zijn invaliden behandeld hadden. Maar Stanley hield zich in,
+want eerst moest de achterhoede gered worden, en hij mocht het fort
+Bodo met zijn bezetting van zestig man niet blootstellen aan een
+overrompeling door Arabische roovers. Derhalve vergenoegde hij er zich
+mee, een deel der geroofde wapenen te doen uitleveren, en trok toen
+verder de Aroewini stroomafwaarts.
+
+De lastdragers die hem door Emin medegegeven waren, hadden het meeste
+van de vermoeienissen der dagmarschen te lijden; bij een heftigen
+stortregen, vielen er plotseling drie dood neer, alsof ze door een
+kogel getroffen waren, en dagelijks waren er meerderen die ditzelfde
+lot deelden.
+
+Den 13den Juli bereikte Stanley het kamp van Oegarrowa. Maar de plek
+was als uitgestorven, alle bewoners waren stroomafwaarts getrokken. Met
+behulp van talrijke kano’s, die men den inboorlingen ontnam,
+achterhaalde men echter de mannen van Oegarrowa, en hier, in het kamp
+der Arabieren trof Stanley eindelijk de vrijwilligers aan, die hij de
+achterhoede tegemoet gezonden had. Van de twintig man waren er vier
+gesneuveld, en van de overige zestien man was er slechts één enkele
+zonder schot- of speerwond afgekomen! Ze hadden voor de vijandelijke
+inboorlingen moeten wijken, en zich onder bescherming der Arabieren
+moeten stellen. Ook de afgezanten die Oegarrowa in opdracht van Stanley
+naar Jamboeja gezonden had, waren niet in staat geweest, zich door de
+vijandelijke benden heen een weg te banen. Het lot der achterhoede was
+dus nog geheel in het duister gehuld. Daar moest wel iets
+verschrikkelijks gebeurd zijn!
+
+Den 12den Augustus werd de marsch voortgezet. De bezwaren, die de weg
+opleverde, bleven dezelfde, alleen werd de karavaan niet meer door de
+inboorlingen lastig gevallen. De dicht bewoonde streken, waardoor men
+zich bij den opmarsch met moeite een weg had moeten banen, waren thans
+verlaten; de inboorlingen waren verdwenen, hun groote dorpen waren te
+deele verwoest De slaven- en ivoorhandelaars hadden hier weer eens
+duchtig huisgehouden!
+
+Zoo brak de 17de Augustus aan. Na de opeenvolgende tooneelen van
+verwoesting en verlatenheid aan beide oevers, vertoonde zich in den
+lichten morgennevel een nog gespaard gebleven dorp, en toen men
+naderbij gekomen was, werd een versterkte omheining zichtbaar. Witte
+gewaden kwamen in ’t zicht, en in den morgenwind wapperde een roode
+vaan met de halve maan. Weer een kamp der Arabieren! Hier was misschien
+de achterhoede! „De majoor, jongens! Aan de riemen!” riep Stanley zijn
+mannen toe, en onder luid hoera-geroep vloog de kano met razende
+snelheid voort.
+
+Een eind voor het dorp hield Stanley stil, en daar hij aan land een
+troep vreemde menschen zag, riep hij:
+
+„Tot wien behooren jullie?”
+
+„We behooren tot Stanley’s mannen,” klonk het antwoord.
+
+In enkele oogenblikken was Stanley aan land, en voor hem stond, als
+eenige Europeaan, de arts Bonny.
+
+„Wel Bonny, hoe gaat ’t? Waar is de majoor? Soms ziek?”
+
+„De majoor is dood!”
+
+„Dood? Goede God! Hoe is hij gestorven? Aan koorts?”
+
+„Neen, hij is doodgeschoten!”
+
+„Door wie?”
+
+„Door de Manjema, de mannen van Tipoe Tip!”
+
+„Genadige hemel! En waar is de plaatsvervangende officier?”
+
+„Aan de Stanley-vallen!”
+
+„Om Godswil! Wat doet hij daar?”
+
+„Hij is daarheen gegaan om meer dragers te krijgen.”
+
+„En waar zijn de andere officieren?”
+
+„De eene is in Bangala, en de andere is al sedert lang ziek naar huis
+teruggekeerd!”
+
+Bij stukjes en beetjes vernam nu Stanley het lot van de achterhoede.
+Majoor Barttelot had de instructies van Stanley niet opgevolgd, die hem
+uitdrukkelijk gelast had, om slechts een tijdlang op de door Tipoe Tip
+beloofde dragers te wachten; maar om dan, wanneer de Arabier zijn woord
+niet zou houden, met al de bagage in kleine dagmarschen op te rukken,
+om in elk geval dichter by Stanley te komen. Tipoe Tip had, zooals
+Stanley wel voorzien had, zijn woord niet gehouden, en majoor Barttelot
+had zich door de beloften van den sluwen Arabier volkomen om den tuin
+laten leiden!
+
+Deze had spoedig de benarde positie van den majoor bemerkt, en het was
+zijn streven geweest om zich zijn hulp zoo duur mogelijk te laten
+betalen. De rooftochten van zijn benden hadden de oevers van de
+Aroewini verwoest en ontvolkt, en de achterhoede was nu voor de
+proviandeering op de milddadigheid der Arabieren aangewezen. Dit was ’t
+juist wat Tipoe Tip beoogde: op deze wijze kreeg hij voortdurend meer
+van de kostbare bagage van Stanley in handen. Hoewel er geen
+schermutselingen hadden plaats gehad, was de munitie-voorraad reeds tot
+op de helft ingekrompen, de helft van het buskruit en meer dan twee
+derden der kogels waren verdwenen; de slaghoedjes had men aan Tipoe Tip
+moeten verkoopen!
+
+Maar, nog erger! Tengevolge van ongunstige berichten omtrent het lot
+van Stanley had Barttelot een groot deel der bagage naar Bangala
+teruggezonden, zoodat Stanley thans aan alles gebrek had, en voor
+zichzelf uit een stuk doek der tent, een soort van kousen moest maken!
+Alsof dit alles nog niet voldoende was, had Barttelot ook een deel van
+de Europeesche proviand, en bijna alle geneesmiddelen teruggezonden, en
+dat nog wel terwijl zijn mannen van honger omkwamen, en het kamp meer
+zieken dan gezonden bevatte! Van de 271 man sterke achterhoede waren er
+nog slechts 101 in leven, en van dezen was nog de helft door honger en
+ontbering ten doode opgeschreven. Kortom, de aanvoerder was bij al den
+tegenspoed volkomen zijn hoofd kwijtgeraakt. En toen eindelijk, tien
+maanden later dan afgesproken was, Tipoe Tip met een deel der beloofde
+dragers aankwam, waren deze zoo onbruikbaar, dat de majoor zijn
+zelfbeheersching volkomen kwijt raakte. Bij een twist, die hierover
+ontstond, had een der Arabieren hem eenvoudig neergeschoten.
+
+Zelfs de ijzeren energie van iemand als Stanley moest wel door het
+verhaal van dezen rampspoed gebroken worden. De halve expeditie
+vernietigd door de roekeloosheid van den aanvoerder! Niets dan moord en
+dood, ziekte en zorg, kommer en gebrek. Welk een welkom voor deze
+kleine heldenschaar! Dagen lang was Stanley als ’t ware versteend bij
+den aanblik van al deze ellende.
+
+Toen hij echter weer eenigszins tot zichzelve gekomen was, zorgde hij
+er eerst voor, dat velen van de achterhoede die zichzelf met slecht
+toebereide maniok vergiftigd hadden, weer op krachten kwamen; toen dit
+het geval was, werd den 1sten September de terugmarsch ondernomen.
+
+Alzoo ten derden male door de verschrikkingen van het oerwoud! En dat
+met een karavaan waarin op één gezonde drie zieken voorkwamen. De
+vreeselijkste ervaringen hadden de mannen nog niet verstandiger
+gemaakt, en noch de vergiftigde pijlen noch de vlijmscherpe speren der
+inboorlingen hielden de mannen er van af om zich van den troep af te
+scheiden, en alleen op buit uit te gaan. Daarbij dag aan dag regen, die
+de bezwaren van den tocht nagenoeg onoverkomelijk maakte! Meer dan eens
+dreigde de hongerdood een einde aan de geheele expeditie te zullen
+maken.
+
+Den 15den December, in een kamp nabij het punt waar de Ihoeroe en de
+Doei samenstroomen, wanhoopte zelfs Stanley er aan, den volgenden dag
+nog te zullen beleven.
+
+De uitgezonden fourageerders waren sedert dagen verdwenen; of
+verzorgden zichzelf misschien in weelderige bananenaanplantingen,
+zonder aan hun kameraden te denken. Van hen die in het kamp waren
+achtergebleven, waren slechts weinigen in staat om in het woud bessen
+of paddestoelen te zoeken. Wie nog gaan kon, volgde den aanvoerder om
+de vermisten te zoeken. Het werd nacht, wellicht de laatste nacht, dien
+ze zouden beleven! De sterren waren niet te zien, er brandde geen vuur,
+want er was toch niets om te koken. Diepe stilte heerschte
+rondom—slechts nu en dan een vertwijfeld steunen.
+
+„Uit de pikzwarte duisternis,” zoo lezen we in Stanley’s dagboek
+„doemden vage gestalten op, die het koortsgebied bevolken, er waart
+door de lucht een gefluister van graven en eenige vergetelheid, een
+demon fluistert de verhitte verbeelding in, dat het beter is te rusten,
+dan met een gebroken hart te denken, en de wind in de toppen der boomen
+van het duistere woud schijnt te zuchten en te steunen: verloren!
+verloren! verloren! Vergeefs zijn uw arbeid en uw kommer! De eene
+noodlotsdag na den anderen; stuk voor stuk zullen uw mannen den dood
+ten prooi vallen, en dan zult ge alleen zijn!”
+
+„Allah ho Akbar” weerklonk plotseling de roep van een man in het
+duister. „God is groot”—een Muzelman herinnerde de Christenen er aan
+hunnen God te gedenken!
+
+Tegen den morgen sluimerde Stanley in, maar toen de dag nog nauwelijks
+aangebroken was en het spookachtig licht zijn doodstille makkers deed
+zien, sprong hij weer op. „Vooruit, jongens naar de bananen! Met Gods
+hulp zullen we vandaag nog bananen hebben!” Allen stonden met
+inspanning van hun laatste krachten op, en struikelend van zwakte
+gingen ze in het grauwe morgenlicht achter elkaar aan.
+
+Hoor! Was dat niet als het gerommel van stemmen in de verte? Neen, ’t
+was reeds nabij! En komt daar niet als gedragen door de hand van een
+schim een bundel groene bananen uit het struikgewas te voorschijn? Daar
+zijn de fourageerders met schatten beladen! En op hetzelfde oogenblik
+vergaten allen hun ellende, en jubelend stijgt hun dank ten hemel: „God
+zij gedankt!” Snel werden vuren aangestoken, waarop de bananen
+geroosterd werden, en toen men weer voldoende krachten had opgedaan om
+zich op weg te begeven, gingen ze naar het kamp terug, om ook daar aan
+de halfdooden weer nieuw leven te schenken.
+
+Dit verschrikkelijkste avontuur van de geheele expeditie vond plaats op
+een afstand van weinige dagreizen van het fort Bodo, waar Stanley op
+den 20sten December aankwam. In het geheel had de marsch van Banalja
+naar het fort honderd en zes menschenlevens gekost!
+
+„In het fort Bodo alles wel!” Dit gelukkige bericht had tegelijkertijd
+iets verbluffends voor Stanley. Immers, hij had er in ’t geheel niet op
+gerekend de bezetting nog in het fort aan te zullen treffen.
+
+Emin pacha en Jephson hadden, zoo luidde de stellige afspraak, een
+expeditie tot ontzet zullen vormen! Maar er was van beiden niet het
+geringste bericht tot hier doorgedrongen. Had dan alles samengespannen
+om het doel dezer expeditie onmogelijk te maken? Er moest in het gebied
+van den gouverneur wel iets zeer bijzonders hebben plaats gegrepen,
+wanneer zelfs Stanley’s eigen officieren de strikste bevelen om het
+fort te ontzetten niet hadden kunnen nakomen!
+
+
+
+
+
+
+
+
+67. GERED UIT DE HANDEN DER REBELLEN.
+
+
+Juist in de dagen waarin Stanley de treurige overblijfselen zijner
+achterhoede in Banalja terugvond, waren er in de provincie Aequatoria
+ernstige dingen voorgevallen. De autoriteit van den gouverneur over
+zijn troepen was reeds lang slechts een schijn-gezag geweest, en den
+18den Augustus kwam het in Doefilé tot openlijke rebellie. Door
+Stanley’s officier Jephson was allerwege de oproep der Egyptische
+regeering bekend gemaakt aan de garnizoenen in Aequatoria, om het land
+te verlaten en zich bij de hulp-expeditie aan te sluiten; dit bevel
+strookte echter in ’t geheel niet met de wenschen der Egyptische
+officieren; daarom strooiden deze onder de soldaten het praatje rond,
+dat de brieven die Stanley had meegebracht, valsch waren, dat ’t niet
+waar was dat Chartoem gevallen was, dat Stanley slechts een avonturier
+was, die in ’t geheel niet uit Egypte gekomen was; maar dat hij met den
+gouverneur een complot gesmeed had om hen, hun vrouwen en kinderen uit
+het land te voeren, om ze den Engelschen als slaven te verkoopen. Deze
+leugens werkten in dit onwetende en fanatieke land als vuur onder de
+bevolking, en toen de gouverneur den 18den Augustus te Doefilé kwam,
+werd hij met Jephson gevangen genomen. Men verklaarde hem voor afgezet,
+ontzette de hem goedgezinde officieren uit hun posten, en sommigen
+verlangden zelfs dat men den pacha in boeien zou klinken. Maar dit
+duldden de soldaten niet, daarvoor hadden ze te vaak zijn
+rechtvaardigheidszin en zijn goede zorgen ondervonden. Met Stanley
+hoopten de rebellen bij diens terugkeer, spoedig af te rekenen; ze
+waren van plan hem in het land te lokken, hem van alle geweren, munitie
+en leeftocht te berooven, en hem dan eenvoudig weg te jagen.
+
+Daar rukten in October plotseling uit het Noorden de Mahdisten aan en
+spoedig kwam de eisch van hun aanvoerder tot den gevangen gouverneur
+om, tegen vrijen aftocht, zichzelf en zijn mannen, over te geven.
+
+Redjaf viel, met al zijn voorraden in handen der derwischen, en de
+bevolking der geheele streek sloeg hals over kop op de vlucht.
+
+Thans kwamen de leugens der oproerige officieren aan het licht, en de
+soldaten vervloekten hun aanvoerders: „Wanneer we onzen gouverneur
+gehoorzaamd hadden, dan bevonden we ons thans in veiligheid; al deze
+jaren is hij als een vader en moeder voor ons geweest; maar inplaats
+van op hem, hebben we op u vertrouwd, en nu zijn we verloren!”
+
+De poging om Redjaf te heroveren mislukte, de Mahdisten behielden de
+overhand, en er ontstond onder de soldaten zulk een paniek dat ze
+weigerden nog verder te vechten, wanneer hun pacha hun niet werd
+teruggegeven. Bij den strijd om Redjaf waren de ergste vijanden van
+Emin gesneuveld, en zoo herkregen de gouverneur en Jephson hun
+vrijheid. Hij had drie maanden in strenge gevangenschap doorgebracht,
+maar toen hij te Wadelai aankwam, werd hij door de bevolking met
+gejubel ontvangen.
+
+Weliswaar werden de Mahdisten den 25sten November door Emin’s troepen
+verslagen, maar, daar het eene station na het andere hun in handen
+viel, en ze vanuit Chartoem versterking kregen, moest Wadelai toch
+prijsgegeven worden, en in het begin van Januari trok Emin naar
+Toengoeroe terug.
+
+In deze Januari-dagen van 1889 had Stanley met zijn karavaan eindelijk
+weder de grasvlakten van Aequatoria betreden, en vol onrust over het
+zwijgen van Emin rukte hij in geforceerde marschen voort. Den 28sten
+Januari was hij weer in Kavalli, den 6den Februari kwam Jephson bij
+hem, en eindelijk, den 17den Februari kwam Emin in zijn kamp aan.
+
+Weliswaar hadden de rebellen hem om vergiffenis gevraagd, maar toch
+zonnen ze op verraad, en koesterden nog steeds het plan om zich van de
+munitie der expeditie meester te maken, en den gouverneur en Stanley
+uit den weg te ruimen.
+
+Maar, om dit plan ten uitvoer te brengen, hadden ze tijd noodig en daar
+het gerucht van de groote troepenmacht die Stanley meevoerde, en van de
+verschrikkelijke uitwerking van zijn geweren hun een heilzamen angst
+inboezemde, bepaalden de aanvoerders zich er toe om den eigenlijken
+afmarsch van Stanley en den geredden Emin zooveel mogelijk te
+vertragen, totdat het aantal hunner kameraden tot een overmacht zou
+zijn aangegroeid. Daarbij sleepten de mannen, die hun gouverneur
+zoogenaamd naar de oostkust zouden vergezellen, zulk een massa bagage
+mede dat Stanley’s dragers op verre na niet toereikend waren, en met
+recht weerspannig werden.
+
+Stanley verklaarde derhalve aan de Egyptische officieren dat ze zelf
+voor hun bagage moesten zorgen, en dat hij zijn mannen, die zich bij de
+redding der Egyptenaren zoo dapper geweerd hadden, niet zou laten
+gebruiken voor hun molensteenen om maïs te malen, en hun groote vaten
+voor het bereiden van bier naar de kust te sleepen.
+
+Daar hij hun heimelijke bedoeling doorzag, gaf hij allen die hem wilden
+volgen een bepaalden bedenktijd, en door vertrouwde spionnen liet hij
+zich van alles wat er tegen hem beraamd werd op de hoogte houden. Emin
+pacha, die nog slechts belangstelling voor natuur-wetenschappelijke
+studiën scheen te hebben, en die gedurende dien tijd van wachten zich
+bijna uitsluitend bezighield met het verzamelen van vogels en insecten,
+vertrouwde nog steeds op zijn officieren, en het kostte Stanley heel
+wat moeite om hem over de stemming van zijn eigen manschappen in te
+lichten. Met de inboorlingen rondom stond Stanley thans op den besten
+voet, daar hij hen bijstond in hun strijd tegen koning Kabba-Rega. Het
+kamp der karavaan was intusschen zoo groot als een stad geworden en
+werd door de dankbare inboorlingen uitnemend geproviandeerd.
+
+Den 10den April was Stanley gereed. Nu begon het eigenlijke ontzet van
+Emin, de marsch der vereenigde troepen naar de kust. Stanley’s troepen
+waren thans 460 man sterk, die van Emin 600, dat was alles wat
+overbleef van de 10.000 man waarop de gouverneur in goed vertrouwen
+gemeend had te kunnen rekenen! En ook dezen bleven hem nog niet eens
+allen getrouw, ze deserteerden bij troepen.
+
+Nog eenmaal scheen het ontzet van Emin gevaar te loopen! Den 13den
+April werd Stanley zwaar ziek, evenals zijn arts en Jephson; zoodat de
+marsch een langen tijd onderbroken moest worden. Eerst den 8sten Mei
+kon men verder trekken.
+
+De groote karavaan trok langs den voet van een der machtigste
+sneeuwbergen van Afrika, de Roewenzori, welks top Stanley reeds in 1888
+als eerste Europeaan aanschouwd had, en die later in 1906 door den
+hertog der Abruzzen voor het eerst bestegen werd. Achter Boekolo stiet
+men weer op Arabische rooversbenden, waarmee men, tengevolge van een
+misverstand, slaags raakte. Ook met de mannen van Kabba-Rega had
+Stanley menige schermutseling, terwijl door het slechte weer bijna de
+geheele karavaan aan koorts leed!
+
+Den 4den Juli had men eindelijk de uitgestrekte vlakte voor zich, die
+zich uitstrekt van Eduard-Niansa tot aan de kust. Na een marsch van
+vijf maanden kwam een expeditie den 4den December te Bagamoyo tegenover
+Zanzibar. Reeds in Mpoeapoea waren ze door den keizerlijken commissaris
+van Duitsch-Oost-Afrika, majoor Wissmann, verwelkomd. Bij een
+feestbanket dat ter eere van redders en geredden te Bagamoyo gegeven
+werd, kreeg Emin pacha nog, tengevolge van zijn bijziendheid een
+ongeluk, daar hij uit een raam viel!
+
+Na zijn genezing trad hij den 7den April in dienst van het Duitsche
+rijk, maar het was hem slechts twee en een half jaar vergund zijn
+bekwaamheid en ervaringen in dienst te stellen van de Duitsche koloniën
+in Afrika. Uit de handen der Mahdisten hadden Stanley’s moed en
+volharding hem ten koste van driehonderd menschenlevens bevrijd. En
+thans viel de voormalige gouverneur van Aequatoria op een reis in het
+binnenland in handen van vijandelijke Arabieren, en werd door hen den
+23sten October 1892, vermoord, een bittere ironie der
+wereldgeschiedenis.
+
+Slechts zijn dochtertje Ferida, wier moeder een Abessynische was,
+keerde naar Europa terug, en leeft nog heden onder ons.
+
+Hiermede besluiten we onze tweede reis „Van Pool tot Pool”. Maar we
+ontmoeten elkaar weder in het „Zwarte Werelddeel” om ons van daar uit
+over Spanje met Columbus naar de nieuwe wereld in te schepen en om
+tenslotte ook het „zesde werelddeel” de Zuidpool te bezoeken. Alzoo:
+„tot weerziens!”
+
+
+
+
+
+
+
+
+INHOUD.
+
+
+ 1. Naar het land van de Middernachtzon 3
+ 2. Aan de Noordkaap 7
+ 3. De Pooltocht van Franklin 11
+ 4. De dood van den Admiraal 14
+ 5. In nacht en ijs 19
+ 6. De tocht naar de Doodenbaai 23
+ 7. Het bericht der Eskimo’s 27
+ 8. Aan de Oostkust van Groenland 30
+ 9. Door ijsberen aangevallen 36
+ 10. Tweehonderd dagen op een ijsschots 40
+ 11. Een Gordon-Bennettvaart naar de Noordpool 48
+ 12. De ondergang der „Jeannette” 51
+ 13. Door de ijswoestijn 57
+ 14. De doodenmarsch van De Long 60
+ 15. Fridtjof Nansen 68
+ 16. Op sneeuwschoenen en met hondensleden naar
+ de Noordpool 72
+ 17. Een overwintering 76
+ 18. Een avontuur in de Kajak 80
+ 19. Nansen’s gelukkige terugkeer 82
+ 20. Per luchtballon naar de Noordpool 84
+ 21. Voor de opstijging 88
+ 22. „Alles klaar!” 91
+ 23. Het lot van Andrée 94
+ 24. In Hamburg bij Hagenbeck 98
+ 25. In het gewoel der wereldstad 102
+ 26. Tocht op de Theems 106
+ 27. Twee dagen in het Britsch museum 108
+ 28. In Londen’s armenwijk 110
+ 29. Van Londen naar Parijs 113
+ 30. Een wandeling door de Seinestad 115
+ 31. Het graf van Napoleon 118
+ 32. Aan den oever van het Meer van Genève 124
+ 33. De lagunenstad 127
+ 34. Dwars door Italië 130
+ 35. De eeuwige stad 133
+ 36. Paus Pius X 135
+ 37. „Brood en spelen” 137
+ 38. In de catacomben 142
+ 39. Pompeji 145
+ 40. Onder de asch van den Vesuvius 148
+ 41. Egypte 152
+ 42. Met Gordon den Nijl op 155
+ 43. De Witte Pacha 158
+ 44. De ontruiming van Soedan 163
+ 45. In de macht van den Mahdi 165
+ 46. Het dagboek van Gordon 168
+ 47. De val van Chartoem en het einde van Gordon 172
+ 48. De veldtocht van Kitchener in Soedan 179
+ 49. De struisvogel 182
+ 50. Leeuwenjacht 185
+ 51. Het nijlpaard 192
+ 52. David Livingstone 195
+ 53. De ontdekking van het Ngami-meer 200
+ 54. Van kust tot kust 203
+ 55. De apostel van Afrika 209
+ 56. Hoe Stanley Livingstone vond 216
+ 57. De laatste reis van Livingstone 224
+ 58. De lijkstoet van een held 229
+ 59. Door het donkere werelddeel 232
+ 60. Oorlogen met de inboorlingen 237
+ 61. Over de congo-vallen 239
+ 62. „Boela Matari, de steenbreker” 242
+ 63. De laatste gouverneur van Gordon 246
+ 64. Honderd zestig dagen in het oerwoud 250
+ 65. Op zoek naar Emin Pacha 255
+ 66. Het lot van de achterhoede 260
+ 67. Gered uit de handen der rebellen 265
+
+
+
+
+
+
+
+
+AANTEEKENING
+
+
+[1] Thans is de Zuidpool zoowel door den Noor Asmussen als door den
+Engelschman Scott betreden, terwijl den 26en April 1908 de Noordpool
+ontdekt werd door R. E. Peary.
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 76913 ***
diff --git a/76913-h/76913-h.htm b/76913-h/76913-h.htm
new file mode 100644
index 0000000..e0797bf
--- /dev/null
+++ b/76913-h/76913-h.htm
@@ -0,0 +1,10402 @@
+<!DOCTYPE HTML>
+<!-- This HTML file has been automatically generated from an XML source on 2025-09-22T18:54:26Z using SAXON HE 9.9.1.8 . -->
+<html lang="nl">
+<head>
+<title>Van pool tot pool: Tweede reis: van de Noordpool naar den Aequator | Project Gutenberg</title>
+<meta charset="utf-8">
+<meta name="generator" content="tei2html.xsl, see https://github.com/jhellingman/tei2html">
+<meta name="author" content="Sven Anders Hedin (1865–1952)">
+<link rel="coverpage" href="images/front2.jpg">
+<link rel="icon" href="images/front2.jpg" type="image/x-cover">
+<meta name="DC.Title" content="Van pool tot pool: Tweede reis: van de Noordpool naar den Aequator">
+<meta name="DC.Creator" content="Sven Anders Hedin (1865–1952)">
+<meta name="DC.Language" content="nl-1900">
+<meta name="DC.Format" content="text/html">
+<meta name="DC.Publisher" content="Project Gutenberg">
+<style> /* <![CDATA[ */
+html {
+line-height: 1.3;
+}
+body {
+margin: 0;
+}
+main {
+display: block;
+}
+h1 {
+font-size: 2em;
+margin: 0.67em 0;
+}
+hr {
+height: 0;
+overflow: visible;
+}
+pre {
+font-family: monospace;
+font-size: 1em;
+}
+a {
+background-color: transparent;
+}
+abbr[title] {
+border-bottom: none;
+text-decoration: underline;
+}
+b, strong {
+font-weight: bolder;
+}
+code, kbd, samp {
+font-family: monospace;
+font-size: 1em;
+}
+small {
+font-size: 80%;
+}
+sub, sup {
+font-size: 67%;
+line-height: 0;
+position: relative;
+vertical-align: baseline;
+}
+sub {
+bottom: -0.25em;
+}
+sup {
+top: -0.5em;
+}
+img {
+border-style: none;
+}
+body {
+font-family: serif;
+font-size: 100%;
+text-align: left;
+margin-top: 2.4em;
+}
+div.front, div.body {
+margin-bottom: 7.2em;
+}
+div.back {
+margin-bottom: 2.4em;
+}
+.div0 {
+margin-top: 7.2em;
+margin-bottom: 7.2em;
+}
+.div1 {
+margin-top: 5.6em;
+margin-bottom: 5.6em;
+}
+.div2 {
+margin-top: 4.8em;
+margin-bottom: 4.8em;
+}
+.div3 {
+margin-top: 3.6em;
+margin-bottom: 3.6em;
+}
+.div4 {
+margin-top: 2.4em;
+margin-bottom: 2.4em;
+}
+.div5, .div6, .div7 {
+margin-top: 1.44em;
+margin-bottom: 1.44em;
+}
+.div0:last-child, .div1:last-child, .div2:last-child, .div3:last-child,
+.div4:last-child, .div5:last-child, .div6:last-child, .div7:last-child {
+margin-bottom: 0;
+}
+blockquote div.front, blockquote div.body, blockquote div.back {
+margin-top: 0;
+margin-bottom: 0;
+}
+.divBody .div1:first-child, .divBody .div2:first-child, .divBody .div3:first-child, .divBody .div4:first-child,
+.divBody .div5:first-child, .divBody .div6:first-child, .divBody .div7:first-child {
+margin-top: 0;
+}
+h1, h2, h3, h4, h5, h6, .h1, .h2, .h3, .h4, .h5, .h6 {
+clear: both;
+font-style: normal;
+text-transform: none;
+}
+h3, .h3 {
+font-size: 1.2em;
+}
+h3.label {
+font-size: 1em;
+margin-bottom: 0;
+}
+h4, .h4 {
+font-size: 1em;
+}
+.alignleft {
+text-align: left;
+}
+.alignright {
+text-align: right;
+}
+.alignblock {
+text-align: justify;
+}
+p.tb, hr.tb, .par.tb, li.tb {
+margin: 1.6em auto;
+text-align: center;
+}
+p.argument, p.note, p.tocArgument, .par.argument, .par.note, .par.tocArgument {
+font-size: 0.9em;
+text-indent: 0;
+}
+p.argument, p.tocArgument, .par.argument, .par.tocArgument {
+margin: 1.58em 10%;
+}
+.opener, .address {
+margin-top: 1.6em;
+margin-bottom: 1.6em;
+}
+.addrline {
+margin-top: 0;
+margin-bottom: 0;
+}
+.dateline {
+margin-top: 1.6em;
+margin-bottom: 1.6em;
+text-align: right;
+}
+.salute {
+margin-top: 1.6em;
+margin-left: 3.58em;
+text-indent: -2em;
+}
+.signed {
+margin-top: 1.6em;
+margin-left: 3.58em;
+text-indent: -2em;
+}
+.epigraph {
+font-size: 0.9em;
+width: 60%;
+margin-left: auto;
+}
+.epigraph span.bibl {
+display: block;
+text-align: right;
+}
+.trailer {
+clear: both;
+margin-top: 3.6em;
+}
+span.abbr, abbr {
+white-space: nowrap;
+}
+span.parNum {
+font-weight: bold;
+}
+span.corr, span.gap {
+border-bottom: 1px dotted red;
+}
+span.num, span.trans {
+border-bottom: 1px dotted gray;
+}
+span.measure {
+border-bottom: 1px dotted green;
+}
+.ex {
+letter-spacing: 0.2em;
+}
+.sc {
+font-variant: small-caps;
+}
+.asc {
+font-variant: small-caps;
+text-transform: lowercase;
+}
+.uc {
+text-transform: uppercase;
+}
+.tt {
+font-family: monospace;
+}
+.underline {
+text-decoration: underline;
+}
+.overline, .overtilde {
+text-decoration: overline;
+}
+.rm {
+font-style: normal;
+}
+.red {
+color: red;
+}
+hr {
+clear: both;
+border: none;
+border-bottom: 1px solid black;
+width: 45%;
+margin-left: auto;
+margin-right: auto;
+margin-top: 1em;
+text-align: center;
+}
+hr.dotted {
+border-bottom: 2px dotted black;
+}
+hr.dashed {
+border-bottom: 2px dashed black;
+}
+.aligncenter {
+text-align: center;
+}
+h1, h2, .h1, .h2 {
+font-size: 1.44em;
+line-height: 1.5;
+}
+h1.label, h2.label {
+font-size: 1.2em;
+margin-bottom: 0;
+}
+h5, h6 {
+font-size: 1em;
+font-style: italic;
+}
+p, .par {
+text-indent: 0;
+}
+p.firstlinecaps:first-line, .par.firstlinecaps:first-line {
+text-transform: uppercase;
+}
+.hangq {
+text-indent: -0.32em;
+}
+.hangqq {
+text-indent: -0.42em;
+}
+.hangqqq {
+text-indent: -0.84em;
+}
+p.dropcap:first-letter, .par.dropcap:first-letter {
+float: left;
+clear: left;
+margin: 0 0.05em 0 0;
+padding: 0;
+line-height: 0.8;
+font-size: 420%;
+vertical-align: super;
+}
+blockquote, p.quote, div.blockquote, div.argument, .par.quote {
+font-size: 0.9em;
+margin: 1.58em 5%;
+}
+.pageNum a, a.noteRef:hover, a.pseudoNoteRef:hover, a.hidden:hover, a.hidden {
+text-decoration: none;
+}
+.advertisement, .advertisements {
+background-color: #FFFEE0;
+border: black 1px dotted;
+color: #000;
+margin: 2em 5%;
+padding: 1em;
+}
+span.accent {
+display: inline-block;
+text-align: center;
+}
+span.accent, span.accent span.top, span.accent span.base {
+line-height: 0.40em;
+}
+span.accent span.top {
+font-weight: bold;
+font-size: 5pt;
+}
+span.accent span.base {
+display: block;
+}
+.footnotes .body, .footnotes .div1 {
+padding: 0;
+}
+.fnarrow {
+color: #AAAAAA;
+font-weight: bold;
+text-decoration: none;
+}
+.fnarrow:hover, .fnreturn:hover {
+color: #660000;
+}
+.fnreturn {
+color: #AAAAAA;
+font-size: 80%;
+font-weight: bold;
+text-decoration: none;
+vertical-align: 0.25em;
+}
+a {
+text-decoration: none;
+}
+a:hover {
+text-decoration: underline;
+background-color: #e9f5ff;
+}
+a.noteRef, a.pseudoNoteRef {
+font-size: 67%;
+vertical-align: super;
+text-decoration: none;
+margin-left: 0.1em;
+}
+.externalUrl {
+font-size: small;
+font-family: monospace;
+color: gray;
+}
+.displayfootnote {
+display: none;
+}
+div.footnotes {
+font-size: 80%;
+margin-top: 1em;
+padding: 0;
+}
+hr.fnsep {
+margin-left: 0;
+margin-right: 0;
+text-align: left;
+width: 25%;
+}
+p.footnote, .par.footnote {
+margin-bottom: 0.5em;
+margin-top: 0.5em;
+}
+p.footnote .fnlabel, .par.footnote .fnlabel {
+float: left;
+margin-left: -0.1em;
+min-width: 1.0em;
+padding-right: 0.4em;
+}
+.apparatusnote {
+text-decoration: none;
+}
+.apparatusnote:target, .fndiv:target {
+background-color: #eaf3ff;
+}
+table.tocList {
+width: 100%;
+margin-left: auto;
+margin-right: auto;
+border-width: 0;
+border-collapse: collapse;
+}
+td.tocText {
+padding-top: 2em;
+padding-bottom: 1em;
+}
+td.tocPageNum, td.tocDivNum {
+text-align: right;
+min-width: 10%;
+border-width: 0;
+white-space: nowrap;
+}
+td.tocDivNum {
+padding-left: 0;
+padding-right: 0.5em;
+vertical-align: top;
+}
+td.tocPageNum {
+padding-left: 0.5em;
+padding-right: 0;
+vertical-align: bottom;
+}
+td.tocDivTitle {
+width: auto;
+}
+p.tocPart, .par.tocPart {
+margin: 1.58em 0;
+font-variant: small-caps;
+}
+p.tocChapter, .par.tocChapter {
+margin: 1.58em 0;
+}
+p.tocSection, .par.tocSection {
+margin: 0.7em 5%;
+}
+table.tocList td {
+vertical-align: top;
+}
+table.tocList td.tocPageNum {
+vertical-align: bottom;
+}
+table.inner {
+display: inline-table;
+border-collapse: collapse;
+width: 100%;
+}
+td.itemNum {
+text-align: right;
+min-width: 5%;
+padding-right: 0.8em;
+}
+td.innerContainer {
+padding: 0;
+margin: 0;
+}
+.index {
+font-size: 80%;
+}
+.index p {
+text-indent: -1em;
+margin-left: 1em;
+}
+.indexToc {
+text-align: center;
+}
+.transcriberNote {
+background-color: #DDE;
+border: black 1px dotted;
+color: #000;
+font-family: sans-serif;
+font-size: 80%;
+margin: 2em 5%;
+padding: 1em;
+}
+.missingTarget {
+text-decoration: line-through;
+color: red;
+}
+.correctionTable {
+width: 75%;
+}
+.width20 {
+width: 20%;
+}
+.width40 {
+width: 40%;
+}
+p.smallprint, li.smallprint, .par.smallprint {
+color: #666666;
+font-size: 80%;
+}
+span.musictime {
+vertical-align: middle;
+display: inline-block;
+text-align: center;
+}
+span.musictime, span.musictime span.top, span.musictime span.bottom {
+padding: 1px 0.5px;
+font-size: xx-small;
+font-weight: bold;
+line-height: 0.7em;
+}
+span.musictime span.bottom {
+display: block;
+}
+audio {
+height: 20px;
+margin-left: 0.5em;
+margin-right: 0.5em;
+}
+ul {
+list-style-type: none;
+}
+.splitListTable {
+margin-left: 0;
+}
+.splitListTable td {
+vertical-align: top;
+}
+.numberedItem {
+text-indent: -3em;
+margin-left: 3em;
+}
+.numberedItem .itemNumber {
+float: left;
+position: relative;
+left: -3.5em;
+width: 3em;
+display: inline-block;
+text-align: right;
+}
+.itemGroupTable {
+border-collapse: collapse;
+margin-left: 0;
+}
+.itemGroupTable td {
+padding: 0;
+margin: 0;
+vertical-align: middle;
+}
+.itemGroupBrace {
+padding: 0 0.5em !important;
+}
+.titlePage {
+border: #DDDDDD 2px solid;
+margin: 3em 0 7em;
+padding: 5em 10% 6em;
+text-align: center;
+}
+.titlePage .docTitle {
+line-height: 1.7;
+margin: 2em 0;
+font-weight: bold;
+}
+.titlePage .docTitle .mainTitle {
+font-size: 1.8em;
+font-weight: inherit;
+font-variant: inherit;
+line-height: inherit;
+}
+.titlePage .docTitle .subTitle,
+.titlePage .docTitle .seriesTitle,
+.titlePage .docTitle .volumeTitle {
+font-size: 1.44em;
+font-weight: inherit;
+font-variant: inherit;
+line-height: inherit;
+}
+.titlePage .byline {
+margin: 2em 0;
+font-size: 1.2em;
+line-height: 1.5;
+}
+.titlePage .byline .docAuthor {
+font-size: 1.2em;
+font-weight: bold;
+}
+.titlePage .figure {
+margin: 2em auto;
+}
+.titlePage .docImprint {
+margin: 4em 0 0;
+font-size: 1.2em;
+line-height: 1.5;
+}
+.titlePage .docImprint .docDate {
+font-size: 1.2em;
+font-weight: bold;
+}
+div.figure, div.figureGroup {
+text-align: center;
+}
+table.figureGroupTable {
+width: 80%;
+border-collapse: collapse;
+}
+.figure, .figureGroup {
+margin-left: auto;
+margin-right: auto;
+}
+.floatLeft {
+float: left;
+margin: 10px 10px 10px 0;
+}
+.floatRight {
+float: right;
+margin: 10px 0 10px 10px;
+}
+p.figureHead, .par.figureHead {
+font-size: 100%;
+text-align: center;
+}
+.figAnnotation {
+font-size: 80%;
+position: relative;
+margin: 0 auto;
+}
+.figTopLeft, .figBottomLeft {
+float: left;
+}
+.figTopRight, .figBottomRight {
+float: right;
+}
+.figure p, .figure .par, .figureGroup p, .figureGroup .par {
+font-size: 80%;
+margin-top: 0;
+text-align: center;
+}
+img {
+border-width: 0;
+}
+td.galleryFigure {
+text-align: center;
+vertical-align: middle;
+}
+td.galleryCaption {
+text-align: center;
+vertical-align: top;
+}
+.lgouter {
+margin-left: auto;
+margin-right: auto;
+display: table;
+}
+.lg {
+text-align: left;
+padding: .5em 0;
+}
+.lg h4, .lgouter h4 {
+font-weight: normal;
+}
+.lg .lineNum, .sp .lineNum, .lgouter .lineNum {
+color: #777;
+font-size: 90%;
+left: 16%;
+margin: 0;
+position: absolute;
+text-align: center;
+text-indent: 0;
+top: auto;
+width: 1.75em;
+}
+p.line, .par.line {
+margin: 0;
+}
+span.hemistich {
+visibility: hidden;
+}
+.verseNum {
+font-weight: bold;
+}
+.speaker {
+font-weight: bold;
+margin-bottom: 0.4em;
+}
+.sp .line {
+margin: 0 10%;
+text-align: left;
+}
+.castlist, .castitem {
+list-style-type: none;
+}
+.castGroupTable {
+border-collapse: collapse;
+margin-left: 0;
+}
+.castGroupTable td {
+padding: 0;
+margin: 0;
+vertical-align: middle;
+}
+.castGroupBrace {
+padding: 0 0.5em !important;
+}
+body {
+padding: 1.58em 16%;
+}
+.pageNum {
+display: inline;
+font-size: 8.4pt;
+font-style: normal;
+margin: 0;
+padding: 0;
+position: absolute;
+right: 1%;
+text-align: right;
+letter-spacing: normal;
+}
+.marginnote {
+font-size: 0.8em;
+height: 0;
+left: 1%;
+position: absolute;
+text-indent: 0;
+width: 14%;
+text-align: left;
+}
+.right-marginnote {
+font-size: 0.8em;
+height: 0;
+right: 3%;
+position: absolute;
+text-indent: 0;
+text-align: right;
+width: 11%
+}
+.cut-in-left-note {
+font-size: 0.8em;
+left: 1%;
+float: left;
+text-indent: 0;
+width: 14%;
+text-align: left;
+padding: 0.8em 0.8em 0.8em 0;
+}
+.cut-in-right-note {
+font-size: 0.8em;
+left: 1%;
+float: right;
+text-indent: 0;
+width: 14%;
+text-align: right;
+padding: 0.8em 0 0.8em 0.8em;
+}
+span.tocPageNum, span.flushright {
+position: absolute;
+right: 16%;
+top: auto;
+text-indent: 0;
+}
+.pglink::after {
+content: "\0000A0\01F4D8";
+font-size: 80%;
+font-style: normal;
+font-weight: normal;
+}
+.catlink::after {
+content: "\0000A0\01F4C7";
+font-size: 80%;
+font-style: normal;
+font-weight: normal;
+}
+.exlink::after, .wplink::after, .biblink::after, .qurlink::after, .seclink::after {
+content: "\0000A0\002197\00FE0F";
+color: blue;
+font-size: 80%;
+font-style: normal;
+font-weight: normal;
+}
+.pglink:hover {
+background-color: #DCFFDC;
+}
+.catlink:hover {
+background-color: #FFFFDC;
+}
+.exlink:hover, .wplink:hover, .biblink:hover, .qurlink:hover, .seclin:hover {
+background-color: #FFDCDC;
+}
+body {
+background: #FFFFFF;
+font-family: serif;
+}
+body, a.hidden {
+color: black;
+}
+h1, h2, .h1, .h2 {
+text-align: center;
+font-variant: small-caps;
+font-weight: normal;
+}
+p.byline {
+text-align: center;
+font-style: italic;
+margin-bottom: 2em;
+}
+.div2 p.byline, .div3 p.byline, .div4 p.byline, .div5 p.byline, .div6 p.byline, .div7 p.byline {
+text-align: left;
+}
+.figureHead, .noteRef, .pseudoNoteRef, .marginnote, .right-marginnote, p.legend, .verseNum {
+color: #660000;
+}
+.rightnote, .pageNum, .lineNum, .pageNum a {
+color: #AAAAAA;
+}
+a.hidden:hover, a.noteRef:hover, a.pseudoNoteRef:hover {
+color: red;
+}
+h1, h2, h3, h4, h5, h6 {
+font-weight: normal;
+}
+table {
+margin-left: auto;
+margin-right: auto;
+}
+td.tocText {
+text-align: center;
+font-variant: small-caps;
+font-size: 1.2em;
+line-height: 1.5;
+}
+.tableCaption {
+text-align: center;
+}
+.arab { font-family: Scheherazade, serif; }
+.aran { font-family: 'Awami Nastaliq', serif; }
+.grek { font-family: 'Charis SIL', serif; }
+.hebr { font-family: 'SBL Hebrew', Shlomo, 'Ezra SIL', serif; }
+.syrc { font-family: 'Serto Jerusalem', serif; }
+/* CSS rules generated from rendition elements in TEI file */
+.small {
+font-size: small;
+}
+.large {
+font-size: large;
+}
+.vam {
+vertical-align: middle;
+}
+.center {
+text-align: center;
+}
+/* CSS rules generated from @rend attributes in TEI file */
+.cover-imagewidth {
+width:550px;
+}
+.titlepage-imagewidth {
+width:489px;
+}
+.p017width {
+width:547px;
+}
+.p032width {
+width:720px;
+}
+.p033width {
+width:720px;
+}
+.p064width {
+width:720px;
+}
+.p065width {
+width:720px;
+}
+.p104width {
+width:720px;
+}
+.p105-1width {
+width:547px;
+}
+.p105-2width {
+width:548px;
+}
+.p120width {
+width:720px;
+}
+.p121-1width {
+width:410px;
+}
+.p121-2width {
+width:407px;
+}
+.p122width {
+width:554px;
+}
+.p144width {
+width:720px;
+}
+.p145width {
+width:720px;
+}
+.p154width {
+width:593px;
+}
+.p176width {
+width:720px;
+}
+.p177width {
+width:720px;
+}
+.p192width {
+width:720px;
+}
+.p193width {
+width:720px;
+}
+.p256width {
+width:720px;
+}
+.p257width {
+width:720px;
+}
+.spine2width {
+width:144px;
+}
+.back2width {
+width:549px;
+}
+/* ]]> */ </style>
+</head>
+<body>
+<div style='text-align:center'>*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 76913 ***</div>
+<div class="front">
+<div class="div1 cover"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody">
+<p class="first"></p>
+<div class="figure cover-imagewidth"><img src="images/front2.jpg" alt="Oorspronkelijke voorkant." width="550" height="720"></div><p>
+</p>
+</div>
+</div>
+<div class="div1 titlepage"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody">
+<p class="first"></p>
+<div class="figure titlepage-imagewidth"><img src="images/titlepage.png" alt="Oorspronkelijke titelpagina." width="489" height="720"></div><p>
+</p>
+</div>
+</div>
+<div class="titlePage">
+<div class="byline"><span class="docAuthor">SVEN HEDIN</span></div>
+<div class="docTitle">
+<h1 class="mainTitle">VAN POOL TOT POOL.</h1>
+<div class="subTitle">TWEEDE REIS.</div>
+<div class="subTitle">VAN DE NOORDPOOL NAAR DEN AEQUATOR.</div>
+</div>
+<div class="docImprint">GEAUTORISEERDE UITGAVE.
+<br>
+W. DE HAAN—UTRECHT.</div>
+</div>
+<p><span class="pageNum" id="pb3">[<a href="#pb3">3</a>]</span></p>
+</div>
+<div class="body">
+<div id="ch1" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#xd33e2821">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h2 class="main"><span class="divNum">1.</span> NAAR HET LAND VAN DE MIDDERNACHTZON.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Na even uitgerust te hebben van onzen tocht door Azië, kiezen wij het hooge Noorden
+voor ons volgend doel. Wij zijn in Stockholm in den spoortrein gestapt en als wij
+op het achterbalkon van den laatsten wagen gaan staan, schitteren ons de metalen rails
+tegemoet, die Stockholm met Narvik in het hooge Noorden van Noorwegen verbinden. Stil
+droomerig ligt het landschap om ons heen in den helderen avond. De uren gaan voorbij,
+wij schrijven 27 Juni, den tijd van de heldere nachten. Wie kan dan het besluit nemen,
+te gaan slapen? Nu eens wordt de blik geboeid door een klein meer, op welks landtongen
+en eilandjes jonge pijnboomen als in den slaap knikken, dan weer groene weiden, aan
+welker uitersten rand een reeks witte berkestammen scherp tegen de duisternis van
+het dennenbosch afsteekt.
+</p>
+<p>Den volgenden morgen zijn wij reeds midden in het land der onuitputtelijke bosschen
+en der zaagwerken. Overal dennen, sparren en berken, de meren en rivieren bedekt met
+drijvende houtblokken en vlotten. De nabijgelegen hoogten flikkeren in krachtige,
+groene tinten; daarachter verdwijnt alles meer en meer in diep blauw. Dikwijls strekken
+zich tusschen de heuvels vlakke veenstreken uit, omlijst door boomen, die er als verschrompelde
+dwergjes uitzien. Wel is dit land mijlen ver tot naar het Noorden eentonig, maar toch
+kunnen wij er onze oogen niet van afhouden; de teere lijnen en tinten en de wazige,
+trillende spiegelbeelden van het landschap in de heldere golven der blauwe meren stellen
+volop schadeloos, voor de grootscher bekoring van het hooggebergte, dat ver in het
+Westen blijft liggen.
+<span class="pageNum" id="pb4">[<a href="#pb4">4</a>]</span></p>
+<p>Wij hebben reeds meer dan de helft van den weg achter ons en houden ’s avonds te Boden
+stil, vanwaar wij een uitstapje maken naar <span class="corr" id="xd33e142" title="Bron: Luleâ">Luleå</span> aan de Bottnische golf. Op den weg naar de kust wordt het bosch weer dichter en hooger
+en spoedig wandelen wij door de straten van Luleâ, de hoofdstad van Norrbotten, die
+na den laatsten verwoestenden brand nieuw en voornaam is verrezen. De alleeën van
+berken in de grootere straten zijn niet minder betooverend dan de palmen in Singapore.
+In het Noorden glinsteren de randen der wolken in verblindend purper. Maar welk een
+eenzaamheid! Het is klaarlichte dag en toch is er niemand op straat? Is de stad verlaten
+of betooverd? De klok lost het raadsel op; het is middernacht!
+</p>
+<p>Een kleine stoomboot brengt ons den volgenden morgen naar het eiland Svartö, en spoedig
+staan wij op een geweldige houten brug, die zich zestien meter boven den waterspiegel
+verheft. Aan beide zijden ligt een stoomboot met erts voor anker, en nu komt op de
+brug een trein aangerold. Elk van zijn wagens bevat dertig ton erts. Zoodra de eerste
+zich boven een opening in de brug bevindt, slaat zijn bodem naar beneden open. Met
+oorverdoovend geraas stort het erts in een met geslagen plaatijzer bedekte goot om
+in het ruim van een der schepen te verdwenen. Zoo wordt de eene wagen na den anderen
+geledigd, de eene trein na den anderen, en elk uur dalen duizenden tonnen erts in
+het binnenste van een schip. Zoodra het geladen is, stoomt het naar eene vreemde haven,
+bijv. Rotterdam, vanwaar het erts naar de groote metaalgieterijen in Westfalen wordt
+verzonden.
+</p>
+<p>Al dit ijzererts komt uit Gellivara en den Malmberg.
+</p>
+<p>Als ’s winters de scheepvaart heeft opgehouden, wordt het op de kade opgestapeld;
+daar liggen dan ongeveer 600.000 ton. Hier op Svartö vloeit een der twee ertsstroomen
+van Norrland, de andere gaat over Narvik in Noorwegen en is nog geweldiger, want daar
+vloeit het erts het geheele jaar door en keert als goudstroom terug.
+</p>
+<p>Te Boden bereiken wij weer onzen trein en richten ons nu meer noord-noord-west naar
+Lapland. Geen gebergte, geen rivieren. De spoorweg slingert zich tusschen eindelooze
+moerassen en veengronden, waaruit kleine, ronde heuvels als eilanden uitsteken.
+<span class="pageNum" id="pb5">[<a href="#pb5">5</a>]</span></p>
+<p>Maar denkt niet, dat deze veengronden waardelooze woestenijen zijn, waarin de spoorweg-stations
+schaarsche oasen vormen. Zij zijn een kapitaal voor de toekomst, want daaruit wordt
+zooveel turf gewonnen, dat ze den tegenwoordigen steenkoleninvoer, voor geheel Zweden
+gedurende tweehonderd jaar kan vervangen!
+</p>
+<p>Het woud krimpt meer en meer in. De dennen zijn zoo klein, dat ze ternauwernood voor
+kerstboompjes deugen, hun korte takken liggen vlak tegen den stam. Maar zij staan
+zoo dicht tegen elkaar, alsof een leger dwergen, dat men naar het Noorden heeft gejaagd,
+opeendrong, om zich gedurende den winter wederkeerig te verwarmen. Zij streven naar
+de zon, maar kunnen zich niet verheffen, en blijven verschrompeld, mager en ellendig.
+In den winter verdwijnen zij geheel onder opgewaaide sneeuw.
+</p>
+<p>Schril gilt de stoomfluit der locomotief over het zwijgende dwergwoud. Daardoor maakt
+de machinist ons opmerkzaam op een merkwaardigheid. Op twee witte borden rechts en
+links, staat in groote, zwarte letters „<span class="corr" id="xd33e155" title="Bron: Poolcirkels">Poolcirkel</span>”. Hier zijn wij dus in de Poolstreek, waar de langste dag des zomers, zoowel als
+de langste nacht ’s winters vier en twintig uren duurt. Van den Poolcirkel af neemt
+de lengte van den dag naar de Noordpool toe, waar zij zes maanden duurt, om met een
+even langen winternacht af te wisselen.
+</p>
+<p>Het merkwaardigste, wat ik ooit in mijn leven zag, is Kirunavara, dat wij van af Boden
+over Malmberg bereiken, een gebergte dat van de geheele wereld het rijkste is aan
+ijzererts. Hier heeft de aarde aan de bewoners van Zweden bijna onuitputtelijke rijkdommen
+geschonken, en hij die er voorbijgaat, vermoedt ternauwernood den onmetelijken schat,
+die onder den golvenden rug van het zoo onaanzienlijk gebergte ligt.
+</p>
+<p>Midden in de wildernis is hier aan de oostelijke zijde van een meer, de plaats Kiruna
+verrezen, en noordwestelijk er van verheft zich een tweede berg, de Luossavara, die
+eveneens ontzaglijke massa’s kostbaar ijzererts in zijn binnenste verbergt. Te Kiruna
+heerscht gedurende een maand heldere dag; een arbeider verzekerde mij, dat voortdurend
+licht veel onaangenamer aandoet dan een even lange winternacht. Want ook dan, als
+de diepste duisternis heerscht en de zon zich <span class="pageNum" id="pb6">[<a href="#pb6">6</a>]</span>sedert veertien dagen niet meer boven den horizon vertoond heeft, ziet men toch in
+het Zuiden den weerschijn van het verdwenen licht, en de vlam van het noorderlicht
+trilt over de witte sneeuw, waarover de Lappen in hun sleden rijden. Tusschen met
+sneeuw bedekte bergen, gaat de spoorbaan verder naar het Noorden. Voor ons ontvouwt
+zich een prachtig uitzicht over het Torne-Träsk. Dit zeventig kilometer lange tot
+negen kilometer breede meer ligt tusschen geweldige door sneeuw bedekte bergen, die
+zich aan den noordelijken oever tot 1300 meter hoogte verheffen. Het Torne-Träsk is
+geen moerassig meer, maar een echt Alpenmeer met 162 meter diepte en wordt in schoonheid
+maar door weinig meren van Europa overtroffen. Bij Björkliden worden de dwergberken,
+die de hellingen van den oever bedekken, vijf meter hoog, maar krimpen spoedig weer
+in tot onaanzienlijke struiken. Een waterval stort schuimend een steilen wand af:
+hij heet „de Zilveren Sluier” en fladdert en glinstert in den wind als een sluier
+op het haar van een meisje. Maar nu wordt het uitzicht steeds meer benomen. Muren
+ter bescherming tegen opgewaaide sneeuw versperren het. Dikwijls sneeuwen de ertstreinen
+hierboven zoo diep in, dat ternauwernood de bovenste blokken der ertsvrachten nog
+zichtbaar zijn. Dan moet de trein met schepraderen, die door motoren, op bijzondere,
+door de locomotief geschoven wagens gedreven worden, uit de sneeuw worden bevrijd.
+</p>
+<p>Opeens ligt een kamp der Lappen voor ons, een tent en een hut, aan een kleine poel!
+Wat aardig en tevreden zien deze kleine Lappen in hun bonte kleeren, uit rendierenhuid
+met roode, blauwe en gele banden, er uit! Bijna hadden wij eenige van hun rendieren
+overreden, die natuurlijk juist over de rails moesten loopen, toen de trein naderde.
+Sedert duizend jaren volgen de Lappen steeds getrouw hun rendieren en trekken als
+de dagen lengen over het hooggebergte naar de Noorweegsche fjorden, om in den herfst
+weer terug te keeren en den winter in Lapland door te brengen. De rendieren bepalen
+het tijdstip voor het opbreken en de Lappen moeten hen volgen en met behulp van hun
+vroolijke, waakzame honden de kudden bijeenhouden. Want deze kudden rendieren zijn
+hun eenig bezit, hun rijkdom. Zij verzorgen ze met liefde en beschermen <span class="pageNum" id="pb7">[<a href="#pb7">7</a>]</span>ze zorgvuldig tegen den wolf, den veelvraat en de stekende insekten. Men telt in Zweden
+vierduizend Lappen en zij bezitten twee honderdduizend rendieren. Dit volk eens uit
+<span class="corr" id="xd33e168" title="Bron: Azie">Azië</span> hierheen gekomen, kent zijn land in- en uitwendig als de Indianen hun wouden. Elke
+Lap is een padvinder. Het was ook een Lap, die voor honderdzeventig jaren den ertsberg
+Kiruna ontdekte en den weg daarheen wees.
+</p>
+<p>Terwijl de trein ons langs het traject tusschen het Torne-Träsk en de grens van Zweden
+voert, door dit eenzaam en toch betooverend hoogland, langs kleine, nog bevroren meren,
+tusschen hoog opgewaaide sneeuwhoopen, door en over een bodem, waar geen boom meer
+wortelt, waar de rendieren buiten in vrijheid schaarsch mos zoeken, en dikke, blauwe
+rook uit de tenten der Lappen omhoog stijgt, moet ik aan mijn oud Tibet denken. Welk
+een gelijkenis tusschen beide landen! De natuur, de menschen met hun spleetoogen en
+hun levenswijze, dezelfde eenzame, golvende landstreken tusschen meren en moerassen,
+beide worden doorgetrokken door kleine, tevreden Nomaden, die gehard en geduldig een
+dapperen strijd, met een harde, karige natuur en een grimmig klimaat voeren. Dezelfde
+omzwervingen met de jaargetijden, dezelfde gewoonten, dezelfde mannelijke kleederdracht
+voor beide geslachten en dezelfde ronde, naar boven spits toeloopende tenten! De yak
+en het schaap zijn voor den Tibetaan, wat het rendier voor den Lap is. De bewoners
+van Tibet zijn even goedaardig en vreedzaam als hun geestverwanten in Zweden en koesteren
+evenals dezen slechts den eenigen wensch in vrede gelaten te worden.
+</p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch2" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#xd33e2830">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h2 class="main"><span class="divNum">2.</span> AAN DE NOORDKAAP.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">De grens van Zweden is nu bereikt, de wolken liggen dicht als veerenbedden over het
+station „<span class="corr" id="xd33e179" lang="sv" title="Bron: Riksgraensen">Riksgränsen</span>” (landgrens) op een hoogte van 520 Meter. Dan gaat het op Noorweegsch gebied omlaag
+naar de zee. De trein geeft zich nu over aan zijn eigen zwaarte, de machinist behoeft
+slechts te remmen. Op een 180 meter lange viaduct van tien gewelfde bogen, gaan wij
+over het woeste Noorddal en rijden dan langs de linkerzijde van het Hondedal. In de
+diepte schuimt de blauw-groene <span class="pageNum" id="pb8">[<a href="#pb8">8</a>]</span>rivier. De dwergboomen beginnen zich weer in de hoogte te verheffen, hoe dieper wij
+komen. De bergruggen verdwijnen in de wolken. Maar onder den rand der wolkenmantels
+storten ruischende watervallen van de rotswanden af. Nog enkele krommingen en wij
+zijn in de havenstad Narvik, die tusschen hooge, steile bergen ligt. Hier waar het
+Zweedsche erts de wereld inrolt, wacht ons de stoomboot „Salten”.
+</p>
+<p>Bij scherpen Zuid-Westen wind en nevelig weer, draagt ze ons den volgenden dag de
+Ofotenfjord uit, om zich dan naar het Noord-Oosten te wenden, tusschen groote eilanden,
+door smalle zeeëngten en over open vlakken van den Atlantischen Oceaan, waarop men
+de uitgestrekte wereldzee tusschen de eilanden door ziet schemeren. Elk oogenblik
+verandert de omgeving. De onderste hellingen der hooge bergen zijn met berkenbosschen
+en groene weiden bedekt, hier en daar ligt een eenzame hoeve temidden van haar akkers,
+van welke de gerst zoo hoog in het Noorden niet meer rijp wordt. De hoogten zijn kaal,
+op de toppen ligt sneeuw, en van de punten der sneeuwvelden dansen de bergbeekjes
+naar de zee omlaag. Wij ontmoeten eenige visschersbooten, roei- en motorbooten, alle
+met bruine zeilen. Zij komen van de vischvangst aan de kusten van Finmarken, hebben
+den buit hunner netten verkocht en keeren nu met hun verdienste naar huis terug. De
+lichten der vuurtorens op de landtongen en klippen slapen in den hellen zomernacht,
+het weer was onvriendelijk tegen ons, maar in den nacht klaart de noordelijke horizon
+op. Slechts een kleine opening breekt door de wolken, maar groot genoeg, dat de zon
+er door kan zien, en eindelijk kunnen wij ons met eigen oogen overtuigen, dat de dagvorstin
+op deze hooge breedte niet meer in de zee verzinkt.
+</p>
+<p>Voor ons ligt Tromsö; ginds de kerk en het museum, hier aan den oever houten loodsen
+op hun palen en aan de landingsbrug visschersschuiten en stoombooten. Uit de berkenboschjes
+boven de haven komen sierlijke houten villa’s kijken, en als de zon zich weer achter
+de wolken verbergt, teekent zich de geheele stad donker af tegen den helderen noordelijken
+hemel. Maar van den ondersten rand der wolken overstroomt het licht als stralen van
+een geweldig zoeklicht, de zeeëngte. Alles slaapt. Slechts twee jongens staan op een
+pier en eenige mannen werken <span class="pageNum" id="pb9">[<a href="#pb9">9</a>]</span>in hun boot. Nu valt het zonlicht brandgeel op daken en gevels en in het Zuiden staan
+de van regen zware wolken donker violet.
+</p>
+<p>Tromsö is een kleine en gezellige, maar vuile stad. Het museum bevat de dierenwereld
+van de noordelijke zeeën van af den walvisch tot het kleinste wormpje. In den bonthandel
+van Tromsö spelen de kostbare vellen van den blauw- en zilvervos, van het sabeldier
+en den hermelijn een groote rol.
+</p>
+<p>Verscheiden Russische zeilschepen liggen voor de stad. Zij kwamen bevracht met hout,
+van Archangel en hadden de reis van daar tot hier in tien dagen afgelegd. In Tromsö
+en omgeving koopen zij dan versche dorschen en andere visschen, die aan boord worden
+ingezouten en met deze lading gaan de schepen weer naar den mond van de Dwina terug.
+In het gunstigst geval is de winst van zulk een schip op een reis 5000 roebel. De
+Noorweegsche visschers houden echter niet van de Russische kooplieden. Zij vinden,
+dat zij te veel verdienen aan de dorschen; bovendien drinken de Russische matrozen
+naar hun inzicht te veel en leven te ruw in de havensteden.
+</p>
+<p>Slechts ongaarne scheidt men van dit eeuwig wisselend landschap, om gedurende den
+eeuwigen dag eenige uren te gaan slapen. Als men dan echter buiten op de Loppzee ontwaakt,
+waar de hooge golven van den oceaan onbelemmerd tegen het schip slaan, dan is men
+blij nog eenigen tijd te kunnen bleven liggen. Men kan al zeeziek worden als men kleeren
+en handdoeken heen en weer ziet fladderen, en handkoffers, schoenen en boeken op den
+bodem van de hut hoort dansen!
+</p>
+<p>Maar nu glijden wij kalm water binnen, waar men slechts zelden een visscher, hier
+en daar een stoomboot met erts uit de Varangerfjord of een schip met timmerhout van
+de kust van de Witte Zee ziet. Wij maken een uitstapje naar de Kvänangenfjord en een
+harer vertakkingen de Jökelfjord in, aan welker uitersten rand ijsschollen rondzwemmen.
+De gillende toon van een stoomfluit weergalmt tusschen de bergen. Dat is het teeken
+van een Lap, die zich aan het strand heeft gevestigd en spoedig stoot een boot van
+den oever af, die ons tegemoet komt en waarvan de bezitter aan onzen loods inlichtingen
+geeft. Hij is dorschvisscher en kent het vaarwater. Hij is een levendige, kleine,
+aardige kerel, die ons, terwijl hij <span class="pageNum" id="pb10">[<a href="#pb10">10</a>]</span>wijdbeens met bloot hoofd staat, verzekert, dat wij bij 70 vadem diepgang niet op
+grond zullen komen! Het zwartgroene water, waartegen de ijsschotsen in stralend wit
+afsteken, zegt ons ook reeds zelf, dat het nog een flink eind is tot de ankerplaats
+in den fjord.
+</p>
+<p>Langzaam glijden wij den fjord binnen en voor ons ontrolt zich een grootsch beeld.
+Over een geweldigen rotswand hangt een gletscher. Als van tijd tot tijd ijsblokken
+door hun eigen gewicht omlaag storten, vloeien zij aan de voet van den berg weer tot
+een nieuwe gletschertong samen; deze rekt zich langzaam voorwaarts tot ze den fjord
+heeft bereikt; hier rolt de kracht van het water den ijsrand uit, en blokken storten
+omlaag; dan „kalft” de gletscher, zooals men pleegt te zeggen. Maar nu rust hij; de
+Lap verzekert echter, dat de ijstong ’s zomers elke twee dagen en ’s winters <span class="corr" id="xd33e198" title="Bron: dagelijk">dagelijks</span> „kalft” en als de blokken van den ijswand afstorten, kan men het kraken 60 kilometer
+ver hooren. De kapitein van de „Salten” laat twee kanonschoten afvuren, om het ijs
+te schokken, maar vandaag laat de „Jökel”, de gletscher, zich niet in zijn rust storen.
+Misschien tot ons geluk, want het kalven van den gletscher kan een stortgolf teweegbrengen,
+die kleine schepen doet kenteren.
+</p>
+<p>Onze loods, de Lap, wordt koninklijk betaald en daar hij buitendien een arm vol boterhammen,
+vruchten en sigaren ontvangt, wordt hij opgetogen van geluk. Zulke aardige reizigers
+had hij nog nooit ontmoet, herhaalt hij onophoudelijk! De „Salten” keert langzaam
+in het binnenste bekken van den Jökelfjord. Hij stevent als hij weer in de open zee
+is aangekomen, verder noordwaarts, op Hammerfest aan, de noordelijkste stad der aarde;
+voor welker slechtriekende traankokerijen talrijke Russische zeilschepen liggen, die
+van hier met visch naar Archangel gaan. In dien avond stoomen wij over een open gat,
+waar de zee grijsgroen is en hoog gaat. Eenige dolfijnen krommen hun blanke, zwarte
+ruggen bevallig over de golven.
+</p>
+<p>Het is koud en winderig geworden; voortdurend stroomt een fijne regen op de „Salten”
+neer; en uit den dichten nevel glanzen slechts de allernaaste rotseilanden, achter
+welke zij beschutting voor den wind zoeken, om de smalle, schoone zeeëngte <span class="pageNum" id="pb11">[<a href="#pb11">11</a>]</span>tusschen het vasteland en het eiland Magerö binnen te varen. Onze koers gaat oostelijk
+om Magerö heen. In het Zuiden opent de Porsangerfjord, in het Oosten is Svärholtklubben
+even zichtbaar met den Vogelberg, een steil omlaaggaande kaap, waarop ontelbaar veel
+meeuwen nestelen. Daarna wenden wij ons noordwaarts. Aan stuurboordzijde speelt een
+dolfijn in de golven, die nu door den storm worden gezweept. Het schip stampt onaangenaam;
+de stoelen op het dek wandelen kris en kras door elkaar en in het rond rommelt het
+van beweegbare voorwerpen. Wij hebben het middagmaal juist geëindigd, daar slingert
+het schip heftig, en de tafel is in een ommezien afgenomen. Op den vloer zwemmen de
+sardinen in den rooden wijn!
+</p>
+<p>Zoo worstelen wij met de golven en rollen langzaam naar ons doel. Voor ons verheft
+zich de rots van de Noordkaap. Europa’s noordelijkst voorgebergte, dat steil naar
+de zee afdaalt. Als wij maar eerst gelukkig onder de beschutting der hooge rotswanden
+zijn, waar reeds twee toeristen-stoombooten voor anker liggen! Het gelukt, weldra
+zijn wij in veilige beschutting en de zee wordt kalmer.
+</p>
+<p>Slechts de binnenste hoek van de bocht is stil, boven ons huilt de storm en suist
+in teugelooze woede de steile hellingen af en over de zee heen. Op een hoogte van
+300 Meter staat op den top van de Noordkaap een klein paviljoen.
+</p>
+<p>Het middernachtuur is nabij. Er heerscht een geel schemerlicht, loodzware wolkenmassa’s
+jagen over zee en land. Vergeefs wachten wij op de doorbraak der middernachtzon in
+het Noorden! Maar misschien nog grootscher dan zij, is het uitzicht, dat wij nu naar
+het Noorden hebben! Voor ons ligt staalgrijs en koud de witte ijszee, op den achtergrond
+der blauwzwarte wolken dansen de witte schuimkoppen van de golven der zee, die de
+Zuid-Weststorm naar Nova-Zembla en het Frans-Jozef-land drijft.
+</p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch3" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#xd33e2839">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h2 class="main"><span class="divNum">3.</span> DE POOLTOCHT VAN FRANKLIN.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Nu zijn wij onmiddellijk aan de grens van het eeuwige ijs. Alle vastelanden, zeeën
+en eilanden heeft de ondernemingsgeest van den mensch reeds doorzocht. Slechts de
+beide Polen en <span class="pageNum" id="pb12">[<a href="#pb12">12</a>]</span>hun naaste omgeving hebben tot nu toe nog aan zijn verder doordringen den hardnekkigsten
+tegenstand geboden.<a class="noteRef" id="xd33e219src" href="#xd33e219" title="Ga naar noot 1.">1</a> Maar onvermoeid is de eerzuchtige ontdekkingsgeest aan den arbeid; de wetenschap
+duldt geen witte, onbeschreven plek meer op de kaart. Daarvoor konden zelfs de onafzienbare
+ijsvelden op den duur den moed der zeevaarders niet terugschrikken. Het eene schip
+na het andere ging te gronde, maar steeds nieuwe kielen doorploegden de Poolzee. De
+Noordpool heeft de grootste aantrekkingskracht, want deze ligt het dichtst bij Europa,
+midden in de Noordelijke IJszee, die door de kusten van Azië, Europa en Noord-Amerika
+wordt ingesloten.
+</p>
+<p>De geschiedenis der Poolonderzoeking is buitengewoon rijk aan heldendaden en onheilen;
+een er van willen wij ons kort in herinnering brengen.
+</p>
+<p>Aan de door het geluk begunstigde poging van Nordenskjöld om langs de kusten van Noord-Azië
+een Noord-Oost doorvaart te vinden, heb ik reeds herinnerd. Ook de Noord-West doorvaart
+is een der problemen, die ondanks alle mislukkingen, steeds weer wordt ondernomen.
+De noodlottigste van deze expedities, was de pooltocht van den Engelschman John Franklin
+in het jaar 1845.
+</p>
+<p>Franklin was officier van de Engelsche vloot. Hij had te land en te water op het Noordelijk
+en Zuidelijk halfrond expedities geleid, in zeeslagen gevochten en kaartopnamen gedaan
+van aanzienlijke uitgestrektheden der noordkust van Amerika, ten oosten van de Behringstraat.
+Het grootste deel der kust van het Amerikaansche vasteland was hem dus bekend en het
+betrof nu nog slechts een bevaarbaren waterweg te vinden, tusschen de groote eilanden,
+die ten Noorden van de kust lagen. Hij was er natuurlijk, maar of hij geschikt was
+voor de scheepvaart, dat was de vraag. Een aantal deskundigen besloten een groote
+expeditie uit te rusten, om de doorvaart te vinden.
+</p>
+<p>Geheel Engeland kwam in geestdrift voor het plan en honderden dappere mannen meldden
+zich aan om er aan deel te nemen. Admiraal John Franklin was reeds vroeger in deze
+streken geweest en koesterde den vurigen wensch, leider der <span class="pageNum" id="pb13">[<a href="#pb13">13</a>]</span>expeditie te zijn. Wel vreesde de Admiraliteit dat Franklin met zijn zestig jaren
+niet opgewassen zou zijn voor de taak. „Maar ik ben pas negen en vijftig jaren”, antwoordde
+Franklin met nadruk en zoo werd hij de leider der expeditie, van welke noch hij, noch
+een zijner ondergeschikten zoude terugkeeren.
+</p>
+<p>De schepen, die van de kiel tot aan den mast zeevaardig werden gemaakt, heeten „Erebus”
+en „Terror” „Onderwereld” en „Schrik”. Franklin heesch zijn admiraalsvlag op de „Erebus”,
+waar kapitein Fitsjames in rang op hem volgde; bevelhebber van de „Terror” en tweede
+leider der expeditie, werd kapitein Crizier. Het officierscorps werd met groote zorg
+gekozen; slechts krachtige door de zee geharde en zeer bekwame mannen werden aangenomen.
+De bezetting der beide schepen bestond uit drie en twintig officieren en honderd elf
+man. Levensmiddelen werden voor drie jaren medegenomen en in beide scheepsruimten
+stoommachines gebouwd, hetgeen destijds nog nooit in de Poolzeeën was beproefd.
+</p>
+<p>Franklin kreeg een voorschrift, waaraan hij zich te houden had; natuurlijk behield
+hij het recht onder zekere omstandigheden anders te handelen, zijn taak was van de
+Atlantische zijde Noord-Amerika om te zeilen en door de Behringstraat in den Stillen
+Oceaan te komen. Met de oplossing van deze taak zou de Noord-West doorvaart gevonden
+zijn.
+</p>
+<p>Den 19den Mei 1845 verlieten de beide schepen Engeland. Bevelhebber en manschappen
+waren vol heerlijke verwachtingen op succes, en vast besloten hun uiterste kracht
+tot bereiking van het doel in te spannen. Allen droomden reeds van de warme winden,
+die hen in den Stillen Oceaan zouden ontvangen en van den onsterfelijken roem, die
+hen wachtte, als zij door de smalle zeeëngte, waar Azië en Amerika maar enkele mijlen
+van elkaar verwijderd zijn, zuidwaarts zouden stevenen.
+</p>
+<p>Op zee hield de admiraal een toespraak tot zijn lieden, verklaarde hen, waarom het
+ging en sprak de verwachting uit, dat ieder zijn plicht zou vervullen. Zij voeren
+de Orkney eilanden voorbij en op Sint Jan zagen zij Kaap Farewell, de Zuidkaap van
+Groenland, verdwijnen. Den volgenden dag stieten zij op het eerste ijs, geweldige
+drijvende ijsbergen, die woeste, getande vormen toonden en aan de waterlijn door den
+golfslag klokvormig <span class="pageNum" id="pb14">[<a href="#pb14">14</a>]</span>waren uitgehold. Voor de meesten der manschappen was dit schouwspel nieuw; zij stonden
+op het dek en bewonderden deze drijvende bergen, waarvan de toppen boven den wimpel
+van den hoofdmast uitstaken. Nu en dan sloeg een der ijsbergen om en de zee kwam in
+beroering, als hij zijn door het water stukgeknaagde onderzijde naar boven keerde.
+</p>
+<p>Tien dagen later ankerden de beide schepen bij het eiland Disko, aan de westkust van
+Groenland. Hier ontmoetten zij een ander Engelsch schip, dat vooruit was gezonden,
+om met zijn lading hun voorraad aan proviand en verdere voorwerpen voor de uitrusting
+te voltooien. De kapitein van dit schip was de laatste die met de leden der Franklin
+expeditie had gesproken. Nooit, zoo verzekerde hij later, heb ik zulk een flinke schaar
+en voor hun taak in geestdrift verkeerende zeelieden gezien. Ik heb gemeend, dat die
+zich overal zouden doorslaan. Hij nam de laatste postzending der poolvaarders mede.
+Eenige der briefschrijvers gaven Kamschatka, de Sandwicheilanden en Panama als postadres
+op; zij meenden in een jaar weer in Europa terug te zijn, en de brieven getuigden
+van de geestdriftige stemming, welke aan de officierstafel heerschte en van de bewondering
+voor den admiraal, den ouden zeerob, die niet eens bij stormachtig weer het getal
+der geheschen zeilen verminderde om maar snel verder te komen! Want hij wist, dat
+hier in het Noorden, slechts kort gedurende den laten zomer op open water was te rekenen.
+Er was voor drie jaar proviand voorradig, zelfs op het dek stond elke hoek vol met
+tonnen en kisten,—wat was er dus verder te vreezen?
+</p>
+<p>Den 26sten Juli werden „Erebus” en „Terror” door een Engelschen walvischvaarder gepraaid.
+Dat was de laatste maal, dat een sterfelijk oog hen zag; sedert dien dag omgaf de
+ongelukkigste van alle poolexpedities een huiveringwekkend diep duister!
+</p>
+</div>
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<div class="footnote-body">
+<div class="fndiv" id="xd33e219">
+<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd33e219src" title="Ga terug naar noot 1 in tekst.">1</a></span> Thans is de Zuidpool zoowel door den Noor Asmussen als door den Engelschman Scott
+betreden, terwijl den 26en April 1908 de Noordpool ontdekt werd door R.&nbsp;E. Peary.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd33e219src" title="Ga terug naar noot 1 in tekst.">↑</a></p>
+</div>
+</div>
+</div>
+</div>
+<div id="ch4" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#xd33e2848">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h2 class="main"><span class="divNum">4.</span> DE DOOD VAN DEN ADMIRAAL.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Wat men over het verdere lot der beide ongeluksschepen „Erebus” en „Terror” met zekerheid
+weet, bepaalt zich tot heel enkele bijzonderheden, die pas verscheidene jaren later
+door <span class="pageNum" id="pb15">[<a href="#pb15">15</a>]</span>hulpexpedities werden ontdekt. Maar ze zijn voldoende voor de nadenkende fantasie,
+om zich het ontzettend drama voor te stellen, waaraan schip en manschappen ten offer
+vielen.
+</p>
+<p>Eerst ging de vaart naar het Noord-Westen, tusschen twee groote eilanden door in de
+Lancaster-sond. Verder doordringen werd verhinderd door onoverkomelijk saamgepakt
+ijs. De stoommachines bleken zoo zwak te zijn, dat ze slechts in kalm open water bruikbaar
+waren. Een naar het Noorden gaande zeeëngte liet echter nog open water zien, en hier
+kon men 250 kilometer afleggen, voordat het ijs weer zijn onverbiddelijk: „tot hiertoe
+en niet verder!” uitsprak. Daarop gingen de zeevaarders door een tweede open zeeëngte
+weer zuidelijk. Het was het begin van den herfst; sneeuw bedekte reeds alles in het
+rond, en in de Sond vormde zich nieuw ijs. Bij een klein eiland vond men een beschutte
+haven, en hier sloeg Franklin het winterkwartier op.
+</p>
+<p>Hoe het leven aan boord was gedurende den langen winternacht, laat zich steeds vermoeden.
+De officieren zullen wel gelezen en gestudeerd hebben, en de manschappen bezig hooge
+sneeuwmuren, die boven de reeling van het schip reikten, te maken, om het binnenste
+van het schip warm te houden. In elk geval werden sneeuwhutten op het ijs en op het
+land gebouwd voor wetenschappelijke waarnemingen en werd dag en nacht een wak opengehouden,
+voor het geval er brand uitbrak en de pompen tot ijszuilen waren bevroren. Toen de
+lange poolnacht voorbij was en Februari met een zwak lichtschijnsel aan den zuidelijken
+horizon begon, toen het van dag tot dag lichter werd en eindelijk de zon aan den hemel
+straalde, ondernamen bevelhebbers en manschappen waarschijnlijk jachttochten op de
+naburige eilanden. De hoop van allen herleefde met het toenemende licht. Slechts 420
+kilometer onbekende kusten waren nog van de Noord-West doorvaart over. Was het niet
+zoo goed als zeker, dat het nieuwe jaar getuige zou zijn van hun terugkeer? Steeds
+langer bleef de zon aan den horizon, en eindelijk was de lange pooldag er, waarop
+zij in het geheel niet ondergaat.
+</p>
+<p>Maar pas in den naherfst werden de „Erebus” en de „Terror” uit hun ijsbanden bevrijd
+en konden eindelijk het eiland verlaten. Drie dooden bleven aan het strand achter;
+hun graven <span class="pageNum" id="pb16">[<a href="#pb16">16</a>]</span>met enkele eenvoudige herinneringswoorden werden vijf jaar later door een hulpexpeditie
+gevonden. Daar alleen door weet men, dat Franklin op die plek heeft overwinterd.
+</p>
+<p>Naar het Zuiden lag het vaarwater nu open. Wat juichten de zeelieden! Naar het Westen
+strekte zich nog dik ijs uit; maar ook de zuidelijke waterweg moest ten slotte naar
+het Zuiden afslaan. De eene mijl na de andere gleden de schepen, het drijfijs ontwakend,
+naar het Zuiden. In het Oosten en Westen waren de kusten van groote eilanden zichtbaar
+en recht vooruit vermoedde men King-Williamland, den naasten buur van het vasteland-
+Hiermede was alzoo het grootste deel der Noord-West doorvaart afgelegd, want tot reeds
+bekende kusten in het Westen, waren er nu nog maar 200 kilometer.
+</p>
+<p>En tóch—hoe hopeloos lang leek dit eind, toen de schepen eenige dagen later weer door
+het ijs werden vastgelegd. Door winden en zeestroomingen gedreven, hoopten de ijsblokken
+zich op en bevroren tot een rotsharden wand. Toch behoefde de bemanning de hoop nog
+niet geheel op te geven, los te komen. Wel stond de winter voor de deur, maar de laatste
+najaarsstormen uit het Zuiden konden het ijs nog breken en in noordelijke richting
+drijven. Maar steeds vaster sloot het zich rondom de rompen der schepen en alle hoop
+verdween. De dagen werden korter, met haastige schreden naderde de tweede winter en
+evenals het vorige jaar bereidde men zich op zijn komst voor. De schepen waren op
+zestig graden noorderbreedte vast gevroren, dus nog iets meer zuidelijk, dan de Noordelijke
+punt van Scandinavië. Maar daar hield geen golfstroom door zijn warm water de zee
+open. Nooit zouden de officieren en manschappen weer een golf tegen de zijden van
+de „Erebus” en de „Terror” hooren klotsen!
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure p017width"><img src="images/p017.png" alt="HET NOORDPOOLGEBIED." width="547" height="630"><p class="figureHead">HET NOORDPOOLGEBIED.</p>
+</div><p>
+</p>
+<p>Deze winter zal minder opgewekt doorgebracht zijn dan de eerste. De schepen hadden
+een slechte plaats op de open reede, zonder eenige beschutting van de kust. Zij lagen
+als in een schroef en het drukken van het opgehoopte ijs dreigde hen te verpletteren.
+Het kraakte en knapte in de rompen en de schepen steunden en jammerden om toch maar
+weer overgelaten te worden aan de vrije golven. Hoe lang zouden zij nog weerstand
+kunnen bieden? Men moest er elk oogenblik op voorbereid zijn, dat het hout met oorverdoovend
+gekraak bezweek, <span class="pageNum" id="pb17">[<a href="#pb17">17</a>]</span>en de schepen als notedoppen kapot in de onpeilbare stroomen verdwenen. Het leven
+aan boord, van een in het ijs bekneld schip, kan niet anders dan vol zorg zijn geweest.
+Maar het ergste was toch de duisternis, toen de zon voor het laatst onderging. Als
+schimmen gleden de menschen in de donkere gangen onder het dek, waar de lucht zwaar,
+vochtig en bedorven <span class="pageNum" id="pb18">[<a href="#pb18">18</a>]</span>was. Wat zou men buiten doen, waar het even donker was, zoodat men geen handbreed
+vooruit kon zien? Liever lag men in de kajuit en las bij het bleeke kaarslicht. Toen
+de drukking van het ijs, het schip echter in een scheeve positie bracht, was het nog
+erger; het was levensgevaarlijk in de pikdonkere gangen tusschen wankelende kisten
+en balen door te balanceeren. De eenige afwisseling was de klok, die de gevangenen
+aan den maaltijd riep. De gesprekken werden steeds minder, men kende elkaar in- en
+uitwendig. Wie had nog iets nieuws te zeggen? Steeds dezelfde gezichten in het rond!
+Men ging het liefst den kameraad uit den weg en zocht de eenzaamheid van zijn hut.
+Als die lange, ontzettende duisternis maar eerst voorbij was!
+</p>
+<p>Een ontzaglijke laagheid, waaraan men slechts met afschuw kan denken, had bovendien
+de expeditie van Franklin getroffen. De koopman, op wien de zorg rustte de vleeschconserven
+te leveren, had bedorven vleesch, zaagsel en kiezel in de blikken laten doen! Duizenden
+van zulke doozen werden later gevonden op de kusten, die door de schepen werden aangedaan.
+Dat de proviand niet toereikend was voor drie jaren, moesten zij, die in het eeuwige
+ijs gevangen zaten, weten. Reeds den tweeden winter sidderde men stellig bij de gedachte
+aan het inkrimpen der levensmiddelen. De toestand moest wanhopend worden, als geen
+hulp kwam voor den derden winter!
+</p>
+<p>De tweede winter ging voorbij en de zon keerde terug. Gaandeweg werd het in de gangen
+onder het dek lichter; het was niet meer noodig talklicht aan te steken, om ’s avonds
+te kunnen lezen. En eindelijk straalde de zon weer gedurende de vierentwintig uren
+van den dag, nog schitterender dan ooit, daar de schepen nog door niets dan ijs en
+sneeuw ingesloten waren! Verder in het Zuiden en Oosten zag men de heuvels van King-Williamland.
+Als het ijs zijn greep slechts losser wilde maken en begon te drijven! Maar naar het
+Westen lag nog steeds opeengehoopt ijs; en zonder twijfel waren de schepen door het
+persen van het ijs beschadigd. Twee officieren ondernamen met zes mannen een tocht
+naar King-Williamland, vanwaar men bij helder weer het vasteland van Noord-Amerika
+kon zien. Op de plek waar zij weer omkeerden, legden zij in een hoop steenen een kort
+bericht neer over de gewichtigste gebeurtenissen <span class="pageNum" id="pb19">[<a href="#pb19">19</a>]</span>aan boord. Deze regels werden na vele jaren gevonden.
+</p>
+<p>Met goede berichten en groote verwachtingen keerden de reizigers weer naar de schepen
+terug. Maar welk een slag wachtte hen daar. Admiraal Franklin lag op zijn sterfbed!
+Het wachten had hem te lang geduurd. Men kon hem nog slechts vertellen, dat de Noord-West
+doorvaart als ontdekt beschouwd kon worden. Weinige dagen daarna, in Juni 1847 stierf
+hij, en deze dood moest nog als een geluk beschouwd worden, na een leven van dapperheid
+en moed. Zeker speelde er een trotsche lach om zijn lippen toen hij ontsliep!
+</p>
+<p>Hoe zal het er op dien rouwdag op de „Erebus” hebben uitgezien? De lange pooldag was
+op zijn middaghoogte. De zonnestralen braken in de scherpe randen van het ijs en vervloeiden
+in alle kleuren van het prisma. Het was stil aan boord; aan den bazaanmast fladderde
+Engeland’s vlag halfstok. Ernstige mannen liepen door de gangen en fluisterden zacht
+in de nabijheid der kajuit van den admiraal. Bleek en uitgeput zagen zij zich nu beroofd
+van hun leider, die beter dan een hunner het vasteland in het Zuiden kende. De scheepstimmerman
+maakte een lijkkist. Daar werd de admiraal in groot uniform ingelegd. Misschien werd
+de kist in een Engelsche vlag gehuld en zoo droegen de officieren ze over het dek
+en over het ijs. In het glasheldere ijs was een graf uitgehouwen; daar werd de kist
+in neergelaten en met fijn ijs en ijsblokken bedekt. De nieuwe opperbevelhebber, kapitein
+Crozier, ging bij het kruis staan, om de lijkrede te houden, terwijl de anderen er
+met ontbloot hoofd omheen stonden. En zeker zullen de bleeke mannen in hun versleten
+poolkleeren de grafgezangen van hun geboorteland hebben gezongen. Plechtig en aangrijpend
+zal het gezang over de ijsvelden hebben weerklonken. Zwijgend keerden zij naar de
+„Erebus” en de „Terror” terug, waar zij zich nu nog ongelukkiger voelden dan te voren.
+Nog eens waren zij voor een jaar tot blijven veroordeeld!
+</p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch5" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#xd33e2857">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h2 class="main"><span class="divNum">5.</span> IN NACHT EN IJS.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Weer kwam de tijd, waarop het ijs in beweging raakte en men op open water kon hopen.
+Zeker zullen de gevangenen <span class="pageNum" id="pb20">[<a href="#pb20">20</a>]</span>van de „Erebus” en de „Terror” naar alle kanten tochten hebben gemaakt, om te zien,
+waar de branding van de open zee het meest nabij was. Misschien beproefden zij ook
+met ijszagen en buskruit zich uit de ijsbanden te bevrijden. Alles vergeefs! Het ijs
+hield hen vast. Op zekeren dag ontdekten zij echter tot hun groote vreugde, dat het
+geheele ijsveld zich in zuidelijker richting bewoog! Als zij op deze manier het vasteland
+toch maar konden bereiken! Een groote Amerikaansche maatschappij, die zich naar de
+Hudsonbaai noemde, had ver in het Noorden van het vasteland kleine handelsstations
+gevestigd. Als zij daar slechts konden komen, dan waren zij gered.
+</p>
+<p>De herfst liep naar zijn einde, maar de hoop op bevrijding werd verijdeld, nu, dat
+de winter zoo nabij was, nog een poging te wagen het vasteland te bereiken, was ondenkbaar,
+want in die eindelooze woestenijen is in den winter geen wild, en het trekken naar
+het Zuiden brengt daarom tot een zekeren hongerdood. In den zomer daarentegen kan
+men hopen daar reeds tamelijk vroeg op rendieren te stooten en op muskusossen, die
+vreemde pooldieren, die evenveel gelijken op het schaap als op het rund, van varens
+en mossen leven en niet meer zuidelijk gaan dan tot 60 graden breedte. In het Westen
+van Noord-Amerika valt de zuidelijke grens voor het optreden der muskusossen ongeveer
+samen met de noordelijke boomgrens. Een kudde van twintig of dertig dieren zou de
+gebreklijdende zeelieden van Franklin van den dood hebben gered! Indien men tenminste
+maar ijsberen had ontmoet! Of nog beter zeehonden en walrussen, met hun dikke speklaag
+onder de huid.
+</p>
+<p>De poolhaas zou ook niet te versmaden zijn geweest, indien hij in voldoend aantal
+was aangetroffen. Maar de bergvos, die van vogeleieren en jonge vogels leeft en in
+den winter, niet te herkennen door zijn witte vel, op de sneeuwhoenderjacht gaat,
+zou weliswaar niet aangenaam zijn geweest te ontmoeten.
+</p>
+<p>Nu was het jaargetijde echter reeds te ver verstreken en de wilde dieren trokken voor
+de sneeuw en de koude meer zuidelijk. Zeker beraadslaagden de officieren wat er nu
+gedaan moest worden. Zij hadden kaarten en boeken aan boord en wisten heel precies
+hoever het eerste handelsstation der Hudsonbaai-maatschappij was verwijderd en op
+den weg daarheen hadden <span class="pageNum" id="pb21">[<a href="#pb21">21</a>]</span>zij misschien wild of Eskimo’s kunnen ontmoeten. Maar zij besloten ook den derden
+winter aan boord uit te houden! Waarom gebruikten zij den herfst niet, om de walvischbooten,
+sleden, tenten, werktuigen en munitie en al de zware bagage op het King-Williamland
+aan land te brengen? Zelfs met het afnemen van het licht hadden zij toch verscheidene
+dagen kunnen werken. Stellig waren zij geheel terneergeslagen en zagen met een huivering
+de duisternis tegemoet. Nog ging de zon op, maar beschreef in het Zuiden slechts een
+vlakke boog en dook na anderhalf uur weer onder. Spoedig duurde de dag nog maar een
+half uur, de lichte oogenblikken werden steeds minder, en op zekeren dag zag men nog
+slechts den bovensten rand, als een stralenden robijn, een oogenblik boven den horizon
+fonkelen. Den volgenden dag viel in den middag de schemering reeds in; slechts een
+weerschijn der zon vlamde als het avondrood langs den zuidelijken hemel. Daarna werd
+de schemering dieper en dieper. Wel merkte men ’s middags, in het Zuiden, nog een
+bloedroode streep, die een mat purper schijnsel over de ijsvelden wierp. Maar ook
+dit bluschte uit, en de poolnacht, die op dezen breedtegraad volle zestig dagen, terwijl
+hij aan de Noordelijke Pool zelfs een half jaar duurt, was er, en de sterren fonkelden
+als brandende fakkels, op blauw-zwarten grond, zelfs dan, als de klok in de officierskajuit
+het middaguur aangaf!
+</p>
+<p>Het was weliswaar niet altijd zoo pikdonker. Behalve de sterren, die in de reine lucht
+bij de scherpe koude veel helderder stralen, dan in de landen, die meer door de natuur
+zijn begunstigd, doet de maan ook dienst. Maar haar licht deed het door de vorst verstijfde
+tehuis van sneeuw en ijs nog verlatener en somberder lijken. In de duisternis zag
+men tenminste niet hoe verlaten het aan alle kanten was.
+</p>
+<p>Wie voor het eerst in het hooge Noorden overwintert, vindt den poolnacht wonderlijk
+aantrekkelijk, het diepe zwijgen der koude duisternis en het klagend huilen van den
+voortjagenden sneeuwstorm. Maar niets is zoo bewonderenswaardig als het noorderlicht.
+In Zweden vertoont het zich niet zelden. Al weet men, dat de magnetische en electrische
+kracht der aarde van tijd tot tijd bijna den ganschen aardbol in een mantel van licht
+hult, toch staat men nog vragend voor dit raadselachtig <span class="pageNum" id="pb22">[<a href="#pb22">22</a>]</span>verschijnsel. Als de vuurtongen van het noorderlicht hun flikkerend schijnsel over
+het Noorden uitstraalden, geloofden de oude Vikings, dat de Walkuren op zilverwitte
+paarden van het Walhalla uit naar het slagveld trokken.
+</p>
+<p>Meestal is het noorderlicht onvast. Het vlamt plotseling op, trilt een oogenblik aan
+den hemel, verbleekt en verdwijnt. Het langst duren de boogvormige noorderlichten,
+die dikwijls hun melkwitte wegen, hoog over den hemel spannen. Dikwijls is slechts
+de eene helft van den boog zichtbaar en verheft zich als een lichtzuil aan den rand
+des hemels. Een anderen keer gelijkt het noorderlicht op flikkerende vlammen, die
+naar beneden rood en naar boven groen zijn en vlug langs den hemel glippen. Verder
+noordelijk is het licht geelachtiger. Als de stralen zich alle in hetzelfde punt schijnen
+te vereenigen, dan spreekt men van een noorderlichtkroon. Prachtige kleuren vertoonen
+zich, snel wisselend in zulk een stralenbundel, die de kruin der aarde kroont; slechts
+zelden is het licht zoo sterk als het schijnsel van de volle maan. Het schoonst is
+echter het noorderlicht, wanneer het als geplooide gordijnen van den hemel schijnt
+neer te hangen, die in den wind fladderen.
+</p>
+<p>Voor de in het ijs gevangen gehouden Engelschen zullen de vlammentongen van het noorderlicht
+wel geen aantrekkingskracht meer gehad hebben! Uitgemergeld en afgestompt, de bedorven
+proviand zat, door drie winters eindeloos nietsdoend wachten verweeklijkt geworden,
+lagen zij in hun kooien en hoorden hoe de klok de seconden aftikte. De eenige afwisseling
+in het eentonige leven waren nog de sterfgevallen. De timmerlieden hadden de handel
+vol en kapitein Crozier kende zijn lijkredenen al van buiten. Negen officieren en
+elf matrozen stierven gedurende de beide laatste winters, de meesten in ieder geval
+gedurende den laatsten winter. Dat werd bekend door een klein strookje papier, dat
+verzegeld in een hoop steen aan de kust was neergelegd en elf jaar later werd gevonden.
+</p>
+<p>Ook de maanden van deze duisternis naderden haar einde. De roode streep ontvlamde
+weer in het Zuiden en werd gaandeweg lichter. Schemering loste de duisternis af en
+eindelijk flikkerden de eerste zonnestralen weer aan den horizon. Zeker <span class="pageNum" id="pb23">[<a href="#pb23">23</a>]</span>hebben de Brahmanen aan den oever van den Ganges het opgaan der zon niet met grooter
+gejubel begroet, dan de manschappen van deze beide ongeluksschepen „Erebus” en „Terror”.
