summaryrefslogtreecommitdiff
diff options
context:
space:
mode:
-rw-r--r--.gitattributes3
-rw-r--r--76912-0.txt6874
-rw-r--r--76912-h/76912-h.htm9981
-rw-r--r--76912-h/images/new-cover.jpgbin0 -> 201162 bytes
-rw-r--r--76912-h/images/p212.jpgbin0 -> 196431 bytes
-rw-r--r--76912-h/images/p214.jpgbin0 -> 421391 bytes
-rw-r--r--76912-h/images/p230.jpgbin0 -> 189695 bytes
-rw-r--r--76912-h/images/p248.jpgbin0 -> 438966 bytes
-rw-r--r--76912-h/images/rbrace2.pngbin0 -> 260 bytes
-rw-r--r--LICENSE.txt11
-rw-r--r--README.md2
11 files changed, 16871 insertions, 0 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes
new file mode 100644
index 0000000..6833f05
--- /dev/null
+++ b/.gitattributes
@@ -0,0 +1,3 @@
+* text=auto
+*.txt text
+*.md text
diff --git a/76912-0.txt b/76912-0.txt
new file mode 100644
index 0000000..890bfb7
--- /dev/null
+++ b/76912-0.txt
@@ -0,0 +1,6874 @@
+
+*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 76912 ***
+
+
+
+
+KONING RICHARD DE DERDE.
+
+
+
+
+
+
+
+
+PERSONEN:
+
+ Koning Edward de Vierde.
+ Edward, prins van Wales, }
+ Richard, hertog van York, } zijn zonen.
+ George, hertog van Clarence, }
+ Richard, hertog van Gloster, } broeders des konings.
+ Een jonge Zoon van Clarence.
+ Hendrik, graaf van Richmond, later koning Hendrik de Zevende.
+ Kardinaal Bourchier, aartsbisschop van Canterbury.
+ Thomas Rotherham, aartsbisschop van York.
+ John Morton, bisschop van Ely.
+ De hertog van Buckingham.
+ De hertog van Norfolk.
+ De graaf van Surrey, zijn zoon.
+ Graaf Rivers, broeder van koningin Elizabeth.
+ De markies van Dorset, }
+ Lord Grey, } haar zonen.
+ De graaf van Oxford.
+ Lord Hastings.
+ Lord Stanley, ook graaf Derby genoemd.
+ Lord Lovel.
+ Sir Thomas Vaughan.
+ Sir Richard Ratcliff.
+ Sir William Catesby.
+ Sir James Tyrrel.
+ Sir James Blount.
+ Sir Walter Herbert.
+ Sir Robert Brakenbury, commandant van den Tower.
+ Christopher Urswick, een priester.—Een ander Priester.
+ Tressel en Berkeley, edellieden van lady Anna.
+ De Lord-Mayor van Londen.—De Sheriff van Wiltshire.
+
+ Elizabeth, gemalin van koning Edward den Vierden.
+ Margaretha, weduwe van koning Hendrik den Zesden.
+ De hertogin van York, moeder van koning Edward den Vierden, van
+ Clarence en van Gloster.
+ Lady Anna, weduwe van Edward, prins van Wales, den zoon van koning
+ Hendrik den Zesden, later gemalin van Richard.
+ Een jonge Dochter van Clarence.
+
+ Lords. Gevolg. Een Heraut. Een Griffier. Een Gevangenbewaarder.
+ Burgers. Moordenaars. Boden. Geesten. Krijgslieden enz.
+
+
+Het tooneel is in Engeland.
+
+
+
+
+
+
+
+
+EERSTE BEDRIJF.
+
+
+EERSTE TOONEEL.
+
+Londen. Een straat.
+
+Gloster komt op.
+
+GLOSTER. Nu werd de winter onzer wreev’le stemming
+Tot blijden zomer door de zon van York;
+De zware wolken, die ons huis bedreigden,
+Verzwolg de diepe schoot des oceaans.
+Nu drukken zegekransen ons de slapen;
+Ons butsig wapentuig siert thans den wand;
+Het slaggedruisch vervangen vreugdegalmen,
+De felle marschen zoete dansmuziek;
+De krijg ontfronste ’t norsch gerimpeld voorhoofd,
+Bestijgt niet meer ’t geharnast ros, en wekt
+Geen angst in ’t hart van schrikb’re tegenstanders,
+Maar huppelt, bij een eed’le gastvrouw, luchtig
+Naar ’t wulpsche welgevallen van een luit.
+Doch ik, geenszins gevormd voor snaaksche grappen,
+Of om verliefden spiegels ’t hof te maken, 15
+Die, ruw gestempeld, de’ adel mis van gang,
+Die ’t oog bekoort van dart’le, luchte nimfen,
+Ik, in dien juisten bouw te kort gedaan,
+Valsch door Natuur van evenmaat verstoken,
+Verknoeid, onafgewerkt, te vroeg de wereld,
+Die ademt, ingezonden, nauwelijks half
+Voltooid en wel zoo lam, zoo vreemd van vorm,
+Dat honden bassen, als ik langs hen hink,—
+Ik ken, in dezen tijd van vreêschalmeien,
+Voor mij geen enkel lustig tijdverdrijf,
+Dan ’t staren op mijn schaduw in de zon
+En ’t heeklen van mijn eigen wangestalte;
+En daarom—wijl ik niet voor minnaar deug
+Om dezen welbespraakten tijd te korten—
+Is mijn besluit genomen: ’k word een booswicht
+En zweer des tijds nietswaardig beuz’len haat.
+Aanslagen smeedde ik, heb ze voorbereid
+Door dronken profetieën, briefjes, droomen,
+Om bij mijn broeder Clarence en den koning
+Weêrzijdschen haat, ten doode toe, te wekken;
+En is de koning even waar en trouw,
+Als ik geslepen, valsch en onbetrouwbaar,
+Dan wordt nog heden Clarence ingerekend,
+Ter wille van een profetie,—dat G
+Aan Edwards erven dood bereidt en wee.—
+Duikt in mijn ziel, gedachten; Clarence komt.
+
+(Clarence komt op, vergezeld van Bewakers, alsmede van Brakenbury.)
+
+Mijn broeder, goeden dag! Waartoe die wacht
+Bij uw genade?
+
+CLARENCE. Zijne majesteit
+Heeft, voor mijn veiligheid bezorgd, bevolen,
+Dat ik aldus ten Tower wierd geleid.
+
+GLOSTER. En dat waarom?
+
+CLARENCE. Omdat ik George heet.
+
+GLOSTER. Ach, dit mylord, is uwe schuld toch niet;
+Daarvoor moest hij uw peten laten boeten.
+O, moog’lijk is zijn majesteit van plan,
+U in den Tow’r opnieuw te laten doopen.
+Maar Clarence, wat is de oorzaak? mag ik ’t weten?
+
+CLARENCE. Ja, Richard, als ìk ’t weet; doch ik verklaar,
+Tot nog toe weet ik ’t niet. Maar, zoo ik hoor,
+Hecht hij aan profetieën en aan droomen,
+En schrapt de letter G van ’t ABC;
+Hem spelde een wich’laar, zegt hij, dat een G
+Zijn kroost onterving brengen zou en wee;
+Nu, mijn naam, George, o ramp! begint met G,
+Dus, ìk bedreig zijn kroost en stoor zijn vreê.
+Dit, zoo ik hoor, en zulke grillen meer
+Zijn oorzaak, dat zijn hoogheid mij deed vatten.
+
+GLOSTER. Zoo gaat het, doet een man, wat vrouwen willen!
+U zendt de koning, neen, niet naar den Tower;
+Mylady Grey, zijn vrouw, die is het, Clarence,
+Die hem tot zulk een uiterste verleidt.
+Was ’t niet door haar en dien hoogeed’len vriend,
+Antonius Woodville, Rivers thans, haar broeder,
+Dat hij lord Hastings naar den Tower zond,
+Waar hij eerst heden uit ontslagen werd?
+Wij zijn niet veilig, Clarence, zijn niet veilig.
+
+CLARENCE. Bij God! geen mensch is veilig, dan verwanten
+Der koningin, en ook die nachtherauten,
+Des konings en mejuffer Shore’s loopers.
+Hebt gij vernomen, hoe als need’rig smeek’ling
+Lord Hastings haar om zijn bevrijding bad?
+
+GLOSTER. Deemoedig jamm’rend bij haar godd’lijkheid,
+Erlangde de eed’le kamerheer zijn vrijheid.
+Ik zeg: naar ìk denk, is het voor ons zaak,—
+Zoo wij des konings gunst behouden willen,—
+Als hare dienaars haar livrei te dragen.
+Sinds onze broeder haar, en die jaloersche,
+Versleten weeuw tot edelvrouwen sloeg,
+Stelt haar gesnap in ’t koninkrijk de wet.
+
+BRAKENBURY. ’k Bid uw’ genaden beiden om vergiff’nis,
+Doch zijne majesteit beval mij streng,
+Dat niemand, van wat stand hij ook mocht zijn,
+Vertrouw’lijk met zijn broeder spreken zou.
+
+GLOSTER. Zeer wel; en als ’t uw edelheid behaagt,
+Vrij moogt gij alles hooren, wat wij zeggen.
+’t Is, man, geen hoogverraad; ’t is, dat de koning
+Vroed is en vroom, zijn eed’le koningin
+Van rijpen leeftijd, schoon en niet jaloersch;—
+Alsook, dat Shore’s vrouw een mooien voet heeft,
+Een kersenmond, schoone oogen, zoete tong;
+En dat der koningin geslacht voornaam werd.
+Wat zegt gij, heer, kunt gij dit alles looch’nen?
+
+BRAKENBURY. ’k Heb met dit alles niets te doen, mylord. 97
+
+GLOSTER. Met juffer Shore niets te doen? Wel, man,
+Wie iets met haar wil doen, één uitgezonderd,
+Die doe het liefst in diep geheim, alleen.
+
+BRAKENBURY. Wie is die een, mylord?
+
+GLOSTER. Haar man, gij schelm; zoudt gij mij willen vangen?
+
+BRAKENBURY. Vergeef mij, uw genade, maar ik bid u,
+Niet meer te spreken met den eed’len hertog.
+
+CLARENCE. Wij kennen uwen last en willen volgen.
+
+GLOSTER. Wij, koninginneslaven, moeten volgen.
+Vaar, broeder, wel; ik spoed mij tot den koning
+En wat gij mij gelast voor u te doen,
+Zelfs koning Edwards weeuw als zuster groeten,
+Ik zal het doen, zoo ’t u bevrijden kan.
+Want inderdaad, die diepe smaad eens broeders
+Treft mij veel dieper dan gij denken kunt.
+
+CLARENCE. Ik weet, die smaad behaagt nòch u nòch mij.
+
+GLOSTER. Kom, lang zal uw gevangenschap niet duren;
+Ik maak u vrij, of raak voor u in hecht’nis;
+Heb midd’lerwijl geduld.
+
+CLARENCE. Dit moet; vaarwel!
+
+ (Clarence, Brakenbury en de Wacht af.)
+
+GLOSTER. Ga vrij dien weg, waarlangs gij nimmer keert,
+Onnooz’le Clarence! Zoo bemin ik u,
+Dat ik welras uw ziel ten hemel zend,
+Zoo die uit onze hand de gift aanvaardt.
+Doch wie komt daar? de pas bevrijde Hastings?
+
+(Hastings komt op.)
+
+HASTINGS. ’k Wensch mijn doorluchten heer een blijden morgen.
+
+GLOSTER. Ik insgelijks mijn waarden kamerheer;
+Gij zijt recht welkom in de vrije lucht.
+Hoe hebt gij uw gevangenschap gedragen?
+
+HASTINGS. Geduldig, heer, zooals gevang’nen ’t moeten.
+Maar toch, ik hoop eens hun mijn dank te brengen,
+Die de oorzaak waren der gevangenschap.
+
+GLOSTER. Vertrouw dit, ja, en dit zal Clarence ook;
+Die u vijandig waren, zijn het hem,
+En zijn nu hem, als vroeger u, te sterk.
+
+HASTINGS. Een jammertijd, die de’ aadlaar op doet sluiten,
+En gier en havik rooven laat naar lust!
+
+GLOSTER. Wat is er in de wereld wel voor nieuws?
+
+HASTINGS. Geen nieuws zoo slecht van buiten, als te huis:—
+De koning voelt zich krank, is zwak, zwaarmoedig;
+Zijn artsen zijn om hem in groote zorg 137
+
+GLOSTER. Nu, bij Sint Paul, dit nieuws is waarlijk slecht.
+O, maar zijn leefwijs was sinds lang verkeerd;
+De koning heeft zijn krachten uitgeput;
+’t Is zeer bedroevend, als men hieraan denkt.
+Spreek, houdt hij ’t bed?
+
+HASTINGS. Ja zeker.
+
+GLOSTER. Ga, bid ik, voor; ik zal u daad’lijk volgen.
+
+ (Hastings af.)
+
+’t Loopt, hoop ik, af; maar sterven mag hij niet,
+Eer George in postgalop ten hemel voer.
+’k Ga tot hem; ’k wil zijn haat op Clarence hitsen,
+Door leugens, wel gestaald met zware reed’nen;
+En zoo mijn diepe toeleg niet mislukt,
+Heeft Clarence nu geen tweeden dag te leven;
+Dan haal’ God koning Edward in zijn hemel,
+En late de aard aan mij om daar te woelen.
+Dan zal ik Warwick’s jongste dochter huwen;
+Maar hoe! ik doodde haar gemaal, haar vader!
+De beste schaad’loosstelling voor de deerne,
+Zoo ìk nu haar gemaal en vader word;
+Dit wil ik doen, niet juist zoozeer uit liefde,
+Als om een ander diep verholen doel,
+Dat ik door haar te huwen moet bereiken.
+Doch ik wil koopen, vóór er iets te koop is;
+Nog ademt Clarence; koning Edward leeft;
+Zijn zìj weg, dan bereek’nen, wat het geeft!
+
+ (Gloster af.)
+
+
+
+
+
+TWEEDE TOONEEL.
+
+Een andere straat in Londen.
+
+Het lijk van Koning Hendrik den Zesden wordt in een open kist ten
+tooneele gedragen, begeleid door Edellieden met hellebaarden, gevolgd
+door Lady Anna als rouwdraagster.
+
+ANNA. Zet neer, zet neer uw eerbiedwaarden last,—
+Zoo eere door een lijkwâ kan omhuld zijn,—
+Opdat mijn rouwbeklag een wijl betreure
+Des eed’len Lancaster’s ontijdig eind.—
+Ach, ijskoud wezen van een heil’gen koning!
+Des vorstenhuizes Lancaster bleek stof!
+Gij, bloedloos overschot van koningsbloed!
+Vergun mij, uwen geest hier op te roepen,
+Dat die de weeklacht hoor’ van Anna, de arme,
+De vrouw van Edward, uw vermoorden zoon,
+Dien hìj doorstak, wiens hand u wonden sloeg!
+Zie, in de poorten, waar u ’t leven uitvloot,
+Vloeit, ach vergeefs! de balsem mijner oogen!
+Vervloekt de hand, die zulke scheuren reet!
+Vervloekt het hart, dat tot dit doen het hart had!
+Vervloekt het bloed, dat dit bloed stroomen deed!
+Meer gruwb’re ellende treff’ dien onverlaat,
+Die ons verlaten maakte door uw dood,
+Dan ik aan adders, spinnen, padden wensch,
+Of eenig kruipend, giftig tuig, dat leeft! 20
+Heeft hij een kind ooit, ’t zij een misgeboorte,
+Een monster, vóór zijn tijd aan ’t licht gebracht,
+Dat door zijn leelijk en gedrocht’lijk wezen
+Der moeder hoopvol oog verstijv’ van schrik;
+En dit zij zijner boosheid erfgenaam!
+En heeft hij ooit een vrouw, dan worde zij
+Onzaal’ger nog door zijnen dood, dan ik
+Het door mijn jonge gade werd en u!—
+Komt, thans naar Chertsey met uw heil’gen last,
+Dien we uit Sint Paul ter plechtige uitvaart haalden;
+Rust vrij, als gij vermoeid zijt, telkens uit;
+Ik weeklaag dan bij koning Hendriks lijk.
+
+(De Dragers nemen het lijk op en gaan voort.)
+
+(Gloster treedt op.)
+
+GLOSTER. Niet verder, gij, die ’t lijk draagt, zet het neder!
+
+ANNA. Wat zwarte toov’naar roept dien duivel op,
+Tot storing van een vroom en christ’lijk werk?
+
+GLOSTER. Zet neêr het lijk, gij schurken! Bij Sint Paul,
+Ik maak tot lijk een elk, die zich verzet!
+
+EERSTE EDELMAN. Terug, mylord, en laat de baar voorbij.
+
+GLOSTER. Schaamt’looze hond, blijf staan, als ik ’t beveel;
+Uw hellebaard omhoog, niet voor mijn borst,
+Of, bij Sint Paul, ik sla u voor den grond,
+En ik vertreed u, beedlaar, om uw stoutheid.
+
+(De Dragers zetten de baar neder.)
+
+ANNA. Hoe! Siddert gij? gij allen zijt bevreesd?
+Helaas, ik wraak u niet, want gij zijt sterflijk,
+En ’t sterflijk oog verdraagt den duivel niet.—
+Verdwijn, gij gruwzame afgezant der hel!
+Gij hadt slechts op zijn sterflijk lichaam macht;
+Zijn ziel erlangt gij niet; daarom van hier!
+
+GLOSTER. Wees christ’lijk, lieve heil’ge; vloek niet zoo.
+
+ANNA. Bij God, weg, booze duivel! stoor ons niet;
+Gij, die de schoone wereld tot uw hel,
+Vol vloekgehuil en jammer hebt gemaakt!
+Als de aanblik uwer gruw’len u vermaakt,
+Zie dan dit staaltje van uw slachtersdaden.—
+Ziet, mannen, ziet, des dooden Hendriks wonden
+Ontsluiten haar verstijfden mond; zij bloeden!—
+Bloos, bloos, gij klomp van snoode afzicht’lijkheid!
+Want uw nabijheid dringt dit koude bloed
+Uit ledige aad’ren, waar geen bloed meer woont;
+Uw ondaad, ja, onmenschlijk, onnatuurlijk,
+Verwekt dien stortvloed, even onnatuurlijk.
+O God, gij schiept dit bloed, o wreek zijn dood!
+Gij aard, gij drinkt dit bloed, o wreek zijn dood!
+Gij hemel, dood den moord’naar met uw bliksem,
+Of gaap, gij aarde, wijd, verslind hem levend,
+Zooals gij ’t bloed verzwelgt diens goeden konings,
+Door de’ arm van dezen helleknecht geslacht!
+
+GLOSTER. Prinses, gij kent de leer der liefde niet,
+Die kwaad met goed vergeldt en vloek met zegen.
+
+ANNA. Gij schurk, gij kent geen wet, van God noch mensch;
+Het wildste beest kent eenig medelijden. 71
+
+GLOSTER. Dit ken ik niet en ben alzoo geen beest.
+
+ANNA. O wondervreemd, ook duivels spreken waar!
+
+GLOSTER. Nog vreemder, zulk een gramschap bij een engel!
+Sta toe, o godd’lijk toonbeeld eener vrouw,
+Dat ik van die vermeende booze dingen
+Uitvoerig uwe vrijspraak mij verwerv’.
+
+ANNA. Sta toe, gij helsch gedrocht’lijk beeld eens mans,
+Dat ik voor die bewezen booze dingen
+Uitvoerig u, vervloekte, nogmaals vloek.
+
+GLOSTER. Gij, schooner dan ooit tong het uit kan drukken,
+Geef mij geduldig tijd, dat ik me ontschuldig.
+
+ANNA. Gij, snooder dan ooit hart vermoeden kan,
+Ontschuldigd zult gij zijn, als ge u verhangt.
+
+GLOSTER. Door die vertwijfling zou ik schuld erkennen.
+
+ANNA. Door die vertwijfling delgt gijzelf uw schuld,
+Daar gij verdiende wraak neemt op uzelf,
+Die onverdienden moord op and’ren pleegdet.
+
+GLOSTER. Doch zoo ’k hen niet versloeg?
+
+ANNA. Dan waren zij niet dood;
+Doch dood, zij zijn ’t, en, helleslaaf, door u.
+
+GLOSTER. Ik doodde uw gade niet.
+
+ANNA. Dan leeft hij nog.
+
+GLOSTER. Neen, hij is dood, doch viel door Edwards hand.
+
+ANNA. Boos liegt uw tong, want koningin Marg’retha
+Zag zelf uw moordstaal rooken van zijn bloed;
+Gij hebt het ook op hare borst gericht,
+Doch uwe broeders sloegen ’t ras ter zijde.
+
+GLOSTER. Ik werd geprikkeld door haar lastertong,
+Die hun schuld valsch op mijne schoud’ren laadde.
+
+ANNA. Gij werdt geprikkeld door uw moord’naarsziel,
+Die nooit van iets dan bloedvergieten droomt.
+Hebt gij deez’ koning niet gedood?
+
+GLOSTER. ’k Stem toe.
+
+ANNA. Toe stemt gij ’t, egel? Dan stemm’ God mij toe,
+Dat gij vervloekt zijt om die booze daad!
+O, hij was deugdzaam, zacht en liefderijk.
+
+GLOSTER. Te beter voor den hemel, die hem heeft.
+
+ANNA. Daar is hij, ja; gìj zult er nimmer komen.
+
+GLOSTER. Dan dank’ hij mij, die hem er henen zond;
+Hij zal er beter thuis zijn dan op aarde. 108
+
+ANNA. En gij kunt enkel thuis zijn in de hel.
+
+GLOSTER. O, nog op ééne plaats; mag ik die noemen?
+
+ANNA. Een kerkerkrocht.
+
+GLOSTER. Uw slaapvertrek.
+
+ANNA. De rust ontvliê de kamer, waar gij ligt!
+
+GLOSTER. Zoo is ’t, tot ik bij ù lig, eed’le vrouw.
+
+ANNA. Ik hoop het.
+
+GLOSTER. Ik weet het.—Maar, lieve lady Anna,—
+Om uit dit scherp, spitsvondig woordschermuts’len
+Te komen tot bedaarder onderhoud,—
+Spreek, is, die de oorzaak was des vroegen doods
+Der twee Plantagenets, Hendrik en Edward,
+Niet even laakbaar, als die ’t feit volbracht?
+
+ANNA. Gijzelf waart de oorzaak en gevloekte werking.
+
+GLOSTER. En uwe schoonheid de oorzaak dezer werking,
+Uw schoonheid, die mij in den slaap bezocht,
+Om der geheele wereld dood te wagen
+Voor één uur levens aan uw zoete borst.
+
+ANNA. Als ik dit dacht, ik zeg u, menschenmoorder,
+Mijn nagels reten uit mijn wang dat schoon.
+
+GLOSTER. Mijn oog verdroeg ’t vergaan dier schoonheid niet;
+Stond ik er bij, gij zoudt haar nimmer deren;
+Gelijk heel de aard zich aan de zon verkwikt,
+Zoo ik aan haar; zij is mijn dag, mijn leven!
+
+ANNA. Nacht overhuive uw dag, en dood uw leven!
+
+GLOSTER. Schoone engel, vloek uzelf niet; gij zijt beide.
+
+ANNA. Ja, ware ik dit, om mij op u te wreken!
+
+GLOSTER. O, zulk een vijandschap is onnatuurlijk,
+U wreken op den man, die u bemint!
+
+ANNA. Die vijandschap is goed, naar recht en rede;
+Mij wreken op den moord’naar mijns gemaals!
+
+GLOSTER. Die u van uw gemaal beroofde, deed het,
+Om, lady, u een beet’ren te verschaffen.
+
+ANNA. Een betere ademt er op aarde niet.
+
+GLOSTER. Eén wijdt u beet’re liefde nog dan hij.
+
+ANNA. Wie is ’t?
+
+GLOSTER. Plantagenet.
+
+ANNA. Dat was hijzelf.
+
+GLOSTER. Dezelfde naam, ja, doch een beter man.
+
+ANNA. Waar is hij?
+
+GLOSTER. Hier.
+
+(Zij spuwt naar hem.)
+
+ Wat spuwt gij zoo naar mij?
+
+ANNA. Ik wenschte, ’t ware een dood’lijk gif voor u! 146
+
+GLOSTER. Nooit kwam vergif van zulk een zoete plaats.
+
+ANNA. En nooit kleefde er vergif aan snooder pad.
+Uit mijn gezicht! want gij verzengt mijn oogen.
+
+GLOSTER. Uw oogen hebben mij in vlam gezet.
+
+ANNA. O, waren ’t basilisken, bliksems schietend!
+
+GLOSTER. Ik wenschte ’t ook, dan ware ik dood op eens;
+Thans geven zij me een dood, die ’t leven laat.
+Uw oog heeft zilte tranen mij ontperst,
+Mijn oogen smaad gebracht door kindsche droppen,
+Dien oogen, die nooit rouwetranen kenden,
+Noch toen mijn vader York en Edward weenden
+Om Rutland’s jammerkreet, toen over hem
+Clifford met donk’ren blik het zwaard verhief,
+Noch toen uw dapp’re vader, als een kind,
+Het droef verhaal deed van mijns vaders dood,
+En tienmaal op moest houden, snikte en weende,
+Dat elk, die ’t hoorde, vochte wangen had,
+Als boomen in den regen; in dien rouwtijd
+Weerhield mijn mann’lijk oog een laffen traan;
+En wat die smart het nooit heeft afgeperst,
+Deed uwe schoonheid, maakte ’t blind van weenen.
+Nooit smeekte ik iets aan vriend of vijand af;
+Nooit leerde mijne tong een vleiend woord;
+Doch nu mij uwe schoonheid wenkt als loon,
+Smeekt mijn trotsch hart en leert mijn tong te spreken.
+
+(Zij ziet hem met een hoonenden blik aan.)
+
+Leer uwen lippen zulk een hoon niet, lady,
+Zij zijn ten kus geschapen, niet tot hoon.
+Als uw wraakgierig hart niet kan vergeven,
+Zie, ’k leen u hier dit scherpgepunte zwaard;
+Gij, berg het vrij in deze trouwe borst,
+En drijf de ziel er uit, die u vergoodt.
+Zie, ik ontbloot haar, dat gij dood’lijk toestoot,
+En bid, deemoedig knielend, om mijn dood.
+
+(Hij ontbloot de borst; zij richt er het zwaard op.)
+
+Neen, weifel niet: ik doodde koning Hendrik;
+Maar ’t was uw schoonheid, die er mij toe drong.
+Stoot toe; ja, ik doorstak den jongen Edward;—
+Maar ’t was uw hemelsch aanschijn, dat mij dreef.
+
+(Zij laat het zwaard vallen.)
+
+Neem op het zwaard, of mij in uwe gunst.
+
+ANNA. Rijs, huich’laar op, hoezeer uw dood mijn wensch zij,
+Ik wil ’t niet zijn, die met den zwaarde u recht.
+
+GLOSTER. Zeg mij dan mij te dooden, en ik doe het.
+
+ANNA. Dit deed ik reeds.
+
+GLOSTER. Gij deedt het in uw toorn;
+Zeg ’t nu nog eens; terstond zal deze hand,
+Die, om uw liefde, uw liefde heeft gedood,
+Veel trouwer liefde om uwe liefde dooden;
+Aan beider dood zult gij meeplichtig zijn.
+
+ANNA. O, kende ik slechts uw hart!
+
+GLOSTER. Ik draag het op de tong.
+
+ANNA. Wellicht zijn beide valsch. 195
+
+GLOSTER. Nooit sprak dan iemand waar.
+
+ANNA. Nu dan, steek op uw zwaard.
+
+GLOSTER. Zeg dan: wij zijn verzoend.
+
+ANNA. Dit blijke u door ’t vervolg.
+
+GLOSTER. Dus, leef ik nog in hoop?
+
+ANNA. Dit, hoop ik, doet een elk.
+
+GLOSTER. Draag dezen ring van mij.
+
+ANNA. Die aanneemt, geeft nog niet.
+
+(Zij laat zich den ring aan den vinger steken.)
+
+GLOSTER. Zie, hoe mijn ring om uwen vinger sluit;
+Zoo houdt uw borst mij ’t arme hart omsloten,
+Draag gij die beide, beide zijn zij u.
+En als uw arme, trouw verknochte dienaar
+Nog ééne gunst van uw genâ mag smeeken.
+Dan grondt gij hem voor eeuwig zijn geluk.
+
+ANNA. Wat is het?
+
+GLOSTER. Dat gij den rouwdienst hem wilt overlaten,
+Die meerder oorzaak heeft om rouw te dragen,
+En u van hier naar Crosbyhof begeeft.
+Daar kom ik, nadat ik deze’ eed’len koning
+In ’t klooster Chertsey plechtig heb begraven,
+En tranen vol berouw op ’t graf geplengd,
+Met allen spoed eerbiedig u bezoeken;
+Om veel geheime reed’nen smeek ik u:
+Sta deze gunst mij toe.
+
+ANNA. Van ganscher harte; zeer verheugt het mij,
+Te zien, dat gij boetvaardig zijt geworden.—
+Komt, Berkeley en Tressel, begeleidt mij.
+
+GLOSTER. Zeg mij vaarwel.
+
+ANNA. ’t Is meer dan gij verdient;
+Doch daar gij mij geleerd hebt, u te vleien,
+Zoo denk, dat ik u reeds vaarwelgezegd heb.
+
+ (Lady Anna met twee Edellieden af.)
+
+GLOSTER. Gij, neemt het lijk weer op.
+
+EEN EDELMAN. Naar Chertsey, uwe hoogheid?
+
+GLOSTER. Neen, naar de Karmelieten; wacht mij daar.
+
+ (Al de overigen met het lijk af.)
+
+Werd ooit in zulk een luim een vrouw gevrijd?
+Werd ooit in zulk een luim een vrouw gewonnen?
+Ik wil haar hebben, niet haar lang behouden.
+Wat! ik, de moord’naar van haar man en vader,
+Ik vang haar in haars harten diepsten haat,
+Met vloeken op haar tong, het oog vol tranen,
+Bij ’t bloedend lijk, getuige van haar haat;
+God, haar geweten, alles tegen mij;
+Ik, zonder vrienden, die mijn aanzoek steunen,
+Dan huich’laarsblikken, en den baren duivel;
+En toch zij mijn!—de wereld tegen niets!
+Ha! Heeft zij dien wakk’ren prins alreeds vergeten,
+Edward, haar gade, dien ik voor drie maanden
+Te Tewksbury doorstak in arren moede? 242
+Een edelman, zoo goed en minnenswaard,—
+Zoo kwistig door natuur bedeeld met gaven,
+Jong, dapper, wijs, echt koninklijk voorwaar,—
+Is in de wijde wereld niet te vinden;
+En toch vernedert zij haar blik tot mij,
+Die ’t gouden bloeisel afsneed van dien prins
+En haar tot weduw maakte op bange sponde!
+Mij, wiens geheel geen halven Edward opweegt!
+Tot mij, die hink en zoo wanstaltig ben!
+Mijn hertogdom, ja, tegen éénen duit,
+Dat ik aldoor mijzelven heb miskend;
+Mijn kop af, dat zij mij, wat ìk niet vind,
+Voor een verbazend knappen jonkman houdt.
+Ik moet mij, wat het koste, een spiegel koopen,
+En schaf een paar dozijnen snijders aan,
+Om drachten uit te denken, die mij goed staan.
+Nu ’k bij mijzelf in gunst gekomen ben,
+Leg ik er ook een weinig aan te kost.
+Doch eerst help ik dien kerel in zijn graf,
+En kom dan jamm’rend bij mijn liefste weer.—
+Schijn helder, zon, tot ik een spiegel heb,
+Opdat ik in mijn schaduw vreugde schepp’!
+
+ (Gloster af.)
+
+
+
+
+
+DERDE TOONEEL.
+
+Aldaar. Een kamer in het paleis.
+
+Koningin Elizabeth, lord Rivers en lord Grey komen op.
+
+RIVERS. Houd moed, vorstin; geen twijfel, of zijn hoogheid
+Is binnen korten tijd geheel hersteld.
+
+GREY. Zijt gij er om bedrukt, dit maakt hem erger;
+Blijf dus om Gods wil immer welgemoed,
+En beur hem op door luchtig, vroolijk praten.
+
+KONINGIN ELIZABETH. Als hij eens stierf, wat leed zou dan mij treffen!
+
+GREY. ’t Verlies van zulk een gâ, geen verder leed.
+
+KONINGIN ELIZABETH. Zulk een verlies sluit al wat leed is in.
+
+GREY. God heeft u met een wakk’ren zoon gezegend,
+Die u na zijnen dood tot troost zal zijn.
+
+KONINGIN ELIZABETH. Ach, hij is jong; en zijne jeugd wordt dan
+Aan Richard Gloster’s hoede toevertrouwd,
+Een man, die mij, noch een van u, mag lijden.
+
+RIVERS. Is dit bepaald, moet hij protector worden?
+
+KONINGIN ELIZABETH. Besloten is ’t, ofschoon nog niet bepaald;
+Maar ’t moet, indien de koning komt te vallen.
+
+(Buckingham en Stanley treden op.)
+
+GREY. Daar zijn de lords van Buckingham en Stanley.
+
+BUCKINGHAM. Uw koninklijke hoogheid alle heil!
+
+STANLEY. God geve uw majesteit weer vreugd als vroeger! 19
+
+KONINGIN ELIZABETH. Gravinne Richmond, waarde lord van Stanley,
+Zegt wis geen amen op uw goeden wensch.
+Doch, beste Stanley, schoon ze uw gade zij
+En mij niet lijden moog’, geloof me, ik koester
+Voor u geen haat om haar laatdunkendheid.
+
+STANLEY. Ik bid u, schenk dien boozen lastertongen
+Van die haar valsch betichten geen gehoor;
+Of, wat men haar terecht ten laste legt,
+Beschouw dit als een zwakheid, die veeleer
+Uit kranke luim, dan boozen zin ontspruit.
+
+KONINGIN ELIZABETH. Zaagt gij vandaag den koning reeds, lord Stanley?
+
+STANLEY. Wij hebben, hertog Buckingham, en ik,
+Zoo even zijne majesteit bezocht.
+
+KONINGIN ELIZABETH. Hoe vindt gij ’t uitzicht op zijn beterschap?
+
+BUCKINGHAM. Heb moed, vorstin; hij spreekt recht opgeruimd.
+
+KONINGIN ELIZABETH. God sterk’ hem! Sprak hij met u over zaken?
+
+BUCKINGHAM. O ja, vorstin; het is zijn wensch, uw broeders
+Met hertog Gloster duurzaam te verzoenen,
+Alsmede met den opperkamerheer;
+Hij liet hen naar zijn kamer opontbieden.
+
+KONINGIN ELIZABETH. Ware alles goed!—Doch dit zal nimmer zijn;
+Ik vrees, ons heil staat op zijn middaghoogte.
+
+(Gloster, Hastings en Dorset komen op.)
+
+GLOSTER. Zij doen mij onrecht, en ik wil ’t niet dulden.—
+Wie zijn zij, die steeds klagen bij den koning,
+Dat ik, ik, wrok, voor hen recht liefd’loos ben?
+Zij, bij Sint Paul, zijn voor den koning liefd’loos,
+Die zoo zijn oor met twistgeruchten vullen.
+Wijl ik niet vleien kan, niet mooi kan praten,
+Toelachen, streelen, foppen en bedriegen,
+Strijkages op zijn Fransch, recht aap’rig, maken,
+Moet ik volstrekt een wrokkend vijand zijn.
+Kan geen eenvoudig man meer vreedzaam leven,
+Dat niet zijn eerlijk hart belasterd wordt,
+Door fulpen, sluw, indringend vleigeboefte?
+
+GREY. Tot wien in dezen kring spreekt uw genade?
+
+GLOSTER. Tot u, die zonder deugd zijt en genade.
+Spreek, wanneer krenkte ik u, of kwetste ik u?—
+Of u?—Of u?—of iemand van uw bent?
+Hale u de pest! De koning, onze heer,—
+Wien God behoede, beter dan gij ’t wenscht!—
+Heeft nauwlijks voor een ademhaling rust,
+Dat gij hem niet met lage klachten kwelt. 61
+
+KONINGIN ELIZABETH. Verkeerd neemt gij de zaak op, broeder Gloster.
+De koning, door zichzelf alleen gedreven,
+En niet door and’re klagers aangezet,
+Maar lettend, moog’lijk, op uws boezems wrok,
+Die zich uitwendig in uw doen verraadt,
+Wrok tegen mij, mijn broeders en mijn kind’ren,
+Deed u ontbieden, opdat hij den wortel
+Van uwen haat ontdekken, rooien moog’.
+
+GLOSTER. Ik weet niet;—al te slecht is thans de wereld:
+’t Kleinjantje rooft, waar de aad’laar zich niet waagt;
+Sinds elke schooier edelman hier werd,
+Werd menig edelman een kale schooier.
+
+KONINGIN ELIZABETH. O duid’lijk is uw meening, broeder Gloster;
+Mijn, mijner vrienden opkomst wekt uw nijd.
+God geve, dat wij nimmer u behoeven!
+
+GLOSTER. God geeft inmiddels, dat wij u behoeven.
+Mijn broeder is gekerkerd door uw toedoen,
+Ikzelf in ongenade, heel onze adel
+Geminacht; en de hoogste posten vallen
+Met gravenkronen daag’lijks hun ten deel,
+Wier rijkdom, gist’ren nog, geen zilvren kroon was.
+
+KONINGIN ELIZABETH. Bij Hem, die uit mijn need’rig, stil geluk
+Tot deze bange hoogte mij verhief,
+Nooit deed ik iets om tegen hertog Clarence
+Den koning op te zetten; veeleer was ik
+Zijn voorspraak en volijv’rig pleitbezorger.
+Mylord, gij doet mij smaadlijk onrecht aan,
+Door zulk een valsche smet op mij te werpen.
+
+GLOSTER. Gij kunt ook looch’nen, dat niet uw bedrijf
+Lord Hastings in den Tower heeft gebracht.
+
+RIVERS. Zij kan ’t, mylord; want—
+
+GLOSTER. Zij kan ’t, lord Rivers,—wel, wie weet het niet?—
+Zij kan, mijn heer, nog meer doen, dan dit looch’nen;
+Zij kan—aan meen’gen vetten post u helpen,
+En later looch’nen, dat ze er iets voor deed,
+En zeggen, dat gij ’t uw verdiensten dankt.
+Wat kan zij niet? Zij kan,—ja trouwens, kan—
+
+RIVERS. Wat trouwens kan zij?
+
+GLOSTER. Wat trouwens kan zij? met een koning trouwen,
+Een jonkman, ja, een knappen vrijgezel.
+Uws vaders moeder deed een minder keus. 102
+
+KONINGIN ELIZABETH. Mylord van Gloster, al te lang verdroeg ik
+Uw plompen smaad en uwen bitt’ren spot;
+Bij God, ik meld nu aan zijn majesteit
+Den groven hoon, dien ik zoo vaak moest lijden.
+Veel liever ware ik dienstmaagd op het land
+Dan groote koningin met dit beding,
+Van zulk een schimp en hoon en smaad te dulden;
+Klein is mijn vreugd als Eng’lands koningin.
+
+(Koningin Margaretha verschijnt op den achtergrond.)
+
+KONINGIN MARGARETHA (ter zijde). Dat kleine word’ nog minder, bid ik
+God!
+Mij komt uw rang en staat en zetel toe.
+
+GLOSTER. Wat! dreigt gij met een aanklacht bij den koning?
+Goed, spaar mij niet; zie, wat ik heb gezegd,
+Dit zal ik voor den koning staande houden.
+Al wachtte mij de Tower, ’k zou het wagen.
+’t Is sprekenstijd, mijn diensten zijn vergeten.
+
+KONINGIN MARGARETHA (ter zijde). Gij duivel! Al te goed staan mij die
+voor;
+Mijn gade Hendrik dooddet gij in den Tower,
+Edward, mijn armen zoon, te Tewksbury.
+
+GLOSTER. Eer gij, ja eer nog uw gemaal gekroond was,
+Was ik het pakpaard van zijn hooge wenschen,
+Verdelger van zijn trotsche weerpartijders
+En mild belooner van zijn medestanders;
+Ik schonk hem koningsbloed door ’t mijn te spillen.
+
+KONINGIN MARGARETHA (ter zijde). Ja, èn veel beter bloed dan ’t zijne
+of ’t uwe.
+
+GLOSTER. En al dien tijd trokt gij, en Grey, uw gade,
+Partij steeds voor het huis van Lancaster;
+En gij ook, Rivers,—Viel uw gade niet
+Als Margaretha’s krijger bij Sint-Albaans?
+Laat mij, zijt gij ’t vergeten, u herinn’ren,
+Wat gij voor dezen waart en wat gij zijt,
+Alsook, wat ik geweest ben en nu ben.
+
+KONINGIN MARGARETHA (ter zijde). Een lage moord’naar, en dit zijt gij
+nog.
+
+GLOSTER. Die arme Clarence heeft zijn vader Warwick
+Verzaakt, zijn eed van trouw aan hem verbroken;—
+Vergeev’ hem Jezus!
+
+KONINGIN MARGARETHA (ter zijde). Straff’ hem God er voor!
+
+GLOSTER. Om, voor de kroon, aan Edwards zij te strijden;
+En zie, tot loon zit de arme prins in hecht’nis.
+Gaav’ God, ik had een steenen hart als Edward,
+Of hij een zacht, meewarig hart als ik;
+Ik ben te kindsch-goedhartig voor deze aarde.
+
+KONINGIN MARGARETHA (ter zijde). Zoo vaar ter helle uit schaamte en
+wijk van de aarde;
+Gij kakodæmon! dààr ligt uw gebied.
+
+RIVERS. Mylord van Gloster, in die heete dagen,
+Waar gij op wijst, opdat wij vijand blijken,
+Zijn we onzen heer en souverein gevolgd;
+Wij zouden ’t u doen, zoo gij koning waart.
+
+GLOSTER. Als ik dat waar’!—Marskramer ware ik liever!
+Zelfs de gedachte er aan, zij ver van mij! 150
+
+KONINGIN ELIZABETH. Zoo luttel heils, mylord, als gij voor u
+Van ’t koning-zijn verwacht in dezen lande,
+Zoo luttel heils, geloof mij, smaak ikzelf,
+Schoon ik de koningin zij van dat rijk.
+
+KONINGIN MARGARETHA (ter zijde). Ja, luttel heils smaakt Eng’lands
+koningin;
+Want dit ben ik, en enkel tot mijn onheil.
+Ik houd mijn gramschap thans niet langer in.—
+
+(Zij treedt naar voren.)
+
+Hoort mij, vrijbuiters, die krakeelt, die twist
+Bij ’t deelen van uw buit, aan mij ontroofd!
+Wie uwer, die mij aanblikt, siddert niet,
+Zoo niet voor uw vorstin, als onderdaan,
+Toch voor die gij onttroond hebt, als rebel?—
+Gij, hooge schurk, wend uw gelaat niet af!
+
+GLOSTER. Boos, rimpl’ig tooverwijf, wat doet gij hier?
+
+KONINGIN MARGARETHA. Herhalen kom ik hier uw euveldaden;
+Dit wil ik doen, aleer ik u laat gaan.
+
+GLOSTER. Zijt gij hier niet op straf des doods verbannen?
+
+KONINGIN MARGARETHA. Ja, doch ik lijd als balling dieper wee,
+Dan, blijf ik hier, de dood mij brengen kan.
+Gij zijt mij een gemaal en zoon verschuldigd,—
+En gij, een koninkrijk,—gij allen, leenplicht;
+U komt het lijden toe, dat ik verduur,
+Mij al ’t geluk, dat gij hebt overmeesterd.
+
+GLOSTER. De vloek mijns eed’len vaders, toen gij hem
+De heldenslapen kroondet met papier,
+Zijn’ oogen stroomen afdwongt door uw hoon,
+En toen om ze af te drogen hem een doek gaaft,
+Gedoopt in ’s lieven Rutland’s schuldloos, bloed,—
+Zijn vloeken, die zijn bitter hart u toen
+Heeft toegeslingerd, zijn ’t, die op u vielen;
+En God, niet wij, vergeldt uw bloedig doen.
+
+KONINGIN ELIZABETH. God is gerecht, hij wreekt onschuldig bloed.
+
+HASTINGS. O, ’t was de snoodste daad, dat kind te slachten,
+De wreedste, die ooit menschenoor vernam.
+
+RIVERS. Tirannen zelfs, zij weenden bij het hooren.
+
+DORSET. Geen mensch, die daar geen wraak uit profiteerde.
+
+BUCKINGHAM. Northumberland, die ’t aanzag, stortte tranen.
+
+KONINGIN MARGARETHA. Wat! blikketanddet ge allen, eer ik kwam,
+Als zoudt ge elkander bij den gorgel pakken,
+En keert gij al uw haat nu tegen mij? 190
+Bewoog York’s schrikb’re vloek den hemel zoo,
+Dat Hendriks dood, mijns lieven Edwards dood,
+’t Verlies der kroon, mijn bitt’re ballingschap,
+Slechts boeten zijn voor dien halfwassen brasem?
+Dringt zoo een vloek, de wolken door, ten hemel?—
+Laat dan, grauw zwerk, mijn rassche vloeken, door!—
+Door brassen, niet in de’ oorlog, sterve uw koning,
+Gelijk door moord, om hem te kronen, de onze!
+Edward, uw zoon, de nieuwe prins van Wales,
+Voor Edward, mijn zoon, vroeger prins van Wales,
+Sterv’ door geweld, ontijdig, jong, als hij!
+Gij, koningin voor mij, die koningin was,
+Gij, overleef, als ik, onzaal’ge, uw rijk!
+Leef lang, om uwe kind’ren te bejamm’ren,
+En zie eene and’re, zooals ik u zie,
+Getooid, als gij ’t in mìjn recht zijt, in ’t uwe!
+Lang voor uw dood zij uw gelukstijd dood;
+En sterf, na menig eind’loos uur van wee,
+Sterf, niet meer moeder, vrouw, noch koningin!
+Rivers en Dorset, gij waart ooggetuigen,
+Ook gij, lord Hastings, toen met purp’ren dolken
+Mijn zoon doorstoken werd; ik smeek tot God:
+Geen uwer leev’ natuurs gezetten tijd;
+Een plots’ling onheil moge u nedermaaien!
+
+GLOSTER. Staak uw bezwering, booze, dorre heks!
+
+KONINGIN MARGARETHA. Met niets voor u? Blijf, hond, gij zult mij
+hooren.
+Wanneer de hemel nog een erger wee
+In voorraad heeft, dan ik u wenschen kan,
+Dan spaar’ hij ’t op, tot uwe zonden rijp zijn,
+En stort’ dan al zijn grimmigheid op u,
+U, vredestoorder in deze arme wereld!
+Gewetensangst knaag’ als een worm uw ziel!
+Verdenk uw vrienden immer van verraad,
+Kies aartsverraders tot uw boezemvrienden!
+Geen slaap luik’ ooit uw onheilbrengend oog,
+Tenzij terwijl een mart’lend droomgezicht
+U met een hel van woeste duivels pijnigt!
+Behekst, wanstaltig wezen! wroetend zwijn!
+Gij, van natuur in uw geboortestond
+Als slaaf gebrandmerkt, als een zoon der hel!
+Gij schande van uw moeders zwang’ren schoot!
+Verfoeide wanvrucht van uws vaders lenden!
+Gij vod in eere! diep verachte—
+
+GLOSTER. Margaretha!
+
+KONINGIN MARGARETHA. Richard!
+
+GLOSTER. He!
+
+KONINGIN MARGARETHA. Ik riep u niet.
+
+GLOSTER. Dan vraag ik u verschooning, want ik waande,
+Mij riept gij al die bitt’re namen toe.
+
+KONINGIN MARGARETHA. Dit deed ik, maar een antwoord vroeg ik niet.
+O, laat mij nu mijn vloek ten einde brengen!
+
+GLOSTER. Ik deed dit reeds; hij sluit met „Margaretha.” 239
+
+KONINGIN ELIZABETH. Zoo keerde uw vloek nu tot uzelve weer.
+
+KONINGIN MARGARETHA. Arm vorstenbeeld, gij mijner grootheid
+schijnglans?
+Wat strooit ge op die gezwollen giftspin suiker,
+Wier dood’lijk web in ’t rond u heeft omstrikt?
+Gekkin, gij wet een mes, dat u zal dooden.
+Eens komt de dag, dat gij mij naast u wenscht,
+Om die gebulte giftpad mee te vloeken.
+
+HASTINGS. Gij leugenspelster, dat uw waanzin zwijg’!
+Put ons geduld niet uit, het mocht u schaden.
+
+KONINGIN MARGARETHA. Schande op u allen! ’t mijne is uitgeput.
+
+RIVERS. Hij diende u goed, die uwen plicht u leerde.
+
+KONINGIN MARGARETHA. Mij goed te dienen, ware uw aller plicht;
+Leert mij, dat ik hier heersch en gij gehoorzaamt.
+O, dient mij goed en leert uzelf dien plicht.
+
+DORSET. Geen redetwist met haar, zij is waanzinnig.
+
+KONINGIN MARGARETHA. Stil, jonge markgraaf, gij zijt schaamtloos stout;
+Nauw gangbaar is uw pasgemunte rang.
+O, wist uw jeugdige adel, wat het zegt,
+Zijn rang te derven, in ellend’ te leven!
+Wie hoog staat, wordt door meen’ge vlaag geschud;
+En als hij valt, wordt hij geheel verpletterd.
+
+GLOSTER. Een goede raad;—behartig hem, markies.
+
+DORSET. Hij past voor u, mylord, gelijk voor mij.
+
+GLOSTER. Veel meer nog; maar ik werd zoo hoog geboren.
+In cedertoppen bouwt ons aad’laarsras,
+En dartelt met den wind en trotst de zon.
+
+KONINGIN MARGARETHA. En maakt de zon tot nacht;—ach, ach! getuig’ dit,
+Mijn zon, mijn zoon, in doodsnacht nu gehuld,
+Wiens flonkerstralen uwer gramschap wolk
+Met eeuw’ge duisternis omtogen heeft!
+York’s broedsel, ’t bouwt in onzer jongen nest;
+O God, gij ziet het; duld, o duld het niet;
+Wat bloed deed winnen, ga door bloed verloren!
+
+BUCKINGHAM. Stil, dit is schande! ’t is onchrist’lijk doen.
+
+KONINGIN MARGARETHA. O spreek mij niet van christ’lijkheid of schande,
+Gij allen waart onchrist’lijk jegens mij,
+En schand’lijk hebt gij al mijn hoop geslacht.
+Woede is mijn christ’lijkheid, mijn leven schande,
+En in die schande leev’ de wrok der smart!
+
+BUCKINGHAM. Houd op, houd op!
+
+KONINGIN MARGARETHA. Doorluchte Buckingham, ik kus uw hand;
+280
+Dit zij u teeken van mijn vrede en vriendschap;
+U en uw edel huis ga ’t immer wel!
+Uw kleed’ren zijn niet met ons bloed bespat,
+En gij niet in ’t bereik van mijnen vloek.
+
+BUCKINGHAM. En niemand hier, geen vloeken reiken verder
+Dan tot de lippen, die hen lucht doen zijn.
+
+KONINGIN MARGARETHA. En ik geloof, dat zij ten hemel stijgen,
+Gods vrede er wekken uit zijn zoeten slaap.
+O Buckingham, o hoed u voor dien hond!
+Zie, kwispelt hij, dan bijt hij; als hij bijt,
+Dan woedt zijn gifttand tot den dood toe door.
+Heb niets met hem te doen, wacht u voor hem!
+Dood, hel en zonde hebben hem geteekend,
+En al hun dienaars zijn in zijn gevolg.
+
+GLOSTER. Wat zegt zij u, mylord van Buckingham?
+
+BUCKINGHAM. Niets waar ik acht op sla, genadig heer.
+
+KONINGIN MARGARETHA. Wat! hoont gij mij, die vriend’lijk raad, en hangt
+gij
+Den duivel, waar ik u voor waarschuw, aan?
+O denk eens aan dit uur, als hij door wee
+Uw hart vaneen zal rijten, en zeg dan:
+„Die arme Margaretha was profetisch!”—
+Zoo leeft dan, elk van u bij hem gehaat,
+En hij bij u, en allen saam bij God!
+
+ (Koningin Margaretha af.)
+
+HASTINGS. Mij rees het haar te berge bij haar vloeken.
+
+RIVERS. Mij ook; dat zij hier vrij blijft, is me een raadsel.
+
+GLOSTER. Valt haar niet hard; want bij Gods heil’ge moeder,
+Veel onrecht moest zij lijden; mij berouwt
+Het deel, dat ik er aan heb toegevoegd.
+
+KONINGIN ELIZABETH. Ik deed geen leed haar aan, zoover ik weet.
+
+GLOSTER. Toch pluktet gij de vruchten van haar leed.
+Ik was vol vuur om iemand goed te doen,
+Die nu te koel van al mijn diensten denkt.
+Voorwaar, wat Clarence deed, wordt goed betaald!
+Erkent’lijk wordt hij in een kot gemest;—
+Vergeev’ God hun, die daar de schuld van zijn!
+
+RIVERS. Een vroom besluit, een christen waard, te bidden
+Voor hen, die schade ons hebben toegevoegd!
+
+GLOSTER. Zoo doe ik steeds;—(Ter zijde.) en ’k heb er reden toe,
+Want vloekte ik nu, ik had mijzelf vervloekt.
+
+(Catesby komt op.)
+
+CATESBY. De koning, eed’le vrouw, wenscht u te zien,—
+En uwe hoogheid ook, en u, mylords. 321
+
+KONINGIN ELIZABETH. Wij komen, Catesby.—Gaat gij mede, lords?
+
+RIVERS. Wij volgen uwe hoogheid.
+
+ (Allen af, behalve Gloster.)
+
+GLOSTER. Ik doe het booze, en roep het eerst om wraak.
+Het onheil, dat ik heim’lijk heb gesticht,
+Leg ik als zwaren last op vreemde schouders.
+Ikzelf wierp Clarence in dat donker kot,
+En nu beween ik hem bij stikziende uilen,
+Zooals bij Stanley, Hastings, Buckingham;
+En zeg, de koningin, zij en haar aanhang,
+Die hitsen tegen hem den koning op.
+En zij gelooven ’t; ja, zij wetten mij,
+Dat ik op Rivers, Vaughan, Grey mij wreek;
+Dan zucht ik, zeg hun met een bijbelspreuk,
+Dat God gebiedt, voor ’t kwade goed te doen;
+En zoo bekleed ik steeds mijn naakte boosheid
+Met dwaze vodden, uit de Schrift gekaapt,
+En schijn een heil’ge, als ik echt duivelsch ben.
+
+(Twee Moordenaars komen op.)
+
+Maar stil! het zijn mijn beulen, die daar komen.—
+Gij wakk’re stoute, vastberaden mannen,
+Zijt gij bereid, dat zaakjen af te doen?
+
+EERSTE MOORDENAAR. Ja, eed’le heer, wij komen om de volmacht,
+Opdat wij toegang vinden, waar hij is.
+
+GLOSTER. Zeer goed bedacht; ik heb ze bij mij; hier!
+
+(Hij geeft hun de volmacht.)
+
+En komt, is ’t werk gedaan, naar Crosbyhof.
+Maar mannen, brengt met spoed uw taak ten eind;
+Weest onverbidd’lijk; laat hem niet aan ’t woord;
+Want Clarence weet te praten, en wellicht
+Vermurwde hij uw hart, als gij gingt luist’ren.
+
+EERSTE MOORDENAAR. Gerust, mylord; wij maken daar geen praats;
+Wie babbelt, leutert meest; wees gij verzekert,
+Wij roeren onze handen, niet de tong.
+
+GLOSTER. Een dwaas ween’ tranen, gij eer molensteenen;
+Gij lijkt mij flinke kerels;—komt, aan ’t werk,
+Gaat, gaat, en snel!
+
+EERSTE MOORDENAAR. Dat zullen wij, uw hoogheid.
+
+ (Allen af).
+
+
+
+
+
+VIERDE TOONEEL.
+
+Londen. Een vertrek in den Tower.
+
+Clarence en een Stokbewaarder komen op.
+
+STOKBEWAARDER. Hoe ziet uw hoogheid heden zoo bedrukt?
+
+CLARENCE. O, ’k heb een nacht doorleefd van diepe ellend,
+Vol bange droomen, schrikk’lijke gezichten;
+Zoowaar ik een geloovig christen ben,
+Nog eens een nacht als deze door te staan,
+Ik deed het voor geen wereld blijde dagen;
+Zoo vol van naamlooze’ angst was mij die tijd!
+
+STOKBEWAARDER. Wat was uw droom, mylord? ik bid u, meld dit.
+
+CLARENCE. Mij dacht, dat ik ontsnapt was uit den Tower,
+En dat een schip mij voerde naar Bourgondië;
+Mijn broeder Gloster was mijn reisgezel;
+Hij lokte me uit mijn hut op ’t dek; wij deden
+Daar saam een wand’ling, blikten uit naar England,
+En spraken van die duizend zware tijden
+Uit de’ oorlog tusschen York en Lancaster,
+Die ons getroffen hadden. Bij die wand’ling
+Op ’t glibb’rig dek, kwam het op eens mij voor,
+Dat Gloster struikelde en bij ’t vallen mij,
+Die trachtte hem te houden, overboord
+En in ’t gewoel der woeste baren stiet.
+O God, hoe smartlijk scheen ’t mij, te verdrinken!
+Wat vreeslijk waterklotsen in mijn oor!
+Wat beelden van den gruwb’ren dood in ’t oog,
+Mij dacht, ik zag een duizend schrikb’re wrakken,
+Een duizend menschen, waaraan visschen knaagden,
+Goudklompen, reuzige ankers, hoopen paarlen,
+Onschatb’re steenen, tal van prachtjuweelen,
+Op heel den bodem van de zee verspreid;
+In schedels lagen enkele; in de holten,
+Waar oogen eens in huisden, zaten nu,
+Als schimpten zij op oogen, flonkersteenen,
+Het glibb’rig slijk der diepte tegenlonkend,
+En spottend met het doodsgebeente in ’t rond.
+
+STOKBEWAARDER. Hadt gij in ’t oogenblik des doods den tijd
+Om zoo der zee geheimen te bespieden?
+
+CLARENCE. Zoo kwam ’t mij voor, en menigmaal beproefde ik
+Den geest te geven, doch de zee hield wreev’lig
+Mijn ziel steeds vast en liet haar niet ontglippen
+Om de open, ruime, vrije lucht te zoeken;
+Zij deed haar stikken in mijn hijgend lichaam,
+Dat bijna barstte om haar in zee te loozen.
+
+STOKBEWAARDER. Werdt gij niet wakker in dien zwaren doodsstrijd?
+
+CLARENCE. Neen, neen, mijn droom ging nog na ’t leven door; 43
+O toen begon de storm voor mijne ziel!
+Haar bracht, zoo scheen ’t mij, over ’t somb’re water
+De norsche veerman, van wien dichters spreken,
+Naar ’t koninkrijk der nacht, die nimmer eindt.
+En de eerste, die mijn vreemd’lingziel daar groette,
+Was mijner vrouw roemruchte vader Warwick,
+Die luide riep: „Wat gees’ling voor verraad
+Bereidt dit duist’re rijk den valschen Clarence?”
+En zoo verdween hij. Daarna zweefde een schim
+Gelijk een engel nader, ’t lichte haar 53
+Met bloed bevlekt; met luider stemme kreet hij:
+„Clarence is daar, die eedvergeten Clarence,
+Die mij bij Tewksbury op ’t veld doorstak;—
+Grijpt, grijpt hem, Furiën; sleept hem weg ter martling!”
+En, docht mij, een legioen van booze geesten
+Omringde mij en huilde mij in ’t oor,
+Zoo schrikverwekkend, dat ik door ’t gebrul
+Ontwaakte en rilde en nog geruimen tijd
+Niet anders dacht dan in de hel te zijn;
+Zoo diep was in mijn ziel de droom gegrift.
+
+STOKBEWAARDER. Geen wonder, dat hij u ontzette, heer;
+Want van ’t verhaal alleen ben ik ontsteld.
+
+CLARENCE. O stokbewaarder! O, ik deed dat alles,
+Dat tegen mijne ziele nu getuigt,
+Om Edwards wil; en zie, hoe hij ’t mij loont!—
+O God, verzoent geen innig smeeken u,
+Maar eischt gij wrake voor wat ik misdeed,
+O, boet uw grimmigheid alleen op mij,
+Spaar mijn onnooz’le vrouw, mijn arme kinders!—
+Bewaker, ’k bid u, blijf een wijle hier,
+Want mijne ziel is bang, ik wensch te slapen.
+
+STOKBEWAARDER. Dit zal ik, heer; God geve uw hoogheid rust.
+
+(Clarence slaapt in.)
+
+(Brakenbury komt op.)
+
+BRAKENBURY. Het leed verstoort èn wakenstijd èn rustuur,
+En maakt de nacht tot morgen, dag tot nacht.
+Der vorsten een’ge heerlijkheid zijn titels,
+Uitwendig schitt’ren voor inwendig slaven;
+Voor ongenoten hersenschimmen voelen
+Ze een wereld vaak van rustelooze zorg;
+Zoodat van lagen stand een hooge naam
+In niets verschilt dan in den roep der faam.
+
+(De twee Moordenaars komen op.)
+
+EERSTE MOORDENAAR. Hé, wie is daar?
+
+BRAKENBURY. Wat wilt gij kerel? en hoe komt gij hier?
+
+EERSTE MOORDENAAR. ’k Moet Clarence spreken, en ik kwam te voet
+hierheen.
+
+BRAKENBURY. Wat! zoo kortaf?
+
+TWEEDE MOORDENAAR. ’t Is beter dan langwijlig, heer.—
+Laat hem de volmacht zien, en praat niet verder.
+
+(De eerste Moordenaar overhandigt aan Brakenbury een papier.)
+
+BRAKENBURY (na lezing). ’t Is een bevelschrift om in uwe handen
+Den eed’len hertog Clarence uit te leev’ren;
+Ik wil niet vragen, wat hiermee bedoeld is,
+Want aan dit doel wil ik onschuldig zijn.
+Daar slaapt de hertog en hier zijn de sleutels.
+Ik ga terstond den koning kennis geven,
+Dat ik aldus mijn ambt u overdroeg. 99
+
+EERSTE MOORDENAAR. Zoo kunt ge doen, heer; ’t is een wijze keus.
+Vaarwel.
+
+ (Brakenbury af, met den Stokbewaarder).
+
+TWEEDE MOORDENAAR. Hoe is het, zullen wij hem in den slaap doorsteken?
+
+EERSTE MOORDENAAR. Neen, hij zou bij het wakker worden zeggen, dat het
+een laffe daad was.
+
+TWEEDE MOORDENAAR. Wel, hij zal niet wakker worden voor den grooten
+oordeelsdag.
+
+EERSTE MOORDENAAR. Nu, dàn zal hij zeggen, dat wij hem in den slaap
+doorstoken hebben.
+
+TWEEDE MOORDENAAR. Het noemen van dat woord „oordeelsdag” heeft een
+soort van gewetensangst bij mij gaande gemaakt.
+
+EERSTE MOORDENAAR. Wat! zijt gij bang?
+
+TWEEDE MOORDENAAR. Niet om hem te dooden, want daartoe heb ik een
+volmacht, maar voor de verdoemenis, als ik hem dood; want waartegen kan
+geen volmacht mij iets helpen.
+
+EERSTE MOORDENAAR. Ik dacht, dat gij vastbesloten waart geweest.
+
+TWEEDE MOORDENAAR. Dat ben ik, om hem te laten leven.
+
+EERSTE MOORDENAAR. Ik ga naar den hertog van Gloster terug en vertel
+het hem.
+
+TWEEDE MOORDENAAR. Neen, ik bid u, wacht nog een oogenblik; ik hoop,
+dat die vlaag van gevoeligheid wel zal overwaaien; zij hield meestal
+slechts een twintig tellens aan.
+
+EERSTE MOORDENAAR. Hoe voelt gij u nu?
+
+TWEEDE MOORDENAAR. Er zit nog een klein bezinksel van geweten bij mij.
+
+EERSTE MOORDENAAR. Denk aan onze belooning, als de daad gedaan is.
+
+TWEEDE MOORDENAAR. Alle duivels, hij sterft; ik was de belooning
+vergeten.
+
+EERSTE MOORDENAAR. Waar is uw geweten nu?
+
+TWEEDE MOORDENAAR. O, in de beurs van den hertog van Gloster.
+
+EERSTE MOORDENAAR. Als hij zijn beurs opent om ons te beloonen, vliegt
+uw geweten er uit.
+
+TWEEDE MOORDENAAR. Het doet er niet toe, laat het zijn gang gaan; er
+zijn er weinig of geen, die er huisvesting aan zullen verleenen.
+
+EERSTE MOORDENAAR. Maar, als het eens bij uzelven terugkomt?
+136
+
+TWEEDE MOORDENAAR. Dan laat ik mij er niet mee in, het maakt een man
+tot een lafaard; men kan niet stelen, of het klaagt aan; men kan niet
+vloeken, of het valt in de rede; men kan niet bij zijns buurmans vrouw
+liggen, of het speelt voor verrader; het is een bloode, schaamrood
+wordende geest, die in het hart oproer stookt; het stopt een man geheel
+vol zwarigheden; het heeft mij eens een beurs met goud terug doen
+geven, die ik bij toeval gevonden had: het maakt ieder, die het er op
+nahoudt, tot een bedelaar; het wordt als een gevaarlijk ding alle
+steden en vlekken uitgejaagd; en ieder, die een goed leven wil hebben,
+verlaat zich liefst op zichzelf en tracht zonder dat ding te leven.
+
+EERSTE MOORDENAAR. Waarachtig, het trekt mij daar juist bij de mouw en
+vermaant mij, den hertog niet om te brengen.
+
+TWEEDE MOORDENAAR. Neem u voor den duivel in acht en geloof hem niet;
+hij wil zich alleen bij u indringen, om u aan het zuchten te brengen.
+
+EERSTE MOORDENAAR. Ik ben sterk van natuur; hij krijgt mij niet onder.
+
+TWEEDE MOORDENAAR. Dat is gesproken als een flinke kerel, die zijn naam
+in eere houdt. Kom, willen wij aan ’t werk gaan?
+
+EERSTE MOORDENAAR. Sla hem met het gevest van uw degen den kop in, en
+smijt hem dan in ’t malvezijvat in de kamer hiernaast.
+
+TWEEDE MOORDENAAR. O, heerlijk uitgedacht! wij maken een sopje van hem.
+
+EERSTE MOORDENAAR. Stil, hij wordt wakker.
+
+TWEEDE MOORDENAAR. Sla toe!
+
+EERSTE MOORDENAAR. Neen, we willen een praatje met hem maken.
+
+CLARENCE (ontwakend). Waar zijt gij, wachter? geef me een roemer wijns.
+
+EERSTE MOORDENAAR. Zoo daad’lijk, heer, bekomt gij wijn genoeg.
+
+CLARENCE. In Gods naam, wie zijt gij?
+
+EERSTE MOORDENAAR. Een mensch, als gij zijt.
+
+CLARENCE. Doch niet, als ik, een koningszoon.
+
+EERSTE MOORDENAAR. Noch gij, als wij, trouw dienaar van den troon.
+
+CLARENCE. Uw taal is donder, maar uw blik is schuw.
+
+EERSTE MOORDENAAR. Mijn taal is koningstaal, mijn blik de mijne.
+
+CLARENCE. Hoe duister en hoe dood’lijk zijn uw woorden!
+Uw oogen dreigen; waarom ziet gij bleek?
+Wie heeft u hier gezonden? waarvoor komt gij?
+
+BEIDE MOORDENAARS. Om, om, om—
+
+CLARENCE. Mij te vermoorden?
+
+BEIDE MOORDENAARS. Juist.
+
+CLARENCE. Gij hebt het hart niet eens, mij dit te zeggen,
+En kunt dus ’t hart niet hebben, zoo te doen.
+Waarmee, mijn vrienden, heb ik u beleedigd?
+
+EERSTE MOORDENAAR. Niet ons hebt gij beleedigd, maar den koning.
+183
+
+CLARENCE. Eerlang ben ik gewis met hem verzoend.
+
+TWEEDE MOORDENAAR. Neen, nimmer, heer; bereid u dus ter dood.
+
+CLARENCE. Werdt ge uit millioenen door het lot verkoren
+Om de onschuld te vermoorden? Wat misdreef ik?
+Waar is ’t getuignis, dat mij schuldig noemt?
+Waar de gezwoor’nen, die den grammen rechter
+Hun uitspraak overreikten? ’t Bitter vonnis
+Tot dood van de’ armen Clarence, wie, wie streek het?
+Aleer de loop van ’t recht mij schuldig vindt,
+Is ’t dreigen met den dood een schand’lijk onrecht.
+Zoo waar gij op vergeving hoopt van schuld
+Door Christus’ kost’lijk bloed, voor ons vergoten,
+Zeg ik, gaat heen en slaat geen hand aan mij;
+Verdoemlijk is uw voorgenomen daad.
+
+EERSTE MOORDENAAR. Die voorgenomen daad geschiedt op last.
+
+TWEEDE MOORDENAAR. En die haar heeft gelast, is onze koning.
+
+CLARENCE. Verdwaasde knechten! aller vorstenkoning,
+Gaf in zijn wet der taaf’len dezen last:
+„Gij zult niet doodslaan!” Wilt gij Zijn gebod
+Vertreden en eens menschen last volbrengen?
+Ziet toe! hij heeft de wraak in Zijne hand
+En slingert ze op der wetsveracht’ren hoofd.
+
+TWEEDE MOORDENAAR. En de eigen wrake slingert hij op u,
+Voor valschen meineed en nog valscher moord;
+Ge ontvingt het sacrament, dat ge in den strijd
+Zoudt vechten voor het huis van Lancaster.
+
+EERSTE MOORDENAAR. En als verrader aan den name Gods
+Braakt gij dien eed en scheurde uw trouwloos staal
+Den boezem open van uws vorsten zoon.
+
+TWEEDE MOORDENAAR. Wien gij, naar de’ eed, beminnen zoudt en hoeden.
+
+EERSTE MOORDENAAR. Hoe houdt gij ons Gods hoog gebod voor oogen,
+Gij, die het zelf zoo zwaar geschonden hebt?
+
+CLARENCE. Helaas! voor wien deed ik die snoode daad?
+Voor Edward, voor mijn broeder, hem tot nut;
+Hij zendt u niet, om daarvoor mij te moorden,
+Want in die schuld steekt hij zoo diep als ik.
+Zoo God die daad door wrake wil vergelden,
+O weet, dan doet Hij ’t ook ’t openbaar;
+Neemt gij de straf niet uit Zijn sterke hand;
+Geen krommen weg, geen wetloos doen behoeft Hij,
+Om wie hem heeft beleedigd uit te roeien.
+
+EERSTE MOORDENAAR. Wie heeft u toen tot bloedgezant gemaakt,
+226
+Toen ge in zijn lentebloei Plantagenet,
+Dien wakk’ren vorstentelg, hebt neergestooten?
+
+CLARENCE. Mijn broedermin, de duivel en mijn toorn.
+
+EERSTE MOORDENAAR. Uw broeder, onze plicht en uw vergrijpen
+Die zenden ons nu hier, dat we u verslaan.
+
+CLARENCE. O haat,—hebt gij mijn broeder lief,—niet mij;
+Ik ben zijn broeder en ik heb hem lief.
+Zijt gij voor loon gehuurd, zoo gaat terug,
+Wendt namens mij u tot mijn broeder Gloster,
+Die beter u zal loonen voor mijn leven,
+Dan Edward ooit voor ’t melden van mijn dood.
+
+TWEEDE MOORDENAAR. Voorwaar, gij dwaalt; uw broeder Gloster haat u.
+
+CLARENCE. Neen, neen; hij heeft mij lief, ik ben hem dierbaar.
+Gaat slechts van mij tot hem.
+
+BEIDE MOORDENAARS. Wij zullen ’t doen.
+
+CLARENCE. Zegt hem, dat, toen onze eed’le vader York
+Ons drieën met zijn heldenhand gezegend,
+Bezworen heeft elkander lief te hebben,
+Hij luttel zulk een vriendschapsbreuk voorzag;
+Herinnert Gloster dit, en hij zal weenen.
+
+EERSTE MOORDENAAR. Ja, molensteenen, naar zijn les aan ons.
+
+CLARENCE. O, spreek van hem geen kwaad, want hij is goed.
+
+EERSTE MOORDENAAR. Als sneeuw in de’ oogst-tijd.—Waarlijk, gij bedriegt
+u;
+Hij is het, die ons zendt om u te dooden.
+
+CLARENCE. Het kan niet zijn; hij weende om wat mij trof,
+En klemde mij aan ’t hart, en zwoer al snikkend,
+Dat hij mijn vrijheid dra bewerken zou.
+
+EERSTE MOORDENAAR. Welnu, dit doet hij, want hij maakt u vrij
+Van aardsche slavernij, voor hemelvreugd.
+
+TWEEDE MOORDENAAR. Verzoen u, heer, met God, want gij moet sterven.
+
+CLARENCE. Hebt ge in uw zielen zooveel vroom gevoel,
+Dat gij mij raadt, met God mij te verzoenen.
+En zijt gij voor uw eigen ziel zoo blind,
+Dat gij, door mij te moorden God wilt tergen?
+Bedenkt het wel: die u heeft aangezet
+De daad te doen, zal om de daad u haten.
+
+TWEEDE MOORDENAAR. Wat nu te doen?
+
+CLARENCE. Wordt week, en redt uw zielen.
+
+EERSTE MOORDENAAR. Week worden! neen, ’t is laf, ’t is vrouwenaard.
+
+CLARENCE. Niet week te worden, dierlijk, woest en duivelsch.
+Spreekt, wie van u, als hij een vorstenzoon was
+En van zijn vrijheid was beroofd als ik,
+Zou, door twee moord’naars zooals gij bedreigd,
+Niet om zijn leven smeeken?
+Mijn vriend, uw blik verraadt mij een’ge deernis;
+O kom, indien uw oog geen vleier is,
+Aan mijne zijde, en smeek voor mij, zooals
+Gijzelf, waart gij in mijnen nood, zoudt smeeken!
+Wat beed’laar schenkt een prins, die bidt, geen deernis?
+
+TWEEDE MOORDENAAR. Zie achter u, mylord.
+
+EERSTE MOORDENAAR (Clarence doorstekend).
+Neem dit,—en dat;—is dit nog niet genoeg,
+Dan smoor ik u in ’t malvezijvat ginds.
+
+ (De eerste Moordenaar met het lijk af.)
+
+TWEEDE MOORDENAAR. Een bloedig stuk, gewetenloos volvoerd!
+Hoe gaarne wiesch ik als Pilatus eens,
+Mijn handen rein van dezen gruwelmoord!
+
+(De eerste Moordenaar komt weder op.)
+
+EERSTE MOORDENAAR. Hoe is ’t met u, dat gij niet helpt? de hertog
+Verneemt het, man, ik zweer ’t, hoe laf gij waart!
+
+TWEEDE MOORDENAAR. Vernam hij eer, dat ik zijn broeder redde!
+Neem gij het loon en meld hem, wat ik zeg,
+Want mij berouwt het, dat de hertog dood is.
+
+ (Tweede Moordenaar af.)
+
+EERSTE MOORDENAAR. Mij rouwt het niet; ga, lafaard, die gij zijt!
+’k Verstop het lijk in de’ een of andren schuilhoek,
+Totdat de hertog last geeft ter begraafnis;
+En heb ik ’t loon, dan weet ik, wie ontvliedt;
+Want dit komt uit, en dan zij ik hier niet.
+
+ (Eerste Moordenaar af.)
+
+
+
+
+
+
+
+
+TWEEDE BEDRIJF.
+
+
+EERSTE TOONEEL.
+
+Een vertrek in het paleis.
+
+Koning Edward wordt krank binnengeleid, Koningin Elizabeth, Dorset,
+Rivers, Hastings, Buckingham, Grey en anderen komen op.
+
+KONING EDWARD. Nu,—’k heb een schoone dagtaak afgedaan.—
+Gij, pairs, houdt vast aan de eendracht, nu gesticht;
+Ik wacht van dag tot dag van mijn Verlosser
+Een afgezant, die mij van hier verlost;
+En meer in vrede stijgt mijn ziel ten hemel,
+Nu ik mijn vrienden vrede schonk op aard.
+Rivers en Hastings, reikt elkaâr de hand.
+Voedt geen geheimen haat, bezweert uw vriendschap.
+
+RIVERS. Ik zweer, mijn ziel is rein van haat en wrok;
+Mijns harten vriendschap zegelt deze hand.
+
+HASTINGS. Mij zeeg’ne God, zoo waar ik ’tzelfde zweer!
+
+KONING EDWARD. Ziet toe, dat gij geen spel drijft voor uw vorst,
+Opdat niet aller vorsten Opperheer
+Uw valschheid, hoe verkapt, te schande maak’,
+En elk van u ’t verderf doe zijn des and’ren.
+
+HASTINGS. Zoo bloei’ mijn huis, zoo waar ik vriendschap zweer! 16
+
+RIVERS. En ’t mijn’, zoo waar mij Hastings dierbaar is!
+
+KONING EDWARD. Ook gij, vorstin, zijt hier niet uitgezonderd,—
+Nòch gij, zoon Dorset;—Buckingham, nòch gij;—
+Gij waart in tweedracht met elkaâr; reik, vrouw,
+Lord Hastings, als uw vriend, de hand ten kus;
+En wat gij doet, zij ongeveinsd gedaan.
+
+KONINGIN ELIZABETH. Hier, Hastings;—onzen vroeg’ren haat begraaf ik;
+Zoo waar ga ’t mij en al den mijnen wel!
+
+KONING EDWARD. Dorset, omarm hem;—Hastings, heb hem lief.
+
+DORSET. Ik zweer, dat deze vriendschapsruiling steeds
+Van mijnen kant onschendbaar wezen zal.
+
+HASTINGS. Dit zweer ook ik, mylord.
+
+(Omarming.)
+
+KONING EDWARD. Bezegel, eed’le Buckingham, den vrede;
+Omarm de bloedverwanten mijner vrouw;
+En schenkt mij door uw eendracht blij geluk!
+
+BUCKINGHAM (tot de Koningin). Zoo Buckingham ooit tegen uwe hoogheid
+Zijn wrevel keert en niet voor u en de uwen
+Oprechte liefde voedt, dan straff’ mij God
+Door haat bij hen, wier liefde ik meest verwachtte!
+Wanneer ik meest de hulp eens vriends behoef,
+En mij het zekerst waan van zijne trouw,
+Dan moog’ hij valsch, vol list, bedrog, verraad,
+Mijn onheil zijn! Dit smeek ik van den Hemel,
+Verkilt mijn hart voor u of de uwen ooit!
+
+KONING EDWARD. De zoetste laaf’nis, eed’le Buckingham, 41
+Is die gelofte voor mijn lijdend hart.
+Slechts onzen broeder Gloster mis ik nog
+Om op dit vreêverbond de kroon te zetten.
+
+BUCKINGHAM. En, als geroepen, komt daar de eed’le hertog.
+
+(Gloster komt op.)
+
+GLOSTER. ’k Wensch ’t hooge vorstenpaar een goeden morgen,
+En, eed’le pairs, u allen alle heil!
+
+KONING EDWARD. Ja, wel tot heil werd deze dag besteed.—
+Wij deden, Gloster, hier een christ’lijk werk;
+Wij schiepen vrede uit krijg en liefde uit haat
+Bij deze felle, boos ontvlamde pairs.
+
+GLOSTER. Een rijk gezegend werk, verheven vorst.—
+Zoo een uit deze hooge schare mij
+Door valsch gerucht of ongegronden argwaan
+Zijn vijand acht;
+Zoo ik onwetend of in woeste drift
+Iets heb begaan, dat krenkend wezen mocht
+Voor één uit dezen kring, dan wensch ik mij
+Tot vrede en vriendschap met hem te verzoenen;
+In vijandschap te leven is mij dood;
+Ik haat het, wensch mij aller braven liefde.
+Eerst, hooge vrouwe, smeek ik u om vrede,
+’k Wil dien mij koopen door mijn trouwen dienst;
+Dan u, mijn eed’len neef van Buckingham,
+Zoo tusschen ons ooit een’ge veete woonde;
+Dan u, en u, lord Rivers en lord Dorset,
+Die elk mij toornig aanzaagt zonder grond;
+[En u, lord Woodville, en, lord Scales, ook u;]
+Hertogen, graven, lords,—kortom, u allen.
+Geen Engelschman, die leeft, is mij bekend,
+Met wien mijn ziel een haartje meer verschil heeft,
+Dan ’t wicht, dat deze nacht geboren werd;
+En ’k zeg voor mijnen ootmoed Gode dank.
+
+KONINGIN ELIZABETH. Voortaan zij deze dag een heil’ge feestdag;—
+Gaav’ God, dat ied’re twist ten einde waar’!—
+Mijn heer en vorst, thans smeek ik van uw hoogheid:
+Schenk onzen broeder Clarence weer uw gunst!
+
+GLOSTER. Wat, hooge vrouw, bood ik u daartoe vriendschap,
+Om zoo voor ’s konings troon bespot te worden?
+Wie weet dan niet, dat de eed’le hertog dood is?
+
+(Allen deinzen terug.)
+
+Het is hem onrecht doen, zijn lijk te hoonen.
+
+KONING EDWARD. Wie weet niet, dat hij dood is! Spreek, wie weet het?
+
+KONINGIN ELIZABETH. Alziende God, wat wereld is dit hier!
+
+BUCKINGHAM. Zie ik zoo bleek, lord Dorset, als die and’ren?
+
+DORSET. Ja, beste lord; geen mensch in dezen kring,
+Of alle rood is zijn gelaat ontweken.
+
+KONING EDWARD. Is Clarence dood? herroepen werd de last. 86
+
+GLOSTER. Doch de arme stierf door uwen eersten last;
+En dien bracht een gevleugelde Mercurius;
+Een trage kreup’le bracht den tegenlast
+En kwam te laat, om voor zijn graf te zorgen.
+God geev’, dat menigeen, min trouw en edel,
+Door ’t bloed niet, maar door lust naar bloed u nader,
+Niet erger lot verdien’ dan de arme Clarence,
+Al loopt hij thans nog van verdenking vrij!
+
+(Stanley komt op.)
+
+STANLEY. Mijn vorst, een gunst, als dank voor mijne diensten!
+
+KONING EDWARD. O, ’k bid u, zwijg; vol kommer is mijn ziel.
+
+STANLEY. Ik rijs niet op, aleer mijn vorst mij hoort.
+
+KONING EDWARD. Zoo zeg in ’t kort, wat uw verlangen is.
+
+STANLEY. ’t Verbeurde leven van mijn dienaar, heer;
+Hij sloeg vandaag een woesten jonker dood,
+Voormaals een edelknaap van hertog Norfolk.
+
+KONING EDWARD. Heb ik een tong, die mijnen broeder doodt,
+En moet die tong een knecht het leven schenken?
+Mijn broeder deed geen doodslag; in gedachte
+Bestond zijn schuld; toch leed hij bitt’ren dood.
+Wie bad voor hem? wie knielde voor mijn toorn
+En smeekte, dat ik wikken zou en wegen?
+Wie sprak van broederzin? wie sprak van liefde?
+Wie wees er op, hoe de arme de’ afval waagde
+Van grooten Warwick, om voor mij te strijden?
+Wie wees er op, dat hij bij Tewksbury,
+Toen Oxford mij reeds onder had, mij redde,
+En riep: „Leef, dierb’re broeder, wees gij koning!”
+Wie wees er op, hoe, toen wij, saam op ’t veld
+Gelegerd, schier bevroren, hij mij hulde
+In zijne kleed’ren, en ontkleed, ja naakt,
+Zich bloot gaf aan de bitterkoude nacht?
+Dit alles reet een zondig, dierlijk wrokken
+Mij uit de ziel, en niemand uwer was
+Zoo christ’lijk, dat hij ’t mij te binnenbracht.
+Doch als uw voerliên of uw dienstvazallen
+Een dronken moord begaan en ’t kost’lijk beeld
+Des lieven Heilands schenden, daad’lijk ligt
+Gij op de knieën om genâ, genade!
+En ik moet, schoon het onrecht zij, die schenken.
+Doch voor mijn broeder wilde niemand spreken.
+En ik, ook ik, was hard, sprak hem niet voor,
+Hem, de arme ziel!—Elk uwer, ook de fierste,
+Had veel aan hem te danken bij zijn leven;
+Doch geen, geen uwer pleitte ooit voor zijn leven;—
+O God! ik vrees, uw oordeel zal ’t verhalen
+Op mij, op u, op de uwen, op de mijnen! 132
+Kom, Hastings, leid mij naar mijn slaapvertrek.
+Ach, arme Clarence!
+
+ (Allen af, behalve Gloster, Buckingham en Stanley.)
+
+GLOSTER. Ziedaar de vrucht van woeste haast!—Gij zaagt wel
+Hoe, wis door schuld, der koningin verwanten
+Verbleekten bij ’t bericht, dat Clarence stierf?
+O, daag’lijks hitsen zij den koning op!
+God zal het wreken. Komt, mylords, wie volgt mij,
+Om door ons bijzijn Edward troost te bieden?
+
+BUCKINGHAM. Wij staan ten dienste, uw hoogheid.
+
+ (Allen af.)
+
+
+
+
+
+TWEEDE TOONEEL.
+
+Londen. Een ander vertrek in het paleis.
+
+De hertogin van York komt op, met een Zoon en een Dochter van den
+hertog van Clarence.
+
+ZOON. Grootmoeder, zeg, is onze vader dood?
+
+HERTOGIN. Neen, kind.
+
+DOCHTER. Wat weent gij dan zoo vaak en slaat uw borst,
+En roept:—„O Clarence, mijn rampzaal’ge zoon!”
+
+ZOON. En waarom ziet ge ons aan en schudt het hoofd,
+En noemt ons arme bloeden en verstoot’nen
+En weezen, zoo onze eed’le vader leeft?
+
+HERTOGIN. Dit is verkeerd begrepen, lieve kind’ren;
+Ik ween om ’s konings ziekte, ik ben beangst
+Voor zijn verlies, niet om uws vaders dood.
+Verloren klacht waar’ smart om een verloor’ne!
+
+ZOON. Gij denkt dan toch, grootmoeder, dat hij dood is?
+Mijn oom, de koning, is er schuldig aan;
+En God zal ’t wreken! Hem wil ik bestormen
+Met bede op bede, en alle tot dit doel.
+
+DOCHTER. Dit wil ik ook.
+
+HERTOGIN. Stil, kind’ren, stil! de koning heeft u lief;
+Onnooz’le schaapjes, neen, gij kunt niet gissen,
+Wie de oorzaak van uws vaders sterven is.
+
+ZOON. Toch wel; mijn goede oom Gloster zeide mij:
+De koning, door de koningin gedreven,
+Verzon een aanklacht om hem in te kerk’ren;
+En toen hij ’t mij vertelde, weende oom Gloster,
+Beklaagde mij en kuste teêr mijn wang;
+’k Moest hem vertrouwen, sprak hij, als mijn vader;
+’k Zou hem zoo lief zijn als zijn eigen kind.
+
+HERTOGIN. Ach, dat bedrog zoo zachte trekken steelt,
+En diepe boosheid dekt met deugdzaam mom!
+Hij is mijn zoon, ja, en mijn schande er door,
+Maar zoog aan mijne borst die arglist niet.
+
+ZOON. Grootmoeder, denkt gij, dat mijn oom zou huich’len?
+
+HERTOGIN. Ja, kind. 32
+
+ZOON. Ik kan ’t niet denken. Hoor, welk een gedruisch!
+
+(Koningin Elizabeth komt op, geheel ontdaan, gevolgd door Rivers en
+Dorset.)
+
+KONINGIN ELIZABETH. Ach, wie wil ’t keeren, dat ik ween en jammer,
+Mijn noodlot boos noem en mijzelve kwel?
+Ik wil, met zware wanhoop in verbond,
+Een vijand worden van mijn eigen ziel.
+
+HERTOGIN. Wat wil hier dit tooneel van felle woestheid?
+
+KONINGIN ELIZABETH. Ach, een bedrijf zijn van een schokkend treurspel;—
+Edward, mijn gade, uw zoon, de koning, stierf!—
+Wat groeien takken, als de stam verging?
+Wat dort het loof niet, dat zijn sappen derft?
+Wilt gij nog leven? weeklaag!—sterven, haast u,
+Opdat de snelbewiekte ziel hem inhaal’,
+Of als gehoorzaam onderdaan hem volg’
+Naar ’t rijk der eeuw’ge nacht, zijn nieuw gebied!
+
+HERTOGIN. Ach, zooveel deel heb ik in uwen rouw,
+Als ik op uwen eed’len gade recht had.
+Ik heb eens dierb’ren gaden dood beweend,
+En leefde in de’ aanblik van zijn evenbeelden;
+Nu zijn twee spiegels van zijn vorst’lijk aanschijn
+Vergruisd tot scherven door den boozen dood,
+En rest slechts één, één valsch glas mij tot troost,
+Waarin ik steeds mijn eigen schande ontwaar.
+Weeuw zijt gij, ja, maar moeder zijt gij nog;
+U is de troost gebleven van uw kind’ren;
+Mij reet de dood mijn echtgenoot uit de armen,
+En nu twee krukken uit de zwakke handen,
+Clarence en Edward. O, wat grond heb ik,—
+Want uw leed is een deel slechts van het mijn;—
+Om uw gekrijt door mijne klacht te smoren!
+
+ZOON. Moei, onzen vader hebt gij niet beschreid;
+Hoe kunnen wij u thans met tranen helpen?
+
+DOCHTER. Bleef onze weezenkommer onbeklaagd,
+Zoo blijve uw weduwsmart ook onbeweend!
+
+KONINGIN ELIZABETH. O, ik behoef uw hulp niet bij mijn jamm’ren;
+’k Ben niet onvruchtbaar, neen, ga groot van klachten.
+Mijn’ oogen vlieten alle bronnen toe;
+Als door de maan, die vloeden wekt, beheerscht,
+Kon ik heel de aard in tranen doen verdrinken!
+O mijn gemaal, mijn heer, mijn dierbare Edward!
+
+DE KINDEREN. O onze vader, dierb’re vader Clarence!
+
+HERTOGIN. O gij, mijn beide zoons, Edward en Clarence!
+
+KONINGIN ELIZABETH. Wie was mijn steun dan Edward? en hij stierf!
+
+DE KINDEREN. Wie onze steun dan Clarence? en hij stierf. 75
+
+HERTOGIN. Wie was mijn steun dan zij? en beiden stierven.
+
+KONINGIN ELIZABETH. Nooit leed een weduw zulk een zwaar verlies!
+
+DE KINDEREN. Nooit leden weezen zulk een zwaar verlies!
+
+HERTOGIN. Nooit leed een moeder zulk een zwaar verlies!
+Wee mij, ik ben de moeder dezer smarten;
+Hun leed is stukwerk, mijn leed is ’t geheel.
+Zij weent om eenen Edward, en ik ook;
+Ik ween om eenen Clarence, en zij niet;
+Die kleinen om hun Clarence, en ik ook;
+En ik om eenen Edward, en zij niet;—
+Gij drieën, stort op mij, driewerf verslaag’ne,
+Uw tranen uit; ik, voedster van uw leed,
+Zal ’t rijk’lijk laven met mijn weegeklag.
+
+DORSET. Kalm, lieve moeder! God wordt zeer verstoord,
+Neemt gij met ondank aan, wat hij beschikt.
+Ondankbaar heet het steeds in ’s werelds doen
+Met tragen onwil gelden weer te geven,
+Met milde hand welwillend ons geleend;
+Veel meer dan, zoo te twisten met den hemel,
+Wijl die zijn vorst’lijk leengoed weder eischt.
+
+RIVERS. Denk, eed’le vrouw, nu, als een trouwe moeder,
+Aan uwen jongen prins; zend fluks om hem;
+Hij zij gekroond; in hem leeft thans uw troost
+Berg ’t naamloos wee in ’s dooden Edwards graf,
+En plant uw heil bij ’s jongen Edwards troon.
+
+(Gloster, Buckingham, Stanley, Hastings, Ratcliff en Anderen komen op.)
+
+GLOSTER. Wees, zuster, kalm; wij allen hebben grond
+Om ’t dooven onzer flonkerster te klagen;
+Doch niemand heelt zijn smart door weegeklag.—
+Mijn eed’le moeder, ’k vraag u om vergiff’nis;
+Ik zag uw hoogheid niet.—Deemoedig smeek ik
+U knielend om uw zegen.
+
+HERTOGIN. God zegene u en make uw hart zachtmoedig,
+Gehoorzaam, liefd’rijk, christ’lijk, waar en trouw!
+
+GLOSTER. Amen;—(Ter zijde.) en late als goed oud man mij sterven!
+Want dit is ’t eind steeds van een moederzegen;
+Dat haar genade dit vergat, bevreemdt mij.
+
+BUCKINGHAM. Bedroefde vorsten, diepgebogen pairs,
+Die allen dezen zwaren rouwlast draagt,
+Beurt met elkanders liefde elkander op;
+Zij de oogst van dezen koning nu verteerd,
+Thans moge de oogst van zijnen zoon ons rijpen.
+De tweespalt uwer hooggezwollen harten,
+Zoo kortlings eerst gezet, gespalkt, verbonden,
+Vereischt een teed’re zorg, verpleging, hoede.
+Mij dunkt het goed, dat fluks een klein gevolg
+Den jongen prins van Ludlow halen ga,
+Opdat hij hier als koning zij gekroond. 122
+
+RIVERS. Waarom een klein gevolg, mylord van Buckingham?
+
+BUCKINGHAM. Opdat, mylord, niet door een grooten stoet
+De pas geheelde wond des haats zich oop’ne;
+Wat des te meer gevaarlijk wezen zou,
+Daar alles groen is en nog leiding mist.
+Als ieder ros den teugel in zijn macht heeft,
+En zelf zijn weg naar welgevallen kiest,
+Dan worde, dunkt mij, ook de vrees voor onheil,
+En niet het onheil zelf alleen, verhoed.
+
+GLOSTER. Verzoend heeft ons de koning, hoop ik, allen;
+Vast en onschendbaar is ’t verdrag voor mij.
+
+RIVERS. En ook voor mij, en voor ons allen, denk ik;
+Doch, wijl het jong is, stelle men het niet
+Aan ’t moog’lijk dreigen van een breuke bloot,
+Die door een grooten stoet licht kon ontstaan.
+Daarom zeg ik met de’ eed’len Buckingham:
+Klein zij ’t geleide van den prins hierheen.
+
+HASTINGS. Dit zeg ik ook.
+
+GLOSTER. Zoo zij het dan; en laat ons nu bepalen,
+Wie onverwijld naar Ludlow zullen gaan.
+Komt, bid ik, eed’le moeder, en gij, zuster,
+En meldt, wat hieromtrent uw meening is.
+
+ (Allen af, behalve Buckingham en Gloster.)
+
+BUCKINGHAM. Mylord, wie naar den prins ook reizen moog’,
+Bij God, laat niet ons tweeën achterblijven;
+’k Vind, als begin van ’t afgesproken plan,
+Wel midd’len onderweg om ’t trotsch geslacht
+Der koningin te scheiden van den prins.
+
+GLOSTER. Mijn ander ik, mijn raadsvergadering,
+Mijn godspraak, mijn profeet!—Mijn waarde neef,
+’k Vertrouw mij, als een kind, aan uwe leiding.
+Naar Ludlow dus, wij blijven niet te huis.
+
+ (Beiden af.)
+
+
+
+
+
+DERDE TOONEEL.
+
+Aldaar. Een straat.
+
+Twee Burgers ontmoeten elkander.
+
+EERSTE BURGER. Zoo, buurman, goeden dag; waarheen zoo haastig?
+
+TWEEDE BURGER. Ja, dit, geloof mij, weet ik nauwlijks zelf.
+En weet gij ’t nieuws?
+
+EERSTE BURGER. Ja, dat de koning dood is.
+
+TWEEDE BURGER. Slecht nieuws, ja; zelden baart de toekomst rozen.
+Ik vrees, ik vrees, er komt een tijd van storm.
+
+(Een ander Burger komt op.)
+
+DERDE BURGER. Gods zegen, buren!
+
+EERSTE BURGER. ’k Wensch u goeden morgen.
+
+DERDE BURGER. Is ’t waar, de goede koning Edward dood?
+
+TWEEDE BURGER. Ja, ja, maar al te waar; sta God ons bij!
+
+DERDE BURGER. Dan, mannen, kunt ge een tijd van storm verwachten.
+
+EERSTE BURGER. Neen, neen; als God wil, wordt zijn zoon nu koning.
+10
+
+DERDE BURGER. Wee, wee den lande, door een kind bestuurd!
+
+TWEEDE BURGER. Neen toch, bij hem valt op bestuur te hopen;
+Zoolang hij klein is, denkt de raad voor hem,
+En in zijn rijp’re jaren heerscht hijzelf;
+Geloof mij, voor en na wordt goed bestuurd.
+
+EERSTE BURGER. ’t Stond evenzoo, toen negen maanden oud,
+De zesde Hendrik te Parijs gekroond werd.
+
+DERDE BURGER. ’t Stond evenzoo? Neen, vrienden, neen, God weet het;
+Toen mocht het land zich op een schat verheffen
+Van welberaden staatsmanskunst; toen had
+De koning deugdrijke ooms tot steun en hoede.
+
+EERSTE BURGER. Deze ook, van vaders- en van moederszijde.
+
+DERDE BURGER. Veel beter stond het, als zij allen waren
+Van vaderszijde, of geen van vaderszijde;
+Want nu treedt ijverzucht, wie ’t naast hem zijn zal,
+Ons allen al te na, zoo God niet helpt.
+O, vol gevaren is de hertog Gloster,
+Der koningin verwanten driest en trotsch;
+Ja, wilden zij beheerscht zijn en niet heerschen,
+Dan had dit kranke land wellicht weer rust.
+
+EERSTE BURGER. Kom, kom, te zwaar getild! het zal wel gaan.
+
+DERDE BURGER. Betrekt de lucht, dan slaan we een mantel om;
+Verliest het woud zijn loof, dan komt de winter;
+Wien meldt het ondergaan der zon geen nacht?
+Na hagelslag en storm wacht elk een duurte.
+’t Kan goed gaan; maar, als God het zoo beschikt,
+Is ’t meer, dan ik verwacht, of wij verdienen.
+
+TWEEDE BURGER. ’t Is waar, een ieders hart is vol van vrees;
+Met wien ge ook spreekt, gij vondt bijna geen mensch,
+Die niet bezorgd er uitziet en vol angst.
+
+DERDE BURGER. Zoo is het altijd, voor verand’ring komt;
+Door hoog’ren aandrang ducht des menschen geest
+Gevaar, dat naakt; zoo zien wij immers ook
+De waat’ren zwellen voor een wilden storm.
+Doch Gode zij ’t vertrouwd! Waar gaat gij heen?
+
+TWEEDE BURGER. Wij werden voor de rechtbank opgeroepen.
+
+DERDE BURGER. Ik eveneens; zoo laat ons samen gaan.
+
+ (Allen af.)
+
+
+
+
+
+VIERDE TOONEEL.
+
+Aldaar. Een vertrek in het paleis.
+
+De aartsbisschop van York, de jonge hertog van York, koningin Elizabeth
+en de hertogin van York komen op.
+
+AARTSBISSCHOP. Zij bleven gist’ren nacht te Stony-Stratford,
+En in Northampton rusten zij van nacht,
+Zij zijn dus morgen hier of overmorgen.
+
+HERTOGIN. ’k Verlang van ganscher hart den prins te zien,
+Ik hoop hem sterk gegroeid, sinds ik hem zag.
+
+KONINGIN ELIZABETH. Men zegt van neen; ’k hoor, dat mijn zoon van York
+Hem in zijn groei bijkans heeft ingehaald.
+
+YORK. Ja, moeder; maar ik had dit liever niet.
+
+HERTOGIN. Waarom, mijn jongen? ’t Is toch goed te groeien.
+
+YORK. Grootmoeder, bij het avondmaal vertelde
+Oom Rivers eens, dat ik veel sneller groeide,
+Dan Edward doet. „Ja,” zeide oom Gloster toen,
+„Een klein gewas is eêl, onkruid groeit veel.”
+En sedert wenschte ik minder sterken groei;
+Eêl kruid komt laat, en onkruid snel in bloei.
+
+HERTOGIN. Voorwaar, voorwaar, dit zeggen ging bij hem,
+Die u dit voor de voeten wierp, niet door;
+Hij was als kind een nietig onderblijfsel,
+Zoo laat en traag in ’t groeien, dat hij, was
+Zijn regel waar, een edel kruid zou zijn.
+
+AARTSBISSCHOP. En zonder twijfel is hij ’t, eed’le vrouwe.
+
+HERTOGIN. Ik hoop het, maar een moeder moge twijf’len.
+
+YORK. Doch hoor eens, ware ’t mij toen ingevallen,
+Ik had mijn eed’len oom een zet gegeven,
+Wat groeien aangaat, erger dan hij mij.
+
+HERTOGIN. Hoe dan, mijn kleine York? vertel het eens.
+
+YORK. Wel dit: men zegt, oom Gloster groeide zoo,
+Dat hij, twee uur pas oud, aan korstjes knaagde;
+Twee jaar was ik, aleer ik tanden kreeg.
+Grootmoeder, zou die zet niet raak geweest zijn?
+
+HERTOGIN. Maar, beste York, wie heeft u dit verteld?
+
+YORK. Zijn min, grootmoeder.
+
+HERTOGIN. Zijn min! die was lang dood bij uw geboorte. 33
+
+YORK. Als zij ’t niet deed, dan weet ik niet meer wie.
+
+KONINGIN ELIZABETH. Een sluwe knaap! Loop heen, gij praat te vrij.
+
+AARTSBISSCHOP. Doorluchte vrouw, wees op het kind niet boos.
+
+KONINGIN ELIZABETH. Ook kleine kruikjes hebben ooren.
+
+(Een Bode komt op.)
+
+AARTSBISSCHOP. Daar komt een bode.—Wat voor nieuws?
+
+BODE. Nieuws, heer, waarvan het brengen mij bedroeft.
+
+KONINGIN ELIZABETH. Hoe vaart de prins?
+
+BODE. Gezond en wel, uw hoogheid.
+
+HERTOGIN. Wat brengt gij dan voor nieuws?
+
+BODE. Lord Rivers en lord Grey, zij zijn naar Pomfret,
+En ook sir Thomas Vaughan, als gevang’nen.
+
+HERTOGIN. En wie nam hen gevangen?
+
+BODE. Hertog Gloster,
+Met hertog Buckingham.
+
+AARTSBISSCHOP. Om welk vergrijp?
+
+BODE. Ik heb gemeld al wat ik melden kan.
+Waarom, waarvoor die eed’len zijn gevat,
+Is mij volkomen onbekend, mylord.
+
+KONINGIN ELIZABETH. Wee mij, ik zie den ondergang mijns huizes.
+Nu heeft de tijger ’t slanke ree gepakt,
+En dra vergrijpt verwaten tyrannie
+Zich aan de’ onnooz’len, eerbiedloozen troon.
+Welkom, verdelging, bloedvergieten, slachting!
+Ik zie, als op een kaart, het eindmerk reeds!
+
+HERTOGIN. Gevloekte en onrustvolle tweedrachtsdagen,
+Hoe velen uwer heeft mijn oog aanschouwd!
+Mijn gade viel bij ’t streven naar de kroon;
+En op en neder ging het met mijn zoons,
+Zoodat ik juichte en weende om zege en neêrlaag;
+En nu zij veilig zeet’len, nu de storm
+Van twist voorbij is, voeren zij, die wonnen,
+Krijg met elkander, broeder tegen broeder.
+Bloed tegen bloed, zelf met zichzelf.—O waanzin,
+O dolheid, laat van ’t helsche wrokken af;
+Of doe mij sterven, niets op aard meer zien!
+
+KONINGIN ELIZABETH. Kom, kom, mijn knaap, ras naar de heil’ge
+vrijplaats!—
+Vaar, eed’le vrouwe, wel.
+
+HERTOGIN. Wacht, ik wil mede.
+
+KONINGIN ELIZABETH. ’t Is u niet noodig.
+
+AARTSBISSCHOP (tot de Koningin.) Eed’le vrouwe, ga;
+En berg er ook uw schatten en uw goed’ren.
+Voor mij, ik geef het mij vertrouwde zegel
+Uw hoogheid af; en moge ’t zoo mij gaan,
+Als ik voor u en voor al de uwen zorg!
+Ga, ik geleid u zelf naar ’t heiligdom.
+
+ (Allen af.)
+
+
+
+
+
+
+
+
+DERDE BEDRIJF.
+
+
+EERSTE TOONEEL.
+
+Londen. Een straat.
+
+Trompetgeschal. De Prins van Wales, Gloster, Buckingham, Bourchier en
+Anderen komen op.
+
+BUCKINGHAM. Wees welkom, Prins, in Londen, in uw kamer!
+
+GLOSTER. Welkom, mijn lieve neef, mijns harten koning!
+De lange weg heeft droevig u gestemd.
+
+PRINS. Neen, oom; maar wat mij op mijn weg weervoer,
+Heeft dien mij lang, bedroevend, zwaar gemaakt;
+Ik wenschte meerdere ooms hier tot ontvangst.
