summaryrefslogtreecommitdiff
diff options
context:
space:
mode:
authorpgww <pgww@lists.pglaf.org>2025-08-29 14:22:02 -0700
committerpgww <pgww@lists.pglaf.org>2025-08-29 14:22:02 -0700
commit7bad89860a0b1910c2361d823a67f67f89aa7a80 (patch)
tree6460e3ce59e989df4ed22372a6aa35f0c84f9d85
Update for 76761HEADmain
-rw-r--r--.gitattributes3
-rw-r--r--76761-0.txt3141
-rw-r--r--76761-h/76761-h.htm4224
-rw-r--r--76761-h/images/lordlister.pngbin0 -> 36856 bytes
-rw-r--r--76761-h/images/lordlister0033-front.jpgbin0 -> 100948 bytes
-rw-r--r--76761-h/images/p0033-01.pngbin0 -> 13296 bytes
-rw-r--r--LICENSE.txt11
-rw-r--r--README.md2
8 files changed, 7381 insertions, 0 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes
new file mode 100644
index 0000000..6833f05
--- /dev/null
+++ b/.gitattributes
@@ -0,0 +1,3 @@
+* text=auto
+*.txt text
+*.md text
diff --git a/76761-0.txt b/76761-0.txt
new file mode 100644
index 0000000..4676f14
--- /dev/null
+++ b/76761-0.txt
@@ -0,0 +1,3141 @@
+
+*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 76761 ***
+
+
+
+
+
+ LORD LISTER
+ GENAAMD RAFFLES
+ DE GROOTE ONBEKENDE.
+
+ NO. 33 DE ALARMKREET.
+
+
+
+
+
+
+
+
+DE ALARMKREET
+
+
+EERSTE HOOFDSTUK.
+
+DE REDACTIE.
+
+
+Een reusachtig schild met gouden letters trok in de Regentstraat de
+aandacht van alle voorbijgangers.
+
+
+ „De Alarmkreet”.
+
+ Onafhankelijk orgaan voor recht en waarheid.
+
+
+las ieder, die daar passeerde.
+
+Des avonds prijkte een enorm groote trompet, gevormd door helder
+brandende electrische lampjes, boven aan den gevel van het gebouw.
+
+Te oordeelen naar de reclame, die er werd gemaakt, moest het een
+wereldberoemd blad zijn en het grootste gedeelte van het gebouw scheen
+gebruikt te worden voor de exploitatie van het blad.
+
+Maar al die reclame was niets als bluf en diende alleen om het publiek
+zand in de oogen te strooien.
+
+Dat op deze manier reeds werd gehandeld in strijd met de waarheid,
+scheen niet te hinderen.
+
+Wanneer men in het reuzengebouw informeerde naar de redactie van de
+Alarmkreet, kreeg men een ontwijkend antwoord.
+
+Alleen de portier, die echter meestal niet te vinden was, wees den
+belangstellenden vrager den weg langs drie binnenplaatsen; dan moest
+men vijf trappen hoog klimmen, totdat men bijna onder het dak boven een
+lage, vervelooze deur een schild ontdekt, waarop te lezen stond:
+
+
+ Redactie van de „Alarmkreet”
+
+
+Ging de vreemdeling naar binnen, dan vond hij in het vertrek, dat
+slechts gemeubeld was met een wankel tafeltje en twee stoelen, een
+armoedig gekleeden jongeling van 15 of 16-jarigen leeftijd, die den
+bezoeker met verbaasde blikken aanstaarde, alsof hij niet wist, wat
+iemand ter wereld daar te zoeken kon hebben.
+
+Vroeg men naar de redactie of den directeur van de courant, dan luidde
+het antwoord, dat de jongen gaf, altijd:
+
+„Mr. Röttger, de redacteur, en mr. Kroyzer zijn allebei uit de stad en
+het is niet te zeggen, wanneer zij terug zullen komen.”
+
+Men werd dan verzocht zijn aangelegenheden schriftelijk te behandelen.
+
+Niemand probeerde het ooit, de vijf trappen nogmaals, en misschien
+tevergeefs, te beklimmen en men deed zijn zaken dan maar per brief af.
+
+De redacteur en de eigenaar van de courant moesten geldige redenen
+hebben om een ontmoeting met het publiek te vermijden.
+
+Ook had nog nooit iemand van den goed afgerichten jongen de
+particuliere adressen der beide heeren vernomen.
+
+Zelfs tegen een groote fooi verried hij zijn meesters niet.
+
+Eenmaal per week kwam de Alarmkreet uit en niemand wist hoe groot de
+oplaag was.
+
+Slechts enkele Londenaars kochten het blad.
+
+Het was, alsof men bang was om er de hand naar uit te steken.
+
+Zij, die het kochten, deden het alleen omdat zij belust waren op
+schandaaltjes, die zij in de Alarmkreet rijkelijk konden vinden, of wel
+het waren lieden, die zelf in het schimpblad aan de kaak werden
+gesteld.
+
+Onder den schijn, voor recht en waarheid te strijden, maakte het
+weekblad er zijn werk van, de zwarte zielen der Londenaren nog
+donkerder af te schilderen dan zij inderdaad reeds waren.
+
+Slechts zij, die een flink bedrag betaalden of abonné’s waren, konden
+er zeker van zijn, niet door het slijk te worden gesleurd.
+
+Het laatste nummer der Alarmkreet bevatte een artikel over John
+Raffles, den grooten onbekende.
+
+Mijnheer de redacteur meende te kunnen bewijzen, dat de edele
+karaktereigenschappen, welke Raffles in al zijn daden aan den dag had
+gelegd, niets anders dan schijnheiligheid waren.
+
+Inderdaad moest hij een gewetenlooze avonturier zijn, een misdadiger,
+die zijn ongelukkigen slachtoffers hun laatsten cent ontnam om het geld
+in gezelschap van lichtzinnige losbollen of met dames der demi-monde te
+verbrassen.
+
+Charly Brand, de vriend en helper van Raffles, had de courant gekocht,
+toen die op straat met luid geschreeuw werd aangeboden en legde ze op
+diens schrijftafel nadat hij het artikel, dat als opschrift droeg: „De
+waarheid omtrent Raffles!” met blauw potlood had aangestreept.
+
+Lord Lister was juist uit de sportclub Hellas in zijn voorname, deftige
+woning teruggekeerd en had dadelijk de courant even ingekeken.
+
+De secretaris lette nauwkeurig op de gelaatsuitdrukking van zijn
+vriend.
+
+Raffles liet, nadat hij het artikel gelezen had, zijn monocle uit de
+oogholte vallen en ving het in de hand.
+
+Met een schalkschen blik en een vroolijk glimlachje sprak hij tot
+Charly Brand:
+
+„Nu weet ik tenminste de waarheid omtrent mijzelf. Het is opvallend,
+hoe weinig wij, menschen, ons eigen karakter soms kennen. Ik heb
+inderdaad tot dusverre nog niet geweten, dat ik een vreeselijke Don
+Juan, een speler en drinker ben. Alle eer aan de Alarmkreet! Zij heeft
+mij de oogen geopend. Ik voel, dat ik zoo slecht ben, dat ik nauwelijks
+meer in den spiegel durf kijken.”
+
+Charly Brand begreep deze ironie niet.
+
+Mismoedig fronste hij de wenkbrauwen en antwoordde:
+
+„Ik snap je niet. Wil je het artikel, zonder er notitie van te nemen,
+in de prullemand werpen?
+
+„Moet men jou, die elken penning, welken je met je sport verdient,
+besteedt om den nood van ongelukkigen te lenigen, moet men jou
+werkelijk voor een speler en een drinker houden?”
+
+John Raffles stond op en klopte zijn secretaris geruststellend op den
+schouder.
+
+„Mijn lieve, beste jongen! De enkele lezers van dit artikel mogen er,
+wat mij betreft, gelukkig mee zijn. De andere menschen zullen zeker wel
+weten, wat men van een stuk in de Alarmkreet kan gelooven.
+
+„Het zou zeer beleedigend voor mij zijn, wanneer het schimpblad had
+geschreven, dat ik een eerlijk, vroom mensch was, dat ik een even
+volmaakt gentleman was als de heeren van de Alarmkreet dat zelf zijn.
+
+„Kijk eens, mijn beste Charly, zulk een artikel zou ik niet
+onverschillig ter zijde hebben gelegd, want dat zou een beleediging
+zijn geweest.
+
+„Ik dacht er juist vanmorgen over na, waar ik een nieuw terrein zou
+kunnen vinden voor het verdere uitoefenen van mijn sport.
+
+„Ik zal mij nu eens in het belang van het menschdom met dit alom
+verspreide blad bezighouden.
+
+„Doe eens je best om er achter te komen waar de eigenaar en de
+hoofdredacteur van het blad wonen en op welke uren zij te spreken zijn.
+Dan kan ik mijn plan in elkaar zetten.”
+
+Charly Brand stond op, en daar het zijn gewoonte was, de bevelen van
+zijn meester dadelijk ten uitvoer te brengen, nam hij zijn hoed en
+wandelstok om zich op weg te begeven.
+
+„Mocht je den hoofdredacteur persoonlijk te spreken krijgen,” sprak
+lord Lister, toen Charly de kamer wilde verlaten, „stel je dan aan hem
+voor als schrijver, wat je immers ook bent.”
+
+Charly Brand bloosde.
+
+„Hoezoo?” vroeg hij. „Hoe weet jij, dat ik schrijf?”
+
+„Ik weet het,” antwoordde Raffles lachend, „ik vond namelijk, toen je
+uit waart, in je kamer een lijvig werk, waarin je de meeste mijner
+uitgehaalde streken op verbazend kunstige wijze hebt weergegeven.
+
+„Daarom heb ik het recht te zeggen, dat jij een auteur bent.”
+
+„Ik schreef dit alleen voor mijn eigen genoegen,” antwoordde de
+secretaris.
+
+„Maar met grooten aanleg,” antwoordde John Raffles. „Ik was reeds
+gisteren van plan je te verzoeken, voortaan al mijn avonturen, als mijn
+trouw biograaf, op te schrijven. Misschien wordt je daardoor eenmaal
+een beroemd man.
+
+„Ga nu. Stel je op de redactie voor als schrijver en zeg, dat je werk
+zoekt. Vertel ook, dat je van allerlei hooggeplaatste en beroemde
+personen de intiemste schandaaltjes weet.”
+
+Charly ging heen.
+
+Hij moest bijna een uur zoeken, voordat de portier van het groote
+gebouw, hem met een geheimzinnig glimlachje den weg wees naar het
+redactiebureau van de Alarmkreet.
+
+Toen hij de armoedig ingerichte kamer binnentrad, was daar ook een
+bejaarde man aanwezig, die naar zijn kleeding te oordeelen, tot den
+gegoeden stand behoorde.
+
+Charly Brand bleef bij de deur staan en was getuige van een gesprek
+tusschen den man en den jongen.
+
+„Het is dus onmogelijk,” sprak de vreemdeling, „om een van de heeren te
+spreken te krijgen?”
+
+„Onmogelijk,” antwoordde de jongeling, met een grijns op zijn leelijk
+gelaat. „Mr. Röttger en Mr. Kroyzer zijn voor zaken afwezig en als gij
+iets wenscht, dan moet gij dat schriftelijk vragen.”
+
+„Ik kan dat niet per brief doen,” sprak de onbekende. „Gij weet zeker
+wel van welke zaak hier sprake is. De som, die ik moet betalen, kan ik
+niet bij elkaar brengen.”
+
+De jongen haalde de schouders op.
+
+„Ik weet niet, waarom het hier gaat, Sir, gij moet dat met den chef
+zelf behandelen.”
+
+„Als ik hem maar te spreken kan krijgen,” vervolgde de vreemdeling op
+zenuwachtigen toon, „reeds vier keer heb ik den weg hierheen afgelegd.”
+
+„Ik zei u reeds eenige keeren, dat gij de zaak alleen per brief in orde
+kunt maken.”
+
+„En ik herhaal u voor de vierde maal, dat ik daartoe niet in staat ben.
+Ik geef u een flinke fooi, als gij mij het adres van een der heeren
+opgeeft.”
+
+„Ik ken hun adressen zelf niet,” antwoordde de jongen, „het helpt niets
+of gij mij een fooi geeft. Mr. Röttger en Mr. Kroyzer komen hier op
+kantoor en behandelen met mij, wat er te behandelen is”.
+
+„Ik heb gisteren en vandaag al urenlang gewacht, zonder een der heeren
+te spreken—niemand komt. Kunt gij mij niet vertellen, „wanneer zij
+ongeveer verschijnen?”
+
+„Wel Sir,” sprak de jongen, „ik kan u geen inlichtingen daaromtrent
+geven, ik zie de heeren dikwijls, dagenlang niet. Soms komen zij eerst
+des nachts om hier te werken.”
+
+„Maar de heeren moeten u uw loon toch uitbetalen.”
+
+„Yes Sir,” antwoordde de kantoorbediende, „dat zenden de heeren per
+post aan mijn moeder.”
+
+Zonder zich verder om Charly Brand of den vreemdeling te bekommeren,
+stak de jongen een slechte centssigaar aan, nam plaats op een stoel en
+blies dikke rookwolken voor zich uit.
+
+Nu kwam Charly Brand naderbij en sprak tot den waardigen
+vertegenwoordiger der Alarmkreet:
+
+„Ik wenschte ook een der heeren te spreken, maar na al hetgeen ik
+zooeven hoorde, bestaat daartoe weinig kans.”
+
+„Ja mijnheer,” antwoordde de jongen, in een hoek van de kamer spuwende,
+„dat moet gij schriftelijk doen.”
+
+De secretaris zette zijn hoed op en ging heen.
+
+Met een diepen zucht volgde de vreemdeling hem.
+
+Toen zij buiten waren gekomen, sprak de onbekende heer:
+
+„Een schurkenbende is het! Bedriegers van het ergste kaliber en niemand
+durft het wagen, hen aan te vallen. Het is meer dan treurig, dat onze
+politie aan dergelijke dingen niet een eind maakt! Maar met werkelijke
+misdadigers, zooals die daar, bemoeit de politie zich niet.”
+
+„Met wien heb ik de eer?” vroeg Charly Brand, terwijl hij zijn hoed
+afnam.
+
+De vreemdeling groette eveneens zeer beleefd en sprak toen:
+
+„Pardon, ik vergat de gewone beleefdheid in acht te nemen. Mijn naam is
+Thomas Spancer. Ik ben de eigenaar van een zaak in pelterijen aan het
+Strand, gij zult mijn winkel waarschijnlijk wel kennen.”
+
+„Zeker,” antwoordde de secretaris van Raffles, „ik ken die zaak als een
+der oudste van Londen.”
+
+„Zoo is het,” knikte de vreemdeling, „mijn grootvader richtte de firma
+op. De zaak is reeds honderdvijftig jaar in handen van onze familie en
+onze naam staat in Londen uitstekend bekend.
+
+„En nu willen die schurken door middel van hun lastercourant onzen
+goeden, eerlijken naam bezoedelen en mij met mijn familie te gronde
+richten.
+
+„Dat wil zeggen”—hij lachte bitter—„indien ik de vijfduizend pond
+sterling niet betaal.”
+
+Charly Brand floot zachtjes.
+
+„Daar is het hun dus om te doen. Mijn naam is Charly Brand,” sprak hij,
+„het zou mij genoegen doen, wanneer ik u kon helpen.”
+
+De pelshandelaar keek den jongen man met onderzoekende blikken aan.
+
+„Ik zou gaarne hulp willen aanvaarden,” sprak hij langzaam.
+
+„Mag ik weten, hoe de zaak in elkaar zit?”
+
+„Uw uiterlijk boezemt mij vertrouwen in,” antwoordde de koopman, „laten
+wij samen een restaurant binnengaan, dan zal ik er u meer van
+vertellen.”
+
+Beide heeren gingen een restaurant binnen, waar op dat uur weinig
+bezoekers waren.
+
+Nadat zij iets hadden besteld, begon de koopman op zachten toon, te
+vertellen:
+
+„Ik heb een zoon, die nu 22 jaar oud is en in mijn zaak werkt een jonge
+bontwerkster van opvallende schoonheid.
+
+„Zij en mijn zoon werden verliefd op elkaar en hiervan bemerkte ik pas
+iets, toen het reeds te laat was.
+
+„Tevergeefs wees ik mijn zoon op de treurige gevolgen van zijn
+lichtzinnig gedrag en zei hem, dat hij onmogelijk met het jonge meisje
+kon trouwen, daar elk mannelijk lid onzer familie een geldhuwelijk moet
+sluiten.
+
+„Misschien vindt gij een dergelijk principe niet goed, maar ik verzeker
+u, mr. Brand, dat in drie geslachten, bij mijn grootvader, mijn vader
+en mij zelf, waar de huwelijken allemaal uit berekening werden
+gesloten, een gelukkig en kalm familieleven heeft geheerscht.
+
+„Bij veel van mijn vrienden daarentegen, die huwelijken uit liefde
+sloten, zijn ongeluk, zorg en vernietiging der eens gekoesterde idealen
+de treurige gevolgen geweest.
+
+„Mijn zoon dacht er ook niet over, het jonge meisje te huwen en maakte
+daardoor den toestand nog erger.”
+
+„Dat begrijp ik niet,” sprak Charly Brand hoofdschuddend, „gij hadt dit
+juist prettig moeten vinden.”
+
+„Volstrekt niet,” antwoordde de ander, „want hierdoor kreeg ik een
+slechten dunk omtrent het karakter van mijn zoon.
+
+„Hoe is het mogelijk, dat een jonge man een verhouding aanknoopt met
+een meisje, zonder te bedenken dat hij daardoor de verplichting op zich
+laadt om met haar te trouwen?”
+
+„Ja, gij hebt gelijk,” sprak de secretaris.
+
+„Om kort te zijn,” vervolgde de oude heer, „de naaister geloofde
+stellig, dat mijn zoon Charly—mijn zoon draagt denzelfden naam als
+gij—haar zou huwen.
+
+„Toen ik haar verklaarde, dat zij misrekende en dat mijn zoon op reis
+zou gaan—hij bevindt zich tijdelijk in Amerika om pelswaren in te
+koopen—haalde het arme meisje een domme streek uit en sprong, om een
+eind aan haar leven te maken, in de Theems.
+
+„Zij werd gered.
+
+„Op mijn kosten liet ik haar in een onzer beste ziekenhuizen verplegen,
+waar ik haar dagelijks bezocht.
+
+„Het gelukte mij, haar vaderlijke vriend te worden.
+
+„Nadat zij hersteld was bezorgde ik haar een kleine zaak in pelswaren
+in de Victoriastraat en alles zou in orde zijn geweest, wanneer niet
+naar aanleiding van het politierapport omtrent de poging tot zelfmoord
+een verslaggever van de Alarmkreet het geval had nageplozen.
+
+„In de Alarmkreet zal nu een artikel verschijnen dat de zaak zoo
+voorstelt, alsof mijn zoon met mijn voorkennis, misschien ik zelf, het
+jonge meisje zou hebben onteerd en wij haar als afkoopsom die zaak
+hadden verschaft.
+
+„Daar mijn reputatie steeds goed is geweest, zal dit courantenbericht
+groot opzien verwekken en mij ten zeerste benadeelen.”
+
+„Hoe weet gij, dat een dergelijk sensatiebericht in de courant zal
+komen?” vroeg Charly Brand. „Is het reeds verschenen?”
+
+„Neen,” antwoordde mr. Spancer, „maar de redactie van de Alarmkreet
+zond mij een schrijven en als bijlage” de copie van het artikel ter
+inzage.
+
+„Mijn vrienden, aan wie ik de zaak meedeelde, rieden mij aan, mij in
+verbinding te stellen met de redactie der Alarmkreet en te trachten
+door het betalen van een zeker bedrag te verhinderen, dat het artikel
+het licht zal zien;
+
+„Ik zou ook bereid zijn, een vrij groot bedrag voor dat doel op te
+offeren, maar de eisch is helaas te hoog. Ik kan op het oogenblik niet
+over het gevraagde bedrag beschikken.
+
+„Als het winter was, zou dat beter kunnen, maar nu in den zomer gaat er
+zoo goed als niets in mijn zaak om en ik heb mijn geld door het
+inkoopen van pelswaren voor den volgenden winter reeds vastgezet.”
+
+„Hoeveel vroegen de kerels?”
+
+„Vijfduizend pond sterling. Een flink bedrag.”
+
+„Schandelijk!” riep Charly Brand uit, „voor den duivel, ja, hier moet
+worden gehandeld! Ik heb een vriend, dien ik onmiddellijk van deze zaak
+op de hoogte zal stellen.
+
+„Ik denk wel, dat hij de man is, die u kan helpen.”
+
+„Dat zou al heel spoedig moeten gebeuren,” sprak mr. Spancer, „ik heb
+slechts drie dagen tijd, dan moet ik betalen, of de schurken
+publiceeren het artikel.”
+
+„Mijn vriend heeft in vierentwintig uur dikwijls meer klaar gespeeld
+dan dit. Maat laat ons nu heengaan. Ik hoop u over een paar uur met
+mijn vriend te komen bezoeken.”
+
+Zij betaalden hun vertering en namen afscheid van elkaar als een paar
+oude vrienden.
+
+Mr. Spancer zag en hoorde nog, hoe Charly Brand in een rijtuig plaats
+nam en den koetsier toeriep, zoo snel mogelijk te rijden.
+
+
+
+Het was in het late avonduur van den volgenden dag, toen mr. Charles
+Röttger, de redacteur van de Alarmkreet, zacht, als een misdadiger, de
+trap naar de redactie opging. Er bevond zich op dat uur niemand meer in
+het gebouw, dat slechts voor kantoorlokalen was ingericht.
+
+Mr. Röttger, een klein, mager mannetje, ontsloot de deur naar de
+redactie en grendelde ze, nadat hij was binnengetreden, zorgvuldig.
+
+Hierop streek hij een lucifer aan en ging naar het tafeltje, waarop
+verschillende brieven lagen.
+
+Nu nam de journalist plaats op een wankelen stoel die voor de
+schrijftafel stond en begon de aangekomen post te openen.
+
+Zijn roofdierachtig gelaat werd af en toe verwrongen tot een duivelsch
+lachje, wanneer hij in een brief iets las, dat hem bijzonder beviel.
+
+Zoodra hij een brief had gelezen, beantwoordde hij dezen.
+
+Ten slotte nam hij een blauwe enveloppe op, die hij opende en waaruit
+hij een schrijven haalde van den volgenden inhoud:
+
+
+ Waarde heer!
+
+ Ik ben beambte van het hoofdbureau van politie en werk in de naaste
+ omgeving van den politie-inspecteur Baxter.
+
+ Ik geloof niet, dat gij tot dusverre hebt geweten, dat deze beambte
+ vele huizen bezit en zeer vermogend is.
+
+ Het zal u duidelijk zijn, dat hij deze eigendommen niet van zijn
+ salaris heeft overgespaard.
+
+ Hoe komt hij aan dat geld?
+
+ Welnu, ik ken de bronnen, waaruit dat vermogen is gevloeid. Stelt
+ gij er belang in, van mij inlichtingen te bekomen voor het
+ opstellen van een opzienbarend artikel, dan verzoek ik u, mij in
+ mijn particuliere woning op te zoeken. Ik ben tusschen 5 en 7 uur
+ des avonds altijd thuis:
+
+ Op uw redactie zou ik liever niet willen komen, omdat ik een te
+ bekende persoonlijkheid in Londen ben en de een of andere collega
+ mij zou kunnen zien.
+
+ Met de meeste hoogachting
+ TOM MARHOLM,
+ Essexstraat 16.
+
+
+„Een prachtig zaakje,” fluisterde Charles Röttger, den brief nog eens
+lezende.
+
+Daarop stak hij hem zorgvuldig in zijn portefeuille, blies de kaars op
+de schrijftafel uit en verliet het redactiebureau even geheimzinnig als
+hij er gekomen was.
+
+Hij vermoedde niet, welke valstrik John Raffles hem had gespannen.
+
+In een restaurant kwam hij samen met zijn compagnon, die bekend stond
+in de Londensche wereld als „de mooie Guido”. Hij was een bekende
+persoonlijkheid en verborg achter een masker van onbeduidendheid zijn
+uiterst geslepen, slecht karakter.
+
+Hij en zijn vriend pasten bijzonder goed bij elkaar.
+
+Ook de mooie Guido grijnslachte, toen hij den brief van den vermeenden
+detective Marholm las.
+
+„Een goed zaakje,” sprak hij tot zijn medeplichtige, „minstens 1000
+pond sterling waard.”
+
+„Mijnheer de inspecteur van politie zal er zijn geheele vermogen voor
+over hebben om te voorkomen, dat dit artikel verschijnt.”
+
+„Gij denkt dus niet, dat deze brief een valstrik is?”
+
+„Onmogelijk,” antwoordde de mooie Guido, „ik heb den naam Marholm
+ontelbare keeren bij de Raffles-geschiedenissen in de couranten
+gelezen.
+
+„Wij behoeven ons deswege niet ongerust te maken. Hij is van plan, zijn
+chef een poets te bakken.
+
+„Bovendien ziet gij uit den brief, hoe bang de man is, om bij een
+eventueel bezoek aan onze redactie gezien te worden.
+
+„Wij behoeven niet te vreezen voor een man, die angst heeft voor zijn
+eigen persoon.”
+
+„Gij hebt gelijk,” antwoordde Mr. Röttger, „ik zal den man morgen
+bezoeken en hem het bloed uit de nagels persen.
+
+„Dan zal ik een kranig artikel naar den beroemden inspecteur van
+politie zenden.”
+
+„Het zal een mooi zaakje worden,” meesmuilde de mooie Guido, „en als de
+inspecteur niet betaalt, een schitterend sensatiebericht voor ons
+blad.”
+
+„Maak maar een artikel gereed naar aanleiding waarvan geheel Londen op
+zijn kop zal staan!”
+
+„Maak u daaromtrent niet ongerust,” antwoordde Charles Röttger, „gij
+kent mijn pen.”
+
+Den volgenden dag, precies om 5 uur, werd er op de deur geklopt van een
+kamer in de Essexstraat no. 16, in welk huis volgens opgaaf in den
+brief Mr. Marholm moest wonen.
+
+Het was een pension en de redacteur van de Alarmkreet kon onmogelijk
+weten, dat Raffles daar onder den naam van Marholm een kamer had
+gehuurd om, zooals hij het noemde, de rattenval op te stellen, waarin
+hij den redacteur en den eigenaar van het schendblad wenschte te
+vangen.
+
+Hij had zich niet vergist.
+
+De val met het vette schandaalbericht beantwoordde uitstekend aan het
+doel.
+
+Dit bemerkte hij, toen de kleine, magere redacteur de kamer binnentrad
+met de woorden:
+
+„Heb ik de eer Mr. Marholm te spreken?”
+
+„Yes,” antwoordde Raffles, die de beide kerels voor zoo dom hield, dat
+hij het niet eens de moeite waard had gevonden om de vermomming van
+detective Marholm aan te nemen.
+
+„Mijn naam is Marholm, met wien heb ik de eer?”
+
+De kleine Mr. Röttger naderde Raffles zoo dicht mogelijk en fluisterde:
+
+„Ik kom van de Alarmkreet.”
+
+„Dat is uitstekend,” antwoordde Raffles.
+
+Daarop ging hij naar de deur en de journalist zag, hoe hij die
+grendelde, blijkbaar uit angst, dat iemand zou kunnen binnenkomen.
+
+„Niemand heeft u toch gezien?” vroeg Marholm op angstigen toon.
+
+„Wees onbezorgd,” lachte de journalist, „ik zorg er altijd voor, dat
+niemand mij ziet. Ik weet, dat het voor u in uw betrekking van
+detective gevaarlijk zou zijn, als iemand mij hier had zien
+binnengaan.”
+
+„Ik heb een prachtige geschiedenis voor uw blad,” sprak Raffles, toen
+zij plaats hadden genomen, „en ik hoop, dat gij, die voor recht en
+waarheid strijdt, dezen man, die de Londensche politie tot schande is,
+den inspecteur Baxter, door uw artikel zijn ontslag zult bezorgen.”
+
+„Nu, wij zullen zien,” antwoordde de bezoeker, „voor alles moet gij uwe
+beweringen met bewijzen kunnen staven. Ik hoop, dat gij daartoe in
+staat zijt!”
+
+„En gros,” sprak de groote onbekende, „ik kan alles bewijzen.
+
+„Ziet gij, deze inspecteur van politie, die een rijksinkomen heeft van
+1000 pond sterling, heeft een tegoed op de Bank van 15,000 pond en hij
+bezit verscheiden huizen, zoodat hij millionnair is.”
+
+Mr. Röttger wreef zich de handen.
+
+„Uitstekend,” mompelde hij vergenoegd, „een inspecteur van politie, die
+millionnair is, dat geeft een magnifique artikel voor de Alarmkreet.”
+
+„Gij zult zelf wel begrijpen, dat men bij een jaarlijksch inkomen van
+duizend pond sterling geen millionnair kan worden, maar ik zal u
+allerhande bijzonderheden meedeelen. Ik heb hier de geheime lijsten,
+waarop gij kunt zien, van welke zijden de heer Baxter zijn inkomsten
+betrekt.
+
+„Allereerst moet gij dit zien.”
+
+Hij nam een brief, die voorzien was van het wapen, van Lord Lister en
+toonde dien den redacteur.
+
+„Wees zoo goed, mij dien brief te geven,” sprak Mr. Röttger.
+
+„Ik zal hem voorlezen, dat zal u voorloopig voldoende zijn. Het is een
+brief van den beruchten John Raffles aan den inspecteur van politie.
+Daaruit zult gij zien, hoe het komt, dat Mr. Baxter tot dusverre den
+man nog niet heeft gepakt.”
+
+„Hoogst interessant! Hoogst interessant!” fluisterde de redacteur.
+
+„Neen!” schreeuwde Raffles, „een schandaal is het! Het grootste
+schandaal der geheele wereld. Deze politieinspecteur is de
+medeplichtige van den grooten onbekende. Hij speelt met hem onder één
+hoedje, dat staat zwart op wit in dezen brief.”
+
+Deze openbaring werkte zoo electriseerend op Mr. Röttger, hoewel deze
+aan sterke staaltjes gewend was, dat hij den vermeenden Marholm met
+open mond aanstaarde.
+
+„Maar dat is niet te gelooven,” mompelde hij.
+
+„Wees zoo vriendelijk, mij den brief voor te lezen.”
+
+Hij zag het fijne glimlachje niet, dat bij die woorden om den mond van
+Raffles speelde.
+
+Deze las:
+
+
+ Mijn waarde Baxter!
+
+ Ik heb gisteren den ouden Simpson, den diamanthandelaar, van wien
+ gij mij mededeeldet, dat hij allerlei vuile zaken doet, opgezocht
+ en hem drieduizend pond sterling armer gemaakt.
+
+ Hierbij zend ik u een cheque van 1500 pond, de helft van den buit.
+
+ Hedenavond ben ik in het Piccadilly Restaurant onder de bekende
+ vermomming. Vraag den ober-kellner naar Mr. Thonet.
+
+ Wij zullen een paar flesschen champagne op het welslagen drinken.
+
+ Met vriendelijke groeten
+ JOHN C. RAFFLES.”
+
+
+De kleine journalist snakte een oogenblik naar adem.
+
+Dat was meer dan hij had verwacht.
+
+Van zijn stoel opspringend, riep hij uit:
+
+„Geef mij dien brief!”
+
+„Het spijt mij,” sprak Raffles, „dit Schrijven zal ik zelf behouden.
+Maar indien gij het wenscht, ben ik bereid, het bij een notaris te
+deponeeren, voor het geval, dat men u een proces zou aandoen.”
+
+„Gij hebt gelijk,” antwoordde Röttger, „dat is de juiste manier. Gij
+moet bedenken, welke gevolgen het zou kunnen hebben, als ik er een
+artikel over schrijf.
+
+„Het is enorm—Raffles als compagnon van den politie-inspecteur Baxter!”
+
+„O,” lachte de pseudo Marholm, „ik kan u nog veel mooiere dingen
+vertellen. Verscheiden geheime opiumholen in Londen, kroeghouders
+zonder vergunning, een dievenbende in Eastend, geheime speelhuizen, om
+kort te gaan, ik kan u een lijst van ongeveer 80 personen verschaffen,
+welke allen den inspecteur van politie vast salarieeren.”
+
+„Gij zijt gek,” sprak Röttger. „Als ik in uw plaats was, dan had ik
+reeds langen tijd geld geslagen uit de omstandigheid, dat gij dat alles
+weet en op die wijze mijn schaapjes op het droge gebracht.”
+
+„Bravo!” riep Raffles uit, „gij begrijpt mij, het doet mij genoegen,
+dat ik mij tot u heb gewend.
+
+„Ik wil, als ambtenaar, niet zelf in het openbaar tegen mijn chef
+optreden.
+
+„Maar gij, een vreemdeling, een journalist, de redacteur van de
+beroemde Alarmkreet, gij kunt hem de duimschroeven aanleggen en tot hem
+zeggen:
+
+„„Of gij betaalt ons een flinke afkoopsom, of—”” Raffles maakte een
+beweging, alsof hij iemand de keel afsneed.
+
+„Fameus! Uitstekend!” riep de redacteur en wreef zich opnieuw in de
+handen, „dat is een prachtige zaak.
+
+„Hoe hoog is het tegoed, dat die heer op de Bank heeft?”
+
+„Voor zoover ik weet, bedraagt het 15,000 pond sterling.”
+
+„De man zal wel meer bezitten. Bedenk eens, wat dergelijke zaken voor
+een winst opleveren! Reeds alleen zijn relatie met Raffles!”
+
+„Zeker, zeker,” lachte de groote onbekende, „dat alleen moet den
+inspecteur dit jaar minstens een kwart millioen hebben opgebracht.”
+
+„Veel meer,” antwoordde Mr. Röttger, „de man heeft meer gestolen dan
+een half millioen. Wat een prachtige zaak! Op deze wijze kunnen wij
+indirect de winst deelen, die Raffles behaalt.”
+
+„Dat wil ik juist,” riep Lord Lister uit, „en nu laat ik het aan u
+over, om de zaak te regelen.”
+
+De kleine journalist stond op en sprak:
+
+„Laat ons dadelijk naar een notaris gaan, een afschrift maken van den
+brief en het origineel daar deponeeren. Maar gij kent den inspecteur
+van politie toch wel nauwkeurig?”
+
+„Zeer zeker,” antwoordde Raffles, „ik werk reeds verscheiden jaren met
+hem.”
+
+„All right,” sprak de redacteur, „is hij buitengewoon dapper?”
+
+„Volstrekt niet,” klonk het uit den mond van Raffles.
+
+„Gij denkt dus,” vervolgde de redacteur, „dat een brief reeds voldoende
+zou zijn om hem te doen betalen?”
+
+„Hij betaalt,” lachte Raffles.
+
+„Hoeveel denkt gij, dat wij kunnen vorderen?”
+
+John Raffles haalde de schouders op.
+
+„Ik denk, dat wij voorloopig drieduizend pond sterling kunnen vragen,
+later meer! Zijn geldbronnen zijn onuitputtelijk, zoolang hij
+samenwerkt met John Raffles.”
+
+„Gij hebt gelijk!” stemde de groote onbekende lachend toe, „wanneer
+Raffles niet sterft, kunt gij jaren lang alleen van hem leven op een
+vorstelijke manier!”
+
+Met een duivelschen glimlach wreef de redacteur der Alarmkreet zich
+opnieuw de magere handen, daarop nam hij zijn viezen hoed op en sprak:
+
+„Ga nu met mij mee naar een notaris. Ik zal al het verdere in orde
+maken!”
+
+Toen Raffles de trap afging, sprak hij tot zichzelf:
+
+„Ziezoo, de val is dicht! Een van de heeren heb ik, de andere zal wel
+volgen!”
+
+
+
+
+
+
+
+
+TWEEDE HOOFDSTUK.
+
+IN SCOTLAND YARD.
+
+
+Detective Marholm, de secretaris en rechterhand van inspecteur Baxter,
+had zich, zooals reeds herhaaldelijk was geschied, over zijn chef
+geërgerd.
+
+Zijn chef, die zeer accuraat was, had hem een standje gegeven, omdat
+Marholm bij het schrijven van de processen-verbaal geen zorg had
+gedragen voor het vrij laten van een tweevingers breeden witten rand.
+Hij had de vellen papier geheel beschreven en zoodoende den noodigen
+eerbied uit het oog verloren.
+
+„Het is om je dood te ergeren,” bulderde Marholm, „alsof het niet
+precies hetzelfde is, of een rechter een volgeschreven blad krijgt dan
+wel een met witten rand. Het komt immers op hetzelfde neer, de
+hoofdzaak is dat, wat er op geschreven staat.
+
+„Al die beuzelarijen hangen mij eigenlijk de keel uit!”
+
+Verontwaardigd kauwde hij op zijn pennehouder en deed zijn best om nu
+aan den voorgeschreven witten rand te denken.
+
+En dat was, hoe belachelijk het ook moge schijnen, niet zoo
+gemakkelijk.
+
+Zoodra Marholm aan het eind van een regel kwam, bevatte het woord, dat
+hij juist schreef, eenige letters meer of hij was midden in een
+lettergreep en met den besten wil van de wereld wist hij niet, waar hij
+met die overtollige letters zou blijven, om een witten kant vrij te
+laten.
+
+„Mooi,” mompelde hij tot zichzelf, „verder dan tot hier mag ik niet
+komen, afkorten gaat niet, dus ik laat de rest van de letters eenvoudig
+weg.
+
+„Laat anderen zich gek praktiseeren; als zij zoo op die tweevingers
+breeden rand gesteld zijn, moeten zij ook maar trachten te begrijpen
+wat hier staat. Mij laat het verder koud.”
+
+Zonder er verder over na te denken, schreef hij maar door en zoodra hij
+den blanco rand genaderd was, eindigde hij het woord, dat hij bezig was
+te schrijven, al mankeerden er ook nog tien letters aan.
+
+Toen het koffieuurtje was genaderd, haalde hij zijn eenvoudige
+boterhammen te voorschijn en begon te eten, terwijl de inspecteur zich
+uit een naburige restauratie een warme lunch liet komen.
+
+„Wacht,” dacht de vloo, zooals Marholm door zijn collega’s werd
+genoemd, „ik zal je je biefstuk met een flinke dosis Raffles kruiden.
+Dan zal ze je zoo zwaar in den maag liggen, dat je ze even moeilijk
+kunt verdragen dan je den grooten onbekenden doet.”
+
+De inspecteur van politie vermoedde niets van de booze plannen van zijn
+secretaris en toen deze het laatste hapje van zijn boterham had
+gegeten, terwijl Baxter aan zijn biefstuk begon, sprak hij:
+
+„Het is toch eigenlijk onbegrijpelijk, dat wij gedurende de laatste
+weken niets van Raffles hebben gehoord!”
+
+Een woedende blik van den inspecteur trof Marholm.
+
+Deze deed, alsof hij dit niet bemerkte en vervolgde:
+
+„Waarschijnlijk zet hij een nieuw meesterstuk in elkaar, dat ons heele
+bureau eerstdaags op den kop zet.
+
+„Een geniale kerel die Raffles!”
+
+Een kauwend gebrom van den politieinspecteur was het antwoord en deze
+sprak:
+
+„Gij ziet, Marholm, dat ik eet. Kunt jij met uw gezanik over Raffles
+niet wachten totdat ik klaar ben? Gij weet immers, dat die naam
+voldoende is om mij allen eetlust te benemen!”
+
+„Jawel,” knikte de vloo, „dat weet ik.”
+
+„Voor den duivel, Sir!” schreeuwde Baxter, „gij bekent dus, dat gij mij
+mijn eten wilt bederven?”
+
+„Ja,” antwoordde de vloo op onverschilligen toon.
+
+De politieinspecteur hijgde naar lucht.
+
+Deze brutaliteit was toch wel wat heel erg.
+
+„Wat bezielt u? Ik zal dit onthouden! Ik zal u aanklagen wegens
+insubordinatie in den dienst!”
+
+„Wij hebben nu geen dienst,” antwoordde Marholm, „nu eten wij. Op het
+oogenblik zijn wij alle twee particuliere personen en gij weet, dat ik
+dan volgens de Engelsche wet mag zeggen wat ik wil. Dat kan mij zelfs
+de Koning van Engeland niet beletten, want ik ben Engelsch
+Staatsburger. En voor de rest wreek ik mij een beetje op u. Gij hebt
+mij met uw tweevingersbreeden witten rand eveneens den eetlust
+bedorven.”
+
+Inspecteur Baxter zette een gezicht als een onderwijzer van een
+volksschool, die de kinderen de zondenval van Adam en Eva gaat
+vertellen.
+
+Vol geleerdheid begon hij:
+
+„Het is een voorschrift van den Lord Major van Londen, dat elk
+officieel stuk een tweevingers breeden witten rand aan de rechterzijde
+moet hebben. Deze wet stamt uit het jaar 1680 en is tot dusverre steeds
+gerespecteerd. Gij hebt niet het recht, gij, detective Marholm, om deze
+oude wet op anarchistische wijze met voeten te trappen.
+
+„Maar het vervloekte moderne socialisme schijnt zich ook in uw hersens
+te hebben genesteld, gij wenscht u niet meer te storen aan dergelijke
+oude voorschriften.
+
+„Ik merk ook uit uw gedrag jegens mijn persoon, dat gij allen eerbied,
+dien gij mij als uw chef verschuldigd zijt, opzettelijk uit het oog
+verliest.”
+
+Marholm glimlachte ironisch.
+
+„Heer inspecteur,” antwoordde hij op denzelfden zalvenden toon, dien
+Baxter had aangeslagen, „het komt niet in mij op, mij te vergrijpen aan
+de eeuwenoude wetten van ons koninkrijk en ik zie in, dat ik een
+afschuwelijk mensch ben, om den rand van twee vingers breed te willen
+weglaten.
+
+„Voortaan zal ik dergelijke abnormale afwijkingen niet meer hebben, dat
+beloof ik u. Gij zult u nooit meer behoeven te beklagen, dat ik u
+beleedig.