+</p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch6" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#xd33e2866">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h2 class="main"><span class="divNum">6.</span> DE TOCHT NAAR DE DOODENBAAI.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Met de nieuwe zon ontwaakte de hoop der bemanning nu voor de laatste maal! Wie kapitein
+Crozier persoonlijk heeft gekend, was overtuigd, dat hij de hoop nooit heeft opgegeven.
+</p>
+<p>Nu gold het een laatste poging. De kapitein hield een toespraak tot zijn manschappen
+en verheelde hen niet, dat hun leven op het spel stond en dat hij het uiterste van
+hen verlangen moest. Er waren nog honderdvijftig man bijeen, maar velen waarschijnlijk
+ziek of zelfs stervende, zeker allen geheel uitgeput. Maar met het toenemende licht
+verhief de levens- en arbeidslust zich weer. Verscheidene sleden werden ingericht,
+wel plomp en zwaar, maar sterk. Drie walvischbooten, die sedert jaren vastgevroren
+in hun davids hadden gehangen, werden losgemaakt en op het ijs neergelaten. Het beste
+van de nog voorhanden zijnde proviand werd uitgezocht en rondom de booten opgestapeld.
+Met toenemende opwinding zag men de zon van dag tot dag langer boven den horizon staan.
+Stellig werd een uitvoerig bericht over het lot der expeditie neergeschreven en aan
+boord achter gelaten.
+</p>
+<p>Toen al de bagage op het ijs bijeen was, werden voorraden, tenten, instrumenten, geweren
+en munitie op de sleden geladen en de drie walvischbooten met koorden elk op een slede
+vast gesnoerd. Een aparte slede met bedden was voor de zieken bestemd. Onder deze
+voorbereidingen werden de dagen steeds langer en eindelijk werd het verlangen om op
+te breken zoo sterk, dat niets de manschappen meer kon terughouden. Maar dit te vroeg
+opbreken, bezegelde hun lot! Noch wild, noch Eskimo’s gaan voor den nazomer zoover
+naar het Noorden, en ook met de volgeladen sleden kon de proviand slechts voor veertien
+dagen toereikend zijn!
+</p>
+<p>Den dag voor den afmarsch zag ieder zijn bezittingen voor het laatst nog eens na;
+dierbare herinneringen aan betrekkingen, den bijbel en het horloge, dat den tragen
+gang van <span class="pageNum" id="pb24">[<a href="#pb24">24</a>]</span>den tijd verkondigde, nam elk der zwaar beproefde zeelieden in zijn zak mede. De officieren
+gingen voor het laatst hun leege hutten binnen, om zich er van te overtuigen, dat
+niets van gewicht was vergeten. In het inwendige van het schip zag het er uit als
+in een huis, dat bij een overstrooming hals over kop verlaten was en waaruit men nog
+maar het meest onontbeerlijke had kunnen medenemen.
+</p>
+<p>Den 22sten April 1848 klonk het signaal tot opbreken, en de veel te zwaar beladen
+sleden knarsten langzaam en hortend over het met sneeuw bedekte, hobbelige ijs. Bijlen,
+houweelen en spaden zijn onafgebroken aan het werk om scherpe kanten af te houwen
+en hinderlijke blokken weg te ruimen. Het zijn slechts vijf-en-twintig kilometer tot
+King-Williamland, toch duurt het drie dagen! Te langzaam worden de masten en de rompen
+der verlaten schepen kleiner, maar eindelijk verdwijnen zij toch.
+</p>
+<p>Maar nu zag de kapitein in, dat hij zoo niet verder kon gaan. De bagage werd opnieuw
+doorgezien, en al wat maar eenigszins gemist kon worden er uit gehaald. De latere
+hulpexpeditie vond op deze plek een menigte voorwerpen, stukken van de uniform, koperen
+knoopen, metalen voorwerpen, en dergelijke, hetgeen men als munt, bij ruilhandel met
+Eskimo’s en Indianen had willen gebruiken. Maar alle proviand en munitie werd medegenomen,
+want als de eerste op zijn eind raakte, dan was de munitie de eenige redding.
+</p>
+<p>Met lichtere schreden zette de stoet zich langs de westkust in beweging. Maar men
+was nog niet ver gevorderd of John Irving, luitenant van de „Terror”, bezweek. Gekleed
+in zijn blauwe uniform, gewikkeld in zeildoek, een zijden doek om het hoofd gewonden,
+werd hij tusschen schuin geplaatste steenen begraven en het graf met vlakke steenen
+gedekt. Naast zijn hoofd lag een zilveren medaille, op de voorzijde stond: „Tweede
+prijs voor de wiskunde, door de Koninklijke Zeevaartschool, aan John Irving 21 Juni
+1830 uitgereikt.” Aan deze medaille werd de doode na lange jaren herkend, en daardoor
+konden zijn overblijfselen naar zijn geboorteplaats overgebracht worden.
+</p>
+<p>Twee bochten der westkust van King-Williamland zijn naar de beide ongeluksschepen
+genoemd. Aan het strand van de noordelijkste, de Erebus-baai, waren de krachten der
+Engelsche <span class="pageNum" id="pb25">[<a href="#pb25">25</a>]</span>zeelieden zoo uitgeput, dat zij twee booten, met de sleden waarop ze nu onnoodig zoover
+waren medegesleept, achterlieten. Een menigte andere dingen werden hier eveneens geofferd.
+Hier en daar toonde een graf hun weg—en steeds eenvoudiger werden deze graven, hoe
+verder de stoet zich naar het Zuiden bewoog. Daar kwam het vreeselijkste. Bij de Terror-baai
+hield de band der vriendschap hen niet meer bijeen! De bevelhebber had geen macht
+meer over de manschappen. De ongeveer honderd man, die overgebleven waren, scheidden
+zich nu in twee, waarschijnlijke gelijke deelen. Het eene, met de zwakkeren, wilde
+naar de schepen terugkeeren, waar men tenminste tegen wind en weer beschut was en
+nog levensmiddelen vond. Het andere deel trok, met de derde walvischboot langs de
+zuidkust verder, en hoopte dan naar het vasteland en de Groote Vischrivier te komen.
+Zonder eenigen twijfel zouden dezen, zoodra ze hulp hadden gevonden, naar hun kameraden
+zijn teruggekeerd.
+</p>
+<p>Wanhopend moet de tocht zijn geweest van hen, die terugkeerden. Wanhopend ook de marsch
+van hen, die verder trokken. Van de eersten weet men zoo goed als niets. De laatsten
+sleepten zich, de zware sleden trekkend, met vermoeide schreden voort, totdat zij,
+de een na den ander, bezweken. Niemand dacht er meer aan, de lijken der makkers te
+begraven; terwille van een stervende kon men zich niet ophouden! Ieder had genoeg
+te zorgen voor zichzelf. Eenigen stierven in het gaan; dit zag men later aan de geraamten,
+die men op het gezicht liggend vond.
+</p>
+<p>Vergeefs sleepten de overlevenden hun munitiekisten mede, zonder een enkel schot te
+kunnen afvuren, want geen spoor van wild komt in Mei en Juni op het eiland voor. Steeds
+kleiner werd het getal van hen, die de boot over sneeuw en ijs nog aan land konden
+trekken. Nu wachtten zij op open water om over de zeeëngte aan land te kunnen komen.
+In het begin van Juli pleegt het ijs te breken, en in elk geval zijn de overlevenden
+in dezen tijd daar overgezet, want de boot werd later in een bocht, die nu de „Doodenbaai”
+heet, aangetroffen. Indien men de boot daar later zou hebben gevonden, dan was het
+even goed mogelijk geweest, dat wind en golven ze daarheen hadden gedreven; maar de
+geraamten in de boot en aan het strand en allerlei voorwerpen van de uitrusting toonden
+aan, dat de boot <span class="pageNum" id="pb26">[<a href="#pb26">26</a>]</span>bij de overvaart en het landen bemand geweest was. Vele oogenblikken van dezen noodlottigen
+tocht zijn voor eeuwig duister gebleven. Waarom sleepten zij de zware walvischbooten
+twee maanden lang mede, daar ze toch reeds het vorige jaar, op den tocht, kort voor
+den dood van den admiraal, het vasteland in het Zuiden moesten hebben gezien? De zeeëngte
+is op haar smalste plaats slechts tien kilometer breed, en ze hadden haar op elke
+plaats over het ijs kunnen overgaan! Nooit zal het raadsel opgelost worden, want allen
+stierven en geen blad uit het dagboek is gevonden!
+</p>
+<p>Toen berichten van Franklin geheel uitbleven, werd reeds na twee jaar de eerste hulp-expeditie
+gezonden. In het najaar van 1850 waren vijftien schepen aan het zoeken; het dapperst
+en meest energiek was de vrouw van Franklin, die jaren lang de hoop op een weerzien
+niet opgaf! Zij offerde haar geheele vermogen aan de hulp-expedities en de regeering
+gaf in den loop van zes jaar, ruim negen millioen gulden voor hulpexpedities uit!
+Alles vergeefs! Want het ongeluk was reeds lang geschied. Een expeditie, die reeds
+in 1848 uittrok, bleef in het ijs steken, en kwam op een heel bijzonderen inval, om
+de in nood verkeerenden, waar zij zich ook mochten bevinden, van hun nabijheid in
+kennis te stellen. Men ving ongeveer honderd bergvossen, deed ze koperen halsbanden
+om, waarop een kort bericht omtrent de ligging van het hulpschip was ingekrast en
+liet ze dan weer loopen.
+</p>
+<p>In het jaar 1854 werden de namen van Franklin, Crozier en de overige deelnemers uit
+de personeellijst der Engelsche marine geschrapt. In de geboorteplaats van Franklin
+werd een gedenkteeken voor hem opgericht en in de Westminster abdij, waar Engeland’s
+helden sluimeren, heeft men een marmeren gedenksteen voor hem opgericht, met de woorden
+van den dichter Alfred Tennyson:
+</p>
+<div class="lgouter">
+<p class="line">„Niet hier! In den ijzigen arm verwijlt gij
+</p>
+<p class="line">Van de Pool—Een man, een held.
+</p>
+<p class="line">Naar een andere Pool gij ijlt,
+</p>
+<p class="line">Daar boven in de hemeltent!”</p>
+</div>
+<p class="first">Een beroemd poolreiziger, Julius Payer, die Frans-Jozef-land in het Oosten van Spitsbergen
+heeft ontdekt, heeft een schilderij geschilderd, die hij de „Doodenbaai” noemde. Aan
+een verlaten <span class="pageNum" id="pb27">[<a href="#pb27">27</a>]</span>kust midden tusschen ijs en sneeuw ligt een aan land getrokken boot, tusschen hier
+en daar verspreide bagage rusten de lijken van verscheidene zeelieden. In de boot
+liggen andere lijken in de meest verschillende houdingen, de trekken verstijfd in
+wanhoop en ontzetting! Een ligt voorovergebogen op een open bijbel, de linkerhand
+omknelt krampachtig de saamgekreukelde bladeren. Aan den voorsteven der boot knielt
+een man, de laatst overgeblevene, kapitein Crozier. Met koelbloedige kalmte houdt
+hij zijn geweer gereed. Twee ijsberen naderen, tegen hen wil hij zichzelf en zijn
+doode makkers beschermen!
+</p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch7" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#xd33e2875">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h2 class="main"><span class="divNum">7.</span> HET BERICHT DER ESKIMO’S.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Dertig jaren na den ondergang van de Franklin-expeditie begaf zich luitenant Schwatka
+naar het Noorden om de oplossing van het raadsel te zoeken. Verscheidene van de verongelukten
+zouden toch zeker een dagboek hebben gehouden; <i>een</i> was voldoende om alles te vernemen.
+</p>
+<p>Schwatka zocht het allereerst de Eskimostammen op, die op hun zomersche jachttochten,
+het dichtst bij King-Williamland kwamen. Bij velen vond hij voorwerpen, die bij de
+expeditie hadden behoord. Maar het merkwaardigste waren de verhalen van oude Eskimo’s.
+</p>
+<p>Een oude vrouw was met haar inmiddels gestorven man en twee andere families naar King-Williamland
+getrokken voor de robbenvangst. Vol verbazing en schrik hadden zij op een dag een
+troep vreemdelingen gezien, die een boot achter zich aantrokken. Eerst hadden zij
+op de vlucht willen gaan, maar toen een der vreemdelingen haastig op hen toe was gekomen,
+hadden zij niet kunnen wegloopen. Zij spraken met elkaar door teekenen en de Eskimo’s
+begrepen, dat de mannen blanke zeelieden waren van een gestrand schip. Zij hadden
+er ontzettend uitgehongerd en mager uitgezien, en zwarte kringen om oogen en mond
+gehad. De Eskimo’s bleven vier dagen bij hen, deelden met hen het vleesch van een
+zeehond en ontvingen als vergoeding een mes. De blanken brachten den nacht gedeeltelijk
+in een boot, gedeeltelijk in een kleine tent door. Levensmiddelen <span class="pageNum" id="pb28">[<a href="#pb28">28</a>]</span>hadden zij niet. De Eskimovrouw vertelde, dat een der mannen lang was geweest, en
+een reeds grijzenden baard had, een ander werd „doklut”—dokter—genoemd, en had een
+witten bril gedragen, de anderen, allen een donkeren. De Eskimo’s werden door ijsgang
+verrast en moesten den geheelen zomer op het eiland blijven. In dien tijd verloren
+zij de vreemdelingen uit het oog.
+</p>
+<p>Het volgend jaar keerden dezelfde Eskimo’s terug naar de zuidkust van het eiland en
+vonden daar voor een tent verscheidene lijken, slechts twee waren met zand en steenen
+bedekt, en ook in de tent lagen verscheiden dooden in hun bed, geheel aangekleed,
+met laarzen aan de voeten en toegedekt met hun dekens. De lijken, die buiten lagen
+waren door de nog levenden daarheen gedragen. Messen, lepels, horloges, papieren,
+werktuigen, en wat er nog meer in de tent lag, namen de Eskimo’s mede.
+</p>
+<p>Andere Eskimo’s vertelden, dat zij op het vasteland een boot met verscheiden geraamten
+hadden gevonden, hoeveel waren zij vergeten, naast de boot hadden vier dooden gelegen,
+slechts een der dooden had nog huid en haren, en zijn haar was lichtblond geweest,
+hij kon pas eenige maanden dood zijn geweest. Hij had een ring aan den vinger en droeg
+oorringen, zijn horloge was met een ketting bevestigd geweest. Naast hem lag een blauwe
+bril. Alles van waarde namen de Eskimo’s mede, o.a. een zaag, aarden pijpen, zeildoek,
+kleedingstukken, een kompas, een tabaksdoos en een blikken doos met boeken. De boeken
+gaven zij aan hun kinderen om mede te spelen en in den loop der jaren waren zij verscheurd.
+Ongetwijfeld waren dat de kostbare logboeken met al de waarnemingen en kaarten welke
+gedurende de drie jaren waren opgeschreven en geteekend—papieren, voor welke Engeland
+vele millioenen zou hebben gegeven!
+</p>
+<p>Eindelijk vertelde nog een oude man, dat hij en zijn stamgenooten voor ongeveer dertig
+jaren in de nabijheid der kust van het vasteland in een groot ijsveld een schip ingesloten
+hadden gevonden, ook hadden zij sporen van menschen in de sneeuw ontdekt. Het volgend
+voorjaar hadden zij zich weer naar het schip begeven, maar geen spoor van een bezetting
+meer gevonden en aan boord was het zoo stil geweest als het graf.
+<span class="pageNum" id="pb29">[<a href="#pb29">29</a>]</span></p>
+<p>Waarschijnlijk was het dek nog hoog met sneeuw bedekt van den vorigen zomer, en hadden
+de Eskimo’s die nog nooit aan boord van een schip waren geweest, niet geweten hoe
+er in te komen. Op hun kloppen en leven maken hadden zij geen antwoord gekregen en
+de scheepsluiken hadden zij niet gevonden. Toen hadden zij met bijlen een gat in den
+zijwand gehouwen en waren hierdoor voorzichtig naar binnen gekropen. Het was binnen
+stikdonker en doodstil. Maar zij vatten moed en zochten rond in de gangen en hutten.
+Maar in één kooi hadden zij het lijk van een man gevonden. Naast hem, op een kleine
+tafel had een blikken kan met eenige stukken vleesch gestaan. Toen het ijs in den
+loop van den zomer verdween, vulde het schip zich door het gat in den romp en ging
+onder. Andere Eskimo’s bevestigden dit bericht. Maar welk van de twee schepen, de
+„Erebus” of „Terror” de „Onderwereld” of de „Schrik” zoo naar de diepte ging, dat
+weet men niet.
+</p>
+<p>En wie was die eenzame in het binnenste van het schip? Men huivert bij de gedachte
+aan zijn lot, hij was de laatste van die vijftig mannen, die van de Terrorbaai naar
+het schip terugkeerden. Alle kameraden waren dood, hij alleen had de kracht behouden
+zich naar het schip te slepen. In de kajuiten lag alles nog even onordelijk verspreid
+als men het voor twee maanden bij het verlaten van het schip had achtergelaten. De
+laatste der manschappen, zocht proviand bijeen en droeg het in zijn kajuit, dekens
+waren er genoeg voorhanden, een geriefelijk bed kon hij nog voor zich inrichten. De
+zomerdag naderde zijn einde. Steeds langer bleef de zon onder den horizon. Hij vermoedde
+niet, dat buiten op het ijs Eskimo’s het schip gadesloegen maar niet aan boord dorsten
+te komen. En toch was hij nu en dan op het dek geweest en had vergeefs naar hulp van
+het land uitgezien. Toen kwam de schemering weer, gevolgd door den langen nacht. Nu
+bleef hij in zijn hut, luisterde ingespannen maar hij hoorde niets dan den wind in
+het takelwerk en in de bevroren rinkelende touwen of het op zuchten gelijkende knarsen
+van den scheepsromp, die door het ijs werd saamgeperst. Ontzettender dan welke kerker
+ook, moet dit geheel alleen zijn op het verlaten schip zijn geweest! En toch bracht
+het hem niet tot waanzin! De laatste der overledenen wachtte rustig zijn laatste uur
+af: een vierde winter was te veel voor hem, en de <span class="pageNum" id="pb30">[<a href="#pb30">30</a>]</span>tijd tot den volgenden zonsopgang te lang. Toen de dag weer lichtte, het ijs smolt,
+en het schip uit zijn driejarige gevangenschap bevrijdde, zonk het met zijn held in
+de diepte.
+</p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch8" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#xd33e2884">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h2 class="main"><span class="divNum">8.</span> AAN DE OOSTKUST VAN GROENLAND.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">De Noordpool, het doel van zoovele ontdekkingsreizen, is door <span class="corr" id="xd33e367" title="Bron: zuk">zulk</span> een dichten krans van onopgeloste vraagstukken omgeven, dat elke expeditie, die bij
+den altijd durenden wisselenden toestand van het poolijs geheel van haar route wordt
+afgedreven, toch met een menigte wetenschappelijke resultaten terugkeert en al heeft
+zij de Noordpool ook niet bereikt, toch bij zorgvuldigen, wetenschappelijken arbeid,
+voor onze kennis der Poolstreek gewichtige bijdragen levert. Dat geldt ook van de
+Duitsche Noordpool-expeditie, die in de jaren 1869 en <span class="corr" id="xd33e370" title="Bron: 1970">1870</span> ondernomen werd op aandrijven van den beroemden Duitschen geograaf August Petermann,
+en die de verdienste heeft, aan de oostkust van Groenland, het grootste eiland van
+de wereld, het vaderland der Eskimo’s, dat op de kaart als een lange, witte, slechts
+aan de randen gekleurde landstrook van de Noordpool afhangt, ruime gebieden te hebben
+ontsloten. Groenland, welks eigenaardigheden van een eiland pas door de laatste ontdekkingsreizen,
+vooral die van den Amerikaan Peary, werden bepaald, dankt zijn ontdekking en eerste
+nederzetting tot in de tiende eeuw aan de Noren wier kolonies aan de westkust zich
+tot in de 14e eeuw in bloeienden toestand bevonden. Reeds in het jaar 1000 werd in
+Groenland van uit Noorwegen het christendom wettelijk ingevoerd en van 1126 tot aan
+den hervormingstijd kan men nagaan, welke bisschoppen er achtereenvolgens geregeerd
+hebben. Het levendig scheepverkeer dat in die vroege eeuwen tusschen Groenland, IJsland
+en Noorwegen bestond, verminderde echter met het verval der Noorweegsche kolonies,
+in de <span class="corr" id="xd33e373" title="Bron: 13">13de</span> eeuw, en in het midden der 15de eeuw was alle verbinding tusschen Groenland en de
+beschaafde wereld verbroken. Pas in den tijd der Noorsche ontdekkingsreizen, dus vanaf
+de 16de eeuw, moest dit ontzaglijke eiland weer stuk voor stuk ontdekt worden, en
+in de 17de eeuw werd de Groenlandsche kust vaak bezocht door Duitsche en Hollandsche
+<span class="pageNum" id="pb33">[<a href="#pb33">33</a>]</span>walvischvaarders, de zoogenaamde Groenlandvaarders. Maar steeds was de westkust van
+Groenland het doel der walvischvaarders en ontdekkingsreizigers, daar de oostkust
+door den onmetelijken stroom van het voortdrijvende poolijs als achter een veilig
+bolwerk volkomen ontoegankelijk scheen. Pas aan het einde der 18de en vooral in de
+19e eeuw drong de geografische onderzoeking ook hier zegevierend door en het succes
+der Duitsche expeditie lokte een groot aantal poolreizigers naar deze oostkust van
+Groenland, die tegenwoordig wel beschouwd mag worden als bekend te zijn in haar hoofdomtrekken.
+<span class="pageNum" id="pb31">[<a href="#pb31">31</a>]</span>
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure p032width"><img src="images/p032.jpg" alt="De doodenbaai. Het einde der Franklin Expeditie." width="720" height="459"><p class="figureHead">De doodenbaai. Het einde der Franklin Expeditie.</p>
+</div><p>
+<span class="pageNum" id="pb32">[<a href="#pb32">32</a>]</span>
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure p033width"><img src="images/p033.jpg" alt="Tocht op een ijsschots door de bemanning van de „Hansa”." width="720" height="456"><p class="figureHead">Tocht op een ijsschots door de bemanning van de „Hansa”.</p>
+</div><p>
+<span class="pageNum" id="pb33a">[<a href="#pb33a">33</a>]</span></p>
+<p>Met twee schepen, de stoomboot „Germania” en het zeilschip „Hansa” stak de Duitsche
+expeditie den 15den Juli 1869 van Bremerhaven uit, in tegenwoordigheid van Koning
+Wilhelm van Pruisen, in zee. Maar reeds in het midden van Juli werden de beide schepen,
+toen zij juist de grens van het poolijs hadden bereikt, van elkaar gescheiden. Het
+gelukte aan de „Germania” zich tot aan de oostkust van Groenland door te werken; zij
+bereikte den 5den Augustus 1869 land en drong den 12den Augustus tot 75° 17′ breedtegraad
+door, waar het ijs den verderen doortocht verbood. Zij trok zich vooreerst terug naar
+de zuidzijde der Shannon-eilanden, teneinde die wetenschappelijk te onderzoeken en
+stootte daarbij op muskusossen, van welke het tot dusverre niet bekend was, dat zij
+zich op Groenland’s oostkust bevonden. Daar de toestand van het ijs ook verder ongunstig
+was begaf de „Germania” zich aan de zuidzijde der Sabine-eilanden in winter-kwartier,
+en daar ook de winterstormen geen beweging in het ijs brachten, bleef de expeditie
+tien maanden op die plaats, om op slede- en boottochten een reeks kuststreken, die
+tot nog toe niet waren onderzocht, te verkennen.
+</p>
+<p>Zij hadden een uitstekende haven voor overwintering uitgezocht, die door vooruitstekende
+bergen voor de razende noorderstormen was beschut en geheel ongedeerd bleef van drijfijs
+en dank zij de vèrziende voorzorgen van den uitnemenden kapitein Koldewey en zijn
+vier wetenschappelijke medearbeiders, dr. Börgen, eerste luitenant Payer, dr. Copeland
+en dr. Pansch, werd deze arctische overwintering van tien maanden in de „Germania-haven”
+een zeer huiselijke idylle.
+</p>
+<p>Op het nabijzijnd vasteland van de Sabine-eilanden werd het <span class="pageNum" id="pb34">[<a href="#pb34">34</a>]</span>voornaamste deel van de proviand opgestapeld en twee observatoria opgericht, een astronomisch
+en een meteorologisch. Over het dek der „Germania” werd een dichte tent gespannen
+en die met een laag mos belegd, wat echter niet belette, dat bij dagenlangen heftigen
+storm, de sneeuw door alle spleten drong en het dek een voet hoog bedekte. De kajuiten
+werden met vilt, wollen stof en zeildoek bekleed, een vernuftige ventilatie voor de
+ruimten onder dek werd aangebracht en tijdig drinkwater uit de borrelende beken der
+nabijzijnde kust gehaald. Het schip werd omgeven door een borstwering van geweldige
+ijsblokken en een schutting eveneens van ijsblokken leidde naar de observatoria. Om
+den stand van den stroom gade te slaan en om bij brandgevaar veilig te zijn, werd
+steeds een gat in het ijsveld opengehouden, een voorzorg, die bij een brand, die in
+den loop van den winter in de kajuiten uitbrak, schitterend voldeed.
+</p>
+<p>Tot in November werden deze voorbereidingen door prachtig helder winterweer begunstigd.
+Toen begon gaandeweg de vorst sterker te worden, de dagen werden korter, en den 6en
+November verdween de zon en de poolnacht van drie maanden daalde op de „Germania”
+en haar zeventien bewoners. Tot de terugkeer van het daglicht, was de bezetting beperkt
+tot het schip en de naaste omgeving er van. De bediening der observatoria, die veelvuldig
+te lijden hadden van het geweld der stormen en de nieuwsgierigheid der ijsberen, en
+de uitvoering der andere wetenschappelijke observaties was van uur tot uur precies
+geregeld en slechts aan de pijnlijke nauwgezetheid in het opvolgen dezer voorschriften,
+was het te danken, dat de hierboven genoemde brand in het achterdek bijtijds werd
+ontdekt. Om de manschappen bezig te houden, richtten de geleerden der „Germania” een
+zeevaartschool op, waar de nautische wetenschappen, geografie, astronomie en natuurkunde
+werden onderwezen, en zelden heeft men in een scheepslogis zooveel gehoord van plus
+en minus, van macht en wortel als in de kajuiten der Duitsche poolreizigers! Er werd
+zelfs een „Oost Groenlandsche Courant” opgericht. Zij verscheen elke veertien dagen
+in twee geschreven exemplaren, bevatte allerhande schertsen, gedichten, toespraken,
+„officieele bekendmakingen” en droeg niet weinig bij tot het wintervermaak. Voor het
+Kerstfeest <span class="pageNum" id="pb35">[<a href="#pb35">35</a>]</span>bouwde de timmerman een kunstige denneboom; de takken werden sierlijk getooid met
+de groene uitspruitsels van de onder de sneeuw groeiende plant Andromeda. Oudejaarsavond
+werd met rijnwijn, muziek, gezang en dans op het ijs gevierd. Den 3en Februari keerde
+de jubelend begroete zon weer terug en spoedig had men weer volle werkdagen zonder
+het vermoeiende lamplicht. Maar daarmede kwam er ook een eind aan het gezellige leven
+aan boord, en de manschappen gingen in troepjes met sleden uit; tochten, die hun moed
+en volharding op de zwaarste proef stelden. Bij het volkomen onbewoond zijn der kusten,
+waren honden en rendierensleden niet te krijgen. Men moest de sleden met bagage en
+proviand dus zelf over de ijsbergen en sneeuwvelden trekken. Toch gelukte het aan
+de Duitsche pioniers op vijf zulke reizen met sleden bijna duizend zeemijlen in een
+onbekend gebied te doorkruisen. Het vreeselijkst waren daarbij de sneeuwstormen, die
+dikwijls dagenlang de deelnemers van een slede-expeditie in hun nauwe tent vast hielden
+en tijdverlies veroorzaakten, dat bij de beperkte proviand soms levensgevaarlijk werd.
+</p>
+<p>Was de dagmarsch volbracht, meestal bij het invallen der duisternis, dan werd een
+geschikte plek op het strand of een ijsvlakte als kampement gekozen. Kleine sneeuwlagen
+werden met den voet weggeschopt, scherpgekante, vastgevroren blokken, met moeite terzijde
+geschoven, grootere menigmaal meer dan honderd schreden aangesleept om de touwen der
+tent er aan te bevestigen, een werk, dat bij storm en 20 graden koude eenige zelfoverwinning
+kost. Was de slaapzak in de tent uitgespreid, de bagage in orde gebracht, had de kok
+den ketel met sneeuw volgestopt, de lamp aangestoken en het avondrantsoen uitgedeeld,
+dan konden ook de andere makkers, die ondertusschen door de toenemende koude hoe langer
+hoe meer gekweld werden, het nachtkwartier betrekken. De openingen van de tent werden
+met haken gesloten en men trof de toebereidselen voor den nacht.
+</p>
+<p>De stijve laarzen van zeildoek, die aan de kousen vastgevroren waren, moesten als
+hoofdkussen dienen, zij werden met de hand ontdooid en met moeite losgescheurd. Daarop
+de met sneeuw bedekte kousen uitgetrokken, afgekrabd en op de borst bewaard, om door
+de eenige warmtebron, de eigen lichaamswarmte <span class="pageNum" id="pb36">[<a href="#pb36">36</a>]</span>voor den volgenden dag te worden gedroogd. Eindelijk hebben allen zich in den slaapzak
+gewrongen, ieder ligt gedeeltelijk op zijn buurman en men wacht, dicht opeengedrongen,
+op het avondeten. De wind drukt de wanden van de tent naar binnen en maakt de ruimte
+nog kleiner. Door het weefsel, uit elken naad, door de kleinste opening spat een fijne
+stroom sneeuwkorrels en valt onafgebroken als meel uit den molen op den slaapzak neer.
+Hoe dikwijls de sneeuwlaag ook met het mes wordt weggeschraapt, even snel vormt zij
+zich weer. Dikwijls gebeurt het ook, dat de sneeuw smelt door de verhooging der temperatuur
+in de tent en dan doordringt tot op de huid.
+</p>
+<p>Met een onverschilligheid, grenzende aan stompzinnigheid, wachten de makkers, dicht
+op elkaar gedrongen, hurkend, met verstijfde handen handschoenen en kousen herstellend,
+den baard vol ijs, te midden van dezen chaos van bevroren kleedingstukken en laarzen.
+De kookpan is lek geworden; de spirituslamp druipt en dreigt de tent met brandgevaar;
+de vernieling ervan zou bij den woedenden storm het werk van een oogenblik zijn. De
+kok klaagt, dat hij vandaag zijn vingers verbrandt, die gisteren bevroren waren. Zijn
+werkzaamheid is aan voortdurende kritiek onderhevig, waartoe de algemeene honger prikkelt.
+Ieder wacht met ongeduld op het gereedkomen van het eten; rillend, in elkaar gedoken,
+roept de een of ander: „Peter, kookt het haast, je hebt zeker sneeuw in den spiritus
+gedaan!”
+</p>
+<p>Waarop Peter dan antwoordt: „Houd je mond! Hebt ge niet leeren wachten?”
+</p>
+<p>De levensmiddelen zijn steenhard bevroren, vleesch in bussen of ham wordt met de bijl
+stuk geslagen; boter kan men zonder eenige bedenking in het vestjeszakje opbergen,
+om onder den marsch bevroren te worden opgegeten, want de thermometer in den binnensten
+jas- of broekzak wijst gewoonlijk nog zes tot tien graden koude.
+</p>
+<p>Eindelijk is na twee uur de maaltijd gereed en wordt gretig en zoo warm mogelijk verslonden.
+De damp, door het koken ontstaan, maakt, dat men, als in een dampbad, ternauwernood
+iets van zijn buurman ziet; de wanden der tent worden door en door nat; de vochtigheid
+der kleeren neemt toe, het <span class="pageNum" id="pb37">[<a href="#pb37">37</a>]</span>opengaan der deur van de tent brengt dadelijk een sneeuwval te weeg, en nadat het
+koken is geëindigd, is alles bevroren of met een dikke korst sneeuw bedekt. Het kleine
+rantsoen van een uit rundvleesch en peulvruchten toebereide soep kan den dagelijks
+toenemenden honger niet stillen, de slaap moet dien, evenals den smachtenden dorst,
+doen vergeten.
+</p>
+<p>Eindelijk heeft de kok, nadat hij den ketel heeft uitgekrabd, zich ook een plaats
+in den slaapzak veroverd, en nu kan er ook verder niemand meer in. Het is slechts
+mogelijk op de zijde te liggen. Vandaag liggen allen links, morgen allen rechts; persoonlijke
+begeerten, bijvoorbeeld den wensch op den rug te gaan liggen, wekken algemeen protest,
+evenals elke beweging, zoodra de toestand van verstijving is ingetreden. Uit acht
+menschen is één klomp geworden!
+</p>
+<p>’s Morgens te 5 uur wordt weer opgebroken; de slappe, zwarte koffie is met ijskoud
+broodkruim tot een brei vermengd. De bevroren laarzen worden met de hand ontdooid,
+in de plooien en van buiten van sneeuw bevrijd; zoo ook de tent, die geheel stijf
+is geworden, en eerst door kloppen buigzaam gemaakt moet worden. Zoo ook de slaapzak,
+die door de dagelijks toenemende vracht van ijs den spotnaam van „Walrus” heeft gekregen.
+De doorweekte zeehondenkleeding bevriest buiten dadelijk en aan de haren vormen zich
+ijsbloemen. Enkelen wrijven hun gezicht met fijne sneeuw om do oogen te verfrisschen,
+een andere manier om zich te wasschen verbiedt het gebrek aan water. Sleden en tent
+worden uit de opgewaaide sneeuw uitgegraven en eindelijk kan ieder na twee uren de
+trekkoorden grijpen, de vurig verlangde verlossing van de pijn van het nachtleger!
+Het is nog een geluk als de brandstoffen tot het einde van zulk een sledevaart toereikend
+zijn. Indien de voorraad ten einde raakt, dan moeten de manschappen zich er aan gewennen,
+het rauwe, nog warme vleesch van gevelde muskusossen te verorberen, en de drang tot
+zelfbehoud walgde zelfs niet van bosjes haar en de wol der dekens, vermengd met broodkruim,
+peper en jeneverbessen!
+</p>
+<p>Tot midden Juli werden deze sledevaarten langs de kusten ondernomen, en daarbij 77
+breedtegraad bereikt. Toen het poolijs zich echter in beweging zette, moest de „Germania”
+trachten uit haar winterkwartier los te komen. Een nieuwe <span class="pageNum" id="pb38">[<a href="#pb38">38</a>]</span>voortgang naar het Noorden bleek onmogelijk te zijn, de expeditie gebruikte den overigen
+tijd tot verdere onderzoeking van de kust; daarbij ontdekten zij den Keizer-Frans
+Jozeffjord, die diep tot in het binnenste van Groenland voert en aan grootschheid
+van natuurschoon met de meest romantische Alpenstreken kan wedijveren.
+</p>
+<p>Averij aan den stoomketel maakte, vroeger dan men gedacht had, een eind aan den verderen
+ontdekkingstocht van de „Germania” en zij konden van geluk spreken, dat zij nog zooveel
+stoom hadden, om den pas ontdekten fjord te verlaten. Den 17den Augustus lichtte men
+het anker voor den terugtocht en na twee dagen moeitevol en opwindend heen en weer
+zeilen door een gordel van pakijs, hoorde de bemanning eindelijk met onbeschrijflijke
+vreugde de branding van de open zee weer tegen de ijsschollen klotsen. De 10den September
+liep de „Germania” gelukkig reeds weer den Wezer binnen en landde den 11den September
+aan haar uitgangspunt Bremerhaven.
+</p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch9" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#xd33e2893">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h2 class="main"><span class="divNum">9.</span> DOOR IJSBEREN AANGEVALLEN.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Naast de muskusossen, die in tegenstelling van hun leelijk uiterlijk, evenals de schapen,
+tot wier familie zij behooren, zeer onschuldig bleken te zijn, waren voor de manschappen
+van de „Germania” de talrijke rendieren gedurende hun overwintering een zeer welkom
+wild. Daar de oostkust van Groenland geheel onbewoond was, toonden de dieren niet
+de minste schuwheid voor de voor hen vreemde menschen en liepen vaak regelrecht voor
+het geweer; zelfs de poolvossen, die dikwijls rondom het schip slopen, waren zoo tam,
+dat ze zich met de hand lieten streelen.
+</p>
+<p>Bedenkelijk en met het vorderen van den winter steeds gevaarlijker werden echter de
+bezoeken van de ijsberen, en de bemanning van de „Germania” had ruim gelegenheid op
+te merken, dat deze roofdieren volstrekt geen winterslaap hielden, zooals men vroeger
+meende. Steeds meer lieten de ongenoode gasten zich in de nabijheid van het schip
+zien, vanwaar hun allerhande heerlijke geuren tegemoet stroomden en <span class="pageNum" id="pb39">[<a href="#pb39">39</a>]</span>het kwam zoo ver, dat de „Germania” gewoon belegerd werd door een kring van deze gevaarlijke
+dieren, en niemand meer zonder geleide ook maar eenige schreden het schip kon verlaten.
+</p>
+<p>Het was op den 13den Januari, in den voormiddag, de tijd waarop de manschappen gewoonlijk
+buiten bezig waren, en moesten wandelen, dat een der matrozen, Kleutzer geheeten,
+op eigen gelegenheid den nabijgelegen Germaniaberg beklom, om het landschap, in het
+reeds helderder wordend middaglicht, op te nemen. Boven aangekomen ging hij welgemoed
+op een rots zitten en zong vroolijk een lied de stille heldere lucht in. Heel toevallig
+keek hij om; daar stond maar enkele schreden verwijderd een geweldige ijsbeer, die
+met ernstige uitdrukking den vreemdeling bekeek. De matroos was een even kalm en vastberaden
+als krachtig man en in gewone omstandigheden zou er niets bijzonders aan de zaak zijn
+geweest; de beer stond prachtig onder schot en kon niet zoo gemakkelijk gemist worden,
+maar—Kleutzer was geheel ongewapend en had zelfs geen mes bij zich. Onbegrijpelijk,
+niet waar? Want nog slechts enkele dagen geleden was een beer bij het schip gezien.
+En alleen verklaarbaar door de noodlottige zorgeloosheid, welke den matrozen eigen
+is en door de omstandigheid, dat tot nu toe bijna alle beren voor de ongewone verschijningen
+der poolvaarders gevlucht waren en de matrozen nog geen respect hadden ingeboezemd.
+</p>
+<p>Kleutzer ziet zich dus ongewapend en ver van zijn makkers, alleen tegenover den beer.
+Vlucht is de eenige, al is het dan ook twijfelachtige redding en reeds komt de vermetele
+gedachte bij hem op, zich op goed geluk langs de steile gletscherhelling omlaag te
+storten. Maar hij neemt toch liever de zachter glooiende zijde en begint nu hard den
+berg af te loopen. Na een poos kijkt hij om, de beer loopt als een groote hond op
+zijn gemak hem achterna. Zoo gaat het een tijdlang bergaf, zoo hard als het terrein
+het toelaat. Stond Kleutzer stil, dan stond de beer ook stil, ging hij verder dan
+volgde de beer langzaam, en ging hij hard loopen, dan volgde de beer, in hetzelfde
+tempo. Zoo waren de twee al een goed eind gevorderd en Kleutzer waande zich zoo goed
+als gered. Het begon den beer zeker te vervelen, hij bleef den vervolgde tenminste
+dichter op de hielen.
+<span class="pageNum" id="pb40">[<a href="#pb40">40</a>]</span></p>
+<p>Dat werd den matroos toch te griezelig en terwijl hij steeds voortholde, slaakte hij,
+om het dier te verschrikken en om hulp te krijgen, een luiden kreet. In het eerst
+scheen de beer er door verbluft, maar daarna woedend geworden, naderde hij den vluchteling
+nu steeds meer, zoodat deze den heeten adem van het monster reeds meende te voelen.
+In dezen ontzettenden toestand kwam Kleutzer de bekende berengeschiedenis in de gedachte,
+die hem juist kort geleden was verteld, waarin de vervolgde zich redde door den beer
+kleedingstukken voor te werpen; bij het onderzoek er van hield de beer zich zoo lang
+op, totdat hulp kwam opdagen. Kleutzer trekt dus, al voortsnellend, zijn buis uit,
+en werpt het achter zich en ziet, de list helpt. De beer blijft staan en begint een
+nader onderzoek van het buis, dat hij besnuffelt en heen en weer schudt. Kleutzer
+vat nieuwen moed, snelt verder den berg af en stoot uit volle borst een kreet om hulp
+uit, die ver door de stille streek weergalmt. Maar al te gauw is de beer hem echter
+weer op de hielen en Kleutzer werpt hem nu de muts, dan het vest toe, waardoor hij
+weer een voorsprong krijgt. Kleutzer ziet reeds dat redding nadert, en eenige kameraden
+over het ijs toesnellen. Met inspanning zijner laatste krachten loopt en schreeuwt
+hij weer, maar alle hulp schijnt vergeefs, want steeds sneller nadert de vervolger
+en Kleutzer moet nu het laatste wat hij nog geven kan, afstaan, zijn wollen doek,
+welken hij het dier tegen den kop werpt.
+</p>
+<p>Maar de beer, door het geschreeuw opnieuw getergd, werpt den doek door een ruk met
+den kop, met verachting van zich, en dringt steeds begeeriger op den weerlooze toe,
+die reeds den kouden, zwarten snuit aan zijn hand voelt. Nu schijnt hij verloren te
+zijn; de matroos weet geen raad meer,—daar komt hij op een prachtige gedachte: met
+zijn lederen gordel de keel van het dier dicht te snoeren. Strak kijkt hij in de meedoogenlooze
+oogen van het beest—een kort oogenblik van wanhoop treedt in, daar—schrikt de beer
+door iets wat op zij gebeurt, het volgend oogenblik verwijdert hij zich in volle vaart!
+Het geschreeuw der kameraden die ter hulpe kwamen, had hem blijkbaar verschrikt, en
+hij vond het ’t verstandigst het op een loopen te zetten. Kleutzer was als door een
+wonder gered.
+<span class="pageNum" id="pb41">[<a href="#pb41">41</a>]</span></p>
+<p>Nog veel erger was een aanval op den astronoom der „Germania” in het begin van Maart.
+</p>
+<p>Tegen negen uur in den avond was Dr. Börgen naar buiten gegaan, om een hemelverschijnsel
+gade te slaan en te gelijkertijd de meteorologische aanteekeningen op te nemen. Juist
+op het punt aan land te gaan, ontmoette hij kapitein Koldewey. Die twee spreken nog
+een oogenblik met elkaar, waarop de een naar het observatorium, de ander naar het
+schip gaat. Op den terugweg van het observatorium, nog vijftig schreden van het schip
+verwijderd, hoort Dr. Börgen een geruisch links naast zich en staat hij tegenover
+een op hem toekomenden beer. De aanval geschiedde zoo plotseling, dat Börgen van het
+geweer geen gebruik kon maken, ja later niet eens kon zeggen, of de beer zich had
+opgericht en hem met zijn klauwen op den grond geworpen of omvergeloopen had. Het
+eerste wat Börgen voelde, wat het indringen van het gebit in de huid van zijn hoofd,
+dat slechts door een dun lakenschen muts was bedekt. De beer spande zich in, zooals
+hij dat met zeehonden pleegt te doen, den schedel van zijn slachtoffer te breken,
+maar zijn tanden gleden er knarsend af. Een luide hulpkreet verjoeg het dier voor
+een oogenblik, het keerde echter onmiddellijk terug en beet nog verscheiden keeren
+in het hoofd van Dr. Börgen. Dat het gebit den schedel niet verbrijzelde, was stellig
+toe te schrijven aan de omstandigheid, dat het geen volkomen volwassen dier was. De
+hulpkreet was intusschen door den kapitein vernomen. Hij snelde op het dek, alarmeerde
+de bemanning en allen snelden den in gevaar verkeerenden makker te hulp. Het geraas
+dat ontstond, joeg den beer schrik aan, en nu beproefde hij zijn slachtoffer, dat
+hij aan het hoofd vast had, en dat zich door machtelooze stooten in de ribben van
+het dier trachtte te weren, in zekerheid te brengen. Daar weerklonk een schot; het
+dier schrok, liet Börgen los en sprong een paar schreden ter zijde, maar eensklaps
+greep het zijn arm en daarna zijn hand, die in een bonten handschoen was gehuld. Dit
+oponthoud maakte het den vervolgers mogelijk te naderen, maar toch zou de beer met
+zijn buit zijn ontkomen, indien hij tegen den oever was opgeklauterd. Maar hij nam
+zijn weg langs de kust, waar door de oneffenheid van het ijs zijn snelheid van loopen
+aanmerkelijk werd vertraagd, terwijl de toesnellenden <span class="pageNum" id="pb42">[<a href="#pb42">42</a>]</span>op het gladde ijs snel dichterbij kwamen. Toch werd Börgen ongeveer driehonderd schreden
+ver voortgesleept en door den doek, waarvan de beer de einden ook beet had gepakt,
+werd hij bijna geworgd. Eindelijk liet het ondier los; dadelijk daarop bukte kapitein
+Koldewey zich met een „Goddank, hij leeft nog!” over het lichaam van den geleerde.
+</p>
+<p>Eenige schreden terzijde stond de beer, blijkbaar nog overleggend, wat hem te doen
+stond, totdat een kogel hem vertelde, dat het hoog tijd werd zich uit de voeten te
+maken. Aan het vervolgen van den beer dacht echter niemand, daar de allereerste taak
+nu was, den gewonde aan boord te brengen; het duurde verscheiden weken, voordat deze
+van de vele wonden, die de ijsbeer hem had toegebracht, genezen was.
+</p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch10" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#xd33e2902">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h2 class="main"><span class="divNum">10.</span> TWEEHONDERD DAGEN OP EEN IJSSCHOTS.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Het lot van de „Hansa” waarop kapitein Hedemann het bevel voerde en die in dr. Buchholz
+en dr. Laube twee wetenschappelijke medewerkers aan boord had, was niet zoo gelukkig
+als dat van de „Germania”. Ze was door een verkeerd begrepen signaal te ver naar het
+Westen gezeild, en zat spoedig, nadat zij het hoofdschip uit het gezicht verloren
+had in het ijs vast, dat langzaam naar het Zuiden dreef. Land te bereiken was onmogelijk
+en men moest voorbereid zijn op een overwintering tusschen het drijfijs. Met of zonder
+schip? Dat was de moeielijke vraag, van welker beslissing het lot der geheele bemanning
+die veertien man sterk was, afhing. Ondenkbaar was het niet, met het ijs verder te
+drijven en in Februari ongeveer bij IJsland weer vlot te worden. Maar hoeveel Groenlandvaarders
+van vroegers tijden, die eveneens met hun schepen tusschen het ijs der Groenlandsche
+kusten waren gedreven, waren daarbij niet te gronde gegaan.
+</p>
+<p>De ijspersingen kwamen steeds meer voor en spoedig moest men zich voorbereiden op
+het verlies van de „Hansa”.
+</p>
+<p>De booten gaven te weinig beschutting tegen storm, koude en sneeuw; in de allereerste
+plaats moest er dus voor een goed onderkomen worden gezorgd. Vierhonderd vijftig schreden
+van <span class="pageNum" id="pb43">[<a href="#pb43">43</a>]</span>het schip verwijderd zocht men een stevig stuk ijs, dat geen gaten had, en oogenschijnlijk
+niet zoo spoedig door de wrijving met andere ijsvelden zou doorbreken. En hier begon
+men een huis te bouwen. Bouwsteenen waren de voorhanden zijnde briquetten, een uitnemend
+bouwmateriaal, dat de vochtigheid opnam en de warmte in de binnenruimte hield. Water
+en sneeuw was de kalk; hoe sterker het vroor, des te beter vorderde het werk; men
+behoefde slechts in de voegen en spleten der kolensteenen fijne sneeuw te strooien
+en daar water op te gieten—in tien minuten was alles tot een vaste massa bevroren.
+De kap van het dak werd getimmerd uit scheepshout en met zeildoek en matten bedekt
+en om aan het luchtige dak meer dichtheid en vastheid te geven, werd er nog sneeuw
+opgeschept. De vloer werd eveneens met briquetten belegd, in het huis, dat 3 October
+na een arbeid van zeven dagen gereed kwam, werd proviand voor twee maanden gebracht;
+vooral brood en vleesch, conserven, spek, wat koffie en alcohol, brandhout en kolen.
+Tegelijkertijd werd het schip zelf voor de mogelijke overwintering ingericht.
+</p>
+<p>Intusschen dreef de „Hansa” steeds meer naar het Zuid-Westen. Een laatste poging om
+te voet tot het land door te dringen bleek onuitvoerbaar door een waterarm, die <span class="corr" id="xd33e458" title="Bron: paralel">parallel</span> met de kust liep.
+</p>
+<p>Den 18den October begon het ijs den strijd met het ingesloten schip. In regelmatige
+tusschenruimten, als door een gelijkmatigen golfslag in het leven geroepen, begon
+het persen en schroeven der ijsmassa, het dreunen en knallen, piepen en fluiten onder
+het ijs. Nu eens klonk het als het knarsen van deuren, dan weer als een verward door
+elkaar spreken van stemmen, dan weer als het remmen van een trein. Het ijsveld, waarin
+de „Hansa” lag, had zich onder het drijven omgedraaid en drong het schip nu steeds
+sterker naar het kustijs. De masten schommelden en het was den stuurman boven op zijn
+brug vaak, alsof iemand hem naklom.
+</p>
+<p>Dat was slechts het voorspel der gebeurtenissen in de eerstvolgende dagen. Onder storm
+en sneeuwjachten werden de persingen van het ijs steeds sterker, gaandeweg hieven
+de ijsmassa’s den voorsteven omhoog, terwijl de achtersteven van het schip ingeklemd
+bleef en een vreeselijken druk had te <span class="pageNum" id="pb44">[<a href="#pb44">44</a>]</span>weerstaan. Elk oogenblik kon de catastrofe plaats hebben en dan was de eenige toevlucht
+voor de mannen het kolenhuis op het ijs!
+</p>
+<p>In de grootste haast werd nog alles uit het schip gehaald, dat aan kleedingstukken,
+bedden, brandstof en proviand diensten kon bewijzen. Toen de persing wat minderde,
+bleek, dat het schip op een onbereikbare plaats een gat had gekregen.
+</p>
+<p>Het pompen was vergeefs en de „Hansa” begon langzaam te zinken. Wat nog maar van eenige
+waarde kon zijn, werd gehaald en op het ijs gebracht; de tot nu toe bijeengebrachte
+wetenschappelijke verzamelingen en fotografische opnamen gingen echter verloren; de
+masten werden gekapt en met al het takelwerk op het ijs gesleept; daarna werden de
+touwen losgemaakt, waarmede het ijsanker de „Hansa” nog aan het veld vasthield, opdat
+de ijsschol zelf niet door het zinkende schip werd verbrijzeld. In het rond lagen
+in chaotische verwarring de meest verschillende zaken door elkaar, met den dood kampende
+en van koude bevende ratten, die door het water uit het scheepsruim waren gedreven,
+liepen er tusschen, en in den nacht van den 21sten op den 22sten October zonk de „Hansa”
+in de ijzige diepte!
+</p>
+<p>Nu moest men zich eenigszins huiselijk in het kolenhuis inrichten. Het niet luchtdichte
+dak van zeildoek werd door een planken dak vervangen en om licht en lucht in de zwarte
+woning te brengen, werden twee klepramen in het dak aangebracht, maar die toch het
+grootste gedeelte van den dag het lamplicht niet onontbeerlijk maakten. Aan beide
+zijden van de middengang werden britsen om op te slapen geplaatst en tegen den wand
+houtvoering aangebracht om het vastvriezen der kussens te beletten. Twee kachels zorgden
+voor voldoende verwarming. Tegen de met zeildoek bekleede muren werden planken getimmerd,
+waarop boeken, instrumenten en kookgereedschappen geplaatst konden worden; de scheepskisten
+dienden voor tafel en banken. De vergulde spiegel uit de kajuit prijkte tegen den
+zeildoeken wand, daaronder een kostbare barometer en de klok. Het grootste deel van
+de proviand en brandstof werd van de plaats, waar de „Hansa” was gezonken naar het
+huis gesleept en daar opgestapeld. Daar de sneeuw <span class="pageNum" id="pb45">[<a href="#pb45">45</a>]</span>spoedig zoo hoog als de muren van het huis kwam, werd een vijf voet breede gang rondom
+de woning gegraven en met zeildoek gedekt. Dat was de eetkamer. Een voor ongeveer
+twee maanden dienend deel van de proviand werd in de booten gepakt, die elken dag
+uit de sneeuw moesten gegraven worden. Een valreeptrap diende om in het huis te komen,
+dat als een vossehol, ternauwernood met het dak uit de sneeuw stak en om sneeuw en
+wind van dezen ingang verre te houden, werd er nog een voorhal met een slingerende
+gang in de sneeuw gegraven, waarvan het dak evenals de voorraadschuren was samengesteld.
+</p>
+<p>Met de vernietiging van de „Hansa” scheen de kracht van het ijs ook uitgeput te zijn,
+de ijspersingen hielden op en het ijsveld met de vreemde nederzetting dreef langzaam
+langs de ijskust van Groenland, nu eens dichter, dan weer verder van het land verwijderd,
+een beweging die stellig haar oorzaak vond in ebbe en vloed. De schilderachtige vormen
+der Groenlandsche rotsige kusten waren meestal duidelijk te zien, zonder dat er eenige
+mogelijkheid bestond ze te naderen.
+</p>
+<p>De veertien kolonisten waren natuurlijk spoedig begonnen hun drijvend ijsland te onderzoeken,
+zooals vroeger Robinson zijn eiland. Het bleek in alle richtingen ongeveer dezelfde
+doorsnede van ongeveer twee zeemijlen te hebben en had boven het water een hoogte
+van vijf voet, waaruit volgens de ervaring besloten konden worden, dat de sterkte
+van het ijs onder het water op meer dan veertig voet geschat kon worden. Overigens
+bood ze slechts het beeld van een gelijksoortig met sneeuw bedekte, gelijke vlakte
+en als men zich verwijderde, van het diep in de sneeuw begraven huis, dan verdwenen
+spoedig alle herkenningsteekenen der nederzetting behalve de donkere punten der beide
+schoorsteenen, de na elke sneeuwjacht weer opengelegde booten en de mast met de wapperende
+Noord-Duitsche vlag. Maar een afschrikwekkend woest gezicht leverden echter de randen
+van het ijsveld, namelijk in het Westen en Noord-Oosten. De wrijvingen en persingen
+met aandrijvende schollen hadden hier muren opgestapeld tot tien voet hoogte. In den
+zonneschijn glinsterden de sneeuw-kristallen als millioenen diamanten. Het avond-
+en morgenrood gaf aan de witte vlakten een vaal-groene kleur. De nachten waren prachtig
+helder, zoodat men het fijnste schrift zonder moeite kon lezen. Het noorderlicht <span class="pageNum" id="pb46">[<a href="#pb46">46</a>]</span>verscheen bijna elken nacht, dikwijls zoo intensief sterk, dat de glans der sterren
+verdoofde en de voorwerpen op het ijs schaduwen wierpen.
+</p>
+<p>In deze sprookjesachtige ijswereld ontwikkelde nu het kleine hoopje schipbreukelingen
+een bedrijvige, geregelde werkzaamheid het eenige middel om zich over het tot wanhoop
+brengend traag voortsluipen der dagen, weken en maanden heen te helpen. ’s Morgens
+te zeven uur wekte de laatste nachtwacht de kameraden, die zich snel in hun wollen
+kleederen wierpen, met gesmolten sneeuwwater waschten en hun ochtendkoffie met scheepsbeschuit
+gebruikten. Dan ging ieder aan zijn bezigheden, het maken van allerlei nog ontbrekende
+nuttige voorwerpen, het naaien van zeilen, het kloven van hout, herstellen van kleeren,
+het dagboek bijhouden en lectuur. Bij heldere lucht werden astronomische waarnemingen
+gedaan en de noodige schriftelijke berekeningen gemaakt. Te één uur werd er gemiddagmaald,
+het hoofdbestanddeel was een krachtige vleeschsoep en de rijkelijk voorhanden zijnde
+conserven zorgden telkens voor afwisseling der bijgerechten. Gezouten vleesch en spek
+werden weinig gegeten; het spek der gevangen walvisch waarop de mannen dikwijls jacht
+maakten, werd meestal slechts als brandstof gebruikt. Nu en dan leverde een nieuwsgierige
+ijsbeer kostelijk gebraad in de keuken. Met spiritualiën werd zeer spaarzaam omgegaan,
+slechts op den Zondag gunde men zich een glas sterken portwijn. De gezondheidstoestand
+der manschappen bleef dan ook gewoon goed.
+</p>
+<p>Zonder ernstige gevaren ging December 1869 voorbij. Het Kerstfeest werd volgens het
+gebruik in het vaderland feestelijk gevierd, de matrozen hadden uit dennenhout en
+berkenrijs een kunstige kerstboom opgericht, en den kapitein zelfs verrast met eigen
+vervaardigde geschenken. Eveneens werd oudejaarsavond met geweersalvo’s en vroolijke
+punch doorgebracht, en als ooit gelukwenschen bij het nieuwe jaar met klinkende glazen
+diepernstig worden gemeend, dan was het hier in den helderen poolnacht op de drijvende
+ijsschots der Duitsche Hansavaarders.
+</p>
+<p>Met een ontzettend stormweer, zette het jaar 1870 den tweeden Januari in. Reeds in
+den ochtend van dien dag meenden de kapitein en de officieren een eigenaardig geraas
+<span class="pageNum" id="pb47">[<a href="#pb47">47</a>]</span>te hooren, alsof iemand met den voet langs den grond krabde.
+</p>
+<p>Toen ’s middags de manschappen zich hadden neergelegd voor de middagrust, klonk hetzelfde
+geruisch, maar veel sterker. Het was een krabben, stommelen, knetteren, een zagen,
+steunen en knarsen, alsof griezelige geesten onder de ijsschots aan het razen waren.
+Opgeschrikt sprongen allen op en stormden naar buiten; zeker was de plaats met proviand
+rondom het huis ingestort. Maar er was niets te ontdekken en buiten kon men in den
+sneeuwstorm geen tien pas ver zien. Maar tusschen het woeden van den storm, steeds
+dit schuiven en kraken van het ijs, en als men het oor op den grond legde was het
+alsof water onder de schollen vloeide. Er was geen twijfel aan: het ijsveld begon
+te barsten of aan de kanten af te brokkelen en één oogenblik kon over het leven en
+den dood der veertien menschen beslissen!
+</p>
+<p>In dezen ontzettenden toestand brachten de in sneeuw en ijs begravenen twee eindelooze
+dagen <span class="corr" id="xd33e487" title="Bron: voor">door</span>. Toen de storm was uitgewoed, en in den morgen van den vierden Januari de lucht weer
+helder was, zagen de kolonisten met ontzetting, dat de vorm van hun ijseiland veranderd
+was, en de doorsnede nu hoogstens één zeemijl bedroeg! Het kolenhuis lag naar drie
+kanten slechts tweehonderd schreden van den rand van de schots verwijderd, naar den
+vierden kant nog duizend schreden, tegen drieduizend vroeger. Daarbij waren de randen
+van het ijsveld zoo met brokken ijs bedekt en vol gewaaid met sneeuw, dat aan een
+halen der booten en aan redding naar de nabijzijnde kust niet viel te denken. De Hansamannen
+waren en bleven de gevangenen van het onverbiddelijke ijs! Den 11den Januari stormde
+’s morgens vroeg de matroos van de wacht met den alarmkreet: „alle man gereed” het
+huis binnen; een onbeschrijfelijk gevaar woedde in de naaste omgeving. Opnieuw begon
+het ijsveld aan alle kanten af te brokkelen; ongeveer vijf en twintig schreden van
+het huis verwijderd gaapte eensklaps een ijsspleet, het afgebrokkelde stuk verhief
+zich huizenhoog en dreef met het opgestapelde brandhout naar de woedende zee. De weer
+kleiner geworden ijsschol met het kolenhuis verhief zich en daalde weer omlaag, en
+weer scheen het laatste uur der kolonisten te zijn geslagen. Zij namen afscheid van
+elkaar en verdeelden zich bij twee hunner booten in twee <span class="pageNum" id="pb48">[<a href="#pb48">48</a>]</span>groepen. Zoo stonden zij en hurkten zij neer gedurende een ganschen dag, voorbereid
+op de laatste ramp. Maar als door een wonder hield juist dat deel der ijsschots, waarop
+zij zich hadden neergezet nog stand. ’s Avonds legden zij zich eenigszins gerustgesteld
+in het huis neer, maar omstreeks middernacht schrok weer een angstige kreet de slapers
+op. Zij gunden zich den tijd niet eerst door de lange sneeuwgang te loopen, maar stieten
+het dak door en klauterden zoo naar buiten. Vlak naast het huis verhief zich een kolom
+van reusachtige hoogte—slechts enkele oogenblikken. Toen klonk de geruststellende
+stem van den kapitein: „Het is voorbij!”
+</p>
+<p>Of het werkelijk een ijsberg was, of maar een luchtspiegeling of misschien de hooge
+kust, was door de snelheid, waarmede het griezelige spooksel verdween, niet uit te
+maken.
+</p>
+<p>Maar den 14den Januari werd, door het plotseling openen van een spleet in het ijs,
+het kolenhuis zelf vernield en de mannen moesten zich in de booten redden! Uit de
+puinhoopen werd een kleiner woonhuis gebouwd, waarvan het dak den eersten nacht reeds
+door den storm werd weggewaaid. Er was slechts plaats in voor zes man, de overigen
+moesten een onderdak in de booten vinden. Volgens het getuigenis van den kapitein,
+hield de dappere Duitsche schaar zich in die dagen van schrik, toen de dood achter
+elk ijsblok grijnsde, voorbeeldig, en de eenige vreemdeling onder hen, de Hollandsche
+kok, behield zelfs zijn drogen zeemanshumor in de angstigste oogenblikken. In al die
+dagen, toen de schemerachtige koude ochtenduren bij storm en sneeuwjacht steeds nieuwe
+tooneelen van verwoesting in het rond onthulden, wist hij toch zijn kameraden, alsof
+er niets gebeurd was, de morgenkoffie klaar te maken, en toen de instorting van het
+huis hem juist verraste, terwijl hij met de reparatie van zijn ketel bezig was, zeide
+hij: „Als de ijsschol nu maar zoolang wilde stand houden, totdat ik met mijn ketel
+klaar ben! Ik wilde nog thee voor den avond klaar maken, opdat wij „voor de afreis”
+nog wat warms hebben!”
+</p>
+<p>De geweldige ijspersingen in Januari kwamen voornamelijk daardoor, dat de schol met
+de schipbreukelingen in dien tijd tusschen IJsland en Groenland doordreef, waar de
+ijsmassa’s, vooral door het veelvuldig vooruitspringen der Groenlandsche kust in talrijke
+kapen steil op elkaar schoven. Zoodra zij <span class="pageNum" id="pb49">[<a href="#pb49">49</a>]</span>Kaap Dan voorbij waren gedreven, waar de kust van Groenland naar het Westen terugwijkt
+en in het Oosten de grens van IJsland wegvalt, houdt de ijsopstopperij op en de scènes
+aan de golf „der Verschrikking”—zoo werd de golf genoemd, waarin den 4den Januari
+de Hansaschol geheel dreigde te barsten—herhaalden zich niet meer. Maar naast de elken
+dag dreigende ijsbergen, verhief zich nu een nieuw gevaar. Reeds in Februari begon
+de zon merkbaar haar invloed uit te oefenen; den 17den April steeg de thermometer
+tot tien graden warmte! Begin Mei stroomde hevige regen neer en de hut der schipbreukelingen,
+die vroeger in het dal had gestaan, lag nu na het smelten van de sneeuw op een heuvel.
+</p>
+<p>Daar vertoonde zich den 7en Mei rondom de schots naar alle kanten water, en het oogenblik
+der verlossing uit de ijzige gevangenschap scheen gekomen. Nadat de kapitein den geheelen
+ochtend ijs en weer had gadegeslagen, werden de booten na het eten in koortsachtige
+haast geledigd en over den rand der schol geschoven, daarna weer geladen en na drie
+uur was alles „gereed”. Nog een laatsten dankbaren blik op het getrouwe ijseiland
+geworpen, dat de Hansamannen tweehonderd dagen lang door alle gevaar gelukkig heen
+had gedragen en na een driewerf hoera gingen de drie booten te 4 uur in den namiddag
+onder zeil. ’s Nachts werden ze weer op het ijs gehaald, wat telkens groote inspanning
+kostte; en zoo naderden zij tot op anderhalve zeemijl het land. Maar hier had het
+kustijs zich tot een ondoordringbare massa samengeschoven, en verscheiden dagen moest
+er op het ijs worden gebivouakeerd. Met den verrekijker konden zij reeds op het land
+de beken van de steile hellingen omlaag zien storten, en frisch water stond overal
+op de schollen; op zekeren dag zoemde zelfs een vroolijke vlieg rondom het zeil. Het
+bedenkelijk minderen van de proviand dwong de bemanning nu, het kostte wat het wilde,
+de kust te bereiken, en onder onnoemelijke inspanning en onophoudelijke stortregens,
+die alle nachtrust beletten, werden de booten voetje voor voetje door het labyrint
+van ijs geschoven, naar het drie mijlen verwijderde eiland Illuilek. De maaltijden
+bestonden ’s morgens en ’s avonds nog maar uit een vierde pond brood en een klein
+stuk spek en het opraken van den voorraad spiritus, maakte het bereiden van warme
+dranken spoedig onmogelijk, <span class="pageNum" id="pb50">[<a href="#pb50">50</a>]</span>nu er geen zeehonden meer werden aangetroffen met hun brandbaar spek. Daarbij droomden
+de mannen in enkele uren van onrustigen slaap van prachtige maaltijden en voelden
+dan bij het ontwaken de leegte van hun maag des te kwellender.
+</p>
+<p>Den 4den Juni gelukte het eindelijk het eiland te bereiken. Vier weken waren verstreken
+sinds het verlaten der ijsschol, en de proviand zou nu nog slechts voor ten hoogste
+veertien dagen toereikend zijn. Het eiland was echter niets dan een rotseiland, en
+vertoonde geen spoor van vegetatie, er nestelden slechts enkele meeuwen en alken!
+</p>
+<p>Den 7den Juni landde de bemanning der „Hansa” eindelijk aan de kust van het vasteland
+van Groenland en konden de mannen hier tenminste eens grondig uitrusten, zonder het
+voortdurende gevaar van het opdringende ijs. En na een zesdaagsche zeilvaart kris
+en kras door de klippen en fjorden der kust, bereikten de drie booten den 13den Juni
+gelukkig de kolonie Frederickstal aan de westkust, waar zij in het daar aanwezige
+zendingshuis werden opgenomen en voortreffelijk verpleegd. In Julianahaab troffen
+zij een Deensch schip en den 26sten Juli lichtten de geredden het anker voor de huisreis.
+</p>
+<p>Den 1sten September 1870 kwamen zij te Kopenhagen aan, en de berichten van den zegevierenden
+strijd van Duitschland tegen den Franschen erfvijand ontvingen zij, die aan het leven
+waren teruggeschonken! Denzelfden dag waarop het bericht van den slag bij Sedan de
+wereld doortrok, betraden zij te Sleeswijk voor het eerst weer den Duitschen bodem,
+en kwamen Hamburg binnen, juist toen de stad ter eere der overwinning in schitterende
+verlichting straalde! Zoo waren veertien dappere mannen aan hun roemrijk vaderland
+terug gegeven na een zwerftocht in het poolijs, rijk aan avonturen en heldendaden.
+</p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch11" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#xd33e2911">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h2 class="main"><span class="divNum">11.</span> EEN GORDON-BENNETTVAART NAAR DE NOORDPOOL.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Het was de Amerikaansche dagbladondernemer, Gordon-Bennett, wiens naam destijds in
+aller mond was door den door hem uitgeschreven grooten prijs voor de wedstrijden in
+<span class="pageNum" id="pb51">[<a href="#pb51">51</a>]</span>automobiel en luchtballon, die eens Stanley naar Afrika heeft gezonden om den verdwenen
+zendeling Livingstone op te zoeken. Naast het onderzoek van tropisch Afrika, waarvoor
+hij groote sommen beschikbaar stelde, beproefde hij echter ook de verovering van de
+Noordpool. Hij had de geschiedenis der Noordpoolreizen bestudeerd en daarbij was hem
+opgevallen, dat verscheiden schepen, die van den Atlantischen Oceaan naar het Noorden
+voeren, in een zeestrooming geraakten, die met drijfijs was bedekt en waardoor zij
+naar het Zuiden werden teruggedrongen. Als dus een schip door de Beringhstraat tusschen
+Azië en Amerika doorging, moest het nut trekken van deze strooming en kon misschien
+juist door deze, langs de Noordpool naar de andere zijde van den Oceaan worden gedreven.
+</p>
+<p>Gordon-Bennett kocht dus een schip, dat reeds vroeger dienst gedaan had bij het zoeken
+naar Franklin. Het kreeg te New-York den naam van „Jeannette” en bij den doop was
+ook Stanley tegenwoordig, die juist van zijn tweede Afrikareis was teruggekeerd. De
+„Jeannette” zeilde geheel Amerika om en deed San Francisco aan, om daar haar uitrusting
+te voltooien. Er werd voor drie jaar proviand ingescheept. De kapitein en leider der
+expeditie was De Long, de eerste machinist heette Melville, de arts dr. Ambler. Daar
+kwamen nog vijf andere officieren bij; de bemanning bestond uit vier en twintig man;
+daaronder bevonden zich twee Indianen, bekwame jagers, en twee Chineezen ter verzorging
+der keuken. De geheele onderneming kostte 1.080.000 gulden.
+</p>
+<p>De Long kreeg van Bennett drie gewichtige opdrachten mede. Ten eerste moest hij de
+Noordpool bereiken; bovendien de Noord-West-doorvaart zoeken, in tegenovergestelde
+richting van de „Vega”. Van het gelukken der Zweedsche expeditie wist men toen nog
+niets; de „Vega” was sedert een jaar weg en men had nog geen bericht van die expeditie
+gekregen. Indien het noodig was, zou De Long haar derhalve hulp brengen.
+</p>
+<p>Den 8sten Juli 1879 ging de „Jeannette” in zee. Een geheele vloot stoombooten en jachten
+deed haar uitgeleide. Mevrouw De Long ging ook mede, totdat men in open zee was. Daar
+zeiden de beide echtgenooten elkaar voor het laatst vaarwel <span class="pageNum" id="pb52">[<a href="#pb52">52</a>]</span>en de dappere vrouw bleef zoolang bij de borstwering van haar schip staan, als er
+nog iets van de rookkolommen van het poolschip was te zien. Een afscheid voor eeuwig!
+</p>
+<p>De zee stond bol toen de „Jeannette” in open zee kwam, en toen de klok voor het middageten
+luidde, begaven zich maar weinigen naar de eetzaal. De meesten lagen liever in de
+hut, terwijl het stampende schip als een meeuw op de golven schommelde. Zelfs geharde
+zeelieden moesten den zeegod rijkelijk schatting betalen.
+</p>
+<p>Op witte vleugelen zweefden de stormvogels rondom het schip en daalden nu en dan op
+de golven neer, als afval over boord werd geworpen. Eenigen werden gevangen; zij fladderden,
+sloegen met de vleugels en konden zich niet meer van het schip opheffen, omdat de
+harde, gelijke grond hun geen lucht genoeg bood. Vreemd genoeg werden ook zij zeeziek;
+ofschoon ze hun leven boven de golven doorbrachten en zoo dikwijls op de golven wiegden,
+konden zij het schommelen van het schip niet verdragen, maar keerden letterlijk hun
+maag om. Bovendien zaten zij vol ongedierte, ofschoon de zoutachtige, reine zee hun
+tehuis was.
+</p>
+<p>De Chinees werd onder de passagiers het ergste ziek. Dr. Ambler moest al zijn kennis
+aanwenden om hem in het leven te behouden: in de eerst volgende haven werd hij op
+een ander schip weer teruggezonden.
+</p>
+<p>De dagen vervolgden rustig hun loop. Men deed waarnemingen en begon met het verzamelen
+van de bewoners der zee. ’s Avonds werd muziek gemaakt op een piano en ’s Zondags
+leidde De Long een godsdienstoefening op het achterdek. De zee was kalmer geworden
+en ver in het Oosten moest de kust van Canada reeds liggen. Om kolen te sparen vertrouwde
+de „Jeannette” zich zoo veel mogelijk aan haar zeilen toe; het duurde daarom lang,
+voordat zij door de eilandenketen der Aleoeten de Behringstraat inliep.
+</p>
+<p>Op de kust van Alaska werden Eskimohonden aan boord genomen; maar negen er van werden
+dadelijk door hun makkers opgegeten en moesten door nieuwe worden vervangen. De twee
+Indianen waren meegenomen voor de verzorging der honden en voor de jacht. Het hondenhok
+was op het voordek en daar heerschte voortdurend een helsch geraas, dat maar <span class="pageNum" id="pb53">[<a href="#pb53">53</a>]</span>een korten tijd minder werd als een der Indianen zijn zweep op het gezelschap liet
+neersuizen.
+</p>
+<p>Op het eiland St. Lorenz vernam De Long, dat de „Vega” drie maanden geleden gelukkig
+daar was aangekomen en in zuidelijke richting was gegaan. Een oude Tschiektsch, die
+zelf aan boord van de „Vega” was geweest, gaf uitvoerig verslag over het winterkwartier
+van het Zweedsche schip. Om zich van de juistheid der verklaringen te overtuigen,
+zeilde De Long naar de plaats van het winterkwartier en liet zich daar elke mededeeling
+door de daar wonende Tschiektschen bevestigen. Er viel dus niet meer te twijfelen
+aan den gelukkigen uitslag der Vega-expeditie. Twee van zijn eigen opdrachten waren
+hiermede volbracht: de Noord-Oost-doorvaart was gevonden en de mannen van de „Vega”
+hadden zijn hulp niet noodig. Nu bleef hem nog slechts over de Noordpool te bereiken.
+</p>
+<p>Van San Francisco was een tweede schip naar de Behringstraat gevaren, om kolen en
+proviand van de „Jeannette”, weer aan te vullen. Daarna werd de „Jeannette” nog maar
+eens gezien en wel door een Amerikaanschen walvischvaarder; deze vertelde, dat de
+Poolzee vol drijfijs was geweest en de „Jeannette” zeker spoedig in het ijs was blijven
+steken. De walvischvaarders, die dat jaar het laatst terugkeerden, hadden het schip
+niet meer gezien en spoedig begon men er zich ongerust over te maken. Maar pas na
+bijna twee jaar, in 1881, werden vijf hulp-expedities uitgezonden: naar de Noordkust
+van Alaska, naar Noord-Groenland, naar Frans-Jozef-land en andere deelen van de noordelijke
+IJszee en de Russische regeering werd verzocht alle Siberische zeelieden bevel te
+geven, dat zij naar het schip zouden rondzien, en in geval van nood hulp moesten bieden.
+</p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch12" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#xd33e2921">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h2 class="main"><span class="divNum">12.</span> DE ONDERGANG DER „JEANNETTE”.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Intusschen was de „Jeanette” reeds in het begin van September 1879 in dicht ijs geraakt,
+en daar zij geen duimbreed meer verder kon, werd het schip aan een veld drijfijs voor
+anker gelegd en de vuren onder de stoomketels werden uitgedoofd. Den volgenden morgen
+was ze reeds aan <span class="pageNum" id="pb54">[<a href="#pb54">54</a>]</span>alle kanten ingesloten en gevangen—een en twintig maanden lang! De zeelieden namen
+het lot kalm op en hoopten, dat het ijs zich spoedig in beweging zou zetten. Op de
+bevroren zoetwaterplassen, die zich op de ijsschollen vormden, reden de manschappen
+schaatsen; de een hield zich bezig met lezen, de ander ging op de jacht. Twee walrussen
+en eenige ijsberen werden neergeschoten. Toen een der Indianen zijn eerste walrus
+had gedood, stak hij zijn arm in den muil van het nog niet koud geworden dier, trok
+er hem weer met bloed bedekt uit, en bestreek toen zijn voorhoofd eerst met bloed,
+daarna met sneeuw; dit, had zijn vader hem verzekerd, bezorgde hem geluk op de jacht.
+</p>
+<p>Spoedig bemerkte men door waarneming van den hemel, dat het schip slechts schijnbaar
+stil lag in het ijs. Een onregelmatige strooming der zee dreef het geheele ijsveld
+<span class="corr" id="xd33e544" title="Bron: noord-westtelijk">noord-westelijk</span>. Indien het slechts wat sneller was gegaan, zou men niet gemakkelijker het poolijs
+door hebben kunnen varen! Maar het ging wanhopig langzaam. Dikwijls dreef het ijsveld
+in kromme lijnen en cirkels en van het Wrangeleiland naar de slechts ongeveer duizend
+meter verwijderde groep der Nieuw-Siberische eilanden had men bijna twee jaar noodig!
+</p>
+<p>Zonder gevaar was deze gevangenis der „Jeannette” volstrekt niet. Het ijs perste ontzaglijk.
+Het roer werd weggenomen maar de schroef liet men nog zitten en de dreigende ijsblokken
+in de nabijheid er van werden weggeslagen en weggezaagd. De instrumenten werden op
+een afstand van eenige honderden meters op het ijs ondergebracht, waar een observatorium
+werd gebouwd, dat met het schip in telefonische verbinding stond. De „Jeannette” lag
+tusschen twee meter dik ijs, maar daar hier en daar de ijsvelden, door de ontzaglijke
+persing op elkaar waren geschoven, bedroeg de dikte van het ijs op enkele plaatsen
+tot zes meter. Bij zulke opschuivingen der ijsmassa’s dreunde het rondom de „Jeannette”
+als donder en de grootste voorzichtigheid was noodig.
+</p>
+<p>Tot dusverre had men gedacht, dat het eiland Wrangel zich noordelijk naar de Pool
+als een tweede Groenland uitstrekt. De drift van de „Jeannette” toonde echter, dat
+het eiland tamelijk klein was en rondom de kusten de zee nog grootendeels open was.
+<span class="pageNum" id="pb55">[<a href="#pb55">55</a>]</span></p>
+<p>Zeehonden en walrussen kwamen hier in grooten getale voor, maar men ontmoette slechts
+twee witte walvisschen.
+</p>
+<p>In het begin van November werd het kraken van het ijs, dat onophoudelijk van positie
+veranderde, hoogst beangstigend. De honden huilden van schrik, noch zij noch hun meesters
+hadden ooit zulk een geraas gehoord. Soms scheidden de ijsschollen zich en dan dreef
+de „Jeannette” een korten tijd op het water. Spleten en gleuven openden zich hier
+en ginds en gedurende eenige dagen verkeerde de bemanning van het schip in zulk een
+opwinding, dat ze er ternauwernood toe konden komen thee te drinken.
+</p>
+<p>Den 10den November begon de winternacht van drie maanden, een tijd van rust, dien
+men eenigszins gezellig inrichtte. Te zeven uur ’s morgens klonk de reveille, dan
+werd het vuur aangemaakt. Te negen uur werd het ontbijt gebruikt en van elf tot een
+uur moesten allen op de jacht gaan om beweging te nemen. Te drie uur werd er voor
+het middagmaal geluid, daarna liet men het keukenvuur uitgaan om kolen te sparen.
+Te acht uur was er thee en koude keuken, daarna ging men slapen. Het menu bracht tamelijk
+veel afwisseling: tweemaal in de week was er gebraden ijsberen- en robbenvleesch.
+Wijn werd slechts bij feestelijke gelegenheden gedronken.
+</p>
+<p>Met Kerstmis verschenen de manschappen in groot tenue aan den bak om de officieren
+geluk te wenschen en werden door hen aan het middageten genoodigd. De avond werd gevierd
+met de opvoering van een tooneelstuk en verder hield men de manschappen bezig met
+voordrachten, precies als op de „Vega”.
+</p>
+<p>In Januari 1880 was de „Jeannette” aan zulke ontzettende ijspersingen blootgesteld,
+dat ze lek werd. Waar het lek was, wist men niet, maar in het voorruim kwam het water
+zoo hoog, dat de pompen in werking gebracht moesten worden. Van toen af werkten ze
+volle achttien maanden!
+</p>
+<p>Begin Februari werd een witte vos geschoten. Wat ter wereld had die hier buiten te
+zoeken? Het eiland Wrangel was nog steeds een groot eind verwijderd. Meester Reintje
+had misschien de honden gespeurd, en zich naar hier laten lokken. Op een anderen keer
+beproefde een ijsbeer een bezoek aan boord te brengen; ontvangen door de woedende
+honden, maakte <span class="pageNum" id="pb56">[<a href="#pb56">56</a>]</span>hij volstrekt niet, dat hij wegkwam, maar joeg zijn tegenstanders op de vlucht. Het
+dappere dier had wel een beter lot verdiend, dan in kleine porties op de tafel der
+„Jeannette” te verschijnen.
+</p>
+<p>Toen de zon, door stormachtig gejubel begroet, terugkeerde, waren de gevangenen verbaasd
+te zien hoe bleek en grauwgeel zij er uitzagen. De koude daalde tot bijna vijftig
+graden; het was hier dus nog vier graden kouder dan in het winterkwartier van de „Vega”.
+</p>
+<p>In Mei vertoonde zich nu en dan een meeuw, ook soms een verdwaalde eidergans of een
+wilde eend. Gedurende den zomer was het heerlijk weer. De honden vonden den voortdurenden
+zonneschijn zelfs hinderlijk warm en lagen hijgend aan de schaduwzijde van het dek.
+</p>
+<p>Zoo dreef de „Jeannette” van maand tot maand in haar ijsveld steeds verder naar het
+Noorden, en indien zij stand had kunnen houden tegen het ijs, dan was zij zeker de
+Noordpool voorbij of althans in haar nabijheid gekomen! De waarnemingen der zeelieden
+schenen aan te toonen, dat de geheele Poolzee met een mantel drijfijs bedekt was,
+dat, althans in de nabijheid der Siberische kusten, langzaam den tegenovergestelden
+weg van den wijzer eener klok aflegde, namelijk van het Oosten over het Noorden naar
+het Westen.
+</p>
+<p>Daarna begon de tweede nacht, die drie maanden duurde. De gezondheid der gevangenen
+leed meer dan in den eersten winter. Teekenen van scheurbuik, de vernielende ziekte
+der poolstreken, waaraan reeds zooveel menschenlevens ten offer waren gevallen, vertoonden
+zich en de scheepsdokter had handen vol werk.
+</p>
+<p>Den 18den Mei zag de loods van zijn uitkijk aan den top van den grootsten mast, in
+het Zuidwesten, waar tot nu toe nog geen land bekend was, een kust. Het was slechts
+een klein eiland; het kreeg voor goed den naam van het in het ijs gevangen gehouden
+schip. Eenige dagen later kwam weer een eiland in het zicht, waar de „Jeannette” langzaam
+voorbij ging. In het begin van Juni openden zich rondom het schip gapende spleten
+in het ijs. Den avond van den 10den werden heftige stooten gevoeld en gedurende de
+uren van den zonhelderen Juni-nacht barstten de ijsvelden overal in het rond, <span class="pageNum" id="pb57">[<a href="#pb57">57</a>]</span>alom vertoonden zich groote watervlakten, en de „Jeannette” was bijna vlot. Het roer
+werd weer aangezet, onder den stoomketel het vuur gestookt, en men verheugde zich
+in de hoop eindelijk weer uit het pak-ijs te komen.
+</p>
+<p>Met het vlot worden van de „Jeannette” eindigt het logboek van kapitein De Long, maar
+in zijn dagboek vervolgt hij het verslag. De „Jeannette” kwam den 11den Juni in den
+voormiddag geheel vrij van ijs en allen waren vervuld van een gevoel, alsof het schip
+zoo juist van stapel was geloopen! De geheele bemanning stormde uit de kajuiten naar
+het dek en jubelde over het kristalheldere, blauwe bekken, waarin de „Jeannette” zwom.
+</p>
+<p>Men ging voor anker liggen in de verwachting van een vaarwater, dat zich zou openen.
+Maar men wachtte vergeefs! Weer schoof het ijs aan alle kanten te zamen en den 12den
+Juni zat het schip erger dan ooit in het ijs bekneld. Het weer was prachtig. Toen
+men weer eenigszins van het persen van het ijs was bekomen, ging een deel der bemanning
+op jacht en gedurende hun afwezigheid begon het persen van het ijs opnieuw. Het vlaggesignaal
+van De Long riep allen terug aan boord en toen de laatste jager, een Indiaan, hijgend
+aankwam met een zeehond op den schouder, dien hij had geveld, <span class="corr" id="xd33e572" title="Bron: perstte">perste</span> het ijs reeds zoo, dat het schip overhelde. Allen verkeerden in de grootste opwinding.
+Zonder eenigen twijfel moest de „Jeannette” als glas tot splinters gaan, als het ijs
+met al zijn kracht verder perste en het drong stormachtig nader. Het schip streed
+zijn doodstrijd; het werd zoo samengedrukt, dat het dek zich als een golf verhief
+en de trap naar de commandobrug instortte. De machinist verliet eveneens zijn post
+met den kreet van schrik: „Het ijs dringt in het kolenruim”.
+</p>
+<p>Daarna hoorde men nog slechts het water alle lekken binnen stroomen. Officieren en
+manschappen werkten als galeislaven. De Long deelde zijn bevelen uit vanaf de commandobrug,
+de matrozen stonden halverwege in het water en reikten elkaar kisten met proviand
+toe. Maar toen het water onder het dek steeds hooger kwam, moesten zij hun plaats
+verlaten. Sleden, booten en een voorraad levensmiddelen had men reeds geruimen tijd
+te voren op een veilige plaats van het schip verwijderd, gereed gehouden. Nu moest
+nog slechts gered worden, <span class="pageNum" id="pb58">[<a href="#pb58">58</a>]</span>wat op de een of andere wijze geborgen kon worden. Officieren en manschappen hadden
+hun eigendommen bij elkaar gepakt en het werd hoog tijd, deze te halen, want het water
+stond reeds in de kajuiten en salons. Op den bezaansmast werd de vlag geheschen—voor
+den ondergang.
+</p>
+<p>Wat gered was, werd naar het kamp gedragen, waar de tenten opgeslagen waren. Intusschen
+drong en drong het ijs het schip sterk naar stuurboordzijde; het was reeds tot boven
+toe vol water en werd nog slechts door den druk van het ijs gehouden.
+</p>
+<p>De laatste manschappen waren van het dek gesprongen, dat langzaam door het water werd
+overstroomd; nu verliet ook de kapitein, als allerlaatste, de commandobrug van zijn
+zinkend schip! Den 13den Juni te drie uur in den morgen stond de geheele scheepsromp
+onder water, de schoorsteenen verdwenen in de golven, de masten staken nog alleen
+omhoog. Knallend versplinterden de raas tegen de ijskanten en ten slotte gaapte een
+wak, als een graf; nog slechts enkele boeien en planken dreven rond. De bemanning
+der „Jeannette” stond zoo stil en zwijgend als bij een begrafenis, de honden huilden
+klagend. Daarna schoof langzaam een ijsschots over het wak, als een ijzeren deksel
+van een crematorium!
+</p>
+<p>Zwijgend gingen de mannen naar het kamp, waar alles dooreen lag opgestapeld. Er waren
+levensmiddelen voorhanden voor twee <span class="corr" id="xd33e583" title="Bron: á">à</span> drie maanden: vleesch, brood, suiker, thee, chocolade, vleeschextract. Zij hadden
+verscheiden geweren en twee duizend patronen. Twee sloepen, en een walvischboot, sleden
+en tenten waren eveneens gered.
+</p>
+<p>Verlaten en woest lag in het rond het ijslandschap. Geen spoor meer van het schip,
+dat zoolang het tehuis der mannen was geweest. Zij voelden zich als arme sukkels,
+die door den kwaden huisbaas op straat waren gezet. De ongeluksdag was een Zondag;
+op den gewonen tijd riep De Long de zijnen bijeen voor de godsdienstoefening.
+</p>
+<p>Daarna werd het kamp in orde gebracht en de tenten geriefelijk en warm ingericht.
+De Nieuw-Siberische eilanden waren zoo nabij, en over de zee zou men zonder al te
+groote moeilijkheden de Lenadelta aan de Siberische kust kunnen bereiken. ’s Avonds
+zongen de matrozen bij de klanken der harmonica.
+<span class="pageNum" id="pb59">[<a href="#pb59">59</a>]</span></p>
+<p>De Long gaf zijn mannen zes dagen den tijd om zich gereed te maken voor het opbreken.
+De booten werden op de grootste sleden vastgesnoerd en met tenten, kisten proviand
+en de overige bagage gevuld. Logboeken, aanteekeningen en kaarten verloor de kapitein
+niet uit het oog. Niemand mocht overbodige en al te zware zaken medenemen; elk pak
+mocht niet meer bevatten dan twee vilten dekens, twee paar kousen, ondergoed, wanten,
+twee mutsen, schoenen om te verwisselen, een sneeuwbril, een pak tabak met een pijp
+en lucifers en enkele kleinigheden. Toen alles tot den afmarsch gereed was, telde
+men 28 man en 23 honden.
+</p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch13" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#xd33e2930">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h2 class="main"><span class="divNum">13.</span> DOOR DE IJSWOESTIJN.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Onder aanvoering van den ijsloods, die vooruitging om den besten weg met zwarte vaantjes
+af te steken, begon de tocht door de ijswoestijn nu. Er werd gedurende de nachtelijke
+uren geloopen, te middernacht werd halt gehouden om te eten; de zon stond dag en nacht
+aan den hemel. De sleden waren zwaar en de onderstukken raakten vast in de diepe sneeuw.
+Men moest daarom elk eind verscheiden keeren afleggen om al de bagage gaandeweg verder
+te krijgen. Ontelbaar waren de oponthouden en de onderbrekingen van den marsch, daar
+maar al te dikwijls breede spleten en open watersleuven hun weg kruisten. Elke sleuf
+moest op ijsvlotten herhaaldelijk worden afgelegd, om de eene slede na de andere er
+over te brengen. Het gesmolten water op het ijs kwam de mannen tot aan de knie. Daarbij
+was de gloed der zon om te stikken, allen liepen in hemdsmouwen en het dampte rondom
+elken man, die hier om het leven streed. De honden trokken de kleine sleden: indien
+men geen wild vond, dan werden zij met geconserveerd vleesch gevoerd. Nadat de mannen
+tot bezwijkens toe een week lang hadden gewerkt, bleek het, dat het ijsveld waarop
+ze liepen, driemaal zoo veel zuid-waarts was gedreven, dan zij meenden naar het Zuiden
+te zijn gedrongen! Inplaats dichter bij te komen, verwijderden zij zich steeds meer
+van het doel! Daar dit ontzettend feit vernietigend op al de mannen zou hebben gewerkt,
+vertrouwde De Long het slechts aan de officieren toe.
+<span class="pageNum" id="pb60">[<a href="#pb60">60</a>]</span></p>
+<p>Voortgezet moest de marsch in elk geval worden en weer zocht men wat gemist kon worden
+uit de bagage. Nu gold het voor alle dingen open water te bereiken.
+</p>
+<p>Midden Juli klaarde de droeve positie der reizigers op. Twee robben, een walrus en
+een ijsbeer werden geveld; dus voor eenigen tijd versch vleesch genoeg en ook de honden
+smulden aan de beenderen. Maar nog hoopvoller was, dat zich eindelijk in het Zuid-Westen
+land vertoonde. Na oneindige moeilijkheden bereikte men door een nevel, die elk uitzicht
+benam, een eiland, dat den naam Gordon Bennett kreeg. Een vlag werd geheschen, en
+een driewerf hoera weerklonk.
+</p>
+<p>Op het Bennett-eiland werd eenige dagen gerust. Daar men nu per boot verder zou gaan,
+had er een nieuw onderzoek van al de bagage plaats. Ook de sleden werden vernietigd
+en daar de honden dientengevolge onnutte ballast waren, werden zij die het minst waard
+waren, dood geschoten. Twaalf werden mede in de booten genomen, zij verzetten zich
+echter tegen de zeevaart en verkozen op de ijsschollen te springen, op welke de een
+na den ander weggedreven werd! Maar twee volgden hun meester—tot het einde.
+</p>
+<p>Bij het verlaten van het eiland verdeelden zich de officieren en manschappen, levensmiddelen
+en uitrusting in drie booten. Die van den kapitein was zes meter lang, had mast, zeil
+en roer en nam veertien man op, onder wie Dr. Ambler, de physicus Collins, de matrozen
+Nindermann, Noros en Erikson, een Indiaan en een Chinees.
+</p>
+<p>Het opperbevel der tweede boot, die elf man bevatte, voerde Melville. Gelukkig allen,
+wie het lot trof, bij hem ingedeeld te worden! De derde en kleinste boot, waarin maar
+acht mannen plaats vonden, stond onder commando van luitenant Chipp, een bijzonder
+bekwaam zeeman.
+</p>
+<p>Voor de afvaart werd streng bevel gegeven bij elkaar te blijven. Melville en Chipp
+mochten de boot van De Long nooit uit het oog verliezen.
+</p>
+<p>Spoedig greep de wind de drie booten en dreef ze in snelle vaart over de zee. Allen
+was de zeetocht welkom, daar men tenminste kon uitrusten in de booten. Het was daarom
+een des te hardere slag voor hen, toen het ijs hen weer tien dagen insloot. Maar zij
+kwamen weer los en landden op het eiland <span class="pageNum" id="pb61">[<a href="#pb61">61</a>]</span>Fadschejew, dat tot de groep der Nieuw-Siberische eilanden behoort. De oever was bedekt
+met veel bruikbaar drijfhout en eenige hutten en gereedschap bewees dat het eiland
+nu en dan door menschen werd bezocht.
+</p>
+<p>Daarna ging het verder, nu eens zeilend, dan roeiend, langs de zuidelijke kust van
+de <span class="corr" id="xd33e612" title="Bron: kesseleilanden">Kesseleilanden</span>. Het weer was stormachtig en op zekeren dag had men Chipp uit het oog verloren. De
+twee andere booten wachtten daarom bij een ijsschol, totdat de vermisten weer opdaagden
+en al de manschappen landden op de Kesseleilanden, om hier een kamp op te slaan.
+</p>
+<p>Na twee rustdagen ging het onder de rotsen van den oever door, vanwaar nu en dan een
+steenuiltje op de zeelieden neerzag, verder. Den 10den September kwamen zij aan het
+eiland Semenorn, dat twee jaar te voren door de bemanning van de „Vega” was gezien;
+hier schoten zij een rendierkoe, die hen weer van versch vleesch voorzag.
+</p>
+<p>De Long besloot hier verscheidene dagen te blijven, opdat allen hun krachten konden
+verzamelen, voordat zij de ruime zee zouden trotseeren. Helaas gaf hij toe aan den
+aandrang van Melville om snel verder te gaan, ofschoon hemel en wind een orkaan voorspelden.
+De Lenadelta het meest nabij liggend deel der kust van het Siberisch vasteland, die
+men moest trachten te bereiken, lag op een afstand van tweehonderd kilometer.
+</p>
+<p>De boot met kapitein De Long zeilde vooruit. Ze was echter nog niet ver gekomen, of
+ze werd met zulk een kracht tegen een blok drijfijs gedreven, dat ze lek werd. Weer
+moest men bij een ijsveld landen, om het lek te stoppen, de beide andere booten wachtten
+hier ook een poos. Dit was de laatste keer dat de mannen der expeditie bij elkander
+waren. Daarna zeilden zij bij gunstigen wind zuid-westwaarts.
+</p>
+<p>De zee ging hoog. Tegen den avond verhief zich een storm en de golven rolden met schuim
+bedekte kammen langs de open booten. Melville gaf het bevel zijner boot over aan een
+zeevaardig officier, die met het vaartuig voortreffelijk manoeuvreerde. Wie niet bezig
+was aan zeil of stuur moest water scheppen, want de eene golf na de andere sloeg over
+de reeling. In de schemering waren de booten van De Long en Chipp nog in zicht. Maar
+daarna werd het donker: tot op de huid nat, <span class="pageNum" id="pb62">[<a href="#pb62">62</a>]</span>verstijfd van koude worstelden de mannen in de boot van Melville met verstijfde handen
+om hun leven. De storm dreef hen in het donker voor zich uit naar de kust. Niets was
+te zien, men hoorde slechts het geloei van den storm en het ruischen der golven, welker
+kammen in kokend schuim omlaag sloegen. Toch hielden allen dapper stand. Maar toen
+de dag over de woeste zee aanbrak, was van de beide andere booten niets meer te zien!
+</p>
+<p>Den ganschen dag en den daarop volgenden nacht ging de strijd met wind en golven verder.
+Toen de boot van Melville tenslotte gelukkig in het oostelijk deel der Lenadelta landde,
+hadden de manschappen honderd acht uren achter elkaar ineengehurkt aan de riemen gezeten.