+
+GLOSTER. De schuld’looze eenvoud uwer jaren, prins,
+Dook in der wereld arglist nog niet neer
+En niets kunt gij nog aan een man erkennen
+Dan wat hij toont en schijnt; en dit, God weet het,
+Strookt nooit of zelden met des menschen hart.
+Die ooms, die gij u hier wenscht, zijn gevaarlijk;
+Gij gaaft slechts op hun suikerwoorden acht,
+Doch hadt geen oog voor hunner harten gif.
+Voor zulke valsche vrienden hoede u God!
+
+PRINS. Voor valsche vrienden, ja; maar zij zijn ’t niet. 16
+
+GLOSTER. Daar komt de mayor van Londen u begroeten.
+
+(De Lord-Mayor komt op, met Gevolg.)
+
+LORD-MAYOR. God schenke uw Hoogheid heil en blijde dagen!
+
+PRINS. Ik dank u, waarde lord, ik dank u allen.
+
+(De Lord-Mayor en Gevolg treden terug.)
+
+’k Had van mijn moeder en mijn broeder York
+Reeds eerder op mijn weg een groet verwacht;
+Foei, welk een slak is Hastings, dat hij ons
+Niet meldt, of zij in aantocht zijn of niet!
+
+(Hastings komt op.)
+
+BUCKINGHAM. Daar komt de lord juist aan, in ’t zweet zijns aanschijns.
+
+PRINS. Welkom, mylord! Spreek! zal mijn moeder komen?
+
+HASTINGS. Om welke reed’nen, dit weet God, niet ik,
+maar met uw broeder York week uwe moeder
+Ter heil’ge vrijplaats heen; recht gaarne had
+De jonge prins met mij u hier begroet,
+Doch met geweld hield hem zijn moeder ginds.
+
+BUCKINGHAM. Foei, hoe verkeerd en valsch van haar gedaan!— 31
+Lord kardinaal, kan uw genade niet
+De koningin bewegen, hertog York
+Terstond te zenden naar den prins, zijn broeder?
+En weigert zij, ga mee, lord Hastings, scheur
+Hem uit haar achterdochtige armen weg.
+
+KARDINAAL. Mylord, indien mijn zwakke redekunst
+Den hertog van zijn moeder kan verwerven,
+Zoo wacht hem daad’lijk hier. Maar blijft zij doof
+Voor zachte beden, dan verhoede God,
+Dat wij het godd’lijk recht der heil’ge vrijplaats
+Geweld aandoen! Voor heel dit rijk wilde ik
+Niet aan zoo groote zonde schuldig zijn.
+
+BUCKINGHAM. Gij klemt, Mylord, u te kleingeestig vast
+Aan vormen, aan wat de oudheid heilig noemde;
+En ’t is geen heiligschennis hem te grijpen.
+De weldaad van een vrijplaats wordt verleend
+Aan wie er door zijn hand’len recht op heeft,
+En wijs genoeg is, haar voor zich te vord’ren.
+De prins begeert haar niet en heeft geen aanspraak,
+En moet daarom, dunkt mij, haar niet erlangen;
+En dus, wie hem, die daar niet is, er weghaalt,
+Die schendt geen enkel recht of voorrecht daar.
+Ja, ’k hoorde vaak van mannen in een vrijplaats,
+Van kind’ren in een vrijplaats, nooit voor nu!
+
+KARDINAAL. Mylord, voor ditmaal geef ik mij gewonnen.—
+Kom dus, lord Hastings, wilt gij met mij gaan?
+
+HASTINGS. ’k Ben tot uw dienst, mylord.
+
+PRINS. Mijn beste lords, maakt haast, zooveel gij kunt.
+
+ (De Kardinaal en Hastings af.)
+
+Zeg nu, oom Gloster, als mijn broeder komt,
+Waar zullen wij dan huizen tot de kroning?
+
+GLOSTER. Waar uwe koninklijke hoogheid zelf verkiest.
+Maar mag ik u eens raden, neem dan eerst
+Een dag of twee uw rust hier in den Tower,
+En kies daarna ’t verblijf, dat u het best
+Tot uw gezondheid en vermaken dient.
+
+PRINS. Geen plaats staat meer mij tegen dan de Tower.—
+(Tot Buckingham.) Heeft Julius Cæsar hem gebouwd, mylord? 69
+
+BUCKINGHAM. Hij heeft, genadig heer, het slot gesticht,
+Maar later tijden hebben ’t sinds herbouwd.
+
+PRINS. Is ’t overleev’ring slechts, van mond tot mond,
+Of staat het opgeteekend, dat hij ’t bouwde?
+
+BUCKINGHAM. ’t Is opgeteekend, wis, genadig heer.
+
+PRINS. Maar neem eens aan, het ware niet geboekt,
+De waarheid, dunkt mij, moest onsterflijk leven,
+Als ’t ware naverteld aan ’t verste nakroost,
+Zelfs tot den dag, die heel de wereld endt.
+
+GLOSTER (ter zijde). Zoo jong in ’t denken stout, wordt nimmer oud.
+
+PRINS. Wat zegt gij, oom?
+
+GLOSTER. ’k Zeg, roem wordt, ongeboekt, toch immer oud.
+(Ter zijde). Ik spreek, als Boosheid in mysterie-spelen,
+Één woord gebruikend, tweederlei moraal.
+
+PRINS. Die Julius Cæsar was een eenig man,
+Want wat zijn moed voor zijnen geest verwierf,
+Dat schreef zijn geest, zoodat zijn moed bleef leven.
+Dood kan op dien veroov’raar niets veroov’ren;
+Steeds voort leeft hij in roem, na ’s levens eind.—
+Neef Buckingham, wil ik u eens iets zeggen?
+
+BUCKINGHAM. Wat dan, genadig heer?
+
+PRINS. Wanneer ik leven blijf, tot ik een man ben,
+Dan win ik ons oud recht in Frankrijk weer,
+Of sterf als held, gelijk ik leefde als vorst.
+
+GLOSTER (ter zijde). Vroeg wordt na vroege lent de groei geschorst.
+
+(Hastings en de Kardinaal komen weder op, met York.)
+
+BUCKINGHAM. Daar komt te goeder uur de Hertog York.
+
+PRINS. Richard van York? hoe vaart onze eed’le broeder?
+
+YORK. Goed, mijn gebieder! zoo toch heet gij thans.
+
+PRINS. Ja, broeder, mij, gelijk ook u, tot smart;
+Te vroeg stierf hij, die recht had op dien titel,
+Waaraan zijn dood veel majesteit ontnam.
+
+GLOSTER. Hoe gaat het onzen eed’len neef van York?
+
+YORK. Ik dank u, vriend’lijke oom. O! zie, mylord,
+Gij hebt gezegd, dat onkruid welig wast;
+De prins, mijn broeder, wies mij boven ’t hoofd.
+
+GLOSTER. ’t Is zoo, mylord.
+
+YORK. Telt gij hem nu voor onkruid?
+
+GLOSTER. O, beste neef, zoo iets mag ik niet zeggen. 106
+
+YORK. Dan is hij meer in tel bij u dan ik.
+
+GLOSTER. Hij heeft mij te gebieden als mijn vorst,
+Maar gij hebt recht en macht op mij als neef.
+
+YORK. Ik bid u, oom, geef mij dien dolk.
+
+GLOSTER. Dien dolk, mijn kleine neef? van ganscher harte.
+
+PRINS. Gij beed’laar, broeder?
+
+YORK. Ja, bij mijn lieven oom, die gaarne geeft,
+En om een speeltuig, waar men licht van scheidt.
+
+GLOSTER. Ik zoude u gaarne een grooter gave schenken.
+
+YORK. Een grooter gaaf? dat zoude uw zwaard dan zijn.
+
+GLOSTER. Ja, neeflief, maar dat ware veel te zwaar.
+
+YORK. O, dus is ’t lichte waar slechts, die gij schenkt?
+Bij iets gewichtigs zegt gij: „beedlaar, neen!”
+
+GLOSTER. ’t Is u te zwaar, gij kunt het nog niet dragen.
+
+YORK. Al ware ’t zwaarder, wichtig vond ik ’t niet.
+
+GLOSTER. Dus gij verlangt mijn zwaard, mijn kleine prins?
+
+YORK. Ja, en mijn dank zij zoo, als gij mij noemt.
+
+GLOSTER. Hoe dan?
+
+YORK. Slechts klein.
+
+PRINS. Mijn broeder York is altijd boud in ’t praten.—
+Gij weet het met geduld te dragen, oom.
+
+YORK. Niet het te dragen, mij te dragen, meent gij;—
+Mijn broeder, oom, bespot èn u èn mij;
+Hij denkt, omdat ik klein ben als een aapje,
+Dat gij mij op uw schouders dragen moest.
+
+BUCKINGHAM. Hoe rijk aan scherp vernuft is wat hij zegt!
+Om ’t spotten met zijn oom wat te verzachten,
+Steekt hij behendig met zichzelf den draak.
+Zoo slim en nog zoo jong, is wonderbaar!
+
+GLOSTER. Mylord, behaagt het u, thans voort te gaan?
+Ik en mijn goede neef van Buckingham
+Gaan naar uw moeder om haar te overreden,
+Dat ze in den Tower u opzoeke en begroet’.
+
+YORK. Wat! naar den Tower? verkiest gij dit, mylord?
+
+PRINS. Mylord Protector dringt er zeer op aan.
+
+YORK. Ik zal niet rustig slapen in den Tower.
+
+GLOSTER. Waarom, wat zoudt gij duchten?
+
+YORK. Nu, den verstoorden geest mijns ooms, van Clarence;
+Grootmoeder zegt, dat hij er werd vermoord.
+
+PRINS. Ik heb geen vrees voor ooms, die dood zijn.
+
+GLOSTER. En ook voor geen, die leven, hoop ik.
+
+PRINS. ’k Heb, zoo zij leven, niets te vreezen, hoop ik.
+Maar kom, mylord, en met bezwaard gemoed,
+Aan hen steeds denkend, ga ik naar den Tower.
+
+(Trompetgeschal. De prins, York, Hastings, de Kardinaal, en Gevolg
+verwijderen zich, daarna de Lord-Mayor met Gevolg.)
+
+BUCKINGHAM. Denkt gij, mylord, niet, dat die York, die snapper,
+Werd opgestookt door zijn geslepen moeder,
+Om u zoo stout te tarten en te hoonen?
+
+GLOSTER. Ja wis, gewis. O, ’t is een slimme gast,
+Vroegwijs, gevat, vernuftig, vlug en stout,
+Geheel zijn moeder, ja, van top tot teen.
+
+BUCKINGHAM. Nu, laat hen.—Catesby, kom gij hier; gij zwoert
+Een duren eed: te doen wat wij ontwerpen
+En streng te zwijgen, wat we u toevertrouwen.
+We ontvouwden onderweg u onze gronden;—
+Wat dunkt u, zou het een’ge moeite baren,
+William lord Hastings voor ons plan te winnen,
+Dat dezen eed’len hertog op den troon
+Van ons roemruchtig eiland plaatsen wil?
+
+CATESBY. Hij heeft den prins om ’s vaders wil zoo lief,
+Dat hij tot niets de hand leent tegen hem.
+
+BUCKINGHAM. Wat denkt gij dan van Stanley? zou hij willen?
+
+CATESBY. Hij zal in alles zooals Hastings doen.
+
+BUCKINGHAM. Nu dan, genoeg hiervan. Ga, beste Catesby,
+En pols, als ware ’t in ’t verschiet, lord Hastings,
+Hoe hij omtrent ons plan gezind zou zijn;
+En noodig hem op morgen naar den Tower
+Ter raadsvergaad’ring voor de zaak der kroning.
+Bespeurt gij, dat hij naar ons luist’ren wil,
+Zoo wek hem op en zeg hem onze gronden,
+Maar is hij koud, als ijs, en traag, als lood,
+Wees gij ’t dan ook en houd uw woorden in,
+En deel ons mede, hoe zijn stemming is.
+Want morgen houden we een gesplitsten staatsraad,
+Waarbij uw dienst van hoog belang zal zijn.
+
+GLOSTER. Groet ook van mij lord William; zeg hem, Catesby,
+Dat morgen ’t rot van zijn gezworen haters
+Een aderlating wacht in ’t slot van Pomfret;
+En zeg mijn vriend, dat hij om deze tijding
+Uit vreugd vrouw Shore een kusjen extra geev’.
+
+BUCKINGHAM. Ga, Catesby, ga; volbreng dit met beleid.
+
+CATESBY. Ja, zoo behoedzaam, waarde lords, als moog’lijk. 187
+
+GLOSTER. Wij hooren nog voor slapenstijd van u?
+
+CATESBY. Gewis, mylord.
+
+GLOSTER. In Crosbyhof zult gij ons beiden vinden.
+
+ (Catesby af.)
+
+BUCKINGHAM. En wat, mylord, wat doen wij, als we ontwaren,
+Dat Hastings niet in onze plannen treedt?
+
+GLOSTER. Den kop hem af,—wij zullen overleggen;—
+En hoor, ben ik eens koning, vorder dan
+Het graafschap Hereford met de tilb’re have,
+Eens ’t eigendom des konings, mijnen broeder.
+
+BUCKINGHAM. Ik zal me op uwer hoogheid woord beroepen.
+
+GLOSTER. Dat ik, geloof mij, vriend’lijk houden zal.
+Kom, tijdig nu aan ’t avondmaal, om dan
+Aan onze ontwerpen een’gen vorm te geven.
+
+ (Beiden af.)
+
+
+
+
+
+TWEEDE TOONEEL.
+
+Voor lord Hastings’ huis.
+
+Een Bode komt op en klopt aan de deur.
+
+BODE. Mylord! mylord!
+
+HASTINGS (binnen). Wie daar?
+
+BODE. Een bode van lord Stanley.
+
+HASTINGS (binnen). Hoe laat is ’t al?
+
+BODE. Op slag van vieren heer.
+
+(Hastings komt op.)
+
+HASTINGS. Uw meester slaapt deez’ trage nachten niet?
+
+BODE. Dit schijnt wel zoo, naar wat ik heb te zeggen.
+Vooreerst zendt hij uw edelheid zijn groet.
+
+HASTINGS. En verder?
+
+BODE. Dan meldt hij u, dat hij vannacht een droom had,
+Dat de ever hem den helm had afgestooten;
+Ook, zegt hij, wordt een dubb’le raad gehouden;
+En licht wordt in den eenen iets beslist,
+Wat u en hem in de’ and’ren grieven kan.
+Dies vraagt hij, wat uw edelheid besluit,—
+Of gij terstond met hem te paard wilt stijgen,
+En naar het noorden jagen zonder rust,
+Om zoo ’t gevaar, dat hij bevroedt te ontgaan.
+
+HASTINGS. Ga, knaap, en keer tot uwen heer terug;
+Zeg hem, dat hij dien dubb’len raad niet duchte;
+Zijn edelheid en ik zijn bij den eenen,
+En bij den and’ren Catesby, mijn vertrouw’ling,
+Waar niets geschieden kan wat ons betreft,
+Of ik ontvang terstond bericht er van.
+Ja, zeg, zijn vrees is ijdel, zonder grond;
+En droomt hij,—wel, ik dacht hem te verstandig,
+Om ’t guichelspel van slechten slaap te tellen;
+Voor de’ ever vluchten, eer ons de ever aanvalt,
+Dit waar’, den ever tot vervolging prikk’len,
+Tot jagen, als hijzelf er niet aan denkt.
+Ga, vraag uw heer na ’t opstaan hier te komen;
+Dan gaan wij samen rustig naar den Tower,
+Waar hij zal zien, hoe vriend’lijk de ever is.
+
+BODE. Ik zal mylord, hem melden wat gij zegt.
+
+ (Bode af.)
+
+(Catesby komt op.)
+
+CATESBY. Veel morgengroeten aan mijn eed’len lord! 35
+
+HASTINGS. Goên morgen, Catesby; gij zijt vroeg er bij.
+Wat nieuws, wat nieuws in onze’ onzeek’ren staat?
+
+CATESBY. ’t Is waar, mylord, het is een dwarrelwereld;
+Zij komt, geloof ik, niet tot vasten stand,
+Eer Richard met den krans van ’t rijk gesierd is.
+
+HASTINGS. Gesierd is met den krans! meent gij de kroon?
+
+CATESBY. Ja, beste lord.
+
+HASTINGS (op zijn hoofd wijzend). Men moog’ die kroon mij van de
+schouders slaan,
+Eer ik de kroon arglistig zie ontvreemd.
+Kunt gij vermoeden, dat hij er naar streeft!
+
+CATESBY. Zoo waar ik leef, hij doet het; en hij hoopt,
+Dat gij met kracht hem die zult helpen winnen;
+En daarom zendt hij u het heuch’lijk nieuws,
+Dat die uw haters waren, de verwanten
+Der koningin, vandaag in Pomfret sterven.
+
+HASTINGS. Voorwaar, dit nieuws perst mij geen tranen af;
+Zij waren altijddoor mijn tegenstanders;
+Maar dat ik ooit mijn stem aan Richard geef,
+En de echte spruiten van mijn meester uitsluit,
+God weet, dit doe ik niet, al waar’ ’t mijn dood.
+
+CATESBY. God sterke uw lordschap in dit vroom besluit!
+
+HASTINGS. Maar wis, een jaar en langer zal ik lachen,
+Nu ik ’t beleef, van ’t rot, dat bij mijn meester
+In haat mij bracht, het treurspel aan te zien.
+Nu, Catesby, eer ik veertien dagen meer tel,
+Ruim ik nog enk’len op, die ’t nu niet denken.
+
+CATESBY. ’t Is iets verschriklijks, edel heer, te sterven,
+Geheel onvoorbereid en onverwacht.
+
+HASTINGS. O gruw’lijk, gruw’lijk! en zoo is nu ’t lot
+Van Rivers, Vaughan, Grey;—en zoo zal ’t gaan
+Met meerd’ren, die zich even veilig reek’nen
+Als gij en ik, die den doorluchten Richard
+En Buckingham, gij weet het, dierbaar zijn.
+
+CATESBY. Gij zijt bij beide vorsten hoog gezien;
+(Ter zijde.) Zij zien zijn hoofd, als ’t waar’, reeds op de slotpoort.
+
+HASTINGS. Ik weet het, en ik heb ’t aan hen verdiend.
+
+(Stanley komt op.)
+
+Wel zoo, wel zoo, waar is uw zwijnsspriet, man?
+Gij, die den ever ducht, gij wapenloos? 75
+
+STANLEY. Mylord, goên morgen,—goeden morgen, Catesby.—
+Nu, spot maar toe, maar, bij het heilig kruis,
+Ik houd van dien gesplitsten raad niet, ik.
+
+HASTINGS. Mylord, mijn hoofd is mij zoo lief als u,
+En nooit, in heel mijn leven, dit verklaar ik,
+Heb ik het zoo op prijs gesteld als nu.
+Denkt gij, dat, als ik mij niet veilig achtte,
+Ik zoo zou triumfeeren als ik doe?
+
+STANLEY. De lords in Pomfret reden opgeruimd
+Uit Londen weg en waanden zich recht veilig,
+En hadden inderdaad geen grond tot argwaan;
+En toch, hoe snel was niet de dag bewolkt!
+De snelle dolkstoot van dien wrok verschrikt mij;
+Geev’ God, dat ik mij nood’loos lafaard toon’!—
+Nu, wilt gij naar den Tower? Het wordt hoog tijd.
+
+HASTINGS. Kom, kom, gerust!—Weet gij ’t, mylord? De lords,
+Waarvan gij spreekt, verliezen heden ’t hoofd.
+
+STANLEY. Als trouw besliste, stond het hoofd hun vaster,
+Dan menigeen, die hen verklaagt, de hoed.
+Maar kom nu, laat ons gaan.
+
+(Een Herautsdienaar komt op.)
+
+HASTINGS. Ga voor; ’k heb dezen vriend nog iets te zeggen.
+
+ (Stanley en Catesby af.)
+
+Wel man, hoe gaat het u?
+
+HERAUTSDIENAAR. Zoo veel te beter,
+Nu ’t uwe lordschap zoo genadig vraagt.
+
+HASTINGS. Ik zeg u, man, mij vrij wat beter dan
+Toen gij de laatste maal mij hier ontmoet hebt;
+Toen ging ik als gevang’ne naar den Tower,
+Wijl de aanhang van de koningin dit dreef;
+Maar nu, zeg ik u, gaan,—doch houdt dit voor u!—
+Vandaag, die mij vervolgden, zelf ter dood,
+En ik heb meer gezag dan ooit voordezen.
+
+HERAUTSDIENAAR. Dat God dit, naar uw wensch, bij u bestendig!
+
+HASTINGS. Dank, knaap.—Daar, neem, en drink dit op mijn heil.
+
+(Hij werpt hem zijn beurs toe.)
+
+HERAUTSDIENAAR. Ik dank uw edelheid.
+
+ (Herautsdienaar af.)
+
+(Een Priester komt op.)
+
+PRIESTER. Gij daar, mylord? ’t Verheugt mij u te zien.
+
+HASTINGS. Heer John, ik dank u en van ganscher harte.
+’k Ben voor den laatsten kerkdienst in uw schuld;
+Kom de’ eersten sabbat, en ik maak het goed.
+
+(Buckingham komt op.)
+
+BUCKINGHAM. Lord kamerheer, wat, in gesprek met priesters! 114
+De priester koom’ uw vrienden ginds in Pomfret
+Te stade; uw lordschap heeft nog niet te biechten.
+
+HASTINGS. Voorwaar, toen ik dien heil’gen man hier zag,
+Toen stonden zij, van wie gij spreekt, mij voor.
+Zeg, gaat gij naar den Tower?
+
+BUCKINGHAM. Ja zeker, maar ik kan niet lang er blijven,
+En ga er vóór uw edelheid vandaan.
+
+HASTINGS. Licht moog’lijk, want ik blijf er middagmalen.
+
+BUCKINGHAM (ter zijde). En avondeten ook, al denkt gij ’t niet.—
+Kom gaat gij mee?
+
+HASTINGS. Ten dienste van uw lordschap.
+
+ (Allen af.)
+
+
+
+
+
+DERDE TOONEEL.
+
+Pomfret. Voor het slot.
+
+Ratcliff komt op met een Wacht, die Rivers, Grey en Vaughan ter
+terechtstelling geleidt.
+
+RIVERS. Sir Richard Ratcliff, laat mij dit u zeggen;—
+Op heden zult ge een onderdaan zien sterven
+Voor eer en trouw en kreukloos plichtbetoon.
+
+GREY. Bescherme God den prins voor uw gebroedsel!
+Gij zijt een vloekgespuis, dat dorst naar bloed.
+
+VAUGHAN. Gij leeft, doch zult hier eenmaal wee om roepen!
+
+RATCLIFF. Voort, voort! de tijd uws levens is voorbij.
+
+RIVERS. O Pomfret, Pomfret! bloedig kerkerkot,
+Voor eed’le pairs noodlottig, onheilspellend!
+In ’t zondvol perk van uwe wallen werd
+Richard de tweede hier ter dood gehouwen;
+En thans, uw gruwelplek tot nieuwen smaad,
+Ontvangt gij ons onschuldig bloed te drinken.
+
+GREY. Nu valt Marg’retha’s vloek ons op het hoofd,
+Die kreet, voor Hastings, u en mij geslaakt,
+Bijstanders bij den moord haars zoons door Richard!
+
+RIVERS. Toen trof haar vloek ook Buckingham, ook Richard,
+Trof Hastings ook.—O God, wees dit indachtig,
+Hoor haar gebed voor hen, als nu voor ons!
+Doch voor mijn zuster en haar koningstelgen
+Zij U, mijn God, ons eerlijk bloed genoeg,
+Gij weet het, onrechtvaardig hier geplengd!
+
+RATCLIFF. Maakt spoed, uw sterfuur is alreeds voleind.
+
+RIVERS. Kom Grey, kom, Vaughan, hier elkaar omarmd,—
+Vaartwel, hierboven zien we elkander weer!
+
+ (Allen af.)
+
+
+
+
+
+VIERDE TOONEEL.
+
+Londen. Een zaal in den Tower.
+
+Buckingham, Stanley, Hastings, de Bisschop van Ely, Ratcliff, Lovel en
+Anderen, aan een tafel gezeten; Dienaren van den raad op den
+achtergrond.
+
+HASTINGS. Nu, eed’le pairs, wat ons hier samenriep,
+Is ’t reeg’len van de kroning; in Gods naam,
+Spreek, wanneer is die koninklijke dag?
+
+BUCKINGHAM. Is alles voor het hooge feest gereed?
+
+STANLEY. Alleen ’t bepalen van den dag blijft over.
+
+ELY. Dan acht ik morgen wel een goede dag.
+
+BUCKINGHAM. Wie meldt ons, wat de Lord Protector wenscht?
+Wie is van de’ eedlen hertog de vertrouwde?
+
+ELY. Dit zal waarschijnlijk uw genade zijn.
+
+BUCKINGHAM. Wij kennen van gelaat elkaar; —maar ’t hart,—
+Hij kent het mijn’ niet beter dan ik ’t uwe,
+En ik zoo min het zijne als gij het mijne.
+Lord Hastings, gij en hij zijt zeer bevriend.
+
+HASTINGS. Ja, dank den vorst, ik ben zijn vriend, dit weet ik;
+Doch wat zijn plan betreft omtrent de kroning,
+Heb ik hem niet gepolst, noch heeft hijzelf
+Mij meegedeeld, wat zijn believen is.
+Maar wilt gij, eed’le lords, den dag bepalen,
+Dan zal ik stemmen in des hertogs naam,
+Wat hij mij, denk ik, wel ten goede houdt.
+
+(Gloster komt op.)
+
+ELY. Daar komt, te rechter tijd, de hertog zelf.
+
+GLOSTER. Mijn waarde lords en neven, goeden morgen!
+Ik heb recht lang geslapen; doch ik hoop,
+Niets van belang bleef door mijn afzijn rusten,
+Wat door mijn hierzijn voortgang hadd’ gehad.
+
+BUCKINGHAM. Waart ge op uw wachtwoord niet gekomen, prins,
+Dan had lord Hastings uwe rol gesproken,
+Uw stem doen hooren, wat de kroning aangaat.
+
+GLOSTER. Wie stout moog’ zijn, lord Hastings meer dan allen;
+Zijn lordschap kent mij goed en heeft mij lief.
+Mylord van Ely, ik heb laatst in Holbron
+Aardbeien, prachtige, in uw tuin gezien,
+Ik bid u, laat mij eens een proefje komen.
+
+ELY. Volgaarne, heer; ’t is mij een waar genoegen.
+
+ (De Bisschop af.)
+
+GLOSTER. Mijn neef van Buckingham, een woord met u. 37
+
+(Hij neemt Buckingham ter zijde.)
+
+Catesby heeft Hastings over ’t plan gepolst,
+En vindt dat stugge heerschap zoo vol vuur,
+Dat hij zijn hoofd verliezen wil, eer ’t kind
+Zijns meesters, zooals hij eerbiedig spreekt,
+’t Bezit van Eng’lands troon verliezen zal.
+
+BUCKINGHAM. Ga even uit de zaal, heer; ik kom na.
+
+ (Gloster af, gevolgd door Buckingham.)
+
+STANLEY. Wij hebben ’t hooge feest nog niet bepaald.
+Op morgen is wat al te spoedig, dunkt mij;
+Want ik ben zelf nog zoo niet toegerust,
+Als ik zou zijn, wanneer ’t verschoven werd.
+
+(De Bisschop van Ely komt terug.)
+
+ELY. Waar is mylord, de hertog Gloster?
+Ik zond om ’t aardbeiproefjen iemand heen.
+
+HASTINGS. De hertog ziet van morgen opgeruimd;
+Een streelend denkbeeld zweeft hem voor den geest,
+Als hij zoo vroolijk goeden morgen wenscht.
+Ik acht, dat niemand in de christenheid
+Zijn liefde en haat zoo slecht verbergt als hij;
+Wat hij op ’t hart heeft, leest ge op zijn gelaat.
+
+STANLEY. Wat leest gij van zijn hart dan op ’t gelaat
+Door ’t een of ander teeken, dat hij toonde?
+
+HASTINGS. Wel, dat hij tegen niemand hier iets heeft;
+Zijn trekken hadden anders ’t wis verraden.
+
+(Gloster en Buckingham komen terug.)
+
+GLOSTER. Ik bid u allen, zegt, wat zij verdienen,
+Die mij naar ’t leven staan door duivelsplannen
+Van vloek’bre hekserij, en reeds mijn lijf
+Door helsche tooverkunst aan ’t kwijnen brachten?
+
+HASTINGS. Mijn vuur’ge liefde tot u dringt mij, heer,
+Dat ik vóór allen in deez’ eed’len kring,
+Wie schuldig zijn, veroordeel; wie ze ook zijn,
+Den dood, heer, zeg ik, hebben zij verdiend.
+
+GLOSTER. Ziet dan met eigen oogen ’t schendig stuk.
+Aanschouw, hoe ik behekst ben; ziet, mijn arm
+Is als een loot, die wegkwijnt, ingeschrompeld;
+’t Is ’t werk van Edwards vrouw, die booze heks,
+Verbonden met die veile snol, vrouw Shore;
+Die merkten door haar hekserij mij zoo.
+
+HASTINGS. Als zij door zulk een doen, mijn eed’le vorst,—
+
+GLOSTER. „Als!” gij beschermer van die vloekb’re snol,
+Spreekt gij van „Als?”—Gij zijt een aartsverrader;—
+Het hoofd hem af!—ja, bij Sint Paul, ik zweer,
+Ik roer geen spijs aan, vóór ik dit aanschouw.—
+Lovel en Ratcliff, zorg, dat dit geschiede;—
+En wie mij liefheeft, sta nu op en volg’ mij.
+
+ (Gloster en Buckingham, met den Staatsraad af; alleen Hastings, Lovel
+ en Ratcliff blijven.)
+
+HASTINGS. Wee, wee, om Eng’land! geenszins, neen, om mij! 82
+Want ik, verdwaasde, had dit kunnen keeren.
+Wat Stanley droomde van des evers stoot,
+Heb ik bespot en ’k heb de vlucht versmaad.
+Driemalen is vandaag mijn paard gestruikeld,
+En ’t ging aan ’t steig’ren bij het zien des Towers,
+Als schuwde ’t, mij te dragen naar het slachthuis.
+Nu is de priester, dien ik sprak, mij noodig;
+En nu berouwt mij, dat ik dien heraut,
+Te triumfeerend, zeide, dat mijn haters
+In Pomfret heden bloedig sterven moesten,
+En ik mij veilig voelde in gunst en eer.
+O Margaretha, Margaretha! zwaar
+Treft thans uw vloek des armen Hastings’ hoofd.
+
+RATCLIFF. Kom aan, maak voort; de hertog wil aan tafel,
+Biecht dus wat kort, hij wacht reeds op uw hoofd.
+
+HASTINGS. O vluchtig gunstbetoon van stervelingen,
+Meer dan de gunst van God door ons bejaagd!
+Wie hoop bouwt op den adem van uw glimlach,
+Leeft als een dronken zeeman op een ra,
+Dien ied’re schomm’ling neer te sling’ren dreigt
+In de opgesperde kaken van het diep.
+
+LOVEL. Kom, kom, maak voort; geen jamm’ren helpt u hier.
+
+HASTINGS. O Richard, man des bloeds!—Rampzalig Eng’land!
+De jammervolste tijden spel ik u,
+Die deze gruwelwereld ooit aanschouwde.
+Komt, mij naar ’t blok, en hem mijn hoofd gebracht;
+Wie spot, zie toe! hij volgt mij, eer hij ’t wacht.
+
+ (Allen af.)
+
+
+
+
+
+VIJFDE TOONEEL.
+
+Binnen de muren van den Tower.
+
+Gloster en Buckingham komen op, in oude harnassen en zeer slordig
+gewaad.
+
+GLOSTER. Komaan, neef, kunt gij sidd’ren en verbleeken,
+Uw adem smoren midden in een woord,
+En dan op nieuw gaan spreken, weer verstommen,
+Als waart gij schier waanzinnig, dol van schrik?
+
+BUCKINGHAM. Gerust! den besten speler boots ik na,
+Zie om bij ’t spreken, gluur naar elken kant,
+Ik beef en staar, wanneer een stroohalm trilt,
+En teeken diepen argwaan; holle blikken
+Staan mij ten dienst en ook gedwongen lachjes,
+En beide steeds gereed en op hun post,
+Om aan mijn listen luister bij te zetten.
+Maar Catesby is gegaan, niet waar?
+
+GLOSTER. Ja zeker;
+En, zie, ook weer terug, en met den mayor.
+
+(De Lord-Mayor en Catesby komen op.)
+
+BUCKINGHAM. Lord-Mayor,—
+
+GLOSTER. Gij daar, let op de slotbrug! 15
+
+BUCKINGHAM. Hoor, een trom!
+
+GLOSTER. Snel, Catesby, naar den muur, zie uit!
+
+BUCKINGHAM. Lord-Mayor, de reden, dat wij zonden,—
+
+GLOSTER. Zie om, verweer u, hoor, de vijand komt!
+
+BUCKINGHAM. God, en onze onschuld, zie het en verweer’ ons!
+
+(Lovel en Ratcliff komen op, met Hastings hoofd.)
+
+GLOSTER. Geen onraad! vrienden zijn ’t: Ratcliff en Lovel.
+
+LOVEL. Hier is het hoofd des snooden aartsverraders,
+Van Hastings, vol gevaar, en nooit verdacht.
+
+GLOSTER. Zoo lief was mij de man, dat ik moet weenen.
+Ik hield hem voor ’t eenvoudigst goedig schepsel,
+Dat adem had op aarde als christenmensch;
+’k Had hem tot boek gekozen, waar mijn ziel
+’t Geheimste, dat zij dacht, in nederschreef;
+Zoo glad vernis van deugd gaf hij zijn ondeugd,
+Dat, zijn bekende zonde niet gerekend,—
+Zijn omgang, meen ik, met de vrouw van Shore,—
+Hij ied’re smet van de’ argwaan bleef ontgaan.
+
+BUCKINGHAM. En toch, hij was de gluip’rigste verrader,
+Die ooit geleefd heeft.
+(Tot den Lord-Mayor.) Spreek, hadt gij ’t kunnen denken of gelooven,—
+Als wij niet door bijzond’re redding leefden
+En ’t u getuigden,—dat die aartsverrader
+Beraamd had, heden in de raadzaal mij
+En onzen goeden hertog te vermoorden?
+
+MAYOR. Wat, deed hij dit?
+
+GLOSTER. Wel, denkt gij, dat wij Turken zijn of heid’nen,
+En, tegen alle rechtsvorm in, zoo ijlings
+De doodstraf aan dien schurk voltrokken hadden,
+Zoo niet de hachlijkheid van ’t oogenblik
+En Eng’lands vrede en onze veiligheid
+Ons had genoopt zoo snel te werk te gaan?
+
+MAYOR. Nu, heil zij u! hij heeft zijn dood verdiend;
+En beiden deedt gij wel, mylords, verraders
+Van dergelijke plannen af te schrikken.
+
+BUCKINGHAM. Ik had niets beters meer van hem verwacht,
+Sinds hij zich eens verslingerde op vrouw Shore.
+
+GLOSTER. Doch ’t was ons plan niet, dat hij sterven zou,
+Eer gij, mylord, getuige er van kondt zijn,
+Wat dezer vrienden welgemeende spoed,
+Iets vuur’ger dan wij wenschten, heeft verhinderd.
+Ik had gewild, heer, dat gij dien verrader
+Hadt hooren spreken en van schrik en angst
+Het plan en doel van zijn verraad belijden,
+Opdat gij hiervan aan de burgerij 59
+Verslag kondt doen, die nu wellicht om hem
+Ons zal miskennen en zijn dood betreuren.
+
+MAYOR. Maar, beste heer, uw woord volstaat geheel,
+Als had ik hem gezien en hooren spreken,
+En twijfelt niet, ik deel, doorluchte prinsen,
+Den trouwen burgers mee, hoe gij hierin
+Geheel naar de’ eisch van ’t recht gehandeld hebt.
+
+GLOSTER. Juist hierom wenschten wij uw lordschap hier,
+Om elk verwijt te ontgaan der booze wereld.
+
+BUCKINGHAM. Doch kwaamt ge ook voor ons doel hier iets te laat,
+Getuig toch, wat gij hoort, dat wij bedoelden.
+En nu, Lord-Mayor, mijn waarde heer, vaarwel!
+
+ (De Lord-Mayor af.)
+
+GLOSTER. Ga, volg, volg op den voet, neef Buckingham.
+Naar Guildhall gaat de mayor in alle haast;
+Toon daar, zooveel de tijd u gunstig schijnt,
+De onechtheid aan van Edwards kroost; vertel hun,
+Hoe Edward eens een burger hangen liet,
+Die had gezegd, dat zijn zoon erfgenaam
+Der kroon zou zijn; hij had zijn huis bedoeld,
+Dat naar het gevelteeken zoo genoemd werd.
+Dan, schilder hun zijn boozen, wulpschen lust,
+Zijn dierlijk jagen naar gestâge wiss’ling,
+Dienstmaagden, dochters, vrouwen hun belagend,
+Wààr ook zijn vlammend oog, zijn roofziek hart,
+In toomloos blaken zich een prooi verkoos.
+Ja, tref desnoods in zoo ver ook mijzelf:
+Zeg hun, dat, toen mijn moeder van dien woest’ling,
+Van Edward, groot ging, de doorluchte York,
+Mijn hooge vader, oorlog voerde in Frankrijk,
+En door nauwkeur’ge tijdsbereek’ning vond,
+Dat dit kind niet een spruit van hem kon zijn,
+Wat ook door al zijn trekken zich verried,
+Die geenszins naar mijn eed’len vader zweemden.
+Doch roer dit met verschooning aan, van verre,
+Omdat, zooals gij weet, mijn moeder leeft.
+
+BUCKINGHAM. Ducht niets, mylord, ik zal voor reed’naar spelen,
+Als ware ’t gulden loon, waar ik voor pleit,
+Voor mij bestemd. En nu, mylord, vaarwel.
+
+GLOSTER. En breng hen, zoo gij slaagt, naar Baynard’s slot; 98
+Daar treft gij mij in goed, eerwaard gezelschap:
+Bisschoppen, wijs, geleerd, en vrome vaders.
+
+BUCKINGHAM. Ik ga; en tegen drie, misschien vier uur,
+Verneemt gij ’t nieuws, dat Guildhall u verschaft.
+
+ (Buckingham af.)
+
+GLOSTER. Ga, Lovel, spoed u ras naar doctor Shaw,—
+En gij (Tot Catesby.) naar broeder Penker;—beiden wensch ik
+In Baynard’s slot te spreken, binnen ’t uur.
+
+ (Lovel, Catesby en Ratcliff af.)
+
+In de eerste plaats geef ik nu heim’lijk last,
+’t Gebroed van Clarence uit het oog te voeren,
+En streng bevel, dat niemand, wie ook, ooit
+Wordt toegelaten tot de beide prinsen.
+
+ (Gloster af.)
+
+
+
+
+
+ZESDE TOONEEL.
+
+Een straat in Londen.
+
+Een Kanselarijschrijver komt op.
+
+KANSELARIJSCHRIJVER. Hier heb ik de aanklacht van den goeden Hastings,
+In ’t net geschreven met een staande hand,
+Dat elk ze heden in Sint Paul kan lezen.
+En zie, hoe alles fraai te zamen hangt:
+Elf uren kostte mij het overschrijven,
+Want Catesby zond het stuk mij gist’renavond;
+Het stellen duurde wis geen kort’ren tijd;
+En toch, vijf uur geleden leefde Hastings,
+Nog onbeschuldigd, onverhoord, vrank, vrij.
+Een schoone wereld thans!—Wie is zoo stomp,
+Dat hij ’t bedrog, zoo tastbaar, niet doorziet,
+En wie zoo stout te zeggen, wat hij ziet?
+Boos is de wereld; alles gaat te grond,
+Sluit vrees bij zulk een boosheid elk den mond.
+
+ (Schrijver af.)
+
+
+
+
+
+ZEVENDE TOONEEL.
+
+Londen. Het binnenhof van Baynard’s slot.
+
+Gloster komt van de eene zijde op, Buckingham van de andere.
+
+GLOSTER. Hoe is ’t, hoe is ’t, wat zegt de burgerij?
+
+BUCKINGHAM. Nu, bij de heil’ge moeder onzes Heeren,
+De burgerij is stom, zij zegt geen woord.
+
+GLOSTER. En spraakt gij van de onechtheid van de prinsen?
+
+BUCKINGHAM. Ja, en van ’t echtverdrag met lady Lucy,
+En zijn verloving in Parijs bij volmacht,
+En van zijn booze lusten, nooit verzaad,
+Het dwingen tot zijn wil van burgervrouwen,
+Zijn woeden om een niets, van zijn onechtheid,
+Daar hij verwekt moet zijn, terwijl zijn vader
+In Frankrijk was, alsook van zijn gelaat,
+Dat geen gelijk’nis met den hertog toonde;
+En toen maakte ik gewag van uwe trekken,
+En schetste u als uws vaders evenbeeld
+Door vorm zoowel als adel van gemoed,
+En sprak van al uw Schotsche zegepralen,
+Uw krijgsbeleid, uw wijsheid in den vrede,
+Uw goedheid, deugd en vrome need’righeid;
+Niets inderdaad, wat tot uw doel kon leiden,
+Werd niet vermeld, of vluchtig slechts genoemd;
+En ’k riep, toen ik aan ’t eind was mijner rede,
+Een elk, die Eng’land liefhad, op, te juichen:
+„God zegen’ Richard, Eng’lands heer en koning.”
+
+GLOSTER. En deden zij ’t? 23
+
+BUCKINGHAM. Neen, help’ mij God! zij spraken zelfs geen woord;
+Als stomme beelden, ademende steenen,
+Zoo staarden zij, doodsbleek, elkander aan.
+Dit ziende, gispte ik hen en vroeg den mayor,
+Wat dit halsstarrig zwijgen moest beteek’nen.
+Die zeide, ’t volk was niet gewoon, dat iemand
+Hen toesprak, dan de man, wiens ambt het was.
+Die moest nu, wat ik had gezegd, herhalen:
+„Zoo zegt de hertog, zoo beweert de hertog,”
+Maar sprak geen enkel woord om ’t zelf te staven.
+Hij zweeg; toen wierpen enk’len mijner lieden,
+Aan ’t eind der zaal, de muts omhoog; en tien,
+Twaalf stemmen riepen: „Leve koning Richard!”
+Fluks deed ik met die wein’gen nu mijn voordeel
+En sprak: „Dank, lieve vrienden, wakk’re burgers;
+Die algemeene en blijde bijvalskreet
+Toont, dat gij wijs zijt en u Richard lief is.”
+En snel brak ik toen af en ging van daar.
+
+GLOSTER. Wat stomme blokken! wilden zij niet spreken?
+
+BUCKINGHAM. ’k Verzeker u, geen woord, mylord.
+
+GLOSTER. En wil de mayor niet komen met de zijnen?
+
+BUCKINGHAM. De mayor is reeds nabij. Toon u bezorgd;
+Wees niet te spreken dan op sterken aandrang;
+En, hoor, neem een gebedenboek ter hand,
+En neem aan elke zijde een geest’lijk heer,
+Want op dien grond vertrouw ik, hen te stichten.
+Geef ook aan hun verzoek niet snel gehoor,
+Maar speel een meisjesrol: zeg „neen,” en grijp het.
+
+GLOSTER. Ik ga; doet gij voor hen uw woord zoo goed,
+Als ik voor mij u antwoord geef met neen,
+Dan kunnen we op een heuchlijk slagen reek’nen.
+
+BUCKINGHAM. Ga, ga, ’t balkon op! de lord-mayor klopt aan.
+
+ (Gloster af).
+
+(De Lord-Mayor komt op, met Aldermans en andere Burgers.)
+
+Mylord, wees welkom; ja, ik schilder hier;
+Licht moog’lijk is de hertog niet te spreken.
+
+(Catesby komt uit het slot.)
+
+Nu, Catesby, geeft de hertog mij gehoor?
+
+CATESBY. Hij vraagt, dat uw genade, waarde lord,
+Op morgen hem bezoeke, of overmorgen.
+Hij is in ’t slot met twee eerwaarde vaders
+In geest’lijke overpeinzing gansch verdiept;
+Hij wil niet, dat een wereldsch doel hem dringt,
+Nu van die heilige oef’ning af te zien. 64
+
+BUCKINGHAM. Vriend Catesby, ga nog eens tot de’ eed’len hertog;
+Zeg hem, dat ik, de mayor en aldermans
+Met ernstig doel, om zaken van gewicht,
+Niets minder dan ons aller welzijn rakend,
+Een onderhoud met zijn genade wenschen.
+
+CATESBY. Ik wil ’t hem daad’lijk melden, edel heer.
+
+ (Catesby af.)
+
+BUCKINGHAM. Nu, deze prins, mylord, is niet een Edward,
+Niet op een weeld’rig rustbed uitgestrekt,
+Neen, neergeknield in heilige overpeinzing;
+Niet met een paar boelinnen dartel schertsend,
+Neen, peinzend met een paar geleerde priesters;
+Niet slapend om het trage lijf te mesten,
+Neen, biddend om zijn wakk’re ziel te sterken;
+Gelukkig Eng’land, zoo de vrome vorst
+Het koningschap des lands aanvaarden wilde!
+Edoch, ik vrees, ons smeeken is vergeefsch.
+
+MAYOR. Verhoede God, dat zijn genade neen zegt!
+
+BUCKINGHAM. Ik vrees, dit doet hij. Daar is Catesby weer.
+
+(Catesby komt weder op.)
+
+Nu, Catesby, wat is ’t antwoord van zijn hoogheid?
+
+CATESBY. Hij staat verbaasd, waarom gij zulk een macht
+Van burgers voor zijn slot verzameld hebt;
+En daar dit niet vooraf hem werd gemeld,
+Zoo ducht hij, dat gij weinig goeds bedoelt.
+
+BUCKINGHAM. Het doet mij leed, dat mijn doorluchte neef
+Vermoedt, dat ik iets kwaads bedoelen kan.
+Bij God, de reinste liefde voert ons hier!
+Ga dus nog eens en zeg dit zijn genade.
+
+ (Catesby af).
+
+Zijn vrome lieden aan hun rozenkrans,
+Dan valt het zwaar, hen daarvan af te lokken;
+Zoo zoet voor ’t hart is ijv’rig overpeinzen.
+
+(Gloster verschijnt boven, op een balkon, tusschen twee bisschoppen.
+Catesby komt terug.)
+
+MAYOR. Zie, zijn genade met twee heil’ge mannen!
+
+BUCKINGHAM. Twee deugdpilaren voor een christenvorst,
+Beletsels, dat hem ijdelheid ten val brengt!
+En in zijn hand, zie, een gebedenboek,
+Echt sieraad, om een vromen man te kennen.
+Plantagenet, roemruchtig, waardig vorst,
+Verleen een gunstig oor aan ons verzoek,
+En duid het storen van uw vromen ijver
+En christ’lijke overdenking ons niet euvel.
+
+GLOSTER. Geen verontschuldiging, mylord, is noodig;
+Ik vraag u, dat gij ’t mij niet euvel duidt,
+Dat ik, verzonken in den dienst mijns Gods,
+Gedraald heb met de ontvangst van mijne vrienden.
+Maar nu, wat is ’t, dat uw genade wenscht?
+
+BUCKINGHAM. Iets, wat aan God en alle braven, hoop ik, 109
+In dezen onbeheerden staat, behaagt.
+
+GLOSTER. Ik heb vermoeden, dat ik iets beging,
+Wat in der burg’ren oogen onrecht is,
+En dat gij mijn onachtzaamheid komt laken.
+
+BUCKINGHAM. Zoo is ’t, mylord; en mocht het u behagen,
+Op onze beê ’t verzuim weer goed te maken!
+
+GLOSTER. Leef ik niet daarvoor in een christenland?
+
+BUCKINGHAM. Zoo weet dan, dit is uw verzuim: gij laat
+Den hoogen stoel, den troon der majesteit,
+De sceptervoering van uw voorgeslacht,
+Uw rang door ’t lot, uw aanspraak door geboorte,
+Den erfroem van uw koninklijken stam,
+Aan de’ uitwas over van een valschen tak.
+De zachtheid van uw domm’lige gedachten,
+Die wij tot welzijn van het land hier wekken,
+Berooft dit edel eiland van zijn leden;
+Misvormd is zijn gelaat door schandemerken,
+Zijn vorstenstam geënt met wilde rijzen,
+Schier neergestort in de’ opgesperden afgrond
+Der diepste en donkerste vergetelheid.
+Om dit verderf te keeren, smeeken wij,
+Dat uw genade zelf den last aanvaarde
+En ’t koninklijk bewind in dit uw land,
+Niet als protector, ruwaard, plaatsvervanger,
+Als slaafsch bewerker van eens anders winst,
+Neen, als ’t van lid tot lid aan u gekomen
+Geboorterecht, uw eigen erf en rijk.
+Dies kom ik, mij vereenend met de burgers,
+Uw vrienden, die u eeren en beminnen,
+En op hun vuur’gen drang, om uw genade
+Voor ons en onze goede zaak te stemmen.
+
+GLOSTER. Ik weet niet, of stilzwijgend heen te gaan,
+Of u met scherpe reed’nen te bestraffen,
+Met mijnen rang en uwen staat best strookt;
+Antwoord ik niet, misschien zoudt gij vermoeden,
+Dat schuilende eerzucht, stom, bereid zich toont
+Om ’t gulden juk van ’t koningschap te dragen,
+Waar gij mij dwaaslijk mee beladen wilt;
+En doe ik u verwijten voor uw bede,
+Die uwe trouwe liefde zoo mij kruidt,
+Dan stoot ik mijne vrienden voor het hoofd.
+Ik spreek dus, en ontga zoo de eerste klip;
+Maar wil bij ’t spreken ook de tweede ontwijken;
+En daarom zij mijn stellig antwoord dit:
+Uw liefde is wis mijn dank waard; doch mijn waarde,
+Verdienst’loos is ze, en schuwt uw hoog verlangen.
+Vooreerst, ware ied’re hindernis gekapt
+En heel de weg mij naar de kroon geëffend,—
+Als waar’ gerijpt, wat mijn geboort’ mij schonk,—
+Dan blijft mijns geestes armoê toch zoo groot,
+En wat me ontbreekt zoo machtig en zoo veel,
+Dat ik veel liever wegschuil voor mijn grootheid,—
+Een boot mij wetend, die geen zee kan bouwen,—
+Dan dat ik in mijn grootheid schuilen wil
+En stikken in den nevel van mijn glorie. 164
+Doch, Gode dank! gij hebt mij niet van noode;
+En ’k ware in nood, hadt gij voor hulp mij noodig;—
+De koningsboom liet koningsvrucht ons na,
+Die, door den stillen gang des tijds gerijpt,
+Der majesteit gestoelte eens sieren zal,
+En wis door zijn bewind ons heil verzeek’ren.
+Hem leg ik op, wat gij op mij wilt leggen,
+Het recht en erfdeel van zijn goed gesternte;
+En God verhoede, dat ik ’t hem ontrukk’!
+
+BUCKINGHAM. Mylord, dit toont een nauwgezet gemoed;
+Doch uw bezwaren zijn gezocht en nietig,
+Wanneer gij alles grondig overweegt,
+Gij zeidet: Edward is uws broeders zoon;
+Wij zeggen ’t ook,—maar niet van Edwards vrouw;
+Want eerst was hij verloofd met lady Lucy,—
+Uw moeder, die nog leeft, kan dit getuigen;—
+En later werd hij ondertrouwd bij volmacht
+Met Bona, zuster van den Franschen koning.
+Die beiden schoof hij ras ter zij; er kwam
+Een arme smeekelinge, een neergebogen,
+Berooide moeder van verscheiden zoons;
+En die bedrukte, half verlepte weduw,
+Den middag van haar goeden tijd voorbij,
+Verraste, boeide en won zijn dartel oog,
+En bracht het hoogste streven van zijn geest
+Tot diepen val en boozen dubbelecht.
+Bij haar, in dat onwettig bed, verwekte
+Hij Edward, uit beleefdheid prins genoemd.
+Nog snijdender kon ik uw recht u toonen,
+Doch uit ontzag voor enk’len, die nog leven,
+Perk ik mijn tong verschoonend grenzen af.
+Neem dus, mylord, thans voor uw vorstlijk hoofd
+De waardigheid, die wij u bieden, aan,
+Zoo niet om ons en heel het land te zeeg’nen.
+Ten minste om de’ eed’len stam, waaruit gij sproot,
+Die door ’t bedrog des tijds verbast’ren zou,
+Zijn echten, rechten wasdom weer te geven.
+
+MAYOR. Stem toe, mylord; uw burgers bidden ’t u.
+
+BUCKINGHAM. Wijs, hooge vorst, niet af, wat liefde u biedt.
+
+CATESBY. Maak hen verheugd; verhoor hun wettig smeeken.
+
+GLOSTER. Ach, waarom dringt gij deze zorg mij op?
+Ik deug niet voor vertoon en majesteit;—
+Ik bid u, neemt het mij niet euvel af,
+Ik kan en wil uw wenschen niet verhooren.
+
+BUCKINGHAM. Als gij niet wilt,—als uwe liefde huivert, 208
+Dat kind, uws broeders zoon, de kroon te ontnemen,
+Gelijk uws harten zachtheid ons bekend is,
+Uw teed’re, weeke, vrouw’lijk zachte denkwijs,
+Die gij voor uw verwanten,—’t bleek ons,—voedt,
+Ja eveneens, voorwaar, voor alle standen,—
+Zoo weet: of ge onzen wensch verhoort of niet,
+Uws broeders zoon heerscht nimmer hier als vorst;
+Wij planten iemand anders op den troon,
+Tot smaad en ondergang van heel uw huis;
+Met dit besluit verlaten wij u thans.
+Komt, burgers, komt; bij God, ik smeek niet meer!
+
+GLOSTER. O vloek toch niet, mylord van Buckingham!
+
+(Buckingham en de Lord-Mayor gaan heen, de Burgers volgen.)
+
+CATESBY. Roep hen terug, geliefde prins, verhoor hen;
+Wijst gij hen af, geheel het land zal boeten.
+
+GLOSTER. Wat dwingt gij mij een wereld op van zorgen?
+Roep hen terug; ik heb geen hart van steen,
+Maar ben door vriendensmeeking te vermurwen,
+
+(Catesby houdt de reeds vertrekkende burgers terug en gaat heen.)
+
+Al zegg’ mijn ziel en mijn geweten neen.—
+
+(Buckingham, de Lord-Mayor en de overigen komen terug, met Catesby.)
+
+Mijn neef van Buckingham, en acht’bre mannen,
+Wijl gij ’t geluk mij op de schouders gespt,
+Om, of ik wil of niet, zijn last te dragen,
+Moet ik me er onder buigen, met geduld;
+Maar als nu zwarte laster, bitt’re smaad,
+Ooit in ’t vervolg verschijnen van uw dwang,
+Dan spreke uw noodzaak, die mij bukken deed,
+Mij vrij van elke blaam en elke smet;
+’t Is God bekend, en deels ziet gij het zelf,
+Hoe ver van mij begeerte en eerzucht is.
+
+MAYOR. God loon ’t u, heer! wij zien ’t, en zullen ’t zeggen.
+
+GLOSTER. En als gij ’t zegt, is ’t waarheid, wat gij zegt.
+
+BUCKINGHAM. Zoo groet ik thans u met uw koningsnaam:
+Lang leve Richard, Eng’lands waardig koning!
+
+ALLEN. Amen!
+
+BUCKINGHAM. Behaagt het u, dat morgen ’t kronen volge?
+
+GLOSTER. Als ’t u behaagt: gij zijt het, die het wilt.
+
+BUCKINGHAM. Op morgen dus verzellen wij uw hoogheid;
+En nemen afscheid met blijmoedig hart.
+
+GLOSTER (tot de Bisschoppen.) Komt, gaan wij weder aan ons heilig
+werk.—
+Vaarwel, mijn neef;—vaartwel, mijn lieve vrienden!
+
+ (Allen af).
+
+
+
+
+
+
+
+
+VIERDE BEDRIJF.
+
+
+EERSTE TOONEEL.
+
+Voor den Tower.
+
+Van de eene zijde komen op: Koningin Elizabeth, de Hertogin van York en
+de Markies van Dorset; van de andere zijde: Anna, hertogin van Gloster,
+met Clarence’s kleine dochter Margaretha Plantagenet, aan de hand.
+
+HERTOGIN. Wie zie ik daar? Plantagenet, mijn kleinkind,
+En door moei Gloster bij de hand geleid!
+Zoo waar ik leef, recht hart’lijk gaat zij daar
+De jonge prinsen in den Tower bezoeken.—
+Welkom, mijn dochter!
+
+ANNA. God verleene u beiden
+Een morgen, die geluk en vreugde u breng’!
+
+KONINGIN ELIZABETH. U, goede zuster, ook! Waar gaat gij heen?
+
+ANNA. Niet verder dan den Tower; en, naar ik gis,
+Heeft uwe bedevaart hetzelfde doel:
+Den lieven prinsen daar een groet te brengen.
+
+KONINGIN ELIZABETH. Dank, lieve zuster; allen gaan wij saam. 11
+
+(Brakenbury komt op.)
+
+En juist van pas komt daar de commandant.—
+Heer commandant, met uw verlof, ik bid u,
+Hoe maakt de prins het en mijn kleine York?
+
+BRAKENBURY. Zeer goed, vorstin; maar, wil het mij vergeven.
+Ik mag niet toestaan, dat gij hen bezoekt;
+De koning heeft uitdrukk’lijk dit verboden.
+
+KONINGIN ELIZABETH. De koning! wie?
+
+BRAKENBURY. Ik meen den Lord Protector.
+
+KONINGIN ELIZABETH. Behoede God hem voor dien koningstitel!
+Plaatst hij zich tusschen hunne liefde en mij?
+Ik ben hun moeder; wie verspert hen mij?
+
+HERTOGIN. Ik ben huns vaders moeder; ’k wil hen zien.
+
+ANNA. En ik hun moei, in liefde hun een moeder;
+Laat mij dus binnen; ’k neem uw schuld op mij;
+Ik schors u,—en ’t gevaar voor mijne reek’ning.
+
+BRAKENBURY. Neen, eed’le vrouw, ik neem geen schorsing aan;
+Ik deed een eed er voor; vergeef mij dus.
+
+ (Brakenbury af.)
+
+(Stanley komt op.)
+
+STANLEY. Waar’ dit uur reeds verstreken, eed’le vrouwen,
+Dan groette ik uw genâ van York als moeder
+En leidsvrouw van twee schoone koninginnen.—
+(Tot Anna.) Kom, eed’le vrouwe, haast u naar Westminster;
+U wacht de kroon als Richards koningin. 33
+
+KONINGIN ELIZABETH. O, snijd mijn keurslijf los;
+Mijn hart, beklemd, wil ruimte voor zijn kloppen,
+Of ik bezwijm bij zulk een moordend nieuws!
+
+ANNA. O booze tijding! O onwelkom nieuws!
+
+DORSET. O kalmte!—moeder, spreek, hoe gaat het u?
+
+KONINGIN ELIZABETH. O Dorset, spreek niet tot mij, spoed u heen;
+Dood en verderf vervolgt u op de hiel;
+Uw moeders naam is kind’ren tot een voorspook.
+Wilt gij den dood ontgaan, vlucht over zee,
+En ga tot Richmond, uit den greep der hel.
+Ga, haast u, haast u, uit dit slachthuis voort,
+Of gij vermeêrt het aantal hier der dooden,
+En ’k sterf geboeid door Margaretha’s vloek:
+„Geen moeder, vrouw, noch Eng’lands koningin!”
+
+STANLEY. Vol wijze zorg is deze uw raad, vorstin.—
+(Tot Dorset.) Gebruik het vluchtig voordeel van elk uur;
+Ik schrijf aan mijnen zoon om uwentwil,
+Zoodat hij onderweg u tegenkomt:
+Laat u niet vangen door onzinnig toeven.
+
+HERTOGIN. O onheilzaaiend stormweer van ellende!—
+O mijn gevloekte schoot, gij bed des doods;
+Der wereld hebt ge een basilisk gebroed,
+Wiens onontwijkbare oogstraal moordend is!
+
+STANLEY. Kom nu, vorstin; men zond vol haast mij uit.
+
+ANNA. En ik zal gaan, het hart vol tegenzin.—
+O, gave God mij, dat de koningswrong
+Van goud, die mij het hoofd omspannen moet,
+Roodgloeiend ijzer ware en ’t brein mij zengde!
+De zalf zij dood’lijk gif, opdat ik sterv’,
+Eer iemand roepe: „Leev’ de koningin!”
+
+KONINGIN ELIZABETH. Ga, arme ziel; uw glans benijd ik niet;
+Wensch niet, tot troost voor mij, uzelve leed.
+
+ANNA. Waarom? geen leed?—Toen hij, mijn gade thans,
+Op mij, die ’t lijk van Hendrik volgde, toetrad,
+Toen ’t bloed nauw van zijn handen was gewischt,
+Het bloed diens engels, van mijn and’ren gade,
+En van den heil’ge, dien ik weenend volgde,—
+O, toen ik op ’t gelaat van Richard staarde,
+Was dit mijn wensch: „Wees gij vervloekt, die mij,
+Zoo jong, tot zulk een oude weduw maakt!
+En zoo gij huwt, omware leed uw bed, 74
+En zij uw vrouw,—is één ooit zoo verdwaasd,
+Rampzaal’ger door uw leven, dan gij mij
+Gemaakt hebt door den dood mijns dierb’ren gaden!”
+En zie, eer ik den vloek herhalen kon,
+In korter tijd nog, werd mijn vrouwehart
+Plompweg gevangen door zijn honigwoorden,
+Werd zelf het doelwit van mijn eigen vloek,
+Die sinds mijn oogen alle rust ontroofde;
+Want nooit, geen enkel uur, werd in zijn bed
+De gulden dauw des zoeten slaaps mijn deel,
+Of ik werd wakker door zijn bange droomen.
+Daarbij, hij haat mij om mijn vader Warwick
+En zal wis dra van mij ontslagen zijn.
+
+KONINGIN ELIZABETH. Vaarwel, arm hart, uw klagen treft mij diep.
+
+ANNA. Niet dieper, dan mijn ziel uw leed betreurt.
+
+DORSET. Vaarwel gij, die met smart uw glans begroet!
+
+ANNA. Vaar, arme, wel, die afscheid er van neemt!
+
+HERTOGIN (tot Dorset.) Ga gij naar Richmond, goed geluk geleide u!—
+(Tot Anna.) Ga gij naar Richard, eng’lengoedheid hoede u!
+(Tot Koningin Elizabeth.) Ga naar uw vrijplaats, goede troost vervulle
+u!
+Ik naar mijn graf, waar ik in vrede ruste;
+’k Heb tachtig jaren leed en zorg gekend;
+Elk uur van lust bracht weken van ellend!
+
+KONINGIN ELIZABETH. Toef nog, zie met mij om en groet den Tower.—
+Heb deernis, oud gebouw, met die twee kind’ren,
+Die boosheid in uwe muren heeft geprangd!
+Gij, ruwe wieg voor zulke lieve knapen!
+Rotsharde voedster, somb’re speelgenoot
+Voor teed’re prinsen, zorg voor mijne kleenen!
+Zoo smeekt mijn dwaze smart tot uwe steenen.
+
+ (Allen af.)
+
+
+
+
+
+TWEEDE TOONEEL.
+
+Een staatsiezaal in het paleis.
+
+Trompetgeschal. Richard, gekroond, Buckingham, Catesby, een Page, en
+Anderen komen op.
+
+KONING RICHARD. Gij allen, gaat ter zij.—Neef Buckingham,—
+
+BUCKINGHAM. Mijn heer en vorst!
+
+KONING RICHARD. Reik mij de hand. (Richard beklimt den troon.) Door
+uwen raad, uw bijstand,
+Is koning Richard nu zoo hoog gezeteld;
+Maar zal nu deze glans ons slechts een dag,
+Of zal hij ons door duurzaamheid verheugen?
+
+BUCKINGHAM. Hij leve steeds en blijve u immer bij.
+
+KONING RICHARD. O Buckingham, nu speel ik eens voor toetssteen,
+En zie of gij van goud zijt, louter goud.—
+Prins Edward leeft.—Raad, wat ik zeggen wil.
+
+BUCKINGHAM. Spreek verder, beste heer.
+
+KONING RICHARD. Nu, Buckingham, ik meen, ’k wil koning zijn.
+
+BUCKINGHAM. Dat zijt gij ook, mijn hooggeprezen heer.
+
+KONING RICHARD. Zoo, ben ik koning? Ja,—maar Edward leeft. 14
+
+BUCKINGHAM. Ja, edel vorst.
+
+KONING RICHARD. O bitter boos vervolg,
+Dat: „Jeugdige Edward leeft.”—„Ja, edel vorst.”—
+Neef, vroeger waart gij zoo stompzinnig niet;—
+Moet ik het zeggen?—’k Wensch de bastaards dood;
+En ik zou willen, dat het ras gedaan wierd.
+Wat zegt gij nu? Spreek daad’lijk, zeg het kort.
+
+BUCKINGHAM. Uw hoogheid kan zijn welgevallen doen.
+
+KONING RICHARD. Hoe is ’t? gij zijt één ijs; uw vuur is koud.
+Spreek, heb ik uw belofte, dat zij sterven?
+
+BUCKINGHAM. Geef mij een oogwenk lucht en rust, mijn vorst,
+Aleer ik mij verklaar in deze zaak;
+Ik zal u spoedig mijn besluit doen kennen.
+
+ (Buckingham af.)
+
+CATESBY (ter zijde). De vorst is boos; hij bijt zich op de lip.
+
+KONING RICHARD (komt van zijn troon af.) ’k Wil narren om mij heen met
+ijz’ren brein,
+En onbedachte knapen; niemand past mij,
+Die met behoedzaam oog mijn hart doorvorscht.
+Die Buckingham, die ’t hooge zoekt, wordt lastig.
+Knaap!
+
+PAGE. Mijn vorst?
+
+KONING RICHARD. Weet gij niet iemand, wien verleid’lijk goud
+Zou koopen voor een heim’lijk werk des doods?
+
+PAGE. Ik ken een ontevreden edelman,
+Wiens armoê met zijn hoogmoed kwalijk strookt;
+Geen twintig reed’naars roerden zoo zijn hart
+Als goud, om hem tot alles te verlokken.
+
+KONING RICHARD. Hoe is zijn naam?
+
+PAGE. Zijn naam, mylord, is Tyrrel.
+
+KONING RICHARD. Ik weet van hem. Ga, knaap, en haal hem hier.
+
+ (De Page af.)
+
+De sluwe, diepe peinzer Buckingham
+Zal niet meer bij mijn raadslag naast mij staan;
+Bleef hij zoo lang mij onvermoeid ter zijde,
+En hijgt hij nu naar adem?—Nu, het zij!—
+
+(Stanley komt op.)
+
+Gij daar, lord Stanley? wat voor nieuws? 45
+
+STANLEY. Mijn genadig vorst,
+De markgraaf Dorset, hoor ik, is gevlucht,
+Tot Richmond, in de streken waar hij toeft.
+
+KONING RICHARD. Catesby, een woord. (Stanley treedt terug.)—Strooi uit
+bij ’t volk, dat Anna,
+Mijn vrouw, gevaarlijk, zeer gevaarlijk, ziek is;
+Ik zorg wel, dat zij buiten toegang blijft.
+En spoor me een kalen jonker op, wien ik
+Clarence’s dochter ras tot vrouw kan geven;—
+De knaap beteekent niets, hem ducht ik niet.—
+Hoe is het droomt gij?—’k Zeg nog eens verbreid,
+Dat Anna ziek is, en wel sterven zal;
+Aan ’t werk! want ik moet zorgen, ied’re hoop,
+Die door haar groei mij schaden kon, te rooien!—
+
+ (Catesby af.)
+
+Mijns broeders dochter moet ik huwen, anders
+Staat heel mijn koningschap op dun, broos glas.—
+De zoons vermoorden, dan de dochter huwen?
+Onzeek’re kans, ja; maar ik waadde in bloed
+Zoo ver, dat zonde zonde baren moet.
+Geen schreiend meêlij woont er in dit oog.—
+
+(De Page komt terug met Tyrrel.)
+
+Uw naam is Tyrrel?
+
+TYRREL. James Tyrrel, uw gehoorzaamste onderdaan.
+
+KONING RICHARD. Zijt gij dit waarlijk?
+
+TYRREL. Toets mij, groote vorst.
+
+KONING RICHARD. Sloegt gij wel een van mijne vrienden dood?
+
+TYRREL. Als ’t u behaagt; twee vijanden nog liever.
+
+KONING RICHARD. Dat hebt gij juist getroffen. ’k Heb er twee,
+Aartsvijanden, die slaap en rust mij rooven,
+Die ’k wenschte, dat gij onder handen naamt;
+Tyrrel, ik meen de bastaards in den Tower.
+
+TYRREL. De toegang sta mij open, en weldra
+Zijt gij van alle vrees voor hen bevrijd.
+
+KONING RICHARD. Dit klinkt mij als muziek. Kom nader, Tyrrel;
+Ga, met dit teeken.—Sta nu op, en luister;
+
+(Hij fluistert.)
+
+Dat is ’t, niets meer;—bericht mij: ’t is gedaan,
+En reken op mijn gunst en op bevord’ring.
+
+TYRREL. Ik ga terstond aan ’t werk.
+
+ (Tyrrel af.)
+
+(Buckingham komt op.)
+
+BUCKINGHAM. Mylord, ik heb die zaak eens overwogen,
+Die vraag, waar gij mij over hebt gepolst.
+
+KONING RICHARD. Nu, laat dat.—Dorset is gevlucht naar Richmond.
+
+BUCKINGHAM. Dit hoor ik ook, mylord.
+
+KONING RICHARD. Stanley, hij is uw stiefzoon, geef wel acht.
+90
+
+BUCKINGHAM. Mijn vorst, ik bid nu om het mij beloofde,
+Waarvoor gij woord en eere hebt verpand,
+Het graafschap Hereford en de tilb’re have,
+Waarvan gij mij ’t bezit verzekerd hebt.
+
+KONING RICHARD. Let, Stanley, op uw vrouw; verzendt zij brieven
+Aan Richmond, gij zijt er aanspraak’lijk voor.
+
+BUCKINGHAM. Wat zegt uw hoogheid op mijn billijk vragen?
+
+KONING RICHARD. Het staat mij voor,—Hendrik de Zesde heeft
+Voorspeld, dat Richmond koning worden zou,
+Toen Richmond nog een nietig knaapje was.
+Koning!—wellicht—
+
+BUCKINGHAM. Mijn vorst,—
+
+KONING RICHARD. Vanwaar, dat die profeet niet zeggen kon,
+Dat ik, die bij hem stond, hem dooden zou?
+
+BUCKINGHAM. Mijn vorst, het mij beloofde graafschap—
+
+KONING RICHARD. Richmond!—Ik was onlangs in Exeter;
+Daar liet de burgemeester ’t slot mij zien,
+En noemde ’t Rougemont; bij dien naam rilde ik,
+Omdat een Iersche bard mij eens voorspelde,
+Dat ik na ’t zien van Richmond veeg zou zijn.
+
+BUCKINGHAM. Mijn vorst,—
+
+KONING RICHARD. Nu ja, hoe laat is ’t?
+
+BUCKINGHAM. Ik waag het, uwe hoogheid te herinn’ren
+Aan wat mij werd beloofd.
+
+KONING RICHARD. Nu goed; maar zeg, hoe laat?
+
+BUCKINGHAM. Op slag van tienen.
+
+KONING RICHARD. Goed, laat het slaan.
+
+BUCKINGHAM. Waarom dit: „Laat het slaan?”
+
+KONING RICHARD. Wijl tusschen mijn gedachten en uw beed’len
+Uw slag steeds komt, als van een klokkeventje,
+Ik ben in geen goedgeefsche luim vandaag.
+
+BUCKINGHAM. Zoo? Dan—verklaar mij, of gij wilt, of niet.
+
+KONING RICHARD. Gij hindert mij, ik heb geen milde bui.
+
+ (Koning Richard en Gevolg af.)
+
+BUCKINGHAM. Zoo, staat het zoo? betaalt hij al mijn diensten
+Met zulk een hoon? maakte ik hem daarvoor koning?
+Ik spiegel mij aan Hastings; en ik snel,
+Reeds veeg, naar Brecknock, eer de bijl mij vell’.
+
+ (Buckingham af.)
+
+
+
+
+
+DERDE TOONEEL.
+
+Aldaar.
+
+Tyrrel komt op.
+
+TYRREL. Het bloedig stuk, de gruwel is gepleegd,
+De zwartste daad van deerniswaarden moord,
+Waar ooit dit land de schuld van op zich laadde.
+Dighton en Forrest, die ik had gehuurd
+Voor dit meedoogenlooze slachterswerk,—
+Ofschoon aartsschurken, honden heet naar bloed,
+Zij smolten weg in teederheid en meêlij,
+Als kind’ren, bij ’t verhaal huns droeven doods.
+„O, zoo,” sprak Dighton, „lag het lieve paar,”
+„Zoo, zoo,” sprak Forrest, „beide’ elkaâr omstreng’lend
+Met hunne schuldelooze albasten armen,
+De lippen als vier rozen ééner plant,
+Die in haar zomerpracht elkander kusten;
+’t Gebedenboek lag bij hen, op hun peluw;
+Wat,” zeide Forrest, „schier mijn ziel bekeerde,
+Maar, o, de duivel!”—plots’ling zweeg de schurk,
+En Dighton sprak toen verder:—„Wij versmoorden
+Het liefste meesterwerk, dat ooit natuur
+Sinds de’ eersten dag der schepping had gevormd.”
+Voort ijlden beiden vol gewetenswroeging;
+Zij konden niet meer spreken; ’k liet hen gaan,
+Om zelf den moord’naar-koning ’t nieuws te melden.
+
+(Koning Richard komt op.)
+
+Daar komt hij.—Alle heil, mijn heer en koning!
+
+KONING RICHARD. Vriend Tyrrel, maakt uw tijding mij gelukkig?
+
+TYRREL. Wanneer ’t gedaan zijn van ’t gegeven werk
+U, heer, gelukkig maakt, wees dan gelukkig;
+Het is gedaan.
+
+KONING RICHARD. Gij zaagt toch zelf hen dood?
+
+TYRREL. Ja, heer.
+
+KONING RICHARD. En ook begraven, beste Tyrrel?
+
+TYRREL. De kapelaan des Towers heeft hen begraven,
+En ’k weet, moet ik erkennen, zelf niet waar.
+
+KONING RICHARD. Kom tot mij, Tyrrel; spoedig, in de voornacht;
+Dan moet gij mij vertellen, hoe zij stierven.
+Bedenk ook, hoe ik u beloonen kan,
+En wees weldra bezitter van uw wensch.
+Vaarwel intusschen!
+
+TYRREL. Need’rig neem ik afscheid.
+
+ (Tyrrel af.)
+
+KONING RICHARD. Den zoon van Clarence heb ik opgekooid;
+Zijn dochter uitgetrouwd in lagen stand; 37
+In Abrams schoot zijn Edwards zoons ter rust;
+En Anna zeî der wereld goede nacht.
+Nu, daar ik weet, dat de Bretagner, Richmond,
+Mijn jonge nicht Elizabeth wil eig’nen,
+En door dien echtknoop vlamoogt op de kroon,
+Ga ik tot haar, als flink, begeerlijk vrijer.
+
+(Catesby komt op.)
+
+CATESBY. Mijn vorst,—
+
+KONING RICHARD. Goed nieuws of slecht, dat gij zoo binnenstormt?
+
+CATESBY. Slecht nieuws heer: Ely is gevlucht naar Richmond;
+En Buckingham staat met de stoute knapen
+Van Wales in ’t veld, en daag’lijks groeit zijn macht.
+
+KONING RICHARD. Ely bij Richmond wekt mij grooter zorg,
+Dan Buckingham’s bijeengeraapte troep.
+Kom! Dit heb ik geleerd, dat angstig wikken
+De looden dienaar is van traag verzuim,
+Verzuim slaktrage, macht’looze armoe brengt.
+Daarom, wees gij mijn vleugel, vuur’ge spoed,
+Wees mijn Mercuur, mijn bode, vol van gloed!—
+Ga, monster volk; mijn schild zij kort beraad;
+Staat oproer schrap, dan brenge kloekheid baat!
+
+ (Beiden af.)
+
+
+
+
+
+VIERDE TOONEEL.
+
+Voor den Tower.
+
+Koningin Margaretha komt op.
+
+KONINGIN MARGARETHA. Zoo, nu toch wordt de voorspoed overrijp,
+En valt ras in den rotten muil des doods.
+Ik heb in deze streken sluw geloerd,
+Het tanen mijner vijanden bespied.
+Een gruw’lijk voorspel zie ik opgevoerd,
+En wil naar Frankrijk, hopend, dat, wat volgt,
+Niet minder bitter, zwart en tragisch blijk’!
+Ter zijde, onzaal’ge Margareet; wie komt daar?
+
+(Zij gaat ter zijde.)
+
+(Koningin Elizabeth en de Hertogin van York komen op.)
+
+KONINGIN ELIZABETH. Mijn arme prinsen! ach mijn teed’re knapen!
+O onontloken bloemen, geur’ge knoppen!
+Indien, door eeuw’ge kluisters niet bekneld,
+Uw lieve zielen door het luchtruim waren,
+Zoo zweeft nu op uw luchtwiek om mij heen,
+En hoort de weeklacht uwer moeder aan!
+
+KONINGIN MARGARETHA (ter zijde.) Omzweeft haar, zeggend: „Recht om
+recht”; dit bracht
+Uw jongen daag’raad dood en eeuw’ge nacht.
+
+HERTOGIN. Zoo meen’ge ellende brak alreeds mijn stem,
+Dat mijn van jammer moede tong verstomde;—
+Edward Plantagenet, waartoe uw dood? 19
+
+KONINGIN MARGARETHA (ter zijde). Plantagenet boet voor Plantagenet,
+Edward voor Edwards dood naar recht en wet.
+
+KONINGIN ELIZABETH. Wijkt gij, o God, van zulke teed’re lamm’ren,
+En werpt hen in de kaken van den wolf?
+Riep zulk een moord ooit vrucht’loos tot uw troon?
+
+KONINGIN MARGARETHA (ter zijde). Toen Hendrik stierf en mijn geliefde
+zoon.
+
+HERTOGIN. Dood leven, blind gezicht, gij schim, die leeft,
+Weeschouwspel, smaad der aard, aan ’t graf door ’t leven
+Onthouden, kort begrip van lange smart,
+Uw onrust ruste op Eng’lands trouwen grond,
+Trouwloos gedrenkt, verzaad van schuldloos bloed!
+
+(Zij zet zich neder.)
+
+KONINGIN ELIZABETH. O, wildet gij zoo ras me een graf verstrekken,
+Als gij me een weemoedvollen zetel biedt,
+’k Zou mijn gebeent’ hier bergen, niet doen rusten!
+O, wie heeft grond tot treuren, buiten ons?
+
+(Zij zet zich nevens haar.)
+
+KONINGIN MARGARETHA (te voorschijn tredend). Zoo ’t oudste leed het
+meest eerwaardig is,
+Zoo gunt aan ’t mijne ’t recht van de’ ouderdom,
+En aan mijn somb’re smart den eere zetel.
+
+(Zij zet zich tusschen haar.)
+
+Als leed gezelschap duldt, zoo tel op nieuw
+Uw weeën door ’t aanschouwen van de mijne:—
+Ik had een Edward, tot hem Richard doodde;
+Ik had een Hendrik, tot hem Richard doodde;
+Gij hadt een Edward, tot hem Richard doodde;
+Gij hadt een Richard, tot hem Richard doodde.
+
+HERTOGIN. Ik had een Richard ook, tot gij hem dooddet;
+Ik had een Rutland ook; gij hielpt hem dooden.
+
+KONINGIN MARGARETHA. Gij hadt een Clarence ook, dien Richard doodde.
+Aan de spelonk van uwen schoot ontwrong zich
+Een helhond, die ons allen jaagt, ten doode;
+Dien hond, die eer dan oogen tanden had
+Tot lamm’renmoord en ’t lepp’ren van hun bloed,—
+Dien boozen schender van Gods handenwerk,
+Der wereld stouten aartstyran, die troont
+In oogen, stuk gewreven, dof van ’t weenen,—
+Dien slaakte uw schoot, om ons naar ’t graf te drijven.—
+O, alvergelder, o rechtvaardig God,
+Hoe dank ik u, dat dit bloeddorstig ondier
+Op ’t lijflijk kroost nu van zijn moeder aast,
+Aan and’rer weeklacht hare klachten paart!
+
+HERTOGIN. O Hendriks gade, juich niet in mijn wee;
+Getuige ’t God, ik heb geweend om ’t uwe.
+
+KONINGIN MARGARETHA. Vergeef het mij: mij hongert steeds naar wraak,
+En nu verzaad ik mij door ze aan te zien.
+Uw Edward stierf, die mijnen Edward doodde;
+Uw andere Edward stierf, voor mijnen Edward;
+De kleine York is toegift, wijl die twee
+Mijns dooden hooge waarde niet bereikten. 66
+Uw Clarence stierf, die mijnen Edward doodde;
+En zij, die dit dolzinnig werk aanschouwden,
+De echtbreker Hastings, Rivers, Vaughan, Grey,
+Zijn voor hun tijd versmoord in ’t donker graf.
+Slechts Richard leeft, der helle zwarte speurhond,
+Gespaard, opdat hij haar als maak’laar zielen
+Inkoop’ en toezend’, maar welras, welras,
+Genaakt zijn eind, beklaag’lijk, onbeklaagd;
+De aard gaapt, de hel vlamt op, de duiv’len brullen,
+De heil’gen bidden: „Plots’ling vaar’ hij heen!”
+Verscheur zijn levensbrief, o God! dit smeek ik,
+Dat ik ’t beleve en zegg’: „De hond is dood!”
+
+KONINGIN ELIZABETH. Gij hebt voorspeld, ja, eenmaal wenschte ik nog
+U naast mij, om mij die gezwollen giftspin,
+Die booze bultpad mee te helpen vloeken.
+
+KONINGIN MARGARETHA. Ik noemde u ijd’len glans van mijne grootheid,
+Een vorstenbeeltnis, een armzaalge schim,
+Een flauwe spieg’ling van wat ik eens was,
+Het lokkend voorspel van een schrikvertooning,
+Een, hoog verheven voor een diepen val,
+Een moeder, met twee schoone zoons bedot,
+Een droom van wat gij waart, een bonte vlag,
+Om ’t doel te zijn van ieder dreigend schot,
+Een glanzend schild, een ademtocht, een zeepbel,
+Strookoningin, slechts om ’t tooneel te vullen.
+Waar is uw gade thans? waar zijn uw broeders?
+Waar uw twee zonen? waar thans uw geluk?
+Wie smeekt en knielt en zegt: „Heil, koningin”?
+Waar zijn uw vleiers, die gebogen pairs?
+Waar is die dichte stoet, die u omgaf?
+Houd dit u voor, en vraag: Wat ben ìk nu?
+Voor fiere gade,—diepgebogen weduw;
+Voor blijde moeder,—jamm’rend om dien naam;
+Voor toegesmeekte,—zelve need’rig smeekend;
+Voor koningin,—met ramp gekroonde schooister;
+Voor een, vol hoon voor mij,—door mij gehoond;
+Voor een, gevreesd van elk,—vol vrees voor één;
+Voor algebiedend,—door niet één gehoorzaamd.
+Zoo is de loop van ’t recht geheel gedraaid,
+En laat u aan den tijd geheel ten prooi;
+U bleef slechts de gedachte aan wat gij waart,
+Die dubbel kwelt, wijl gìj zijt wàt gij zijt.
+Mijn plaats naamt gij voor u;—en naamt gij niet
+’t Gerechte deel voor u van mijnen rouw?
+Half draagt uw trotsche nek alsnu mijn juk;
+Doch hier wring ik het moede hoofd er uit
+En laat zijn last in al zijn zwaarte op u.
+
+(Zij rijst op.)
+
+Vaarwel, York’s gade, koningin der smart;
+In Frankrijk laav’ dit Engelsch wee mijn hart!
+
+(Koningin Elizabeth en de Hertogin van York rijzen op.)
+
+KONINGIN ELIZABETH. O gij, in ’t vloeken meesteres, o toef,
+En leer ook mij, mijn vijanden te vloeken! 117
+
+KONINGIN MARGARETHA. Ontzeg u ’s nachts den slaap, en vast bij dag;
+Stel naast uw levend wee uw dood geluk;
+Denk uwe kinderen schooner dan zij waren,
+En die hen moordde, snooder dan hij is;
+Vergroot uw smaad, dit zal uw haat vermeêren,
+En ’t eeuwig wrokken zal u vloeken leeren.
+
+KONINGIN ELIZABETH. Mijn taal is stomp; o, dat haar de uwe scherpe!
+
+KONINGIN MARGARETHA. Haar wette uw leed, tot ze als de mijne snerpe!
+
+ (Koningin Margaretha af.)
+
+HERTOGIN. Waarom moet jammer rijk in woorden zijn?
+
+KONINGIN ELIZABETH. Wind-pleitbezorgers van het leed, hun klager,
+Lucht-erven zijn ’t van arm gestorven vreugd,
+Zucht-reed’naars zijn ’t van namelooze ellend!
+Maar geef hun lucht; al kunnen ze ook de smart
+Niet delgen, toch verlichten zij het hart.
+
+HERTOGIN. Is ’t zoo, dan geen bedwang; maar kom, ga mede
+En smoren we in een storm van bitt’re woorden
+Mijn vloekb’ren zoon, die uw twee kleinen smoorde!
+
+(Trompetgeschal achter het tooneel.)
+
+’t Is zijn trompet; kom, geef uw woede lucht!
+
+(Koning Richard komt op, met marcheerende troepen.)
+
+KONING RICHARD. Wie treedt mij te gemoet en stremt mijn tocht?
+
+HERTOGIN. Zij, die voor goed uw loop had kunnen stremmen,
+De slachtersdaden, schurk, die gij volbracht,
+Door u te worgen in haar onheilsschoot.
+
+KONINGIN ELIZABETH. Omhult gij ’t voorhoofd met een gouden kroon,
+Waar, zoo recht recht was, ingebrand moest zijn
+De moord der prinsen, wien die kroon behoorde,
+En mijner zoons en broeders gruweldood?
+Spreek! zeg mij, lage slaaf, waar zijn mijn kind’ren?
+
+HERTOGIN. Gij pad, gij pad, waar is uw broeder Clarence,
+En Ned Plantagenet, zijn kleine zoon?
+
+KONINGIN ELIZABETH. Waar is de wakk’re Rivers, Vaughan, Grey?
+
+HERTOGIN. Waar is de goede Hastings?
+
+KONING RICHARD. Trompetten, schalt, en trommen, slaat alarm!
+De hemel hoore ’t niet, hoe die klappeien
+Hier Gods gezalfde last’ren. Trommelt, zeg ik!—
+
+(Trompetgeschal, Tromgeroffel.)
+
+Weest kalm, gij beiden, spreekt mij vleiend toe,
+Of in het woeste krijgsrumoer versmoor ik
+Aldus de kreten van uw woeste drift. 153
+
+HERTOGIN. Zijt gij mij zoon?
+
+KONING RICHARD. Ja, dank zij Gode en u en mijnen vader.
+
+HERTOGIN. Zoo hoor mijn ongeduld geduldig aan.
+
+KONING RICHARD. Ik heb dien trek van uw geaardheid, moeder,
+Dat ik den toon van fel verwijt niet duld.
+
+HERTOGIN. O, laat mij spreken!
+
+KONING RICHARD. ’t Zij; ik hoor niet toe.
+
+HERTOGIN. ’k Wil in mijn woorden zacht en vriend’lijk zijn.
+
+KONING RICHARD. En, lieve moeder, kort, want ik heb haast.
+
+HERTOGIN. Gij zooveel haast? ik heb op u gewacht,
+Bij God, in mart’ling en in angst des doods.
+
+KONING RICHARD. En kwam ik niet in ’t eind om u te troosten?
+
+HERTOGIN. Neen, bij het heilig kruis, gij weet te wel,
+Sinds gij op aard zijt, werd mij de aard een hel.
+Zwaar, schier ondraaglijk was mij uw geboorte
+Uw kindsheid was weerbarstig en vol luim;
+Uw schooltijd wild en woest, verschrikkend, roekloos;
+Uw jong’lingschap vermetel, stout en waagziek;
+Uw rijper leeftijd trotsch, fijn, sluw, bloeddorstig,
+Min woest, maar boozer, zacht bij fellen haat.
+Kunt gij een enkel rustig uur mij noemen,
+Waarin uw bijzijn mij verkwikking bracht?
+
+KONING RICHARD. Geen, dan misschien dat morgenuur, dat eens
+U van mijn bijzijn afriep naar ’t ontbijt.
+Is u het zien van mij zoo onverkwikk’lijk,
+Dan trekke ik voort en geev’ geen ergernis.—
+Gij, roert de trommen!
+
+HERTOGIN. ’k Bid u, hoor mij spreken.
+
+KONING RICHARD. Te bitter spreekt gij.
+
+HERTOGIN. Hoor een enkel woord,
+Want nimmer zal ik weder tot u spreken.
+
+KONING RICHARD. Nu!
+
+HERTOGIN. Of gij zult sterven door Gods raadsbesluit,
+Eer ge als verwinnaar keert uit dezen krijg;
+Of ik bezwijk van smart en hoogen leeftijd,
+En nimmer zie ik uw gelaat terug.
+Neem daarom mijnen zwaarsten vloek met u;
+Hij drukke in de ure van ’t gevecht u meer
+Dan heel de wapenrusting, die gij draagt!
+Mijn beden strijden voor uw tegenstanders;
+En Edwards kind’ren, hunne zieltjes, fluist’ren,
+Uw vijand moed, vertrouwen in het hart,
+En zeggen hem geluk en zege toe.
+Bloed is uw lust, in ’t eind zij uw bloed uw straf;
+Volgt smaad u thans, hij volge u ook in ’t graf.
+
+ (De Hertogin af.)
+
+KONINGIN ELIZABETH. Veel meerder grond, doch minder kracht tot vloeken
+Viel mij ten deel; ’k zeg Amen op haar taal.
+
+(Zij wil heengaan.)
+
+KONING RICHARD. Toef, eed’le vrouw, ik heb met u te spreken. 198
+
+KONINGIN ELIZABETH. Ik heb geen koningszoons ter slachting meer,
+En mijne dochters, Richard, zullen bidden
+Als nonnen, niet als koninginnen weenen;
+En daarom kies haar leven niet tot wit.
+
+KONING RICHARD. Een dochter hebt ge, Elizabeth bij name,
+Schoon, deugdrijk, waardig koningin te zijn.
+
+KONINGIN ELIZABETH. En brengt haar dit den dood? O, laat haar leven;
+’k Wil zelf haar deugden, al haar schoon verderven,
+Mijzelve, als Edwards bed ontrouw, belast’ren,
+Den sluier der onteering op haar werpen;
+’k Wil, zoo de moord haar leven slechts ontziet,
+Verklaren: Edwards bloed is ’t hare niet.
+
+KONING RICHARD. Ontzie haar bloed; zij is een koningskind.
+
+KONINGIN ELIZABETH. Dit wil ik looch’nen, red ik zoo haar leven.
+
+KONING RICHARD. Haar bloed is ’t, wat het best haar leven hoedt.
+
+KONINGIN ELIZABETH. Die hoede was ’t, waarom haar broeders stierven.
+
+KONING RICHARD. Een booze ster beheerschte hun geboorte.
+
+KONINGIN ELIZABETH. Hun leven, neen, beheerschten booze vrienden.
+
+KONING RICHARD. Niet af te wenden is de wil van ’t lot.
+
+KONINGIN ELIZABETH. Zoo ’t lot berust bij wie van God zich wendden.
+Een schooner dood waar’ mijn kind’ren lot,
+Had God met schooner leven u gezegend.
+
+KONING RICHARD. ’t Is, alsof ik uw schapen ’t leven nam.
+
+KONINGIN ELIZABETH. Ja, herder, gij ontnaamt dien lamm’ren alles,
+Geluk en kroon, verwanten, vrijheid, leven.
+Wiens hand hun teed’re harten hebb’ gespietst,
+Uw hoofd gaf in ’t geheim de richting aan.
+Voorzeker, ’t moordend mes was bot en stomp,
+Totdat het, op uw kiezelhart gewet,
+In de ingewanden van mijn lamm’ren woelde.
+Wierd door gewoonte wilde smart niet mak,
+Ik zou mijn knaapjes voor uw oor niet noemen,
+Dan met mijn nagels ank’rend in uw oogen,
+En zoo, in zulk een baai van wissen dood,
+Gelijk een boot, beroofd van zeil en want,
+Mij op de rots verplett’rend van uw borst.
+
+KONING RICHARD. Zoo waarlijk, vrouwe, krone mij ’t geluk 235
+Bij ’t bloedig wapenspel van dezen krijgstocht,
+Als ik aan u en de uwen goed wil doen,
+Meer dan ik u en de uwen leed deed lijden!
+
+KONINGIN ELIZABETH. Wat goed, door ’s hemels aangezicht bedekt,
+Is nog te ontdekken, dat mij goed kan doen?
+
+KONING RICHARD. Verhooging van uw kind’ren, eed’le vrouwe.
+
+KONINGIN ELIZABETH. O, op ’t schavot, om ’t hoofd er te verliezen?
+
+KONING RICHARD. Neen, tot den hoogsten trap van rang en eer,
+Het hooge heerschersmerk van aardsche grootheid.
+
+KONINGIN ELIZABETH. Zoo meld het mij en vlei aldus mijn smart;
+En zeg, wat rang, wat eer, wat waardigheid
+Kunt gij aan een van mijne kind’ren schenken?
+
+KONING RICHARD. Al wat het mijne is, ja mijzelven, alles;
+Dit zij mijn gave aan een van uwe kind’ren,
+Zoo ge in de Lethe van uw toornend hart
+De droevige overpeinzing wilt verdrinken
+Van ’t leed, dat ik naar uwen waan u bracht.
+
+KONINGIN ELIZABETH. Wees kort, opdat de ontvouwing van uw weldaad
+Niet langer dure dan uw weldoen zelf.
+
+KONING RICHARD. Zoo weet: ik min tot stervens toe uw dochter.
+
+KONINGIN ELIZABETH. Mijn dochters moeder denkt: tot stervens toe.
+
+KONING RICHARD. Wat denkt gij dan?
+
+KONINGIN ELIZABETH. Dat gij tot stervens toe mijn dochter mint;
+Zoo mindet gij tot stervens toe haar broeders,
+En hiervoor dank ik u tot stervens toe.
+
+KONING RICHARD. Misduid mijn meening niet door uwe drift;
+Ik meen: tot stervens toe min ik uw dochter,
+En wil haar koningin doen zijn van Eng’land.
+
+KONINGIN ELIZABETH. En wie dan, wilt gij, zal haar koning zijn?
+
+KONING RICHARD. Die haar tot koningin verheft, wie anders?
+
+KONINGIN ELIZABETH. Wat, gij?
+
+KONING RICHARD. Ikzelf, en wat denkt gij er van?
+
+KONINGIN ELIZABETH. En hoe wilt gij haar winnen?
+
+KONING RICHARD. Hiertoe vraag ik
+Van u thans raad: gij kent het best haar aard.
+
+KONINGIN ELIZABETH. En dus, gij wenscht mijn raad?
+
+KONING RICHARD. Van harte gaarne. 270
+
+KONINGIN ELIZABETH. Zend haar door hem, die eens haar broeders doodde,
+Twee jonge harten, bloedend; grif daarop
+„Edward” en „York”: moog’lijk weent zij dan;
+Schenk daarom haar,—zooals eens Margaretha
+’t Aan uwen vader deed met Rutland’s bloed,—
+Een doek, die—meld haar dit,—het purpersap
+Uit harer lieve broeders wonden zoog,
+En zeg, dat zij daarmee haar oogen wissche.
+Zoo die verlokking nog haar hart niet wint,
+Zend dan een lijst van al uw eed’le daden:
+Meld, hoe gij van haar ooms, van Clarence, Rivers,
+U hebt ontslagen, ja, om harentwil,
+Anna, haar goede moei, van kant geholpen.
+
+KONING RICHARD. Nu spot gij, vrouwe; dit is niet de weg
+Om haar te winnen.
+
+KONINGIN ELIZABETH. Dit is de een’ge weg;
+Tenzij ge een ander wezen aan kunt doen,
+Een ander zijn dan Richard, die dit deed.
+
+KONING RICHARD. En zoo ik alles deed uit min tot haar?
+
+KONINGIN ELIZABETH. Dan is haar eenig antwoord, u te haten,
+Die liefde koopt met zulk een schat van bloed.
+
+KONING RICHARD. Zie, ’t eens gedane is niet meer te herdoen;
+De mensch gaat somtijds overijld te werk,
+Zoodat zijn doen in later uur hem rouwt;
+Heb ik uw zoons het koningschap ontroofd,
+Ik wil ten zoen het aan uw dochter geven.
+Heb ik het kroost van uwen schoot gedood,
+’k Wil, ter vermeerd’ring uws geslachts, mij kroost
+Uit uw bloed bij uw dochter mij verwekken.
+Grootmoeder heeten is schier even zoet
+Als de betoov’ring van den moedernaam;
+De kind’ren zijn slechts ééne trede lager,
+Maar van uw eigen merg, uw eigen bloed;
+Gelijk in zorg,—slechts in die weenacht niet,
+Die zìj doorstaat, voor wie gij ’t zelfde leedt.
+Uw kind’ren waren uwer jeugd een plaag,
+De mijne worden uwer grijsheid troost.
+Verloort gij ook een zoon, die koning was,
+Thans wordt daarvoor uw dochter koningin.
+Ik kan u niet hergeven wat ik wilde,
+Aanvaard dus, wat mijn goedheid bieden kan.
+Dorset, uw zoon, die met beangst gemoed
+Misnoegde schreden zet op vreemden grond,
+Wordt door dit schoon verbond welras naar huis,
+Tot hoogen rang en groote gunst geroepen;
+De koning, die uw lieflijk kind zijn „vrouw” noemt,
+Noemt dan vertrouw’lijk uwen Dorset „broeder”;
+Gijzelf wordt weder moeder van een koning,
+En elke schâ der bange tijden wordt
+Vergoed door dubb’le schatten van geluk.
+O, wij beleven nog wel goede dagen! 320
+De held’re droppen, die gij hebt geschreid,
+Zij komen weer, vervormd tot blanke parels,
+Den inzet u vergoedend door de rente
+Van tienmaal dubbele aanwinst in geluk.
+Ga dus, mijn moeder, ga tot uwe dochter;
+Sterk door uw rijp’ren geest haar schucht’re jeugd;
+Bereid haar ooren voor eens minnaars kout;
+Stort in haar teeder hart den stouten gloed
+Naar gulden oppermacht; spreek tot uw kind
+Van ’t huwlijksheil in zoete, heimlijke uren;
+En als mijn arm dien kleinen oproerling,
+Dien dolkop Buckingham, getuchtigd heeft,
+Dan kom ik, met het zegeloof bekranst,
+En voer uw kind naar ’t bed eens overwinnaars’.
+Haar bied ik dan mijn krijgsbuit; zij alleen
+Zal overwinnares zijn, Cæsar’s Cæsar.
+
+KONINGIN ELIZABETH. Hoe druk ik best mij uit? Haars vaders broeder
+Wil haar gemaal zijn? Of is ’t beter: oom?
+Of wel, de moordenaar van haar ooms en broeders?
+Met welken titel doe ik voor u aanzoek,
+Dien God, de wet, mijn eer en hare liefde
+Aanlokk’lijk maken voor haar teed’re jeugd?
+
+KONING RICHARD. Wijs haar op Eng’lands vreê door dezen echt.
+
+KONINGIN ELIZABETH. Een vreê, dien zij met eeuw’gen oorlog koopt.
+
+KONING RICHARD. Zeg haar, de koning, die kon eischen, smeekt.
+
+KONINGIN ELIZABETH. Wat aller vorsten opperkoning wraakt.
+
+KONING RICHARD. Zeg, zij wordt groot en machtig, koningin.
+
+KONINGIN ELIZABETH. En schreit dra om dien titel, als haar moeder.
+
+KONING RICHARD. Zeg, dat ik haar mijn eeuw’ge liefde wijd.
+
+KONINGIN ELIZABETH. Zeg mij, hoe lang die eeuwigheid zal duren.
+
+KONING RICHARD. Zoolang haar lieflijk bloeiend leven duurt.
+
+KONINGIN ELIZABETH. Maar hoe lang zal haar bloei en leven duren?
+
+KONING RICHARD. Zoolang natuur en hemel het geheugt.
+
+KONINGIN ELIZABETH. Zoolang het Richard en de hel behaagt.
+
+KONING RICHARD. Zeg: ik, haar heer, ik word haar onderdaan.
+
+KONINGIN ELIZABETH. Die heerschappij is de onderdane een gruwel.
+
+KONING RICHARD. Bepleit welsprekend mijne zaak bij haar.
+
+KONINGIN ELIZABETH. ’t Eenvoudigst woord wint best een goede zaak.
+
+KONING RICHARD. Spreek dan tot haar eenvoudig van mijn liefde.
+359
+
+KONINGIN ELIZABETH. Eenvoudig en niet goed klinkt al te ruw.
+
+KONING RICHARD. Uw reed’nen zijn niet grondig, zonder kalmte.
+
+KONINGIN ELIZABETH. Kalm, grondig zijn mijn reed’nen, dood en diep;—
+Ja; dood en diep, in ’t graf, mijn arme kind’ren.
+
+KONING RICHARD. Roer die snaar niet meer aan, dat is voorbij.
+
+KONINGIN ELIZABETH. Ik roer die aan, tot hartesnaren springen.
+
+KONING RICHARD. Bij mijn Sint George, kouseband en kroon—
+
+KONINGIN ELIZABETH. Ontwijd, onteerd, de derde vuig geroofd.
+
+KONING RICHARD. Zweer ik,—
+
+KONINGIN ELIZABETH. Bij niets,—ja, want dit is geen eed.
+Uw George, ontwijd, verloor zijn heilige eer,
+Uw kouseband, bevlekt, zijn ridderdeugd,
+Uw kroon, geroofd, haar koninklijken glans.
+Wilt gij een eed doen, die geloof verwerft,
+Zoo zweer bij iets, nog niet door u gekrenkt.
+
+KONING RICHARD. Dan, bij mijzelf,—
+
+KONINGIN ELIZABETH. Geschandvlekt door uzelf;
+
+KONING RICHARD. Welnu, bij de aard,—
+
+KONINGIN ELIZABETH. Vervuld van uwe gruw’len;
+
+KONING RICHARD. Mijns vaders dood,—
+
+KONINGIN ELIZABETH. Bezoedeld door uw leven;
+
+KONING RICHARD. Nu dan, bij God,—
+
+KONINGIN ELIZABETH. Gods krenking is de zwaarste.
+Hadt gij geschuwd een eed bij hem te breken,
+Die eendracht, die de vorst, uw broeder, stichtte,
+Ware onverstoord, mijn broeder leefde nog.
+Hadt gij geschuwd een eed bij hem te breken,
+Het koningsgoud, dat thans uw hoofd omspant
+Het sierde nu mijn kind de teed’re slapen;
+En beide prinsen waren aad’mend hier,
+Die nu, in ’t stof twee teed’re bedgenooten,
+Der wormen buit door uwe trouwbreuk zijn.
+Waar kunt gij nog bij zweren?
+
+KONING RICHARD. Bij de toekomst.
+
+KONINGIN ELIZABETH. Die hebt gij in ’t verleden reeds gekrenkt.
+In tranen moet ik zelf de toekomst wasschen,
+Om dat voor u zoo diep gekrenkt verleden.
+Hoe menig kind, wier ouders gij vermoorddet,
+Leeft zonder tucht, en zal dit, oud, bejamm’ren!
+Hoe menig ouder, die zijn kroost zag slachten,
+Als dorre stam, en zal dit, oud, bejamm’ren!
+Zweer bij de toekomst niet; zij is ontwijd
+Door uw verleden, boos besteden tijd. 396
+
+KONING RICHARD. Zoo waar ’t mij rouwt en ik geluk begeer,
+Zoo waarlijk slage ik in het hach’lijk spel
+Des feilen krijgs!—Verderve ikzelf mijzelven!
+Geen blijde stond gunn’ God mij of ’t geluk!
+Onthoud mij, dag, uw licht, gij, nacht, uw rust!
+Bestrijdt, gij heilgesternten, al mijn doen,
+Indien ik niet, met echte trouw des harten,
+Met vlekk’looze’ eerbied, heilige gedachten,
+Naar uwe schoone vorstendochter ding!
+Op haar berust heel mijn en uw geluk,—
+En zonder haar volgt voor mijzelf en u,
+Voor haar, dit land en meen’ge christenziel,
+Dood, ondergang, verderf, vernietiging.
+Het is niet af te wenden, enkel zoo;
+Het wordt niet afgewend dan enkel zoo.
+Dus, lieve moeder,—zoo moet ik u noemen,—
+Wees zaakverzorgster mijner liefde. Stel
+Haar voor, wat ik zijn wil, niet wat ik was,
+Niet wat ik heb verdiend, maar zal verdienen;
+Leg nadruk op den stand en eisch des tijds,
+En wees bij groote plannen niet kleingeestig.