+
+„Maar dit alles verandert niets aan het feit, dat Raffles sinds vier
+weken niets van zich heeft laten hooren, dat Raffles— — —”
+
+„Houd op, houd op!” schreeuwde de inspecteur van politie, „ik wil niets
+meer hooren! Ik wil er niets meer van weten! De duivel moge Raffles
+halen.
+
+„Ik wensch nu mijn biefstuk rustig op te eten en daarvoor heb ik noch
+u, noch Raffles noodig, die kauw ik liever zelf.”
+
+Marholm, die zag, dat hij zich voldoende gewroken had, stak zijn neus
+weer in de papieren en zweeg.
+
+Nadat hij een poosje geschreven had, sprak hij op half luiden toon,
+zoodat Baxter het moest hooren:
+
+„De onbekende misdadiger is tot dusverre nog niet door Scotland Yard
+ontdekt.”
+
+Baxter keek van terzijde naar hem.
+
+„Wat mompelt gij daar?”
+
+„O, mompelde ik iets!” vroeg de vloo. „Ik meende dat ik schreef en wel
+iets, waarvan ik ’s nachts in mijn slaap droom.
+
+„Ik zou willen voorstellen, om die woorden te laten hectografeeren, dat
+zou mij veel tijd besparen, daar ik hem geregeld elken dag aan den Lord
+Major moet schrijven.”
+
+„Welken zin?” vroeg Baxter, hoewel hij vist wat Marholm bedoelde.
+
+„De onbekende misdadiger is ondanks de ijverigste nasporing van den
+politieinspecteur Baxter en diens detectives tot op heden nog niet
+ontdekt.”
+
+„Laat mijn naam er buiten,” schreeuwde Baxter en zijn gelaat werd
+purperrood.
+
+„Waarom,” meesmuilde de vloo, „dacht gij, dat de Lord Mayor niet weet,
+dat gij de inspecteur van politie van Scotland Yard zijt?”
+
+„Dat wel,” bromde Baxter, „maar het is niet noodig, dat het
+neergeschreven wordt.”
+
+„Och, kom,” sprak Marholm, „geneert gij u? Zal ik u eens wat zeggen? Op
+den dag, waarop ik eindelijk zal moeten schrijven, dat wij den grooten
+onbekende in handen hebben, neem ik een pen van vijf karaats goud,
+gouden inkt en dan laat ik het stuk in een lijst zetten.”
+
+„Gij schijnt vandaag bijzonder geestig te zijn,” sprak Baxter. „Wij
+hebben in den loop der laatste maand 380 personen gevangen genomen.”
+
+„Dat is waar!” klonk het op spottenden toon uit Marholm’s mond.
+
+„Nu dan!”
+
+„Ja, dat is waar,” herhaalde de vloo, „maar dat waren bekende
+misdadigers. Ik zeg maar: De onbekende misdadigers, de groote
+onbekenden, zooals bijvoorbeeld Raffles— —”
+
+Baxter schoof onrustig op zijn stoel heen en weer en voelde zich niets
+op zijn gemak.
+
+„Kijk eens,” vervolgde de vloo, „daar hebben wij dien schurk, die in
+Eastend een dozijn vrouwen een messteek heeft gegeven, wij hebben
+inbrekers-moordenaars, wier misdaden ten hemel schreien en waarvoor
+onze galgen bestemd zijn—maar de kroon op alles wordt ten slotte toch
+gezet door den wereldberoemden grooten onbekende, onzen langgezochten
+vriend Raffles— —”
+
+Bom!
+
+Een vuistslag van Baxter kwam donderend op de schrijftafel neer, zoodat
+de inkt omhoog spatte.
+
+„Houd op, vervloekte kerel, houd uw mond! Gij schijnt uw best te doen
+om verslaggever te worden. Ik zal u laten verplaatsen.”
+
+„Hoe eer hoe liever,” zuchtte de vloo, „dat is mijn vurigste wensch.
+
+„De duivel moge den onderwijzer halen, die mij heeft leeren schrijven.
+Aan hem heb ik dit ellendige baantje van secretaris te danken.
+
+„En dat ik geen detective kan zijn, is uw schuld. Maar ik heb mijzelf
+plechtig beloofd, alles in het werk te stellen om hier vandaan te komen
+en weer in de buitenlucht te werken.
+
+„Ik ken helaas onder mijn collega’s geen enkelen, die behalve zijn naam
+en een rapport vol fouten, in staat zou zijn om een acte leesbaar en
+duidelijk op papier te brengen.
+
+„Maar dit zeg ik u: Zoodra ik een Ier of voor mijn part een Schot vind,
+die in staat is om een Engelschen zin zonder fouten te schrijven, dan
+komt hij zoo stellig en zeker hier in mijn plaats, als twee maal twee
+vier is.
+
+„Als gij mij met verplaatsing dreigt, dan doet gij mij het grootst
+mogelijk genoegen.
+
+„Ik smeek elken avond den hemel, dat hij u uw plan mag laten volvoeren
+om mij de deur uit te gooien. De pers maakt ons elk oogenblik
+belachelijk. Want omdat ik uw rechterhand ben, ben ik er mede
+verantwoordelijk voor, dat Raffles—”
+
+„Kerel, zwijg!” bulderde Baxter met een nieuwen vuistslag.
+
+Op dit oogenblik werd er aan de deur geklopt.
+
+Met een zucht van verlichting riep Baxter:
+
+„Binnen!”
+
+De dienstdoende beambte, die bezoekers aan moest dienen, trad binnen,
+bleef in eerbiedige houding bij de deur staan en meldde:
+
+„Twee heeren, een zekere Mr. Kroyzer en een Mr. Röttger wenschen u te
+spreken.”
+
+„Laat de heeren binnenkomen,” sprak Baxter. Hij nam aan zijn
+schrijftafel plaats en deed, alsof hij druk bezig was. Hij doopte de
+pen in en zette zijn naam onder de opgestapelde acten en papieren.
+
+Terwijl Baxter onder het eerste stuk met stijlschrift zijn naam
+plaatste, kwamen de heeren vertegenwoordigers van de Alarmkreet de
+kamer binnen.
+
+Baxter keek de heeren met scherpen blik aan.
+
+„Pardon, heer inspecteur,” sprak de redacteur der courant, terwijl hij
+langzaam Baxter naderde, „wij hebben een zeer kiesche aangelegenheid
+met u te bespreken.”
+
+„Ik ben tot uw dienst,” antwoordde Baxter, „als gij mij maar wilt
+zeggen, wat gij wenscht. Maar weest kort, want mijn tijd is beperkt.”
+
+„Dat mocht zoo zijn!” dacht Marholm. „Hij moet zijn biefstuk verteren.”
+
+„Wij zouden u gaarne onder vier oogen spreken, heer inspecteur,” sprak
+Mr. Röttger, „wat wij u hebben te zeggen betreft u persoonlijk.”
+
+Baxter werd onrustig.
+
+Deze woorden maakten hem zenuwachtig. Wat wilde deze man van hem?
+
+Het was alsof de vreemde bezoeker zijn superieur was, die hem ter
+verantwoording kwam roepen.
+
+„Het spijt mij,” antwoordde hij schouderophalend, „mijn persoonlijke
+aangelegenheden kan ik hier gedurende mijn diensttijd niet behandelen.
+Dan moet gij mij in mijn woning bezoeken.
+
+„Met wien heb ik de eer?”
+
+De kleine redacteur stak de borst vooruit als een haan op een mesthoop
+en kraaide:
+
+„Mijn naam is Röttger. Ik ben de redacteur van de Alarmkreet.”
+
+Als antwoord weerklonk een luide kuch van Marholm en dat klonk zoo
+spottend, dat de kleine, magere redacteur den detective woedend aankeek
+en hem met een minachtenden blik opnam.
+
+Baxter daarentegen kreeg, toen hij vernam wie Röttger was, een
+panischen schrik.
+
+Zijn particuliere leven was ten gevolge van de vele Don Juan-streken,
+die hij steeds uithaalde, niet vrij van smet of blaam, zoodat hij vroeg
+of laat een schandaal vreesde.
+
+Ongetwijfeld betrof het bezoek van deze gevaarlijke heeren zijn galante
+avonturen.
+
+„Laat mij eenige oogenblikken met de heeren alleen,” sprak hij tot
+Marholm.
+
+De vloo kon niet snel genoeg de kamer verlaten.
+
+Hij was altijd blij van zijn bundels acten weg te komen.
+
+Toen hij in de voorkamer was, stopte hij op zijn gemak een pijpje, stak
+dat aan en daar hij er belang in stelde om te weten, wat de beide
+journalisten bij zijn chef kwamen doen, luisterde hij met zijn oor
+tegen een dunne plek, waarop hij, om ze gemakkelijk terug te kunnen
+vinden, een kruisje had geteekend.
+
+Dichtbij hem bevond zich het kijkgaatje, bedekt door een metalen
+klepje, dat hem in staat stelde om in de kamer te kunnen kijken. Baxter
+had deze spionnage-opening laten aanbrengen, om Marholm bij den arbeid
+ongezien te kunnen gadeslaan.
+
+Hij dacht er niet aan, dat zijn beambten het wederkeerig tegenover hem
+zelf konden gebruiken.
+
+Duidelijk hoorde Marholm het volgende gesprek:
+
+„Gij weet,” sprak Mr. Röttger, „dat ik redacteur ben van de Alarmkreet,
+de onpartijdige, bekende courant, die strijdt voor recht en waarheid.
+
+„Het is het doel van ons blad om alle mistoestanden, die wij ontdekken,
+zonder aanzien des persoons, aan de openbaarheid prijs te geven, ten
+einde ze te verbeteren.
+
+„Wij zijn strijders voor recht en billijkheid, wij wenschen de
+modderpoelen der moderne maatschappij met harde bezems te reinigen, wij
+strijden tegen al het onrechtvaardige, dat om ons heen geschiedt!”
+
+„Mooi,” antwoordde Baxter, „dat heb ik begrepen, maar nu zou ik wel
+eens willen weten, wat gij van mij wenscht. Ik was in het geheel niet
+nieuwsgierig naar een lofzang op uw courant.”
+
+„Hoe?” piepte de kleine redacteur, „denkt gij soms, dat ik zonder doel
+tegen u sta te redeneeren? Mijnheer, mijn woorden zijn voor mij de
+tolken van mijn gedachten.
+
+„Elke letter is goed doordacht, er is geen overbodig woord bij, kortom,
+ik herhaal u, dat ik strijd voor recht en waarheid!”
+
+„Een kolossale kerel!” mompelde de vloo aan de andere zijde van de
+deur, „de vingers jeuken mij om hem eens flink op een zeker
+lichaamsdeel te ranselen.
+
+„Hij ziet eruit als iemand, die aan de galg is ontsnapt en hij spreekt
+als een officier van het heilsleger. Een nette jongen!”
+
+„Laat mij ook eens even aan het woord,” sprak nu de mooie Guido terwijl
+hij zijn zakdoek te voorschijn haalde en zich op kokette wijze frissche
+lucht toewuifde.
+
+De tabaksrook scheen hem te hinderen. Hij was in dit opzicht zeer
+fijngevoelig.
+
+„Wij hebben gisteren,” zoo begon hij, „een opzienwekkende mededeeling
+gekregen. Het betreft Raffles.”
+
+„Oef!” zuchtte de inspecteur van politie, zijn bezoekers aankijkend,
+alsof hij hen de deur uit wilde gooien.
+
+Raffles scheen vandaag onophoudelijk zijn nachtmerrie te moeten zijn.
+
+„Waar is Raffles?” vroeg Baxter eindelijk. „Hebt gij hem ontdekt?”
+
+De redacteur en de mooie Guido zetten een gezicht als een Engelsche
+Lady, wanneer iemand in haar nabijheid sterk naar alcohol riekt.
+
+„Neen,” sprak de mooie Guido, „het ontdekken van Raffles kunnen wij
+gerust aan u overlaten.
+
+„Wij zijn geen detectives, wij zijn courantenmenschen!
+
+„Maar wij hebben een andere ontdekking gedaan, die u en het publiek
+zeker sterk zullen interesseeren.”
+
+„En dat is?”
+
+De mooie Guido wachtte even, zooals een krokodil doet, die zijn
+slachtoffer reeds in den muil heeft en het in het volgend oogenblik
+naar binnen wil slikken.
+
+Een duivelsche grijns misvormde zijn gelaat, hij haalde zijn monocle
+uit zijn vestzakje te voorschijn, beademde dat, poetste het op aan zijn
+linkermouw en klemde het daarop in zijn oog.
+
+Hij keek den politie-inspecteur scherp aan in de houding van Lord
+Chamberlain en sprak:
+
+„Hebt gij inderdaad geen vermoeden, welke ontdekking wij in het
+algemeen belang hebben gedaan?”
+
+„Sir!” stoof Baxter op, „ik ben niet van plan, mij raadsels door u te
+laten opgeven. Vertel mij duidelijk, wat gij van mij wenscht en spreekt
+niet zoo onbegrijpelijk.”
+
+„Mooi!” kraaide de magere redacteur, „dan zal ik het u vertellen.
+
+„Wij hebben een brief ontvangen en in ons bezit gekregen, die aan u is
+geschreven door Raffles.”
+
+Baxter zette verbaasde oogen op.
+
+Hij ontving meermalen brieven van Raffles en aangenaam waren ze hem
+nooit.
+
+Hij had ze allemaal genummerd in een lade van zijn schrijftafel
+weggesloten en kon niet begrijpen, hoe een dezer brieven in handen van
+die twee heeren geraakt kon zijn.
+
+Als dat werkelijk het geval was, dan was het zeer onaangenaam voor hem.
+
+Hij dacht even na en kwam tot het resultaat, dat het in elk geval goed
+voor hem zou zijn, het met het tweetal op een accoordje te gooien want
+wanneer een dezer brieven werd gepubliceerd, zou geheel Londen zich ten
+zijnen koste amuseeren en de spotbladen opnieuw werk krijgen.
+
+Hij haatte deze tijdschriften, die, dank zij Raffles, reeds maandenlang
+den spot dreven met den inspecteur van Scotland Yard.
+
+Raffles had hem op die manier zoo populair gemaakt, alsof hij de koning
+in eigen persoon ware.
+
+Hij trok de la van zijn schrijftafel open, om er zich voor alles van te
+overtuigen, of alle brieven van Raffles nog in zijn bezit waren.
+
+Mr. Röttger, die de bewegingen van Baxter volgde, zag dadelijk, wat
+deze van plan was.
+
+Hij lachte hoonend en sprak:
+
+„Gij zult tevergeefs naar den brief zoeken, die in onze handen is. Het
+schrijven is toevallig niet aan zijn adres gekomen, door iemand, die u
+niet genegen is, onderschept en bij ons gebracht.”
+
+Baxter vroeg op zenuwachtigen toon:
+
+„Is dat een feit? Men heeft den brief onderschept? Duivels—zou
+detective Marholm—”
+
+Bij het hooren van dezen naam trapte de redacteur den mooien Guido op
+de teenen.
+
+De zaak was in orde.
+
+Hij had nu vasten grond onder de voeten.
+
+Tot nu toe was hij er nog niet geheel zeker van geweest, of de beambte
+inderdaad in staat was, zich brieven, geadresseerd aan den
+politie-inspecteur, toe te eigenen.
+
+Nu hoorde hij het van Baxter zelf, dat dit wel mogelijk was.
+
+Hij besloot nu, geen medelijden te hebben en eischen te gaan stellen.
+
+„Ja, mijn waarde heer inspecteur, daarom sprak ik zooeven over recht en
+waarheid.
+
+„De brief behelsde zeer compromitteerende dingen voor u en gij hebt het
+alleen te danken aan onze fatsoenlijke manier van handelen, dat wij u
+komen opzoeken en den inhoud van den brief niet eenvoudig openbaar
+maken.
+
+„Uit uw verhouding tot Raffles, die wij tot in de kleinste
+bijzonderheden kennen, ik herhaal het—” hij drukte den klemtoon op
+elken lettergreep—„tot in de kleinste bijzonderheden! zult gij kunnen
+besluiten, hoeveel een dergelijke wetenschap ons waard is?!
+
+„Dat kost u minstens, als wij den brief, publiceeren, uw betrekking.”
+
+Nu brak het angstzweet den inspecteur uit.
+
+De kleine redacteur wreef zich innig voldaan de handen.
+
+De visch zat aan den hengel.
+
+Hij wist niet, dat achter de coulissen Raffles stond, die hen alle drie
+als marionetten aan een touwtje hield.
+
+„Is de brief werkelijk zoo compromitteerend?” vroeg Baxter en hij dacht
+aan den dag, waarop Raffles hem door middel van Charly Brand zijn
+portefeuille had ontstolen en zoodoende inzage had verkregen in zijn
+Don Juan-avonturen.
+
+„Kan ik den brief inzien?”
+
+„Neen mijnheer,” antwoordde de kleine redacteur, „wij hebben het
+schrijven gedeponeerd bij een notaris voor geval van een proces. Het
+moet u voldoende zijn, als ik u zeg, dat de openbaarmaking van dezen
+brief u voor eeuwig zou ruïneeren.”
+
+Baxter zuchtte en hield zijn hoofd met beide handen vast.
+
+„Ik word krankzinnig! Ik word gek!—Die Raffles rooft mij mijn
+verstand!” kermde hij.
+
+„Dat is niet noodig,” sprak Mr. Röttger, „ik neem aan, dat gij
+verstandig genoeg zijt om niet gek te worden, maar om liever met ons te
+overleggen, hoe gij uw eigen ondergang kunt voorkomen.”
+
+Met onzekeren blik keek Baxter den spreker aan.
+
+Plotseling kwam het vermoeden in hem op, dat hij zich met geld uit deze
+netelige zaak kon redden.
+
+„Ik ben bereid,” sprak hij, „indien uwe eischen eenigszins aannemelijk
+zijn, zal ik er mij aan onderwerpen.”
+
+„Dat dacht ik wel,” antwoordde Röttger, „wij zullen het wel eens
+worden.
+
+„Denk eens na over het bedrag, dat u hoog genoeg voorkomt, om ons de
+schade te vergoeden, die wij lijden door het niet openbaar maken van
+een dergelijk schrijven.”
+
+„Schade?” vroeg Baxter, „in hoeverre schade?”
+
+Nu mengde de mooie Guido zich weer in het gesprek.
+
+„Dat kan ik u precies voorrekenen. Denk eens aan een artikel, dat het
+opschrift droeg: „Onthullingen omtrent Raffles en inspecteur Baxter—”
+wij zouden er in Londen minstens een millioen exemplaren van
+verkoopen.”
+
+Baxter hijgde als een visch, die uit het water wordt gehaald.
+
+„Gij—gij—meent, dat ik een millioen exemplaren zou moeten betalen?”
+
+„Niet alleen dat,” antwoordde de mooie Guido met een onverschillig
+glimlachje, „het materiaal, dat wij hebben verkregen, is niet alleen
+genoeg voor één nummer, maar voor minstens tien.
+
+„Dat maakt dus, zuinig berekend, een oplage, van week tot week stijgend
+met 25 procent, van ongeveer 20 millioen exemplaren.”
+
+Alles draaide voor Baxters oogen in het rond.
+
+Getallen van eindelooze lengte dwarrelden voor zijn oogen.
+
+Hij zag in, dat zijn beide bezoekers hem het bloed uit de aderen wilden
+zuigen.
+
+Tevergeefs dacht hij na, hoe hij een uitweg zou kunnen vinden.
+
+Zijn kwaad geweten, in zake de Don Juan-avonturen, hield hem er van
+terug, de beide kerels op straat te gooien. Hij was inderdaad bang voor
+zijn naam en betrekking.
+
+„Bedenk bovendien,” sprak de mooie Guido, „dat de artikelen zeer veel
+opzien zouden verwekken en u uw betrekking waarschijnlijk kosten.
+
+„Gij zijt nu een persoon van aanzien en kunt gemakkelijk nog twintig
+jaar dienst doen. Reken eens na, welk een verlies het voor u zou zijn,
+als gij de verdere jaren van uw leven uw salaris als inspecteur van
+politie der stad Londen niet meer zoudt ontvangen.”
+
+Baxter begreep, dat de mooie Guido gelijk had.
+
+Hij verzamelde al zijn kracht en antwoordde:
+
+„Laat mij tot morgen tijd. Ik kan hieromtrent niet zoo snel een besluit
+nemen.”
+
+„Goed,” antwoordde de kleine redacteur, „wij zullen dan terugkomen, gij
+kunt intusschen nadenken of gij onze voorwaarden inwilligt.
+
+„Waar zullen wij elkaar ontmoeten?”
+
+Na eenig nadenken antwoordde Baxter:
+
+„In hotel Granmercy.”
+
+Mr. Röttger knikte en de bezoekers gingen heen.
+
+Baxter zonk met een zucht van verlichting in den stoel bij zijn
+schrijftafel en wenschte vurig, geen inspecteur van Scotland Yard te
+zijn.
+
+Intusschen kwam Marholm binnen en, terwijl hij het parfum uit den
+zakdoek van den mooien Guido opsnoof, sprak hij:
+
+„Ik geloof, dat het heel goed zou zijn, als wij hier eens een beetje
+frissche lucht binnenlieten. Het ruikt hier, alsof men in een chambre
+séparée kwam. Damesbezoek gehad?”
+
+„Neen,” zuchtte Baxter met een blik vol angst naar de deur. „Kent gij
+de beide heeren, die mij zooeven bezochten?”
+
+„Natuurlijk,” glimlachte de vloo, „de een, die kleine, magere, moest
+eigenlijk, voordat men hem ontvangt, flink ingespoten worden met
+insectenpoeder, men moet anders bang zijn—” hij maakte een krabbende
+beweging—„iets over te erven van zijn bezoekers.
+
+„Bovendien zou het voor allebei goed zijn, als men ze aan een flinken
+hennepstrop ophing!”
+
+„Is de kerel gevaarlijk?” vroeg Baxter.
+
+„Gevaarlijk?” herhaalde de vloo. „Zulk een afperser is veel
+gevaarlijker dan Jack, de moordenaar. Die doodt zijn slachtoffers door
+een enkelen steek. Maar deze schurk kwelt hen weken- en maandenlang,
+voordat hij ze zoodanig tot wanhoop brengt, dat zij de hand aan
+zichzelf slaan.
+
+„Hij is een der gevaarlijkste sujetten, die hier in Londen rondloopen.
+Hij heeft moorden op zijn geweten en toch staat hij buiten het bereik
+van eenigen aardschen rechter.
+
+„Jammer. Ik ken maar één mensch, die hem zou kunnen straffen—Raffles!”
+
+„Gij hebt gelijk,” knikte Baxter.
+
+De naam Raffles, dien hij anders niet wilde hooren, klonk hem op dit
+oogenblik als hemelsche muziek.
+
+„Zeg eens, Marholm, zou het niet mogelijk zijn—natuurlijk mag niemand,
+behalve wij het weten—dat gij u met Raffles in verbinding steldet en
+hem het een en ander omtrent deze schurken meedeeldet?”
+
+Een verbaasd glimlachje vloog over de trekken van Marholm.
+
+Het was geen slecht idee—politie-inspecteur Baxter en hij
+medeplichtigen van Raffles!!!
+
+Drommels—dat was een prachtige geschiedenis!
+
+„Jawel,” antwoordde hij, „dat kan ik wel doen. Dat wil zeggen, gij moet
+mij zwart op wit geven, dat gij als gij dezen keer Raffles weer niet in
+handen krijgt, mij niet gevangen neemt. Daarvoor bedank ik!”
+
+„Ik verzeker u,” sprak Baxter, „dat gij mij een onschatbaren dienst
+bewijst, als gij er voor zorgt, dat Raffles deze beide sujetten van de
+Alarmkreet op het spoor komt en ze onschadelijk maakt.”
+
+„Nu, nu,” lachte de vloo, „gij weet immers wel, dat Raffles niemand
+vermoordt! Maar gij schijnt tamelijk gebeten te zijn op dat tweetal. De
+opdracht, die gij mij geeft, is bijna een bevel aan Raffles om het stel
+schurken in de Theems te gooien met een kanon uit den Tower aan hun
+voeten als ballast.
+
+„Wat wenschten de beide heeren van u?”
+
+Baxter aarzelde eenige oogenblikken of hij Marholm de waarheid zou
+zeggen.
+
+Hij besloot het te doen en sprak:
+
+„De kerels beweren, dat zij een brief in hun bezit hebben, dien Raffles
+aan mij heeft geschreven. Als zij hem publiceerden, zou mij dat mijn
+betrekking kosten!”
+
+„Dat kan ik niet gelooven,” antwoordde Marholm hoofdschuddend, „Raffles
+is immers uw intieme vriend. Hij doet alles behalve u in uw betrekking
+te benadeelen. Een beter inspecteur van politie dan gij zijt, zou hij
+moeilijk kunnen vinden—dat weet gij zelf het best.”
+
+Baxter hoorde nauwelijks, wat Marholm zei en mompelde:
+
+„Ja, ja, gij hebt gelijk!”
+
+Een hartelijk lachen van de vloo weerklonk, waarvan de inspecteur de
+reden niet begreep.
+
+„Dat doet mij genoegen,” riep Marholm uit, „dat gij dat inziet!”
+
+„Ja, ja,” herhaalde de inspecteur, „ik zie alles in, maar de hoofdzaak
+voor mij is, dat gij zoo spoedig mogelijk Raffles op het spoor brengt
+van die twee, liefst nog vandaag.”
+
+„Dat zal ik wel in orde brengen,” antwoordde Marholm, „dan verzoek ik u
+onmiddellijk om verlof.”
+
+„Weet gij dan, waar Raffles zich ophoudt?”
+
+„Natuurlijk weet ik dat. Maar daar ik nu geen dienstdoende detective
+ben, doch eenvoudig uw secretaris, gaat mij dat verder niets aan. Dat
+is geheel en al mijn particuliere zaak.”
+
+„Gij zijt een eigenaardig mensch,” vond de inspecteur hoofdschuddend,
+„vijfduizend pond sterling zijn uitgeloofd voor dengeen, die hem te
+pakken kan krijgen!”
+
+„Weet gij,” lachte Marholm, „voor vijfduizend pond sterling kan ik mij
+niet zooveel plezier koopen als Raffles mij dagelijks bereidt—al was
+het ook tienduizend pond sterling, dan nog zou ik graag afstand doen
+van het geld, als Raffles mij belooft, voorloopig nog niet op zijn
+lauweren te gaan rusten.
+
+„Kan ik nu gaan?”
+
+„Luister eens, mijn beste Marholm. Bij deze aangelegenheid staat ook uw
+eigen eer op het spel, want indien hier werkelijk een brief verduisterd
+is, dan zoudt gij de schuldige zijn. Indirect maken die twee menschen u
+zelfs verdacht.”
+
+„Ik zal gehakt van hen maken voor hun onbeschaamdheid,” bromde Marholm.
+„Wees nu maar onbezorgd, binnen een paar uur zal ik uw wensch hebben
+uitgevoerd.
+
+„Raffles zal zich wel met die twee schurken belasten. Hij doet het wel
+uit eigenbelang, om u als politieinspecteur te behouden.”
+
+Marholm maakte zich gereed om te gaan en Baxter keek zijn secretaris na
+met gewaarwordingen van verschillenden aard.
+
+Marholm echter mompelde:
+
+„Een gekke zaak! Anders kan ik Baxter het lekkerste maal bederven door
+den naam van Raffles te noemen en nu is Raffles op eens de persoon
+geworden, dien hij noodig heeft.
+
+„Een eigenaardige wereld!”—
+
+
+
+
+
+
+
+
+DERDE HOOFDSTUK.
+
+DE MOEDERMOORDENAAR.
+
+
+De mooie Guido en mr. Röttger begaven zich, nadat zij den inspecteur
+van politie hadden verlaten, naar de woning van den vermeenden
+detective Marholm.
+
+„De zaak is gewonnen,” riep de kleine redacteur tot Raffles, toen hij
+bij hem in de kamer trad. „Tot morgenmiddag denkt de politie-inspecteur
+er over na, wat hij ons denkt te betalen.”
+
+„Dat is prachtig!” antwoordde de groote onbekende lachend. Hij had
+gedacht, dat Baxter het geval zou omdraaien en zoowel den eigenaar als
+den redacteur der Alarmkreet gevangen zou nemen.
+
+En in plaats daarvan— —
+
+Raffles dacht na.
+
+De zaak was anders geloopen dan hij gedacht had.
+
+Hij kon niet begrijpen om welke reden Baxter zich bereid had verklaard,
+den beiden bedriegers geld te betalen. Misschien wilde de inspecteur op
+deze wijze tijd winnen, om ze den volgenden dag des te zekerder in
+handen te hebben.
+
+„Ik heb een mooi zaakje,” sprak Raffles na eenig stilzwijgen.
+
+„Onlangs is een beschuldiging ingekomen, van een bediende jegens zijn
+heer, een zekeren Lord Melbourne. Dit stuk werd door den
+politieinspecteur ter zijde gelegd, omdat— —”
+
+Raffles maakte de beweging van geld tellen.
+
+„Is die Lord Melbourne rijk?” vroeg de kleine redacteur.
+
+„Zeer rijk,” antwoordde Raffles. „Die betaalt u gemakkelijk zooveel,
+dat gij het niet weg kunt dragen.”
+
+De oogen der beide journalisten glinsterden vol hebzucht.
+
+„Wat heeft hij uitgehaald?” informeerde de kleine magere.
+
+„Een gekke geschiedenis,” vertelde Raffles. „De bediende beweerde zeker
+te weten, dat de Lord zijn stiefmoeder had vergiftigd, die de erfgename
+was van het vaderlijke vermogen, na wier dood hij eerst in het bezit
+van het geld zou komen.
+
+„Als gij den bediende wenscht te spreken, ben ik gaarne bereid, den man
+bij u te zenden. Ik ken hem.
+
+„Het is mijn vaste overtuiging, dat alles, wat de bediende heeft
+beweerd, een feit is.”
+
+„Maar gij zijt goud waard!” riep de mooie Guido, die op een stoel had
+plaats genomen en zijn nagels polijstte.
+
+„Waar woont de Lord?” vroeg de kleine Röttger.
+
+„Regentpark no. 16,” antwoordde Raffles, „ik sprak den bediende
+vanmorgen; hij deelde mij mede, dat de Lord van plan is, op reis te
+gaan. Gij moet dus, als gij iets wilt bereiken, snel handelen.”
+
+„Kan ik den bediende spreken?” vroeg de redacteur.
+
+„Dat kan ik u niet zeggen,” sprak de groote onbekende schouderophalend,
+„Maar Lord Melbourne is, zoover ik weet, altijd van drie tot vijf voor
+het diner te huis. Gij kunt hem bepaald in dien tijd treffen.
+
+„Ga hem eens opzoeken. Ik denk, dat wij reeds hedenavond een paar
+duizend pond sterling rijker zullen zijn.”
+
+„Ik heb dringend geld noodig,” vertelde de mooie Guido lachend, „ik heb
+gisteren tamelijk groote verliezen geleden bij het spel in de club.
+
+„Laten wij eens zien, wat wij van den man los kunnen krijgen.”
+
+„Maar eerst moeten wij iets eten,” stelde de redacteur voor, „mijn maag
+bromt bedenkelijk en als ik honger heb, kan ik dergelijk werk niet
+doen.
+
+„Sluit gij u bij ons aan, Mr. Marholm?”
+
+„Het spijt mij,” antwoordde Raffles, „maar ik durf mij niet met u samen
+in het publiek vertoonen, dat is te gevaarlijk.”
+
+Op dit oogenblik werd er aan de deur geklopt.
+
+De groote onbekende, die niemand had verwacht, keek verbaasd op en
+riep:
+
+„Come in!”
+
+De deur ging open en met het gemoedelijke glimlachje, dat hem eigen
+was, trad de vloo het vertrek binnen.
+
+Nu bevond Marholm zich bij Marholm.
+
+Een oogenblik schrikte Raffles.
+
+Hij dacht aan een overval van de politie.
+
+Onmiddellijk echter had hij zijn zelfbeheersching herwonnen en, zich
+tot Mr. Röttger wendend, die den detective had herkend, maar zijn naam
+niet wist, sprak hij:
+
+„De heeren moeten mij verontschuldigen, ik ben nu verhinderd.”
+
+„Wij zullen u bericht doen toekomen betreffende den Lord,” sprak Mr.
+Kroyzer en hij verliet met zijn compagnon Raffles.
+
+Toen zij de trap afliepen, waren zij er nog zekerder van, met detective
+Marholm te doen te hebben, omdat een collega uit het hoofdbureau van
+politie hem bezocht.
+
+Nauwelijks hadden de beide afpersers de deur gesloten, of de vloo legde
+zijn wijsvinger op den mond en fluisterde, met een blik op de deur:
+„Sst!”
+
+Daarop luisterde hij, totdat hun schreden niet meer hoorbaar waren, en
+zich tot den grooten onbekende wendend, sprak hij:
+
+„Goeden dag, Mr. Raffles.
+
+„Ik kom in opdracht van den inspecteur van politie, maar niet om u
+gevangen te nemen, doch om uw hulp in te roepen tegen de beide
+sujetten, die zooeven bij waren!”
+
+„Ik houd mij reeds met hen bezig,” antwoordde Raffles, „neem plaats,
+Mr. Marholm. Als ik u een sigaar of een sigarette mag aanbieder dan als
+’t u belieft.”
+
+Marholm nam plaats naast de schrijftafel, waaraan de groote onbekende
+zat en sprak, terwijl hij een sigarette aanstak:
+
+„Tot dusverre heb ik slechts van den rook uwer sigaretten kunnen
+genieten en dat was het eenige, wat gij achterliet, als wij u wilden
+hebben, gij zelf waart helaas altijd als rook vervlogen.”
+
+Raffles glimlachte vroolijk.
+
+Hij was nu gerustgesteld en begreep, dat Marholm inderdaad slechts voor
+particuliere zaken bij hem was gekomen.
+
+„Het doet mij genoegen, dat mijn sigarette u smaakt, als het u
+aangenaam is, dan zal ik ze u voortaan doen toekomen.
+
+„Maar vertel mij nu vóór alles, hoe gij den weg naar hier hebt
+gevonden?”
+
+„Heel eenvoudig,” lachte de vloo, „ik ben achter de twee heeren, die
+bij u waren, aangeloopen.”
+
+„Hoe bedoelt gij dat?”
+
+„Dat is waar,” lachte Marholm, „gij kunt niet weten, dat die beide
+gentlemen zich een uur geleden bij inspecteur Baxter bevonden en ik
+hen, toen ik uit het bureau kwam, nog op straat vond en hoorde, hoe Mr.
+Röttger juist zei:
+
+„Nu gaan wij naar detective Marholm.”
+
+„Gij kunt u voorstellen, Mr. Raffles, dat ik er heel veel belang in
+stelde om te weten, waar de tweede detective Marholm in Londen woonde.
+
+„Daarom volgde ik het tweetal, klopte op de deur, en vond u, mijn
+dubbelganger, Mr. Marholm!”
+
+„Wel,” lachte Raffles, „ik heb de eer, mij aan u voor te stellen. Ik
+heet tijdelijk Marholm.”
+
+„Groote eer voor mij,” antwoordde zijn bezoeker, „dat gij u zoo voor
+mijn persoon interesseert. Ik had nooit kunnen denken, waartoe mijn
+naam al niet moest dienen.
+
+„Maar nu wil ik u eerst zeggen, waarvoor ik hier bij u ben. Ik heb een
+boodschap voor u, die geld waard is!”
+
+Raffles blies den rook van zijn sigarette in mooie ringen omhoog en
+antwoordde:
+
+„Ik ben zeer nieuwsgierig, het doel van uw komst te vernemen.”
+
+„Uit naam van uw hooggewaardeerden vriend, mijn chef, den inspecteur
+van politie Baxter van Scotland Yard, moet ik u verzoeken, u bezig te
+houden met die beide kerels, den redacteur en den eigenaar der
+Alarmkreet, en deze beide heeren ergens in de Theems te gooien met een
+kanon uit den Tower aan de voeten om hun te beletten, ooit weer boven
+te komen.
+
+„Zoo ongeveer luidt de opdracht, die inspecteur Baxter mij voor u gaf.”
+
+„Uitstekend,” riep Raffles lachend uit, „dan is alles gegaan, zooals ik
+het wenschte. Ik was al bang, dat de beide boeven den inspecteur hadden
+bepraat en dat ik mijn spel tegenover hen had verloren.
+
+„Ik houd mij reeds met de kerels bezig.”
+
+„Dat begreep ik dadelijk, toen ik hen beiden bij u ontmoette.
+
+„Dus was het bezoek bij den inspecteur slechts een gevolg van hetgeen
+gij met de schurken voor hebt?”
+
+„Ja,”, lachte Raffles, „ik dacht, dat Mr. Baxter hen misschien gevangen
+zou nemen. Ik heb ze namelijk door middel van een brief op uw chef
+afgezonden.”
+
+„Klopt!” riep de vloo uit, „dat is de brief, dien ik onderschept moet
+hebben.”
+
+„Juist,” antwoordde de groote onbekende, „ik moest het geloofwaardig
+voorstellen, daarom nam ik uw naam aan en stelde mij aan hen voor als
+secretaris van het hoofdbureau van politie.”
+
+„Maar de spitsboeven hebben mij nu gezien,” sprak Marholm op
+bedenkelijken toon.
+
+„Kennen zij uw naam?” vroeg Raffles in gespannen aandacht.
+
+„No, Sir!”
+
+„Wel! Dan hebben wij niets te vreezen. De beide heeren weten nog niet,
+dat gij de werkelijke Marholm zijt en ik de valsche ben.
+
+„Kent gij den inhoud van den brief, Mr?”
+
+Marholm schudde het hoofd en sprak:
+
+„Dien ken ik noch inspecteur Baxter. Na het gesprek in de kamer van
+mijn chef, dat ik afluisterde, zei de kleine Röttger alleen, dat zij
+een brief van Raffles aan den inspecteur van politie in handen hadden,
+die hem zoodanig compromitteerde, dat hij zijn betrekking kon
+verliezen.”
+
+„Verder zei hij niets?”
+
+„No, Sir, verder niets.”
+
+„Fameus,” lachte Raffles, „dan is de inspecteur van politie
+waarschijnlijk bang, dat ik hen beiden mededeeling heb gedaan over zijn
+liefdesavonturen. Maar dat is niet waar.
+
+„Ik heb hun een brief gegeven, waarin ik hun het bewijs leverde, dat
+ik, Lord Lister, genaamd Raffles, de groote onbekende, met den
+inspecteur van politie samen werk en elken buit met hem deel.”
+
+Marholm sloeg zich op de dijen, dat het klapte.
+
+„Prachtig!” riep hij schaterlachend uit. „Als gij dat eens aan Baxter
+had meegedeeld. Hij zou u zoo zeker als tweemaal twee vier is, in een
+cel hebben opgesloten en u daarenboven een flink pak slaag laten
+geven.”
+
+„Ik heb den beiden heeren nog meer verteld. Ik heb hun gezegd, dat
+Baxter van beruchte huizen, speelholen en eenige misdadigersbenden elke
+maand bepaalde bedragen ontvangt en daardoor millionnair is geworden.”
+
+„Die arme Baxter,” lachte Marholm, „als hij eens wist, wat gij hem ten
+laste legt! Ik denk dat hij werkelijk krankzinnig zou worden.
+
+„Maar als die pennelikkers dat, wat gij hun hebt wijsgemaakt, aan den
+inspecteur hadden verteld, om hem geld af te persen, dan denk ik, dat
+de duivel in Baxter was gevaren en dat hij aan de beide kerels een
+ongeluk had begaan.”
+
+„Ik heb nu een beter plan,” sprak Raffles. „Ga nu naar inspecteur
+Baxter en deel hem mede, wat ik van plan ben en vertel hem ook den
+inhoud van den brief.
+
+„Zeg hem, dat hij zich morgenmiddag den inhoud van den brief door mr.
+Röttger moet laten vertellen. Dan kan hij hem gemakkelijk wegens
+afpersing en lasterlijke aantijging gevangen nemen.”
+
+„Een goed idee,” knikte Marholm, „en als gij mij nog een paar van uw
+cigaretten wilt meegeven, dan ga ik zeer voldaan heen om den inspecteur
+mee te deelen, dat gij de zaak in handen hebt genomen.”
+
+Hij nam afscheid en verliet Raffles.
+
+Eenige minuten later nam Lord Lister een rijtuig en reed weg.
+
+Onderweg haalde hij in de Albanstraat, waar hij een klein huis van twee
+verdiepingen bewoonde, Charly Brand af en gaf dezen de volgende
+inlichtingen:
+
+„Charly, we hebben een uitstekende grap! Jij moet nu mijn bediende
+voorstellen. Binnen een paar uur zullen de redacteur en de eigenaar van
+de Alarmkreet mij in mijn oude villa bezoeken en denken, dat zij zich
+bij een zekeren Lord Melbourne bevinden.
+
+„Dat ben ik.
+
+„Ik zal mij zoodanig vermommen, dat zij mij onmogelijk herkennen.
+
+„Ik denk, dat ik een grap met die kerels zal uithalen, zooals ik nog
+zelden heb beleefd.”
+
+In de villa werd Charly Brand in de kleedkamer, waar zich ontelbare
+kostuums, pruiken en baarden bevonden, in een kamerdienaar veranderd,
+terwijl hij zelf zijn gelaat totaal onkenbaar maakte.
+
+Daarop opende hij de ramen in zijn studeerkamer en wachtte op de
+dingen, die komen zouden.
+
+Uit zijn sportartikelen zocht hij een goede rijzweep uit, zooals men
+die op de vossenjacht gebruikt.
+
+Die legde hij blijkbaar achteloos op den schoorsteenrand, maar zoodanig
+onder zijn bereik, dat hij slechts zijn hand behoefde uit te strekken
+om haar op te nemen.
+
+
+
+
+
+
+
+
+VIERDE HOOFDSTUK.
+
+EEN HEILZAME LES.
+
+
+Het was kort na het diner, toen Charly Brand, die er als een deftige,
+oude kamerdienaar uitzag, bij Raffles, alias Lord Melbourne, twee
+heeren aanmeldde, die hem wenschten te spreken.
+
+„Mijn naam is Röttger,” zoo stelde de redacteur zich voor, „ik ben de
+leider van de Alarmkreet.
+
+„Ik strijd voor recht, vrijheid en waarheid. Ik offer mij op voor mijn
+principes, voor de onbeschermde deugd en vernietig alles wat slecht en
+gemeen is!”