+Eenigen waren zoo stijf bevroren, dat ze zich aan land ternauwernood naar het vuur
+konden sleepen, dat hun makkers aanmaakten en waaromheen nu allen zich neerwierpen
+in een vasten slaap. Maar het geluk diende hen; twee dagen later ontmoetten zij visschers,
+die hen den weg naar Boeloen, het eerste dorp aan den Lena-oever<span class="corr" id="xd33e625" title="Niet in bron">,</span> wezen. Waar was kapitein De Long gebleven?
+</p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch14" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#xd33e2939">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h2 class="main"><span class="divNum">14.</span> DE DOODENMARSCH VAN DE LONG.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Ofschoon verscheidene jaren verloopen zijn, sedert den tocht over de ijszee, weet
+men nu nog niet, wat er geworden is van de boot van Chipp. Ongetwijfeld heeft hij
+nooit land gezien en is in den storm ten gronde gegaan. Maar De Long heeft zijn manschappen
+tenminste op vast land gebracht. Wel verloor zijn boot in den eersten stormnacht mast
+en zeilen, maar die werden door drie riemen vervangen. Den morgen van den 13den September
+zag hij de andere booten niet weer, maar daarvoor kwam den volgenden dag land in het
+gezicht. Het was een vlak strand en nieuw gevormd ijs maakte het aan land komen moeielijk.
+Twee dagen later roeiden zij, halfdood van koude en afmatting zoo dicht langs het
+strand als maar eenigszins mogelijk was en boegseerden toen de boot zoover op het
+ijs, dat ze niet meer van de plek ging. Den volgenden dag droegen zij hun zaken aan
+land, waarbij zij eenige honderden meters ver, op den langzaam stijgenden oever, door
+het water moesten waden.
+<span class="pageNum" id="pb63">[<a href="#pb63">63</a>]</span></p>
+<p>Hier bleven zij twee dagen, om uit te slapen en hun bagage te regelen. Drijfhout,
+dat de Lena uit de wouden van Siberië naar de zee sleept, lag overal in het rond.
+De voeten van den matroos Erikson waren bevroren, hij moest op een handslede worden
+getrokken. Er waren nog levensmiddelen voor vijf dagen, waaronder de laatste der veertig
+honden. Nog altijd waren de vrachten voor ieder afzonderlijk te zwaar, want De Long
+kon zijn logboeken niet achterlaten, en behalve hun ransels moesten zij nog tenten,
+geweren en munitiekisten meesleepen.
+</p>
+<p>Toen de eerste vijf dagen voorbij waren en de troep eenige mijlen in zuidelijke richting
+had afgelegd, schoot de Indiaan twee rendieren, die de manschappen voor den eerstvolgenden
+tijd redden. Nu marcheerden zij negen dagen, totdat een breede rivierarm hen tot staan
+bracht. De toestand van Erikson verergerde en op zekeren nacht bevroor zijn hand.
+Daarom moest men den marsch afbreken en zich den 6den October een rustdag gunnen.
+De nood was reeds tot het hoogste gestegen. Om den honger der lieden te stillen, moest
+reeds de hond geslacht worden. Den volgenden dag stierf de zieke matroos en was nu
+niet meer tot last zijner kameraden. Door een wak in het ijs werd hij in de rivier
+neergelaten. De Long sprak boven het graf de voorgeschreven gebeden en drie geweersalvo’s
+werden afgevuurd. Het sneeuwde hevig, en zoo spoedig mogelijk snelde men weer voor
+den heftigen stormwind in de tenten terug. Het was onmogelijk bij dit weer te loopen,
+daarom moest men opnieuw wachten, en de rest van het vleesch van den hond werd ’s
+avonds uitgedeeld. Dan rolden zij zich allen als egels in elkaar, om beter warm te
+kunnen blijven.
+</p>
+<p>Den volgenden morgen besloten zij toch liever den sneeuwstorm te trotseeren dan stilliggend
+te verhongeren! Een geweer en een schriftelijk met zorg ingepakt bericht over de lotgevallen
+der „Jeannette” werden achtergelaten. De bagage bestond nu behalve kleeren, die men
+droeg, slechts uit de logboeken, een tent en twee geweren.
+</p>
+<p>Maar de krachten der reizigers namen snel af, daar zij verder niets meer hadden om
+te gebruiken dan ’s morgens, ’s middags en ’s avonds warm water met een paar druppels
+spiritus. De nood was tot het uiterste gestegen. Na de godsdienstoefening op den Zondag
+van 9 October, riep De Long <span class="pageNum" id="pb64">[<a href="#pb64">64</a>]</span>de twee sterkste matrozen<span class="corr" id="xd33e642" title="Bron: .">,</span> Nindermann en Noros bij zich en vroeg hun of zij vooruit wilden gaan om hulp te zoeken.
+Zij verzochten dadelijk te mogen gaan. De kapitein gaf hun een kaart van den benedenloop
+van de Lena, opdat zij zich konden oriënteeren en ried hen aan op den linker oever
+te blijven, omdat er daar slechts dorpen en drijfhout waren. Het eene geweer en vijftig
+patronen mochten zij medenemen. Indien het hun gelukte binnen anderhalven dag een
+rendier te schieten, moesten zij daarmede terugkeeren. Na een aandoenlijk afscheid
+begaven zij zich op weg, een driewerf hoera werd den padvinders door de achterblijvenden
+nageroepen.
+</p>
+<p>Het was niet de eerste keer dat de matroos Nindermann op zulk een avontuur uittrok.
+Hij was een der deelnemers van de Polaris-Expeditie geweest, in de zeeëngte van Noord-West-Groenland.
+Het schip „Polaris” was ook in het ijs bekneld geweest en in een donkeren nacht van
+het jaar 1873 hadden twee geweldige schotsen het uit het ijs opgeheven. Daar men het
+ergste kon verwachten, werden boeken en levensmiddelen op een drijvende ijsschol gebracht,
+die in den heftigen storm scheurde. Negentien menschen, waaronder negen Eskimo’s en
+de matroos Nindermann dreven nu op grootere en kleine schotsen in de ondoordringbare
+duisternis op de verwoede zee rond. Veertien mannen waren nog aan boord. Tot hen terug
+te keeren, daaraan viel niet te denken en toen de „Polaris” uit het gezicht der schipbreukelingen
+was verdwenen, verzamelden zij zich op een groot ijsveld, waar zij hutten uit sneeuw
+en ijs bouwden, en hun voorraden opstapelden. Op dit ijsveld dreven zij acht maanden
+lang in zuidelijke richting. Maar met ontzetting bemerkten zij in den loop van het
+voorjaar hoe de bodem onder hun voeten in omvang afnam; de branding brak heele stukken
+uit het ijs en knaagde er aan, aan alle kanten. Reeds waren zij langs Kaap Farewell
+naar het Zuiden gedreven, toen zij geheel uitgeput door een schip werden gered! Ook
+de veertien op de „Polaris” mochten hun vaderland terugzien.
+</p>
+<p>Nu jaren later, stond weer het leven op het spel. Met zijn kameraad Noros snelde Nindermann
+in zuidelijke richting. Een kudde rendieren, die zij op een heuvel staande, zagen,
+speurden de vreemdelingen echter en gingen in wilde vaart op de vlucht. De sneeuwstorm
+joeg hen juist in het gezicht en ’s avonds <span class="pageNum" id="pb65">[<a href="#pb65">65</a>]</span>moesten zij, daar er geen beschutte plek te vinden was, met de hand een gat in de
+sneeuw graven, waar zij inkropen. Gedurende den nacht hoopte de sneeuw zich zoo voor
+hun schuilplaats op, dat zij er ’s morgens ternauwernood meer uit konden komen!
+</p>
+<p>In hetzelfde stormweer ging het verder. Stap voor stap drongen zij, tegen den wind
+vooruit, zonder te kunnen opzien. Tegen den avond zagen zij een kleinen heuvel voor
+zich, die een verlaten hut bleek te zijn; hier staken zij vuur aan. Den volgenden
+nacht brachten zij in een onoverdekt hol door, waar zij bijna bevroren. Een dag later
+stieten zij op een tentvormige hut, waar twee rottende visschen en een paling lagen.
+Hier bleven zij zes en dertig uur om krachten te verzamelen. Den 15den October kwamen
+zij door den storm niet verder, brachten den nacht in een hol door en gebruikten voor
+ontbijt bast van wilgen en reepen van de broek van robbenvel van Noros. Daarna gingen
+zij de bevroren Lena over en overnachtten in een kloof om den volgenden nacht weer
+naar den westelijken oever terug te keeren en voor den nacht in een grot beschutting
+te zoeken, waar zij echter geen hout vonden om vuur aan te steken. Zij waren geheel
+wanhopend. Met loome schreden vervolgden zij den 19den October hun tocht op het ijs
+van de Lena, vast besloten om op handen voeten te kruipen, als zij niet meer zouden
+kunnen loopen. Zij hadden tweehonderd kilometer afgelegd zonder hulp te vinden. Den
+avond van dien dag ontdekten zij drie hutten en vonden hier niet alleen onderkomen
+maar ook redding. In de eene hut lag een kleine voorraad gedroogde visch, en een slede,
+die voor de deur stond, leverde brandhout. Nadat zij twee dagen rust hadden genomen,
+wilden zij verder trekken, maar zij waren nog te vermoeid, zoodat zij nog een paar
+dagen moesten blijven. Den 22sten October, toen zij juist op het punt waren eten te
+koken, klonk buiten voor de deur een ongewoon geraas. Nindermann keek tersluiks naar
+buiten en kwam dadelijk terug om zijn geweer te halen. Hij had twee rendieren gezien.
+Toen hij zacht de hut wilde verlaten, stond op den drempel—een mensch, een Toengoes!
+</p>
+<p>Toen de inboorling de twee uitgemergelde vreemdelingen zag en het geweer in de hand
+van den een, geloofde hij, dat <span class="pageNum" id="pb66">[<a href="#pb66">66</a>]</span>zijn laatste uurtje was geslagen, viel op de knieën en smeekte om genade. <span class="corr" id="xd33e655" title="Bron: Ninderman">Nindermann</span> wierp het geweer in den hoek, klopte den man vriendelijk op den schouder en beproefde
+hem te kalmeeren; spoedig begreep de Toengoes ook, dat de twee niets tegen hem in
+het schild voerden. Hij zag, dat zij in den grootsten nood verkeerden, en zij beproefden
+hem door teekens duidelijk te maken, dat zij schipbreukelingen waren, dat zij dringend
+voedsel noodig hadden, en verder noordelijk kameraden hadden achtergelaten. De Toengoes
+kon hen echter niet meer geven dan een paar laarzen van vellen en de huid van een
+rendier!
+</p>
+<p>Na een poosje stak hij drie vingers in de hoogte en ging naar zijn rendierslede. Dat
+moest zeker beteekenen, dat hij na drie dagen terug komen en hulp brengen zou. Voordat
+de twee matrozen er aan dachten, was hij met zijn voertuig vertrokken en zij hadden
+weldra spijt, dat zij hem hadden laten gaan. Maar den volgenden dag kwam hij al weer
+terug met twee stamgenooten en verscheidene sleden en bracht pelzen, laarzen en bevroren
+visch mede. De half uitgehongerde mannen aten nu eindelijk weer, trokken de nieuwe,
+warme kleeren aan en waren nu buiten gevaar.
+</p>
+<p>En toch was het voor hun nagedachtenis in de dikwijls treurige, bijna altijd roemrijke
+en nu en dan schitterende geschiedenis der poolreizen, misschien beter geweest, als
+zij dien Toengoes niet meer teruggezien hadden. Dan zouden zij toch <i>gedwongen</i> zijn geweest, hun marsch naar het Zuiden voort te zetten en waren er waarschijnlijk
+levend afgekomen. Want tot het naaste Toengoesche dorp waren nog slechts vijftig kilometer.
+De Long en zijn kameraden waren weliswaar verloren geweest, maar <span class="corr" id="xd33e664" title="Bron: Ninderman">Nindermann</span> en Noros hadden dan tenminste alles gedaan, wat van hen verwacht had kunnen worden.
+Hadden zij zich, in het ergste geval door bedreigingen, een slede met een half dozijn
+rendieren, die buiten in de sneeuw voor de hut stonden te trappelen, toegeëigend,
+om den weg, dien zij gekomen waren terug te rijden, dan waren zij nog ter rechtertijd
+gekomen, om de meeste makkers van De Long te redden! Zij wisten, dat hun kameraden,
+toen zij veertien dagen tevoren hen verlieten, leer en bast van wilgen aten, en het
+werd hoog tijd hun rendierenvleesch te brengen! Maar ze keerden niet terug, doch vergezelden
+<span class="pageNum" id="pb67">[<a href="#pb67">67</a>]</span>de Toengoezen op hun weg naar het Zuiden—en daarna was het te laat!
+</p>
+<p>Maar toch moet men zich wachten de beide dappere matrozen maar kortweg te veroordeelen.
+Zij hadden in elk geval wonderen verricht en zij waren door den langen strijd voor
+hun levensbehoud gedurende vier maanden, sedert den dag waarop de „Jeannette” in de
+diepte wegzonk, uitgehongerd en geheel uitgeput. Daarbij de voortdurende spanning
+dag en nacht! Een derde winter naderde, dien zij nog dichter bij de Noordpool hadden
+moeten doorbrengen dan de twee vorige. Onverschilligheid en stompheid van geest moeten
+zich van hen hebben meester gemaakt, en dat moet hun ter verontschuldiging strekken.
+Uit zulk een toestand herstelt men niet in een dag en juist de onbeperkte voorraad
+levensmiddelen was voor hen een gevaar. Na zoo lang hongerlijden konden zij het eten
+niet meer verdragen en werden daardoor nog meer uitgeput.
+</p>
+<p>Genoeg, te middernacht namen zij, goed ingepakt, plaats op de sleden en joegen met
+de Toengoezen naar een dorp, dat uit twee groote tenten en tien bewoners bestond.
+Deze bezaten 75 rendieren en 30 sleden. In de eene tent stond een ketel met versch
+rendierenvleesch te koken en de mannen werden uitgenoodigd toe te tasten. Houten schalen
+werden voor hen gevuld met vette vleeschpap, waarbij thee werd gedronken. Daarna spreidden
+de vriendelijke Toengoezen warme, zachte rendiervellen op den grond uit; zulk een
+nacht hadden de twee sinds maanden niet beleefd!
+</p>
+<p>Den volgenden dag reden de Toengoezen en hun beide gasten in een aantal sleden naar
+een ander dorp, waar zij den 25sten October aankwamen. Nu pas dacht <span class="corr" id="xd33e673" title="Bron: Ninderman">Nindermann</span> aan den kapitein en zijn ongelukkige makkers en ofschoon hij geen woord met de Toengoezen
+kon spreken, beproefde hij toch, hun den stand van zaken duidelijk te maken. In een
+tent lag een kleine boot, een stuk speelgoed. Hij zette er masten op. Daarna sneed
+hij drie kleine booten, die de drie booten der „Jeannette” moesten voorstellen. Met
+twee brokken ijs wees hij nu hoe het schip in elkaar was gedrukt en vergaan en de
+manschappen zich in de kleine booten aan land hadden gered. Zestien maal strekte hij
+zich op den grond uit, sloot de oogen en stond weer op, om de Toengoezen te doen begrijpen,
+dat zestien nachten <span class="pageNum" id="pb68">[<a href="#pb68">68</a>]</span>verloopen waren, sedert hij zijn makkers had verlaten!
+</p>
+<p>De inboorlingen knikten bij deze gebarentaal, en wisselden met elkaar onverstaanbare
+woorden. Maar hoe ijverig de matrozen hen dezelfde geschiedenis telkens ook weer voordroegen,
+men scheen ze niet te begrijpen of wilde ze misschien ook niet begrijpen, omdat de
+Toengoezen de woeste toendra in den wintertijd ook vreesden. Eindelijk begon <span class="corr" id="xd33e680" title="Bron: Ninderman">Nindermann</span> in zijn wanhoop te schreien. Zij beproefden hem te troosten, klopten hem op de schouders
+en trokken een medelijdend gezicht.
+</p>
+<p>Den volgenden dag verscheen een banneling, Kusma genaamd. Hij was intelligenter dan
+de Toengoezen en werd door Nindermann goed ondervraagd. Elf verdwaalde mannen! Dat
+scheen hij te begrijpen en beproefde nu van zijn kant Nindermann te doen begrijpen,
+dat zij reeds gered waren! Maar Kusma dacht, dat Nindermann sprak over den troep van
+Melville, die eveneens uit elf man bestond en zoo nam hij de twee matrozen mede naar
+Boeloen, waar zij den 2den November weer samenkwamen met Melville en zijn manschappen.
+</p>
+<p>Toen Melville hen naar De Long vroeg, begonnen zij hard te snikken en smeekten hem,
+hen weer naar het Noorden te laten trekken. Maar hij vond er hen te zwak voor en begaf
+zich alleen op reis. Hier en daar vond hij achtergelaten voorwerpen van de manschappen
+van De Long, een vlag, instrumenten en de apotheekkist. Hij was dus op het juiste
+spoor, maar kon door de hooge sneeuw en den onwil der Toengoezen zijn nasporingen
+niet vervolgen. Hiermede werd het lot van De Long en zijn makkers beslist!
+</p>
+<p>Een half jaar later, in Maart 1882, werden verschillende afdeelingen naar de Lenadelta
+gezonden, om nasporingen in het werk te stellen. Melville begaf er zich ook weer heen,
+en nu vond men spoedig acht man van den troep van De Long, die door honger en koude
+waren omgekomen. De laatste kampplaats lag geheel onder de sneeuw; de hand van den
+kapitein zag men slechts uit de sneeuw steken, alsof hij de zoekenden de juiste plaats
+had willen wijzen! Hij zelf, dr. Ambler, Collins, de Chinees en de matrozen waren
+gedeeltelijk bedekt door de tent. Tot het laatste oogenblik hadden zij blijkbaar beproefd
+het kampvuur aan te houden. De koude moet hen ontzettend hebben gemarteld; van twee
+waren handen en <span class="pageNum" id="pb69">[<a href="#pb69">69</a>]</span>kleeren geschroeid, zoo dicht waren zij bij het vuur gekomen. Gemarteld door den honger,
+hadden ze hun laarzen van vellen stuk gesneden en de stukjes in gloeiende kolen geroosterd.
+Het gelaat van Collins was met een doek bedekt, welke De Long en dr. Ambler daar stellig
+nog over hadden gelegd. Het dagboek van den kapitein lag naast een potlood op den
+grond; hij had het gebruikt, tot het oogenblik, waarop hij de kracht miste het in
+den zak te steken!
+</p>
+<p>Dit dagboek vertelde, dat men op 9 October het spoor van Nindermann en Noros was gevolgd.
+De krachten begaven de manschappen echter hoe langer hoe meer. Voetje voor voetje
+sleepten zij zich voort. Zij kookten soep van wilgentakken.
+</p>
+<p>„Ik hoop toch nog op Gods hulp en geloof niet, dat het Zijn plan is, ons van honger
+te laten omkomen,” schreef De Long nog in zijn dagboek.
+</p>
+<p>Tweemaal teekende hij op, dat de Indiaan een sneeuwhoen had geschoten, dat zij onder
+elkaar hadden verdeeld.
+</p>
+<p>Op een andere plaats staat: „Niets te eten, maar wij zijn nog vol moed. O God, help
+ons!”
+</p>
+<p>Den 11den October: „Onmogelijk verder te komen, geen brandhout.”
+</p>
+<p>Den 13den October: „Wij kunnen niet tegen den wind op, en hier blijven, wil zeggen
+van honger omkomen.”
+</p>
+<p>Een matroos bezweek. De kapitein bidt het Onze Vader bij het lijk. „Een nacht van
+ontzettenden sneeuwstorm!”
+</p>
+<p>Zondag, den 16den: „Alexis (de Indiaan) kan niet meer, is aan het einde zijner krachten.
+Godsdienstoefening.”
+</p>
+<p>Den 17den: „Alexis ligt op sterven. De dokter doopt hem. Ik houd met den zieke een
+godsdienstoefening. Collins wordt vandaag veertig jaar. Alexis stierf bij zonsondergang
+van honger en uitputting. Wij dekten hem onder de tent toe met een vlag.”
+</p>
+<p>Twee dagen later snijden zij de halve tent stuk om met de reepen hun voeten in te
+wikkelen.
+</p>
+<p>Den 21sten lag een der matrozen dood tusschen hen. In den middag stierf een tweede
+matroos. Niemand had de kracht meer de lijken te begraven; ze werden naar buiten gebracht,
+opdat men hen niet meer behoefde te zien.
+</p>
+<p>Den volgenden Zondag was de godsdienstoefening heel kort, daarna werd brandhout gezocht
+voor den nacht.
+<span class="pageNum" id="pb70">[<a href="#pb70">70</a>]</span></p>
+<p>Den 24sten October: „Een grimmig koude nacht.”
+</p>
+<p>Daarna twee dagen geen woord.
+</p>
+<p>Den 27sten schrijft De Long over een matroos, die op sterven ligt en den volgenden
+dag, dat hij dood is.
+</p>
+<p>Den 29sten sterft weer een matroos.
+</p>
+<p>Den 30sten October, 140 dagen na den ondergang der „Jeannette”, wordt geen godsdienstoefening
+meer gehouden.
+</p>
+<p>De laatste woorden, die De Long schreef, voordat het potlood aan zijn hand ontglipte,
+luidde: „Boyd en Cortz stierven vannacht, Collins ligt op sterven.”
+</p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch15" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#xd33e2948">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h2 class="main"><span class="divNum">15.</span> FRIDTJOF NANSEN.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Drie jaren na den ondergang der „Jeannette” vond men in de nabijheid van Kaap Farewell,
+de zuidelijkste punt van Groenland een menigte voorwerpen, die aan het verongelukte
+schip moeten hebben behoord. Zij zaten vast gevroren in ijsblokken, maar er kon geen
+twijfel bestaan omtrent hun herkomst, want er was een proviandlijst bij met de handteekening
+van De Long, een afzonderlijke opgave der booten van de „Jeannette”, een klep van
+een pet met den naam Nindermann en eindelijk—een paar oliebroeken, die het merk „Louis
+Noros” droegen! Zonder twijfel hadden deze voorwerpen met het ijs den geheelen weg
+afgelegd van de Nieuw Siberische eilanden naar het zuidelijk voorgebergte van Groenland
+en waren daarbij juist over de Noordpool gedreven! Men wist ook, dat veel drijfhout,
+dat aan de oevers der Siberische rivieren gegroeid was, aan de kusten van Groenland
+placht te landen.
+</p>
+<p>Uit deze en andere teekenen, aan het Noordelijk halfrond der aarde maakte een jonge
+Noor, Fridtjof Nansen genaamd, op, dat zich van de Behringstraat een zeestroom moest
+bewegen naar de oostkust van Groenland. Nansen besloot deze strooming te benutten.
+Vele Noordpoolreizigers waren van de zijde der Atlantische Oceaan de IJszee ingegaan
+en werden door de strooming terug gedreven; hij wilde nu van de tegenovergestelde
+zijde beginnen en zich door deze strooming laten drijven!
+<span class="pageNum" id="pb71">[<a href="#pb71">71</a>]</span>
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure p064width"><img src="images/p064.jpg" alt="De manschappen der „Jeanette” op den doodenmarsch." width="720" height="434"><p class="figureHead">De manschappen der „Jeanette” op den doodenmarsch.</p>
+</div><p>
+<span class="pageNum" id="pb72">[<a href="#pb72">72</a>]</span>
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure p065width"><img src="images/p065.jpg" alt="De ontmoeting van Nansen met Jackson." width="720" height="529"><p class="figureHead">De ontmoeting van Nansen met Jackson.</p>
+</div><p>
+<span class="pageNum" id="pb70a">[<a href="#pb70a">70</a>]</span></p>
+<p>Anderen hadden dat pakijs gevreesd en vermeden; hij wilde het juist opzoeken en er
+zich vrijwillig aan overgeven. Anderen <span class="pageNum" id="pb73">[<a href="#pb73">73</a>]</span>waren met ondeugdelijke schepen, die als notendoppen door de ijsvelden werden verpletterd,
+uitgevaren; hij wilde een schip bouwen welks naar binnen gebogen zijden niet door
+het ijs gepakt zouden kunnen worden. Hoe erger het ijs perste, des te zekerder moest
+zulk een schip uit het ijs omhoog geheven worden, en dan kon het op het ijs met den
+stroom verder drijven! Zoo’n reis zou echter lang moeten duren, daar de overblijfselen
+der „Jeannette” drie jaren onderweg waren geweest. Maar men had daarbij gelegenheid
+nieuwe streken der aarde, diepten der zee, weer en wind te onderzoeken. Het kleine
+puntje, dat men de Noordpool noemde, te bereiken, vond Nansen minder gewichtig dan
+de wetenschappelijke resultaten.
+</p>
+<p>Onder de velen, die zich aanboden hem te vergezellen, koos Nansen de twaalf besten
+uit; zij waren aldus met hun dertienen; het getal dat bijgeloovige vrees verwekt,
+werd het gelukscijfer van Nansen!
+</p>
+<p>Het nieuwe schip doopte men „Fram” (Voorwaarts). Sverdrup werd de kapitein. Deze was
+vroeger reeds een keer de metgezel van Nansen geweest op een avontuurlijke onderneming.
+Zij hadden te zamen Groenland van de west- tot de oostkust doorkruist.
+</p>
+<p>Alles werd zoo goed het kon ingericht en proviand voor vijf jaar medegenomen. Den
+24sten Juni 1893 vertrok de „Fram” naar de Siberische IJszee.
+</p>
+<p>Het eerst moesten de Nieuw-Siberische eilanden bereikt worden. Den weg daarheen had
+de Zweedsche „Vega” gewezen, de „Fram” behoefde haar weg slechts te volgen. Ten Westen
+van deze eilanden richtte hij zich dadelijk naar het Noorden, en het duurde ook niet
+lang of de „Fram” zat in het ijs vast en werd, zooals Nansen had voorzien, door de
+persingen totaal op de oppervlakte van het pakijs geheven, zonder ook maar de minste
+schade te ondervinden! Zoover ging alles volgens de berekeningen van Nansen en kundige
+poolreizigers, die zijn plan voor krankzinnigheid hadden uitgemaakt, moesten daarna
+toegeven, dat hun wijze voorspellingen onjuist waren geweest. Wel ging de reis nu
+langzaam verder; het ijs kraakte en kreunde als altijd, maar in den dikken houten
+romp van de „Fram” was de bemanning voor zijn streken veilig en leidde aan boord een
+heel gezellig leven.
+<span class="pageNum" id="pb74">[<a href="#pb74">74</a>]</span></p>
+<p>Toen kwam de poolnacht, lang, somber en zwijgend. IJsberen spookten in ’t rond en
+moesten er vaak het leven bij laten. Voordat het geheel donker was, richtte Nansen
+de honden er op af, de sleden te trekken. Zij werden er voorgespannen. Hij nam plaats
+op de slede en klapte met de tong; daar ging het in dolle vaart vooruit. Zij stormden
+over blokken en gaten in het ijs. Nansen viel van de zitplaats, hield zich vast aan
+de slede en de honden ijlden om het schip heen, alsof de booze hen op de hielen zat!
+De positie van den koetsier was allesbehalve aangenaam; hij werd nu eens op den buik,
+dan eens op den rug medegesleept. Maar als hij maar eerst weer op de been was, zou
+hij de uitgelaten dieren de ribben wel breken. Maar toen zij eindelijk zoo goed waren,
+hijgend stil te staan en vriendelijk met de staarten kwispelden, alsof zij hun zaak
+werkelijk goed hadden gedaan, was Nansen zoo bont en blauw gestooten, dat hij niet
+meer van zich verkrijgen kon, ze te slaan.
+</p>
+<p>Maar langzamerhand ging het beter. Wel is waar moesten eenige der trouwe dieren hun
+sledevaarten op het poolijs boeten; twee werden door ijsberen weggehaald en twee door
+hun makkers doodgebeten. Maar midden in de ergste duisternis kwamen op zekeren dag,
+den 13den December, ook jonge honden ter wereld.—Toen deze voor het eerst in hun leven
+de zon zagen, blaften zij er woedend tegen.
+</p>
+<p>Precies, zooals Nansen voorspeld had, dreef de „Fram” naar het Noorden in de richting
+van de Pool over zulk een geweldig diepe zee, als hier niet verwacht was, en waar
+de loodlijn van twee duizend meter den grond nog niet bereikte.
+</p>
+<p>Kerstmis werd op Noorsche wijze gevierd, en toen de 80ste breedtegraad werd gepasseerd,
+werd zelfs een groot feest aangericht. Maar de grootste vreugde verschafte echter
+de eerste terugkeer der zon, op den 20sten Februari.
+</p>
+<p>Lente en zomer gingen voorbij zonder eenige opmerkelijke gebeurtenissen. Hondenhokken
+werden op het ijs gebouwd en nieuwe jonge honden kwamen ter wereld. Deze honden waren
+later even verbaasd over de winterachtige duisternis als hun neven, toen ze voor het
+eerst de zon hadden gezien. Door de gesmolten sneeuw ontstonden op het ijs groote
+vijvers, waarop men kon zeilen, de makkers stonden aan den kant en wierpen de mannen,
+die in de booten zaten, met sneeuwballen. Op <span class="pageNum" id="pb75">[<a href="#pb75">75</a>]</span>zekeren dag kreeg zulk een vijver echter een gat in den bodem, en was spoedig geheel
+leeggeloopen.
+</p>
+<p>Intusschen had Nansen op een moedig plan gezonnen. Hij wilde met hondensleden nog
+verder naar het Noorden dringen en dan in zuidelijke richting naar Frans Jozefs-land
+terugkeeren! De „Fram” zou intusschen haar drift vervolgen en aan boord moesten de
+gewone waarnemingen gemaakt worden. Een zou hem slechts vergezellen, luitenant Johansen,
+met wien hij er pas in November 1894 over sprak. Het was een onderneming op dood en
+leven, maar Johanson <span class="corr" id="xd33e753" title="Bron: bsloot">besloot</span>, zonder zich een oogenblik te bedenken, Nansen te vergezellen.
+</p>
+<p>„Dan beginnen wij morgen dadelijk de voorbereidingen te treffen,” zeide Nansen.
+</p>
+<p>Daarmede was de gansche winter gemoeid; zij bouwden twee kajaks, elk voor een man
+plaats bevattende, iets grooter en steviger dan de Eskimo’s gebruiken, als ze op visch-
+en robbenvangst gaan. Een stellage, van latten vervaardigd, werd met zeildoek overtrokken;
+elk dezer booten woog slechts achttien kilogram. Zij waren geheel overdekt, en als
+de roeier in het midden plaats nam, en de opening om zich heen sloot, konden de golven
+rustig over het vaartuig rollen zonder de boot of den inzittende te schaden. Hondensleden,
+tuig daarvoor, een slaapzak voor twee personen, sneeuwschoenen, stokken, proviand
+en een petroleumstel,—alles werd gepakt.
+</p>
+<p>Bij de wisseling van het jaar moest het werk een korten tijd onderbroken worden, daar
+vreeselijke persingen van het ijs in het rond kraakten en de „Fram” nu toch bedreigden.
+Heele bergen van groote ijsblokken en vaste sneeuw verhieven zich rondom het schip,
+alsof zij het er onder wilden begraven. Het zeewater werd daardoor omhoog gedrongen
+en overstroomde het ijs zoodanig, dat de honden bijna verdronken in hun hokken en
+in allerijl gered moesten worden! De muur van ijs drong tot bij het schip, wentelde
+zich over de reeling, en brak de tent op het dek. Maar toen het zich over het geheele
+dek verspreidde, waren schip en manschappen als in een muizenval gevangen. En het
+was zoo donker, dat men niet goed kon beoordeelen, hoe groot het gevaar wel was. Proviand
+voor twee-honderd dagen had men gelukkig te voren op veilige plaatsen op het ijs ondergebracht.
+<span class="pageNum" id="pb76">[<a href="#pb76">76</a>]</span></p>
+<p>Maar gaandeweg kwamen de ijsmassa’s weer tot rust. De groote muur werd weggeschoffeld
+en nu kon de voorgenomen tocht beginnen. Tweemaal braken Nansen en Johansen op, maar
+moesten beide keeren terugkeeren. Eens was een slede gebroken, den anderen keer was
+de bagage te zwaar geweest. Den 14den Maart 1895 verlieten zij de „Fram” voor goed.
+Of zij hun trouw schip en hun dappere kameraden wel ooit zouden terugzien?
+</p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch16" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#xd33e2957">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h2 class="main"><span class="divNum">16.</span> OP SNEEUWSCHOENEN EN MET HONDENSLEDEN NAAR DE NOORDPOOL.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">De beide koene reizigers hadden, bij het aanvaarden van hun tocht naar de Noordpool,
+drie sleden en acht en twintig honden bij zich. Op sneeuwschoenen loopend bestuurden
+ze hun hondespannen. Aanvankelijk konden ze op het effen terrein vlug vooruit komen;
+maar gaandeweg werd de ijsvlakte hobbelig, zoodat ze slechts weinig opschoten.
+</p>
+<p>Na twee dagmarschen steeg de koude tot drie en veertig graden, en in de kleine zijden
+tent was ’t meer dan frisch. Maar toch legden ze dagelijks negen uur af, en onder
+het gaan bemerkten ze niets van de koude; het eenige, waarvan ze last hadden, was,
+dat de uitwaseming van hun lichaam in hun kleederen bevroor, die zoodoende tot een
+pantser van ijs werden, dat bij elken stap kraakte. Door de voortdurende wrijving
+tegen de stijfbevroren mouwen kwamen er aan Nansen’s polsen bloedende wonden, die
+pas in den herfst genazen.
+</p>
+<p>Om te kampeeren kozen ze altijd een voor den wind beschutte plek op het ijs. Johansen
+zorgde voor de honden en gaf hun te eten, terwijl Nansen de tent in gereedheid bracht
+en den ketel met stukken ijs vulde. Het avondeten was voor beiden een feest, waarnaar
+ze den geheelen dag met verlangen uitzagen, daarbij werden ze tenminste inwendig eens
+flink warm; na afloop van het eten kropen ze vlug in hun slaapzak, dan ontdooiden
+hun bevroren kleederen en de slapers lagen den geheelen nacht in druipnatte omslagen
+en droomden van slede <span class="pageNum" id="pb77">[<a href="#pb77">77</a>]</span>en hondespannen. Eenmaal riep Johansen des nachts in zijn slaap: „Vooruit, rakkers,
+vort, vort! Halt, daar kantelt de sleê!”
+</p>
+<p>In de barre koude van den aanbrekenden dag stonden ze weer op, dreven de honden op,
+die, van de koude jankend, ineengerold in de sneeuw lagen, haalden de teugels uit
+de war, laadden de sleden weer op, en dan ging ’t weer verder, de verlaten eenzaamheid
+in.
+</p>
+<p>Maar al te vaak was ’t ijs ontzettend slecht; de sleden raakten vast, moesten gedragen,
+of over oneffenheden en spleten voortgeschoven worden: een inspannenden tocht. Maar,
+één breedte graad was reeds doorworsteld.
+</p>
+<p>Dikwijls waren ze zoo uitgeput, dat ze onder het loopen bijna insliepen, terwijl de
+honden zich met moeite voortsleepten. Ook dezen werd de voortdurende inspanning langzamerhand
+te machtig. Twee moesten er geslacht worden en werden hun kameraden als ontbijt voorgezet;
+maar er waren er die zulk een maal niet wilden aanroeren.
+</p>
+<p>Toen het ijs voortdurend slechter werd en de witte woestenij zich onafzienbaar naar
+het Noorden uitstrekte, besloot Nansen van het bereiken van de Noordpool af te zien,
+en, al was ’t ook met een bezwaard gemoed, om te keeren. Terug naar de „Fram” was
+onmogelijk; alle sporen waren door sneeuwstormen uitgewischt. Het eenige wat er op
+zat, was, de richting in te slaan naar de barre eilandengroep, die den naam draagt
+van Frans Jozefs-land. Maar—dat was een afstand van zevenhonderd kilometer en de proviand
+begon al op te raken.
+</p>
+<p>Gelukkig was het voorjaar in aantocht, zoodat de kans bestond, dat ze wel eenig wild
+zouden weten te bemachtigen. Ze hadden twee geweren met honderdtachtig scherpe en
+honderd vijftig losse patronen. Voor de honden zag het er heel wat bedenkelijker uit;
+die moesten van lieverlede elkaar tot voedsel dienen.
+</p>
+<p>Zoo aanvaardden dus Nansen en Johansen den 8sten April den terugtocht, nadat ze tot
+86° 4′ voortgedrongen waren, en zetten over vrij goed ijs met lange marschen koers
+naar Frans Jozefs-land. Op zekeren dag zagen zij een balk uit het ijs steken. Welke
+wonderlijke lotgevallen zou dat stuk hout wel beleefd hebben sedert het van den boomstam
+afgezaagd was! Tegen het einde van April teekende zich het spoor van twee <span class="pageNum" id="pb78">[<a href="#pb78">78</a>]</span>vossen in de sneeuw af. Was er land in de nabijheid, of wat hadden die dieren hier
+in deze ijszeeën te zoeken? Twee dagen later werd de eerste hond, de „gele” opgeofferd.
+Op de „Fram” geboren, had hij gedurende zijn kortstondig leven nog nooit iets anders
+dan ijs en sneeuw gezien.
+</p>
+<p>Open water, waarin de zon zich spiegelde, glinsterende golven!
+</p>
+<p>Hoe heerlijk, dat geluid van de golfjes, die tegen den ijsrand kabbelden! Het was
+den beiden reizigers als een voorbode van voorjaar en zomer, als een groet van de
+groote zee, de weg naar het vaderland! Nieuwe sporen van vossen wezen op de nabijheid
+van land, en dagelijks keken beiden er verlangend naar uit. Maar, nog drie lange maanden
+moesten verloopen, voordat ze het eerste eiland zouden bereiken!
+</p>
+<p>In het begin van Mei waren er nog slechts zeventien honden in leven. Nu deed de lange
+zomerdag zijn intrede in het poolgebied, en het was bijna niet meer uit te houden
+van de warmte—want het vroor nog slechts elf graden! Maar het ijs was afschuwelijk!
+Onophoudelijk moesten de sleden over diepe spleten of over hooge ijsdammen heen geschoven
+worden, en de beide mannen strompelden na deze zware inspanning uitgeput op hun sneeuwschoenen
+verder. De honden hadden het, naarmate hun aantal geringer werd, niet minder hard
+te verantwoorden, en de proviand slonk bedenkelijk.
+</p>
+<p>Toen werden ze door een hevigen sneeuwstorm gedwongen om een dag halt te houden. Een
+slede werd opgeofferd en de stukken van gebroken sneeuwschoenen werden aan de vlammen
+van een heerlijk vuur prijs gegeven. Voor elk der beide overgebleven sleden waren
+nu nog zes honden over.
+</p>
+<p>Eindelijk, op het einde van Mei, kwamen Nansen en zijn tochtgenoot in een streek,
+die door open water in alle richtingen werd doorsneden; daardoor werd hun voortgang
+aanmerkelijk vertraagd. Maar nu vertoonden zich ook levende wezens. De grijze rug
+van den otter dook op boven het staalblauwe water; de zeehond ging uit op de vischvangst,
+en sporen van ijsberen wekten het verlangen naar versch vleesch! Vaak snelde Nansen
+op zijn sneeuwschoenen ver vooruit, om te zien, waar de weg het beste was; dan bleef
+Johansen bij de sleden achter. Wanneer het al te lang duurde, dan bekroop hem wel
+eens een gevoel van vrees, of niet soms zijn makker een ongeluk <span class="pageNum" id="pb79">[<a href="#pb79">79</a>]</span>overkomen zou zijn. Hoe het dan den achtergeblevene zou vergaan, geheel alleen in
+die eindelooze woestenij, daaraan moest men maar liever niet denken!
+</p>
+<p>Juni brak aan, en het gekrijsch der meeuwen weerklonk door de lucht. De beide mannen
+bleven een week lang in hun kamp om hun kajaks zeevaardig te maken. Ze hadden nog
+voldoende brood voor een maand, en er waren nog zes honden in leven. Toen er nog slechts
+drie over waren, moesten ze zichzelf voor de sleden spannen.
+</p>
+<p>In een lange, breede kreek lieten ze de kajaks te water, bonden de sneeuwschoenen
+aan elkaar en roeiden langs den zoom van het ijs. Daarbij schoten ze twee zeehonden
+en drie ijsberen en waren nu voor langen tijd voorzien van vleesch. Ook de beide laatste
+honden konden nu weer eens volop eten krijgen.
+</p>
+<p>Eindelijk vertoonde zich in het Zuiden het land, waarnaar ze reikhalzend hadden uitgezien,
+en nu ging het snel daarop af; voor elke slede een man en een hond. Eenmaal moesten
+ze met de kajak een kreek oversteken. Nansen stond reeds op den rand van het ijs,
+toen hij achter zich Johansen hoorde roepen:
+</p>
+<p>„Vlug de geweren!”
+</p>
+<p>Toen Nansen zich omkeerde, zag hij een grooten beer, die zijn makker neergeveld had
+en bezig was hem te besnuffelen. Snel wilde Nansen zijn geweer in de kajak grijpen,
+maar in hetzelfde oogenblik dreef het vaartuig van den kant af, en terwijl hij het
+terug roeide, hoorde hij Johansen doodbedaard zeggen:
+</p>
+<p>„Schiet vlug, of ’t is te laat!”
+</p>
+<p>Toen had hij eindelijk zijn geweer gegrepen en schoot den beer neer.
+</p>
+<p>Vijf maanden lang hadden ze zich zoo over het ijs voortgesleept, toen ze in het begin
+van Augustus vanaf het ijs open water in de buurt van de eilanden voor zich zagen.
+Nu moest de zeetocht beginnen, en de beide oudste honden zouden maar onnoodige ballast
+zijn. Nansen nam Johansen’s hond, en Johansen dien van zijn vriend, en twee kogels
+waren het loon voor de trouwe diensten der goede dieren.
+</p>
+<p>Van nu af ging het gemakkelijker en sneller vooruit. De kajaks waren aan elkaar gebonden
+en van mast en zeil voorzien, <span class="pageNum" id="pb80">[<a href="#pb80">80</a>]</span>en zoo voeren ze langs onbekende eilanden. Eenmaal dwong een sterke strooming hen
+om op een der beide eilanden aan land te gaan; terwijl ze hun kajaks op het land trokken,
+kwam er een witte beer aandraven, en begon hun spoor te besnuffelen. Welkome proviand
+voor eenigen tijd! Nauwelijks hadden ze den beer gevild, of daar plaste een walrus
+in het water rond, en zwom naar de plek, waar reeds twee van zijn kameraden zich in
+de zon lagen te koesteren, en ook hij met de vinnen op den ijsrand gesteund, eerst
+een poos bleef liggen uitblazen. Toen verhief het dier zich langzaam uit het water
+en kroop naar zijn makkers toe; maar dezen wilden eerst niets van hem weten en toonden
+den indringer hun slagtanden, maar per slot van rekening lieten ze hem toch met rust.
+Daar lagen ze drie uren lang in roerlooze rust uitgestrekt, terwijl de zeemeeuwen
+boven de golven hun overmoedig gekrijsch deden hooren.
+</p>
+<p>Nansen en zijn metgezel namen hun nieuw domein in bezit, deden een onderzoekingstocht
+over het eiland en keerden toen naar hun ijsbeergebraad terug dat hun een ongekend
+gevoel van verzadigdheid verschafte.
+</p>
+<p>Den volgenden dag zochten ze een geschikt verblijf om te overwinteren. Maar, daar
+ze nergens een hol ontdekten, bouwden ze uit steenen een kleine hut, waarvan het dak
+gevormd werd door hun sneeuwschoenen en de zijden tent. Aan alle kanten hadden het
+licht en de wind vrijen toegang; maar toch was ’t binnen heel behaaglijk, en de ketel
+pruttelde boven een vuur, gestookt van rauw walrussenspek. Nansen besloot op dit eiland
+te overwinteren.
+</p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch17" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#xd33e2966">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h2 class="main"><span class="divNum">17.</span> EEN OVERWINTERING.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">De eilanden, die Nansen en zijn tochtgenoot tot nog toe gezien hadden, geleken echter
+in ’t geheel niet op het bekende gedeelte van het Frans Jozefs-land, zoodat Nansen
+niet meer precies wist, waar hij zich eigenlijk bevond. Bovendien was ’t onmogelijk
+zich op de kajaks in het open water te wagen: ’t was dus beter om voor het verzamelen
+van mondvoorraad te <span class="pageNum" id="pb81">[<a href="#pb81">81</a>]</span>zorgen. Want de poolnacht stond voor de deur, en binnenkort zou al het wild verdwenen
+zijn.
+</p>
+<p>Het eerste, waarvoor ze moesten zorgen, was een goede, bewoonbare hut. Steenen en
+mos waren als bouwmateriaal genoeg voorhanden; een aangespoelde balk, die ze aan den
+oever vonden, zou dienst doen als dakvorst en toen men op een goeden keer weer eens
+twee walrussen buit maakte, was de bedekking van het dak ook in orde.
+</p>
+<p>Reeds spartelde daarbuiten een groote walrus in het open water. In een ommezien waren
+de saamgebonden kajaks in het water geschoven en van daaruit werd nu de kolos bestookt.
+De walrus dook in de diepte, maar kwam onder de eene kajak weer naar boven, en ’t
+scheelde maar een haar, of de geheele geschiedenis was omgeslagen. Eindelijk kreeg
+het dier een doodelijke wond, maar juist, toen Nansen hem den harpoen in het lijf
+wilde stooten, verdween hij in de diepte.
+</p>
+<p>Bij twee andere, die zich op het ijs in slaap brulden, hadden ze meer geluk. Nansen
+vertelde later, dat hij zich als een moordenaar gevoeld had, toen hij ze moest doodschieten,
+en dat de smeekende, treurige blik van hunne stervende oogen, toen ze, als zwaar zieke
+menschen, onder het opgeven van bloed den laatsten adem uitbliezen, hem zijn geheele
+leven zou bijblijven.
+</p>
+<p>Daarna moesten de dieren gevild, het spek er af gesneden, en de buit naar de hut gebracht
+worden. Maar welk een geluk, dat Nansen zoo voorzichtig geweest was, om de kajaks
+mee te nemen. Want terwijl ze als slagers met de dieren bezig waren, stak er een sterke
+landwind op, zoodat de ijsschots waarop ze zich bevonden, los geraakte, en ze naar
+de zee afdreven. Reeds waren ze omringd door de donkergroene, witbekuifde golven.
+Er was geen oogenblik te verliezen, met razende snelheid dreven ze af. Maar, om met
+leege handen weer naar de hut te moeten terugkeeren, dat zou toch al te jammer zijn.
+Daarom sneden ze de eene in tweeën en droegen de helft met het spek naar hun kajaks.
+Doodmoe kwamen ze na een gevaarvollen tocht eindelijk in behouden haven terug.
+</p>
+<p>In den nacht kwam een ijsberen-mama met haar beide groote jongen eens een kijkje nemen
+in de hut. Ze werd neergeschoten; <span class="pageNum" id="pb82">[<a href="#pb82">82</a>]</span>de beide jongen draafden naar de kust, plompten in het water, en zwommen naar een
+ijsschol. Daar stonden ze te brommen op de menschen, en verwonderden zich er over,
+waarom moeder zoo lang aan land bleef. Het eene jong viel over den rand in het water,
+maar kroop weer naar boven, terwijl het zoute water hem van den pels afdroop. Beiden
+dreven met de ijsschol door den wind gedreven weg, en waren in korten tijd nog slechts
+als twee witte stippen op het donkere water zichtbaar. Maar, Nansen en Johansen hadden
+vleesch noodig, want de drie dieren hadden hun geheelen voorraad walrussen-vleesch
+opgegeten; dus werden de kajaks weer te water gelaten, en spoedig bereikten ze de
+schol, waarop zich de jonge beren bevonden; ze dreven hen in ’t water en vervolgden
+ze tot aan het land, waar eenige schoten een einde aan hun leven maakten.
+</p>
+<p>Er was nu aan vleeschvoorraad geen gebrek. Drie beren tegelijk! En bovendien kwam
+nog de walrus, die ze het eerst geschoten hadden aan de oppervlakte, en terwijl deze
+gevild werd, kwam een tweede uit nieuwsgierigheid kijken, en moest daarvoor met zijn
+leven boeten. Bij dit onsmakelijk werk werden de kleederen der beide mannen zoo met
+bloed en traan besmeerd, dat het kleverige vuil tot op hun huid doordrong. Van alle
+kanten kwamen de meeuwen krijschend aangevlogen om gulzig den afval te verslinden,
+voordat ze naar het Zuiden trokken, en de poolnacht een aanvang nam.
+</p>
+<p>Met het bouwen van het winterverblijf ging een week heen. Het schouderblad van een
+walrus, aan den stok van een sneeuwschoen gebonden, diende als schop, terwijl een
+walrussentand, aan de lat van een slede bevestigd, als houweel dienst deed. Zoo verhieven
+zich binnen korten tijd de muren van de nieuwe hut. Van binnen werd de grond uitgegraven,
+en van steenen een gemeenschappelijke slaapplaats gebouwd en met berenvellen bedekt.
+Twee buitgemaakte walrussen leverden het materiaal voor dakbedekking. Wel is waar
+kwam er een beer die het geheele dak naar beneden haalde, maar hij moest deze euveldaad
+zwaar boeten, en later werd het dak door een laag steenen tegen dergelijke gebeurtenissen
+beschermd. Een schoorsteen van ijs diende voor den afvoer van den rook uit den open
+haard. Nu betrokken de beide mannen de nieuwe hut, die hun <span class="pageNum" id="pb83">[<a href="#pb83">83</a>]</span>gedurende den geheelen langen winter een veilig en behagelijk onderkomen verschafte.
+</p>
+<p>Den 15den October 1895 zagen ze de zon voor ’t laatst, en hun derde poolnacht nam
+een aanvang. De beren verdwenen, om zich voor het volgende voorjaar niet meer te laten
+zien. Slechts de vossen bleven, en deze waren even brutaal als roofzuchtig. Ze stalen
+touw en staaldraad en harpoenen, en vergrepen zich zelfs aan een thermometer, die
+buiten was blijven liggen. Den geheelen winter liepen ze over het dak, al huilend
+en knorrend en brommend en onderling vechtend. Deze teekenen van leven vormden echter
+voor de bewoners een zoo welkome afwisseling, dat ze die wilde bezoekers voor geen
+geld van de wereld zouden hebben willen missen.
+</p>
+<p>Of de dagen langzaam voorbij gingen? Dat nu juist niet: de geheele winter was immers
+slechts één enkele nacht! Daarbuiten was ’t stil en verlaten: een plechtige stilte
+heerschte in de windstille nachten. De maan scheen helder, en de hut lag in de schaduw
+van een klip, het maanlicht bedekte land en ijs als met een witte lijkwade. Vaak vlamde
+het noorderlicht als een geheimzinnig vuur aan het inktzwarte uitspansel, en de sterren
+fonkelden in onbeschrijflijken glans.
+</p>
+<p>Slechts zelden was het stil weer. Gewoonlijk huilde de wind over de kale rotsen, die
+reeds gedurende onafzienbaren tijd milliarden stormen hadden getrotseerd, en de sneeuwstormen
+gierden er loeiend omheen en vormden om de hutten der reizigers een geweldigen muur.
+</p>
+<p>Zoo verliep de eindeloos lange nacht. Nansen en Johansen aten en dronken, liepen in
+het donker rond om wat beweging te nemen, en vierden in hun hut het Kerstfeest. Ze
+knapten het inwendige van de hut op: verwijderden allen afval, en hielden een feestmaal
+van de laatste delicatessen van de „Fram”. Naderhand bleef Nansen nog lang liggen
+luisteren, alsof hij verwachtte in het vaderland de kerkklokken te zullen hooren luiden.
+Toen kwam Nieuwjaarsdag, met een zoo felle koude dat ze alleen om te eten hun neus
+buiten den slaapzak staken, en vaak vier en twintig uur aan een stuk bleven voortdommelen,
+evenals de ijsberen in hun hol.
+</p>
+<p>Den laatsten Februari zagen ze eindelijk weer de zon, die met haar stralen ettelijke
+kleine vogels aanlokte. Maar de <span class="pageNum" id="pb84">[<a href="#pb84">84</a>]</span>beide mannen schrokken, toen ze elkaar weer bij het daglicht zagen: haren en baard
+waren ongestoord gegroeid; ze hadden zich al dien tijd niet gewasschen en hun gezicht
+was roetzwart. De anders zoo blonde Nansen had pikzwart haar; maar aan een bad viel
+natuurlijk bij een temperatuur van veertig graden vorst niet te denken!
+</p>
+<p>Spoedig verscheen ook de eerste beer. Hij krabbelde tegen de hut, aangelokt door allerlei
+verlokkelijke geuren; maar hij werd met een kogel ontvangen en ging op den loop; een
+tweede kogel velde hem neer: van zijn vleesch leefden beide mannen zes weken lang.
+</p>
+<p>Nu werden de dagen besteed voor de toebereidselen tot het voortzetten van de reis.
+Er werden uit vachten lappen genaaid om de beenen te beschutten, schoenen geflikt,
+touwen gesneden uit de huiden van walrussen, nieuwe bovenstellen voor de sleden getimmerd,
+de proviand opgeladen en den 19den Mei 1896 verlieten Nansen en zijn makker hun veilig
+winterkwartier om in zuid-westelijke richting hun onzekeren tocht voort te zetten.
+</p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch18" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#xd33e2975">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h2 class="main"><span class="divNum">18.</span> HET AVONTUUR IN DE KAJAK.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">De sneeuwstormen loeiden om de beide reizigers heen. Hun tent hadden ze prijs gegeven
+en ’s nachts kropen ze tusschen de sleden, waar ze een zeil over heen gespannen hadden.
+Eenmaal liep Nansen op sneeuwschoenen regelrecht het water in, en hij zou stellig
+verdronken zijn, wanneer niet Johansen hem er nog tijdig uitgetrokken had. Het dunne
+ijs was met een laag sneeuw bedekt, en was van water doortrokken: zoo kwam het, dat
+ze slechts langzaam vorderden, want ze moesten eerst begaanbaar ijs opzoeken. Reeds
+begon de proviand weer op te raken, maar gelukkig krioelde het in ’t water van walrussen.
+Vaak waren de dieren, die in troepen op ’t ijs lagen, zoo mak, dat Nansen dicht in
+hun nabijheid kon komen om ze te fotografeeren. Zelfs wanneer er een neergeschoten
+werd, verroerden de anderen zich in ’t geheel niet. Slechts wanneer er met stokken
+op los geslagen werd, stonden ze log op, waggelden als eenden achter elkaar naar het
+water en doken met de koppen naar beneden onder.
+<span class="pageNum" id="pb85">[<a href="#pb85">85</a>]</span></p>
+<p>Eens was het ijs zoo glad, en de wind zoo gunstig, dat Nansen en Johansen de zeilen
+heschen, zich op hun sneeuwschoenen er voor plaatsten om te sturen en voort ging het,
+in suizende vaart, zoodat de wind hen om de ooren floot!
+</p>
+<p>Op een anderen keer zeilden ze met samengebonden kajaks en landden op een eiland,
+om ruimer om zich heen te kunnen zien. De kajaks werden aan een koord van walrussenhuid
+vastgelegd. Maar toen ze over het eiland ronddwaalden, riep plotseling Johansen:
+</p>
+<p>„Halt! Daar drijven de kajaks!”
+</p>
+<p>Toen snelden ze naar het water, de wind woei krachtig zeewaarts en dreef met de kajaks
+al hun bezittingen weg.
+</p>
+<p>„Hier is mijn horloge!” riep Nansen, gooide snel zijn kleeren uit, sprong in het ijskoude
+water, en zwom de schuiten achterna. Maar deze dreven sneller dan Nansen kon zwemmen.
+Hij voelde reeds dat hij begon te verstijven; maar hier te verdrinken was niet erger
+dan zonder de booten terug te keeren! Vooruit dus, met inspanning van alle krachten!
+Toen zijn krachten hem begonnen te begeven, ging hij een poos op zijn rug liggen;
+intusschen liep Johansen in vertwijfeling op het ijs heen en weer—maar daar zwom Nansen
+reeds weer, en ten slotte werd de afstand geringer; Johansen uitte een vreugdekreet,
+en reeds op het punt van te zinken, gelukte het Nansen nog juist om een der sneeuwschoenen,
+die buiten de kajuit uitstaken, te grijpen; daaraan klemde hij zich vast en kon tenminste
+een oogenblik op adem komen. Toen heesch hij zich met moeite in de boot, en roeide
+terug, door en door verkleumd. Maar toch kwam hij eindelijk aan land; Johansen pakte
+hem dadelijk in den slaapzak, en dekte hem toe met alles wat voorhanden was. Na een
+paar uur geslapen te hebben, was de ijzersterke Nansen weer zoo frisch als een hoen,
+en deed het avondeten alle eer aan. Later bekende Johansen dat het de angstigste oogenblikken
+geweest waren, die hij nog ooit had doorgebracht.
+</p>
+<p>Steeds meer zuidwaarts leidde hun weg, dwars door het ijs en de golven. Het grootste
+gedeelte van hun tocht legden zij thans in de kajaks af. Op zekeren dag kwam vlak
+naast Nansen’s kajak, een walrus aan de oppervlakte, en had bijna de boot met de beide
+mannen in het zilte nat doen verdwijnen. Toen het dier weer weggezwommen was, voelde
+Nansen dat op <span class="pageNum" id="pb86">[<a href="#pb86">86</a>]</span>den bodem plotseling alles drijfnat geworden was. Zoo vlug als hij kon, roeide hij
+naar de naastbijgelegen ijsvlakte, waar de kajak, gelukkig in ondiep water, snel begon
+te zinken. Om het lek te herstellen hadden zij een geruimen tijd noodig.
+</p>
+<p>Nansen’s tocht is een ongeëvenaard feit in de geschiedenis der noordpooltochten. Van
+de honderd en dertig manschappen van den „Erebus” en den „Terror” had niet één enkele
+er het <span class="corr" id="xd33e858" title="Bron: leven">levend</span> afgebracht, hoewel ze hun schepen niet verloren hadden, en hoewel ze vlak in de nabijheid
+lagen van land, waar menschen woonden, en waar levend wild in overvloed was. De Long
+was het slachtoffer geworden der ongunstige omstandigheden. Deze beide koene Noren
+daarentegen, hadden het vijftien maanden lang in de Poolzeeën uitgehouden, zonder
+daarbij hun leven in te boeten, zonder dat hun ledematen bevroren waren, ja zelfs
+zonder door uitputting en ontberingen te vermageren! Zelfs hadden ze het nog wel geruimen
+tijd langer kunnen uithouden, maar—het oogenblik van hun bevrijding was ophanden.
+</p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch19" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#xd33e2984">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h2 class="main"><span class="divNum">19.</span> NANSEN’S GELUKKIGE TERUGKEER.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Den 17den Juli 1896 stond Nansen op een ijsberg naar het krijschen der vogels te luisteren,
+die in wijde kringen om hem heen vlogen. Plotseling luisterde hij met gespannen aandacht.
+Wat was dat? Neen ’t was onmogelijk. En toch,—het geblaf van honden. Of was dat een
+vogel, die op zoo bijzondere manier krijschte? Neen, ’t kon onmogelijk iets anders
+wezen, ’t moest het blaffen van een hond zijn! Op een draf ging hij naar het kamp
+terug, maar Johansen meende, dat hij zich stellig vergist moest hebben. Nadat ze haastig
+ontbeten hadden, bond Nansen zich de sneeuwschoenen aan, greep geweer, verrekijker
+en sok, en pijlsnel vloog hij over de sneeuwvlakte voort.
+</p>
+<p>Weldra ontdekte hij het spoor van een hond. Of zou het misschien toch van een vos
+zijn? Maar neen, van een vos is het spoor veel kleiner. Nu ging het in vliegende vaart
+over het ijs landwaarts. Daar treft een stem Nansen’s oor, en hij roept met al de
+kracht van zijn longen, terwijl hij over scheuren en <span class="pageNum" id="pb87">[<a href="#pb87">87</a>]</span>dammen heensnelt, want nu was de redding nabij, en wie weet hoe spoedig men weer in
+het vaderland terug zou zijn!
+</p>
+<p>En werkelijk—daar komt, luid blaffend een hond op hem toespringen, en daarachter komt
+een man. Nansen snelt op den man toe, en beide zwaaien met hun mutsen. Wie ook die
+vreemdeling mocht wezen, hij kon niet anders doen dan dien pikzwarten reus, die daar
+regelrecht van de Noordpool op hem afkwam, sprakeloos aanstaren.
+</p>
+<p>Nu stonden beiden tegenover elkaar, en reikten elkaar de hand.
+</p>
+<p>„’t Doet me bijzonder veel genoegen u te zien,” sprak de vreemdeling.
+</p>
+<p>„Dank u, mij eveneens,” antwoordde Nansen.
+</p>
+<p>„Hebt u hier een schip?”
+</p>
+<p>„Neen<span class="corr" id="xd33e878" title="Bron: .">,</span> mijn schip is hier niet.”
+</p>
+<p>„Met z’n hoevelen bent u?”
+</p>
+<p>„Ik heb slechts één tochtgenoot, daarginds op het ijsplateau.<span class="corr" id="xd33e884" title="Niet in bron">”</span>
+</p>
+<p>De vreemdeling was een Engelschman, Frederick Jackson genaamd; hij had zich reeds
+sedert twee jaren op het Frans Josefs-land gevestigd, teneinde dat land met een goed
+uitgeruste expeditie grondig te onderzoeken. In het eerst meende hij, dat deze zwarte
+gedaante op sneeuwschoenen tot de bemanning van de „Fram” behoorde, en verdwaald was.
+Maar toen hij hoorde dat Nansen in eigen persoon voor hem stond, steeg zijn verbazing
+nog meer.
+</p>
+<p>Beiden begaven zich naar de woonplaats van Jackson, waar ook Johansen zich na korten
+tijd bij hen voegde. Het eerste wat de beide Noren deden, was, zich het zoo lang ontbeerde
+genot van een grondige reiniging met heet water te verschaffen. Ze bewerkten hun lichaam
+met groene zeep en harde borstels om tenminste het vuil, dat nog niet in de poriën
+doorgedrongen en op het lichaam vastgekleefd zat, kwijt te raken. Toen lieten ze zich
+scheren en de haren knippen, en toen ze van top tot teen in schoone kleeren gestoken
+waren, zagen ze er tenminste weer eenigszins als gewone menschen uit.
+</p>
+<p>In den loop van den zomer kwam een schip om Jackson zijn gewone proviand te brengen.
+Daarmee voeren Nansen en Johansen naar huis. Reeds in Bardö ontvingen ze telegrammen
+van hun verwanten, en hun vreugde was grenzenloos. Slechts <span class="pageNum" id="pb88">[<a href="#pb88">88</a>]</span>één ding was er nog waarover ze zich bezorgd maakten: waar was de „Fram?”
+</p>
+<p>Het was te Hammerfest, toen Nansen ’s morgens uit den slaap gewekt werd. Er stond
+iemand aan de deur, die hem dadelijk wenschte te spreken. Nu, zoolang totdat hij zich
+aangekleed had, zou die persoon nog wel kunnen wachten, meende Nansen. Toen hij klaar
+was, ging hij naar buiten. De directeur van het telegraafkantoor stond in hoogsteigen
+persoon voor hem.
+</p>
+<p>„Ik heb een telegram voor u, dat u ongetwijfeld genoegen zal doen,” zeide deze.
+</p>
+<p>Nansen maakte het telegram open en las: <span class="corr" id="xd33e897" title="Niet in bron">„</span>„Fram” heden veilig aangekomen. Alles wel aan boord. Ga terstond naar <span class="corr" id="xd33e899" title="Bron: Trosmö">Tromsö</span>. Welkom in het vaderland.”
+</p>
+<p>De afzender van dit telegram was de kapitein van de „Fram”, de wakkere Sverdrup!
+</p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch20" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#xd33e2993">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h2 class="main"><span class="divNum">20.</span> PER LUCHTBALLON NAAR DE NOORDPOOL.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Het was den 16den October 1893, toen ik Stockholm verliet om door Azië een reis naar
+het verre Oosten te beginnen. Een deel van mijn reisindrukken op dezen tocht heb ik
+in het eerste deel van dit werk weegegeven. Te St. Petersburg, waar ik eenige inkoopen
+moest doen, vertoefde ik in het huis van Nobel, waar ik op zekeren dag het volgend
+telegram ontving:
+</p>
+<p>„Den 19den October streek Andrée’s ballon over de Finsche scheren, en werd door den
+storm de Oostzee ingedreven. Van Sandhamn uit zag men, hoe de ballon steeds twintig
+meter boven het zeewater zweefde.”
+</p>
+<p>Hoe ontzettend! Nauwelijks had Andrée Zweden achter zich gelaten, en de woeste Oostzeegolven
+voor zich, en reeds zou zijn tocht een rampzalig einde moeten nemen? Want omringd
+door herfstnevelen, was er nauwelijks eenige hoop op behoud voor hem. Persoonlijk
+kende ik Andrée niet, ik had hem nooit gezien; maar iedereen sprak van hem, want hij
+had reeds negen gevaarvolle tochten gemaakt in de „Svea”, denzelfden ballon, die hem
+thans den dood tegemoet voerde. Zulk een man kon de wereld toch niet zoo snel verliezen!
+<span class="pageNum" id="pb89">[<a href="#pb89">89</a>]</span></p>
+<p>Ik zelf had het grootste vasteland der aarde voor mij. Het was toch iets heerlijks,
+om tenminste vaste bodem onder de voeten te hebben! Maar Andrée! De gedachte aan hem
+liet me geen rust. Sedert eenige jaren had hij zichzelf tot een der wakkerste en bekwaamste
+luchtschippers gevormd; zou dan nu reeds zijn loopbaan een einde nemen, nu reeds,
+hoewel hij slechts veertig jaar oud was?
+</p>
+<p>Den volgenden dag kwam er evenwel een tweede telegram:
+</p>
+<p>„Andrée gered. Geland op de Finsche kust. Alles wel.”
+</p>
+<p>Goddank! Nu was ik op mijn reis tenminste van deze zorg ontheven.
+</p>
+<p>Twee jaar na dezen, bijna zoo rampspoedig geëindigden tocht, ontwierp Andrée het plan
+voor een reis, die zich niet tot de Oostzee bepalen zou. De geheele Noordelijke IJszee,
+van Spitsbergen tot aan de Behringstraat wilde hij doorkruisen, een gebied, dat zich
+over een afstand van 3700 kilometer uitstrekte; en zoo mogelijk, wilde hij op zijn
+tocht over de Noordpool heenvliegen! Het was het meest gewaagde plan dat nog ooit
+een ontdekkingsreiziger beraamd had. En Andrée had zoo lang en zoo grondig er over
+nagedacht, dat hij nauwkeurig berekend had, hoeveel elke schroef en elk touw van zijn
+ballon mocht wegen.
+</p>
+<p>De ballon zou vervaardigd zijn van een drievoudige bedekking van Chineesche zijde,
+en zou, zoowel van binnen als van buiten gevernist worden, teneinde zoo weinig mogelijk
+van zijn inhoud van 4500 kubieke meters waterstofgas te verliezen. De doorsnede zou
+twintig meter bedragen en van boven zou een extra omhulsel aangebracht worden, dat
+beletten moest, dat de sneeuw zich op het netwerk vastzette.
+</p>
+<p>Lange sleeptouwen zouden den ballon gedurig op dezelfde hoogte houden. Ze zouden gemaakt
+zijn van kokosdraden, zoodat ze op het water konden drijven, en zouden veel gemakkelijker
+over het ijs heenglijden dan over het land, waar ze vaak aan boomen, of andere voorwerpen
+konden blijven hangen, en zoodoende den ballon aan menigen gevaarlijken ruk konden
+blootstellen. Wanneer de helft van het sleeptouw op de aarde ligt, en de andere helft
+in de lucht zweeft, dan trekt alleen die laatste helft de ballon naar beneden. Zoodra
+deze daalt, wordt het gedeelte van het touw dat op de aarde rust, grooter, <span class="pageNum" id="pb90">[<a href="#pb90">90</a>]</span>de ballon wordt daardoor verlicht, en stijgt weer omhoog. Maar de sleeptouwen verhinderen
+dan weer een al te sterke stijging, want hoe langer het touw wordt dat in de lucht
+hangt, des te meer wordt de ballon weer omlaag getrokken. Zoodoende zal de ballon,
+zoo berekende Andrée, steeds op een gelijkmatige hoogte blijven zweven.
+</p>
+<p>Maar, de sleeptouwen hebben nog een ander doel. Door hun wrijving aan de oppervlakte
+van het water of van het ijs werken ze als een rem. Dientengevolge is de snelheid
+van den wind grooter dan die van den ballon, die niet vrij in de lucht zweeft, maar,
+om ’t zoo uit te drukken, steeds een voet op de aarde heeft. Door het hijschen van
+een zeil aan een der beide kanten kan men dan den ballon eenigszins besturen en hem,
+evenals een zeilschip laten laveeren.
+</p>
+<p>De gondel van Andrée’s ballon bestond uit een teenen korf, en was rond, ruim, stevig
+en licht, voorzien van een dak, waarop de luchtreizigers als op een balkon konden
+staan, tot het doen hunner waarnemingen. Door een luik kon men in de gondel afdalen,
+die voor twee mannen, wanneer ze naast elkaar uitgestrekt lagen, plaats bood.
+</p>
+<p>Twee vensters in het dak gaven uitzicht naar buiten. In de zijwanden bevonden zich
+tal van vakjes en zakken, waarin alle mogelijke dingen konden opgeborgen worden. Met
+zes dikke touwen was de gondel aan den draagring bevestigd. Acht ballasttouwen, van
+zeventig meter lang, moesten dienen om den schok te breken, wanneer een heftige windstoot
+den ballon tegen de aarde zou slingeren; ze konden ook afgekapt worden, zoodra de
+ballon zooveel gas verloor, dat ze niet meer in staat was om te bleven zweven. Al
+deze touwen wogen te zamen ongeveer duizend kilogram.
+</p>
+<p>Andrée’s ballon zou dertig dagen kunnen zweven. Maar wanneer er nu een windstilte
+intrad, of wanneer men door het drijfijs, dat de Pool omringde, weer teruggedreven
+werd? Ook met deze mogelijkheid had Andrée rekening gehouden, en hij was erop voorbereid
+den ballon ergens achter te kunnen laten, en den terugtocht over het ijs te aanvaarden.
+</p>
+<p>Daarvoor zouden sleden en sneeuwschoenen, een tent, een opvouwbare zeilboot en drie
+geweren met ammunitie meegenomen moeten worden, bovendien voldoende mondvoorraad voor
+<span class="pageNum" id="pb91">[<a href="#pb91">91</a>]</span>honderd dagen; dit alles was in zakken boven aan den draagring geborgen.
+</p>
+<p>Maar hoe zou men zich daarboven in de koude lucht iets warms kunnen toebereiden? Daarom
+werd een bijzonder kooktoestel vervaardigd, dat, ter voorkoming van brandgevaar onder
+aan den ballon zou hangen. Men behoefde slechts een blikje met soep, vleesch of visch
+in den ketel te doen, de spirituslamp te vullen en de geheele geschiedenis naar beneden
+te laten zakken; wanneer men aan een bepaald koord trok, dan ontbrandde daar een vlam,
+die men met behulp van een slang weer uit kon blazen, wanneer het eten gaar was, en
+men het toestel weer naar boven trok. Teneinde de buitenwereld berichten te kunnen
+doen toekomen over het verloop der reis, zouden dertien boeien van kurk meegenomen
+worden, die van buiten met koperdraad omhuld en van binnen een metalen koker bevatten
+voor het opbergen van brieven. De grootste zou bij aankomst van de Noordpool uitgeworpen
+worden! Bovendien stelde Andrée zich voor om rechtstreeks schriftelijke mededeelingen
+te zenden. Daartoe kocht hij ongeveer vijftig postduiven, die vroegtijdig naar den
+noordelijksten vuurtoren aan de Noordkaap gebracht werden; om ze met den vorm der
+kust vertrouwd te maken, bracht men ze eerst op een hoogen berg met vrij uitzicht
+naar alle kanten. Daarna werden ze op zeilschepen een eind de zee ingenomen, en daar
+losgelaten. Eenigen vlogen terstond naar hun punt van uitgang terug, anderen sloegen
+de richting naar het Zuiden in, en twee vielen ten prooi van een roofvogel. Gedurende
+de reis zouden de duiven in kleine teenen kooien geborgen worden, waarin aluminium
+bakjes met water en kleine korfjes met gerst, erwten en zaad geplaatst waren. Toen
+men van Spitsbergen uit, drie van deze duiven liet vliegen, stegen ze loodrecht in
+de hoogte, bleven daar eenige minuten lang volkomen onbeweeglijk, als om het terrein
+te verkennen, en vlogen toen pijlsnel zuidwaarts. Slechts een dezer postduiven werd
+bij Ofoten op de Noorsche kust opgevangen. Maar, dat was een bedriegster, ze was op
+een stoomboot, die naar Noorwegen onderweg was, neergestreken, en toen de kust in
+’t zicht was, vloog ze weer op en liet zich met den wind naar Ofoten meevoeren.
+</p>
+<p>De brief, dien zulk een duif draagt, moet licht als een veertje <span class="pageNum" id="pb92">[<a href="#pb92">92</a>]</span>zijn om het vliegen niet te belemmeren. Hij wordt geschreven op zijde-papier en, opgerold,
+in een waterdichte huls geschoven die met was dichtgekleefd en onder de staartveeren
+van de duif bevestigd wordt.
+</p>
+<p>Zoo had Andrée alles met groote scherpzinnigheid voorbereid. Er was een geheel boek
+geschreven, dat uitsluitend de toerusting tot deze reis beschreef. In het begin van
+Juli, een tijd waarin de zon dag en nacht aan den hemel staat, wilde Andrée met twee
+tochtgenooten de opstijging wagen vanuit het Denen-eiland, aan de noordkust van Spitsbergen.
+In dezen tijd van het jaar kon men steeds fotografische opnamen maken wanneer men
+over onbekende eilanden heen vloog. Ook zou de zon de temperatuur van het gas op gelijkmatige
+hoogte houden, en zoodoende zou de ballon steeds op ongeveer dezelfde hoogte bleven
+zweven.
+</p>
+<p>Andrée was vast overtuigd van het welslagen van zijn plan. In het gunstigste geval
+zou alles immers als vanzelf gaan. Op een zijner proeftochten had hij den afstand
+van 400 Kilometer tusschen Gothenburg en Gotland in 3 uren afgelegd. Zulk een wind
+zou hem in negen uren aan de Noordpool kunnen brengen, en, zelfs bij matigen wind
+zou hij in hoogstens twee dagen de Pool kunnen bereiken! Wanneer hij op Spitsbergen
+een gunstigen, zuidelijken wind had, dan kon hij, volgens zijn vaste overtuiging,
+wanneer alles meeliep, reeds na acht dagen aan de Behringzee, of ergens anders, op
+de Aziatische of Amerikaansche noordkust, kunnen landen!
+</p>
+<p>Maar „de wind blaast waarheen hij wil, en ge hoort zijn suizen wel, maar ge weet niet
+vanwaar hij komt, noch waar hij henen gaat.” Het eenige vaststaande is het feit, dat
+de wind aan de Noordpool altijd uit het zuiden komt! Want aan de Pool komen de meridianen
+allen in een punt te zamen, en wanneer ge aan de Pool staat, dan kijkt ge, wáárheen
+ge het oog ook richt, altijd naar het Zuiden!
+</p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch21" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#xd33e3002">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h2 class="main"><span class="divNum">21.</span> VOOR DE OPSTIJGING.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Toen het plan van Andrée’s tocht wereldkundig werd, schoten natuurlijk overal de ongeluksprofeten
+als paddestoelen uit den <span class="pageNum" id="pb93">[<a href="#pb93">93</a>]</span>grond op. In het buitenland had men niets dan scherpe woorden, en sprak men van onzinnige
+waaghalzerij. Andrée kon zelf toch wel begrijpen, dat de zeevogels daar in het hooge
+Noorden het omhulsel van zijn ballon met hun snavels zouden doorboren, dat hij en
+zijn tochtgenooten, wanneer ze over het bewoonde land heenzweefden door de bewoners
+met pijlen doorschoten zouden worden, en dat ze, indien ze al de Noordpool bereikten,
+<span class="corr" id="xd33e949" title="Bron: daarimmers">daar immers</span> toch van koude zouden omkomen! Sneeuw en ijs zouden door hun gewicht het gevaarte
+omlaag drukken, de sleeptouwen zouden tusschen de ijsschotsen verward raken, vastvriezen
+en zoodoende den ballon onbeweeglijk vasthouden.
+</p>
+<p>Alleen in Zweden veroorzaakte het plan eerst verbazing, voorts bewondering, en eindelijk
+geestdrift! Maar—waar zou het geld vandaan komen? Er waren voor de verwezenlijking
+van het plan 130.000 Kronen noodig. Alfred Nobel bood aan de helft der kosten voor
+zijn rekening te nemen. Koning Oscar, die alles wat met ontdekkingsreizen in verband
+stond met milde hand steunde, schonk het vierde gedeelte, en de rest werd door anderen
+bijeengebracht.
+</p>
+<p>Toen alles in gereedheid was, reisde Andrée naar Spitsbergen. Op het Denen-eiland
+werd een reusachtige loods gebouwd om den ballon tijdens de vulling te beschutten.
+Op het einde van Juli 1896 was de vulling afgeloopen, en nu wachtte men slechts op
+den zuidenwind.
+</p>
+<p>Maar de wind kwam voortdurend uit het Noorden of uit het Westen. Weken verliepen.
+Mist en sneeuw maakten de vooruitzichten nog ongunstiger. Het wachten was vergeefs—de
+gunstige wind kwam niet.
+</p>
+<p>Ten Noorden der Denen-eilanden ligt het Amsterdam-eiland, dat naar het Oosten in een
+vlakke landtong, de Hollanderkaap, uitsteekt. Hier kwam den 14den Augustus een merkwaardig
+schip voor anker. Andrée en verscheidene andere Zweden voeren er in hun stoomsloep
+heen. Het was de „Fram”, eerst enkele dagen geleden, uit een driejarige gevangenschap
+in het poolijs, bevrijd!
+</p>
+<p>„Zou ik Nansen kunnen spreken?” vroeg Andrée, nadat hij Sverdrup en zijn metgezellen
+begroet had.
+</p>
+<p>„Wat, is Nansen dan nog niet terug?” riepen de Noren.
+<span class="pageNum" id="pb94">[<a href="#pb94">94</a>]</span></p>
+<p>„Neen, maar waarom is hij niet op de „Fram”?<span class="corr" id="xd33e962" title="Niet in bron">”</span>
+</p>
+<p>„Het is nu bijna anderhalf jaar geleden, sedert hij van ons wegging.”
+</p>
+<p>Aan weerskanten heerschten angst en verslagenheid. Sverdrup keerde zoo snel mogelijk
+naar Noorwegen terug, vast besloten om, na kolen en proviand ingenomen te hebben,
+zich naar Frans-Josefs-land te begeven en Nansen te zoeken. Toen hij de eerste haven,
+een klein Noorsch kustplaatsje, bereikt had, liet hij zich, midden in den nacht, aan
+land roeien, en ging naar een telegraafkantoor. Daar hamerde hij met zulk een geweld
+op de deur, alsof zijn leven er mee gemoeid was. Alles was in diepe rust. Eindelijk
+stak een oud man zijn hoofd uit het venster, en schreeuwde hem toe: „Wat heeft dat
+gruwelijke spektakel in ’t holle van den nacht te beduiden?”
+</p>
+<p>Sverdrup antwoordde: „Doe maar vlug open, ik ben kapitein Sverdrup, van de „Fram”.<span class="corr" id="xd33e969" title="Niet in bron">”</span>
+</p>
+<p>Dadelijk werden overal de vensters verlicht, en de telegraafbeambte kwam hals over
+kop naar beneden hollen.
+</p>
+<p>„Ik heb van Andrée gehoord,” zei Sverdrup op bezorgden toon, „dat er nog geen bericht
+van Nansen gekomen is.”
+</p>
+<p>„Wel,” riep de man, „Nansen? Die is den 13den Augustus te Bardö aangekomen! Op ’t
+oogenblik is hij te Hammerfest.”
+</p>
+<p>Sverdrup maakte van blijdschap een luchtsprong, draaide zich, zonder een woord te
+zeggen om, en snelde weg om zijn makkers de blijde tijding te brengen.
+</p>
+<p>Intusschen wachtte Andrée nog steeds op den zuidenwind. Maar, daar het reeds te ver
+in het jaar was, moest hij wel terugkeeren. De ballon werd leeggemaakt, alles werd
+ingepakt, en Andrée reisde naar Stockholm terug.
+</p>
+<p>Men kan zich wel voorstellen hoe terneergeslagen hij was. Nog nooit had het plan van
+een Noordpooltocht een zoo algemeene en warme sympathie genoten. De geheele wereld
+wachtte met spanning en ongeduld op het vertrek. Toen hij Stockholm en Gothenburg
+verliet, had men hem als een held gehuldigd, en nu moest hij onverrichter zake weer
+terugkeeren! Velen dreven den spot met hem, maar de meesten bewonderden toch zijn
+zelfbeheersching. Het bedrag dat voor een nieuwe poging noodig was, werd terstond
+bijeengebracht, en wel uitsluitend in Zweden. In het midden van Mei van het volgend
+<span class="pageNum" id="pb95">[<a href="#pb95">95</a>]</span>jaar wilde Andrée zich wederom naar het Denen-eiland begeven.
+</p>
+<p>Den 10den Mei 1897, kwam ik uit Azië terug. Den dertienden gaf Andrée een diner te
+zijner eere. Wij waren slechts met ons zessen aan tafel, en ik zag hem bij deze gelegenheid
+voor het eerst. Tijdens het maal heette hij mij welkom met een rede, die ik mij niet
+zonder ontroering herinner. Hij sprak er over welk een verschillende toekomst ons
+beiden wachtte. Terwijl ik mijn groote reis achter den rug had, en rustige arbeid
+mij wachtte, had hij zijn tocht nog voor zich, en stond op het punt zich toe te vertrouwen
+aan een onzeker lot in de groote eenzaamheid. In zijn toon was iets weemoedigs verscholen,
+dat hij vergeefs trachtte te verbergen. In mijn antwoord huldigde ik hem als de ontwerper
+van een grootsch plan, en sprak mijn overtuiging uit, dat we elkaar onder gelukkiger
+omstandigheden zouden weerzien!
+</p>
+<p>Het gezelschap ging spoedig uiteen. Andrée had nog veel te doen; over twee dagen zou
+hij Stockholm voorgoed verlaten.
+</p>
+<p>Ditmaal vond zijn vertrek in alle stilte plaats. Men had hem zoo weinig met rust gelaten,
+dat het te voorzien was, dat hij, ook bij niet volkomen gunstigen wind, tóch zou opstijgen.
+Slechts enkele vrienden waren aan het station om afscheid van hem te nemen. Ik drukte
+hem hartelijk de hand—voor het laatst! Toen voerde de trein hem weg, den helderen
+nacht in.
+</p>
+<p>In Juni heerschte op het Denen-eiland weer dezelfde bedrijvigheid. In het begin van
+Juli was alles voor de opstijging in gereedheid. Wederom was het wachten slechts op
+een gunstigen zuidenwind. Door een heftigen storm werd de ballon zoo hevig in de loods
+heen en weer geslingerd, dat hij bijna tegen de wanden stuk geslagen werd, en zelfs
+bijna geheel losgerukt werd.
+</p>
+<p>Dagelijks schreef Andrée eenige regels in zijn dagboek. Op den 8sten Juli 1897 eindigt
+het—voor altijd.
+</p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch22" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#xd33e3011">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h2 class="main"><span class="divNum">22.</span> „ALLES KLAAR!”</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Den 11den Juli 1897, een Zondag, brak aan. Reeds des morgens om drie uur vertoonden
+zich bij de Hollanderkaap <span class="pageNum" id="pb96">[<a href="#pb96">96</a>]</span>eenige rimpels op het effen watervlak. Het was een lichte bries, die elk uur in kracht
+toenam!
+</p>
+<p>Om acht uur werd de laatste post bezorgd en nog het een en ander in het schuitje van
+den ballon gebracht. Andrée belegde een krijgsraad. Zijn beide tochtgenooten, de ingenieur
+Fränkel en Dr. Strindberg verklaarden zich voor de opstijging. Hij zelf sloot zich
+daarbij aan. Onverwijld toog men aan ’t werk. De bemanning der kanonneerboot „Svenskund”,
+het schip, dat de luchtvaarders naar het Denen-eiland gebracht had, werd aan land
+gezet, en om 11 uur begon men met het afbreken van de loods. Reeds was een groot gedeelte
+van de voorzijde weggenomen. Aan de windzijde werd zeildoek gespannen om eenige beschutting
+voor den wind te vormen. Uitstekende balken werden met een dikke laag vilt omwikkeld,
+zoodat ze bij het slingeren van den ballon geen gaten in het omhulsel konden boren.
+</p>
+<p>Gedurende de eerstvolgende uren heerschte er een koortsachtige opgewondenheid. Iedereen
+deed zijn uiterste best. Aan alle kanten weerklonk het kraken en dreunen van planken,
+die losgebroken werden. Men repte zich, als gold het een brand te blusschen. Door
+een scheepsroeper deelde Andrée met de stem van een godheid zijn bevelen uit; aan
+ieder moest hij zijn bijzondere bevelen geven en naar alle kanten moest hij zijn opmerkzaamheid
+richten. Intusschen daalden, van de hooge berghellingen achter de loods, zware wolken
+neer.
+</p>
+<p>Reeds rukte de ballon ongeduldig aan de touwen, en vaak werden reeds alle zandzakken
+van den bodem opgelicht. Nu werd hij een weinig gevierd om de gondel met de zes draagtouwen
+aan den ring te kunnen bevestigen. De kooien met de duiven werden in de gondel gezet
+en de zandzakken voor een groot deel verwijderd. De ballon werd nu alleen nog maar
+vastgehouden door drie bundels ballastzakken, waarvan de luchtschippers op het laatste
+oogenblik de touwen zouden doorkappen, en door drie dikke kabels die om eenige balken
+op den grond heengeslagen waren. Bij elken kabel stond een matroos met een bijl. Twee
+dozijn zakken met zand werden als ballast ingeladen.
+</p>
+<p>„Alles klaar!”
+</p>
+<p>Andrée dankt allen, die hem geholpen hebben, en neemt <span class="pageNum" id="pb97">[<a href="#pb97">97</a>]</span>haastig van ieder afzonderlijk afscheid. Zonder veel woorden drukt men elkaar stevig
+de hand. Wanneer de laatste oogenblikken maar eerst voorbij waren, wenscht ieder in
+stilte. Een onvergetelijk schouwspel moet deze opstijging opgeleverd hebben.
+</p>
+<p>Dan doopt Andrée den ballon met den naam „Ornen” (Adelaar) en hij springt in de gondel
+waar Fränkel en Strindberg reeds onder de Zweedsche vlag hebben plaats genomen. Met
+blanke messen in de handen staan ze daar, en met één enkele snede kappen ze de touwen
+der ballastzakken!
+</p>
+<p>Een rustig oogenblik wordt afgewacht. Er heerscht een diepe stilte. Men waagt het
+nauwelijks te fluisteren, slechts het suizen van den wind in de bijna ledige loods
+is hoorbaar. De drie helden leunen tegen den rand van de gondel. Andrée bewaart een
+onverstoorbare kalmte; geen spoor van aandoening is op zijn gelaat te bekennen. Om
+halfdrie klinkt zijn stem:
+</p>
+<p>„Kappen—een, twee, drie!”
+</p>
+<p>Op hetzelfde oogenblik springen de kabels los, en statig verheft zich de „Adelaar”
+uit zijn nest!
+</p>
+<p>„Leve Andrée!” klinkt het daar beneden.
+</p>
+<p>„Groet Zweden van mij!” roept hij met luider stem, terwijl hij zich over den rand
+van de gondel heenbuigt; met de sleeptouwen die een spoor van schuim in het water
+achter laten, als het zog van een stoomschip, zweefde de „Adelaar” in noordoostelijke
+richting over de Hollanderkaap heen. Voordat hij die achter zich had, daalde hij bedenkelijk,
+wellicht door een sterken luchtstroom naar beneden gedrukt. De gondel kwam zelfs in
+het water, maar sprong toen weer in de hoogte. Negen zandzakken moesten uitgeworpen
+worden om te beletten dat de „Adelaar” tegen de klippen zou stooten. Daarmede gingen
+tweehonderd kilogram ballast overboord!
+</p>
+<p>Nog ernstiger was, dat bij het opstijgen een groot stuk der sleeptouwen scheurde.
+Daarmee ging meer dan een halve ton ballast verloren! Het geheele fundament, waarop
+Andrée zijn plannen gebouwd had, scheen vernietigd! Hij was niet meer door de sleeptouwen
+in aanraking met de aarde, maar zweefde als een speelbal der winden, vrij in de lucht!
+</p>
+<p>De „Adelaar” verhief zich dan ook tot een hoogte van ongeveer zevenhonderd meter.
+Een tijd lang werd hij door een <span class="pageNum" id="pb98">[<a href="#pb98">98</a>]</span>wolk aan het gezicht onttrokken, maar weldra kwam hij weer te voorschijn. Na verloop
+van een uur verdween hij achter de rotsige eilanden in het Noordoosten, in de wijde
+eenzaamheid der poolzeeën—voor altijd.
+</p>
+<p>Zwijgend en ernstig begaven zich de helpers der drie helden weer aan boord van de
+„Svensksund”.—
+</p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch23" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#xd33e3021">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h2 class="main"><span class="divNum">23.</span> HET LOT VAN <span class="corr" id="xd33e1022" title="Bron: ANDREE">ANDRÉE</span>.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Met welke spanning wachtte de geheele wereld op berichten van Andrée, hoe werd overal
+de telegraaf in werking gesteld toen het bekend werd dat de held opgestegen, en in
+noordelijke richting verdwenen was! Op de geheele wereld was er nauwelijks een dagblad
+dat niet kolommenlange beschrijvingen van de koene opstijging gegeven had. Overal
+heerschten verbazing en bewondering! Hoe zou het wel afloopen? vroeg een ieder zich
+af. Atlassen werden te voorschijn gehaald, en onderzoekend liet men het oog gaan over
+de landen om de ijszeeën. Hoelang zou de zuidenwind aanhouden, en waar zou de ballon
+weer te voorschijn komen? Te oordeelen naar de manier waarop de „Adelaar” opgestegen
+was, zou hij, zoo was de algemeene meening, zich hoogstens drie weken in de wolken
+drijvend kunnen houden! Maar in dien tijd kon hij geweldige afstanden afleggen, en
+op elke willekeurige plek van de bewoonde wereld weer zichtbaar worden. Juist in dezen
+tijd van het jaar bevonden zich tal van walvischvaarders en visschers in de noordelijke
+ijszeeën. De spanning nam met elken dag toe. Niemand dacht meer aan de Noordpool.
+Waar ook Andrée’s ballon zou landen—hij zou ongetwijfeld den merkwaardigsten tocht
+gemaakt hebben, waarvan nog ooit een mensch gehoord had.
+</p>
+<p>Nauwelijks waren veertien dagen verloopen, of de eerste verontrustende berichten deden
+door de pers de ronde. Den 17den Juli zou een Hollander den ballon in de Witte Zee
+op het water hebben zien drijven! Nasporingen brachten echter aan licht dat de Hollander
+vrij zeker een doode, opgezwollen walvisch ontmoet had.
+<span class="pageNum" id="pb99">[<a href="#pb99">99</a>]</span></p>
+<p>Van nu af kwam er echter van alle kanten een stroom van de meest tegenstrijdige berichten.
+Aan de westkust van Groenland had men vanuit de zee schoten van een buks gehoord;
+zonder twijfel waren die schoten afgevuurd door Andrée en zijn makkers, die, evenals
+vroeger de mannen van de „Polaris” op een ijsschots zuidwaarts dreven. Wanneer men
+op een schip in de herfstnevelen het krijschen van zeemeeuwen hoorde, dan was dat
+natuurlijk Andrée, die in zijn zeilboot ronddobberend, om hulp riep!
+</p>
+<p>En hoevele bewoners van de landen om de Noordpool heen, wilden den ballon met eigen
+oogen gezien hebben! De wakkere Russische pelshandelaars, en boeren tot ver in Siberië,
+bezwoeren met dure eeden, dat ze den „Adelaar” boven dit of dat dorp hadden gezien.
+Op Sachalin, het eiland der verbannenen in het verre Oosten had men hem stil en geheimzinnig
+boven de kale rotsen zien drijven. Zelfs de Indianen van Noord-Amerika beweerden,
+dat ze hem gezien hadden.
+</p>
+<p>Anderen weer, wisten stellig, dat Andrée te Klondyke was, en van daaruit reeds geschreven
+had. In Britsch-Columbia streek de „Adelaar” over het land heen, en in Canada hadden
+de Eskimo’s verscheidene blanke mannen ontmoet die hun proviand in een zonderling
+gevaarte medesleepten. Weer anderen hadden visioenen gehad, en wisten dientengevolge
+nauwkeurig dat Andrée en zijn makkers in de zee gestort en verdronken waren—ze hadden
+in den geest de catastrophe mede aangezien. Weer anderen wisten met even groote zekerheid
+te vertellen dat Andrée nog leefde, maar dringend hulp noodig had.
+</p>
+<p>Op deze wijze had de menschelijke verbeeldingskracht allerwege vrij spel, overal tuurde
+men met spiedende blikken omhoog, en meende den ballon te zien, zelfs al was ’t slechts
+een kraai die in den schemeravond voorbijvloog. De beangstigende, maar geweldige werkelijkheid
+werd langzamerhand tot een wonderbare sage, en bijna ging het met Andrée’s ballons
+als met het sprookjesschip van den vliegenden Hollander!
+</p>
+<p>Reeds in den herfst werd er vanuit Zweden hulp gezonden, on overal waar Andrée met
+mogelijkheid zijn kon, werd proviand opgesteld. Een expeditie onderzocht vanuit het
+nu ledige graf van De Long en zijn makkers een groot deel der kusten <span class="pageNum" id="pb100">[<a href="#pb100">100</a>]</span>van de Siberische IJszee. Professor Rathorst gaf als zijn meening te kennen, dat de
+luchtschippers Oost-Groenland hadden kunnen bereiken, waar ze zich langen tijd met
+muskusossen zouden kunnen voeden. Hij rustte derhalve de „Anlactic” uit met het doel
+om deze kusten grondig te onderzoeken. Weliswaar vond hij Andrée niet, maar hij bracht
+prachtige kaarten, verzamelingen en het resultaat van belangrijke waarnemingen mede
+terug.
+</p>
+<p>Zoo verliepen maanden en jaren! Van tijd tot tijd dook een nieuw gerucht op, en steeds
+vlamde weer een nieuwe straal van hoop op!
+</p>
+<p>Wat was er gevonden van de dertien boeien, die Andrée wilde uitwerpen, en waar waren
+de duiven gebleven?
+</p>
+<p>Vijf boeien werden twee jaar later gevonden. Drie waren er in het ongereede geraakt,
+de briefhulzen ontbraken. Twee bevatten een schrijven, en hadden met den stroom een
+grooten afstand afgelegd, de eene werd op de noordkust van Noorwegen gevonden, de
+ander op IJsland. Ze waren reeds op den dag van opstijging om 10 uur en om 11 uur
+uitgeworpen, en behelsden slechts korte berichten over den koers, den toestand aan
+boord en de plek waar de boei uitgeworpen was. Om 10 uur dreef de ballon in noordelijke
+richting over vlak ijs heen. „Prachtig weer. Stemming uitstekend.<span class="corr" id="xd33e1041" title="Niet in bron">”</span> Om elf uur zweefde hij zeshonderd meter boven het zeeoppervlak „alles wel.”
+</p>
+<p>Van de duiven keerde slechts één enkele weer terug. Een Noorsch schip nam ze reeds
+vier dagen na de opstijging aan boord. Het bericht, dat ze droeg, was daarom merkwaardig,
+omdat Andrée het den 13den Juli om half drie geschreven had. De „Adelaar” had toen
+reeds zes en veertig uur gezweefd, en was dus reeds langer in de lucht geweest dan
+eenig ander luchtschip! Op het kleine ineengerolde stuk papier stond o.a.: „aan boord
+alles wel. Dit is de derde duivenpost. Andrée.” De ballon bevond zich toen boven het
+noordelijk gedeelte van Spitsbergen, maar dreef met een flinke vaart naar het Oost-Zuid-Oosten.
+</p>
+<p>Van dit oogenblik af is er van het lot van den „Adelaar” niets meer bekend;—en, waarschijnlijk
+zal het ook wel onbekend blijven.
+</p>
+<p>Gedurende tweemaal vier en twintig uren na de opstijging <span class="pageNum" id="pb101">[<a href="#pb101">101</a>]</span>was dus alles aan boord in orde, en de luchtschippers koesterden geen angst voor den
+afloop van hun tocht. Misschien zweefden ze gedurende verscheidene dagen nu eens naar
+het Noorden, dan weer naar het Zuiden. Maar elken dag moest de draagkracht van den
+ballon onvermijdelijk verminderen, totdat tenslotte de „Adelaar” zijn last niet meer
+kon torsen. Maar, waar hij nederdaalde, dat weet niemand.