+
+KONINGIN ELIZABETH. Hoe! mag de duivel mij aldus verzoeken?
+
+KONING RICHARD. Ja, zoo de duivel u verzoekt ten goede.
+
+KONINGIN ELIZABETH. Mag ik mijzelf en wie ik ben vergeten?
+
+KONING RICHARD. Ja, zoo het denken aan uzelf u schaadt.
+
+KONINGIN ELIZABETH. Maar toch,—gij bracht mijn kind’ren om.
+
+KONING RICHARD. In uwer dochter schoot begraaf ik hen;
+Daar, in dat feniksnest, verwekken zij
+Op nieuw zichzelf, tot nieuwen troost voor u.
+
+KONINGIN ELIZABETH. Moet ik mijn dochter voor uw wensch gaan winnen?
+
+KONING RICHARD. En door dat doen weer blijde moeder zijn.
+
+KONINGIN ELIZABETH. Ik ga;—zend spoedig mij een schrijven toe,
+En ìk meld u, hoe zij er over denkt.
+
+KONING RICHARD. Breng haar mijn kus vol liefde, en nu vaarwel!
+
+ (Hij kust haar. Koningin Elizabeth af.)
+
+Toegeeflijk dwaashoofd! wank’le zwakke vrouw!
+
+(Ratcliff komt op, gevolgd door Catesby.)
+
+Wat nu? wat meldt gij?
+
+RATCLIFF. Grootmachtig heer en vorst, een sterke vloot
+Kruist op de westkust; naar het zeestrand vloeien,
+Ja, vrienden, maar holhartig, onbetrouwbaar,
+En wapenloos, tot afslaan niet besloten.
+Er wordt vermoed, dat Richmond vlootvoogd is;
+Zij dobb’ren daar en wachten slechts de hulp
+Van Buckingham om voet aan wal te zetten.
+
+KONING RICHARD. Een wakk’re vriend ijl’ vlug tot hertog Norfolk;—
+440
+Gij Ratcliff,—ja, of Catesby; waar is Catesby?
+
+CATESBY. Hier, beste Heer.
+
+KONING RICHARD. Vlieg naar den hertog, Catesby.
+
+CATESBY. Terstond, mijn vorst, met allen denkb’ren spoed.
+
+KONING RICHARD. Ratcliff, kom hier; gij jaagt naar Salisbury;
+Als gij daar aankomt,—(Tot Catesby.) Domme, trage vlegel,
+Wat toeft gij hier en ijlt niet tot den hertog?
+
+CATESBY. Doorluchtig heer, gelief mij eerst te melden,
+Wat last ik van uw hoogheid brengen moet.
+
+KONING RICHARD. ’t Is waar, mijn goede Catesby;—daad’lijk breng’ hij
+De grootste macht te zamen, die hij kan,
+En koom’ terstond tot mij naar Salisbury.
+
+CATESBY. Ik ga.
+
+ (Catesby af.)
+
+RATCLIFF. En wat doe ik in Salisbury, mijn vorst?
+
+KONING RICHARD. Wel, wat zoudt gij er doen, voor ik er ben?
+
+RATCLIFF. Ik moest, mijn vorst, er vóór u heen, met spoed.
+
+(Stanley komt op.)
+
+KONING RICHARD. ’k Heb mij bedacht.—Gij, Stanley, spreek, wat meldt
+gij?
+
+STANLEY. ’t Is heer, zoo goed niet, dat gij ’t gaarne hoort,
+Maar ook zoo slecht niet of het is te melden.
+
+KONING RICHARD. Zie eens, een raadsel! ’t is nòch goed nòch slecht?
+Wat loopt gij zooveel mijlen om en rond,
+En gaat niet recht naar ’t doel en meldt uw nieuws?
+Nog eens, wat is er?
+
+STANLEY. Richmond is op zee.
+
+KONING RICHARD. Dat hij er zinke en hem de zee bedekke!
+Die laffe vagebond, wat doet hij daar?
+
+STANLEY. Ik weet het niet, mijn vorst, en kan slechts gissen.
+
+KONING RICHARD. Wat gist gij dan?
+
+STANLEY. Gestijfd door Dorset, Buckingham en Ely,
+Komt hij naar Eng’land en verlangt de kroon.
+
+KONING RICHARD. Is dan de troon ontruimd? het zwaard gebroken?
+470
+De koning dood? het koninkrijk verweesd?
+Wie anders is York’s erfgenaam, dan ik?
+Wie anders koning, dan York’s erfgenaam?
+Spreek, zeg mij nu, waartoe is hij op zee?
+
+STANLEY. Is ’t hierom niet, mijn vorst, dan weet ik ’t niet.
+
+KONING RICHARD. Is ’t hierom niet, dat hij uw koning worde,
+Dan weet gij niet, waartoe die schooier komt.
+Uw plan is vlucht tot hem, is afval, vrees ik.
+
+STANLEY. Neen, beste vorst; daarom; mistrouw mij niet.
+
+KONING RICHARD. Waar is uw volk dan, om hem af te slaan?
+Waar zijn uw onderhoor’gen, uw vazallen?
+Niet waar, zij zijn in ’t westen, op de kust,
+En dekken daar de ontscheping der rebellen?
+
+STANLEY. Neen, beste vorst, mijn vrienden staan in ’t noorden.
+
+KONING RICHARD. Uw vrienden, koud voor mij! wat doen ze in ’t noorden,
+Terwijl hun vorst in ’t westen hen behoeft?
+
+STANLEY. Zij werden niet ontboden, machtig koning.
+Gelieft uw hoogheid oorlof mij te geven,
+Dan monster ik mijn volk en kom tot u,
+Zoodra en waar uw hoogheid het verlangt.
+
+KONING RICHARD. Ja, ja, weg wilt ge, en u bij Richmond voegen;
+Maar ik vertrouw u niet.
+
+STANLEY. Grootmachtig vorst,
+Gij hebt geen grond om aan mijn trouw te twijf’len.
+Nooit was ik valsch, en zal het nimmer zijn.
+
+KONING RICHARD. Ga dan en monster volk; maar laat uw zoon,
+Uw George, hier; zorg, dat uw hart niet wanke,
+Want anders staat zijn hoofd niet al te vast.
+
+STANLEY. Behandel hem, zooals mijn trouw u blijkt.
+
+ (Stanley af.)
+
+(Een bode komt op.)
+
+BODE. Genadig heer en vorst, in Devonshire
+Staan, naar ik zeker van mijn vrienden hoor,
+Sir Edward Courtney en de trotsche kerkvoogd,
+Bisschop van Exeter, zijn oudste broeder,
+Met vele bondgenooten, in het veld.
+
+(Een tweede Bode komt op.)
+
+TWEEDE BODE. In Kent, heer, staan de Guildfords in de waap’nen;
+En dien rebellen stroomen uur op uur
+Meer medehelpers toe; hun macht wordt sterk.
+
+(Een derde Bode komt op.)
+
+DERDE BODE. Het groote leger, heer, van Buckingham—
+
+KONING RICHARD. Van hier, gij uilen! niets dan doodsgekras?
+
+(Hij geeft den Bode een slag.)
+
+Neem dit, tot gij mij beet’re tijding brengt.
+
+DERDE BODE. De tijding, die ik aan uwe hoogheid meld,
+Is, dat door watervloed en zware regens
+Het heer van Buckingham verspreid, verstrooid is,
+En dat hijzelf, alleen, een wijkplaats zocht,
+Waarheen, weet niemand.
+
+KONING RICHARD. O, vergeef mijn drift;
+Daar is mijn beurs tot heeling van uw slag.
+Heeft niet een kloeke vriend een goede som
+Voor ’t vangen des verraders uitgeloofd?
+
+DERDE BODE. Die is onmidd’lijk uitgeloofd, mijn vorst.
+
+(Een vierde Bode komt op.)
+
+VIERDE BODE. Sir Thomas Lovel en lord Dorset staan
+Te velde in Yorkshire, zegt men, edel vorst;
+Doch dezen goeden troost breng ik uw hoogheid:
+De storm heeft de Bretagner vloot verstrooid;
+In Dorsetshire liet Richmond door een boot
+De lieden, die het strand bezetten, vragen,
+Of zij hem helpen zouden, ja of neen.
+Zij kwamen, was ’t bescheid, van Buckingham,
+En tot zijn bijstand; doch, hen niet vertrouwend,
+Heesch hij de zeilen, naar Bretagne steev’nend.
+
+KONING RICHARD. Op, voortgerukt! wij zijn geheel gereed;
+Gelde ook de strijd geen buitenlandschen vijand,
+Gefnuikt zij iedere opstand binnenslands.
+
+(Catesby komt op.)
+
+CATESBY. Gevangen, heer, is hertog Buckingham;
+Dit is de beste tijding. Dat graaf Richmond
+Met groote macht te Milford is geland,
+Klinkt minder goed, doch ’t melden is mij plicht.
+
+KONING RICHARD. Op dan, naar Salisbury! terwijl wij praten,
+Waar’ de uitkomst van een koningsslag beslist.—
+Een uwer zorg’ voor Buckingham’s vervoer
+Naar Salisbury; gij and’ren trekt met mij.
+
+ (Allen af.)
+
+
+
+
+
+VIJFDE TOONEEL.
+
+Een vertrek in lord Stanley’s huis.
+
+Lord Stanley en broeder Christopher Urswick komen op.
+
+STANLEY. Vriend Christopher, zeg Richmond dit van mij:—
+In ’t kot van dien bloedgier’gen ever is
+Mijn zoon, mijn George, in hecht’nis, ingesperd;
+En val ik af, dan valt ook George’s hoofd.
+Die vrees alleen vertraagt alsnog mijn bijstand.
+Maar ga thans, breng uw heer mijn groet, en tevens
+’t Besluit der koningin, die gaarne toestemt,
+Dat hij Elizabeth, haar dochter, huwt.
+Doch zeg mij, waar is de eed’le Richmond thans?
+
+CHRISTOPHER. Te Pembroke, of te Harford-West, in Wales.
+
+STANLEY. En welke mannen van gewicht zijn bij hem?
+
+CHRISTOPHER. Sir Walter Herbert, groot van naam als krijger,
+Sir Gilbert Talbot en Sir William Stanley,
+Oxford, geduchte Pembroke, Sir James Blunt,
+En Rice ap Thomas, met een kloeke schaar,
+En velen nog van grooten roep en waarde;
+Naar Londen richten zij hun legermacht,
+Zoo ’t niet reeds onderweg tot strijden komt.
+
+STANLEY. Nu, spoed u naar uw heer; ik kus zijn hand;
+Mijn schrijven geeft hem blijk van mijn gezindheid.
+Vaarwel.
+
+ (Hij geeft hem brieven.—Beiden af.)
+
+
+
+
+
+
+
+
+VIJFDE BEDRIJF.
+
+
+EERSTE TOONEEL.
+
+Salisbury. Een plein.
+
+Een Sheriff en een Wacht komen op, met Buckingham, die ter
+gerechtsplaats geleid wordt.
+
+BUCKINGHAM. Ontzegt mij koning Richard een gesprek?
+
+SHERIFF. Ja, beste heer; dus schik u in uw lot.
+
+BUCKINGHAM. Hastings, en Edwards kind’ren, Rivers, Grey,
+Gij, heil’ge Hendrik, met uw schoonen Edward,
+Vaughan, en allen, die als offers vielt
+Van snoode, heim’lijke ongerechtigheid,
+Zoo uw verstoorde, onvergenoegde zielen,
+Hier blikken door de wolken van dit uur,
+Zoo neemt thans wraak en spot om mijn verderf!—
+’t Is heden Allerzielendag, niet waar?
+
+SHERIFF. Ja, heer.
+
+BUCKINGHAM. Alzielendag is dan mijns lijfs gerichtsdag. 12
+Dien dag wenschte ik in koning Edwards tijd
+Mij op mijn hoofd, indien ik voor zijn kind’ren
+Of zijner gade magen trouwloos bleek;
+Die dag is ’t, dien ik inriep voor mijn val
+Door diens mans ontrouw, dien ik ’t meest vertrouwde.
+Deze Allerzielendag is ’t eind en perk
+Der euveldaden voor mijn bange ziel.
+De hooge Alziende, dien ik spelend tartte,
+Brengt mij op ’t hoofd mijn huichelbede thuis,
+En geeft in ernst, wat ik in scherts hem smeekte.
+Zoo keert hij van der boozen zwaard de spits,
+Dat die des meesters eigen borst doorboor’!
+Zoo treft nu Margaretha’s vloek mijn hoofd:
+„Rijt hij,” zoo sprak ze, „uw hart door wee vaneen,
+„Herdenk dan: Margaretha was profetisch!”—
+Komt, leidt mij naar het schandblok, mannen; ’t loon
+Voor onrecht-doen zij onrecht, hoon voor hoon.
+
+ (Buckingham en de Overigen af.)
+
+
+
+
+
+TWEEDE TOONEEL.
+
+Een vlakte bij Tamworth.
+
+Met trommen en vaandels komen op: Richmond, Oxford, Sir James Blunt,
+Sir Walter Herbert, en Anderen, met troepen, op marsch.
+
+RICHMOND. Gij wapenbroeders en getrouwe vrienden,
+Gedrukt, gekneusd door ’t juk der tyrannie,
+Zoo verre zijn we tot in ’t hart des lands
+Nu doorgedrongen zonder wederstand;
+En hier zendt onze vader Stanley ons
+Een troostrijk schrijven, dat den moed verhoogt.
+De booze, bloedige en roofgierige ever,
+Die uwe velden omwroet en uw wijngaards,
+Uw bloed als spoeling slurpt en zich een trog
+Van uw ontweide rompen uitholt, heeft
+Zijn leger nu in ’t midden van dit eiland,
+Niet verre, naar ons werd gemeld, van Leicester;
+Van Tamworth is het slechts een dagmarsch af.
+In Gods naam, op, vol moed, manhafte vrienden,
+Opdat we als oogst een hechten vrede winnen
+Door ’t bloed, in éénen scherpen strijd gewaagd!
+
+OXFORD. Elk man is duizend man, daar ieder weet, 17
+Dat hij dien schurk, die waadde in bloed, bestrijdt.
+
+HERBERT. Geen twijfel, of zijn vrienden loopen over.
+
+BLUNT. Hij heeft geen vrienden, dan die ’t zijn uit vrees
+En hem in de’ ergsten nood verlaten zullen.
+
+RICHMOND. Ten onzen bate. Komt, vooruit, met God!
+De hoop is snel; haar vlucht op zwaluwschachten
+Geeft vorsten goden-, slaven vorstenkrachten.
+
+ (Allen af.)
+
+
+
+
+
+DERDE TOONEEL.
+
+Het veld bij Bosworth.
+
+Koning Richard komt op, met troepen, de Hertog van Norfolk, de Graaf
+van Surrey, en Anderen.
+
+KONING RICHARD. Slaat hier mijn tenten op, in ’t veld van Bosworth.—
+Mylord van Surrey, waarom blikt gij somber?
+
+SURREY. Mijn hart is tienmaal lichter dan mijn blik.
+
+KONING RICHARD. Mylord van Norfolk,—
+
+NORFOLK. Hier, genadig vorst.
+
+KONING RICHARD. Norfolk, hier vallen slagen; ja, niet waar?
+
+NORFOLK. Men geeft en men ontvangt die, beste vorst.
+
+KONING RICHARD. Mijn tent gezet! hier rust ik heden nacht;
+Doch waar op morgen?—Nu, het is om ’t even.—
+Wie heeft verkend, hoe sterk de muiters zijn?
+
+NORFOLK. Zes-, zevenduizend is hun gansch getal. 10
+
+KONING RICHARD. Nu, onze monst’ring wijst het drievoud uit;
+En ’s konings naam is ons een sterke toren,
+Die hun van de and’re zij geheel ontbreekt.—
+Vlug, slaat mijn tent op!—Komt nu, eed’le heeren,
+Zien wij, hoe ’t veld ons voordeel brengen kan.—
+Roept een’ge welervaren krijgers saam;
+Een deeg’lijk plan beraamd en ras gehandeld,
+Want morgen, heeren, wordt een heete dag.
+
+ (Allen af.)
+
+(Aan de andere zijde van het veld komen op: Richmond, Sir William
+Brandon, Oxford en andere Krijgsoversten. Eenige soldaten slaan
+Richmond’s tent op.)
+
+RICHMOND. De moede zon ging schuil met gouden gloed;
+En naar het lichte spoor zijns vlammenwagens
+Voorspelt hij morgen ons een schoonen dag.—
+Draag gij, Sir William Brandon, mijn banier.—
+Bezorg mij in mijn tent papier en inkt;
+Ik wil het plan ontwerpen van den slag,
+Elke’ overste zijn plaats en taak doen kennen,
+En onze kleine macht naar eisch verdeelen.—
+Mylord van Oxford,—gij, Sir William Brandon,—
+En gij, Sir Walter Herbert, blijft bij mij.
+De graaf van Pembroke leidt zijn eigen troep;
+Breng, goede hopman Blunt, mijn groet hem over
+En vraag den graaf, dat hij mij in mijn tent
+Omstreeks het tweede morgenuur bezoek’.—
+En, waarde hopman, doe nog dit voor mij:
+Gij weet toch, waar lord Stanley is gelegerd?
+
+BLUNT. Heb ik mij in zijn vanen niet vergist,—
+En zeker weet ik, dat ik dit niet deed,—
+Dan ligt zijn troep ten minste een halve mijl
+Ten zuiden van de hoofdmacht van den koning.
+
+RICHMOND. Is ’t niet te veel gewaagd, mijn goede Blunt, 39
+Spoor dan een middel op om hem te spreken;
+En breng hem dezen brief van hoog belang.
+
+BLUNT. Mijn woord en leven, heer, ik onderneem het.—
+En nu, verleene u God een goede nacht!
+
+RICHMOND. Goed’ nacht, mijn goede Blunt. En, heeren, komt;
+Thans eischt de zaak van morgen onze zorg;
+Gaat in mijn tent; de dauw is kil en koud.
+
+(Zij treden de tent binnen.)
+
+(Koning Richard komt op, met Norfolk, Ratcliff en Catesby, naar zijn
+tent gaande.)
+
+KONING RICHARD. Hoe laat is ’t?
+
+CATESBY. ’t Is negen, heer, de tijd van ’t avondmaal.
+
+KONING RICHARD. Ik zal niets eten.—Geef papier en inkt.—
+Spreek, past mijn stormhoed beter dan hij deed,
+En is mijn rusting in mijn tent gebracht?
+
+CATESBY. Ja, heer en vorst; en alles ligt gereed.
+
+KONING RICHARD. Mijn goede Norfolk, spoed u naar uw post;
+Houd strenge wacht, en kies vertrouwde schildwachts.
+
+NORFOLK. Ik ga, mijn vorst.
+
+KONING RICHARD. Wees met den leeuwrik wakker, beste Norfolk.
+
+NORFOLK. Ik sta u borg, mijn vorst.
+
+ (Norfolk af.)
+
+KONING RICHARD. Catesby!
+
+CATESBY. Mijn vorst!
+
+KONING RICHARD. Zend een heraut naar Stanley’s troep;
+Hij zorge voor zonsopgang met zijn macht
+Naar hier te komen, of zijn zoon, zijn George,
+Zinkt in de diepe krocht der eeuw’ge nacht.—
+
+ (Catesby af.)
+
+Lang mij een roemer wijns.—Geef mij een tijdkaars.—
+En zadel schimmel Surrey morgen vroeg.
+Zorg, dat mijn lansen sterk en niet te zwaar zijn.—
+Ratcliff!
+
+RATCLIFF. Mijn vorst?
+
+KONING RICHARD. Hebt gij deze’ avond
+Den wreev’len graaf Northumberland gezien?
+
+RATCLIFF. Hij is met Thomas, graaf van Surrey, straks,
+Omstreeks de scheem’ring ’t leger rondgegaan
+Van troep tot troep, en sprak den krijgers moed in.
+
+KONING RICHARD. Zoo; dat is goed.—Geef mij een roemer wijns.—
+Ik heb ditmaal den opgewekten geest,
+Den blijden moed niet, dien ik placht te hebben.—
+Goed, zet dat neer.—Er is papier en inkt?
+
+RATCLIFF. Ja, beste vorst. 76
+
+KONING RICHARD. Zeg, dat mijn wacht goed wakker blijv’.—Verlaat mij.—
+Ratcliff, kom tegen middernacht terug
+En help mij bij mijn waap’ning.—Gaat nu, allen.—
+
+ (Koning Richard gaat in zijn tent. Ratcliff af.)
+
+(Stanley komt op en slaat Richmond’s tent open, waarbij Richmond en
+zijn krijgsoversten zichtbaar worden.)
+
+STANLEY. Bekroon’ geluk en zegepraal uw helm!
+
+RICHMOND. Al ’t goede, dat de donk’re nacht kan schenken,
+Vall’, eed’le voedstervader, u ten deel!
+Zeg mij, hoe gaat het onze lieve moeder?
+
+STANLEY. Ik zegen u, bij volmacht, van uw moeder,
+Die dag en nacht voor Richmond’s welzijn bidt.
+Doch dit volsta.—Het uur van stilte wijkt;
+In strepen breekt het duister reeds in ’t oosten.
+Om kort te zijn, zooals de tijd gebiedt,
+Schaar morgen vroeg uw legermacht ten strijde;
+En zij uw lot beslist door ’t bloedig zwaard
+En fellen krijg, hoe dood’lijk die ook blikke.
+Zoo veel ik kan,—ik kan niet wat ik wenschte,—
+Tracht ik den tijd zijn gunsten af te stelen,
+En u in ’t hach’lijk worst’len bij te staan.
+Doch al te vurig ijv’ren is me ontzegd;
+Bij ’t zien toch wierd uw jonge broeder George,
+En voor zijns vaders oog, ter dood gebracht.
+Vaarwel. Mijn haast en deze bange tijd
+Verbieden ons de plechtige betuiging
+Van onze liefde en ’t zoet gedachtenwiss’len,
+Dat lang gescheiden vrienden welkom waar’;
+Schenk’ God dra tijd voor zulk een liefdesuiting!
+Nog eens, vaarwel! Wees dapper, heb geluk!
+
+RICHMOND. Leidt, waarde lords, hem naar zijn schare op weg.
+Ik tracht, verhit van hoofd, een wijl te sluim’ren,
+Opdat geen looden slaap mij morgen drukk’,
+Als ik op zegewieken stijgen moest.
+Nog eens, mijn waarde heeren, goede nacht.
+
+ (Allen, behalve Richmond, met Stanley af).
+
+O gij, wiens veldheer ik mij acht te zijn,
+Blik met genadig oog op mijne krijgers!
+Leg in hun hand de knotsen uwer wraak,
+Dat ze onzes vijands rechtloos drieste helmen
+Met zwaren val ter aard, te pletter slaan!
+Maak ons tot dienaars uwer tuchtiging,
+Opdat wij U in Uwe zege prijzen!
+Aan u beveel ik overwaakt mijn ziel,
+Eer ik de luiken mijner oogen sluit;
+Hetzij ik slape of waak’, behoed mij steeds!
+
+(Hij slaapt in.)
+
+(De Geest van Prins Edward, zoon van Hendrik den Zesden, verrijst
+tusschen de beide tenten.)
+
+GEEST (tot koning Richard). Zwaar wil ik morgen op uw ziele drukken!
+118
+Denk hoe gij mij in ’s levens bloei doorstaakt
+Te Tewksbury. Gij, wanhoop dies, en sterf!
+(Tot Richmond.) Houd moed, o Richmond, der geslachte vorsten
+Gekrenkte zielen strijden aan uw zij;
+De spruit van koning Hendrik, Richmond, troost u!
+
+(De Geest van koning Hendrik den Zesden verrijst.)
+
+GEEST (tot koning Richard). Toen ik nog sterflijk was, doorpriemdet gij
+’t Gezalfde lichaam mij met tal van wonden;
+Denk aan den Tower en mij; wanhoop en sterf!
+Hendrik de Zesde roept: wanhoop en sterf!
+(Tot Richmond.) Gij vroom en deugdrijk held, wees gij verwinnaar!
+Hendrik, die eenmaal u de kroon voorspelde,
+Vertroost u in uw sluim’ring: leef en bloei!
+
+(De Geest van Clarence verrijst.)
+
+GEEST (tot koning Richard). Zwaar wil ik morgen op uw ziele drukken!
+Ik, eenmaal doodgebaad in ’t walglijk wijnvat,
+Ik, arme Clarence, offer van uw arglist!
+Denk morgen in ’t gewoel des strijds aan mij;
+Ontvalle u ’t stompe zwaard! Wanhoop en sterf!
+(Tot Richmond.) Afstamm’ling, gij, van ’t huis van Lancaster,
+York’s kroost, dat zwaar gekrenkt werd, bidt voor u;
+Schutseng’len strijden met u! Leef en bloei!
+
+(De Geesten van Rivers, Grey en Vaughan verrijzen.)
+
+GEEST VAN RIVERS (tot koning Richard).
+Zwaar wil ik morgen op uw ziele drukken!
+Ik, Rivers, Pomfret’s buit. Wanhoop en sterf!
+
+GEEST VAN GREY (tot koning Richard). Gij, denk aan Grey, en wanhoop
+schokk’ uw ziel!
+
+GEEST VAN VAUGHAN (tot koning Richard).
+Gij, denk aan Vaughan, en door schuldige angst
+Ontvall’ de speer uw hand! Wanhoop en sterf!
+
+ALLE DRIE (tot Richmond). Ontwaak, en denk: de schuld in Richards borst
+Verlamt zijn kracht. Ontwaak en zegepraal!
+
+(De Geest van Hastings verrijst.)
+
+GEEST (tot koning Richard). Gij man van bloed en schuld, ontwaak in
+schuld,
+En eindig op een dag van bloed uw leven!
+Denk aan lord Hastings! Wanhoop dus en sterf!
+(Tot Richmond.) Gij, kalme en effen ziel, ontwaak, ontwaak!
+Rijs, strijd, en zegepraal, red Eng’lands zaak!
+
+(De Geesten van de twee jonge Prinsen verrijzen.)
+
+GEESTEN (tot Koning Richard). Droom van uw in den Tower ontzielde
+neven; 151
+Laat ons als lood in uwe borst zijn, Richard,
+U in verderf en schande en dood doen zinken!
+Hoor uwer neven roep: wanhoop en sterf!
+(Tot Richmond.) Slaap, Richmond, kalm, en rijs met blijden moed;
+U schutten eng’len, hoe ook de ever woed’!
+Leef! uit u spruite een eed’le koningsstam!
+Edwards rampzaal’ge zonen roepen: heil!
+
+(De geest van koningin Anna verrijst.)
+
+GEEST (tot koning Richard). Richard, uw vrouw, uw vrouw, ellendige
+Anna,
+Die nooit bij u een rustige ure sliep,
+Vervult thans uwen slaap met haar verschrikking;
+Denk morgen in ’t gewoel des strijds aan mij;
+Ontzinke u ’t stompe zwaard! wanhoop en sterf!—
+(Tot Richmond.) Gij, kalme ziel, slaap gij een kalmen slaap;
+En droomt gij, droom van heil en zege nu;
+Uws tegenstanders gade bidt voor u.
+
+(De Geest van Buckingham verrijst.)
+
+GEEST (tot koning Richard.) Die ’t eerst ten troon u heeft gevoerd, was
+ik;
+Die ’t laatst uw dwinglandij ervoer, was ik.
+Denk in ’t gewoel des strijds aan Buckingham,
+En sterf, verschrikt door al uw euveldaden;
+Droom voort, droom voort, en gruw van wat gij deedt;
+En zij uw laatste snik een wanhoopskreet!
+(Tot Richmond.) De hoop van u te helpen was mijn dood;
+Doch troost u, beter helpers heeft uw nood;
+God en zijn eng’len strijden aan uw zij,
+En Richard valt den val der hoovaardij.
+
+(De Geesten verdwijnen. Koning Richard ontwaakt uit zijn droomen.)
+
+KONING RICHARD. Geef mij een ander paard!—verbind mijn wonden!—
+Erbarmen, Jezus!—Stil, ’t was maar een droom!—
+Geweten, lafaard, wat beangst gij mij!—
+Het licht brandt blauw.—’t Is ’t holle van de nacht.
+Angstdropp’len staan mij, koud, op ’t rillend lijf.
+Wat! angstig voor mijzelf? Geen ander is hier;
+Richard mint Richard; ja, want ik ben ik.
+Is hier een moord’naar? Neen; ja, ik ben hier;
+Zoo vlucht,—wat, voor mijzelf? Zeer wijs! waarom?
+Licht name ik wraak.—Wie, wat! ik op mijzelf?
+Ach, ik bemin mijzelf. Om wat? iets goeds,
+Dat ik, ikzelf mijzelven heb gedaan?
+Ach, neen, helaas! ik haat veeleer mijzelf
+Om haat- en vloekbre daden, die ik deed.
+Ik ben een schurk. Neen; ’k lieg, ik ben het niet.
+Dwaas, spreek uzelven voor;—dwaas, vlei toch niet. 192
+O, mijn geweten heeft veel duizend tongen,
+En ied’re tong vertelt een ander stuk,
+En ieder stuk veroordeelt mij als schurk.
+Meineed, meineed, in de’ allerhoogsten graad;
+Moord, zwarte moord, in de’ allerergsten graad;
+Ja, elke zonde, in elken graad bedreven,
+Dringt naar de rol, en roept haar: „Schuldig, schuldig!”
+Ik word wanhopig.—Niets op aard bemint mij;
+En zoo ik sterf, geen ziel heeft leed er van;
+En waarom zouden ze ook? Ikzelf, ik vind
+Geen deernis met mijzelven in mijzelf.
+
+(Ratcliff komt op.)
+
+RATCLIFF. Mijn vorst!
+
+KONING RICHARD. Wie daar?
+
+RATCLIFF. Ratcliff, mijn vorst; ik ben ’t. De vroege dorpshaan
+Begroette de’ ochtend tweemaal reeds. Uw vrienden
+Zijn op en gorden hunne rusting aan.
+
+KONING RICHARD. O Ratcliff, ’k had een vreeselijken droom.—
+Wat denkt gij? kan ik vast op allen bouwen?
+
+RATCLIFF. Wis, heer.
+
+KONING RICHARD. O Ratcliff, ach, ik vrees, ik vrees,—
+Het was me, als kwamen allen, aller zielen,
+Die ’k moordde, in mijne tent; een ieg’lijk dreigde
+Met wraak op morgen tegen Richards hoofd.
+
+RATCLIFF. Mijn beste heer, voed toch geen vrees voor schimmen.
+
+KONING RICHARD. Bij den apostel Paulus, schimmen wekten
+Van nacht meer angst in Richards ziel, dan ooit
+Tienduizend tastb’re krijgers zouden wekken
+In ’t staal, met melkmuil Richmond aan hun hoofd.
+De daag’raad is nog ver. Kom, ga met mij;
+’k Wil luistervink gaan spelen aan de tenten,
+Of eenig strijder overloopen wil.
+
+ (Beiden af.)
+
+(Richmond ontwaakt. Oxford en Anderen treden zijn tent binnen.)
+
+OXFORD. Recht goeden morgen, Richmond.
+
+RICHMOND. O, ’k vraag verschooning, waakzame, eed’le heeren,
+Dat gij een tragen doeniet hier verrast.
+
+OXFORD. Hebt gij gerust geslapen, heer?
+
+RICHMOND. Den zoetsten slaap; en droomen had ik, vrienden,
+Sinds uw vertrek, zoo schoon en heilvoorspellend,
+Als ooit verrezen voor een domm’lig brein.
+De zielen, scheen ’t, wier lichaam Richard moordde,
+Verschenen in mijn tent, en riepen: „Zege!”
+Ik kan u zeggen, ’t harte juicht mij nog
+Bij ’t denken aan een droom, zoo schoon en zoet.—
+Hoe ver is ’t in den morgen reeds, mylords?
+
+OXFORD. Op slag van vieren, heer.
+
+RICHMOND. ’t Is tijd dan, ons te waap’nen, ’t heer te scharen.
+
+(Hij treedt naar de troepen.)
+
+De haast en drang van ’t oogenblik verbieden,
+Geliefde landgenooten, meer te ontvouwen
+Dan ik reeds zeide; doch herinnert u:—
+Aan onze zijde strijden God en ’t recht; 240
+Der heil’gen, der gekrenkte zielen beden
+Staan voor ons als een bolwerk, dat ons dekt.
+Op Richard na, zien zij, met wie wij strijden,
+Veel liever ons, dan hunnen veldheer winnen.
+Want, ja, wat is die veldheer? Waarlijk, vrienden,
+Een bloedig dwing’land en een moordenaar,
+Door bloed verrezen en in bloed gezeteld,
+Zich helpers wervend om aan ’t doel te komen,
+En doodend, wie hij eens als helpers koos;
+Een steen, niets waard, door de’ achtergrond des troons,
+Waar arglist hem in zette, kostlijk schijnend;
+Van den beginne steeds een vijand Gods.
+Welnu, bestrijdt gij, die Gods vijand is,
+Dan hoedt u God gewis als zijne krijgers;
+Bestrijdt ge in ’t zweet uws aanschijns zulk een dwing’land,
+Dan slaapt ge in vreê, wanneer die dwing’land valt;
+Bestrijdt gij, die uw land vijandig zijn,
+Dan zal het vette uws lands uw zwoegen loonen;
+Strijdt gij om uwe vrouwen te beschermen,
+Uw vrouwen halen na de zege u in;
+Behoedt gij uwe kind’ren voor het zwaard,
+Uw grijsheid loonen ’t uwer kind’ren kind’ren.
+Nu dan, met God en met dit heilig recht,
+Steekt op de vanen, trekt uw willig zwaard.
+Mijn boetegeld, zoo ’t waagstuk al te stout is,
+Zij mijn koud lijk op ’t koud gelaat der aard.
+Doch zoo ik slaag, de minste van u allen
+Heeft deel aan mijne winst. Trompetten, schalt!
+Klinkt, trommen, wijst aan moed den weg ter glorie;
+God en Sint George, Richmond en victorie!
+
+ (Allen af.)
+
+(Koning Richard en Ratcliff komen terug, met Gevolg en Troepen.)
+
+KONING RICHARD. Wat zeide lord Northumberland van Richmond?
+
+RATCLIFF. Dat hij een nieuw’ling is in de oorlogskunst.
+
+KONING RICHARD. En dit is waar; doch zeide Surrey niets?
+
+RATCLIFF. Hij lachte en sprak: „Voor ons zooveel te beter.”
+
+KONING RICHARD. Hij had gelijk; zoo is het inderdaad.— (De klok slaat.)
+Stil, tel de klok.—Geef een kalender hier.
+Wie zag de zon vandaag?
+
+RATCLIFF. Ik niet, mijn vorst.
+
+KONING RICHARD. Dan weigert ze ons haar licht, want, naar het boek,
+Moest zij een uur reeds in het oosten prijken.
+Een zwarte dag zal dit voor iemand zijn.—
+Ratcliff!
+
+RATCLIFF. Mijn vorst?
+
+KONING RICHARD. De zon laat zich vandaag niet zien; 281
+Boos ziet de hemel op ons leger neer.
+Dien dauw van tranen wenschte ik van den grond.
+Vandaag niet schijnen? Nu, wat doet dit mij,
+Meer dan dien Richmond? Want dezelfde lucht,
+Die mij bedreigt, ziet hem ook donker aan.
+
+(Norfolk komt op.)
+
+NORFOLK. Te wapen, vorst! de vijand bralt in ’t veld.
+
+KONING RICHARD. Komt, haastig, haastig! Vlug mijn paard gezadeld!—
+Roep Stanley op; hij kome met zijn volk.
+Ik wil mijn krijgers in de vlakte leiden,
+En deze schikking kies ik voor ’t gevecht:
+De voortocht strekk’ zich uit in volle lengte,
+Gelijk uit paard- en voetvolk saamgesteld;
+De handboogschutters nemen ’t midden in;
+John hertog Norfolk, Thomas graaf van Surrey
+Zijn de oversten van ’t voetvolk en de ruiters.
+Zijn deze aldus op weg, dan volgen wij
+Met onze hoofdmacht, die aan wederzij
+De keur der ruiterij tot vleugel heeft.
+Zoo, en Sint George als hulp!—Wat dunkt u, Norfolk?
+
+NORFOLK. Een goede schikking, oorlogshafte vorst.—
+Dit vond ik hedenmorgen in mijn tent.
+
+(Hij geeft den Koning een stuk papier.)
+
+KONING RICHARD (leest).
+
+ „Hans Norfolk, tijdig heil gezocht!
+ „Uw meester Dick is verraden, verkocht.”
+
+Dit is een loos verzinsel van den vijand.—
+Gaat, heeren, ieder uwer op zijn post.
+Geen beuzelpraat van droomen breng’ ons angst;
+Geweten is een lafaardswoord, een vond,
+Die sterken, geeft men toe, in banden legt;
+De vuist zij ons geweten, ’t zwaard ons recht.
+Vooruit, grijpt aan, vooruit steeds, moedig, fel,
+Zoo niet ten hemel, dan te zaam ter hel!—
+(Tot de troepen.) Wat heb ik meer te zeggen, dan ik deed?
+Bedenkt, met wie gij u te meten hebt:
+Een troep landloopers, schooiers en schavuiten,
+Bretagner schuim en lage slaafsche boeren,
+Door ’t land, dat hunner zat is, uitgebraakt
+Tot doldriest woeden en een zeek’ren dood.
+Gij sliept in veiligheid, zij brengen onrust;
+Gij roemt op landerijen, schoone vrouwen,
+Die willen ze u betwisten, deze schenden.
+En dan, wie voert hen aan? een kale jonker,
+Die in Bretagne ’t brood at onzer moeder!
+Een melkmuil, die zijn leven lang zich nooit
+Tot boven de enkels in de sneeuw gewaagd heeft!
+Komt, dit gespuis weer over zee gezweept,
+Die drieste Fransche schooiers weggegeeseld,
+Dit hong’rig, levensmoede bedelvolk, 329
+Dat, had het van dit waagspel niet gedroomd,
+Uit nood, kaal rattenbroed! zich had verhangen.
+Neen, moeten we overwonnen zijn, dan zij ’t
+Door mannen, niet door die Bretagner bastaards,
+Door onze vaad’ren in hun eigen land
+Geklopt, gestriemd, gedorscht, aan bare schande
+Ter prooi gelaten! En die zouden ons
+Ons land ontnemen, onze vrouwen, dochters
+Onteeren, schenden?—(Trommen in de verte.) Luistert, ’k hoor hun
+trommen.
+Strijdt, Eng’lands ridderschap! strijdt, stoute burgers!
+Spant, schutters, uwen boog tot aan de wang!
+Spoort uwe fiere rossen, waadt door bloed,
+Verbaast het luchtruim met uw lansgesplinter!
+
+(Een Bode komt op.)
+
+Wat zegt lord Stanley? komt hij met zijn volk?
+
+BODE. Mijn vorst, hij weigert hier te komen.
+
+KONING RICHARD. Dan George Stanley ’t hoofd af!
+
+NORFOLK. Mijn vorst, de vijand is ’t moeras reeds over;
+Dat George Stanley sterve na den slag.
+
+KONING RICHARD. Veel duizend harten zwellen in mijn borst.
+Vooruit de standaards! valt den vijand aan!
+Onze oude krijgsroep: „Voor Sint George en Eng’land!”
+Beziel’ ons met den haat van vuur’ge draken!
+Op onze helmen troont de zege; voort!
+
+ (Allen af.)
+
+
+
+
+
+VIERDE TOONEEL.
+
+Een ander gedeelte van het veld.
+
+Krijgsgedruisch; heen en weer trekken van troepen. Norfolk komt op met
+troepen, Catesby gaat op hem toe.
+
+CATESBY. Ter hulp, mylord van Norfolk, op! ter hulp!
+’t Is bovenmenschelijk, wat de koning doet;
+Hij trotst op dood en leven ied’ren vijand.
+Zijn paard is dood; hij vecht te voet steeds voort,
+En zoekt naar Richmond in den muil des doods.
+Breng hulp, mylord, of alles is verloren.
+
+(Krijgsgedruisch. Koning Richard komt op.)
+
+KONING RICHARD. Een paard! een paard! gansch Eng’land voor een paard!
+
+CATESBY. Wijk, wijk, mijn vorst; ik help u aan een paard.
+
+KONING RICHARD. Gij slaaf! ik zette op éénen worp mijn leven,
+En zet het waagspel tot het einde voort.
+Er zijn zes Richmonds in het veld, geloof ik;
+’k Versloeg er heden vijf in plaats van hem.—
+Een paard! een paard! gansch Eng’land voor een paard!
+
+ (Allen af.)
+
+
+
+
+
+VIJFDE TOONEEL.
+
+Een ander gedeelte van het veld.
+
+Krijgsgedruisch. Koning Richard en Richmond komen op en gaan vechtend
+heen.—Sein tot terugroeping en trompetgeschal. Dan komen op: Richmond,
+Stanley met de kroon, verscheiden andere Lords, en troepen.
+
+RICHMOND. Gode en uw zwaard zij dank, zeeghafte vrienden,
+Ons is het slagveld en de bloedhond dood.
+
+STANLEY. Schoon, dapp’re Richmond, hebt gij u gekweten!
+Zie hier, dit lang geroofde koningskleinood
+Heb ik aan ’t doode hoofd des snooden moord’naars
+Ontrukt, om u de slapen mee te sieren;
+Aanvaard het, draag het lang, hernieuw zijn glans!
+
+RICHMOND. Gij, God hierboven, zeg hier „Amen” toe;—
+Maar zeg mij, leeft de jonge George nog?
+
+STANLEY. Hij leeft, in veiligheid, in Leicester, heer,
+Waarheen, zoo ’t u behaagt, wij allen gaan.
+
+RICHMOND. Wie vielen er, van naam, aan beide zijden?
+
+STANLEY. Lord Walter Ferrers, hertog John van Norfolk,
+Sir Robert Brakenbury, Sir William Brandon.
+
+RICHMOND. Begraaft hen naar hun rang en hun geboorte.
+Verkondt genade aan elk voortvluchtig krijger,
+Die onderdanig tot ons wederkeert.
+Dan willen wij de roode en witte roos,
+Gelijk ik zwoer bij ’t sacrament, vereenen;—
+De Hemel lach’ het toe, dit schoon verbond,
+Die lang met donk’ren blik den krijg aanschouwde;— 21
+Wie pleegt verraad en zegt hierop geen amen?
+Lang sneed dolzinnig Eng’land zich in ’t vleesch;
+Blind stortte lang de broeder ’s broeders bloed;
+Woest werd de vader moord’naar van zijn zoon,
+De zoon, uit noodweer, slachter van zijn vader;
+’t Werd al verdeeld door York en Lancaster,
+Door gruwzame verdeeldheid zelf verdeeld.—
+O, mogen Richmond en Elizabeth,
+Van beide huizen de rechtmatige erven,
+Zich nu vereenen door Gods wijs bestel!
+En moog’ hun kroost,—zoo gij, o God, dit wilt,—
+De toekomst met een zoeten vrede zeeg’nen,
+Met dagen van geluk en rijken bloei!
+Verstomp, genadig God, het zwaard der boozen,
+Wier wensch is, zulke dagen te doen keeren,
+Waarin arm Eng’land weent met stroomen bloeds!
+Hij sterve en hebb’ geen deel aan Eng’lands zegen,
+Die aan den vrede zwart verraad wil plegen!
+De twist is dood, en vreê voegt allen samen;
+Lang leev’ die hier, en gij, o God, zeg Amen!
+
+ (Allen af.)
+
+
+
+
+
+
+
+
+AANTEEKENINGEN.
+
+Shakespeare ontleende de stof voor zijn „Koning Richard III” aan de
+kronieken van Hall en Holinshed; deze beide,—en wel voornamelijk de
+eerste, want Holinshed heeft uit Hall geput,—gronden hun verhaal op Sir
+Thomas More’s Tragical History of Richard III. More’s bron waren
+mondelinge mededeelingen van John Morton, bisschop van Ely, die, zooals
+ook in Sh.’s stuk vermeld wordt, de zijde van den hertog van Richmond
+gekozen heeft. Dat het beeld, door More van Richard gegeven, zeer
+donker gekleurd is, kan dus niet bevreemden. Maar het moge in
+bijzonderheden onjuist, hier en daar verkeerd getint zijn, dat het in
+grondtrekken niet gelijkend is, kan men daarom geenszins beweren. Aan
+de gelijkenis van het door Hall geschetste beeld werd in Shakespeare’s
+tijd ten minste niet getwijfeld, en ook de geschiedvorschers van den
+lateren tijd erkennen, naar aanleiding van de karige berichten, die uit
+deze schrikkelijke tijden tot ons gekomen zijn, dat Richard een vorst
+was van grooten aanleg, doordrongen van eergierigheid en heerschzucht,
+die zijn plannen met onverzettelijke geestkracht wist uit te voeren,
+zonder zich door goddelijke of menschelijke wetten te laten weerhouden.
+
+Dat Shakespeare bij de schepping van dit beeld des demonischen
+dwingelands de aanwijzingen zijner kronieken over het algemeen getrouw
+gevolgd heeft, zou door uitvoerige uittreksels kunnen blijken;
+vooreerst zij het voldoende, het door een enkel voorbeeld te staven.
+
+In de kroniek van Hall vindt men de volgende karakterschets van Richard
+III:
+
+„Richard, hertog van Gloster, was in geest en moed zijn’ broeders
+Edward en George gelijk, maar stond in lichaamsschoon en trekken ver
+bij beiden achter; want hij was klein van gestalte, slecht gevormd van
+ledematen, krom van rug, zijn linkerschouder veel hooger dan de
+rechter, met harde gelaatstrekken, wat men bij grooten een krijgshaftig
+gelaat, en bij mindere personen een norsch gezicht noemt. Hij was
+boosaardig, wraakzuchtig en afgunstig, en men verhaalt, dat zijn moeder
+hem eerst na zwaren arbeid het leven geschonken had en dat hij met de
+voeten vooruit ter wereld was gekomen, zooals de mensch uitgedragen
+wordt, en zooals het gerucht loopt, niet zonder tanden. In hoeverre
+zijn haters dit tegen de waarheid in hebben uitgestrooid, of wel de
+natuur haar gang veranderd heeft bij den aanvang van hem, die in zijn
+leven menige onnatuurlijke daad bedreef, laat ik aan Gods oordeel over.
+Hij was geen slecht bevelhebber in den oorlog, waar zijn gezindheid
+meer toe geneigd was dan tot den vrede. Verscheidene overwinningen had
+hij en ettelijke nederlagen, maar deze nooit door de schuld van
+hemzelf, wegens het ontbreken hetzij van moed hetzij van beleid. Ruim
+was hij in zijn uitgaven en zelfs boven zijn vermogen mild; met groote
+gaven verwierf hij onbestendige vriendschap, waartoe hij elders borgde,
+plunderde of afperste, welk doen hem bestendigen haat verwierf. Hij was
+gesloten en achterhoudend, een diep huichelaar, nederig in zijn
+manieren, hoovaardig van harte, uitwendig vertrouwelijk als hij
+inwendig haatte, nooit nalatend hem te kussen, dien hij van plan was te
+dooden; onverzoenlijk en wreed, niet altijd uit boozen wil, maar vaak
+uit eerzucht en om zijn doel te bereiken; vriend en vijand waren hem
+onverschillig, wanneer zijn voordeel in het spel kwam; hij ontzag den
+dood van geen mensch, wiens leven zijn plannen in den weg stond. Hij
+versloeg in den Tower koning Hendrik VI, zeggende: „Nu is er geen
+mannelijk erfgenaam van Edward III dan wij van het huis van York”,
+welke moord begaan werd zonder toestemming van koning Edward die dit
+slachterswerk eer aan een ander dan aan zijn eigen broeder zou hebben
+opgedragen. Ettelijke wijze mannen gelooven, dat zijn drijven ook niet
+ontbrak, om zijn eigen broeder Clarence den dood aan te doen, waar hij
+zich naar allen schijn tegen verzette, hoewel hij er inwendig naar
+streefde. En de grond hiervan was, zooals menschen, die zijn daden en
+handelingen gadesloegen, opmerkten, dat hij reeds lang in koning
+Edwards tijd er aan dacht, de kroon te erlangen, in geval de koning
+zijn broeder, wiens leven, naar hij wachtte, door zijn losbandigheid
+zou verkort worden, mocht komen te sterven, gelijk dan ook gebeurde,
+terwijl zijn kinderen nog jong waren. En als dan de hertog van Clarence
+nog leefde, zou zijn voorgenomen plan zeer gehinderd worden; want als
+de hertog van Clarence trouw was gebleven aan zijn neef den jongen
+koning, of zelf koning had willen worden, zou zoowel het een als het
+ander een booze hinderpaal geweest zijn op den weg van den hertog van
+Gloster; maar als hij zeker was, dat zijn broeder Clarence dood was,
+wist hij, dat hij zonder zooveel te wagen aan het werk kon gaan. Maar
+omtrent deze punten bestaat geen zekerheid, en wie raadt of gist, kan
+evengoed te kort als te ver schieten; maar deze gissing kwam,—wat
+zelden het geval is,—later uit, zooals gij in het vervolg vernemen
+zult”.
+
+Men ziet, dat Shakespeare de persoonlijkheid van Richard inderdaad
+gevormd heeft naar de aanwijzingen der kroniek en ook verdere
+bijzonderheden aan deze ontleend heeft. Om een geheel te scheppen heeft
+de dichter natuurlijk de gebeurtenissen, die door eenige jaren afstands
+gescheiden zijn, moeten samendringen. Het was in 1471, dat Hendrik VI
+in den Tower vermoord werd gevonden,—men vergelijke de aanteekeningen
+op „Koning Hendrik VI” en ook de geslachtslijst—en eerst omtrent twee
+jaren later huwde Richard met Anna Nevil, vroeger bruid van prins
+Edward, den bij Tewksbury verslagen zoon van Hendrik VI. De bestorming
+van Anna door Richard aan Hendriks lijkbaar is een dichterlijke
+vond.—Zij en Isabella Nevil, de gemalin van Clarence, waren de eenige
+kinderen van den machtigen graaf van Warwick, die groote bezittingen
+had nagelaten. Clarence zag, schoon zijn vrouw hem haar aandeel aan
+haars vaders nalatenschap had aangebracht, het huwelijk van Richard met
+de rijke Anna met leede oogen aan, en oneenigheid tusschen de beide
+broeders was er het gevolg van. Dat Richard daarom naar den dood van
+Clarence zou gestreefd hebben, is echter volstrekt onbewezen. Clarence
+gaf zelf, na den dood zijner gemalin in 1476, aan koning Edward
+aanleiding, dat deze hem in 1477 van hoogverraad beschuldigde; hij werd
+gerechtelijk ter dood veroordeeld en stierf in Febr. 1478 in den Tower,
+op welke wijze is onbekend; onder het volk werd weldra verteld, dat hij
+in een vat malvezijwijn verdronken was, en later werd zijn dood aan
+Richard van Gloster ten laste gelegd. Koning Edward overleefde hem ruim
+vijf jaren en stierf in April 1483, na in zijn laatste ziekte getracht
+te hebben een verzoening tot stand te brengen tusschen beide partijen,
+die aan zijn hof elkander vijandig tegenover stonden, de verwanten der
+koningin en den ouden adel. Na den dood van Edward IV volgden de in dit
+stuk ten tooneele gevoerde gebeurtenissen snel op elkander. Nog in Mei
+werden Rivers en zijn medestanders gevangen genomen, Richard tot
+Protector en Defensor des rijks en voogd van den jongen koning benoemd;
+lord Hastings werd 13 Juni gevangen genomen en terechtgesteld, Richard
+26 Juni gekroond. In hetzelfde jaar stond Buckingham op; hij werd 2
+Nov. 1483 onthoofd. In 1484 verloor Richard zijn eenigen wettigen
+erfgenaam, zijn zoon Edward, prins van Wales, van wien door Shakespeare
+geen gewag wordt gemaakt. In Maart 1485 stierf zijn vrouw Anna; op 1
+Aug. van dit jaar landde Hendrik Richmond in Milfordhaven bij Pembroke
+en op 22 Aug. sneuvelde Richard na manmoedigen strijd op het slagveld
+bij Bosworth. Wat de door Sh. gebezigde kronieken van al deze
+gebeurtenissen verhalen, behoeft hier niet te worden medegedeeld; op
+enkele bijzonderheden zal in het vervolg dezer aanteekeningen gewezen
+worden; over het geheel week hij weinig van de kronieken af.
+
+Koning Richard III is zoozeer het onmiddellijk vervolg van de drie
+deelen van Koning Hendrik VI, dat het stuk ongetwijfeld kort na deze
+geschreven is; men mag vermoeden in 1593, misschien in 1594 of 1595.
+Het stuk werd op 20 October 1597 in het register der boekhandelaars
+ingeschreven en in dit jaar ook uitgegeven, onder den titel: The
+Tragedy of King Richard the third. Containing, His treacherous Plots
+against his brother Clarence: the pittiefull murther of his innocent
+nephewes: his tyrannical usurpation: with the whole course of his
+detested life, and most deserued death. As it hath beene lately Acted
+by the Richt honourable the Lord Chamberlaine his Seruants. At London
+Printed by Valentine Sims, for Andrew Wise, dwelling in Paulus
+Churchyard, at the signe of the Angell. 1597.—Op deze eerste uitgave in
+quarto volgde in 1598 een tweede, die op den titel den schrijver noemt:
+By William Shake-speare, in 1602 een derde, die, evenals de volgende
+quarto-uitgaven, van 1605, 1615 enz. op den titel de woorden Newly
+augmented draagt; zij onderscheiden zich echter vooral door meer
+drukfouten en onbeteekenende afwijkingen van de eerste; slechts op
+enkele plaatsen zijn verbeteringen aangebracht. In de folio-uitgave van
+Shakespeare’s dramatische werken, van 1623, draagt het stuk den titel:
+The Tragedy of Richard the Third: with the Landing of Earle Richmond,
+and the Battell at Bosworth Field; terwijl het in de bovenschriften der
+bladzijden The Life and Death of Richard the Third genoemd wordt.
+
+De eerste quarto-uitgave van „K. Richard III” onderscheidt zich gunstig
+van de quarto-uitgaven der meeste andere stukken; de tekst is zeer
+leesbaar, een groot verschil b.v. met dien der quarto-uitgave van
+„Koning Lear,” waarover men de aanteekeningen op dit stuk nazie. Geen
+wonder, dat de beide uitgaven, de eerste quarto en de folio, met alle
+zorg vergeleken zijn, met name door Delius en Alexander Schmidt, zooals
+men in het Shakespeare-Jahrbuch van 1872 en van 1880 kan vinden. Het
+resultaat der onderzoekingen is het volgende: de echte tekst van
+„Koning Richard III” wordt gegeven door de folio-uitgave. Aan dezen lag
+een handschrift ten grondslag, dat wel niet het oorspronkelijke van
+Shakespeare zal geweest zijn, maar toch zeker door afschrijven er van
+gekregen was. Bij het afschrijven zijn ongetwijfeld fouten begaan, bij
+het drukken eveneens, zoo zelfs, dat er enkele regels zijn weggevallen
+maar het geheel is toch de eenig ware bron voor den tekst. De eerste
+quarto-uitgave daarentegen is, gelijk bepaald door Alex Schmidt werd
+aangetoond, ontstaan door het opschrijven van het stuk, als het
+gespeeld werd; de nauwkeurige vergelijking der beide teksten maakt dit
+hoogstwaarschijnlijk. Bij het verkort opschrijven bleven enkele woorden
+achterwege en werden later ingevuld, of een woord werd met een of een
+paar letters aangeduid en bij het overschrijven werd het door een
+ander, dat even goed of bijna even goed in den zin paste, vervangen, in
+plaats van een woord werd een ander verstaan, versregels werden door
+het invoegen of weglaten van een minder wezenlijk woord bedorven, de
+eene acteur werd voor den anderen aangezien, of er werd, als één acteur
+in twee rollen optrad, niet behoorlijk onderscheiden, wie door hem
+voorgesteld werd, een acteur sprak zijn rol niet geheel juist of voegde
+er iets in, kortom, de tekst der quarto’s vertoont vele afwijkingen,
+die alleen uit het haastig opteekenen van het gehoorde woord te
+verklaren zijn. De uitgever heeft zich inderdaad moeite gegeven om een
+draaglijken tekst te leveren en het in orde brengen van het handschrift
+aan iemand opgedragen, die vrijwel voor zijn taak berekend was en
+blijkbaar ook begrip van versbouw had, want men vindt verscheidene
+verzen beter ingedeeld dan in de folio-uitgave; maar als de
+snelschrijver woorden had uitgelaten of door andere vervangen, die de
+maat van het vers storen, bleven de regels natuurlijk gebrekkig, en
+zulke regels zijn er niet weinige; te meer op te merken, daar
+Shakespeare in den tijd, waarin hij den Richard III schreef, zich
+geenszins de vrijheden en onregelmatigheden in den versbouw
+veroorloofde, die men in zijn latere werken opmerkt.—Bij den derden
+druk wordt het stuk „opnieuw vermeerderd” genoemd; dit is eenvoudig
+niet waar; maar er zijn toch hier en daar veranderingen aangebracht;
+het blijkt, dat men, door nogmaals het spelen van het stuk bij te
+wonen, getracht heeft verbeteringen aan te brengen; van tijd tot tijd
+vindt men, voor de vroegere lezing der quarto’s, de echte der
+folio-uitgave terug.
+
+Is het als bewezen, ten minste als zeer waarschijnlijk te beschouwen,
+dat de tekst der quarto-uitgaven door opschrijven van het gesproken
+woord in den schouwburg ter sluiks verkregen is, dan kan zij ook niet
+als de echte beschouwd worden en mag zij niet voor een uitgave van den
+tekst ten grondslag worden gelegd, zooals dit geschied is door de
+bezorgers der groote Cambridge-uitgave en der Globe-editie van Sh.’s
+werken, Aldis en Wright, die aangaande het ontstaan van den tekst der
+quarto-uitgave andere denkbeelden koesterden, waarvan de onjuistheid
+uit de onderzoekingen van Delius en Alex. Schmidt voldingend gebleken
+is. Bij de vertaling is daarom niet de tekst der Globe-editie ten
+grondslag gelegd, maar een andere, welke zich aan die der folio-uitgave
+houdt, zooals die van Delius of Knight.
+
+Al is de tekst der quarto-editie op slinksche wijs verkregen en niet
+als gezaghebbend te beschouwen, toch is zij van groot nut voor het
+verkrijgen van een zuiveren tekst. De folio-uitgave munt niet door een
+zorgvuldige correctie uit en het gebeurt meermalen, dat de
+tooneelspelers blijken juist gesproken, de snelschrijvers juist
+geschreven te hebben, waar de zetter der folio-uitgave verkeerd las of
+spelde. In die gevallen doet de quarto-editie de ware lezing kennen.
+Bij den druk der folio-uitgave zijn zelfs enkele regels door de
+slordigheid van den zetter weggevallen, die uit de quarto’s weder
+ingevoegd moeten worden.—Maar wij hebben meer aan de quarto’s te
+danken: het begin van het derde bedrijf, namelijk reg. 1—166 van het
+eerste tooneel, en een aanzienlijk deel van het vijfde bedrijf,
+namelijk het geheele slot van het stuk van reg. 177, misschien reeds
+van reg. 69 van het derde tooneel af, is zeker niet naar het
+handschrift, maar,—een nauwkeurige vergelijking leert het,—naar de
+derde quarto-uitgave, die van 1602, afgedrukt, waarbij de zetter nog
+slordig genoeg was om twee en een halven regel, V. 3. 212—214 weg te
+laten. Waarschijnlijk was het handschrift, dat zeker bij de
+vertooningen veelvuldig dienst had gedaan, hier verminkt geraakt of
+onleesbaar geworden. Dit is te meer te bejammeren, omdat zoowel van de
+toespraak van Richmond tot zijn leger, V. 3 237, als van die van
+Richard, V. 3. 314, het begin schijnt te ontbreken; misschien werden
+zij bij het spelen door de acteurs ter bekorting,—niet altijd worden
+kappingen met beleid gedaan,—in dien verminkten vorm voorgedragen. Want
+de quarto-uitgave levert het stuk niet, zooals het geschreven, maar
+zooals het in 1597 gespeeld werd en blijkbaar werd het toen reeds
+bekort. De folio-uitgave bevat omtrent honderdentwintig regels meer;
+eens, in het lange onderhoud tusschen Richard en Koningin Elizabeth, in
+het vierde tooneel van het vierde bedrijf, ontbreken in de
+quarto-uitgave zelfs vijfentwintig achtereenvolgende regels. Opmerking
+verdient hierbij, dat verscheidene der ontbrekende regels, die ons
+alleen in de folio-uitgave bewaard gebleven zijn, dit stuk als een
+vervolg van „Koning Hendrik VI” kenschetsen en er mede verbinden. Men
+mag hieruit afleiden, dat het toen reeds meer gegeven werd dan de
+deelen van „K. Hendrik VI,” en daarom losgemaakt uit dit verband en als
+zelfstandig stuk gespeeld, waarbij de bedoelde regels konden vervallen.
+Maar dan was het zeker reeds eenigen tijd gespeeld; en dit bevestigt,
+wat boven gezegd is, dat het in 1593, uiterlijk in 1594 of 1595 zal
+geschreven zijn. Dat het langen tijd gaarne gezien werd, blijkt reeds
+uit de herhaalde quarto-drukken; bovendien vindt men aangeteekend, dat
+Henslowe, directeur van een tooneelgezelschap, in 1602 aan Ben Jonson
+de som van tien pond betaalde voor een door hem te schrijven stuk
+„Richard Bochelrug,”—Richard Croockback,—waardoor Henslowe zeker hoopte
+met Sh.’s troep te kunnen mededingen.—Reeds vóór Sh. viel het onderwerp
+in den smaak; in 1579 werd te Cambridge in St. Johns College een
+Latijnsch stuk van Dr. Legge, Richardus Tertius, gespeeld en vond veel
+bijval, en in 1594 verscheen: The True Tragedie of Richard the third:
+Wherein is showne the death of Edward the fourth, with the smothering
+of the two yoong Princes in the Tower: With a lamentable ende of Shores
+wife, an example for all wicked women. And lastly, the coniunctoin and
+ioyning of the two noble Houses, Lancaster and Yorke. As it was playd
+by the Queens Maiesties Players. London Printed by Thomas Creede, and
+are to be sold by William Barley etc 1594. Het zou kunnen zijn, dat dit
+oudere stuk werd uitgegeven, toen Sh.’s stuk reeds gespeeld en
+toegejuicht werd, in de hoop, dat velen deze ware tragedie voor het
+nieuwe stuk zouden aanzien en des te eerder het boek koopen.
+
+I. 1. 1. Nu werd de winter enz. De woorden: „zon van York” zinspelen op
+het wapen der familie York, een door de wolken brekende zon; zie „3
+Koning Hendrik VI” II. 2. 39.
+
+I. 1. 14. Doch ik, geenszins gevormd enz. Men vergelijke „3 Koning
+Hendrik VI”, V. 6. 78.
+
+I. 1. 17. Dart’le, luchte nimfen. In ’t Engelsch: a wanton ambling
+nymph. Ambling is het woord voor den telgang en beteekent hier
+eenvoudig een vluggen, luchten gang, going smoothly. Het wordt ook wel
+gebruikt voor een geaffecteerden gang, aangenomen om de aandacht te
+trekken, doch hier behoeft men er die beteekenis niet aan te hechten.
+
+I. 1. 56. Hem spelde een wich’laar, zegt hij, dat een G enz. Volgens
+Holinshed was aan koning Edward voorspeld, dat een man, wiens naam met
+G begon, voor zijn huis gevaarlijk zou worden, en meende hij, dat zijn
+broeder George van Clarence er mee bedoeld werd; Gloster behoorde ten
+tijde, dat Clarence gedood werd, tot de trouwste aanhangers des
+konings. Dat Gloster de hand heeft gehad in George’s dood, was een
+volksoverlevering, die door de geschiedenis niet gestaafd wordt.
+
+I. 1. 73. Mejuffer Shore. De vrouw van een Londensch burger, met name
+Shore, was langen tijd de bevoorrechte geliefde van koning Edward. Zij
+was zeer schoon, vroolijk, bevallig en goedhartig; zij had grooten
+invloed op den koning, maar bezigde dien enkel, om anderen te helpen,
+niet tot eigen voordeel of tot verheffing der haren. In dit opzicht
+verschilde zij zeer van de koningin, die dadelijk na haar huwelijk haar
+broeders, zusters en haar zonen uit haar eerste huwelijk in rang liet
+verhoogen en voordeelige huwelijken deed sluiten, wat den ouden adel
+zeer in de oogen stak en groot ongenoegen wekte. Van Shore’s vrouw
+spreken daarom de kronieken zonder bitterheid en beklagen haar zelfs,
+omdat zij, die na ’s konings dood de geliefde van Hastings geworden
+was, weldra, toen deze terechtgesteld was, openlijk boete moest doen en
+in armoede verviel. Als Gloster een oogenblik later zegt, dat de koning
+de versleten weeuw (zie „3 Koning Hendrik VI”, III. 2), zijn
+vrouw,—vandaar in reg. 109 ook koning Edwards weeuw genoemd,—tot
+edelvrouw sloeg, overdrijft hij, want koningin Elizabeth was van
+adellijke geboorte en weduwe van een ridder. Wat Shore’s vrouw betreft,
+deze werd nooit geadeld.
+
+I. 1. 115. Ik maak u vrij of raak voor u in hecht’nis. In ’t Engelsch:
+I will deliver you or else lie for you; of anders lig ikzelf voor u (in
+den kerker). Het Engelsche to lie beteekent zoowel liggen als liegen;
+meermalen maakt Sh. hiervan voor een woordspeling gebruik.
+
+I. 1. 158. Een ander diep verholen doel. Inderdaad huwde Gloster Anna
+ongetwijfeld om haar groote schatten; men vergelijke boven blz. 267,
+waar ook reeds vermeld is, dat Gloster eerst lang na Hendriks dood Anna
+huwde. Het volgend tooneel, het aanzoek aan Hendriks lijkbaar, is
+geheel verdicht; historisch is alleen, dat het lijk van Hendrik VI,
+nadat het in de Paulskerk ten toon had gelegen, eerst naar White
+Friars, een deel van Londen, ten zuiden van Fleetstreet en ten oosten
+van den Temple, gebracht werd en vervolgens naar het klooster Chertsey,
+op drie mijlen afstands van de hoofdstad, om begraven te worden. Dit
+tentoonleggen van gestorven vorsten in de kerken geschiedde in die
+woeste tijden niet zoozeer om den doode eer te bewijzen, als wel om
+iedereen van den dood zekerheid te geven en het optreden van
+pretendenten te voorkomen.
+
+I. 2. 5. Heil’gen koning. Hendrik VI was wegens zijn vroomheid bekend.
+Hendrik VII heeft zelfs bij den paus moeite gedaan om hem heilig te
+doen verklaren, maar de paus was van meening, dat zijn vroomheid nog
+overtroffen werd door de beperktheid zijner geestvermogens.
+
+I. 2. 28. Het door mijn jonge gade werd en u. Rampzalig door mijn
+jongen gade, die stierf.—door u, die hem dooddet.
+
+I. 2. 55. Des dooden Hendriks wonden....bloeden. Naar een overoud
+volksgeloof begonnen de wonden van een verslagene te bloeden, als de
+moordenaar het lijk naderde. Holinshed verhaalt, dat de wonden van
+koning Hendrik weder begonnen te bloeden, toen men hem in de Paulskerk
+tentoonlegde.
+
+I. 2. 96. Doch uwe broeders sloegen ’t ras terzijde. Vergelijk „3
+Koning Hendrik VI”, V 5 42.
+
+I. 2. 151. O waren ’t basilisken. Naar ’t oude volksgeloof doodde de
+blik van den basilisk.
+
+I. 2. 156. Dien oogen, die nooit rouwetranen kenden. Deze en de
+volgende elf regels, die op „Koning Hendrik VI” terugwijzen, worden in
+de quarto-uitgaven gemist, ongetwijfeld wijl zij, toen „K. Richard III”
+meer als zelfstandig stuk gespeeld werd, bij de vertooning werden
+weggelaten; zie boven blz. 269.
+
+I. 2. 203. Die aanneemt, geeft nog niet. In ’t Engelsch: To take is not
+to give. In de folio-uitgave staat deze regel niet, die dus uit de
+quarto-editie in den tekst is opgenomen. Het kan zeer wel zijn, dat hij
+alleen door de slordigheid van den zetter ontbreekt, die juist hier nog
+een andere fout beging en voor de woorden Vouchsafe to wear this
+ring,—Draag deze ring van mij,—zeer ten onrechte de persoons-aanwijzing
+Rich. wegliet, alsof zij evenals de vorige door Anna gesproken werden.
+Het antwoord, dat zij, al nam zij Richards ring aan, hem er geen gaf en
+er zich dus niet met hem verloofde, was zeker in haar omstandigheden
+passend. Maar zij kon ook wel in haar verwarring geen woorden vinden en
+zich stilzwijgend den ring aan den vinger laten steken, waarop Gloster,
+haar hand nog vasthoudende, voortgaat: „Zie, hoe mijn ring om uwen
+vinger sluit.” Het stomme spel van Anna kon ruimschoots de woorden, die
+een laatste zwakke poging tot weerstand uitdrukken, vervangen. Het
+vermoeden, dat de woorden onecht zijn, wordt nog eenigszins versterkt
+door de bijzonderheid, dat in het voorafgaande al de gezegden, van Anna
+en van Gloster, halve alexandrijnen zijn en dat dan op vijf volledige
+regels een halve volgen zou. Deze bijzonderheid weegt ondertusschen
+niet zwaar, omdat men ook zeer wel na de woorden: „Steek op uw zwaard,”
+een pauze kan aannemen van een halven regel, zoodat met de woorden:
+„Zeg dan, wij zijn verzoend,” een nieuwe regel zou beginnen en de
+woordenwisseling met een volledigen alexandrijn sluiten. Het oordeel
+over de echtheid of onechtheid van den regel zal dus verschillen,
+naarmate men het zwijgen of spreken van Anna bij het aannemen van den
+ring beter en poëtischer vindt. Zijn de woorden onecht, dan zijn zij
+waarschijnlijk afkomstig van den tooneelspeler, die Anna
+voorstelde.—Voor de spel-aanwijzing: Zij laat zich den ring aan den
+vinger steken, vindt men in de Engelsche uitgaven: She puts on the
+ring. Dat zij den ring niet zelf aan den vinger moet steken, maar
+alleen kan dulden, dat Gloster het doet, zal ieder duidelijk zijn. De
+spel-aanwijzing heeft niet het minste gezag en is eerst door Johnson
+(1765) in den tekst gevoegd; zij moge dus voor de betere plaats maken,
+die door Oechelhäuser in zijn Essay over Richard III (1868), opgenomen
+in den derden band van het Shakespeare-Jahrbuch, aan de hand is gedaan.
+
+I. 2. 213. Naar Crosbyhof. In de folio-uitgave staat Crosby-house, in
+de quarto’s Crosby-place. Een prachtige woning in Londen, thans nog in
+wezen, gebouwd door Sir John Crosby, een aanzienlijk burger, die in
+1470 sheriff was. Dat Richard, die in de city veel aanhangers had, er
+tijdelijk gewoond heeft, wordt door de geschiedenis vermeld.
+
+I. 3. 17. Daar zijn de lords van Buckingham en Stanley. Hendrik
+Stafford, hertog van Buckingham, was van koninklijken bloede, zoowel
+van vaders- als van moederszijde, zie de geslachtslijst.—De edelman
+Stanley wordt in de eerste bedrijven van dit stuk Derby, in het vierde
+en vijfde bedrijf Stanley genoemd. In de meeste Engelsche uitgaven is,
+naar Theobalds voorgang, „Derby” in Stanley veranderd. Dat dit voor de
+duidelijkheid wenschelijk is, behoeft geen betoog, en in de vertaling
+moest daarom de naam Stanley alleen gebezigd worden, die bovendien
+juister is, want Stanley werd eerst bij de troonsbeklimming van Hendrik
+VII tot graaf van Derby verheven. Shakespeare koos den naam Derby
+waarschijnlijk, als in Engeland meer bekend.—Stanley was gehuwd met
+Margaretha, vroeger weduwe van Edmond Tudor, graaf van Richmond, die
+als zoon van Catharina van Frankrijk uit haar tweede huwelijk,
+halfbroeder was van koning Hendrik VI. Zijzelve was de dochter van
+Somerset, een kleinzoon van Jan van Gendt, en reeds daardoor jegens het
+huis van York minder welwillend gezind. Haar zoon uit het eerste
+huwelijk, Hendrik Richmond, had aanspraak op den troon, dien hij later
+onder den naam van Hendrik VII Tudor beklom. Zie de geslachtslijst.—Het
+bovenstaande verklaart het volgend zeggen van de koningin Elizabeth:
+„Gravinne Richmond, enz.”
+
+I. 3. 68. Deed u ontbieden. In het oorspronkelijke staat hier, in de
+folio-uitgave, slechts één regel: Makes him to send, that he may learn
+the ground: doet hem nu zenden om den grond te weten; in de
+quarto-uitgave vindt men:
+
+ Makes him to send, that thereby he may gather
+ The ground of your ill-will, and so remove it.
+
+In beide is de zinbouw onnauwkeurig hetzij door toevallige
+onachtzaamheid van Sh., hetzij om de ontroering der koningin uit te
+drukken, die vergeet, dat zij den zin met de woorden „De koning”
+begonnen is.
+
+I. 3. 81. Met gravenkronen enz. In ’t Engelsch vindt men hier een
+woordspeling met ennoble, adelen, en noble, een rozenobel, een gouden
+munt.
+
+I. 3. 111. Dat kleine word’ nog minder. Deze verschijning van koningin
+Margaretha,—zij komt op en verdwijnt als een spook,—is een
+dichtersvond; na den slag bij Tewksbury werd zij een poos gevangen
+gehouden en door haar vader Reignier vrijgekocht; na dien tijd betrad
+zij Engelands grond niet weer. Zie blz. 208.
+
+I. 3. 128. Voor het huis van Lancaster. In het derde deel van „K.
+Hendrik VI”, III. 2. 8, beging Sh. de vergissing, den eersten man van
+koningin Elizabeth, Sir John (niet Richard, ook dit is er onjuist) Grey
+voor te stellen als aanhanger van het huis van York; hij streed voor
+het huis Lancaster. Ook Elizabeth behoorde van geboorte tot die partij;
+haar moeder was in eersten echt verbonden geweest met niemand minder
+dan den hertog van Bedford, den broeder van koning Hendrik V. Dat de
+verheffing harer familie tot hoogen rang de broeders van koning Edward
+en de hooge aanhangers van het huis van York zeer verbitterde, laat
+zich dus wel begrijpen, en Richard wist van die verbittering inderdaad
+voor zijn plannen behendig gebruik te maken.
+
+I. 3. 135. Zijn vader Warwick. Clarence’s afval van zijn schoonvader
+Warwick komt voor in het derde deel van „K. Hendrik VI”, V. 1. 81.
+
+I. 3. 228. Wroetend zwijn. Koningin Margaretha zinspeelt hier op den
+ever, dien Richard in zijn wapen en op zijn standaard voerde. Aan Sh.
+stond zeker het spotvers voor den geest: „De klacht van Collingbourne”,
+dat onder koning Richard aan Collingbourne, die het gemaakt had, het
+leven kostte, waarin de gewilligste aanhangers, of handlangers, van
+Richard, namelijk Catesby, Ratcliff en Lovel met dieren werden
+vergeleken. Het vers luidde:
+
+ The cat, the rat, and Lovell our dog
+ Do rule all England under a hog;
+ The crookback’d boar the way hath found
+ To root our roses from the ground.
+
+Men kan dit aldus vertalen:
+
+ De kat, de rat, en Lovel de hond,
+ Besturen ’t rijk, met een zwijn in verbond,
+ Daar de boch’lige ever ’t middel vond
+ De rozen te wroeten uit Englands grond.
+
+I. 4. 1. Hoe ziet uw hoogheid enz. In de folio-uitgave treedt, zooals
+hier in acht is genomen, een gevangenbewaarder op, met wien Clarence
+over zijn angsten spreekt; eerst later als Clarence slaapt komt de
+commandant van den Tower, Sir Robert Brakenbury, op.—De quarto’s
+vervangen den gevangenbewaarder dadelijk door Brakenbury. Men mag
+vermoeden, dat de folio bewaard heeft wat Shakespeare geschreven heeft,
+maar dat bij de opvoering meermalen de gevangenbewaarder door
+Brakenbury vervangen werd. Dan werd reg. 66, waar de folio Ah keeper,
+keeper heeft, gezegd O Brakenbury, zooals de quarto’s hebben; in reg.
+73 hebben ondertusschen de quarto’s het woord keeper behouden.—Doch hoe
+dit zij, de beschouwingen van Brakenbury, reg. 75—83, en dus ook de
+„ongevoelde hersenschimmen,” unfelt imaginations, van reg. 80,
+duidelijkheidshalve door „ongenoten hersenschimmen” teruggegeven,
+hebben zeker geen betrekking op den droom van Clarence, maar op het
+genot of bezit der vorsten, dat slechts in de verbeelding bestaat, dat
+zij niet zinnelijk kunnen waarnemen, op het denkbeeldig genot van hun
+vorstelijken rang.
+
+I. 4. 266. Spreekt, wie van u. Dit vers en een drietal volgende worden
+alleen in de folio-uitgave gevonden, maar staan er waarschijnlijk een
+paar regels te vroeg; zij worden gewoonlijk verschikt, zooals Tyrwhitt
+het eerst gedaan heeft en in de vertaling gevolgd is. Andere uitgevers
+houden zich aan de quarto’s en laten ze weg.
+
+II. 1. 7. Rivers en Hastings, reikt elkaar de hand. Holinshed verhaalt,
+naar den voorgang van More, uitvoerig, hoe koning Edward, die zich
+anders om de oneenigheden aan zijn hof weinig bekreund had, in zijn
+laatste ziekte eendracht zocht te stichten, de vijandige edelen tot
+zich riep en met name Dorset en Hastings overreedde elkander de hand te
+reiken. Uit deze aanwijzingen heeft de dichter het groote twist- en dit
+verzoeningstooneel (I. 3. en II. 1.) geschapen. Evenals het optreden
+van koningin Margaretha, die in 1482 stierf, is het verband, waarin
+Clarence’s dood hier voorkomt, een vinding des dichters.
+
+II. 1. 67. En u, lord Woodville, en, lord Scales, ook u. Deze regel
+komt in de quarto’s niet voor, wel in de folio; vele uitgevers, ook de
+Globe-edition, laten hem weg. Is de regel echt, dan heeft Shakespeare
+zich vergist, want Lord Rivers, Lord Woodville en Lord Scales zijn een
+en dezelfde broeder der koningin, die door koning Edward IV aan de
+rijke erfdochter van Lord Scales werd uitgehuwd en zoo den titel van
+Lord Scales verkreeg.
+
+II. 1. 95. Mijn vorst, een gunst enz. Schoon Clarence’s dood vijf jaren
+vroeger voorviel, 1578, putte Sh. hier toch weder uit de kronieken.
+Holinshed verhaalt, dat koning Edward later bitter berouw had over het
+dooden van Clarence en vaak, als iemand om genade voor een misdadiger
+smeekte, uitriep: „O ongelukkige broeder voor wiens leven niemand wilde
+smeeken!”
+
+II. 1. 133. Kom, Hastings, leid mij naar mijn slaapvertrek. Lord
+Hastings was opperkamerheer en wordt daarom tot dezen dienst geroepen.
+
+II. 2. 89. Kalm, lieve moeder enz. Deze regel en de elf volgende
+ontbreken in de quarto’s.
+
+II. 2. 121. Den jongen prins van Ludlow halen ga. Edward, de jonge
+prins van Wales, bij den dood zijns vaders dertien jaar oud, werd op
+het kasteel Ludlow in Wales opgevoed; men hoopte, dat zijn aanwezigheid
+aldaar gunstig zou werken en de woeste Wallisers in toom houden.—Toen
+Edward gestorven was, droeg de koningin-weduwe aan haar broeder op, den
+prins naar Londen te brengen. Gloster zette Hastings en Buckingham,
+beiden der koningin vijandig, aan, niet te dulden, dat de jonge koning
+onder de voogdij kwam zijner bloedverwanten van moederszijde en wist de
+koningin te overtuigen, dat het afhalen van den prins met een groote
+krijgsmacht wantrouwen zou verraden jegens de edellieden, die zich pas
+met de vrienden der koningin verzoend hadden, en hen verbitteren zou.
+Toen hieraan gehoor gegeven was, reden Gloster en Buckingham, met
+gewapenden, den prins te gemoet, namen Rivers, Grey en Vaughan gevangen
+en zonden hen naar Pontrefact (Pomfret) onder voorwendsel, dat zij de
+broeders van koning Edward naar het leven hadden gestaan; zij werden
+weldra ter dood gebracht. Zoo berichten de kronieken, die Sh.
+raadpleegde.—De regels 124—140 van dit tooneel, waarin een groot gevolg
+ontraden wordt, ontbreken in de quarto’s.
+
+II. 3. 42. Door hoog’ren aandrang enz. De gedachte van dezen zin en de
+vermelding van het zwellen der wateren voor een storm vond Sh. in de
+kroniek van Holinshed.—Daarin wordt de ongerustheid van edelen en
+burgers, die op de straten samenstroomden, geschilderd; lord Hastings,
+dien zij als vriend des vorigen konings kenden, wist hen gerust te
+stellen met de verzekering, dat de gevangen edelen verraad hadden
+beraamd en dat zij in hechtenis waren genomen, opdat hun zaak naar
+behooren zou kunnen onderzocht worden. Nog meer werden zij
+gerustgesteld, toen Edward V in Londen aankwam en zij zagen, hoe
+Gloster hem met allen eerbied behandelde. Iedereen prees Gloster en hij
+werd door den Staatsraad tot Lord Protector benoemd.
+
+II. 4. 1.
+
+ Zij bleven gist’ren nacht te Stony-Stratford,
+ En in Northampton rusten zij van nacht.
+
+Zoo staat in de folio-uitgave; de quarto’s hebben:
+
+ ’k Hoor, ze overnachtten gist’ren te Northampton,
+ En zullen nu te Stony-Stratford rusten.
+
+Van Northampton reist men over Stony-Stratford naar Londen, daar
+Stony-Stratford tusschen beide in ligt. De volgorde der quarto’s is dus
+de juiste. Toch geeft waarschijnlijk de lezing der folio terug, wat
+Shakespeare schreef; hij had het bericht der kroniek voor den geest, en
+volgde dit. Gloster en Buckingham ontmoetten namelijk den prins te
+Stony-Stratford en voerden hem terug naar Northampton, vanwaar zij
+Rivers en de andere gevangenen noordwaarts zonden; daarna werd de tocht
+naar Londen weder aanvaard. De aartsbisschop, die van de gebeurtenissen
+nog geen tijding had, moest dus eigenlijk Northampton als eerste
+rustplaats noemen. Dat Sh., hierop niet lettende, zelf de onjuistheid
+beging, wordt bevestigd door de maat der verzen, die in de folio goed
+is, in de quarto’s niet.
+
+II. 4. 49. Wee mij, ik zie den ondergang mijns huizes. Ook in de
+kroniek wordt de wanhoop der koningin bij het vernemen van het gebeurde
+zeer schoon geteekend; zij nam terstond met haar jongsten zoon en haar
+vijf dochters de wijk in de vrijplaats van Westminster, waar zij ook
+reeds vroeger een schuilplaats gevonden en haar oudsten zoon ter wereld
+gebracht had; de aartsbisschop van York trachtte tevergeefs haar te
+troosten.—Hij was rijkskanselier en hem was als zoodanig het rijkszegel
+toevertrouwd; hij gaf het aan haar te bewaren,—zie reg. 70,—doch vroeg
+het eenige dagen later terug, om het aan Gloster, die Protector was
+geworden, te overhandigen.
+
+III. 1. 1. Wees welkom, prins, in Londen, in uw kamer. Londen, namelijk
+de city, had den eeretitel van Camera Regia.
+
+III. 1. 48. De weldaad van een vrijplaats wordt verleend enz. De hier
+door Buckingham aangevoerde gronden werden in den raad inderdaad door
+hem aangevoerd, toen de Protector beide prinsen onder zijn hoede wilde
+nemen. De koningin, die aan de vertoogen van den kardinaal niet wilde
+toegeven, deed het eindelijk, toen de kardinaal vertrok en de overige
+edelen bleven; zij vreesde toen, dat er geweld zou gepleegd worden. De
+ontmoeting der broeders had in het bisschoppelijk paleis van St. Paul
+plaats; daarna werden zij in alle statie naar den Tower gebracht en er
+gehuisvest, om dezen niet weder te verlaten.
+
+III. 1. 131. Dat gij mij op uw schouders dragen moet. Hij zinspeelt op
+den kameel met een aap op den rug.
+
+III. 1. 179. Want morgen houden we een gesplitsten staatsraad. Terwijl
+de aan den jongen koning gehechte lords in Baynard’s slot zetelden en
+er, op verzoek van den Protector, over de regeling van de aanstaande
+kroning raadpleegden, werden er in Crosbyhof samenkomsten gehouden van
+hen, die den Protector aanhingen en zijn wensch, om zelf koning te
+worden, wilden bevorderen. Wat hierbij verhandeld werd, bleef
+natuurlijk diep geheim.—Het zoo even vermelde slot van Baynard, naar
+den stichter zoo geheeten, lag aan den oever van den Theems en is sinds
+lang verdwenen; het was eens eigendom van Humphrey van Gloster en werd
+later door Hendrik VI aan Richards vader, den Hertog van York,
+toegekend.
+
+III. 1. 193. Den kop hem af. Gloster komt wat al te haastig met zijn
+eigen meening voor den dag en trekt zijn woorden eenigszins in, door er
+bij te voegen, dat hij met Buckingham de zaak wil overleggen.
+
+III. 2. 10. Dan meldt hij u, dat hij vannacht een droom had. De inhoud
+van dit tooneel: de boodschap van Stanley betreffende zijn droom, de
+gerustheid van Hastings, zijn bescheid aan Catesby, zijn spreken met
+een heraut en zijn vreugde over het lot der gevangenen in Pomfret, zijn
+gesprek met een geestelijke, het zeggen van Gloster’s bode, dat hij
+geen priester noodig heeft, het is alles overeenkomstig de kronieken.
+
+III. 2. 113. En ik maak het goed. Het antwoord van den priester in de
+folio-uitgave te vinden: „Ten dienste van uw lordschap,” is
+gelijkluidend met wat een oogenblik later Hastings tot Buckingham zegt,
+en is waarschijnlijk bij vergissing ook hier geplaatst. Het is daarom
+weggelaten, zooals ook door Delius is gedaan.
+
+III. 4. 24. Ik heb recht lang geslapen. Ook hier blijft Sh. zijn
+kronieken getrouw. Gloster verontschuldigde zich over zijn late komst,
+keuvelde een oogenblik met de leden van den raad, wenschte een schotel
+met aardbeziën van den bisschop van Ely, verwijderde zich voor een
+korte poos, kwam zeer verstoord terug, vroeg wat zij verdienden, die
+hem naar ’t leven stonden, waarop Hastings zijn advies gaf, toonde zijn
+ingeschrompelden arm, en liet Hastings, toen deze zijn antwoord met
+„Als” begon, als verrader grijpen en onmiddellijk terechtstellen.
+Alleen ging het volgens de kronieken nog ruwer toe: een der gewapenden
+had Stanley bijna den schedel gespleten, als deze niet onder een tafel
+gevallen was: toch liep hem het bloed nog om de ooren. De aartsbisschop
+van York, de bisschop van Ely, Stanley en eenige anderen werden in
+afzonderlijke vertrekken gebracht en bewaakt.
+
+III. 4. 80. Lovel en Ratcliff, zorg, dat dit geschiede. Vele uitgevers
+hebben opgemerkt, dat Ratcliff nog niet van Pomfret in Yorkshire terug
+kon zijn, en hem hier door Catesby vervangen. Uit het volgend tooneel
+blijkt ondertusschen duidelijk, dat niet Catesby, maar Lovel en
+Ratcliff voor Hastings’ terechtstelling zorgden. Men moet het dus maar
+voor lief nemen, dat Sh. het niet noodig achtte zich met zulke
+nauwlettende berekeningen bezig te houden, als de aan elk bekende Lovel
+en Ratcliff juist de meest geschikte handlangers van Richard waren bij
+dit bloedig doen.
+
+III. 4. 86. Driemalen is vandaag mijn paard gestruikeld. Ook dit trekje
+is weder aan de kronieken ontleend.—Eveneens zijn deze voor het
+volgende trouw geraadpleegd; zij berichten, dat de Protector dadelijk
+na zijn middagmaal eenige burgers naar den Tower ontbood; bij hun
+aankomst troffen zij hem en Buckingham in oude wapenrustingen aan,
+alsof de nood tot groote haast gedwongen had; hun werd verhaald, hoe
+een moordaanslag van lord Hastings plotseling aan het licht was
+gekomen; de vrees, dat zijn mede-saamgezworenen hem zouden bevrijden,
+had zijn onmiddellijke terechtstelling noodig gemaakt. Dit werd ook
+medegedeeld in een proclamatie, die reeds twee uren na Hastings’ dood
+aan de St.-Paulskerk werd aangeslagen; zij was zoo keurig op perkament
+geschreven, dat een kind wel merken kon, dat zij vooruit gereed was
+gemaakt; hierop is het zesde tooneel van het derde bedrijf gegrond.
+
+III. 4. 52. Doch ’t was ons plan niet. Op het voorbeeld der
+Irving-editie zijn alleen de twee voorgaande regels aan Buckingham, de
+volgende niet zooals gewoonlijk aan dezen, maar aan Gloster toegekend.
+Dit is ontegenzeglijk beter.
+
+III. 5. 74. Toon daar..... de onechtheid aan van Edwards kroost. De
+Lord-Mayor van Londen, Edmund Shaw, benevens zijn broeder, Doctor John
+Shaw en de Augustijner Provinciaal Penker waren voor Richard gewonnen.
+Door hun hulp moest bij het volk de overtuiging gevestigd worden, dat
+Edwards huwelijk onwettig was geweest, zoowel omdat hij vroeger
+trouwbelofte had gegeven of verloofd was aan Lady Elisabeth Lucy [1],
+als omdat hij een weduwe gehuwd had. Het huwelijk met een weduwe werd
+Bigamie genoemd en was door een statuut van koning Edward I, in
+overeenstemming met een besluit van het Concilie te Lyon, voor zondig
+en onwettig verklaard. Zoo zegt ook de kroniek, dat men koning Edward
+IV, wegens zijn huwelijk met Lady Grey, loathed bigamy te laste heeft
+gelegd. Vergelijk het zevende tooneel van dit bedrijf, reg. 189, waar
+deze zelfde woorden gebezigd worden.
+
+Shaw en Penker waren bij het volk zeer beminde predikers; Shaw ondernam
+over de zaak in de kerk te prediken, maar slaagde niet en overlaadde
+zich met schande. Twee dagen later sprak Buckingham tot de burgerij in
+haar gildenhuis; geheel overeenkomstig de kronieken wordt zijn
+toespraak en de gansche loop der zaak in het stuk verhaald (III.
+7.)—Den volgenden dag begaven zich de Lord-Mayor, de Aldermans en de
+voornaamste burgers naar Baynard’s slot, om Richard de kroon aan te
+bieden; volgens de kronieken werd daar geheel hetzelfde spel gespeeld
+als in het stuk (III. 7).
+
+III. 5. 76. Hoe Edward eens een burger hangen liet. De kroniek vertelt,
+dat een zekere Burdet, een koopman in Cheapside, die gezegd had, dat
+hij zijn zoon erfgenaam der kroon (zijn huis droeg dien naam) zou
+maken, op last van Edward gevat en binnen vier uur terechtgesteld
+(onthoofd) werd. Shakespeare spreekt hier niet van „hangen” maar van
+„ter dood brengen.”
+
+III. 7. 43. ’k Verzeker u, geen woord, mylord. Dit antwoord van
+Buckingham wordt in de folio gemist en is aan de quarto’s ontleend.
+
+III. 7. 49. Want op dien grond vertrouw ik hen te stichten. In het
+Engelsch bevat de tekst een muzikale woordspeling: For on that ground
+I’ll make a holy descant. Ground beteekent zoowel „grond”, als
+grondtoon, bas; descant zoowel een „toelichting, breedvoerige
+uiteenzetting” als „hooge stem, discant”, of, zooals hier „harmonie”.
+
+III. 7. 220. O vloek toch niet. Ook deze regel is aan de quarto’s
+ontleend en wordt in de folio niet aangetroffen. Waarschijnlijk ten
+gevolge van een besluit van koning Jacobus I, waarbij het ijdel bezigen
+van Gods naam en het vloeken op het tooneel verboden was.
+
+IV. 1. 61. Roodgloeiend ijzer ware enz. Het opzetten van een gloeiende
+ijzeren kroon werd in die tijden wel eens als martelstraf gekozen, en
+b.v. in 1514 toegepast op het gevangen genomen opperhoofd van een
+troep oproerige Hongaarsche broederen; ook in de kroniek van Wyntown
+wordt zulk een bestraffing vermeld.
+
+IV. 2. 27. De vorst is boos; hij bijt zich op de lip. Dit was, zooals
+Hall zegt, Richards gewoonte, als hij toornig was. Ook had hij, volgens
+Polydore Virgil, de gewoonte, onder het gesprek met zijn dolk te
+spelen, die half uit de scheede te trekken en er weer in te stooten; op
+een der twee portretten, die van hem bekend zijn, heeft hij zijn dolk
+in de hand; zijn rustelooze geest openbaarde zich misschien in de
+onrust zijner vingers, want op het andere portret speelt hij met een
+ring aan den middelvinger der linkerhand.
+
+IV. 2. 40. Zijn naam, mylord, is Tyrrell. Nadat Richard, zegt de
+kroniek, zich en zijn gemalin Anna had laten kronen, deed hij een
+rondreis door Engeland. Uit Gloucester zond hij door een vertrouwde
+bode aan Brakenbury het bevel, de zoons van Edward uit den weg te
+ruimen. In Warwick ontving hij het weigerend antwoord van Brakenbury.
+Dienzelfden avond zeide hij tot zijn page: „Wien kan ik vertrouwen?
+zij, die ik verhoogd heb, laten mij in den steek.” De page antwoordde:
+„Daar buiten ligt er een op uwe matras, die alles ondernemen zou om u
+te dienen.” Het was Sir James Tyrrell, die reeds lang naar Richards
+gunst gestreefd had, maar door Catesby en Ratcliff, die ’s mans
+eerzucht vreesden, steeds ter zijde was geschoven. Tyrrell, aan ’s
+konings bed toegelaten, verklaarde zich bereid; met een brief aan
+Brakenbury begaf hij zich naar Londen. De brief bevatte het bevel, dat
+aan den brenger, voor één nacht, de sleutels van den Tower moesten ter
+hand gesteld worden, opdat hij ’s konings bevelen zou kunnen uitvoeren.
+Tyrrell had zekeren Miles Forest, die vroeger ook reeds moordwerk
+gedaan had, en een zijner stalbedienden, John Dighton, tot handlangers
+gekozen. De moord wordt door de kronieken evenals in dit stuk verhaald;
+hoe en wanneer de prinsen zijn omgebracht, is nooit duidelijk gebleken,
+maar er is eigenlijk geen reden om de waarheid van het oude verhaal te
+betwijfelen.—Tyrrell werd onder Hendrik VII van verraad beschuldigd en
+onthoofd.
+
+Na deze zwarte daad,—zoo heeft Richards kamerheer later verhaald,—had
+de koning geen rust meer: „en dit”, merkt de kroniek op, „is een groote
+marteling; want de getuigenis van een boos geweten is een vreeselijker
+straf, dan de hel met al haar duivelen in zich bevat.” Hij rekende zich
+nooit meer veilig; waar hij stond en ging, rolden zijn oogen onrustig
+rond, zijn lichaam heimelijk gepantserd, de hand steeds aan den dolk.
+’s Nachts lag hij wakker door bekommering en leed onder schrikkelijke
+droomen; vaak sprong hij van zijn bed op en liep in het vertrek rond.
+Zie V. 3. 160.
+
+IV. 2. 54. En spoor me een kalen jonker op, wien ik Clarence’s dochter
+ras tot vrouw kan geven; de knaap beteekent niets, hem ducht ik niet.
+Den zoon van Clarence, reeds door Richard nauw bewaakt, werden door
+Hendrik VII wel de goederen en de titel zijns grootvaders, den graaf
+van Warwick, toegekend, maar hij werd toch in den Tower gehuisvest. Hij
+was zeer onwetend en stompzinnig, waaraan zijn lange gevangenschap
+zeker geen goed had gedaan. Hij knoopte in 1499 met Perkin Warbeck, die
+wegens hoogverraad in den Tower gevangen zat, betrekkingen aan en werd
+terechtgesteld.—Zijn zuster Margaretha werd door Richard aan een
+ridder, Sir Richard Pole, uitgehuwd, door Hendrik VIII tot gravin van
+Salisbury verheven, maar in 1541, op zeventigjarigen leeftijd, van
+deelneming aan een samenzwering beschuldigd en onthoofd. Zij was de
+laatste Plantagenet.—Aangaande koningin Anna meldt de kroniek, dat
+Richard, toen zij ziek was, het gerucht reeds liet verspreiden, dat zij
+gestorven was. Kort daarna stierf zij werkelijk, hetzij van verdriet,
+hetzij, wat waarschijnlijker is,—zoo zegt de kroniek,—door vergif.
+Overigens stierf Anna veel later: de dood der beide zoons van Edward,
+en Buckingham’s opstand vallen in 1483, Anna’s overlijden in Maart
+1485.
+
+IV. 2. 103. Vanwaar, dat die profeet niet zeggen kon, dat ik, die bij
+hem stond, hem dooden zou? Wanneer deze regels werkelijk van
+Shakespeare zijn en bovendien de woorden I being by niet bedorven zijn,
+blijkt hier weder,—er zijn meer voorbeelden van,—dat Shakespeare zich
+niet van de juistheid eener aanhaling uit een vroeger stuk overtuigde,
+want bij het bedoelde tooneel, 3 Koning Hendrik VI, IV. 6. 65 vgg. was
+Gloster niet tegenwoordig.—Dat aan Richard een spoedige dood voorspeld
+was, als hij Rougemont zag,—Rougemont en Richmond verschillen niet veel
+in uitspraak,—staat in de kroniek van Holinshed.—Het „klokkeventje,”
+waarvan in reg. 117 gewaagd wordt, a Jack, d.i. Jack o’ the clock, is
+een automatische figuur, die bij het eind van een uur of half uur, den
+arm opheft en slaat, zie „K. Richard II,” V. 5. 60.
+
+Boven werd twijfel geopperd, of al deze regels van Shakespeare zijn.
+Inderdaad worden niet minder dan 18 regels, 102—119, van: Mijn vorst!
+Van waar, dat die profeet enz. tot: Ik ben in geen goedgeefsche luim
+vandaag, wel in de quarto’s, maar niet in de folio-uitgave,
+aangetroffen. Dat zij noodig zijn, zal men zeker niet beweren, als men
+dit tooneel in de folio leest en de uitbreiding niet kent; driemaal
+spreekt Buckingham den koning toe en driemaal luistert deze niet naar
+hem; dit is volmaakt genoeg; volgens de quarto’s gebeurt het tot
+zevenmaal toe. Alexander Schmidt acht zich dan ook gerechtigd
+(Shakespeare-Jahrbuch XV, p. 315) deze regels voor ingeschoven te
+verklaren. Zij zouden dan niet van Shakespeare zijn, maar door den
+tooneelspeler zijn ingelast, die dit tooneel zeer dankbaar vond en er
+de toejuiching van zijn gehoor mee inoogstte. Dat de inlassching met
+kennis van zaken geschiedde en in overeenstemming is met berichten in
+Holinshed’s kroniek, behoeft niet als bewijs voor de echtheid
+aangenomen te worden; want van de tooneelspelers waren eenige zeker wel
+in staat, zelf uit Holinshed te putten en hadden bovendien wellicht bij
+gesprekken met den dichter er veel van vernomen.—Terwijl er overigens
+slechts vier of vijf regels in de folio toevallig bij den druk
+uitgevallen zijn en uit de quarto’s moeten ingevoegd worden, zou het
+zeer vreemd zijn, dat een zoo groot stuk zou zijn overgeslagen en te
+minder is dit laatste waarschijnlijk, daar de eerste op de inlassching
+volgende regel, 120, in de quarto’s luidt: Why, then resolve me whether
+you will, or no; en in de folio, met minder teekenen van ongeduld,
+nederiger: May it please you to resolve me in my suit, ’t Behage u, mij
+uw antwoord te doen kennen. Men zal dus moeten aannemen, dat er een
+inlassching heeft plaats gevonden, die wel in de rol des spelers stond,
+maar niet in het oorspronkelijke manuscript is ingevoegd, of dat de
+dichter zelf het snoeimes heeft gebruikt om het aanvankelijk wat al te
+veel op het effect berekende gesprek te bekorten, zoodat in allen
+gevalle de folio ons de oorspronkelijke of beste lezing geeft. Men zou
+dus de aangewezen regels tusschen vierkante haakjes kunnen zetten en
+reg. 120 wijzigen, zooals hier eenige regels hooger is
+aangegeven.—Opmerking verdient ook nog, dat het antwoord van Richard in
+reg. 121 volgens de quarto’s met Tut, tut, begint, wat de uitgevers, om
+het vers Thou troublest me enz. niet te bederven, in een afzonderlijken
+regel zetten. De invoeging van zulke uitroepen komt in dit stuk
+meermalen voor, meer dan een dozijn keeren; dat deze uitroepen van de
+spelers, niet van den dichter afkomstig zijn, is buiten kijf; zij
+bevestigen, wat boven gezegd is, dat de quarto’s door opschrijving van
+het stuk bij de vertooning verkregen zijn.
+
+IV. 2. 126. Naar Brecknock. Een slot van Buckingham in Wales, waar het
+grootste deel zijner bezittingen gelegen was.
+
+IV. 3. 36. Den zoon van Clarence heb ik opgekooid. Te Sheriff Hutton
+Castle in Yorkshire, van waar hem Hendrik VII, onmiddellijk na den slag
+van Bosworth naar den Tower liet voeren, waar hij in 1499 ter dood werd
+gebracht, zie de aanteekening op IV. 2. 54.—Hendrik Richmond wordt reg.
+40 een Bretagner genoemd, omdat hij na den slag bij Tewksbury naar het
+hof van Frans II, hertog van Bretagne, gevlucht was. De nicht
+Elizabeth, waarvan gesproken wordt, is de dochter van Edward IV en
+koningin Elizabeth.
+
+IV. 3. 46. Ely is gevlucht. Dr. Morton, bisschop van Ely; de folio
+noemt hem hier Morton, duidelijkheidshalve is hier de naam Ely
+verkozen, in overeenstemming met de lezing der quarto’s. Hij was aan de
+bewaking van den hertog van Buckingham toevertrouwd. Deze was, toen de
+koning hem het graafschap Hereford geweigerd had, naar zijn goederen op
+Wales gegaan. Daar trad hij met de aanhangers van den graaf van
+Richmond in onderhandeling, waartoe de bisschop van Ely hem niet weinig
+aanzette; deze won hem voor het plan om Richmond, die met Elizabeth van
+York dan zou huwen, tot koning te verheffen. De bisschop maakte van de
+nieuw verworven vriendschap gebruik en vluchtte naar het vasteland,
+vanwaar hij eerst onder Hendrik VII terugkeerde, die hem aartsbisschop
+van Canterbury en rijkskanselier maakte. Buckingham, door Richards
+argwaan in het nauw gedreven, kwam te vroeg in opstand en moest zich
+weldra verbergen bij een dienaar, die hem aan den sheriff Shropshire
+verried. Hij bekende terstond en trachtte een mondgesprek met Richard
+te hebben, zoo het heette om vergiffenis te erlangen, volgens sommigen
+om hem dan met een dolk neer te stooten. Het gesprek werd geweigerd en
+Buckingham werd, zonder vorm van rechtspleging, te Shrewsbury onthoofd.
+
+IV. 4. 128. Lucht-erven zijn ’t van arm gestorven vreugd. Airy
+succeeders of intestate joys. Als de vreugden gestorven zijn en geen
+testament hebben nagelaten, dan komen de ijdele onmachtige woorden van
+den rouw en spreken over de nalatenschap, die niets is.
+
+IV. 4. 146. Ned Plantagenet. Ned is verkorting voor Edward.
+
+IV. 4. 175. Geen, dan misschien dat morgenuur. Er staat eigenlijk: „het
+uur van hertog Humphrey”. In de folio-uitgave staan de vraag der
+hertogin en Richards antwoord aldus gedrukt:
+
+ „What comfortable houre canst thou name,
+ That ever graced me with thy company?”
+ „Faith none, but Humfrey Hower,
+ That called your Grace
+ To Breakefast once, forth of my company?”