+
+„Foei duivel!” De groote onbekende spuwde met een grooten boog in de
+naast zijn schrijftafel staande spuwbak.
+
+„Neem mij niet kwalijk,” sprak hij tot de heeren, „ik lijd aan te
+grooten toevoer van speeksel.”
+
+Beide bezoekers maten Lord Melbourne met vijandige blikken.
+
+Zij konden niet bewijzen, dat het spuwen op hen betrekking had.
+
+„Dus gij zijt de redacteur van de Alarmkreet?” vroeg Raffles na eenig
+zwijgen. „Is dat een nieuwe courant?”
+
+Mr. Kroyzer zette een verontwaardigd gelaat, hij wilde reeds een scherp
+antwoord geven, maar de mooie Guido was hem voor:
+
+„Hebt gij werkelijk nog nooit over ons blad hooren spreken, Lord
+Melbourne?”
+
+Raffles haalde de schouders op.
+
+„Het spijt mij zeer, ik lees behalve de „Times” en de Parijsche
+„Figaro”, en nog het „Berliner Tageblatt” en de „New-York Herald”, geen
+andere couranten.
+
+„Men kan natuurlijk niet alles lezen wat ter perse komt.
+
+„Ik geloof dat de uren van den dag nauwelijks toereikend zouden zijn om
+de alleen al in Londen verschijnende couranten en tijdschriften te
+lezen. Men heeft toch ook nog andere bezigheden. Dat zult ge mij moeten
+toegeven”.
+
+De kleine redacteur knikte bevestigend en zei:
+
+„U heeft gelijk, Lord Melbourne, maar onze courant, de Alarmkreet, is
+iets wat ieder moet leeren kennen.
+
+„Het is een orgaan, dat strijdt voor de hoogste moraal; het is de
+bezem, die de modderpoelen van het moderne leven moet reinigen van hun
+stinkend vuil.”
+
+Weer spuwde Raffles.
+
+Daarop lachte hij.
+
+„Eene aangename taak is dat. Vertel mij eens, hoe houdt gij dat op den
+duur toch uit? Het is geen aanbevelenswaardige arbeid. Daar heb je gauw
+genoeg van!”
+
+Mr. Röttger sloeg zich trotsch op de borst.
+
+„Slechts mannen als ik, die een onzelfzuchtig, sterk en groot karakter
+hebben, zijn in staat, om evenals Herkules Augiasstallen te reinigen.”
+
+„Prachtig”, sprak Raffles, „ik wil u daar niet van terughouden, en daar
+uw tijd voor het groote werk zeer kostbaar is, moet gij dien niet bij
+mij verzuimen. Keer naar uw eigen omgeving terug!”
+
+De kleine journalist wierp Raffles een woedenden blik toe.
+
+Hij hield er niet van om op een dergelijke manier met woorden de deur
+uit te worden gegooid.
+
+„Pardon”, antwoordde hij, „de tijd, dien ik bij u doorbreng, is voor
+mij geen verlorene.”
+
+„Zoo, zoo”, lachte Raffles, „wilt gij daarmee zeggen, dat wij ons hier
+bij mij in een Augiasstal bevinden?”
+
+„Ja”, bevestigde de redacteur, „ik zou u anders niet hebben opgezocht,
+Lord Melbourne. Hier is een der smerigste plaatsen in den grooten
+modderpoel van het moderne leven, die ik ooit heb ontdekt.”
+
+Lord Melbourne lachte hartelijk.
+
+Daarop keek hij met vroolijken blik de kostbaar ingerichte kamer rond
+en sprak:
+
+„Wel, als het nergens smeriger is dan bij mij, moeten zelfs varkens
+zeer netjes wonen.”
+
+„Gij begrijpt wel”, siste Mr. Röttger, „ik bedoel daarmede, dat niet uw
+kamers, maar gijzelf smerig en vuil zijt!”
+
+„Ho, ho!” viel Raffles hem lachend in de rede, „ik heb vanmorgen
+gebaad, evenals elken dag.”
+
+Nu werd de kleine redacteur venijnig:
+
+„Het lichaam kan misschien zuiver zijn, maar de ziel is onrein als het
+vuilste riool.”
+
+„All right”, knikte de Lord, „dan zal ik u als puttenschepper
+aanstellen. Hoeveel verlangt gij per maand?”
+
+„Laat ons niet schertsen, Lord Melbourne, ik moet u over ernstige
+dingen spreken. Het is voor u een levenskwestie!”
+
+John Raffles stak een sigaret aan en blies zijn bezoeker den rook in
+het gelaat.
+
+„Ik geloof, dat gij u vergist. Over mijn bestaan had alleen mijn vader
+eenmaal te beschikken.”
+
+„Of de wet.”
+
+„Hoe bedoelt gij dat?”
+
+Raffles nam den redacteur van het hoofd tot de voeten op en Mr. Röttger
+voelde zich door den blik der zwarte oogen verontrust.
+
+Een onbehaaglijk gevoel, alsof hij hem reeds hier of daar had ontmoet,
+maakte hem zenuwachtig.
+
+Maar tevergeefs dacht hij na; hij herkende in de spotachtig lachende
+oogen van Lord Melbourne niet die, welke detective Marholm, d. w. z. de
+onechte Marholm, in zijn hoofd had.
+
+„Hoor mij een paar seconden aan”, sprak hij tot Raffles. „Gij zult
+thans voldoende op de hoogte zijn van mijn persoon en mijn courant.”
+
+„Ongetwijfeld”, antwoordde de groote Onbekende, „ik ken u zoo
+nauwkeurig, alsof gij jarenlang mijn kamerdienaar waart geweest.”
+
+Opnieuw trof hem een vijandige blik.
+
+Met een verachtelijk gebaar deed de kleine redacteur stilzwijgend
+afstand van het baantje van kamerdienaar en zei:
+
+„Gij overschat uzelf, Lord Melbourne, zelfs Zijne Majesteit zou er zich
+niet op kunnen beroemen, mij in Zijnen dienst te hebben gehad.”
+
+„Nu, nu,” lachte Lord Lister, „spreekt gij Spaansch?”
+
+„Neen, hoezoo?”
+
+„Russisch?”
+
+„Neen?”
+
+„Italiaansch, Fransch?”
+
+„Neen?”
+
+„Kunt gij friseeren, masseeren, enz.?”
+
+„Verduiveld, neen!”
+
+„Een costuum beugelen? Of een das binden?”
+
+Een toornig luid „Neen”, deed zich opnieuw hooren.
+
+„Ziet ge,” sprak Raffles, „dan zijt gij in ’t geheel niet bekwaam om
+kamerdienaar te worden”.
+
+„Maar schrijven kan ik”, herhaalde de kleine redacteur op scherpen
+toon.
+
+„Neem mij niet kwalijk”, lachte zijn overbuur, „schrijven kan mijn
+kamerdienaar ook. Dat is toch een schoolvak, dat iederen straatjongen
+wordt aangeleerd”.
+
+„Ik bedoel letterkundig!”
+
+Een lang gerekt „Zoo-oo...!” was het eenige antwoord, weer blies Lord
+Lister met spottend gekrulde lippen den rook van zijn sigaret in het
+gelaat van den journalist en sprak:
+
+„Misschien kan mijn kamerdienaar dat ook.
+
+„Hij zou b.v. een werk kunnen uitgeven: „Onthullingen uit het
+slaapvertrek van mijn meester”, of „De liefdesavonturen van mijn
+meester”, of „De schuldeischers”— —of „Verhalen van een kamerdienaar”.
+Ik denk, dat dit alles in den tegenwoordigen tijd veel bijval zou
+verwerven. Men leest in de zoogenaamd letterkundig-ontwikkelde kringen
+dergelijke zaken graag”.
+
+„Maar,” verdedigde zich de kleine redacteur, „dat wat ik schrijf, zal
+uw kamerdienaar niet kunnen schrijven. Daartoe ontbreken hem de
+gegevens.
+
+„Ik heb bijvoorbeeld een artikel in de pen met het opschrift:
+
+„„Sensationeele onthullingen omtrent den geheimzinnigen dood der oude
+Lady Melbourne”.”
+
+„Klopt niet”, glimlachte de Lord.
+
+„In hoeverre niet?”
+
+„Wel, omdat de Lady nog niet zoo oud was, ik kan het weten. Mijn
+stiefmoeder was dertig jaar toen zij stierf. Zij was jonger dan ik”.
+
+De redacteur zette verbaasde oogen op.
+
+Maar hij beheerschte zich en antwoordde:
+
+„De leeftijd heeft er ook niets mee te maken. De hoofdzaak zijn de
+onthullingen omtrent den geheimzinnigen dood”.
+
+„Dat is mogelijk”, stemde Raffles toe, „maar omdat deze onthullingen op
+even onvoldoende informaties berusten als die omtrent den leeftijd der
+Lady, ziet het er slecht mee uit”.
+
+„Maak u niet ongerust,” mengde zich Mr. Kroyzer in het gesprek, „mijn
+redacteur heeft niet naar den leeftijd geïnformeerd. Maar omtrent den
+dood van uw stiefmoeder weet hij alles.”
+
+„Dat vind ik interessant”, riep de Lord uit, „wanneer is de Lady dan
+gestorven?”
+
+„Dat weet gij evengoed als ik”, antwoordde Mr. Röttger, terwijl hij het
+inderdaad niet wist.
+
+„Oho”, lachte Raffles, „gij vergist u. Mij is de datum van het
+overlijden van mijn stiefmoeder tot op heden nog niet bekend”.
+
+Nu richtte de kleine redacteur zich in zijn volle lengte op, wierp den
+Lord een verachtelijken blik toe en sprak:
+
+„Ik ben niet hier gekomen, om met u verstoppertje te spelen, gij weet
+evengoed, als ik, wat ik bedoel.”
+
+Raffles haalde de schouders op.
+
+„Ik weet inderdaad niet, wat gij wenscht”.
+
+„Sir”, antwoordde Röttger nu op bruusken toon, „er is slechts één
+artikel in de Alarmkreet noodig, om u in een smadelijk proces te
+wikkelen”.
+
+„Daaraan twijfel ik geen oogenblik”, sprak de Lord op kalmen toon, „het
+is alleen de vraag, voor wien het proces smadelijk zou zijn, voor u of
+voor mij”.
+
+„Alleen voor u!”
+
+Nauwelijks was dit woord gesproken, of de Lord sprong plotseling van
+zijn stoel op en mat den redacteur met een doordringenden blik.
+
+„Als gij er de persoon naar waart, zoudt gij mij op een andere plaats
+rekenschap van uw woorden moeten geven!”
+
+„Ik zal u rekenschap geven”, siste Röttger, „maar met mijn wapenen: met
+pen en inkt. En nu wil ik u nog iets zeggen, Lord Melbourne:
+
+„Er zijn sterke bewijzen voorhanden, dat gij de schuld draagt van den
+dood uwer stiefmoeder. Ja, dat gij zelfs haar dood opzettelijk hebt
+veroorzaakt.”
+
+Raffles kruiste de armen.
+
+„En al ware dat het geval, wat gaat het u dan nog aan? Zijt gij rechter
+of inspecteur van politie?”
+
+„Dat niet, maar ik ben de redacteur, der Alarmkreet en als zoodanig
+maak ik dergelijke dingen, als zij mij ter oore komen, bekend en deel
+ze aan de autoriteiten mee”.
+
+„Dat wil zeggen”, sprak Raffles, „dat gij u eerst riemen snijdt uit de
+huid van uw slachtoffers, om daarna de ongelukkigen achter slot en
+grendel te helpen”.
+
+„Gij kunt beide dingen vermijden”, viel nu Mr. Kroyzer in, „er zal een
+artikel gepubliceerd worden, noch een aanklacht jegens u worden gedaan,
+als gij het met ons eens wordt”.
+
+„Ja, als gij het met ons eens wordt”, voegde Mr. Röttger er aan toe.
+
+Raffles deed, alsof hij niet dadelijk de beteekenis dier woorden
+begreep.
+
+„Hoe meent gij dat, heeren?” vroeg hij.
+
+De journalist naderde hem vertrouwelijk, legde de hand op zijn schouder
+en sprak:
+
+„Laat ons verstandig zijn, Lord, het zal u niet moeilijk vallen, een
+overeenkomst met ons te sluiten. Voor iemand van uw vermogen zullen een
+paar duizend pond geen groote rol spelen.”
+
+Nauwelijks had de groote onbekende deze woorden gehoord, of hij floot
+zoo luid en doordringend, dat de redacteur verschrikt achteruit sprong.
+
+„Denkt gij, dat ik uw zwijgen zal koopen?”
+
+„Gij gebruikt daar een leelijke uitdrukking,” sprak Mr. Kroyzer, „gij
+hebt niet noodig, ons stilzwijgen te koopen, maar wij willen goede
+zaken met elkaar doen.”
+
+„Goede zaken?” vroeg Raffles. „Voor u ongetwijfeld. Want als ik u goed
+versta, dan betaal ik u eenige duizenden pond sterling, stop u de
+zakken vol geld en krijg daarvoor niets terug.”
+
+„Natuurlijk, Lord Melbourne, want wij bewaren een onherroepelijk
+stilzwijgen omtrent alles wat wij hebben vernomen.”
+
+„Maar wat hebt gij dan toch eigenlijk vernomen, mijne heeren? Gij zijt
+nu reeds een uur lang bij mij en spreekt nog geheel in raadselen.”
+
+„Zullen wij ons duidelijker verklaren?” vroeg Mr. Kroyzer.
+
+„Ja”, antwoordde Raffles, „dan zal ik ook duidelijker spreken.”
+
+Met een snellen blik keek hij plotseling naar de rijzweep, die op den
+schoorsteenmantel lag.
+
+Noch Mr. Röttger, noch Mr. Kroyzer begrepen dien blik.
+
+„Goed”, sprak de kleine, redacteur, „wij hebben van een volkomen
+betrouwbaar persoon de bewijzen gekregen, dat gij den dood van uw
+stiefmoeder op uw geweten hebt.”
+
+„Is dat alles?” vroeg Raffles op volkomen onverschilligen toon, zoodat
+zoowel de kleine redacteur als de eigenaar der Alarmkreet stom van
+verbazing waren.
+
+„Ik denk, dat dat meer dan voldoende is”, antwoordde Mr. Röttger na
+eenige oogenblikken, „begrijp wel, het betreft hier een aanklacht
+wegens moord.”
+
+„Gij beweert dus”, sprak Raffles, „dat ik mijn stiefmoeder heb
+vermoord.”
+
+„Ik beweer het niet alleen, maar ik wil het ook bewijzen!”
+
+Een oogenblik keek de groote onbekende zijn tegenstander met ijskouden
+blik aan, daarop deed hij, alsof hij overlegde, wat hij wel te
+antwoorden had.
+
+„Laat ons eens aannemen, mijne heeren,” sprak hij, „dat datgene, wat
+gij beweert, een feit was en ik mijn stiefmoeder had vermoord, om in
+het bezit te komen van het vermogen van mijn vader.
+
+„Op welke wijze zoudt gij er mij voor instaan, dat gij u in de zaak,
+die gij met mij denkt te behandelen, als eerlijke menschen zult
+gedragen?”
+
+„Mijn betrekking als redacteur der Alarmkreet verplicht mij tot eerlijk
+handelen.”
+
+„Pardon”, antwoordde Raffles, „ik begrijp uw woorden niet.”
+
+„Ik bedoel”, antwoordde Mr. Röttger, „dat ik als redacteur der
+Alarmkreet wel verplicht ben, mij als een eerlijk mensch te gedragen.”
+
+„Mooi!” sprak Lord Lister, „hoeveel verlangt gij daarvoor?”
+
+„Zeggen wij voorloopig tienduizend pond sterling.”
+
+„Een net zaakje”, lachte de groote onbekende. „Gij zeidet immers
+zooeven, dat gij als redacteur der Alarmkreet tot eerlijk handelen
+verplicht waart. Ik herhaal: tot eerlijk handelen.
+
+„Weet gij, heer redacteur, ik heb strengere opvattingen omtrent
+eerlijkheid dan gij.
+
+„Gij schijnt uw eerlijkheid ergens in de modder te hebben laten liggen.
+
+„Eerlijk zoudt gij zijn, als gij dat, wat gij beweert omtrent mijn
+persoon vernomen te hebben, aan de justitie meedeeldet, in plaats van
+uw zwijgen aan mij te willen verkoopen voor tienduizend pond sterling.”
+
+„Genoeg!” schreeuwde nu de kleine redacteur, de vuisten ballend, „ik ga
+van hier naar den inspecteur van politie Baxter. Gij zult ondervinden,
+welke gevolgen deze zaak voor u heeft.”
+
+„Stellig!” lachte Raffles, „en opdat gij den weg niet tevergeefs af
+zult leggen, zal ik u iets meegeven, dat gij den inspecteur als bewijs
+kunt toonen. Let eens op!”
+
+Voordat Mr. Röttger of Mr. Kroyzer iets vermoeden of een poging konden
+doen om te vluchten, had Raffles de rijzweep van den schoorsteen
+genomen en als hagelsteenen vielen in het volgende oogenblik de slagen
+op den redacteur en den eigenaar der Alarmkreet neer.
+
+(Zie het titelblad.)
+
+De klappen volgden elkaar zoo snel op en werden op zoo elegante manier
+uitgedeeld, dat de beide schurken zich niet konden verdedigen.
+
+Schreeuwend en vloekend holden zij de kamer uit, stieten Charly Brand,
+die op den drempel was verschenen, omver en snelden de straat langs als
+twee achtervolgde beesten.
+
+Zij liepen door totdat zij voor de deur van het hoofdbureau van politie
+stonden, want zij meenden nog steeds, dat Lord Melbourne hen met de
+rijzweep op de hielen zat.
+
+Toen zij ademloos door het snelle loopen de kamer van inspecteur Baxter
+waren binnengekomen, troffen zij dezen niet, doch in zijn plaats
+detective Marholm, die hen met onvriendelijke blikken ontving.
+
+„Wat wenscht gij?” snauwde hij, „de inspecteur is niet hier.”
+
+„Er is ons iets vreeselijks overkomen”, hijgde de redacteur.
+
+„Iets ontzettends!” voegde de eigenaar van het schimpblad er aan toe.
+
+„Wat dan?” vroeg Marholm, en op hetzelfde oogenblik ontdekte hij op
+beider gelaat de dik opgeloopen striemen van de rijzweep.
+
+„Ah zoo!” sprak hij, „hebt gij slaag gehad?”
+
+„Ja!” riepen beiden tegelijk uit.
+
+„Nu,” lachte de vloo, „zoo iets moet gij gewend zijn. Gij zijt, als ik
+mij goed herinner, immers de redacteur der Alarmkreet?”
+
+„Ja,” zuchtte de kleine Röttger, terwijl hij den zakdoek voor het
+gelaat hield, „dat ben ik. Maar ik begrijp niet hoe gij ertoe komt om
+te zeggen, dat ik aan een pak slaag gewend moet zijn.”
+
+„Kom”, sprak Marholm lachend, „gij kent immers het woord uit den
+Bijbel:
+
+„Wie het zwaard opneemt, zal door het zwaard omkomen!”
+
+Daarvoor kan men evengoed zeggen:
+
+„Wie klappen uitdeelt, zal klappen terugkrijgen!”
+
+„Wij zijn hier niet om bijbelteksten met u te behandelen”, antwoordde
+Mr. Röttger met woedenden blik.
+
+„Wat wilt gij dan?” vroeg de vloo op kalmen toon.
+
+„Een aanklacht wegens moord indienen tegen Lord Melbourne.”
+
+„Jegens wien?” vroeg Marholm. „Tegen Lord Melbourne? Dat is jammer.
+Waar woont de Lord?”
+
+„Regentpark 16.”
+
+„Regentpark 16? Voor zoover ik mij herinner, is Lord Melbourne reeds
+acht jaar dood. Hoe kan hij dus in het Regentpark No. 16 wonen?”
+
+„En toch is het zoo”, sprak de kleine redacteur. „Gij verwisselt zeker
+den zoon met den vader. Onze aanklacht is gericht tegen den zoon. Roep
+dadelijk eenige detectives bijeen en spoed u naar den Lord, voordat hij
+de vlucht heeft kunnen nemen.”
+
+„Zoo snel gaat dat niet”, sprak Marholm, „eerst moet ik een protocol
+opmaken van uw beschuldiging, en dat is niet zoo gemakkelijk.
+
+„Het gaat bij ons alles volgens voorschrift. Daar buiten om gebeurt er
+niets.
+
+„Daarop zullen wij Lord Melbourne uitnoodigen om hier te komen en hem
+een verhoor afnemen.
+
+„Daarmee gaat minstens een week heen. Zoolang moet gij geduld hebben.”
+
+„Dat is ongeloofelijk”, sprak de redacteur, „op die manier heeft elke
+moordenaar de tijd om te ontvluchten.”
+
+„Zeker”, antwoordde Marholm op doodkalmen toon, „wij houden ons bij
+voorkeur bezig met voortvluchtige moordenaars.
+
+„Het aangenaamst zijn ons zelfs de onbekende moordenaars.
+
+„Dergelijke gevallen behandelen wij zeer eenvoudig. Wij loven een
+belooning uit en laten het publiek naar hem zoeken. Wordt hij dan niet
+gevonden, dan dragen wij de schuld niet alleen, maar het publiek met
+ons.”
+
+„Wilt gij ons voor den gek houden?” vroeg Mr. Kroyzer.
+
+Nu stond Marholm op en riep uit:
+
+„Houd uw domme aanmerkingen voor u, want als iemand voor den gek wordt
+gehouden, dan zijn wij het, maar niet het publiek.
+
+„Ik hoop, dat gij mij begrepen hebt.
+
+„En als gij nu een aanklacht wilt indienen, ga dan naar huis, neem een
+vel van het daartoe gebruikelijke formaat papier, vouw het in het
+midden langs de lengte in tweeën en schrijf op de rechterhelft met
+openlating van een blanco rand ter breedte van twee vingers.
+
+„Indien gij u niet aan dit voorschrift houdt, kunnen wij de aanklacht
+niet accepteeren. Zij gaat dan onherroepelijk in de papiermand.
+
+„En gaat nu heen, want ik heb te werken.”
+
+Hij draaide het tweetal den rug toe en ging met zijn schrijfwerk door.
+
+Toen zij nog niet heengingen, draaide hij zich nog eens om en vroeg:
+
+„Wat verlangt gij nog meer?”
+
+„Wij zouden gaarne weten”, antwoordde Mr. Röttger, „wanneer inspecteur
+Baxter te spreken is.”
+
+„Over een uur”, antwoordde Marholm en hij voegde er aan toe:
+
+„Als ik u een goeden raad mag geven, leg dan thuis ijscompressen op uw
+gezicht, want iedereen ziet al op een afstand aan u, dat gij een flink
+pak rammel hebt opgeloopen.”
+
+„Wij zullen tijdig terug zijn”, sprak de redacteur, en met zijn
+medeplichtige verliet hij het bureau.
+
+Marholm echter sloeg zich van pret op de knieën en riep:
+
+„Drommels, dat is de mooiste streek, dien ik ooit van Raffles heb
+gehoord. Elke klap schijnt een van de beste soort te zijn geweest.”
+
+Hij had misschien een half uur geschreven, toen Baxter als een
+brieschende leeuw het bureau binnen stormde.
+
+Hij wierp zijn dienstpet op de schrijftafel, zoodat een inktkoker
+omviel en de inhoud als een zwarte stroom over de tafel en den
+witgeschuurden vloer liep.
+
+Daarop ging hij voor Marholm staan, en schreeuwde met gebalde vuisten:
+
+„Ik sla je dood, Marholm, ik sla je dood!”
+
+Hij zag er werkelijk uit, alsof hij van plan was zijn vuisten op het
+hoofd van den secretaris te doen neerdalen.
+
+Maar Marholm kende zijn chef.
+
+Onbevreesd keek hij den inspecteur aan en sprak:
+
+„Waarom wilt gij mij doodslaan?”
+
+Baxter’s oogen rolden in hun kassen.
+
+„Gij hebt mij geblameerd—gij hebt mij voor altijd onmogelijk gemaakt!”
+
+Marholm glimlachte.
+
+„Is dat mogelijk, inspecteur?”
+
+„Ja, dat is mogelijk!” raasde Baxter.
+
+„Gij weet, dat ik hedenmorgen een brief kreeg van den president van de
+rechtbank met de opdracht, hem om drie uur in den middag te bezoeken.
+
+„Kunt gij denken, wat er nu gebeurd is?”
+
+„Een grap geweest?”
+
+„Een grap?—Een uitbrander heb ik gehad als nog nooit in mijn leven! Een
+eindeloozen uitbrander! Hij noemde mij niet alleen een ezel, maar
+verklaarde mij voor den grootsten idioot, die er ooit op de wereld
+heeft rondgeloopen”.
+
+„Laat u dat zwart op wit geven, dan kunt gij een flinke som verdienen
+in onze variété’s en in het Panopticum. Den grootsten idioot zal
+iedereen willen zien”.
+
+De inspecteur greep Marholm bij de keel, alsof hij hem wilde wurgen.
+
+„Zwijg, Marholm, of ik ransel u af! Jij bent de grootste idioot!”
+
+„Het is mogelijk”, antwoordde Marholm, „anders was ik misschien uw
+secretaris niet!”
+
+„Ja, gij!” riep Baxter uit, „want om uwentwege kreeg ik den
+uitbrander—door uw schuld ben ik voor den grootsten idioot uitgemaakt”.
+
+„Ik ben zeer nieuwsgierig!”
+
+„De duivel moge je halen met je nieuwsgierigheid. De zaak is eenvoudig
+genoeg. Belachelijk eenvoudig, gij stommerik!
+
+„Ik zei je gisteren, dat het voorschrift was, een rand open te laten
+ter breedte van twee vingers”.
+
+„Klopt!” antwoordde Marholm, „was de rand niet zoo breed?”
+
+„Ja, de rand was zoo breed, maar geen enkel woord, dat dichtbij den
+rand staat, is te lezen. Gij hebt eenvoudig, inplaats van verder te
+schrijven op den volgenden regel, de letters weggelaten en daardoor
+onbegrijpelijke rapporten geschreven. Geen mensch kan er uit wijs
+worden, noch de rechters, noch de president!”
+
+„Daaraan twijfel ik geen oogenblik”, sprak Marholm, terwijl hij zijn
+tabakspijp ging stoppen.
+
+„Als gij de rapporten hadt gelezen, zoudt gij het weglaten der letters
+hebben opgemerkt.
+
+„Het was onmogelijk, de woorden af te breken, daar ik steeds een paar
+letters over had in de laatste lettergreep, die ik niet op den rand
+mocht schrijven, welke tot elken prijs twee vingers breed moest zijn.
+
+„Om mij aan het voorschrift te houden en allen eerbied te toonen jegens
+de wetten, liet ik de letters eenvoudig weg”.
+
+Hij nam een lucifer en stak zijn pijp aan.
+
+„Het had niet veel gescheeld”, vervolgde Baxter, „of gij hadt mij den
+nek gebroken. Ik had bijna mijn ontslag gekregen”.
+
+„Dat zou meer jammer zijn geweest voor John Raffles dan voor u!”
+
+Het woord Raffles oefende dezen keer een kalmeerende werking uit op
+Baxter.
+
+Zijn opgewonden gelaat werd kalmer, zijn toornige stem nam een
+vriendelijker klank aan en hij vroeg:
+
+„Hebt gij met Raffles gesproken?”
+
+„Ja,” antwoordde Marholm lachend, „en gij zult het resultaat van mijn
+bezoek binnen een uur in duidelijk leesbaar schrift voor u zien! Ik
+wed, dat er geen letter is weggelaten”.
+
+„Zal Raffles mij schrijven?” vroeg Baxter, die deze woorden niet
+begreep.
+
+„Hij heeft u reeds geschreven”, sprak Marholm, „heb maar geduld”.
+
+
+
+
+
+
+
+
+VIJFDE HOOFDSTUK.
+
+EEN BEZOEK AAN DE ALARMKREET.
+
+
+De redactiejongen had juist, om vijf uur, het bureau verlaten. Hij stak
+juist een zijner cents-sigaretten aan, toen hij op de trap Raffles
+ontmoette, die, nadat hij met de beide afpersers een samenkomst,
+vermomd als Lord Melbourne, had gehad, nu een bezoek kwam brengen op de
+redactie der Alarmkreet, om in het bezit te komen van bewijzen tegen
+den redacteur en den bezitter van de courant.
+
+Nauwelijks was de jongen Raffles gepasseerd, of de groote onbekende
+snelde geruischloos als een kat de trappen op en bevond zich in een
+paar seconden voor den ingang van de redactie.
+
+De deur gaf hem weinig moeite, het was een ouderwetsche, in Engelsche
+woningen gebruikelijke houten deur, die bijna met elken sleutel te
+openen was.
+
+Deze geringe veiligheidsmaatregel verbaasde Raffles eerst. Hij meende
+na eenig nadenken, dat de eigenaren van dit kantoorlokaal misschien
+niets te verbergen hadden. Maar toch wilde hij zich overtuigen, of niet
+het een of ander geheim, vooral wat betrof het geval Spancer, in de
+schrijftafel van den redacteur te vinden zou zijn.
+
+Daar de luiken gesloten waren, was het er volkomen donker.
+
+Hij stak daarom een lamp aan, die op tafel stond en zag in den hoek een
+cylinderbureau, dat hij met geringe moeite opende.
+
+Hij opende alle kastjes en laden, maar vond niet het minste, dat hem
+van dienst had kunnen zijn.
+
+„Het is precies zooals ik dacht”, sprak hij tot zichzelf, „de schurken
+weten heel goed, dat het voor hen het veiligste is om geen enkelen
+brief of geschreven stuk te bewaren”.
+
+Hij sloot het meubel weer en wilde zich naar huis terug begeven, toen
+hij op de tafel middenin het vertrek een pakket zag liggen, dat met een
+touw was dichtgebonden.
+
+Met groote letters stond, in blauw potlood op den omslag van het pakket
+geschreven:
+
+„Laatste correctie”.
+
+Een oogenblik keek Raffles nadenkend naar het pakket, dat ter
+verzending gereed lag en dat de jongen waarschijnlijk vergeten had,
+daar het nog dien avond ter perse moest, omdat de courant den volgenden
+morgen zou verschijnen.
+
+Plotseling vloog het bekende lachje over Raffles’ gelaat.
+
+„Ja”, fluisterde hij, „als ik hierin vind, wat mij nu toevallig
+bezighoudt, zou het een kolossale grap geven!
+
+„Juist, morgenochtend verschijnt het wekelijksche nummer der Alarmkreet
+en dit is de laatste correctie voor de drukkers.
+
+„Prachtig!”
+
+Hij maakte voorzichtig het pakket open en haalde de gedrukte
+correctievellen der gereedgemaakte courant te voorschijn.
+
+Artikel na artikel las hij met de grootste belangstelling en hij
+amuseerde zich al lezende, hoe langer hoe meer.
+
+Daarna nam hij aan de schrijftafel plaats, opende den inktkoker en nam
+de pen, waarmee een paar uur geleden de redacteur der Alarmkreet de
+correctie had aangebracht.
+
+Raffles doopte de pen in den inkt, stak een sigaret aan en lachte
+zachtjes.
+
+„Nu zal ik de Alarmkreet eens redigeeren. Londen zal verbaasd zijn, wat
+voor een geestig blad de Alarmkreet is. Mr. Röttger kan niets hebben in
+te brengen tegen de veranderingen, die ik aanbreng, omdat hij het niet
+meer zal kunnen.
+
+„Ik ontvang hem over een paar uur bij mij en zal ervoor zorgen, dat hij
+zich niet meer in verbinding kan stellen met zijn drukkerij”.
+
+Raffles rookte zijn sigaret op, stak een nieuwe aan, en las het eerste
+artikel:
+
+
+ Nieuws omtrent John Raffles, den Grooten Onbekende.
+
+ „Wij hadden verwacht, dat de door ons als gewetenloos avonturier en
+ misdadiger beschreven Londensche bedrieger zich zou verdedigen
+ tegen onze beschuldigingen en ons een bericht toezenden, zooals hij
+ dat gewend is te doen.
+
+ „Maar die man is niet alleen een avonturier en misdadiger van de
+ gemeenste soort, maar hij is ook lafhartig.
+
+ „Het wordt meer dan tijd, dat de Londensche pers zich niet meer met
+ dien kerel bezighoudt, maar hem eenvoudig doodzwijgt, opdat de
+ lauwerkrans, dien men hem ten onrechte omhangt, eindelijk door iets
+ anders kan worden vervangen.”
+
+
+„Heel aardig,” lachte Raffles, „dat artikel zal ik corrigeeren.”
+
+Hij nam de pen op en schreef:
+
+
+ „John Raffles, dien wij in het laatste nummer van ons blad
+ uitschilderden als een gewetenloos avonturier en misdadiger, heeft
+ ons bewezen, dat hij werkelijk den lauwerkrans, dien de Londensche
+ pers hem omhangt, vol bewondering als zij is voor zijn daden, ten
+ volle verdient.
+
+ „John Raffles heeft ons niet alleen door woorden overtuigd, maar
+ zelfs door een onomstootelijk bewijs.
+
+ „Wij bevelen John Raffles aan bij alle bewoners van Londen, die
+ door gewetenlooze schurken worden uitgezogen, gedreigd of misleid.
+ Tot deze laatste soort behoort ook de Alarmkreet.
+
+ „Wij moeten dit ter kennis brengen van alle lezers onzer courant en
+ hen dringend aanraden zich bij voorkomende gelegenheden tot John
+ Raffles te wenden.”
+
+
+„Ziezoo,” sprak Raffles, „dat is de eerste correctie, nu volgt de
+tweede in de zaak-Spancer.”
+
+Hij las:
+
+
+ De poging tot zelfmoord door de jonge bontwerkster, die, zooals wij
+ onzen lezers hebben medegedeeld, het slachtoffer is geworden van
+ den zoon van den bekenden pelshandelaar Spancer, is tot heden niet
+ opgehelderd.
+
+ „Wij veronderstellen nog steeds, dat het jonge meisje door den
+ jongen Spancer tot zelfmoord is gebracht.
+
+ „Het is meer dan tijd, dat de politie zich met deze zaak
+ bezighoudt.”
+
+
+„Aha,” sprak Raffles, „daar zullen wij iets aan toevoegen.”
+
+En hij schreef verder:
+
+
+ „Wij zouden gaarne bereid zijn geweest, over deze zaak het
+ stilzwijgen te bewaren, indien de vader van den jongen Spancer de
+ door ons verlangde 5000 pond sterling had betaald, maar die man is,
+ helaas, zoo ongenaakbaar, dat hij er niet aan wil denken, de dupe
+ te worden van onze afpersing. Het jonge meisje wordt door hem, naar
+ wij vernomen hebben, op milde wijze ondersteund en heeft van hem
+ een kleine zaak in pelswaren gekregen in de Victoriastraat.”
+
+
+„Zie zoo,” mompelde Raffles, „nu is ook dit artikel gecorrigeerd.”
+
+Nu nam de groote onbekende een blanco stuk papier en begon daarop een
+geheel nieuw artikel te schrijven.
+
+Het luidde:
+
+
+ Oplichterij op groote schaal!
+
+ „Naar wij zooeven uit goede bron hebben vernomen, heeft zich onder
+ den naam „De Alarmkreet” een courant in Londen gevestigd, die,
+ evenals de Apachen in Parijs, de schrik is geworden van de
+ fatsoenlijke Engelsche burgerij.
+
+ „De courant houdt zich ermee bezig, om uit kleine gebeurtenissen of
+ ongelukkige omstandigheden, waardoor solide menschen worden
+ getroffen, sensatie-artikelen in elkaar te flansen, doordat zij
+ namelijk van een mug een olifant maakt.
+
+ „Wij weten zeer stellig, dat deze courant niets anders is dan een
+ gemeene bedriegerij; zij is, evenals de Amerikaansche „Arizona
+ Kicker”, ten allen tijde bereid om tegen betaling van een zeker
+ bedrag afstand te doen van het laten drukken dier
+ sensatieberichten.
+
+ „Het is niets anders dan een zoogenaamde „revolverpers”, die zich
+ niet ontziet de eer en het vermogen der staatsburgers aan te
+ randen.
+
+ „Het zou hoog noodig zijn, dat de inspecteur van politie Baxter
+ zich ernstig bezig hield met den redacteur en den eigenaar van dit
+ weekblad, om Engelsche burgers tegen dergelijke gevaarlijke
+ schurken te beschermen.
+
+ „Naar alle waarschijnlijkheid zal het echter bovengenoemden
+ inspecteur niet gelukken, deze menschen onschadelijk te maken.
+
+ „Wij vernemen gelukkig, dat om die reden John Raffles zich deze
+ zaak heeft aangetrokken en nu van plan is, den eigenaar en den
+ redacteur van „De Alarmkreet” een welverdiende straf te doen
+ toekomen.
+
+ „Het verdere verloop dezer zaak zullen de lezers van dit blad
+ morgen in de Londensche couranten kunnen vinden.
+
+ „P. S. Wij verzoeken den verslaggevers van alle Engelsche
+ couranten, zich hedenavond om 9 uur, voor het vernemen der laatste
+ gebeurtenissen, te vervoegen bij den heer inspecteur van politie.”
+
+
+„Klaar!” sprak Raffles, „nu zal de courant eindelijk eens een
+fatsoenlijk bericht bevatten. De Alarmkreet zal morgenochtend voor den
+laatsten keer verschijnen; ik heb deze giftplant der Engelsche pers met
+wortel en al uitgeroeid.”
+
+Hij stond op en sloot het pakket weer in hetzelfde papier, zoodat er
+niet aan te zien was, dat het geopend was geweest.
+
+Daarop ontdeed hij met zijn zakdoek de schrijftafel van de
+sigarettenasch, die hij erop had laten vallen, sloot het meubel,
+draaide het licht uit en verliet het redactielokaal.
+
+In de aangrenzende restauratie wachtte Charly Brand op hem.
+
+„Zoo”, sprak deze, „ben je klaar? Het heeft vrij lang geduurd.”
+
+„Ja”, antwoordde Raffles, „ik had ook tamelijk veel te doen, ik heb
+voor hoofdredacteur der Alarmkreet gefungeerd en de courant
+geredigeerd. Ik verzeker je, dat Londen zich morgenochtend amuseeren
+zal!”
+
+„Hoe?” lachte Charly Brand, „ben je in de journalistiek gegaan, hoe heb
+je dat klaargespeeld?”
+
+„Heel eenvoudig”, vertelde Raffles, „het is mij reeds herhaaldelijk zoo
+gegaan in mijn leven, de hemel heeft mij altijd noodig om schurken hun
+welverdiende straf te doen toekomen.
+
+„Het toeval, of laten wij het het noodlot noemen, maakte, dat de
+correctie van de courant gereed op tafel lag en de jongen had vergeten
+het pakket mee te nemen.
+
+„De courant komt morgenochtend uit en niets is meer in staat, het
+onheil van de heeren Röttger en Kroyzer af te wenden.
+
+„En laat ons nu gaan.”
+
+Toen zij het restaurant verlieten, kwam juist de redactiejongen
+ademloos aangerend.
+
+„Zie je”, sprak Raffles, „ik heb mij niet vergist, de bengel heeft tot
+ons geluk de correctie op tafel laten liggen en haast zich nu, zijn
+verzuim weer goed te maken. Wij zullen hier wachten en even zien of
+mijn veronderstelling juist is.”
+
+Zij gingen voor een sigarenwinkel staan en keken schijnbaar vol
+aandacht naar de uitstalling.
+
+Een paar minuten later reeds kwam de jongen terug en Raffles zag, dat
+hij het pakket in de hand hield, snel de straat overstak, op een tram
+sprong en wegreed.
+
+Intusschen zaten Mr. Röttger en Mr. Kroyzer in een klein restaurant in
+de buurt, waar zij, nu zij eenigszins bekomen waren van de zweepslagen,
+iets gebruikten.
+
+Beide heeren waren reeds weer in opgewekte stemming.
+
+Zij hadden bijzondere zorg aan hun toilet besteed en bespraken
+nogmaals, wat zij tegen den inspecteur van politie zouden zeggen.
+
+„Ik ben van meening”, sprak de kleine redacteur, „dat de Lord zijn
+stiefmoeder werkelijk heeft vergiftigd. Dergelijke dingen komen immers
+dagelijks voor.”
+
+„Zeker”, knikte de mooie Guido, „en ik denk, dat gij, als gij een
+stiefmoeder hadt, die zoo rijk was als die van Lord Melbourne, dat gij
+dan hetzelfde zoudt doen.”
+
+„Natuurlijk”, antwoordde de redacteur, „ik ken allerlei onschuldige
+middelen, om dergelijke zaakjes op te knappen, zonder dat een dokter
+iets kan constateeren.”
+
+„Gij zijt eigenlijk een gevaarlijk mensch”, meende de sluwe Guido, „en
+als gij mijn redacteur niet waart, zou ik niets met u te maken willen
+hebben.”
+
+„Zeg geen nonsens”, riep de ander uit, zijn chef als een giftige pad
+aankijkend.
+
+„Wanneer gij mij wilt beleedigen, dan hebt gij met een verkeerden te
+doen.
+
+„Wel neen,” weerde Kroyzer af, „met mijn redacteur en besten vriend wil
+ik geen ruzie hebben!”
+
+„Ik zou het u ook niet raden, bovendien —” de kleine redacteur blies
+zijn chef den rook zijner slechte sigaar in de oogen, „ik weet precies
+wie gij zijt, Mr. Kroyzer. Gij herinnert u wel, hoe gij een jaar
+geleden het huis uwer ouders zijt ontvlucht en uit de schrijftafel van
+uw vader het noodige geld meenaamt om naar Monte Carlo te kunnen gaan.
+
+„Verder weet gij nog wel, dat de briljanten uwer moeder u flink wat
+geld hebben opgebracht.
+
+„En weet gij soms niet meer, dat gij bij iedereen hebt geleend, en wel
+op schandelijk brutale manier? Daar hebben wij bijvoorbeeld een kellner
+in een wijnkroeg, die nog heden om het verlies van een groote som
+treurt, evenals een paar hotelhouders en andere personen, maar de lust
+ontbreekt mij nu, om u nog aan meer te herinneren.