+</p>
+<p>Wanneer hij in de buurt van de Noordpool, in de richting van de Behringzee, tusschen
+het drijfijs geland is, dan was de positie der opvarenden hopeloos, want ze hadden
+niet voldoenden leeftocht bij zich voor een zoo verren tocht, als in dat geval noodzakelijk
+zou wezen. Waarschijnlijker is dat de ballon naar het zuidelijk deel van de IJszee,
+tusschen Frans-Jozefs-land en het schiereiland Kola dreef. Hij moest daarbij steeds
+slapper worden, en steeds dieper zinken. Ongetwijfeld kapte men alle touwen, en wierp
+allen ballast overboord. Zoodoende kon hij nog eenige uren, misschien nog een geheelen
+dag in de lucht blijven. Maar ten slotte moest hij weer dalen, terwijl de donkere
+zee daaronder den muil opensperde. Nu zal men de laatste boeien opgeofferd, en alles
+wat men eenigszins kon missen, weggeworpen hebben. Weer verhief zich de ballon, maar
+verslapte spoedig weer opnieuw, door het minste koeltje heen en weer gedreven. Andrée
+was een man, die in oogenblikken van gevaar den moed niet verloor; hij en zijn makkers
+zullen dapper met den dood gestreden hebben!
+</p>
+<p>Indien de winter zijn intocht reeds gedaan had op het noordelijk halfrond, dan had
+Andrée misschien kans gehad, spoedig hulp te zien opdagen. Dan zou hij een groot gedeelte
+van zijn leeftocht rustig hebben kunnen prijs geven, dan had hij de duiven kunnen
+loslaten en hun kooien in zee kunnen werpen. Maar misschien zonk de „Adelaar” op een
+plek waar geen land te bekennen was. De gondel sleepte over het water en stiet tegen
+elke oneffenheid; de inzittenden klommen in den draagring en kapten de gondel af.
+Dan verhief zich misschien de ballon nog eenmaal voor het laatst, om door de winden
+weer zeewaarts gedreven te worden. Daardoor werd de catastrophe nog slechte enkele
+uren uitgesteld, want wanneer een ballon zijn grootste hoogte bereikt heeft, daalt
+hij plotseling. Toen hij weer op de oppervlakte van het water kwam, was de ring het
+<span class="pageNum" id="pb102">[<a href="#pb102">102</a>]</span>eenige wat nog gekapt kon worden. Hoe ook de omstandigheden mogen geweest zijn, waaronder
+Andrée en zijn makkers den dood gevonden hebben,—nu, na zooveel jaren weten we het
+nog niet; laat ons hopen dat hun doodsstrijd kort was! Hun reis was vruchteloos, maar
+die drie mannen zullen voor altoos toonbeelden blijven van heldenmoed. Ze hebben nieuwe
+paden betreden, en de tijd is nabij waarop anderen, met betere hulpmiddelen toegerust,
+hun onzichtbaar spoor door het luchtruim en over de zeeën zullen volgen.
+</p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch24" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#xd33e3030">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h2 class="main"><span class="divNum">24.</span> IN HAMBURG BIJ HAGENBECK.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Verlaten we thans de dood-aanbrengende hoogere sferen, om ons weer op vasten bodem
+te bewegen! Na het korte uitstapje in de geschiedenis der Noordpooltochten willen
+we ons naar Engeland op weg begeven, uit de oneindige eenzaamheid van het eeuwige
+ijs, der middernachtzon, en der poolstormen naar een der brandpunten van het menschengewoel;
+naar de wereldstad Londen.
+</p>
+<p>Van Malmö uit, brengt ons een stoomboot over de Sond, naar het groote, vroolijke en
+bedrijvige Kopenhagen. Daarna doorsnijdt de spoorweg het rijke en vruchtbare eiland
+Seeland. Hier staan prachtige hoeven tusschen vruchtbare velden, hier graast op welige
+weiden het kloekgebouwde vee, waaraan Denemarken zijn overvloed van melk en boter
+dankt: hier breidt zich naar alle kanten de vruchtbare bodem uit, die geen plaats
+meer overlaat voor de kale zandvlakten en schrale heide, zooals die op de westkust
+van Jutland voorkomen.
+</p>
+<p>Denemarken is een der kleinste landen van Europa, maar de bewoners weten van de natuurlijke
+hulpbronnen van hun land partij te trekken en voordeelige handelsbetrekkingen met
+het buitenland aan te knoopen. Veel uitgestrekter dan het moederland zijn echter zijn
+bezittingen in de noordelijke zeeën, Groenland en IJsland; helaas zijn deze beide
+eilanden echter slechts schaars bevolkt, koude en ijs zijn er de eigenlijke heerschers.
+Van Korsör uit brengt ons een stoomboot tusschen de eilanden Langeland en Laaland
+door, in enkele uren naar Kiel. Hier betreden we Duitschen bodem; hier is Duitschland’s
+grootste oorlogshaven.
+<span class="pageNum" id="pb103">[<a href="#pb103">103</a>]</span></p>
+<p>Door het vruchtbare Holstein heen, spoeden we ons naar het Zuiden, waar de vrije Hanzestad
+Hamburg aan de Elbe, de grootste havenplaats op het vasteland van Europa, en na Londen
+en New-York de derde der geheele wereld.
+</p>
+<p>Wat is hier al niet te zien en te bewonderen. De enkele uren oponthoud willen we besteden
+om iets te zien, dat men overal elders vergeefs zou zoeken: Hagenbeck’s dierenpark.
+</p>
+<p>Het ligt buiten de stad. Uit alle landen der wereld zijn hier wilde dieren bijeengebracht.
+Maar hier verkwijnen ze niet in een sombere gevangenschap, zooals in <span class="corr" id="xd33e1069" title="Bron: menageriën">menagerieën</span> en zoölogische tuinen, hier kunnen ze zich vrij bewegen over terreinen, die naar
+gelang van den aard der verschillende soorten, ingericht zijn. Over wijde zandvlakten
+zwerven de dromedarissen en struisvogels der Sahara, een kunstmatig aangelegde steppe
+strekt de buffels van Noord-Amerika en de antilopen en zebra’s van Afrika tot verblijfplaats.
+Tusschen grillige rotsen klauteren de lama’s der Andes, de steenbokken der Alpen en
+de muffeldieren uit de gebergten van Corsika en Sardinië: de olifanten staan in een
+gemeenschappelijk hok bijeen, en gaan vandaar uit aan hun arbeid in het park.
+</p>
+<p>In het Poollandschap dartelen walrussen en robben in ruime bassins, op welker randen
+de pinguins komisch-gewichtig plomp rondwaggelen. Afzonderlijke grotten en koele vijvers
+strekken den ijsberen tot woonplaats; ze laten zich in ’t water neerplonzen, zwemmen
+snuivend in ’t rond, slaan elkaar, wanneer ze te dicht in elkaars nabijheid komen,
+met de klauwen, klauteren dan op een overhangende rots om daar lui op den rug liggend,
+uit te rusten, en storten zich dan weer, den kop vooruit, in ’t water. Daarboven verheft
+zich een klein plateau waar een rendierkudde graast.
+</p>
+<p>Het glanspunt van Hagenbeck’s dierenpark is de leeuwenkloof. Aan drie kanten bevinden
+zich steile <span class="corr" id="xd33e1075" title="Bron: rontswanden">rotswanden</span> met grotten en kloven. Aan den vierden kant, naar den toegang, is de kloof open,
+en hier staan we nu, op een afstand van slechts enkele meters, vlak tegenover twaalf
+groote leeuwen, zonder ook maar door een draadwerk van hen gescheiden te zijn! Dat
+is wel buitengewoon gevaarlijk, zou men zoo zeggen. In ’t geheel niet! De dieren zouden
+ons, zelfs al wilden ze, geen kwaad kunnen doen. Dan zijn ze zeker vastgebonden? Ook
+dat niet! <span class="pageNum" id="pb104">[<a href="#pb104">104</a>]</span>Ze zijn vrij. Eenigen liggen languit te slapen, anderen zitten voor zich uit te staren,
+en droomen van Soedan; twee springen met lenige, katachtige bewegingen de rotsen op
+en af; twee Oost-Afrikaansche leeuwen zonder manen nemen elkaar met vijandige blikken
+op, terwijl een Zuid-Perzische leeuw op het plateau op den voorgrond rusteloos heen
+en weer loopt. Ze verwaardigen den toeschouwer met geen enkelen blik, daarvoor zijn
+die koninklijke dieren veel te trotsch; ’t is alsof ze die menschen vóór zich in ’t
+geheel niet zien, en toch zijn ze slechts één sprong afstands van hen verwijderd.
+Maar deze sprong zou te groot zijn! Een gracht tusschen hen en ons is acht meter breed,
+en zoo ver springt een leeuw niet! Wanneer een van die dieren op ons af zou springen,
+dan zou hij tegen een gladden muur terecht komen, die zich loodrecht uit de met water
+gevulde gracht verheft, en van daaruit is geen andere uitweg dan weer naar de kloof
+terug.
+</p>
+<p>Toen ik eens voor dat eigenaardige leeuwenhol stond, kwam een breed geschouderde oppasser
+naar me toe en zei: „Wanneer u me tien stuivers geeft, ga ik het leeuwenhol binnen!”
+</p>
+<p>„Best,” zei ik, „maar op je eigen verantwoording.”
+</p>
+<p>„Natuurlijk! Wacht u maar een oogenblik!”
+</p>
+<p>Dadelijk daarop ging er een kleine deur in de rots open, en met kalme, zekere schreden
+naderde de oppasser de twaalf woestijnkoningen. Men kon terstond zien dat hij ze volkomen
+in bedwang had. De Zuid-Perzische leeuw stiet een dof gebrul uit, maar bleef heen
+en weer loopen. De slapenden openden de oogen, spitsten de ooren en verhieven zich.
+De oppasser sloeg een der dieren met een rijzweep, waarop het dier lenig op een omgevallen
+boomstam in de kloof sprong. Een tweede leeuw sprong geluidloos en sierlijk over de
+hem voorgehouden zweep. Toen ze hun kunsten vertoond hadden, kreeg ieder een stuk
+vleesch, dat de oppasser uit zijn zak te voorschijn haalde, toen greep hij een der
+grootste dieren stevig bij de manen en schudde hem duchtig heen en weer; een ander
+pakte hij bij de ooren, en hield zijn gezicht tegen den kop van den leeuw aangedrukt.
+Deze hoefde slechts zijn muil open te sperren om hem het hoofd van den romp af te
+scheiden; maar zooals de oppasser me later verzekerde, bij al die gevaarlijke kunststukken
+klopte zijn hart geen oogenblik sneller. Hij had de leeuwen volkomen <span class="pageNum" id="pb105">[<a href="#pb105">105</a>]</span>aan zich onderworpen; hij speelde met ze, alsof het jonge katten waren, en toch waren
+er twee bij, die pas zes maanden geleden gevangen waren. Toen de oppasser de kloof
+verliet, liep hij achteruit, bleef op het eind een oogenblik staan, riep op bevelenden
+toon een commando, en sloeg met zijn zweep op een rotsblok, om de dieren naar den
+anderen kant te verdrijven, en verdween toen snel door de deur. Klaarblijkelijk kon
+hij ze toch niet blindelings vertrouwen, onverwachts kon in deze gevangenen het roofdier
+ontwaken!
+</p>
+<p>In de nabijheid der wilde dieren vergeet men niet alleen den tijd, maar ook het begrip
+van plaats. Ik althans vertoefde daar met voorliefde. Hun aanblik verplaatst me in
+de stilte der woestijn, in het zwijgen der wouden, in de stormen der bergen, in de
+geheimzinnigheid van Indië’s struikgewas. Ik denk aan karavanen en nachtelijk kampvuur,
+aan jachten en gevaarvolle avonturen, en ik koester medelijden met de gevangenen,
+ook al hebben ze ’t zoo goed als in Hagenbeck’s prachtig park in Hamburg.
+</p>
+<p>Maar nu voert de trein ons met razende vaart door Hannover en Westfalen, over den
+statigen Rijn, en door het Zuiden van Holland. Rechts en links zooveel nijverheid,
+zooveel rustelooze arbeid! Hier kampen de Hollanders met het water, dat hen steeds
+met overstroomingen bedreigt. Slechts kort zijn de afstanden tusschen de nijvere industrie-steden.
+Voorbij! Onverbiddelijk voert ons de trein westwaarts, totdat we het eindpunt, Vlissingen
+bereiken.
+</p>
+<p>Hier wacht ons de stoomboot. Zoodra alle reizigers aan boord zijn, en hun bagage,
+benevens eenige wagenladingen vrachtgoed in het ruim geladen zijn, beginnen de raderen
+te werken en het schip verlaat de haven en vaart het kanaal, tusschen het vasteland
+en Engeland in. Het weer is prachtig, een zilte bries strijkt over het water, maar
+zonder dat we last hebben van hooge golven. Nu en dan ontmoeten we een ander stoomschip.
+Hongerige meeuwen vliegen in sierlijke kringen rondom ons. Een voor anker liggend
+lichtschip laten we links achter ons liggen, en aan denzelfden kant doemt na eenige
+uren de kust van het graafschap Kent op. Engeland is in ’t zicht!
+<span class="pageNum" id="pb106">[<a href="#pb106">106</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch25" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#xd33e3040">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h2 class="main"><span class="divNum">25.</span> IN HET GEWOEL DER WERELDSTAD.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Ons schip vaart de breede, trechtervormige uitmonding der Theems binnen, en landt
+in de haven van Queensborough. Hier nemen we weer plaats in den spoortrein, die ons
+in korten tijd door een dichtbevolkte landstreek naar het hartje van Londen brengt.
+Reeds op weg naar het hotel, krijgt men een indruk van de woelige drukte van Engeland’s
+hoofdstad, die tweemaal zoo groot is als Berlijn, en met haar bijna vijf millioen
+inwoners het zevende deel der gezamenlijke bevolking van Engeland en Wales herbergt.
+</p>
+<p>Welke keus zullen we nu doen uit deze onuitputtelijke zee van bezienswaardigheden?
+Men verdrinkt in die menigte musea, kunstverzamelingen, theaters en kerken! Er zijn
+dorpen, die slechts uit één enkele straat bestaan. Wanneer men de 8000 straten die
+Londen telt, aan elkaar zou kunnen voegen, dan zou die reuzenstraat zich door geheel
+Europa, West-Azië, tot aan Samarkand in Turkestan uitstrekken! Maar, gelukkig, zóó
+lang zijn de Londensche straten niet; ze vormen één groot net, ze eindigen aan de
+Theems of in uitgestrekte parken en wereldberoemde pleinen. En op al deze straten
+en pleinen wemelt en krioelt het van voetgangers en voertuigen; maar het drukste verkeer
+vindt men in Piccadilly, de drukste straat der wereld!
+</p>
+<p>Reeds na twee dagen komen we tot de overtuiging, dat onze zwakke krachten het tegenover
+de onafzienbare menigte bezienswaardigheden van Londen moeten afleggen, we willen
+ons dus willoos door het toeval laten leiden. Wanneer men bezoeken moet afleggen bij
+vrienden en bekenden, dan raadpleegt men eerst den plattegrond om op de snelste en
+goedkoopste manier te komen waar men moet wezen, en men zorgt er voor vooraf te informeeren,
+wanneer de familie thuis is om bezoek af te wachten.
+<span class="pageNum" id="pb107">[<a href="#pb107">107</a>]</span>
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure p104width"><img src="images/p104.jpg" alt="Tower en Towerbrug te Londen." width="720" height="460"><p class="figureHead">Tower en Towerbrug te Londen.</p>
+</div><p>
+<span class="pageNum" id="pb108">[<a href="#pb108">108</a>]</span>
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure p105-1width"><img src="images/p105-1.jpg" alt="Parlementsgebouw in Londen." width="547" height="405"><p class="figureHead">Parlementsgebouw in Londen.</p>
+</div><p>
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure p105-2width"><img src="images/p105-2.jpg" alt="Britsch Museum te Londen." width="548" height="404"><p class="figureHead">Britsch Museum te Londen.</p>
+</div><p>
+<span class="pageNum" id="pb106a">[<a href="#pb106a">106</a>]</span></p>
+<p>Men kan hun geen grooter genoegen doen dan door juist op een ontvangdag te komen,
+en het gewoel in de salons en om de theetafel te helpen vergrooten. Want het staat
+deftig om zooveel mogelijk bezoek te ontvangen. Maar, om bezoek te ontvangen moet
+de gastvrouw zich beijveren om gedurende <span class="pageNum" id="pb109">[<a href="#pb109">109</a>]</span>de overige dagen der week zelve bezoeken af te leggen. Het gevolg hiervan is een rusteloos
+rondrijden in equipage of automobiel; en nauwelijks tehuis gekomen, moet ze snel voor
+een diner toilet maken. In Engeland is het warme jaargetijde gewijd aan het maatschappelijk
+verkeer, hoewel ik persoonlijk in dit opzicht tusschen winter en zomer volstrekt geen
+onderscheid opgemerkt heb. Want ook ’s winters betoonen de Engelschen den vreemdeling
+dezelfde gastvrijheid.
+</p>
+<p>Wanneer men een indruk wil krijgen van het straatgewoel, dan moet men bovenop een
+omnibus plaats nemen; van daar uit heeft men naar alle kanten vrij uitzicht. Wij bestijgen
+dus een „bus” in Kensington, de wijk waarin ons hotel ligt, in de onmiddellijke nabijheid
+van twee der rijkste musea van Londen voor kunsten en wetenschappen. Eerst gaat ’t
+langs het prachtige Hydepark, een heerlijke oase temidden van de huizenwoestijn. Het
+park wordt doorsneden door breede, schaduwrijke wegen; hier praalt de voorname wereld
+met schitterende equipages, kostbare toiletten en rijk uitgedoste livreien. Wanneer
+men ’s zomers zucht van de hitte, dan vindt men hier een verkwikkende koelte; zwarte
+zwanen zwemmen statig rond in den langwerpigen vijver, waarin ieder mag baden, zonder
+dat hij daarvoor een cent hoeft te betalen. Maar de prachtige gazons zien er uit alsof
+er zoo juist een groote volksbijeenkomst is gehouden; hier rusten de dakloozen, want
+overdag mogen ze in de openbare parken gaan liggen en slapen, maar des nachts worden
+ze er door de politie verdreven!
+</p>
+<p>Langzaam beweegt zich nu onze omnibus door het gewoel van Piccadilly. Zooeven hadden
+we nog het Hydepark links, en reeds spreidt het St. James-park zijn boomenpracht rechts
+van ons ten toon. Links van ons hebben we Londen’s grauwe, eindelooze huizenzee. Maar
+spoedig zijn we het park voorbij, en nu hebben we aan weerszijden de huizen van Piccadilly.
+Men houdt bij het rijden links, daardoor ontstaat een dubbele stroom van voertuigen
+in de tamelijk smalle straat. Vanaf het imperiaal van den omnibus heeft men een uitstekend
+uitzicht op dien gestadig voortbruisenden verkeersstroom.
+</p>
+<p>Voor en achter ons, zoover de blik reikt, ziet men de honderden van voertuigen als
+eindelooze, naast elkaar rijdende treinen, een bonte aaneenschakeling van passagiers-
+en goederenwagens. <span class="pageNum" id="pb110">[<a href="#pb110">110</a>]</span>De omnibussen alleen zijn honderden in getal, groote, zware, roodgeverfde monsters,
+deels door motoren, deels door paarden voortbewogen; aan de zijkanten altoos met reclameborden
+bedekt. Op het imperiaal zitten de heeren met hun hooge hoeden, onder het rooken van
+een pijp, hun courant te lezen, terwijl de dames onder haar groote hoeden schuil gaan.
+Van het plaveisel is nauwelijks iets te zien. Want tusschen de omnibussen verdringen
+zich nog automobielen, vierwielige huurrijtuigen, reclamewagens, hooge tweewielige
+hansoms en vrachtwagens, en daartusschen weer kleine karren beladen met bananen en
+sinaasappels. Hier en daar dringt zich ook nog een wielrijder tusschen het levensgevaarlijke
+gewoel. De andere helft der straat biedt hetzelfde schouwspel. Slechts beweegt zich
+hier de stroom in tegenovergestelde richting. Onafgebroken klinkt het getoeter der
+automobielen en het knallen der zweepen: al die geluiden der wereldstad, vermengd
+met het paardengetrappel, het menschengedruisch, het roepen der courantenventers,
+enz. smelt samen tot een zoemend gebrom, dat ons onophoudelijk in de ooren klinkt.
+</p>
+<p>Van tijd tot tijd ziet men kleine jongens, die snel den paardenmest opvegen en wegdragen.
+Vlug en handig wippen ze door het ergste gedrang heen; en ’t mag wel een wonder heeten,
+dat ze het er altijd heelhuids afbrengen!
+</p>
+<p>Langzaam, langzaam gaat ’t verder. Ineens staat de geheele stoet stil; een politieagent
+heeft zijn hand in de hoogte gestoken; wee den koetsier of chauffeur die bij dit teeken
+niet onmiddellijk zou stilhouden! De politieagent en zijn kameraad, aan den anderen
+kant van de straat, hebben het verkeer een oogenblik stop gezet om een rij voertuigen
+uit een dwarsstraat gelegenheid te geven Piccadilly over te steken; ze rijden ons
+nu voorbij, maar over eenige minuten brengen andere agenten het verkeer in de zijstraat
+tot stilstand en wij kunnen onzen weg weer vervolgen, totdat we aan een ander kruispunt
+weer moeten wachten. Men heeft zoodoende bij een rit door Londen’s straten heel wat
+geduld noodig, want van snel vooruit komen, kan bij al die drukte, geen sprake wezen.
+</p>
+<p>Eindelijk eindigt Piccadilly in een klein rond plein, waarop van alle kanten straten
+uitkomen. Hier is het gewemel van voertuigen en voetgangers werkelijk angstwekkend!
+De onvermoeide <span class="pageNum" id="pb111">[<a href="#pb111">111</a>]</span>politie leidt echter rustig het verkeer, en wordt ook gewillig gehoorzaamd. De politie
+van Londen is de vriend en beschermer van het publiek, zoo komt het, dat er overal
+voorbeeldige orde heerscht.
+</p>
+<p>Nu buigt onze omnibus naar rechts af, en brengt ons door een korte, maar belangrijke
+straat naar Trafalgar-Square, een der mooiste en levendigste pleinen van Londen. In
+het midden verheft zich een 44 meter hooge zuil, bekroond door het standbeeld van
+den zeeheld Nelson. Het plein ontleent zijn naam aan het voorgebergte Trafalgar in
+Spanje, aan de kust van den Atlantischen Oceaan, in de buurt van Gibraltar. Daar behaalde
+Nelson in 1805 de overwinning op de vloot van Napoleon, en verijdelde zoodoende het
+plan van den keizer, om met zijn troepen een inval in Engeland te doen. Nelson zelf
+vond in dezen bloedigen slag den dood. Op de zuil staan zijn beroemde woorden gebeiteld:
+„Engeland verwacht dat elkeen zijn plicht zal doen!”
+</p>
+<p>De omnibus rolt dreunend verder oostwaarts door eindelooze straten met winkels en
+kantoren. Beneden ons krioelt het als in een mierenhoop. Iedereen heeft haast. Men
+spoedt zich naar het station, naar kantoor, winkel, of bank zonder zijn aandacht te
+schenken aan die oude huizen, gevels of fonteinen die de herinnering wakker roepen
+aan lang vervlogen tijden. „Zaken” dat is het wachtwoord in de City, de „hoofdstad
+van Londen.” Hier vloeit het geld in zilveren en gouden stroomen, hier is het brandpunt
+van wereld- en kolonialen handel, hier liggen naast ontelbare bankgebouwen de paleizen
+der stedelijke beambten, de oude gilde-huizen, de <span class="corr" id="xd33e1139" title="Bron: redactiebureau’s">redactiebureaus</span> der couranten. Hier verheft zich ook de prachtige, en op twee na de grootste kerk
+der christenheid, de St. Pauls-kathedraal, die zoo omringd is door de zee van grauwe,
+donkere huizenmassa’s dat het uiterlijk nauwelijks eenigen indruk maakt; van binnen
+is de kerk evenwel overweldigend en plechtig.
+</p>
+<p>Een eind verderop ligt de Bank van Engeland, met zijn meer dan 1000 beambten, en zijn
+geldvoorraad van minstens 240 millioen gulden aan goud en zilver. Daar het gebouw
+geheel zonder vensters is, ziet het er uit als een geweldige vesting; en met dien
+schat, dien het bergt, is ’t dan ook inderdaad het sterkste bolwerk van Engeland’s
+welvaart en onafhankelijkheid.
+<span class="pageNum" id="pb112">[<a href="#pb112">112</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch26" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#xd33e3049">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h2 class="main"><span class="divNum">26.</span> DE THEEMS.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Weer rijden we langs het dek van Hydepark, maar ditmaal slaat onze automobiel bij
+Piccadilly rechtsaf, voert ons langs het Buckingham-paleis, waar de koning verblijf
+houdt; en laat vervolgens een rij groote gebouwen, waarin de ministeries gevestigd
+zijn, links liggen. Rechts verheft zich de beroemde Westminster-Abdij, waar Engeland’s
+koningen gekroond worden en waar de grootste mannen en helden van Brittannië in hun
+graven sluimeren. Naast de Kathedraal verheft zich het reusachtige parlementsgebouw,
+in welks prachtige zalen het Engelsche Hooger- en Lagerhuis zitting houden en waar
+over het wel en wee van het Britsche rijk beraadslaagd wordt.
+</p>
+<p>Met zijn languitgestrekten gevel en zijn torens weerspiegelt zich het Parlementsgebouw
+in het water van de Theems, evenals het vlak daartegenover liggend St. Thomas-hospitaal.
+De verbinding tusschen de beide oevers wordt gevormd door de Westminsterbrug. Hier
+begeven we ons op een rivierbootje, waarmee we stroomafwaarts, en tóch tegen den stroom
+opvaren! Want het is bijna twaalf uur en de vloed komt van uit zee opzetten. Ontelbare
+vrachtschepen maken daarvan gebruik, om zoodoende gemakkelijk van uit zee Londen te
+bereiken.
+</p>
+<p>We varen onder een spoorbrug door. Links op de kade verheft zich de „Naald van Cleopatra,”
+een Egyptische obelisk: en iets verder stroomafwaarts zien we de steenen muren van
+eenige reuzen-hotels. Achter de Waterloo-brug wordt de hooge, heerlijke koepel der
+St. Pauls-kathedraal zichtbaar. Blackfriars-brug, de brug der „Zwarte broeders” en
+een spoorbrug liggen zóó dicht naast elkaar, dat de afstand tusschen die beide nauwelijks
+twintig meter bedraagt. De rechteroever wordt ingenomen door fabrieken en eenvoudige
+woonhuizen.
+</p>
+<p>Nu gaan we onder drie bruggen door, die eveneens vlak naast elkaar liggen. De derde
+heet „London Bridge”, en is een der hoofdaderen van het verkeer. Voortdurend wordt
+het oog door iets nieuws geboeid. Ginds ligt de „Tower” een der beroemdste overblijfselen
+uit vroegere eeuwen, een overoude vesting en staatsgevangenis, een gebouw, welks geschiedenis
+ten nauwste met die van Engeland verbonden is. In den „Tower” <span class="pageNum" id="pb113">[<a href="#pb113">113</a>]</span>worden tegenwoordig, behalve andere kostbaarheden, de kroonjuweelen en de uiterlijke
+kenteekenen der koninklijke macht bewaard, ter waarde van ongeveer zestig millioen
+gulden.
+</p>
+<p>Op twee, midden in den stroom gebouwde torens, rust de „Tower-brug”. Het middelste
+gedeelte bestaat uit twee boven elkaar liggende bruggen, zoodat ook schepen met hooge
+masten er onder door kunnen varen, terwijl voor de voetgangers in de beide torens
+liften zijn aangebracht waarmede zij op de bovenste brug worden gebracht en niet behoeven
+te wachten. De grootste stoomschepen varen evenwel niet zoo ver stroomopwaarts. De
+schepen met bestemming voor Amerika verlaten Engeland van uit Liverpool, Southampton
+en Bristol, terwijl de Australische, die we in Bombay en Colombo zagen, veel dichter
+bij de Theemsmonding ankeren.
+</p>
+<p>Wanneer we de Towerbrug voorbij zijn, bieden de oevers weinig belangrijks meer. Dokken,
+fabrieken, stapelplaatsen, werven, kranen, nemen de plaats in van beroemde gebouwen.
+Aan weerszijden liggen tallooze kleine stoombootjes, zeilschepen en roeibooten. We
+komen machtige stoomschepen uit alle werelddeelen tegen. Nu varen we juist over een
+tunnel heen, die onder den stroom door gegraven is. Rechts ligt de Electrische Centrale,
+vanwaar uit alle electrische trams van Londen hun beweegkracht ontvangen, een reuzen-installatie,
+want de trams doorsnijden Londen in alle richtingen.
+</p>
+<p>Eindelijk bereiken we Greenwich, met de wereldberoemde sterrenwacht, wier meridiaan
+in nagenoeg alle landen als „nulmeridiaan” aangenomen is. Op de meeste land- en zeekaarten
+wordt de ooster- en westerlengte van deze meridiaan uit berekend.
+</p>
+<p>We bevinden ons thans op den rechteroever van de Theems. Om op den linkeroever te
+komen, gaan we met een omnibus door de Blackwell-tunnel onder de rivier door. Deze
+tunnel is gebouwd van cement, en lijkt op een buis met twee trottoirs en een rijweg
+in ’t midden. De lengte bedraagt twee kilometer, de echo wordt dreunend door de wanden
+weerkaatst: boven ons hoofd doorploegen de schepen de rivier.
+</p>
+<p>Tenslotte zoeken we, om weer in ons hotel terug te komen, een der ondergrondsche spoorwegen
+op, die in alle richtingen Londen doorkruisen, evenals de gangen van reusachtige mollen.
+<span class="pageNum" id="pb114">[<a href="#pb114">114</a>]</span>In doorsnede bevinden ze zich op een diepte van twintig meter, sommigen zelfs van
+vijftig meter. Men kan daarmee goedkoop en snel van het eene eind van de stad naar
+het andere komen, maar men mist natuurlijk het belangwekkende schouwspel, dat het
+bonte gewoel daarboven in het daglicht oplevert.
+</p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch27" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#xd33e3058">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h2 class="main"><span class="divNum">27.</span> TWEE DAGEN IN HET BRITSCH MUSEUM.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Men kan twee dagen in het Britsch Museum, wel het grootste der wereld, doorgebracht
+hebben, zonder nog zelfs een oppervlakkig overzicht te hebben van de schatten die
+het bevat! Onder sfinxen en granieten beelden die 6000 jaar oud zijn, wordt men verplaatst
+in het grijze verleden. Hier staat een doodkist waarin voor 5500 jaar een Egyptische
+koning ter ruste gelegd werd<span class="corr" id="xd33e1172" title="Bron: ,">;</span> hij was de stichter van tal van prachtige graven bij Caïro; en in de Ninivé-zaal
+staan we vol bewondering voor oude oorkonden en brieven die in spijkerschrift op leemen
+tabletten gegrift zijn.
+</p>
+<p>Uit de dagen van Sanherig en Sardanapalus, 700 en 600 v. Chr., stamt het Babylonisch-Assyrische
+verhaal van Schepping en Zondvloed, dat zooveel overeenkomst vertoont met de bijbelsche
+voorstelling. De goden, zoo heet het, besloten een vloed over de aarde te zenden,
+waarin alles zou verdrinken. Slechts aan Sit-Napistim, den Babylonischen Noach, werd
+bevolen een schip te bouwen dat voor hem, zijn familie en zijn huisdieren zou dienen
+als een veilige wijkplaats. Toen steeg de vloed, en bedekte de gansche aarde, en toen
+het schip, nadat het water weer gevallen was, op den berg Nizir landde, werden op
+den zevenden dag een duif, een zwaluw en een raaf losgelaten om op verkenning uit
+te gaan.—Deze sage is tot ons gekomen door de bibliotheek te Ninivé, die door Sardanapalus
+werd uitgebreid.
+</p>
+<p>Welk een gevoel van eerbied vervult ons, wanneer we staan voor het beeld van Ramses
+II. Hij was de Pharao die de kinderen Israëls onderdrukte! Wanneer we dan de Romeinsche
+zalen betreden, en we het oog vestigen op de buste van Caesar, dan hebben we het gevoel,
+weer op historischen bodem te staan, en wanneer we dan in de bibliotheek van George
+III (King’s <span class="pageNum" id="pb115">[<a href="#pb115">115</a>]</span>Library) een bijbel uit het jaar 1455 aanschouwen, de eerste die uit Gutenberg’s eigen
+drukkerij te Mainz kwam, dan meenen we al zeer nabij den tegenwoordigen tijd te zijn.
+</p>
+<p>De handschriftenverzameling van het Britsch Museum omvat een menigte gedenkwaardige
+brieven uit de geschiedenis van Engeland. Zoo kunnen we hier het eigenhandig, door
+Nelson geschreven, plan voor den zeeslag van Trafalgar lezen, alsook de laatste bladzijden
+uit het dagboek van Gordon, den held van Karthoem, met wien we nog nader zullen kennismaken.
+</p>
+<p>De bibliotheek van het Britsch Museum omvat twee-en-een-half millioen banden die,
+naast elkaar gezet, een rij van zeventig kilometer lengte zouden vormen. En onze bewondering
+voor deze menigte van boeken stijgt nog wanneer we denken aan de scherpzinnigheid
+der navorschers, die er in geslaagd zijn om uit al deze gegevens schatten van wijsheid
+te putten, aangaande de geschiedenis van volkeren, die reeds tal van eeuwen tot het
+verleden behooren.
+</p>
+<p>Niet minder dan deze verzamelplaats van historische herinneringen trof mij de levende
+getuige van een grijs verleden, die tot aan zijn dood op een buitenplaats buiten Londen
+woonde, en dien ik eens bezocht, in gezelschap van den overste Younghusband, die jaren
+geleden de Engelsch-Indische expeditie naar Lhassa in Thibet leidde. Toen we aanbelden,
+kwam de statige grijsaard zelf om ons te ontvangen. Hij was toendertijd vijf-en-negentig
+jaar oud en heette Sir Joseph Hooker. Eertijds directeur van den grooten Londenschen
+plantentuin, zat hij nog op het eind van zijn leven over zijn microscoop gebogen,
+en schreef geleerde verhandelingen over het leven der planten! Reeds twintig jaren
+voor mijn geboorte was hij tot aan de grenzen van Thibet doorgedrongen, en ook van
+zijn reis naar de Zuidelijke IJszee vertelde hij met groote levendigheid! Hij was
+in 1839 scheepsdokter bij de Zuidpool expeditie van James Rosz. Twee-en-zeventig jaren
+waren er sedert voorbij gegaan, en men kan zich nauwelijks voorstellen, dat er nog
+persoonlijke herinneringen bewaard konden blijven uit een tijd, die zoo ver in ’t
+verleden lag.
+</p>
+<p>„Is ’t mogelijk, dat u zich alles nog kunt herinneren, wat op dien tocht voorviel?”
+vroeg ik.
+</p>
+<p>„Zeker,” antwoordde Hooker, „ik kan me dien tocht beter <span class="pageNum" id="pb116">[<a href="#pb116">116</a>]</span>voor den geest terugbrengen, dan de gebeurtenissen van het vorige jaar.”
+</p>
+<p>En toen beschreef hij ons hoe de ligging van het ijs was, en hoe hij en zijn tochtgenooten
+aan boord leefden. Ook sprak hij met warmte over dien grooten baanbreker der nieuwere
+natuurwetenschap, zijn vriend Charles Darwin.
+</p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch28" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#xd33e3067">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h2 class="main"><span class="divNum">28.</span> IN LONDEN’S ARMENWIJK.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Wat is het leven toch rijk aan scherpe tegenstellingen en aan ten hemel schreiend
+onrecht! Op een afstand van ternauwernood een half uur van al de pracht en praal,
+die bij de laatste kroning in Juni 1910 in de Westminster Abdij tentoongespreid werd,
+ligt de armenwijk in het Eastland en in het zuidoostelijk deel van Londen. Begeven
+we ons thans daarheen.
+</p>
+<p>We hebben onze allereenvoudigste plunje aangetrokken en worden begeleid door een vriendelijken
+missionaris, want het is in deze straten, waar moorden niet tot de zeldzaamheden behooren,
+en waar nog heden vreemdelingen spoorloos verdwijnen, volstrekt onveilig. Het is raadzaam
+om horloge en ketting maar liever thuis te laten, en ’t is dames niet aan te bevelen
+om hier haar handtaschje met geld met zich mede te dragen!
+</p>
+<p>Hoevele boeken zou men niet kunnen vol schrijven over de ontzettende armoede van Londen!
+Een armoede die het hart breekt en die schande roept over de grootste en rijkste stad
+der wereld. Tot zulk een ellende als in Londen, vervallen de armen in geen enkel land
+op aarde, zelfs niet in Azië! Hun leven is een onafgebroken worsteling met de meest
+kwellende zorgen en het meest nijpende gebrek; met ziekte, vervuiling, gedierte en
+misdaad.
+</p>
+<p>Daar woont een moeder met acht kinderen in een enkel kamertje, waarvoor ze nauwelijks
+de huur kan betalen. Hoe moet ze den honger van haar kinderen stillen, wanneer haar
+man het grootste gedeelte van zijn verdiensten als dokwerker verdrinkt? Jammerlijk
+slepen de kinderen hun ellendig bestaan voort, en wanneer er een sterft, blijft het
+liggen, totdat het noodige geld voor een begrafenis bijeengebracht is. Overleven <span class="pageNum" id="pb117">[<a href="#pb117">117</a>]</span>ze de kinderjaren, dan groeien ze op tot straatslijpers en vagebonden, die voor niets
+anders deugen dan voor bedelaars.
+</p>
+<p>Roerend, en tegelijk ergerlijk is de aanblik dier kleinen, zoo als ze, in lompen gehuld,
+in de nauwe, stinkende sloppen te midden van allerlei afval, stoeien en spelen. Dat
+is hun zomervermaak, en van de vrije natuur hebben ze niet eens een voorstelling!
+Ze zijn aan deze straten in het Eastland gehecht, en zouden niet eens van woonplaats
+willen wisselen! ’t Is nu immers zomer, en dan heeft men ’t tenminste op straat niet
+koud!
+</p>
+<p>Onze leidsman brengt ons naar een wijk waar de stegen zoo nauw zijn, dat twee personen
+elkaar nauwelijks kunnen passeeren. Hier heeft de missionaris veel goeds verricht.
+De zending heeft hier een eigen vergaderlokaal, kerk en club, en ’t is weldadig om
+te zien hoe graag de arme kinderen hier heen gaan. Een ruim gymnastieklokaal en een
+kleine bibliotheek staan hun ter beschikking, en zelfs hebben ze een padvindersclub
+georganiseerd die achttien leden telt. Op het dak van een huis hebben ze een ruim
+terrein voor voetbal en andere spelen.
+</p>
+<p>Zulk een zending, een zoogenaamd „Settlement” of kolonie vindt men in de armste wijken
+van het Eastland. Barmhartige Samaritanen, uit de welgestelde klassen van Londen,
+offeren een deel van hun tijd op om hier met de armen om te gaan en hun met raad en
+daad bij te staan.
+</p>
+<p>Ze zijn in zekeren zin het zout dat het bederf tegen gaat. Ze redden velen van het
+verderf en vormen hen tot fatsoenlijke burgers. Hoe groot is echter het getal van
+hen, die in dien poel van jammer en misdaad reddeloos ten onder gaan!
+</p>
+<p>Nu voert onze leidsman ons in een arbeiderswoning, die niet eens tot de slechtste
+behoort; men gaat vanuit de straat twee treden af in een ellendig klein kelderhol.
+De enkele meubels zien er zoo vervallen uit, dat het schijnt, alsof ze zich nog slechts
+met moeite staande houden. Aan een ronde tafel in ’t midden zit baas Higgins, met
+zijn moeder en zijn vrouw voor een karig middageten; het vertrek is klein en bedompt,
+en geen frissche lucht komt van de straat uit naar binnen. Hoe zal ’t hier dan ’s
+winters wel wezen, wanneer de beruchte Londensche mist zoo dik is, dat ’s middags
+een stikdonkere duisternis heerscht en op de rijk verlichte breede straten de electrische
+lampen aan de overzijde nauwelijks te zien zijn!
+<span class="pageNum" id="pb118">[<a href="#pb118">118</a>]</span></p>
+<p>Maar baas Higgins is tenminste nog een goede kerel. Hij is juist thuisgekomen van
+zijn werk: het bouwen van een brug, en hij heeft ’t nog zóó warm, dat de hitte van
+zijn lichaam afslaat als hij te midden der zijnen in zijn hemdsmouwen aan tafel zit.
+Hij heeft reeds volwassen zoons, die zelf verdienen en hij vertelt ons wat hij wekelijks
+verdient, en wat hij noodig heeft voor huur en levensmiddelen.
+</p>
+<p>Reeds bij de oudste staatsregeling heeft elke Engelschman het recht „niet te verhongeren”
+en een uitstekende Armenzorg van staats- en gemeentewege was het gevolg. Maar, nog
+ontbreekt het hier aan wetten, die inplaats van de armoede te lenigen, die weten te
+voorkomen.
+</p>
+<p>Tijdens een bezoek aan Londen was ik op zekeren avond als gast bij een feestmaal van
+het gilde der zijdehandelaars. Dit gilde is een der oudste van Londen en bestaat reeds
+acht eeuwen; hoewel tegenwoordig geen der leden meer zijdehandelaar is. Lid kan evenwel
+lang niet iedereen worden, het is een eer die van vader op zoon overgedragen wordt.
+Door giften en legaten beschikt het gilde over ontzaglijke sommen, waarvan de rente
+in zijn geheel voor liefdadige doeleinden gebruikt wordt. Het gildehuis in Londen
+is een heel oud gebouw, van middeleeuwsche pracht; men vindt hier de prachtigste bekers,
+kannen en schotels, die alle eeuwen oud zijn. Wel twee duizend huizen in Londen zijn
+het eigendom van het gilde en tal van scholen worden geheel door het gilde bekostigd;
+ook worden alle ziekenhuizen uit de kas met ruime giften gesteund.
+</p>
+<p>Toen ik later met een kennis langs de Theems naar huis ging, waren de banken dicht
+bezet met tal van kerels in lompen en nachtelijke zwervers. De meeste zaten in elkaar
+gebogen, de handen in de zakken en het hoofd op de borst gezonken. Enkelen zaten met
+elkaar te praten, terwijl ze hun pijp rookten. Een oude man had een plaats gevonden
+dicht bij een lantaarnpaal, en las de courant.
+</p>
+<p>„Wat zijn dat voor menschen?”
+</p>
+<p>„De dakloozen,” antwoordde mijn geleider.
+</p>
+<p>„Slapen ze hier den geheelen nacht?”
+</p>
+<p>„Neen, ze wachten tot twee uur, dan deelt het Leger des Heils daarginds onder de brug
+warme soep en brood uit.”
+</p>
+<p>„En na het eten?”
+<span class="pageNum" id="pb119">[<a href="#pb119">119</a>]</span></p>
+<p>„Dan zitten ze weer in doffe onverschilligheid op de banken, of ze zwerven door de
+stad heen om te bedelen of te stelen. ’s Morgens zien ze weer op de een of andere
+manier aan een gratis maal te komen.”
+</p>
+<p>„Wat doen ze dan overdag?”
+</p>
+<p>„Dan liggen ze in de parken te slapen; ’s nachts worden ze daar door de politie niet
+geduld.”
+</p>
+<p>„Maar waarom werken ze dan niet?”
+</p>
+<p>„Ze willen niet! Van al deze kerels hier kon ieder gemakkelijk zijn dertig stuivers
+per dag verdienen, een slaapgelegenheid bekostigen, en onafhankelijk leven, maar ze
+willen niet. Probeer ’t: verschaf hun werk, biedt hun dertig stuivers dagloon aan!
+Niet een enkele zou van uw aanbod gebruik maken! Ze willen veel liever bedelen, in
+de parken slapen en de gemeente tot last zijn.”
+</p>
+<p>„Is hun aantal groot?”
+</p>
+<p>„Veertig duizend—maar, laat ons dat niet vergeten, onder de aanzienlijken en onder
+den adel zijn minstens evenveel dagdieven en deugnieten te vinden! Van hen heeft men
+het recht te verwachten, dat ze zich voor hun land nuttig maken. Hij, die des nachts
+moet rondzwerven, is wel meer te beklagen dan te veroordeelen.”
+</p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch29" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#xd33e3076">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h2 class="main"><span class="divNum">29.</span> VAN LONDEN NAAR PARIJS.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Vaak ben ik van Londen naar Parijs gereisd. De tocht duurt slechts enkele uren. Een
+trein brengt ons vlug naar Dover, en dan, waar ’t kanaal het smalst is, steken we
+met de stoomboot naar Calais over. Dan gaat ’t weer verder per spoor door noordwest
+Frankrijk.
+</p>
+<p>Het is me altijd een genot de Fransche taal te hooren, die als muziek in de ooren
+klinkt. Graag zie ik dit levendige, opgewekte menschenras dat ieder woord vergezeld
+doet gaan van gebaren, schouderophalen en het wisselen der gelaatsuitdrukking. Op
+weg naar Parijs heb ik het gevoel alsof ik me naar een feest begeef. Reeds de naam
+Parijs bevat een onuitputtelijken voorraad van levensvreugde en zorgeloosheid, van
+trots en vaderlandsliefde, vrijheid, dapperheid en roem.
+<span class="pageNum" id="pb120">[<a href="#pb120">120</a>]</span></p>
+<p>Welk een onderscheid tusschen Londen en Parijs! De steden liggen bijkans vlak bij
+elkaar, en toch is ’t alsof ze door een geheele wereld van elkaar gescheiden zijn.
+Reeds in de namen ligt het verschil. „Londen”, hoe zwaarwichtig, dof en ouderwetsch
+klinkt dat! Zooals het brommen van een torenklok, in nauwe straten weerklinkend tusschen
+grauwe huizen. Het klinkt als het stampen van zware stoommachines, als het dreunen
+van voetstappen van een in koortsachtige haast zich voortspoedende menigte, het maakt
+een indruk als iets reusachtigs, maar tevens als iets eentonigs, dat krachtig en overweldigend
+verborgen ligt onder roet en stoomwolken, als iets alledaagsch en prozaïsch dat zich
+slechts bij een kroning of bij de begrafenis van een vorst tot feestelijken luister
+ontplooit.
+</p>
+<p>Maar Parijs! Klinkt dat niet als een zegelied, als een fanfare, opstijgend te midden
+eener jubelende menigte? Het klinkt als het luiden van zilveren klokjes te midden
+van witte paleizen. Het roept en lokt den vreemdeling naar de vroolijkste aller steden;
+het toont hem theaters waar de kunst als een godsdienst wordt beleden, het herinnert
+hem aan de fijnste beschaving, het tintelendste vernuft en de diepste wijsheid, die
+ooit een stad heeft tentoongespreid. De naam Parijs roept de herinnering te voorschijn
+aan roemrijke oorlogen, schitterende triomftochten; maar ook aan belegeringen, bestormingen
+en bloedige omwentelingen, aan onuitputtelijke kracht en rijkdom, zelfopoffering en
+geestdrift, wanneer het ging om de verdediging van het vaderland. Nog steeds schijnt
+de zon over Parijs te stralen, ook op sombere dagen viert er de levensvreugde hoogtij.
+En zoo is Parijs eeuwig jong, hoewel het reeds ten tijde van Ceasar een stad van beteekenis
+was.
+</p>
+<p>Het moge zoo zijn dat Londen in zekeren zin het middelpunt der aarde is; het moge
+zijn dat de Engelsche taal heerscht op de zeeën en in de havens; maar toch was steeds
+Parijs de hoofdstad der wereld, en was het Fransch de wereldtaal, en nog heden is
+’t de taal der diplomatie. Naar Parijs trekken de kunstenaars, beeldhouwers en schilders
+om zich te vormen; in Parijs hebben kunsten en wetenschappen een buitengewone hoogte
+bereikt; na Bologne bezit Parijs de oudste academie ter wereld. Op het punt van verfijnden
+smaak en weelde, ook in de kunst zijn de Franschen ongeëvenaard, en wat kleeding,
+<span class="pageNum" id="pb121">[<a href="#pb121">121</a>]</span>kookkunst en wijnkelder betreft, daarin schreven zij de andere volken de wetten voor!
+</p>
+<p>Vanaf Calais reist men zuidwaarts door een der vruchtbaarste streken van Frankrijk.
+Steden en dorpen, akkers en boomgaarden en gehuchten volgen elkaar op in bonte afwisseling.
+Als een geweldige zeshoek ligt Frankrijk tusschen den Atlantischen Oceaan en de Middellandsche
+zee; ver in het Westen strekt zich het eeuwenoude Normandië uit, het land dat herinnert
+aan de strooptochten der Noormannen en de veroveringen op de kusten van Europa der
+Vikingers in overoude tijden; zelfs bedreigden ze Parijs, maar de stad werd voor een
+losprijs voor verwoesting bewaard.
+</p>
+<p>Vier eeuwen lang beheerschten de Romeinen Frankrijk, totdat de West Gothen, de Bourgondiërs
+en de Franken het land veroverden. Onder de Bourbons werd het de kweekplaats der vreeselijke
+revolutie, die de maatschappij met al haar misstanden omver wierp, en die den grondslag
+legde voor een nieuwen tijd; van hieruit verspreidde zich over de geheele beschaafde
+wereld het streven naar „Vrijheid, Gelijkheid, Broederschap”. Voorwaar, we betreden
+hier een belangwekkenden historischen bodem.
+</p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch30" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#xd33e3085">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h2 class="main"><span class="divNum">30.</span> EEN WANDELING DOOR DE SEINESTAD.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">We bevinden ons nu in de wereldstad waar de Seine een wijden boog beschrijft, om verder
+noordwestwaarts langs Rouaan te stroomen en bij Le Havre in de zee uit te monden.
+Het eerste wat ons opvalt zijn de boulevards, prachtige straten, met schaduwrijke
+boomen beplant, met aan weerszijden groote paleizen, theaters, café’s en winkels.
+De naam boulevard beteekent bolwerk, en de oudste boulevards waren dan ook niets anders
+dan vestingwallen. Lodewijk de XIII liet in de 17e eeuw ter verfraaiïng en uitbreiding
+der hoofdstad, deze bolwerken slechten, en in de plaats daarvan de eerste moderne
+boulevards aanleggen. Zij vormen noordelijk van de Seine een doorloopende reeks met
+verschillende namen: Boulevard de la Madeleine, des Capucines, des Italiens en Montmartre,
+en deze boulevards vormen een der hoofdaderen van Parijs. Hier bevindt men <span class="pageNum" id="pb122">[<a href="#pb122">122</a>]</span>zich temidden van het gewemel van automobielen, omnibussen, huurrijtuigen, equipages
+en een onophoudelijken menschenstroom.
+</p>
+<p>Later werden ook daar, waar oorspronkelijk geen vestingwallen waren, boulevards aangelegd;
+onder Lodewijk XIV en diens opvolgers nam Parijs aan grootte en luister toe, en ten
+tijde van Napoleon I was het ’t hart van het machtigste rijk ter wereld. Na den val
+van Napoleon werd het tweemaal door Frankrijk’s vijanden veroverd. Napoleon III verfraaide
+en verbeterde de stad, als nooit te voren geschied was. In 1871 namen de Duitschers
+Parijs in, en in hetzelfde jaar werd het door de oproerige benden der Commune bezet.
+Het gepeupel verwoestte tal van prachtige paleizen, musea en gedenkteekenen. Ook de
+reusachtige Vendôme-zuil, een herinnering aan Napoleon’s overwinningen werd bij deze
+gelegenheid omvergehaald.
+</p>
+<p>Sedert dien tijd is Parijs voor verwoestingen gespaard gebleven. Maar nog steeds gaat
+het levendig toe in die stad, waar koningen, keizers en presidenten elkaar afwisselen
+en waar ministers nooit langen tijd achtereen hun post behouden. Nog heden is Parijs
+de stad der verrassingen, en dagelijks volgt de geheele wereld met gespannen aandacht
+de nieuwtjes die van daaruit bericht worden.
+</p>
+<p>We moeten ons met een snelle wandeling door Parijs tevreden stellen. We kiezen daarvoor
+den noordelijken oever der Seine en doorkruisen de stad van het zuidoosten naar het
+noordwesten. We beginnen onze wandeling waar eertijds de Bastille, tegelijk vesting
+en staatsgevangenis, stond. Deze werd bij het begin der groote revolutie den 14den
+Juli 1789 bestormd en verwoest en sedert is die dag de nationale feestdag der Franschen
+gebleven. Tegenwoordig verheft zich in het midden van het plein de Juli-kolom, opgericht
+ter eere van hen die in de Juli-revolutie van 1830 op de barricade gevallen zijn.
+</p>
+<p>Van hieruit volgen we de Rue de Rivoli, een der grootste en mooiste straten van Parijs.
+Links is het stadhuis, een grootsch bouwwerk in renaissance-stijl, in welks prachtige
+zalen schitterende feesten gehouden worden. Het bevat vele schilderstukken van beroemde
+meesters.
+</p>
+<p>Iets verder verheft zich het grootste openbare gebouw van de stad, het Louvre, van
+de middeleeuwen af, tot aan de dagen <span class="pageNum" id="pb123">[<a href="#pb123">123</a>]</span>van Napoleon III, de residentie van Frankrijk’s koningen en keizers, het schitterendste
+paleis der wereld; tegenwoordig bevat het twee groote ministeriën en een der grootste
+musea. Om alles wat het bevat nauwkeurig te bezien, heeft men, evenals in het Britsch
+museum, dagen en weken noodig, zoo niet maanden en jaren! Kolossale verzamelingen
+zijn hier opgehoopt, niet slechts herinneringen aan de groote rijken der oudheid,
+van Azië en Europa, maar ook het beste en kostbaarste wat Europa door alle tijden
+heen aan kunst heeft opgeleverd.
+</p>
+<p>In noordwestelijke richting gaan we door het park der Tuilerieën, en vertoeven een
+oogenblik op de Place de la Concorde, om te genieten van het prachtige uitzicht dat
+men hier naar alle kanten heeft, de rivier met haar kaden en bruggen, de parken en
+lanen, de machtige gebouwen, wonderen van bouwkunst, de talrijke pleinen en de onafgebroken
+stroom van levenslustige mannen en elegante vrouwen, die naar de laatste mode gekleed
+zijn.
+</p>
+<p>In dit deel van Parijs vormen de pleinen, plantsoenen en parken een onafgebroken reeks.
+</p>
+<p>Van de Place de la Concorde komen we thans in de <span class="corr" id="xd33e1266" title="Bron: Champes">Champs</span> Elysées, een twee kilometer lange allée. Op de breede paden verzamelt zich de voorname
+wereld in schitterende equipages en prachtige automobielen, te paard of te voet. Des
+avonds zijn al deze pleinen, straten en parken schitterend electrisch verlicht, zoodat
+ook dan het oog overal door prachtige vergezichten geboeid wordt. Aan de noordzijde
+der Champs Elysées woont in het Elysée-paleis de president der republiek. Den 14den
+Juli ontvangt hij ieder, die in het bezit is van een visitekaartje en een rok.
+</p>
+<p>Wanneer we de breede straten in noordwestelijke richting vervolgen, komen we aan de
+Place de l’Etoile, waarop twaalf avenue’s of groote straten uitkomen. Een daarvan,
+het vervolg der Champs Elysées is genoemd naar het leger van Napoleon, en voert naar
+het Bois de <span class="corr" id="xd33e1271" title="Bron: boulogne">Boulogne</span>. In het midden van de Place de l’Etoile verheft zich een vijftig meter hooge triomfboog,
+opgericht ter herinnering aan de overwinningen van den Corsicaan. Vanaf dezen triomfboog
+overziet men de twaalf straten die aan den voet samenkomen; vanaf die hoogte lijkt
+het gewoel daar beneden op het gekrioel in een mierenhoop.
+<span class="pageNum" id="pb124">[<a href="#pb124">124</a>]</span></p>
+<p>We begeven ons thans naar de Pont <span class="corr" id="xd33e1278" title="Bron: d’Jéna">d’Iéna</span> waar tegenover, op den anderen oever der Seine de Eiffeltoren zich driehonderd meter
+boven Parijs verheft. De Eiffeltoren is het hoogste bouwwerk dat ooit door menschenhanden
+werd opgericht; met zijn driehonderd meter is deze toren ongeveer tweemaal zoo hoog
+als de dom te Keulen en als de hoogste pyramide van Egypte. Op het tweede platform
+zijn we al meer dan honderd meter boven de stad; maar de heuvels rondom Parijs beletten
+nog het vrije uitzicht. Wanneer de lift ons echter op het derde platform gebracht
+heeft, bevinden we ons op een hoogte van 276 meter boven den grond, en in de diepte
+zien we de Seine met haar talrijke bruggen en we overzien de stad met haar tallooze
+straten en haar 140 pleinen en parken. Langs een trap komen we nog tot heel boven
+in den toren, en in de spits straalt des nachts een licht dat zeventig kilometer ver
+zichtbaar is. Alleen zij, die geen last hebben van duizeligheid kunnen het wagen om
+over de borstwering naar beneden te zien, naar de pijlers van het ijzeren gevaarte;
+en vooral niet wanneer het hard waait en de groote toren merkbaar heen en weer schommelt.
+Men behoeft niet in een luchtballon op te stijgen om Parijs in vogelvlucht te zien;
+vanaf den Eiffeltoren ziet men de geheele stad als een uitgerolde kaart aan zijn voeten
+liggen.
+</p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch31" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#xd33e3094">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h2 class="main"><span class="divNum">31.</span> HET GRAF VAN NAPOLEON.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Van de duizelingwekkende hoogte van den Eiffeltoren zijn we gelukkig weer beneden
+aangeland, en we begeven ons over het Marsveld naar het Invalidenhuis. Vroeger bewoond
+door duizenden invaliden van het Fransche leger, herbergt het thans slechts historische
+herinneringen.
+<span class="pageNum" id="pb125">[<a href="#pb125">125</a>]</span>
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure p120width"><img src="images/p120.jpg" alt="Place de la Concorde te Parijs." width="720" height="460"><p class="figureHead">Place de la Concorde te Parijs.</p>
+</div><p>
+<span class="pageNum" id="pb126">[<a href="#pb126">126</a>]</span>
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure p121-1width"><img src="images/p121-1.jpg" alt="Dôme des Invalides." width="410" height="550"><p class="figureHead">Dôme des Invalides.</p>
+</div><p>
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure p121-2width"><img src="images/p121-2.jpg" alt="Het graf van Napoleon." width="407" height="551"><p class="figureHead">Het graf van Napoleon.</p>
+<p class="first">Parijs.</p>
+</div><p>
+<span class="pageNum" id="pb124a">[<a href="#pb124a">124</a>]</span></p>
+<p>Onder den vergulden koepel der Dôme des Invalides, die bijna vanaf elk punt der stad
+zichtbaar is, komen we in een ronde zaal; waarvan het midden bestaat uit een crypta.
+Deze is eveneens rond, heeft een diepte van eenige meters en is naar boven toe open.
+Op den bodem leest men in mozaïek de beroemde namen: Rivoli, Pyramiden, Marengo, Austerlitz,
+Jéna, Friedland, Wagram en Moskou. Twaalf marmerbeelden, die even zoovele overwinningen
+voorstellen, houden de wacht <span class="pageNum" id="pb127">[<a href="#pb127">127</a>]</span>om de machtige sarcophaag uit rood Siberisch porfier, die de asch van Napoleon bedekt.
+Een zacht blauw licht beschijnt de crypta. Ook het levendigste Fransche gesprek verstomt
+bij het betreden van Napoleon’s grafkamer. Diepe stilte omgeeft het stoffelijk overschot
+van hem, die tijdens zijn leven de wereld vervulde van het gedonder van zijn geschut,
+en het wapengekletter zijner legioenen, en die binnen verloop van enkele jaren de
+kaart van Europa volkomen veranderde.
+</p>
+<p>De plechtige stilte, de verheven bouwstijl, en het schemerachtige licht oefenen een
+aangrijpenden invloed uit op het gemoed van den toeschouwer. Hoevele beelden worden
+niet voor ons geestesoog te voorschijn geroepen! Onwillekeurig verwacht men de echo
+te hooren weerklinken der commando’s, die eertijds van den grooten keizer uitgingen!
+</p>
+<p>We zien een blauwoogig kind spelen aan den schoot zijner moeder te Ajaccio. Dan hooren
+we hoe de jonge revolutionnair geestdriftige redevoeringen houdt in de geheime clubs
+te Parijs. Bleek en ernstig zien we de gestalte van den zes-en-twintig jarigen generaal
+voorbij schrijden; na tal van roemrijke overwinningen komt hij terug uit Italië, waar
+hij als een stormwind was komen neerstrijken in de vlakte van Lombardije, waar hij
+als overwinnaar zijn intocht hield te Milaan, en waar hij de overoude republiek Venetië
+voor altoos van de onafhankelijkheid beroofde.
+</p>
+<p>Ginds voor het altaarvenster verheft zich het beeld van den gekruisten Heiland. Het
+leidt onze gedachten naar den tocht van het keizerlijke leger naar Egypte en het Heilige
+Land. Frankrijk’s grootste generaal voert de vloot uit de haven van Toulon. Hij ontkomt
+aan de oorlogsschepen van Nelson, verovert Malta, vaart langs Kreta en Cyprus en landt
+met 40000 man in Alexandrië. Op den weg naar Kaïro versmachten de soldaten in de dorre
+woestenij. Bij den Nijl komt het tot een treffen met het Egyptische leger, en aan
+den voet der pyramiden moet het Oosten zich buigen voor den held van het Westen.
+</p>
+<p>In oostelijke richting vervolgt het leger zijn weg naar Syrië. Vijf eeuwen waren voorbijgegaan
+sedert de kruisvaarders gepoogd hadden het Heilige Graf aan de ongeloovigen te ontrukken.
+Nu kletteren wederom de wapenen van het avondland <span class="pageNum" id="pb128">[<a href="#pb128">128</a>]</span>in het Jordaandal en aan den voet van den berg Tabor, en voor de poorten van Nazareth
+worden de Turken door den Franschen generaal verslagen. Maar, intusschen heeft Nelson
+de Fransche vloot vernietigd, de keur van het republikeinsche leger heeft den dood
+gevonden. Napoleon’s droom van een rijk in het morgenland, is in den rook van het
+laatste wachtvuur verdwenen. Met twee fregatten verlaat hij Egypte, zeilt langs Tripolis
+en de kusten van Tunis, en komt met gedoofde lichten, behouden door de straat van
+Gibraltar heen. Bij zijn aankomst te Parijs begroet hem het volk met stormachtigen
+jubel.
+</p>
+<p>Geleidelijk raakt het oog gewend aan het schemerduister in den koepel der Invaliden
+en de witte zuilen en marmeren beelden geven onze gedachten een andere wending. De
+Alpen passen, de St. Bernard, de St. Gothard, de Mont Cenis en de Simplon, de hoogste
+bergtoppen van Europa, worden door Napoleon met zijn vier armeecorpsen getrotseerd!
+Soldaten trekken de kanonnen door de sneeuwvelden; en eerst op Italiaanschen bodem
+scharen ze zich weer in ’t gelid. Bij Marengo oogsten de vanen van Frankrijk nieuwe
+lauweren, en het lot van geheel Europa berust in handen van Frankrijk’s grootsten
+held.
+</p>
+<p>„Austerlitz” lezen we in het mozaïek der crypta. Frankrijk’s keizer is opgetrokken
+naar Mähren, en zijn legioenen strijden onder den vergulden adelaar. De garde-cavalerie
+rijdt de Russische garde onder den voet, en Napoleon’s leger vernietigt de vereenigde
+strijdmachten van Oostenrijk en Rusland; de Fransche artillerie beschiet de bevroren
+oppervlakte van een meer, zoodat de vijand met kanonnen, wagens en paarden omkomt.
+</p>
+<p>Welke nieuwe echo stijgt thans uit de crypta omhoog? „Jena!” Waar de Pruisen verslagen
+werden, waar hun land tusschen Elbe en Oder onder het vreemde juk gebracht, hun vestingen
+geslecht werden; Erfurt, Maagdeburg, Stettin en Lübeck geven zich over, terwijl de
+overwinnaar zijn intocht houdt in Berlijn, de residentie van Frederik den Grooten!
+</p>
+<p>Dan dreunen de voetstappen der scharen door Poolsche straten, op de bloedige slagvelden
+bij Pultusk op den oostelijken oever van den Weichsel en bij Eylau in West-Pruisen,
+waar de lijken opgehoopt in de diepe sneeuw liggen. Napoleon zelf snelt <span class="pageNum" id="pb129">[<a href="#pb129">129</a>]</span>op zijn schimmel voort na den slag bij Friedland in Oost-Pruisen, waar de Russen verslagen
+werden. Met getrokken sabel defileeren garde-cavalerie en huzaren, en nog heden trilt
+de naklank van hun geestdriftigen jubel om de vaandels van de sarcophaag, en langs
+de heirwegen van Europa weerklinkt het hoefgetrappel der paarden: het zijn de boden,
+die de gemeenschap onderhouden tusschen het hoofdkwartier en Parijs.
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure p122width"><img src="images/p122.png" alt="MIDDEN-EUROPA TEN TIJDE VAN NAPOLEON I (1812)." width="554" height="485"><p class="figureHead">MIDDEN-EUROPA TEN TIJDE VAN NAPOLEON I (1812).</p>
+</div><p>
+</p>
+<p>Napoleon trekt op Weenen aan, en dreigt Oostenrijk te verpletteren. Hij overwint in
+den bloedigen slag bij Wagram, noord-oostelijk van Weenen; hij maakt zelfstandige
+rijken tot provinciën van Frankrijk, hun beheerschers tot Fransche vazallen, en deelt
+koningskronen uit onder zijn bloedverwanten, vrienden en generaals. Zijn rijk strekt
+zich thans uit van <span class="pageNum" id="pb130">[<a href="#pb130">130</a>]</span>Danzig tot Cadix, van de Elbe tot aan den Tiber, als eertijds het rijk van Karel den
+Grooten! De macht van den Corsikaan is uitgebreid, en zijn rijk is gevestigd zooals
+van geen sedert de helden van het oud Romeinsch rijk.
+</p>
+<p>Bajonetten en sabels, kurassen en helmen flikkeren in het zonlicht—Napoleon’s onoverwinnelijke
+heirscharen trekken over den Njemen, een half millioen soldaten rukt op tegen Moskou,
+Rusland’s oude hoofdstad. Onafzienbare scharen, tallooze kanonnen en een eindelooze
+legertros trekt voort over de Russische wegen van Wilna naar Witebsk en Smolensk.
+De Russen weten het: het gaat om hun vrijheid. Ze verbranden hun eigen steden en dorpen;
+ze verwoesten hun land, en trekken zich terug naar het binnenland, zooals ze het reeds
+een eeuw vroeger deden, toen Karel XII van Zweden in Rusland binnendrong. Eindelijk
+komt het tot een slag aan de Moskowa, en het Fransche leger bezet de stad. Maar dan
+verlichten de vlammen van het brandende Moskou ver in het rond de Septembernachten!
+</p>
+<p>Op een der terrassen van het Kremlin staat een kleine man in grauwe wapenrok, de handen
+op den rug staart de keizer nadenkend in de vlammen en de rookwolken, die over de
+stad heen rollen. In een week is het oude heiligdom der Moskovieten in vlammen opgegaan.
+</p>
+<p>Daarbuiten, in de straten van Parijs, is de schemering neergedaald, en de schaduwen
+tusschen de zuilen rondom Napoleon’s graf worden dichter. Maar uit deze schaduwen
+doemen menschelijke gedaanten op, die worstelen met honger, koude en uitputting. De
+tijden van tegenspoed zijn aangebroken! Het groote leger bevindt zich op den terugtocht.
+Aan den kant der wegen liggen de lijken, weggeworpen wapenen en achtergelaten bagage.
+De kanonnen blijven steken in de diepe sneeuw, en de soldaten storten bij geheele
+regimenten neer als rijpe aren onder de sikkel. Scharen hongerige wolven volgen hun
+spoor, ze vergenoegen zich met de lijken, terwijl de kozakkenbenden de overlevenden
+neerhouwen. Bij den overtocht over de Beresina, een zijrivier van den Dnjepr, komen
+30.000 man om! Alle gehoorzaamheid en discipline is verdwenen.
+</p>
+<p>Gekleed in een pels, een stok in de hand marcheert de overwonnen keizer als een gewoon
+soldaat in ’t gelid mee. Het barre klimaat is de sterkste bondgenoot der Russen, en
+hun <span class="pageNum" id="pb131">[<a href="#pb131">131</a>]</span>voorzichtige taktiek doet het overige om het Fransche leger geheel te vernietigen.
+</p>
+<p>Nu heerscht bijna duisternis om ons heen. Bij Leipzig staan Russen en Oostenrijkers,
+Pruisen en Zweden tegenover Napoleon. Hier stort zijn trotsch rijk als een kaartenhuis
+ineen; zelfs Parijs wordt veroverd, en de kroon wordt aan zijn hoofd ontrukt! Als
+gevangene voert men hem door het Rhônedal over Lyon naar de zee, en per schip naar
+Elba.
+</p>
+<p>Maar nog is de kracht van dezen man niet uitgeput. Nog eenmaal vervult zijn naam de
+wereld met angst. Vergezeld van zeven kleine schepen zet hij koers naar Frankrijk’s
+kusten! Hij trekt over de West-Alpen; in Lyon wordt hij begroet als keizer, en Parijs
+opent hem de poorten.
+</p>
+<p>Thans staat alles op het spel; in België zal de beslissende slag plaats vinden. Wederom
+vereenigen zich aan Frankrijk’s grenzen de vijandelijke legers. Europa is eindelijk
+den voortdurenden krijg moede, het besluit tot een beslissenden slag. Bij Belle-Alliance
+(Waterloo) strijdt Napoleon voor het laatst, hier wordt zijn lot voor immer bezegeld.
+</p>
+<p>Nog eens verlaat de keizer zijn hoofdstad—nu voor altijd. In de haven Rochefort, tusschen
+de monden van Loire en Garonne gaat hij aan boord van een Engelsch fregat. Na een
+zeereis van zeventig dagen wordt hij op St. Helena, een klein eiland in het zuidelijk
+deel van den Atlantischen Oceaan, aan land gezet, om daar zijn zes laatste levensjaren
+in harde gevangenschap door te brengen! Onder de wilgen in een dal delft men zijn
+graf.
+</p>
+<p>Nu heerscht volslagen duisternis in de Dôme des Invalides. Duister ontwaakt de werkelijkheid
+rondom ons. Negentien jaren na zijn dood vordert Frankrijk het stoffelijk overschot
+van zijn held op. Het eenzame graf op St. Helena wordt geopend, de viervoudige lijkkist
+wordt ontsloten in tegenwoordigheid van eenige getrouwen, die gedurende zes lange
+jaren des keizers gevangenschap gedeeld hebben; in de groen-witte uniform der garde
+ligt de overwinnaar van Marengo en Austerlitz, onveranderd als op zijn sterfbed voor
+hun oogen!
+</p>
+<p>Dan brengt men het lijk op een Fransch fregat, de kanonnen donderen, de vlaggen waaien
+halfstok. In Cherbourg, in Normandië wordt de lijkkist aan land gebracht, en nog eenmaal
+houdt de veroveraar van Europa, onder militair eerbetoon, ten <span class="pageNum" id="pb132">[<a href="#pb132">132</a>]</span>aanschouwe van geheel Frankrijk zijn intocht in Parijs. Door zestien met rouwfloers
+bekleede paarden getrokken, begeleid door de oudgedienden uit zijn veldtochten, rijdt
+de lijkwagen met keizerlijke pracht tusschen dichte rijen van soldaten onder den triomfboog
+der Place de l’Etoile door langs de Champs Elysées naar de Dôme des Invalides, om
+daar in de sarcophaag van porfier te worden bijgezet.
+</p>
+<p>Zoo werd de laatste wil van den wereldveroveraar, neergeschreven op St. Helena, vervuld:
+„Ik wensch dat mijn stof moge rusten aan de boorden der Seine, te midden van het Fransche
+volk, dat ik zoozeer heb liefgehad.”
+</p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch32" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#xd33e3103">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h2 class="main"><span class="divNum">32.</span> AAN DEN OEVER VAN HET MEER VAN GENEVE.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Slechts noode verlaat de vreemdeling Parijs, maar de gedachte op weg te zijn naar
+het zonnige Italië, maakt hem het afscheid minder zwaar, wanneer hij op zijn tocht
+oostwaarts door het venster van zijn spoorwegcoupé, de heuvels en dalen van Champagne,
+het land vanwaar de bekende wijn komt, aanschouwt. Overal bebouwde velden, dorpen
+en boerderijen, waar de bodem ongeschikt is voor den akkerbouw, daar grazen groote
+kudden vee. Allerwege ziet men arbeiders op het veld; het bedrijf der kleine grondbezitters,
+boeren en burgers vormt de bron van Frankrijk’s welvaart.
+</p>
+<p>Thans naderen we de grens. De sterke vesting Belfort is de laatste Fransche stad,
+kort daarop zijn we in den Elzas. Nauwelijks een menschenleeftijd geleden waren deze
+streken het tooneel van gewichtige gebeurtenissen. Het was de tijd van den Fransch-Duitschen
+oorlog; na een dappere verdediging moest Frankrijk het onderspit delven. Het verloor
+hierbij twee van zijn bloeiendste provinciën. Nog heden ten dage doet men goed de
+namen dezer provinciën: Elzas en Lotharingen, in Fransche kringen niet te noemen.
+Ze wekken smartelijke <span class="corr" id="xd33e1359" title="Bron: herinnneringen">herinneringen</span> op. Deze beide provinciën zijn echter in 1919 bij den vrede van Versailles weder
+aan Frankrijk toegewezen. Frankrijk was niet voor een oorlog toegerust, en had zijn
+leger en vestingwerken verwaarloosd. In een staat die ten strijde <span class="pageNum" id="pb133">[<a href="#pb133">133</a>]</span>toegerust is, bloeit de vrede. Zoodra daarentegen een volk luistert naar de inblazingen
+van idealistische droomers die de leuze van ontwapening en eeuwigen vrede prediken,
+dan is zijn lot beslist, en dan zal vroeg of laat het volk zich bukken onder het juk
+van vreemde tyrannen. Zoo was het steeds, en zoo zal het ook immer blijven. De tijd
+van het duizendjarig rijk is nog lang niet aangebroken!
+</p>
+<p>Wederom passeeren we de grenzen, en wel van Zwitserland, het nijvere Alpenland. De
+trein houdt stil in Bazel, de stad die den Rijn in tweeën splitst. Van den „Bodensee”
+komend, stroomt het heldere water onder Bazel’s bruggen door, om vervolgens in een
+rechten hoek naar het noorden af te buigen en zijn loop tusschen Vogezen en Scharzwald
+te vervolgen. Onze plaats van bestemming is Genève. De spoorweg loopt door een nauw
+dal langs een zijrivier van den Rijn, de Birs. Het is winter, en het landschap is
+met een effen kleed van sneeuw bedekt, nauwelijks ziet men de kleine dorpjes die in
+de dalen verspreid liggen. Aan weerszijden verheffen zich de dennenbosschen; een dikke
+sneeuwlaag buigt de takken der boomen naar omlaag. Wanneer het dal niet zoo nauw was,
+en zich in het Westen niet een bergketen verhief, zou men zich in Zweden verplaatst
+wanen. Die bergketen is de Jura, die de scheiding vormt tusschen Zwitserland en Frankrijk<span class="corr" id="xd33e1366" title="Niet in bron">.</span>
+</p>
+<p>Hier liggen na elkaar drie meren. Het kleinste heet het Bieler-meer; het volgende
+is grooter en heet naar de stad Neuenburg; het laatste is het groote meer van Genève
+dat we bij Lausanne bereiken.
+</p>
+<p>Hier houdt de sneeuw op, en in het Zuiden schitteren de Alpen van Savoye, terwijl
+de zonnestralen door het heldere watervlak weerspiegeld worden. Deze aanblik behoort
+tot het schoonste wat de aarde te aanschouwen geeft, en men blijft in bewondering
+verzonken, terwijl de trein langs het meer voortsnelt. Het meer gelijkt in vorm op
+een dolfijn die op het punt staat onder te duiken; bij den kop van den dolfijn ligt
+Genève, en hier verlaat de Rhône het meer, die verder naar Lyon stroomt om vervolgens
+vlak ten westen van de groote havenstad Marseille in de Middellandsche Zee uit te
+monden.
+</p>
+<p>Genève is een der sierlijkste en schilderachtigste steden der wereld. Tusschen de
+noordelijke en zuidelijke helft der stad <span class="pageNum" id="pb134">[<a href="#pb134">134</a>]</span>wordt het kristalheldere water, als door een trechter in de Rhône gestuwd, de stroom
+is sterk, en wordt door een langwerpig eiland in tweeën gedeeld. Het geheel herinnert
+levendig aan Stockholm; in ’t bijzonder ’s avonds wanneer overal het electrisch licht
+door den voortglijdenden stroom weerspiegeld wordt.
+</p>
+<p>Het prachtigst is echter het uitzicht naar het zuidoosten bij helder weer. Daar verheffen
+zich de Alpen van Savoye met hun schitterende, met sneeuw bedekte kruinen en bergruggen.
+Daar troont boven de Alpen, ja boven geheel Europa in trotsche majesteit de Mont-Blanc,
+die den grenspaal vormt tusschen Zwitserland, Frankrijk en Italië. Tegen den avond
+krijgen we den „Witten Berg” even te zien, maar spoedig hult zich de reus weder in
+een ondoordringbaren mantel van nevel.
+</p>
+<p>Van Genève uit voert ons de spoorbaan oostwaarts langs den noordelijken oever van
+het meer. Als een nevelachtige streep teekenen zich de Alpen van Savoye aan den horizon
+af. Voorbij Lausanne verdwijnen de nevelen, en weer verheffen zich in verblindenden
+glans de Alpen als geweldige torens en piramiden. Langs den oever strekt zich temidden
+van tuinen en parken een eindelooze rij van internationale hotels uit. Uit alle oorden
+der wereld komen reizigers hierheen om zich te verzadigen aan het natuurschoon en
+om hun longen te versterken door het inademen der reine Alpenlucht. Bij iedere bocht
+ontrolt zich een nieuw panorama, en in de herinnering smelt alles tezamen tot één
+onvergetelijk geheel.
+</p>
+<p>We verlaten thans het meer en volgen tusschen woeste rotsgevaarten de Rhône stroomopwaarts.
+Naarmate we hooger stijgen, wordt het dal nauwer. De Rhône is thans een bruisende
+bergstroom, haast onbeduidend in vergelijking met de breedte van den stroom bij Genève.
+In het dal breiden zich vlakke velden uit, op de hellingen verheffen zich donkere
+pijnboomen uit de sneeuw, en boven dat alles tronen de sneeuwtoppen der Alpen.
+</p>
+<p>Eenige minuten voorbij Brieg suist de trein in volle vaart het gebergte in. De electrische
+lampen branden, en alle raampjes zijn gesloten; de tunnel vult zich met rook, en de
+duizendvoudige echo maakt ons bijna doof. Hoezeer verlangt men naar de vrije lucht;
+door alle spleten dringt de rook naar binnen; maar hier heet het geduld oefenen, want
+de Simplon-tunnel <span class="pageNum" id="pb135">[<a href="#pb135">135</a>]</span>met zijn lengte van 19731 meter is de langste der wereld. Ze is eerst enkele jaren
+oud. Van weerszijden werd tegelijkertijd begonnen, en toen men bij elkaar gekomen
+was, en een ontploffing de laatste scheidsmuur opruimde, bleek het dat men zich bij
+de berekeningen geen duimbreed vergist had!
+</p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch33" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#xd33e3112">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h2 class="main"><span class="divNum">33.</span> DE LAGUNENSTAD.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Wie voor het eerst Italië bezoekt, moet steeds met Venetië, de geboortestad van Marco
+Polo beginnen, en wel moet hij het zoo inrichten, dat hij er des avonds aankomt. Dan
+zal zich een tooverwereld voor zijn oogen ontsluiten, en hij zal meenen in een sprookje
+van de „Duizend en een Nacht” verplaatst te zijn!
+</p>
+<p>Reeds de aankomst is wonderbaar. De trein heeft de vruchtbare vlakte in snelle vaart
+doorsneden en rolt nu voort over een smallen, maar 3600 meter langen dam, die de Lagunenstad
+met het vasteland verbindt. Rechts en links niets dan een donkere, onmetelijke watervlakte;
+slechts vooruit, heel in de verte, duiken tallooze lichten op. Ongeveer tien minuten
+lang rijdt men over dezen langen dam; dan stopt de trein in een ruime, hel verlichte
+hal, het station van Venetië.
+</p>
+<p>We zien vooralsnog niets bijzonders. Zoodra we echter het station verlaten, treft
+ons een zoo eigenaardig schouwspel, dat we sprakeloos een poos blijven staan, verbluft
+van den ongewonen aanblik.
+</p>
+<p>Geen groot, open plein, zooals men dat zoo vaak voor stations aantreft, geen geratel
+van rijtuigen en gebel van trammen, dicht voor ons kronkelt als een breed, donker
+lint een water waaruit de huizen steil opsteken, en rechts en links doorsnijden zijkanalen
+de stad. En op al deze waterwegen een ontelbare menigte Venetiaansche gondels, die
+er nog precies eender uitzien als vijfhonderd jaren geleden met hun zwanenhalzen en
+uitgesneden spitsen, die in het nachtelijk duister aan zeemonsters doen denken. Voor
+ons ligt het Canal Grande, de voornaamste verkeersweg die zich S-vormig door de stad
+heen slingert.
+</p>
+<p>We huren een der gondels. De gondelier staat aan het eind van zijn vaartuig, den eenen
+voet een weinig naar voren geschoven; met bewonderenswaardige handigheid hanteert
+hij <span class="pageNum" id="pb136">[<a href="#pb136">136</a>]</span>zijn roeispaan. Een doodelijke stilte omgeeft ons: geruischloos glijdt de gondel voort
+en door het Canal Grande. Hoe verder we komen, des te beter begrijpen we waarom de
+Italianen deze Lagunenstad zoo liefhebben. Het eene paleis na het andere glijdt ons
+voorbij, het eene nog prachtiger dan het andere. Daar is het prachtige Palazzo <span class="corr" id="xd33e1394" title="Bron: Bendramin-Calergi">Vendramin Calergi</span> waarin een van Duitschland’s grootste toondichters, Richard Wagner, overleed; daar,
+aan de overzijde het beroemde Fondaco <span class="corr" id="xd33e1397" title="Bron: de’">dei</span> Turchi, in de 17de eeuw bekend als de verblijfplaats der Turken die Venetië bezochten.
+Verderop het sierlijke, in gothische stijl gebouwde <span class="corr" id="xd33e1400" title="Bron: Ca Doro">Ca’ d’Oro</span>, waarvan de marmeren gevel, spookachtig in den duisteren nacht uit het water schijnt
+op te stijgen. Ook het Fondaco <span class="corr" id="xd33e1403" title="Bron: de’">dei</span> Tedeschi, de voormalige stapelplaats der Duitsche kooplieden, glijden we voorbij,
+en komen dan onder den wereldberoemden <span class="corr" id="xd33e1407" title="Bron: Ponto">Ponte</span> di Rialto door, een prachtige brug met marmeren boog, bezet met een dubbele rij winkels.
+</p>
+<p>De gondelier stuurt het vaartuig in een der kleine zijkanalen. Wederom andere beelden:
+nu eens stille, duistere hoeken, vol spookachtige geheimzinnigheid, dan weer smalle
+bruggen, waarover men gestalten ziet voortglijden, dan weer een prachtig paleis, waarvan
+de terrassen tot aan het water reiken. Nu klinkt uit een zijkanaal het smachtende
+lied van een gondelier. Kortom, tal van indrukken volgen elkaar op, en verlevendigen
+tevens de herinnering aan de avontuurlijke geschiedenis dezer wonderbare stad. We
+denken aan de macht en den rijkdom der dagen, aan de pracht en praal die Venetië’s
+roem over de geheele wereld verspreidden, aan de schitterende optochten over het water,
+aan het met de grootst mogelijke pracht vertoonde huwelijk van den Doge met de zee.
+Maar tevens denken we aan den gruwel der inquisitie, aan de folteringen der politieke
+gevangenen. Juist waren we onder de „Brug der Zuchten” door; een donker gat in den
+muur toont nog heden den weg dien de ter dood veroordeelden moesten nemen, welke hier
+in duistere diepte moesten sterven. Ginds, voor ons, verheft zich het Dogen-paleis,
+van welks kwellingen onder de looden daken de avonturier Casanova zulk een levendige
+schildering heeft gegeven. Hoevelen zijn daar niet in de verzengende hitte versmacht,
+die niet, zooals hij, aan hun boeien wisten te ontsnappen?
+<span class="pageNum" id="pb137">[<a href="#pb137">137</a>]</span></p>
+<p>We stijgen aan de <span class="corr" id="xd33e1415" title="Bron: Piazetta">Piazzetta</span> uit. Voor ons liggen twee eilanden en verscheidene trotsche kerken; daarachter de
+zee, de wonderschoone Adriatische Zee. In de verte zien we een smalle kuststrook.
+Dat is Lido, de voornaamste badplaats van Italië, die jaarlijks duizenden, zoowel
+Italianen als vreemdelingen, tot zich trekt.
+</p>
+<p>Na eenige schreden bevinden we ons op het San Marco-plein, in het Noorden en Zuiden
+begrensd door de zoogenaamde „Procuraziën”, oorspronkelijk de woonplaatsen der negen
+procuratoren, die aan het hoofd van het stadsbestuur stonden. Het zuidelijke paleis
+dient tegenwoordig tot residentie van den koning wanneer deze Venetië bezoekt. Het
+indrukwekkendst is echter de oostelijke zijde van het plein. Hier staat de Marcuskerk,
+gebouwd in Byzantijnschen stijl, met een heerlijken rijkdom aan mozaïeken, zoowel
+van binnen als van buiten. Men aanschouwt er niet minder dan vijfhonderd marmeren
+zuilen. Onder het hoogaltaar rust het gebeente van den heiligen Marcus, den schutsheilige
+van Venetië, door Venetiaansche burgers in het jaar 829 uit Alexandrië meegebracht.
+Niet minder indrukwekkend is het Dogenpaleis, naast de San Marco gelegen; met zijn
+ruime, prachtige zalen herinnert het nog heden ten dage aan de roemrijke Venetiaansche
+republiek. Maar niets is heerlijker dan ’s avonds bij maanlicht vanaf het balcon van
+dit paleis neer te zien op het Marcusplein. Duizende menschen, van allerlei stand
+en van verschillende natiën wandelen hier onder de tonen der muziek heen en weer.
+Slanke Venetiaansche vrouwen, de zwarte doeken bevallig over de schouders geworpen;
+zongebrande visschers uit Chioggia, patricische dames met trotsche trekken en aschblond
+haar, daartusschen Duitschers, Engelschen, Russen, Franschen, Turken, in een bont
+gewemel. Het vroolijke gebabbel en gelach vermengt zich met de smeltende Italiaansche
+<span class="corr" id="xd33e1420" title="Bron: melodiën">melodieën</span>, en over dat alles giet de maan een tooverachtig licht, dat de mozaïeken van San
+Marco verzilvert.—Als een betooverde prins, die tot het leven teruggeroepen is, staat
+men urenlang tegen de balustrade van het balcon geleund, en niet zonder weemoed neemt
+men van dit sprookjesachtige tafereel afscheid.
+<span class="pageNum" id="pb138">[<a href="#pb138">138</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch34" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#xd33e3122">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h2 class="main"><span class="divNum">34.</span> DWARS DOOR ITALIË.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Wel moeten de verwachtingen hooggespannen zijn van hem, die van Venetië zijn eerste
+indrukken van Italië ontving, toen hij door de poorten der Lagunenstad zijn intrede
+in dit land deed. Wij echter komen op onze reis, van Zwitserland’s hemelhooge bergen
+in een heerlijk dal aan de oevers van het Lago Maggiore. Door steile bergen omringd,
+bevat dit donkerblauwe meer een groep kleine eilandjes, bezet met witte huizen, fraaie
+paleizen en groene parken. Een dezer eilandjes draagt den beroemden naam „Isola Bella”,
+het „mooie eiland”.
+</p>
+<p>Dan snelt de spoortrein de Lombardische vlakte in, die het grootste deel van Noord-Italië
+omvat, en waardoor de Po heenstroomt, alvorens in de Adriatische Zee uit te monden.
+</p>
+<p>De eerste groote stad, die nog geen bepaald Italiaansch karakter draagt, is Milaan.
+De straten zijn breed en goed geplaveid, de huizen modern gebouwd; men zou kunnen
+wanen zich in een groote Duitsche stad te bevinden. Ook van fabrieken, die in de kleinere
+Italiaansche steden nagenoeg geheel ontbreken, is Milaan ruimschoots voorzien.
+</p>
+<p>Maar twee wonderen herbergt de stad. Het eene is de Dom, een der prachtigste Gotische
+bouwwerken. In het middelpunt der stad verheft zich dit indrukwekkende Godshuis op
+een ruim plein. Eerst wanneer men de vijfhonderd treden, deels binnen in het gebouw,
+deels aan de buitenzijde van den toren bestegen heeft, kan men zich een voorstelling
+maken van de reusachtige afmetingen. Niet minder dan acht en negentig spitsen, versieren
+als een woud van marmer het dakwerk, en het aantal marmeren beelden dat aan de buitenzijde
+is aangebracht, moet ongeveer tweeduizend bedragen. Geen andere kerk is met pulk een
+kwistigen rijkdom van marmer voorzien. De oogverblindende schittering van al dit marmer,
+vormt een wonderbare tegenstelling met het mystieke schemerlicht dat daarbinnen, door
+de beschilderde glazen, heerscht; daglicht en schemering hebben hier een verbond gesloten,
+om dit meesterwerk van architectuur, waarover meer dan twee eeuwen gebouwd werd, een
+bijzondere bekoring te verleenen.
+</p>
+<p>Het tweede wonder van Milaan is het Heilige Avondmaal van <span class="pageNum" id="pb139">[<a href="#pb139">139</a>]</span>Leonardo da Vinci. Deze schat bevindt zich in het refectorium van een klooster, dat
+tegen de kerk Santa Maria delle Grazia aangebouwd is; jammer is ’t dat de jaren slechts
+te duidelijk hun sporen op dit beroemde schilderstuk hebben achtergelaten. Maar nog
+steeds verkondigen de omtrekken en verbleekte kleuren het genie van Leonardo.
+</p>
+<p>De vruchtbare, dicht bebouwde vlakte van Lombardije biedt den reiziger geen bonte
+verscheidenheid van tafereelen. Eerst bij Piacenza, waar wij de Po oversteken, en
+waar reeds de noordelijke uitloopers der Apenijnen in ’t gezicht komen, wordt het
+terrein heuvelachtig. De trein voert ons langs den noordelijken rand der Apenijnen
+naar Bologna. Wij snellen de oude universiteitsstad Parma, waar de beroemde schilder
+Corregio arbeidde, voorbij evenals het overoude Reggio, de geboorteplaats van den
+dichter Ariosto. Dan volgt Modena, met zijn bijna duizendjarigen Dom en ten slotte
+bereiken we de vijftienhonderd jaar oude universiteitsstad Bologna.
+</p>
+<p>Gedurende de middeleeuwen, en ook tijdens de Renaissance, was Bologna de verzamelplaats
+van alle naar wetenschap, dorstende jongelieden. Hier heeft ook Ulrich von Hutten
+zich aan de bron der kennis gelaafd. Bologna’s geschiedenis reikt ver in het verleden
+terug. Reeds in de vijfde eeuw voor onze jaartelling werd een heftige strijd gevoerd
+om het bezit der stad, totdat het door de Romeinen tot een hunner koloniën gemaakt
+werd. Ook keizer Frederik Barbarossa had menigen harden kamp om Bologna te voeren.
+Zijn zoon Enzio werd in 1249 in den bloedigen slag van Forsalta gevangen genomen,
+en werd langen tijd als gijzelaar door de Bolognesers gehouden. Het paleis waar hij
+in gevangenschap zuchtte, en, volgens het verhaal, door de schoone Lucia Biadagola
+vertroost werd, is nog heden ten dage te zien. Bologna is rijk aan kerken en paleizen.
+Een der mooiste is de onvoltooide kerk San Petronio. Hier werd Karel V door Paus Clemens
+VII gekroond.
+</p>
+<p>De stad die op Bologna volgt, Ravenna, is het Pompeji uit den tijd der eerste Christenheid.
+Oorspronkelijk was Ravenna, evenals Venetië, een lagunen-stad. Ten tijde van keizer
+Augustus was het de oorlogshaven voor de vloot der Adriatische zee. Maar tegenwoordig
+ligt de stad op een afstand van tien kilometer van de zee verwijderd; zoozeer is in
+den loop der eeuwen <span class="pageNum" id="pb140">[<a href="#pb140">140</a>]</span>de kustlijn veranderd! Talrijke monumenten verkondigen nog heden ten dage den glans
+der vroegere Germaansche heerschappij over Italië. Weliswaar zijn er van het trotsche
+paleis van Theoderik nog slechts enkele zuilen over, maar nog altijd verheft zich
+in indrukwekkenden eenvoud zijn grafmonument. Hier is ook de laatste rustplaats van
+Italië’s grootsten dichter, Dante. Bij Bologna begint de spoorweg naar Florence de
+Apenijnen te doorsnijden. Het landschap verliest nu zijn eentonigheid. Diepe dalen
+en ravijnen wisselen af met steile rotsgevaarten, watervallen en wilde bergstroomen.
+Alvorens Florence te bereiken komen we door meer dan 20 tunnels, want deze stad, de
+kroon van Toscane, ligt diep in het dal van den Arno verscholen.
+</p>
+<p>„La Bella”, de schoone, zoo noemen de Italianen Florence. Maar haar schoonheid springt
+niet dadelijk in het oog, zooals die van Venetië, ze is een schoonheid die slechts
+geleidelijk haar bekoorlijkheden tentoonspreidt.
+</p>
+<p>De aantrekkelijkheid der stad ligt in de kunstschatten die binnen haar muren besloten
+zijn. Men hoeft nog niet de Uffiziën of het Palazzo Pitti bezocht te hebben, men behoeft
+nog niet op de Piazza della Signoria met het burchtachtige Palazzo Vecchio gestaan
+te hebben, om deze bijzondere bekoorlijkheid van Florence op te merken. Bijna op elken
+hoek der straat, bij elke fontein worden wij door een kunstwerk getroffen, en worden
+we herinnerd aan de namen van een Leonardo, Michel Angelo of Rafaël.
+</p>
+<p>Niet ver van het station ligt een eenvoudige kerk, San Lorenzo genaamd, gebouwd door
+de Medici en andere Florentijnsche families. Deze kerk biedt weinig aantrekkelijks
+voor het oog, maar ze bevat de mooiste en zinrijkste grafmonumenten ter wereld. Ze
+zijn vervaardigd door Michel Angelo. Het was zijn plan om in deze kleine kapel nog
+meer van zulke meesterwerken op te richten, maar verstoordheid over het omverwerpen
+der republiek benam hem hiertoe den lust. Zoo hebben deze grafmonumenten, behalve
+hun oorspronkelijk doel, den roem der Medici door alle tijden heen te verkondigen,
+nog een tweede beteekenis; ze zijn de laatste getuigenissen der Florentijnsche kunst,
+die met den val der republiek uitstierf. Nauwelijks een eeuw had dit bloeitijdperk
+geduurd, maar gedurende dezen tijd zijn er binnen de muren van Florence zoovele kunstschatten
+<span class="pageNum" id="pb141">[<a href="#pb141">141</a>]</span>opgehoopt, dat de stad voor altoos „La Bella” zal blijven heeten.
+</p>
+<p>Zuidelijk van Florence komen de sporen der antieke wereld duidelijker voor den dag
+dan die der Renaissance. Reeds het Trasmeensche meer, langs welke Westelijken oever
+we voorbij sporen, wekt de herinnering aan het oude Rome. Hier versloeg Hannibal in
+217 v. Chr. het leger van den onvoorzichtigen Romeinschen consul Flaminius. Van af
+de bergtoppen der Apenijnen zien nog trotsche, ommuurde burchten uit de middeleeuwen
+op ons neer, en de een of andere bergvesting als Perugia of Siena herinneren ons aan
+de Renaissance; maar hoe meer we het dal van den Tiber naderen, des te talrijker worden
+de overblijfselen uit de oudheid, om eindelijk in de Campagne, en in Rome zelf, uit
+tal van ruïnes te verhalen van een wereld waaraan ook wij, bewoners van noordelijke
+gewesten, het grootste deel van onze beschaving te danken hebben. Daar ligt de eeuwige
+stad voor ons! Beschenen door de stralen der zon, schittert de vergulde koepel van
+den St. Pieter als een hemelsch vuur boven Rome!