+
+Opmerkelijk zijn de spelling Hower, terwijl twee regels vroeger houre
+staat, en de cursief-druk der woorden Humfrey Hower. Malone zegt, dat
+schertsenderwijze Humphrey Hour eenvoudig voor hour staat, evenals Tom
+Troth wel voor truth gezegd wordt. De cursief-druk, alsof Hour of Hower
+een persoonsnaam was, strookt inderdaad wel met deze
+verklaring.—Anderen denken bij Richards zeggen aan de spreekwijs to
+dine with duke Humphrey, die voor „vasten,” „geen middagmaal hebben”
+gebezigd wordt, en vatten Humphrey-hour op als „etensuur”. Nares zegt
+hiervan: „The phrase of dining with duke Humphrey, which in still
+current, originated in the following manner. Humphrey duke of
+Gloucester, though really buried at St. Alban’s, was supposed to have a
+monument in old St. Paul’s, from which one part of the church was
+termed Duke Humphrey’s walk. In this, as the church was then a place of
+the most public resort, they who had no means of procuring a diner,
+frequently loitered about, probably in hopes of meeting with an
+invitation, but under pretence of looking at the monuments.”
+
+IV. 4. 221. ’t Is alsof ik uw schapen ’t leven nam. In ’t Engelsch
+noemt Richard de vermoorde knapen my cousins, waarop Elizabeth,
+spelende met het nagenoeg gelijkluidende woord to cozen, „foppen,
+bedriegen, bedrieglijk berooven”, antwoordt: Cousins, indeed; and by
+their oncle cozen’d of comfort, kingdom enz.—Deze regel en de dertien
+volgende ontbreken in de quarto’s.
+
+IV. 4. 255. Zoo weet: ik min tot stervens toe uw dochter. In ’t
+Engelsch zegt Richard from my soul, „van ganscher ziel, uit of met mijn
+gansche ziel,” en Elizabeth vat dit op: „ver van de ziel, buiten de
+ziel” en noemt als tegenstelling with her soul, „met haar gansche
+ziel.” In ’t Nederlandsch moest dit op een andere wijze uitgedrukt
+worden.
+
+IV. 4. 228. En zoo ik alles deed uit min tot haar? Deze en de 54
+volgende regels, die een zeer belangrijk deel van het gesprek uitmaken,
+tot „haar teed’re jeugd,” ontbreken in de quarto’s.
+
+IV. 4. 346. Wat aller vorsten opperkoning wraakt. Het huwelijk tusschen
+oom en nicht werd door het strenge kerkelijk recht gewraakt; ook de
+kronieken spreken vooral om de nauwe bloedverwantschap met afschuw van
+Richards plan.
+
+IV. 4. 366. Bij mijn Sint George. Richard droeg, als koning, het beeld
+van den heiligen George op de borst.
+
+IV. 4. 374. Dan, bij mijzelf. Bij deze en de volgende drie regels is de
+rangschikking der folio, die inderdaad beter te achten is dan die der
+quarto’s, behouden. De quarto’s hebben: „Welnu, bij de aard”.... „Mijns
+vaders dood” „Dan, bij mijzelf”.... „Nu dan, bij God”.... Daarentegen
+hebben de quarto’s in reg. 379 beter the king thy brother en reg. 380
+my brother, de folio daarentegen the king my husband en my brothers;
+men vergelijke, wat het meervoud my brothers betreft, de aanteekening
+bij II. 1. 67. Slechts één broeder, lord Rivers, komt in dit stuk voor.
+
+IV. 4. 424. Daar, in dat feniksnest. In ’t Engelsch staat: In dat
+specerijen-nest, in dat uit geurige specerijen gebouwde nest; R.
+zinspeelt daarmede op den feniks, die, nadat hij zich met zijn geurig
+nest verbrand heeft, uit zijn asch herleeft.
+
+IV. 4. 428. Ik ga;—zend spoedig mij een schrijven toe, En ik meld u,
+hoe zij er over denkt. Aangaande de onderhandelingen tusschen Richard
+en koningin Elizabeth melden Sh. bronnen het volgende:
+
+De sluwe Stanley wist den argwaan des konings, die op hem als
+stiefvader van den graaf van Richmond rusten moest, zoo goed te
+ontgaan, dat deze hem alleen streng gebood, elk verkeer tusschen zijn
+vrouw en de partij van Richmond te beletten. De graaf van Richmond zelf
+wekte hem meer bezorgdheid. Tevergeefs had hij den hertog van Bretagne
+tot uitlevering van den pretendent trachten te bewegen; de markies van
+Dorset was uit de vrijplaats te Westminster tot hem gevlucht; het was
+geen geheim, dat het plan bestond van een huwelijk tusschen Richmond en
+de oudste dochter van Edward IV, waardoor ook de erfrechten van het
+huis York op Richmond zouden overgebracht zijn. Om dit gevaar te
+voorkomen, kwam Richard op de afschuwelijke gedachte, zooals de kroniek
+zegt, om zijns broeders weduwe, Elizabeth, door fraaie woorden en
+schoone beloften te verzoenen, aldus haar en haar dochter in zijn macht
+te krijgen en het huwelijk met Richmond te beletten. En als er geen
+ander middel om zijn troon te redden overbleef, wilde hij liever zelf,
+ingeval zijn gemalin Anna stierf, zijn nicht huwen. Hij zond hiertoe
+schrandere en welbespraakte mannen naar de vrijplaats tot de
+koninginweduwe, die hem tegen de beschuldiging van booze aanslagen
+moesten verdedigen en haar tallooze weldaden moesten beloven voor haar
+zelve, haar dochters en haar zoon Dorset, wanneer zij zich met Richard
+wilde verzoenen. En werkelijk begon de koningin toe te geven; zij
+vergat den moord harer onschuldige kinderen, de beschimping van haar
+gemaal, de smet, op haar huwelijk geworpen, de eeden, die zij aan graaf
+Richmond gedaan had; verblind door haar hebzuchtige teederheid voor
+haar dochters en haar zoon, gaf zij haar dochters in ’s konings hoede,
+als lammeren in die van den hongerigen wolf, en schreef aan haar zoon,
+dat hij naar Engeland, waar hem groote eerbetooningen wachtten, kon
+terugkeeren, dat alles vergeven en vergeten en de liefde des konings
+voor haar huis verzekerd was. „Waarlijk,” roept de kroniekschrijver
+uit, „de wankelmoedigheid dezer vrouw zou groote bevreemding wekken,
+indien alle vrouwen bestendig waren; maar de vrouwen zullen altijd haar
+aangeboren natuur volgen. Inderdaad was de verlokking groot; want daar
+de vrouwen meest naar grootheid streven en verhooging in rang haar het
+gemakkelijkst verleidt, is het minder te verwonderen, dat koning
+Richard haar zwakheid overwon. Ook is wel aan te nemen, dat zij het
+niet waagde zijn voorslagen af te wijzen, opdat hij zijn boosheid niet
+op haar, de hulpelooze, bot vierde.” Zijn bedoelingen met haar oudste
+dochter zeide hij haar niet; het leven zijner gemalin was nog een
+hindernis bij dit plan. Weldra stierf zij, waarschijnlijk door vergif,
+gist de kroniekschrijver. Toen echter bevond Richard, dat zijn nicht
+een huwelijk met hem te zeerste verafschuwde, zooals inderdaad iedereen
+deed, en besloot de zaak nog uit te stellen; trouwens, hij had andere
+zorgen: Richmond was geland en vele Engelsche edelen waren in het
+geheim op zijn hand.
+
+Naar aanleiding van deze mededeelingen der kroniek heeft Sh. het
+gesprek van Richard met koningin Elizabeth ontworpen, dat inderdaad een
+nauwkeurige studie vereischt, zoo men er den gang goed van wil
+begrijpen. Elizabeth is aanvankelijk buiten zichzelf over Richards
+ongehoorden voorslag en geeft, zonder eenige voorzichtigheid in acht te
+nemen, aan haar bitterheid jegens den moordenaar den vrijen loop, en
+haar hartstochtelijkheid uit zich te sterker, daar de sluwe koning elke
+dreiging vermijdt. Doch plotseling doet hij haar met een paar korte
+gezegden, reg. 407 en vlgg., gevoelen, dat zij aan den rand van een
+afgrond staat, waarin zijn hand haar en de haren ieder oogenblik kan
+neerstorten. Nu keert haar bezinning terug en daarmede de
+voorzichtigheid; daar Richard onmiddellijk weder tot zijn zachtmoedige
+wijs van spreken was teruggekeerd, was het haar mogelijk, schijnbaar
+toe te geven, en de koning, die op zijn huichelaarskunst vertrouwt en
+het menschdom veracht, meent een soortgelijken triomf als vroeger over
+Anna van Warwick behaald te hebben, zoodat hij geen oogenblik aan zijn
+overwinning twijfelt en na haar vertrek zijn vreugde lucht geeft met de
+woorden: „Toegeeflijk dwaashoofd! wank’le zwakke vrouw!” Wel oordeelt
+de kroniek evenals Richard over het toegeven der koningin, maar volgens
+deze gaf zij toe zonder iets te vermoeden van Richards huwelijksplan;
+en bovendien oordeelt ook de kroniek, dat zij wellicht hoopte, door
+haar handelwijze den dwingeland te ontwapenen. Dat zij inderdaad
+slechts schijnbaar toegeeft, kan men afleiden uit het volgende tooneel,
+waarin, namens haar, Stanley haar dochter gaarne aan Richmond
+toezegt.—Dat wij aldus den gang van dit gesprek kunnen verklaren is
+door Oechelhäuser, in zijn boven reeds vermeld stuk over „Koning
+Richard III,” in het licht gesteld.
+
+IV. 4. 477. Dan weet gij niet, waartoe die schooier komt. In ’t
+Engelsch staat: wherefore the Welshman comes, Richmond was de zoon van
+een Tudor en de Tudors waren uit Wales. De benaming Welshman drukt ook
+minachting uit, zooals het woord „Welsche” in het Hoogduitsch; om deze
+terug te geven is hier de vertaling „schooier” gekozen.—Dat Stanley
+zijn zoon George als gijzelaar moest achterlaten (reg. 497), vond Sh.
+in de kronieken; zoo ook, dat deze bij den aanvang van den slag bij
+Bosworth te nauwernood den dood ontging (V. 3. 344).
+
+V. 3. 63. Geef mij een tijdkaars. In ’t Engelsch: Give me a watch.
+Richard verlangt een kaars, zooals er in de zestiende eeuw in gebruik
+waren, die door merken was afgedeeld, om naar het afbranden den tijd te
+berekenen.—Dat Richard in de nacht voor den slag bij Bosworth door
+booze droomen gekweld werd, was een gerucht, dat door de kronieken
+vermeld wordt.—Op het tooneel van Shakespeare waren de tenten van
+Richard en Richmond zoo ingericht, dat de personen, die er in waren,
+voor het publiek zichtbaar waren.
+
+V. 3. 180. Het licht brandt blauw. Het was een volksgeloof, dat, als
+een geest in de nabijheid was, de lichten met een blauwe vlam brandden.
+
+V. 3. 304. Hans Norfolk, tijdig heil gezocht, enz. Dit rijmpje,
+waarmede men Norfolk, die aan Richard trouw bleef, hoewel hij zijn
+handelingen laakte, tot afval trachtte te bewegen, luidt in de kroniek:
+
+ Jocky of Norfolk, be not too bold,
+ For Dickon thy master is bought and sold.
+
+De folio heeft ten onrechte so in plaats van too; Jocky staat voor
+John, zooals Dickon voor Richard.
+
+V. 3. 314. Wat heb ik meer te zeggen, dan ik deed? Ongetwijfeld een
+vreemd begin van een toespraak; men moet er uit vermoeden, dat Richard
+reeds vroeger zijn troepen heeft toegesproken en dat wij in deze
+toespraak slechts een laatste aansporing hebben te zien, of wel, dat
+het begin verloren is gegaan (zie boven blz. 269). Dat beide veldheeren
+een aanspraak gehouden hebben tot hun leger, deelt de kroniek van
+Holinshed mede; van Richards toespraak weten wij, dat hij Richmond
+genoemd heeft „een Walliser, een onnoozele bloed zonder moed of zonder
+ervaring, die aan het hof van Bretagne als een gevangene geleefd heeft
+op kosten van mij en van mijn broeder.” Aan dit laatste heeft Sh. reg.
+324 ontleend: Long kept in Bretagne at our mother’s cost; „Die in
+Bretagne ’t brood at onzer moeder.” Shakespeare schreef mother, schoon
+het brother moest zijn; Richards broeder, koning Edward, had aan den
+hertog van Bretagne een jaargeld betaald op voorwaarde, dat hij aan
+Richmond alle ondernemingen tegen Engeland zou beletten. In den tweeden
+druk van Holinshed’s kroniek (van 1586) staat te dezer plaatse de
+drukfout mother in plaats van brother, en deze druk was het dus zeker,
+die door Shakespeare gebezigd werd.
+
+V. 4. 2. ’t Is bovenmenschelijk, wat de koning doet. Inderdaad streed
+Richard met ontembare dapperheid, hij wilde overwinnen of als koning
+sterven. Zijn leger was veel grooter dan van zijn tegenstander, maar
+het verraad schuilde in zijn benden. Lord Thomas Stanley, Richmonds
+stiefvader, vereenigde zich onder het gevecht met Richmond. Richard
+stortte zich in glanzende wapenrusting, met de fonkelende kroon op den
+helm in het dichtste strijdgewoel, om zijn tegenstander te bereiken.
+Reeds had hij Sir William Brandon, Richmond’s banierdrager, met zijn
+lans geveld, een anderen sterken ridder ter aarde doen storten, hij
+bedreigde Richmond zelf, toen te rechter tijd Sir William Stanley, de
+broeder van Thomas, met drieduizend kloeke mannen Richmond ter hulpe
+kwam en Richards manschappen op de vlucht dreef. Richard zelf vond na
+manhaften strijd den dood. Lord Stanley nam zijn van zwaardslagen
+stukgehouwen kroon en zette haar den overwinnenden Richmond op het
+hoofd, die door het leger als koning Hendrik VII begroet werd.—Des
+avonds bracht een heraut van Richard, Blanc Sanglier, het naakte lijk
+van zijn geweldigen meester, als een geveld stuk wild voor hem op het
+paard hangende, de stad Leicester binnen, waar het in een klooster ter
+aarde besteld werd.
+
+V. 4. 7. Een paard! een paard! gansch England voor een paard! In ’t
+Engelsch: A horse! a horse! my kingdom for a horse! In het andere stuk,
+dat in 1594 werd uitgegeven (zie boven blz. 789) roept Richard
+eveneens: A horse! a horse! a fresh horse! Het zou kunnen zijn, dat
+deze uitroep Shakespeare heeft voorgezweefd, toen hij den diepen indruk
+makenden regel schreef.—Iets anders schijnt hij aan het oudere stuk
+niet ontleend te hebben.
+
+V. 5. 29. O, mogen Richmond en Elizabeth, van beide huizen de
+rechtmatige erven, enz. Ongetwijfeld was het aller wensch, dat de vrede
+verzekerd werd door het huwelijk van Richmond en Edwards dochter
+Elizabeth, waardoor de bloedige strijd der roode en der witte roos een
+einde zou nemen. En zeker kon de dichter niet beter zijn stuk
+besluiten, dan door dezen wensch den nieuwen koning in den mond te
+leggen. Doch koning Hendrik VII Tudor stond, zooals de geschiedenis
+leert, inderdaad zijn geheele leven de meening voor, dat hij krachtens
+zijn eigen recht heerschte, en zijn aanspraken door zijn verbinding met
+het huis van York niet versterkt waren, en verder dat zijn strijd met
+Richard een godsgericht was geweest, welks uitspraak zijn recht op den
+troon bezegeld had. Shakespeare veroorlooft zich dus hier een
+dichterlijke vrijheid.
+
+
+
+
+
+
+
+
+EDWARD III (1312–1377.)
+
+Gemalin: Philippa van Henegouwen.
+
+ 1. Edward, prins van Wales, genaamd de zwarte Prins (1330-1376).
+ Gemalin: Johanna van Kent.
+ |
+ +- Richard II (1367-1400).
+
+ 2. (Jong gestorven, 1336).
+
+ 3. Lionel, hertog van Clarence (1338-1368).
+ |
+ +- Philippa. Gemaal: Edmond Mortimer, graaf van March, † 1382.
+ |
+ +- Roger Mortimer, graaf van March, aangewezen troonopvolger
+ | van Richard II, † 1398 in Ierland.
+ | |
+ | +- Anna Mortimer. Gemaal: Richard, graaf van Cambridge
+ | | (zie onder 5).
+ | |
+ | +- Edmond Mortimer, graaf van March (1392-1425).
+ |
+ +- Edmond Mortimer, schoonzoon van Owen Glendower.
+ |
+ +- Elizabeth, gemalin van Percy, bijgenaamd Heetspoor.
+
+ 4. Jan van Gent, graaf van Richmond, hertog van Lancaster
+ (1340-1399).
+
+ Eerste gemalin: Blanca van Lancaster.
+ |
+ +- Hendrik IV (1336-1413). Gemalin: Marie de Bohun.
+ |
+ +- Hendrik V (1387-1422). Gemalin: Catharina van
+ | Frankrijk.
+ | |
+ | +- Hendrik VI (1421-1471). Gemalin: Margaretha van
+ | Anjou.
+ | |
+ | +- Edward, prins van Wales (1453-1471). Gemalin: Anna
+ | Nevil, dochter van den graaf van Warwick.
+ |
+ +- Thomas, hertog van Clarence, † 1421.
+ |
+ +- John, hertog van Bedford, † 1435.
+ |
+ +- Humphrey, hertog van Gloster, † 1447.
+
+ Tweede gemalin: Constance van Castilië.
+
+ Catharina Swijnford, † 1403.
+ |
+ +- John Beaufort, graaf van Somerset, markies van Dorset,
+ | † 1410.
+ | |
+ | +- John, hertog van Somerset, † 1447.
+ | | |
+ | | +- Margaretha, † 1509, gehuwd met Edmond Tudor,
+ | | graaf van Richmond.
+ | | |
+ | | +- Hendrik VII, Tudor, graaf van Richmond
+ | | (1456-1509). Gemalin: Elizabeth van York, dochter
+ | | van Edward IV. (Zie onder 5).
+ | |
+ | +- Edmond, hertog van Somerset, † 1455.
+ | | |
+ | | +- Hendrik, hertog van Somerset, † 1464.
+ | | |
+ | | +- Edmond, hertog van Somerset, † 1471.
+ | | |
+ | | +- Margaretha, gehuwd met Humphrey, graaf van Stafford
+ | | (zie onder 7).
+ | | |
+ | | +- Hendrik Stafford, hertog van Buckingham, † 1483.
+ | |
+ | +- Johanna, gehuwd met Jacobus I, van Schotland.
+ |
+ +- Kardinaal Beaufort, † 1447.
+ |
+ +- Thomas Beaufort, hertog van Exeter, † 1444.
+ |
+ +- Johanna Beaufort, gehuwd met Ralf Nevil, graaf van
+ Westmoreland.
+
+ 5. Edmund van Langley, hertog van York (1342-1402). Gemalin: Isabella
+ de Padilla.
+ |
+ +- Edward, graaf van Rutland, hertog van Aumerle, later van
+ | York, † 1415 (bij Agincourt).
+ |
+ +- Richard, graaf van Cambridge, rebel tegen Hendrik V, † 1415.
+ Gemalin: Anna Mortimer, dochter van Roger Mortimer. (Zie
+ onder 3).
+ |
+ +- Richard Plantagenet, hertog van York, † 1460. Gemalin:
+ Cecilia Nevil, dochter van Ralf Nevil, graaf van
+ Westmoreland.
+ |
+ +- Edward IV (1442-1483). Gemalin: Elizabeth Woodville.
+ | |
+ | +- Elizabeth (1467-1503). Gemaal: Hendrik VII
+ | | Tudor.
+ | |
+ | +- Edward V (1470-1483).
+ | |
+ | +- Richard, hertog van York (1474-1483).
+ |
+ +- Edmond, graaf van Rutland (1443-1460).
+ |
+ +- Margaretha, in 1468 gehuwd met Karel de Stoute, hertog
+ | van Bourgondië.
+ |
+ +- George, hertog van Clarence (1448-1478), gehuwd met
+ | Isabella Nevil, dochter van den graaf van Warwick.
+ | |
+ | +- Edward, † 1499.
+ | |
+ | +- Margaretha, gehuwd met Sir Richard Pole, sinds 1513
+ | hertogin van Salisbury (1471-1541).
+ |
+ +- Richard III, eerst hertog van Gloster (1452-1485).
+ Gemalin: Anna Nevil, weduwe van Prins Edward (zie
+ onder 4).
+ |
+ +- Edward, prins van Wales (1473-1484).
+
+ 6. (Jong gestorven, 1348).
+
+ 7. Thomas van Woodstock, hertog van Gloster, gestorven te Calais, in
+ gevangenschap (1356-1397).
+ |
+ +- Humphrey, graaf van Buckingham, † 1460.
+ |
+ +- Humphrey, graaf van Stafford, † 1455 (zie onder 4).
+
+
+
+
+
+
+
+
+AANTEEKENINGEN
+
+
+[1] De koning had vroeger met deze dame vertrouwelijken omgang gehad;
+op aansporen van zijn verwanten, die zijn huwelijk met Lady Grey wilden
+beletten, kwam zij, op grond van ontvangen trouwbelofte, tegen dit
+huwelijk op. (Philippe de Comines, tijdgenoot van koning Edward,
+bericht, dat Edward met een Engelsche dame werkelijk getrouwd is
+geweest en dat het huwelijk door den bisschop van Bath gesloten was.
+Volgens de kroniek van Croyland, die hetzelfde bericht, zou deze dame
+Eleanor Butler, weduwe van Lord Butler van Sudley, en dochter van den
+graaf van Salisbury, geweest zijn.)
+
+Op dezen grond werden de kinderen van Edward voor onwettig verklaard
+bij parlementsbesluit, waarin echter Elisabeth Lucy niet genoemd wordt.
+
+Shakespeare volgt Holinshed, wiens bron Hall’s kroniek was, welke op
+haar beurt uit het bericht van Sir Thomas More geput heeft.
+
+[2] Zij was de dochter van Edmond van Woodstock, graaf van Kent. Zij
+was eerst gehuwd met graaf Holland; van haar zoons uit dit huwelijk
+zijn hier te noemen; Thomas, graaf van Kent, later hertog van Surrey,
+en John, graaf van Huntingdon, later hertog van Exeter.
+
+[3] Deze Edmond Mortimer is met zijn oom, Edmond Mortimer, broeder van
+Roger Mortimer, door Shakespeare tot één persoon versmolten.
+
+[4] Bij Shakespeare in K. Hendrik IV, door Heetspoor steeds Kate
+genoemd, in Holinshed’s kroniek Elianor.
+
+[5] Een zuster van Hendrik IV, Elizabeth, was gehuwd met John, hertog
+van Exeter, halfbroeder van Richard II.
+
+[6] Na Hendriks dood huwde Catharina met Owen Tudor, een edelman uit
+Wales.
+
+[7] Edmond Tudor was de zoon van Owen Tudor en Catharina van Frankrijk.
+Na Edmond Tudor’s dood (1456) huwde Margaretha met Lord Stanley, graaf
+van Derby.
+
+[8] Zijn zoon Edward, door Hendrik VII in zijn bezittingen hersteld, en
+onder Hendrik VIII groot-connetabel, werd in 1521 onthoofd. Diens zoon
+Hendrik voerde alleen den titel van Graaf van Stafford.
+
+[9] Haar zoon was: Richard Nevil, door huwelijk graaf van Salisbury,
+wiens zoon Richard door zijn huwelijk graaf van Warwick werd; haar
+dochter Cecilia huwde met Richard Plantagenet, zie onder 5.
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 76912 ***
diff --git a/76912-h/76912-h.htm b/76912-h/76912-h.htm
new file mode 100644
index 0000000..a84503e
--- /dev/null
+++ b/76912-h/76912-h.htm
@@ -0,0 +1,9981 @@
+<!DOCTYPE HTML>
+<!-- This HTML file has been automatically generated from an XML source on 2025-09-22T20:30:57Z using SAXON HE 9.9.1.8 . -->
+<html lang="nl">
+<head>
+<title>Koning Richard de Derde | Project Gutenberg</title>
+<meta charset="utf-8">
+<meta name="generator" content="tei2html.xsl, see https://github.com/jhellingman/tei2html">
+<meta name="author" content="William Shakespeare (1564–1616)">
+<link rel="coverpage" href="images/new-cover.jpg">
+<link rel="icon" href="images/new-cover.jpg" type="image/x-cover">
+<meta name="DC.Title" content="Koning Richard de Derde">
+<meta name="DC.Creator" content="William Shakespeare (1564–1616)">
+<meta name="DC.Contributor" content="Leendert Alexander Johannes Burgersdijk (1828–1900)">
+<meta name="DC.Language" content="nl-1900">
+<meta name="DC.Format" content="text/html">
+<meta name="DC.Publisher" content="Project Gutenberg">
+<style> /* <![CDATA[ */
+html {
+line-height: 1.3;
+}
+body {
+margin: 0;
+}
+main {
+display: block;
+}
+h1 {
+font-size: 2em;
+margin: 0.67em 0;
+}
+hr {
+height: 0;
+overflow: visible;
+}
+pre {
+font-family: monospace;
+font-size: 1em;
+}
+a {
+background-color: transparent;
+}
+abbr[title] {
+border-bottom: none;
+text-decoration: underline;
+}
+b, strong {
+font-weight: bolder;
+}
+code, kbd, samp {
+font-family: monospace;
+font-size: 1em;
+}
+small {
+font-size: 80%;
+}
+sub, sup {
+font-size: 67%;
+line-height: 0;
+position: relative;
+vertical-align: baseline;
+}
+sub {
+bottom: -0.25em;
+}
+sup {
+top: -0.5em;
+}
+img {
+border-style: none;
+}
+body {
+font-family: serif;
+font-size: 100%;
+text-align: left;
+margin-top: 2.4em;
+}
+div.front, div.body {
+margin-bottom: 7.2em;
+}
+div.back {
+margin-bottom: 2.4em;
+}
+.div0 {
+margin-top: 7.2em;
+margin-bottom: 7.2em;
+}
+.div1 {
+margin-top: 5.6em;
+margin-bottom: 5.6em;
+}
+.div2 {
+margin-top: 4.8em;
+margin-bottom: 4.8em;
+}
+.div3 {
+margin-top: 3.6em;
+margin-bottom: 3.6em;
+}
+.div4 {
+margin-top: 2.4em;
+margin-bottom: 2.4em;
+}
+.div5, .div6, .div7 {
+margin-top: 1.44em;
+margin-bottom: 1.44em;
+}
+.div0:last-child, .div1:last-child, .div2:last-child, .div3:last-child,
+.div4:last-child, .div5:last-child, .div6:last-child, .div7:last-child {
+margin-bottom: 0;
+}
+blockquote div.front, blockquote div.body, blockquote div.back {
+margin-top: 0;
+margin-bottom: 0;
+}
+.divBody .div1:first-child, .divBody .div2:first-child, .divBody .div3:first-child, .divBody .div4:first-child,
+.divBody .div5:first-child, .divBody .div6:first-child, .divBody .div7:first-child {
+margin-top: 0;
+}
+h1, h2, h3, h4, h5, h6, .h1, .h2, .h3, .h4, .h5, .h6 {
+clear: both;
+font-style: normal;
+text-transform: none;
+}
+h3, .h3 {
+font-size: 1.2em;
+}
+h3.label {
+font-size: 1em;
+margin-bottom: 0;
+}
+h4, .h4 {
+font-size: 1em;
+}
+.alignleft {
+text-align: left;
+}
+.alignright {
+text-align: right;
+}
+.alignblock {
+text-align: justify;
+}
+p.tb, hr.tb, .par.tb, li.tb {
+margin: 1.6em auto;
+text-align: center;
+}
+p.argument, p.note, p.tocArgument, .par.argument, .par.note, .par.tocArgument {
+font-size: 0.9em;
+text-indent: 0;
+}
+p.argument, p.tocArgument, .par.argument, .par.tocArgument {
+margin: 1.58em 10%;
+}
+.opener, .address {
+margin-top: 1.6em;
+margin-bottom: 1.6em;
+}
+.addrline {
+margin-top: 0;
+margin-bottom: 0;
+}
+.dateline {
+margin-top: 1.6em;
+margin-bottom: 1.6em;
+text-align: right;
+}
+.salute {
+margin-top: 1.6em;
+margin-left: 3.58em;
+text-indent: -2em;
+}
+.signed {
+margin-top: 1.6em;
+margin-left: 3.58em;
+text-indent: -2em;
+}
+.epigraph {
+font-size: 0.9em;
+width: 60%;
+margin-left: auto;
+}
+.epigraph span.bibl {
+display: block;
+text-align: right;
+}
+.trailer {
+clear: both;
+margin-top: 3.6em;
+}
+span.abbr, abbr {
+white-space: nowrap;
+}
+span.parNum {
+font-weight: bold;
+}
+span.corr, span.gap {
+border-bottom: 1px dotted red;
+}
+span.num, span.trans {
+border-bottom: 1px dotted gray;
+}
+span.measure {
+border-bottom: 1px dotted green;
+}
+.ex {
+letter-spacing: 0.2em;
+}
+.sc {
+font-variant: small-caps;
+}
+.asc {
+font-variant: small-caps;
+text-transform: lowercase;
+}
+.uc {
+text-transform: uppercase;
+}
+.tt {
+font-family: monospace;
+}
+.underline {
+text-decoration: underline;
+}
+.overline, .overtilde {
+text-decoration: overline;
+}
+.rm {
+font-style: normal;
+}
+.red {
+color: red;
+}
+hr {
+clear: both;
+border: none;
+border-bottom: 1px solid black;
+width: 45%;
+margin-left: auto;
+margin-right: auto;
+margin-top: 1em;
+text-align: center;
+}
+hr.dotted {
+border-bottom: 2px dotted black;
+}
+hr.dashed {
+border-bottom: 2px dashed black;
+}
+.aligncenter {
+text-align: center;
+}
+h1, h2, .h1, .h2 {
+font-size: 1.44em;
+line-height: 1.5;
+}
+h1.label, h2.label {
+font-size: 1.2em;
+margin-bottom: 0;
+}
+h5, h6 {
+font-size: 1em;
+font-style: italic;
+}
+p, .par {
+text-indent: 0;
+}
+p.firstlinecaps:first-line, .par.firstlinecaps:first-line {
+text-transform: uppercase;
+}
+.hangq {
+text-indent: -0.32em;
+}
+.hangqq {
+text-indent: -0.42em;
+}
+.hangqqq {
+text-indent: -0.84em;
+}
+p.dropcap:first-letter, .par.dropcap:first-letter {
+float: left;
+clear: left;
+margin: 0 0.05em 0 0;
+padding: 0;
+line-height: 0.8;
+font-size: 420%;
+vertical-align: super;
+}
+blockquote, p.quote, div.blockquote, div.argument, .par.quote {
+font-size: 0.9em;
+margin: 1.58em 5%;
+}
+.pageNum a, a.noteRef:hover, a.pseudoNoteRef:hover, a.hidden:hover, a.hidden {
+text-decoration: none;
+}
+.advertisement, .advertisements {
+background-color: #FFFEE0;
+border: black 1px dotted;
+color: #000;
+margin: 2em 5%;
+padding: 1em;
+}
+span.accent {
+display: inline-block;
+text-align: center;
+}
+span.accent, span.accent span.top, span.accent span.base {
+line-height: 0.40em;
+}
+span.accent span.top {
+font-weight: bold;
+font-size: 5pt;
+}
+span.accent span.base {
+display: block;
+}
+.footnotes .body, .footnotes .div1 {
+padding: 0;
+}
+.fnarrow {
+color: #AAAAAA;
+font-weight: bold;
+text-decoration: none;
+}
+.fnarrow:hover, .fnreturn:hover {
+color: #660000;
+}
+.fnreturn {
+color: #AAAAAA;
+font-size: 80%;
+font-weight: bold;
+text-decoration: none;
+vertical-align: 0.25em;
+}
+a {
+text-decoration: none;
+}
+a:hover {
+text-decoration: underline;
+background-color: #e9f5ff;
+}
+a.noteRef, a.pseudoNoteRef {
+font-size: 67%;
+vertical-align: super;
+text-decoration: none;
+margin-left: 0.1em;
+}
+.externalUrl {
+font-size: small;
+font-family: monospace;
+color: gray;
+}
+.displayfootnote {
+display: none;
+}
+div.footnotes {
+font-size: 80%;
+margin-top: 1em;
+padding: 0;
+}
+hr.fnsep {
+margin-left: 0;
+margin-right: 0;
+text-align: left;
+width: 25%;
+}
+p.footnote, .par.footnote {
+margin-bottom: 0.5em;
+margin-top: 0.5em;
+}
+p.footnote .fnlabel, .par.footnote .fnlabel {
+float: left;
+margin-left: -0.1em;
+min-width: 1.0em;
+padding-right: 0.4em;
+}
+.apparatusnote {
+text-decoration: none;
+}
+.apparatusnote:target, .fndiv:target {
+background-color: #eaf3ff;
+}
+table.tocList {
+width: 100%;
+margin-left: auto;
+margin-right: auto;
+border-width: 0;
+border-collapse: collapse;
+}
+td.tocText {
+padding-top: 2em;
+padding-bottom: 1em;
+}
+td.tocPageNum, td.tocDivNum {
+text-align: right;
+min-width: 10%;
+border-width: 0;
+white-space: nowrap;
+}
+td.tocDivNum {
+padding-left: 0;
+padding-right: 0.5em;
+vertical-align: top;
+}
+td.tocPageNum {
+padding-left: 0.5em;
+padding-right: 0;
+vertical-align: bottom;
+}
+td.tocDivTitle {
+width: auto;
+}
+p.tocPart, .par.tocPart {
+margin: 1.58em 0;
+font-variant: small-caps;
+}
+p.tocChapter, .par.tocChapter {
+margin: 1.58em 0;
+}
+p.tocSection, .par.tocSection {
+margin: 0.7em 5%;
+}
+table.tocList td {
+vertical-align: top;
+}
+table.tocList td.tocPageNum {
+vertical-align: bottom;
+}
+table.inner {
+display: inline-table;
+border-collapse: collapse;
+width: 100%;
+}
+td.itemNum {
+text-align: right;
+min-width: 5%;
+padding-right: 0.8em;
+}
+td.innerContainer {
+padding: 0;
+margin: 0;
+}
+.index {
+font-size: 80%;
+}
+.index p {
+text-indent: -1em;
+margin-left: 1em;
+}
+.indexToc {
+text-align: center;
+}
+.transcriberNote {
+background-color: #DDE;
+border: black 1px dotted;
+color: #000;
+font-family: sans-serif;
+font-size: 80%;
+margin: 2em 5%;
+padding: 1em;
+}
+.missingTarget {
+text-decoration: line-through;
+color: red;
+}
+.correctionTable {
+width: 75%;
+}
+.width20 {
+width: 20%;
+}
+.width40 {
+width: 40%;
+}
+p.smallprint, li.smallprint, .par.smallprint {
+color: #666666;
+font-size: 80%;
+}
+span.musictime {
+vertical-align: middle;
+display: inline-block;
+text-align: center;
+}
+span.musictime, span.musictime span.top, span.musictime span.bottom {
+padding: 1px 0.5px;
+font-size: xx-small;
+font-weight: bold;
+line-height: 0.7em;
+}
+span.musictime span.bottom {
+display: block;
+}
+audio {
+height: 20px;
+margin-left: 0.5em;
+margin-right: 0.5em;
+}
+ul {
+list-style-type: none;
+}
+.splitListTable {
+margin-left: 0;
+}
+.splitListTable td {
+vertical-align: top;
+}
+.numberedItem {
+text-indent: -3em;
+margin-left: 3em;
+}
+.numberedItem .itemNumber {
+float: left;
+position: relative;
+left: -3.5em;
+width: 3em;
+display: inline-block;
+text-align: right;
+}
+.itemGroupTable {
+border-collapse: collapse;
+margin-left: 0;
+}
+.itemGroupTable td {
+padding: 0;
+margin: 0;
+vertical-align: middle;
+}
+.itemGroupBrace {
+padding: 0 0.5em !important;
+}
+div.figure, div.figureGroup {
+text-align: center;
+}
+table.figureGroupTable {
+width: 80%;
+border-collapse: collapse;
+}
+.figure, .figureGroup {
+margin-left: auto;
+margin-right: auto;
+}
+.floatLeft {
+float: left;
+margin: 10px 10px 10px 0;
+}
+.floatRight {
+float: right;
+margin: 10px 0 10px 10px;
+}
+p.figureHead, .par.figureHead {
+font-size: 100%;
+text-align: center;
+}
+.figAnnotation {
+font-size: 80%;
+position: relative;
+margin: 0 auto;
+}
+.figTopLeft, .figBottomLeft {
+float: left;
+}
+.figTopRight, .figBottomRight {
+float: right;
+}
+.figure p, .figure .par, .figureGroup p, .figureGroup .par {
+font-size: 80%;
+margin-top: 0;
+text-align: center;
+}
+img {
+border-width: 0;
+}
+td.galleryFigure {
+text-align: center;
+vertical-align: middle;
+}
+td.galleryCaption {
+text-align: center;
+vertical-align: top;
+}
+.lgouter {
+margin-left: auto;
+margin-right: auto;
+display: table;
+}
+.lg {
+text-align: left;
+padding: .5em 0;
+}
+.lg h4, .lgouter h4 {
+font-weight: normal;
+}
+.lg .lineNum, .sp .lineNum, .lgouter .lineNum {
+color: #777;
+font-size: 90%;
+left: 16%;
+margin: 0;
+position: absolute;
+text-align: center;
+text-indent: 0;
+top: auto;
+width: 1.75em;
+}
+p.line, .par.line {
+margin: 0;
+}
+span.hemistich {
+visibility: hidden;
+}
+.verseNum {
+font-weight: bold;
+}
+.speaker {
+font-weight: bold;
+margin-bottom: 0.4em;
+}
+.sp .line {
+margin: 0 10%;
+text-align: left;
+}
+.castlist, .castitem {
+list-style-type: none;
+}
+.castGroupTable {
+border-collapse: collapse;
+margin-left: 0;
+}
+.castGroupTable td {
+padding: 0;
+margin: 0;
+vertical-align: middle;
+}
+.castGroupBrace {
+padding: 0 0.5em !important;
+}
+body {
+padding: 1.58em 16%;
+}
+.pageNum {
+display: inline;
+font-size: 8.4pt;
+font-style: normal;
+margin: 0;
+padding: 0;
+position: absolute;
+right: 1%;
+text-align: right;
+letter-spacing: normal;
+}
+.marginnote {
+font-size: 0.8em;
+height: 0;
+left: 1%;
+position: absolute;
+text-indent: 0;
+width: 14%;
+text-align: left;
+}
+.right-marginnote {
+font-size: 0.8em;
+height: 0;
+right: 3%;
+position: absolute;
+text-indent: 0;
+text-align: right;
+width: 11%
+}
+.cut-in-left-note {
+font-size: 0.8em;
+left: 1%;
+float: left;
+text-indent: 0;
+width: 14%;
+text-align: left;
+padding: 0.8em 0.8em 0.8em 0;
+}
+.cut-in-right-note {
+font-size: 0.8em;
+left: 1%;
+float: right;
+text-indent: 0;
+width: 14%;
+text-align: right;
+padding: 0.8em 0 0.8em 0.8em;
+}
+span.tocPageNum, span.flushright {
+position: absolute;
+right: 16%;
+top: auto;
+text-indent: 0;
+}
+.pglink::after {
+content: "\0000A0\01F4D8";
+font-size: 80%;
+font-style: normal;
+font-weight: normal;
+}
+.catlink::after {
+content: "\0000A0\01F4C7";
+font-size: 80%;
+font-style: normal;
+font-weight: normal;
+}
+.exlink::after, .wplink::after, .biblink::after, .qurlink::after, .seclink::after {
+content: "\0000A0\002197\00FE0F";
+color: blue;
+font-size: 80%;
+font-style: normal;
+font-weight: normal;
+}
+.pglink:hover {
+background-color: #DCFFDC;
+}
+.catlink:hover {
+background-color: #FFFFDC;
+}
+.exlink:hover, .wplink:hover, .biblink:hover, .qurlink:hover, .seclin:hover {
+background-color: #FFDCDC;
+}
+body {
+background: #FFFFFF;
+font-family: serif;
+}
+body, a.hidden {
+color: black;
+}
+h1, h2, .h1, .h2 {
+text-align: center;
+font-variant: small-caps;
+font-weight: normal;
+}
+p.byline {
+text-align: center;
+font-style: italic;
+margin-bottom: 2em;
+}
+.div2 p.byline, .div3 p.byline, .div4 p.byline, .div5 p.byline, .div6 p.byline, .div7 p.byline {
+text-align: left;
+}
+.figureHead, .noteRef, .pseudoNoteRef, .marginnote, .right-marginnote, p.legend, .verseNum {
+color: #660000;
+}
+.rightnote, .pageNum, .lineNum, .pageNum a {
+color: #AAAAAA;
+}
+a.hidden:hover, a.noteRef:hover, a.pseudoNoteRef:hover {
+color: red;
+}
+h1, h2, h3, h4, h5, h6 {
+font-weight: normal;
+}
+table {
+margin-left: auto;
+margin-right: auto;
+}
+td.tocText {
+text-align: center;
+font-variant: small-caps;
+font-size: 1.2em;
+line-height: 1.5;
+}
+.tableCaption {
+text-align: center;
+}
+.arab { font-family: Scheherazade, serif; }
+.aran { font-family: 'Awami Nastaliq', serif; }
+.grek { font-family: 'Charis SIL', serif; }
+.hebr { font-family: 'SBL Hebrew', Shlomo, 'Ezra SIL', serif; }
+.syrc { font-family: 'Serto Jerusalem', serif; }
+/* CSS rules generated from rendition elements in TEI file */
+.small {
+font-size: small;
+}
+.large {
+font-size: large;
+}
+.center {
+text-align: center;
+}
+div.sp p {
+margin-left: 10%;
+}
+div.sp p.speaker {
+margin-left: 0;
+}
+h1, h2, h3, h4, h5, h6, .h1, .h2, .h3, .h4 {
+color: #001FA4;
+}
+.figureHead, .noteRef, .pseudoNoteRef, .marginnote, p.legend, .versenum, .stage {
+color: #001FA4;
+}
+h3 {
+font-weight: bold;
+}
+.speaker {
+color: #880000;
+}
+#genealogy ul {
+padding: 0 0 0 0.0625em; margin: 0.0625em 0 0 0.9375em;
+}
+#genealogy ul li {
+border-left: 0.0625em solid black; position: relative; padding-left: 0.9375em;
+}
+#genealogy ul li:before {
+content: ''; width: 0.625em; position: absolute; border-bottom: 0.0625em solid black; left: 0; top: 0.625em;
+}
+#genealogy ul li:last-child {
+border-left: none;
+}
+#genealogy ul li:last-child:before {
+border-left: 0.0625em solid black; height: 0.625em; margin-top: -0.625em;
+}
+/* CSS rules generated from @rend attributes in TEI file */
+.cover-imagewidth {
+width:480px;
+}
+.p212width {
+width:462px;
+}
+.p214width {
+width:720px;
+}
+.p230width {
+width:519px;
+}
+.p248width {
+width:414px;
+}
+.kr3\.v\.3\.304 {
+text-indent:2em;
+}
+.xd33e12540 {
+padding-left:2em;
+}
+/* ]]> */ </style>
+</head>
+<body>
+<div style='text-align:center'>*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 76912 ***</div>
+<div class="front">
+<div class="div1 last-child cover"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody">
+<p class="first"></p>
+<div class="figure cover-imagewidth"><img src="images/new-cover.jpg" alt="Nieuw ontworpen voorkant." width="480" height="720"></div><p>
+<span class="pageNum" id="pb212">[<a href="#pb212">212</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+</div>
+<div class="body">
+<div id="kr3" class="div0 last-child play">
+<h2 class="main">KONING RICHARD DE DERDE.</h2>
+<ul class="castlist">
+<li class="casthead">
+<h4>PERSONEN:</h4>
+</li>
+<li class="castitem">Koning <span class="role"><span class="sc">Edward de Vierde</span></span>.</li>
+<li class="castlist">
+<table class="castGroupTable">
+<tr>
+<td><span class="role"><span class="sc">Edward</span>, prins van <span class="sc">Wales</span></span>,</td>
+<td rowspan="2" class="castGroupBrace"><img src="images/rbrace2.png" alt="}" width="12" height="40"></td>
+<td rowspan="2"><span>zijn zonen.</span></td>
+</tr>
+<tr>
+<td><span class="role"><span class="sc">Richard</span>, hertog van <span class="sc">York</span></span>,</td>
+</tr>
+</table>
+</li>
+<li class="castlist">
+<table class="castGroupTable">
+<tr>
+<td><span class="role"><span class="sc">George</span>, hertog van <span class="sc">Clarence</span></span>,</td>
+<td rowspan="2" class="castGroupBrace"><img src="images/rbrace2.png" alt="}" width="12" height="40"></td>
+<td rowspan="2"><span>broeders des konings.</span></td>
+</tr>
+<tr>
+<td><span class="role"><span class="sc">Richard</span>, hertog van <span class="sc">Gloster</span></span>,</td>
+</tr>
+</table>
+</li>
+<li class="castitem"><span class="role">Een jonge Zoon van <span class="sc">Clarence</span></span>.</li>
+<li class="castitem"><span class="role"><span class="sc">Hendrik</span>, graaf van <span class="sc">Richmond</span></span>, later koning Hendrik de Zevende.</li>
+<li class="castitem"><span class="role">Kardinaal <span class="sc">Bourchier</span><span class="role">, aartsbisschop van Canterbury.</span></span></li>
+<li class="castitem"><span class="role"><span class="sc">Thomas Rotherham</span></span>, aartsbisschop van York.</li>
+<li class="castitem"><span class="role"><span class="sc">John Morton</span></span>, bisschop van Ely.</li>
+<li class="castitem"><span class="role">De hertog van <span class="sc">Buckingham</span></span>.</li>
+<li class="castitem"><span class="role">De hertog van <span class="sc">Norfolk</span></span>.</li>
+<li class="castitem"><span class="role">De graaf van <span class="sc">Surrey</span></span>, zijn zoon.</li>
+<li class="castitem"><span class="role">Graaf <span class="sc">Rivers</span></span>, broeder van koningin Elizabeth.</li>
+<li class="castlist">
+<table class="castGroupTable">
+<tr>
+<td><span class="role">De markies van <span class="sc">Dorset</span></span>,</td>
+<td rowspan="2" class="castGroupBrace"><img src="images/rbrace2.png" alt="}" width="12" height="40"></td>
+<td rowspan="2"><span>haar zonen.</span></td>
+</tr>
+<tr>
+<td><span class="role">Lord <span class="sc">Grey</span></span>,</td>
+</tr>
+</table>
+</li>
+<li class="castitem"><span class="role">De graaf van <span class="sc">Oxford</span></span>.</li>
+<li class="castitem"><span class="role">Lord <span class="sc">Hastings</span></span>.</li>
+<li class="castitem"><span class="role">Lord <span class="sc">Stanley</span></span>, ook graaf <span class="sc">Derby</span> genoemd.</li>
+<li class="castitem"><span class="role">Lord <span class="sc">Lovel</span></span>.</li>
+<li class="castitem"><span class="role">Sir <span class="sc">Thomas Vaughan</span></span>.</li>
+<li class="castitem"><span class="role">Sir <span class="sc">Richard Ratcliff</span></span>.</li>
+<li class="castitem"><span class="role">Sir <span class="sc">William Catesby</span></span>.</li>
+<li class="castitem"><span class="role">Sir <span class="sc">James Tyrrel</span></span>.</li>
+<li class="castitem"><span class="role">Sir <span class="sc">James Blount</span></span>.</li>
+<li class="castitem"><span class="role">Sir <span class="sc">Walter Herbert</span></span>.</li>
+<li class="castitem"><span class="role">Sir <span class="sc">Robert Brakenbury</span></span>, commandant van den Tower.</li>
+<li class="castitem"><span class="role"><span class="sc">Christopher Urswick</span></span>, een priester.—Een ander Priester.</li>
+<li class="castitem"><span class="role"><span class="sc">Tressel</span></span> en <span class="role"><span class="sc">Berkeley</span></span>, edellieden van lady Anna.</li>
+<li class="castitem"><span class="role">De Lord-Mayor van Londen</span>.—<span class="role">De Sheriff van Wiltshire</span>.</li>
+<li class="castitem"><span class="role"><span class="sc">Elizabeth</span></span>, gemalin van koning Edward den Vierden.</li>
+<li class="castitem"><span class="role"><span class="sc">Margaretha</span></span>, weduwe van koning Hendrik den Zesden.</li>
+<li class="castitem"><span class="role">De hertogin van <span class="sc">York</span></span>, moeder van koning Edward den Vierden, van Clarence en van Gloster.</li>
+<li class="castitem"><span class="role">Lady <span class="sc">Anna</span></span>, weduwe van Edward, prins van Wales, den zoon van koning Hendrik den Zesden, later
+gemalin van Richard.</li>
+<li class="castitem"><span class="role">Een jonge Dochter van Clarence</span>.</li>
+<li class="castitem">Lords. Gevolg. Een Heraut. Een Griffier. Een Gevangenbewaarder. Burgers. Moordenaars.
+Boden. Geesten. Krijgslieden enz.</li>
+</ul>
+<p class="first">Het tooneel is in Engeland.</p>
+<p></p>
+<div class="figure p212width"><img src="images/p212.jpg" alt="KONING RICHARD III." width="462" height="720"><p class="figureHead">KONING RICHARD III.</p>
+</div><p>
+</p>
+<div id="kr3.i" class="div1 act"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#kr3.i.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h2 class="main">EERSTE BEDRIJF.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<div id="kr3.i.1" class="div2 scene"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#kr3.i.1.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h3 class="main">EERSTE TOONEEL.</h3>
+<p class="stage"><span class="ex">Londen.</span> <i>Een straat.</i></p>
+<p class="stage"><span class="sc">Gloster</span> <i>komt op</i>.</p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p id="kr3.i.1.1" class="line">Nu werd de winter onzer wreev’le stemming</p>
+<p class="line">Tot blijden zomer door de zon van York;</p>
+<p class="line">De zware wolken, die ons huis bedreigden,</p>
+<p class="line">Verzwolg de diepe schoot des oceaans.</p>
+<p class="line">Nu drukken zegekransen ons de slapen;</p>
+<p class="line">Ons butsig wapentuig siert thans den wand;</p>
+<p class="line">Het slaggedruisch vervangen vreugdegalmen,<span class="pageNum" id="pb213">[<a href="#pb213">213</a>]</span></p>
+<p class="line">De felle marschen zoete dansmuziek;</p>
+<p class="line">De krijg ontfronste ’t norsch gerimpeld voorhoofd,</p>
+<p class="line">Bestijgt niet meer ’t geharnast ros, en wekt</p>
+<p class="line">Geen angst in ’t hart van schrikb’re tegenstanders,</p>
+<p class="line">Maar huppelt, bij een eed’le gastvrouw, luchtig</p>
+<p class="line">Naar ’t wulpsche welgevallen van een luit.</p>
+<p id="kr3.i.1.14" class="line">Doch ik, geenszins gevormd voor snaaksche grappen,</p>
+<p class="line">Of om verliefden spiegels ’t hof te maken, <span class="lineNum">15</span></p>
+<p class="line">Die, ruw gestempeld, de’ adel mis van gang,</p>
+<p id="kr3.i.1.17" class="line">Die ’t oog bekoort van dart’le, luchte nimfen,</p>
+<p class="line">Ik, in dien juisten bouw te kort gedaan,</p>
+<p class="line">Valsch door Natuur van evenmaat verstoken,</p>
+<p class="line">Verknoeid, onafgewerkt, te vroeg de wereld,</p>
+<p class="line">Die ademt, ingezonden, nauwelijks half</p>
+<p class="line">Voltooid en wel zoo lam, zoo vreemd van vorm,</p>
+<p class="line">Dat honden bassen, als ik langs hen hink,—</p>
+<p class="line">Ik ken, in dezen tijd van vreêschalmeien,</p>
+<p class="line">Voor mij geen enkel lustig tijdverdrijf,</p>
+<p class="line">Dan ’t staren op mijn schaduw in de zon</p>
+<p class="line">En ’t heeklen van mijn eigen wangestalte;</p>
+<p class="line">En daarom—wijl ik niet voor minnaar deug</p>
+<p class="line">Om dezen welbespraakten tijd te korten—</p>
+<p class="line">Is mijn besluit genomen: ’k word een booswicht</p>
+<p class="line">En zweer des tijds nietswaardig beuz’len haat.</p>
+<p class="line">Aanslagen smeedde ik, heb ze voorbereid</p>
+<p class="line">Door dronken profetieën, briefjes, droomen,</p>
+<p class="line">Om bij mijn broeder Clarence en den koning</p>
+<p class="line">Weêrzijdschen haat, ten doode toe, te wekken;</p>
+<p class="line">En is de koning even waar en trouw,</p>
+<p class="line">Als ik geslepen, valsch en onbetrouwbaar,</p>
+<p class="line">Dan wordt nog heden Clarence ingerekend,</p>
+<p class="line">Ter wille van een profetie,—dat G</p>
+<p class="line">Aan Edwards erven dood bereidt en wee.—</p>
+<p class="line">Duikt in mijn ziel, gedachten; <span class="corr" id="xd33e443" title="Bron: Claren cekomt">Clarence komt</span>.</p>
+</div>
+<p class="stage">(<span class="sc">Clarence</span> <i>komt op, vergezeld van Bewakers, alsmede van</i> <span class="sc">Brakenbury</span>.)</p>
+<div class="sp">
+<p class="line">Mijn broeder, goeden dag! Waartoe die wacht</p>
+<p class="line">Bij uw genade?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Clarence.</b></p>
+<p class="line"><span class="hemistich">Bij uw genade? </span>Zijne majesteit</p>
+<p class="line">Heeft, voor mijn veiligheid bezorgd, bevolen,</p>
+<p class="line">Dat ik aldus ten Tower wierd geleid.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">En dat waarom?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Clarence.</b></p>
+<p class="line"><span class="hemistich">En dat waarom? </span>Omdat ik George heet.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">Ach, dit mylord, is uwe schuld toch niet;</p>
+<p class="line">Daarvoor moest hij uw peten laten boeten.</p>
+<p class="line">O, moog’lijk is zijn majesteit van plan<span class="corr" id="xd33e488" title="Bron: .">,</span></p>
+<p class="line">U in den Tow’r opnieuw te laten doopen.</p>
+<p class="line">Maar Clarence, wat is de oorzaak? mag ik ’t weten?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Clarence.</b></p>
+<p class="line">Ja, Richard, als ìk ’t weet; doch ik verklaar,</p>
+<p class="line">Tot nog toe weet ik ’t niet. Maar, zoo ik hoor,</p>
+<p class="line">Hecht hij aan profetieën en aan droomen,</p>
+<p class="line">En schrapt de letter G van ’t ABC;</p>
+<p id="kr3.i.1.56" class="line">Hem spelde een wich’laar, zegt hij, dat een G</p>
+<p class="line">Zijn kroost onterving brengen zou en wee;</p>
+<p class="line">Nu, mijn naam, George, o ramp! begint met G,</p>
+<p class="line">Dus, ìk bedreig zijn kroost en stoor zijn vreê.</p>
+<p class="line">Dit, zoo ik hoor, en zulke grillen meer</p>
+<p class="line">Zijn oorzaak, dat zijn hoogheid mij deed vatten.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">Zoo gaat het, doet een man, wat vrouwen willen!</p>
+<p class="line">U zendt de koning, neen, niet naar den Tower;</p>
+<p class="line">Mylady Grey, zijn vrouw, die is het, Clarence,</p>
+<p class="line">Die hem tot zulk een uiterste verleidt.</p>
+<p class="line">Was ’t niet door haar en dien hoogeed’len vriend,</p>
+<p class="line">Antonius Woodville, Rivers thans, haar broeder,</p>
+<p class="line">Dat hij lord Hastings naar den Tower zond,</p>
+<p class="line">Waar hij eerst heden uit ontslagen werd?</p>
+<p class="line">Wij zijn niet veilig, Clarence, zijn niet veilig.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Clarence.</b></p>
+<p class="line">Bij God! geen mensch is veilig, dan verwanten</p>
+<p class="line">Der koningin, en ook die nachtherauten,</p>
+<p id="kr3.i.1.73" class="line">Des konings en mejuffer Shore’s loopers.</p>
+<p class="line">Hebt gij vernomen, hoe als need’rig smeek’ling</p>
+<p class="line">Lord Hastings haar om zijn bevrijding bad?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">Deemoedig jamm’rend bij haar godd’lijkheid,</p>
+<p class="line">Erlangde de eed’le kamerheer zijn vrijheid.</p>
+<p class="line">Ik zeg: naar ìk denk, is het voor ons zaak,—</p>
+<p class="line">Zoo wij des konings gunst behouden willen,—</p>
+<p class="line">Als hare dienaars haar livrei te dragen.</p>
+<p class="line">Sinds onze broeder haar, en die jaloersche,</p>
+<p class="line">Versleten weeuw tot edelvrouwen sloeg,</p>
+<p class="line">Stelt haar gesnap in ’t koninkrijk de wet.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Brakenbury.</b></p>
+<p class="line">’k Bid uw’ genaden beiden om vergiff’nis,</p>
+<p class="line">Doch zijne majesteit beval mij streng,</p>
+<p class="line">Dat niemand, van wat stand hij ook mocht zijn,</p>
+<p class="line">Vertrouw’lijk met zijn broeder spreken zou.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">Zeer wel; en als ’t uw edelheid behaagt,</p>
+<p class="line">Vrij moogt gij alles hooren, wat wij zeggen.<span class="pageNum" id="pb214">[<a href="#pb214">214</a>]</span></p>
+<p class="line">’t Is, man, geen hoogverraad; ’t is, dat de koning</p>
+<p class="line">Vroed is en vroom, zijn eed’le koningin</p>
+<p class="line">Van rijpen leeftijd, schoon en niet jaloersch;—</p>
+<p class="line">Alsook, dat Shore’s vrouw een mooien voet heeft,</p>
+<p class="line">Een kersenmond, schoone oogen, zoete tong;</p>
+<p class="line">En dat der koningin geslacht voornaam werd.</p>
+<p class="line">Wat zegt gij, heer, kunt gij dit alles looch’nen?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Brakenbury.</b></p>
+<p class="line">’k Heb met dit alles niets te doen, mylord. <span class="lineNum">97</span></p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">Met juffer Shore niets te doen? Wel, man,</p>
+<p class="line">Wie iets met haar wil doen, één uitgezonderd,</p>
+<p class="line">Die doe het liefst in diep geheim, alleen.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Brakenbury.</b></p>
+<p class="line">Wie is die een, mylord?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">Haar man, gij schelm; zoudt gij mij willen vangen?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Brakenbury.</b></p>
+<p class="line">Vergeef mij, uw genade, maar ik bid u,</p>
+<p class="line">Niet meer te spreken met den eed’len hertog.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Clarence.</b></p>
+<p class="line">Wij kennen uwen last en willen volgen.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">Wij, koninginneslaven, moeten volgen.</p>
+<p class="line">Vaar, broeder, wel; ik spoed mij tot den koning</p>
+<p class="line">En wat gij mij gelast voor u te doen,</p>
+<p class="line">Zelfs koning Edwards weeuw als zuster <span class="corr" id="xd33e612" title="Bron: groeter">groeten</span>,</p>
+<p class="line">Ik zal het doen, zoo ’t u bevrijden kan.</p>
+<p class="line">Want inderdaad, die diepe smaad eens broeders</p>
+<p class="line">Treft mij veel dieper dan gij denken kunt.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Clarence.</b></p>
+<p class="line">Ik weet, die smaad behaagt nòch u nòch mij.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">Kom, lang zal uw gevangenschap niet duren;</p>
+<p id="kr3.i.1.115" class="line">Ik maak u vrij, of raak voor u in hecht’nis;</p>
+<p class="line">Heb midd’lerwijl geduld.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Clarence.</b></p>
+<p class="line">Dit moet; vaarwel!</p>
+</div>
+<p class="stage alignright">(<span class="sc">Clarence</span>, <span class="sc">Brakenbury</span> <i>en de Wacht af</i>.)</p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">Ga vrij dien weg, waarlangs gij nimmer keert,</p>
+<p class="line">Onnooz’le Clarence! Zoo bemin ik u,</p>
+<p class="line">Dat ik welras uw ziel ten hemel zend,</p>
+<p class="line">Zoo die uit onze hand de gift aanvaardt.</p>
+<p class="line">Doch wie komt daar? de pas bevrijde Hastings?</p>
+</div>
+<p class="stage">(<span class="sc">Hastings</span> <i>komt op</i>.)</p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Hastings.</b></p>
+<p class="line">’k Wensch mijn doorluchten heer een blijden morgen.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">Ik insgelijks mijn waarden kamerheer;</p>
+<p class="line">Gij zijt recht welkom in de vrije lucht.</p>
+<p class="line">Hoe hebt gij uw gevangenschap gedragen?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Hastings.</b></p>
+<p class="line">Geduldig, heer, zooals gevang’nen ’t moeten.</p>
+<p class="line">Maar toch, ik hoop eens hun mijn dank te brengen,</p>
+<p class="line">Die de oorzaak waren der gevangenschap.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">Vertrouw dit, ja, en dit zal Clarence ook;</p>
+<p class="line">Die u vijandig waren, zijn het hem,</p>
+<p class="line">En zijn nu hem, als vroeger u, te sterk.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Hastings.</b></p>
+<p class="line">Een jammertijd, die de’ aadlaar op doet sluiten,</p>
+<p class="line">En gier en havik rooven laat naar lust!</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">Wat is er in de wereld wel voor nieuws?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Hastings.</b></p>
+<p class="line">Geen nieuws zoo slecht van buiten, als te huis:—</p>
+<p class="line">De koning voelt zich krank, is zwak, zwaarmoedig;</p>
+<p class="line">Zijn artsen zijn om hem in groote zorg <span class="lineNum">137</span></p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">Nu, bij Sint Paul, dit nieuws is waarlijk slecht.</p>
+<p class="line">O, maar zijn leefwijs was sinds lang verkeerd;</p>
+<p class="line">De koning heeft zijn krachten uitgeput;</p>
+<p class="line">’t Is zeer bedroevend, als men hieraan denkt.</p>
+<p class="line">Spreek, houdt hij ’t bed?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Hastings.</b></p>
+<p class="line">Ja zeker.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">Ga, bid ik, voor; ik zal u daad’lijk volgen.</p>
+</div>
+<p class="stage alignright">(<span class="sc">Hastings</span> <i>af</i>.)</p>
+<div class="sp">
+<p class="line">’t Loopt, hoop ik, af; maar sterven mag hij niet,</p>
+<p class="line">Eer George in postgalop ten hemel voer.</p>
+<p class="line">’k Ga tot hem; ’k wil zijn haat op Clarence hitsen,</p>
+<p class="line">Door leugens, wel gestaald met zware reed’nen;</p>
+<p class="line">En zoo mijn diepe toeleg niet mislukt,</p>
+<p class="line">Heeft Clarence nu geen tweeden dag te leven;</p>
+<p class="line">Dan haal’ God koning Edward in zijn hemel,</p>
+<p class="line">En late de aard aan mij om daar te woelen.</p>
+<p class="line">Dan zal ik Warwick’s jongste dochter huwen;</p>
+<p class="line">Maar hoe! ik doodde haar gemaal, haar vader!</p>
+<p class="line">De beste schaad’loosstelling voor de deerne,</p>
+<p class="line">Zoo ìk nu haar gemaal en vader word;</p>
+<p class="line">Dit wil ik doen, niet juist zoozeer uit liefde,</p>
+<p id="kr3.i.1.158" class="line">Als om een ander diep verholen doel,</p>
+<p class="line">Dat ik door haar te huwen moet bereiken.</p>
+<p class="line">Doch ik wil koopen, vóór er iets te koop is;</p>
+<p class="line">Nog ademt Clarence; koning Edward leeft;</p>
+<p class="line">Zijn zìj weg, dan bereek’nen, wat het geeft!</p>
+</div>
+<p class="stage alignright">(<span class="sc">Gloster</span> <i>af</i>.)</p>
+<p><span class="pageNum" id="pb215">[<a href="#pb215">215</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+<div id="kr3.i.2" class="div2 scene"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#kr3.i.2.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h3 class="main">TWEEDE TOONEEL.</h3>
+<p class="stage"><i>Een andere straat in</i> <span class="ex">Londen</span>.</p>
+<p class="stage"><i>Het lijk van Koning</i> <span class="sc">Hendrik den Zesden</span> <i>wordt in een open kist ten tooneele gedragen, begeleid door Edellieden met hellebaarden,
+gevolgd door Lady</i> <span class="sc">Anna</span> <i>als rouwdraagster</i>.</p>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p></p>
+<div class="figure p214width"><img src="images/p214.jpg" alt="KONING RICHARD III." width="720" height="512"><p class="figureHead">KONING RICHARD III.</p>
+<p class="first">Eerste Bedrijf, Tweede Tooneel. </p>
+</div><p>
+</p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Anna.</b></p>
+<p class="line">Zet neer, zet neer uw eerbiedwaarden last,—</p>
+<p class="line">Zoo eere door een lijkwâ kan omhuld zijn,—</p>
+<p class="line">Opdat mijn rouwbeklag een wijl betreure</p>
+<p class="line">Des eed’len Lancaster’s ontijdig eind.—</p>
+<p id="kr3.i.2.5" class="line">Ach, ijskoud wezen van een heil’gen koning!</p>
+<p class="line">Des vorstenhuizes Lancaster bleek stof!</p>
+<p class="line">Gij, bloedloos overschot van koningsbloed!</p>
+<p class="line">Vergun mij, uwen geest hier op te roepen,</p>
+<p class="line">Dat die de weeklacht hoor’ van Anna, de arme,</p>
+<p class="line">De vrouw van Edward, uw vermoorden zoon,</p>
+<p class="line">Dien hìj doorstak, wiens hand u wonden sloeg!</p>
+<p class="line">Zie, in de poorten, waar u ’t leven uitvloot,</p>
+<p class="line">Vloeit, ach vergeefs! de balsem mijner oogen!</p>
+<p class="line">Vervloekt de hand, die zulke scheuren reet!</p>
+<p class="line">Vervloekt het hart, dat tot dit doen het hart had!</p>
+<p class="line">Vervloekt het bloed, dat dit bloed stroomen deed!</p>
+<p class="line">Meer gruwb’re ellende treff’ dien onverlaat,</p>
+<p class="line">Die ons verlaten maakte door uw dood,</p>
+<p class="line">Dan ik aan adders, spinnen, padden wensch,</p>
+<p class="line">Of eenig kruipend, giftig tuig, dat leeft! <span class="lineNum">20</span></p>
+<p class="line">Heeft hij een kind ooit, ’t zij een misgeboorte,</p>
+<p class="line">Een monster, vóór zijn tijd aan ’t licht <span class="corr" id="xd33e824" title="Bron: gegebracht">gebracht</span>,</p>
+<p class="line">Dat door zijn leelijk en gedrocht’lijk wezen</p>
+<p class="line">Der moeder hoopvol oog verstijv’ van schrik;</p>
+<p class="line">En dit zij zijner boosheid erfgenaam!</p>
+<p class="line">En heeft hij ooit een vrouw, dan worde zij</p>
+<p class="line">Onzaal’ger nog door zijnen dood, dan ik</p>
+<p id="kr3.i.2.28" class="line">Het door mijn jonge gade werd en u!—</p>
+<p class="line">Komt, thans naar Chertsey met uw heil’gen last,</p>
+<p class="line">Dien we uit Sint Paul ter plechtige uitvaart haalden;</p>
+<p class="line">Rust vrij, als gij vermoeid zijt, telkens uit;</p>
+<p class="line">Ik weeklaag dan bij koning Hendriks lijk.</p>
+</div>
+<p class="stage">(<i>De Dragers nemen het lijk op en gaan voort.</i>)</p>
+<p class="stage">(<span class="sc">Gloster</span> <i>treedt op</i>.)</p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">Niet verder, gij, die ’t lijk draagt, zet het neder!</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Anna.</b></p>
+<p class="line">Wat zwarte toov’naar roept dien duivel op,</p>
+<p class="line">Tot storing van een vroom en christ’lijk werk?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">Zet neêr het lijk, gij schurken! Bij Sint Paul,</p>
+<p class="line">Ik maak tot lijk een elk, die zich verzet!</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Eerste Edelman.</b></p>
+<p class="line">Terug, mylord, en laat de baar voorbij.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">Schaamt’looze hond, blijf staan, als ik ’t beveel;</p>
+<p class="line">Uw hellebaard omhoog, niet voor mijn borst,</p>
+<p class="line">Of, bij Sint Paul, ik sla u voor den grond,</p>
+<p class="line">En ik vertreed u, beedlaar, om uw stoutheid.</p>
+</div>
+<p class="stage">(<i>De Dragers zetten de baar neder.</i>)</p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Anna.</b></p>
+<p class="line">Hoe! Siddert gij? gij allen zijt bevreesd?</p>
+<p class="line">Helaas, ik wraak u niet, want gij zijt sterflijk,</p>
+<p class="line">En ’t sterflijk oog verdraagt den duivel niet.—</p>
+<p class="line">Verdwijn, gij gruwzame afgezant der hel!</p>
+<p class="line">Gij hadt slechts op zijn sterflijk lichaam macht;</p>
+<p class="line">Zijn ziel erlangt gij niet; daarom van hier!</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">Wees christ’lijk, lieve heil’ge; vloek niet zoo.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Anna.</b></p>
+<p class="line">Bij God, weg, booze duivel! stoor ons niet;</p>
+<p class="line">Gij, die de schoone wereld tot uw hel,</p>
+<p class="line">Vol vloekgehuil en jammer hebt gemaakt!</p>
+<p class="line">Als de aanblik uwer gruw’len u vermaakt,</p>
+<p class="line">Zie dan dit staaltje van uw slachtersdaden.—</p>
+<p id="kr3.i.2.55" class="line">Ziet, mannen, ziet, des dooden Hendriks wonden</p>
+<p class="line">Ontsluiten haar verstijfden mond; zij bloeden!—</p>
+<p class="line">Bloos, bloos, gij klomp van snoode afzicht’lijkheid!</p>
+<p class="line">Want uw nabijheid dringt dit koude bloed</p>
+<p class="line">Uit ledige aad’ren, waar geen bloed meer woont;</p>
+<p class="line">Uw ondaad, ja, onmenschlijk, onnatuurlijk,</p>
+<p class="line">Verwekt dien stortvloed, even onnatuurlijk.</p>
+<p class="line">O God, gij schiept dit bloed, o wreek zijn dood!</p>
+<p class="line">Gij aard, gij drinkt dit bloed, o wreek zijn dood!</p>
+<p class="line">Gij hemel, dood den moord’naar met uw bliksem,</p>
+<p class="line">Of gaap, gij aarde, wijd, verslind hem levend,</p>
+<p class="line">Zooals gij ’t bloed verzwelgt diens goeden konings,</p>
+<p class="line">Door de’ arm van dezen helleknecht geslacht!</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">Prinses, gij kent de leer der liefde niet,</p>
+<p class="line">Die kwaad met goed vergeldt en vloek met zegen.</p>
+</div>
+<p><span class="pageNum" id="pb216">[<a href="#pb216">216</a>]</span></p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Anna.</b></p>
+<p class="line">Gij schurk, gij kent geen wet, van God noch mensch;</p>
+<p class="line">Het wildste beest kent eenig medelijden. <span class="lineNum">71</span></p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">Dit ken ik niet en ben alzoo geen beest.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Anna.</b></p>
+<p class="line">O wondervreemd, ook duivels spreken waar!</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">Nog vreemder, zulk een gramschap bij een engel!</p>
+<p class="line">Sta toe, o godd’lijk toonbeeld eener vrouw,</p>
+<p class="line">Dat ik van die vermeende booze dingen</p>
+<p class="line">Uitvoerig uwe vrijspraak mij verwerv’.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Anna.</b></p>
+<p class="line">Sta toe, gij helsch gedrocht’lijk beeld eens mans,</p>
+<p class="line">Dat ik voor die bewezen booze dingen</p>
+<p class="line">Uitvoerig u, vervloekte, nogmaals vloek.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">Gij, schooner dan ooit tong het uit kan drukken,</p>
+<p class="line">Geef mij geduldig tijd, dat ik me ontschuldig.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Anna.</b></p>
+<p class="line">Gij, snooder dan ooit hart vermoeden kan,</p>
+<p class="line">Ontschuldigd zult gij zijn, als ge u verhangt.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">Door die vertwijfling zou ik schuld erkennen.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Anna.</b></p>
+<p class="line">Door die vertwijfling delgt gijzelf uw schuld,</p>
+<p class="line">Daar gij verdiende wraak neemt op uzelf,</p>
+<p class="line">Die onverdienden moord op and’ren pleegdet.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">Doch zoo ’k hen niet versloeg?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Anna.</b></p>
+<p class="line">Dan waren zij niet dood;</p>
+<p class="line">Doch dood, zij zijn ’t, en, helleslaaf, door u.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">Ik doodde uw gade niet.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Anna.</b></p>
+<p class="line"><span class="hemistich">Ik doodde uw gade niet. </span>Dan leeft hij nog.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">Neen, hij is dood, doch viel door Edwards hand.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Anna.</b></p>
+<p class="line">Boos liegt uw tong, want koningin Marg’retha</p>
+<p class="line">Zag zelf uw moordstaal rooken van zijn bloed;</p>
+<p class="line">Gij hebt het ook op hare borst gericht,</p>
+<p id="kr3.i.2.96" class="line">Doch uwe broeders sloegen ’t ras ter zijde.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">Ik werd geprikkeld door haar lastertong,</p>
+<p class="line">Die hun schuld valsch op mijne schoud’ren laadde.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Anna.</b></p>
+<p class="line">Gij werdt geprikkeld door uw moord’naarsziel,</p>
+<p class="line">Die nooit van iets dan bloedvergieten droomt.</p>
+<p class="line">Hebt gij deez’ koning niet gedood?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line"><span class="hemistich">Hebt gij deez’ koning niet gedood? </span>’k Stem toe.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Anna.</b></p>
+<p class="line">Toe stemt gij ’t, egel? Dan stemm’ God mij toe,</p>
+<p class="line">Dat gij vervloekt zijt om die booze daad!</p>
+<p class="line">O, hij was deugdzaam, zacht en liefderijk.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">Te beter voor den hemel, die hem heeft.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Anna.</b></p>
+<p class="line">Daar is hij, ja; gìj zult er nimmer komen.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">Dan dank’ hij mij, die hem er henen zond;</p>
+<p class="line">Hij zal er beter thuis zijn dan op aarde. <span class="lineNum">108</span></p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Anna.</b></p>
+<p class="line">En gij kunt enkel thuis zijn in de hel.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">O, nog op ééne plaats; mag ik die noemen?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Anna.</b></p>
+<p class="line">Een kerkerkrocht.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line"><span class="hemistich">Een kerkerkrocht. </span>Uw slaapvertrek.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Anna.</b></p>
+<p class="line">De rust ontvliê de kamer, waar gij ligt!</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">Zoo is ’t, tot ik bij ù lig, eed’le vrouw.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Anna.</b></p>
+<p class="line">Ik hoop het.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">Ik weet het.—Maar, lieve lady Anna,—</p>
+<p class="line">Om uit dit scherp, spitsvondig woordschermuts’len</p>
+<p class="line">Te komen tot bedaarder onderhoud,—</p>
+<p class="line">Spreek, is, die de oorzaak was des vroegen doods</p>
+<p class="line">Der twee Plantagenets, Hendrik en Edward,</p>
+<p class="line">Niet even laakbaar, als die ’t feit volbracht?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Anna.</b></p>
+<p class="line">Gijzelf waart de oorzaak en gevloekte werking.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">En uwe schoonheid de oorzaak dezer werking,</p>
+<p class="line">Uw schoonheid, die mij in den slaap bezocht,</p>
+<p class="line">Om der geheele wereld dood te wagen</p>
+<p class="line">Voor één uur levens aan uw zoete borst.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Anna.</b></p>
+<p class="line">Als ik dit dacht, ik zeg u, menschenmoorder,</p>
+<p class="line">Mijn nagels reten uit mijn wang dat schoon.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">Mijn oog verdroeg ’t vergaan dier schoonheid niet;</p>
+<p class="line">Stond ik er bij, gij zoudt haar nimmer deren;</p>
+<p class="line">Gelijk heel de aard zich aan de zon verkwikt,</p>
+<p class="line">Zoo ik aan haar; zij is mijn dag, mijn leven!</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Anna.</b></p>
+<p class="line">Nacht overhuive uw dag, en dood uw leven!</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">Schoone engel, vloek uzelf niet; gij zijt beide.</p>
+</div>
+<p><span class="pageNum" id="pb217">[<a href="#pb217">217</a>]</span></p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Anna.</b></p>
+<p class="line">Ja, ware ik dit, om mij op u te wreken!</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">O, zulk een vijandschap is onnatuurlijk,</p>
+<p class="line">U wreken op den man, die u bemint!</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Anna.</b></p>
+<p class="line">Die vijandschap is goed, naar recht en rede;</p>
+<p class="line">Mij wreken op den moord’naar mijns gemaals!</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">Die u van uw gemaal beroofde, deed het,</p>
+<p class="line">Om, lady, u een beet’ren te verschaffen.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Anna.</b></p>
+<p class="line">Een betere ademt er op aarde niet.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">Eén wijdt u beet’re liefde nog dan hij.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Anna.</b></p>
+<p class="line">Wie is <span class="corr" id="xd33e1199" title="Bron: t">’t</span>?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line"><span class="hemistich">Wie is <span class="corr" title="Bron: t">’t</span>? </span>Plantagenet.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Anna.</b></p>
+<p class="line"><span class="hemistich">Wie is <span class="corr" title="Bron: t">’t</span>? Plantagenet. </span>Dat was hijzelf.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">Dezelfde naam, ja, doch een beter man.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Anna.</b></p>
+<p class="line">Waar is hij?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line"><span class="hemistich">Waar is hij? </span>Hier.</p>
+</div>
+<p class="stage">(<i>Zij spuwt naar hem.</i>)</p>
+<div class="sp">
+<p class="line"><span class="hemistich">Waar is hij? Hier. </span>Wat spuwt gij zoo naar mij?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Anna.</b></p>
+<p class="line">Ik wenschte, ’t ware een dood’lijk gif voor u! <span class="lineNum">146</span></p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">Nooit kwam vergif van zulk een zoete plaats.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Anna.</b></p>
+<p class="line">En nooit kleefde er vergif aan snooder pad.</p>
+<p class="line">Uit mijn gezicht! want gij verzengt mijn oogen.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">Uw oogen hebben mij in vlam gezet.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Anna.</b></p>
+<p id="kr3.i.2.151" class="line">O, waren ’t basilisken, bliksems schietend!</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">Ik wenschte ’t ook, dan ware ik dood op eens;</p>
+<p class="line">Thans geven zij me een dood, die ’t leven laat.</p>
+<p class="line">Uw oog heeft zilte tranen mij ontperst,</p>
+<p class="line">Mijn oogen smaad gebracht door kindsche droppen,</p>
+<p id="kr3.i.2.156" class="line">Dien oogen, die nooit rouwetranen kenden,</p>
+<p class="line">Noch toen mijn vader York en Edward weenden</p>
+<p class="line">Om Rutland’s jammerkreet, toen over hem</p>
+<p class="line">Clifford met donk’ren blik het zwaard verhief,</p>
+<p class="line">Noch toen uw dapp’re vader, als een kind,</p>
+<p class="line">Het droef verhaal deed van mijns vaders dood,</p>
+<p class="line">En tienmaal op moest houden, snikte en weende,</p>
+<p class="line">Dat elk, die ’t hoorde, vochte wangen had,</p>
+<p class="line">Als boomen in den regen; in dien rouwtijd</p>
+<p class="line">Weerhield mijn mann’lijk oog een laffen traan;</p>
+<p class="line">En wat die smart het nooit heeft afgeperst,</p>
+<p class="line">Deed uwe schoonheid, maakte ’t blind van weenen.</p>
+<p class="line">Nooit smeekte ik iets aan vriend of vijand af;</p>
+<p class="line">Nooit leerde mijne tong een vleiend woord;</p>
+<p class="line">Doch nu mij uwe schoonheid wenkt als loon,</p>
+<p class="line">Smeekt mijn trotsch hart en leert mijn tong te spreken.</p>
+</div>
+<p class="stage">(<i>Zij ziet hem met een hoonenden blik aan.</i>)</p>
+<div class="sp">
+<p class="line">Leer uwen lippen zulk een hoon niet, lady,</p>
+<p class="line">Zij zijn ten kus geschapen, niet tot hoon.</p>
+<p class="line">Als uw wraakgierig hart niet kan vergeven,</p>
+<p class="line">Zie, ’k leen u hier dit scherpgepunte zwaard;</p>
+<p class="line">Gij, berg het vrij in deze trouwe borst,</p>
+<p class="line">En drijf de ziel er uit, die u vergoodt.</p>
+<p class="line">Zie, ik ontbloot haar, dat gij dood’lijk toestoot,</p>
+<p class="line">En bid, deemoedig knielend, om mijn dood.</p>
+</div>
+<p class="stage">(<i>Hij ontbloot de borst; zij richt er het zwaard op.</i>)</p>
+<div class="sp">
+<p class="line">Neen, weifel niet: ik doodde koning Hendrik;</p>
+<p class="line">Maar ’t was uw schoonheid, die er mij toe drong.</p>
+<p class="line">Stoot toe; ja, ik doorstak den jongen Edward;—</p>
+<p class="line">Maar ’t was uw hemelsch aanschijn, dat mij dreef.</p>
+</div>
+<p class="stage">(<i>Zij laat het zwaard vallen.</i>)</p>
+<div class="sp">
+<p class="line">Neem op het zwaard, of mij in uwe gunst.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Anna.</b></p>
+<p class="line">Rijs, huich’laar op, hoezeer uw dood mijn wensch zij,</p>
+<p class="line">Ik wil ’t niet zijn, die met den zwaarde u recht.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">Zeg mij dan mij te dooden, en ik doe het.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Anna.</b></p>
+<p class="line">Dit deed ik reeds.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line"><span class="hemistich">Dit deed ik reeds. </span>Gij deedt het in uw toorn;</p>
+<p class="line">Zeg ’t nu nog eens; terstond zal deze hand,</p>
+<p class="line">Die, om uw liefde, uw liefde heeft gedood,</p>
+<p class="line">Veel trouwer liefde om uwe liefde dooden;</p>
+<p class="line">Aan beider dood zult gij meeplichtig zijn.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Anna.</b></p>
+<p class="line">O, kende ik slechts uw hart!</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">Ik draag het op de tong.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Anna.</b></p>
+<p class="line">Wellicht zijn beide valsch. <span class="lineNum">195</span></p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">Nooit sprak dan iemand waar.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Anna.</b></p>
+<p class="line">Nu dan, steek op uw zwaard.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">Zeg dan: wij zijn verzoend.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Anna.</b></p>
+<p class="line">Dit blijke u door ’t vervolg.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">Dus, leef ik nog in hoop?</p>
+</div>
+<p><span class="pageNum" id="pb218">[<a href="#pb218">218</a>]</span></p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Anna.</b></p>
+<p class="line">Dit, hoop ik, doet een elk.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">Draag dezen ring van mij.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Anna.</b></p>
+<p id="kr3.i.2.203" class="line">Die aanneemt, geeft nog niet.</p>
+</div>
+<p class="stage">(<i>Zij laat zich den ring aan den vinger steken.</i>)</p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">Zie, hoe mijn ring om uwen vinger sluit;</p>
+<p class="line">Zoo houdt uw borst mij ’t arme hart omsloten,</p>
+<p class="line">Draag gij die beide, beide zijn zij u.</p>
+<p class="line">En als uw arme, trouw verknochte dienaar</p>
+<p class="line">Nog ééne gunst van uw genâ mag smeeken.</p>
+<p class="line">Dan grondt gij hem voor eeuwig zijn geluk.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Anna.</b></p>
+<p class="line">Wat is het?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">Dat gij den rouwdienst hem wilt overlaten,</p>
+<p class="line">Die meerder oorzaak heeft om rouw te dragen,</p>
+<p id="kr3.i.2.213" class="line">En u van hier naar Crosbyhof begeeft.</p>
+<p class="line">Daar kom ik, nadat ik deze’ eed’len koning</p>
+<p class="line">In ’t klooster Chertsey plechtig heb begraven,</p>
+<p class="line">En tranen vol berouw op ’t graf geplengd,</p>
+<p class="line">Met allen spoed eerbiedig u bezoeken;</p>
+<p class="line">Om veel geheime reed’nen smeek ik u:</p>
+<p class="line">Sta deze gunst mij toe.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Anna.</b></p>
+<p class="line">Van ganscher harte; zeer verheugt het mij,</p>
+<p class="line">Te zien, dat gij boetvaardig zijt geworden.—</p>
+<p class="line">Komt, Berkeley en Tressel, begeleidt mij.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">Zeg mij vaarwel.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Anna.</b></p>
+<p class="line"><span class="hemistich">Zeg mij vaarwel. </span>’t Is meer dan gij verdient;</p>
+<p class="line">Doch daar gij mij geleerd hebt, u te vleien,</p>
+<p class="line">Zoo denk, dat ik u reeds vaarwelgezegd heb.</p>
+</div>
+<p class="stage alignright">(<i>Lady</i> <span class="sc">Anna</span> <i>met twee Edellieden af</i>.)</p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">Gij, neemt het lijk weer op.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Een Edelman.</b></p>
+<p class="line">Naar Chertsey, uwe hoogheid?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">Neen, naar de Karmelieten; wacht mij daar.</p>
+</div>
+<p class="stage alignright">(<i>Al de overigen met het lijk af.</i>)</p>
+<div class="sp">
+<p class="line">Werd ooit in zulk een luim een vrouw gevrijd?</p>
+<p class="line">Werd ooit in zulk een luim een vrouw gewonnen?</p>
+<p class="line">Ik wil haar hebben, niet haar lang behouden.</p>
+<p class="line">Wat! ik, de moord’naar van haar man en vader,</p>
+<p class="line">Ik vang haar in haars harten diepsten haat,</p>
+<p class="line">Met vloeken op haar tong, het oog vol tranen,</p>
+<p class="line">Bij ’t bloedend lijk, getuige van haar haat;</p>
+<p class="line">God, haar geweten, alles tegen mij;</p>
+<p class="line">Ik, zonder vrienden, die mijn aanzoek steunen,</p>
+<p class="line">Dan huich’laarsblikken, en den baren duivel;</p>
+<p class="line">En toch zij mijn!—de wereld tegen niets!</p>
+<p class="line">Ha!</p>
+<p class="line">Heeft zij dien wakk’ren prins alreeds vergeten,</p>
+<p class="line">Edward, haar gade, dien ik voor drie maanden</p>
+<p class="line">Te Tewksbury doorstak in arren moede? <span class="lineNum">242</span></p>
+<p class="line">Een edelman, zoo goed en minnenswaard,—</p>
+<p class="line">Zoo kwistig door natuur bedeeld met gaven,</p>
+<p class="line">Jong, dapper, wijs, echt koninklijk voorwaar,—</p>
+<p class="line">Is in de wijde wereld niet te vinden;</p>
+<p class="line">En toch vernedert zij haar blik tot mij,</p>
+<p class="line">Die ’t gouden bloeisel afsneed van dien prins</p>
+<p class="line">En haar tot weduw maakte op bange sponde!</p>
+<p class="line">Mij, wiens geheel geen halven Edward opweegt!</p>
+<p class="line">Tot mij, die hink en zoo wanstaltig ben!</p>
+<p class="line">Mijn hertogdom, ja, tegen éénen duit,</p>
+<p class="line">Dat ik aldoor mijzelven heb miskend;</p>
+<p class="line">Mijn kop af, dat zij mij, wat ìk niet vind,</p>
+<p class="line">Voor een verbazend knappen jonkman houdt.</p>
+<p class="line">Ik moet mij, wat het koste, een spiegel koopen,</p>
+<p class="line">En schaf een paar dozijnen snijders aan,</p>
+<p class="line">Om drachten uit te denken, die mij goed staan.</p>
+<p class="line">Nu ’k bij mijzelf in gunst gekomen ben,</p>
+<p class="line">Leg ik er ook een weinig aan te kost.</p>
+<p class="line">Doch eerst help ik dien kerel in zijn graf,</p>
+<p class="line">En kom dan jamm’rend bij mijn liefste weer.—</p>
+<p class="line">Schijn helder, zon, tot ik een spiegel heb,</p>
+<p class="line">Opdat ik in mijn schaduw vreugde schepp’!</p>
+</div>
+<p class="stage alignright">(<span class="sc">Gloster</span> <i>af</i>.)</p>
+</div>
+</div>
+<div id="kr3.i.3" class="div2 scene"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#kr3.i.3.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h3 class="main">DERDE TOONEEL.</h3>
+<p class="stage"><span class="ex">Aldaar.</span> <i>Een kamer in het paleis.</i></p>
+<p class="stage"><i>Koningin</i> <span class="sc">Elizabeth</span>, <i>lord</i> <span class="sc">Rivers</span> <i>en lord</i> <span class="sc">Grey</span> <i>komen op</i>.</p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Rivers.</b></p>
+<p class="line">Houd moed, vorstin; geen twijfel, of zijn hoogheid</p>
+<p class="line">Is binnen korten tijd geheel hersteld.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Grey.</b></p>
+<p class="line">Zijt gij er om bedrukt, dit maakt hem erger;</p>
+<p class="line">Blijf dus om Gods wil immer welgemoed,</p>
+<p class="line">En beur hem op door luchtig, vroolijk praten.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koningin Elizabeth.</b></p>
+<p class="line">Als hij eens stierf, wat leed zou dan mij treffen!</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Grey.</b></p>
+<p class="line">’t Verlies van zulk een gâ, geen verder leed.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koningin Elizabeth.</b></p>
+<p class="line">Zulk een verlies sluit al wat leed is in.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Grey.</b></p>
+<p class="line">God heeft u met een wakk’ren zoon gezegend,</p>
+<p class="line">Die u na zijnen dood tot troost zal zijn.</p>
+</div>
+<p><span class="pageNum" id="pb219">[<a href="#pb219">219</a>]</span></p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koningin Elizabeth.</b></p>
+<p class="line">Ach, hij is jong; en zijne jeugd wordt dan</p>
+<p class="line">Aan Richard Gloster’s hoede toevertrouwd,</p>
+<p class="line">Een man, die mij, noch een van u, mag lijden.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Rivers.</b></p>
+<p class="line">Is dit bepaald, moet hij protector worden?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koningin Elizabeth.</b></p>
+<p class="line">Besloten is ’t, ofschoon nog niet bepaald;</p>
+<p class="line">Maar ’t moet, indien de koning komt te vallen.</p>
+</div>
+<p class="stage">(<span class="sc">Buckingham</span> <i>en</i> <span class="sc">Stanley</span> <i>treden op</i>.)</p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Grey.</b></p>
+<p id="kr3.i.3.17" class="line">Daar zijn de lords van Buckingham en Stanley.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Buckingham.</b></p>
+<p class="line">Uw koninklijke hoogheid alle heil!</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Stanley.</b></p>
+<p class="line">God geve uw majesteit weer vreugd als vroeger! <span class="lineNum">19</span></p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koningin Elizabeth.</b></p>
+<p class="line">Gravinne Richmond, waarde lord van Stanley,</p>
+<p class="line">Zegt wis geen amen op uw goeden wensch.</p>
+<p class="line">Doch, beste Stanley, schoon ze uw gade zij</p>
+<p class="line">En mij niet lijden moog’, geloof me, ik koester</p>
+<p class="line">Voor u geen haat om haar laatdunkendheid.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Stanley.</b></p>
+<p class="line">Ik bid u, schenk dien boozen lastertongen</p>
+<p class="line">Van die haar valsch betichten geen gehoor;</p>
+<p class="line">Of, wat men haar terecht ten laste legt,</p>
+<p class="line">Beschouw dit als een zwakheid, die veeleer</p>
+<p class="line">Uit kranke luim, dan boozen zin ontspruit.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koningin Elizabeth.</b></p>
+<p class="line">Zaagt gij vandaag den koning reeds, lord Stanley?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Stanley.</b></p>
+<p class="line">Wij hebben, hertog Buckingham, en ik,</p>
+<p class="line">Zoo even zijne majesteit bezocht.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koningin Elizabeth.</b></p>
+<p class="line">Hoe vindt gij ’t uitzicht op zijn beterschap?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Buckingham.</b></p>
+<p class="line">Heb moed, vorstin; hij spreekt recht opgeruimd.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koningin Elizabeth.</b></p>
+<p class="line">God sterk’ hem! Sprak hij met u over zaken?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Buckingham.</b></p>
+<p class="line">O ja, vorstin; het is zijn wensch, uw broeders</p>
+<p class="line">Met hertog Gloster duurzaam te verzoenen,</p>
+<p class="line">Alsmede met den opperkamerheer;</p>
+<p class="line">Hij liet hen naar zijn kamer opontbieden.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koningin Elizabeth.</b></p>
+<p class="line">Ware alles goed!—Doch dit zal nimmer zijn;</p>
+<p class="line">Ik vrees, ons heil staat op zijn middaghoogte.</p>
+</div>
+<p class="stage">(<span class="sc">Gloster</span>, <span class="sc">Hastings</span> <i>en</i> <span class="sc">Dorset</span> <i>komen op</i>.)</p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">Zij doen mij onrecht, en ik wil ’t niet dulden.—</p>
+<p class="line">Wie zijn zij, die steeds klagen bij den koning,</p>
+<p class="line">Dat ik, ik, wrok, voor hen recht liefd’loos ben?</p>
+<p class="line">Zij, bij Sint Paul, zijn voor den koning liefd’loos,</p>
+<p class="line">Die zoo zijn oor met twistgeruchten vullen.</p>
+<p class="line">Wijl ik niet vleien kan, niet mooi kan praten,</p>
+<p class="line">Toelachen, streelen, foppen en bedriegen,</p>
+<p class="line">Strijkages op zijn Fransch, recht aap’rig, maken,</p>
+<p class="line">Moet ik volstrekt een wrokkend vijand zijn.</p>
+<p class="line">Kan geen eenvoudig man meer vreedzaam leven,</p>
+<p class="line">Dat niet zijn eerlijk hart belasterd wordt,</p>
+<p class="line">Door fulpen, sluw, indringend vleigeboefte?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Grey.</b></p>
+<p class="line">Tot wien in dezen kring spreekt uw genade?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">Tot u, die zonder deugd zijt en genade.</p>
+<p class="line">Spreek, wanneer krenkte ik u, of kwetste ik u?—</p>
+<p class="line">Of u?—Of u?—of iemand van uw bent?</p>
+<p class="line">Hale u de pest! De koning, onze heer,—</p>
+<p class="line">Wien God behoede, beter dan gij ’t wenscht!—</p>
+<p class="line">Heeft nauwlijks voor een ademhaling rust,</p>
+<p class="line">Dat gij hem niet met lage klachten kwelt. <span class="lineNum">61</span></p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koningin Elizabeth.</b></p>
+<p class="line">Verkeerd neemt gij de zaak op, broeder Gloster.</p>