+
+„Eigenlijk zijt gij dus de geschikte persoon wel om uw Londensche
+medeburgers preeken te houden over moraliteit. Maar, het is waar, het
+brengt u geld op — —”
+
+Mr. Kroyzer riep met een hatelijken grijns op zijn gelaat den kellner
+en betaalde de vertering.
+
+Daarop sprak hij: „Ik geloof, dat het beter is om nu heen te gaan, gij
+schijnt te veel gedronken te hebben!”
+
+Bleek van ergernis keek hij zijn redacteur aan en zou hem, als hij de
+gelegenheid had gehad, misschien hebben gewurgd.
+
+Maar in machtelooze woede moest hij met zijn medeplichtige denzelfden
+weg gaan.
+
+
+
+
+
+
+
+
+ZESDE HOOFDSTUK.
+
+DE VAL.
+
+
+John Raffles had zich intusschen weer als detective Marholm naar zijn
+kamer in de Oxfordstraat begeven.
+
+Hij berekende—en terecht—dat de redacteur der Alarmkreet en diens
+compagnon hem zouden opzoeken.
+
+Hij behoefde niet lang te wachten.
+
+De beide schurken hadden zich van het hoofdbureau van politie naar de
+Oxfordstraat begeven, om den vermeenden Marholm den uitslag van hun
+bezoek aan Lord Melbourne mede te deelen.
+
+Vloekend kwam de redacteur de kamer binnen en bezwoer, dat hij in het
+volgende nummer der Alarmkreet Lord Melbourne zou vernietigen.
+
+Daarop vertelde hij Marholm van het vergeefsche bezoek bij inspecteur
+Baxter en zei, dat hij hem nogmaals wilde opzoeken.
+
+„Ik moet ook op het hoofdbureau van politie zijn”, sprak
+Raffles-Marholm, „als gij het goedvindt, gaan wij samen.”
+
+Hoewel de Groote Onbekende het vermeed, zijn bezoekers in de oogen te
+kijken, viel het Mr. Röttger toch op, dat de oogen van den detective
+veel geleken op die van Lord Melbourne.
+
+Maar hij wierp die gedachte ver van zich.
+
+Lord Lister verliet het tweetal in het hoofdbureau van politie, dicht
+bij de kamer van Baxter en zei, dat hij over een kwartier ook binnen
+zou komen.
+
+Hij bleef staan, totdat zij de deur achter zich hadden gesloten.
+
+Toen gleed een vroolijk lachje over zijn gelaat en hij dacht:
+
+„Zoo, mijne heeren—de val is dicht—de ratten zitten er in— —”
+
+— — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — —
+— — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — —
+
+Met groot leedvermaak keek Baxter naar de opgezwollen gezichten der
+beide revolverjournalisten.
+
+„Wat is er met u gebeurd, mijne heeren?” vroeg hij met een ironischen
+klank in zijn stem.
+
+„Wij moesten op onderzoek uit voor onze courant”, antwoordde Röttger,
+„de een of andere deugniet durfde ons met zijn rijzweep af te ranselen.
+Maar wij zullen ons op hem wreken. Wij waren reeds een uur geleden hier
+om een aanklacht in te dienen. Helaas troffen wij u niet.”
+
+„Wie is de betrokken persoon?”
+
+„De jonge Lord Melbourne,” sprak de redacteur, „wij klagen hem aan
+wegens moord!”
+
+„Zoo, zoo—wegens moord?”
+
+„Jawel, wegens moord!”
+
+„De Lord wordt er van verdacht, zijn stiefmoeder vermoord te hebben!”
+
+„Dat is laster!” riep de vloo uit.
+
+„Waarmee bemoeit gij u?” beet de kleine redacteur hem toe.
+
+Marholm nam hem op met een blik vol minachting en blies dikke
+rookwolken uit. Daarop keerde hij Mr. Röttger den rug toe en schreef
+verder.
+
+„Ik herhaal mijn aanklacht”, sprak de redacteur, „en beschuldig Lord
+Melbourne, wonende Regentpark 16, van moord op zijn stiefmoeder.”
+
+Weer keerde Marholm zich om en riep:
+
+„Ik verklaar nogmaals, dat het nonsens is!”
+
+„Waarom?” vroeg inspecteur Baxter.
+
+„Omdat iemand, die al acht jaar dood is, niet meer wegens moord kan
+worden vervolgd.”
+
+„Hij is niet dood!” riep de redacteur uit, „hij leeft.—Die beambte
+verwisselt den zoon met den vader.”
+
+Marholm lachte zachtjes.
+
+„Verwissel gij zelf maar niets.”
+
+„Wij waren twee uur geleden nog bij hem.—Hij leeft dus!”
+
+„Het is maar de vraag, waar gij zijt geweest”, sprak de vloo.
+
+„Bij Lord Melbourne, zooals ik u reeds zei.”
+
+„En ik herhaal u, dat gij, als de doode Lord Melbourne u zoo heeft
+afgeranseld, gij een geestverschijning hebt gehad, die elke spiritist u
+zou benijden.”
+
+„Ik zie wel”, sprak Mr. Röttger, „dat wij u niet anders kunnen
+overtuigen dan door u te verzoeken, ons naar Lord Melbourne te
+vergezellen.”
+
+„All right”, sprak Baxter. „Wij zullen met eenige detectives dien heer
+opzoeken.”
+
+Op dit oogenblik sloeg de klok zes.
+
+„Wij hadden afgesproken, u morgen weer te bezoeken”, herinnerde de
+redacteur der Alarmkreet Baxter.
+
+„Ja”, antwoordde deze, „maar wij kunnen de zaak nu evengoed afdoen.”
+
+„Zeker”, bevestigde Röttger, terwijl hij een blik wierp in de richting
+van Marholm, als om te beduiden, dat diens tegenwoordigheid hinderlijk
+was.
+
+Maar Baxter deed, alsof hij dit niet bemerkte en sprak:
+
+„Wij kunnen kort zijn. Deel mij den inhoud van den brief mee en dan zal
+ik u zeggen, wat ik denk te doen.”
+
+„Ik heb u reeds gezegd, heer inspecteur, dat het mij onmogelijk is, uw
+verzoek in te willigen.”
+
+Nu stond Marholm op en sprak:
+
+„Dan zal ik den inhoud van den brief voorlezen.”
+
+Stom van verbazing keken de beide schurken den detective aan, toen deze
+een schrijven uit zijn zak haalde en tot den politie-inspecteur sprak:
+
+„De heeren schijnen te vergeten, dat wij detectives zijn. Ik kan u den
+inhoud wel even mededeelen, chef!”
+
+„Dat is onmogelijk!” riep Kroyzer uit.
+
+„Praat toch geen nonsens!” riep de vloo. „Ik ben een leerling van
+Sherlock Holmes. Kent gij dien heer? Ik zal u den brief voorlezen,
+inspecteur. Het is een schrijven van Raffles aan u, dat onderschept
+is.”
+
+Met open mond en uitpuilende oogen staarden de beide journalisten den
+detective aan.
+
+„Dus, heeren, luister!
+
+
+ Mijn waarde Baxter!
+
+ Ik heb gisteren den ouden Simpson, den diamanthandelaar, van wien
+ gij mij mededeeldet, dat hij allerlei vuile zaken doet, opgezocht
+ en hem drieduizend pond sterling armer gemaakt.
+
+ Hierbij zend ik u een cheque van 1500 pond, de helft van den buit.
+
+ Hedenavond ben ik in het Piccadilly Restaurant onder de bekende
+ vermomming. Vraag den oberkellner naar Mr. Thonet.
+
+ Wij zullen een paar flesschen champagne op het welslagen drinken.
+
+ Met vriendelijke groeten
+ JOHN C. RAFFLES.
+
+
+„Hoe komt gij aan dien brief?” schreeuwde Mr. Röttger.
+
+„Dien kunt gij alleen gestolen hebben, of—”
+
+„Houdt uw mond!” de man maakte bij die woorden een beweging, alsof hij
+den redacteur een oorvijg wilde geven.
+
+„Een mooie brief”, sprak Baxter, „daar heeft Raffles u op onbetaalbare
+manier bij den neus genomen!”
+
+„Daarvan geloof ik niets”, riep de redacteur uit, met zijn oude
+brutaliteit.
+
+„Wat? Bestaat er grooter onbeschaamdheid!” schreeuwde Baxter woedend,
+„dan geloof te schenken aan een dergelijken brief—dan hierheen te komen
+ten einde mij geld af te persen, voor welk feit gij een paar jaar
+gevangenisstraf zult hebben”.
+
+„Gij tracht u te redden, heer inspecteur,” sprak Mr. Kroyzer, „maar dat
+geeft u niets.
+
+„Wij hebben den brief gekregen van iemand uit uw naaste omgeving. De
+betrokken persoon is bereid om mondeling alles wat hier staat onder eed
+te herhalen”.
+
+„Dien beambte zou ik weleens willen leeren kennen”, riep Marholm uit.
+„Hoe heet hij?”
+
+„Dat blijft ons geheim tot aan het proces”, antwoordde mr. Röttger,
+„wanneer mijnheer de inspecteur het tenminste tot een proces wil laten
+komen”.
+
+„Daartoe laat ik het komen”, antwoordde Baxter met koele
+onverschilligheid en, zich tot den detective wendend, sprak hij:
+
+„Roep eenige beambten binnen, Marholm!”
+
+Een aardbeving, een dynamietbom had geen grooter uitwerking kunnen
+hebben, dan het uitspreken van dezen naam.
+
+Vol ontzetting staarden de beide bedriegers den inspecteur aan.
+
+Marholm was al bij de deur, toen de redacteur stamelde:
+
+„Heet—heet—heet die beambte daar—Mar—holm?”
+
+„Om u te dienen”, antwoordde de vloo, „zoo heet ik”.
+
+„Onmogelijk!” krijschte de redacteur, „wij hebben u zelf bij Mr.
+Marholm ontmoet”.
+
+„Dat klopt”, antwoordde de vloo, „maar dat was Mr. Marholm niet. Ik heb
+geen enkelen naamgenoot in Londen”.
+
+„Maar gij moest hem toch kennen. Hij beweerde, dat hij beambte van
+Scotland Yard was”.
+
+„Dan heeft hij u iets wijsgemaakt.”
+
+„Dat kan niet,” riep Mr. Röttger uit, „hij heeft ons tot aan de deur
+van dit vertrek gebracht”.
+
+„Juist iets voor hem! Ik denk dat hij graag wilde zien, of gij veilig
+hier binnen kwaamt!”
+
+Marholm stopte zijn pijp en de inspecteur sprak nu op barschen toon:
+
+„Wij zullen nu een eind maken aan de comedie. Roep eenige beambten,
+Marholm. Ik verklaar deze twee als mijn gevangenen.”
+
+De beide journalisten gingen ontsteld een stap achteruit.
+
+Maar op hetzelfde oogenblik had Marholm eenige detectives binnen
+geroepen en deze posteerden zich aan weerszijden van de gevangenen.
+
+„Laat nu onze auto voorkomen!” beval Baxter. „Wij gaan met de heeren
+samen even naar den moedermoordenaar Lord Melbourne.”
+
+Ontdaan en bleek werden de beide afpersers onder voldoende
+politiegeleide en vergezeld door Baxter en Marholm naar de politie-auto
+gebracht.
+
+Na een korten rit hadden zij no. 16 Regentpark bereikt.
+
+Stil en eenzaam, met gesloten vensterluiken, lag het huis vóór hen.
+
+„Dit huis kennen wij,” sprak Marholm tot Baxter, toen zij den kleinen
+voortuin doorliepen. Hij sprak zoo luid, dat de gevangenen elk woord
+konden verstaan.
+
+„Zeker,” antwoordde de inspecteur, „als ik mij niet vergis, is dit de
+vroegere woning van Raffles!”
+
+Hoewel zij belden en klopten, werd de huisdeur niet geopend, want
+niemand was in het huis aanwezig.
+
+Baxter liet de deur door een smid opensteken en zij traden binnen.
+
+„Is dit het huis,” vroeg Baxter den redacteur, „waar Lord Melbourne u
+ontving?”
+
+„Ja,” luidde het antwoord, „dit is het huis van Lord Melbourne. Gaat
+mee naar boven, naar de studeerkamer, dan zal ik u bewijzen, dat de
+lord hier woont.”
+
+Zij traden de studeerkamer binnen. Het eerste, wat Baxter zag, was een
+rijzweep, die in het midden van de kamer aan de gaskroon was
+opgehangen.
+
+Hieraan was een groot stuk papier bevestigd. Marholm nam het eraf en
+las:
+
+
+ „Aan inspecteur Baxter, Scotland Yard.
+
+ „Als gij hier mocht komen om naar Lord Melbourne te zoeken, dan
+ deel ik u mede, dat ik zelf voor Lord Melbourne speelde.
+
+ „Ik deed dit om twee bedriegers van de ergste soort een flink pak
+ slaag te geven.
+
+ „Daar ik heb vernomen, dat ook gij reden hebt om de kerels eens af
+ te straffen, hang ik voor dat doel de rijzweep hier op.
+
+ „Zeg verder tegen de schurken, dat zij zich voortaan moeten wachten
+ om met Raffles te beginnen. Voor een volgenden keer beloof ik hun
+ nog een betere afstraffing.
+
+ „Groet Mr. Marholm, onder wiens naam ik de schelmen op glad ijs
+ bracht.
+
+ Met de meeste hoogachting,
+ JOHN C. RAFFLES”
+
+
+Mr. Röttger boorde zich de lange, spitse nagels in het vleesch, hij had
+zichzelf wel kunnen slaan voor zijn domheid.
+
+„Voorwaarts!” riep Baxter tot zijn beambten, „brengt de gevangenen
+terug!”
+
+Toen de detectives het vertrek hadden verlaten, sprak Baxter tot vloo,
+terwijl hij hem vertrouwelijk op den schouder klopte.
+
+„Dat hebt gij best gedaan, Marholm. Ik moet mijzelf gelukwenschen, dat
+ik Raffles nog niet gevangen heb, want anders hadden die beide jongens
+mij uitgezogen.
+
+„Ik zal er voortaan zorg voor dragen, dat Raffles mij niet in handen
+valt.”
+
+„Om Gods wil,” sprak Marholm, „doe dat niet, want dan krijgt gij hem
+stellig!”
+
+„De Alarmkreet” verscheen den volgenden dag met de gewijzigde artikels,
+tot groot vermaak van geheel Londen, welks bewoners reeds uit de
+couranten hadden gelezen van het laatste sensatie-nieuws.
+
+Het was het laatste nummer geweest van „De Alarmkreet”.
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 76761 ***
diff --git a/76761-h/76761-h.htm b/76761-h/76761-h.htm
new file mode 100644
index 0000000..9e95fd7
--- /dev/null
+++ b/76761-h/76761-h.htm
@@ -0,0 +1,4224 @@
+<!DOCTYPE HTML>
+<!-- This HTML file has been automatically generated from an XML source on 2025-08-29T18:17:21Z using SAXON HE 9.9.1.8 . -->
+<html lang="nl">
+<head>
+<title>Lord Lister No. 33: De Alarmkreet | Project Gutenberg</title>
+<meta charset="utf-8">
+<meta name="generator" content="tei2html.xsl, see https://github.com/jhellingman/tei2html">
+<meta name="author" content="Kurt Matull (1872–1920)">
+<meta name="author" content="Theo von Blankensee [Pseudoniem van Mathias Blank (1881–1928)]">
+<link rel="coverpage" href="images/lordlister0033-front.jpg">
+<link rel="icon" href="images/lordlister0033-front.jpg" type="image/x-cover">
+<meta name="DC.Title" content="Lord Lister No. 33: De Alarmkreet">
+<meta name="DC.Creator" content="Kurt Matull (1872–1920)">
+<meta name="DC.Creator" content="Theo von Blankensee [Pseudoniem van Mathias Blank (1881–1928)]">
+<meta name="DC.Contributor" content="Alfred Gustav Christian Roloff (1879–1951)">
+<meta name="DC.Language" content="nl-1900">
+<meta name="DC.Format" content="text/html">
+<meta name="DC.Publisher" content="Project Gutenberg">
+<meta name="DC:Subject" content="Detective and mystery stories -- Periodicals">
+<meta name="DC:Subject" content="Dime novels -- Periodicals">
+<style> /* <![CDATA[ */
+html {
+line-height: 1.3;
+}
+body {
+margin: 0;
+}
+main {
+display: block;
+}
+h1 {
+font-size: 2em;
+margin: 0.67em 0;
+}
+hr {
+height: 0;
+overflow: visible;
+}
+pre {
+font-family: monospace;
+font-size: 1em;
+}
+a {
+background-color: transparent;
+}
+abbr[title] {
+border-bottom: none;
+text-decoration: underline;
+}
+b, strong {
+font-weight: bolder;
+}
+code, kbd, samp {
+font-family: monospace;
+font-size: 1em;
+}
+small {
+font-size: 80%;
+}
+sub, sup {
+font-size: 67%;
+line-height: 0;
+position: relative;
+vertical-align: baseline;
+}
+sub {
+bottom: -0.25em;
+}
+sup {
+top: -0.5em;
+}
+img {
+border-style: none;
+}
+body {
+font-family: serif;
+font-size: 100%;
+text-align: left;
+margin-top: 2.4em;
+}
+div.front, div.body {
+margin-bottom: 7.2em;
+}
+div.back {
+margin-bottom: 2.4em;
+}
+.div0 {
+margin-top: 7.2em;
+margin-bottom: 7.2em;
+}
+.div1 {
+margin-top: 5.6em;
+margin-bottom: 5.6em;
+}
+.div2 {
+margin-top: 4.8em;
+margin-bottom: 4.8em;
+}
+.div3 {
+margin-top: 3.6em;
+margin-bottom: 3.6em;
+}
+.div4 {
+margin-top: 2.4em;
+margin-bottom: 2.4em;
+}
+.div5, .div6, .div7 {
+margin-top: 1.44em;
+margin-bottom: 1.44em;
+}
+.div0:last-child, .div1:last-child, .div2:last-child, .div3:last-child,
+.div4:last-child, .div5:last-child, .div6:last-child, .div7:last-child {
+margin-bottom: 0;
+}
+blockquote div.front, blockquote div.body, blockquote div.back {
+margin-top: 0;
+margin-bottom: 0;
+}
+.divBody .div1:first-child, .divBody .div2:first-child, .divBody .div3:first-child, .divBody .div4:first-child,
+.divBody .div5:first-child, .divBody .div6:first-child, .divBody .div7:first-child {
+margin-top: 0;
+}
+h1, h2, h3, h4, h5, h6, .h1, .h2, .h3, .h4, .h5, .h6 {
+clear: both;
+font-style: normal;
+text-transform: none;
+}
+h3, .h3 {
+font-size: 1.2em;
+}
+h3.label {
+font-size: 1em;
+margin-bottom: 0;
+}
+h4, .h4 {
+font-size: 1em;
+}
+.alignleft {
+text-align: left;
+}
+.alignright {
+text-align: right;
+}
+.alignblock {
+text-align: justify;
+}
+p.tb, hr.tb, .par.tb, li.tb {
+margin: 1.6em auto;
+text-align: center;
+}
+p.argument, p.note, p.tocArgument, .par.argument, .par.note, .par.tocArgument {
+font-size: 0.9em;
+text-indent: 0;
+}
+p.argument, p.tocArgument, .par.argument, .par.tocArgument {
+margin: 1.58em 10%;
+}
+.opener, .address {
+margin-top: 1.6em;
+margin-bottom: 1.6em;
+}
+.addrline {
+margin-top: 0;
+margin-bottom: 0;
+}
+.dateline {
+margin-top: 1.6em;
+margin-bottom: 1.6em;
+text-align: right;
+}
+.salute {
+margin-top: 1.6em;
+margin-left: 3.58em;
+text-indent: -2em;
+}
+.signed {
+margin-top: 1.6em;
+margin-left: 3.58em;
+text-indent: -2em;
+}
+.epigraph {
+font-size: 0.9em;
+width: 60%;
+margin-left: auto;
+}
+.epigraph span.bibl {
+display: block;
+text-align: right;
+}
+.trailer {
+clear: both;
+margin-top: 3.6em;
+}
+span.abbr, abbr {
+white-space: nowrap;
+}
+span.parNum {
+font-weight: bold;
+}
+span.corr, span.gap {
+border-bottom: 1px dotted red;
+}
+span.num, span.trans {
+border-bottom: 1px dotted gray;
+}
+span.measure {
+border-bottom: 1px dotted green;
+}
+.ex {
+letter-spacing: 0.2em;
+}
+.sc {
+font-variant: small-caps;
+}
+.asc {
+font-variant: small-caps;
+text-transform: lowercase;
+}
+.uc {
+text-transform: uppercase;
+}
+.tt {
+font-family: monospace;
+}
+.underline {
+text-decoration: underline;
+}
+.overline, .overtilde {
+text-decoration: overline;
+}
+.rm {
+font-style: normal;
+}
+.red {
+color: red;
+}
+hr {
+clear: both;
+border: none;
+border-bottom: 1px solid black;
+width: 45%;
+margin-left: auto;
+margin-right: auto;
+margin-top: 1em;
+text-align: center;
+}
+hr.dotted {
+border-bottom: 2px dotted black;
+}
+hr.dashed {
+border-bottom: 2px dashed black;
+}
+.aligncenter {
+text-align: center;
+}
+h1, h2, .h1, .h2 {
+font-size: 1.44em;
+line-height: 1.5;
+}
+h1.label, h2.label {
+font-size: 1.2em;
+margin-bottom: 0;
+}
+h5, h6 {
+font-size: 1em;
+font-style: italic;
+}
+p, .par {
+text-indent: 0;
+}
+p.firstlinecaps:first-line, .par.firstlinecaps:first-line {
+text-transform: uppercase;
+}
+.hangq {
+text-indent: -0.32em;
+}
+.hangqq {
+text-indent: -0.42em;
+}
+.hangqqq {
+text-indent: -0.84em;
+}
+p.dropcap:first-letter, .par.dropcap:first-letter {
+float: left;
+clear: left;
+margin: 0 0.05em 0 0;
+padding: 0;
+line-height: 0.8;
+font-size: 420%;
+vertical-align: super;
+}
+blockquote, p.quote, div.blockquote, div.argument, .par.quote {
+font-size: 0.9em;
+margin: 1.58em 5%;
+}
+.pageNum a, a.noteRef:hover, a.pseudoNoteRef:hover, a.hidden:hover, a.hidden {
+text-decoration: none;
+}
+.advertisement, .advertisements {
+background-color: #FFFEE0;
+border: black 1px dotted;
+color: #000;
+margin: 2em 5%;
+padding: 1em;
+}
+span.accent {
+display: inline-block;
+text-align: center;
+}
+span.accent, span.accent span.top, span.accent span.base {
+line-height: 0.40em;
+}
+span.accent span.top {
+font-weight: bold;
+font-size: 5pt;
+}
+span.accent span.base {
+display: block;
+}
+.footnotes .body, .footnotes .div1 {
+padding: 0;
+}
+.fnarrow {
+color: #AAAAAA;
+font-weight: bold;
+text-decoration: none;
+}
+.fnarrow:hover, .fnreturn:hover {
+color: #660000;
+}
+.fnreturn {
+color: #AAAAAA;
+font-size: 80%;
+font-weight: bold;
+text-decoration: none;
+vertical-align: 0.25em;
+}
+a {
+text-decoration: none;
+}
+a:hover {
+text-decoration: underline;
+background-color: #e9f5ff;
+}
+a.noteRef, a.pseudoNoteRef {
+font-size: 67%;
+vertical-align: super;
+text-decoration: none;
+margin-left: 0.1em;
+}
+.externalUrl {
+font-size: small;
+font-family: monospace;
+color: gray;
+}
+.displayfootnote {
+display: none;
+}
+div.footnotes {
+font-size: 80%;
+margin-top: 1em;
+padding: 0;
+}
+hr.fnsep {
+margin-left: 0;
+margin-right: 0;
+text-align: left;
+width: 25%;
+}
+p.footnote, .par.footnote {
+margin-bottom: 0.5em;
+margin-top: 0.5em;
+}
+p.footnote .fnlabel, .par.footnote .fnlabel {
+float: left;
+margin-left: -0.1em;
+min-width: 1.0em;
+padding-right: 0.4em;
+}
+.apparatusnote {
+text-decoration: none;
+}
+.apparatusnote:target, .fndiv:target {
+background-color: #eaf3ff;
+}
+table.tocList {
+width: 100%;
+margin-left: auto;
+margin-right: auto;
+border-width: 0;
+border-collapse: collapse;
+}
+td.tocText {
+padding-top: 2em;
+padding-bottom: 1em;
+}
+td.tocPageNum, td.tocDivNum {
+text-align: right;
+min-width: 10%;
+border-width: 0;
+white-space: nowrap;
+}
+td.tocDivNum {
+padding-left: 0;
+padding-right: 0.5em;
+vertical-align: top;
+}
+td.tocPageNum {
+padding-left: 0.5em;
+padding-right: 0;
+vertical-align: bottom;
+}
+td.tocDivTitle {
+width: auto;
+}
+p.tocPart, .par.tocPart {
+margin: 1.58em 0;
+font-variant: small-caps;
+}
+p.tocChapter, .par.tocChapter {
+margin: 1.58em 0;
+}
+p.tocSection, .par.tocSection {
+margin: 0.7em 5%;
+}
+table.tocList td {
+vertical-align: top;
+}
+table.tocList td.tocPageNum {
+vertical-align: bottom;
+}
+table.inner {
+display: inline-table;
+border-collapse: collapse;
+width: 100%;
+}
+td.itemNum {
+text-align: right;
+min-width: 5%;
+padding-right: 0.8em;
+}
+td.innerContainer {
+padding: 0;
+margin: 0;
+}
+.index {
+font-size: 80%;
+}
+.index p {
+text-indent: -1em;
+margin-left: 1em;
+}
+.indexToc {
+text-align: center;
+}
+.transcriberNote {
+background-color: #DDE;
+border: black 1px dotted;
+color: #000;
+font-family: sans-serif;
+font-size: 80%;
+margin: 2em 5%;
+padding: 1em;
+}
+.missingTarget {
+text-decoration: line-through;
+color: red;
+}
+.correctionTable {
+width: 75%;
+}
+.width20 {
+width: 20%;
+}
+.width40 {
+width: 40%;
+}
+p.smallprint, li.smallprint, .par.smallprint {
+color: #666666;
+font-size: 80%;
+}
+span.musictime {
+vertical-align: middle;
+display: inline-block;
+text-align: center;
+}
+span.musictime, span.musictime span.top, span.musictime span.bottom {
+padding: 1px 0.5px;
+font-size: xx-small;
+font-weight: bold;
+line-height: 0.7em;
+}
+span.musictime span.bottom {
+display: block;
+}
+audio {
+height: 20px;
+margin-left: 0.5em;
+margin-right: 0.5em;
+}
+ul {
+list-style-type: none;
+}
+.splitListTable {
+margin-left: 0;
+}
+.splitListTable td {
+vertical-align: top;
+}
+.numberedItem {
+text-indent: -3em;
+margin-left: 3em;
+}
+.numberedItem .itemNumber {
+float: left;
+position: relative;
+left: -3.5em;
+width: 3em;
+display: inline-block;
+text-align: right;
+}
+.itemGroupTable {
+border-collapse: collapse;
+margin-left: 0;
+}
+.itemGroupTable td {
+padding: 0;
+margin: 0;
+vertical-align: middle;
+}
+.itemGroupBrace {
+padding: 0 0.5em !important;
+}
+div.figure, div.figureGroup {
+text-align: center;
+}
+table.figureGroupTable {
+width: 80%;
+border-collapse: collapse;
+}
+.figure, .figureGroup {
+margin-left: auto;
+margin-right: auto;
+}
+.floatLeft {
+float: left;
+margin: 10px 10px 10px 0;
+}
+.floatRight {
+float: right;
+margin: 10px 0 10px 10px;
+}
+p.figureHead, .par.figureHead {
+font-size: 100%;
+text-align: center;
+}
+.figAnnotation {
+font-size: 80%;
+position: relative;
+margin: 0 auto;
+}
+.figTopLeft, .figBottomLeft {
+float: left;
+}
+.figTopRight, .figBottomRight {
+float: right;
+}
+.figure p, .figure .par, .figureGroup p, .figureGroup .par {
+font-size: 80%;
+margin-top: 0;
+text-align: center;
+}
+img {
+border-width: 0;
+}
+td.galleryFigure {
+text-align: center;
+vertical-align: middle;
+}
+td.galleryCaption {
+text-align: center;
+vertical-align: top;
+}
+tr, td, th {
+vertical-align: top;
+}
+tr.bottom, td.bottom, th.bottom {
+vertical-align: bottom;
+}
+td.label, tr.label td {
+font-weight: bold;
+}
+td.unit, tr.unit td {
+font-style: italic;
+}
+td.leftbrace, td.rightbrace {
+vertical-align: middle;
+}
+span.sum {
+padding-top: 2px;
+border-top: solid black 1px;
+}
+table.inlineTable {
+display: inline-table;
+}
+table.borderOutside {
+border-collapse: collapse;
+}
+table.borderOutside td {
+padding-left: 4px;
+padding-right: 4px;
+}
+table.borderOutside .cellHeadTop, table.borderOutside .cellTop {
+border-top: 2px solid black;
+}
+table.borderOutside .cellHeadBottom {
+border-bottom: 1px solid black;
+}
+table.borderOutside .cellBottom {
+border-bottom: 2px solid black;
+}
+table.borderOutside .cellLeft, table.borderOutside .cellHeadLeft {
+border-left: 2px solid black;
+}
+table.borderOutside .cellRight, table.borderOutside .cellHeadRight {
+border-right: 2px solid black;
+}
+table.verticalBorderInside {
+border-collapse: collapse;
+}
+table.verticalBorderInside td {
+padding-left: 4px;
+padding-right: 4px;
+border-left: 1px solid black;
+}
+table.verticalBorderInside .cellHeadTop, table.verticalBorderInside .cellTop {
+border-top: 2px solid black;
+}
+table.verticalBorderInside .cellHeadBottom {
+border-bottom: 1px solid black;
+}
+table.verticalBorderInside .cellBottom {
+border-bottom: 2px solid black;
+}
+table.verticalBorderInside .cellLeft, table.verticalBorderInside .cellHeadLeft {
+border-left: 0 solid black;
+}
+table.borderAll,
+table.rtlBorderAll {
+border-collapse: collapse;
+}
+table.borderAll td,
+table.rtlBorderAll td {
+padding-left: 4px;
+padding-right: 4px;
+border: 1px solid black;
+}
+table.borderAll .cellHeadTop, table.borderAll .cellTop,
+table.rtlBorderAll .cellHeadTop, table.rtlBorderAll .cellTop {
+border-top: 2px solid black;
+}
+table.borderAll .cellHeadBottom,
+table.rtlBorderAll .cellHeadBottom {
+border-bottom: 1px solid black;
+}
+table.borderAll .cellBottom,
+table.rtlBorderAll .cellBottom {
+border-bottom: 2px solid black;
+}
+table.borderAll .cellLeft,
+table.borderAll .cellHeadLeft {
+border-left: 2px solid black;
+}
+table.borderAll .cellRight,
+table.borderAll .cellHeadRight {
+border-right: 2px solid black;
+}
+table.rtlBorderAll .cellLeft,
+table.rtlBorderAll .cellHeadLeft {
+border-right: 2px solid black;
+}
+table.rtlBorderAll .cellRight,
+table.rtlBorderAll .cellHeadRight {
+border-left: 2px solid black;
+}
+tr.borderTop td, tr.borderTop th, th.borderTop, td.borderTop {
+border-top: 1px solid black !important;
+}
+tr.borderRight td, tr.borderRight th, th.borderRight, td.borderRight {
+border-right: 1px solid black !important;
+}
+tr.borderLeft td, tr.borderLeft th, th.borderLeft, td.borderLeft {
+border-left: 1px solid black !important;
+}
+tr.borderBottom td, tr.borderBottom th, th.borderBottom, td.borderBottom {
+border-bottom: 1px solid black !important;
+}
+tr.borderHorizontal td, tr.borderHorizontal th, th.borderHorizontal, td.borderHorizontal {
+border-top: 1px solid black !important;
+border-bottom: 1px solid black !important;
+}
+tr.borderVertical td, tr.borderVertical th, th.borderVertical, td.borderVertical {
+border-right: 1px solid black !important;
+border-left: 1px solid black !important;
+}
+tr.borderAll td, tr.borderAll th, th.borderAll, td.borderAll {
+border: 1px solid black !important;
+}
+tr.noBorderTop td, tr.noBorderTop th, th.noBorderTop, td.noBorderTop {
+border-top: none !important;
+}
+tr.noBorderRight td, tr.noBorderRight th, th.noBorderRight, td.noBorderRight {
+border-right: none !important;
+}
+tr.noBorderLeft td, tr.noBorderLeft th, th.noBorderLeft, td.noBorderLeft {
+border-left: none !important;
+}
+tr.noBorderBottom td, tr.noBorderBottom th, th.noBorderBottom, td.noBorderBottom {
+border-bottom: none !important;
+}
+tr.noBorderHorizontal td, tr.noBorderHorizontal th, th.noBorderHorizontal, td.noBorderHorizontal {
+border-top: none !important;
+border-bottom: none !important;
+}
+tr.noBorderVertical td, tr.noBorderVertical th, th.noBorderVertical, td.noBorderVertical {
+border-right: none !important;
+border-left: none !important;
+}
+tr.borderAll td, tr.borderAll th, th.borderAll, td.noBorderAll {
+border: none !important;
+}
+.cellDoubleUp {
+border-width: 0 !important;
+width: 1em;
+}
+.cellDummy {
+border-width: 0 !important;
+}
+td.alignDecimalIntegerPart {
+text-align: right;
+border-right: none !important;
+padding-right: 0 !important;
+margin-right: 0 !important;
+}
+td.alignDecimalFractionPart {
+text-align: left;
+border-left: none !important;
+padding-left: 0 !important;
+margin-left: 0 !important;
+}
+td.alignDecimalNotNumber {
+text-align: center;
+}
+table.alignedText, table.alignedVerse {
+border-collapse: collapse;
+width: 100%;
+}
+table.alignedText td.first, table.alignedText td.second {
+vertical-align: top;
+width: 50%;
+}
+table.alignedVerse {
+vertical-align: top;
+}
+table.alignedText td.first, table.alignedVerse td.first {
+border-width: 0 0.2px 0 0;
+border-color: gray;
+border-style: solid;
+padding-right: 10px;
+}
+table.alignedText td.second, table.alignedVerse td.second {
+padding-left: 10px;
+}
+table.alignedVerse td.first, table.alignedVerse td.second {
+width: 45%;
+}
+table.alignedVerse td.lineNumbers {
+width: 10%;
+}
+td.alignedDiv1 {
+padding-top: 5.6em;
+}
+td.alignedDiv2 {
+padding-top: 4.8em;
+}
+td.alignedDiv3 {
+padding-top: 3.6em;
+}
+td.alignedDiv4 {
+padding-top: 2.4em;
+}
+td.alignedDiv5, td.alignedDiv6, td.alignedDiv7 {
+padding-top: 1.44em;
+}
+table.alignedText p:not(.first) {
+margin-top: 0;
+}
+.alignedVerseHead {
+margin: 1em 0 1em 0;
+display: inline-block;
+}
+.alignedVerseSpacer {
+height: 1.4em;
+}
+body {
+padding: 1.58em 16%;
+}
+.pageNum {
+display: inline;
+font-size: 8.4pt;
+font-style: normal;
+margin: 0;
+padding: 0;
+position: absolute;
+right: 1%;
+text-align: right;
+letter-spacing: normal;
+}
+.marginnote {
+font-size: 0.8em;
+height: 0;
+left: 1%;
+position: absolute;
+text-indent: 0;
+width: 14%;
+text-align: left;
+}
+.right-marginnote {
+font-size: 0.8em;
+height: 0;
+right: 3%;
+position: absolute;
+text-indent: 0;
+text-align: right;
+width: 11%
+}
+.cut-in-left-note {
+font-size: 0.8em;
+left: 1%;
+float: left;
+text-indent: 0;
+width: 14%;
+text-align: left;
+padding: 0.8em 0.8em 0.8em 0;
+}
+.cut-in-right-note {
+font-size: 0.8em;
+left: 1%;
+float: right;
+text-indent: 0;
+width: 14%;
+text-align: right;
+padding: 0.8em 0 0.8em 0.8em;
+}
+span.tocPageNum, span.flushright {
+position: absolute;
+right: 16%;
+top: auto;
+text-indent: 0;
+}
+.pglink::after {
+content: "\0000A0\01F4D8";
+font-size: 80%;
+font-style: normal;
+font-weight: normal;
+}
+.catlink::after {
+content: "\0000A0\01F4C7";
+font-size: 80%;
+font-style: normal;
+font-weight: normal;
+}
+.exlink::after, .wplink::after, .biblink::after, .qurlink::after, .seclink::after {
+content: "\0000A0\002197\00FE0F";
+color: blue;
+font-size: 80%;
+font-style: normal;
+font-weight: normal;
+}
+.pglink:hover {
+background-color: #DCFFDC;
+}
+.catlink:hover {
+background-color: #FFFFDC;
+}
+.exlink:hover, .wplink:hover, .biblink:hover, .qurlink:hover, .seclin:hover {
+background-color: #FFDCDC;
+}
+body {
+background: #FFFFFF;
+font-family: serif;
+}
+body, a.hidden {
+color: black;
+}
+h1, h2, .h1, .h2 {
+text-align: center;
+font-variant: small-caps;
+font-weight: normal;
+}
+p.byline {
+text-align: center;
+font-style: italic;
+margin-bottom: 2em;
+}
+.div2 p.byline, .div3 p.byline, .div4 p.byline, .div5 p.byline, .div6 p.byline, .div7 p.byline {
+text-align: left;
+}
+.figureHead, .noteRef, .pseudoNoteRef, .marginnote, .right-marginnote, p.legend, .verseNum {
+color: #660000;
+}
+.rightnote, .pageNum, .lineNum, .pageNum a {
+color: #AAAAAA;
+}
+a.hidden:hover, a.noteRef:hover, a.pseudoNoteRef:hover {
+color: red;
+}
+h1, h2, h3, h4, h5, h6 {
+font-weight: normal;
+}
+table {
+margin-left: auto;
+margin-right: auto;
+}
+td.tocText {
+text-align: center;
+font-variant: small-caps;
+font-size: 1.2em;
+line-height: 1.5;
+}
+.tableCaption {
+text-align: center;
+}
+.arab { font-family: Scheherazade, serif; }
+.aran { font-family: 'Awami Nastaliq', serif; }
+.grek { font-family: 'Charis SIL', serif; }
+.hebr { font-family: 'SBL Hebrew', Shlomo, 'Ezra SIL', serif; }
+.syrc { font-family: 'Serto Jerusalem', serif; }
+/* CSS rules generated from rendition elements in TEI file */
+.imprint {
+color: gray; text-align: center;
+}
+div.advertisement img {
+}
+.center {
+text-align: center;
+}
+.large {
+font-size: large;
+}
+.xl {
+font-size: x-large;
+}
+.xxl {
+font-size: xx-large;
+}
+.xxxl {
+font-size: 300%;
+}
+.boxed {
+border: 2pt solid black;
+}
+/* CSS rules generated from @rend attributes in TEI file */
+.xd33e1696 {
+text-align:center; vertical-align:middle; font-size:x-large; width:33%;
+}
+.xd33e1697 {
+text-align:center; vertical-align:middle;
+}
+.cover-imagewidth {
+width:561px;
+}
+.xd33e125 {
+font-size:x-large;
+}
+.xd33e127 {
+font-size:small;
+}
+.xd33e131 {
+font-size:xx-large;
+}
+.xd33e1693 {
+text-align:center; font-size:xx-large; color:#d40000; font-weight:bold;
+}
+.tbl\.wanted\.header {
+width:100%;
+}
+.xd33e1700 {
+font-size:xx-large;
+}
+.lordlisterwidth {
+width:307px;
+}
+.xd33e1715 {
+text-align:center; font-size:xx-large; color:#d40000;
+}
+.xd33e1717 {
+font-size:large;
+}
+.xd33e1720 {
+font-size:large;
+}
+.xd33e1723 {
+text-align:center;
+}
+.xd33e1725 {
+text-align:center; font-size:x-large;
+}
+.xd33e1729 {
+text-align:center; font-size:large;
+}
+.warrant\.en {
+font-size:small; border:2pt solid black; padding-left:1em; padding-right:1em; margin:1em;
+}
+.xd33e1740 {
+font-size:x-large; text-align:center;
+}
+.xd33e1744 {
+font-weight:bold; text-align:center;
+}
+.warrant\.nl {
+display:none; font-size:small;
+}
+.xd33e1852 {
+text-align:center; font-weight:bold; font-size:large;
+}
+.xd33e1964 {
+font-size:xx-large;
+}
+.xd33e1966 {
+font-size:medium;
+}
+/* ]]> */ </style>
+</head>
+<body>
+<div style='text-align:center'>*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 76761 ***</div>
+<div class="front">
+<div class="div1 cover"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody">
+<p class="first"></p>
+<div class="figure cover-imagewidth"><img src="images/lordlister0033-front.jpg" alt="Oorspronkelijke voorkant." width="561" height="720"></div><p>
+<span class="pageNum" id="pb1">[<a href="#pb1">1</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+<div class="div1 last-child imprint"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody">
+<p class="first xd33e125">☞ Elke aflevering bevat een volledig verhaal. ☜
+</p>
+<p class="xd33e127">UITGAVE VAN DEN „ROMAN-BOEKHANDEL VOORHEEN A. EICHLER”, SINGEL 236,—AMSTERDAM.
+</p>
+</div>
+</div>
+</div>
+<div class="body">
+<div id="ch1" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#ch1.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<div class="figure"><img src="images/p0033-01.png" alt="De Alarmkreet" width="720" height="224"></div>
+<h2 class="super xd33e131">De Alarmkreet</h2>
+<h2 class="label">EERSTE HOOFDSTUK.</h2>
+<h2 class="main">DE REDACTIE.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Een reusachtig schild met gouden letters trok in de Regentstraat de aandacht van alle
+voorbijgangers.