+</p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch35" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#xd33e3131">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h2 class="main"><span class="divNum">35.</span> DE EEUWIGE STAD.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Rome is onuitputtelijk. Het groeit onder de voeten van den bezoeker. In 2600 jaren
+zijn steeds nieuwe bouwwerken boven de ruïnen van een vroegeren tijd verrezen. Van
+wat in de diepste lagen verborgen ligt, het Rome uit den tijd der koningen, heeft
+men nog nauwelijks eenig vermoeden. Daarop volgde het Rome der republiek, en vervolgens
+het Rome van den keizertijd, de wereldstad, toen vanuit het Palatinum de Caesaren
+hun scepter zwaaiden over de geheele, toenmaals bekende wereld; van het nevelachtige
+Brittannië, en de duistere wouden van Germanië, tot aan de gloeiende zandvlakten van
+Afrika, van de bergen van Spanje, tot aan Galilea, het land der Joden. Talrijke overblijfselen
+uit deze tijden van Rome’s wereldheerschappij zijn nog heden temidden van het moderne
+straatgewoel overgebleven. Monsters op den troon der Caesaren hebben de stad verwoest,
+teneinde de herinnering aan hun voorgangers uit te wisschen, en slechts hun eigen
+roem aan het nageslacht over te leveren. Vandalen, Gothen en andere barbaren hebben
+Rome geplunderd. <span class="pageNum" id="pb142">[<a href="#pb142">142</a>]</span>„Rome is niet op één dag gebouwd”—maar ook hebben tweeduizend jaren Rome’s heerlijkheid
+niet kunnen vernietigen!
+</p>
+<p>Op het Rome van den keizertijd volgen nieuwe lagen, de christelijke tijd, de middeleeuwen
+en de nieuwere tijd met hun tallooze kerken, kloosters, musea, en machtige paleizen.
+Het christendom bouwde op de bouwvallen van het heidendom, het verleden en het heden
+gaan onmerkbaar in elkaar over. Op het Kapitool staat de Romeinsche keizer Marcus
+Aurelius, en op den anderen Tiber-oever staart Garibaldi, de vrijheidsheld van het
+jonge Italië over de eeuwige stad heen. Men rijdt door een moderne straat met prachtige
+winkels, en in weinige minuten staat men op het Forum Romanum, het Romeinsche marktplein,
+het hart van het oud-Romeinsche rijk, het tooneel van volksverzamelingen, gerechtszittingen
+en handelszaken. Het Forum geleek op een marmeren zaal in de open lucht, waardoor
+de triumfators omstuwd van wapenbroeders en gevangenen zich naar het Kapitool begaven,
+om daar hun offer te brengen aan Jupiter. Heden zijn nog eenige zuilen en bouwvallen
+overgebleven van al de pracht waarmede Julius Caesar en keizer Augustus het plein
+versierden. Zoo juist dwaalde men nog als een vroom pelgrim door de St. Pieterskerk
+rond, en reeds bevindt men zich onder den triomfboog van Titus, die opgericht werd
+ter herinnering aan de verwoesting van Jeruzalem in het jaar 70 n. Chr.!
+</p>
+<p>Zoo dwaalt men in Rome rond, tusschen gedenkzuilen en triomfbogen, tusschen tempel
+en theater, en vergeet bijna dat bijkans tweeduizend jaren verloopen zijn, sedert
+de stemmen van krijgers, priesters en tooneelspelers onder al deze geweldige bogen,
+voor het laatst weerklonken. Op de trappen die naar het Kapitool voeren, wordt men
+herinnerd aan de stichting van Rome; in een door een ijzeren hekwerk omsloten grot
+loopen twee wolven heen en weer, vruchteloos een uitweg zoekend; en boven op den heuvel
+zien we het bronzen beeld der wolvin die Romulus en Remus zoogde. Volgens de sage
+werden beide knapen aan den oever van den Tiber te vondeling gelegd, maar door de
+wolvin gevonden en in het leven gehouden. Romulus <span class="corr" id="xd33e1464" title="Bron: grodvestte">grondvestte</span> 750 jaar voor het begin onzer jaartelling de eeuwige stad, en werd Rome’s eerste
+koning.
+</p>
+<p>Tal van gangen en gewelven bedekken den Palatijnschen <span class="pageNum" id="pb143">[<a href="#pb143">143</a>]</span>heuvel, het zijn de overblijfselen der paleizen van de Romeinsche keizers. Op de hellingen
+groeien sinaasappelen tusschen de varens en klimopranken, en door de oude pijnboomen
+en cypressen ruischt een wegstervende echo uit lang vervlogen tijden.
+</p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch36" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#xd33e3140">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h2 class="main"><span class="divNum">36.</span> PAUS PIUS X.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Italië’s koning heerscht over 35 millioen onderdanen. Zijn hoofdstad Rome is echter
+ook de zetel van een ander machtig vorst, wiens rijk niet van deze wereld is. Zijn
+troon is de stoel van den heiligen Petrus, zijn wapens zijn de drievoudige kroon,
+de Tiara, en de gekruiste sleutels die de poort van het hemelrijk openen en sluiten.
+Aan hem zijn de 270 millioen Katholieken over de geheele wereld onderworpen! Hij is
+een vrijwillige gevangene in het Vatikaan, een groep van hooge paleizen, dat wel tienduizend
+zalen en vertrekken omvat. Hier zijn musea, bibliotheken en handschriftenverzamelingen
+van onschatbare waarde bijeengebracht, alleen de beeldengalerij van het Vatikaan is
+de rijkste der wereld. De Sixtijnsche kapel is door Michel Angelo met reusachtige
+schilderstukken versierd; de prachtige plafondschildering stelt de schepping, de zondeval
+en de zondvloed voor; een muurschildering toont ons het jongste gericht.
+</p>
+<p>Aan de westzijde van het Vatikaan liggen de tuinen van den paus, en zuidelijk daarvan
+verheft zich de St. Pieterskerk, het geweldigste bedehuis der christenheid.
+</p>
+<p>Het Vatikaan, met alles wat er bij behoort, vormt een stad op zichzelf, en wel de
+machtigste stad op de geheele wereld, een zetel van kunst en geleerdheid, en bovenal,
+is het ’t brandpunt van een machtig kerkgenootschap. Van hieruit slingert de Paus
+zijn banbliksem over ketters en zondaren, en van hieruit bewaakt hij de geloovigen
+van zijn werk volgens het driemaal herhaalde woord van den Heiland tot Petrus: „Weidt
+mijne lammeren!”
+</p>
+<p>Toen den 20sten Juli 1903, de vorige Paus, Leo XIII stierf, kwamen de kardinalen bijeen
+om zijn opvolger te kiezen. Onder deze bevond zich ook de bejaarde patriarch van Venetië,
+kardinaal Giuseppe Sarto. Toen deze zijn geliefd Venetië verliet, <span class="pageNum" id="pb144">[<a href="#pb144">144</a>]</span>om voor de Pauskeuze naar Rome te reizen, nam hij aan het station een retourkaartje!
+Maar, daar hij het was, die tot Paus gekozen werd, zal hij zijn Venetië, en het landhuis
+waar hij als kind gespeeld heeft, nimmer weer zien; want als heerscher in het Vatikaan,
+heeft hij van zijn vrijheid afstand moeten doen.
+</p>
+<p>Op zekeren Februaridag van het jaar 1910 bevond ik me op weg naar het Vatikaan. Een
+vriend uit Italië vergezelde me. We reden over de Engelen-brug, en voor ons verhief
+zich de statige Engelen-burcht, door keizer Hadrianus 1800 jaar geleden opgericht
+als zijn eigen grafmonument. Na links afgeslagen te zijn, kwamen we aan het St. Pietersplein,
+dat, begrensd door St. Pieterskerk, Vatikaan en zuilengangen, een der indrukwekkendste
+pleinen ter wereld is. Tusschen de ruischende fonteinen, staat een obelisk, op bevel
+van keizer Caligula uit Egypte hierheen gebracht. Reeds lang vóór den tijd van Mozes
+zag deze obelisk neer op Egypte’s woestijn. Aan zijn voeten hebben de kinderen Israël’s
+in hun gevangenschap hun liederen gezongen. Ten tijde van Nero, zag hij duizenden
+Christenen den marteldood sterven. Nog heden verheft hij zich, vijf en twintig meter
+hoog, bestaande uit een enkel stuk steen, ongedeerd door den tijd en onaangetast door
+menschenhanden. Aan de noordzijde van het plein bevindt zich de poort van het Vatikaan.
+Hier houdt de Zwitsersche Garde in middeleeuwsche uniform, de wacht. In prachtige,
+met roode zijde behangen vertrekken wachten talrijke pelgrims, monniken en prelaten
+het oogenblik af, waarop ze tot Zijne Heiligheid zouden worden toegelaten. Een voornaam
+priester, gekleed in violet gewaad, ging ons voor, om ons aan te dienen, en door de
+geopende deur zag ik, hoe hij nederknielde terwijl hij met den Paus sprak.
+</p>
+<p>Spoedig was het mijn beurt om toegelaten te worden. In een ruim, rood behangen vertrek
+zat Pius X aan zijn schrijftafel. Bij mijn binnenkomst stond hij op, en reikte mij
+zijn fijngevormde doch krachtige hand. Daarop namen wij plaats. De Paus leunde met
+de ellebogen op de schrijftafel, en hield het hoofd op de handen gesteund; hij begon
+over Tibet te spreken. Hij vroeg of de zending in dat land eenige kans op succes had.
+Ik moest antwoorden dat Tibet tegenwoordig voor alle Europeanen gesloten is, maar
+dat vroeger Italiaansche monniken er <span class="pageNum" id="pb145">[<a href="#pb145">145</a>]</span>als zendelingen werkzaam geweest waren. Toen ik onder anderen Odorico uit Pordenone
+noemde, die in de 14de eeuw Tibet bereisd had, luisterde de Paus vol belangstelling;
+want die naam was hem goed bekend, immers Pordenone is een dorp uit zijn eigen geboortestreek!
+</p>
+<p>Pius X geeft den indruk van grooten christelijken deemoed, van eenvoudige, vriendelijke
+zachtmoedigheid, en zijn stem klinkt week en ernstig. Ook zijn uiterlijk komt, door
+de witte kleeding die tegen het roode behangsel van het vertrek afsteekt, uitstekend
+tot zijn recht. Hij droeg een langen dichtgeknoopten priesterrok met een breeden gordel
+en een schouderkraag, en op het witte haar droeg hij een wit kapje. Om zijn hals fonkelde
+een gouden ketting met een groot kruis.
+</p>
+<p>Tusschen het Vatikaan en de St. Pieterskerk liggen slechts enkele schreden. We betreden
+het prachtige voorportaal en komen door een der vijf gewelfde bronzen deuren in de
+kerk zelf. Eerbied en bewondering overweldigen ons, zoo indrukwekkend zijn hier alle
+afmetingen! Nu eens verlustigt zich onze blik in de bonte, hemelhooge gewelven, dan
+weer in de eindelooze zuilenrijen, nu eens worden we geboeid door een mozaiekwerk,
+dan weer door een grafteeken. Hoe lang zou men hier niet moeten ronddwalen om aan
+al deze heerlijkheid eenigszins recht te doen wedervaren! Rome is niet in één dag
+gebouwd, luidt het spreekwoord. Voor het bouwen van de St. Pieterskerk waren alleen
+al honderd en twintig jaren noodig, gedurende welken tijd twintig Pausen elkaar opvolgden!
+Italië’s grootste meesters waaronder Rafaël en Michel Angelo hebben het beste van
+hun scheppingen gewijd aan dezen tempelbouw, die het graf van den apostel Petrus omsluit.
+De kosten bedroegen twee honderd en vijftig millioen.
+</p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch37" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#xd33e3149">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h2 class="main"><span class="divNum">37.</span> „BROOD EN SPELEN”.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">„Brood en spelen” brulde het naar vermaak dorstende Romeinsche gepeupel, en om bij
+het volk in de gunst te blijven, lieten de keizers van het Romeinsche rijk prachtige
+theaters oprichten waarin van tijd tot tijd op groote schaal volksfeesten gevierd
+werden. Zulk een theater was het Circus Maximus dat <span class="pageNum" id="pb146">[<a href="#pb146">146</a>]</span>aan 200.000 toeschouwers ruimte bood. Hier werden wedrennen gehouden met vierspannen.
+Op den van goud flonkerenden wagen stond met gebogen knieën de wagenrenner, de teugels
+in de handen. Geheel Rome, Senatoren, patriciërs en plebejers waren daarbij tegenwoordig,
+en temidden van zijn hofhouding en gunstelingen zat de keizer in zijn loge. De wagenrenners
+droegen verschillende kleuren, en bij het wedden op de een of andere kleur werden
+vermogens op het spel gezet. Een trompetsignaal gaf het teeken tot vertrek, en in
+het witte zand der arena joegen de voortrazende wagens dichte stofwolken op.
+</p>
+<p>Zulk een theater was ook het circus van Nero. In den zomer van het jaar 64 n. Chr.
+ging Rome in vlammen op, en in een week tijds was de geheele stad in de asch gelegd.
+De Campagna werd wijd en zijd door dezen reusachtigen brand verlicht, en onschatbare
+kunstwerken gingen voor altijd verloren. Nero echter, de grimmige beheerscher van
+het Romeinsche rijk, genoot van dit gruwelijke schouwspel, en verheugde zich over
+de woede der vlammen! Hij zette zich een krans op het hoofd en terwijl hij zijn lier
+bespeelde, zong hij het lied van de verwoesting van Troje.
+</p>
+<p>Maar onder de burgers verspreidde zich het gerucht dat de keizer zelf Rome zou hebben
+doen in brand steken, om ruimte te krijgen voor zijn waanzinnige bouwplannen, en zijn
+nieuw paleis. Nero vreesde den haat van het volk, en, om zich van deze verdenking
+te zuiveren, beschuldigde hij de leden der jonge christengemeente van deze euveldaad;
+ze hadden immers vaak in het openbaar de ongebonden leefwijze in de hoofdstad vervloekt,
+en den ondergang van het Romeinsche rijk en de overwinning der christelijke leer geprofeteerd.
+Wat lag meer voor de hand dan dat zij de schuldigen waren? Nu zouden ze voor hun misdaad
+boeten. De leiders der christenen, de apostelen Paulus en Petrus werden in ketenen
+geslagen, en met andere geloovigen in de Mamertijnsche gevangenis gebracht, een verpest
+onderaardsch gewelf tusschen het kapitool en het Forum. Bij geheele troepen sleepte
+men de geloovigen uit hun huizen en uit de plaatsen waar ze hun samenkomsten hielden,
+en dreef ze als kudden in de onderaardsche holen die met den circus van Nero in verbinding
+stonden. Hier moesten ze hun straf afwachten, en tevens zou het verbasterde gepeupel
+van een nieuw schouwspel genieten.
+<span class="pageNum" id="pb147">[<a href="#pb147">147</a>]</span></p>
+<p>In andere, met ijzeren tralies afgesloten, onderaardsche holen, bewaarde men leeuwen,
+tijgers en andere roofdieren. Dagen achtereen liet men de dieren honger lijden, en
+om hun bloeddorst nog meer te prikkelen, moesten de circus-beambten bloedige stukken
+vleesch voor hun hokken heen en weer bewegen. Rome sprak over niets anders dan over
+het op handen zijnde schouwspel!
+</p>
+<p>De groote dag brak aan. Voorname mannen en vrouwen kwamen in prachtige draagstoelen,
+gekleed in purperen zijden gewaden; het krioelde van krijgslieden en blanke wapenen,
+de lucht was doortrokken met den geur van welriekende oliën en zalven. Men spreidde
+kussens en dekens over de banken uit, en nam zijn plaats in. In de keizerloge verschenen
+Nero en zijn hovelingen.
+</p>
+<p>De trompetten schallen en terdood veroordeelde krijgsgevangenen betreden de arena
+voor het gladiatorengevecht. Voor een deel dragen ze helm en pantser, terwijl andere
+geheel ongekleed zijn. Net en een drietand zijn de wapenen van dezen, terwijl genen
+voorzien zijn van zwaard en schild. De tweekamp eindigt eerst met den dood van een
+der beide partijen, tenzij een wenk van den keizer den overwonnene begenadigt. Daarna
+komt een algemeen gevecht; maar, alvorens op elkaar los te stormen, begeven de gladiatoren
+zich met statigen tred tot voor Nero’s loge, en roepen: „Heil, U, Caesar, zij die
+sterven gaan, groeten U!” Zoodra het bloedige spel teneinde is, worden de lijken weggesleept,
+en versch zand in de arena rond gestrooid om de bloedsporen te bedekken.
+</p>
+<p>Wederom schallen de trompetten, luider dan voorheen. Een christenschare wordt in de
+arena gedreven. Inplaats van in kleederen zijn ze in dierenvellen gestoken. Slechts
+hun bleeke, rustige gelaatstrekken zijn zichtbaar; opwaarts blikkend heffen ze een
+psalm aan, en hun gezang klinkt trotsch en luide over het heidensche Rome.
+</p>
+<p>Nieuwe trompetstooten—en de ijzeren zijdeuren worden geopend; een troep wilde honden
+stort zich in de arena. In ’t eerst zijn ze schuw, maar met steenworpen en wilde kreten
+worden ze aangehitst; ze naderen hun prooi, trekken aan de dierenhuiden en besnuffelden
+het naakte vleesch. Zoodra er een begint, volgen de anderen zijn voorbeeld, en stillen
+hun honger. <span class="pageNum" id="pb148">[<a href="#pb148">148</a>]</span>Geen der martelaren smeekt om genade, geen keurt Nero één blik waardig. Eerst met
+den dood van den laatste verstomt het gezang.
+</p>
+<p>Reeds worden nieuwe scharen binnengevoerd, en nu is het de beurt voor de leeuwen om
+hun honger te stillen. Zoo gaat het bloedige feest voort. Tijgers, panters, beren,
+wolven en jakhalzen worden op de christenen losgelaten terwijl het gepeupel brult
+van dolle opwinding, en de lucht van het bloed den geheelen circus vervult.
+</p>
+<p>Wanneer het schouwspel voorbij en het theater ledig is, wagen zich eenige christenen
+die zich nog in vrijheid bevinden in de arena om het gebeente der dooden te verzamelen
+en ze te begraven in de grafplaatsen buiten Rome.
+</p>
+<p>Er staat nog een derde theater op zijn oorspronkelijke plaats, het Colosseum, en dit
+bouwwerk is zoo goed bewaard gebleven, dat men zich nog een duidelijk beeld van zijn
+oorspronkelijken toestand kan vormen. Het is het mooiste en grootste bouwwerk uit
+de oudheid dat Rome bevat. Dit theater, voltooid in het jaar tachtig van onze jaartelling,
+werd onder de keizers Vespasianus en Titus gebouwd. De rijen banken, die ruimte boden
+voor 85.000 toeschouwers waren in vier afdeelingen verdeeld, waarvan de achterste
+en hoogste bestemd waren voor vrouwen en vrijgelaten slaven. Als toegangskaarten deden
+stukjes elpenbeen dienst, die de ligging der verschillende plaatsen zoo nauwkeurig
+aangaven, dat ieder dadelijk in het reusachtige gebouw zijn weg kon vinden. De zitplaatsen
+waren van marmer, en tal van marmeren beelden sierden de muren van het theater.
+</p>
+<p>Daar de spelen gewoonlijk overdag gegeven werden, had men over de arena en de plaatsen
+der toeschouwers een reusachtigen zijden doek gespannen. Wanneer het theater met publiek
+gevuld was, bood het een schouwspel van overweldigende pracht. Op de beste plaatsen
+zaten de Senatoren in purperomzoomde toga, de priesters der verschillende tempels,
+zwart gesluierde Vestaalsche maagden, en krijgslieden in schitterende wapenrusting.
+Daarachter kwamen de rijen der Romeinsche burgers in hun witte of bonte toga, het
+hoofd onbedekt, baardeloos en met kort geknipt haar; ze onderhielden zich met elkaar
+in een taal die even welluidend was als het tegenwoordige Fransch en Italiaansch.
+De talrijke vreemdelingen die Rome bezochten, waren aanwezig, gezanten <span class="pageNum" id="pb149">[<a href="#pb149">149</a>]</span>uit alle landen der wereld, staatslieden<span class="corr" id="xd33e1519" title="Niet in bron">,</span> kooplieden en reizigers uit Germanië en Gallië, uit Syrië, Griekenland en Egypte.
+</p>
+<p>Nog machtiger indruk krijgt men van dit bouwwerk wanneer met het niet overdag, maar
+des avonds bij maanlicht, bezoekt. Het plein voor het theater, waar eertijds de gladiatorenkazernen
+en de lijkenhuizen stonden, is nu leeg en verlaten, en de duistere nacht breidt zich
+uit over de ruïnen; maar wanneer men de geweldige arena binnentreedt, beschijnt het
+maanlicht de hooge, grauwe muren en de verweerde banken. Hier en daar gapen donkere
+holen, ’t zijn de toegangen tot de onderaardsche gewelven waar de christenen en de
+wilde dieren opgesloten werden. Want ook in dit theater is de bodem letterlijk met
+bloed gedrenkt.
+</p>
+<p>Geen geluid van de stad, die ter ruste gegaan is, dringt tot ons door. En toch meen
+ik reeds lang weggestorven stemmen te hooren. Ik hoor het vreugdegehuil van het gepeupel,
+dat het bloed van de christenen ziet vloeien; ik hoor den strijdkreet der gladiatoren,
+het gekletter van hun wapenen wanneer zij elkaar op leven en dood bevechten; uit de
+onderaardsche gewelven stijgt een dof, hongerig gebrul dat de aarde doet beven, en
+boven dit alles uit stijgt helder en plechtig het overwinningslied der martelaren
+ten hemel!
+</p>
+<p>Een circus, of een theater van den tegenwoordigen tijd,—dat is slechts speelgoed,
+in vergelijking met het Colosseum. De oude Romeinen waren meesters in het uitvinden
+van zulke schouwspelen, die naar den smaak van de massa waren. Geheele wouden werden
+tevoorschijn getooverd, waarin de gladiatoren op leeuwen en tijgers jacht maakten.
+In korten tijd kon het geheele tooneel onder water gezet worden, en op dit kunstmatige
+meer werden bloedige zeeslagen geleverd, totdat het water rood gekleurd was van bloed.
+Door vernuftige kanalen liep de arena dan in een oogwenk weer leeg, de lijken werden
+door slaven weggesleept, en het theater werd ingericht voor een nachtelijk feest.
+Dan werd de arena door <span class="corr" id="xd33e1525" title="Bron: Fakkels">fakkels</span> verlicht, en nieuwe scharen gevangen christenen werden gekruisigd of voor de wilde
+dieren geworpen. Toen de Romeinsche keizer Philippus Arabs in 248 het duizendjarig
+bestaan van Rome vierde, traden twee en dertig olifanten, een groote menigte wilde
+dieren en tweeduizend gladiatoren in het Colosseum op.
+<span class="pageNum" id="pb150">[<a href="#pb150">150</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch38" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#xd33e3158">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h2 class="main"><span class="divNum">38.</span> IN DE CATACOMBEN.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Niet ver van het Colosseum ligt het begin van een der oudste en beroemdste wegen,
+die ooit door menschenvoeten betreden zijn, de Appische weg. Hierlangs hielden keizers
+en legeraanvoerders hun zegevierenden intocht in Rome; hierlangs werden ze na hun
+dood uitgedragen om op brandstapels verbrand en in hun familiegraven bijgezet te worden.
+Hierlangs schreden in duisteren nacht de christenen, om de overblijfselen hunner,
+in de arena omgekomen, geloofsgenooten aan het onderaardsche Rome toe te vertrouwen.
+Langs den Appischen weg kwam ook Paulus Rome binnen, omstuwd door een schare christenen,
+die hem, zooals men in het laatste hoofdstuk van het boek der Handelingen lezen kan,
+tegemoet gegaan waren. Nog heden staat aan de Via Appia een kleine kapel; ze is geheeten
+„<span lang="la">Quo vadis?</span>” („waarheen gaat ge?”)<span class="corr" id="xd33e1539" title="Bron: ,">;</span> aan deze kapel is de volgende sage verbonden:
+</p>
+<p>Nadat de apostelen Petrus en Paulus negen maanden lang in den Mamertijnschen kerker
+gevangen gezeten hadden, werd het doodvonnis over hen beiden geveld. Als Romeinsch
+burger zou Paulus met het zwaard worden terechtgesteld; Petrus echter werd tot den
+onteerenden kruisdood veroordeeld.
+</p>
+<p>Doch in den nacht, voorafgaande aan den dag waarop het vonnis voltrokken zou worden,
+kwamen de gevangenbewaarders bij de gevangenen, bevrijdden hen van hun boeien en fluisterden
+hun toe: „Vlucht, voor het te laat is!” Paulus vluchtte niet, hij was bereid om voor
+zijn geloof te sterven. Petrus echter kon, volgens de sage, de verzoeking niet weerstaan.
+Het was een duistere nacht, de regen stroomde kletterend op het marmeren plaveisel
+van het Forum neer, en de storm huilde door de zuilengangen. Over de verlaten markt
+voortsnellend, bereikte hij een der stadspoorten en ontvluchtte Rome langs de Via
+Appia. Wel sprak zijn geweten, maar hij trachtte het tot zwijgen te brengen door te
+denken aan al de bekeeringen, die hij zou volvoeren, indien hem nog eenige jaren levens
+vergund werden.
+</p>
+<p>De storm bedaarde en de lucht werd helder. Daar bespeurde Petrus voor zich uit een
+lichtschijnsel, dat hem tegemoet kwam. Het licht was niet geel, zooals van vuur, maar
+blauwachtig als <span class="pageNum" id="pb151">[<a href="#pb151">151</a>]</span>het schijnsel van sterren, en toen het nabij gekomen was, zag Petrus dat het licht
+van een stralenkrans uitging, die het hoofd omgaf van een man, gehuld in een lang
+wit gewaad.
+</p>
+<p>Petrus gevoelde bij dezen aanblik een wondere ontroering. Toen de onbekende twee schreden
+aan Petrus voorbij was, wendde hij zich om en zag den apostel met denzelfden weemoedigen
+zachten blik aan, dien Petrus zich zoo wel herinnerde van drie en dertig jaar geleden,
+in den hof van den hoogepriester Kajafas. Hij wierp zich voor Jezus’ voeten, en vroeg:
+</p>
+<p>„Heer, waarheen gaat ge?”
+</p>
+<p>En Jezus antwoordde: „Naar Rome, om nog eenmaal gekruisigd te worden!”
+</p>
+<p>Toen boog Petrus het oude, moede hoofd ter aarde, en weende bitterlijk. Toen hij zich
+weder ophief, was de Meester verdwenen, en de apostel stond alleen op de Via Appia.
+</p>
+<p>Opnieuw was de storm opgestoken, en zware wolken joegen over de Campagna naar de Appenijnen.
+Zonder aarzeling, keerde Petrus om, en snelde naar Rome terug. Onderweg ontmoette
+hij een vrijgelaten slaaf, dien hij zelf gedoopt had.
+</p>
+<p>„Heer, waarheen gaat ge?” vroeg de slaaf verbaasd. En Petrus antwoordde: „Naar Rome
+om gekruisigd te worden!” Met vluggen tred ging hij verder, ging weer over het Forum,
+en daalde in de Mamertijnsche gevangenis af. Hier liet hij zich door den gevangenbewaarder
+de ketenen weer aanleggen.
+</p>
+<p>Den volgenden dag bracht men hem naar een heuvel waar het kruis reeds opgericht was.
+Daar hij zichzelf evenwel voor onwaardig hield om in dezelfde houding als zijn Heiland
+te sterven, vroeg hij den Romeinschen krijgsknechten om de gunst om met het hoofd
+naar omlaag aan het kruis genageld te mogen worden.
+</p>
+<p>Langs de Via Appia gaat men ook wanneer men de onderaardsche catacomben wil bezoeken.
+</p>
+<p>Twee monniken met waskaarsen voeren ons een trap omlaag, en dan gaat het door smalle
+gangen die een duister en vochtig labyrint onder de aarde vormen. De meeste gangen
+zijn slechts een meter breed, het dak is gewelfd, en in de wanden ziet men ontelbare
+nissen waar de christenen hun ontslapene broeders en zusters bij zetten. Men legde
+het lijk in een doek; kruiste de armen over de borst, wendde hun gezicht naar het
+Oosten. <span class="pageNum" id="pb152">[<a href="#pb152">152</a>]</span>De nissen werden afgesloten met een marmeren plaat, of met eenige tichelsteenen, en
+dan zongen de rouwdragers, met fakkels in de handen, geestelijke liederen.
+</p>
+<p>Hoevele lijkstoeten zullen zich wel door deze gangen hebben voortbewogen! Hier rustten
+de martelaren. Hier verzamelden zich de christenen tot gemeenschappelijk gebed of
+beraadslagingen, en nog in de vijfde eeuw vierden ze hier in den schoot der aarde
+feesten ter herinnering aan hun martelaren.
+</p>
+<p>Een steile, donkere trap brengt ons nog een verdieping lager. Vaak liggen vier of
+vijf verdiepingen onder elkaar, waarvan de diepste meer dan twintig meter beneden
+den grond ligt. Alle gangen tezamen vormen een lengte van negenhonderd kilometer,
+en overal vindt men nissen in de wanden; het onderaardsche Rome bevat meer dan drie
+millioen zulke graven!
+</p>
+<p>Het zou levensgevaarlijk wezen, zich hier zonder een gids te wagen. Men zou doelloos
+ronddwalen, vergeefs een uitweg zoeken, nu eens rechtsom, dan weer ter linkerzijde
+een zijgang inslaan. Wanneer de waskaars opgebrand was, zou men al tastend den weg
+zoeken, telkens struikelend zou men al verder en verder verdwalen. Niet het geringste
+geluid! Alleen de echo zou op het hulpgeroep antwoorden. De waanzin zou als verlosser
+komen en men zou het hoofd te pletter stooten tegen een der grafsteenen in deze doodenstad!
+</p>
+<p>In de musea, vooral in het Vatikaan, bevinden zich tal van marmeren gedenkplaten uit
+dezen oud christelijken tijd. De inschriften zijn in het <span class="corr" id="xd33e1566" title="Bron: Latijnsch">Latijn</span> of Grieksch geschreven, en bevatten vaak zinnebeeldige voorstellingen waarbij de
+visch de Heiland, het olijvenblad de vrede, een schip het menschenleven, de duif de
+ziel van den afgestorvene, het anker de hoop op de opstanding, en de palmtak de zege
+der zaligen beteekent.
+</p>
+<p>Niets is treffender dan deze grafsteenen met hun korte, veelzeggende afscheidswoorden.
+Voor de antieke marmeren beelden staat men in stomme bewondering; hier echter, te
+midden der schatten van deze doodenstad, hoort men de steenen spreken. Voor ongeveer
+tweeduizend jaren hebben de levenden, vaak in onbeholpen schrift, hun geloof, hun
+liefde, hun droefheid en hun hoop aan deze steenen toevertrouwd.
+<span class="pageNum" id="pb153">[<a href="#pb153">153</a>]</span>
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure p144width"><img src="images/p144.jpg" alt="Colosseum in Rome." width="720" height="461"><p class="figureHead">Colosseum in Rome.</p>
+</div><p>
+<span class="pageNum" id="pb154">[<a href="#pb154">154</a>]</span>
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure p145width"><img src="images/p145.jpg" alt="Het Forum van Pompeji met de Vesuvius." width="720" height="461"><p class="figureHead">Het Forum van Pompeji met de Vesuvius.</p>
+</div><p>
+<span class="pageNum" id="pb152a">[<a href="#pb152a">152</a>]</span></p>
+<p>Maar wij moeten afscheid nemen van Rome. Er is echter een middel om zich de terugkomst
+in de eeuwige stad te verzekeren.
+<span class="pageNum" id="pb155">[<a href="#pb155">155</a>]</span></p>
+<p>Ik heb het zelf geprobeerd. Op een klein plein in Rome verheft zich voor den voorgevel
+van een prachtig paleis de Fontana Trevi. De zeegod staat op zijn wagen, een reusachtige
+schelp, die door twee zeepaarden wordt getrokken. Door tritons geleid willen zij over
+den rand van de nagemaakte rotsen springen, waarover het water in hel-groene golven
+en witte stralen afstroomt, om beneden in een rond bassin saam te vloeien.
+</p>
+<p>Als de laatste avond van uw verblijf te Rome is aangebroken, begeeft u dan naar de
+Fontana Trevi. Hier werpt gij—voor de straatjongens—een klein geldstuk in het bassin;
+laat uw hand volloopen onder een der waterstralen en drinkt van het water van Rome—dan
+zal u de toovermacht van den zeegod gevangen houden, en uw ziel zal geen rust vinden,
+voordat gij nog eens uw schreden hebt gericht naar de Eeuwige Stad!
+</p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch39" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#xd33e3167">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h2 class="main"><span class="divNum">39.</span> POMPEJI.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Weer eenige uren langs glinsterende rails en wij zijn te Napels. Ginds in het Oosten
+broedt de kegel van den Vesuvius, als een vuurspuwende draak over den zeeboezem, aan
+welks oever steden en dorpen en stralend witte landhuizen, zoo dicht naast elkaar
+liggen, als de kralen van een rozenkrans. Op de met lava geplaveide straten van Napels
+loopen wij rond en kunnen ons niet verzadigen aan het gezicht van de prachtige, bruine
+gezichten, de bonte, morsige kleederdrachten. Steeds weer zouden wij de melodieuse
+liederen willen hooren, die ter eere van het liefelijk Napels weerklinken. „Napels
+zien en dan sterven” is een Italiaansch spreekwoord, het wil zeggen dat voor hem die
+Napels niet zag, het leven geen waarde heeft!
+</p>
+<p>Wij gaan het nationaal museum binnen en nu verdwijnen voor ons het bonte leven daarbuiten
+op de straten, de blauwe Golf van Napels en de krans van groenende tuinen. Hier overweldigt
+ons het verleden, dat in een grootsche verzameling van kunstwerken, beelden en schilderijen
+uit Pompeji ons tegemoet treedt.
+</p>
+<p>In de zevende eeuw voor de geboorte van Christus, werd niet ver van de kust, aan de
+Golf van Napels, aan den <span class="pageNum" id="pb156">[<a href="#pb156">156</a>]</span>zuidelijken voet van den Vesuvius de stad Pompeji gesticht. Ongeveer tachtig jaar
+voor onze tijdrekening kwam ze onder Romeinsche heerschappij en gedurende de volgende
+honderd vijftig jaren ontwikkelde zij zich in architectuur, taal en gewoonten tot
+een echte Romeinsche stad. Een muur met torens omringde de huizen en straten met haar
+20.000 inwoners en bij het invallen van den nacht werden de acht stadspoorten gesloten.
+Op het voornaamste plein, het Forum, waar volksvergaderingen en feesten werden gehouden,
+verhief zich, tusschen open hallen en zuilengangen en een reeks marmeren beelden,
+de tempel van Jupiter.
+</p>
+<p>Op het tweede plein stonden het theater en een oude Grieksche tempel.
+</p>
+<p>Pompeji werd spoedig een lievelingsstad der aanzienlijke Romeinen, die in het stadsgebied
+zelf van Pompeji of in de wonderschoone omgeving ervan prachtige villa’s lieten bouwen.
+Een dezer villa’s, bij de noord-westelijke stadspoort, behoorde aan den beroemden
+redenaar en schrijver Cicero, die van tijd tot tijd in dezen, zijnen „Tusculum”, ontspanning
+zocht van het geraas en het onrustige leven in Rome. Men weet heel nauwkeurig dat
+hij zich hier het laatst ophield in het jaar 44 na Christus, kort na den moord van
+den grooten Julius Caesar.
+</p>
+<p>Niet ver van de villa van Cicero liep noord-westelijk de „Weg der Graven”, die evenals
+de Appische heirweg aan beide zijden door grafmonumenten is begrensd, van de eenvoudigste
+gedenksteenen, tot de kostbaarste altaren en tempels; zij bevatten alle de urnen met
+het gebeente en de asch der dooden.
+</p>
+<p>De straten waren recht en regelmatig aangelegd, eenige breed, vele heel smal. Zij
+waren met lavazerken, geplaveid en verhoogde trottoirs liepen langs de huizen. Langs
+eenige straten waren aan beide zijden winkels, hier en daar was een rij steenen dwars
+over de straat gelegd, opdat de voetgangers na hevige stortregens, die destijds evenals
+nu nog alle wegen in kanalen en rivieren veranderden, droogvoets aan den anderen kant
+konden komen.
+</p>
+<p>Pompeji bezat vele baden, die prachtig en met de uiterste geriefelijkheid waren ingericht.
+Uit steen opgetrokken, waren zij koel en donker, en boden gedurende den warmen zomer
+<span class="pageNum" id="pb157">[<a href="#pb157">157</a>]</span>een heerlijke verkwikking. Men legde zijn kleeren in de nissen van de ontkleedhal,
+en liep van het eene badkamertje naar het andere, om eerst een heet luchtbad, dan
+een warm bad, en eindelijk een koud bad te nemen. De muren van de kamer voor het koude
+bad waren met schilderijen versierd, die schaduwrijke bosschages en donkere wouden
+voorstelden; de blauw gewelfde zoldering was met gouden sterren bezaaid, en het zonlicht
+viel slechts door een klein rond venster naar binnen; daardoor geleek het bassin op
+een klein meer in een bosch, onder den vrijen hemel. Men liet zich door de badknechten
+masseeren en met welriekende oliën inwrijven.
+</p>
+<p>De huizen der welgestelde burgers waren met uitgezochten smaak, en grooten kunstzin
+ingericht. Naar de straatzijde toe was niet veel meer te zien dan kale, gelijkvormige
+muren, want de oude Romeinen wilden het heiligdom van hun tehuis niet laten ontwijden
+door het geraas der straat en de nieuwsgierigheid der voorbijgangers. Precies zoo
+is het ook nu nog, zooal niet in Italië en Griekenland dan toch in het gansche Aziatische
+Oosten. In het inwendige wordt daarentegen des te grooter pracht tentoongesteld. Hier
+stonden beelden en busten, onder open zuilengangen, geurende, weelderige bloembedden,
+en midden in de voornaamste zaal, in het „atrium” was in den mozaïeken vloer een marmeren
+bassin aangebracht. Door een vierkante opening in de zoldering boven het bassin, keken
+zon en maan binnen, en de regen vermengde vaak zijn droppels met de stralen van de
+steeds klaterende fontein.
+</p>
+<p>Indien de heer des huizes een gastmaal gaf, dan droegen slaven tafels aan, en terwijl
+ze op lange rustbedden lagen, gebruikten zij de overdadige spijzen; dronken, schertsten
+en luisterden onderhand naar de tonen der fluiten, citers en cimbalen en volgden met
+slaperige, door het gebruik van wijn verduisterde oogen de bewegingen van danseressen.
+</p>
+<p>Dat was een gelukkige tijd van ongestoorde rust voor Pompeji! Men genoot van de gaven
+der wouden, der tuinen en van de zee, dreef handel, vervulde zijn ambtsplichten en
+verzamelde zich voor beraadslagingen op het Forum, op welks steenen zerken de marmeren
+zuilen koele schaduwen wierpen. Wie dacht aan den nabijzijnden Vesuvius! Sedert duizenden
+jaren was de vulkaan reeds uitgebluscht en op oeroude lavastroomen <span class="pageNum" id="pb158">[<a href="#pb158">158</a>]</span>stonden oeroude boomen en tegen de hellingen van den berg rijpten in de zon de heerlijkste
+druiven, waaruit nog tegenwoordig een wijn wordt geperst, die „de tranen van Christus”
+heet. De sage vertelt, dat de Heiland eens op zijn omwandeling op aarde, den Vesuvius
+heeft beklommen, en eerst is blijven staan in stomme bewondering over het heerlijke
+landschap dat de Golf van Napels omgeeft. Daarna zou Hij, door leed, over deze plaats
+der ijdelheid en der zonde bitter hebben geschreid. En juist op de plaats waar zijn
+tranen op aarde neerdruppelden, ontsproot een wijnrank, die haars gelijke niet had!
+</p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch40" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#xd33e3176">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h2 class="main"><span class="divNum">40.</span> ONDER DE ASCH VAN DEN VESUVIUS.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Een jaar voor den brand van Rome werd Pompeji door een geweldige aardbeving geschokt,
+maar de bewoners vatten weer gauw moed en bouwden hun stad weer schooner en prachtiger
+op. Zestien jaren gingen voorbij, toen viel de meest vernietigende slag, die ooit
+een stad heeft getroffen sedert Sodom en Gomorrha door vuur uit den hemel werden verteerd.
+</p>
+<p>Plinius de Oudere, die ons een onsterfelijk natuur-wetenschappelijk werk heeft nagelaten,
+was destijds bevelhebber over de Romeinsche vloot; ze lag in de bocht van Napels voor
+anker, terwijl hij zelf vertoefde bij zijn zuster, op een plaats niet ver van Pompeji.
+Plinius de Jongere, zijn neef, een jonge man van achttien jaren, was eveneens bij
+zijn moeder te gast.
+</p>
+<p>De 24ste Augustus van het jaar 79 brak aan. De Vesuvius had zich zoo lang stil gehouden,
+maar nu kende zijn woede geen grenzen. In den loop van enkele uren begroef hij Pompeji
+en nog twee andere steden, Herculanum en Stabiae onder een regen van puimsteen en
+asch en onder een stroom gloeiende lava en heete modder. Onder hen die er het leven
+bij verloren behoorde ook Plinius de Oudere.
+</p>
+<p>Verscheidene jaren later schreef de geschiedschrijver Tacitus aan Plinius den Jongeren
+en verzocht hem eenig bericht te geven over den dood van zijn oom. Deze geschriften
+zijn nog bewaard. Plinius beschrijft hoe zijn oom beneden aan het strand door een
+regen van asch en zwaveldampen stikt. Hij zelf had gezien hoe vurige vlammen uit den
+krater opstegen en hoe de Vesuvius <span class="pageNum" id="pb159">[<a href="#pb159">159</a>]</span>een zwarte wolk uitspuwde die zich omhoog, als de kroon van een pijnboom vertakte.
+Hij was met zijn moeder gevlucht in den voorhof van haar huis; maar toen de grond
+onder hun voeten begon te wankelen en de lucht zich met asch vulde, snelden zij met
+nog een menigte menschen weg. Zijn reeds bejaarde moeder smeekte hem zich toch door
+een haastige vlucht te redden, maar hij wilde haar niet alleen laten. „Dikke rookerige
+duisternis,” zoo luidt zijn beschrijving, „welfde zich dreigend boven ons. Zij overstroomde
+de aarde als een voortstormende rivier, en golfde achter ons aan. „Laat ons terzijde
+afslaan,” zeide ik, „zoolang wij nog kunnen zien, opdat wij onderweg niet vallen en
+in de duisternis, door hen, die ons volgen, worden vertreden.” Ternauwernood waren
+wij gelukkig aan het gedrang ontkomen, of diepe nacht omringde ons reeds, een nacht,
+niet alleen zonder maan of bewolkt, maar zooals hij in dichtgesloten ruimten heerscht,
+waar het licht is uitgebluscht.” Dan vertelt Plinius hoe de vluchtenden kussens op
+hun hoofd bonden om niet verpletterd te worden door neervallende steenen en hoe men
+onophoudelijk de asch van zich moest afschudden om niet door den last daarvan op den
+grond te worden gedrukt. Hij zelf bleef onder deze gebeurtenissen heel kalm, want
+hij was er van overtuigd, dat de geheele wereld nu ten onder moest gaan.
+</p>
+<p>Door deze uitbarsting van den Vesuvius werd Pompeji onder een dikke, zes meter hooge
+laag puimsteen en asch begraven. Nog vele jaren later gingen de bewoners van omliggende
+streken er heen om met spaden allerhande uit te graven. Maar daarna daalde Pompeji
+in den nacht der vergetelheid en sliep 1500 jaren onder de aarde. Maar na 1500 jaren
+werd de stad weer ontdekt en men begon opnieuw te graven. Akkers, moerbeiboschjes
+en landgoederen waren intusschen op het kleed van het geweldige bed van asch opgegroeid.
+Maar pas vijftig jaar geleden begon de navorsching van den nieuwen tijd met ernst
+de bedolven stad op te graven, en nu heeft men het reeds voor meer dan de helft gedaan.
+Tegenwoordig kan de vreemdeling ongehinderd door haar straten rijden, de oude winkels
+en baden inzien en de prachtige muurschilderingen in de paleizen der aanzienlijken
+bewonderen. De zuilen van den tempel van Jupiter, die zoo lang in ondoordringbaren
+nacht begraven <span class="pageNum" id="pb160">[<a href="#pb160">160</a>]</span>waren—werpen nu weer, in de verblindende zon hun schaduw op dezelfde steenen zerken
+van het Forum als te voren. De Weg der Graven is opengelegd en jonge cypressen schieten
+omhoog tusschen de grafteekenen. De dooden, die voor den tweeden keer begraven werden,
+toen de Vesuvius zijn asch over hen uitspreidde, luisterden nu opnieuw naar de schreden
+van een jong geslacht, buiten op de straat.
+</p>
+<p>Maar de ongelukkigen, die levend onder den aschregen werden begraven, zijn lang tot
+stof vergaan, en toch zijn er nog en in de musea kunnen wij hen met verwrongen ledematen,
+het gelaat op den grond gedrukt, zien liggen precies in de houding, die zij innamen,
+toen zij neervielen en de asch hen bedekte. Want zoo bleven zij als in een gietvorm
+1800 jaren liggen! Hun stof werd weer aarde, maar de ontstane ledige ruimte bleef
+bestaan, en als men gips in zulke holten giet, dan verkrijgt men een levendig afbeeldsel
+van die menschen in het oogenblik van hun dood! Hier ligt een vrouw, die voor haar
+huis is neergestort en krampachtig een buidel van goud en zilver met beide handen
+omklemd houdt; ginds een man, wiens hoofd zwaar op de ellebogen is neergevallen en
+daar een hond, die zich ineen heeft gerold, voordat hij stikte. Zoo is de slapende
+stad tot nieuw leven ontwaakt en de dooden zijn teruggekeerd uit het rijk der schaduwen.
+</p>
+<p>Onverbiddelijk heeft de spade alle geheimen van Pompeji onthuld; de asch heeft alles
+getrouw bewaard, tot zelfs de vluchtige invallen, die op de hoeken van huizen werden
+geschreven. Op een huis werd aangegeven, dat het vanaf den eersten Juli te huur was:
+„Mogelijke huurders worden verzocht zich tot den slaaf Primus te wenden.” Op een anderen
+hoek raadt een grappenmaker een kennis aan: „Loop heen en hang je op!” Een burger
+schrijft van zijn vriend: „Ik hoor tot mijn leedwezen, dat je gestorven bent.—Vaarwel!”
+Een andere muur draagt de vriendelijke aanmaning: „Hier is geen plaats voor luilakken,
+maak dat je wegkomt, jij, deugniet!” Het merkwaardigst zijn echter de woorden Sodom
+en Gomorrha, die stellig door een Jood tegen een huis werden ingekrast. Zelfs de schrijfoefeningen
+der schooljongens zijn nog tegen een muur te herkennen, pogingen in het Grieksche
+alphabet, hetgeen bewust dat de Grieksche taal een deel van het onderwijs uitmaakte.
+<span class="pageNum" id="pb161">[<a href="#pb161">161</a>]</span>Oudere jongens hebben, precies als zij nu nog doen, verzen van voorname dichters ingekrast,
+en eens vindt men, met houtskool geschreven en nog maar voor de helft leesbaar: „Verheug
+u op het vuur, Christen!” Zoo bespotte men de martelaars, die met teer overgoten in
+den tuin van Nero als fakkels werden verbrand!
+</p>
+<p>De kunstschatten, schilderijen en beeldhouwwerken, die men te Pompeji heeft uitgegraven,
+hebben met den geheelen aanleg der stad, haar bouwtrant en haar inschriften een licht
+over het leven der Oudheid geworpen, dat men te voren nooit had vermoed. Maar nog
+een veel rijkeren oogst voor de wetenschap verwacht men uit het bed van lava en slib,
+dat Herculanum, de stad die naast Pompeji lag, bedekt. Maar op dien bodem zijn intusschen
+twee steden verrezen, die eerst verwijderd zouden moeten worden als ook Herculanum
+uit zijn eeuwigen slaap gewekt zou worden.
+</p>
+<p>Vaarwel, Pompeji en Napels!
+</p>
+<p>Wij gaan in gedachten op een schip dat ons over de Golf van Napels draagt. Rechts
+laten wij het verrukkelijke eiland Capri achter ons. Aan de noordelijke zijde ervan
+kan men liggend in een platte roeiboot, of zwemmend een rotsopening, die niet hooger
+is dan een meter, voorbij gaan, die toegang geeft tot de Blauwe Grot. Zij werd in
+1826 door twee Duitsche schilders ontdekt. Daarbinnen strekt zich een stille, kristalheldere
+watervlakte uit, meer dan vijftig meter den berg in en het gewelf boven den waterspiegel
+is vijftien meter hoog. De eenige verlichting van het inwendige der grot, is de reflectie
+der kleur van den hemel en van de zee in de grot, <span class="corr" id="xd33e1641" title="Bron: vanwelker">van welker</span> gewelf en wanden druipsteenen als ijskegels neerhangen—alles blauw. Dompelt men een
+roeispaan of de hand in het water dan glinstert zij, door de reflectie van den witten
+zandbodem, zilverwit. Maar men kan het slechts bij kalm weer wagen er in te varen,
+anders zou de boot tegen de rotsachtige zoldering verpletteren. Slechts moedige bewoners
+van Capri wagen er zich ook bij hooge zee in, met groote handigheid en vlugheid boegseeren
+zij hun boot tusschen twee golfslagen in de grot.
+</p>
+<p>Aan onze linkerhand verbergt een landtong de witte huizen en olijftuinen van Sorrent,
+een kleine stad, die door groote dichters werd bezongen. Daarna stevenen wij op de
+turkoois-blauwe <span class="pageNum" id="pb162">[<a href="#pb162">162</a>]</span>watervlakte van de Tyrrheensche zee verder. In het Zuiden duikt het rotseiland Stromboli
+uit de golven op, met zijn vuurspuwenden op een vuurtoren gelijkenden vulkaan. In
+de straat van Messina zijn wij tusschen de kusten van Calabrië en Cicilië, die zoo
+vaak door ontzettende aardbevingen werden verwoest. Maar nu gaat het naar buiten,
+in de groote, open Middellandsche Zee. Achter ons verdwijnt Italië en daarmede Europa
+aan den horizon, en wij schommelen naar het Oosten, naar het land der pharao’s.
+</p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch41" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#xd33e3185">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h2 class="main"><span class="divNum">41.</span> EGYPTE.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Ik herinner mij nog alsof het gisteren gebeurde, den dag in het jaar 1885, toen de
+telegraaf over de gansche aarde de treurmare bracht, dat Chartoem gevallen en Gordon
+Pacha, de gouverneur van Soedan omgekomen was! Zelden werd de geheele wereld zoo diep
+getroffen door den dood van een man.
+</p>
+<p>Gordon was een Schot, maar werd in 1833 in een der voorsteden van Londen geboren,
+en reeds als jonge luitenant bij de genie, hoorde hij onder de muren van Sebastopol
+het oorlogsgedonder dreunen. Als dertigjarig majoor voerde hij het bevel over het
+keizerlijk leger in China en onderdrukte den schrikkelijken Taiping-opstand, die sedert
+1851 in de provinciën aan de blauwe Rivier woede. In anderhalf jaar had hij de rust
+hersteld.
+</p>
+<p>Nadat hij eenige jaren, gedeeltelijk in zijn geboorteland, gedeeltelijk in de landen
+van het Oosten had doorgebracht, trad hij in 1874 in dienst van den Khedive, den onderkoning
+van Egypte. De Khedive Ismail was een energiek man met vooruitstrevende plannen. Hij
+wilde zijn rijk uitbreiden tot aan de groote meren van den aequator, waar men meende
+dat de Nijl moest ontspringen, en Gordon zou over een provincie regeeren, die haar
+naam, Aequatoria, naar den aequator draagt. Vlak ten Zuiden van Caïro, de grootste
+stad van Afrika, de hoofdstad van Egypte, begint een hoogland, dat zich van het Noorden
+naar het Zuiden bijna over het geheele vasteland uitstrekt. In Abessinië verheft het
+zich tot aanzienlijke hoogte en rondom den aequator, verheft het zich tot Afrika’s
+hoogste bergtoppen. <span class="pageNum" id="pb163">[<a href="#pb163">163</a>]</span>Als een scherm houdt dit gebergte allen regen verre van Egypte en groote deelen van
+Soedan. De waterdampen, die de passaatwind des zomers over Abessinië heendrijft, veranderen
+in de bergstreken van dit land in regen en sneeuw en de wind komt droog naar Nubië
+en Egypte. Wat aan vochtige massa’s uit den warmen Indischen Oceaan opstijgt en door
+den passaatwind naar het Noordwesten wordt gedreven, verandert gedurende acht maanden
+van het jaar in water, in de gebergten bij den aequator, en zoo ontvangt het Nijldal
+ook van daar geen neerslag. De bodem blijft hoog en ontzaglijke gebieden zijn woestenijen,
+waar bronnen slechts op groote afstanden van elkaar liggen. Maar gedragen door de
+winden van den Indischen Oceaan, ruischt de regen op de Oost-Afrikaansche gebergten
+neer en verzamelt zich daar tot geweldige rivieren. De Atbara en de Blauwe Nijl stroomen
+uit Abessinië neer en veroorzaken in den herfst de bekende overstroomingen van den
+Nijl; gedurende het overige deel van het jaar zorgt de Witte Nijl voor de bewatering
+van Egypte. Zoo gedijt het land ook zonder regen, en ontelbare kanalen bevruchten
+in zijn plaats de akkers in welker, krachtigen, moerassigen slibbodem ontelbaar veel
+graansoorten; tarwe, mais, gerst en durrha (negergierst), groenten als boonen en erwten
+en veel dadelpalmen welig groeien en suikerriet en katoenstruiken, zich steeds meer
+uitbreiden. Van uit een ballon gezien zouden deze akkers, die palmen en vruchtboomen
+zich afteekenen langs de rivier als een groene band, terwijl het geheele overige gebied
+er geel en grauw zou uitzien; want het bestaat slechts uit droge zandwoestijnen.
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure p154width"><img src="images/p154.png" alt="OVERZICHT VAN AFRIKA." width="593" height="662"><p class="figureHead">OVERZICHT VAN AFRIKA.</p>
+</div><p>
+</p>
+<p>Zoo is de Nijl voor Egypte de gewichtigste levensvoorwaarde. Daarvan vertelt de geschiedenis
+van de verste Oudheid ons reeds. Want Egypte is een der oudste cultuur-centra der
+aarde. Wie duizelt niet bij de gedachte, dat de eerste koning van wien gegevens uit
+de Oudheid worden medegedeeld 3200 jaren voor de christelijke jaartelling heeft geleefd
+en dat de groote piramide bij Giseh 4600 jaren oud is! Het grafgewelf ervan is in
+de vaste steenmassa ingemetseld en daar staat tegenwoordig nog de sarcophaag van rood
+graniet van koning Cheops. Twee millioen 300.000 steenblokken, elk tien kubieke meter
+groot, zijn noodig geweest om voor een vergankelijk koning een onvergankelijk <span class="pageNum" id="pb164">[<a href="#pb164">164</a>]</span>grafteeken op te richten! Het gaat door voor het grootste bouwwerk, wat ooit door
+menschenhanden werd opgericht. Gebouwen van onzen tijd schrompelen daarnaast tot niets
+ineen. Slechts de lange Chineesche muur zou er zich, wat omvang betreft, mede kunnen
+meten, maar hij is vervallen en voor het grootste deel van de aarde verdwenen, terwijl
+de <span class="pageNum" id="pb165">[<a href="#pb165">165</a>]</span>piramide van Cheops er nog altijd als voor duizenden jaren staat, nu eens door de
+zon verwarmd, dan weer door het maanlicht beschenen, of als een sprookjesachtige verschijning
+te midden van den duisteren, lauwwarmen nacht.
+</p>
+<p>Twee duizend kilometer ten zuiden van de hoofdstad van Egypte eindigt de woestijn
+en vandaar bedekken geweldige moerassen en dicht riet den grond. Dit is Soedan, „het
+land der zwarten”. Op de landpunt, in welks hoek de Witte en de Blauwe Nijl samenvloeien,
+lag Chartoem, de eenige stad van Soedan, tot waar handelswegen van alle kanten heenleidden,
+en waar de waren nooit onverkocht bleven liggen. Naar de kostbare veeren van den snelvoetigen
+struisvogel was toch ter versiering der Europeesche dameshoeden steeds groote navraag
+en eveneens naar het kostbaar ivoor van de Afrikaansche olifanten die grooter en krachtiger
+zijn dan hun Indische neven en die bij kudden worden neergeschoten of in het woud
+in valkuilen worden gevangen. Maar het handelsartikel dat het meest op prijs werd
+gesteld, en <span class="corr" id="xd33e1672" title="Bron: Langs">langs</span> Chartoem ging, dat waren de slaven, „het zwarte ivoor”, zooals hun hartelooze Arabische
+handelaars hen noemden. Het vervoer der olifantstanden door paarden of ossen was te
+duur, daar vele dieren bezweken onder de steken van de giftige vliegen. Daarom moest
+het ivoor door menschen worden gedragen en zoodra deze hun diensten hadden bewezen,
+werden zij zelf naar Egypte, Rome, Syrië en Turkije verkocht. Wouden en woestijnen
+waren niet onuitputtelijk, ivoor en struisveeren konden eens een einde nemen; voor
+uitsterven van negers behoefde men niet te vreezen. Sedert voor drie honderd jaren,
+een Engelsen kapitein de eerste scheepslading slaven naar Amerika bevrachtte, heeft
+deze schandelijke handel tot in den modernen tijd als een vloek gerust op het werelddeel
+der zwarten.
+</p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch42" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#xd33e3194">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h2 class="main"><span class="divNum">42.</span> MET GORDON DEN NIJL OP.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Gordon had het stadhouderschap van de nieuwe provincie, niet ver van de bronnen van
+den Nijl op zich genomen in de hoop den slavenhandel eindelijk te kunnen uitroeien
+of althans eenigszins de jacht op zwarte mannen en vrouwen te stuiten. <span class="pageNum" id="pb166">[<a href="#pb166">166</a>]</span>Hij voer van Caïro over de Roode Zee naar Soeakin, reed naar Berber aan den Nijl en
+werd daar door den generaal gouverneur der provincie Chartoem met grooten luister
+ontvangen. Hier vernam hij dat de Nijl nog 1500 kilometer verder zuidelijk bevaarbaar
+was en hij dus zijn reis zonder oponthoud kon voortzetten.
+</p>
+<p>De Nijl bood aan Gordon’s stoomboot den uitnemendsten weg. Maar dezelfde rivier kan
+voor den reiziger ook een onoverwinnelijken hinderpaal zijn. Want na den regentijd
+treedt ze buiten haar oevers en vormt een onontwarbaar doolhof van zijarmen, meren
+en moerassen. Tusschen ondoordringbare bosschen van riet en velden van papyrusstruiken
+is de vrije waterweg dikwijls niet meer dan een nauwe doortocht. De wortels der grootere
+planten maken zich los uit het slik en pakken zich samen met stengels en aarde tot
+koeken, die dan door het aandringende water naar het Noorden worden gedreven. In smalle
+openingen of bij scherpe bochten blijven ze hangen en telkens worden weer nieuwe van
+deze eilanden aangespoeld en botsen tegen ze aan. Zoo stuwden zij het water der rivier
+op, en tusschen deze natuurlijke dammen vormt het water meren. Zulke gezwellen van
+drijvende en vastrakende, verrottende vegetatie noemt men „Sedd”, en hoe sterker de
+regen is, des te grooter is deze stroomafwaarts gedreven slibmassa. Eindelijk weeken
+de hardgeworden koeken weer, bezwijken voor den druk van het water en dan is de Nijl
+weer bevaarbaar.
+</p>
+<p>Langzaam gleed Gordon’s stoomboot <span class="corr" id="xd33e1687" title="Bron: stroomafwaarts">stroomopwaarts</span> en drong steeds dieper in de tot nu toe onbekende wereld van het tropisch Afrika.
+Aan den oever schommelden de waaiers der papyrusstruiken boven het riet. Uit het merg
+van den papyrus bereidden de oude Egyptenaren een stof, het papier, waarop zij hun
+kronieken neerschreven. Tusschen de struiken zag de bemanning van de stoomboot de
+zwarte inboorlingen en zwervende scharen luid schreeuwende apen. De nijlpaarden, op
+zwemmende eilanden gelijkend, vertoonden zich slechts bij nacht, als zij het ondiepe
+water opwoelden. Achter de weelderige vegetatie van de oevers strekten zich eindelooze
+grassteppen uit, met hun groot aantal dieren, en hun schaarsche bosschen.
+</p>
+<p>Na vier dagen en vier nachten gleed de stoomboot het eiland Abba voorbij. Hier woonde
+in zijn grot een bedelmonnik, de <span class="pageNum" id="pb167">[<a href="#pb167">167</a>]</span>derwisch Mohammed Ahmed, en deze eenvoudige man wierp zich later op tot beheerscher
+van Soedan en zijn fanatieke scharen zouden tien jaar later Gordon’s moordenaar worden!
+</p>
+<p>Midden April bereikte Gordon Gondokoro, een kleine plaats, die tegenwoordig op de
+grens van Soedan en Britsch-Oost-Afrika ligt. En nu begon hij als stadhouder van de
+aequator-provincie zijn werkzaamheid. De Egyptische soldaten die hier en in twee andere
+plaatsen aan den Nijl in garnizoen lagen en op eigen hand een rooversleven leidden,
+voedde hij op tot nuttigen arbeid met ploeg en spade, de slavenjagers die men meester
+kon worden, werden gevangen genomen en de slaven bevrijd. Overal stond Gordon de armen
+bij, beschermde de hulpeloozen en zond aan de hongerenden durrha.
+</p>
+<p>De hitte was ontzettend en misschien nog erger de wolken bloeddorstige muggen, door
+welke Gordon en zijn metgezellen werden geplaagd. Maar toen in September de regen
+begon te vallen en de geheele streek in een moeras veranderde, werd hun toestand nog
+gevaarlijker, want uit deze moerassen stegen moordende koortsdampen omhoog. Na een
+maand waren reeds zeven van Gordon’s officieren aan de koorts overleden, maar hij
+zelf werkte onverpoosd aan zijn taak. „Als God wil, zal ik in dit land veel uitrichten”,
+schreef hij in zijn dagboek.
+</p>
+<p>Spoedig zag hij, dat de beste streken van zijn provincie aan de groote meren in het
+Zuiden lagen. Maar de provincie Aequatoria was te ver van Egypte verwijderd; zij hing
+als aan een oneindig lang koord, den Nijl. En van het Victoria-Niansa—het grootste
+meer—tot aan Caïro waren het in rechte lijn 3500 kilometer. Des te korter was de weg
+naar Mombasa, aan de Oostkust. Gordon raadde daarom den Khedive aan Mombasa te veroveren
+en vandaar uit een weg naar het Victoria-Niansameer aan te leggen. Daardoor zou de
+bestrijding van den slavenhandel aanmerkelijk veel gemakkelijker zijn geweest. Met
+vurige woorden schilderde hij hem in brieven den toestand in Soedan en deze brieven
+deden den Khedive de oogen opengaan over dingen, waarover hij uit den mond zijner
+pacha’s nooit de waarheid had vernomen.
+</p>
+<p>Gordon wilde allereerst een stoombootdienst instellen naar de meren; toen de Nijl
+begon te stijgen, kwamen de stoombooten aan. Nu ging het verder naar het Zuiden. De
+inboorlingen <span class="pageNum" id="pb168">[<a href="#pb168">168</a>]</span>sloegen deze expeditie echter met haat gade en vreesden de Egyptische overheersching.
+Zij beproefden het verder doordringen van den „Witten Pacha” te verhinderen, het was
+Gordon zeer pijnlijk de wapenen tegen hen te moeten keeren. Zij verlangden verder
+niets dan in hun woestijnen en bosschen met rust te worden gelaten, en het doel van
+den indringer was hen onbegrijpelijk. Gewelddaden stond Gordon echter aan zijn manschappen
+niet toe. Gestolen vee moesten zij weer teruggeven en de dochter van een hoofd, die
+zij gevangen genomen hadden, liet hij met kostbare stoffen en gewaden tooien en onder
+ridderlijke bescherming weer naar huis brengen. In tegenstelling van alle andere Europeanen
+kende hij noch haat noch wreedheid; vandaar zijn merkwaardige macht over de wilden
+van Afrika, precies zooals hij tien jaren vroeger over de Chineezen had gehad!
+</p>
+<p>Na groote moeielijkheden bereikte hij eindelijk het noordelijkste der Nijl-meren,
+het Albert-Niansameer. Het bereiken van dit doel was een heldendaad. Maar tot aan
+het Victoria-Niansameer door te dringen gelukte hem niet, want de beheerscher van
+het land tusschen de meren duldde geen indringers noch blanke, noch Arabieren.
+</p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch43" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#xd33e3203">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h2 class="main"><span class="divNum">43.</span> DE WITTE PACHA.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Drie jaren lang werkte Gordon aan den Boven-Nijl, in de nabijheid van den aequator.
+Gedurende de volgende drie jaren vinden wij hem verder noordelijk als stadhouder van
+het geheele Egyptische Soedan; Chartoem is z’n hoofdstad. Zijn provincie is 2000 kilometer
+breed, vanaf de Roode Zee tot aan de Sahara en haar uitgestrektheid naar het Noorden
+en Zuiden is niet minder.
+</p>
+<p>Het geheele land bevindt zich in opstand. De Khedive van Egypte heeft met den koning
+van het christelijk Abessinië een ongelukkigen oorlog gevoerd en de Mohammedaansche
+rijken: Kordofan en Darfoer in Westelijk Soedan zijn tegen hem opgestaan. Juist in
+dit deel van de provincie van Gordon doorkruisen half wilde Bedouïnen-stammen de woestijn,
+eenige van de boosaardigste slavenhandelaars hebben daar hun holen.
+<span class="pageNum" id="pb169">[<a href="#pb169">169</a>]</span></p>
+<p>In Mei 1877 beklimt Gordon zijn vluggen dromedaris voor een reis van 3300 kilometer.
+Hij zelf wil de dorpen en tentkampen der slavenhandelaars in het ver verwijderd Darfoer
+opzoeken, ondanks het warme jaargetijde. Troosteloos strekt zich naar alle kanten
+de woestijn uit, grauwgeel, stoffig en droog. Als de zon de middaghoogte heeft bereikt,
+verdwijnt de schaduw van den dromedaris bijna onder het dier.
+</p>
+<p>De eene mijl na de andere jaagt de Witte Pacha over het woestijnzand op zijn prachtig
+rijdier, dat in geheel Soedan beroemd is. Eenige honderden Egyptische ruiters volgen
+hem, maar ze blijven ver achter, alleen de gids is in staat hem bij te houden. Geheimzinnig
+en onverwacht als de wind stuift hij verder, en houdt voor de poort eener oase stil
+nog voordat de wacht zijn geweer kan presenteeren. En nadat hij uit naam van den Khedive
+zijn bevelen heeft uitgedeeld, verdwijnt hij even geheimzinnig; niemand weet waarheen.
+In een andere 500 kilometer verder liggende oase, heeft men bericht van zijn reis
+ontvangen, en de hoofdman heeft wachten uitgezet, die de nadering van den Witten Pacha
+moeten melden. Geel en zandig strekt zich in het rond de door de zon doorgloeide woestijn
+uit, evenals de spiegel der zee; mijlen ver moet men elken reiziger kunnen zien. Daar
+meldt de wacht twee zwarte punten in het verschiet. Dat kunnen niet anders dan de
+voorrijders van den pacha zijn, en het zal nog wel uren duren, voordat hij zelf met
+zijn troepen aankomt. De beide punten worden grooter en naderen snel; de lange pooten
+van den dromedaris glippen over den woestijngrond, zij vliegen als op onzichtbare
+vleugelen. Daar zijn zij reeds aan den rand van de oase, en de bewoners vertrouwen
+hun oogen niet; de een der beide aangekomenen draagt de goudgeborduurde uniform van
+den Egyptischen Pacha! Zonder vaandels en militaire muziek en al den uiterlijken glans
+van z’n positie. Nooit had men in Soedan zoo een stadhouder zien reizen.
+</p>
+<p>Even raadselachtig gauw is hij ook weer verdwenen; in onveilige plaatsen legt hij
+bezetting; in andere streken bezet hij de paden die naar de bronnen leiden, om oproerige
+stammen tot onderwerping te dwingen. Met ijzeren gestrengheid breekt hij de macht
+der opperhoofden, die nog slavenhandel drijven. Hij bevrijdt een menigte zwarte slaven
+en vormt hen tot <span class="pageNum" id="pb170">[<a href="#pb170">170</a>]</span>soldaten, want hij heeft manschappen noodig; de krijgslieden van zijn gevolg zijn
+slechts het schuim van Egypte en Syrië. Met een handvol mannen volbrengt hij goed
+gerichte aanvallen tegen de zwakste punten van den vijand en overwint steeds. In vier
+maanden heeft hij het oproer onderdrukt en de heerschappij der slavenhandelaars gebroken!
+</p>
+<p>Het spoedig tot rust brengen van West-Soedan, was eveneens een heldendaad en het is
+nauwelijks te begrijpen, hoe Gordon bijna alleenstaand tegenover talrijke oproerige
+stammen, ze heeft volbracht. Door zijn ontzaglijke snelheid en verrassende alomtegenwoordigheid,
+deed hij de menschen gelooven, dat hij over heerscharen te beschikken had, terwijl
+hem slechts eenige honderden mannen ten dienste stonden en door zijn onwankelbare
+kalmte en zijn groot overwicht verlamde hij elken aanslag.
+</p>
+<p>Een karavaan met slaven trekt door de woestijn. In lange rijen komen de zwarte mannen
+aanloopen, die tot den zwaren arbeid der lijfeigenschap veroordeeld zijn en de jonge
+meisjes, die voor de harems van Egypte en Turkije bestemd zijn, gedreven door hun
+Arabische meesters, als vee, met zweepslagen aangezet en dikwijls in den dood gedreven.
+Gedurende de warmste uren van den dag wordt aan de van honger en dorst versmachtenden
+toegestaan uit te rusten, maar de woestijn biedt geen schaduw en zoo liggen zij midden
+in de gloeiende middagzon halfdood van uitputting. En dan suist de zweep weer op de
+naakte ruggen neer, en in de avondkoelte worden zij verder naar het Oosten gedreven.
+</p>
+<p>Daar nadert in een stofwolk de Witte Pacha. De tirannen vluchten als kaf voor den
+wind, alle banden worden losgemaakt, alle honger gestild, de mannen worden gewapend.
+Voor een troep slaven heeft het uur der bevrijding geslagen!
+</p>
+<p>Zoo zuiverde Gordon geheel westelijk Soedan. Ten laatste bleef alleen nog Dara in
+Zuid-Darfoer over. Hier hadden zich de machtigste slavenkoningen, tot weerstand, verzameld.
+Maar als de bliksem viel hij op zekeren dag hun tentkamp binnen. Zij hadden hem gemakkelijk
+om het leven kunnen brengen; met bovenmenschelijke kalmte ging hij alleen tusschen
+hun tenten rond, en niemand waagde het hem aan te raken. Toen zijn troepen aankwamen,
+liet hij de opperhoofden in zijn tent komen en stelde hen daar zijn voorwaarden: het
+neerleggen <span class="pageNum" id="pb171">[<a href="#pb171">171</a>]</span>der wapenen en terugtrekken naar hun haardsteden. En de een na den ander gehoorzaamde
+en ging stil zijns weegs.
+</p>
+<p>Wie was deze buitengewone man, die zijn scepter over een land zwaaide, dat grooter
+was dan alle koninkrijken van Europa te zamen; Arabieren, Egyptenaren en negers, onderdrukkers
+en onderdrukten vreesden en bewonderden hem evenzeer! Hij reed op zijn snelvoetigen
+dromedaris sneller dan de roofzuchtige Bedouïn en haalde zelfs den struisvogel in
+aan den rand van de Libysche woestijn! Geen gevaar schrikte hem af. Rechtvaardigheid
+en bescherming van de zwakken, daarin bestond zijn leven en hij verlangde geen loon.
+Een pacha, die zijn macht niet gebruikt tot afpersingen—van zoo een had men nog nooit
+gehoord! De herinnering aan Gordon zweeft nog heden als een lied en een sage over
+de troostelooze woestijn!
+</p>
+<p>Wat bereikte Gordon door zijn rustelooze jacht voor het geluk der zwarten? De slavenhandel
+wortelde als een onkruid veel te diep in Afrika’s aarde, om opeens uitgeroeid te kunnen
+worden. Ternauwernood was Gordon naar Chartoem teruggekeerd, of de slavenhandelaars
+begonnen hun schandelijk bedrijf opnieuw. En toch gaf hij de hoop niet op. „Stuur
+mij een man,” zoo schreef hij in zijn dagboek, „die geld, roem en onderscheidingen
+veracht, die geen hoop meer koestert zijn geboorteland terug te zien, en tot God opziet
+als de bron van het goede en den wreker van het kwade, een man met gezond lichaam
+en ijzeren karakter, die den dood beschouwt als den bevrijder van alle ellende—ik
+neem hem in mijn dienst<span class="corr" id="xd33e1728" title="Niet in bron">.</span> Indien gij zoo een niet vindt, laat mij dan alleen! Ik heb genoeg aan mijzelf te
+dragen; ik heb geen bagage noodig!”
+</p>
+<p>Van uit zijn groot paleis te Chartoem regeerde Gordon zijn geweldige provincie en
+richtte nieuwe slagen tegen den slavenhandel. Dikwijls lag hij, als in September na
+de zomerwarmte de koortstijd begon, in hooge koorts ijlend op zijn legerstede, of
+zwierf rusteloos door zijn eenzame zalen, steeds nieuwe plannen smedend om de zwarten
+te redden. Voor hem had het leven geen waarde, als hij het niet gebruiken kon om het
+lijden van anderen te verminderen.
+</p>
+<p>Bij de wisseling van het jaar gistte het weer aan alle kanten. De provincie Bahr el-Ghasal,
+die uit haar binnenland den Witten Nijl talrijke zijrivieren toezendt, was in opstand,
+en Abessinië <span class="pageNum" id="pb172">[<a href="#pb172">172</a>]</span>dreigde met oorlog. In Bahr el-Ghasal regeerde Ziber, een machtig Arabisch opperhoofd;
+deze had de brandfakkel tegen Egypte ontstoken en nu dreigde de beweging zich over
+geheel Darfoer uit te breiden. Het opperhoofd kocht bij de negerstammen in het hartje
+van Afrika een menigte slaven, om hen als soldaten tegen Egypte te gebruiken. De negers
+zelf hebben altijd den slavenhandel vergemakkelijkt; als de stammen onder elkaar met
+bogen, speren en schilden, vervaardigd van de huid van nijlpaarden, oorlog voerden,
+dan aten zij hun verslagen vijanden op en verkochten de gevangenen als slaven. Daarom
+viel het aan het Arabisch opperhoofd gemakkelijk manschappen te krijgen. Maar Gordon’s
+waakzaamheid verijdelde zijn plannen.
+</p>
+<p>Ternauwernood was de rust weer hersteld, of Gordon ontving het bericht dat Khedive
+Ismail Pacha afgezet was, en een nieuwe Khedive het lot van Egypte bestuurde. Nu spoedde
+hij zich naar Kaïro en verzocht om zijn ontslag. Maar de nieuwe Khedive kon hem niet
+missen, en drong bij hem aan, dat hij bleef. Gordon liet zich overhalen en begaf zich
+nu, in opdracht van den nieuwen Khedive, naar koning Johannes van Abessinië, om te
+zien of de dreigende oorlog niet was af te wenden. Maar de koning behandelde hem met
+minachting en stelde onaannemelijke voorwaarden. Daarom keerde Gordon naar zijn hoofdstad
+Chartoem terug. Maar op het oogenblik, dat hij de grenzen van Soedan had bereikt,
+werden hij en zijn metgezellen door Abessinische ruiters gevangen genomen, die hem
+dwongen Soedan te verlaten en door de met sneeuw bedekte bergen van Abessinië den
+terugtocht naar de kusten van de Roode Zee te ondernemen.
+</p>
+<p>Zoo keerde hij weer naar Kaïro terug. Nijd en afgunst begluurden elk zijner schreden.
+Vele Europeanen haatten en vreesden hem ook. Want Egypte moest immers tot wanhoop
+worden gedreven; maar Gordon steunde den Khedive. In zijn eigen vaderland, Engeland,
+werd hij belasterd en zijn particuliere correspondentie met den Khedive werd in de
+dagbladen openbaar gemaakt. De een noemde hem krankzinnig, de ander een gevaarlijk
+avonturier. En toch was Gordon een der grootste en edelste mannen, die ooit heeft
+geleefd.
+</p>
+<p>Spoedig daarop vinden wij hem in Bombay. Hier ontving hij een telegram van den grooten
+staatsman Li-hung-tschang, die hem verzocht, dadelijk naar Peking te komen. Rusland
+bedreigde <span class="pageNum" id="pb173">[<a href="#pb173">173</a>]</span>China met den oorlog en China dacht er nog aan, dat Gordon den Taiping-opstand had
+onderdrukt. Werkelijk gelukte het hem weer door verstandigen raad, het krijgsgevaar
+af te wenden, en hij leerde den Chineezen hoe zij hun verdediging moesten inrichten.
+</p>
+<p>Welk blad van Gordon’s levensgeschiedenis wij ook opslaan, ze schijnt ons steeds een
+heldensage toe. Na zijn terugkeer uit China vertoefde hij in Ierland, daarna in Engelschen
+dienst, op het eiland Mauritius in het Oosten van Madagascar, en spoedig daarop in
+Zuid-Afrika. In het einde van 1882 was hij weer in Engeland en een jaar daarna dwaalde
+hij eenzaam en vergeten door de straten van Jeruzalem. Hij zocht alle plaatsen op,
+waar de Heiland had geleefd en geleden, alsof hij zich door dezen pelgrimstocht wilde
+voorbereiden op het laatste jaar van zijn merkwaardig leven.
+</p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch44" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#xd33e3212">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h2 class="main"><span class="divNum">44.</span> DE ONTRUIMING VAN SOEDAN.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Intusschen waren gewichtige gebeurtenissen in Egypte voorgevallen. Engeland had schepen
+en soldaten naar het land van den Khedive uitgezonden, en in Egypte de macht aan zich
+getrokken. Mohammed Ahmed, de koning der derwischen, die vroeger op het kleine Nijleiland
+Abba woonde, had zich uitgegeven voor een Godsgezant, tot redding der onderdrukten,
+als Mahdi of Messias van den Islam. In het Mohammedaansch Soedan heerschte overal
+ontevredenheid, want Egypte had toch eindelijk den slavenhandel verboden. Al de ontevreden
+stammen verzamelden zich onder het vaandel van den Mahdi. Zijn doel was het afschudden
+van het Egyptische juk, en als een brand der steppen vloog zijn oproep tot den heiligen
+krijg door geheel Noord-Afrika. Met verstand en energie tooverde hij uit het rampzalig
+Soedan zulk een machtig rijk, dat Engeland in zorg geraakte. Een leger van 10000 Egyptenaren,
+dat gedeeltelijk onder Engelsch bevel stond, werd, toen het Kordofan wilde veroveren,
+zoo volkomen door de opgezweepte scharen van den Mahdi vernietigd, dat er nauwelijks
+een ooggetuige overbleef van deze gebeurtenis. Wapenen en ammunitie van dit leger
+beteekenden voor de overwinnaars een welkome versterking.
+<span class="pageNum" id="pb174">[<a href="#pb174">174</a>]</span></p>
+<p>De positie van de Engelsche regeering was nu moeilijk. Soedan moest veroverd of ontruimd
+worden. Men besloot het te ontruimen, maar in Chartoem en in verschillende andere
+plaatsen aan den Aequator lag nog Egyptisch garnizoen. Hoe zou men die uit de macht
+van den Mahdi redden en den Nijl afvoeren?
+</p>
+<p>Daar herinnerde men zich den man, die Soedan het best kende en alleen in staat zou
+zijn, deze reuzentaak, de redding van die garnizoenen, te volvoeren! En toen in het
+einde van 1883 de nieuwe jobstijding kwam, dat de Mahdi weer een Egyptisch leger,
+onder Engelsch commando, had vernietigd, verzocht de Engelsche regeering aan Gordon,
+deze taak op zich te willen nemen! Gordon verklaarde zich bereid en reisde dadelijk
+naar Kaïro.
+</p>
+<p>Vandaar begon hij zijn laatste reis den Nijl op. Achter hem verdwenen de prachtige
+moskeeën en minaretten van Kaïro, van welker galerijen de priesters tot het gebed
+oproepen en de oeroude pyramide van Cheops onttrok zich aan zijn oogen, achter heuvelen
+en palmboomen. In Korosko, aan de noordelijke spits van de groote S-vormige kromming
+van den Nijl, beklom hij zijn dromedaris en vervolgde het smalle, slingerende pad,
+dat sinds duizenden jaren door de droge beddingen van de Nubische woestijn, over verweerde
+vulkanische heuvels en door duinen van verstikkend zand leidt. Wat was hij gelukkig,
+toen hij nu weer de schreden van zijn dromedaris in het woestijnzand kon beluisteren;
+Alsof de vlugge gang van zijn rijdier hem regelrecht naar het verlangde doel moest
+voeren! Zoo was hij duizenden mijlen door Soedan gereden, toen hij nog voor de bevrijding
+der slaven streed. Nu had hij slechts de eene gedachte, de bedreigde garnizoenen te
+redden, ook al moest het zijn eigen leven kosten.
+</p>
+<p>De garnizoenen in zekerheid brengen! Dat klonk zoo eenvoudig. Maar in werkelijkheid
+was het een hopelooze opdracht. Chartoem ligt pas op de helft van den weg naar den
+aequator, en het grootste deel van het geheele land was in de macht van den Mahdi.
+Toch geloofde Gordon door snel handelen zijn taak te kunnen vervullen, en zoo niet,
+dan wilde hij in elk geval zijn plicht doen.
+</p>
+<p>Op den weg naar Abu Hammed, die de noordelijke bocht van den Nijl afsnijdt, reed Gordon
+door de Nubische woestijn, <span class="pageNum" id="pb175">[<a href="#pb175">175</a>]</span>bereikte gelukkig Abu Hammed, en trok dan Nijlopwaarts verder over Berber naar Chartoem.
+Ondanks den oorlog was de geheele weg vrij.
+</p>
+<p>De vanzelfsprekende taak van de Engelsche regeering, die een der der grootste zonen
+van haar land naar Chartoem zond om vele duizenden menschenlevens te redden, zou zijn
+geweest, bezetting naar Korosko, Abu Hammed en Berber aan den Nijl te zenden, om den
+terugtocht der garnizoenen te dekken! Maar inplaats daarvan redeneerden de Engelsche
+ministers en Egyptische pacha’s, de gezanten generaals en ingenieurs over en weer,
+kibbelden over kleinigheden, beproefden elkaar de loef af te steken en vergaten daardoor
+de eenvoudigste van alle voorzorgsmaatregelen, die binnen een maand uitgevoerd hadden
+kunnen worden en het minst gekost zouden hebben! Inplaats van dit beraamde men het
+plan een spoorlijn aan te leggen van de Roode Zee naar den Nijl; maar de ingenieurs
+rekenden eindelijk uit, dat de aanleg twee jaren zou duren en het water, dat men van
+de zee naar de woestijn zou moeten oppompen, zou zoo duur worden, dat men even goed
+de stoomketels der locomotieven met champagne zou kunnen vullen! Genoeg, Korosko,
+Berber en Abu Hammed bleven zonder verdedigers, en daarmede waren Gordon en de garnizoenen
+aan hun lot overgelaten!
+</p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch45" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#xd33e3222">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h2 class="main"><span class="divNum">45.</span> IN DE MACHT VAN DEN MAHDI.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Den 18den Februari 1884 trok Gordon voor den tweeden keer als stadhouder van Soedan
+Chartoem binnen, en nam weer zijn intrek in zijn oude paleis. Wreedheid en onrecht
+van allerlei aard hadden, gedurende de jaren zijner afwezigheid, om zich gegrepen.
+Nu opende hij de deuren der overvolle gevangenissen, onbetaalde belastingpapieren
+werden verbrand, allerhande martelwerktuigen gebroken en in den Nijl geworpen. Daarna
+begon hij met de ontruiming der stad. Ongeveer 3000 vrouwen en kinderen werden naar
+Abu Hammed en door de Nubische woestijn naar Korosko gezonden; zij kwamen daar nog
+zonder gevaar en waren gered. Langs denzelfden weg zou het oprukken van troepen uit
+Egypte een kleinigheid zijn geweest. In plaats <span class="pageNum" id="pb176">[<a href="#pb176">176</a>]</span>daarvan zond Engeland een expeditie naar Soeakin, om aan de Roode Zee een vast standpunt
+te hebben! Dat deed de woede der oproerige stammen in Soedan nog meer ontvlammen,
+want zij veronderstelden natuurlijk, dat de blanken van daar uit hun land wilden veroveren.
+Steeds vaster sloten zij zich aaneen, rondom den Mahdi, en hun haat richtte zich tegen
+den gevreesden Gordon en de weinige Europeanen, die zich met hem te Chartoem bevonden.
+</p>
+<p>Zoolang de telegraaflijn naar Kaïro nog in orde was, bracht Gordon de machthebbers
+op de hoogte van zijn toestand. Vóór alles verlangde hij, dat de weg van Soeakin naar
+Berber bezet werd, want ook vanaf deze lijn was Soedan te beheerschen. Maar men verwierp
+zijn raadgevingen en Berber werd door de troepen van den Mahdi veroverd. Verschillende,
+tot nu toe bevriende opperhoofden ten Noorden en Noordoosten van Chartoem voegden
+zich nu ook bij den Mahdi, onophoudelijk kwamen berichten van nieuwe opstanden naar
+Chartoem, en in de stad zelf was Gordon aan alle kanten door verraders omgeven. Den
+10den Maart werd de telegraafkabel doorgesneden, en nu lag een geheel halfjaar diep
+stilzwijgen over Gordon en zijn manschappen! Reeds den 11den Maart vertoonden zich
+aan den oever van de Roode Zee Arabische krijgslieden, de Mahdi trok het net steeds
+vaster rondom de ongelukkige stad.
+</p>
+<p>Gedurende de laatste jaren had de Egyptische regeering Chartoem slechts gebrekkig
+laten versterken en gedurende de eerste drie maanden der belegering werkte Gordon
+dag en nacht aan de versterking der verschansingen. Rondom de stad werden aarden wallen
+opgeworpen, prikkeldraad aangebracht, en daar waar aanvallen te verwachten waren,
+mijnen gelegd. Einde April was Chartoem geheel ingesloten, en alleen de weg langs
+de rivier naar het Noorden vrij. Begin Mei gingen de Arabieren den Blauwen Nijl over,
+leden echter groote verliezen door ontploffende mijnen, en werden met kruppkanonnen
+uit hun stelling gedreven.
+</p>
+<p>Zoolang het maar eenigszins mogelijk was, had Gordon troepen uitgezonden om durrha
+en andere levensmiddelen te halen. Einde Juli zuiverde hij met zijn beste troepen
+den oever van den Nijl en nam dertien Arabische verschansingen. Maar tot dien tijd
+had hij reeds 700 man verloren. Elke gedachte <span class="pageNum" id="pb177">[<a href="#pb177">177</a>]</span>aan een ontruiming der stad was reeds opgegeven. Het was nu nog slechts uithouden—tot
+het einde.
+</p>
+<p>In September 1884 was er nog proviand voor drie maanden voorhanden en de Arabieren,
+die inzagen, dat zij de stad niet aan den Witten Pacha konden ontnemen, besloten ze
+te laten uithongeren.
+</p>
+<p>In September had de Nijl zijn hoogsten waterstand bereikt. Hoe vaak zullen Gordon
+en zijn beide makkers, overste Steward en Power, de correspondent van de Times, wel
+niet vanaf het platte dak van het paleis, naar het Noorden, naar verlangde hulp hebben
+uitgezien. Over de watervallen beneden Chartoem en Berber bruiste het water tien meter
+omlaag, en nu alleen was het mogelijk met een stoomboot naar Dongola door te dringen.
+In den nacht van 9 September werd een der acht kleine stoombooten, met welke Gordon
+de Arabieren van de oevers van den Witten en den Blauwen Nijl placht te verdrijven,
+voor de afreis gereed gehouden. Steward, Power, de Fransche consul en eenige Grieken,
+kortom alle Europeanen in Chartoem, begaven zich aan boord en met hen vijftig soldaten.
+Zij namen de belegeringskronieken, de ambtelijke geschriften, de lijsten over proviand,
+ammunitie, wapenen en manschappen, de verdedigingsplannen en alle papieren van waarde
+mede. Toen de stoomboot van den oever afstiet, en bij het ochtendgrauwen in de schemering
+verdween, was Gordon de eenige Europeaan in Chartoem.
+</p>
+<p>In Februari had de stad 60.000 inwoners gehad. Gedurende de belegering werd echter
+het derde deel der inwoners verdreven, omdat men wist, dat het verraders waren. Van
+de overige 40.000 kan Gordon zich ternauwernood op de helft verlaten, en ook de betrouwbaren
+zijner manschappen waren slechts daarop bedacht, hun have en goed te redden. In vergelijking
+met de vreugdedronken, fanatieke derwischen, onder het vaandel van den Mahdi, waren
+Gordon’s soldaten erbarmelijk gespuis.
+</p>
+<p>Wat nu gedurende dit halfjaar gebeurde, zal men nooit te weten komen. Men weet slechts
+dat Gordon de versterking der stad krachtiger maakte, de schepen en stoombooten met
+stalen platen <span class="corr" id="xd33e1780" title="Bron: bekleeden">bekleedde</span> en met kanonnen liet bewapenen en onvermoeid z’n soldaten tot weerstand oefende.
+Men weet ook, dat hij waakte over de rechtvaardige verdeeling der levensmiddelen,
+<span class="pageNum" id="pb178">[<a href="#pb178">178</a>]</span>zieken en gewonden in de hospitalen opzocht en moed insprak en de nachten doorbracht
+in de buitenwerken, waar het eerst gevaar dreigde. In den bazaar kocht hij groote
+hoeveelheden blauw-groen katoen, dat over de aarden wallen werd uitgespreid, opdat
+deze er zouden uitzien alsof zij met stalen platen waren bedekt en den aanval der
+Arabieren vertraagden, totdat men gereed was met het opwerpen van nieuwe wallen binnen
+de oude. Maar al deze berichten zijn slechts bij geruchten uit het belegerd Chartoem
+in de wereld gekomen. Want ook Steward en de overige Europeanen bereikten het doel
+niet. Vlak achter Abu Hammed leed de boot schipbreuk, de geheele bemanning werd door
+de lieden van den Mahdi vermoord, en al de papieren van waarde van Gordon vielen den
+overweldigers in handen!
+</p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch46" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#xd33e3231">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h2 class="main"><span class="divNum">46.</span> HET DAGBOEK VAN GORDON.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Het eenige wat er aan betrouwbare berichten omtrent den tijd tusschen 10 September
+en 14 December 1884 is overgebleven, weten wij uit het dagboek van Gordon, dat nog
+bestaat en aangrijpend is om te lezen.
+</p>
+<p>In Augustus had de Engelsche regeering eindelijk het besluit opgevat een hulpexpeditie
+uit te zenden tot redding van Gordon. Het ging nu niet meer om de garnizoenen, maar
+om Gordon zelf, de geheele wereld verkeerde in opgewondenheid, over zijn lot, en met
+elke maand werd de spanning grooter. Sedert een half jaar had men geen bericht van
+hem, en nu overhaastte men het verleenen van hulp om nog bijtijds bij hem te komen.
+Groote troepenmassa’s van alle wapenen werden naar het Zuiden gezonden, rivierbooten
+bij honderden gebouwd, de beste Engelsche officieren namen het bevel op zich, en reeds
+midden September trok het eerste bataljon infanterie Dongola, in de noordelijkste
+helft van het groote Nijlgebied, binnen. Intusschen waren de stoombooten pas te Alexandrië
+aangekomen en moesten den Nijl nog af, over de gevaarlijke en tijdroovende watervallen,
+en de woestijncolonnen, die bestemd waren Chartoem te bestormen, hadden Engeland nog
+niet eens verlaten.
+</p>
+<p>Zonder verbinding met de buitenwereld, zonder vriend en makker, vertrouwde Gordon
+zich slechts aan zijn dagboek toe, <span class="pageNum" id="pb179">[<a href="#pb179">179</a>]</span>en in de weinige bladzijden, die daarvan bewaard zijn gebleven, weerspiegelt zich
+zijn diepst en innigst zieleleven. Hij is een held, een groot legeraanvoerder en een
+goed christen. Hij beklaagt zich nooit en geen verwijt tegen hen, die in het vaderland
+de verantwoording van zijn lot dragen, komt over zijn lippen! Dag aan dag beschrijft
+hij den voortgang der belegering zoo kalm en rustig, alsof het de eenvoudigste zaak
+ter wereld was. Nergens spreekt hij van zijn eigen heldenmoed en de nachtelijke uren
+van eenzaamheid, die hij onder het vijandelijk vuur der schansen doorbracht; hij beproeft
+zelfs zijn heldenmoed te verkleinen, terwijl hij eens schrijft:
+</p>
+<p>„Gedurende de belegering hebben wij vaak over de vraag omtrent de vrees geredeneerd,
+dat gevoel, hetwelk een echte man volgens het oordeel der wereld niet mag kennen.
+Ik ben echter steeds door vrees vervuld, dikwijls zelfs zeer erg! Vrees voor den dood
+is dat echter niet, die is, Gode zij dank, voorbij; maar vrees voor een nederlaag
+en haar gevolgen. Ik geloof niet aan den steeds kalmen, onwrikbaren man. De hoofdzaak
+is slechts dat hij niet toont, wat hij voelt. Daarom moet een bevelhebber nooit te
+nauw samen zijn met zijn ondergeschikten. Want zij slaan hem met scherpe oogen gade,
+en er bestaat geen gevaarlijker besmettingsstof dan de vrees! Ik kon woedend worden,
+als ik van angst niet kon eten, en dan zag dat de officieren aan mijn tafel dezelfde
+neigingen hadden. Misschien vraagt men mij, waarom ik niet met Steward en de anderen
+heenging? Nu eenvoudig daarom niet, omdat de menschen hier niet zoo dwaas zouden zijn
+geweest, mij te laten gaan!”
+</p>
+<p>Ondertusschen legerden de derwischen ongeveer tien kilometer van de buitenwerken en
+wachtten hun tijd af. Uit de verte werden schoten gewisseld, maar de dagen verliepen
+toch nog eenigszins kalm. Den 20sten September hoorde Gordon door een handig verkenner,
+dat de hulpexpeditie onderweg was en tien dagen later zond hij zijn stoomboot een
+eind in noordelijke richting, haar tegemoet, om het naderbrengen der troepen te verhaasten.
+Maar daardoor boette hij ook de helft van zijn weerstandskracht in.
+</p>
+<p>Den 21sten October kwam de Mahdi zelf in het leger rondom Chartoem en den volgenden
+dag zond hij aan Gordon <span class="pageNum" id="pb180">[<a href="#pb180">180</a>]</span>de bewijzen, dat de stoomboot van Steward was vergaan, en alle opvarenden gedood waren;
+hij legde zelfs een lijst over der dagboeken en aanteekeningen, die aan boord waren
+gevonden. Uit deze papieren had de Mahdi tot op een dag gezien, hoe lang Chartoem
+zich nog staande kon houden, hoe groot het garnizoen was en hoe de verdediging was
+georganiseerd, waar de batterijen stonden en hoe lang de ammunitie nog kon strekken.
+Dat was een ontzettende slag voor Gordon, maar het brak zijn moed niet. Het meest
+deed hem den dood van Steward en der overigen leed, daar hij meende er zelf schuld
+aan te hebben. Hij liet den Mahdi echter zeggen: „Ook al kaapt gij mij 20.000 booten
+weg, toch sta ik hier pal!”
+</p>
+<p>Den 2den November telde hij in de streng bewaakte schuur de zakken met durrha. De
+proviand strekte nog voor zes weken. Deze termijn kon verlengd worden, als de menschen
+op half rantsoen werden gesteld. Maar waarom de bezetting door beperking van het dagelijksch
+voedsel onnoodig zwakker maken? Zij waren toch al met volle magen moedeloos genoeg!
+</p>
+<p>Onder de troepen der Engelsche hulpexpeditie bevond zich een majoor Kitchener, een
+naam, die later zeer beroemd is geworden. Hij beproefde vermomd Chartoem binnen te
+sluipen en het gelukte hem Gordon de schriftelijke mededeeling te doen toekomen, dat
+de hulpbrigade den eersten November uit Dongola zou opbreken. Toen de brief aankwam,
+was het corps reeds twee dagen onderweg; maar de weg tusschen Dongola en Chartoem
+bedroeg 450 kilometer!
