1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
39
40
41
42
43
44
45
46
47
48
49
50
51
52
53
54
55
56
57
58
59
60
61
62
63
64
65
66
67
68
69
70
71
72
73
74
75
76
77
78
79
80
81
82
83
84
85
86
87
88
89
90
91
92
93
94
95
96
97
98
99
100
101
102
103
104
105
106
107
108
109
110
111
112
113
114
115
116
117
118
119
120
121
122
123
124
125
126
127
128
129
130
131
132
133
134
135
136
137
138
139
140
141
142
143
144
145
146
147
148
149
150
151
152
153
154
155
156
157
158
159
160
161
162
163
164
165
166
167
168
169
170
171
172
173
174
175
176
177
178
179
180
181
182
183
184
185
186
187
188
189
190
191
192
193
194
195
196
197
198
199
200
201
202
203
204
205
206
207
208
209
210
211
212
213
214
215
216
217
218
219
220
221
|
*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 76306 ***
KLEUTERBOEKJE
VERSJES VAN
ANNA SUTORIUS
TEEKENINGEN VAN
B. MIDDERIGH-BOKHORST
UITGAVE VAN G. B. VAN GOOR ZONEN—GOUDA
BROERTJES ONTBIJT
Als Broertje ’s morgens pap krijgt
Staat kleine Zus er bij,
En zegt met grage oogjes:
„Zoo’n fijne lekkernij!
Zou Broer wel alles blieven?
’t Is nog zoo’n kleine man,
Toe moesje, krijg ik anders
Het restje uit de pan!”
Dan gaat klein zusje smullen,
Ze legt pop op den grond
En zegt: „Jij blieft niet, is ’t wel,
Jij hebt zoo’n dichten mond.”
PAARDJE SPELEN
Twee vriendjes speelden paardje,
Ze liepen in een vaartje,
Ze liepen in galop,
Van hola, hort nu, hop!
Toen zei het klein koetsiertje:
»Doe mij nu een pleiziertje,
»’k Geef jou de leidsels aan,
»Laat mij in ’t tuig dan gaan.”
»Dat doe ik niet,” zei d’eene.
»Dan zal ’k het tuig wel nemen.”
Daar trokken ze met een ruk
De zweep en leidsels stuk.
Twee ventjes speelden paardje.
Eerst ging ’t in een vaartje,
Nu staan ze strak en zuur
Te brommen bij den muur.
EEN DROOM
Als ’k groot ben, wil ik tuinvrouw zijn;
Dan ga ik bloemen zaaien.
Dan mag ik altijd op het gras,
En kan ik het zelf maaien.
Dan jaag ik alle kinderen weg,
Die op ’t grasveld loopen;
Dan pluk ik bloemen, groot en klein,
’k Maak ruikertjes bij hoopen.
Zoo stond een eigenwijze zus
Eens in ’t plantsoen te droomen;
De tuinman keek de bloemen na,
Dicht bij de groote boomen.
Hij nam de dorre bladen weg
En pootte toen margrieten,
En Annie zuchtte: „mocht ik toch ...
„Och! mocht ik éven gieten!” ...
STOUT KARELTJE
Klein Kareltje was stout geweest
En hij had straf gehad,
Omdat hij ’s morgens aan ’t ontbijt
Zijn boterham niet at.
Toen zat hij pruilend in zijn stoel
En Fox kwam voor hem staan,
Die keek, alsof hij zeggen wou:
„Wat heeft de baas gedaan?”
OP MOESJES SCHOOT
Als mijn hoofdje gloeit en hamert,
Is het overal zoo naar;
Maar als ik dicht bij Moes mag zitten,
Weet je, dan is ’t niet zoo zwaar.
’k Kan vandaag niets prettig spelen,
De soldaatjes zijn zoo dom,
Als ik den één heb neergezet,
Valt de andere alweer om.
Maatje, ’t is bij u zoo prettig,
Zingt u mij een liedje, Moe?
Maar vóór Moeder ’t liedje uit heeft
Zijn z’n kijkertjes al toe.
TWEE VRINDEN
Klein zusje zit in ’t zonnetje,
Zich lekkertjes te warmen,
Klein zusje zit in ’t mollig gras,
Met beertje in haar armen.
Dat beertje is al heel, heel oud,
Het heeft zijn staart verloren,
En Doezie brak zijn poot eens stuk,
En poes beet in zijn ooren.
Maar toch, hoe vuil ook iedereen,
Dien ouwen beer mag vinden,
Zus zegt: „wij blijven altijd door
Twee hééle dikke vrinden.”
BOOS WIESJE
Wies was een eigenwijs pedantje,
Dat eens met broertje aan een handje,
Alléén uit wandelen wou gaan,
Je snapt wel, dat stond niemand aan.
Papa zei: „Wies, hij kon eens vallen,”
Mama zei: „Toe, haal gauw de ballen,
En ga dan lief met juffie mee,
Dan loop je prettig alle twee.”
Toen zei het kleine Wiesepoesje,
„Ik wil niet mee, ik blijf bij moesje,”
Maar die zei: „Foei, als jij zoo huilt ....
Ik wil geen kindje zien dat pruilt!”
Toen kroop dom zusje in een hoekje,
En keek wat in een prentenboekje,
En dacht: „Ik ben toch liever zoet,
’k Geloof, ik maak ’t maar gauw weer goed!”
NAAR BED
Als het klokje slaat van acht,
Wordt het voor de kindjes nacht,
En zij gaan van ’t spelen moe,
Allemaal naar bedje toe.
Kleine, witte kleuters,
Slaperige peuters,
Fuut! blaast moeke uit het licht...
En de oogjes vallen dicht.
*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 76306 ***
|