+</p>
+<blockquote class="block boxed">
+<p class="first center xxl"><b>„De Alarmkreet”.</b>
+</p>
+<p class="center xl"><b>Onafhankelijk orgaan voor recht en waarheid.</b></p>
+</blockquote><p>
+</p>
+<p>las ieder, die daar passeerde.
+</p>
+<p>Des avonds prijkte een enorm groote trompet, gevormd door helder brandende electrische
+lampjes, boven aan den gevel van het gebouw.
+</p>
+<p>Te oordeelen naar de reclame, die er werd gemaakt, moest het een wereldberoemd blad
+zijn en het grootste gedeelte van het gebouw scheen gebruikt te worden voor de exploitatie
+van het blad.
+</p>
+<p>Maar al die reclame was niets als bluf en diende alleen om het publiek zand in de
+oogen te strooien.
+</p>
+<p>Dat op deze manier reeds werd gehandeld in strijd met de waarheid, scheen niet te
+hinderen.
+</p>
+<p>Wanneer men in het reuzengebouw informeerde naar de redactie van de Alarmkreet, kreeg
+men een ontwijkend antwoord.
+</p>
+<p>Alleen de portier, die echter meestal niet te vinden was, wees den belangstellenden
+vrager den weg langs drie binnenplaatsen; dan moest men vijf trappen hoog klimmen,
+totdat men bijna onder het dak boven een lage, vervelooze deur een schild ontdekt,
+waarop te lezen stond:
+</p>
+<blockquote class="block boxed">
+<p class="first center xl"><b>Redactie van de „Alarmkreet”</b></p>
+</blockquote><p>
+</p>
+<p>Ging de vreemdeling naar binnen, dan vond hij in het vertrek, dat slechts gemeubeld
+was met een wankel tafeltje en twee stoelen, een armoedig gekleeden jongeling van
+15 of 16-jarigen leeftijd, die den bezoeker met verbaasde blikken aanstaarde, alsof
+hij niet wist, wat iemand ter wereld daar te zoeken kon hebben.
+</p>
+<p>Vroeg men naar de redactie of den directeur van de courant, dan luidde het antwoord,
+dat de jongen gaf, altijd:
+</p>
+<p>„Mr. Röttger, de redacteur, en mr. Kroyzer zijn <span class="pageNum" id="pb2">[<a href="#pb2">2</a>]</span>allebei uit de stad en het is niet te zeggen, wanneer zij terug zullen komen.”
+</p>
+<p>Men werd dan verzocht zijn aangelegenheden schriftelijk te behandelen.
+</p>
+<p>Niemand probeerde het ooit, de vijf trappen nogmaals, en misschien tevergeefs, te
+beklimmen en men deed zijn zaken dan maar per brief af.
+</p>
+<p>De redacteur en de eigenaar van de courant moesten geldige redenen hebben om een ontmoeting
+met het publiek te vermijden.
+</p>
+<p>Ook had nog nooit iemand van den goed afgerichten jongen de particuliere adressen
+der beide heeren vernomen.
+</p>
+<p>Zelfs tegen een groote fooi verried hij zijn meesters niet.
+</p>
+<p>Eenmaal per week kwam de Alarmkreet uit en niemand wist hoe groot de oplaag was.
+</p>
+<p>Slechts enkele Londenaars kochten het blad.
+</p>
+<p>Het was, alsof men bang was om er de hand naar uit te steken.
+</p>
+<p>Zij, die het kochten, deden het alleen omdat zij belust waren op schandaaltjes, die
+zij in de Alarmkreet rijkelijk konden vinden, of wel het waren lieden, die zelf in
+het schimpblad aan de kaak werden gesteld.
+</p>
+<p>Onder den schijn, voor recht en waarheid te strijden, maakte het weekblad er zijn
+werk van, de zwarte zielen der Londenaren nog donkerder af te schilderen dan zij inderdaad
+reeds waren.
+</p>
+<p>Slechts zij, die een flink bedrag betaalden of abonné’s waren, konden er zeker van
+zijn, niet door het slijk te worden gesleurd.
+</p>
+<p>Het laatste nummer der Alarmkreet bevatte een artikel over John Raffles, den grooten
+onbekende.
+</p>
+<p>Mijnheer de redacteur meende te kunnen bewijzen, dat de edele karaktereigenschappen,
+welke Raffles in al zijn daden aan den dag had gelegd, niets anders dan schijnheiligheid
+waren.
+</p>
+<p>Inderdaad moest hij een gewetenlooze avonturier zijn, een misdadiger, die zijn ongelukkigen
+slachtoffers hun laatsten cent ontnam om het geld in gezelschap van lichtzinnige losbollen
+of met dames der demi-monde te verbrassen.
+</p>
+<p>Charly Brand, de vriend en helper van Raffles, had de courant gekocht, toen die op
+straat met luid geschreeuw werd aangeboden en legde ze op diens schrijftafel nadat
+hij het artikel, dat als opschrift droeg: „De waarheid omtrent Raffles!” met blauw
+potlood had aangestreept.
+</p>
+<p>Lord Lister was juist uit de sportclub Hellas in zijn voorname, deftige woning teruggekeerd
+en had dadelijk de courant even ingekeken.
+</p>
+<p>De secretaris lette nauwkeurig op de gelaatsuitdrukking van zijn vriend.
+</p>
+<p>Raffles liet, nadat hij het artikel gelezen had, zijn monocle uit de oogholte vallen
+en ving het in de hand.
+</p>
+<p>Met een schalkschen blik en een vroolijk glimlachje sprak hij tot Charly Brand:
+</p>
+<p>„Nu weet ik tenminste de waarheid omtrent mijzelf. Het is opvallend, hoe weinig wij,
+menschen, ons eigen karakter soms kennen. Ik heb inderdaad tot dusverre nog niet geweten,
+dat ik een vreeselijke Don Juan, een speler en drinker ben. Alle eer aan de Alarmkreet!
+Zij heeft mij de oogen geopend. Ik voel, dat ik zoo slecht ben, dat ik nauwelijks
+meer in den spiegel durf kijken.”
+</p>
+<p>Charly Brand begreep deze ironie niet.
+</p>
+<p>Mismoedig fronste hij de wenkbrauwen en antwoordde:
+</p>
+<p>„Ik snap je niet. Wil je het artikel, zonder er notitie van te nemen, in de prullemand
+werpen?
+</p>
+<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Moet men jou, die elken penning, welken je met je sport verdient, besteedt om den
+nood van ongelukkigen te lenigen, moet men jou werkelijk voor een speler en een drinker
+houden?”
+</p>
+<p>John Raffles stond op en klopte zijn secretaris geruststellend op den schouder.
+</p>
+<p>„Mijn lieve, beste jongen! De enkele lezers van dit artikel mogen er, wat mij betreft,
+gelukkig mee zijn. De andere menschen zullen zeker wel weten, wat men van een stuk
+in de Alarmkreet kan gelooven.
+</p>
+<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Het zou zeer beleedigend voor mij zijn, wanneer het schimpblad had geschreven, dat
+ik een eerlijk, vroom mensch was, dat ik een even volmaakt gentleman was als de heeren
+van de Alarmkreet dat zelf zijn.
+</p>
+<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Kijk eens, mijn beste Charly, zulk een artikel zou ik niet onverschillig ter zijde
+hebben gelegd, want dat zou een beleediging zijn geweest.
+</p>
+<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Ik dacht er juist vanmorgen over na, waar ik een nieuw terrein zou kunnen vinden voor
+het verdere uitoefenen van mijn sport.
+</p>
+<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Ik zal mij nu eens in het belang van het menschdom met dit alom verspreide blad bezighouden.
+</p>
+<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Doe eens je best om er achter te komen waar de eigenaar en de hoofdredacteur van het
+blad wonen en op welke uren zij te spreken zijn. Dan kan ik mijn plan in elkaar zetten.”
+<span class="pageNum" id="pb3">[<a href="#pb3">3</a>]</span></p>
+<p>Charly Brand stond op, en daar het zijn gewoonte was, de bevelen van zijn meester
+dadelijk ten uitvoer te brengen, nam hij zijn hoed en wandelstok om zich op weg te
+begeven.
+</p>
+<p>„Mocht je den hoofdredacteur persoonlijk te spreken krijgen,” sprak lord Lister, toen
+Charly de kamer wilde verlaten, „stel je dan aan hem voor als schrijver, wat je immers
+ook bent.”
+</p>
+<p>Charly Brand bloosde.
+</p>
+<p>„Hoezoo?” vroeg hij. „Hoe weet jij, dat ik schrijf?”
+</p>
+<p>„Ik weet het,” antwoordde Raffles lachend, „ik vond namelijk, toen je uit waart, in
+je kamer een lijvig werk, waarin je de meeste mijner uitgehaalde streken op verbazend
+kunstige wijze hebt weergegeven.
+</p>
+<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Daarom heb ik het recht te zeggen, dat jij een auteur bent.”
+</p>
+<p>„Ik schreef dit alleen voor mijn eigen genoegen,” antwoordde de secretaris.
+</p>
+<p>„Maar met grooten aanleg,” antwoordde John Raffles. „Ik was reeds gisteren van plan
+je te verzoeken, voortaan al mijn avonturen, als mijn trouw biograaf, op te schrijven.
+Misschien wordt je daardoor eenmaal een beroemd man.
+</p>
+<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Ga nu. Stel je op de redactie voor als schrijver en zeg, dat je werk zoekt. Vertel
+ook, dat je van allerlei hooggeplaatste en beroemde personen de intiemste schandaaltjes
+weet.”
+</p>
+<p>Charly ging heen.
+</p>
+<p>Hij moest bijna een uur zoeken, voordat de portier van het groote gebouw, hem met
+een geheimzinnig glimlachje den weg wees naar het redactiebureau van de Alarmkreet.
+</p>
+<p>Toen hij de armoedig ingerichte kamer binnentrad, was daar ook een bejaarde man aanwezig,
+die naar zijn kleeding te oordeelen, tot den gegoeden stand behoorde.
+</p>
+<p>Charly Brand bleef bij de deur staan en was getuige van een gesprek tusschen den man
+en den jongen.
+</p>
+<p>„Het is dus onmogelijk,” sprak de vreemdeling, „om een van de heeren te spreken te
+krijgen?”
+</p>
+<p>„Onmogelijk,” antwoordde de jongeling, met een grijns op zijn leelijk gelaat. „Mr.
+Röttger en Mr. Kroyzer zijn voor zaken afwezig en als gij iets wenscht, dan moet gij
+dat schriftelijk vragen.”
+</p>
+<p>„Ik kan dat niet per brief doen,” sprak de onbekende. „Gij weet zeker wel van welke
+zaak hier sprake is. De som, die ik moet betalen, kan ik niet bij elkaar brengen.”
+</p>
+<p>De jongen haalde de schouders op.
+</p>
+<p>„Ik weet niet, waarom het hier gaat, Sir, gij moet dat met den chef zelf behandelen.”
+</p>
+<p>„Als ik hem maar te spreken kan krijgen,” vervolgde de vreemdeling op zenuwachtigen
+toon, „reeds vier keer heb ik den weg hierheen afgelegd.”
+</p>
+<p>„Ik zei u reeds eenige keeren, dat gij de zaak alleen per brief in orde kunt maken.”
+</p>
+<p>„En ik herhaal u voor de vierde maal, dat ik daartoe niet in staat ben. Ik geef u
+een flinke fooi, als gij mij het adres van een der heeren opgeeft.”
+</p>
+<p>„Ik ken hun adressen zelf niet,” antwoordde de jongen, „het helpt niets of gij mij
+een fooi geeft. Mr. Röttger en Mr. Kroyzer komen hier op kantoor en behandelen met
+mij, wat er te behandelen is”.
+</p>
+<p>„Ik heb gisteren en vandaag al urenlang gewacht, zonder een der heeren te spreken—niemand
+komt. Kunt gij mij niet vertellen, „wanneer zij ongeveer verschijnen?”
+</p>
+<p>„Wel Sir,” sprak de jongen, „ik kan u geen inlichtingen daaromtrent geven, ik zie
+de heeren dikwijls, dagenlang niet. Soms komen zij eerst des nachts om hier te werken.”
+</p>
+<p>„Maar de heeren moeten u uw loon toch uitbetalen.”
+</p>
+<p>„Yes Sir,” antwoordde de kantoorbediende, „dat zenden de heeren per post aan mijn
+moeder.”
+</p>
+<p>Zonder zich verder om Charly Brand of den vreemdeling te bekommeren, stak de jongen
+een slechte centssigaar aan, nam plaats op een stoel en blies dikke rookwolken voor
+zich uit.
+</p>
+<p>Nu kwam Charly Brand naderbij en sprak tot den waardigen vertegenwoordiger der Alarmkreet:
+</p>
+<p>„Ik wenschte ook een der heeren te spreken, maar na al hetgeen ik zooeven hoorde,
+bestaat daartoe weinig kans.”
+</p>
+<p>„Ja mijnheer,” antwoordde de jongen, in een hoek van de kamer spuwende, „dat moet
+gij schriftelijk doen.”
+</p>
+<p>De secretaris zette zijn hoed op en ging heen.
+</p>
+<p>Met een diepen zucht volgde de vreemdeling hem.
+</p>
+<p>Toen zij buiten waren gekomen, sprak de onbekende heer:
+</p>
+<p>„Een schurkenbende is het! Bedriegers van het ergste kaliber en niemand durft het
+wagen, hen aan te vallen. Het is meer dan treurig, dat onze politie aan dergelijke
+dingen niet een eind maakt! Maar met werkelijke misdadigers, zooals die daar, bemoeit
+de politie zich niet.”
+<span class="pageNum" id="pb4">[<a href="#pb4">4</a>]</span></p>
+<p>„Met wien heb ik de eer?” vroeg Charly Brand, terwijl hij zijn hoed afnam.
+</p>
+<p>De vreemdeling groette eveneens zeer beleefd en sprak toen:
+</p>
+<p>„Pardon, ik vergat de gewone beleefdheid in acht te nemen. Mijn naam is Thomas Spancer.
+Ik ben de eigenaar van een zaak in pelterijen aan het Strand, gij zult mijn winkel
+waarschijnlijk wel kennen.”
+</p>
+<p>„Zeker,” antwoordde de secretaris van Raffles, „ik ken die zaak als een der oudste
+van Londen.”
+</p>
+<p>„Zoo is het,” knikte de vreemdeling, „mijn grootvader richtte de firma op. De zaak
+is reeds honderdvijftig jaar in handen van onze familie en onze naam staat in Londen
+uitstekend bekend.
+</p>
+<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>En nu willen die schurken door middel van hun lastercourant onzen goeden, eerlijken
+naam bezoedelen en mij met mijn familie te gronde richten.
+</p>
+<p>„Dat wil zeggen”—hij lachte bitter—„indien ik de vijfduizend pond sterling niet betaal.”
+</p>
+<p>Charly Brand floot zachtjes.
+</p>
+<p>„Daar is het hun dus om te doen. Mijn naam is Charly Brand,” sprak hij, „het zou mij
+genoegen doen, wanneer ik u kon helpen.”
+</p>
+<p>De pelshandelaar keek den jongen man met onderzoekende blikken aan.
+</p>
+<p>„Ik zou gaarne hulp willen aanvaarden,” sprak hij langzaam.
+</p>
+<p>„Mag ik weten, hoe de zaak in elkaar zit?”
+</p>
+<p>„Uw uiterlijk boezemt mij vertrouwen in,” antwoordde de koopman, „laten wij samen
+een restaurant binnengaan, dan zal ik er u meer van vertellen.”
+</p>
+<p>Beide heeren gingen een restaurant binnen, waar op dat uur weinig bezoekers waren.
+</p>
+<p>Nadat zij iets hadden besteld, begon de koopman op zachten toon, te vertellen:
+</p>
+<p>„Ik heb een zoon, die nu 22 jaar oud is en in mijn zaak werkt een jonge bontwerkster
+van opvallende schoonheid.
+</p>
+<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Zij en mijn zoon werden verliefd op elkaar en hiervan bemerkte ik pas iets, toen het
+reeds te laat was.
+</p>
+<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Tevergeefs wees ik mijn zoon op de treurige gevolgen van zijn lichtzinnig gedrag en
+zei hem, dat hij onmogelijk met het jonge meisje kon trouwen, daar elk mannelijk lid
+onzer familie een geldhuwelijk moet sluiten.
+</p>
+<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Misschien vindt gij een dergelijk principe niet goed, maar ik verzeker u, mr. Brand,
+dat in drie geslachten, bij mijn grootvader, mijn vader en mij zelf, waar de huwelijken
+allemaal uit berekening werden gesloten, een gelukkig en kalm familieleven heeft geheerscht.
+</p>
+<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Bij veel van mijn vrienden daarentegen, die huwelijken uit liefde sloten, zijn ongeluk,
+zorg en vernietiging der eens gekoesterde idealen de treurige gevolgen geweest.
+</p>
+<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Mijn zoon dacht er ook niet over, het jonge meisje te huwen en maakte daardoor den
+toestand nog erger.”
+</p>
+<p>„Dat begrijp ik niet,” sprak Charly Brand hoofdschuddend, „gij hadt dit juist prettig
+moeten vinden.”
+</p>
+<p>„Volstrekt niet,” antwoordde de ander, „want hierdoor kreeg ik een slechten dunk omtrent
+het karakter van mijn zoon.
+</p>
+<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Hoe is het mogelijk, dat een jonge man een verhouding aanknoopt met een meisje, zonder
+te bedenken dat hij daardoor de verplichting op zich laadt om met haar te trouwen?”
+</p>
+<p>„Ja, gij hebt gelijk,” sprak de secretaris.
+</p>
+<p>„Om kort te zijn,” vervolgde de oude heer, „de naaister geloofde stellig, dat mijn
+zoon Charly—mijn zoon draagt denzelfden naam als gij—haar zou huwen.
+</p>
+<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Toen ik haar verklaarde, dat zij misrekende en dat mijn zoon op reis zou gaan—hij
+bevindt zich tijdelijk in Amerika om pelswaren in te koopen—haalde het arme meisje
+een domme streek uit en sprong, om een eind aan haar leven te maken, in de Theems.
+</p>
+<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Zij werd gered.
+</p>
+<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Op mijn kosten liet ik haar in een onzer beste ziekenhuizen verplegen, waar ik haar
+dagelijks bezocht.
+</p>
+<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Het gelukte mij, haar vaderlijke vriend te worden.
+</p>
+<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Nadat zij hersteld was bezorgde ik haar een kleine zaak in pelswaren in de Victoriastraat
+en alles zou in orde zijn geweest, wanneer niet naar aanleiding van het politierapport
+omtrent de poging tot zelfmoord een verslaggever van de Alarmkreet het geval had nageplozen.
+</p>
+<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>In de Alarmkreet zal nu een artikel verschijnen dat de zaak zoo voorstelt, alsof mijn
+zoon met mijn voorkennis, misschien ik zelf, het jonge meisje zou hebben onteerd en
+wij haar als afkoopsom die zaak hadden verschaft.
+</p>
+<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Daar mijn reputatie steeds goed is geweest, zal dit courantenbericht groot opzien
+verwekken en mij ten zeerste benadeelen.”
+</p>
+<p>„Hoe weet gij, dat een dergelijk sensatiebericht in de courant zal komen?” vroeg Charly
+Brand. „Is het reeds verschenen?”
+</p>
+<p>„Neen,” antwoordde mr. Spancer, „maar de redactie <span class="pageNum" id="pb5">[<a href="#pb5">5</a>]</span>van de Alarmkreet zond mij een schrijven en als bijlage” de copie van het artikel
+ter inzage.
+</p>
+<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Mijn vrienden, aan wie ik de zaak meedeelde, rieden mij aan, mij in verbinding te
+stellen met de redactie der Alarmkreet en te trachten door het betalen van een zeker
+bedrag te verhinderen, dat het artikel het licht zal zien;
+</p>
+<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Ik zou ook bereid zijn, een vrij groot bedrag voor dat doel op te offeren, maar de
+eisch is helaas te hoog. Ik kan op het oogenblik niet over het gevraagde bedrag beschikken.
+</p>
+<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Als het winter was, zou dat beter kunnen, maar nu in den zomer gaat er zoo goed als
+niets in mijn zaak om en ik heb mijn geld door het inkoopen van pelswaren voor den
+volgenden winter reeds vastgezet.”
+</p>
+<p>„Hoeveel vroegen de kerels?”
+</p>
+<p>„Vijfduizend pond sterling. Een flink bedrag.”
+</p>
+<p>„Schandelijk!” riep Charly Brand uit, „voor den duivel, ja, hier moet worden gehandeld!
+Ik heb een vriend, dien ik onmiddellijk van deze zaak op de hoogte zal stellen.
+</p>
+<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Ik denk wel, dat hij de man is, die u kan helpen.”
+</p>
+<p>„Dat zou al heel spoedig moeten gebeuren,” sprak mr. Spancer, „ik heb slechts drie
+dagen tijd, dan moet ik betalen, of de schurken publiceeren het artikel.”
+</p>
+<p>„Mijn vriend heeft in vierentwintig uur dikwijls meer klaar gespeeld dan dit. Maat
+laat ons nu heengaan. Ik hoop u over een paar uur met mijn vriend te komen bezoeken.”
+</p>
+<p>Zij betaalden hun vertering en namen afscheid van elkaar als een paar oude vrienden.
+</p>
+<p>Mr. Spancer zag en hoorde nog, hoe Charly Brand in een rijtuig plaats nam en den koetsier
+toeriep, zoo snel mogelijk te rijden.
+</p>
+<hr class="tb"><p>
+</p>
+<p>Het was in het late avonduur van den volgenden dag, toen mr. Charles Röttger, de redacteur
+van de Alarmkreet, zacht, als een misdadiger, de trap naar de redactie opging. Er
+bevond zich op dat uur niemand meer in het gebouw, dat slechts voor kantoorlokalen
+was ingericht.
+</p>
+<p>Mr. Röttger, een klein, mager mannetje, ontsloot de deur naar de redactie en grendelde
+ze, nadat hij was binnengetreden, zorgvuldig.
+</p>
+<p>Hierop streek hij een lucifer aan en ging naar het tafeltje, waarop verschillende
+brieven lagen.
+</p>
+<p>Nu nam de journalist plaats op een wankelen stoel die voor de schrijftafel stond en
+begon de aangekomen post te openen.
+</p>
+<p>Zijn roofdierachtig gelaat werd af en toe verwrongen tot een duivelsch lachje, wanneer
+hij in een brief iets las, dat hem bijzonder beviel.
+</p>
+<p>Zoodra hij een brief had gelezen, beantwoordde hij dezen.
+</p>
+<p>Ten slotte nam hij een blauwe enveloppe op, die hij opende en waaruit hij een schrijven
+haalde van den volgenden inhoud:
+</p>
+<blockquote>
+<p class="first salute">Waarde heer!
+</p>
+<p>Ik ben beambte van het hoofdbureau van politie en werk in de naaste omgeving van den
+politie-inspecteur Baxter.
+</p>
+<p>Ik geloof niet, dat gij tot dusverre hebt geweten, dat deze beambte vele huizen bezit
+en zeer vermogend is.
+</p>
+<p>Het zal u duidelijk zijn, dat hij deze eigendommen niet van zijn salaris heeft overgespaard.
+</p>
+<p>Hoe komt hij aan dat geld?
+</p>
+<p>Welnu, ik ken de bronnen, waaruit dat vermogen is gevloeid. Stelt gij er belang in,
+van mij inlichtingen te bekomen voor het opstellen van een opzienbarend artikel, dan
+verzoek ik u, mij in mijn particuliere woning op te zoeken. Ik ben tusschen 5 en 7
+uur des avonds altijd thuis:
+</p>
+<p>Op uw redactie zou ik liever niet willen komen, omdat ik een te bekende persoonlijkheid
+in Londen ben en de een of andere collega mij zou kunnen zien.
+</p>
+<p class="signed">Met de meeste hoogachting
+<br>TOM MARHOLM,
+<br>Essexstraat 16.</p>
+</blockquote><p>
+</p>
+<p>„Een prachtig zaakje,” fluisterde Charles Röttger, den brief nog eens lezende.
+</p>
+<p>Daarop stak hij hem zorgvuldig in zijn portefeuille, blies de kaars op de schrijftafel
+uit en verliet het redactiebureau even geheimzinnig als hij er gekomen was.
+</p>
+<p>Hij vermoedde niet, welke valstrik John Raffles hem had gespannen.
+</p>
+<p>In een restaurant kwam hij samen met zijn compagnon, die bekend stond in de Londensche
+wereld als „de mooie Guido”. Hij was een bekende persoonlijkheid en verborg achter
+een masker van onbeduidendheid zijn uiterst geslepen, slecht karakter.
+</p>
+<p>Hij en zijn vriend pasten bijzonder goed bij elkaar.
+<span class="pageNum" id="pb6">[<a href="#pb6">6</a>]</span></p>
+<p>Ook de mooie Guido grijnslachte, toen hij den brief van den vermeenden detective Marholm
+las.
+</p>
+<p>„Een goed zaakje,” sprak hij tot zijn medeplichtige, „minstens 1000 pond sterling
+waard.”
+</p>
+<p>„Mijnheer de inspecteur van politie zal er zijn geheele vermogen voor over hebben
+om te voorkomen, dat dit artikel verschijnt.”
+</p>
+<p>„Gij denkt dus niet, dat deze brief een valstrik is?”
+</p>
+<p>„Onmogelijk,” antwoordde de mooie Guido, „ik heb den naam Marholm ontelbare keeren
+bij de Raffles-geschiedenissen in de couranten gelezen.
+</p>
+<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Wij behoeven ons deswege niet ongerust te maken. Hij is van plan, zijn chef een poets
+te bakken.
+</p>
+<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Bovendien ziet gij uit den brief, hoe bang de man is, om bij een eventueel bezoek
+aan onze redactie gezien te worden.
+</p>
+<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Wij behoeven niet te vreezen voor een man, die angst heeft voor zijn eigen persoon.”
+</p>
+<p>„Gij hebt gelijk,” antwoordde Mr. Röttger, „ik zal den man morgen bezoeken en hem
+het bloed uit de nagels persen.
+</p>
+<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Dan zal ik een kranig artikel naar den beroemden inspecteur van politie zenden.”
+</p>
+<p>„Het zal een mooi zaakje worden,” meesmuilde de mooie Guido, „en als de inspecteur
+niet betaalt, een schitterend sensatiebericht voor ons blad.”
+</p>
+<p>„Maak maar een artikel gereed naar aanleiding waarvan geheel Londen op zijn kop zal
+staan!”
+</p>
+<p>„Maak u daaromtrent niet ongerust,” antwoordde Charles Röttger, „gij kent mijn pen.”
+</p>
+<p>Den volgenden dag, precies om 5 uur, werd er op de deur geklopt van een kamer in de
+Essexstraat no. 16, in welk huis volgens opgaaf in den brief Mr. Marholm moest wonen.
+</p>
+<p>Het was een pension en de redacteur van de Alarmkreet kon onmogelijk weten, dat Raffles
+daar onder den naam van Marholm een kamer had gehuurd om, zooals hij het noemde, de
+rattenval op te stellen, waarin hij den redacteur en den eigenaar van het schendblad
+wenschte te vangen.
+</p>
+<p>Hij had zich niet vergist.
+</p>
+<p>De val met het vette schandaalbericht beantwoordde uitstekend aan het doel.
+</p>
+<p>Dit bemerkte hij, toen de kleine, magere redacteur de kamer binnentrad met de woorden:
+</p>
+<p>„Heb ik de eer Mr. Marholm te spreken?”
+</p>
+<p>„Yes,” antwoordde Raffles, die de beide kerels voor zoo dom hield, dat hij het niet
+eens de moeite waard had gevonden om de vermomming van detective Marholm aan te nemen.
+</p>
+<p>„Mijn naam is Marholm, met wien heb ik de eer?”
+</p>
+<p>De kleine Mr. Röttger naderde Raffles zoo dicht mogelijk en fluisterde:
+</p>
+<p>„Ik kom van de Alarmkreet.”
+</p>
+<p>„Dat is uitstekend,” antwoordde Raffles.
+</p>
+<p>Daarop ging hij naar de deur en de journalist zag, hoe hij die grendelde, blijkbaar
+uit angst, dat iemand zou kunnen binnenkomen.
+</p>
+<p>„Niemand heeft u toch gezien?” vroeg Marholm op angstigen toon.
+</p>
+<p>„Wees onbezorgd,” lachte de journalist, „ik zorg er altijd voor, dat niemand mij ziet.
+Ik weet, dat het voor u in uw betrekking van detective gevaarlijk zou zijn, als iemand
+mij hier had zien binnengaan.”
+</p>
+<p>„Ik heb een prachtige geschiedenis voor uw blad,” sprak Raffles, toen zij plaats hadden
+genomen, „en ik hoop, dat gij, die voor recht en waarheid strijdt, dezen man, die
+de Londensche politie tot schande is, den inspecteur Baxter, door uw artikel zijn
+ontslag zult bezorgen.”
+</p>
+<p>„Nu, wij zullen zien,” antwoordde de bezoeker, „voor alles moet gij uwe beweringen
+met bewijzen kunnen staven. Ik hoop, dat gij daartoe in staat zijt!”
+</p>
+<p>„En gros,” sprak de groote onbekende, „ik kan alles bewijzen.
+</p>
+<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Ziet gij, deze inspecteur van politie, die een rijksinkomen heeft van 1000 pond sterling,
+heeft een tegoed op de Bank van 15,000 pond en hij bezit verscheiden huizen, zoodat
+hij millionnair is.”
+</p>
+<p>Mr. Röttger wreef zich de handen.
+</p>
+<p>„Uitstekend,” mompelde hij vergenoegd, „een inspecteur van politie, die millionnair
+is, dat geeft een magnifique artikel voor de Alarmkreet.”
+</p>
+<p>„Gij zult zelf wel begrijpen, dat men bij een jaarlijksch inkomen van duizend pond
+sterling geen millionnair kan worden, maar ik zal u allerhande bijzonderheden meedeelen.
+Ik heb hier de geheime lijsten, waarop gij kunt zien, van welke zijden de heer Baxter
+zijn inkomsten betrekt.
+</p>
+<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Allereerst moet gij dit zien.”
+</p>
+<p>Hij nam een brief, die voorzien was van het wapen, van Lord Lister en toonde dien
+den redacteur.
+</p>
+<p>„Wees zoo goed, mij dien brief te geven,” sprak Mr. Röttger.
+</p>
+<p>„Ik zal hem voorlezen, dat zal u voorloopig voldoende zijn. Het is een brief van den
+beruchten John Raffles aan den inspecteur van politie. Daaruit zult <span class="pageNum" id="pb7">[<a href="#pb7">7</a>]</span>gij zien, hoe het komt, dat Mr. Baxter tot dusverre den man nog niet heeft gepakt.”
+</p>
+<p>„Hoogst interessant! Hoogst interessant!” fluisterde de redacteur.
+</p>
+<p>„Neen!” schreeuwde Raffles, „een schandaal is het! Het grootste schandaal der geheele
+wereld. Deze politieinspecteur is de medeplichtige van den grooten onbekende. Hij
+speelt met hem onder één hoedje, dat staat zwart op wit in dezen brief.”
+</p>
+<p>Deze openbaring werkte zoo electriseerend op Mr. Röttger, hoewel deze aan sterke staaltjes
+gewend was, dat hij den vermeenden Marholm met open mond aanstaarde.
+</p>
+<p>„Maar dat is niet te gelooven,” mompelde hij.
+</p>
+<p>„Wees zoo vriendelijk, mij den brief voor te lezen.”
+</p>
+<p>Hij zag het fijne glimlachje niet, dat bij die woorden om den mond van Raffles speelde.
+</p>
+<p>Deze las:
+</p>
+<blockquote>
+<p class="first salute">Mijn waarde Baxter!
+</p>
+<p>Ik heb gisteren den ouden Simpson, den diamanthandelaar, van wien gij mij mededeeldet,
+dat hij allerlei vuile zaken doet, opgezocht en hem drieduizend pond sterling armer
+gemaakt.
+</p>
+<p>Hierbij zend ik u een cheque van 1500 pond, de helft van den buit.
+</p>
+<p>Hedenavond ben ik in het Piccadilly Restaurant onder de bekende vermomming. Vraag
+den ober-kellner naar Mr. Thonet.
+</p>
+<p>Wij zullen een paar flesschen champagne op het welslagen drinken.
+</p>
+<p class="signed">Met vriendelijke groeten
+<br>JOHN C. RAFFLES.”</p>
+</blockquote><p>
+</p>
+<p>De kleine journalist snakte een oogenblik naar adem.
+</p>
+<p>Dat was meer dan hij had verwacht.
+</p>
+<p>Van zijn stoel opspringend, riep hij uit:
+</p>
+<p>„Geef mij dien brief!”
+</p>
+<p>„Het spijt mij,” sprak Raffles, „dit Schrijven zal ik zelf behouden. Maar indien gij
+het wenscht, ben ik bereid, het bij een notaris te deponeeren, voor het geval, dat
+men u een proces zou aandoen.”
+</p>
+<p>„Gij hebt gelijk,” antwoordde Röttger, „dat is de juiste manier. Gij moet bedenken,
+welke gevolgen het zou kunnen hebben, als ik er een artikel over schrijf.
+</p>
+<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Het is enorm—Raffles als compagnon van den politie-inspecteur Baxter!”
+</p>
+<p>„O,” lachte de pseudo Marholm, „ik kan u nog veel mooiere dingen vertellen. Verscheiden
+geheime opiumholen in Londen, kroeghouders zonder vergunning, een dievenbende in Eastend,
+geheime speelhuizen, om kort te gaan, ik kan u een lijst van ongeveer 80 personen
+verschaffen, welke allen den inspecteur van politie vast salarieeren.”
+</p>
+<p>„Gij zijt gek,” sprak Röttger. „Als ik in uw plaats was, dan had ik reeds langen tijd
+geld geslagen uit de omstandigheid, dat gij dat alles weet en op die wijze mijn schaapjes
+op het droge gebracht.”
+</p>
+<p>„Bravo!” riep Raffles uit, „gij begrijpt mij, het doet mij genoegen, dat ik mij tot
+u heb gewend.
+</p>
+<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Ik wil, als ambtenaar, niet zelf in het openbaar tegen mijn chef optreden.
+</p>
+<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Maar gij, een vreemdeling, een journalist, de redacteur van de beroemde Alarmkreet,
+gij kunt hem de duimschroeven aanleggen en tot hem zeggen:
+</p>
+<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>„Of gij betaalt ons een flinke afkoopsom, of—”<span class="corr" id="xd33e481" title="Niet in bron">”</span> Raffles maakte een beweging, alsof hij iemand de keel afsneed.
+</p>
+<p>„Fameus! Uitstekend!” riep de redacteur en wreef zich opnieuw in de handen, „dat is
+een prachtige zaak.
+</p>
+<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Hoe hoog is het tegoed, dat die heer op de Bank heeft?”
+</p>
+<p>„Voor zoover ik weet, bedraagt het 15,000 pond sterling.”
+</p>
+<p>„De man zal wel meer bezitten. Bedenk eens, wat dergelijke zaken voor een winst opleveren!
+Reeds alleen zijn relatie met Raffles!”
+</p>
+<p>„Zeker, zeker,” lachte de groote onbekende, „dat alleen moet den inspecteur dit jaar
+minstens een kwart millioen hebben opgebracht.”
+</p>
+<p>„Veel meer,” antwoordde Mr. Röttger, „de man heeft meer gestolen dan een half millioen.
+Wat een prachtige zaak! Op deze wijze kunnen wij indirect de winst deelen, die Raffles
+behaalt.”
+</p>
+<p>„Dat wil ik juist,” riep Lord Lister uit, „en nu laat ik het aan u over, om de zaak
+te regelen.”
+</p>
+<p>De kleine journalist stond op en sprak:
+</p>
+<p>„Laat ons dadelijk naar een notaris gaan, een afschrift maken van den brief en het
+origineel daar deponeeren. Maar gij kent den inspecteur van politie toch wel nauwkeurig?”
+</p>
+<p>„Zeer zeker,” antwoordde Raffles, „ik werk reeds verscheiden jaren met hem.”
+</p>
+<p>„<span class="corr" id="xd33e498" lang="en" title="Bron: Allright">All right</span>,” sprak de redacteur, „is hij buitengewoon dapper?”
+</p>
+<p>„Volstrekt niet,” klonk het uit den mond van Raffles.
+<span class="pageNum" id="pb8">[<a href="#pb8">8</a>]</span></p>
+<p>„Gij denkt dus,” vervolgde de redacteur, „dat een brief reeds voldoende zou zijn om
+hem te doen betalen?”
+</p>
+<p>„Hij betaalt,” lachte Raffles.
+</p>
+<p>„Hoeveel denkt gij, dat wij kunnen vorderen?”
+</p>
+<p>John Raffles haalde de schouders op.
+</p>
+<p>„Ik denk, dat wij voorloopig drieduizend pond sterling kunnen vragen, later meer!
+Zijn geldbronnen zijn onuitputtelijk, zoolang hij samenwerkt met John Raffles.”
+</p>
+<p>„Gij hebt gelijk!” stemde de groote onbekende lachend toe, „wanneer Raffles niet sterft,
+kunt gij jaren lang alleen van hem leven op een vorstelijke manier!”
+</p>
+<p>Met een duivelschen glimlach wreef de redacteur der Alarmkreet zich opnieuw de magere
+handen, daarop nam hij zijn viezen hoed op en sprak:
+</p>
+<p>„Ga nu met mij mee naar een notaris. Ik zal al het verdere in orde maken!”
+</p>
+<p>Toen Raffles de trap afging, sprak hij tot zichzelf:
+</p>
+<p>„Ziezoo, de val is dicht! Een van de heeren heb ik, de andere zal wel volgen!”
+<span class="pageNum" id="pb9">[<a href="#pb9">9</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch2" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#ch2.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h2 class="label">TWEEDE HOOFDSTUK.</h2>
+<h2 class="main">IN SCOTLAND YARD.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Detective Marholm, de secretaris en rechterhand van inspecteur Baxter, had zich, zooals
+reeds herhaaldelijk was geschied, over zijn chef geërgerd.
+</p>
+<p>Zijn chef, die zeer accuraat was, had hem een standje gegeven, omdat Marholm bij het
+schrijven van de processen-verbaal geen zorg had gedragen voor het vrij laten van
+een tweevingers breeden witten rand. Hij had de vellen papier geheel beschreven en
+zoodoende den noodigen eerbied uit het oog verloren.
+</p>
+<p>„Het is om je dood te ergeren,” bulderde Marholm, „alsof het niet precies hetzelfde
+is, of een rechter een volgeschreven blad krijgt dan wel een met witten rand. Het
+komt immers op hetzelfde neer, de hoofdzaak is dat, wat er op geschreven staat.
+</p>
+<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Al die beuzelarijen hangen mij eigenlijk de keel uit!”
+</p>
+<p>Verontwaardigd kauwde hij op zijn pennehouder en deed zijn best om nu aan den voorgeschreven
+witten rand te denken.
+</p>
+<p>En dat was, hoe belachelijk het ook moge schijnen, niet zoo gemakkelijk.
+</p>
+<p>Zoodra Marholm aan het eind van een regel kwam, bevatte het woord, dat hij juist schreef,
+eenige letters meer of hij was midden in een lettergreep en met den besten wil van
+de wereld wist hij niet, waar hij met die overtollige letters zou blijven, om een
+witten kant vrij te laten.
+</p>
+<p>„Mooi,” mompelde hij tot zichzelf, „verder dan tot hier mag ik niet komen, afkorten
+gaat niet, dus ik laat de rest van de letters eenvoudig weg.
+</p>
+<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Laat anderen zich gek praktiseeren; als zij zoo op die tweevingers breeden rand gesteld
+zijn, moeten zij ook maar trachten te begrijpen wat hier staat. Mij laat het verder
+koud.”
+</p>
+<p>Zonder er verder over na te denken, schreef hij maar door en zoodra hij den blanco
+rand genaderd was, eindigde hij het woord, dat hij bezig was te schrijven, al mankeerden
+er ook nog tien letters aan.
+</p>
+<p>Toen het koffieuurtje was genaderd, haalde hij zijn eenvoudige boterhammen te voorschijn
+en begon te eten, terwijl de inspecteur zich uit een naburige restauratie een warme
+lunch liet komen.
+</p>
+<p>„Wacht,” dacht de vloo, zooals Marholm door zijn collega’s werd genoemd, „ik zal je
+je biefstuk met een flinke dosis Raffles kruiden. Dan zal ze je zoo zwaar in den maag
+liggen, dat je ze even moeilijk kunt verdragen dan je den grooten onbekenden doet.”
+</p>
+<p>De inspecteur van politie vermoedde niets van de booze plannen van zijn secretaris
+en toen deze het laatste hapje van zijn boterham had gegeten, terwijl Baxter aan zijn
+biefstuk begon, sprak hij:
+</p>
+<p>„Het is toch eigenlijk onbegrijpelijk, dat wij gedurende de laatste weken niets van
+Raffles hebben gehoord!”
+</p>
+<p>Een woedende blik van den inspecteur trof Marholm.
+</p>
+<p>Deze deed, alsof hij dit niet bemerkte en vervolgde:
+</p>
+<p>„Waarschijnlijk zet hij een nieuw meesterstuk in elkaar, dat ons heele bureau eerstdaags
+op den kop zet.
+</p>
+<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Een geniale kerel die Raffles!”
+</p>
+<p>Een kauwend gebrom van den politieinspecteur was het antwoord en deze sprak:
+</p>
+<p>„Gij ziet, Marholm, dat ik eet. Kunt jij met uw gezanik over Raffles niet wachten
+totdat ik klaar ben? Gij weet immers, dat die naam voldoende is om mij allen eetlust
+te benemen!”
+</p>
+<p>„Jawel,” knikte de vloo, „dat weet ik.”
+</p>
+<p>„Voor den duivel, Sir!” schreeuwde Baxter, „gij bekent dus, dat gij mij mijn eten
+wilt bederven?”
+</p>
+<p>„Ja,” antwoordde de vloo op onverschilligen toon.
+</p>
+<p>De politieinspecteur hijgde naar lucht.
+</p>
+<p>Deze brutaliteit was toch wel wat heel erg.