+</p>
+<p>De brief van Kitchener was in een dagblad gewikkeld. Sedert negen maanden had Gordon
+niets meer dan duistere geruchten van de buitenwereld gehoord en toen hij dit verdwaald
+blad, dat als omslag diende, las, zag hij de eene kolom na de andere gevuld met berichten
+en vermoedens over hemzelf. „De hulpexpeditie tot ontzet van Gordon” stond daar gespatiëerd.
+Het opschrift ontstemde hem, en hij schreef in zijn dagboek dat het moest heeten:
+„De expeditie tot ontzet der garnizoenen in Soedan.”
+</p>
+<p>Gordon’s dagboek vertelt ons ook, hoe hij zijn dagen en nachten doorbracht en hoe
+onvermoeid en ingespannen hij werkte. Pas te drie uur ’s nachts placht hij zich uitgeput
+op zijn legerstede neer te werpen. Maar dikwijls was hij ternauwernood <span class="pageNum" id="pb181">[<a href="#pb181">181</a>]</span>ingeslapen, of buiten werd tromgeroffel vernomen. Hij ontwaakt, wrijft zich de oogen
+en herinnert zich, dat hij in Chartoem is. Wat beteekent het geraas? Hij roept de
+mannen in het geweer en de bevelhebbers naar de buitenwerken. Overdag is Gordon alom
+tegenwoordig om zijn manschappen gerust te stellen en aan te vuren. Slechts zelden
+blijft hem een kort ongestoord oogenblik over om in zijn dagboek te schrijven. Als
+de dag aanbreekt, ziet hij vanaf het dak in het rond. Vandaar overziet hij ver het
+vlakke land: hij ziet hoe de Arabieren den belegeringsketting steeds vaster snoeren.
+Hoe ver zijn de Engelsche legerscharen nog achter den vlakken rand van den noordelijken
+horizon? Zullen zij komen voordat het te laat is?
+</p>
+<p>40.000 schoten werden dagelijks uit Chartoem afgevuurd en ondanks dat reikte de ammunitie
+nog voor veertig dagen. De soldaten konden er gerust op los schieten, de proviand
+reikte toch niet langer dan dertig dagen. Maar Gordon dacht aan geen overgave; volhouden
+en vallen onder de vlag, dat was zijn vast besluit. Talrijk waren de overloopers,
+die Chartoem verlieten, de ratten verlieten het zinkende schip. Door verraad omgeven,
+beproefde hij nog steeds de wegsmeltende scharen zijner getrouwen staande te houden.
+</p>
+<p>Den 22sten November had Gordon in het geheel reeds twee duizend soldaten verloren.
+Toch liet hij de hoop niet varen. Zijn dagboek onthult, dat hij, indien redding bijtijds
+was gekomen, het plan had gekoesterd, nog meer zuidelijk te trekken, om de garnizoenen
+in de Aequator-provinciën hulp te verleenen!
+</p>
+<p>Den 10den December is er nog voor vijftien dagen proviand aanwezig. De aanteekeningen
+in het dagboek worden steeds korter, en gewagen bijna van niets anders dan van deserteurs,
+overloopers en het inslinken der levensmiddelen. Den 14den December biedt zich nog
+een laatste gelegenheid aan, uit Chartoem bericht te zenden en het dagboek, dat de
+bode meeneemt, sluit daarom met dien datum, en met de woorden: „Ik heb mijn best voor
+de eer van het vaderland gedaan, vaarwel!” Per brief neemt hij van zijn vrienden afscheid
+en aan zijn zuster schrijft hij: „Ik ben, Gode zij dank, volkomen gelukkig; ik heb
+mijn plicht gedaan.” Aan een vriend verzoekt hij voor zijn familie te zorgen. Uit
+al zijn afscheidsbrieven klinkt ons zijn onwankelbare heldhaftige kalmte tegen, maar
+ook de <span class="pageNum" id="pb182">[<a href="#pb182">182</a>]</span>zekerheid, dat hij sinds dit laatst vaarwel, alle hoop op redding heeft begraven.
+</p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch47" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#xd33e3240">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h2 class="main"><span class="divNum">47.</span> DE VAL VAN CHARTOEM EN HET EINDE VAN GORDON.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Na de afzending van het dagboek daalt op de laatste weken van Chartoem ondoordringbare
+nacht. Van de hand van Gordon hebben wij geen bericht meer en geen navorschingen zullen
+in staat zijn, volkomen licht over zijn laatsten strijd te brengen.
+</p>
+<p>Door overloopers zijn nog enkele schaarsche berichten ontvangen. Gedurende de veertig
+dagen, dat de stad zich na den 16den December staande hield, werden 18000 inwoners
+in het legerkamp van den Mahdi gezonden, om hen van den dood te redden. Daardoor reikte
+de proviand voor de achterblijvenden langer dan men had berekend. De overige 14000
+burgers en soldaten werden op half rantsoen gezet; de hulpexpeditie moest nu dicht
+bij zijn! Omdoerman, een fort aan den linker oever van den Witten Nijl, dat reeds
+lang van de stad was afgesneden, viel en de troepen van den Mahdi drongen van alle
+kanten op. Ontvluchte slaven hebben medegedeeld, dat de Egyptische officieren zich
+hadden willen overgeven, maar dat Gordon onder geen enkele voorwaarde zijn toestemming
+had willen geven. Hij had zijn rekening met de wereld afgesloten, en zoolang hij in
+leven was, wilde hij de vlag niet strijken, ook al verlieten allen hem. Toen alle
+proviand op was, leefde men van ratten en muizen, huiden en leer, en ontbolsterde
+men de stammen der palmen, om de zachte vezels er binnen te eten. Ondanks alles stond
+de Witte Pacha nog altijd met opgeheven hoofd en onbewolkt voorhoofd, in de voorste
+gelederen, om zijn manschappen tot heldhaftige verdediging aan te vuren.
+</p>
+<p>Intusschen trok de hulpbrigade zuidwaarts en bereikte 20 Januari 1895 Metemma, 160
+kilometer van Chartoem verwijderd. Hier stiet zij op de stoombooten van Gordon, die
+reeds sedert vier maanden vergeefs hadden gewacht. Vier dagen later vertrokken twee
+der stoombooten naar Chartoem.
+<span class="pageNum" id="pb183">[<a href="#pb183">183</a>]</span>
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure p176width"><img src="images/p176.jpg" alt="Nijlpaardenvangst aan het Ngami-meer." width="720" height="462"><p class="figureHead">Nijlpaardenvangst aan het Ngami-meer.</p>
+</div><p>
+<span class="pageNum" id="pb184">[<a href="#pb184">184</a>]</span>
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure p177width"><img src="images/p177.jpg" alt="Mahdisten brengen het hoofd van Gordon Pacha aan den gevangenen Slatin." width="720" height="550"><p class="figureHead">Mahdisten brengen het hoofd van Gordon Pacha aan den gevangenen Slatin.</p>
+</div><p>
+<span class="pageNum" id="pb182a">[<a href="#pb182a">182</a>]</span></p>
+<p>Waarom werd er vier dagen gewacht, terwijl toch elk uur Gordon het leven kon kosten?
+Nauwelijks een maand geleden <span class="pageNum" id="pb185">[<a href="#pb185">185</a>]</span>had een bode van Gordon het leger bereikt, en had een brief gebracht met de woorden:
+„In Chartoem alles wel, kan nog jarenlang stand houden.” Daaruit maakte men op, dat
+de toestand nog niet gevaarlijk kon zijn. Eerst later is men den zin dezer woorden
+van Gordon goed gaan uitleggen. Hij wist dat de bode door de troepen van den Mahdi
+zou gevangen genomen worden, en de Mahdi wist, dat de stad elken dag kon vallen. Gordon
+wilde daarom den bode voor gevangenschap en dood bewaren; de Mahdi moest den man wel
+met genoegen laten loopen, want zijn boodschap zou den opmarsch van het hulpleger
+slechts verlangzamen.
+</p>
+<p>Den 24sten Januari verlieten de beide stoombooten Metemma pas; halverwege moesten
+zij over een waterval en verloren daardoor twee dagen. Pas den 28sten hadden zij de
+watervallen achter zich en de middagzon scheen helder, toen de Engelsche officieren
+Chartoem op de landtong tusschen den Witten en den Blauwen Nijl zagen liggen. Alle
+verrekijkers werden naar het hooge paleis gericht; men dorst niet te spreken, ternauwernood
+adem te halen. Daar stond het paleis van Gordon, maar—de vlag was gestreken!
+</p>
+<p>Toch stoomden de booten verder. Maar geen vreugdekreten begroetten de bemanning, als
+vurig verlangde bevrijders. Toen zij in het bereik der kogels waren, begonnen de derwischen
+op hen te vuren; woeste, door de overwinning bedwelmde scharen, verzamelden zich aan
+den oever, Chartoem was in de macht van den Mahdi; de hulp kwam acht-en-veertig uren
+te laat!
+</p>
+<p>Twee dagen te voren, den 26sten Januari, hadden de derwischen, tot uiterste woede
+geprikkeld door den hardnekkigen tegenstand, hun voortdurende verliezen en den onuitputtelijken
+regen van kogels uit Chartoem, zich verzameld tot een laatsten stormloop. De aanval
+geschiedde gedurende de donkerste uren van den nacht, nadat de maan was ondergegaan.
+De verdedigers werden verrast, bovendien waren zij uitgeput en tengevolge van den
+honger onverschillig geworden voor hun lot. Zij boden ternauwernood meer weerstand,
+toen de derwischen de stad binnenstormden en hun wild gehuil in de straten en stegen
+weerklonk.
+</p>
+<p>Terwijl de razende bende der bloeddorstige derwischen naar het paleis van Gordon drong,
+luisterde in het kamp van den <span class="pageNum" id="pb186">[<a href="#pb186">186</a>]</span>Mahdi een tweede Europeaan met koortsachtige spanning naar elk geluid, dat van de
+vestingwerken van Chartoem tot hem doordrong. Met veertien meter lange zware kettingen,
+met hals- en voetijzers geketend, lag hij voor zijn tent en had al zijn bewonderenswaardige
+energie noodig, om den hem bespiedenden bewakers zijn opwinding niet te verraden.
+Op de wallen van de in het nauw gebrachte stad viel voor hem waarschijnlijk ook de
+beslissing over leven en dood!
+</p>
+<p>Deze gevangene van den Mahdi was een vroeger Oostenrijksch officier, Rudolf Slatin
+genaamd. Hij was tegen het eind van het jaar 1878, den oproep van Gordon volgend,
+in dienst der Egyptische regeering gekomen, en dank zij zijn geschiktheid en dapperheid,
+heerschte hij enkele jaren later als gouverneur en militair commandant over de provincie
+Darfoer. Hier was het zijn taak de roofzuchtige, als nomaden levende Arabieren, in
+toom te houden en aan zijn onverschrokken geestkracht gelukte het gaandeweg een reeks
+oproerige stammen met sterke hand ten onder te brengen. Maar toen de Mahdi het vaandel
+van den profeet ophief en de volkeren van Soedan tot den heiligen oorlog opriep, vielen
+ook de tot nu toe getrouwen van de Egyptische regeering af, en na enkele weken stond
+Slatin met zijn schaarsche en bovendien onbetrouwbare troepen midden in het brandpunt
+van het oproer, dat bovendien nog door persoonlijken haat en wraakzucht van den strengen
+gouverneur werd aangewakkerd. Er viel aan geen ontkomen meer te denken, en na een
+dappere verdediging moest Slatin zich in December 1883 met de overige zijner soldaten
+overgeven aan de zegevierende overmacht van den Mahdi.
+</p>
+<p>Eerst hield de sluwe Mahdi hem in dragelijke gevangenschap; deze hooge beambte der
+Egyptische regeering, die men bovendien voor den neef van Gordon hield, was voor hem
+een maar al te kostbare gijzelaar.
+</p>
+<p>Uit krijgslist had Slatin reeds terwijl hij gouverneur was, den Islam aangenomen:
+het fanatisme der Mahdisten had daarom dus geen reden meer dezen „christenhond” als
+zooveel anderen met geweld uit den weg te ruimen.
+</p>
+<p>Slatin had de hoop gekoesterd, bij de belegering van Chartoem naar Gordon te kunnen
+ontvluchten. Maar de Mahdi doorzag hem, en had hem voor Chartoem in boeien geslagen
+<span class="pageNum" id="pb187">[<a href="#pb187">187</a>]</span>en streng laten bewaken om elke poging tot ontvluchten en elke verbinding met Gordon
+onmogelijk te maken. Zoo was deze gevangene de eenige overlevende Europeaan, die de
+belegering van Chartoem van nabij en met het volle overzicht over de krachten der
+strijdende partijen meeleefde. Wat aan schriftelijke berichten in handen der derwischen
+viel, werd hem voorgelegd, want in het leger van den Mahdi was hij alleen in staat,
+de brieven en rapporten van Gordon te lezen. Slechts zijn ongewone tegenwoordigheid
+van geest en verbazingwekkende dialektische handigheid, bewaarden hem voor het lot,
+terwille van zijn eigen redding, door het vertalen van die brieven verraad tegenover
+de zijnen te moeten plegen. De Mahdi was toch ook door overloopers en door berichten
+van geheime aanhangers in Chartoem zelf ruimschoots onderricht over den onhoudbaren
+toestand der belegerde stad. Maar even precies kende Slatin nu den toestand van Gordon
+en toen den 26sten Januari 1885 het leger van den Mahdi onder de beschutting van den
+duisteren nacht en zoo geluidloos als maar mogelijk was tot de bestorming van Chartoem
+uitrukte, maakte zich van den achtergebleven gevangene, die tot nu toe ketenen en
+honger, verachting en spot, zijner pijnigers met stoïcijnsche onverschilligheid had
+verdragen, een met het uur groeiende zenuwachtigheid meester.
+</p>
+<p>Toen hij tegen het ochtendgrauwen van afmatting een weinig was ingeslapen, werd hij
+eensklaps opgeschrikt door het geknetter der geweren en de eerste kanonschoten. Er
+was in de schemering nog niets te zien. Na eenige salvo’s vielen nog slechts enkele
+schoten, daarna werd alles weer rustig. Dat kon toch onmogelijk de bestorming van
+Chartoem zijn?
+</p>
+<p>De zon kwam op, in het rond was alles stil, de bewakers hadden zich, door nieuwsgierigheid
+gedreven, verwijderd. Plotseling geschreeuw en jubelkreten, de bewakers kwamen terug
+met het bericht: „Chartoem is bestormd, en in handen der Mahdisten.”
+</p>
+<p>Deze jobstijding dreef Slatin uit zijn tent. Een groote menigte menschen had zich
+verzameld voor de tenten van den Mahdi en zijn kalifa’s. De menigte scheen zich in
+beweging te zetten en het staketsel te naderen, waarmede de tent van Slatin werd omgeven.
+En werkelijk kwamen ze nu in deze <span class="pageNum" id="pb188">[<a href="#pb188">188</a>]</span>richting. Voorop liepen drie negersoldaten, een hunner droeg een bloedigen bundel
+in de handen. Achter hen aan drong de joelende menigte. De slaven traden binnen de
+omheining, bleven met grijnzend gezicht voor Slatin staan, de een sloeg den doek van
+elkaar en vertoonde aan den ontstelden gevangene het hoofd van generaal Gordon!
+</p>
+<p>Het bloed steeg Slatin naar het hoofd, zijn adem stokte; met de uiterste inspanning
+behield hij echter zooveel zelfbeheersching rustig in het vale gelaat te zien. De
+blauwe oogen waren half geopend, de mond had zijn natuurlijken vorm behouden, het
+gelaat was kalm, de trekken niet verwrongen, het hoofdhaar en de korte bakkebaarden
+waren bijna wit.
+</p>
+<p>„Is dat niet je oom, de ongeloovige?” vroeg de slaaf, het hoofd omhoog houdend.
+</p>
+<p>„En wat zou dat dan?” antwoordde Slatin rustig. „In elk geval een dapper soldaat,
+die op zijn post is gevallen en opgehouden heeft te lijden. Wel hem!”
+</p>
+<p>„Je prijst den ongeloovige nog! Je zult de gevolgen ondervinden,” bromde de slaaf
+en verwijderde zich langzaam met het schrikkelijk teeken van den triomf van den Mahdi.
+De menigte drong brullend achter hem aan.
+</p>
+<p>Slatin sleepte zich terug in zijn tent en wierp zich doodelijk afgemat op den grond.
+Chartoem gevallen! Gordon dood! Dat was dus het einde van den man, die zijn post met
+zooveel heldenmoed had verdedigd, een man, die door velen misschien te hoog verheven
+en verafgood werd, door velen miskend en belasterd, maar door zijn buitengewone eigenschappen,
+de wereld echter met z’n roem had vervuld! Wat nut had nu de zegevierende voorhoede,
+wat het geheele Engelsche leger?
+</p>
+<p>Door vrienden, die Slatin zich ook in het leger van den vijand door zijn vrijgevigheid
+had verworven, vernam hij nu gaandeweg alle bijzonderheden van den schrikkelijken
+nacht. De overval had Gordon niet onvoorbereid gevonden, maar hij scheen niet verwacht
+te hebben, dat de bestorming zoo gauw en in het vroege morgenuur ondernomen zou worden.
+Ter misleiding van den vijand en tot amusement zijner manschappen, liet hij nog den
+avond te voren een vuurwerk ontsteken, en juist toen de Mahdi den stormloop voorbereidde,
+stegen de eerste raketten boven Chartoem in bont kleurenspel <span class="pageNum" id="pb189">[<a href="#pb189">189</a>]</span>ten hemel en de muziek speelde vroolijke wijsjes, om de terneergeslagen gemoederen
+wat op te wekken.
+</p>
+<p>Het vuurwerk was uitgebrand, de muziek zweeg en de verdedigers van Chartoem sliepen.
+Maar de vijanden waren maar al te wakker! Zij kenden de versterking, wisten precies
+waar ze sterk, en met geregelde troepen bezet, en waar ze zwak en slechts door de
+stadsbewoners verdedigd was. Tegen deze zwakke plaatsen der versterking, hoofdzakelijk
+aan den Witten Nijl, richtte zich bij het eerste ochtendgrauwen de hoofdaanval. De
+verdedigers vluchtten en toen de soldaten op de muren der vesting staande de Mahdisten
+in hun rug de stad zagen binnendringen, verlieten ook zij hun post, en gaven zich
+meestal vrijwillig en zonder strijd over.
+</p>
+<p>De Mahdisten beproefden voor alles de kerk en het paleis te bereiken, omdat men daar
+schatten en in het laatste—voor alles, Gordon Pacha hoopte te vinden. De dienaren
+van den generaal, die zich in de benedenverdieping bevonden, werden neergesabeld.
+Hij zelf wachtte den vijand af op de bovenste trede van de naar zijn vertrekken leidende
+trap. Zonder zich te bekommeren om zijn groet, stiet hem de eerste aanvaller, de treden
+opstormend, de lans in het lichaam. Gordon viel met het gezicht naar voren zonder
+een geluid te geven op de trap, en werd door zijn moordenaars tot aan den ingang van
+het paleis gesleept. Hier werd zijn hoofd met een mes van den romp gescheiden, en
+naar den Mahdi gezonden, die beval, dat men het aan Slatin zou toonen; de romp werd
+prijs gegeven aan de fanatici en honderden van deze onmenschen beproefden de spitsen
+hunner lansen en de scherpte van hun zwaarden aan den gevallen held, die in enkele
+minuten een onherkenbare bloedige massa geleek.
+</p>
+<p>Nog langen tijd daarna waren de sporen van deze bloedige daad voor het paleis zichtbaar
+en de zwarte bloedvlek op de trap van het paleis geeft de plaats aan waar men Gordon
+heeft vermoord; ze werd pas verwijderd, toen de opvolger van den Mahdi, de Kalief,
+het regeeringspaleis tot woning voor zijn vrouwen liet inrichten.
+</p>
+<p>Toen men den Mahdi het hoofd van generaal Gordon bracht, zei de huichelaar, dat hij
+wenschte dat men hem levend in handen gekregen had, want dat hij hem „na zijn bekeering”
+<span class="pageNum" id="pb190">[<a href="#pb190">190</a>]</span>had willen uitleveren tegen gevangen genomen derwischen. Wanneer het echter werkelijk
+zijn wensch geweest was, Gordon’s leven te sparen, dan zou geen van zijn volgelingen
+het gewaagd hebben om in strijd met zijn uitdrukkelijk uitgesproken verlangen te handelen.
+</p>
+<p>De gruwelen, door de derwischen in de veroverde stad bedreven, spotten met elke beschrijving.
+Gedurende de eerste dagen, tijdens welke de Mahdi Chartoem aan plundering prijsgaf,
+werden slechts slaven en slavinnen, benevens de mooiste vrouwen en meisjes der vrije
+stammen gespaard, alle anderen hadden het uitsluitend aan het toeval te danken wanneer
+ze er levend afkwamen.
+</p>
+<p>Tal van inwoners benamen zich vrijwillig het leven; een nog veel grooter aantal werd
+door eigen slaven en vroegere vrienden vermoord, of viel ten offer aan het zwaard
+der verraders, die voor de rooverbenden als gids hadden gediend.
+</p>
+<p>Met het verhaal van al de gruweldaden, die in de weerlooze stad gepleegd werden, zouden,
+zooals Slatin Pacha zelf zegt, boekdeelen te vullen zijn. Ook de overlevenden gingen
+een droevig lot tegemoet. Nadat alle huizen bezet waren, begon men naar verborgen
+schatten te zoeken; geen ontkennen, geen plechtige verzekeringen mochten baten; hij
+op wien slechts de minste verdenking viel—en bij wien was dit niet het geval?—iets
+van waarde verborgen te hebben, werd zoolang gemarteld, totdat hij bekend had, of,
+indien hij werkelijk niets te bekennen had, totdat hij onder de handen zijner pijnigers
+den laatsten adem uitblies.
+</p>
+<p>En de Engelsch-Egyptische ontzettings-expeditie, waarvan de schepen reeds in ’t zicht
+van Chartoem lagen? Met den val van Chartoem, en den dood van Gordon, was haar taak
+afgeloopen, en bovendien waren er onder de inlandsche bemanning der schepen zoovele
+verraders, dat de Engelsche bemanning genoeg te doen had met er voor te zorgen, dat
+ze niet door de brooddronken Mahdisten omsingeld werden, temeer daar ze in aantal
+lang niet tegen deze benden opgewassen waren. Ze maakten daarom zoo snel mogelijk
+rechtsomkeert, en lieten Soedan aan den Mahdi over, die nu Omdoerman tot hoofdstad
+van zijn rijk verhief, dat van nu af niets meer van de Egyptische regeering te duchten
+had.
+<span class="pageNum" id="pb191">[<a href="#pb191">191</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch48" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#xd33e3249">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h2 class="main"><span class="divNum">48.</span> DE VELDTOCHT VAN KITCHENER IN SOEDAN.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Hoe snel volgden daar ginds in het Oosten de gedenkwaardige gebeurtenissen elkaar
+op! In 1881 had de Mahdi de vaan des oproers geplant, en reeds na vier jaar was hij
+in het bezit der alleenheerschappij over Soedan. Maar, lang zou hij de vruchten van
+zijn overwinning niet plukken; den 28sten Juni 1885, juist vijf maanden na den val
+van Chartoem stierf hij.
+</p>
+<p><span class="corr" id="xd33e1893" title="Bron: Zij">Zijn</span> opvolger, Abdullahi, nam den titel van Kalifa aan, en dertien jaren zuchtte het ongelukkige
+land onder het juk zijner heerschappij! De stammen van Soedan, het Egyptische juk
+moede, hadden den Mahdi als hun bevrijder begroet. In plaats van Turksche pacha’s
+kregen ze thans een despoot, die in schandelijke willekeur zijns gelijke zocht. Abdullahi
+legde op al het bare geld en al het koren beslag, en vaardigde de meest dwaze verordeningen
+uit. Wie niet gehoorzaamde, werd opgehangen. Het land was ten prooi aan plundering
+en brandstichting, en meer dan de helft der bevolking werd tijdens zijn bewind uitgeroeid.
+Met de schatten die hij van zijn eigen volk stal, kon hij een uitstekend leger op
+de been houden; eenmaal zou het uur der vergelding slaan, en daarvoor moest hij zijn
+leger bereid houden. Zijn hoofdstad was Omdoerman, waar de Mahdi onder den koepel
+eener moskee begraven lag. Voordat de christenhonden zoover in zijn rijk waren doorgedrongen,
+zouden hun geraamten allang verbleekt zijn in het zand der Nubische woestijn.
+</p>
+<p>Maar, het uur der vergelding naderde. Langzaam trok een Engelsch-Egyptisch leger Nijl-opwaarts,
+en de aanvoerder, generaal Kitchener, de laatste die aan Gordon een brief had kunnen
+doen toekomen, had zijn maatregelen zoo goed getroffen, dat hij reeds twee jaren van
+te voren, bijna op den dag af, nauwkeurig het tijdstip had kunnen voorspellen, waarop
+Chartoem en Omdoerman hem in handen zouden vallen.
+</p>
+<p>Bij den Atbara, een der zijrivieren van den Nijl, versloeg hij, na een moorddadig
+gevecht, een der legers van den Kalifa. In Augustus 1898 trok de expeditie tegen Metemma
+op. In de voorhoede trokken de verkenners en de lichte cavalerie, <span class="pageNum" id="pb192">[<a href="#pb192">192</a>]</span>daarop volgden Egyptische troepen, kanonnen en mitrailleurs, Engelsche troepen in
+lichte grauw-gele uniformen met helmen van kurk, die de beste beschutting tegen de
+zon opleveren, Egyptische troepen met hun bonte turbans en de rijk met goud versierde
+uniformen der officieren. Daarop volgden eindelooze karavanen van sterke transport-muilezels,
+dromedarissen beladen met kisten vol proviand, ammunitie en wapenen, tenten, balen
+met kleedingstukken, de geheele uitrusting voor een leger van twee en twintig duizend
+man. Groote kudden slachtvee, ossen, schapen en geiten werden medegevoerd. Het geleek
+op een lange, zwarte slang die daar over het gele zand langs den Nijloever voortkronkelde.
+Zoover het oog reikte, niets dan legerscharen; een schouwspel dat deed denken aan
+een groote volksverhuizing der Israëlieten uit Egypte.
+</p>
+<p>Het leger bereikte zonder schermutselingen Metemma.
+</p>
+<p>Den 28sten Augustus was men nog slechts vier dagreizen van Chartoem verwijderd, waar
+Engeland’s naam weer in eere hersteld zou worden! Thans naderde de beslissende slag.
+De grauwe kanonneerbooten voeren langzaam Nijlopwaarts; met verzengenden gloed bescheen
+de zon het woestijnzand; maar stap voor stap ging het gestadig voorwaarts, en bij
+het kampeeren werd het terrein zoo gekozen, dat een nachtelijke overrompeling uitgesloten
+was.
+</p>
+<p>Daar verschenen in de verte bereden troepen derwischen. De weg voert door struikgewas
+en tusschen twee heuvels door. Reeds komen witte tenten en vaandels in ’t gezicht.
+Er weerklinkt tromgeroffel;—de Kalifa roept de zijnen ten strijde op. Maar de derwischen
+trekken zich weder terug; het Engelsch-Egyptisch leger vervolgt zijn weg.
+</p>
+<p>Eindelijk doemt in het Zuiden de koepel op, die zich welft over het graf van den Mahdi;
+en daar bovenuit verheffen zich de leemen huizen en grauwe muren van Omdoerman. Tusschen
+de stad en het leger breidt zich een zandvlakte uit. Voor de stad vertoont zich een
+zwarte streep. Wellicht een schans? Maar neen, het beweegt, de derwischen trekken
+ten strijde. Thans is voor de blanken het oogenblik van wraak aangebroken, nu begint
+een tooneel dat geheel Soedan van ontzetting zal vervullen.
+</p>
+<p>Het krijgsgehuil der derwischen nadert, reeds hoort men <span class="pageNum" id="pb193">[<a href="#pb193">193</a>]</span>het kletteren van hun wapenen. Op één kilometer afstand maken ze weer rechtsomkeert.
+Kitchener laat de nacht rustig voorbijgaan, zijn tijd zal wel komen!
+</p>
+<p>Op den morgen van den 2den <span class="corr" id="xd33e1911" title="Bron: Septembtr">September</span> is het leger strijdvaardig. Uit den nevel komen van de heuvels in ’t Zuiden eenige
+ruiters te voorschijn: Hun aantal groeit steeds aan; een strijdmacht van vijftigduizend
+derwischen krioelt in bonte verwarring dooreen.
+</p>
+<p>Weer verheft zich hun fanatiek krijgsgehuil ten hemel, het rolt als een loeiende stormwind
+over de vlakte. Ze komen aanstormen. God moge hun genadig zijn! Zij rijden hun verderf
+tegemoet. Ze naderen in snellen draf, ze willen zich als een lawine op den vijand
+storten; nu zijn ze onder schot—daar knetteren duizenden geweren, en plotseling maken
+de horden halt, terwijl de granaten in hun midden dood en verderf verspreiden.
+</p>
+<p>Maar, slechts voor één oogenblik is de aanval in zijn vaart gestuit, met een onversaagdheid,
+zooals alleen godsdienstig fanatisme die teweeg kan brengen, rukken ze voort. De Engelsche
+mitrailleurs vuren zóó onophoudelijk dat men slechts een gelijkmatig geknetter hoort.
+De soldaten vuren zoo snel achtereen dat hun geweren warm worden, en door anderen
+moeten worden vervangen. De derwischen vallen bij geheele compagnieën tegelijk, maar
+de openingen in de gelederen worden steeds weer aangevuld. De lijken in de witte,
+met bloed bevlekte mantels bedekken de vlakte als de bloesems in het voorjaar na een
+wervelwind. Eindelijk geven ze den strijd op, en trekken zich terug.
+</p>
+<p>„Voorwaarts naar Omdoerman!” klinkt het Engelsche commando. Nog is de bloedige dag
+niet ten einde. De derwischen verzamelen zich opnieuw, de vaan van den Kalifa wordt
+op den heuvel geplant, en daarnaast de groene vaan van den profeet, om de geloovigen
+tot een laatsten vertwijfelenden kamp op te roepen. De eene linie na de andere stort
+zich in het vuur, om telkens weer opnieuw door de Engelsche kogels te worden weggemaaid.
+De derwischen verweren zich als leeuwen, want het gaat hier om de heerschappij in
+Soedan, Mahdi, Kalifa en paradijs, overwinning of dood!
+</p>
+<p>Toen de dag ten einde was, was het leger van den Kalifa <span class="pageNum" id="pb194">[<a href="#pb194">194</a>]</span>vernietigd, en de vaan die bij Gordon’s dood geheschen was, zonk in het stof.
+</p>
+<p>Elfduizend dooden, zestienduizend gewonden en vierduizend gevangenen! De Kalifa zelf
+ontkwam. Zijn harem en zijn dienaren verlieten hem, en hij die des morgens nog de
+alleenheerscher over een onmetelijk rijk geweest was, zwierf bij het aanbreken van
+den avond eenzaam rond. Hij vluchtte naar het Zuiden, en het gelukte hem een nieuw
+leger op de been te brengen, dat echter het volgende jaar eveneens volkomen vernietigd
+werd. Hij zelf sneuvelde.
+</p>
+<p>Thans bleef er voor den overwinnaar nog een dure plicht over. Sedert Gordon’s dood
+waren dertien jaren en zes maanden verstreken en nu zou de held zijn christelijke
+begrafenis deelachtig worden. Op het plein voor Gordon’s paleis te Chartoem vormden
+de troepen drie zijden van een carré; op de vierde zijde stond Kitchener temidden
+van zijn staf, en omringd door de divisie- en brigade-generaals. Kitchener heft de
+hand op, de vlag van Groot-Brittannië wordt op het paleis geheschen, begroet door
+den donder van het geschut der kanonneerbooten. Het muziekkorps der garde speelt het
+Engelsche volkslied. Dan wappert de vlag van Egypte naast de Engelsche, begroet door
+de Egyptische volkshymne. Vier geestelijken verrichten den lijkdienst. Dan blazen
+de Soedaneezen den lievelingsmarsch van Gordon en een laatste hoera van officieren
+en manschappen geldt den wreker van den gevallene, generaal Kitchener.
+</p>
+<p>In den generalen staf van het Engelsche leger bevond zich ook Slatin Pacha, wien het
+na twaalfjarige, standvastig verduurde gevangenschap, eindelijk gelukt was de waakzaamheid
+van den Kalifa en zijn dienaren te verschalken, en na een avontuurlijke vlucht vaderland
+en familie weer terug te zien. Na de wederoprichting van de Engelsch-Egyptische heerschappij
+in Soedan werd hij tot generaal-inspector van dit land benoemd
+</p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch49" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#xd33e3258">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h2 class="main"><span class="divNum">49.</span> DE STRUISVOGEL.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Tegenwoordig is in Soedan alles anders geworden; een spoorweg loopt van de Nijldelta
+naar Chartoem, en een andere van de Roode Zee naar Berber. Chartoem bezit thans scholen,
+<span class="pageNum" id="pb195">[<a href="#pb195">195</a>]</span>hospitalen, kerken en andere openbare gebouwen en de stoombooten bevaren den Nijl
+tot aan de groote meren. Gordon’s plan het Victoria-Niansa meer met Mombas aan de
+kust te verbinden, is verwezenlijkt, en een spoorlijn doorsnijdt Britsch Oost-Afrika.
+Kortom van alle kanten zijn de blanken steeds dieper in het zwarte werelddeel binnengedrongen,
+en hebben zich de heerschappij over bijna geheel Afrika verzekerd. De fauna van dit
+werelddeel is dientengevolge herhaaldelijk in het gedrang gekomen, en door te grooten
+ijver der jagers is in vele streken het wild volkomen uitgeroeid; het heeft ontoegankelijke
+oorden opgezocht, waar het voorloopig nog ongestoord kan voortleven.
+</p>
+<p>In de Sahara, in de Libysche Woestijn, op de vlakke velden aan den boven-Nijl, op
+de steppen van Zuid-Afrika, overal waar open vlakten zijn, leeft een der schoonste
+en belangwekkendste vertegenwoordigers van Afrika’s dierenwereld, de struisvogel.
+Hoewel hij wegens zijn kostbare vederen sedert tal van eeuwen wordt gejaagd, komt
+hij nog in menigte voor. In de onherbergzame woestijnstreken houdt hij zich evenwel
+niet op; hij leeft slechts daar, waar water in de nabijheid is.
+</p>
+<p>Deze wonderlijke vogel bereikt een hoogte van <span class="corr" id="xd33e1937" title="Bron: twee-en-een halven">twee-en-een-halven</span> meter en weegt in volwassen toestand vijf-en-zeventig kilogram. Hij heeft een kleinen,
+platten kop met groote, schitterende oogen. Zijn vleugels, waaraan de kostbare vederen
+zitten, zijn zoo klein, dat <span class="corr" id="xd33e1940" title="Niet in bron">zij </span>hem niet in staat stellen, om zich in de lucht te verheffen en te vliegen; maar als
+vergoeding daarvoor kan hij een duizelingwekkende snelheid bereiken, en laat een paard
+en ruiter ver achter zich.
+</p>
+<p>De struisvogels leven in kleine troepen bijeen van vijf of zes stuks. Den morgen gebruiken
+ze om hun maag te vullen met planten, en ook wel met kleine dieren en insekten. Dan
+rusten ze, of spelen met elkaar waarbij ze in een kring over het zand loopen, zonder
+hinder te hebben van de zon en den gloeienden bodem. Dan drinken ze, en des middags
+gaan ze weer op jacht om voedsel te zoeken. Des avonds zoeken ze hun legerstede op.
+</p>
+<p>Het scherpste zintuig van den struisvogel is het gezicht, hoewel ook hun reuk en gehoor
+buitengewoon ontwikkeld zijn. Wanneer er gevaar in aantocht is, vlucht hij fladderend
+weg en neemt dan passen, die een lengte bereiken van drie tot vier <span class="pageNum" id="pb196">[<a href="#pb196">196</a>]</span>meter. Door de waakzaamheid van den struisvogel houdt de zebra zich bij voorkeur in
+zijn nabijheid op, teneinde tijdig tegen naderend onheil gewaarschuwd te zijn.
+</p>
+<p>De struisvogeljacht wordt van ouds door de Arabieren van Noord-Afrika op snelle paarden
+of dromedarissen uitgeoefend. Twee of drie ruiters achtervolgen een mannetje, dat
+na een vlucht van een uur uitgeput is. Weliswaar zijn dan ook de paarden aan het eind
+van hun krachten, maar een der ruiters dwingt zijn ros tot een laatste krachtsinspanning,
+en haalt ten slotte den struisvogel in; dan velt hij hem met een slag op den kop terneer.
+Dan springen de ruiters van hun paarden, villen de dieren en keeren de huid om, die
+dan dient als een zak, waarin ze de veeren bergen, en zoo keeren ze dan weer naar
+hun tenten terug.
+</p>
+<p>De veeren van den wilden struisvogel zijn veel mooier en kostbaarder dan die van de
+tamme exemplaren. Een volwassen struisvogel levert steeds 14 groote, witte veeren
+op.
+</p>
+<p>De wijfjes leggen haar reusachtige eieren in kuilen in het zand, en, merkwaardigerwijze,
+zijn ’t de mannetjes die de eieren uitbroeden. Overdag gaan ze uren lang van het nest
+af, maar dekken de eieren met zand toe. Reeds na anderhalve maand komen de jongen
+uit, ze zijn dan even groot als jonge hanen, maar een enkel struisvogelei weegt dan
+ook evenveel als vier-en-twintig kippeneieren tezamen, en heeft in doorsnede een lengte
+van vijftien centimeter.
+</p>
+<p>De eetlust van den struisvogel is verwonderlijk. Er is bijna niets wat hij versmaadt.
+De groote dierenkenner Brehm, die er tamme struisvogels op na hield, vertelt dat ze
+ratten en kuikens verteren, kleine steenen inslikken, en dat tweemaal zijn sleutelbos
+in een struisvogelmaag verdween. Men vond eenmaal in zulk een maag voor vier kilogram
+aan „diversen”, en wel: steenen, lompen, metaal, munten, sleutels, enz. Brehm bezat
+een tamme baviaan, die met alle dieren in vijandschap leefde, alleen niet met de struisvogels;
+maar op den duur ging ook deze vriendschap over in vijandschap, want wanneer de baviaan
+op een muur van den hof zat, en zijn staart naar beneden liet hangen, kwam altijd
+een der struisvogels, die nu eenmaal niets kon zien of hij moest dadelijk probeeren
+hoe het smaakte, en die hem altijd in dit gevoelige aanhangsel beet. De aap werd <span class="pageNum" id="pb197">[<a href="#pb197">197</a>]</span>dan natuurlijk woedend, en sprong op den struisvogel toe, die er nooit zonder eenige
+schrammen en geplukte veeren afkwam.
+</p>
+<p>Er wordt wel eens beweerd, dat de struisvogel het domste dier is dat er bestaat. Dit
+is een bewering die niet door alle Zoölogen gedeeld wordt. De Duitsche onderzoekingsreizer
+Schillings, die beroemd is wegens zijn moment-opnamen, des nachts van wilde dieren
+gemaakt, volgde op zekeren keer uren lang het spoor van eenige leeuwen; het spoor
+bracht hem langs een struisvogelnest waarin een paar jongen waren, die pas waren uitgebroed.
+De ouden waren klaarblijkelijk niet aanwezig, en, merkwaardigerwijze hadden de leeuwen
+de jongen ongemoeid gelaten. Spoedig vond hij de oplossing van dit raadsel: de oude
+struisvogels, die in den helderen maannacht reeds lang van tevoren het gevaar hadden
+zien aankomen, waren bij het naderen der leeuwen opgesprongen om ze van het nest weg
+te lokken. Deze list was hun ook gelukt, het spoor wees eindelijk uit dat de leeuwen
+de vluchtende struisvogels achtervolgd hadden, en zoodoende zich steeds verder van
+het nest hadden verwijderd. Toen het struisvogelpaar meende dat ze den vijand ver
+genoeg hadden weggelokt, waren ze omgekeerd om langs een omweg weer naar hun jongen
+terug te keeren.
+</p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch50" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#xd33e3267">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h2 class="main"><span class="divNum">50.</span> LEEUWENJACHT.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">We begeven ons thans naar Mombas, aan Afrika’s Oostkust, vlak ten zuiden van den aequator.
+Hier bevinden we ons in het gebied van den Afrikaanschen leeuw. De beste gids die
+er voor deze streken bestaat, vergezelt ons, namelijk de Engelsche overste Patterson;
+talrijk zijn de avonturen die hij heeft meegemaakt op zijn leeuwenjachten, en van
+een dezer avonturen willen we nu vertellen. Hoewel het een verhaal vol van verschrikkingen
+zal zijn, is ’t toch in waarheid gebeurd, en onopgesmukt, zooals duizenden die er
+getuigen van waren, zouden kunnen bevestigen.
+</p>
+<p>Overste Patterson was in het jaar 1898 gedetacheerd bij den Uganda-spoorweg, die van
+Mombas door Britsch Oost-Afrika noordwestwaarts naar het Victoria-Niansa-meer, een
+der groote meren, waaruit de Nijl zijn oorsprong neemt, loopt. Bij zijn <span class="pageNum" id="pb198">[<a href="#pb198">198</a>]</span>aankomst aldaar liep de spoorweg nog niet verder dan tot aan den Tsavo, een klein
+zijriviertje van den Sabaki, die ten noorden van Mombas in de zee uitstroomt. Hier
+aan den Tsavo, waar een houten hulpbrug gebouwd was, die door Patterson vervangen
+zou worden door een ijzeren brug, kampeerde hij met een paar duizend Indische arbeiders.
+</p>
+<p>Eenige dagen na zijn aankomst hoorde Patterson van twee leeuwen, die de streek onveilig
+maakten. Aanvankelijk sloeg hij niet veel acht op dit gerucht, totdat na verloop van
+eenigen tijd een zijner bedienden door een leeuw werd weggesleept. Een makker van
+den ongelukkige, die in dezelfde tent sliep, had gezien hoe de leeuw midden in den
+nacht het kamp onhoorbaar binnensloop, de tent binnendrong, en Patterson’s bediende
+bij de keel greep. De man had geroepen „Laat me los!” en zijn arm om den hals van
+het roofdier geslagen. Toen was het kamp weer in diepe stilte gehuld. Des morgens
+kon de overste het spoor van den leeuw gemakkelijk volgen, want langs den geheelen
+weg hadden de voeten van het slachtoffer door het zand gesleept; daar waar de leeuw
+zijn prooi verslonden had, lagen nog slechts de kleedingstukken van den ongelukkige,
+en zijn hoofd; een namelooze ontzetting sprak uit de gebroken oogen.
+</p>
+<p>Diep door dit droevige schouwspel bewogen, zwoer de overste niet eerder te zullen
+rusten voordat de beide leeuwen gedood waren. Met zijn buks in de hand hield hij den
+volgenden nacht in de nabijheid van de tent zijner bedienden de wacht. Toen het stil
+en donker geworden was, weerklonk in de verte een gebrul, dat steeds meer nabij kwam;
+de leeuwen kwamen om een nieuw offer te halen. Toen werd het wederom stil; de leeuw
+bespringt zijn prooi in stilte; alleen wanneer hij zijn zwerftochten begint, stoot
+hij een dof gebrul uit, als om de bewoners der wildernis te waarschuwen. De overste
+wachtte—daar weerklonk plotseling in het naastbijzijnde kamp, op een afstand van ongeveer
+honderd meter, een kreet van ontzetting. Dan weer diepe stilte. Weer hadden de roofdieren
+hun prooi weggesleept.
+</p>
+<p>Nu verborg de overste zich in het andere kamp. Maar ook hier werd hij teleurgesteld.
+Van uit de verte klonk den volgenden nacht een hartverscheurende kreet—een derde arbeider
+was weggesleurd.
+<span class="pageNum" id="pb199">[<a href="#pb199">199</a>]</span></p>
+<p>De Indische arbeiders sliepen in verschillende kampen, en de leeuwen hadden elken
+nacht een ander kamp uitgezocht, teneinde de menschen op een dwaalspoor te brengen.
+Toen ze nu bemerkten dat ze verscheidene nachten achtereen ongestraft hun prooi hadden
+kunnen wegsleuren, werden ze steeds overmoediger, en toonden niet den geringsten angst
+voor de wachtvuren. Ze stoorden zich zelfs in ’t geheel niet aan de kogels, die hun
+in de duisternis werden nagezonden.
+</p>
+<p>Men bouwde thans om elk kamp een hooge, stevige omheining van doornstruiken, maar
+toch gelukte het den leeuwen steeds er over heen te springen of er doorheen te breken.
+Overdag volgde overste Patterson het spoor in alle richtingen, maar zoodra hij op
+rotsachtig terrein kwam, hield natuurlijk elk spoor op. Nog ernstiger werd de toestand,
+toen de spoorweg meer landwaarts gelegd werd, en slechts een paar honderd arbeiders
+bij de Tsavo-brug achterbleven. De heiningen werden bizonder hoog en stevig gebouwd,
+de kampvuren gloeiden als brandstapels, overal werden wachtposten uitgezet, de buksen
+lagen gereed, en in elk kamp moest een man op oliekannen trommelen om de dieren te
+verjagen. Maar toch verdwenen steeds weer nieuwe offers. De arbeiders waren zóó verlamd
+van angst, dat ze niet eens konden schieten wanneer de leeuwen vlakbij waren. Eens
+werd zelfs een zieke uit de hospitaaltent weggesleept. Het volgende offer was een
+waterdrager, hij had met het hoofd naar het midden der tent, en met de voeten naar
+de opening gelegen; de leeuwen waren over de heining heen gesprongen, hadden den man
+bij de voeten beetgepakt, en naar buiten gesleurd. De ongelukkige had zich aan een
+kist vastgeklemd, dan aan een stuk touw van de tent; het touw was afgebroken, en de
+leeuw was met zijn buit in den bek langs de omheining geloopen om een open plek te
+zoeken, waar hij doorheen was gedrongen. Hier vond men des morgens eenige flarden
+van kleederen en stukken vleesch. De tweede leeuw had aan de buitenzijde gewacht,
+en samen hadden ze den buit gedeeld. Een hand van het slachtoffer was overgebleven,
+en daaraan stak een ring, die naar zijn vrouw in Indië gestuurd werd.
+</p>
+<p>Hierop volgde een periode van rust. De leeuwen waren klaarblijkelijk elders bezig,
+en de arbeiders begonnen reeds wegens de hitte buiten de tenten te slapen. Op zekeren
+nacht <span class="pageNum" id="pb200">[<a href="#pb200">200</a>]</span>zaten ze rondom het wachtvuur toen de eene leeuw plotseling over de omheining sprong,
+voor hen bleef staan, en ze aanstaarde. Alles sprong in ontzetting op wierp met steenen
+en brandende stukken hout naar het ondier. Maar de leeuw deed onversaagd een sprong,
+pakte weer een der mannen en stormde met hem door de omheining heen, weg. Het andere
+dier wachtte hem daarbuiten, en op slechts dertig meter afstand van het kamp verslonden
+ze samen hun prooi.
+</p>
+<p>Een geheele week achtereen hield de overste de wacht in een der kampen, waar het bezoek
+te wachten was. Er is, zooals hij zelf zegt, niets afmattender voor de zenuwen dan
+zulk een vruchteloos afwachten. Altijd hoorde hij het waarschuwende gebrul in de verte,
+wanneer de roofdieren in aantocht waren. Dan riepen de wachters: „Past op, broeders,
+de duivel komt!” En dan weerklonken altijd weer een oogenblik later de angstkreten
+van het slachtoffer dat weggesleurd werd! Tenslotte werden de leeuwen zoo overmoedig
+dat ze beiden tegelijk over de heining sprongen, om ieder voor zich een prooi te maken.
+Eenmaal gelukte het een der leeuwen niet om zijn buit door de heining heen te sleepen,
+en hij moest zich tevreden stellen met zijn aandeel in de buit van zijn makker. De
+man, dien hij had moeten achterlaten, was echter zoo gruwelijk toegetakeld, dat hij
+reeds stierf voordat men hem in de ziekentent had kunnen brengen. De arbeiders, uitgeput
+als ze waren door hun voortdurend doodsgevaar en het waken, konden dezen toestand
+eindelijk niet meer uithouden; ze legden het werk neer. Ze waren naar Afrika gekomen
+om geld te verdienen bij het aanleggen van een spoorweg, en niet om als voedsel te
+dienen voor leeuwen. Op zekeren dag hielden ze een trein aan, vulden de wagens met
+al hun hebben en houden, en vertrokken naar de kust. De enkele dapperen, die bij overste
+Patterson stand hielden, overnachtten in boomen, in het waterreservoir of in overdekte
+kuilen, die ze in hun tenten gegraven hadden.
+</p>
+<p>Nu had overste Patterson een Engelschen kameraad uitgenoodigd om bij hem aan den Tsavo
+te komen en aan de jacht op de beide leeuwen deel te nemen. De trein, waarmede die
+aankwam, had vertraging en het was reeds donker toen hij zich door het struikgewas
+op weg naar het kamp begaf. Hij werd slechts door één bediende met een lantaarn vergezeld.
+<span class="pageNum" id="pb201">[<a href="#pb201">201</a>]</span>Toen hij halverwege gekomen was, sprong plotseling een leeuw van de glooiïng van een
+heuvel naar beneden, bracht den Engelschman bloedende wonden in den rug toe, en zou
+hem meegesleurd hebben, wanneer deze niet zijn karabijn had afgevuurd. Door den knal
+verdoofd, liet de leeuw onwillekeurig los, maar wierp zich nu op den bediende en was
+het volgende oogenblik met zijn prooi in het struikgewas verdwenen.
+</p>
+<p>Eenige dagen later meldde een Suaheli, de afstammeling van een Arabischen vader en
+een negerin, dat de leeuw een ezel geroofd had, en nu bezig was, dien vlak in de nabijheid
+te verslinden. De overste snelde naar de plek, die de boodschapper hem aanwees, en
+zag reeds vanuit de verte den gelen rug van het dier. Ongelukkigerwijze trad hij op
+een tak. De leeuw verdween in het ondoordringbare struikgewas. Nu werd iedereen die
+in de nabijheid was ontboden, en van trommels en blikken kannen voorzien, ondernamen
+ze een klopjacht, terwijl de overste zich in een hinderlaag legde bij de plek waar
+het beest waarschijnlijk te voorschijn zou komen. En ja, daar kwam hij te voorschijn,
+een geweldige leeuw, grimmig en woedend gemaakt door die stoornis. Langzaam liep hij
+rechtuit; telkens bleef hij stilstaan, en hij was zoozeer in beslag genomen door het
+lawaai achter zich, dat hij den jager in ’t geheel niet opmerkte. Nu was hij nog slechts
+op dertien meter afstand; de overste nam zijn buks op—daar hoorde de leeuw de beweging,
+zette zich met de voorpooten schrap, en bereidde zich, snuivend van woede, voor tot
+een sprong. De overste richtte zijn buks op den manenlooze kop en—het schot weigerde!
+</p>
+<p>Maar op hetzelfde oogenblik draaide de leeuw zich om en nam de wijk in de struiken;
+een schot beantwoordde hij met een woedend gebrul. Nu moest de overste tot aan het
+aanbreken van den nacht geduld hebben. In de haast had hij die verraderlijke buks
+van iemand geleend; nu was het zaak om op zijn eigen wapenen te vertrouwen. De ezel
+lag daar nog onaangeroerd. In de onmiddellijke nabijheid van het lijk werd een verhevenheid
+van vier meter hoogte opgericht, waarop tegen zonsondergang de overste post vatte.
+Aan den aequator duurt de schemering slechts zeer kort, en wanneer de maan niet schijnt,
+wordt het snel donkere nacht. Dan heerscht er over Afrika’s vlakten een drukkende,
+onheilspellende stilte. <span class="pageNum" id="pb202">[<a href="#pb202">202</a>]</span>Patterson zelf bekent dat het hem steeds banger te moede werd, naarmate de uren voorbij
+gingen. Met het geweer in de hand bleef hij onbeweeglijk staan wachten; hij was er
+zeker van, dat de leeuw zou komen, om tezamen met zijn makker den ezel te verslinden,
+want uit de arbeiderskampen waren dezen avond geen angstkreten opgestegen.
+</p>
+<p>Klonk het daar niet alsof er een dunne tak onder een zwaren last brak? Een groot dier
+drong zich tusschen de struiken door, dat was duidelijk te hooren. Dan weer diepe
+stilte, nu een dof gesteun, het teeken van honger—het dier was in de nabijheid. Weer
+een zacht ruischen tusschen de struiken, daarna verbrak een vreeselijk gebrul de nachtelijke
+stilte. De leeuw had lucht gekregen van de nabijheid van een mensch. Zou hij omkeeren?
+Integendeel, hij versmaadt nu den ezel, en gaat regelrecht op den overste af!
+</p>
+<p>Twee uren lang kroop het roofdier in steeds enger kringen om de verhevenheid heen.
+Het werd den jager bang te moede. Plotseling voelt hij hoe iets zachts zijn nek aanraakt—„nu
+heeft het monster me” dacht hij! Maar ’t was slechts een nachtuil, die de roerlooze
+gestalte van den overste niet bemerkt had.
+</p>
+<p>Eindelijk besloot de leeuw tot den aanval en maakte zich gereed tot een sprong. Nauwelijks
+was het dier te onderscheiden van den bodem. Daar knalde het eerste schot door den
+nacht; de leeuw stiet een ontzettend gebrul uit en vluchtte in het struikgewas, waar
+hij zich, brullend van pijn, rondwentelde. Maar het gebrul werd zwakker, om eindelijk
+na een langgerekt gesteun, te verstommen. De rekening met den eersten roover was vereffend!
+</p>
+<p>Nog voor het aanbreken van den dag kwamen de arbeiders aangestroomd, en droegen den
+overste onder luid gejuich in <span class="corr" id="xd33e1992" title="Bron: triumf">triomf</span> om den dooden leeuw rond. De tweede leeuw zette evenwel zijn bezoeken voort, maar
+werd ook spoedig neergeschoten.
+</p>
+<p>Nu kon het werk aan den spoorwegaanleg weer voortgezet worden, en de overste genoot
+in die streek, die hij van een plaag bevrijd had, de grootste populariteit.
+</p>
+<p>Patterson beleefde een groot aantal van zulke jachtavonturen, niet slechts met leeuwen,
+maar ook met neushoorns, <span class="pageNum" id="pb203">[<a href="#pb203">203</a>]</span>nijlpaarden, luipaarden, giraffen, krokodillen, enz. Nog een zijner avonturen moge
+hier een plaats vinden.
+</p>
+<p>Op zekeren dag had hij in een klein station ten noorden van den Tsavo met den politiecommissaris
+Ryall in een spoorwagen gedineerd, zonder eenig vermoeden te hebben van het lot dat
+dezen man, eenige maanden later, precies in denzelfden wagen zou treffen. Een leeuw
+had dit station als zijn jachtterrein uitgekozen, en sleepte den eenen man na den
+anderen weg. De politiecommissaris begaf zich met twee andere Europeanen daarheen,
+om de streek van dien roover te bevrijden. Bij hun aankomst vernamen ze, dat het dier
+nog kort te voren in de nabijheid gezien was, en dat het dus niet ver weg kon wezen.
+Dus besloten de drie Europeanen om des nachts de wacht te houden. Ryall’s wagen werd
+afgehaakt, en op een zijspoor geschoven. Hier was de onderbouw nog niet gereed, zoodat
+de wagen een weinig scheef stond. Na het eten zouden zij afwisselend de wacht houden.
+Ryall het eerst. In den wagen stonden twee sofa’s die als bedden dienst deden, de
+eene tamelijk hoog boven den bodem. Ryall had ze zijn gasten aangeboden, maar de eene
+wilde liever tusschen de beide sofa’s op den grond liggen. Toen nu Ryall meende dat
+hij lang genoeg gewaakt had, en er geen spoor van den leeuw te bekennen viel, legde
+hij zich op de lagere sofa ter ruste.
+</p>
+<p>De wagen was voorzien van een schuifdeur die zeer gemakkelijk open en dicht schoof,
+en niet gesloten was. Toen alles stil was, kwam de leeuw uit het struikgewas in de
+nabijheid te voorschijn sluipen, sprong op het achterplatvorm van den wagen, maakte
+met zijn poot de deur open en gleed onhoorbaar naar binnen. Maar, nauwelijks was hij
+binnen, of de deur schoof tengevolge van den scheeven stand van den wagen, weer dicht,
+en sprong in het slot. Nu was het beest met drie slapende mannen in den wagen opgesloten!
+De slaper op de bovenste sofa werd wakker geschrikt door een rauwen angstkreet, en
+zag hoe de leeuw met de achterpooten op den eenen man, die op den bodem lag, en met
+de voorpooten op Ryall stond. Met den moed der vertwijfeling sprong hij van de sofa
+op, om de tegenover liggende deur te bereiken, maar hij kon het dier niet voorbijkomen,
+zonder op zijn rug te stappen! Tot zijn ontzetting bemerkte hij dat de bedienden,
+door het leven wakker geschrikt, de deur <span class="pageNum" id="pb204">[<a href="#pb204">204</a>]</span>van buiten dicht hielden. Toch gelukte het hem, met aanwending van alle krachten,
+de deur te openen, en naar buiten te komen, waarop men ze snel sloot. In hetzelfde
+oogenblik klonk een verschrikkelijk gekraak—de leeuw was met Ryall in den bek door
+het venster gesprongen, en, daar de opening te smal was, had hij het houtwerk als
+glas versplinterd! Den volgenden dag werden de overblijfselen van den ongelukkige
+gevonden en begraven. De leeuw werd later in een val gevangen, en nog vele dagen lang
+tentoongesteld, voordat hij werd doodgeschoten.
+</p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch51" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#xd33e3276">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h2 class="main"><span class="divNum">51.</span> HET NIJLPAARD.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">In de meren en stroomen van midden-Afrika leeft het groote, plompe, monsterachtige
+nijlpaard, de Behemoth uit den bijbel. In oude tijden kwam het ook voor in Beneden
+Egypte, waar het „rivierzwijn” heette. Tegenwoordig moet men echter al een heel eind
+zuidelijk van Nubië komen, wil men het aantreffen. Het onderneemt in tal van stroomen
+tochten, waarbij het zich naar den waterstand richt: wanneer de waterspiegel daalt,
+dan trekt het dier stroomafwaarts, en wanneer het water weer wast, dan gaat ’t weer
+stroomopwaarts.
+</p>
+<p>Terwijl andere diersoorten sedert de vroegste zoölogische tijdperken groote gedaante-veranderingen
+hebben ondergaan, is het nijlpaard in hoofdzaak hetzelfde gebleven. Zoo komt het dat
+dit dier nog heden een voorwereldlijken indruk maakte. Het ronde, plompe lichaam rust
+op vier korte, vormlooze pooten, met vier hoeven aan elken poot. De kop is bijna vierkant,
+oogen en ooren zijn klein, de muil is geweldig breed en de neusgaten zijn groot. De
+twee centimeter dikke huid is onbehaard en heeft, naar gelang het dier nat of droog
+is, een grauwe, donkerbruine, of wel vuilroode kleur. Het wordt, de kleine staart
+niet meegerekend, vier meter lang, en weegt evenveel als dertig volwassen mannen.
+</p>
+<p>De nijlpaarden blijven voor het grootste deel van den tijd in het water; des nachts
+komen ze aan land, voornamelijk dáár, waar de stroom hun niet veel voedsel biedt.
+Wanneer men stil over rustig stroomend water heen vaart, dan kan men de dieren vaak
+verrassen; wanneer ze opduiken om versche lucht in te ademen, dan stijgen de waterstralen
+uit hun neusgaten naar <span class="pageNum" id="pb205">[<a href="#pb205">205</a>]</span>boven. Dan duiken ze weer, en blijven wel drie of vier minuten onder water. Wanneer
+ze vlak onder den waterspiegel zijn, ziet men slechts zes kleine stippen: ooren, oogen
+en neusgaten. Wanneer ze gevaar meenen te bespeuren, dan steken ze slechts met hun
+neusgaten boven het water uit, en ademen zoo zacht als ze maar kunnen.
+</p>
+<p>Vaak klimmen ze op het droge, om zich in de zon te koesteren, dan hoort men hoe ze
+voortdurend een gegrom van welbehagen uitstooten. Tegen den avond zoeken ze echter
+dieper water op, waar ze rondzwemmen, en, met een voor zulke logge dieren groote behendigheid,
+elkaar najagen. Ze zwemmen steeds in troepen bijeen, en ontwikkelen daarbij een groote
+snelheid, terwijl ze de lucht met hun gebrul vervullen. Maar ze kunnen ook zoo zachtjes
+zwemmen, dat men het water in ’t geheel niet hoort ruischen. Wanneer een nijlpaard
+gewond is, brengt hij het water in zoo heftige beroering, dat kleine booten vaak gevaar
+loopen te kantelen. Wanneer meerdere oude mannetjes tegelijk hun gebrul uitstooten,
+weerklinkt het wijd en zijd door het oerwoud, als het rollen van den donder. Er is
+geen ander dier dat zulk een geluid kan teweegbrengen; zelfs de leeuw blijft dan luisterend
+staan.
+</p>
+<p>Aan den Boven-Nijl, voorbij Chartoem, waar een welige plantengroei de oevers bedekt,
+en waar talrijke stilstaande plassen en moerassen zijn, gaat het nijlpaard, evenals
+de krokodil slechts zelden aan land. Het voedt zich hier met lotusstengels en rietgewassen
+die in deze moerassige streken voorkomen; van tijd tot tijd duikt het dier onder,
+en wroet op den bodem van den stroom; wanneer het zijn geweldigen bek met bladeren
+en stengels gevuld heeft, komt het weer naar boven, waarbij dan het water in stroomen
+van zijn breeden rug afloopt, en dan ontplooien de geweldige tanden hun kracht. De
+eetlust van het dier is even groot als zijn geheele wezen.
+</p>
+<p>In streken, waar de oevers door bebouwde velden omzoomd worden, richt hij onder het
+koren en de groenten groote schade aan, zelfs het leven der menschen wordt daar door
+hem bedreigd. Wanneer hij door een boot in zijn rust gestoord wordt, laat hij niet
+met zich spotten. Het gevaarlijkste is het wijfjesnijlpaard, zoolang ze haar jong,
+dat ze op den rug overal meevoert, bij zich heeft. Een buks moet, om eenige uitwerking
+<span class="pageNum" id="pb206">[<a href="#pb206">206</a>]</span>te hebben op het dikke huid-pantser, geducht geladen zijn. Wanneer het dier, na getroffen
+te zijn, snuift en onderduikt, dan is ’t voor den jager verloren; wanneer het zich
+echter uit het water verheft, om dan weer neer te vallen, dan heeft het een doodelijke
+wond ontvangen; in dit geval zinkt het onmiddellijk, en de jager heeft niets anders
+te doen dan een paar uur te wachten, totdat het lijk aan de oppervlakte komt drijven.
+</p>
+<p>Enkele negerstammen aan den Witten Nijl graven kuilen om daarin de nijlpaarden te
+vangen. Langs de stroomen, die in den noordelijken oever van het Ngami-meer uitmonden,
+maken de inboorlingen jacht op deze dieren met harpoenen, die voorzien zijn van scherpe,
+ijzeren weerhaken. Door middel van een lang touw is aan den harpoen een stuk kurk
+bevestigd. Op een rieten vlot zijn twee kano’s vastgemaakt, daar tusschen in hurken
+de zwarte jagers met hun harpoenen en lichte speren. Het vlot drijft geruischloos
+stroomafwaarts. In de verte hoort men de dieren snuiven en in het water rondplassen.
+Het gesprek der jagers verstomt, ieder moet op zijn post zijn. Daar ziet men de donkere
+gestalten, die gedeeltelijk boven het water uitsteken. Ze vermoeden geen gevaar van
+dat vlot dat door den stroom langs hen heen gedreven wordt. Vlak naast het vlot komt
+een nijlpaard opduiken. Op dit oogenblik verheft zich een harpoenier, en stoot het
+dier bliksemsnel zijn wapen in de zijde. Het dier duikt onder, maar het stuk kurk
+dat op het water blijft drijven, <span class="corr" id="xd33e2024" title="Bron: duidtde">duidt de</span> plek aan waar het zich bevindt. Zoodra het weer boven komt, wordt het met een hagelbui
+van speren ontvangen door de jagers die inmiddels hun kano’s van het vlot in het water
+hebben geschoven. Weer duikt het dier onder en laat een bloedroode streep in het water
+achter. Wanneer het nog eens naar boven komt en weer door een hagelbui van speren
+ontvangen wordt, komt het vaak voor, dat het woedend wordt, zich tegen zijn vervolgers
+richt, en een kano die zich wat al te dicht in zijn nabijheid gewaagd heeft, met de
+tanden versplintert, of wel met den kop omstoot. Soms koelt het verwonde nijlpaard
+zijn woede niet alleen aan de kano, maar werpt zich ook op de mannen, en menige koene
+jager is door hem reeds verscheurd.
+</p>
+<p>Wanneer echter het dier uitgeput is, dan vischt de jager het stuk kurk op, roeit aan
+land, bindt een touw om een boomstam, <span class="pageNum" id="pb207">[<a href="#pb207">207</a>]</span>en trekt zoolang tot hij zijn buit op het droge gekregen heeft.
+</p>
+<p>Het vleesch van nijlpaarden wordt met graagte gegeten. Het vleesch der jongere en
+het vet van oudere exemplaren wordt voor bijzonder smakelijk gehouden; de tong is
+een lekkernij. Uit de huid vervaardigd men zweepen en schilden en nog tal van andere
+zaken; ook de groote hoektanden zijn van waarde. Vele diergaarden in Europa bezitten
+nijlpaarden die als jongen gevangen zijn. Wanneer men een jong wil bemachtigen, moet
+men eerst de moeder dooden, want ook in het gevaar verlaat het jong de moeder niet,
+het gaat zelfs niet van haar lijk weg. Deze jonge dieren, die voor zoölogische tuinen
+gevangen worden, worden met bijzonder ingerichte harpoenen gewond, die zoo gemaakt
+zijn, dat de wond niet diep in de huid doordringt en dus spoedig weer geneest. In
+den eersten tijd wordt het jong met koemelk gevoed; voor een enkelen maaltijd gebruikt
+het de melk van vier koeien. Maar, vaak kwijnen ze weg in de gevangenschap; ze droomen
+van Afrika’s meren en stroomen, waar ze lagen tusschen kokosbladen en riet. In plaats
+van den ruischenden stroom, moeten ze zich thans tevreden stellen met een armzalig
+bassin. En toch is, volgens den bijbel, het nijlpaard het eerste van Gods schepselen.
+</p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch52" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#xd33e3285">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h2 class="main"><span class="divNum">52.</span> DAVID LIVINGSTONE.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">In een eerlijk en vroom, maar arm arbeidersgezin in Blantyre bij Glasgow in Schotland
+werd voor honderd jaar een jongen geboren, wiens naam later wereldberoemd zou worden.
+Hij heette David Livingstone, en werd niet slechts de ontdekker van onbekende landen
+en volksstammen, meren en rivieren, maar ook een der edelste menschen die ooit hun
+eigen leven ten beste hunner medemenschen hebben opgeofferd.
+</p>
+<p>Op de dorpsschool leerde hij zonder moeite in korten tijd lezen en schrijven; maar
+daar zijn ouders niet in staat waren om hem te laten studeeren, deden ze den jongen
+toen hij tien jaar oud was op een spinnerij, waar hij van ’s morgens 8 tot ’s avonds
+10 uur moest werken. Deze zware arbeid brak evenwel zijn moed en zijn weetgierigheid
+niet, en terwijl de machines om hem heen snorden, en de spoelen door het garen <span class="pageNum" id="pb208">[<a href="#pb208">208</a>]</span>heen en weer vlogen, zwierven zijn gedachten over de fabrieksmuren heen en hielden
+zich bezig met de natuur en het leven daarbuiten. Vlijt en nauwgezette arbeid bezorgden
+hem spoedig een hooger loon, en voor het geld dat hij opspaarde, kocht hij tal van
+boeken, die hij tot diep in den nacht bestudeerde. Teneinde zooveel mogelijk zijn
+kennis uit te breiden, bezocht hij een avondschool, en op de feestdagen maakte hij
+met zijn broeders lange wandeltochten.
+</p>
+<p>Zoo groeide David op tot een jongeman, en op zekeren dag verklaarde hij zijn ouders
+dat hij zendings-arts wilde worden, om de volkeren in het Oosten en Zuiden te bezoeken,
+de zieken te verplegen, en allen die hem wilden hooren het evangelie te prediken.
+Om zich de noodige middelen te verschaffen tot studeeren, spaarde hij van zijn fabrieksloon,
+en toen hij voldoende had voor zijn onderhoud gedurende het eerste semester, ging
+hij naar Glasgow, waar hij voor anderhalve gulden per week een kamer huurde, en in
+de medicijnen studeerde. Na afloop van het eerste semester keerde hij weer naar de
+fabriek terug om weer voldoende te verdienen voor een volgend semester. Op deze wijze
+sloeg hij er zich door heen, en deed eindelijk met schitterend gevolg zijn examens.
+Op zekeren dag vergezelde zijn vader hem voor de laatste maal naar Glasgow, om daar
+voor altijd afscheid van hem te nemen! De jonge zendings-arts reisde af naar Afrika.
+</p>
+<p>Eerst begaf hij zich naar de Kaap, en vandaar naar Koeroeman, het noordelijkste zendingsstation
+in Betschoeana-land. Van hieruit maakte hij tal van reizen het binnenland in, om de
+inboorlingen en hun taal te leeren kennen, om hun zieken te helpen, en hun vertrouwen
+te winnen. Toen hij eens van zulk een reis terugkeerde, vond hij, toen hij 250 K.M.
+van zijn doel verwijderd kampeerde, een klein, zwart meisje onder zijn wagen gehurkt.
+</p>
+<p>De kleine was haar bezitters ontloopen, om niet als slavin verkocht te worden, en
+was te voet den wagen van den zendeling gevolgd. Livingstone verkwikte haar met spijs
+en drank, toen ze plotseling luid begon te huilen. Ze had een man gezien met een buks
+die haar achterna gezonden was om haar terug te halen, en die nu dreigend naderde.
+Maar Livingstone nam het meisje in bescherming, en zorgde er voor dat ze ook later
+voor de <span class="pageNum" id="pb209">[<a href="#pb209">209</a>]</span>slavernij bewaard bleef. Dit kind was voor hem een symbool van Afrika, de bakermat
+van den slavenhandel, en Livingstone begreep zijn roeping; tot aan zijn dood arbeidde
+hij, als vele jaren later Gordon, aan de bevrijding der slaven. Hij bestreed de heidensche
+gebruiken en het botte bijgeloof der inboorlingen, en hoopte mettertijd volgelingen
+te zullen krijgen die zijn leer verder zouden verbreiden. Livingstone bewees den zwarten
+dat de tooverkunst hunner medicijnmannen, die tegelijkertijd regenmakers waren, slechts
+bedrog was, en dat hij hun zelf water kon verschaffen voor hun velden, niet door tooverformules,
+maar door kanalen die het water van naburige stroomen afleidden. Talrijk waren de
+zieken die hij hielp, en wier moed en koelbloedigheid hem vaak met verbazing vervulden.
+Zonder een spier te vertrekken, of een enkelen kik te geven, lieten ze zich gezwellen
+wegsnijden of andere ingrijpende operaties verrichten. Dan zei hij wel eens: „Maar
+schreeuw dan toch, kerel, ’t doet toch pijn;” maar de inboorling antwoordde: „Een
+man schreeuwt niet, dat doen alleen kinderen.”
+</p>
+<p>Zoo won hij langzamerhand het vertrouwen, en een bijzondere macht over de zwarten.
+In sommige streken hield men hem voor een toovenaar, die over geheime krachten beschikte
+en dooden kon opwekken. Daar hij nooit dacht aan eigen voordeel, maar altijd slechts
+aan het welzijn der zwarten, die hij altijd vriendelijk behandelde, en nooit met harde
+woorden aansprak, verwierf hij zich de liefde en bewondering van deze wilden, die
+maar één ding niet konden begrijpen, en wel, dat een zoo machtig opperhoofd zichzelf
+tot dienaar van anderen maakte, inplaats van, zooals ze dat gewoon waren, de zwakkeren
+te onderdrukken en uit te buiten. De ergste bedreiging, die hij tegenover hen kon
+gebruiken, was dat hij ze zou verlaten wanneer ze hem niet gehoorzaamden; en wanneer
+hij dan werkelijk naar een anderen stam moest verder trekken, dan gaven de stamhoofden
+hem hun eigen zonen en betrouwbare mannen als gidsen mede.
+</p>
+<p>In 1843 stichtte Livingstone het zendingsstation Mabotsa, niet ver van de tegenwoordige
+stad Mafeking, tegenwoordig gemakkelijk van Kaapstad uit per spoorweg te bereiken.
+Het stamhoofd van die streek was gaarne bereid hem een stuk grond te verkoopen, waarvoor
+hij kralen en andere voor hem <span class="pageNum" id="pb210">[<a href="#pb210">210</a>]</span>waardevolle zaken, kreeg. Zeventig jaar geleden was deze streek echter nog geheel
+een wildernis, en vaak was Livingstone’s leven in gevaar. Zoo was er eens een leeuw
+in het dorp ingebroken, die geweldig onder de schapen huishield. Onder leiding van
+Livingstone maakten de inboorlingen jacht op hem. De indringer werd zwaar verwond,
+en trok zich in het struikgewas terug, maar plotseling stormde hij weer uit de struiken
+tevoorschijn, en stortte zich op Livingstone, wien hij het vleesch van den schouder
+afhaalde en den linkerarm brak. Reeds rustte zijn poot op het hoofd van den zendeling,
+toen een inboorling op het dier toesprong, dat nu zijn slachtoffer losliet om zijn
+nieuwen aanvaller eveneens toe te takelen. Het beest was echter zoo zwaar gewond,
+dat zijn kracht uitgeput was, en het dood neerstortte. Nog dertig jaar later voelde
+Livingstone het litteeken van den beet, en hij heeft zijn linkerarm nooit meer hooger
+dan tot den schouder kunnen opheffen.
+</p>
+<p>Nadat zijn wonden geheeld waren, bouwde hij eigenhandig het nieuwe zendingshuis, waarbij
+door een vallenden steen de nauwelijks geheelde arm weer zwaar gekwetst werd. Toen
+het huis gereed was, betrok hij het met zijn jonge vrouw, de dochter van den bekenden
+reiziger en zendeling Moffat in Koeroeman.
+</p>
+<p>Te Mabotsa woonde nog een tweede zendeling, die het er nu op toelegde Livingstone
+het leven te verbitteren. Deze wilde echter de zwarten niet tot getuigen maken van
+het schouwspel dat twee blanken met elkaar ruzie hadden; hij ruimde dus het veld en
+trok met zijn vrouw verder, zeventig kilometer noordwaarts. Het huis in Mabotsa had
+hij van zijn eigen opgespaard geld gebouwd, want van de duizend gulden, die hij jaarlijks
+van het Engelsche Zendingsgenootschap ontving, kon voor het bouwen van huizen niet
+veel overblijven. Toen hij wegging, waren de inboorlingen wanhopend. Nog toen de ossen
+reeds voor den wagen gespannen waren, smeekten ze hem om toch te blijven, terwijl
+ze beloofden een nieuw huis voor hem te zullen bouwen. Maar, hij bleef bij zijn voornemen,
+en begaf zich naar het dorp Tschonoeane, waar de hoofdman Setschala leefde.
+</p>
+<p>Deze ontving Livingstone met groote vreugde, en hoorde oplettend naar zijn prediking.
+Hij beloofde zelfs den geheelen stam tot het Christendom te zullen bekeeren, en wel
+met <span class="pageNum" id="pb211">[<a href="#pb211">211</a>]</span>behulp van een flinke zweep. Daar Livingstone echter van zulk een methode van bekeering
+niets wilde weten, zeide Setschala dat hij zijn onderdanen bezwaarlijk, zonder van
+een zweep gebruik te maken, zou kunnen bewegen tot het geloof aan Christus! Hij zelf
+zond evenwel zijn talrijke vrouwen allen op één na weg, waarmee hij zijn eigen aanzien
+een gevoeligen slag toebracht; want een hoofdman met slechts ééne vrouw vond men bijzonder
+armzalig!
+</p>
+<p>Van dit punt uit maakte Livingstone een reis oostwaarts, naar het gebied, dat Hollandsche
+boeren uit Kaapland opgezocht hadden. Ze hadden de Kaapkolonie verlaten, daar de Engelsche
+regeering geen slavenhandel duldde en de vrijlating der Hottentotten beval. De Boeren
+stichtten derhalve een eigen republiek, Transvaal genaamd, daar ze aan de overzijde
+van den Vaal, een zijstroom van de Oranje-rivier, gelegen is. Hier meenden ze de zwarten
+ongestoord tot slavenhandel te kunnen dwingen; ze bezetten alle bronnen en de inboorlingen
+waren in hun eigen land van vreemden afhankelijk.
+</p>
+<p>Livingstone had in zijn nieuwe nederzetting de handen vol; hij bouwde, verzorgde zijn
+tuin, bezocht de zieken, herstelde zijn wapenen en wagens, maakte tapijten en schoenwerk,
+predikte, gaf les in een kinderschool, hield voordrachten over geneeskunde en gaf
+les aan inboorlingen, die eveneens zendeling wilden worden. Zijn vrijen tijd gebruikte
+hij voor natuurwetenschappelijke verzamelingen, die hij naar het vaderland zond; bovendien
+bestudeerde hij de giftige tsetse-vlieg en de ziekte, die door deze teweeggebracht
+wordt, en hij arbeidde onverdroten aan het uitvinden van middelen om die beide te
+bekampen.
+</p>
+<p>Zijn nieuwe woonplaats had echter een ernstige schaduwzijde; er was gebrek aan water;
+daarom besloot Livingstone nog zeventig kilometer noordwaarts naar Koboleng te trekken,
+waar hij nu voor de derde maal een eigen huis bouwde. Ook ditmaal waren zijn zwarte
+vrienden geheel verslagen over zijn besluit. Daar ze hem er niet toe konden overhalen
+te blijven, pakte de geheele stam zijn have en goed bijeen, en trok met hem mee. In
+Kolobeng bleef Livingstone vijf jaren, de langste en tevens laatste rusttijd van zijn
+leven. Ook hier won hij het vertrouwen en de vriendschap der inboorlingen, <span class="pageNum" id="pb212">[<a href="#pb212">212</a>]</span>want wanneer het gold een zieke te helpen, dan reed hij bij dag en nacht mijlen ver,
+zonder om gevaar te denken. In Kolobeng smaakte hij ook de groote vreugde met zijn
+eigen kinderen, die hier ter wereld kwamen, te kunnen spelen.
+</p>
+<p>De nabuurschap der Boeren vernietigde echter het succes van zijn arbeid. Ze haatten
+hem wegens zijn bestrijding der slavernij, en beschuldigden hem er van Setschala’s
+stam van wapenen te voorzien en tegen de Boeren op te hitsen. Ze dreigden alle zwarte
+zendelingen, die zich in Transvaal zouden vertoonen, zonder meer te zullen dooden,
+en ook lieten ze geen middel onbeproefd om Livingstone uit den weg te ruimen. Derhalve
+besloot deze nog verder naar het noorden te trekken, waar blanke mannen die christenen
+heetten, maar die inboorlingen als dieren behandelden, hem niet bij zijn arbeid zouden
+storen. Een in Kolobeng uitbrekende hongersnood versterkte hem in zijn besluit. Een
+groote droogte had den oogst doen mislukken en de bedding der rivieren volkomen uitgedroogd.
+De inboorlingen moesten er op uit om van de jacht te leven, en de vrouwen verzamelden
+sprinkhanen als voedingsmiddel. Geen kind bezocht meer de school, en de kerk stond
+des Zondags vergeefs open. Zoo begaf zich dan Livingstone nogmaals op weg om zich
+elders te vestigen.
+</p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch53" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#xd33e3294">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h2 class="main"><span class="divNum">53.</span> DE ONTDEKKING VAN HET NGAMI-MEER.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Reeds toen Livingstone voor het eerst Afrika betreden had, en in Koeroeman vertoefde,
+hoorde hij, dat er ver in het Noorden, een groot zoetwatermeer was, dat men Ngami
+noemde. En op een zijner latere tochten was het hem zelfs gelukt om dit meer, dat
+nog nooit door Europeanen bezocht was, tot op tien dagreizen te naderen. Maar hij
+moest toen omkeeren, omdat onder zijn trekossen de runderpest uitbrak. Nu kwam echter
+op zekeren dag te Kolobeng een bode bij hem van den zwarten koning Letscholetebe,
+wiens gebied aan het Ngami-meer gelegen was; deze liet den zendeling verzoeken om
+tot hem te komen en beloofde hem een goed onthaal. Ook was er in zijn land veel ivoor.
+Toen de menschen van Livingstone van ivoor hoorden, waren ze terstond tot de lange
+reis bereid, <span class="pageNum" id="pb213">[<a href="#pb213">213</a>]</span>en den 1sten Juni 1849 ging het weder noordwaarts. Een vriend van Livingstone, de
+Engelschman Oswell ging mee; als een welgesteld man had hij verscheidene wagens, tachtig
+ossen, twintig paarden en vijf-en-twintig dienaren medegenomen. Een dezer laatsten
+diende als gids, want reeds na twee dagen voerde de weg langs streken die nog nooit
+door een Europeaan betreden waren. Aan den woestijnrand kampeerden ze; overal in de
+rondte waren de bronnen uitgedroogd. Slechts in een kuil, waar een neushoorn zich
+in het zand rondgewenteld had, stond nog zooveel water, dat elk paard een slok kon
+nemen, maar voor de ossen was het niet toereikend, en daar de weg, tot aan de volgende
+rustplaats honderd en twintig kilometer lang was, en dwars door de beruchte Kalahari-woestijn
+liep, werden de ossen weer teruggedreven naar een veertig kilometer verder terug gelegen
+bron. Toen ze terugkwamen, had men echter reeds verscheidene waterrijke bronnen opgegraven,
+en toen de karavaan opbrak, hadden alle dieren zooveel gedronken als ze maar wilden.
+</p>
+<p>Verlaten en dor strekte de woestijn zich voor hun oogen uit. De uitgedroogde wagens
+knarsten over de zandvlakte, en de raderen zonken diep in het mulle zand. De ossen,
+die gebrek hadden aan water, verloren snel hun krachten. Na een tocht van drie dagen
+door de Kalahari, had men pas zeventig K.M. afgelegd. Toen raakte plotseling de gids
+de kluts kwijt, en wanneer men hem vroeg hoever het nog was tot aan de naaste bron,
+dan antwoordde hij op goed geluk af: vijftig kilometer. Een somber vooruitzicht voor
+de reizigers! Voordat ze zoover kwamen, zouden alle ossen allang van dorst omgekomen
+zijn! De paarden moesten vooruitgezonden worden, dan bleven die tenminste gespaard.
+In geval van nood kon men dan, wanneer de geheele karavaan omkwam, met de paarden
+verder trekken en van de jacht leven. Bovendien zouden de ossen het spoor van de paarden
+kunnen volgen, en misschien, door hun instinct geleid, een bron vinden.
+</p>
+<p>De paarden en hun berijders waren echter nauwelijks een uur weg, of ze kwamen aan
+een oase, en spoedig verried het kwaken van kikvorschen de aanwezigheid van een waterplas,
+die allen het leven redde.
+</p>
+<p>Na een tocht van twee maanden bereikte Livingstone de <span class="pageNum" id="pb214">[<a href="#pb214">214</a>]</span>oevers van het Ngami-meer, dat nog nooit door een Europeaan aanschouwd was. De koning
+Letscholetebe bleek evenwel niet zoo vriendschappelijk gezind te zijn als men gehoopt
+had. Toen hij hoorde dat Livingstone nog verder noordwaarts wilde trekken, naar het
+groote stamhoofd Sebitoeane, was hij bang dat deze van de blanken vuurwapenen zou
+krijgen en strooptochten in zijn gebied zou ondernemen. Dientengevolge moest de expeditie
+weer naar Kolobeng terugkeeren. Maar Livingstone’s volharding kende geen hinderpalen;
+hij kwam nog een tweeden keer aan het Ngami-meer terug, vergezeld van zijn familie
+en van Oswell. Op dezen tocht kwam hij ook in het gebied van den machtigen Sebitoeane,
+die hem gastvrij ontving. Dit stamhoofd, in dit deel van Midden-Afrika als een goedhartig
+mensch bekend, was blij een blanke te zien, en begreep terstond dat deze zendeling
+hem en zijn stam goed gezind was. Reeds den eersten Zondag woonde hij de godsdienstoefening
+bij, en luisterde aandachtig naar Livingstone’s woorden. Eenige dagen later kreeg
+Sebitoeane echter een longontsteking, en het duurde niet lang of Livingstone zag dat
+het stamhoofd op sterven lag. Zijn laatste woorden golden Livingstone’s kleinen zoon:
+„Breng hem in de hut van de vrouwen en geef hem wat melk!<span class="corr" id="xd33e2082" title="Bron: ’">”</span> Toen blies Livingstone’s nieuwe vriend den laatsten adem uit.
+</p>
+<p>Nu zetten de beide reizigers hun tocht noordoostwaarts voort, naar het groote dorp
+Linjanti, en ontdekten spoedig daarop een groote rivier, de Zambesi. Haar benedenloop
+was den Europeanen reeds lang bekend, maar niemand kende haar bovenloop. Het klimaat
+van deze streken was zeer ongezond, aan het oprichten van een zendingsstation viel
+hier dan ook niet te denken. Het Makololo-volk, de stam van het doode opperhoofd,
+beloofde hem weliswaar grondbezit, hutten en ossen, wanneer hij daar wilde blijven,
+maar Livingstone had grootere plannen. Voordat hier aan een zendingsstation gedacht
+kon worden, moest er eerst een eerlijke handel bloeien; ook het Makololo-volk was
+begonnen slaven te verkoopen, teneinde in het bezit te komen van vuurwapenen en andere
+begeerlijke zaken uit Europa. Wanneer men ze nu er toe kon brengen om met ivoor en
+struisvederen handel te drijven, dan konden ze evengoed alles wat hun hart begeerde
+van de Europeanen in ruil bekomen. Maar daartoe ontbrak in de eerste plaats een weg
+naar de kust, <span class="pageNum" id="pb215">[<a href="#pb215">215</a>]</span>hetzij van den Atlantischen, hetzij van den Indischen Oceaan, en het was Livingstone’s
+plan, zulk een weg te zoeken. Later, zoo meende hij, wanneer de slavenhandel voor
+een eerlijken handel had plaats gemaakt, zou het nog altijd tijd genoeg wezen om hier
+het christendom te prediken.
+</p>
+<p>Zoo trok hij dan weer zuidwaarts. Vrouw en kinderen konden hem op deze moeitevolle
+tochten niet vergezellen; hij zond ze naar Engeland. In Kaapstad nam hij van de zijnen
+afscheid, daarop reisde hij alleen naar Koeroeman, en begaf zich langs een omweg naar
+Kolobeng. Hij had onderweg veel oponthoud, en ditmaal was dat zijn geluk. Want intusschen
+had de eerste President der Boerenrepubliek, Pretorius, met zeshonderd Boeren, en
+zevenhonderd aangeworven zwarten Kolobeng verwoest, Livingstone’s geheele have geroofd,
+zijn vee weggedreven, alles wat ze niet konden meenemen, tot zelfs de meubels, stuk
+geslagen, zijn boeken verscheurd, de dorpen der inboorlingen overvallen, en zestig
+menschen met kanonnen neergeschoten. De verwachting der Boeren, om Livingstone zelf
+in handen te krijgen, werd gelukkig niet verwezenlijkt. De zwarten hadden zich echter
+dapper verweerd, en vijf-en-dertig dooden hadden de Boeren moeten achterlaten. Deze
+overval moest een straf voor de zwarten zijn, omdat ze Engelsche reizigers vrijen
+doortocht verschaft hadden. Daarbij waren deze Boeren Christenen, maar ze sloten hun
+land voor alle Europeanen, teneinde ongehinderd zelve de zwarten te kunnen mishandelen
+en uitzuigen, en ze als slaven te kunnen gebruiken, terwijl ze zelf rustig thuis zaten,
+hun pijp rookten, en in kalme gemoedsrust—den Bijbel lazen!
+</p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch54" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#xd33e3303">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h2 class="main"><span class="divNum">54.</span> VAN KUST TOT KUST.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">In het jaar 1853 begon Livingstone zijn verderen tocht naar de Westkust, en kwam eerst
+bij het Makololo-volk. Hier heerschte thans Sebitoeane’s zoon Sekeletoe, die hem vriendelijk
+ontving, en hem het liefst in het geheel niet meer had laten gaan. Toen Livingstone
+toch langs de Zambesi stroomopwaarts verder trok, begeleidde de koning hem met tal
+van krijgers. Na eenige dagmarschen stiet men op den halfbroeder des <span class="pageNum" id="pb216">[<a href="#pb216">216</a>]</span>konings, die Mpepe heette; deze was een slavenhandelaar en stond Sekeletoe reeds lang
+naar het leven, om daardoor zijn eigen macht te vergrooten. Tweemaal poogde Mpepe
+zijn stiefbroeder te dooden, en eenmaal was het Livingstone, die den koning voor een
+speerworp behoedde. De strijd tusschen deze beide mededingers eindigde met den dood
+van Mpepe.
+</p>
+<p>Nog verder stroomopwaarts aan de Zambesi woonde de vader van den gedoode. Deze verbond
+zich nu met het opperhoofd van een naburigen stam, om gezamenlijk zijn zoon te wreken.
+Bij het eerste samentreffen werden eerst vreedzame onderhandelingen gevoerd, totdat
+plotseling Sekeletoe een teeken gaf; terstond omringden zijn krijgers de beide vijandelijke
+stamhoofden, en voordat Livingstone het kon verhinderen, werden ze door de mannen
+van Sekeletoe neergehouwen. De lijken werden in stukken gehakt, en den krokodillen
+in de Zambesi voorgeworpen. Livingstone was over deze verraderlijke daad zoo verontwaardigd,
+dat hij terstond deze streken verliet, en verder trok.
+</p>
+<p>Nu maakte Livingstone zijn gedenkwaardigen tocht van Linjanti naar Loanda aan de Westkust
+ten zuiden van de uitmonding van den Congo. Nog geen Europeaan had voor hem dezen
+weg afgelegd. Zijn geleide bestond uit zeven-en-twintig Makololo-manen, en zijn bagage
+uit bijna niets anders dan kralen en stukken goed, de in Afrika gangbare munt. Proviand
+had hij niet meegenomen, omdat hij van plan was dat men zou leven van wat er onderweg
+zou worden geschoten of gevangen.
+</p>
+<p>Het was een inspannende, moeitevolle tocht waarbij men door het gebied van tallooze
+wilde stammen trok. Eerst ging het stroomopwaarts langs de Zambesi, en dan langs den
+anderen oever. Tengevolge van hevige regens moest men telkens over sterk gezwollen
+beken en door verraderlijke moerassen trekken.
+</p>
+<p>Sedert Livingstone eens met een boot droevige ervaringen had opgedaan, liet hij zich
+steeds door een os door het natte element dragen.
+</p>
+<p>Wolken muskieten zwermden boven den vochtigen grond en de koorts ondermijnde Livingstone
+zoo hevig, dat hij niet eens meer op zijn os kon zitten. Maar onder al deze plagen
+verzuimde hij niet de natuur rondom hem gade te slaan en de kaart van den door hem
+genomen weg uit te werken. Zijn <span class="pageNum" id="pb217">[<a href="#pb217">217</a>]</span>dagboek was een dik deel met sterken omslag en voorzien van een slot. Hij schreef
+daarin fijn en sierlijk, alsof het gedrukt was. Men zou hebben gedacht, dat het de
+mannen uit Makololo moede zou zijn geworden door onbekende streken en volkeren te
+trekken; maar niets was in staat hen hun heer en leidsman te doen verlaten.
+</p>
+<p>Reeds bij het begin van deze lange reis had Livingstone een schaar van achttien aan
+elkaar geketende slaven bevrijd, en hoe verder hij door de bosschen drong, des te
+vaker moest hij zien, hoe de slavenhandel de menschen verwilderde, hen wantrouwend
+en vijandig maakte. Meermalen bevrijdde hij troepen slaven door den drijver eenvoudig
+te bevelen, de gevangenen te laten loopen.
+</p>
+<p>Door goedheid en vriendelijkheid verwierf Livingstone overal het vertrouwen der wilden,
+zoodat zij hem niet alleen vrij lieten doortrekken, maar zelfs levensmiddelen schonken.
+Mocht al soms een opperhoofd moeilijkheden maken, en als schatting een os, een geweer
+of een van Livingstone’s geleiders verlangen, wist hij toch zoo goed met hem klaar
+te komen, dat deze hem ten slotte in vrede verder liet trekken. Dikwijls ontwapende
+hij zulk een opperhoofd met een grapje, en als dat niet hielp, kalmeerde hij de opgewonden
+gemoederen door zijn tooverlantaarn met bijbelsche platen. In gespannen verwachting
+verdrongen de zwarten, als de platen op het scherm verschenen, zich achter hem, niet
+vrij van angst, dat het geesten zouden zijn, die hen kwaad wilden doen. Maar van een
+anderen godsdienst dan het kijken naar deze bijbelsche platen wilden zij niets hooren.
+</p>
+<p>Zoo naderde Livingstone met zijn dappere schaar voetje voor voetje de Westkust. Kort
+voor zijn doel werd hem echter nog een zware schatting afgeperst door een onverzoenlijk
+opperhoofd; hij boette zijn wollen deken, zijn scheermes en een menigte kleedingstukken
+in, en zijn manschappen moesten hun sieraden en hun koperen armbanden afstaan. Van
+alles beroofd, ontmoetten zij eindelijk een Portugees, en onder zijn geleide hield
+Livingstone zijn intocht in het Portugeesche gebied aan de Westkust. Door de Portugeezen
+in Loanda werd Livingstone gastvrij opgenomen; zij bezorgden hem alles wat hij noodig
+had, en voorzagen hem van top tot teen van nieuwe kleeren.
+</p>
+<p>Voor Loanda lagen verscheidene Engelsche kruisers, die daar <span class="pageNum" id="pb218">[<a href="#pb218">218</a>]</span>gekomen waren om den slavenhandel onmogelijk te maken. Hier bij zijn landslieden verheugde
+zich Livingstone in een heerlijken rusttijd. Welk een genot weer eens in een behoorlijk
+bed te slapen, nadat hij een half jaar lang slechts op den vochtigen grond had gelegen!
+En hoeveel nieuws vernam hij nu niet uit de groote wereld, waaruit zoo lang geen bericht
+tot hem was doorgedrongen. Men vertelde hem van den Krim-oorlog, waarin Gordon als
+onbekend luitenant voor het eerst streed, en van de hulp-expeditie, die uitgevaren
+was om den Noordpoolvaarder Franklin en zijn ongelukkige makkers te zoeken. Na jarenlang
+rondtrekken in het zwarte werelddeel, zou het maar al te heerlijk zijn geweest, in
+een gemakkelijke scheepskajuit op den terugweg naar Engeland uit te rusten!
+</p>
+<p>Maar Livingstone weerstond de verzoeking. Hij wilde zijn trouwe Makololo-manschappen
+niet aan een onzeker lot overlaten, daar hij bovendien had vastgesteld, dat de weg
+naar de Westkust zich niet eigende voor een handelsweg. Misschien bood de Zambesi
+een zekeren weg van de binnenlanden naar de Oostkust, en om dit vast te stellen, weerstond
+hij alle gevaar en koortsaanvallen, nam afscheid van de Engelschen en Portugeezen
+en trok nog eens het donkere Afrika binnen.
+</p>
+<p>Voordat Livingstone echter Loanda verliet, ordende hij zijn papieren, zijn aanteekeningen
+en kaarten van de nieuw ontdekte landen tot een geweldig pakket. Maar het Engelsche
+schip, dat zijn post aan boord had genomen, leed schipbreuk bij Madeira en verging
+met man en muis! Slechts één passagier werd gered. Livingstone bevond zich nog in
+de nabijheid van de kust, toen hem deze ongelukstijding bereikte, en nu moest hij
+al deze aanteekeningen en teekeningen nog eens over maken, een werk dat verscheiden
+maanden in beslag nam. En toch kan hij nog van geluk spreken! Indien hij zijn Makololo-mannen
+in den steek had gelaten en naar zijn vaderland was teruggegaan, dan zou ook hij met
+het verongelukte schip te gronde zijn gegaan.
+</p>
+<p>Regen en ziekte veroorzaakten op deze nieuwe reis vele hinderpalen, maar anders liep
+ze gemakkelijker van stapel dan de vorige. Uit Loanda had hij een grooten voorraad
+geschenken voor de opperhoofden meegenomen en nu was hij bij zijn terugkeer ook reeds
+een bekende voor hen. Toen hij de dorpen van het Makololo-volk weer binnentrok, kwam
+de geheele <span class="pageNum" id="pb219">[<a href="#pb219">219</a>]</span>stam hem tegemoet om hem te <span class="corr" id="xd33e2121" title="Bron: begroetten">begroeten</span>. Livingstone hield een dankstond voor het geheele volk. Bij de nachtelijke vuren
+werden ossen geslacht, de zwarte mannen sloegen de trommel, onder dans en gezang stegen
+vreugdekreten boven de toppen der apenbroodboomen en van omhoog fonkelden de sterren
+door de kruinen der wilde palmen.