+<p class="line">De koning, door zichzelf alleen gedreven,</p>
+<p class="line">En niet door and’re klagers aangezet,</p>
+<p class="line">Maar lettend, moog’lijk, op uws boezems wrok,</p>
+<p class="line">Die zich uitwendig in uw doen verraadt,</p>
+<p class="line">Wrok tegen mij, mijn broeders en mijn kind’ren,</p>
+<p id="kr3.i.3.68" class="line">Deed u ontbieden, opdat hij den wortel</p>
+<p class="line">Van uwen haat ontdekken, rooien moog’.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">Ik weet niet;—al te slecht is thans de wereld:</p>
+<p class="line">’t Kleinjantje rooft, waar de aad’laar zich niet waagt;</p>
+<p class="line">Sinds elke schooier edelman hier werd,</p>
+<p class="line">Werd menig edelman een kale schooier.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koningin Elizabeth.</b></p>
+<p class="line">O duid’lijk is uw meening, broeder Gloster;</p>
+<p class="line">Mijn, mijner vrienden opkomst wekt uw nijd.</p>
+<p class="line">God geve, dat wij nimmer u behoeven!</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">God geeft inmiddels, dat wij u behoeven.</p>
+<p class="line">Mijn broeder is gekerkerd door uw toedoen,</p>
+<p class="line">Ikzelf in ongenade, heel onze adel</p>
+<p class="line">Geminacht; en de hoogste posten vallen</p>
+<p id="kr3.i.3.81" class="line">Met gravenkronen daag’lijks hun ten deel,<span class="pageNum" id="pb220">[<a href="#pb220">220</a>]</span></p>
+<p class="line">Wier rijkdom, gist’ren nog, geen zilvren kroon was.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koningin Elizabeth.</b></p>
+<p class="line">Bij Hem, die uit mijn need’rig, stil geluk</p>
+<p class="line">Tot deze bange hoogte mij verhief,</p>
+<p class="line">Nooit deed ik iets om tegen hertog Clarence</p>
+<p class="line">Den koning op te zetten; veeleer was ik</p>
+<p class="line">Zijn voorspraak en volijv’rig pleitbezorger.</p>
+<p class="line">Mylord, gij doet mij smaadlijk onrecht aan,</p>
+<p class="line">Door zulk een valsche smet op mij te werpen.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">Gij kunt ook looch’nen, dat niet uw bedrijf</p>
+<p class="line">Lord Hastings in den Tower heeft gebracht.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Rivers.</b></p>
+<p class="line">Zij kan ’t, mylord; want—
+</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">Zij kan ’t, lord Rivers,—wel, wie weet het niet?—</p>
+<p class="line">Zij kan, mijn heer, nog meer doen, dan dit looch’nen;</p>
+<p class="line">Zij kan—aan meen’gen vetten post u helpen,</p>
+<p class="line">En later looch’nen, dat ze er iets voor deed,</p>
+<p class="line">En zeggen, dat gij ’t uw verdiensten dankt.</p>
+<p class="line">Wat kan zij niet? Zij kan,—ja trouwens, kan—</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Rivers.</b></p>
+<p class="line">Wat trouwens kan zij?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">Wat trouwens kan zij? met een koning trouwen,</p>
+<p class="line">Een jonkman, ja, een knappen vrijgezel.</p>
+<p class="line">Uws vaders moeder deed een minder keus. <span class="lineNum">102</span></p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koningin Elizabeth.</b></p>
+<p class="line">Mylord van Gloster, al te lang verdroeg ik</p>
+<p class="line">Uw plompen smaad en uwen bitt’ren spot;</p>
+<p class="line">Bij God, ik meld nu aan zijn majesteit</p>
+<p class="line">Den groven hoon, dien ik zoo vaak moest lijden.</p>
+<p class="line">Veel liever ware ik dienstmaagd op het land</p>
+<p class="line">Dan groote koningin met dit beding,</p>
+<p class="line">Van zulk een schimp en hoon en smaad te dulden;</p>
+<p class="line">Klein is mijn vreugd als Eng’lands koningin.</p>
+</div>
+<p class="stage">(<i>Koningin</i> <span class="sc">Margaretha</span> <i>verschijnt op den achtergrond</i>.)</p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koningin Margaretha</b></p>
+<p id="kr3.i.3.111" class="line"><span class="stage">(<i>ter zijde</i>).</span> Dat kleine word’ nog minder, bid ik God!</p>
+<p class="line">Mij komt uw rang en staat en zetel toe.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">Wat! dreigt gij met een aanklacht bij den koning?</p>
+<p class="line">Goed, spaar mij niet; zie, wat ik heb gezegd,</p>
+<p class="line">Dit zal ik voor den koning staande houden.</p>
+<p class="line">Al wachtte mij de Tower, ’k zou het wagen.</p>
+<p class="line">’t Is sprekenstijd, mijn diensten zijn vergeten.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koningin Margaretha</b></p>
+<p class="line"><span class="stage">(<i>ter zijde</i>).</span> Gij duivel! Al te goed staan mij die voor;</p>
+<p class="line">Mijn gade Hendrik dooddet gij in den Tower,</p>
+<p class="line">Edward, mijn armen zoon, te Tewksbury.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">Eer gij, ja eer nog uw gemaal gekroond was,</p>
+<p class="line">Was ik het pakpaard van zijn hooge wenschen,</p>
+<p class="line">Verdelger van zijn trotsche weerpartijders</p>
+<p class="line">En mild belooner van zijn medestanders;</p>
+<p class="line">Ik schonk hem koningsbloed door ’t mijn te spillen.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koningin Margaretha</b></p>
+<p class="line"><span class="stage">(<i>ter zijde</i>).</span> Ja, èn veel beter bloed dan ’t zijne of ’t uwe.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">En al dien tijd trokt gij, en Grey, uw gade,</p>
+<p id="kr3.i.3.128" class="line">Partij steeds voor het huis van Lancaster;</p>
+<p class="line">En gij ook, Rivers,—Viel uw gade niet</p>
+<p class="line">Als Margaretha’s krijger bij Sint-Albaans?</p>
+<p class="line">Laat mij, zijt gij ’t vergeten, u herinn’ren,</p>
+<p class="line">Wat gij voor dezen waart en wat gij zijt,</p>
+<p class="line">Alsook, wat ik geweest ben en nu ben.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koningin Margaretha</b></p>
+<p class="line"><span class="stage">(<i>ter zijde</i>).</span> Een lage moord’naar, en dit zijt gij nog.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p id="kr3.i.3.135" class="line">Die arme Clarence heeft zijn vader Warwick</p>
+<p class="line">Verzaakt, zijn eed van trouw aan hem verbroken;—</p>
+<p class="line">Vergeev’ hem Jezus!</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koningin Margaretha</b></p>
+<p class="line"><span class="stage">(<i>ter zijde</i>).</span> Straff’ hem God er voor!</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">Om, voor de kroon, aan Edwards zij te strijden;</p>
+<p class="line">En zie, tot loon zit de arme prins in hecht’nis.</p>
+<p class="line">Gaav’ God, ik had een steenen hart als Edward,</p>
+<p class="line">Of hij een zacht, meewarig hart als ik;</p>
+<p class="line">Ik ben te kindsch-goedhartig voor deze aarde.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koningin Margaretha</b></p>
+<p class="line"><span class="stage">(<i>ter zijde</i>).</span> Zoo vaar ter helle uit schaamte en wijk van de aarde;</p>
+<p class="line">Gij kakodæmon! dààr ligt uw gebied.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Rivers.</b></p>
+<p class="line">Mylord van Gloster, in die heete dagen,</p>
+<p class="line">Waar gij op wijst, opdat wij vijand blijken,</p>
+<p class="line">Zijn we onzen heer en souverein gevolgd;</p>
+<p class="line">Wij zouden ’t u doen, zoo gij koning waart.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">Als ik dat waar’!—Marskramer ware ik liever!</p>
+<p class="line">Zelfs de gedachte er aan, zij ver van mij! <span class="lineNum">150</span></p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koningin Elizabeth.</b></p>
+<p class="line">Zoo luttel heils, mylord, als gij voor u</p>
+<p class="line">Van ’t koning-zijn verwacht in dezen lande,</p>
+<p class="line">Zoo luttel heils, geloof mij, smaak ikzelf,</p>
+<p class="line">Schoon ik de koningin zij van dat rijk.</p>
+</div>
+<p><span class="pageNum" id="pb221">[<a href="#pb221">221</a>]</span></p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koningin Margaretha</b></p>
+<p class="line"><span class="stage">(<i>ter zijde</i>).</span> Ja, luttel heils smaakt Eng’lands koningin;</p>
+<p class="line">Want dit ben ik, en enkel tot mijn onheil.</p>
+<p class="line">Ik houd mijn gramschap thans niet langer in.—</p>
+</div>
+<p class="stage">(<i>Zij treedt naar voren.</i>)</p>
+<div class="sp">
+<p class="line">Hoort mij, vrijbuiters, die krakeelt, die twist</p>
+<p class="line">Bij ’t deelen van uw buit, aan mij ontroofd!</p>
+<p class="line">Wie uwer, die mij aanblikt, siddert niet,</p>
+<p class="line">Zoo niet voor uw vorstin, als onderdaan,</p>
+<p class="line">Toch voor die gij onttroond hebt, als rebel?—</p>
+<p class="line">Gij, hooge schurk, wend uw gelaat niet af!</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">Boos, rimpl’ig tooverwijf, wat doet gij hier?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koningin Margaretha.</b></p>
+<p class="line">Herhalen kom ik hier uw euveldaden;</p>
+<p class="line">Dit wil ik doen, aleer ik u laat gaan.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">Zijt gij hier niet op straf des doods verbannen?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koningin Margaretha.</b></p>
+<p class="line">Ja, doch ik lijd als balling dieper wee,</p>
+<p class="line">Dan, blijf ik hier, de dood mij brengen kan.</p>
+<p class="line">Gij zijt mij een gemaal en zoon verschuldigd,—</p>
+<p class="line">En gij, een koninkrijk,—gij allen, leenplicht;</p>
+<p class="line">U komt het lijden toe, dat ik verduur,</p>
+<p class="line">Mij al ’t geluk, dat gij hebt overmeesterd.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">De vloek mijns eed’len vaders, toen gij hem</p>
+<p class="line">De heldenslapen kroondet met papier,</p>
+<p class="line">Zijn’ oogen stroomen afdwongt door uw hoon,</p>
+<p class="line">En toen om ze af te drogen hem een doek gaaft,</p>
+<p class="line">Gedoopt in ’s lieven Rutland’s schuldloos, bloed,—</p>
+<p class="line">Zijn vloeken, die zijn bitter hart u toen</p>
+<p class="line">Heeft toegeslingerd, zijn ’t, die op u vielen;</p>
+<p class="line">En God, niet wij, vergeldt uw bloedig doen.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koningin Elizabeth.</b></p>
+<p class="line">God is gerecht, hij wreekt onschuldig bloed.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Hastings.</b></p>
+<p class="line">O, ’t was de snoodste daad, dat kind te slachten,</p>
+<p class="line">De wreedste, die ooit menschenoor vernam.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Rivers.</b></p>
+<p class="line">Tirannen zelfs, zij weenden bij het hooren.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Dorset.</b></p>
+<p class="line">Geen mensch, die daar geen wraak uit profiteerde.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Buckingham.</b></p>
+<p class="line">Northumberland, die ’t aanzag, stortte tranen.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koningin Margaretha.</b></p>
+<p class="line">Wat! blikketanddet ge allen, eer ik kwam,</p>
+<p class="line">Als zoudt ge elkander bij den gorgel pakken,</p>
+<p class="line">En keert gij al uw haat nu tegen mij? <span class="lineNum">190</span></p>
+<p class="line">Bewoog York’s schrikb’re vloek den hemel zoo,</p>
+<p class="line">Dat Hendriks dood, mijns lieven Edwards dood,</p>
+<p class="line">’t Verlies der kroon, mijn bitt’re ballingschap,</p>
+<p class="line">Slechts boeten zijn voor dien halfwassen brasem?</p>
+<p class="line">Dringt zoo een vloek, de wolken door, ten hemel?—</p>
+<p class="line">Laat dan, grauw zwerk, mijn rassche vloeken, door!—</p>
+<p class="line">Door brassen, niet in de’ oorlog, sterve uw koning,</p>
+<p class="line">Gelijk door moord, om hem te kronen, de onze!</p>
+<p class="line">Edward, uw zoon, de nieuwe prins van Wales,</p>
+<p class="line">Voor Edward, mijn zoon, vroeger prins van Wales,</p>
+<p class="line">Sterv’ door geweld, ontijdig, jong, als hij!</p>
+<p class="line">Gij, koningin voor mij, die koningin was,</p>
+<p class="line">Gij, overleef, als ik, onzaal’ge, uw rijk!</p>
+<p class="line">Leef lang, om uwe kind’ren te bejamm’ren,</p>
+<p class="line">En zie eene and’re, zooals ik u zie,</p>
+<p class="line">Getooid, als gij ’t in mìjn recht zijt, in ’t uwe!</p>
+<p class="line">Lang voor uw dood zij uw gelukstijd dood;</p>
+<p class="line">En sterf, na menig eind’loos uur van wee,</p>
+<p class="line">Sterf, niet meer moeder, vrouw, noch koningin!</p>
+<p class="line">Rivers en Dorset, gij waart ooggetuigen,</p>
+<p class="line">Ook gij, lord Hastings, toen met purp’ren dolken</p>
+<p class="line">Mijn zoon doorstoken werd; ik smeek tot God:</p>
+<p class="line">Geen uwer leev’ natuurs gezetten tijd;</p>
+<p class="line">Een plots’ling onheil moge u nedermaaien!</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">Staak uw bezwering, booze, dorre heks!</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koningin Margaretha.</b></p>
+<p class="line">Met niets voor u? Blijf, hond, gij zult mij hooren.</p>
+<p class="line">Wanneer de hemel nog een erger wee</p>
+<p class="line">In voorraad heeft, dan ik u wenschen kan,</p>
+<p class="line">Dan spaar’ hij ’t op, tot uwe zonden rijp zijn,</p>
+<p class="line">En stort’ dan al zijn grimmigheid op u,</p>
+<p class="line">U, vredestoorder in deze arme wereld!</p>
+<p class="line">Gewetensangst knaag’ als een worm uw ziel!</p>
+<p class="line">Verdenk uw vrienden immer van verraad,</p>
+<p class="line">Kies aartsverraders tot uw boezemvrienden!</p>
+<p class="line">Geen slaap luik’ ooit uw onheilbrengend oog,</p>
+<p class="line">Tenzij terwijl een mart’lend droomgezicht</p>
+<p class="line">U met een hel van woeste duivels pijnigt!</p>
+<p id="kr3.i.3.228" class="line">Behekst, wanstaltig wezen! wroetend zwijn!</p>
+<p class="line">Gij, van natuur in uw geboortestond</p>
+<p class="line">Als slaaf gebrandmerkt, als een zoon der hel!</p>
+<p class="line">Gij schande van uw moeders zwang’ren schoot!</p>
+<p class="line">Verfoeide wanvrucht van uws vaders lenden!</p>
+<p class="line">Gij vod in eere! diep verachte—</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">Margaretha!</p>
+</div>
+<p><span class="pageNum" id="pb222">[<a href="#pb222">222</a>]</span></p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koningin Margaretha.</b></p>
+<p class="line"><span class="hemistich">Margaretha! </span>Richard!</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line"><span class="hemistich">Margaretha! Richard! </span>He!</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koningin Margaretha.</b></p>
+<p class="line"><span class="hemistich">Margaretha! Richard! He! </span>Ik riep u niet.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">Dan vraag ik u verschooning, want ik waande,</p>
+<p class="line">Mij riept gij al die bitt’re namen toe.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koningin Margaretha.</b></p>
+<p class="line">Dit deed ik, maar een antwoord vroeg ik niet.</p>
+<p class="line">O, laat mij nu mijn vloek ten einde brengen!</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">Ik deed dit reeds; hij sluit met „Margaretha.” <span class="lineNum">239</span></p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koningin Elizabeth.</b></p>
+<p class="line">Zoo keerde uw vloek nu tot uzelve weer.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koningin Margaretha.</b></p>
+<p class="line">Arm vorstenbeeld, gij mijner grootheid schijnglans?</p>
+<p class="line">Wat strooit ge op die gezwollen giftspin suiker,</p>
+<p class="line">Wier dood’lijk web in ’t rond u heeft omstrikt?</p>
+<p class="line">Gekkin, gij wet een mes, dat u zal dooden.</p>
+<p class="line">Eens komt de dag, dat gij mij naast u wenscht,</p>
+<p class="line">Om die gebulte giftpad mee te vloeken.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Hastings.</b></p>
+<p class="line">Gij leugenspelster, dat uw waanzin zwijg’!</p>
+<p class="line">Put ons geduld niet uit, het mocht u schaden.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koningin Margaretha.</b></p>
+<p class="line">Schande op u allen! ’t mijne is uitgeput.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Rivers.</b></p>
+<p class="line">Hij diende u goed, die uwen plicht u leerde.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koningin Margaretha.</b></p>
+<p class="line">Mij goed te dienen, ware uw aller plicht;</p>
+<p class="line">Leert mij, dat ik hier heersch en gij gehoorzaamt.</p>
+<p class="line">O, dient mij goed en leert uzelf dien plicht.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Dorset.</b></p>
+<p class="line">Geen redetwist met haar, zij is waanzinnig.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koningin Margaretha.</b></p>
+<p class="line">Stil, jonge markgraaf, gij zijt schaamtloos stout;</p>
+<p class="line">Nauw gangbaar is uw pasgemunte rang.</p>
+<p class="line">O, wist uw jeugdige adel, wat het zegt,</p>
+<p class="line">Zijn rang te derven, in ellend’ te leven!</p>
+<p class="line">Wie hoog staat, wordt door meen’ge vlaag geschud;</p>
+<p class="line">En als hij valt, wordt hij geheel verpletterd.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">Een goede raad;—behartig hem, markies.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Dorset.</b></p>
+<p class="line">Hij past voor u, mylord, gelijk voor mij.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">Veel meer nog; maar ik werd zoo hoog geboren.</p>
+<p class="line">In cedertoppen bouwt ons aad’laarsras,</p>
+<p class="line">En dartelt met den wind en trotst de zon.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koningin Margaretha.</b></p>
+<p class="line">En maakt de zon tot nacht;—ach, ach! getuig’ dit,</p>
+<p class="line">Mijn zon, mijn zoon, in doodsnacht nu gehuld,</p>
+<p class="line">Wiens flonkerstralen uwer gramschap wolk</p>
+<p class="line">Met eeuw’ge duisternis omtogen heeft!</p>
+<p class="line">York’s broedsel, ’t bouwt in onzer jongen nest;</p>
+<p class="line">O God, gij ziet het; duld, o duld het niet;</p>
+<p class="line">Wat bloed deed winnen, ga door bloed verloren!</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Buckingham.</b></p>
+<p class="line">Stil, dit is schande! ’t is onchrist’lijk doen.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koningin Margaretha.</b></p>
+<p class="line">O spreek mij niet van christ’lijkheid of schande,</p>
+<p class="line">Gij allen waart onchrist’lijk jegens mij,</p>
+<p class="line">En schand’lijk hebt gij al mijn hoop geslacht.</p>
+<p class="line">Woede is mijn christ’lijkheid, mijn leven schande,</p>
+<p class="line">En in die schande leev’ de wrok der smart!</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Buckingham.</b></p>
+<p class="line">Houd op, houd op!</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koningin Margaretha.</b></p>
+<p class="line">Doorluchte Buckingham, ik kus uw hand; <span class="lineNum">280</span></p>
+<p class="line">Dit zij u teeken van mijn vrede en vriendschap;</p>
+<p class="line">U en uw edel huis ga ’t immer wel!</p>
+<p class="line">Uw kleed’ren zijn niet met ons bloed bespat,</p>
+<p class="line">En gij niet in ’t bereik van mijnen vloek.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Buckingham.</b></p>
+<p class="line">En niemand hier, geen vloeken reiken verder</p>
+<p class="line">Dan tot de lippen, die hen lucht doen zijn.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koningin Margaretha.</b></p>
+<p class="line">En ik geloof, dat zij ten hemel stijgen,</p>
+<p class="line">Gods vrede er wekken uit zijn zoeten slaap.</p>
+<p class="line">O Buckingham, o hoed u voor dien hond!</p>
+<p class="line">Zie, kwispelt hij, dan bijt hij; als hij bijt,</p>
+<p class="line">Dan woedt zijn gifttand tot den dood toe door.</p>
+<p class="line">Heb niets met hem te doen, wacht u voor hem!</p>
+<p class="line">Dood, hel en zonde hebben hem geteekend,</p>
+<p class="line">En al hun dienaars zijn in zijn gevolg.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">Wat zegt zij u, mylord van Buckingham?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Buckingham.</b></p>
+<p class="line">Niets waar ik acht op sla, genadig heer.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koningin Margaretha.</b></p>
+<p class="line">Wat! hoont gij mij, die vriend’lijk raad, en hangt gij</p>
+<p class="line">Den duivel, waar ik u voor waarschuw, aan?</p>
+<p class="line">O denk eens aan dit uur, als hij door wee</p>
+<p class="line">Uw hart vaneen zal rijten, en zeg dan:</p>
+<p class="line">„Die arme Margaretha was profetisch!”—</p>
+<p class="line">Zoo leeft dan, elk van u bij hem gehaat,</p>
+<p class="line">En hij bij u, en allen saam bij God!</p>
+</div>
+<p class="stage alignright">(<i>Koningin</i> <span class="sc">Margaretha</span> <i>af</i>.)</p>
+<p><span class="pageNum" id="pb223">[<a href="#pb223">223</a>]</span></p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Hastings.</b></p>
+<p class="line">Mij rees het haar te berge bij haar vloeken.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Rivers.</b></p>
+<p class="line">Mij ook; dat zij hier vrij blijft, is me een raadsel.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">Valt haar niet hard; want bij Gods heil’ge moeder,</p>
+<p class="line">Veel onrecht moest zij lijden; mij berouwt</p>
+<p class="line">Het deel, dat ik er aan heb toegevoegd.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koningin Elizabeth.</b></p>
+<p class="line">Ik deed geen leed haar aan, zoover ik weet.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">Toch pluktet gij de vruchten van haar leed.</p>
+<p class="line">Ik was vol vuur om iemand goed te doen,</p>
+<p class="line">Die nu te koel van al mijn diensten denkt.</p>
+<p class="line">Voorwaar, wat Clarence deed, wordt goed betaald!</p>
+<p class="line">Erkent’lijk wordt hij in een kot gemest;—</p>
+<p class="line">Vergeev’ God hun, die daar de schuld van zijn!</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Rivers.</b></p>
+<p class="line">Een vroom besluit, een christen waard, te bidden</p>
+<p class="line">Voor hen, die schade ons hebben toegevoegd!</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">Zoo doe ik steeds;—<span class="stage">(<i>Ter zijde.</i>)</span> en ’k heb er reden toe,</p>
+<p class="line">Want vloekte ik nu, ik had mijzelf vervloekt.</p>
+</div>
+<p class="stage">(<span class="sc">Catesby</span> <i>komt op</i>.)</p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Catesby.</b></p>
+<p class="line">De koning, eed’le vrouw, wenscht u te zien,—</p>
+<p class="line">En uwe hoogheid ook, en u, mylords. <span class="lineNum">321</span></p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koningin Elizabeth.</b></p>
+<p class="line">Wij komen, Catesby.—Gaat gij mede, lords?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Rivers.</b></p>
+<p class="line">Wij volgen uwe hoogheid.</p>
+</div>
+<p class="stage alignright">(<i>Allen af, behalve</i> <span class="sc">Gloster</span>.)</p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">Ik doe het booze, en roep het eerst om wraak.</p>
+<p class="line">Het onheil, dat ik heim’lijk heb gesticht,</p>
+<p class="line">Leg ik als zwaren last op vreemde schouders.</p>
+<p class="line">Ikzelf wierp Clarence in dat donker kot,</p>
+<p class="line">En nu beween ik hem bij stikziende uilen,</p>
+<p class="line">Zooals bij Stanley, Hastings, Buckingham;</p>
+<p class="line">En zeg, de koningin, zij en haar aanhang,</p>
+<p class="line">Die hitsen tegen hem den koning op.</p>
+<p class="line">En zij gelooven ’t; ja, zij wetten mij,</p>
+<p class="line">Dat ik op Rivers, Vaughan, Grey mij wreek;</p>
+<p class="line">Dan zucht ik, zeg hun met een bijbelspreuk,</p>
+<p class="line">Dat God gebiedt, voor ’t kwade goed te doen;</p>
+<p class="line">En zoo bekleed ik steeds mijn naakte boosheid</p>
+<p class="line">Met dwaze vodden, uit de Schrift gekaapt,</p>
+<p class="line">En schijn een heil’ge, als ik echt duivelsch ben.</p>
+</div>
+<p class="stage">(<i>Twee Moordenaars komen op.</i>)</p>
+<div class="sp">
+<p class="line">Maar stil! het zijn mijn beulen, die daar komen.—</p>
+<p class="line">Gij wakk’re stoute, vastberaden mannen,</p>
+<p class="line">Zijt gij bereid, dat zaakjen af te doen?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Eerste Moordenaar.</b></p>
+<p class="line">Ja, eed’le heer, wij komen om de volmacht,</p>
+<p class="line">Opdat wij toegang vinden, waar hij is.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">Zeer goed bedacht; ik heb ze bij mij; hier!</p>
+</div>
+<p class="stage">(<i>Hij geeft hun de volmacht.</i>)</p>
+<div class="sp">
+<p class="line">En komt, is ’t werk gedaan, naar Crosbyhof.</p>
+<p class="line">Maar mannen, brengt met spoed uw taak ten eind;</p>
+<p class="line">Weest onverbidd’lijk; laat hem niet aan ’t woord;</p>
+<p class="line">Want Clarence weet te praten, en wellicht</p>
+<p class="line">Vermurwde hij uw hart, als gij gingt luist’ren.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Eerste Moordenaar.</b></p>
+<p class="line">Gerust, mylord; wij maken daar geen praats;</p>
+<p class="line">Wie babbelt, leutert meest; wees gij verzekert,</p>
+<p class="line">Wij roeren onze handen, niet de tong.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">Een dwaas ween’ tranen, gij eer molensteenen;</p>
+<p class="line">Gij lijkt mij flinke kerels;—komt, aan ’t werk,</p>
+<p class="line">Gaat, gaat, en snel!</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Eerste Moordenaar.</b></p>
+<p class="line">Dat zullen wij, uw hoogheid.</p>
+</div>
+<p class="stage alignright">(<i>Allen af</i>).</p>
+</div>
+</div>
+<div id="kr3.i.4" class="div2 last-child scene"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#kr3.i.4.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h3 class="main">VIERDE TOONEEL.</h3>
+<p class="stage"><span class="ex">Londen.</span> <i>Een vertrek in den Tower.</i></p>
+<p class="stage"><span class="sc">Clarence</span> <i>en een Stokbewaarder komen op</i>.</p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Stokbewaarder.</b></p>
+<p id="kr3.i.4.1" class="line">Hoe ziet uw hoogheid heden zoo bedrukt?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Clarence.</b></p>
+<p class="line">O, ’k heb een nacht doorleefd van diepe ellend,</p>
+<p class="line">Vol bange droomen, schrikk’lijke gezichten;</p>
+<p class="line">Zoowaar ik een geloovig christen ben,</p>
+<p class="line">Nog eens een nacht als deze door te staan,</p>
+<p class="line">Ik deed het voor geen wereld blijde dagen;</p>
+<p class="line">Zoo vol van naamlooze’ angst was mij die tijd!</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Stokbewaarder.</b></p>
+<p class="line">Wat was uw droom, mylord? ik bid u, meld dit.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Clarence.</b></p>
+<p class="line">Mij dacht, dat ik ontsnapt was uit den Tower,</p>
+<p class="line">En dat een schip mij voerde naar Bourgondië;</p>
+<p class="line">Mijn broeder Gloster was mijn reisgezel;</p>
+<p class="line">Hij lokte me uit mijn hut op ’t dek; wij deden</p>
+<p class="line">Daar saam een wand’ling, blikten uit naar England,</p>
+<p class="line">En spraken van die duizend zware tijden</p>
+<p class="line">Uit de’ oorlog tusschen York en Lancaster,<span class="pageNum" id="pb224">[<a href="#pb224">224</a>]</span></p>
+<p class="line">Die ons getroffen hadden. Bij die wand’ling</p>
+<p class="line">Op ’t glibb’rig dek, kwam het op eens mij voor,</p>
+<p class="line">Dat Gloster struikelde en bij ’t vallen mij,</p>
+<p class="line">Die trachtte hem te houden, overboord</p>
+<p class="line">En in ’t gewoel der woeste baren stiet.</p>
+<p class="line">O God, hoe smartlijk scheen ’t mij, te verdrinken!</p>
+<p class="line">Wat vreeslijk waterklotsen in mijn oor!</p>
+<p class="line">Wat beelden van den gruwb’ren dood in ’t oog,</p>
+<p class="line">Mij dacht, ik zag een duizend schrikb’re wrakken,</p>
+<p class="line">Een duizend menschen, waaraan visschen knaagden,</p>
+<p class="line">Goudklompen, reuzige ankers, hoopen paarlen,</p>
+<p class="line">Onschatb’re steenen, tal van prachtjuweelen,</p>
+<p class="line">Op heel den bodem van de zee verspreid;</p>
+<p class="line">In schedels lagen enkele; in de holten,</p>
+<p class="line">Waar oogen eens in huisden, zaten nu,</p>
+<p class="line">Als schimpten zij op oogen, flonkersteenen,</p>
+<p class="line">Het glibb’rig slijk der diepte tegenlonkend,</p>
+<p class="line">En spottend met het doodsgebeente in ’t rond.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Stokbewaarder.</b></p>
+<p class="line">Hadt gij in ’t oogenblik des doods den tijd</p>
+<p class="line">Om zoo der zee geheimen te bespieden?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Clarence.</b></p>
+<p class="line">Zoo kwam ’t mij voor, en menigmaal beproefde ik</p>
+<p class="line">Den geest te geven, doch de zee hield wreev’lig</p>
+<p class="line">Mijn ziel steeds vast en liet haar niet ontglippen</p>
+<p class="line">Om de open, ruime, vrije lucht te zoeken;</p>
+<p class="line">Zij deed haar stikken in mijn hijgend lichaam,</p>
+<p class="line">Dat bijna barstte om haar in zee te loozen.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Stokbewaarder.</b></p>
+<p class="line">Werdt gij niet wakker in dien zwaren doodsstrijd?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Clarence.</b></p>
+<p class="line">Neen, neen, mijn droom ging nog na ’t leven door; <span class="lineNum">43</span></p>
+<p class="line">O toen begon de storm voor mijne ziel!</p>
+<p class="line">Haar bracht, zoo scheen ’t mij, over ’t somb’re water</p>
+<p class="line">De norsche veerman, van wien dichters spreken,</p>
+<p class="line">Naar ’t koninkrijk der nacht, die nimmer eindt.</p>
+<p class="line">En de eerste, die mijn vreemd’lingziel daar groette,</p>
+<p class="line">Was mijner vrouw roemruchte vader Warwick,</p>
+<p class="line">Die luide riep: „Wat gees’ling voor verraad</p>
+<p class="line">Bereidt dit duist’re rijk den valschen Clarence?”</p>
+<p class="line">En zoo verdween hij. Daarna zweefde een schim</p>
+<p class="line">Gelijk een engel nader, ’t lichte haar <span class="lineNum">53</span></p>
+<p class="line">Met bloed bevlekt; met luider stemme kreet hij:</p>
+<p class="line">„Clarence is daar, die eedvergeten Clarence,</p>
+<p class="line">Die mij bij Tewksbury op ’t veld doorstak;—</p>
+<p class="line">Grijpt, grijpt hem, Furiën; sleept hem weg ter martling!”</p>
+<p class="line">En, docht mij, een legioen van booze geesten</p>
+<p class="line">Omringde mij en huilde mij in ’t oor,</p>
+<p class="line">Zoo schrikverwekkend, dat ik door ’t gebrul</p>
+<p class="line">Ontwaakte en rilde en nog geruimen tijd</p>
+<p class="line">Niet anders dacht dan in de hel te zijn;</p>
+<p class="line">Zoo diep was in mijn ziel de droom gegrift.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Stokbewaarder.</b></p>
+<p class="line">Geen wonder, dat hij u ontzette, heer;</p>
+<p class="line">Want van ’t verhaal alleen ben ik ontsteld.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Clarence.</b></p>
+<p class="line">O stokbewaarder! O, ik deed dat alles,</p>
+<p class="line">Dat tegen mijne ziele nu getuigt,</p>
+<p class="line">Om Edwards wil; en zie, hoe hij ’t mij loont!—</p>
+<p class="line">O God, verzoent geen innig smeeken u,</p>
+<p class="line">Maar eischt gij wrake voor wat ik misdeed,</p>
+<p class="line">O, boet uw grimmigheid alleen op mij,</p>
+<p class="line">Spaar mijn onnooz’le vrouw, mijn arme kinders!—</p>
+<p class="line">Bewaker, ’k bid u, blijf een wijle hier,</p>
+<p class="line">Want mijne ziel is bang, ik wensch te slapen.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Stokbewaarder.</b></p>
+<p class="line">Dit zal ik, heer; God geve uw hoogheid rust.</p>
+</div>
+<p class="stage">(<span class="sc">Clarence</span> <i>slaapt in</i>.)</p>
+<p class="stage">(<span class="sc">Brakenbury</span> <i>komt op</i>.)</p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Brakenbury.</b></p>
+<p class="line">Het leed verstoort èn wakenstijd èn rustuur,</p>
+<p class="line">En maakt de nacht tot morgen, dag tot nacht.</p>
+<p class="line">Der vorsten een’ge heerlijkheid zijn titels,</p>
+<p class="line">Uitwendig schitt’ren voor inwendig slaven;</p>
+<p class="line">Voor ongenoten hersenschimmen voelen</p>
+<p class="line">Ze een wereld vaak van rustelooze zorg;</p>
+<p class="line">Zoodat van lagen stand een hooge naam</p>
+<p class="line">In niets verschilt dan in den roep der faam.</p>
+</div>
+<p class="stage">(<i>De twee Moordenaars komen op.</i>)</p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Eerste Moordenaar.</b></p>
+<p class="line">Hé, wie is daar?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Brakenbury.</b></p>
+<p class="line">Wat wilt gij kerel? en hoe komt gij hier?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Eerste Moordenaar.</b></p>
+<p class="line">’k Moet Clarence spreken, en ik kwam te voet hierheen.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Brakenbury.</b></p>
+<p class="line">Wat! zoo kortaf?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Tweede Moordenaar.</b></p>
+<p class="line">’t Is beter dan langwijlig, heer.—</p>
+<p class="line">Laat hem de volmacht zien, en praat niet verder.</p>
+</div>
+<p class="stage">(<i>De eerste Moordenaar overhandigt aan</i> <span class="sc">Brakenbury</span> <i>een papier</i>.)</p>
+<p><span class="pageNum" id="pb225">[<a href="#pb225">225</a>]</span></p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Brakenbury</b></p>
+<p class="line"><span class="stage">(<i>na lezing</i>).</span> ’t Is een bevelschrift om in uwe handen</p>
+<p class="line">Den eed’len hertog Clarence uit te leev’ren;</p>
+<p class="line">Ik wil niet vragen, wat hiermee bedoeld is,</p>
+<p class="line">Want aan dit doel wil ik onschuldig zijn.</p>
+<p class="line">Daar slaapt de hertog en hier zijn de sleutels.</p>
+<p class="line">Ik ga terstond den koning kennis geven,</p>
+<p class="line">Dat ik aldus mijn ambt u overdroeg. <span class="lineNum">99</span></p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Eerste Moordenaar.</b></p>
+<p>Zoo kunt ge doen, heer; ’t is een wijze keus. Vaarwel. </p>
+</div>
+<p class="stage alignright">(<span class="sc">Brakenbury</span> <i>af, met den Stokbewaarder</i>).</p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Tweede Moordenaar.</b></p>
+<p>Hoe is het, zullen wij hem in den slaap doorsteken? </p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Eerste Moordenaar.</b></p>
+<p>Neen, hij zou bij het wakker worden zeggen, dat het een laffe daad was. </p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Tweede Moordenaar.</b></p>
+<p>Wel, hij zal niet wakker worden voor den grooten oordeelsdag. </p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Eerste Moordenaar.</b></p>
+<p>Nu, dàn zal hij zeggen, dat wij hem in den slaap doorstoken hebben. </p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Tweede Moordenaar.</b></p>
+<p>Het noemen van dat woord „oordeelsdag” heeft een soort van gewetensangst bij mij gaande
+gemaakt. </p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Eerste Moordenaar.</b></p>
+<p>Wat! zijt gij bang? </p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Tweede Moordenaar.</b></p>
+<p>Niet om hem te dooden, want daartoe heb ik een volmacht, maar voor de verdoemenis,
+als ik hem dood; want waartegen kan geen volmacht mij iets helpen. </p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Eerste Moordenaar.</b></p>
+<p>Ik dacht, dat gij vastbesloten waart geweest. </p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Tweede Moordenaar.</b></p>
+<p>Dat ben ik, om hem te laten leven. </p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Eerste Moordenaar.</b></p>
+<p>Ik ga naar den hertog van Gloster terug en vertel het hem. </p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Tweede Moordenaar.</b></p>
+<p>Neen, ik bid u, wacht nog een oogenblik; ik hoop, dat die vlaag van gevoeligheid wel
+zal overwaaien; zij hield meestal slechts een twintig tellens aan. </p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Eerste Moordenaar.</b></p>
+<p>Hoe voelt gij u nu? </p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Tweede Moordenaar.</b></p>
+<p>Er zit nog een klein bezinksel van geweten bij mij. </p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Eerste Moordenaar.</b></p>
+<p>Denk aan onze belooning, als de daad gedaan is. </p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Tweede Moordenaar.</b></p>
+<p>Alle duivels, hij sterft; ik was de belooning vergeten. </p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Eerste Moordenaar.</b></p>
+<p>Waar is uw geweten nu? </p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Tweede Moordenaar.</b></p>
+<p>O, in de beurs van den hertog van Gloster. </p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Eerste Moordenaar.</b></p>
+<p>Als hij zijn beurs opent om ons te beloonen, vliegt uw geweten er uit. </p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Tweede Moordenaar.</b></p>
+<p>Het doet er niet toe, laat het zijn gang gaan; er zijn er weinig of geen, die er huisvesting
+aan zullen verleenen. </p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Eerste Moordenaar.</b></p>
+<p>Maar, als het eens bij uzelven terugkomt? 136 </p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Tweede Moordenaar.</b></p>
+<p>Dan laat ik mij er niet mee in, het maakt een man tot een lafaard; men kan niet stelen,
+of het klaagt aan; men kan niet vloeken, of het valt in de rede; men kan niet bij
+zijns buurmans vrouw liggen, of het speelt voor verrader; het is een bloode, schaamrood
+wordende geest, die in het hart oproer stookt; het stopt een man geheel vol zwarigheden;
+het heeft mij eens een beurs met goud terug doen geven, die ik bij toeval gevonden
+had: het maakt ieder, die het er op nahoudt, tot een bedelaar; het wordt als een gevaarlijk
+ding alle steden en vlekken uitgejaagd; en ieder, die een goed leven wil hebben, verlaat
+zich liefst op zichzelf en tracht zonder dat ding te leven. </p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Eerste Moordenaar.</b></p>
+<p>Waarachtig, het trekt mij daar juist bij de mouw en vermaant mij, den hertog niet
+om te brengen. </p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Tweede Moordenaar.</b></p>
+<p>Neem u voor den duivel in acht en geloof hem niet; hij wil zich alleen bij u indringen,
+om u aan het zuchten te brengen. </p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Eerste Moordenaar.</b></p>
+<p>Ik ben sterk van natuur; hij krijgt mij niet onder. </p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Tweede Moordenaar.</b></p>
+<p>Dat is gesproken als een flinke kerel, die zijn naam in eere houdt. Kom, willen wij
+aan ’t werk gaan? </p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Eerste Moordenaar.</b></p>
+<p>Sla hem met het gevest van uw degen den kop in, en smijt hem dan in ’t malvezijvat
+in de kamer hiernaast. </p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Tweede Moordenaar.</b></p>
+<p>O, heerlijk uitgedacht! wij maken een sopje van <span class="corr" id="xd33e2916" title="Bron: hen">hem</span>. </p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Eerste Moordenaar.</b></p>
+<p>Stil, hij wordt wakker. </p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Tweede Moordenaar.</b></p>
+<p>Sla toe! </p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Eerste Moordenaar.</b></p>
+<p>Neen, we willen een praatje met hem maken. </p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Clarence</b></p>
+<p class="line"><span class="stage">(<i>ontwakend</i>).</span> Waar zijt gij, wachter? geef me een roemer wijns.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Eerste Moordenaar.</b></p>
+<p class="line">Zoo daad’lijk, heer, bekomt gij wijn genoeg.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Clarence.</b></p>
+<p class="line">In Gods naam, wie zijt gij?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Eerste Moordenaar.</b></p>
+<p class="line">Een mensch, als gij zijt.</p>
+</div>
+<p><span class="pageNum" id="pb226">[<a href="#pb226">226</a>]</span></p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Clarence.</b></p>
+<p class="line">Doch niet, als ik, een koningszoon.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Eerste Moordenaar.</b></p>
+<p class="line">Noch gij, als wij, trouw dienaar van den troon.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Clarence.</b></p>
+<p class="line">Uw taal is donder, maar uw blik is schuw.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Eerste Moordenaar.</b></p>
+<p class="line">Mijn taal is koningstaal, mijn blik de mijne.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Clarence.</b></p>
+<p class="line">Hoe duister en hoe dood’lijk zijn uw woorden!</p>
+<p class="line">Uw oogen dreigen; waarom ziet gij bleek?</p>
+<p class="line">Wie heeft u hier gezonden? waarvoor komt gij?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Beide Moordenaars.</b></p>
+<p class="line">Om, om, om—</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Clarence.</b></p>
+<p class="line"><span class="hemistich">Om, om, om— </span>Mij te vermoorden?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Beide Moordenaars.</b></p>
+<p class="line"><span class="hemistich">Om, om, om— Mij te vermoorden? </span>Juist.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Clarence.</b></p>
+<p class="line">Gij hebt het hart niet eens, mij dit te zeggen,</p>
+<p class="line">En kunt dus ’t hart niet hebben, zoo te doen.</p>
+<p class="line">Waarmee, mijn vrienden, heb ik u beleedigd?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Eerste Moordenaar.</b></p>
+<p class="line">Niet ons hebt gij beleedigd, maar den koning. <span class="lineNum">183</span></p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Clarence.</b></p>
+<p class="line">Eerlang ben ik gewis met hem verzoend.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Tweede Moordenaar.</b></p>
+<p class="line">Neen, nimmer, heer; bereid u dus ter dood.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Clarence.</b></p>
+<p class="line">Werdt ge uit millioenen door het lot verkoren</p>
+<p class="line">Om de onschuld te vermoorden? Wat misdreef ik?</p>
+<p class="line">Waar is ’t getuignis, dat mij schuldig noemt?</p>
+<p class="line">Waar de gezwoor’nen, die den grammen rechter</p>
+<p class="line">Hun uitspraak overreikten? ’t Bitter vonnis</p>
+<p class="line">Tot dood van de’ armen Clarence, wie, wie streek het?</p>
+<p class="line">Aleer de loop van ’t recht mij schuldig vindt,</p>
+<p class="line">Is ’t dreigen met den dood een schand’lijk onrecht.</p>
+<p class="line">Zoo waar gij op vergeving hoopt van schuld</p>
+<p class="line">Door Christus’ kost’lijk bloed, voor ons vergoten,</p>
+<p class="line">Zeg ik, gaat heen en slaat geen hand aan mij;</p>
+<p class="line">Verdoemlijk is uw voorgenomen daad.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Eerste Moordenaar.</b></p>
+<p class="line">Die voorgenomen daad geschiedt op last.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Tweede Moordenaar.</b></p>
+<p class="line">En die haar heeft gelast, is onze koning.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Clarence.</b></p>
+<p class="line">Verdwaasde knechten! aller vorstenkoning,</p>
+<p class="line">Gaf in zijn wet der taaf’len dezen last:</p>
+<p class="line">„Gij zult niet doodslaan!” Wilt gij Zijn gebod</p>
+<p class="line">Vertreden en eens menschen last volbrengen?</p>
+<p class="line">Ziet toe! hij heeft de wraak in Zijne hand</p>
+<p class="line">En slingert ze op der wetsveracht’ren hoofd.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Tweede Moordenaar.</b></p>
+<p class="line">En de eigen wrake slingert hij op u,</p>
+<p class="line">Voor valschen meineed en nog valscher moord;</p>
+<p class="line">Ge ontvingt het sacrament, dat ge in den strijd</p>
+<p class="line">Zoudt vechten voor het huis van Lancaster.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Eerste Moordenaar.</b></p>
+<p class="line">En als verrader aan den name Gods</p>
+<p class="line">Braakt gij dien eed en scheurde uw trouwloos staal</p>
+<p class="line">Den boezem open van uws vorsten zoon.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Tweede Moordenaar.</b></p>
+<p class="line">Wien gij, naar de’ eed, beminnen zoudt en hoeden.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Eerste Moordenaar.</b></p>
+<p class="line">Hoe houdt gij ons Gods hoog gebod voor oogen,</p>
+<p class="line">Gij, die het zelf zoo zwaar geschonden hebt?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Clarence.</b></p>
+<p class="line">Helaas! voor wien deed ik die snoode daad?</p>
+<p class="line">Voor Edward, voor mijn broeder, hem tot nut;</p>
+<p class="line">Hij zendt u niet, om daarvoor mij te moorden,</p>
+<p class="line">Want in die schuld steekt hij zoo diep als ik.</p>
+<p class="line">Zoo God die daad door wrake wil vergelden,</p>
+<p class="line">O weet, dan doet Hij ’t ook ’t openbaar;</p>
+<p class="line">Neemt gij de straf niet uit Zijn sterke hand;</p>
+<p class="line">Geen krommen weg, geen wetloos doen behoeft Hij,</p>
+<p class="line">Om wie hem heeft beleedigd uit te roeien.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Eerste Moordenaar.</b></p>
+<p class="line">Wie heeft u toen tot bloedgezant gemaakt, <span class="lineNum">226</span></p>
+<p class="line">Toen ge in zijn lentebloei Plantagenet,</p>
+<p class="line">Dien wakk’ren vorstentelg, hebt neergestooten?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Clarence.</b></p>
+<p class="line">Mijn broedermin, de duivel en mijn toorn.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Eerste Moordenaar.</b></p>
+<p class="line">Uw broeder, onze plicht en uw vergrijpen</p>
+<p class="line">Die zenden ons nu hier, dat we u verslaan.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Clarence.</b></p>
+<p class="line">O haat,—hebt gij mijn broeder lief,—niet mij;</p>
+<p class="line">Ik ben zijn broeder en ik heb hem lief.</p>
+<p class="line">Zijt gij voor loon gehuurd, zoo gaat terug,</p>
+<p class="line">Wendt namens mij u tot mijn broeder Gloster,</p>
+<p class="line">Die beter u zal loonen voor mijn leven,</p>
+<p class="line">Dan Edward ooit voor ’t melden van mijn dood.</p>
+</div>
+<p><span class="pageNum" id="pb227">[<a href="#pb227">227</a>]</span></p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Tweede Moordenaar.</b></p>
+<p class="line">Voorwaar, gij dwaalt; uw broeder Gloster haat u.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Clarence.</b></p>
+<p class="line">Neen, neen; hij heeft mij lief, ik ben hem dierbaar.</p>
+<p class="line">Gaat slechts van mij tot hem.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Beide Moordenaars.</b></p>
+<p class="line">Wij zullen ’t doen.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Clarence.</b></p>
+<p class="line">Zegt hem, dat, toen onze eed’le vader York</p>
+<p class="line">Ons drieën met zijn heldenhand gezegend,</p>
+<p class="line">Bezworen heeft elkander lief te hebben,</p>
+<p class="line">Hij luttel zulk een vriendschapsbreuk voorzag;</p>
+<p class="line">Herinnert Gloster dit, en hij zal weenen.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Eerste Moordenaar.</b></p>
+<p class="line">Ja, molensteenen, naar zijn les aan ons.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Clarence.</b></p>
+<p class="line">O, spreek van hem geen kwaad, want hij is goed.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Eerste Moordenaar.</b></p>
+<p class="line">Als sneeuw in de’ oogst-tijd.—Waarlijk, gij bedriegt u;</p>
+<p class="line">Hij is het, die ons zendt om u te dooden.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Clarence.</b></p>
+<p class="line">Het kan niet zijn; hij weende om wat mij trof,</p>
+<p class="line">En klemde mij aan ’t hart, en zwoer al snikkend,</p>
+<p class="line">Dat hij mijn vrijheid dra bewerken zou.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Eerste Moordenaar.</b></p>
+<p class="line">Welnu, dit doet hij, want hij maakt u vrij</p>
+<p class="line">Van aardsche slavernij, voor hemelvreugd.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Tweede Moordenaar.</b></p>
+<p class="line">Verzoen u, heer, met God, want gij moet sterven.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Clarence.</b></p>
+<p class="line">Hebt ge in uw zielen zooveel vroom gevoel,</p>
+<p class="line">Dat gij mij raadt, met God mij te verzoenen.</p>
+<p class="line">En zijt gij voor uw eigen ziel zoo blind,</p>
+<p class="line">Dat gij, door mij te moorden God wilt tergen?</p>
+<p class="line">Bedenkt het wel: die u heeft aangezet</p>
+<p class="line">De daad te doen, zal om de daad u haten.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Tweede Moordenaar.</b></p>
+<p class="line">Wat nu te doen?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Clarence.</b></p>
+<p class="line">Wordt week, en redt uw zielen.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Eerste Moordenaar.</b></p>
+<p class="line">Week worden! neen, ’t is laf, ’t is vrouwenaard.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Clarence.</b></p>
+<p class="line">Niet week te worden, dierlijk, woest en duivelsch.</p>
+<p id="kr3.i.4.266" class="line">Spreekt, wie van u, als hij een vorstenzoon was</p>
+<p class="line">En van zijn vrijheid was beroofd als ik,</p>
+<p class="line">Zou, door twee moord’naars zooals gij bedreigd,</p>
+<p class="line">Niet om zijn leven smeeken?</p>
+<p class="line">Mijn vriend, uw blik verraadt mij een’ge deernis;</p>
+<p class="line">O kom, indien uw oog geen vleier is,</p>
+<p class="line">Aan mijne zijde, en smeek voor mij, zooals</p>
+<p class="line">Gijzelf, waart gij in mijnen nood, zoudt smeeken!</p>
+<p class="line">Wat beed’laar schenkt een prins, die bidt, geen deernis?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Tweede Moordenaar.</b></p>
+<p class="line">Zie achter u, mylord.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Eerste Moordenaar</b></p>
+<p class="line">(<span class="sc">Clarence</span> <i>doorstekend</i>).</p>
+<p class="line">Neem dit,—en dat;—is dit nog niet genoeg,</p>
+<p class="line">Dan smoor ik u in ’t malvezijvat ginds.</p>
+</div>
+<p class="stage alignright">(<i>De eerste Moordenaar met het lijk af.</i>)</p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Tweede Moordenaar.</b></p>
+<p class="line">Een bloedig stuk, gewetenloos volvoerd!</p>
+<p class="line">Hoe gaarne wiesch ik als Pilatus eens,</p>
+<p class="line">Mijn handen rein van dezen gruwelmoord!</p>
+</div>
+<p class="stage">(<i>De eerste Moordenaar komt weder op.</i>)</p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Eerste Moordenaar.</b></p>
+<p class="line">Hoe is ’t met u, dat gij niet helpt? de hertog</p>
+<p class="line">Verneemt het, man, ik zweer ’t, hoe laf gij waart!</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Tweede Moordenaar.</b></p>
+<p class="line">Vernam hij eer, dat ik zijn broeder redde!</p>
+<p class="line">Neem gij het loon en meld hem, wat ik zeg,</p>
+<p class="line">Want mij berouwt het, dat de hertog dood is.</p>
+</div>
+<p class="stage alignright">(<i>Tweede Moordenaar af.</i>)</p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Eerste Moordenaar.</b></p>
+<p class="line">Mij rouwt het niet; ga, lafaard, die gij zijt!</p>
+<p class="line">’k Verstop het lijk in de’ een of andren <span id="xd33e3300"></span>schuilhoek,</p>
+<p class="line">Totdat de hertog last geeft ter begraafnis;</p>
+<p class="line">En heb ik ’t loon, dan weet ik, wie ontvliedt;</p>
+<p class="line">Want dit komt uit, en dan zij ik hier niet.</p>
+</div>
+<p class="stage alignright">(<i>Eerste Moordenaar af.</i>)</p>
+</div>
+</div>
+</div>
+</div>
+<div id="kr3.ii" class="div1 act"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#kr3.ii.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h2 class="main"><span class="ex">TWEEDE BEDRIJF.</span></h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<div id="kr3.ii.1" class="div2 scene"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#kr3.ii.1.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h3 class="main">EERSTE TOONEEL.</h3>
+<p class="stage"><i>Een vertrek in het paleis.</i></p>
+<p class="stage"><i>Koning</i> <span class="sc">Edward</span> <i>wordt krank binnengeleid, Koningin</i> <span class="sc">Elizabeth</span>, <span class="sc">Dorset</span>, <span class="sc">Rivers</span>, <span class="sc">Hastings</span>, <span class="sc">Buckingham</span>, <span class="sc">Grey</span> <i>en anderen komen op</i>.</p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Edward.</b></p>
+<p class="line">Nu,—’k heb een schoone dagtaak afgedaan.—</p>
+<p class="line">Gij, pairs, houdt vast aan de eendracht, nu gesticht;</p>
+<p class="line">Ik wacht van dag tot dag van mijn Verlosser</p>
+<p class="line">Een afgezant, die mij van hier verlost;</p>
+<p class="line">En meer in vrede stijgt mijn ziel ten hemel,</p>
+<p class="line">Nu ik mijn vrienden vrede schonk op aard.</p>
+<p id="kr3.ii.1.7" class="line">Rivers en Hastings, reikt elkaâr de hand.<span class="pageNum" id="pb228">[<a href="#pb228">228</a>]</span></p>
+<p class="line">Voedt geen geheimen haat, bezweert uw vriendschap.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Rivers.</b></p>
+<p class="line">Ik zweer, mijn ziel is rein van haat en wrok;</p>
+<p class="line">Mijns harten vriendschap zegelt deze hand.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Hastings.</b></p>
+<p class="line">Mij zeeg’ne God, zoo waar ik ’tzelfde zweer!</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Edward.</b></p>
+<p class="line">Ziet toe, dat gij geen spel drijft voor uw vorst,</p>
+<p class="line">Opdat niet aller vorsten Opperheer</p>
+<p class="line">Uw valschheid, hoe verkapt, te schande maak’,</p>
+<p class="line">En elk van u ’t verderf doe zijn des and’ren.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Hastings.</b></p>
+<p class="line">Zoo bloei’ mijn huis, zoo waar ik vriendschap zweer! <span class="lineNum">16</span></p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Rivers.</b></p>
+<p class="line">En ’t mijn’, zoo waar mij Hastings dierbaar is!</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Edward.</b></p>
+<p class="line">Ook gij, vorstin, zijt hier niet uitgezonderd,—</p>
+<p class="line">Nòch gij, zoon Dorset;—Buckingham, nòch gij;—</p>
+<p class="line">Gij waart in tweedracht met elkaâr; reik, vrouw,</p>
+<p class="line">Lord Hastings, als uw vriend, de hand ten kus;</p>
+<p class="line">En wat gij doet, zij ongeveinsd gedaan.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koningin Elizabeth.</b></p>
+<p class="line">Hier, Hastings;—onzen vroeg’ren haat begraaf ik;</p>
+<p class="line">Zoo waar ga ’t mij en al den mijnen wel!</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Edward.</b></p>
+<p class="line">Dorset, omarm hem;—Hastings, heb hem lief.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Dorset.</b></p>
+<p class="line">Ik zweer, dat deze vriendschapsruiling steeds</p>
+<p class="line">Van mijnen kant onschendbaar wezen zal.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Hastings.</b></p>
+<p class="line">Dit zweer ook ik, mylord.</p>
+</div>
+<p class="stage">(<i>Omarming.</i>)</p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Edward.</b></p>
+<p class="line">Bezegel, eed’le Buckingham, den vrede;</p>
+<p class="line">Omarm de bloedverwanten mijner vrouw;</p>
+<p class="line">En schenkt mij door uw eendracht blij geluk!</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Buckingham</b></p>
+<p class="line"><span class="stage">(<i>tot de Koningin</i>).</span> Zoo Buckingham ooit tegen uwe hoogheid</p>
+<p class="line">Zijn wrevel keert en niet voor u en de uwen</p>
+<p class="line">Oprechte liefde voedt, dan straff’ mij God</p>
+<p class="line">Door haat bij hen, wier liefde ik meest verwachtte!</p>
+<p class="line">Wanneer ik meest de hulp eens vriends behoef,</p>
+<p class="line">En mij het zekerst waan van zijne trouw,</p>
+<p class="line">Dan moog’ hij valsch, vol list, bedrog, verraad,</p>
+<p class="line">Mijn onheil zijn! Dit smeek ik van den Hemel,</p>
+<p class="line">Verkilt mijn hart voor u of de uwen ooit!</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Edward.</b></p>
+<p class="line">De zoetste laaf’nis, eed’le Buckingham, <span class="lineNum">41</span></p>
+<p class="line">Is die gelofte voor mijn lijdend hart.</p>
+<p class="line">Slechts onzen broeder Gloster mis ik nog</p>
+<p class="line">Om op dit vreêverbond de kroon te zetten.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Buckingham.</b></p>
+<p class="line">En, als geroepen, komt daar de eed’le hertog.</p>
+</div>
+<p class="stage">(<span class="sc">Gloster</span> <i>komt op</i>.)</p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">’k Wensch ’t hooge vorstenpaar een goeden morgen,</p>
+<p class="line">En, eed’le pairs, u allen alle heil!</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Edward.</b></p>
+<p class="line">Ja, wel tot heil werd deze dag besteed.—</p>
+<p class="line">Wij deden, Gloster, hier een christ’lijk werk;</p>
+<p class="line">Wij schiepen vrede uit krijg en liefde uit haat</p>
+<p class="line">Bij deze felle, boos ontvlamde pairs.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">Een rijk gezegend werk, verheven vorst.—</p>
+<p class="line">Zoo een uit deze hooge schare mij</p>
+<p class="line">Door valsch gerucht of ongegronden argwaan</p>
+<p class="line">Zijn vijand acht;</p>
+<p class="line">Zoo ik onwetend of in woeste drift</p>
+<p class="line">Iets heb begaan, dat krenkend wezen mocht</p>
+<p class="line">Voor één uit dezen kring, dan wensch ik mij</p>
+<p class="line">Tot vrede en vriendschap met hem te verzoenen;</p>
+<p class="line">In vijandschap te leven is mij dood;</p>
+<p class="line">Ik haat het, wensch mij aller braven liefde.</p>
+<p class="line">Eerst, hooge vrouwe, smeek ik u om vrede,</p>
+<p class="line">’k Wil dien mij koopen door mijn trouwen dienst;</p>
+<p class="line">Dan u, mijn eed’len neef van Buckingham,</p>
+<p class="line">Zoo tusschen ons ooit een’ge veete woonde;</p>
+<p class="line">Dan u, en u, lord Rivers en lord Dorset,</p>
+<p class="line">Die elk mij toornig aanzaagt zonder grond;</p>
+<p id="kr3.ii.1.67" class="line">[En u, lord Woodville, en, lord Scales, ook u;]</p>
+<p class="line">Hertogen, graven, lords,—kortom, u allen.</p>
+<p class="line">Geen Engelschman, die leeft, is mij bekend,</p>
+<p class="line">Met wien mijn ziel een haartje meer verschil heeft,</p>
+<p class="line">Dan ’t wicht, dat deze nacht geboren werd;</p>
+<p class="line">En ’k zeg voor mijnen ootmoed Gode dank.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koningin Elizabeth.</b></p>
+<p class="line">Voortaan zij deze dag een heil’ge feestdag;—</p>
+<p class="line">Gaav’ God, dat ied’re twist ten einde waar’!—</p>
+<p class="line">Mijn heer en vorst, thans smeek ik van uw hoogheid:</p>
+<p class="line">Schenk onzen broeder Clarence weer uw gunst!</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">Wat, hooge vrouw, bood ik u daartoe vriendschap,<span class="pageNum" id="pb229">[<a href="#pb229">229</a>]</span></p>
+<p class="line">Om zoo voor ’s konings troon bespot te worden?</p>
+<p class="line">Wie weet dan niet, dat de eed’le hertog dood is?</p>
+</div>
+<p class="stage">(<i>Allen deinzen terug.</i>)</p>
+<div class="sp">
+<p class="line">Het is hem onrecht doen, zijn lijk te hoonen.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Edward.</b></p>
+<p class="line">Wie weet niet, dat hij dood is! Spreek, wie weet het?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koningin Elizabeth.</b></p>
+<p class="line">Alziende God, wat wereld is dit hier!</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Buckingham.</b></p>
+<p class="line">Zie ik zoo bleek, lord Dorset, als die and’ren?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Dorset.</b></p>
+<p class="line">Ja, beste lord; geen mensch in dezen kring,</p>
+<p class="line">Of alle rood is zijn gelaat ontweken.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Edward.</b></p>
+<p class="line">Is Clarence dood? herroepen werd de last. <span class="lineNum">86</span></p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">Doch de arme stierf door uwen eersten last;</p>
+<p class="line">En dien bracht een gevleugelde Mercurius;</p>
+<p class="line">Een trage kreup’le bracht den tegenlast</p>
+<p class="line">En kwam te laat, om voor zijn graf te zorgen.</p>
+<p class="line">God geev’, dat menigeen, min trouw en edel,</p>
+<p class="line">Door ’t bloed niet, maar door lust naar bloed u nader,</p>
+<p class="line">Niet erger lot verdien’ dan de arme Clarence,</p>
+<p class="line">Al loopt hij thans nog van verdenking vrij!</p>
+</div>
+<p class="stage">(<span class="sc">Stanley</span> <i>komt op</i>.)</p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Stanley.</b></p>
+<p id="kr3.ii.1.95" class="line">Mijn vorst, een gunst, als dank voor mijne diensten!</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Edward.</b></p>
+<p class="line">O, ’k bid u, zwijg; vol kommer is mijn ziel.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Stanley.</b></p>
+<p class="line">Ik rijs niet op, aleer mijn vorst mij hoort<span class="corr" id="xd33e3609" title="Niet in bron">.</span></p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Edward.</b></p>
+<p class="line">Zoo zeg in ’t kort, wat uw verlangen is.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Stanley.</b></p>
+<p class="line">’t Verbeurde leven van mijn dienaar, heer;</p>
+<p class="line">Hij sloeg vandaag een woesten jonker dood,</p>
+<p class="line">Voormaals een edelknaap van hertog Norfolk.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Edward.</b></p>
+<p class="line">Heb ik een tong, die mijnen broeder doodt,</p>
+<p class="line">En moet die tong een knecht het leven schenken?</p>
+<p class="line">Mijn broeder deed geen doodslag; in gedachte</p>
+<p class="line">Bestond zijn schuld; toch leed hij bitt’ren dood.</p>
+<p class="line">Wie bad voor hem? wie knielde voor mijn toorn</p>
+<p class="line">En smeekte, dat ik wikken zou en wegen?</p>
+<p class="line">Wie sprak van broederzin? wie sprak van liefde?</p>
+<p class="line">Wie wees er op, hoe de arme de’ afval waagde</p>
+<p class="line">Van grooten Warwick, om voor mij te strijden?</p>
+<p class="line">Wie wees er op, dat hij bij Tewksbury,</p>
+<p class="line">Toen Oxford mij reeds onder had, mij redde,</p>
+<p class="line">En riep: <span class="corr" id="xd33e3640" title="Niet in bron">„</span>Leef, dierb’re broeder, wees gij koning!”</p>
+<p class="line">Wie wees er op, hoe, toen wij, saam op ’t veld</p>
+<p class="line">Gelegerd, schier bevroren, hij mij hulde</p>
+<p class="line">In zijne kleed’ren, en ontkleed, ja naakt,</p>
+<p class="line">Zich bloot gaf aan de bitterkoude nacht?</p>
+<p class="line">Dit alles reet een zondig, dierlijk wrokken</p>
+<p class="line">Mij uit de ziel, en niemand uwer was</p>
+<p class="line">Zoo christ’lijk, dat hij ’t mij te binnenbracht.</p>
+<p class="line">Doch als uw voerliên of uw dienstvazallen</p>
+<p class="line">Een dronken moord begaan en ’t kost’lijk beeld</p>
+<p class="line">Des lieven Heilands schenden, daad’lijk ligt</p>
+<p class="line">Gij op de knieën om genâ, genade!</p>
+<p class="line">En ik moet, schoon het onrecht zij, die schenken.</p>
+<p class="line">Doch voor mijn broeder wilde niemand spreken.</p>
+<p class="line">En ik, ook ik, was hard, sprak hem niet voor,</p>
+<p class="line">Hem, de arme ziel!—Elk uwer, ook de fierste,</p>
+<p class="line">Had veel aan hem te danken bij zijn leven;</p>
+<p class="line">Doch geen, geen uwer pleitte ooit voor zijn leven;—</p>
+<p class="line">O God! ik vrees, uw oordeel zal ’t verhalen</p>
+<p class="line">Op mij, op u, op de uwen, op de mijnen! <span class="lineNum">132</span></p>
+<p id="kr3.ii.1.133" class="line">Kom, Hastings, leid mij naar mijn slaapvertrek.</p>
+<p class="line">Ach, arme Clarence!</p>
+</div>
+<p class="stage alignright">(<i>Allen af, behalve</i> <span class="sc">Gloster</span>, <span class="sc">Buckingham</span> <i>en</i> <span class="sc">Stanley</span>.)</p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">Ziedaar de vrucht van woeste haast!—Gij zaagt wel</p>
+<p class="line">Hoe, wis door schuld, der koningin verwanten</p>
+<p class="line">Verbleekten bij ’t bericht, dat Clarence stierf?</p>
+<p class="line">O, daag’lijks hitsen zij den koning op!</p>
+<p class="line">God zal het wreken. Komt, mylords, wie volgt mij,</p>
+<p class="line">Om door ons bijzijn Edward troost te bieden?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Buckingham.</b></p>
+<p class="line">Wij staan ten dienste, uw hoogheid.</p>
+</div>
+<p class="stage alignright">(<i>Allen af.</i>)</p>
+</div>
+</div>
+<div id="kr3.ii.2" class="div2 scene"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#kr3.ii.2.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h3 class="main">TWEEDE TOONEEL.</h3>
+<p class="stage"><span class="ex">Londen.</span> <i>Een ander vertrek in het paleis.</i></p>
+<p class="stage"><i>De hertogin van</i> <span class="sc">York</span> <i>komt op, met een Zoon en een Dochter van den hertog van</i> <span class="sc">Clarence</span>.</p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Zoon.</b></p>
+<p class="line">Grootmoeder, zeg, is onze vader dood?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Hertogin.</b></p>
+<p class="line">Neen, kind.</p>
+</div>
+<p><span class="pageNum" id="pb230">[<a href="#pb230">230</a>]</span></p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Dochter.</b></p>
+<p class="line">Wat weent gij dan zoo vaak en slaat uw borst,</p>
+<p class="line">En roept:—„O Clarence, mijn rampzaal’ge zoon!”</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Zoon.</b></p>
+<p class="line">En waarom ziet ge ons aan en schudt het hoofd,</p>
+<p class="line">En noemt ons arme bloeden en verstoot’nen</p>
+<p class="line">En weezen, zoo onze eed’le vader leeft?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Hertogin.</b></p>
+<p class="line">Dit is verkeerd begrepen, lieve kind’ren;</p>
+<p class="line">Ik ween om ’s konings ziekte, ik ben beangst</p>
+<p class="line">Voor zijn verlies, niet om uws vaders dood.</p>
+<p class="line">Verloren klacht waar’ smart om een verloor’ne!</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Zoon.</b></p>
+<p class="line">Gij denkt dan toch, grootmoeder, dat hij dood is?</p>
+<p class="line">Mijn oom, de koning, is er schuldig aan;</p>
+<p class="line">En God zal ’t wreken! Hem wil ik bestormen</p>
+<p class="line">Met bede op bede, en alle tot dit doel.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Dochter.</b></p>
+<p class="line">Dit wil ik ook.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Hertogin.</b></p>
+<p class="line">Stil, kind’ren, stil! de koning heeft u lief;</p>
+<p class="line">Onnooz’le schaapjes, neen, gij kunt niet gissen,</p>
+<p class="line">Wie de oorzaak van uws vaders sterven is.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Zoon.</b></p>
+<p class="line">Toch wel; mijn goede oom Gloster zeide mij:</p>
+<p class="line">De koning, door de koningin gedreven,</p>
+<p class="line">Verzon een aanklacht om hem in te kerk’ren;</p>
+<p class="line">En toen hij ’t mij vertelde, weende oom Gloster,</p>
+<p class="line">Beklaagde mij en kuste teêr mijn wang;</p>
+<p class="line">’k Moest hem vertrouwen, sprak hij, als mijn vader;</p>
+<p class="line">’k Zou hem zoo lief zijn als zijn eigen kind.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Hertogin.</b></p>
+<p class="line">Ach, dat bedrog zoo zachte trekken steelt,</p>
+<p class="line">En diepe boosheid dekt met deugdzaam mom!</p>
+<p class="line">Hij is mijn zoon, ja, en mijn schande er door,</p>
+<p class="line">Maar zoog aan mijne borst die arglist niet.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Zoon.</b></p>
+<p class="line">Grootmoeder, denkt gij, dat mijn oom zou huich’len?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Hertogin.</b></p>
+<p class="line">Ja, kind. <span class="lineNum">32</span></p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Zoon.</b></p>
+<p class="line">Ik kan ’t niet denken. Hoor, welk een gedruisch!</p>
+</div>
+<p class="stage">(<i>Koningin</i> <span class="sc">Elizabeth</span> <i>komt op, geheel ontdaan, gevolgd door</i> <span class="sc">Rivers</span> <i>en</i> <span class="sc">Dorset</span>.)</p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koningin Elizabeth.</b></p>
+<p class="line">Ach, wie wil ’t keeren, dat ik ween en jammer,</p>
+<p class="line">Mijn noodlot boos noem en mijzelve kwel?</p>
+<p class="line">Ik wil, met zware wanhoop in verbond,</p>
+<p class="line">Een vijand worden van mijn eigen ziel.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Hertogin.</b></p>
+<p class="line">Wat wil hier dit tooneel van felle woestheid?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koningin Elizabeth.</b></p>
+<p class="line">Ach, een bedrijf zijn van een schokkend treurspel;—</p>
+<p class="line">Edward, mijn gade, uw zoon, de koning, stierf!—</p>
+<p class="line">Wat groeien takken, als de stam verging?</p>
+<p class="line">Wat dort het loof niet, dat zijn sappen derft?</p>
+<p class="line">Wilt gij nog leven? weeklaag!—sterven, haast u,</p>
+<p class="line">Opdat de snelbewiekte ziel hem inhaal’,</p>
+<p class="line">Of als gehoorzaam onderdaan hem volg’</p>
+<p class="line">Naar ’t rijk der eeuw’ge nacht, zijn nieuw gebied!</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Hertogin.</b></p>
+<p class="line">Ach, zooveel deel heb ik in uwen rouw,</p>
+<p class="line">Als ik op uwen eed’len gade recht had.</p>
+<p class="line">Ik heb eens dierb’ren gaden dood beweend,</p>
+<p class="line">En leefde in de’ aanblik van zijn evenbeelden;</p>
+<p class="line">Nu zijn twee spiegels van zijn vorst’lijk aanschijn</p>
+<p class="line">Vergruisd tot scherven door den boozen dood,</p>
+<p class="line">En rest slechts één, één valsch glas mij tot troost,</p>
+<p class="line">Waarin ik steeds mijn eigen schande ontwaar.</p>
+<p class="line">Weeuw zijt gij, ja, maar moeder zijt gij nog;</p>
+<p class="line">U is de troost gebleven van uw kind’ren;</p>
+<p class="line">Mij reet de dood mijn echtgenoot uit de armen,</p>
+<p class="line">En nu twee krukken uit de zwakke handen,</p>
+<p class="line">Clarence en Edward. O, wat grond heb ik,—</p>
+<p class="line">Want uw leed is een deel slechts van het mijn;—</p>
+<p class="line">Om uw gekrijt door mijne klacht te smoren!</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Zoon.</b></p>
+<p class="line">Moei, onzen vader hebt gij niet beschreid;</p>
+<p class="line">Hoe kunnen wij u thans met tranen helpen?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Dochter.</b></p>
+<p class="line">Bleef onze weezenkommer onbeklaagd,</p>
+<p class="line">Zoo blijve uw weduwsmart ook onbeweend!</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koningin Elizabeth.</b></p>
+<p class="line">O, ik behoef uw hulp niet bij mijn jamm’ren;</p>
+<p class="line">’k Ben niet onvruchtbaar, neen, ga groot van klachten.</p>
+<p class="line">Mijn’ oogen vlieten alle bronnen toe;</p>
+<p class="line">Als door de maan, die vloeden wekt, beheerscht,</p>
+<p class="line">Kon ik heel de aard in tranen doen verdrinken!</p>
+<p class="line">O mijn gemaal, mijn heer, mijn dierbare Edward!</p>
+</div>
+<p><span class="pageNum" id="pb231">[<a href="#pb231">231</a>]</span></p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>De Kinderen.</b></p>
+<p class="line">O onze vader, dierb’re vader Clarence!</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Hertogin.</b></p>
+<p class="line">O gij, mijn beide zoons, Edward en Clarence!</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koningin Elizabeth.</b></p>
+<p class="line">Wie was mijn steun dan Edward? en hij stierf!</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>De Kinderen.</b></p>
+<p class="line">Wie onze steun dan Clarence? en hij stierf. <span class="lineNum">75</span></p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Hertogin.</b></p>
+<p class="line">Wie was mijn steun dan zij? en beiden stierven.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koningin Elizabeth.</b></p>
+<p class="line">Nooit leed een weduw zulk een zwaar verlies!</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>De Kinderen.</b></p>
+<p class="line">Nooit leden weezen zulk een zwaar verlies!</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Hertogin.</b></p>
+<p class="line">Nooit leed een moeder zulk een zwaar verlies!</p>
+<p class="line">Wee mij, ik ben de moeder dezer smarten;</p>
+<p class="line">Hun leed is stukwerk, mijn leed is ’t geheel.</p>
+<p class="line">Zij weent om eenen Edward, en ik ook;</p>
+<p class="line">Ik ween om eenen Clarence, en zij niet;</p>
+<p class="line">Die kleinen om hun Clarence, en ik ook;</p>
+<p class="line">En ik om eenen Edward, en zij niet;—</p>
+<p class="line">Gij drieën, stort op mij, driewerf verslaag’ne,</p>
+<p class="line">Uw tranen uit; ik, voedster van uw leed,</p>
+<p class="line">Zal ’t rijk’lijk laven met mijn weegeklag.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Dorset.</b></p>
+<p id="kr3.ii.2.89" class="line">Kalm, lieve moeder! God wordt zeer verstoord,</p>
+<p class="line">Neemt gij met ondank aan, wat hij beschikt.</p>
+<p class="line">Ondankbaar heet het steeds in ’s werelds doen</p>
+<p class="line">Met tragen onwil gelden weer te geven,</p>
+<p class="line">Met milde hand welwillend ons geleend;</p>
+<p class="line">Veel meer dan, zoo te twisten met den hemel,</p>
+<p class="line">Wijl die zijn vorst’lijk leengoed weder eischt.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Rivers.</b></p>
+<p class="line">Denk, eed’le vrouw, nu, als een trouwe moeder,</p>
+<p class="line">Aan uwen jongen prins; zend fluks om hem;</p>
+<p class="line">Hij zij gekroond; in hem leeft thans uw troost</p>
+<p class="line">Berg ’t naamloos wee in ’s dooden Edwards graf,</p>
+<p class="line">En plant uw heil bij ’s jongen Edwards troon.</p>
+</div>
+<p class="stage">(<span class="sc">Gloster</span>, <span class="sc">Buckingham</span>, <span class="sc">Stanley</span>, <span class="sc">Hastings</span>, <span class="sc">Ratcliff</span> <i>en Anderen komen op</i>.)</p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">Wees, zuster, kalm; wij allen hebben grond</p>
+<p class="line">Om ’t dooven onzer flonkerster te klagen;</p>
+<p class="line">Doch niemand heelt zijn smart door weegeklag.—</p>
+<p class="line">Mijn eed’le moeder, ’k vraag u om vergiff’nis;</p>
+<p class="line">Ik zag uw hoogheid niet.—Deemoedig smeek ik</p>
+<p class="line">U knielend om uw zegen.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Hertogin.</b></p>
+<p class="line">God zegene u en make uw hart zachtmoedig,</p>
+<p class="line">Gehoorzaam, liefd’rijk, christ’lijk, waar en trouw!</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">Amen;—<span class="stage">(<i>Ter zijde.</i>)</span> en late als goed oud man mij sterven!</p>
+<p class="line">Want dit is ’t eind steeds van een moederzegen;</p>
+<p class="line">Dat haar genade dit vergat, bevreemdt mij.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Buckingham.</b></p>
+<p class="line">Bedroefde vorsten, diepgebogen pairs,</p>
+<p class="line">Die allen dezen zwaren rouwlast draagt,</p>
+<p class="line">Beurt met elkanders liefde elkander op;</p>
+<p class="line">Zij de oogst van dezen koning nu verteerd,</p>
+<p class="line">Thans moge de oogst van zijnen zoon ons rijpen.</p>
+<p class="line">De tweespalt uwer hooggezwollen harten,</p>
+<p class="line">Zoo kortlings eerst gezet, gespalkt, verbonden,</p>
+<p class="line">Vereischt een teed’re zorg, verpleging, hoede.</p>
+<p class="line">Mij dunkt het goed, dat fluks een klein gevolg</p>
+<p id="kr3.ii.2.121" class="line">Den jongen prins van Ludlow halen ga,</p>
+<p class="line">Opdat hij hier als koning zij gekroond. <span class="lineNum">122</span></p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Rivers.</b></p>
+<p class="line">Waarom een klein gevolg, mylord van Buckingham?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Buckingham.</b></p>
+<p class="line">Opdat, mylord, niet door een grooten stoet</p>
+<p class="line">De pas geheelde wond des haats zich oop’ne;</p>
+<p class="line">Wat des te meer gevaarlijk wezen zou,</p>
+<p class="line">Daar alles groen is en nog leiding mist.</p>
+<p class="line">Als ieder ros den teugel in zijn macht heeft,</p>
+<p class="line">En zelf zijn weg naar welgevallen kiest,</p>
+<p class="line">Dan worde, dunkt mij, ook de vrees voor onheil,</p>
+<p class="line">En niet het onheil zelf alleen, verhoed.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">Verzoend heeft ons de koning, hoop ik, allen;</p>
+<p class="line">Vast en onschendbaar is ’t verdrag voor mij.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Rivers.</b></p>
+<p class="line">En ook voor mij, en voor ons allen, denk ik;</p>
+<p class="line">Doch, wijl het jong is, stelle men het niet</p>
+<p class="line">Aan ’t moog’lijk dreigen van een breuke bloot,</p>
+<p class="line">Die door een grooten stoet licht kon ontstaan.</p>
+<p class="line">Daarom zeg ik met de’ eed’len Buckingham:</p>
+<p class="line">Klein zij ’t geleide van den prins hierheen.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Hastings.</b></p>
+<p class="line">Dit zeg ik ook.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">Zoo zij het dan; en laat ons nu bepalen,</p>
+<p class="line">Wie onverwijld naar Ludlow zullen gaan.</p>
+<p class="line">Komt, bid ik, eed’le moeder, en gij, zuster,</p>
+<p class="line">En meldt, wat hieromtrent uw meening is.</p>
+</div>
+<p class="stage alignright">(<i>Allen af, behalve</i> <span class="sc">Buckingham</span> <i>en</i> <span class="sc">Gloster</span>.)</p>
+<p><span class="pageNum" id="pb232">[<a href="#pb232">232</a>]</span></p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Buckingham.</b></p>
+<p class="line">Mylord, wie naar den prins ook reizen moog’,</p>
+<p class="line">Bij God, laat niet ons tweeën achterblijven;</p>
+<p class="line">’k Vind, als begin van ’t afgesproken plan,</p>
+<p class="line">Wel midd’len onderweg om ’t trotsch geslacht</p>
+<p class="line">Der koningin te scheiden van den prins.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">Mijn ander ik, mijn raadsvergadering,</p>
+<p class="line">Mijn godspraak, mijn profeet!—Mijn waarde neef,</p>
+<p class="line">’k Vertrouw mij, als een kind, aan uwe leiding.</p>
+<p class="line">Naar Ludlow dus, wij blijven niet te huis.</p>
+</div>
+<p class="stage alignright">(<i>Beiden af.</i>)</p>
+</div>
+</div>
+<div id="kr3.ii.3" class="div2 scene"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#kr3.ii.3.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h3 class="main">DERDE TOONEEL.</h3>
+<p class="stage"><span class="ex">Aldaar.</span> <i>Een straat.</i></p>
+<p class="stage"><i>Twee Burgers ontmoeten elkander.</i></p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Eerste Burger.</b></p>
+<p class="line">Zoo, buurman, goeden dag; waarheen zoo haastig?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Tweede Burger.</b></p>
+<p class="line">Ja, dit, geloof mij, weet ik nauwlijks zelf.</p>
+<p class="line">En weet gij ’t nieuws?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Eerste Burger.</b></p>
+<p class="line"><span class="hemistich">En weet gij ’t nieuws? </span>Ja, dat de koning dood is.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Tweede Burger.</b></p>
+<p class="line">Slecht nieuws, ja; zelden baart de toekomst rozen.</p>
+<p class="line">Ik vrees, ik vrees, er komt een tijd van storm.</p>
+</div>
+<p class="stage">(<i>Een ander Burger komt op.</i>)</p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Derde Burger.</b></p>
+<p class="line">Gods zegen, buren!</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Eerste Burger.</b></p>
+<p class="line">’k Wensch u goeden morgen.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Derde Burger.</b></p>
+<p class="line">Is ’t waar, de goede koning Edward dood?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Tweede Burger.</b></p>
+<p class="line">Ja, ja, maar al te waar; sta God ons bij!</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Derde Burger.</b></p>
+<p class="line">Dan, mannen, kunt ge een tijd van storm verwachten.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Eerste Burger.</b></p>
+<p class="line">Neen, neen; als God wil, wordt zijn zoon nu koning. <span class="lineNum">10</span></p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Derde Burger.</b></p>
+<p class="line">Wee, wee den lande, door een kind bestuurd!</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Tweede Burger.</b></p>
+<p class="line">Neen toch, bij hem valt op bestuur te hopen;</p>
+<p class="line">Zoolang hij klein is, denkt de raad voor hem,</p>
+<p class="line">En in zijn rijp’re jaren heerscht hijzelf;</p>
+<p class="line">Geloof mij, voor en na wordt goed bestuurd.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Eerste Burger.</b></p>
+<p class="line">’t Stond evenzoo, toen negen maanden oud,</p>
+<p class="line">De zesde Hendrik te Parijs gekroond werd.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Derde Burger.</b></p>
+<p class="line">’t Stond evenzoo? Neen, vrienden, neen, God weet het;</p>
+<p class="line">Toen mocht het land zich op een schat verheffen</p>
+<p class="line">Van welberaden staatsmanskunst; toen had</p>
+<p class="line">De koning deugdrijke ooms tot steun en hoede.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Eerste Burger.</b></p>
+<p class="line">Deze ook, van vaders- en van moederszijde.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Derde Burger.</b></p>
+<p class="line">Veel beter stond het, als zij allen waren</p>
+<p class="line">Van vaderszijde, of geen van vaderszijde<span class="corr" id="xd33e4232" title="Bron: :">;</span></p>
+<p class="line">Want nu treedt ijverzucht, wie ’t naast hem zijn zal,</p>
+<p class="line">Ons allen al te na, zoo God niet helpt.</p>
+<p class="line">O, vol gevaren is de hertog Gloster,</p>
+<p class="line">Der koningin verwanten driest en trotsch;</p>
+<p class="line">Ja, wilden zij beheerscht zijn en niet heerschen,</p>
+<p class="line">Dan had dit kranke land wellicht weer rust.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Eerste Burger.</b></p>
+<p class="line">Kom, kom, te zwaar getild! het zal wel gaan.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Derde Burger.</b></p>
+<p class="line">Betrekt de lucht, dan slaan we een mantel om;</p>
+<p class="line">Verliest het woud zijn loof, dan komt de winter;</p>
+<p class="line">Wien meldt het ondergaan der zon geen nacht?</p>
+<p class="line">Na hagelslag en storm wacht elk een duurte.</p>
+<p class="line">’t Kan goed gaan; maar, als God het zoo beschikt,</p>
+<p class="line">Is ’t meer, dan ik verwacht, of wij verdienen<span class="corr" id="xd33e4256" title="Bron: ,">.</span></p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Tweede Burger.</b></p>
+<p class="line">’t Is waar, een ieders hart is vol van vrees;</p>
+<p class="line">Met wien ge ook spreekt, gij vondt bijna geen mensch,</p>
+<p class="line">Die niet bezorgd er uitziet en vol angst.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Derde Burger.</b></p>
+<p class="line">Zoo is het altijd, voor verand’ring komt;</p>
+<p id="kr3.ii.3.42" class="line">Door hoog’ren aandrang ducht des menschen geest</p>
+<p class="line">Gevaar, dat naakt; zoo zien wij immers ook</p>
+<p class="line">De waat’ren zwellen voor een wilden storm.</p>
+<p class="line">Doch Gode zij ’t vertrouwd! Waar gaat gij heen?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Tweede Burger.</b></p>
+<p class="line">Wij werden voor de rechtbank opgeroepen.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Derde Burger.</b></p>
+<p class="line">Ik eveneens; zoo laat ons samen gaan.</p>
+</div>
+<p class="stage alignright">(<i>Allen af.</i>)</p>
+</div>
+</div>
+<div id="kr3.ii.4" class="div2 last-child scene"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#kr3.ii.4.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h3 class="main">VIERDE TOONEEL.</h3>
+<p class="stage"><span class="ex">Aldaar.</span> <i>Een vertrek in het paleis.</i></p>
+<p class="stage"><i>De aartsbisschop van</i> <span class="sc">York</span>, <i>de jonge hertog van</i> <span class="sc">York</span>, <i>koningin</i> <span class="sc">Elizabeth</span> <i>en de hertogin van</i> <span class="sc">York</span> <i>komen op</i>.</p>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p></p>
+<div class="figure p230width"><img src="images/p230.jpg" alt="KONING RICHARD III." width="519" height="720"><p class="figureHead">KONING RICHARD III.</p>
+<p class="first">Tweede Bedrijf, Vierde Tooneel.