+<span class="pageNum" id="pb10">[<a href="#pb10">10</a>]</span></p>
+<p>„Wat bezielt u? Ik zal dit onthouden! Ik zal u aanklagen wegens insubordinatie in
+den dienst!”
+</p>
+<p>„Wij hebben nu geen dienst,” antwoordde Marholm, „nu eten wij. Op het oogenblik zijn
+wij alle twee particuliere personen en gij weet, dat ik dan volgens de Engelsche wet
+mag zeggen wat ik wil. Dat kan mij zelfs de Koning van Engeland niet beletten, want
+ik ben Engelsch Staatsburger. En voor de rest wreek ik mij een beetje op u. Gij hebt
+mij met uw tweevingersbreeden witten rand eveneens den eetlust bedorven.”
+</p>
+<p>Inspecteur Baxter zette een gezicht als een onderwijzer van een volksschool, die de
+kinderen de zondenval van Adam en Eva gaat vertellen.
+</p>
+<p>Vol geleerdheid begon hij:
+</p>
+<p>„Het is een voorschrift van den Lord Major van Londen, dat elk officieel stuk een
+tweevingers breeden witten rand aan de rechterzijde moet hebben. Deze wet stamt uit
+het jaar 1680 en is tot dusverre steeds gerespecteerd. Gij hebt niet het recht, gij,
+detective Marholm, om deze oude wet op anarchistische wijze met voeten te trappen.
+</p>
+<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Maar het vervloekte moderne socialisme schijnt zich ook in uw hersens te hebben genesteld,
+gij wenscht u niet meer te storen aan dergelijke oude voorschriften.
+</p>
+<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Ik merk ook uit uw gedrag jegens mijn persoon, dat gij allen eerbied, dien gij mij
+als uw chef verschuldigd zijt, opzettelijk uit het oog verliest.”
+</p>
+<p>Marholm glimlachte ironisch.
+</p>
+<p>„Heer inspecteur,” antwoordde hij op denzelfden zalvenden toon, dien Baxter had aangeslagen,
+„het komt niet in mij op, mij te vergrijpen aan de eeuwenoude wetten van ons koninkrijk
+en ik zie in, dat ik een afschuwelijk mensch ben, om den rand van twee vingers breed
+te willen weglaten.
+</p>
+<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Voortaan zal ik dergelijke abnormale afwijkingen niet meer hebben, dat beloof ik u.
+Gij zult u nooit meer behoeven te beklagen, dat ik u beleedig.
+</p>
+<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Maar dit alles verandert niets aan het feit, dat Raffles sinds vier weken niets van
+zich heeft laten hooren, dat Raffles— — —”
+</p>
+<p>„Houd op, houd op!” schreeuwde de inspecteur van politie, „ik wil niets meer hooren!
+Ik wil er niets meer van weten! De duivel moge Raffles halen.
+</p>
+<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Ik wensch nu mijn biefstuk rustig op te eten en daarvoor heb ik noch u, noch Raffles
+noodig, die kauw ik liever zelf.”
+</p>
+<p>Marholm, die zag, dat hij zich voldoende gewroken had, stak zijn neus weer in de papieren
+en zweeg.
+</p>
+<p>Nadat hij een poosje geschreven had, sprak hij op half luiden toon, zoodat Baxter
+het moest hooren:
+</p>
+<p>„De onbekende misdadiger is tot dusverre nog niet door Scotland Yard ontdekt.”
+</p>
+<p>Baxter keek van terzijde naar hem.
+</p>
+<p>„Wat mompelt gij daar?”
+</p>
+<p>„O, mompelde ik iets!” vroeg de vloo. „Ik meende dat ik schreef en wel iets, waarvan
+ik ’s nachts in mijn slaap droom.
+</p>
+<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Ik zou willen voorstellen, om die woorden te laten hectografeeren, dat zou mij veel
+tijd besparen, daar ik hem geregeld elken dag aan den Lord Major moet schrijven.”
+</p>
+<p>„Welken zin?” vroeg Baxter, hoewel hij vist wat Marholm bedoelde.
+</p>
+<p>„De onbekende misdadiger is ondanks de ijverigste nasporing van den politieinspecteur
+Baxter en diens detectives tot op heden nog niet ontdekt.”
+</p>
+<p>„Laat mijn naam er buiten,” schreeuwde Baxter en zijn gelaat werd purperrood.
+</p>
+<p>„Waarom,” meesmuilde de vloo, „dacht gij, dat de Lord Mayor niet weet, dat gij de
+inspecteur van politie van Scotland Yard zijt?”
+</p>
+<p>„Dat wel,” bromde Baxter, „maar het is niet noodig, dat het neergeschreven wordt.”
+</p>
+<p>„Och, kom,” sprak Marholm, „geneert gij u? Zal ik u eens wat zeggen? Op den dag, waarop
+ik eindelijk zal moeten schrijven, dat wij den grooten onbekende in handen hebben,
+neem ik een pen van vijf karaats goud, gouden inkt en dan laat ik het stuk in een
+lijst zetten.”
+</p>
+<p>„Gij schijnt vandaag bijzonder geestig te zijn,” sprak Baxter. „Wij hebben in den
+loop der laatste maand 380 personen gevangen genomen.”
+</p>
+<p>„Dat is waar!” klonk het op spottenden toon uit Marholm’s mond.
+</p>
+<p>„Nu dan!”
+</p>
+<p>„Ja, dat is waar,” herhaalde de vloo, „maar dat waren bekende misdadigers. Ik zeg
+maar: De onbekende misdadigers, de groote onbekenden, zooals bijvoorbeeld Raffles—
+—”
+</p>
+<p>Baxter schoof onrustig op zijn stoel heen en weer en voelde zich niets op zijn gemak.
+</p>
+<p>„Kijk eens,” vervolgde de vloo, „daar hebben wij dien schurk, die in Eastend een dozijn
+vrouwen een messteek heeft gegeven, wij hebben inbrekers-moordenaars, wier misdaden
+ten hemel schreien en waarvoor onze galgen bestemd zijn—maar de kroon op alles wordt
+ten slotte toch gezet door den wereldberoemden <span class="pageNum" id="pb11">[<a href="#pb11">11</a>]</span>grooten onbekende, onzen langgezochten vriend Raffles— —”
+</p>
+<p>Bom!
+</p>
+<p>Een vuistslag van Baxter kwam donderend op de schrijftafel neer, zoodat de inkt omhoog
+spatte.
+</p>
+<p>„Houd op, vervloekte kerel, houd uw mond! Gij schijnt uw best te doen om verslaggever
+te worden. Ik zal u laten verplaatsen.”
+</p>
+<p>„Hoe eer hoe liever,” zuchtte de vloo, „dat is mijn vurigste wensch.
+</p>
+<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>De duivel moge den onderwijzer halen, die mij heeft leeren schrijven. Aan hem heb
+ik dit ellendige baantje van secretaris te danken.
+</p>
+<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>En dat ik geen detective kan zijn, is uw schuld. Maar ik heb mijzelf plechtig beloofd,
+alles in het werk te stellen om hier vandaan te komen en weer in de buitenlucht te
+werken.
+</p>
+<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Ik ken helaas onder mijn collega’s geen enkelen, die behalve zijn naam en een rapport
+vol fouten, in staat zou zijn om een acte leesbaar en duidelijk op papier te brengen.
+</p>
+<p>„Maar dit zeg ik u: Zoodra ik een Ier of voor mijn part een Schot vind, die in staat
+is om een Engelschen zin zonder fouten te schrijven, dan komt hij zoo stellig en zeker
+hier in mijn plaats, als twee maal twee vier is.
+</p>
+<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Als gij mij met verplaatsing dreigt, dan doet gij mij het grootst mogelijk genoegen.
+</p>
+<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Ik smeek elken avond den hemel, dat hij u uw plan mag laten volvoeren om mij de deur
+uit te gooien. De pers maakt ons elk oogenblik belachelijk. Want omdat ik uw rechterhand
+ben, ben ik er mede verantwoordelijk voor, dat Raffles—”
+</p>
+<p>„Kerel, zwijg!” bulderde Baxter met een nieuwen vuistslag.
+</p>
+<p>Op dit oogenblik werd er aan de deur geklopt.
+</p>
+<p>Met een zucht van verlichting riep Baxter:
+</p>
+<p>„Binnen!”
+</p>
+<p>De dienstdoende beambte, die bezoekers aan moest dienen, trad binnen, bleef in eerbiedige
+houding bij de deur staan en meldde:
+</p>
+<p>„Twee heeren, een zekere Mr. Kroyzer en een Mr. Röttger wenschen u te spreken.<span class="corr" id="xd33e634" title="Niet in bron">”</span>
+</p>
+<p>„Laat de heeren binnenkomen,” sprak Baxter<span class="corr" id="xd33e638" title="Bron: , ">. Hij </span>nam aan zijn schrijftafel plaats en deed, alsof hij druk bezig was. Hij doopte de
+pen in en zette zijn naam onder de opgestapelde acten en papieren.
+</p>
+<p>Terwijl Baxter onder het eerste stuk met stijlschrift zijn naam plaatste, kwamen de
+heeren vertegenwoordigers van de Alarmkreet de kamer binnen.
+</p>
+<p>Baxter keek de heeren met scherpen blik aan.
+</p>
+<p>„Pardon, heer inspecteur,” sprak de redacteur der courant, terwijl hij langzaam Baxter
+naderde, „wij hebben een zeer kiesche aangelegenheid met u te bespreken.”
+</p>
+<p>„Ik ben tot uw dienst,” antwoordde Baxter, „als gij mij maar wilt zeggen, wat gij
+wenscht. Maar weest kort, want mijn tijd is beperkt.”
+</p>
+<p>„Dat mocht zoo zijn!” dacht Marholm. „Hij moet zijn biefstuk verteren.”
+</p>
+<p>„Wij zouden u gaarne onder vier oogen spreken, heer inspecteur,” sprak Mr. Röttger,
+„wat wij u hebben te zeggen betreft u persoonlijk.”
+</p>
+<p>Baxter werd onrustig.
+</p>
+<p>Deze woorden maakten hem zenuwachtig. Wat wilde deze man van hem?
+</p>
+<p>Het was alsof de vreemde bezoeker zijn superieur was, die hem ter verantwoording kwam
+roepen.
+</p>
+<p>„Het spijt mij,” antwoordde hij schouderophalend, „mijn persoonlijke aangelegenheden
+kan ik hier gedurende mijn diensttijd niet behandelen. Dan moet gij mij in mijn woning
+bezoeken.
+</p>
+<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Met wien heb ik de eer?”
+</p>
+<p>De kleine redacteur stak de borst vooruit als een haan op een mesthoop en kraaide:
+</p>
+<p>„Mijn naam is Röttger. Ik ben de redacteur van de Alarmkreet.”
+</p>
+<p>Als antwoord weerklonk een luide kuch van Marholm en dat klonk zoo spottend, dat de
+kleine, magere redacteur den detective woedend aankeek en hem met een minachtenden
+blik opnam.
+</p>
+<p>Baxter daarentegen kreeg, toen hij vernam wie Röttger was, een panischen schrik.
+</p>
+<p>Zijn particuliere leven was ten gevolge van de vele Don Juan-streken, die hij steeds
+uithaalde, niet vrij van smet of blaam, zoodat hij vroeg of laat een schandaal vreesde.
+</p>
+<p>Ongetwijfeld betrof het bezoek van deze gevaarlijke heeren zijn galante avonturen.
+</p>
+<p>„Laat mij eenige oogenblikken met de heeren alleen,” sprak hij tot Marholm.
+</p>
+<p>De vloo kon niet snel genoeg de kamer verlaten.
+</p>
+<p>Hij was altijd blij van zijn bundels acten weg te komen.
+</p>
+<p>Toen hij in de voorkamer was, stopte hij op zijn gemak een pijpje, stak dat aan en
+daar hij er belang in stelde om te weten, wat de beide journalisten bij zijn chef
+kwamen doen, luisterde hij met zijn oor tegen een <span class="pageNum" id="pb12">[<a href="#pb12">12</a>]</span>dunne plek, waarop hij, om ze gemakkelijk terug te kunnen vinden, een kruisje had
+geteekend.
+</p>
+<p>Dichtbij hem bevond zich het kijkgaatje, bedekt door een metalen klepje, dat hem in
+staat stelde om in de kamer te kunnen kijken. Baxter had deze spionnage-opening laten
+aanbrengen, om Marholm bij den arbeid ongezien te kunnen gadeslaan.
+</p>
+<p>Hij dacht er niet aan, dat zijn beambten het wederkeerig tegenover hem zelf konden
+gebruiken.
+</p>
+<p>Duidelijk hoorde Marholm het volgende gesprek:
+</p>
+<p>„Gij weet,” sprak Mr. Röttger, „dat ik redacteur ben van de Alarmkreet, de onpartijdige,
+bekende courant, die strijdt voor recht en waarheid.
+</p>
+<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Het is het doel van ons blad om alle mistoestanden, die wij ontdekken, zonder aanzien
+des persoons, aan de openbaarheid prijs te geven, ten einde ze te verbeteren.
+</p>
+<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Wij zijn strijders voor recht en billijkheid, wij wenschen de modderpoelen der moderne
+maatschappij met harde bezems te reinigen, wij strijden tegen al het onrechtvaardige,
+dat om ons heen geschiedt!”
+</p>
+<p>„Mooi,” antwoordde Baxter, „dat heb ik begrepen, maar nu zou ik wel eens willen weten,
+wat gij van mij wenscht. Ik was in het geheel niet nieuwsgierig naar een lofzang op
+uw courant.”
+</p>
+<p>„Hoe?” piepte de kleine redacteur, „denkt gij soms, dat ik zonder doel tegen u sta
+te redeneeren? Mijnheer, mijn woorden zijn voor mij de tolken van mijn gedachten.
+</p>
+<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Elke letter is goed doordacht, er is geen overbodig woord bij, kortom, ik herhaal
+u, dat ik strijd voor recht en waarheid!”
+</p>
+<p>„Een kolossale kerel!” mompelde de vloo aan de andere zijde van de deur, „de vingers
+jeuken mij om hem eens flink op een zeker lichaamsdeel te ranselen.
+</p>
+<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Hij ziet eruit als iemand, die aan de galg is ontsnapt en hij spreekt als een officier
+van het heilsleger. Een nette jongen!”
+</p>
+<p>„Laat mij ook eens even aan het woord,” sprak nu de mooie Guido terwijl hij zijn zakdoek
+te voorschijn haalde en zich op kokette wijze frissche lucht toewuifde.
+</p>
+<p>De tabaksrook scheen hem te hinderen. Hij was in dit opzicht zeer fijngevoelig.
+</p>
+<p>„Wij hebben gisteren,” zoo begon hij, „een opzienwekkende mededeeling gekregen. Het
+betreft Raffles.”
+</p>
+<p>„Oef!” zuchtte de inspecteur van politie, zijn bezoekers aankijkend, alsof hij hen
+de deur uit wilde gooien.
+</p>
+<p>Raffles scheen vandaag onophoudelijk zijn nachtmerrie te moeten zijn.
+</p>
+<p>„Waar is Raffles?” vroeg Baxter eindelijk. „Hebt gij hem ontdekt?”
+</p>
+<p>De redacteur en de mooie Guido zetten een gezicht als een Engelsche Lady, wanneer
+iemand in haar nabijheid sterk naar alcohol riekt.
+</p>
+<p>„Neen,” sprak de mooie Guido, „het ontdekken van Raffles kunnen wij gerust aan u overlaten.
+</p>
+<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Wij zijn geen detectives, wij zijn courantenmenschen!
+</p>
+<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Maar wij hebben een andere ontdekking gedaan, die u en het publiek zeker sterk zullen
+interesseeren.”
+</p>
+<p>„En dat is?”
+</p>
+<p>De mooie Guido wachtte even, zooals een krokodil doet, die zijn slachtoffer reeds
+in den muil heeft en het in het volgend oogenblik naar binnen wil slikken.
+</p>
+<p>Een duivelsche grijns misvormde zijn gelaat, hij haalde zijn monocle uit zijn vestzakje
+te voorschijn, beademde dat, poetste het op aan zijn linkermouw en klemde het daarop
+in zijn oog.
+</p>
+<p>Hij keek den politie-inspecteur scherp aan in de houding van Lord Chamberlain en sprak:
+</p>
+<p>„Hebt gij inderdaad geen vermoeden, welke ontdekking wij in het algemeen belang hebben
+gedaan?”
+</p>
+<p>„Sir!” stoof Baxter op, „ik ben niet van plan, mij raadsels door u te laten opgeven.
+Vertel mij duidelijk, wat gij van mij wenscht en spreekt niet zoo onbegrijpelijk.”
+</p>
+<p>„Mooi!” kraaide de magere redacteur, „dan zal ik het u vertellen.
+</p>
+<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Wij hebben een brief ontvangen en in ons bezit gekregen, die aan u is geschreven door
+Raffles.”
+</p>
+<p>Baxter zette verbaasde oogen op.
+</p>
+<p>Hij ontving meermalen brieven van Raffles en aangenaam waren ze hem nooit.
+</p>
+<p>Hij had ze allemaal genummerd in een lade van zijn schrijftafel weggesloten en kon
+niet begrijpen, hoe een dezer brieven in handen van die twee heeren geraakt kon zijn.
+</p>
+<p>Als dat werkelijk het geval was, dan was het zeer onaangenaam voor hem.
+</p>
+<p>Hij dacht even na en kwam tot het resultaat, dat het in elk geval goed voor hem zou
+zijn, het met het tweetal op een accoordje te gooien want wanneer een dezer brieven
+werd gepubliceerd, zou geheel Londen zich ten zijnen koste amuseeren en de spotbladen
+opnieuw werk krijgen.
+</p>
+<p>Hij haatte deze tijdschriften, die, dank zij Raffles, <span class="pageNum" id="pb13">[<a href="#pb13">13</a>]</span>reeds maandenlang den spot dreven met den inspecteur van Scotland Yard.
+</p>
+<p>Raffles had hem op die manier zoo populair gemaakt, alsof hij de koning in eigen persoon
+ware.
+</p>
+<p>Hij trok de la van zijn schrijftafel open, om er zich voor alles van te overtuigen,
+of alle brieven van Raffles nog in zijn bezit waren.
+</p>
+<p>Mr. Röttger, die de bewegingen van Baxter volgde, zag dadelijk, wat deze van plan
+was.
+</p>
+<p>Hij lachte hoonend en sprak:
+</p>
+<p>„Gij zult tevergeefs naar den brief zoeken, die in onze handen is. Het schrijven is
+toevallig niet aan zijn adres gekomen, door iemand, die u niet genegen is, onderschept
+en bij ons gebracht.”
+</p>
+<p>Baxter vroeg op zenuwachtigen toon:
+</p>
+<p>„Is dat een feit? Men heeft den brief onderschept? Duivels—zou detective Marholm—”
+</p>
+<p>Bij het hooren van dezen naam trapte de redacteur den mooien Guido op de teenen.
+</p>
+<p>De zaak was in orde.
+</p>
+<p>Hij had nu vasten grond onder de voeten.
+</p>
+<p>Tot nu toe was hij er nog niet geheel zeker van geweest, of de beambte inderdaad in
+staat was, zich brieven, geadresseerd aan den politie-inspecteur, toe te eigenen.
+</p>
+<p>Nu hoorde hij het van Baxter zelf, dat dit wel mogelijk was.
+</p>
+<p>Hij besloot nu, geen medelijden te hebben en eischen te gaan stellen.
+</p>
+<p>„Ja, mijn waarde heer inspecteur, daarom sprak ik zooeven over recht en waarheid.
+</p>
+<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>De brief behelsde zeer compromitteerende dingen voor u en gij hebt het alleen te danken
+aan onze fatsoenlijke manier van handelen, dat wij u komen opzoeken en den inhoud
+van den brief niet eenvoudig openbaar maken.
+</p>
+<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Uit uw verhouding tot Raffles, die wij tot in de kleinste bijzonderheden kennen, ik
+herhaal het—” hij drukte den klemtoon op elken lettergreep—„tot in de kleinste bijzonderheden!
+zult gij kunnen besluiten, hoeveel een dergelijke wetenschap ons waard is?!
+</p>
+<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Dat kost u minstens, als wij den brief, publiceeren, uw betrekking.”
+</p>
+<p>Nu brak het angstzweet den inspecteur uit.
+</p>
+<p>De kleine redacteur wreef zich innig voldaan de handen.
+</p>
+<p>De visch zat aan den hengel.
+</p>
+<p>Hij wist niet, dat achter de coulissen Raffles stond, die hen alle drie als marionetten
+aan een touwtje hield.
+</p>
+<p>„Is de brief werkelijk zoo compromitteerend?” vroeg Baxter en hij dacht aan den dag,
+waarop Raffles hem door middel van Charly Brand zijn portefeuille had ontstolen en
+zoodoende inzage had verkregen in zijn Don Juan-avonturen.
+</p>
+<p>„Kan ik den brief inzien?”
+</p>
+<p>„Neen mijnheer,” antwoordde de kleine redacteur, „wij hebben het schrijven gedeponeerd
+bij een notaris voor geval van een proces. Het moet u voldoende zijn, als ik u zeg,
+dat de openbaarmaking van dezen brief u voor eeuwig zou ruïneeren.”
+</p>
+<p>Baxter zuchtte en hield zijn hoofd met beide handen vast.
+</p>
+<p>„Ik word krankzinnig! Ik word gek!—Die Raffles rooft mij mijn verstand!” kermde hij.
+</p>
+<p>„Dat is niet noodig,” sprak Mr. Röttger, „ik neem aan, dat gij verstandig genoeg zijt
+om niet gek te worden, maar om liever met ons te overleggen, hoe gij uw eigen ondergang
+kunt voorkomen.”
+</p>
+<p>Met onzekeren blik keek Baxter den spreker aan.
+</p>
+<p>Plotseling kwam het vermoeden in hem op, dat hij zich met geld uit deze netelige zaak
+kon redden.
+</p>
+<p>„Ik ben bereid,” sprak hij, „indien uwe eischen eenigszins aannemelijk zijn, zal ik
+er mij aan onderwerpen.”
+</p>
+<p>„Dat dacht ik wel,” antwoordde Röttger, „wij zullen het wel eens worden.
+</p>
+<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Denk eens na over het bedrag, dat u hoog genoeg voorkomt, om ons de schade te vergoeden,
+die wij lijden door het niet openbaar maken van een dergelijk schrijven.”
+</p>
+<p>„Schade?” vroeg Baxter, „in hoeverre schade?”
+</p>
+<p>Nu mengde de mooie Guido zich weer in het gesprek.
+</p>
+<p>„Dat kan ik u precies voorrekenen. Denk eens aan een artikel, dat het opschrift droeg:
+„Onthullingen omtrent Raffles en inspecteur Baxter—” wij zouden er in Londen minstens
+een millioen exemplaren van verkoopen.”
+</p>
+<p>Baxter hijgde als een visch, die uit het water wordt gehaald.
+</p>
+<p>„Gij—gij—meent, dat ik een millioen exemplaren zou moeten betalen?”
+</p>
+<p>„Niet alleen dat,” antwoordde de mooie Guido met een onverschillig glimlachje, „het
+materiaal, dat wij hebben verkregen, is niet alleen genoeg voor één nummer, maar voor
+minstens tien.
+</p>
+<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Dat maakt dus, zuinig berekend, een oplage, van <span class="pageNum" id="pb14">[<a href="#pb14">14</a>]</span>week tot week stijgend met 25 procent, van ongeveer 20 millioen exemplaren.”
+</p>
+<p>Alles draaide voor Baxters oogen in het rond.
+</p>
+<p>Getallen van eindelooze lengte dwarrelden voor zijn oogen.
+</p>
+<p>Hij zag in, dat zijn beide bezoekers hem het bloed uit de aderen wilden zuigen.
+</p>
+<p>Tevergeefs dacht hij na, hoe hij een uitweg zou kunnen vinden.
+</p>
+<p>Zijn kwaad geweten, in zake de Don Juan-avonturen<span class="corr" id="xd33e785" title="Niet in bron">,</span> hield hem er van terug, de beide kerels op straat te gooien. Hij was inderdaad bang
+voor zijn naam en betrekking.
+</p>
+<p>„Bedenk bovendien,” sprak de mooie Guido, „dat de artikelen zeer veel opzien zouden
+verwekken en u uw betrekking waarschijnlijk kosten.
+</p>
+<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Gij zijt nu een persoon van aanzien en kunt gemakkelijk nog twintig jaar dienst doen.
+Reken eens na, welk een verlies het voor u zou zijn, als gij de verdere jaren van
+uw leven uw salaris als inspecteur van politie der stad Londen niet meer zoudt ontvangen.”
+</p>
+<p>Baxter begreep, dat de mooie Guido gelijk had.
+</p>
+<p>Hij verzamelde al zijn kracht en antwoordde:
+</p>
+<p>„Laat mij tot morgen tijd. Ik kan hieromtrent niet zoo snel een besluit nemen.”
+</p>
+<p>„Goed,” antwoordde de kleine redacteur, „wij zullen dan terugkomen, gij kunt intusschen
+nadenken of gij onze voorwaarden inwilligt.
+</p>
+<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Waar zullen wij elkaar ontmoeten?”
+</p>
+<p>Na eenig nadenken antwoordde Baxter:
+</p>
+<p>„In hotel Granmercy.”
+</p>
+<p>Mr. Röttger knikte en de bezoekers gingen heen.
+</p>
+<p>Baxter zonk met een zucht van verlichting in den stoel bij zijn schrijftafel en wenschte
+vurig, geen inspecteur van Scotland Yard te zijn.
+</p>
+<p>Intusschen kwam Marholm binnen en, terwijl hij het parfum uit den zakdoek van den
+mooien Guido opsnoof, sprak hij:
+</p>
+<p>„Ik geloof, dat het heel goed zou zijn, als wij hier eens een beetje frissche lucht
+binnenlieten. Het ruikt hier, alsof men in een chambre séparée kwam. Damesbezoek gehad?”
+</p>
+<p>„Neen,” zuchtte Baxter met een blik vol angst naar de deur. „Kent gij de beide heeren,
+die mij zooeven bezochten?”
+</p>
+<p>„Natuurlijk,” glimlachte de vloo, „de een, die kleine, magere, moest eigenlijk, voordat
+men hem ontvangt, flink ingespoten worden met insectenpoeder, men moet anders bang
+zijn—” hij maakte een krabbende beweging—„iets over te erven van zijn bezoekers.
+</p>
+<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Bovendien zou het voor allebei goed zijn, als men ze aan een flinken hennepstrop ophing!”
+</p>
+<p>„Is de kerel gevaarlijk?” vroeg Baxter.
+</p>
+<p>„Gevaarlijk?” herhaalde de vloo. „Zulk een afperser is veel gevaarlijker dan Jack,
+de moordenaar. Die doodt zijn slachtoffers door een enkelen steek. Maar deze schurk
+kwelt hen weken- en maandenlang, voordat hij ze zoodanig tot wanhoop brengt, dat zij
+de hand aan zichzelf slaan.
+</p>
+<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Hij is een der gevaarlijkste sujetten, die hier in Londen rondloopen. Hij heeft moorden
+op zijn geweten en toch staat hij buiten het bereik van eenigen aardschen rechter.
+</p>
+<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Jammer. Ik ken maar één mensch, die hem zou kunnen straffen—Raffles!”
+</p>
+<p>„Gij hebt gelijk,” knikte Baxter.
+</p>
+<p>De naam Raffles, dien hij anders niet wilde hooren, klonk hem op dit oogenblik als
+hemelsche muziek.
+</p>
+<p>„Zeg eens, Marholm, zou het niet mogelijk zijn—natuurlijk mag niemand, behalve wij
+het weten—dat gij u met Raffles in verbinding steldet en hem het een en ander omtrent
+deze schurken meedeeldet?”
+</p>
+<p>Een verbaasd glimlachje vloog over de trekken van Marholm.
+</p>
+<p>Het was geen slecht idee—politie-inspecteur Baxter en hij medeplichtigen van Raffles!!!
+</p>
+<p>Drommels—dat was een prachtige geschiedenis!
+</p>
+<p>„Jawel,” antwoordde hij, „dat kan ik wel doen. Dat wil zeggen, gij moet mij zwart
+op wit geven, dat gij als gij dezen keer Raffles weer niet in handen krijgt, mij niet
+gevangen neemt. Daarvoor bedank ik!”
+</p>
+<p>„Ik verzeker u,” sprak Baxter, „dat gij mij een onschatbaren dienst bewijst, als gij
+er voor zorgt, dat Raffles deze beide sujetten van de Alarmkreet op het spoor komt
+en ze onschadelijk maakt.”
+</p>
+<p>„Nu, nu,” lachte de vloo, „gij weet immers wel, dat Raffles niemand vermoordt! Maar
+gij schijnt tamelijk gebeten te zijn op dat tweetal. De opdracht, die gij mij geeft,
+is bijna een bevel aan Raffles om het stel schurken in de Theems te gooien met een
+kanon uit den Tower aan hun voeten als ballast.
+</p>
+<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Wat wenschten de beide heeren van u?”
+</p>
+<p>Baxter aarzelde eenige oogenblikken of hij Marholm de waarheid zou zeggen.
+</p>
+<p>Hij besloot het te doen en sprak:
+</p>
+<p>„De kerels beweren, dat zij een brief in hun bezit hebben, dien Raffles aan mij heeft
+geschreven. Als zij <span class="pageNum" id="pb15">[<a href="#pb15">15</a>]</span>hem publiceerden, zou mij dat mijn betrekking kosten!”
+</p>
+<p>„Dat kan ik niet gelooven,” antwoordde Marholm hoofdschuddend, „Raffles is immers
+uw intieme vriend. Hij doet alles behalve u in uw betrekking te benadeelen. Een beter
+inspecteur van politie dan gij zijt, zou hij moeilijk kunnen vinden—dat weet gij zelf
+het best.”
+</p>
+<p>Baxter hoorde nauwelijks, wat Marholm zei en mompelde:
+</p>
+<p>„Ja, ja, gij hebt gelijk!”
+</p>
+<p><span id="xd33e843"></span>Een hartelijk lachen van de vloo weerklonk, waarvan de inspecteur de reden niet begreep.<span id="xd33e845"></span>
+</p>
+<p>„Dat doet mij genoegen,” riep Marholm uit, „dat gij dat inziet!”
+</p>
+<p>„Ja, ja,” herhaalde de inspecteur, „ik zie alles in, maar de hoofdzaak voor mij is,
+dat gij zoo spoedig mogelijk Raffles op het spoor brengt van die twee, liefst nog
+vandaag.”
+</p>
+<p>„Dat zal ik wel in orde brengen,” antwoordde Marholm, „dan verzoek ik u onmiddellijk
+om verlof.”
+</p>
+<p>„Weet gij dan, waar Raffles zich ophoudt?”
+</p>
+<p>„Natuurlijk weet ik dat. Maar daar ik nu geen dienstdoende detective ben, doch eenvoudig
+uw secretaris, gaat mij dat verder niets aan. Dat is geheel en al mijn particuliere
+zaak.”
+</p>
+<p>„Gij zijt een eigenaardig mensch,” vond de inspecteur hoofdschuddend, „vijfduizend
+pond sterling zijn uitgeloofd voor dengeen, die hem te pakken kan krijgen!”
+</p>
+<p>„Weet gij,” lachte Marholm, „voor vijfduizend pond sterling kan ik mij niet zooveel
+plezier koopen als Raffles mij dagelijks bereidt—al was het ook tienduizend pond sterling,
+dan nog zou ik graag afstand doen van het geld, als Raffles mij belooft, voorloopig
+nog niet op zijn lauweren te gaan rusten.
+</p>
+<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Kan ik nu gaan?”
+</p>
+<p>„Luister eens, mijn beste Marholm. Bij deze aangelegenheid staat ook uw eigen eer
+op het spel, want indien hier werkelijk een brief verduisterd is, dan zoudt gij de
+schuldige zijn. Indirect maken die twee menschen u zelfs verdacht.”
+</p>
+<p>„Ik zal gehakt van hen maken voor hun onbeschaamdheid,” bromde Marholm. „Wees nu maar
+onbezorgd, binnen een paar uur zal ik uw wensch hebben uitgevoerd.
+</p>
+<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Raffles zal zich wel met die twee schurken belasten. Hij doet het wel uit eigenbelang,
+om u als politieinspecteur te behouden.”
+</p>
+<p>Marholm maakte zich gereed om te gaan en Baxter keek zijn secretaris na met gewaarwordingen
+van verschillenden aard.
+</p>
+<p>Marholm echter mompelde:
+</p>
+<p>„Een gekke zaak! Anders kan ik Baxter het lekkerste maal bederven door den naam van
+Raffles te noemen en nu is Raffles op eens de persoon geworden, dien hij noodig heeft.
+</p>
+<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Een eigenaardige wereld!”—
+<span class="pageNum" id="pb16">[<a href="#pb16">16</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch3" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#ch3.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h2 class="label">DERDE HOOFDSTUK.</h2>
+<h2 class="main">DE MOEDERMOORDENAAR.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">De mooie Guido en mr. Röttger begaven zich, nadat zij den inspecteur van politie hadden
+verlaten, naar de woning van den vermeenden detective Marholm.
+</p>
+<p>„De zaak is gewonnen,” riep de kleine redacteur tot Raffles, toen hij bij hem in de
+kamer trad. „Tot morgenmiddag denkt de politie-inspecteur er over na, wat hij ons
+denkt te betalen.”
+</p>
+<p>„Dat is prachtig!” antwoordde de groote onbekende lachend. Hij had gedacht, dat Baxter
+het geval zou omdraaien en zoowel den eigenaar als den redacteur der Alarmkreet gevangen
+zou nemen.
+</p>
+<p>En in plaats daarvan— —
+</p>
+<p>Raffles dacht na.
+</p>
+<p>De zaak was anders geloopen dan hij gedacht had.
+</p>
+<p>Hij kon niet begrijpen om welke reden Baxter zich bereid had verklaard, den beiden
+bedriegers geld te betalen. Misschien wilde de inspecteur op deze wijze tijd winnen,
+om ze den volgenden dag des te zekerder in handen te hebben.
+</p>
+<p>„Ik heb een mooi zaakje,” sprak Raffles na eenig stilzwijgen.
+</p>
+<p>„Onlangs is een beschuldiging ingekomen, van een bediende jegens zijn heer, een zekeren
+Lord Melbourne. Dit stuk werd door den politieinspecteur ter zijde gelegd, omdat—
+—”
+</p>
+<p>Raffles maakte de beweging van geld tellen.
+</p>
+<p>„Is die Lord Melbourne rijk?” vroeg de kleine redacteur.
+</p>
+<p>„Zeer rijk,” antwoordde Raffles. „Die betaalt u gemakkelijk zooveel, dat gij het niet
+weg kunt dragen.”
+</p>
+<p><span id="xd33e888"></span>De oogen der beide journalisten glinsterden vol hebzucht.
+</p>
+<p>„Wat heeft hij uitgehaald?” informeerde de kleine magere.
+</p>
+<p>„Een gekke geschiedenis,” vertelde Raffles. „De bediende beweerde zeker te weten,
+dat de Lord zijn stiefmoeder had vergiftigd, die de erfgename was van het vaderlijke
+vermogen, na wier dood hij eerst in het bezit van het geld zou komen.
+</p>
+<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Als gij den bediende wenscht te spreken, ben ik gaarne bereid, den man bij u te zenden.
+Ik ken hem.
+</p>
+<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Het is mijn vaste overtuiging, dat alles, wat de bediende heeft beweerd, een feit
+is.”
+</p>
+<p>„Maar gij zijt goud waard!” riep de mooie Guido, die op een stoel had plaats genomen
+en zijn nagels polijstte.
+</p>
+<p>„Waar woont de Lord?” vroeg de kleine Röttger.
+</p>
+<p>„Regentpark no. 16,” antwoordde Raffles, „ik sprak den bediende vanmorgen; hij deelde
+mij mede, dat de Lord van plan is, op reis te gaan. Gij moet dus, als gij iets wilt
+bereiken, snel handelen.”
+</p>
+<p>„Kan ik den bediende spreken?” vroeg de redacteur.
+</p>
+<p>„Dat kan ik u niet zeggen,” sprak de groote onbekende schouderophalend, „Maar Lord
+Melbourne is, zoover ik weet, altijd van drie tot vijf voor het diner te huis. Gij
+kunt hem bepaald in dien tijd treffen.
+</p>
+<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Ga hem eens opzoeken. Ik denk, dat wij reeds hedenavond een paar duizend pond sterling
+rijker zullen zijn.”
+</p>
+<p>„Ik heb dringend geld noodig,” vertelde de mooie Guido lachend, „ik heb gisteren tamelijk
+groote verliezen geleden bij het spel in de club.
+</p>
+<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Laten wij eens zien, wat wij van den man los kunnen krijgen.”
+</p>
+<p>„Maar eerst moeten wij iets eten,” stelde de redacteur voor, „mijn maag bromt bedenkelijk
+en als ik honger heb, kan ik dergelijk werk niet doen.
+</p>
+<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Sluit gij u bij ons aan, Mr. Marholm?”
+</p>
+<p>„Het spijt mij,” antwoordde Raffles, „maar ik durf mij niet met u samen in het publiek
+vertoonen, dat is te gevaarlijk.”
+</p>
+<p>Op dit oogenblik werd er aan de deur geklopt.
+</p>
+<p>De groote onbekende, die niemand had verwacht, keek verbaasd op en riep:
+</p>
+<p lang="en">„Come in!”
+</p>
+<p>De deur ging open en met het gemoedelijke glimlachje, dat hem eigen was, trad de vloo
+het vertrek binnen.
+<span class="pageNum" id="pb17">[<a href="#pb17">17</a>]</span></p>
+<p>Nu bevond Marholm zich bij Marholm.
+</p>
+<p>Een oogenblik schrikte Raffles.
+</p>
+<p>Hij dacht aan een overval van de politie.
+</p>
+<p>Onmiddellijk echter had hij zijn zelfbeheersching herwonnen en, zich tot Mr. Röttger
+wendend, die den detective had herkend, maar zijn naam niet wist, sprak hij:
+</p>
+<p>„De heeren moeten mij verontschuldigen, ik ben nu verhinderd.”
+</p>
+<p>„Wij zullen u bericht doen toekomen betreffende den Lord,” sprak Mr. Kroyzer en hij
+verliet met zijn compagnon Raffles.
+</p>
+<p>Toen zij de trap afliepen, waren zij er nog zekerder van, met detective Marholm te
+doen te hebben, omdat een collega uit het hoofdbureau van politie hem bezocht.
+</p>
+<p>Nauwelijks hadden de beide afpersers de deur gesloten, of de vloo legde zijn wijsvinger
+op den mond en fluisterde, met een blik op de deur: „Sst!”
+</p>
+<p>Daarop luisterde hij, totdat hun schreden niet meer hoorbaar waren, en zich tot den
+grooten onbekende wendend, sprak hij:
+</p>
+<p>„Goeden dag, Mr. Raffles.
+</p>
+<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Ik kom in opdracht van den inspecteur van politie, maar niet om u gevangen te nemen,
+doch om uw hulp in te roepen tegen de beide sujetten, die zooeven bij waren!”
+</p>
+<p>„Ik houd mij reeds met hen bezig,” antwoordde Raffles, „neem plaats, Mr. Marholm.
+Als ik u een sigaar of een sigarette mag aanbieder dan als ’t u belieft.”
+</p>
+<p>Marholm nam plaats naast de schrijftafel, waaraan de groote onbekende zat en sprak,
+terwijl hij een sigarette aanstak:
+</p>
+<p>„Tot dusverre heb ik slechts van den rook uwer sigaretten kunnen genieten en dat was
+het eenige, wat gij achterliet, als wij u wilden hebben, gij zelf waart helaas altijd
+als rook vervlogen.”
+</p>
+<p>Raffles glimlachte vroolijk.
+</p>
+<p>Hij was nu gerustgesteld en begreep, dat Marholm inderdaad slechts voor particuliere
+zaken bij hem was gekomen.
+</p>
+<p>„Het doet mij genoegen, dat mijn sigarette u smaakt, als het u aangenaam is, dan zal
+ik ze u voortaan doen toekomen.
+</p>
+<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Maar vertel mij nu vóór alles, hoe gij den weg naar hier hebt gevonden?”
+</p>
+<p>„Heel eenvoudig,” lachte de vloo, „ik ben achter de twee heeren, die bij u waren,
+aangeloopen.”
+</p>
+<p>„Hoe bedoelt gij dat?”
+</p>
+<p>„Dat is waar,” lachte Marholm, „gij kunt niet weten, dat die beide gentlemen zich
+een uur geleden bij inspecteur Baxter bevonden en ik hen, toen ik uit het bureau kwam,
+nog op straat vond en hoorde, hoe Mr. Röttger juist zei:
+</p>
+<p>„Nu gaan wij naar detective Marholm.”
+</p>
+<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Gij kunt u voorstellen, Mr. Raffles, dat ik er heel veel belang in stelde om te weten,
+waar de tweede detective Marholm in Londen woonde.
+</p>
+<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Daarom volgde ik het tweetal, klopte op de deur, en vond u, mijn dubbelganger, Mr.
+Marholm!”
+</p>
+<p>„Wel,” lachte Raffles, „ik heb de eer, mij aan u voor te stellen. Ik heet tijdelijk
+Marholm.”
+</p>
+<p>„Groote eer voor mij,” antwoordde zijn bezoeker, „dat gij u zoo voor mijn persoon
+interesseert. Ik had nooit kunnen denken, waartoe mijn naam al niet moest dienen.
+</p>
+<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Maar nu wil ik u eerst zeggen, waarvoor ik hier bij u ben. Ik heb een boodschap voor
+u, die geld waard is!”
+</p>
+<p>Raffles blies den rook van zijn sigarette in mooie ringen omhoog en antwoordde:
+</p>
+<p>„Ik ben zeer nieuwsgierig, het doel van uw komst te vernemen.”
+</p>
+<p>„Uit naam van uw hooggewaardeerden vriend, mijn chef, den inspecteur van politie Baxter
+van Scotland Yard, moet ik u verzoeken, u bezig te houden met die beide kerels, den
+redacteur en den eigenaar der Alarmkreet, en deze beide heeren ergens in de Theems
+te gooien met een kanon uit den Tower aan de voeten om hun te beletten, ooit weer
+boven te komen.