+</p>
+<p>Sekeletoe toonde zich nog steeds vriendschappelijk gezind. Maar Livingstone had ook
+een prachtig geschenk voor hem uit Loanda medegebracht, een afgelegd uniform van een
+overste, waarin hij nu Zondags in de kerk verscheen; die trok de aandacht van het
+volk veel meer dan de prediker met zijn woorden. De vrijgevigheid van Sekeletoe ging
+zoo ver, dat hij, toen Livingstone nu verder naar de <span class="corr" id="xd33e2126" title="Bron: Westkust">Oostkust</span> wilde trekken aan zijn blanken vriend tien ossen om te slachten, drie van zijn beste
+trekossen en mondvoorraad voor de geheele reis schonk. En dit was nog niet genoeg,
+hij beval, dat honderd van zijn krijgslieden als wacht zouden medetrekken, en zoo
+ver als zijn naam macht had over woud en veld, gaf hij bevel, dat alle jagers en landbouwers
+den blanken man en zijn troep moesten geven, wat dezen noodig hadden. De reizen van
+Livingstone zijn toch daarom vooral merkwaardig, dat hij ze zonder noemenswaardige
+ondersteuningen uit het vaderland, ten uitvoer bracht; als vriend der Afrikanen legde
+hij geheele einden uitsluitend als hun gast af.
+</p>
+<p>Nu werd de richting langs den oever der Zambesi ingeslagen, het was voor hem een volkomen
+onbekend land. In Linjanti had Livingstone reeds gedurende zijn vroegere bezoeken
+gehoord van een geweldigen waterval der Zambesi, en nu zou hij deze Niagara van Afrika
+ontdekken. Hij gaf er den naam Victoria-val aan. Boven den val is de Zambesi 1800
+meter breed en over een drempel van basalt stort deze ontzaglijke stroom 119 meter
+in de diepte, waar de ziedende en borrelende watermassa’s door een dikwijls ternauwernood
+50 meter breede rotskloof worden saamgeperst. Wolken van stof, regen en waterdamp
+zweven voortdurend boven den val, daarom noemen de inboorlingen hem „het rookende
+water.” De beschrijving van den Victoria-val maakte later op de Europeanen een veel
+dieperen indruk dan al de overige ontdekkingen van Livingstone. Dat er in Afrika een
+waterval was, die zich met de <span class="pageNum" id="pb220">[<a href="#pb220">220</a>]</span>Niagara kon meten, ja die aan woeste schoonheid en grootsche kracht zelfs nog overtrof,
+daarvan had men tot nu toe niets vermoed. Tegenwoordig loopt een spoortrein over den
+Victoria-val en ook is er een stad in de nabijheid ontstaan, die den naam van Livingstone
+draagt.
+</p>
+<p>Het oorverdoovend geraas van den Victoria-val stierf in de verte weg achter de reizigers
+en de troep ging verder langs de boschpaden van de grens van den eenen stam naar die
+van een anderen. Met bewonderenswaardige kalmte plaatste Livingstone moed en doodsverachting
+tegenover alle gevaren en lage listen, en met onvermoeiden ijver werkte hij aan zijn
+kaart van Zuid-Afrika, waarvan hij de hoofdlijnen aangaf. In den loop der jaren was
+hij meer onderzoeker dan zendeling geworden. Maar de grondgedachten zijner toekomstdroomen
+waren steeds: het eind van den geografischen ontdekkingsarbeid is slechts het begin
+der werkzaamheid van den zendeling.
+</p>
+<p>In het eerste Portugeesche station aan de Zambesi liet hij zijn Makololo-manschappen
+achter met de belofte, dat hij later terug <span class="corr" id="xd33e2136" title="Niet in bron">zou </span>komen en hen naar hun dorpen zou terugbrengen. Daarna voer hij de Zambesi af, naar
+Quelimana en had hiermede Afrika van kust tot kust doorkruist. Livingstone was de
+eerste wetenschappelijk gevormde Europeaan, die dit ten uitvoer bracht.
+</p>
+<p>Nadat hij zoo vijftien jaren in de binnenlanden van Afrika had doorgebracht, kon hij
+het zich wel veroorloven, ook eens de terugreis naar het vaderland te aanvaarden.
+</p>
+<p>Een Engelsche brik bracht hem naar Mauritius, einde 1856 kwam hij te Engeland aan.
+Met ontzaglijk gejubel werd hij overal ontvangen en nog nooit was een onderzoeker
+zoo geëerd als hij! Van stad tot stad werd hij als een held geëerd en deze populariteit
+gebruikte hij om overal tegen den slavenhandel te prediken, en zijn landslieden er
+van te overtuigen, dat de blanken verantwoordelijk zijn voor de bevrijding der zwarten.
+Afrika dat donker en vergeten onder zijn dravende regengordels had neergelegen, werd
+nu opeens het middelpunt van de aandacht van alle beschaafden.
+</p>
+<p>Wel is waar bleef afkeuring den overwinnaar bij zijn terugkeer niet gespaard. Zooals
+altijd waren er geografen, die beweerden dat zijn ontdekkingen reeds door anderen
+waren gedaan, maar het geschreeuw dezer dwergen tegen den reus <span class="pageNum" id="pb221">[<a href="#pb221">221</a>]</span>verstomde gaandeweg. Het zendingsgenootschap gaf hem ook te verstaan, dat hij voor
+de verbreiding van het Evangelie niet genoeg had gewerkt, dat hij te zeer onderzoeker
+en te weinig zendeling was geweest. Livingstone trad daarom het zendingsgenootschap
+uit en toen hij daarna, na een verblijf van twaalf maanden in het vaderland, met zijn
+vrouw naar Afrika terugkeerde, reisde hij in opdracht van de Engelsche regeering.
+</p>
+<p>Gedurende deze tweede, zes jaren durende reis door het zwarte werelddeel, gelukte
+het hem, onder meer gewichtige ontdekkingen, het Groot Nyassa-meer te vinden, uit
+welks omgeving tot nu toe jaarlijks negentienduizend slaven naar Zanzibar werden gebracht;
+het aantal der ongelukkigen, die op den weg naar de kust bezweken, is mogelijk jaarlijks
+nog veel grooter geweest.
+</p>
+<p>Gedurende dit tweede verblijf in Afrika stierf de vrouw van Livingstone en werd onder
+de zware takken van een apenbroodboom begraven. Ook dit ongeluk brak zijn moed en
+kracht niet en toen hij na zes jaar naar zijn geboorteland terugkeerde, had hij weer
+licht gebracht over een geweldig stuk van de binnenlanden van Afrika.
+</p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch55" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#xd33e3312">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h2 class="main"><span class="divNum">55.</span> DE APOSTEL VAN AFRIKA.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">In het jaar 1866 landde Livingstone opnieuw in Zanzibar en dezen keer in de hoedanigheid
+van Britsch consul van de binnenlanden van Afrika. Hij doorkruiste het land van het
+Nyassa-meer; toen hij zich echter in de booten der inboorlingen naar den westelijken
+oever van het meer wilde laten overzetten, beletten Arabieren hem dit, die hem kenden
+als den gevaarlijksten vijand van den slavenhandel. Hij moest dus te voet het meer
+omgaan, en veroverde voet voor voet voor de wetenschap nieuwe streken, werkte kaarten
+uit, hield aanteekeningen en legde verzamelingen aan. Nog eens naderde hij streken,
+die hij reeds van de vorige reizen kende, waar de vrouwen van de zwarten aan den oever
+der rivier door krokodillen werden weggesleept, waar zijn echtgenoote was gestorven
+en alle zendelingen, die men er op zijn verzoek heen gezonden had, aan koorts waren
+gestorven!
+<span class="pageNum" id="pb222">[<a href="#pb222">222</a>]</span></p>
+<p>Hij had slechts zeven-en-dertig manschappen bij zich; een hunner, Moesa, had hem vroeger
+reeds vergezeld, en velen zijner bedienden waren Indiërs. Maar spoedig bleek het dat
+zijn geleide armzalig gespuis was. Hij moest de Indiërs wegzenden en van de overigen
+kon hij slechts aan weinigen vertrouwen geven. De besten waren Soesi en Tschoema,
+die later in Afrika en Europa beroemd werden om hun voorbeeldigen trouw. Daarentegen
+was Moesa een schurk. Toen hij van een slavenhandelaar vernam, dat het geheele land,
+hetwelk Livingstone wilde doortrekken, door oorlogzuchtige stammen was bewoond, die
+kort geleden een troep van veertig Arabieren overvallen en gedood hadden, overviel
+hem en de meesten zijner makkers zulk een vrees, dat zij op de vlucht gingen. Bij
+zijn komst te Zanzibar vertelde Moesa aan den Engelschen consul, dat Livingstone overvallen
+en gedood en van al zijn bezittingen beroofd was geworden. Hij had zijn verzonnen
+bericht zoo handig bedacht, en zoo goed uit het hoofd geleerd, dat hij zich bij het
+kruisverhoor in geen tegenspraken verwikkelde en overal geloofd werd. De Engelsche
+bladen brachten reeds kolommen vol klaagliederen over den doode. Slechts één vriend
+van Livingstone, die hem op zijn vroegere reizen had vergezeld, en Moesa heel precies
+kende, twijfelde aan de waarheid van het bericht. Hij ging zelf naar Afrika, volgde
+het spoor van den doodgewaande en vernam toen ook spoedig van de inboorlingen, dat
+Livingstone nooit overvallen was, maar zich nu op weg bevond naar het tot nu toe onbekende
+Tangajika-meer.
+</p>
+<p>Deze weg was ver en bezwaarlijk, en berokkende Livingstone groote verliezen. De levensmiddelen
+raakten op, en een gehuurde drager ging er met de reisapotheek vandoor. Dientengevolge
+was Livingstone van alle middelen tegen de koorts beroofd, en zijn gezondheid werd
+ernstig geschokt. Toch bereikte hij de zuidelijke punt van het Tangajika-meer, en
+een jaar later ontdekte hij het Bangweolo-meer. Per boot bezocht hij de in het meer
+liggende eilanden, en wekte groot opzien onder de inboorlingen, die nog nooit een
+blanke hadden gezien.
+</p>
+<p>Rondom het meer strekten zich groote moerassen uit, en Livingstone had de overtuiging
+gekregen, dat men in deze streek de uiterste zuidelijke bron van den Nijl had te zoeken.
+<span class="pageNum" id="pb223">[<a href="#pb223">223</a>]</span>De vraag omtrent de waterscheiding van den Nijl boeide hem zoo sterk, dat hij het
+eene jaar na het andere in Afrika bleef en toch werd het hem niet gegund dit vraagstuk
+op te lossen. Hij heeft nooit gehoord, dat de rivier, die uit het Bangweolo-meer komt,
+niet naar den Nijl stroomt, maar een zijrivier van de Loealaba of de Boven-Congo is.
+</p>
+<p>Aan den oever van het Bangweolo-meer sloegen de meesten zijner geleiders aan het muiten,
+maar hij wist hen in zooverre te kalmeeren, dat zij hem nog verder volgden. Hij reisde
+nu in gezelschap van een vriendschappelijk gezind Arabier, Mohammed genaamd. Bij den
+troep waren nog eenige Arabieren, verscheiden inboorlingen van den oostelijken oever
+van het Tangajika-meer en slaven, die ivoor en proviand droegen. Hoe vaak zag Livingstone
+nu groote scharen slaven voorttrekken, die met een hout, dat als een vork om hun hals
+greep, vooruit geduwd werden, en als zij zich niet verder konden sleepen door hun
+onmenschelijke pijnigers op de plaats werden gedood, opdat zij andere kooplieden niet
+ten goede zouden komen. Eens hoorde hij zulk een troep uit volle borst zingen, en
+toen hij hen naar de reden van hun vroolijkheid vroeg, vertelden zij hem, dat zij
+wraakliederen zongen. Nu werden zij naar de kust gebracht, om zich zelf af te werken
+in slavernij, maar eens zou hun juk worden afgeschud. Dan zouden zij naar hun wouden
+terug keeren en daar de tirannen op hun beurt martelen.
+</p>
+<p>Livingstone werd op deze reis ernstig ziek en moest op een baar worden gedragen. Dikwijls
+lag hij in ijlende koorts en verloor volkomen elk besef van tijd. Als men slechts
+gelukkig het Tangajika-meer bereikte en over het meer het land Oedjidji, aan den oostelijken
+oever, dan kreeg hij weer rust, nieuwe voorraden en brieven uit het geboorteland en
+deze hoop hield hem staande.
+</p>
+<p>Van alles beroofd en rampzalig bereikte hij werkelijk Oedjidji, een der hoofdpunten
+van den Arabischen slavenhandel. Maar de verwachte voorraden waren spoorloos verdwenen
+en van al de brieven, die hij aan den sultan van Zanzibar en naar zijn geboorteland
+had geschreven, is er nooit een aangekomen. De stammen aan den oostelijken kant van
+het meer waren juist met elkaar in strijd. Toch liet Livingstone den moed niet zakken.
+Geen noodlot scheen vreeselijk genoeg om de weerstandskracht <span class="pageNum" id="pb224">[<a href="#pb224">224</a>]</span>van dezen man te breken. Met Soesi en een schaar nieuw aangeworven dragers brak hij
+opnieuw op, om in westelijke richting over het meer te gaan, waar het land Manjema
+zijn doel was. Door het grensgebied hiervan stroomde de Loealaba, en als het hem gelukte
+vast te stellen waar deze geweldige rivier bleef, of zij naar de Middellandsche Zee
+of naar den Atlantischen Oceaan stroomde, dan wilde hij met een gerust geweten naar
+het vaderland terugkeeren. Hij had zich voorgenomen het zwarte werelddeel niet eerder
+te verlaten, voor hij dit vraagstuk zou hebben opgelost, en aan dit besluit heeft
+hij vergeefs zijn leven opgeofferd.
+</p>
+<p>Ook in het Manjemaland waren de zwarten met elkaar in oorlog, aten hun verslagen vijanden
+op, aanbaden afgoden, die zij zelf uit hout sneden, en geloofden aan bezweringen en
+meer dergelijke dwaasheden. „Sterven bij u de menschen ook, of kent gij bezweringen,
+die tegen den dood helpen?” vroegen zij. „Waar blijft den mensch als het leven is
+uitgebluscht?” Livingstone beproefde hun dat alles duidelijk te maken.
+</p>
+<p>Daarna trok hij verder in westelijke richting. De Loealaba liet hem geen rust; de
+inboorlingen der streken, die hij doortrok, zagen hem evenals de andere vreemdelingen,
+voor een slavenhandelaar aan, en ondersteunden hem op geen enkele manier.
+</p>
+<p>Maar welk een sprookjesachtig land trok hij door. Op de heuvels wuifden palmen in
+den wind, en klimplanten, zoo dik als kabeltouw slingerden zich rondom reusachtige
+boomen, op welke krijschende papegaaien van tak tot tak vlogen. Geheele scharen vroolijke
+apen, leefden in het groene bladerendak en de dieren wedijverden met den plantengroei
+in verscheidenheid en rijkdom. Vreemde planten, die insecten en zelfs kleine visschen,
+die in het natte gras omhoogsprongen, naar zich toe trokken en opaten, groeiden aan
+de oevers der rivieren, en voor al zulke natuurverschijnselen had Livingstone een
+steeds open oog.
+</p>
+<p>Doordat de regentijd intrad, kon hij gedurende verscheidene maanden niet verder trekken
+en toen het eindelijk weer zoover kwam, had hij nog slechts drie metgezellen, onder
+wie de twee getrouwen Soesi en Tschoema.
+</p>
+<p>In het donkere kreupelhout van het tropisch bosch reet hij zijn voeten open, hij klauterde
+verder over omgevallen boomstammen en vermolmde takken, door gezwollen rivieren moest
+<span class="pageNum" id="pb225">[<a href="#pb225">225</a>]</span>hij waden, terwijl tusschen de toppen der boomen en in het dichte kreupelhout koortsdampen
+als nauwelijks zichtbare sluiers zweefden. Weer werd hij ziek en moest lang in een
+armelijke hut op een bed van gras blijven liggen, waar hij zijn tijd doorbracht met
+steeds weer zijn reeds geheel stuk gelezen bijbel te bestudeeren en zich door de inboorlingen
+te laten inlichten over hun strijd met menschen en mensch-apen, want ook de gorilla
+huisde daar in het woud.
+</p>
+<p>Zoo verliep het eene jaar na het andere zonder dat ook maar het zwakste geluid van
+het gewoel der wereld tot het oor van Livingstone doordrong, en hij zelf was voor
+de Europeesche wereld verdwenen. Wat hem hier terughield, was nog steeds de Loealaba
+rivier. Stortte ze haar onuitputtelijk water in de groote zee in het Westen of stroomde
+ze langzaam door bosschen, moerassen en woestijnen naar Egypte?
+</p>
+<p>Livingstone had een dochter, Agnes genaamd. Zij leeft nog en in haar gastvrij huis
+te Edinburg zijn nog de dagboeken haars vaders, zijn oude bijbel en zijn instrumenten
+te zien.
+</p>
+<p>Als jong kind had zij aan haar vader geschreven, dat hij zich voor haar niet moest
+haasten met het naar huis keeren, dat het veel beter was, dat hij eerst kalm zijn
+werk voltooide, opdat hij er zelf tevreden over zou kunnen zijn. Zulk een opwekking
+van den kant zijner eigen dochter kon natuurlijk niet anders dan hem in zijn besluit
+versterken, en in een brief uit Manjema schreef hij haar, dat hij aan zijn jonge landgenooten
+ook een voorbeeld van volharding wilde geven. In dezen brief vertelde hij ook hoe
+oud, grijs en tandeloos hij is geworden, dat hij ingevallen wangen en diep weggezonken
+oogen heeft. Een opperhoofd had hem een jongen gorilla geschonken, over dien schrijft
+hij: „Als het dier zit, is het bijna twee voet hoog en hij is de verstandigste, de
+minst dwaze aap, dien ik ooit heb gezien. Hij strekt zijn handen smeekend uit om opgetild
+en rondgedragen te worden en als men weigert, vertrekt hij zijn gezicht als een schreiend
+mensch en wringt de handen precies als een mensch. Soms strekt hij nog een derde hand
+uit om de vraag nog dringender te maken. Hij nam mij dadelijk als vriend aan en als
+iemand hem plaagt, zoekt hij bij mij bescherming: op mijn mat heeft hij een legerstede
+uit gras en bladeren gemaakt en als het tijd is om te gaan slapen, dekt <span class="pageNum" id="pb226">[<a href="#pb226">226</a>]</span>hij zich met de mat toe. Helaas kan ik hem niet mede naar huis nemen, want ik vrees,
+dat hij sterft, voor dat ik op weg naar huis ga. Maar hij ziet er erg verwilderd uit;
+zoolang zijn moeder leefde, die hem goed verzorgde, was zijn lang zwart haar mooi
+en fijn. Maar waartoe zou ik hem meebrengen? Alleen word ik al genoeg aangegaapt—twee
+gorilla’s, hij en ik, zouden zeker niet met rust worden gelaten!”
+</p>
+<p>In Februari 1871 verliet Livingstone Manjema, en begaf zich naar Njangwe, aan den
+oever van de Loealaba, een middelpunt van den slavenhandel. Weer toonden de inboorlingen
+zich vijandig, omdat zij ook hem voor een slavenhandelaar hielden, en tevergeefs beproefde
+hij booten te krijgen om de groote rivier af te varen. Hij bood een der Arabische
+opperhoofden, Doegoembo genaamd, betaling aan, als deze hem zou willen helpen, maar
+terwijl Doegoembo over het aanbod nadacht, werd Livingstone ooggetuige van een voorval,
+dat aan afschuwelijkheid alles overtrof, wat hij nog in Afrika had <span class="corr" id="xd33e2184" title="Bron: bij gewoond">bijgewoond</span>.
+</p>
+<p>Het was een mooie Julidag aan den oever van den Loealaba. Vijftienhonderd zwarten,
+voor het meerendeel vrouwen, waren in een dorp aan den oever, waar een markt gehouden
+werd, samengekomen. Livingstone dwaalde buiten in het vrije veld rond, toen hij op
+eens zag, hoe twee kanonnen op de menigte werden gericht en afgevuurd. De slavenhandelaars
+waren aan het werk! Velen van hen, die overvallen waren, snelden naar de booten, maar
+de bende slavenjagers sneed hen den weg af en stortte een regen van pijlen op hen
+neer, en de booten aan den oever lagen te dicht naast elkaar om inallerijl afgestooten
+te kunnen worden. Het gekerm der gewonden vervulde de lucht, en allen liepen in wanhoop
+door elkaar. Boven den waterspiegel vertoonden zich een menigte zwarte koppen; velen
+der vervolgden beproefden zwemmend een eiland te bereiken, dat anderhalve kilometer
+verwijderd was, maar de stroom was hen tegen. Eenigen verdwenen stil in de diepte,
+anderen stieten luide jammerklachten uit, en strekten de armen ten hemel, voordat
+ze in de donkere kristallen zalen der krokodillen neerdaalden. Drie kano’s, die te
+zwaar beladen waren, zonken, en de geheele bemanning kwam om. Gaandeweg werd het getal
+der boven het water zichtbare hoofden steeds kleiner en slechts enkelen streden nog
+maar om het behoud van hun leven, toen <span class="pageNum" id="pb227">[<a href="#pb227">227</a>]</span>het opperhoofd Doegoembe zich eindelijk ontfermde en de laatste een-en-twintig liet
+redden. Een dappere vrouw weigerde echter zijn hulp aan te nemen, en verkoos den krokodil
+boven de genade van den slavenkoning. De Arabieren zelf schatten de omgekomenen op
+vierhonderd man. De beschrijving van zulke tooneelen, die daarna door de geheele Engelsche
+pers ging, verwekte in Europa zulk een storm van afschuw, dat een commissie benoemd
+en naar Zanzibar werd gezonden, om den slavenhandel aan de plaats zelf te bestudeeren
+en om met den sultan van Zanzibar middelen te beramen tot geheele uitroeiing er van.
+Wij weten met welke uitkomst. Nog ten tijde van Gordon was de slavenhandel in Soedan
+in vollen gang, en er zouden nog tientallen van jaren voorbijgaan, voordat de macht
+der slavenhandelaars gebroken zou zijn. Maar het was voor Livingstone zelf een geluk,
+dat hij zich niet bij het opperhoofd Doegoembe had aangesloten, want de inboorlingen
+vereenigden zich tot verweer<span class="corr" id="xd33e2191" title="Niet in bron">,</span> overvielen den slavenhandelaar en zijn bende en doodden tweehonderd van hun pijnigers.
+</p>
+<p>Maar nu bleef de vraag naar het lot van de Loealaba-rivier onopgelost en Livingstone
+zelf begon te vreezen, dat zijn droom, in de Loealaba de bron van den Nijl voor zich
+te hebben, ongegrond was. Een gerucht drong tot hem door, dat de rivier naar het Westen
+afsloeg; maar nog steeds kon hij de hoop niet opgeven, dat de Loealaba naar het Noorden
+ging en de bron van den Nijl dus onder de zijrivieren van het Bangweolo-meer was te
+zoeken. Ofschoon de moeilijkheden rondom hem als muren omhoog kwamen, werd zijn besluit,
+niet toe te geven, nog sterker. Zonder een sterke, goed uitgeruste karavaan, kon hij
+wel is waar niets bereiken. Daarom moest hij terugkeeren naar Oedjidji, waar zeker
+reeds lang nieuwe voorraden van de kust waren aangekomen. Onder duizend gevaren ondernam
+hij den terugtocht door het in opstand verkeerend land, en half dood van koortsaanvallen
+en van alles ontbloot, bereikte hij in October Oedjidji.
+</p>
+<p>Maar hier wachtte hem een nieuwe teleurstelling! Wel waren de voorraden overgekomen,
+maar de Arabische schurk, die de zaken van Livingstone zou bewaren, had ze verkocht,
+daaronder waren tweeduizend meter stoffen en verschillende zakken kralen, de eenige
+gangbare munt in het verkeer met <span class="pageNum" id="pb228">[<a href="#pb228">228</a>]</span>de zwarten. De Arabier zeide doodbedaard, dat hij gemeend had, dat de zendeling dood
+was!
+</p>
+<p>Hoe Livingstone te moede was in dezen benarden toestand, lezen wij in zijn dagboek;
+hij geleek op den man die naar Jericho reisde en in handen van roovers viel en hij
+scheen vergeefs te moeten wachten op den priester, den Leviet en den barmhartigen
+Samaritaan. Maar vijf dagen na zijn aankomst in Oedjidji schrijft hij in dagboek:
+</p>
+<p>„Toen ik mij nog het diepst terneergeslagen voelde, naderde de barmhartige Samaritaan
+reeds! Op zekeren morgen kwam Soesi haastig aanloopen en riep buiten adem: „Een Engelschman!
+Ik zie hem!” Met deze woorden maakte hij weer rechtsomkeert om den vreemdeling tegemoet
+te snellen.
+</p>
+<p><span class="corr" id="xd33e2202" title="Niet in bron">„</span>Een Amerikaansche vlag aan het hoofd der karavaan gaf te kennen van welk land zij
+waren, die daar naderden. Balen van koopwaren, tenten, kookgereedschap, suiker, badkuipen
+enz. werden meegevoerd, en ik moest onwillekeurig denken: „dat moet een rijk heer
+zijn, niet zoo’n arme drommel als ik ben.”<span class="corr" id="xd33e2204" title="Niet in bron">”</span>
+</p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch56" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#xd33e3322">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h2 class="main"><span class="divNum">56.</span> HOE STANLEY LIVINGSTONE VOND.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Terwijl Livingstone nu voor zijn hut staat, de oogen met de hand beschuttend en de
+Amerikaansche vlag bekijkend, die van den naasten heuvel, wapperend in den wind nadert,
+willen wij hooren wat er intusschen in Europa is gebeurd.
+</p>
+<p>Een jong journalist Henry Morton Stanley genaamd, in dienst van het groote dagblad
+„<span lang="en">The New York Herald</span>” wiens eigenaar de Amerikaansche millionnair Gordon Bennett was, bevond zich in 1869
+in Madrid. Op zekeren morgen wekte zijn bediende hem met een telegram, dat slechts
+de <span class="corr" id="xd33e2218" title="Bron: woordden">woorden</span> bevatte: „Kom voor een gewichtige aangelegenheid naar Parijs, Gordon Bennett.”
+</p>
+<p>Met den eersten trein ging Stanley naar Parijs en haastte zich naar het hotel van
+Bennett. Deze ontving hem met de vraag:
+</p>
+<p>„Waar denkt gij dat Livingstone nu zal zijn?”
+</p>
+<p>„Dat weet ik werkelijk niet,” antwoordde Stanley.
+</p>
+<p>„Gelooft ge dat hij nog leeft?”
+<span class="pageNum" id="pb229">[<a href="#pb229">229</a>]</span></p>
+<p>„Misschien—maar misschien ook niet.”
+</p>
+<p>„Ik geloof dat hij leeft,” zeide Bennett, „en gij moet hem zoeken.”
+</p>
+<p>„Wat,” riep Stanley, „ik moet naar Afrika?”
+</p>
+<p>„Ja, ik zou willen dat gij daarheen ging en Livingstone opzocht. Misschien lijdt de
+oude man gebrek; neem dus alles mee wat hij zou kunnen gebruiken. Handel geheel naar
+eigen goedvinden, maar—vind Livingstone!”
+</p>
+<p>Stanley bracht nog alleen in het midden: „Zulk een reis kost geld.” Maar Bennett antwoordde
+hem: „Laat f&nbsp;12000 van de bank halen, en als gij die hebt uitgegeven neemt gij weer
+f&nbsp;12000 op en zoo verder, zoo lang als het noodig is, maar—vind Livingstone!”
+</p>
+<p>„Goed,” zeide Stanley. „Ik zal met Gods hulp doen wat ik kan.”
+</p>
+<p>En zoo ging het dan naar Afrika. Stanley had van Gordon Bennett nog eenige andere
+opdrachten ontvangen, die hij onderweg ten uitvoer moest brengen. Hij reisde den Nijl
+op, bezocht Jeruzalem, ging naar Trapezund en Teheran en dwars door Perzië naar Boesjir,
+langs denzelfden weg dien de lezers van het eerste deel bekend is, en bereikte pas
+begin Januari 1871 Zanzibar.
+</p>
+<p>Hier maakte hij allereerst grondige voorbereidselen voor de reis naar de binnenlanden.
+Hij had van Afrika slechts Abessinië leeren kennen en was nooit in de binnenlanden
+van het zwarte werelddeel geweest, maar als verstandig en moedig man stelde hij zich
+van al het wetenswaardige op de hoogte en gelijk een speurhond was hij niet van zijn
+plan af te brengen. Hij kocht zooveel stoffen, dat honderd man zich daarmede twee
+jaren lang zouden kunnen kleeden. Kralen, metaaldraad en andere voorwerpen van welke
+de zwarten houden, verder zadels en tenten, geweren en patronen, een boot, geneesmiddelen,
+werktuigen, proviand en ezels. Twee Engelsche zeelieden sloten zich bij de expeditie
+aan, maar beiden stierven in het koortsland. Zwarte dragers werden gehuurd en twintig
+man, die Stanley zijn soldaten noemde, werden van geweren voorzien. De groote bagage
+werd op booten geladen en onder zeil ging het van Zanzibar naar het Afrikaansche vasteland.
+Te Bagamoyo werd de laatste hand aan de uitrusting gelegd, en nu moest er haast gemaakt
+worden om den marsch nog voor den regentijd te kunnen beginnen.
+<span class="pageNum" id="pb230">[<a href="#pb230">230</a>]</span></p>
+<p>In twee afdeelingen, te zamen honderd twee-en-negentig man, trok de groote en rijke
+karavaan naar het Westen. Leider van de laatste afdeeling was Stanley zelf, en toen
+hij, met de Amerikaansche vlag voorop, op weg ging, was geheel Bagamoyo op de been.
+In de diepe schaduwen der mimosahagen marcheerden de soldaten met het geweer op den
+schouder en zongen vroolijke liederen, voor hen lag de wildernis, de binnenlanden
+van Afrika met hun donkere raadselen!
+</p>
+<p>Op tijd bereikte de vroolijk zingende troep de eerste kampplaats. Hier groeide de
+hooge maïs in het rond, en op uitgestrekte velden werd de maniokplant geteeld. Hun
+groote knollen bevatten voor het grootste deel stijfsel, maar ook een giftig, meelachtig
+sap, dat doodt als men de wortels zoo maar opeet. Maar bij juiste behandeling wordt
+het sap gemakkelijk verwijderd, en de fijngewreven wortel geeft dan een meel, waaruit
+een soort brood wordt bereidt. Rondom de nabijgelegen moerassen stonden lage waaierpalmen
+en accacia’s tusschen weelderig gras en onbeweeglijke varens.
+</p>
+<p>Den volgenden dag marcheerde de karavaan onder ebbenhoutboomen en kalabasboomen; uit
+de basten der vruchten maken de inboorlingen vaatwerk, want door uitwendige bewerking
+laat de vrucht zich gedurende haar groei in elken vorm brengen. Faisanten en kwartels,
+moerashoenders en duiven vlogen verschrikt op, toen de lange reeks zwarte mannen zich
+door het hooge gras slingerde. In de waterpoelen, die men over moest trekken, lagen
+nijlpaarden, die in het geheel niet schuw waren en behaaglijk snoven.
+</p>
+<p>Maar lang duurde het gunstige weer niet; toen trokken de voorloopers van den regentijd
+met geplas en gekletter over het land. De twee paarden der karavaan bezweken; verscheiden
+manschappen, wie het in Bagamoyo beter was bevallen, deserteerden, en twaalf dragers
+kregen de koorts. Ondanks dat verhaastte Stanley zijn marsch zooveel mogelijk, hij
+zelf sloeg elken morgen op een blikken kan de reveille. Het ging verder door dichte
+„jungles”. In een klein dal wiegden zich maïsvelden in den wind en zachte koeltjes
+suisden door het suikerriet, dat nat van den regen was. De hangende bananen geleken
+op vergulde komkommers en rechts en links van het pad geurden tamarinden- en mimosaboomen.
+Nu en dan werd in de dorpen, <span class="pageNum" id="pb231">[<a href="#pb231">231</a>]</span>die uit goed gebouwde hutten van gras bestonden, halt gehouden.
+</p>
+<p>Na veertig dagen eindigde de regentijd op den laatsten April. Bosschen van prachtige
+palmyrapalmen omringden nu de reizigers; deze palmen groeien bijna in geheel tropisch
+Afrika, in Indië en op de Soenda-eilanden en ze werden reeds in een oud Indisch lied
+verheerlijkt, omdat hun vrucht, hun bladeren en hun hout, naar men zegt, voor acht
+honderd en één verschillende doeleinden zouden zijn te gebruiken. Daarna werd het
+land heuvelachtig en in het Westen verheft zich de eene bergkam boven den anderen.
+Soldaten en dragers verheugden zich uit het vochtige kustland in droge streken te
+komen, maar voor de ezels werd de weg nu heel moeilijk. Er werd gekampeerd in dorpen,
+wier bijenkorfvormige hutten met bamboes en bast waren gedekt en door leemen muren
+waren omgeven. Eenige einden van den weg waren zoo woest, dat slechts wolfsmelk (euphorbia),
+distels en doornstruiken in den dorren grond voedsel vonden. Bij een klein meer vond
+men verscheiden sporen van buffels, zebra’s<span class="corr" id="xd33e2247" title="Niet in bron">,</span> giraffen, wilde zwijnen en antilopen, die daar kwamen om te drinken.
+</p>
+<p>In een dorp haalde Stanley een groote Arabische karavaan in, met welke hij het gevreesde,
+oorlogzuchtige Oegogoland doortrok.
+</p>
+<p>De twee karavanen telden nu te zamen vierhonderd man, die op de smalle paden, die
+sinds onheugelijke tijden door olifanten en neushoorns in de jungles waren uitgetreden,
+de een achter den ander moesten verder trekken. In een streek hadden de hutten den
+vorm van de tenten der Kirgiezen en in een andere streek verhieven zich midden in
+het bosch rotsen als ruïnen van een slot uit een sprookje.
+</p>
+<p>In Tabora, de hoofdplaats van Oenjamwesi, een der voornaamste nederzettingen in Oost-Afrika,
+haalde Stanley de voorste afdeelingen van de karavaan in, en de Arabieren bewezen
+hem alle mogelijke eer. Zij onthaalden hem op tarwekoeken, kippen en rijst, en schonken
+hem vijf vette ossen, acht schapen en tien geiten. Prachtig bebouwde akkers strekten
+zich in het rond uit, waarop groote kudden met vee graasden, en men zag het de statige,
+goedgebouwde mannen niet aan, dat zij ook slavenhandelaars waren.
+</p>
+<p>Het land Oenjamwesi was juist in oorlog. Mirambo, een machtig opperhoofd in het Noord-Westen
+bedreigde Tabora; de Arabieren verzamelden daarom de Oenjamwesi krijgslieden, om <span class="pageNum" id="pb232">[<a href="#pb232">232</a>]</span>hen voor te zijn, en een leger van tweeduizend tweehonderd man trok ten strijde. Twintig
+Arabieren trokken met vijfhonderd inboorlingen naar het dorp Mirambos en veroverden
+het, maar het opperhoofd ontvluchtte met zijn manschappen. De hutten werden geplunderd;
+met een rijken buit van honderd olifantstanden, zestig balen stof, en tweehonderd
+slaven keerden de krijgslieden naar hun haardsteden terug. Maar hiermede was de oorlog
+nog in het geheel niet ten einde. Mirambo en zijn manschappen overvielen Oenjamwesi,
+doodden alle Arabieren en een menigte inboorlingen en haalden hun eigendom terug.
+Bij deze gelegenheid werden ook vijf mannen van Stanley gedood.
+</p>
+<p>Toen Stanley Tabora verliet, had hij nog slechts vier-en-vijftig man; hij moest daarom
+een omweg naar het Zuiden maken, om de stammen te vermijden, die in oorlog waren.
+Met elken dag nam zijn spanning en zorg toe. Waar was die Livingstone dan toch, over
+wien de geheele wereld sprak?
+</p>
+<p>Was hij reeds lang dood of zwierf hij nog steeds in de wouden van Afrika, zooals nu
+gedurende bijna dertig jaren?
+</p>
+<p>Dikwijls moest Stanley een of soms wel twee balen stof aan een opperhoofd als schatting
+betalen. Een dezer zwarte koningen zond levensmiddelen, voor de karavaan, voldoende
+om vier dagen lang van te kunnen leven en bezocht daarna met een schaar zijner zwarte
+krijgslieden Stanley in zijn tent. Men noodigde hen uit plaats te nemen, een poos
+zaten de zwarten stil, keken den blanken man nieuwsgierig aan, betastten zijn kleeren,
+keken elkaar aan en barstten in schaterend gelach uit. Gaandeweg werden zij zóó vroolijk,
+dat zij met de vingers knipten en zoo heftig aan hun ineengestrengelde wijsvingers
+trokken, dat zij zich bijna de handen ontwrichtten. Daarna mochten zij de geweren
+en de apotheek bekijken. Stanley liet hun een flesch ammoniak zien, en vertelde hun
+dat deze medicijn tegen hoofdpijn en de beten der slangen hielp. De zwarte koning
+klaagde dadelijk over hoofdpijn, maar toen Stanley hem de flesch onder de neus hield,
+viel hij met verwrongen gelaat lang uit op den grond, terwijl zijn krijgslieden het
+uitbrulden van lachen en in de handen klapten.
+</p>
+<p>Voor dezen keer had zijne majesteit genoeg van het sterke geneesmiddel!
+<span class="pageNum" id="pb233">[<a href="#pb233">233</a>]</span></p>
+<p>Toen op een avond, juist onder het eten, Stanley het teeken tot opbreken gaf, kwam
+het tot een muiterij onder zijn dragers. Deze wierpen, nadat zij een half uur hadden
+geloopen hun pakken weg en begonnen in dreigend uitziende groepen met elkaar te fluisteren,
+twee raddraaiers legden zich in hinderlaag en richtten hun geweren op Stanley. Maar
+deze greep dadelijk naar zijn buks en dreigde hen, dat hij hen op de plaats zou neerschieten
+als zij niet onmiddellijk hun geweren neerlegden. Het voorval eindigde zonder bloedvergieten
+en de mannen beloofden opnieuw verder rustig mede naar het Tangajika-meer te trekken,
+zooals het bij de afreis was overeengekomen.
+</p>
+<p>Nu moest de karavaan door een boschrijke streek waar de tsetse-vlieg al het vee doodde
+en de kleine honigvogel bedrijvig tusschen de boomen heen en weer vloog. Deze vogel
+gelijkt op de gewone musch, hij is alleen iets grooter en heeft op elke schouder een
+gele vlek. Door voortdurend heen en weer fladderen in een bepaalde richting, maakt
+hij de inboorlingen opmerkzaam op nesten van wilde bijen. Volgt men hem, vriendelijk
+fluitend, zonder hem door geraas te verschrikken, dan merkt de vogel dat men zijn
+bedoeling begrijpt. Hoe meer men het bijennest nadert, des te korter einden fladdert
+hij heen en terug, en als hij zijn doel heeft bereikt, gaat hij op een nabijgelegen
+tak zitten, om geduldig te wachten op zijn aandeel in den buit. Daarom is de honigvogel
+zeer geliefd bij de inboorlingen en zij volgen hem waarheen hij hen roept.
+</p>
+<p>Vandaar richtte Stanley zich noordelijk naar een rivier, die in het Tangajika-meer
+uitloopt. In kleine, gebrekkige booten ging de karavaan er over, terwijl de ezels
+er overheen moesten zwemmen, waarbij een der dieren de prooi van een krokodil werd.
+</p>
+<p>Daar ontmoette Stanley op zekeren dag een karavaan, die uit Oedjidji kwam, en hoorde,
+dat zich daar een blanke man bevond! „Hoera, dat kan niemand anders dan Livingstone
+zijn!” dacht Stanley. Zijn ijver verder te komen werd nu des te grooter. Door hoogere
+betaling kon hij zijn dragers bewegen langere dagmarschen te maken, en steeds sneller
+ging het nu van land tot land, van het eene opperhoofd naar het andere.
+</p>
+<p>Eens versperde een troep inboorlingen de karavaan den weg, de zwarten riepen Stanley
+toe: „Waarom trekt de blanke man <span class="pageNum" id="pb234">[<a href="#pb234">234</a>]</span>zonder groet of gave het dorp van koning Oekka voorbij? Weet hij niet, dat koning
+Oekka schatting heft voor de toestemming zijn land door te trekken?” Uit een naburig
+dorp naderden vijftig krijgslieden met een aanvoerder van hooge gestalte.
+</p>
+<p>Hij droeg een kersrooden mantel, een hoofdband en aan een halsketting een stuk ivoor.
+Allen waren gewapend met speren, knotsen, bogen en pijlen. Met voorname houding trad
+het zwarte opperhoofd op den aanvoerder der blanken toe en begroette hem vriendelijk:
+„Hoe gaat het u, mijnheer?” En Stanley antwoordde: „Hoe gaat het u zelf, opperhoofd?”
+Stanley ging nu op een baal goed zitten en de zwarten legden hun wapenen neer. Na
+een poosje zeide het opperhoofd: „Ik ben de groote Miouwoe, de eerste man na den koning
+van Oekka. Wil de blanke man geen schatting betalen aan den koning? De blanke man
+is sterker dan wij. Hij heeft geweren, wij slechts bogen en speren. Maar Oekka is
+groot en wij bezitten veel dorpen. De blanke man kan rondzien, alles wat hij ziet,
+behoort aan Oekka. Verlangt de blanke man oorlog of vrede?”
+</p>
+<p>Op deze plechtige toespraak antwoordde Stanley: „Het groote opperhoofd Miouwoe weet,
+dat blanke mannen niet tegen zwarten oorlog voeren. Zij komen niet voor de slaven
+noch voor het ivoor maar om het nieuwe land te zien, de bergen en meren, de menschen
+en de dieren, en tehuis in hun eigen land daarvan te vertellen. De blanken zijn machtig,
+hun kogels reiken verder dan gij kunt zien. Maar ik wil geen oorlog, ik wil de vriend
+zijn van Miouwoe en van alle zwarte mannen.”
+</p>
+<p>Het einde van deze verhandeling was, dat Stanley een groote belasting aan katoen moest
+geven. Het volgend opperhoofd eischte eveneens hooge schatting en slaven meldden,
+dat op de volgende dagreizen vijf verschillende opperhoofden dezelfde aanspraken zouden
+maken. Dat ging te ver! Men kon zich toch maar niet gewoonweg laten plunderen. Daar
+bood de gids aan, om voor twaalf ellen katoen de karavaan bij nacht door het bosch
+te brengen, als men zich dan heel stil hield. En werkelijk bracht hij hen door het
+struikgewas, dat door het maanlicht werd overgoten en de karavaan bereikte zonder
+verder lastig gevallen te worden zijn laatste legerplaats, voor het Tangajika-meer.
+<span class="pageNum" id="pb235">[<a href="#pb235">235</a>]</span></p>
+<p>De tiende November van het jaar 1871 brak aan. Het was een prachtige, zonnige morgen
+en zes uren lang marcheerden Stanley en zijn manschappen naar het Zuid-Westen. Door
+dicht bamboeriet, leidde het pad naar den heuvel, van waar men den zilver-glanzenden
+spiegel van het <span class="corr" id="xd33e2279" title="Bron: Tangajika meer">Tangajika-meer</span> voor zich zag en aan den westelijken oever vertoonden zich blauwe bergen, welker
+nevelige omtrekken in de verte vervaagden. De geheele karavaan slaakte een jubelkreet.
+Van een laatsten landrug kwam het dorp Oedjidji reeds in het zicht, zijn hutten, zijn
+paleizen en zijn groote booten, beneden aan den oever. Stanley tuurde als een valk
+langs den oever. Het gerucht dat een blanke man aan het meer vertoefde, was de laatste
+dagen steeds beslister geworden. Waar was de hut van den gezochte? Was het Livingstone,
+leefde hij nog, of was zijn naam nog maar een sage of een droom?
+</p>
+<p>Nu wordt de vlag gezwaaid. De dorpelingen stroomden de naderenden tegemoet onder oorverdoovend
+geraas; een verwelkoming, een vragen en door elkaar roepen begint. Nog slechts enkele
+honderden schreden tot aan het dorp.—Voorwaarts! Marsch!
+</p>
+<p>Daar roept iemand uit het gedrang: „<i lang="en">Good morning, sir!</i>” Wie kan dat zijn? Een zwarte, in een wit hemd en tulband op het hoofd!
+</p>
+<p>„Wie ter wereld zijt gij?” vraagt Stanley.
+</p>
+<p>„Ik ben Soesi, de bediende van Dr. Livingstone!”
+</p>
+<p>„Dus Dr. Livingstone leeft?”
+</p>
+<p>„Ja, mijnheer!”
+</p>
+<p>„In dit dorp?”
+</p>
+<p>„Ja, mijnheer!”
+</p>
+<p>„Loop dan gauw en haal den doctor!”
+</p>
+<p>En Soesi liep zoo gauw als hij maar kon.
+</p>
+<p>Toen Livingstone het verrassende bericht hoorde, dat een karavaan was aangekomen,
+daalde hij van de veranda van zijn huis op het erf, waar de Arabieren, die in Oedjidji
+woonden, zich ook hadden verzameld. Stanley baande zich een weg door de menigte en
+zag nu voor zich een kleinen man, grijs en bleek met de blauwe muts van een consul,
+waarvan de band, die eens goud was geweest, geheel verbleekt was, een buis met roode
+mouwen en versleten grauwe broek. De eerste <span class="pageNum" id="pb236">[<a href="#pb236">236</a>]</span>ingeving van Stanley was op hem toe te snellen en hem te omarmen, maar met het oog
+op de volksmenigte nam hij zijn hoed af, trad op hem toe en zeide:
+</p>
+<p>„Niet waar, Dr. Livingstone?”
+</p>
+<p>„Ja,” antwoordde deze vriendelijk, terwijl hij even de muts afnam.
+</p>
+<p>„Goddank, doctor, dat het mij vergund is u te ontmoeten.”
+</p>
+<p>Waarop Livingstone antwoordde: „Ook ik dank er God voor, dat ik hier ben om u welkom
+te heeten.”
+</p>
+<p>De twee gingen nu op de veranda zitten, de in het rond staande inboorlingen keken
+hen bewonderend aan. Ik heb Stanley eens in Londen, aan een diner, gevraagd, hoe het
+hem te moede was, toen hij Livingstone in het hartje van Afrika ontmoette; hij antwoordde,
+dat zijn gevoel veel te overweldigend was geweest, om te kunnen beschrijven. Hij had
+den beroemden kluizenaar, die gedurende bijna dertig jaren, de wereld verzakend, onder
+de zwarten had geleefd, steeds weer moeten aankijken en elken rimpel van zijn bleek
+gelaat gadegeslagen, waarin lijden en ernst, de jaren van eenzaamheid en arbeid, ziekte
+en zorg gegrift waren, en steeds weer had hij aan de woorden van Gordon Bennett moeten
+denken: „Het doet er niet toe wat het kost—maar spoor voor mij Livingstone op.”
+</p>
+<p>Nog laat in den avond zaten de twee bij elkaar en spraken samen. De nacht spreidde
+zijn sluier uit over de palmen, en het werd donker over de bergen van waar Stanley
+dien dag was neergedaald. Een doffe branding sloeg ruischend tegen den oever van het
+Tangajika-meer.
+</p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch57" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#xd33e3331">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h2 class="main"><span class="divNum">57.</span> DE LAATSTE REIS VAN LIVINGSTONE.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Vier maanden bleven Stanley en Livingstone bij elkaar. Zij huurden twee groote booten
+en roeiden naar het noordelijk einde van het Tangajika-meer. Want, al verlangde Livingstone
+ook gedurende de laatste zes jaren naar het vaderland en vooral naar zijn kinderen,
+weigerde hij toch terug te keeren, voordat hij wist of de Loealaba tot den Nijl of
+tot den Congo behoorde. Nu stelden de beide onderzoekers vast, dat het meer noordelijk
+geen afvoer had. Maar daarmede was het vraagstuk dat Livingstone <span class="pageNum" id="pb239">[<a href="#pb239">239</a>]</span>zoo zeer in beslag nam, nog volstrekt niet opgelost. Pas twee jaren later gelukte
+het aan den Engelschman Cameron, de Loekoega te ontdekken, die uit het Tangajika-meer
+komt, en in de Loealaba stroomt. En daar hij bovendien nog vaststelde, dat Njangwe,
+aan de Loealaba, honderd en vijftig meter lager ligt dan de Nijl bij zijn uitstrooming
+uit het Albert Niansa-meer, was hiermede bewezen, dat de Loealaba niets met den Nijl
+te maken had en dat de veronderstelling van Livingstone, de uiterste bronnen van den
+Nijl in het Bangweolo-meer te willen vinden, een vergissing was! De Loealaba moest
+dus naar den Atlantischen Oceaan stroomen, en feitelijk is zij niets anders dan de
+bovenloop van den Congo.
+<span class="pageNum" id="pb237">[<a href="#pb237">237</a>]</span>
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure p192width"><img src="images/p192.jpg" alt="Stanley vindt Livingstone." width="720" height="460"><p class="figureHead">Stanley vindt Livingstone.</p>
+</div><p>
+<span class="pageNum" id="pb238">[<a href="#pb238">238</a>]</span>
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure p193width"><img src="images/p193.jpg" alt="De laatste reis van Livingstone." width="720" height="429"><p class="figureHead">De laatste reis van Livingstone.</p>
+</div><p>
+<span class="pageNum" id="pb239a">[<a href="#pb239a">239</a>]</span></p>
+<p>Maar al te gauw was de tijd van Stanley voorbij. Hij moest naar Zanzibar terug, om
+aan de wereld mede te deelen, dat Livingstone nog leefde. Zij begaven zich te zamen
+naar Tabora, waar Livingstone nieuwe voorraden wilde afwachten en Stanley schonk hem
+van zijn overvloed nog veertig balen katoen, kralen en metaaldraad, een boot van zeildoek,
+een waterdichte tent, twee achterladers en andere wapenen—en voorzag hem ook rijkelijk
+van ammunitie, werktuigen en kookgereedschap, voorwerpen die voor Livingstone van
+onschatbare waarde waren, daar hij nog beslist zoo lang in Afrika wilde blijven, totdat
+hij zijn taak had volbracht.
+</p>
+<p>Stanley had bovendien aan Livingstone beloofd in Zanzibar eenige vertrouwde dragers
+te huren en naar Tabora te zenden, waar Livingstone hun komst zou afwachten. Zijn
+dagboeken, brieven en kaarten had Livingstone den vertrekkende overhandigd, wat voor
+Stanley zelf van het grootste gewicht was; want toen hij in Engeland terugkwam, betwijfelde
+men zijn berichten! De dagbladen beproefden hem verdacht te maken, al geloofde het
+groote publiek zijn woorden ook. Later kreeg hij echter voor dit wantrouwen volkomen
+voldoening, en niemand twijfelde er meer aan, dat hij met het vinden van Livingstone
+een schitterende daad had verricht.
+</p>
+<p>Eindelijk kwamen de nieuwe dragers van Livingstone, zeven-en-vijftig man te Tabora
+aan. Zij waren flink en vertrouwbaar en einde Augustus begon Livingstone nu een nieuwe
+<span class="corr" id="xd33e2333" title="Bron: reus">reis</span>, zijn laatste! Nog eens sloeg hij de richting in naar het Tangajika-meer en met Nieuwjaar
+1872 bevond hij zich in <span class="pageNum" id="pb240">[<a href="#pb240">240</a>]</span>de nabijheid van het Bangweolo-meer. De regen stroomde dezen keer als nooit te voren,
+alsof de hemel al zijn sluizen had geopend, en de karavaan kwam hierdoor op den slibberigen
+weg slechts met moeite vooruit.
+</p>
+<p>Tusschenbeide marcheerde men urenlang in het water en de rivieren waren slechts door
+hun golven van de omringende moerassen en het ver in het rond overstroomde land te
+onderscheiden. De inboorlingen waren ook onvriendelijk, weigerden levensmiddelen en
+gaven verkeerde inlichtingen omtrent den weg. Zulk een moeilijke reis had Livingstone
+nog nooit gemaakt!
+</p>
+<p>Zijn plan was het Bangweolo-meer aan de zuidzijde om te trekken en al de rivieren
+na te vorschen, die er in uitloopen. Vooral ook de Loeapoela, die er uitstroomt en
+in de Loealaba uitmondt. Hij wilde dan, het naar het Noorden stroomende water volgen,
+en zich van de richting en het laatste punt overtuigen. Maar welken weg de raadselachtige
+rivier ook naar de een of andere zee mocht inslaan—het af te leggen eind weg was verschrikkelijk
+groot en de dagen van Livingstone waren geteld. Na lang ziek te zijn geweest, werd
+zijn toestand tengevolge van de inspanning der laatste reis ernstiger. Zijn lichaam
+was gesloopt en verzwakt door voortdurende koorts en <span class="corr" id="xd33e2341" title="Bron: onvoldoend">onvoldoende</span> voedsel. Maar nog steeds geloofde hij aan het succes van zijn reis en met onvermoeide
+nauwgezetheid schreef hij zijn waarnemingen neer. De eene maand na de andere sleept
+hij zich voort. Maar zijn krachten waren niet meer voldoende voor zulk een inspanning.
+Den 21sten April schreef hij met bevende hand nog slechts de volgende woorden in zijn
+dagboek:
+</p>
+<p>„Beproefde te rijden, maar ik moest gaan liggen en men droeg mij geheel uitgeput terug
+in het dorp.”
+</p>
+<p>Er werd nu een gemakkelijke draagbaar voor hem gemaakt, en Soesi en Tschoema waren
+steeds in zijn nabijheid. Den volgenden dag werd hij twee uur ver door de moerassige
+grasvlakte gedragen, maar de volgende vier dagen was hij niet meer in staat een regel
+in zijn dagboek neer te schrijven. Slechts op de kaart verbond hij nog een dorp aan
+den zuidelijken oever van het Bangweolo-meer met een ander. Den 27sten April staat
+er:
+<span class="pageNum" id="pb241">[<a href="#pb241">241</a>]</span></p>
+<p>„Met mij is het geheel gedaan en ik blijf hier.—Moet gezond worden!—Heb uitgezonden
+om twee geiten te koopen voor de melk. Wij zijn aan den oever van de Molilamo.”
+</p>
+<p>Met deze woorden—sluit zijn dagboek, dat dertig jaren omvat! Geiten waren echter niet
+te vinden, maar het opperhoofd van de plaats zond andere levensmiddelen als geschenken.
+</p>
+<p>Twee dagen later werd de reis voortgezet en het opperhoofd zond booten om de Molilamo
+over te steken, een beek, die in het meer uitloopt. De zieke werd in een boot getild
+en over de sterk gezwollen beek geroeid. Aan den oever snelde Soesi vooruit om in
+het naburig dorp van het opperhoofd Tschitamba, een hut in te richten. De draagbaar
+volgde langzaam; telkens moest de zieke zijn manschappen verzoeken de baar neer te
+zetten en hem te laten rusten. Hij scheen in een verdooving te zijn gevallen, die
+zijn bedienden schrik aanjoeg. Toen hij eindelijk in het dorp aankwam, hadden de inboorlingen
+zich verzameld en stonden zwijgend, gesteund op hun speren, rondom de baar, waarop
+de blanke man rustte, van wiens daden en roem zij zoo dikwijls hadden gehoord. Een
+hut was ingericht, en tegen den binnenmuur werd van gras en takken een bank aangebracht,
+waarop het bed werd uitgespreid. Voor den ingang werd een vuur ontstoken, waarbij
+de knaap Majvara de wacht hield.
+</p>
+<p>Vroeg in den morgen van 30 April bracht het opperhoofd Tschitambo zijn gast een bezoek,
+maar Livingstone was te zwak om met hem te kunnen spreken. Toen ’s avonds de mannen
+zich ter ruste hadden begeven, werd Soesi te elf uur bij zijn heer geroepen. Uit de
+verte weerklonk luid geschreeuw; Livingstone vroeg aan Soesi of zijn manschappen zulk
+een leven maakten. Toen hij hoorde, dat die sliepen, zeide hij:
+</p>
+<p>„Ik hoor aan de kreten, dat de lieden een buffel uit hun durrhaveld verjagen.”
+</p>
+<p>Na een poosje zeide hij:
+</p>
+<p>„Is dat de Loeapoela?”
+</p>
+<p>„Neen,” antwoordde Soesi, „wij zijn in het dorp van Tschitambo.”
+</p>
+<p>„Hoeveel dagreizen zijn het nog tot de Loeapoela?”
+</p>
+<p>„Ik geloof drie dagen,” antwoordde Soesi.
+</p>
+<p>Na een poosje zuchtte Livingstone diep en zeide:
+<span class="pageNum" id="pb242">[<a href="#pb242">242</a>]</span></p>
+<p>„O, lieve, lieve God!”
+</p>
+<p>Daarna verloor hij het bewustzijn.
+</p>
+<p>Te middernacht riep Majvara Soesi weer bij den zieke, die een poeder wilde innemen.
+Nadat Soesi hem daarmede had geholpen, zeide hij: „Nu kunt gij gaan.”
+</p>
+<p>Te vier uur in den morgen van 1 Mei 1873 riep Majvara den bediende Soesi weer en verzocht
+hem dadelijk te komen. „Ik ben bang, ik weet niet of onze heer nog leeft.” Soesi riep
+Tschoema, en eenige anderen, en zij snelden naar de hut van Livingstone. Deze lag
+geknield naast zijn <span class="corr" id="xd33e2368" title="Bron: beid">bed</span>, het hoofd gebogen op de gevouwen handen. Zoo hadden zij hem dikwijls gezien, verdiept
+in het gebed, en daarom trokken zij zich in eerbiedig zwijgen terug. Maar het was
+er hen vreemd bij te moede, en toen niets zich bewoog, naderden zij zachtjes; Livingstone
+ademde niet meer! Een van de bedienden raakte de wangen van den knielende aan, zij
+waren koud. De apostel van Afrika was dood!
+</p>
+<p>Diep bedroefd legden zijn bedienden hem op zijn bed en gingen daarna naar buiten om
+te beraadslagen.
+</p>
+<p>Juist begonnen de hanen in het dorp te kraaien, en een nieuwe dag brak over Afrika
+aan. Zij gingen de hut van Livingstone weer binnen om zijn bagage te regelen. Allen
+die hem vergezelden, waren er bij tegenwoordig om gezamenlijk de verantwoording te
+dragen. Met bijzondere zorg legden zij de dagboeken en brieven van den dokter, zijn
+bijbel en zijn instrumenten in ijzeren kisten, om ze voor vocht en witte mieren, die
+anders alles vernielen, te beschermen.
+</p>
+<p>Wat nu? Soesi en <span class="corr" id="xd33e2375" title="Bron: Tschiema">Tschoema</span> wisten welk een ontzaglijke taak hen wachtte. Zij kenden den afschuw der inboorlingen
+voor een lijk; de inboorlingen meenen, dat de geesten in het doodenrijk aan niets
+anders denken dan aan wraak en slechtheid. Daarom beproeven zij door bezweringen deze
+geesten te kalmeeren, opdat zij de levenden niet door oorlog, misgewas of ziekte bezoeken.
+Maar Soesi en Tschoema, die gedurende de laatste zeven jaren de voortdurende metgezellen
+van Livingstone waren geweest, voelden hun verantwoordelijkheid ook zeer. Zij onderhandelden
+met de dragers, die Stanley van uit Zanzibar had gezonden. Dezen zeiden: „Gij zijt
+onder reizen en inspanning oud geworden, daarom moet gij onze opperhoofden zijn, en
+wij beloven u te zullen gehoorzamen.”
+<span class="pageNum" id="pb243">[<a href="#pb243">243</a>]</span></p>
+<p>Soesi en Tschoema namen nu het opperbevel op zich over den troep. En zij volvoerden
+een heldendaad, die in de geschiedenis van alle ontdekkingsreizen haar weerga niet
+heeft.
+</p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch58" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#xd33e3341">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h2 class="main"><span class="divNum">58.</span> DE LIJKSTOET VAN EEN HELD.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Vooreerst besloten de geleiders van Livingstone, dat de dood van hun meester een geheim
+zou blijven, want als Tschitambo er achter kwam, was te vreezen, dat hij de karavaan
+een bovenmatige groote schatting zou laten betalen, en daardoor den tocht naar de
+kust onmogelijk zou maken. Bovendien besloten de lieden hun gestorven heer, den geheelen
+weg naar Zanzibar te dragen! Intusschen zou er op eenigen afstand van het dorp een
+hut worden gebouwd, opdat men ongestoord voorbereidselen voor de lange reis zou kunnen
+maken. Tschoema vroeg aan het opperhoofd Tschitambo de toestemming voor den bouw en
+verkreeg die ook dadelijk.
+</p>
+<p>In den loop van den dag verbreidde zich in het dorp het gerucht van den dood van Livingstone
+en Tschitambo kwam zichzelf overtuigen. „Waarom hebt gij mij de waarheid niet gezegd?”
+vroeg hij aan de mannen, „ik weet dat uw meester vannacht is gestorven. Gij waart
+bang het mij te zeggen, maar ik heb ook reizen gemaakt, en ben meer dan eens aan de
+kust geweest. Ik weet, dat gij bij uw bezoek in ons land slechts goede bedoelingen
+hebt gehad, en de dood overvalt vaak reizigers op hun tochten.”
+</p>
+<p>Gerustgesteld door deze woorden, deelden zij aan het opperhoofd mede, dat zij plan
+hadden den doode tot aan Zanzibar te dragen. Dat was onmogelijk verzekerde Tschitambo
+en hij raadde hun dringend aan, Livingstone op de plaats zelf te begraven. Den volgenden
+dag bracht Soesi het opperhoofd een rijk geschenk en later kwam deze aan het hoofd
+van zijn geheelen stam naar de nieuwgebouwde hut. Met een rooden katoenen lap had
+hij zijn schouders versierd en om het lijf droeg hij een rok van zelf geweven linnen,
+die hem tot aan de enkels reikte. Zijn metgezellen droegen bogen, pijlen en speren.
+Nu weerklonken luide klaagliederen rondom de baar, en tromgeroffel weergalmde dof
+in de omgeving. Daarna <span class="pageNum" id="pb244">[<a href="#pb244">244</a>]</span>werd de baar in een hooge en sterke omheining geplaatst, opdat geen wilde dieren aan
+het lijk zouden kunnen komen.
+</p>
+<p>Livingstone was bij zijn dood zoo in elkaar geschrompeld, dat zijn lichaam nog slechts
+uit huid en beenderen bestond. Ingewanden en hart werden er uit genomen en in een
+blikken bus diep in de aarde begraven. Een christen onder de bedienden sprak de gebeden.
+Het lichaam werd met zout opgevuld en veertien dagen aan den zonnegloed blootgesteld,
+om te drogen en de verrotting te ontgaan. Daarna werden de beenen van af de knieën
+naar achteren gebogen en het lijk stevig in katoen genaaid. Een boom ontdeed men van
+den bast, en daarin schoof men het lijk, snoerde het geheel met koorden bijeen en
+bevestigde het pak aan een stang, om het gemakkelijker te kunnen dragen. In een boom
+werd de naam van Livingstone ingesneden en den datum van zijn dood, en de treurende
+bedienden verzochten Tschitambo de struiken rondom den boom te laten neerhouwen, opdat
+hij bij een grasbrand niet in vlammen zou opgaan.
+</p>
+<p>Toen alles gereed was, hieven twee mannen den kostbaren last op hun schouders, de
+anderen namen hun bagage op den rug en zoo begon een tocht, die negen maanden zou
+duren; de eigenaardigste lijkstoet waarvan de geschiedenis vertelt! De weg ging nu
+eens door vriendelijk-, dan weer door vijandig-gezinde stammen, en eens moest de karavaan
+zich een doortocht afdwingen.
+</p>
+<p>Ondanks alle vermomming snelde het gerucht van den dood van den grooten zendeling
+hen overal vooruit, en verbreidde zich door geheel Afrika. In eenige streken vluchtten
+de lieden uit vrees voor den griezeligen lijkstoet; in andere kwamen ze haastig aanloopen
+om deze zonderlinge karavaan te bekijken. De apenbroodboomen strekken hun takken over
+den weg uit, alsof ze een troonhemel wilden vormen boven de terugkeerende overwinnaars,
+en de palmen, de zinnebeelden van den vrede en de opstanding, hielden aan den weg
+trouw de wacht. De eene mijl na de andere trok men, zoo onder het groene loof, naar
+het Oosten.
+</p>
+<p>In Tabora ontmoette de karavaan een Engelsche expeditie, die Livingstone hulp zou
+brengen, en de aangekomenen luisterden nu diep getroffen naar het bericht van de bedienden.
+Maar van het voorstel, den doode in Tabora te begraven, wilden <span class="pageNum" id="pb245">[<a href="#pb245">245</a>]</span>Soesi en Tschoema niets weten. Eenige dagen later stieten de reizigers op ernstigen
+tegenstand; een stam verbood hen, omdat zij het lijk meedroegen, den doortocht. Zij
+hielpen zich met een list. Zij maakten een pak gereed, gelijk aan dat van het lijk
+en gaven voor naar Tabora te willen terugkeeren om hun heer daar te begraven. Eenigen
+trokken nu met het voorgewende pak af, namen het op zekeren nacht uit elkaar, verstopten
+het in dichte doornenstruiken en keerden daarna naar hun makkers terug, die intusschen
+aan het noodlottige pak een ander aanzien hadden gegeven, zoodat het nu op een baal
+goed geleek. Daarmede waren de inboorlingen tevreden en lieten hen nu ongehinderd
+verder trekken.
+</p>
+<p>In Februari 1874 bereikte men Bagamoyo en de doode werd door een kruiser naar Zanzibar
+en van daar uit eindelijk naar Engeland gebracht. In Londen twijfelde men er echter
+aan, of deze doode werkelijk Livingstone was. De eene gebroken, weer slecht aangegroeide
+arm, die voor jaren door den leeuw in Mabotsa zoo was toegetakeld, moest daarom de
+<span class="corr" id="xd33e2400" title="Bron: indentiteit">identiteit</span> van den doode bewijzen. Nu werd Livingstone onder de helden van de Engelsche natie
+in de Westminster Abdij, midden in het hoofdschip der kerk, begraven. Onder de dragers
+van het lijkkleed bevond zich ook Henry M. Stanley. Het graf is gedekt door een zwart
+granieten plaat met de woorden: „Hier rust, door trouwe handen over land en zee gedragen,
+David Livingstone, zendeling, ontdekkingsreiziger en menschenvriend, geboren den 19
+Maart 1813 in Blantyre, gestorven 1 Mei 1873 in het dorp Tschitambos. Dertig jaren
+van zijn leven offerde hij in onvermoeiden arbeid aan de verbreiding van het Evangelie
+onder de inboorlingen, aan de navorsching naar niet ontdekte geheimen en aan de uitroeiïng
+van den verderfelijken slavenhandel in Midden-Afrika.”
+</p>
+<p>Nu nog denken de inboorlingen met dankbare herinnering aan het Witte Hart, aan den
+Helper der menschen, zooals zij Livingstone noemden, en verheugen zich, dat zijn hart
+in Afrika’s aarde, onder den boom in het dorp Tschitambos rust. Livingstone’s droom,
+de bron van den Nijl te vinden en den verderen loop van de Loealaba vast te stellen,
+werd niet vervuld. Maar daardoor is zijn verdienste niet geringer. Hij ontdekte het
+Ngami-, het Nyassa- en andere meren, den Victoria-val <span class="pageNum" id="pb246">[<a href="#pb246">246</a>]</span>en den bovenloop van de Zambesi en heeft van ontzaglijke uitgestrektheden onbekend
+land kaarten geteekend. Het werk der wetenschap en der menschelijkheid heeft sedert
+Livingstone’s leven reusachtige vorderingen in het werelddeel der zwarten gemaakt.
+Maar aan deze vorderingen zou niet te denken zijn geweest, zonder den zelfverloochenenden
+voorarbeid en de bewonderenswaardige volharding van dezen man.
+</p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch59" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#xd33e3350">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h2 class="main"><span class="divNum">59.</span> DOOR HET DONKERE WERELDDEEL.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Succes moedigt aan! Reeds in het najaar van 1874 was Stanley weer in Zanzibar om nog
+eens in het donkere werelddeel zijn geluk te beproeven! Hij rustte een karavaan uit
+met driehonderd dragers, met proviand, kralen, koperdraad, wapenen, opvouwbare booten,
+tenten, werktuigen en al datgene wat men op een reis van verscheidene jaren noodig
+heeft en sloeg de richting in naar het Victoria-Niansa meer. Hij zeilde het geheele
+meer om, bezocht Oeganda en Oedjidji, waar de hut van Livingstone reeds lang met den
+grond was gelijk gemaakt, en zeilde toen nog het Tangajika-meer om.
+</p>
+<p>Twee jaar na zijn vertrek bereikte hij den oever van de Loealaba, waaraan Dr. Livingstone
+zijn leven had gewijd om de raadselen er van op te lossen. Na twee jaren inspannend
+reizen stond nu Stanley op de westelijkste punt, tot waar ooit een Europeaan vanaf
+de Indische kust van Afrika was doorgedrongen en voor hem lag een geheel onbekend
+land, dat op de kaarten van dien tijd slechts door een groote, witte vlek was aangegeven.
+Van alle kanten waren reizigers den rand van dit gebied genaderd, maar niet een was
+verder gedrongen; men wist niet eens waar de Loealaba bleef en vergeefs had Livingstone
+getracht daar inboorlingen en Arabieren uit te vragen. Hier te Njangwe hadden de Arabische
+slavenhandelaars hun westelijkste markt. Groenten, vruchten, graan, visch, vee, metaaldraad,
+bogen, pijlen en speren werden hier verkocht en een ruilhandel met ivoor en slaven
+uit het binnenland gedreven. Maar ofschoon van alle kanten wegen in Njangwe samenliepen
+waren de Arabieren al even weinig van het binnenland op de hoogte.
+<span class="pageNum" id="pb247">[<a href="#pb247">247</a>]</span></p>
+<p>Maar moeielijkheden waren er voor den ijzeren wil van Stanley niet. Zijn besluit stond
+vast in geen geval weer naar het Oosten terug te keeren; hij wilde naar het Westen,
+naar de Atlantische kust doordringen, al kostte het zijn eigen leven; zijn lijfspreuk
+was: „Waag te winnen en te verliezen!” Zoo brak hij dan den 5den November 1876 in
+gezelschap van het machtig en rijk Arabisch opperhoofd Tipoe Tip op en ging in noordelijke
+richting naar een groot woud. De troep van Tipoe Tip bestond uit zevenhonderd mannen,
+vrouwen en kinderen; Stanley had honderd vier-en-vijftig manschappen met geweren,
+revolvers en bijlen gewapend. Dus een groote karavaan, die in lange rijen het oerwoud
+naderde en onder de geweldige boomen verdween. Als zuilen stonden hier de stammen
+naast elkaar. Palmen en rotangs worstelden met de wilde wijnranken om de plaats. Varens
+en riet woekerden op den grond en doornstruiken vormden ondoordringbaar struikgewas.
+Klimplanten kropen tegen de stammen op en hingen als netten van de takken. Uit het
+bladerengewelf druppelde dauw als motregen neer; de lucht was zwaar en zwoel, en verzadigd
+van den geur der planten en van de aarde. Slechts zelden drong een koeltje in de diepte
+van het woud. Hoog boven de toppen der boomen konden stormen woeden, maar daar beneden
+in de schemering van het bosch bewoog zich geen blad. In den lossen, van water doortrokken
+bodem behoefden de wortels zich dus niet zoo diep in te boren om aan boomen en struiken
+kracht en steun te geven; dikwijls lagen de geweldige wortels van oeroude woudreuzen
+bijna geheel bloot.
+</p>
+<p>Met bijlen moest de karavaan zich voetje voor voetje een weg door het tropisch oerwoud,
+door zijn nooit door een zonnestraal getroffen kreupelhout, banen. Mieren, duizendpooten,
+kevers en andere insecten kropen hier in groote volksverhuizingen rond; tusschen de
+wortels der boomen loerde de pythonslang op haar buit. Op de takken der boomen klauterden
+apen en slingerden zich schommelend en met handige sprongen van den eenen boomstam
+op den anderen. Rijen bavianen maakten geraas en brulden en hier en daar hoorde men
+de geluiden van den chimpansee, en ontdekte men tusschen een forschen tak zijn gevlochten
+nest.
+</p>
+<p>Langzaam ging het op den slibberigen bodem en door het struikgewas vooruit. De pakken
+droeg men op het hoofd, om <span class="pageNum" id="pb248">[<a href="#pb248">248</a>]</span>de armen vrij te hebben en takken en jonge boomen op zij te kunnen schuiven. De kleeren
+hingen weldra aan flarden, bij de naakte zwarten moest de huid het ontgelden. Voor
+de dragers van de opvouwbare boot, moest, dikwijls een apart pad met moeite worden
+uitgehouwen. Daarbij steeds dezelfde zwoele, verstikkende broeikaslucht en de diepe,
+drukkende schemering! Men tastte als door een donkere gang; nergens een licht, steeds
+een eeuwige schemering, die door pikzwarte nachten werd afgelost. Evenals de Poolvaarders
+in den langen winternacht, verlangde ieder naar den terugkeer der zon en naar het
+daglicht.
+</p>
+<p>Op eenigen afstand van den oostelijken oever van de Loealaba ging de tocht noordwaarts.
+Stanley klauterde in een boom, die vrij en eenzaam op een heuvel stond. Welk een wondervol
+gezicht hier, over de toppen der boomen van het woud. In het rond een enkele zee van
+bladeren, de door de zon bestraalde oppervlakte der dicht in elkaar gevlochten groene
+kronen der boomen. Hier boven ruischten de bladeren in den wind en de storm veroorzaakte
+geweldige golven over de groene vlakte. Zelfs voor den moed en de volharding van een
+Stanley was dit oerwoud een beproeving van zijn energie. Ziekte, verveling en ongehoorzaamheid
+werd merkbaar in zijn schaar. De groote Tipoe Tip was van oordeel, dat in zulk een
+land verder doordringen onmogelijk was; hij wilde daarom met zijn zwarte bende omkeeren.
+Na veel heen en weer praten liet hij zich eindelijk overhalen nog twintig dagreizen
+verder mede te trekken, en na ontelbaar veel moeite bereikte de karavaan eindelijk
+weer den oever der Loealaba.
+</p>
+<p>Zonder geluid en majestueus gleed de <span class="corr" id="xd33e2425" title="Bron: gewldige">geweldige</span> watermassa den oever langs. Dik en bruin door de verrotte planten wentelde de rivier
+zich naar een land, van welks tallooze negerstammen de Europeanen nog in het geheel
+niets wisten en dat nog nooit door den voet van een blanke was betreden. De olifanten
+in het duistere <span class="corr" id="xd33e2428" title="Bron: woudvoelden">woud voelden</span> zich nog niet verontrust door de Europeesche jagers en het nijlpaard lag nog onbezorgd
+tusschen lotusbladeren en riet. En deze geheimzinnige rivier over welke geleerden
+met elkaar streden, wilde Stanley overwinnen, het koste wat het wilde.
+</p>
+<p>Tenten en omheiningen werden aan den rechteroever opgericht. Ginds aan den linkeroever
+werden hutten zichtbaar <span class="pageNum" id="pb249">[<a href="#pb249">249</a>]</span>van onbekende stammen. Stanley liet zijn boot in elkaar zetten <span class="corr" id="xd33e2435" title="Bron: o mde">om de</span> rivier over te gaan en met de wilden te spreken. Intusschen lag hij peinzend in zijn
+tent. Door deze eeuwige wouden te voet te gaan, was op den duur niet mogelijk. Waarom
+den breeden weg niet gebruiken, dien de Loealaba zelf aanbood! Het woud stond vol
+groeiende booten! Uit deze stammen kon een geheele vloot bruikbare vaartuigen worden
+gehouwen.
+</p>
+<p>Snel besloten liet Stanley zijn karavaan door trommelslag bijeenroepen, om zijn plan
+mede te deelen. Met aarzelende schreden naderden de mannen, Tipoe Tip en de overige
+Arabieren vooraan. Zij verwachtten niets anders dan dat de marsch door het geheele
+bosch voortgezet zou worden. Toen allen bij elkaar waren, zei Stanley:
+</p>
+<p>„Arabieren, mannen uit Oenjamwesi en Zanzibar! Gij ziet deze rivier, die sedert onheuglijke
+tijden stil en onbekend naar de zoute zee stroomt, waar mijn blanke vrienden wonen.”
+En nu zette hij hun zijn plan uiteen, om met een sterke vloot de Loealaba te willen
+afroeien.
+</p>
+<p>Eerst klonk als antwoord een onwillig gemompel, maar Stanley liet zich niet van zijn
+stuk brengen. Hij verzekerde hen rondweg, dat hij dezen tocht zou doen, ook al vergezelde
+hem niemand anders dan Frank Pocock, de eenige overlevende, der drie uit Zanzibar
+medegenomen blanken. Daarna wendde hij zich tot de bootslieden: „Gij, die met <span class="corr" id="xd33e2443" title="Bron: mjj">mij</span> over de groote zeeën zijt gezeild, wilt gij nu mij en mijn blanken broeder in het
+woud laten omkomen?” Reeds kwamen eenigen naar voren en tenslotte verklaarden twee-en-dertig
+man zich bereid mede te gaan. Tipoe Tip en zijn Arabieren verzekerden echter dat zoo’n
+tocht reine krankzinnigheid was, men zou in handen vallen van oorlogzuchtige wilden
+en menscheneters of omkomen in bruisende watervallen. Stanley verzocht aan de Arabieren,
+tenminste door hun gepraat niet hen af te schrikken, die reeds beloofd hadden te zullen
+meegaan.
+</p>
+<p>Juist kwam nu van den linkeroever een boot met twee roeiers en een van Stanley’s tolken
+riep den inboorlingen toe:
+</p>
+<p>„Bezorgt ons booten, opdat wij u ginds kunnen bezoeken.”
+</p>
+<p>„Vult de booten met schelpen en dan kunt gij komen!”
+</p>
+<p>„Gij kunt ieder tien schelpen krijgen,” antwoordde de tolk.
+</p>
+<p>Maar de wilden antwoordden:
+<span class="pageNum" id="pb250">[<a href="#pb250">250</a>]</span></p>
+<p>„Neen, jelui zijn slechte menschen, keert terug, keert terug!” En daarbij hieven zij
+een akelig, vreemd lied aan, en van den anderen oever klonk een onheilspellend „o-hoe,
+<span class="corr" id="xd33e2455" title="Bron: o-hoe hoe">o-hoe-hoe</span>!”
+</p>
+<p>„Ginds schijnt een strijdlustig opperhoofd te wonen,” zeide de tolk van Stanley.
+</p>
+<p>„Onzin,” antwoordde Stanley, „waarom zouden zij strijd met ons zoeken?”
+</p>
+<p>„Het zijn wilden en daarom strijdlustig als de dieren.”
+</p>
+<p>„Ik zal je bewijzen, dat je ongelijk hebt,” antwoordde Stanley, stapte met Tipoe Tip,
+eenige Arabieren en alle tolken in een boot en roeide met snelle slagen naar den anderen
+oever.
+</p>
+<p>Hier krioelde het van zwarte krijgslieden, en een vloot van twintig booten lag aan
+den oever.
+</p>
+<p>Op behoorlijken afstand riep de tolk de wilden toe, dat de blanke man hun land wilde
+zien, men zou niets van hun eigendom aanraken en hen geen kwaad doen. Het antwoord
+was, dat de blanke man den volgenden morgen naar een klein, nabijgelegen eiland moest
+roeien; hun opperhoofd zou daar eveneens met tien krijgslieden heengaan. Zoodra men
+daar broederschap gesloten zou hebben, mochten de vreemdelingen de hutten der zwarten
+bezoeken!
+</p>
+<p>Daar Stanley een overval vreesde, zond hij in den nacht twintig gewapenden naar het
+eiland, die zich in het kreupelhout moesten verbergen. Pocock en tien man roeiden
+den volgenden morgen naar de plaats van samenkomst, terwijl Stanley zelf in de nabijheid
+in zijn boot wachtte. Stanley had het goed voorzien, een geheele zwerm van booten
+der wilden verliet den linkeroever, en toen zij het eiland naderden, hieven de zwarten
+hun oorlogskreet aan: „o-hoe, o-hoe-hoe!” en stormden met gespannen bogen en opgeheven
+speren aan land. Maar daar waren de twintig in hinderlaag liggenden ook op hun post,
+en na een korte schermutseling snelden de wilden hals over kop naar hun booten, om
+zoo gauw als mogelijk naar hun dorpen terug te roeien.
+</p>
+<p>Stanley bracht nu al zijn manschappen naar een beschutte plaats op den linkeroever.
+Den volgenden morgen waren de inboorlingen gevlucht en hun dorpen stonden leeg. Slechts
+twee rijen grijnzende schedels van opgegeten vijanden en gevangenen sierden de dorpsstraten.
+<span class="pageNum" id="pb251">[<a href="#pb251">251</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch60" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#xd33e3359">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h2 class="main"><span class="divNum">60.</span> OORLOGEN MET DE INBOORLINGEN.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Ondanks deze onvriendelijke houding der inboorlingen gaf Stanley het besluit niet
+op met zijn boot de Loealaba af te varen. Met ongeveer dertig man scheepte hij zich
+eindelijk in, terwijl Tipoe Tip en Pocock met de overigen den oever langs zouden trekken.
+</p>
+<p>Het eene dorp na het andere werd aan den oever zichtbaar, maar overal hadden de inboorlingen
+zich teruggetrokken en uit de verte hoorde men hun oorlogskreet: <span class="corr" id="xd33e2477" title="Niet in bron">„</span>O-hoe, o-hoe-hoe!”
+</p>
+<p>Op een eiland tusschen de hoofdrivier en een zijrivier ging Stanley met zijn boot
+aan land om de karavaan af te wachten en ze bij den overtocht over de rivier behulpzaam
+te zijn. Rondom de legerplaats werd een omheining opgericht. Daarna roeide hij een
+eind de zijrivier op, het water was door de donkere boomwortels, die van den oever
+tot aan den bodem reikten, zoo zwart als inkt. Bij zijn terugkomst vond hij het eiland
+door vijandelijke booten omringd; maar zoodra zijn boot naderde, roeiden de wilden
+pijlsnel weg.
+</p>
+<p>Eindelijk kwam Tipoe Tip met zijn troep hijgend aan, en nu kon men verder trekken.
+Stanley bleef nu met zijn boot steeds dicht bij den oever, zoodat de twee afdeelingen
+door een teeken met de trom met elkaar in verbinding konden blijven. Weer waren alle
+dorpen verlaten, maar toch sloegen de inboorlingen de vreemdelingen gade en lagen
+overal in hinderlaag; maar toen op zekeren dag eenige van Stanley’s manschappen in
+twee geroofde booten op verkenning uitgingen, werden zij overvallen en geraakten op
+hun vlucht in draaikolken en stroomversnellingen. Hun booten sloegen om en zij verloren
+vier geweren; maar zij zelf werkten zich op de gekantelde boot en bleven daarop zoolang,
+totdat zij door hun makkers werden gered. Uit het groote dorp Ikondo waren alle inwoners
+gevlucht. Maar tusschen de kooivormige rieten hutten, die zich in twee lange rijen
+uitstrekten, hingen nog de gevulde wijnkruiken aan de palmen, meloenen en bananen
+geurden, en overal stiet men op maniokaanplantingen, aardnoten- en suikerrietvelden.
+In de nabijheid van Ikondo lag een groote boot, maar die was gebarsten en lek; ze
+werd hersteld, in het water gelaten en als hospitaal gebruikt, want pokken en buikloop
+<span class="pageNum" id="pb252">[<a href="#pb252">252</a>]</span>waren in de karavaan uitgebroken en dagelijks moesten twee à drie dooden in de rivier
+worden begraven.
+</p>
+<p>Toen op zekeren dag de kleine vloot langs den oever roeide, slaakte eensklaps een
+man in de ziekenboot een luiden kreet. Een vergiftige pijl was hem in de borst gedrongen
+en op deze eerste volgde een regen van pijlen. Snel werd uit de gevaarlijke streek
+geroeid en gekampeerd op een plaats, waar vroeger markt was gehouden. De gewone haag
+van rijshout werd rondom de tent opgericht, en voor alle zekerheid werden posten in
+het kreupelhout uitgezet.
+</p>
+<p>Het duurde ook niet lang of geweerschoten en geschreeuw werden vernomen. De wachten
+kwamen hals over kop aanloopen en riepen van verre: „Houdt jelui gereed, zij komen!”
+En voordat men er op bedacht was, suisden pijlen en speren tegen de verschansingen
+en de wilden kwamen aanstormen onder het zingen van hun akelige krijgsliederen. Arme
+duivels! Wat hielpen hun pijlen en speren tegen kogels en kruit! Zij werden teruggeslagen,
+maar keerden steeds weer met nieuwe versterking terug. Pas na een strijd van twee
+uur en bij het invallen der duisternis trokken zij terug.
+</p>
+<p>Onder zulke gevechten bereikten Stanley en Tipoe Tip een dicht bebouwde streek aan
+den westelijken oever en ook hier kwamen de inboorlingen hen vijandig tegemoet. Bij
+het eerste treffen werden zij teruggeslagen, roeiden toen echter naar een lang en
+smal eiland, waar zij hun booten aan palen vastbonden, blijkbaar met het plan den
+volgenden dag weer te beginnen.
+</p>
+<p>Maar dat plan zou hen vergald worden. In den pikduisteren nacht, terwijl de regen
+nederkletterde, roeide Stanley naar het eiland, en terwijl zijn boot stil en voorzichtig
+onder den hoogen, met boomen bezetten oever gleed, sneed hij de vaartuigen, zooveel
+hij maar bereiken kon, los en spoedig daarop dreven zes-en-dertig booten de rivier
+af, waar ze door de manschappen van Stanley werden opgevangen. Met deze buitgemaakte
+vloot roeide men met het aanbreken van den dag weer naar de kampplaats terug. De wilden,
+die den kouden nacht in de hutten van gras op het eiland hadden doorgebracht, zullen
+den volgenden morgen wel verbaasd hebben staan kijken, toen zij bijna al hun booten
+misten. Nu roeide de tolk van Stanley naar hen toe, om hun de voorwaarden mede te
+deelen die <span class="pageNum" id="pb253">[<a href="#pb253">253</a>]</span>Stanley hen stelde. Zij hadden den troep van den blanken man trouweloos overvallen,
+vier man gedood en dertien verwond; nu moesten zij levensmiddelen geven en dan zouden
+zij schadeloos gesteld worden voor de geroofde booten. En eindelijk moesten zij beloven
+den vrede te bewaren.
+</p>
+<p>Door deze handige list gelukte het eenige dagen in vrede te leven en dat was dringend
+noodig, want Tipoe Tip had er nu meer dan genoeg van en wilde geen schrede verder
+gaan op deze oorlogzuchtige rivier, maar beslist met zijn manschappen terugkeeren.
+Maar Stanley stond er op, met uitgezochte manschappen, die voor het grootste deel
+vrouwen en kinderen bij zich hadden, in ’t geheel honderd en vijftig zielen, de reis
+te vervolgen.
+</p>
+<p>De buitgemaakte booten werden, twee aan twee, met stangen aan elkaar bevestigd, opdat
+zij niet zouden kenteren: de geheele vloot bestond nu uit drie-en-twintig vaartuigen.
+Er werd voor twintig dagen proviand ingepakt en een der laatste dagen van December,
+toen juist een frisch koeltje de dichte nevelen van elkaar reet, riepen trompet- en
+hoornsignalen tot het vertrek. Stanley commandeerde: „Aan boord!” De zonen van Oenjamwesi
+zongen afscheidsliederen, waarop de naar huis trekkende schaar van Tipoe Tip antwoordde,
+en nu gleed Stanley’s vloot de rivier af, opnieuw onbekende landen en lotgevallen
+tegemoet.
+</p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch61" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#xd33e3368">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h2 class="main"><span class="divNum">61.</span> OVER DE CONGO-VALLEN.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Stanley was er van overtuigd, dat deze geweldige rivier, aan welke hij den naam van
+Livingstone had gegeven, geen andere was dan de Congo, waarvan men de uitmonding reeds
+vierhonderd jaar kende. Maar hij was ook van meening, dat de Loealaba óf zich met
+den Nijl vereenigde, óf in het Noord-Westen in verbinding stond met den Niger. De
+oplossing van dit vraagstuk moest nu door Stanley en zijn geleiders met bloed en tranen
+worden gekocht. Het werd een tocht die in alle tijden beroemd zal blijven en een waardige
+tegenhanger is aan moed, gevaren en avonturen, van de boottochten der Spanjaarden,
+op de door hen ontdekte rivieren van Amerika, den Mississipi en de Amazone-rivier.
+<span class="pageNum" id="pb254">[<a href="#pb254">254</a>]</span></p>
+<p>Den avond van den eersten dag legde de vloot van Stanley aan een oever aan, waar veertien
+dorpen verscholen lagen in een dicht beukenbosch, en voor het eerst na de scheiding
+van Tipoe Tip zou een kamp worden opgeslagen. Maar dezen keer kwamen de inboorlingen
+de vreemdelingen vriendelijk tegemoet. Maar iets verder omlaag weerklonk het woud
+weer van geraas en oorlogstrommels. De tromsignalen plantten zich van dorp tot dorp,
+van oever tot oever verder. Van beide kanten naderden bij troepen de booten der inboorlingen,
+en spoedig was de vloot van Stanley omringd. „Vrede, vrede,” riepen de tolken, maar
+de wilden riepen op bevelenden toon: „Keert terug of oorlog!” Eindelijk kwam het toch
+tot onderhandeling, terwijl het geheele gezelschap, vriend en vijand, stroomafwaarts
+dreef. Nieuwe dorpen werden tusschen de boomen zichtbaar. Maar hier woonden vijanden
+van de aanvallers en nu maakten deze haastig dat ze wegkwamen, voordat het tot een
+strijd was gekomen.
+</p>
+<p>Den volgenden keer liep het samenkomen met de inboorlingen niet zoo gelukkig af. Een
+hagel van speren werd naar de booten van Stanley geslingerd en op de giftige pijlen
+der wilden moesten de Europeanen met nadruk antwoord geven. Daarbij maakten de mannen
+van Stanley een aantal schilden buit, die hen later van veel nut werden.
+</p>
+<p>Bij de volgende kampplaats, dreigden de wilden, de vreemdelingen bij een groot feestmaal,
+dat zij van plan waren aan te richten, als gebraad te gebruiken, en Stanley vond het
+daarom raadzamer verder te trekken en liever aan den oever van een zijrivier te kampeeren.
+Hier was het bosch buitengewoon dicht. Varens en rotangs groeiden tusschen hooge stammen
+en overal wemelde het van insecten, van bruine, gele en zwarte mieren, en de huiveringwekkende
+termieten, die alles wat hen in den weg komt, stuk knagen. Een onafgebroken suizen
+vervulde de lucht door de ontelbaar veel vleugels der insecten, de krekels, sprinkhanen
+en kevers, die in ontzaglijke menigten sprongen, vlogen, op stengels en bladeren rondliepen,
+aten of ijverig werkten.
+</p>
+<p>Hier verschenen voor het eerst vredelievende inboorlingen als bezoekers in het kamp.
+Maar toen de vloot van Stanley verder roeide, weerklonk weer oorlogsgetrommel aan
+den oever. Stanley liet zijn manschappen, ten strijd gereed, midden in de <span class="pageNum" id="pb255">[<a href="#pb255">255</a>]</span>rivier halt houden. Zwermen flinke booten vlogen ijlings als wilde eenden nader, en
+de speren der zwarte krijgers klonken helder tegen de schilden.
+</p>
+<p>De tolk in de voorste boot riep hen toe: „Vrede: Neemt u in acht of we schieten!”
+Deze roep maakte de wilden besluiteloos. Zij trokken zich langzaam onder den overhangenden,
+begroeiden oever terug. Dikwijls gelukte het aan den tolk geheele scharen roeiende
+krijgslieden door het eene woord „vrede” te verlammen; maar anderen beantwoordden
+de vredesboodschap met hoongelach. Onder heftige slagen der roeispanen naderden zij,
+slingerden hun werpsperen naar de vreemdelingen, en hun pijlen floten door de lucht.
+Werden zij met kruit en lood beantwoord, dan keerden zij bloedend naar den oever terug.
+</p>
+<p>Het jaar 1877 was reeds aangevangen, toen een vredelievende stam de reizigers voor
+gevaarlijke watervallen en stroomversnellingen waarschuwde, waarvan zij het razen
+en bruisen weldra zouden hooren. De vloot gleed nu langs den rechteroever en allen
+luisterden of zij de watervallen al naderden. Daar snelden eensklaps acht wilden naar
+den oever en slingerden hun speren naar de bemanning der booten. Eenige dezer speren
+drongen in de zijden er van, andere vlogen er over heen en toen Stanley nu bevel gaf
+stroomafwaarts te roeien, dreunde weer de oorlogstrom en een groot aantal lange booten
+naderden. Het lichaam der inboorlingen was half geel beschilderd, half rood met breede,
+zwarte strepen. Het gezelschap zag er recht griezelig uit. Hun gehuil en hun hoornsignalen
+deden een heftigen strijd verwachten.
+</p>
+<p>Stanley plaatste zijn booten in slagorde en liet langs de borstwering van iedere boot
+de schilden, die vroeger buitgemaakt waren, opstellen ter bescherming van hen die
+niet medevochten. Een boot van vijf-en-twintig meter roeide recht op die van Stanley
+aan, maar werd met een knetterend geweervuur ontvangen. Nu ging Stanley tot den aanval
+over. De boot van den tegenstander kon echter niet snel genoeg wenden, de krijgslieden
+en roeiers sprongen in het water om al zwemmende te ontkomen. Weldra verdwenen de
+overigen ook, en de vaart naar de watervallen kon worden voortgezet.
+</p>
+<p>Nu was het bruisen er van reeds duidelijk te hooren. Maar <span class="pageNum" id="pb256">[<a href="#pb256">256</a>]</span>de inboorlingen dachten deze gelegenheid waar te nemen om de vreemdelingen te vangen
+en stap voor stap moest Stanley nu eens te land, dan weer te water door de scharen
+wilden heendringen. Op de kalme uitgestrektheden water, tusschen de watervallen, kon
+geroeid worden, maar dan weer moest de oever bereikt worden en door het kreupelhout
+een pad worden gehouwen om de booten over land te kunnen trekken. Dikwijls moesten
+de wilden van boom tot boom worden teruggeslagen; eens beproefden zij zelfs de manschappen
+van Stanley in een net te vangen, maar de poging eindigde er mede, dat zij zelf acht
+hunner manschappen verloren. Deze gevangenen waren op het voorhoofd getatoueerd en
+hun voortanden waren spits toeloopend gevijld. Zij waren als alle stammen van deze
+streek menscheneters en het versche vleesch der vreemdelingen zou voor hen een zeer
+welkome buit zijn geweest.
+</p>
+<p>Einde Januari 1877 gleed de vloot van Stanley over den Aequator, en de rivier wendde
+zich nu steeds meer naar het Westen, een bewijs, dat zij niet naar den Nijl kon stroomen.
+Hier werd de zevende en laatste Congo-val gelukkig overwonnen en de lange reeks dezer
+watervallen, die sedert onder den naam Stanley-watervallen bekend zijn, was hiermede
+ontdekt. Twee jaren later deed men den eersten stap tot vestiging van den Belgischen
+Congostaat.
+</p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch62" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#xd33e3377">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h2 class="main"><span class="divNum">62.</span> „BOELA MATARI, DE STEENBREKER”.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Beneden de Congo-vallen verbreedde het bed der rivier zich hier en daar tot drie kilometer,
+zoodat de tegenovergestelde oever ternauwernood nog zichtbaar was en de vloot van
+Stanley tusschen de vele eilanden en labyrinthen van waterwegen verdwaalde. De gevaren
+van de reis bleven dezelfde. Telkens moest uitgekeken worden en steeds werden de vreemdelingen
+door de inboorlingen vervolgd. In de booten vertoonden zich krijgslieden met afzichtelijke
+gezichten en roode en groene papegaaienveeren op het hoofd. Zij droegen armbanden
+van ivoor en het handvat van hun roeispanen was eveneens gesneden uit de tanden van
+olifanten. Aan den boeg van de groote booten woei een bos palmtakken en uit de ivoren
+hoorns riepen schetterende tonen tot den aanval.
+<span class="pageNum" id="pb257">[<a href="#pb257">257</a>]</span></p>
+<p>In een dorp werd een afgodstempel ontdekt; het ronde dak rustte op drie-en-dertig
+olifantstanden. In het midden van den tempel troonde een uit hout gesneden rood geschilderd
+afgodsbeeld met zwarte oogen, haren en baard. De messen, speren en strijdbijlen van
+deze wilden waren buitengewoon handig gesmeed en hun sieraden bestonden uit koperen,
+ijzeren en ivoren ringen. In de vuilnishoopen zag men de overblijfselen van hun afschuwelijke
+maaltijden en rondom de hutten waren schedels van menschen op hooge palen gestoken.