+</p>
+<p><i lang="en">Shakespeare Memorial, Stratford-upon-Avon</i> </p>
+</div><p>
+</p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Aartsbisschop.</b></p>
+<p id="kr3.ii.4.1" class="line">Zij bleven <span class="corr" id="xd33e4336" title="Bron: gistren">gist’ren</span> nacht te Stony-Stratford,<span class="pageNum" id="pb233">[<a href="#pb233">233</a>]</span></p>
+<p class="line">En in Northampton rusten zij van nacht,</p>
+<p class="line">Zij zijn dus morgen hier of overmorgen.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Hertogin.</b></p>
+<p class="line">’k Verlang van ganscher hart den prins te zien,</p>
+<p class="line">Ik hoop hem sterk gegroeid, sinds ik hem zag.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koningin Elizabeth.</b></p>
+<p class="line">Men zegt van neen; ’k hoor, dat mijn zoon van York</p>
+<p class="line">Hem in zijn groei bijkans heeft ingehaald.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>York.</b></p>
+<p class="line">Ja, moeder; maar ik had dit liever niet.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Hertogin.</b></p>
+<p class="line">Waarom, mijn jongen? ’t Is toch goed te groeien.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>York.</b></p>
+<p class="line">Grootmoeder, bij het avondmaal vertelde</p>
+<p class="line">Oom Rivers eens, dat ik veel sneller groeide,</p>
+<p class="line">Dan Edward doet. „Ja,” zeide oom Gloster toen,</p>
+<p class="line">„Een klein gewas is eêl, onkruid groeit veel.”</p>
+<p class="line">En sedert wenschte ik minder sterken groei;</p>
+<p class="line">Eêl kruid komt laat, en onkruid snel in bloei.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Hertogin.</b></p>
+<p class="line">Voorwaar, voorwaar, dit zeggen ging bij hem,</p>
+<p class="line">Die u dit voor de voeten wierp, niet door;</p>
+<p class="line">Hij was als kind een nietig onderblijfsel,</p>
+<p class="line">Zoo laat en traag in ’t groeien, dat hij, was</p>
+<p class="line">Zijn regel waar, een edel kruid zou zijn.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Aartsbisschop.</b></p>
+<p class="line">En zonder twijfel is hij ’t, eed’le vrouwe.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Hertogin.</b></p>
+<p class="line">Ik hoop het, maar een moeder moge twijf’len.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>York.</b></p>
+<p class="line">Doch hoor eens, ware ’t mij toen ingevallen,</p>
+<p class="line">Ik had mijn eed’len oom een zet gegeven,</p>
+<p class="line">Wat groeien aangaat, erger dan hij mij.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Hertogin.</b></p>
+<p class="line">Hoe dan, mijn kleine York? vertel het eens.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>York.</b></p>
+<p class="line">Wel dit: men zegt, oom Gloster groeide zoo,</p>
+<p class="line">Dat hij, twee uur pas oud, aan korstjes knaagde;</p>
+<p class="line">Twee jaar was ik, aleer ik tanden kreeg.</p>
+<p class="line">Grootmoeder, zou die zet niet raak geweest zijn?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Hertogin.</b></p>
+<p class="line">Maar, beste York, wie heeft u dit verteld?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>York.</b></p>
+<p class="line">Zijn min, grootmoeder.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Hertogin.</b></p>
+<p class="line">Zijn min! die was lang dood bij uw geboorte. <span class="lineNum">33</span></p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>York.</b></p>
+<p class="line">Als zij ’t niet deed, dan weet ik niet meer wie.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koningin Elizabeth.</b></p>
+<p class="line">Een sluwe knaap! Loop heen, gij praat te vrij.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Aartsbisschop.</b></p>
+<p class="line">Doorluchte vrouw, wees op het kind niet boos.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koningin Elizabeth.</b></p>
+<p class="line">Ook kleine kruikjes hebben ooren.</p>
+</div>
+<p class="stage">(<i>Een Bode komt op.</i>)</p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Aartsbisschop.</b></p>
+<p class="line">Daar komt een bode.—Wat voor nieuws?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Bode.</b></p>
+<p class="line">Nieuws, heer, waarvan het brengen mij bedroeft.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koningin Elizabeth.</b></p>
+<p class="line">Hoe vaart de prins?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Bode.</b></p>
+<p class="line"><span class="hemistich">Hoe vaart de prins? </span>Gezond en wel, uw hoogheid.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Hertogin.</b></p>
+<p class="line">Wat brengt gij dan voor nieuws?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Bode.</b></p>
+<p class="line">Lord Rivers en lord Grey, zij zijn naar Pomfret,</p>
+<p class="line">En ook sir Thomas Vaughan, als gevang’nen.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Hertogin.</b></p>
+<p class="line">En wie nam hen gevangen?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Bode.</b></p>
+<p class="line"><span class="hemistich">En wie nam hen gevangen? </span>Hertog Gloster,</p>
+<p class="line">Met hertog Buckingham.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Aartsbisschop.</b></p>
+<p class="line"><span class="hemistich">Met hertog Buckingham. </span>Om welk vergrijp?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Bode.</b></p>
+<p class="line">Ik heb gemeld al wat ik melden kan.</p>
+<p class="line">Waarom, waarvoor die eed’len zijn gevat,</p>
+<p class="line">Is mij volkomen onbekend, mylord.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koningin Elizabeth.</b></p>
+<p id="kr3.ii.4.49" class="line">Wee mij, ik zie den ondergang mijns huizes.</p>
+<p class="line">Nu heeft de tijger ’t slanke ree gepakt,</p>
+<p class="line">En dra vergrijpt verwaten tyrannie</p>
+<p class="line">Zich aan de’ onnooz’len, eerbiedloozen troon.</p>
+<p class="line">Welkom, verdelging, bloedvergieten, slachting!</p>
+<p class="line">Ik zie, als op een kaart, het eindmerk reeds!</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Hertogin.</b></p>
+<p class="line">Gevloekte en onrustvolle tweedrachtsdagen,</p>
+<p class="line">Hoe velen uwer heeft mijn oog aanschouwd!</p>
+<p class="line">Mijn gade viel bij ’t streven naar de kroon;</p>
+<p class="line">En op en neder ging het met mijn zoons,</p>
+<p class="line">Zoodat ik juichte en weende om zege en neêrlaag;</p>
+<p class="line">En nu zij veilig zeet’len, nu de storm</p>
+<p class="line">Van twist voorbij is, voeren zij, die wonnen,</p>
+<p class="line">Krijg met elkander, broeder tegen broeder.</p>
+<p class="line">Bloed tegen bloed, zelf met zichzelf.—O waanzin,</p>
+<p class="line">O dolheid, laat van ’t helsche wrokken af;</p>
+<p class="line">Of doe mij sterven, niets op aard meer zien!</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koningin Elizabeth.</b></p>
+<p class="line">Kom, kom, mijn knaap, ras naar de heil’ge vrijplaats!—</p>
+<p class="line">Vaar, eed’le vrouwe, wel.</p>
+</div>
+<p><span class="pageNum" id="pb234">[<a href="#pb234">234</a>]</span></p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Hertogin.</b></p>
+<p class="line"><span class="hemistich">Vaar, eed’le vrouwe, wel. </span>Wacht, ik wil mede.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koningin Elizabeth.</b></p>
+<p class="line">’t Is u niet noodig.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Aartsbisschop</b></p>
+<p class="line"><span class="hemistich">’t Is u niet noodig. </span><span class="stage">(<i>tot de Koningin.</i>)</span> Eed’le vrouwe, ga;</p>
+<p class="line">En berg er ook uw schatten en uw goed’ren.</p>
+<p class="line">Voor mij, ik geef het mij vertrouwde zegel</p>
+<p class="line">Uw hoogheid af; en moge ’t zoo mij gaan,</p>
+<p class="line">Als ik voor u en voor al de uwen zorg!</p>
+<p class="line">Ga, ik geleid u zelf naar ’t heiligdom.</p>
+</div>
+<p class="stage alignright">(<i>Allen af.</i>)</p>
+</div>
+</div>
+</div>
+</div>
+<div id="kr3.iii" class="div1 act"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#kr3.iii.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h2 class="main"><span class="ex">DERDE BEDRIJF.</span></h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<div id="kr3.iii.1" class="div2 scene"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#kr3.iii.1.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h3 class="main">EERSTE TOONEEL.</h3>
+<p class="stage"><span class="ex">Londen.</span> <i>Een straat.</i></p>
+<p class="stage"><i>Trompetgeschal. De Prins van</i> <span class="sc">Wales</span>, <span class="sc">Gloster</span>, <span class="sc">Buckingham</span>, <span class="sc">Bourchier</span> <i>en Anderen komen op</i>.</p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Buckingham.</b></p>
+<p id="kr3.iii.1.1" class="line">Wees welkom, Prins, in Londen, in uw kamer!</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">Welkom, mijn lieve neef, mijns harten koning!</p>
+<p class="line">De lange weg heeft droevig u gestemd.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Prins.</b></p>
+<p class="line">Neen, oom; maar wat mij op mijn weg weervoer,</p>
+<p class="line">Heeft dien mij lang, bedroevend, zwaar gemaakt;</p>
+<p class="line">Ik wenschte meerdere ooms hier tot ontvangst.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">De schuld’looze eenvoud uwer jaren, prins,</p>
+<p class="line">Dook in der wereld arglist nog niet neer</p>
+<p class="line">En niets kunt gij nog aan een man erkennen</p>
+<p class="line">Dan wat hij toont en schijnt; en dit, God weet het,</p>
+<p class="line">Strookt nooit of zelden met des menschen hart.</p>
+<p class="line">Die ooms, die gij u hier wenscht, zijn gevaarlijk;</p>
+<p class="line">Gij gaaft slechts op hun suikerwoorden acht,</p>
+<p class="line">Doch hadt geen oog voor hunner harten gif.</p>
+<p class="line">Voor zulke valsche vrienden hoede u God!</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Prins.</b></p>
+<p class="line">Voor valsche vrienden, ja; maar zij zijn ’t niet. <span class="lineNum">16</span></p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">Daar komt de mayor van Londen u begroeten.</p>
+</div>
+<p class="stage">(<i>De Lord-Mayor komt op, met Gevolg.</i>)</p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Lord-Mayor.</b></p>
+<p class="line">God schenke uw Hoogheid heil en blijde dagen!</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Prins.</b></p>
+<p class="line">Ik dank u, waarde lord, ik dank u allen.</p>
+</div>
+<p class="stage">(<i>De Lord-Mayor en Gevolg treden terug.</i>)</p>
+<div class="sp">
+<p class="line">’k Had van mijn moeder en mijn broeder York</p>
+<p class="line">Reeds eerder op mijn weg een groet verwacht;</p>
+<p class="line">Foei, welk een slak is Hastings, dat hij ons</p>
+<p class="line">Niet meldt, of zij in aantocht zijn of niet!</p>
+</div>
+<p class="stage">(<span class="sc">Hastings</span> <i>komt op</i>.)</p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Buckingham.</b></p>
+<p class="line">Daar komt de lord juist aan, in ’t zweet zijns aanschijns.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Prins.</b></p>
+<p class="line">Welkom, mylord! Spreek! zal mijn moeder komen?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Hastings.</b></p>
+<p class="line">Om welke reed’nen, dit weet God<span class="corr" id="xd33e4704" title="Bron: .">,</span> niet ik,</p>
+<p class="line">maar met uw broeder York week uwe moeder</p>
+<p class="line">Ter heil’ge vrijplaats heen; recht gaarne had</p>
+<p class="line">De jonge prins met mij u hier begroet,</p>
+<p class="line">Doch met geweld hield hem zijn moeder ginds.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Buckingham.</b></p>
+<p class="line">Foei, hoe verkeerd en valsch van haar gedaan!— <span class="lineNum">31</span></p>
+<p class="line">Lord kardinaal, kan uw genade niet</p>
+<p class="line">De koningin bewegen, hertog York</p>
+<p class="line">Terstond te zenden naar den prins, zijn broeder?</p>
+<p class="line">En weigert zij, ga mee, lord Hastings, scheur</p>
+<p class="line">Hem uit haar achterdochtige armen weg.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Kardinaal.</b></p>
+<p class="line">Mylord, indien mijn zwakke redekunst</p>
+<p class="line">Den hertog van zijn moeder kan verwerven,</p>
+<p class="line">Zoo wacht hem daad’lijk hier. Maar blijft zij doof</p>
+<p class="line">Voor zachte beden, <span class="corr" id="xd33e4733" title="Bron: van">dan</span> verhoede God,</p>
+<p class="line">Dat wij het godd’lijk recht der heil’ge vrijplaats</p>
+<p class="line">Geweld aandoen! Voor heel dit rijk wilde ik</p>
+<p class="line">Niet aan zoo groote zonde schuldig zijn.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Buckingham.</b></p>
+<p class="line">Gij klemt, Mylord, u te kleingeestig vast</p>
+<p class="line">Aan vormen, aan wat de oudheid heilig noemde;</p>
+<p class="line">En ’t is geen heiligschennis hem te grijpen.</p>
+<p id="kr3.iii.1.48" class="line">De weldaad van een vrijplaats wordt verleend</p>
+<p class="line">Aan wie er door zijn hand’len recht op heeft,</p>
+<p class="line">En wijs genoeg is, haar voor zich te vord’ren.</p>
+<p class="line">De prins begeert haar niet en heeft geen aanspraak,</p>
+<p class="line">En moet daarom, dunkt mij, haar niet erlangen;<span class="pageNum" id="pb235">[<a href="#pb235">235</a>]</span></p>
+<p class="line">En dus, wie hem, die daar niet is, er weghaalt,</p>
+<p class="line">Die schendt geen enkel recht of voorrecht daar.</p>
+<p class="line">Ja, ’k hoorde vaak van mannen in een vrijplaats,</p>
+<p class="line">Van kind’ren in een vrijplaats, nooit voor nu!</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Kardinaal.</b></p>
+<p class="line">Mylord, voor ditmaal geef ik mij gewonnen.—</p>
+<p class="line">Kom dus, lord Hastings, wilt gij met mij gaan?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Hastings.</b></p>
+<p class="line">’k Ben tot uw dienst, mylord.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Prins.</b></p>
+<p class="line">Mijn beste lords, maakt haast, zooveel gij kunt.</p>
+</div>
+<p class="stage alignright">(<i>De Kardinaal en</i> <span class="sc">Hastings</span> <i>af</i>.)</p>
+<div class="sp">
+<p class="line">Zeg nu, oom Gloster, als mijn broeder komt,</p>
+<p class="line">Waar zullen wij dan huizen tot de kroning?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">Waar uwe koninklijke hoogheid zelf verkiest.</p>
+<p class="line">Maar mag ik u eens raden, neem dan eerst</p>
+<p class="line">Een dag of twee uw rust hier in den Tower,</p>
+<p class="line">En kies daarna ’t verblijf, dat u het best</p>
+<p class="line">Tot uw gezondheid en vermaken dient.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Prins.</b></p>
+<p class="line">Geen plaats staat meer mij tegen dan de Tower.—</p>
+<p class="line"><span class="stage">(<i>Tot</i> <span class="sc">Buckingham</span>.)</span> Heeft Julius Cæsar hem gebouwd, mylord? <span class="lineNum">69</span></p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Buckingham.</b></p>
+<p class="line">Hij heeft, genadig heer, het slot gesticht,</p>
+<p class="line">Maar later tijden hebben ’t sinds herbouwd.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Prins.</b></p>
+<p class="line">Is ’t overleev’ring slechts, van mond tot mond,</p>
+<p class="line">Of staat het opgeteekend, dat hij ’t bouwde?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Buckingham.</b></p>
+<p class="line">’t Is opgeteekend, wis, genadig heer.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Prins.</b></p>
+<p class="line">Maar neem eens aan, het ware niet geboekt,</p>
+<p class="line">De waarheid, dunkt mij, moest onsterflijk leven,</p>
+<p class="line">Als ’t ware naverteld aan ’t verste nakroost,</p>
+<p class="line">Zelfs tot den dag, die heel de wereld endt.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster</b></p>
+<p class="line"><span class="stage">(<i>ter zijde</i>).</span> Zoo jong in ’t denken stout, wordt nimmer oud.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Prins.</b></p>
+<p class="line">Wat zegt gij, oom?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">’k Zeg, roem wordt, ongeboekt, toch immer oud.</p>
+<p class="line"><span class="stage">(<i>Ter zijde</i>).</span> Ik spreek, als Boosheid in mysterie-spelen,</p>
+<p class="line">Één woord gebruikend, tweederlei moraal.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Prins.</b></p>
+<p class="line">Die Julius Cæsar was een eenig man,</p>
+<p class="line">Want wat zijn moed voor zijnen geest verwierf,</p>
+<p class="line">Dat schreef zijn geest, zoodat zijn moed bleef leven.</p>
+<p class="line">Dood kan op dien veroov’raar niets veroov’ren;</p>
+<p class="line">Steeds voort leeft hij in roem, na ’s levens eind.—</p>
+<p class="line">Neef Buckingham, wil ik u eens iets zeggen?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Buckingham.</b></p>
+<p class="line">Wat dan, genadig heer?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Prins.</b></p>
+<p class="line">Wanneer ik leven blijf, tot ik een man ben,</p>
+<p class="line">Dan win ik ons oud recht in Frankrijk weer,</p>
+<p class="line">Of sterf als held, gelijk ik leefde als vorst.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster</b></p>
+<p class="line"><span class="stage">(<i>ter zijde</i>).</span> Vroeg wordt na vroege lent de groei geschorst.</p>
+</div>
+<p class="stage">(<span class="sc">Hastings</span> <i>en de Kardinaal komen weder op, met</i> <span class="sc">York</span>.)</p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Buckingham.</b></p>
+<p class="line">Daar <span class="corr" id="xd33e4914" title="Bron: kont">komt</span> te goeder uur de Hertog York.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Prins.</b></p>
+<p class="line">Richard van York? hoe vaart onze eed’le broeder?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>York.</b></p>
+<p class="line">Goed, mijn gebieder! zoo toch heet gij thans.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Prins.</b></p>
+<p class="line">Ja, broeder, mij, gelijk ook u, tot smart;</p>
+<p class="line">Te vroeg stierf hij, die recht had op dien titel,</p>
+<p class="line">Waaraan zijn dood veel majesteit ontnam.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">Hoe gaat het onzen eed’len neef van York?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>York.</b></p>
+<p class="line">Ik dank u, vriend’lijke oom. O! zie, mylord,</p>
+<p class="line">Gij hebt gezegd, dat onkruid welig wast;</p>
+<p class="line">De prins, mijn broeder, wies mij boven ’t hoofd.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">’t Is zoo, mylord.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>York.</b></p>
+<p class="line">Telt gij hem nu voor onkruid?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">O, beste neef, zoo iets mag ik niet zeggen. <span class="lineNum">106</span></p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>York.</b></p>
+<p class="line">Dan is hij meer in tel bij u dan ik.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">Hij heeft mij te gebieden als mijn vorst,</p>
+<p class="line">Maar gij hebt recht en macht op mij als neef.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>York.</b></p>
+<p class="line">Ik bid u, oom, geef mij dien dolk.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">Dien dolk, mijn kleine neef? van ganscher harte.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Prins.</b></p>
+<p class="line">Gij beed’laar, broeder?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>York.</b></p>
+<p class="line">Ja, bij mijn lieven oom, die gaarne geeft,</p>
+<p class="line">En om een speeltuig, waar men licht van scheidt.</p>
+</div>
+<p><span class="pageNum" id="pb236">[<a href="#pb236">236</a>]</span></p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">Ik zoude u gaarne een grooter gave schenken.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>York.</b></p>
+<p class="line">Een grooter gaaf? dat zoude uw zwaard dan zijn.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">Ja, neeflief, maar dat ware veel te zwaar.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>York.</b></p>
+<p class="line">O, dus is ’t lichte waar slechts, die gij schenkt?</p>
+<p class="line">Bij iets gewichtigs zegt gij: „beedlaar, neen!”</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">’t Is u te zwaar, gij kunt het nog niet dragen.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>York.</b></p>
+<p class="line">Al ware ’t zwaarder, wichtig vond ik ’t niet.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">Dus gij verlangt mijn zwaard, mijn kleine prins?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>York.</b></p>
+<p class="line">Ja, en mijn dank zij zoo, als gij mij noemt.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">Hoe dan?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>York.</b></p>
+<p class="line">Slechts klein.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Prins.</b></p>
+<p class="line">Mijn broeder York is altijd boud in ’t praten.—</p>
+<p class="line">Gij weet het met geduld te dragen, oom.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>York.</b></p>
+<p class="line">Niet <span class="ex">het</span> te dragen, mij te dragen, meent gij;—</p>
+<p class="line">Mijn broeder, oom, bespot èn u èn mij;</p>
+<p class="line">Hij denkt, omdat ik klein ben als een aapje,</p>
+<p id="kr3.iii.1.131" class="line">Dat gij mij op uw schouders dragen moest.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Buckingham.</b></p>
+<p class="line">Hoe rijk aan scherp vernuft is wat hij zegt!</p>
+<p class="line">Om ’t spotten met zijn oom wat te verzachten,</p>
+<p class="line">Steekt hij behendig met zichzelf den draak.</p>
+<p class="line">Zoo slim en nog zoo jong, is wonderbaar!</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">Mylord, behaagt het u, thans voort te gaan?</p>
+<p class="line">Ik en mijn goede neef van Buckingham</p>
+<p class="line">Gaan naar uw moeder om haar te overreden,</p>
+<p class="line">Dat ze in den Tower u opzoeke en begroet’.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>York.</b></p>
+<p class="line">Wat! naar den Tower? verkiest gij dit, mylord?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Prins.</b></p>
+<p class="line">Mylord Protector dringt er zeer op aan.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>York.</b></p>
+<p class="line">Ik zal niet rustig slapen in den Tower.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">Waarom, wat zoudt gij duchten?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>York.</b></p>
+<p class="line">Nu, den verstoorden geest mijns ooms, van Clarence;</p>
+<p class="line">Grootmoeder zegt, dat hij er werd vermoord.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Prins.</b></p>
+<p class="line">Ik heb geen vrees voor ooms, die dood zijn.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">En ook voor geen, die leven, hoop ik.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Prins.</b></p>
+<p class="line">’k Heb, zoo zij leven, niets te vreezen, hoop ik.</p>
+<p class="line">Maar kom, mylord, en met bezwaard gemoed,</p>
+<p class="line">Aan hen steeds denkend, ga ik naar den Tower.</p>
+</div>
+<p class="stage alignright">(<i>Trompetgeschal. De prins</i>, <span class="sc">York</span>, <span class="sc">Hastings</span>, <i>de Kardinaal, en Gevolg verwijderen zich, daarna de Lord-Mayor met Gevolg</i>.)</p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Buckingham.</b></p>
+<p class="line">Denkt gij, mylord, niet, dat die York, die snapper,</p>
+<p class="line">Werd opgestookt door zijn geslepen moeder,</p>
+<p class="line">Om u zoo stout te tarten en te hoonen?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">Ja wis, gewis. O, ’t is een slimme gast,</p>
+<p class="line">Vroegwijs, gevat, vernuftig, vlug en stout,</p>
+<p class="line">Geheel zijn moeder, ja, van top tot teen.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Buckingham.</b></p>
+<p class="line">Nu, laat hen.—Catesby, kom gij hier; gij zwoert</p>
+<p class="line">Een duren eed: te doen wat wij ontwerpen</p>
+<p class="line">En streng te zwijgen, wat we u toevertrouwen.</p>
+<p class="line">We ontvouwden onderweg u onze gronden;—</p>
+<p class="line">Wat dunkt u, zou het een’ge moeite baren,</p>
+<p class="line">William lord Hastings voor ons plan te winnen,</p>
+<p class="line">Dat dezen eed’len hertog op den troon</p>
+<p class="line">Van ons roemruchtig eiland plaatsen wil?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Catesby.</b></p>
+<p class="line">Hij heeft den prins om ’s vaders wil zoo lief,</p>
+<p class="line">Dat hij tot niets de hand leent tegen hem.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Buckingham.</b></p>
+<p class="line">Wat denkt gij dan van Stanley? zou hij willen?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Catesby.</b></p>
+<p class="line">Hij zal in alles zooals Hastings doen.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Buckingham.</b></p>
+<p class="line">Nu dan, genoeg hiervan. Ga, beste Catesby,</p>
+<p class="line">En pols, als ware ’t in ’t verschiet, lord Hastings,</p>
+<p class="line">Hoe hij omtrent ons plan gezind zou zijn;</p>
+<p class="line">En noodig hem op morgen naar den Tower</p>
+<p class="line">Ter raadsvergaad’ring voor de zaak der kroning.</p>
+<p class="line">Bespeurt gij, dat hij naar ons luist’ren wil,</p>
+<p class="line">Zoo wek hem op en zeg hem onze gronden,</p>
+<p class="line">Maar is hij koud, als ijs, en traag, als lood,</p>
+<p class="line">Wees gij ’t dan ook en houd uw woorden in,</p>
+<p class="line">En deel ons mede, hoe zijn stemming is.</p>
+<p id="kr3.iii.1.179" class="line">Want morgen houden we een gesplitsten staatsraad,</p>
+<p class="line">Waarbij uw dienst van hoog belang zal zijn.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">Groet ook van mij lord William; zeg hem, Catesby,</p>
+<p class="line">Dat morgen ’t rot van zijn gezworen haters</p>
+<p class="line">Een aderlating wacht in ’t slot van Pomfret;</p>
+<p class="line">En zeg mijn vriend, dat hij om deze tijding</p>
+<p class="line">Uit vreugd vrouw Shore een kusjen extra geev’.</p>
+</div>
+<p><span class="pageNum" id="pb237">[<a href="#pb237">237</a>]</span></p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Buckingham.</b></p>
+<p class="line">Ga, Catesby, ga; volbreng dit met beleid.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Catesby.</b></p>
+<p class="line">Ja, zoo behoedzaam, waarde lords, als moog’lijk. <span class="lineNum">187</span></p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">Wij hooren nog voor slapenstijd van u?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Catesby.</b></p>
+<p class="line">Gewis, mylord.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">In Crosbyhof zult gij ons beiden vinden.</p>
+</div>
+<p class="stage alignright">(<span class="sc">Catesby</span> <i>af</i>.)</p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Buckingham.</b></p>
+<p class="line">En wat, mylord, wat doen wij, als we ontwaren,</p>
+<p class="line">Dat Hastings niet in onze plannen treedt?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p id="kr3.iii.1.193" class="line">Den kop hem af,—wij zullen overleggen;—</p>
+<p class="line">En hoor, ben ik eens koning, vorder dan</p>
+<p class="line">Het graafschap Hereford met de tilb’re have,</p>
+<p class="line">Eens ’t eigendom des konings, mijnen broeder.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Buckingham.</b></p>
+<p class="line">Ik zal me op uwer hoogheid woord beroepen.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">Dat ik, geloof mij, vriend’lijk houden zal.</p>
+<p class="line">Kom, tijdig nu aan ’t avondmaal, om dan</p>
+<p class="line">Aan onze ontwerpen een’gen vorm te geven.</p>
+</div>
+<p class="stage alignright">(<i>Beiden af.</i>)</p>
+</div>
+</div>
+<div id="kr3.iii.2" class="div2 scene"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#kr3.iii.2.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h3 class="main">TWEEDE TOONEEL.</h3>
+<p class="stage"><i>Voor lord</i> <span class="sc">Hastings’</span> <i>huis</i>.</p>
+<p class="stage"><i>Een Bode komt op en klopt aan de deur.</i></p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Bode.</b></p>
+<p class="line">Mylord! mylord!</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Hastings</b></p>
+<p class="line"><span class="stage">(<i>binnen</i>).</span> Wie daar?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Bode.</b></p>
+<p class="line">Een bode van lord Stanley.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Hastings</b></p>
+<p class="line"><span class="stage">(<i>binnen</i>).</span> Hoe laat is ’t al?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Bode.</b></p>
+<p class="line">Op slag van vieren heer<span class="corr" id="xd33e5327" title="Bron: ,">.</span></p>
+</div>
+<p class="stage">(<span class="sc">Hastings</span> <i>komt op</i>.)</p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Hastings.</b></p>
+<p class="line">Uw meester slaapt deez’ trage nachten niet?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Bode.</b></p>
+<p class="line">Dit schijnt wel zoo, naar wat ik heb te zeggen.</p>
+<p class="line">Vooreerst zendt hij uw edelheid zijn groet.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Hastings.</b></p>
+<p class="line">En verder?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Bode.</b></p>
+<p id="kr3.iii.2.10" class="line">Dan meldt hij u, dat hij <span class="corr" id="xd33e5359" title="Bron: van nacht">vannacht</span> een droom had,</p>
+<p class="line">Dat de ever hem den helm had afgestooten;</p>
+<p class="line">Ook, zegt hij, wordt een dubb’le raad gehouden;</p>
+<p class="line">En licht wordt in den eenen iets beslist,</p>
+<p class="line">Wat u en hem in de’ and’ren grieven kan.</p>
+<p class="line">Dies vraagt hij, wat uw edelheid besluit,—</p>
+<p class="line">Of gij terstond met hem te paard wilt stijgen,</p>
+<p class="line">En naar het noorden jagen zonder rust,</p>
+<p class="line">Om zoo ’t gevaar, dat hij bevroedt te ontgaan.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Hastings.</b></p>
+<p class="line">Ga, knaap, en keer tot uwen heer terug;</p>
+<p class="line">Zeg hem, dat hij dien dubb’len raad niet duchte;</p>
+<p class="line">Zijn edelheid en ik zijn bij den eenen,</p>
+<p class="line">En bij den and’ren Catesby, mijn vertrouw’ling,</p>
+<p class="line">Waar niets geschieden kan wat ons betreft,</p>
+<p class="line">Of ik ontvang terstond bericht er van.</p>
+<p class="line">Ja, zeg, zijn vrees is ijdel, zonder grond;</p>
+<p class="line">En droomt hij,—wel, ik dacht hem te verstandig,</p>
+<p class="line">Om ’t guichelspel van slechten slaap te tellen;</p>
+<p class="line">Voor de’ ever vluchten, eer ons de ever aanvalt,</p>
+<p class="line">Dit waar’, den ever tot vervolging prikk’len,</p>
+<p class="line">Tot jagen, als hijzelf er niet aan denkt.</p>
+<p class="line">Ga, vraag uw heer na ’t opstaan hier te komen;</p>
+<p class="line">Dan gaan wij samen rustig naar den Tower,</p>
+<p class="line">Waar hij zal zien, hoe vriend’lijk de ever is.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Bode.</b></p>
+<p class="line">Ik zal mylord, hem melden wat gij zegt.</p>
+</div>
+<p class="stage alignright">(<i>Bode af.</i>)</p>
+<p class="stage">(<span class="sc">Catesby</span> <i>komt op</i>.)</p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Catesby.</b></p>
+<p class="line">Veel morgengroeten aan mijn eed’len lord! <span class="lineNum">35</span></p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Hastings.</b></p>
+<p class="line">Goên morgen, Catesby; gij zijt vroeg er bij.</p>
+<p class="line">Wat nieuws, wat nieuws in onze’ onzeek’ren staat?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Catesby.</b></p>
+<p class="line">’t Is waar, mylord, het is een dwarrelwereld;</p>
+<p class="line">Zij komt, geloof ik, niet tot vasten stand,</p>
+<p class="line">Eer Richard met den krans van ’t rijk gesierd is.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Hastings.</b></p>
+<p class="line">Gesierd is met den krans! meent gij de kroon?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Catesby.</b></p>
+<p class="line">Ja, beste lord.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Hastings</b></p>
+<p class="line"><span class="stage">(<i>op zijn hoofd wijzend</i>).</span> Men moog’ die kroon mij van de schouders slaan,</p>
+<p class="line">Eer ik de kroon arglistig zie ontvreemd.</p>
+<p class="line">Kunt gij vermoeden, dat hij er naar streeft!</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Catesby.</b></p>
+<p class="line">Zoo waar ik leef, hij doet het; en hij hoopt,</p>
+<p class="line">Dat gij met kracht hem die zult helpen winnen;</p>
+<p class="line">En daarom zendt hij u het heuch’lijk nieuws,</p>
+<p class="line">Dat die uw haters waren, de verwanten</p>
+<p class="line">Der koningin, vandaag in Pomfret sterven.</p>
+</div>
+<p><span class="pageNum" id="pb238">[<a href="#pb238">238</a>]</span></p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Hastings.</b></p>
+<p class="line">Voorwaar, dit nieuws perst mij geen tranen af;</p>
+<p class="line">Zij waren altijddoor mijn tegenstanders;</p>
+<p class="line">Maar dat ik ooit mijn stem aan Richard geef,</p>
+<p class="line">En de echte spruiten van mijn meester uitsluit,</p>
+<p class="line">God weet, dit doe ik niet, al waar’ ’t mijn dood.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Catesby.</b></p>
+<p class="line">God sterke uw lordschap in dit vroom besluit!</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Hastings.</b></p>
+<p class="line">Maar wis, een jaar en langer zal ik lachen,</p>
+<p class="line">Nu ik ’t beleef, van ’t rot, dat bij mijn meester</p>
+<p class="line">In haat mij bracht, het treurspel aan te zien.</p>
+<p class="line">Nu, Catesby, eer ik veertien dagen meer tel,</p>
+<p class="line">Ruim ik nog enk’len op, die ’t nu niet denken.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Catesby.</b></p>
+<p class="line">’t Is iets verschriklijks, edel heer, te sterven,</p>
+<p class="line">Geheel onvoorbereid en onverwacht.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Hastings.</b></p>
+<p class="line">O gruw’lijk, gruw’lijk! en zoo is nu ’t lot</p>
+<p class="line">Van Rivers, Vaughan, Grey;—en zoo zal ’t gaan</p>
+<p class="line">Met meerd’ren, die zich even veilig reek’nen</p>
+<p class="line">Als gij en ik, die den doorluchten Richard</p>
+<p class="line">En Buckingham, gij weet het, dierbaar zijn.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Catesby.</b></p>
+<p class="line">Gij zijt bij beide vorsten hoog gezien;</p>
+<p class="line"><span class="stage">(<i>Ter zijde.</i>)</span> Zij zien zijn hoofd, als ’t waar’, reeds op de slotpoort.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Hastings.</b></p>
+<p class="line">Ik weet het, en ik heb ’t aan hen verdiend.</p>
+</div>
+<p class="stage">(<span class="sc">Stanley</span> <i>komt op</i>.)</p>
+<div class="sp">
+<p class="line">Wel zoo, wel zoo, waar is uw zwijnsspriet, man?</p>
+<p class="line">Gij, die den ever ducht, gij wapenloos? <span class="lineNum">75</span></p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Stanley.</b></p>
+<p class="line">Mylord, goên morgen,—goeden morgen, Catesby.—</p>
+<p class="line">Nu, spot maar toe, maar, bij het heilig kruis,</p>
+<p class="line">Ik houd van dien gesplitsten raad niet<span class="corr" id="xd33e5536" title="Bron: .">,</span> ik.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Hastings.</b></p>
+<p class="line">Mylord, mijn hoofd is mij zoo lief als u,</p>
+<p class="line">En nooit, in heel mijn leven, dit verklaar ik,</p>
+<p class="line">Heb ik het zoo op prijs gesteld als nu.</p>
+<p class="line">Denkt gij, dat, als ik mij niet veilig achtte,</p>
+<p class="line">Ik zoo zou triumfeeren als ik doe?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Stanley.</b></p>
+<p class="line">De lords in Pomfret reden opgeruimd</p>
+<p class="line">Uit Londen weg en waanden zich recht veilig,</p>
+<p class="line">En hadden inderdaad geen grond tot argwaan;</p>
+<p class="line">En toch, hoe snel was niet de dag bewolkt!</p>
+<p class="line">De snelle dolkstoot van dien wrok verschrikt mij;</p>
+<p class="line">Geev’ God, dat ik mij nood’loos lafaard toon’!—</p>
+<p class="line">Nu, wilt gij naar den Tower? Het wordt hoog tijd.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Hastings.</b></p>
+<p class="line">Kom, kom, gerust!—Weet gij ’t, mylord? De lords,</p>
+<p class="line">Waarvan gij spreekt, verliezen heden ’t hoofd.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Stanley.</b></p>
+<p class="line">Als trouw besliste, stond het hoofd hun vaster,</p>
+<p class="line">Dan menigeen, die hen verklaagt, de hoed.</p>
+<p class="line">Maar kom nu, laat ons gaan.</p>
+</div>
+<p class="stage">(<i>Een Herautsdienaar komt op.</i>)</p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Hastings.</b></p>
+<p class="line">Ga voor; ’k heb dezen vriend nog iets te zeggen.</p>
+</div>
+<p class="stage alignright">(<span class="sc">Stanley</span> <i>en</i> <span class="sc">Catesby</span> <i>af</i>.)</p>
+<div class="sp">
+<p class="line">Wel man, hoe gaat het u?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Herautsdienaar.</b></p>
+<p class="line"><span class="hemistich">Wel man, hoe gaat het u? </span>Zoo veel te beter,</p>
+<p class="line">Nu ’t uwe lordschap zoo genadig vraagt.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Hastings.</b></p>
+<p class="line">Ik zeg u, man, mij vrij wat beter dan</p>
+<p class="line">Toen gij de laatste maal mij hier ontmoet hebt;</p>
+<p class="line">Toen ging ik als gevang’ne naar den Tower,</p>
+<p class="line">Wijl de aanhang van de koningin dit dreef;</p>
+<p class="line">Maar nu, zeg ik u, gaan,—doch houdt dit voor u!—</p>
+<p class="line">Vandaag, die mij vervolgden, zelf ter dood,</p>
+<p class="line">En ik heb meer gezag dan ooit voordezen.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Herautsdienaar.</b></p>
+<p class="line">Dat God dit, naar uw wensch, bij u bestendig!</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Hastings.</b></p>
+<p class="line">Dank, knaap.—Daar, neem, en drink dit op mijn heil.</p>
+</div>
+<p class="stage">(<i>Hij werpt hem zijn beurs toe.</i>)</p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Herautsdienaar.</b></p>
+<p class="line">Ik dank uw edelheid.</p>
+</div>
+<p class="stage alignright">(<i>Herautsdienaar af.</i>)</p>
+<p class="stage">(<i>Een Priester komt op.</i>)</p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Priester.</b></p>
+<p class="line">Gij daar, mylord? ’t Verheugt mij u te zien.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Hastings.</b></p>
+<p class="line">Heer John, ik dank u en van ganscher harte.</p>
+<p class="line">’k Ben voor den laatsten kerkdienst in uw schuld;</p>
+<p id="kr3.iii.2.113" class="line">Kom de’ eersten sabbat, en ik maak het goed.</p>
+</div>
+<p class="stage">(<span class="sc">Buckingham</span> <i>komt op</i>.)</p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Buckingham.</b></p>
+<p class="line">Lord kamerheer, wat, in gesprek met priesters! <span class="lineNum">114</span></p>
+<p class="line">De priester koom’ uw vrienden ginds in Pomfret<span class="pageNum" id="pb239">[<a href="#pb239">239</a>]</span></p>
+<p class="line">Te stade; uw lordschap heeft nog niet te biechten.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Hastings.</b></p>
+<p class="line">Voorwaar, toen ik dien heil’gen man hier zag,</p>
+<p class="line">Toen stonden zij, van wie gij spreekt, mij voor.</p>
+<p class="line">Zeg, gaat gij naar den Tower?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Buckingham.</b></p>
+<p class="line">Ja zeker, maar ik kan niet lang er blijven,</p>
+<p class="line">En ga er vóór uw edelheid vandaan.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Hastings.</b></p>
+<p class="line">Licht moog’lijk, want ik blijf er middagmalen.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Buckingham</b></p>
+<p class="line"><span class="stage">(<i>ter zijde</i>).</span> En avondeten ook, al denkt gij ’t niet.—</p>
+<p class="line">Kom gaat gij mee?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Hastings.</b></p>
+<p class="line"><span class="hemistich">Kom gaat gij mee? </span>Ten dienste van uw lordschap.</p>
+</div>
+<p class="stage alignright">(<i>Allen af.</i>)</p>
+</div>
+</div>
+<div id="kr3.iii.3" class="div2 scene"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#kr3.iii.3.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h3 class="main">DERDE TOONEEL.</h3>
+<p class="stage"><span class="ex">Pomfret.</span> <i>Voor het slot.</i></p>
+<p class="stage"><span class="sc">Ratcliff</span> <i>komt op met een Wacht, die</i> <span class="sc">Rivers</span>, <span class="sc">Grey</span> <i>en</i> <span class="sc">Vaughan</span> <i>ter terechtstelling geleidt</i>.</p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Rivers.</b></p>
+<p class="line">Sir Richard Ratcliff, laat mij dit u zeggen;—</p>
+<p class="line">Op heden zult ge een onderdaan zien sterven</p>
+<p class="line">Voor eer en trouw en kreukloos plichtbetoon.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Grey.</b></p>
+<p class="line">Bescherme God den prins voor uw gebroedsel!</p>
+<p class="line">Gij zijt een vloekgespuis, dat dorst naar bloed.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Vaughan.</b></p>
+<p class="line">Gij leeft, doch zult hier eenmaal wee om roepen!</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Ratcliff.</b></p>
+<p class="line">Voort, voort! de tijd uws levens is voorbij.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Rivers.</b></p>
+<p class="line">O Pomfret, Pomfret! bloedig kerkerkot,</p>
+<p class="line">Voor eed’le pairs noodlottig, onheilspellend!</p>
+<p class="line">In ’t zondvol perk van uwe wallen werd</p>
+<p class="line">Richard de tweede hier ter dood gehouwen;</p>
+<p class="line">En thans, uw gruwelplek tot nieuwen smaad,</p>
+<p class="line">Ontvangt gij ons onschuldig bloed te drinken.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Grey.</b></p>
+<p class="line">Nu valt Marg’retha’s vloek ons op het hoofd,</p>
+<p class="line">Die kreet, voor Hastings, u en mij geslaakt,</p>
+<p class="line">Bijstanders bij den moord haars zoons door Richard!</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Rivers.</b></p>
+<p class="line">Toen trof haar vloek ook Buckingham, ook Richard,</p>
+<p class="line">Trof Hastings ook.—O God, wees dit indachtig,</p>
+<p class="line">Hoor haar gebed voor hen, als nu voor ons!</p>
+<p class="line">Doch voor mijn zuster en haar koningstelgen</p>
+<p class="line">Zij U, mijn God, ons eerlijk bloed genoeg,</p>
+<p class="line">Gij weet het, onrechtvaardig hier geplengd!</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Ratcliff.</b></p>
+<p class="line">Maakt spoed, uw sterfuur is alreeds voleind.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Rivers.</b></p>
+<p class="line">Kom Grey, kom, Vaughan, hier elkaar omarmd,—</p>
+<p class="line">Vaartwel, hierboven zien we elkander weer!</p>
+</div>
+<p class="stage alignright">(<i>Allen af.</i>)</p>
+</div>
+</div>
+<div id="kr3.iii.4" class="div2 scene"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#kr3.iii.4.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h3 class="main">VIERDE TOONEEL.</h3>
+<p class="stage"><span class="ex">Londen.</span> <i>Een zaal in den Tower.</i></p>
+<p class="stage"><span class="sc">Buckingham</span>, <span class="sc">Stanley</span>, <span class="sc">Hastings</span>, <i>de Bisschop van</i> <span class="sc">Ely</span>, <span class="sc">Ratcliff</span>, <span class="sc">Lovel</span> <i>en Anderen, aan een tafel gezeten; Dienaren van den raad op den achtergrond</i>.</p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Hastings.</b></p>
+<p class="line">Nu, eed’le pairs, wat ons hier samenriep,</p>
+<p class="line">Is ’t reeg’len van de kroning; in Gods naam,</p>
+<p class="line">Spreek, wanneer is die koninklijke dag?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Buckingham.</b></p>
+<p class="line">Is alles voor het hooge feest gereed?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Stanley.</b></p>
+<p class="line">Alleen ’t bepalen van den dag blijft over.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Ely.</b></p>
+<p class="line">Dan acht ik morgen wel een goede dag.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Buckingham.</b></p>
+<p class="line">Wie meldt ons, wat de Lord Protector wenscht?</p>
+<p class="line">Wie is van de’ eedlen hertog de vertrouwde?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Ely.</b></p>
+<p class="line">Dit zal waarschijnlijk uw genade zijn.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Buckingham.</b></p>
+<p class="line">Wij kennen van gelaat elkaar; —maar ’t hart,—</p>
+<p class="line">Hij kent het mijn’ niet beter dan ik ’t uwe,</p>
+<p class="line">En ik zoo min het zijne als gij het mijne.</p>
+<p class="line">Lord Hastings, gij en hij zijt zeer bevriend.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Hastings.</b></p>
+<p class="line">Ja, dank den vorst, ik ben zijn vriend, dit weet ik;</p>
+<p class="line">Doch wat zijn plan betreft omtrent de kroning,</p>
+<p class="line">Heb ik hem niet gepolst, <span class="corr" id="xd33e5888" title="Bron: nich">noch</span> heeft hijzelf</p>
+<p class="line">Mij meegedeeld, wat zijn believen is.</p>
+<p class="line">Maar wilt gij, eed’le lords, den dag bepalen,</p>
+<p class="line">Dan zal ik stemmen in des hertogs naam,</p>
+<p class="line">Wat hij mij, denk ik, wel ten goede houdt.</p>
+</div>
+<p class="stage">(<span class="sc">Gloster</span> <i>komt op</i>.)</p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Ely.</b></p>
+<p class="line">Daar komt, te rechter tijd, de hertog zelf.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">Mijn waarde lords en neven, goeden morgen!</p>
+<p id="kr3.iii.4.24" class="line">Ik heb recht lang geslapen; doch ik hoop,<span class="pageNum" id="pb240">[<a href="#pb240">240</a>]</span></p>
+<p class="line">Niets van belang bleef door mijn afzijn rusten,</p>
+<p class="line">Wat door mijn hierzijn voortgang hadd’ gehad.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Buckingham.</b></p>
+<p class="line">Waart ge op uw wachtwoord niet gekomen, prins,</p>
+<p class="line">Dan had lord Hastings uwe rol gesproken,</p>
+<p class="line">Uw stem doen hooren, wat de kroning aangaat.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">Wie stout moog’ zijn, lord Hastings meer dan allen;</p>
+<p class="line">Zijn lordschap kent mij goed en heeft mij lief.</p>
+<p class="line">Mylord van Ely, ik heb laatst in Holbron</p>
+<p class="line">Aardbeien, prachtige, in uw tuin gezien,</p>
+<p class="line">Ik bid u, laat mij eens een proefje komen.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Ely.</b></p>
+<p class="line">Volgaarne, heer; ’t is mij een waar genoegen.</p>
+</div>
+<p class="stage alignright">(<i>De Bisschop af.</i>)</p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">Mijn neef van Buckingham, een woord met u. <span class="lineNum">37</span></p>
+</div>
+<p class="stage">(<i>Hij neemt</i> <span class="sc">Buckingham</span> <i>ter zijde</i>.)</p>
+<div class="sp">
+<p class="line">Catesby heeft Hastings over ’t plan gepolst,</p>
+<p class="line">En vindt dat stugge heerschap zoo vol vuur,</p>
+<p class="line">Dat hij zijn hoofd verliezen wil, eer ’t kind</p>
+<p class="line">Zijns meesters, zooals hij eerbiedig spreekt,</p>
+<p class="line"><span class="corr" id="xd33e5966" title="Bron: t">’t</span> Bezit van Eng’lands troon verliezen zal.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Buckingham.</b></p>
+<p class="line">Ga even uit de zaal, heer; ik kom na.</p>
+</div>
+<p class="stage alignright">(<span class="sc">Gloster</span> <i>af, gevolgd door</i> <span class="sc">Buckingham</span>.)</p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Stanley.</b></p>
+<p class="line">Wij hebben ’t hooge feest nog niet bepaald.</p>
+<p class="line">Op morgen is wat al te spoedig, dunkt mij;</p>
+<p class="line">Want ik ben zelf nog zoo niet toegerust,</p>
+<p class="line">Als ik zou zijn, wanneer ’t verschoven werd.</p>
+</div>
+<p class="stage">(<i>De Bisschop van</i> <span class="sc">Ely</span> <i>komt terug</i>.)</p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Ely.</b></p>
+<p class="line">Waar is mylord, de hertog Gloster?</p>
+<p class="line">Ik zond om ’t aardbeiproefjen iemand heen.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Hastings.</b></p>
+<p class="line">De hertog ziet van morgen opgeruimd;</p>
+<p class="line">Een streelend denkbeeld zweeft hem voor den geest,</p>
+<p class="line">Als hij zoo vroolijk goeden morgen wenscht.</p>
+<p class="line">Ik acht, dat niemand in de christenheid</p>
+<p class="line">Zijn liefde en haat zoo slecht verbergt als hij;</p>
+<p class="line">Wat hij op ’t hart heeft, leest ge op zijn gelaat.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Stanley.</b></p>
+<p class="line">Wat leest gij van zijn hart dan op ’t gelaat</p>
+<p class="line">Door ’t een of ander teeken, dat hij toonde?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Hastings.</b></p>
+<p class="line">Wel, dat hij tegen niemand hier iets heeft;</p>
+<p class="line">Zijn trekken hadden anders ’t wis verraden.</p>
+</div>
+<p class="stage">(<span class="sc">Gloster</span> <i>en</i> <span class="sc">Buckingham</span> <i>komen terug</i>.)</p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">Ik bid u allen, zegt, wat zij verdienen,</p>
+<p class="line">Die mij naar ’t leven staan door duivelsplannen</p>
+<p class="line">Van vloek’bre hekserij, en reeds mijn lijf</p>
+<p class="line">Door helsche tooverkunst aan ’t kwijnen brachten?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Hastings.</b></p>
+<p class="line">Mijn vuur’ge liefde tot u dringt mij, heer,</p>
+<p class="line">Dat ik vóór allen in deez’ eed’len kring,</p>
+<p class="line">Wie schuldig zijn, veroordeel; wie ze ook zijn,</p>
+<p class="line">Den dood, heer, zeg ik, hebben zij verdiend.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">Ziet dan met eigen oogen ’t schendig stuk.</p>
+<p class="line">Aanschouw, hoe ik behekst ben; ziet, mijn arm</p>
+<p class="line">Is als een loot, die wegkwijnt, ingeschrompeld;</p>
+<p class="line">’t Is ’t werk van Edwards vrouw, die booze heks,</p>
+<p class="line">Verbonden met die veile snol, vrouw Shore;</p>
+<p class="line">Die merkten door haar hekserij mij zoo.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Hastings.</b></p>
+<p class="line">Als zij door zulk een doen, mijn eed’le vorst,—
+</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">„Als!” gij beschermer van die vloekb’re snol,</p>
+<p class="line">Spreekt gij van „Als?”—Gij zijt een aartsverrader;—</p>
+<p class="line">Het hoofd hem af!—ja, bij Sint Paul, ik zweer,</p>
+<p class="line">Ik roer geen spijs aan, vóór ik dit aanschouw.—</p>
+<p id="kr3.iii.4.80" class="line">Lovel en Ratcliff, zorg, dat dit geschiede;—</p>
+<p class="line">En wie mij liefheeft, sta nu op en volg’ mij.</p>
+</div>
+<p class="stage alignright">(<span class="sc">Gloster</span> <i>en</i> <span class="sc">Buckingham</span>, <i>met den Staatsraad af; alleen</i> <span class="sc">Hastings</span>, <span class="sc">Lovel</span> <i>en</i> <span class="sc">Ratcliff</span> blijven.)</p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Hastings.</b></p>
+<p class="line">Wee, wee, om Eng’land! geenszins, neen, om mij! <span class="lineNum">82</span></p>
+<p class="line">Want ik, verdwaasde, had dit kunnen keeren.</p>
+<p class="line">Wat Stanley droomde van des evers stoot,</p>
+<p class="line">Heb ik bespot en ’k heb de vlucht versmaad.</p>
+<p id="kr3.iii.4.86" class="line">Driemalen is vandaag mijn paard gestruikeld,</p>
+<p class="line">En ’t ging aan ’t steig’ren bij het zien des Towers,</p>
+<p class="line">Als schuwde ’t, mij te dragen naar het slachthuis.</p>
+<p class="line">Nu is de priester, dien ik sprak, mij noodig;</p>
+<p class="line">En nu berouwt mij, dat ik dien heraut,</p>
+<p class="line">Te triumfeerend, zeide, dat mijn haters</p>
+<p class="line">In Pomfret heden bloedig sterven moesten,</p>
+<p class="line">En ik mij veilig voelde in gunst en eer.</p>
+<p class="line">O Margaretha, Margaretha! zwaar</p>
+<p class="line">Treft thans uw vloek des armen Hastings’ hoofd.</p>
+</div>
+<p><span class="pageNum" id="pb241">[<a href="#pb241">241</a>]</span></p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Ratcliff.</b></p>
+<p class="line">Kom aan, maak voort; de hertog wil aan tafel,</p>
+<p class="line">Biecht dus wat kort, hij wacht reeds op uw hoofd.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Hastings.</b></p>
+<p class="line">O vluchtig gunstbetoon van stervelingen,</p>
+<p class="line">Meer dan de gunst van God door ons bejaagd!</p>
+<p class="line">Wie hoop bouwt op den adem van uw glimlach,</p>
+<p class="line">Leeft als een dronken zeeman op een ra,</p>
+<p class="line">Dien ied’re schomm’ling neer te sling’ren dreigt</p>
+<p class="line">In de opgesperde kaken van het diep.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Lovel.</b></p>
+<p class="line">Kom, kom, maak voort; geen jamm’ren helpt u hier.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Hastings.</b></p>
+<p class="line">O Richard, man des bloeds!—Rampzalig Eng’land!</p>
+<p class="line">De jammervolste tijden spel ik u,</p>
+<p class="line">Die deze gruwelwereld ooit aanschouwde.</p>
+<p class="line">Komt, mij naar ’t blok, en hem mijn hoofd gebracht;</p>
+<p class="line">Wie spot, zie toe! hij volgt mij, eer hij ’t wacht.</p>
+</div>
+<p class="stage alignright">(<i>Allen af.</i>)</p>
+</div>
+</div>
+<div id="kr3.iii.5" class="div2 scene"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#kr3.iii.5.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h3 class="main">VIJFDE TOONEEL.</h3>
+<p class="stage"><i>Binnen de muren van den Tower.</i></p>
+<p class="stage"><span class="sc">Gloster</span> <i>en</i> <span class="sc">Buckingham</span> <i>komen op, in oude harnassen en zeer slordig gewaad</i>.</p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">Komaan, neef, kunt gij sidd’ren en verbleeken,</p>
+<p class="line">Uw adem smoren midden in een woord,</p>
+<p class="line">En dan op nieuw gaan spreken, weer verstommen,</p>
+<p class="line">Als waart gij schier waanzinnig, dol van schrik?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Buckingham.</b></p>
+<p class="line">Gerust! den besten speler boots ik na,</p>
+<p class="line">Zie om bij ’t spreken, gluur naar elken kant,</p>
+<p class="line">Ik beef en staar, wanneer een stroohalm trilt,</p>
+<p class="line">En teeken diepen argwaan; holle blikken</p>
+<p class="line">Staan mij ten dienst en ook gedwongen lachjes,</p>
+<p class="line">En beide steeds gereed en op hun post,</p>
+<p class="line">Om aan mijn listen luister bij te zetten.</p>
+<p class="line">Maar Catesby is gegaan, niet waar?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line"><span class="hemistich">Maar Catesby is gegaan, niet waar? </span>Ja zeker;</p>
+<p class="line">En, zie, ook weer terug, en met den mayor.</p>
+</div>
+<p class="stage">(<i>De Lord-Mayor en</i> <span class="sc">Catesby</span> <i>komen op</i>.)</p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Buckingham.</b></p>
+<p class="line">Lord-Mayor,—</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">Gij daar, let op de slotbrug! <span class="lineNum">15</span></p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Buckingham.</b></p>
+<p class="line"><span class="hemistich">Gij daar, let op de slotbrug! <span class="lineNum">15</span> </span>Hoor, een trom!</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">Snel, Catesby, naar den muur, zie uit!</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Buckingham.</b></p>
+<p class="line">Lord-Mayor, de reden, dat wij zonden,—
+</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">Zie om, verweer u, hoor, de vijand komt!</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Buckingham.</b></p>
+<p class="line">God, en onze onschuld, zie het en verweer’ ons!</p>
+</div>
+<p class="stage">(<span class="sc">Lovel</span> <i>en</i> <span class="sc">Ratcliff</span> <i>komen op, met</i> <span class="sc">Hastings</span> <i>hoofd</i>.)</p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">Geen onraad! vrienden zijn ’t: Ratcliff en Lovel.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Lovel.</b></p>
+<p class="line">Hier is het hoofd des snooden aartsverraders,</p>
+<p class="line">Van Hastings, vol gevaar, en nooit verdacht.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">Zoo lief was mij de man, dat ik moet weenen.</p>
+<p class="line">Ik hield hem voor ’t eenvoudigst goedig schepsel,</p>
+<p class="line">Dat adem had op aarde als christenmensch;</p>
+<p class="line">’k Had hem tot boek gekozen, waar mijn ziel</p>
+<p class="line">’t Geheimste, dat zij dacht, in nederschreef;</p>
+<p class="line">Zoo glad vernis van deugd gaf hij zijn ondeugd,</p>
+<p class="line">Dat, zijn bekende zonde niet gerekend,—</p>
+<p class="line">Zijn omgang, meen ik, met de vrouw van Shore,—</p>
+<p class="line">Hij ied’re smet van de’ argwaan bleef ontgaan.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Buckingham.</b></p>
+<p class="line">En toch, hij was de gluip’rigste verrader,</p>
+<p class="line">Die ooit geleefd heeft.</p>
+<p class="line"><span class="stage">(<i>Tot den Lord-Mayor.</i>)</span> Spreek, hadt gij ’t kunnen denken of gelooven,—</p>
+<p class="line">Als wij niet door bijzond’re redding leefden</p>
+<p class="line">En ’t u getuigden,—dat die aartsverrader</p>
+<p class="line">Beraamd had, heden in de raadzaal mij</p>
+<p class="line">En onzen goeden hertog te vermoorden?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Mayor.</b></p>
+<p class="line">Wat, deed hij dit?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">Wel, denkt gij, dat wij Turken zijn of heid’nen,</p>
+<p class="line">En, tegen alle rechtsvorm in, zoo ijlings</p>
+<p class="line">De doodstraf aan dien schurk voltrokken hadden,</p>
+<p class="line">Zoo niet de hachlijkheid van ’t oogenblik</p>
+<p class="line">En Eng’lands vrede en onze veiligheid</p>
+<p class="line">Ons had genoopt zoo snel te werk te gaan?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Mayor.</b></p>
+<p class="line">Nu, heil zij u! hij heeft zijn dood verdiend;</p>
+<p class="line">En beiden deedt gij wel, mylords, verraders</p>
+<p class="line">Van dergelijke plannen af te schrikken.</p>
+</div>
+<p><span class="pageNum" id="pb242">[<a href="#pb242">242</a>]</span></p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Buckingham.</b></p>
+<p class="line">Ik had niets beters meer van hem verwacht,</p>
+<p class="line">Sinds hij zich eens verslingerde op vrouw Shore.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p id="kr3.iii.4.52" class="line">Doch ’t was ons plan niet, dat hij sterven zou,</p>
+<p class="line">Eer gij, mylord, getuige er van kondt zijn,</p>
+<p class="line">Wat dezer vrienden welgemeende spoed,</p>
+<p class="line">Iets vuur’ger dan wij wenschten, heeft verhinderd.</p>
+<p class="line">Ik had gewild, heer, dat gij dien verrader<span id="xd33e6358"></span></p>
+<p class="line">Hadt hooren spreken en van schrik en angst</p>
+<p class="line">Het plan en doel van zijn verraad belijden,</p>
+<p class="line">Opdat gij hiervan aan de burgerij <span class="lineNum">59</span></p>
+<p class="line">Verslag kondt doen, die nu wellicht om hem</p>
+<p class="line">Ons zal miskennen en zijn dood betreuren.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Mayor.</b></p>
+<p class="line">Maar, beste heer, uw woord volstaat geheel,</p>
+<p class="line">Als had ik hem gezien en hooren spreken,</p>
+<p class="line">En twijfelt niet, ik deel, doorluchte prinsen,</p>
+<p class="line">Den trouwen burgers mee, hoe gij hierin</p>
+<p class="line">Geheel naar de’ eisch van ’t recht gehandeld hebt.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">Juist hierom wenschten wij uw lordschap hier,</p>
+<p class="line">Om elk verwijt te ontgaan der booze wereld.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Buckingham.</b></p>
+<p class="line">Doch kwaamt ge ook voor ons doel hier iets te laat,</p>
+<p class="line">Getuig toch, wat gij hoort, dat wij bedoelden.</p>
+<p class="line">En nu, Lord-Mayor, mijn waarde heer, vaarwel!</p>
+</div>
+<p class="stage alignright">(<i>De Lord-Mayor af.</i>)</p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">Ga, volg, volg op den voet, neef Buckingham.</p>
+<p class="line">Naar Guildhall gaat de mayor in alle haast;</p>
+<p class="line">Toon daar, zooveel de tijd u gunstig schijnt,</p>
+<p id="kr3.iii.5.74" class="line">De onechtheid aan van Edwards kroost; vertel hun,</p>
+<p id="kr3.iii.5.76" class="line">Hoe Edward eens een burger hangen liet,</p>
+<p class="line">Die had gezegd, dat zijn zoon erfgenaam</p>
+<p class="line">Der kroon zou zijn; hij had zijn huis bedoeld,</p>
+<p class="line">Dat naar het gevelteeken zoo genoemd werd.</p>
+<p class="line">Dan, schilder hun zijn boozen, wulpschen lust,</p>
+<p class="line">Zijn dierlijk jagen naar gestâge wiss’ling,</p>
+<p class="line">Dienstmaagden, dochters, vrouwen hun belagend,</p>
+<p class="line">Wààr ook zijn vlammend oog, zijn roofziek hart,</p>
+<p class="line">In toomloos blaken zich een prooi verkoos.</p>
+<p class="line">Ja, tref desnoods in zoo ver ook mijzelf:</p>
+<p class="line">Zeg hun, dat, toen mijn moeder van dien woest’ling,</p>
+<p class="line">Van Edward, groot ging, de doorluchte York,</p>
+<p class="line">Mijn hooge vader, oorlog voerde in Frankrijk,</p>
+<p class="line">En door nauwkeur’ge tijdsbereek’ning vond,</p>
+<p class="line">Dat dit kind niet een spruit van hem kon zijn,</p>
+<p class="line">Wat ook door al zijn trekken zich verried,</p>
+<p class="line">Die geenszins naar mijn eed’len vader zweemden.</p>
+<p class="line">Doch roer dit met verschooning aan, van verre,</p>
+<p class="line">Omdat, zooals gij weet, mijn moeder leeft.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Buckingham.</b></p>
+<p class="line">Ducht niets, mylord, ik zal voor reed’naar spelen,</p>
+<p class="line">Als ware ’t gulden loon, waar ik voor pleit,</p>
+<p class="line">Voor mij bestemd. En nu, mylord, vaarwel.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">En breng<span id="xd33e6437"></span> hen, zoo gij slaagt, naar Baynard’s slot; <span class="lineNum">98</span></p>
+<p class="line">Daar treft gij mij in goed, eerwaard gezelschap:</p>
+<p class="line">Bisschoppen, wijs, geleerd, en vrome vaders.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Buckingham.</b></p>
+<p class="line">Ik ga; en tegen drie, misschien vier uur,</p>
+<p class="line">Verneemt gij ’t nieuws, dat Guildhall u verschaft.</p>
+</div>
+<p class="stage alignright">(<span class="sc">Buckingham</span> <i>af</i>.)</p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">Ga, Lovel, spoed u ras naar doctor Shaw,—</p>
+<p class="line">En gij <span class="stage">(<i>Tot</i> <span class="sc">Catesby</span>.)</span> naar broeder Penker;—beiden wensch ik</p>
+<p class="line">In Baynard’s slot te spreken, binnen ’t uur.</p>
+</div>
+<p class="stage alignright">(<span class="sc">Lovel</span>, <span class="sc">Catesby</span> <i>en</i> <span class="sc">Ratcliff</span> <i>af</i>.)</p>
+<div class="sp">
+<p class="line">In de eerste plaats geef ik nu heim’lijk last,</p>
+<p class="line">’t Gebroed van Clarence uit het oog te voeren,</p>
+<p class="line">En streng bevel, dat niemand, wie ook, ooit</p>
+<p class="line">Wordt toegelaten tot de beide prinsen.</p>
+</div>
+<p class="stage alignright">(<span class="sc">Gloster</span> <i>af</i>.)</p>
+</div>
+</div>
+<div id="kr3.iii.6" class="div2 scene"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#kr3.iii.6.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h3 class="main">ZESDE TOONEEL.</h3>
+<p class="stage"><i>Een straat in</i> <span class="ex">Londen</span>.</p>
+<p class="stage"><i>Een Kanselarijschrijver komt op.</i></p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Kanselarijschrijver.</b></p>
+<p class="line">Hier heb ik de aanklacht van den goeden Hastings,</p>
+<p class="line">In ’t net geschreven met een staande hand,</p>
+<p class="line">Dat elk ze heden in Sint Paul kan lezen.</p>
+<p class="line">En zie, hoe alles fraai te zamen hangt:</p>
+<p class="line">Elf uren kostte mij het overschrijven,</p>
+<p class="line">Want Catesby zond het stuk mij gist’renavond;</p>
+<p class="line">Het stellen duurde wis geen kort’ren tijd;</p>
+<p class="line">En toch, vijf uur geleden leefde Hastings,</p>
+<p class="line">Nog onbeschuldigd, onverhoord, vrank, vrij.</p>
+<p class="line">Een schoone wereld thans!—Wie is zoo stomp,</p>
+<p class="line">Dat hij ’t bedrog, zoo tastbaar, niet doorziet,</p>
+<p class="line">En wie zoo stout te zeggen, wat hij ziet?<span class="pageNum" id="pb243">[<a href="#pb243">243</a>]</span></p>
+<p class="line">Boos is de wereld; alles gaat te grond,</p>
+<p class="line">Sluit vrees bij zulk een boosheid elk den mond.</p>
+</div>
+<p class="stage alignright">(<i>Schrijver af.</i>)</p>
+</div>
+</div>
+<div id="kr3.iii.7" class="div2 last-child scene"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#kr3.iii.7.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h3 class="main">ZEVENDE TOONEEL.</h3>
+<p class="stage"><span class="ex">Londen.</span> <i>Het binnenhof van</i> <span class="sc">Baynard’s</span> <i>slot</i>.</p>
+<p class="stage"><span class="sc">Gloster</span> <i>komt van de eene zijde op</i>, <span class="sc">Buckingham</span> <i>van de andere</i>.</p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">Hoe is ’t, hoe is ’t, wat zegt de burgerij?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Buckingham.</b></p>
+<p class="line">Nu, bij de heil’ge moeder onzes Heeren,</p>
+<p class="line">De burgerij is stom, zij zegt geen woord.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">En spraakt gij van de onechtheid van de prinsen?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Buckingham.</b></p>
+<p class="line">Ja, en van ’t echtverdrag met lady Lucy,</p>
+<p class="line">En zijn verloving in Parijs bij volmacht,</p>
+<p class="line">En van zijn booze lusten, nooit verzaad,</p>
+<p class="line">Het dwingen tot zijn wil van burgervrouwen,</p>
+<p class="line">Zijn woeden om een niets, van zijn onechtheid,</p>
+<p class="line">Daar hij verwekt moet zijn, terwijl zijn vader</p>
+<p class="line">In Frankrijk was, alsook van zijn gelaat,</p>
+<p class="line">Dat geen gelijk’nis met den hertog toonde;</p>
+<p class="line">En toen maakte ik gewag van uwe trekken,</p>
+<p class="line">En schetste u als uws vaders evenbeeld</p>
+<p class="line">Door vorm zoowel als adel van gemoed,</p>
+<p class="line">En sprak van al uw Schotsche zegepralen,</p>
+<p class="line">Uw krijgsbeleid, uw wijsheid in den vrede,</p>
+<p class="line">Uw goedheid, deugd en vrome need’righeid;</p>
+<p class="line">Niets inderdaad, wat tot uw doel kon leiden,</p>
+<p class="line">Werd niet vermeld, of vluchtig slechts genoemd;</p>
+<p class="line">En ’k riep, toen ik aan ’t eind was mijner rede,</p>
+<p class="line">Een elk, die Eng’land liefhad, op, te juichen:</p>
+<p class="line">„God zegen’ Richard, Eng’lands heer en koning.<span class="corr" id="xd33e6600" title="Niet in bron">”</span></p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">En deden zij ’t? <span class="lineNum">23</span></p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Buckingham.</b></p>
+<p class="line">Neen, help’ mij God! zij spraken zelfs geen woord;</p>
+<p class="line">Als stomme beelden, ademende steenen,</p>
+<p class="line">Zoo staarden zij, doodsbleek, elkander aan.</p>
+<p class="line">Dit ziende, gispte ik hen en vroeg den mayor,</p>
+<p class="line">Wat dit halsstarrig zwijgen moest beteek’nen.</p>
+<p class="line">Die zeide, ’t volk was niet gewoon, dat iemand</p>
+<p class="line">Hen toesprak, dan de man, wiens ambt het was.</p>
+<p class="line">Die moest nu, wat ik had gezegd, herhalen:</p>
+<p class="line">„Zoo zegt de hertog, zoo beweert de hertog,”</p>
+<p class="line">Maar sprak geen enkel woord om ’t zelf te staven.</p>
+<p class="line">Hij zweeg; toen wierpen enk’len mijner lieden,</p>
+<p class="line">Aan ’t eind der zaal, de muts omhoog; en tien,</p>
+<p class="line">Twaalf stemmen riepen: „Leve koning Richard!”</p>
+<p class="line">Fluks deed ik met die wein’gen nu mijn voordeel</p>
+<p class="line">En sprak: „Dank, lieve vrienden, wakk’re burgers;</p>
+<p class="line">Die algemeene en blijde bijvalskreet</p>
+<p class="line">Toont, dat gij wijs zijt en u Richard lief is.”</p>
+<p class="line">En snel brak ik toen af en ging van daar.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">Wat stomme blokken! wilden zij niet spreken?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Buckingham.</b></p>
+<p id="kr3.iii.7.43" class="line">’k Verzeker u, geen woord, mylord.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">En wil de mayor niet komen met de zijnen?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Buckingham.</b></p>
+<p class="line">De mayor is reeds nabij. Toon u bezorgd;</p>
+<p class="line">Wees niet te spreken dan op sterken aandrang;</p>
+<p class="line">En, hoor, neem een gebedenboek ter hand,</p>
+<p class="line">En neem aan elke zijde een geest’lijk heer,</p>
+<p id="kr3.iii.7.49" class="line">Want op dien grond vertrouw ik, hen te stichten.</p>
+<p class="line">Geef ook aan hun verzoek niet snel gehoor,</p>
+<p class="line">Maar speel een meisjesrol: zeg „neen,” en grijp het.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">Ik ga; doet gij voor hen uw woord zoo goed,</p>
+<p class="line">Als ik voor mij u antwoord geef met neen,</p>
+<p class="line">Dan kunnen we op een heuchlijk slagen reek’nen.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Buckingham.</b></p>
+<p class="line">Ga, ga, ’t balkon op! de lord-mayor klopt aan.</p>
+</div>
+<p class="stage alignright">(<span class="sc">Gloster</span> <i>af</i>).</p>
+<p class="stage">(<i>De Lord-Mayor komt op, met Aldermans en andere Burgers.</i>)</p>
+<div class="sp">
+<p class="line">Mylord, wees welkom; ja, ik schilder hier;</p>
+<p class="line">Licht moog’lijk is de hertog niet te spreken.</p>
+</div>
+<p class="stage">(<span class="sc">Catesby</span> <i>komt uit het slot</i>.)</p>
+<div class="sp">
+<p class="line">Nu, Catesby, geeft de hertog mij gehoor?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Catesby.</b></p>
+<p class="line">Hij vraagt, dat uw genade, waarde lord,</p>
+<p class="line">Op morgen hem bezoeke, of overmorgen.</p>
+<p class="line">Hij is in ’t slot met twee eerwaarde vaders</p>
+<p class="line">In geest’lijke overpeinzing gansch verdiept;</p>
+<p class="line">Hij wil niet, dat een wereldsch doel hem dringt,</p>
+<p class="line">Nu van die heilige oef’ning af te zien. <span class="lineNum">64</span></p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Buckingham.</b></p>
+<p class="line">Vriend Catesby, ga nog eens tot de’ eed’len hertog;<span class="pageNum" id="pb244">[<a href="#pb244">244</a>]</span></p>
+<p class="line">Zeg hem, dat ik, de mayor en aldermans</p>
+<p class="line">Met ernstig doel, om zaken van gewicht,</p>
+<p class="line">Niets minder dan ons aller welzijn rakend,</p>
+<p class="line">Een onderhoud met zijn genade wenschen.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Catesby.</b></p>
+<p class="line">Ik wil ’t hem daad’lijk melden, edel heer.</p>
+</div>
+<p class="stage alignright">(<span class="sc">Catesby</span> <i>af</i>.)</p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Buckingham.</b></p>
+<p class="line">Nu, deze prins, mylord, is niet een Edward,</p>
+<p class="line">Niet op een weeld’rig rustbed uitgestrekt,</p>
+<p class="line">Neen, neergeknield in heilige overpeinzing;</p>
+<p class="line">Niet met een paar <span class="sic">boelinnen</span> dartel schertsend,</p>
+<p class="line">Neen, peinzend met een paar geleerde priesters;</p>
+<p class="line">Niet slapend om het trage lijf te mesten,</p>
+<p class="line">Neen, biddend om zijn wakk’re ziel te sterken;</p>
+<p class="line">Gelukkig Eng’land, zoo de vrome vorst</p>
+<p class="line">Het koningschap des lands aanvaarden wilde!</p>
+<p class="line">Edoch, ik vrees, ons smeeken is vergeefsch.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Mayor.</b></p>
+<p class="line">Verhoede God, dat zijn genade neen zegt!</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Buckingham.</b></p>
+<p class="line">Ik vrees, dit doet hij. Daar is Catesby weer.</p>
+</div>
+<p class="stage">(<span class="sc">Catesby</span> <i>komt weder op</i>.)</p>
+<div class="sp">
+<p class="line">Nu, Catesby, wat is ’t antwoord van zijn hoogheid?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Catesby.</b></p>
+<p class="line">Hij staat verbaasd, waarom gij zulk een macht</p>
+<p class="line">Van burgers voor zijn slot verzameld hebt;</p>
+<p class="line">En daar dit niet vooraf hem werd gemeld,</p>
+<p class="line">Zoo ducht hij, dat gij weinig goeds bedoelt.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Buckingham.</b></p>
+<p class="line">Het doet mij leed, dat mijn doorluchte neef</p>
+<p class="line">Vermoedt, dat ik iets kwaads bedoelen kan.</p>
+<p class="line">Bij God, de reinste liefde voert ons hier!</p>
+<p class="line">Ga dus nog eens en zeg dit zijn genade.</p>
+</div>
+<p class="stage alignright">(<span class="sc">Catesby</span> <i>af</i>).</p>
+<div class="sp">
+<p class="line">Zijn vrome lieden aan hun rozenkrans,</p>
+<p class="line">Dan valt het zwaar, hen daarvan af te lokken;</p>
+<p class="line">Zoo zoet voor ’t hart is ijv’rig overpeinzen.</p>
+</div>
+<p class="stage">(<span class="sc">Gloster</span> <i>verschijnt boven, op een balkon, tusschen twee bisschoppen</i>. <span class="sc">Catesby</span> <i>komt terug</i>.)</p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Mayor.</b></p>
+<p class="line">Zie, zijn genade met twee heil’ge mannen!</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Buckingham.</b></p>
+<p class="line">Twee deugdpilaren voor een christenvorst,</p>
+<p class="line">Beletsels, dat hem ijdelheid ten val brengt!</p>
+<p class="line">En in zijn hand, zie, een gebedenboek,</p>
+<p class="line">Echt sieraad, om een vromen man te kennen.</p>
+<p class="line">Plantagenet, roemruchtig, waardig vorst,</p>
+<p class="line">Verleen een gunstig oor aan ons verzoek,</p>
+<p class="line">En duid het storen van uw vromen ijver</p>
+<p class="line">En christ’lijke overdenking ons niet euvel.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">Geen verontschuldiging, mylord, is noodig;</p>
+<p class="line">Ik vraag u, dat gij ’t mij niet euvel duidt,</p>
+<p class="line">Dat ik, verzonken in den dienst mijns Gods,</p>
+<p class="line">Gedraald heb met de ontvangst van mijne vrienden.</p>
+<p class="line">Maar nu, wat is ’t, dat uw genade wenscht?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Buckingham.</b></p>
+<p class="line">Iets, wat aan God en alle braven, hoop ik, <span class="lineNum">109</span></p>
+<p class="line">In dezen onbeheerden staat, behaagt.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">Ik heb vermoeden, dat ik iets beging,</p>
+<p class="line">Wat in der burg’ren oogen onrecht is,</p>
+<p class="line">En dat gij mijn onachtzaamheid komt laken.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Buckingham.</b></p>
+<p class="line">Zoo is ’t, mylord; en mocht het u behagen,</p>
+<p class="line">Op onze beê ’t verzuim weer goed te maken!</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">Leef ik niet daarvoor in een christenland?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Buckingham.</b></p>
+<p class="line">Zoo weet dan, dit is uw verzuim: gij laat</p>
+<p class="line">Den hoogen stoel, den troon der majesteit,</p>
+<p class="line">De sceptervoering van uw voorgeslacht,</p>
+<p class="line">Uw rang door ’t lot, uw aanspraak door geboorte,</p>
+<p class="line">Den erfroem van uw koninklijken stam,</p>
+<p class="line">Aan de’ uitwas over van een valschen tak.</p>
+<p class="line">De zachtheid van uw domm’lige gedachten,</p>
+<p class="line">Die wij tot welzijn van het land hier wekken,</p>
+<p class="line">Berooft dit edel eiland van zijn leden;</p>
+<p class="line">Misvormd is zijn gelaat door schandemerken,</p>
+<p class="line">Zijn vorstenstam geënt met wilde rijzen,</p>
+<p class="line">Schier neergestort in de’ opgesperden afgrond</p>
+<p class="line">Der diepste en donkerste vergetelheid.</p>
+<p class="line">Om dit verderf te keeren, smeeken wij,</p>
+<p class="line">Dat uw genade zelf den last aanvaarde</p>
+<p class="line">En ’t koninklijk bewind in dit uw land,</p>
+<p class="line">Niet als protector, ruwaard, plaatsvervanger,</p>
+<p class="line">Als slaafsch bewerker van eens anders winst,</p>
+<p class="line">Neen, als ’t van lid tot lid aan u gekomen</p>
+<p class="line">Geboorterecht, uw eigen erf en rijk.</p>
+<p class="line">Dies kom ik, mij vereenend met de burgers,</p>
+<p class="line">Uw vrienden, die u eeren en beminnen,</p>
+<p class="line">En op hun vuur’gen drang, om uw genade</p>
+<p class="line">Voor ons en onze goede zaak te stemmen.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">Ik weet niet, of stilzwijgend heen te gaan,</p>
+<p class="line">Of u met scherpe reed’nen te bestraffen,</p>
+<p class="line">Met mijnen rang en uwen staat best strookt;</p>
+<p class="line">Antwoord ik niet, misschien zoudt gij vermoeden,</p>
+<p class="line">Dat schuilende eerzucht, stom, bereid zich toont<span class="pageNum" id="pb245">[<a href="#pb245">245</a>]</span></p>
+<p class="line">Om ’t gulden juk van ’t koningschap te dragen,</p>
+<p class="line">Waar gij mij dwaaslijk mee beladen wilt;</p>
+<p class="line">En doe ik u verwijten voor uw bede,</p>
+<p class="line">Die uwe trouwe liefde zoo mij kruidt,</p>
+<p class="line">Dan stoot ik mijne vrienden voor het hoofd.</p>
+<p class="line">Ik spreek dus, en ontga zoo de eerste klip;</p>
+<p class="line">Maar wil bij ’t spreken ook de tweede ontwijken;</p>
+<p class="line">En daarom zij mijn stellig antwoord dit:</p>
+<p class="line">Uw liefde is wis mijn dank waard; doch mijn waarde,</p>
+<p class="line">Verdienst’loos is ze, en schuwt uw hoog verlangen.</p>
+<p class="line">Vooreerst, ware ied’re hindernis gekapt</p>
+<p class="line">En heel de weg mij naar de kroon geëffend,—</p>
+<p class="line">Als waar’ gerijpt, wat mijn geboort’ mij schonk,—</p>
+<p class="line">Dan blijft mijns geestes armoê toch zoo groot,</p>
+<p class="line">En wat me ontbreekt zoo machtig en zoo veel,</p>
+<p class="line">Dat ik veel liever wegschuil voor mijn grootheid,—</p>
+<p class="line">Een boot mij wetend, die geen zee kan bouwen,—</p>
+<p class="line">Dan dat ik in mijn grootheid schuilen wil</p>
+<p class="line">En stikken in den nevel van mijn glorie. <span class="lineNum">164</span></p>
+<p class="line">Doch, Gode dank! gij hebt mij niet van noode;</p>
+<p class="line">En ’k ware in nood, hadt gij voor hulp mij noodig;—</p>
+<p class="line">De koningsboom liet koningsvrucht ons na,</p>
+<p class="line">Die, door den stillen gang des tijds gerijpt,</p>
+<p class="line">Der majesteit gestoelte eens sieren zal,</p>
+<p class="line">En wis door zijn bewind ons heil verzeek’ren.</p>
+<p class="line">Hem leg ik op, wat gij op mij wilt leggen,</p>
+<p class="line">Het recht en erfdeel van zijn goed gesternte;</p>
+<p class="line">En God verhoede, dat ik ’t hem ontrukk’!</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Buckingham.</b></p>
+<p class="line">Mylord, dit toont een nauwgezet gemoed;</p>
+<p class="line">Doch uw bezwaren zijn gezocht en nietig,</p>
+<p class="line">Wanneer gij alles grondig overweegt,</p>
+<p class="line">Gij zeidet: Edward is uws broeders zoon;</p>
+<p class="line">Wij zeggen ’t ook,—maar niet van Edwards vrouw;</p>
+<p class="line">Want eerst was hij verloofd met lady Lucy,—</p>
+<p class="line">Uw moeder, die nog leeft, kan dit getuigen;—</p>
+<p class="line">En later werd hij ondertrouwd bij volmacht</p>
+<p class="line">Met Bona, zuster van den Franschen koning.</p>
+<p class="line">Die beiden schoof hij ras ter zij; er kwam</p>
+<p class="line">Een arme smeekelinge, een neergebogen,</p>
+<p class="line">Berooide moeder van verscheiden zoons;</p>
+<p class="line">En die bedrukte, half verlepte weduw,</p>
+<p class="line">Den middag van haar goeden tijd voorbij,</p>
+<p class="line">Verraste, boeide en won zijn dartel oog,</p>
+<p class="line">En bracht het hoogste streven van zijn geest</p>
+<p class="line">Tot diepen val en boozen dubbelecht.</p>
+<p class="line">Bij haar, in dat onwettig bed, verwekte</p>
+<p class="line">Hij Edward, uit beleefdheid prins genoemd.</p>
+<p class="line">Nog snijdender kon ik uw recht u toonen,</p>
+<p class="line">Doch uit ontzag voor enk’len, die nog leven,</p>
+<p class="line">Perk ik mijn tong verschoonend grenzen af.</p>
+<p class="line">Neem dus, mylord, thans voor uw vorstlijk hoofd</p>
+<p class="line">De waardigheid, die wij u bieden, aan,</p>
+<p class="line">Zoo niet om ons en heel het land te zeeg’nen.</p>
+<p class="line">Ten minste om de’ eed’len stam, waaruit gij sproot,</p>
+<p class="line">Die door ’t bedrog des tijds verbast’ren zou,</p>
+<p class="line">Zijn echten, rechten wasdom weer te geven.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Mayor.</b></p>
+<p class="line">Stem toe, mylord; uw burgers bidden ’t u.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Buckingham.</b></p>
+<p class="line">Wijs, hooge vorst, niet af, wat liefde u biedt.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Catesby.</b></p>
+<p class="line">Maak hen verheugd; verhoor hun wettig smeeken.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">Ach, waarom dringt gij deze zorg mij op?</p>
+<p class="line">Ik deug niet voor vertoon en majesteit;—</p>
+<p class="line">Ik bid u, neemt het mij niet euvel af,</p>
+<p class="line">Ik kan en wil uw wenschen niet verhooren.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Buckingham.</b></p>
+<p class="line">Als gij niet wilt,—als uwe liefde huivert, <span class="lineNum">208</span></p>
+<p class="line">Dat kind, uws broeders zoon, de kroon te ontnemen,</p>
+<p class="line">Gelijk uws harten zachtheid ons bekend is,</p>
+<p class="line">Uw teed’re, weeke, vrouw’lijk zachte denkwijs,</p>
+<p class="line">Die gij voor uw verwanten,—’t bleek ons,—voedt,</p>
+<p class="line">Ja eveneens, voorwaar, voor alle standen,—</p>
+<p class="line">Zoo weet: of ge onzen wensch verhoort of niet,</p>
+<p class="line">Uws broeders zoon heerscht nimmer hier als vorst;</p>
+<p class="line">Wij planten iemand anders op den troon,</p>
+<p class="line">Tot smaad en ondergang van heel uw huis;</p>
+<p class="line">Met dit besluit verlaten wij u thans.</p>
+<p class="line">Komt, burgers, komt; bij God, ik smeek niet meer!</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p id="kr3.iii.7.220" class="line">O vloek toch niet, mylord van Buckingham!</p>
+</div>
+<p class="stage">(<span class="sc">Buckingham</span> <i>en de Lord-Mayor gaan heen, de Burgers volgen</i>.)</p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Catesby.</b></p>
+<p class="line">Roep hen terug, geliefde prins, verhoor hen;</p>
+<p class="line">Wijst gij hen af, geheel het land zal boeten.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">Wat dwingt gij mij een wereld op van zorgen?<span class="pageNum" id="pb246">[<a href="#pb246">246</a>]</span></p>
+<p class="line">Roep hen terug; ik heb geen hart van steen,</p>
+<p class="line">Maar ben door vriendensmeeking te vermurwen,</p>
+</div>
+<p class="stage">(<span class="sc">Catesby</span> <i>houdt de reeds vertrekkende burgers terug en gaat heen</i>.)</p>
+<div class="sp">
+<p class="line">Al zegg’ mijn ziel en mijn geweten neen.—</p>
+</div>
+<p class="stage">(<span class="sc">Buckingham</span>, <i>de Lord-Mayor en de overigen komen terug, met</i> <span class="sc">Catesby</span>.)</p>
+<div class="sp">
+<p class="line">Mijn neef van Buckingham, en acht’bre mannen,</p>
+<p class="line">Wijl gij ’t geluk mij op de schouders gespt,</p>
+<p class="line">Om, of ik wil of niet, zijn last te dragen,</p>
+<p class="line">Moet ik me er onder buigen, met geduld;</p>
+<p class="line">Maar als nu zwarte laster, bitt’re smaad,</p>
+<p class="line">Ooit in ’t vervolg verschijnen van uw dwang,</p>
+<p class="line">Dan spreke uw noodzaak, die mij bukken deed,</p>
+<p class="line">Mij vrij van elke blaam en elke smet;</p>
+<p class="line">’t Is God bekend, en deels ziet gij het zelf,</p>
+<p class="line">Hoe ver van mij begeerte en eerzucht is.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Mayor.</b></p>
+<p class="line">God loon ’t u, heer! wij zien ’t, en zullen ’t zeggen.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">En als gij ’t zegt, is ’t waarheid, wat gij zegt.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Buckingham.</b></p>
+<p class="line">Zoo groet ik thans u met uw koningsnaam:</p>
+<p class="line">Lang leve Richard, Eng’lands waardig koning!</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Allen.</b></p>
+<p class="line">Amen!</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Buckingham.</b></p>
+<p class="line">Behaagt het u, dat morgen ’t kronen volge?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster.</b></p>
+<p class="line">Als ’t u behaagt: gij zijt het, die het wilt.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Buckingham.</b></p>
+<p class="line">Op morgen dus verzellen wij uw hoogheid;</p>
+<p class="line">En nemen afscheid met blijmoedig hart.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Gloster</b></p>
+<p class="line"><span class="stage">(<i>tot de Bisschoppen</i>.)</span> Komt, gaan wij weder aan ons heilig werk.—</p>
+<p class="line">Vaarwel, mijn neef;—vaartwel, mijn lieve vrienden!</p>
+</div>
+<p class="stage alignright">(<i>Allen af</i>).</p>
+</div>
+</div>
+</div>
+</div>
+<div id="kr3.iv" class="div1 act"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#kr3.iv.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h2 class="main"><span class="ex">VIERDE BEDRIJF.</span></h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<div id="kr3.iv.1" class="div2 scene"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#kr3.iv.1.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h3 class="main">EERSTE TOONEEL.</h3>
+<p class="stage"><i>Voor den Tower.</i></p>
+<p class="stage"><i>Van de eene zijde komen op: Koningin</i> <span class="sc">Elizabeth</span>, <i>de Hertogin van</i> <span class="sc">York</span> <i>en de Markies van</i> <span class="sc">Dorset</span>; <i>van de andere zijde</i>: <span class="sc">Anna</span>, <i>hertogin van</i> <span class="sc">Gloster</span>, <i>met</i> <span class="sc">Clarence’s</span> <i>kleine dochter</i> <span class="sc">Margaretha Plantagenet</span>, <i>aan de hand</i>.</p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Hertogin.</b></p>
+<p class="line">Wie zie ik daar? Plantagenet, mijn kleinkind,</p>
+<p class="line">En door moei Gloster bij de hand geleid!</p>
+<p class="line">Zoo waar ik leef, recht hart’lijk gaat zij daar</p>
+<p class="line">De jonge prinsen in den Tower bezoeken.—</p>
+<p class="line">Welkom, mijn dochter!</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Anna.</b></p>
+<p class="line"><span class="hemistich">Welkom, mijn dochter! </span>God verleene u beiden</p>
+<p class="line">Een morgen, die geluk en vreugde u breng’!</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koningin Elizabeth.</b></p>
+<p class="line">U, goede zuster, ook! Waar gaat gij heen?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Anna.</b></p>
+<p class="line">Niet verder dan den Tower; en, naar ik gis,</p>
+<p class="line">Heeft uwe bedevaart hetzelfde doel:</p>
+<p class="line">Den lieven prinsen daar een groet te brengen.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koningin Elizabeth.</b></p>
+<p class="line">Dank, lieve zuster; allen gaan wij saam. <span class="lineNum">11</span></p>
+</div>
+<p class="stage">(<span class="sc">Brakenbury</span> <i>komt op</i>.)</p>
+<div class="sp">
+<p class="line">En juist van pas komt daar de commandant.—</p>
+<p class="line">Heer commandant, met uw verlof, ik bid u,</p>
+<p class="line">Hoe maakt de prins het en mijn kleine York?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Brakenbury.</b></p>
+<p class="line">Zeer goed, vorstin; maar, wil het mij vergeven.</p>
+<p class="line">Ik mag niet toestaan, dat gij hen bezoekt;</p>
+<p class="line">De koning heeft uitdrukk’lijk dit verboden.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koningin Elizabeth.</b></p>
+<p class="line">De koning! wie?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Brakenbury.</b></p>
+<p class="line">Ik meen den Lord Protector.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koningin Elizabeth.</b></p>
+<p class="line">Behoede God hem voor dien koningstitel!</p>
+<p class="line">Plaatst hij zich tusschen hunne liefde en mij?</p>
+<p class="line">Ik ben hun moeder; wie verspert hen mij?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Hertogin.</b></p>
+<p class="line">Ik ben huns vaders moeder; ’k wil hen zien<span class="corr" id="xd33e7253" title="Niet in bron">.</span>
+</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Anna.</b></p>
+<p class="line">En ik hun moei, in liefde hun een moeder;</p>
+<p class="line">Laat mij dus binnen; ’k neem uw schuld op mij;</p>
+<p class="line">Ik schors u,—en ’t gevaar voor mijne reek’ning.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Brakenbury<span class="corr" id="xd33e7266" title="Niet in bron">.</span></b></p>
+<p class="line">Neen, eed’le vrouw, ik neem geen schorsing aan;</p>
+<p class="line">Ik deed een eed er voor; vergeef mij dus.</p>
+</div>
+<p class="stage alignright">(<span class="sc">Brakenbury</span> <i>af</i>.)</p>
+<p><span class="pageNum" id="pb247">[<a href="#pb247">247</a>]</span></p>
+<p class="stage">(<span class="sc">Stanley</span> <i>komt op</i>.)</p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Stanley.</b></p>
+<p class="line">Waar’ dit uur reeds verstreken, eed’le vrouwen,</p>
+<p class="line">Dan groette ik uw genâ van York als moeder</p>
+<p class="line">En leidsvrouw van twee schoone koninginnen.—</p>
+<p class="line"><span class="stage">(<i>Tot</i> <span class="sc">Anna</span>.)</span> Kom, eed’le vrouwe, haast u naar Westminster;</p>
+<p class="line">U wacht de kroon als Richards koningin. <span class="lineNum">33</span></p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koningin Elizabeth.</b></p>
+<p class="line">O, snijd mijn keurslijf los;</p>
+<p class="line">Mijn hart, beklemd, wil ruimte voor zijn kloppen,</p>
+<p class="line">Of ik bezwijm bij zulk een moordend nieuws!</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Anna.</b></p>
+<p class="line">O booze tijding! O onwelkom nieuws!</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Dorset.</b></p>
+<p class="line">O kalmte!—moeder, spreek, hoe gaat het u?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koningin Elizabeth.</b></p>
+<p class="line">O Dorset, spreek niet tot mij, spoed u heen;</p>
+<p class="line">Dood en verderf vervolgt u op de hiel;</p>
+<p class="line">Uw moeders naam is kind’ren tot een voorspook.</p>
+<p class="line">Wilt gij den dood ontgaan, vlucht over zee,</p>
+<p class="line">En ga tot Richmond, uit den greep der hel.</p>
+<p class="line">Ga, haast u, haast u, uit dit slachthuis voort,</p>
+<p class="line">Of gij vermeêrt het aantal hier der dooden,</p>
+<p class="line">En ’k sterf geboeid door Margaretha’s vloek:</p>
+<p class="line">„Geen moeder, vrouw, noch Eng’lands koningin!”</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Stanley.</b></p>
+<p class="line">Vol wijze zorg is deze uw raad, vorstin.—</p>
+<p class="line"><span class="stage">(<i>Tot</i> <span class="sc">Dorset</span>.)</span> Gebruik het vluchtig voordeel van elk uur;</p>
+<p class="line">Ik schrijf aan mijnen zoon om uwentwil,</p>
+<p class="line">Zoodat hij onderweg u tegenkomt:</p>
+<p class="line">Laat u niet vangen door onzinnig toeven.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Hertogin.</b></p>
+<p class="line">O onheilzaaiend stormweer van ellende!—</p>
+<p class="line">O mijn gevloekte schoot, gij bed des doods;</p>
+<p class="line">Der wereld hebt ge een basilisk gebroed,</p>
+<p class="line">Wiens onontwijkbare oogstraal moordend is!</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Stanley.</b></p>
+<p class="line">Kom nu, vorstin; men zond vol haast mij uit.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Anna.</b></p>
+<p class="line">En ik zal gaan, het hart vol tegenzin.—</p>
+<p class="line">O, gave God mij, dat de koningswrong</p>
+<p class="line">Van goud, die mij het hoofd omspannen moet,</p>
+<p id="kr3.iv.1.61" class="line">Roodgloeiend ijzer ware en ’t brein mij zengde!</p>
+<p class="line">De zalf zij dood’lijk gif, opdat ik sterv’,</p>
+<p class="line">Eer iemand roepe: „Leev’ de koningin!”</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koningin Elizabeth.</b></p>
+<p class="line">Ga, arme ziel; uw glans benijd ik niet;</p>
+<p class="line">Wensch niet, tot troost voor mij, uzelve leed.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Anna.</b></p>
+<p class="line">Waarom? geen leed?—Toen hij, mijn gade thans,</p>
+<p class="line">Op mij, die ’t lijk van Hendrik volgde, toetrad,</p>
+<p class="line">Toen ’t bloed nauw van zijn handen was gewischt,</p>
+<p class="line">Het bloed diens engels, van mijn and’ren gade,</p>
+<p class="line">En van den heil’ge, dien ik weenend volgde,—</p>
+<p class="line">O, toen ik op ’t gelaat van Richard staarde,</p>
+<p class="line">Was dit mijn wensch: „Wees gij vervloekt, die mij,</p>
+<p class="line">Zoo jong, tot zulk een oude weduw maakt!</p>
+<p class="line">En zoo gij huwt, omware leed uw bed, <span class="lineNum">74</span></p>
+<p class="line">En zij uw vrouw,—is één ooit zoo verdwaasd,</p>
+<p class="line">Rampzaal’ger door uw leven, dan gij mij</p>
+<p class="line">Gemaakt hebt door den dood mijns dierb’ren gaden!”</p>
+<p class="line">En zie, eer ik den vloek herhalen kon,</p>
+<p class="line">In korter tijd nog, werd mijn vrouwehart</p>
+<p class="line">Plompweg gevangen door zijn honigwoorden,</p>
+<p class="line">Werd zelf het doelwit van mijn eigen vloek,</p>
+<p class="line">Die sinds mijn oogen alle rust ontroofde;</p>
+<p class="line">Want nooit, geen enkel uur, werd in zijn bed</p>
+<p class="line">De gulden dauw des zoeten slaaps mijn deel,</p>
+<p class="line">Of ik werd wakker door zijn bange droomen.</p>
+<p class="line">Daarbij, hij haat mij om mijn vader Warwick</p>
+<p class="line">En zal wis dra van mij ontslagen zijn.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koningin Elizabeth.</b></p>
+<p class="line">Vaarwel, arm hart, uw klagen treft mij diep.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Anna.</b></p>
+<p class="line">Niet dieper, dan mijn ziel uw leed betreurt.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Dorset.</b></p>
+<p class="line">Vaarwel gij, die met smart uw glans begroet!</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Anna.</b></p>
+<p class="line">Vaar, arme, wel, die afscheid er van neemt!</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Hertogin</b></p>
+<p class="line"><span class="stage">(<i>tot</i> <span class="sc">Dorset</span>.)</span> Ga gij naar Richmond, goed geluk geleide u!—</p>
+<p class="line"><span class="stage">(<i>Tot</i> <span class="sc">Anna</span>.)</span> Ga gij naar Richard, eng’lengoedheid hoede u!</p>
+<p class="line"><span class="stage">(<i>Tot</i> <span class="corr" id="xd33e7461" title="Bron: Koningin"><i>Koningin</i></span> <span class="sc">Elizabeth</span>.)</span> Ga naar uw vrijplaats, goede troost vervulle u!</p>
+<p class="line">Ik naar mijn graf, waar ik in vrede ruste;</p>
+<p class="line">’k Heb tachtig jaren leed en zorg gekend;</p>
+<p class="line">Elk uur van lust bracht weken van ellend!</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koningin Elizabeth.</b></p>
+<p class="line">Toef nog, zie met mij om en groet den Tower.—</p>
+<p class="line">Heb deernis, oud gebouw, met die twee kind’ren,</p>
+<p class="line">Die boosheid in uwe muren heeft geprangd!</p>
+<p class="line">Gij, ruwe wieg voor zulke lieve knapen!<span class="pageNum" id="pb248">[<a href="#pb248">248</a>]</span></p>
+<p class="line">Rotsharde voedster, somb’re speelgenoot</p>
+<p class="line">Voor teed’re prinsen, zorg voor mijne kleenen!</p>
+<p class="line">Zoo smeekt mijn dwaze smart tot uwe steenen.</p>
+</div>
+<p class="stage alignright">(<i>Allen af.</i>)</p>
+</div>
+</div>
+<div id="kr3.iv.2" class="div2 scene"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#kr3.iv.2.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h3 class="main">TWEEDE TOONEEL.</h3>
+<p class="stage"><i>Een staatsiezaal in het paleis.</i></p>
+<p class="stage"><i>Trompetgeschal.</i> <span class="sc">Richard</span>, <i>gekroond</i>, <span class="sc">Buckingham</span>, <span class="sc">Catesby</span>, <i>een Page, en Anderen komen op</i>.</p>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p></p>
+<div class="figure p248width"><img src="images/p248.jpg" alt="KONING RICHARD III." width="414" height="720"><p class="figureHead">KONING RICHARD III.</p>
+<p class="first">Vierde Bedrijf, Tweede Tooneel. </p>
+</div><p>
+</p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p class="line">Gij allen, gaat ter zij.—Neef Buckingham,—
+</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Buckingham.</b></p>
+<p class="line">Mijn heer en vorst!</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p class="line">Reik mij de hand. <span class="stage">(<span class="sc">Richard</span> <i>beklimt den troon</i>.)</span> Door uwen raad, uw bijstand,</p>
+<p class="line">Is koning Richard nu zoo hoog gezeteld;</p>
+<p class="line">Maar zal nu deze glans ons slechts een dag,</p>
+<p class="line">Of zal hij ons door duurzaamheid verheugen?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Buckingham.</b></p>
+<p class="line">Hij leve steeds en blijve u immer bij.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p class="line">O Buckingham, nu speel ik eens voor toetssteen,</p>
+<p class="line">En zie of gij van goud zijt, louter goud.—</p>
+<p class="line">Prins Edward leeft.—Raad, wat ik zeggen wil.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Buckingham.</b></p>
+<p class="line">Spreek verder, beste heer.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p class="line">Nu, Buckingham, ik meen, ’k wil koning zijn.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Buckingham.</b></p>
+<p class="line">Dat zijt gij ook, mijn hooggeprezen heer.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p class="line">Zoo, ben ik koning? Ja,—maar Edward leeft. <span class="lineNum">14</span></p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Buckingham.</b></p>
+<p class="line">Ja, edel vorst.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p class="line">O bitter boos vervolg,</p>
+<p class="line">Dat: „Jeugdige Edward leeft.”—„Ja, edel vorst.”—</p>
+<p class="line">Neef, vroeger waart gij zoo stompzinnig niet;—</p>
+<p class="line">Moet ik het zeggen?—’k Wensch de bastaards dood;</p>
+<p class="line">En ik zou willen, dat het ras gedaan wierd.</p>
+<p class="line">Wat zegt gij nu? Spreek daad’lijk, zeg het kort.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Buckingham.</b></p>
+<p class="line">Uw hoogheid kan zijn welgevallen doen.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p class="line">Hoe is ’t? gij zijt één ijs; uw vuur is koud.</p>
+<p class="line">Spreek, heb ik uw belofte, dat zij sterven?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Buckingham.</b></p>
+<p class="line">Geef mij een oogwenk lucht en rust, mijn vorst,</p>
+<p class="line">Aleer ik mij verklaar in deze zaak;</p>
+<p class="line">Ik zal u spoedig mijn besluit doen kennen.</p>
+</div>
+<p class="stage alignright">(<span class="sc">Buckingham</span> <i>af</i>.)</p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Catesby</b></p>
+<p id="kr3.iv.2.27" class="line"><span class="stage">(<i>ter zijde</i>).</span> De vorst is boos; hij bijt zich op de lip.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard</b></p>
+<p class="line"><span class="stage">(<i>komt van zijn troon af</i>.)</span> ’k Wil narren om mij heen met ijz’ren brein,</p>
+<p class="line">En onbedachte knapen; niemand past mij,</p>
+<p class="line">Die met behoedzaam oog mijn hart doorvorscht.</p>
+<p class="line">Die Buckingham, die ’t hooge zoekt, wordt lastig.</p>
+<p class="line">Knaap!</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Page.</b></p>
+<p class="line">Mijn vorst?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p class="line">Weet gij niet iemand, wien verleid’lijk goud</p>
+<p class="line">Zou koopen voor een heim’lijk werk des doods?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Page.</b></p>
+<p class="line">Ik ken een ontevreden edelman,</p>
+<p class="line">Wiens armoê met zijn hoogmoed kwalijk strookt;</p>
+<p class="line">Geen twintig reed’naars roerden zoo zijn hart</p>
+<p class="line">Als goud, om hem tot alles te verlokken.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p class="line">Hoe is zijn naam?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Page.</b></p>
+<p id="kr3.iv.2.40" class="line"><span class="hemistich">Hoe is zijn naam? </span>Zijn naam, mylord, is Tyrrel.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p class="line">Ik weet van hem. Ga, knaap, en haal hem hier.</p>
+</div>
+<p class="stage alignright">(<i>De Page af.</i>)</p>
+<div class="sp">
+<p class="line">De sluwe, diepe peinzer Buckingham</p>
+<p class="line">Zal niet meer bij mijn raadslag naast mij staan;</p>
+<p class="line">Bleef hij zoo lang mij onvermoeid ter zijde,</p>
+<p class="line">En hijgt hij nu naar adem?—Nu, het zij!—</p>
+</div>
+<p class="stage">(<span class="sc">Stanley</span> <i>komt op</i>.)</p>
+<div class="sp">
+<p class="line">Gij daar, lord Stanley? wat voor nieuws? <span class="lineNum">45</span></p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Stanley.</b></p>
+<p class="line">Mijn genadig vorst,</p>
+<p class="line">De markgraaf Dorset, <span class="corr" id="xd33e7709" title="Bron: hoot">hoor</span> ik, is gevlucht,</p>
+<p class="line">Tot Richmond, in de streken waar hij toeft.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p class="line">Catesby, een woord. (<span class="sc">Stanley</span> <i>treedt terug</i>.)—Strooi uit bij ’t volk, dat Anna,</p>
+<p class="line">Mijn vrouw, gevaarlijk, zeer gevaarlijk, ziek is;</p>
+<p class="line">Ik zorg wel, dat zij buiten toegang blijft.</p>
+<p id="kr3.iv.2.54" class="line">En spoor me een kalen jonker op, wien ik</p>
+<p class="line">Clarence’s dochter ras tot vrouw kan geven;—</p>
+<p class="line">De knaap beteekent niets, hem ducht ik niet.—</p>
+<p class="line">Hoe is het droomt gij?—’k Zeg nog eens verbreid,<span class="pageNum" id="pb249">[<a href="#pb249">249</a>]</span></p>
+<p class="line">Dat Anna ziek is, en wel sterven zal;</p>
+<p class="line">Aan ’t werk! want ik moet zorgen, ied’re hoop,</p>
+<p class="line">Die door haar groei mij schaden kon, te rooien!—</p>
+</div>
+<p class="stage alignright">(<span class="sc">Catesby</span> <i>af</i>.)</p>
+<div class="sp">
+<p class="line">Mijns broeders dochter moet ik huwen, anders</p>
+<p class="line">Staat heel mijn koningschap op dun, broos glas.—</p>
+<p class="line">De zoons vermoorden, dan de dochter huwen?</p>
+<p class="line">Onzeek’re kans, ja; maar ik waadde in bloed</p>
+<p class="line">Zoo ver, dat zonde zonde baren moet.</p>
+<p class="line">Geen schreiend meêlij woont er in dit oog.—</p>
+</div>
+<p class="stage">(<i>De Page komt terug met</i> <span class="sc">Tyrrel</span>.)</p>
+<div class="sp">
+<p class="line">Uw naam is Tyrrel?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Tyrrel.</b></p>
+<p class="line">James Tyrrel, uw gehoorzaamste onderdaan.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p class="line">Zijt gij dit waarlijk?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Tyrrel.</b></p>
+<p class="line"><span class="hemistich">Zijt gij dit waarlijk? </span>Toets mij, groote vorst.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p class="line">Sloegt gij wel een van mijne vrienden dood?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Tyrrel.</b></p>
+<p class="line">Als ’t u behaagt; twee vijanden nog liever.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p class="line">Dat hebt gij juist getroffen. ’k Heb er twee,</p>
+<p class="line">Aartsvijanden, die slaap en rust mij rooven,</p>
+<p class="line">Die ’k wenschte, dat gij onder handen naamt;</p>
+<p class="line">Tyrrel, ik meen de bastaards in den Tower.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Tyrrel.</b></p>
+<p class="line">De toegang sta mij open, en weldra</p>
+<p class="line">Zijt gij van alle vrees voor hen bevrijd.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p class="line">Dit klinkt mij als muziek. Kom nader, Tyrrel;</p>
+<p class="line">Ga, met dit teeken.—Sta nu op, en luister;</p>
+</div>
+<p class="stage">(<i>Hij fluistert.</i>)</p>
+<div class="sp">
+<p class="line">Dat is ’t, niets meer;—bericht mij: ’t is gedaan,</p>
+<p class="line">En reken op mijn gunst en op bevord’ring.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Tyrrel.</b></p>
+<p class="line">Ik ga terstond aan ’t werk.</p>
+</div>
+<p class="stage alignright">(<span class="sc">Tyrrel</span> <i>af</i>.)</p>
+<p class="stage">(<span class="sc">Buckingham</span> <i>komt op</i>.)</p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Buckingham.</b></p>
+<p class="line">Mylord, ik heb die zaak eens overwogen,</p>
+<p class="line">Die vraag, waar gij mij over hebt gepolst.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p class="line">Nu, laat dat.—Dorset is gevlucht naar Richmond.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Buckingham.</b></p>
+<p class="line">Dit hoor ik ook, mylord.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p class="line">Stanley, hij is uw stiefzoon, geef wel acht. <span class="lineNum">90</span></p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Buckingham.</b></p>
+<p class="line">Mijn vorst, ik bid nu om het mij beloofde,</p>
+<p class="line">Waarvoor gij woord en eere hebt verpand,</p>
+<p class="line">Het graafschap Hereford en de tilb’re have,</p>
+<p class="line">Waarvan gij mij ’t bezit verzekerd hebt.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p class="line">Let, Stanley, op uw vrouw; verzendt zij brieven</p>
+<p class="line">Aan Richmond, gij zijt er aanspraak’lijk voor.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Buckingham.</b></p>
+<p class="line">Wat zegt uw hoogheid op mijn billijk vragen?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p class="line">Het staat mij voor,—Hendrik de Zesde heeft</p>
+<p class="line">Voorspeld, dat Richmond koning worden zou,</p>
+<p class="line">Toen Richmond nog een nietig knaapje was.</p>
+<p class="line">Koning!—wellicht—</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Buckingham.</b></p>
+<p class="line">Mijn vorst,—</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p id="kr3.iv.2.103" class="line">Vanwaar, dat die profeet niet zeggen kon,</p>
+<p class="line">Dat ik, die bij hem stond, hem dooden zou?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Buckingham.</b></p>
+<p class="line">Mijn vorst, het mij beloofde graafschap—</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p class="line">Richmond!—Ik was onlangs in Exeter;</p>
+<p class="line">Daar liet de burgemeester ’t slot mij zien,</p>
+<p class="line">En noemde ’t Rougemont; bij dien naam rilde ik,</p>
+<p class="line">Omdat een Iersche bard mij eens voorspelde,</p>
+<p class="line">Dat ik na ’t zien van Richmond veeg zou zijn.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Buckingham.</b></p>
+<p class="line">Mijn vorst,—</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p class="line">Nu ja, hoe laat is ’t?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Buckingham.</b></p>
+<p class="line">Ik waag het, uwe hoogheid te herinn’ren</p>
+<p class="line">Aan wat mij werd beloofd.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p class="line">Nu goed; maar zeg, hoe laat?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Buckingham.</b></p>
+<p class="line"><span class="hemistich">Nu goed; maar zeg, hoe laat? </span>Op slag van tienen.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p class="line">Goed, laat het slaan.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Buckingham.</b></p>
+<p class="line">Waarom dit: „Laat het slaan?”