+</p>
+<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Zoo ongeveer luidt de opdracht, die inspecteur Baxter mij voor u gaf.”
+</p>
+<p>„Uitstekend,” riep Raffles lachend uit, „dan is alles gegaan, zooals ik het wenschte.
+Ik was al bang, dat de beide boeven den inspecteur hadden bepraat en dat ik mijn spel
+tegenover hen had verloren.
+</p>
+<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Ik houd mij reeds met de kerels bezig.”
+</p>
+<p>„Dat begreep ik dadelijk, toen ik hen beiden bij u ontmoette.
+</p>
+<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Dus was het bezoek bij den inspecteur slechts een gevolg van hetgeen gij met de schurken
+voor hebt?”
+</p>
+<p>„Ja,”, lachte Raffles, „ik dacht, dat Mr. Baxter hen misschien gevangen zou nemen.
+Ik heb ze namelijk door middel van een brief op uw chef afgezonden.”
+<span class="pageNum" id="pb18">[<a href="#pb18">18</a>]</span></p>
+<p>„Klopt!” riep de vloo uit, „dat is de brief, dien ik onderschept moet hebben.”
+</p>
+<p>„Juist,” antwoordde de groote onbekende, „ik moest het geloofwaardig voorstellen,
+daarom nam ik uw naam aan en stelde mij aan hen voor als secretaris van het hoofdbureau
+van politie.”
+</p>
+<p>„Maar de spitsboeven hebben mij nu gezien,” sprak Marholm op bedenkelijken toon.
+</p>
+<p>„Kennen zij uw naam?” vroeg Raffles in gespannen aandacht.
+</p>
+<p>„No, Sir!”
+</p>
+<p>„Wel! Dan hebben wij niets te vreezen. De beide heeren weten nog niet, dat gij de
+werkelijke Marholm zijt en ik de valsche ben.
+</p>
+<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Kent gij den inhoud van den brief, Mr?”
+</p>
+<p>Marholm schudde het hoofd en sprak:
+</p>
+<p>„Dien ken ik noch inspecteur Baxter. Na het gesprek in de kamer van mijn chef, dat
+ik afluisterde, zei de kleine Röttger alleen, dat zij een brief van Raffles aan den
+inspecteur van politie in handen hadden, die hem zoodanig compromitteerde, dat hij
+zijn betrekking kon verliezen.”
+</p>
+<p>„Verder zei hij niets?”
+</p>
+<p>„No, Sir, verder niets.”
+</p>
+<p>„Fameus,” lachte Raffles, „dan is de inspecteur van politie waarschijnlijk bang, dat
+ik hen beiden mededeeling heb gedaan over zijn liefdesavonturen. Maar dat is niet
+waar.
+</p>
+<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Ik heb hun een brief gegeven, waarin ik hun het bewijs leverde, dat ik, Lord Lister,
+genaamd Raffles, de groote onbekende, met den inspecteur van politie samen werk en
+elken buit met hem deel.”
+</p>
+<p>Marholm sloeg zich op de dijen, dat het klapte.
+</p>
+<p>„Prachtig!” riep hij schaterlachend uit. „Als gij dat eens aan Baxter had meegedeeld.
+Hij zou u zoo zeker als tweemaal twee vier is, in een cel hebben opgesloten en u daarenboven
+een flink pak slaag laten geven.”
+</p>
+<p>„Ik heb den beiden heeren nog meer verteld. Ik heb hun gezegd, dat Baxter van beruchte
+huizen, speelholen en eenige misdadigersbenden elke maand bepaalde bedragen ontvangt
+en daardoor millionnair is geworden.”
+</p>
+<p>„Die arme Baxter,” lachte Marholm, „als hij eens wist, wat gij hem ten laste legt!
+Ik denk dat hij werkelijk krankzinnig zou worden.
+</p>
+<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Maar als die pennelikkers dat, wat gij hun hebt wijsgemaakt, aan den inspecteur hadden
+verteld, om hem geld af te persen, dan denk ik, dat de duivel in Baxter was gevaren
+en dat hij aan de beide kerels een ongeluk had begaan.”
+</p>
+<p>„Ik heb nu een beter plan,” sprak Raffles. „Ga nu naar inspecteur Baxter en deel hem
+mede, wat ik van plan ben en vertel hem ook den inhoud van den brief.
+</p>
+<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Zeg hem, dat hij zich morgenmiddag den inhoud van den brief door mr. Röttger moet
+laten vertellen. Dan kan hij hem gemakkelijk wegens afpersing en lasterlijke aantijging
+gevangen nemen.”
+</p>
+<p>„Een goed idee,” knikte Marholm, „en als gij mij nog een paar van uw cigaretten wilt
+meegeven, dan ga ik zeer voldaan heen om den inspecteur mee te deelen, dat gij de
+zaak in handen hebt genomen.”
+</p>
+<p>Hij nam afscheid en verliet Raffles.
+</p>
+<p>Eenige minuten later nam Lord Lister een rijtuig en reed weg.
+</p>
+<p>Onderweg haalde hij in de Albanstraat, waar hij een klein huis van twee verdiepingen
+bewoonde, Charly Brand af en gaf dezen de volgende inlichtingen:
+</p>
+<p>„Charly, we hebben een uitstekende grap! Jij moet nu mijn bediende voorstellen. Binnen
+een paar uur zullen de redacteur en de eigenaar van de Alarmkreet mij in mijn oude
+villa bezoeken en denken, dat zij zich bij een zekeren Lord <span class="corr" id="xd33e1017" title="Bron: Melbourn">Melbourne</span> bevinden.
+</p>
+<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Dat ben ik.
+</p>
+<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Ik zal mij zoodanig vermommen, dat zij mij onmogelijk herkennen.
+</p>
+<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Ik denk, dat ik een grap met die kerels zal uithalen, zooals ik nog zelden heb beleefd.”
+</p>
+<p>In de villa werd Charly Brand in de kleedkamer, waar zich ontelbare kostuums, pruiken
+en baarden bevonden, in een kamerdienaar veranderd, terwijl hij zelf zijn gelaat totaal
+onkenbaar maakte.
+</p>
+<p>Daarop opende hij de ramen in zijn studeerkamer en wachtte op de dingen, die komen
+zouden.
+</p>
+<p>Uit zijn sportartikelen zocht hij een goede rijzweep uit, zooals men die op de vossenjacht
+gebruikt.
+</p>
+<p>Die legde hij blijkbaar achteloos op den schoorsteenrand, maar zoodanig onder zijn
+bereik, dat hij slechts zijn hand behoefde uit te strekken om haar op te nemen.
+<span class="pageNum" id="pb19">[<a href="#pb19">19</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch4" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#ch4.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h2 class="label">VIERDE HOOFDSTUK.</h2>
+<h2 class="main">EEN HEILZAME LES.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Het was kort na het diner, toen Charly Brand, die er als een deftige, oude kamerdienaar
+uitzag, bij Raffles, alias Lord Melbourne, twee heeren aanmeldde, die hem wenschten
+te spreken.
+</p>
+<p>„Mijn naam is Röttger,” zoo stelde de redacteur zich voor, „ik ben de leider van de
+Alarmkreet.
+</p>
+<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Ik strijd voor recht, vrijheid en waarheid. Ik offer mij op voor mijn principes, voor
+de onbeschermde deugd en vernietig alles wat slecht en gemeen is!”
+</p>
+<p>„Foei duivel!” De groote onbekende spuwde met een grooten boog in de naast zijn schrijftafel
+staande spuwbak.
+</p>
+<p>„Neem mij niet kwalijk,” sprak hij tot de heeren, „ik lijd aan te grooten toevoer
+van speeksel.”
+</p>
+<p>Beide bezoekers maten Lord Melbourne met vijandige blikken.
+</p>
+<p>Zij konden niet bewijzen, dat het spuwen op hen betrekking had.
+</p>
+<p>„Dus gij zijt de redacteur van de Alarmkreet?” vroeg Raffles na eenig zwijgen. „Is
+dat een nieuwe courant?”
+</p>
+<p>Mr. Kroyzer zette een verontwaardigd gelaat, hij wilde reeds een scherp antwoord geven,
+maar de mooie Guido was hem voor:
+</p>
+<p>„Hebt gij werkelijk nog nooit over ons blad hooren spreken, Lord Melbourne?”
+</p>
+<p>Raffles haalde de schouders op.
+</p>
+<p>„Het spijt mij zeer, ik lees behalve de „<span lang="en">Times</span>” en de Parijsche „<span lang="fr">Figaro</span>”, en nog het „<span lang="de">Berliner Tageblatt</span>” en de „<span lang="en">New-York Herald</span>”<span class="corr" id="xd33e1068" title="Niet in bron">,</span> geen andere couranten.
+</p>
+<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Men kan natuurlijk niet alles lezen wat ter perse komt.
+</p>
+<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Ik geloof dat de uren van den dag nauwelijks toereikend zouden zijn om de alleen al
+in Londen verschijnende couranten en tijdschriften te lezen. Men heeft toch ook nog
+andere bezigheden. Dat zult ge mij moeten toegeven”.
+</p>
+<p>De kleine redacteur knikte bevestigend en zei:
+</p>
+<p>„U heeft gelijk, Lord Melbourne, maar onze courant, de Alarmkreet, is iets wat ieder
+moet leeren kennen.
+</p>
+<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Het is een orgaan, dat strijdt voor de hoogste moraal; het is de bezem, die de modderpoelen
+van het moderne leven moet reinigen van hun stinkend vuil.”
+</p>
+<p>Weer spuwde Raffles.
+</p>
+<p>Daarop lachte hij.
+</p>
+<p>„Eene aangename taak is dat. Vertel mij eens, hoe houdt gij dat op den duur toch uit?
+Het is geen aanbevelenswaardige arbeid. Daar heb je gauw genoeg van!”
+</p>
+<p>Mr. Röttger sloeg zich trotsch op de borst.
+</p>
+<p>„Slechts mannen als ik, die een onzelfzuchtig, sterk en groot karakter hebben, zijn
+in staat, om evenals Herkules <span class="corr" id="xd33e1088" title="Bron: Augiastallen">Augiasstallen</span> te reinigen.”
+</p>
+<p>„Prachtig”, sprak Raffles, „ik wil u daar niet van terughouden, en daar uw tijd voor
+het groote werk zeer kostbaar is, moet gij dien niet bij mij verzuimen. Keer naar
+uw eigen omgeving terug!”
+</p>
+<p>De kleine journalist wierp Raffles een woedenden blik toe.
+</p>
+<p>Hij hield er niet van om op een dergelijke manier met woorden de deur uit te worden
+gegooid.
+</p>
+<p>„Pardon”, antwoordde hij, „de tijd, dien ik bij u doorbreng, is voor mij geen verlorene.”
+</p>
+<p>„Zoo, zoo”, lachte Raffles, „wilt gij daarmee zeggen, dat wij ons hier bij mij in
+een Augiasstal bevinden?”
+</p>
+<p>„Ja”, bevestigde de redacteur, „ik zou u anders niet hebben opgezocht, Lord Melbourne.
+Hier is een der smerigste plaatsen in den grooten modderpoel van het moderne leven,
+die ik ooit heb ontdekt.”
+<span class="pageNum" id="pb20">[<a href="#pb20">20</a>]</span></p>
+<p>Lord Melbourne lachte hartelijk.
+</p>
+<p>Daarop keek hij met vroolijken blik de kostbaar ingerichte kamer rond en sprak:
+</p>
+<p>„Wel, als het nergens smeriger is dan bij mij, moeten zelfs varkens zeer netjes wonen.”
+</p>
+<p>„Gij begrijpt wel”, siste Mr. Röttger, „ik bedoel daarmede, dat niet uw kamers, maar
+gijzelf smerig en vuil zijt!”
+</p>
+<p>„Ho, ho!” viel Raffles hem lachend in de rede, „ik heb vanmorgen gebaad, evenals elken
+dag.”
+</p>
+<p>Nu werd de kleine redacteur venijnig:
+</p>
+<p>„Het lichaam kan misschien zuiver zijn, maar de ziel is onrein als het vuilste riool.”
+</p>
+<p>„<span class="corr" id="xd33e1109" lang="en" title="Bron: Allright">All right</span>”, knikte de Lord, „dan zal ik u als puttenschepper aanstellen. Hoeveel verlangt gij
+per maand?”
+</p>
+<p>„Laat ons niet schertsen, Lord Melbourne, ik moet u over ernstige dingen spreken.
+Het is voor u een levenskwestie!”
+</p>
+<p>John Raffles stak een sigaret aan en blies zijn bezoeker den rook in het gelaat.
+</p>
+<p>„Ik geloof, dat gij u vergist. Over mijn bestaan had alleen mijn vader eenmaal te
+beschikken.”
+</p>
+<p>„Of de wet.”
+</p>
+<p>„Hoe bedoelt gij dat?”
+</p>
+<p>Raffles nam den redacteur van het hoofd tot de voeten op en Mr. Röttger voelde zich
+door den blik der zwarte oogen verontrust.
+</p>
+<p>Een onbehaaglijk gevoel, alsof hij hem reeds hier of daar had ontmoet, maakte hem
+zenuwachtig.
+</p>
+<p>Maar tevergeefs dacht hij na; hij herkende in de spotachtig lachende oogen van Lord
+Melbourne niet die, welke detective Marholm, d. w. z. de onechte Marholm, in zijn
+hoofd had.
+</p>
+<p>„Hoor mij een paar seconden aan”, sprak hij tot Raffles. „Gij zult thans voldoende
+op de hoogte zijn van mijn persoon en mijn courant.”
+</p>
+<p>„Ongetwijfeld”, antwoordde de groote Onbekende, „ik ken u zoo nauwkeurig, alsof gij
+jarenlang mijn kamerdienaar waart geweest.”
+</p>
+<p>Opnieuw trof hem een vijandige blik.
+</p>
+<p>Met een verachtelijk gebaar deed de kleine redacteur stilzwijgend afstand van het
+baantje van kamerdienaar en zei:
+</p>
+<p>„Gij overschat uzelf, Lord Melbourne, zelfs Zijne Majesteit zou er zich niet op kunnen
+beroemen, mij in Zijnen dienst te hebben gehad.”
+</p>
+<p>„Nu, nu,” lachte Lord Lister, „spreekt gij Spaansch?”
+</p>
+<p>„Neen, hoezoo?”
+</p>
+<p>„Russisch?”
+</p>
+<p>„Neen?”
+</p>
+<p>„Italiaansch, Fransch?”
+</p>
+<p>„Neen?”
+</p>
+<p>„Kunt gij friseeren, masseeren, enz.?”
+</p>
+<p>„Verduiveld, neen!”
+</p>
+<p>„Een costuum beugelen? Of een das binden?”
+</p>
+<p>Een toornig luid „Neen”, deed zich opnieuw hooren.
+</p>
+<p>„Ziet ge,” sprak Raffles, „dan zijt gij in ’t geheel niet bekwaam om kamerdienaar
+te worden”.
+</p>
+<p>„Maar schrijven kan ik”, herhaalde de kleine redacteur op scherpen toon.
+</p>
+<p>„Neem mij niet kwalijk”, lachte zijn overbuur, „schrijven kan mijn kamerdienaar ook.
+Dat is toch een schoolvak, dat iederen straatjongen wordt aangeleerd”.
+</p>
+<p>„Ik bedoel letterkundig!”
+</p>
+<p>Een lang gerekt „Zoo-oo …!” was het eenige antwoord, weer blies Lord Lister met spottend
+gekrulde lippen den rook van zijn sigaret in het gelaat van den journalist en sprak:
+</p>
+<p>„Misschien kan mijn kamerdienaar dat ook.
+</p>
+<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Hij zou b.v. een werk kunnen uitgeven: „Onthullingen uit het slaapvertrek van mijn
+meester”, of „De liefdesavonturen van mijn meester”, of „De schuldeischers”— —of „Verhalen
+van een kamerdienaar”. Ik denk, dat dit alles in den tegenwoordigen tijd veel bijval
+zou verwerven. Men leest in de zoogenaamd letterkundig-ontwikkelde kringen dergelijke
+zaken graag”.
+</p>
+<p>„Maar,” verdedigde zich de kleine redacteur, „dat wat ik schrijf, zal uw kamerdienaar
+niet kunnen schrijven. Daartoe ontbreken hem de gegevens.
+</p>
+<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Ik heb bijvoorbeeld een artikel in de pen met het opschrift:
+</p>
+<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>„Sensationeele onthullingen omtrent den geheimzinnigen dood der oude Lady Melbourne”.<span class="corr" id="xd33e1154" title="Niet in bron">”</span>
+</p>
+<p>„Klopt niet”, glimlachte de Lord.
+</p>
+<p>„In hoeverre niet?”
+</p>
+<p>„Wel, omdat de Lady nog niet zoo oud was, ik kan het weten. Mijn stiefmoeder was dertig
+jaar toen zij stierf. Zij was jonger dan ik”.
+</p>
+<p>De redacteur zette verbaasde oogen op.
+</p>
+<p>Maar hij beheerschte zich en antwoordde:
+</p>
+<p>„De leeftijd heeft er ook niets mee te maken. De hoofdzaak zijn de onthullingen omtrent
+den geheimzinnigen dood”.
+</p>
+<p>„Dat is mogelijk”, stemde Raffles toe, „maar omdat deze onthullingen op even onvoldoende
+informaties <span class="pageNum" id="pb21">[<a href="#pb21">21</a>]</span>berusten als die omtrent den leeftijd der Lady, ziet het er slecht mee uit”.
+</p>
+<p>„Maak u niet ongerust,” mengde zich Mr. Kroyzer in het gesprek, „mijn redacteur heeft
+niet naar den leeftijd geïnformeerd. Maar omtrent den dood van uw stiefmoeder weet
+hij alles.”
+</p>
+<p>„Dat vind ik interessant”, riep de Lord uit, „wanneer is de Lady dan gestorven?”
+</p>
+<p>„Dat weet gij evengoed als ik”, antwoordde Mr. Röttger, terwijl hij het inderdaad
+niet wist.
+</p>
+<p>„Oho”, lachte Raffles, „gij vergist u. Mij is de datum van het overlijden van mijn
+stiefmoeder tot op heden nog niet bekend”.
+</p>
+<p>Nu richtte de kleine redacteur zich in zijn volle lengte op, wierp den Lord een verachtelijken
+blik toe en sprak:
+</p>
+<p>„Ik ben niet hier gekomen, om met u verstoppertje te spelen, gij weet evengoed, als
+ik, wat ik bedoel.”
+</p>
+<p>Raffles haalde de schouders op.
+</p>
+<p>„Ik weet inderdaad niet, wat gij wenscht”.
+</p>
+<p>„Sir”, antwoordde Röttger nu op bruusken toon, „er is slechts één artikel in de Alarmkreet
+noodig, om u in een smadelijk proces te wikkelen”.
+</p>
+<p>„Daaraan twijfel ik geen oogenblik”, sprak de Lord op kalmen toon, „het is alleen
+de vraag, voor wien het proces smadelijk zou zijn, voor u of voor mij”.
+</p>
+<p>„Alleen voor u!”
+</p>
+<p>Nauwelijks was dit woord gesproken, of de Lord sprong plotseling van zijn stoel op
+en mat den redacteur met een doordringenden blik.
+</p>
+<p>„Als gij er de persoon naar waart, zoudt gij mij op een andere plaats rekenschap van
+uw woorden moeten geven!”
+</p>
+<p>„Ik zal u rekenschap geven”, siste Röttger, „maar met mijn wapenen: met pen en inkt.
+En nu wil ik u nog iets zeggen, Lord Melbourne:
+</p>
+<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Er zijn sterke bewijzen voorhanden, dat gij de schuld draagt van den dood uwer stiefmoeder.
+Ja, dat gij zelfs haar dood opzettelijk hebt veroorzaakt.”
+</p>
+<p>Raffles kruiste de armen.
+</p>
+<p>„En al ware dat het geval, wat gaat het u dan nog aan? Zijt gij rechter of inspecteur
+van politie?”
+</p>
+<p>„Dat niet, maar ik ben de redacteur, der Alarmkreet en als zoodanig maak ik dergelijke
+dingen, als zij mij ter oore komen, bekend en deel ze aan de autoriteiten mee”.
+</p>
+<p>„Dat wil zeggen”, sprak Raffles, „dat gij u eerst riemen snijdt uit de huid van uw
+slachtoffers, om daarna de ongelukkigen achter slot en grendel te helpen”.
+</p>
+<p>„Gij kunt beide dingen vermijden”, viel nu Mr. Kroyzer in, „er zal een artikel gepubliceerd
+worden, noch een aanklacht jegens u worden gedaan, als gij het met ons eens wordt”.
+</p>
+<p>„Ja, als gij het met ons eens wordt”, voegde Mr. Röttger er aan toe.
+</p>
+<p>Raffles deed, alsof hij niet dadelijk de beteekenis dier woorden begreep.
+</p>
+<p>„Hoe meent gij dat, heeren?” vroeg hij.
+</p>
+<p>De journalist naderde hem vertrouwelijk, legde de hand op zijn schouder en sprak:
+</p>
+<p>„Laat ons verstandig zijn, Lord, het zal u niet moeilijk vallen, een overeenkomst
+met ons te sluiten. Voor iemand van uw vermogen zullen een paar duizend pond geen
+groote rol spelen.”
+</p>
+<p>Nauwelijks had de groote onbekende deze woorden gehoord, of hij floot zoo luid en
+doordringend, dat de redacteur verschrikt achteruit sprong.
+</p>
+<p>„Denkt gij, dat ik uw zwijgen zal koopen?”
+</p>
+<p>„Gij gebruikt daar een leelijke uitdrukking,” sprak Mr. Kroyzer, „gij hebt niet noodig,
+ons stilzwijgen te koopen, maar wij willen goede zaken met elkaar doen.”
+</p>
+<p>„Goede zaken?” vroeg Raffles. „Voor u ongetwijfeld. Want als ik u goed versta, dan
+betaal ik u eenige duizenden pond sterling, stop u de zakken vol geld en krijg daarvoor
+niets terug.”
+</p>
+<p>„Natuurlijk, Lord Melbourne, want wij bewaren een onherroepelijk stilzwijgen omtrent
+alles wat wij hebben vernomen.”
+</p>
+<p>„Maar wat hebt gij dan toch eigenlijk vernomen, mijne heeren? Gij zijt nu reeds een
+uur lang bij mij en spreekt nog geheel in raadselen.”
+</p>
+<p>„Zullen wij ons duidelijker verklaren?” vroeg Mr. Kroyzer.
+</p>
+<p>„Ja”, antwoordde Raffles, „dan zal ik ook duidelijker spreken.”
+</p>
+<p>Met een snellen blik keek hij plotseling naar de rijzweep, die op den schoorsteenmantel
+lag.
+</p>
+<p>Noch Mr. Röttger, noch Mr. Kroyzer begrepen dien blik.
+</p>
+<p>„Goed”, sprak de kleine, redacteur, „wij hebben van een volkomen betrouwbaar persoon
+de bewijzen gekregen, dat gij den dood van uw stiefmoeder op uw geweten hebt.”
+</p>
+<p>„Is dat alles?” vroeg Raffles op volkomen onverschilligen toon, zoodat zoowel de kleine
+redacteur als de eigenaar der Alarmkreet stom van verbazing waren.
+<span class="pageNum" id="pb22">[<a href="#pb22">22</a>]</span></p>
+<p>„Ik denk, dat dat meer dan voldoende is”, antwoordde Mr. Röttger na eenige oogenblikken,
+„begrijp wel, het betreft hier een aanklacht wegens moord.”
+</p>
+<p>„Gij beweert dus”, sprak Raffles, „dat ik mijn stiefmoeder heb vermoord.”
+</p>
+<p>„Ik beweer het niet alleen, maar ik wil het ook bewijzen!”
+</p>
+<p>Een oogenblik keek de groote onbekende zijn tegenstander met ijskouden blik aan, daarop
+deed hij, alsof hij overlegde, wat hij wel te antwoorden had.
+</p>
+<p>„Laat ons eens aannemen, mijne heeren,” sprak hij, „dat datgene, wat gij beweert,
+een feit was en ik mijn stiefmoeder had vermoord, om in het bezit te komen van het
+vermogen van mijn vader.
+</p>
+<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Op welke wijze zoudt gij er mij voor instaan, dat gij u in de zaak, die gij met mij
+denkt te behandelen, als eerlijke menschen zult gedragen?”
+</p>
+<p>„Mijn betrekking als redacteur der Alarmkreet verplicht mij tot eerlijk handelen.”
+</p>
+<p>„Pardon”, antwoordde Raffles, „ik begrijp uw woorden niet.”
+</p>
+<p>„Ik bedoel”, antwoordde Mr. Röttger, „dat ik als redacteur der Alarmkreet wel verplicht
+ben, mij als een eerlijk mensch te gedragen.”
+</p>
+<p>„Mooi!” sprak Lord Lister, „hoeveel verlangt gij daarvoor?”
+</p>
+<p>„Zeggen wij voorloopig tienduizend pond sterling.”
+</p>
+<p>„Een net zaakje”, lachte de groote onbekende. „Gij zeidet immers zooeven, dat gij
+als redacteur der Alarmkreet tot eerlijk handelen verplicht waart. Ik herhaal: tot
+eerlijk handelen.
+</p>
+<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Weet gij, heer redacteur, ik heb strengere opvattingen omtrent eerlijkheid dan gij.
+</p>
+<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Gij schijnt uw eerlijkheid ergens in de modder te hebben laten liggen.
+</p>
+<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Eerlijk zoudt gij zijn, als gij dat, wat gij beweert omtrent mijn persoon vernomen
+te hebben, aan de justitie meedeeldet, in plaats van uw zwijgen aan mij te willen
+verkoopen voor tienduizend pond sterling.”
+</p>
+<p>„Genoeg!” schreeuwde nu de kleine redacteur, de vuisten ballend, „ik ga van hier naar
+den inspecteur van politie Baxter. Gij zult ondervinden, welke gevolgen deze zaak
+voor u heeft.”
+</p>
+<p>„Stellig!” lachte Raffles, „en opdat gij den weg niet tevergeefs af zult leggen, zal
+ik u iets meegeven, dat gij den inspecteur als bewijs kunt toonen. Let eens op!”
+</p>
+<p>Voordat Mr. Röttger of Mr. Kroyzer iets vermoeden of een poging konden doen om te
+vluchten, had Raffles de rijzweep van den schoorsteen genomen en als hagelsteenen
+vielen in het volgende oogenblik de slagen op den redacteur en den eigenaar der Alarmkreet
+neer.
+</p>
+<p>(Zie het titelblad.)
+</p>
+<p>De klappen volgden elkaar zoo snel op en werden op zoo elegante manier uitgedeeld,
+dat de beide schurken zich niet konden verdedigen.
+</p>
+<p>Schreeuwend en vloekend holden zij de kamer uit, stieten Charly Brand, die op den
+drempel was verschenen, omver en snelden de straat langs als twee achtervolgde beesten.
+</p>
+<p>Zij liepen door totdat zij voor de deur van het hoofdbureau van politie stonden, want
+zij meenden nog steeds, dat Lord Melbourne hen met de rijzweep op de hielen zat.
+</p>
+<p>Toen zij ademloos door het snelle loopen de kamer van inspecteur Baxter waren binnengekomen,
+troffen zij dezen niet, doch in zijn plaats detective Marholm, die hen met onvriendelijke
+blikken ontving.
+</p>
+<p>„Wat wenscht gij?” snauwde hij, „de inspecteur is niet hier.”
+</p>
+<p>„Er is ons iets vreeselijks overkomen”, hijgde de redacteur.
+</p>
+<p>„Iets ontzettends!” voegde de eigenaar van het schimpblad er aan toe.
+</p>
+<p>„Wat dan?” vroeg Marholm, en op hetzelfde oogenblik ontdekte hij op beider gelaat
+de dik opgeloopen striemen van de rijzweep.
+</p>
+<p>„Ah zoo!” sprak hij, „hebt gij slaag gehad?”
+</p>
+<p>„Ja!” riepen beiden tegelijk uit.
+</p>
+<p>„Nu,” lachte de vloo, „zoo iets moet gij gewend zijn. Gij zijt, als ik mij goed herinner,
+immers de redacteur der Alarmkreet?”
+</p>
+<p>„Ja,” zuchtte de kleine Röttger, terwijl hij den zakdoek voor het gelaat hield, „dat
+ben ik. Maar ik begrijp niet hoe gij ertoe komt om te zeggen, dat ik aan een pak slaag
+gewend moet zijn.”
+</p>
+<p>„Kom”, sprak Marholm lachend, „gij kent immers het woord uit den Bijbel:
+</p>
+<p>„Wie het zwaard opneemt, zal door het zwaard omkomen!”
+</p>
+<p>Daarvoor kan men evengoed zeggen:
+</p>
+<p>„Wie klappen uitdeelt, zal klappen terugkrijgen!”
+</p>
+<p>„Wij zijn hier niet om bijbelteksten met u te behandelen”, antwoordde Mr. Röttger
+met woedenden blik.
+</p>
+<p>„Wat wilt gij dan?” vroeg de vloo op kalmen toon.
+</p>
+<p>„Een aanklacht wegens moord indienen tegen Lord Melbourne.”
+</p>
+<p>„Jegens wien?” vroeg Marholm. „Tegen Lord Melbourne? Dat is jammer. Waar woont de
+Lord?”
+</p>
+<p>„Regentpark 16.”
+<span class="pageNum" id="pb23">[<a href="#pb23">23</a>]</span></p>
+<p>„Regentpark 16? Voor zoover ik mij herinner, is Lord Melbourne reeds acht jaar dood.
+Hoe kan hij dus in het Regentpark No. 16 wonen?”
+</p>
+<p>„En toch is het zoo”, sprak de kleine redacteur. „Gij verwisselt zeker den zoon met
+den vader. Onze aanklacht is gericht tegen den zoon. Roep dadelijk eenige detectives
+bijeen en spoed u naar den Lord, voordat hij de vlucht heeft kunnen nemen.”
+</p>
+<p>„Zoo snel gaat dat niet”, sprak Marholm, „eerst moet ik een protocol opmaken van uw
+beschuldiging, en dat is niet zoo gemakkelijk.
+</p>
+<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Het gaat bij ons alles volgens voorschrift. Daar buiten om gebeurt er niets.
+</p>
+<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Daarop zullen wij Lord Melbourne uitnoodigen om hier te komen en hem een verhoor afnemen.
+</p>
+<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Daarmee gaat minstens een week heen. Zoolang moet gij geduld hebben.”
+</p>
+<p>„Dat is ongeloofelijk”, sprak de redacteur, „op die manier heeft elke moordenaar de
+tijd om te ontvluchten.”
+</p>
+<p>„Zeker”, antwoordde Marholm op doodkalmen toon, „wij houden ons bij voorkeur bezig
+met voortvluchtige moordenaars.
+</p>
+<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Het aangenaamst zijn ons zelfs de onbekende moordenaars.
+</p>
+<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Dergelijke gevallen behandelen wij zeer eenvoudig. Wij loven een belooning uit en
+laten het publiek naar hem zoeken. Wordt hij dan niet gevonden, dan dragen wij de
+schuld niet alleen, maar het publiek met ons.”
+</p>
+<p>„Wilt gij ons voor den gek houden?” vroeg Mr. Kroyzer.
+</p>
+<p>Nu stond Marholm op en riep uit:
+</p>
+<p>„Houd uw domme aanmerkingen voor u, want als iemand voor den gek wordt gehouden, dan
+zijn wij het, maar niet het publiek.
+</p>
+<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Ik hoop, dat gij mij begrepen hebt.
+</p>
+<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>En als gij nu een aanklacht wilt indienen, ga dan naar huis, neem een vel van het
+daartoe gebruikelijke formaat papier, vouw het in het midden langs de lengte in tweeën
+en schrijf op de rechterhelft met openlating van een blanco rand ter breedte van twee
+vingers.
+</p>
+<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Indien gij u niet aan dit voorschrift houdt, kunnen wij de aanklacht niet accepteeren.
+Zij gaat dan onherroepelijk in de papiermand.
+</p>
+<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>En gaat nu heen, want ik heb te werken.”
+</p>
+<p>Hij draaide het tweetal den rug toe en ging met zijn schrijfwerk door.
+</p>
+<p>Toen zij nog niet heengingen, draaide hij zich nog eens om en vroeg:
+</p>
+<p>„Wat verlangt gij nog meer?”
+</p>
+<p>„Wij zouden gaarne weten”, antwoordde Mr. Röttger, „wanneer inspecteur Baxter te spreken
+is.”
+</p>
+<p>„Over een uur”, antwoordde Marholm en hij voegde er aan toe:
+</p>
+<p>„Als ik u een goeden raad mag geven, leg dan thuis ijscompressen op uw gezicht, want
+iedereen ziet al op een afstand aan u, dat gij een flink pak rammel hebt opgeloopen.”
+</p>
+<p>„Wij zullen tijdig terug zijn”, sprak de redacteur, en met zijn medeplichtige verliet
+hij het bureau.
+</p>
+<p>Marholm echter sloeg zich van pret op de knieën en riep:
+</p>
+<p>„Drommels, dat is de mooiste streek, dien ik ooit van Raffles heb gehoord. Elke klap
+schijnt een van de beste soort te zijn geweest.”
+</p>
+<p>Hij had misschien een half uur geschreven, toen Baxter als een brieschende leeuw het
+bureau binnen stormde.
+</p>
+<p>Hij wierp zijn dienstpet op de schrijftafel, zoodat een inktkoker omviel en de inhoud
+als een zwarte stroom over de tafel en den witgeschuurden vloer liep.
+</p>
+<p>Daarop ging hij voor Marholm staan, en schreeuwde met gebalde vuisten:
+</p>
+<p>„Ik sla je dood, Marholm, ik sla je dood!”
+</p>
+<p>Hij zag er werkelijk uit, alsof hij van plan was zijn vuisten op het hoofd van den
+secretaris te doen neerdalen.
+</p>
+<p>Maar Marholm kende zijn chef.
+</p>
+<p>Onbevreesd keek hij den inspecteur aan en sprak:
+</p>
+<p>„Waarom wilt gij mij doodslaan?”
+</p>
+<p>Baxter’s oogen rolden in hun kassen.
+</p>
+<p>„Gij hebt mij geblameerd—gij hebt mij voor altijd onmogelijk gemaakt!”
+</p>
+<p>Marholm glimlachte.
+</p>
+<p>„Is dat mogelijk, inspecteur?”
+</p>
+<p>„Ja, dat is mogelijk!” raasde Baxter.
+</p>
+<p>„Gij weet, dat ik hedenmorgen een brief kreeg van den president van de rechtbank met
+de opdracht, hem om drie uur in den middag te bezoeken.
+</p>
+<p>„Kunt gij denken, wat er nu gebeurd is?”
+</p>
+<p>„Een grap geweest?”
+</p>
+<p>„Een grap?—Een uitbrander heb ik gehad als nog nooit in mijn leven! Een eindeloozen
+uitbrander! Hij noemde mij niet alleen een ezel, maar verklaarde mij voor den grootsten
+idioot, die er ooit op de wereld heeft rondgeloopen”.
+</p>
+<p>„Laat u dat zwart op wit geven, dan kunt gij een flinke som verdienen in onze variété’s
+en in het Panopticum. <span class="pageNum" id="pb24">[<a href="#pb24">24</a>]</span>Den grootsten idioot zal iedereen willen zien”.
+</p>
+<p>De inspecteur greep Marholm bij de keel, alsof hij hem wilde wurgen.
+</p>
+<p>„Zwijg, Marholm, of ik ransel u af! <i>Jij</i> bent de grootste idioot!”
+</p>
+<p>„Het is mogelijk”, antwoordde Marholm, „anders was ik misschien uw secretaris niet!”
+</p>
+<p>„Ja, gij!” riep Baxter uit, „want om uwentwege kreeg ik den uitbrander—door uw schuld
+ben ik voor den grootsten idioot uitgemaakt”.
+</p>
+<p>„Ik ben zeer nieuwsgierig!”
+</p>
+<p>„De duivel moge je halen met je nieuwsgierigheid. De zaak is eenvoudig genoeg. Belachelijk
+eenvoudig, gij stommerik!
+</p>
+<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Ik zei je gisteren, dat het voorschrift was, een rand open te laten ter breedte van
+twee vingers”.
+</p>
+<p>„Klopt!” antwoordde Marholm, „was de rand niet zoo breed?”
+</p>
+<p>„Ja, de rand was zoo breed, maar geen enkel woord, dat dichtbij den rand staat, is
+te lezen. Gij hebt eenvoudig, inplaats van verder te schrijven op den volgenden regel,
+de letters weggelaten en daardoor onbegrijpelijke rapporten geschreven. Geen mensch
+kan er uit wijs worden, noch de rechters, noch de president!”
+</p>
+<p>„Daaraan twijfel ik geen oogenblik”, sprak Marholm, terwijl hij zijn tabakspijp ging
+stoppen.
+</p>
+<p>„Als gij de rapporten hadt gelezen, zoudt gij het weglaten der letters hebben opgemerkt.
+</p>
+<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Het was onmogelijk, de woorden af te breken, daar ik steeds een paar letters over
+had in de laatste lettergreep, die ik niet op den rand mocht schrijven, welke tot
+elken prijs twee vingers breed moest zijn.
+</p>
+<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Om mij aan het voorschrift te houden en allen eerbied te toonen jegens de wetten,
+liet ik de letters eenvoudig weg”.
+</p>
+<p>Hij nam een lucifer en stak zijn pijp aan.
+</p>
+<p>„Het had niet veel gescheeld”, vervolgde Baxter, „of gij hadt mij den nek gebroken.
+Ik had bijna mijn ontslag gekregen”.
+</p>
+<p>„Dat zou meer jammer zijn geweest voor John Raffles dan voor u!”
+</p>
+<p>Het woord Raffles oefende dezen keer een kalmeerende werking uit op Baxter.
+</p>
+<p>Zijn opgewonden gelaat werd kalmer, zijn toornige stem nam een vriendelijker klank
+aan en hij vroeg:
+</p>
+<p>„Hebt gij met Raffles gesproken?”
+</p>
+<p>„Ja,” antwoordde Marholm lachend, „en gij zult het resultaat van mijn bezoek binnen
+een uur in duidelijk leesbaar schrift voor u zien! Ik wed, dat er geen letter is weggelaten”.
+</p>
+<p>„Zal Raffles mij schrijven?” vroeg Baxter, die deze woorden niet begreep.
+</p>
+<p>„Hij heeft u reeds geschreven”, sprak Marholm, „heb maar geduld”.
+<span class="pageNum" id="pb25">[<a href="#pb25">25</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch5" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#ch5.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h2 class="label">VIJFDE HOOFDSTUK.</h2>
+<h2 class="main">EEN BEZOEK AAN DE ALARMKREET.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">De redactiejongen had juist, om vijf uur, het bureau verlaten. Hij stak juist een
+zijner cents-sigaretten aan, toen hij op de trap Raffles ontmoette, die, nadat hij
+met de beide afpersers een samenkomst, vermomd als Lord Melbourne, had gehad, nu een
+bezoek kwam brengen op de redactie der Alarmkreet, om in het bezit te komen van bewijzen
+tegen den redacteur en den bezitter van de courant.
+</p>
+<p>Nauwelijks was de jongen Raffles gepasseerd, of de groote onbekende snelde geruischloos
+als een kat de trappen op en bevond zich in een paar seconden voor den ingang van
+de redactie.
+</p>
+<p>De deur gaf hem weinig moeite, het was een ouderwetsche, in Engelsche woningen gebruikelijke
+houten deur, die bijna met elken sleutel te openen was.
+</p>
+<p>Deze geringe veiligheidsmaatregel verbaasde Raffles eerst. Hij meende na eenig nadenken,
+dat de eigenaren van dit kantoorlokaal misschien niets te verbergen hadden. Maar toch
+wilde hij zich overtuigen, of niet het een of ander geheim, vooral wat betrof het
+geval Spancer, in de schrijftafel van den redacteur te vinden zou zijn.
+</p>
+<p>Daar de luiken gesloten waren, was het er volkomen donker.
+</p>
+<p>Hij stak daarom een lamp aan, die op tafel stond en zag in den hoek een cylinderbureau,
+dat hij met geringe moeite opende.
+</p>
+<p>Hij opende alle kastjes en laden, maar vond niet het minste, dat hem van dienst had
+kunnen zijn.
+</p>
+<p>„Het is precies zooals ik dacht”, sprak hij tot zichzelf, „de schurken weten heel
+goed, dat het voor hen het veiligste is om geen enkelen brief of geschreven stuk te
+bewaren”.
+</p>
+<p>Hij sloot het meubel weer en wilde zich naar huis terug begeven, toen hij op de tafel
+middenin het vertrek een pakket zag liggen, dat met een touw was dichtgebonden.
+</p>
+<p>Met groote letters stond, in blauw potlood op den omslag van het pakket geschreven:
+</p>
+<p>„Laatste correctie”.
+</p>
+<p>Een oogenblik keek Raffles nadenkend naar het pakket, dat ter verzending gereed lag
+en dat de jongen waarschijnlijk vergeten had, daar het nog dien avond ter perse moest,
+omdat de courant den volgenden morgen zou verschijnen.
+</p>
+<p>Plotseling vloog het bekende lachje over Raffles’ gelaat.
+</p>
+<p>„Ja”, fluisterde hij, „als ik hierin vind, wat mij nu toevallig bezighoudt, zou het
+een kolossale grap geven!
+</p>
+<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Juist, morgenochtend verschijnt het wekelijksche nummer der Alarmkreet en dit is de
+laatste correctie voor de drukkers.
+</p>
+<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Prachtig!”
+</p>
+<p>Hij maakte voorzichtig het pakket open en haalde de gedrukte correctievellen der gereedgemaakte
+courant te voorschijn.
+</p>
+<p>Artikel na artikel las hij met de grootste belangstelling en hij amuseerde zich al
+lezende, hoe langer hoe meer.
+</p>
+<p>Daarna nam hij aan de schrijftafel plaats, opende den inktkoker en nam de pen, waarmee
+een paar uur geleden de redacteur der Alarmkreet de correctie had aangebracht.
+</p>
+<p>Raffles doopte de pen in den inkt, stak een sigaret aan en lachte zachtjes.