+</p>
+<p>Eindelooze wouden bedekten de oevers en de eilanden. Hier groeit de mangroveboom,
+met zijn vele wortels, de hooge slangvormige rotang, met zijn hangende gevederde bladeren,
+de drakenbloedboom, de gummiboom en vele andere. Gevaar en hinderlaag loerde achter
+elke landtong. Er moest gelet worden op rotsen en stroomingen in het water; op watervallen,
+stroomversnellingen en draaikolken: nijlpaarden en krokodillen waren er in menigte.
+Maar de inboorlingen zelf waren het gevaarlijkst en Stanley en zijn manschappen waren
+door de eeuwige vervolging, waaraan zij gedurende de laatste maanden waren blootgesteld,
+geheel uitgeput.
+</p>
+<p>In het dorp Roeboenga waar de inboorlingen weer eens vriendelijk gezind waren, hoorde
+Stanley voor het eerst, dat deze rivier werkelijk de Congo heette! Hier konden de
+reizigers hun levensmiddelen weer aanvullen en toen de trommen van Roeboenga werden
+geroerd, was het niet om ten strijde op te trekken maar om naar de handelsmarkt op
+te roepen, waar de bewoners der omliggende dorpen visch, slakken, eetbare schelpdieren,
+gedroogd hondevleesch, geiten, bananen, meel en brood te koop aanboden.
+</p>
+<p>Maar vertrouwen kon men deze wilden nooit. Met hun griezelig getatoueerd lichaam,
+hun halsbanden uit tanden van menschen, met hun eigen tanden die zoo spits als die
+van een wolf zijn gevijld, met de lichte gordels van gras om de lenden, speer en boog
+in de handen, maakten zij in het geheel geen vertrouwenwekkenden indruk en ternauwernood
+was men van een oogenschijnlijk vredelievenden oever afgestooten of de zwarten maakten
+zich al weer gereed in de booten te gaan om de vertrekkenden te vervolgen. In deze
+streek waren zij zelfs al met geweren gewapend, die zij van de kust hadden gekregen
+<span class="pageNum" id="pb258">[<a href="#pb258">258</a>]</span>en eens kwam het tusschen de kleine vloot van Stanley en drie-en-dertig booten der
+inboorlingen tot een heftigen strijd met schietwapenen aan beide zijden! In de voorste
+boot stond een jong opperhoofd als aanvoerder, hij had een schoon en waardig voorkomen.
+Hij droeg een hoofdbedekking en een mantel uit geitenvel en om zijn armen, beenen
+en hals lompe ringen van koperdraad. Een kogel trof hem in de dij, kalm bond hij een
+lap om de wond, daarna gaf hij zijn roeiers een teeken naar den oever terug te gaan.
+Nu verloren ook de anderen den moed en volgden de boot van hun aanvoerder.
+</p>
+<p>Zoo ging deze tocht van Stanley onder onophoudelijke gevechten verder naar het Zuiden.
+De groote kromming van den Congo was nu afgelegd, waarbij niet minder dan twee-en-dertig
+slagen geleverd waren. Er volgde weer een moeilijk einde waarop de geweldige rivier,
+in schuimende watervallen en kokende stroomversnellingen, het hoogland, dat zich langs
+Afrika’s westkust uitstrekt, doorbreekt. Aan dezen waterval gaf Stanley den naam van
+Livingstone, want nu zag hij in, dat de rivier toch nooit anders dan Congo zou heeten.
+De Livingstonevallen zouden echter toch den naam van den grooten zendeling voor het
+nageslacht bewaren.
+</p>
+<p>Nieuwe en vele moeilijkheden waren hier te overwinnen. Eens verdronken een half dozijn
+mannen en verscheiden booten gingen verloren: de tocht moest onderbroken worden om
+in het woud nieuwe booten uit te hollen. De verraderlijke rivier trok de boot van
+Pocock op zekeren dag naar een waterval, de arme bemerkte het gevaar pas te laat,
+suisde over den waterval omlaag en verdronk.
+</p>
+<p>De laatste blanke, die Stanley zoo ver door Afrika had vergezeld, was nu ook heen,
+en leeg en verlaten stond zijn tent ’s avonds als de maan helder en spookachtig op
+de schuimende watermassa’s neerzag.
+</p>
+<p>Bij een anderen waterval geraakten de kwartiermeester en de timmerman met een juist
+uitgeholden boom aan het drijven. Zij hadden geen roeispanen bij zich. „Spring in
+het water,” riep de kwartiermeester zijn makker toe, hij kreeg echter tot antwoord:
+„Ik waag het niet, ik kan niet zwemmen!”
+</p>
+<p>„Vaarwel dan, broeder,” riep de andere, sprong in het water en zwom naar het land.
+De eerste suisde den val af, de boot <span class="pageNum" id="pb259">[<a href="#pb259">259</a>]</span>verdween in de schuimende draaikolk, dook weer op, en men kon duidelijk zien, dat
+de man er zich nog aan vastklemde.
+</p>
+<p>Nog eens zoog de draaikolk de boot in en nog eens werd ze boven het water zichtbaar
+met haar last. Toen ze voor den derden keer in de diepte werd getrokken en ze weer
+naar boven kwam, was de man verdwenen!
+</p>
+<p>Eindelijk werd het verder trekken met de booten onmogelijk. Ze moesten opgeofferd
+worden, en de tocht verder over land voortgezet worden. Nu was de schaar van Stanley
+van alles ontbloot, ellendig en uitgehongerd; zij hadden ook bijna niets meer om de
+schatting te betalen, die de zwarte stamhoofden voor den doortocht eischten. Eens
+zeide zulk een zwarte koning, dat hij met een flesch cognac tevreden was. Cognac,
+als men drie jaar in Afrika heeft rondgezworven! Daar kwam de kwartiermeester naar
+voren en hoorde wat de zwarte majesteit eischte. „Cognac,” riep hij, „daar hebt gij
+cognac!” En daarbij gaf hij den zwarte zulk een muilpeer, dat hij languit neerviel
+en het geheele hof de vlucht nam!
+</p>
+<p>Eindelijk was men nog slechts twee dagreizen van Boma, aan de monding van den Congo,
+verwijderd. Daar waren handelsfactorijen en Europeanen! Daarheen schreef Stanley en
+spoedig kreeg hij alles wat hij voor het levensonderhoud noodig had. Toen hij dan
+eindelijk Boma bereikte, kon hij zich en zijn getrouwen eenigen tijd rust gunnen!
+Daarna ging de reis per schip Afrika om, naar Zanzibar, waar Stanley zijn mannen weer
+afleverde.
+</p>
+<p>In zijn vaderland werd hij overal met gejubel ontvangen. Sedert een duizendtal jaren
+waren de Arabieren steeds meer de binnenlanden van Afrika ingedrongen, maar den loop
+van den Congo kenden zij nog niet! Vergeefs hadden sinds eeuwen Europeesche vorschers
+getracht licht in deze duisternis te brengen; de inboorlingen wisten niet eens waar
+ten slotte de Loealaba bleef. Stanley had op eens de witte vlek op de kaart van Afrika
+gevuld. Hij had voor de Europeanen de binnenlanden ontsloten en was hen als pionier
+vooruitgegaan. Zelfs de wilden werden geïmponeerd door zijn onbuigzamen moed en zijn
+ijzeren volharding en zij noemden hem „Boela Matari” den „Steenbreker.”
+</p>
+<p>Andere vorschers volgden en volgen nog heden de voetstappen van Stanley. Nu gaat een
+spoorlijn langs de Congo-vallen, <span class="pageNum" id="pb260">[<a href="#pb260">260</a>]</span>en op de rivier varen verscheiden stoombooten. Stanley zelf was tegenwoordig toen
+de eerste stations werden aangelegd, en zijn naam is sedert dezen Congotocht voor
+altijd met de geschiedenis van Afrika verbonden.
+</p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch63" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#xd33e3386">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h2 class="main"><span class="divNum">63.</span> DE LAATSTE GOUVERNEUR VAN GORDON.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Chartoem was in Januari 1885 gevallen. Gordon dood, Slatin pacha gevangen en de opvolger
+van den zegevierenden Mahdi, Kalifa Abdullahi had geheel Soedan te vuur en te zwaard
+aan zijn heerschappij onderworpen. Alleen het zuidelijkst deel van het voormalig Egyptische
+rijk, de Aequator-provincie, die zich Nijlopwaarts tot aan het hart van Afrika uitstrekt,
+had nog steeds hardnekkig weerstand geboden aan den stormloop der derwischen.
+</p>
+<p>De gouverneur van deze provincie, een Duitscher, Eduard Schnitzer, Emin pacha genaamd,
+was als vijf-en-twintig jarig arts en natuuronderzoeker in Turkschen dienst getreden
+en had zich na tien veel bewogen levensjaren ter beschikking gesteld van den gouverneur
+van Egyptisch Soedan, van Gordon te Chartoem. Gordon had reeds na korten tijd de uitnemende
+hoedanigheid van den Duitschen arts erkend, en hem in Maart 1878 tot gouverneur van
+de Aequator-provincie benoemd. In zijn uiterlijk meer het oerbeeld van een slechts
+voor de wetenschap levend professor, zooals de geestigheid van het volk hem graag
+teekent wist Emin pacha, door beminnelijke zorg, diplomatieke handigheid en onwankelbare
+kalmte het volle vertrouwen zijner onderdanen te winnen. Den slavenhandel wist hij
+krachtig te beperken, de her- en derwaarts gedreven inboorlingen opnieuw aan vaste
+woonplaatsen te binden en door het aanleggen van wegen zijn gebied te ontsluiten voor
+handel en verkeer: de bebouwing zijner provincie nam zoo toe, dat de Egyptische regeering,
+nadat hij vijf jaar het bestuur in handen had gehad, aanzienlijke oogsten kon binnenhalen.
+Naast dit veelzijdig werk aan zijn bestuur verbonden, verrijkte Emin op talrijke reizen
+de wetenschappelijke kennis omtrent de binnenlanden van Afrika door grondige onderzoekingen
+en hij zond de resultaten <span class="pageNum" id="pb261">[<a href="#pb261">261</a>]</span>van zijn lievelingsstudie, groote botanische en zoölogische verzamelingen, naar Europa.
+</p>
+<p>Daar brak de opstand van Soedan uit tegen de Egyptische heerschappij en 14 April 1883
+ging de laatste stoomboot van Lado, de residentie van Emin, den Nijl af naar Chartoem.
+</p>
+<p>Hiermede was de gouverneur met zijn manschappen geheel van Egypte en Europa afgesneden.
+</p>
+<p>Ondanks dapper verweer, moest hij steeds meer Nijlopwaarts terugtrekken voor de uit
+het Noorden voortdringende horden der Mahdisten; in het Zuiden was hij de rijken van
+zwarte, oorlogzuchtige koningen ingedreven, die er slechts op wachtten de hoofden
+van den blanken pacha en zijn Egyptische soldaten als <span class="corr" id="xd33e2562" title="Bron: overwinnigs-trofeeën">overwinnings-trofeeën</span> rondom hun hutten op staken te plaatsen, of met het vleesch der verslagenen hun kookpannen
+te vullen. Vele naburige negerstammen sloten zich bij de Mahdisten aan, en het godsdienstig
+fanatisme wekte oproer en verraad, zelfs in Emin’s naaste omgeving. Hoe lang kon de
+Duitsche geleerde, door zijn Egyptische regeering in den steek gelaten, zich op dezen
+verwijderden post met een handjevol soldaten nog staande houden?
+</p>
+<p>Deze vraag hield gedurende de volgende drie jaren de geheele beschaafde wereld bezig!
+Reeds had een Duitsche hulpexpeditie, die onder leiding van den Afrika-reiziger, Gustaaf
+Adolf Fischer, vanaf de westkust voort was getrokken, bij het Victoria-Niansa-meer
+moeten terugkeeren zonder iets van Emin pacha te hebben vernomen. Wie zou het nu wagen
+den laatsten der gouverneurs van Gordon, voor hetzelfde lot van den verdediger van
+Chartoem te redden?
+</p>
+<p>Daar richtten eenige ondernemende Engelschen het oog weer op Stanley. Indien hij eens
+Livingstone had gevonden, zoo zou hij ook nu van de oost- of de westkust tot Emin
+pacha doordringen en den gouverneur en zijn getrouwen uit de, door Egypte opgegeven,
+provincie naar Zanzibar geleiden.
+</p>
+<p>Stanley was juist op een reis in Amerika om voordrachten te houden, toen hij telegrafisch
+het bericht kreeg, dat het comité dat zich ten doel stelde Emin pacha hulp te verleenen
+in verbinding met de Egyptische regeering de noodige middelen voor een expeditie bijeen
+had gebracht.
+</p>
+<p>Tot wanhoop zijner agenten onderbrak hij dadelijk zijn reis <span class="pageNum" id="pb262">[<a href="#pb262">262</a>]</span>en 24 December 1886 was hij in Londen. Dadelijk begon hij met zijn voorbereidingen
+en wel met zulk een energie, dat hij reeds vier weken later naar Egypte kon vertrekken.
+Den 22sten Februari 1887 was hij reeds in Zanzibar, om hier de geschikte troepen te
+werven en dan per schip rondom Zuid-Afrika naar de monding van den Congo te varen.
+Het ongeluk der Duitsche expeditie had bewezen, dat men slechts met een klein Europeesch
+leger, vanaf de Oostkust, den doortocht zou hebben kunnen wagen door de stammen van
+de binnenlanden van Afrika, en de gewone neiging der dragers uit Zanzibar, om na verkregen
+voorschot naar hun naburig geboorteland te deserteeren, zou een expeditie vanaf de
+oostkust roekeloos op niets hebben doen uitloopen. Daarom wilde Stanley, met behulp
+van den Congo, Afrika voor den tweeden keer doorkruisen en langs dezen weg tot aan
+het Albert-meer doordringen, in de nabijheid waarvan de verdwenen gouverneur, als
+hij nog leefde, zich moest ophouden.
+</p>
+<p>De Congolijn leidde echter door een gebied, dat het machtig Arabisch opperhoofd Tipoe
+Tip als zijn eigendom beschouwde<span class="corr" id="xd33e2574" title="Bron: ,">.</span> De sluwe slaven- en ivoorhandelaar was, sedert hij Stanley op zijn eerste doorkruising
+van Afrika, in 1876 zoo trouweloos in den steek had gelaten, het spoor van den Europeeschen
+ontdekker gevolgd en de eerste vruchten van dat pionierswerk waren hem in den schoot
+gevallen. Onmetelijke gebieden van menschen en olifanten, schenen slechts ontdekt,
+om zijn rijkdom aan slaven en ivoor, met millioenen te doen toenemen! In enkele jaren
+had hij zich opgewerkt tot dwingeland van het Congo-bekken, en aan den oever van de
+rivier vele Arabische nederzettingen gevestigd, van waar uit zijn duizenden krijgslieden
+die aan het woeste leven van den <span class="corr" id="xd33e2577" title="Bron: Aaquator">Aequator</span> gewoon waren, begeerig naar buit, rondtrokken en door moord, roof en verwoesting
+voor de toekomstige beschaving van het donkere werelddeel ontzetting verbreidende
+herauten werden. Indien Tipoe Tip de nieuwe expeditie moeielijkheden in den weg lei,
+dan zou zij onuitvoerbaar zijn, en als de groote voorraad aan ammunitie, die Stanley
+voor Emin pacha meevoerde in handen van het opperhoofd viel, dan zou de jonge opbloeiende
+Congo-staat aan welks vestiging Stanley verscheidene jaren van zijn leven had gewijd,
+bedenkelijk in gevaar gebracht worden. <span class="pageNum" id="pb263">[<a href="#pb263">263</a>]</span>Bovendien had Stanley bij de geringe weerstandskracht van zijn geleiders uit Zanzibar
+dragers noodig om tot Emin te kunnen komen.
+</p>
+<p>Stanley ontmoette het Arabisch opperhoofd reeds in Zanzibar en deze nam op zich, om
+tegen hooge betaling, zeshonderd dragers te verschaffen voor het eind dat van de Stanley-vallen
+naar het Albert-meer afgelegd moest worden. Als belooning voor zijn goeden wil zorgde
+Stanley er voor, dat Tipoe Tip tot gouverneur over de Stanley-vallen werd benoemd,
+met het traktement van een officier; hij moest daarvoor het in 1883 gevestigd station
+Stanley-val, dat om zijn roofzuchtige scharen was opgegeven, verdedigen tegen zijn
+eigen lieden en de naburige inboorlingen, en den slavenhandel daar onderdrukken. Bovendien
+kreeg Tipoe Tip met zes-en-negentig van zijn metgezellen vrije vaart rondom Afrika
+en den Congo op. Den 25sten Februari 1887 stoomde de geheele expeditie, op de stoomboot
+„Madoera” van Zanzibar uit.
+</p>
+<p>In het gezicht van Kaapstad, waarvan de groei en het bedrijvig leven op den Arabier
+grooten indruk maakte, zeide deze tegen zijn Engelsche bondgenooten, dat hij tot nu
+toe alle blanken voor dwazen had gehouden.
+</p>
+<p>„En wat denkt gij nu van hen?” vroeg Stanley.
+</p>
+<p>„Ik geloof, dat er iets in hen steekt,” antwoordde Tipoe Tip, „en zij zijn nog ondernemender
+dan de Arabieren. Ik heb met mijn vrienden deze stad, haar groote schepen en havendammen
+bekeken, en wij zijn tot de overtuiging gekomen, dat alles zooveel beter is dan in
+<span class="corr" id="xd33e2588" title="Bron: Zanziber">Zanzibar</span>, en ik heb mij verbaasd, waarom wij het niet even goed kunnen als de blanken. Ik
+begin te gelooven, dat zij heel schrander moeten zijn.”
+</p>
+<p>„Indien gij dat ontdekt hebt, Tipoe Tip, dan zijt gij op den goeden weg meer te ontdekken.
+Jammer dat gij nooit een bezoek aan Engeland hebt gebracht. Wees op deze lange reis
+trouw aan ons, dan zal ik er u heen brengen en gij zult meer zien dan gij u kunt voorstellen!”
+</p>
+<p>„Inschallah! Als het de wil van Allah is, zullen wij er samen heengaan.”
+</p>
+<p>Indien deze bewonderende stemming van Tipoe Tip bleef, dan zou hij de expeditie van
+onschatbaar veel nut zijn. Maar wie kon peilen, wat voor plannen en aanslagen achter
+het breede voorhoofd van dezen bruinen diplomaat schuilden!
+<span class="pageNum" id="pb264">[<a href="#pb264">264</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch64" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#xd33e3395">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h2 class="main"><span class="divNum">64.</span> HONDERD ZESTIG DAGEN IN HET OER-WOUD.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Den 18den Maart liep de stoomboot „Madoera” de monding van den Congo binnen. Maar
+reeds gedurende het eerste eind van Matadi tot aan Stanley-Pool leed de karavaan door
+desertie en ziekte groote verliezen, en bagage, proviand en ammunitie smolten tot
+bijna op de helft in. Daarbij veroorzaakte het verkregen van nieuwe voedingsmiddelen
+zeer onverwachte moeilijkheden, en daarom moesten in geforceerde marschen vruchtbare
+streken bereikt worden. Van Stanley-Pool zou het per schip verder gaan, maar de bestuurder
+van het Zendingsstation was slechts na langdurige onderhandeling bereid, zijn schepen
+aan de expeditie ter beschikking te stellen, voor de vaart den Congo op tot aan Jamboeja,
+aan de zijrivier Aroewimi.
+</p>
+<p>Den eersten Mei begon de eentonige vaart. Dag aan dag hetzelfde tooneel: boschrijk
+land, miriaden met bosch bedekte eilanden, en breede kanalen met doodsch, stil water,
+die in den strakken glans der zon op stroomen van kwikzilver geleken. Maar de inboorlingen
+leverden tamelijk bereidwillig levensmiddelen en de gezondheid der expeditie bleef
+in het begin uitstekend. Maar in Leopoldville moest reeds een deel der bagage achter
+worden gelaten en in Bolobo bleef zelfs een deel der expeditie liggen: honderd en
+vijf-en-twintig man, die reeds te uitgeput en ziek waren. Te Jamboeja, waar de zendingsschepen
+terugkeerden en ook Tipoe Tip zijns weegs ging, moest Stanley weer een keuze onder
+zijn manschappen doen. En daar in het Oosten wachtte Emin pacha hevig door de Mahdisten
+in het nauw gebracht op hulp! Voorwaarts dus, het koste wat het wilde! Een voorhoede
+van gezonden en sterken baant den weg naar het Albert-meer; wie niet mede kan, blijft
+bij de achterhoede onder majoor Barttelot in Jamboeja. Hun taak is bagage en manschappen
+uit Leopoldville en Bolobo te halen, en dan ondersteund door de door Tipoe Tip beloofde
+dragers of in het ergste geval alleen, de voetsporen van Stanley te volgen om zich
+na eenige maanden weer met hem te vereenigen.
+</p>
+<p>De achterhoede betrok een bestaande kampplaats te Jamboeja, <span class="pageNum" id="pb265">[<a href="#pb265">265</a>]</span>want het verlies der achtergebleven manschappen en hun voor het grootste deel voor
+Emin pacha bestemde bagage, zou een onherstelbaar verlies voor de voorhoede wezen;
+men moest dus voorzichtig zijn tegenover de inboorlingen en eveneens tegenover Tipoe
+Tip, voor het geval deze de voorkeur er aan mocht geven, inplaats zijn loon te verdienen,
+zich de schatten der expeditie kortweg toe te eigenen.
+</p>
+<p>Den 28sten Juni begon nu de marsch der voorhoede van drie honderd negen-en-tachtig
+man in de richting van het Albert-meer door een geheel onbekend gebied en door vreemde
+stammen van inboorlingen. Weer nam een ontzaglijk oerwoud de karavaan op en gedurende
+honderd en zestig dagen moest zij zich onder ontzaglijke moeite met mes en bijl een
+pad banen, door kreupelhout en struikgewas, zonder in al dien tijd, ook maar een stuk
+grasland, zoo groot als de vloer eener kamer te hebben gezien! De marsch ging langs
+den oever van de Aroewini, en af en toe kwam men in de meegebrachte boot of in van
+de inboorlingen geroofde kano’s op einden, die vrij waren van watervallen, sneller
+vooruit. Maar bijna nog gevaarlijker dan de inboorlingen, waren de aanvallen der zwermen
+wespen, wier nesten vastkleefden aan de over het water hangende takken; vooral de
+naakte dragers wisten zich ternauwernood tegen hen te verweren. Regen, vereenigd met
+stormachtige onweersbuien, bemoeilijkten den marsch zeer, en meestal moest de karavaan
+zich tevreden stellen met de meest schrale voedingsmiddelen, die zij langs den weg
+vonden. Want de inboorlingen aan de dichtbevolkte oevers gedroegen zich, met enkele
+uitzonderingen, vijandig of verlangden buitensporige prijzen voor een paar bananen
+en maïskolven, want dikwijls leden zij ook zelf honger en leefden zij van paddestoelen,
+wortelen, visschen, slakken of rupsen, een menu, dat zij in het gunstigste geval door
+eenige porties menschenvleesch van verslagen vijanden verbeterden.
+</p>
+<p>Daarbij toonden velen van Stanley’s manschappen zich zoo weerbarstig en lui, dat zij
+liever zouden zijn verhongerd, dan met eigen hand de boven hun hoofd hangende bananen
+af te snijden. De mannen uit Zanzibar toonden zich zeer onverschillig omtrent het
+verlies van hun bagage, hetgeen noodlottig dreigde te worden voor het lot der geheele
+karavaan, die in <span class="pageNum" id="pb266">[<a href="#pb266">266</a>]</span>het oerwoud als begraven was. Op het water waren zij geheel onbruikbaar en aan den
+oever tegenover de hen omringende gevaren van dezelfde stompzinnige onverschilligheid.
+Ondanks dagelijksche, ja elk uur, gegeven waarschuwingen zwierven zij zorgeloos in
+het bosch rond en werden dan dikwijls door de vergiftige pijlen en speren der inboorlingen
+in den rug doorboord. Indien een moedige wilde hen brutaal tegemoet trad, dan wierpen
+zij het liefst het geweer weg om te vluchten of zij verhandelden hun wapenen tegen
+een paar maïskolven; daardoor werden de inboorlingen steeds brutaler en weldra moest
+elke schrede in hardnekkig gevecht met de wilden veroverd worden. De veerkracht hunner
+bogen was zoo groot, dat de pijlen op korten afstand een lichaam geheel doorboorden,
+en het gift, waarmede de punten waren bestreken, veroorzaakte na voorafgegane krampaanvallen
+bij de meeste verwondingen, onder groote smarten den dood.
+</p>
+<p>Bovendien ontmoette de karavaan nu roofzuchtige Arabieren en deze ontmoeting demoraliseerde
+de troepen van Stanley nog meer dan ziekte en honger het tot nu toe hadden gedaan.
+</p>
+<p>De desertie nam toe, proviand, ammunitie en ruilwaren werden bij massa’s gestolen
+en aan de Arabieren verkocht. Vele zieken bemoeielijkten den marsch, vooral als de
+booten op het land getrokken en voorbij watervallen gesleept moesten worden. De desertiekoorts
+stak zelfs een der laatste ezels aan, ook hij ging op zekeren dag aan den haal.
+</p>
+<p>Intusschen was het nog een geluk voor de geheel uitgeputte en ingesmolten karavaan,
+dat zij den 16den September in de nederzetting van het Arabisch opperhoofd Oegarrowa
+aankwam, een voorpost der slavenhandelaars, waar men Stanley vriendelijk ontving.
+Hij gaf daarom zijn zieken aan de Arabieren ter verpleging; zij zouden, tegen betaling,
+zoo lang in de nederzetting van Oegarrowa blijven, totdat de achterhoede van majoor
+Barttelot hen zou bereiken. Door desertie en dood had de voorhoede tot nu toe twee-en-zestig
+man verloren, en het hoopje van hen, die zich nu gereed maakten verder te trekken,
+was zeer verminderd.
+</p>
+<p>De aanwezigheid der slaven- en ivoorjagers had bovendien de inboorlingen in het rond
+verdreven. Zij hielden zich verborgen in ontoegankelijke kreupelbosschen en levensmiddelen
+<span class="pageNum" id="pb267">[<a href="#pb267">267</a>]</span>waren maar zelden te krijgen. De woeste strooming der rivier maakte het onmogelijk
+de vaartuigen te gebruiken en spoedig waren de dragers zoo verzwakt, dat zij nog slechts
+op handen en voeten kropen. Weer moest een troep zieken en uitgeputten achtergelaten
+worden, en niettegenstaande de buitengewone volharding van Stanley begon deze nu te
+twijfelen aan de redding der expeditie! Evenals de wilden leefde men van woudbananen,
+kevers, rupsen, slakken en witte mieren, en een ezel werd zoo grondig verorberd door
+de half uitgehongerden dat niets dan het vergoten bloed en de haren overbleven. Op
+de rustplaatsen zaten de lieden dof voor zich heen te staren of spraken met elkaar
+over het bange voorgevoel dat zij omtrent het hun te wachten lot hadden.
+</p>
+<p>„Weet gij dat die en die dood is; dat die verloren is en een derde misschien vannacht
+te gronde gaat? De overigen zullen morgen omkomen.” En na het gesprek riep de trompet
+weer allen op hun post om verder te marcheeren en verder te strijden.
+</p>
+<p>Daar stiet men eindelijk den 18den October weer op de herkenningsteekenen der Arabieren
+en vond in hun nederzetting Ipoto opname en redding. Maar deze vriendelijkheid der
+Arabieren was gevaarlijker, dan wanneer zij de expeditie met de wapenen in de hand
+tegemoet waren getreden.
+</p>
+<p>Tegen levensmiddelen verkochten de mannen uit Zanzibar, wapenen en bagage en vanaf
+Stanley tot aan den laatsten drager waren allen op het punt weerloos in de handen
+der Arabieren te vallen! Toch bleef er niets anders over dan om ook hier weer de zieken
+achter te laten, om nog maar voorwaarts te komen.
+</p>
+<p>Den 27sten October ging de marsch verder naar het Oosten. Het oerwoud werd steeds
+meer onbegaanbaar. Het vreeselijkste waren de open plekken, die gedeeltelijk door
+den storm waren veroorzaakt, gedeeltelijk door de inboorlingen ter beschutting hunner
+dorpen waren gemaakt. In schrikkelijke verwarring lagen stammen en boomen, de een
+op den ander; verhieven zich de takken tot den eenen heuvel boven den anderen. In
+deze woestenij van bosch groeiden in den grootsten overvloed bananen, wilde druiven,
+palmen, rotangs en vele woekerplanten, en door dit alles moesten de manschappen <span class="pageNum" id="pb268">[<a href="#pb268">268</a>]</span>dringen, over neergevallen stammen balanceeren, dan weer op den grond door een warnet
+van takken kruipen en door moerassen en greppels voorttuimelen. En vooral dreigden,
+onder bladeren verborgen, vergiftige houtsplinters, die de sluwe inboorlingen tot
+verweer tegen de vreemdelingen rechtop in den grond plachten te steken! Elken avond
+pakten zich wolken samen, en hoorde men het rollen van den donder van alle kanten
+weerkaatsen in het woud; de bliksemstralen flikkerden hier en ginds, braken dagelijks
+de kronen der boomen en spleten een woud-patriarch van den top tot den wortel, en
+de <span class="corr" id="xd33e2627" title="Bron: regel">regen</span> viel in stroomen neer. Maar gedurende den marsch was de Voorzienigheid weer genadig,
+de zon scheen en wierp haar zacht licht in millioenen stralen door de takken en wekte
+de gedrukte stemming der reizigers op, veranderde de stammen der boomen in marmeren
+pilaren en den dauw en regendroppels in fonkelende brillanten, vroolijkte de onzichtbare
+vogels op, zoodat zij hun lied deden klinken, wekte de zwermen van papegaaien tot
+vroolijk geschreeuw en gefluit, en de groote troepen apen tot uitgelaten grappen,
+terwijl hier en daar een diep gebrul in de verte verkondigde dat een soko- of chimpanseefamilie
+zich in hun schuilhoek met de een of andere wilde sport vermaakte.
+</p>
+<p>Een troep Arabieren diende op dezen marsch tot gidsen en de brutale overmoed, tegenover
+de vreemdelingen, die zij reeds geheel in hun macht zagen, werd voor de manschappen
+een onverdraaglijke marteling. Maar zwak als zij waren, aan wandelende geraamten gelijk,
+moesten zij zich alles laten welgevallen, totdat zij eindelijk Ibwiri bereikten, waar
+zij zich weer aan een overvloed van levensmiddelen konden versterken. Alsof zij met
+een tooverstaf werden aangeraakt, werkte hier op de karavanen het bericht, dat de
+gevangenschap in het oerwoud op haar einde liep en het grasland in het Oosten nog
+maar enkele dagreizen was verwijderd. In Ibwiri wachtte Stanley, totdat zij, die in
+de laatste kampplaatsen waren achtergebleven, zich met hem vereenigden, en toen de
+voorhoede weer honderd vijf-en-zeventig man telde, zette hij den 24sten November met
+nieuwen moed en frissche kracht den tocht voort.
+<span class="pageNum" id="pb269">[<a href="#pb269">269</a>]</span>
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure p256width"><img src="images/p256.jpg" alt="De eerste ontmoeting van Stanley met Emin Pascha." width="720" height="452"><p class="figureHead">De eerste ontmoeting van Stanley met Emin Pascha.</p>
+</div><p>
+<span class="pageNum" id="pb270">[<a href="#pb270">270</a>]</span>
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure p257width"><img src="images/p257.jpg" alt="De strijd van Stanley met de inboorlingen." width="720" height="458"><p class="figureHead">De strijd van Stanley met de inboorlingen.</p>
+</div><p>
+<span class="pageNum" id="pb271">[<a href="#pb271">271</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch65" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#xd33e3404">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h2 class="main"><span class="divNum">65.</span> OP ZOEK NAAR EMIN PACHA.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Den 4den December betrad Stanley met zijn kameraden, na honderd en zestig dagen, voor
+het eerst weer de open vlakte, en de uitgestrekte landerijen van Aequatoria lagen
+voor de oogen van de jubelende manschappen, voor wie het een ontspanning was, eindelijk
+weer eens in looppas te kunnen voortgaan. Achter de blauwe bergen aan den horizon,
+moest het Albert-meer liggen, het vurig verlangde doel der expeditie, waar Stanley
+den verdwenen gouverneur hoopte te vinden!
+</p>
+<p>Nieuwe moeielijkheden! Ontzaglijke velden en aanplantingen lagen voor hem, en het
+eene dorp volgde op het andere; maar de inboorlingen drongen rondom de karavaan in
+benauwende massa’s: van een vriendschappelijke overeenkomst wilden zij niets weten
+en dag noch nacht kon men het geweer uit de hand leggen. Dikwijls waren de wilden
+door strijdlustige honden vergezeld, en wie zich alleen van de karavaan verwijderde,
+was reddeloos ten doode opgeschreven.
+</p>
+<p>Bij elke hindernis in den weg, bij elken overgang over de rivier lagen de wilden in
+hinderlaag, en als Stanley, hun eigendom sparend, voorbij trok, zagen zij dat voor
+lafheid aan en werden zij nog brutaler. Het krijgsgehuil weerklonk onophoudelijk,
+elk vooruitspringend gedeelte van een berg, elke heuvel was zwart van de menschen,
+en op de vlakten krioelden zij dooreen als mieren. En al deze gevechten en deze slachtoffers
+slechts door een misverstand! De inboorlingen zagen de vreemdelingen aan voor bondgenooten
+van den zwarten koning Kabba-Rega, die hun gebied schatting liet betalen en Emin pacha
+ook bedreigde.
+</p>
+<p>Onder onophoudelijke gevechten naderde men eindelijk het Albert-meer en op zekeren
+dag rustten aller oogen op een grauwe wolk beneden in het dal. Wat is dat? De nevel
+trok gaandeweg op, en de glinsterende vlakte van het meer lag voor hen! Door geestdriftig
+gejubel, werd den 13den December 1887 de ontdekking gevierd.
+</p>
+<p>Maar wat nu? De voorhoede bezat geen vaartuig, want de booten had men in Ipoto moeten
+achterlaten. Op de rotsige hellingen van de het meer omgevende bergen, groeiden noch
+bananen noch eenige boom, die voor den bouw van kano’s <span class="pageNum" id="pb272">[<a href="#pb272">272</a>]</span>gebruikt konden worden. Nergens was een aanplanting te zien, de bewoners der oevers
+leefden van vischvangst en van de bereiding van zout. Indien Emin pacha nu zelf niet
+met zijn stoomboot en levensmiddelen hen tegemoet kwam, dan was de karavaan hier vlak
+bij het doel prijsgegeven aan den hongerdood. Maar hoe ijverig Stanley zijn tolken
+ook liet navragen en hoe onvermoeid hij elk punt van den oever met zijn verrekijker
+ook afzocht—geen spoor van den gouverneur en zijn manschappen! Zou nu de geheele zending
+met al haar offers aan bloed en leven toch vergeefs zijn geweest?
+</p>
+<p>Wat bleef er anders over dan intusschen naar <span class="corr" id="xd33e2660" title="Bron: Ibwirri">Ibwiri</span> terug te keeren! Den 16den December begon de terugtocht, en den 8sten Januari 1888,
+werd Ibwiri weer bereikt. Hier bouwde Stanley eerst het fort Bodo, bezette het sterk
+en zond een afdeeling uit, om de verschillende achterblijvers uit de Arabische nederzettingen
+te halen. Rondom het fort liet hij het bosch ontginnen en maïs en boonen zaaien, opdat
+de later hier achterblijvende bezetting eenige levensmiddelen zou hebben. Wel <span class="corr" id="xd33e2663" title="Bron: verwoestte">verwoestten</span> de inboorlingen de nieuwe aanplantingen dikwijls en het fort geleek meer op een belegerde
+vesting.
+</p>
+<p>Daarbij overvielen gansche legers van mieren en ander ongedierte, de hutten en tenten,
+en het wemelde er van giftige slangen.
+</p>
+<p>Den 8sten Februari kwamen de achterblijvers uit Ipoto gelukkig met de boot aan. Zij
+hadden in de legerplaats der Arabieren ontzettend geleden! De slavenhandelaars hadden
+hen slechts dan spaarzaam van voedingsmiddelen voorzien, als zij in de aanplantingen
+werkten, en de zwakken en zieken hadden zij eenvoudig laten verhongeren. Door diefstal
+en geweld hadden de roovers een deel der wapenen van de expeditie in hun bezit gekregen.
+Wat was onder deze omstandigheden het lot der achterhoede en van majoor Barttelot
+geweest? Niemand had een spoor van haar gezien. Zeer verontrust zond nu Stanley een
+troep vrijwilligers de Aroewimi weer af, om de verdwenenen op te zoeken. Maar terwijl
+hij op hun terugkomst wachtte, kreeg hij zelf koorts en lag drie-en-twintig dagen
+onder den invloed van morphine, bijna voortdurend bewusteloos!
+</p>
+<p>Intusschen schoot op de bebouwde akkers de jonge maïs op, en was weldra zoo hoog als
+het kreupelhout in het woud; fort <span class="pageNum" id="pb273">[<a href="#pb273">273</a>]</span>Bodo beloofde een rijke graanschuur voor de bezetting en de geheele karavaan te worden.
+Stanley herstelde weer, maar niets bevrijdde hem van de kwellende zorgen over zijn
+manschappen. De weken gingen voorbij. Geen spoor van de achterhoede! Geen bericht
+van de verkenners! Allen schenen reddeloos begraven te zijn onder de altijd groene
+golven van het oerwoud! En aan het Albert-meer wachtte Emin pacha in wanhopig verzet
+op hulp en redding!
+</p>
+<p>Zoodra Stanley zich weer krachtig voelde begon den 2den April 1888 de tweede marsch
+naar het Albert-meer. Nog eens door de legioenen van zwarte krijgslieden Emin pacha
+tegemoet! Maar dezen keer werden zij niet ontvangen door het krijgsgeschreeuw der
+inboorlingen. De machtigste opperhoofden kwamen nu de karavaan als bondgenooten tegemoet.
+Twee maanden na Stanley’s terugkeer van het Albert-meer was een hen bevriend blanke
+Mallejoe genaamd of de „Gebaarde” in een groote ijzeren kano op het meer verschenen!
+„In het midden stond een groote, zwarte boom, waaruit rook en vonken vuur kwamen,”
+vertelden het opperhoofd Masamboni en zijn krijgslieden. „En er waren veel vreemde
+lieden aan boord en er liepen geiten heen en weer als op de markt in een dorp en kippen
+in met staven gesloten kisten en wij hoorden de hanen even vroolijk kraaien als tusschen
+onze gierstvelden. Mallejoe vroeg met diepe, diepe stem naar u, zijn broeder. Daarna
+voer hij weer weg met zijn groote, ijzeren kano, die zooveel rook in de lucht deed
+gaan, alsof ze in brand stond. Twijfel er niet aan, heer, u zult hem spoedig vinden.”
+</p>
+<p>Dat waren de eerste berichten, die Stanley van Emin pacha kreeg. Van de vele berichten,
+die Stanley reeds uit Zanzibar, langs de meest verschillende wegen, naar den gouverneur
+had gezonden, had er hem dus niet één bereikt. Maar de opperhoofden der inboorlingen
+zonden hem nu hun hardloopers na, en binnen enkele dagen moest Emin pacha er van op
+de hoogte zijn, dat de expeditie er was. Intusschen marcheerde Stanley naar Kavalli,
+overal begroet en aangeroepen door de vriendelijke inboorlingen, die nog enkele maanden
+geleden de vreemdelingen beschimpt en niet weinigen gedood hadden. Nu trok een voorhoede
+van honderd vijftig inboorlingen vooruit en <span class="pageNum" id="pb274">[<a href="#pb274">274</a>]</span>vrijwillige, zwarte dragers namen de lasten der karavaan over.
+</p>
+<p>Wel was de plechtig gesloten vrede van de inboorlingen een welkome gelegenheid zich
+te verrijken met de geschenken der vreemdelingen en zelfs de opperhoofden werden vaak
+onbeschaamde bedelaars. Maar zij moesten in goede stemming worden gehouden en Stanley
+was daarom niet spaarzaam met de producten der Europeesche beschaving, die meegenomen
+waren om de nieuwsgierigheid der wilden gaande te maken en hen er mee te vermaken.
+Een handspiegel wekte onder de zwarten eerst de grootste verwondering en vrees. Toen
+zij hun eigen gelaat weerspiegeld zagen, geloofden zij dat een vijandelijke stam uit
+de aarde tegen hen optrok en zij liepen in den grootsten schrik weg.
+</p>
+<p>Daarna kwamen zij op de teenen terug en lieten nog eens het vreemde visioen over zich
+heen gaan. „De gezichten zien er als die van ons uit!” fluisterden zij tegen elkaar,
+en nu legde Stanley hun uit, dat hetgeen zij zagen niets anders was dan het spiegelbeeld
+van hun eigen buitengewoon innemende trekken, bij welk compliment het opperhoofd,
+Mpinga van trots gloeide. En nu overwon de persoonlijke ijdelheid in enkele oogenblikken
+de aanvankelijke vrees. Zijn geleiders drongen zich om hem heen, en allen sloegen
+met onuitputtelijk genoegen gade hoe waar de spiegel de kenteekenen van elk gelaat
+weergaf. „Zie eens het litteeken, het is precies zoo; maar zie toch je breeden neus,
+Mpinga. O, dat is heel precies. Ja, en zie de groote veer, die wuift werkelijk! Het
+is te vreemd! Waar kan het van zijn gemaakt? Het ziet eruit als water, is toch niet
+vloeibaar; en op den rug ziet het zwart. Ah, wij hebben vandaag een ding gezien, dat
+onze voorvaderen nooit zagen!”
+</p>
+<p>In Kavalli kreeg Stanley eindelijk een brief van Emin, die hem echter tot zijn verbazing
+beval te blijven waar hij was, totdat de gouverneur met zijn manschappen bij hem zou
+komen. Den 29sten April kwam eindelijk de stoomboot van Emin, op het Albert-meer,
+in het zicht. Stanley zond hem boden tegemoet, en onder algemeen gejubel en talrijke
+begroetingssalvo’s, naderde de verdwenen gouverneur met zijn geleide in het duistere
+avonduur, de legerplaats. Maar laat ons nu Stanley zelf laten vertellen:
+</p>
+<p>„Ik schudde alle aangekomenen de hand en vroeg, wie Emin <span class="pageNum" id="pb275">[<a href="#pb275">275</a>]</span>pacha was. Toen wekte een wat kleine, tengere gestalte mijn opmerkzaamheid door de
+in ’t uitnemend Engelsch gesproken woorden:
+</p>
+<p>„Ik ben u veel dank verschuldigd, mijnheer Stanley en ik weet werkelijk niet hoe ik
+dien zal uiten.”
+</p>
+<p>„Ah, u zijt Emin pacha! spreek over geen dank, maar kom binnen en neemt u plaats.
+Het is hier buiten zoo donker, dat wij elkaar niet kunnen zien.”
+</p>
+<p>„Wij zaten aan den ingang der tent, een waskaars verlichtte die. Ik had volgens de
+beschrijving van verschillende reizigers een groote, magere gestalte van militair
+voorkomen verwacht, in afgedragen Egyptische uniform, maar zag in de plaats daarvan
+een kleine, tengere gestalte met een goed onderhouden fez en in een helder, goed gestreken
+en uitnemend zittend pak uit katoenen dril. Een donkere, met grijs doorweven baard,
+omlijstte het gelaat dat een Hongaarsch type had ofschoon een bril het een ietwat
+Italiaansche of Spaansche uitdrukking gaf.
+</p>
+<p><span class="corr" id="xd33e2689" title="Niet in bron">„</span>Het gelaat vertoonde geen spoor van ziekte of zorg, integendeel, slechts gezondheid
+en kalme gemoedsrust waren er op te lezen. Korte mededeelingen over onze lotgevallen,
+de gebeurtenissen in Europa; de voorvallen uit de streken om den aequator, alsmede
+persoonlijke lotgevallen, namen <span class="corr" id="xd33e2691" title="Bron: nagegenoeg">nagenoeg</span> twee uren in beslag; daarna werden, om het gelukkige wederzien te vieren, vijf halve
+flesschen champagne ontkurkt, en op de voortdurende gezondheid van Emin pacha en zijn
+metgezellen geledigd! Daarop brachten wij het gezelschap naar de boot, die hen naar
+het stoomschip terug bracht.”
+</p>
+<p>De rollen der beide groepen waren dus juist omgekeerd! Naast het welverzorgde militaire
+geleide van den pacha, scheen de karavaan van Stanley een erbarmelijk armoedige bende,
+die veel eerder hulp noodig scheen te hebben dan de gouverneur, ter wiens redding
+zoo vele kameraden het leven gelaten hadden!
+</p>
+<p>In de positie van Emin pacha was namelijk weer een gunstige wending gekomen, daar
+het scheen alsof zijn gebied niet meer onmiddellijk bedreigd werd. Daarom was hij
+ook nog volstrekt niet besloten om zich door Stanley te laten redden. Het viel hem
+zwaar om plotseling zijn levenstaak niet verder voort te zetten, en ook zijn troepen
+dachten er niet aan hun vaderland op te geven; en aan den anderen kant kon hij het
+niet over zijn <span class="pageNum" id="pb276">[<a href="#pb276">276</a>]</span>hart verkrijgen om zijn mannen in den steek te laten. Het werd ook spoedig duidelijk,
+dat hij van zijn soldaten en hun inlandsche officieren afhankelijker was dan wel voor
+een gouverneur, met de macht van onder-koning bekleed, paste; hij verklaarde dan ook
+dat hij zijn besluit afhankelijk zou maken van den wensch zijner manschappen. Hij
+moest derhalve eerst naar zijn residentie Wadelai terugkeeren; en zelfs indien in
+het gunstigste geval de Egyptische troepen zich bereid verklaarden om zich by Stanley
+aan te sluiten, dan zouden er toch nog weken en maanden moeten verloopen, voordat
+zij ter plaatse waren.
+</p>
+<p>Ook Stanley zelf had een tijd van rust noodig. Hij kon zijn uitgeputte manschappen
+niet dadelijk blootstellen aan het onzekere lot, dat hen wachtte op de onbekende wegen
+naar de oostkust; maar bovenal moest de achterhoede, waarvan hij nog niet het geringste
+levensteeken had ontvangen, gered worden.
+</p>
+<p>Stanley betrok derhalve in Nsabe een versterkt kamp, liet een zijner officieren, Jephson,
+met verscheidene manschappen by Emin achter, en begon den 24sten Mei zijn verschrikkelijken
+marsch teneinde de achterhoede te ontzetten!
+</p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch66" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#xd33e3413">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h2 class="main"><span class="divNum">66.</span> HET LOT VAN DE ACHTERHOEDE.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Ten tweeden male het donkere oerwoud in! Den 8sten Juni was Stanley reeds weder in
+het fort Bodo, waar hij alles in den besten toestand aantrof. De gewassen waren uitstekend
+opgekomen, de oogst was binnengehaald, en er was opnieuw gezaaid. De bevelhebber van
+het garnizoen, luitenant Stairs, had de <span class="corr" id="xd33e2709" title="Bron: invalieden">invaliden</span> uit het kamp van Oegarrowa gehaald, maar tengevolge van de schandelijke behandeling
+der Arabieren, waren er van de zes-en-vijftig man slechts veertien levend in het fort
+Bodo aangekomen!
+</p>
+<p>Den 16den Juni begon de opmarsen naar Jamboeja, en weerklonk dagelijks de waarschuwende
+roep der gidsen: „Roode mieren onderweg! Pas op, een boomstronk, o! splinters! Een
+kuil, rechts! Pas op, links! Pas op, doornen! Een wortel! Roode mieren in aantocht!
+Pas op de roode mieren! Een boomstam! Splinters daaronder!”
+</p>
+<p>Zoo ging het verder, van het eene kamp naar het andere. <span class="pageNum" id="pb277">[<a href="#pb277">277</a>]</span>Toen Stanley den 21sten Juni te Ipoto aankwam, waren de Arabieren aldaar niet weinig
+geschrokken, daar ze bang waren voor een wraakoefening wegens de wijze waarop ze zijn
+invaliden behandeld hadden. Maar Stanley hield zich in, want eerst moest de achterhoede
+gered worden, en hij mocht het fort Bodo met zijn bezetting van zestig man niet blootstellen
+aan een overrompeling door Arabische roovers. Derhalve vergenoegde hij er zich mee,
+een deel der geroofde wapenen te doen uitleveren, en trok toen verder de Aroewini
+stroomafwaarts.
+</p>
+<p>De lastdragers die hem door Emin medegegeven waren, hadden het meeste van de vermoeienissen
+der dagmarschen te lijden; bij een heftigen stortregen, vielen er plotseling drie
+dood neer, alsof ze door een kogel getroffen waren, en dagelijks waren er meerderen
+die ditzelfde lot deelden.
+</p>
+<p>Den 13den Juli bereikte Stanley het kamp van Oegarrowa. Maar de plek was als uitgestorven,
+alle bewoners waren stroomafwaarts getrokken. Met behulp van talrijke kano’s, die
+men den inboorlingen ontnam, achterhaalde men echter de mannen van Oegarrowa, en hier,
+in het kamp der Arabieren trof Stanley eindelijk de vrijwilligers aan, die hij de
+achterhoede tegemoet gezonden had. Van de twintig man waren er vier gesneuveld, en
+van de overige zestien man was er slechts één enkele zonder schot- of speerwond afgekomen!
+Ze hadden voor de vijandelijke inboorlingen moeten wijken, en zich onder bescherming
+der Arabieren moeten stellen. Ook de afgezanten die Oegarrowa in opdracht van Stanley
+naar Jamboeja gezonden had, waren niet in staat geweest, zich door de vijandelijke
+benden heen een weg te banen. Het lot der achterhoede was dus nog geheel in het duister
+gehuld. Daar moest wel iets verschrikkelijks gebeurd zijn!
+</p>
+<p>Den 12den Augustus werd de marsch voortgezet. De bezwaren, die de weg opleverde, bleven
+dezelfde, alleen werd de karavaan niet meer door de inboorlingen lastig gevallen.
+De dicht bewoonde streken, waardoor men zich bij den opmarsch met moeite een weg had
+moeten banen, waren thans verlaten; de inboorlingen waren verdwenen, hun groote dorpen
+waren te deele verwoest De slaven- en ivoorhandelaars hadden hier weer eens duchtig
+huisgehouden!
+<span class="pageNum" id="pb278">[<a href="#pb278">278</a>]</span></p>
+<p>Zoo brak de 17de Augustus aan. Na de opeenvolgende tooneelen van verwoesting en verlatenheid
+aan beide oevers, vertoonde zich in den lichten morgennevel een nog gespaard gebleven
+dorp, en toen men naderbij gekomen was, werd een versterkte omheining zichtbaar. Witte
+gewaden kwamen in ’t zicht, en in den morgenwind wapperde een roode vaan met de halve
+maan. Weer een kamp der Arabieren! Hier was misschien de achterhoede! „De majoor,
+jongens! Aan de riemen!” riep Stanley zijn mannen toe, en onder luid hoera-geroep
+vloog de kano met razende snelheid voort.
+</p>
+<p>Een eind voor het dorp hield Stanley stil, en daar hij aan land een troep vreemde
+menschen zag, riep hij:
+</p>
+<p>„Tot wien behooren jullie?”
+</p>
+<p>„We behooren tot Stanley’s mannen,” klonk het antwoord.
+</p>
+<p>In enkele oogenblikken was Stanley aan land, en voor hem stond, als eenige Europeaan,
+de arts Bonny.
+</p>
+<p>„Wel Bonny, hoe gaat ’t? Waar is de majoor? Soms ziek?”
+</p>
+<p>„De majoor is dood!”
+</p>
+<p>„Dood? Goede God! Hoe is hij gestorven? Aan koorts?”
+</p>
+<p>„Neen, hij is doodgeschoten!”
+</p>
+<p>„Door wie?”
+</p>
+<p>„Door de Manjema, de mannen van Tipoe Tip!”
+</p>
+<p>„Genadige hemel! En waar is de plaatsvervangende officier?”
+</p>
+<p>„Aan de Stanley-vallen!”
+</p>
+<p>„Om Godswil! Wat doet hij daar?”
+</p>
+<p>„Hij is daarheen gegaan om meer dragers te krijgen.”
+</p>
+<p>„En waar zijn de andere officieren?”
+</p>
+<p>„De eene is in Bangala, en de andere is al sedert lang ziek naar huis teruggekeerd!”
+</p>
+<p>Bij stukjes en beetjes vernam nu Stanley het lot van de achterhoede. Majoor Barttelot
+had de instructies van Stanley niet opgevolgd, die hem uitdrukkelijk gelast had, om
+slechts een tijdlang op de door Tipoe Tip beloofde dragers te wachten; maar om dan,
+wanneer de Arabier zijn woord niet zou houden, met al de bagage in kleine dagmarschen
+op te rukken, om in elk geval dichter by Stanley te komen. Tipoe Tip had, zooals Stanley
+wel voorzien had, zijn woord niet gehouden, en majoor Barttelot had zich door de beloften
+van den sluwen Arabier volkomen om den tuin laten leiden!
+<span class="pageNum" id="pb279">[<a href="#pb279">279</a>]</span></p>
+<p>Deze had spoedig de benarde positie van den majoor bemerkt, en het was zijn streven
+geweest om zich zijn hulp zoo duur mogelijk te laten betalen. De rooftochten van zijn
+benden hadden de oevers van de Aroewini verwoest en ontvolkt, en de achterhoede was
+nu voor de proviandeering op de milddadigheid der Arabieren aangewezen. Dit was ’t
+juist wat Tipoe Tip beoogde: op deze wijze kreeg hij voortdurend meer van de kostbare
+bagage van Stanley in handen. Hoewel er geen schermutselingen hadden plaats gehad,
+was de munitie-voorraad reeds tot op de helft ingekrompen, de helft van het buskruit
+en meer dan twee derden der kogels waren verdwenen; de slaghoedjes had men aan Tipoe
+Tip moeten verkoopen!
+</p>
+<p>Maar, nog erger! Tengevolge van ongunstige berichten omtrent het lot van Stanley had
+Barttelot een groot deel der bagage naar Bangala teruggezonden, zoodat Stanley thans
+aan alles gebrek had, en voor zichzelf uit een stuk doek der tent, een soort van kousen
+moest maken! Alsof dit alles nog niet voldoende was, had Barttelot ook een deel van
+de Europeesche proviand, en bijna alle geneesmiddelen teruggezonden, en dat nog wel
+terwijl zijn mannen van honger omkwamen, en het kamp meer zieken dan gezonden bevatte!
+Van de 271 man sterke achterhoede waren er nog slechts 101 in leven, en van dezen
+was nog de helft door honger en ontbering ten doode opgeschreven. Kortom, de aanvoerder
+was bij al den tegenspoed volkomen zijn hoofd kwijtgeraakt. En toen eindelijk, tien
+maanden later dan afgesproken was, Tipoe Tip met een deel der beloofde dragers aankwam,
+waren deze zoo onbruikbaar, dat de majoor zijn zelfbeheersching volkomen kwijt raakte.
+Bij een twist, die hierover ontstond, had een der Arabieren hem eenvoudig neergeschoten.
+</p>
+<p>Zelfs de ijzeren energie van iemand als Stanley moest wel door het verhaal van dezen
+rampspoed gebroken worden. De halve expeditie vernietigd door de roekeloosheid van
+den aanvoerder! Niets dan moord en dood, ziekte en zorg, kommer en gebrek. Welk een
+welkom voor deze kleine heldenschaar! Dagen lang was Stanley als ’t ware versteend
+bij den aanblik van al deze ellende.
+</p>
+<p>Toen hij echter weer eenigszins tot zichzelve gekomen was, zorgde hij er eerst voor,
+dat velen van de achterhoede die zichzelf met slecht toebereide maniok vergiftigd
+hadden, weer op <span class="pageNum" id="pb280">[<a href="#pb280">280</a>]</span>krachten kwamen; toen dit het geval was, werd den 1sten September de terugmarsch ondernomen.
+</p>
+<p>Alzoo ten derden male door de verschrikkingen van het oerwoud! En dat met een karavaan
+waarin op één gezonde drie zieken voorkwamen. De vreeselijkste ervaringen hadden de
+mannen nog niet verstandiger gemaakt, en noch de vergiftigde pijlen noch de vlijmscherpe
+speren der inboorlingen hielden de mannen er van af om zich van den troep af te scheiden,
+en alleen op buit uit te gaan. Daarbij dag aan dag regen, die de bezwaren van den
+tocht nagenoeg onoverkomelijk maakte! Meer dan eens dreigde de hongerdood een einde
+aan de geheele expeditie te zullen maken.
+</p>
+<p>Den 15den December, in een kamp nabij het punt waar de Ihoeroe en de Doei samenstroomen,
+wanhoopte zelfs Stanley er aan, den volgenden dag nog te zullen beleven.
+</p>
+<p>De uitgezonden fourageerders waren sedert dagen verdwenen; of verzorgden zichzelf
+misschien in weelderige bananenaanplantingen, zonder aan hun kameraden te denken.
+Van hen die in het kamp waren achtergebleven, waren slechts weinigen in staat om in
+het woud bessen of paddestoelen te zoeken. Wie nog gaan kon, volgde den aanvoerder
+om de vermisten te zoeken. Het werd nacht, wellicht de laatste nacht, dien ze zouden
+beleven! De sterren waren niet te zien, er brandde geen vuur, want er was toch niets
+om te koken. <span class="corr" id="xd33e2755" title="Bron: Diep">Diepe</span> stilte heerschte rondom—slechts nu en dan een vertwijfeld steunen.
+</p>
+<p>„Uit de pikzwarte duisternis,” zoo lezen we in Stanley’s dagboek „doemden vage gestalten
+op, die het koortsgebied bevolken, er waart door de lucht een gefluister van graven
+en eenige vergetelheid, een demon fluistert de verhitte verbeelding in, dat het beter
+is te rusten, dan met een gebroken hart te denken, en de wind in de toppen der boomen
+van het duistere woud schijnt te zuchten en te steunen: verloren! verloren! verloren!
+Vergeefs zijn uw arbeid en uw kommer! De eene noodlotsdag na den anderen; stuk voor
+stuk zullen uw mannen den dood ten prooi vallen, en dan zult ge alleen zijn!”
+</p>
+<p>„Allah ho Akbar” weerklonk plotseling de roep van een man in het duister. „God is
+groot”—een Muzelman herinnerde de Christenen er aan hunnen God te gedenken!
+</p>
+<p>Tegen den morgen sluimerde Stanley in, maar toen de dag <span class="pageNum" id="pb281">[<a href="#pb281">281</a>]</span>nog nauwelijks aangebroken was en het spookachtig licht zijn doodstille makkers deed
+zien, sprong hij weer op. „Vooruit, jongens naar de bananen! Met Gods hulp zullen
+we vandaag nog bananen hebben!<span class="corr" id="xd33e2765" title="Niet in bron">”</span> Allen stonden met inspanning van hun laatste krachten op, en struikelend van zwakte
+gingen ze in het grauwe morgenlicht achter elkaar aan.
+</p>
+<p>Hoor! Was dat niet als het gerommel van stemmen in de verte? Neen, ’t was reeds nabij!
+En komt daar niet als gedragen door de hand van een schim een bundel groene bananen
+uit het struikgewas te voorschijn? Daar zijn de fourageerders met schatten beladen!
+En op hetzelfde oogenblik vergaten allen hun ellende, en jubelend stijgt hun dank
+ten hemel: „God zij gedankt!” Snel werden vuren aangestoken, waarop de bananen geroosterd
+werden, en toen men weer voldoende krachten had opgedaan om zich op weg te begeven,
+gingen ze naar het kamp terug, om ook daar aan de halfdooden weer nieuw leven te schenken.
+</p>
+<p>Dit verschrikkelijkste avontuur van de geheele expeditie vond plaats op een afstand
+van weinige dagreizen van het fort Bodo, waar Stanley op den 20sten December aankwam.
+In het geheel had de marsch van Banalja naar het fort honderd en zes menschenlevens
+gekost!
+</p>
+<p>„In het fort Bodo alles wel!” Dit gelukkige bericht had tegelijkertijd iets verbluffends
+voor Stanley. Immers, hij had er in ’t geheel niet op gerekend de bezetting nog in
+het fort aan te zullen treffen.
+</p>
+<p>Emin pacha en Jephson hadden, zoo luidde de stellige afspraak, een expeditie tot ontzet
+zullen vormen! Maar er was van beiden niet het geringste bericht tot hier doorgedrongen.
+Had dan alles samengespannen om het doel dezer expeditie onmogelijk te maken? Er moest
+in het gebied van den gouverneur wel iets zeer bijzonders hebben plaats gegrepen,
+wanneer zelfs Stanley’s eigen officieren de strikste bevelen om het fort te ontzetten
+niet hadden kunnen nakomen!
+</p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch67" class="div1 last-child chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#xd33e3423">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h2 class="main"><span class="divNum">67.</span> GERED UIT DE HANDEN DER REBELLEN.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Juist in de dagen waarin Stanley de treurige overblijfselen zijner achterhoede in
+Banalja terugvond, waren er in de <span class="pageNum" id="pb282">[<a href="#pb282">282</a>]</span>provincie Aequatoria ernstige dingen voorgevallen. De autoriteit van den gouverneur
+over zijn troepen was reeds lang slechts een schijn-gezag geweest, en den 18den Augustus
+kwam het in Doefilé tot openlijke rebellie. Door Stanley’s officier Jephson was allerwege
+de oproep der Egyptische regeering bekend gemaakt aan de garnizoenen in Aequatoria,
+om het land te verlaten en zich bij de hulp-expeditie aan te sluiten; dit bevel strookte
+echter in ’t geheel niet met de wenschen der Egyptische officieren; daarom strooiden
+deze onder de soldaten het praatje rond, dat de brieven die Stanley had meegebracht,
+valsch waren, dat ’t niet waar was dat Chartoem gevallen was, dat Stanley slechts
+een avonturier was, die in ’t geheel niet uit Egypte gekomen was; maar dat hij met
+den gouverneur een complot gesmeed had om hen, hun vrouwen en kinderen uit het land
+te voeren, om ze den Engelschen als slaven te verkoopen. Deze leugens werkten in dit
+onwetende en fanatieke land als vuur onder de bevolking, en toen de gouverneur den
+18den Augustus te Doefilé kwam, werd hij met Jephson gevangen genomen. Men verklaarde
+hem voor afgezet, ontzette de hem goedgezinde officieren uit hun posten, en sommigen
+verlangden zelfs dat men den pacha in boeien zou klinken. Maar dit duldden de soldaten
+niet, daarvoor hadden ze te vaak zijn rechtvaardigheidszin en zijn goede zorgen ondervonden.
+Met Stanley hoopten de rebellen bij diens terugkeer, spoedig af te rekenen; ze waren
+van plan hem in het land te lokken, hem van alle geweren, munitie en leeftocht te
+berooven, en hem dan eenvoudig weg te jagen.
+</p>
+<p>Daar rukten in October plotseling uit het Noorden de Mahdisten aan en spoedig kwam
+de eisch van hun aanvoerder tot den gevangen gouverneur om, tegen vrijen aftocht,
+zichzelf en zijn mannen, over te geven.
+</p>
+<p>Redjaf viel, met al zijn voorraden in handen der derwischen, en de bevolking der geheele
+streek sloeg hals over kop op de vlucht.
+</p>
+<p>Thans kwamen de leugens der oproerige officieren aan het licht, en de soldaten vervloekten
+hun aanvoerders: „Wanneer we onzen gouverneur gehoorzaamd hadden, dan bevonden we
+ons thans in veiligheid; al deze jaren is hij als een vader en moeder voor ons geweest;
+maar inplaats van op hem, hebben we op u vertrouwd, en nu zijn we verloren!”
+<span class="pageNum" id="pb283">[<a href="#pb283">283</a>]</span></p>
+<p>De poging om Redjaf te heroveren mislukte, de Mahdisten behielden de overhand, en
+er ontstond onder de soldaten zulk een paniek dat ze weigerden nog verder te vechten,
+wanneer hun pacha hun niet werd teruggegeven. Bij den strijd om Redjaf waren de ergste
+vijanden van Emin gesneuveld, en zoo herkregen de gouverneur en Jephson hun vrijheid.
+Hij had drie maanden in strenge gevangenschap doorgebracht, maar toen hij te Wadelai
+aankwam, werd hij door de bevolking met gejubel ontvangen.
+</p>
+<p>Weliswaar werden de Mahdisten den 25sten November door Emin’s troepen verslagen, maar,
+daar het eene station na het andere hun in handen viel, en ze vanuit Chartoem versterking
+kregen, moest Wadelai toch prijsgegeven worden, en in het begin van Januari trok Emin
+naar Toengoeroe terug.
+</p>
+<p>In deze Januari-dagen van 1889 had Stanley met zijn karavaan eindelijk weder de grasvlakten
+van Aequatoria betreden, en vol onrust over het zwijgen van Emin rukte hij in geforceerde
+marschen voort. Den 28sten Januari was hij weer in Kavalli, den 6den Februari kwam
+Jephson bij hem, en eindelijk, den 17den Februari kwam Emin in zijn kamp aan.
+</p>
+<p>Weliswaar hadden de <span class="corr" id="xd33e2791" title="Bron: rebbellen">rebellen</span> hem om vergiffenis gevraagd, maar toch zonnen ze op verraad, en koesterden nog steeds
+het plan om zich van de munitie der expeditie meester te maken, en den gouverneur
+en Stanley uit den weg te ruimen.
+</p>
+<p>Maar, om dit plan ten uitvoer te brengen, hadden ze tijd noodig en daar het gerucht
+van de groote troepenmacht die Stanley meevoerde, en van de verschrikkelijke uitwerking
+van zijn geweren hun een heilzamen angst inboezemde, bepaalden de aanvoerders zich
+er toe om den eigenlijken afmarsch van Stanley en den geredden Emin zooveel mogelijk
+te vertragen, totdat het aantal hunner kameraden tot een overmacht zou zijn aangegroeid.
+Daarbij sleepten de mannen, die hun gouverneur zoogenaamd naar de oostkust zouden
+vergezellen, zulk een massa bagage mede dat Stanley’s dragers op verre na niet toereikend
+waren, en met recht weerspannig werden.
+</p>
+<p>Stanley verklaarde derhalve aan de Egyptische officieren dat ze zelf voor hun bagage
+moesten zorgen, en dat hij zijn mannen, die zich bij de redding der Egyptenaren zoo
+dapper geweerd hadden, niet zou laten gebruiken voor hun molensteenen <span class="pageNum" id="pb284">[<a href="#pb284">284</a>]</span>om maïs te malen, en hun groote vaten voor het bereiden van bier naar de kust te sleepen.
+</p>
+<p>Daar hij hun heimelijke bedoeling doorzag, gaf hij allen die hem wilden volgen een
+bepaalden bedenktijd, en door vertrouwde spionnen liet hij zich van alles wat er tegen
+hem beraamd werd op de hoogte houden. Emin pacha, die nog slechts belangstelling voor
+natuur-wetenschappelijke studiën scheen te hebben, en die gedurende dien tijd van
+wachten zich bijna uitsluitend bezighield met het verzamelen van vogels en insecten,
+vertrouwde nog steeds op zijn officieren, en het kostte Stanley heel wat moeite om
+hem over de stemming van zijn eigen manschappen in te lichten. Met de inboorlingen
+rondom stond Stanley thans op den besten voet, daar hij hen bijstond in hun strijd
+tegen koning Kabba-Rega. Het kamp der karavaan was intusschen zoo groot als een stad
+geworden en werd door de dankbare inboorlingen uitnemend geproviandeerd.
+</p>
+<p>Den 10den April was Stanley gereed. Nu begon het eigenlijke ontzet van Emin, de marsch
+der vereenigde troepen naar de kust. Stanley’s troepen waren thans 460 man sterk,
+die van Emin 600, dat was alles wat overbleef van de 10.000 man waarop de gouverneur
+in goed vertrouwen gemeend had te kunnen rekenen! En ook dezen bleven hem nog niet
+eens allen getrouw, ze deserteerden bij troepen.
+</p>
+<p>Nog eenmaal scheen het ontzet van Emin gevaar te loopen! Den 13den April werd Stanley
+zwaar ziek, evenals zijn arts en Jephson; zoodat de marsch een langen tijd onderbroken
+moest worden. Eerst den 8sten Mei kon men verder trekken.
+</p>
+<p>De groote karavaan trok langs den voet van een der machtigste sneeuwbergen van Afrika,
+de Roewenzori, welks top Stanley reeds in 1888 als eerste Europeaan aanschouwd had,
+en die later in 1906 door den hertog der Abruzzen voor het eerst bestegen werd. Achter
+Boekolo stiet men weer op Arabische rooversbenden, waarmee men, tengevolge van een
+misverstand, slaags raakte. Ook met de mannen van Kabba-Rega had Stanley menige schermutseling,
+terwijl door het slechte weer bijna de geheele karavaan aan koorts leed!
+</p>
+<p>Den 4den Juli had men eindelijk de uitgestrekte vlakte voor zich, die zich uitstrekt
+van Eduard-Niansa tot aan de kust. Na een marsch van vijf maanden kwam een expeditie
+<span class="pageNum" id="pb285">[<a href="#pb285">285</a>]</span>den 4den December te Bagamoyo tegenover Zanzibar. Reeds in Mpoeapoea waren ze door
+den keizerlijken commissaris van Duitsch-Oost-Afrika, majoor Wissmann, verwelkomd.
+Bij een feestbanket dat ter eere van redders en geredden te Bagamoyo gegeven werd,
+kreeg Emin pacha nog, tengevolge van zijn bijziendheid een ongeluk, daar hij uit een
+raam viel!
+</p>
+<p>Na zijn genezing trad hij den 7den April in dienst van het Duitsche rijk, maar het
+was hem slechts twee en een half jaar vergund zijn bekwaamheid en ervaringen in dienst
+te stellen van de Duitsche koloniën in Afrika. Uit de handen der Mahdisten hadden
+Stanley’s moed en volharding hem ten koste van driehonderd menschenlevens bevrijd.
+En thans viel de voormalige gouverneur van Aequatoria op een reis in het binnenland
+in handen van vijandelijke Arabieren, en werd door hen den 23sten October 1892, vermoord,
+een bittere ironie der wereldgeschiedenis.
+</p>
+<p>Slechts zijn dochtertje Ferida, wier moeder een Abessynische was, keerde naar Europa
+terug, en leeft nog heden onder ons.
+</p>
+<p>Hiermede besluiten we onze tweede reis „Van Pool tot Pool”. Maar we ontmoeten elkaar
+weder in het „Zwarte Werelddeel” om ons van daar uit over Spanje met Columbus naar
+de nieuwe wereld in te schepen en om tenslotte ook het „zesde werelddeel” de Zuidpool
+te bezoeken. Alzoo: „tot weerziens!”
+<span class="pageNum" id="pb286">[<a href="#pb286">286</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+</div>
+<div class="back">
+<div id="toc" class="div1 contents"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h2 class="main">INHOUD.</h2>
+<table class="tocList">
+<tr>
+<td class="tocDivNum">1.</td>
+<td class="tocDivTitle"> <a href="#ch1" id="xd33e2821">Naar het land van de Middernachtzon</a> </td>
+<td class="tocPageNum">3</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="tocDivNum">2.</td>
+<td class="tocDivTitle"> <a href="#ch2" id="xd33e2830">Aan de Noordkaap</a> </td>
+<td class="tocPageNum">7</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="tocDivNum">3.</td>
+<td class="tocDivTitle"> <a href="#ch3" id="xd33e2839">De Pooltocht van Franklin</a> </td>
+<td class="tocPageNum">11</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="tocDivNum">4.</td>
+<td class="tocDivTitle"> <a href="#ch4" id="xd33e2848">De dood van den Admiraal</a> </td>
+<td class="tocPageNum">14</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="tocDivNum">5.</td>
+<td class="tocDivTitle"> <a href="#ch5" id="xd33e2857">In nacht en ijs</a> </td>
+<td class="tocPageNum">19</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="tocDivNum">6.</td>
+<td class="tocDivTitle"> <a href="#ch6" id="xd33e2866">De tocht naar de Doodenbaai</a> </td>
+<td class="tocPageNum">23</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="tocDivNum">7.</td>
+<td class="tocDivTitle"> <a href="#ch7" id="xd33e2875">Het bericht der Eskimo’s</a> </td>
+<td class="tocPageNum">27</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="tocDivNum">8.</td>
+<td class="tocDivTitle"> <a href="#ch8" id="xd33e2884">Aan de Oostkust van Groenland</a> </td>
+<td class="tocPageNum">30</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="tocDivNum">9.</td>
+<td class="tocDivTitle"> <a href="#ch9" id="xd33e2893">Door ijsberen aangevallen</a> </td>
+<td class="tocPageNum">36</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="tocDivNum">10.</td>
+<td class="tocDivTitle"> <a href="#ch10" id="xd33e2902">Tweehonderd dagen op een ijsschots</a> </td>
+<td class="tocPageNum">40</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="tocDivNum">11.</td>
+<td class="tocDivTitle"> <a href="#ch11" id="xd33e2911">Een Gordon-Bennettvaart naar de Noordpool</a> </td>
+<td class="tocPageNum">48</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="tocDivNum">12.</td>
+<td class="tocDivTitle"> <a href="#ch12" id="xd33e2921">De ondergang der „Jeannette”</a> </td>
+<td class="tocPageNum">51</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="tocDivNum">13.</td>
+<td class="tocDivTitle"> <a href="#ch13" id="xd33e2930">Door de ijswoestijn</a> </td>
+<td class="tocPageNum">57</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="tocDivNum">14.</td>
+<td class="tocDivTitle"> <a href="#ch14" id="xd33e2939">De doodenmarsch van De Long</a> </td>
+<td class="tocPageNum">60</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="tocDivNum">15.</td>
+<td class="tocDivTitle"> <a href="#ch15" id="xd33e2948">Fridtjof Nansen</a> </td>
+<td class="tocPageNum">68</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="tocDivNum">16.</td>
+<td class="tocDivTitle"> <a href="#ch16" id="xd33e2957">Op sneeuwschoenen en met hondensleden naar de Noordpool</a> </td>
+<td class="tocPageNum">72</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="tocDivNum">17.</td>
+<td class="tocDivTitle"> <a href="#ch17" id="xd33e2966">Een overwintering</a> </td>
+<td class="tocPageNum">76</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="tocDivNum">18.</td>
+<td class="tocDivTitle"> <a href="#ch18" id="xd33e2975">Een avontuur in de Kajak</a> </td>
+<td class="tocPageNum">80</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="tocDivNum">19.</td>
+<td class="tocDivTitle"> <a href="#ch19" id="xd33e2984">Nansen’s gelukkige terugkeer</a> </td>
+<td class="tocPageNum">82</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="tocDivNum">20.</td>
+<td class="tocDivTitle"> <a href="#ch20" id="xd33e2993">Per luchtballon naar de Noordpool</a> </td>
+<td class="tocPageNum">84</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="tocDivNum">21.</td>
+<td class="tocDivTitle"> <a href="#ch21" id="xd33e3002">Voor de opstijging</a> </td>
+<td class="tocPageNum">88</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="tocDivNum">22.</td>
+<td class="tocDivTitle"> <a href="#ch22" id="xd33e3011">„Alles klaar!”</a> </td>
+<td class="tocPageNum">91</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="tocDivNum">23.</td>
+<td class="tocDivTitle"> <a href="#ch23" id="xd33e3021">Het lot van Andrée</a> </td>
+<td class="tocPageNum">94</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="tocDivNum">24.</td>
+<td class="tocDivTitle"> <a href="#ch24" id="xd33e3030">In Hamburg bij Hagenbeck</a> <span class="pageNum" id="pb287">[<a href="#pb287">287</a>]</span></td>
+<td class="tocPageNum">98</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="tocDivNum">25.</td>
+<td class="tocDivTitle"> <a href="#ch25" id="xd33e3040">In het gewoel der wereldstad</a> </td>
+<td class="tocPageNum">102</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="tocDivNum">26.</td>
+<td class="tocDivTitle"> <a href="#ch26" id="xd33e3049">Tocht op de Theems</a> </td>
+<td class="tocPageNum">106</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="tocDivNum">27.</td>
+<td class="tocDivTitle"> <a href="#ch27" id="xd33e3058">Twee dagen in het Britsch museum</a> </td>
+<td class="tocPageNum">108</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="tocDivNum">28.</td>
+<td class="tocDivTitle"> <a href="#ch28" id="xd33e3067">In Londen’s armenwijk</a> </td>
+<td class="tocPageNum">110</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="tocDivNum">29.</td>
+<td class="tocDivTitle"> <a href="#ch29" id="xd33e3076">Van Londen naar Parijs</a> </td>
+<td class="tocPageNum">113</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="tocDivNum">30.</td>
+<td class="tocDivTitle"> <a href="#ch30" id="xd33e3085">Een wandeling door de Seinestad</a> </td>
+<td class="tocPageNum">115</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="tocDivNum">31.</td>
+<td class="tocDivTitle"> <a href="#ch31" id="xd33e3094">Het graf van Napoleon</a> </td>
+<td class="tocPageNum">118</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="tocDivNum">32.</td>
+<td class="tocDivTitle"> <a href="#ch32" id="xd33e3103">Aan den oever van het Meer van Genève</a> </td>
+<td class="tocPageNum">124</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="tocDivNum">33.</td>
+<td class="tocDivTitle"> <a href="#ch33" id="xd33e3112">De lagunenstad</a> </td>
+<td class="tocPageNum">127</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="tocDivNum">34.</td>
+<td class="tocDivTitle"> <a href="#ch34" id="xd33e3122">Dwars door Italië</a> </td>
+<td class="tocPageNum">130</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="tocDivNum">35.</td>
+<td class="tocDivTitle"> <a href="#ch35" id="xd33e3131">De eeuwige stad</a> </td>
+<td class="tocPageNum">133</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="tocDivNum">36.</td>
+<td class="tocDivTitle"> <a href="#ch36" id="xd33e3140">Paus Pius X</a> </td>
+<td class="tocPageNum">135</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="tocDivNum">37.</td>
+<td class="tocDivTitle"> <a href="#ch37" id="xd33e3149">„Brood en spelen”</a> </td>
+<td class="tocPageNum">137</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="tocDivNum">38.</td>
+<td class="tocDivTitle"> <a href="#ch38" id="xd33e3158">In de catacomben</a> </td>
+<td class="tocPageNum">142</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="tocDivNum">39.</td>
+<td class="tocDivTitle"> <a href="#ch39" id="xd33e3167">Pompeji</a> </td>
+<td class="tocPageNum">145</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="tocDivNum">40.</td>
+<td class="tocDivTitle"> <a href="#ch40" id="xd33e3176">Onder de asch van den Vesuvius</a> </td>
+<td class="tocPageNum">148</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="tocDivNum">41.</td>
+<td class="tocDivTitle"> <a href="#ch41" id="xd33e3185">Egypte</a> </td>
+<td class="tocPageNum">152</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="tocDivNum">42.</td>
+<td class="tocDivTitle"> <a href="#ch42" id="xd33e3194">Met Gordon den Nijl op</a> </td>
+<td class="tocPageNum">155</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="tocDivNum">43.</td>
+<td class="tocDivTitle"> <a href="#ch43" id="xd33e3203">De Witte Pacha</a> </td>
+<td class="tocPageNum">158</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="tocDivNum">44.</td>
+<td class="tocDivTitle"> <a href="#ch44" id="xd33e3212">De ontruiming van Soedan</a> </td>
+<td class="tocPageNum">163</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="tocDivNum">45.</td>
+<td class="tocDivTitle"> <a href="#ch45" id="xd33e3222">In de macht van den Mahdi</a> </td>
+<td class="tocPageNum">165</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="tocDivNum">46.</td>
+<td class="tocDivTitle"> <a href="#ch46" id="xd33e3231">Het dagboek van Gordon</a> </td>
+<td class="tocPageNum">168</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="tocDivNum">47.</td>
+<td class="tocDivTitle"> <a href="#ch47" id="xd33e3240">De val van Chartoem en het einde van Gordon</a> </td>
+<td class="tocPageNum">172</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="tocDivNum">48.</td>
+<td class="tocDivTitle"> <a href="#ch48" id="xd33e3249">De veldtocht van Kitchener in Soedan</a> </td>
+<td class="tocPageNum">179</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="tocDivNum">49.</td>
+<td class="tocDivTitle"> <a href="#ch49" id="xd33e3258">De struisvogel</a> </td>
+<td class="tocPageNum">182</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="tocDivNum">50.</td>
+<td class="tocDivTitle"> <a href="#ch50" id="xd33e3267">Leeuwenjacht</a> </td>
+<td class="tocPageNum">185</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="tocDivNum">51.</td>
+<td class="tocDivTitle"> <a href="#ch51" id="xd33e3276">Het nijlpaard</a> </td>
+<td class="tocPageNum">192</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="tocDivNum">52.</td>
+<td class="tocDivTitle"> <a href="#ch52" id="xd33e3285">David Livingstone</a> </td>
+<td class="tocPageNum">195</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="tocDivNum">53.</td>
+<td class="tocDivTitle"> <a href="#ch53" id="xd33e3294">De ontdekking van het Ngami-meer</a> </td>
+<td class="tocPageNum">200</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="tocDivNum">54.</td>
+<td class="tocDivTitle"> <a href="#ch54" id="xd33e3303">Van kust tot kust</a> </td>
+<td class="tocPageNum">203</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="tocDivNum">55.</td>
+<td class="tocDivTitle"> <a href="#ch55" id="xd33e3312">De apostel van Afrika</a> </td>
+<td class="tocPageNum">209</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="tocDivNum">56.</td>
+<td class="tocDivTitle"> <a href="#ch56" id="xd33e3322">Hoe Stanley Livingstone vond</a> </td>
+<td class="tocPageNum">216</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="tocDivNum">57.</td>
+<td class="tocDivTitle"> <a href="#ch57" id="xd33e3331">De laatste reis van Livingstone</a> <span class="pageNum" id="pb288">[<a href="#pb288">288</a>]</span></td>
+<td class="tocPageNum">224</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="tocDivNum">58.</td>
+<td class="tocDivTitle"> <a href="#ch58" id="xd33e3341">De lijkstoet van een held</a> </td>
+<td class="tocPageNum">229</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="tocDivNum">59.</td>
+<td class="tocDivTitle"> <a href="#ch59" id="xd33e3350">Door het donkere werelddeel</a> </td>
+<td class="tocPageNum">232</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="tocDivNum">60.</td>
+<td class="tocDivTitle"> <a href="#ch60" id="xd33e3359">Oorlogen met de inboorlingen</a> </td>
+<td class="tocPageNum">237</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="tocDivNum">61.</td>
+<td class="tocDivTitle"> <a href="#ch61" id="xd33e3368">Over de congo-vallen</a> </td>
+<td class="tocPageNum">239</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="tocDivNum">62.</td>
+<td class="tocDivTitle"> <a href="#ch62" id="xd33e3377">„Boela Matari, de steenbreker”</a> </td>
+<td class="tocPageNum">242</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="tocDivNum">63.</td>
+<td class="tocDivTitle"> <a href="#ch63" id="xd33e3386">De laatste gouverneur van Gordon</a> </td>
+<td class="tocPageNum">246</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="tocDivNum">64.</td>
+<td class="tocDivTitle"> <a href="#ch64" id="xd33e3395">Honderd zestig dagen in het oerwoud</a> </td>
+<td class="tocPageNum">250</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="tocDivNum">65.</td>
+<td class="tocDivTitle"> <a href="#ch65" id="xd33e3404">Op zoek naar Emin Pacha</a> </td>
+<td class="tocPageNum">255</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="tocDivNum">66.</td>
+<td class="tocDivTitle"> <a href="#ch66" id="xd33e3413">Het lot van de achterhoede</a> </td>
+<td class="tocPageNum">260</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="tocDivNum">67.</td>
+<td class="tocDivTitle"> <a href="#ch67" id="xd33e3423">Gered uit de handen der rebellen</a> </td>
+<td class="tocPageNum">265</td>
+</tr>
+</table>
+</div>
+</div>
+<div class="div1 cover"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody">
+<p class="first"></p>
+<div class="figure spine2width"><img src="images/spine2.jpg" alt="Oorspronkelijke rug." width="144" height="720"></div><p>
+</p>
+<p>&nbsp;
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure back2width"><img src="images/back2.jpg" alt="Oorspronkelijke achterkant." width="549" height="720"></div><p>
+</p>
+</div>
+</div>
+<div class="transcriberNote">
+<h2 class="main">Colofon</h2>
+<h3 class="main">Codering</h3>
+<p>Dit boek is weergegeven in oorspronkelijke schrijfwijze. Afgebroken woorden aan het
+einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld. Kennelijke zetfouten in het origineel
+zijn verbeterd. Deze verbeteringen zijn aangegeven in de colofon aan het einde van
+dit boek.</p>
+<h3 class="main">Documentgeschiedenis</h3>
+<ul>
+<li>2025-09-20 Begonnen.
+</li>
+</ul>
+<h3 class="main">Verbeteringen</h3>
+<p>De volgende 98 verbeteringen zijn aangebracht in de tekst:</p>
+<table class="correctionTable">
+<tr>
+<th>Bladzijde</th>
+<th>Bron</th>
+<th>Verbetering</th>
+<th>Bewerkingsafstand</th>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e142">4</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Luleâ</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Luleå</td>
+<td class="bottom">1 / 0</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e155">5</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Poolcirkels</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Poolcirkel</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e168">7</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Azie</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Azië</td>
+<td class="bottom">1 / 0</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e179">7</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="sv">Riksgraensen</td>
+<td class="width40 bottom" lang="sv">Riksgränsen</td>
+<td class="bottom">2 / 1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e198">10</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">dagelijk</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">dagelijks</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e367">30</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">zuk</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">zulk</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e370">30</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">1970</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">1870</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e373">30</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">13</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">13de</td>
+<td class="bottom">2</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e458">43</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">paralel</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">parallel</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e487">47</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">voor</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">door</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e544">54</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">noord-westtelijk</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">noord-westelijk</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e572">57</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">perstte</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">perste</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e583">58</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">á</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">à</td>
+<td class="bottom">1 / 0</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e612">61</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">kesseleilanden</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Kesseleilanden</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e625">62</a>, <a class="pageref" href="#xd33e1519">149</a>, <a class="pageref" href="#xd33e2191">227</a>, <a class="pageref" href="#xd33e2247">231</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">
+[<i>Niet in bron</i>]
+</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">,</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e642">64</a>, <a class="pageref" href="#xd33e878">87</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">.</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">,</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e655">66</a>, <a class="pageref" href="#xd33e664">66</a>, <a class="pageref" href="#xd33e673">67</a>, <a class="pageref" href="#xd33e680">68</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Ninderman</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Nindermann</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e753">75</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">bsloot</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">besloot</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e858">86</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">leven</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">levend</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e884">87</a>, <a class="pageref" href="#xd33e962">94</a>, <a class="pageref" href="#xd33e969">94</a>, <a class="pageref" href="#xd33e1041">100</a>, <a class="pageref" href="#xd33e2204">228</a>, <a class="pageref" href="#xd33e2765">281</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">
+[<i>Niet in bron</i>]
+</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">”</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e897">88</a>, <a class="pageref" href="#xd33e2202">228</a>, <a class="pageref" href="#xd33e2477">251</a>, <a class="pageref" href="#xd33e2689">275</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">
+[<i>Niet in bron</i>]
+</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">„</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e899">88</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Trosmö</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Tromsö</td>
+<td class="bottom">2</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e949">93</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">daarimmers</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">daar immers</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1022">98</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">ANDREE</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">ANDRÉE</td>
+<td class="bottom">1 / 0</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1069">103</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">menageriën</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">menagerieën</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1075">103</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">rontswanden</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">rotswanden</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1139">111</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">redactiebureau’s</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">redactiebureaus</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1172">114</a>, <a class="pageref" href="#xd33e1539">150</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">,</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">;</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1266">123</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Champes</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Champs</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1271">123</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">boulogne</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Boulogne</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1278">124</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">d’Jéna</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">d’Iéna</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1359">132</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">herinnneringen</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">herinneringen</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1366">133</a>, <a class="pageref" href="#xd33e1728">171</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">
+[<i>Niet in bron</i>]
+</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">.</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1394">136</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Bendramin-Calergi</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Vendramin Calergi</td>
+<td class="bottom">2</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1397">136</a>, <a class="pageref" href="#xd33e1403">136</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">de’</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">dei</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1400">136</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Ca Doro</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Ca’ d’Oro</td>
+<td class="bottom">4</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1407">136</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Ponto</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Ponte</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1415">137</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Piazetta</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Piazzetta</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1420">137</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">melodiën</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">melodieën</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1464">142</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">grodvestte</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">grondvestte</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1525">149</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Fakkels</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">fakkels</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1566">152</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Latijnsch</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Latijn</td>
+<td class="bottom">3</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1641">161</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">vanwelker</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">van welker</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1672">165</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Langs</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">langs</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1687">166</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">stroomafwaarts</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">stroomopwaarts</td>
+<td class="bottom">2</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1780">177</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">bekleeden</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">bekleedde</td>
+<td class="bottom">2</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1893">191</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Zij</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Zijn</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1911">193</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Septembtr</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">September</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1937">195</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">twee-en-een halven</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">twee-en-een-halven</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1940">195</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">
+[<i>Niet in bron</i>]
+</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">zij </td>
+<td class="bottom">4</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1992">202</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">triumf</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">triomf</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e2024">206</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">duidtde</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">duidt de</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e2082">214</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">’</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">”</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e2121">219</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">begroetten</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">begroeten</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e2126">219</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Westkust</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Oostkust</td>
+<td class="bottom">2</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e2136">220</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">
+[<i>Niet in bron</i>]
+</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">zou </td>
+<td class="bottom">4</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e2184">226</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">bij gewoond</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">bijgewoond</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e2218">228</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">woordden</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">woorden</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e2279">235</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Tangajika meer</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Tangajika-meer</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e2333">239</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">reus</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">reis</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e2341">240</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">onvoldoend</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">onvoldoende</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e2368">242</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">beid</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">bed</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e2375">242</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Tschiema</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Tschoema</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e2400">245</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">indentiteit</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">identiteit</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e2425">248</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">gewldige</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">geweldige</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e2428">248</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">woudvoelden</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">woud voelden</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e2435">249</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">o mde</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">om de</td>
+<td class="bottom">2</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e2443">249</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">mjj</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">mij</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e2455">250</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">o-hoe hoe</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">o-hoe-hoe</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e2562">261</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">overwinnigs-trofeeën</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">overwinnings-trofeeën</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e2574">262</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">,</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">.</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e2577">262</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Aaquator</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Aequator</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e2588">263</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Zanziber</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Zanzibar</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e2627">268</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">regel</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">regen</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e2660">272</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Ibwirri</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Ibwiri</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e2663">272</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">verwoestte</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">verwoestten</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e2691">275</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">nagegenoeg</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">nagenoeg</td>
+<td class="bottom">2</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e2709">276</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">invalieden</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">invaliden</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e2755">280</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Diep</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Diepe</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e2791">283</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">rebbellen</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">rebellen</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+</table>
+</div>
+</div>
+<div style='text-align:center'>*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 76913 ***</div>
+</body>
+</html>
+
diff --git a/76913-h/images/back2.jpg b/76913-h/images/back2.jpg
new file mode 100644
index 0000000..a9771a1
--- /dev/null
+++ b/76913-h/images/back2.jpg
Binary files differ
diff --git a/76913-h/images/front2.jpg b/76913-h/images/front2.jpg
new file mode 100644
index 0000000..bf9fea3
--- /dev/null
+++ b/76913-h/images/front2.jpg
Binary files differ
diff --git a/76913-h/images/p017.png b/76913-h/images/p017.png
new file mode 100644
index 0000000..a986eaf
--- /dev/null
+++ b/76913-h/images/p017.png
Binary files differ
diff --git a/76913-h/images/p032.jpg b/76913-h/images/p032.jpg
new file mode 100644
index 0000000..cd058e3
--- /dev/null
+++ b/76913-h/images/p032.jpg
Binary files differ
diff --git a/76913-h/images/p033.jpg b/76913-h/images/p033.jpg
new file mode 100644
index 0000000..a4c8402
--- /dev/null
+++ b/76913-h/images/p033.jpg
Binary files differ
diff --git a/76913-h/images/p064.jpg b/76913-h/images/p064.jpg
new file mode 100644
index 0000000..b51e241
--- /dev/null
+++ b/76913-h/images/p064.jpg
Binary files differ
diff --git a/76913-h/images/p065.jpg b/76913-h/images/p065.jpg
new file mode 100644
index 0000000..deb1c82
--- /dev/null
+++ b/76913-h/images/p065.jpg
Binary files differ
diff --git a/76913-h/images/p104.jpg b/76913-h/images/p104.jpg
new file mode 100644
index 0000000..a3c7e86
--- /dev/null
+++ b/76913-h/images/p104.jpg
Binary files differ
diff --git a/76913-h/images/p105-1.jpg b/76913-h/images/p105-1.jpg
new file mode 100644
index 0000000..d858fe5
--- /dev/null
+++ b/76913-h/images/p105-1.jpg
Binary files differ
diff --git a/76913-h/images/p105-2.jpg b/76913-h/images/p105-2.jpg
new file mode 100644
index 0000000..8ee34db
--- /dev/null
+++ b/76913-h/images/p105-2.jpg
Binary files differ
diff --git a/76913-h/images/p120.jpg b/76913-h/images/p120.jpg
new file mode 100644
index 0000000..888b40d
--- /dev/null
+++ b/76913-h/images/p120.jpg
Binary files differ
diff --git a/76913-h/images/p121-1.jpg b/76913-h/images/p121-1.jpg
new file mode 100644
index 0000000..ceb789d
--- /dev/null
+++ b/76913-h/images/p121-1.jpg
Binary files differ
diff --git a/76913-h/images/p121-2.jpg b/76913-h/images/p121-2.jpg
new file mode 100644
index 0000000..74b7b39
--- /dev/null
+++ b/76913-h/images/p121-2.jpg
Binary files differ
diff --git a/76913-h/images/p122.png b/76913-h/images/p122.png
new file mode 100644
index 0000000..ee3d3c8
--- /dev/null
+++ b/76913-h/images/p122.png
Binary files differ
diff --git a/76913-h/images/p144.jpg b/76913-h/images/p144.jpg
new file mode 100644
index 0000000..d7db601
--- /dev/null
+++ b/76913-h/images/p144.jpg
Binary files differ
diff --git a/76913-h/images/p145.jpg b/76913-h/images/p145.jpg
new file mode 100644
index 0000000..6e153a8
--- /dev/null
+++ b/76913-h/images/p145.jpg
Binary files differ
diff --git a/76913-h/images/p154.png b/76913-h/images/p154.png
new file mode 100644
index 0000000..6c00f1a
--- /dev/null
+++ b/76913-h/images/p154.png
Binary files differ
diff --git a/76913-h/images/p176.jpg b/76913-h/images/p176.jpg
new file mode 100644
index 0000000..898534b
--- /dev/null
+++ b/76913-h/images/p176.jpg
Binary files differ
diff --git a/76913-h/images/p177.jpg b/76913-h/images/p177.jpg
new file mode 100644
index 0000000..b95281a
--- /dev/null
+++ b/76913-h/images/p177.jpg
Binary files differ
diff --git a/76913-h/images/p192.jpg b/76913-h/images/p192.jpg
new file mode 100644
index 0000000..c4e3714
--- /dev/null
+++ b/76913-h/images/p192.jpg
Binary files differ
diff --git a/76913-h/images/p193.jpg b/76913-h/images/p193.jpg
new file mode 100644
index 0000000..7b6cb04
--- /dev/null
+++ b/76913-h/images/p193.jpg
Binary files differ
diff --git a/76913-h/images/p256.jpg b/76913-h/images/p256.jpg
new file mode 100644
index 0000000..3030037
--- /dev/null
+++ b/76913-h/images/p256.jpg
Binary files differ
diff --git a/76913-h/images/p257.jpg b/76913-h/images/p257.jpg
new file mode 100644
index 0000000..ee07741
--- /dev/null
+++ b/76913-h/images/p257.jpg
Binary files differ
diff --git a/76913-h/images/spine2.jpg b/76913-h/images/spine2.jpg
new file mode 100644
index 0000000..7f3ffc7
--- /dev/null
+++ b/76913-h/images/spine2.jpg
Binary files differ
diff --git a/76913-h/images/titlepage.png b/76913-h/images/titlepage.png
new file mode 100644
index 0000000..5d96379
--- /dev/null
+++ b/76913-h/images/titlepage.png
Binary files differ
diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt
new file mode 100644
index 0000000..6312041
--- /dev/null
+++ b/LICENSE.txt
@@ -0,0 +1,11 @@
+This eBook, including all associated images, markup, improvements,
+metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be
+in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES.
+
+Procedures for determining public domain status are described in
+the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org.
+
+No investigation has been made concerning possible copyrights in
+jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize
+this eBook outside of the United States should confirm copyright
+status under the laws that apply to them.
diff --git a/README.md b/README.md
new file mode 100644
index 0000000..12cc813
--- /dev/null
+++ b/README.md
@@ -0,0 +1,2 @@
+Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for eBook #76913
+(https://www.gutenberg.org/ebooks/76913)