+</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p class="line">Wijl tusschen mijn gedachten en uw beed’len</p>
+<p class="line">Uw slag steeds komt, als van een klokkeventje,</p>
+<p class="line">Ik ben in geen goedgeefsche luim vandaag.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Buckingham.</b></p>
+<p class="line">Zoo? Dan—verklaar mij, of gij wilt, of niet.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p class="line">Gij hindert mij, ik heb geen milde bui.</p>
+</div>
+<p class="stage alignright">(<i>Koning</i> <span class="sc">Richard</span> <i>en Gevolg af</i>.)</p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Buckingham.</b></p>
+<p class="line">Zoo, staat het zoo? betaalt hij al mijn diensten</p>
+<p class="line">Met zulk een hoon? maakte ik hem daarvoor koning?<span class="pageNum" id="pb250">[<a href="#pb250">250</a>]</span></p>
+<p class="line">Ik spiegel mij aan Hastings; en ik snel,</p>
+<p id="kr3.iv.2.126" class="line">Reeds veeg, naar Brecknock, eer de bijl mij vell’.</p>
+</div>
+<p class="stage alignright">(<span class="sc">Buckingham</span> <i>af</i>.)</p>
+</div>
+</div>
+<div id="kr3.iv.3" class="div2 scene"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#kr3.iv.3.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h3 class="main">DERDE TOONEEL.</h3>
+<p class="stage"><span class="ex">Aldaar.</span></p>
+<p class="stage"><span class="sc">Tyrrel</span> <i>komt op</i>.</p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Tyrrel.</b></p>
+<p class="line">Het bloedig stuk, de gruwel is gepleegd,</p>
+<p class="line">De zwartste daad van deerniswaarden moord,</p>
+<p class="line">Waar ooit dit land de schuld van op zich laadde.</p>
+<p class="line">Dighton en Forrest, die ik had gehuurd</p>
+<p class="line">Voor dit meedoogenlooze slachterswerk,—</p>
+<p class="line">Ofschoon aartsschurken, honden heet naar bloed,</p>
+<p class="line">Zij smolten weg in teederheid en meêlij,</p>
+<p class="line">Als kind’ren, bij ’t verhaal huns droeven doods.</p>
+<p class="line">„O, zoo,” sprak Dighton, „lag het lieve paar,”</p>
+<p class="line">„Zoo, zoo,” sprak Forrest, „beide’ elkaâr omstreng’lend</p>
+<p class="line">Met hunne schuldelooze albasten armen,</p>
+<p class="line">De lippen als vier rozen ééner plant,</p>
+<p class="line">Die in haar zomerpracht elkander kusten;</p>
+<p class="line">’t Gebedenboek lag bij hen, op hun peluw;</p>
+<p class="line">Wat,” zeide Forrest, „schier mijn ziel bekeerde,</p>
+<p class="line">Maar, o, de duivel!”—plots’ling zweeg de schurk,</p>
+<p class="line">En Dighton sprak toen verder:—„Wij versmoorden</p>
+<p class="line">Het liefste meesterwerk, dat ooit natuur</p>
+<p class="line">Sinds de’ eersten dag der schepping had gevormd.”</p>
+<p class="line">Voort ijlden beiden vol gewetenswroeging;</p>
+<p class="line">Zij konden niet meer spreken; ’k liet hen gaan,</p>
+<p class="line">Om zelf den moord’naar-koning ’t nieuws te melden.</p>
+</div>
+<p class="stage">(<i>Koning</i> <span class="sc">Richard</span> <i>komt op</i>.)</p>
+<div class="sp">
+<p class="line">Daar komt hij.—Alle heil, mijn heer en koning!</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p class="line">Vriend Tyrrel, maakt uw tijding mij gelukkig?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Tyrrel.</b></p>
+<p class="line">Wanneer ’t gedaan zijn van ’t gegeven werk</p>
+<p class="line">U, heer, gelukkig maakt, wees dan gelukkig;</p>
+<p class="line">Het is gedaan.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p class="line">Gij zaagt toch zelf hen dood?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Tyrrel.</b></p>
+<p class="line">Ja, heer.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p class="line">En ook begraven, beste Tyrrel?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Tyrrel.</b></p>
+<p class="line">De kapelaan des Towers heeft hen begraven,</p>
+<p class="line">En ’k weet, moet ik erkennen, zelf niet waar.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p class="line">Kom tot mij, Tyrrel; spoedig, in de voornacht;</p>
+<p class="line">Dan moet gij mij vertellen, hoe zij stierven.</p>
+<p class="line">Bedenk ook, hoe ik u beloonen kan,</p>
+<p class="line">En wees weldra bezitter van uw wensch.</p>
+<p class="line">Vaarwel intusschen!</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Tyrrel.</b></p>
+<p class="line"><span class="hemistich">Vaarwel intusschen! </span>Need’rig neem ik afscheid.</p>
+</div>
+<p class="stage alignright">(<span class="sc">Tyrrel</span> <i>af</i>.)</p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p id="kr3.iv.3.36" class="line">Den zoon van Clarence heb ik opgekooid;</p>
+<p class="line">Zijn dochter uitgetrouwd in lagen stand; <span class="lineNum">37</span></p>
+<p class="line">In Abrams schoot zijn Edwards zoons ter rust;</p>
+<p class="line">En Anna zeî der wereld goede nacht.</p>
+<p class="line">Nu, daar ik weet, dat de Bretagner, Richmond,</p>
+<p class="line">Mijn jonge nicht Elizabeth wil eig’nen,</p>
+<p class="line">En door dien echtknoop vlamoogt op de kroon,</p>
+<p class="line">Ga ik tot haar, als flink, begeerlijk vrijer.</p>
+</div>
+<p class="stage">(<span class="sc">Catesby</span> <i>komt op</i>.)</p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Catesby.</b></p>
+<p class="line">Mijn vorst,—</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p class="line">Goed nieuws of slecht, dat gij zoo binnenstormt?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Catesby.</b></p>
+<p id="kr3.iv.3.46" class="line">Slecht nieuws heer: Ely is gevlucht naar Richmond;</p>
+<p class="line">En Buckingham staat met de stoute knapen</p>
+<p class="line">Van Wales in ’t veld, en daag’lijks groeit zijn macht.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p class="line">Ely bij Richmond wekt mij grooter zorg,</p>
+<p class="line">Dan Buckingham’s bijeengeraapte troep.</p>
+<p class="line">Kom! Dit heb ik geleerd, dat angstig wikken</p>
+<p class="line">De looden dienaar is van traag verzuim,</p>
+<p class="line">Verzuim slaktrage, macht’looze armoe brengt.</p>
+<p class="line">Daarom, wees gij mijn vleugel, vuur’ge spoed,</p>
+<p class="line">Wees mijn Mercuur, mijn bode, vol van gloed!—</p>
+<p class="line">Ga, monster volk; mijn schild zij kort beraad;</p>
+<p class="line">Staat oproer schrap, dan brenge kloekheid baat!</p>
+</div>
+<p class="stage alignright">(<i>Beiden af.</i>)</p>
+</div>
+</div>
+<div id="kr3.iv.4" class="div2 scene"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#kr3.iv.4.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h3 class="main">VIERDE TOONEEL.</h3>
+<p class="stage"><i>Voor den Tower.</i></p>
+<p class="stage"><i>Koningin</i> <span class="sc">Margaretha</span> <i>komt op</i>.</p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koningin Margaretha.</b></p>
+<p class="line">Zoo, nu toch wordt de voorspoed overrijp,<span class="pageNum" id="pb251">[<a href="#pb251">251</a>]</span></p>
+<p class="line">En valt ras in den rotten muil des doods.</p>
+<p class="line">Ik heb in deze streken sluw geloerd,</p>
+<p class="line">Het tanen mijner vijanden bespied.</p>
+<p class="line">Een gruw’lijk voorspel zie ik opgevoerd,</p>
+<p class="line">En wil naar Frankrijk, hopend, dat, wat volgt,</p>
+<p class="line">Niet minder bitter, zwart en tragisch blijk’!</p>
+<p class="line">Ter zijde, onzaal’ge Margareet; wie komt daar?</p>
+</div>
+<p class="stage">(<i>Zij gaat ter zijde.</i>)</p>
+<p class="stage">(<i>Koningin</i> <span class="sc">Elizabeth</span> <i>en de Hertogin van</i> <span class="sc">York</span> <i>komen op</i>.)</p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koningin Elizabeth.</b></p>
+<p class="line">Mijn arme prinsen! ach mijn teed’re knapen!</p>
+<p class="line">O onontloken bloemen, geur’ge knoppen!</p>
+<p class="line">Indien, door eeuw’ge kluisters niet bekneld,</p>
+<p class="line">Uw lieve zielen door het luchtruim waren,</p>
+<p class="line">Zoo zweeft nu op uw luchtwiek om mij heen,</p>
+<p class="line">En hoort de weeklacht uwer moeder aan!</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koningin Margaretha</b></p>
+<p class="line"><span class="stage">(<i>ter zijde</i>.)</span> Omzweeft haar, zeggend: „Recht om recht”; dit bracht</p>
+<p class="line">Uw jongen daag’raad dood en eeuw’ge nacht.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Hertogin.</b></p>
+<p class="line">Zoo meen’ge ellende brak alreeds mijn stem,</p>
+<p class="line">Dat mijn van jammer moede tong verstomde;—</p>
+<p class="line">Edward Plantagenet, waartoe uw dood? <span class="lineNum">19</span></p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koningin Margaretha</b></p>
+<p class="line"><span class="stage">(<i>ter zijde</i>).</span> Plantagenet boet voor Plantagenet,</p>
+<p class="line">Edward voor Edwards dood naar recht en wet.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koningin Elizabeth.</b></p>
+<p class="line">Wijkt gij, o God, van zulke teed’re lamm’ren,</p>
+<p class="line">En werpt hen in de kaken van den wolf?</p>
+<p class="line">Riep zulk een moord ooit vrucht’loos tot uw troon?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koningin Margaretha</b></p>
+<p class="line"><span class="stage">(<i>ter zijde</i>).</span> Toen Hendrik stierf en mijn geliefde zoon.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Hertogin.</b></p>
+<p class="line">Dood leven, blind gezicht, gij schim, die leeft,</p>
+<p class="line">Weeschouwspel, smaad der aard, aan ’t graf door ’t leven</p>
+<p class="line">Onthouden, kort begrip van lange smart,</p>
+<p class="line">Uw onrust ruste op Eng’lands trouwen grond,</p>
+<p class="line">Trouwloos gedrenkt, verzaad van schuldloos bloed!</p>
+</div>
+<p class="stage">(<i>Zij zet zich neder.</i>)</p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koningin Elizabeth.</b></p>
+<p class="line">O, wildet gij zoo ras me een graf verstrekken,</p>
+<p class="line">Als gij me een weemoedvollen zetel biedt,</p>
+<p class="line">’k Zou mijn gebeent’ hier bergen, niet doen rusten!</p>
+<p class="line">O, wie heeft grond tot treuren, buiten ons?</p>
+</div>
+<p class="stage">(<i>Zij zet zich nevens haar.</i>)</p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koningin Margaretha</b></p>
+<p class="line"><span class="stage">(<i>te voorschijn tredend</i>).</span> Zoo ’t oudste leed het meest eerwaardig is,</p>
+<p class="line">Zoo gunt aan ’t mijne ’t recht van de’ ouderdom,</p>
+<p class="line">En aan mijn somb’re smart den eere zetel.</p>
+</div>
+<p class="stage">(<i>Zij zet zich tusschen haar.</i>)</p>
+<div class="sp">
+<p class="line">Als leed gezelschap duldt, zoo tel op nieuw</p>
+<p class="line">Uw weeën door ’t aanschouwen van de mijne:—</p>
+<p class="line">Ik had een Edward, tot hem Richard doodde;</p>
+<p class="line">Ik had een Hendrik, tot hem Richard doodde;</p>
+<p class="line">Gij hadt een Edward, tot hem Richard doodde;</p>
+<p class="line">Gij hadt een Richard, tot hem Richard doodde.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Hertogin.</b></p>
+<p class="line">Ik had een Richard ook, tot gij hem dooddet;</p>
+<p class="line">Ik had een Rutland ook; gij hielpt hem dooden.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koningin Margaretha.</b></p>
+<p class="line">Gij hadt een Clarence ook, dien Richard doodde.</p>
+<p class="line">Aan de spelonk van uwen schoot ontwrong zich</p>
+<p class="line">Een helhond, die ons allen jaagt, ten doode;</p>
+<p class="line">Dien hond, die eer dan oogen tanden had</p>
+<p class="line">Tot lamm’renmoord en ’t lepp’ren van hun bloed,—</p>
+<p class="line">Dien boozen schender van Gods handenwerk,</p>
+<p class="line">Der wereld stouten aartstyran, die troont</p>
+<p class="line">In oogen, stuk gewreven, dof van ’t weenen,—</p>
+<p class="line">Dien slaakte uw schoot, om ons naar ’t graf te drijven.—</p>
+<p class="line">O, alvergelder, o rechtvaardig God,</p>
+<p class="line">Hoe dank ik u, dat dit bloeddorstig ondier</p>
+<p class="line">Op ’t lijflijk kroost nu van zijn moeder aast,</p>
+<p class="line">Aan and’rer weeklacht hare klachten paart!</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Hertogin.</b></p>
+<p class="line">O Hendriks gade, juich niet in mijn wee;</p>
+<p class="line">Getuige ’t God, ik heb geweend om ’t uwe.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koningin Margaretha.</b></p>
+<p class="line">Vergeef het mij: mij hongert steeds naar wraak,</p>
+<p class="line">En nu verzaad ik mij door ze aan te zien.</p>
+<p class="line">Uw Edward stierf, die mijnen Edward doodde;</p>
+<p class="line">Uw andere Edward stierf, voor mijnen Edward;</p>
+<p class="line">De kleine York is toegift, wijl die twee</p>
+<p class="line">Mijns dooden hooge waarde niet bereikten. <span class="lineNum">66</span></p>
+<p class="line">Uw Clarence stierf, die mijnen Edward doodde;</p>
+<p class="line">En zij, die dit dolzinnig werk aanschouwden,</p>
+<p class="line">De echtbreker Hastings, Rivers, Vaughan, Grey,</p>
+<p class="line">Zijn voor hun tijd versmoord in ’t donker graf.</p>
+<p class="line">Slechts Richard leeft, der helle zwarte speurhond,</p>
+<p class="line">Gespaard, opdat hij haar als maak’laar zielen<span class="pageNum" id="pb252">[<a href="#pb252">252</a>]</span></p>
+<p class="line">Inkoop’ en toezend’, maar welras, welras,</p>
+<p class="line">Genaakt zijn eind, beklaag’lijk, onbeklaagd;</p>
+<p class="line">De aard gaapt, de hel vlamt op, de duiv’len brullen,</p>
+<p class="line">De heil’gen bidden: „Plots’ling vaar’ hij heen!”</p>
+<p class="line">Verscheur zijn levensbrief, o God! dit smeek ik,</p>
+<p class="line">Dat ik ’t beleve en zegg’: „De hond is dood!”</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koningin Elizabeth.</b></p>
+<p class="line">Gij hebt voorspeld, ja, eenmaal wenschte ik nog</p>
+<p class="line">U naast mij, om mij die gezwollen giftspin,</p>
+<p class="line">Die booze bultpad mee te helpen vloeken.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koningin Margaretha.</b></p>
+<p class="line">Ik noemde u ijd’len glans van mijne grootheid,</p>
+<p class="line">Een vorstenbeeltnis, een armzaalge schim,</p>
+<p class="line">Een flauwe spieg’ling van wat ik eens was,</p>
+<p class="line">Het lokkend voorspel van een schrikvertooning,</p>
+<p class="line">Een, hoog verheven voor een diepen val,</p>
+<p class="line">Een moeder, met twee schoone zoons bedot,</p>
+<p class="line">Een droom van wat gij waart, een bonte vlag,</p>
+<p class="line">Om ’t doel te zijn van ieder dreigend schot,</p>
+<p class="line">Een glanzend schild, een ademtocht, een zeepbel,</p>
+<p class="line">Strookoningin, slechts om ’t tooneel te vullen.</p>
+<p class="line">Waar is uw gade thans? waar zijn uw broeders?</p>
+<p class="line">Waar uw twee zonen? waar thans uw geluk?</p>
+<p class="line">Wie smeekt en knielt en zegt: „Heil, koningin<span class="corr" id="xd33e8397" title="Bron: ?”">”?</span></p>
+<p class="line">Waar zijn uw vleiers, die gebogen pairs?</p>
+<p class="line">Waar is die dichte stoet, die u omgaf?</p>
+<p class="line">Houd dit u voor, en vraag: Wat ben ìk nu?</p>
+<p class="line">Voor fiere gade,—diepgebogen weduw;</p>
+<p class="line">Voor blijde moeder,—jamm’rend om dien naam;</p>
+<p class="line">Voor toegesmeekte,—zelve need’rig smeekend;</p>
+<p class="line">Voor koningin,—met ramp gekroonde schooister;</p>
+<p class="line">Voor een, vol hoon voor mij,—door mij gehoond;</p>
+<p class="line">Voor een, gevreesd van elk,—vol vrees voor één;</p>
+<p class="line">Voor algebiedend,—door niet één gehoorzaamd.</p>
+<p class="line">Zoo is de loop van ’t recht geheel gedraaid,</p>
+<p class="line">En laat u aan den tijd geheel ten prooi;</p>
+<p class="line">U bleef slechts de gedachte aan wat gij waart,</p>
+<p class="line">Die dubbel kwelt, wijl gìj zijt wàt gij zijt.</p>
+<p class="line">Mijn plaats naamt gij voor u;—en naamt gij niet</p>
+<p class="line">’t Gerechte deel voor u van mijnen rouw?</p>
+<p class="line">Half draagt uw trotsche nek alsnu mijn juk;</p>
+<p class="line">Doch hier wring ik het moede hoofd er uit</p>
+<p class="line">En laat zijn last in al zijn zwaarte op u.</p>
+</div>
+<p class="stage">(<i>Zij rijst op.</i>)</p>
+<div class="sp">
+<p class="line">Vaarwel, York’s gade, koningin der smart;</p>
+<p class="line">In Frankrijk laav’ dit Engelsch wee mijn hart!</p>
+</div>
+<p class="stage">(<i>Koningin</i> <span class="sc">Elizabeth</span> <i>en de Hertogin van</i> <span class="sc">York</span> <i>rijzen op</i>.)</p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koningin Elizabeth.</b></p>
+<p class="line">O gij, in ’t vloeken meesteres, o toef,</p>
+<p class="line">En leer ook mij, mijn vijanden te vloeken! <span class="lineNum">117</span></p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koningin Margaretha.</b></p>
+<p class="line">Ontzeg u ’s nachts den slaap, en vast bij dag;</p>
+<p class="line">Stel naast uw levend wee uw dood geluk;</p>
+<p class="line">Denk uwe kinderen schooner dan zij waren,</p>
+<p class="line">En die hen moordde, snooder dan hij is;</p>
+<p class="line">Vergroot uw smaad, dit zal uw haat vermeêren,</p>
+<p class="line">En ’t eeuwig wrokken zal u vloeken leeren.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koningin Elizabeth.</b></p>
+<p class="line">Mijn taal is stomp; o, dat haar de uwe scherpe!</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koningin Margaretha.</b></p>
+<p class="line">Haar wette uw leed, tot ze als de mijne snerpe!</p>
+</div>
+<p class="stage alignright">(<i>Koningin</i> <span class="sc">Margaretha</span> <i>af</i>.)</p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Hertogin.</b></p>
+<p class="line">Waarom moet jammer rijk in woorden zijn?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koningin Elizabeth.</b></p>
+<p class="line">Wind-pleitbezorgers van het leed, hun klager,</p>
+<p id="kr3.iv.4.128" class="line">Lucht-erven zijn ’t van <span class="corr" id="xd33e8491" title="Bron: armgestorven">arm gestorven</span> vreugd,</p>
+<p class="line">Zucht-reed’naars zijn ’t van namelooze ellend!</p>
+<p class="line">Maar geef hun lucht; al kunnen ze ook de smart</p>
+<p class="line">Niet delgen, toch verlichten zij het hart.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Hertogin.</b></p>
+<p class="line">Is ’t zoo, dan geen bedwang; maar kom, ga mede</p>
+<p class="line">En smoren we in een storm van bitt’re woorden</p>
+<p class="line">Mijn vloekb’ren zoon, die uw twee kleinen smoorde!</p>
+</div>
+<p class="stage">(<i>Trompetgeschal achter het tooneel.</i>)</p>
+<div class="sp">
+<p class="line">’t Is zijn trompet; kom, geef uw woede lucht!</p>
+</div>
+<p class="stage">(<i>Koning</i> <span class="sc">Richard</span> <i>komt op, met marcheerende troepen</i>.)</p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p class="line">Wie treedt mij te gemoet en stremt mijn tocht?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Hertogin.</b></p>
+<p class="line">Zij, die voor goed uw loop had kunnen stremmen,</p>
+<p class="line">De slachtersdaden, schurk, die gij volbracht,</p>
+<p class="line">Door u te worgen in haar onheilsschoot.</p>
+</div>
+<p><span class="pageNum" id="pb253">[<a href="#pb253">253</a>]</span></p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koningin Elizabeth.</b></p>
+<p class="line">Omhult gij ’t voorhoofd met een gouden kroon,</p>
+<p class="line">Waar, zoo recht recht was, ingebrand moest zijn</p>
+<p class="line">De moord der prinsen, wien die kroon behoorde,</p>
+<p class="line">En mijner zoons en broeders gruweldood?</p>
+<p class="line">Spreek! zeg mij, lage slaaf, waar zijn mijn kind’ren?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Hertogin.</b></p>
+<p class="line">Gij pad, gij pad, waar is uw broeder Clarence,</p>
+<p id="kr3.iv.4.146" class="line">En Ned Plantagenet, zijn kleine zoon?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koningin Elizabeth.</b></p>
+<p class="line">Waar is de wakk’re Rivers, Vaughan, Grey?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Hertogin.</b></p>
+<p class="line">Waar is de goede Hastings?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p class="line">Trompetten, schalt, en trommen, slaat alarm!</p>
+<p class="line">De hemel hoore ’t niet, hoe die klappeien</p>
+<p class="line">Hier Gods gezalfde last’ren. Trommelt, zeg ik!—</p>
+</div>
+<p class="stage">(<i>Trompetgeschal, Tromgeroffel.</i>)</p>
+<div class="sp">
+<p class="line">Weest kalm, gij beiden, spreekt mij vleiend toe,</p>
+<p class="line">Of in het woeste krijgsrumoer versmoor ik</p>
+<p class="line">Aldus de kreten van uw woeste drift. <span class="lineNum">153</span></p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Hertogin.</b></p>
+<p class="line">Zijt gij mij zoon?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p class="line">Ja, dank zij Gode en u en mijnen vader.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Hertogin.</b></p>
+<p class="line">Zoo hoor mijn ongeduld geduldig aan.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p class="line">Ik heb dien trek van uw geaardheid, moeder,</p>
+<p class="line">Dat ik den toon van fel verwijt niet duld.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Hertogin.</b></p>
+<p class="line">O, laat mij spreken!</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p class="line"><span class="hemistich">O, laat mij spreken! </span>’t Zij; ik hoor niet toe.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Hertogin.</b></p>
+<p class="line">’k Wil in mijn woorden zacht en vriend’lijk zijn.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p class="line">En, lieve moeder, kort, want ik heb haast.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Hertogin.</b></p>
+<p class="line">Gij zooveel haast? ik heb op u gewacht,</p>
+<p class="line">Bij God, in mart’ling en in angst des doods.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p class="line">En kwam ik niet in ’t eind om u te troosten?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Hertogin.</b></p>
+<p class="line">Neen, bij het heilig kruis, gij weet te wel,</p>
+<p class="line">Sinds gij op aard zijt, werd mij de aard een hel.</p>
+<p class="line">Zwaar, schier ondraaglijk was mij uw geboorte</p>
+<p class="line">Uw kindsheid was weerbarstig en vol luim;</p>
+<p class="line">Uw schooltijd wild en woest, verschrikkend, roekloos;</p>
+<p class="line">Uw jong’lingschap vermetel, stout en waagziek;</p>
+<p class="line">Uw rijper leeftijd trotsch, fijn, sluw, bloeddorstig,</p>
+<p class="line">Min woest, maar boozer, zacht bij fellen haat.</p>
+<p class="line">Kunt gij een enkel rustig uur mij noemen,</p>
+<p class="line">Waarin uw bijzijn mij verkwikking bracht?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p id="kr3.iv.4.175" class="line">Geen, dan misschien dat morgenuur, dat eens</p>
+<p class="line">U van mijn bijzijn afriep naar ’t ontbijt.</p>
+<p class="line">Is u het zien van mij zoo onverkwikk’lijk,</p>
+<p class="line">Dan trekke ik voort en geev’ geen ergernis.—</p>
+<p class="line">Gij, roert de trommen!</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Hertogin.</b></p>
+<p class="line"><span class="hemistich">Gij, roert de trommen! </span>’k Bid u, hoor mij spreken.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p class="line">Te bitter spreekt gij.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Hertogin.</b></p>
+<p class="line"><span class="hemistich">Te bitter spreekt gij. </span>Hoor een enkel woord,</p>
+<p class="line">Want nimmer zal ik weder tot u spreken.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p class="line">Nu!</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Hertogin.</b></p>
+<p class="line">Of gij zult sterven door Gods raadsbesluit,</p>
+<p class="line">Eer ge als verwinnaar keert uit dezen krijg;</p>
+<p class="line">Of ik bezwijk van smart en hoogen leeftijd,</p>
+<p class="line">En nimmer zie ik uw gelaat terug.</p>
+<p class="line">Neem daarom mijnen zwaarsten vloek met u;</p>
+<p class="line">Hij drukke in de ure van ’t gevecht u meer</p>
+<p class="line">Dan heel de wapenrusting, die gij draagt!</p>
+<p class="line">Mijn beden strijden voor uw tegenstanders;</p>
+<p class="line">En Edwards kind’ren, hunne zieltjes, fluist’ren,</p>
+<p class="line">Uw vijand moed, vertrouwen in het hart,</p>
+<p class="line">En zeggen hem geluk en zege toe.</p>
+<p class="line">Bloed is uw lust, in ’t eind zij uw bloed uw straf;</p>
+<p class="line">Volgt smaad u thans, hij volge u ook in ’t graf.</p>
+</div>
+<p class="stage alignright">(<i>De Hertogin af.</i>)</p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koningin Elizabeth.</b></p>
+<p class="line">Veel meerder grond, doch minder kracht tot vloeken</p>
+<p class="line">Viel mij ten deel; ’k zeg Amen op haar taal.</p>
+</div>
+<p class="stage">(<i>Zij wil heengaan.</i>)</p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p class="line">Toef, eed’le vrouw, ik heb met u te spreken. <span class="lineNum">198</span></p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koningin Elizabeth.</b></p>
+<p class="line">Ik heb geen koningszoons ter slachting meer,</p>
+<p class="line">En mijne dochters, Richard, zullen bidden</p>
+<p class="line">Als nonnen, niet als koninginnen weenen;</p>
+<p class="line">En daarom kies haar leven niet tot wit.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p class="line">Een dochter hebt ge, Elizabeth bij name,</p>
+<p class="line">Schoon, deugdrijk, waardig koningin te zijn.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koningin Elizabeth.</b></p>
+<p class="line">En brengt haar dit den dood? O, laat haar leven;<span class="pageNum" id="pb254">[<a href="#pb254">254</a>]</span></p>
+<p class="line">’k Wil zelf haar deugden, al haar schoon verderven,</p>
+<p class="line">Mijzelve, als Edwards bed ontrouw, belast’ren,</p>
+<p class="line">Den sluier der onteering op haar werpen;</p>
+<p class="line">’k Wil, zoo de moord haar leven slechts ontziet,</p>
+<p class="line">Verklaren: Edwards bloed is ’t hare niet.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p class="line">Ontzie haar bloed; zij is een koningskind.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koningin Elizabeth.</b></p>
+<p class="line">Dit wil ik looch’nen, red ik zoo haar leven.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p class="line">Haar bloed is ’t, wat het best haar leven hoedt.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koningin Elizabeth.</b></p>
+<p class="line">Die hoede was ’t, waarom haar broeders stierven.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p class="line">Een booze ster beheerschte hun geboorte.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koningin Elizabeth.</b></p>
+<p class="line">Hun leven, neen, beheerschten booze vrienden.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p class="line">Niet af te wenden is de wil van ’t lot.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koningin Elizabeth.</b></p>
+<p class="line">Zoo ’t lot berust bij wie van God zich wendden.</p>
+<p class="line">Een schooner dood waar’ mijn kind’ren lot,</p>
+<p class="line">Had God met schooner leven u gezegend.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p id="kr3.iv.4.221" class="line">’t Is, alsof ik uw schapen ’t leven nam.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koningin Elizabeth.</b></p>
+<p class="line">Ja, herder, gij ontnaamt dien lamm’ren alles,</p>
+<p class="line">Geluk en kroon, verwanten, vrijheid, leven.</p>
+<p class="line">Wiens hand hun teed’re harten hebb’ gespietst,</p>
+<p class="line">Uw hoofd gaf in ’t geheim de richting aan.</p>
+<p class="line">Voorzeker, ’t moordend mes was bot en stomp,</p>
+<p class="line">Totdat het, op uw kiezelhart gewet,</p>
+<p class="line">In de ingewanden van mijn lamm’ren woelde.</p>
+<p class="line">Wierd door gewoonte wilde smart niet mak,</p>
+<p class="line">Ik zou mijn knaapjes voor uw oor niet noemen,</p>
+<p class="line">Dan met mijn nagels ank’rend in uw oogen,</p>
+<p class="line">En zoo, in zulk een baai van wissen dood,</p>
+<p class="line">Gelijk een boot, beroofd van zeil en want,</p>
+<p class="line">Mij op de rots verplett’rend van uw borst.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p class="line">Zoo waarlijk, vrouwe, krone mij ’t geluk <span class="lineNum">235</span></p>
+<p class="line">Bij ’t bloedig wapenspel van dezen krijgstocht,</p>
+<p class="line">Als ik aan u en de uwen goed wil doen,</p>
+<p class="line">Meer dan ik u en de uwen leed deed lijden!</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koningin Elizabeth.</b></p>
+<p class="line">Wat goed, door ’s hemels aangezicht bedekt,</p>
+<p class="line">Is nog te ontdekken, dat mij goed kan doen?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p class="line">Verhooging van uw kind’ren, eed’le vrouwe.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koningin Elizabeth.</b></p>
+<p class="line">O, op ’t schavot, om ’t hoofd er te verliezen?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p class="line">Neen, tot den hoogsten trap van rang en eer,</p>
+<p class="line">Het hooge heerschersmerk van aardsche grootheid.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koningin Elizabeth.</b></p>
+<p class="line">Zoo meld het mij en vlei aldus mijn smart;</p>
+<p class="line">En zeg, wat rang, wat eer, wat waardigheid</p>
+<p class="line">Kunt gij aan een van mijne kind’ren schenken?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p class="line">Al wat het mijne is, ja mijzelven, alles;</p>
+<p class="line">Dit zij mijn gave aan een van uwe kind’ren,</p>
+<p class="line">Zoo ge in de Lethe van uw toornend hart</p>
+<p class="line">De droevige overpeinzing wilt verdrinken</p>
+<p class="line">Van ’t leed, dat ik naar uwen waan u bracht.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koningin Elizabeth.</b></p>
+<p class="line">Wees kort, opdat de ontvouwing van uw weldaad</p>
+<p class="line">Niet langer dure dan uw weldoen zelf.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p id="kr3.iv.4.255" class="line">Zoo weet: ik min tot stervens toe uw dochter.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koningin Elizabeth.</b></p>
+<p class="line">Mijn dochters moeder denkt: tot stervens toe.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p class="line">Wat denkt gij dan?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koningin Elizabeth.</b></p>
+<p class="line">Dat gij tot stervens toe mijn dochter mint;</p>
+<p class="line">Zoo mindet gij tot stervens toe haar broeders,</p>
+<p class="line">En hiervoor dank ik u tot stervens toe.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p class="line">Misduid mijn meening niet door uwe drift;</p>
+<p class="line">Ik meen: tot stervens toe min ik uw dochter,</p>
+<p class="line">En wil haar koningin doen zijn van Eng’land.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koningin Elizabeth.</b></p>
+<p class="line">En wie dan, wilt gij, zal haar koning zijn?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p class="line">Die haar tot koningin verheft, wie anders?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koningin Elizabeth.</b></p>
+<p class="line">Wat, gij?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p class="line">Ikzelf, en wat denkt gij er van?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koningin Elizabeth.</b></p>
+<p class="line">En hoe wilt gij haar winnen?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p class="line">Hiertoe vraag ik</p>
+<p class="line">Van u thans raad: gij kent het best haar aard.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koningin Elizabeth.</b></p>
+<p class="line">En dus, gij wenscht mijn raad?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p class="line">Van harte gaarne. <span class="lineNum">270</span></p>
+</div>
+<p><span class="pageNum" id="pb255">[<a href="#pb255">255</a>]</span></p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koningin Elizabeth.</b></p>
+<p class="line">Zend haar door hem, die eens haar broeders doodde,</p>
+<p class="line">Twee jonge harten, bloedend; grif daarop</p>
+<p class="line">„Edward” en „York”: moog’lijk weent zij dan;</p>
+<p class="line">Schenk daarom haar,—zooals eens Margaretha</p>
+<p class="line">’t Aan uwen vader deed met Rutland’s bloed,—</p>
+<p class="line">Een doek, die—meld haar dit,—het purpersap</p>
+<p class="line">Uit harer lieve broeders wonden zoog,</p>
+<p class="line">En zeg, dat zij daarmee haar oogen wissche.</p>
+<p class="line">Zoo die verlokking nog haar hart niet wint,</p>
+<p class="line">Zend dan een lijst van al uw eed’le daden:</p>
+<p class="line">Meld, hoe gij van haar ooms, van Clarence, Rivers,</p>
+<p class="line">U hebt ontslagen, ja, om harentwil,</p>
+<p class="line">Anna, haar goede moei, van kant geholpen.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p class="line">Nu spot gij, vrouwe; dit is niet de weg</p>
+<p class="line">Om haar te winnen.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koningin Elizabeth.</b></p>
+<p class="line">Dit is de een’ge weg;</p>
+<p class="line">Tenzij ge een ander wezen aan kunt doen,</p>
+<p class="line">Een ander zijn dan Richard, die dit deed.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p id="kr3.iv.4.228" class="line">En zoo ik alles deed uit min tot haar?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koningin Elizabeth.</b></p>
+<p class="line">Dan is haar eenig antwoord, u te haten,</p>
+<p class="line">Die liefde koopt met zulk een schat van bloed.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p class="line">Zie, ’t eens gedane is niet meer te herdoen;</p>
+<p class="line">De mensch gaat somtijds overijld te werk,</p>
+<p class="line">Zoodat zijn doen in later uur hem rouwt;</p>
+<p class="line">Heb ik uw zoons het koningschap ontroofd,</p>
+<p class="line">Ik wil ten zoen het aan uw dochter geven.</p>
+<p class="line">Heb ik het kroost van uwen schoot gedood,</p>
+<p class="line">’k Wil, ter vermeerd’ring uws geslachts, mij kroost</p>
+<p class="line">Uit uw bloed bij uw dochter mij verwekken.</p>
+<p class="line">Grootmoeder heeten is schier even zoet</p>
+<p class="line">Als de betoov’ring van den moedernaam;</p>
+<p class="line">De kind’ren zijn slechts ééne trede lager,</p>
+<p class="line">Maar van uw eigen merg, uw eigen bloed;</p>
+<p class="line">Gelijk in zorg,—slechts in die weenacht niet,</p>
+<p class="line">Die zìj doorstaat, voor wie gij ’t zelfde leedt.</p>
+<p class="line">Uw kind’ren waren uwer jeugd een plaag,</p>
+<p class="line">De mijne worden uwer grijsheid troost.</p>
+<p class="line">Verloort gij ook een zoon, die koning was,</p>
+<p class="line">Thans wordt daarvoor uw dochter koningin.</p>
+<p class="line">Ik kan u niet hergeven wat ik wilde,</p>
+<p class="line">Aanvaard dus, wat mijn goedheid bieden kan.</p>
+<p class="line">Dorset, uw zoon, die met beangst gemoed</p>
+<p class="line">Misnoegde schreden zet op vreemden grond,</p>
+<p class="line">Wordt door dit schoon verbond welras naar huis,</p>
+<p class="line">Tot hoogen rang en groote gunst geroepen;</p>
+<p class="line">De koning, die uw lieflijk kind zijn „vrouw” noemt,</p>
+<p class="line">Noemt dan vertrouw’lijk uwen Dorset „broeder”;</p>
+<p class="line">Gijzelf wordt weder moeder van een koning,</p>
+<p class="line">En elke schâ der bange tijden wordt</p>
+<p class="line">Vergoed door dubb’le schatten van geluk.</p>
+<p class="line">O, wij beleven nog wel goede dagen! <span class="lineNum">320</span></p>
+<p class="line">De held’re droppen, die gij hebt geschreid,</p>
+<p class="line">Zij komen weer, vervormd tot blanke parels,</p>
+<p class="line">Den inzet u vergoedend door de rente</p>
+<p class="line">Van tienmaal dubbele aanwinst in geluk.</p>
+<p class="line">Ga dus, mijn moeder, ga tot uwe dochter;</p>
+<p class="line">Sterk door uw rijp’ren geest haar schucht’re jeugd;</p>
+<p class="line">Bereid haar ooren voor eens minnaars kout;</p>
+<p class="line">Stort in haar teeder hart den stouten gloed</p>
+<p class="line">Naar gulden oppermacht; spreek tot uw kind</p>
+<p class="line">Van ’t huwlijksheil in zoete, heimlijke uren;</p>
+<p class="line">En als mijn arm dien kleinen oproerling,</p>
+<p class="line">Dien dolkop Buckingham, getuchtigd heeft,</p>
+<p class="line">Dan kom ik, met het zegeloof bekranst,</p>
+<p class="line">En voer uw kind naar ’t bed eens overwinnaars’<span class="corr" id="xd33e9047" title="Niet in bron">.</span></p>
+<p class="line">Haar bied ik dan mijn krijgsbuit; zij alleen</p>
+<p class="line">Zal overwinnares zijn, <span class="corr" id="xd33e9051" title="Bron: Caesar’s Caesar">Cæsar’s Cæsar</span>.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koningin Elizabeth.</b></p>
+<p class="line">Hoe druk ik best mij uit? Haars vaders broeder</p>
+<p class="line">Wil haar gemaal zijn? Of is ’t beter: oom?</p>
+<p class="line">Of wel, de moordenaar van haar ooms en broeders?</p>
+<p class="line">Met welken titel doe ik voor u aanzoek,</p>
+<p class="line">Dien God, de wet, mijn eer en hare liefde</p>
+<p class="line">Aanlokk’lijk maken voor haar teed’re jeugd?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p class="line">Wijs haar op Eng’lands vreê door dezen echt.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koningin Elizabeth.</b></p>
+<p class="line">Een vreê, dien zij met eeuw’gen oorlog koopt.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p class="line">Zeg haar, de koning, die kon eischen, smeekt.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koningin Elizabeth.</b></p>
+<p id="kr3.iv.4.346" class="line">Wat aller vorsten opperkoning wraakt.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p class="line">Zeg, zij wordt groot en machtig, koningin.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koningin Elizabeth.</b></p>
+<p class="line">En schreit dra om dien titel, als haar moeder.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p class="line">Zeg, dat ik haar mijn eeuw’ge liefde wijd.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koningin Elizabeth.</b></p>
+<p class="line">Zeg mij, hoe lang die eeuwigheid zal duren.</p>
+</div>
+<p><span class="pageNum" id="pb256">[<a href="#pb256">256</a>]</span></p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p class="line">Zoolang haar lieflijk bloeiend leven duurt.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koningin Elizabeth.</b></p>
+<p class="line">Maar hoe lang zal haar bloei en leven duren?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p class="line">Zoolang natuur en hemel het <span class="corr" id="xd33e9123" title="Bron: gehengt">geheugt</span>.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koningin Elizabeth.</b></p>
+<p class="line">Zoolang het Richard en de hel behaagt.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p class="line">Zeg: ik, haar heer, ik word haar onderdaan.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koningin Elizabeth.</b></p>
+<p class="line">Die heerschappij is de onderdane een gruwel.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p class="line">Bepleit welsprekend mijne zaak bij haar.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koningin Elizabeth.</b></p>
+<p class="line">’t Eenvoudigst woord wint best een goede zaak.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p class="line">Spreek dan tot haar eenvoudig van mijn liefde. <span class="lineNum">359</span></p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koningin Elizabeth.</b></p>
+<p class="line">Eenvoudig en niet goed klinkt al te ruw.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p class="line">Uw reed’nen zijn niet grondig, zonder kalmte.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koningin Elizabeth.</b></p>
+<p class="line">Kalm, grondig zijn mijn reed’nen, dood en diep;—</p>
+<p class="line">Ja; dood en diep, in ’t graf, mijn arme kind’ren.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p class="line">Roer die snaar niet meer aan, dat is voorbij.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koningin Elizabeth.</b></p>
+<p class="line">Ik roer die aan, tot hartesnaren springen.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p id="kr3.iv.4.366" class="line">Bij mijn Sint George, kouseband en kroon—
+</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koningin Elizabeth.</b></p>
+<p class="line">Ontwijd, onteerd, de derde vuig geroofd.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p class="line">Zweer ik,—
+</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koningin Elizabeth.</b></p>
+<p class="line">Bij niets,—ja, want dit is geen eed.</p>
+<p class="line">Uw George, ontwijd, verloor zijn heilige eer,</p>
+<p class="line">Uw kouseband, bevlekt, zijn ridderdeugd,</p>
+<p class="line">Uw kroon, geroofd, haar koninklijken glans.</p>
+<p class="line">Wilt gij een eed doen, die geloof verwerft,</p>
+<p class="line">Zoo zweer bij iets, nog niet door u gekrenkt.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p id="kr3.iv.4.374" class="line">Dan, bij mijzelf,—
+</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koningin Elizabeth.</b></p>
+<p class="line">Geschandvlekt door uzelf;
+</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p class="line">Welnu, bij de aard,—
+</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koningin Elizabeth.</b></p>
+<p class="line"><span class="hemistich">Welnu, bij de aard,—
+</span>Vervuld van uwe gruw’len;
+</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p class="line">Mijns vaders dood,—
+</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koningin Elizabeth.</b></p>
+<p class="line"><span class="hemistich">Mijns vaders dood,—
+</span>Bezoedeld door uw leven;
+</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p class="line">Nu dan, bij God,—
+</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koningin Elizabeth.</b></p>
+<p class="line"><span class="hemistich">Nu dan, bij God,—
+</span>Gods krenking is de zwaarste.</p>
+<p class="line">Hadt gij geschuwd een eed bij hem te breken,</p>
+<p class="line">Die eendracht, die de vorst, uw broeder, stichtte,</p>
+<p class="line">Ware onverstoord, mijn broeder leefde nog.</p>
+<p class="line">Hadt gij geschuwd een eed bij hem te breken,</p>
+<p class="line">Het koningsgoud, dat thans uw hoofd omspant</p>
+<p class="line">Het sierde nu mijn kind de teed’re slapen;</p>
+<p class="line">En beide prinsen waren aad’mend hier,</p>
+<p class="line">Die nu, in ’t stof twee teed’re bedgenooten,</p>
+<p class="line">Der wormen buit door uwe trouwbreuk zijn.</p>
+<p class="line">Waar kunt gij nog bij zweren?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p class="line"><span class="hemistich">Waar kunt gij nog bij zweren? </span>Bij de toekomst.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koningin Elizabeth.</b></p>
+<p class="line">Die hebt gij in ’t verleden reeds gekrenkt.</p>
+<p class="line">In tranen moet ik zelf de toekomst wasschen,</p>
+<p class="line">Om dat voor u zoo diep gekrenkt verleden.</p>
+<p class="line">Hoe menig kind, wier ouders gij vermoorddet,</p>
+<p class="line">Leeft zonder tucht, en zal dit, oud, <span class="corr" id="xd33e9288" title="Bron: bejamm;-ren">bejamm’ren</span>!</p>
+<p class="line">Hoe menig ouder, die zijn kroost zag slachten,</p>
+<p class="line">Als dorre stam, en zal dit, oud, bejamm’ren!</p>
+<p class="line">Zweer bij de toekomst niet; zij is ontwijd</p>
+<p class="line">Door uw verleden, boos besteden tijd. <span class="lineNum">396</span></p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p class="line">Zoo waar ’t mij rouwt en ik geluk begeer,</p>
+<p class="line">Zoo waarlijk slage ik in het hach’lijk spel</p>
+<p class="line">Des feilen krijgs!—Verderve ikzelf mijzelven!</p>
+<p class="line">Geen blijde stond gunn’ God mij of ’t geluk!</p>
+<p class="line">Onthoud mij, dag, uw licht, gij, nacht, uw rust!</p>
+<p class="line">Bestrijdt, gij heilgesternten, al mijn doen,</p>
+<p class="line">Indien ik niet, met echte trouw des harten,</p>
+<p class="line">Met vlekk’looze’ eerbied, heilige gedachten,</p>
+<p class="line">Naar uwe schoone vorstendochter ding!</p>
+<p class="line">Op haar berust heel mijn en uw geluk,—</p>
+<p class="line">En zonder haar volgt voor mijzelf en u,</p>
+<p class="line">Voor haar, dit land en meen’ge christenziel,</p>
+<p class="line">Dood, ondergang, verderf, vernietiging.</p>
+<p class="line">Het is niet af te wenden, enkel zoo;</p>
+<p class="line">Het wordt niet afgewend dan enkel zoo.</p>
+<p class="line">Dus, lieve moeder,—zoo moet ik u noemen,—</p>
+<p class="line">Wees zaakverzorgster mijner liefde. Stel</p>
+<p class="line">Haar voor, wat ik zijn wil, niet wat ik was,</p>
+<p class="line">Niet wat ik heb verdiend, maar zal verdienen;</p>
+<p class="line">Leg nadruk op den stand en eisch des tijds,</p>
+<p class="line">En wees bij groote plannen niet kleingeestig.</p>
+</div>
+<p><span class="pageNum" id="pb257">[<a href="#pb257">257</a>]</span></p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koningin Elizabeth.</b></p>
+<p class="line">Hoe! mag de duivel mij aldus verzoeken?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p class="line">Ja, zoo de duivel u verzoekt ten goede.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koningin Elizabeth.</b></p>
+<p class="line">Mag ik mijzelf en wie ik ben vergeten?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p class="line">Ja, zoo het denken aan uzelf u schaadt.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koningin Elizabeth.</b></p>
+<p class="line">Maar toch,—gij bracht mijn kind’ren om.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p class="line">In uwer dochter schoot begraaf ik hen;</p>
+<p id="kr3.iv.4.424" class="line">Daar, in dat feniksnest, verwekken zij</p>
+<p class="line">Op nieuw zichzelf, tot nieuwen troost voor u.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koningin Elizabeth.</b></p>
+<p class="line">Moet ik mijn dochter voor uw wensch gaan winnen?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p class="line">En door dat doen weer blijde moeder zijn.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koningin Elizabeth.</b></p>
+<p id="kr3.iv.4.428" class="line">Ik ga;—zend spoedig mij een schrijven toe,</p>
+<p class="line">En ìk meld u, hoe zij er over denkt.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p class="line">Breng haar mijn kus vol liefde, en nu vaarwel!</p>
+</div>
+<p class="stage alignright">(<i>Hij kust haar. Koningin</i> <span class="sc">Elizabeth</span> <i>af</i>.)</p>
+<div class="sp">
+<p class="line">Toegeeflijk dwaashoofd! wank’le zwakke vrouw!</p>
+</div>
+<p class="stage">(<span class="sc">Ratcliff</span> <i>komt op, gevolgd door</i> <span class="sc">Catesby</span>.)</p>
+<div class="sp">
+<p class="line">Wat nu? wat meldt gij?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Ratcliff.</b></p>
+<p class="line">Grootmachtig heer en vorst, een sterke vloot</p>
+<p class="line">Kruist op de westkust; naar het zeestrand vloeien,</p>
+<p class="line">Ja, vrienden, maar holhartig, onbetrouwbaar,</p>
+<p class="line">En wapenloos, tot afslaan niet besloten.</p>
+<p class="line">Er wordt vermoed, dat Richmond vlootvoogd is;</p>
+<p class="line">Zij dobb’ren daar en wachten slechts de hulp</p>
+<p class="line">Van Buckingham om voet aan wal te zetten.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p class="line">Een wakk’re vriend ijl’ vlug tot hertog Norfolk;— <span class="lineNum">440</span></p>
+<p class="line">Gij Ratcliff,—ja, of Catesby; waar is Catesby?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Catesby.</b></p>
+<p class="line">Hier, beste Heer.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p class="line">Vlieg naar den hertog, Catesby.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Catesby.</b></p>
+<p class="line">Terstond, mijn vorst, met allen denkb’ren spoed.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p class="line">Ratcliff, kom hier; gij jaagt naar Salisbury;</p>
+<p class="line">Als gij daar aankomt,—<span class="stage">(<i>Tot</i> <span class="sc">Catesby</span>.)</span> Domme, trage vlegel,</p>
+<p class="line">Wat toeft gij hier en ijlt niet tot den hertog?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Catesby.</b></p>
+<p class="line">Doorluchtig heer, gelief mij eerst te melden,</p>
+<p class="line">Wat last ik van uw hoogheid brengen moet.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p class="line">’t Is waar, mijn goede Catesby;—daad’lijk breng’ hij</p>
+<p class="line">De grootste macht te zamen, die hij kan,</p>
+<p class="line">En koom’ terstond tot mij naar Salisbury.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Catesby.</b></p>
+<p class="line">Ik ga.</p>
+</div>
+<p class="stage alignright">(<span class="sc">Catesby</span> <i>af</i>.)</p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Ratcliff.</b></p>
+<p class="line">En wat doe ik in Salisbury, mijn vorst?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p class="line">Wel, wat zoudt gij er doen, voor ik er ben?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Ratcliff.</b></p>
+<p class="line">Ik moest, mijn vorst, er vóór u heen, met spoed.</p>
+</div>
+<p class="stage">(<span class="sc">Stanley</span> <i>komt op</i>.)</p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p class="line">’k Heb mij bedacht.—Gij, Stanley, spreek, wat meldt gij?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Stanley.</b></p>
+<p class="line">’t Is heer, zoo goed niet, dat gij ’t gaarne hoort,</p>
+<p class="line">Maar ook zoo slecht niet of het is te melden.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p class="line">Zie eens, een raadsel! ’t is nòch goed nòch slecht?</p>
+<p class="line">Wat loopt gij zooveel mijlen om en rond,</p>
+<p class="line">En gaat niet recht naar ’t doel en meldt uw nieuws?</p>
+<p class="line">Nog eens, wat is er?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Stanley.</b></p>
+<p class="line"><span class="hemistich">Nog eens, wat is er? </span>Richmond is op zee.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p class="line">Dat hij er zinke en hem de zee bedekke!</p>
+<p class="line">Die laffe vagebond, wat doet hij daar?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Stanley.</b></p>
+<p class="line">Ik weet het niet, mijn vorst, en kan slechts gissen.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p class="line">Wat gist gij dan?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Stanley.</b></p>
+<p class="line">Gestijfd door Dorset, Buckingham en Ely,</p>
+<p class="line">Komt hij naar Eng’land en verlangt de kroon.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p class="line">Is dan de troon ontruimd? het zwaard gebroken? <span class="lineNum">470</span></p>
+<p class="line">De koning dood? het koninkrijk verweesd?</p>
+<p class="line">Wie anders is York’s erfgenaam, dan ik?</p>
+<p class="line">Wie anders koning, dan York’s erfgenaam?</p>
+<p class="line">Spreek, zeg mij nu, waartoe is hij op zee?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Stanley.</b></p>
+<p class="line">Is ’t hierom niet, mijn vorst, dan weet ik ’t niet.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p class="line">Is ’t hierom niet, dat hij uw koning worde,<span class="pageNum" id="pb258">[<a href="#pb258">258</a>]</span></p>
+<p id="kr3.iv.4.477" class="line">Dan weet gij niet, waartoe die schooier komt.</p>
+<p class="line">Uw plan is vlucht tot hem, is afval, vrees ik.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Stanley.</b></p>
+<p class="line">Neen, beste vorst; daarom; mistrouw mij niet.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p class="line">Waar is uw volk dan, om hem af te slaan?</p>
+<p class="line">Waar zijn uw onderhoor’gen, uw vazallen?</p>
+<p class="line">Niet waar, zij zijn in ’t westen, op de kust,</p>
+<p class="line">En dekken daar de ontscheping der rebellen?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Stanley.</b></p>
+<p class="line">Neen, beste vorst, mijn vrienden staan in ’t noorden.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p class="line">Uw vrienden, koud voor mij! wat doen ze in ’t noorden,</p>
+<p class="line">Terwijl hun vorst in ’t westen hen behoeft?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Stanley.</b></p>
+<p class="line">Zij werden niet ontboden, machtig koning.</p>
+<p class="line">Gelieft uw hoogheid oorlof mij te geven,</p>
+<p class="line">Dan monster ik mijn volk en kom tot u,</p>
+<p class="line">Zoodra en waar uw hoogheid het verlangt.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p class="line">Ja, ja, weg wilt ge, en u bij Richmond voegen;</p>
+<p class="line">Maar ik vertrouw u niet.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Stanley.</b></p>
+<p class="line"><span class="hemistich">Maar ik vertrouw u niet. </span>Grootmachtig vorst,</p>
+<p class="line">Gij hebt geen grond om aan mijn trouw te twijf’len.</p>
+<p class="line">Nooit was ik valsch, en zal het nimmer zijn.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p class="line">Ga dan en monster volk; maar laat uw zoon,</p>
+<p class="line">Uw George, hier; zorg, dat uw hart niet wanke,</p>
+<p class="line">Want anders staat zijn hoofd niet al te vast.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Stanley.</b></p>
+<p class="line">Behandel hem, zooals mijn trouw u blijkt.</p>
+</div>
+<p class="stage alignright">(<span class="sc">Stanley</span> <i>af</i>.)</p>
+<p class="stage">(<i>Een bode komt op.</i>)</p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Bode.</b></p>
+<p class="line">Genadig heer en vorst, in Devonshire</p>
+<p class="line">Staan, naar ik zeker van mijn vrienden hoor,</p>
+<p class="line">Sir Edward Courtney en de trotsche kerkvoogd,</p>
+<p class="line">Bisschop van Exeter, zijn oudste broeder,</p>
+<p class="line">Met vele bondgenooten, in het veld.</p>
+</div>
+<p class="stage">(<i>Een tweede Bode komt op.</i>)</p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Tweede Bode.</b></p>
+<p class="line">In Kent, heer, staan de Guildfords in de waap’nen;</p>
+<p class="line">En dien rebellen stroomen uur op uur</p>
+<p class="line">Meer medehelpers toe; hun macht wordt sterk.</p>
+</div>
+<p class="stage">(<i>Een derde Bode komt op.</i>)</p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Derde Bode.</b></p>
+<p class="line">Het groote leger, heer, van Buckingham—</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p class="line">Van hier, gij uilen! niets dan doodsgekras?</p>
+</div>
+<p class="stage">(<i>Hij geeft den Bode een slag.</i>)</p>
+<div class="sp">
+<p class="line">Neem dit, tot gij mij beet’re tijding brengt.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Derde Bode.</b></p>
+<p class="line">De tijding, die ik aan uwe hoogheid meld,</p>
+<p class="line">Is, dat door watervloed en zware regens</p>
+<p class="line">Het heer van Buckingham verspreid, verstrooid is,</p>
+<p class="line">En dat hijzelf, alleen, een wijkplaats zocht,</p>
+<p class="line">Waarheen, weet niemand.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p class="line"><span class="hemistich">Waarheen, weet niemand. </span>O, vergeef mijn drift;</p>
+<p class="line">Daar is mijn beurs tot heeling van uw slag.</p>
+<p class="line">Heeft niet een kloeke vriend een goede som</p>
+<p class="line">Voor ’t vangen des verraders uitgeloofd?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Derde Bode.</b></p>
+<p class="line">Die is onmidd’lijk uitgeloofd, mijn vorst.</p>
+</div>
+<p class="stage">(<i>Een vierde Bode komt op.</i>)</p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Vierde Bode.</b></p>
+<p class="line">Sir Thomas Lovel en lord Dorset staan</p>
+<p class="line">Te velde in Yorkshire, zegt men, edel vorst;</p>
+<p class="line">Doch dezen goeden troost breng ik uw hoogheid:</p>
+<p class="line">De storm heeft de Bretagner vloot verstrooid;</p>
+<p class="line">In <span class="corr" id="xd33e9730" title="Bron: Dorsethire">Dorsetshire</span> liet Richmond door een boot</p>
+<p class="line">De lieden, die het strand bezetten, vragen,</p>
+<p class="line">Of zij hem helpen zouden, ja of neen.</p>
+<p class="line">Zij kwamen, was ’t bescheid, van Buckingham,</p>
+<p class="line">En tot zijn bijstand; doch, hen niet vertrouwend,</p>
+<p class="line">Heesch hij de zeilen, naar Bretagne steev’nend.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p class="line">Op, voortgerukt! wij zijn geheel gereed;</p>
+<p class="line">Gelde ook de strijd geen buitenlandschen vijand,</p>
+<p class="line">Gefnuikt zij iedere opstand binnenslands.</p>
+</div>
+<p class="stage">(<span class="sc">Catesby</span> <i>komt op</i>.)</p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Catesby.</b></p>
+<p class="line">Gevangen, heer, is hertog Buckingham;</p>
+<p class="line">Dit is de beste tijding. Dat graaf Richmond</p>
+<p class="line">Met groote macht te Milford is geland,</p>
+<p class="line">Klinkt minder goed, doch ’t melden is mij plicht.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p class="line">Op dan, naar Salisbury! terwijl wij praten,</p>
+<p class="line">Waar’ de uitkomst van een koningsslag beslist.—</p>
+<p class="line">Een uwer zorg’ voor <span class="corr" id="xd33e9768" title="Bron: Buckingsham’s">Buckingham’s</span> vervoer</p>
+<p class="line">Naar Salisbury; gij and’ren trekt met mij.</p>
+</div>
+<p class="stage alignright">(<i>Allen af.</i>)</p>
+<p><span class="pageNum" id="pb259">[<a href="#pb259">259</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+<div id="kr3.iv.5" class="div2 last-child scene"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#kr3.iv.5.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h3 class="main">VIJFDE TOONEEL.</h3>
+<p class="stage"><i>Een vertrek in lord</i> <span class="sc">Stanley’s</span> <i>huis</i>.</p>
+<p class="stage"><i>Lord</i> <span class="sc">Stanley</span> <i>en broeder</i> <span class="sc">Christopher Urswick</span> <i>komen op</i>.</p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Stanley.</b></p>
+<p class="line">Vriend Christopher, zeg Richmond dit van mij:—</p>
+<p class="line">In ’t kot van dien bloedgier’gen ever is</p>
+<p class="line">Mijn zoon, mijn George, in hecht’nis, ingesperd;</p>
+<p class="line">En val ik af, dan valt ook George’s hoofd.</p>
+<p class="line">Die vrees alleen vertraagt alsnog mijn bijstand.</p>
+<p class="line">Maar ga thans, breng uw heer mijn groet, en tevens</p>
+<p class="line">’t Besluit der koningin, die gaarne toestemt,</p>
+<p class="line">Dat hij Elizabeth, haar dochter, huwt.</p>
+<p class="line">Doch zeg mij, waar is de eed’le Richmond thans?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Christopher.</b></p>
+<p class="line">Te Pembroke, of te Harford-West, in Wales.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Stanley.</b></p>
+<p class="line">En welke mannen van gewicht zijn bij hem?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Christopher.</b></p>
+<p class="line">Sir Walter Herbert, groot van naam als krijger,</p>
+<p class="line">Sir Gilbert Talbot en Sir William Stanley,</p>
+<p class="line">Oxford, geduchte Pembroke, Sir James Blunt,</p>
+<p class="line">En Rice ap Thomas, met een kloeke schaar,</p>
+<p class="line">En velen nog van grooten roep en waarde;</p>
+<p class="line">Naar Londen richten zij hun legermacht,</p>
+<p class="line">Zoo ’t niet reeds onderweg tot strijden komt.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Stanley.</b></p>
+<p class="line">Nu, spoed u naar uw heer; ik kus zijn hand;</p>
+<p class="line">Mijn schrijven geeft hem blijk van mijn gezindheid.</p>
+<p class="line">Vaarwel.</p>
+</div>
+<p class="stage alignright">(<i>Hij geeft hem brieven.—Beiden af.</i>)</p>
+</div>
+</div>
+</div>
+</div>
+<div id="kr3.v" class="div1 act"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#kr3.v.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h2 class="main"><span class="ex">VIJFDE BEDRIJF.</span></h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<div id="kr3.v.1" class="div2 scene"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#kr3.v.1.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h3 class="main">EERSTE TOONEEL.</h3>
+<p class="stage"><span class="ex">Salisbury.</span> <i>Een plein.</i></p>
+<p class="stage"><i>Een Sheriff en een Wacht komen op, met</i> <span class="sc">Buckingham</span>, <i>die ter gerechtsplaats geleid wordt</i>.</p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Buckingham.</b></p>
+<p class="line">Ontzegt mij koning Richard een gesprek?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Sheriff.</b></p>
+<p class="line">Ja, beste heer; dus schik u in uw lot.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Buckingham.</b></p>
+<p class="line">Hastings, en Edwards kind’ren, Rivers, Grey,</p>
+<p class="line">Gij, heil’ge Hendrik, met uw schoonen Edward,</p>
+<p class="line">Vaughan, en allen, die als offers vielt</p>
+<p class="line">Van snoode, heim’lijke ongerechtigheid,</p>
+<p class="line">Zoo uw verstoorde, onvergenoegde zielen,</p>
+<p class="line">Hier blikken door de wolken van dit uur,</p>
+<p class="line">Zoo neemt thans wraak en spot om mijn verderf!—</p>
+<p class="line">’t Is heden Allerzielendag, niet waar?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Sheriff.</b></p>
+<p class="line">Ja, heer.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Buckingham.</b></p>
+<p class="line">Alzielendag is dan mijns lijfs gerichtsdag. <span class="lineNum">12</span></p>
+<p class="line">Dien dag wenschte ik in koning Edwards tijd</p>
+<p class="line">Mij op mijn hoofd, indien ik voor zijn kind’ren</p>
+<p class="line">Of zijner gade magen trouwloos bleek;</p>
+<p class="line">Die dag is ’t, dien ik inriep voor mijn val</p>
+<p class="line">Door diens mans ontrouw, dien ik ’t meest vertrouwde.</p>
+<p class="line">Deze Allerzielendag is ’t eind en perk</p>
+<p class="line">Der euveldaden voor mijn bange ziel.</p>
+<p class="line">De hooge Alziende, dien ik spelend tartte,</p>
+<p class="line">Brengt mij op ’t hoofd mijn huichelbede thuis,</p>
+<p class="line">En geeft in ernst, wat ik in scherts hem smeekte.</p>
+<p class="line">Zoo keert hij van der boozen zwaard de spits,</p>
+<p class="line">Dat die des meesters eigen borst doorboor’!</p>
+<p class="line">Zoo treft nu Margaretha’s vloek mijn hoofd:</p>
+<p class="line">„Rijt hij,” zoo sprak ze, „uw hart door wee vaneen,</p>
+<p class="line">„Herdenk dan: Margaretha was profetisch!”—</p>
+<p class="line">Komt, leidt mij naar het schandblok, mannen; ’t loon</p>
+<p class="line">Voor onrecht-doen zij onrecht, hoon voor hoon.</p>
+</div>
+<p class="stage alignright">(<span class="sc">Buckingham</span> <i>en de Overigen af</i>.)</p>
+</div>
+</div>
+<div id="kr3.v.2" class="div2 scene"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#kr3.v.2.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h3 class="main">TWEEDE TOONEEL.</h3>
+<p class="stage"><i>Een vlakte bij</i> <span class="ex">Tamworth</span>.</p>
+<p class="stage"><i>Met trommen en vaandels komen op</i>: <span class="sc">Richmond</span>, <span class="sc">Oxford</span>, <i>Sir</i> <span class="sc">James Blunt</span>, <i>Sir</i> <span class="sc">Walter Herbert</span>, <i>en Anderen, met troepen, op marsch</i>.</p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Richmond.</b></p>
+<p class="line">Gij wapenbroeders en getrouwe vrienden,<span class="pageNum" id="pb260">[<a href="#pb260">260</a>]</span></p>
+<p class="line">Gedrukt, gekneusd door ’t juk der tyrannie,</p>
+<p class="line">Zoo verre zijn we tot in ’t hart des lands</p>
+<p class="line">Nu doorgedrongen zonder wederstand;</p>
+<p class="line">En hier zendt onze vader Stanley ons</p>
+<p class="line">Een troostrijk schrijven, dat den moed verhoogt.</p>
+<p class="line">De booze, bloedige en roofgierige ever,</p>
+<p class="line">Die uwe velden omwroet en uw wijngaards,</p>
+<p class="line">Uw bloed als spoeling slurpt en zich een trog</p>
+<p class="line">Van uw ontweide rompen uitholt, heeft</p>
+<p class="line">Zijn leger nu in ’t midden van dit eiland,</p>
+<p class="line">Niet verre, naar ons werd gemeld, van Leicester;</p>
+<p class="line">Van Tamworth is het slechts een dagmarsch af.</p>
+<p class="line">In Gods naam, op, vol moed, manhafte vrienden,</p>
+<p class="line">Opdat we als oogst een hechten vrede winnen</p>
+<p class="line">Door ’t bloed, in éénen scherpen strijd gewaagd!</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Oxford.</b></p>
+<p class="line">Elk man is duizend man, daar ieder weet, <span class="lineNum">17</span></p>
+<p class="line">Dat hij dien schurk, die waadde in bloed, bestrijdt.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Herbert.</b></p>
+<p class="line">Geen twijfel, of zijn vrienden loopen over.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Blunt.</b></p>
+<p class="line">Hij heeft geen vrienden, dan die ’t zijn uit vrees</p>
+<p class="line">En hem in de’ ergsten nood verlaten zullen.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Richmond.</b></p>
+<p class="line">Ten onzen bate. Komt, vooruit, met God!</p>
+<p class="line">De hoop is snel; haar vlucht op zwaluwschachten</p>
+<p class="line">Geeft vorsten goden-, slaven vorstenkrachten.</p>
+</div>
+<p class="stage alignright">(<i>Allen af.</i>)</p>
+</div>
+</div>
+<div id="kr3.v.3" class="div2 scene"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#kr3.v.3.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h3 class="main">DERDE TOONEEL.</h3>
+<p class="stage"><i>Het veld bij</i> <span class="ex">Bosworth</span>.</p>
+<p class="stage"><i>Koning</i> <span class="sc">Richard</span> <i>komt op, met troepen, de Hertog van</i> <span class="sc">Norfolk</span>, <i>de Graaf van</i> <span class="sc">Surrey</span>, <i>en Anderen</i>.</p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p class="line">Slaat hier mijn tenten op, in ’t veld van Bosworth.—</p>
+<p class="line">Mylord van Surrey, waarom blikt gij somber?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Surrey.</b></p>
+<p class="line">Mijn hart is tienmaal lichter dan mijn blik.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p class="line">Mylord van Norfolk,—
+</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Norfolk.</b></p>
+<p class="line"><span class="hemistich">Mylord van Norfolk,—
+</span>Hier, genadig vorst.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p class="line">Norfolk, hier vallen slagen; ja, niet waar?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Norfolk.</b></p>
+<p class="line">Men geeft en men ontvangt die, beste vorst.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p class="line">Mijn tent gezet! hier rust ik heden nacht;</p>
+<p class="line">Doch waar op morgen?—Nu, het is om ’t even.—</p>
+<p class="line">Wie heeft verkend, hoe sterk de muiters zijn?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Norfolk.</b></p>
+<p class="line">Zes-, zevenduizend is hun gansch getal. <span class="lineNum">10</span></p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p class="line">Nu, onze monst’ring wijst het drievoud uit;</p>
+<p class="line">En ’s konings naam is ons een sterke toren,</p>
+<p class="line">Die hun van de and’re zij geheel ontbreekt.—</p>
+<p class="line">Vlug, slaat mijn tent op!—Komt nu, eed’le heeren,</p>
+<p class="line">Zien wij, hoe ’t veld ons voordeel brengen kan.—</p>
+<p class="line">Roept een’ge welervaren krijgers saam;</p>
+<p class="line">Een deeg’lijk plan beraamd en ras gehandeld,</p>
+<p class="line">Want morgen, heeren, wordt een heete dag.</p>
+</div>
+<p class="stage alignright">(<i>Allen af.</i>)</p>
+<p class="stage">(<i>Aan de andere zijde van het veld komen op</i>: <span class="sc">Richmond</span>, <i>Sir</i> <span class="sc">William Brandon</span>, <span class="sc">Oxford</span> <i>en andere Krijgsoversten. Eenige soldaten slaan</i> <span class="sc">Richmond’s</span> <i>tent op</i>.)</p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Richmond.</b></p>
+<p class="line">De moede zon ging schuil met gouden gloed;</p>
+<p class="line">En naar het lichte spoor zijns vlammenwagens</p>
+<p class="line">Voorspelt hij morgen ons een schoonen dag.—</p>
+<p class="line">Draag gij, Sir William Brandon, mijn banier.—</p>
+<p class="line">Bezorg mij in mijn tent papier en inkt;</p>
+<p class="line">Ik wil het plan ontwerpen van den slag,</p>
+<p class="line">Elke’ overste zijn plaats en taak doen kennen,</p>
+<p class="line">En onze kleine macht naar eisch verdeelen.—</p>
+<p class="line">Mylord van Oxford,—gij, Sir William Brandon,—</p>
+<p class="line">En gij, Sir Walter Herbert, blijft bij mij.</p>
+<p class="line">De graaf van Pembroke leidt zijn eigen troep;</p>
+<p class="line">Breng, goede hopman Blunt, mijn groet hem over</p>
+<p class="line">En vraag den graaf, dat hij mij in mijn tent</p>
+<p class="line">Omstreeks het tweede morgenuur bezoek’.—</p>
+<p class="line">En, waarde hopman, doe nog dit voor mij:</p>
+<p class="line">Gij weet toch, waar lord Stanley is gelegerd?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Blunt.</b></p>
+<p class="line">Heb ik mij in zijn vanen niet vergist,—</p>
+<p class="line">En zeker weet ik, dat ik dit niet deed,—</p>
+<p class="line">Dan ligt zijn troep ten minste een halve mijl</p>
+<p class="line">Ten zuiden van de hoofdmacht van den koning.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Richmond.</b></p>
+<p class="line">Is ’t niet te veel gewaagd, mijn goede Blunt, <span class="lineNum">39</span></p>
+<p class="line">Spoor dan een middel op om hem te spreken;</p>
+<p class="line">En breng hem dezen brief van hoog belang.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Blunt.</b></p>
+<p class="line">Mijn woord en leven, heer, ik onderneem het.—</p>
+<p class="line">En nu, verleene u God een goede nacht!</p>
+</div>
+<p><span class="pageNum" id="pb261">[<a href="#pb261">261</a>]</span></p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Richmond.</b></p>
+<p class="line">Goed’ nacht, mijn goede Blunt. En, heeren, komt;</p>
+<p class="line">Thans eischt de zaak van morgen onze zorg;</p>
+<p class="line">Gaat in mijn tent; de dauw is kil en koud.</p>
+</div>
+<p class="stage">(<i>Zij treden de tent binnen.</i>)</p>
+<p class="stage">(<i>Koning</i> <span class="sc">Richard</span> <i>komt op, met</i> <span class="sc">Norfolk</span>, <span class="sc">Ratcliff</span> <i>en</i> <span class="sc">Catesby</span>, <i>naar zijn tent gaande</i>.)</p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p class="line">Hoe laat is ’t?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Catesby.</b></p>
+<p class="line">’t Is negen, heer, de tijd van ’t avondmaal.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p class="line">Ik zal niets eten.—Geef papier en inkt.—</p>
+<p class="line">Spreek, past mijn stormhoed beter dan hij deed,</p>
+<p class="line">En is mijn rusting in mijn tent gebracht?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Catesby.</b></p>
+<p class="line">Ja, heer en vorst; en alles ligt gereed.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p class="line">Mijn goede Norfolk, spoed u naar uw post;</p>
+<p class="line">Houd strenge wacht, en kies vertrouwde schildwachts.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Norfolk.</b></p>
+<p class="line">Ik ga, mijn vorst.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p class="line">Wees met den leeuwrik wakker, beste Norfolk.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Norfolk.</b></p>
+<p class="line">Ik sta u borg, mijn vorst.</p>
+</div>
+<p class="stage alignright">(<span class="sc">Norfolk</span> <i>af</i>.)</p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p class="line">Catesby!</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Catesby.</b></p>
+<p class="line">Mijn vorst!</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p class="line">Zend een heraut naar Stanley’s troep;</p>
+<p class="line">Hij zorge voor zonsopgang met zijn macht</p>
+<p class="line">Naar hier te komen, of zijn zoon, zijn George,</p>
+<p class="line">Zinkt in de diepe krocht der eeuw’ge nacht.—</p>
+</div>
+<p class="stage alignright">(<span class="sc">Catesby</span> <i>af</i>.)</p>
+<div class="sp">
+<p id="kr3.v.3.63" class="line">Lang mij een roemer wijns.—Geef mij een tijdkaars.—</p>
+<p class="line">En zadel schimmel Surrey morgen vroeg.</p>
+<p class="line">Zorg, dat mijn lansen sterk en niet te zwaar zijn.—</p>
+<p class="line">Ratcliff!</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Ratcliff.</b></p>
+<p class="line">Mijn vorst?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p class="line">Hebt gij deze’ avond</p>
+<p class="line">Den wreev’len graaf Northumberland gezien?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Ratcliff.</b></p>
+<p class="line">Hij is met Thomas, graaf van Surrey, straks,</p>
+<p class="line">Omstreeks de scheem’ring ’t leger rondgegaan</p>
+<p class="line">Van troep tot troep, en sprak den krijgers moed in.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p class="line">Zoo; dat is goed.—Geef mij een roemer wijns.—</p>
+<p class="line">Ik heb ditmaal den opgewekten geest,</p>
+<p class="line">Den blijden moed niet, dien ik <span class="corr" id="xd33e10312" title="Bron: plach">placht</span> te hebben.—</p>
+<p class="line">Goed, zet dat neer.—Er is papier en inkt?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Ratcliff.</b></p>
+<p class="line">Ja, beste vorst. <span class="lineNum">76</span></p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p class="line">Zeg, dat mijn wacht goed wakker blijv’.—Verlaat mij.—</p>
+<p class="line">Ratcliff, kom tegen middernacht terug</p>
+<p class="line">En help mij bij mijn waap’ning.—Gaat nu<span class="corr" id="xd33e10332" title="Bron: .">,</span> allen.—</p>
+</div>
+<p class="stage alignright">(<i>Koning</i> <span class="sc">Richard</span> <i>gaat in zijn tent</i>. <span class="sc">Ratcliff</span> <i>af</i>.)</p>
+<p class="stage">(<span class="sc">Stanley</span> <i>komt op en slaat</i> <span class="sc">Richmond’s</span> <i>tent open, waarbij</i> <span class="sc">Richmond</span> <i>en zijn krijgsoversten zichtbaar worden</i>.)</p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Stanley.</b></p>
+<p class="line">Bekroon’ geluk en zegepraal uw helm!</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Richmond.</b></p>
+<p class="line">Al ’t goede, dat de donk’re nacht kan schenken,</p>
+<p class="line">Vall’, eed’le voedstervader, u ten deel!</p>
+<p class="line">Zeg mij, hoe gaat het onze lieve moeder?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Stanley.</b></p>
+<p class="line">Ik zegen u, bij volmacht, van uw moeder,</p>
+<p class="line">Die dag en nacht voor Richmond’s welzijn bidt.</p>
+<p class="line">Doch dit volsta.—Het uur van stilte wijkt;</p>
+<p class="line">In strepen breekt het duister reeds in ’t oosten.</p>
+<p class="line">Om kort te zijn, zooals de tijd gebiedt,</p>
+<p class="line">Schaar morgen vroeg uw legermacht ten strijde;</p>
+<p class="line">En zij uw lot beslist door ’t bloedig zwaard</p>
+<p class="line">En fellen krijg, hoe dood’lijk die ook blikke.</p>
+<p class="line">Zoo veel ik kan,—ik kan niet wat ik wenschte,—</p>
+<p class="line">Tracht ik den tijd zijn gunsten af te stelen,</p>
+<p class="line">En u in ’t hach’lijk worst’len bij te staan.</p>
+<p class="line">Doch al te vurig ijv’ren is me ontzegd;</p>
+<p class="line">Bij ’t zien toch wierd uw jonge broeder George,</p>
+<p class="line">En voor zijns vaders oog, ter dood gebracht.</p>
+<p class="line">Vaarwel. Mijn haast en deze bange tijd</p>
+<p class="line">Verbieden ons de plechtige betuiging</p>
+<p class="line">Van onze liefde en ’t zoet gedachtenwiss’len,</p>
+<p class="line">Dat lang gescheiden vrienden welkom waar’;</p>
+<p class="line">Schenk’ God dra tijd voor zulk een liefdesuiting!</p>
+<p class="line">Nog eens, vaarwel! Wees dapper, heb geluk!</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Richmond.</b></p>
+<p class="line">Leidt, waarde lords, hem naar zijn schare op weg.</p>
+<p class="line">Ik tracht, verhit van hoofd, een wijl te sluim’ren,</p>
+<p class="line">Opdat geen looden slaap mij morgen drukk’,<span class="pageNum" id="pb262">[<a href="#pb262">262</a>]</span></p>
+<p class="line">Als ik op zegewieken stijgen moest.</p>
+<p class="line">Nog eens, mijn waarde heeren, goede nacht.</p>
+</div>
+<p class="stage alignright">(<i>Allen, behalve</i> <span class="sc">Richmond</span>, <i>met</i> <span class="sc">Stanley</span> <i>af</i>).</p>
+<div class="sp">
+<p class="line">O gij, wiens veldheer ik mij acht te zijn,</p>
+<p class="line">Blik met genadig oog op mijne krijgers!</p>
+<p class="line">Leg in hun hand de knotsen uwer wraak,</p>
+<p class="line">Dat ze onzes vijands rechtloos drieste helmen</p>
+<p class="line">Met zwaren val ter aard, te pletter slaan!</p>
+<p class="line">Maak ons tot dienaars uwer tuchtiging,</p>
+<p class="line">Opdat wij U in Uwe zege prijzen!</p>
+<p class="line">Aan u beveel ik overwaakt mijn ziel,</p>
+<p class="line">Eer ik de luiken mijner oogen sluit;</p>
+<p class="line">Hetzij ik slape of waak’, behoed mij steeds!</p>
+</div>
+<p class="stage">(<i>Hij slaapt in.</i>)</p>
+<p class="stage">(<i>De Geest van Prins</i> <span class="corr" id="xd33e10449" title="Bron: Edward"><span class="sc">Edward</span></span>, <i>zoon van</i> <span class="sc">Hendrik</span> <i>den Zesden, verrijst tusschen de beide tenten</i>.)</p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Geest</b></p>
+<p class="line"><span class="stage">(<i>tot koning</i> <span class="sc">Richard</span>).</span> Zwaar wil ik morgen op uw ziele drukken! <span class="lineNum">118</span></p>
+<p class="line">Denk hoe gij mij in ’s levens bloei doorstaakt</p>
+<p class="line">Te Tewksbury. Gij, wanhoop dies, en sterf!</p>
+<p class="line"><span class="stage">(<i>Tot</i> <span class="sc">Richmond</span>.)</span> Houd moed, o Richmond, der geslachte vorsten</p>
+<p class="line">Gekrenkte zielen strijden aan uw zij;</p>
+<p class="line">De spruit van koning Hendrik, Richmond, troost u!</p>
+</div>
+<p class="stage">(<i>De Geest van koning</i> <span class="sc">Hendrik</span> <i>den Zesden verrijst</i>.)</p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Geest</b></p>
+<p class="line"><span class="stage">(<i>tot koning</i> <span class="sc">Richard</span>).</span> Toen ik nog sterflijk was, doorpriemdet gij</p>
+<p class="line">’t Gezalfde lichaam mij met tal van wonden;</p>
+<p class="line">Denk aan den Tower en mij; wanhoop en sterf!</p>
+<p class="line">Hendrik de Zesde roept: wanhoop en sterf!</p>
+<p class="line"><span class="stage">(<i>Tot</i> <span class="sc">Richmond</span>.)</span> Gij vroom en deugdrijk held, wees gij verwinnaar!</p>
+<p class="line">Hendrik, die eenmaal u de kroon voorspelde,</p>
+<p class="line">Vertroost u in uw sluim’ring: leef en bloei!</p>
+</div>
+<p class="stage">(<i>De Geest van</i> <span class="sc">Clarence</span> <i>verrijst</i>.)</p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Geest</b></p>
+<p class="line"><span class="stage">(<i>tot koning</i> <span class="sc">Richard</span>).</span> Zwaar wil ik morgen op uw ziele drukken!</p>
+<p class="line">Ik, eenmaal doodgebaad in ’t walglijk wijnvat,</p>
+<p class="line">Ik, arme Clarence, offer van uw arglist!</p>
+<p class="line">Denk morgen in ’t gewoel des strijds aan mij;</p>
+<p class="line">Ontvalle u ’t stompe zwaard! Wanhoop en sterf!</p>
+<p class="line"><span class="stage">(<i>Tot</i> <span class="sc">Richmond</span>.)</span> Afstamm’ling, gij, van ’t huis van Lancaster,</p>
+<p class="line">York’s kroost, dat zwaar gekrenkt werd, bidt voor u;</p>
+<p class="line">Schutseng’len strijden met u! Leef en bloei!</p>
+</div>
+<p class="stage">(<i>De Geesten van</i> <span class="sc">Rivers</span>, <span class="sc">Grey</span> <i>en</i> <span class="sc">Vaughan</span> <i>verrijzen</i>.)</p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Geest van Rivers</b></p>
+<p class="line">(<i>tot koning</i> <span class="sc">Richard</span>).</p>
+<p class="line">Zwaar wil ik morgen op uw ziele drukken!</p>
+<p class="line">Ik, Rivers, Pomfret’s buit. Wanhoop en sterf!</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Geest van Grey</b></p>
+<p class="line"><span class="stage">(<i>tot koning</i> <span class="sc">Richard</span>).</span> Gij, denk aan Grey, en wanhoop schokk’ uw ziel!</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Geest van Vaughan</b></p>
+<p class="line">(<i>tot koning</i> <span class="sc">Richard</span>).</p>
+<p class="line">Gij, denk aan Vaughan, en door schuldige angst</p>
+<p class="line">Ontvall’ de speer uw hand! Wanhoop en sterf!</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Alle drie</b></p>
+<p class="line"><span class="stage">(<i>tot</i> <span class="sc">Richmond</span>).</span> Ontwaak, en denk: de schuld in Richards borst</p>
+<p class="line">Verlamt zijn kracht. Ontwaak en zegepraal!</p>
+</div>
+<p class="stage">(<i>De Geest van</i> <span class="sc">Hastings</span> <i>verrijst</i>.)</p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Geest</b></p>
+<p class="line"><span class="stage">(<i>tot koning</i> <span class="sc">Richard</span>).</span> Gij man van bloed en schuld, ontwaak in schuld,</p>
+<p class="line">En eindig op een dag van bloed uw leven!</p>
+<p class="line">Denk aan lord Hastings! Wanhoop dus en sterf!</p>
+<p class="line"><span class="stage">(<i>Tot</i> <span class="sc">Richmond</span>.)</span> Gij, kalme en effen ziel, ontwaak, ontwaak!</p>
+<p class="line">Rijs, strijd, en zegepraal, red Eng’lands zaak!</p>
+</div>
+<p class="stage">(<i>De Geesten van de twee jonge Prinsen verrijzen.</i>)</p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Geesten</b></p>
+<p class="line"><span class="stage">(<i>tot Koning</i> <span class="sc">Richard</span>).</span> Droom van uw in den Tower ontzielde neven; <span class="lineNum">151</span></p>
+<p class="line">Laat ons als lood in uwe borst zijn, Richard,</p>
+<p class="line">U in verderf en schande en dood doen zinken!</p>
+<p class="line">Hoor uwer neven roep: wanhoop en sterf!</p>
+<p class="line"><span class="stage">(<i>Tot</i> <span class="sc">Richmond</span>.)</span> Slaap, Richmond, kalm, en rijs met blijden moed;</p>
+<p class="line">U schutten eng’len, hoe ook de ever woed’!</p>
+<p class="line">Leef! uit u spruite een eed’le koningsstam!</p>
+<p class="line">Edwards rampzaal’ge zonen roepen: heil!</p>
+</div>
+<p class="stage">(<i>De geest van koningin</i> <span class="sc">Anna</span> <i>verrijst</i>.)</p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Geest</b></p>
+<p class="line"><span class="stage">(<i>tot koning</i> <span class="sc">Richard</span>).</span> Richard, uw vrouw, uw vrouw, ellendige Anna,</p>
+<p class="line">Die nooit bij u een rustige ure sliep,</p>
+<p class="line">Vervult thans uwen slaap met haar verschrikking;</p>
+<p class="line">Denk morgen in ’t gewoel des strijds aan mij;</p>
+<p class="line">Ontzinke u ’t stompe zwaard! wanhoop en sterf!—</p>
+<p class="line"><span class="stage">(<i>Tot</i> <span class="sc">Richmond</span>.)</span> Gij, kalme ziel, slaap gij een kalmen slaap;</p>
+<p class="line">En droomt gij, droom van heil en zege nu;</p>
+<p class="line">Uws tegenstanders gade bidt voor u.</p>
+</div>
+<p class="stage">(<i>De Geest van</i> <span class="sc">Buckingham</span> <i>verrijst</i>.)</p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Geest</b></p>
+<p class="line"><span class="stage">(<i>tot koning</i> <span class="sc">Richard</span>.)</span> Die ’t eerst ten troon u heeft gevoerd, was ik;<span class="pageNum" id="pb263">[<a href="#pb263">263</a>]</span></p>
+<p class="line">Die ’t laatst uw dwinglandij ervoer, was ik.</p>
+<p class="line">Denk in ’t gewoel des strijds aan Buckingham,</p>
+<p class="line">En sterf, verschrikt door al uw euveldaden;</p>
+<p class="line">Droom voort, droom voort, en gruw van wat gij deedt;</p>
+<p class="line">En zij uw laatste snik een wanhoopskreet!</p>
+<p class="line"><span class="stage">(<i>Tot</i> <span class="sc">Richmond</span>.)</span> De hoop van u te helpen was mijn dood;</p>
+<p class="line">Doch troost u, beter helpers heeft uw nood;</p>
+<p class="line">God en zijn eng’len strijden aan uw zij,</p>
+<p class="line">En Richard valt den val der hoovaardij.</p>
+</div>
+<p class="stage alignright">(<i>De Geesten verdwijnen. Koning</i> <span class="sc">Richard</span> <i>ontwaakt uit zijn droomen</i>.)</p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p class="line">Geef mij een ander paard!—verbind mijn wonden!—</p>
+<p class="line">Erbarmen, Jezus!—Stil, ’t was maar een droom!—</p>
+<p class="line">Geweten, lafaard, wat beangst gij mij!—</p>
+<p id="kr3.v.3.180" class="line">Het licht brandt blauw.—’t Is ’t holle van de nacht.</p>
+<p class="line">Angstdropp’len staan mij, koud, op ’t rillend lijf.</p>
+<p class="line">Wat! angstig voor mijzelf? Geen ander is hier;</p>
+<p class="line">Richard mint Richard; ja, want ik ben ik.</p>
+<p class="line">Is hier een moord’naar? Neen; ja, ik ben hier;</p>
+<p class="line">Zoo vlucht,—wat, voor mijzelf? Zeer wijs! waarom?</p>
+<p class="line">Licht name ik wraak.—Wie, wat! ik op mijzelf?</p>
+<p class="line">Ach, ik bemin mijzelf. Om wat? iets goeds,</p>
+<p class="line">Dat ik, ikzelf mijzelven heb gedaan?</p>
+<p class="line">Ach, neen, helaas! ik haat veeleer mijzelf</p>
+<p class="line">Om haat- en vloekbre daden, die ik deed.</p>
+<p class="line">Ik ben een schurk. Neen; ’k lieg, ik ben het niet.</p>
+<p class="line">Dwaas, spreek uzelven voor;—dwaas, vlei toch niet. <span class="lineNum">192</span></p>
+<p class="line">O, mijn geweten heeft veel duizend tongen,</p>
+<p class="line">En ied’re tong vertelt een ander stuk,</p>
+<p class="line">En ieder stuk veroordeelt mij als schurk.</p>
+<p class="line">Meineed, meineed, in de’ allerhoogsten graad;</p>
+<p class="line">Moord, zwarte moord, in de’ allerergsten graad;</p>
+<p class="line">Ja, elke zonde, in elken graad bedreven,</p>
+<p class="line">Dringt naar de rol, en roept haar: „Schuldig, schuldig!”</p>
+<p class="line">Ik word wanhopig.—Niets op aard bemint mij;</p>
+<p class="line">En zoo ik sterf, geen ziel heeft leed er van;</p>
+<p class="line">En waarom zouden ze ook? Ikzelf, ik vind</p>
+<p class="line">Geen deernis met mijzelven in mijzelf.</p>
+</div>
+<p class="stage">(<span class="sc">Ratcliff</span> <i>komt op</i>.)</p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Ratcliff.</b></p>
+<p class="line">Mijn vorst!</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p class="line">Wie daar?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Ratcliff.</b></p>
+<p class="line">Ratcliff, mijn vorst; ik ben ’t. De vroege dorpshaan</p>
+<p class="line">Begroette de’ ochtend tweemaal reeds. Uw vrienden</p>
+<p class="line">Zijn op en gorden hunne rusting aan.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p class="line">O Ratcliff, ’k had een vreeselijken droom.—</p>
+<p class="line">Wat denkt gij? kan ik vast op allen bouwen?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Ratcliff.</b></p>
+<p class="line">Wis, heer.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p class="line">O Ratcliff, ach, ik vrees, ik vrees,—</p>
+<p class="line">Het was me, als kwamen allen, aller zielen,</p>
+<p class="line">Die ’k moordde, in mijne tent; een ieg’lijk dreigde</p>
+<p class="line">Met wraak op morgen tegen Richards hoofd.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Ratcliff.</b></p>
+<p class="line">Mijn beste heer, voed toch geen vrees voor schimmen.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p class="line">Bij den apostel Paulus, schimmen wekten</p>
+<p class="line">Van nacht meer angst in Richards ziel, dan ooit</p>
+<p class="line">Tienduizend tastb’re krijgers zouden wekken</p>
+<p class="line">In ’t staal, met melkmuil Richmond aan hun hoofd.</p>
+<p class="line">De daag’raad is nog ver. Kom, ga met mij;</p>
+<p class="line">’k Wil luistervink gaan spelen aan de tenten,</p>
+<p class="line">Of eenig strijder overloopen wil.</p>
+</div>
+<p class="stage alignright">(<i>Beiden af.</i>)</p>
+<p class="stage">(<span class="sc">Richmond</span> <i>ontwaakt</i>. <span class="sc">Oxford</span> <i>en Anderen treden zijn tent binnen</i>.)</p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Oxford.</b></p>
+<p class="line">Recht goeden morgen, Richmond.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Richmond.</b></p>
+<p class="line">O, ’k vraag verschooning, waakzame, eed’le heeren,</p>
+<p class="line">Dat gij een tragen doeniet hier verrast.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Oxford.</b></p>
+<p class="line">Hebt gij gerust geslapen, heer?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Richmond.</b></p>
+<p class="line">Den zoetsten slaap; en droomen had ik, vrienden,</p>
+<p class="line">Sinds uw vertrek, zoo schoon en heilvoorspellend,</p>
+<p class="line">Als ooit verrezen voor een domm’lig brein.</p>
+<p class="line">De zielen, scheen ’t, wier lichaam Richard moordde,</p>
+<p class="line">Verschenen in mijn tent, en riepen: „Zege!”</p>
+<p class="line">Ik kan u zeggen, ’t harte juicht mij nog</p>
+<p class="line">Bij ’t denken aan een droom, zoo schoon en zoet.—</p>
+<p class="line">Hoe ver is ’t in den morgen reeds, mylords?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Oxford.</b></p>
+<p class="line">Op slag van vieren, heer.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Richmond.</b></p>
+<p class="line">’t Is tijd dan, ons te waap’nen, ’t heer te scharen.</p>
+</div>
+<p class="stage">(<i>Hij treedt naar de troepen.</i>)</p>
+<p><span class="pageNum" id="pb264">[<a href="#pb264">264</a>]</span></p>
+<div class="sp">
+<p class="line">De haast en drang van ’t oogenblik verbieden,</p>
+<p class="line">Geliefde landgenooten, meer te ontvouwen</p>
+<p class="line">Dan ik reeds zeide; doch herinnert u:—</p>
+<p class="line">Aan onze zijde strijden God en ’t recht; <span class="lineNum">240</span></p>
+<p class="line">Der heil’gen, der gekrenkte zielen beden</p>
+<p class="line">Staan voor ons als een bolwerk, dat ons dekt.</p>
+<p class="line">Op Richard na, zien zij, met wie wij strijden,</p>
+<p class="line">Veel liever ons, dan hunnen veldheer winnen.</p>
+<p class="line">Want, ja, wat is die veldheer? Waarlijk, vrienden,</p>
+<p class="line">Een bloedig dwing’land en een moordenaar,</p>
+<p class="line">Door bloed verrezen en in bloed gezeteld,</p>
+<p class="line">Zich helpers wervend om aan ’t doel te komen,</p>
+<p class="line">En doodend, wie hij eens als helpers koos;</p>
+<p class="line">Een steen, niets waard, door de’ achtergrond des troons,</p>
+<p class="line">Waar arglist hem in zette, kostlijk schijnend;</p>
+<p class="line">Van den beginne steeds een vijand Gods.</p>
+<p class="line">Welnu, bestrijdt gij, die Gods vijand is,</p>
+<p class="line">Dan hoedt u God gewis als zijne krijgers;</p>
+<p class="line">Bestrijdt ge in ’t zweet uws aanschijns zulk een dwing’land,</p>
+<p class="line">Dan slaapt ge in vreê, wanneer die dwing’land valt;</p>
+<p class="line">Bestrijdt gij, die uw land vijandig zijn,</p>
+<p class="line">Dan zal het vette uws lands uw zwoegen loonen;</p>
+<p class="line">Strijdt gij om uwe vrouwen te beschermen,</p>
+<p class="line">Uw vrouwen halen na de zege u in;</p>
+<p class="line">Behoedt gij uwe kind’ren voor het zwaard,</p>
+<p class="line">Uw grijsheid loonen ’t uwer kind’ren kind’ren.</p>
+<p class="line">Nu dan, met God en met dit heilig recht,</p>
+<p class="line">Steekt op de vanen, trekt uw willig zwaard.</p>
+<p class="line">Mijn boetegeld, zoo ’t waagstuk al te stout is,</p>
+<p class="line">Zij mijn koud lijk op ’t koud gelaat der aard.</p>
+<p class="line">Doch zoo ik slaag, de minste van u allen</p>
+<p class="line">Heeft deel aan mijne winst. Trompetten, schalt!</p>
+<p class="line">Klinkt, trommen, wijst aan moed den weg ter glorie;</p>
+<p class="line">God en Sint George, Richmond en victorie!</p>
+</div>
+<p class="stage alignright">(<i>Allen af.</i>)</p>
+<p class="stage">(<i>Koning</i> <span class="sc">Richard</span> <i>en</i> <span class="sc">Ratcliff</span> <i>komen terug, met Gevolg en Troepen</i>.)</p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p class="line">Wat zeide lord Northumberland van Richmond?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Ratcliff.</b></p>
+<p class="line">Dat hij een nieuw’ling is in de oorlogskunst.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p class="line">En dit is waar; doch zeide Surrey niets?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Ratcliff.</b></p>
+<p class="line">Hij lachte en sprak: „Voor ons zooveel te beter.”
+</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p class="line">Hij had gelijk; zoo is het inderdaad.— <span class="stage">(<i>De klok slaat.</i>)</span></p>
+<p class="line">Stil, tel de klok.—Geef een kalender hier.</p>
+<p class="line">Wie zag de zon vandaag?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Ratcliff.</b></p>
+<p class="line"><span class="hemistich">Wie zag de zon vandaag? </span>Ik niet, mijn vorst.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p class="line">Dan weigert ze ons haar licht, want, naar het boek,</p>
+<p class="line">Moest zij een uur reeds in het oosten prijken.</p>
+<p class="line">Een zwarte dag zal dit voor iemand zijn.—</p>
+<p class="line">Ratcliff!</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Ratcliff.</b></p>
+<p class="line">Mijn vorst?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p class="line">De zon laat zich vandaag niet zien; <span class="lineNum">281</span></p>
+<p class="line">Boos ziet de hemel op ons leger neer.</p>
+<p class="line">Dien dauw van tranen wenschte ik van den grond.</p>
+<p class="line">Vandaag niet schijnen? Nu, wat doet dit mij,</p>
+<p class="line">Meer dan dien Richmond? Want dezelfde lucht,</p>
+<p class="line">Die mij bedreigt, ziet hem ook donker aan.</p>
+</div>
+<p class="stage">(<span class="sc">Norfolk</span> <i>komt op</i>.)</p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Norfolk.</b></p>
+<p class="line">Te wapen, vorst! de vijand bralt in ’t veld.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p class="line">Komt, haastig, haastig! Vlug mijn paard gezadeld!—</p>
+<p class="line">Roep Stanley op; hij kome met zijn volk.</p>
+<p class="line">Ik wil mijn krijgers in de vlakte leiden,</p>
+<p class="line">En deze schikking kies ik voor ’t gevecht:</p>
+<p class="line">De voortocht strekk’ zich uit in volle lengte,</p>
+<p class="line">Gelijk uit paard- en voetvolk saamgesteld;</p>
+<p class="line">De handboogschutters nemen ’t midden in;</p>
+<p class="line">John hertog Norfolk, Thomas graaf van Surrey</p>
+<p class="line">Zijn de oversten van ’t voetvolk en de ruiters.</p>
+<p class="line">Zijn deze aldus op weg, dan volgen wij</p>
+<p class="line">Met onze hoofdmacht, die aan wederzij</p>
+<p class="line">De keur der ruiterij tot vleugel heeft.</p>
+<p class="line">Zoo, en Sint George als hulp!—Wat dunkt u, Norfolk?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Norfolk.</b></p>
+<p class="line">Een goede schikking, oorlogshafte vorst.—</p>
+<p class="line">Dit vond ik hedenmorgen in mijn tent.</p>
+</div>
+<p class="stage">(<i>Hij geeft den Koning een stuk papier.</i>)</p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard</b></p>
+<p class="line">(<i>leest</i>).
+</p>
+<div class="lg">
+<p id="kr3.v.3.304" class="line kr3.v.3.304">„Hans Norfolk, tijdig heil gezocht!
+</p>
+<p class="line kr3.v.3.304">„Uw meester Dick is verraden, verkocht.”</p>
+</div>
+<p class="line">Dit is een loos verzinsel van den vijand.—</p>
+<p class="line">Gaat, heeren, ieder uwer op zijn post.</p>
+<p class="line">Geen beuzelpraat van droomen breng’ ons angst;</p>
+<p class="line">Geweten is een lafaardswoord, een vond,</p>
+<p class="line">Die sterken, geeft men toe, in banden legt;<span class="pageNum" id="pb265">[<a href="#pb265">265</a>]</span></p>
+<p class="line">De vuist zij ons geweten, ’t zwaard ons recht.</p>
+<p class="line">Vooruit, grijpt aan, vooruit steeds, moedig, fel,</p>
+<p class="line">Zoo niet ten hemel, dan te zaam ter hel!—</p>
+<p id="kr3.v.3.314" class="line"><span class="stage">(<i>Tot de troepen.</i>)</span> Wat heb ik meer te zeggen, dan ik deed?</p>
+<p class="line">Bedenkt, met wie gij u te meten hebt:</p>
+<p class="line">Een troep landloopers, schooiers en schavuiten,</p>
+<p class="line">Bretagner schuim en lage slaafsche boeren,</p>
+<p class="line">Door ’t land, dat hunner zat is, uitgebraakt</p>
+<p class="line">Tot doldriest woeden en een zeek’ren dood.</p>
+<p class="line">Gij sliept in veiligheid, zij brengen onrust;</p>
+<p class="line">Gij roemt op landerijen, schoone vrouwen,</p>
+<p class="line">Die willen ze u betwisten, deze schenden.</p>
+<p class="line">En dan, wie voert hen aan? een kale jonker,</p>
+<p class="line">Die in Bretagne ’t brood at onzer moeder!</p>
+<p class="line">Een melkmuil, die zijn leven lang zich nooit</p>
+<p class="line">Tot boven de enkels in de sneeuw gewaagd heeft!</p>
+<p class="line">Komt, dit gespuis weer over zee gezweept,</p>
+<p class="line">Die drieste Fransche schooiers weggegeeseld,</p>
+<p class="line">Dit hong’rig, levensmoede bedelvolk, <span class="lineNum">329</span></p>
+<p class="line">Dat, had het van dit waagspel niet gedroomd,</p>
+<p class="line">Uit nood, kaal rattenbroed! zich had verhangen.</p>
+<p class="line">Neen, moeten we overwonnen zijn, dan zij ’t</p>
+<p class="line">Door mannen, niet door die Bretagner bastaards,</p>
+<p class="line">Door onze vaad’ren in hun eigen land</p>
+<p class="line">Geklopt, gestriemd, gedorscht, aan bare schande</p>
+<p class="line">Ter prooi gelaten! En die zouden ons</p>
+<p class="line">Ons land ontnemen, onze vrouwen, dochters</p>
+<p class="line">Onteeren, schenden?—<span class="stage">(<i>Trommen in de verte.</i>)</span> Luistert, ’k hoor hun trommen.</p>
+<p class="line">Strijdt, Eng’lands ridderschap! strijdt, stoute burgers!</p>
+<p class="line">Spant, schutters, uwen boog tot aan de wang!</p>
+<p class="line">Spoort uwe fiere rossen, waadt door bloed,</p>
+<p class="line">Verbaast het luchtruim met uw lansgesplinter!</p>
+</div>
+<p class="stage">(<i>Een Bode komt op.</i>)</p>
+<div class="sp">
+<p class="line">Wat zegt lord Stanley? komt hij met zijn volk?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Bode.</b></p>
+<p class="line">Mijn vorst, hij weigert hier te komen.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p class="line">Dan George Stanley ’t hoofd af!</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Norfolk.</b></p>
+<p class="line">Mijn vorst, de vijand is ’t moeras reeds over;</p>
+<p class="line">Dat George Stanley sterve na den slag.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p class="line">Veel duizend harten zwellen in mijn borst.</p>
+<p class="line">Vooruit de standaards! valt den vijand aan!</p>
+<p class="line">Onze oude krijgsroep: „Voor Sint George en Eng’land!”</p>
+<p class="line">Beziel’ ons met den haat van vuur’ge draken!</p>
+<p class="line">Op onze helmen troont de zege; voort!</p>
+</div>
+<p class="stage alignright">(<i>Allen af<span class="corr" id="xd33e11215" title="Niet in bron">.</span></i>)</p>
+</div>
+</div>
+<div id="kr3.v.4" class="div2 scene"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#kr3.v.4.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h3 class="main">VIERDE TOONEEL.</h3>
+<p class="stage"><i>Een ander gedeelte van het veld.</i></p>
+<p class="stage"><i>Krijgsgedruisch; heen en weer trekken van troepen.</i> <span class="sc">Norfolk</span> <i>komt op met troepen</i>, <span class="sc">Catesby</span> <i>gaat op hem toe</i>.</p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Catesby.</b></p>
+<p class="line">Ter hulp, mylord van Norfolk, op! ter hulp!</p>
+<p id="kr3.v.4.2" class="line">’t Is bovenmenschelijk, wat de koning doet;</p>
+<p class="line">Hij trotst op dood en leven ied’ren vijand.</p>
+<p class="line">Zijn paard is dood; hij vecht te voet steeds voort,</p>
+<p class="line">En zoekt naar Richmond in den muil des doods.</p>
+<p class="line">Breng hulp, mylord, of alles is verloren.</p>
+</div>
+<p class="stage">(<i>Krijgsgedruisch. Koning</i> <span class="sc">Richard</span> <i>komt op</i>.)</p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p id="kr3.v.4.7" class="line">Een paard! een paard! gansch Eng’land voor een paard!</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Catesby.</b></p>
+<p class="line">Wijk, wijk, mijn vorst; ik help u aan een paard.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Koning Richard.</b></p>
+<p class="line">Gij slaaf! ik zette op éénen worp mijn leven,</p>
+<p class="line">En zet het waagspel tot het einde voort.</p>
+<p class="line">Er zijn zes Richmonds in het veld, geloof ik;</p>
+<p class="line">’k Versloeg er heden vijf in plaats van hem.—</p>
+<p class="line">Een paard! een paard! gansch Eng’land voor een paard!</p>
+</div>
+<p class="stage alignright">(<i>Allen af.</i>)</p>
+</div>
+</div>
+<div id="kr3.v.5" class="div2 last-child scene"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#kr3.v.5.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h3 class="main">VIJFDE TOONEEL.</h3>
+<p class="stage"><i>Een ander gedeelte van het veld.</i></p>
+<p class="stage"><i>Krijgsgedruisch. Koning</i> <span class="sc">Richard</span> <i>en</i> <span class="sc">Richmond</span> <i>komen op en gaan vechtend heen.—Sein tot terugroeping en trompetgeschal. Dan komen
+op</i>: <span class="sc">Richmond</span>, <span class="sc">Stanley</span> <i>met de kroon, verscheiden andere Lords, en troepen</i>.</p>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Richmond.</b></p>
+<p class="line">Gode en uw zwaard zij dank, zeeghafte vrienden,</p>
+<p class="line">Ons is het slagveld en de bloedhond dood.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Stanley.</b></p>
+<p class="line">Schoon, dapp’re Richmond, hebt gij u gekweten!</p>
+<p class="line">Zie hier, dit lang geroofde koningskleinood</p>
+<p class="line">Heb ik aan ’t doode hoofd des snooden moord’naars<span class="pageNum" id="pb266">[<a href="#pb266">266</a>]</span></p>
+<p class="line">Ontrukt, om u de slapen mee te sieren;</p>
+<p class="line">Aanvaard het, draag het lang, hernieuw zijn glans!</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Richmond.</b></p>
+<p class="line">Gij, God hierboven, zeg hier „Amen” toe;—</p>
+<p class="line">Maar zeg mij, leeft de jonge George nog?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Stanley.</b></p>
+<p class="line">Hij leeft, in veiligheid, in Leicester, heer,</p>
+<p class="line">Waarheen, zoo ’t u behaagt, wij allen gaan.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Richmond.</b></p>
+<p class="line">Wie vielen er, van naam, aan beide zijden?</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Stanley.</b></p>
+<p class="line">Lord Walter Ferrers, hertog John van Norfolk,</p>
+<p class="line">Sir Robert Brakenbury, Sir William Brandon.</p>
+</div>
+<div class="sp">
+<p class="speaker"><b>Richmond.</b></p>
+<p class="line">Begraaft hen naar hun rang en hun geboorte.</p>
+<p class="line">Verkondt genade aan elk voortvluchtig krijger,</p>
+<p class="line">Die onderdanig tot ons wederkeert.</p>
+<p class="line">Dan willen wij de roode en witte roos,</p>
+<p class="line">Gelijk ik zwoer bij ’t sacrament, vereenen;—</p>
+<p class="line">De Hemel lach’ het toe, dit schoon verbond,</p>
+<p class="line">Die lang met donk’ren blik den krijg aanschouwde;— <span class="lineNum">21</span></p>
+<p class="line">Wie pleegt verraad en zegt hierop geen amen?</p>
+<p class="line">Lang sneed dolzinnig Eng’land zich in ’t vleesch;</p>
+<p class="line">Blind stortte lang de broeder ’s broeders bloed;</p>
+<p class="line">Woest werd de vader moord’naar van zijn zoon,</p>
+<p class="line">De zoon, uit noodweer, slachter van zijn vader;</p>
+<p class="line">’t Werd al verdeeld door York en Lancaster,</p>
+<p class="line">Door gruwzame verdeeldheid zelf verdeeld.—</p>
+<p id="kr3.v.5.29" class="line">O, mogen Richmond en Elizabeth,</p>
+<p class="line">Van beide huizen de rechtmatige erven,</p>
+<p class="line">Zich nu vereenen door Gods wijs bestel!</p>
+<p class="line">En moog’ hun kroost,—zoo gij, o God, dit wilt,—</p>
+<p class="line">De toekomst met een zoeten vrede zeeg’nen,</p>
+<p class="line">Met dagen van geluk en rijken bloei!</p>
+<p class="line">Verstomp, genadig God, het zwaard der boozen,</p>
+<p class="line">Wier wensch is, zulke dagen te doen keeren,</p>
+<p class="line">Waarin arm Eng’land weent met stroomen bloeds!</p>
+<p class="line">Hij sterve en hebb’ geen deel aan Eng’lands zegen,</p>
+<p class="line">Die aan den vrede zwart verraad wil plegen!</p>
+<p class="line">De twist is dood, en vreê voegt allen samen;</p>
+<p class="line">Lang leev’ die hier, en gij, o God, zeg Amen!</p>
+</div>
+<p class="stage alignright">(<i>Allen af.</i>)</p>
+</div>
+</div>
+</div>
+</div>
+<div id="kr3.aant" class="div1 act"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#kr3.aant.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h2 class="main">AANTEEKENINGEN.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Shakespeare ontleende de stof voor zijn „Koning Richard&nbsp;III” aan de kronieken van
+Hall en <span class="corr" id="xd33e11389" title="Bron: Holished">Holinshed</span>; deze beide,—en wel voornamelijk de eerste, want Holinshed heeft uit Hall geput,—gronden
+hun verhaal op <i>Sir</i> <span class="sc">Thomas More’s</span> <i lang="en">Tragical History of Richard&nbsp;III</i><span class="corr" id="xd33e11399" title="Niet in bron">.</span> More’s bron waren mondelinge mededeelingen van John Morton, bisschop van Ely, die,
+zooals ook in Sh.’s stuk vermeld wordt, de zijde van den hertog van Richmond gekozen
+heeft. Dat het beeld, door More van Richard gegeven, zeer donker gekleurd is, kan
+dus niet bevreemden. Maar het moge in bijzonderheden onjuist, hier en daar verkeerd
+getint zijn, dat het in grondtrekken niet gelijkend is, kan men daarom geenszins beweren.
+Aan de gelijkenis van het door Hall geschetste beeld werd in Shakespeare’s tijd ten
+minste niet getwijfeld, en ook de geschiedvorschers van den lateren tijd erkennen,
+naar aanleiding van de karige berichten, die uit deze schrikkelijke tijden tot ons
+gekomen zijn, dat Richard een vorst was van grooten aanleg, doordrongen van eergierigheid
+en heerschzucht, die zijn plannen met onverzettelijke geestkracht wist uit te voeren,
+zonder zich door goddelijke of menschelijke wetten te laten weerhouden.
+</p>
+<p>Dat Shakespeare bij de schepping van dit beeld des demonischen dwingelands de aanwijzingen
+zijner kronieken over het algemeen getrouw gevolgd heeft, zou door uitvoerige uittreksels
+kunnen blijken; vooreerst zij het voldoende, het door een enkel voorbeeld te staven.
+</p>
+<p>In de kroniek van Hall vindt men de volgende karakterschets van Richard&nbsp;III:
+</p>
+<p>„Richard, hertog van Gloster, was in geest en moed zijn’ broeders Edward en George
+gelijk, maar stond in lichaamsschoon en trekken ver bij beiden achter; want hij was
+klein van gestalte, slecht gevormd van ledematen, <span class="pageNum" id="pb267">[<a href="#pb267">267</a>]</span>krom van rug, zijn linkerschouder veel hooger dan de rechter, met harde gelaatstrekken,
+wat men bij grooten een krijgshaftig gelaat, en bij mindere personen een norsch gezicht
+noemt. Hij was boosaardig, wraakzuchtig en afgunstig, en men verhaalt, dat zijn moeder
+hem eerst na zwaren arbeid het leven geschonken had en dat hij met de voeten vooruit
+ter wereld was gekomen, zooals de mensch uitgedragen wordt, en zooals het gerucht
+loopt, niet zonder tanden. In hoeverre zijn haters dit tegen de waarheid in hebben
+uitgestrooid, of wel de natuur haar gang veranderd heeft bij den aanvang van hem,
+die in zijn leven menige onnatuurlijke daad bedreef, laat ik aan Gods oordeel over.
+Hij was geen slecht bevelhebber in den oorlog, waar zijn gezindheid meer toe geneigd
+was dan tot den vrede. Verscheidene overwinningen had hij en ettelijke nederlagen,
+maar deze nooit door de schuld van hemzelf, wegens het ontbreken hetzij van moed hetzij
+van beleid. Ruim was hij in zijn uitgaven en zelfs boven zijn vermogen mild; met groote
+gaven verwierf hij onbestendige vriendschap, waartoe hij elders borgde, plunderde
+of afperste, welk doen hem bestendigen haat verwierf. Hij was gesloten en achterhoudend,
+een diep huichelaar, nederig in zijn manieren, hoovaardig van harte, uitwendig vertrouwelijk
+als hij inwendig haatte, nooit nalatend hem te kussen, dien hij van plan was te dooden;
+onverzoenlijk en wreed, niet altijd uit boozen wil, maar vaak uit eerzucht en om zijn
+doel te bereiken; vriend en vijand waren hem onverschillig, wanneer zijn voordeel
+in het spel kwam; hij ontzag den dood van geen mensch, wiens leven zijn plannen in
+den weg stond. Hij versloeg in den Tower koning Hendrik&nbsp;VI, zeggende: „Nu is er geen
+mannelijk erfgenaam van Edward&nbsp;III dan wij van het huis van York”, welke moord begaan
+werd zonder toestemming van koning Edward die dit slachterswerk eer aan een ander
+dan aan zijn eigen broeder zou hebben opgedragen. Ettelijke wijze mannen gelooven,
+dat zijn drijven ook niet ontbrak, om zijn eigen broeder Clarence den dood aan te
+doen, waar hij zich naar allen schijn tegen verzette, hoewel hij er inwendig naar
+streefde. En de grond hiervan was, zooals menschen, die zijn daden en handelingen
+gadesloegen, opmerkten, dat hij reeds lang in koning Edwards tijd er aan dacht, de
+kroon te erlangen, in geval de koning zijn broeder, wiens leven, naar hij wachtte,
+door zijn losbandigheid zou verkort worden, mocht komen te sterven, gelijk dan ook
+gebeurde, terwijl zijn kinderen nog jong waren. En als dan de hertog van Clarence
+nog leefde, zou zijn voorgenomen plan zeer gehinderd worden; want als de hertog van
+Clarence trouw was gebleven aan zijn neef den jongen koning, of zelf koning had willen
+worden, zou zoowel het een als het ander een booze hinderpaal geweest zijn op den
+weg van den hertog van Gloster; maar als hij zeker was, dat zijn broeder Clarence
+dood was, wist hij, dat hij zonder zooveel te wagen aan het werk kon gaan. Maar omtrent
+deze punten bestaat geen zekerheid, en wie raadt of gist, kan evengoed te kort als
+te ver schieten; maar deze gissing kwam,—wat zelden het geval is,—later uit, zooals
+gij in het vervolg vernemen zult”.
+</p>
+<p>Men ziet, dat Shakespeare de persoonlijkheid van Richard inderdaad gevormd heeft naar
+de aanwijzingen der kroniek en ook verdere bijzonderheden aan deze ontleend heeft.
+Om een geheel te scheppen heeft de dichter natuurlijk de gebeurtenissen, die door
+eenige jaren afstands gescheiden zijn, moeten samendringen. Het was in 1471, dat Hendrik&nbsp;VI
+in den Tower vermoord werd gevonden,—men vergelijke de aanteekeningen op „Koning Hendrik&nbsp;VI”
+en ook de geslachtslijst—en eerst omtrent twee jaren later huwde Richard met Anna
+Nevil, vroeger bruid van prins Edward, den bij Tewksbury verslagen zoon van Hendrik&nbsp;VI.
+De bestorming van Anna door Richard aan Hendriks lijkbaar is een dichterlijke vond.—Zij
+en Isabella Nevil, de gemalin van Clarence, waren de eenige kinderen van den machtigen
+graaf van Warwick, die groote bezittingen had nagelaten. Clarence zag, schoon zijn
+vrouw hem haar aandeel aan haars vaders nalatenschap had aangebracht, het huwelijk
+van Richard met de rijke Anna met leede oogen aan, en oneenigheid tusschen de beide
+broeders was er het gevolg van. Dat Richard daarom naar den dood van Clarence zou
+gestreefd hebben, is echter volstrekt onbewezen. Clarence gaf zelf, na den dood zijner
+gemalin in 1476, aan koning Edward aanleiding, dat deze hem in 1477 van hoogverraad
+beschuldigde; hij werd gerechtelijk ter dood veroordeeld en stierf in Febr. 1478 in
+den Tower, op welke wijze is onbekend; onder het volk werd weldra verteld, dat hij
+in een vat malvezijwijn verdronken was, en later werd zijn dood aan Richard van Gloster
+ten laste gelegd. Koning Edward overleefde hem ruim vijf jaren en stierf in April
+1483, na in <span class="pageNum" id="pb268">[<a href="#pb268">268</a>]</span>zijn laatste ziekte getracht te hebben een verzoening tot stand te brengen tusschen
+beide partijen, die aan zijn hof elkander vijandig tegenover stonden, de verwanten
+der koningin en den ouden adel. Na den dood van Edward&nbsp;IV volgden de in dit stuk ten
+tooneele gevoerde gebeurtenissen snel op elkander. Nog in Mei werden Rivers en zijn
+medestanders gevangen genomen, Richard tot Protector en Defensor des rijks en voogd
+van den jongen koning benoemd; lord Hastings werd 13 Juni gevangen genomen en terechtgesteld,
+Richard 26 Juni gekroond. In hetzelfde jaar stond Buckingham op; hij werd 2 Nov. 1483
+onthoofd. In 1484 verloor Richard zijn eenigen wettigen erfgenaam, zijn zoon Edward,
+prins van Wales, van wien door Shakespeare geen gewag wordt gemaakt. In Maart 1485
+stierf zijn vrouw Anna; op 1 Aug. van dit jaar landde Hendrik Richmond in Milfordhaven
+bij Pembroke en op 22 Aug. sneuvelde Richard na manmoedigen strijd op het slagveld
+bij Bosworth. Wat de door Sh. gebezigde kronieken van al deze gebeurtenissen verhalen,
+behoeft hier niet te worden medegedeeld; op enkele bijzonderheden zal in het vervolg
+dezer aanteekeningen gewezen worden; over het geheel week hij weinig van de kronieken
+af.
+</p>
+<hr class="tb"><p>
+</p>
+<p>Koning Richard&nbsp;III is zoozeer het onmiddellijk vervolg van de drie deelen van Koning
+Hendrik&nbsp;VI, dat het stuk ongetwijfeld kort na deze geschreven is; men mag vermoeden
+in 1593, misschien in 1594 of 1595. Het stuk werd op 20 October 1597 in het register
+der boekhandelaars ingeschreven en in dit jaar ook uitgegeven, onder den titel: <i lang="en">The Tragedy of King Richard the third. Containing, His treacherous Plots against his
+brother Clarence: the pittiefull murther of his innocent nephewes: his tyrannical
+usurpation: with the whole course of his detested life, and most deserued death. As
+it hath beene lately Acted by the Richt honourable the Lord Chamberlaine his Seruants.
+At London Printed by Valentine Sims, for Andrew Wise, dwelling in Paulus Churchyard,
+at the signe of the Angell.</i> 1597.—Op deze eerste uitgave in quarto volgde in 1598 een tweede, die op den titel
+den schrijver noemt: <i lang="en">By William Shake-speare</i>, in 1602 een derde, die, evenals de volgende quarto-uitgaven, van 1605, 1615 enz.
+op den titel de woorden <i lang="en">Newly augmented</i> draagt; zij onderscheiden zich echter vooral door meer drukfouten en onbeteekenende
+afwijkingen van de eerste; slechts op enkele plaatsen zijn verbeteringen aangebracht.
+In de folio-uitgave van Shakespeare’s dramatische werken, van 1623, draagt het stuk
+den titel: <i lang="en">The Tragedy of Richard the Third: with the Landing of Earle Richmond, and the Battell
+at Bosworth Field</i>; terwijl het in de bovenschriften der bladzijden <i lang="en">The Life and Death of Richard the Third</i> genoemd wordt.
+</p>
+<p>De eerste quarto-uitgave van „K. Richard&nbsp;III” onderscheidt zich gunstig van de quarto-uitgaven
+der meeste andere stukken; de tekst is zeer leesbaar, een groot verschil b.v. met
+dien der quarto-uitgave van „Koning Lear,” waarover men de aanteekeningen op dit stuk
+nazie. Geen wonder, dat de beide uitgaven, de eerste quarto en de folio, met alle
+zorg vergeleken zijn, met name door Delius en Alexander Schmidt, zooals men in het
+Shakespeare-Jahrbuch van 1872 en van 1880 kan vinden. Het resultaat der onderzoekingen
+is het volgende: de echte tekst van „Koning Richard&nbsp;III” wordt gegeven door de folio-uitgave.
+Aan dezen lag een handschrift ten grondslag, dat wel niet het oorspronkelijke van
+<span class="corr" id="xd33e11432" title="Bron: Schakespeare">Shakespeare</span> zal geweest zijn, maar toch zeker door afschrijven er van gekregen was. Bij het afschrijven
+zijn ongetwijfeld fouten begaan, bij het drukken eveneens, zoo zelfs, dat er enkele
+regels zijn weggevallen maar het geheel is toch de eenig ware bron voor den tekst.
+De eerste quarto-uitgave daarentegen is, gelijk bepaald door Alex Schmidt werd aangetoond,
+ontstaan door het opschrijven van het stuk, als het gespeeld werd; de nauwkeurige
+vergelijking der beide teksten maakt dit hoogstwaarschijnlijk. Bij het verkort opschrijven
+bleven enkele woorden achterwege en werden later ingevuld, of een woord werd met een
+of een paar letters aangeduid en bij het overschrijven werd het door een ander, dat
+even goed of bijna even goed in den zin paste, vervangen, in plaats van een woord
+werd een ander verstaan, versregels werden door het invoegen of weglaten van een minder
+wezenlijk woord bedorven, de eene acteur werd voor den anderen aangezien, of er werd,
+als één acteur in twee rollen optrad, niet behoorlijk onderscheiden, wie door hem
+voorgesteld werd, een acteur sprak zijn rol niet geheel juist of voegde er iets in,
+kortom, de tekst der quarto’s vertoont vele afwijkingen, die alleen uit het haastig
+opteekenen van het gehoorde woord te verklaren zijn. De uitgever heeft zich <span class="pageNum" id="pb269">[<a href="#pb269">269</a>]</span>inderdaad moeite gegeven om een draaglijken tekst te leveren en het in orde brengen
+van het handschrift aan iemand opgedragen, die vrijwel voor zijn taak berekend was
+en blijkbaar ook begrip van versbouw had, want men vindt verscheidene verzen beter
+ingedeeld dan in de folio-uitgave; maar als de snelschrijver woorden had uitgelaten
+of door andere vervangen, die de maat van het vers storen, bleven de regels natuurlijk
+gebrekkig, en zulke regels zijn er niet weinige; te meer op te merken, daar Shakespeare
+in den tijd, waarin hij den Richard&nbsp;III schreef, zich geenszins de vrijheden en onregelmatigheden
+in den versbouw veroorloofde, die men in zijn latere werken opmerkt.—Bij den derden
+druk wordt het stuk „opnieuw vermeerderd” genoemd; dit is eenvoudig niet waar; maar
+er zijn toch hier en daar veranderingen aangebracht; het blijkt, dat men, door nogmaals
+het spelen van het stuk bij te wonen, getracht heeft verbeteringen aan te brengen;
+van tijd tot tijd vindt men, voor de vroegere lezing der quarto’s, de echte der folio-uitgave
+terug.
+</p>
+<p>Is het als bewezen, ten minste als zeer waarschijnlijk te beschouwen, dat de tekst
+der quarto-uitgaven door opschrijven van het gesproken woord in den schouwburg ter
+sluiks verkregen is, dan kan zij ook niet als de echte beschouwd worden en mag zij
+niet voor een uitgave van den tekst ten grondslag worden gelegd, zooals dit geschied
+is door de bezorgers der groote Cambridge-uitgave en der Globe-editie van Sh.’s werken,
+Aldis en Wright, die aangaande het ontstaan van den tekst der quarto-uitgave andere
+denkbeelden koesterden, waarvan de onjuistheid uit de onderzoekingen van Delius en
+Alex. Schmidt voldingend gebleken is. Bij de vertaling is daarom niet de tekst der
+Globe-editie ten grondslag gelegd, maar een andere, welke zich aan die der folio-uitgave
+houdt, zooals die van Delius of Knight.
+</p>
+<p>Al is de tekst der quarto-editie op slinksche wijs verkregen en niet als gezaghebbend
+te beschouwen, toch is zij van groot nut voor het verkrijgen van een zuiveren tekst.