+</p>
+<p>„Nu zal ik de Alarmkreet eens redigeeren. Londen zal verbaasd zijn, wat voor een geestig
+blad de Alarmkreet is. Mr. Röttger kan niets hebben in te brengen tegen de veranderingen,
+die ik aanbreng, omdat hij het niet meer zal kunnen.
+<span class="pageNum" id="pb26">[<a href="#pb26">26</a>]</span></p>
+<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Ik ontvang hem over een paar uur bij mij en zal ervoor zorgen, dat hij zich niet meer
+in verbinding kan stellen met zijn drukkerij”.
+</p>
+<p>Raffles rookte zijn sigaret op, stak een nieuwe aan, en las het eerste artikel:
+</p>
+<blockquote>
+<p class="first"><span class="ex">Nieuws omtrent John Raffles, den Grooten Onbekende.</span>
+</p>
+<p>„Wij hadden verwacht, dat de door ons als gewetenloos avonturier en misdadiger beschreven
+Londensche bedrieger zich zou verdedigen tegen onze beschuldigingen en ons een bericht
+toezenden, zooals hij dat gewend is te doen.
+</p>
+<p>„Maar die man is niet alleen een avonturier en misdadiger van de gemeenste soort,
+maar hij is ook lafhartig.
+</p>
+<p>„Het wordt meer dan tijd, dat de Londensche pers zich niet meer met dien kerel bezighoudt,
+maar hem eenvoudig doodzwijgt, opdat de lauwerkrans, dien men hem ten onrechte omhangt,
+eindelijk door iets anders kan worden vervangen.”</p>
+</blockquote><p>
+</p>
+<p>„Heel aardig,” lachte Raffles, „dat artikel zal ik corrigeeren.”
+</p>
+<p>Hij nam de pen op en schreef:
+</p>
+<blockquote>
+<p class="first">„John Raffles, dien wij in het laatste nummer van ons blad uitschilderden als een
+gewetenloos avonturier en misdadiger, heeft ons bewezen, dat hij werkelijk den lauwerkrans,
+dien de Londensche pers hem omhangt, vol bewondering als zij is voor zijn daden, ten
+volle verdient.
+</p>
+<p>„John Raffles heeft ons niet alleen door woorden overtuigd, maar zelfs door een onomstootelijk
+bewijs.
+</p>
+<p>„Wij bevelen John Raffles aan bij alle bewoners van Londen, die door gewetenlooze
+schurken worden uitgezogen, gedreigd of misleid. Tot deze laatste soort behoort ook
+de Alarmkreet.
+</p>
+<p>„Wij moeten dit ter kennis brengen van alle lezers onzer courant en hen dringend aanraden
+zich bij voorkomende gelegenheden tot John Raffles te wenden.”</p>
+</blockquote><p>
+</p>
+<p>„Ziezoo,” sprak Raffles, „dat is de eerste correctie, nu volgt de tweede in de zaak-Spancer.”
+</p>
+<p>Hij las:
+</p>
+<blockquote>
+<p class="first"><span class="ex">De poging tot zelfmoord door de jonge bontwerkster</span>, die, zooals wij onzen lezers hebben medegedeeld, het slachtoffer is geworden van
+den zoon van den bekenden pelshandelaar Spancer, is tot heden niet opgehelderd.
+</p>
+<p>„Wij veronderstellen nog steeds, dat het jonge meisje door den jongen Spancer tot
+zelfmoord is gebracht.
+</p>
+<p>„Het is meer dan tijd, dat de politie zich met deze zaak bezighoudt.”</p>
+</blockquote><p>
+</p>
+<p>„Aha,” sprak Raffles, „daar zullen wij iets aan toevoegen.”
+</p>
+<p>En hij schreef verder:
+</p>
+<blockquote>
+<p class="first">„Wij zouden gaarne bereid zijn geweest, over deze zaak het stilzwijgen te bewaren,
+indien de vader van den jongen Spancer de door ons verlangde 5000 pond sterling had
+betaald, maar die man is, helaas, zoo ongenaakbaar, dat hij er niet aan wil denken,
+de dupe te worden van onze afpersing. Het jonge meisje wordt door hem, naar wij vernomen
+hebben, op milde wijze ondersteund en heeft van hem een kleine zaak in pelswaren gekregen
+in de Victoriastraat.”</p>
+</blockquote><p>
+</p>
+<p>„Zie zoo,” mompelde Raffles, „nu is ook dit artikel gecorrigeerd.”
+</p>
+<p>Nu nam de groote onbekende een blanco stuk papier en begon daarop een geheel nieuw
+artikel te schrijven.
+</p>
+<p>Het luidde:
+</p>
+<blockquote>
+<p class="first"><span class="ex">Oplichterij op groote schaal!</span>
+</p>
+<p>„Naar wij zooeven uit goede bron hebben vernomen, heeft zich onder den naam „De Alarmkreet”
+een courant in Londen gevestigd, die, evenals de Apachen in Parijs, de schrik is geworden
+van de fatsoenlijke Engelsche burgerij.
+</p>
+<p>„De courant houdt zich ermee bezig, om uit kleine gebeurtenissen of ongelukkige omstandigheden,
+waardoor solide menschen worden getroffen, sensatie-artikelen in elkaar te flansen,
+doordat zij namelijk van een mug een olifant maakt.
+</p>
+<p>„Wij weten zeer stellig, dat deze courant niets anders is dan een gemeene bedriegerij;
+zij is, evenals de Amerikaansche „<span lang="en">Arizona <span class="corr" id="xd33e1458" title="Bron: Kiker">Kicker</span></span>”, ten allen tijde bereid om tegen betaling van een zeker bedrag afstand te doen van
+het laten drukken dier sensatieberichten.
+</p>
+<p>„Het is niets anders dan een zoogenaamde „revolverpers”, die zich niet ontziet de
+eer en het vermogen der staatsburgers aan te randen.
+</p>
+<p>„Het zou hoog noodig zijn, dat de inspecteur van politie Baxter zich ernstig bezig
+hield met den redacteur en den eigenaar van dit weekblad, om Engelsche burgers tegen
+dergelijke gevaarlijke schurken te beschermen.
+</p>
+<p>„Naar alle waarschijnlijkheid zal het echter <span class="pageNum" id="pb27">[<a href="#pb27">27</a>]</span>bovengenoemden inspecteur niet gelukken, deze menschen onschadelijk te maken.
+</p>
+<p>„Wij vernemen gelukkig, dat om die reden <span class="ex">John Raffles</span> zich deze zaak heeft aangetrokken en nu van plan is, den eigenaar en den redacteur
+van „De Alarmkreet” een welverdiende straf te doen toekomen.
+</p>
+<p>„Het verdere verloop dezer zaak zullen de lezers van dit blad morgen in de Londensche
+couranten kunnen vinden.
+</p>
+<p>„P.&nbsp;S. Wij verzoeken den verslaggevers van alle Engelsche couranten, zich hedenavond
+om 9 uur, voor het vernemen der laatste gebeurtenissen, te vervoegen bij den heer
+inspecteur van politie.”</p>
+</blockquote><p>
+</p>
+<p>„Klaar!” sprak Raffles, „nu zal de courant eindelijk eens een fatsoenlijk bericht
+bevatten. De Alarmkreet zal morgenochtend voor den laatsten keer verschijnen; ik heb
+deze giftplant der Engelsche pers met wortel en al uitgeroeid.”
+</p>
+<p>Hij stond op en sloot het pakket weer in hetzelfde papier, zoodat er niet aan te zien
+was, dat het geopend was geweest.
+</p>
+<p>Daarop ontdeed hij met zijn zakdoek de schrijftafel van de sigarettenasch, die hij
+erop had laten vallen, sloot het meubel, draaide het licht uit en verliet het redactielokaal.
+</p>
+<p>In de aangrenzende restauratie wachtte Charly Brand op hem.
+</p>
+<p>„Zoo”, sprak deze, „ben je klaar? Het heeft vrij lang geduurd.”
+</p>
+<p>„Ja”, antwoordde Raffles, „ik had ook tamelijk veel te doen, ik heb voor hoofdredacteur
+der Alarmkreet gefungeerd en de courant geredigeerd. Ik verzeker je, dat Londen zich
+morgenochtend amuseeren zal!”
+</p>
+<p>„Hoe?” lachte Charly Brand, „ben je in de journalistiek gegaan, hoe heb je dat klaargespeeld?”
+</p>
+<p>„Heel eenvoudig”, vertelde Raffles, „het is mij reeds herhaaldelijk zoo gegaan in
+mijn leven, de hemel heeft mij altijd noodig om schurken hun welverdiende straf te
+doen toekomen.
+</p>
+<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Het toeval, of laten wij het het noodlot noemen, maakte, dat de correctie van de courant
+gereed op tafel lag en de jongen had vergeten het pakket mee te nemen.
+</p>
+<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>De courant komt morgenochtend uit en niets is meer in staat, het onheil van de heeren
+Röttger en Kroyzer af te wenden.
+</p>
+<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>En laat ons nu gaan.”
+</p>
+<p>Toen zij het restaurant verlieten, kwam juist de redactiejongen ademloos aangerend.
+</p>
+<p>„Zie je”, sprak Raffles, „ik heb mij niet vergist, de bengel heeft tot ons geluk de
+correctie op tafel laten liggen en haast zich nu, zijn verzuim weer goed te maken.
+Wij zullen hier wachten en even zien of mijn veronderstelling juist is.”
+</p>
+<p>Zij gingen voor een sigarenwinkel staan en keken schijnbaar vol aandacht naar de uitstalling.
+</p>
+<p>Een paar minuten later reeds kwam de jongen terug en Raffles zag, dat hij het pakket
+in de hand hield, snel de straat overstak, op een tram sprong en wegreed.
+</p>
+<p>Intusschen zaten Mr. Röttger en Mr. Kroyzer in een klein restaurant in de buurt, waar
+zij, nu zij eenigszins bekomen waren van de zweepslagen, iets gebruikten.
+</p>
+<p>Beide heeren waren reeds weer in opgewekte stemming.
+</p>
+<p>Zij hadden bijzondere zorg aan hun toilet besteed en bespraken nogmaals, wat zij tegen
+den inspecteur van politie zouden zeggen.
+</p>
+<p>„Ik ben van meening”, sprak de kleine redacteur, „dat de Lord zijn stiefmoeder werkelijk
+heeft vergiftigd. Dergelijke dingen komen immers dagelijks voor.”
+</p>
+<p>„Zeker”, knikte de mooie Guido, „en ik denk, dat gij, als gij een stiefmoeder hadt,
+die zoo rijk was als die van Lord Melbourne, dat gij dan hetzelfde zoudt doen.”
+</p>
+<p>„Natuurlijk”, antwoordde de redacteur, „ik ken allerlei onschuldige middelen, om dergelijke
+zaakjes op te knappen, zonder dat een dokter iets kan constateeren.”
+</p>
+<p>„Gij zijt eigenlijk een gevaarlijk mensch”, meende de sluwe Guido, „en als gij mijn
+redacteur niet waart, zou ik niets met u te maken willen hebben.”
+</p>
+<p>„Zeg geen nonsens”, riep de ander uit, zijn chef als een giftige pad aankijkend.
+</p>
+<p>„Wanneer gij mij wilt beleedigen, dan hebt gij met een verkeerden te doen.
+</p>
+<p>„Wel neen,” weerde Kroyzer af, „met mijn redacteur en besten vriend wil ik geen ruzie
+hebben!”
+</p>
+<p>„Ik zou het u ook niet raden, bovendien —” de kleine redacteur blies zijn chef den
+rook zijner slechte sigaar in de oogen, „ik weet precies wie gij zijt, Mr. Kroyzer.
+Gij herinnert u wel, hoe gij een jaar geleden het huis uwer ouders zijt ontvlucht
+en uit de schrijftafel <span class="pageNum" id="pb28">[<a href="#pb28">28</a>]</span>van uw vader het noodige geld meenaamt om naar Monte Carlo te kunnen gaan.
+</p>
+<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Verder weet gij nog wel, dat de briljanten uwer moeder u flink wat geld hebben opgebracht.
+</p>
+<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>En weet gij soms niet meer, dat gij bij iedereen hebt geleend, en wel op schandelijk
+brutale manier? Daar hebben wij bijvoorbeeld een kellner in een wijnkroeg, die nog
+heden om het verlies van een groote som treurt, evenals een paar hotelhouders en andere
+personen, maar de lust ontbreekt mij nu, om u nog aan meer te herinneren.
+</p>
+<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Eigenlijk zijt gij dus de geschikte persoon wel om uw Londensche medeburgers preeken
+te houden over moraliteit. Maar, het is waar, het brengt u geld op — —”
+</p>
+<p>Mr. Kroyzer riep met een hatelijken grijns op zijn gelaat den kellner en betaalde
+de vertering.
+</p>
+<p>Daarop sprak hij: „Ik geloof, dat het beter is om nu heen te gaan, gij schijnt te
+veel gedronken te hebben!”
+</p>
+<p>Bleek van ergernis keek hij zijn redacteur aan en zou hem, als hij de gelegenheid
+had gehad, misschien hebben gewurgd.
+</p>
+<p>Maar in machtelooze woede moest hij met zijn medeplichtige denzelfden weg gaan.
+<span class="pageNum" id="pb29">[<a href="#pb29">29</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch6" class="div1 last-child chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#ch6.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h2 class="label">ZESDE HOOFDSTUK.</h2>
+<h2 class="main">DE VAL.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">John Raffles had zich intusschen weer als detective Marholm naar zijn kamer in de
+Oxfordstraat begeven.
+</p>
+<p>Hij berekende—en terecht—dat de redacteur der Alarmkreet en diens compagnon hem zouden
+opzoeken.
+</p>
+<p>Hij behoefde niet lang te wachten.
+</p>
+<p>De beide schurken hadden zich van het hoofdbureau van politie naar de Oxfordstraat
+begeven, om den vermeenden Marholm den uitslag van hun bezoek aan Lord Melbourne mede
+te deelen.
+</p>
+<p>Vloekend kwam de redacteur de kamer binnen en bezwoer, dat hij in het volgende nummer
+der Alarmkreet Lord Melbourne zou vernietigen.
+</p>
+<p>Daarop vertelde hij Marholm van het vergeefsche bezoek bij inspecteur Baxter en zei,
+dat hij hem nogmaals wilde opzoeken.
+</p>
+<p>„Ik moet ook op het hoofdbureau van politie zijn”, sprak Raffles-Marholm, „als gij
+het goedvindt, gaan wij samen.”
+</p>
+<p>Hoewel de Groote Onbekende het vermeed, zijn bezoekers in de oogen te kijken, viel
+het Mr. Röttger toch op, dat de oogen van den detective veel geleken op die van Lord
+Melbourne.
+</p>
+<p>Maar hij wierp die gedachte ver van zich.
+</p>
+<p>Lord Lister verliet het tweetal in het hoofdbureau van politie, dicht bij de kamer
+van Baxter en zei, dat hij over een kwartier ook binnen zou komen.
+</p>
+<p>Hij bleef staan, totdat zij de deur achter zich hadden gesloten.
+</p>
+<p>Toen gleed een vroolijk lachje over zijn gelaat en hij dacht:
+</p>
+<p>„Zoo, mijne heeren—de val is dicht—de ratten zitten er in— —”
+</p>
+<p>— — — — — — — — — — — — — — — — — — — —
+</p>
+<p>— — — — — — — — — — — — — — — — — — — —
+</p>
+<p>Met groot leedvermaak keek Baxter naar de opgezwollen gezichten der beide revolverjournalisten.
+</p>
+<p>„Wat is er met u gebeurd, mijne heeren?” vroeg hij met een ironischen klank in zijn
+stem.
+</p>
+<p>„Wij moesten op onderzoek uit voor onze courant”, antwoordde Röttger, „de een of andere
+deugniet durfde ons met zijn rijzweep af te ranselen. Maar wij zullen ons op hem wreken.
+Wij waren reeds een uur geleden hier om een aanklacht in te dienen. Helaas troffen
+wij u niet.”
+</p>
+<p>„Wie is de betrokken persoon?”
+</p>
+<p>„De jonge Lord Melbourne,” sprak de redacteur, „wij klagen hem aan wegens moord!”
+</p>
+<p>„Zoo, zoo—wegens moord?”
+</p>
+<p>„Jawel, wegens moord!”
+</p>
+<p>„De Lord wordt er van verdacht, zijn stiefmoeder vermoord te hebben!”
+</p>
+<p>„Dat is laster!” riep de vloo uit.
+<span class="pageNum" id="pb30">[<a href="#pb30">30</a>]</span></p>
+<p>„Waarmee bemoeit gij u?” beet de kleine redacteur hem toe.
+</p>
+<p>Marholm nam hem op met een blik vol minachting en blies dikke rookwolken uit. Daarop
+keerde hij Mr. Röttger den rug toe en schreef verder.
+</p>
+<p>„Ik herhaal mijn aanklacht”, sprak de redacteur, „en beschuldig Lord Melbourne, wonende
+Regentpark 16, van moord op zijn stiefmoeder.”
+</p>
+<p>Weer keerde Marholm zich om en riep:
+</p>
+<p>„Ik verklaar nogmaals, dat het nonsens is!”
+</p>
+<p>„Waarom?” vroeg inspecteur Baxter.
+</p>
+<p>„Omdat iemand, die al acht jaar dood is, niet meer wegens moord kan worden vervolgd.”
+</p>
+<p>„Hij is niet dood!” riep de redacteur uit, „hij leeft.—Die beambte verwisselt den
+zoon met den vader.”
+</p>
+<p>Marholm lachte zachtjes.
+</p>
+<p>„Verwissel gij zelf maar niets.”
+</p>
+<p>„Wij waren twee uur geleden nog bij hem.—Hij leeft dus!”
+</p>
+<p>„Het is maar de vraag, waar gij zijt geweest”, sprak de vloo.
+</p>
+<p>„Bij Lord Melbourne, zooals ik u reeds zei.”
+</p>
+<p>„En ik herhaal u, dat gij, als de doode Lord Melbourne u zoo heeft afgeranseld, gij
+een geestverschijning hebt gehad, die elke spiritist u zou benijden.”
+</p>
+<p>„Ik zie wel”, sprak Mr. Röttger, „dat wij u niet anders kunnen overtuigen dan door
+u te verzoeken, ons naar Lord Melbourne te vergezellen.”
+</p>
+<p>„<span class="corr" id="xd33e1578" lang="en" title="Bron: Allright">All right</span>”, sprak Baxter. „Wij zullen met eenige detectives dien heer opzoeken.”
+</p>
+<p>Op dit oogenblik sloeg de klok zes.
+</p>
+<p>„Wij hadden afgesproken, u morgen weer te bezoeken”, herinnerde de redacteur der Alarmkreet
+Baxter.
+</p>
+<p>„Ja”, antwoordde deze, „maar wij kunnen de zaak nu evengoed afdoen.”
+</p>
+<p>„Zeker”, bevestigde Röttger, terwijl hij een blik wierp in de richting van Marholm,
+als om te beduiden, dat diens tegenwoordigheid hinderlijk was.
+</p>
+<p>Maar Baxter deed, alsof hij dit niet bemerkte en sprak:
+</p>
+<p>„Wij kunnen kort zijn. Deel mij den inhoud van den brief mee en dan zal ik u zeggen,
+wat ik denk te doen.”
+</p>
+<p>„Ik heb u reeds gezegd, heer inspecteur, dat het mij onmogelijk is, uw verzoek in
+te willigen.”
+</p>
+<p>Nu stond Marholm op en sprak:
+</p>
+<p>„Dan zal ik den inhoud van den brief voorlezen.”
+</p>
+<p>Stom van verbazing keken de beide schurken den detective aan, toen deze een schrijven
+uit zijn zak haalde en tot den politie-inspecteur sprak:
+</p>
+<p>„De heeren schijnen te vergeten, dat wij detectives zijn. Ik kan u den inhoud wel
+even mededeelen, chef!”
+</p>
+<p>„Dat is onmogelijk!” riep Kroyzer uit.
+</p>
+<p>„Praat toch geen nonsens!” riep de vloo. „Ik ben een leerling van Sherlock Holmes.
+Kent gij dien heer? Ik zal u den brief voorlezen, inspecteur. Het is een schrijven
+van Raffles aan u, dat onderschept is.”
+</p>
+<p>Met open mond en uitpuilende oogen staarden de beide journalisten den detective aan.
+</p>
+<p>„Dus, heeren, luister!
+</p>
+<blockquote>
+<p class="first salute">Mijn waarde Baxter!
+</p>
+<p>Ik heb gisteren den ouden Simpson, den diamanthandelaar, van wien gij mij mededeeldet,
+dat hij allerlei vuile zaken doet, opgezocht en hem drieduizend pond sterling armer
+gemaakt.
+</p>
+<p>Hierbij zend ik u een cheque van 1500 pond, de helft van den buit.
+</p>
+<p>Hedenavond ben ik in het Piccadilly Restaurant onder de bekende vermomming. Vraag
+den oberkellner naar Mr. Thonet.
+</p>
+<p>Wij zullen een paar flesschen champagne op het welslagen drinken.
+</p>
+<p class="signed">Met vriendelijke groeten
+<br>JOHN C. RAFFLES.</p>
+</blockquote><p>
+</p>
+<p>„Hoe komt gij aan dien brief?” schreeuwde Mr. Röttger.
+</p>
+<p>„Dien kunt gij alleen gestolen hebben, of—”
+</p>
+<p>„Houdt uw mond!” de man maakte bij die woorden een beweging, alsof hij den redacteur
+een oorvijg wilde geven.
+</p>
+<p>„Een mooie brief”, sprak Baxter, „daar heeft Raffles u op onbetaalbare manier bij
+den neus genomen!”
+</p>
+<p>„Daarvan geloof ik niets”, riep de redacteur uit, met zijn oude brutaliteit.
+</p>
+<p>„Wat? Bestaat er grooter onbeschaamdheid!” schreeuwde Baxter woedend, „dan geloof
+te schenken aan een dergelijken brief—dan hierheen te komen ten einde mij geld af
+te persen, voor welk feit gij een paar jaar gevangenisstraf zult hebben”.
+</p>
+<p>„Gij tracht u te redden, heer inspecteur,” sprak Mr. Kroyzer, „maar dat geeft u niets.
+</p>
+<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Wij hebben den brief gekregen van iemand uit uw naaste omgeving. De betrokken persoon
+is bereid om <span class="pageNum" id="pb31">[<a href="#pb31">31</a>]</span>mondeling alles wat hier staat onder eed te herhalen”.
+</p>
+<p>„Dien beambte zou ik weleens willen leeren kennen”, riep Marholm uit. „Hoe heet hij?”
+</p>
+<p>„Dat blijft ons geheim tot aan het proces”, antwoordde mr. Röttger, „wanneer mijnheer
+de inspecteur het tenminste tot een proces wil laten komen”.
+</p>
+<p>„Daartoe laat ik het komen”, antwoordde Baxter met koele onverschilligheid en, zich
+tot den detective wendend, sprak hij:
+</p>
+<p>„Roep eenige beambten binnen, Marholm!”
+</p>
+<p>Een aardbeving, een dynamietbom had geen grooter uitwerking kunnen hebben, dan het
+uitspreken van dezen naam.
+</p>
+<p>Vol ontzetting staarden de beide bedriegers den inspecteur aan.
+</p>
+<p>Marholm was al bij de deur, toen de redacteur stamelde:
+</p>
+<p>„Heet—heet—heet die beambte daar—Mar—holm?”
+</p>
+<p>„Om u te dienen”, antwoordde de vloo, „zoo heet ik”.
+</p>
+<p>„Onmogelijk!” krijschte de redacteur, „wij hebben u zelf bij Mr. Marholm ontmoet”.
+</p>
+<p>„Dat klopt”, antwoordde de vloo, „maar dat was Mr. Marholm niet. Ik heb geen enkelen
+naamgenoot in Londen”.
+</p>
+<p>„Maar gij moest hem toch kennen. Hij beweerde, dat hij beambte van Scotland Yard was”.
+</p>
+<p>„Dan heeft hij u iets wijsgemaakt.”
+</p>
+<p>„Dat kan niet,” riep Mr. Röttger uit, „hij heeft ons tot aan de deur van dit vertrek
+gebracht”.
+</p>
+<p>„Juist iets voor hem! Ik denk dat hij graag wilde zien, of gij veilig hier binnen
+kwaamt!”
+</p>
+<p>Marholm stopte zijn pijp en de inspecteur sprak nu op barschen toon:
+</p>
+<p>„Wij zullen nu een eind maken aan de comedie. Roep eenige beambten, Marholm. Ik verklaar
+deze twee als mijn gevangenen.”
+</p>
+<p>De beide journalisten gingen ontsteld een stap achteruit.
+</p>
+<p>Maar op hetzelfde oogenblik had Marholm eenige detectives binnen geroepen en deze
+posteerden zich aan weerszijden van de gevangenen.
+</p>
+<p>„Laat nu onze auto voorkomen!” beval Baxter. „Wij gaan met de heeren samen even naar
+den moedermoordenaar Lord Melbourne.”
+</p>
+<p>Ontdaan en bleek werden de beide afpersers onder voldoende politiegeleide en vergezeld
+door Baxter en Marholm naar de politie-auto gebracht.
+</p>
+<p>Na een korten rit hadden zij no. 16 Regentpark bereikt.
+</p>
+<p>Stil en eenzaam, met gesloten vensterluiken, lag het huis vóór hen.
+</p>
+<p>„Dit huis kennen wij,” sprak Marholm tot Baxter, toen zij den kleinen voortuin doorliepen.
+Hij sprak zoo luid, dat de gevangenen elk woord konden verstaan.
+</p>
+<p>„Zeker,” antwoordde de inspecteur, „als ik mij niet vergis, is dit de vroegere woning
+van Raffles!”
+</p>
+<p>Hoewel zij belden en klopten, werd de huisdeur niet geopend, want niemand was in het
+huis aanwezig.
+</p>
+<p>Baxter liet de deur door een smid opensteken en zij traden binnen.
+</p>
+<p>„Is dit het huis,” vroeg Baxter den redacteur, „waar Lord Melbourne u ontving?”
+</p>
+<p>„Ja,” luidde het antwoord, „dit is het huis van Lord Melbourne. Gaat mee naar boven,
+naar de studeerkamer, dan zal ik u bewijzen, dat de lord hier woont.”
+</p>
+<p>Zij traden de studeerkamer binnen. Het eerste, wat Baxter zag, was een rijzweep, die
+in het midden van de kamer aan de gaskroon was opgehangen.
+</p>
+<p>Hieraan was een groot stuk papier bevestigd. Marholm nam het eraf en las:
+</p>
+<blockquote>
+<p class="first salute">„Aan inspecteur Baxter, Scotland Yard.
+</p>
+<p>„Als gij hier mocht komen om naar Lord Melbourne te zoeken, dan deel ik u mede, dat
+ik zelf voor Lord Melbourne speelde.
+</p>
+<p>„Ik deed dit om twee bedriegers van de ergste soort een flink pak slaag te geven.
+</p>
+<p>„Daar ik heb vernomen, dat ook gij reden hebt om de kerels eens af te straffen, hang
+ik voor dat doel de rijzweep hier op.
+</p>
+<p>„Zeg verder tegen de schurken, dat zij zich voortaan moeten wachten om met Raffles
+te beginnen. Voor een volgenden keer beloof ik hun nog een betere afstraffing.
+</p>
+<p>„Groet Mr. Marholm, onder wiens naam ik de schelmen op glad ijs bracht.
+</p>
+<p class="signed">Met de meeste hoogachting,
+<br>JOHN C. RAFFLES”</p>
+</blockquote><p>
+</p>
+<p>Mr. Röttger boorde zich de lange, spitse nagels in het vleesch, hij had zichzelf wel
+kunnen slaan voor zijn domheid.
+</p>
+<p>„Voorwaarts!” riep Baxter tot zijn beambten, „brengt de gevangenen terug!”
+</p>
+<p>Toen de detectives het vertrek hadden verlaten, sprak Baxter tot vloo, terwijl hij
+hem vertrouwelijk op den schouder klopte.
+</p>
+<p>„Dat hebt gij best gedaan, Marholm. Ik moet mijzelf <span class="pageNum" id="pb32">[<a href="#pb32">32</a>]</span>gelukwenschen, dat ik Raffles nog niet gevangen heb, want anders hadden die beide
+jongens mij uitgezogen.
+</p>
+<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Ik zal er voortaan zorg voor dragen, dat Raffles mij niet in handen valt.”
+</p>
+<p>„Om Gods wil,” sprak Marholm, „doe dat niet, want dan krijgt gij hem stellig!”
+</p>
+<p>„De Alarmkreet” verscheen den volgenden dag met de gewijzigde artikels, tot groot
+vermaak van geheel Londen, welks bewoners reeds uit de couranten hadden gelezen van
+het laatste sensatie-nieuws.
+</p>
+<p>Het was het laatste nummer geweest van „De Alarmkreet”.
+</p>
+</div>
+</div>
+</div>
+<div class="back">
+<div class="div1 notice"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody">
+<p class="first center">De volgende aflevering (No. 34) bevat:
+</p>
+<p class="center xxl">De kamerheer van den koning van Servië.
+<span class="pageNum" id="pb33">[<a href="#pb33">33</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+<div class="div1 cover"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody">
+<p class="first underline xd33e1693">Belooning: 1000 pond sterling.
+</p>
+<div class="table">
+<table class="tbl.wanted.header">
+<tr>
+<td class="xd33e1696 cell-left cell-top xd33e1700">Wie kent hem?
+</td>
+<td rowspan="2" class="rowspan xd33e1697 cell-top cell-bottom">
+<div class="figure lordlisterwidth"><img src="images/lordlister.png" alt="Portret van Lord Lister." width="307" height="404"></div>
+</td>
+<td class="xd33e1696 cell-right cell-top xd33e1700">Wie heeft hem gezien?
+</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="xd33e1696 cell-left cell-bottom">Dat vraagt men in Scotland Yard!
+</td>
+<td class="xd33e1696 cell-right cell-bottom">Dat vraagt heel Londen!</td>
+</tr>
+</table>
+</div><p>
+</p>
+<p class="xd33e1715">Lord Lister <span class="underline xd33e1717">genaamd</span> John C. Raffles, <span class="xd33e1720">de geniaalste aller dieven</span>
+</p>
+<p class="xd33e1723">brengt alle gemoederen in beweging, is de schrik van woekeraars en geldschieters;
+ontrooft hun door zijn listen hunne bezittingen, waarmede hij belaagde onschuld beschermt
+en behoeftigen ondersteunt.
+</p>
+<p class="xd33e1725">Man van eer in alle opzichten
+</p>
+<p class="xd33e1723">spant hij wet en gerecht menigen strik en heeft steeds de voorvechters van edele levensbeschouwing
+op zijn hand, nl. allen, die ervan overtuigd zijn, dat:
+</p>
+<p class="xd33e1729">Ongestraft veel misstanden, door de wet beschermd, blijven voortwoekeren.
+</p>
+<p class="xd33e1723">Men leze, hoe alles in het werk wordt gesteld, <b>Lord Lister</b>, genaamd <b>John C. Raffles</b>, den geniaalsten aller dieven, te vatten!
+</p>
+<div lang="en" class="div2 section warrant.en"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#toc">Inhoud</a>]</span><table class="alignedText">
+<tr>
+<td class="first" lang="en">
+<p class="first xd33e1740">WARRANT OF ARREST.
+</p>
+</td>
+<td class="second" lang="nl">
+<p class="first"><span class="underline">Vertaling</span>:
+</p>
+<p class="xd33e1852">Bevel tot aanhouding.
+</p>
+</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="first" lang="en">
+<p>Be it known unto all men by these presents that we hereby charge and warrant the apprehension
+of the man described as under:
+</p>
+</td>
+<td class="second" lang="nl">
+<p>Wij verzoeken de aanhouding van den man, wiens beschrijving hier volgt:
+</p>
+</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="first" lang="en">
+<p class="xd33e1744">DESCRIPTION:
+</p>
+<div class="table">
+<table>
+<tr>
+<td class="cell-left cell-top"><span class="ex">Name</span>: </td>
+<td class="cell-right cell-top">Lord Edward Lister, alias John C. <span class="corr" id="xd33e1754" title="Bron: Sinclair">Raffles</span>.
+</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="cell-left"><span class="ex">Age</span>: </td>
+<td class="cell-right">32 to 35 years.
+</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="cell-left"><span class="ex">Height</span>: </td>
+<td class="cell-right">5 feet nine inches.
+</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="cell-left"><span class="ex">Weight</span>: </td>
+<td class="cell-right">176 pounds.
+</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="cell-left"><span class="ex">Figure</span>: </td>
+<td class="cell-right">Tall.
+</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="cell-left"><span class="ex">Complexion</span>: </td>
+<td class="cell-right">Dark.
+</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="cell-left"><span class="ex">Hair</span>: </td>
+<td class="cell-right">Black.
+</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="cell-left"><span class="ex">Beard</span>: </td>
+<td class="cell-right">A slight moustache.
+</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="cell-left"><span class="ex">Eyes</span>: </td>
+<td class="cell-right">Black.
+</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="cell-left cell-bottom"><span class="ex">Language</span>: </td>
+<td class="cell-right cell-bottom">English, French, German, Russian, etc.</td>
+</tr>
+</table>
+</div><p>
+</p>
+</td>
+<td class="second" lang="nl">
+<p class="xd33e1744">Beschrijving:
+</p>
+<div class="table">
+<table>
+<tr>
+<td class="cell-left cell-top"><span class="ex">Naam</span>: </td>
+<td class="cell-right cell-top">Lord Edward Lister, genaamd John C<span class="corr" id="xd33e1866" title="Niet in bron">.</span> Raffles.
+</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="cell-left"><span class="ex">Leeftijd</span>: </td>
+<td class="cell-right">32–35 jaar.
+</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="cell-left"><span class="ex">Lengte</span>: </td>
+<td class="cell-right">ongeveer 1,76 meter.
+</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="cell-left"><span class="ex">Gewicht</span>: </td>
+<td class="cell-right">80 kilo.
+</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="cell-left"><span class="ex">Gestalte</span>: </td>
+<td class="cell-right">slank.
+</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="cell-left"><span class="ex">Gelaatskleur</span>: </td>
+<td class="cell-right">donker.
+</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="cell-left"><span class="ex">Haar</span>: </td>
+<td class="cell-right">zwart.
+</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="cell-left"><span class="ex">Baardgroei</span>: </td>
+<td class="cell-right">kleine snor.
+</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="cell-left"><span class="ex">Oogen</span>: </td>
+<td class="cell-right">zwart.
+</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="cell-left cell-bottom"><span class="ex">Spreekt</span> </td>
+<td class="cell-right cell-bottom">Engelsch, Fransch, Duitsch, Russisch enz. enz.</td>
+</tr>
+</table>
+</div><p>
+</p>
+</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="first" lang="en">
+<p><span class="ex">Special notes</span>: The man poses as a gentleman of great distinction. Adopts a new role every other
+day. Wears an eyeglass. Always accompanied by a young man—name unknown.
+</p>
+</td>
+<td class="second" lang="nl">
+<p><span class="ex">Bijzondere kenteekenen</span>: Het optreden van den man kenmerkt zich door bijzonder goede manieren. Telkens een
+ander uiterlijk. Draagt een monocle. Is in gezelschap van een jongeman, wiens naam
+onbekend.
+</p>
+</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="first" lang="en">
+<p>Charged with robbery.
+</p>
+<p>A reward of 1000 pounds sterling will be paid for the arrest of this man.
+</p>
+</td>
+<td class="second" lang="nl">
+<p>Moet worden aangehouden als dief. Voor zijn aanhouding betalen wij een prijs van 1000
+pond sterling.
+</p>
+</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="first" lang="en">
+<p class="xd33e1744">Headquarters—Scotland Yard.
+</p>
+<p class="dateline"><span class="ex">London</span>, 1<sup>st</sup> October 1908.
+</p>
+<p class="signed"><b>Police Inspector</b>,<br>
+<span class="ex">Horny.</span>
+</p>
+</td>
+<td class="second" lang="nl">
+<p><b><i>Het Hoofdbureau van Politie <span class="corr" id="xd33e1942" title="Bron: Scotland-Yard">Scotland Yard</span>.</i></b>
+</p>
+<p class="dateline"><span class="ex">Londen</span>, 1. <span class="corr" id="xd33e1950" title="Bron: Oktober">October</span> 1908.
+</p>
+<p class="signed"><b><span class="corr" id="xd33e1955" title="Bron: Inspekteur">Inspecteur</span> van Politie</b><br>
+(get.) <span class="ex">Horny</span>.
+</p>
+</td>
+</tr>
+</table>
+</div>
+</div>
+</div>
+<div class="div1 imprint"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody">
+<p class="first xd33e1964">Roman-Boekhandel <span class="xd33e1966">voorheen</span> A. Eichler
+</p>
+<p class="xd33e125">Singel 236—Amsterdam.
+</p>
+</div>
+</div>
+<div class="div1" id="toc">
+<h2 class="main">Inhoudsopgave</h2>
+<table>
+<tr id="ch1.toc" class="tocLevel0">
+<td class="tocDivNum">I. </td>
+<td class="tocDivTitle"><a href="#ch1">DE REDACTIE.</a></td>
+<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch1">1</a></td>
+</tr>
+<tr id="ch2.toc" class="tocLevel0">
+<td class="tocDivNum">II. </td>
+<td class="tocDivTitle"><a href="#ch2">IN SCOTLAND YARD.</a></td>
+<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch2">9</a></td>
+</tr>
+<tr id="ch3.toc" class="tocLevel0">
+<td class="tocDivNum">III. </td>
+<td class="tocDivTitle"><a href="#ch3">DE MOEDERMOORDENAAR.</a></td>
+<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch3">16</a></td>
+</tr>
+<tr id="ch4.toc" class="tocLevel0">
+<td class="tocDivNum">IV. </td>
+<td class="tocDivTitle"><a href="#ch4">EEN HEILZAME LES.</a></td>
+<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch4">19</a></td>
+</tr>
+<tr id="ch5.toc" class="tocLevel0">
+<td class="tocDivNum">V. </td>
+<td class="tocDivTitle"><a href="#ch5">EEN BEZOEK AAN DE ALARMKREET.</a></td>
+<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch5">25</a></td>
+</tr>
+<tr id="ch6.toc" class="tocLevel0">
+<td class="tocDivNum">VI. </td>
+<td class="tocDivTitle"><a href="#ch6">DE VAL.</a></td>
+<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch6">29</a></td>
+</tr>
+</table>
+</div>
+<div class="transcriberNote">
+<h2 class="main">Colofon</h2>
+<h3 class="main">Codering</h3>
+<p>Dit boek is weergegeven in oorspronkelijke schrijfwijze. Afgebroken woorden aan het
+einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld. Kennelijke zetfouten in het origineel
+zijn verbeterd. Deze verbeteringen zijn aangegeven in de colofon aan het einde van
+dit boek.</p>
+<h3 class="main">Documentgeschiedenis</h3>
+<ul>
+<li>2025-08-28 Begonnen.
+</li>
+</ul>
+<h3 class="main">Verbeteringen</h3>
+<p>De volgende 148 verbeteringen zijn aangebracht in de tekst:</p>
+<table class="correctionTable">
+<tr>
+<th>Bladzijde</th>
+<th>Bron</th>
+<th>Verbetering</th>
+<th>Bewerkingsafstand</th>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><i title="128 gevallen">Passim.
+</i></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">
+[<i>Niet in bron</i>]
+</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">„</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e481">7</a>, <a class="pageref" href="#xd33e634">11</a>, <a class="pageref" href="#xd33e1154">20</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">
+[<i>Niet in bron</i>]
+</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">”</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e498">7</a>, <a class="pageref" href="#xd33e1109">20</a>, <a class="pageref" href="#xd33e1578">30</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="en">Allright</td>
+<td class="width40 bottom" lang="en">All right</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e638">11</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">, </td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">. Hij </td>
+<td class="bottom">5</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e785">14</a>, <a class="pageref" href="#xd33e1068">19</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">
+[<i>Niet in bron</i>]
+</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">,</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e843">15</a>, <a class="pageref" href="#xd33e888">16</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">„</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">
+[<i>Verwijderd</i>]
+</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e845">15</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">”</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">
+[<i>Verwijderd</i>]
+</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1017">18</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Melbourn</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Melbourne</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1088">19</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Augiastallen</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Augiasstallen</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1458">26</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="en">Kiker</td>
+<td class="width40 bottom" lang="en">Kicker</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1754">33</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="en">Sinclair</td>
+<td class="width40 bottom" lang="en">Raffles</td>
+<td class="bottom">7</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1866">33</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">
+[<i>Niet in bron</i>]
+</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">.</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1942">33</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Scotland-Yard</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Scotland Yard</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1950">33</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Oktober</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">October</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1955">33</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Inspekteur</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Inspecteur</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+</table>
+</div>
+</div>
+<div style='text-align:center'>*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 76761 ***</div>
+</body>
+</html>
+
diff --git a/76761-h/images/lordlister.png b/76761-h/images/lordlister.png
new file mode 100644
index 0000000..e9e45f1
--- /dev/null
+++ b/76761-h/images/lordlister.png
Binary files differ
diff --git a/76761-h/images/lordlister0033-front.jpg b/76761-h/images/lordlister0033-front.jpg
new file mode 100644
index 0000000..6d9bf72
--- /dev/null
+++ b/76761-h/images/lordlister0033-front.jpg
Binary files differ
diff --git a/76761-h/images/p0033-01.png b/76761-h/images/p0033-01.png
new file mode 100644
index 0000000..b592815
--- /dev/null
+++ b/76761-h/images/p0033-01.png
Binary files differ
diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt
new file mode 100644
index 0000000..6312041
--- /dev/null
+++ b/LICENSE.txt
@@ -0,0 +1,11 @@
+This eBook, including all associated images, markup, improvements,
+metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be
+in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES.
+
+Procedures for determining public domain status are described in
+the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org.
+
+No investigation has been made concerning possible copyrights in
+jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize
+this eBook outside of the United States should confirm copyright
+status under the laws that apply to them.
diff --git a/README.md b/README.md
new file mode 100644
index 0000000..74a62fc
--- /dev/null
+++ b/README.md
@@ -0,0 +1,2 @@
+Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for eBook #76761
+(https://www.gutenberg.org/ebooks/76761)