+De folio-uitgave munt niet door een zorgvuldige correctie uit en het gebeurt meermalen,
+dat de tooneelspelers blijken juist gesproken, de snelschrijvers juist geschreven
+te hebben, waar de zetter der folio-uitgave verkeerd las of spelde. In die gevallen
+doet de quarto-editie de ware lezing kennen. Bij den druk der folio-uitgave zijn zelfs
+enkele regels door de slordigheid van den zetter weggevallen, die uit de quarto’s
+weder ingevoegd moeten worden.—Maar wij hebben meer aan de quarto’s te danken: het
+begin van het derde bedrijf, namelijk reg. 1—166 van het eerste tooneel, en een aanzienlijk
+deel van het vijfde bedrijf, namelijk het geheele slot van het stuk van reg. 177,
+misschien reeds van reg. 69 van het derde tooneel af, is zeker niet naar het handschrift,
+maar,—een nauwkeurige vergelijking leert het,—naar de derde quarto-uitgave, die van
+1602, afgedrukt, waarbij de zetter nog slordig genoeg was om twee en een halven regel,
+V. 3. 212—214 weg te laten. Waarschijnlijk was het handschrift, dat zeker bij de vertooningen
+veelvuldig dienst had gedaan, hier verminkt geraakt of onleesbaar geworden. Dit is
+te meer te bejammeren, omdat zoowel van de toespraak van Richmond tot zijn leger,
+V. 3 237, als van die van Richard, V. 3. 314, het begin schijnt te ontbreken; misschien
+werden zij bij het spelen door de acteurs ter bekorting,—niet altijd worden kappingen
+met beleid gedaan,—in dien verminkten vorm voorgedragen. Want de quarto-uitgave levert
+het stuk niet, zooals het geschreven, maar zooals het in 1597 gespeeld werd en blijkbaar
+werd het toen reeds bekort. De folio-uitgave bevat omtrent honderdentwintig regels
+meer; eens, in het lange onderhoud tusschen Richard en Koningin Elizabeth, in het
+vierde tooneel van het vierde bedrijf, ontbreken in de quarto-uitgave zelfs vijfentwintig
+achtereenvolgende regels. Opmerking verdient hierbij, dat verscheidene der ontbrekende
+regels, die ons alleen in de folio-uitgave bewaard gebleven zijn, dit stuk als een
+vervolg van „Koning Hendrik&nbsp;VI” kenschetsen en er mede verbinden. Men mag hieruit
+afleiden, dat het toen reeds meer gegeven werd dan de deelen van „K. Hendrik&nbsp;VI,”
+en daarom losgemaakt uit dit verband en als zelfstandig stuk gespeeld, waarbij de
+bedoelde regels konden vervallen. Maar dan was het zeker reeds eenigen tijd gespeeld;
+en dit bevestigt, wat boven gezegd is, dat het in 1593, uiterlijk in 1594 of 1595
+zal geschreven zijn. Dat het langen tijd gaarne gezien werd, blijkt reeds uit de herhaalde
+quarto-drukken; bovendien vindt men aangeteekend, dat Henslowe, directeur van een
+tooneelgezelschap, in 1602 aan Ben Jonson de som van tien pond betaalde voor een door
+hem te schrijven stuk „Richard Bochelrug,”—<i lang="en">Richard Croockback</i>,—waardoor Henslowe <span class="pageNum" id="pb270">[<a href="#pb270">270</a>]</span>zeker hoopte met Sh.’s troep te kunnen mededingen.—Reeds vóór Sh. viel het onderwerp
+in den smaak; in 1579 werd te Cambridge in St. Johns College een Latijnsch stuk van
+Dr. Legge, <i>Richardus Tertius</i>, gespeeld en vond veel bijval, en in 1594 verscheen: <i lang="en">The True Tragedie of Richard the third: Wherein is showne the death of Edward the
+fourth, with the smothering of the two yoong Princes in the Tower: With a lamentable
+ende of Shores wife, an example for all wicked women. And lastly, the coniunctoin
+and ioyning of the two noble Houses, Lancaster and Yorke. As it was playd by the Queens
+Maiesties Players. London Printed by Thomas Creede, and are to be sold by William
+Barley</i> etc 1594. Het zou kunnen zijn, dat dit oudere stuk werd uitgegeven, toen Sh.’s stuk
+reeds gespeeld en toegejuicht werd, in de hoop, dat velen deze <i>ware tragedie</i> voor het nieuwe stuk zouden aanzien en des te eerder het boek koopen.
+</p>
+<hr class="tb"><p>
+</p>
+<p><a href="#kr3.i.1.1">I. 1. 1.</a> <span class="ex">Nu werd de winter</span> enz. De woorden: „zon van York” zinspelen op het wapen der familie York, een door
+de wolken brekende zon; zie „3 Koning Hendrik&nbsp;VI” II. 2. 39.
+</p>
+<p><a href="#kr3.i.1.14">I. 1. 14.</a> <span class="ex">Doch ik, geenszins gevormd</span> enz. Men vergelijke „3 Koning Hendrik&nbsp;VI”, V. 6. 78.
+</p>
+<p><a href="#kr3.i.1.17">I. 1. 17.</a> <span class="ex">Dart’le, luchte nimfen.</span> In ’t Engelsch: <i lang="en">a wanton ambling nymph</i>. <i lang="en">Ambling</i> is het woord voor den telgang en beteekent hier eenvoudig een vluggen, luchten gang,
+<i lang="en">going smoothly</i>. Het wordt ook wel gebruikt voor een geaffecteerden gang, aangenomen om de aandacht
+te trekken, doch hier behoeft men er die beteekenis niet aan te hechten.
+</p>
+<p><a href="#kr3.i.1.56">I. 1. 56.</a> <span class="ex">Hem spelde een <span class="corr" id="xd33e11492" title="Bron: wichlaar">wich’laar</span>, zegt hij, dat een G</span> enz. Volgens Holinshed was aan koning Edward voorspeld, dat een man, wiens naam met
+G begon, voor zijn huis gevaarlijk zou worden, en meende hij, dat zijn broeder George
+van Clarence er mee bedoeld werd; Gloster behoorde ten tijde, dat Clarence gedood
+werd, tot de trouwste aanhangers des konings. Dat Gloster de hand heeft gehad in George’s
+dood, was een volksoverlevering, die door de geschiedenis niet gestaafd wordt.
+</p>
+<p><a href="#kr3.i.1.73">I. 1. 73.</a> <span class="ex">Mejuffer Shore.</span> De vrouw van een Londensch burger, met name Shore, was langen tijd de bevoorrechte
+geliefde van koning Edward. Zij was zeer schoon, vroolijk, bevallig en goedhartig;
+zij had grooten invloed op den koning, maar bezigde dien enkel, om anderen te helpen,
+niet tot eigen voordeel of tot verheffing der haren. In dit opzicht verschilde zij
+zeer van de koningin, die dadelijk na haar huwelijk haar broeders, zusters en haar
+zonen uit haar eerste huwelijk in rang liet verhoogen en voordeelige huwelijken deed
+sluiten, wat den ouden adel zeer in de oogen stak en groot ongenoegen wekte. Van Shore’s
+vrouw spreken daarom de kronieken zonder bitterheid en beklagen haar zelfs, omdat
+zij, die na ’s konings dood de geliefde van Hastings geworden was, weldra, toen deze
+terechtgesteld was, openlijk boete moest doen en in armoede verviel. Als Gloster een
+oogenblik later zegt, dat de koning de versleten weeuw (zie „3 Koning Hendrik&nbsp;VI”,
+III. 2), zijn vrouw,—vandaar in reg. 109 ook <span class="ex">koning Edwards weeuw</span> genoemd,—tot edelvrouw sloeg, overdrijft hij, want koningin Elizabeth was van adellijke
+geboorte en weduwe van een ridder. Wat Shore’s vrouw betreft, deze werd nooit geadeld.
+</p>
+<p><a href="#kr3.i.1.115">I. 1. 115.</a> <span class="ex">Ik maak u vrij of raak voor u in <span class="corr" id="xd33e11512" title="Bron: hechtnis">hecht’nis</span>.</span> In ’t Engelsch: <i lang="en">I will deliver you or else lie for you</i>; of <span class="ex">anders lig ikzelf voor u</span> (in den kerker). Het Engelsche <i lang="en">to lie</i> beteekent zoowel <span class="ex">liggen</span> als <span class="ex">liegen</span>; meermalen maakt Sh. hiervan voor een woordspeling gebruik.
+</p>
+<p><a href="#kr3.i.1.158">I. 1. 158.</a> <span class="ex">Een ander diep verholen doel.</span> Inderdaad huwde Gloster Anna ongetwijfeld om haar groote schatten; men vergelijke
+boven blz. 267, waar ook reeds vermeld is, dat Gloster eerst lang na Hendriks dood
+Anna huwde. Het volgend tooneel, het aanzoek aan Hendriks lijkbaar, is geheel verdicht;
+historisch is alleen, dat het lijk van Hendrik&nbsp;VI, nadat het in de Paulskerk ten toon
+had gelegen, eerst naar <i lang="en">White Friars</i>, een deel van Londen, ten zuiden van Fleetstreet en ten oosten van den Temple, gebracht
+werd en vervolgens naar het klooster Chertsey, op drie mijlen afstands van de hoofdstad,
+om begraven te worden. Dit tentoonleggen van gestorven vorsten in de kerken geschiedde
+in die woeste tijden niet zoozeer om den doode eer te bewijzen, als wel om iedereen
+van den dood zekerheid te geven en het optreden van pretendenten te voorkomen.
+</p>
+<p><a href="#kr3.i.2.5">I. 2. 5.</a> <span class="ex">Heil’gen koning.</span> Hendrik&nbsp;VI was wegens zijn vroomheid bekend. <span class="pageNum" id="pb271">[<a href="#pb271">271</a>]</span>Hendrik&nbsp;VII heeft zelfs bij den paus moeite gedaan om hem heilig te doen verklaren,
+maar de paus was van meening, dat zijn vroomheid nog overtroffen werd door de beperktheid
+zijner geestvermogens.
+</p>
+<p><a href="#kr3.i.2.28">I. 2. 28.</a> <span class="ex">Het door mijn <span class="corr" id="xd33e11557" title="Bron: jongen">jonge</span> gade werd en u.</span> Rampzalig door mijn jongen gade, die stierf.—door u, die hem dooddet.
+</p>
+<p><a href="#kr3.i.2.55">I. 2. 55.</a> <span class="ex">Des dooden Hendriks wonden.… bloeden.</span> Naar een overoud volksgeloof begonnen de wonden van een verslagene te bloeden, als
+de moordenaar het lijk naderde. Holinshed verhaalt, dat de wonden van koning Hendrik
+weder begonnen te bloeden, toen men hem in de Paulskerk tentoonlegde.
+</p>
+<p><a href="#kr3.i.2.96">I. 2. 96.</a> <span class="ex">Doch uwe broeders sloegen ’t ras terzijde.</span> Vergelijk „3 Koning Hendrik&nbsp;VI”, V 5 42.
+</p>
+<p><a href="#kr3.i.2.151">I. 2. 151.</a> <span class="ex">O waren ’t basilisken.</span> Naar ’t oude volksgeloof doodde de blik van den basilisk.
+</p>
+<p><a href="#kr3.i.2.156">I. 2. 156.</a> <span class="ex">Dien oogen, die nooit rouwetranen kenden.</span> Deze en de volgende elf regels, die op „Koning Hendrik&nbsp;VI” terugwijzen, worden in
+de quarto-uitgaven gemist, ongetwijfeld wijl zij, toen „K. Richard&nbsp;III” meer als zelfstandig
+stuk gespeeld werd, bij de vertooning werden weggelaten; zie boven blz. 269.
+</p>
+<p><a href="#kr3.i.2.203">I. 2. 203.</a> <span class="ex">Die aanneemt, geeft nog niet.</span> In ’t Engelsch: <i lang="en">To take is not to give</i>. In de folio-uitgave staat deze regel niet, die dus uit de quarto-editie <span class="corr" id="xd33e11600" title="Bron: is">in</span> den tekst is opgenomen. Het kan zeer wel zijn, dat hij alleen door de slordigheid
+van den zetter ontbreekt, die juist hier nog een andere fout beging en voor de woorden
+<i lang="en">Vouchsafe to wear this ring</i>,—<span class="ex">Draag deze ring van mij</span>,—zeer ten onrechte de persoons-aanwijzing <i>Rich.</i> wegliet, alsof zij evenals de vorige door Anna gesproken werden. Het antwoord, dat
+zij, al nam zij Richards ring aan, hem er geen gaf en er zich dus niet met hem verloofde,
+was zeker in haar omstandigheden passend. Maar zij kon ook wel in haar verwarring
+geen woorden vinden en zich stilzwijgend den ring aan den vinger laten steken, waarop
+Gloster, haar hand nog vasthoudende, voortgaat: „Zie, hoe mijn ring om uwen vinger
+sluit.” Het stomme spel van Anna kon ruimschoots de woorden, die een laatste zwakke
+poging tot weerstand uitdrukken, vervangen. Het vermoeden, dat de woorden onecht zijn,
+wordt nog eenigszins versterkt door de bijzonderheid, dat in het voorafgaande al de
+gezegden, van Anna en van Gloster, halve alexandrijnen zijn en dat dan op vijf volledige
+regels een halve volgen zou. Deze bijzonderheid weegt ondertusschen niet zwaar, omdat
+men ook zeer wel na de woorden: „Steek op uw zwaard,” een pauze kan aannemen van een
+halven regel, zoodat met de woorden: „Zeg dan, wij zijn verzoend,” een nieuwe regel
+zou beginnen en de woordenwisseling met een volledigen alexandrijn sluiten. Het oordeel
+over de echtheid of onechtheid van den regel zal dus verschillen, naarmate men het
+zwijgen of spreken van Anna bij het aannemen van den ring beter en poëtischer vindt.
+Zijn de woorden onecht, dan zijn zij waarschijnlijk afkomstig van den tooneelspeler,
+die Anna voorstelde.—Voor de spel-aanwijzing: <i>Zij laat zich den ring aan den vinger steken</i>, vindt men in de Engelsche uitgaven: <i lang="en">She puts on the ring</i>. Dat zij den ring niet zelf aan den vinger moet steken, maar alleen kan dulden, dat
+Gloster het doet, zal ieder duidelijk zijn. De spel-aanwijzing heeft niet het minste
+gezag en is eerst door Johnson (1765) in den tekst gevoegd; zij moge dus voor de betere
+plaats maken, die door Oechelhäuser in zijn Essay over Richard&nbsp;III (1868), opgenomen
+in den derden band van het Shakespeare-Jahrbuch, aan de hand is gedaan.
+</p>
+<p><a href="#kr3.i.2.213">I. 2. 213.</a> <span class="ex">Naar <span class="corr" id="xd33e11623" title="Bron: Crosby-hof">Crosbyhof</span>.</span> In de folio-uitgave staat <i lang="en">Crosby-house</i>, in de quarto’s <i lang="en">Crosby-place</i>. Een prachtige woning in Londen, thans nog in wezen, gebouwd door Sir John Crosby,
+een aanzienlijk burger, die in 1470 sheriff was. Dat Richard, die in de city veel
+aanhangers had, er tijdelijk gewoond heeft, wordt door de geschiedenis vermeld.
+</p>
+<p><a href="#kr3.i.3.17">I. 3. 17.</a> <span class="ex">Daar zijn de lords van Buckingham en Stanley.</span> Hendrik Stafford, hertog van Buckingham, was van koninklijken bloede, zoowel van
+vaders- als van moederszijde, zie de geslachtslijst.—De edelman <i>Stanley</i> wordt in de eerste bedrijven van dit stuk <i>Derby</i>, in het vierde en vijfde bedrijf <i>Stanley</i> genoemd. In de meeste Engelsche uitgaven is, naar Theobalds voorgang, „Derby” in
+<i>Stanley</i> veranderd. Dat dit voor de duidelijkheid wenschelijk is, behoeft geen betoog, en
+in de vertaling moest daarom de naam <i>Stanley</i> alleen gebezigd worden, die bovendien juister is, want Stanley werd eerst bij de
+troonsbeklimming van Hendrik&nbsp;VII tot graaf van Derby verheven. Shakespeare koos den
+naam Derby waarschijnlijk, als in <span class="pageNum" id="pb272">[<a href="#pb272">272</a>]</span>Engeland meer bekend.—Stanley was gehuwd met Margaretha, vroeger weduwe van Edmond
+Tudor, graaf van Richmond, die als zoon van Catharina van Frankrijk uit haar tweede
+huwelijk, halfbroeder was van koning Hendrik&nbsp;VI. Zijzelve was de dochter van Somerset,
+een kleinzoon van Jan van Gendt, en reeds daardoor jegens het huis van York minder
+welwillend gezind. Haar zoon uit het eerste huwelijk, <i>Hendrik Richmond</i>, had aanspraak op den troon, dien hij later onder den naam van Hendrik&nbsp;VII Tudor
+beklom. Zie de geslachtslijst.—Het bovenstaande verklaart het volgend zeggen van de
+koningin Elizabeth: „Gravinne Richmond, enz.”
+</p>
+<p><a href="#kr3.i.3.68">I. 3. 68.</a> <span class="ex">Deed u ontbieden.</span> In het oorspronkelijke staat hier, in de folio-uitgave, slechts één regel: <i lang="en">Makes him to send, that he may learn the ground</i>: <span class="ex">doet hem nu zenden om den grond te weten</span>; in de quarto-uitgave vindt men:
+</p>
+<div lang="en" class="lgouter">
+<p class="line"><i>Makes him to send, that thereby he may gather</i>
+</p>
+<p class="line"><i>The ground of your ill-will, and so remove it.</i></p>
+</div>
+<p class="first">In beide is de zinbouw onnauwkeurig hetzij door toevallige onachtzaamheid van Sh.,
+hetzij om de ontroering der koningin uit te drukken, die vergeet, dat zij den zin
+met de woorden „De koning” begonnen is.
+</p>
+<p><a href="#kr3.i.3.81">I. 3. 81.</a> <span class="ex">Met gravenkronen</span> enz. In ’t Engelsch vindt men hier een woordspeling met <i lang="en">ennoble</i>, <span class="ex">adelen</span>, en <i lang="en">noble</i>, een rozenobel, een gouden munt.
+</p>
+<p><a href="#kr3.i.3.111">I. 3. 111.</a> <span class="ex">Dat kleine word’ nog minder.</span> Deze verschijning van koningin Margaretha,—zij komt op en verdwijnt als een spook,—is
+een dichtersvond; na den slag bij Tewksbury werd zij een poos gevangen gehouden en
+door haar vader Reignier vrijgekocht; na dien tijd betrad zij Engelands grond niet
+weer. Zie blz. 208.
+</p>
+<p><a href="#kr3.i.3.128">I. 3. 128.</a> <span class="ex">Voor het huis van Lancaster.</span> In het derde deel van „K. Hendrik&nbsp;VI”, III. 2. 8, beging Sh. de vergissing, den eersten
+man van koningin Elizabeth, Sir John (niet Richard, ook dit is er onjuist) Grey voor
+te stellen als aanhanger van het huis van York; hij streed voor het huis Lancaster.
+Ook Elizabeth behoorde van geboorte tot die partij; haar moeder was in eersten echt
+verbonden geweest met niemand minder dan den hertog van Bedford, den broeder van koning
+Hendrik&nbsp;V. Dat de verheffing harer familie tot hoogen rang de broeders van koning
+Edward en de hooge aanhangers van het huis van York zeer verbitterde, laat zich dus
+wel begrijpen, en Richard wist van die verbittering inderdaad voor zijn plannen behendig
+gebruik te maken.
+</p>
+<p><a href="#kr3.i.3.135">I. 3. 135.</a> <span class="ex">Zijn vader Warwick.</span> Clarence’s afval van zijn schoonvader Warwick komt voor in het derde deel van „K.
+Hendrik&nbsp;VI”, V. 1. 81.
+</p>
+<p><a href="#kr3.i.3.228">I. 3. 228.</a> <span class="ex">Wroetend zwijn.</span> Koningin Margaretha zinspeelt hier op den ever, dien Richard in zijn wapen en op
+zijn standaard voerde. Aan Sh. stond zeker het spotvers voor den geest: „De klacht
+van Collingbourne”, dat onder koning Richard aan Collingbourne, die het gemaakt had,
+het leven kostte, waarin de gewilligste aanhangers, of handlangers, van Richard, namelijk
+Catesby, Ratcliff en Lovel met dieren werden vergeleken. Het vers luidde:
+</p>
+<div lang="en" class="lgouter">
+<p class="line"><i>The cat, the rat, and Lovell our dog</i>
+</p>
+<p class="line"><i>Do rule all England under a hog;</i>
+</p>
+<p class="line"><i>The crookback’d boar the way hath found</i>
+</p>
+<p class="line"><i>To root our roses from the ground.</i></p>
+</div>
+<p class="first">Men kan dit aldus vertalen:
+</p>
+<div class="lgouter">
+<p class="line">De kat, de rat, en Lovel de hond,
+</p>
+<p class="line">Besturen ’t rijk, met een zwijn in verbond,
+</p>
+<p class="line">Daar de boch’lige ever ’t middel vond
+</p>
+<p class="line">De rozen te wroeten uit Englands grond.</p>
+</div>
+<p class="first"><a href="#kr3.i.4.1">I. 4. 1.</a> <span class="ex">Hoe ziet uw hoogheid</span> <i>enz.</i> In de folio-uitgave treedt, zooals hier in acht is genomen, een gevangenbewaarder
+op, met wien Clarence over zijn angsten spreekt; eerst later als Clarence slaapt komt
+de commandant van den Tower, Sir Robert Brakenbury, op.—De quarto’s vervangen den
+gevangenbewaarder dadelijk door Brakenbury. Men mag vermoeden, dat de folio bewaard
+heeft wat Shakespeare geschreven heeft, maar dat bij de opvoering meermalen de gevangenbewaarder
+door Brakenbury vervangen werd. Dan werd reg. 66, waar de folio <i lang="en">Ah keeper, keeper</i> heeft, gezegd <i>O Brakenbury</i>, zooals de quarto’s hebben; in reg. 73 hebben ondertusschen de quarto’s het woord
+<i>keeper</i> behouden.—Doch hoe dit zij, de beschouwingen van Brakenbury, reg. 75—83, en dus ook
+de „ongevoelde hersenschimmen,” <i lang="en">unfelt imaginations</i>, van reg. 80, duidelijkheidshalve door „ongenoten hersenschimmen” teruggegeven, hebben
+zeker geen betrekking op den droom van Clarence, maar op het genot of bezit der vorsten,
+dat slechts in de verbeelding bestaat, dat zij niet zinnelijk kunnen waarnemen, op
+<span class="pageNum" id="pb273">[<a href="#pb273">273</a>]</span>het denkbeeldig genot van hun vorstelijken rang.
+</p>
+<p><a href="#kr3.i.4.266">I. 4. 266.</a> <span class="ex">Spreekt, wie van u.</span> Dit vers en een drietal volgende worden alleen in de folio-uitgave gevonden, maar
+staan er waarschijnlijk een paar regels te vroeg; zij worden gewoonlijk verschikt,
+zooals Tyrwhitt het eerst gedaan heeft en in de vertaling gevolgd is. Andere uitgevers
+houden zich aan de quarto’s en laten ze weg.
+</p>
+<p><a href="#kr3.ii.1.7">II. 1. 7.</a> <span class="ex">Rivers en Hastings, reikt elkaar de hand.</span> Holinshed verhaalt, naar den voorgang van More, uitvoerig, hoe koning Edward, die
+zich anders om de oneenigheden aan zijn hof weinig bekreund had, in zijn laatste ziekte
+eendracht zocht te stichten, de vijandige edelen tot zich riep en met name Dorset
+en Hastings overreedde elkander de hand te reiken. Uit deze aanwijzingen heeft de
+dichter het groote twist- en dit verzoeningstooneel (I<span class="corr" id="xd33e11774" title="Niet in bron">.</span> 3. en II. 1.) geschapen. Evenals het optreden van koningin Margaretha, die in 1482
+stierf, is het verband, waarin Clarence’s dood hier voorkomt, een vinding des dichters.
+</p>
+<p><a href="#kr3.ii.1.67">II. 1. 67.</a> <span class="ex">En u, lord Woodville, en, lord Scales, ook u.</span> Deze regel komt in de quarto’s niet voor, wel in de folio; vele uitgevers, ook de
+<i lang="en">Globe-edition</i>, laten hem weg. Is de regel echt, dan heeft Shakespeare zich vergist, want Lord Rivers,
+Lord Woodville en Lord Scales zijn een en dezelfde broeder der koningin, die door
+koning Edward&nbsp;IV aan de rijke erfdochter van Lord Scales werd uitgehuwd en zoo den
+titel van Lord Scales verkreeg.
+</p>
+<p><a href="#kr3.ii.1.95">II. 1. 95.</a> <span class="ex">Mijn vorst, een gunst</span> enz. Schoon Clarence’s dood vijf jaren vroeger voorviel, 1578, putte Sh. hier toch
+weder uit de kronieken. Holinshed verhaalt, dat koning Edward later bitter berouw
+had over het dooden van Clarence en vaak, als iemand om genade voor een misdadiger
+smeekte, uitriep: „O ongelukkige broeder voor wiens leven niemand wilde smeeken!”
+</p>
+<p><a href="#kr3.ii.1.133">II. 1. 133.</a> <span class="ex">Kom, Hastings, leid mij naar mijn slaapvertrek.</span> Lord Hastings was opperkamerheer en wordt daarom tot dezen dienst geroepen.
+</p>
+<p><a href="#kr3.ii.2.89">II. 2. 89.</a> <span class="ex">Kalm, lieve moeder</span> enz. Deze regel en de elf volgende ontbreken in de quarto’s.
+</p>
+<p><a href="#kr3.ii.2.121">II. 2. 121.</a> <span class="ex">Den jongen prins van Ludlow halen ga.</span> Edward, de jonge prins van Wales, bij den dood zijns vaders dertien jaar oud, werd
+op het kasteel Ludlow in Wales opgevoed; men hoopte, dat zijn aanwezigheid aldaar
+gunstig zou werken en de woeste Wallisers in toom houden.—Toen Edward gestorven was,
+droeg de koningin-weduwe aan haar broeder op, den prins naar Londen te brengen. Gloster
+zette Hastings en Buckingham, beiden der koningin vijandig, aan, niet te dulden, dat
+de jonge koning onder de voogdij kwam zijner bloedverwanten van moederszijde en wist
+de koningin te overtuigen, dat het afhalen van den prins met een groote krijgsmacht
+wantrouwen zou verraden jegens de edellieden, die zich pas met de vrienden der koningin
+verzoend hadden, en hen verbitteren zou. Toen hieraan gehoor gegeven was, reden Gloster
+en Buckingham, met gewapenden, den prins te gemoet, namen Rivers, Grey en Vaughan
+gevangen en zonden hen naar Pontrefact (Pomfret) onder voorwendsel, dat zij de broeders
+van koning Edward naar het leven hadden gestaan; zij werden weldra ter dood gebracht.
+Zoo berichten de kronieken, die Sh. raadpleegde.—De regels 124—140 van dit tooneel,
+waarin een groot gevolg ontraden wordt, ontbreken in de quarto’s.
+</p>
+<p><a href="#kr3.ii.3.42">II<span class="corr" id="xd33e11818" title="Niet in bron">.</span> 3. 42<span class="corr" id="xd33e11820" title="Niet in bron">.</span></a> <span class="ex">Door hoog’ren aandrang</span> enz. De gedachte van dezen zin en de vermelding van het zwellen der wateren voor
+een storm vond Sh. in de kroniek van Holinshed.—Daarin wordt de ongerustheid van edelen
+en burgers, die op de straten samenstroomden, geschilderd; lord Hastings, dien zij
+als vriend des vorigen konings kenden, wist hen gerust te stellen met de verzekering,
+dat de gevangen edelen verraad hadden beraamd en dat zij in hechtenis waren genomen,
+opdat hun zaak naar behooren zou kunnen onderzocht worden. Nog meer werden zij gerustgesteld,
+toen Edward&nbsp;V in Londen aankwam en zij zagen, hoe Gloster hem met allen eerbied behandelde.
+Iedereen prees Gloster en hij werd door den Staatsraad tot Lord Protector benoemd.
+</p>
+<p><a href="#kr3.ii.4.1">II. 4. 1.</a>
+</p>
+<div class="lgouter">
+<p class="line"><span class="ex">Zij bleven gist’ren nacht te Stony-Stratford,</span>
+</p>
+<p class="line"><span class="ex">En in Northampton rusten zij van nacht.</span></p>
+</div>
+<p class="first">Zoo staat in de folio-uitgave; de quarto’s hebben:
+</p>
+<div class="lgouter">
+<p class="line">’k Hoor, ze overnachtten gist’ren te Northampton,
+</p>
+<p class="line">En zullen nu te Stony-Stratford rusten.</p>
+</div>
+<p><span class="pageNum" id="pb274">[<a href="#pb274">274</a>]</span></p>
+<p class="first">Van Northampton reist men over Stony-Stratford naar Londen, daar Stony-Stratford tusschen
+beide in ligt. De volgorde der quarto’s is dus de juiste. Toch geeft waarschijnlijk
+de lezing der folio terug, wat Shakespeare schreef; hij had het bericht der kroniek
+voor den geest, en volgde dit. Gloster en Buckingham ontmoetten namelijk den prins
+te Stony-Stratford en voerden hem terug naar Northampton, vanwaar zij Rivers en de
+andere gevangenen noordwaarts zonden; daarna werd de tocht naar Londen weder aanvaard.
+De aartsbisschop, die van de gebeurtenissen nog geen tijding had, moest dus eigenlijk
+Northampton als eerste rustplaats noemen. Dat Sh., hierop niet lettende, zelf de onjuistheid
+beging, wordt bevestigd door de maat der verzen, die in de folio goed is, in de quarto’s
+niet.
+</p>
+<p><a href="#kr3.ii.4.49">II. 4. 49.</a> <span class="ex">Wee mij, ik zie den ondergang mijns huizes.</span> Ook in de kroniek wordt de wanhoop der koningin bij het vernemen van het gebeurde
+zeer schoon geteekend; zij nam terstond met haar jongsten zoon en haar vijf dochters
+de wijk in de vrijplaats van Westminster, waar zij ook reeds vroeger een schuilplaats
+gevonden en haar oudsten zoon ter wereld gebracht had; de aartsbisschop van York trachtte
+tevergeefs haar te troosten.—Hij was rijkskanselier en hem was als zoodanig het rijkszegel
+toevertrouwd; hij gaf het aan haar te bewaren,—zie reg. 70,—doch vroeg het eenige
+dagen later terug, om het aan Gloster, die Protector was geworden, te overhandigen.
+</p>
+<p><a href="#kr3.iii.1.1">III. 1. 1.</a> <span class="ex">Wees welkom, prins, in Londen, in uw kamer.</span> Londen, namelijk de <i lang="en">city</i>, had den eeretitel van <i lang="la">Camera Regia</i>.
+</p>
+<p><a href="#kr3.iii.1.48">III. 1. 48.</a> <span class="ex">De weldaad van een vrijplaats wordt verleend</span> enz. De hier door Buckingham aangevoerde gronden werden in den raad inderdaad door
+hem aangevoerd, toen de Protector beide prinsen onder zijn hoede wilde nemen. De koningin,
+die aan de vertoogen van den kardinaal niet wilde toegeven, deed het eindelijk, toen
+de kardinaal vertrok en de overige edelen bleven; zij vreesde toen, dat er geweld
+zou gepleegd worden. De ontmoeting der broeders had in het bisschoppelijk paleis van
+St. Paul plaats; daarna werden zij in alle statie naar den Tower gebracht en er gehuisvest,
+om dezen niet weder te verlaten.
+</p>
+<p><a href="#kr3.iii.1.131">III. 1. 131.</a> <span class="ex">Dat gij mij op uw schouders dragen moet.</span> Hij zinspeelt op den kameel met een aap op den rug.
+</p>
+<p><a href="#kr3.iii.1.179">III. 1. 179.</a> <span class="ex">Want morgen houden we een gesplitsten staatsraad.</span> Terwijl de aan den jongen koning gehechte lords in Baynard’s slot zetelden en er,
+op verzoek van den Protector, over de regeling van de aanstaande kroning raadpleegden,
+werden er in <span class="corr" id="xd33e11885" title="Bron: Crosby-hof">Crosbyhof</span> samenkomsten gehouden van hen, die den Protector aanhingen en zijn wensch, om zelf
+koning te worden, wilden bevorderen. Wat hierbij verhandeld werd, bleef natuurlijk
+diep geheim.—Het zoo even vermelde slot van Baynard, naar den stichter zoo geheeten,
+lag aan den oever van den Theems en is sinds lang verdwenen; het was eens eigendom
+van Humphrey van Gloster en werd later door Hendrik&nbsp;VI aan Richards vader, den Hertog
+van York, toegekend.
+</p>
+<p><a href="#kr3.iii.1.193">III. 1. 193.</a> <span class="ex">Den kop hem af.</span> Gloster komt wat al te haastig met zijn eigen meening voor den dag en trekt zijn
+woorden eenigszins in, door er bij te voegen, dat hij met Buckingham de zaak wil overleggen.
+</p>
+<p><a href="#kr3.iii.2.10">III. 2. 10.</a> <span class="ex">Dan meldt hij u, dat hij <span class="corr" id="xd33e11901" title="Bron: van nacht">vannacht</span> een droom had.</span> De inhoud van dit tooneel: de boodschap van Stanley betreffende zijn droom, de gerustheid
+van Hastings, zijn bescheid aan Catesby, zijn spreken met een heraut en zijn vreugde
+over het lot der gevangenen in Pomfret, zijn gesprek met een geestelijke, het zeggen
+van Gloster’s bode, dat hij geen priester noodig heeft, het is alles overeenkomstig
+de kronieken.
+</p>
+<p><a href="#kr3.iii.2.113">III. 2. 113.</a> <span class="ex">En ik maak het goed.</span> Het antwoord van den priester in de folio-uitgave te vinden: „Ten dienste van uw
+lordschap,” is gelijkluidend met wat een oogenblik later Hastings tot Buckingham zegt,
+en is waarschijnlijk bij vergissing ook hier geplaatst. Het is daarom weggelaten,
+zooals ook door Delius is gedaan.
+</p>
+<p><a href="#kr3.iii.4.24">III. 4. 24.</a> <span class="ex">Ik heb recht lang geslapen.</span> Ook hier blijft Sh. zijn kronieken getrouw. Gloster verontschuldigde zich over zijn
+late komst, keuvelde een oogenblik met de leden van den raad, wenschte een schotel
+met aardbeziën van den bisschop van Ely, verwijderde zich voor een korte poos, kwam
+zeer verstoord terug, vroeg wat zij verdienden, die hem naar ’t leven stonden, waarop
+Hastings zijn advies gaf, toonde zijn ingeschrompelden arm, en liet Hastings, toen
+<span class="pageNum" id="pb275">[<a href="#pb275">275</a>]</span>deze zijn antwoord met „Als” begon, als verrader grijpen en onmiddellijk terechtstellen.
+Alleen ging het volgens de kronieken nog ruwer toe: een der gewapenden had Stanley
+bijna den schedel gespleten, als deze niet onder een tafel gevallen was: toch liep
+hem het bloed nog om de ooren. De aartsbisschop van York, de bisschop van Ely, Stanley
+en eenige anderen werden in afzonderlijke vertrekken gebracht en bewaakt.
+</p>
+<p><a href="#kr3.iii.4.80">III. 4. 80.</a> <span class="ex">Lovel en Ratcliff, zorg, dat dit geschiede.</span> Vele uitgevers hebben opgemerkt, dat Ratcliff nog niet van Pomfret in Yorkshire terug
+kon zijn, en hem hier door Catesby vervangen. Uit het volgend tooneel blijkt ondertusschen
+duidelijk, dat niet Catesby, maar Lovel en Ratcliff voor Hastings’ terechtstelling
+zorgden. Men moet het dus maar voor lief nemen, dat Sh. het niet noodig achtte zich
+met <span class="corr" id="xd33e11928" title="Bron: zulk enauwlettende">zulke nauwlettende</span> berekeningen bezig te houden, als de aan elk bekende Lovel en Ratcliff juist de meest
+geschikte handlangers van Richard waren bij dit bloedig doen.
+</p>
+<p><a href="#kr3.iii.4.86">III. 4. 86.</a> <span class="ex">Driemalen is vandaag mijn paard gestruikeld.</span> Ook dit trekje is weder aan de kronieken ontleend.—Eveneens zijn deze voor het volgende
+trouw geraadpleegd; zij berichten, dat de Protector dadelijk na zijn middagmaal eenige
+burgers naar den Tower ontbood; bij hun aankomst troffen zij hem en Buckingham in
+oude wapenrustingen aan, alsof de nood tot groote haast gedwongen had; hun werd verhaald,
+hoe een moordaanslag van lord Hastings plotseling aan het licht was gekomen; de vrees,
+dat zijn mede-saamgezworenen hem zouden bevrijden, had zijn onmiddellijke terechtstelling
+noodig gemaakt. Dit werd ook medegedeeld in een proclamatie, die reeds twee uren na
+Hastings’ dood aan de St.-Paulskerk werd aangeslagen; zij was zoo keurig op perkament
+geschreven, dat een kind wel merken kon, dat zij vooruit gereed was gemaakt; hierop
+is het zesde tooneel van het derde bedrijf gegrond.
+</p>
+<p><a href="#kr3.iii.4.52">III. 4. 52.</a> <span class="ex">Doch ’t was ons plan niet.</span> Op het voorbeeld der Irving-editie zijn alleen de twee voorgaande regels aan Buckingham,
+de volgende niet zooals gewoonlijk aan dezen, maar aan Gloster toegekend. Dit is ontegenzeglijk
+beter.
+</p>
+<p><a href="#kr3.iii.5.74">III. 5. 74.</a> <span class="ex">Toon daar.…. de onechtheid aan van Edwards kroost.</span> De Lord-Mayor van Londen, Edmund Shaw, benevens zijn broeder, Doctor John Shaw en
+de Augustijner Provinciaal Penker waren voor Richard gewonnen. Door hun hulp moest
+bij het volk de overtuiging gevestigd worden, dat Edwards huwelijk onwettig was geweest,
+zoowel omdat hij vroeger trouwbelofte had gegeven of verloofd was aan Lady Elisabeth
+Lucy<a class="noteRef" id="xd33e11952src" href="#xd33e11952" title="Ga naar noot 1.">1</a>, als omdat hij een weduwe gehuwd had. Het huwelijk met een weduwe werd Bigamie genoemd
+en was door een statuut van koning Edward&nbsp;I, in overeenstemming met een besluit van
+het Concilie te Lyon, voor zondig en onwettig verklaard. Zoo zegt ook de kroniek,
+dat men koning Edward&nbsp;IV, wegens zijn huwelijk met Lady Grey, <i lang="en">loathed bigamy</i> te laste heeft gelegd. Vergelijk het zevende tooneel van dit bedrijf, reg. 189, waar
+deze zelfde woorden gebezigd worden.
+</p>
+<p>Shaw en Penker waren bij het volk zeer beminde predikers; Shaw ondernam<span id="xd33e11966"></span> over de zaak in de kerk te prediken, maar slaagde niet en overlaadde zich met schande.
+Twee dagen later sprak Buckingham tot de burgerij in haar gildenhuis; geheel overeenkomstig
+de kronieken wordt zijn toespraak en de gansche loop der zaak in het stuk verhaald
+(III. 7.)—Den volgenden dag begaven zich de Lord-Mayor, de Aldermans en de voornaamste
+burgers naar Baynard’s slot, om Richard de kroon aan te bieden; volgens de kronieken
+werd daar geheel hetzelfde spel gespeeld als in het stuk (III. 7).
+<span class="pageNum" id="pb276">[<a href="#pb276">276</a>]</span></p>
+<p><a href="#kr3.iii.5.76">III. 5. 76.</a> <span class="ex">Hoe Edward eens een burger hangen liet.</span> De kroniek vertelt, dat een zekere Burdet, een koopman in Cheapside, die gezegd had,
+dat hij zijn zoon erfgenaam der kroon (zijn huis droeg dien naam) zou maken, op last
+van Edward gevat en binnen vier uur terechtgesteld (onthoofd) werd. Shakespeare spreekt
+hier niet van „hangen<span class="corr" id="xd33e11977" title="Bron: ’">”</span> maar van „ter dood brengen.”
+</p>
+<p><a href="#kr3.iii.7.43">III. 7. 43.</a> <span class="ex">’k Verzeker u, geen woord, mylord.</span> Dit antwoord van Buckingham wordt in de folio gemist en is aan de quarto’s ontleend.
+</p>
+<p><a href="#kr3.iii.7.49">III. 7. 49.</a> <span class="ex">Want op dien grond vertrouw ik hen te stichten.</span> In het Engelsch bevat de tekst een muzikale woordspeling: <i lang="en">For on that ground I’ll make a holy descant</i>. <i lang="en">Ground</i> beteekent zoowel „grond”, als grondtoon, bas; <i lang="en">descant</i> zoowel een „toelichting, breedvoerige uiteenzetting” als „hooge stem, discant”, of,
+zooals hier „harmonie”.
+</p>
+<p><a href="#kr3.iii.7.220">III. 7. 220.</a> <span class="ex">O vloek toch niet.</span> Ook deze regel is aan de quarto’s ontleend en wordt in de folio niet aangetroffen.
+Waarschijnlijk ten gevolge van een besluit van koning Jacobus&nbsp;I, waarbij het ijdel
+bezigen van Gods naam en het vloeken op het tooneel verboden was.
+</p>
+<p><a href="#kr3.iv.1.61">IV. 1. 61.</a> <span class="ex">Roodgloeiend ijzer ware</span> enz. Het opzetten van een gloeiende ijzeren kroon werd in die tijden wel eens als
+martelstraf gekozen, en b.v. in 1514 toegepast op het gevangen genomen opperhoofd
+van een troep oproerige Hongaarsche broederen; ook in de kroniek van Wyntown wordt
+zulk een bestraffing vermeld.
+</p>
+<p><a href="#kr3.iv.2.27">IV. 2. 27.</a> <span class="ex">De vorst is boos<span class="corr" id="xd33e12023" title="Bron: ,">;</span> hij bijt zich op de lip.</span> Dit was, zooals Hall zegt, Richards gewoonte, als hij toornig was. Ook had hij, volgens
+Polydore Virgil, de gewoonte, onder het gesprek met zijn dolk te spelen, die half
+uit de scheede te trekken en er weer in te stooten; op een der twee portretten, die
+van hem bekend zijn, heeft hij zijn dolk in de hand; zijn rustelooze geest openbaarde
+zich misschien in de onrust zijner vingers, want op het andere portret speelt hij
+met een ring aan den middelvinger der linkerhand.
+</p>
+<p><a href="#kr3.iv.2.40">IV. 2. 40.</a> <span class="ex">Zijn naam, mylord, is Tyrrell.</span> Nadat Richard, zegt de kroniek, zich en zijn gemalin Anna had laten kronen, deed
+hij een rondreis door Engeland. Uit <span class="corr" id="xd33e12034" title="Bron: Glocester">Gloucester</span> zond hij door een vertrouwde bode aan Brakenbury het bevel, de zoons van Edward uit
+den weg te ruimen. In Warwick ontving hij het weigerend antwoord van Brakenbury. Dienzelfden
+avond zeide hij tot zijn page: „Wien kan ik vertrouwen? zij, die ik verhoogd heb,
+laten mij in den steek.” De page antwoordde: „Daar buiten ligt er een op uwe matras,
+die alles ondernemen zou om u te dienen.” Het was Sir James Tyrrell, die reeds lang
+naar Richards gunst gestreefd had, maar door Catesby en Ratcliff, die ’s mans eerzucht
+vreesden, steeds ter zijde was geschoven. Tyrrell, aan ’s konings bed toegelaten,
+verklaarde zich bereid; met een brief aan Brakenbury begaf hij zich naar Londen. De
+brief bevatte het bevel, dat aan den brenger, voor één nacht, de sleutels van den
+Tower moesten ter hand gesteld worden, opdat hij ’s konings bevelen zou kunnen uitvoeren.
+Tyrrell had zekeren Miles Forest, die vroeger ook reeds moordwerk gedaan had, en een
+zijner stalbedienden, John Dighton, tot handlangers gekozen. De moord wordt door de
+kronieken evenals in dit stuk verhaald; hoe en wanneer de prinsen zijn omgebracht,
+is nooit duidelijk gebleken, maar er is eigenlijk geen reden om de waarheid van het
+oude verhaal te betwijfelen.—Tyrrell werd onder Hendrik&nbsp;VII van verraad beschuldigd
+en onthoofd.
+</p>
+<p>Na deze zwarte daad,—zoo heeft Richards kamerheer later verhaald,—had de koning geen
+rust meer: „en dit”, merkt de kroniek op, „is een groote marteling; want de getuigenis
+van een boos geweten is een vreeselijker straf, dan de hel met al haar duivelen in
+zich bevat.” Hij rekende zich nooit meer veilig; waar hij stond en ging, rolden zijn
+oogen onrustig rond, zijn lichaam heimelijk gepantserd, de hand steeds aan den dolk.
+’s Nachts lag hij wakker door bekommering en leed onder schrikkelijke droomen; vaak
+sprong hij van zijn bed op en liep in het vertrek rond. Zie V. 3. 160.
+</p>
+<p><a href="#kr3.iv.2.54">IV. 2. 54.</a> <span class="ex">En spoor me een kalen jonker op, wien ik Clarence’s dochter ras tot vrouw kan geven;
+de knaap beteekent niets, hem ducht ik niet.</span> Den zoon van Clarence, reeds door Richard nauw bewaakt, werden door Hendrik&nbsp;VII wel
+de goederen en de titel zijns grootvaders, den graaf van Warwick, toegekend, maar
+hij werd toch in den Tower gehuisvest. Hij was zeer onwetend <span class="pageNum" id="pb277">[<a href="#pb277">277</a>]</span>en stompzinnig, waaraan zijn lange gevangenschap zeker geen goed had gedaan. Hij knoopte
+in 1499 met Perkin Warbeck, die wegens hoogverraad in den Tower gevangen zat, betrekkingen
+aan en werd terechtgesteld.—Zijn zuster Margaretha werd door Richard aan een ridder,
+Sir Richard Pole, uitgehuwd, door Hendrik&nbsp;VIII tot gravin van Salisbury verheven,
+maar in 1541, op zeventigjarigen leeftijd, van deelneming aan een samenzwering beschuldigd
+en onthoofd. Zij was de laatste Plantagenet.—Aangaande koningin Anna meldt de kroniek,
+dat Richard, toen zij ziek was, het gerucht reeds liet verspreiden, dat zij gestorven
+was. Kort daarna stierf zij werkelijk, hetzij van verdriet, hetzij, wat waarschijnlijker
+is,—zoo zegt de kroniek,—door vergif. Overigens stierf Anna veel later: de dood der
+beide zoons van Edward, en Buckingham’s opstand vallen in 1483, Anna’s overlijden
+in Maart 1485.
+</p>
+<p><a href="#kr3.iv.2.103">IV. 2. 103.</a> <span class="ex"><span class="corr" id="xd33e12052" title="Bron: Van waar">Vanwaar</span>, dat die profeet niet zeggen kon, dat ik, die bij hem stond, hem dooden zou?</span> Wanneer deze regels werkelijk van Shakespeare zijn en bovendien de woorden <i lang="en">I being by</i> niet bedorven zijn, blijkt hier weder,—<span class="corr" id="xd33e12059" title="Niet in bron">er </span>zijn meer voorbeelden van,—dat Shakespeare zich niet van de juistheid eener aanhaling
+uit een vroeger stuk overtuigde, want bij het bedoelde tooneel, 3 Koning Hendrik&nbsp;VI,
+IV. 6. 65 vgg. was Gloster niet tegenwoordig.—Dat aan Richard een spoedige dood voorspeld
+was, als hij Rougemont zag,—Rougemont en Richmond verschillen niet veel in uitspraak,—staat
+in de kroniek van Holinshed.—Het „klokkeventje,” waarvan in reg. 117 gewaagd wordt,
+<i lang="en">a Jack</i>, d.i. <i lang="en">Jack o’ the clock</i>, is een automatische figuur, die bij het eind van een uur of half uur, den arm opheft
+en slaat, zie „K. Richard&nbsp;II,” V. 5. 60.
+</p>
+<p>Boven werd twijfel geopperd, of al deze regels van Shakespeare zijn. Inderdaad worden
+niet minder dan 18 regels, 102—119, van: <span class="ex">Mijn vorst! Van waar, dat die profeet</span> enz. tot: <span class="ex">Ik ben in geen goedgeefsche luim vandaag</span>, wel in de quarto’s, maar niet in de folio-uitgave, aangetroffen. Dat zij noodig
+zijn, zal men zeker niet beweren, als men dit tooneel in de folio leest en de uitbreiding
+niet kent; driemaal spreekt Buckingham den koning toe en driemaal luistert deze niet
+naar hem; dit is volmaakt genoeg; volgens de quarto’s gebeurt het tot zevenmaal toe.
+Alexander Schmidt acht zich dan ook gerechtigd (Shakespeare-Jahrbuch XV, p. 315) deze
+regels voor ingeschoven te verklaren. Zij zouden dan niet van Shakespeare zijn, maar
+door den tooneelspeler zijn ingelast, die dit tooneel zeer dankbaar vond en er de
+toejuiching van zijn gehoor mee inoogstte. Dat de inlassching met kennis van zaken
+geschiedde en in overeenstemming is met berichten in Holinshed’s kroniek, behoeft
+niet als bewijs voor de echtheid aangenomen te worden; want van de tooneelspelers
+waren eenige zeker wel in staat, zelf uit Holinshed te putten en hadden bovendien
+wellicht bij gesprekken met den dichter er veel van vernomen.—Terwijl er overigens
+slechts vier of vijf regels in de folio toevallig bij den druk uitgevallen zijn en
+uit de quarto’s moeten ingevoegd worden, zou het zeer vreemd zijn, dat een zoo groot
+stuk zou zijn overgeslagen en te minder is dit laatste waarschijnlijk, daar de eerste
+op de inlassching volgende regel, 120, in de quarto’s luidt: <i lang="en">Why, then resolve me whether you will, or no</i>; en in de folio, met minder teekenen van ongeduld, nederiger: <i lang="en">May it please you to resolve me in my suit</i>, <span class="ex">’t Behage u, mij uw antwoord te doen kennen</span>. Men zal dus moeten aannemen, dat er een inlassching heeft plaats gevonden, die wel
+in de rol des spelers stond, maar niet in het oorspronkelijke manuscript is ingevoegd,
+of dat de dichter zelf het snoeimes heeft gebruikt om het aanvankelijk wat al te veel
+op het effect berekende gesprek te bekorten, zoodat in allen gevalle de folio ons
+de oorspronkelijke of beste lezing geeft. Men zou dus de aangewezen regels tusschen
+vierkante haakjes kunnen zetten en reg. 120 wijzigen, zooals hier eenige regels hooger
+is aangegeven.—Opmerking verdient ook nog, dat het antwoord van Richard in reg. 121
+volgens de quarto’s met <i lang="en">Tut, tut</i>, begint, wat de uitgevers, om het vers <i lang="en">Thou troublest me</i> enz. niet te bederven, in een afzonderlijken regel zetten. De invoeging van zulke
+uitroepen komt in dit stuk meermalen voor, meer dan een dozijn keeren; dat deze uitroepen
+van de spelers, niet van den dichter afkomstig zijn, is buiten kijf; zij bevestigen,
+wat boven gezegd is, dat de quarto’s door opschrijving van het stuk bij de vertooning
+verkregen zijn.
+</p>
+<p><a href="#kr3.iv.2.126">IV. 2. 126.</a> <span class="ex">Naar <span class="corr" id="xd33e12098" title="Bron: Breknock">Brecknock</span>.</span> Een slot van Buckingham in Wales, waar het grootste deel zijner bezittingen gelegen
+was.
+</p>
+<p><a href="#kr3.iv.3.36">IV. 3. 36.</a> <span class="ex">Den zoon van Clarence <span class="pageNum" id="pb278">[<a href="#pb278">278</a>]</span>heb ik opgekooid.</span> Te Sheriff Hutton Castle in Yorkshire, van waar hem Hendrik&nbsp;VII, onmiddellijk na
+den slag van Bosworth naar den Tower liet voeren, waar hij in 1499 ter dood werd gebracht,
+zie de aanteekening op IV. 2. 54.—Hendrik Richmond wordt reg. 40 een Bretagner genoemd,
+omdat hij na den slag bij Tewksbury naar het hof van Frans&nbsp;II, hertog van Bretagne,
+gevlucht was. De nicht Elizabeth, waarvan gesproken wordt, is de dochter van Edward&nbsp;IV
+en koningin Elizabeth.
+</p>
+<p><a href="#kr3.iv.3.46">IV. 3. 46.</a> <span class="ex">Ely is gevlucht.</span> Dr. Morton, bisschop van Ely; de folio noemt hem hier Morton, duidelijkheidshalve
+is hier de naam Ely verkozen, in overeenstemming met de lezing der quarto’s. Hij was
+aan de bewaking van den hertog van Buckingham toevertrouwd. Deze was, toen de koning
+hem het graafschap Hereford geweigerd had, naar zijn goederen op Wales gegaan. Daar
+trad hij met de aanhangers van den graaf van Richmond in onderhandeling, waartoe de
+bisschop van Ely hem niet weinig aanzette; deze won hem voor het plan om Richmond,
+die met Elizabeth van York dan zou huwen, tot koning te verheffen. De bisschop maakte
+van de nieuw verworven vriendschap gebruik en vluchtte naar het vasteland, vanwaar
+hij eerst onder Hendrik&nbsp;VII terugkeerde, die hem aartsbisschop van Canterbury en rijkskanselier
+maakte. Buckingham, door Richards argwaan in het nauw gedreven, kwam te vroeg in opstand
+en moest zich weldra verbergen bij een dienaar, die hem aan den sheriff Shropshire
+verried. Hij bekende terstond en trachtte een mondgesprek met Richard te hebben, zoo
+het heette om vergiffenis te erlangen, volgens sommigen om hem dan met een dolk neer
+te stooten. Het gesprek werd geweigerd en Buckingham werd, zonder vorm van rechtspleging,
+te Shrewsbury onthoofd.
+</p>
+<p><a href="#kr3.iv.4.128">IV. 4. 128.</a> <span class="ex"><span class="corr" id="xd33e12123" title="Bron: Luchterven">Lucht-erven</span> zijn ’t van arm gestorven vreugd.</span> <i lang="en">Airy succeeders of intestate joys.</i> Als de vreugden gestorven zijn en geen testament hebben nagelaten, dan komen de ijdele
+onmachtige woorden van den rouw en spreken over de nalatenschap, die niets is.
+</p>
+<p><a href="#kr3.iv.4.146">IV. 4. 146.</a> <span class="ex">Ned Plantagenet.</span> <i>Ned</i> is verkorting voor <i>Edward</i>.
+</p>
+<p><a href="#kr3.iv.4.175">IV. 4. 175.</a> <span class="ex">Geen, dan misschien dat morgenuur.</span> Er staat eigenlijk: „het uur van hertog Humphrey”. In de folio-uitgave staan de vraag
+der hertogin en Richards antwoord aldus gedrukt:
+</p>
+<div lang="en" class="lgouter">
+<p class="line">„What comfortable houre canst thou name,
+</p>
+<p class="line">That ever graced me with thy company?”
+</p>
+<p class="line">„Faith none, but <i>Humfrey Hower</i>,
+</p>
+<p class="line">That called your Grace
+</p>
+<p class="line">To Breakefast once, forth of my company?”</p>
+</div>
+<p class="first">Opmerkelijk zijn de spelling <i>Hower</i>, terwijl twee regels vroeger <i lang="en">houre</i> staat, en de cursief-druk der woorden <i>Humfrey Hower</i>. Malone zegt, dat schertsenderwijze <i>Humphrey Hour</i> eenvoudig voor <i lang="en">hour</i> staat, evenals <i>Tom Troth</i> wel voor <i>truth</i> gezegd wordt. De cursief-druk, alsof <i lang="en">Hour</i> of <i>Hower</i> een persoonsnaam was, strookt inderdaad wel met deze verklaring.—Anderen denken bij
+Richards zeggen aan de spreekwijs <i lang="en">to dine with duke Humphrey</i>, die voor „vasten,” „geen middagmaal hebben” gebezigd wordt, en vatten Humphrey-hour
+op als „etensuur”. Nares zegt hiervan: „<span lang="en">The phrase of dining with duke Humphrey, which in still current, originated in the
+following manner. Humphrey duke of Gloucester, though really buried at St. Alban’s,
+was supposed to have a monument in old St. <span class="corr" id="xd33e12186" title="Bron: Paul s">Paul’s</span>, from which one part of the church was termed Duke Humphrey’s walk. In this, as the
+church was then a place of the most public resort, they who had no means of procuring
+a diner, frequently loitered about, probably in hopes of meeting with an invitation,
+but under pretence of looking at the monuments.</span>”
+</p>
+<p><a href="#kr3.iv.4.221">IV. 4. 221.</a> <span class="ex">’t Is alsof ik uw schapen ’t leven nam.</span> In ’t Engelsch noemt Richard de vermoorde knapen <i lang="en">my cousins</i>, waarop Elizabeth, spelende met het nagenoeg gelijkluidende woord <i lang="en">to cozen</i>, „foppen, bedriegen, bedrieglijk berooven”, antwoordt: <i lang="en">Cousins, indeed; and by their oncle cozen’d of comfort, kingdom</i> enz.—Deze regel en de dertien volgende ontbreken in de quarto’s.
+</p>
+<p><a href="#kr3.iv.4.255">IV. 4. 255.</a> <span class="ex">Zoo weet: ik min tot stervens toe uw dochter.</span> In ’t Engelsch zegt Richard <i lang="en">from my soul</i>, „van ganscher ziel, uit of met mijn gansche ziel,” en Elizabeth vat dit op: „ver
+van de ziel, buiten de ziel” en noemt als tegenstelling <i lang="en">with her soul</i>, „met haar gansche ziel.” In ’t Nederlandsch moest dit op een andere wijze uitgedrukt
+worden.
+</p>
+<p><a href="#kr3.iv.4.228">IV. 4. 228.</a> <span class="ex">En zoo ik alles deed uit min tot haar?</span> Deze en de 54 volgende regels, die een zeer belangrijk deel van het gesprek uitmaken,
+tot „haar teed’re jeugd,” ontbreken in de quarto’s.
+<span class="pageNum" id="pb279">[<a href="#pb279">279</a>]</span></p>
+<p><a href="#kr3.iv.4.346">IV. 4. 346.</a> <span class="ex">Wat aller vorsten opperkoning wraakt.</span> Het huwelijk tusschen oom en nicht werd door het strenge kerkelijk recht gewraakt;
+ook de kronieken spreken vooral om de nauwe bloedverwantschap met afschuw van Richards
+plan.
+</p>
+<p><a href="#kr3.iv.4.366">IV. 4. 366.</a> <span class="ex">Bij mijn Sint George.</span> Richard droeg, als koning, het beeld van den heiligen George op de borst.
+</p>
+<p><a href="#kr3.iv.4.374">IV. 4. 374.</a> <span class="ex">Dan<span class="corr" id="xd33e12248" title="Niet in bron">,</span> bij mijzelf.</span> Bij deze en de volgende drie regels is de rangschikking der folio, die inderdaad
+beter te achten is dan die der quarto’s, behouden. De quarto’s hebben: „Welnu, bij
+de aard”.… „Mijns vaders dood” „Dan, bij mijzelf”.… „Nu dan, bij God”.… Daarentegen
+hebben de quarto’s in reg. 379 beter <i lang="en">the king thy brother</i> en reg. 380 <i lang="en">my brother</i>, de folio daarentegen <i lang="en">the king my husband</i> en <i lang="en">my brothers</i>; men vergelijke, wat het meervoud <i lang="en">my brothers</i> betreft, de aanteekening bij II. 1. 67. Slechts één broeder, lord Rivers, komt in
+dit stuk voor.
+</p>
+<p><a href="#kr3.iv.4.424">IV. 4. 424.</a> <span class="ex">Daar, in dat feniksnest.</span> In ’t Engelsch staat: In dat <span class="ex">specerijen-nest</span>, in dat uit geurige specerijen gebouwde nest; R. zinspeelt daarmede op den feniks,
+die, nadat hij zich met zijn geurig nest verbrand heeft, uit zijn asch herleeft.
+</p>
+<p><a href="#kr3.iv.4.428">IV. 4. 428.</a> <span class="ex">Ik ga;<span class="corr" id="xd33e12283" title="Bron: ">—</span>zend spoedig mij een schrijven toe, En ik meld u, hoe zij er over denkt.</span> Aangaande de onderhandelingen tusschen Richard en koningin Elizabeth melden Sh. bronnen
+het volgende:
+</p>
+<p>De sluwe Stanley wist den argwaan des konings, die op hem als stiefvader van den graaf
+van Richmond rusten moest, zoo goed te ontgaan, dat deze hem alleen streng gebood,
+elk verkeer tusschen zijn vrouw en de partij van Richmond te beletten. De graaf van
+Richmond zelf wekte hem meer bezorgdheid. Tevergeefs had hij den hertog van Bretagne
+tot uitlevering van den pretendent trachten te bewegen; de markies van Dorset was
+uit de vrijplaats te Westminster tot hem gevlucht; het was geen geheim, dat het plan
+bestond van een huwelijk tusschen Richmond en de oudste dochter van Edward&nbsp;IV, waardoor
+ook de erfrechten van het huis York op Richmond zouden overgebracht zijn. Om dit gevaar
+te voorkomen, kwam Richard op de afschuwelijke gedachte, zooals de kroniek zegt, om
+zijns broeders weduwe, Elizabeth, door fraaie woorden en schoone beloften te verzoenen,
+aldus haar en haar dochter in zijn macht te krijgen en het huwelijk met Richmond te
+beletten. En als er geen ander middel om zijn troon te redden overbleef, wilde hij
+liever zelf, ingeval zijn gemalin Anna stierf, zijn nicht huwen. Hij zond hiertoe
+schrandere en welbespraakte mannen naar de vrijplaats tot de koninginweduwe, die hem
+tegen de beschuldiging van booze aanslagen moesten verdedigen en haar tallooze weldaden
+moesten beloven voor haar zelve, haar dochters en haar zoon Dorset, wanneer zij zich
+met Richard wilde verzoenen. En werkelijk begon de koningin toe te geven; zij vergat
+den moord harer onschuldige kinderen, de beschimping van haar gemaal, de smet, op
+haar huwelijk geworpen, de eeden, die zij aan graaf Richmond gedaan had; verblind
+door haar hebzuchtige teederheid voor haar dochters en haar zoon, gaf zij haar dochters
+in ’s konings hoede, als lammeren in die van den hongerigen wolf, en schreef aan haar
+zoon, dat hij naar Engeland, waar hem groote eerbetooningen wachtten, kon terugkeeren,
+dat alles vergeven en vergeten en de liefde des konings voor haar huis verzekerd was.
+„Waarlijk,” roept de kroniekschrijver uit, „de wankelmoedigheid dezer vrouw zou groote
+bevreemding wekken, indien alle vrouwen bestendig waren; maar de vrouwen zullen altijd
+haar aangeboren natuur volgen. Inderdaad was de verlokking groot; want daar de vrouwen
+meest naar grootheid streven en verhooging in rang haar het gemakkelijkst verleidt,
+is het minder te verwonderen, dat koning Richard haar zwakheid overwon. Ook is wel
+aan te nemen, dat zij het niet waagde zijn voorslagen af te wijzen, opdat hij zijn
+boosheid niet op haar, de hulpelooze, bot vierde.” Zijn bedoelingen met haar oudste
+dochter zeide hij haar niet; het leven zijner gemalin was nog een hindernis bij dit
+plan. Weldra stierf zij, waarschijnlijk door vergif, gist de kroniekschrijver. Toen
+echter bevond Richard, dat zijn nicht een huwelijk met hem te zeerste verafschuwde,
+zooals inderdaad iedereen deed, en besloot de zaak nog uit te stellen; trouwens, hij
+had andere zorgen: Richmond was geland en vele Engelsche edelen waren in het geheim
+op zijn hand.
+<span class="pageNum" id="pb279a">[<a href="#pb279a">279</a>]</span></p>
+<p>Naar aanleiding van deze mededeelingen der kroniek heeft Sh. het gesprek van Richard
+met koningin Elizabeth ontworpen, dat inderdaad een nauwkeurige studie vereischt,
+zoo men er den gang goed van wil begrijpen. Elizabeth is aanvankelijk buiten zichzelf
+<span class="pageNum" id="pb282">[<a href="#pb282">282</a>]</span>over Richards ongehoorden voorslag en geeft, zonder eenige voorzichtigheid in acht
+te nemen, aan haar bitterheid jegens den moordenaar den vrijen loop, en haar hartstochtelijkheid
+uit zich te sterker, daar de sluwe koning elke dreiging vermijdt. Doch plotseling
+doet hij haar met een paar korte gezegden, reg. 407 en vlgg., gevoelen, dat zij aan
+den rand van een afgrond staat, waarin zijn hand haar en de haren ieder oogenblik
+kan neerstorten. Nu keert haar bezinning terug en daarmede de voorzichtigheid; daar
+Richard onmiddellijk weder tot zijn zachtmoedige wijs van spreken was teruggekeerd,
+was het haar mogelijk, schijnbaar toe te geven, en de koning, die op zijn huichelaarskunst
+vertrouwt en het menschdom veracht, meent een soortgelijken triomf als vroeger over
+Anna van Warwick behaald te hebben, zoodat hij geen oogenblik aan zijn overwinning
+twijfelt en na haar vertrek zijn vreugde lucht geeft met de woorden: „Toegeeflijk
+dwaashoofd! wank’le zwakke vrouw!” Wel oordeelt de kroniek evenals Richard over het
+toegeven der koningin, maar volgens deze gaf zij toe zonder iets te vermoeden van
+Richards huwelijksplan; en bovendien oordeelt ook de kroniek, dat zij wellicht hoopte,
+door haar handelwijze den dwingeland te ontwapenen. Dat zij inderdaad slechts schijnbaar
+toegeeft, kan men afleiden uit het volgende tooneel, waarin, namens haar, Stanley
+haar dochter gaarne aan Richmond toezegt.—Dat wij aldus den gang van dit gesprek kunnen
+verklaren is door Oechelhäuser, in zijn boven reeds vermeld stuk over „Koning Richard&nbsp;III,”
+in het licht gesteld.
+</p>
+<p><a href="#kr3.iv.4.477">IV. 4. 477.</a> <span class="ex">Dan weet gij niet<span class="corr" id="xd33e12300" title="Niet in bron">,</span> waartoe die schooier komt.</span> In ’t Engelsch staat: <i lang="en">wherefore the Welshman comes</i>, Richmond was de zoon van een Tudor en de Tudors waren uit Wales. De benaming <i lang="en">Welshman</i> drukt ook minachting uit, zooals het woord „Welsche” in het Hoogduitsch; om deze
+terug te geven is hier de vertaling „schooier” gekozen.—Dat Stanley zijn zoon George
+als gijzelaar moest achterlaten (reg. 497), vond Sh. in de kronieken; zoo ook, dat
+deze bij den aanvang van den slag bij Bosworth te nauwernood den dood ontging (V.
+3. 344).
+</p>
+<p><a href="#kr3.v.3.63">V. 3. 63.</a> <span class="ex">Geef mij een tijdkaars.</span> In ’t Engelsch: <i lang="en">Give me a watch</i>. Richard verlangt een kaars, zooals er in de zestiende eeuw in gebruik waren, die
+door merken was afgedeeld, om naar het afbranden den tijd te berekenen.—Dat Richard
+in de nacht voor den slag bij Bosworth door booze droomen gekweld werd, was een gerucht,
+dat door de kronieken vermeld wordt.—Op het tooneel van Shakespeare waren de tenten
+van Richard en Richmond zoo ingericht, dat de personen, die er in waren, voor het
+publiek zichtbaar waren.
+</p>
+<p><a href="#kr3.v.3.180">V. 3. 180.</a> <span class="ex">Het licht brandt blauw.</span> Het was een volksgeloof, dat, als een geest in de nabijheid was, de lichten met een
+blauwe vlam brandden.
+</p>
+<p><a href="#kr3.v.3.304">V. 3. 304.</a> <span class="ex">Hans Norfolk, tijdig heil gezocht</span>, enz. Dit rijmpje, waarmede men Norfolk, die aan Richard trouw bleef, hoewel hij
+zijn handelingen laakte, tot afval trachtte te bewegen, luidt in de kroniek:
+</p>
+<div lang="en" class="lgouter">
+<p class="line"><i>Jocky of Norfolk, be not too bold,</i>
+</p>
+<p class="line"><i>For Dickon thy master is bought and sold.</i></p>
+</div>
+<p class="first">De folio heeft ten onrechte <i lang="en">so</i> in plaats van <i lang="en">too</i>; <i>Jocky</i> staat voor <i>John</i>, zooals <i>Dickon</i> voor <i>Richard</i>.
+</p>
+<p><a href="#kr3.v.3.314">V. 3. 314.</a> <span class="ex">Wat heb ik meer te zeggen, dan ik deed?</span> Ongetwijfeld een vreemd begin van een toespraak; men moet er uit vermoeden, dat Richard
+reeds vroeger zijn troepen heeft toegesproken en dat wij in deze toespraak slechts
+een laatste aansporing hebben te zien, of wel, dat het begin verloren is gegaan (zie
+boven blz. 269). Dat beide veldheeren een aanspraak gehouden hebben tot hun leger,
+deelt de kroniek van Holinshed mede; van Richards toespraak weten wij, dat hij Richmond
+genoemd heeft „een Walliser, een onnoozele bloed zonder moed of zonder ervaring, die
+aan het hof van Bretagne als een gevangene geleefd heeft op kosten van mij en van
+mijn broeder.” Aan dit laatste heeft Sh. reg. 324 ontleend: <i lang="en">Long kept in Bretagne at our mother’s cost</i>; „Die in Bretagne ’t brood at onzer moeder.” Shakespeare schreef <i lang="en">mother</i>, schoon het <i lang="en">brother</i> moest zijn; Richards broeder, koning Edward, had aan den hertog van Bretagne een
+jaargeld betaald op voorwaarde, dat hij aan Richmond alle ondernemingen tegen Engeland
+zou beletten. In den tweeden druk van Holinshed’s kroniek (van 1586) staat te dezer
+plaatse de drukfout <i lang="en">mother</i> in plaats van <i lang="en">brother</i>, en deze druk was het dus zeker, die door Shakespeare gebezigd werd.
+</p>
+<p><a href="#kr3.v.4.2">V. 4. 2.</a> <span class="ex">’t Is bovenmenschelijk, wat de koning doet.</span> Inderdaad streed Richard met ontembare dapperheid, hij wilde <span class="pageNum" id="pb283">[<a href="#pb283">283</a>]</span>overwinnen of als koning sterven. Zijn leger was veel grooter dan van zijn tegenstander,
+maar het verraad schuilde in zijn benden. Lord Thomas Stanley, Richmonds stiefvader,
+vereenigde zich onder het gevecht met Richmond. Richard stortte zich in glanzende
+wapenrusting, met de fonkelende kroon op den helm in het dichtste strijdgewoel, om
+zijn tegenstander te bereiken. Reeds had hij Sir William Brandon, Richmond’s banierdrager,
+met zijn lans geveld, een anderen sterken ridder ter aarde doen storten, hij bedreigde
+Richmond zelf, toen te rechter tijd Sir William Stanley, de broeder van Thomas, met
+drieduizend kloeke mannen Richmond ter hulpe kwam en Richards manschappen op de vlucht
+dreef. Richard zelf vond na manhaften strijd den dood. Lord Stanley nam zijn van zwaardslagen
+stukgehouwen kroon en zette haar den overwinnenden Richmond op het hoofd, die door
+het leger als koning Hendrik&nbsp;VII begroet werd.—Des avonds bracht een heraut van Richard,
+Blanc Sanglier, het naakte lijk van zijn geweldigen meester, als een geveld stuk wild
+voor hem op het paard hangende, de stad Leicester binnen, waar het in een klooster
+ter aarde besteld werd.
+</p>
+<p><a href="#kr3.v.4.7">V. 4. 7.</a> <span class="ex">Een paard! een paard! gansch England voor een paard!</span> In ’t Engelsch: <i lang="en">A horse! a horse! my kingdom for a horse!</i> In het andere stuk, dat in 1594 werd uitgegeven (zie boven blz. 789) roept Richard
+eveneens: <i lang="en">A horse! a horse! a fresh horse!</i> Het zou kunnen zijn, dat deze uitroep Shakespeare heeft voorgezweefd, toen hij den
+diepen indruk makenden regel schreef.—Iets anders schijnt hij aan het oudere stuk
+niet ontleend te hebben.
+</p>
+<p><a href="#kr3.v.5.29">V. 5. 29.</a> <span class="ex">O, mogen Richmond en Elizabeth, van beide huizen de rechtmatige erven</span>, enz. Ongetwijfeld was het aller wensch, dat de vrede verzekerd werd door het huwelijk
+van Richmond en Edwards dochter Elizabeth, waardoor de bloedige strijd der roode en
+der witte roos een einde zou nemen. En zeker kon de dichter niet beter zijn stuk besluiten,
+dan door dezen wensch den nieuwen koning in den mond te leggen. Doch koning <span class="corr" id="xd33e12409" title="Bron: Hendik">Hendrik</span>&nbsp;VII Tudor stond, zooals de geschiedenis leert, inderdaad zijn geheele leven de meening
+voor, dat hij krachtens zijn eigen recht heerschte, en zijn aanspraken door zijn verbinding
+met het huis van York niet versterkt waren, en verder dat zijn strijd met Richard
+een godsgericht was geweest, welks uitspraak zijn recht op den troon bezegeld had.
+Shakespeare veroorlooft zich dus hier een dichterlijke vrijheid.
+<span class="pageNum" id="pb280">[<a href="#pb280">280 281</a>]</span></p>
+</div>
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<div class="footnote-body">
+<div class="fndiv" id="xd33e11952">
+<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd33e11952src" title="Ga terug naar noot 1 in tekst.">1</a></span> De koning had vroeger met deze dame vertrouwelijken omgang gehad; op aansporen van
+zijn verwanten, die zijn huwelijk met Lady Grey wilden beletten, kwam zij, op grond
+van ontvangen trouwbelofte, tegen dit huwelijk op. (Philippe de Comines, tijdgenoot
+van koning Edward, bericht, dat Edward met een Engelsche dame werkelijk getrouwd is
+geweest en dat het huwelijk door den bisschop van Bath gesloten was. Volgens de kroniek
+van Croyland, die hetzelfde bericht, zou deze dame Eleanor Butler, weduwe van Lord
+Butler van Sudley, en dochter van den graaf van Salisbury, geweest zijn.)
+</p>
+<p class="footnote cont">Op dezen grond werden de kinderen van Edward voor onwettig verklaard bij parlementsbesluit,
+waarin echter Elisabeth Lucy niet genoemd wordt.
+</p>
+<p class="footnote cont">Shakespeare volgt Holinshed, wiens bron Hall’s kroniek was, welke op haar beurt uit
+het bericht van Sir Thomas More geput <span class="corr" id="xd33e11957" title="Bron: geeft">heeft</span>.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd33e11952src" title="Ga terug naar noot 1 in tekst.">↑</a></p>
+</div>
+</div>
+</div>
+</div>
+<div class="div1 last-child act"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody">
+<p class="first center large">EDWARD III (1312–1377.)
+</p>
+<p class="center"><span class="sc">Gemalin: Philippa van Henegouwen.</span>
+</p>
+<ul id="genealogy">
+<li><span class="itemNumX">1.</span> <span class="ex">Edward</span>, prins van Wales, genaamd de zwarte Prins (1330–1376). Gemalin: <span class="ex">Johanna</span> van Kent<a class="noteRef" id="xd33e12431src" href="#xd33e12431" title="Ga naar noot 1.">1</a>.
+<ul>
+<li><span class="ex">Richard</span>&nbsp;II (1367–1400).
+</li>
+</ul>
+</li>
+<li><span class="itemNumX">2.</span> (Jong gestorven, 1336)<span class="corr" id="xd33e12463" title="Bron: ;">.</span>
+</li>
+<li><span class="itemNumX">3.</span> <span class="ex">Lionel</span>, hertog van <span class="ex">Clarence</span> (1338–1368).
+<ul>
+<li><span class="ex">Philippa</span>. Gemaal: <span class="ex">Edmond Mortimer</span>, graaf van <span class="ex">March</span>, †&nbsp;1382.
+<ul>
+<li><span class="ex">Roger Mortimer</span>, graaf van <span class="ex">March</span>, aangewezen troonopvolger van Richard&nbsp;II, †&nbsp;1398 in Ierland.
+<ul>
+<li><span class="ex">Anna Mortimer</span>. Gemaal: <span class="ex">Richard</span>, graaf van Cambridge (zie onder&nbsp;5).
+</li>
+<li><span class="ex">Edmond Mortimer</span>, graaf van March (1392–1425)<a class="noteRef" id="xd33e12507src" href="#xd33e12507" title="Ga naar noot 2.">2</a>.
+</li>
+</ul>
+</li>
+<li><span class="ex">Edmond Mortimer</span>, schoonzoon van Owen Glendower.
+</li>
+<li><span class="ex">Elizabeth</span>, gemalin van Percy, bijgenaamd Heetspoor<a class="noteRef" id="xd33e12525src" href="#xd33e12525" title="Ga naar noot 3.">3</a>.
+</li>
+</ul>
+</li>
+</ul>
+</li>
+<li><span class="itemNumX">4.</span> <span class="ex">Jan van Gent</span>, graaf van Richmond, hertog van <span class="ex">Lancaster</span> (1340–1399).
+</li>
+<li class="xd33e12540">Eerste gemalin: <span class="ex">Blanca</span> van Lancaster.
+<ul>
+<li><span class="ex">Hendrik</span>&nbsp;IV (1336–1413). Gemalin: <span class="ex">Marie de Bohun</span><a class="noteRef" id="xd33e12552src" href="#xd33e12552" title="Ga naar noot 4.">4</a>.
+<ul>
+<li><span class="ex">Hendrik</span>&nbsp;V (1387–1422). Gemalin: <span class="ex">Catharina</span> van Frankrijk<a class="noteRef" id="xd33e12566src" href="#xd33e12566" title="Ga naar noot 5.">5</a>.
+<ul>
+<li><span class="ex">Hendrik</span>&nbsp;VI (1421–1471). Gemalin: <span class="ex">Margaretha</span> van <span class="ex">Anjou</span>.
+<ul>
+<li><span class="ex">Edward</span>, prins van Wales (1453–1471). Gemalin: <span class="ex">Anna Nevil</span>, dochter van den graaf van Warwick.
+</li>
+</ul>
+</li>
+</ul>
+</li>
+<li><span class="ex">Thomas</span>, hertog van <span class="ex">Clarence</span>, †&nbsp;1421.
+</li>
+<li><span class="ex">John</span>, hertog van <span class="ex">Bedford</span>, †&nbsp;1435.
+</li>
+<li><span class="ex">Humphrey</span>, hertog van <span class="ex">Gloster</span>, †&nbsp;1447.
+</li>
+</ul>
+</li>
+</ul>
+</li>
+<li class="xd33e12540">Tweede gemalin: <span class="ex">Constance</span> van Castilië.
+</li>
+<li class="xd33e12540"><span class="ex">Catharina <span class="corr" id="xd33e12624" title="Bron: Swijnford">Swynford</span></span>, †&nbsp;1403.
+<ul>
+<li><span class="ex">John Beaufort</span>, graaf van <span class="ex">Somerset</span>, markies van <span class="ex">Dorset</span>, †&nbsp;1410.
+<ul>
+<li><span class="ex">John</span>, hertog van <span class="ex">Somerset</span><span class="corr" id="xd33e12645" title="Niet in bron">,</span> †&nbsp;1447.
+<ul>
+<li><span class="ex">Margaretha</span>, †&nbsp;1509, gehuwd met <span class="ex">Edmond Tudor</span>, graaf van <span class="ex">Richmond</span><a class="noteRef" id="xd33e12657src" href="#xd33e12657" title="Ga naar noot 6.">6</a>.
+<ul>
+<li><span class="ex">Hendrik</span>&nbsp;VII, <span class="ex">Tudor</span>, graaf van <span class="ex">Richmond</span> (1456–1509). Gemalin: <span class="ex">Elizabeth</span> van <span class="ex">York</span>, dochter van Edward&nbsp;IV. (Zie onder&nbsp;5).
+</li>
+</ul>
+</li>
+</ul>
+</li>
+<li><span class="ex">Edmond</span>, hertog van <span class="ex">Somerset</span>, †&nbsp;1455.
+<ul>
+<li><span class="ex">Hendrik</span>, hertog van <span class="ex">Somerset</span>, †&nbsp;1464.
+</li>
+<li><span class="ex">Edmond</span>, hertog van <span class="ex">Somerset</span><span class="corr" id="xd33e12708" title="Bron: .">,</span> †&nbsp;1471.
+</li>
+<li><span class="ex">Margaretha</span>, gehuwd met <span class="ex">Humphrey</span>, graaf van <span class="ex">Stafford</span> (zie onder&nbsp;7).
+<ul>
+<li><span class="ex">Hendrik Stafford</span>, hertog van Buckingham, †&nbsp;1483<a class="noteRef" id="xd33e12726src" href="#xd33e12726" title="Ga naar noot 7.">7</a>.
+</li>
+</ul>
+</li>
+</ul>
+</li>
+<li><span class="ex">Johanna</span>, gehuwd met <span class="ex">Jacobus</span> I, van Schotland.
+</li>
+</ul>
+</li>
+<li>Kardinaal <span class="ex">Beaufort</span>, †&nbsp;1447.
+</li>
+<li><span class="ex">Thomas Beaufort</span>, hertog van <span class="ex">Exeter</span>, †&nbsp;1444.
+</li>
+<li><span class="ex">Johanna Beaufort</span>, gehuwd met <span class="ex">Ralf Nevil</span>, graaf van <span class="ex">Westmoreland</span><a class="noteRef" id="xd33e12769src" href="#xd33e12769" title="Ga naar noot 8.">8</a>.
+</li>
+</ul>
+</li>
+<li><span class="itemNumX">5.</span> <span class="ex">Edmund van Langley</span>, hertog van York (1342–1402). Gemalin: <span class="ex">Isabella de Padilla</span>.
+<ul>
+<li><span class="ex">Edward</span>, graaf van <span class="ex">Rutland</span>, hertog van <span class="ex">Aumerle</span>, later van <span class="ex">York</span>, †&nbsp;1415 (bij Agincourt).
+</li>
+<li><span class="ex">Richard</span>, graaf van <span class="ex">Cambridge</span>, rebel tegen Hendrik&nbsp;V, †&nbsp;1415. Gemalin: <span class="ex">Anna Mortimer</span>, dochter van Roger Mortimer. (Zie onder&nbsp;3).
+<ul>
+<li><span class="ex">Richard Plantagenet</span>, hertog van <span class="ex">York</span>, †&nbsp;1460. Gemalin: <span class="ex">Cecilia Nevil</span>, dochter van Ralf Nevil, graaf van Westmoreland.
+<ul>
+<li><span class="ex">Edward</span>&nbsp;IV (1442–1483). Gemalin: <span class="ex">Elizabeth Woodville</span>.
+<ul>
+<li><span class="ex">Elizabeth</span> (1467–1503). Gemaal: <span class="ex">Hendrik</span>&nbsp;VII <span class="ex">Tudor</span>.
+</li>
+<li><span class="ex">Edward</span>&nbsp;V (1470–1483).
+</li>
+<li><span class="ex">Richard</span>, hertog van <span class="ex">York</span> (1474–1483).
+</li>
+</ul>
+</li>
+<li><span class="ex">Edmond</span>, graaf van <span class="ex">Rutland</span> (1443–1460).
+</li>
+<li><span class="ex">Margaretha</span>, in 1468 gehuwd met <span class="ex">Karel de Stoute</span>, hertog van Bourgondië.
+</li>
+<li><span class="ex">George</span>, hertog van <span class="ex">Clarence</span> (1448–1478), gehuwd met <span class="ex">Isabella Nevil</span>, dochter van den graaf van Warwick.
+<ul>
+<li><span class="ex">Edward</span>, †&nbsp;1499.
+</li>
+<li><span class="ex">Margaretha</span>, gehuwd met Sir <span class="ex">Richard Pole</span>, sinds 1513 hertogin van Salisbury <span class="corr" id="xd33e12904" title="Niet in bron">(</span>1471–1541).
+</li>
+</ul>
+</li>
+<li><span class="ex">Richard</span>&nbsp;III, eerst hertog van <span class="ex">Gloster</span> (1452–1485). Gemalin: <span class="ex">Anna Nevil</span>, weduwe van Prins Edward (zie onder 4).
+<ul>
+<li><span class="ex">Edward</span>, prins van Wales (1473–1484).
+</li>
+</ul>
+</li>
+</ul>
+</li>
+</ul>
+</li>
+</ul>
+</li>
+<li><span class="itemNumX">6.</span> (Jong gestorven, 1348).
+</li>
+<li><span class="itemNumX">7.</span> <span class="ex">Thomas van Woodstock</span>, hertog van <span class="ex">Gloster</span>, gestorven te Calais, in gevangenschap (1356–1397).
+<ul>
+<li><span class="ex">Humphrey</span>, graaf van <span class="ex">Buckingham</span>, †&nbsp;1460.
+<ul>
+<li><span class="ex">Humphrey</span>, graaf van <span class="ex">Stafford</span>, †&nbsp;1455 (zie onder&nbsp;4).
+</li>
+</ul>
+</li>
+</ul>
+</li>
+</ul><p>
+</p>
+</div>
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<div class="footnote-body">
+<div class="fndiv" id="xd33e12431">
+<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd33e12431src" title="Ga terug naar noot 1 in tekst.">1</a></span> Zij was de dochter van Edmond van Woodstock, graaf van Kent. Zij was eerst gehuwd
+met graaf Holland; van haar zoons uit dit huwelijk zijn hier te noemen; <span class="ex">Thomas</span>, graaf van <span class="ex">Kent</span>, later hertog van <span class="ex">Surrey</span>, en <span class="ex">John</span>, graaf van <span class="ex">Huntingdon</span>, later hertog van <span class="ex">Exeter</span>.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd33e12431src" title="Ga terug naar noot 1 in tekst.">↑</a></p>
+</div>
+<div class="fndiv" id="xd33e12507">
+<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd33e12507src" title="Ga terug naar noot 2 in tekst.">2</a></span> Deze Edmond Mortimer is met zijn oom, <span class="ex">Edmond Mortimer</span>, broeder van <span class="ex">Roger Mortimer</span>, door Shakespeare tot één persoon versmolten.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd33e12507src" title="Ga terug naar noot 2 in tekst.">↑</a></p>
+</div>
+<div class="fndiv" id="xd33e12525">
+<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd33e12525src" title="Ga terug naar noot 3 in tekst.">3</a></span> Bij Shakespeare in K. Hendrik&nbsp;IV, door Heetspoor steeds Kate genoemd, in Holinshed’s
+kroniek Elianor.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd33e12525src" title="Ga terug naar noot 3 in tekst.">↑</a></p>
+</div>
+<div class="fndiv" id="xd33e12552">
+<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd33e12552src" title="Ga terug naar noot 4 in tekst.">4</a></span> Een zuster van Hendrik&nbsp;IV, <span class="ex">Elizabeth</span>, was gehuwd met John, hertog van Exeter, halfbroeder van Richard&nbsp;II.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd33e12552src" title="Ga terug naar noot 4 in tekst.">↑</a></p>
+</div>
+<div class="fndiv" id="xd33e12566">
+<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd33e12566src" title="Ga terug naar noot 5 in tekst.">5</a></span> Na Hendriks dood huwde Catharina met <span class="ex">Owen Tudor</span>, een edelman uit Wales.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd33e12566src" title="Ga terug naar noot 5 in tekst.">↑</a></p>
+</div>
+<div class="fndiv" id="xd33e12657">
+<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd33e12657src" title="Ga terug naar noot 6 in tekst.">6</a></span> <span class="ex">Edmond Tudor</span> was de zoon van Owen Tudor en Catharina van Frankrijk. Na Edmond Tudor’s dood (1456)
+huwde Margaretha met <span class="ex">Lord Stanley</span>, graaf van <span class="ex">Derby</span>.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd33e12657src" title="Ga terug naar noot 6 in tekst.">↑</a></p>
+</div>
+<div class="fndiv" id="xd33e12726">
+<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd33e12726src" title="Ga terug naar noot 7 in tekst.">7</a></span> Zijn zoon <span class="ex">Edward</span>, door Hendrik&nbsp;VII in zijn bezittingen hersteld, en onder Hendrik&nbsp;VIII groot-connetabel,
+werd in 1521 onthoofd. Diens zoon <span class="ex">Hendrik</span> voerde alleen den titel van Graaf van <span class="ex">Stafford</span>.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd33e12726src" title="Ga terug naar noot 7 in tekst.">↑</a></p>
+</div>
+<div class="fndiv" id="xd33e12769">
+<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd33e12769src" title="Ga terug naar noot 8 in tekst.">8</a></span> Haar zoon was: <span class="ex">Richard Nevil</span>, door huwelijk graaf van <span class="ex">Salisbury</span>, wiens zoon <span class="ex">Richard</span> door zijn huwelijk graaf van <span class="ex">Warwick</span> werd; haar dochter <span class="ex">Cecilia</span> huwde met <span class="ex">Richard Plantagenet</span>, zie onder 5.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd33e12769src" title="Ga terug naar noot 8 in tekst.">↑</a></p>
+</div>
+</div>
+</div>
+</div>
+</div>
+</div>
+<div class="back">
+<div class="div1" id="toc">
+<h2 class="main">Inhoudsopgave</h2>
+<table>
+<tr class="tocLevel0">
+<td class="tocDivNum"></td>
+<td class="tocDivTitle" colspan="3"><a href="#kr3">KONING RICHARD DE DERDE.</a></td>
+<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#kr3">212</a></td>
+</tr>
+<tr id="kr3.i.toc" class="tocLevel1">
+<td></td>
+<td class="tocDivNum"></td>
+<td class="tocDivTitle" colspan="2"><a href="#kr3.i">EERSTE BEDRIJF.</a></td>
+<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#kr3.i">212</a></td>
+</tr>
+<tr id="kr3.i.1.toc" class="tocLevel2">
+<td colspan="2"></td>
+<td class="tocDivNum"></td>
+<td class="tocDivTitle"><a href="#kr3.i.1">EERSTE TOONEEL.</a></td>
+<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#kr3.i.1">212</a></td>
+</tr>
+<tr id="kr3.i.2.toc" class="tocLevel2">
+<td colspan="2"></td>
+<td class="tocDivNum"></td>
+<td class="tocDivTitle"><a href="#kr3.i.2">TWEEDE TOONEEL.</a></td>
+<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#kr3.i.2">215</a></td>
+</tr>
+<tr id="kr3.i.3.toc" class="tocLevel2">
+<td colspan="2"></td>
+<td class="tocDivNum"></td>
+<td class="tocDivTitle"><a href="#kr3.i.3">DERDE TOONEEL.</a></td>
+<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#kr3.i.3">218</a></td>
+</tr>
+<tr id="kr3.i.4.toc" class="tocLevel2">
+<td colspan="2"></td>
+<td class="tocDivNum"></td>
+<td class="tocDivTitle"><a href="#kr3.i.4">VIERDE TOONEEL.</a></td>
+<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#kr3.i.4">223</a></td>
+</tr>
+<tr id="kr3.ii.toc" class="tocLevel1">
+<td></td>
+<td class="tocDivNum"></td>
+<td class="tocDivTitle" colspan="2"><a href="#kr3.ii"><span class="ex">TWEEDE BEDRIJF.</span></a></td>
+<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#kr3.ii">227</a></td>
+</tr>
+<tr id="kr3.ii.1.toc" class="tocLevel2">
+<td colspan="2"></td>
+<td class="tocDivNum"></td>
+<td class="tocDivTitle"><a href="#kr3.ii.1">EERSTE TOONEEL.</a></td>
+<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#kr3.ii.1">227</a></td>
+</tr>
+<tr id="kr3.ii.2.toc" class="tocLevel2">
+<td colspan="2"></td>
+<td class="tocDivNum"></td>
+<td class="tocDivTitle"><a href="#kr3.ii.2">TWEEDE TOONEEL.</a></td>
+<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#kr3.ii.2">229</a></td>
+</tr>
+<tr id="kr3.ii.3.toc" class="tocLevel2">
+<td colspan="2"></td>
+<td class="tocDivNum"></td>
+<td class="tocDivTitle"><a href="#kr3.ii.3">DERDE TOONEEL.</a></td>
+<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#kr3.ii.3">232</a></td>
+</tr>
+<tr id="kr3.ii.4.toc" class="tocLevel2">
+<td colspan="2"></td>
+<td class="tocDivNum"></td>
+<td class="tocDivTitle"><a href="#kr3.ii.4">VIERDE TOONEEL.</a></td>
+<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#kr3.ii.4">232</a></td>
+</tr>
+<tr id="kr3.iii.toc" class="tocLevel1">
+<td></td>
+<td class="tocDivNum"></td>
+<td class="tocDivTitle" colspan="2"><a href="#kr3.iii"><span class="ex">DERDE BEDRIJF.</span></a></td>
+<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#kr3.iii">234</a></td>
+</tr>
+<tr id="kr3.iii.1.toc" class="tocLevel2">
+<td colspan="2"></td>
+<td class="tocDivNum"></td>
+<td class="tocDivTitle"><a href="#kr3.iii.1">EERSTE TOONEEL.</a></td>
+<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#kr3.iii.1">234</a></td>
+</tr>
+<tr id="kr3.iii.2.toc" class="tocLevel2">
+<td colspan="2"></td>
+<td class="tocDivNum"></td>
+<td class="tocDivTitle"><a href="#kr3.iii.2">TWEEDE TOONEEL.</a></td>
+<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#kr3.iii.2">237</a></td>
+</tr>
+<tr id="kr3.iii.3.toc" class="tocLevel2">
+<td colspan="2"></td>
+<td class="tocDivNum"></td>
+<td class="tocDivTitle"><a href="#kr3.iii.3">DERDE TOONEEL.</a></td>
+<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#kr3.iii.3">239</a></td>
+</tr>
+<tr id="kr3.iii.4.toc" class="tocLevel2">
+<td colspan="2"></td>
+<td class="tocDivNum"></td>
+<td class="tocDivTitle"><a href="#kr3.iii.4">VIERDE TOONEEL.</a></td>
+<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#kr3.iii.4">239</a></td>
+</tr>
+<tr id="kr3.iii.5.toc" class="tocLevel2">
+<td colspan="2"></td>
+<td class="tocDivNum"></td>
+<td class="tocDivTitle"><a href="#kr3.iii.5">VIJFDE TOONEEL.</a></td>
+<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#kr3.iii.5">241</a></td>
+</tr>
+<tr id="kr3.iii.6.toc" class="tocLevel2">
+<td colspan="2"></td>
+<td class="tocDivNum"></td>
+<td class="tocDivTitle"><a href="#kr3.iii.6">ZESDE TOONEEL.</a></td>
+<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#kr3.iii.6">242</a></td>
+</tr>
+<tr id="kr3.iii.7.toc" class="tocLevel2">
+<td colspan="2"></td>
+<td class="tocDivNum"></td>
+<td class="tocDivTitle"><a href="#kr3.iii.7">ZEVENDE TOONEEL.</a></td>
+<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#kr3.iii.7">243</a></td>
+</tr>
+<tr id="kr3.iv.toc" class="tocLevel1">
+<td></td>
+<td class="tocDivNum"></td>
+<td class="tocDivTitle" colspan="2"><a href="#kr3.iv"><span class="ex">VIERDE BEDRIJF.</span></a></td>
+<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#kr3.iv">246</a></td>
+</tr>
+<tr id="kr3.iv.1.toc" class="tocLevel2">
+<td colspan="2"></td>
+<td class="tocDivNum"></td>
+<td class="tocDivTitle"><a href="#kr3.iv.1">EERSTE TOONEEL.</a></td>
+<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#kr3.iv.1">246</a></td>
+</tr>
+<tr id="kr3.iv.2.toc" class="tocLevel2">
+<td colspan="2"></td>
+<td class="tocDivNum"></td>
+<td class="tocDivTitle"><a href="#kr3.iv.2">TWEEDE TOONEEL.</a></td>
+<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#kr3.iv.2">248</a></td>
+</tr>
+<tr id="kr3.iv.3.toc" class="tocLevel2">
+<td colspan="2"></td>
+<td class="tocDivNum"></td>
+<td class="tocDivTitle"><a href="#kr3.iv.3">DERDE TOONEEL.</a></td>
+<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#kr3.iv.3">250</a></td>
+</tr>
+<tr id="kr3.iv.4.toc" class="tocLevel2">
+<td colspan="2"></td>
+<td class="tocDivNum"></td>
+<td class="tocDivTitle"><a href="#kr3.iv.4">VIERDE TOONEEL.</a></td>
+<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#kr3.iv.4">250</a></td>
+</tr>
+<tr id="kr3.iv.5.toc" class="tocLevel2">
+<td colspan="2"></td>
+<td class="tocDivNum"></td>
+<td class="tocDivTitle"><a href="#kr3.iv.5">VIJFDE TOONEEL.</a></td>
+<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#kr3.iv.5">259</a></td>
+</tr>
+<tr id="kr3.v.toc" class="tocLevel1">
+<td></td>
+<td class="tocDivNum"></td>
+<td class="tocDivTitle" colspan="2"><a href="#kr3.v"><span class="ex">VIJFDE BEDRIJF.</span></a></td>
+<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#kr3.v">259</a></td>
+</tr>
+<tr id="kr3.v.1.toc" class="tocLevel2">
+<td colspan="2"></td>
+<td class="tocDivNum"></td>
+<td class="tocDivTitle"><a href="#kr3.v.1">EERSTE TOONEEL.</a></td>
+<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#kr3.v.1">259</a></td>
+</tr>
+<tr id="kr3.v.2.toc" class="tocLevel2">
+<td colspan="2"></td>
+<td class="tocDivNum"></td>
+<td class="tocDivTitle"><a href="#kr3.v.2">TWEEDE TOONEEL.</a></td>
+<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#kr3.v.2">259</a></td>
+</tr>
+<tr id="kr3.v.3.toc" class="tocLevel2">
+<td colspan="2"></td>
+<td class="tocDivNum"></td>
+<td class="tocDivTitle"><a href="#kr3.v.3">DERDE TOONEEL.</a></td>
+<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#kr3.v.3">260</a></td>
+</tr>
+<tr id="kr3.v.4.toc" class="tocLevel2">
+<td colspan="2"></td>
+<td class="tocDivNum"></td>
+<td class="tocDivTitle"><a href="#kr3.v.4">VIERDE TOONEEL.</a></td>
+<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#kr3.v.4">265</a></td>
+</tr>
+<tr id="kr3.v.5.toc" class="tocLevel2">
+<td colspan="2"></td>
+<td class="tocDivNum"></td>
+<td class="tocDivTitle"><a href="#kr3.v.5">VIJFDE TOONEEL.</a></td>
+<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#kr3.v.5">265</a></td>
+</tr>
+<tr id="kr3.aant.toc" class="tocLevel1">
+<td></td>
+<td class="tocDivNum"></td>
+<td class="tocDivTitle" colspan="2"><a href="#kr3.aant">AANTEEKENINGEN.</a></td>
+<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#kr3.aant">266</a></td>
+</tr>
+</table>
+</div>
+<div class="transcriberNote">
+<h2 class="main">Colofon</h2>
+<p>De nieuwe omslagillustratie van dit eBoek is hiermee aan het publieke domein verleend.</p>
+<h3 class="main">Codering</h3>
+<p>Dit boek is weergegeven in oorspronkelijke schrijfwijze. Afgebroken woorden aan het
+einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld. Kennelijke zetfouten in het origineel
+zijn verbeterd. Deze verbeteringen zijn aangegeven in de colofon aan het einde van
+dit boek.</p>
+<h3 class="main">Documentgeschiedenis</h3>
+<ul>
+<li>2025-09-16 Begonnen.
+</li>
+</ul>
+<h3 class="main">Verbeteringen</h3>
+<p>De volgende 72 verbeteringen zijn aangebracht in de tekst:</p>
+<table class="correctionTable">
+<tr>
+<th>Bladzijde</th>
+<th>Bron</th>
+<th>Verbetering</th>
+<th>Bewerkingsafstand</th>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e443">213</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Claren cekomt</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Clarence komt</td>
+<td class="bottom">2</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e488">213</a>, <a class="pageref" href="#xd33e4704">234</a>, <a class="pageref" href="#xd33e5536">238</a>, <a class="pageref" href="#xd33e10332">261</a>, <a class="pageref" href="#xd33e12708">280 281</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">.</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">,</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e612">214</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">groeter</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">groeten</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e824">215</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">gegebracht</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">gebracht</td>
+<td class="bottom">2</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1199">217</a>, <a class="pageref" href="#xd33e5966">240</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">t</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">’t</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e2916">225</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">hen</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">hem</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e3300">227</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">schuil </td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">
+[<i>Verwijderd</i>]
+</td>
+<td class="bottom">7</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e3609">229</a>, <a class="pageref" href="#xd33e7253">246</a>, <a class="pageref" href="#xd33e7266">246</a>, <a class="pageref" href="#xd33e9047">255</a>, <a class="pageref" href="#xd33e11215">265</a>, <a class="pageref" href="#xd33e11399">266</a>, <a class="pageref" href="#xd33e11774">273</a>, <a class="pageref" href="#xd33e11818">273</a>, <a class="pageref" href="#xd33e11820">273</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">
+[<i>Niet in bron</i>]
+</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">.</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e3640">229</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">
+[<i>Niet in bron</i>]
+</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">„</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e4232">232</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">:</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">;</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e4256">232</a>, <a class="pageref" href="#xd33e5327">237</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">,</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">.</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e4336">232</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">gistren</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">gist’ren</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e4733">234</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">van</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">dan</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e4914">235</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">kont</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">komt</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e5359">237</a>, <a class="pageref" href="#xd33e11901">274</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">van nacht</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">vannacht</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e5888">239</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">nich</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">noch</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e6358">242</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">.</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">
+[<i>Verwijderd</i>]
+</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e6437">242</a>, <a class="pageref" href="#xd33e11966">275</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">,</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">
+[<i>Verwijderd</i>]
+</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e6600">243</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">
+[<i>Niet in bron</i>]
+</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">”</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e7461">247</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl"><span class="sc">Koningin</span></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl"><i>Koningin</i></td>
+<td class="bottom">0</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e7709">248</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">hoot</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">hoor</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e8397">252</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">?”</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">”?</td>
+<td class="bottom">2</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e8491">252</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">armgestorven</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">arm gestorven</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e9051">255</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Caesar’s Caesar</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Cæsar’s Cæsar</td>
+<td class="bottom">4</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e9123">256</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">gehengt</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">geheugt</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e9288">256</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">bejamm;-ren</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">bejamm’ren</td>
+<td class="bottom">2</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e9730">258</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Dorsethire</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Dorsetshire</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e9768">258</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Buckingsham’s</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Buckingham’s</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e10312">261</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">plach</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">placht</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e10449">262</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Edward</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl"><span class="sc">Edward</span></td>
+<td class="bottom">0</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e11389">266</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Holished</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Holinshed</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e11432">268</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Schakespeare</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Shakespeare</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e11492">270</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">wichlaar</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">wich’laar</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e11512">270</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">hechtnis</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">hecht’nis</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e11557">271</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">jongen</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">jonge</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e11600">271</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">is</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">in</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e11623">271</a>, <a class="pageref" href="#xd33e11885">274</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Crosby-hof</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Crosbyhof</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e11928">275</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">zulk enauwlettende</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">zulke nauwlettende</td>
+<td class="bottom">2</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e11957">275</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">geeft</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">heeft</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e11977">276</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">’</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">”</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e12023">276</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">,</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">;</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e12034">276</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Glocester</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Gloucester</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e12052">277</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Van waar</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Vanwaar</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e12059">277</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">
+[<i>Niet in bron</i>]
+</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">er </td>
+<td class="bottom">3</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e12098">277</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Breknock</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Brecknock</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e12123">278</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Luchterven</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Lucht-erven</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e12186">278</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="en">Paul s</td>
+<td class="width40 bottom" lang="en">Paul’s</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e12248">279</a>, <a class="pageref" href="#xd33e12300">282</a>, <a class="pageref" href="#xd33e12645">280 281</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">
+[<i>Niet in bron</i>]
+</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">,</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e12283">279</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl"> </td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">—</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e12409">283</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Hendik</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Hendrik</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e12463">280 281</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">;</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">.</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e12624">280 281</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Swijnford</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Swynford</td>
+<td class="bottom">2</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e12904">280 281</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">
+[<i>Niet in bron</i>]
+</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">(</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+</table>
+</div>
+</div>
+<div style='text-align:center'>*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 76912 ***</div>
+</body>
+</html>
+
diff --git a/76912-h/images/new-cover.jpg b/76912-h/images/new-cover.jpg
new file mode 100644
index 0000000..897c5c3
--- /dev/null
+++ b/76912-h/images/new-cover.jpg
Binary files differ
diff --git a/76912-h/images/p212.jpg b/76912-h/images/p212.jpg
new file mode 100644
index 0000000..3435c28
--- /dev/null
+++ b/76912-h/images/p212.jpg
Binary files differ
diff --git a/76912-h/images/p214.jpg b/76912-h/images/p214.jpg
new file mode 100644
index 0000000..12c0e63
--- /dev/null
+++ b/76912-h/images/p214.jpg
Binary files differ
diff --git a/76912-h/images/p230.jpg b/76912-h/images/p230.jpg
new file mode 100644
index 0000000..12b7297
--- /dev/null
+++ b/76912-h/images/p230.jpg
Binary files differ
diff --git a/76912-h/images/p248.jpg b/76912-h/images/p248.jpg
new file mode 100644
index 0000000..dc1b970
--- /dev/null
+++ b/76912-h/images/p248.jpg
Binary files differ
diff --git a/76912-h/images/rbrace2.png b/76912-h/images/rbrace2.png
new file mode 100644
index 0000000..44d0708
--- /dev/null
+++ b/76912-h/images/rbrace2.png
Binary files differ
diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt
new file mode 100644
index 0000000..6312041
--- /dev/null
+++ b/LICENSE.txt
@@ -0,0 +1,11 @@
+This eBook, including all associated images, markup, improvements,
+metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be
+in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES.
+
+Procedures for determining public domain status are described in
+the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org.
+
+No investigation has been made concerning possible copyrights in
+jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize
+this eBook outside of the United States should confirm copyright
+status under the laws that apply to them.
diff --git a/README.md b/README.md
new file mode 100644
index 0000000..49f3f63
--- /dev/null
+++ b/README.md
@@ -0,0 +1,2 @@
+Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for eBook #76912
+(https://www.gutenberg.org/ebooks/76912)